Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Craig Finn - Always Been (2025)

4,0
0
geplaatst: 7 april 2025, 16:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Craig Finn - Always Been - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Craig Finn - Always Been
Craig Finn is vooral bekend als frontman van de Amerikaanse band The Hold Steady, maar hij maakt ook geweldige soloalbums, waarop hij laat horen dat hij een geweldig songwriter en verhalenverteller is
De Amerikaanse band The Hold Steady timmert inmiddels al ruim twintig jaar aan de weg en heeft een stapeltje geweldige albums op haar naam staan. Voorman Craig Finn maakt hiernaast soloalbums en ook die worden steeds beter. Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee soloalbums van de Amerikaanse muzikant en ook het deze week verschenen Always Been is weer een uitstekend album. Het is een album waarop Craig Finn beeldende verhalen vertelt en overtuigt met aansprekende songs. Het zijn songs die fraai zijn ingekleurd met behulp van onder andere leden van The War On Drugs, waardoor Always Been weer net wat anders klinkt dan zijn voorganger. Topalbum weer.
Twintig jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Amerikaanse band The Hold Steady. De band uit New York maakte op haar tweede album Separation Sunday zeker geen geheim van de liefde voor het grootse en meeslepende geluid van Bruce Springsteen’s E-Street Band, maar verwerkte ook talloze andere invloeden op het album. Sindsdien zijn de albums van The Hold Steady voor mij verplichte kost en de band stelt mij eigenlijk nooit teleur.
De afgelopen jaren steekt The Hold Steady in een blakende vorm op geweldige albums als Open Door Policy uit 2021 en The Price Of Progress uit 2023 en dat doet Craig Finn, de frontman van de band, ook op zijn soloalbums. De eerste drie soloalbums van de Amerikaanse muzikant heb ik nooit opgemerkt, maar I Need A New War uit 2019 en A Legacy Of Rentals zijn singer-songwriter albums van een niveau dat alleen is weggelegd voor de groten in het genre.
Craig Finn duikt deze week op met een volgend soloalbum en ook Always Been is weer een uitstekend album. Het is een album dat aansluit bij de grote singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar dat ook met beide benen in het heden staat. Door de stem van Craig Finn en de messcherpe teksten moet ik bij beluistering van zijn albums altijd denken aan de muziek van Randy Newman, al is dat in muzikaal opzicht niet het meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal.
Craig Finn liet zich in het verleden en met name op de eerste albums van zijn band nadrukkelijk beïnvloeden door de muziek van Bruce Springsteen en die invloed hoor je ook nog wel terug op Always Been. Net als Bruce Springsteen is Craig Finn een getalenteerd songwriter en verhalenverteller en net als in veel songs van Springsteen spelen alledaagse gebeurtenissen en personages een belangrijke rol in de songs van Craig Finn.
Net als Bruce Springsteen heeft Craig Finn bovendien een voorliefde voor Amerikaanse rockmuziek. Het is rockmuziek die wat minder stevig is aangezet dan op de albums van The Hold Steady, maar heel groot zijn de verschillen niet. Het is deels de verdienste van producer Adam Granduciel, de voorman van The War On Drugs, die ook een aantal van zijn bandleden meenam naar de opnames van Always Been en tekent voor een aansprekend geluid.
Craig Finn beschikt over een bijzondere stem met ook een randje Lou Reed en het is een stem waar ik van hou en die de zijn songs voorziet van een duidelijk eigen geluid. Ook in muzikaal opzicht raakt de Amerikaanse muzikant de juiste snaar op zijn zesde soloalbum, dat direct zorgt voor een goed gevoel.
Dat goede gevoel wordt een gelukzalig gevoel door de uitstekende songs van Craig Finn. Je hangt aan de lippen van de muzikant uit New York door de fraaie verhalen die hij vertelt en het zijn verhalen die zijn verpakt in songs die direct bij eerste beluistering vertrouwd klinken en die je vervolgens vrijwel onmiddellijk dierbaar zijn.
Craig Finn draait inmiddels al heel wat jaren mee in de muziek en heeft flink wat albums op zijn naam staan, wat het extra knap maakt dat Always Been zo fris en eigentijds klinkt. De soloalbums van Craig Finn trekken misschien minder de aandacht dan de albums van zijn band of de albums van zijn inspiratiebronnen, maar ook op zijn nieuwe album laat de muzikant uit Brooklyn weer horen dat hij behoort tot de beste songwriters van zijn generatie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Craig Finn - Always Been - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Craig Finn - Always Been
Craig Finn is vooral bekend als frontman van de Amerikaanse band The Hold Steady, maar hij maakt ook geweldige soloalbums, waarop hij laat horen dat hij een geweldig songwriter en verhalenverteller is
De Amerikaanse band The Hold Steady timmert inmiddels al ruim twintig jaar aan de weg en heeft een stapeltje geweldige albums op haar naam staan. Voorman Craig Finn maakt hiernaast soloalbums en ook die worden steeds beter. Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee soloalbums van de Amerikaanse muzikant en ook het deze week verschenen Always Been is weer een uitstekend album. Het is een album waarop Craig Finn beeldende verhalen vertelt en overtuigt met aansprekende songs. Het zijn songs die fraai zijn ingekleurd met behulp van onder andere leden van The War On Drugs, waardoor Always Been weer net wat anders klinkt dan zijn voorganger. Topalbum weer.
Twintig jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Amerikaanse band The Hold Steady. De band uit New York maakte op haar tweede album Separation Sunday zeker geen geheim van de liefde voor het grootse en meeslepende geluid van Bruce Springsteen’s E-Street Band, maar verwerkte ook talloze andere invloeden op het album. Sindsdien zijn de albums van The Hold Steady voor mij verplichte kost en de band stelt mij eigenlijk nooit teleur.
De afgelopen jaren steekt The Hold Steady in een blakende vorm op geweldige albums als Open Door Policy uit 2021 en The Price Of Progress uit 2023 en dat doet Craig Finn, de frontman van de band, ook op zijn soloalbums. De eerste drie soloalbums van de Amerikaanse muzikant heb ik nooit opgemerkt, maar I Need A New War uit 2019 en A Legacy Of Rentals zijn singer-songwriter albums van een niveau dat alleen is weggelegd voor de groten in het genre.
Craig Finn duikt deze week op met een volgend soloalbum en ook Always Been is weer een uitstekend album. Het is een album dat aansluit bij de grote singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar dat ook met beide benen in het heden staat. Door de stem van Craig Finn en de messcherpe teksten moet ik bij beluistering van zijn albums altijd denken aan de muziek van Randy Newman, al is dat in muzikaal opzicht niet het meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal.
Craig Finn liet zich in het verleden en met name op de eerste albums van zijn band nadrukkelijk beïnvloeden door de muziek van Bruce Springsteen en die invloed hoor je ook nog wel terug op Always Been. Net als Bruce Springsteen is Craig Finn een getalenteerd songwriter en verhalenverteller en net als in veel songs van Springsteen spelen alledaagse gebeurtenissen en personages een belangrijke rol in de songs van Craig Finn.
Net als Bruce Springsteen heeft Craig Finn bovendien een voorliefde voor Amerikaanse rockmuziek. Het is rockmuziek die wat minder stevig is aangezet dan op de albums van The Hold Steady, maar heel groot zijn de verschillen niet. Het is deels de verdienste van producer Adam Granduciel, de voorman van The War On Drugs, die ook een aantal van zijn bandleden meenam naar de opnames van Always Been en tekent voor een aansprekend geluid.
Craig Finn beschikt over een bijzondere stem met ook een randje Lou Reed en het is een stem waar ik van hou en die de zijn songs voorziet van een duidelijk eigen geluid. Ook in muzikaal opzicht raakt de Amerikaanse muzikant de juiste snaar op zijn zesde soloalbum, dat direct zorgt voor een goed gevoel.
Dat goede gevoel wordt een gelukzalig gevoel door de uitstekende songs van Craig Finn. Je hangt aan de lippen van de muzikant uit New York door de fraaie verhalen die hij vertelt en het zijn verhalen die zijn verpakt in songs die direct bij eerste beluistering vertrouwd klinken en die je vervolgens vrijwel onmiddellijk dierbaar zijn.
Craig Finn draait inmiddels al heel wat jaren mee in de muziek en heeft flink wat albums op zijn naam staan, wat het extra knap maakt dat Always Been zo fris en eigentijds klinkt. De soloalbums van Craig Finn trekken misschien minder de aandacht dan de albums van zijn band of de albums van zijn inspiratiebronnen, maar ook op zijn nieuwe album laat de muzikant uit Brooklyn weer horen dat hij behoort tot de beste songwriters van zijn generatie. Erwin Zijleman
Craig Finn - I Need a New War (2019)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2019, 10:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Craig Finn - I Need A New War - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Craig Finn - I Need A New War
The Hold Steady voorman Craig Finn leverde eerder dit jaar een in de VS goed ontvangen album af, dat ook in Nederland alle aandacht verdient
Het kritische Pitchfork was eerder dit jaar lyrisch over het soloalbum van The Hold Steady zanger en gitarist Craig Finn. In Nederland heeft het album nauwelijks aandacht gekregen, maar ik begrijp inmiddels wat Pitchfork zo goed vond aan I Need A New War. Craig Finn grossiert op zijn vierde soloalbum in tijdloze popsongs en mooie donkere verhalen. Het zijn popsongs die ook nog eens prachtig zijn ingekleurd met gitaren, keyboards en blazers. Op het eerste gehoor klinkt het vooral degelijk, maar hoe vaker je naar dit album luistert, hoe meer schoonheid er aan de oppervlakte komt.
Er zijn albums die direct een onuitwisbare indruk maken en zich onmiddellijk stevig opdringen, maar er zijn ook albums die langzaam maar zeker je hart veroveren. I Need A New War van Craig Finn is zo’n album.
I Need A New War is het vierde soloalbum van de Amerikaanse muzikant, die we natuurlijk ook kennen als de voorman van de band The Hold Steady. De band uit Brooklyn, New York, leverde met Separation Sunday uit 2005 en Boys And Girls In America uit 2006 twee bescheiden klassiekers af, maar de afgelopen jaren ben ik de band wat uit het oog verloren, waardoor het eerder dit jaar verschenen Thrashing Thru The Passion me zelfs volledig is ontgaan. Hetzelfde geldt voor I Need A New War van Craig Finn, wiens vorige soloalbums ik overigens ook niet heb opgepikt.
I Need A New War is zoals gezegd niet zo’n album dat je direct van je sokken blaast. Bij eerste beluistering hoorde ik smaakvol gearrangeerde en lekker in het gehoor liggende songs, maar niet direct muziek die heel onderscheidend was. I Need A New War is, zeker op het eerste gehoor, een oerdegelijk singer-songwriter album, maar het is ook een album van een bijzonder hoog niveau. Dat hoor je vooraal wanneer je vaker naar het album luistert.
Iedereen die de muziek van The Hold Steady kent, weet dat Craig Finn een getalenteerd songwriter is. Ook op zijn vierde soloalbum verrast de Amerikaanse muzikant met songs waarvoor ook de gelouterde songwriters zich niet zouden schamen en met teksten die donkere beelden op het netvlies tekenen.
The Hold Steady werd, zeker met de eerste albums van de band, meer dan eens vergeleken met Springsteen’s E-Street Band. Bij beluistering van Craig Finn’s nieuwe soloalbum duikt The Boss zelf op. Veel songs op I Need A New War zouden niet misstaan op een nieuw album van Springsteen en wanneer Craig Finn kiest voor wat nostalgie in zijn geluid, hoor ik ook wel wat raakvlakken met het dit jaar terecht zo geprezen Western Stars. Springsteen is overigens zeker niet de enige grote naam die opduikt bij beluistering van I Need A New War, wat iets zegt over de songwriting skills van de Amerikaanse muzikant.
Craig Finn is qua bereik geen groot zanger, maar de vocalen op I Need A New War zijn uiterst trefzeker. Dit geldt in nog veel sterkere mate voor de instrumentatie op en productie van het album. Craig Finn vertrouwde hiervoor voor een belangrijk deel op de vaardigheden van Josh Kaufman, die niet alleen een Amerikaanse editie van The Voice won, maar ook op een flink arsenaal aan instrumenten uit de voeten kan. I Need A New War is rijk maar subtiel ingekleurd met een vaak wat nostalgisch aandoend geluid dat vol zit met gitaren en keyboards en dat verder wordt ingekleurd met onder andere blazers en achtergrondzangeressen.
Het ligt steeds weer bijzonder lekker in het gehoor, maar het zit allemaal ook knap in elkaar, waardoor de songs van Craig Finn zich makkelijk weten te onderscheiden van de middelmaat. I Need A New War vermaakt 45 minuten lang met tijdloze popmuziek, die het ene moment een aantal decennia teruggrijpt, maar het volgende moment weer volop in het heden staat. Het levert een album op waarvoor grote muzikanten zich zoals gezegd niet zouden hoeven schamen. Alle reden om Craig Finn de waardering te geven die hij ook als solomuzikant verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Craig Finn - I Need A New War - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Craig Finn - I Need A New War
The Hold Steady voorman Craig Finn leverde eerder dit jaar een in de VS goed ontvangen album af, dat ook in Nederland alle aandacht verdient
Het kritische Pitchfork was eerder dit jaar lyrisch over het soloalbum van The Hold Steady zanger en gitarist Craig Finn. In Nederland heeft het album nauwelijks aandacht gekregen, maar ik begrijp inmiddels wat Pitchfork zo goed vond aan I Need A New War. Craig Finn grossiert op zijn vierde soloalbum in tijdloze popsongs en mooie donkere verhalen. Het zijn popsongs die ook nog eens prachtig zijn ingekleurd met gitaren, keyboards en blazers. Op het eerste gehoor klinkt het vooral degelijk, maar hoe vaker je naar dit album luistert, hoe meer schoonheid er aan de oppervlakte komt.
Er zijn albums die direct een onuitwisbare indruk maken en zich onmiddellijk stevig opdringen, maar er zijn ook albums die langzaam maar zeker je hart veroveren. I Need A New War van Craig Finn is zo’n album.
I Need A New War is het vierde soloalbum van de Amerikaanse muzikant, die we natuurlijk ook kennen als de voorman van de band The Hold Steady. De band uit Brooklyn, New York, leverde met Separation Sunday uit 2005 en Boys And Girls In America uit 2006 twee bescheiden klassiekers af, maar de afgelopen jaren ben ik de band wat uit het oog verloren, waardoor het eerder dit jaar verschenen Thrashing Thru The Passion me zelfs volledig is ontgaan. Hetzelfde geldt voor I Need A New War van Craig Finn, wiens vorige soloalbums ik overigens ook niet heb opgepikt.
I Need A New War is zoals gezegd niet zo’n album dat je direct van je sokken blaast. Bij eerste beluistering hoorde ik smaakvol gearrangeerde en lekker in het gehoor liggende songs, maar niet direct muziek die heel onderscheidend was. I Need A New War is, zeker op het eerste gehoor, een oerdegelijk singer-songwriter album, maar het is ook een album van een bijzonder hoog niveau. Dat hoor je vooraal wanneer je vaker naar het album luistert.
Iedereen die de muziek van The Hold Steady kent, weet dat Craig Finn een getalenteerd songwriter is. Ook op zijn vierde soloalbum verrast de Amerikaanse muzikant met songs waarvoor ook de gelouterde songwriters zich niet zouden schamen en met teksten die donkere beelden op het netvlies tekenen.
The Hold Steady werd, zeker met de eerste albums van de band, meer dan eens vergeleken met Springsteen’s E-Street Band. Bij beluistering van Craig Finn’s nieuwe soloalbum duikt The Boss zelf op. Veel songs op I Need A New War zouden niet misstaan op een nieuw album van Springsteen en wanneer Craig Finn kiest voor wat nostalgie in zijn geluid, hoor ik ook wel wat raakvlakken met het dit jaar terecht zo geprezen Western Stars. Springsteen is overigens zeker niet de enige grote naam die opduikt bij beluistering van I Need A New War, wat iets zegt over de songwriting skills van de Amerikaanse muzikant.
Craig Finn is qua bereik geen groot zanger, maar de vocalen op I Need A New War zijn uiterst trefzeker. Dit geldt in nog veel sterkere mate voor de instrumentatie op en productie van het album. Craig Finn vertrouwde hiervoor voor een belangrijk deel op de vaardigheden van Josh Kaufman, die niet alleen een Amerikaanse editie van The Voice won, maar ook op een flink arsenaal aan instrumenten uit de voeten kan. I Need A New War is rijk maar subtiel ingekleurd met een vaak wat nostalgisch aandoend geluid dat vol zit met gitaren en keyboards en dat verder wordt ingekleurd met onder andere blazers en achtergrondzangeressen.
Het ligt steeds weer bijzonder lekker in het gehoor, maar het zit allemaal ook knap in elkaar, waardoor de songs van Craig Finn zich makkelijk weten te onderscheiden van de middelmaat. I Need A New War vermaakt 45 minuten lang met tijdloze popmuziek, die het ene moment een aantal decennia teruggrijpt, maar het volgende moment weer volop in het heden staat. Het levert een album op waarvoor grote muzikanten zich zoals gezegd niet zouden hoeven schamen. Alle reden om Craig Finn de waardering te geven die hij ook als solomuzikant verdient. Erwin Zijleman
Creedence Clearwater Revival - Live at Woodstock (2019)

5,0
3
geplaatst: 10 augustus 2019, 20:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Creedence Clearwater Revival - Live At Woodstock - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Creedence Clearwater Revival - Live At Woodstock
Bijna 50 jaar na het optreden op Woodstock geeft Creedence Clearwater Revival een in meerdere opzichten legendarische en imponerende live-set vrij
John Fogerty heeft zelf geen goede herinneringen aan het Woodstock festival. De band stond pas na middernacht op het podium en kreeg te maken met een publiek dat door Grateful Dead in slaap was gesust. Met de nu verschenen live-registratie van het optreden van Creedence Clearwater Revival op Woodstock is echter niets mis. Integendeel zelfs. De band klinkt energiek en gedreven en levert een fantastisch optreden af. De band klinkt net wat rauwer dan gebruikelijk en imponeert met songs waar de urgentie van af spat. Je hoort de band tijdens de bijna een uur durende set beter en beter worden en zo te horen werd een steeds groter deel van het publiek wakker tijdens de weergaloze set. Het levert een live-album op waar de magie in grote hoeveelheden van af spat.
In de originele Woodstock film en op de bijbehorende en inmiddels legendarische soundtrack is geen spoor te bekennen van Creedence Clearwater Revival, maar de band stond in augustus 1969 wel degelijk op het legendarische popfestival, dat overigens niet in Woodstock, maar in het 70 kilometer verderop gelegen Bethel werd gehouden.
De band stond gepland voor de late avond van 16 augustus, maar verscheen door een uitgelopen en volgens de overlevering slaapverwekkend optreden van Grateful Dead pas na middernacht op het podium.
De set van Creedence Clearwater Revival was vanwege een rechtenkwestie lange tijd niet beschikbaar, maar is 50 jaar na dato alsnog verschenen. John Fogerty was naar verluidt zelf niet onder de indruk van de set die zijn band na te lang wachten op Woodstock speelde, maar de nu verschenen live-registratie is werkelijk fantastisch.
Creedence Clearwater Revival klinkt op Live At Woodstock getergd en rauw. De rauwheid is te horen in het geluid van de band, maar vooral in de zang van John Fogerty, die hoorbaar boos zijn teksten in de microfoon spuugt. Het voorziet de songs van Creedence Clearwater Revival van energie, onderhuidse spanning en urgentie.
Ik ken een aantal andere live-registraties van de band die in de tweede helft van de jaren 60 de hits aan elkaar reeg, maar de registratie van het optreden op Woodstock bevalt me net wat beter. De 55 minuten durende Woodstock set knalt uit de speakers en laat horen dat de band aan het eind van de jaren 60 in absolute topvorm verkeerde.
Met name aan het begin van de set lijken er wat problemen met het geluid, maar naarmate de set vordert gaat het beter en beter klinken en wordt het publiek hoorbaar steeds enthousiaster. John Fogerty gaf na Woodstock gefrustreerd aan dat iedereen lag te slapen toen zijn band eindelijk het podium op mocht, maar zo te horen waren er nog genoeg mensen wakker.
De wakkerblijvers werden vervolgens rijkelijk beloond voor hun geduld, want het optreden van Creedence Clearwater Revival op Woodstock staat als een huis. Met name de versie van de Screamin’ Jay Hawkins klassieker I Put A Spell On You is weergaloos en imponeert met fantastisch gitaarwerk en zeer gedreven zang van John Fogerty, maar ook alle andere songs van de set vallen op door een enorme hoeveelheid rauwe energie en urgentie.
Het levert een album op dat laat horen dat Creedence Clearwater Revival ook op het podium met de allerbesten mee kon, waarbij de band natuurlijk profiteert van de magie van het Woodstock festival, dat de band ondanks de frustratie van de late start kennelijk toch inspireerde tot grootse daden. De fans van de band hadden de al vrij snel na het festival circulerende bootleg waarschijnlijk al lang in huis, maar voor de rest van ons is er nu deze prachtig klinkende live-registratie, die absoluut iets toevoegt aan de tot een klassieker uitgegroeide Woodstock verzamelaar die in zoveel platenkasten te vinden is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Creedence Clearwater Revival - Live At Woodstock - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Creedence Clearwater Revival - Live At Woodstock
Bijna 50 jaar na het optreden op Woodstock geeft Creedence Clearwater Revival een in meerdere opzichten legendarische en imponerende live-set vrij
John Fogerty heeft zelf geen goede herinneringen aan het Woodstock festival. De band stond pas na middernacht op het podium en kreeg te maken met een publiek dat door Grateful Dead in slaap was gesust. Met de nu verschenen live-registratie van het optreden van Creedence Clearwater Revival op Woodstock is echter niets mis. Integendeel zelfs. De band klinkt energiek en gedreven en levert een fantastisch optreden af. De band klinkt net wat rauwer dan gebruikelijk en imponeert met songs waar de urgentie van af spat. Je hoort de band tijdens de bijna een uur durende set beter en beter worden en zo te horen werd een steeds groter deel van het publiek wakker tijdens de weergaloze set. Het levert een live-album op waar de magie in grote hoeveelheden van af spat.
In de originele Woodstock film en op de bijbehorende en inmiddels legendarische soundtrack is geen spoor te bekennen van Creedence Clearwater Revival, maar de band stond in augustus 1969 wel degelijk op het legendarische popfestival, dat overigens niet in Woodstock, maar in het 70 kilometer verderop gelegen Bethel werd gehouden.
De band stond gepland voor de late avond van 16 augustus, maar verscheen door een uitgelopen en volgens de overlevering slaapverwekkend optreden van Grateful Dead pas na middernacht op het podium.
De set van Creedence Clearwater Revival was vanwege een rechtenkwestie lange tijd niet beschikbaar, maar is 50 jaar na dato alsnog verschenen. John Fogerty was naar verluidt zelf niet onder de indruk van de set die zijn band na te lang wachten op Woodstock speelde, maar de nu verschenen live-registratie is werkelijk fantastisch.
Creedence Clearwater Revival klinkt op Live At Woodstock getergd en rauw. De rauwheid is te horen in het geluid van de band, maar vooral in de zang van John Fogerty, die hoorbaar boos zijn teksten in de microfoon spuugt. Het voorziet de songs van Creedence Clearwater Revival van energie, onderhuidse spanning en urgentie.
Ik ken een aantal andere live-registraties van de band die in de tweede helft van de jaren 60 de hits aan elkaar reeg, maar de registratie van het optreden op Woodstock bevalt me net wat beter. De 55 minuten durende Woodstock set knalt uit de speakers en laat horen dat de band aan het eind van de jaren 60 in absolute topvorm verkeerde.
Met name aan het begin van de set lijken er wat problemen met het geluid, maar naarmate de set vordert gaat het beter en beter klinken en wordt het publiek hoorbaar steeds enthousiaster. John Fogerty gaf na Woodstock gefrustreerd aan dat iedereen lag te slapen toen zijn band eindelijk het podium op mocht, maar zo te horen waren er nog genoeg mensen wakker.
De wakkerblijvers werden vervolgens rijkelijk beloond voor hun geduld, want het optreden van Creedence Clearwater Revival op Woodstock staat als een huis. Met name de versie van de Screamin’ Jay Hawkins klassieker I Put A Spell On You is weergaloos en imponeert met fantastisch gitaarwerk en zeer gedreven zang van John Fogerty, maar ook alle andere songs van de set vallen op door een enorme hoeveelheid rauwe energie en urgentie.
Het levert een album op dat laat horen dat Creedence Clearwater Revival ook op het podium met de allerbesten mee kon, waarbij de band natuurlijk profiteert van de magie van het Woodstock festival, dat de band ondanks de frustratie van de late start kennelijk toch inspireerde tot grootse daden. De fans van de band hadden de al vrij snel na het festival circulerende bootleg waarschijnlijk al lang in huis, maar voor de rest van ons is er nu deze prachtig klinkende live-registratie, die absoluut iets toevoegt aan de tot een klassieker uitgegroeide Woodstock verzamelaar die in zoveel platenkasten te vinden is. Erwin Zijleman
Cristina Vane - Hear My Call (2025)

