MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

U2 - How to Dismantle an Atomic Bomb (2004)

poster
3,5
Van de debuutplaat van U2 was ik indertijd zó gek dat Boy jarenlang achter Berlin op de tweede plaats van mijn elpee-top-tien-aller tijden stond. Bij de platen die daar op volgden daalde en rees mijn enthousiasme bijna met dezelfde regelmaat als het baswerk van Adam Clayton, en op een gegeven moment vond ik het wel mooi geweest – als ik nu nog iets van U2 wil horen draai ik The unforgettable fire of Achtung baby wel. Toch is How to dismantle an atomic bomb, het laatste nieuwe album dat ik nog ten tijde van de release van ze heb leren kennen, absoluut geen slechte plaat, zonder knallende uitschieters naar beneden en met een lekkere opener, een prima produktie en een paar briljante momenten (voor mij het aangrijpende Miracle drug, het meeslepende "Everywhere you go..." van Original of the species, en het nummer dat voor mij het onbetwistbare hoogtepunt van de plaat is, City of blinding lights), maar ook met een "polish" die mij het gevoel geeft dat het voor mij na een kwart eeuw wel genoeg is geweest. Desalniettemin niets dan respect voor hoe deze band al veertig jaar meedraait aan de top, puur op basis van de muziek, op eigen kracht, en dat dan ook nog eens zonder personeelswisselingen.

U2 - Zooropa (1993)

poster
3,5
Indertijd ervoer ik dit vooral als een ráre plaat, nú zie ik er meer de kwaliteiten van in: een experimenteel en vaak ook opmerkelijk warm geluid dat wordt opgehangen aan een aantal uitstekende nummers, zoals de sfeervolle opener, het contrastrijke Numb (leuke videoclip was dat) en Lemon waarop Bono zich met zijn falset mag uitleven. Stay is eveneens een hoogtepunt, mede dankzij die sologitaar die ook zonder een typische Edge-sound toch door merg en been gaat. (De Irish Post van 3 oktober 2018 meldt dat "Bono claimed that Zooropa's Stay (faraway, so close!) is 'perhaps the greatest U2 song' ", en volgens diezelfde krant was het "written for and inspired by Frank Sinatra".)
        Helaas zit er aan de nummers op de tweede kant zowel qua melodie als qua zeggingskracht te weinig vlees. The wanderer maakt nog wel wat goed omdat de melodie zo sterk is en de tekst zo suggestief, maar daar staat tegenover dat het een beetje beschamend is om een grootheid als Johnny Cash te laten zingen tegen de achtergrond van een speelgoed-keyboard waar zelfs de goedkoopste acts uit het begin van de jaren 80 zich voor zouden hebben geschaamd. Zo is dit een plaat waarvan het geslaagde experimentele karakter voor mij enigszins wordt ondergraven door tekortschietend compositorisch vernuft op bijna de helft van de nummers.

UB40 - Present Arms (1981)

poster
3,5
Dit tweede album van UB40 stelt in ieder geval niet teleur, met opnieuw een reeks sterke composities en ditmaal ook een voller en warmer geluid. Als minpunten moet worden gezegd dat er wel wat saaie stukken op staan, zoals de lange uitloop van Don't let it pass you by en de melige plaatafsluiter Lamb's bread, en dat het album misschien ook wel een tikkie langer had gekund (twee nummers en acht minuten korter dan het drie kwartier durende en bovendien de volle speelduur lang interessante Signing off).

De CD-uitgave bevat als bonustracks de twee nummers die bij de oorspronkelijke elpee als 45-toeren-single werden bijgeleverd. Daaronder is vooral interessant het extreem swingende Don't walk on the grass, met een verslavend oplopend saxloopje (dat overigens op het volgende reguliere album UB44 nog in Folitician zou worden gerecycled). Maar het hoogtepunt voor mij is toch de fantastische single One in ten, waarvan de tekst in het refrein gebruik maakt van een bijzonder sluwe "statistische" invalshoek:

I am the one in ten - a number on a list
I am the one in ten - even though I don't exist
Nobody knows me but I'm always there
A statistical reminder of a world that doesn't care


waarna in elk couplet het abstracte "statistische" individu concreet wordt uitgebeeld, als een soort Elckerlyc aan de onderkant van de samenleving. Een uitstekende tekst voor een geweldig nummer. Gelukkig zat UB40 op dit album nog niet aan de rode rode wijn.

