Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J Mascis - Martin and Me (1996)

3,0
0
geplaatst: 20 mei 2020, 21:08 uur
Nou ja, Mascis heeft niet álle nummers zelf geschreven, er zitten ook een paar èchte covers bij, van The Smiths (7), Wipers (9), Carly Simon (12) en Lynyrd Skynyrd (14). De rest zijn Dinosaur Jr-originelen, met de nadruk op materiaal van albums 4 (Green mind) en 5 (Where you been, samen goed voor 7 van de 10 nummers). Leuk om deze nummers eens zo kaal te horen met de niet door vervorming, mix of knettergitaren naar de achtergrond gedrukte stem van J, maar zijn gitaarspel hier is voornamelijk het akoestisch strummen van akkoorden, en omdat dat allemaal niet zo spannend is heeft het ook voor mij niet de impact die ik bij dit materiaal van deze man had gehoopt, met uitzondering van die paar nummers waarin hij wat meer aan losse nootjes en loopjes toekomt (zoals Goin home en Keeblin). En voor uitgebreide communicatie met het publiek of uitleg over betekenis van de nummers hoef je het helaas ook niet te doen.
Overigens had deze plaat ook best Martin, Kurt + me kunnen heten, maar dan had je misschien een heleboel Nirvana-fans gehad die na het blind aanschaffen van dit album er thuis teleurgesteld achter waren gekomen dat het hier niet gaat om postuum uitgegeven opnames of covers van hun idool, maar om Mascis’ regelmatige medewerker Kurt Fedora die op het éénnalaatste nummer meespeelt op akoestische gitaar. En wie die Martin is weet ik niet, maar ik gok dat het slaat op het merk van de gitaar die Mascis hier bespeelt.
Overigens had deze plaat ook best Martin, Kurt + me kunnen heten, maar dan had je misschien een heleboel Nirvana-fans gehad die na het blind aanschaffen van dit album er thuis teleurgesteld achter waren gekomen dat het hier niet gaat om postuum uitgegeven opnames of covers van hun idool, maar om Mascis’ regelmatige medewerker Kurt Fedora die op het éénnalaatste nummer meespeelt op akoestische gitaar. En wie die Martin is weet ik niet, maar ik gok dat het slaat op het merk van de gitaar die Mascis hier bespeelt.
J Mascis + the Fog - Free So Free (2002)

4,0
1
geplaatst: 4 juni 2020, 20:54 uur
Een degelijke en dus goede Mascis-plaat met een paar stevige rockers op basis van zijn bekende fuzzgitaar, hier en daar wat heerlijke ronkende solo's (Say the word !) en een aantal akoestische ballades waarbij hij zich kennelijk steeds meer op z'n gemak voelt (en die hem dan ook steeds beter afgaan – If thats how its gotta be en Feel so free zijn voor mij toch wel de hoogtepunten van de plaat). Wel heeft hij bij sommige up-tempo-nummers de neiging om op een gegeven moment zó hals-over-kop ervandoor te gaan dat de nummers een beetje ontsporen, ook al omdat het dan lijkt alsof zijn eigen drums plotseling het tempo opvoeren, hetgeen op mij niet de indruk van extra intensiteit maar juist van onhandigheid maakt, en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Tekstueel lijkt Mascis met een soort bindingsangst te kampen, of is het iets meer existialistisch? Hoe dan ook, buiten de titel van het album zelf komt het woord "free" in de teksten en/of de titels van maar liefst vijf nummers voor, en de plaat klinkt ook wel (nog) iets melancholischer dan eerder werk, maar hij was sowieso natuurlijk al nooit het zonnetje in huis. Al met al een plaat die probleemloos naast Mascis' eerdere werk mag staan, zoals mijn voorganger opmerkte (inderdaad, in bijna 6½ jaar geen enkel bericht bij deze plaat).
J Mascis + the Fog - More Light (2000)

4,0
2
geplaatst: 28 mei 2020, 20:55 uur
Ik beschouw dit maar gewoon als een Dinosaur Jr-plaat, want alle klassieke elementen zijn weer aanwezig: half scheurende half slepende rockers, knetterende gitaarsolo’s, berustende zang, klaaglijke melodieën en een produktie die tegelijk rauw en veelgelaagd is. Vooral dat laatste vind ik altijd zo leuk bij deze man: het lijkt allemaal grof en snel op de band gegooid, maar in bijvoorbeeld de slotpassage van Waistin begint er vanaf 2:40 een melancholisch pianoloopje waar stiekem de elektrische gitaar van de voorgaande solo nog ónder zit (om van die fluitende vogeltjes nog maar te zwijgen). Zo is deze muziek altijd subtieler en veelgelaagder dan het rafelige uiterlijk zou doen vermoeden en valt er bij elk album van deze man / groep altijd veel te ontdekken. (Ander voorbeeld: tijdens de laatste 45 seconden van Does the kiss fit lijken onder de slotsolo een neuriënd koor en een xylofoon te zitten.)
Wat mijn favoriete nummers betreft, het genoemde Waistin is bijzonder ontroerend, en Ground me to you heeft een prachtige pianobreak, maar Ammaring moet toch wel één van mijn all-time-favoriete nummers van Mascis zijn: eerst zo’n prachtig begin met een “onderwater”-gitaar, dan een tandje erbij met een gitaarsolo, en dan vier loodzware “zwevende” gitaarbreaks die mij nog altijd de adem benemen. Die drie geweldige nummers worden ondersteund door acht degelijke tracks die hier weliswaar geen absoluut meesterwerk of een hoogtepunt in de Dinosaur Jr / J Mascis / The Fog-discografie van maken, maar wel een uiterst bevredigende plaat die mij indertijd naar volle tevredenheid duidelijk maakte dat Mascis de gekende groepsnaam niet nodig had om toch een plaat te maken die ik bijna onbeperkt kon draaien en waar ik toch ook weer een paar nieuwe dingen op hoorde. Dinosaur Jr was tussen pakweg 1987 en 2003 mijn favoriete band, en hoewel de verwachtingen dientengevolge hooggespannen waren was deze plaat absoluut geen teleurstelling. (De twee bonustracks zijn op zich niet onaardige mellotron-droedels, maar in Japan kregen de kopers hiervan als bonus drie andere nummers waaronder een cover van John Denvers Leaving on a jet plane.)
Wat mijn favoriete nummers betreft, het genoemde Waistin is bijzonder ontroerend, en Ground me to you heeft een prachtige pianobreak, maar Ammaring moet toch wel één van mijn all-time-favoriete nummers van Mascis zijn: eerst zo’n prachtig begin met een “onderwater”-gitaar, dan een tandje erbij met een gitaarsolo, en dan vier loodzware “zwevende” gitaarbreaks die mij nog altijd de adem benemen. Die drie geweldige nummers worden ondersteund door acht degelijke tracks die hier weliswaar geen absoluut meesterwerk of een hoogtepunt in de Dinosaur Jr / J Mascis / The Fog-discografie van maken, maar wel een uiterst bevredigende plaat die mij indertijd naar volle tevredenheid duidelijk maakte dat Mascis de gekende groepsnaam niet nodig had om toch een plaat te maken die ik bijna onbeperkt kon draaien en waar ik toch ook weer een paar nieuwe dingen op hoorde. Dinosaur Jr was tussen pakweg 1987 en 2003 mijn favoriete band, en hoewel de verwachtingen dientengevolge hooggespannen waren was deze plaat absoluut geen teleurstelling. (De twee bonustracks zijn op zich niet onaardige mellotron-droedels, maar in Japan kregen de kopers hiervan als bonus drie andere nummers waaronder een cover van John Denvers Leaving on a jet plane.)
J.D. Souther - John David Souther (1972)

4,0
0
geplaatst: 3 september 2011, 20:40 uur
Prachtige sobere plaat van een onterecht genegeerd iemand. Te weinig star appeal, te weinig de commerciële look, te weinig zichzelf kunnen verkopen... Ooit vormden Glenn Frey en J.D. Souther samen het duo Longbranch Pennywhistle, maar waar de één daarna miljoenen platen met een steeds geliktere sound ging verkopen kreeg de ander ondanks een aantal zeer fraaie platen nooit echt een voet aan de grond, zelfs niet toen hij het met een paar collega's in de Souther-Hillman-Furay Band probeerde. Eén van de helaas talloze illustraties van het feit dat artistiek en commercieel succes niet noodzakelijk iets met elkaar te maken hebben. Zoek deze plaat!
J.J. Cale - Naturally (1971)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2011, 15:36 uur
After midnight van Clapton, Call me the breeze van Lynyrd Skynyrd, Magnolia van Poco... het publiek mocht zijn aanwezigheid misschien nog niet meteen hebben doorgehad, maar zijn collega's hadden Cale al direct in de smiezen. En terecht.
Volgens mij heette het derde nummer eigenlijk Call on me, maar drie nummers op rij waarvan de titel met Call begint vond de platenmaatschappij wellicht wat te veel van het goede, dus dan maar vernoemd naar de voorafgaande frase. Cale: "Wat maakt het ook uit."
Clyde plays
Electric bass
En het is nog poëzie ook.
Volgens mij heette het derde nummer eigenlijk Call on me, maar drie nummers op rij waarvan de titel met Call begint vond de platenmaatschappij wellicht wat te veel van het goede, dus dan maar vernoemd naar de voorafgaande frase. Cale: "Wat maakt het ook uit."
Clyde plays
Electric bass
En het is nog poëzie ook.
Jaap Fischer - Alles Van... (1972)
Alternatieve titel: De Liedjes Van

