Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Van Morrison - Astral Weeks (1968)

5,0
7
geplaatst: 30 september 2020, 13:35 uur
Voor mezelf sprekend kan ik drie categorieën van MusicMeter-besprekingen in oplopende mate van moeilijkheid onderscheiden:
1. een recensie van een slechte, matige of goede plaat (gaat meestal wel in twee alinea's),
2. een recensie van een extreem goede of zelfs (potentiële) top-10-plaat ("hoe krijg ik alles wat ik bij deze plaat ervaar op papier zonder boven de vijfduizend woorden uit te komen?"),
3. een recensie van Astral weeks.
Ik ken maar weinig platen die me zó kunnen meenemen naar – ja, waarheen eigenlijk? In Belfast ben ik nooit geweest, en sowieso associeer ik die stad meer met de IRA en The Troubles dan met de jeugdherinneringen, de onschuld en de visioenen die Morrison hier oproept. Misschien denk ik bij Astral weeks eerder aan de bezielde zee van Andrei Tarkovski's Solaris, aan het geheimzinnige kasteel van Alain-Fourniers Le grand Meaulnes, aan het zwerven door de graanvelden van Felix Timmermans' Pallieter, en misschien ook wel aan een vormloos zwevend verlangen, of aan "walking and talking in gardens all misty wet, all misty wet with rain". Astral weeks is bij uitstek een plaat met muziek die zich niet laat verklaren, met nummers waarvan de tekst minder betekent dan hoe Morrison de woorden zingt en hoe de bas de melodie lijkt te leiden en hoe de stem in de woorden kruipt in een poging ze te bezielen. Na al die jaren ben ik hier nog steeds niet op uitgeluisterd, en muziek die mij meer in vervoering kan brengen dan bijvoorbeeld het titelnummer of meer tederheid kan oproepen dan Sweet thing of meer levenslust dan The way young lovers do ken ik eigenlijk niet, of het moeten And it stoned me en Into the mystic zijn. Maar dat is al weer een plaat verder, wanneer Morrison vaste grond onder zijn voeten heeft gevonden – op Astral weeks vlíégt hij nog.
Lezer, hier moet je het maar mee doen.
1. een recensie van een slechte, matige of goede plaat (gaat meestal wel in twee alinea's),
2. een recensie van een extreem goede of zelfs (potentiële) top-10-plaat ("hoe krijg ik alles wat ik bij deze plaat ervaar op papier zonder boven de vijfduizend woorden uit te komen?"),
3. een recensie van Astral weeks.
Ik ken maar weinig platen die me zó kunnen meenemen naar – ja, waarheen eigenlijk? In Belfast ben ik nooit geweest, en sowieso associeer ik die stad meer met de IRA en The Troubles dan met de jeugdherinneringen, de onschuld en de visioenen die Morrison hier oproept. Misschien denk ik bij Astral weeks eerder aan de bezielde zee van Andrei Tarkovski's Solaris, aan het geheimzinnige kasteel van Alain-Fourniers Le grand Meaulnes, aan het zwerven door de graanvelden van Felix Timmermans' Pallieter, en misschien ook wel aan een vormloos zwevend verlangen, of aan "walking and talking in gardens all misty wet, all misty wet with rain". Astral weeks is bij uitstek een plaat met muziek die zich niet laat verklaren, met nummers waarvan de tekst minder betekent dan hoe Morrison de woorden zingt en hoe de bas de melodie lijkt te leiden en hoe de stem in de woorden kruipt in een poging ze te bezielen. Na al die jaren ben ik hier nog steeds niet op uitgeluisterd, en muziek die mij meer in vervoering kan brengen dan bijvoorbeeld het titelnummer of meer tederheid kan oproepen dan Sweet thing of meer levenslust dan The way young lovers do ken ik eigenlijk niet, of het moeten And it stoned me en Into the mystic zijn. Maar dat is al weer een plaat verder, wanneer Morrison vaste grond onder zijn voeten heeft gevonden – op Astral weeks vlíégt hij nog.
Lezer, hier moet je het maar mee doen.
Van Morrison - Avalon Sunset (1989)

3,5
0
geplaatst: 9 december 2020, 21:35 uur
Het komt me soms voor alsof Van Morrison in zijn solocarrière 20 jaar lang heeft gezocht naar de ideale vorm voor zijn muziek, en nadat hij die vorm op No guru no method no teacher heeft gevonden en op Poetic champions compose heeft geperfectioneerd lijkt daarna de tijd te zijn aangebroken om te oogsten. Avalon sunset is een perfecte plaat, met mooie nummers, subtiele arrangementen en een superromantische glans, maar tegelijkertijd begint hier de routineuze benadering: het lijkt bijna alsof Morrison dit soort muziek uit z'n mouw kan schudden, en met het experimenteren zijn wat mij betreft ook de scherpe randjes, de intimiteit en een deel van de intensiteit verdwenen. Zoals gezegd zijn de sterke composities en de ambachtelijke arrangementen nog altijd een genot om naar te luisteren, maar vanaf hier begon mijn belangstelling voor de man àchter de muziek af te nemen. Niet toevallig zijn mijn favoriete nummers hier dan ook de kleine en meest "naakte" momenten van Coney Island en I'm tired Joey boy.
Van Morrison - Bang Masters (1991)

