Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Haken - The Mountain (2013)

2,0
0
geplaatst: 14 december 2016, 10:53 uur
Het zit allemaal best goed in elkaar, maar ik vind het al met al gewoon niet zo heel bijzonder, met z'n mix van Dream Theater, Gentle Giant en af en toe zelfs King Crimson, en een zanger die soms op John Watts lijkt als hij de hoogte in gaat en die mij met dat persen tamelijk op de zenuwen werkt. Klinkt als een klok, maar muzikaal doet het me gewoon niet veel.
Haken - Visions (2011)

3,0
0
geplaatst: 14 juli 2016, 13:06 uur
Op zich zeker niet slecht, maar voor mij hangt over alles veel te veel de schaduw van Dream Theater, met uitzondering natuurlijk van de zanger – maar hoewel ik het geen straf vind om naar iemand anders dan James LaBrie te moeten luisteren, vind ik de stem van Ross Jennings gewoon niet genoeg persoonlijkheid hebben om deze nummers te kunnen dragen. Goede composities, uitstekend spel, leuke afwijkende passages in het slotnummer ("I bet you don't remember me!").
Half Moon Run - Dark Eyes (2012)

2,5
0
geplaatst: 24 september 2015, 16:11 uur
Tja, in de berichten hierboven worden al zóveel namen genoemd dat ik er zelf ook nog wel een paar bij durf te zetten, zoals de stem van Finn Andrews van The Veils in Give it up, Judgement en Fire escape, en in She wants to know hoor ik zelfs de dynamiek van Muse. Ik vind het een beetje een veeg teken als een band aan zóveel andere groepen doet denken, kennelijk is dan toch de eigen identiteit een beetje in het geding, en dat komt misschien ook wel omdat de nummers allemaal wel mooi zijn maar nergens ècht bijzonder worden. Ik kan dit niet echt slecht vinden, maar kwalitatief valt het mij ook niet echt op.
Nou, nog één naam dan: Nerve lijkt wel een oud nummer van Prefab Sprout, misschien omdat dat typische hoge "Ooh-ooh-ooh" in het refrein me heel erg doet denken aan hoe Paddy McAloon de stem van Wendy Smith gebruikte. Mooi nummer.
Nou, nog één naam dan: Nerve lijkt wel een oud nummer van Prefab Sprout, misschien omdat dat typische hoge "Ooh-ooh-ooh" in het refrein me heel erg doet denken aan hoe Paddy McAloon de stem van Wendy Smith gebruikte. Mooi nummer.
Hank Williams - 40 Greatest Hits (1978)

5,0
3
geplaatst: 10 september 2021, 22:05 uur
Begrijpelijk dat dit onder de country geschaard wordt: een steelgitaar, een viool, een cowboyhoed en een eeuwig liefdesverdriet – Hank Williams wordt zelfs gezien als de aartsvader van de klassieke Amerikaanse countrymuziek, en ik zal de laatste zijn om daar stelling tegen te nemen. Tegelijkertijd echter zou je deze man een vroege singer-songwriter kunnen noemen, met zijn (grotendeels) zelfgepende nummers vol inkijkjes in een getroubleerd zielsleven, waarbij het natuurlijk wel zo is dat er bij hem geen sprake is van uiterst specifieke privédetails, sociale problematiek of rebellie tegen autoriteit zoals bij de grote singer-songwriters van de jaren 60 en 70 (Bob Dylan, Joni Mitchell, Leonard Cohen, James Taylor enz.).
Maar zelfs wanneer je Hank Williams alleen maar in de jaren 50 wilt plaatsen, waarin schuilen dan zijn grote kwaliteiten? Degelijke melodieën, herkenbare arrangementen, teksten die vaak een echt verhaal vertellen en een specifieke situatie schetsen, mooie details, af en toe humor (hoewel zelden van de komsiche soort), een sterk gevoel van ritme (hoe zijn woorden op de muziekregels passen), een vrij uitgebreid vocabulaire, niet altijd de gelikte rijmwoorden, en een stem waar niemand jaloers op hoeft te worden maar die tegelijkertijd de (meestal trieste) gevoelens van de tekst perfect over het voetlicht kan brengen zonder vanwege overdreven zoetgevooisdheid sentimenteel te worden.
Het enige waar ik af en toe problemen mee heb is dat veel nummers qua opbouw nog al op elkaar willen lijken: net als bij Sam Cooke denk ik bij sommige nummers wel eens dat ik niet in staat zou zijn om de juiste titel te noemen wanneer ik een instrumentale versie zou horen. En als ik bij deze 40 nummers al vind dat I'm sorry for you my friend wel veel op Cold cold heart lijkt (en Your cheatin' heart op You win again) zou dat bij Williams' complete oeuvre (ongeveer 125 composities volgens het boekje bij deze dubbel-CD) misschien nog wel veel meer gaan opvallen.
Maar goed, alleen een kniesoor zoekt spijkers op laag water, en wanneer ik een half uurtje in Williams' unieke wereld vol hartzeer ben ondergedompeld wens ik niets anders dan daar nog veel langer te vertoeven, zij het liever niet met alle ellende die híj heeft meegemaakt. I can't help it (if I'm still in love with you), die titel somt het wel zo'n beetje op (en daarvan ken ik trouwens ook een fraaie versie door Linda Ronstadt met Emmylou Harris, zéér zoetgevooisd, tòch prachtig).
Maar zelfs wanneer je Hank Williams alleen maar in de jaren 50 wilt plaatsen, waarin schuilen dan zijn grote kwaliteiten? Degelijke melodieën, herkenbare arrangementen, teksten die vaak een echt verhaal vertellen en een specifieke situatie schetsen, mooie details, af en toe humor (hoewel zelden van de komsiche soort), een sterk gevoel van ritme (hoe zijn woorden op de muziekregels passen), een vrij uitgebreid vocabulaire, niet altijd de gelikte rijmwoorden, en een stem waar niemand jaloers op hoeft te worden maar die tegelijkertijd de (meestal trieste) gevoelens van de tekst perfect over het voetlicht kan brengen zonder vanwege overdreven zoetgevooisdheid sentimenteel te worden.
Het enige waar ik af en toe problemen mee heb is dat veel nummers qua opbouw nog al op elkaar willen lijken: net als bij Sam Cooke denk ik bij sommige nummers wel eens dat ik niet in staat zou zijn om de juiste titel te noemen wanneer ik een instrumentale versie zou horen. En als ik bij deze 40 nummers al vind dat I'm sorry for you my friend wel veel op Cold cold heart lijkt (en Your cheatin' heart op You win again) zou dat bij Williams' complete oeuvre (ongeveer 125 composities volgens het boekje bij deze dubbel-CD) misschien nog wel veel meer gaan opvallen.
Maar goed, alleen een kniesoor zoekt spijkers op laag water, en wanneer ik een half uurtje in Williams' unieke wereld vol hartzeer ben ondergedompeld wens ik niets anders dan daar nog veel langer te vertoeven, zij het liever niet met alle ellende die híj heeft meegemaakt. I can't help it (if I'm still in love with you), die titel somt het wel zo'n beetje op (en daarvan ken ik trouwens ook een fraaie versie door Linda Ronstadt met Emmylou Harris, zéér zoetgevooisd, tòch prachtig).
Happy the Man - Crafty Hands (1978)

3,0
0
geplaatst: 9 december 2017, 20:56 uur
Net als de vorige gebruiker (alweer 3½ jaar geleden, en diens bericht kwam dan weer ruim vijf jaar na zijn eigen voorganger...) is dit album voor mijn gevoel een fractie minder dan het debuut. Inventief en mooi vol klinkend, en op de eerste vier nummers is ook weinig aan te merken, met de overgang van het rustige begin naar het spannende en zelfs enigszins onheilspellende slot van Ibby it is als hoogtepunt, maar tijdens de tweede helft raakt de rek er een beetje uit qua pakkende melodieën en begint mijn aandacht af te dwalen. De zang op Wind up doll day wind vind ik echt vervelend, I forgot to push it klinkt mij te veel naar de hektiek van Gentle Giant, en het slotnummer is wat te melig en vrijblijvend, als een soort Camel zonder de bite. Daardoor al met al nog wel ruim voldoende maar geen echte topper naar mijn smaak.
Happy the Man - Happy the Man (1977)

