Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Talking Heads - More Songs About Buildings and Food (1978)

4,0
0
geplaatst: 18 september 2015, 17:34 uur
Ik kan me herinneren dat deze plaat indertijd grote indruk maakte vanwege de manier waarop Eno het geluid had "opengegooid" en verbreed èn vanwege de composities van David Byrne met de unieke invalshoeken van zijn teksten. Als ik het me goed herinner stonden de eerste vier Talking Heads-platen tussen 1977 en 1980 in de jaarlijkse eindlijstjes van Muziekkrant Oor achtereenvolgens op de nummers 3, 2, 2 en 1. Zelf was ik in de zomer van 1978 ook helemaal gek van dit album: de dwingende ritmiek van With our love en The girls want to be with the girls, de spanning van I'm not in love en mijn eigen favoriet Stay hungry, met dat ongelooflijk swingende begin en het melancholische slot met dat prachtige onbestemde orgeltje: "Here's that rhythm again / Here's my shoulder blade / Here's the sound I made / Here's the picture I saved / Here I am..." Om de een of andere reden kon ik pas bij Speaking in tongues weer echt enthousiast over deze band worden, en daarna pikte ik David Byrne eigenlijk pas weer bij zijn eerste twee soloplaten op. More songs... blijft toch mijn favoriete Talking Heads-album.
Tangerine Dream - Atem (1973)

5,0
0
geplaatst: 9 april 2019, 13:58 uur
Voor mij een nèt-niet-meesterwerk. Het titelnummer is ongekend krachtig, met dat begin vol zware percussie, het tussenstuk met rustiger insteek en daarna weer een lange onheilspellende coda, en Fauni-Gena is een prachtig mellotron-solostuk waarbij de vogelgeluiden bepaald sfeerverhogend werken. Circulation of events is echter minder beklijvend, alsof de groep aan het begin geen idee had waar ze naartoe gingen werken en op het einde eigenlijk nog stééds niet, en die stemmetjes en schreeuwtjes met echo's en andere effecten op Wahn waren toen misschien grappig maar doen nu alleen maar belegen aan, alsof iemand per ongeluk de microfoon had laten openstaan toen de leden elkaar lieten horen wat er allemaal met hun nieuwe speelgoed mogelijk was (hoewel de tweede helft van het nummer dan wel weer sterk is). (Pink Floyd deed iets dergelijks op het begin van Pow r. toc h. op hun debuutalbum, daar kan ik ook niet goed naar luisteren.) Jammer van die laatste enigszins stuurloze tien minuten, want de eerste drie-kwart van dit album is werkelijk fenomenaal, en uiteraard overheerst daardoor toch het goede gevoel.
Tangerine Dream - Phaedra (1974)

5,0
1
geplaatst: 22 januari 2019, 12:50 uur
Phaedra was (ook) voor mij het eerste album dat ik van deze band leerde kennen (samen met Rubycon op een BASF-C90-bandje). Anno 2019 draai ik dit na Zeit en na alle ambient die in de decennia daarna is verschenen, maar in 1976 was dit toch wel even wat anders, zelfs toen ik al dingen als Dark side of the moon gehoord had. Dat Phaedra niet meer zo heftig als toen binnenkomt betekent niet dat het geen impact meer heeft, want dit is nog altijd muziek die ik niet opzet wanneer mijn schoonouders op bezoek komen. Belangrijker is echter dat de ritmische pulsen enorm opzwepend werken, dat de melodieën die her en der voorbij komen zweven steeds betoveren, en dat de warmte en de volheid van het geluid bedwelmend zijn – "Eindelijk hadden ze goede instrumenten in handen, heb altijd gedacht dat ze op afgedankte spullen speelde[n]" schreef Gerards Dream op 12-8-2007, nou, zover zou ik niet willen gaan, want ook op eerdere platen heb ik nooit over het geluid te klagen gehad, maar de bijna sensuele gloed die over de sound van deze plaat hangt is toch wel van een andere orde. Als oude progger heeft elk album met een prominente mellotron al een streepje voor, maar ook los daarvan is niet alleen elk nummer maar ook elk onderdeel van elke soundscape continu en zonder inzakken de moeite waard – hoewel Sequent "C" qua lengte meer iets heeft van een wegwerptrackje, vertelt zelfs dàt binnen zijn beperkte tijdsspanne toch een heel verhaal. Zeit is misschien abstracter en duikt dieper, maar Phaedra houdt mijn aandacht van de eerste tot de laatste seconde vast en dompelt me onder in een warm bad, en in feite klinkt het nog even nieuw en onbekend en spannend als indertijd op mijn zolderkamertje.
Tangerine Dream - Ricochet (1975)

4,5
0
geplaatst: 5 juli 2018, 17:47 uur
Twee prachtige trippy klanktapijten, waarbij ik het moeilijk vind om te zeggen of deel 2 sterker is dan deel 1; in ieder geval weten ze allebei voor de volle 100% de aandacht vast te houden met bedwelmende melodieën die zowel in kleine wisselingen als bij grote contrasten effect sorteren. Het al genoemde bijna-stilvallen van de muziek op 10'20 van deel 2 is inderdaad een mooi moment, maar zelf ben ik ook altijd onder de indruk van de mellotron die (ook weer tijdens deel 2) op 14'00 als het ware in z'n eentje de eer hooghoudt. Prachtige hoes waarvan tangmaster op 6-7-2010 vertelt dat "The photography on the front cover was taken by Monika Froese on the ocean shore near Bordeaux. (bron voices in the net)" Opgegroeid als ik ben met Phaedra, Rubycon en (later) Zeit prefereer ik de dromerige en vloeibare opbouw daarvan boven de wat directere soundscape met slagwerk en gitaar van dit album en opvolger Stratosfear, maar op zichzelf beschouwd is dit toch een fabuleuze plaat.
Tangerine Dream - Rubycon (1975)

5,0
1
geplaatst: 5 maart 2019, 09:58 uur
Na het ijle en zoekende Phaedra klinkt Rubycon mij een stuk compacter en doelgerichter (hoewel niet per se beter) in de oren, alsof de mannen met het nu definitief beheersen van hun (geavanceerdere) apparatuur ook efficiënter konden spelen en daardoor strakker naar een eindpunt konden toewerken. Zeker het eerste deel zou ik ook kunnen in fragmenten kunnen "opknippen" en elk stuk apart beschrijven (waar beginnen de ritmepatronen, waar "valt de druppel", waar wordt de percussie fysieker), hetgeen handig zou zijn om een soort overzicht van de opbouw te krijgen, maar dat natuurlijk ook de flow en de warmte van het nummer enorm onrecht (en misschien wel totaal teniet) zou doen. Het tweede deel komt op mij wat losser over, met wat minder herkenbare en duidelijke melodieën dan op deel 1, wat minder leunend op intensiteit en wat meer op sfeer (hoewel de laatste vijf minuten dan weer prachtig van broosheid zijn). Ja, hoe beschrijf ik dit, "die gitarist is geweldig maar die zanger haalt niet alle hoge noten, en aan dat laatste refreintje hadden ze nog wel wat meer zorg mogen besteden..." Of je dit een toegankelijk album mag noemen weet ik niet, maar deel 1 bevat zóveel moois, zóveel sterke melodieën, zóveel sfeer en zóveel warmte dat dit mij toch wel een mooi instappunt lijkt voor wie benieuwd is naar "dit soort muziek".
Overigens wordt dit natuurlijk op allemaal klassieke jaren-70-apparatuur gespeeld, maar de perfectie en de (nog altijd) abstractie van de muziek maakt het in mijn ogen toch totaal niet gedateerd. Wat wèl extreem gedateerd is is de hilarische anekdote die Gerards Dream op 4-7-2007 aanhaalt:
Overigens wordt dit natuurlijk op allemaal klassieke jaren-70-apparatuur gespeeld, maar de perfectie en de (nog altijd) abstractie van de muziek maakt het in mijn ogen toch totaal niet gedateerd. Wat wèl extreem gedateerd is is de hilarische anekdote die Gerards Dream op 4-7-2007 aanhaalt:
Gerards Dream schreef:
Op dit album draait de mellotron inderdaad overuren. Dat instrument kwam Tangerine Dream duur te staan tijdens een tournee door het Verenigde Koninkrijk. Ze kregen namelijk een forse boete omdat ze door het gebruik van de mellotron vele muzikanten werkloos thuis lieten zitten en dat was niet volgens de wet.
Alsof ze zich daar tóén al op de Brexit aan het voorbereiden waren...Op dit album draait de mellotron inderdaad overuren. Dat instrument kwam Tangerine Dream duur te staan tijdens een tournee door het Verenigde Koninkrijk. Ze kregen namelijk een forse boete omdat ze door het gebruik van de mellotron vele muzikanten werkloos thuis lieten zitten en dat was niet volgens de wet.
Tangerine Dream - Stratosfear (1976)