3,5
0
geplaatst: 23 september 2020, 14:31 uur
Dit album bevat dus
– de acht nummers die Morrison op 28 en 29 april 1967 opnam en die Bert Berns buiten Morrisons medeweten uitbracht als Blowin' your mind (maar op The Bang masters staat dat achttal niet in de volgorde van Blowin' your mind, en twee nummers staan hier in een alternatieve versie op);
– de acht nummers die Morrison tijdens een tweede sessie in november 1967 opnam;
– plus een alternatieve versie van Brown eyed girl en een demo van The smile you smile.
Een fraai overzicht dus, hoewel de purist misschien toch ook de originele versies van op Blowin' your mind zal willen hebben. De echte traktaties van deze compilatie zitten op het einde, met alternatieve versies van Beside you en Madame George als meer traditionele r&b-nummers met orgel en Byrdsy gitaar in plaats van de meeslepende akoestische arrangementen van op Astral weeks, en het spannende Joe Harper Saturday morning, volgens Morrison-biograaf Brian Hinton "a coded tale, about a young man selling his body for small change." Niet alles wat daarvóór komt is even interessant (voor dingen als Chick-a-boom en It's all right kan ik echt niet warm lopen), maar zo vormt dit wel een intrigerende opmaat naar Astral weeks.
– de acht nummers die Morrison op 28 en 29 april 1967 opnam en die Bert Berns buiten Morrisons medeweten uitbracht als Blowin' your mind (maar op The Bang masters staat dat achttal niet in de volgorde van Blowin' your mind, en twee nummers staan hier in een alternatieve versie op);
– de acht nummers die Morrison tijdens een tweede sessie in november 1967 opnam;
– plus een alternatieve versie van Brown eyed girl en een demo van The smile you smile.
Een fraai overzicht dus, hoewel de purist misschien toch ook de originele versies van op Blowin' your mind zal willen hebben. De echte traktaties van deze compilatie zitten op het einde, met alternatieve versies van Beside you en Madame George als meer traditionele r&b-nummers met orgel en Byrdsy gitaar in plaats van de meeslepende akoestische arrangementen van op Astral weeks, en het spannende Joe Harper Saturday morning, volgens Morrison-biograaf Brian Hinton "a coded tale, about a young man selling his body for small change." Niet alles wat daarvóór komt is even interessant (voor dingen als Chick-a-boom en It's all right kan ik echt niet warm lopen), maar zo vormt dit wel een intrigerende opmaat naar Astral weeks.
Van Morrison - Beautiful Vision (1982)

4,0
1
geplaatst: 18 november 2020, 20:50 uur
Tien composities zonder ook maar één skipmoment, fraaie arrangementen, een geïnspireerde en soms zelfs geëxalteerde Morrison, kortom een mooie plaat. Eigenlijk zelfs een beetje té mooi, met dat alomtegenwoordige nadrukkelijke dameskoortje, die gladde produktie, die iets te brave arrangementen en die ingetogen uitvoeringen die overal ongeveer tien procent te langzaam gaan, zelfs bij up-tempo-songs als Dweller on the threshold en Cleaning windows. Het is Morrison, dus ik rond naar boven af, maar dit is toch een van die platen van hem waar ik niet helemaal "in" kan kruipen.
Toen ik dit album alleen op cassetteband had dacht ik altijd dat de tekst van het derde nummer gebaseerd was op The lurker at the threshold, een griezelverhaal van August Derleth en H.P. Lovecraft. Leuk hoor, Van Morrison die zich inlaat met het duister-occulte! Maar toen ik de CD kocht zag ik in het boekje dat de titel verwijst naar een toestand van verlichting binnen een bepaalde esoterische leer. Toch heb ik die horror-associaties nooit helemaal kwijt kunnen raken. En nog een grappig feitje: in 2010 stond Vanlose stairway op de vierde plaats van het lijstje van Morrisons vaakst live gespeelde nummers (maar inmiddels is het gezakt naar plaats 7).
Toen ik dit album alleen op cassetteband had dacht ik altijd dat de tekst van het derde nummer gebaseerd was op The lurker at the threshold, een griezelverhaal van August Derleth en H.P. Lovecraft. Leuk hoor, Van Morrison die zich inlaat met het duister-occulte! Maar toen ik de CD kocht zag ik in het boekje dat de titel verwijst naar een toestand van verlichting binnen een bepaalde esoterische leer. Toch heb ik die horror-associaties nooit helemaal kwijt kunnen raken. En nog een grappig feitje: in 2010 stond Vanlose stairway op de vierde plaats van het lijstje van Morrisons vaakst live gespeelde nummers (maar inmiddels is het gezakt naar plaats 7).
Van Morrison - Blowin' Your Mind (1967)

3,5
0
geplaatst: 23 september 2020, 14:53 uur
Een fantastische eerste kant, met een ultiem vrolijkstemmende opener, het spannende He ain't give you none en daarna het eerste hoogtepunt uit Morrisons solo-oeuvre, gevolgd door een tweede kant die eveneens prachtig opgewekt begint maar die daarna alleen nog een relatief hoogtepunt kent wanneer Morrison zich afvraagt wie er toch in die rode sportauto reed. Het is misschien allemaal niet eens zo slecht, maar vergeleken met de intensiteit van Them en de exaltatie van Astral weeks klinken de arrangementen toch te vaak als ambachtelijk sessiewerk. En dat klopt ook wel, getuige Morrisons eigen woorden: "I'd write a song and bring it into the group and we'd sit there and bash it around, and that's all it was. They weren't playing the song, all they were thinking about was putting drums on it, or putting an electric guitar on it, but it was my song and I had to watch it go down." Zoals bekend was het nooit Morrisons bedoeling om deze acht nummers als een album uit te brengen, dus wellicht is hij er vanwege de onaangename verrassing van die release achteraf te negatief over, maar ook ikzelf kan deze plaat nog niet als zijn eerste meesterwerk beschouwen, hoogstens als een noodzakelijke misstap – nu wist hij in ieder geval hoe hij het niet wilde.
Van Morrison - Common One (1980)

