Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Pain of Salvation - The Perfect Element I (2000)

3,5
0
geplaatst: 13 januari 2017, 21:09 uur
Het is natuurlijk niet per se nodig om bij een band die je net leert kennen meteen te zoeken naar vergelijkbare namen, maar die van Dream Theater dringt zich toch wel op, onvermijdelijk in dit genre zou ik haast zeggen; belangrijker is echter dat deze band qua composities duidelijk geen voorbeelden meer nodig heeft. De zanger doet me soms denken aan Geoff Tate, maar af en toe kan hij ook uithalen als Ian Gillan in diens beste jaren (en dat wil wat zeggen), en heel soms moest ik bij de arrangementen ook denken aan Linkin Park. Maar zoals gezegd zijn die vergelijkingen eigenlijk niet zo nuttig: dit is gewoon een uitstekende progmetal-plaat waarvan ik me kan voorstellen dat hij de die-hard-liefhebbers extreem enthousiast maakt. Ik onderken de kwaliteit, maar bij mij blijft het emotionele kwartje om de een of andere reden halverwege de gleuf steken.
Panic! At the Disco - A Fever You Can't Sweat Out (2005)

4,0
0
geplaatst: 19 november 2012, 20:56 uur
Ruim anderhalf jaar geen bericht bij dit album, en het bericht daarvóór was ook al weer zeven maanden eerder -- kennelijk leeft deze plaat niet meer zo erg. Hoe dan ook, dit album doet mij persoonlijk sterk denken aan de drie elpees die de Amerikaanse pop/new-wave-band Jules & the Polar Bears (hier op MuMe niet te vinden) tussen 1978 en 1980 uitbracht (zanger Jules Shear kreeg sindsdien een carrière als solo-artiest, songwriter, en bedenker en eerste presentator van MTV unplugged). Dit debuutalbum van P!ATD is zó hyper dat het soms onder z'n eigen intensiteit dreigt te zinken, maar blijft toch ruimschoots drijven op de sterke songs en melodieën. Prima plaat.
Patti Smith Group - Wave (1979)

4,5
0
geplaatst: 29 maart 2012, 13:54 uur
Dit lijkt me een mooi voorbeeld van hoe een toegankelijker plaat niet noodzakelijk een commerciële knieval hoeft in te houden. Zeer sterk album, als de All Music Guide het over "the overall mediocre quality of the material" heeft weet ik echt niet waar ze het over hebben. Opmerkelijk dat niemand het bij bovenstaande postings nog over het intro van Revenge heeft gehad, ten tijde van de release was de overeenkomst daarvan met I want you (she's so heavy) wel een hot item.
Paul Weller - Days of Speed (2001)

3,5
0
geplaatst: 16 september 2015, 13:40 uur
Dit lijkt mij een traktatie voor de liefhebber. Dat laatste ben ik niet; al sinds All mod cons pik ik om de zoveel jaar een album mee, maar Weller heeft mij nooit bij de lurven gehad, in welke incarnatie dan ook. Déze plaat is een mooi sfeervol geheel waarop hij zijn adekwate maar niet echt bijzondere gitaarspel toch redelijk afwisselend weet te houden door er wat getokkel tussendoor te gooien in nummers als Clues en Everything has a price to pay ; bovendien heeft hij nog altijd één van de meest gloedvolle stemmen uit de popmuziek en klinkt hij gedreven, dus de moeite waard is deze plaat zeker, hoewel 70 minuten dan wel weer wat veel van het goede is voor één man en zijn gitaar. Maar dat zal er ook wel wat mee te maken hebben dat ik zoals gezegd nooit een echte liefhebber ben geworden...
PAUW - Macrocosm Microcosm (2015)

2,5
0
geplaatst: 13 januari 2016, 20:26 uur
Kijk, dat het zó erg sixties is dat het bijna een parodie wordt (een sitartje, een fluitje en heel veel mellotron), daar kan ik me wel mee leven. Maar voor de rest weet ik niet wat ik erger vind: dat er zo weinig spannende melodieën in zitten, dat al die nummers met zo'n laf licht stemmetje gezongen worden, of dat het allemaal zo schandalig veel op de Temples lijkt. Wat steviger instrumentale passages gedurende de tweede helft halen het niveau wel een beetje op (met name via de twee delen van Glare), maar niet veel (en voor mij zéker niet genoeg). Op basis van de EP had ik hier eigenlijk veel meer van verwacht.
PAUW - PAUW (2014)

4,0
0
geplaatst: 13 januari 2016, 20:22 uur
Lekker stevig, mooi vol geluid. Ik luister dit tegelijk met het "echte" album, en eigenlijk bevalt dit me veel beter...
Pavlov's Dog - Pampered Menial (1975)

3,0
1
geplaatst: 18 juli 2023, 21:00 uur
Over het algemeen ben ik erg gevoelig voor stemmen, waardoor ik helaas vaker me lief is bands met een zanger die me tegenstaat een lagere waardering geef dan ze op puur muzikaal gebied verdienen. Gek genoeg heb ik daar bij de toch redelijk extreme stemmen van Jon Anderson en Geddy Lee nooit last van gehad, en datzelfde geldt nu ook weer voor de zang van David Surkamp die ik prima kan hebben. Sterker nog, zijn timbre en zijn energie vind ik een duidelijk pluspunt van dit album, net als de zeer gevarieerde arrangementen; ik ging er eigenlijk van uit dat dit typisch Amerikaanse gitaarrock van de mid-seventies zou zijn, maar naast de karakteristieke (en verrassende) mellotron hoor ik ook veel andere keyboards (piano, orgel, en is dat een klavecimbel op Preludin?), een mooie viool en zelfs een enkele xylofoon. Alle lof voor de muzikale ambitie dus, maar des te jammerder dat het niveau van de composities daar nogal bij achterblijft – teveel nummers hebben melodieën die niet beklijven, met te weinig afwisseling, te weinig hooks en te weinig sterke refreinen. Degelijke rock met een apart instrumentarium en meer genoeg ideeën voor sterke arrangementen (en een fraaie hoes), maar het songmateriaal is wat mij betreft te doorsnee om hier een echt hoge score aan te verbinden.
Pearl Jam - Ten (1991)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2020, 10:01 uur
Ik ben altijd benieuwd wat er van Eddie Vedder terecht zou zijn gekomen als hij zonder stembanden zou zijn geboren – uit de passie in zijn stem klinkt voor mij zijn onbedwingbare drang om te zingen, hij móét gewoon zingen, de aandrift is bijna sterker dan hijzelf. En dan heeft hij het "geluk" dat de band daar het perfecte repertoire voor heeft, met memorabele melodieën, solide riffs en een meer dan degelijke ritmesectie. Het risico dat de muziek daardoor té intens overkomt wordt ondervangen door rustpunten als Alive (met akoestische gitaar op de achtergrond), Black (met slimme piano) en Oceans, en het klassieke en toch frisse geluid maakt het geheel àf. Een zeldzaam tijdloze plaat. (De lekkerst bekkende regel van het album: "She's been diagnosed by some stupid fuck".)
Pendragon - Not of This World (2001)