4,0
1
geplaatst: 19 augustus 2017, 17:12 uur
Het eerste nummer begint nog zó sprookjesachtig dat je zou kunnen denken in een soort New Age-Faerieland verzeild te zijn geraakt, maar wanneer in het tweede nummer een brutale blazer zijn opwachting maakt zit je plotseling in Gentle Giant-territorium, en verderop zijn er voorzichtige echo's van Camel en Genesis, met een mooi warm geluid van de keyboards waardoor de sound nauwelijks achterhaald klinkt. Kortom, typisch Engelse progrock van hoog niveau – afgezien van het feit dat deze band opgericht werd in Harrisonburg, Virginia. De tweede helft van het album leunt wat meer tegen de jazzrock aan, met in Carousel, Knee bitten nymphs in Limbo en Hidden moods helaas af en toe een synthesizergeluid dat ik met Chick Corea associeer en dat enigszins gedateerd aandoet, en de stem die op twee nummers opduikt past misschien niet helemaal bij de muziek (ongewild zie ik er de grijns van Zappa bij, tevens ongewenst), maar de instrumentale passages zijn bijna zonder uitzondering om je vingers bij af te likken, en aangezien we dan praten over ongeveer 90% van de plaat kom ik toch uit op een behoorlijk hoge score voor een bijzonder aangename ontdekking, met dank aan Aproxis.
Harry Gregson-Williams - Kingdom of Heaven (2005)

4,0
0
geplaatst: 24 maart 2021, 13:24 uur
Eigenlijk heb ik bijna een hekel aan de doedoek, niet vanwege het geluid zelf maar omdat dat instrument sinds enige tijd bijna standaard wordt gebruikt om even snel een Oosters sfeertje neer te zetten (net zoals je in oude Hollywoodfilms altijd een accordeon hoort tijdens een shot van de Eiffeltoren om duidelijk te maken dat we in Frankrijk zijn, of van die pennywhistles zodra je in Ierland aankomt). Gelukkig maakt Gregson-Williams daar maar spaarzaam gebruik van, en dan zou het ook nog een elektrische cello of elektrische viool kunnen zijn zoals de reviewer op filmtracks.com meent. Hoe dan ook, dit is een mooie en sfeervolle score die meer aan Howard Shore dan aan Hans Zimmer doet denken, met thema's die onderkoeld en smaakvol worden neergezet in plaats van pompeus en overdonderend (hoewel ik daar op z'n tijd ook geen moeite mee heb), en de ontroering van de schoonheid wint het steeds van het geweld van de veldslagen. De film zelf heeft voor mij een visuele en emotionele impact waar qua filmepos alleen Lawrence of Arabia bij in de buurt komt, maar die waardering laat ik niet meespelen bij mijn eindoordeel hier. Is ook niet nodig, want ook als op zichzelf staande score is dit een prachtig werkstuk – wat jammer toch dat er hier na de eerste stroom berichten ten tijde van de release nauwelijks meer aandacht voor dit album is (dit is pas het achtste bericht ná 2005).
Overigens, stoort niemand die de CD in de kast heeft staan zich aan het feit dat de titel volgens het ruggetje daarvan KINDGDOM OF HEAVEN is, of heb alleen ík weer zo'n misdruk?
Overigens, stoort niemand die de CD in de kast heeft staan zich aan het feit dat de titel volgens het ruggetje daarvan KINDGDOM OF HEAVEN is, of heb alleen ík weer zo'n misdruk?
Headspace - I Am Anonymous (2012)

3,0
0
geplaatst: 2 april 2017, 15:18 uur
Of Damian Wilson een uniek stemgeluid heeft zou ik niet durven zeggen; feit is wel dat zijn zangpartijen op dit album mij al meteen bekend voorkwamen, en toen ik mijn eerste associatie met Ayreon controleerde bleek hij inderdaad op Into the electric castle mee te zingen, dus zó herkenbaar en dus apart is zijn stemgeluid toch wel. Daarmee heb ik echter wel meteen ook het voornaamste pluspunt van deze plaat aangegeven, want het is misschien een beetje raar om te zeggen van een band plaat uit een genre waarin onvoorspelbaarheid troef is, maar ik vind het eigenlijk allemaal een beetje, tja, gewoontjes bijna. De arrangementen, het geluid, de solo's en de ambitie, het is allemaal prima in orde, maar het spettert allemaal niet zo, de composities bieden te weinig verrassingen en de explosies van energie vinden keurig volgens verwachting plaats. Er zit gewoon te weinig schurends in deze plaat, als progmetalliefhebber glijdt hij het ene oor in en het andere oor weer uit zonder dat hij me ergens een schop van opwinding of vreugde of extase of meeslependheid onder mijn achterste geeft. Allemaal niets op aan te merken, maar de bloeddruk stijgt niet.
Hendrix - Band of Gypsys (1970)

4,5
1
geplaatst: 29 maart 2022, 12:26 uur
Hendrix zonder vangnet, met niets anders dan een kale ritmesectie om hem gezelschap te houden. Maar Buddy Miles' drums en subtiele bekkenwerk houden de muziek steeds swingend, Billy Cox' gortdroge baslijnen vormen een perfect fundament, Hendrix zelf is in topvorm, en zijn afwisselend donkere en snijdende gitaargeluid behoort tot de beste "geluidsbeelden" die ik ooit heb gehoord. Ik heb vaak problemen met gitaristen die proberen te soleren tegen een achtergrond van één akkoord of zelfs maar één riff, want ik heb het idee dat een gevarieerd of in ieder geval uit meerdere akkoorden bestaand akkoordenpatroon juist de ideale voedingsbodem vormt voor een solo vanwege de pakkende contrasten die de solo kan creëren met de akkoordenreeks, maar Hendrix is in staat om zelfs tegen een minimale achtergrond te soleren zonder saai of oninteressant te worden – ik ken eigenlijk niemand die hem dat nadoet.
Kant 1 gaat voorbij als in een droom, kant 2 is wat taaier omdat de nummers mijn aandacht niet steeds vast weten te houden; het is mij niet helemaal duidelijk waarom dat zo is – misschien ligt het aan de minder sterke melodieën, misschien aan het beperktere canvas of aan het feit dat de jam-insteek van kant 1 Hendrix meer inspireerde dan de wat gestructureerde kant 2, maar hoe dan ook gaat kant 2 aanzienlijk minder vaak op de draaitafel dan kant 1 (hoewel de gitaar die op Power to love na circa 19 invalt mij nog altijd de adem afsnijdt). Vandaar niet het maximum aantal sterren, maar dat is dan ook de énige reden, want kant 1 is echt fenomenaal.
Kant 1 gaat voorbij als in een droom, kant 2 is wat taaier omdat de nummers mijn aandacht niet steeds vast weten te houden; het is mij niet helemaal duidelijk waarom dat zo is – misschien ligt het aan de minder sterke melodieën, misschien aan het beperktere canvas of aan het feit dat de jam-insteek van kant 1 Hendrix meer inspireerde dan de wat gestructureerde kant 2, maar hoe dan ook gaat kant 2 aanzienlijk minder vaak op de draaitafel dan kant 1 (hoewel de gitaar die op Power to love na circa 19 invalt mij nog altijd de adem afsnijdt). Vandaar niet het maximum aantal sterren, maar dat is dan ook de énige reden, want kant 1 is echt fenomenaal.
Herman Brood & His Wild Romance - Shpritsz (1978)

4,0
2
geplaatst: 27 december 2024, 21:38 uur
Grappig, ik herinner me dat in de tweede helft van 1978 vooral deze plaat en het debuut van Gruppo Sportivo heel populair waren, en om de één of andere reden vond ik 10 mistakes ontzettend leuk en Shpritsz niet – misschien wel omdat ik me ergerde aan Broods aangemeten en daardoor onecht aandoende rock & roll-imago. Al die jaren later kan ik aan dat laatste gemakkelijker voorbijgaan, en nu hoor ik pas hoe goed dit album is. Vijftien compacte rockbommetjes, zó strak gebracht dat de sequentie meteen naar de volgende track kan overschakelen als er niets meer uit het nummer te halen is, en zelfs nummers waarin niet echt een melodie te bekennen is of die niet ergens heen lijken te gaan blijven toch overeind vanwege de band, de losse zang en de attitude. Vooral die band is heel belangrijk, met Danny Lademacher voorop – wát een geweldige gitarist is hij hier, en wat kan hij overweg met veel verschillende stijlen en sounds, van kamerbreed via ruig en glam naar jazzy, en alles steeds perfect getimed. Alles klinkt los en toch heel gefocust, en die achtergrondzang maakt het áf. (En waar doen die twee zangeressen me aan denken? Iets met groep en sportief.) Zo kan een mens ook 45 jaar later nog van mening veranderen.
Herman's Hermits - Retrospective (2004)