4,0
0
geplaatst: 13 november 2020, 21:08 uur
Morrison compleet op z’n gemak op een plaat die klinkt als een klok dankzij een superbe begeleidingsband (en idem geluidskwaliteit, zelfs op mijn oude Polydor-CD “digitally re-mastered by Gert van Hoeyen”). Zes nummers die samen ruim 54 minuten duren; van de drie “kortste” nummers zou ik gevoelsmatig zeggen dat er wel wat speelduur af kan, maar als ik dan zou moeten aangeven vanaf welk punt ik die songs zou willen editen zou ik er toch op uitkomen dat al die tracks eigenlijk toch wel goed zijn zoals ze nu op het album staan. Helaas volgt dan nog When heart is open dat eigenlijk niet zozeer een nummer is alswel een lange improvisatie waarin ik moet worden meegesleept door Morrisons magische stem tegen een achtergrond van basgitaar, synthesizer en blazers, maar ditmaal kan Morrisons vocale acrobatiek mij absoluut niet boeien en zit ik door de gekunsteldheid al na een paar minuten op de klok op het display van mijn CD-speler te kijken. Jammer, want dat slotnummer is de enige smet op wat ik verder zou willen omschrijven als een prachtige intieme romantische reis, perfect geïllustreerd door de hoesfoto.
Van Morrison - Enlightenment (1990)

4,5
1
geplaatst: 11 december 2020, 21:43 uur
Ja, dat is natuurlijk niet de bedoeling, dan heb ik net geconstateerd dat Morrison naar mijn smaak vanaf voorganger Avalon sunset teveel op vlakke routine gaat drijven, en dan komt hij direct daarna met een plaat die voor driekwart dwars door mijn hart snijdt. De beweeglijke bas van Real real gone, de bevestigende balsem van de piano op het titelnummer, de ruimtelijke sound van So quiet in here, die steeds doorlopende strijkers op See me through, de mantra van "In my soul in my soul in my soul" op Youth of 1,000 summers, de jeugdherinneringen aan de radio ten tijde van de vroege rock 'n' roll, het zijn allemaal die details die al die nummers zo perfect maken zonder dat ze daarmee iets van hun emotionaliteit of hun geïnspireerdheid verliezen. Avalon of the heart is een beetje over the top, en Start all over again en She's my baby klinken allebei dan weer net te gemakkelijk, alsof Morrisons hart er niet in zit, maar voor de rest is dit een prachtige plaat die ik net achter Morrisons absolute topalbums inschaal.
Van Morrison - His Band and the Street Choir (1970)

2,0
0
geplaatst: 9 oktober 2020, 20:39 uur
Nee, ik heb deze plaat vele malen en gedurende vele periodes geprobeerd, maar ik vind het nog steeds een teleurstelling. Het openingsnummer is ultieme Morrison-swing, Crazy face is spannend en/want mysterieus en I've been working is lichtelijk verslavend met die "And I say woman woman woman woman... allright allright allright allright..."-riff, maar de rest is afwisselend lichtgewicht en nèt niet de juiste snaar rakend – ik hóór althans wel de potentie van I'll be your lover too, Virgo clowns en Street choir, maar op de een of andere manier krijgen die nummers nergens de klassieke allure van de beste nummers van bijvoorbeeld Moondance of Saint Dominic's preview. Misschien haalt het wegwerpgehalte van Give me a kiss en Blue money en Sweet Jannie de rest wel gewoon teveel naar beneden en blijft het daardoor allemaal te vrijblijvend.
Van Morrison - Hymns to the Silence (1991)

2,5
0
geplaatst: 14 december 2020, 16:14 uur
Een rare mix van religieuze spirituals, eigen composities over Zen-achtige onthechting, verongelijkt gebrom, nostalgisch gemijmer en oubollige jazz en blues. Een flink werkstuk van 95 minuten, maar dit bevat toch maar weinig dat ik niet al eens eerder (en beter) heb gehoord. Vernieuwing is niet altijd noodzakelijk, zeker niet bij een artiest van Morrisons kaliber (en insteek), maar ik hoor hier gewoon te weinig dat er echt uitspringt, en de twee epossen van 9-minuten-plus klinken bijna té vertrouwd (weer die twee akkoorden, weer dat zalvende Hammond-orgel) om echt te ontroeren. Ik weet niet of Morrison het in zich heeft om ooit een echt slechte plaat te maken, maar Hymns to the silence vind ik wel een behoorlijk middelmatige, hoezeer het volume en de ambitie ook een soort opus magnum suggereren.
Van Morrison - Inarticulate Speech of the Heart (1983)

2,5
1
geplaatst: 27 november 2020, 21:59 uur
Nou, ik vind zelf niet echt dat hier buiten de lijntjes wordt gekleurd, want ook al bepalen de synthesizers hier meer dan voorheen de kleur van de muziek en ook al staan er meer instrumentals dan ooit op (van de tien voorgaande Morrison-platen die ik ken is volgens mij sowieso alleen het laatste nummer Scandinavia van de voorgaande plaat Beautiful vision een instrumental), qua insteek vervolgt dit album voor mijn gevoel gewoon Morrisons lange spirituele zoektocht naar gemoedsrust en spiritualiteit. En dat doet het met soms best aansprekende melodieën en een mooi geluid, maar er gebeurt wel èrg weinig. Veel nummers hebben nauwelijks progressie, bij drie van de vier instrumentals zou ik wel een tweede melodielijn willen horen, de arrangementen zijn heel braaf, de synths klinken niet fris, en net als indana hierboven veer ik alleen op bij The street only knew your name met z'n up-tempo-sfeer en z'n lekkere gitaargeluid. Ik kan niet zeggen dat dit een slechte plaat is, maar het is allemaal wel erg bloedeloos en bedaard, met vele obligate couplet-refrein-afwisselingen die zelden tot een climax of een "resolutie" voeren.
Van Morrison - Into the Music (1979)

