Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Carole King - Tapestry (1971)

5,0
2
geplaatst: 31 december 2023, 20:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carole King - Tapestry (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carole King - Tapestry (1971)
Het debuutalbum van Carole King flopte en de meeste andere albums die ze maakte zijn nauwelijks de moeite waard, maar het in 1971 verschenen Tapestry blijft een van de beste singer-songwriter albums aller tijden
Veel albums van vrouwelijke singer-songwriters hadden niet kunnen worden gemaakt zonder Tapestry van Carole King uit 1971. Het is een album met een serie bijna onwaarschijnlijk goede songs, maar het is ook een album waarop een aantal gelouterde sessiemuzikanten tekenen voor een prachtig tijdloos geluid. Het is echter zeker ook de zang van Carole Kind die van Tapestry zo’n fantastisch album maakt. De Amerikaanse muzikante zingt met heel veel gevoel en nog meer soul en zorgt er voor dat Tapestry ook na al die jaren goed is voor kippenvel. Het is een album dat terecht is uitgegroeid tot een van de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek en wat is het een invloedrijke klassieker geworden.
Ik maak er tegenwoordig zeker geen geheim van dat ik een enorm zwak heb voor vrouwelijke singer-songwriters, die week na week domineren op de krenten uit de pop, maar dat zwak heb ik zeker niet altijd gehad. Mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters bloeide pas op in de jaren 90 en pas aan het eind van de jaren 90 begon ik met het ontdekken van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 60 en 70.
Ik ontdekte vervolgens een heleboel geweldige albums, maar één album stak en steekt er voor mij nog altijd ver bovenuit en dat album is Tapestry van Carole King. Het in 1971 verschenen album behoort tot de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek en het is een album dat bij mij, ook na talloze keren horen, nog altijd goed is voor kippenvel.
Carole King was al een aantal jaren actief en behoorlijk succesvol als songwriter toen ze in 1970 haar debuutalbum Writer uitbracht. Het is een uitstekend album, maar het deed echt helemaal niets. Het had de carrière van Carole King in de knop kunnen breken, maar toen ze in 1971 haar tweede album Tapestry uitbracht was alles anders. Tapestry werd zeer warm ontvangen en zou uiteindelijk uitgroeien tot een van de meest succesvolle albums van de vroege jaren 70.
Carole King zou in 1971 met Music nog een prima album afleveren en ook het in 1975 verschenen Really Rosie is zeker niet slecht, maar de rest van het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter is weinig indrukwekkend, zeker als het wordt vergeleken met het briljante Tapestry. Tapestry behoort wat mij betreft dan ook tot de beste singer-songwriter albums ooit gemaakt.
Dat is het deels door de geweldige songs die Carole King voor het album schreef, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht is Tapestry een geweldig album. In muzikaal opzicht klinkt Tapestry na al die jaren misschien wel wat gedateerd, maar het album klinkt ook tijdloos. Zelf hou ik erg van het volle geluid van Tapestry, waarop de piano domineert, maar waarop ook prachtig gitaarspel en fraaie blazers zijn te horen. Voor het album werden een aantal zeer ervaren sessiemuzikanten opgetrommeld en dat is te horen. Het is een geluid dat je tegenwoordig niet vaak meer hoort, maar dat soms nog wel opduikt op vintage soulalbums.
Carole King verwerkt op Tapestry invloeden uit de folk en de jazz, maar het album klinkt ook heerlijk soulvol. Dat doet ook de stem van de Amerikaanse muzikante, die op Tapestry echt geweldig zingt. In vocaal opzicht is Tapestry een van de beste albums die ik ken en zeker de soulvolle tracks komen uit de tenen van Carole King.
Tapestry is zoals gezegd bovendien een album met een aantal geweldige songs. Het zijn songs die deels bekend zijn geworden door de vertolkingen van anderen als Will You Love Me Tomorrow van The Shirelles, You've Got A Friend van James Taylor en (You Make Me Feel Like) A Natural Woman van Aretha Franklin, maar de versies van Carole King hebben mijn voorkeur (al doet Aretha Franklin het natuurlijk geweldig).
Het zijn voor een groot deel inmiddels behoorlijk dood gedraaide songs, maar Tapestry van Carole King weet me toch altijd weer te raken. Het is best bijzonder dat iemand die een briljant album als Tapestry heeft gemaakt zo weinig memorabele albums op haar naam heeft staan, maar Tapestry is van een niveau dat maar heel weinig muzikanten gegeven is. Wat mij betreft een van de beste albums aller tijden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carole King - Tapestry (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carole King - Tapestry (1971)
Het debuutalbum van Carole King flopte en de meeste andere albums die ze maakte zijn nauwelijks de moeite waard, maar het in 1971 verschenen Tapestry blijft een van de beste singer-songwriter albums aller tijden
Veel albums van vrouwelijke singer-songwriters hadden niet kunnen worden gemaakt zonder Tapestry van Carole King uit 1971. Het is een album met een serie bijna onwaarschijnlijk goede songs, maar het is ook een album waarop een aantal gelouterde sessiemuzikanten tekenen voor een prachtig tijdloos geluid. Het is echter zeker ook de zang van Carole Kind die van Tapestry zo’n fantastisch album maakt. De Amerikaanse muzikante zingt met heel veel gevoel en nog meer soul en zorgt er voor dat Tapestry ook na al die jaren goed is voor kippenvel. Het is een album dat terecht is uitgegroeid tot een van de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek en wat is het een invloedrijke klassieker geworden.
Ik maak er tegenwoordig zeker geen geheim van dat ik een enorm zwak heb voor vrouwelijke singer-songwriters, die week na week domineren op de krenten uit de pop, maar dat zwak heb ik zeker niet altijd gehad. Mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters bloeide pas op in de jaren 90 en pas aan het eind van de jaren 90 begon ik met het ontdekken van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 60 en 70.
Ik ontdekte vervolgens een heleboel geweldige albums, maar één album stak en steekt er voor mij nog altijd ver bovenuit en dat album is Tapestry van Carole King. Het in 1971 verschenen album behoort tot de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek en het is een album dat bij mij, ook na talloze keren horen, nog altijd goed is voor kippenvel.
Carole King was al een aantal jaren actief en behoorlijk succesvol als songwriter toen ze in 1970 haar debuutalbum Writer uitbracht. Het is een uitstekend album, maar het deed echt helemaal niets. Het had de carrière van Carole King in de knop kunnen breken, maar toen ze in 1971 haar tweede album Tapestry uitbracht was alles anders. Tapestry werd zeer warm ontvangen en zou uiteindelijk uitgroeien tot een van de meest succesvolle albums van de vroege jaren 70.
Carole King zou in 1971 met Music nog een prima album afleveren en ook het in 1975 verschenen Really Rosie is zeker niet slecht, maar de rest van het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter is weinig indrukwekkend, zeker als het wordt vergeleken met het briljante Tapestry. Tapestry behoort wat mij betreft dan ook tot de beste singer-songwriter albums ooit gemaakt.
Dat is het deels door de geweldige songs die Carole King voor het album schreef, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht is Tapestry een geweldig album. In muzikaal opzicht klinkt Tapestry na al die jaren misschien wel wat gedateerd, maar het album klinkt ook tijdloos. Zelf hou ik erg van het volle geluid van Tapestry, waarop de piano domineert, maar waarop ook prachtig gitaarspel en fraaie blazers zijn te horen. Voor het album werden een aantal zeer ervaren sessiemuzikanten opgetrommeld en dat is te horen. Het is een geluid dat je tegenwoordig niet vaak meer hoort, maar dat soms nog wel opduikt op vintage soulalbums.
Carole King verwerkt op Tapestry invloeden uit de folk en de jazz, maar het album klinkt ook heerlijk soulvol. Dat doet ook de stem van de Amerikaanse muzikante, die op Tapestry echt geweldig zingt. In vocaal opzicht is Tapestry een van de beste albums die ik ken en zeker de soulvolle tracks komen uit de tenen van Carole King.
Tapestry is zoals gezegd bovendien een album met een aantal geweldige songs. Het zijn songs die deels bekend zijn geworden door de vertolkingen van anderen als Will You Love Me Tomorrow van The Shirelles, You've Got A Friend van James Taylor en (You Make Me Feel Like) A Natural Woman van Aretha Franklin, maar de versies van Carole King hebben mijn voorkeur (al doet Aretha Franklin het natuurlijk geweldig).
Het zijn voor een groot deel inmiddels behoorlijk dood gedraaide songs, maar Tapestry van Carole King weet me toch altijd weer te raken. Het is best bijzonder dat iemand die een briljant album als Tapestry heeft gemaakt zo weinig memorabele albums op haar naam heeft staan, maar Tapestry is van een niveau dat maar heel weinig muzikanten gegeven is. Wat mij betreft een van de beste albums aller tijden. Erwin Zijleman
Caroline Cotter - Gently as I Go (2023)

4,0
0
geplaatst: 23 augustus 2023, 12:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Cotter - Gently As I Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Cotter - Gently As I Go
De Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter gaf een aantal jaar geleden een goede baan op voor een onzeker bestaan in de muziek, maar laat met het uitstekende Gently As I Go horen dat dit een verstandig besluit was
Het is dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar kwaliteit komt altijd boven drijven. Die kwaliteit is in ruime mate aanwezig op Gently As I Go, het derde album van de Amerikaanse muzikante Caroline Cotter. De singer-songwriter uit Portland, Maine, beschikt over een hele mooie stem en zingt met veel gevoel. De muzikanten die haar omringen tekenen voor een zeer smaakvol geluid, dat de stem van Caroline Cotter alleen maar versterkt. Gently As I Go is ook nog eens een album met een serie uitstekende songs, waardoor dit album zomaar kan uitgroeien tot een van de betere rootsalbums van dit moment.
Gently As I Go is al het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter, die ik zelf voor de release van haar nieuwe album nooit ben tegengekomen. In het persbericht bij het album wordt aangegeven dat Gently As I Go in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Joni Mitchell, Carole King, Brandi Carlile, Antje Duvekot, Courtney Marie Andrews, Eva Cassidy, Anais Mitchell en Natalie Merchant. Dat is een flinke lijst met een aantal persoonlijke favorieten, waardoor ik zeker nieuwsgierig was naar het album.
Het bovenstaande lijstje suggereert dat Caroline Cotter zich deels heeft laten inspireren door singer-songwriters uit de jaren 60 en 70, maar ook aansluiting probeert te vinden bij de singer-songwriters van het moment. Die suggestie blijkt aardig te kloppen en vind ik persoonlijk interessanter dan een lijstje namen, waarvan ik de meeste overigens niet terug hoor bij beluistering van Gently As I Go.
Ik hoor af en toe wel wat van Natalie Merchant en dat is voor mij al meer dan voldoende aanbeveling. Ik hoor hiernaast wel wat van de muziek die Jewel in haar hele jonge jaren maakte en ook dat is wat mij betreft een compliment. Als ik een derde naam moet noemen kom ik uit bij Mary Chapin Carpenter en ook dat is vergelijkingsmateriaal om trots op te zijn. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het album.
Bij beluistering van Gently As I Go springt de stem van Caroline Cotter het eerst in het oor. Het is een mooie heldere stem die makkelijk binnen komt en het is een stem die, net als die van Natalie Merchant, een aangenaam ruw randje heeft. Caroline Cotter zingt met veel gevoel en expressie, waardoor haar songs vrijwel onmiddellijk iets met je doen, wat een bijzondere gave is.
De Amerikaanse muzikante die lange tijd in de staat Rhode Island woonde, maar inmiddels aan de rand van het Acadia National Park in de staat Maine woont, gaf een jaar of acht geleden een internationale carrière op om haar geluk te beproeven in de muziek, wat een moedig besluit was. Ze zal nog wel eens nagedacht over dit besluit toen de coronapandemie in 2020 en 2021 de muziekindustrie voor lange tijd lam legde. De pandemie was een voedingsbodem voor een aantal van de songs op Gently As I Go, waarvoor Caroline Cotter de tijd heeft kunnen nemen.
Dat laatste hoor je, want het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter is een zeer verzorgd klinkend album. Dat geldt in eerste instantie voor de zang, die echt bijzonder mooi is, maar ook in muzikaal opzicht klinkt het album prachtig. Caroline Cotter tekent zelf voor de akoestische gitaar, maar haalde ook twee drummers, twee bassisten, een gitarist en drie achtergrondzangeressen, onder wie Elise Leavy die ook onlangs een prachtig album afleverde, naar de studio. Co-producer Alec Spiegelman leefde zich tenslotte nog eens uit en voegde klarinet, fluit, orgel en synths toe aan het album. Ondanks alle instrumenten is Gently As I Go een betrekkelijk ingetogen ingekleurd album, waarop de prachtige stem van Caroline Cotter centraal staat.
De Amerikaanse muzikante is niet alleen een geweldige zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter, waardoor haar nieuwe album zich direct opdrong deze week en de verworven aandacht vervolgens ook niet meer afstond. Caroline Cotter opereert in een overvol genre, waarin wekelijks talloze albums verschijnen, maar Gently As I Go springt er in kwalitatief en artistiek opzicht voor mij voldoende uit. Meer dan voldoende zelfs, want nu ik het album meerdere keren heb gehoord is het mij inmiddels behoorlijk dierbaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Cotter - Gently As I Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Cotter - Gently As I Go
De Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter gaf een aantal jaar geleden een goede baan op voor een onzeker bestaan in de muziek, maar laat met het uitstekende Gently As I Go horen dat dit een verstandig besluit was
Het is dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar kwaliteit komt altijd boven drijven. Die kwaliteit is in ruime mate aanwezig op Gently As I Go, het derde album van de Amerikaanse muzikante Caroline Cotter. De singer-songwriter uit Portland, Maine, beschikt over een hele mooie stem en zingt met veel gevoel. De muzikanten die haar omringen tekenen voor een zeer smaakvol geluid, dat de stem van Caroline Cotter alleen maar versterkt. Gently As I Go is ook nog eens een album met een serie uitstekende songs, waardoor dit album zomaar kan uitgroeien tot een van de betere rootsalbums van dit moment.
Gently As I Go is al het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter, die ik zelf voor de release van haar nieuwe album nooit ben tegengekomen. In het persbericht bij het album wordt aangegeven dat Gently As I Go in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Joni Mitchell, Carole King, Brandi Carlile, Antje Duvekot, Courtney Marie Andrews, Eva Cassidy, Anais Mitchell en Natalie Merchant. Dat is een flinke lijst met een aantal persoonlijke favorieten, waardoor ik zeker nieuwsgierig was naar het album.
Het bovenstaande lijstje suggereert dat Caroline Cotter zich deels heeft laten inspireren door singer-songwriters uit de jaren 60 en 70, maar ook aansluiting probeert te vinden bij de singer-songwriters van het moment. Die suggestie blijkt aardig te kloppen en vind ik persoonlijk interessanter dan een lijstje namen, waarvan ik de meeste overigens niet terug hoor bij beluistering van Gently As I Go.
Ik hoor af en toe wel wat van Natalie Merchant en dat is voor mij al meer dan voldoende aanbeveling. Ik hoor hiernaast wel wat van de muziek die Jewel in haar hele jonge jaren maakte en ook dat is wat mij betreft een compliment. Als ik een derde naam moet noemen kom ik uit bij Mary Chapin Carpenter en ook dat is vergelijkingsmateriaal om trots op te zijn. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het album.
Bij beluistering van Gently As I Go springt de stem van Caroline Cotter het eerst in het oor. Het is een mooie heldere stem die makkelijk binnen komt en het is een stem die, net als die van Natalie Merchant, een aangenaam ruw randje heeft. Caroline Cotter zingt met veel gevoel en expressie, waardoor haar songs vrijwel onmiddellijk iets met je doen, wat een bijzondere gave is.
De Amerikaanse muzikante die lange tijd in de staat Rhode Island woonde, maar inmiddels aan de rand van het Acadia National Park in de staat Maine woont, gaf een jaar of acht geleden een internationale carrière op om haar geluk te beproeven in de muziek, wat een moedig besluit was. Ze zal nog wel eens nagedacht over dit besluit toen de coronapandemie in 2020 en 2021 de muziekindustrie voor lange tijd lam legde. De pandemie was een voedingsbodem voor een aantal van de songs op Gently As I Go, waarvoor Caroline Cotter de tijd heeft kunnen nemen.
Dat laatste hoor je, want het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter is een zeer verzorgd klinkend album. Dat geldt in eerste instantie voor de zang, die echt bijzonder mooi is, maar ook in muzikaal opzicht klinkt het album prachtig. Caroline Cotter tekent zelf voor de akoestische gitaar, maar haalde ook twee drummers, twee bassisten, een gitarist en drie achtergrondzangeressen, onder wie Elise Leavy die ook onlangs een prachtig album afleverde, naar de studio. Co-producer Alec Spiegelman leefde zich tenslotte nog eens uit en voegde klarinet, fluit, orgel en synths toe aan het album. Ondanks alle instrumenten is Gently As I Go een betrekkelijk ingetogen ingekleurd album, waarop de prachtige stem van Caroline Cotter centraal staat.
De Amerikaanse muzikante is niet alleen een geweldige zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter, waardoor haar nieuwe album zich direct opdrong deze week en de verworven aandacht vervolgens ook niet meer afstond. Caroline Cotter opereert in een overvol genre, waarin wekelijks talloze albums verschijnen, maar Gently As I Go springt er in kwalitatief en artistiek opzicht voor mij voldoende uit. Meer dan voldoende zelfs, want nu ik het album meerdere keren heb gehoord is het mij inmiddels behoorlijk dierbaar. Erwin Zijleman
Caroline Polachek - Desire, I Want to Turn Into You (2023)

