Hier kun je zien welke berichten Norrage als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Takuya Kuroda - Rising Son (2014)

3,5
0
geplaatst: 9 maart 2014, 13:09 uur
Japanse jazz-trompettist Takuya Kuroda is, zoals vele Aziaten voor hem, naar New York verhuisd om daar in de bruisende jazz-scene muziek te componeren. Daar ontmoette hij José James, die vooral vorig jaar furore maakte met zijn elegante mix van soul, jazz en R&B. Deze werkte mee aan het nieuwe album van Kuroda (en Kuroda op dat van James), en dat is op Rising Son duidelijk te horen. We horen hier een sterk staaltje instrumentale soul-jazz, en het zal niet misstaan in de naderende lente.
Zo begint openings- en titelnummer Rising Son met heerlijke soulvolle baslijntjes die Kuroda heerlijk inkleurt met zijn mooie trompet-geluid. Heel specifiek en origineel is dat geluid niet, maar het hele album worden er sterke en overtuigende combinaties van instrumentatie gemaakt. Zo kiest Kuroda er voor om op het Afrikaanse nummer Afro Blues de hulp van mede Blue Note jazz-gitarist Lionel Loueke in te schakelen, wat zorgt voor de noodzakelijke afwisseling. Ook José James zelf doet een nummer mee, op Everybody Loves the Sunshine, en ook die toevoeging is zeer geslaagd, want het is leuk om op deze plaat ook nog een vocale bijdrage te horen. Deze twee hoogtepunten zeggen echter wel een beetje wat de minpunten zijn van dit album, want veel verder dan deze hoogtepunten komen we niet. Waar deze gast-bijdrages samen met het zeer geslaagde openingsnummer zorgen voor een vol, origineel en karakteristiek geluid, blijft de rest van het album daar een beetje bij achter. Het zijn stuk voor stuk lekkere en relaxte nummers, die net als José James een lome soul-sfeer geven, maar heel spannend wordt het niet. Voordat een jazz-album het voor elkaar krijgt mij echt te raken, zal het toch net wat losser en experimenteler moeten worden aangepakt.
Takuya Kuroda doet erg zijn best om een grote naam te worden in de New Yorkse jazz-scene, en als hij ook maar een beetje van de populariteit van José James weet te vergaren door hun samenwerking op deze plaat, dan zal dat nog wel eens waarheid kunnen worden. Hier brengt Kuroda vooral een sterke maar geen bijzondere plaat uit, en weet hij de kwaliteit van zijn, vier studio-platen grote, oeuvre door te zetten. Duidelijk een Rising Son in de jazz-wereld!
Pat-sounds: Album Takuya Kuroda - Rising Son (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
Zo begint openings- en titelnummer Rising Son met heerlijke soulvolle baslijntjes die Kuroda heerlijk inkleurt met zijn mooie trompet-geluid. Heel specifiek en origineel is dat geluid niet, maar het hele album worden er sterke en overtuigende combinaties van instrumentatie gemaakt. Zo kiest Kuroda er voor om op het Afrikaanse nummer Afro Blues de hulp van mede Blue Note jazz-gitarist Lionel Loueke in te schakelen, wat zorgt voor de noodzakelijke afwisseling. Ook José James zelf doet een nummer mee, op Everybody Loves the Sunshine, en ook die toevoeging is zeer geslaagd, want het is leuk om op deze plaat ook nog een vocale bijdrage te horen. Deze twee hoogtepunten zeggen echter wel een beetje wat de minpunten zijn van dit album, want veel verder dan deze hoogtepunten komen we niet. Waar deze gast-bijdrages samen met het zeer geslaagde openingsnummer zorgen voor een vol, origineel en karakteristiek geluid, blijft de rest van het album daar een beetje bij achter. Het zijn stuk voor stuk lekkere en relaxte nummers, die net als José James een lome soul-sfeer geven, maar heel spannend wordt het niet. Voordat een jazz-album het voor elkaar krijgt mij echt te raken, zal het toch net wat losser en experimenteler moeten worden aangepakt.
Takuya Kuroda doet erg zijn best om een grote naam te worden in de New Yorkse jazz-scene, en als hij ook maar een beetje van de populariteit van José James weet te vergaren door hun samenwerking op deze plaat, dan zal dat nog wel eens waarheid kunnen worden. Hier brengt Kuroda vooral een sterke maar geen bijzondere plaat uit, en weet hij de kwaliteit van zijn, vier studio-platen grote, oeuvre door te zetten. Duidelijk een Rising Son in de jazz-wereld!
Pat-sounds: Album Takuya Kuroda - Rising Son (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Antlers - Familiars (2014)

5,0
0
geplaatst: 9 juni 2014, 11:35 uur
En daar is ie dan. The Antlers is al 2 maanden gelekt, maar nu officieel te streamen op First Listen: The Antlers, 'Familiars' : NPR. Voor mij staat na 2 maanden nonstop luisteren vast: het is het absolute album van het jaar, en misschien wel een van de beste die ik ooit geluisterd heb. De eerste 5 sterren die ik op pat-sounds geef. Lees de recensie:
-----
The Antlers is een melancholische, bijna trieste en intense band die al 4 albums uitbracht. Van het directe en minimalistische Uprooted uit 2006, het tragische en meeslepende Hospice uit 2009, tot het instrumentatie-rijke en sfeervolle Burst Apart uit 2011, telkens wist de band een uniek album voort te brengen. Nu is daar het langverwachte vijfde album van de band, en wat zouden ze nu op de mat gelegd hebben? Familiars is een schitterende plaat geworden, dat wegluistert als een mix van hun twee laatste platen. Een emotievolle trip met heel veel met blazers doordrenkte instrumentatie.
Het beste nummer is de opener Palace, dat al eerder aan de fans ten gehore werd gebracht. Palace begint als een sombere dag, een luistertrip die op hemelse manier wordt opengebroken door kraakhelder hoopgevend pianospel. Al meteen komt daar majestueus trompetspel bij, en beetje bij beetje wordt de melancholiek opgebouwd naar een ultieme uitbarsting met de stem van Peter Sibbermen die mij keer op keer met kippenvel doet achterlaten. Het nummer wordt nog magistraler en wordt intens en intiem verder opgebouwd: daar komt een rustige drum-beat, en vervolgens nog wat extra trompetten en een subtiele basgitaar. Palace is een zorgvuldig gebalanceerd orkestraal kunststukje, die je in elke mate bedwelmd achterlaat. De rest van het album haalt dit uitzonderlijk hoge niveau eigenlijk niet meer, maar is qua stijl van hetzelfde laken een pak: buitengewoon sterk. Over alle nummers heerst eenzelfde sfeer: veel blazers, trage drum- en basgitaar ritmes, heel af en toe een lichte tempo-versnelling maar vrijwel altijd opmerkelijk down-tempo. Dat is ergens jammer, want het maakt het album eentonig en klinken als een lang en eenzelfde nummer. Maar tegelijkertijd is dat ook de kracht. Voor een luisterbeurt vol van muzikale vindingrijkheid en afwisseling ben je hier dan ook niet aan het juiste adres. Wat trouwens niet erg is, want dat is precies wat ze op Burst Apart al hebben gedaan. Familiars is namelijk gewoonweg een nieuwe en originele en bovenal overtuigend geniale stap in het oeuvre van de band, en het zijn juist de subtiele details die hier de kwaliteit kenmerken en elke luisterbeurt hoor je weer nieuwe wondertjes. Bijvoorbeeld de dromerige baslijntjes in Doppelganger, het gitaarspel en de electronica in Director, de subtiele synths en het opzwepende van Parade of het jazzy pianospel en het funky en opvallend krachtige gitaarspel aan het eind van Revisited. Elk nummer weet keer op keer emotioneel te raken, zit vol met sublieme klasse en maakt van dit album een weergaloze luistertrip.
The Antlers heeft met Familiars weer een absoluut meesterwerk afgeleverd. Het heeft misschien niet de lyrische pracht van Hospice, of de veelzijdigheid van Burst Apart. Wat het wel heeft is een tamelijk nieuw band-geluid: een overdonderend en emotionele plaat; een mix van sfeervolle soundscapes en een muur van melancholiek en prachtige hypnose. Een absolute 5-sterren plaat die zo aan de annalen en klassiekers kan worden toegevoegd; mijns inziens nu al een van de beste albums die ik ooit geluisterd heb.
Pat-sounds: Albums The Antlers - Familiars (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
-----
The Antlers is een melancholische, bijna trieste en intense band die al 4 albums uitbracht. Van het directe en minimalistische Uprooted uit 2006, het tragische en meeslepende Hospice uit 2009, tot het instrumentatie-rijke en sfeervolle Burst Apart uit 2011, telkens wist de band een uniek album voort te brengen. Nu is daar het langverwachte vijfde album van de band, en wat zouden ze nu op de mat gelegd hebben? Familiars is een schitterende plaat geworden, dat wegluistert als een mix van hun twee laatste platen. Een emotievolle trip met heel veel met blazers doordrenkte instrumentatie.
Het beste nummer is de opener Palace, dat al eerder aan de fans ten gehore werd gebracht. Palace begint als een sombere dag, een luistertrip die op hemelse manier wordt opengebroken door kraakhelder hoopgevend pianospel. Al meteen komt daar majestueus trompetspel bij, en beetje bij beetje wordt de melancholiek opgebouwd naar een ultieme uitbarsting met de stem van Peter Sibbermen die mij keer op keer met kippenvel doet achterlaten. Het nummer wordt nog magistraler en wordt intens en intiem verder opgebouwd: daar komt een rustige drum-beat, en vervolgens nog wat extra trompetten en een subtiele basgitaar. Palace is een zorgvuldig gebalanceerd orkestraal kunststukje, die je in elke mate bedwelmd achterlaat. De rest van het album haalt dit uitzonderlijk hoge niveau eigenlijk niet meer, maar is qua stijl van hetzelfde laken een pak: buitengewoon sterk. Over alle nummers heerst eenzelfde sfeer: veel blazers, trage drum- en basgitaar ritmes, heel af en toe een lichte tempo-versnelling maar vrijwel altijd opmerkelijk down-tempo. Dat is ergens jammer, want het maakt het album eentonig en klinken als een lang en eenzelfde nummer. Maar tegelijkertijd is dat ook de kracht. Voor een luisterbeurt vol van muzikale vindingrijkheid en afwisseling ben je hier dan ook niet aan het juiste adres. Wat trouwens niet erg is, want dat is precies wat ze op Burst Apart al hebben gedaan. Familiars is namelijk gewoonweg een nieuwe en originele en bovenal overtuigend geniale stap in het oeuvre van de band, en het zijn juist de subtiele details die hier de kwaliteit kenmerken en elke luisterbeurt hoor je weer nieuwe wondertjes. Bijvoorbeeld de dromerige baslijntjes in Doppelganger, het gitaarspel en de electronica in Director, de subtiele synths en het opzwepende van Parade of het jazzy pianospel en het funky en opvallend krachtige gitaarspel aan het eind van Revisited. Elk nummer weet keer op keer emotioneel te raken, zit vol met sublieme klasse en maakt van dit album een weergaloze luistertrip.
The Antlers heeft met Familiars weer een absoluut meesterwerk afgeleverd. Het heeft misschien niet de lyrische pracht van Hospice, of de veelzijdigheid van Burst Apart. Wat het wel heeft is een tamelijk nieuw band-geluid: een overdonderend en emotionele plaat; een mix van sfeervolle soundscapes en een muur van melancholiek en prachtige hypnose. Een absolute 5-sterren plaat die zo aan de annalen en klassiekers kan worden toegevoegd; mijns inziens nu al een van de beste albums die ik ooit geluisterd heb.
Pat-sounds: Albums The Antlers - Familiars (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Benelux - The Benelux (2013)