4,0
0
geplaatst: 2 november 2020, 14:00 uur
Zowel qua aantal stemmen (185) als qua gemiddelde score (4,04) stevig op de vierde plaats van de (momenteel) top-37 van Van Morrison-studioplaten op MusicMeter, achter Astral weeks, Moondance en Veedon fleece (ook mijn persoonlijke Morrison-top-3). En wie ben ik om in dat hoge stemgemiddelde verandering te brengen? Morrison geheel op z'n gemak, omringd door muzikanten op dezelfde golflengte, inclusief de lieve tweede stem van Katie Kissoon en de prachtige en zeer aanwezige viool van Toni Marcus, en met sterk repertoire waaruit tegelijk tevredenheid en extase spreekt. Eén van Morrisons beste en meest toegankelijke, en ook bij mij zeker in 's mans top-10 (voor die vierde plek concurrerend met zijn werk uit de tweede helft van de jaren 80).
Van Morrison - Moondance (1970)

5,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 12:40 uur
Bepaald geen nieuwe of unieke boodschap, maar al sinds ik dit album ken vind ik (om mezelf van jaren geleden te citeren) "zelfs het minste nummer van 'kant 1' (de eerste helft) nog beter dan het beste nummer van 'kant 2'. Als die tweede helft even goed als de eerste was geweest had deze plaat misschien wel net als Astral weeks in mijn top-10 gestaan." Die tweede helft is natuurlijk niet echt slecht, maar gewoon lang niet zo spannend: Come running is een flauwe single, het stop-start-ritme van These dreams of you heeft me nooit kunnen bekoren (de combinatie van blazers en orgel bij het refrein overigens wèl), Brand new day vind ik uitgesproken melig (inclusief opdringerig dameskoortje), en alleen de laatste twee nummers –lichtgewicht maar vreugdevol– doen mij rechtop zitten. Bij kant 1 daarentegen zit tussen de eerste seconde van het stemmige And it stoned me en de laatste van het bijna gewijde (of moet dat zijn "geëxalteerde"?) Into the mystic geen verspild moment. Absoluut top-10-niveau. (Gek genoeg geldt voor een latere Morrisonplaat, Veedon fleece, bijna hetzelfde: daar zijn de eerste zes nummers stuk voor stuk sterker dan de laatste vier, en zelfs zó sterk dat ze van dát album eveneens een bijna-top-10-kandidaat maken.)
Van Morrison - No Guru, No Method, No Teacher (1986)

5,0
1
geplaatst: 2 december 2020, 20:51 uur
Deze had ik al een tijdje niet meer gedraaid, maar nog vóórdat ik hem oplegde wist ik al dat ik hier wel 5* aan kwijt zou kunnen. Wat ik echter was vergeten was hoe goed en consistent dit album precies is : tien fantastische composities die niet uitblinken door complexiteit of virtuositeit maar wel door emotionele zeggingskracht, gespeeld door een band waar ditmaal vooral de hobo, de sopraansax en de superheldere akoestische gitaar eruit springen, en geproduceerd met een extreem warme sound. Hyperromantisch (natuurlijk met uitzondering van Thanks for the information), zeer gedreven en met een geweldige opener, een fantastisch titelnummer en een heerlijke up-tempo-uitsmijter.
Nog een paar opvallende dingen. De statistieken : op het moment dat ik dit schrijf staat deze plaat met een gemiddelde score van nèt geen 4,00 (3,99) op de vijfde plaats van hoogst gewaardeerde Morrison-albums, achter Moondance (4,17), Veedon fleece (4,16), Astral weeks (4,14, Morrisons enige plaat in de MusicMeter-top-250, momenteel op nummer 112) en Into the music (4,04).
Verder is het mij ónmogelijk om bij het "doo doo de doo doo" van het dameskoortje op A town called Paradise níét aan Walk on the wild side te denken – het is bijna zó evocatief dat ik haast denk dat het een knipoog of een eerbetoon aan Lou Reed is, en zo speelt Morrison tegelijk zelf op hilarische wijze voor "copycat".
En tenslotte vermelden de geprinte lyrics dat Morrison in Thanks for the information omstreeks 3'10 "Never give a sucker an even break" zingt, maar op de plaat zelf zingt hij iets in de trant van "subliminal dummy test on MTV". Dat zal Mercury wel niet in het officiële tekstboekje hebben willen opnemen...
Nog een paar opvallende dingen. De statistieken : op het moment dat ik dit schrijf staat deze plaat met een gemiddelde score van nèt geen 4,00 (3,99) op de vijfde plaats van hoogst gewaardeerde Morrison-albums, achter Moondance (4,17), Veedon fleece (4,16), Astral weeks (4,14, Morrisons enige plaat in de MusicMeter-top-250, momenteel op nummer 112) en Into the music (4,04).
Verder is het mij ónmogelijk om bij het "doo doo de doo doo" van het dameskoortje op A town called Paradise níét aan Walk on the wild side te denken – het is bijna zó evocatief dat ik haast denk dat het een knipoog of een eerbetoon aan Lou Reed is, en zo speelt Morrison tegelijk zelf op hilarische wijze voor "copycat".
En tenslotte vermelden de geprinte lyrics dat Morrison in Thanks for the information omstreeks 3'10 "Never give a sucker an even break" zingt, maar op de plaat zelf zingt hij iets in de trant van "subliminal dummy test on MTV". Dat zal Mercury wel niet in het officiële tekstboekje hebben willen opnemen...
Van Morrison - Poetic Champions Compose (1987)