UB40 - Signing Off (1980)

poster
5,0
Door alle slaapverwekkende ellende die ze de afgelopen decennia over ons hebben uitgestort is het misschien moeilijk voor te stellen, maar toen deze debuutplaat in 1980 uitkwam was dit een tegendraads en alternatief bandje. En als ik hem nu weer draai is het eigenlijk helemáál niet moeilijk voorstelbaar, want Signing off is nog steeds een geweldige plaat, ook als reggae je verder vrij koud laat (zoals voor mij geldt). Sterke composities (inclusief één cover, I think it's going to rain today, geschreven door Randy Newman en misschien het bekendst in de versie van Dusty Springfield) , bevlogen teksten, mooi melancholieke zang afgewisseld met een saxofoon die klinkt zoals een saxofoon zou moeten klinken, een paar vrolijke instrumentals, en een uitgekiend en gedetailleerd geluidsbeeld. Kortom, na 30 jaar ben ik hier nog steeds niet op uitgeluisterd.

Deze CD-versie bevat ook de drie nummers die bij de oorspronkelijke vinylrelease op een 12-inch-single bijgevoegd waren. Madam Medusa is een belachelijk lang uitgesponnen dub van bijna 13 minuten, maar Strange fruit is een fraaie cover van de Billie Holiday-klassieker en Reefer madness een ultiem swingende instrumental.

Ultravox - Lament (1984)

poster
4,5
Voor mij juist een beetje een nieuwe kleur op het emotionele palet van deze band, want naast stevige nummers als White China (met z'n Blue Monday-ritme) en One small day (heerlijke gitaarpartijen) proef ik ook melancholische ondertonen in het titelnummer (met een Tears-For-Fears-achtige synthesizer-die-klinkt-als-een-marimba-solo), Man of two worlds en When the time comes. En dat levert wederom fraaie muziek op – met name het laatstgenoemde nummer is prachtig, met z'n aftastende begin, fretloze bas en afsluitende knerpende gitaarsolo. De enige track die echt misstaat is het flauwe slotnummer, met z'n U2-arrangement (gitaar vol echo, bas met vier identieke noten per maat, en slagwerk met de bassdrum in de aanval) en een dameskoortje dat klinkt alsof de typistes even achter de microfoon zijn gezet ("Shir and Deb, they want you in the studio!" "What, us?"); door veel mensen hier wordt het geprezen, maar na de rijkdom van de eerste zeven nummers vind ik het een suffe doordenderaar. Voor de rest is dit echter opnieuw een geweldige plaat; nu ik hun vier elpees uit de eerste helft van de tachtiger jaren weer eens grondig heb beluisterd valt me op hoezeer deze mannen grossieren in ijzersterke melodieën, en wanneer die dan ook nog worden gekleed in verrassend gevarieerde en volle arrangementen (hetgeen meteen ook de reden is waarom ik Ultravox eigenlijk niet als synthipop-band beschouw) kom ik uit op een uitstekend kwartet.

Ultravox - Quartet (1982)