4,5
2
geplaatst: 24 januari 2018, 12:33 uur
Een compilatie van de vijf EP's die Jaap Fischer tussen 1961 en 1963 opnam, met de nummers in a-chronologische volgorde over deze twee CD's verspreid. (Voor de completisten : EP 1961 = Om je geld / Vlinder / De cipier / Het ei / Blaren / Het kerkhof; EP 1961 = Monniken / De koning / Peer / Kater / Hutje / De laatste keer; EP 1962 = Samba 2 april / Eendje / Sprookje / Suzanne / Het Veerse gat; EP 1963 = Omdat ik van je houd / Als ze slaapt / Euromoord / En toen...; EP 1963 = Tem me dan / Nikita [hier niet opgenomen] / De bal.) Déze compilatie had overigens prima op één CD gepast, maar voor het gemak (of om de set duurder te maken?) werd hij als dubbel-CD uitgebracht, met de verzamelelpee Deel 1 integraal op het eerste schijfje en Deel 2 op het tweede. (Misschien tegenwoordig op één CD?)
Studentikoos... belegen... ach, mooie liedjes zijn tijdloos, en ik heb ook nooit moeite gehad met Robert Johnson en de eerste platen van Bob Dylan, Leonard Cohen en Donovan. Zo heel erg simpel vind ik het gitaarspel eigenlijk ook niet, Fischer is geen Paco de Lucia maar zijn spel is warm en effectief, en hoewel het altijd in dienst van de tekst en de zinsbouw staat draagt het toch ook altijd een sterke melodie, en omdat de liedjes zo verschillend zijn van opbouw, invalshoek en emotionele stemming verveelt het ook na een uur nog niet.
Mooi hoe Fischer enerzijds als Eenzame Man Met Gitaar de romantische troubadour is, maar aan de andere kant in zijn teksten ook dikwijls elke vorm van overdadig sentimentele liefdesromantiek schuwt (Het kerkhof, Omdat ik van je houd, Samba 2 april, Tem me dan, en natuurlijk Hutje met "de Time iedere week"). Daarnaast ook diverse nummers waarin hij ironisch commentaar levert op actuele toestanden (het Veerse Gat was juist afgesloten en zo het Veerse Meer geworden in het jaar vóórdat Fischer zijn gelijknamige nummer schreef, en de Europoort was in 1963 nog volop in ontwikkeling), zijn fantasie de vrije loop laat door bijvoorbeeld met zijn uitgebreide vocabulaire aan rijmwoorden te gaan associëren met de verschillende betekenissen van het woord bal (feest, voetbal, bekakt corpslid), of kleine bizarre verhaaltjes vertelt met onduidelijke, weggelaten of tegendraadse pointes (Jan Soldaat, De monniken, Peer, En toen...).
Het indrukwekkendst vind ik echter de liedjes waarin Fischer wel personages, omstandigheden en motivaties schetst, maar alles verder in een sfeer van dichterlijke vaagheid hult waardoor ik de emotionele implicaties van de situatie net niet goed kan inschatten en daardoor in feite zèlf mijn fantasie de vrije loop kan laten, zoals in Tem me dan, Hutje, het afstandelijke De laatste keer en het absolute hoogtepunt van de hele verzameling, het vervreemdende Als ze slaapt (dat trouwens ook een geweldig spannende melodie en begeleiding heeft). De totaalindruk is die van een singer-songwriter avant la lettre die in een zeer gevarieerd repertoire talloze facetten van zijn persoonlijkheid laat zien en toch ongrijpbaar en onvoorspelbaar blijft. Oudnederlandse klasse.
Studentikoos... belegen... ach, mooie liedjes zijn tijdloos, en ik heb ook nooit moeite gehad met Robert Johnson en de eerste platen van Bob Dylan, Leonard Cohen en Donovan. Zo heel erg simpel vind ik het gitaarspel eigenlijk ook niet, Fischer is geen Paco de Lucia maar zijn spel is warm en effectief, en hoewel het altijd in dienst van de tekst en de zinsbouw staat draagt het toch ook altijd een sterke melodie, en omdat de liedjes zo verschillend zijn van opbouw, invalshoek en emotionele stemming verveelt het ook na een uur nog niet.
Mooi hoe Fischer enerzijds als Eenzame Man Met Gitaar de romantische troubadour is, maar aan de andere kant in zijn teksten ook dikwijls elke vorm van overdadig sentimentele liefdesromantiek schuwt (Het kerkhof, Omdat ik van je houd, Samba 2 april, Tem me dan, en natuurlijk Hutje met "de Time iedere week"). Daarnaast ook diverse nummers waarin hij ironisch commentaar levert op actuele toestanden (het Veerse Gat was juist afgesloten en zo het Veerse Meer geworden in het jaar vóórdat Fischer zijn gelijknamige nummer schreef, en de Europoort was in 1963 nog volop in ontwikkeling), zijn fantasie de vrije loop laat door bijvoorbeeld met zijn uitgebreide vocabulaire aan rijmwoorden te gaan associëren met de verschillende betekenissen van het woord bal (feest, voetbal, bekakt corpslid), of kleine bizarre verhaaltjes vertelt met onduidelijke, weggelaten of tegendraadse pointes (Jan Soldaat, De monniken, Peer, En toen...).
Het indrukwekkendst vind ik echter de liedjes waarin Fischer wel personages, omstandigheden en motivaties schetst, maar alles verder in een sfeer van dichterlijke vaagheid hult waardoor ik de emotionele implicaties van de situatie net niet goed kan inschatten en daardoor in feite zèlf mijn fantasie de vrije loop kan laten, zoals in Tem me dan, Hutje, het afstandelijke De laatste keer en het absolute hoogtepunt van de hele verzameling, het vervreemdende Als ze slaapt (dat trouwens ook een geweldig spannende melodie en begeleiding heeft). De totaalindruk is die van een singer-songwriter avant la lettre die in een zeer gevarieerd repertoire talloze facetten van zijn persoonlijkheid laat zien en toch ongrijpbaar en onvoorspelbaar blijft. Oudnederlandse klasse.
Jack Bruce - Songs for a Tailor (1969)

4,0
0
geplaatst: 26 januari 2012, 15:44 uur
Het knappe van deze plaat is eigenlijk dat de muziek op een bepaalde manier tegelijkertijd toegankelijk en onorthodox klinkt, want de melodieën zijn nooit voorspelbaar (bijvoorbeeld Weird of Hermiston) en de arrangementen wijken vaak nèt af van wat je zou kunnen verwachten of van wat "traditioneel" is. Naast de evidente kwaliteiten van zang, "musicianship" en gedrevenheid lijkt me dat een belangrijke oorzaak waarom dit album na 43 jaar nog altijd fris en messcherp klinkt. Een enkel minpuntje (voor Boston ball game, 1967 ben ik niet altijd in de stemming, en de tweede helft van To Isengard schiet mij persoonlijk in het verkeerde keelgat) neem ik dan graag voor lief.
George Harrison, L'angelo misterioso...
En op die site van JB blijkt dat hij op 8 mei warempel weer een nieuw album getiteld Spectrum Road gaat uitbrengen, en wie wil kan hem op 6 juli op het North Sea Jazz Festival gaan bekijken. Still going strong dus.
George Harrison, L'angelo misterioso...
En op die site van JB blijkt dat hij op 8 mei warempel weer een nieuw album getiteld Spectrum Road gaat uitbrengen, en wie wil kan hem op 6 juli op het North Sea Jazz Festival gaan bekijken. Still going strong dus.
Jackie DeShannon - What the World Needs Now Is... (1994)
Alternatieve titel: The Definitive Collection