4,5
1
geplaatst: 11 oktober 2023, 22:06 uur
Ik ben eigenlijk nog steeds niet uitgeluisterd op de abstracte en "ritme-loze" stukken van Zeit en Atem, dus wanneer ik drumcomputers en ritmeboxen bij Tangerine Dream hoor ben ik altijd bang dat de etherische sfeer een beetje zoek raakt. Toch heb ik daar bij dit album geen last van, zelfs niet bij het titelnummer dat toch het meest "direct" is qua melodieuze opbouw, want daarvoor zijn de thema's, de aparte "stemmen" van de instrumenten en de algemene soundscape gewoon te sterk, zowel bij dat titelnummer als op de plaat als geheel. Sowieso zijn hier geen zwakke broeders te bekennen wat mij betreft, hoewel ik de eerste kant wat sterker vind als geheel, met het prachtige klavecimbel en de mellotron op The big sleep in search of Hades als hoogtepunt. (Sowieso kun je mij al bijna wegdragen wanneer er een mellotron is te horen, en dan zit ik natuurlijk goed bij deze band.)
Gekocht in de geremasterde 2018-versie, met als bonustracks de 34 minuten lange soundtrack van de filmopnames van het concert dat de band in oktober 1975 in de kathedraal van Coventry gaf, gevolgd door de single-edits van de eerste twee nummers van het album voor een promotiesingle uit 1976. Uiteraard is dat eerste nummer (op zichzelf al praktisch een volwaardig album) het interessantst, met eerst een broze mellotron en vogelgeluiden, later echte en elektronische percussie, een benauwend 2001-koor en geluidsgolven die mij serieus de tuin in deden lopen om te kijken of er misschien straaljagers over kwamen vliegen. Wie de In search of Hades-box uit 2019 echter al heeft zal de nummers daar al kunnen vinden.
Overigens, Gerards Dream vindt het geluid van deze jaren-70-opname nogal matig; ik durf niet te zeggen of deze remaster en/of de bonustracks een hernieuwde aanschaf waard zijn, maar hij is gedaan is door Ben Wiseman die ook de voorgaande drie albums onder handen heeft genomen – misschien dat dat voldoende indicatie voor de geluidskwaliteit hiervan geeft.
Gekocht in de geremasterde 2018-versie, met als bonustracks de 34 minuten lange soundtrack van de filmopnames van het concert dat de band in oktober 1975 in de kathedraal van Coventry gaf, gevolgd door de single-edits van de eerste twee nummers van het album voor een promotiesingle uit 1976. Uiteraard is dat eerste nummer (op zichzelf al praktisch een volwaardig album) het interessantst, met eerst een broze mellotron en vogelgeluiden, later echte en elektronische percussie, een benauwend 2001-koor en geluidsgolven die mij serieus de tuin in deden lopen om te kijken of er misschien straaljagers over kwamen vliegen. Wie de In search of Hades-box uit 2019 echter al heeft zal de nummers daar al kunnen vinden.
Overigens, Gerards Dream vindt het geluid van deze jaren-70-opname nogal matig; ik durf niet te zeggen of deze remaster en/of de bonustracks een hernieuwde aanschaf waard zijn, maar hij is gedaan is door Ben Wiseman die ook de voorgaande drie albums onder handen heeft genomen – misschien dat dat voldoende indicatie voor de geluidskwaliteit hiervan geeft.
Tangerine Dream - Tangram (1980)

4,0
1
geplaatst: 15 mei 2024, 19:52 uur
spoiler schreef:
[18-2-2017] Vanaf deze plaat vind ik TD toch wat minder interessant te vinden. Het mooie oude geluid wordt langzamerhand vervangen door de nieuwere synths en andere apparatuur. Het ongemakkelijke, beklemmende geluid wordt langzaam vervangen door meer verdraagbare deuntjes. [...] [18-4-2018] Toch krijgt deze plaat 4 sterren van mij. Ik was in het begin zeker niet kapot van de "modernere" sound. Maar na enkele draaibeurten geeft deze plaat zijn schoonheid prijs.
Wat spoiler hierboven beschrijft heb ik precies zo. Wat hij als ongemakkelijk en beklemmend ervaart noem ik abstract en ijl en tijdloos (als in buiten-de-tijd), maar onze waardering voor die vroege periode is denk ik hetzelfde, en met het moderne geluid verliest Tangerine Dream ook een beetje zijn (hun) eigen aparte karakter. Eerdere gebruikers hier noemen al Pink Floyd, Jean-Michel Jarre, Vangelis, Mike Oldfield en zelfs de Who (jazeker, ook ik hoor de sequencer aan het begin van Baba O'Riley), en ook hoor ik echo's van John Carpenter, Barry DeVorzon (zijn soundtrack voor The warriors) en (de sfeer van) sommige stukken van Camel, maar het ironische is natuurlijk dat het andersom werkt: Tangerine Dream inspireerde vermoedelijk de meesten van hen, en nu klinkt wat de navolgers er van maakten misschien wel door in Tangram.[18-2-2017] Vanaf deze plaat vind ik TD toch wat minder interessant te vinden. Het mooie oude geluid wordt langzamerhand vervangen door de nieuwere synths en andere apparatuur. Het ongemakkelijke, beklemmende geluid wordt langzaam vervangen door meer verdraagbare deuntjes. [...] [18-4-2018] Toch krijgt deze plaat 4 sterren van mij. Ik was in het begin zeker niet kapot van de "modernere" sound. Maar na enkele draaibeurten geeft deze plaat zijn schoonheid prijs.
Maar om op spoiler terug te komen, ook ik hoor "doorheen" die moderne instrumenten de mooie melodieën en overgangen en soundscapes en vooral de sferen die deze plaat oproept, vooral op Set 1 en wat minder op Set 2 (waarvan de eerste tien minuten noch qua melodie noch qua sound (instrumenten) mij erg kunnen boeien – het lijkt wel of de mannen "na de thee" moeite hadden met weer op gang te komen). Dat levert uiteindelijk toch een prachtige plaat op die ik nog veel zal draaien, zonder dat hij mij mee de diepte intrekt zoals het vroegere werk. Ik ga de platen hierna ook nog wel proberen, maar aan de hand van wat ik daar al van ken weet ik niet of ik daar ver mee doorga, ook al zou het niet eerlijk zijn om daardoor tientallen titels te negeren.
Tangerine Dream - TD (1996)

5,0
0
geplaatst: 4 juni 2011, 14:37 uur
Je kunt ook zeggen : zo heb je in één keer (a) één briljant album compleet (tracks 1-4), (b) een plaatkant die daar nauwelijks voor onderdoet (track 5) en (c) een fraai voorbeeld van een eveneens goede compositie die toch al een beetje de gestructureerdere "rock"-kant opgaat en zo laat zien wanneer TD voor de die-hard-fans minder interessant wordt (track 6).
Tangerine Dream - Thief (1981)

2,5
0
geplaatst: 19 maart 2022, 23:13 uur
De film was een beetje een tegenvaller, maar de muziek vond ik één van de sterke punten ervan. Nu heb ik die dan apart beluisterd, en eigenlijk valt hij ook een beetje tegen, niet omdat deze soundtrack niet op eigen benen zou kunnen staan (want dat kan hij zeker wel, en zoals gezegd vond ik de film zelf bovendien niet heel sterk) maar omdat sommige nummers gewoon te weinig brengen: Beach theme en Beach scene klinken lui gearrangeerd, Dr Destructo heeft niet zo'n spannend geluidsbeeld, en Trap feeling zit voor mij te dicht tegen Vangelis' werk voor Blade runner aan (hoewel de twee films ongeveer tegelijkertijd uitkwamen, dus ik doel zeker niet op plagiaat). Misschien schemert hier ook wel gewoon mijn voorkeur voor de abstractere TD uit de eerste helft van de jaren 70 door, waardoor ik het uitwaaierende Diamond diary het duidelijke hoogtepunt van het album vind (hoewel Burning bar en het jachtige Scrap yard ook best sterk zijn). Over het geheel genomen gebeurt er gewoon te weinig en is de sound te weinig gedetailleerd om mij constant geboeid te houden.
Tangerine Dream - Zeit (1972)