3,0
0
geplaatst: 22 januari 2015, 17:54 uur
Dit is de eerste Pendragon-plaat die ik leer kennen, maar aan de stem zal het in ieder geval niet liggen. Sommige mensen hier noemen dat randje aan zijn stem bluesy, ik vind het zelf wat meer folky; op de een of andere manier doet het me vaak denken aan Mike Scott van de Waterboys, niet omdat hun stemmen op elkaar zouden lijken maar omdat ze allebei aan hun muziek een mooi rauw randje geven. Bovendien vind ik het ook wel een mooi contrast, zulke romantische progmuziek met zo'n directe en emotionele stem erbovenop, en voor wat Barrett op het einde van deze versie van King of the castle durft neem ik mijn hoed af.
Eerder heb ik wat moeite met dat galmende dameskoortje dat regelmatig op de achtergrond opduikt (Faithless, Give it to me, And finally), dat doet mij toch wel héél erg aan Dark side of the moon denken. En hoezeer de gitaarsolo's ook hun best doen, al met al kan dit album toch niet de volle speelduur mijn aandacht vasthouden, zonder dat ik daar een duidelijke verklaring voor heb. Hoogtepunten zijn voor mij If I were wind en A man of nomadic traits, met een eervolle vermelding voor het instrumentale (en tamelijk Marillionesque) intro van het titelnummer.
Eerder heb ik wat moeite met dat galmende dameskoortje dat regelmatig op de achtergrond opduikt (Faithless, Give it to me, And finally), dat doet mij toch wel héél erg aan Dark side of the moon denken. En hoezeer de gitaarsolo's ook hun best doen, al met al kan dit album toch niet de volle speelduur mijn aandacht vasthouden, zonder dat ik daar een duidelijke verklaring voor heb. Hoogtepunten zijn voor mij If I were wind en A man of nomadic traits, met een eervolle vermelding voor het instrumentale (en tamelijk Marillionesque) intro van het titelnummer.
Percy Sledge - The Best Of (1969)

4,0
0
geplaatst: 23 december 2014, 19:59 uur
Deze eerste Percy Sledge-verzamelelpee gold tijdens het vinyltijdperk min of meer als de standaardcompilatie. Bevat 11 van de 13 singles die hij tussen 1966 en 1969 op Atlantic uitbracht (plus één albumtrack), dus inclusief zijn debuutsingle en Amerikaanse nummer-1-hit When a man loves a woman (1966) en zijn Nederlandse nummer-1-hit My special prayer (1969). Los van die twee nummers had Sledge in Amerika geen enkele en in Nederland slechts één top-10-hit (Take time to know her, #9 in 1968, tenzij je de re-release van My special prayer meerekent, #3 in 1974), maar het gemiddelde niveau van deze nummers is aanzienlijk hoger dan Sledge's beperkte commerciële succes doet vermoeden, dus wie dit album ergens vindt heeft hier nog altijd een uitstekende sixties-soulplaat met diverse heerlijk gekwelde klassiekers aan.
Percy Sledge - When a Man Loves a Woman (1987)
Alternatieve titel: The Ultimate Collection

4,5
0
geplaatst: 23 december 2014, 20:02 uur
Deze compilatie bevat (naast zeven albumtracks van zijn eerste vier elpees) alle dertien singles die Percy Sledge tussen 1966 en 1969 op Atlantic uitbracht, dus inclusief zijn debuutsingle en Amerikaanse nummer-1-hit When a man loves a woman (1966) en zijn Nederlandse nummer-1-hit My special prayer (1969). Los van die twee nummers had Sledge in Amerika geen enkele en in Nederland slechts één top-10-hit (Take time to know her, #9 in 1968, tenzij je de re-release van My special prayer meerekent, #3 in 1974), maar dat valt aan dit album niet af te horen, want op een enkele misser na (Love me tender!) is dit een uitstekende verzameling van een klassieke sixties-soulzanger met heerlijk gekwelde stem die na zijn kick-start-debuut eigenlijk nooit de waardering of het commerciële succes heeft gekregen waarop hij recht had.
Pere Ubu - Dub Housing (1978)

5,0
0
geplaatst: 26 april 2011, 13:10 uur
beaster1256 schreef:
zeer gek maar prachtig album vol gestoorde kinderliedjes , als er iemand op zoek is naar een plaat uit het gekkenhuis , dit is 'em , maar wel fantastisch gek dan .
zeer gek maar prachtig album vol gestoorde kinderliedjes , als er iemand op zoek is naar een plaat uit het gekkenhuis , dit is 'em , maar wel fantastisch gek dan .
Klinkt misschien een beetje pretentieus, maar ik heb zelf vaak het idee dat David Thomas een soort "poet of the subconscious" is, alsof hij in staat is om bepaalde moeilijk te definiëren gevoelens (dikwijls vooral angsten?) een stem te geven. En de luisteraar ondergaat het, en ervaart het allemaal als diep geldig zonder dat hij precies kan zeggen wàt er uitgedrukt wordt. Mij persoonlijk spreekt dit ontzettend aan op een niveau waar eigenlijk heel moeilijk over gecommuniceerd kan worden. Die eenzame slidegitaar halverwege Caligari's mirror bijvoorbeeld, ik krijg er kippenvel van zonder dat ik kan aangeven waardoor dat precies komt. Hetzelfde geldt voor al die rare geluidseffecten op Thriller.
Gelukkig heeft Thomas een heerlijk verknipt gevoel voor humor, zodat deze inzage in de krochten van zijn geest draaglijk blijven en zelfs een briljante plaat opleveren.
"I've got a vacuum cleaner in my head / It sucks up everything I know", zingt Thomas op een later Ubu-album. Als hij inderdaad zo beïnvloed is door Beefheart als iedereen zegt, dan mag wijlen de Captain zich in de handjes knijpen met zo'n discipel.
Pere Ubu - Lady from Shanghai (2013)

3,0
0
geplaatst: 12 januari 2018, 12:15 uur
Met alle onvoorspelbaarheid die Pere Ubu al veertig jaar eigen is klinkt dit toch weer heel vertrouwd, en dat terwijl ik lang niet al hun platen ken (volgens mij staat mijn teller nu op acht). De nummers die een klassieke liedjesstructuur combineren met vervreemdende arrangementen en Thomas' ontregelende zang (zoals Mandy en Another one) zijn nog steeds uiterst effectief in het oproepen van een enigszins ongemakkelijke sfeer waar het toch heel aangenaam vertoeven is (voor mijzelf althans – ook in mijn omgeving hoef ik hier bij de meeste mensen niet mee aan te komen), en Thomas heeft nog altijd een geweldig oor voor als een mantra herhaalde one-liners ("She calls me Johnny Rocket, I don't know why", "They say the truth hurts", "Did I do that terrible thing?", en is Mandy's "I could sleep for a thousand years" een verwijzing naar Venus in furs van de Velvets?), maar de instrumentale nummers en gedeeltes (de stofzuigergeluiden van Feuksley, de tweede helft van And then nothing happened, The carpenter sun) "remain more interesting in theory than in practice" in de woorden van de AMG. Misschien ben ik na al die jaren wel gewoon een beetje Ubu-moe en heb ik hun geluidsexperimenten inmiddels wat te vaak gehoord, maar Lady from Shanghai kan me gewoon niet de hele speelduur bij de les houden. En het is toch opmerkelijk en jammer dat er sinds de berichten ten tijde van de release al 4½ jaar niet meer bij dit album geschreven is – kennelijk wordt deze band door niet zo héél veel jonge en/of nieuwe luisteraars ontdekt.
Pere Ubu - Ray Gun Suitcase (1995)