3,5
0
geplaatst: 23 januari 2014, 15:50 uur
Recensie:
"Laten we onze bandnaam, en meteen de albumnaam, maar noemen naar waar we vandaan komen." Inderdaad, de bandnaam getuigt niet van erg veel inspiratie. Ook de omschrijving van de band voor hun optreden op afgelopen Eurosonic/Noorderslag, "de Nederlandse LCD Soundsystem", doet niet direct vermoeden dat we met een buitengewoon originele en baanbrekende band te maken hebben. LCD Soundsystem was op hun beurt immers al een soort van hedendaagse Talking Heads. Toch slingert hun optreden op Noorderslag en hun recente '1 minute of fame' bij DWDD de nieuwsgierigheid aan. Want een soort van LCD Soundsystem? Dan maakt het niet uit veel uit of het een kopie is.
Het eerste nummer I Don't Dance Enough is dan ook direct een voltreffer. Funky basloopje, blazertje hier en daar, een tot dansen oproepende beat en een lekker repeterend en heerlijk opgebouwd ritme. Inderdaad duidelijk geïnspireerd door bovenstaande bands, en een geniale opener die de toon voor het hele album zet. Hoe gaat het dan verder? Het blijft een beetje meer van hetzelfde, maar de spanning blijft erin en de zeer aanstekelijke instrumentatie spreekt tot de verbeelding. Funk, disco en van die heerlijke !!!- en LCD-esque dancepunk swingen je zonder enige moeite door het album heen. Toch blijft het allemaal getuigen van wat weinig inspiratie en klinkt het allemaal wat vlak, doch waanzinnig mooi ingekleurd met een rijk palet aan geluiden. Maar de enorme veelzijdigheid in muziekstijlen die een David Byrne heeft, of de onderhuidse spanning van de toch net wat snellere dance-ritmes van LCD Soundsystem wordt door The Benelux toch niet gehaald. Ook leadzanger Jaap Warmenhoven zijn stem komt wat vlak over en irriteert zelfs, door het 'hipsterige' falsetto, na verloop van het album steeds een beetje meer. Iets dat we tegenwoordig in veel Nederlandse alternatieve bands horen. Toch wordt het album op veel plekken gered door prijsnummers. In het dreigende Smells Like Woman is er spannend samenspel van felle blazers en opgefokte gitaren en in Climbing Trees lijkt de dancepunk toch echt te werken.
Kortom, The Benelux weet (overigens 3 jaar nadat ze al eens van zich deden spreken met een EP) een geslaagd debuut-album op de mat te leggen. De tijd zal het ons leren of ze dit niveau kunnen ontstijgen met bijvoorbeeld fenomenale live-optredens. Iets wat je zeker zou verwachten van een band in dit aanstekelijke genre, dat bedoeld is voor het podium. Het biedt in elk geval hoop dat ze zich niet zoveel bezig hebben gehouden met hun bandnaam: zorgen dat wij genoeg gaan dansen staat voorop.
overgenomen van: Pat-sounds: Album The Benelux - The Benelux (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
"Laten we onze bandnaam, en meteen de albumnaam, maar noemen naar waar we vandaan komen." Inderdaad, de bandnaam getuigt niet van erg veel inspiratie. Ook de omschrijving van de band voor hun optreden op afgelopen Eurosonic/Noorderslag, "de Nederlandse LCD Soundsystem", doet niet direct vermoeden dat we met een buitengewoon originele en baanbrekende band te maken hebben. LCD Soundsystem was op hun beurt immers al een soort van hedendaagse Talking Heads. Toch slingert hun optreden op Noorderslag en hun recente '1 minute of fame' bij DWDD de nieuwsgierigheid aan. Want een soort van LCD Soundsystem? Dan maakt het niet uit veel uit of het een kopie is.
Het eerste nummer I Don't Dance Enough is dan ook direct een voltreffer. Funky basloopje, blazertje hier en daar, een tot dansen oproepende beat en een lekker repeterend en heerlijk opgebouwd ritme. Inderdaad duidelijk geïnspireerd door bovenstaande bands, en een geniale opener die de toon voor het hele album zet. Hoe gaat het dan verder? Het blijft een beetje meer van hetzelfde, maar de spanning blijft erin en de zeer aanstekelijke instrumentatie spreekt tot de verbeelding. Funk, disco en van die heerlijke !!!- en LCD-esque dancepunk swingen je zonder enige moeite door het album heen. Toch blijft het allemaal getuigen van wat weinig inspiratie en klinkt het allemaal wat vlak, doch waanzinnig mooi ingekleurd met een rijk palet aan geluiden. Maar de enorme veelzijdigheid in muziekstijlen die een David Byrne heeft, of de onderhuidse spanning van de toch net wat snellere dance-ritmes van LCD Soundsystem wordt door The Benelux toch niet gehaald. Ook leadzanger Jaap Warmenhoven zijn stem komt wat vlak over en irriteert zelfs, door het 'hipsterige' falsetto, na verloop van het album steeds een beetje meer. Iets dat we tegenwoordig in veel Nederlandse alternatieve bands horen. Toch wordt het album op veel plekken gered door prijsnummers. In het dreigende Smells Like Woman is er spannend samenspel van felle blazers en opgefokte gitaren en in Climbing Trees lijkt de dancepunk toch echt te werken.
Kortom, The Benelux weet (overigens 3 jaar nadat ze al eens van zich deden spreken met een EP) een geslaagd debuut-album op de mat te leggen. De tijd zal het ons leren of ze dit niveau kunnen ontstijgen met bijvoorbeeld fenomenale live-optredens. Iets wat je zeker zou verwachten van een band in dit aanstekelijke genre, dat bedoeld is voor het podium. Het biedt in elk geval hoop dat ze zich niet zoveel bezig hebben gehouden met hun bandnaam: zorgen dat wij genoeg gaan dansen staat voorop.
overgenomen van: Pat-sounds: Album The Benelux - The Benelux (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
The Black Keys - Turn Blue (2014)

2,5
0
geplaatst: 9 mei 2014, 09:51 uur
De eerste keer luisteren vond ik het nog wel meevallen, maar het cijfer voor dit album daalt met de luisterbeurt een half punt. Ik zal het hier wel bij laten, anders krijgt het nog een negatief cijfer. Onze recensie:
-----
The Black Keys is zo'n band die pas na vele albums ineens keihard zijn doorgebroken (met album Brothers haalden ze een Grammy, en met El Camino echte populariteit). In 2009 na 6 albums nog amper de kleine zaaltjes kunnen vullen, en nu is zelfs de HMH te klein voor ze. Wat er dan vaak gebeurt bij dit soort bands is dat het geluid van de band mee-evolueert met de doelgroep (of de populariteit van de band evolueert mee met het geluid). Zo ook met The Black Keys. De band van Dan Auerbach en Patrick Carney heeft zich door-ontwikkeld naar een iets minder rauw geluid, en naar meer radio-vriendelijke stadion-rock. Opvolger van doorbraak-album Brothers, El Camino, viel dan ook niet bij alle oude fans in de smaak, maar kende wel grote hits. Wat gebeurt er nu op Turn Blue, het tevens door Danger Mouse geproduceerde vervolg?
Turn Blue begint weergaloos goed. Opener Weight of Love is meteen een Black Keys klassieker. Ze channelen hier Pink Floyd, en zetten een prog-rock kraker neer met een geniale gitaar-solo om het nummer af te sluiten. Maar dan is de koek ook wel meteen op. Het album kent verder vele bijna poppy nummers, die duidelijk de stempel van Danger Mouse hebben gekregen. Zo hadden In Time, Fever en titelnummer Turn Blue zo op het laatste Broken Bells album kunnen staan, maar zijn deze nummers simpelweg minder sterk en zijn ze erg cheesy. Het begint langzaamaan te lijken alsof Danger Mouse een beetje in herhaling treedt, maar ook de gitaar-solo's van de jongens zelf zijn minder sterk dan we gewend zijn en we horen niks meer waar we The Black Keys direct aan kunnen herkennen. Het klinkt allemaal dertien in een dozijn, en de karakteristieke blues-rock is verleden tijd. Een paar nummers met leuke opbouw (Waiting on Words) of het wat psychedelischere Our Prime ten spijt, weet de band hier gewoon vrijwel niks interessants op de mat te leggen. Om over het tenenkrommende puber-rock slotnummer Gotta Get Away nog maar te zwijgen.
Turn Blue begon heel goed, en dankzij Weight of Love zal het totaalcijfer nog wel meevallen. Maar het album zelf? Nee. The Black Keys zijn me hier toch echt kwijtgeraakt. Ik zet Attack & Release en Brothers nog een keertje op.
Pat-sounds: The Black Keys - Turn Blue (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
-----
The Black Keys is zo'n band die pas na vele albums ineens keihard zijn doorgebroken (met album Brothers haalden ze een Grammy, en met El Camino echte populariteit). In 2009 na 6 albums nog amper de kleine zaaltjes kunnen vullen, en nu is zelfs de HMH te klein voor ze. Wat er dan vaak gebeurt bij dit soort bands is dat het geluid van de band mee-evolueert met de doelgroep (of de populariteit van de band evolueert mee met het geluid). Zo ook met The Black Keys. De band van Dan Auerbach en Patrick Carney heeft zich door-ontwikkeld naar een iets minder rauw geluid, en naar meer radio-vriendelijke stadion-rock. Opvolger van doorbraak-album Brothers, El Camino, viel dan ook niet bij alle oude fans in de smaak, maar kende wel grote hits. Wat gebeurt er nu op Turn Blue, het tevens door Danger Mouse geproduceerde vervolg?
Turn Blue begint weergaloos goed. Opener Weight of Love is meteen een Black Keys klassieker. Ze channelen hier Pink Floyd, en zetten een prog-rock kraker neer met een geniale gitaar-solo om het nummer af te sluiten. Maar dan is de koek ook wel meteen op. Het album kent verder vele bijna poppy nummers, die duidelijk de stempel van Danger Mouse hebben gekregen. Zo hadden In Time, Fever en titelnummer Turn Blue zo op het laatste Broken Bells album kunnen staan, maar zijn deze nummers simpelweg minder sterk en zijn ze erg cheesy. Het begint langzaamaan te lijken alsof Danger Mouse een beetje in herhaling treedt, maar ook de gitaar-solo's van de jongens zelf zijn minder sterk dan we gewend zijn en we horen niks meer waar we The Black Keys direct aan kunnen herkennen. Het klinkt allemaal dertien in een dozijn, en de karakteristieke blues-rock is verleden tijd. Een paar nummers met leuke opbouw (Waiting on Words) of het wat psychedelischere Our Prime ten spijt, weet de band hier gewoon vrijwel niks interessants op de mat te leggen. Om over het tenenkrommende puber-rock slotnummer Gotta Get Away nog maar te zwijgen.
Turn Blue begon heel goed, en dankzij Weight of Love zal het totaalcijfer nog wel meevallen. Maar het album zelf? Nee. The Black Keys zijn me hier toch echt kwijtgeraakt. Ik zet Attack & Release en Brothers nog een keertje op.
Pat-sounds: The Black Keys - Turn Blue (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Common Linnets - The Common Linnets (2014)