4,0
0
geplaatst: 30 mei 2018, 12:21 uur
Jackie DeShannon kende ik lange tijd alleen als componist van Don't doubt yourself babe op het debuutalbum van de Byrds, maar de laatste tijd kom ik haar naam steeds vaker tegen, onder andere als componist van het onsterfelijke When you walk in the room, een hit voor de Searchers in 1964. Dus heb ik me maar eens aan een goede compilatie gewaagd, en dat werd déze, door de All Music Guide "the recommended first purchase" genoemd en door mijn gewaardeerde voorganger eveneens aangeraden. En inderdaad is dit zo te zien een mooi overzicht van DeShannons jaren-60-werk, met 19 van de 28 nummers stammend uit de jaren 1963-1966; de compilatie begint met haar rockabilly-ode aan Buddy Holly uit 1958, en loopt dan via de jangle-pop van Needles and pins en When you walk in the room naar haar eerste grote hit, What the world needs now is love van Burt Bacharach en Hal David (#7 USA in 1965), passeert een paar covers van grote singer-songwriters (Tim Hardin, Robbie Robertson en een meesterlijke versie van Warren Zevons 500 miles from yesterday), en eindigt met DeShannons tweede grote hit, Put a little love in your heart (#4 USA in 1969).
Met name de eerste helft van deze verzameling past helemaal in mijn straatje, met die prachtige mix van optimisme, experimenteerdrift en pop sensibility die de Amerikaanse top-40-pop in deze tijd kenmerkt. Waarom is DeShannon ondanks haar ontegenzeggelijke compositorische talenten en haar lieve uitstraling dan toch eigenlijk nooit een echte ster of zelfs maar een bekende naam geworden? Het is vervelend om dat van zo'n sympathiek en talentvol iemand te moeten zeggen, maar ik vrees dat dat toch gewoon aan haar stem ligt : die is prima wanneer ze melancholische popliedjes als Heaven is being with you of When you walk in the room moet zingen, maar voor het zwaardere werk heeft ze niet genoeg kracht en volume, zoals te horen op David/Bacharach-composities als A lifetime of loneliness en Windows and doors.
Misschien voorvoelde ze ook wel dat het haar niet zou gaan lukken om een echt grote carrière op te bouwen, want op de tweede helft van deze compilatie hoor je steeds meer invloeden van op dat moment populaire stijlen : met de vier David/Bacharach-composities betreedt ze al het pad van de brave MOR-pop, I can make it with you klinkt naar Phil Spector à la A love like yours, It shines on you too is Simon & Garfunkel-folky, de The Band-cover The weight neigt naar de Americana en de gospel, en Brighton Hill klinkt zelfs als een Supremes-pastiche. Niet voor niets zit het merendeel van haar eigen composities in het eerste deel van deze verzameling.
Niets ten nadele van haar stem, ik luister er graag naar, hij heeft een prettige klank en er zit af en toe een mooi randje aan, maar tegen competitie als Dusty Springfield, Shirley Bassey, Dionne Warwick, Mama Cass Elliot, Cilla Black, Petula Clark, Brenda Lee, Marianne Faithful en Nancy Sinatra (om maar een paar zangeressen te noemen die min of meer in dezelfde vijver visten) viel voor haar denk ik niet op te boksen. Maakt verder niet uit, wat mij betreft is dit een heerlijke compilatie van een sympathieke zangeres met diverse geweldige composities op haar naam.
Met name de eerste helft van deze verzameling past helemaal in mijn straatje, met die prachtige mix van optimisme, experimenteerdrift en pop sensibility die de Amerikaanse top-40-pop in deze tijd kenmerkt. Waarom is DeShannon ondanks haar ontegenzeggelijke compositorische talenten en haar lieve uitstraling dan toch eigenlijk nooit een echte ster of zelfs maar een bekende naam geworden? Het is vervelend om dat van zo'n sympathiek en talentvol iemand te moeten zeggen, maar ik vrees dat dat toch gewoon aan haar stem ligt : die is prima wanneer ze melancholische popliedjes als Heaven is being with you of When you walk in the room moet zingen, maar voor het zwaardere werk heeft ze niet genoeg kracht en volume, zoals te horen op David/Bacharach-composities als A lifetime of loneliness en Windows and doors.
Misschien voorvoelde ze ook wel dat het haar niet zou gaan lukken om een echt grote carrière op te bouwen, want op de tweede helft van deze compilatie hoor je steeds meer invloeden van op dat moment populaire stijlen : met de vier David/Bacharach-composities betreedt ze al het pad van de brave MOR-pop, I can make it with you klinkt naar Phil Spector à la A love like yours, It shines on you too is Simon & Garfunkel-folky, de The Band-cover The weight neigt naar de Americana en de gospel, en Brighton Hill klinkt zelfs als een Supremes-pastiche. Niet voor niets zit het merendeel van haar eigen composities in het eerste deel van deze verzameling.
Niets ten nadele van haar stem, ik luister er graag naar, hij heeft een prettige klank en er zit af en toe een mooi randje aan, maar tegen competitie als Dusty Springfield, Shirley Bassey, Dionne Warwick, Mama Cass Elliot, Cilla Black, Petula Clark, Brenda Lee, Marianne Faithful en Nancy Sinatra (om maar een paar zangeressen te noemen die min of meer in dezelfde vijver visten) viel voor haar denk ik niet op te boksen. Maakt verder niet uit, wat mij betreft is dit een heerlijke compilatie van een sympathieke zangeres met diverse geweldige composities op haar naam.
Jackie Wilson - A Woman, a Lover, a Friend (1960)

2,0
0
geplaatst: 11 februari 2019, 17:12 uur
Een album waarop Jackie Wilson helemaal los mag gaan, helaas niet op de juiste manier, want meer dan de helft van de nummers hier bestaat uit zware aria's compleet met orkest en koor. En het erge is dat het Wilson met zijn onvoorstelbare stem ook nog eens zo goed afgaat, zodat ik niet eens de neiging heb om de plaat af te zetten – hoogstens skip ik naar het volgende nummer in de hoop dat dat wat minder overspannen en meer up-tempo zal zijn, maar dan wordt het überdramatische The river gevolgd door de overtreffende trap van When you add religion to love : "A kiss is a prayer to drive away care / When you add religion to love / The hand that you hold can never grow cold / When you bow to the One above", je moet maar er op komen. En dan is het toch wel bizar wanneer het dááropvolgende nummer begint met "Baby a kiss from your lips / Dri-hi-hives me wild..." Een rare mix van verheven passie en aardse lusten – Wilson brengt het allebei overtuigend over het voetlicht, en het legde hem geen windeieren, want met Night (gebaseerd op de aria Mon cœur s'ouvre à ta voix uit de opera Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns uit 1877, ik bedoel maar) haalde hij de vierde plaats van de Amerikaanse hitlijsten, en twee andere nummers van dit album haalden eveneens de top-20, dus wie ben ik om te zeuren? Wel, ik ben de luisteraar die een groot liefhebber van Wilsons fabelachtige stem is, maar dan vooral van het wat aardsere repertoire (Am I the man !), en dat is op dit album maar mondjesmaat aanwezig.
Jackie Wilson - He's So Fine (1958)

3,0
1
geplaatst: 10 januari 2019, 21:10 uur
Als je van elke track hier alleen het arrangement zou beschrijven krijg je al een idee van hoe de verdeling van de nummers is : met strijkers of schuifelende blazers plus een koortje achter de band zit je al gauw in de richting van de jazzy-Platters-cocktail-bar-muziek, en voor de up-tempo-nummers wordt er gelukkig veel meer rock&roll-piano en jazzy-twangy gitaar ingezet. Gelukkig mag Wilson bij beide muzikale omlijstingen laten zien hoeveel hij vocaal in huis heeft : in het ene geval laag en vol uithalend en bijna rechtstreeks de vrouwelijke luisteraar aansprekend, in het andere geval met iedereen die het maar wil horen een feestje bouwend. Persoonlijk ben ik dol op de Platters (mijn vader had hun perfecte verzamelelpee), maar As long as I live en I'm wanderin' halen dat niveau niet, en bovendien hèbben we al een Platters – ik hoor liever de wat ruigere en swingender Jackie Wilson. Maar dat was anno 1958 misschien wat te veel gevraagd met een album dat natuurlijk Wilson toch vooral aan een groot publiek wilde verkopen – om de luisteraar niet te ver van huis te voeren worden van de twee hits To be loved en Reet petite zelfs keurig twee kopieën van dezelfde componisten met dezelfde trucjes meegeleverd (I'm wanderin' met de oplopende notenreeks tijdens de titelregel, resp. It's so fine met z'n rollende r). Het maakt ook allemaal niet veel uit, want (zoals het cliché luidt) zelfs als deze man het telefoonboek zou zingen zou ik nog luisteren. Half sterretje aftrek voor Danny boy, want ik vind het echt verschrikkelijk hoe hij zo'n mooie melodie met zoveel ongevraagde noten als een topzware kerstboom optuigt.
Jackie Wilson - Jackie Sings the Blues (1960)

3,0
0
geplaatst: 4 februari 2019, 15:27 uur
Laat de titel je niet misleiden, want dit is bepaald geen album vol gekwelde gitaren en bezwerende zang – Muddy, Hooker en Wolf zijn hier vèr weg. Eerder is dit een beschaafde en goed geproduceerde verzameling ballades en up-tempo-nummers volgens (soms) een bluesschema (maar soms ook niet) waarbij je Jackie Wilson zelfs bij de grootste (bezongen) ellende nog ziet knipogen naar het opgewekte dameskoortje. Verder niets mis mee, want Wilson gaat zich niet te buiten aan over-de-top-gegalm, de nummers zijn kort en puntig (inclusief een paar lekkere gitaarsolo's), en het geheel ademt een plezier dat eigenlijk in schril contrast staat met de titel van het album. Zelfs een dubieuze tekst als "Sometime, people, the chick won't fix me nothing to eat / Well all she wanna do is just a-walk up and down the street" (uit She done me wrong) kan de pret niet drukken. Hoogtepunt is Doggin' around, waarop Wilsons "Yeaaaaaaah" me sterk aan John Fogerty's uithaal op I put a spell on you tien jaar later doet denken. Leuke plaat van een heerlijke zanger.
Jackie Wilson - Lonely Teardrops (1959)