4,0
1
geplaatst: 24 februari 2025, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cristina Vane - Hear My Call - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cristina Vane - Hear My Call
De Italiaanse muzikante Cristina Vane verrast ook op haar derde album Hear My Call weer met fraai bluesy gitaarspel, maar kruipt ondanks haar Europese roots ook nog wat dichter tegen de traditionele Amerikaanse rootsmuziek aan
Ik was vier jaar geleden heel positief over het debuutalbum van de Italiaanse muzikante Cristina Vane en daar stond ik zeker niet alleen in. Haar tweede album heb ik een jaar later helaas gemist, maar met het deze week verschenen Hear My Call ben ik gelukkig weer helemaal bij de les. Ook op haar derde album verrast Cristina Vane met authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek en maakt ze indruk met fraai bluesy slide gitaarspel en bluegrass snarenwerk. Hear My Call is een authentiek klinkend album, maar het is ook een album dat net wat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Alle reden dus om deze Italiaanse muzikante vanaf nu nauwlettend in de gaten te houden.
De van oorsprong Italiaanse muzikante Cristina Vane had al een aantal EP’s op haar naam staan toen in 2021 haar debuutalbum Nowhere Sounds Lovely verscheen. Het is een debuutalbum dat uitvoerig werd geprezen en werd vergeleken met het werk van Bonnie Raitt. Die vergelijking was niet helemaal onzinnig, want door het bluesy slide gitaarspel van Cristina Vane deed haar debuutalbum inderdaad wel wat denken aan de muziek van de grootheid uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
Cristina Vane was na omzwervingen door de Verenigde Staten in Nashville, Tennessee, terecht gekomen en leek het daar met Nowhere Sounds Lovely helemaal te gaan maken. Of dat gebeurd is weet ik niet, maar feit is dat ik de net iets meer dan een jaar na het debuutalbum verschenen opvolger Make Myself Me Again helemaal heb gemist. Het derde album van de Italiaanse muzikante staat gelukkig al weken in een nieuwsbrief van een van de betere promotors van Amerikaanse rootsmuziek, zodat ik Hear My Call echt met geen mogelijkheid kon missen.
Dat is maar goed ook, want ook het derde album van Cristina Vane is van hoog niveau. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van Nowhere Sounds Lovely en Make Myself Me Again dat ik inmiddels ook heb beluisterd. Ook op Hear My Call trekt het bluesy gitaarspel van de muzikante uit Nashville, Tennessee, direct de aandacht. Het is gitaarspel waarmee Cristina Vane zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere Amerikaanse rootsmuziek die momenteel in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt.
Na haar snel uitgebrachte tweede album heeft Cristina Vane de tijd genomen voor haar derde album en dat is een verstandig besluit geweest. Hear My Call klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht beter dan de eerste twee albums en ook de songs en de teksten van de Italiaanse muzikante hebben aan kracht gewonnen. Cristina Vane is een afgestudeerd literatuurwetenschapper en heeft in haar jonge leven veel gereisd, waardoor ze in haar teksten veel te vertellen heeft en alles mooi weet te verwoorden.
De meeste indruk maakt de Italiaanse muzikante echter in muzikaal opzicht en met haar stem. Cristina Vane deed veel zelf op haar nieuwe album en tekent voor een groot deel van het geweldige gitaarspel op het album. Bluesy slide gitaarspel hoor je tegenwoordig niet zo vaak meer, maar Hear My Call van Cristina Vane klinkt heerlijk. Het album bevat zowel ingetogen songs met invloeden uit de bluegrass als meer uptempo songs met een bluesy vibe en in alle gevallen is het gitaarspel prachtig.
De stem van Cristina Vane is voldoende ruw en krachtig om goed te passen bij het gitaarspel op het album en het is een stem die nog meer indruk maakt dan op het debuutalbum van vier jaar geleden, al is het maar omdat haar stem ook zacht en gevoelig kan klinken.
In muzikaal opzicht lijkt het af en toe wel wat op de laatste albums van Larkin Poe, al blijft Cristina Vane een stuk dichter bij de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de bluesmuziek in het bijzonder, al is ze dit keer ook zeker niet vies van bluegrass, een genre dat bij haar ook in goede handen is.
Molly Tuttle, Bronwyn Keith-Hines en Brenna MacMillan, drie andere grote talenten uit Nashville, zorgen hier en daar voor de achtergrondvocalen en maken het muzikale feestje dat Hear My Call van Cristina Vane is nog wat mooier. Mooi album! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cristina Vane - Hear My Call - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cristina Vane - Hear My Call
De Italiaanse muzikante Cristina Vane verrast ook op haar derde album Hear My Call weer met fraai bluesy gitaarspel, maar kruipt ondanks haar Europese roots ook nog wat dichter tegen de traditionele Amerikaanse rootsmuziek aan
Ik was vier jaar geleden heel positief over het debuutalbum van de Italiaanse muzikante Cristina Vane en daar stond ik zeker niet alleen in. Haar tweede album heb ik een jaar later helaas gemist, maar met het deze week verschenen Hear My Call ben ik gelukkig weer helemaal bij de les. Ook op haar derde album verrast Cristina Vane met authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek en maakt ze indruk met fraai bluesy slide gitaarspel en bluegrass snarenwerk. Hear My Call is een authentiek klinkend album, maar het is ook een album dat net wat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Alle reden dus om deze Italiaanse muzikante vanaf nu nauwlettend in de gaten te houden.
De van oorsprong Italiaanse muzikante Cristina Vane had al een aantal EP’s op haar naam staan toen in 2021 haar debuutalbum Nowhere Sounds Lovely verscheen. Het is een debuutalbum dat uitvoerig werd geprezen en werd vergeleken met het werk van Bonnie Raitt. Die vergelijking was niet helemaal onzinnig, want door het bluesy slide gitaarspel van Cristina Vane deed haar debuutalbum inderdaad wel wat denken aan de muziek van de grootheid uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
Cristina Vane was na omzwervingen door de Verenigde Staten in Nashville, Tennessee, terecht gekomen en leek het daar met Nowhere Sounds Lovely helemaal te gaan maken. Of dat gebeurd is weet ik niet, maar feit is dat ik de net iets meer dan een jaar na het debuutalbum verschenen opvolger Make Myself Me Again helemaal heb gemist. Het derde album van de Italiaanse muzikante staat gelukkig al weken in een nieuwsbrief van een van de betere promotors van Amerikaanse rootsmuziek, zodat ik Hear My Call echt met geen mogelijkheid kon missen.
Dat is maar goed ook, want ook het derde album van Cristina Vane is van hoog niveau. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van Nowhere Sounds Lovely en Make Myself Me Again dat ik inmiddels ook heb beluisterd. Ook op Hear My Call trekt het bluesy gitaarspel van de muzikante uit Nashville, Tennessee, direct de aandacht. Het is gitaarspel waarmee Cristina Vane zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere Amerikaanse rootsmuziek die momenteel in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt.
Na haar snel uitgebrachte tweede album heeft Cristina Vane de tijd genomen voor haar derde album en dat is een verstandig besluit geweest. Hear My Call klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht beter dan de eerste twee albums en ook de songs en de teksten van de Italiaanse muzikante hebben aan kracht gewonnen. Cristina Vane is een afgestudeerd literatuurwetenschapper en heeft in haar jonge leven veel gereisd, waardoor ze in haar teksten veel te vertellen heeft en alles mooi weet te verwoorden.
De meeste indruk maakt de Italiaanse muzikante echter in muzikaal opzicht en met haar stem. Cristina Vane deed veel zelf op haar nieuwe album en tekent voor een groot deel van het geweldige gitaarspel op het album. Bluesy slide gitaarspel hoor je tegenwoordig niet zo vaak meer, maar Hear My Call van Cristina Vane klinkt heerlijk. Het album bevat zowel ingetogen songs met invloeden uit de bluegrass als meer uptempo songs met een bluesy vibe en in alle gevallen is het gitaarspel prachtig.
De stem van Cristina Vane is voldoende ruw en krachtig om goed te passen bij het gitaarspel op het album en het is een stem die nog meer indruk maakt dan op het debuutalbum van vier jaar geleden, al is het maar omdat haar stem ook zacht en gevoelig kan klinken.
In muzikaal opzicht lijkt het af en toe wel wat op de laatste albums van Larkin Poe, al blijft Cristina Vane een stuk dichter bij de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de bluesmuziek in het bijzonder, al is ze dit keer ook zeker niet vies van bluegrass, een genre dat bij haar ook in goede handen is.
Molly Tuttle, Bronwyn Keith-Hines en Brenna MacMillan, drie andere grote talenten uit Nashville, zorgen hier en daar voor de achtergrondvocalen en maken het muzikale feestje dat Hear My Call van Cristina Vane is nog wat mooier. Mooi album! Erwin Zijleman
Cristina Vane - Nowhere Sounds Lovely (2021)

4,0
1
geplaatst: 3 april 2021, 10:55 uur
volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cristina Vane - Nowhere Sounds Lovely - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cristina Vane - Nowhere Sounds Lovely
De concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel moordend, maar het met heerlijk bluesy gitaarwerk gevulde debuut van Cristina Vane zou ik zeker niet laten liggen
Laat Nowhere Sounds Lovely uit de speakers komen en je waant je op een veranda aan de oevers van de Mississippi, waar iets verderop een bluesmuzikant aan het werk is. Cristina Vane laat op haar debuutalbum horen dat ze een prima gitarist is, die wel raad weet met bluesy slide gitaarspel. Het is niet haar enige talent, want ook de zang op Nowhere Sounds Lovely is zeer aansprekend en hetzelfde geldt voor de songs. Het zijn songs met een voorliefde voor oude blues, maar de muzikante uit Nashville kan ook uit de voeten met stokoude country en folk. Het levert een aansprekend debuut op dat is muzikaal en vocaal opzicht indruk maakt en dat ook nog eens vol staat met aansprekende songs. Een enorme aanwinst voor het genre.
De krenten uit de pop: Cristina Vane - Nowhere Sounds Lovely - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cristina Vane - Nowhere Sounds Lovely
De concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel moordend, maar het met heerlijk bluesy gitaarwerk gevulde debuut van Cristina Vane zou ik zeker niet laten liggen
Laat Nowhere Sounds Lovely uit de speakers komen en je waant je op een veranda aan de oevers van de Mississippi, waar iets verderop een bluesmuzikant aan het werk is. Cristina Vane laat op haar debuutalbum horen dat ze een prima gitarist is, die wel raad weet met bluesy slide gitaarspel. Het is niet haar enige talent, want ook de zang op Nowhere Sounds Lovely is zeer aansprekend en hetzelfde geldt voor de songs. Het zijn songs met een voorliefde voor oude blues, maar de muzikante uit Nashville kan ook uit de voeten met stokoude country en folk. Het levert een aansprekend debuut op dat is muzikaal en vocaal opzicht indruk maakt en dat ook nog eens vol staat met aansprekende songs. Een enorme aanwinst voor het genre.
Crocodiles - Dreamless (2016)

4,0
1
geplaatst: 24 november 2016, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Crocodiles - Dreamless - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb de afgelopen zeven jaar meer dan eens een plaat van de Amerikaanse band Crocodiles in handen gehad, maar ik weet bijna zeker dat ik tot voor kort nog nooit naar de muziek van de band uit San Diego had geluisterd.
Ik associeerde de muziek van Crocodiles met die van bands als The Jesus And Mary Chain en My Bloody Valentine en het aanbod in die hoek is zo groot dat ik het idee had dat ik de platen van Crocodiles best kon missen.
De muziek van de genoemde bands was in het verleden misschien relevant vergelijkingsmateriaal, maar bij beluistering van Dreamless duiken de namen van My Bloody Valentine en The Jesus And Mary Chain wat mij betreft niet op. Crocodiles heeft de gruizige gitaren op haar nieuwe plaat grotendeels afgezworen en vervangen door een centrale rol voor synths. Ook invloeden uit de shoegaze in het algemeen spelen op Dreamless geen belangrijke rol.
Waar ik shoegaze over het algemeen associeer met aardedonkere en gruizige klanken, laat de in Mexico City opgenomen nieuwe plaat van Crocodiles over het algemeen een helder, vrolijk en zonnig geluid horen, wat overigens niet betekent dat de muziek van Crocodiles geen scherpe kantjes heeft.
Het levert muziek op die lastig in een hokje is te duwen. Dreamless laat flarden postpunk horen (waarin de donkere wolken even voor de zon schuiven en Crocodiles als Joy Division en als New Order klinkt), maar sluit net zo makkelijk aan bij de lichtvoetige of minder lichtvoetige synthpop uit de jaren 80. De zesde plaat van Crocodiles heeft zich verder flink laten inspireren door de muziek die The Clash op Sandinista! maakte en misschien nog wel meer door de platen van het uit The Clash ontstane Big Audio Dynamite, maar soms hoor ik ook opeens een beetje Madness.
Door al deze invloeden in een door het overweldigende Mexico City geïnspireerde smeltkroes te gooien creëert Crocodiles op Dreamless een geheel eigen geluid. Het is een geluid dat vermaakt, maar Crocodiles maakt ook muziek die intrigeert en vernieuwt.
Ik zie op Allmusic.com inmiddels dat alle platen van de band op veel wat sterren kunnen rekenen, dus na Dreamless ga ik ook de rest van het oeuvre van de band uit San Diego maar eens ontdekken. Wordt nog een hele klus om het bijzonder leuke Dreamless te overtreffen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Crocodiles - Dreamless - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb de afgelopen zeven jaar meer dan eens een plaat van de Amerikaanse band Crocodiles in handen gehad, maar ik weet bijna zeker dat ik tot voor kort nog nooit naar de muziek van de band uit San Diego had geluisterd.
Ik associeerde de muziek van Crocodiles met die van bands als The Jesus And Mary Chain en My Bloody Valentine en het aanbod in die hoek is zo groot dat ik het idee had dat ik de platen van Crocodiles best kon missen.
De muziek van de genoemde bands was in het verleden misschien relevant vergelijkingsmateriaal, maar bij beluistering van Dreamless duiken de namen van My Bloody Valentine en The Jesus And Mary Chain wat mij betreft niet op. Crocodiles heeft de gruizige gitaren op haar nieuwe plaat grotendeels afgezworen en vervangen door een centrale rol voor synths. Ook invloeden uit de shoegaze in het algemeen spelen op Dreamless geen belangrijke rol.
Waar ik shoegaze over het algemeen associeer met aardedonkere en gruizige klanken, laat de in Mexico City opgenomen nieuwe plaat van Crocodiles over het algemeen een helder, vrolijk en zonnig geluid horen, wat overigens niet betekent dat de muziek van Crocodiles geen scherpe kantjes heeft.
Het levert muziek op die lastig in een hokje is te duwen. Dreamless laat flarden postpunk horen (waarin de donkere wolken even voor de zon schuiven en Crocodiles als Joy Division en als New Order klinkt), maar sluit net zo makkelijk aan bij de lichtvoetige of minder lichtvoetige synthpop uit de jaren 80. De zesde plaat van Crocodiles heeft zich verder flink laten inspireren door de muziek die The Clash op Sandinista! maakte en misschien nog wel meer door de platen van het uit The Clash ontstane Big Audio Dynamite, maar soms hoor ik ook opeens een beetje Madness.
Door al deze invloeden in een door het overweldigende Mexico City geïnspireerde smeltkroes te gooien creëert Crocodiles op Dreamless een geheel eigen geluid. Het is een geluid dat vermaakt, maar Crocodiles maakt ook muziek die intrigeert en vernieuwt.
Ik zie op Allmusic.com inmiddels dat alle platen van de band op veel wat sterren kunnen rekenen, dus na Dreamless ga ik ook de rest van het oeuvre van de band uit San Diego maar eens ontdekken. Wordt nog een hele klus om het bijzonder leuke Dreamless te overtreffen. Erwin Zijleman
Cross Record - Crush Me (2025)

4,0
0
geplaatst: 25 maart 2025, 17:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cross Record - Crush Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cross Record - Crush Me
Emily Cross heeft na het vorig jaar verschenen album van Loma haar project Cross Record weer opgepakt en heeft met Crush Me een wat experimenteel en ongrijpbaar, maar ook mooi en interessant album afgeleverd
Cross Record was in het verleden een project van Emily Cross en Dan Duszynski, die ook zijn toegetreden tot de band Loma, maar is op het deze week verschenen Crush Me alleen een project van Emily Cross. We kennen haar van de zang op de albums van Loma en ook op het nieuwe album van Cross Record maakt ze indruk met haar stem. Crush Me is een behoorlijk experimenteel album, dat absoluut tijd vraagt van de luisteraar. Emily Cross doet met haar project Cross Record nadrukkelijk haar eigen ding en dat levert sfeervolle maar ook ongrijpbare muziek op. Cross Record zal de populariteit van Loma niet gaan benaderen, maar Crush Me is zeker de moeite waard.
De naam Cross Record ken ik eigenlijk alleen dankzij de verhalen rond de albums van de Amerikaanse gelegenheidsband Loma. De albums van Cross Record vielen een jaar of vijf geleden zeer in de smaak bij Shearwater voorman Jonathan Meiburg. Hij was zo onder de indruk van de muziek van het toenmalige echtpaar Emily Cross en Dan Duszynski dat hij ze meenam op tournee met Shearwater en niet veel later de gelegenheidsband Loma formeerde.
Loma heeft inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan en lijkt momenteel actiever dan Shearwater en Cross Record. Deze week verscheen echter het vierde album van Cross Record, dat sinds het huwelijk van Emily Cross en Dan Duszynski op de klippen is gelopen alleen nog een project van eerstgenoemde is. Crush Me is voorzien van wat mij betreft weinig aansprekende cover art, maar de muziek van Cross Record, die ik volgens mij nog niet eerder had gehoord, valt me zeker niet tegen.
De mooie stem van Emily Cross kennen we van de albums van Loma en bepaalt voor een belangrijk deel ook het geluid van Cross Record. Met haar eigen project maakt Emily Cross wel muziek die een stuk experimenteler is dan de muziek van Loma. Het is muziek die niet makkelijk is te slijten aan een breed publiek en het realiseren van het album bleek dan ook een flinke worsteling.
De Amerikaanse muzikante verruilde Austin, Texas, voor het Britse Dorset en huurde vervolgens een appartement in Berlijn voor het opnemen van het album. Het proces verliep door een gebrek aan middelen uitermate moeizaam en toen het album eindelijk af was, leek het er op dat niemand het uit wilde brengen. Ik ben blij dat het uiteindelijk toch gelukt is, want Crush Me van Cross Record is een bijzonder album.
Ik begrijp overigens wel dat de platenmaatschappijen niet stonden te springen, want Crush Me is zeker geen makkelijk album. Emily Cross heeft lak aan de conventies van de toegankelijke popsong en laat de muzikanten die meewerkten aan het album flink experimenteren en improviseren. De muziek op het album is mooi en interessant, maar het valt niet altijd mee om de structuur te ontdekken.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Emily Cross. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en vaak fluisterzachte stem, maar net als de muziek op het album doet ook de stem van Emily Cross vooral haar eigen ding. Toch is Crush Me van Cross Record zeker geen ontoegankelijk album. De spannende en soms voorzichtig ontsporende klanken op het album zorgen voor een bijzondere sfeer en prikkelen uitvoerig de fantasie.
Het is absoluut zoeken naar een song met een kop en een staart, maar door de mooie zang van Emily Cross wordt deze song nooit helemaal uit het oog verloren. Door het lage tempo en de zachte zang is Crush Me van Cross Record een album waarbij het op een of andere manier makkelijk ontspannen is, al gebeurt er in muzikaal opzicht ook zo veel op het album dat je net zo makkelijk op het puntje van de stoel kunt blijven zitten.
Emily Cross zal met Loma ongetwijfeld succesvoller zijn dan met haar eigen project, maar Crush Me van Cross Record is een album dat het absoluut verdiend om gehoord te worden. En hou het niet bij één keer, want pas nu ik het album meerdere keren heb gehoord begin ik het langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cross Record - Crush Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cross Record - Crush Me
Emily Cross heeft na het vorig jaar verschenen album van Loma haar project Cross Record weer opgepakt en heeft met Crush Me een wat experimenteel en ongrijpbaar, maar ook mooi en interessant album afgeleverd
Cross Record was in het verleden een project van Emily Cross en Dan Duszynski, die ook zijn toegetreden tot de band Loma, maar is op het deze week verschenen Crush Me alleen een project van Emily Cross. We kennen haar van de zang op de albums van Loma en ook op het nieuwe album van Cross Record maakt ze indruk met haar stem. Crush Me is een behoorlijk experimenteel album, dat absoluut tijd vraagt van de luisteraar. Emily Cross doet met haar project Cross Record nadrukkelijk haar eigen ding en dat levert sfeervolle maar ook ongrijpbare muziek op. Cross Record zal de populariteit van Loma niet gaan benaderen, maar Crush Me is zeker de moeite waard.
De naam Cross Record ken ik eigenlijk alleen dankzij de verhalen rond de albums van de Amerikaanse gelegenheidsband Loma. De albums van Cross Record vielen een jaar of vijf geleden zeer in de smaak bij Shearwater voorman Jonathan Meiburg. Hij was zo onder de indruk van de muziek van het toenmalige echtpaar Emily Cross en Dan Duszynski dat hij ze meenam op tournee met Shearwater en niet veel later de gelegenheidsband Loma formeerde.
Loma heeft inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan en lijkt momenteel actiever dan Shearwater en Cross Record. Deze week verscheen echter het vierde album van Cross Record, dat sinds het huwelijk van Emily Cross en Dan Duszynski op de klippen is gelopen alleen nog een project van eerstgenoemde is. Crush Me is voorzien van wat mij betreft weinig aansprekende cover art, maar de muziek van Cross Record, die ik volgens mij nog niet eerder had gehoord, valt me zeker niet tegen.
De mooie stem van Emily Cross kennen we van de albums van Loma en bepaalt voor een belangrijk deel ook het geluid van Cross Record. Met haar eigen project maakt Emily Cross wel muziek die een stuk experimenteler is dan de muziek van Loma. Het is muziek die niet makkelijk is te slijten aan een breed publiek en het realiseren van het album bleek dan ook een flinke worsteling.
De Amerikaanse muzikante verruilde Austin, Texas, voor het Britse Dorset en huurde vervolgens een appartement in Berlijn voor het opnemen van het album. Het proces verliep door een gebrek aan middelen uitermate moeizaam en toen het album eindelijk af was, leek het er op dat niemand het uit wilde brengen. Ik ben blij dat het uiteindelijk toch gelukt is, want Crush Me van Cross Record is een bijzonder album.
Ik begrijp overigens wel dat de platenmaatschappijen niet stonden te springen, want Crush Me is zeker geen makkelijk album. Emily Cross heeft lak aan de conventies van de toegankelijke popsong en laat de muzikanten die meewerkten aan het album flink experimenteren en improviseren. De muziek op het album is mooi en interessant, maar het valt niet altijd mee om de structuur te ontdekken.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Emily Cross. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en vaak fluisterzachte stem, maar net als de muziek op het album doet ook de stem van Emily Cross vooral haar eigen ding. Toch is Crush Me van Cross Record zeker geen ontoegankelijk album. De spannende en soms voorzichtig ontsporende klanken op het album zorgen voor een bijzondere sfeer en prikkelen uitvoerig de fantasie.
Het is absoluut zoeken naar een song met een kop en een staart, maar door de mooie zang van Emily Cross wordt deze song nooit helemaal uit het oog verloren. Door het lage tempo en de zachte zang is Crush Me van Cross Record een album waarbij het op een of andere manier makkelijk ontspannen is, al gebeurt er in muzikaal opzicht ook zo veel op het album dat je net zo makkelijk op het puntje van de stoel kunt blijven zitten.
Emily Cross zal met Loma ongetwijfeld succesvoller zijn dan met haar eigen project, maar Crush Me van Cross Record is een album dat het absoluut verdiend om gehoord te worden. En hou het niet bij één keer, want pas nu ik het album meerdere keren heb gehoord begin ik het langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Erwin Zijleman
Crushed - No Scope (2025)