5,0
1
geplaatst: 21 juni 2018, 21:46 uur
Deze uitstekende verzamel-CD van Herman's Hermits helpt bij mij minstens twee verkeerde opvattingen de wereld uit : ten eerste dat dit een lichtgewicht en onbetekenend bandje zou zijn, en ten tweede dat een serieuze Amerikaanse carrière in de weg zou zijn gestaan door de strictly British appeal die je bij hen zou kunnen veronderstellen.
Om met dat laatste te beginnen, na hun laatste Amerikaanse hitje in mei 1968 ging hun succes in Engeland nog wel even door (tussen 1968 en 1971 nog acht hits, waarvan vier in de top-10), maar in de jaren daarvóór (1964-1968) scoorden ze tegenover 14 Engelse hits (waaronder één nummer-1 plus nog 5 in de top-10) maar liefst 19 Amerikaanse hits (waaronder twee nummers-1 plus nog 9 in de top-10), hetgeen ze toch wel degelijk in de commerciële voorhoede van de British Invasion plaatste. En wat dat lichtgewicht betreft, het is opvallend hoe weinig van deze 26 nummers in de wegwerpcategorie vallen. Een cover van Sam Cooke's Wonderful world voegt heel weinig aan het prachtige origineel toe, de versie van End of the world op deze CD steekt wel héél bleekjes af bij het ontroerende origineel van Skeeter Davis, en Dandy blijft nou eenmaal van de Kinks, maar verder staat er hier eigenlijk geen enkel nummer op dat ik als "skipmoment" zou willen betitelen, en hoewel het verscheen op het einde van hun succesperiode is hun laatste grote hit My sentimental friend (UK #2) zelfs een echt ontroerende tranentrekker.
Natuurlijk zijn de vlotte en heldere arrangementen (met dank aan de sessiemuzikanten waaronder Jimmy Page en John Paul Jones) en het vriendelijke stemgeluid van Peter Noone voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het hoge doorsneeniveau van al deze nummers, maar de grootste dank moet toch uitgaan naar de geweldige songschrijvers uit wiens werk de Hermits (en producer Mickie Most) konden putten, zoals Gerry Goffin & Carole King, Bob Crewe, P.F. Sloan & Steve Barri, Les Reed & Geoff Stephens, Ray Davies en Donovan. En dan moet ik daarbij vooral Graham Gouldman noemen, later zanger en bassist van 10cc en sowieso al een halve held vanwege Heart full of soul (de Yardbirds), Bus stop (de Hollies) en I'm gonna take you there (Dave Berry), maar het kwartet nummers dat de Hermits van hem opnamen behoort absoluut tot het beste wat de popmuziek in de jaren 60 te bieden had : het melancholische Listen people, het vrolijke It's nice to be out in the morning, het onsterfelijke No milk today en het naar anonimiteit en intimiteit verlangende East West (op de vinylcompilatie die ik vroeger van de Hermits had was dit het laatste nummer van kant 2, een zeldzaam gezegende keuze).
Om op déze verzameling terug te komen, we vinden hier 23 van alle 25 hits die de Hermits in de Engelse en Amerikaanse (en Nederlandse) hitparades van tussen 1964 en 1969 hadden, allemaal met prima geluid. Het boekje bevat een vrij uitgebreide essay (12 pagina's) met wat fotootjes, en de acceptabele annotatie bestaat voor elk nummer uit de namen van de componisten, de producer (Mickie Most) en de opnametechnici, alsmede de datum en de lokatie van de opname, maar niet de naam van de studiomuzikanten (waarover vermoedelijk geen gegevens zullen zijn bijgehouden). Al met al een geweldig hitoverzicht dat ik als ultieme sixties-compilatie niet anders dan ***** kan geven. Het enige waar ik mee blijf zitten is één van de grote raadsels van de popmuziek : hoe heeft No milk today –een single waarvan de omschrijving KLASSIEKE WERELDHIT toch zo ongeveer in de groeven moet zijn meegeperst– niet in zowel Engeland (slechts #7) als Amerika (#35!) wekenlang op nummer 1 kunnen staan? (Gelukkig maakte Nederland dat verzuim nog een beetje goed : aan het einde van 1966 vijf weken op nummer 1.)
Om met dat laatste te beginnen, na hun laatste Amerikaanse hitje in mei 1968 ging hun succes in Engeland nog wel even door (tussen 1968 en 1971 nog acht hits, waarvan vier in de top-10), maar in de jaren daarvóór (1964-1968) scoorden ze tegenover 14 Engelse hits (waaronder één nummer-1 plus nog 5 in de top-10) maar liefst 19 Amerikaanse hits (waaronder twee nummers-1 plus nog 9 in de top-10), hetgeen ze toch wel degelijk in de commerciële voorhoede van de British Invasion plaatste. En wat dat lichtgewicht betreft, het is opvallend hoe weinig van deze 26 nummers in de wegwerpcategorie vallen. Een cover van Sam Cooke's Wonderful world voegt heel weinig aan het prachtige origineel toe, de versie van End of the world op deze CD steekt wel héél bleekjes af bij het ontroerende origineel van Skeeter Davis, en Dandy blijft nou eenmaal van de Kinks, maar verder staat er hier eigenlijk geen enkel nummer op dat ik als "skipmoment" zou willen betitelen, en hoewel het verscheen op het einde van hun succesperiode is hun laatste grote hit My sentimental friend (UK #2) zelfs een echt ontroerende tranentrekker.
Natuurlijk zijn de vlotte en heldere arrangementen (met dank aan de sessiemuzikanten waaronder Jimmy Page en John Paul Jones) en het vriendelijke stemgeluid van Peter Noone voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het hoge doorsneeniveau van al deze nummers, maar de grootste dank moet toch uitgaan naar de geweldige songschrijvers uit wiens werk de Hermits (en producer Mickie Most) konden putten, zoals Gerry Goffin & Carole King, Bob Crewe, P.F. Sloan & Steve Barri, Les Reed & Geoff Stephens, Ray Davies en Donovan. En dan moet ik daarbij vooral Graham Gouldman noemen, later zanger en bassist van 10cc en sowieso al een halve held vanwege Heart full of soul (de Yardbirds), Bus stop (de Hollies) en I'm gonna take you there (Dave Berry), maar het kwartet nummers dat de Hermits van hem opnamen behoort absoluut tot het beste wat de popmuziek in de jaren 60 te bieden had : het melancholische Listen people, het vrolijke It's nice to be out in the morning, het onsterfelijke No milk today en het naar anonimiteit en intimiteit verlangende East West (op de vinylcompilatie die ik vroeger van de Hermits had was dit het laatste nummer van kant 2, een zeldzaam gezegende keuze).
Om op déze verzameling terug te komen, we vinden hier 23 van alle 25 hits die de Hermits in de Engelse en Amerikaanse (en Nederlandse) hitparades van tussen 1964 en 1969 hadden, allemaal met prima geluid. Het boekje bevat een vrij uitgebreide essay (12 pagina's) met wat fotootjes, en de acceptabele annotatie bestaat voor elk nummer uit de namen van de componisten, de producer (Mickie Most) en de opnametechnici, alsmede de datum en de lokatie van de opname, maar niet de naam van de studiomuzikanten (waarover vermoedelijk geen gegevens zullen zijn bijgehouden). Al met al een geweldig hitoverzicht dat ik als ultieme sixties-compilatie niet anders dan ***** kan geven. Het enige waar ik mee blijf zitten is één van de grote raadsels van de popmuziek : hoe heeft No milk today –een single waarvan de omschrijving KLASSIEKE WERELDHIT toch zo ongeveer in de groeven moet zijn meegeperst– niet in zowel Engeland (slechts #7) als Amerika (#35!) wekenlang op nummer 1 kunnen staan? (Gelukkig maakte Nederland dat verzuim nog een beetje goed : aan het einde van 1966 vijf weken op nummer 1.)
Hidria Spacefolk - Astronautica (2012)

4,0
1
geplaatst: 14 december 2019, 10:30 uur
Wat een leuke verrassing is dit! Ik kom hier omdat ik dit als tip heb gekregen op een site van of over ik weet niet meer precies wèlke band, maar vermoedelijk iets dat meer progrock of progmetal was, en dan vind ik spacerock hierbij wel een mooie omschrijving, want de complexe maatsoorten en bizarre wendingen die zo kenmerkend zijn voor prog, zijn hier veel minder belangrijk dan de gitaardrone, de overstuurde synths en de weirde samples van bijvoorbeeld politiesirenes die samen een heel eigen psychedelisch universum bouwen. Het leunt af en toe inderdaad wel tegen cheesy aan, zoals trebremmit op 9-11-2012 zegt (die tubular-bells op 4:45 van Endymion !), maar dat is ook wel een beetje de lol ervan, en bovendien zijn er altijd weer die doordenderende gitaarriffs die alle meligheid terstond de kop indrukken. Enorm hoge draaibaarheidsfactor ook.
Howard Jones - Dream into Action (1985)