5,0
2
geplaatst: 3 december 2020, 15:47 uur
Jarenlang vond ik No guru no teacher no method Morrisons beste eightiesplaat, maar de laatste jaren ben ik Poetic champions compose eigenlijk nog hoger aan gaan slaan. De nummers zijn iets puntiger (gemiddeld 45 seconden korter dan op No guru), de arrangementen ademen iets meer, de strijkers zijn iets rijker, de melodieën zijn iets vreugdevoller, Morrison lijkt nog iets uitbundiger – het is allemaal nèt iets, maar al die kleine beetjes maken dit album voor mij nog nèt iets sterker dan z'n voorganger. (Gelukkig heb ik geen last van bezwaarlijk voortkabbelen of geliktheid – de nummers zijn juist stuk voor stuk zeer melodieus en intens, en de arrangementen zou ik eerder verfijnd dan glad willen noemen.) Zalvend zonder de mogelijke negatieve connotaties; balsem voor de ziel.
Merkwaardig ook hoe tijdloos dit album klinkt; veel platen uit dit decennium klinken zeer gedateerd qua drum- of gitaargeluid, maar hier hoor ik alleen op I forgot that love existed op 0:51 een enigszins oubollige synthesizer, verder klinkt alles puntgaaf.
Merkwaardig ook hoe tijdloos dit album klinkt; veel platen uit dit decennium klinken zeer gedateerd qua drum- of gitaargeluid, maar hier hoor ik alleen op I forgot that love existed op 0:51 een enigszins oubollige synthesizer, verder klinkt alles puntgaaf.
Van Morrison - Saint Dominic's Preview (1972)

4,0
2
geplaatst: 21 oktober 2020, 12:43 uur
Eén van de zeven platen uit de periode waarop Morrison zich op een wolk boven het poplandschap bewoog: niet alles uit deze tijd was perfect, maar áls het dan goed was was het ook meteen ónwerkelijk mooi. Zo ook veel op deze plaat, maar ik wijk toch wel af van de meeste gebruikers hier, want de hoogtepunten hier zijn in mijn ogen Gypsy en Redwood tree : korte, compacte maar ideaal gespeelde, gezongen en gearrangeerde nummers met prachtige melodieën, een onweerstaanbare swing en bovenal hemelse blazersarrangementen. Ik las dat een recensent ergens Morrison "de beste arrangeur van blazers ten noorden van Memphis" vond, en op basis van hoe organisch en tegelijk swingend ze op deze plaat klinken vind ik dat wel een mooi compliment (waarbij ik natuurlijk maar een fractie van alle blazersarrangementen van alle platen uit deze tijd ken). In de glasheldere remaster van Tim Young en Walter Samuel klinken ze in ieder geval tegelijkertijd warm en lyrisch en vormen ze het perfecte complement voor Morrisons geïnspireerde voordracht. Vooral het begin van Redwood tree, die twee saxen (een tenor en een sopraan?), daarna die vrolijke bas, de korte pianonootjes, de simpele maar effectieve akoestische gitaar, en dan Morrisons "A boy and his dog..." Prachtig.
Van de drie lange nummers (bij de Statistieken hier momenteel ook de top-drie) vind ik het titelnummer het sterkst, met een goede melodie, een mooi vol band- en blazersgeluid en een ideale speelduur. De laatste zes minuten van Listen to the lion daarentegen duren mij net wat te lang, en Almost Independence Day klinkt als een wat geforceerde poging om de ambiance van Astral weeks op te roepen, en ik krijg het idee dat ik niet zozeer naar een meesterwerk alswel naar een póging om een meesterwerk te creëren zit te luisteren. Ik kan helemaal begrijpen hoe dit nummer mensen tot lyrische interpretaties en ontboezemingen kan verleiden (Greil Marcus: "As it went on, it seemed as if the song itself more than the singer was gazing out over San Francisco Bay to watch the fireworks; as that happened, the Fourth of July receded, and what was left was an unsettled, unclaimed, unfounded land where the event that settled it, named it, found it, had yet to take place."), maar ikzelf word gewoon niet meegesleept, misschien door de overdaad van gitaar, piano, drums en twee synthesizers, misschien ook wel door de extreme speelduur, terwijl ik met dat laatste bij de langere nummers op Astral weeks toch absoluut geen moeite had.
Dat maakt Saint Dominic's preview natuurlijk nog niet tot een slechte plaat, want met uitzondering van het vervelende I will be there behoudt alles hier een hoog niveau, maar door de niet helemaal geslaagde lange nummers is dit voor mij toch niet een meesterwerk als Astral weeks, Moondance en Veedon fleece.
Van de drie lange nummers (bij de Statistieken hier momenteel ook de top-drie) vind ik het titelnummer het sterkst, met een goede melodie, een mooi vol band- en blazersgeluid en een ideale speelduur. De laatste zes minuten van Listen to the lion daarentegen duren mij net wat te lang, en Almost Independence Day klinkt als een wat geforceerde poging om de ambiance van Astral weeks op te roepen, en ik krijg het idee dat ik niet zozeer naar een meesterwerk alswel naar een póging om een meesterwerk te creëren zit te luisteren. Ik kan helemaal begrijpen hoe dit nummer mensen tot lyrische interpretaties en ontboezemingen kan verleiden (Greil Marcus: "As it went on, it seemed as if the song itself more than the singer was gazing out over San Francisco Bay to watch the fireworks; as that happened, the Fourth of July receded, and what was left was an unsettled, unclaimed, unfounded land where the event that settled it, named it, found it, had yet to take place."), maar ikzelf word gewoon niet meegesleept, misschien door de overdaad van gitaar, piano, drums en twee synthesizers, misschien ook wel door de extreme speelduur, terwijl ik met dat laatste bij de langere nummers op Astral weeks toch absoluut geen moeite had.
Dat maakt Saint Dominic's preview natuurlijk nog niet tot een slechte plaat, want met uitzondering van het vervelende I will be there behoudt alles hier een hoog niveau, maar door de niet helemaal geslaagde lange nummers is dit voor mij toch niet een meesterwerk als Astral weeks, Moondance en Veedon fleece.
Van Morrison - Too Long in Exile (1993)