2,0
0
geplaatst: 18 januari 2019, 17:32 uur
Ik kan best wat suiker verdragen, maar Jackie Wilsons tweede album bevat meer zoetigheid dan goed voor me is. Het koortje en het parlando van Each time (I love you more), de zwoele sax en het call-and-response-koor van In the blue of evening, de musicalachtige overdrijving van Singing a song en de meligheid van de laatste drie nummers maken hier een soms enorm stroperig album van, en de vocale fratsen die Wilson tijdens het instrumentale gedeelte van By the light of the silvery moon uithaalt –ergens tussen hysterisch gejodel en het protserige gefluit van een vogel die in het voorjaar een wijfje zoekt in– zijn tegelijk ongelooflijk knap en extreem afschuwelijk. De incidentele hoogtepunten zijn het titelnummer, het aanstekelijke That's why (I love you so) met z'n bizarre fluitje en grappige tekst ("If Shakespeare thought that Juliet / Really loved Romeo from the time they met / Uh he would blow his top if he could see / Just how you've been loving me") en Someone to need me (as I need you), een echt goede ballade waarop Wilson op de juiste manier voluit mag gaan, maar daarmee is dan ook wel alles gezegd. Te weinig up-tempo-vrolijkheid, te veel tenenkrommende ballades.
Jackie Wilson - So Much (1959)

3,5
0
geplaatst: 25 januari 2019, 13:03 uur
Jackie Wilsons tweede album Lonely teardrops betekende helaas het einde van zijn samenwerking met het succesvolle songschrijversteam van Berry Gordy en Tyran Carlo (aka Roquel "Billy" Davis) vanwege een conflict met de platenmaatschappij (die weigerde om ook nummers van Gordy op de B-kantjes te zetten, waardoor Gordy maar de helft van de royalties kreeg). Met Berry Gordy hoeven we zoals bekend geen medelijden te hebben, maar ook Wilson houdt zich met deze plaat goed staande. Er staan nog twee nummers van Gordy en Carlo op (waaronder de leuke hit I'll be satisfied), Wilson schreef zelf –zoals wel vaker op zijn albums– ook mee aan twee nummers, en samen met de overige componisten en arrangeur Dick Jacobs levert hij hier een plaat af met vooral veel vrolijke up-tempo-nummers, inclusief een nummer dat uit een sessie van Sam Cooke lijkt te zijn gestolen, I know I'll always be in love with you. Bovendien zijn de ballades over het algemeen vrij meeslepend, en er staat eigenlijk maar één overdadig georkestreerde en überdramatische bezoeking op, Ask, een religieuze lofzang met een merkwaardige onderstroom (wanneer je de hoofdletter van het persoonlijk voornaamwoord in een kleine letter omzet wordt de tekst ervan opeens een stuk zinnelijker: "Ask and He will guide you / Ask, He's there inside you..." maar dat zal wel te vergezocht zijn.). Als totaalplaatje een lekker vlotte en vrolijke plaat waarop Wilson zijn natuurlijke enthousiasme ruim baan mag geven.
Jackie Wilson - The Jackie Wilson Story: The Chicago Years Vol. 1 (1995)

3,5
0
geplaatst: 10 september 2017, 11:11 uur
Tussen 1957 en 1975 nam de legendarische soulzanger Jackie Wilson maar liefst 350 nummers voor het Brunswick-label op, en deze verzamel-CD bevat een selectie van de tracks die hij in de tweede helft van die periode (tussen 1966 en 1975) onder leiding van producer Carl Davis in Chicago op de plaat zette. Het geluid van deze uitgave laat weinig te wensen over (zoals je mag hopen bij een CD op het roemruchte Charly-rerelease-label) en het boekje bevat een aardig en informatief essay, maar de tracklisting is helaas wel a-chronologisch geordend, hetgeen afwisseling garandeert maar ook voor een zekere desoriëntatie zorgt.
Wanneer je de nummers echter in de juiste chronologie beluistert hoor je aardig hoe de evolutie van de populaire soulmuziek in z'n werk is gegaan : de eerste nummers (1966-1969) zijn nog een beetje rauwer en wat minder gepolijst, zo in de trant van up-tempo Motown of Otis Redding (en soms zelfs een beetje Tom Jones toen die zijn carrière met R&B en pop begon), maar langzaam maar zeker beginnen de nummers in de richting van de "sweet soul" te evolueren, en vanaf 1970 merk je de invloed van de opkomende Philly-sound van Harold Melvin & the Blue Notes, Lou Rawls en de Three Degrees. Dan wordt het geluid namelijk bijna dichtgemetseld met strijkers, blazers, fluitjes en vooral zo'n onverstoorbaar geestdodend koortje, resulterend in de uiterst deprimerende kunstmatige opgewektheid van bijvoorbeeld I've learned about life, waarbij ik de vijf monochrome pakken, de overhemden met buitensporig lange boordpunten en de manische danspasjes van de Trampps al voor me zie. Gelukkig kan Wilson in deze periode zijn energie ook nog kwijt in de geweldige bonkende funk van The fountain en het prachtige Just as soon as the feeling's over ("you wanna get right up and walk out of my life"), dat evengoed een enorme hit voor Gladys Knight & the Pips had kunnen zijn, maar over het algemeen zijn deze nummers toch een zware beproeving voor wie meer houdt van de wat directere en "gritty" jaren-zestig-soul.
Wat echter zelfs op de meest ordinaire en melige nummers boven alles uit blijft stijgen is die Stem, smekend, jodelend, overslaand, een enkele maal met een hete aardappel, steeds feilloos de hoogte in, vaak licht opgewonden, altijd expressief, soms fraserend zoals Sam Cooke (met wie hij in de jaren 50 tijdens "package tours" vaak het podium deelde, niet altijd zonder conflict), maar op het extreme I still love you bijvoorbeeld ook een zeer acceptabele James Brown oproepend. Jackie Wilson heeft de reputatie dat hij nooit de beschikking heeft gehad over het consistente materiaal dat hem een echt grote en langdurige carrière had kunnen bezorgen, en deze compilatie is daar een treffende illustratie van, want na 1966 had hij nog maar één echt grote hit, en alle strijkers, blazers, fluitjes en koortjes konden daar geen verandering in brengen. In 1975 kreeg hij tijdens een optreden een hartaanval waardoor hij de rest van zijn leven in semi-comateuze toestand doorbracht, en in 1984 overleed hij – waarna Reet petite alsnog een internationale nummer-1-hit werd.
En die ene echt grote hit die hij tussen 1966 en 1975 had? Zie nummer 13, (Your love keeps lifting me) Higher and higher, over een verliefdheid die Wilson inspireert tot een vocale vreugde die de luisteraar zo mogelijk nóg meer verheft – wie hierdoor geen kippevel krijgt en/of aan zijn eigen eerste verliefdheid wordt herinnerd heeft een hart van steen (of geen gevoel voor wat de beste soul kan teweegbrengen, dat kan natuurlijk ook). Zou er op MusicMeter aan individuele nummers eveneens een waardering in sterren mogen worden gegeven, dit nummer kreeg er zes.
Wanneer je de nummers echter in de juiste chronologie beluistert hoor je aardig hoe de evolutie van de populaire soulmuziek in z'n werk is gegaan : de eerste nummers (1966-1969) zijn nog een beetje rauwer en wat minder gepolijst, zo in de trant van up-tempo Motown of Otis Redding (en soms zelfs een beetje Tom Jones toen die zijn carrière met R&B en pop begon), maar langzaam maar zeker beginnen de nummers in de richting van de "sweet soul" te evolueren, en vanaf 1970 merk je de invloed van de opkomende Philly-sound van Harold Melvin & the Blue Notes, Lou Rawls en de Three Degrees. Dan wordt het geluid namelijk bijna dichtgemetseld met strijkers, blazers, fluitjes en vooral zo'n onverstoorbaar geestdodend koortje, resulterend in de uiterst deprimerende kunstmatige opgewektheid van bijvoorbeeld I've learned about life, waarbij ik de vijf monochrome pakken, de overhemden met buitensporig lange boordpunten en de manische danspasjes van de Trampps al voor me zie. Gelukkig kan Wilson in deze periode zijn energie ook nog kwijt in de geweldige bonkende funk van The fountain en het prachtige Just as soon as the feeling's over ("you wanna get right up and walk out of my life"), dat evengoed een enorme hit voor Gladys Knight & the Pips had kunnen zijn, maar over het algemeen zijn deze nummers toch een zware beproeving voor wie meer houdt van de wat directere en "gritty" jaren-zestig-soul.
Wat echter zelfs op de meest ordinaire en melige nummers boven alles uit blijft stijgen is die Stem, smekend, jodelend, overslaand, een enkele maal met een hete aardappel, steeds feilloos de hoogte in, vaak licht opgewonden, altijd expressief, soms fraserend zoals Sam Cooke (met wie hij in de jaren 50 tijdens "package tours" vaak het podium deelde, niet altijd zonder conflict), maar op het extreme I still love you bijvoorbeeld ook een zeer acceptabele James Brown oproepend. Jackie Wilson heeft de reputatie dat hij nooit de beschikking heeft gehad over het consistente materiaal dat hem een echt grote en langdurige carrière had kunnen bezorgen, en deze compilatie is daar een treffende illustratie van, want na 1966 had hij nog maar één echt grote hit, en alle strijkers, blazers, fluitjes en koortjes konden daar geen verandering in brengen. In 1975 kreeg hij tijdens een optreden een hartaanval waardoor hij de rest van zijn leven in semi-comateuze toestand doorbracht, en in 1984 overleed hij – waarna Reet petite alsnog een internationale nummer-1-hit werd.
En die ene echt grote hit die hij tussen 1966 en 1975 had? Zie nummer 13, (Your love keeps lifting me) Higher and higher, over een verliefdheid die Wilson inspireert tot een vocale vreugde die de luisteraar zo mogelijk nóg meer verheft – wie hierdoor geen kippevel krijgt en/of aan zijn eigen eerste verliefdheid wordt herinnerd heeft een hart van steen (of geen gevoel voor wat de beste soul kan teweegbrengen, dat kan natuurlijk ook). Zou er op MusicMeter aan individuele nummers eveneens een waardering in sterren mogen worden gegeven, dit nummer kreeg er zes.
Jackie Wilson - The Very Best Of (1994)