5,0
1
geplaatst: 20 december 2018, 20:36 uur
Ik ben niet zo thuis in genres die je als ambient, sfeer, spacy, abstract, drone, trippy enz. zou kunnen omschrijven, dus de commentaren zullen elders misschien nog wel extremer zijn, maar bij de muziek die ik wèl ken en de berichten die ik daarover op MusicMeter heb gelezen kan ik me geen enkel album heugen waarbij gebruikers vaker hun toevlucht moeten nemen tot sfeerimpressies wanneer ze de indruk die dit album op hen maakt willen beschrijven. En terecht; yorgos.dalman vond het op 26-1-2011 jammer dat "mensen dit ongrijpbare meesterwerk als een soort anatoom-patholoog [gaan] ontleden", maar dat lijkt mij zelf niet zo'n probleem om de eenvoudige reden dat geen enkele vorm van analyse ooit grip zou kunnen krijgen op deze soundscapes, althans niet binnen de ruimte van een doorsnee of zelfs zeer uitgebreid MusicMeter-bericht, hoogstens in de vorm van een boekwerk waarvan het lezen minstens even lang zou duren als het draaien van dit hele album inclusief bonus-CD (en vermoedelijk nog wel veel langer).
Ik kende van Tangerine Dream eigenlijk alleen Phaedra, Rubycon en Ricochet, de eerste twee zelfs al ongeveer sinds de tijd dat ze uitkwamen, en hoewel ik vooral Phaedra echt prachtig vind ben ik nooit met deze band verder gegaan. Jaren geleden hoorde ik dan toch Zeit voor het eerst, en omdat ik van die paar keer luisteren toch iets wilde bewaren heb ik het derde deel voor mezelf gekopieerd. Na dat deel al die tijd toch vrij regelmatig te hebben beluisterd (en er steeds van te hebben genoten) heb ik het album nu toch maar aangeschaft, in de superbe klinkende en goed geannoteerde Esoteric-uitgave uit 2011. Origin of supernatural probabilities blijft het stuk waarbij ik me het meeste thuis voel, misschien omdat ik het al veel langer ken en al veel vaker gehoord heb, misschien ook omdat het het meest toegankelijk is (inclusief af en toe die bijna orthodoxe "laag-pompende" ritmes), maar los daarvan is er eigenlijk geen enkele passage binnen de vier delen van dit album die mij níét boeit; de ietwat magere bonus-CD (slechts twee nummertjes!
) is dermate monolitisch (ja, nóg monolitischer dan het album zelf) dat ik daarover nog geen oordeel durf te vellen.
Waar dit album mij nog het meest aan doet denken is het derde album van Soft Machine, hun eerste echte jazz- of jazzrock-album en dus in een totaal ander genre, maar net zoals Zeit een plaat waarvan ik bij de eerste keer al voelde dat ik er nog een héleboel keren naar zou moeten luisteren om alle lagen ervan te doorgronden, en uiteraard voelden al die toekomstige keren "verplicht" draaien als allesbehalve een verplichting. Third staat inmiddels in mijn persoonlijke top-10; hoe het met Zeit uit gaat pakken weet ik niet, daarvoor is de muziek te ongrijpbaar, niet zozeer fragmentarisch alswel mij soms als water tussen de vingers door glippend, maar hij zal in ieder geval nog heel wat keren in mijn CD-lade opduiken.
Nou vooruit, als ik dan ook een indruk mag geven, het hier al vaker genoemde Nebulous dawn is van alle delen zeker het meest duister, bijna grommend met die metaalachtige geluiden en die druppels, maar ook het meest spacy – ik "zie" er echt de ruimte in, als een science-fiction-film waarin de witte puntjes (sterren, planeten, manen) links en rechts langs de camera schieten om te suggereren dat de neus van het ruimteschip zich steeds dieper de ruimte in boort. Zoals Andy King het zo mooi formuleert in het boekje bij mijn uitgave: "it remains music that evokes both the void of outer space and the inner space of human consciousness."
(Toevallig herlees ik momenteel net Het mysterie van de tijd van Carlo Rovelli, soms zelfs terwijl ik Zeit beluister, maar terwijl de plaat mij meevoert naar andere sferen moet ik bij het boek juist mijn knetterende hersens steeds erbij houden, want anders glippen alle abstracte beschouwingen en alle conclusies die ons gangbare tijdsbesef ondermijnen als zand tussen de vingers door. Ik ga geen poging doen om een link te leggen tussen plaat en boek, maar ik vraag me wel af of ik, wanneer ik dit boek over een paar jaar nog eens uit de kast trek, dan nog steeds de geluidsgolven van Nebulous dawn of Birth of liquid plejades in mijn hoofd krijg.)
Ik kende van Tangerine Dream eigenlijk alleen Phaedra, Rubycon en Ricochet, de eerste twee zelfs al ongeveer sinds de tijd dat ze uitkwamen, en hoewel ik vooral Phaedra echt prachtig vind ben ik nooit met deze band verder gegaan. Jaren geleden hoorde ik dan toch Zeit voor het eerst, en omdat ik van die paar keer luisteren toch iets wilde bewaren heb ik het derde deel voor mezelf gekopieerd. Na dat deel al die tijd toch vrij regelmatig te hebben beluisterd (en er steeds van te hebben genoten) heb ik het album nu toch maar aangeschaft, in de superbe klinkende en goed geannoteerde Esoteric-uitgave uit 2011. Origin of supernatural probabilities blijft het stuk waarbij ik me het meeste thuis voel, misschien omdat ik het al veel langer ken en al veel vaker gehoord heb, misschien ook omdat het het meest toegankelijk is (inclusief af en toe die bijna orthodoxe "laag-pompende" ritmes), maar los daarvan is er eigenlijk geen enkele passage binnen de vier delen van dit album die mij níét boeit; de ietwat magere bonus-CD (slechts twee nummertjes!
) is dermate monolitisch (ja, nóg monolitischer dan het album zelf) dat ik daarover nog geen oordeel durf te vellen.Waar dit album mij nog het meest aan doet denken is het derde album van Soft Machine, hun eerste echte jazz- of jazzrock-album en dus in een totaal ander genre, maar net zoals Zeit een plaat waarvan ik bij de eerste keer al voelde dat ik er nog een héleboel keren naar zou moeten luisteren om alle lagen ervan te doorgronden, en uiteraard voelden al die toekomstige keren "verplicht" draaien als allesbehalve een verplichting. Third staat inmiddels in mijn persoonlijke top-10; hoe het met Zeit uit gaat pakken weet ik niet, daarvoor is de muziek te ongrijpbaar, niet zozeer fragmentarisch alswel mij soms als water tussen de vingers door glippend, maar hij zal in ieder geval nog heel wat keren in mijn CD-lade opduiken.
Nou vooruit, als ik dan ook een indruk mag geven, het hier al vaker genoemde Nebulous dawn is van alle delen zeker het meest duister, bijna grommend met die metaalachtige geluiden en die druppels, maar ook het meest spacy – ik "zie" er echt de ruimte in, als een science-fiction-film waarin de witte puntjes (sterren, planeten, manen) links en rechts langs de camera schieten om te suggereren dat de neus van het ruimteschip zich steeds dieper de ruimte in boort. Zoals Andy King het zo mooi formuleert in het boekje bij mijn uitgave: "it remains music that evokes both the void of outer space and the inner space of human consciousness."
(Toevallig herlees ik momenteel net Het mysterie van de tijd van Carlo Rovelli, soms zelfs terwijl ik Zeit beluister, maar terwijl de plaat mij meevoert naar andere sferen moet ik bij het boek juist mijn knetterende hersens steeds erbij houden, want anders glippen alle abstracte beschouwingen en alle conclusies die ons gangbare tijdsbesef ondermijnen als zand tussen de vingers door. Ik ga geen poging doen om een link te leggen tussen plaat en boek, maar ik vraag me wel af of ik, wanneer ik dit boek over een paar jaar nog eens uit de kast trek, dan nog steeds de geluidsgolven van Nebulous dawn of Birth of liquid plejades in mijn hoofd krijg.)
Ted Nugent - The Ultimate (2002)

4,0
1
geplaatst: 13 oktober 2016, 17:38 uur
Toen ik deze compilatie vond wist of kende ik eigenlijk niets van Nugent behalve zijn reputatie als wild man of rock, dus deze dubbel-CD met 32 nummers leek me een mooie manier om het werk van deze gitaarbeul te leren kennen. De selectie bevat ongeveer twee-derde van alle nummers van Nugents eerste trio soloplaten, één-derde van het tweede trio (een scheve verhouding die echter geheel conform de waarderingen van die albums bij zowel MusicMeter als AllMusic is), en vier nummers van de liveplaten Double live Gonzo! (1978) en Intensities in 10 cities (1981), dus alles afkomstig uit de periode 1975-1981, niets van de zes albums met de Amboy Dukes van daarvóór of de zes albums tot de release van deze compilatie van daarná. De annotatie beperkt zich tot de titels van de albums waarvan de nummers afkomstig zijn, de componisten (bijna steeds Nugent solo) en de producers, niets over muzikanten, studio's of opnamedata.
Wie Nugents muziek kent en graag een goed overzicht van de meest succesvolle periode van 's mans werk wil hebben, zal nu ongetwijfeld al zijn conclusies hebben getrokken. Voor de luisteraar echter bij wie een titel als Cat scratch fever nog niet meteen een belletje doet rinkelen : dit album bevat stevige en dampende Amerikaanse hard-rock met af en toe een bluesy sausje of een Stones-groove, alles gebaseerd op vette riffs, knetterende solo's, teksten die van hem wel nooit de tweede popmuzikant met een Nobelprijs zullen maken ("Hey baby, where you been all my life? Well I'm searching all over, still ain't found me no wife") en precies de juiste dosis attitude om de muziek met een onweerstaanbare drive over het voetlicht te brengen. Niet alles is even geweldig (net als op MuMe en AMG vind ik dat de kwaliteit na de eerste drie albums wel erg wisselvallig wordt, alsof Nugent last krijgt van gemakzucht en meer op de formule dan op de intensiteit vertrouwt) en de zang is af en toe een beetje te overdreven-macho, maar de beste momenten (de lange solo van Stranglehold, de manische energie van Hammerdown, het Doobie Brothers-achtige Smokescreen) zijn inmiddels mijn geheugen binnengeslopen en kunnen daar niet meer weg. En wat die zang betreft, ik ben er dan misschien niet overal helemaal enthousiast over, maar de paar nummers waarop Meat Loaf (nog vóór Paradise by the dashboard light) even achter de microfoon plaatsneemt worden door zijn perfecte brulzang onmiddellijk naar een hoger niveau getild – ik ben nooit een fan van hem geweest, maar wat hij op Writing on the wall, Street rats en Hammerdown laat horen is toch wel een klasse apart.
Dus totdat iemand die Nugent al langer een warm hart toedraagt zijn licht hierover laat schijnen zeg ik: voor wie op zoek is naar een portie ongecompliceerde maar strakke en scheurende seventies-hardrock vol snerpende solo's is dit Just what the doctor ordered !
Wie Nugents muziek kent en graag een goed overzicht van de meest succesvolle periode van 's mans werk wil hebben, zal nu ongetwijfeld al zijn conclusies hebben getrokken. Voor de luisteraar echter bij wie een titel als Cat scratch fever nog niet meteen een belletje doet rinkelen : dit album bevat stevige en dampende Amerikaanse hard-rock met af en toe een bluesy sausje of een Stones-groove, alles gebaseerd op vette riffs, knetterende solo's, teksten die van hem wel nooit de tweede popmuzikant met een Nobelprijs zullen maken ("Hey baby, where you been all my life? Well I'm searching all over, still ain't found me no wife") en precies de juiste dosis attitude om de muziek met een onweerstaanbare drive over het voetlicht te brengen. Niet alles is even geweldig (net als op MuMe en AMG vind ik dat de kwaliteit na de eerste drie albums wel erg wisselvallig wordt, alsof Nugent last krijgt van gemakzucht en meer op de formule dan op de intensiteit vertrouwt) en de zang is af en toe een beetje te overdreven-macho, maar de beste momenten (de lange solo van Stranglehold, de manische energie van Hammerdown, het Doobie Brothers-achtige Smokescreen) zijn inmiddels mijn geheugen binnengeslopen en kunnen daar niet meer weg. En wat die zang betreft, ik ben er dan misschien niet overal helemaal enthousiast over, maar de paar nummers waarop Meat Loaf (nog vóór Paradise by the dashboard light) even achter de microfoon plaatsneemt worden door zijn perfecte brulzang onmiddellijk naar een hoger niveau getild – ik ben nooit een fan van hem geweest, maar wat hij op Writing on the wall, Street rats en Hammerdown laat horen is toch wel een klasse apart.
Dus totdat iemand die Nugent al langer een warm hart toedraagt zijn licht hierover laat schijnen zeg ik: voor wie op zoek is naar een portie ongecompliceerde maar strakke en scheurende seventies-hardrock vol snerpende solo's is dit Just what the doctor ordered !
Temples - Hot Motion (2019)