4,5
2
geplaatst: 19 februari 2023, 10:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Polachek - Desire, I Want To Turn Into You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Polachek - Desire, I Want To Turn Into You
Luister oppervlakkig naar Desire, I Want To Turn Into You van Caroline Polachek en je hoort een goed gemaakte popplaat, maar luister net wat beter en je opent een schatkist vol mooie en bijzondere verrassingen
Toen in de herfst van 2019 Pang van Caroline Polachek verscheen bleef het opvallend stil, maar op een of andere manier is de Amerikaanse muzikante sindsdien uitgegroeid tot een potentiële wereldster. Haar nieuwe album Desire, I Want To Turn Into You wordt momenteel stevig bewierookt en dat is helemaal terecht. Caroline Polachek heeft immers een hoogstaand popalbum gemaakt, dat bij vlagen net zo aanstekelijk is als de albums van gerenommeerde popprinsessen, maar wel veel dieper graaft. Zeker wanneer het tempo omlaag gaat verrast Caroline Polachek in muzikaal opzicht en imponeert ze in vocaal opzicht. Op Desire, I Want To Turn Into You laat Caroline Polachek de popmuziek van de toekomst horen en het klinkt fantastisch.
Desire, I Want To Turn Into You, het op Valentijnsdag verschenen tweede album van de Amerikaanse muzikante Caroline Polachek, werd de afgelopen week, toch wel enigszins tot mijn verbazing, binnengehaald als een van de grote albums van 2023. De wijze waarop er al weken heel druk werd gedaan over het album, dat de afgelopen week dan definitief de hemel in werd geprezen, lijkt vooral een hype, maar het is wel een hele intrigerende hype.
Caroline Polachek is immers zeker geen nieuwkomer in de muziek. Ze maakte drie eigenzinnige popalbums als lid van het onderschatte duo Chairlift, bracht als Ramona Lisa een fraai folky en filmisch album uit en timmerde bovendien aan de weg als producer voor onder andere Charli XCX. Tenslotte was er in de herfst van 2019 met Pang het eerste soloalbum onder haar eigen naam, dat destijds niet overdreven veel deed. Ik pikte het album zelf wel op, omarmde het in eerste instantie als een ‘guilty pop pleasure’, maar raakte vervolgens snel onder de indruk van het bijzondere talent van Caroline Polachek.
Pang kreeg in 2019 veel te weinig aandacht, maar inmiddels is alles anders voor de Amerikaanse muzikante, die absoluut het momentum heeft. Dat is niet meer dan terecht, want ook Desire, I Want To Turn Into You is een geweldig album. Het is een album dat opent met drie aanstekelijke popsongs die wat mij betreft nog niet laten horen wat Caroline Polachek in huis heeft, al hoor je wel dat ze een bijzondere zangeres is met een enorm bereik (ze is niet voor niets een geschoold operazangeres).
Na drie goed gemaakte popsongs, die met een beetje fantasie ook door Grimes of Taylor Swift gemaakt hadden kunnen worden, en een opvallend zonnig popliedje met een beetje flamenco, begint Desire, I Want To Turn Into You pas echt met het maken van diepe indruk in de vijfde track. Het tempo gaat in deze track wat omlaag, de elektronica en de ritmes worden spannender en de zang van Caroline Polachek wordt pas echt indrukwekkend. Ook in de tracks die volgen stopt de Amerikaanse muzikante heel veel avontuur in haar vooral maar zeker niet elektronisch ingekleurde songs en overtuigt ze bijzonder makkelijk als zangeres.
Caroline Polachek maakt op Desire, I Want To Turn Into You pop met een hoofdletter P, maar ze graaft een stuk dieper dan de gemiddelde popprinses. De muziek van de al even eigenzinnige Grimes is goed vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van St. Vincent en Hyd moeten worden genoemd. Zeker wanneer je wat beter luistert naar het album hoor je hoe knap de muziek van Caroline Polachek in elkaar zit, wat af en toe zelfs associaties oplevert met de muziek van Kate Bush, vooral wanneer het gaat om het gebruik van klanken en haar stem.
Caroline Polachek laat, nog meer dan op haar eerdere werk, horen dat ze een geweldige zangeres is met een bereik om bang van te worden, maar ook in muzikaal opzicht is Desire, I Want To Turn Into You een bijzonder fascinerend album. Wat bij oppervlakkige beluistering hooguit een serie moderne popsongs is, komt volledig tot leven bij beluistering met de koptelefoon. Dan pas hoor je hoeveel bijzonders Caroline Polachek heeft verstopt in haar muziek en hoe ze op onnavolgbare wijze op de hak van de tak springt en steeds weer dingen doet die je niet verwacht, onder andere met verrassende invloeden en muzikale en productionele hoogstandjes.
Desire, I Want To Turn Into You wordt, zoals gezegd tot mijn verbazing, binnengehaald als een van de grote albums van 2023. Dat verbaast me vooral omdat het in 2019 zo stil bleef rond het debuut van Caroline Polachek, want dat Desire, I Want To Turn Into You een van de grote albums van 2023 is staat ook voor mij vast en ik ben nog lang niet klaar met het ontdekken van dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Polachek - Desire, I Want To Turn Into You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Polachek - Desire, I Want To Turn Into You
Luister oppervlakkig naar Desire, I Want To Turn Into You van Caroline Polachek en je hoort een goed gemaakte popplaat, maar luister net wat beter en je opent een schatkist vol mooie en bijzondere verrassingen
Toen in de herfst van 2019 Pang van Caroline Polachek verscheen bleef het opvallend stil, maar op een of andere manier is de Amerikaanse muzikante sindsdien uitgegroeid tot een potentiële wereldster. Haar nieuwe album Desire, I Want To Turn Into You wordt momenteel stevig bewierookt en dat is helemaal terecht. Caroline Polachek heeft immers een hoogstaand popalbum gemaakt, dat bij vlagen net zo aanstekelijk is als de albums van gerenommeerde popprinsessen, maar wel veel dieper graaft. Zeker wanneer het tempo omlaag gaat verrast Caroline Polachek in muzikaal opzicht en imponeert ze in vocaal opzicht. Op Desire, I Want To Turn Into You laat Caroline Polachek de popmuziek van de toekomst horen en het klinkt fantastisch.
Desire, I Want To Turn Into You, het op Valentijnsdag verschenen tweede album van de Amerikaanse muzikante Caroline Polachek, werd de afgelopen week, toch wel enigszins tot mijn verbazing, binnengehaald als een van de grote albums van 2023. De wijze waarop er al weken heel druk werd gedaan over het album, dat de afgelopen week dan definitief de hemel in werd geprezen, lijkt vooral een hype, maar het is wel een hele intrigerende hype.
Caroline Polachek is immers zeker geen nieuwkomer in de muziek. Ze maakte drie eigenzinnige popalbums als lid van het onderschatte duo Chairlift, bracht als Ramona Lisa een fraai folky en filmisch album uit en timmerde bovendien aan de weg als producer voor onder andere Charli XCX. Tenslotte was er in de herfst van 2019 met Pang het eerste soloalbum onder haar eigen naam, dat destijds niet overdreven veel deed. Ik pikte het album zelf wel op, omarmde het in eerste instantie als een ‘guilty pop pleasure’, maar raakte vervolgens snel onder de indruk van het bijzondere talent van Caroline Polachek.
Pang kreeg in 2019 veel te weinig aandacht, maar inmiddels is alles anders voor de Amerikaanse muzikante, die absoluut het momentum heeft. Dat is niet meer dan terecht, want ook Desire, I Want To Turn Into You is een geweldig album. Het is een album dat opent met drie aanstekelijke popsongs die wat mij betreft nog niet laten horen wat Caroline Polachek in huis heeft, al hoor je wel dat ze een bijzondere zangeres is met een enorm bereik (ze is niet voor niets een geschoold operazangeres).
Na drie goed gemaakte popsongs, die met een beetje fantasie ook door Grimes of Taylor Swift gemaakt hadden kunnen worden, en een opvallend zonnig popliedje met een beetje flamenco, begint Desire, I Want To Turn Into You pas echt met het maken van diepe indruk in de vijfde track. Het tempo gaat in deze track wat omlaag, de elektronica en de ritmes worden spannender en de zang van Caroline Polachek wordt pas echt indrukwekkend. Ook in de tracks die volgen stopt de Amerikaanse muzikante heel veel avontuur in haar vooral maar zeker niet elektronisch ingekleurde songs en overtuigt ze bijzonder makkelijk als zangeres.
Caroline Polachek maakt op Desire, I Want To Turn Into You pop met een hoofdletter P, maar ze graaft een stuk dieper dan de gemiddelde popprinses. De muziek van de al even eigenzinnige Grimes is goed vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van St. Vincent en Hyd moeten worden genoemd. Zeker wanneer je wat beter luistert naar het album hoor je hoe knap de muziek van Caroline Polachek in elkaar zit, wat af en toe zelfs associaties oplevert met de muziek van Kate Bush, vooral wanneer het gaat om het gebruik van klanken en haar stem.
Caroline Polachek laat, nog meer dan op haar eerdere werk, horen dat ze een geweldige zangeres is met een bereik om bang van te worden, maar ook in muzikaal opzicht is Desire, I Want To Turn Into You een bijzonder fascinerend album. Wat bij oppervlakkige beluistering hooguit een serie moderne popsongs is, komt volledig tot leven bij beluistering met de koptelefoon. Dan pas hoor je hoeveel bijzonders Caroline Polachek heeft verstopt in haar muziek en hoe ze op onnavolgbare wijze op de hak van de tak springt en steeds weer dingen doet die je niet verwacht, onder andere met verrassende invloeden en muzikale en productionele hoogstandjes.
Desire, I Want To Turn Into You wordt, zoals gezegd tot mijn verbazing, binnengehaald als een van de grote albums van 2023. Dat verbaast me vooral omdat het in 2019 zo stil bleef rond het debuut van Caroline Polachek, want dat Desire, I Want To Turn Into You een van de grote albums van 2023 is staat ook voor mij vast en ik ben nog lang niet klaar met het ontdekken van dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Caroline Polachek - Pang (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2019, 17:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Polacheck - Pang - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Polacheck - Pang
Caroline Polacheck maakt voor het eerst muziek onder haar eigen naam en kiest voor aanstekelijke elektronische pop vol diepgang en melancholie
De naam Caroline Polacheck deed bij mij niet direct een belletje rinkelen en haar debuut Pang klonk voor mij in eerste instantie als een mooie maar niet heel opzienbarende elektropop plaat, maar inmiddels weet ik beter. De muzikante uit New York liet al eerder horen dat ze niet vies is van avontuur en dat ze geweldig kan zingen en dat doet ze ook op Pang, dat spannende en veelzijdige elektropop laat horen. Het is elektropop vol melancholie, want Pang is ook nog eens een breakup plaat, wat nog een extra dimensie toevoegt aan de muziek van Caroline Polacheck. Ik ben inmiddels overtuigd door de kwaliteiten van dit album.
Pang is het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Polacheck of in ieder geval het eerste album dat ze onder haar eigen naam uitbrengt.
Een jaar of vijf geleden maakte ze als Ramona Lisa al eens een prima en zeer goed ontvangen album (Arcadia) en hiervoor speelde ze in de band Chairlift. Bovendien maakte ze twee jaar geleden een instrumentaal album onder de naam CEP (haar initialen).
Dat Pang niet onder de naam Ramona Lisa of de naam CEP wordt uitgebracht is logisch, want in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Caroline Polacheck lichtjaren verwijderd van het debuut van Ramona Lisa of dat van CEP. De muziek van Chairlift is misschien nog het minst ver weg, al drukt Caroline Polacheck nadrukkelijk haar eigen stempel op haar nieuwe album.
Pang past in het hokje moderne elektronische popmuziek of elektropop, maar hoewel Caroline Polacheck zeker niet vies is van lekker in het gehoor liggende popsongs, is ze ook zeker niet de zoveelste 13 in een dozijn popprinses. Pang combineert hitgevoelige elektronische popmuziek met avontuurlijke R&B en met diepgang die niet heel gangbaar is in het genre.
Het elektronische geluid op Pang is soms zwaar aangezet, soms zeer aanstekelijk, maar Caroline Polacheck schuwt ook het avontuur en het experiment niet. Het avontuur in het elektronische klankentapijt op Pang onderscheidt het album al ruimschoots van de middelmaat en dat doet Caroline Polacheck nog veel overtuigender met haar stem, die de songs op haar debuut stuk voor stuk optilt.
Dat hoor je het duidelijkst in de zich wat langzamer voortslepende songs, waarin de muziek van de singer-songwriter uit New York opeens iets melancholisch heeft. Dat is niet zo gek, want Pang is een breakup album dat volgt op een stukgelopen relatie. Zeker in de songs waarin de elektronica even een pas op de plaats maakt, lucht Caroline Polacheck haar hart en stort ze het nodige leed over ons uit. Juist in deze songs hoor je hoe mooi en veelzijdig haar geschoolde stem is en geeft ze de andere zangeressen in het genre flink het nakijken, ook als ze sporadisch de autotune gebruikt.
Maar ook als de elektronica flink aanzwelt valt er veel te genieten op Pang. Net als bijvoorbeeld Solange kiest Caroline Polacheck voor een aangenaam klinkend, maar ook verrassend elektronisch klankentapijt, dat haar songs voorziet van meerdere dimensies. Het is knap hoe de muzikante uit New York experimenten die bijna tegen de haren instrijken kan laten klinken als lekker in het gehoor liggende popsongs, maar ook als ze echt buiten de lijntjes kleurt blijft Pang een behoorlijk toegankelijk album.
Het is een album dat waarschijnlijk makkelijk aan de kant zal worden geschoven en zal worden afgedaan als 13 in een dozijn pop, maar dat is Pang zeker niet. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort en waarop Caroline Polacheck op indrukwekkende wijze haar leed vertaalt in spannende songs, waarin hier en daar toch ook weer fragmenten van de muziek van Ramona Lisa en CEP opduiken. Na eerste beluistering aarzelde ik nog wel wat, maar sindsdien is Pang van Caroline Polacheck alleen maar leuker en interessanter geworden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Polacheck - Pang - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Polacheck - Pang
Caroline Polacheck maakt voor het eerst muziek onder haar eigen naam en kiest voor aanstekelijke elektronische pop vol diepgang en melancholie
De naam Caroline Polacheck deed bij mij niet direct een belletje rinkelen en haar debuut Pang klonk voor mij in eerste instantie als een mooie maar niet heel opzienbarende elektropop plaat, maar inmiddels weet ik beter. De muzikante uit New York liet al eerder horen dat ze niet vies is van avontuur en dat ze geweldig kan zingen en dat doet ze ook op Pang, dat spannende en veelzijdige elektropop laat horen. Het is elektropop vol melancholie, want Pang is ook nog eens een breakup plaat, wat nog een extra dimensie toevoegt aan de muziek van Caroline Polacheck. Ik ben inmiddels overtuigd door de kwaliteiten van dit album.
Pang is het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Polacheck of in ieder geval het eerste album dat ze onder haar eigen naam uitbrengt.
Een jaar of vijf geleden maakte ze als Ramona Lisa al eens een prima en zeer goed ontvangen album (Arcadia) en hiervoor speelde ze in de band Chairlift. Bovendien maakte ze twee jaar geleden een instrumentaal album onder de naam CEP (haar initialen).
Dat Pang niet onder de naam Ramona Lisa of de naam CEP wordt uitgebracht is logisch, want in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Caroline Polacheck lichtjaren verwijderd van het debuut van Ramona Lisa of dat van CEP. De muziek van Chairlift is misschien nog het minst ver weg, al drukt Caroline Polacheck nadrukkelijk haar eigen stempel op haar nieuwe album.
Pang past in het hokje moderne elektronische popmuziek of elektropop, maar hoewel Caroline Polacheck zeker niet vies is van lekker in het gehoor liggende popsongs, is ze ook zeker niet de zoveelste 13 in een dozijn popprinses. Pang combineert hitgevoelige elektronische popmuziek met avontuurlijke R&B en met diepgang die niet heel gangbaar is in het genre.
Het elektronische geluid op Pang is soms zwaar aangezet, soms zeer aanstekelijk, maar Caroline Polacheck schuwt ook het avontuur en het experiment niet. Het avontuur in het elektronische klankentapijt op Pang onderscheidt het album al ruimschoots van de middelmaat en dat doet Caroline Polacheck nog veel overtuigender met haar stem, die de songs op haar debuut stuk voor stuk optilt.
Dat hoor je het duidelijkst in de zich wat langzamer voortslepende songs, waarin de muziek van de singer-songwriter uit New York opeens iets melancholisch heeft. Dat is niet zo gek, want Pang is een breakup album dat volgt op een stukgelopen relatie. Zeker in de songs waarin de elektronica even een pas op de plaats maakt, lucht Caroline Polacheck haar hart en stort ze het nodige leed over ons uit. Juist in deze songs hoor je hoe mooi en veelzijdig haar geschoolde stem is en geeft ze de andere zangeressen in het genre flink het nakijken, ook als ze sporadisch de autotune gebruikt.
Maar ook als de elektronica flink aanzwelt valt er veel te genieten op Pang. Net als bijvoorbeeld Solange kiest Caroline Polacheck voor een aangenaam klinkend, maar ook verrassend elektronisch klankentapijt, dat haar songs voorziet van meerdere dimensies. Het is knap hoe de muzikante uit New York experimenten die bijna tegen de haren instrijken kan laten klinken als lekker in het gehoor liggende popsongs, maar ook als ze echt buiten de lijntjes kleurt blijft Pang een behoorlijk toegankelijk album.
Het is een album dat waarschijnlijk makkelijk aan de kant zal worden geschoven en zal worden afgedaan als 13 in een dozijn pop, maar dat is Pang zeker niet. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort en waarop Caroline Polacheck op indrukwekkende wijze haar leed vertaalt in spannende songs, waarin hier en daar toch ook weer fragmenten van de muziek van Ramona Lisa en CEP opduiken. Na eerste beluistering aarzelde ik nog wel wat, maar sindsdien is Pang van Caroline Polacheck alleen maar leuker en interessanter geworden. Erwin Zijleman
Caroline Rose - Loner (2018)

4,5
1
geplaatst: 4 maart 2018, 20:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Rose - LONER - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caroline Rose ken ik vaag van haar twee vorige platen. Het zijn twee vooral folky platen die me opvielen door de mooie en krachtige stem van de singer-songwriter uit Long Island, New York, maar die verder niet echt opzien baarden.
Dat doet Caroline Rose wel met haar onlangs verschenen derde plaat, die vergeleken met zijn twee voorgangers meerdere nieuwe wegen in slaat.
LONER van Caroline Rose was bij mij de afgelopen week op de af te voeren stapel beland, wat deels te maken heeft met het absurd grote aanbod van het moment, maar mogelijk ook het gevolg was van de wat absurde hoes waarin LONER is gestoken.
Het is een hoes die bij mij associaties opriep met vrouwelijke Britse rappers, maar dat is een genre waaraan Caroline Rose zich op LONER gelukkig niet waagt (al is er één twijfelgevalletje).
Op LONER heeft Caroline Rose de folk afgezworen en gaat ze aan de haal met pop en rock. De plaat werd naar eigen zeggen evenveel geïnspireerd door de platen van Justin Timberlake en Britney Spears als door Britse punk en new wave uit de tweede helft van de jaren 70; op zijn minst een opvallende combinatie.
De nog altijd aangename en krachtige stem van Caroline Rose kan zich in het veelkleurige muzikale landschap waarin ze zich op haar nieuwe plaat beweegt veel makkelijker onderscheiden dan op haar folkplaten, maar voor de fans van het eerste uur zal het even schrikken of op zijn minst wennen zijn. Zelf ben ik wel gecharmeerd van het avontuur waarmee Caroline Rose zich op haar derde plaat heeft omringd.
Zeker wanneer het aangenaam zeurende orgeltje wordt ingezet, en dat is gelukkig vaak het geval, dringt de muziek van Caroline Rose zich nadrukkelijk op en hoor je al snel dat we te maken hebben met een getalenteerde dame.
De stem van Caroline Rose voelt zich op LONER als een vis in het water en beweegt zich soepel over een muzikaal palet waarop naast pop en rock ook soul, dance, triphop, dub, elektronica, hier en daar toch ook een vleugje roots en vooral flink wat 70s en 80s new wave opduiken.
LONER bevat een aantal songs die nadrukkelijk flirten met de dansvloer of de populaire radiostations, maar Caroline Rose is op haar best wanneer ze kiest voor zich langzaam voortslepende en donkere klanken, waarin de dreigende en donkere onderlaag prachtig contrasteert met de krachtige en aangename stem van de Amerikaanse singer-songwriter.
Maar ook als Caroline Rose kiest voor catchy en meer uptempo popliedjes is ze de popprinsessen van het moment qua niveau en verrassing een flink stuk voor en is de heldere productie van de Britse topproducer Paul Butler de kers op de taart.
LONER is vaak goed voor een brede glimlach, maar Caroline Rose weet ook steeds te verrassen met een instrumentatie die alle kanten op schiet en de songs op de plaat steeds weer andere richtingen op duwt. Als folkie wist Caroline Rose zich wat mij betreft niet echt te onderscheiden van de moordende concurrentie, maar als alternatieve popprinses gooit ze wat mij betreft hoge ogen.
LONER is een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is ook een reis langs een omgevallen platenkast met vooral new wave klassiekers en een plaat met een bovengemiddeld aantal memorabele popliedjes. Ik heb de plaat eerder deze week te snel terzijde geschoven, maar nu komt dit poppareltje voorlopig de cd speler niet meer uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Rose - LONER - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caroline Rose ken ik vaag van haar twee vorige platen. Het zijn twee vooral folky platen die me opvielen door de mooie en krachtige stem van de singer-songwriter uit Long Island, New York, maar die verder niet echt opzien baarden.
Dat doet Caroline Rose wel met haar onlangs verschenen derde plaat, die vergeleken met zijn twee voorgangers meerdere nieuwe wegen in slaat.
LONER van Caroline Rose was bij mij de afgelopen week op de af te voeren stapel beland, wat deels te maken heeft met het absurd grote aanbod van het moment, maar mogelijk ook het gevolg was van de wat absurde hoes waarin LONER is gestoken.
Het is een hoes die bij mij associaties opriep met vrouwelijke Britse rappers, maar dat is een genre waaraan Caroline Rose zich op LONER gelukkig niet waagt (al is er één twijfelgevalletje).
Op LONER heeft Caroline Rose de folk afgezworen en gaat ze aan de haal met pop en rock. De plaat werd naar eigen zeggen evenveel geïnspireerd door de platen van Justin Timberlake en Britney Spears als door Britse punk en new wave uit de tweede helft van de jaren 70; op zijn minst een opvallende combinatie.
De nog altijd aangename en krachtige stem van Caroline Rose kan zich in het veelkleurige muzikale landschap waarin ze zich op haar nieuwe plaat beweegt veel makkelijker onderscheiden dan op haar folkplaten, maar voor de fans van het eerste uur zal het even schrikken of op zijn minst wennen zijn. Zelf ben ik wel gecharmeerd van het avontuur waarmee Caroline Rose zich op haar derde plaat heeft omringd.
Zeker wanneer het aangenaam zeurende orgeltje wordt ingezet, en dat is gelukkig vaak het geval, dringt de muziek van Caroline Rose zich nadrukkelijk op en hoor je al snel dat we te maken hebben met een getalenteerde dame.
De stem van Caroline Rose voelt zich op LONER als een vis in het water en beweegt zich soepel over een muzikaal palet waarop naast pop en rock ook soul, dance, triphop, dub, elektronica, hier en daar toch ook een vleugje roots en vooral flink wat 70s en 80s new wave opduiken.
LONER bevat een aantal songs die nadrukkelijk flirten met de dansvloer of de populaire radiostations, maar Caroline Rose is op haar best wanneer ze kiest voor zich langzaam voortslepende en donkere klanken, waarin de dreigende en donkere onderlaag prachtig contrasteert met de krachtige en aangename stem van de Amerikaanse singer-songwriter.
Maar ook als Caroline Rose kiest voor catchy en meer uptempo popliedjes is ze de popprinsessen van het moment qua niveau en verrassing een flink stuk voor en is de heldere productie van de Britse topproducer Paul Butler de kers op de taart.
LONER is vaak goed voor een brede glimlach, maar Caroline Rose weet ook steeds te verrassen met een instrumentatie die alle kanten op schiet en de songs op de plaat steeds weer andere richtingen op duwt. Als folkie wist Caroline Rose zich wat mij betreft niet echt te onderscheiden van de moordende concurrentie, maar als alternatieve popprinses gooit ze wat mij betreft hoge ogen.
LONER is een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is ook een reis langs een omgevallen platenkast met vooral new wave klassiekers en een plaat met een bovengemiddeld aantal memorabele popliedjes. Ik heb de plaat eerder deze week te snel terzijde geschoven, maar nu komt dit poppareltje voorlopig de cd speler niet meer uit. Erwin Zijleman
Caroline Rose - Superstar (2020)