4,5
1
geplaatst: 24 maart 2018, 20:42 uur
Het openingsnummer bevat al meteen alles wat Pere Ubu in deze periode zo geweldig maakt: een scherpe twang-gitaar, stevige drums, David Thomas die vocaal uitstekend op dreef is, even mysterieuze als suggestieve teksten, en ijzersterke melodieën die soms poppy zijn en soms vervreemdend op een plaat die perfect de balans tussen beide invalshoeken vindt. Na de indrukwekkende eerste vijf nummers gaat het niveau wat omlaag zonder ergens echt door een ondergrens te zakken (hoewel My friend is a stooge for the media priests een betere titel dan track is), en tegen het einde krikken Red sky en Montana de gemiddelde score weer flink op. Ik twijfel tussen 4* en 4½*, maar kies toch voor het laatste vanwege de ongemeen grote energie en dynamiek die het album uitstraalt, hoewel 62 minuten wel èrg lang is.
Mooi trouwens, die regels "I've got a vacuum cleaner in my head / It sucks up everything I know." Bizar, apart, absurdistisch, vervreemdend – allemaal goede manieren om dat zinnetje te typeren, maar ik kan me ook voorstellen dat het een realistische omschrijving is van hoe iemand met Alzheimer zijn situatie van verglijdende herinneringen (en identiteit) ervaart. (Mocht iemand met [familieleden met] Alzheimer dit lezen en zich er niet in herkennen of er aanstoot aan nemen, vergeef me, het is niet kwetsend bedoeld.)
Mooi trouwens, die regels "I've got a vacuum cleaner in my head / It sucks up everything I know." Bizar, apart, absurdistisch, vervreemdend – allemaal goede manieren om dat zinnetje te typeren, maar ik kan me ook voorstellen dat het een realistische omschrijving is van hoe iemand met Alzheimer zijn situatie van verglijdende herinneringen (en identiteit) ervaart. (Mocht iemand met [familieleden met] Alzheimer dit lezen en zich er niet in herkennen of er aanstoot aan nemen, vergeef me, het is niet kwetsend bedoeld.)
Pere Ubu - Story of My Life (1993)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2013, 13:02 uur
Weer zo'n Ubu-werkstuk met prachtig verknipte popmuziek. Op sommige momenten heerlijk ontregelend (zoals in Postcard en het titelnummer), maar als ze eenmaal op dreef zijn komen er ook stomende nummers voorbij (Come home en de fantastische afsluiter). Bijzonder fraai en sfeervol (en natuurlijk grappig) CD-boekje ook.
Hoogtepunt vind ik zelf het eenzame Heartbreak garage, hoewel het heilige moment natuurlijk het invallen van de band na de accordeon in het openingsnummer is (zoals mayhemblik hierboven ook al aangeeft). Ik had dit album voor mijn zwager gekopieerd, dus hij luisterde het in de trein, de speler lekker hard gezet omdat dat intro zo zacht is, en plotseling wist hij niet hoe snel hij het volume omlaag moest draaien...
Hoogtepunt vind ik zelf het eenzame Heartbreak garage, hoewel het heilige moment natuurlijk het invallen van de band na de accordeon in het openingsnummer is (zoals mayhemblik hierboven ook al aangeeft). Ik had dit album voor mijn zwager gekopieerd, dus hij luisterde het in de trein, de speler lekker hard gezet omdat dat intro zo zacht is, en plotseling wist hij niet hoe snel hij het volume omlaag moest draaien...

Pere Ubu - The Modern Dance (1978)

4,5
0
geplaatst: 28 februari 2013, 21:02 uur
David Thomas heeft volgens mij een altijd open achterdeurtje (of misschien beter gezegd kelderluikje) naar zijn onderbewuste. Ik stel me bij deze plaat (en vooral bij de wat mij betreft zo mogelijk nog briljantere opvolger) altijd een muziekversie van Being John Malkovich voor – ik als John Cusack in Being David Thomas, zeg maar.
Pere Ubu - Worlds in Collision (1991)

4,0
0
geplaatst: 1 maart 2013, 22:46 uur
Twee berichten pas? Bizar. Of toch niet?
De vriend die mij met de gekte van de eerste Ubu-albums (1978-9) had laten kennismaken, haakte in ieder geval af toen ik hem later déze plaat liet horen. Misschien begrijpelijk, maar toch ook wel jammer, want dit is dan wel eerder poppy dan confronterend, maar binnen die grenzen is dit dan ook meteen een èrg sterke plaat met een hoop perfecte popsongs, en er is toch ook vaak genoeg een weird randje te horen om dit toch iets bijzonders te laten zijn.
De eerste vier nummers vind ik het sterkst, met het beklemmende Goodnite Irene als absolute hoogtepunt, maar sowieso is dit in kwalitatief opzicht een opmerkelijk consistente plaat.
De vriend die mij met de gekte van de eerste Ubu-albums (1978-9) had laten kennismaken, haakte in ieder geval af toen ik hem later déze plaat liet horen. Misschien begrijpelijk, maar toch ook wel jammer, want dit is dan wel eerder poppy dan confronterend, maar binnen die grenzen is dit dan ook meteen een èrg sterke plaat met een hoop perfecte popsongs, en er is toch ook vaak genoeg een weird randje te horen om dit toch iets bijzonders te laten zijn.
De eerste vier nummers vind ik het sterkst, met het beklemmende Goodnite Irene als absolute hoogtepunt, maar sowieso is dit in kwalitatief opzicht een opmerkelijk consistente plaat.
Perry Blake - Still Life (1999)

3,5
1
geplaatst: 5 december 2023, 17:42 uur
Toen ik dit album indertijd voor het eerst hoorde moest ik meteen aan David Sylvian denken vanwege de introverte composities, de warme arrangementen en de zachte zang, en dat was dus nog vóórdat ik bij de credits zag dat Steve Jansen hier de percussie verzorgt. Ik was er toen ook behoorlijk enthousiast over, maar dat is in de loop der jaren een beetje weggeëbd, want voor mijn huidige oren zit het grootste deel van de plaat iets teveel in hetzelfde onderkoelde emotionele idioom, en bovendien kan ik Blake's stem niet altijd goed hebben: met zijn normale timbre lijkt hij af en toe wel binnensmonds te zingen, en wanneer hij de hoogte in gaat doet dat soms pijn aan mijn oren. De liefde voor dit album als totaalpakketje is dus een beetje voorbij, en dat is jammer, want nummers als Leave it all behind, Friend (you've been whispering again) en bovenal het openingsnummer blijven prachtig.
Pet Shop Boys - Discography (1991)
Alternatieve titel: The Complete Singles Collection