2,5
0
geplaatst: 22 januari 2023, 17:05 uur
Niet zoveel toe te voegen aan de voorgaande berichten, want mijn perspectief is wel ongeveer hetzelfde. Te weinig spannende melodiebuigingen, catchy riffs en memorabele refreinen, en daardoor heb ik des te meer tijd om me te gaan storen aan wéér die koekblikdrums met minimale bekkens, volgepropte arrangementen en teksten die nergens over lijken te gaan – negen jaar geleden was dit nog apart, maar inmiddels heeft het trucje toch ook wat meer compositioneel vernuft nodig. En als VladTheImpaler op 29-9-2019 schrijft "dat de belangstelling voor de band niet echt meer is gegroeid na dat eerste album", dan zijn de slechts 9 (nu 10) berichten hier op MusicMeter ook wel een teken aan de wand. De eerste twee platen vond (en vind) ik erg leuk, maar na déze plaat weet ik niet eens of ik het in april te verschijnen vierde album nog een kans ga geven.
Temples - Other Structures (2024)

4,0
0
geplaatst: 17 januari 2025, 21:35 uur
Hoewel deze release uit april 2024 stamt, gaat het eigenlijk om nummers die al meer dan een decennium oud zijn. Het titelnummer is een nooit eerder verschenen nummer van de Sun structures-sessies dat nu is opgepoetst en als single uitgebracht, daarna volgen de B-kantjes van de eerste drie Temples-singles uit 2012 en 2013, en tenslotte bevat deze EP nog twee remixen van hun allereerste single.
Eerlijk is eerlijk, Day of conquest (toch de vaandeldrager van deze uitgave) is best aardig, maar tegelijkertijd is ook wel te horen waarom dat nummer tien jaar geleden het debuutalbum niet heeft gehaald, en ook als B-kantje werd het indertijd kennelijk te licht bevonden. Wat de remixen betreft, normaliter ben ik daar geen liefhebber van, maar bij deze Shelter song-remixen lijkt het echt of de nummers een nieuwe dimensie hebben gekregen: in de Robert Been-versie is gekozen voor een alternatieve zangtrack met afwijkende melodie en een ander arrangement, waardoor ik soms naar The Verve denk te luisteren, en de remix van S.L.P. (Sergio Pizzomo, songwriter en gitarist van Kasabian) levert een soort psychedelische dub-versie met Indiase invloeden en eighties-synth-pop op, een rare combinatie die wonderwel werkt, en omdat ik de originele Shelter song niet de meest spannende Temples-track vind zijn deze twee alternatieve versies eigenlijk best welkom.
De èchte waarde van deze EP is voor mij echter gelegen in de drie B-kantjes: Ankh met z'n rubberen bas en dat killer-loopje op orgel of mellotron, Jewel of mine eye met die mysterieuze gitaar en mellotron, en Prisms met die fraaie melodie en weer die mellotron – had ik al gezegd dat de Temples ook op deze B-kantjes hun fascinatie voor sixties-chamber-pop niet onder stoelen of banken steken? In ieder geval herinneren deze drie nummers mij eraan hoe verliefd ik indertijd op hun eerste twee albums was, en deze EP is wat mij betreft een aanrader voor wie Sun structures en Volcano nog steeds een warm hart toedraagt. (Volgens mij alleen streaming of via download verkrijgbaar.)
Eerlijk is eerlijk, Day of conquest (toch de vaandeldrager van deze uitgave) is best aardig, maar tegelijkertijd is ook wel te horen waarom dat nummer tien jaar geleden het debuutalbum niet heeft gehaald, en ook als B-kantje werd het indertijd kennelijk te licht bevonden. Wat de remixen betreft, normaliter ben ik daar geen liefhebber van, maar bij deze Shelter song-remixen lijkt het echt of de nummers een nieuwe dimensie hebben gekregen: in de Robert Been-versie is gekozen voor een alternatieve zangtrack met afwijkende melodie en een ander arrangement, waardoor ik soms naar The Verve denk te luisteren, en de remix van S.L.P. (Sergio Pizzomo, songwriter en gitarist van Kasabian) levert een soort psychedelische dub-versie met Indiase invloeden en eighties-synth-pop op, een rare combinatie die wonderwel werkt, en omdat ik de originele Shelter song niet de meest spannende Temples-track vind zijn deze twee alternatieve versies eigenlijk best welkom.
De èchte waarde van deze EP is voor mij echter gelegen in de drie B-kantjes: Ankh met z'n rubberen bas en dat killer-loopje op orgel of mellotron, Jewel of mine eye met die mysterieuze gitaar en mellotron, en Prisms met die fraaie melodie en weer die mellotron – had ik al gezegd dat de Temples ook op deze B-kantjes hun fascinatie voor sixties-chamber-pop niet onder stoelen of banken steken? In ieder geval herinneren deze drie nummers mij eraan hoe verliefd ik indertijd op hun eerste twee albums was, en deze EP is wat mij betreft een aanrader voor wie Sun structures en Volcano nog steeds een warm hart toedraagt. (Volgens mij alleen streaming of via download verkrijgbaar.)
Temples - Sun Structures (2014)

4,0
0
geplaatst: 31 oktober 2014, 13:45 uur
Net als bij andere bands die zoveel evidente sixties-elementen in hun muziek stoppen (Kula Shaker, Black Rebel Motorcycle Club, Wooden Shjips) was ik bij de Temples vooral benieuwd of hun repertoire sterk genoeg zou zijn om het gebruik van al die psychedelica te "rechtvaardigen", of dat die sixties-sound vooral een gimmick zou blijken te zijn. En toen ik dan eindelijk al die gordijnen van mellotrons, koortjes, psychedelische gitaarloopjes, Tomorrow never knows-achtige echoënde drumpartijen en Oosterse strijkers had weggeschoven was mijn eerste indruk er toch wel één van teleurstelling, met weinig melodisch raffinement, te veel herhaalde regeltjes en te weinig climaxen. Na vele malen draaien is mijn mening wel wat bijgesteld, vooral vanwege de sympathieke insteek, de hoge draaibaarheidsfactor en een paar ijzersterke nummers zoals The golden throne, Keep in the dark, Move with the season en de laatste minuten van Sand dance, maar helemaal overtuigd ben ik nog niet. Het voordeel van de twijfel krijgen ze voorlopig echter wel van mij, getuige ook mijn score.
Temples - Volcano (2017)

3,5
0
geplaatst: 19 december 2017, 19:45 uur
Soms leer ik een plaat kennen, dan draai ik hem gedurende een paar weken een (flink) aantal keren, en wanneer ik hem dan na verloop van tijd wel genoeg heb gehoord (en er dus een mening over heb gevormd) gaat ie de kast in. Vaak merk ik echter pas ècht hoe mooi ik hem vind wanneer ik hem weken later weer eens pak en dan de melodieën en de arrangementen en de sfeer weer herken, òf wanneer ik een volgende plaat van zo'n band leer kennen en daarbij pas besef hoe mooi ik die vorige plaat eigenlijk vond / vind, of (zoals in het geval van de Temples) met allebei de gevallen tegelijkertijd.
Volcano volgt min of meer hetzelfde recept als Sun structures. De sound is iets voller, met misschien iets meer toetsen, maar de nummers zitten weer vol akkoordenwisselingen en uitgebreid meanderende en bochtige melodieën, met drums die heel "beperkt" klinken, weinig solo's, een uiterst lichte zangstem, veel mellotrons, vage teksten en een overheersende sixties-vibe, alsof Syd Barrett, John Lennon en Marc Bolan eens met de gitaren rond de tafel zijn gaan zitten. Het voegt allemaal niet zo heel veel toe aan die eerste plaat, en het gemiddelde niveau van de composities leek me in het begin ook iets lager dan op het debuut, alsof de "texture" van de sound en de totaalindruk belangrijker zijn dan de individuele nummers, maar na een aantal keren draaien beginnen de nummers toch steeds meer te leven en een eigen identiteit te krijgen, dus uiteindelijk zal ik ook déze plaat wel weer heel vaak gaan draaien. Zo krijg ik door mijn affiniteit met de sixties-onschuld die de Temples uitstralen opnieuw een winter lang het zonnetje in huis, dankzij deze tweede plaat die ik net zo leuk vind als (en af en toe stiekem zelfs leuker dan) Sun structures.
Volcano volgt min of meer hetzelfde recept als Sun structures. De sound is iets voller, met misschien iets meer toetsen, maar de nummers zitten weer vol akkoordenwisselingen en uitgebreid meanderende en bochtige melodieën, met drums die heel "beperkt" klinken, weinig solo's, een uiterst lichte zangstem, veel mellotrons, vage teksten en een overheersende sixties-vibe, alsof Syd Barrett, John Lennon en Marc Bolan eens met de gitaren rond de tafel zijn gaan zitten. Het voegt allemaal niet zo heel veel toe aan die eerste plaat, en het gemiddelde niveau van de composities leek me in het begin ook iets lager dan op het debuut, alsof de "texture" van de sound en de totaalindruk belangrijker zijn dan de individuele nummers, maar na een aantal keren draaien beginnen de nummers toch steeds meer te leven en een eigen identiteit te krijgen, dus uiteindelijk zal ik ook déze plaat wel weer heel vaak gaan draaien. Zo krijg ik door mijn affiniteit met de sixties-onschuld die de Temples uitstralen opnieuw een winter lang het zonnetje in huis, dankzij deze tweede plaat die ik net zo leuk vind als (en af en toe stiekem zelfs leuker dan) Sun structures.
Ten Years After - 1967-1974 (2018)