poster
4,5
Een kwartet aspecten.
        Favoriet : van de vier Ultravox-platen die ik ken vind ik déze het leukst : allemaal ijzersterke melodieën, geen mindere of slechte nummers, alles kleurrijk, afwisselend en vol overtuiging. Elk nummer heeft een fraai couplet, een mooi melodisch refrein, een stevig en gevarieerd arrangement en een titel die bij mij meteen de bijbehorende melodie in herinnering roept, en de enige reden waarom de nummers op elkaar lijken is omdat ze allemáál sterk zijn – ik kan dan ook beter zeggen dat de een eenheid die ze vormen geen eenvormigheid is maar een consistentie van niveau.
        Klassiek : een standaard-Ultravox-"trucje : wat extra variatie in het geluid aanbrengen door tijdens een gewoon couplet van Mine for life vanaf 2'00 ("He's writing for the hundredth time...") opeens wat bijtende gitaarnootjes over de bas/drum/synthesizer-begeleiding te leggen. Heel simpel, heel geheid, heel effectief, ik ben er gek op; een mooi voorbeeld van hoe de heren hun arrangementen mooi vol en rijk kunnen houden. (Op het moment dat ik dit schrijf is Mine for life echter hier toevallig ook het énige nummer zonder voorkeursstem... Daar gaan we eens even wat aan doen.)
        Bizar : ik leerde deze plaat eerst kennen via een cassettebandje waarop mijn zwager hem voor mij had opgenomen, en de eerste twee of drie keer dat ik hem draaide (waarbij ik dus niet kon zien of de langspeelplaat z'n einde al naderde) vond ik steeds Cut and run zo'n perfect slotnummer – om me dan verbaasd te realiseren dat er daarna nóg een eveneens perfect slotnummer (The song [we go]) kwam. Heel apart, allebei prachtige nummers om een album mee af te sluiten, hier gewoon ná elkaar.
        Nadelen : er kleven slechts twee minpunten aan deze plaat. Ten eerste leerde ik hem kennen ná 1. Vienna, 2. Rage in Eden en 3. Lament, dus mede vanwege de titel denk ik steeds dat het 4. Quartet is (ook al omdat het gepast is wanneer de laatste plaat van een reeks daar ook meteen de culminatie van vormt), maar qua chronologie klopt dat dus niet. Ik ben daar inmiddels toch al zo'n dertig jaar van op de hoogte, maar als ik in mijn CD-kast bij de U kijk heb ik nog steeds de neiging om Quartet en Lament even andersom op de plank te zetten. (Hadden ze 'm ook maar Trio moeten noemen...) En ten tweede duurt deze plaat wel èrg kort, volgens MusicMeter staat er ruim 41 minuten muziek op, maar in mijn eigen beleving is hij altijd in een kwartiertje alweer voorbij, zo makkelijk "loopt" dit album.

Ultravox - Rage in Eden (1981)

poster
3,5
Een geweldige eerste kant, met een sterke opener waarin een hard pompende bas me aan Killing Joke doet denken, daarna een perfecte compacte rocker (zie verderop) gevolgd door een sfeervol tussenstuk en een fantastische afsluiter met karakteristieke hamerpiano en een lang instrumentaal gedeelte dat zichzelf op sublieme wijze naar het laatste refrein manoeuvreert. Och, als de tweede kant maar eens net zo sterk had mogen wezen... Maar de eerste twee nummers daarvan kabbelen allebei maar een beetje voort zonder te komen tot een climax die hun (flinke) lengte rechtvaardigt, en na het weer wèl sterke tussenstuk (Accent on youth en het van een prachtige solo voorziene The ascent) sluit de plaat helaas af met opnieuw een nummer waarin de sfeer jammer genoeg de spanning heeft verdrongen. Daardoor eindigt het album voor mij net ònder z'n voorganger, terwijl dat met een sterkere tweede plaatkant best erbóven had kunnen zijn (richting 4½*).
        We stand alone is voor mij het beste nummer dat ik van (de eerste vier Midge Ure-platen van) Ultravox ken: een opzwepend ritme, sluwe gitaarlijnen, een solo waarin de melodie van de synthesizer de accenten van de slaggitaar meekrijgt (misschien een simpel effect, maar ik vind het een briljant en bijzonder aanstekelijk "contrapunt") en een tekst waarvan ik vroeger meende dat het een fraai portret schetste van een individu dat dreigt te bezwijken voor de ideologische (en esthetische) verleiding van het fascisme. Nú hoor ik die interpretatie niet meer zo, maar muzikaal is en blijft het toch een geweldig opruiend en jachtig nummer, typerend voor de Ultravox-sound vol lekkere loopjes en geluidjes zonder dat het overgeproduceerd of gedateerd klinkt. (We stand alone heb ik samen met I remember (Death in the afternoon) als favoriet bij dit album aangekruist.)
        Jarenlang op bandje gehad, indertijd tenslotte gekocht als enkele CD in een Disky-uitgave uit 1997 met de eerste 12 nummers van de tracklisting hierboven en de bekende Disky-methode van verpakking : één en dezelfde foto op de voorkant van het "boekje" (één vrijwel informatieloos dubbelgevouwen velletje), de binnenkant daarvan, het schijfje zelf en de achterkant van het doosje. En nee, niet eens de foto van bovenstaande officiële hoes zoals ik hem heb leren kennen... (Geen foto op de àchterkant van het boekje, toen was de inspiratie kennelijk op.)

