MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Wah! - Nah = Poo - The Art of Bluff (1981)

poster
4,0
Toen ik deze plaat kortgeleden weer eens draaide besefte ik dat ik hem misschien wel al twintig jaar niet meer gehoord had, maar ik was er nog geen noot van vergeten, van de onheilspellend cirkelende synthesizer aan het begin van The wind-up (als ik dat intro zou horen zonder te weten welk schijfje in de CD-lade ligt zou ik twijfelen tussen Nah=poo en Japans Quiet life) tot en met het citaat uit Everybody's talking in The death of Wah!. En eerlijk is eerlijk, dit is ook niet een plaat die je snel vergeet, met die jachtige arrangementen, die bezeten zang en die af en toe ijzersterke en zeer dwingende melodieën. Wat ik echter helaas ook niet vergeten was is de hermetische produktie, zwaar leunend op tribal-drums (in mijn herinnering is er nauwelijks een bekken of hi-hat op deze plaat te horen) en een grommende bas als ondersteuning voor de zang, en met ondergeschikte rollen voor gitaar, piano en orgel. Allemaal niets op tegen, maar de sfeer op deze plaat werkt daardoor nogal claustrofobisch en verstikkend, zodat ik dit album ondanks de evidente kwaliteit niet graag (en in ieder geval zeker niet váák) draai, zoals blijkt uit die twee decennia radiostilte. Bewondering en respect dus, maar ook voorzichtige afstand. Desalniettemin één van de beste en meest indrukwekkende platen uit het qua alternatieve Britse muziek toch al niet misselijke 1981 (Faith, Anywhere, Architecture and morality, Sons and fascination / Sister feelings call, Tin drum, Movement, Speak & spell, Journeys to glory, Still, Rage in Eden, Heaven up here (mijn toenmalige #1 van het jaar) en Author! author! (mijn huidige) – maar met minder dan 20 stemmen haalt Nah=poo de MusicMeter-top-50 van 1981 niet eens...). Favoriete nummers : Mission impossible, Somesay (met die boos proestende trompet –althans ik dènk dat dat het is wat ik hoor– en die riff die zo sterk aan Peter Gunn doet denken) en het angstaanjagende Seven minutes to midnight. De bonustracks zijn niet onaardig, en geven in het geval van Seven minutes to midnight een aardig inzicht in het verschil tussen een sterk basisidee (met een uitstekende maar helaas uitgefade gitaarsolo) en een briljante definitieve versie.

Warsaw - Warsaw (1994)

Alternatieve titel: Warsaw Plus Bonus Tracks

poster
3,5
Leuk om dit te horen, hoe de band evolueerde vanuit de vijf demo's via de EP An ideal for living naar een eerste versie van een plaat die later in een verbeterde produktie een klassieker zou worden. Die eerste vijf nummers klinken nog vrij doorsnee-punky, niet beter maar zeker ook niet slechter dan vele tijdgenoten, en met één nummer (At a later date, zeer catchy refrein) waarvan ik het net als Flipman jammer vind dat het geen tweede leven op de latere albums heeft gekregen. De EP toont dan voor het eerst een eigen gezicht, en de elf nummers van Warsaw van nog geen half jaar later zitten dan opeens barstensvol belofte. Des te verrassender dat er slechts twee daarvan op Unknown pleasures terecht zijn gekomen – kennelijk was er in de tussentijd zóveel inspiratie voor nieuwe nummers dat ze het zich konden permitteren om van hun "oude voorraad" alleen de hoogtepunten te gebruiken. En op Unknown pleasures kun je dan ook nog eens horen hoeveel een professionele (en zeer eigenzinnige) produktie kan schelen (hoewel ik het leuk vond om te merken dat dat "Brrrr!"-effect ook al op deze vroege versie van Interzone aanwezig is).
        Toch komt dit album bij mij maar zelden uit de kast, vermoedelijk omdat ik wel genoeg heb aan de betere of "verbeterde" versies van de tien nummers die later op Unknown pleasures, Still en Substance terecht zijn gekomen. Maar ja, wat niet is kan nog komen, misschien dat ik voor dit vroege werk in de toekomst ook nog wel eens warm ga lopen, at a later date. (Overigens, wellicht algemeen bekend, desalniettemin door niemand hier vermeld dus doe ík het maar even: de demo van The kill die hier als bonustrack op het album staat is een totaal andere compositie dan de gelijknamige track op Still.)

Weezer - Hurley (2010)

poster
5,0
Jammer van dat laatste nummer; het is niet slecht, en dankzij dat bijna-valse ook wel apart, maar het is ook niet echt geweldig, zeker niet omdat je voor de afsluiter toch wel iets op bijzonders hoopt èn omdat het volgt op de twee beste nummers van de plaat. Maar dat nummer is voor mij dan ook het enige minpuntje van de plaat, want de overige negen tracks zijn stuk voor stuk ijzersterk, soms ontroerend (Unspoken, Hang on), soms grappig (Where's my sex, Smart girls), maar altijd klassiek Weezer, vol big guitars en meebrulbare refreinen. Deze zou wel eens de hoogste draaibaarheidsfactor van alle Weezers kunnen hebben. Gosh dang, this is great!

Overigens heeft mijn CD-versie geen bonustracks, maar wel een erg informatief stickertje met daarop de tekst FEATURING THE HIT SINGLES gevolgd door… de titels van alle tien de tracks.
 