4,5
1
geplaatst: 27 juli 2024, 22:58 uur
Deze 10-CD-box bevat de acht studio-albums Ten Years After, Stonedhenge, Ssssh, Cricklewood Green, Watt, A space in time, Rock & roll music to the world en Positive vibrations, alsmede de liveplaat Undead (uitgebracht na hun studiodebuut) en een CD met vijf outtakes uit de Rock & roll music to the world-opnames onder de noemer The Cap Ferrat sessions.
Wat er dus niet opstaat zijn ten eerste de diverse bonustracks op de geremasterde uitgaves van een aantal TYA-albums; ten tweede het album Alvin Lee & company, de compilatie van singles, outtakes en afwijkende versies uit 1972; en ten derde natuurlijk Recorded live uit 1973, één van de grote liveplaten uit de jaren 70, inmiddels ook voorbeeldig uitgegeven in een uitstekende remaster met 73 minuten aan extra materiaal.
Verdere pluspunten van deze box zijn het uitgebreide (56 pagina's dikke) boekje met bio's van de vier muzikanten, de geschiedenis van de band door Chris Welch uit 2017, en de herinneringen van bassist Leo Lyons en drummer Ric Lee aan de verschillende platen. Alle schijfjes zitten in kartonnen replica's van de voor- en achterkanten van de albumhoezen op CD-formaat (met van de eerste plaat heel grappig de achterkant met een koffievlek en licht verkleurd). De mastering is gedaan door Ben Wiseman (mij bekend van zijn remasters van Tangerine Dream); er staat dus niet re-mastering, maar in mijn oren (en op mijn medium-installatie) klinken de albums in ieder geval uitstekend.
Wat de muziek betreft... zie de berichten van de verschillende gebruikers bij de aparte albums. Voor mezelf sprekend is geen enkel album perfect, want er staan altijd wel een paar melige jazzy of bluesy wegwerpnummertjes op, maar naar bijna alle platen kan ik ook een halve eeuw later nog met veel plezier luisteren, en op hun beste momenten zijn ze a force like no other. Wie twijfelt kan het beste met voornoemde versie van Recorded live beginnen, maar als je déze 10-CD-box goedkoop tegenkomt (zoals ik indertijd) zul je daar vermoedelijk geen spijt van krijgen.
Wat er dus niet opstaat zijn ten eerste de diverse bonustracks op de geremasterde uitgaves van een aantal TYA-albums; ten tweede het album Alvin Lee & company, de compilatie van singles, outtakes en afwijkende versies uit 1972; en ten derde natuurlijk Recorded live uit 1973, één van de grote liveplaten uit de jaren 70, inmiddels ook voorbeeldig uitgegeven in een uitstekende remaster met 73 minuten aan extra materiaal.
Verdere pluspunten van deze box zijn het uitgebreide (56 pagina's dikke) boekje met bio's van de vier muzikanten, de geschiedenis van de band door Chris Welch uit 2017, en de herinneringen van bassist Leo Lyons en drummer Ric Lee aan de verschillende platen. Alle schijfjes zitten in kartonnen replica's van de voor- en achterkanten van de albumhoezen op CD-formaat (met van de eerste plaat heel grappig de achterkant met een koffievlek en licht verkleurd). De mastering is gedaan door Ben Wiseman (mij bekend van zijn remasters van Tangerine Dream); er staat dus niet re-mastering, maar in mijn oren (en op mijn medium-installatie) klinken de albums in ieder geval uitstekend.
Wat de muziek betreft... zie de berichten van de verschillende gebruikers bij de aparte albums. Voor mezelf sprekend is geen enkel album perfect, want er staan altijd wel een paar melige jazzy of bluesy wegwerpnummertjes op, maar naar bijna alle platen kan ik ook een halve eeuw later nog met veel plezier luisteren, en op hun beste momenten zijn ze a force like no other. Wie twijfelt kan het beste met voornoemde versie van Recorded live beginnen, maar als je déze 10-CD-box goedkoop tegenkomt (zoals ik indertijd) zul je daar vermoedelijk geen spijt van krijgen.
Ten Years After - A Space in Time (1971)

4,0
3
geplaatst: 12 juli 2024, 12:58 uur
De meest toegankelijke en gevarieerde plaat van TYA, met elementen van rock, blues, pop folk, jazz, country en psychedelica die afwisselend de kop opsteken en/of de hoofdrol spelen, en met Lee's gitaarspel meer to-the-point en effectief dan ooit (hoewel hij op I'd love to change the world wel een paar keer goed los mag gaan, maar in dat nummer past zijn supersnelle spel wonderwel). De twee korte slotnummertjes van de beide vinylkanten zijn skipmomenten (en duren samen gelukkig ook maar amper vier minuten), en die riff van Let the sky fall doet me teveel aan Good morning little schoolgirl denken (hetgeen niet wegneemt dat het één van de hoogtepunten van dit album is), maar verder niets dan lof voor deze plaat die 53 jaar later ook qua sound nog altijd klinkt als een klok.
Wat de teksten betreft, jorro, jij vindt de tekst van One of these days "reflecteren op de tijdsgeest, met een hint van nostalgie en hoop", maar volgens mij gaat het nummer heel prozaïsch over een gevangene die vrijkomt, met in de persoon van "the governor" een Amerikaanse insteek à la The midnight special. In I'd love to change the world zie jij een "boodschap van maatschappelijke verandering", maar in het refrein schuift de ik-figuur juist het ondernemen van welke actie dan ook ver van zich af, en terwijl jij in Over the hill beelden van "reizen en zelfontdekking" ziet, gaat de tekst volgens mij over afkicken: "I got water on the brain / My mind is like a drain", "This stuff is killing me / Got to quit so I'll get free" – de titel verwijst niet alleen naar een plek waar het gras groener zou kunnen zijn, maar kan ook betekenen dat het beste er al af is (een soort Ronaldo, zeg maar). Sowieso opmerkelijk dat er drie nummers op staan die een aan lager wal geraakt iemand een hart onder de riem proberen te steken (Over the hill, Hard monkeys en I've been there too), maar of dat met iemand in Alvin Lee's omgeving te maken heeft weet ik niet.
En waarom kijkt Lee toch zo ongelooflijk chagrijnig op de hoes? Omdat hij baalt dat hij net een hitsingle heeft afgeleverd?
Wat de teksten betreft, jorro, jij vindt de tekst van One of these days "reflecteren op de tijdsgeest, met een hint van nostalgie en hoop", maar volgens mij gaat het nummer heel prozaïsch over een gevangene die vrijkomt, met in de persoon van "the governor" een Amerikaanse insteek à la The midnight special. In I'd love to change the world zie jij een "boodschap van maatschappelijke verandering", maar in het refrein schuift de ik-figuur juist het ondernemen van welke actie dan ook ver van zich af, en terwijl jij in Over the hill beelden van "reizen en zelfontdekking" ziet, gaat de tekst volgens mij over afkicken: "I got water on the brain / My mind is like a drain", "This stuff is killing me / Got to quit so I'll get free" – de titel verwijst niet alleen naar een plek waar het gras groener zou kunnen zijn, maar kan ook betekenen dat het beste er al af is (een soort Ronaldo, zeg maar). Sowieso opmerkelijk dat er drie nummers op staan die een aan lager wal geraakt iemand een hart onder de riem proberen te steken (Over the hill, Hard monkeys en I've been there too), maar of dat met iemand in Alvin Lee's omgeving te maken heeft weet ik niet.
En waarom kijkt Lee toch zo ongelooflijk chagrijnig op de hoes? Omdat hij baalt dat hij net een hitsingle heeft afgeleverd?
Ten Years After - Alvin Lee & Company (1972)