3,5
0
geplaatst: 19 december 2025, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: crushed - no scope - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: crushed - no scope
Het debuutalbum van het Amerikaanse duo crushed kreeg in de Verenigde Staten over het algemeen goede recensies en daar is wat voor te zeggen, want no scope is een knapper album dan je bij eerste beluistering door hebt
Ook no scope van crushed is weer een album dat ik heb ontdekt via een aantal Amerikaanse jaarlijstjes. Het duo dat bestaat uit Bre Morell en Shaun Durkan viel me een paar maanden geleden niet zo op. Het debuutalbum van crushed klonk in eerste instantie wat mainstream en weinig onderscheidend, maar inmiddels begrijp ik beter waarom de Amerikaanse muziekmedia best enthousiast zijn over het album. Bre Morell en Shaun Durkan combineren op het album lekker in het gehoor liggende songs met een geluid dat zich door meerdere genres heeft laten beïnvloeden en dat veel leuker en interessanter wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord.
crushed is een Amerikaans duo dat bestaat uit zangeres Bre Morell en zanger, multi-instrumentalist en producer Shaun Durkan. Het tweetal uit Los Angeles debuteerde vorig jaar met een mini-album en bracht in september met no scope haar officiële debuutalbum uit. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Paste wordt geschaard onder de beste debuutalbums van het afgelopen jaar en Paste is niet de enige die hoog opgeeft over de muzikale verrichtingen van Bre Morell en Shaun Durkan.
Ik heb een paar maanden geleden hooguit vluchtig geluisterd naar no scope, maar het album maakte toen geen onuitwisbare indruk. Inmiddels ben ik een stuk positiever over het album, dat veel interessanter is dan ik bij oppervlakkige beluistering hoorde. Op het eerste gehoor vond ik de muziek van crushed weinig onderscheidend en wat vlak klinken, maar beide observaties hielden geen stand toen ik wat dieper in het album dook.
Het debuutalbum van Bre Morell en Shaun Durkan is om te beginnen knap geproduceerd. Producer Jorge Elbrecht, die vorige maand ook indruk maakte met het geluid op het nieuwe album van Hatchie, heeft no scope voorzien van een geluid dat uit meerdere lagen bestaat. Op het eerste gehoor klinkt het bekend en hierdoor misschien weinig onderscheidend, maar wanneer je het geluid op het album ontleedt, hoor ik wel iets bijzonders.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Bre Morell en de ondersteunende vocalen van Shaun Durkan. Ook de zang op no scope vond ik bij eerste beluistering een paar maanden geleden niet heel bijzonder, maar met name de stem van Bre Morell heeft wat en vind ik alleen maar mooier worden.
Het is een wat eentonig verhaal, maar ook de muziek en de songs op no scope vond ik in september weinig opzienbarend. Ook daar ben ik op terug gekomen, want de muziek van Bre Morell en Shaun Durkan is niet zo heel makkelijk in een hokje te duwen. Het tweetal uit Los Angeles wordt vaak in het hokje dreampop en door het verleden van de twee ook wel in het hokje shoegaze geduwd, maar dat is wat mij betreft te kort door de bocht.
De songs van het duo laten ook zeker invloeden uit de triphop horen en ook invloeden uit de indiepop zijn nooit ver weg. Het klinkt op een of andere manier direct bekend, maar dat zegt ook wat over de kwaliteit van de songs van crushed. Inmiddels vind ik echt alle onderdelen van no scope goed en interessant en de productie, de muziek, de zang en de songs weten elkaar ook nog eens te versterken.
Zeker als je het album wat laat voortkabbelen op de achtergrond verdwijnt de energie op een gegeven moment, maar bij beluistering met wat meer aandacht houdt crushed de aandacht makkelijk vast. Zeker de makkelijk in het gehoor liggende songs beschikken volgens mij over de potentie om een breed publiek aan te spreken, maar ik vind de songs van crushed persoonlijk interessanter wanneer het Amerikaanse tweetal wat eigenzinniger klinkt, wat gelukkig vaak het geval is.
Het debuutalbum van crushed heeft in Nederland volgens mij heel weinig aandacht gekregen, maar no scope is een album dat ook hier in de smaak moet kunnen vallen. Ik ben zelf blij dat ik het album nog een tweede kans heb gegeven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: crushed - no scope - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: crushed - no scope
Het debuutalbum van het Amerikaanse duo crushed kreeg in de Verenigde Staten over het algemeen goede recensies en daar is wat voor te zeggen, want no scope is een knapper album dan je bij eerste beluistering door hebt
Ook no scope van crushed is weer een album dat ik heb ontdekt via een aantal Amerikaanse jaarlijstjes. Het duo dat bestaat uit Bre Morell en Shaun Durkan viel me een paar maanden geleden niet zo op. Het debuutalbum van crushed klonk in eerste instantie wat mainstream en weinig onderscheidend, maar inmiddels begrijp ik beter waarom de Amerikaanse muziekmedia best enthousiast zijn over het album. Bre Morell en Shaun Durkan combineren op het album lekker in het gehoor liggende songs met een geluid dat zich door meerdere genres heeft laten beïnvloeden en dat veel leuker en interessanter wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord.
crushed is een Amerikaans duo dat bestaat uit zangeres Bre Morell en zanger, multi-instrumentalist en producer Shaun Durkan. Het tweetal uit Los Angeles debuteerde vorig jaar met een mini-album en bracht in september met no scope haar officiële debuutalbum uit. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Paste wordt geschaard onder de beste debuutalbums van het afgelopen jaar en Paste is niet de enige die hoog opgeeft over de muzikale verrichtingen van Bre Morell en Shaun Durkan.
Ik heb een paar maanden geleden hooguit vluchtig geluisterd naar no scope, maar het album maakte toen geen onuitwisbare indruk. Inmiddels ben ik een stuk positiever over het album, dat veel interessanter is dan ik bij oppervlakkige beluistering hoorde. Op het eerste gehoor vond ik de muziek van crushed weinig onderscheidend en wat vlak klinken, maar beide observaties hielden geen stand toen ik wat dieper in het album dook.
Het debuutalbum van Bre Morell en Shaun Durkan is om te beginnen knap geproduceerd. Producer Jorge Elbrecht, die vorige maand ook indruk maakte met het geluid op het nieuwe album van Hatchie, heeft no scope voorzien van een geluid dat uit meerdere lagen bestaat. Op het eerste gehoor klinkt het bekend en hierdoor misschien weinig onderscheidend, maar wanneer je het geluid op het album ontleedt, hoor ik wel iets bijzonders.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Bre Morell en de ondersteunende vocalen van Shaun Durkan. Ook de zang op no scope vond ik bij eerste beluistering een paar maanden geleden niet heel bijzonder, maar met name de stem van Bre Morell heeft wat en vind ik alleen maar mooier worden.
Het is een wat eentonig verhaal, maar ook de muziek en de songs op no scope vond ik in september weinig opzienbarend. Ook daar ben ik op terug gekomen, want de muziek van Bre Morell en Shaun Durkan is niet zo heel makkelijk in een hokje te duwen. Het tweetal uit Los Angeles wordt vaak in het hokje dreampop en door het verleden van de twee ook wel in het hokje shoegaze geduwd, maar dat is wat mij betreft te kort door de bocht.
De songs van het duo laten ook zeker invloeden uit de triphop horen en ook invloeden uit de indiepop zijn nooit ver weg. Het klinkt op een of andere manier direct bekend, maar dat zegt ook wat over de kwaliteit van de songs van crushed. Inmiddels vind ik echt alle onderdelen van no scope goed en interessant en de productie, de muziek, de zang en de songs weten elkaar ook nog eens te versterken.
Zeker als je het album wat laat voortkabbelen op de achtergrond verdwijnt de energie op een gegeven moment, maar bij beluistering met wat meer aandacht houdt crushed de aandacht makkelijk vast. Zeker de makkelijk in het gehoor liggende songs beschikken volgens mij over de potentie om een breed publiek aan te spreken, maar ik vind de songs van crushed persoonlijk interessanter wanneer het Amerikaanse tweetal wat eigenzinniger klinkt, wat gelukkig vaak het geval is.
Het debuutalbum van crushed heeft in Nederland volgens mij heel weinig aandacht gekregen, maar no scope is een album dat ook hier in de smaak moet kunnen vallen. Ik ben zelf blij dat ik het album nog een tweede kans heb gegeven. Erwin Zijleman
Cuddle Magic - Bath (2020)

4,0
0
geplaatst: 7 juli 2020, 16:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Cuddle Magic - Bath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cuddle Magic - Bath
Een album opnemen met de hele band in een badkamer gepropt, je moet er maar op komen, maar Cuddle Magic deed het en het resultaat is van een bijzondere schoonheid en intimiteit
Ik had tot voor kort nog nooit van Cuddle Magic gehoord, maar een mooi verhaal moedigde me aan om eens naar het nieuwe album van de band te luisteren. Dat heb ik gedaan en ik heb er geen moment spijt van gehad. Cuddle Magic maakt op Bath indruk met mooie folky popsongs. Het zijn popsongs die sober maar zeer smaakvol zijn ingekleurd en opvallen door mooie stemmen. Door het album in een badkamer op te nemen is Bath een intiem album zonder opsmuk, dat drie kwartier lang vermaakt met mooie popliedjes waarin ook nog verrassend veel diepgang is verstopt. Een bijzonder aangename verrassing dit album.
Bij Bath, het nieuwe album van de uit Brooklyn, New York, afkomstige band Cuddle Magic, hoort een mooi verhaal. De band nam een paar jaar geleden een rijk georkestreerd en vol geproduceerd album op, maar toen de bandleden het eindresultaat beluisterden voelde het niet goed. Er was eigenlijk maar één track die wel een goed gevoel gaf en dat was de track waarvoor de band zich met een pomporgel had opgesloten in een badkamer.
Het vormde de inspiratie voor het nieuwe album van de band, waarvoor de leden van Cuddle Magic zich met zijn allen opsloten in een met een paar microfoons uitgeruste badkamer (het was vast nog voor de corona lockdown, want zo ruim ziet de badkamer er niet uit, zie de onderstaande foto).
Het is een bijzonder experiment dat goed is voor een mooi verhaal, maar het heeft ook nog eens goed uitgepakt. Nu had ik eerlijk gezegd nog nooit van Cuddle Magic gehoord en zonder het bijzondere verhaal was ik waarschijnlijk ook nooit aan Bath begonnen, maar sinds ik het in de badkamer opgenomen album van de band uit Brooklyn voor het eerst hoorde ben ik gehecht geraakt aan de muziek van Cuddle Magic.
De gezamenlijke opnamesessies in een kleine ruimte hebben absoluut invloed gehad op de muziek op Bath. Het album is niet alleen behoorlijk ingetogen, maar het klinkt ook intiem. Je hoort goed dat de leden van de band elkaar niet in de weg wilden zitten, want subtiele klanken en fluisterzachte vocalen oplevert. Het zorgt er ook voor dat Bath natuurlijk en organisch klinkt, wat in deze tijden van flink geproduceerde en vaak zelfs overgeproduceerde albums een verademing is.
Het moet behoorlijk vol zijn geweest in de badkamer in New York, want Cuddle Magic heeft zeker niet bezuinigd op de gebruikte instrumenten. Naast gitaren, keyboards en percussie werd ook nog gebruik gemaakt van een klarinet, een fluit, een mondharmonica, een trompet en het al eerder genoemde pomporgel. Het zorgt ervoor dat toch behoorlijk ingetogen geluid op het album verrassend veelkleurig is. Zeker de blazers en het pomporgel zorgen steeds weer voor fraaie accenten, die wat magie toevoegen aan het geluid van de New Yorkse band.
Die magie wordt ook toegevoegd door de zang op het album. Cuddle Magic beschikt over meerdere fraaie stemmen, waarvan ik persoonlijk die van zangeres Kristin Slipp het mooist vind, maar ook de zangers van de band overtuigen makkelijk. In muzikaal en vocaal opzicht valt er absoluut voldoende te genieten op het nieuwe album van Cuddle Magic (als ik goed geteld heb al het vijfde album van de band), maar ook de songs van de band zijn zeer de moeite waard.
De songs op Bath zijn over het algemeen sober en folky, maar door alle fraaie versiersels en de mooie stemmen op het album, houdt Cuddle Magic de aandacht makkelijk vast. Omdat er relatief veel gebeurd op Bath, is het ook een album dat nog wel even doorgroeit, waarna de intieme popsongs op het album alleen maar aangenamer en interessanter worden.
Na flink wat luisterbeurten weet ik twee dingen: 1. Het is absoluut interessant om een dure studio en een producer zo af en toe eens te verruilen voor een badkamer, en 2. Cuddle Magic is een interessante band, die met Bath een heel mooi en ook heel interessant album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Cuddle Magic - Bath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cuddle Magic - Bath
Een album opnemen met de hele band in een badkamer gepropt, je moet er maar op komen, maar Cuddle Magic deed het en het resultaat is van een bijzondere schoonheid en intimiteit
Ik had tot voor kort nog nooit van Cuddle Magic gehoord, maar een mooi verhaal moedigde me aan om eens naar het nieuwe album van de band te luisteren. Dat heb ik gedaan en ik heb er geen moment spijt van gehad. Cuddle Magic maakt op Bath indruk met mooie folky popsongs. Het zijn popsongs die sober maar zeer smaakvol zijn ingekleurd en opvallen door mooie stemmen. Door het album in een badkamer op te nemen is Bath een intiem album zonder opsmuk, dat drie kwartier lang vermaakt met mooie popliedjes waarin ook nog verrassend veel diepgang is verstopt. Een bijzonder aangename verrassing dit album.
Bij Bath, het nieuwe album van de uit Brooklyn, New York, afkomstige band Cuddle Magic, hoort een mooi verhaal. De band nam een paar jaar geleden een rijk georkestreerd en vol geproduceerd album op, maar toen de bandleden het eindresultaat beluisterden voelde het niet goed. Er was eigenlijk maar één track die wel een goed gevoel gaf en dat was de track waarvoor de band zich met een pomporgel had opgesloten in een badkamer.
Het vormde de inspiratie voor het nieuwe album van de band, waarvoor de leden van Cuddle Magic zich met zijn allen opsloten in een met een paar microfoons uitgeruste badkamer (het was vast nog voor de corona lockdown, want zo ruim ziet de badkamer er niet uit, zie de onderstaande foto).
Het is een bijzonder experiment dat goed is voor een mooi verhaal, maar het heeft ook nog eens goed uitgepakt. Nu had ik eerlijk gezegd nog nooit van Cuddle Magic gehoord en zonder het bijzondere verhaal was ik waarschijnlijk ook nooit aan Bath begonnen, maar sinds ik het in de badkamer opgenomen album van de band uit Brooklyn voor het eerst hoorde ben ik gehecht geraakt aan de muziek van Cuddle Magic.
De gezamenlijke opnamesessies in een kleine ruimte hebben absoluut invloed gehad op de muziek op Bath. Het album is niet alleen behoorlijk ingetogen, maar het klinkt ook intiem. Je hoort goed dat de leden van de band elkaar niet in de weg wilden zitten, want subtiele klanken en fluisterzachte vocalen oplevert. Het zorgt er ook voor dat Bath natuurlijk en organisch klinkt, wat in deze tijden van flink geproduceerde en vaak zelfs overgeproduceerde albums een verademing is.
Het moet behoorlijk vol zijn geweest in de badkamer in New York, want Cuddle Magic heeft zeker niet bezuinigd op de gebruikte instrumenten. Naast gitaren, keyboards en percussie werd ook nog gebruik gemaakt van een klarinet, een fluit, een mondharmonica, een trompet en het al eerder genoemde pomporgel. Het zorgt ervoor dat toch behoorlijk ingetogen geluid op het album verrassend veelkleurig is. Zeker de blazers en het pomporgel zorgen steeds weer voor fraaie accenten, die wat magie toevoegen aan het geluid van de New Yorkse band.
Die magie wordt ook toegevoegd door de zang op het album. Cuddle Magic beschikt over meerdere fraaie stemmen, waarvan ik persoonlijk die van zangeres Kristin Slipp het mooist vind, maar ook de zangers van de band overtuigen makkelijk. In muzikaal en vocaal opzicht valt er absoluut voldoende te genieten op het nieuwe album van Cuddle Magic (als ik goed geteld heb al het vijfde album van de band), maar ook de songs van de band zijn zeer de moeite waard.
De songs op Bath zijn over het algemeen sober en folky, maar door alle fraaie versiersels en de mooie stemmen op het album, houdt Cuddle Magic de aandacht makkelijk vast. Omdat er relatief veel gebeurd op Bath, is het ook een album dat nog wel even doorgroeit, waarna de intieme popsongs op het album alleen maar aangenamer en interessanter worden.
Na flink wat luisterbeurten weet ik twee dingen: 1. Het is absoluut interessant om een dure studio en een producer zo af en toe eens te verruilen voor een badkamer, en 2. Cuddle Magic is een interessante band, die met Bath een heel mooi en ook heel interessant album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
Cults - To the Ghosts (2024)

3,5
0
geplaatst: 31 juli 2024, 12:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cults - To The Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cults - To The Ghosts
Het Amerikaanse duo Cults maakte in 2011 en 2013 twee briljante albums met een mix van 90s shoegaze en 60s Phil Spector pop, viel vervolgens ver terug, maar krabbelt weer wat overeind met To The Ghosts
Er zijn tijden geweest dat er heel druk werd gedaan over de albums van het Amerikaanse duo Cults, maar het nieuwe album van Madeline Follin en Brian Oblivion is in een hele slappe week wat anoniem verschenen. Daar hebben de twee het zelf naar gemaakt, want na twee geweldige albums vielen albums nummer drie en vier flink tegen. Ook To The Ghosts mist de magie van Cults en Static, maar Madeline Follin en Brian Oblivion hebben de weg naar boven weer gevonden. De popsongs van de twee missen de nostalgie van de eerste twee albums, maar klinken wel weer wat spannender dan op de vorige twee albums. Het album doet het uitstekend in de zomerzon van het moment, hierna zien we het wel.
De soundtrack van de zomer van 2011 was voor mij vooral gevuld met tracks van het geweldige debuutalbum van het Amerikaanse duo Cults. Madeline Follin en Brian Oblivion lieten op hun titelloze debuutalbum de zon uitbundig schijnen. De songs van Cults lieten zich deels inspireren door de shoegaze uit de jaren 90, maar invloeden uit de jaren 60 girlpop van Phil Spector speelden een minstens even belangrijke rol op het debuutalbum van Cults. Het leek af en toe wel of het album door diezelfde Phil Spector was geproduceerd, maar die zat destijds stevig achter de tralies.
Opvolger Static uit 2013 was minstens even verleidelijk als het debuutalbum van Cults en voegde wat psychedelica en net wat meer invloeden uit de jaren 80 en 90 toe aan het nog steeds met zonnestralen gevulde geluid van Madeline Follin en Brian Oblivion. Ik was veel minder gecharmeerd van het in 2017 verschenen Offering waarop de geest van Phil Spector definitief was verdreven en plaats had gemaakt voor een wat glad jaren 80 geluid. Toen ik Offering van de week nog eens beluisterde sprak het album me overigens best aan, wat vast heeft te maken met de hoge temperaturen van het moment.
Ook het in 2020 verschenen Host, dat de lijn van Offering doortrok, kwam niet door mijn selectie, waardoor mijn verwachtingen met betrekking tot het deze week verschenen To The Ghosts zeker niet hooggespannen waren. Het vijfde album van het Amerikaanse duo valt me echter niet tegen. Dat heeft deels te maken met de dan eindelijk begonnen zomer, want de lome klanken van Cults doen het, zeker in combinatie met de zwoele zang van Madeline Follin uitstekend in de zomerzon van het moment.
Ook op To The Ghosts schittert de jaren 60 nostalgie die de eerste twee albums van Cults zo onweerstaanbaar maakte door afwezigheid. De songs van het duo hebben hier en daar een licht kitscherige jaren 80 vibe, maar Cults maakt op haar vijfde album toch vooral eigentijdse popmuziek. Ik vind het persoonlijk minder goed dan de muziek waarmee Madeline Follin en Brian Oblivion ooit debuteerden, maar vergeleken met de vorige twee albums vind ik To The Ghosts weer een stap vooruit.
De songs van het Amerikaanse duo zijn hier en daar wat zoetsappig, maar het vijfde album van Cults klinkt wat mij betreft avontuurlijker dan de twee vorige albums, zeker wanneer elektronica de hoofdrol opeist. In deze tracks prikkelen Madeline Follin en Brian Oblivion weer wat steviger de fantasie, maar het kabbelt allemaal ook aangenaam voort.
Het is natuurlijk de vraag of ik To The Ghosts ook zou hebben opgepikt in een week met heel veel nieuwe releases of in een week waarin de regen met bakken naar beneden komt, maar die vraag kan ik momenteel nog niet beantwoorden. To The Ghosts is een album van momenten, maar de beste songs op het album halen een heel behoorlijk niveau en voegen ook wat toe aan de muziek die het duo in haar beginjaren maakte.
Ik had Cults op basis van haar vorige twee albums min of meer afgeschreven, maar op basis van de eerste luisterbeurten van To The Ghosts geef ik het Amerikaanse tweetal vooralsnog het voordeel van de twijfel. To The Ghosts is immers minimaal een lekker album om de warme zomerdagen van het moment mee door te komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cults - To The Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cults - To The Ghosts
Het Amerikaanse duo Cults maakte in 2011 en 2013 twee briljante albums met een mix van 90s shoegaze en 60s Phil Spector pop, viel vervolgens ver terug, maar krabbelt weer wat overeind met To The Ghosts
Er zijn tijden geweest dat er heel druk werd gedaan over de albums van het Amerikaanse duo Cults, maar het nieuwe album van Madeline Follin en Brian Oblivion is in een hele slappe week wat anoniem verschenen. Daar hebben de twee het zelf naar gemaakt, want na twee geweldige albums vielen albums nummer drie en vier flink tegen. Ook To The Ghosts mist de magie van Cults en Static, maar Madeline Follin en Brian Oblivion hebben de weg naar boven weer gevonden. De popsongs van de twee missen de nostalgie van de eerste twee albums, maar klinken wel weer wat spannender dan op de vorige twee albums. Het album doet het uitstekend in de zomerzon van het moment, hierna zien we het wel.
De soundtrack van de zomer van 2011 was voor mij vooral gevuld met tracks van het geweldige debuutalbum van het Amerikaanse duo Cults. Madeline Follin en Brian Oblivion lieten op hun titelloze debuutalbum de zon uitbundig schijnen. De songs van Cults lieten zich deels inspireren door de shoegaze uit de jaren 90, maar invloeden uit de jaren 60 girlpop van Phil Spector speelden een minstens even belangrijke rol op het debuutalbum van Cults. Het leek af en toe wel of het album door diezelfde Phil Spector was geproduceerd, maar die zat destijds stevig achter de tralies.
Opvolger Static uit 2013 was minstens even verleidelijk als het debuutalbum van Cults en voegde wat psychedelica en net wat meer invloeden uit de jaren 80 en 90 toe aan het nog steeds met zonnestralen gevulde geluid van Madeline Follin en Brian Oblivion. Ik was veel minder gecharmeerd van het in 2017 verschenen Offering waarop de geest van Phil Spector definitief was verdreven en plaats had gemaakt voor een wat glad jaren 80 geluid. Toen ik Offering van de week nog eens beluisterde sprak het album me overigens best aan, wat vast heeft te maken met de hoge temperaturen van het moment.
Ook het in 2020 verschenen Host, dat de lijn van Offering doortrok, kwam niet door mijn selectie, waardoor mijn verwachtingen met betrekking tot het deze week verschenen To The Ghosts zeker niet hooggespannen waren. Het vijfde album van het Amerikaanse duo valt me echter niet tegen. Dat heeft deels te maken met de dan eindelijk begonnen zomer, want de lome klanken van Cults doen het, zeker in combinatie met de zwoele zang van Madeline Follin uitstekend in de zomerzon van het moment.
Ook op To The Ghosts schittert de jaren 60 nostalgie die de eerste twee albums van Cults zo onweerstaanbaar maakte door afwezigheid. De songs van het duo hebben hier en daar een licht kitscherige jaren 80 vibe, maar Cults maakt op haar vijfde album toch vooral eigentijdse popmuziek. Ik vind het persoonlijk minder goed dan de muziek waarmee Madeline Follin en Brian Oblivion ooit debuteerden, maar vergeleken met de vorige twee albums vind ik To The Ghosts weer een stap vooruit.
De songs van het Amerikaanse duo zijn hier en daar wat zoetsappig, maar het vijfde album van Cults klinkt wat mij betreft avontuurlijker dan de twee vorige albums, zeker wanneer elektronica de hoofdrol opeist. In deze tracks prikkelen Madeline Follin en Brian Oblivion weer wat steviger de fantasie, maar het kabbelt allemaal ook aangenaam voort.
Het is natuurlijk de vraag of ik To The Ghosts ook zou hebben opgepikt in een week met heel veel nieuwe releases of in een week waarin de regen met bakken naar beneden komt, maar die vraag kan ik momenteel nog niet beantwoorden. To The Ghosts is een album van momenten, maar de beste songs op het album halen een heel behoorlijk niveau en voegen ook wat toe aan de muziek die het duo in haar beginjaren maakte.
Ik had Cults op basis van haar vorige twee albums min of meer afgeschreven, maar op basis van de eerste luisterbeurten van To The Ghosts geef ik het Amerikaanse tweetal vooralsnog het voordeel van de twijfel. To The Ghosts is immers minimaal een lekker album om de warme zomerdagen van het moment mee door te komen. Erwin Zijleman
Current Joys - LOVE + POP (2023)