Weezer - Make Believe (2005)

poster
5,0
Slappe hap… pijnlijk album… kloteplaat… misser… zwak… inspiratieloos… schijtplaat… drek… de loftuitingen voor deze plaat zijn niet van de lucht.

Make believe vind ik persoonlijk het beste dat Weezer ooit gemaakt heeft. De Pixies-achtige springerigheid van bijvoorbeeld Maladroit heeft hier een beetje plaats gemaakt voor nummers met een wat rustiger tempo, maar het geluid is nog even fel, de composities zijn soms van uitzonderlijk hoog niveau, en in de teksten is Rivers Cuomo af en toe zo mogelijk nog emotioneler en in ieder geval onverhuld kwetsbaarder dan ooit.

Toegegeven, er staan wel een paar minder geslaagde tracks op: Beverly Hills heeft een aardige tekst maar een vervelend ritme en een erg voorspelbare glamrock-achtige begeleiding, Peace is een middelmatig nummer en My best friend –hoe sympathiek en ontwapenend de tekst ook is– doet wel èrg melig-sixties-ish aan. Daar staan echter ook een heleboel leuke nummers tegenover, zoals This is such a pity met z'n Cars-intro, The other way (geweldig hoe het nummer bijna ongemerkt opeens het heerlijke meebrulrefrein blijkt te zijn binnengegleden), Freak me out (creepy en herkenbaar) en het half lieve, half grimmige Haunt you every day.

De echte hoogtepunten echter zijn vier nummers die ik stuk voor stuk in mijn persoonlijke Weezer-top-10 zou zetten. We are all on drugs is even simpel als effectief, een heel direct en bijna journalistiek verslag waar de luisteraar zelf maar z'n conclusies uit moet trekken, en The damage in your heart is zeldzaam ontroerend met die prachtige vioolpartij als kers op de taart. En de overige twee hoogtepunten strijden voor mij al jarenlang om de nummer-één-positie : Perfect situation met dat briljante intro, dat hamerpianootje, die knetterende wah-wah-solo en dat heerlijke meebrulrefrein, en Pardon me dat het hele nummer door al zo mooi is maar dan bij het verlengde laatste refrein nog eens in een emotionele overdrive gaat…

Toen ik me bij deze site registreerde stond dit album in mijn top-10. Inmiddels is er daarin al weer het een en ander veranderd en maakt hij daar geen deel meer van uit, maar het blijft toch een geweldige plaat waarvan ik de kwalificaties waarmee ik dit bericht begon absoluut niet kan begrijpen. Make believe is een emotionele en intense achtbaan die z'n weerga nauwelijks kent.
 

Weezer - Maladroit (2002)

poster
4,5
Merkwaardig– ik weet dat veel gebruikers na de eerste drie Weezer-albums zijn afgehaakt, maar toch : niet meer dan drie berichten bij dit vierde album?

Want dit is eigenlijk een onzettend leuke plaat met Weezer gewoon wederom in topvorm. Op geen enkele andere plaat zijn ze er zo in geslaagd om met een serie nummers met een speelduur à la de Ramones zo'n enorm scala van emoties te creëren: elke keer zetten ze kort maar krachtig een geweldig powerpopnummer in de stijgers en vliegen dan onmiddellijk door naar de volgende track, de ademloos achtergelaten luisteraar geen andere mogelijkheid biedend dan de CD nóg maar eens te draaien. December is een prachtige melancholische afsluiter, en met Slob kan ik me helemaal identificeren, maar het hoogtepunt voor mij is toch Burndt jamb, met een ontspannen funky couplet en daarna als geweldig contrast een briljante killer riff na het tweede refrein. En zo gaat de hele plaat maar door, en het houdt maar niet op.

Overigens bevat mijn CD twee bonustracks, het matige Living without you, en Island in the sun dat zo te horen identiek aan de versie op het groene album is.
 

Weezer - Pinkerton (1996)

poster
4,5
Een verschil van dag en nacht met het eerste album, maar net zo goed en nog een stukje intenser. Knap dat een plaat die zo'n mythische ontstaansgeschiedenis meetorst na al die jaren nog even fris klinkt en bij elke luisterbeurt nog steeds niet teleurstelt.

Overigens deel ik de mening van veel mensen hier dat het met deze band na de eerste twee of drie albums aanzienlijk minder is geworden absoluut niet. Maar dat is natuurlijk meer iets voor op de pagina's van die albums...
 

Weezer - Raditude (2009)

poster
4,0
Och ja, ik vind dit toch gewoon een leuke plaat hoor. Bij de statistieken staat het openingsnummer qua stemmen ruimschoots bovenaan, en ook bij mij is dat een favoriet, maar Put me back together vind ik zelfs nog beter, met alle karakteristieke Weezer-kenmerken: knallende gitaren, melancholische ondertoon, prachtige brug en hoge meebrulfactor. Ook voor de rest is er niet zoveel mis met dit album : dat sitarnummer is soms nogal vervelend, en In the mall is erg vlak, maar verder staan er wat mij betreft geen missers op (nee, ook Can't stop partyin' niet, leuk nummer), en I don't want to let you go is een mooie afsluiter. Wat mij betreft een acceptabele revanche voor het onevenwichtige rode album.

Overigens heb ik een uitgave met slechts één bonustrack, maar dat is dan meteen ook wel een prijsnummer, want You turn me round is zó knullig, amuzikaal, slecht en vals dat ik me niet kan voorstellen dat het serieus bedoeld is.
 