3,5
0
geplaatst: 10 mei 2014, 10:33 uur
Ik recenseerde het maar meteen. Beetje cliche, maar wel hele goede country-rock!
-----
Ik geef toe, ik heb het nummer volstrekt links laten liggen vanwege het Eurovisie songfestival, dat ik geen blik of luisterbeurt meer gun sinds de halve finales zijn ingevoerd. En eigenlijk kwam het moment dat ik het ging luisteren ook onafhankelijk van het Eurovisie Songfestival: bij het songfestival-nummer zit namelijk ook een heus album, en dat kwam gisteren uit. En poeh, dat klonk toch eigenlijk best wel goed! Geen wonder dat ze (ten tijde van dit schrijven) ineens tot de favorieten horen in de finale. Het album is geschreven uit de liefde van Ilse de Lange en Waylon voor de traditionele country-rock, en hoe komt het over? Verrassend sterk!
Natuurlijk is het meest interessante nummer het songfestival-nummer Calm After The Storm. Het is gewoonweg een kwalitatief bijzonder sterk nummer dat tot in de perfectie is uitgevoerd. Verder is de samenzang heerlijk, en Ilse en Waylon vullen elkaar hier echt schitterend aan, zoals Alison Krauss en Robert Plant dat bijvoorbeeld ook deden op hun soortgelijke duo-plaat. Maar het is vooral de doordachte instrumentatie die ze onderscheidend maakt, zoals die plots verschijnende gitaarsolo aan het einde die nooit te vet wordt aangezet, of die broeierige slide-guitar. Zingen kunnen ze allebei in ieder geval ook ontzettend goed (dat wisten we ook al wel van hun solo-carrières), en daardoor zijn ook de nummers waarop ze meer solo zingen sterk. Zo zingt Waylon overtuigend bluesy en krachtig op Time Has No Mercy, en weet hij ook zijn, wellicht wat té Amerikaanse aangezette, country-stem te etaleren op Where Do I Go With Me. Ook Ilse steelt de show, bijvoorbeeld op album-hoogtepunt Hungry Hands dat direct na Calm After The Storm komt. Pakkende en poppy country-rock die niet verveelt en ook lekker up-tempo is. Toch zit de commercie en de perfecte productie de speelvreugde wel een beetje in de weg, zeker in het midden van het album, en had een rauw randje of een uit de bocht vliegend liedje niet misstaan. Country-rock is nou eenmaal snel een beetje gezapig, en de stemmen van het duo zijn net een beetje te eentonig om continu te boeien.
Ik had het nooit durven verwachten na de (in eerste instantie) sterke kritiek die Eurovisie-minnend Nederland had, maar The Common Linnets is een bijzonder geslaagd project van Ilse en Waylon. Schitterend back to basic, bij vlagen prachtig ingetogen maar ook vaak genoeg opzwepend, en een mooi visite-kaartje voor het country-genre. En al helemaal mooi dat ze hiermee de aandacht krijgen tussen al die orkestrale kitch van het songfestival. En wie weet winnen ze hier wel gewoon mee. Ik gun het ze.
Pat-sounds: Album The Common Linnets - The Common Linnets (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
-----
Ik geef toe, ik heb het nummer volstrekt links laten liggen vanwege het Eurovisie songfestival, dat ik geen blik of luisterbeurt meer gun sinds de halve finales zijn ingevoerd. En eigenlijk kwam het moment dat ik het ging luisteren ook onafhankelijk van het Eurovisie Songfestival: bij het songfestival-nummer zit namelijk ook een heus album, en dat kwam gisteren uit. En poeh, dat klonk toch eigenlijk best wel goed! Geen wonder dat ze (ten tijde van dit schrijven) ineens tot de favorieten horen in de finale. Het album is geschreven uit de liefde van Ilse de Lange en Waylon voor de traditionele country-rock, en hoe komt het over? Verrassend sterk!
Natuurlijk is het meest interessante nummer het songfestival-nummer Calm After The Storm. Het is gewoonweg een kwalitatief bijzonder sterk nummer dat tot in de perfectie is uitgevoerd. Verder is de samenzang heerlijk, en Ilse en Waylon vullen elkaar hier echt schitterend aan, zoals Alison Krauss en Robert Plant dat bijvoorbeeld ook deden op hun soortgelijke duo-plaat. Maar het is vooral de doordachte instrumentatie die ze onderscheidend maakt, zoals die plots verschijnende gitaarsolo aan het einde die nooit te vet wordt aangezet, of die broeierige slide-guitar. Zingen kunnen ze allebei in ieder geval ook ontzettend goed (dat wisten we ook al wel van hun solo-carrières), en daardoor zijn ook de nummers waarop ze meer solo zingen sterk. Zo zingt Waylon overtuigend bluesy en krachtig op Time Has No Mercy, en weet hij ook zijn, wellicht wat té Amerikaanse aangezette, country-stem te etaleren op Where Do I Go With Me. Ook Ilse steelt de show, bijvoorbeeld op album-hoogtepunt Hungry Hands dat direct na Calm After The Storm komt. Pakkende en poppy country-rock die niet verveelt en ook lekker up-tempo is. Toch zit de commercie en de perfecte productie de speelvreugde wel een beetje in de weg, zeker in het midden van het album, en had een rauw randje of een uit de bocht vliegend liedje niet misstaan. Country-rock is nou eenmaal snel een beetje gezapig, en de stemmen van het duo zijn net een beetje te eentonig om continu te boeien.
Ik had het nooit durven verwachten na de (in eerste instantie) sterke kritiek die Eurovisie-minnend Nederland had, maar The Common Linnets is een bijzonder geslaagd project van Ilse en Waylon. Schitterend back to basic, bij vlagen prachtig ingetogen maar ook vaak genoeg opzwepend, en een mooi visite-kaartje voor het country-genre. En al helemaal mooi dat ze hiermee de aandacht krijgen tussen al die orkestrale kitch van het songfestival. En wie weet winnen ze hier wel gewoon mee. Ik gun het ze.
Pat-sounds: Album The Common Linnets - The Common Linnets (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Cosmic Carnival - Mon Cher Amour (2014)

3,5
0
geplaatst: 19 februari 2014, 13:52 uur
Goed album hoor! We schreven er een recensie over. Het is ietsje teveel van het goede.
---------
De muziek-prijs der muziek-prijzen in Nederland is voor mij de Grote Prijs, en niet die Popprijs. De Grote Prijs staat garant voor klassiekers in alle genres en heeft al, in de categorie singer-songwriter, persoonlijke favorieten als Roosbeef, Eefje en Yori Swart geleverd. Ook uit de categorie Rock/Alternative is er een absolute parel verrezen: The Cosmic Carnaval uit Rotterdam. Dit gebeurde al in 2009 en met debuutalbum Changes In The World Or Go Home wisten ze een heerlijk geluid te creëren. Weinig vernieuwende, maar kwalitatief zeer sterke, pakkende en swingende pop-nummers die vooral doen denken aan The Band en Beach Boys maar zeker ook aan Grateful Dead, My Morning Jacket en Bob Dylan.
Dan nu, nadat ze 7e waren geworden bij Global Battle of The Bands (nooit van gehoord
), releasen ze toepasselijk op Valentijnsdag hun nieuwe plaat: Mon Cher Amour. En op het titelnummer dat meteen het album opent is meteen duidelijk dat de potentie van deze band enorm is. Een lekkere voornamelijk instrumentale opener, waarbij de groove waar het album het van zal gaan hebben meteen wordt ontvouwen: Eerst die heerlijke bas en subtiel aanwezige Franse zang, dan super-jazzy piano eroverheen en dan de overgang naar het tweede nummer. Ook hier stapelt de band steeds meer instrumenten en stijlen bovenop elkaar en ontstaat een bijna soulvol geluid, en is het album nog steeds niet helemaal begonnen. Geen probleem hoor, dit klinkt allemaal als een waanzinnige intro naar een geweldige climax. Ok volgende: op nummer 3 Sorry I Didn't Call You gaan ze heerlijk psychedelisch door de bocht, en nadat jazz en soul al de revue zijn gepasseerd op de vorige nummers, is dit nummer keiharde psychedelica. De stijlen passeren je in sneltreinvaart, en dat blijft het hele album door gaan. Zit er dan een rode draad in het album? Eigenlijk totaal niet. Is dat een probleem? Misschien wel. Die echte climax, die je op basis van het begin eigenlijk verwacht, komt niet helemaal door. De nummers die volgen lijken allemaal een beetje op zichzelf te staan, maar zijn wel stuk voor stuk erg goed en hebben een mooi vol geluid. Zeker als zangeres Marlies Kroon op dit album wat meer ruimte krijgt dan op hun debuut. Het stemgeluid van leadzanger Nicolas Schuit is er namelijk zo één waar je maar van moet houden, en boeit niet continu. En verderop, als er ineens trompet en fluit worden gebruikt op You Had To Go and Introduce Yourself, word je instant blij.
Mon Cher Amour is een sterk album, maar er wel een van het meest veelzijdige soort. Alle muziekstijlen uit de jaren '70 komen langs, de kwaliteit van de nummers afzonderlijk is uitzonderlijk goed, maar het album schiet alle kanten op en werkt daardoor wat op de zenuwen en dat vind ik toch wel een groot probleem. Onderstaand cijfer valt dus wat lager uit, dan je wellicht zou verwachten aan de hand van bovenstaand verhaal. In elk geval komt de klasse van The Cosmic Carnaval nog meer naar voren dan op hun debuut en kan dit album makkelijk fungeren om elke luisteraar uit zijn stoel te krijgen. En dan maakt het cijfer toch niet uit?
Pat-sounds: Album The Cosmic Carnaval - Mon Cher Amour (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
---------
De muziek-prijs der muziek-prijzen in Nederland is voor mij de Grote Prijs, en niet die Popprijs. De Grote Prijs staat garant voor klassiekers in alle genres en heeft al, in de categorie singer-songwriter, persoonlijke favorieten als Roosbeef, Eefje en Yori Swart geleverd. Ook uit de categorie Rock/Alternative is er een absolute parel verrezen: The Cosmic Carnaval uit Rotterdam. Dit gebeurde al in 2009 en met debuutalbum Changes In The World Or Go Home wisten ze een heerlijk geluid te creëren. Weinig vernieuwende, maar kwalitatief zeer sterke, pakkende en swingende pop-nummers die vooral doen denken aan The Band en Beach Boys maar zeker ook aan Grateful Dead, My Morning Jacket en Bob Dylan.
Dan nu, nadat ze 7e waren geworden bij Global Battle of The Bands (nooit van gehoord
), releasen ze toepasselijk op Valentijnsdag hun nieuwe plaat: Mon Cher Amour. En op het titelnummer dat meteen het album opent is meteen duidelijk dat de potentie van deze band enorm is. Een lekkere voornamelijk instrumentale opener, waarbij de groove waar het album het van zal gaan hebben meteen wordt ontvouwen: Eerst die heerlijke bas en subtiel aanwezige Franse zang, dan super-jazzy piano eroverheen en dan de overgang naar het tweede nummer. Ook hier stapelt de band steeds meer instrumenten en stijlen bovenop elkaar en ontstaat een bijna soulvol geluid, en is het album nog steeds niet helemaal begonnen. Geen probleem hoor, dit klinkt allemaal als een waanzinnige intro naar een geweldige climax. Ok volgende: op nummer 3 Sorry I Didn't Call You gaan ze heerlijk psychedelisch door de bocht, en nadat jazz en soul al de revue zijn gepasseerd op de vorige nummers, is dit nummer keiharde psychedelica. De stijlen passeren je in sneltreinvaart, en dat blijft het hele album door gaan. Zit er dan een rode draad in het album? Eigenlijk totaal niet. Is dat een probleem? Misschien wel. Die echte climax, die je op basis van het begin eigenlijk verwacht, komt niet helemaal door. De nummers die volgen lijken allemaal een beetje op zichzelf te staan, maar zijn wel stuk voor stuk erg goed en hebben een mooi vol geluid. Zeker als zangeres Marlies Kroon op dit album wat meer ruimte krijgt dan op hun debuut. Het stemgeluid van leadzanger Nicolas Schuit is er namelijk zo één waar je maar van moet houden, en boeit niet continu. En verderop, als er ineens trompet en fluit worden gebruikt op You Had To Go and Introduce Yourself, word je instant blij.Mon Cher Amour is een sterk album, maar er wel een van het meest veelzijdige soort. Alle muziekstijlen uit de jaren '70 komen langs, de kwaliteit van de nummers afzonderlijk is uitzonderlijk goed, maar het album schiet alle kanten op en werkt daardoor wat op de zenuwen en dat vind ik toch wel een groot probleem. Onderstaand cijfer valt dus wat lager uit, dan je wellicht zou verwachten aan de hand van bovenstaand verhaal. In elk geval komt de klasse van The Cosmic Carnaval nog meer naar voren dan op hun debuut en kan dit album makkelijk fungeren om elke luisteraar uit zijn stoel te krijgen. En dan maakt het cijfer toch niet uit?
Pat-sounds: Album The Cosmic Carnaval - Mon Cher Amour (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Doppelgangaz - Peace Kehd (2014)