4,5
1
geplaatst: 22 december 2023, 22:32 uur
Dit mag met recht een perfecte compilatie heten, want hierop staan alle top-40-hits die dit duo tussen 1985 en 1991 in Engeland had, dus inclusief hun vier nummer-1-hits, en alles keurig in de juiste chronologische volgorde. Bijzonder Engels vanwege Tennants accent en zijn ironische teksten, zou ik hebben gezegd, maar ze waren indertijd toch ook behoorlijk succesvol in Nederland (12 top-40 hits) en zelfs ook in Amerika (6 top-40-hits, inclusief een nummer-1-notering voor West End girls). (Fijne bijkomstigheid: deze verzameling stopt dus gelukkig vóór Go west uit 1993.)
Eigenlijk had het mij in 1985 al duidelijk moeten zijn dat West End girls niet een produkt van een doorsnee-top-40-bandje was, maar dat hier iemand met een unieke visie aan het werk is had ik zelf eigenlijk pas door ten tijde van hun vijfde hit It's a sin, want in 1987 was het niet zo gangbaar om iemand uit de top-40 zo openlijk te horen zingen over een abstract zondebesef. Niet dat ik zelf zo veel op heb met dat begrip, maar dat iemand uit de top-40 zo kon uitweiden over een leven dat getekend is door – het besef van erfzonde? een schuldcomplex dat hem door de Kerk is aangepraat? een gevoel van tekortschieten alsof niets wat hij kan doen ooit goed genoeg is? Hoe dan ook ging het hier om een niet-tastbaar en bijna metafysisch schuldgevoel dat desalniettemin de top van de Engelse hitlijsten haalde, en dat vind ik toch wel iets heel bijzonders in een jaar dat (verder) werd gedomineerd door namen als Madonna, Mel & Kim, Whitney Houston en Rick Astley.
Jammer dat de tweede helft van deze verzameling een stuk minder is, anders had dit toch wel dicht tegen de 5* aangezeten.
Eigenlijk had het mij in 1985 al duidelijk moeten zijn dat West End girls niet een produkt van een doorsnee-top-40-bandje was, maar dat hier iemand met een unieke visie aan het werk is had ik zelf eigenlijk pas door ten tijde van hun vijfde hit It's a sin, want in 1987 was het niet zo gangbaar om iemand uit de top-40 zo openlijk te horen zingen over een abstract zondebesef. Niet dat ik zelf zo veel op heb met dat begrip, maar dat iemand uit de top-40 zo kon uitweiden over een leven dat getekend is door – het besef van erfzonde? een schuldcomplex dat hem door de Kerk is aangepraat? een gevoel van tekortschieten alsof niets wat hij kan doen ooit goed genoeg is? Hoe dan ook ging het hier om een niet-tastbaar en bijna metafysisch schuldgevoel dat desalniettemin de top van de Engelse hitlijsten haalde, en dat vind ik toch wel iets heel bijzonders in een jaar dat (verder) werd gedomineerd door namen als Madonna, Mel & Kim, Whitney Houston en Rick Astley.
Jammer dat de tweede helft van deze verzameling een stuk minder is, anders had dit toch wel dicht tegen de 5* aangezeten.
Pete Townshend - Empty Glass (1980)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2012, 16:54 uur
Inderdaad een sterke plaat, waarbij het ook opvalt dat Townshends weliswaar enigszins dunne maar ook sympathieke en "persoonlijke" stem ook een heel album lang boeiend blijft. Mijn persoonlijke favorieten : het aangrijpende I am an animal en dat pianootje op And I moved dat maar in mijn hoofd blijft doorzeuren.
In Amerika ook een groot commercieel succes: Let my love open the door werd nummer 9, het album zelf zelfs nummer 5 in de single- resp. albumlijsten. Toch kleefde er volgens Townshend zelf ook een nadeel aan deze plaat : "I think the only thing that really went wrong was that I realized, as soon as Empty glass was finished, Hey, this is it. I'm not able to achieve with the band what I've achieved here."
Wat ik me zelf altijd heb afgevraagd : de speelduur van de eerste vijf nummers (vinylkant 1) wordt zonder uitzondering steeds korter, en de speelduur van de laatste vijf nummers (vinylkant 2) wordt dan juist weer zonder uitzondering lánger. Zo weerspiegelt de plaat qua speelduur van de nummers in feite een zandloper, een "hourglass"...
In Amerika ook een groot commercieel succes: Let my love open the door werd nummer 9, het album zelf zelfs nummer 5 in de single- resp. albumlijsten. Toch kleefde er volgens Townshend zelf ook een nadeel aan deze plaat : "I think the only thing that really went wrong was that I realized, as soon as Empty glass was finished, Hey, this is it. I'm not able to achieve with the band what I've achieved here."
Wat ik me zelf altijd heb afgevraagd : de speelduur van de eerste vijf nummers (vinylkant 1) wordt zonder uitzondering steeds korter, en de speelduur van de laatste vijf nummers (vinylkant 2) wordt dan juist weer zonder uitzondering lánger. Zo weerspiegelt de plaat qua speelduur van de nummers in feite een zandloper, een "hourglass"...
Peter Case - Peter Case (1986)

4,0
1
geplaatst: 16 maart 2021, 13:49 uur
Merkwaardig toch hoe weinig aandacht er hier is voor deze man. Ten tijde van de Amerikaanse stadion-acts en de Engelse synth-bands was hij natuurlijk een beetje vreemde eend in de bijt, maar aan de andere kant waren Suzanne Vega, k.d. lang, Tracy Chapman en Tanita Tikaram toen ook al net of bijna actief, dus er had toch ruimte voor hem moeten zijn, maar kennelijk is Case enigszins tussen wal en schip gevallen. En dat is jammer, want dit is een plaat die ik om de zoveel jaar weer opnieuw en met veel plezier ontdek. Als ik hem nú weer eens uit de kast pak valt me op dat hij qua sound meer in de eighties verankerd is dan ik dacht, getuige bijvoorbeeld de marimba-achtige synth op Steel strings, de elektronische percussie aan het begin van Three days straight en de harde snare op meerdere nummers, maar daar staat tegenover dat Van Dyke Parks' strijkersarrangement op Small town spree tijdloos is, dat John Hiatts tweede stem op Horse and crow prachtig is, en dat de plaat als geheel in de 35 jaar dat ik hem ken aan impact weinig tot niets heeft ingeboet.
Peter Case - The Man with the Blue Postmodern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar (1989)

4,0
1
geplaatst: 19 maart 2021, 20:46 uur
Ik heb altijd de indruk gehad dat dit een mindere plaat was dan het debuut, maar het scheelt eigenlijk niet eens zo gèk veel. Kant 1 is sowieso perfect, kant 2 is wat minder met het gehaaste Old part of town, het melige Rise and shine en het voor mij te duidelijk "mooi bedoelde" in plaats van "van zichzelf mooie" Two angels, maar gelukkig maakt het ontroerende en wèl "van zichzelf mooie" Hidden love dan weer veel goed. Andere hoogtepunten zijn voor mij Put down the gun en Entella Hotel, melodisch prachtige nummers waarin Case kan doen waar hij zo goed is, het vertellen van "rake" verhalen met pregnante details ("where the girls give themselves names like Lola, Estelle and Nicole"). Ik ga maar voor dezelfde score als bij de eersteling.
Peter Sarstedt - Peter Sarstedt (1969)