Weezer - Van Weezer (2021)

poster
2,5
De titel en de glam-hoes mogen dan wel flink wat eighties-metal beloven, maar in feite zijn dit gewoon tien nummers volgens beproefd Weezer-recept met misschien wat zwaardere gitaren en verder weinig verrassingen. De nummers verlopen praktisch allemaal volgens het klassieke patroon van intro – couplet 1 – refrein – couplet 2 – refrein – brug en/of solo – laatste refrein, ze duren allemaal ongeveer drie minuten zodat de plaat inklokt op een vrij minimalistische dertig minuten, en het enige wat de nummers nog een eigen identiteit geeft zijn een aantal grappige tekstflarden ("She plays for all the marbles / Her Nietzsche books are conversation starters", "I was Mick and you were Marianne", "I'm pretty good with a TV remote / When I record her favorite shows"), maar heel veel meer dan dat heeft Van Weezer mij niet te bieden. Er was een tijd dat ik alles van deze band in huis moest hebben, maar met negen platen van ze op mijn plank gaat dit niet de tiende worden. Hero en 1 more hit zal ik nog wel eens beluisteren, maar daar gaat het vermoedelijk bij blijven.

Weezer - Weezer (1994)

Alternatieve titel: The Blue Album

poster
4,5
Onbegrijpelijk dat een beginnend bandje in één keer met zo'n knetterende plaat op de proppen kan komen. Petje af, ook voor de produktie van Ric Ocasek. Na al die jaren nog even fris.

Weezer - Weezer (2001)

Alternatieve titel: The Green Album

poster
5,0
Opnieuw een Weezerplaat die knalt van begin tot einde, met geen enkele zwakke broeder ertussen. Perfecte powerpop.

Crab is misschien niet het beste maar voor mij in zekere zin wel het ultieme Weezer-nummer: hard en melancholisch, met knetterende gitaren, slimme koortjes en een sterke brug – kort, krachtig en kernachtig. Als iemand mij zou vragen wat mij zo in deze band aanspreekt kan ik hem dit nummer laten horen, en als hij het dan niet snapt zou ik niet weten wat ik anders nog zou moeten laten horen (behalve natuurlijk hun complete werk om er toch nog een gezellige avond van te maken).

Twee puntjes die verklaren waarom ik toch niet tot de maximale score kom. Ten eerste, het is natuurlijk beter om een plaat met tien goede nummers te hebben dan een plaat met tien goede en daarnaast ook nog vier mindere nummers, dus in dat opzicht is dit een perfecte plaat, maar een speelduur van minder dan 29 minuten is toch wel wat èrg kort, hoe goed elk van die minuten ook is. En ten tweede, er zijn wel erg veel gitaarsolo's die gewoon de zangmelodielijn volgen in plaats van iets van spannende afwisseling te bieden, en zonder dat dat me bij deze band nou meteen echt stoort gaat het wel een beetje opvallen.

Desalniettemin een fantastische en intense plaat van een unieke songschrijver en een heerlijk rockende band.

O, trouwens... ben ik de enige die schrok toen hij Island in the sun plotseling hoorde op de soundtrack van Holiday in the sun van de Olsen-tweeling? (Door mijn dochtertjes bekeken hoor, niet door mij...)
 

Weezer - Weezer (2008)

Alternatieve titel: The Red Album

poster
2,5
Dit is het eerste Weezer-album dat me echt heeft teleurgesteld, en tot nu toe gelukkig ook het enige. Het is niet eens zo dat er echt slechte of mislukte nummers tussen zitten, maar veel composities zijn gewoon niet leuk of spannend: Troublemaker, Everybody get dangerous, Dreamin', het is allemaal niet echt om over naar huis te schrijven. En The greatest man that ever lived heeft natuurlijk een fraaie basismelodie, maar die is absoluut niet interessant genoeg om het nummer als geheel bijna zes minuten lang boeiend te houden (hoewel die falset op 2:17 wel erg imposant is).

De nummers die door de andere bandleden zijn geschreven zijn gelukkig niet slecht – Thought I knew is dankzij dat zeurende tussendoorgitaar zelfs een persoonlijke favoriet, en Cold dark world klinkt mooi somber (hoewel ik altijd pijn aan m'n tanden krijg van dat refrein: "Angel girl in a cold dark world / I'm gonna be your man / I'll make you understand", dat dúrf je toch gewoon niet op te schrijven?). Maar al met al zit er toch te weinig vlees aan deze plaat. Slechts twee nummers vind ik echt ouderwets goed, de single Pork and beans en het daarop volgende Heart songs (vast en zeker de liedjes die hij ook al In the garage draaide), en de rest hangt een beetje tussen niet onaardig en saai in. Zelfs de aangrijpend bedoelde afsluiter The angel and the one doet me niet veel, en de cover van The weight (op mijn CD de enige bonustrack) is totaal overbodig.
 

Weezer - Weezer (2019)

Alternatieve titel: The Teal Album

poster
2,0
Tien bekende liedjes perfect nagespeeld (okee, met hier en daar een solo op fuzzgitaar in plaats van synthesizer, en op Sweet dreams slaat Patrick Wilson er lustig op los), maar verder worden de loopjes en de koortjes en de synths natuurgetrouw gekopieerd zonder dat er iets substantieels aan de nummers wordt toegevoegd, en dus ook zonder dat duidelijk wordt dat het hier gaat om een nieuwe plaat van Weezer (afgezien van het karakteristieke stemgeluid van Rivers Cuomo). Het idee dat je aan de lullige hoes al kunt zien dat dit een grap is lijkt me vergezocht, aangezien de hoezen van hun titelloze "gekleurde" albums wel vaker eenzelfde lulligheid uitstralen. Maar goed, als dit dan inderdaad een grap is, dan is het een uitzonderlijk melige. Twee sterren voor de ambachtelijke vaardigheden, en nu gauw Pinkerton opzetten.