4,0
0
geplaatst: 7 april 2014, 14:00 uur
New York underground hip-hop duo TheDoppelgangaz bracht al drie sterke en intelligente albums uit, met als hoogtepunt het meesterlijke Lone Sharks (2011). Peace Kehd is de vierde, en breidt hun sterke sound - die draait om stevige samples, een donkere vybe en losse jazzy grooves - op overtuigende wijze uit. Vooral de productie van de plaat komt hier bovendrijven, en het volle geluid van het duo is nog nooit zo krachtig geweest als op Peace Kehd.
Rappers Matter Ov Fact en EP combineren ranzig seksuele raps over vrouwen en enigszins repeterende teksten met een hele illustere donkere sfeer die vooraal dient als een heerlijke trip. Op het hele album, maar vooral op het meer down-tempo nummer Sh*t Rock, wordt een lome back-beat gecombineerd met spooky electronica en vuige raps. Daarnaast zorgen samples en een lekkere gitaar-groove dat de kracht van het duo overal duidelijk naar voren komt. Zeker op prijsnummer en single KnowntoomuchTahLie zijn The Doppelgangaz op de toppen van hun kunnen. Harde drum-beats met een heerlijke gitaar-lick zorgen voor klasse, en die teksten, vooral die titel, glijden heerlijk uit de speakers. Op de rest van het album vallen ze soms een beetje in herhaling, en tekstueel houdt het wat te wensen over, maar het belangrijkste hier is zoals gezegd de productie. Met koptelefoon op is de plaat al helemaal sterk, en elke luisterbeurt ontdek je weer nieuwe samples zoals de mooie vrouwenzang op Live Rugged, de leuk vervormde outro van Ungodly, de blazers en Spaanse gitaar op Come Down Awn Eht, of hoor je subtiele vioolsamples en zeer doordachte electronische en soms zelfs ambient toevoegingen.
Peace Kehd is al weer een hele sterke hip-hop release in 2014, en kan wedijveren met de al even zo goed geproduceerde releases van bijvoorbeeld Freddie Gibbs & Madlib en Young Fathers. The Doppelgangaz hebben een lekker karakteristiek geluid, en kunnen door de hiphop liefhebber maar ook door liefhebbers uit andere genres makkelijk worden gewaardeerd!
Pat-sounds: Album The Doppelgangaz - Peace Kehd (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
Rappers Matter Ov Fact en EP combineren ranzig seksuele raps over vrouwen en enigszins repeterende teksten met een hele illustere donkere sfeer die vooraal dient als een heerlijke trip. Op het hele album, maar vooral op het meer down-tempo nummer Sh*t Rock, wordt een lome back-beat gecombineerd met spooky electronica en vuige raps. Daarnaast zorgen samples en een lekkere gitaar-groove dat de kracht van het duo overal duidelijk naar voren komt. Zeker op prijsnummer en single KnowntoomuchTahLie zijn The Doppelgangaz op de toppen van hun kunnen. Harde drum-beats met een heerlijke gitaar-lick zorgen voor klasse, en die teksten, vooral die titel, glijden heerlijk uit de speakers. Op de rest van het album vallen ze soms een beetje in herhaling, en tekstueel houdt het wat te wensen over, maar het belangrijkste hier is zoals gezegd de productie. Met koptelefoon op is de plaat al helemaal sterk, en elke luisterbeurt ontdek je weer nieuwe samples zoals de mooie vrouwenzang op Live Rugged, de leuk vervormde outro van Ungodly, de blazers en Spaanse gitaar op Come Down Awn Eht, of hoor je subtiele vioolsamples en zeer doordachte electronische en soms zelfs ambient toevoegingen.
Peace Kehd is al weer een hele sterke hip-hop release in 2014, en kan wedijveren met de al even zo goed geproduceerde releases van bijvoorbeeld Freddie Gibbs & Madlib en Young Fathers. The Doppelgangaz hebben een lekker karakteristiek geluid, en kunnen door de hiphop liefhebber maar ook door liefhebbers uit andere genres makkelijk worden gewaardeerd!
Pat-sounds: Album The Doppelgangaz - Peace Kehd (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Future's Dust - Marrakech EP (2013)

4,0
0
geplaatst: 26 januari 2014, 17:04 uur
Ik schreef ook nog wat over deze EP (volgens mij hebben wij op ons blog exact dezelfde smaak als Daans muziekblog
), in afwachting van het album dat eind dit jaar vast hoge ogen gaat gooien. Wat een EP 
---
Dit is slechts hun debuut-EP, uitgebracht afgelopen jaar. Maar het fenomenale geluid van dit schijfje heeft ze wel direct gekatapulteerd tot belofte van 2014 in het veelbelovende lijstje de12van3voor12 (waar ook Rita Zipora toe behoort, die we eerder recenseerden). Daarom deze EP-recensie, in een reeks waarin we nog meer van deze 12 bands af zullen gaan.
Het betreft een Fries vijftal, inclusief twee leadzangers (zangeres en zanger), die naar eigen zeggen geïnspireerd zijn door The XX, James Blake en Bon Iver. En ja, dat valt te horen, maar zeker niet direct. Het betreft hier een band die op waanzinnige wijze deze invloeden combineert tot enorme klasse en vooral een zeer karakteristieke eigen sound. Op openingsnummer Passage is dit al direct te horen: het mooie samenspel van elektronica, en het fantastische duistere en emotievolle stemgeluid van de zangeres zetten meteen een unieke sfeer. Die sfeer wordt duidelijk doorgezet op de rest van de EP, vooral in het prijsnummer The Fields. Het is gewoon heerlijk om de schitterende mix van harde duistere elektronische beats, strijkers, puntige gitaartjes en mysterieuze galmende samenzang te horen. Zeer indrukwekkend. Zeker als er, ala Bon Iver op zijn tweede plaat, op afsluiter Tinderlight zelfs blazers komen kijken en ze het tempo en ritme ineens opvoeren.
The Future's Dust valt met deze EP in grote mate op, en behoort met absolute zekerheid tot de belofte van 2014. Laten we vooral hopen dat ze de sound van deze vier liedjes kunnen uitbouwen tot een veelzijdig geheel. Gelukkig doet het einde van Tinderlight vermoeden dat deze hoop wel eens waarheid kan worden. Ik ben benieuwd! Stap 1 is geloof ik om ze live te gaan zien, want ook dat schijnt bijzonder goed te zijn. Verwacht het debuut-album dit najaar!
Pat-sounds: EP The Future's Dust - Marrakech (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
), in afwachting van het album dat eind dit jaar vast hoge ogen gaat gooien. Wat een EP 
---
Dit is slechts hun debuut-EP, uitgebracht afgelopen jaar. Maar het fenomenale geluid van dit schijfje heeft ze wel direct gekatapulteerd tot belofte van 2014 in het veelbelovende lijstje de12van3voor12 (waar ook Rita Zipora toe behoort, die we eerder recenseerden). Daarom deze EP-recensie, in een reeks waarin we nog meer van deze 12 bands af zullen gaan.
Het betreft een Fries vijftal, inclusief twee leadzangers (zangeres en zanger), die naar eigen zeggen geïnspireerd zijn door The XX, James Blake en Bon Iver. En ja, dat valt te horen, maar zeker niet direct. Het betreft hier een band die op waanzinnige wijze deze invloeden combineert tot enorme klasse en vooral een zeer karakteristieke eigen sound. Op openingsnummer Passage is dit al direct te horen: het mooie samenspel van elektronica, en het fantastische duistere en emotievolle stemgeluid van de zangeres zetten meteen een unieke sfeer. Die sfeer wordt duidelijk doorgezet op de rest van de EP, vooral in het prijsnummer The Fields. Het is gewoon heerlijk om de schitterende mix van harde duistere elektronische beats, strijkers, puntige gitaartjes en mysterieuze galmende samenzang te horen. Zeer indrukwekkend. Zeker als er, ala Bon Iver op zijn tweede plaat, op afsluiter Tinderlight zelfs blazers komen kijken en ze het tempo en ritme ineens opvoeren.
The Future's Dust valt met deze EP in grote mate op, en behoort met absolute zekerheid tot de belofte van 2014. Laten we vooral hopen dat ze de sound van deze vier liedjes kunnen uitbouwen tot een veelzijdig geheel. Gelukkig doet het einde van Tinderlight vermoeden dat deze hoop wel eens waarheid kan worden. Ik ben benieuwd! Stap 1 is geloof ik om ze live te gaan zien, want ook dat schijnt bijzonder goed te zijn. Verwacht het debuut-album dit najaar!
Pat-sounds: EP The Future's Dust - Marrakech (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
The Jerry Hormone Ego Trip - Stout! Stout! Stout! (2016)

3,5
0
geplaatst: 9 februari 2017, 12:52 uur
The Jerry Hormone Ego Trip is het nieuwe bandje van Rotterdammer Jeroen Aalbers, die sommigen kennen van het punk-rock bandje The Apers. Het Nederlandstalige Stout! Stout! Stout! was een beetje langs mij heen gegaan, gezien het album al eind 2016 was uitgebracht, maar beklijfde meteen na het horen van het vindingrijke Dood! Dood! Dood!. The Jerry Hormone Ego Trip maakt jaren '60/'70 rock met veel gitaarsolo's en orgeltjes; muziek in de stijl van The Kik, en met net zulke vage/grappige teksten. Zo horen we rock & roll nummers met spitsvondige titels als Draculina, Kaketoekan en nummers als Booty Call. Zelfs qua thema's (Josefien kan je prima afzetten tegen het vergelijkbare Simone van The Kik) en qua stemgeluid en accent van Aalbers lijkt de muziek zeer veel op The Kik. Maar deze terugkerende vergelijking doet de band niet genoeg eer aan. Stout! Stout! Stout! is gewoonweg een leuk album, duurt niet lang, en tovert instantaan een glimlach op je gezicht.
Pat-sounds: Album The Jerry Hormone Ego Trip - Stout! Stout! Stout! (2016) - pat-sounds.blogspot.nl
Pat-sounds: Album The Jerry Hormone Ego Trip - Stout! Stout! Stout! (2016) - pat-sounds.blogspot.nl
The Kik - 2 (2014)