4,0
2
geplaatst: 24 oktober 2023, 10:51 uur
De beruchte tweede plaat, altijd lastig, zeker wanneer de eerste zo'n kassucces was, maar Jones slaagt voor dit examen toch met vlag en wimpel. Een sympathieke opvolger, met meer echte instrumenten (blazers, koortjes, cello en basgitaar) en voor mijn gevoel zowel muzikaal als tekstueel iets lichter van toon, hoewel Assault and battery grimmig genoeg is en Elegy behoorlijk zwaar op de hand ("Is it wrong to long for death?"). Toch overheerst het gevoel van lichtheid, maar dat kan ook komen omdat Jones ook hier weer grossiert in sterke melodieën en pakkende refreinen, en bij popmuziek is dat toch altijd de basis. In de melodie van No one is to blame en de begeleiding van Assault and battery hoor ik zelfs echo's van Elton John, en dat is toch goed gezelschap. Extra pluspunt zijn de teksten (die weer de gebruikelijke boy-girl-capriolen overstijgen) en de twee leuke bonusnummers. De verrassing van Human's lib heeft dit album natuurlijk niet meer, maar een waardige opvolger is het zéker.
Howard Jones - Human's Lib (1984)

5,0
1
geplaatst: 21 oktober 2023, 14:58 uur
Tja, als ik merk dat ik me de afgelopen jaren steeds meer ben gaan storen aan de synthetische sound van veel van de popmuziek uit de jaren 80 moet ik natuurlijk eigenlijk geen Howard Jones uit de kast gaan trekken, want buiten twee saxen op Pearl in the shell en de zang komen praktisch alle geluidjes op dit album uit een doosje. Maar wonder boven wonder is dit een plaat die ik bijna onbeperkt kan draaien: de verschillende geluiden die Jones aan zijn batterij keyboards ontlokt zijn gevarieerd en kleurrijk (inclusief een Hammond-orgel of wat daar op lijkt op New song), de drumpatronen klinken goed en niet al te nep, en (het belangrijkste) de composities zijn enorm afwisselend en steeds voorzien van een sterke melodie en een meezingbaar refrein (alleen Pearl in the shell heeft een flauwe zanglijn, dat vind ik dan ook het enige matige nummer van de plaat).
Speciale aandacht ook voor de teksten: af en toe lezen ze misschien als een soort zelfhulphandboek, maar het zijn in ieder geval geen boy-meets/loses/wins-girl-rijmpjes, en regelmatig kom je toch regels tegen die je in een doorsnee-top-40-liedje niet gauw zult horen, zoals het zetten van vraagtekens bij je eigen identiteit en of je die wel hebt in Conditioning, het niet verabsoluteren van de romantische liefde in What is love, en de grote kosmische kwestie in Hide and seek, en dan heb ik het nog niet eens gehad over het eerste couplet van het titelnummer – toen ik dat voor het eerst draaide dacht ik: zingt hij daar nou ècht wat ik denk dat hij zingt? (Wellicht had de iets volwassener insteek van de teksten ook wel te maken met het feit dat Jones [geboren in 1955] ook al wat ouder was dan de meeste van zijn collega's in de hitparade, en dat gold vermoedelijk ook voor zijn toenmalige schrijfpartner William Bryant.)
Kortom, een plaat die op papier vanwege het instrumentarium de tand des tijds ernstig zou moeten vrezen, maar die in mijn oren eigenlijk nog net zo leuk is als in 1984 en op de één of andere manier zelfs frisser dan toen klinkt, misschien wel omdat ik hem anno nu tegelijkertijd als een hoogtepunt en een buitenbeentje uit dat tijdperk beschouw. Jammer dat de maxi-versie van What is love er op staat (hoewel er het schijfje zelf 3:45 vermeldt – en ach, het is ook niet zo rampzalig als op No parlez), maar ik ben heel blij dat hier voor de albumversie van Hide and seek (5:38) is gekozen en niet voor de 7"-versie (4:49 = minus het laatste refrein) of de 12"-versie (8:30). En ook een leuk bonusnummer, het doet me meteen aan (de band) Japan en Sakamoto denken (nu de fretloze bas van Mick Karn nog).
Speciale aandacht ook voor de teksten: af en toe lezen ze misschien als een soort zelfhulphandboek, maar het zijn in ieder geval geen boy-meets/loses/wins-girl-rijmpjes, en regelmatig kom je toch regels tegen die je in een doorsnee-top-40-liedje niet gauw zult horen, zoals het zetten van vraagtekens bij je eigen identiteit en of je die wel hebt in Conditioning, het niet verabsoluteren van de romantische liefde in What is love, en de grote kosmische kwestie in Hide and seek, en dan heb ik het nog niet eens gehad over het eerste couplet van het titelnummer – toen ik dat voor het eerst draaide dacht ik: zingt hij daar nou ècht wat ik denk dat hij zingt? (Wellicht had de iets volwassener insteek van de teksten ook wel te maken met het feit dat Jones [geboren in 1955] ook al wat ouder was dan de meeste van zijn collega's in de hitparade, en dat gold vermoedelijk ook voor zijn toenmalige schrijfpartner William Bryant.)
Kortom, een plaat die op papier vanwege het instrumentarium de tand des tijds ernstig zou moeten vrezen, maar die in mijn oren eigenlijk nog net zo leuk is als in 1984 en op de één of andere manier zelfs frisser dan toen klinkt, misschien wel omdat ik hem anno nu tegelijkertijd als een hoogtepunt en een buitenbeentje uit dat tijdperk beschouw. Jammer dat de maxi-versie van What is love er op staat (hoewel er het schijfje zelf 3:45 vermeldt – en ach, het is ook niet zo rampzalig als op No parlez), maar ik ben heel blij dat hier voor de albumversie van Hide and seek (5:38) is gekozen en niet voor de 7"-versie (4:49 = minus het laatste refrein) of de 12"-versie (8:30). En ook een leuk bonusnummer, het doet me meteen aan (de band) Japan en Sakamoto denken (nu de fretloze bas van Mick Karn nog).
Howlin' Wolf - Charly Blues Masterworks Volume 02 (2009)

4,0
0
geplaatst: 6 september 2013, 15:36 uur
Charly is een Engels label dat zich specialiseert in re-releases van oude opnames met historische waarde. Dit album is een uitgave in hun Blues Masterworks-serie en bevat vierentwintig A- en B-kantjes van singles die Howlin' Wolf (Chester Burnett) tussen 1951 en 1958 voor Chess opnam. De geluidskwaliteit is uitstekend, maar de annotatie is minimaal, zonder enige informatie over opnamedata, muzikanten of producer. Het boekje bevat alleen een kort tekstje over Wolfs carrière, en gaat daarbij onder andere in op de rol van producer en songschrijver Willie Dixon. Des te merkwaardiger is het dan dat er bij de 24 titels op deze compilatie geen enkele compositie van Dixon zit, zodat we het moeten doen zonder Wang dang doodle, Back door man, Spoonful, Shake for me, The red rooster en Three hundred pounds of joy. (Een uitzondering is Dixons Evil, dat hier wèl op staat maar volgens het boekje geschreven werd door Wolf zelf.) Licentieproblemen?
Veel maakt het niet uit, want wat er overblijft is net zo indrukwekkend: Smokestack lightning, How many more years (door Led Zeppelin op hun debuutalbum "hergebruikt"), Forty four, I'll be around, Evil (is going on), I asked for water (she gave me gasoline) (de titel alleen al!), Sitting on top of the world (bekend van Cream) – het is allemaal geweldig, harde primaire blues, spannende en soms minimalistische composities begeleid door een gedisciplineerde maar swingende begeleidingsband en boven alles de larger than life-stem van de Wolf. Wie deze CD goedkoop vindt koopt daarmee een prima introductie op het werk van Howlin' Wolf en kan daarna eventueel verder met bijvoorbeeld zijn eerste twee albums Moanin' in the moonlight en The rockin' chair album (samen op één CD verkrijgbaar) of His best (als je dan de vele "dubbeltellingen" voor lief kunt nemen). Een compleet of representatief overzicht van 's mans oeuvre is deze compilatie echter geenszins.
Veel maakt het niet uit, want wat er overblijft is net zo indrukwekkend: Smokestack lightning, How many more years (door Led Zeppelin op hun debuutalbum "hergebruikt"), Forty four, I'll be around, Evil (is going on), I asked for water (she gave me gasoline) (de titel alleen al!), Sitting on top of the world (bekend van Cream) – het is allemaal geweldig, harde primaire blues, spannende en soms minimalistische composities begeleid door een gedisciplineerde maar swingende begeleidingsband en boven alles de larger than life-stem van de Wolf. Wie deze CD goedkoop vindt koopt daarmee een prima introductie op het werk van Howlin' Wolf en kan daarna eventueel verder met bijvoorbeeld zijn eerste twee albums Moanin' in the moonlight en The rockin' chair album (samen op één CD verkrijgbaar) of His best (als je dan de vele "dubbeltellingen" voor lief kunt nemen). Een compleet of representatief overzicht van 's mans oeuvre is deze compilatie echter geenszins.
Howlin' Wolf - His Best (1997)
Alternatieve titel: The Chess 50th Anniversary Collection