Weezer - Weezer (2019)

Alternatieve titel: The Black Album

poster
4,0
Eerlijk is eerlijk, als ik de hoes niet in handen had gehad zou ik niet hebben geweten of zelfs maar gedàcht dat dit Weezer is, want zelfs de zangstem lijkt lang niet altijd op Rivers Cuomo zoals ik hem ken (en die hoes verklapt trouwens ook niet veel, want de reproduktie hierboven is helderder dan de hoes zelf, en de grijs op zwart afgedrukte teksten in het boekje zijn praktisch onleesbaar zonder strategische belichting). Dat gezegd hebbende heb ik eigenlijk helemaal geen moeite met deze stijlwisseling, want Cuomo's vermogen om met pakkende melodietjes voor de dag te komen heeft hem nog niet verlaten, de arrangementen zijn afwisselend en rijk (hoor ik daar nou een Editors-gitaartje in I'm just being honest?) en de plaat klinkt als een klok. Ik zeg niet dat ik Weezer zou blíjven volgen als dit een definitieve ommezwaai zou inleiden naar Kaiser-Chiefs-meets-Basement-Jaxx (of is dat Maroon5-meets-Daft-Punk?), maar dit zwarte album wordt vooralsnog bij elke draaibeurt leuker.

West, Bruce & Laing - Why Dontcha (1972)

poster
3,5
De vijf langste nummers zijn geweldig, de rest wat minder (en soms wat simpel). Maar die bas van Bruce is inderdaad fenomenaal, The doctor bijvoorbeeld tilt hij bijna in z'n eentje naar een hoger plan. Al met al toch wel een erg lekkere plaat.
 

White Noise - An Electric Storm (1968)

poster
5,0
En toch, de plaat mag dan te boek staan als een vroeg elektronisch experiment en daar ook zijn reputatie aan ontlenen, maar volgens mij is een net zo belangrijke reden waarom hij ook nú nog leeft en ademt dat de nummers zulke goede composities zijn, met ijzersterke melodieën waar de rare geluidjes en bliepjes en stemmetjes heel naturel bij passen. Het openingsnummer bijvoorbeeld maakt mij na al die jaren nog steeds ontzettend vrolijk, en in My game of loving vormen de gitaar, de tom-toms en bekkens, de synthetische blazers en de blub-blub-synthesizers echt een uitgekiend arrangement dat na verloop van tijd heel vanzelfsprekend gaat klinken. Zonder een goed oor voor pakkende popmuziek en toegankelijke melodieën zou dit album misschien alleen maar een curiosum zijn en niet de eigenlijk heel warme en onderhoudende (en vaak bijzonder grappige!) voorloper van talloze synth-bands en bandjes die het nu is.
        Moeilijk ook om onder de eerste vijf nummers mijn favorieten te noemen; als ik Love without sound en Firebird aanvink blijk ik daarmee de meeste medestanders te hebben, maar van dat orgeltje (denk ik) op 0:22 van Your hidden dreams smelt ik gewoon, en dan moet de hele tweede kant nog komen. De lof van The visitation is hier al voldoende gezongen, maar als ik niet had geweten dat The Black Mass in één dag was opgenomen zou ik dat eigenlijk ook nooit hebben verondersteld, want het klinkt misschien wat rauwer en ongepolijster dan The visitation (en de rest van de plaat) maar zeker niet onaf of gehaast. Als geheel is dit eigenlijk gewoon een prachtige en evenwichtige plaat op het snijpunt van experimenteel, psychedelisch en poppy, en op al die fronten en in al die genres zeer geslaagd – en wat mij betreft een halve eeuw later nog altijd even fris.
        Zijn die benauwende en uitwaaierende angstschreeuwen op The Black Mass nog van (bewuste of onbewuste) invloed geweest toen Pink Floyd in 1973 On the run opnam?

Wim Sonneveld - De 20 Mooiste Liedjes (1987)

poster
5,0
Bij Sonnevelds Favorieten expres schrijft gaucho dat voor hem deze 20 mooiste liedjes volstaan, dus toen ik deze CD tegenkwam heb ik hem ook maar aangeschaft, ondanks de zeven dubbeltellingen met de eerstgenoemde compilatie. Op déze verzameling ontbreken bijna alle komische liedteksten (alleen Margootje maakt haar opwachting, hoewel de lichte noot in diverse andere liedjes ook niet ontbreekt), en dan valt extra op hoezeer er een ondertoon van al dan niet expliciete weemoed in Sonnevelds repertoire zit, met dank aan superieure tekstschrijvers als Jean Senn (Sonnevelds partner Huub Janssen), Annie M.G. Schmidt, Louis Davids en Jacques van Tol. Sonnevelds precieze dictie en zijn melancholische timbre doen de rest, en als dat hem (en mij) bestempelt als "niet meer van deze tijd", ach, het zij zo. Sonnevelds voordracht van Ik heb zo vaak aan Amsterdam gedacht slaagt er zelfs in om voor mij zijn hang naar die stad navoelbaar te maken, en dat wil heel wat zeggen.
        Een heel mooi voorbeeld van die weemoed (en één van de hoogtepunten van dit album) is Burgemeester Beekmanlaan (tekst van Friso Wiegersma) over een laan die bij de ik-figuur een onbestemd verlangen dat hij niet kan verklaren oproept, maar het mooiste vind ik toch wel Scheveningse tram vanwege de sublieme melodie, het subtiele arrangement en de prachtige tekst. In de boekuitgave van het "verzameld cabaret" van Michel van der Plas, Ben je belazerd ben je bedonderd (eerder verschenen als Frater Venantius), staat die tekst eveneens afgedrukt, daar echter De zomertram geheten. Wie zoals ik in Den Haag geboren en getogen is zal misschien net als ik een brok in de keel krijgen bij het laatste couplet:

        Op een balkon hier ver vandaan
        moet nog een schepje van mij staan.
        Zo gaan ze over, al die dingen:
        een vader met een wandelstok,
        een moeder met een witte rok,
        de zomertram naar Scheveningen.

Als Wim Sonneveld geen cabaretier was geweest maar zich als chansonnier had gepresenteerd, zou in ons land zijn succes dan evenredig zijn geweest met de kwaliteit van zijn werk?

Wim Sonneveld - Favorieten Expres (2018)

poster
5,0
Opgegroeid als ik ben in een huishouden waar Paul van Vliet (One man show noord west), Frans Halsema & Gerard Cox (Wat je zegt ben je zelf), Henk Elsink en de Grote Drie regelmatig op de Dual-draaitafel lagen, is bijna alles op deze CD gesneden koek voor mij. Het begint nog wat wiebelig met de zelfs in míjn oren oubollige driekwartsmaat van Daar is de orgelman, maar zodra de platte Amsterdammer of de gevoelige romanticus in Sonneveld komt bovendrijven is er geen houden meer aan. De vijf nummers uit Een avond met Wim Sonneveld (1964, 10 t/m 14) blijven voor mij de hoogtepunten, maar eigenlijk staat er nauwelijks een zwak moment op deze compilatie, met uitzondering van het allerlaatste nummer dat na de gedroomde afsluiter Het dorp als verbazingwekkend flauwe mosterd na de maaltijd komt. Maar verder is dit een ideale, ruimhartig gevulde en praktisch geheel chronologisch geordende verzameling met alles dat ik van Sonneveld op één CD zou willen hebben.
        Ach, de Tearoom tango, ik kan er onbeperkt naar luisteren, ook al ken ik onderhand elke grap en elke zinsbuiging en elke geaffecteerde uitspraak. De perfecte maar onnadrukkelijke muziek van Harry Bannink, de tekst (van alleskunner Michel van der Plas) die zo geweldig ritmisch loopt en zo behendig rijmt, en de dictie van Wim Sonneveld die elk greintje humor en het héél kleine beetje tragiek van de tekst tot leven brengt, alle ambachten werken samen om hier een hoogtepunt van de vaderlandse kleinkunst van te maken:

        Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
        En wat me nu na al die jaren nog verwondert
        Dat ik dat nooit vergeten zal al word ik honderd
        Je hebt me belazerd, je hebt me bedúnderd

Wipers - Follow Blind (1987)

poster
4,0
Ook voor mij de plaat waarmee ik deze band heb leren kennen, en ook voor mij meteen raak. De Cure was vanwege de manier waarop de gitaar soms klonk ook het enige waar het mij aan deed denken, en dan vooral hun eerste vijf, zes platen, toen ik Smith c.s. nog volgde. Hun "invloed" of de gelijkenis met hun geluid was echter ook weer niet zó groot dat ik niet herkende dat Sage toch vrij uniek is.

Wipers - The Herd (1996)

poster
4,0
De intentie hiervan is boven alle twijfel verheven, en voor de intensiteit niets dan lof, maar --en ik durf het na alle loftuitingen hier en elders van vooral Oldfart nauwelijks te zeggen-- doordat de instrumentatie van vrijwel alle nummers hetzelfde is ligt de eenvormigheid toch wel enigszins op de loer. Uitstekende plaat, met het openingsnummer meteen al als hoogtepunt, en wat mij betreft zit Sage op hetzelfde niveau als bijvoorbeeld Jeffrey Lee Pierce, maar af en toe zakt de aandacht bij dit album toch even weg als je niet oplet.

Wisdom of Crowds - Wisdom of Crowds (2013)

poster
2,5
Persoonlijk heb ik hier meer mee dan met de "echte" bands van deze twee mannen : de composities van Soord zijn opener en sfeervoller, en de stem van Renkse kan ik bij deze nummers aanzienlijk beter waarderen dan bij Katatonia. Vooral de rustiger nummers zoals Pretend en The centre of gravity vind ik sterk, maar de elektronische insteek van de percussie en de soms wat voorspelbare gitaarmuren gaan me na verloop van tijd wel wat tegenstaan. Daardoor zal dit album bij mij vermoedelijk toch geen blijvertje blijken te zijn.

Wiseblood - Dirtdish (1986)

poster
4,0
Dit is kennelijk de CD-versie; de oorspronkelijke vinylversie telde slechts zes nummers (met op kant A nummers 1 t/m 3 en op kant B 4 t/m 6). Lekker vunzige plaat, gekocht naar aanleiding van mijn enthousiasme over Foetus' Nail.