4,0
0
geplaatst: 3 december 2015, 17:34 uur
Om de een of andere reden heb ik het gevoel dat deze man nooit helemaal serieus is genomen – misschien werd hij beschouwd als een one hit wonder, misschien was het zijn geaffecteerde voordracht op dat nummer (hoe passend die daarbij ook is), en misschien was het wel zijn snor? Hoe dan ook, als "albumartiest" heeft hij nooit veel betekend, en dat is eigenlijk een beetje jammer, want deze debuutplaat is een behoorlijk ambitieus werkstuk, met een mengeling van pop, troubadourliedjes, psychedelica, soft rock, ironische èn serieuze hippieliedjes en een beetje Dylan. Maar ja, misschien is zitten er ook wel een beetje té veel ingrediënten in de mix, en ook niet alles is even sterk (met name You are my life is even melig als de titel doet vermoeden, en My daddy is a millionaire is werkelijk te flauw voor woorden). Daar staan dan weer bijvoorbeeld de elegante plaatopener, de bijna soulachtige meebruller Stay within myself en de nog altijd intrigerende megahit tegenover, en als geheel slaat de balans toch wel naar de positieve zijde uit. Leuke plaat, full marks for trying zoals de Engelsen zeggen. (Overigens bestaat er van dit album ook een versie met twee extra tracks No more lollipops en Mary Jane).
Peter Sjardin - Changes (2017)

4,0
0
geplaatst: 29 december 2019, 21:26 uur
De ontstaansgeschiedenis van deze soloplaat van de voormalige leider van Group/Groep 1850 is enigszins in nevelen gehuld. Er is altijd vanuit gegaan dat Sjardin deze plaat in of omstreeks 1978 in zijn thuisstudio opnam, maar recente bronnen vermelden dat deze opnames al uit 1969 stammen. Wellicht werden ze dan in 1978 nog een beetje opgepoetst en/of opnieuw ingespeeld; hoe dan ook, de uiteindelijke persing uit 1982 werd vernietigd, op 30 exemplaren na, en aan die laatste lichting is het te danken dat we hier nu nog naar kunnen luisteren.
Moeilijk om hier wat over te zeggen. Eén zeer lang, drie lange en twee korte instrumentale nummers, opgebouwd met lekker ouderwetse analoge synthesizers vol sfeergeluidjes en bliepjes, aangevuld met incidentele percussie en ritmebox en af en toe een orgeltje à la Pink Floyds Set the controls for the heart of the sun, en met als trefwoorden (dit zal nu niet meer verbazen:) spacy en psychedelisch. Ik ben niet thuis in de elektronische muziek uit die jaren, dus luisteraars die dat wèl zijn zullen wellicht met andere namen op de proppen komen, maar mij doet deze muziek vooral denken aan de Tangerine Dream van Phaedra (1974, en als Changes inderdaad uit 1969 komt was Sjardin er dus al vroeg bij). Ik ben daar een behoorlijke liefhebber van, en ik vind deze plaat dan ook absoluut niet slecht, hoewel ik hier af en toe iets te weinig beweging in hoor. Het eerste (en mijns inziens meteen ook beste) nummer bijvoorbeeld begint net zo spannend als TD, en met de binnenkomst van de percussie en het ritmebox wordt de spanning verder opgevoerd, maar vanaf het moment waarop het Pink Floyd/Caravan-orgeltje is verschenen gebeurt er niet zoveel meer, en dan duurt het nummer ineens nog zes minuten. Het laatste en langste nummer lijkt ook halverwege een beetje vast te lopen, maar gedurende de tweede helft vinden er een aantal fraaie "mood-shifts" plaats waardoor het uiteindelijk toch tot een bevredigende climax komt. Zo is dit een plaat die ook na meerdere keren draaien nog geheimen prijs te geven heeft. Een intrigerend album van één van de meest fascinerende figuren uit de Nederlandse (underground)muziekwereld.
Moeilijk om hier wat over te zeggen. Eén zeer lang, drie lange en twee korte instrumentale nummers, opgebouwd met lekker ouderwetse analoge synthesizers vol sfeergeluidjes en bliepjes, aangevuld met incidentele percussie en ritmebox en af en toe een orgeltje à la Pink Floyds Set the controls for the heart of the sun, en met als trefwoorden (dit zal nu niet meer verbazen:) spacy en psychedelisch. Ik ben niet thuis in de elektronische muziek uit die jaren, dus luisteraars die dat wèl zijn zullen wellicht met andere namen op de proppen komen, maar mij doet deze muziek vooral denken aan de Tangerine Dream van Phaedra (1974, en als Changes inderdaad uit 1969 komt was Sjardin er dus al vroeg bij). Ik ben daar een behoorlijke liefhebber van, en ik vind deze plaat dan ook absoluut niet slecht, hoewel ik hier af en toe iets te weinig beweging in hoor. Het eerste (en mijns inziens meteen ook beste) nummer bijvoorbeeld begint net zo spannend als TD, en met de binnenkomst van de percussie en het ritmebox wordt de spanning verder opgevoerd, maar vanaf het moment waarop het Pink Floyd/Caravan-orgeltje is verschenen gebeurt er niet zoveel meer, en dan duurt het nummer ineens nog zes minuten. Het laatste en langste nummer lijkt ook halverwege een beetje vast te lopen, maar gedurende de tweede helft vinden er een aantal fraaie "mood-shifts" plaats waardoor het uiteindelijk toch tot een bevredigende climax komt. Zo is dit een plaat die ook na meerdere keren draaien nog geheimen prijs te geven heeft. Een intrigerend album van één van de meest fascinerende figuren uit de Nederlandse (underground)muziekwereld.
Philip Glass - Powaqqatsi (1988)

4,5
0
geplaatst: 20 mei 2011, 11:53 uur
Ik heb over het algemeen niet zoveel met Philip Glass, naar mijn smaak hoor ik in teveel van zijn muziek hetzelfde trucje terugkomen. Maar voor dit album maak ik een uitzondering, want hierop staan zóveel prachtige melodieën en spannende arrangementen dat ik er bijna geen genoeg van kan krijgen.
Dat het hoofdthema hiervan ook bij The Truman show terugkwam (inclusief cameo van Glass in levenden lijve) heeft mij ook verbaasd, maar deed voor mijn gevoel niets af aan de muziek, enkel aan die (verder briljante) film (omdat het mij onverstandig lijkt om in een op zichzelf staand verhaal --hier dus The Truman show-- opeens de gevoelswaarde van een ander en daar volkomen los van staand verhaal --Powaqqatsi dus-- erbij te halen).
Dat het hoofdthema hiervan ook bij The Truman show terugkwam (inclusief cameo van Glass in levenden lijve) heeft mij ook verbaasd, maar deed voor mijn gevoel niets af aan de muziek, enkel aan die (verder briljante) film (omdat het mij onverstandig lijkt om in een op zichzelf staand verhaal --hier dus The Truman show-- opeens de gevoelswaarde van een ander en daar volkomen los van staand verhaal --Powaqqatsi dus-- erbij te halen).
Phish - Rift (1993)