3,5
1
geplaatst: 9 augustus 2023, 11:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Current Joys - LOVE + POP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Current Joys - LOVE + POP
LOVE + POP van Current Joys is een album waarop hoogtepunten en dieptepunten en mooi en lelijk elkaar in sneltreinvaart afwisselen, wat op zijn minst een onnavolgbaar en fascinerend album oplevert
Ik kon een paar jaar geleden niet zoveel met het vorige album van Current Joys, dat met de kennis van nu een behoorlijk toegankelijk album is. Ook op LOVE + POP zijn er momenten waarop het alter ego van de Amerikaanse muzikant Nick Rattigan verrast met tijdloze popsongs, maar het nieuwe album van Current Joys is ook een wat instabiel explosief dat ontploft wanneer je het niet verwacht. LOVE + POP is een album waar je van kunt houden en dat je kunt haten en beide uitersten liggen vaak dicht bij elkaar op dit onnavolgbare album. Het is een album dat jaarlijstjes kan halen, maar dat over een paar maanden net zo goed gezien kan worden als een van de mislukkingen van het jaar. Ik ben benieuwd.
Current Joys is een soloproject van de Amerikaanse muzikant Nick Rattigan, die ook deel uitmaakt van de band Surf Curse, waar ik tot deze week overigens nog nooit had gehoord. Current Joys bestaat inmiddels tien jaar en leverde in die tien jaar een ruime handvol albums af, voordat het alter ego van Nick Rattigan in 2021 flink wat aandacht trok met het album Voyager. Ik vond Voyager absoluut een interessant album, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant koos voor gloedvolle pop met flink wat invloeden uit de jaren 80, maar ik vond het ook een wat wispelturig album, dat ik daarom uiteindelijk toch terzijde schoof.
Het deze week verschenen LOVE + POP vind ik nog een stuk wispelturiger, maar de pieken op het album zijn een stuk hoger dan het vorige album van Current Joys. Dat betekent bijna automatisch dat de dalen lager zijn op LOVE + POP en dat is ook zeker het geval. Current Joys strijkt af en toe stevig tegen de haren in met irritante vervormde stemmetjes, gebruik van de autotune, een eindeloze brei elektronica en flink schreeuwerige of tegendraadse passages. Het zijn momenten waarop ik helemaal niets kan met de muziek van Current Joys, die dan echt extreem lelijk is, maar het zijn momenten die slechts een deel van LOVE +POP beslaan.
Op het album rijgt de Amerikaanse muzikant de hoogtepunten ook zo nu en dan aan elkaar. LOVE + POP is een fragmentarisch album dat van de hak op de tak springt, maar dat ondanks het wat rommelige karakter van het album grossiert in onweerstaanbaar lekkere popsongs of minimaal fragmenten van deze popsongs. Het zijn popsongs die echte alle kanten op kunnen, want Current Joys heeft op LOVE + POP lak aan hokjes en conventies.
Het ene moment hoor je een suikerzoete maar ook zwaar melancholische popsong met een vleugje postpunk, die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 of 90, maar het volgende moment trekt Nick Rattigan je het heden in met stevig aangezette hiphop ritmes en een flinke bak elektronica. Zeker als de hoeveelheid elektronica wordt opgevoerd kan de muziek van Current Joys makkelijk ontsporen, maar LOVE + POP kan ook de andere kant opschieten en betoveren met prachtige klanken en zeer melodieuze songs.
Bij beluistering van LOVE + POP heb ik vrijwel continu associaties met Beautiful Freak van Eels, maar Current Joys zoekt veel extremer de grenzen op dan het debuutalbum van Eels en haalt het niveau dan dat album niet. LOVE + POP werd thuis bij Nick Rattigan opgenomen, maar het album klinkt als een album waaraan flink is gesleuteld in de studio. In flink wat tracks duiken gastmuzikanten op, waarvan de namen me overigens echt niets zeggen, maar die hoorbaar bijdragen aan de diversiteit op het album.
Ik ken niet veel andere en misschien zelfs wel helemaal geen andere albums waarop schoonheid en lelijkheid zo dicht bij elkaar liggen en de pieken zo hoog en de dalen zo diep zijn. LOVE + POP is een album dat ik het ene moment kan verafschuwen en waarvan ik het volgende moment zielsveel kan houden. LOVE + POP heb ik dan ook afwisselend terzijde geschoven en er vervolgens weer enthousiast bij gepakt, maar als ik eerlijk ben weet ik nog steeds niet wat ik nu precies moet met dit album. Ik hou het er voorlopig maar even op dat ik vooral de goede dingen wil horen op het nieuwe album van Current Joys en dan is het een bij vlagen goed en zeker fascinerend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Current Joys - LOVE + POP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Current Joys - LOVE + POP
LOVE + POP van Current Joys is een album waarop hoogtepunten en dieptepunten en mooi en lelijk elkaar in sneltreinvaart afwisselen, wat op zijn minst een onnavolgbaar en fascinerend album oplevert
Ik kon een paar jaar geleden niet zoveel met het vorige album van Current Joys, dat met de kennis van nu een behoorlijk toegankelijk album is. Ook op LOVE + POP zijn er momenten waarop het alter ego van de Amerikaanse muzikant Nick Rattigan verrast met tijdloze popsongs, maar het nieuwe album van Current Joys is ook een wat instabiel explosief dat ontploft wanneer je het niet verwacht. LOVE + POP is een album waar je van kunt houden en dat je kunt haten en beide uitersten liggen vaak dicht bij elkaar op dit onnavolgbare album. Het is een album dat jaarlijstjes kan halen, maar dat over een paar maanden net zo goed gezien kan worden als een van de mislukkingen van het jaar. Ik ben benieuwd.
Current Joys is een soloproject van de Amerikaanse muzikant Nick Rattigan, die ook deel uitmaakt van de band Surf Curse, waar ik tot deze week overigens nog nooit had gehoord. Current Joys bestaat inmiddels tien jaar en leverde in die tien jaar een ruime handvol albums af, voordat het alter ego van Nick Rattigan in 2021 flink wat aandacht trok met het album Voyager. Ik vond Voyager absoluut een interessant album, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant koos voor gloedvolle pop met flink wat invloeden uit de jaren 80, maar ik vond het ook een wat wispelturig album, dat ik daarom uiteindelijk toch terzijde schoof.
Het deze week verschenen LOVE + POP vind ik nog een stuk wispelturiger, maar de pieken op het album zijn een stuk hoger dan het vorige album van Current Joys. Dat betekent bijna automatisch dat de dalen lager zijn op LOVE + POP en dat is ook zeker het geval. Current Joys strijkt af en toe stevig tegen de haren in met irritante vervormde stemmetjes, gebruik van de autotune, een eindeloze brei elektronica en flink schreeuwerige of tegendraadse passages. Het zijn momenten waarop ik helemaal niets kan met de muziek van Current Joys, die dan echt extreem lelijk is, maar het zijn momenten die slechts een deel van LOVE +POP beslaan.
Op het album rijgt de Amerikaanse muzikant de hoogtepunten ook zo nu en dan aan elkaar. LOVE + POP is een fragmentarisch album dat van de hak op de tak springt, maar dat ondanks het wat rommelige karakter van het album grossiert in onweerstaanbaar lekkere popsongs of minimaal fragmenten van deze popsongs. Het zijn popsongs die echte alle kanten op kunnen, want Current Joys heeft op LOVE + POP lak aan hokjes en conventies.
Het ene moment hoor je een suikerzoete maar ook zwaar melancholische popsong met een vleugje postpunk, die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 of 90, maar het volgende moment trekt Nick Rattigan je het heden in met stevig aangezette hiphop ritmes en een flinke bak elektronica. Zeker als de hoeveelheid elektronica wordt opgevoerd kan de muziek van Current Joys makkelijk ontsporen, maar LOVE + POP kan ook de andere kant opschieten en betoveren met prachtige klanken en zeer melodieuze songs.
Bij beluistering van LOVE + POP heb ik vrijwel continu associaties met Beautiful Freak van Eels, maar Current Joys zoekt veel extremer de grenzen op dan het debuutalbum van Eels en haalt het niveau dan dat album niet. LOVE + POP werd thuis bij Nick Rattigan opgenomen, maar het album klinkt als een album waaraan flink is gesleuteld in de studio. In flink wat tracks duiken gastmuzikanten op, waarvan de namen me overigens echt niets zeggen, maar die hoorbaar bijdragen aan de diversiteit op het album.
Ik ken niet veel andere en misschien zelfs wel helemaal geen andere albums waarop schoonheid en lelijkheid zo dicht bij elkaar liggen en de pieken zo hoog en de dalen zo diep zijn. LOVE + POP is een album dat ik het ene moment kan verafschuwen en waarvan ik het volgende moment zielsveel kan houden. LOVE + POP heb ik dan ook afwisselend terzijde geschoven en er vervolgens weer enthousiast bij gepakt, maar als ik eerlijk ben weet ik nog steeds niet wat ik nu precies moet met dit album. Ik hou het er voorlopig maar even op dat ik vooral de goede dingen wil horen op het nieuwe album van Current Joys en dan is het een bij vlagen goed en zeker fascinerend album. Erwin Zijleman
Curse of Lono - 4AM and Counting (2019)
Alternatieve titel: Live at Toe Rag Studios

4,5
0
geplaatst: 31 juli 2019, 17:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - 4am And Counting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono - 4am And Counting
Curse Of Lono tekende de afgelopen twee jaar voor twee jaarlijstjesalbums en komt nu met een “tussendoortje” dat geen moment onder doet voor deze albums
De Britse band Curse Of Lono werd een van mijn favoriete bands van het moment dankzij haar geweldige eerste twee albums. Een aantal songs van Severed en As I Fell keren nu in een uitgeklede versie terug op het oorspronkelijk voor Record Store Day 2019 bedoelde 4am And Counting. De nieuwe versies van de songs werden analoog opgenomen en live ingespeeld. Het klinkt allemaal fantastisch, maar het heeft ook de bijzondere energie van een live-opname. Door het meer ingetogen karakter van de songs kruipt Curse Of Lono op het nieuwe album weer wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en dat bevalt uitstekend. Uiteindelijk klinkt het allemaal zo aangenaam dat het album niet onder doet voor de twee prachtalbums die er aan vooraf gingen.
De Britse band Curse Of Lono leverde zowel in 2017 als in 2018 een onbetwiste jaarlijstjesplaat af.
De band rond de uit Duitsland afkomstige Felix Bechtolsheimer dook in de lente van 2017 op met het geweldige Severed. Het debuut van Curse Of Lono werd in het hokje Americana geduwd en dat was gezien de vele invloeden uit de 70s countryrock en bluesrock ook niet onlogisch, maar het hokje wrong ook wel wat.
Curse Of Lono ging op haar debuut immers ook aan de haal met tal van andere invloeden, waaronder invloeden uit de psychedelica, folk, jazz en indie-rock. Het ene moment hoorde je flarden Gram Parsons, maar iets later net zo makkelijk iets van Pink Floyd, om maar eens twee namen te noemen.
Het geweldige debuut van de band, dat opdook in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje, werd vorig jaar gevolgd door het al even mooie As I Fell. Het tweede album van Curse Of Lono was net wat gepolijster dan het debuut van de band en riep bij velen associaties op met de muziek van The War On Drugs, maar ik hoorde zelf ook veel van Dire Straits en gelukkig wel Dire Straits in haar betere dagen.
Ook As I Fell dook hoog op in mijn jaarlijstje, waarmee Curse Of Lono haar status consolideerde. Dit jaar moeten we het doen zonder een echt nieuw album van de band, maar voor Record Store Day 2019 was wel een tussendoortje gepland. Dit tussendoortje pakte echter zo goed uit dat 4am And Counting nu toch nog als regulier album is verschenen.
Het is een album met de ondertitel Live at Toe Rag Studios en dat is een vlag die de lading uitstekend dekt. Curse Of Lono bezocht de analoge Toe Rag Studios in Londen om een aantal nieuwe versies van de songs van de eerste twee albums op te nemen. Het zijn versies die een stuk ingetogener zijn dan de versies die we kennen van de eerste twee albums van de band.
Curse Of Lono kiest vooral voor loom klinkende en rootsy versies van de songs die in de originele versies een stuk stekeliger waren. Het klinkt zo anders dat 4am And Counting iets toevoegt aan de albums die we al hadden. Dat is al reden genoeg om het nieuwe album van de Britse band geen tussendoortje te noemen, maar het nieuwe album van Curse Of Lono is ook nog eens een album van een zeer hoog niveau.
Dat Felix Bechtolsheimer geweldige songs schrijft wisten we al, maar je hoort het in de gestripte versies van de songs misschien nog wel beter dan in de originelen. Iedere track op 4am And Counting voegt iets toe aan het origineel op Severed of As I Fell en is misschien nog wel mooier dan dit origineel.
Op het nieuwe album van Curse Of Lono wordt bijzonder subtiel gemusiceerd en alles komt glashelder uit de speakers. 10 fraaie tracks van de eerste twee albums van de band krijgen gezelschap van de Tom Waits cover Goin’ Out West die prachtig past tussen de andere songs.
Met name het gitaarwerk op het album is van grote schoonheid, maar ook de andere muzikanten leveren fraai werk af. Het kleurt allemaal prachtig bij de mooie stem van Felix Bechtolsheimer, wiens persoonlijke verhalen in de ingetogen versies van de songs nog beter tot zijn recht komen.
Het nieuwe geluid van de band bevalt me zo goed dat ik er niet om zal treuren als de band de songs voor haar nieuwe album op dezelfde wijze opneemt, maar als dat niet zo is heb ik in ieder geval 4am And Counting om te koesteren.
Curse Of Lono haalde zoals eerder gezegd twee jaar op rij mijn jaarlijstje en het zou me niet eens verbazen als het “tussendoortje” van dit jaar hetzelfde doet. Het sterkt me in mijn mening dat de band rond Felix Bechtolsheimer een van de beste bands van het moment is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - 4am And Counting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono - 4am And Counting
Curse Of Lono tekende de afgelopen twee jaar voor twee jaarlijstjesalbums en komt nu met een “tussendoortje” dat geen moment onder doet voor deze albums
De Britse band Curse Of Lono werd een van mijn favoriete bands van het moment dankzij haar geweldige eerste twee albums. Een aantal songs van Severed en As I Fell keren nu in een uitgeklede versie terug op het oorspronkelijk voor Record Store Day 2019 bedoelde 4am And Counting. De nieuwe versies van de songs werden analoog opgenomen en live ingespeeld. Het klinkt allemaal fantastisch, maar het heeft ook de bijzondere energie van een live-opname. Door het meer ingetogen karakter van de songs kruipt Curse Of Lono op het nieuwe album weer wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en dat bevalt uitstekend. Uiteindelijk klinkt het allemaal zo aangenaam dat het album niet onder doet voor de twee prachtalbums die er aan vooraf gingen.
De Britse band Curse Of Lono leverde zowel in 2017 als in 2018 een onbetwiste jaarlijstjesplaat af.
De band rond de uit Duitsland afkomstige Felix Bechtolsheimer dook in de lente van 2017 op met het geweldige Severed. Het debuut van Curse Of Lono werd in het hokje Americana geduwd en dat was gezien de vele invloeden uit de 70s countryrock en bluesrock ook niet onlogisch, maar het hokje wrong ook wel wat.
Curse Of Lono ging op haar debuut immers ook aan de haal met tal van andere invloeden, waaronder invloeden uit de psychedelica, folk, jazz en indie-rock. Het ene moment hoorde je flarden Gram Parsons, maar iets later net zo makkelijk iets van Pink Floyd, om maar eens twee namen te noemen.
Het geweldige debuut van de band, dat opdook in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje, werd vorig jaar gevolgd door het al even mooie As I Fell. Het tweede album van Curse Of Lono was net wat gepolijster dan het debuut van de band en riep bij velen associaties op met de muziek van The War On Drugs, maar ik hoorde zelf ook veel van Dire Straits en gelukkig wel Dire Straits in haar betere dagen.
Ook As I Fell dook hoog op in mijn jaarlijstje, waarmee Curse Of Lono haar status consolideerde. Dit jaar moeten we het doen zonder een echt nieuw album van de band, maar voor Record Store Day 2019 was wel een tussendoortje gepland. Dit tussendoortje pakte echter zo goed uit dat 4am And Counting nu toch nog als regulier album is verschenen.
Het is een album met de ondertitel Live at Toe Rag Studios en dat is een vlag die de lading uitstekend dekt. Curse Of Lono bezocht de analoge Toe Rag Studios in Londen om een aantal nieuwe versies van de songs van de eerste twee albums op te nemen. Het zijn versies die een stuk ingetogener zijn dan de versies die we kennen van de eerste twee albums van de band.
Curse Of Lono kiest vooral voor loom klinkende en rootsy versies van de songs die in de originele versies een stuk stekeliger waren. Het klinkt zo anders dat 4am And Counting iets toevoegt aan de albums die we al hadden. Dat is al reden genoeg om het nieuwe album van de Britse band geen tussendoortje te noemen, maar het nieuwe album van Curse Of Lono is ook nog eens een album van een zeer hoog niveau.
Dat Felix Bechtolsheimer geweldige songs schrijft wisten we al, maar je hoort het in de gestripte versies van de songs misschien nog wel beter dan in de originelen. Iedere track op 4am And Counting voegt iets toe aan het origineel op Severed of As I Fell en is misschien nog wel mooier dan dit origineel.
Op het nieuwe album van Curse Of Lono wordt bijzonder subtiel gemusiceerd en alles komt glashelder uit de speakers. 10 fraaie tracks van de eerste twee albums van de band krijgen gezelschap van de Tom Waits cover Goin’ Out West die prachtig past tussen de andere songs.
Met name het gitaarwerk op het album is van grote schoonheid, maar ook de andere muzikanten leveren fraai werk af. Het kleurt allemaal prachtig bij de mooie stem van Felix Bechtolsheimer, wiens persoonlijke verhalen in de ingetogen versies van de songs nog beter tot zijn recht komen.
Het nieuwe geluid van de band bevalt me zo goed dat ik er niet om zal treuren als de band de songs voor haar nieuwe album op dezelfde wijze opneemt, maar als dat niet zo is heb ik in ieder geval 4am And Counting om te koesteren.
Curse Of Lono haalde zoals eerder gezegd twee jaar op rij mijn jaarlijstje en het zou me niet eens verbazen als het “tussendoortje” van dit jaar hetzelfde doet. Het sterkt me in mijn mening dat de band rond Felix Bechtolsheimer een van de beste bands van het moment is. Erwin Zijleman
Curse of Lono - As I Fell (2018)