4,0
0
geplaatst: 3 mei 2014, 10:28 uur
Ik snap de kritieken niet, want ik vind dit een weergaloos sterk album dat wellicht zelfs wel als klassieker kan worden bestempeld:
----
Nederlandstalige muziek krijgt om een of andere reden vrij snel het stempel "stom", "vervelend" of "tenenkrommend" van de muziekpuristen. Zeker als dat gecombineerd wordt met een stemgeluid dat niet standaard is; kijk maar naar een Roosbeef, een Spinvis, een Lucky Fonz III maar ook zeker het Rotterdamse accent van Dave Von Raven. Gelukkig zijn er ook veel liefhebbers van deze muziekstijl, en zeker ook van de band van Von Raven: The Kik. Waar die andere artiesten namelijk teksten schrijven die maar weinig mensen kunnen doorgronden, schrijft Von Raven de makkelijkste en meest hilarische teksten die je maar ken bedenken, en is het een hele kunst om een glimlach te onderdrukken. Debuut Springlevend was een lekkere no-nonsense jaren '60 rockabilly plaat, en tweede plaat 2 is ook jaren '60, maar is een crossover van nog heel wat andere genres.
Op 2 nog steeds veel ruimte voor upbeat rock & roll, simpele drum-ritmes, catchy piano en die simpele maar pakkende teksten zoals op Ik Doe Wat Ik Wil of De Zomer En Jou. Maar nu, en dat is een hele fijne uitbreiding, ook de toevoeging op veel nummers van jazzy blazers (van Benjamin Herman en New Cool Collective), spacy orgel of psychedelische gitaar-solo's. De crooner-ballad Schilderstraat is The Kik op zijn best en verrassendst met een stemgeluid van Von Raven dat opvallend genoeg zeer geschikt is voor deze stijl, en Katwijk aan Zee kent lekkere surf-geluiden en zelfs dwarsfluit en doet denken aan de Beach Boys. Ook de hilarische teksten zijn nog steeds aanwezig, "Cupido, Cupido loop naar de maan" op Cupido, of de ode aan de gitaarspelende kat Erik op Erik waarmee je kan praten "maar niemand gelooft het want niemand verstaat het". Die laatstgenoemde, tevens de afsluiter van het album, wordt zelfs geëindigd met een ongekende instrumentale outro; een duidelijke (maar kennelijk toevallige) knipoog naar I Want You (She's So Heavy) van The Beatles.
Waar Springlevend lekker was, bij vlagen hilarisch en heerlijk recht door zee gaat The Kik met 2 net een stapje verder. Het geluid is veelzijdiger, muzikaler en jazzier. Dat maakt het album sterker, gelaagder en bovenal bijzonderder. Combineer dat met het nog steeds fantastisch foute Rotterdamse accent van Von Raven en zijn gort-droge teksten en karakter en we hebben hier simpelweg een heerlijke nederpop klassieker te pakken.
Pat-sounds: The Kik - 2 (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
----
Nederlandstalige muziek krijgt om een of andere reden vrij snel het stempel "stom", "vervelend" of "tenenkrommend" van de muziekpuristen. Zeker als dat gecombineerd wordt met een stemgeluid dat niet standaard is; kijk maar naar een Roosbeef, een Spinvis, een Lucky Fonz III maar ook zeker het Rotterdamse accent van Dave Von Raven. Gelukkig zijn er ook veel liefhebbers van deze muziekstijl, en zeker ook van de band van Von Raven: The Kik. Waar die andere artiesten namelijk teksten schrijven die maar weinig mensen kunnen doorgronden, schrijft Von Raven de makkelijkste en meest hilarische teksten die je maar ken bedenken, en is het een hele kunst om een glimlach te onderdrukken. Debuut Springlevend was een lekkere no-nonsense jaren '60 rockabilly plaat, en tweede plaat 2 is ook jaren '60, maar is een crossover van nog heel wat andere genres.
Op 2 nog steeds veel ruimte voor upbeat rock & roll, simpele drum-ritmes, catchy piano en die simpele maar pakkende teksten zoals op Ik Doe Wat Ik Wil of De Zomer En Jou. Maar nu, en dat is een hele fijne uitbreiding, ook de toevoeging op veel nummers van jazzy blazers (van Benjamin Herman en New Cool Collective), spacy orgel of psychedelische gitaar-solo's. De crooner-ballad Schilderstraat is The Kik op zijn best en verrassendst met een stemgeluid van Von Raven dat opvallend genoeg zeer geschikt is voor deze stijl, en Katwijk aan Zee kent lekkere surf-geluiden en zelfs dwarsfluit en doet denken aan de Beach Boys. Ook de hilarische teksten zijn nog steeds aanwezig, "Cupido, Cupido loop naar de maan" op Cupido, of de ode aan de gitaarspelende kat Erik op Erik waarmee je kan praten "maar niemand gelooft het want niemand verstaat het". Die laatstgenoemde, tevens de afsluiter van het album, wordt zelfs geëindigd met een ongekende instrumentale outro; een duidelijke (maar kennelijk toevallige) knipoog naar I Want You (She's So Heavy) van The Beatles.
Waar Springlevend lekker was, bij vlagen hilarisch en heerlijk recht door zee gaat The Kik met 2 net een stapje verder. Het geluid is veelzijdiger, muzikaler en jazzier. Dat maakt het album sterker, gelaagder en bovenal bijzonderder. Combineer dat met het nog steeds fantastisch foute Rotterdamse accent van Von Raven en zijn gort-droge teksten en karakter en we hebben hier simpelweg een heerlijke nederpop klassieker te pakken.
Pat-sounds: The Kik - 2 (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Nels Cline Singers - Macroscope (2014)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2014, 23:19 uur
Wat krijg je als je Nels Cline (de meester-gitarist van de mijns inziens beste band op aarde, Wilco) combineert met straight-forward free-jazz experiment? Dan krijg je de Nels Cline Singers, bestaande uit Nels Cline zelf, Devin Hoff en Scott Amendola. Deze zijn overigens al sinds 2002 bezig, en het is geen geheim dat Nels Cline een echte voorliefde voor die jazz-scene heeft. De vorige platen van Nels Cline waren experimentele uitingen waar hij meermaals zijn gitaar op woeste wijze liet spreken, maar waren soms ook wat onsamenhangend, en sprongen meestal van het ene in het andere uiterste. Op het alweer 6e album van deze jazz-formatie lijkt het echter alsof Cline dan eindelijk die goede mix van gitaar-geweld met jazz heeft weten te realiseren.
The Nels Cline Singers zijn altijd een jazz-trio geweest dat relatief rustige jazz-ritmes uitspant, en die dan meermaals opbouwt tot heerlijke noise climaxen van Cline zijn gitaar. Ook op Macroscope is dit duidelijk het geval. Opener Companion Piece begint opvallend rustig en ontspoort geleidelijk. Cline is hier meteen weer karakteristiek sterk, en knalt er weer een magistrale solo uit. Maar niet zomaar door letterlijk het Wilco-geluid te vertalen naar het jazz-doek, maar door een echte geïmproviseerde vertaling naar de jazz; die overigens wel net wat harder gaat dan we doorgaans in de jazz gewend zijn. Wat Macroscope echter zo goed maakt, en waarom ik poneerde dat dit misschien wel het beste en vooralsnog meest geslaagde werk is van het trio, is dat het nergens zo enorm ontspoort als op de vorige albums. Cline weet beter dan ooit zijn gezelschap en vooral zichzelf onder controle te houden. Daarmee weet hij een coherent geheel te smeden, met ritmes die door het hele album terugkomen, en geeft hij zijn muzikanten extra ruimte. Daarnaast verschijnen ditmaal de solo's, maar ook de vele gast-artiesten (waaronder percussionist Cyro Baptista), op de juist gekozen momenten en blijft de plaat de hele luisterduur verrassend. We horen Afrikaanse ritmes, hypnotiserende psychedelica, op het verkeerde been zettende noise en doordringende en tergende drums.
Het is knap hoe een begenadigd gitarist als Nels Cline al zo lang, naast Wilco, fraaie free-jazz platen heeft weten te maken. Nu komt hij bovendien met zijn beste en meest geslaagde jazz-plaat, en weet hij een bij vlagen fenomenaal geluid te creëren dat het hele album in evenwicht houdt. Dat evenwicht maakt deze plaat ook best wel toegankelijk, en is daarom een hele knappe prestatie.
Pat-sounds: Album The Nels Cline Singers - Macroscope (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Nels Cline Singers zijn altijd een jazz-trio geweest dat relatief rustige jazz-ritmes uitspant, en die dan meermaals opbouwt tot heerlijke noise climaxen van Cline zijn gitaar. Ook op Macroscope is dit duidelijk het geval. Opener Companion Piece begint opvallend rustig en ontspoort geleidelijk. Cline is hier meteen weer karakteristiek sterk, en knalt er weer een magistrale solo uit. Maar niet zomaar door letterlijk het Wilco-geluid te vertalen naar het jazz-doek, maar door een echte geïmproviseerde vertaling naar de jazz; die overigens wel net wat harder gaat dan we doorgaans in de jazz gewend zijn. Wat Macroscope echter zo goed maakt, en waarom ik poneerde dat dit misschien wel het beste en vooralsnog meest geslaagde werk is van het trio, is dat het nergens zo enorm ontspoort als op de vorige albums. Cline weet beter dan ooit zijn gezelschap en vooral zichzelf onder controle te houden. Daarmee weet hij een coherent geheel te smeden, met ritmes die door het hele album terugkomen, en geeft hij zijn muzikanten extra ruimte. Daarnaast verschijnen ditmaal de solo's, maar ook de vele gast-artiesten (waaronder percussionist Cyro Baptista), op de juist gekozen momenten en blijft de plaat de hele luisterduur verrassend. We horen Afrikaanse ritmes, hypnotiserende psychedelica, op het verkeerde been zettende noise en doordringende en tergende drums.
Het is knap hoe een begenadigd gitarist als Nels Cline al zo lang, naast Wilco, fraaie free-jazz platen heeft weten te maken. Nu komt hij bovendien met zijn beste en meest geslaagde jazz-plaat, en weet hij een bij vlagen fenomenaal geluid te creëren dat het hele album in evenwicht houdt. Dat evenwicht maakt deze plaat ook best wel toegankelijk, en is daarom een hele knappe prestatie.
Pat-sounds: Album The Nels Cline Singers - Macroscope (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The New Pornographers - Brill Bruisers (2014)

3,5
0
geplaatst: 2 september 2014, 23:40 uur
The New Pornographers is een goed voorbeeld van een supergroep. En dat niet slechts 1x, nee, met Brill Bruisers is de band alweer toe aan hun 6e album. Een samensmelting van de beste alternatieve pop-artiesten uit Canada: A.C. Newman, Neko Case, Dan Bejar (Destroyer), Kathryn Calder, Todd Fancey, John Collins maar ook veel van hun bandleden. En ze maken echte popliedjes, maar met een lekker scherp randje en veel power.
Doorgaans zijn de albums van The New Pornographers echter een beetje teveel van het goede. Zoveel artiesten op 1 plaat, betekent veel verschillende geluiden en, in combinatie met het zeer hoge ritme dat ze altijd bereiken, is er weinig tijd om op adem te komen. Zo is Brill Bruisers niet anders dan voorheen. De eerste nummers knallen op hoog tempo door je speakers, en we horen achtereenvolgens AC Newman, Neko Case en Dan Bejar één voor één langskomen. Samenzang hoor je uiteraard ook, maar ik kan toch niet anders zeggen dat het album door hun aller karakteristieke stemgeluid toch telkens als losse nummers overkomt. Zeker Dan Bejar valt op. Met zijn melancholische stem vallen zijn nummers toch wat uit de toon. Voeg daar de steeds er een beetje te hard bovenop liggende powerpop-bliepjes, en dat zenuwachtige gitaar-gebeuk dat op elk nummer alom vertegenwoordigd is, en het wil allemaal niet erg overtuigen. Toch druipt het van de kwaliteit. Het instrumentarium is erg veelzijdig: we horen harmonica, electronica, akoestische, elektrische gitaar, cello's en natuurlijk al die stemmen. Een knappe plaat is het dus wel zeker; iets dat we mogen verwachten van een supergroep. Maar tempo-wisselingen doen ze niet aan, en het dreunt maar door zonder enige rustpauze.
Brill Bruisers is teveel van het goede. Dat is niks nieuws voor The New Pornographers, maar toch wel een beetje jammer. Zoveel kwaliteit op 1 album, dan hoop je op net wat meer. Toch is het zeker geen slechte plaat, en luisteren de losse nummers fantastisch weg. Maar de volle 43 minuten achter elkaar?
Pat-sounds: Album The New Pornographers - Brill Bruisers (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
Doorgaans zijn de albums van The New Pornographers echter een beetje teveel van het goede. Zoveel artiesten op 1 plaat, betekent veel verschillende geluiden en, in combinatie met het zeer hoge ritme dat ze altijd bereiken, is er weinig tijd om op adem te komen. Zo is Brill Bruisers niet anders dan voorheen. De eerste nummers knallen op hoog tempo door je speakers, en we horen achtereenvolgens AC Newman, Neko Case en Dan Bejar één voor één langskomen. Samenzang hoor je uiteraard ook, maar ik kan toch niet anders zeggen dat het album door hun aller karakteristieke stemgeluid toch telkens als losse nummers overkomt. Zeker Dan Bejar valt op. Met zijn melancholische stem vallen zijn nummers toch wat uit de toon. Voeg daar de steeds er een beetje te hard bovenop liggende powerpop-bliepjes, en dat zenuwachtige gitaar-gebeuk dat op elk nummer alom vertegenwoordigd is, en het wil allemaal niet erg overtuigen. Toch druipt het van de kwaliteit. Het instrumentarium is erg veelzijdig: we horen harmonica, electronica, akoestische, elektrische gitaar, cello's en natuurlijk al die stemmen. Een knappe plaat is het dus wel zeker; iets dat we mogen verwachten van een supergroep. Maar tempo-wisselingen doen ze niet aan, en het dreunt maar door zonder enige rustpauze.
Brill Bruisers is teveel van het goede. Dat is niks nieuws voor The New Pornographers, maar toch wel een beetje jammer. Zoveel kwaliteit op 1 album, dan hoop je op net wat meer. Toch is het zeker geen slechte plaat, en luisteren de losse nummers fantastisch weg. Maar de volle 43 minuten achter elkaar?
Pat-sounds: Album The New Pornographers - Brill Bruisers (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Notwist - Close to the Glass (2014)