4,5
1
geplaatst: 18 december 2020, 21:39 uur
Als ik zeg dat dit de laatste plaat van Van Morrison was die ik nog heb gekocht, dan klinkt dat alsof ik dit zó'n afknapper vond dat ik al zijn latere werk links heb laten liggen. De werkelijkheid is dat ik een aantal van die latere platen wel degelijk heb beluisterd, maar dat ik daarop steeds hoogstens drie nummers per plaat de moeite waard vond. Too long in exile daarentegen is een uitstekende "bookend" van mijn Van Morrison-verzameling, ontspannen en toch spannend en met een lekker sobere band (ritmesectie, Hammond, tweede gitaar en wat blazers) in plaats van de overdadig-warme arrangementen van bijvoorbeeld Hymns to the silence.
De plaat valt voor mij in drie delen uiteen. De eerste helft begint met lekker losse bluesachtige nummers maar gaat vanaf Ball and chain duidelijk meer de romantische kant op, met het hoogtepunt Till we get the healing done als een soort slotstuk van een "healing"-trilogie (na And the healing has begun op Into the music [1979] en Did ye get healed? op Poetic champions compose [1987] – of heb ik ergens een Healing gemist?). Na deze climactische reeks is het dan tijd voor het speelkwartier met eerst drie bluesnummers (waarop vooral opvalt hoe de stemmen van Morrison en Hooker absoluut niet bij elkaar passen) en daarna drie afschuwelijke jazznummers. Before the world was made heeft ook nog een jazzy inslag maar is daarnaast ook gebaseerd op Morrisons prachtige melodie en Yeats' fraaie poëzie, en dat kleine meesterwerkje is het startsein voor de beide bluesy en heerlijk intense slotnummers.
Zoals misschien al duidelijk is geworden kan het tweede zestal nummers mij in feite gestolen worden, maar ook zonder dat halve dozijn kom ik uit op 55 minuten geweldige muziek die zoals gezegd tegelijkertijd ontspannen en spannend klinkt en die bovendien een zeer hoge draaibaarheidsfactor heeft. Fraaie kleurstelling van de hoes ook, en voor mij een mooi uiteinde van mijn rijtje Van Morrison-CD's.
De plaat valt voor mij in drie delen uiteen. De eerste helft begint met lekker losse bluesachtige nummers maar gaat vanaf Ball and chain duidelijk meer de romantische kant op, met het hoogtepunt Till we get the healing done als een soort slotstuk van een "healing"-trilogie (na And the healing has begun op Into the music [1979] en Did ye get healed? op Poetic champions compose [1987] – of heb ik ergens een Healing gemist?). Na deze climactische reeks is het dan tijd voor het speelkwartier met eerst drie bluesnummers (waarop vooral opvalt hoe de stemmen van Morrison en Hooker absoluut niet bij elkaar passen) en daarna drie afschuwelijke jazznummers. Before the world was made heeft ook nog een jazzy inslag maar is daarnaast ook gebaseerd op Morrisons prachtige melodie en Yeats' fraaie poëzie, en dat kleine meesterwerkje is het startsein voor de beide bluesy en heerlijk intense slotnummers.
Zoals misschien al duidelijk is geworden kan het tweede zestal nummers mij in feite gestolen worden, maar ook zonder dat halve dozijn kom ik uit op 55 minuten geweldige muziek die zoals gezegd tegelijkertijd ontspannen en spannend klinkt en die bovendien een zeer hoge draaibaarheidsfactor heeft. Fraaie kleurstelling van de hoes ook, en voor mij een mooi uiteinde van mijn rijtje Van Morrison-CD's.
Van Morrison - Tupelo Honey (1971)

4,5
0
geplaatst: 11 december 2012, 21:00 uur
Voor mij is dit album bijna een contradictio in terminis : een plaat over huiselijk geluk die toch niet gezapig, zoetsappig of zelfgenoegzaam klinkt. Een bijna helemaal in zichzelf besloten album, vol warmte en tevredenheid, maar ook vol muzikale spanning en sensualiteit. Misschien niet één van zijn absolute meesterwerken, maar kwalitatief wel vlak daaronder, en in het geval van Morrison betekent dat nog altijd een geweldige plaat.
Van Morrison - Veedon Fleece (1974)