4,5
1
geplaatst: 18 augustus 2018, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Curse Of Lono - As I Fell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono leverde iets meer dan een jaar geleden één van de betere platen van 2017 af.
De Britse band rond de Duitse muzikant Felix Bechtolsheimer, die eerder aan de weg timmerde met zijn band Hey Negrita, maakte diepe indruk met een plaat die geen moment in een hokje was te duwen en zich liet inspireren door onder andere countryrock, bluesrock, psychedelica, folk, jazz, alt-country en indie-rock.
Severed was niet alleen een veelzijdige plaat vol invloeden, maar ook een plaat vol muzikaal avontuur. De Britse band was bovendien goed voor geweldige en volstrekt tijdloze songs, terwijl voorman Felix Bechtolsheimer de songs ook nog eens voorzag van diepgang en emotie door zijn zeer persoonlijke teksten.
Severed was een plaat die onmiddellijk tot de verbeelding sprak, maar was ook een plaat die tot grote hoogten wist door te groeien. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar de tweede plaat van Curse Of Lono, die verrassend snel na het zo bewierookte debuut verschijnt.
Curse Of Lono heeft de lat voor de tweede plaat angstvallig hoog gelegd, maar het lijkt de Britse band niet te deren. As I Fell is een verrassend ingetogen plaat, die verder gaat waar Severed ruim een jaar geleden ophield, maar die het geluid van het zo goede debuut ook heeft vervolmaakt.
Op haar nieuwe plaat klinkt Curse Of Lono wat minder rauw en stekelig dan op het debuut, maar alle namen en invloeden die opdoken bij beluistering van de vorige plaat, zijn ook dit keer te horen. As I Fell laat in muzikaal opzicht flinke ontwikkeling horen. De band klinkt hechter dan op het debuut en slaagt er in om zwoele en lome passages naadloos te verbinden met een enkele uitbarsting.
Het is knap hoe Curse Of Lono zich stevig laat inspireren door Amerikaanse countryrock, bluesrock en alt-country, maar er op hetzelfde moment in slaagt om Brits te klinken. Het is minstens net zo knap hoe de band rond Felix Bechtolsheimer invloeden uit een ver verleden combineert met invloeden uit het heden.
Het zorgt voor een geluid dat aan van alles en nog wat doet denken, maar dat ook uniek klinkt. Ook As I Fell doet me weer denken aan de muziek van Daniel Lanois, maar uit het niets kan ook zomaar een vleugje Pink Floyd of een beetje van The War On Drugs opduiken. Verreweg de meeste associaties heb ik echter met de muziek van Dire Straits. De vergelijking met deze Britse band is voor velen waarschijnlijk eerder een belediging dan een compliment (wat verklaart dat de naam in geen enkele recensie opduikt), maar Dire Straits had zeker zijn momenten (met name op haar eerste platen). Curse Of Lono borduurt voort op deze momenten en voegt er flink wat onderhuidse spanning, dynamiek, emotie en schoonheid aan toe.
Direct bij eerste beluistering was ik weer verkocht, maar net als zijn voorganger is ook As I Fell weer een plaat die nog lang beter en interessanter wordt. Ik had op voorhand niet verwacht dat Curse Of Lono het kunststukje van een jaar geleden zou kunnen benaderen, laat staan overtreffen, maar hoe vaker ik naar de tweede plaat van Curse Of Lono luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat de band het onmogelijke heeft gepresteerd.
As I Fell is een lome en dromerige plaat vol bezwering en betovering, die je meevoert naar imposante landschappen, maar het is ook een intieme plaat die je raakt met de persoonlijke verhalen van Felix Bechtolsheimer en een plaat die steeds weer verrast met prachtige accenten in de instrumentatie, de productie en de zang. Severed was een van de betere platen van 2017, As I Fell gaat wat mij betreft nog wat hoger scoren in 2018. Sterker nog, ik denk dat ik het dit jaar nog niet beter heb gehoord dan dit. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Curse Of Lono - As I Fell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono leverde iets meer dan een jaar geleden één van de betere platen van 2017 af.
De Britse band rond de Duitse muzikant Felix Bechtolsheimer, die eerder aan de weg timmerde met zijn band Hey Negrita, maakte diepe indruk met een plaat die geen moment in een hokje was te duwen en zich liet inspireren door onder andere countryrock, bluesrock, psychedelica, folk, jazz, alt-country en indie-rock.
Severed was niet alleen een veelzijdige plaat vol invloeden, maar ook een plaat vol muzikaal avontuur. De Britse band was bovendien goed voor geweldige en volstrekt tijdloze songs, terwijl voorman Felix Bechtolsheimer de songs ook nog eens voorzag van diepgang en emotie door zijn zeer persoonlijke teksten.
Severed was een plaat die onmiddellijk tot de verbeelding sprak, maar was ook een plaat die tot grote hoogten wist door te groeien. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar de tweede plaat van Curse Of Lono, die verrassend snel na het zo bewierookte debuut verschijnt.
Curse Of Lono heeft de lat voor de tweede plaat angstvallig hoog gelegd, maar het lijkt de Britse band niet te deren. As I Fell is een verrassend ingetogen plaat, die verder gaat waar Severed ruim een jaar geleden ophield, maar die het geluid van het zo goede debuut ook heeft vervolmaakt.
Op haar nieuwe plaat klinkt Curse Of Lono wat minder rauw en stekelig dan op het debuut, maar alle namen en invloeden die opdoken bij beluistering van de vorige plaat, zijn ook dit keer te horen. As I Fell laat in muzikaal opzicht flinke ontwikkeling horen. De band klinkt hechter dan op het debuut en slaagt er in om zwoele en lome passages naadloos te verbinden met een enkele uitbarsting.
Het is knap hoe Curse Of Lono zich stevig laat inspireren door Amerikaanse countryrock, bluesrock en alt-country, maar er op hetzelfde moment in slaagt om Brits te klinken. Het is minstens net zo knap hoe de band rond Felix Bechtolsheimer invloeden uit een ver verleden combineert met invloeden uit het heden.
Het zorgt voor een geluid dat aan van alles en nog wat doet denken, maar dat ook uniek klinkt. Ook As I Fell doet me weer denken aan de muziek van Daniel Lanois, maar uit het niets kan ook zomaar een vleugje Pink Floyd of een beetje van The War On Drugs opduiken. Verreweg de meeste associaties heb ik echter met de muziek van Dire Straits. De vergelijking met deze Britse band is voor velen waarschijnlijk eerder een belediging dan een compliment (wat verklaart dat de naam in geen enkele recensie opduikt), maar Dire Straits had zeker zijn momenten (met name op haar eerste platen). Curse Of Lono borduurt voort op deze momenten en voegt er flink wat onderhuidse spanning, dynamiek, emotie en schoonheid aan toe.
Direct bij eerste beluistering was ik weer verkocht, maar net als zijn voorganger is ook As I Fell weer een plaat die nog lang beter en interessanter wordt. Ik had op voorhand niet verwacht dat Curse Of Lono het kunststukje van een jaar geleden zou kunnen benaderen, laat staan overtreffen, maar hoe vaker ik naar de tweede plaat van Curse Of Lono luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat de band het onmogelijke heeft gepresteerd.
As I Fell is een lome en dromerige plaat vol bezwering en betovering, die je meevoert naar imposante landschappen, maar het is ook een intieme plaat die je raakt met de persoonlijke verhalen van Felix Bechtolsheimer en een plaat die steeds weer verrast met prachtige accenten in de instrumentatie, de productie en de zang. Severed was een van de betere platen van 2017, As I Fell gaat wat mij betreft nog wat hoger scoren in 2018. Sterker nog, ik denk dat ik het dit jaar nog niet beter heb gehoord dan dit. Erwin Zijleman
Curse of Lono - People in Cars (2021)

5,0
4
geplaatst: 27 november 2021, 11:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - People In Cars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono - People In Cars
Curse Of Lono is dankzij de vorige drie albums een van mijn favoriete bands van de laatste jaren, maar met het zeer sfeervolle People In Cars laat de Britse band horen dat de lat nog net wat hoger kan
De Britse band Curse Of Lono dook al twee keer op in mijn jaarlijstje en de kans is groot dat de band dit over een week of drie nog een keer flikt. Ook met People In Cars heeft de band rond Felix Bechtolsheimer immers weer een album gemaakt dat de herfst- en winterdagen en vooral avonden prachtig inkleurt, maar dat het bijzondere geluid van de band ook nog wat verder perfectioneert. Het tempo ligt dit keer vooral laag, de klanken zijn warm en broeierig, maar ondertussen gebeurt er van alles in de muziek van Curse Of Lono, dat zich heeft laten beïnvloeden door uiteenlopende genres. Ik had de band al heel erg hoog zitten, maar ook People In Cars heeft me weer zeer aangenaam verrast.
De Britse band Curse Of Lono leverde in 2017 en 2018 voor mij twee onbetwiste jaarlijstjesalbums af met Severed en As I Fell. De muziek van de band rond de Duitse muzikant Felix Bechtolsheimer kreeg vooral het stempel alt-country opgedrukt, maar hiermee deed je Severed en As I Fell toch wat te kort. De muziek van Curse Of Lono verwerkte immers meerdere invloeden uit heden en verleden in songs die bijzonder lekker in het gehoor lagen, maar die ook knap in elkaar staken en een eigenzinnig geluid lieten horen.
In 2019 moesten we het doen met het tussendoortje 4am And Counting, waarop een aantal songs van de eerste twee albums vrijwel live terugkeerden in een wat meer ingetogen jasje. Het was misschien maar een tussendoortje, maar het was er een die in kwalitatief opzicht nauwelijks onder deed voor de eerste twee albums van de band en deed uitzien naar veel meer.
Deze week verscheen, voor mij vrijwel uit het niets, een nieuw album van Curse Of Lono, People In Cars. Het is direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning. People In Cars opent loom en wat broeierig met een track die zich relatief langzaam voortsleept. Het doet in heel in de verte wel wat denken aan het betere werk (en dus vroegere) werk van Dire Straits, maar het zou ook zomaar een track van The War On Drugs kunnen zijn, terwijl de sfeer verderop op het album hier en daar herinnert aan Lloyd Cole of zelfs Leonard Cohen, met wie Felix Bechtolsheimer een voorliefde voor poëtische teksten deelt.
Net als op haar vorige albums maakt Curse Of Lono beeldende en atmosferisch klinkende muziek met hier en daar wat invloeden uit de alt-country, maar ook People In Cars is geen moment een doorsnee alt-country album. De Britse band laat zich immers niet alleen beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek uit heden en verleden, maar vindt haar inspiratie ook in een aantal decennia rockmuziek en psychedelica. Het klinkt net als op de vorige albums van de band wat loom of zelfs laid-back, maar er zit ook altijd vaart in de muziek van Curse Of Lono.
People In Cars is dankzij het inmiddels, in ieder geval voor mij, uit duizenden herkenbare geluid een logisch vervolg op de vorige albums van de band. De muziek van de band was oorspronkelijk donker door het verleden van Felix Bechtolsheimer, waarin hij te maken had met ernstige verslavingen, maar ook dit keer waren er gebeurtenissen die People In Cars hebben voorzien van flink wat melancholie en over het algemeen donkere tinten.
De Duitse muzikant kreeg te maken met een aantal sterfgevallen in zijn directe omgeving en verder was er natuurlijk de coronapandemie, die er voor zorgde dat de inkomstenbronnen van de band volledig droog vielen. Het heeft allemaal een plek gekregen op People In Cars, dat dankzij de aangename vibe en de warme klanken, echter zeker geen deprimerend album is geworden.
Curse Of Lono maakt ruim vijftig minuten lang indruk met vooral ingetogen maar ook zeer subtiele en smaakvolle klanken, waarin de stem van Felix Bechtolsheimer goed tot zijn recht komt, maar gelukkig kan de muziek van de band nog steeds zo nu en dan ontsporen of buiten de lijntjes kleuren, waardoor ook People In Cars nog een tijd groeit.
Ik noemde het album hierboven al een feest van herkenning en een logisch vervolg op de vorige albums, maar People In Cars is zeker niet meer van hetzelfde. Curse Of Lono heeft alle invloeden in haar muziek nog wat fraaier aan elkaar gesmeed in een uniek eigen geluid en heeft ook dit keer veel moois en avontuurlijks verstopt in de fraaie klanken, die steeds weer opvallen door fraaie arrangementen van onder andere strijkers en de pedal steel.
Wanneer Tess Parks ook nog eens aanschuift voor een fraai duet weet ik zeker dat Curse Of Lono er wederom in is geslaagd om een jaarlijstjesalbum af te leveren en misschien zelfs wel haar beste album tot dusver. Dat is een ongelooflijk knappe prestatie. Nu nog even afwachten hoe hoog dit prachtalbum gaat eindigen. Hoog verwacht ik. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - People In Cars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curse Of Lono - People In Cars
Curse Of Lono is dankzij de vorige drie albums een van mijn favoriete bands van de laatste jaren, maar met het zeer sfeervolle People In Cars laat de Britse band horen dat de lat nog net wat hoger kan
De Britse band Curse Of Lono dook al twee keer op in mijn jaarlijstje en de kans is groot dat de band dit over een week of drie nog een keer flikt. Ook met People In Cars heeft de band rond Felix Bechtolsheimer immers weer een album gemaakt dat de herfst- en winterdagen en vooral avonden prachtig inkleurt, maar dat het bijzondere geluid van de band ook nog wat verder perfectioneert. Het tempo ligt dit keer vooral laag, de klanken zijn warm en broeierig, maar ondertussen gebeurt er van alles in de muziek van Curse Of Lono, dat zich heeft laten beïnvloeden door uiteenlopende genres. Ik had de band al heel erg hoog zitten, maar ook People In Cars heeft me weer zeer aangenaam verrast.
De Britse band Curse Of Lono leverde in 2017 en 2018 voor mij twee onbetwiste jaarlijstjesalbums af met Severed en As I Fell. De muziek van de band rond de Duitse muzikant Felix Bechtolsheimer kreeg vooral het stempel alt-country opgedrukt, maar hiermee deed je Severed en As I Fell toch wat te kort. De muziek van Curse Of Lono verwerkte immers meerdere invloeden uit heden en verleden in songs die bijzonder lekker in het gehoor lagen, maar die ook knap in elkaar staken en een eigenzinnig geluid lieten horen.
In 2019 moesten we het doen met het tussendoortje 4am And Counting, waarop een aantal songs van de eerste twee albums vrijwel live terugkeerden in een wat meer ingetogen jasje. Het was misschien maar een tussendoortje, maar het was er een die in kwalitatief opzicht nauwelijks onder deed voor de eerste twee albums van de band en deed uitzien naar veel meer.
Deze week verscheen, voor mij vrijwel uit het niets, een nieuw album van Curse Of Lono, People In Cars. Het is direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning. People In Cars opent loom en wat broeierig met een track die zich relatief langzaam voortsleept. Het doet in heel in de verte wel wat denken aan het betere werk (en dus vroegere) werk van Dire Straits, maar het zou ook zomaar een track van The War On Drugs kunnen zijn, terwijl de sfeer verderop op het album hier en daar herinnert aan Lloyd Cole of zelfs Leonard Cohen, met wie Felix Bechtolsheimer een voorliefde voor poëtische teksten deelt.
Net als op haar vorige albums maakt Curse Of Lono beeldende en atmosferisch klinkende muziek met hier en daar wat invloeden uit de alt-country, maar ook People In Cars is geen moment een doorsnee alt-country album. De Britse band laat zich immers niet alleen beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek uit heden en verleden, maar vindt haar inspiratie ook in een aantal decennia rockmuziek en psychedelica. Het klinkt net als op de vorige albums van de band wat loom of zelfs laid-back, maar er zit ook altijd vaart in de muziek van Curse Of Lono.
People In Cars is dankzij het inmiddels, in ieder geval voor mij, uit duizenden herkenbare geluid een logisch vervolg op de vorige albums van de band. De muziek van de band was oorspronkelijk donker door het verleden van Felix Bechtolsheimer, waarin hij te maken had met ernstige verslavingen, maar ook dit keer waren er gebeurtenissen die People In Cars hebben voorzien van flink wat melancholie en over het algemeen donkere tinten.
De Duitse muzikant kreeg te maken met een aantal sterfgevallen in zijn directe omgeving en verder was er natuurlijk de coronapandemie, die er voor zorgde dat de inkomstenbronnen van de band volledig droog vielen. Het heeft allemaal een plek gekregen op People In Cars, dat dankzij de aangename vibe en de warme klanken, echter zeker geen deprimerend album is geworden.
Curse Of Lono maakt ruim vijftig minuten lang indruk met vooral ingetogen maar ook zeer subtiele en smaakvolle klanken, waarin de stem van Felix Bechtolsheimer goed tot zijn recht komt, maar gelukkig kan de muziek van de band nog steeds zo nu en dan ontsporen of buiten de lijntjes kleuren, waardoor ook People In Cars nog een tijd groeit.
Ik noemde het album hierboven al een feest van herkenning en een logisch vervolg op de vorige albums, maar People In Cars is zeker niet meer van hetzelfde. Curse Of Lono heeft alle invloeden in haar muziek nog wat fraaier aan elkaar gesmeed in een uniek eigen geluid en heeft ook dit keer veel moois en avontuurlijks verstopt in de fraaie klanken, die steeds weer opvallen door fraaie arrangementen van onder andere strijkers en de pedal steel.
Wanneer Tess Parks ook nog eens aanschuift voor een fraai duet weet ik zeker dat Curse Of Lono er wederom in is geslaagd om een jaarlijstjesalbum af te leveren en misschien zelfs wel haar beste album tot dusver. Dat is een ongelooflijk knappe prestatie. Nu nog even afwachten hoe hoog dit prachtalbum gaat eindigen. Hoog verwacht ik. Erwin Zijleman
Curse of Lono - Severed (2017)