3,0
0
geplaatst: 28 juli 2016, 13:40 uur
Toch wel verrassend : al meer dan vijf jaar geen bericht geplaatst bij deze vrij traditionele plaat in het jazz-country-prog-Zappa-cowpunk-rock-comedy-GratefulDead-experimentele idioom. Inventief, grappig, origineel en zeer goed gespeeld, maar ook wel het soort muziek dat af en toe too clever for its own good is: als je dit niet net zo leuk als de bandleden vindt, zou dit album je ook wel eens zó erg tegen de haren in kunnen strijken dat je er meteen helemaal níéts aan vindt. Zo erg is het niet bij mij, maar af en toe word ik er toch wel knap moe van. Los van mijn persoonlijke smaak verdient een zó sterk musicerende groep als deze eigenlijk een zanger met meer persoonlijkheid en karakter in zijn stem.
Pink Floyd - A Saucerful of Secrets (1968)

4,5
0
geplaatst: 22 februari 2019, 21:40 uur
Moeilijk om dit album te vergelijken met het debuut : de puntige maar grillige liedjes met bizarre en humoristische teksten van Barrett zijn verdwenen, maar de psychedelica van Saucerful hoorde ik toch ook al op Astronomy domine en Interstellar overdrive, en het zo karakteristieke orgeltje van Rick Wright kleurt dit album dan weer net zo sterk als de voorganger, maar misschien op een meer "onderhuidse" wijze. Hoe dan ook, op dit album komt de Pink Floyd van Julia dream en Paintbox en Fat old sun en If tot volle wasdom, om later te culmineren in A pillow of winds en Echoes. Het Engelse woord dat ik daarvoor zoek is bucolic, maar als ik de Nederlandse vertaling herderlijk gebruik zie ik een echte herder met een manshoge wandelstok die probeert om zijn schaapjes op de Veluwe bijeen te houden, dus misschien moet ik het maar bij arcadisch of idyllisch houden – in ieder geval een sfeer die de Pink Floyd van deze jaren als weinig anderen kan oproepen, met dank aan Rick Wright wiens bijdrage aan zowel repertoire als sound ik steeds meer begin te waarderen.
De enige afwijkende nummers zijn voor mijn gevoel de afsluiters van beide plaatkanten. De afgelopen twee pagina's met berichten doorlezend zie ik dat ik niet de enige ben die een gruwelijke hekel heeft aan Corporal Clegg met z'n flauwe kazoo en z'n pijnlijke hoge koortjes, dus ik zal daar niets meer over zeggen, behalve dan dat het me verbaast dat het bij de favorieten wel hoger scoort dan See saw – mijn eigen twee aangevinkte nummers zijn juist de solobijdragen van Rick Wright. Gelukkig is de andere aparte eend in de bijt wèl sterk en krijgt Syd Barrett een mooi eerbetoon in de vorm van de ereplaats van het album voor zijn zwanezang binnen Pink Floyd. Sterk slot van een geweldige plaat.
De enige afwijkende nummers zijn voor mijn gevoel de afsluiters van beide plaatkanten. De afgelopen twee pagina's met berichten doorlezend zie ik dat ik niet de enige ben die een gruwelijke hekel heeft aan Corporal Clegg met z'n flauwe kazoo en z'n pijnlijke hoge koortjes, dus ik zal daar niets meer over zeggen, behalve dan dat het me verbaast dat het bij de favorieten wel hoger scoort dan See saw – mijn eigen twee aangevinkte nummers zijn juist de solobijdragen van Rick Wright. Gelukkig is de andere aparte eend in de bijt wèl sterk en krijgt Syd Barrett een mooi eerbetoon in de vorm van de ereplaats van het album voor zijn zwanezang binnen Pink Floyd. Sterk slot van een geweldige plaat.
Pink Floyd - Animals (1977)

5,0
6
geplaatst: 17 augustus 2022, 13:33 uur
Ergens in 1977 verscheen het bericht dat The Animals (die band van House of the rising sun) tijdens een reünie weer een plaat hadden opgenomen, en omdat ik die graag voor de schoolkrant wilde bespreken fietste ik elke dag naar de platenboer (zoals dat toen heette), maar dag na dag moest ik vernemen dat ie helaas nog niet was verschenen. Totdat ik op een middag de winkel binnenkwam en tegen een groot kartonnen publiciteitsbord aanliep met daarop de afbeelding van een soort fabriek met vier schoorstenen en erboven in koeieletters ANIMALS. Hoera! Hoewel...
Die reünie van The Animals heeft wegens gebrek aan succes niet lang geduurd (hoewel een latere reünie dan wel weer zó succesvol was dat er onmiddellijk juridisch gesteggel omtrent het gebruik van de groepsnaam ontstond), maar het Pink Floyd-album met die naam deed het aanzienlijk beter, en terecht, want ook 45 jaar later is het nog altijd een ijzersterk en compromisloos album dat een aantal van Gilmours meest geïnspireerde gitaarsolo's bevat: het memorabele thema uit Dogs (op 3:40 en 14:06) en de eindsolo's van Pigs en Sheep – met name die laatste komt op de één of andere manier als de opluchting ("release") waarvan ik niet eens had beseft dat ik er behoefte aan had (maar Animals is dan ook een redelijk beklemmende plaat).
Wat mij verder altijd opvalt aan dit album is de discipline die door de band is opgebracht bij lange passages waarbij de verleiding zou kunnen bestaan om ze in te korten of op te vullen. In Dogs zitten bijvoorbeeld twee van zulke stukken (4:50-6:45 na "dying of cancer" en het gitaarthema, en 8:00-12:15 na "Dragged down by the stone"), in Pigs zit een lange solo (die met geknor en talkbox, 4:12-7:08) waarna het daarna nóg eens een volle minuut duurt voordat het volgende couplet weer begint, en in het couplet van Sheep is van elke lange regel alleen de eerste helft gevuld met tekst terwijl de tweede helft even lang duurt – daarbij weerstaan ze als het ware de verleiding om die regel korter te maken of desnoods wat tekst in te zingen. Wie kwaad zou willen zou nu kunnen zeggen dat de muzikale inspiratie kennelijk op was en dat de nummers op die pretentieuze manier opgevuld worden om ze een respectabele en zelfs indrukwekkende lengte te geven, maar het grappige is nu juist dat die lange passages waarbij je als het ware alleen maar zit te wachten "op wat er nu weer gaat gebeuren" tot de spannendste en meest iconische van het hele album behoren, terwijl de plaat als geheel wat mij betreft ondanks die "lege" passages voorbij vlíégt. En na het prachtige intro met Wrights elektrische piano en die zachte "rumbling" bas gaan ze daarentegen op Sheep vanaf 1:42 in één keer op geweldige wijze van de tweede naar de vierde versnelling, meesterlijk.
Dit was een klein stukje met een iets andere invalshoek. Over de kwaliteit van de muziek en de ideologie achter deze plaat is al genoeg gezegd. Mijn eigen mening daarover: *****.
Die reünie van The Animals heeft wegens gebrek aan succes niet lang geduurd (hoewel een latere reünie dan wel weer zó succesvol was dat er onmiddellijk juridisch gesteggel omtrent het gebruik van de groepsnaam ontstond), maar het Pink Floyd-album met die naam deed het aanzienlijk beter, en terecht, want ook 45 jaar later is het nog altijd een ijzersterk en compromisloos album dat een aantal van Gilmours meest geïnspireerde gitaarsolo's bevat: het memorabele thema uit Dogs (op 3:40 en 14:06) en de eindsolo's van Pigs en Sheep – met name die laatste komt op de één of andere manier als de opluchting ("release") waarvan ik niet eens had beseft dat ik er behoefte aan had (maar Animals is dan ook een redelijk beklemmende plaat).
Wat mij verder altijd opvalt aan dit album is de discipline die door de band is opgebracht bij lange passages waarbij de verleiding zou kunnen bestaan om ze in te korten of op te vullen. In Dogs zitten bijvoorbeeld twee van zulke stukken (4:50-6:45 na "dying of cancer" en het gitaarthema, en 8:00-12:15 na "Dragged down by the stone"), in Pigs zit een lange solo (die met geknor en talkbox, 4:12-7:08) waarna het daarna nóg eens een volle minuut duurt voordat het volgende couplet weer begint, en in het couplet van Sheep is van elke lange regel alleen de eerste helft gevuld met tekst terwijl de tweede helft even lang duurt – daarbij weerstaan ze als het ware de verleiding om die regel korter te maken of desnoods wat tekst in te zingen. Wie kwaad zou willen zou nu kunnen zeggen dat de muzikale inspiratie kennelijk op was en dat de nummers op die pretentieuze manier opgevuld worden om ze een respectabele en zelfs indrukwekkende lengte te geven, maar het grappige is nu juist dat die lange passages waarbij je als het ware alleen maar zit te wachten "op wat er nu weer gaat gebeuren" tot de spannendste en meest iconische van het hele album behoren, terwijl de plaat als geheel wat mij betreft ondanks die "lege" passages voorbij vlíégt. En na het prachtige intro met Wrights elektrische piano en die zachte "rumbling" bas gaan ze daarentegen op Sheep vanaf 1:42 in één keer op geweldige wijze van de tweede naar de vierde versnelling, meesterlijk.
Dit was een klein stukje met een iets andere invalshoek. Over de kwaliteit van de muziek en de ideologie achter deze plaat is al genoeg gezegd. Mijn eigen mening daarover: *****.
Pink Floyd - Atom Heart Mother (1970)