4,0
2
geplaatst: 10 maart 2020, 16:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Rose - Superstar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Rose - Superstar
Caroline Rose kiest op Superstar echt vol voor de pop, maar heeft een geluid en songs in elkaar geknutseld die bij iedere keer horen weer wat interessanter en aanstekelijker klinken
Op LONER sloeg Caroline Rose een nieuwe weg in en maakte ze indruk met even eigenzinnige als aanstekelijke popmuziek. Op Superstar is het aanstekelijke gebleven, maar lijkt het eigenzinnige te hebben plaats gemaakt voor hitgevoelige pop. Lijkt, want hoe vaker je naar Superstar luistert, hoe knapper het album in elkaar blijkt te steken. Caroline Rose sluit op Superstar aan bij de elektronische popmuziek van het moment, maar verwerkt stiekem ook heel wat invloeden uit het verleden. Superstar wint hierdoor snel aan kracht en verleidt uiteindelijk minstens net zo meedogenloos als het vorige album van de muzikante uit New York.
Caroline Rose begon een jaar of tien geleden als folkie, maar wist zich met haar op zich aardige debuut niet voldoende te onderscheiden van al haar soortgenoten. Ze ontwikkelde vervolgens een bijzonder geluid vol invloeden en een flinke dosis pop en dit geluid kwam voor het eerst tot volle wasdom op het in 2018 verschenen LONER, dat volkomen terecht werd overladen met superlatieven.
LONER is deze week opgevolgd door Superstar, dat nog wat verder doorslaat richting pop. Op haar nieuwe album kiest de singer-songwriter uit Long Island, New York zelfs zo vol voor de pop, dat een ieder die geen zwak heeft voor dit genre maar beter met een brede boog om het nieuwe album van Caroline Rose heen kan lopen.
Ik hou zelf wel van goedgemaakte popmuziek en zeker van de geweldige popliedjes van Caroline Rose. Waar LONER bij vlagen nog eigenwijs en stekelig klonk en ook invloeden uit de Americana en de new wave verwerkte, grossiert het nieuwe album van de New Yorkse singer-songwriter, zeker bij oppervlakkige beluistering, vooral in lekker in het gehoor liggende en moderne pop, al is een bijzondere twist bij Caroline Rose gelukkig nooit ver weg.
Superstar is voorzien van een bijzonder rijk en smaakvol geluid, waarin elektronica domineert, maar waarin ook ruimte is voor andere instrumenten. Het is een geluid dat vrijwel door Caroline Rose zelf in elkaar werd geknutseld en ook door de muzikante uit New York werd geproduceerd.
Het elektronische geluid op Superstar klinkt, zeker op het eerste gehoor, net zo gelikt als de nieuwe songs van Caroline Rose, maar schijn bedriegt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je een buitengewoon knap in elkaar geknutseld geluid, dat vol zit met verrassende wendingen en bijzondere geluiden. Het past wel bij Caroline Rose, die je, net als met haar vorige album, steeds weer op het verkeerde been zet.
Superstar lijkt op het eerste gehoor misschien wat eendimensionale pop te bevatten, maar zowel in muzikaal opzicht als qua invloeden bestrijkt Caroline Rose ook dit keer een verrassend breed palet, waarop niet alleen plaats is voor de dansbare pop van het moment, maar ook voor synthpop en tijdloze pop uit de jaren 70 en 80. Superstar staat vol met warmbloedige en wat gladde pop, maar die kan zomaar vervormen tot de rammelpop die Caroline Rose op haar vorige album nog veelvuldig maakte.
Het is muziek die af en toe wel wat aan die van Grimes doet denken, maar waar Grimes op haar laatste album de popmuziek van de toekomst maakt, poetst Caroline Rose op Superstar de popmuziek uit het verleden op. Superstar is op zich een makkelijk album. Je hebt er niets mee of je valt direct voor de aanstekelijke pop van Caroline Rose, waarna het album leuker en interessanter wordt. Ik behoor zelf absoluut tot de laatste groep en na enige aarzeling en gewenning ben ik steeds meer gaan houden van het conceptalbum van de muzikante uit New York waarin de verrichtingen van een fictieve popster worden gevolgd met de humor die je van Caroline Rose mag verwachten.
Superstar is een album vol glitter, maar als je het meeste er af blaast blijft er een verrassend sterk en verrassend tijdloos popalbum over dat veel beter is dan de critici die nog zo enthousiast waren over LONER momenteel beweren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Rose - Superstar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Rose - Superstar
Caroline Rose kiest op Superstar echt vol voor de pop, maar heeft een geluid en songs in elkaar geknutseld die bij iedere keer horen weer wat interessanter en aanstekelijker klinken
Op LONER sloeg Caroline Rose een nieuwe weg in en maakte ze indruk met even eigenzinnige als aanstekelijke popmuziek. Op Superstar is het aanstekelijke gebleven, maar lijkt het eigenzinnige te hebben plaats gemaakt voor hitgevoelige pop. Lijkt, want hoe vaker je naar Superstar luistert, hoe knapper het album in elkaar blijkt te steken. Caroline Rose sluit op Superstar aan bij de elektronische popmuziek van het moment, maar verwerkt stiekem ook heel wat invloeden uit het verleden. Superstar wint hierdoor snel aan kracht en verleidt uiteindelijk minstens net zo meedogenloos als het vorige album van de muzikante uit New York.
Caroline Rose begon een jaar of tien geleden als folkie, maar wist zich met haar op zich aardige debuut niet voldoende te onderscheiden van al haar soortgenoten. Ze ontwikkelde vervolgens een bijzonder geluid vol invloeden en een flinke dosis pop en dit geluid kwam voor het eerst tot volle wasdom op het in 2018 verschenen LONER, dat volkomen terecht werd overladen met superlatieven.
LONER is deze week opgevolgd door Superstar, dat nog wat verder doorslaat richting pop. Op haar nieuwe album kiest de singer-songwriter uit Long Island, New York zelfs zo vol voor de pop, dat een ieder die geen zwak heeft voor dit genre maar beter met een brede boog om het nieuwe album van Caroline Rose heen kan lopen.
Ik hou zelf wel van goedgemaakte popmuziek en zeker van de geweldige popliedjes van Caroline Rose. Waar LONER bij vlagen nog eigenwijs en stekelig klonk en ook invloeden uit de Americana en de new wave verwerkte, grossiert het nieuwe album van de New Yorkse singer-songwriter, zeker bij oppervlakkige beluistering, vooral in lekker in het gehoor liggende en moderne pop, al is een bijzondere twist bij Caroline Rose gelukkig nooit ver weg.
Superstar is voorzien van een bijzonder rijk en smaakvol geluid, waarin elektronica domineert, maar waarin ook ruimte is voor andere instrumenten. Het is een geluid dat vrijwel door Caroline Rose zelf in elkaar werd geknutseld en ook door de muzikante uit New York werd geproduceerd.
Het elektronische geluid op Superstar klinkt, zeker op het eerste gehoor, net zo gelikt als de nieuwe songs van Caroline Rose, maar schijn bedriegt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je een buitengewoon knap in elkaar geknutseld geluid, dat vol zit met verrassende wendingen en bijzondere geluiden. Het past wel bij Caroline Rose, die je, net als met haar vorige album, steeds weer op het verkeerde been zet.
Superstar lijkt op het eerste gehoor misschien wat eendimensionale pop te bevatten, maar zowel in muzikaal opzicht als qua invloeden bestrijkt Caroline Rose ook dit keer een verrassend breed palet, waarop niet alleen plaats is voor de dansbare pop van het moment, maar ook voor synthpop en tijdloze pop uit de jaren 70 en 80. Superstar staat vol met warmbloedige en wat gladde pop, maar die kan zomaar vervormen tot de rammelpop die Caroline Rose op haar vorige album nog veelvuldig maakte.
Het is muziek die af en toe wel wat aan die van Grimes doet denken, maar waar Grimes op haar laatste album de popmuziek van de toekomst maakt, poetst Caroline Rose op Superstar de popmuziek uit het verleden op. Superstar is op zich een makkelijk album. Je hebt er niets mee of je valt direct voor de aanstekelijke pop van Caroline Rose, waarna het album leuker en interessanter wordt. Ik behoor zelf absoluut tot de laatste groep en na enige aarzeling en gewenning ben ik steeds meer gaan houden van het conceptalbum van de muzikante uit New York waarin de verrichtingen van een fictieve popster worden gevolgd met de humor die je van Caroline Rose mag verwachten.
Superstar is een album vol glitter, maar als je het meeste er af blaast blijft er een verrassend sterk en verrassend tijdloos popalbum over dat veel beter is dan de critici die nog zo enthousiast waren over LONER momenteel beweren. Erwin Zijleman
Caroline Rose - The Art of Forgetting (2023)

4,0
1
geplaatst: 31 maart 2023, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Rose - The Art Of Forgetting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Rose - The Art Of Forgetting
Caroline Rose maakte de afgelopen jaren al twee bijzondere albums, maar gaat weer een hele andere kant op met The Art Of Forgetting, dat een intiem en persoonlijk maar ook fascinerend singer-songwriter album is
Caroline Rose ging de afgelopen jaren door diepe dalen en dat heeft zijn weerslag gehad op The Art Of Forgetting, de opvolger van de bijzondere albums LONER en Superstar. Het nieuwe album van Caroline Rose is een persoonlijk album en het is een album dat in muzikaal opzicht nog wat diverser is dan zijn twee voorgangers. De pop van Superstar is op The Art Of Forgetting verruild voor een meer ingetogen maar bijzonder veelzijdig en bij vlagen ook experimenteel geluid, waarmee Caroline Rose zichzelf definitief op de kaart zet als een zeer getalenteerde singer-songwriter. Luister één keer en je bent onder de indruk, maar luister tien keer en de muziek van Caroline Rose laat je niet meer los.
De Amerikaanse muzikant Caroline Rose, die zichzelf ziet als non-binair persoon, maakte twee albums met vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs, waarna op het in 2018 verschenen LONER andere wegen in werden geslagen. Op de eerste twee albums maakte de Amerikaanse muzikant enige indruk met een prima stem, maar LONER maakte ook in muzikaal opzicht indruk.
Het album werd te makkelijk voorzien van het etiket pop, waardoor het derde album van Caroline Rose helaas wat tussen wal en schip viel. Dat was zonde, want LONER was een verrassend gevarieerd album, waarop Caroline Rose niet alleen uit de voeten kon met pop en rock, maar ook invloeden uit onder andere soul, dance, triphop, dub, elektronica, roots en 70s en 80s new wave verwerkte.
LONER werd in 2020 gevolgd door Superstar, waarop Caroline vol koos voor de pop. Het vooral elektronisch ingekleurde album was een stuk toegankelijker dan zijn voorganger, maar de muziek van Caroline Rose bleef lastig in een hokje te duwen. Met alleen het hokje pop deed je het knap gemaakte album in ieder geval flink te kort, want stiekem verwerkte de Amerikaanse muzikant ook op dit album veel invloeden.
Deze week verscheen een nieuw album van Caroline Rose en na het bovenstaande zal het waarschijnlijk niemand verbazen dat ook dit album weer totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. The Art Of Forgetting opent ingetogen en introvert, wat een flinke koerswijziging is vergeleken met het uitbundige en extraverte Superstar. Wat volgt is een bijzondere roller coaster ride.
Caroline Rose combineert op het nieuwe album alles wat op de vorige albums was te vinden, wat een bonte mix aan klanken en invloeden oplevert, waaraan ook nog invloeden van de Balkan en het nodige experiment aan worden toegevoegd. Vergeleken met Superstar hebben organische klanken flink aan terrein gewonnen, al speelt de elektronica nog altijd een voorname rol op het album.
The Art Of Forgetting laat zich nog minder makkelijk in een hokje duwen dan zijn voorgangers en is over de hele linie een wat meer naar binnen gekeerd album. Het is een album waarop plaats is voor zeer uiteenlopende invloeden waarmee Caroline Rose een eigen geluid creëert. Het is een geluid dat is getekend door het einde van de liefdesrelatie van Caroline Rose en de hierop volgende depressie. The Art Of Forgetting is hierdoor een heel persoonlijk album, waarop de blinkende lichten van Superstar zijn verruild voor een inkijkje in de zware jaren die Caroline Rose achter de rug heeft.
Een heftige periode in het leven van een muzikant heeft wel vaker mooie albums opgeleverd en de zwarte bladzijdes in het leven hebben ook in het geval van Caroline Rose een bijzonder album opgeleverd. Caroline Rose laat op The Art Of Forgetting, nog veel meer dan op haar vorige albums horen, dat ze een getalenteerd songwriter en een prima zangeres is. Zeker als de Amerikaanse muzikant het bijna uitschreeuwt van ellende snijdt het album door de ziel, maar het nieuwe album van Caroline Rose heeft gelukkig ook zijn opgewekte momenten, waarop de Amerikaanse muzikant ook zomaar kan kiezen voor lekker in het gehoor liggende pop.
The Art Of Forgetting is een album dat je echt een paar keer moet horen voordat er het een en ander op zijn plek valt, maar vervolgens heb je er echt een heel mooi en bijzonder en bij vlagen ook behoorlijk singer-songwriter album bij. Echt de hoogste tijd dat het werk van Caroline Rose in veel bredere kring op de juiste waarde wordt geschat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Rose - The Art Of Forgetting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Rose - The Art Of Forgetting
Caroline Rose maakte de afgelopen jaren al twee bijzondere albums, maar gaat weer een hele andere kant op met The Art Of Forgetting, dat een intiem en persoonlijk maar ook fascinerend singer-songwriter album is
Caroline Rose ging de afgelopen jaren door diepe dalen en dat heeft zijn weerslag gehad op The Art Of Forgetting, de opvolger van de bijzondere albums LONER en Superstar. Het nieuwe album van Caroline Rose is een persoonlijk album en het is een album dat in muzikaal opzicht nog wat diverser is dan zijn twee voorgangers. De pop van Superstar is op The Art Of Forgetting verruild voor een meer ingetogen maar bijzonder veelzijdig en bij vlagen ook experimenteel geluid, waarmee Caroline Rose zichzelf definitief op de kaart zet als een zeer getalenteerde singer-songwriter. Luister één keer en je bent onder de indruk, maar luister tien keer en de muziek van Caroline Rose laat je niet meer los.
De Amerikaanse muzikant Caroline Rose, die zichzelf ziet als non-binair persoon, maakte twee albums met vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs, waarna op het in 2018 verschenen LONER andere wegen in werden geslagen. Op de eerste twee albums maakte de Amerikaanse muzikant enige indruk met een prima stem, maar LONER maakte ook in muzikaal opzicht indruk.
Het album werd te makkelijk voorzien van het etiket pop, waardoor het derde album van Caroline Rose helaas wat tussen wal en schip viel. Dat was zonde, want LONER was een verrassend gevarieerd album, waarop Caroline Rose niet alleen uit de voeten kon met pop en rock, maar ook invloeden uit onder andere soul, dance, triphop, dub, elektronica, roots en 70s en 80s new wave verwerkte.
LONER werd in 2020 gevolgd door Superstar, waarop Caroline vol koos voor de pop. Het vooral elektronisch ingekleurde album was een stuk toegankelijker dan zijn voorganger, maar de muziek van Caroline Rose bleef lastig in een hokje te duwen. Met alleen het hokje pop deed je het knap gemaakte album in ieder geval flink te kort, want stiekem verwerkte de Amerikaanse muzikant ook op dit album veel invloeden.
Deze week verscheen een nieuw album van Caroline Rose en na het bovenstaande zal het waarschijnlijk niemand verbazen dat ook dit album weer totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. The Art Of Forgetting opent ingetogen en introvert, wat een flinke koerswijziging is vergeleken met het uitbundige en extraverte Superstar. Wat volgt is een bijzondere roller coaster ride.
Caroline Rose combineert op het nieuwe album alles wat op de vorige albums was te vinden, wat een bonte mix aan klanken en invloeden oplevert, waaraan ook nog invloeden van de Balkan en het nodige experiment aan worden toegevoegd. Vergeleken met Superstar hebben organische klanken flink aan terrein gewonnen, al speelt de elektronica nog altijd een voorname rol op het album.
The Art Of Forgetting laat zich nog minder makkelijk in een hokje duwen dan zijn voorgangers en is over de hele linie een wat meer naar binnen gekeerd album. Het is een album waarop plaats is voor zeer uiteenlopende invloeden waarmee Caroline Rose een eigen geluid creëert. Het is een geluid dat is getekend door het einde van de liefdesrelatie van Caroline Rose en de hierop volgende depressie. The Art Of Forgetting is hierdoor een heel persoonlijk album, waarop de blinkende lichten van Superstar zijn verruild voor een inkijkje in de zware jaren die Caroline Rose achter de rug heeft.
Een heftige periode in het leven van een muzikant heeft wel vaker mooie albums opgeleverd en de zwarte bladzijdes in het leven hebben ook in het geval van Caroline Rose een bijzonder album opgeleverd. Caroline Rose laat op The Art Of Forgetting, nog veel meer dan op haar vorige albums horen, dat ze een getalenteerd songwriter en een prima zangeres is. Zeker als de Amerikaanse muzikant het bijna uitschreeuwt van ellende snijdt het album door de ziel, maar het nieuwe album van Caroline Rose heeft gelukkig ook zijn opgewekte momenten, waarop de Amerikaanse muzikant ook zomaar kan kiezen voor lekker in het gehoor liggende pop.
The Art Of Forgetting is een album dat je echt een paar keer moet horen voordat er het een en ander op zijn plek valt, maar vervolgens heb je er echt een heel mooi en bijzonder en bij vlagen ook behoorlijk singer-songwriter album bij. Echt de hoogste tijd dat het werk van Caroline Rose in veel bredere kring op de juiste waarde wordt geschat. Erwin Zijleman
Caroline Says - No Fool Like an Old Fool (2018)

4,5
0
geplaatst: 18 maart 2018, 13:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Says - No Fool Like An Old Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caroline Says is het alter ego van de oorspronkelijk uit Alabama afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Austin, Texas, opererende Amerikaanse singer-songwriter Caroline Sallee.
Het is een alter ego dat natuurlijk is ontleend aan de gelijknamige song van Lou Reed, afkomstig van zijn meesterwerk Berlin, waar de song in twee beklemmende versies op staat.
Caroline Says debuteerde een paar jaar geleden met het in eerste instantie alleen op cassette uitgebrachte 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong, waarvoor ze de titel weer leende van de beroemde Elvis Presley verzamelaar uit 1959.
De titel van haar tweede plaat ontleende de Amerikaanse muzikante aan het Engelse gezegde “There’s No Fool Like An Old Fool”, maar hiermee hebben we het belangrijkste leenwerk van Caroline Sallee wel gehad. Met No Fool Like An Old Fool heeft de Amerikaanse muzikante immers een eigenzinnige maar ook wonderschone plaat gemaakt.
Op haar tweede plaat kiest Caroline Says voor lekker dromerige songs, die met enige fantasie in het hokje ‘atmosferische folk’ passen. In de meest ingetogen songs op de plaat klinkt Caroline Says nog net zo aards als op haar debuut (dat op mij overigens geen onuitwisbare indruk wist te maken), maar de meeste tracks op No Fool Like An Old Fool zijn heerlijk zweverig.
De muziek van Caroline Says valt in eerste instantie op door haar aangenaam lome en dromerige stem, maar de hoofdrol op de plaat wordt al snel opgeëist door de bijzondere instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin prachtige gitaarlijnen een belangrijke rol spelen. Het zijn gitaarlijnen die me meer dan eens doen denken aan de betere platen van de Amerikaanse band Yo La Tengo (dat deze week toevallig ook een nieuwe plaat heeft uitgebracht), maar de gitaarlijnen op de tweede plaat van Caroline Says zijn ook absoluut beïnvloed door het gitaarwerk uit de shoegaze en de dreampop, wat het dromerige karakter van de muziek van Caroline Says nog wat verder versterkt.
No Fool Like An Old Fool is niet alleen heerlijk dromerig, maar zoals gezegd ook zweverig. Caroline Says laat zich op haar tweede plaat beïnvloeden door 60s psychedelica en 60s psych-folk, maar voorziet haar muziek ook van een vervreemdend effect door bijzondere geluiden en donkere elektronica toe te voegen.
Ook hiermee zijn we er nog niet, want de tweede plaat van Caroline Says, die ze overigens net als haar debuut opnam in de kelder van haar huis (destijds het ouderlijk huis in Alabama, nu haar eigen huis in Austin), verrast ook met Beach Boys achtige koortjes en aan een bijna beklemmende dosis melancholie, die herinnert aan het werk van Elliott Smith.
No Fool Like An Old Fool is hierdoor een plaat waarbij het lekker wegdromen is, maar het is ook een plaat die volop intrigeert en verbaast. Ook in tekstueel opzicht weet Caroline Sallee overigens te boeien en zet ze de American Dream uit het verleden naast de desolate toestand waarin haar vaderland onder Trump (verwijst de titel naar hem?) verkeert. Het levert een in alle opzichten interessante plaat op, die een flink stuk beter is dan het debuut van Caroline Says en haar schaart onder de betere eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Says - No Fool Like An Old Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caroline Says is het alter ego van de oorspronkelijk uit Alabama afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Austin, Texas, opererende Amerikaanse singer-songwriter Caroline Sallee.
Het is een alter ego dat natuurlijk is ontleend aan de gelijknamige song van Lou Reed, afkomstig van zijn meesterwerk Berlin, waar de song in twee beklemmende versies op staat.
Caroline Says debuteerde een paar jaar geleden met het in eerste instantie alleen op cassette uitgebrachte 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong, waarvoor ze de titel weer leende van de beroemde Elvis Presley verzamelaar uit 1959.
De titel van haar tweede plaat ontleende de Amerikaanse muzikante aan het Engelse gezegde “There’s No Fool Like An Old Fool”, maar hiermee hebben we het belangrijkste leenwerk van Caroline Sallee wel gehad. Met No Fool Like An Old Fool heeft de Amerikaanse muzikante immers een eigenzinnige maar ook wonderschone plaat gemaakt.
Op haar tweede plaat kiest Caroline Says voor lekker dromerige songs, die met enige fantasie in het hokje ‘atmosferische folk’ passen. In de meest ingetogen songs op de plaat klinkt Caroline Says nog net zo aards als op haar debuut (dat op mij overigens geen onuitwisbare indruk wist te maken), maar de meeste tracks op No Fool Like An Old Fool zijn heerlijk zweverig.
De muziek van Caroline Says valt in eerste instantie op door haar aangenaam lome en dromerige stem, maar de hoofdrol op de plaat wordt al snel opgeëist door de bijzondere instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin prachtige gitaarlijnen een belangrijke rol spelen. Het zijn gitaarlijnen die me meer dan eens doen denken aan de betere platen van de Amerikaanse band Yo La Tengo (dat deze week toevallig ook een nieuwe plaat heeft uitgebracht), maar de gitaarlijnen op de tweede plaat van Caroline Says zijn ook absoluut beïnvloed door het gitaarwerk uit de shoegaze en de dreampop, wat het dromerige karakter van de muziek van Caroline Says nog wat verder versterkt.
No Fool Like An Old Fool is niet alleen heerlijk dromerig, maar zoals gezegd ook zweverig. Caroline Says laat zich op haar tweede plaat beïnvloeden door 60s psychedelica en 60s psych-folk, maar voorziet haar muziek ook van een vervreemdend effect door bijzondere geluiden en donkere elektronica toe te voegen.
Ook hiermee zijn we er nog niet, want de tweede plaat van Caroline Says, die ze overigens net als haar debuut opnam in de kelder van haar huis (destijds het ouderlijk huis in Alabama, nu haar eigen huis in Austin), verrast ook met Beach Boys achtige koortjes en aan een bijna beklemmende dosis melancholie, die herinnert aan het werk van Elliott Smith.
No Fool Like An Old Fool is hierdoor een plaat waarbij het lekker wegdromen is, maar het is ook een plaat die volop intrigeert en verbaast. Ook in tekstueel opzicht weet Caroline Sallee overigens te boeien en zet ze de American Dream uit het verleden naast de desolate toestand waarin haar vaderland onder Trump (verwijst de titel naar hem?) verkeert. Het levert een in alle opzichten interessante plaat op, die een flink stuk beter is dan het debuut van Caroline Says en haar schaart onder de betere eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Erwin Zijleman
Caroline Says - The Lucky One (2024)