4,0
0
geplaatst: 10 december 2018, 16:48 uur
Voor mij is Jackie Wilson één van de grote gemiste kansen van de pop- en soulmuziek : met een stem als de zijne was het sowieso al onvermijdelijk dat hij een grote carrière zou krijgen, maar met een betere begeleiding qua repertoire en met een "empatischer" label dan Brunswick had hij een echte ster en een ijkpunt in de soul kunnen worden. Nú bleef hij te vaak hangen in MOR-ballades of over-the-top-bewerkingen van composities uit de klassieke muziek, terwijl hij met wat "grittier" nummers wellicht dezelfde status als Sam Cooke en Otis Redding had kunnen hebben. Luister eens naar Night (gebaseerd op een aria van Saint-Saëns), het gruwelijke Alone at last (Tsjaikovski's Eerste Pianoconcert) of Wilsons versie van Danny boy waarop hij vastbesloten lijkt om daadwerkelijk uiting te geven aan alle noten binnen zijn bereik (en dat zijn er een héleboel), en daarna naar het soepele Baby workout of het onsterfelijke (Your love keeps lifting me) Higher and higher, en je weet precies wat ik bedoel.
Deze verzamel-CD bevat 13 van de 24 hits die Wilson tussen 1958 en 1968 in de Amerikaanse top-40 had, inclusief zijn zes top-10-hits, aangevuld met Reet petite (Wilsons eerste solo-single na zijn vier jaar lange verblijf bij Billy Ward And His Dominoes, geen hit in Amerika, wel in Engeland, en postuum #1 in zowel Engeland als Nederland) en twee albumtracks uit 1965. Selectie, annotatie en geluid zijn uitstekend, zoals het een Rhino-compilatie betaamt. Een mooi overzicht dus, waarbij ik me maar vasthou aan geweldige nummers als Baby workout, No pity (in the naked city) en dat fantastische slotnummer en ondertussen droom van wat deze man met deze stem had kunnen worden.
Deze verzamel-CD bevat 13 van de 24 hits die Wilson tussen 1958 en 1968 in de Amerikaanse top-40 had, inclusief zijn zes top-10-hits, aangevuld met Reet petite (Wilsons eerste solo-single na zijn vier jaar lange verblijf bij Billy Ward And His Dominoes, geen hit in Amerika, wel in Engeland, en postuum #1 in zowel Engeland als Nederland) en twee albumtracks uit 1965. Selectie, annotatie en geluid zijn uitstekend, zoals het een Rhino-compilatie betaamt. Een mooi overzicht dus, waarbij ik me maar vasthou aan geweldige nummers als Baby workout, No pity (in the naked city) en dat fantastische slotnummer en ondertussen droom van wat deze man met deze stem had kunnen worden.
Jackie Wilson - You Ain't Heard Nothin' Yet (1961)

3,5
0
geplaatst: 3 augustus 2019, 15:26 uur
Ik gok dat de meeste mensen (en zéker de meeste niet-Amerikanen) bij de naam Al Jolson alleen nog maar zullen denken aan de man die met zijn zinnetje "Wait a minute, wait a minute – you ain't heard nothing yet!" de tot dan toe stomme film The jazz singer (1927) promoveerde tot de allereerste "talkie" ooit. Feit is echter dat Jolson (1886-1950) de belangrijkste en beroemdste Amerikaanse zanger, entertainer en performer van de eerste helft van de twintigste eeuw was, met grote bijdragen aan de ontwikkelingen en de successen van blackface, vaudeville, revue, musical comedy en film. Daarnaast beleefde zijn carrière in 1946 een spectaculaire comeback dankzij de film The Al Jolson story (waarin hij niet speelde maar waarvoor hij wel de liedjes opnieuw inzong), en toen hij in 1950 stierf was dat als "The world's greatest entertainer" wiens populariteit door jongere zangers als Bing Crosby en Frank Sinatra eigenlijk nauwelijks bedreigd werd en die er ook nog eens een levenstaak van had gemaakt om de overzeese troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog en later in Korea te komen vermaken.
Het is misschien raar dat een zwarte pop- en proto-soul-zanger zich zo aangesproken voelde door een Joodse zanger van soms sentimentele ballades die ook nog eens een halve eeuw eerder debuteerde, maar aan de andere kant is het eenvoudig om te horen wat Jackie Wilson allemaal zo in Jolson aantrok : zijn extraverte voordracht, zijn gevarieerde repertoire, zijn dynamiek en zijn bruisende persoonlijkheid op het podium moeten hem tot Wilsons grote voorbeeld hebben gemaakt, en wat dat betreft was dit album voor Wilson een buitenkans zowel om eer te bewijzen aan zijn grote voorbeeld als om een plaat te maken met covers van geliefde liedjes waarin hij zelf zijn ziel en zaligheid kwijt kon.
Het resultaat is een zeer onderhoudende plaat met versies van diverse van Jolsons beroemdste nummers, waaronder twee van de liedjes waar hij nog altijd mee geassocieerd wordt, Sonny boy en George Gershwins Swanee (vernoemd naar de rivier de Suwannee in Florida en Georgia), maar ook diverse andere beroemde titels zoals California here I come, April showers en de prachtige afsluiter In our house. De arrangementen (combo, blazers en strijkers, en af en toe een voorzichtig koortje) en het geluid zijn natuurlijk wat moderner, en Wilsons vocale acrobatiek moet je net zo liggen als Jolsons incidentele sentimentaliteit ("You're sent from Heaven, and I know your worth / Why, you made a Heaven for me right here on earth / And the Angels, they grew lonely, and they took you because they were lonely / Now I'm lonely too, Sonny boy..."). Maar het moet gezegd worden dat Wilson zijn zang redelijk strak houdt en nergens echt "over the top" gaat, hetgeen de beluisterbaarheid van deze sympathieke plaat zeer ten goede komt.
Momenteel verkrijgbaar op een redelijk klinkende CD van Hallmark/Pickwick uit 2012, met minimale annotatie (enkel de componisten worden vermeld, maar verder is zelfs het jaartal van de oorspronkelijke release niet te vinden) en helaas zonder Wilsons eigen oorspronkelijke hoestekst, maar die laatste is nog wel online te vinden. Zie ook Nowstalgia (1974).
Het is misschien raar dat een zwarte pop- en proto-soul-zanger zich zo aangesproken voelde door een Joodse zanger van soms sentimentele ballades die ook nog eens een halve eeuw eerder debuteerde, maar aan de andere kant is het eenvoudig om te horen wat Jackie Wilson allemaal zo in Jolson aantrok : zijn extraverte voordracht, zijn gevarieerde repertoire, zijn dynamiek en zijn bruisende persoonlijkheid op het podium moeten hem tot Wilsons grote voorbeeld hebben gemaakt, en wat dat betreft was dit album voor Wilson een buitenkans zowel om eer te bewijzen aan zijn grote voorbeeld als om een plaat te maken met covers van geliefde liedjes waarin hij zelf zijn ziel en zaligheid kwijt kon.
Het resultaat is een zeer onderhoudende plaat met versies van diverse van Jolsons beroemdste nummers, waaronder twee van de liedjes waar hij nog altijd mee geassocieerd wordt, Sonny boy en George Gershwins Swanee (vernoemd naar de rivier de Suwannee in Florida en Georgia), maar ook diverse andere beroemde titels zoals California here I come, April showers en de prachtige afsluiter In our house. De arrangementen (combo, blazers en strijkers, en af en toe een voorzichtig koortje) en het geluid zijn natuurlijk wat moderner, en Wilsons vocale acrobatiek moet je net zo liggen als Jolsons incidentele sentimentaliteit ("You're sent from Heaven, and I know your worth / Why, you made a Heaven for me right here on earth / And the Angels, they grew lonely, and they took you because they were lonely / Now I'm lonely too, Sonny boy..."). Maar het moet gezegd worden dat Wilson zijn zang redelijk strak houdt en nergens echt "over the top" gaat, hetgeen de beluisterbaarheid van deze sympathieke plaat zeer ten goede komt.
Momenteel verkrijgbaar op een redelijk klinkende CD van Hallmark/Pickwick uit 2012, met minimale annotatie (enkel de componisten worden vermeld, maar verder is zelfs het jaartal van de oorspronkelijke release niet te vinden) en helaas zonder Wilsons eigen oorspronkelijke hoestekst, maar die laatste is nog wel online te vinden. Zie ook Nowstalgia (1974).
Jake Bugg - Shangri La (2013)