4,5
1
geplaatst: 9 april 2017, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - Severed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Felix Bechtolsheimer werd geboren in Duitsland, maar groeide op in Engeland. Aan het begin van het huidige millennium vertrok hij naar de Verenigde Staten om van zijn heroïne verslaving, die hem overigens tot op de dag van vandaag achtervolgt, af te komen.
Tijdens zijn rehab kwam hij in contact met een muzikant die met Gram Parsons en Little Feat had gespeeld en werd Felix Bechtolsheimer verliefd op de Amerikaanse muziek.
Het is muziek die de basis vormde voor de band die hij bij terugkeer in Engeland formeerde, Hey Negrita.
Deze band maakte het afgelopen decennium een handvol slechts in kleine kring bejubelde platen en krijgt nu een vervolg in de nieuwe band van Felix Bechtolsheimer, Curse Of Lono.
Severed, het debuut van de band, werd vorig jaar vooraf gegaan door een titelloze EP, die met name in Engeland kon rekenen op uiterst positieve kritieken. Ik hoop dat het debuutalbum van de band deze positieve kritieken ook gaat krijgen, want Severed is een bijzonder sterke plaat.
Curse Of Lono borduurt voort op de muziek die Felix Bechtolsheimer met Hey Negrita maakte, maar bestrijkt een nog breder palet. De Britse band gaat op haar debuut aan de haal met invloeden uit de Amerikaanse countryrock en bluesrock uit het verleden (van Gram Parsons tot Little Feat), maar voegt ook elementen uit de Britse psychedelica en folk toe en is bovendien niet vies van invloeden uit de jazz, de blues en de hedendaagse alt-country en indie-rock. Het wordt allemaal samengesmeed tot een geluid dat je onmiddellijk bij de strot pakt en pas weer los laat wanneer de laatste noten van Severed na bijna 40 minuten wegsterven.
Het debuut van Curse Of Lono is een behoorlijk donkere plaat. Het roemloze einde van zijn geesteskind Hey Negrita is Felix Bechtolsheimer niet in de koude kleren gaan zitten en ook zijn heroïneverslaving uit het verleden heeft nog steeds impact op zijn leven.
Het levert een plaat op die qua geluid doet denken aan de platen die Daniel Lanois in het verleden produceerde. Severed klinkt donker en dreigend, maar staat ook vol met muziek en songs van een enorme schoonheid.
Het is muziek die zompig en zweverig kan klinken en dan zelfs wel wat doet denken aan die van Pink Floyd, maar Curse Of Lono kan ook opvallend stevig of juist zeer ingetogen en rootsy uit de hoek komen.
Zeker wanneer wordt gekozen voor bijna jammende muzikale passages is Severed een heerlijk zweverige luisterstrip, maar Curse Of Lono overtuigt net zo makkelijk met ingetogen en dwars door de ziel snijdende luisterliedjes of rauwe blues waarin persoonlijk leed de boventoon voert.
De LP lag hier een maand of drie geleden al op de mat en is inmiddels compleet grijs gedraaid. Severed is in die drie maanden alleen maar beter geworden en is inmiddels een plaat die me zeer dierbaar is. Dat gaat ook niet meer veranderen, dus deze staat alvast voor mijn jaarlijst.
Heel veel aandacht krijgt de plaat vooralsnog niet, maar geloof me, Severed van Curse Of Lono is een parel en verplichte kost voor een ieder die de rootsmuziek een warm hart toedraagt. Ook liefhebbers van minder rootsy rockmuziek zijn bij deze overigens gewaarschuwd voor de schoonheid van Severed van Curse Of Lono. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curse Of Lono - Severed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Felix Bechtolsheimer werd geboren in Duitsland, maar groeide op in Engeland. Aan het begin van het huidige millennium vertrok hij naar de Verenigde Staten om van zijn heroïne verslaving, die hem overigens tot op de dag van vandaag achtervolgt, af te komen.
Tijdens zijn rehab kwam hij in contact met een muzikant die met Gram Parsons en Little Feat had gespeeld en werd Felix Bechtolsheimer verliefd op de Amerikaanse muziek.
Het is muziek die de basis vormde voor de band die hij bij terugkeer in Engeland formeerde, Hey Negrita.
Deze band maakte het afgelopen decennium een handvol slechts in kleine kring bejubelde platen en krijgt nu een vervolg in de nieuwe band van Felix Bechtolsheimer, Curse Of Lono.
Severed, het debuut van de band, werd vorig jaar vooraf gegaan door een titelloze EP, die met name in Engeland kon rekenen op uiterst positieve kritieken. Ik hoop dat het debuutalbum van de band deze positieve kritieken ook gaat krijgen, want Severed is een bijzonder sterke plaat.
Curse Of Lono borduurt voort op de muziek die Felix Bechtolsheimer met Hey Negrita maakte, maar bestrijkt een nog breder palet. De Britse band gaat op haar debuut aan de haal met invloeden uit de Amerikaanse countryrock en bluesrock uit het verleden (van Gram Parsons tot Little Feat), maar voegt ook elementen uit de Britse psychedelica en folk toe en is bovendien niet vies van invloeden uit de jazz, de blues en de hedendaagse alt-country en indie-rock. Het wordt allemaal samengesmeed tot een geluid dat je onmiddellijk bij de strot pakt en pas weer los laat wanneer de laatste noten van Severed na bijna 40 minuten wegsterven.
Het debuut van Curse Of Lono is een behoorlijk donkere plaat. Het roemloze einde van zijn geesteskind Hey Negrita is Felix Bechtolsheimer niet in de koude kleren gaan zitten en ook zijn heroïneverslaving uit het verleden heeft nog steeds impact op zijn leven.
Het levert een plaat op die qua geluid doet denken aan de platen die Daniel Lanois in het verleden produceerde. Severed klinkt donker en dreigend, maar staat ook vol met muziek en songs van een enorme schoonheid.
Het is muziek die zompig en zweverig kan klinken en dan zelfs wel wat doet denken aan die van Pink Floyd, maar Curse Of Lono kan ook opvallend stevig of juist zeer ingetogen en rootsy uit de hoek komen.
Zeker wanneer wordt gekozen voor bijna jammende muzikale passages is Severed een heerlijk zweverige luisterstrip, maar Curse Of Lono overtuigt net zo makkelijk met ingetogen en dwars door de ziel snijdende luisterliedjes of rauwe blues waarin persoonlijk leed de boventoon voert.
De LP lag hier een maand of drie geleden al op de mat en is inmiddels compleet grijs gedraaid. Severed is in die drie maanden alleen maar beter geworden en is inmiddels een plaat die me zeer dierbaar is. Dat gaat ook niet meer veranderen, dus deze staat alvast voor mijn jaarlijst.
Heel veel aandacht krijgt de plaat vooralsnog niet, maar geloof me, Severed van Curse Of Lono is een parel en verplichte kost voor een ieder die de rootsmuziek een warm hart toedraagt. Ook liefhebbers van minder rootsy rockmuziek zijn bij deze overigens gewaarschuwd voor de schoonheid van Severed van Curse Of Lono. Erwin Zijleman
Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures of Captain Curt (2025)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2025, 17:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt
De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding heeft de lat hoog gelegd met zijn vorige album, maar levert ook met Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer een fraai georkestreerd album met grootse zang af
Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt is alweer het vierde album van de Amerikaanse soulzanger Curtis Harding, die op zijn debuutalbum nog vooral leunde op zijn soulstem, maar op de twee albums die volgden ook profiteerde van een zeer fraaie productie. De Amerikaanse muzikant produceerde het deze week verschenen Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt zelf, maar het album klinkt net zo goed als zijn voorgangers. Curtis Harding kan overweg met invloeden uit de neo-soul van het moment, maar dompelt zich ook graag onder in de soulmuziek uit de jaren 60 en 70. Het klinkt allemaal geweldig, mede door de heerlijke soulstem van de muzikant uit Atlanta, Georgia.
Curtis Harding werd in de Verenigde Staten in 2014 warm onthaald als een zeer talentvolle soulzanger, maar in Europa moesten we in eerste instantie niet zoveel hebben van een volgende grote soulzanger in de dop. Uiteindelijk was er ook in Europa geen houden aan en vielen we ook hier voor de soepele soulstem van de Amerikaanse muzikant.
Het was de stem van Curtis Harding die van Soul Power een prima album maakte, maar in muzikaal opzicht schoot het wat mij betreft nog wat teveel kanten op. Op het met producer Danger Mouse gemaakte Face Your Fear uit 2017 viel echter alles op zijn plek. Curtis Harding schakelde op zijn tweede album makkelijk tussen vintage soul uit de jaren 60 en 70 en neo-soul van recentere datum. Het album klonk in muzikaal opzicht interessanter dan de andere vintage soul en neo-soul albums van dat moment en iedereen die op basis van het debuutalbum nog twijfelde over de vocale prestaties van Curtis Harding werd door Face Your Fear alsnog overtuigd.
De Amerikaanse muzikant koos voor zijn derde album toch wel wat opvallend voor Sam Cohen als producer, maar met If Words Were Flowers bevestigde Curtis Harding zijn status en maakte hij wat mij betreft het beste soulalbum van 2021. Dat laatste was overigens mede de verdienste van de fraaie productie van Sam Cohen, die invloeden uit een aantal decennia soul op fraaie wijze aan elkaar wist te smeden.
Deze week is een nieuw album verschenen van Curtis Harding, die inmiddels ook bekend staat als een nogal onaangename podiumpersoonlijkheid. Dat laatste heb ik zelf nog niet ervaren, waardoor ik toch weer met hoge verwachtingen begon aan Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt.
Op zijn vierde album gaat Curtis Harding grotendeels verder waar zijn vorige albums ophielden. Ook Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt afwisselend als een soulalbum uit een ver verleden of een neo-soul album uit het heden. De balans slaat ook dit keer door naar de soulmuziek uit het verleden, wat alles te maken heeft met het rijk georkestreerde soulgeluid, dat herinnert aan legendarische albums van onder andere Marvin Gaye en naamgenoot Curtis Mayfield.
De muzikant uit Atlanta, Georgia, had dit keer geen behoefte aan een producer en nam de productie van zijn vierde album zelf voor zijn rekening. Dat leek me op voorhand een riskante of zelfs overmoedige stap, maar het pakt verrassend goed uit. Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt net als zijn voorgangers bijzonder aangenaam met een geluid vol echo’s uit het verleden, maar ook voldoende invloeden uit het heden.
Het warme en soms kosmische soulgeluid op het album, dat werd georkestreerd door ene Steve Hackman, biedt een fraaie basis voor de stem van Curtis Harding en die klinkt ook op Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer prachtig. De Amerikaanse muzikant laat ook op zijn vierde albums weer horen dat hij moet worden gerekend tot de beste soulzangers van dit moment en het is gelukkig een soulzanger die niet verliefd is op eindeloze stembuigingen.
Ik ben er nog niet uit of ik Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt beter vind dan voorganger If Words Were Flowers, dat in alle opzichten de weg heeft geplaveid voor het nieuwe album, maar het is absoluut een uitstekend album en zeker een van de betere soulalbums van 2025. Later dit jaar staat Curtis Harding in TivoliVredenburg, voor wie het aandurft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt
De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding heeft de lat hoog gelegd met zijn vorige album, maar levert ook met Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer een fraai georkestreerd album met grootse zang af
Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt is alweer het vierde album van de Amerikaanse soulzanger Curtis Harding, die op zijn debuutalbum nog vooral leunde op zijn soulstem, maar op de twee albums die volgden ook profiteerde van een zeer fraaie productie. De Amerikaanse muzikant produceerde het deze week verschenen Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt zelf, maar het album klinkt net zo goed als zijn voorgangers. Curtis Harding kan overweg met invloeden uit de neo-soul van het moment, maar dompelt zich ook graag onder in de soulmuziek uit de jaren 60 en 70. Het klinkt allemaal geweldig, mede door de heerlijke soulstem van de muzikant uit Atlanta, Georgia.
Curtis Harding werd in de Verenigde Staten in 2014 warm onthaald als een zeer talentvolle soulzanger, maar in Europa moesten we in eerste instantie niet zoveel hebben van een volgende grote soulzanger in de dop. Uiteindelijk was er ook in Europa geen houden aan en vielen we ook hier voor de soepele soulstem van de Amerikaanse muzikant.
Het was de stem van Curtis Harding die van Soul Power een prima album maakte, maar in muzikaal opzicht schoot het wat mij betreft nog wat teveel kanten op. Op het met producer Danger Mouse gemaakte Face Your Fear uit 2017 viel echter alles op zijn plek. Curtis Harding schakelde op zijn tweede album makkelijk tussen vintage soul uit de jaren 60 en 70 en neo-soul van recentere datum. Het album klonk in muzikaal opzicht interessanter dan de andere vintage soul en neo-soul albums van dat moment en iedereen die op basis van het debuutalbum nog twijfelde over de vocale prestaties van Curtis Harding werd door Face Your Fear alsnog overtuigd.
De Amerikaanse muzikant koos voor zijn derde album toch wel wat opvallend voor Sam Cohen als producer, maar met If Words Were Flowers bevestigde Curtis Harding zijn status en maakte hij wat mij betreft het beste soulalbum van 2021. Dat laatste was overigens mede de verdienste van de fraaie productie van Sam Cohen, die invloeden uit een aantal decennia soul op fraaie wijze aan elkaar wist te smeden.
Deze week is een nieuw album verschenen van Curtis Harding, die inmiddels ook bekend staat als een nogal onaangename podiumpersoonlijkheid. Dat laatste heb ik zelf nog niet ervaren, waardoor ik toch weer met hoge verwachtingen begon aan Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt.
Op zijn vierde album gaat Curtis Harding grotendeels verder waar zijn vorige albums ophielden. Ook Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt afwisselend als een soulalbum uit een ver verleden of een neo-soul album uit het heden. De balans slaat ook dit keer door naar de soulmuziek uit het verleden, wat alles te maken heeft met het rijk georkestreerde soulgeluid, dat herinnert aan legendarische albums van onder andere Marvin Gaye en naamgenoot Curtis Mayfield.
De muzikant uit Atlanta, Georgia, had dit keer geen behoefte aan een producer en nam de productie van zijn vierde album zelf voor zijn rekening. Dat leek me op voorhand een riskante of zelfs overmoedige stap, maar het pakt verrassend goed uit. Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt net als zijn voorgangers bijzonder aangenaam met een geluid vol echo’s uit het verleden, maar ook voldoende invloeden uit het heden.
Het warme en soms kosmische soulgeluid op het album, dat werd georkestreerd door ene Steve Hackman, biedt een fraaie basis voor de stem van Curtis Harding en die klinkt ook op Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer prachtig. De Amerikaanse muzikant laat ook op zijn vierde albums weer horen dat hij moet worden gerekend tot de beste soulzangers van dit moment en het is gelukkig een soulzanger die niet verliefd is op eindeloze stembuigingen.
Ik ben er nog niet uit of ik Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt beter vind dan voorganger If Words Were Flowers, dat in alle opzichten de weg heeft geplaveid voor het nieuwe album, maar het is absoluut een uitstekend album en zeker een van de betere soulalbums van 2025. Later dit jaar staat Curtis Harding in TivoliVredenburg, voor wie het aandurft. Erwin Zijleman
Curtis Harding - Face Your Fear (2017)

4,5
3
geplaatst: 29 oktober 2017, 10:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curtis Harding - Face Your Fear - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding maakte al weer meer dan drie jaar geleden flink wat indruk met zijn debuut Soul Power.
De Amerikaanse muzikant moest destijds concurreren met flink wat nieuwkomers die de soul van weleer nieuw leven in wilden blazen, maar bleef de concurrentie een straatlengte voor met een plaat die aan de ene kant herinnerde aan de vintage en met name Southern soul uit de jaren 60 en 70, maar aan de andere kant ook open stond voor invloeden uit andere genres en invloeden van meer recente datum, waarvan zeker de combinatie van soul en rauwe garagerock naar veel meer smaakte.
Ook op zijn nieuwe plaat Face Your Fear neemt Curtis Harding je mee terug naar de soul uit de jaren 60 en 70, maar ook dit keer verwerkt de Amerikaan allerlei andere invloeden in zijn muziek, waardoor hij het hokje retro-soul weer makkelijk ontstijgt.
Face Your Fear werd geproduceerd door Danger Mouse, die Face Your Fear heeft voorzien van een duidelijk ander geluid dan zijn voorganger. De invloeden uit de garagerock hebben flink aan terrein verloren en hebben plaats gemaakt voor een moddervet soulgeluid met een bijzondere twist.
Zeker in de wat meer rechttoe rechtaan soulsongs maken de muzikanten op de plaat indruk met een broeierig soulgeluid dat uit de speakers knalt. Het is een geluid waarin Curtis Harding zich als een vis in het water voelt. De Amerikaan is gezegend met een heerlijk rauwe en soulvolle strot en herinnert aan meerdere groten uit de geschiedenis van het genre.
De authentiek aandoende soul op de tweede plaat van Curtis Harding is goed voor een feestje, maar Face Your Fear heeft ook een wat avontuurlijkere kant. In de songs die wat minder zwaar leunen op de vintage soul heeft producer Danger Mouse gekozen voor een wat experimenteler geluid met zwaar aangezette strijkers, vervormde gitaren en bijzondere koortjes. Het levert songs op die nogal psychedelisch aandoen en je onmiddellijk mee terug nemen naar de late jaren 60.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de wat rauwere muziek die Curtis Harding op zijn debuut maakte, maar ook het wat meer gepolijste geluid op zijn tweede plaat overtuigt makkelijk. Face Your Fear laat zich beluisteren als een obscure klassieker uit de jaren 60 en 70, maar Curtis Harding sluit ook aan bij de hedendaagse R&B of de modernere soulvarianten.
In een jaar waarin neo-soul smaakmakers Sharon Jones en Charles Bradley ons zijn ontvallen is de spoeling betrekkelijk dun wanneer het gaat om echt goede soulzangers en zangeressen. Curtis Harding stijgt hierdoor flink boven de concurrentie van het moment uit en maakt diepe indruk als zanger.
Ook in muzikaal opzicht is Face Your Fear een stuk interessanter dan vrijwel alle andere soulplaten van het moment. De Amerikaan vermaakt meedogenloos met moddervette soul, maar verrast ook met aangenaam zweverige soulklanken. Het zijn klanken die in eerste instantie zorgen voor verbazing, maar hoe vaker je ze hoort hoe verslavender ze worden. Dat laatste geldt overigens voor alle tracks op Face Your Fear, want de tweede plaat van Curtis Harding wordt bij herhaalde beluistering steeds beter en onmisbaarder.
Net als de grote soulzangers uit het verleden en in tegenstelling tot veel jonge soulzangers van het moment, lijkt het zingen Curtis Harding geen enkele moeite te kosten, wat zijn muziek een bijzondere flow geeft. Het is een flow die op het debuut nog af en toe ruw werd onderbroken door stevige gitaaruithalen, maar met Face Your Fear uit de speakers zweef je mijlenver weg. Ik vond het in het begin vooral heel lekker, maar inmiddels vind ik de tweede van Curtis Harding een knappe plaat. Een buitengewoon knappe plaat zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curtis Harding - Face Your Fear - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding maakte al weer meer dan drie jaar geleden flink wat indruk met zijn debuut Soul Power.
De Amerikaanse muzikant moest destijds concurreren met flink wat nieuwkomers die de soul van weleer nieuw leven in wilden blazen, maar bleef de concurrentie een straatlengte voor met een plaat die aan de ene kant herinnerde aan de vintage en met name Southern soul uit de jaren 60 en 70, maar aan de andere kant ook open stond voor invloeden uit andere genres en invloeden van meer recente datum, waarvan zeker de combinatie van soul en rauwe garagerock naar veel meer smaakte.
Ook op zijn nieuwe plaat Face Your Fear neemt Curtis Harding je mee terug naar de soul uit de jaren 60 en 70, maar ook dit keer verwerkt de Amerikaan allerlei andere invloeden in zijn muziek, waardoor hij het hokje retro-soul weer makkelijk ontstijgt.
Face Your Fear werd geproduceerd door Danger Mouse, die Face Your Fear heeft voorzien van een duidelijk ander geluid dan zijn voorganger. De invloeden uit de garagerock hebben flink aan terrein verloren en hebben plaats gemaakt voor een moddervet soulgeluid met een bijzondere twist.
Zeker in de wat meer rechttoe rechtaan soulsongs maken de muzikanten op de plaat indruk met een broeierig soulgeluid dat uit de speakers knalt. Het is een geluid waarin Curtis Harding zich als een vis in het water voelt. De Amerikaan is gezegend met een heerlijk rauwe en soulvolle strot en herinnert aan meerdere groten uit de geschiedenis van het genre.
De authentiek aandoende soul op de tweede plaat van Curtis Harding is goed voor een feestje, maar Face Your Fear heeft ook een wat avontuurlijkere kant. In de songs die wat minder zwaar leunen op de vintage soul heeft producer Danger Mouse gekozen voor een wat experimenteler geluid met zwaar aangezette strijkers, vervormde gitaren en bijzondere koortjes. Het levert songs op die nogal psychedelisch aandoen en je onmiddellijk mee terug nemen naar de late jaren 60.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de wat rauwere muziek die Curtis Harding op zijn debuut maakte, maar ook het wat meer gepolijste geluid op zijn tweede plaat overtuigt makkelijk. Face Your Fear laat zich beluisteren als een obscure klassieker uit de jaren 60 en 70, maar Curtis Harding sluit ook aan bij de hedendaagse R&B of de modernere soulvarianten.
In een jaar waarin neo-soul smaakmakers Sharon Jones en Charles Bradley ons zijn ontvallen is de spoeling betrekkelijk dun wanneer het gaat om echt goede soulzangers en zangeressen. Curtis Harding stijgt hierdoor flink boven de concurrentie van het moment uit en maakt diepe indruk als zanger.
Ook in muzikaal opzicht is Face Your Fear een stuk interessanter dan vrijwel alle andere soulplaten van het moment. De Amerikaan vermaakt meedogenloos met moddervette soul, maar verrast ook met aangenaam zweverige soulklanken. Het zijn klanken die in eerste instantie zorgen voor verbazing, maar hoe vaker je ze hoort hoe verslavender ze worden. Dat laatste geldt overigens voor alle tracks op Face Your Fear, want de tweede plaat van Curtis Harding wordt bij herhaalde beluistering steeds beter en onmisbaarder.
Net als de grote soulzangers uit het verleden en in tegenstelling tot veel jonge soulzangers van het moment, lijkt het zingen Curtis Harding geen enkele moeite te kosten, wat zijn muziek een bijzondere flow geeft. Het is een flow die op het debuut nog af en toe ruw werd onderbroken door stevige gitaaruithalen, maar met Face Your Fear uit de speakers zweef je mijlenver weg. Ik vond het in het begin vooral heel lekker, maar inmiddels vind ik de tweede van Curtis Harding een knappe plaat. Een buitengewoon knappe plaat zelfs. Erwin Zijleman
Curtis Harding - If Words Were Flowers (2021)

4,5
1
geplaatst: 7 november 2021, 10:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curtis Harding - If Words Were Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curtis Harding - If Words Were Flowers
Curtis Harding slingert je op If Words Were Flowers op fascinerende wijze heen en weer tussen soulmuziek uit het verleden en het heden en zingt ook nog eens de sterren van de hemel op dit grootse album
De Amerikaanse soulmuzikant Curtis Harding maakte indruk met zijn rauwe debuutalbum Soul Power, maar imponeerde met de veelkleurige opvolger Face Your Fear. Op het deze week verschenen If Words Were Flowers doet de muzikant uit Atlanta er nog een schepje bovenop. Curtis Harding neemt je mee terug naar de soulmuziek uit een ver verleden, maar If Words Were Flowers is meer dan een retro soulalbum. Het klankentapijt is betoverend mooi en vrijwel continu spannend en Curtis Harding zingt, nog meer dan op zijn vorige twee albums, de sterren van de hemel. Het levert zonder enige twijfel het beste soulalbum van 2021 op, maar dat is mijn mening.
Na Soul Power uit 2014 en Face Your Fear uit 2017 is het deze week verschenen If Words Were Flowers het derde album van de Amerikaanse muzikant Curtis Harding. Op zijn debuutalbum vermaakte de Amerikaanse muzikant met ruwe soul waarin zowel invloeden uit het verleden als het heden waren te horen, maar Curtis Harding maakte pas echt indruk met het prachtige Face Your Fear, waarop producers Danger Mouse en Sam Cohen de soulmuziek van de Amerikaanse muzikant alle kanten op slingerden en voorzagen van een fascinerend geluid.
Dat fascinerende geluid is terug op If Words Were Flowers, dat is geproduceerd door Sam Cohen, die dit keer samen met Curtis Harding tekent voor de productie. Het derde album van de soulzanger uit Atlanta, Georgia, is een logisch vervolg op het fenomenale Face Your Fear, dat terecht opdook in nogal wat jaarlijstjes. Ook If Words Were Flowers is een album dat je onmiddellijk mee terugneemt naar de grootse en meeslepende soulalbums uit de jaren 60 en 70.
Curtis Harding maakt de wat psychedelisch aandoende soul die ook te horen is op de klassiekers van Marvin Gaye en kan uit de voeten met de cosmische soul van Curtis Mayfield, maar If Words Were Flowers eert ook de helden van onder andere Stax en Motown. Het bijzondere van de muziek van Curtis Harding is dat de Amerikaanse muzikant misschien met één been in het verleden staat, maar zijn andere been stevig in het heden heeft geplant. Invloeden uit de vintage soul krijgen hierdoor gezelschap van invloeden uit de hedendaagse R&B, hiphop, jazz en Neo-soul.
Zeker vergeleken met zijn debuutalbum, kiest Curtis Harding op If Words Were Flowers voor een redelijk ingetogen geluid. De meeste songs op het album hebben een wat lager tempo en het zijn songs die opvallen door bijzondere klanken en een geweldige stem. Sam Cohen heeft het derde album van Curtis Harding prachtig ingekleurd met subtiele blazers, hier en daar flink aanzwellende strijkers en in een aantal tracks fraaie koortjes van vrouwenstemmen.
Onder deze fraaie accenten hoor je een broeierig soulgeluid dat zo lijkt weggelopen uit een heel ver verleden, wat weer bijzonder contrasteert met de hier en daar opduikende synths, die wat zweveriger klinken dan het aardse soulgeluid. Het is een geluid waarin nog meer moois valt te ontdekken dan op het geweldige vorige album van Curtis Harding, waardoor If Words Were Flowers groei laat horen. Die groei hoor je overigens ook in de zang op het album, want Curtis Harding is nog beter gaan zingen en behoort absoluut tot de beste soulzangers van het moment.
If Words Were Flowers is een album van contrasten. Die contrasten hoor je vrijwel continu in de muziek, maar ook in de teksten, die met beide benen in het heden staan en aandacht besteden aan de Black Lives Matter beweging en de coronapandemie, die de wereld in zijn greep kreeg toen Curtis Harding eigenlijk net klaar was met zijn derde album.
If Words Were Flowers sleurt je op hetzelfde moment ver weg van deze coronapandemie met een soulalbum dat herinnert aan de keer dat je What’s Going On van Marvin Gaye of Curtis van Curtis Mayfield voor het eerst uit de speakers hoorde komen. Dat If Words Were Flowers weer flink wat jaarlijstjes gaat halen lijkt me een zekerheid. Ik schrijf hem alvast op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curtis Harding - If Words Were Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Curtis Harding - If Words Were Flowers
Curtis Harding slingert je op If Words Were Flowers op fascinerende wijze heen en weer tussen soulmuziek uit het verleden en het heden en zingt ook nog eens de sterren van de hemel op dit grootse album
De Amerikaanse soulmuzikant Curtis Harding maakte indruk met zijn rauwe debuutalbum Soul Power, maar imponeerde met de veelkleurige opvolger Face Your Fear. Op het deze week verschenen If Words Were Flowers doet de muzikant uit Atlanta er nog een schepje bovenop. Curtis Harding neemt je mee terug naar de soulmuziek uit een ver verleden, maar If Words Were Flowers is meer dan een retro soulalbum. Het klankentapijt is betoverend mooi en vrijwel continu spannend en Curtis Harding zingt, nog meer dan op zijn vorige twee albums, de sterren van de hemel. Het levert zonder enige twijfel het beste soulalbum van 2021 op, maar dat is mijn mening.
Na Soul Power uit 2014 en Face Your Fear uit 2017 is het deze week verschenen If Words Were Flowers het derde album van de Amerikaanse muzikant Curtis Harding. Op zijn debuutalbum vermaakte de Amerikaanse muzikant met ruwe soul waarin zowel invloeden uit het verleden als het heden waren te horen, maar Curtis Harding maakte pas echt indruk met het prachtige Face Your Fear, waarop producers Danger Mouse en Sam Cohen de soulmuziek van de Amerikaanse muzikant alle kanten op slingerden en voorzagen van een fascinerend geluid.
Dat fascinerende geluid is terug op If Words Were Flowers, dat is geproduceerd door Sam Cohen, die dit keer samen met Curtis Harding tekent voor de productie. Het derde album van de soulzanger uit Atlanta, Georgia, is een logisch vervolg op het fenomenale Face Your Fear, dat terecht opdook in nogal wat jaarlijstjes. Ook If Words Were Flowers is een album dat je onmiddellijk mee terugneemt naar de grootse en meeslepende soulalbums uit de jaren 60 en 70.
Curtis Harding maakt de wat psychedelisch aandoende soul die ook te horen is op de klassiekers van Marvin Gaye en kan uit de voeten met de cosmische soul van Curtis Mayfield, maar If Words Were Flowers eert ook de helden van onder andere Stax en Motown. Het bijzondere van de muziek van Curtis Harding is dat de Amerikaanse muzikant misschien met één been in het verleden staat, maar zijn andere been stevig in het heden heeft geplant. Invloeden uit de vintage soul krijgen hierdoor gezelschap van invloeden uit de hedendaagse R&B, hiphop, jazz en Neo-soul.
Zeker vergeleken met zijn debuutalbum, kiest Curtis Harding op If Words Were Flowers voor een redelijk ingetogen geluid. De meeste songs op het album hebben een wat lager tempo en het zijn songs die opvallen door bijzondere klanken en een geweldige stem. Sam Cohen heeft het derde album van Curtis Harding prachtig ingekleurd met subtiele blazers, hier en daar flink aanzwellende strijkers en in een aantal tracks fraaie koortjes van vrouwenstemmen.
Onder deze fraaie accenten hoor je een broeierig soulgeluid dat zo lijkt weggelopen uit een heel ver verleden, wat weer bijzonder contrasteert met de hier en daar opduikende synths, die wat zweveriger klinken dan het aardse soulgeluid. Het is een geluid waarin nog meer moois valt te ontdekken dan op het geweldige vorige album van Curtis Harding, waardoor If Words Were Flowers groei laat horen. Die groei hoor je overigens ook in de zang op het album, want Curtis Harding is nog beter gaan zingen en behoort absoluut tot de beste soulzangers van het moment.
If Words Were Flowers is een album van contrasten. Die contrasten hoor je vrijwel continu in de muziek, maar ook in de teksten, die met beide benen in het heden staan en aandacht besteden aan de Black Lives Matter beweging en de coronapandemie, die de wereld in zijn greep kreeg toen Curtis Harding eigenlijk net klaar was met zijn derde album.
If Words Were Flowers sleurt je op hetzelfde moment ver weg van deze coronapandemie met een soulalbum dat herinnert aan de keer dat je What’s Going On van Marvin Gaye of Curtis van Curtis Mayfield voor het eerst uit de speakers hoorde komen. Dat If Words Were Flowers weer flink wat jaarlijstjes gaat halen lijkt me een zekerheid. Ik schrijf hem alvast op. Erwin Zijleman
Curtis Harding - Soul Power (2014)