4,5
0
geplaatst: 27 oktober 2020, 13:31 uur
De plaat waarmee ik Van Morrison indertijd leerde kennen, en nog steeds kan ik Veedon fleece aanraden aan iedereen die met deze man wil beginnen. Sfeervol, intiem en intense, met een zeer gedreven Morrison en een hoog compositorisch niveau. Opvallend hoe op dit album verschillende solo-instrumenten alle ruimte krijgen om een nummer te structureren en te domineren : de piano en de bas op Fair play, de recorder op Streets of Arklow, de geweldige elektrische gitaar op Bulbs en (het meest opvallend) de bas die bijna constant aan het soleren is op You don't pull. Morrisons muziek is altijd al gearrangeerd met het oog op een vol bandgeluid, maar dankzij al die geweldige arrangementen en solo's klinkt Veedon fleece zelfs voor zíjn doen uitermate mooi. Ik beluister hem via een "oude" Warner Bros-CD (2805-2) uit 1988, maar qua geluid is daar niets op aan te merken, integendeel zelfs, en ik heb dan ook absoluut geen behoefte om hem te vervangen door een moderne remaster (als ik die al zou kunnen vinden). Fantastische sound die perfect past bij deze hyperromantische plaat.
De reden waarom ik dit album dan toch niet de volle 5* geef is omdat na Bulbs het niveau toch wel behoorlijk omlaag gaat. Twee nummers in ¾ achter elkaar (Cul de sac en Comfort you) zijn wat teveel van het goede, Come here my love is wat te kaal, en Country fair is een mooie afsluiter maar ook wel een beetje melig. Die laatste vier nummers zijn op zichzelf beschouwd absoluut niet slecht, maar ze steken een beetje bleekjes af bij het zeldzaam mooie eerste halve dozijn. Hetzelfde gold eigenlijk voor Moondance, en net als Moondance was Veedon fleece met een sterkere tweede helft een serieuze top-10- of top-20-kandidaat geweest
De reden waarom ik dit album dan toch niet de volle 5* geef is omdat na Bulbs het niveau toch wel behoorlijk omlaag gaat. Twee nummers in ¾ achter elkaar (Cul de sac en Comfort you) zijn wat teveel van het goede, Come here my love is wat te kaal, en Country fair is een mooie afsluiter maar ook wel een beetje melig. Die laatste vier nummers zijn op zichzelf beschouwd absoluut niet slecht, maar ze steken een beetje bleekjes af bij het zeldzaam mooie eerste halve dozijn. Hetzelfde gold eigenlijk voor Moondance, en net als Moondance was Veedon fleece met een sterkere tweede helft een serieuze top-10- of top-20-kandidaat geweest
Vangelis - Blade Runner (1994)

5,0
0
geplaatst: 14 januari 2016, 09:57 uur
Ik ben over het algemeen redelijk gevoelig voor gedateerde eighties-geluidjes, zoals hier bijvoorbeeld die typische hoog-suizende synthesizer en dat nep-geile saxgeluid, maar om de een of andere reden stoort het me hier helemaal niet, misschien omdat ik de film inmiddels zó vaak heb gezien dat ik de sound en de arrangementen van deze muziek niet meer met ergerlijke eighties-synthpop of Michael Bolton-ballades associeer maar alleen nog maar met Ridley Scotts stijlvolle beelden. Prachtige soundtrack.
Overigens is dit op nummer 3 Vangelis' hoogst genoteerde plaat in de top-25 van Griekse produkties, die verder onder andere uit achttien andere albums van hem en nog eens drie van Aphrodite's Child bestaat. (En nee, het Trio Hellenique heeft wel een aparte pagina maar geen albums op MusicMeter.)
Overigens is dit op nummer 3 Vangelis' hoogst genoteerde plaat in de top-25 van Griekse produkties, die verder onder andere uit achttien andere albums van hem en nog eens drie van Aphrodite's Child bestaat. (En nee, het Trio Hellenique heeft wel een aparte pagina maar geen albums op MusicMeter.)

Vangelis - Heaven and Hell (1975)