3,0
0
geplaatst: 13 mei 2014, 16:39 uur
Opgepikt via de platenzaak omdat het zo lekker klonk, en na twee keer beluisteren zit ik ergens tussen positief en enthousiast in. Z'n debuut ken ik niet, dus vergelijkingen kan ik niet maken, maar als ik het hier zo lees kan dat een nóg leukere verrassing worden. Elders op deze pagina worden overigens Oasis en de Arctic Monkeys genoemd, daar kan ik inkomen, maar waar ik zelf heel erg aan moet denken zijn The La's (1990). Niet dat Bugg daar veel aan kan doen, in principe vist hij toevallig in dezelfde vijver : Engels + klassieke gitaar-georiënteerde Kinksy popmuziek (en hoe meer er daarvan is, hoe beter) + vooral dezelfde stem als L.A. Mavers (en daar kan Bugg natuurlijk weinig aan doen). Een echt frappante vocale gelijkenis, die me doet hopen dat deze plaat na verloop net zo goed gaat blijken te zijn als die ene La's-plaat.
James Taylor - Mud Slide Slim & the Blue Horizon (1971)

4,5
1
geplaatst: 13 oktober 2023, 22:54 uur
Net als mijn voorganger RoyDeSmet (bijna tien jaar geleden!) heb ik Sweet baby James altijd nèt iets hoger dan Mud Slide Slim aangeslagen, hoewel ik de platen toch ook als een twee-eenheid heb leren kennen – namelijk via zo'n 2 originals of-dubbelelpee die beide albums bevatte. Wat ook meespeelde was de teleurstellende opener: na het sobere en ingetogen openingsnummer van de vorige plaat lijkt Love has brought me around bijna een ontkenning daarvan met z'n geforceerde vrolijkheid, onbekommerde koor, blazers, flauwe titelregel en melige melodie van het refrein. "Don't come to me with your sorrows anymore / I don't need to know how bad you're feeling today / I declare I've had my share and I've heard it all before / It's time for me to be stealing away" – neemt Taylor hier afstand van de weemoed die over Sweet baby James hing?
Gelukkig wordt de plaat daarna alleen maar sterker, niet alleen omdat het gevolgd wordt door het superbe You've got a friend (naast Fire and rain misschien wel Taylors bekendste nummer, hoewel het niet eens van zijn eigen hand is), maar ook omdat de plaat daarna qua composities nergens meer inzakt (behalve misschien bij Let me ride) en omdat er toch ook een duidelijke poging wordt ondernomen om de sound wat breder en dieper te maken, met een wat andere kleur qua instrumenten (accordeon, banjo, meer elektrische gitaar, een piano als lead-instrument op Places in my past, maar helaas ook geen steel-gitaar meer) en een gevoelsmatig ruimere invalshoek qua teksten. Kortom, eigenlijk is dit album net zo sterk als z'n voorganger, en de vrijheid en de lichtheid die uit het titelnummer spreken ontkennen de weemoed van Places in my past niet maar bieden er als het ware een vriendelijk alternatief voor, een andere manier om naar je zorgen te kijken.
Toen ik dit album leerde kennen was ik nog zó jong dat ik me bij de titel Hey mister, that's me up on the jukebox James Taylor in kleermakerszit (en met een akoestische gitaar) bovenop een jukebox voorstelde.Toegegeven, ook tóén al had ik beter moeten weten, maar ook nú nog krijg ik dat ongerijmde beeld niet uit mijn hoofd.
Gelukkig wordt de plaat daarna alleen maar sterker, niet alleen omdat het gevolgd wordt door het superbe You've got a friend (naast Fire and rain misschien wel Taylors bekendste nummer, hoewel het niet eens van zijn eigen hand is), maar ook omdat de plaat daarna qua composities nergens meer inzakt (behalve misschien bij Let me ride) en omdat er toch ook een duidelijke poging wordt ondernomen om de sound wat breder en dieper te maken, met een wat andere kleur qua instrumenten (accordeon, banjo, meer elektrische gitaar, een piano als lead-instrument op Places in my past, maar helaas ook geen steel-gitaar meer) en een gevoelsmatig ruimere invalshoek qua teksten. Kortom, eigenlijk is dit album net zo sterk als z'n voorganger, en de vrijheid en de lichtheid die uit het titelnummer spreken ontkennen de weemoed van Places in my past niet maar bieden er als het ware een vriendelijk alternatief voor, een andere manier om naar je zorgen te kijken.
Toen ik dit album leerde kennen was ik nog zó jong dat ik me bij de titel Hey mister, that's me up on the jukebox James Taylor in kleermakerszit (en met een akoestische gitaar) bovenop een jukebox voorstelde.Toegegeven, ook tóén al had ik beter moeten weten, maar ook nú nog krijg ik dat ongerijmde beeld niet uit mijn hoofd.
James Taylor - Sweet Baby James (1970)

4,5
1
geplaatst: 12 oktober 2023, 13:47 uur
Zeven kleine meesterwerkjes op het snijpunt van singer-songwriter en country, en ik kan me van alle zeven voorstellen dat (en waarom) James Taylor ze vijftig jaar later nog steeds speelt (hoewel ik niet weet of hij dat ook daadwerkelijk dóét). Daarnaast vier "andere" nummers: Oh Susannah hoorde ik op dit album voor het eerst zodat Taylors uitvoering voor mij (dus) nog altijd de definitieve versie is, Oh baby don't you loose your lip on me is flauw maar al voorbij voordat ik me begin te ergeren, Suite for 20G mag dan wel bestaan uit een paar losse aan elkaar geplakte fragmenten maar omdat die fragmenten elk apart zo sterk zijn is het nummer als geheel toch ook leuk, en alleen Steamroller blues vind ik echt een misser.
Maar het gaat mij persoonlijk toch om de zeven nummers die de ruggegraat van dit album uitmaken, en daarbij valt me op hoe fris en pakkend ze ook een halve eeuw en vele vele luisterbeurten later nog klinken, met prachtige melodieën, helder gitaarspel, ingetogen arrangementen, Carole Kings piano die licht in de schemer brengt, en bovenal Taylors warme en rustgevende stem. Teveel JT achter elkaar is zó rustgevend dat ik er weer onrustig van word, maar deze plaat en z'n opvolger zijn wat mij betreft onbeperkt houdbaar.
Nog een eigenaardigheid van dit album: er zijn maar weinig platen waarbij ik zo duidelijk de groene weiden van het Amerikaanse platteland voor me zie – het getemde platteland weliswaar, want voor het echte pionieren is deze muziek te beschaafd, maar ik zie Taylor hierbij heel duidelijk met zijn (natuurlijk akoestische) gitaar voor de deur van zijn klassieke hutje op de hei zitten, uitkijkend over het uitgestrekte groen naar de verre namiddag-luchten. Die beelden zijn mij ongetwijfeld on onbewust niveau aangereikt door de verschillende nummers, titels en regels over reizen, ruimtelijkheid en natuur op dit album, alsmede door de zo duidelijk met countrymuziek geassocieerde steelgitaar, en wellicht ook door de "buitenfoto" op de hoes, maar hoe dan ook ken ik weinig muziek die zó duidelijk het tegenovergestelde van grotestads is.
Maar het gaat mij persoonlijk toch om de zeven nummers die de ruggegraat van dit album uitmaken, en daarbij valt me op hoe fris en pakkend ze ook een halve eeuw en vele vele luisterbeurten later nog klinken, met prachtige melodieën, helder gitaarspel, ingetogen arrangementen, Carole Kings piano die licht in de schemer brengt, en bovenal Taylors warme en rustgevende stem. Teveel JT achter elkaar is zó rustgevend dat ik er weer onrustig van word, maar deze plaat en z'n opvolger zijn wat mij betreft onbeperkt houdbaar.
Nog een eigenaardigheid van dit album: er zijn maar weinig platen waarbij ik zo duidelijk de groene weiden van het Amerikaanse platteland voor me zie – het getemde platteland weliswaar, want voor het echte pionieren is deze muziek te beschaafd, maar ik zie Taylor hierbij heel duidelijk met zijn (natuurlijk akoestische) gitaar voor de deur van zijn klassieke hutje op de hei zitten, uitkijkend over het uitgestrekte groen naar de verre namiddag-luchten. Die beelden zijn mij ongetwijfeld on onbewust niveau aangereikt door de verschillende nummers, titels en regels over reizen, ruimtelijkheid en natuur op dit album, alsmede door de zo duidelijk met countrymuziek geassocieerde steelgitaar, en wellicht ook door de "buitenfoto" op de hoes, maar hoe dan ook ken ik weinig muziek die zó duidelijk het tegenovergestelde van grotestads is.
James Taylor - The Best Of (2003)
Alternatieve titel: You've Got a Friend

4,0
0
geplaatst: 28 september 2012, 15:29 uur
De jaartallen vertellen het verhaal : negen nummers van Taylors eerste drie platen (1969-1971), negen nummers uit de latere zeventiger jaren, één nummer uit 1985 en één nieuw nummer (dus 2003). Wie dit alles mooi vindt dient zich dus onverwijld te vervoegen bij de meesterlijke heren Sweet baby James (1970) en Mud Slide Slim and the blue horizon (1971), en eventueel daarna nog (voorzichtig) het latere werk te proberen. (Maar wáár op deze compilatie staat Taylors onvolprezen Her town too [1981] met John David Souther?)
Is er ooit een rustgevender stem geweest?
Is er ooit een rustgevender stem geweest?
Jan Akkerman - Close Beauty (2019)