3,0
0
geplaatst: 3 augustus 2024, 15:54 uur
Ongetwijfeld een poging van de oude platenmaatschappij om nog even een slaatje te slaan uit de populariteit van hun vertrokken act, maar de fans kunnen er blij mee zijn, want zo kunnen zij (wij) de verzameling nog een beetje completer maken. Van alles en nog wat door elkaar, met psychedelica, pop, bluesrock, een Robert Johnson-cover en pastiches van c.q. eerbetonen aan Jerry Lee Lewis en Canned Heat, maar uiteindelijk vind ik alleen Rock your mama echt flauw, en de rest is een mooie aanvulling op de reguliere collectie. En wat is dat groepsgeluid op Boogie on toch lekker.
Grappig dat de bonusnummers alledrie single versions worden genoemd: de laatste twee zijn ge-edite albumversies met wat coupletten en gitaarsolo's er uit geknipt, maar Spider in my web is niet een ge-edite versie van het live-nummer op Undead, maar een studioversie met een iets andere opbouw en een fade-out, dus kennelijk speciaal voor een single opgenomen en nooit op een regulier album gezet, zoals het CD-boekje ook vermeldt.
Grappig dat de bonusnummers alledrie single versions worden genoemd: de laatste twee zijn ge-edite albumversies met wat coupletten en gitaarsolo's er uit geknipt, maar Spider in my web is niet een ge-edite versie van het live-nummer op Undead, maar een studioversie met een iets andere opbouw en een fade-out, dus kennelijk speciaal voor een single opgenomen en nooit op een regulier album gezet, zoals het CD-boekje ook vermeldt.
Ten Years After - Cricklewood Green (1970)

4,0
2
geplaatst: 24 juni 2024, 15:11 uur
Een bluesy opener gevolgd door een meer trancy nummer dat de toon zet voor een plaat die gedomineerd wordt door drie lange en zware psychedelische gitaarerupties. Wat mij betreft vormen 50,000 miles beneath my brain, Love like a man en As the sun still burns away dan ook het hart van het album, en grappig genoeg hoor ik in die lange gitaarjams ook dingen die ik zo'n twintig jaar later terug zou horen in de lange rock/dance-hybrides van bands als de Stone Roses, de Inspiral Carpets en de Verve.
Die twee sterke openers en drie enorme monsters hebben wel als ongewenst bijverschijnsel dat de overige drie nummers een beetje tussen wal en schip vallen, waardoor ik Year 3,000 blues en Me and my baby bijna als melige country- en jazz-pastiches ga zien, en Circles vind ik zelfs het dieptepunt van de plaat, met die saaie akkoordenstructuur en steeds die standaard-loopjes van de Spaanse gitaar om de regels na de zang op te vullen – het komt op mij persoonlijk heel erg halfzacht over, alsof dit een idioom is dat Alvin Lee niet beheerst maar waar hij toch zo graag goede sier mee wil maken.
Maar goed, door de overige vijf nummers is dit aan het einde van de rit toch een uitermate sterke plaat, met wederom applaus voor het pompende en elastische baswerk van Leo Lyons – natuurlijk gaat de meeste aandacht uit naar het gitaarvuurwerk, maar daaronder legt Lyons toch wel een erg lekker melodisch en ritmisch bedje neer.
Die twee sterke openers en drie enorme monsters hebben wel als ongewenst bijverschijnsel dat de overige drie nummers een beetje tussen wal en schip vallen, waardoor ik Year 3,000 blues en Me and my baby bijna als melige country- en jazz-pastiches ga zien, en Circles vind ik zelfs het dieptepunt van de plaat, met die saaie akkoordenstructuur en steeds die standaard-loopjes van de Spaanse gitaar om de regels na de zang op te vullen – het komt op mij persoonlijk heel erg halfzacht over, alsof dit een idioom is dat Alvin Lee niet beheerst maar waar hij toch zo graag goede sier mee wil maken.
Maar goed, door de overige vijf nummers is dit aan het einde van de rit toch een uitermate sterke plaat, met wederom applaus voor het pompende en elastische baswerk van Leo Lyons – natuurlijk gaat de meeste aandacht uit naar het gitaarvuurwerk, maar daaronder legt Lyons toch wel een erg lekker melodisch en ritmisch bedje neer.
Ten Years After - Positive Vibrations (1974)

3,5
0
geplaatst: 25 juli 2024, 20:40 uur
Toch maar zelden een hoes gezien die zo totaal niet strookt met de titel van het bijbehorende album... Jammer dat de band hierna uit elkaar ging, want waar de fans van het eerste uur wellicht de harde bluesrock missen hoor ikzelf juist een fris begin. De nummers zijn gevarieerder dan ooit, Alvin Lee laat z'n geforceerd-rauwe bluesstem voor wat hij is en klinkt ontspannener dan vroeger, en zijn gitaarsolo's zijn puntiger en functioneler zonder aan felheid in te boeten (getuige de ijzersterke solo's op bijvoorbeeld It's getting harder, Look into my life en Look me straight into the eyes). Ik zou haast zeggen dat ik zonder de hoes bijna niet zou weten dat dit Ten Years After is, ware het niet dat er hier toch een paar doodvermoeide (en godzijdank korte) bluesrock-nummers op staan, met name Going back to Birmingham, You're driving me crazy ("You're driving me crazy / You're driving me mad / You're making me lazy / You're making me bad", ik zou er zelf niet opgekomen zijn) en het ongelooflijk flauwe I wanted to boogie (met het tekstuele pareltje "Keep your hard-on all night and you will need it with me"). Jammer, want die missers ontnemen het zicht een beetje op hoe mooi de rest van de plaat kan zijn, zoals de onderkoelde opener (Ric Lee: "I was surprised we could be that funky!"), het melancholische titelnummer en het bijna epische Look me straight into the eyes. En ondanks die drie stomme rockers is dit uiteindelijk toch een fraaie en verrassend intieme afsluiter van (het hoofddeel van) de carrière van TYA. Fijn album.
O ja, één nummer valt me nog op bijzonder onorthodoxe wijze op: It's getting harder met clavinet, orgeltje, dun swingend gitaartje en Stiekem dansen-ritme – als je er de Engelse zangpartij uitfiltert zou het zó een backing-track voor Erik Mesie kunnen zijn, en dát tien jaar voordat Toontje Lager bekend werd. Bizar.
O ja, één nummer valt me nog op bijzonder onorthodoxe wijze op: It's getting harder met clavinet, orgeltje, dun swingend gitaartje en Stiekem dansen-ritme – als je er de Engelse zangpartij uitfiltert zou het zó een backing-track voor Erik Mesie kunnen zijn, en dát tien jaar voordat Toontje Lager bekend werd. Bizar.
Ten Years After - Recorded Live (1973)

4,5
1
geplaatst: 10 maart 2020, 11:17 uur
Misschien heeft Ten Years After recorded live inderdaad niet dezelfde legendarische status als de liveplaten van Deep Purple en Rainbow, maar op mijn middelbare school werd hier indertijd toch wel op fluistertonen van respect over gesproken. Op MusicMeter heeft dit album echter inderdaad veel minder stemmen (met de mijne erbij nu 100) dan Made in Japan (721) en Rainbow on stage (188), en er heeft zelfs nog niemand iets geschreven over de geremasterde 2CD uit 2013 die maar liefst 73 minuten extra muziek van dezelfde vier concerten bevat (en die de oorspronkelijke tracklisting weer in ere herstelt, dus inclusief Hobbit dat op sommige CD-versies was verdwenen "due to time limitations").
Wat die zeven nieuwe nummers betreft, twee daarvan zijn jams van samen 34 minuten, en die lange improvisaties (de eerste met druk drumwerk en een spectaculair rockend einde, de tweede wat jazzier, en allebei met een bassolo) zijn aan mij niet besteed (hoewel ik ze toch een aantal malen heb geprobeerd, hetgeen mevrouw OnHeavenHill het commentaar ontlokte: "Sorry hoor, maar ik begrijp helemaal niets van jouw smaak."). De Parijse Help me is prima maar voegt in mijn oren niet veel toe aan de (geweldige) Amsterdamse, en de cover van Chuck Berry's Sweet little sixteen klinkt vooral belegen. De overige drie nummers daarentegen zijn strak en geïnspireerd: I woke up this morning is een simpele maar stoere blues, Time is flying is spannend, en Standing at the station (met een hoofdrol voor Chick Churchills Hammond plus een furieuze slide-solo van Alvin Lee) is zelfs zó geweldig dat ik daarvoor de regel breek dat ik nooit bonustracks als favoriet aanvink, dus dat zijn in totaal 21 minuten waar ik erg blij mee ben. Het geluid is verder uitstekend, en het boekje bevat een kort essay inclusief een paar terugblikken van Churchill en Leo Lyons.
De oorspronkelijke plaat zelf blijft wat mij betreft één groot feestje, ook al hoort de recensent van Allmusic hier voornamelijk "a virtuosic, never-ending guitar solo" in. Hobbit is helaas een skipnummer, en al die citaten in Extension on one chord en I'm going home zijn een beetje melig, maar verder is dit een volbloed en opwindend bluesrock-album met een lekker stevige band achter –inderdaad– een gitaarvirtuoos die hier het onderste uit de kan haalt.
Wat die zeven nieuwe nummers betreft, twee daarvan zijn jams van samen 34 minuten, en die lange improvisaties (de eerste met druk drumwerk en een spectaculair rockend einde, de tweede wat jazzier, en allebei met een bassolo) zijn aan mij niet besteed (hoewel ik ze toch een aantal malen heb geprobeerd, hetgeen mevrouw OnHeavenHill het commentaar ontlokte: "Sorry hoor, maar ik begrijp helemaal niets van jouw smaak."). De Parijse Help me is prima maar voegt in mijn oren niet veel toe aan de (geweldige) Amsterdamse, en de cover van Chuck Berry's Sweet little sixteen klinkt vooral belegen. De overige drie nummers daarentegen zijn strak en geïnspireerd: I woke up this morning is een simpele maar stoere blues, Time is flying is spannend, en Standing at the station (met een hoofdrol voor Chick Churchills Hammond plus een furieuze slide-solo van Alvin Lee) is zelfs zó geweldig dat ik daarvoor de regel breek dat ik nooit bonustracks als favoriet aanvink, dus dat zijn in totaal 21 minuten waar ik erg blij mee ben. Het geluid is verder uitstekend, en het boekje bevat een kort essay inclusief een paar terugblikken van Churchill en Leo Lyons.
De oorspronkelijke plaat zelf blijft wat mij betreft één groot feestje, ook al hoort de recensent van Allmusic hier voornamelijk "a virtuosic, never-ending guitar solo" in. Hobbit is helaas een skipnummer, en al die citaten in Extension on one chord en I'm going home zijn een beetje melig, maar verder is dit een volbloed en opwindend bluesrock-album met een lekker stevige band achter –inderdaad– een gitaarvirtuoos die hier het onderste uit de kan haalt.
Ten Years After - Rock & Roll Music to the World (1972)