5,0
0
geplaatst: 29 augustus 2013, 12:12 uur
Howlin' Wolf was altijd zo'n grote naam waar ik nooit aan toekwam, ondanks de vele nummers die ik in versies van andere bands heb leren kennen (onder andere Wang dang doodle van Livin' Blues, Back door man van de Doors, Sitting on top of the world en Spoonful van Cream, The red rooster en Smokestack lightning van vele verschillende artiesten, en diverse door Led Zeppelin gekannibaliseerde titels). De All Music Guide-recensie noemt dit als perfecte verzamelaar, en nu ik er dan eindelijk aan ben begonnen zou ik willen dat ik dat nooit had gedaan, want dit is een verslaving waar ik wel nooit meer van af zal komen. Langzaam voortkruipende arrangementen, een gruizig geluid, ijzersterke composities (inclusief een aantal klassiekers van de hand van Willie Dixon) en een stem (o, die stem) die zelfs het voorlezen van het telefoonboek nog dreigend laat overkomen. Absoluut onontkoombare muziek.
Howlin' Wolf - Howlin' Wolf (1962)
Alternatieve titel: The Rockin' Chair Album

4,5
0
geplaatst: 15 september 2013, 12:09 uur
Net als Wolfs "debuutalbum" een verzameling van eerdere singles, in dit gevat alle A- en B-kantjes van de zes singles die hij tussen juni 1957 en december 1961 opnam. Een tweede compilatie dus, maar kwalitatief absoluut geen tweede keus, zoals al duidelijk zal zijn aan de hand van titels die moderne oren vooral in coverversies van latere bands zullen kennen (The red rooster van onder andere de Stones, Wang dang doodle van Livin' Blues, Spoonful van Cream, Back door man van het debuutalbum van de Doors). Een grootse plaat.
Overigens bestaat er van Goin' down slow ook een alternatieve versie van ruim een halve minuut langer, met onder andere een intro met gitaarsolo, maar verder niet wezenlijk anders (te vinden op de onvolprezen compilatie His best).
Overigens bestaat er van Goin' down slow ook een alternatieve versie van ruim een halve minuut langer, met onder andere een intro met gitaarsolo, maar verder niet wezenlijk anders (te vinden op de onvolprezen compilatie His best).
Howlin' Wolf - Moanin' in the Moonlight (1959)

4,5
0
geplaatst: 15 september 2013, 11:52 uur
Dit is niet een album zoals we dat tegenwoordig opvatten (een aantal al dan niet samenhangende nummers die min of meer tegelijkertijd worden opgenomen met de bedoeling ze samen uit te brengen), maar een verzameling van tien A-kantjes en twee B-kantjes van singles die tussen 1951 en 1958 werden opgenomen. Ik heb dit album op de 2-for-1-uitgave van MCA (copyright 1986), en er van uitgaande dat de losse albumuitgaves hetzelfde geluid hebben is het geluid hier een stuk primitiever dan op latere geremasterde releases. Het nadeel daarvan is dat er soms flink wat ruis op de opnames zit (hetgeen vooral via de koptelefoon opvalt), maar het voordeel is dat de nummers lekker hard en fel klinken.
Wat de muziek betreft, essentieel is natuurlijk Wolfs unieke en briljante stem, maar het valt me toch ook elke keer weer op hoe effectief het is dat hij de gitaarbegeleiding van het standaard-blues-akkoordenschema (of althans één van de standaard-schema's) van drie (E-A-B of welke vergelijkbare serie dan ook) terugbrengt tot één akkoord, zoals te horen op Moanin' at midnight en Smokestack lightnin' (mijn persoonlijke favoriet) – misschien een simpele truc, maar het geeft de muziek vaak een geweldige spookachtige dimensie (Somebody in my home!). En I asked for water (she gave me gasoline) hoort toch zeker thuis in de top-10 van meest fantastische songtitels aller tijden.
Wat de muziek betreft, essentieel is natuurlijk Wolfs unieke en briljante stem, maar het valt me toch ook elke keer weer op hoe effectief het is dat hij de gitaarbegeleiding van het standaard-blues-akkoordenschema (of althans één van de standaard-schema's) van drie (E-A-B of welke vergelijkbare serie dan ook) terugbrengt tot één akkoord, zoals te horen op Moanin' at midnight en Smokestack lightnin' (mijn persoonlijke favoriet) – misschien een simpele truc, maar het geeft de muziek vaak een geweldige spookachtige dimensie (Somebody in my home!). En I asked for water (she gave me gasoline) hoort toch zeker thuis in de top-10 van meest fantastische songtitels aller tijden.
Howlin' Wolf - The Back Door Wolf (1973)

3,0
0
geplaatst: 28 november 2013, 20:37 uur
Voor wie gewend is aan de rauwe arrangementen van Howlin' Wolfs klassieke hits als I asked for water (she gave me gasoline) en Spoonful is het gelijkmatiger en evenwichtiger geluid van deze plaat misschien even wennen – maar niet per se verkeerd.
The back door Wolf bevat tien nieuwe nummers, waaronder twee composities van Burnett zelf en vijf van tenorsaxofonist Eddie Shaw, leider van Wolfs band The Wolf Gang (hoewel hij volgens het boekje hier alleen op het instrumentale titelnummer speelt). Daaronder bevinden zich twee nummers met een aardige maatschappijkritische inslag, het sterke Coon on the moon ("You know they call us coons, said we didn't have no sense / You gonna wake up one morning, an old coon's gonna be president") en Watergate blues (commentaar overbodig), maar uiteraard gaan de meeste nummers over het gebruikelijke onderwerp – de titels zullen wel voor zichzelf spreken.
Steen des aanstoots bij de release indertijd was het elektrische klavecimbel dat toetsenman Detroit Jr. op vier nummers inzette. Soms valt dat tamelijk gedateerde gefriemel op vervelende wijze uit de toon, op andere momenten echter heeft het meer de klankkleur van het orgelwerk van Alan Price op de klassieke opnames van de Animals uit 1964-5 en past het dus wel bij de rest van de bandbezetting. Bovendien ligt de voornaamste focus op het gitaarwerk van Wolfs vaste gitarist Hubert Sumlin, naar wiens heerlijke "twangy" geluid Robert Cray wellicht goed heeft geluisterd. Zelfs onder de minder interessante nummers stoken Sumlins afwisselend vloeiende en hakkelende gitaarlijnen nog een lekker vuurtje.
Jammer dat de composities niet allemaal even sterk zijn. De plaat begint met drie uitstekende nummers, maar Trying to forget you is een wat tamme variant op Wolfs eigen Smokestack lightnin' (terwijl het nota bene door Shaw werd geschreven), daarna volgen twee onbenullige liedjes en een door Wolfs geneurie begeleide instrumental, en pas bij het veelbelovend getitelde You turn slick on me trekt het niveau weer aan. Spijtig genoeg eindigt het laatste nummer met een teleurstellende fade-out, maar dat wordt weer goedgemaakt door de aardige alternatieve versie van het sterke Speak now woman waarop Detroit Jr. zijn elektrische klavecimbel door een piano heeft vervangen. Al met al echter is dit in compositorisch opzicht een goede maar helaas niet briljante afsluiter van Wolfs carrière.
Ach, wat maakt het ook uit – 's mans larger than life-stem zit nog altijd dicht tegen zijn topvorm aan en blijft één van de meest unieke instrumenten uit de muziek. "Although Wolf didn't have many bullets left when he recorded this album, you have to admire the fact that he still went down shooting," stelt de online-recensie van RecordFiend, en zo is het. Uit Moving : I'm still a backdoor man, but I ain't gonna tote my forty-four no more / I'm still built for comfort, and my name reigns everywhere I go.
The back door Wolf bevat tien nieuwe nummers, waaronder twee composities van Burnett zelf en vijf van tenorsaxofonist Eddie Shaw, leider van Wolfs band The Wolf Gang (hoewel hij volgens het boekje hier alleen op het instrumentale titelnummer speelt). Daaronder bevinden zich twee nummers met een aardige maatschappijkritische inslag, het sterke Coon on the moon ("You know they call us coons, said we didn't have no sense / You gonna wake up one morning, an old coon's gonna be president") en Watergate blues (commentaar overbodig), maar uiteraard gaan de meeste nummers over het gebruikelijke onderwerp – de titels zullen wel voor zichzelf spreken.
Steen des aanstoots bij de release indertijd was het elektrische klavecimbel dat toetsenman Detroit Jr. op vier nummers inzette. Soms valt dat tamelijk gedateerde gefriemel op vervelende wijze uit de toon, op andere momenten echter heeft het meer de klankkleur van het orgelwerk van Alan Price op de klassieke opnames van de Animals uit 1964-5 en past het dus wel bij de rest van de bandbezetting. Bovendien ligt de voornaamste focus op het gitaarwerk van Wolfs vaste gitarist Hubert Sumlin, naar wiens heerlijke "twangy" geluid Robert Cray wellicht goed heeft geluisterd. Zelfs onder de minder interessante nummers stoken Sumlins afwisselend vloeiende en hakkelende gitaarlijnen nog een lekker vuurtje.
Jammer dat de composities niet allemaal even sterk zijn. De plaat begint met drie uitstekende nummers, maar Trying to forget you is een wat tamme variant op Wolfs eigen Smokestack lightnin' (terwijl het nota bene door Shaw werd geschreven), daarna volgen twee onbenullige liedjes en een door Wolfs geneurie begeleide instrumental, en pas bij het veelbelovend getitelde You turn slick on me trekt het niveau weer aan. Spijtig genoeg eindigt het laatste nummer met een teleurstellende fade-out, maar dat wordt weer goedgemaakt door de aardige alternatieve versie van het sterke Speak now woman waarop Detroit Jr. zijn elektrische klavecimbel door een piano heeft vervangen. Al met al echter is dit in compositorisch opzicht een goede maar helaas niet briljante afsluiter van Wolfs carrière.
Ach, wat maakt het ook uit – 's mans larger than life-stem zit nog altijd dicht tegen zijn topvorm aan en blijft één van de meest unieke instrumenten uit de muziek. "Although Wolf didn't have many bullets left when he recorded this album, you have to admire the fact that he still went down shooting," stelt de online-recensie van RecordFiend, en zo is het. Uit Moving : I'm still a backdoor man, but I ain't gonna tote my forty-four no more / I'm still built for comfort, and my name reigns everywhere I go.
Howlin' Wolf - The London Howlin' Wolf Sessions (1971)
Alternatieve titel: London Sessions