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2024, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Says - The Lucky One - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Says - The Lucky One
De Amerikaanse muzikante Caroline Says is na lange stilte terug met een nieuw album, dat wat minder ruw klinkt en oude folk vermengt met indiefolk van het moment, maar het resultaat is ook dit keer prachtig
Ik had een voorzichtig zwak voor de eerste twee albums van Caroline Sallee, die muziek maakt onder de naam Caroline Says, maar ik vond deze albums ook wat wispelturig en hierdoor wisselvallig. Op The Lucky One kiest de Amerikaanse muzikante voor een verzorgder geluid en verwerkt ze vooral invloeden uit de folk. De muziek van Caroline Says herinnert nog altijd aan de Amerikaanse psychedelische folk uit het verleden, maar The Lucky One is zeker niet in het verleden blijven hangen. De songs zijn stuk voor stuk mooi en hier en daar stiekem avontuurlijk en krijgen een extra kwaliteitsimpuls door de fraaie klanken en de zeer mooie en aangename zang op het album.
Caroline Says trok in 2017 vooral de aandacht met haar naam, die ze ontleende aan een van de prijsnummers van het legendarische album Berlin van Lou Reed, waar Caroline Says in twee versies op staat, en met de titel van haar debuutalbum 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong, geleend van de fameuze Elvis Presley verzamelaar uit 1959. Het in 2017 uitgebrachte album was een reissue van een in 2014 uitgebrachte cassette en het is een album dat me vooral nieuwsgierig maakte naar de toekomstige verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Caroline Sallee.
De songs op het debuutalbum lieten weliswaar mooie dingen horen, maar de uitwerking kon een stuk beter. De belofte van 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong maakte Caroline Says wat mij betreft grotendeels waar op het in 2018 verschenen No Fool Like An Old Fool, waarop de destijds net van Alabama naar Texas verhuisde muzikante indruk maakte met een mix van 60s folk en psychedelica en hier en daar wat ruwere gitaarinvloeden. No Fool Like An Old Fool was een heerlijk dromerig folkalbum met lome vocalen en bijzondere klanken, maar het was ook een dromerig folkalbum met scherpe randjes.
Het is bijna niet te geloven dat we inmiddels al weer ruim zesenhalf jaar verder zijn, maar het is echt zo. In die zesenhalf jaar gebeurde er van alles in het leven van Caroline Sallee. De Amerikaanse muzikante verruilde haar destijds nieuwe thuisbasis Austin, Texas, voor haar geboortegrond in Alabama, om zich vervolgens in New York te vestigen, zonder haar voormalige thuisbasis Austin volledig af te schrijven. Vervolgens kreeg ze ook nog te maken met de coronapandemie en voor ze het wist was het 2024.
Deze week keert Caroline Says gelukkig terug met een nieuw album, The Lucky One. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van No Fool Like An Old Fool, maar op haar derde album klinkt Caroline Says toch ook anders. No Fool Like An Old Fool noemde ik hierboven een dromerig folkalbum met scherpe randjes en deze scherpe randjes ontbreken grotendeels op The Lucky One.
Caroline Says maakt nog altijd folksongs die herinneren aan de psychedelische folk uit de jaren 60 en laat ook op haar nieuwe album horen dat ze beschikt over een hele mooie en aangenaam bedwelmende stem. The Lucky One klinkt wel wat gepolijster dan zijn twee voorgangers en klinkt bovendien eigentijdser. Invloeden uit de folk van weleer worden gecombineerd met invloeden uit de indiefolk en indiepop van het moment en dat is een combinatie die verrassend goed uitpakt.
The Lucky One is misschien wat minder spannend dan de vorige twee albums van Caroline Says, maar de mooi klinkende en nog altijd wat melancholisch aandoende folksongs van de Amerikaanse muzikante kleuren nog altijd buiten de lijntjes van de folk uit het verleden of die uit het heden.
Ik hield persoonlijk wel van de scherpe randjes van de vorige twee albums van het alter ego van Caroline Sallee, maar ik schat The Lucky One over de hele linie toch hoger in. Het niveau op het derde album van Caroline Says is een stuk constanter en het is vrijwel continu hoog. Zowel de zang als de muziek op het album zijn bijzonder mooi en dat geldt ook voor de productie die Caroline Sallee op knappe wijze zelf voor haar rekening nam. De vorige keer twijfelde ik ook nog wel wat over de muziek van Caroline Says, maar dit keer is alle twijfel weg. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Says - The Lucky One - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Says - The Lucky One
De Amerikaanse muzikante Caroline Says is na lange stilte terug met een nieuw album, dat wat minder ruw klinkt en oude folk vermengt met indiefolk van het moment, maar het resultaat is ook dit keer prachtig
Ik had een voorzichtig zwak voor de eerste twee albums van Caroline Sallee, die muziek maakt onder de naam Caroline Says, maar ik vond deze albums ook wat wispelturig en hierdoor wisselvallig. Op The Lucky One kiest de Amerikaanse muzikante voor een verzorgder geluid en verwerkt ze vooral invloeden uit de folk. De muziek van Caroline Says herinnert nog altijd aan de Amerikaanse psychedelische folk uit het verleden, maar The Lucky One is zeker niet in het verleden blijven hangen. De songs zijn stuk voor stuk mooi en hier en daar stiekem avontuurlijk en krijgen een extra kwaliteitsimpuls door de fraaie klanken en de zeer mooie en aangename zang op het album.
Caroline Says trok in 2017 vooral de aandacht met haar naam, die ze ontleende aan een van de prijsnummers van het legendarische album Berlin van Lou Reed, waar Caroline Says in twee versies op staat, en met de titel van haar debuutalbum 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong, geleend van de fameuze Elvis Presley verzamelaar uit 1959. Het in 2017 uitgebrachte album was een reissue van een in 2014 uitgebrachte cassette en het is een album dat me vooral nieuwsgierig maakte naar de toekomstige verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Caroline Sallee.
De songs op het debuutalbum lieten weliswaar mooie dingen horen, maar de uitwerking kon een stuk beter. De belofte van 50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong maakte Caroline Says wat mij betreft grotendeels waar op het in 2018 verschenen No Fool Like An Old Fool, waarop de destijds net van Alabama naar Texas verhuisde muzikante indruk maakte met een mix van 60s folk en psychedelica en hier en daar wat ruwere gitaarinvloeden. No Fool Like An Old Fool was een heerlijk dromerig folkalbum met lome vocalen en bijzondere klanken, maar het was ook een dromerig folkalbum met scherpe randjes.
Het is bijna niet te geloven dat we inmiddels al weer ruim zesenhalf jaar verder zijn, maar het is echt zo. In die zesenhalf jaar gebeurde er van alles in het leven van Caroline Sallee. De Amerikaanse muzikante verruilde haar destijds nieuwe thuisbasis Austin, Texas, voor haar geboortegrond in Alabama, om zich vervolgens in New York te vestigen, zonder haar voormalige thuisbasis Austin volledig af te schrijven. Vervolgens kreeg ze ook nog te maken met de coronapandemie en voor ze het wist was het 2024.
Deze week keert Caroline Says gelukkig terug met een nieuw album, The Lucky One. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van No Fool Like An Old Fool, maar op haar derde album klinkt Caroline Says toch ook anders. No Fool Like An Old Fool noemde ik hierboven een dromerig folkalbum met scherpe randjes en deze scherpe randjes ontbreken grotendeels op The Lucky One.
Caroline Says maakt nog altijd folksongs die herinneren aan de psychedelische folk uit de jaren 60 en laat ook op haar nieuwe album horen dat ze beschikt over een hele mooie en aangenaam bedwelmende stem. The Lucky One klinkt wel wat gepolijster dan zijn twee voorgangers en klinkt bovendien eigentijdser. Invloeden uit de folk van weleer worden gecombineerd met invloeden uit de indiefolk en indiepop van het moment en dat is een combinatie die verrassend goed uitpakt.
The Lucky One is misschien wat minder spannend dan de vorige twee albums van Caroline Says, maar de mooi klinkende en nog altijd wat melancholisch aandoende folksongs van de Amerikaanse muzikante kleuren nog altijd buiten de lijntjes van de folk uit het verleden of die uit het heden.
Ik hield persoonlijk wel van de scherpe randjes van de vorige twee albums van het alter ego van Caroline Sallee, maar ik schat The Lucky One over de hele linie toch hoger in. Het niveau op het derde album van Caroline Says is een stuk constanter en het is vrijwel continu hoog. Zowel de zang als de muziek op het album zijn bijzonder mooi en dat geldt ook voor de productie die Caroline Sallee op knappe wijze zelf voor haar rekening nam. De vorige keer twijfelde ik ook nog wel wat over de muziek van Caroline Says, maar dit keer is alle twijfel weg. Erwin Zijleman
Caroline Spence - Heart Go Wild (2025)

4,0
0
geplaatst: 5 september 2025, 15:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caroline Spence - Heart Go Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caroline Spence - Heart Go Wild
Caroline Spence trekt helaas nog weinig aandacht met haar nieuwe album Heart Go Wild, maar het is een uitstekend album, dat zowel liefhebbers van country als liefhebbers van countrypop zeer zal aanspreken
De Amerikaanse muzikante Caroline Spence heeft al een aantal prima albums op haar naam staan, maar met het deze week verschenen Heart Go Wild zet ze wat mij betreft een flinke stap. De muzikante uit Nashville werd tot dusver vooral geschaard onder de wat traditioneler ingestelde muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album klinkt verrassend lichtvoetig. Het verwerken van wat meer invloeden uit de countrypop levert een bijzonder lekker in het gehoor liggend album op, maar het randje pop is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs op het album. Nu nog flink wat aandacht voor dit album, want dat verdient Caroline Spence absoluut.
In mijn recensie van het album van Mint Condition van Caroline Spence schreef ik in het voorjaar van 2019 onder andere dat het niet meevalt om op te vallen binnen het enorme aanbod aan nieuwe Amerikaanse rootsmuziek. Dat aanbod was in 2019 inderdaad behoorlijk groot en dat is ruim zes jaar later niet anders. Caroline Spence viel me in 2019 vooral op met haar stem, maar Mint Condition liet ook een fraai en veelzijdig countrygeluid horen.
Het was tot voor kort de enige keer dat de muziek van Caroline Spence me was opgevallen, want de drie albums die vooraf gingen aan Mint Condition heb ik helemaal niet opgemerkt, terwijl ik het in 2022 verschenen True North waarschijnlijk wel heb beluisterd, maar uiteindelijk viel het album toch tussen wal en schip, wat overigens niet terecht was.
Deze week verscheen een nieuw album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, en ik ben echt als een blok gevallen voor Heart Go Wild. Op haar nieuwe album schuift Caroline Spence wat op van country naar countrypop, maar Heart Go Wild is zeker geen doorsnee countrypop album. De Amerikaanse muzikante is er in geslaagd om het beste van twee werelden te verenigen en maakt nu Amerikaanse rootsmuziek met de charme van pop of pop met gevoel en eerbied voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek.
Direct vanaf de openingstrack valt op dat Heart Go Wild is voorzien van een zeer smaakvol geluid. Het is zeker geen typisch rootsgeluid, maar zeker wanneer de gitaren domineren bevat de muziek van Caroline Spence voldoende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek om liefhebbers van het genre aan te spreken. In de tracks waarin de piano een dominante rol speelt schuift de muziek wat op richting tijdloze singer-songwriter muziek en hier en daar is er ook nog een uitstapje richting rock.
Dat ik Heart Go Wild toch ook een countrypop album noem heeft vooral te maken met de songs op het album en met de stem van Caroline Spence. De songs op het nieuwe album van de muzikante uit Nashville zijn stuk voor stuk behoorlijk toegankelijk, liggen bijzonder lekker in het gehoor en zijn zonder uitzondering voorzien van aangename melodieën en aanstekelijke refreinen. Ik noemde de stem van Caroline Spence in mijn bespreking van Mint Condition een stem die is gemaakt voor countrymuziek. Dat is het nog steeds, maar het is een stem die het ook geweldig doet in countrysongs met een flinke dosis pop.
De combinatie van het warme en smaakvolle geluid, de zich bijzonder makkelijk opdringende songs en de zeer aangename stem van Caroline Spence werkt perfect en levert wat mij betreft een album op dat ver boven het maaiveld uit steekt. Het verbaast me dan ook en het is bovendien doodzonde dat er vooralsnog heel weinig is geschreven over het nieuwe album van Caroline Spence, wat de uitspraak aan het begin van deze recensie nog eens bevestigt.
Zelfs was ik eigenlijk direct gecharmeerd van het licht vernieuwde geluid van de Amerikaanse muzikante, maar Heart Go Wild is ook een album dat beter wordt naarmate je het vaker hoort, wat alles te maken heeft met de songwriting skills en de zang van Caroline Spence, die misschien niet behoort tot de bekendste muzikanten uit Nashville, maar wel tot de betere, zeker met een album als Heart Go Wild op zak. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Caroline Spence - Heart Go Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caroline Spence - Heart Go Wild
Caroline Spence trekt helaas nog weinig aandacht met haar nieuwe album Heart Go Wild, maar het is een uitstekend album, dat zowel liefhebbers van country als liefhebbers van countrypop zeer zal aanspreken
De Amerikaanse muzikante Caroline Spence heeft al een aantal prima albums op haar naam staan, maar met het deze week verschenen Heart Go Wild zet ze wat mij betreft een flinke stap. De muzikante uit Nashville werd tot dusver vooral geschaard onder de wat traditioneler ingestelde muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album klinkt verrassend lichtvoetig. Het verwerken van wat meer invloeden uit de countrypop levert een bijzonder lekker in het gehoor liggend album op, maar het randje pop is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs op het album. Nu nog flink wat aandacht voor dit album, want dat verdient Caroline Spence absoluut.
In mijn recensie van het album van Mint Condition van Caroline Spence schreef ik in het voorjaar van 2019 onder andere dat het niet meevalt om op te vallen binnen het enorme aanbod aan nieuwe Amerikaanse rootsmuziek. Dat aanbod was in 2019 inderdaad behoorlijk groot en dat is ruim zes jaar later niet anders. Caroline Spence viel me in 2019 vooral op met haar stem, maar Mint Condition liet ook een fraai en veelzijdig countrygeluid horen.
Het was tot voor kort de enige keer dat de muziek van Caroline Spence me was opgevallen, want de drie albums die vooraf gingen aan Mint Condition heb ik helemaal niet opgemerkt, terwijl ik het in 2022 verschenen True North waarschijnlijk wel heb beluisterd, maar uiteindelijk viel het album toch tussen wal en schip, wat overigens niet terecht was.
Deze week verscheen een nieuw album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, en ik ben echt als een blok gevallen voor Heart Go Wild. Op haar nieuwe album schuift Caroline Spence wat op van country naar countrypop, maar Heart Go Wild is zeker geen doorsnee countrypop album. De Amerikaanse muzikante is er in geslaagd om het beste van twee werelden te verenigen en maakt nu Amerikaanse rootsmuziek met de charme van pop of pop met gevoel en eerbied voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek.
Direct vanaf de openingstrack valt op dat Heart Go Wild is voorzien van een zeer smaakvol geluid. Het is zeker geen typisch rootsgeluid, maar zeker wanneer de gitaren domineren bevat de muziek van Caroline Spence voldoende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek om liefhebbers van het genre aan te spreken. In de tracks waarin de piano een dominante rol speelt schuift de muziek wat op richting tijdloze singer-songwriter muziek en hier en daar is er ook nog een uitstapje richting rock.
Dat ik Heart Go Wild toch ook een countrypop album noem heeft vooral te maken met de songs op het album en met de stem van Caroline Spence. De songs op het nieuwe album van de muzikante uit Nashville zijn stuk voor stuk behoorlijk toegankelijk, liggen bijzonder lekker in het gehoor en zijn zonder uitzondering voorzien van aangename melodieën en aanstekelijke refreinen. Ik noemde de stem van Caroline Spence in mijn bespreking van Mint Condition een stem die is gemaakt voor countrymuziek. Dat is het nog steeds, maar het is een stem die het ook geweldig doet in countrysongs met een flinke dosis pop.
De combinatie van het warme en smaakvolle geluid, de zich bijzonder makkelijk opdringende songs en de zeer aangename stem van Caroline Spence werkt perfect en levert wat mij betreft een album op dat ver boven het maaiveld uit steekt. Het verbaast me dan ook en het is bovendien doodzonde dat er vooralsnog heel weinig is geschreven over het nieuwe album van Caroline Spence, wat de uitspraak aan het begin van deze recensie nog eens bevestigt.
Zelfs was ik eigenlijk direct gecharmeerd van het licht vernieuwde geluid van de Amerikaanse muzikante, maar Heart Go Wild is ook een album dat beter wordt naarmate je het vaker hoort, wat alles te maken heeft met de songwriting skills en de zang van Caroline Spence, die misschien niet behoort tot de bekendste muzikanten uit Nashville, maar wel tot de betere, zeker met een album als Heart Go Wild op zak. Erwin Zijleman
Caroline Spence - Mint Condition (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 mei 2019, 16:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caroline Spence - Mint Condition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Spence - Mint Condition
Het valt niet mee om op te vallen binnen het enorme aanbod aan Amerikaanse rootsmuziek, maar Caroline Spence doet het, al is het maar met haar stem
Mint Condition van Caroline Spence kreeg ik wat bij toeval in handen, maar na één keer horen was ik verkocht. Dat is deels de verdienste van de fraaie instrumentatie en productie en de uitstekende songs op dit album, maar toch vooral van de stem van Caroline Spence. Het is een stem die gemaakt is voor dit genre en het is een stem die aan komt. Bij mij in ieder geval wel. In het begin lijkt het nog even of Caroline Spence verder vooral tussen de lijntjes kleurt, maar Mint Condition wordt steeds beter en weet zich te onderscheiden van vrijwel alle andere platen die recent in dit genre zijn uitgebracht.
Caroline Spence werd geboren in Charlottesville, Virginia, maar zoekt inmiddels al een paar jaar het muzikale geluk in Nashville, Tennessee.
Dat leverde tot voor kort twee albums en een EP op, maar die zullen de meeste liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk zijn ontgaan, want het grote succes is vooralsnog uitgebleven.
Mint Condition, het deze week verschenen nieuwe album van Caroline Spence, eindigde om onduidelijke redenen bovenop het al dan niet virtuele stapeltje met de nieuwe releases van deze week en overtuigde me vrijwel onmiddellijk.
Dat is in eerste instantie de verdienste van de stem van Caroline Spence, die gemaakt lijkt voor Americana in het algemeen en countrymuziek in het bijzonder. Het is een prachtig heldere stem, die af en toe iets heeft van een jonge Emmylou Harris, en het is bovendien een stem waarin je veel gevoel en emotie hoort.
Mint Condition werd geproduceerd door Nashville producer Dan Knobler, die Mint Condition heeft voorzien van een mooi verzorgde productie en gelukkig ook van een productie die niet al te braafjes klinkt. In de openingstrack mogen de gitaren direct stevig uithalen, waardoor Mint Condition de brave Nashville country verruild voor meer alternatieve soorten country.
Het geluid in deze openingstrack is verrassend vol en rauw, maar toch slaagt Caroline Spence er vrij makkelijk in om met haar stem boven de volle instrumentatie uit te komen, waardoor ze direct indruk maakt. Wanneer de singer-songwriter de elektrische gitaren tijdelijk verruilt voor een wat meer ingetogen en akoestisch geluid, trekt haar stem nog wat makkelijker de aandacht en weet Caroline Spence zich te onderscheiden van de talloze soortgenoten in de overvolle vijver van de Amerikaanse rootsmuziek. Ik hou persoonlijk erg van dit soort stemmen, waardoor Mint Condition me vrijwel onmiddellijk dierbaar was.
Caroline Spence doet op haar nieuwe album, zeker op het eerste gehoor, geen bijzondere of spannende dingen, maar alles dat ze doet, doet ze goed. De songs van de Amerikaanse muzikante liggen lekker in het gehoor, maar zijn ook interessant en hetzelfde geldt voor de instrumentatie op de plaat. Het is een instrumentatie die traditioneel kan klinken, maar ook wat steviger uit kan pakken. Ook de productie van de plaat is dik in orde. Mint Condition klinkt prachtig en houdt de instrumentatie en de vocalen prima in evenwicht. Caroline Spence vertelt ook nog eens persoonlijke verhalen over het leven van een vrouwelijke muzikant on the road.
Op het eerste gehoor klinkt het vooral degelijk met de prima vocalen als uitschieter, maar naarmate ik Mint Condition vaker hoor, raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, de instrumentatie, de productie en natuurlijk de zang op het album, zeker wanneer Caroline Spence hulp krijgt van Emmylou Harris en laat horen dat haar stem prachtig kleurt bij die van de grootheid uit de countrymuziek.
Mint Condition groeit hierdoor flink door en is wat mij betreft een album dat eigenlijk niet gemist mag worden door liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment. Mint Condition kwam bij toeval bovenop op de stapel van deze week terecht, maar hoort daar absoluut thuis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caroline Spence - Mint Condition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caroline Spence - Mint Condition
Het valt niet mee om op te vallen binnen het enorme aanbod aan Amerikaanse rootsmuziek, maar Caroline Spence doet het, al is het maar met haar stem
Mint Condition van Caroline Spence kreeg ik wat bij toeval in handen, maar na één keer horen was ik verkocht. Dat is deels de verdienste van de fraaie instrumentatie en productie en de uitstekende songs op dit album, maar toch vooral van de stem van Caroline Spence. Het is een stem die gemaakt is voor dit genre en het is een stem die aan komt. Bij mij in ieder geval wel. In het begin lijkt het nog even of Caroline Spence verder vooral tussen de lijntjes kleurt, maar Mint Condition wordt steeds beter en weet zich te onderscheiden van vrijwel alle andere platen die recent in dit genre zijn uitgebracht.
Caroline Spence werd geboren in Charlottesville, Virginia, maar zoekt inmiddels al een paar jaar het muzikale geluk in Nashville, Tennessee.
Dat leverde tot voor kort twee albums en een EP op, maar die zullen de meeste liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk zijn ontgaan, want het grote succes is vooralsnog uitgebleven.
Mint Condition, het deze week verschenen nieuwe album van Caroline Spence, eindigde om onduidelijke redenen bovenop het al dan niet virtuele stapeltje met de nieuwe releases van deze week en overtuigde me vrijwel onmiddellijk.
Dat is in eerste instantie de verdienste van de stem van Caroline Spence, die gemaakt lijkt voor Americana in het algemeen en countrymuziek in het bijzonder. Het is een prachtig heldere stem, die af en toe iets heeft van een jonge Emmylou Harris, en het is bovendien een stem waarin je veel gevoel en emotie hoort.
Mint Condition werd geproduceerd door Nashville producer Dan Knobler, die Mint Condition heeft voorzien van een mooi verzorgde productie en gelukkig ook van een productie die niet al te braafjes klinkt. In de openingstrack mogen de gitaren direct stevig uithalen, waardoor Mint Condition de brave Nashville country verruild voor meer alternatieve soorten country.
Het geluid in deze openingstrack is verrassend vol en rauw, maar toch slaagt Caroline Spence er vrij makkelijk in om met haar stem boven de volle instrumentatie uit te komen, waardoor ze direct indruk maakt. Wanneer de singer-songwriter de elektrische gitaren tijdelijk verruilt voor een wat meer ingetogen en akoestisch geluid, trekt haar stem nog wat makkelijker de aandacht en weet Caroline Spence zich te onderscheiden van de talloze soortgenoten in de overvolle vijver van de Amerikaanse rootsmuziek. Ik hou persoonlijk erg van dit soort stemmen, waardoor Mint Condition me vrijwel onmiddellijk dierbaar was.
Caroline Spence doet op haar nieuwe album, zeker op het eerste gehoor, geen bijzondere of spannende dingen, maar alles dat ze doet, doet ze goed. De songs van de Amerikaanse muzikante liggen lekker in het gehoor, maar zijn ook interessant en hetzelfde geldt voor de instrumentatie op de plaat. Het is een instrumentatie die traditioneel kan klinken, maar ook wat steviger uit kan pakken. Ook de productie van de plaat is dik in orde. Mint Condition klinkt prachtig en houdt de instrumentatie en de vocalen prima in evenwicht. Caroline Spence vertelt ook nog eens persoonlijke verhalen over het leven van een vrouwelijke muzikant on the road.
Op het eerste gehoor klinkt het vooral degelijk met de prima vocalen als uitschieter, maar naarmate ik Mint Condition vaker hoor, raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, de instrumentatie, de productie en natuurlijk de zang op het album, zeker wanneer Caroline Spence hulp krijgt van Emmylou Harris en laat horen dat haar stem prachtig kleurt bij die van de grootheid uit de countrymuziek.
Mint Condition groeit hierdoor flink door en is wat mij betreft een album dat eigenlijk niet gemist mag worden door liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment. Mint Condition kwam bij toeval bovenop op de stapel van deze week terecht, maar hoort daar absoluut thuis. Erwin Zijleman
Carrie Elkin - The Penny Collector (2017)