4,5
2
geplaatst: 13 maart 2019, 13:25 uur
Van de albums uit de vroege (pre-Dark side-) Pink Floyd was Atom heart mother altijd de enige waar ik echt niet voor warm kon lopen, terwijl dit wel hun eerste Engelse #1-notering was. Bij mijn re-evaluatie van die periode vraag ik me eigenlijk af waarom, want nú kan ik me helemaal in deze plaat verliezen. Als ik het me goed herinner vond ik indertijd dat al die melodieën en instrumenten van het titelnummer eigenlijk nergens heen gingen; misschien doen ze dat nog steeds niet, maar feit is dat de gitaar-, orgel- en cellopartijen en de bedwelmende woordloze zang zó mooi zijn dat dat ook niet uitmaakt – misschien ziet de beloning wel in de schoonheid van de reis en niet in de aankomst. Ironisch genoeg kom ik pas nú, nu ik geen problemen meer heb met dat lange titelnummer, bij het "inlezen" erachter dat de mannen zelf er niet graag meer aan herinnerd worden, maar ik heb daar verder geen boodschap aan, ook al omdat ik niet hoor dat de ritmesectie te "los" klinkt – voor mij klinkt het allemaal zoals het hoort.
De korte(re) nummers op de tweede kant vormen een mooi contrast (dat natuurlijk alleen maar werkt omdat die nummers stuk voor stuk genoeg persoonlijkheid hebben om tegen die dominante eerste plaatkant "op te kunnen"), en opnieuw verbaas ik me over de charme van de stem van Rick Wright en de warmte van die van David Gilmour. Dit is de Pink Floyd die door het enorme commerciële succes van de vier albums van tussen 1973 en 1979 enigszins ondergesneeuwd raakte in de publieke perceptie, maar die ik zelf eigenlijk het liefst hoor: folky, warm, psychedelisch, poppy, grillig en intiem, en dan al die elementen in de mix. Bij het laatste nummer herinner ik me dan toch weer de richtingloosheid die ik vroeger bij het titelnummer ervoer, want het idee van Alan's psychedelic breakfast vind ik geweldig maar de uitvoering duurt veel en veel te lang; in zes of zeven minuten was dat eitje ook wel gekookt en zou het nummer naar mijn smaak alles wel hebben gezegd.
Dat laatste minpuntje neemt echter niet weg dat mijn hernieuwde kennismaking met dit album me bijzonder verrast heeft, in de positieve zin des woords – ik had niet gedacht dat ik hier ooit bijna de maximale score aan zou toekennen. Ik zie deze periode van Pink Floyd dan ook niet als een leerfase of als "het verkennen van de mogelijkheden", want dat heeft toch altijd iets paternaliserends en hooghartigs, "wacht maar, jongens, de ècht goede platen moeten nog komen", terwijl ik zelf bijvoorbeeld A saucerful of secrets honderd keer liever hoor dan Wish you were here en Meddle duizend keer liever dan The wall. (Tenzij die recentere platen straks natuurlijk óók weer beter gaan bevallen dan ik dacht...)
De korte(re) nummers op de tweede kant vormen een mooi contrast (dat natuurlijk alleen maar werkt omdat die nummers stuk voor stuk genoeg persoonlijkheid hebben om tegen die dominante eerste plaatkant "op te kunnen"), en opnieuw verbaas ik me over de charme van de stem van Rick Wright en de warmte van die van David Gilmour. Dit is de Pink Floyd die door het enorme commerciële succes van de vier albums van tussen 1973 en 1979 enigszins ondergesneeuwd raakte in de publieke perceptie, maar die ik zelf eigenlijk het liefst hoor: folky, warm, psychedelisch, poppy, grillig en intiem, en dan al die elementen in de mix. Bij het laatste nummer herinner ik me dan toch weer de richtingloosheid die ik vroeger bij het titelnummer ervoer, want het idee van Alan's psychedelic breakfast vind ik geweldig maar de uitvoering duurt veel en veel te lang; in zes of zeven minuten was dat eitje ook wel gekookt en zou het nummer naar mijn smaak alles wel hebben gezegd.
Dat laatste minpuntje neemt echter niet weg dat mijn hernieuwde kennismaking met dit album me bijzonder verrast heeft, in de positieve zin des woords – ik had niet gedacht dat ik hier ooit bijna de maximale score aan zou toekennen. Ik zie deze periode van Pink Floyd dan ook niet als een leerfase of als "het verkennen van de mogelijkheden", want dat heeft toch altijd iets paternaliserends en hooghartigs, "wacht maar, jongens, de ècht goede platen moeten nog komen", terwijl ik zelf bijvoorbeeld A saucerful of secrets honderd keer liever hoor dan Wish you were here en Meddle duizend keer liever dan The wall. (Tenzij die recentere platen straks natuurlijk óók weer beter gaan bevallen dan ik dacht...)
Pink Floyd - Meddle (1971)