Ultravox - Vienna (1980)

poster
4,0
Misschien dat ik het indertijd niet zou hebben verwacht, maar nú vind ik dit eigenlijk één van de leukste bands uit die tijd: een smakelijke combinatie van pop, rock en synths, met heel veel sterke melodieën, een muzikaal kleurenpalet dat er in slaagt om tegelijkertijd donker en kleurrijk te zijn,veel overtuiging, een aardige dosis "swagger" en last but not least een heel aparte signature sound : die "trekkende" synthesizersolo die op bijvoorbeeld Astradyne losbarst op ongeveer 4:38 (maar die ook goed uitkomt op het heel effectieve begin van Private lives). Zo is deze muziek een mooie mix van poppy piano en schurende synthesizer, mainstream en underground, serieus en enigszins campy (Mr X – dat dan ook weer een exquise vioolpartij bevat), rockende gitaar en drumcomputer naast en door elkaar, en op deze eerste plaat met Midge Ure zit het allemaal al. Geen enkele slechte compositie, een perfect slotnummer dat nog even de hele trucendoos openzet, heerlijke plaat.

Underworld - Beaucoup Fish (1999)

poster
2,5
Dit album kwam uit nádat ik zwaar onder de indruk was geraakt van de eerste twee platen van Underworld en kort vóórdat ik ze op 20 maart 1999 live zou gaan zien in 013, dus ik wilde deze plaat indertijd erg graag goed vinden. Na een aantal malen draaien vond ik dat ik het wel goed formuleerde als ik zei dat Beaucoup fish "in ieder geval niet teleurstelt, en dat is al heel wat met al die hoge verwachtingen." Maar al spoedig verdween deze CD in de kast, om er eigenlijk nog maar zelden uit te komen.
        Nu ik hem na al die jaren weer eens draai begrijp ik wel waarom: de plaat opent met één van de beste en meest subtiel opgebouwde Underworld-tracks ooit, en de twee nummers daarna zitten ook nog prima in elkaar, maar vanaf het te monotone Shudder / King of snake hoor ik eigenlijk geen enkel nummer dat ik echt goed vind en suddert alles een beetje saai en melig door, de ene keer (Winjer) wat leuker dan de andere (het zeldzaam vervelende Bruce Lee) maar nergens echt pakkend of opwindend. Alleen bij Moaner veer ik weer op, maar dan is het eigenlijk al te laat.
        Vanwege de eerste twintig en de laatste tien minuten staat deze plaat nog bij mij in de kast in plaats van bij de kringloop, maar een teleurstelling was Beaucoup fish ook indertijd eigenlijk al wel degelijk. Gelukkig was het concert wèl geweldig (ook al begon het veel vroeger dan aangekondigd vanwege verordeningen van de brandweer), en Cups is en blijft echt subliem.

Underworld - Dubnobasswithmyheadman (1994)

poster
4,5
Het verbaast me dat ik bij dit baanbrekende album pas het tachtigste bericht schrijf, want niet alleen opende deze plaat volgens mij voor veel andere artiesten een (artistieke èn commerciële) deur, maar het was ook voor veel "oudere" luisteraars de ingang tot een "jong" muziekgenre (bij het optreden van Underworld in 013 op 20 maart 1999 liep de leeftijd van het publiek in ieder geval van 16 tot 60 jaar uiteen).
        Moeilijk om hier wat over te zeggen omdat er zoveel gedachten en gevoelens omhoogkomen bij die unieke mix van diepe beats, warme bassen, geluidseffecten, abstracte teksten, suggestieve ritmes, rare stemmetjes, gevarieerde tempi, onderstromen van bijgeluidjes en last but not least natuurlijk die tekstflarden die zich als oorwurmen in mijn geheugen hebben vastgezet: "And I see Elvis!", "Here comes Christ on crutches", "I get my kicks on Channel 6", "Everything everything", "An eraser of love" – als Karl Hyde wat commerciëler gezind was zou hij sommige van zijn vondsten ongetwijfeld als slagzinnen voor commercials kunnen slijten.
        Apart beoordeeld vind ik niet alles even sterk (Surfboy, Tongue), maar zulke iets mindere nummers zorgen wel voor een mooie afwisseling tussen het "gewone" werk en de hoogtepunten (met name Dark & long, Spoonman en Dirty epic) en geven het album zo een knappe flow. Als ik er met frisse oren naar luister heeft dit album eigenlijk weer (of nog altijd) dezelfde impact als indertijd (ook al leerde ik het pas ná Second toughest kennen).