4,5
0
geplaatst: 18 februari 2014, 10:22 uur
De release was ietsje later dan de lek, maar dat houdt wel in dat ik het album al uitvoerig heb kunnen bestuderen en ik met zekerheid weet dat het een waanzinnig album is. Laat je niet misleiden door je eerste luisterbeurt! Hier de recensie:
--------
Een paar maanden geleden had Sub Pop (het label van Nirvana, Beach House, Fleet Foxes, Shearwater en allerlei andere briljante bands) een verrassing in petto: het liet een "Guess The Artist" soundcloud clip horen van het album van een legendarische band, die net bij het label had getekend. Suggesties van de vele twitteraars waren: Radiohead, Atoms for Peace, Animal Collective, Hot Chip. Radiohead was misschien wat hooggegrepen, maar desalniettemin bleek het een beroemde cult-band te zijn: The Notwist. Niet vreemd trouwens, Thom Yorke heeft meermaals gezegd geïnspireerd te zijn door deze exemplarische Duitse band.
Nu is dat album uit, en werd er het ergste gevreesd. Waar The Notwist relatieve wereldfaam heeft weten te bereiken met Shrink en vooral Neon Golden, was het laatste album (alweer uit 2008), The Devil, You + Me, een niemendalletje. Kennelijk hebben een 6 jaar lange hiatus en het nieuwe label Sub Pop een positieve invloed, want op Close To The Glass klinkt The Notwist als vanouds, en zelfs een beetje nieuw. Die vernieuwingsdrang bleek meteen al uit die soundcloud clip, welke van het titelnummer bleek te zijn. Het nummer lijkt mateloos irritant te beginnen, met een soort keuken-percussie en raar a-ritmisch gekraak. Maar ineens stuwt het op met handgeklap en een tempo dat zo hoog is, dat je je niet van de muziek kan afwenden. En vanaf dat moment komen alle karakteristieke geluiden van de band het album in geslopen. Gebleven zijn die Radiohead avant-le-lettre elektronica en gitaren, de met sound-scapes doordrenkte samples en de veelzijdige afwisseling tussen up- en downtempo experiment. Gebleven is jammer genoeg ook dat vervelende Duitse accent van Marcus Acher, dat misschien de enige legitieme reden is dat The Notwist uiteindelijk niet dezelfde wereldfaam heeft bereikt als Radiohead. Storend is het nog steeds, zeker op een nummer als "Run Run Run", wat buiten de uitspraak van dat Run Run Run trouwens door het sfeervolle instrumentale gedeelte wel het absolute prijsnummer is van het album. Dat soort sfeer wordt ook gezet in een voor The Notwist onkarakteristiek lang (8.53) "Lineri", het voorlaatste nummer van het album, waarin een hypnotiserende Kid A soundscape wordt uitgesponnen. Tussen deze hoogtepunten in bevindt zich de pop-sound van de band, die het album luchtig houdt, maar wel allemaal met een experimentele twist. Bijvoorbeeld "Casino", dat parallellen vindt met de Neon Golden parels "Pilot" en "Consequence", of "Seven Hour Drive", dat keihard rockt en geen pretenties kent.
Close To The Glass is een album met zijn ups en downs. Waar The Notwist vroeger vele bands nadrukkelijk heeft weten te inspireren, is het dit keer andersom. Gelukkig is een van die inspiraties de band zelf, en weet het hier ook zeker op een aantal nummers vernieuwend te klinken. Maar om dan na 13 jaar toch eindelijk uit die cult-status op te rijzen naar wereldfaam, daar is toch wat meer voor nodig.
Vanaf vandaag is het nieuwe album te streamen op NPR.
Pat-sounds: Album The Notwist - Close to the Glass (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
--------
Een paar maanden geleden had Sub Pop (het label van Nirvana, Beach House, Fleet Foxes, Shearwater en allerlei andere briljante bands) een verrassing in petto: het liet een "Guess The Artist" soundcloud clip horen van het album van een legendarische band, die net bij het label had getekend. Suggesties van de vele twitteraars waren: Radiohead, Atoms for Peace, Animal Collective, Hot Chip. Radiohead was misschien wat hooggegrepen, maar desalniettemin bleek het een beroemde cult-band te zijn: The Notwist. Niet vreemd trouwens, Thom Yorke heeft meermaals gezegd geïnspireerd te zijn door deze exemplarische Duitse band.
Nu is dat album uit, en werd er het ergste gevreesd. Waar The Notwist relatieve wereldfaam heeft weten te bereiken met Shrink en vooral Neon Golden, was het laatste album (alweer uit 2008), The Devil, You + Me, een niemendalletje. Kennelijk hebben een 6 jaar lange hiatus en het nieuwe label Sub Pop een positieve invloed, want op Close To The Glass klinkt The Notwist als vanouds, en zelfs een beetje nieuw. Die vernieuwingsdrang bleek meteen al uit die soundcloud clip, welke van het titelnummer bleek te zijn. Het nummer lijkt mateloos irritant te beginnen, met een soort keuken-percussie en raar a-ritmisch gekraak. Maar ineens stuwt het op met handgeklap en een tempo dat zo hoog is, dat je je niet van de muziek kan afwenden. En vanaf dat moment komen alle karakteristieke geluiden van de band het album in geslopen. Gebleven zijn die Radiohead avant-le-lettre elektronica en gitaren, de met sound-scapes doordrenkte samples en de veelzijdige afwisseling tussen up- en downtempo experiment. Gebleven is jammer genoeg ook dat vervelende Duitse accent van Marcus Acher, dat misschien de enige legitieme reden is dat The Notwist uiteindelijk niet dezelfde wereldfaam heeft bereikt als Radiohead. Storend is het nog steeds, zeker op een nummer als "Run Run Run", wat buiten de uitspraak van dat Run Run Run trouwens door het sfeervolle instrumentale gedeelte wel het absolute prijsnummer is van het album. Dat soort sfeer wordt ook gezet in een voor The Notwist onkarakteristiek lang (8.53) "Lineri", het voorlaatste nummer van het album, waarin een hypnotiserende Kid A soundscape wordt uitgesponnen. Tussen deze hoogtepunten in bevindt zich de pop-sound van de band, die het album luchtig houdt, maar wel allemaal met een experimentele twist. Bijvoorbeeld "Casino", dat parallellen vindt met de Neon Golden parels "Pilot" en "Consequence", of "Seven Hour Drive", dat keihard rockt en geen pretenties kent.
Close To The Glass is een album met zijn ups en downs. Waar The Notwist vroeger vele bands nadrukkelijk heeft weten te inspireren, is het dit keer andersom. Gelukkig is een van die inspiraties de band zelf, en weet het hier ook zeker op een aantal nummers vernieuwend te klinken. Maar om dan na 13 jaar toch eindelijk uit die cult-status op te rijzen naar wereldfaam, daar is toch wat meer voor nodig.
Vanaf vandaag is het nieuwe album te streamen op NPR.
Pat-sounds: Album The Notwist - Close to the Glass (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The Roots - ...And Then You Shoot Your Cousin (2014)

4,0
0
geplaatst: 21 mei 2014, 09:24 uur
Bijzondere plaat:
---
Ik zal niet snel een hip-hop gezelschap kunnen opnoemen dat zich zo heeft ontwikkeld heeft als The Roots. Begonnen ze met rauwe hiphop, steeds werden er meer invloeden van andere genres in hun muziek verwerkt. Zo zijn de overtuigend jazzy klinkende platen Game Theory en vooral Illadelph Halflife absolute 'jazz-hop' klassiekers, kreeg de band een wereldhit op Phrenology (The Seed (2.0)), en de laatste jaren is er met How I Got Over en Undun veel ruimte voor samples, gast-artiesten uit andere genres (veel indie!) en levert de band misschien wel hun beste albums af. Nu is er dan weer een nieuwe stap gemaakt naar het duistere conceptalbum ...And Then You Shoot Your Cousin. Nog meer ruimte voor samples, maar ook klassiek, avant-garde en extra experimentatie-drift krijgen hier de overhand.
...And Then You Shoot Your Cousin kent een onmiskenbare sfeer- en soulvolle en haast klassieke ondertoon. Zo begint het album met een korte en trieste intro met Nina Simone (als sample) op de vocalen, en horen we naast klassieke violen ook nog harp. Een verrassende binnenkomer die hoogstwaarschijnlijk veel fans op het verkeerde been zet. Daarna gaat het album door met een gospelkoor, en illuster klinkend piano-spel. Pas na een stuk of 4 minuten van het (slechts 33 minuten lange) album horen we voor het eerst gerap: Black Thought maakt zijn acte de presence. Het volgende nummer gaat hierop door - het bestaat uit een door piano gedragen rap - maar daarna is er weer tijd voor bevreemdende intermezzos. Zo horen we het onheilspellende The Devil (met weer gospel-achtige vrouwen-vocalen) en horen we later de experimenteel klassieke eruptie genaamd Dies Irae, gevolgd door meer van dat soort experimentatie op het nummer erna: The Coming. Het album laat je continu weer terug naar het puntje van je stoel opveren, en is magisch maar soms ook erg bevreemdend. Toch is dat pure klasse, zeker als we beseffen dat het album inderdaad kort is, maar daarom ook heel krachtig en nergens te veel van het goede. En met het afsluitende drieluik The Dark, The Unraveling en Tomorrow krijgen we dan alsnog de wat meer toegankelijke en iets meer back-to-basic flowende hiphop die we van The Roots hebben leren waarderen. Vooral The Unraveling is een meesterwerkje, dat door een donkere bas en triest aangezette piano ontegenzeggelijk beklijft, maar ook het upbeat klinkende Tomorrow, dat het album volstrekt in tegenovergesteld richting gooit, is erg sterk.
...And Then You Shoot Your Cousin is een ongekend duister, experimenteel en creatief album van The Roots. Het bouwt uit op het uitvoerige gebruik van samples op de vorige uitingen van het hiphop-gezelschap, en is een mix van genres die eigenlijk totaal niet meer als hiphop gekarakteriseerd mag worden. Dit is een plaat die wel eens het magnum opus van The Roots kan worden, dat wegluistert als een middeleeuws theater-stuk, en je achterlaat met een nieuwe kijk op de wereld.
Pat-sounds: Album The Roots - ...And Then You Shoot Your Cousin (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
---
Ik zal niet snel een hip-hop gezelschap kunnen opnoemen dat zich zo heeft ontwikkeld heeft als The Roots. Begonnen ze met rauwe hiphop, steeds werden er meer invloeden van andere genres in hun muziek verwerkt. Zo zijn de overtuigend jazzy klinkende platen Game Theory en vooral Illadelph Halflife absolute 'jazz-hop' klassiekers, kreeg de band een wereldhit op Phrenology (The Seed (2.0)), en de laatste jaren is er met How I Got Over en Undun veel ruimte voor samples, gast-artiesten uit andere genres (veel indie!) en levert de band misschien wel hun beste albums af. Nu is er dan weer een nieuwe stap gemaakt naar het duistere conceptalbum ...And Then You Shoot Your Cousin. Nog meer ruimte voor samples, maar ook klassiek, avant-garde en extra experimentatie-drift krijgen hier de overhand.
...And Then You Shoot Your Cousin kent een onmiskenbare sfeer- en soulvolle en haast klassieke ondertoon. Zo begint het album met een korte en trieste intro met Nina Simone (als sample) op de vocalen, en horen we naast klassieke violen ook nog harp. Een verrassende binnenkomer die hoogstwaarschijnlijk veel fans op het verkeerde been zet. Daarna gaat het album door met een gospelkoor, en illuster klinkend piano-spel. Pas na een stuk of 4 minuten van het (slechts 33 minuten lange) album horen we voor het eerst gerap: Black Thought maakt zijn acte de presence. Het volgende nummer gaat hierop door - het bestaat uit een door piano gedragen rap - maar daarna is er weer tijd voor bevreemdende intermezzos. Zo horen we het onheilspellende The Devil (met weer gospel-achtige vrouwen-vocalen) en horen we later de experimenteel klassieke eruptie genaamd Dies Irae, gevolgd door meer van dat soort experimentatie op het nummer erna: The Coming. Het album laat je continu weer terug naar het puntje van je stoel opveren, en is magisch maar soms ook erg bevreemdend. Toch is dat pure klasse, zeker als we beseffen dat het album inderdaad kort is, maar daarom ook heel krachtig en nergens te veel van het goede. En met het afsluitende drieluik The Dark, The Unraveling en Tomorrow krijgen we dan alsnog de wat meer toegankelijke en iets meer back-to-basic flowende hiphop die we van The Roots hebben leren waarderen. Vooral The Unraveling is een meesterwerkje, dat door een donkere bas en triest aangezette piano ontegenzeggelijk beklijft, maar ook het upbeat klinkende Tomorrow, dat het album volstrekt in tegenovergesteld richting gooit, is erg sterk.
...And Then You Shoot Your Cousin is een ongekend duister, experimenteel en creatief album van The Roots. Het bouwt uit op het uitvoerige gebruik van samples op de vorige uitingen van het hiphop-gezelschap, en is een mix van genres die eigenlijk totaal niet meer als hiphop gekarakteriseerd mag worden. Dit is een plaat die wel eens het magnum opus van The Roots kan worden, dat wegluistert als een middeleeuws theater-stuk, en je achterlaat met een nieuwe kijk op de wereld.
Pat-sounds: Album The Roots - ...And Then You Shoot Your Cousin (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
The T.S. Eliot Appreciaton Society - A New History (2013)