Wishbone Ash - Argus "Then Again" Live (2008)

poster
4,5
Nou Ozric, je hebt geen woord te veel gezegd, een heerlijke plaat waarop het verleden op sprankelende wijze wordt overgedaan èn rechtgedaan.

Er zitten een paar kleine minpuntjes aan. Zo is de stem van Andy Powell inmiddels niet meer de meest expressieve, en de hoge noten laat ie soms ook maar voor wat ze zijn, maar ja, 36 jaar na dato is dat niet meer dan begrijpelijk, en echt storen doet het voor mij nergens. Wat de muzikanten betreft is de drummer af en toe een beetje een houthakker (in Mountainside, Time was en het lange slotnummer had hij bijvoorbeeld best wat meer mogen doen dan alleen maar de maat houden), maar ook dat hindert niet echt. Waar het uiteindelijk natuurlijk toch om draait zijn de gitaarpartijen, en die zijn dik in orde, mooi vol en vrijuit gespeeld en qua geluid in een heerlijke "ruimtelijkheid" opgenomen, zodat de nummers (zowel de nieuwe als de oude) volledig tot hun recht komen. Prachtige plaat.

Overigens vormt dit album ook een mooie illustratie van één van de dingen die –en misschien wel het belangrijkste dat– ik zo leuk vind aan deze band (voor zover ik hun platen ken dan). Het gitaargeluid is namelijk zó helder en "scherp" dat je, hoe stevig en hoe flitsend de solo's ook zijn, altijd precies kunt horen wat er gebeurt: de noten zijn als het ware altijd perfect van elkaar te onderscheiden. Ik kan me voorstellen dat, als iemand zich ten doel zou hebben gesteld om hun gitaarpartijen noot voor noot uit te schrijven, en als zo iemand maar snel genoeg zou kunnen schrijven, dat hij dan al die noten in één keer achter elkaar uit kan schrijven, en dat hij nooit de band terug hoeft te spoelen om opnieuw te beluisteren wat er gebeurt omdat de noten in sommige passages als in een fuzzbrei aan elkaar zouden zijn gaan klitten. En die helderheid gaat absoluut niet ten koste van de passie of de emotionaliteit, je kunt niet zeggen "nou, die jongens gaan ook nergens uit hun dak, want als ze echt geïnspireerd zouden zijn zou het allemaal wel ongepolijster klinken", het is integendeel juist meeslepend zonder ooit ongecontroleerd te zijn. Hetgeen niet betekent dat ik ongecontroleerde (wilde, scheurende, vervormde enz.) gitaarpartijen en -solo's niet waardeer, maar in déze muziek spreekt déze combinatie van helder en toch meeslepend mij persoonlijk zeer sterk aan. Een subliem gitaargeluid, zoals je schrijft.

Er is één andere band die mij een vergelijkbaar gevoel van plezier bezorgt bij het beluisteren van hun kraakheldere gitaarpartijen, in een overigens totaal ander genre, en met geen twee maar soms zelfs drie gitaren, dus het is eigenlijk op geen enkel gebied te vergelijken, maar ik moet zelf vaak denken aan de Outlaws. Maar dat is een band waar ik jou niets over hoef te vertellen…

(O, en er is natuurlijk nog een derde twin lead guitar attack-band waar ik nota bene al 36 jaar mee leef, maar de sfeer en de opzet van Television is zó totaal anders dat ik die groep eigenlijk nooit met Wishbone Ash en/of de Outlaws in verband heb gebracht.)

Grappig dat je schrijft dat Warrior en Throw down the sword zo mooi aan elkaar verwoven zijn. Ik leerde de oorspronkelijke Argus kennen via de 1991-CD-versie, maar pas bij de Martin Turner-remaster uit 2002 hoorde ik dat die twee slotnummers heel zachtjes in elkaar overliepen. Misschien had ik die 1991-versie nog nooit met de koptelefoon beluisterd, of misschien was de geluidskwaliteit of het volume ervan gewoon te matig, maar hoe dan ook viel het me pas bij de geremasterde versie op.

Nou, ik was eigenlijk al langere tijd ontevreden met mijn top-10, die weerspiegelde eigenlijk teveel mijn vroegere liefdes en te weinig de platen die ik de afgelopen jaren het meeste draai, dus was dit een goede aanleiding om die top-10 eens te herzien, met maar liefst vijf nieuwe platen erin, waaronder, uiteraard, Argus.
 

Wishbone Ash - Pilgrimage (1971)