3,0
0
geplaatst: 2 december 2019, 15:47 uur
Ik ken zelf Jan Akkerman alleen van zijn werk in de jaren 60 en 70, en na Eli en het Crackers-album ben ik hem helemaal uit het oog verloren, afgezien van een enkel optreden dat op tv werd uitgezonden. Ik ging Close beauty dan ook helemaal blanco in, en in het begin was ik vooral verrast door de uitstekende band die Akkerman om zich heen heeft verzameld. Kennelijk zijn die mannen al jaren zijn vaste begeleiders, zoals blijkt uit de recensie van Bluesmagazine (hoewel je je kunt afvragen hoe serieus je een recensie die eindigt met de zin "Een 'beauty' van een album dat mij nu al 'close' aan het hart ligt" mag nemen). In die 450 woorden lange recensie valt verder tien keer de term fusion, dus dat maakt al duidelijk in welke hoek ik het moet zoeken, hoewel Akkerman er ook elementen van rock en flamenco doorheen weeft. En het moet gezegd worden, het klinkt allemaal fantastisch en Akkerman speelt nog net zo gracieus en inventief als 40-50 jaar geleden, maar helaas vind ik het ook voor een groot gedeelte nogal saai. Dat jazzy gitaargeluid ligt mij niet zo, het luistert mij een beetje te gelikt weg, en af en toe mis ik dan de rafelrandjes en de steek onder water. Zelfs in een complex en uit meerdere delen en gitaarstijlen opgebouwd nummer als Retrospection blijf ik de muzikale ideeën eerder knap dan meeslepend of spannend vinden, en tijdens het lange Tommy's anniversary ga ik zelfs een hekel krijgen aan dat gepiel op de vierkante centimeter.
Op de momenten waarop Akkerman wèl een wat schevere schaats rijdt (zoals het ruimtelijke Beyond the horizon, het rijk gearrangeerde Reunion en de langere solo's van Don Giovanni) is het ook meteen raak en ben ik weer net zo onder de indruk als ten tijde van Brainbox en Focus, maar helaas zijn die momenten duidelijk in de minderheid. Ik moet me er maar bij neerleggen dat dit soort fusion gewoon niet mijn ding is, net zoals Steely Dan voor mij langzaam maar zeker ook te lui werd. Kwalitatief dik in orde, en voor de liefhebber wellicht genieten, maar ik kan er zelf weinig tot niets mee. Binnenkort ga ik Akkerman live zien in een kleine zaal, hopelijk pakt hij dan wat meer uit.
Op de momenten waarop Akkerman wèl een wat schevere schaats rijdt (zoals het ruimtelijke Beyond the horizon, het rijk gearrangeerde Reunion en de langere solo's van Don Giovanni) is het ook meteen raak en ben ik weer net zo onder de indruk als ten tijde van Brainbox en Focus, maar helaas zijn die momenten duidelijk in de minderheid. Ik moet me er maar bij neerleggen dat dit soort fusion gewoon niet mijn ding is, net zoals Steely Dan voor mij langzaam maar zeker ook te lui werd. Kwalitatief dik in orde, en voor de liefhebber wellicht genieten, maar ik kan er zelf weinig tot niets mee. Binnenkort ga ik Akkerman live zien in een kleine zaal, hopelijk pakt hij dan wat meer uit.
Jan Akkerman - Jan Akkerman (1977)

4,0
0
geplaatst: 12 april 2019, 22:20 uur
Deze plaat leerde ik kennen zo omstreeks de release via een vriend die wel een liefhebber was van fusion (Billy Cobham, Al di Meola) en van jazzinvloeden binnen de pop (Chicago, Blood Sweat & Tears, Steely Dan). Toentertijd kon ik hier echter niks mee : te vrijblijvend, te veel druk gepiel, te weinig nadrukkelijke structuur – met name al dat gefriemel van die strijkers die alle kanten opgaan terwijl de overige instrumenten allemaal hun eigen partij lijken te spelen op Angel watch kon mij tot waanzin drijven. Veertig jaar en diverse experimentele gitaristen en bands later bevalt dit album me een stuk beter en kan ik de muziek makkelijker tot me laten doordringen. Zoals bijna iedereen hier leerde ik Akkerman kennen via zijn werk met Brainbox en Focus; de warme gitaarklank die hij daarbij creëerde (op bijvoorbeeld Tommy en Sylvia) is nog altijd ongeëvenaard, maar op deze soloplaat komt hij voor de dag met lichtere jazzy solo's en ingehouden slaggitaarwerk die een totaal ander geluidsbeeld scheppen maar toch net zo interessant en smaakvol zijn. Ook constant een knappe begeleiding met een eigen karakter en een volle sound die steeds ondersteunt (en incidenteel soleert) maar nergens overstemt. Ik hoef dit nog steeds niet te draaien met mevrouw OnHeavenHill in de huiskamer, maar in m'n eentje kan ik hier inmiddels bijzonder van genieten.
Janis Joplin - Pearl (1971)

3,0
0
geplaatst: 9 juli 2014, 16:40 uur
Deze plaat landde ooit met een enorme plons in mijn muzikale vijver. Mijn (veel oudere) zwager, in het bezit van honderden klassieke albums maar slechts een handvol popplaten, wilde dit staaltje jeugdsentiment toch wel in zijn bezit hebben, dus op een dag kwam hij hiermee thuis, zette zijn Quad-versterker op 11, legde deze plaat op de draaitafel, liet de naald in de aanloepgroef van het tweede nummer zakken en wachtte af. Acht akkoorden van de hele band met het orgel voorop... twee inmiddels vol lucht gezogen longen... "Cryyyy-yyyyy-YYYYY... BABY!" En Joplin is los.
Tientallen malen heb ik deze plaat sindsdien gedraaid, en hoewel het in artistiek opzicht als een klassieker wordt gezien (en trouwens ook commercieel : 9 postume weken op nummer 1 in Amerika) ben ik er nooit echt emotioneel betrokken bij geraakt. Hoe kan dat? Bevat haar stem meer Sturm und Drang dan ik kan verdragen, zijn de arrangementen te alledaags en te weinig gespeend van kleurrijke harmonieën of spetterende solo's (dat orgeltje klinkt soms wel wat te gewoontjes), zingt ze vanuit een levensgevoel dat mij vreemd is, klinkt ze te vaak te piepend-overspannen, of ligt haar stem me gewoon niet? Mogelijk some of misschien zelfs áll of the above. Hoe dan ook, ik draai deze plaat best met plezier maar nooit met volle aandacht.
Tientallen malen heb ik deze plaat sindsdien gedraaid, en hoewel het in artistiek opzicht als een klassieker wordt gezien (en trouwens ook commercieel : 9 postume weken op nummer 1 in Amerika) ben ik er nooit echt emotioneel betrokken bij geraakt. Hoe kan dat? Bevat haar stem meer Sturm und Drang dan ik kan verdragen, zijn de arrangementen te alledaags en te weinig gespeend van kleurrijke harmonieën of spetterende solo's (dat orgeltje klinkt soms wel wat te gewoontjes), zingt ze vanuit een levensgevoel dat mij vreemd is, klinkt ze te vaak te piepend-overspannen, of ligt haar stem me gewoon niet? Mogelijk some of misschien zelfs áll of the above. Hoe dan ook, ik draai deze plaat best met plezier maar nooit met volle aandacht.
Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980)

5,0
0
geplaatst: 12 september 2014, 20:16 uur
Vroeger beschouwde ik dit eigenlijk altijd als het overgangsalbum tussen het atmosferische Quiet life en het "Oosterse" Tin drum, maar feitelijk is dit een plaat die heel goed op eigen benen kan staan. Misschien wel de meest toegankelijke en soms bijna poppy plaat van de drie, zonder dat de muziek door de unieke combinatie van (déze) toetsen, drums, sax en zang ook maar één moment z'n otherwordly quality verliest, en met het onweerstaanbare Methods of dance (briljant gebruik van die tweede stem) en de sfeervolle samenwerking met Sakamoto Taking islands in Africa als hoogtepunten voor mij. Night porter is natuurlijk eveneens een mooi nummer, maar het duurt wat te lang, de woordloze zang op het einde vind ik een beetje anticlimactisch, en als geheel wekt het bij mij teveel de indruk echt als een magnum opus bedoeld te zijn. Daarnaast is de cover het enige matige nummer. Voor de rest: *****
Japan - Oil on Canvas (1983)