4,0
0
geplaatst: 31 januari 2014, 13:29 uur
Schitterend album:
Poetisch. Melancholisch. Tragisch. Hoopvol. Dat is hoe deze plaat van de Utrechtse singer-songwriter Tom Gerritsen overkomt. Hebben we tegenwoordig niet genoeg singer-songwriters rondlopen, hoor ik je zeggen? En hebben we er nog zo eentje nodig, met een pretentieuze naam bovendien, en die ik zonet heb omschreven als zo onomstotelijk dramatisch en cultureel? Als je naar dit album hebt geluisterd zeg je volmondig ja.
Tom Gerritsen, de naam achter solo-act The T.S. Eliot Appreciation Society, heeft zijn inspiratie voor A New History opgedaan in Amerika, waar hij twee jaar op de bonnefooi rondreisde en ongetwijfeld veel naar Songs: Ohia (Jason Molina), Mountain Goats, Bob Dylan maar vooral naar zichzelf heeft geluisterd. Zijn lyriek is prachtig en droevig tegelijk en vooral in de stijl van dichter/schrijver T.S. Eliot. Zoals Tom het zelf omschrijft zijn zijn teksten "net niet in 1 keer te begrijpen". Zijn instrumentatie is minimaal, maar toch ook weer niet. Op ontroerende wijze weet hij zijn akoestische gitaar te complementeren met mondharmonica, trompet en zijn onNederlandse en accentloze stem, vooral op het weergaloze The Conversation. Het album is bij vlagen erg heftig en zwaar om te verteren. Elk nummer straalt een soort hopeloze tragiek uit, maar op zijn Bruce Springsteens straalt elk nummer tegelijkertijd toch ook hoop uit. Alsof we maar moeten accepteren dat niet alles altijd maar goed gaat, zoals op The Wicked Messenger waar de instrumentale outro met heftige drums en een emotioneel repeterende gitaar blijft doordreunen, na de mysterieuze vraag "Do you understand me when I am lost?".
Je moet er maar van houden, dit singer-songwriter debuut. En misschien moet je een beetje depressief zijn. Maar als je je eenmaal overgeeft aan de teksten, je je gedachtes loslaat en je je laat meeslepen door de sfeervolle en veelzijdige nummers, dan is het niet moeilijk deze plaat te omarmen. A New History is een fenomenale plaat, en het is geen toeval dat precies nu ik dit stuk schrijf het voor het eerst voelt alsof het winter is in Nederland.
Poetisch. Melancholisch. Tragisch. Hoopvol. Dat is hoe deze plaat van de Utrechtse singer-songwriter Tom Gerritsen overkomt. Hebben we tegenwoordig niet genoeg singer-songwriters rondlopen, hoor ik je zeggen? En hebben we er nog zo eentje nodig, met een pretentieuze naam bovendien, en die ik zonet heb omschreven als zo onomstotelijk dramatisch en cultureel? Als je naar dit album hebt geluisterd zeg je volmondig ja.
Tom Gerritsen, de naam achter solo-act The T.S. Eliot Appreciation Society, heeft zijn inspiratie voor A New History opgedaan in Amerika, waar hij twee jaar op de bonnefooi rondreisde en ongetwijfeld veel naar Songs: Ohia (Jason Molina), Mountain Goats, Bob Dylan maar vooral naar zichzelf heeft geluisterd. Zijn lyriek is prachtig en droevig tegelijk en vooral in de stijl van dichter/schrijver T.S. Eliot. Zoals Tom het zelf omschrijft zijn zijn teksten "net niet in 1 keer te begrijpen". Zijn instrumentatie is minimaal, maar toch ook weer niet. Op ontroerende wijze weet hij zijn akoestische gitaar te complementeren met mondharmonica, trompet en zijn onNederlandse en accentloze stem, vooral op het weergaloze The Conversation. Het album is bij vlagen erg heftig en zwaar om te verteren. Elk nummer straalt een soort hopeloze tragiek uit, maar op zijn Bruce Springsteens straalt elk nummer tegelijkertijd toch ook hoop uit. Alsof we maar moeten accepteren dat niet alles altijd maar goed gaat, zoals op The Wicked Messenger waar de instrumentale outro met heftige drums en een emotioneel repeterende gitaar blijft doordreunen, na de mysterieuze vraag "Do you understand me when I am lost?".
Je moet er maar van houden, dit singer-songwriter debuut. En misschien moet je een beetje depressief zijn. Maar als je je eenmaal overgeeft aan de teksten, je je gedachtes loslaat en je je laat meeslepen door de sfeervolle en veelzijdige nummers, dan is het niet moeilijk deze plaat te omarmen. A New History is een fenomenale plaat, en het is geen toeval dat precies nu ik dit stuk schrijf het voor het eerst voelt alsof het winter is in Nederland.
The War on Drugs - Lost in the Dream (2014)

3,5
0
geplaatst: 12 maart 2014, 09:38 uur
Het wordt uiteindelijk toch een 4 voor mij, dankzij het gezapige middenstuk, maar al met al een waanzinnige plaat.
----
Rond debuut Wagonwheel Blues zat Kurt Vile nog in The War On Drugs, maar die verliet in 2008 al de band om een succesvolle solocarriere met onder andere het briljante Waking On A Pretty Daze te beginnen. Toch heeft het geluid van de band sindsdien op Slave Ambient zeker voortgebouwd op die psychedelische gitaar-rock van Kurt Vile. Hetgeen waar frontman Adam Granduciel zich nu vooral in onderscheidt is dat de nummers van The War On Drugs wat meer liedjes zijn en dat er wat meer plaats is voor afwisseling. Voor mij een reden om een veel grotere fan te zijn van The War On Drugs dan van Kurt Vile, voornamelijk omdat deze band gewoon net wat meer rockt en het meer van tempo en melodie moet hebben.
En man man man. Op de beste nummers van Lost In The Dream overtreft de band zichzelf gewoon weer. Op opener Under The Pressure en de al eerder gereleasde single Red Eyes is het geluid weer als vanouds en stuwen de heerlijk gejaagde drums het geluid als een malle voort. Het heeft ergens wel wat weg van Waking on A Pretty Daze, ware het niet dat het tempo 2x zo hoog ligt en dat je je er niet van kan weerhouden met je voet op het ritme mee te tikken. Dat gevoel wordt zelfs overtroffen door het vierde nummer An Ocean In Between The Waves: het beste nummer dat The War On Drugs ooit maakte. Waar dit absolute prijsnummer eerst nog rustig begint, knallen op minuut 2 de drums er op magistrale wijze in, wordt het tempo verder opgevoerd en wordt het achteloos uitgebouwd tot een waanzinnig epos. Ook op Eyes in The Wild en Burning wordt dit ijzingwekkende tempo volgehouden en tegen het eind van het album begint het misschien allemaal zelfs wel wat eentonig te worden. Dit is The War On Drugs uiteraard niet vreemd, en misschien ook wel hun kracht. Ze hebben hier echter wel geprobeerd - door wat tempo minderende nummers ertussenin te stoppen - deze eentonigheid op te lossen. Hier gaat het spijtig genoeg wel een beetje mis. De band is absoluut op hun best op de rock & rollers, maar de tragere en ook vrij langgerekte nummers slepen een beetje door (en dat terwijl ze op Slave Ambient wel geslaagd waren). Zeker de instrumentale ambient uitvoering Haunting Eyes is gewoon een misser. En dat is jammer. Waar ze hoopten dat deze nummers voor de nodige afwisseling zouden zorgen, halen ze de vaart en de feel uit het album. Het is dat de andere nummers van een ongekende klasse zijn, dat we ze dit vergeven. Gelukkig lukt deze strategie wel beter op het melodieuze titelnummer Lost In The Dream, dankzij onder andere het gebruik van de mondharmonica. En afsluiter In Reverse is met blazers en al een mooie opgebouwde afsluiter en laat je in weemoed achter.
The War On Drugs heeft weer een pareltje achtergelaten en fans van de band kunnen hun geluk niet op. Hun sound vernieuwen doen ze daarentegen niet aan, en als ze op een iets andere manier de afwisseling hadden opgezocht had dit album misschien wat geslaagder kunnen zijn. Voor nu is dit gewoon weer een zeer welkome toevoeging in hun oeuvre, al was het enkel An Ocean In Between The Waves geweest.
Pat-sounds: Album The War On Drugs - Lost In The Dream (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
----
Rond debuut Wagonwheel Blues zat Kurt Vile nog in The War On Drugs, maar die verliet in 2008 al de band om een succesvolle solocarriere met onder andere het briljante Waking On A Pretty Daze te beginnen. Toch heeft het geluid van de band sindsdien op Slave Ambient zeker voortgebouwd op die psychedelische gitaar-rock van Kurt Vile. Hetgeen waar frontman Adam Granduciel zich nu vooral in onderscheidt is dat de nummers van The War On Drugs wat meer liedjes zijn en dat er wat meer plaats is voor afwisseling. Voor mij een reden om een veel grotere fan te zijn van The War On Drugs dan van Kurt Vile, voornamelijk omdat deze band gewoon net wat meer rockt en het meer van tempo en melodie moet hebben.
En man man man. Op de beste nummers van Lost In The Dream overtreft de band zichzelf gewoon weer. Op opener Under The Pressure en de al eerder gereleasde single Red Eyes is het geluid weer als vanouds en stuwen de heerlijk gejaagde drums het geluid als een malle voort. Het heeft ergens wel wat weg van Waking on A Pretty Daze, ware het niet dat het tempo 2x zo hoog ligt en dat je je er niet van kan weerhouden met je voet op het ritme mee te tikken. Dat gevoel wordt zelfs overtroffen door het vierde nummer An Ocean In Between The Waves: het beste nummer dat The War On Drugs ooit maakte. Waar dit absolute prijsnummer eerst nog rustig begint, knallen op minuut 2 de drums er op magistrale wijze in, wordt het tempo verder opgevoerd en wordt het achteloos uitgebouwd tot een waanzinnig epos. Ook op Eyes in The Wild en Burning wordt dit ijzingwekkende tempo volgehouden en tegen het eind van het album begint het misschien allemaal zelfs wel wat eentonig te worden. Dit is The War On Drugs uiteraard niet vreemd, en misschien ook wel hun kracht. Ze hebben hier echter wel geprobeerd - door wat tempo minderende nummers ertussenin te stoppen - deze eentonigheid op te lossen. Hier gaat het spijtig genoeg wel een beetje mis. De band is absoluut op hun best op de rock & rollers, maar de tragere en ook vrij langgerekte nummers slepen een beetje door (en dat terwijl ze op Slave Ambient wel geslaagd waren). Zeker de instrumentale ambient uitvoering Haunting Eyes is gewoon een misser. En dat is jammer. Waar ze hoopten dat deze nummers voor de nodige afwisseling zouden zorgen, halen ze de vaart en de feel uit het album. Het is dat de andere nummers van een ongekende klasse zijn, dat we ze dit vergeven. Gelukkig lukt deze strategie wel beter op het melodieuze titelnummer Lost In The Dream, dankzij onder andere het gebruik van de mondharmonica. En afsluiter In Reverse is met blazers en al een mooie opgebouwde afsluiter en laat je in weemoed achter.
The War On Drugs heeft weer een pareltje achtergelaten en fans van de band kunnen hun geluk niet op. Hun sound vernieuwen doen ze daarentegen niet aan, en als ze op een iets andere manier de afwisseling hadden opgezocht had dit album misschien wat geslaagder kunnen zijn. Voor nu is dit gewoon weer een zeer welkome toevoeging in hun oeuvre, al was het enkel An Ocean In Between The Waves geweest.
Pat-sounds: Album The War On Drugs - Lost In The Dream (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
Tim Darcy - Saturday Night (2017)

4,0
0
geplaatst: 10 maart 2017, 17:07 uur
Eén van de beste (live)bands van de laatste jaren was Ought. Na twee albums gaat frontman Tim Darcy (zover ik weet zonder met Ought te stoppen) eventjes solo (wel met band). Met 11 toegankelijke (vooral in vergelijking met Ought) nummers weet Darcy solo net zo te overtuigen als met Ought. Neem het poppy gitaar openingsnummer Tall Glass of Water. Het lijkt wel alsof we weer terug zijn in de jaren '60. Dansbare rock & roll met, dankzij de karakteristieke stem van Darcy en de leuke tempowisselingen, een heerlijk punky randje. De rest van de plaat is ook precies veelzijdig genoeg en telkens verrassend en fris. We hebben een instrumentaal intermezzo midden in het album (First Final Days), downtempo nummers als Joan Pt,1,2 en 3 en het psychedelische titelnummer Saturday Night, dat nog het meest aan Ought doet denken. Saturday Night is een zeer geslaagd uitstapje en kan zelfs nu al meedingen voor de jaarlijstjes later dit jaar.
Pat-sounds: Album Tim Darcy - Saturday Night (2017) - pat-sounds.blogspot.nl
Pat-sounds: Album Tim Darcy - Saturday Night (2017) - pat-sounds.blogspot.nl
Town of Saints - Something to Fight With (2013)