4,5
0
geplaatst: 8 april 2017, 10:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carrie Elkin - The Penny Collector - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Carrie Elkin debuteerde 13 jaar geleden en neemt tot dusver de tijd voor haar platen.
Het zijn platen die me tot dusver overigens zijn ontgaan, maar haar nieuwe plaat The Penny Collector heeft diepe indruk op me gemaakt en heeft me nieuwsgierig gemaakt naar het andere werk van de Amerikaanse singer-songwriter.
Ook voor The Penny Collector heeft Carrie Elkin ruim de tijd genomen, maar daar had ze een goede redenen voor.
De singer-songwriter uit Austin, Texas, zat de afgelopen jaren in een emotionele rollercoaster. Ze trouwde met collega-muzikant Danny Schmidt, verzorgde haar ongeneeslijk zieke vader tot zijn dood en kreeg samen met haar kersverse echtgenoot een dochter.
Het heeft zijn invloed gehad op The Penny Collector dat een eerbetoon is aan haar inmiddels overleden vader, die zijn hele leven pennies verzamelde. The Penny Collector is een emotionele plaat, maar het is ook een plaat vol geweldige songs.
Carrie Elkin werd op haar nieuwe plaat bijgestaan door gelouterde krachten als haar echtgenoot Danny Schmidt, producer Neilson Hubbard en meestergitarist Will Kimbrough, die nadrukkelijk zijn stempel drukt op de plaat met zowel zijn gitaarspel als zijn spel op de mandoline.
In muzikaal opzicht zit het allemaal geweldig in elkaar (naast het fantastische gitaarwerk zijn ook de vioolbijdragen wonderschoon), maar in vocaal opzicht maakt Carrie Elkin misschien nog wel meer indruk. De singer-songwriter uit Austin beschikt over een mooie en krachtige stem, die op The Penny Collector nog verder aan kracht heeft gewonnen door alle emotie in de zang van Carrie Elkin.
The Penny Collector is een plaat vol melancholie en is voorzien van een bijpassend en over het algemeen vrij donker geluid vol stemmig huilende gitaren. Het is een instrumentatie die af en toe nadrukkelijk de aandacht opeist, maar in de meeste songs krijgt de bijzonder mooie stem van Carrie Elkin alle ruimte. Het geeft The Penny Collector een bijzondere lading, waardoor de plaat zich enorm opdringt. Af en toe doet het me wel wat denken aan de platen die Emmylou Harris maakte met Daniel Lanois, maar Carrie Elkin heeft uiteindelijk toch vooral een eigen geluid.
Haar songs vol invloeden uit de folk en de country zijn, net als de zang en de werkelijk prachtige instrumentatie, van een bijzonder hoog niveau, maar het is alle emotie die van The Penny Collector een hele bijzondere plaat maakt. Toen ik The Penny Collector voor de eerste keer beluisterde kende ik het verhaal achter de plaat nog niet, maar waren de songs op de plaat direct goed voor kippenvel. Sinds ik weet hoe het leven van Carrie Elkin er de afgelopen jaren uitzag is de impact van de plaat alleen maar gegroeid.
Voor de prachtige songs op The Penny Collector zonderde Carrie Elkin zich af in de bergen van New Mexico, waarna een crowdfunding campage moest zorgen voor voldoende geld om de plaat ook echt te kunnen maken. Die campagne is gelukkig geslaagd, want een plaat van het niveau van The Penny Collector is zeldzaam. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen echt niet om deze prachtplaat van Carrie Elkin heen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carrie Elkin - The Penny Collector - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Carrie Elkin debuteerde 13 jaar geleden en neemt tot dusver de tijd voor haar platen.
Het zijn platen die me tot dusver overigens zijn ontgaan, maar haar nieuwe plaat The Penny Collector heeft diepe indruk op me gemaakt en heeft me nieuwsgierig gemaakt naar het andere werk van de Amerikaanse singer-songwriter.
Ook voor The Penny Collector heeft Carrie Elkin ruim de tijd genomen, maar daar had ze een goede redenen voor.
De singer-songwriter uit Austin, Texas, zat de afgelopen jaren in een emotionele rollercoaster. Ze trouwde met collega-muzikant Danny Schmidt, verzorgde haar ongeneeslijk zieke vader tot zijn dood en kreeg samen met haar kersverse echtgenoot een dochter.
Het heeft zijn invloed gehad op The Penny Collector dat een eerbetoon is aan haar inmiddels overleden vader, die zijn hele leven pennies verzamelde. The Penny Collector is een emotionele plaat, maar het is ook een plaat vol geweldige songs.
Carrie Elkin werd op haar nieuwe plaat bijgestaan door gelouterde krachten als haar echtgenoot Danny Schmidt, producer Neilson Hubbard en meestergitarist Will Kimbrough, die nadrukkelijk zijn stempel drukt op de plaat met zowel zijn gitaarspel als zijn spel op de mandoline.
In muzikaal opzicht zit het allemaal geweldig in elkaar (naast het fantastische gitaarwerk zijn ook de vioolbijdragen wonderschoon), maar in vocaal opzicht maakt Carrie Elkin misschien nog wel meer indruk. De singer-songwriter uit Austin beschikt over een mooie en krachtige stem, die op The Penny Collector nog verder aan kracht heeft gewonnen door alle emotie in de zang van Carrie Elkin.
The Penny Collector is een plaat vol melancholie en is voorzien van een bijpassend en over het algemeen vrij donker geluid vol stemmig huilende gitaren. Het is een instrumentatie die af en toe nadrukkelijk de aandacht opeist, maar in de meeste songs krijgt de bijzonder mooie stem van Carrie Elkin alle ruimte. Het geeft The Penny Collector een bijzondere lading, waardoor de plaat zich enorm opdringt. Af en toe doet het me wel wat denken aan de platen die Emmylou Harris maakte met Daniel Lanois, maar Carrie Elkin heeft uiteindelijk toch vooral een eigen geluid.
Haar songs vol invloeden uit de folk en de country zijn, net als de zang en de werkelijk prachtige instrumentatie, van een bijzonder hoog niveau, maar het is alle emotie die van The Penny Collector een hele bijzondere plaat maakt. Toen ik The Penny Collector voor de eerste keer beluisterde kende ik het verhaal achter de plaat nog niet, maar waren de songs op de plaat direct goed voor kippenvel. Sinds ik weet hoe het leven van Carrie Elkin er de afgelopen jaren uitzag is de impact van de plaat alleen maar gegroeid.
Voor de prachtige songs op The Penny Collector zonderde Carrie Elkin zich af in de bergen van New Mexico, waarna een crowdfunding campage moest zorgen voor voldoende geld om de plaat ook echt te kunnen maken. Die campagne is gelukkig geslaagd, want een plaat van het niveau van The Penny Collector is zeldzaam. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen echt niet om deze prachtplaat van Carrie Elkin heen. Erwin Zijleman
Carrie Rodriguez & The Sacred Hearts - { Lola } (2016)

4,5
0
geplaatst: 12 maart 2016, 09:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carrie Rodriguez & The Sacred Hearts - Lola - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Carrie Rodriquez is een singer-songwriter uit Austin, Texas, die vooral bekend is van de uitstekende platen die ze de afgelopen 15 jaar maakte met singer-songwriter Chip Taylor.
Ook de soloplaten van Carrie Rodriguez zijn echter zeer de moeite waard en deze krijgen nu gezelschap van het ijzersterke Lola.
Op Lola eert Carrie Rodriguez haar Zuidelijke roots in het algemeen en het werk van haar tante Eva Garza, die in de jaren 40 van de vorige eeuw naar verluid met heel veel succes aan de weg timmerde, in het bijzonder.
Ik zeg bewust Zuidelijke roots en niet Mexicaanse roots, want Carrie Rodriquez is een kind van het zuiden van de Verenigde Staten en de muziek die hier wordt gemaakt. Lola bevat een aantal Spaanstalige tracks, maar ook flink wat Engelstalige tracks en tracks waarin Engels en Spaans samenvloeien tot ‘Spanglish’.
Lola werd opgenomen in Austin samen met topproducer Lee Townsend en de band van Carrie Rodriguez, The Sacred Hearts. Dat is niet zomaar een band, want als je gitarist Bill Frisell weet te strikken heb je iets in je mars. Ook de andere muzikanten in The Sacred Hearts kunnen overigens een aardig potje spelen (de ritmesectie is een voorbeeld voor velen), waardoor Lola werkelijk fantastisch klinkt.
Een deel van de songs begeeft zich op Mexicaans muzikaal grondgebied, maar in de meeste tracks domineert de rootsmuziek zoals deze vooral in Texas wordt gemaakt. Lola is voorzien van een prachtig broeierig geluid, waarin de krachtige en warmbloedige stem van Carrie Rodriguez en haar incidenteel opduikende viool uitstekend gedijen.
Minstens even belangrijk is het schitterende gitaarspel van Bill Frisell, die prachtig kan ondersteunen, maar ook op fascinerende wijze op de voorgrond kan treden met gitaarspel dat zijn gelijke niet kent.
In veel recensies lees ik dat het jammer is dat Carrie Rodriguez op Lola niet uitsluitend voor Spaanstalige tracks heeft gekozen, maar daar ben ik het niet mee eens. De afwisseling tussen Spaans en Engels draagt wat mij betreft juist bij aan de kracht van het album en geeft bovendien uiting aan de muzikant die Carrie Rodriguez is.
Haar solowerk is zoals gezegd zeer de moeite waard, net als de platen met Chip Taylor, maar het prachtige Lola steekt er net wat bovenuit. Geweldige plaat, die ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carrie Rodriguez & The Sacred Hearts - Lola - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Carrie Rodriquez is een singer-songwriter uit Austin, Texas, die vooral bekend is van de uitstekende platen die ze de afgelopen 15 jaar maakte met singer-songwriter Chip Taylor.
Ook de soloplaten van Carrie Rodriguez zijn echter zeer de moeite waard en deze krijgen nu gezelschap van het ijzersterke Lola.
Op Lola eert Carrie Rodriguez haar Zuidelijke roots in het algemeen en het werk van haar tante Eva Garza, die in de jaren 40 van de vorige eeuw naar verluid met heel veel succes aan de weg timmerde, in het bijzonder.
Ik zeg bewust Zuidelijke roots en niet Mexicaanse roots, want Carrie Rodriquez is een kind van het zuiden van de Verenigde Staten en de muziek die hier wordt gemaakt. Lola bevat een aantal Spaanstalige tracks, maar ook flink wat Engelstalige tracks en tracks waarin Engels en Spaans samenvloeien tot ‘Spanglish’.
Lola werd opgenomen in Austin samen met topproducer Lee Townsend en de band van Carrie Rodriguez, The Sacred Hearts. Dat is niet zomaar een band, want als je gitarist Bill Frisell weet te strikken heb je iets in je mars. Ook de andere muzikanten in The Sacred Hearts kunnen overigens een aardig potje spelen (de ritmesectie is een voorbeeld voor velen), waardoor Lola werkelijk fantastisch klinkt.
Een deel van de songs begeeft zich op Mexicaans muzikaal grondgebied, maar in de meeste tracks domineert de rootsmuziek zoals deze vooral in Texas wordt gemaakt. Lola is voorzien van een prachtig broeierig geluid, waarin de krachtige en warmbloedige stem van Carrie Rodriguez en haar incidenteel opduikende viool uitstekend gedijen.
Minstens even belangrijk is het schitterende gitaarspel van Bill Frisell, die prachtig kan ondersteunen, maar ook op fascinerende wijze op de voorgrond kan treden met gitaarspel dat zijn gelijke niet kent.
In veel recensies lees ik dat het jammer is dat Carrie Rodriguez op Lola niet uitsluitend voor Spaanstalige tracks heeft gekozen, maar daar ben ik het niet mee eens. De afwisseling tussen Spaans en Engels draagt wat mij betreft juist bij aan de kracht van het album en geeft bovendien uiting aan de muzikant die Carrie Rodriguez is.
Haar solowerk is zoals gezegd zeer de moeite waard, net als de platen met Chip Taylor, maar het prachtige Lola steekt er net wat bovenuit. Geweldige plaat, die ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Carrie Tree - The Canoe (2019)

0
geplaatst: 22 mei 2019, 18:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carrie Tree - The Canoe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carrie Tree - The Canoe
The Canoe van Carrie Tree ontdekte ik na een toevallige tip, maar dit is een album dat alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Britse folk met een ambient twist
Ik had tot voor kort nog nooit van Carrie Tree gehoord, maar de Britse muzikante heeft een bijzonder fraai album gemaakt. Het op IJsland opgenomen The Canoe werd opgenomen door de mij onbekende producer Markus Sieber (a.k.a. Aukai), die een kunststukje heeft afgeleverd. Het is een kunststukje met een hoofdrol voor piano en akoestische gitaar, die steeds gezelschap krijgen van subtiel ingezette andere instrumenten. Het past allemaal fraai bij de bijzondere stem van Carrie Tree, die op geheel eigen wijze en vol emotie zingt. Carrie Tree is volslagen onbekend in Nederland, maar verdient absoluut een publiek.
Een lezer van deze BLOG wees me een paar dagen geleden op The Canoe van ene Carrie Tree en na één keer horen wist ik dat het een geweldige tip was.
Carrie Tree is een singer-songwriter uit het Britse Brighton en The Canoe is haar derde album. De eerste twee ken ik niet, maar The Canoe is een uitstekend album.
Carrie Tree nam haar derde album op in het IJslandse Reykjavik, waar ze samenwerkte met producer Markus Sieber, die onder de naam Aukai een aantal ambient albums heeft gemaakt. Ik kende Carrie Tree niet en ik kende haar producer niet, maar het product van hun samenwerking is van hoog niveau.
The Canoe opent met fraaie pianoklanken, die prachtig kleuren bij de bijzondere stem van Carrie Tree. De Britse singer-songwriter heeft in de openingstrack een geheel eigen manier van zingen, die fluisterzacht en expressief combineert. Het is zang waarvan je moet houden, maar als je ervan houdt speelt Carrie Tree direct een gewonnen wedstrijd.
Ik was zelf direct onder de indruk van de emotievolle zang van de muzikante uit Brighton en was minstens net zo onder de indruk van de bijzonder fraaie instrumentatie in de openingstrack van The Canoe. Het is een instrumentatie waarin pianoklanken domineren, maar Markus Sieber heeft er op subtiele wijze een aantal instrumenten aan toegevoegd, waardoor de track opvallend warm klinkt en wel wat heeft van Joni Mitchell in haar Laurel Canyon periode.
In de tweede track neemt de akoestische gitaar het over van de piano en klinkt Carrie Tree direct wat meer folky. Ook in een folky track doet de stem van Carrie Tree het uitstekend en ook dit keer weet de Britse singer-songwriter bijzondere accenten te leggen, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten.
Ook de instrumentatie in de tweede track is bijzonder. Markus Sieber voegt ook dit keer bijzondere instrumenten toe, waardoor er van alles gebeurt in de muziek op The Canoe. Het is bijzonder subtiele muziek, die beluistering via de koptelefoon verdient om maar geen detail te hoeven missen. Piano en akoestische gitaar eisen meestal de hoofdrol op in de instrumentatie op The Canoe, maar de geweldige baslijnen en de subtiele toevoegingen van bijzondere instrumenten mogen er ook zeker zijn.
Op The Canoe laat Carrie Tree zich vooral beïnvloeden door Britse folk uit vervlogen tijden, maar door de ambient achtige klanken in de instrumentatie, de bijzondere manier van zingen en de voorzichtige uitstapjes richting jazz, klinkt Carrie Tree uiteindelijk toch flink anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heel af en toe doet het me wel wat denken aan Kathryn Williams, maar de stijl van Carrie Tree is zo bijzonder dat je The Canoe met vergelijken geen recht doet.
The Canoe is een uiterst ingetogen album vol mooi verzorgde en prachtig gearrangeerde en geproduceerde songs, maar saai wordt het geen moment. Sterker nog, iedere keer dat ik luister naar het derde album van Carrie Tree zijn haar songs me weer wat dierbaarder. In het Verenigd Koninkrijk krijgt The Canoe wel wat aandacht, maar ook in Nederland moeten er muziekliefhebbers zijn die het derde album van Carrie Tree wel eens erg mooi zouden kunnen vinden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carrie Tree - The Canoe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carrie Tree - The Canoe
The Canoe van Carrie Tree ontdekte ik na een toevallige tip, maar dit is een album dat alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Britse folk met een ambient twist
Ik had tot voor kort nog nooit van Carrie Tree gehoord, maar de Britse muzikante heeft een bijzonder fraai album gemaakt. Het op IJsland opgenomen The Canoe werd opgenomen door de mij onbekende producer Markus Sieber (a.k.a. Aukai), die een kunststukje heeft afgeleverd. Het is een kunststukje met een hoofdrol voor piano en akoestische gitaar, die steeds gezelschap krijgen van subtiel ingezette andere instrumenten. Het past allemaal fraai bij de bijzondere stem van Carrie Tree, die op geheel eigen wijze en vol emotie zingt. Carrie Tree is volslagen onbekend in Nederland, maar verdient absoluut een publiek.
Een lezer van deze BLOG wees me een paar dagen geleden op The Canoe van ene Carrie Tree en na één keer horen wist ik dat het een geweldige tip was.
Carrie Tree is een singer-songwriter uit het Britse Brighton en The Canoe is haar derde album. De eerste twee ken ik niet, maar The Canoe is een uitstekend album.
Carrie Tree nam haar derde album op in het IJslandse Reykjavik, waar ze samenwerkte met producer Markus Sieber, die onder de naam Aukai een aantal ambient albums heeft gemaakt. Ik kende Carrie Tree niet en ik kende haar producer niet, maar het product van hun samenwerking is van hoog niveau.
The Canoe opent met fraaie pianoklanken, die prachtig kleuren bij de bijzondere stem van Carrie Tree. De Britse singer-songwriter heeft in de openingstrack een geheel eigen manier van zingen, die fluisterzacht en expressief combineert. Het is zang waarvan je moet houden, maar als je ervan houdt speelt Carrie Tree direct een gewonnen wedstrijd.
Ik was zelf direct onder de indruk van de emotievolle zang van de muzikante uit Brighton en was minstens net zo onder de indruk van de bijzonder fraaie instrumentatie in de openingstrack van The Canoe. Het is een instrumentatie waarin pianoklanken domineren, maar Markus Sieber heeft er op subtiele wijze een aantal instrumenten aan toegevoegd, waardoor de track opvallend warm klinkt en wel wat heeft van Joni Mitchell in haar Laurel Canyon periode.
In de tweede track neemt de akoestische gitaar het over van de piano en klinkt Carrie Tree direct wat meer folky. Ook in een folky track doet de stem van Carrie Tree het uitstekend en ook dit keer weet de Britse singer-songwriter bijzondere accenten te leggen, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten.
Ook de instrumentatie in de tweede track is bijzonder. Markus Sieber voegt ook dit keer bijzondere instrumenten toe, waardoor er van alles gebeurt in de muziek op The Canoe. Het is bijzonder subtiele muziek, die beluistering via de koptelefoon verdient om maar geen detail te hoeven missen. Piano en akoestische gitaar eisen meestal de hoofdrol op in de instrumentatie op The Canoe, maar de geweldige baslijnen en de subtiele toevoegingen van bijzondere instrumenten mogen er ook zeker zijn.
Op The Canoe laat Carrie Tree zich vooral beïnvloeden door Britse folk uit vervlogen tijden, maar door de ambient achtige klanken in de instrumentatie, de bijzondere manier van zingen en de voorzichtige uitstapjes richting jazz, klinkt Carrie Tree uiteindelijk toch flink anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heel af en toe doet het me wel wat denken aan Kathryn Williams, maar de stijl van Carrie Tree is zo bijzonder dat je The Canoe met vergelijken geen recht doet.
The Canoe is een uiterst ingetogen album vol mooi verzorgde en prachtig gearrangeerde en geproduceerde songs, maar saai wordt het geen moment. Sterker nog, iedere keer dat ik luister naar het derde album van Carrie Tree zijn haar songs me weer wat dierbaarder. In het Verenigd Koninkrijk krijgt The Canoe wel wat aandacht, maar ook in Nederland moeten er muziekliefhebbers zijn die het derde album van Carrie Tree wel eens erg mooi zouden kunnen vinden. Erwin Zijleman
Carsie Blanton - Love & Rage (2021)

4,5
0
geplaatst: 6 mei 2021, 15:08 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carsie Blanton - Love & Rage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Love & Rage is mijn eerste kennismaking met de muziek van Carsie Blanton, maar het is er een die door de veelheid aan invloeden, de mooie zang en de maatschappijkritische teksten naar veel meer smaakt
Luister naar Love & Rage van Carsie Blanton en een bonte lappendeken trekt aan je voorbij. De Amerikaanse muzikante bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar is ook niet vies van pop. Het wordt afwisselend ingetogen en uitbundig ingekleurd, waarbij de soepele stem van Carsie Blanton zich met speels gemak lijkt aan te passen. Zeker de ingetogen songs zijn wonderschoon, terwijl de wat uitbundigere songs lijken te strooien met zonnestralen. Het zijn songs die op hetzelfde moment uithalen met maatschappijkritische teksten, waarin Carsie Blanton het nodige onrecht aan de kaak stelt. Het levert een modern protestalbum op dat absoluut gehoord moet worden.
De krenten uit de pop: Carsie Blanton - Love & Rage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Love & Rage is mijn eerste kennismaking met de muziek van Carsie Blanton, maar het is er een die door de veelheid aan invloeden, de mooie zang en de maatschappijkritische teksten naar veel meer smaakt
Luister naar Love & Rage van Carsie Blanton en een bonte lappendeken trekt aan je voorbij. De Amerikaanse muzikante bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar is ook niet vies van pop. Het wordt afwisselend ingetogen en uitbundig ingekleurd, waarbij de soepele stem van Carsie Blanton zich met speels gemak lijkt aan te passen. Zeker de ingetogen songs zijn wonderschoon, terwijl de wat uitbundigere songs lijken te strooien met zonnestralen. Het zijn songs die op hetzelfde moment uithalen met maatschappijkritische teksten, waarin Carsie Blanton het nodige onrecht aan de kaak stelt. Het levert een modern protestalbum op dat absoluut gehoord moet worden.
Carson McHone - Carousel (2018)