5,0
14
geplaatst: 16 maart 2019, 11:36 uur
Dat trage begin en dan die eerste basnoten van One of these days moet ik toch al tientallen malen hebben gehoord, maar ik krijg er nog steeds de koude rillingen van. Dichterbij suggestieve horror is muziek in mijn beleving toch maar zelden geweest, en dan volgt direct daarop de knappe afwisseling van A pillow of winds met prachtige akoestische gitaren, pastorale lyriek en een bijna pijnlijke slidegitaar-solo op het einde. Fearless hangt eigenlijk een beetje tussen die twee eerste nummers in, met rijke en warme gitaren in midtempo, maar ook met een klimmend gitaarloopje dat een spanning opbouwt die pas wordt losgelaten wanneer bij "And I'll climb..." het tempo even wordt teruggeschroefd. Moeilijk om te beschrijven wat er allemaal door me heen gaat bij deze nummers die schijnbaar zo simpel zijn en zo onopgesmukt klinken, want volgens mij gebeurt er onderhuids en op de achtergrond een heleboel qua kleine effectjes en nabewerking van de ambiance-geluiden (om nog maar te zwijgen van de af en toe héél subtiele pianonootjes en het bizarre Interpolating "You'll never walk alone").
Na deze drie lang uitgesponnen meesterwerkjes wordt er dan even gas teruggenomen met twee luchtiger (en heel grappige) nummers om de luisteraar voor te bereiden op Echoes. Dat nummer te beschrijven lukt me niet, net zoals het me niet zou lukken om de verschillende sferen te beschrijven waarin het titelstuk van Close to the edge van Yes of sommige plaatkantlange nummers van Tangerine Dream me meenemen. Wat me wel elke keer weer opvalt is dat de reputatie van deze band voor een belangrijk deel rust op de manier waarop ze lange instrumentale sfeerstukken kunnen opbouwen (inclusief een een belangrijke rol voor het karakteristieke gitaarspel), en dat geldt hier natuurlijk helemaal met (onder andere) die gitaarriff, die Hammond-golven, die in mijn oren bijna wanhopige gitaarsolo's vanaf 7:24 en natuurlijk die krassende raven (volgens Wikipedia) en die "walvispiepjes" zoals ze vroeger bij mij op school werden genoemd. Maar daarbij lijkt soms vergeten te worden hoe belangrijk de zang in de drie coupletten en refreinen hier is. Ik dacht altijd dat Gilmour hier samen met Waters zong, maar volgens (alweer) Wikipedia zingt Gilmour de lage partij en Wright de hoge; hoe dan ook, die samenzang resulteert in een volstrekt uniek en warm timbre dat ik even karakteristiek (en even mooi) vind als de grote close-harmony-pop- en rockbands uit de Amerikaanse jaren 60 en 70. [De volgende –verzonnen– scène kan ik me zo levendig voorstellen: Gilmour komt bij de band. "Hee man, kun je misschien ook zingen?" "Nee jongens, dat stelt niets voor." "Nou, laat toch maar eens wat horen." "Nee, echt niet, dat wordt niets." "Kom op nou, probeer het eens!" Gilmour zingt een stukje. Monden vallen open van verbazing. Er liggen prachtige harmonieën in het verschiet.]
Rick Wright heeft hier geen solonummers meer, helaas, want van zijn composities op A saucerful of secrets, Atom heart mother en Relics ben ik zeer gecharmeerd, maar de manier waarop zijn toetsen (mellotron? orgel?) op Echoes vanaf 14:50 de spanning opbouwen alvorens de bastonen en daarna de knetterende gitaar weer een terugkeer naar de oppervlakte bewerkstelligen is fenomenaal, en sowieso blijven zijn keyboards enorm belangrijk binnen de totaalsound van deze plaatkant.
Nadat ik indertijd met The dark side of the moon kennis had gemaakt heb ik dít album blind gekocht, nog in een hardkartonnen hoes met de naam van de band linksboven en de titel van de plaat rechtsboven in dunne witte letters op de voorkant van de hoes afgedrukt; ik wist er in het begin niet echt goed raad mee, maar de plaat is blijven groeien en fascineert nu nog steeds. Echoes is en blijft in mijn oren het beste dat Pink Floyd ooit gemaakt heeft, net zoals Meddle als geheel mijn favoriete PF-plaat is. (Nu gekocht en beluisterd in de 2016-remaster.)
Na deze drie lang uitgesponnen meesterwerkjes wordt er dan even gas teruggenomen met twee luchtiger (en heel grappige) nummers om de luisteraar voor te bereiden op Echoes. Dat nummer te beschrijven lukt me niet, net zoals het me niet zou lukken om de verschillende sferen te beschrijven waarin het titelstuk van Close to the edge van Yes of sommige plaatkantlange nummers van Tangerine Dream me meenemen. Wat me wel elke keer weer opvalt is dat de reputatie van deze band voor een belangrijk deel rust op de manier waarop ze lange instrumentale sfeerstukken kunnen opbouwen (inclusief een een belangrijke rol voor het karakteristieke gitaarspel), en dat geldt hier natuurlijk helemaal met (onder andere) die gitaarriff, die Hammond-golven, die in mijn oren bijna wanhopige gitaarsolo's vanaf 7:24 en natuurlijk die krassende raven (volgens Wikipedia) en die "walvispiepjes" zoals ze vroeger bij mij op school werden genoemd. Maar daarbij lijkt soms vergeten te worden hoe belangrijk de zang in de drie coupletten en refreinen hier is. Ik dacht altijd dat Gilmour hier samen met Waters zong, maar volgens (alweer) Wikipedia zingt Gilmour de lage partij en Wright de hoge; hoe dan ook, die samenzang resulteert in een volstrekt uniek en warm timbre dat ik even karakteristiek (en even mooi) vind als de grote close-harmony-pop- en rockbands uit de Amerikaanse jaren 60 en 70. [De volgende –verzonnen– scène kan ik me zo levendig voorstellen: Gilmour komt bij de band. "Hee man, kun je misschien ook zingen?" "Nee jongens, dat stelt niets voor." "Nou, laat toch maar eens wat horen." "Nee, echt niet, dat wordt niets." "Kom op nou, probeer het eens!" Gilmour zingt een stukje. Monden vallen open van verbazing. Er liggen prachtige harmonieën in het verschiet.]
Rick Wright heeft hier geen solonummers meer, helaas, want van zijn composities op A saucerful of secrets, Atom heart mother en Relics ben ik zeer gecharmeerd, maar de manier waarop zijn toetsen (mellotron? orgel?) op Echoes vanaf 14:50 de spanning opbouwen alvorens de bastonen en daarna de knetterende gitaar weer een terugkeer naar de oppervlakte bewerkstelligen is fenomenaal, en sowieso blijven zijn keyboards enorm belangrijk binnen de totaalsound van deze plaatkant.
Nadat ik indertijd met The dark side of the moon kennis had gemaakt heb ik dít album blind gekocht, nog in een hardkartonnen hoes met de naam van de band linksboven en de titel van de plaat rechtsboven in dunne witte letters op de voorkant van de hoes afgedrukt; ik wist er in het begin niet echt goed raad mee, maar de plaat is blijven groeien en fascineert nu nog steeds. Echoes is en blijft in mijn oren het beste dat Pink Floyd ooit gemaakt heeft, net zoals Meddle als geheel mijn favoriete PF-plaat is. (Nu gekocht en beluisterd in de 2016-remaster.)