2,5
0
geplaatst: 29 januari 2014, 11:12 uur
Dit keer geen succes voor een 12van3voor12 bandje:
De volgende notering in onze reeks van de12van3voor12-bandjes is Town Of Saints, een folk-rock gezelschap uit Groningen en ook Finland. Veel hedendaagse bands zijn geïnspireerd geraakt door de volle orkestraties van bands als Arcade Fire, Fleet Foxes, Mumford & Sons of The Lumineers, en Town of Saints is daar een duidelijk voorbeeld van. Daarbij komt uiteraard ook dat dit een Nederlandse band is, en zeker in Nederland is de folk-rock aan een enorme opmars bezig. Bands/artiesten als Mister & Mississippi of Blaudzun verkopen poppodia uit en worden de hemel in geprezen door media als 3FM en 3voor12. Dusdanig, dat we er langzamerhand een beetje mee doodgegooid worden. Town of Saints moet dus van hele goede huize komen om hier wat aan toe te voegen. En doen ze dat?
Het korte antwoord is: Nee. Hoewel de liedjes sterk in elkaar zitten, de orkestratie inderdaad heel veelzijdig is van uptempo liedjes, met strijkers danwel ronkende gitaren tot sinistere samenzang (al is de zangeres veel te weinig aanwezig) is het ook allemaal vrij gezapig. Het stemgeluid is dertien in een dozijn en vooral vrij vlak, en je hebt bij de meeste nummers het gevoel dat je al vele bands hetzelfde hebt horen doen, en beter. Toch staan er zeker wel wat interessante nummers op de plaat. Zo weten ze op Trapped Under Ice wel degelijk een spannende vibe op te wekken met een lekkere stuwende achtergrond gitaar-rif en goed drumwerk. Maar zoals op dit album wel vaker gebeurt, proberen ze teveel tegelijk. Dit nummer was bijvoorbeeld al geslaagd, maar dan toch aan het eind komt die zeikerige viool weer om de hoek kijken. En het is die viool die in bijna alle andere nummers veel te sterk op de voorgrond treedt, te vaak als substitutie voor de gitaren gebruikt wordt, en bovendien in het gebruik erg weinig afwisseling kent. En die samenzang met de zangeres, als die nou wat meer uitgebuit zou worden...
Wellicht is dit soort muziek gewoonweg niet mijn smaak, en ik ben er best van overtuigd dat ze een overtuigende live-performance kunnen neerzetten. Het studio-album zelf is echter doorstoken van de muziek-clichés, qua tekst en vooral qua instrumentatie, en ik kan enkel concluderen dat ze de goede streak van louter goede 12van3voor12 bands spijtig genoeg hebben doorbroken.
Pat-sounds: Album Town of Saints - Something to Fight With (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
De volgende notering in onze reeks van de12van3voor12-bandjes is Town Of Saints, een folk-rock gezelschap uit Groningen en ook Finland. Veel hedendaagse bands zijn geïnspireerd geraakt door de volle orkestraties van bands als Arcade Fire, Fleet Foxes, Mumford & Sons of The Lumineers, en Town of Saints is daar een duidelijk voorbeeld van. Daarbij komt uiteraard ook dat dit een Nederlandse band is, en zeker in Nederland is de folk-rock aan een enorme opmars bezig. Bands/artiesten als Mister & Mississippi of Blaudzun verkopen poppodia uit en worden de hemel in geprezen door media als 3FM en 3voor12. Dusdanig, dat we er langzamerhand een beetje mee doodgegooid worden. Town of Saints moet dus van hele goede huize komen om hier wat aan toe te voegen. En doen ze dat?
Het korte antwoord is: Nee. Hoewel de liedjes sterk in elkaar zitten, de orkestratie inderdaad heel veelzijdig is van uptempo liedjes, met strijkers danwel ronkende gitaren tot sinistere samenzang (al is de zangeres veel te weinig aanwezig) is het ook allemaal vrij gezapig. Het stemgeluid is dertien in een dozijn en vooral vrij vlak, en je hebt bij de meeste nummers het gevoel dat je al vele bands hetzelfde hebt horen doen, en beter. Toch staan er zeker wel wat interessante nummers op de plaat. Zo weten ze op Trapped Under Ice wel degelijk een spannende vibe op te wekken met een lekkere stuwende achtergrond gitaar-rif en goed drumwerk. Maar zoals op dit album wel vaker gebeurt, proberen ze teveel tegelijk. Dit nummer was bijvoorbeeld al geslaagd, maar dan toch aan het eind komt die zeikerige viool weer om de hoek kijken. En het is die viool die in bijna alle andere nummers veel te sterk op de voorgrond treedt, te vaak als substitutie voor de gitaren gebruikt wordt, en bovendien in het gebruik erg weinig afwisseling kent. En die samenzang met de zangeres, als die nou wat meer uitgebuit zou worden...
Wellicht is dit soort muziek gewoonweg niet mijn smaak, en ik ben er best van overtuigd dat ze een overtuigende live-performance kunnen neerzetten. Het studio-album zelf is echter doorstoken van de muziek-clichés, qua tekst en vooral qua instrumentatie, en ik kan enkel concluderen dat ze de goede streak van louter goede 12van3voor12 bands spijtig genoeg hebben doorbroken.
Pat-sounds: Album Town of Saints - Something to Fight With (2013) - pat-sounds.blogspot.nl
Typhoon - Lobi da Basi (2014)

4,0
0
geplaatst: 26 juni 2014, 13:47 uur
Ook ik ben zwaar onder de indruk:
Nederlandse hiphop, de meningen zijn er over verdeeld. Dat komt niet in de laatste plaats door acts als Lange Frans en Baas B, Ali B of The Opposites. Weinig spannende en zeer mainstream hiphop met teksten die wel leuk, maar niet heel bijzonder zijn. Toch vind ik de Nederlandse hiphop scene, en ook deze genoemde artiesten, van een bijzonder hoog niveau. Acts als De Jeugd van Tegenwoordig, Opgezwolle maar vooral Typhoon zijn bijzonder sterke, lyrisch krachtig en vooral muzikaal baanbrekende en originele artiesten. Het vorige album van Typhoon, Tussen Licht en Lucht, wordt niet voor niets als een van de beste Nederlandse hiphop albums ooit gezien (zie de ongekend hoge 4.16 op MusicMeter maar eens). En het 7 jaar lange wachten op de nieuwe Typhoon, maakt ons dan ook wel énorm nieuwsgierig naar deze nieuwe: Lobi Da Basi.
De Surinaamse titel (=liefde is de baas) zegt het al. Net als de vorige plaat, en veel van Typhoon's (echte naam: Glenn de Randamie) side-projecten, is deze plaat sterk beïnvloed door exotische (Surinaamse, Afrikaanse) muziek en jazz. Veel ruimte voor Afrikaanse ritmes en percussie en daardoor een heerlijke zomerse sfeer, en ook veel ruimte voor koperwerk. Dat horen we bijvoorbeeld op de outro van de eerste single (clip hier) waar een bigband vol van blazers het melancholische (zelfs wat religieuze) nummer een feestelijk einde geeft. Deze blazers zijn overduidelijk meer aanwezig dan op Tussen Licht en Lucht, en dat horen we op het zwoele en zomerse Surfen heel sterk. Ook op beste nummer van de plaat Ochtendweer horen we die stijl duidelijk, als ook Benjamin Herman zijn intrede doet; indrukwekkend zijn deze jazzy bijdrages, in samenwerking met de waanzinnige band van Typhoon. Een super-bassist, lekkere funky gitaar-riffjes, zwoel keyboard en pianospel en ontzettend veel instrumentale afwisseling. Alles bij elkaar maakt het album wederom een ongekend muzikaal kunststukje. Tel daarbij op de weliswaar niet bijzonder indrukwekkende maar wel zeer kenmerkende en relaxte rapkunsten van Typhoon, de mooie en metaforische teksten, en het kan niet uitblijven dat ook deze plaat een ongekend Nederhop succes gaat worden. En dan heb ik nog niet eens gezegd dat Nederlands underground indie-icoon André Manuel zijn intrede doet op het groots opgezette en opzwepende Zandloper, en dat Sticks en Rico van Opgezwolle ook een paar keer opduiken.
Typhoon heeft er 7 jaar aan gewerkt en aan geschaafd. Is dat de reden dat dit album bijna net zo goed is als Tussen Licht en Lucht? Of is het gewoon de klasse van een de beste Nederlandse hiphop artiesten, en hadden we eigenlijk gewoon veel meer platen van hem moeten krijgen de laatste jaren? Ach, live heeft hij in die tijd zijn steentje zeker bijgedragen, en ik wrijf nu al in mijn handen bij de gedachte dat dit live op het podium weer weergaloos goed gaat zijn.
Pat-sounds: Album Typhoon - Lobi Da Basi (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
Nederlandse hiphop, de meningen zijn er over verdeeld. Dat komt niet in de laatste plaats door acts als Lange Frans en Baas B, Ali B of The Opposites. Weinig spannende en zeer mainstream hiphop met teksten die wel leuk, maar niet heel bijzonder zijn. Toch vind ik de Nederlandse hiphop scene, en ook deze genoemde artiesten, van een bijzonder hoog niveau. Acts als De Jeugd van Tegenwoordig, Opgezwolle maar vooral Typhoon zijn bijzonder sterke, lyrisch krachtig en vooral muzikaal baanbrekende en originele artiesten. Het vorige album van Typhoon, Tussen Licht en Lucht, wordt niet voor niets als een van de beste Nederlandse hiphop albums ooit gezien (zie de ongekend hoge 4.16 op MusicMeter maar eens). En het 7 jaar lange wachten op de nieuwe Typhoon, maakt ons dan ook wel énorm nieuwsgierig naar deze nieuwe: Lobi Da Basi.
De Surinaamse titel (=liefde is de baas) zegt het al. Net als de vorige plaat, en veel van Typhoon's (echte naam: Glenn de Randamie) side-projecten, is deze plaat sterk beïnvloed door exotische (Surinaamse, Afrikaanse) muziek en jazz. Veel ruimte voor Afrikaanse ritmes en percussie en daardoor een heerlijke zomerse sfeer, en ook veel ruimte voor koperwerk. Dat horen we bijvoorbeeld op de outro van de eerste single (clip hier) waar een bigband vol van blazers het melancholische (zelfs wat religieuze) nummer een feestelijk einde geeft. Deze blazers zijn overduidelijk meer aanwezig dan op Tussen Licht en Lucht, en dat horen we op het zwoele en zomerse Surfen heel sterk. Ook op beste nummer van de plaat Ochtendweer horen we die stijl duidelijk, als ook Benjamin Herman zijn intrede doet; indrukwekkend zijn deze jazzy bijdrages, in samenwerking met de waanzinnige band van Typhoon. Een super-bassist, lekkere funky gitaar-riffjes, zwoel keyboard en pianospel en ontzettend veel instrumentale afwisseling. Alles bij elkaar maakt het album wederom een ongekend muzikaal kunststukje. Tel daarbij op de weliswaar niet bijzonder indrukwekkende maar wel zeer kenmerkende en relaxte rapkunsten van Typhoon, de mooie en metaforische teksten, en het kan niet uitblijven dat ook deze plaat een ongekend Nederhop succes gaat worden. En dan heb ik nog niet eens gezegd dat Nederlands underground indie-icoon André Manuel zijn intrede doet op het groots opgezette en opzwepende Zandloper, en dat Sticks en Rico van Opgezwolle ook een paar keer opduiken.
Typhoon heeft er 7 jaar aan gewerkt en aan geschaafd. Is dat de reden dat dit album bijna net zo goed is als Tussen Licht en Lucht? Of is het gewoon de klasse van een de beste Nederlandse hiphop artiesten, en hadden we eigenlijk gewoon veel meer platen van hem moeten krijgen de laatste jaren? Ach, live heeft hij in die tijd zijn steentje zeker bijgedragen, en ik wrijf nu al in mijn handen bij de gedachte dat dit live op het podium weer weergaloos goed gaat zijn.
Pat-sounds: Album Typhoon - Lobi Da Basi (2014) - pat-sounds.blogspot.nl