poster
4,0
Droombolus schrijft bij Argus (2-6-2018) dat op Pilgrimage "het spook van de Then Play On-era Fleetwood Mac nog regelmatig rondwaart." Ik ken die periode van Fleetwood Mac slechts van een paar nummers, maar door de atmosferische Albatross-achtige sound van sommige partijen van Andy Powell en Ted Turner kan ik wel begrijpen wat Droombolus bedoelt. Zelf ervaar ik dat echter niet als probleem, misschien omdat ik die Fleetwood Mac-periode zoals gezegd niet goed ken, maar zeker ook omdat ik die sound echt prachtig vind. Wat mij persoonlijk veel meer stoort is de plotselinge overgang van de complexe en afwisselende gitaarduels van The pilgrim naar de standaard-blues-boogie van Jailbait, waar ik sowieso niet veel aan vind (en om op een andere slak ook meteen maar wat zout te leggen : wat heeft de titel Jailbait in godsnaam te maken met de tekst van dat nummer?).
        Gelukkig (vind ik zelf) gaat het album daarna onverstoorbaar verder met twee prachtige instrumentale miniatuurtjes, gevolgd door de mooie lange ballade Valediction waarvan de samenzang (voor mij altijd de achilleshiel bij deze band) enigszins lijzig aandoet maar de gitaarpartijen en melodieën weer hemels zijn... om dan te eindigen met opnieuw zo'n boogie, nu niet alleen voorzien van een flauwe titel maar ook nog eens eindeloos doorgaand (inclusief valse stops, jazzy stukjes en publieksgeklap) en bovenal vervélend, en dat is echt niet alleen omdat het zowel qua stijl als qua sfeer zo contrasteert met de rest van de plaat. (Op het debuut staan ook een paar matige rockers, maar die zijn compacter en hebben ook nog interessante tempowisselingen.)
        Zo kom ik uit bij 25 minuten wonderschone muziek en 15 minuten die ik eigenlijk alleen maar draai als ik te lui ben om mijn CD-speler te programmeren (of wanneer ik mijzelf er voor de zoveelste keer van probeer te overtuigen dat die twee vermaledijde nummers toch éígenlijk wel de moeite waard zijn... maar steeds vergeefs). Hoe hier een waardering bij te plaatsen? Ik trek hem toch maar op naar ****, waarbij de heerlijke totaalsound van niet alleen de gitaren maar ook de drums de doorslag geeft. Mijn favoriete nummers blijven staan : Vas dis (ik ben er over het algemeen niet dol op wanneer mensen meezingen met gitaarlijnen, en zéker niet wanneer het om scatten gaat, maar om de een of andere reden vind ik het bij dít nummer totaal geen probleem) en The pilgrim, hoewel Valediction ook een serieuze kandidaat is en Lullaby ondanks z'n lengte eigenlijk óók wel. Al die geweldige minuten doen mij toch steeds opnieuw verlangen naar een alternatief kwartiertje dat mij in staat zou stellen om hier een halve of zelfs een héle ster extra aan toe te kennen...

Wishbone Ash - Wishbone Ash (1970)

poster
4,0
Een debuut met twee gezichten. Wat de eerste plaatkant betreft laat de boogie-sound inclusief melige piano (van de niet vermelde Matthew Fisher van Procol Harum trouwens, volgens Andy Powell) in Blind eye me volstrekt koud, en de coupletten van Queen of torture zijn bijzonder matig, maar vooral de zang is me een doorn in het oog – ze zingen niet vàls, maar er zit gewoon geen persoonlijkheid in die stemmen, dus ze brengen eerder de woorden op de juiste toonhoogte voort dan dat de zangpartijen iets aan de nummers bijdragen, en de samenzang op identieke toonhoogte van Errors of my way komt op mij nogal bloedeloos en saai over.
        Maar dan de gitaarpartijen... op kant 1 al indrukwekkend, met de subtiliteiten van Errors of my way als hoogtepunt, maar op kant 2 echt fantastisch, in twee lang uitgesponnen nummers die elke seconde laten tellen (met uitzondering van de laatste twee minuten van Handy met die melige jazzy coda en dat flauwe ge-scat), en met zang die bij de onderkoelde melodielijn van Phoenix juist wèl past. Die tweede kant doet de enigszins wisselvallige eerste kant helemaal vergeten, met een sound die heerlijk clean en toch warm is, ondersteuning van een uitstekende ritmesectie, geen overbodige produktionele foefjes of blazers of (godbeterehet) dameskoortjes, alles strak en helder, en bovenal een gitaarsound die het ideale geluid benadert. Een eerste aanzet op weg naar de perfectie van Argus ? Welnee, half belofte en half inlossing.

Within Temptation - Hydra (2014)

poster
2,5
Ik heb deze plaat heel veel kansen gegeven (gedurende een paar maanden vijftien keer gedraaid), maar hij wil maar niet aanslaan bij mij. Is de formule sleets, zijn de composities gewoon te voorspelbaar of ligt het uitsluitend aan mij? Er staan twee echt (èrg) goede nummers op (Paradise en Covered by roses) en twee redelijk sterke (de plaatopener en Silver moonlight), maar daarna is de koek wat mij betreft op. En dan ook nog eens vier duetten, veel te veel voor een band die het van sfeermuziek moet hebben en niet van gastzangers (-essen) die een soort cross-over-appeal zouden moeten brengen. Stiekem vond ik die vier bonustracks met die eighties-synths (met name de eerste twee) eigenlijk leuker omdat daaruit tenminste blijkt dat ze nog wel degelijk catchy nummers kunnen schrijven, totdat mijn dochter mij vertelde dat…

Within Temptation - Mother Earth (2000)