4,5
0
geplaatst: 28 januari 2019, 16:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carson McHone - Carousel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carson McHone is pas halverwege de twintig, maar wat klinkt haar muziek volwassen en doorleefd en wat klinkt het urgent
Carousel van de Texaanse singer-songwriter Carson McHone verscheen in de Verenigde Staten een paar maanden geleden en werd daar zeer warm onthaald. Nu is Nederland aan de beurt en ook hier verdient de jonge Carson McHone alle aandacht. Met Carousel heeft ze immers een rootsplaat afgeleverd die je in vuur en vlam zet door alle passie en doorleving, door de geweldige instrumentatie, door de uitstekende songs en vooral door de geweldige stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die is gezegend met een bijzonder fraaie snik. Het jaar is net begonnen, maar dit is een Amerikaanse rootsplaat die de lat direct bijzonder hoog legt.
Carousel van Carson McHone stond in het najaar van 2018 een paar dagen op Spotify en de andere streaming media, maar verdween helaas weer toen bleek dat de tweede plaat van de singer-songwriter uit Austin, Texas, pas in 2019 een Nederlandse release zou krijgen.
Dat is inmiddels gebeurd en dat werd tijd ook. Carson McHone debuteerde in 2015 met het uitstekende Goodluck Man, werd in de Verenigde Staten al in 2017 geschaard onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek en Carousel haalde daar een maand geleden bovendien flink wat jaarlijstjes waarin het genre centraal staat.
Dat is zeker niet overdreven, want Carousel is echt een geweldige rootsplaat. Carson McHone is ondanks jaren ervaring in de muziek pas een jonge twintiger, maar levert met Carousel een verrassend volwassen en verrassend doorleefde plaat af.
In de teksten maakt Carson McHone geen geheim van haar mislukkingen in de liefde en met de problemen die ze tegenkwam toen ze zich als tiener probeerde staande te houden in de rauwe muziekscene, maar in haar toon hoor je dat de jonge Texaanse singer-songwriter inmiddels een sterke jonge vrouw is, die precies weet wat ze wil. Het voorziet Carousel van kracht en die kracht wordt verder versterkt door de werkelijk geweldige stem van Carson McHone.
De jonge Amerikaanse heeft een heerlijke snik in haar stem, wat het geweldig doet in de door country gedomineerde muziek die ze maakt op Carousel. Het doet me af en toe wel wat denken aan de stem van Jewel, maar Carson McHone herinnert ook aan de groten uit de countrymuziek, onder wie Patty Griffin en Lucinda Williams, en doet ook wel wat denken aan haar minder bekende stadgenoot Amanda Pearcy.
Carousel was vast een hele andere plaat geworden wanneer Carson McHone niet uit Austin, Texas, maar uit Nashville, Tennessee, was gekomen. Carousel, dat overigens wel in Nashville werd opgenomen, citeert nadrukkelijk uit de archieven van de country, maar klinkt niet zo gepolijst als de meeste platen uit Nashville. De gitaren mogen af en toe lekker los gaan en het tempo wordt hier en daar flink opgeschroefd, waardoor er veel vaart in de plaat zit. Verder verrijkt de jonge Amerikaanse haar country met hier en daar een wals en wat honky tonk, waardoor Carousel zowel alternatief als oorspronkelijk klinkt.
Op Carousel werkt Carson McHone met de ervaren producer Mike McCarthy, die eerder werkte met onder andere Patty Griffin, Heartless Bastards en Lee Ann Womack. De ervaren producer was zo gecharmeerd van het debuut van een toen nog piepjonge Carson McHone dat hij haar wist te overtuigen om een aantal van de songs van het debuut een nieuwe kans te geven. De songs die Carson McHone als puber schreef misstaan zeker niet tussen de veel nieuwere songs, die laten horen dat de Texaanse muzikante een zeer getalenteerd songwriter is.
Mike McCarthy heeft de uitstekende songs op de plaat voorzien van een warm en gloedvol geluid, waarin gitaren fraai samenvloeien met violen en de pedaal steel. Het is een warm, maar ook wat weemoedig geluid en dit past uitstekend bij de geweldige stem van Carson McHone, zeker wanneer ze haar geweldige snik uitbuit. Direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk, maar inmiddels is Carousel van Carson McHone een rootsplaat die ik koester als een van de beste van de laatste tijd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carson McHone - Carousel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carson McHone is pas halverwege de twintig, maar wat klinkt haar muziek volwassen en doorleefd en wat klinkt het urgent
Carousel van de Texaanse singer-songwriter Carson McHone verscheen in de Verenigde Staten een paar maanden geleden en werd daar zeer warm onthaald. Nu is Nederland aan de beurt en ook hier verdient de jonge Carson McHone alle aandacht. Met Carousel heeft ze immers een rootsplaat afgeleverd die je in vuur en vlam zet door alle passie en doorleving, door de geweldige instrumentatie, door de uitstekende songs en vooral door de geweldige stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die is gezegend met een bijzonder fraaie snik. Het jaar is net begonnen, maar dit is een Amerikaanse rootsplaat die de lat direct bijzonder hoog legt.
Carousel van Carson McHone stond in het najaar van 2018 een paar dagen op Spotify en de andere streaming media, maar verdween helaas weer toen bleek dat de tweede plaat van de singer-songwriter uit Austin, Texas, pas in 2019 een Nederlandse release zou krijgen.
Dat is inmiddels gebeurd en dat werd tijd ook. Carson McHone debuteerde in 2015 met het uitstekende Goodluck Man, werd in de Verenigde Staten al in 2017 geschaard onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek en Carousel haalde daar een maand geleden bovendien flink wat jaarlijstjes waarin het genre centraal staat.
Dat is zeker niet overdreven, want Carousel is echt een geweldige rootsplaat. Carson McHone is ondanks jaren ervaring in de muziek pas een jonge twintiger, maar levert met Carousel een verrassend volwassen en verrassend doorleefde plaat af.
In de teksten maakt Carson McHone geen geheim van haar mislukkingen in de liefde en met de problemen die ze tegenkwam toen ze zich als tiener probeerde staande te houden in de rauwe muziekscene, maar in haar toon hoor je dat de jonge Texaanse singer-songwriter inmiddels een sterke jonge vrouw is, die precies weet wat ze wil. Het voorziet Carousel van kracht en die kracht wordt verder versterkt door de werkelijk geweldige stem van Carson McHone.
De jonge Amerikaanse heeft een heerlijke snik in haar stem, wat het geweldig doet in de door country gedomineerde muziek die ze maakt op Carousel. Het doet me af en toe wel wat denken aan de stem van Jewel, maar Carson McHone herinnert ook aan de groten uit de countrymuziek, onder wie Patty Griffin en Lucinda Williams, en doet ook wel wat denken aan haar minder bekende stadgenoot Amanda Pearcy.
Carousel was vast een hele andere plaat geworden wanneer Carson McHone niet uit Austin, Texas, maar uit Nashville, Tennessee, was gekomen. Carousel, dat overigens wel in Nashville werd opgenomen, citeert nadrukkelijk uit de archieven van de country, maar klinkt niet zo gepolijst als de meeste platen uit Nashville. De gitaren mogen af en toe lekker los gaan en het tempo wordt hier en daar flink opgeschroefd, waardoor er veel vaart in de plaat zit. Verder verrijkt de jonge Amerikaanse haar country met hier en daar een wals en wat honky tonk, waardoor Carousel zowel alternatief als oorspronkelijk klinkt.
Op Carousel werkt Carson McHone met de ervaren producer Mike McCarthy, die eerder werkte met onder andere Patty Griffin, Heartless Bastards en Lee Ann Womack. De ervaren producer was zo gecharmeerd van het debuut van een toen nog piepjonge Carson McHone dat hij haar wist te overtuigen om een aantal van de songs van het debuut een nieuwe kans te geven. De songs die Carson McHone als puber schreef misstaan zeker niet tussen de veel nieuwere songs, die laten horen dat de Texaanse muzikante een zeer getalenteerd songwriter is.
Mike McCarthy heeft de uitstekende songs op de plaat voorzien van een warm en gloedvol geluid, waarin gitaren fraai samenvloeien met violen en de pedaal steel. Het is een warm, maar ook wat weemoedig geluid en dit past uitstekend bij de geweldige stem van Carson McHone, zeker wanneer ze haar geweldige snik uitbuit. Direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk, maar inmiddels is Carousel van Carson McHone een rootsplaat die ik koester als een van de beste van de laatste tijd. Erwin Zijleman
Carson McHone - Pentimento (2025)

1
geplaatst: 13 september 2025, 09:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Carson McHone - Pentimento - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Carson McHone - Pentimento
De Amerikaanse muzikante Carson McHone betoverde op haar vorige albums met haar prachtige stem en dompelt deze op haar nieuwe album Pentimento onder in een bijzonder geluid vol invloeden uit de jaren 60 en 70
Ik luister nog geregeld naar Carousel, het album waarmee Carson McHone in 2019 de aandacht trok en dat moet worden geschaard onder de mooiste rootsalbums van de laatste jaren. Op haar nieuwe album laat Carson McHone horen dat haar stem alleen maar mooier en intenser is geworden, maar Pentimento is niet alleen in vocaal opzicht een bijzonder album. Samen met een handvol muzikanten, onder wie haar partner Daniel Romano, werd vrijwel in een live-setting een bijzonder klinkend album gemaakt. De liefde voor muziek uit de jaren 60 en 70 van Daniel Romano klinkt nadrukkelijk door op een album dat af en toe klinkt als een vergeten klassieker van weleer, maar het past prachtig bij de uitzonderlijke stem van Carson McHone.
Carson McHone zag ik eerder dit jaar, samen met haar partner Daniel Romano, in de Leidse Qbus (check de goed gevulde agenda van dit bijzondere rootspodium). Dat optreden was oké, maar wat mij betreft niet heel indrukwekkend. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter werden wat eenvormig door de wat stevig aangezette gitaren van de twee, waardoor ik de schoonheid van haar songs, die ik wel hoorde op haar albums, niet meer hoorde.
Carson McHone sprak tijdens haar optreden over een nieuw album en dat album kwam ik een week of twee geleden in het Britse muziektijdschrift Uncut, dat Pentimento uitriep tot album van de maand en er maar liefst vier pagina’s over vulde. Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen te gaan luisteren naar het album van de muzikante, die de Verenigde Staten inmiddels heeft verruild voor Canada, de thuisbasis van haar partner Daniel Romano.
Dat Uncut een album van een toch vrij onbekende muzikante tot album van de maand bombardeert vind ik best opvallend, al komt Carson McHone zeker niet uit de lucht vallen. Met Carousel maakte ze in 2019 een van de mooiste rootsalbums van het betreffende jaar en ook het door Daniel Romano wat voller ingekleurde Still Life uit 2022 was een bijzonder mooi album (haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 ken ik niet en is verdwenen op Spotify).
Het zijn albums waarop Carson McHone laat horen dat ze beschikt over een geweldige stem, die rijker en doorleefder klinkt dan haar leeftijd rechtvaardigt. Het deze week verschenen Pentimento bevat maar liefst zestien tracks, maar hieronder een aantal hele korte intermezzo’s. Die intermezzo’s vind ik persoonlijk wat overbodig, maar er blijft gelukkig genoeg moois over op het vierde album van Carson McHone.
Ook bij beluistering van Pentimento valt direct op hoe mooi de stem van de van oorsprong Texaanse muzikante is. Het is een zuivere stem, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid en een stem die veel gevoel laat horen. Het is de zang die van Pentimento een bovengemiddeld goed album maakt, maar er valt veel meer te genieten op het derde album van Carson McHone.
Haar partner Daniel Romano had al de nodige invloed op haar vorige album Still Life en die invloed is nog wat groter geworden op Pentimento. Op haar debuutalbum sloot Carson McHone nog aan bij de rootsmuziek uit Nashville en Austin, maar op haar nieuwe album laat ze in flink wat songs een flink ander geluid horen. Zeker de wat voller klinkende songs nemen je mee terug naar de jaren 60 en 70 en vermengen Amerikaanse rootsmuziek met een wat psychedelisch sfeertje.
Het klinkt absoluut lekker, zeker wanneer fraaie koortjes opduiken en wanneer de gitaren los gaan, en het past ook verrassend goed bij de stem van Carson McHone, die normaal gesproken baat heeft bij een intiemere setting. De naar Canada uitgeweken muzikante is ook haar Amerikaanse wortels zeker niet vergeten, wat je hoort wanneer in muzikaal opzicht gas wordt teruggenomen en alles aankomt op haar stem.
Zeker de wat meer ingetogen songs zijn van een bijzondere intimiteit en schoonheid, maar ook het wat vollere geluid met flarden 60s en 70s bevalt me uitstekend. Het levert een rootsalbum op dat anders klinkt dan de rootsalbums die momenteel in Nashville en Austin worden gemaakt, maar dat liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek nog altijd aan zal spreken. Ik was wat verbaasd over alle aandacht en lof van Uncut, maar het Britse tijdschrift heeft het weer goed gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Carson McHone - Pentimento - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Carson McHone - Pentimento
De Amerikaanse muzikante Carson McHone betoverde op haar vorige albums met haar prachtige stem en dompelt deze op haar nieuwe album Pentimento onder in een bijzonder geluid vol invloeden uit de jaren 60 en 70
Ik luister nog geregeld naar Carousel, het album waarmee Carson McHone in 2019 de aandacht trok en dat moet worden geschaard onder de mooiste rootsalbums van de laatste jaren. Op haar nieuwe album laat Carson McHone horen dat haar stem alleen maar mooier en intenser is geworden, maar Pentimento is niet alleen in vocaal opzicht een bijzonder album. Samen met een handvol muzikanten, onder wie haar partner Daniel Romano, werd vrijwel in een live-setting een bijzonder klinkend album gemaakt. De liefde voor muziek uit de jaren 60 en 70 van Daniel Romano klinkt nadrukkelijk door op een album dat af en toe klinkt als een vergeten klassieker van weleer, maar het past prachtig bij de uitzonderlijke stem van Carson McHone.
Carson McHone zag ik eerder dit jaar, samen met haar partner Daniel Romano, in de Leidse Qbus (check de goed gevulde agenda van dit bijzondere rootspodium). Dat optreden was oké, maar wat mij betreft niet heel indrukwekkend. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter werden wat eenvormig door de wat stevig aangezette gitaren van de twee, waardoor ik de schoonheid van haar songs, die ik wel hoorde op haar albums, niet meer hoorde.
Carson McHone sprak tijdens haar optreden over een nieuw album en dat album kwam ik een week of twee geleden in het Britse muziektijdschrift Uncut, dat Pentimento uitriep tot album van de maand en er maar liefst vier pagina’s over vulde. Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen te gaan luisteren naar het album van de muzikante, die de Verenigde Staten inmiddels heeft verruild voor Canada, de thuisbasis van haar partner Daniel Romano.
Dat Uncut een album van een toch vrij onbekende muzikante tot album van de maand bombardeert vind ik best opvallend, al komt Carson McHone zeker niet uit de lucht vallen. Met Carousel maakte ze in 2019 een van de mooiste rootsalbums van het betreffende jaar en ook het door Daniel Romano wat voller ingekleurde Still Life uit 2022 was een bijzonder mooi album (haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 ken ik niet en is verdwenen op Spotify).
Het zijn albums waarop Carson McHone laat horen dat ze beschikt over een geweldige stem, die rijker en doorleefder klinkt dan haar leeftijd rechtvaardigt. Het deze week verschenen Pentimento bevat maar liefst zestien tracks, maar hieronder een aantal hele korte intermezzo’s. Die intermezzo’s vind ik persoonlijk wat overbodig, maar er blijft gelukkig genoeg moois over op het vierde album van Carson McHone.
Ook bij beluistering van Pentimento valt direct op hoe mooi de stem van de van oorsprong Texaanse muzikante is. Het is een zuivere stem, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid en een stem die veel gevoel laat horen. Het is de zang die van Pentimento een bovengemiddeld goed album maakt, maar er valt veel meer te genieten op het derde album van Carson McHone.
Haar partner Daniel Romano had al de nodige invloed op haar vorige album Still Life en die invloed is nog wat groter geworden op Pentimento. Op haar debuutalbum sloot Carson McHone nog aan bij de rootsmuziek uit Nashville en Austin, maar op haar nieuwe album laat ze in flink wat songs een flink ander geluid horen. Zeker de wat voller klinkende songs nemen je mee terug naar de jaren 60 en 70 en vermengen Amerikaanse rootsmuziek met een wat psychedelisch sfeertje.
Het klinkt absoluut lekker, zeker wanneer fraaie koortjes opduiken en wanneer de gitaren los gaan, en het past ook verrassend goed bij de stem van Carson McHone, die normaal gesproken baat heeft bij een intiemere setting. De naar Canada uitgeweken muzikante is ook haar Amerikaanse wortels zeker niet vergeten, wat je hoort wanneer in muzikaal opzicht gas wordt teruggenomen en alles aankomt op haar stem.
Zeker de wat meer ingetogen songs zijn van een bijzondere intimiteit en schoonheid, maar ook het wat vollere geluid met flarden 60s en 70s bevalt me uitstekend. Het levert een rootsalbum op dat anders klinkt dan de rootsalbums die momenteel in Nashville en Austin worden gemaakt, maar dat liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek nog altijd aan zal spreken. Ik was wat verbaasd over alle aandacht en lof van Uncut, maar het Britse tijdschrift heeft het weer goed gehoord. Erwin Zijleman
Carson McHone - Still Life (2022)

4,0
0
geplaatst: 26 februari 2022, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carson McHone - Still Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carson McHone - Still Life
Carson McHone maakte met Carousel een van de mooiste rootsalbums van de afgelopen jaren, maar gooit het samen met producer Daniel Romano over een andere boeg op Still Life, dat bij iedere luisterbeurt mooier wordt
Ik moest na het wonderschone Carousel wel even wennen aan het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Carson McHone, maar ben inmiddels behoorlijk onder de indruk van het album. Het is een album dat anders klinkt dan zijn voorganger, wat de verdienste is van producer Daniel Romano, die zijn voorliefde voor een volle instrumentatie en invloeden uit de jaren 70 niet kon onderdrukken. Het blijk na enige gewenning prima te passen bij de geweldige stem van Carson McHone, die wederom indruk maakt als zangeres. Het levert een bijzonder album op, dat na enige gewenning steeds aangenamer, mooier en zeker ook interessanter wordt.
Carson McHone was pas 16 toen ze voor het eerst als muzikante opdook op de podia van haar thuisbasis Austin, Texas. Haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 deed niet heel veel, maar met het eind 2018 in de Verenigde Staten en begin 2019 in Europa verschenen Carousel oogstte de Amerikaanse muzikante flink wat lof. En terecht.Carson McHone was bij het verschijnen van Carousel nog behoorlijk jong, maar het album klonk verrassend doorleefd en volwassen en hoorde absoluut bij de mooiste rootsalbums van dat moment.
De tour die volgde op het album had een zegetocht moeten worden, maar eindigde abrupt toen het coronavirus de wereld in haar greep kreeg. 2020 bracht Carson McHone uiteindelijk toch nog wat moois toen ze in het huwelijk trad met de Canadese muzikant Daniel Romano. De twee begonnen aan het eind van 2020 in Ontario al met het opnemen van de opvolger van Carousel en die opvolger is deze week dan eindelijk verschenen.
Carson McHone heeft het door haar zo geliefde Austin inmiddels verruild voor de Canadese thuisbasis van haar kersverse echtgenoot en deze heeft zich ook stevig bemoeid met het deze week verschenen Still Life. De eerste tracks op het album zijn mijlenver verwijderd van de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek die Carson McHone op Carousel maakte. Het zijn wat stevigere en behoorlijk vol klinkende songs die nadrukkelijk het stempel van Daniel Romano dragen.
De Canadese muzikant heeft de eerste twee songs op het album volgestopt met scheurende gitaren, keyboards en een saxofoon en laat bovendien zijn liefde voor de jaren 70 maar weer eens blijken. Het zijn songs die zich, zeker bij eerste beluistering, wat minder makkelijk weten te onderscheiden dan de intiemere songs op het vorige album van Carson McHone, maar dankzij haar geweldige stem blijft het bijzonder aangenaam.
De jonge Texaanse muzikante maakte op haar vorige album al heel veel indruk met haar stem, maar op Still Life klinkt ze nog wat zelfverzekerder en kan ze wat mij betreft mee met de besten in het genre. Dat hoor je nog wat beter wanneer het behoorlijk volle geluid van de eerste tracks wordt verruild voor meer ingetogen klanken en de rootsmuzikante Carson McHone weer hier en daar opduikt, samen met de mooie verhalen.
Ook de meer ingetogen en wat traditioneler klinkende songs op het album verraden overigens nadrukkelijk de hand van producer Daniel Romano, die de open ruimte vult met uiteenlopende instrumenten en bovendien aanstekelijke 60s en 70s koortjes toevoegt. Het klinkt aangenaam en bekend, maar ondertussen zit het allemaal razend knap in elkaar.
Ik had Carson McHone persoonlijk liever met een wat minder uitbundige instrumentatie gehoord en met een instrumentatie die wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek blijft, maar de Amerikaanse singer-songwriter houdt zich vrij makkelijk staande en maakt ook met dit album indruk met haar geweldige stem. Het is een stem die eenvoudig verleidt en overtuigt in de rijk ingekleurde songs op het album, maar die wat mij betreft imponeert in de soberder ingekleurde songs als de sobere slottrack, waarin ook de hoeveelheid melancholie flink wordt opgevoerd en ik een vleugje Alison Moorer hoor.
Na enige gewenning valt er overigens heel veel op zijn plek in het hier en daar stevig door de jaren 70 beïnvloede geluid op het album, dat er voor zorgt dat Carson McHone een rootsalbum heeft gemaakt dat duidelijk anders klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment, wat haar siert. Ik vind het vooralsnog alleen maar mooier worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Carson McHone het weer heeft geflikt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carson McHone - Still Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carson McHone - Still Life
Carson McHone maakte met Carousel een van de mooiste rootsalbums van de afgelopen jaren, maar gooit het samen met producer Daniel Romano over een andere boeg op Still Life, dat bij iedere luisterbeurt mooier wordt
Ik moest na het wonderschone Carousel wel even wennen aan het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Carson McHone, maar ben inmiddels behoorlijk onder de indruk van het album. Het is een album dat anders klinkt dan zijn voorganger, wat de verdienste is van producer Daniel Romano, die zijn voorliefde voor een volle instrumentatie en invloeden uit de jaren 70 niet kon onderdrukken. Het blijk na enige gewenning prima te passen bij de geweldige stem van Carson McHone, die wederom indruk maakt als zangeres. Het levert een bijzonder album op, dat na enige gewenning steeds aangenamer, mooier en zeker ook interessanter wordt.
Carson McHone was pas 16 toen ze voor het eerst als muzikante opdook op de podia van haar thuisbasis Austin, Texas. Haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 deed niet heel veel, maar met het eind 2018 in de Verenigde Staten en begin 2019 in Europa verschenen Carousel oogstte de Amerikaanse muzikante flink wat lof. En terecht.Carson McHone was bij het verschijnen van Carousel nog behoorlijk jong, maar het album klonk verrassend doorleefd en volwassen en hoorde absoluut bij de mooiste rootsalbums van dat moment.
De tour die volgde op het album had een zegetocht moeten worden, maar eindigde abrupt toen het coronavirus de wereld in haar greep kreeg. 2020 bracht Carson McHone uiteindelijk toch nog wat moois toen ze in het huwelijk trad met de Canadese muzikant Daniel Romano. De twee begonnen aan het eind van 2020 in Ontario al met het opnemen van de opvolger van Carousel en die opvolger is deze week dan eindelijk verschenen.
Carson McHone heeft het door haar zo geliefde Austin inmiddels verruild voor de Canadese thuisbasis van haar kersverse echtgenoot en deze heeft zich ook stevig bemoeid met het deze week verschenen Still Life. De eerste tracks op het album zijn mijlenver verwijderd van de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek die Carson McHone op Carousel maakte. Het zijn wat stevigere en behoorlijk vol klinkende songs die nadrukkelijk het stempel van Daniel Romano dragen.
De Canadese muzikant heeft de eerste twee songs op het album volgestopt met scheurende gitaren, keyboards en een saxofoon en laat bovendien zijn liefde voor de jaren 70 maar weer eens blijken. Het zijn songs die zich, zeker bij eerste beluistering, wat minder makkelijk weten te onderscheiden dan de intiemere songs op het vorige album van Carson McHone, maar dankzij haar geweldige stem blijft het bijzonder aangenaam.
De jonge Texaanse muzikante maakte op haar vorige album al heel veel indruk met haar stem, maar op Still Life klinkt ze nog wat zelfverzekerder en kan ze wat mij betreft mee met de besten in het genre. Dat hoor je nog wat beter wanneer het behoorlijk volle geluid van de eerste tracks wordt verruild voor meer ingetogen klanken en de rootsmuzikante Carson McHone weer hier en daar opduikt, samen met de mooie verhalen.
Ook de meer ingetogen en wat traditioneler klinkende songs op het album verraden overigens nadrukkelijk de hand van producer Daniel Romano, die de open ruimte vult met uiteenlopende instrumenten en bovendien aanstekelijke 60s en 70s koortjes toevoegt. Het klinkt aangenaam en bekend, maar ondertussen zit het allemaal razend knap in elkaar.
Ik had Carson McHone persoonlijk liever met een wat minder uitbundige instrumentatie gehoord en met een instrumentatie die wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek blijft, maar de Amerikaanse singer-songwriter houdt zich vrij makkelijk staande en maakt ook met dit album indruk met haar geweldige stem. Het is een stem die eenvoudig verleidt en overtuigt in de rijk ingekleurde songs op het album, maar die wat mij betreft imponeert in de soberder ingekleurde songs als de sobere slottrack, waarin ook de hoeveelheid melancholie flink wordt opgevoerd en ik een vleugje Alison Moorer hoor.
Na enige gewenning valt er overigens heel veel op zijn plek in het hier en daar stevig door de jaren 70 beïnvloede geluid op het album, dat er voor zorgt dat Carson McHone een rootsalbum heeft gemaakt dat duidelijk anders klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment, wat haar siert. Ik vind het vooralsnog alleen maar mooier worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Carson McHone het weer heeft geflikt. Erwin Zijleman
Carter Sampson - Gold (2023)