2,5
0
geplaatst: 15 april 2014, 21:57 uur
Ik vind dit zelf niet zozeer slecht alswel tamelijk overbodig. De Wolf zelf is redelijk goed bij stem, maar de meeste nummers krijgen zó'n dertien-in-een-dozijn-arrangement dat de spanning van de originelen van bijvoorbeeld Sittin' on top of the world en Wang dang doodle er eigenlijk aan alle kanten uit weg lekt. Uitzonderingen zijn Who's been talking (ondanks de enigszins melige Hammond-solo), Do the do en vooral Highway 49, waarop compositie, arrangement en stem opeens perfect samenvloeien tot een ouderwets dampende stamper.
Hozier - Hozier (2014)

3,5
1
geplaatst: 17 juli 2015, 18:49 uur
Een aparte plaat: tekstueel bijna een welsprekende en zeer woordrijke viering van wat het betekent om mens te zijn, soms warm en optimistisch, soms duister en mysterieus; muzikaal een bruisende heksenketel van gospel en blues met af en toe nog een paar andere genres voor de smaak in de mix gegooid. De associatie met de vrije geest van Van Morrison ten tijde van Into the music en Common one dringt zich op, maar ligt misschien ook teveel voor de hand vanwege hun gedeelde nationaliteit, dus voor een nadere vergelijking ben ik huiverig.
In theorie is dit een plaat die bij mij vier of misschien wel meer sterren zou moeten scoren, maar in de praktijk ontbreekt net die niet nader te omschrijven of te rechtvaardigen klik. Is het allemaal teveel van hetzelfde? Is elk nummer juist zó afwijkend van wat je verwacht dat zelfs het aparte gewoon wordt en ik uiteindelijk mijn aandacht verlies? Gaan dat koor en dat gospelgevoel me teveel tegenstaan? Zakt de kwaliteit in de loop van het album teveel in? Wat ik wel vind is dat de instrumentatie wat meer licht en helderheid zou mogen bevatten als contrast met Hoziers wat donkere en melancholische stem, maar dat is natuurlijk persoonlijk. Hoe dan ook, een vrij uniek album waar ik met geen mogelijkheid serieuze kritiek op kan leveren maar dat me tegelijkertijd niet zo ontroert als ik zou verwachten.
Overigens is "Screaming the name of a foreigner's god / The purest expression of grief" in deze gruwelijke tijden van voor IS, Boko Haram of burgeroorlog vluchtende volksmassa's wel een zeldzaam fraai tekstfragment, zeker wanneer gezongen op zo'n hartverscheurende melodie.
In theorie is dit een plaat die bij mij vier of misschien wel meer sterren zou moeten scoren, maar in de praktijk ontbreekt net die niet nader te omschrijven of te rechtvaardigen klik. Is het allemaal teveel van hetzelfde? Is elk nummer juist zó afwijkend van wat je verwacht dat zelfs het aparte gewoon wordt en ik uiteindelijk mijn aandacht verlies? Gaan dat koor en dat gospelgevoel me teveel tegenstaan? Zakt de kwaliteit in de loop van het album teveel in? Wat ik wel vind is dat de instrumentatie wat meer licht en helderheid zou mogen bevatten als contrast met Hoziers wat donkere en melancholische stem, maar dat is natuurlijk persoonlijk. Hoe dan ook, een vrij uniek album waar ik met geen mogelijkheid serieuze kritiek op kan leveren maar dat me tegelijkertijd niet zo ontroert als ik zou verwachten.
Overigens is "Screaming the name of a foreigner's god / The purest expression of grief" in deze gruwelijke tijden van voor IS, Boko Haram of burgeroorlog vluchtende volksmassa's wel een zeldzaam fraai tekstfragment, zeker wanneer gezongen op zo'n hartverscheurende melodie.
Huang Chung - Huang Chung (1982)

3,5
0
geplaatst: 4 december 2010, 16:43 uur
Leuke plaat, een soort kruising tussen Duran Duran en Japan. Eigenlijk verrassend veel elementen van de laatsten: de fretloze bas, het geluid van de sax, en het flirten met het Verre Oosten (in het geval van Huang Chung nogal ironisch: "China, China on the seashore / China, China on the dance floor"). Bevat minstens één klassieker-zonder-knipoog, "I can't sleep". Blijft als geheel verrassend draaibaar.
Overigens had mijn oorspronkelijke vinylversie een andere nummervolgorde:
Kant A : 1. Ti-Na-Na, 2. Hold back the tears, 3. I never want to love you enz., 4. Straight from my heart, 5. Dancing
Kant B : 6. Chinese girls, 7. Why do you laugh, 8. China, 9. I can't sleep, 10. Rising in the East
Overigens had mijn oorspronkelijke vinylversie een andere nummervolgorde:
Kant A : 1. Ti-Na-Na, 2. Hold back the tears, 3. I never want to love you enz., 4. Straight from my heart, 5. Dancing
Kant B : 6. Chinese girls, 7. Why do you laugh, 8. China, 9. I can't sleep, 10. Rising in the East
Huis - Neither in Heaven (2016)

2,5
0
geplaatst: 9 augustus 2016, 20:52 uur
Moeilijk om hier warm voor te lopen. Het is technisch vaardig en verder ook absoluut niet slecht, maar noch de melodieën noch de zang noch de arrangementen noch de solo's maken veel indruk, terwijl ik naast heel veel Dream Theater-invloeden (of in ieder geval toch een zeer vergelijkbaar geluid) vooral een Ayreon-achtige opbouw en heaviness en een duidelijke seventies-vibe in het gebruik van de toetsen en de koortjes hoor. De prachtige ballades Even angels sometimes fall en Memories springen er voor mij wel bovenuit, en de zangstem (die vaak op die van Pete Townshend lijkt) zou ik niet zo gauw met dit genre associëren maar is hierbij daardoor ook wel apart, maar al met al vind ik dit gewoon niet zo opzienbarend en voor mij persoonlijk zéker niet pakkend of beklijvend.
Hüsker Dü - Candy Apple Grey (1986)