5,0
4
geplaatst: 8 september 2024, 22:16 uur
Deze plaat kocht ik blind (of moet dat eigenlijk niet doof zijn?) ten tijde van de release toen ik op de middelbare school zat. Vanwege de hoes? de naam? de belofte van (toen zéker nog) aparte muziek? Ik weet het niet meer, maar toen ik de muziek eenmaal had doorgrond was ik toch lichtelijk teleurgesteld, en wat ik me nog wèl herinner was dat dat vooral te maken had met de nogal schematische opbouw van met name Bacchanale en Needles and bones: een vrij basaal loopje wordt eerst op één instrument gespeeld, en daarna komen er steeds meerdere instrumenten bij om om dat loopje heen te tinkelen zonder dat er op melodisch vlak eigenlijk iets nieuws gebeurt (en dat begint Bacchanale ook nog eens halverwege opnieuw zonder dat het nummer verder intenser of "breder" wordt).
Bij het wegdoen van al mijn vinyl is ookHeaven and Hell gesneuveld, maar met het in de loop der jaren groeien van mijn interesse in de 70's-synthesizer-pioniers kwam ook dít album in mijn herinnering terug, en omdat ik er wel vertrouwen in had dat mijn muzikale smaak veranderd zou zijn heb ik hem in de remaster van Vangelis zelf uit 2013 op Esoteric gekocht (mede geïnspireerd door het herontdekken van Aphrodite's Child's 666). En zonder dat ik hem nu echt met nieuwe oren hoor kan ik hem toch inderdaad veel beter waarderen; in de twee "schematische" nummers hoor ik nog steeds de mechanische opbouw zonder dat die me bovenmatig stoort, en ik vraag me nu vooral af waarom mijn wrevel over die twee tracks niet overschaduwd werd door de inventiviteit en de impact van de twee langste nummers Symphony to the powers B en 12 o'clock (en natuurlijk door de schoonheid van de bijdrage van Jon Anderson, maar dat vond ik indertijd ook al prachtig, terwijl ik nog niet eens iets van Yes in huis had).
Vooral valt me nu op wat een rijke arrangementen Vangelis hier gebruikt om zijn afwisselend "norse" en subtiele melodieën vorm te geven. De basis is vaak synthesizers, maar daarnaast nemen afwisselend slagwerk, xylofoon, koren en solozang dikwijls de dominante rol over, en naast de synths hoor ik soms ook akoestische en elektrische piano en klavecimbel (geloof ik), hetgeen een heel kleurig geluidsbeeld oplevert; het lijkt wel alsof hij indertijd in één keer alle opgekropte muzikale energie eruit gooide in een soort carrière-bepalende toverbal die een halve eeuw later nog steeds uniek is. Overdaad schaadt, zeggen ze wel eens, maar ook "nothing succeeds like excess".
Wat kan de smaak van een mens toch veranderen, of beter gezegd: wat kan een mens toch open komen te staan voor andere muzikale uitingen. (O, en wat iedereen hier misschien al weet, maar omdat niemand het vermeldt doe ík het voor de zekerheid maar even: in Movement three hoor je na ongeveer 2:20 al het thema van Chariots of fire uit 1981.)
Bij het wegdoen van al mijn vinyl is ookHeaven and Hell gesneuveld, maar met het in de loop der jaren groeien van mijn interesse in de 70's-synthesizer-pioniers kwam ook dít album in mijn herinnering terug, en omdat ik er wel vertrouwen in had dat mijn muzikale smaak veranderd zou zijn heb ik hem in de remaster van Vangelis zelf uit 2013 op Esoteric gekocht (mede geïnspireerd door het herontdekken van Aphrodite's Child's 666). En zonder dat ik hem nu echt met nieuwe oren hoor kan ik hem toch inderdaad veel beter waarderen; in de twee "schematische" nummers hoor ik nog steeds de mechanische opbouw zonder dat die me bovenmatig stoort, en ik vraag me nu vooral af waarom mijn wrevel over die twee tracks niet overschaduwd werd door de inventiviteit en de impact van de twee langste nummers Symphony to the powers B en 12 o'clock (en natuurlijk door de schoonheid van de bijdrage van Jon Anderson, maar dat vond ik indertijd ook al prachtig, terwijl ik nog niet eens iets van Yes in huis had).
Vooral valt me nu op wat een rijke arrangementen Vangelis hier gebruikt om zijn afwisselend "norse" en subtiele melodieën vorm te geven. De basis is vaak synthesizers, maar daarnaast nemen afwisselend slagwerk, xylofoon, koren en solozang dikwijls de dominante rol over, en naast de synths hoor ik soms ook akoestische en elektrische piano en klavecimbel (geloof ik), hetgeen een heel kleurig geluidsbeeld oplevert; het lijkt wel alsof hij indertijd in één keer alle opgekropte muzikale energie eruit gooide in een soort carrière-bepalende toverbal die een halve eeuw later nog steeds uniek is. Overdaad schaadt, zeggen ze wel eens, maar ook "nothing succeeds like excess".
Wat kan de smaak van een mens toch veranderen, of beter gezegd: wat kan een mens toch open komen te staan voor andere muzikale uitingen. (O, en wat iedereen hier misschien al weet, maar omdat niemand het vermeldt doe ík het voor de zekerheid maar even: in Movement three hoor je na ongeveer 2:20 al het thema van Chariots of fire uit 1981.)
VanVelzen - Unwind (2007)

3,5
1
geplaatst: 4 februari 2020, 14:06 uur
75 berichten uit het jaar dat deze plaat verscheen (veelal over niet ter zake doende factoren zoals lichaamslengte en de veronderstelde bijbehorende gunfactor), slechts negen uit de dertien daaropvolgende jaren. Jammer, want ik blijf dit een leuke en frisse plaat vinden: het klinkt allemaal als een klok (zo ergens waar Keane en de rockier/poppier U2 elkaar ontmoeten), de nummers zitten slim en opbeurend in elkaar, en Van Velzen heeft echt een geweldige stem, zeker voor het steviger werk. Gelikt, commercieel, bezwaren tegen covers – het zal allemaal wel, als ik een alternatief of tegendraads plaatje wil horen zet ik wel wat anders op. Jammer dat het album bij de laatste drie nummers een beetje inkakt.
Velvet Revolver - Contraband (2004)

4,5
0
geplaatst: 19 november 2012, 22:23 uur
Een stevige, ouderwetse, lekker vunzige rockplaat, met dertien uitstekende nummers waar ik persoonlijk niet één zwakke broeder tussen kan vinden (zelfs de ballades zijn geweldig) en met een zanger wiens psychedelische stem wonderwel past bij het stevige fundament van meestergitarist Slash & co. Niet "nieuw" of "vernieuwend", wel consistent, overtuigend, vol zelfvertrouwen en van A tot Z ijzersterk. Heerlijk om deze waanzinnige gitarist weer eens omringd te zien door een band waarmee hij een echt fantastische plaat heeft kunnen maken.
Velvet Revolver - Libertad (2007)

2,0
0
geplaatst: 20 november 2012, 15:30 uur
Zo enthousiast als ik was over Contraband, zo'n afknapper is dit vervolg. En de reden lijkt me duidelijk: er staat nauwelijks een fatsoenlijke dan wel memorabele melodie op het album, ik moet echt hard zoeken om er drie favoriete nummers uit te pikken. You know you're in trouble when… de covers eigenlijk de beste nummers van het album zijn. Enorme compositorische armoede dus, en dan houdt alles op. Uitzonderingen: Gravedancer en de aardige (en verrassende) ELO-cover Can't get it out of my head.