3,0
0
geplaatst: 20 juli 2024, 15:24 uur
Ik heb een beetje een haat/liefde-verhouding met deze plaat: er staan twee van de beste TYA-nummers ooit op, de juggernaut You give good loving en het intimiderende Standing at the station, op Convention prevention en Religion graven Alvin Lee's teksten dieper (en duisterder) dan gewoonlijk, en gitaarwerk, begeleiding en sound zijn weer dik in orde, maar daar staat tegenover dat bijna heel vinylkant 2 teleurstellende boogie-blues bevat, dat de synthesizer (een Moog?) die Chick Churchill kennelijk heeft ontdekt af en toe nogal storend aanwezig is, en dat Lee qua muzikale inspiratie kennelijk enigszins droog stond. Niet mijn favoriete TYA-plaat, hoewel hij vanwege de twee genoemde hoogtepunten nog vaak genoeg tevoorschijn zal komen, want wat zijn die toch adembenemend sterk. En kan iemand me nog uitleggen wie (of wat) de "big masturbator" is die in Convention prevention Lee in de gaten houdt?
Ten Years After - Ssssh. (1969)

4,0
1
geplaatst: 11 juni 2024, 17:19 uur
Sterk album waarvan de beide plaatkanten een beetje voorzichtig op gang komen maar vervolgens eindigen met stoom uit de oren. Geen jazz en/of swing meer, maar nog wel verschillende stijlen en gitaarsounds die ook ruimte laten voor de elastische bas van Leo Lyons en het altijd lekkere orgelwerk van Chick Churchill, en omdat ook Ric Lee zoals altijd goed op dreef is kun je hier spreken van een echte groepsplaat, ook al is Alvin Lee dan ook voor zeven van de acht composities verantwoordelijk.
De enige echt lelijke misser hier is If you should love me, waarbij Alvin Lee op het einde losgaat met quasi-emotionele oprispingen en tussenwerpsels à la Hey Jude, maar omdat hij daarvoor zowel het stemgeluid als het improvisatievermogen mist is dat een tamelijk tenenkrommende aangelegenheid. Omdat dat gevolgd wordt door het nietszeggende I don't know that you don't know my name lijkt de plaat daar stil te vallen, maar de laatste twee nummers zijn gelukkig weer ijzersterk (ook al heeft het ritme van The stomp dan ook veel aan John Lee Hooker en Canned Heat te danken). Al met al toch een degelijke en zeer bevredigende plaat, volgens Lyons zelfs "the definitive Ten Years After album that captures the spirit of the band."
De enige echt lelijke misser hier is If you should love me, waarbij Alvin Lee op het einde losgaat met quasi-emotionele oprispingen en tussenwerpsels à la Hey Jude, maar omdat hij daarvoor zowel het stemgeluid als het improvisatievermogen mist is dat een tamelijk tenenkrommende aangelegenheid. Omdat dat gevolgd wordt door het nietszeggende I don't know that you don't know my name lijkt de plaat daar stil te vallen, maar de laatste twee nummers zijn gelukkig weer ijzersterk (ook al heeft het ritme van The stomp dan ook veel aan John Lee Hooker en Canned Heat te danken). Al met al toch een degelijke en zeer bevredigende plaat, volgens Lyons zelfs "the definitive Ten Years After album that captures the spirit of the band."
Ten Years After - Stonedhenge (1969)

3,5
2
geplaatst: 4 juni 2024, 22:02 uur
Aangezien ik bij Fragile van Yes (waar Mssr Renard hierboven ook al naar verwijst) heb gezegd dat die korte solonummertjes niet echt storen ("en anders skip je ze gewoon op je CD, ze duren samen amper 6 of 7 minuten"), vind ik dat ik die mini-uitspattinkjes op Stonedhenge ook maar door de vingers moet zien, maar... nee, ik doe er het zwijgen toe. Waar het mij om gaat zijn eigenlijk de vier nummers waarop de band bovenop de blues een paar laagjes jazz en psychedelica legt zodat je een soort muziek krijgt dat enerzijds stevig in de tweede helft van de jaren 60 verankerd is maar anderzijds nog altijd fris aandoet doordat ze nergens voor de makkelijkste oplossing kiezen. Je moet natuurlijk houden van al die psychedelische effecten (plotselinge sfeerwisselingen, een Indiaas raga-intro, psychedelische orgeltjes, instrumenten die van links naar rechts en weer terug vliegen, reverse-geluidseffecten), maar wanneer ze niet opzichtig maar juist smaakvol worden gebruikt (zoals hier) voegen ze wel degelijk iets toe, al is het maar een sfeer van vrijheid en experimenteerdrift. Vooral die mix werkt goed, want naar die belegen swing van Woman trouble en dat afschuwelijke gescat van Skoobly-oobly-doobob kan ik echt niet luisteren zonder pijn aan mijn tenen te krijgen, maar er staan voor mij toch genoeg sterke momenten op om met mijn score het huidige stemgemiddelde tot op de tweede decimaal te versterken.
Ten Years After - Ten Years After (1967)

3,5
0
geplaatst: 25 mei 2024, 12:28 uur
Kennelijk min of meer hun podiumrepertoire, met wat korte bluesjes die wel de hoofdmoot van hun set zullen hebben uitgemaakt, en drie lange show-stoppers die nu voor de meeste gebruikers hier (inclusief mijzelf) als de hoogtepunten gelden. Toch moet ik het met mijn betreurde voorganger eens zijn dat ik het gitaarspel tijdens die lange work-outs niet echt geweldig vind: met name op Spoonful bestaat die solo eerder uit korte hektische frasen dan uit lange melodielijnen, en dat levert voor mij eerder een freaky effect op dan dat ik meegesleept word door lyrisch vermogen.
Dat ik de plaat dan toch een ruime voldoende geef komt omdat het geheel voor mij hierbij groter is dan som der delen: een ontspannen staalkaart van wat deze band allemaal kan, met een heerlijk Hammondorgel, een soepele ritmesectie, een paar verrassende nummers (het jazzy Adventures of a young organ, het up-tempo Losing the dogs met z'n contrasterende deprimerende tekst), het lekkere geluidsbeeld van het geheel, en bovenal de twee krakers I can't keep from crying sometimes en Help me (die allebei zes jaar en acht platen later op Recorded live nog steeds tot de hoogtepunten behoren). Met name het fundament van dat laatste nummer is indrukwekkend: de bas lijkt in de loop van dit nummer steeds dieper te worden, alsof Leo Lyons op magische wijze tijdens het spelen de stemknoppen van zijn basgitaar steeds lager draait zonder dat hij daarmee bij de rest van de band letterlijk "uit de toon" gaat vallen. Help me is echt een uitstekend argument vóór het beluisteren van muziek op een normale degelijke hi-fi-installatie in plaats van via Spotify over de telefoon.
Overigens heeft Droombolus het in het allereerste bericht over de bleke hoesfoto, maar dan zou hij de kartonnen replica van deze albumhoes in de 10-CD-box Ten Years After 1967-1974 eens moeten zien. De voorkant heeft gewoon de oorspronkelijke foto, maar voor de achterkant hebben ze de hoes van een oude en duidelijk vaak opgelegde vinylplaat gebruikt, inclusief vuile bruine randen, een koffievlek bij de titels, en de welbekende donkere cirkelrand waar de afdruk van de langspeelplaat van binnenuit door het witte karton heenkomt. Authentiek!
Dat ik de plaat dan toch een ruime voldoende geef komt omdat het geheel voor mij hierbij groter is dan som der delen: een ontspannen staalkaart van wat deze band allemaal kan, met een heerlijk Hammondorgel, een soepele ritmesectie, een paar verrassende nummers (het jazzy Adventures of a young organ, het up-tempo Losing the dogs met z'n contrasterende deprimerende tekst), het lekkere geluidsbeeld van het geheel, en bovenal de twee krakers I can't keep from crying sometimes en Help me (die allebei zes jaar en acht platen later op Recorded live nog steeds tot de hoogtepunten behoren). Met name het fundament van dat laatste nummer is indrukwekkend: de bas lijkt in de loop van dit nummer steeds dieper te worden, alsof Leo Lyons op magische wijze tijdens het spelen de stemknoppen van zijn basgitaar steeds lager draait zonder dat hij daarmee bij de rest van de band letterlijk "uit de toon" gaat vallen. Help me is echt een uitstekend argument vóór het beluisteren van muziek op een normale degelijke hi-fi-installatie in plaats van via Spotify over de telefoon.
Overigens heeft Droombolus het in het allereerste bericht over de bleke hoesfoto, maar dan zou hij de kartonnen replica van deze albumhoes in de 10-CD-box Ten Years After 1967-1974 eens moeten zien. De voorkant heeft gewoon de oorspronkelijke foto, maar voor de achterkant hebben ze de hoes van een oude en duidelijk vaak opgelegde vinylplaat gebruikt, inclusief vuile bruine randen, een koffievlek bij de titels, en de welbekende donkere cirkelrand waar de afdruk van de langspeelplaat van binnenuit door het witte karton heenkomt. Authentiek!
Ten Years After - Undead (1968)