Underworld - Second Toughest in the Infants (1996)

poster
5,0
Dit was wel een eye-opener. Indertijd van een vriend gekregen op een C90-bandje (zo ging dat toen nog) met als selectie de eerste drie en de laatste twee nummers, en ik kon gewoon niet plaatsen wat ik hoorde. Niet veel later kwam ik de dubbel-CD tegen in één van die CD-winkels die je toen nog in het straatbeeld kon aantreffen (zo ging ook dát toen nog), en in een opwelling heb ik hem toen toch gekocht, want ik had het gevoel dat hier wat te ontdekken viel. En inderdaad bloeide de plaat al snel voor mij open, hetgeen het begin bleek te zijn van een korte maar hevige liefdesverhouding met de elektronische dansmuziek. Hierna kwamen de Chemical Brothers, The Orb, Daft Punk, Junkie XL, Orbital, Tiësto, Prodigy, Adam F, Swayzak, Fatboy Slim, Basement Jaxx en Roni Size & Reprazent (plus Dubnobasswithmyheadman natuurlijk), en hoewel de liefde voor het genre eigenlijk al na een paar jaar weer was bekoeld hebben sommige van die platen na al die jaren nog altijd dezelfde impact als toen.
         Wat Second toughest betreft, net zoals mijn affaire met dit genre begon met Juanita : Kiteless : To dream of love is dat nummer nog altijd mijn favoriet (inclusief dat banjo-achtige geluid op 4:09), met Banstyle / Sappys curry als goede tweede, en hoewel ik kan begrijpen waarom (en billijken dat) mijn vriend indertijd nummers 4, 5 en 6 niet op dat bandje had gezet vind ik ook daar geen echt zwakke broeder tussen zitten. Ik betwijfel of ik ooit nog zó in deze muziek kan opgaan als indertijd, en ik weet niet hoe vaak ik deze plaat in de toekomst nog ga draaien, maar los van die overwegingen vind ik dit nog altijd een indrukwekkende, meeslepende en uiterst intrigerende plaat, zelfs nog een tandje beter dan het debuut, en ook ná het belang als eye-opener nog altijd fascinerend, met z'n doorhamerende ritmes, vervreemdende klanktapijten (die op rustiger momenten soms doen denken aan New Musik), abstracte teksten, vervormde stemmen en onderhuidse onbehaaglijkheid.

Urban Dance Squad - Persona Non Grata (1994)

poster
5,0
Ja, eigenlijk is dat best raar. Hun eerste plaat was voor mij wel een soort openbaring, want hoewel ik het vroegste werk van de Red Hot Chili Peppers al kende (zo ten tijde van The uplift mofo party plan) ging Mental floss weer een stapje verder qua kruisbestuiving en vooral qua "kleurigheid" van de muziek, mede dankzij de inbreng van DNA. En Persona non grata had misschien ook wel zo'n typische loodzware nineties-metalplaat kunnen worden, zoiets als Weight van Henry Rollins die ongeveer in dezelfde tijd uitkwam (een vriend nam deze twee albums tegelijkertijd voor mij op cassette op...), maar op de een of andere manier houden de gitaar en de bas (en natuurlijk die hyperenergieke zang) dit album redelijk licht en vrolijk en ademend.
 

Utopia - Todd Rundgren's Utopia (1974)

poster
4,5
Stijn_Slayer schreef:
Vermijdt wel de LP. Een uur lang op 1 LP zal vast niet al te best klinken.


Ik bezat dit album op vinyl, met op kant 2 dus inderdaad meer dan 30 minuten muziek, maar dat viel toch redelijk mee, Rundgrens muziek klinkt sowieso vaak nogal samengeperst. Maar de geremasterde Castle/Essential-CD uit 1999 is natuurlijk toch aanzienlijk beter. Het fraaie CD-boekje herdrukt artwork en teksten en voegt een kort essay toe, alsmede een behoorlijk lang en informatief interview met Rundgren waarin hij onder andere over zijn invloeden uit deze periode praat: "We were big Yes fans. ELP music was something else; it was about highlighting an instrumentalist --Keith Emerson-- whereas Yes was more like a band, not totally dominated by one player." Zo is Rundgren misschien ook wel de geestelijke vader van Utopia, maar is dit album toch het werk van een echte band -- en wàt voor werk!