5,0
0
geplaatst: 27 juli 2012, 21:05 uur
Hüsker Dü was altijd een Grote Onbekende Naam, dus toen een kennis over een album van ze bleek te beschikken wilde ik dat maar al te graag eens te horen (toen nog via een C90-cassettebandje, jawel). Dat werd dus een plaat getiteld Candy apple grey.
Wat een teleurstelling! Na één keer draaien vond ik er echt helemaal niets aan. Onbegrijpelijk dat dit zo'n reputatie had. Een drummer die alleen maar recht vooruit kan spelen, een gitarist met een spijkerharde vervormde gitaar, een bas die in de herrie verzuipt, zang die regelmatig ontspoort in zinloos gebrul, alles klinkend alsof het op een cassetterecordertje was opgenomen (misschien wel op net zo'n C90-bandje), en dan die nummers – soms leek het wel of ze dachten: nou, hier heb ik een G-akkoord, en daar klinkt een C altijd goed bij, en bij een C kan altijd een A-mineur, en bij een Am klinkt een F altijd goed, en na een F kun je altijd een Dm spelen… en als je dan die tamelijk willekeurige reeks akkoorden achter elkaar speelt pak je de eerste de beste zangmelodie die daarbij in je opkomt en bombarbeer je dat tot de definitieve melodie, en hup, weer een nummer klaar. Of het tegenovergestelde: dat stomme openingsnummer dat maar in één akkoord doordendert zonder enige hoorbare variatie in de zangmelodie… Wat een troep!
Maar ja, voordat ik een oordeel over een plaat durf te vellen wil ik hem toch altijd wel een áántal keren gehoord hebben. Dus bleef ik dit draaien, maar na vijf keer beluisteren vond ik er nog steeds niets aan. En na tien keer draaien óók niet. En na vijftig keer luisteren… begon ik me toch af te vragen waarom ik dit maar blééf draaien.
Op de een of andere manier begon ik er toen toch anders naar te luisteren, kennelijk vanuit een positievere insteek, en toen viel het muntje.
Nú kan ik me niet meer voorstellen wat ik hier níét goed aan heb gevonden of hoe ik ooit níét heb kunnen horen hoe goed dit was. Energiek, dwingend, intens, gefocusd, schijnbaar beperkte middelen omzettend in ultieme explosies, en totaal verslavend. En dan dat eerste nummer – die spanning die wordt opgebouwd met dat éne akkoord – tot de spanning zich oplost bij "It's time to let off some pressure" – maar nee, daarna neemt de spanning zelfs nog toe, terwijl de bas alles maar laat voortdenderen… "Feeling the effects for a hundred thousand nights…" Briljant, één van de beste nummers die ze ooit gemaakt hebben.
Het schijnt dat sommige fans van het eerste uur nogal teleurgesteld waren toen hun helden van cultlabel SST overstapten naar mediagigant Warners, en misschien dachten ze dat ook wel terug te horen in de eerste Hüsker Dü-plaat op dat nieuwe label: conventionelere songs, minder extreme instrumentatie, een orgel hier en een synthesizer daar, akoestische ballades, een aanzienlijk beter en voller geluid... Een natuurlijke ontwikkeling kan dat natuurlijk niet zijn, er móét wel sprake zijn van commerciële uitverkoop – en het feit dat de band zich op hun voorgaande albums al duidelijk in die richting had bewogen telt dan natuurlijk niet mee.
Lijkt mij persoonlijk enorme onzin. Hüsker Dü heeft misschien wel betere platen gemaakt (de All Music Guide vindt dit zelfs de minste van hun studioplaten vanaf Zen arcade, New day rising is mijn persoonlijke favoriet, en Zen arcade is dat van vele andere luisteraars hier op MusicMeter), maar voor deze blijf ik toch altijd een zwak houden – niet alleen omdat dit de eerste plaat was die ik van ze hoorde, maar ook en vooral omdat dit zo'n complete staalkaart van hun enorme kunnen is.
Wat een teleurstelling! Na één keer draaien vond ik er echt helemaal niets aan. Onbegrijpelijk dat dit zo'n reputatie had. Een drummer die alleen maar recht vooruit kan spelen, een gitarist met een spijkerharde vervormde gitaar, een bas die in de herrie verzuipt, zang die regelmatig ontspoort in zinloos gebrul, alles klinkend alsof het op een cassetterecordertje was opgenomen (misschien wel op net zo'n C90-bandje), en dan die nummers – soms leek het wel of ze dachten: nou, hier heb ik een G-akkoord, en daar klinkt een C altijd goed bij, en bij een C kan altijd een A-mineur, en bij een Am klinkt een F altijd goed, en na een F kun je altijd een Dm spelen… en als je dan die tamelijk willekeurige reeks akkoorden achter elkaar speelt pak je de eerste de beste zangmelodie die daarbij in je opkomt en bombarbeer je dat tot de definitieve melodie, en hup, weer een nummer klaar. Of het tegenovergestelde: dat stomme openingsnummer dat maar in één akkoord doordendert zonder enige hoorbare variatie in de zangmelodie… Wat een troep!
Maar ja, voordat ik een oordeel over een plaat durf te vellen wil ik hem toch altijd wel een áántal keren gehoord hebben. Dus bleef ik dit draaien, maar na vijf keer beluisteren vond ik er nog steeds niets aan. En na tien keer draaien óók niet. En na vijftig keer luisteren… begon ik me toch af te vragen waarom ik dit maar blééf draaien.
Op de een of andere manier begon ik er toen toch anders naar te luisteren, kennelijk vanuit een positievere insteek, en toen viel het muntje.
Nú kan ik me niet meer voorstellen wat ik hier níét goed aan heb gevonden of hoe ik ooit níét heb kunnen horen hoe goed dit was. Energiek, dwingend, intens, gefocusd, schijnbaar beperkte middelen omzettend in ultieme explosies, en totaal verslavend. En dan dat eerste nummer – die spanning die wordt opgebouwd met dat éne akkoord – tot de spanning zich oplost bij "It's time to let off some pressure" – maar nee, daarna neemt de spanning zelfs nog toe, terwijl de bas alles maar laat voortdenderen… "Feeling the effects for a hundred thousand nights…" Briljant, één van de beste nummers die ze ooit gemaakt hebben.
Het schijnt dat sommige fans van het eerste uur nogal teleurgesteld waren toen hun helden van cultlabel SST overstapten naar mediagigant Warners, en misschien dachten ze dat ook wel terug te horen in de eerste Hüsker Dü-plaat op dat nieuwe label: conventionelere songs, minder extreme instrumentatie, een orgel hier en een synthesizer daar, akoestische ballades, een aanzienlijk beter en voller geluid... Een natuurlijke ontwikkeling kan dat natuurlijk niet zijn, er móét wel sprake zijn van commerciële uitverkoop – en het feit dat de band zich op hun voorgaande albums al duidelijk in die richting had bewogen telt dan natuurlijk niet mee.
Lijkt mij persoonlijk enorme onzin. Hüsker Dü heeft misschien wel betere platen gemaakt (de All Music Guide vindt dit zelfs de minste van hun studioplaten vanaf Zen arcade, New day rising is mijn persoonlijke favoriet, en Zen arcade is dat van vele andere luisteraars hier op MusicMeter), maar voor deze blijf ik toch altijd een zwak houden – niet alleen omdat dit de eerste plaat was die ik van ze hoorde, maar ook en vooral omdat dit zo'n complete staalkaart van hun enorme kunnen is.
Hüsker Dü - Flip Your Wig (1985)

5,0
0
geplaatst: 27 juli 2012, 16:01 uur
Eigenlijk niets minder dan z'n voorganger New day rising, en met als bonus twee instrumentale slotnummers die (in tegenstelling tot het einde van NDR) interessant blijven. Achteloos schudden Mould en Grant om de beurt een perfect powerpopliedje uit de mouw: "Kijk eens, hier is er weer eentje, daar heb je niet van terug hè, nou jij weer!" Wat moeten die mannen in deze periode in een ongelooflijke rush van creativiteit hebben geleefd.
Divide and conquer wordt door voorgaande posters vaak genoemd als favoriet nummer, "Heel knap nummer met maar één riff en alleen maar coupletten, geen refreinen. En toch verveelt het nooit", zegt itchy terecht. Zelf leerde ik het eerst kennen doordat Tom Holkenberg de riff ervan op het titelnummer van Saturday teenage kick gebruikte.
Mijn persoonlijke favoriet echter is het prachtige en intense Find me, dat ik altijd als een blauwdruk voor Buffalo Tom heb beschouwd; helaas wordt het direct gevolgd door het enige minpuntje van de plaat, The baby, alsof Mould spijt kreeg van de emotionaliteit van Find me en het meteen wilde ondergraven met flauwe ironie. Daarnaast kan ik ook niet om Green eyes en Keep hanging on heen, het ene even romantisch als het andere paniekerig is.
Maar eigenlijk staat hier geen enkel slecht nummer op, en als ik zeg dat ik deze plaat een fractie minder dan z'n voorganger vind weet ik eigenlijk niet precies waarom. Wat een absoluut briljante band was dit toch, en wat jammer dat ik hem pas ontdekte toen het al te laat was…
Divide and conquer wordt door voorgaande posters vaak genoemd als favoriet nummer, "Heel knap nummer met maar één riff en alleen maar coupletten, geen refreinen. En toch verveelt het nooit", zegt itchy terecht. Zelf leerde ik het eerst kennen doordat Tom Holkenberg de riff ervan op het titelnummer van Saturday teenage kick gebruikte.
Mijn persoonlijke favoriet echter is het prachtige en intense Find me, dat ik altijd als een blauwdruk voor Buffalo Tom heb beschouwd; helaas wordt het direct gevolgd door het enige minpuntje van de plaat, The baby, alsof Mould spijt kreeg van de emotionaliteit van Find me en het meteen wilde ondergraven met flauwe ironie. Daarnaast kan ik ook niet om Green eyes en Keep hanging on heen, het ene even romantisch als het andere paniekerig is.
Maar eigenlijk staat hier geen enkel slecht nummer op, en als ik zeg dat ik deze plaat een fractie minder dan z'n voorganger vind weet ik eigenlijk niet precies waarom. Wat een absoluut briljante band was dit toch, en wat jammer dat ik hem pas ontdekte toen het al te laat was…
Hüsker Dü - Land Speed Record (1981)