3,0
0
geplaatst: 29 mei 2024, 21:25 uur
Gemengde gevoelens hierbij. Het ene moment erger ik me aan die overdaad aan nootjes van Lee's gitaar in vooral Woodchopper's ball, en aan de "verplichte" solo's van eerst gitaar, daarna orgel en dan ook nog even bas in de eerste twee nummers, en aan de al even verplichte drumsolo in Shantung cabbage, maar het andere moment zet ik de koptelefoon op en bevind ik me 38 minuten lang midden tussen het publiek in de Klooks Kleek-club en zweef ik mee met Lee's gitaarsound op I may be wrong en ga ik uit mijn dak op I'm going home. Uiteindelijk is het de sfeer van het duidelijk intieme concert dat mij over de streep trekt.
Ten Years After - Watt (1970)

4,0
1
geplaatst: 8 juli 2024, 16:08 uur
Degelijke maar pakkende nummers met veel ruimte voor zowel solo's als rare muzikale left turns, met op Gonna run een bluesy basis die bijna stiekem verandert in up-tempo-jazz, op She lies in the morning complete arrangementen die opeens ingewisseld worden voor andere geluidsbeelden, en in de vorm van Think about the times een werkelijk ontroerende ballade. 34 minuten lang lekker vrijuit muziek maken, los en toch scherp, en dan helaas nog dat slotnummer... Als ik Watt niet op CD maar op LP had zou ik op die plek met een spijker een grote kras dwars over het vinyl maken, zodat de naald van mijn platenspeler na het einde van She lies in the morning direct door zou schuiven naar de eindgroef, en daarna zou ik de plaat weer opnieuw opzetten, genietend van dat lekkere Queens Of The Stone Age-achtige zeurgitaartje op het openingsnummer. (En ik blijf het zeggen: Alvin Lee is natuurlijk de grote man, maar wat heeft hij hier toch een perfecte begeleidingsband die hem aan alle kanten ondersteunt zonder al te flashy te zijn of hem naar de kroon te steken.)
Leo Lyons: "Why is it called Watt? Because everybody used to say Ten Years After what?"
Leo Lyons: "Why is it called Watt? Because everybody used to say Ten Years After what?"
The Alan Parsons Project - Ammonia Avenue (1984)

2,5
0
geplaatst: 8 mei 2017, 22:30 uur
Een doorsnee-APP-plaat waar Eric Woolfson voor mijn gevoel gewoon niet de inspiratie had om echt pakkende melodieën te verzinnen, zodat alles een beetje voortkabbelt zonder mij ergens op te schudden en ik geen betere omschrijving dan "gewoontjes" kan verzinnen. Het openingsnummer loopt soepel door, Colin Blunstone doet z'n best op Dancing on a highwire, en er is een eervolle vermelding voor het bij Parsons onverwachte en daardoor zo welkome omfloerste en suggestieve geluid van de sax van Mel Collins op Pipeline (een sound die voor mij het midden houdt tussen de soul van Candy Dulfer op Lily was here en het heerlijke geluid van Solutions onvolprezen Tom Barlage), maar verder kan ik hier weinig enthousiasts over melden, op één uitzondering na, en welk nummer zou dát nou zijn?
Al de allereerste keer dat ik Don't answer me hoorde greep het me "voorbij goed en slecht"; het kwam uit in een tijd dat ik allang niet meer naar APP luisterde, het arrangement deed me denken aan een soort Phil Spector-lite dankzij die castagnetten en de koortjes, en over de vlakke zang van Eric Woolfson ben ik nooit erg enthousiast geweest, maar bij dít nummer werden al die minpuntjes geruisloos meegenomen in de waardering voor het geheel vanwege twee alles overheersende elementen : de emotionele snik van de melodie die z'n hoogtepunt bereikt wanneer Woolfson de eerste noot van de titel zingt, en de melancholische berusting van de zelfverloochening die uit de tekst spreekt en die ik altijd associeer met het magnifieke en eveneens zo gelaten Don't let it show van I robot. Als mijn vrouw zegt dat ze Don't answer me zo'n melig nummer vindt kan ik dat helemaal begrijpen, maar bij mij raakt de melodie precies die éne snaar. Ik antwoord haar dan maar niet.
Al de allereerste keer dat ik Don't answer me hoorde greep het me "voorbij goed en slecht"; het kwam uit in een tijd dat ik allang niet meer naar APP luisterde, het arrangement deed me denken aan een soort Phil Spector-lite dankzij die castagnetten en de koortjes, en over de vlakke zang van Eric Woolfson ben ik nooit erg enthousiast geweest, maar bij dít nummer werden al die minpuntjes geruisloos meegenomen in de waardering voor het geheel vanwege twee alles overheersende elementen : de emotionele snik van de melodie die z'n hoogtepunt bereikt wanneer Woolfson de eerste noot van de titel zingt, en de melancholische berusting van de zelfverloochening die uit de tekst spreekt en die ik altijd associeer met het magnifieke en eveneens zo gelaten Don't let it show van I robot. Als mijn vrouw zegt dat ze Don't answer me zo'n melig nummer vindt kan ik dat helemaal begrijpen, maar bij mij raakt de melodie precies die éne snaar. Ik antwoord haar dan maar niet.
The Alan Parsons Project - Eve (1979)

2,0
0
geplaatst: 10 april 2017, 20:20 uur
Volgens mijn papieren uitgave van de All Music Guide to Rock uit 1997 was Parsons' tekstuele invalshoek van deze plaat "rather cold, opening him to charges of misogyny." Dat lijkt me eigenlijk wel de minste van Parsons' en Woolfsons zorgen, want wat mij betreft is dit kwalitatief behoorlijk onder de maat : als ik zeg dat ik hier geen enkel fatsoenlijk nummer op vind staan druk me heel voorzichtig uit. Instrumentaal dieptepunt is dat ongelooflijk irritante basje op Damned if I do, vocaal twijfel ik over de twee vrouwelijke bijdragen (en dat terwijl ik zulke goede herinneringen aan Lesley Duncan heb vanwege haar Love song op Elton Johns Tumbleweed connection) – of bestaat die eerdergenoemde misogynie er juist uit dat die zangeressen die twee nummers toebedeeld kregen? Hoe dan ook, veel melige popmuziek waar alle rock en alle mysterie van de voorgaande drie APP-albums geheel uit verdwenen zijn.
The Alan Parsons Project - Eye in the Sky (1982)

2,5
0
geplaatst: 27 april 2017, 15:35 uur
Tja, ik kan dit niet echt slecht vinden, daarvoor vloeit de plaat te soepel en is de produktie te professioneel, maar het is allemaal zo nietszeggend en vlak naar mijn smaak, er zit gewoon te weinig verrassing in. Het titelnummer is melodisch ijzersterk en voor mij een hoogtepunt (daar kan zelfs de uitdrukkingsloze stem van Eric Woolfson niets aan veranderen), Children of the moon is ook niet slecht en wordt nog opgehaald door die lekkere gitaarsolo op het eind (verrassend dat niemand hier vindt dat de stem van David Paton bij zijn uithalen op die van Paul McCartney lijkt), om Mammagamma kan ik wel lachen (vooral door de even geheide als effectieve modulatie op 2:09) en de wijn van Old and wise behoeft geen krans, maar verder zijn vooral de drie vocale nummers op vinylkant 2 dodelijk flauw, en dat instrumentale tussenstuk van Silence and I doet mij alleen maar geforceerd aan.
Old and wise is eigenlijk altijd langs mij heen gegaan, dus toen ik dat jaren geleden voor het eerst hoorde tijdens het laatste uur van een top-2000-uitzending was ik hogelijk verbaasd : nooit van gehoord, wat doet dat daar? Het heeft voor mij ook nooit de tijdloze uitstraling van Shine on you crazy diamond of Stairway to heaven of Child in time gekregen, maar nu ik het inmiddels een aantal malen goed heb beluisterd ben ik er toch wel behoorlijk voor gevallen. Voor mijn gevoel zit er in dat nummer ook een ondertoon van zelfmisleiding : als ik oud en wijs ben zal ik alles beter begrijpen – maar de werkelijkheid is dat er ik dan eigenlijk zo mogelijk nóg minder van zal snappen. Ik weet niet zeker of de tekst mijn interpretatie wel ondersteunt, maar dat is de associatie die ik bij het nummer (en de trieste muziek) heb.
Old and wise is eigenlijk altijd langs mij heen gegaan, dus toen ik dat jaren geleden voor het eerst hoorde tijdens het laatste uur van een top-2000-uitzending was ik hogelijk verbaasd : nooit van gehoord, wat doet dat daar? Het heeft voor mij ook nooit de tijdloze uitstraling van Shine on you crazy diamond of Stairway to heaven of Child in time gekregen, maar nu ik het inmiddels een aantal malen goed heb beluisterd ben ik er toch wel behoorlijk voor gevallen. Voor mijn gevoel zit er in dat nummer ook een ondertoon van zelfmisleiding : als ik oud en wijs ben zal ik alles beter begrijpen – maar de werkelijkheid is dat er ik dan eigenlijk zo mogelijk nóg minder van zal snappen. Ik weet niet zeker of de tekst mijn interpretatie wel ondersteunt, maar dat is de associatie die ik bij het nummer (en de trieste muziek) heb.