4,5
0
geplaatst: 14 april 2023, 16:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carter Sampson - Gold
Het is (te) lang stil geweest rond de Amerikaanse singer-songwriter Carter Sampson, maar met het deze week verschenen Gold laat de muzikante uit Oklahoma City horen dat ze nog steeds behoort tot de besten in het genre
Het deze week verschenen Gold van Carter Sampson is de opvolger van het in 2018 verschenen Lucky, dat net als voorganger Wilder Side uit 2016 de jaarlijstjes van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek haalde. Gold kan ook alvast worden opgeschreven voor deze lijstjes, want Carter Sampson steekt in haar eerste album in jaren in een uitstekende vorm. Gold is een authentiek klinkend rootsalbum van een geweldige zangeres en songwriter. Luister net wat beter en je hoort dat Carter Sampson haar rootsmuziek op fraaie wijze moderniseert door hier en daar wat elektronica toe te voegen. Het was te lang stil rond Carter Sampson, maar haar terugkeer is een indrukwekkende.
De Amerikaanse singer-songwriter Carter Sampson debuteerde al in 2004, maar trok pas in bredere kring de aandacht met haar vierde album Wilder Side uit 2016. Ik ontdekte het album zelf pas nadat ik het tegenkwam in de top drie van de jaarlijst van de Euro Americana Chart (http://euroamericanachart.eu), maar met terugwerkende kracht schaar ook ik Wilder Side van Carter Sampson onder de allerbeste rootsalbums van 2016.
Carter Sampson vond in 2017 haar oudere werk opnieuw uit op het uitstekende Queen Of Oklahoma And Other Songs, dat ik wel direct oppikte, maar een jaar later zat ik weer te slapen en ontdekte ik het wederom ijzersterke Lucky pas enkele maanden na de release. Toen ik vorige week een nieuw album van Carter Sampson tegen kwam in de releaselijsten van deze week, ging ik er van uit dat ik wederom het een en ander gemist had, maar Gold is echt de opvolger van het inmiddels bijna vijf jaar oude Lucky.
Waarom de muzikante uit Oklahoma City, Oklahoma, zo ruim de tijd heeft genomen voor haar nieuwe album weet ik niet, maar dat het album er eindelijk is, is absoluut goed nieuws, nee geweldig nieuws. Carter Sampson maakte haar nieuwe album, net als voorganger Lucky, met producer en multi-instrumentalist Kyle Reid, die het album samen met haar produceerde en die bovendien tekent voor nagenoeg alle instrumenten die op het album zijn te horen.
Dat zijn er heel wat, want Gold is voorzien van een mooi, rijk en veelzijdig geluid. In dit geluid is een belangrijke rol weggelegd voor de pedal steel die min of meer verplicht is in dit genre, maar ook het andere snarenwerk is van hoge kwaliteit. Kyle Reid weet precies hoe een authentiek Amerikaans rootsgeluid moet klinken, maar hij verrijkt het geluid van Carter Sampson ook op fraaie en bijzondere wijze met subtiele synths, wat in de praktijk prachtig blijkt te klinken.
Het warme en volle geluid op Gold past prachtig bij de warme en emotievolle stem van Carter Sampson, die zich met Wilder Side zo’n zes jaar geleden onder mijn favoriete zangeressen in het genre schaarde. Gold is in muzikaal en vocaal opzicht een album dat niet onder doet voor zijn twee voorgangers en deze voorgangers wat mij betreft zelfs overtreft, maar ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn weer van een bijzonder hoog niveau. Het zijn stuk voor stuk songs die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook songs die met veel gevoel en precisie worden vertolkt.
Gold klinkt deels als een wat traditioneel aandoend rootsalbum, maar het is ook een rootsalbum dat in meerdere genres uit de voeten kan en het is bovendien een album dat, bijvoorbeeld door de subtiele bijdragen van synths, opeens een stuk moderner klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment.
Het knappe is dat Carter Sampson en Kyle Reid het geluid op Gold hebben gemoderniseerd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rijke tradities van de genres waarin de muzikante uit Oklahoma City zich beweegt. De wijze waarop de pedal steel en synths samen vloeien is zelfs zo mooi dat ik hoop dat ik deze combinatie vaker tegen ga komen. De vorige twee album van Carter Sampson moest ik zo ongeveer uit een jaarlijstje halen, maar dit keer ben ik bij de les en schrijf ik Gold alvast op voor het lijstje van over een maand of acht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Carter Sampson - Gold
Het is (te) lang stil geweest rond de Amerikaanse singer-songwriter Carter Sampson, maar met het deze week verschenen Gold laat de muzikante uit Oklahoma City horen dat ze nog steeds behoort tot de besten in het genre
Het deze week verschenen Gold van Carter Sampson is de opvolger van het in 2018 verschenen Lucky, dat net als voorganger Wilder Side uit 2016 de jaarlijstjes van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek haalde. Gold kan ook alvast worden opgeschreven voor deze lijstjes, want Carter Sampson steekt in haar eerste album in jaren in een uitstekende vorm. Gold is een authentiek klinkend rootsalbum van een geweldige zangeres en songwriter. Luister net wat beter en je hoort dat Carter Sampson haar rootsmuziek op fraaie wijze moderniseert door hier en daar wat elektronica toe te voegen. Het was te lang stil rond Carter Sampson, maar haar terugkeer is een indrukwekkende.
De Amerikaanse singer-songwriter Carter Sampson debuteerde al in 2004, maar trok pas in bredere kring de aandacht met haar vierde album Wilder Side uit 2016. Ik ontdekte het album zelf pas nadat ik het tegenkwam in de top drie van de jaarlijst van de Euro Americana Chart (http://euroamericanachart.eu), maar met terugwerkende kracht schaar ook ik Wilder Side van Carter Sampson onder de allerbeste rootsalbums van 2016.
Carter Sampson vond in 2017 haar oudere werk opnieuw uit op het uitstekende Queen Of Oklahoma And Other Songs, dat ik wel direct oppikte, maar een jaar later zat ik weer te slapen en ontdekte ik het wederom ijzersterke Lucky pas enkele maanden na de release. Toen ik vorige week een nieuw album van Carter Sampson tegen kwam in de releaselijsten van deze week, ging ik er van uit dat ik wederom het een en ander gemist had, maar Gold is echt de opvolger van het inmiddels bijna vijf jaar oude Lucky.
Waarom de muzikante uit Oklahoma City, Oklahoma, zo ruim de tijd heeft genomen voor haar nieuwe album weet ik niet, maar dat het album er eindelijk is, is absoluut goed nieuws, nee geweldig nieuws. Carter Sampson maakte haar nieuwe album, net als voorganger Lucky, met producer en multi-instrumentalist Kyle Reid, die het album samen met haar produceerde en die bovendien tekent voor nagenoeg alle instrumenten die op het album zijn te horen.
Dat zijn er heel wat, want Gold is voorzien van een mooi, rijk en veelzijdig geluid. In dit geluid is een belangrijke rol weggelegd voor de pedal steel die min of meer verplicht is in dit genre, maar ook het andere snarenwerk is van hoge kwaliteit. Kyle Reid weet precies hoe een authentiek Amerikaans rootsgeluid moet klinken, maar hij verrijkt het geluid van Carter Sampson ook op fraaie en bijzondere wijze met subtiele synths, wat in de praktijk prachtig blijkt te klinken.
Het warme en volle geluid op Gold past prachtig bij de warme en emotievolle stem van Carter Sampson, die zich met Wilder Side zo’n zes jaar geleden onder mijn favoriete zangeressen in het genre schaarde. Gold is in muzikaal en vocaal opzicht een album dat niet onder doet voor zijn twee voorgangers en deze voorgangers wat mij betreft zelfs overtreft, maar ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn weer van een bijzonder hoog niveau. Het zijn stuk voor stuk songs die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook songs die met veel gevoel en precisie worden vertolkt.
Gold klinkt deels als een wat traditioneel aandoend rootsalbum, maar het is ook een rootsalbum dat in meerdere genres uit de voeten kan en het is bovendien een album dat, bijvoorbeeld door de subtiele bijdragen van synths, opeens een stuk moderner klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment.
Het knappe is dat Carter Sampson en Kyle Reid het geluid op Gold hebben gemoderniseerd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rijke tradities van de genres waarin de muzikante uit Oklahoma City zich beweegt. De wijze waarop de pedal steel en synths samen vloeien is zelfs zo mooi dat ik hoop dat ik deze combinatie vaker tegen ga komen. De vorige twee album van Carter Sampson moest ik zo ongeveer uit een jaarlijstje halen, maar dit keer ben ik bij de les en schrijf ik Gold alvast op voor het lijstje van over een maand of acht. Erwin Zijleman
Carter Sampson - Lucky (2018)

4,0
0
geplaatst: 14 september 2018, 15:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Queen Of Oklahoma houdt het hoge niveau van haar vorige plaat moeiteloos vast
Carter Sampson maakte ruim twee jaar geleden een onuitwisbare indruk met het in Nederland uitgebreid bejubelde Wilder Side. Ik pikte de plaat pas veel later op en ook haar nieuwe plaat Lucky heb ik lang over het hoofd gezien. Ook dit keer was ik echter na één keer horen verkocht. Carter Sampson maakt gloedvolle rootsmuziek met zowel invloeden uit de folk en de country. Het is muziek die wordt gedragen door haar geweldige stem, maar ook de topmuzikanten op de plaat tillen Lucky een flink stuk omhoog. Wilder Side was uiteindelijk een van de betere rootsplaten van 2016. Lucky is wat mij betreft niet minder.
De uit Oklahoma City, Oklahoma, afkomstige singer-songwriter Carter Sampson trok ruim twee jaar geleden flink wat aandacht in Nederland met haar vierde plaat Wilder Side. De plaat scoorde hoog in de maandelijkse EuroAmericanaChart (http://euroamericanachart.eu) en haalde uiteindelijk zelfs de top 3 van de jaarlijst.
Ik pikte Wilder Side zelf pas op na de publicatie van deze jaarlijst en was direct overtuigd van de kwaliteiten van Carter Sampson. Op Wilder Side overtuigde de “Queen of Oklahoma” met Amerikaanse rootsmuziek met zowel invloeden uit de folk als uit de country en met zowel uptempo als meer ingetogen songs. Wilder Side viel op door een gloedvolle en zeer trefzekere instrumentatie, maar maakte vooral indruk met een voor dit genre gemaakte stem.
Op het vorig jaar verschenen Queen Of Oklahoma liet Carter Sampson horen dat ze ook voor Wilder Side al prima songs schreef en nu is er dan Lucky. Het is voor mij een nieuwe release, maar ik heb in de lente kennelijk zitten slapen, want de plaat verscheen al maanden geleden en dook ook al even op in de EuroAmericanaChart.
Ik had, zeker gezien mijn liefde voor Wilder Side, natuurlijk beter op moeten letten, al is het duidelijk dat Carter Sampson met haar nieuwe plaat veel minder aandacht heeft getrokken dan met de zo bejubelde voorganger. Ik kan niet verklaren waarom dat zo is. Nu Carter Sampson haar naam heeft gevestigd zou het makkelijker moeten zijn om aandacht te trekken met een nieuwe release, maar kennelijk is dat niet het geval. Aan de kwaliteit van Lucky ligt het in ieder geval niet, want ook de nieuwe plaat van Carter Sampson is van een bijzonder hoog niveau.
Lucky ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de zo geprezen voorganger. Ook dit keer zorgen een aantal gelouterde muzikanten uit de muziekscene van Oklahoma City voor een fraai geluid waarin met name het gitaarwerk opvalt. Het is een geluid dat nauw aansluit bij de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de folk en de country in het bijzonder, maar voor mij klinkt de muziek van Carter Sampson ook fris en eigentijds.
Lucky bevat een aantal uptempo songs die makkelijk overtuigen en een aantal meer ingetogen songs die met succes de gevoelige snaar proberen te raken. Zeker in de wat stevigere tracks kruipt Carter Sampson voorzichtig tegen Lucinda Williams aan, maar ze schaamt zich ook niet voor meer traditionele tranentrekkers.
Het belangrijkste wapen van Carter Sampson is ook dit keer haar stem. Het is een stem die zich soepel beweegt door de door folk en country gedomineerde songs en die zowel krachtig als gevoelig kan klinken. Het zorgt er samen met de prima songs op de plaat voor dat ook Lucky zich weer makkelijk opdringt, maar net als voorganger Wilder Side groeit ook de nieuwe plaat van Carter Sampson nog een tijd door. Natuurlijk ben ik veel te laat met deze plaat, maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit en die is ook dit keer hoog. Verplichte kost voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek lijkt me. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Queen Of Oklahoma houdt het hoge niveau van haar vorige plaat moeiteloos vast
Carter Sampson maakte ruim twee jaar geleden een onuitwisbare indruk met het in Nederland uitgebreid bejubelde Wilder Side. Ik pikte de plaat pas veel later op en ook haar nieuwe plaat Lucky heb ik lang over het hoofd gezien. Ook dit keer was ik echter na één keer horen verkocht. Carter Sampson maakt gloedvolle rootsmuziek met zowel invloeden uit de folk en de country. Het is muziek die wordt gedragen door haar geweldige stem, maar ook de topmuzikanten op de plaat tillen Lucky een flink stuk omhoog. Wilder Side was uiteindelijk een van de betere rootsplaten van 2016. Lucky is wat mij betreft niet minder.
De uit Oklahoma City, Oklahoma, afkomstige singer-songwriter Carter Sampson trok ruim twee jaar geleden flink wat aandacht in Nederland met haar vierde plaat Wilder Side. De plaat scoorde hoog in de maandelijkse EuroAmericanaChart (http://euroamericanachart.eu) en haalde uiteindelijk zelfs de top 3 van de jaarlijst.
Ik pikte Wilder Side zelf pas op na de publicatie van deze jaarlijst en was direct overtuigd van de kwaliteiten van Carter Sampson. Op Wilder Side overtuigde de “Queen of Oklahoma” met Amerikaanse rootsmuziek met zowel invloeden uit de folk als uit de country en met zowel uptempo als meer ingetogen songs. Wilder Side viel op door een gloedvolle en zeer trefzekere instrumentatie, maar maakte vooral indruk met een voor dit genre gemaakte stem.
Op het vorig jaar verschenen Queen Of Oklahoma liet Carter Sampson horen dat ze ook voor Wilder Side al prima songs schreef en nu is er dan Lucky. Het is voor mij een nieuwe release, maar ik heb in de lente kennelijk zitten slapen, want de plaat verscheen al maanden geleden en dook ook al even op in de EuroAmericanaChart.
Ik had, zeker gezien mijn liefde voor Wilder Side, natuurlijk beter op moeten letten, al is het duidelijk dat Carter Sampson met haar nieuwe plaat veel minder aandacht heeft getrokken dan met de zo bejubelde voorganger. Ik kan niet verklaren waarom dat zo is. Nu Carter Sampson haar naam heeft gevestigd zou het makkelijker moeten zijn om aandacht te trekken met een nieuwe release, maar kennelijk is dat niet het geval. Aan de kwaliteit van Lucky ligt het in ieder geval niet, want ook de nieuwe plaat van Carter Sampson is van een bijzonder hoog niveau.
Lucky ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de zo geprezen voorganger. Ook dit keer zorgen een aantal gelouterde muzikanten uit de muziekscene van Oklahoma City voor een fraai geluid waarin met name het gitaarwerk opvalt. Het is een geluid dat nauw aansluit bij de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de folk en de country in het bijzonder, maar voor mij klinkt de muziek van Carter Sampson ook fris en eigentijds.
Lucky bevat een aantal uptempo songs die makkelijk overtuigen en een aantal meer ingetogen songs die met succes de gevoelige snaar proberen te raken. Zeker in de wat stevigere tracks kruipt Carter Sampson voorzichtig tegen Lucinda Williams aan, maar ze schaamt zich ook niet voor meer traditionele tranentrekkers.
Het belangrijkste wapen van Carter Sampson is ook dit keer haar stem. Het is een stem die zich soepel beweegt door de door folk en country gedomineerde songs en die zowel krachtig als gevoelig kan klinken. Het zorgt er samen met de prima songs op de plaat voor dat ook Lucky zich weer makkelijk opdringt, maar net als voorganger Wilder Side groeit ook de nieuwe plaat van Carter Sampson nog een tijd door. Natuurlijk ben ik veel te laat met deze plaat, maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit en die is ook dit keer hoog. Verplichte kost voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek lijkt me. Erwin Zijleman
Carter Sampson - Wilder Side (2016)