2,5
0
geplaatst: 18 september 2012, 13:23 uur
Als groot liefhebber van de HD-output vanaf Metal circus vond ik dat ik dit album toch ook moest leren kennen. Vervolgens heb ik hem na een aantal malen draaien ook eens met de teksten ernaast beluisterd, zodat ik er door het begrijpen van de couplet-refrein-structuur van elk nummer hopelijk ook wat minder last van zou krijgen dat alle nummers op elkaar lijken, zoals gemaster hierboven ook al zegt. En dan blijken er inderdaad echte nummers in de geluidsbrij verstopt te zitten... maar het blijft toch een uphill battle voor wie geïnteresseerd is in meer dan een gigantische soundblast van 26 minuten (nou vooruit, 21 minuten, want het laatste nummer is wel een duidelijk te onderscheiden --en trouwens ook ijzersterke-- compositie).
Hüsker Dü - New Day Rising (1985)

5,0
0
geplaatst: 27 juli 2012, 14:26 uur
Voor mijn gevoel de beste Hüsker Dü-plaat, want ideaal gepositioneerd op het snijvlak van hun punk- en powerpopperiodes (hoewel ik moet zeggen dat ik alle vijf de albums vanaf Zen arcade tot en met Warehouse geweldig vind). The girl who lives on Heaven Hill is een soort lijflied, waarbij het me elke keer weer opvalt hoe die pompende bas het nummer draagt – Bob Mould en Grant Hart zijn natuurlijk de belangrijkste blikvangers van deze band, maar gelukkig laat Greg Norton zich niet ondersneeuwen. De op ouderwetse HD-manier uit de bocht vliegende instrumentale stukken op het eind van het album kunnen mij net zo min als op Zen arcade bekoren, maar doen niets af aan de impact van het geheel.
Hüsker Dü - The Living End (1994)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2012, 14:46 uur
Blij dat Rhino deze in print heeft gehouden (inclusief een lyrisch essay van Rolling Stone-redacteur David Fricke uit 1993). Misschien geen perfecte registratie, maar ik ben er toch maar wát blij mee; als ik deze plaat hoor moet ik altijd denken aan hoe de All Music Guide Hüsker Dü op Everything falls apart and more beschrijft: "a breakneck force like no other. Not for the faint of heart." (Helaas slechts één nummer van Candy apple grey.)
Overigens is dit natuurlijk een Warner Brothers-album, en het logo van Rhino ontbreekt ook op schijfje, boekje en achterkant, maar op die achterkant staat in kleine lettertjes: "Manufactured & Marketed by Rhino Entertainment Company, a Warner Music Group Company." En omdat Rhino in Amerika één van de toonaangevende labels (zo niet hèt toonaangevende label) op het gebied van re-issues is (voornoemde Everything falls apart and more-compilatie verscheen in 1993 ook op hun label), ga ik er stiekem van uit dat deze re-release eerder aan de artistieke inspanningen van Rhino dan aan de winstverwachting van Warners te danken is.
Overigens is dit natuurlijk een Warner Brothers-album, en het logo van Rhino ontbreekt ook op schijfje, boekje en achterkant, maar op die achterkant staat in kleine lettertjes: "Manufactured & Marketed by Rhino Entertainment Company, a Warner Music Group Company." En omdat Rhino in Amerika één van de toonaangevende labels (zo niet hèt toonaangevende label) op het gebied van re-issues is (voornoemde Everything falls apart and more-compilatie verscheen in 1993 ook op hun label), ga ik er stiekem van uit dat deze re-release eerder aan de artistieke inspanningen van Rhino dan aan de winstverwachting van Warners te danken is.
Hüsker Dü - Warehouse: Songs & Stories (1987)

4,5
0
geplaatst: 28 juli 2012, 13:01 uur
Het slotakkoord, nog effe één keertje alles geven, going out with both guns blazing. Mindere nummers worden meegesleept in de grote golf van hoogtepunten, zoals Ice cold ice dat me altijd aan de Cure doet denken (misschien vanwege Cold op Pornography: "Ice in my eyes and eyes like ice don't move" -- maar ook de overdonderende muziek van dat nummer lijkt wel wat op de Cure in hun donkerste dagen). Een waardig vaarwel.
Hüsker Dü - Zen Arcade (1984)

4,0
0
geplaatst: 9 september 2012, 20:45 uur
Wat ik hier schrijf is voor veel mensen misschien al bekende kost, maar voor sommigen wellicht een interessant nieuwtje.
Michael Azerrad is de ghostwriter van Bob Moulds autobiografie See a little light (2011), en bovendien de schrijver van Our band could be your life (2001), een uiterst leesbaar boek over dertien essentiële bands uit de Amerikaanse underground van de jaren 80: Black Flag, de Minutemen, Mission Of Burma, Minor Threat, de Replacements, Sonic Youth, de Butthole Surfers, Big Black, Dinosaur Jr, Fugazi, Mudhoney, Beat Happening en Hüsker Dü. En in het hoofdstuk dat aan de laatsten is gewijd schrijft hij (en ik vertaal en kort een beetje in):
"Zen arcade is een conceptalbum dat over duizenden hardcore kids zou kunnen gaan: een jonge man loopt weg van z'n ruziënde ouders en waardeloze vrienden, zwerft door de straten van een grote stad terwijl hij zichzelf probeert te begrijpen, komt in de verleiding bij een sekte te gaan, en krijgt iets met een meisje dat al spoedig een overdosis neemt. Tenslotte, na veel rauwe introspectie, komt hij weer thuis, maar hij blijft in zichzelf gekeerd, zichzelf emotioneel beschermend in een warme schulp. "Ik ben niet de zoon die je wilde," zingt het personage, "maar wat kon je anders verwachten / Ik heb mijn wereld van geluk geconstrueerd om jullie verwaarlozing te bestrijden." Zoals het tijdschrift Hard zine het uitdrukte beschreef dit verhaal "de wrakstukken van ons tijdperk : verraad, vervreemding, pijn, zelfzuchtigheid, emotionele verstikking en isolatie." Helaas eindigt het verhaal met de allerflauwste "cop-out" – het was allemaal maar een droom. Het slotstuk Reoccurring dreams zou een samenvatting kunnen zijn van de rest van het leven van het personage – zoals alle levens is het een tumultueuze improvisatie, vol uitbundige en opvrolijkende hoogtepunten en statische dieptepunten. Grant Hart vergelijkt de minuut van "high-pitched" feedback op het einde van het nummer met het geluid van een "flatlining" elektrocardiogram."
Hetgeen natuurlijk niet betekent dat deze plaat niet ook zónder deze achtergrondkennis gewaardeerd zou kunnen worden.
Michael Azerrad is de ghostwriter van Bob Moulds autobiografie See a little light (2011), en bovendien de schrijver van Our band could be your life (2001), een uiterst leesbaar boek over dertien essentiële bands uit de Amerikaanse underground van de jaren 80: Black Flag, de Minutemen, Mission Of Burma, Minor Threat, de Replacements, Sonic Youth, de Butthole Surfers, Big Black, Dinosaur Jr, Fugazi, Mudhoney, Beat Happening en Hüsker Dü. En in het hoofdstuk dat aan de laatsten is gewijd schrijft hij (en ik vertaal en kort een beetje in):
"Zen arcade is een conceptalbum dat over duizenden hardcore kids zou kunnen gaan: een jonge man loopt weg van z'n ruziënde ouders en waardeloze vrienden, zwerft door de straten van een grote stad terwijl hij zichzelf probeert te begrijpen, komt in de verleiding bij een sekte te gaan, en krijgt iets met een meisje dat al spoedig een overdosis neemt. Tenslotte, na veel rauwe introspectie, komt hij weer thuis, maar hij blijft in zichzelf gekeerd, zichzelf emotioneel beschermend in een warme schulp. "Ik ben niet de zoon die je wilde," zingt het personage, "maar wat kon je anders verwachten / Ik heb mijn wereld van geluk geconstrueerd om jullie verwaarlozing te bestrijden." Zoals het tijdschrift Hard zine het uitdrukte beschreef dit verhaal "de wrakstukken van ons tijdperk : verraad, vervreemding, pijn, zelfzuchtigheid, emotionele verstikking en isolatie." Helaas eindigt het verhaal met de allerflauwste "cop-out" – het was allemaal maar een droom. Het slotstuk Reoccurring dreams zou een samenvatting kunnen zijn van de rest van het leven van het personage – zoals alle levens is het een tumultueuze improvisatie, vol uitbundige en opvrolijkende hoogtepunten en statische dieptepunten. Grant Hart vergelijkt de minuut van "high-pitched" feedback op het einde van het nummer met het geluid van een "flatlining" elektrocardiogram."
Hetgeen natuurlijk niet betekent dat deze plaat niet ook zónder deze achtergrondkennis gewaardeerd zou kunnen worden.