4,5
1
geplaatst: 19 november 2014, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Curtis Harding - Soul Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het leek er lange tijd op dat één van de betere soulplaten van het jaar dit jaar helemaal niet in Nederland zou verschijnen, maar aan het einde van het jaar is er gelukkig toch nog sprake van gerechtigheid.
Ik heb het natuurlijk over Soul Power van Curtis Harding, dat in de Verenigde Staten eerder dit jaar als een ware sensatie werd onthaald.
Curtis Harding groeide op in Saginaw, Michigan, maar werkt inmiddels al weer geruime tijd vanuit Atlanta, Georgia. De afgelopen jaren werkte Harding samen met muzikanten als Cee Lo Green en Outkast, maar op Soul Power blijkt hij toch uit net wat ander hout gesneden.
Soul Power laat zich voor een belangrijk deel beluisteren als een vintage soulplaat uit de late jaren 60 of vroege jaren 70, maar kan op een ander deel alleen maar uit het heden stammen. Curtis Harding slaagt er op zijn debuut in om het onweerstaanbare soulgeluid van de allergrootste soulzangers van weleer te reproduceren, maar hij verrijkt zijn soulgeluid op hetzelfde moment ook met invloeden uit de jazz, rock, neo-soul, funk en garagerock.
Het ene moment is Soul Power heerlijk zwoel met een moddervette ritmesectie, een zuigend orgeltje, warmbloedige blazers en subtiel gitaarwerk, het volgende moment regeren de rauwere gitaarriffs. Er verandert eigenlijk maar één ding niet en dat is de heerlijke soulstem van Curtis Harding. Het is een stem die herinnert aan meerdere grote soulzangers van weleer (en vooral aan Curtis Mayfield), maar de stem van Curtis Harding heeft ook wel wat van die van Robert Cray. Het is een stem die iets met je doet, of je dat nu wilt of niet.
Zeker in combinatie met de traditioneel aandoende soulklanken is de stem van Curtis Harding bijna onweerstaanbaar, maar ook wanneer de Amerikaan kiest voor wat rauwer werk maakt hij in vocaal opzicht indruk. Wanneer Curtis Harding kiest voor vintage soul verleidt hij bijzonder makkelijk met heerlijk zwoele en broeierige klanken, terwijl je bij de wat rauwere tracks op het puntje van je stoel zit.
Soul Power is een opvallend veelzijdige plaat en dat maakt het een hele sterke plaat. Het ene moment ben je terug in een ver verleden, het volgende moment zit je weer midden in het heden, maar altijd overtuigt Curtis Harding met speels gemak.
Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die zijn komen opdraven voor deze plaat, met een hoofdrol voor de ritmesectie, de organist en de gitarist (die zowel rauw als ingetogen kan schitteren) en deels de verdienste van het prachtige, bijna live klinkende, geluid op de plaat, maar het is de gedreven performance van Curtis Harding die Soul Power naar een hoger plan tilt.
Waar de meeste van zijn soortgenoten kiezen voor een plaat die met twee benen in het heden of met twee benen in het heden staat, zet Curtis Harding één been in het verleden en één been in het heden. Het levert een plaat op die overloopt van urgentie, zeggingskracht en vooral pure soul. Heerlijke plaat. En een verdomd goede plaat. Natuurlijk vooral op vinyl. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Curtis Harding - Soul Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het leek er lange tijd op dat één van de betere soulplaten van het jaar dit jaar helemaal niet in Nederland zou verschijnen, maar aan het einde van het jaar is er gelukkig toch nog sprake van gerechtigheid.
Ik heb het natuurlijk over Soul Power van Curtis Harding, dat in de Verenigde Staten eerder dit jaar als een ware sensatie werd onthaald.
Curtis Harding groeide op in Saginaw, Michigan, maar werkt inmiddels al weer geruime tijd vanuit Atlanta, Georgia. De afgelopen jaren werkte Harding samen met muzikanten als Cee Lo Green en Outkast, maar op Soul Power blijkt hij toch uit net wat ander hout gesneden.
Soul Power laat zich voor een belangrijk deel beluisteren als een vintage soulplaat uit de late jaren 60 of vroege jaren 70, maar kan op een ander deel alleen maar uit het heden stammen. Curtis Harding slaagt er op zijn debuut in om het onweerstaanbare soulgeluid van de allergrootste soulzangers van weleer te reproduceren, maar hij verrijkt zijn soulgeluid op hetzelfde moment ook met invloeden uit de jazz, rock, neo-soul, funk en garagerock.
Het ene moment is Soul Power heerlijk zwoel met een moddervette ritmesectie, een zuigend orgeltje, warmbloedige blazers en subtiel gitaarwerk, het volgende moment regeren de rauwere gitaarriffs. Er verandert eigenlijk maar één ding niet en dat is de heerlijke soulstem van Curtis Harding. Het is een stem die herinnert aan meerdere grote soulzangers van weleer (en vooral aan Curtis Mayfield), maar de stem van Curtis Harding heeft ook wel wat van die van Robert Cray. Het is een stem die iets met je doet, of je dat nu wilt of niet.
Zeker in combinatie met de traditioneel aandoende soulklanken is de stem van Curtis Harding bijna onweerstaanbaar, maar ook wanneer de Amerikaan kiest voor wat rauwer werk maakt hij in vocaal opzicht indruk. Wanneer Curtis Harding kiest voor vintage soul verleidt hij bijzonder makkelijk met heerlijk zwoele en broeierige klanken, terwijl je bij de wat rauwere tracks op het puntje van je stoel zit.
Soul Power is een opvallend veelzijdige plaat en dat maakt het een hele sterke plaat. Het ene moment ben je terug in een ver verleden, het volgende moment zit je weer midden in het heden, maar altijd overtuigt Curtis Harding met speels gemak.
Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die zijn komen opdraven voor deze plaat, met een hoofdrol voor de ritmesectie, de organist en de gitarist (die zowel rauw als ingetogen kan schitteren) en deels de verdienste van het prachtige, bijna live klinkende, geluid op de plaat, maar het is de gedreven performance van Curtis Harding die Soul Power naar een hoger plan tilt.
Waar de meeste van zijn soortgenoten kiezen voor een plaat die met twee benen in het heden of met twee benen in het heden staat, zet Curtis Harding één been in het verleden en één been in het heden. Het levert een plaat op die overloopt van urgentie, zeggingskracht en vooral pure soul. Heerlijke plaat. En een verdomd goede plaat. Natuurlijk vooral op vinyl. Erwin Zijleman
Curtis Mayfield - Curtis (1970)

5,0
2
geplaatst: 4 mei 2025, 19:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Curtis Mayfield - Curtis (1970) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Curtis Mayfield - Curtis (1970)
Curtis Mayfield begon in 1970 voorzichtig aan een solocarrière en leverde met zijn debuutalbum Curtis direct een ware klassieker af, want dat is het album zowel in muzikaal als in vocaal opzicht
Curtis Mayfield is, mede door een ernstig ongeluk tijdens een concert, niet erg oud geworden, maar heeft ons een stapeltje geweldige soulalbums nagelaten. Zijn beste albums stammen uit de vroege jaren 70 en zijn debuutalbum Curtis uit 1970 vind ik persoonlijk de beste. Het is een album dat in muzikaal opzicht fascineert van de eerste tot en met de laatste noot en dat alles heeft wat een soulalbum moet hebben. Dat heeft het album ook in vocaal opzicht, want Curtis Mayfield is een groot soulzanger. De uitstekende songs en de geëngageerde teksten maken het debuutalbum van Curtis Mayfield nog wat specialer. Curtis is dan ook een van de beste soulalbums ooit gemaakt.
Er is een tijd geweest dat ik heel veel soulalbums kocht. De meeste grote soulzangers en soulzangeressen kwamen destijds wel voorbij, maar tot een paar jaar geleden had ik nog nooit naar een compleet album van Curtis Mayfield geluisterd. Ik kende de Amerikaanse muzikant wel van een aantal singles en van een bepaalde sound, maar een heel album kende ik eigenlijk niet.
Ik ben het oeuvre van de in 1999 op slechts 57-jarige leeftijd overleden Curtis Mayfield een paar jaar geleden gaan ontdekken en raakte al snel in de ban van met name zijn vroege albums. De Amerikaanse muzikant maakte zijn meest memorabele albums tussen 1970 en 1975. Het is een relatief korte periode, maar Curtis Mayfield was in deze periode wel opvallend productief.
De soundtrack bij de film Super Fly uit 1972 is waarschijnlijk het bekendste en meest succesvolle album van Curtis Mayfield, maar als ik moet kiezen, ga ik toch voor zijn debuutalbum Curtis uit 1970. Curtis Mayfield maakte in de jaren 60 deel uit van de band The Impressions, die zich stevig liet beïnvloeden door gospel, doo-wop en soul. De in Chicago geboren muzikant zag zijn eerste soloalbum in eerste instantie als een zijuitstapje, maar door het succes van Curtis zou hij niet meer terugkeren bij zijn voormalige band.
Dat Curtis in 1970 zo succesvol was verbaast me niet, want wat is het door Curtis Mayfield zelf geproduceerde album een knap album. Het is een album waarop Curtis Mayfield, destijds pas 28 jaar oud, vooral invloeden uit de soul, de funk en de psychedelica verwerkt, wat een unieke sound oplevert. Curtis klonk ik 1970 anders dan de meeste andere soulalbums en baarde terecht opzien.
De Amerikaanse muzikant koos voor een bijzondere mix van vintage soul met blazers, rijke orkestraties met onder andere bijdragen van de harp en flink wat strijkers en opvallende en vaak opzwepende ritmes en percussie. Het zorgt er voor dat Curtis ook 55 jaar na de release nog buitengewoon opwindend en invloedrijk klinkt. Curtis heeft ongetwijfeld invloed gehad op een hele generatie nieuwe soulzangers, die echter geen van allen een album van het kaliber van het debuutalbum van Curtis Mayfield hebben gemaakt.
De muziek op het album klinkt fantastisch, maar Curtis Mayfield laat op zijn debuutalbum als solomuzikant ook horen dat hij een geweldige soulzanger is. Hij combineert in zijn stem kenmerken van alle grote soulzangers van dat moment en imponeert als zanger. De stem van een nog jonge Curtis Mayfield klinkt soepel en soulvol, maar ook zeker doorleefd, waardoor zijn stem moeiteloos overeind blijft tussen al het muzikale vuurwerk op het album.
De muzikant uit Chicago schreef in zijn jonge jaren ook nog eens zeer geëngageerde teksten, die zowel de politieke als maatschappelijke onderwerpen niet schuwen en nog verrassend actueel zijn. Het maakt van Curtis een nog wat indrukwekkender album.
Toen ik begon met het kopen van soulalbums focuste ik al snel op persoonlijke favorieten als Sam Cooke, Stevie Wonder, Al Green en vooral Marvin Gaye. Het is een rijtje soulzangers waartussen Curtis Mayfield zeker niet had misstaan. Liefhebbers van soulmuziek die het verleden van het genre willen ontdekken moeten dan ook zeker niet blijven steken bij soulklassiekers van de genoemde soulzangers, maar moeten ook zeker Curtis van Curtis Mayfield er eens bij pakken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Curtis Mayfield - Curtis (1970) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Curtis Mayfield - Curtis (1970)
Curtis Mayfield begon in 1970 voorzichtig aan een solocarrière en leverde met zijn debuutalbum Curtis direct een ware klassieker af, want dat is het album zowel in muzikaal als in vocaal opzicht
Curtis Mayfield is, mede door een ernstig ongeluk tijdens een concert, niet erg oud geworden, maar heeft ons een stapeltje geweldige soulalbums nagelaten. Zijn beste albums stammen uit de vroege jaren 70 en zijn debuutalbum Curtis uit 1970 vind ik persoonlijk de beste. Het is een album dat in muzikaal opzicht fascineert van de eerste tot en met de laatste noot en dat alles heeft wat een soulalbum moet hebben. Dat heeft het album ook in vocaal opzicht, want Curtis Mayfield is een groot soulzanger. De uitstekende songs en de geëngageerde teksten maken het debuutalbum van Curtis Mayfield nog wat specialer. Curtis is dan ook een van de beste soulalbums ooit gemaakt.
Er is een tijd geweest dat ik heel veel soulalbums kocht. De meeste grote soulzangers en soulzangeressen kwamen destijds wel voorbij, maar tot een paar jaar geleden had ik nog nooit naar een compleet album van Curtis Mayfield geluisterd. Ik kende de Amerikaanse muzikant wel van een aantal singles en van een bepaalde sound, maar een heel album kende ik eigenlijk niet.
Ik ben het oeuvre van de in 1999 op slechts 57-jarige leeftijd overleden Curtis Mayfield een paar jaar geleden gaan ontdekken en raakte al snel in de ban van met name zijn vroege albums. De Amerikaanse muzikant maakte zijn meest memorabele albums tussen 1970 en 1975. Het is een relatief korte periode, maar Curtis Mayfield was in deze periode wel opvallend productief.
De soundtrack bij de film Super Fly uit 1972 is waarschijnlijk het bekendste en meest succesvolle album van Curtis Mayfield, maar als ik moet kiezen, ga ik toch voor zijn debuutalbum Curtis uit 1970. Curtis Mayfield maakte in de jaren 60 deel uit van de band The Impressions, die zich stevig liet beïnvloeden door gospel, doo-wop en soul. De in Chicago geboren muzikant zag zijn eerste soloalbum in eerste instantie als een zijuitstapje, maar door het succes van Curtis zou hij niet meer terugkeren bij zijn voormalige band.
Dat Curtis in 1970 zo succesvol was verbaast me niet, want wat is het door Curtis Mayfield zelf geproduceerde album een knap album. Het is een album waarop Curtis Mayfield, destijds pas 28 jaar oud, vooral invloeden uit de soul, de funk en de psychedelica verwerkt, wat een unieke sound oplevert. Curtis klonk ik 1970 anders dan de meeste andere soulalbums en baarde terecht opzien.
De Amerikaanse muzikant koos voor een bijzondere mix van vintage soul met blazers, rijke orkestraties met onder andere bijdragen van de harp en flink wat strijkers en opvallende en vaak opzwepende ritmes en percussie. Het zorgt er voor dat Curtis ook 55 jaar na de release nog buitengewoon opwindend en invloedrijk klinkt. Curtis heeft ongetwijfeld invloed gehad op een hele generatie nieuwe soulzangers, die echter geen van allen een album van het kaliber van het debuutalbum van Curtis Mayfield hebben gemaakt.
De muziek op het album klinkt fantastisch, maar Curtis Mayfield laat op zijn debuutalbum als solomuzikant ook horen dat hij een geweldige soulzanger is. Hij combineert in zijn stem kenmerken van alle grote soulzangers van dat moment en imponeert als zanger. De stem van een nog jonge Curtis Mayfield klinkt soepel en soulvol, maar ook zeker doorleefd, waardoor zijn stem moeiteloos overeind blijft tussen al het muzikale vuurwerk op het album.
De muzikant uit Chicago schreef in zijn jonge jaren ook nog eens zeer geëngageerde teksten, die zowel de politieke als maatschappelijke onderwerpen niet schuwen en nog verrassend actueel zijn. Het maakt van Curtis een nog wat indrukwekkender album.
Toen ik begon met het kopen van soulalbums focuste ik al snel op persoonlijke favorieten als Sam Cooke, Stevie Wonder, Al Green en vooral Marvin Gaye. Het is een rijtje soulzangers waartussen Curtis Mayfield zeker niet had misstaan. Liefhebbers van soulmuziek die het verleden van het genre willen ontdekken moeten dan ook zeker niet blijven steken bij soulklassiekers van de genoemde soulzangers, maar moeten ook zeker Curtis van Curtis Mayfield er eens bij pakken. Erwin Zijleman
Cut Worms - Cut Worms (2023)