poster
2,0
Een hoogstpersoonlijke en zeer subjectieve beoordeling: ik kan hier echt helemaal niet tegen. Compositorisch heb ik op deze plaat niet zo veel aan te merken (hoewel die Keltische fluitjes wel erg goedkoop zijn), maar dat stèmgebruik van Sharon den Adel... Ze zingt hier regelmatig een halve octaaf hoger dan prettig voor haar lijkt te zijn en véél hoger dan ikzèlf aangenaam vind: dat gekrijs is echt niet om aan te horen. De toonhoogtes waarop ze bijvoorbeeld "She ru-hu-hules until the end of time" (Mother Earth) zingt, of "Sweet darling you worry too much" (Our farewell), of de complete refreinen van The promise en Deceiver of fools, dat vind ik echt verschrikkelijk. En dan heb ik het nog niet eens over dat gemaniëreerde Kate Bush-achtige heksenstemmetje dat ze opzet bij regels als "While he laughed in my face / He just led me astray" (Caged) of "Sometimes I wonder could I have known" (The promise), om nog maar te zwijgen van het absolute dieptepunt van dit album, dat afschuwelijke gegalm wanneer ze op Never-ending story vanaf 3:10 zichzelf met een pseudo-geëmotioneerde tweede stem gaat begeleiden.
        Nee, Mother Earth is voor mij een klassiek voorbeeld van een op zich aardige plaat die volkomen verpest wordt door één dominant element. Ik kan echt genieten van Den Adels stevige stem op de (geweldige) albums die hierop volgen, maar op op deze plaat vind ik haar gepiep af en toe tegen het onbeluisterbare aan zitten.
        O ja, dat laatste nummer : "He was the only human being who lived in harmony, in perfect harmony" – ik meen dat er in Opper-Volta (of was het nou op de Benedenwindse Eilanden?) ook nog iemand in perfecte harmonie leeft, die hebben ze dan toch nog even over het hoofd gezien. Hoe dwaas kan een tekst zijn?
        Overigens is bovenstaande tracklisting die van de uitgebreide Duitse release uit 2003, maar daarnaast heb je ook nog de standaard Duitse release (eveneens uit 2003) en de Roadrunner-release uit 2007/2008 voor de Engelse en Amerikaanse markt, allebei met vier andere bonustracks, en er zijn ook nog eens twee verschillende voorkantjes in omloop. (Met dank aan wiki.)

Within Temptation - The Heart of Everything (2007)

poster
4,5
Voor mij het hoogtepunt uit de WT-catalogus : wat steviger en minder in de orkestraties en koren verzuipend dan de voorganger, een mooie volle produktie en bijna alleen maar sterke composities, met als hoogtepunten de meeslepende opener, Our solemn hour (met het effectieve gebruik van de Latijnse woorden als "slagzin") en het prachtige refrein van Hand of sorrow. Prima plaat.

Within Temptation - The Silent Force (2004)

poster
4,0
Dit album heeft een speciaal plaatsje in mijn hart omdat het de eerste plaat is die ik van WT leerde kennen. En wat ik hierbij meteen leerde is dat je twee dingen bij deze band niet moet doen : 1. hun edelkitsch te serieus nemen, en 2. hun talent voor sterke melodieën en slimme arrangementen onderschatten. Wanneer ik die twee dingen maar in de gaten houd kom ik uit op een plaat die uiterst onderhoudend is, nog steeds niet is gaan vervelen en dankzij een paar uitstekende nummers (met name See who I am, Stand my ground en Aquarius, maar toch ook de fraaie ballades Memories en Somewhere) bovengemiddeld scoort. Het is net als met de videoclip van Stand my ground die er op mijn exemplaar is bijgeperst, vol dramatische regenbuien, digitale bouwwerken en in het zwart geklede mannen in rockposes : het stelt misschien niet zo veel voor, maar je blijft toch kijken.

Within Temptation - The Unforgiving (2011)

poster
4,0
Na het jaren later opnieuw draaien van The silent force en The heart of everything blijkt The unforgiving bij eveneens herhaalde beluistering eigenlijk toch helemaal niet het zwakke broertje van die twee ijzersterke platen te zijn. Toegegeven, de formule is bekend, en als je je bij deze muziek stoort aan de hoge regionen waarin de stem van Sharon den Adel hier regelmatig (volgens mevrouw OnHeavenHill té vaak) verblijft heb je een serieus probleem, maar wanneer het niveau van de composities zo hoog ligt (heel veel pakkende melodieën en refreinen) en de nummers met zoveel energie gebracht worden kan ikzelf hier eigenlijk geen genoeg van krijgen.

Wobbler - Afterglow (2009)

poster
3,5
Een beetje hetzelfde bezwaar als bij Hinterland : het is heerlijk om al die ouderwetse instrumenten weer te horen (naast Yes en Gentle Giant hoor ik ook regelmatig Keith Emersons Hammond, Robert Fripps gitaar en Rick Wakemans "bromvlieg"-synthesizer, en natuurlijk overal de dominante mellotron), maar de twee lange nummers klinken eerder als twintig of dertig losse muzikale fragmenten die handig aan elkaar zijn gebreid dan als een compositie met kop, staart, thema en uitweidingen. Gelukkig stoort dat me iets minder dan op die debuutplaat: de nummers lijken me iets herkenbaarder te zijn met iets meer terugkerende riffs en loopjes, en bovendien krijgt het album een soort overkoepelende Middeleeuwse sfeer, niet alleen door het gebruik van klavecimbel en (blok)fluit, maar ook doordat de composities vrij vaak terugvallen op een driekwartsmaat die bij deze arrangementen al gauw een soort ballade-achtige romantiek suggereert.
        Overigens, @de helaas uitgeschreven Mssr Renard, volgens het boekje is de hoes het werk van toetsenist Lars Fredrik Froislie, maar als ze hadden gezegd dat het een detail van een schilderij van Jeroen Bosch was had ik het inderdaad zó geloofd. En in datzelfde boekje zien we de vier bandleden door een herfstig veld langs een rivier banjeren, en op Progarchives beschrijft een gebruiker ze daarbij als "ugly meanies black metal group burning down churches disguised for a picnic". Grappig hoe deze band zulke verschillende signalen kan uitzenden.