4,5
1
geplaatst: 14 september 2025, 22:10 uur
Toen ik dit album indertijd een paar jaar na Tin drum leerde kennen (dus nog als vinyl-dubbelelpee) was ik behoorlijk teleurgesteld, want ik hoorde eigenlijk vrijwel geen verschil met c.q. afwijkingen van de studioversies, en omdat er ook nauwelijks sprake was van een energieke of enthousiaste live-sfeer vond ik het feitelijk een overbodige release die ik dan ook niet heb aangeschaft. Een jaar of twee geleden ben ik opnieuw in een zódanige Japan/Sylvian-bui gekomen dat het wel lijkt alsof ik hun werk nú eigenlijk nog beter vind dan ruim 40 jaar geleden, en in mijn Japanse honger heb ik besloten deze toch maar aan te schaffen, nu als extended-CD.
Het is geen wonder dat ik indertijd die "zielloze" indruk kreeg, want op internet variëren de berichten van "na afloop in de studio nog ingrijpend bewerkt en opgepoetst" tot Steve Jansens bekentenis dat "only the drums were actually recorded live, the rest being recorded in a studio" (volgens de Engelse wiki die echter geen bronvermelding kan geven). En ik vind het nog steeds geen "spetterend" concert, dus in plaats daarvan beschouw ik het maar als een mooie, licht alternatief klinkende en qua songkeuze uitstekende selectie van wat deze band zo geweldig maakte, en dat alles in uitstekende geluidskwaliteit (ook in de ongeremasterde uitgave). Door de nadruk op het repertoire van Tin drum (zeven van de acht nummers daarvan) ben ik bovendien ook nummers die bij mij kennelijk altijd een beetje onder de radar zijn gebleven (Cantonese boy, Still life in mobile homes) meer gaan waarderen, dus al die jaren later ben ik alsnog een fan van dit album geworden. Wat wás dit toch een unieke band.
Het is geen wonder dat ik indertijd die "zielloze" indruk kreeg, want op internet variëren de berichten van "na afloop in de studio nog ingrijpend bewerkt en opgepoetst" tot Steve Jansens bekentenis dat "only the drums were actually recorded live, the rest being recorded in a studio" (volgens de Engelse wiki die echter geen bronvermelding kan geven). En ik vind het nog steeds geen "spetterend" concert, dus in plaats daarvan beschouw ik het maar als een mooie, licht alternatief klinkende en qua songkeuze uitstekende selectie van wat deze band zo geweldig maakte, en dat alles in uitstekende geluidskwaliteit (ook in de ongeremasterde uitgave). Door de nadruk op het repertoire van Tin drum (zeven van de acht nummers daarvan) ben ik bovendien ook nummers die bij mij kennelijk altijd een beetje onder de radar zijn gebleven (Cantonese boy, Still life in mobile homes) meer gaan waarderen, dus al die jaren later ben ik alsnog een fan van dit album geworden. Wat wás dit toch een unieke band.
Japan - Quiet Life (1979)

5,0
0
geplaatst: 12 september 2014, 17:51 uur
Ergens op het snijvlak tussen Bowie, Roxy en Moroder, alles zeer stijlvast en atmosferisch. De cover van All tomorrow's parties had niet gehoeven en die "Woh-oh, woh-oh" in het refrein van Halloween kan mij niet zo bekoren, maar de rest is tamelijk briljant, met als hoogtepunten voor mij het ijselijke Despair (met die klaaglijke Bowie-sax) en het lang (maar toch nooit lang genoeg) uitwaaierende The other side of life.
Overigens wordt in het boekje van mijn vroege CD-versie (op het Hansa-label) de naam John Punter nergens genoemd: daar is dit album "Produced by Simon Napier Bell and Japan for Hansa Productions Ltd."
Overigens wordt in het boekje van mijn vroege CD-versie (op het Hansa-label) de naam John Punter nergens genoemd: daar is dit album "Produced by Simon Napier Bell and Japan for Hansa Productions Ltd."
Japan - Tin Drum (1981)

4,5
0
geplaatst: 14 september 2014, 23:03 uur
Toen ik deze plaat leerde kennen vond ik dit het hoogtepunt van het oeuvre van Japan, vanwege de unieke sound en de drie absolute meesterwerken Visions of China, Sons of pioneers en Ghosts (toen Sylvian eind jaren 80, na zijn derde soloplaat, de teksten van zijn nummers bundelde in Trophies - the lyrics of David Sylvian, was Ghosts het enige nummer van Japan waarvan hij de tekst opnam). Dat de overige tracks wat minder waren (met uitzondering van Canton, dat me echter niet zo persoonlijk raakte als het eerder genoemde trio) nam ik dan maar voor lief, want die drie nummers droegen de plaat voor mij op voorbeeldige wijze. Inmiddels ben ik daar toch wel een beetje van teruggekomen: de drie genoemde nummers vind ik nog even sterk als toen, maar de gefragmenteerde ritmes van niet alleen de percussie maar ook de toetsenpartijen die soms de drums "helpen" (wat dazzler in zijn bericht van 6-6-2009 treffend "overgearrangeerde ritmiek" noemde) houden de muziek op afstand en werpen een onnodige intellectualistische muur op. Een uniek, mooi en kunstzinnig album, maar soms ook wel een beetje te bedacht.
Jarvis Cocker - Jarvis (2006)
Alternatieve titel: The Jarvis Cocker Record

4,0
0
geplaatst: 13 juli 2022, 13:37 uur
Afstand genomen, batterijen opgeladen, vol uit de startblokken, en wat geweldig om dan te merken dat Cocker het nog niet verleerd is. Bijna helemaal alleen gecomponeerd, voor een groot deel zelf ingespeeld, en met teksten waaruit blijkt dat hij nog niets van zijn scherpte heeft verloren – met recht een soloplaat, en wàt voor een. Net zo afwisselend als de platen van Pulp, af en toe misschien wat soberder en een enkele keer wat rauwer, en al met al een uitstekende plaat zonder ook maar één zwakke plek. En wat heb ik die regels "the cream cannot help but always rise up to the top / Well I say, shit floats" vaak bij mezelf gezegd – mooie wijze woorden.
Jasper Steverlinck - Night Prayer (2018)

3,0
1
geplaatst: 19 november 2019, 16:08 uur
Ik ben deze man op het spoor gekomen via zijn zang op het sublieme On this perfect day van Arjen Lucassens The Guilt Machine uit 2009. Steverlincks fabuleuze vermogen om daarop tegelijk zeer krachtig en zeer emotioneel te klinken maakte me heel benieuwd naar deze plaat, en hoewel de muziek totaal anders is dan bij voornoemd album ben ik zeker niet teleurgesteld. Mooie melodieuze nummers, intiem en smaakvol gearrangeerd en met alle ruimte voor Steverlincks stem, die mij als weinig andere weet te raken. Toch kan ik hier niet voluit positief over zijn, want naar mijn smaak zitten de veertien nummers teveel in dezelfde emotionele sfeer, met de composities melancholisch en introspectief en de arrangementen kaal en semi-akoestisch met te weinig accenten van bijvoorbeeld elektrische gitaar of slagwerk. Wanneer die elementen wèl worden ingezet (bijvoorbeeld op Need your love, Colour me blind, So far away from me) stijgt de muziek meteen boven zichzelf uit, maar daar staan dan weer nummers als That's not how dreams are made en Fall in light tegenover – prachtig, maar ik hoor steeds maar variaties op Lilac tree in de bewerking van Jeff Buckley, en dan duurt dit album wel èrg lang.
Jean Michel Jarre - Equinoxe (1978)

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2021, 22:16 uur
Dit album lijkt iets meer "de diepte" in te gaan dan z'n baanbrekende voorganger, met muziek die (op mij althans) niet zozeer spannender alswel romantischer overkomt, en dat laatste dan niet in de zin van jongen/meisje/liefde maar meer een levensgevoel van streven, zoeken, volheid, "groots en meeslepend wil ik leven." Die ambiance hoor ik vooral op de eerste helft, met de eerste twee nummers als intro en daaropvolgende sfeervolle opbouw, en daarna Part 3 met z'n heerlijke "tinkelende" begin en Part 4 met steeds meer aparte geluidjes en kleine muzikale vondsten.
Jammer genoeg vind ik de tweede helft een stuk minder interessant, met eerst in Part 5 een heel flauw loopje dat alleen maar lijkt te zijn gebruikt om een herkenbare single te creëren en zo het succes van Oxygene part 4 te herhalen, daarna twee nummers waarin melodisch te weinig verandering zit, en tenslotte de afsluiter waarvan de synth op het tweede deel klinkt als het goedkope orgel dat nog wel eens als fantasieloze muziekbegeleiding onder zwijgende films op DVD wordt gebruikt. Al met al is de tweede helft van dit album voor mij toch wel een redelijke teleurstelling na de sfeervolle eerste helft.
Overigens zie ik bij de intrigerende hoes altijd eerst uiltjes en daarna pas wezens met verrekijkers.
Jammer genoeg vind ik de tweede helft een stuk minder interessant, met eerst in Part 5 een heel flauw loopje dat alleen maar lijkt te zijn gebruikt om een herkenbare single te creëren en zo het succes van Oxygene part 4 te herhalen, daarna twee nummers waarin melodisch te weinig verandering zit, en tenslotte de afsluiter waarvan de synth op het tweede deel klinkt als het goedkope orgel dat nog wel eens als fantasieloze muziekbegeleiding onder zwijgende films op DVD wordt gebruikt. Al met al is de tweede helft van dit album voor mij toch wel een redelijke teleurstelling na de sfeervolle eerste helft.
Overigens zie ik bij de intrigerende hoes altijd eerst uiltjes en daarna pas wezens met verrekijkers.