4,0
1
geplaatst: 27 juli 2023, 16:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cut Worms - Cut Worms - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cut Worms - Cut Worms
Max Clarke laat zich op het derde en titelloze album van Cut Worms nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar de Amerikaanse muzikant heeft dit keer ook een duidelijker eigen geluid
Invloeden van The Everly Brothers zijn, zeker sinds de dood van Don en Phil Everly, gemeengoed geworden, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd. Ook de Amerikaanse muzikant Max Clarke leunde op de eerste twee albums van Cut Worms zwaar op de muzikale erfenis van The Everly Brothers, maar op zijn derde album verrijkt de muzikant uit Brooklyn de invloeden uit het verleden met invloeden uit de hedendaagse Americana. Ook het derde album van Cut Worms staat vol nostalgische klanken en prachtige vocalen, maar Max Clarke neemt ook afstand van al zijn concurrenten met een bijzonder geluid, dat minder Don en Phil Everly maar meer Max Clarke laat horen.
Cut Worms, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Max Clarke en vernoemd naar een gedicht van William Blake, debuteerde in 2018 met het fraaie Hollow Ground. Op zijn debuutalbum greep de muzikant uit Brooklyn terug op muziek uit de jaren 50 en 60, met een voorliefde voor de muziek en vooral voor de zang en harmonieën van The Everly Brothers.
Op het in 2020 verschenen Nobody Lives Here Anymore perfectioneerde Max Clarke zijn geluid. Het ambitieuze album met een speelduur van maar liefst vijf kwartier liet zich wederom vooral inspireren door muziek uit de jaren 50 en 60, maar liet naast The Everly Brothers ook andere muzikale helden van Max Clarke horen, onder wie met name Buddy Holly, al hoorde ik hier en daar ook wel een vleugje van The Beatles.
De albums van Cut Worms moesten concurreren met de albums van flink wat andere muzikanten die aan de haal gingen met de muzikale erfenis van Don en Phil Everly. De afgelopen jaren brachten onder andere The Milk Carton Kids, The Cactus Blossoms, The Brother Brothers en Jamestown Revival albums uit die de mosterd haalden bij de weergaloze harmonieën van The Everly Brothers en een aantal van hen deed dit nog net wat beter dan Max Clarke, die de herinnering aan de muziek van Don en Phil natuurlijk wel in zijn eentje levend probeerde te houden.
Deze week keert Max Clarke terug met een nieuw album van Cut Worms en het is een titelloos album geworden. Een album zonder titel uitbrengen suggereert vaak een nieuwe start en in het geval van Cut Worms gaat dit zeker op. Op zijn nieuwe album gaat Max Clarke immers niet verder op de weg die hij met Hollow Ground en Nobody Lives Here Anymore was ingeslagen.
Dat hoor je overigens niet direct, want ook het nieuwe album van Cut Worms staat met minstens één een in de jaren 50 en 60. Na het met maar liefst 17 songs gevulde Nobody Lives Here Anymore, is het titelloze nieuwe album van Cut Worms met negen songs en net geen 35 minuten muziek aan de korte kant, maar de teruggang in kwantiteit wordt gecompenseerd door een groei van de kwaliteit.
Max Clarke laat zich op zijn nieuwe album nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar hij probeert het geluid van deze helden niet langer te reproduceren. Het nieuwe album van Cut Worms laat absoluut echo’s horen van de muziek van onder andere The Everly Brothers, Buddy Holly en dit keer ook het meer ingetogen werk van The Beach Boys, maar Max Clarke verwerkt al deze invloeden in een meer eigen geluid, waarin de instrumentatie en de zang elkaar op fraaie wijze versterken. Het is een nostalgisch geluid dat op subtiele wijze wordt verrijkt met invloeden uit de Americana.
Met zijn nieuwe album weet Max Clarke zich opeens makkelijker te onderscheiden van al die andere muzikanten met een voorliefde voor de suikerzoete harmonieën van The Everly Brothers, zonder zich te vervreemden van een ieder die smulde van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikant.
Het derde album van Cut Worms is een bijzonder aangename luistertrip vol invloeden uit de muziek van vele decennia geleden, maar de muzikant uit Brooklyn klinkt niet langer als pure retro en dat is knap. Ik heb het nog niet eens gehad over de zang op het album, want die is, ook zonder de duidelijke verwantschap met de muzikale helden van Max Clarke, van een grote schoonheid, wat dit sterke album nog wat beter maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cut Worms - Cut Worms - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cut Worms - Cut Worms
Max Clarke laat zich op het derde en titelloze album van Cut Worms nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar de Amerikaanse muzikant heeft dit keer ook een duidelijker eigen geluid
Invloeden van The Everly Brothers zijn, zeker sinds de dood van Don en Phil Everly, gemeengoed geworden, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd. Ook de Amerikaanse muzikant Max Clarke leunde op de eerste twee albums van Cut Worms zwaar op de muzikale erfenis van The Everly Brothers, maar op zijn derde album verrijkt de muzikant uit Brooklyn de invloeden uit het verleden met invloeden uit de hedendaagse Americana. Ook het derde album van Cut Worms staat vol nostalgische klanken en prachtige vocalen, maar Max Clarke neemt ook afstand van al zijn concurrenten met een bijzonder geluid, dat minder Don en Phil Everly maar meer Max Clarke laat horen.
Cut Worms, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Max Clarke en vernoemd naar een gedicht van William Blake, debuteerde in 2018 met het fraaie Hollow Ground. Op zijn debuutalbum greep de muzikant uit Brooklyn terug op muziek uit de jaren 50 en 60, met een voorliefde voor de muziek en vooral voor de zang en harmonieën van The Everly Brothers.
Op het in 2020 verschenen Nobody Lives Here Anymore perfectioneerde Max Clarke zijn geluid. Het ambitieuze album met een speelduur van maar liefst vijf kwartier liet zich wederom vooral inspireren door muziek uit de jaren 50 en 60, maar liet naast The Everly Brothers ook andere muzikale helden van Max Clarke horen, onder wie met name Buddy Holly, al hoorde ik hier en daar ook wel een vleugje van The Beatles.
De albums van Cut Worms moesten concurreren met de albums van flink wat andere muzikanten die aan de haal gingen met de muzikale erfenis van Don en Phil Everly. De afgelopen jaren brachten onder andere The Milk Carton Kids, The Cactus Blossoms, The Brother Brothers en Jamestown Revival albums uit die de mosterd haalden bij de weergaloze harmonieën van The Everly Brothers en een aantal van hen deed dit nog net wat beter dan Max Clarke, die de herinnering aan de muziek van Don en Phil natuurlijk wel in zijn eentje levend probeerde te houden.
Deze week keert Max Clarke terug met een nieuw album van Cut Worms en het is een titelloos album geworden. Een album zonder titel uitbrengen suggereert vaak een nieuwe start en in het geval van Cut Worms gaat dit zeker op. Op zijn nieuwe album gaat Max Clarke immers niet verder op de weg die hij met Hollow Ground en Nobody Lives Here Anymore was ingeslagen.
Dat hoor je overigens niet direct, want ook het nieuwe album van Cut Worms staat met minstens één een in de jaren 50 en 60. Na het met maar liefst 17 songs gevulde Nobody Lives Here Anymore, is het titelloze nieuwe album van Cut Worms met negen songs en net geen 35 minuten muziek aan de korte kant, maar de teruggang in kwantiteit wordt gecompenseerd door een groei van de kwaliteit.
Max Clarke laat zich op zijn nieuwe album nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar hij probeert het geluid van deze helden niet langer te reproduceren. Het nieuwe album van Cut Worms laat absoluut echo’s horen van de muziek van onder andere The Everly Brothers, Buddy Holly en dit keer ook het meer ingetogen werk van The Beach Boys, maar Max Clarke verwerkt al deze invloeden in een meer eigen geluid, waarin de instrumentatie en de zang elkaar op fraaie wijze versterken. Het is een nostalgisch geluid dat op subtiele wijze wordt verrijkt met invloeden uit de Americana.
Met zijn nieuwe album weet Max Clarke zich opeens makkelijker te onderscheiden van al die andere muzikanten met een voorliefde voor de suikerzoete harmonieën van The Everly Brothers, zonder zich te vervreemden van een ieder die smulde van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikant.
Het derde album van Cut Worms is een bijzonder aangename luistertrip vol invloeden uit de muziek van vele decennia geleden, maar de muzikant uit Brooklyn klinkt niet langer als pure retro en dat is knap. Ik heb het nog niet eens gehad over de zang op het album, want die is, ook zonder de duidelijke verwantschap met de muzikale helden van Max Clarke, van een grote schoonheid, wat dit sterke album nog wat beter maakt. Erwin Zijleman
Cut Worms - Nobody Lives Here Anymore (2020)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2020, 11:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cut Worms - Nobody Lives Here Anymore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cut Worms - Nobody Lives Here Anymore
Cut Worms neemt je mee terug naar de jaren 50, terug naar onder andere The Everly Brothers en Buddy Holly, maar de Amerikaanse muzikant heeft ook absoluut een eigen geluid
De Amerikaanse muzikant Max Clarke heeft hoorbaar een voorliefde voor muziek uit de jaren 50. Luister naar het nieuwe album van de muzikant uit Brooklyn, New York, en je hoort flarden van Buddy Holly en The Everly Brothers. Alles klopt. De instrumentatie, de productie, de koortjes en de zang. Maar oubollig of overdreven zoetsappig klinkt Nobody Lives Here Anymore nooit. Het nieuwe album van Cut Worms doet het met name in de avond erg goed en verwarmt de ruimte met fraaie klanken, mooie zang en tijdloze songs. Cut Worms schotelt ons maar liefst 17 songs in vijf kwartier muziek voor, maar vervelen doet het niet. Een fraaie soundtrack voor lange herfst- en winteravonden derhalve.
Albums die zich laten beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast zijn momenteel eerder regel dan uitzondering, maar Nobody Lives Here Anymore van Cut Worms klinkt toch duidelijk anders dan de meeste andere albums van het moment.
Cut Worms is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Max Clarke, die twee jaar geleden debuteerde met Hollow Ground. Dat vond ik op zich een prima album, maar na de albums van The Milk Carton Kids en The Cactus Blossoms had ik mijn portie door The Everly Brothers geïnspireerde muziek destijds wel even gehad en koos ik voor de wonderschone originelen van Don en Phil Everly.
Cut Worms keert nu terug met een ambitieus dubbelalbum, dat ruim 17 songs en vijf kwartier muziek bevat. Nobody Lives Here Anymore werd opgenomen in de fameuze Sam Phillips Studio in Nashville met de gelouterde producer Matt Ross-Spang (die de afgelopen jaren onder andere werkte met Jason Isbell, Margo Price en Lucero) en laat vergeleken met zijn voorganger een wat ruwer en intiemer, maar ook een wat veelzijdiger geluid horen.
Er zijn zoals gezegd momenteel nogal wat muzikanten die zich laten inspireren door muziek uit een ver verleden, maar Max Clarke gaat nog wat verder terug in de tijd. Nobody Lives Here Anymore neemt je mee terug naar de jaren 50 en heeft zich vooral laten beïnvloeden door de muziek van The Everly Brothers en Buddy Holly.
Samen met producer Matt Ross-Spang is Cut Worms er in geslaagd om Nobody Lives Here Anymore te laten klinken als een album dat vele decennia geleden is gemaakt. De gitaren halen soms inspiratie uit de rock ’n roll, maar kunnen ook prachtig ingetogen klinken op een manier die je tegenwoordig nauwelijks meer hoort. De rest van de instrumentatie is betrekkelijk sober, met hier en daar een uit de band springende honky-tonk piano, en over het algemeen wat naar de achtergrond gemixt, waardoor er een geluid ontstaat met veel ruimte en een beetje galm.
Het is een geluid waarin de zang centraal staat en die zang is prachtig. Max Clarke heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de gouden keeltjes van Don en Phil Everly en de stem van Buddy Holly, maar hij heeft ook een aansprekend eigen geluid.
Matt Ross-Spang heeft Nobody Lives Here Anymore voorzien van een fraai geluid zonder al te veel opsmuk, waardoor het album betrekkelijk ruw en intiem klinkt. De muziek van Cut Worms wordt nogal eens zoetsappig genoemd, maar ik vind dat erg meevallen. Zeker als er wat strijkers opduiken en de stem van Max Clarke wordt verrijkt met typische jaren 50 koortjes is de muziek van Cut Worms aangenaam zoet, maar de balans slaat wat mij betreft nooit door in de verkeerde richting.
Nobody Lives Here Anymore heeft zich vooral laten beïnvloeden door de muziek uit de jaren 50, maar is niet volledig blijven steken in dit decennium. Hier en daar hoor ik ook wel wat van Bob Dylan of duikt een Beatle op, waarmee Cut Worms ook de jaren 60 heeft bereikt.
Ruim vijf kwartier leek me op voorhand teveel van het goede, maar ik moet zeggen dat Nobody Lives Here Anymore met name de avond verrassend mooi inkleurt en niet snel gaat vervelen. Het debuut van Cut Worms kwam voor mij net op het verkeerde moment, maar aan het sterke Nobody Lives Here Anymore ga ik de komende tijd nog heel veel plezier beleven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cut Worms - Nobody Lives Here Anymore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cut Worms - Nobody Lives Here Anymore
Cut Worms neemt je mee terug naar de jaren 50, terug naar onder andere The Everly Brothers en Buddy Holly, maar de Amerikaanse muzikant heeft ook absoluut een eigen geluid
De Amerikaanse muzikant Max Clarke heeft hoorbaar een voorliefde voor muziek uit de jaren 50. Luister naar het nieuwe album van de muzikant uit Brooklyn, New York, en je hoort flarden van Buddy Holly en The Everly Brothers. Alles klopt. De instrumentatie, de productie, de koortjes en de zang. Maar oubollig of overdreven zoetsappig klinkt Nobody Lives Here Anymore nooit. Het nieuwe album van Cut Worms doet het met name in de avond erg goed en verwarmt de ruimte met fraaie klanken, mooie zang en tijdloze songs. Cut Worms schotelt ons maar liefst 17 songs in vijf kwartier muziek voor, maar vervelen doet het niet. Een fraaie soundtrack voor lange herfst- en winteravonden derhalve.
Albums die zich laten beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast zijn momenteel eerder regel dan uitzondering, maar Nobody Lives Here Anymore van Cut Worms klinkt toch duidelijk anders dan de meeste andere albums van het moment.
Cut Worms is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Max Clarke, die twee jaar geleden debuteerde met Hollow Ground. Dat vond ik op zich een prima album, maar na de albums van The Milk Carton Kids en The Cactus Blossoms had ik mijn portie door The Everly Brothers geïnspireerde muziek destijds wel even gehad en koos ik voor de wonderschone originelen van Don en Phil Everly.
Cut Worms keert nu terug met een ambitieus dubbelalbum, dat ruim 17 songs en vijf kwartier muziek bevat. Nobody Lives Here Anymore werd opgenomen in de fameuze Sam Phillips Studio in Nashville met de gelouterde producer Matt Ross-Spang (die de afgelopen jaren onder andere werkte met Jason Isbell, Margo Price en Lucero) en laat vergeleken met zijn voorganger een wat ruwer en intiemer, maar ook een wat veelzijdiger geluid horen.
Er zijn zoals gezegd momenteel nogal wat muzikanten die zich laten inspireren door muziek uit een ver verleden, maar Max Clarke gaat nog wat verder terug in de tijd. Nobody Lives Here Anymore neemt je mee terug naar de jaren 50 en heeft zich vooral laten beïnvloeden door de muziek van The Everly Brothers en Buddy Holly.
Samen met producer Matt Ross-Spang is Cut Worms er in geslaagd om Nobody Lives Here Anymore te laten klinken als een album dat vele decennia geleden is gemaakt. De gitaren halen soms inspiratie uit de rock ’n roll, maar kunnen ook prachtig ingetogen klinken op een manier die je tegenwoordig nauwelijks meer hoort. De rest van de instrumentatie is betrekkelijk sober, met hier en daar een uit de band springende honky-tonk piano, en over het algemeen wat naar de achtergrond gemixt, waardoor er een geluid ontstaat met veel ruimte en een beetje galm.
Het is een geluid waarin de zang centraal staat en die zang is prachtig. Max Clarke heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de gouden keeltjes van Don en Phil Everly en de stem van Buddy Holly, maar hij heeft ook een aansprekend eigen geluid.
Matt Ross-Spang heeft Nobody Lives Here Anymore voorzien van een fraai geluid zonder al te veel opsmuk, waardoor het album betrekkelijk ruw en intiem klinkt. De muziek van Cut Worms wordt nogal eens zoetsappig genoemd, maar ik vind dat erg meevallen. Zeker als er wat strijkers opduiken en de stem van Max Clarke wordt verrijkt met typische jaren 50 koortjes is de muziek van Cut Worms aangenaam zoet, maar de balans slaat wat mij betreft nooit door in de verkeerde richting.
Nobody Lives Here Anymore heeft zich vooral laten beïnvloeden door de muziek uit de jaren 50, maar is niet volledig blijven steken in dit decennium. Hier en daar hoor ik ook wel wat van Bob Dylan of duikt een Beatle op, waarmee Cut Worms ook de jaren 60 heeft bereikt.
Ruim vijf kwartier leek me op voorhand teveel van het goede, maar ik moet zeggen dat Nobody Lives Here Anymore met name de avond verrassend mooi inkleurt en niet snel gaat vervelen. Het debuut van Cut Worms kwam voor mij net op het verkeerde moment, maar aan het sterke Nobody Lives Here Anymore ga ik de komende tijd nog heel veel plezier beleven. Erwin Zijleman
Cyndi Lauper - Detour (2016)

3,5
1
geplaatst: 12 mei 2016, 14:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cyndi Lauper - Detour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Cyndi Lauper denk ik direct aan de jaren 80. In eerste instantie natuurlijk aan de kauwgomballenpop van Girls Just Want To Have Fun, maar vervolgens ook aan prachtsongs als Time After Time en True Colors.
Door de kauwgomballenpop en haar uitbundige uitdossing werd Cyndi Lauper nooit heel serieus genomen door de ware muziekliefhebber, maar iedereen die haar platen kent, weet dat de zangeres uit New York wel degelijk veel te bieden had en heeft.
Een paar jaar geleden maakte Cyndi Lauper een geweldige bluesplaat (Memphis Blues uit 2010) en nu komt ze op de proppen met een onvervalste countryplaat.
Detour werd uiteraard opgenomen in Nashville, Tennessee, waar Cyndi Lauper niet alleen werd bijgestaan door een aantal gelouterde countrymuzikanten, maar ook door collega’s van naam en faam, onder wie Emmylou Harris, Willie Nelson, Jewel en Alison Krauss.
Op Detour gaat Cyndi Lauper aan de haal met een aantal country klassiekers en dat gaat haar verrassend goed af. De muzikanten die de Amerikaanse omringen zorgen voor een heerlijk traditioneel countrygeluid, dat doeltreffend binnen de lijntjes kleurt, waarna Cyndi Lauper het af mag maken met haar vocalen.
Van Girls Just Want To Have Fun naar country tranentrekkers lijkt een enorme stap, maar dat valt in de praktijk erg mee. Cyndi Lauper is inmiddels de 60 gepasseerd, waardoor haar stem doorleefder klinkt dan in de jaren 80 en, toch wel enigszins tot mijn verbazing, gemaakt lijkt voor country. Cyndi Lauper beschikt over een fraaie snik en is op Detour eigenlijk niet eens zo heel ver verwijderd van de countryzangeressen die in de jaren 70 furore maakten.
De critici worstelen met de vraag of deze plaat vol covers nu moet worden gezien als een leuk tussendoortje of als een volwaardig album van een zangeres die inmiddels wel degelijk serieus genomen moet worden.
Ik ben er zelf wel uit. Cyndi Lauper geeft op Detour op eigenzinnige wijze invulling aan traditionele countrymuziek en doet dit vol overtuiging. Bij de eerste keer horen was het vooral grappig, maar na een paar keer horen deed Detour toch veel meer met mij. Iets wat overigens jaren geleden precies zo verliep met Memphis Blues.
Cyndi Lauper zal de geschiedenisboeken in gaan als 80s ster, maar dit uitstapje richting de country mag er wat mij betreft best zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cyndi Lauper - Detour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Cyndi Lauper denk ik direct aan de jaren 80. In eerste instantie natuurlijk aan de kauwgomballenpop van Girls Just Want To Have Fun, maar vervolgens ook aan prachtsongs als Time After Time en True Colors.
Door de kauwgomballenpop en haar uitbundige uitdossing werd Cyndi Lauper nooit heel serieus genomen door de ware muziekliefhebber, maar iedereen die haar platen kent, weet dat de zangeres uit New York wel degelijk veel te bieden had en heeft.
Een paar jaar geleden maakte Cyndi Lauper een geweldige bluesplaat (Memphis Blues uit 2010) en nu komt ze op de proppen met een onvervalste countryplaat.
Detour werd uiteraard opgenomen in Nashville, Tennessee, waar Cyndi Lauper niet alleen werd bijgestaan door een aantal gelouterde countrymuzikanten, maar ook door collega’s van naam en faam, onder wie Emmylou Harris, Willie Nelson, Jewel en Alison Krauss.
Op Detour gaat Cyndi Lauper aan de haal met een aantal country klassiekers en dat gaat haar verrassend goed af. De muzikanten die de Amerikaanse omringen zorgen voor een heerlijk traditioneel countrygeluid, dat doeltreffend binnen de lijntjes kleurt, waarna Cyndi Lauper het af mag maken met haar vocalen.
Van Girls Just Want To Have Fun naar country tranentrekkers lijkt een enorme stap, maar dat valt in de praktijk erg mee. Cyndi Lauper is inmiddels de 60 gepasseerd, waardoor haar stem doorleefder klinkt dan in de jaren 80 en, toch wel enigszins tot mijn verbazing, gemaakt lijkt voor country. Cyndi Lauper beschikt over een fraaie snik en is op Detour eigenlijk niet eens zo heel ver verwijderd van de countryzangeressen die in de jaren 70 furore maakten.
De critici worstelen met de vraag of deze plaat vol covers nu moet worden gezien als een leuk tussendoortje of als een volwaardig album van een zangeres die inmiddels wel degelijk serieus genomen moet worden.
Ik ben er zelf wel uit. Cyndi Lauper geeft op Detour op eigenzinnige wijze invulling aan traditionele countrymuziek en doet dit vol overtuiging. Bij de eerste keer horen was het vooral grappig, maar na een paar keer horen deed Detour toch veel meer met mij. Iets wat overigens jaren geleden precies zo verliep met Memphis Blues.
Cyndi Lauper zal de geschiedenisboeken in gaan als 80s ster, maar dit uitstapje richting de country mag er wat mij betreft best zijn. Erwin Zijleman
Cyrena Wages - Vanity Project (2024)

4,0
0
geplaatst: 6 juli 2024, 16:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cyrena Wages - Vanity Project - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cyrena Wages - Vanity Project
Cyrena Wages heeft een countryalbum gemaakt dat niet klinkt als een authentiek countryalbum en ook niet als een modern countrypopalbum, maar wat is het, vooral door de imponerende zang, een overtuigend album
In een tijdperk waarin veel zangeressen fluisterzacht zingen is het even wennen aan de buitengewoon krachtige stem van Cyrena Wages. Het is een stem die haar debuutalbum Vanity Project een jaren 70 vibe geeft en die wordt versterkt door de muziek op het album, die put uit de archieven van de soulvolle rootsmuziek die decennia geleden werd gemaakt in Memphis, Tennessee, de thuisbasis van Cyrena Wages. Vanity Project klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flink anders dan de meeste andere rootsalbums van het moment, maar het prachtig door de gelouterde Matt Ross-Spang geproduceerde album knalt uit de speakers en wordt steeds wat mooier en indrukwekkender.
Vanity Project is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Cyrena Wages en het is een debuutalbum dat mij zeer aangenaam heeft verrast. Cyrena Wages werd geboren in Memphis, Tennessee, zocht op jonge leeftijd haar geluk als muzikante in Nashville, maar keerde uiteindelijk toch weer terug naar haar geboortegrond in Memphis omdat ze niet in het Nashville keurslijf wilde worden gedwongen. Dat is te horen op haar debuutalbum Vanity Project, dat anders klinkt dan de albums die momenteel in Nashville worden gemaakt.
Het debuutalbum van Cyrena Wages bevat flink wat invloeden uit de country, maar het is ook een album met heel veel soul. Het is een album dat de sfeer van het verleden ademt, want wanneer de muzikanten op het album de pannen van het dak spelen waan je je minstens een aantal decennia terug in de tijd. In muzikaal opzicht past Vanity Project uitstekend in het diepe zuiden van de Verenigde Staten met een mix van invloeden die binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan.
Cyrena Wages heeft zich voor haar debuutalbum omringd met een aantal uitstekende muzikanten, die tekenen voor een gloedvol geluid. Het is allemaal bijzonder mooi geproduceerd door de ervaren producer Matt Ross-Spang (Charley Crockett, St. Paul & The Broken Bones, S.G. Goodman, Margo Price). Het is een producer die al eerder liet horen dat hij uit de voeten kan met country en soul en ook op Vanity Project van Cyrena Wages vloeien invloeden uit de country fraai samen met invloeden uit de soul. Het geluid op het album is hoorbaar beïnvloed door albums die flink wat decennia geleden werden gemaakt, maar in het aanbod van het moment klinkt het debuutalbum van Cyrena Wages opvallend fris, zeker als ze in een aantal songs ook andere genres verkent.
In muzikaal opzicht maakt het debuutalbum van de muzikante uit Memphis makkelijk indruk met een vol en warm geluid, maar de zang op het album springt nog wat meer in het oor. Cyrena Wages beschikt over een hele mooie en ook opvallend krachtige stem. Ik hou over het algemeen niet zo van zangeressen die zo krachtig zingen als Cyrena Wages doet, maar de zang op Vanity Project overtuigt mij volledig. Zeker in de ballads maakt de Amerikaanse muzikante makkelijk indruk, maar als ze er nog een schepje bovenop doet in de uptempo songs raakt Cyrena Wages me nog steeds.
Ik heb de laatste tijd flink wat traditionele countryalbums of juist moderne countrypop albums opgepikt en omarmd. Het debuutalbum van Cyrena Wages past in geen van deze twee categorieën, maar ik vind het op een of andere manier wel een countryalbum. Het is een album waar ik in eerste instantie wel wat over getwijfeld heb, want ik moest wennen aan zowel de muziek als de zang, maar eenmaal gewend heb ik wel wat met de volle klanken en de uitbundige zang.
Vanity Project van Cyrena Wages is verschenen in een week met nog behoorlijk veel nieuwe albums, waardoor het album makkelijk tussen wal en schip valt, maar ik hoop dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die het album nog niet hebben beluisterd het de komende en wat rustigere weken nog een kans willen geven. Op basis van mijn eigen ervaringen zou ik er niet direct over oordelen, want na een paar keer horen is dit album wat mij betreft nog een stuk beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cyrena Wages - Vanity Project - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cyrena Wages - Vanity Project
Cyrena Wages heeft een countryalbum gemaakt dat niet klinkt als een authentiek countryalbum en ook niet als een modern countrypopalbum, maar wat is het, vooral door de imponerende zang, een overtuigend album
In een tijdperk waarin veel zangeressen fluisterzacht zingen is het even wennen aan de buitengewoon krachtige stem van Cyrena Wages. Het is een stem die haar debuutalbum Vanity Project een jaren 70 vibe geeft en die wordt versterkt door de muziek op het album, die put uit de archieven van de soulvolle rootsmuziek die decennia geleden werd gemaakt in Memphis, Tennessee, de thuisbasis van Cyrena Wages. Vanity Project klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flink anders dan de meeste andere rootsalbums van het moment, maar het prachtig door de gelouterde Matt Ross-Spang geproduceerde album knalt uit de speakers en wordt steeds wat mooier en indrukwekkender.
Vanity Project is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Cyrena Wages en het is een debuutalbum dat mij zeer aangenaam heeft verrast. Cyrena Wages werd geboren in Memphis, Tennessee, zocht op jonge leeftijd haar geluk als muzikante in Nashville, maar keerde uiteindelijk toch weer terug naar haar geboortegrond in Memphis omdat ze niet in het Nashville keurslijf wilde worden gedwongen. Dat is te horen op haar debuutalbum Vanity Project, dat anders klinkt dan de albums die momenteel in Nashville worden gemaakt.
Het debuutalbum van Cyrena Wages bevat flink wat invloeden uit de country, maar het is ook een album met heel veel soul. Het is een album dat de sfeer van het verleden ademt, want wanneer de muzikanten op het album de pannen van het dak spelen waan je je minstens een aantal decennia terug in de tijd. In muzikaal opzicht past Vanity Project uitstekend in het diepe zuiden van de Verenigde Staten met een mix van invloeden die binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan.
Cyrena Wages heeft zich voor haar debuutalbum omringd met een aantal uitstekende muzikanten, die tekenen voor een gloedvol geluid. Het is allemaal bijzonder mooi geproduceerd door de ervaren producer Matt Ross-Spang (Charley Crockett, St. Paul & The Broken Bones, S.G. Goodman, Margo Price). Het is een producer die al eerder liet horen dat hij uit de voeten kan met country en soul en ook op Vanity Project van Cyrena Wages vloeien invloeden uit de country fraai samen met invloeden uit de soul. Het geluid op het album is hoorbaar beïnvloed door albums die flink wat decennia geleden werden gemaakt, maar in het aanbod van het moment klinkt het debuutalbum van Cyrena Wages opvallend fris, zeker als ze in een aantal songs ook andere genres verkent.
In muzikaal opzicht maakt het debuutalbum van de muzikante uit Memphis makkelijk indruk met een vol en warm geluid, maar de zang op het album springt nog wat meer in het oor. Cyrena Wages beschikt over een hele mooie en ook opvallend krachtige stem. Ik hou over het algemeen niet zo van zangeressen die zo krachtig zingen als Cyrena Wages doet, maar de zang op Vanity Project overtuigt mij volledig. Zeker in de ballads maakt de Amerikaanse muzikante makkelijk indruk, maar als ze er nog een schepje bovenop doet in de uptempo songs raakt Cyrena Wages me nog steeds.
Ik heb de laatste tijd flink wat traditionele countryalbums of juist moderne countrypop albums opgepikt en omarmd. Het debuutalbum van Cyrena Wages past in geen van deze twee categorieën, maar ik vind het op een of andere manier wel een countryalbum. Het is een album waar ik in eerste instantie wel wat over getwijfeld heb, want ik moest wennen aan zowel de muziek als de zang, maar eenmaal gewend heb ik wel wat met de volle klanken en de uitbundige zang.
Vanity Project van Cyrena Wages is verschenen in een week met nog behoorlijk veel nieuwe albums, waardoor het album makkelijk tussen wal en schip valt, maar ik hoop dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die het album nog niet hebben beluisterd het de komende en wat rustigere weken nog een kans willen geven. Op basis van mijn eigen ervaringen zou ik er niet direct over oordelen, want na een paar keer horen is dit album wat mij betreft nog een stuk beter. Erwin Zijleman