4,0
0
geplaatst: 9 januari 2017, 17:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Wilder Side - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iedere maand lever ik een lijstje in met mijn beste rootsplaten van de betreffende maand, waarna een deel van deze platen vervolgens opduikt in de EuroAmericanaChart (http://euroamericanachart.eu).
Het leverde een week of twee geleden een bijzondere jaarlijst op. Dat ongeveer de helft van de platen in de jaarlijst ook een plek heeft gekregen op deze BLOG verbaast me niet, maar dat de complete top 3 mij onbekend was, was op zijn minst opvallend.
Ik heb deze top 3 inmiddels beluisterd en kwam één plaat tegen die ik nog heel vaak ga draaien en die ook in mijn jaarlijst niet had misstaan.
Het betreft Wilder Side van ene Carter Sampson. Deze Carter Sampson is geboren en getogen in Oklahoma City, is opgegroeid in een zeer muzikaal nest en maakt al sinds haar 15e muziek. Het is muziek die in lokale kring (waar Carter Sampson vrijwel dagelijks op het podium staat) al meerdere malen is geprezen, maar hoewel ik de releases in het rootsgenre behoorlijk goed in de gaten houd, was ik haar naam nog niet eerder tegen gekomen. Ook Wilder Side plofte eerder dit jaar niet bij mij op de mat en kwam ook niet terecht in de mailbox, maar dankzij de jaarlijst van de EuroAmericanaChart komt de plaat hier nu toch met enige regelmaat uit de speakers.
Dat is niet zo gek, want Wilder Side van Carter Sampson heeft veel waar ik van houd. Zo beschikt de Amerikaanse singer-songwriter over een krachtige stem die gemaakt lijkt voor countrymuziek en kiest ze op haar plaat voor ingetogen songs maar ontbreken ook de songs die wat voller klinken niet. Wilder Side staat ook nog eens vol met aansprekende songs die mooie verhalen vertellen en verder valt de plaat op door een bijzonder fraaie en veelzijdige instrumentatie.
Dit laatste is deels de verdienste van multi-instrumentalist Travis Linville, die de plaat ook produceerde. Op Wilder Side staan de akoestische gitaar en de krachtige stem van Carter Sampson centraal, maar Travis Linville en de andere muzikanten op de plaat zorgen voor bijzonder fraaie accenten van onder andere dobro, orgel en bijzonder fraai gitaarwerk. Door deze accenten komt de geweldige stem van Carter Sampson nog beter tot zijn recht en het is ook nog eens een stem die bij iedere volgende beluistering weer net wat meer indruk maakt.
Het levert een plaat op vol country en folk die me in korte tijd zeer dierbaar is geworden. Dat flink wat samenstellers van de EuroAmericanaChart erg onder de indruk waren van deze plaat sterkt me in mijn mening dat Carter Sampson met Wilder Side een plaat heeft gemaakt die mee kan met het beste dat de laatste tijd in het genre is verschenen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Carter Sampson - Wilder Side - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iedere maand lever ik een lijstje in met mijn beste rootsplaten van de betreffende maand, waarna een deel van deze platen vervolgens opduikt in de EuroAmericanaChart (http://euroamericanachart.eu).
Het leverde een week of twee geleden een bijzondere jaarlijst op. Dat ongeveer de helft van de platen in de jaarlijst ook een plek heeft gekregen op deze BLOG verbaast me niet, maar dat de complete top 3 mij onbekend was, was op zijn minst opvallend.
Ik heb deze top 3 inmiddels beluisterd en kwam één plaat tegen die ik nog heel vaak ga draaien en die ook in mijn jaarlijst niet had misstaan.
Het betreft Wilder Side van ene Carter Sampson. Deze Carter Sampson is geboren en getogen in Oklahoma City, is opgegroeid in een zeer muzikaal nest en maakt al sinds haar 15e muziek. Het is muziek die in lokale kring (waar Carter Sampson vrijwel dagelijks op het podium staat) al meerdere malen is geprezen, maar hoewel ik de releases in het rootsgenre behoorlijk goed in de gaten houd, was ik haar naam nog niet eerder tegen gekomen. Ook Wilder Side plofte eerder dit jaar niet bij mij op de mat en kwam ook niet terecht in de mailbox, maar dankzij de jaarlijst van de EuroAmericanaChart komt de plaat hier nu toch met enige regelmaat uit de speakers.
Dat is niet zo gek, want Wilder Side van Carter Sampson heeft veel waar ik van houd. Zo beschikt de Amerikaanse singer-songwriter over een krachtige stem die gemaakt lijkt voor countrymuziek en kiest ze op haar plaat voor ingetogen songs maar ontbreken ook de songs die wat voller klinken niet. Wilder Side staat ook nog eens vol met aansprekende songs die mooie verhalen vertellen en verder valt de plaat op door een bijzonder fraaie en veelzijdige instrumentatie.
Dit laatste is deels de verdienste van multi-instrumentalist Travis Linville, die de plaat ook produceerde. Op Wilder Side staan de akoestische gitaar en de krachtige stem van Carter Sampson centraal, maar Travis Linville en de andere muzikanten op de plaat zorgen voor bijzonder fraaie accenten van onder andere dobro, orgel en bijzonder fraai gitaarwerk. Door deze accenten komt de geweldige stem van Carter Sampson nog beter tot zijn recht en het is ook nog eens een stem die bij iedere volgende beluistering weer net wat meer indruk maakt.
Het levert een plaat op vol country en folk die me in korte tijd zeer dierbaar is geworden. Dat flink wat samenstellers van de EuroAmericanaChart erg onder de indruk waren van deze plaat sterkt me in mijn mening dat Carter Sampson met Wilder Side een plaat heeft gemaakt die mee kan met het beste dat de laatste tijd in het genre is verschenen. Erwin Zijleman
Case Oats - Last Missouri Exit (2025)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2025, 18:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Case Oats - Last Missouri Exit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Case Oats - Last Missouri Exit
Case Oats uit Chicago heeft met Last Missouri Exit een sterk debuutalbum afgeleverd dat aangenaam rammelt en soms rockt, maar dat ook aansluit bij de betere Amerikaanse rootsmuziek van het moment
Ik kwam het debuutalbum van Case Oats in eerste instantie tegen op een aantal websites met een duidelijke voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar Last Missouri Exit is een album dat een breder publiek aan moet kunnen spreken. Casey Gomez Walker, de vrouw achter Case Oats, komt uit Chicago en heeft in de Windy City een band geformeerd. Voor de productie van haar debuutalbum kon ze rekenen op de diensten van Spencer Tweedy, die ook als muzikant is te horen op het album. Het is een album dat deels in het hokje alt-country past, maar Last Missouri Exit heeft ook een indie en lo-fi twist. Het klinkt direct lekker, maar het debuut van Case Oats groeit ook nog even door.
Het deze week verschenen Last Missouri Exit is het langverwachte debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Case Oats, die onder haar eigen naam Casey Gomez Walker al een aantal jaren actief is in de muziek, en die voor de afwisseling eens niet Nashville, Tennessee, maar Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft.
De Amerikaanse muzikante dook eerder dit jaar onder de naam Case Oats op met een door Spencer Tweedy geproduceerde single en de zoon van Wilco voorman Jeff Tweedy produceerde ook het debuutalbum van Case Oats. De muzikante uit Chicago heeft inmiddels een band gevormd met een aantal muzikanten uit de muziekscene van Chicago en ook Spencer Tweedy is aangeschoven.
Er zit ruim 600 kilometer tussen Chicago en Nashville (overigens veel minder dan ik dacht) en dat hoor je soms wel en soms niet op het debuutalbum van Case Oats. In de openingstrack van Last Missouri Exit maken Casey Gomez Walker en haar medemuzikanten Amerikaanse rootsmuziek die zo lijkt weggelopen uit Nashville, maar in de tweede track heeft de muziek van Case Oats ook een wat ruwe indie twist.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en muziek die neigt naar lo-fi indierock wisselen elkaar steeds af op Last Missouri Exit, maar de rootsmuziek domineert uiteindelijk. Dat heeft deels te maken met de muziek op het album, die wordt gedomineerd door gitaren, maar waarin ook de pedal steel en de viool een zeer voorname rol spelen en af en toe ook andere instrumenten die belangrijk zijn in de Amerikaanse rootsmuziek opduiken.
De wat ruwere twist en het randje indierock in de muziek van Case Oats hoor je vooral in de zang van Casey Gomez Walker en soms in het gitaargeluid van de band. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die gemaakt lijkt voor Amerikaanse rootsmuziek, maar kan ook net wat rauwer klinken en dat geldt ook voor de gitaren op het album.
Wanneer zowel de muziek als de zang wat ruwer zijn en de zang ook wat onvaster doet het wel wat denken aan de muziek die Big Thief maakte op Dragon New Warm Mountain I Believe in You, maar die band heeft niet het patent op Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje indierock en bovendien houdt de vergelijking nooit heel lang stand.
Last Missouri Exit van Case Oats is een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een album dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Dat is maar goed ook, want het aanbod in het genre is zo groot dat verzadiging met enige regelmaat op de loer ligt.
Ik was direct gecharmeerd van het geluid van Case Oats, maar Last Missouri Exit is ook een album dat beter wordt en dat geldt met name voor de songs op het album die bij eerste beluistering nog wat rammelen. Het is daarom aan te bevelen om het album meerdere keren te beluisteren en pas dan te oordelen.
Het is een album dat uiteindelijk best lastig in een hokje is te duwen. Alt-country is absoluut een verdedigbaar label, maar ook met indierock of zelfs met lo-fi doe je het debuutalbum van Case Oats niet echt te kort. De Amerikaanse muzikante vindt haar inspiratie deels in de Amerikaanse rootsmuziek en deels bij bands als Big Thief, maar in een aantal tracks hoor ik ook echo’s van The Velvet Underground, wat altijd welkome echo’s zijn. Nashville domineert het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek al tijden, maar dit uitstapje naar Chicago is zeker de moeite waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Case Oats - Last Missouri Exit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Case Oats - Last Missouri Exit
Case Oats uit Chicago heeft met Last Missouri Exit een sterk debuutalbum afgeleverd dat aangenaam rammelt en soms rockt, maar dat ook aansluit bij de betere Amerikaanse rootsmuziek van het moment
Ik kwam het debuutalbum van Case Oats in eerste instantie tegen op een aantal websites met een duidelijke voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar Last Missouri Exit is een album dat een breder publiek aan moet kunnen spreken. Casey Gomez Walker, de vrouw achter Case Oats, komt uit Chicago en heeft in de Windy City een band geformeerd. Voor de productie van haar debuutalbum kon ze rekenen op de diensten van Spencer Tweedy, die ook als muzikant is te horen op het album. Het is een album dat deels in het hokje alt-country past, maar Last Missouri Exit heeft ook een indie en lo-fi twist. Het klinkt direct lekker, maar het debuut van Case Oats groeit ook nog even door.
Het deze week verschenen Last Missouri Exit is het langverwachte debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Case Oats, die onder haar eigen naam Casey Gomez Walker al een aantal jaren actief is in de muziek, en die voor de afwisseling eens niet Nashville, Tennessee, maar Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft.
De Amerikaanse muzikante dook eerder dit jaar onder de naam Case Oats op met een door Spencer Tweedy geproduceerde single en de zoon van Wilco voorman Jeff Tweedy produceerde ook het debuutalbum van Case Oats. De muzikante uit Chicago heeft inmiddels een band gevormd met een aantal muzikanten uit de muziekscene van Chicago en ook Spencer Tweedy is aangeschoven.
Er zit ruim 600 kilometer tussen Chicago en Nashville (overigens veel minder dan ik dacht) en dat hoor je soms wel en soms niet op het debuutalbum van Case Oats. In de openingstrack van Last Missouri Exit maken Casey Gomez Walker en haar medemuzikanten Amerikaanse rootsmuziek die zo lijkt weggelopen uit Nashville, maar in de tweede track heeft de muziek van Case Oats ook een wat ruwe indie twist.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en muziek die neigt naar lo-fi indierock wisselen elkaar steeds af op Last Missouri Exit, maar de rootsmuziek domineert uiteindelijk. Dat heeft deels te maken met de muziek op het album, die wordt gedomineerd door gitaren, maar waarin ook de pedal steel en de viool een zeer voorname rol spelen en af en toe ook andere instrumenten die belangrijk zijn in de Amerikaanse rootsmuziek opduiken.
De wat ruwere twist en het randje indierock in de muziek van Case Oats hoor je vooral in de zang van Casey Gomez Walker en soms in het gitaargeluid van de band. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die gemaakt lijkt voor Amerikaanse rootsmuziek, maar kan ook net wat rauwer klinken en dat geldt ook voor de gitaren op het album.
Wanneer zowel de muziek als de zang wat ruwer zijn en de zang ook wat onvaster doet het wel wat denken aan de muziek die Big Thief maakte op Dragon New Warm Mountain I Believe in You, maar die band heeft niet het patent op Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje indierock en bovendien houdt de vergelijking nooit heel lang stand.
Last Missouri Exit van Case Oats is een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een album dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Dat is maar goed ook, want het aanbod in het genre is zo groot dat verzadiging met enige regelmaat op de loer ligt.
Ik was direct gecharmeerd van het geluid van Case Oats, maar Last Missouri Exit is ook een album dat beter wordt en dat geldt met name voor de songs op het album die bij eerste beluistering nog wat rammelen. Het is daarom aan te bevelen om het album meerdere keren te beluisteren en pas dan te oordelen.
Het is een album dat uiteindelijk best lastig in een hokje is te duwen. Alt-country is absoluut een verdedigbaar label, maar ook met indierock of zelfs met lo-fi doe je het debuutalbum van Case Oats niet echt te kort. De Amerikaanse muzikante vindt haar inspiratie deels in de Amerikaanse rootsmuziek en deels bij bands als Big Thief, maar in een aantal tracks hoor ik ook echo’s van The Velvet Underground, wat altijd welkome echo’s zijn. Nashville domineert het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek al tijden, maar dit uitstapje naar Chicago is zeker de moeite waard. Erwin Zijleman
Case Yonkhear - Echoes (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 mei 2016, 10:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Case Yonkhear - Echoes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies drie jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Case Yonkhear. Het was een kennismaking die naar veel meer smaakte.
Op het in New York opgenomen Off The Grid verraste het alter-ego van Kees Jonkheer (!) met tijdloze popmuziek, die volop herinnerde aan de jaren 70, maar ook flink wat associaties opriep met de beste en door mij vurig gekoesterde platen van Ben Folds (Five).
Drie jaar later is Kees Jonkheer, of eigenlijk Case Yonkhear, terug met een nieuwe plaat en ook Echoes is weer een hele overtuigende plaat geworden.
Ook de nieuwe plaat werd weer opgenomen in New York, waar een aantal Amerikaanse muzikanten aanschoof. Echoes ligt deels in het verlengde van Off The Grid, maar biedt ook volop ruimte aan nieuwe ideeën.
Net als op de vorige plaat haalt Case Yonkhear een deel van de inspiratie uit de popmuziek uit de jaren 70, waarbij zoveel invloeden worden gebruikt dat het noemen van inspiratiebronnen zinloos is. Echoes bevat daarnaast ook weer een aantal tracks die herinneren aan de tijdloze popliedjes die Ben Folds in de jaren 90 maakte.
Tot zover niets nieuws onder de zon, maar op Echoes citeert Case Yonkhear ook meer dan op de vorige plaat uit de jaren 80. In de wat elektronischer klinkende songs doet Echoes me zowel vanwege de instrumentatie als door de mooie vocalen wel wat denken aan de betere songs van The Human League (iedereens die alleen de singles kent moet de platen van de band uit Sheffield er maar eens bij pakken), maar er klinken meer echo’s door vanuit de jaren 80.
Echoes is hierdoor nog net was afwisselender dan zijn al behoorlijk gevarieerde voorganger en loopt als je het mij vraagt over van de goede ideeën. Bij beluistering van Echoes heb je het idee dat je de meeste songs al jaren kent en dat is een compliment. Wanneer je goed luistert hoor je dat Case Yonkhear zijn songs op bijzonder knappe wijze in elkaar heeft geknutseld, waardoor de plaat ook na vele keren horen blijft boeien en intrigeren. En dat bijna een uur lang.
De ene keer doet Echoes dit met voorzichtig weemoedige songs, de volgende keer met uitbundige songs die de zon uitbundig laten schijnen. Het is dan ook doodzonde dat de muziek van Case Yonkhear vooralsnog zo weinig aandacht trekt. Veel beter hebben we echt niet in Nederland. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Case Yonkhear - Echoes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies drie jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Case Yonkhear. Het was een kennismaking die naar veel meer smaakte.
Op het in New York opgenomen Off The Grid verraste het alter-ego van Kees Jonkheer (!) met tijdloze popmuziek, die volop herinnerde aan de jaren 70, maar ook flink wat associaties opriep met de beste en door mij vurig gekoesterde platen van Ben Folds (Five).
Drie jaar later is Kees Jonkheer, of eigenlijk Case Yonkhear, terug met een nieuwe plaat en ook Echoes is weer een hele overtuigende plaat geworden.
Ook de nieuwe plaat werd weer opgenomen in New York, waar een aantal Amerikaanse muzikanten aanschoof. Echoes ligt deels in het verlengde van Off The Grid, maar biedt ook volop ruimte aan nieuwe ideeën.
Net als op de vorige plaat haalt Case Yonkhear een deel van de inspiratie uit de popmuziek uit de jaren 70, waarbij zoveel invloeden worden gebruikt dat het noemen van inspiratiebronnen zinloos is. Echoes bevat daarnaast ook weer een aantal tracks die herinneren aan de tijdloze popliedjes die Ben Folds in de jaren 90 maakte.
Tot zover niets nieuws onder de zon, maar op Echoes citeert Case Yonkhear ook meer dan op de vorige plaat uit de jaren 80. In de wat elektronischer klinkende songs doet Echoes me zowel vanwege de instrumentatie als door de mooie vocalen wel wat denken aan de betere songs van The Human League (iedereens die alleen de singles kent moet de platen van de band uit Sheffield er maar eens bij pakken), maar er klinken meer echo’s door vanuit de jaren 80.
Echoes is hierdoor nog net was afwisselender dan zijn al behoorlijk gevarieerde voorganger en loopt als je het mij vraagt over van de goede ideeën. Bij beluistering van Echoes heb je het idee dat je de meeste songs al jaren kent en dat is een compliment. Wanneer je goed luistert hoor je dat Case Yonkhear zijn songs op bijzonder knappe wijze in elkaar heeft geknutseld, waardoor de plaat ook na vele keren horen blijft boeien en intrigeren. En dat bijna een uur lang.
De ene keer doet Echoes dit met voorzichtig weemoedige songs, de volgende keer met uitbundige songs die de zon uitbundig laten schijnen. Het is dan ook doodzonde dat de muziek van Case Yonkhear vooralsnog zo weinig aandacht trekt. Veel beter hebben we echt niet in Nederland. Erwin Zijleman
Case Yonkhear - Pineal Grind (2022)

4,0
0
geplaatst: 14 december 2022, 11:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Case Yonkhear - Pineal Grind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Case Yonkhear - Pineal Grind
Het was een paar jaar stil rond Case Yonkhear, maar het project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer keert terug met een album dat wederom uitblinkt met tijdloze maar ook eigentijds klinkende popsongs
Ruim een maand geleden verscheen Pineal Grind, het vierde album van Case Yonkhear. Het is een album dat vooralsnog helaas niet heel veel aandacht heeft gekregen, maar het album verdient deze aandacht absoluut. Case Yonkhear, een project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer, laat zich ook op Pineal Grind weer met name beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 70, maar de tijdloze popsongs worden ook altijd voorzien van een bijzondere twist. Kees Jonkheer nam zijn nieuwe album voor de afwisseling op in het Ugandese Kampala, maar Pineal Grind is uiteindelijk een logisch vervolg op de vorige albums van Case Yonkhear. Ik zou er zeker eens naar luisteren.
Ik heb op de krenten uit de pop al twee keer eerder aandacht besteed aan de muziek van Case Yonkhear. Het project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer, ook bekend als de man achter het huiskamerconcerten platform Live In Your Living Room, debuteerde in 2011 met Soul Cream Head Shake, maar het in 2013 verschenen Off The Grid was mijn eerste kennismaking met de muziek van Case Yonkhear. Off The Grid werd in 2016 gevolgd door Echoes, dat net als zijn voorganger werd opgenomen in New York.
Zowel Off The Grid als Echoes vergeleek ik vooral met de muziek van Ben Folds (Five), maar beide albums stonden bol van de invloeden, waarvan er flink wat uit de jaren 70 kwamen. Het is een tijdje stil geweest rond Case Yonkhear, maar met het onlangs verschenen Pineal Grind vervolgt het alter ego van Kees Jonkheer zijn weg. De Nederlandse muzikant koos dit keer niet voor een studio in New York, maar verruilde Nederland voor het opnemen van zijn vierde album tijdelijk voor Kampala in Uganda. Kees Jonkheer zocht in Kampala de samenwerking met een aantal Afrikaanse muzikanten, waardoor ik op voorhand een totaal ander album dan Off The Grid of Echoes had verwacht.
Het tegendeel blijkt het geval, want ook bij beluistering van veel van de songs op Pineal Grind had ik vooral associaties met de muziek van Ben Folds Five, dat in 1997 met Whatever And Ever Amen een vergeten meesterwerk afleverde. Ook de invloeden uit de jaren 70 spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Case Yonkhear.
Onder andere in Soul Cream Head Shake, ook de titel van het debuutalbum van Case Yonkhear, hoor ik wat van 10cc in de bezetting met Kevin Godley en Lol Creme, waarna ook The Beatles nog even opduiken. Ook dit keer doe je de muziek van Case Yonkhear overigens tekort met het noemen van slechts een paar namen, want de Nederlandse muzikant laat zich door van alles en nog wat inspireren en verwerkt al deze invloeden in een fraai eigen geluid.
Het is een geluid waarin de invloeden uit de muziekscene van Kampala niet heel veel ruimte krijgen, ik hoor ze eigenlijk vooral in de afsluitende bonustrack. Heel erg vind ik dat overigens niet, want ik hou persoonlijk wel van het geluid dat Case Yonkhear perfectioneerde op zijn vorige album. De tijdloze jaren 70 popsongs met hier en daar een eigenzinnige twist zijn ook dit keer fraai ingekleurd, terwijl de songs die zich hebben laten beïnvloeden door de new wave uit de late jaren 70 wat ruwer en onderkoelder klinken.
De meeste songs op het album beginnen bij de piano, maar het geluid van Case Yonkhear is over het algemeen lekker vol ingekleurd, met hier en daar blazers als kers op de taart. Het past allemaal prachtig bij de stem van de Nederlandse muzikant, die de wat nostalgische sfeer in de muziek van Case Yonkhear versterkt.
Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee albums van Case Yonkhear, die overigens echt veel te weinig aandacht hebben gekregen, en ook Pineal Grind bevalt me weer uitstekend. Case Yonkhear verwerkt, zoals momenteel zoveel muzikanten, flink wat invloeden uit de jaren 70, maar voegt in tegenstelling tot de meeste van zijn soort- en tijdgenoten iets eigens en eigenzinnigs toe aan zijn songs. Mooi album weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Case Yonkhear - Pineal Grind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Case Yonkhear - Pineal Grind
Het was een paar jaar stil rond Case Yonkhear, maar het project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer keert terug met een album dat wederom uitblinkt met tijdloze maar ook eigentijds klinkende popsongs
Ruim een maand geleden verscheen Pineal Grind, het vierde album van Case Yonkhear. Het is een album dat vooralsnog helaas niet heel veel aandacht heeft gekregen, maar het album verdient deze aandacht absoluut. Case Yonkhear, een project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer, laat zich ook op Pineal Grind weer met name beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 70, maar de tijdloze popsongs worden ook altijd voorzien van een bijzondere twist. Kees Jonkheer nam zijn nieuwe album voor de afwisseling op in het Ugandese Kampala, maar Pineal Grind is uiteindelijk een logisch vervolg op de vorige albums van Case Yonkhear. Ik zou er zeker eens naar luisteren.
Ik heb op de krenten uit de pop al twee keer eerder aandacht besteed aan de muziek van Case Yonkhear. Het project van de Nederlandse muzikant Kees Jonkheer, ook bekend als de man achter het huiskamerconcerten platform Live In Your Living Room, debuteerde in 2011 met Soul Cream Head Shake, maar het in 2013 verschenen Off The Grid was mijn eerste kennismaking met de muziek van Case Yonkhear. Off The Grid werd in 2016 gevolgd door Echoes, dat net als zijn voorganger werd opgenomen in New York.
Zowel Off The Grid als Echoes vergeleek ik vooral met de muziek van Ben Folds (Five), maar beide albums stonden bol van de invloeden, waarvan er flink wat uit de jaren 70 kwamen. Het is een tijdje stil geweest rond Case Yonkhear, maar met het onlangs verschenen Pineal Grind vervolgt het alter ego van Kees Jonkheer zijn weg. De Nederlandse muzikant koos dit keer niet voor een studio in New York, maar verruilde Nederland voor het opnemen van zijn vierde album tijdelijk voor Kampala in Uganda. Kees Jonkheer zocht in Kampala de samenwerking met een aantal Afrikaanse muzikanten, waardoor ik op voorhand een totaal ander album dan Off The Grid of Echoes had verwacht.
Het tegendeel blijkt het geval, want ook bij beluistering van veel van de songs op Pineal Grind had ik vooral associaties met de muziek van Ben Folds Five, dat in 1997 met Whatever And Ever Amen een vergeten meesterwerk afleverde. Ook de invloeden uit de jaren 70 spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Case Yonkhear.
Onder andere in Soul Cream Head Shake, ook de titel van het debuutalbum van Case Yonkhear, hoor ik wat van 10cc in de bezetting met Kevin Godley en Lol Creme, waarna ook The Beatles nog even opduiken. Ook dit keer doe je de muziek van Case Yonkhear overigens tekort met het noemen van slechts een paar namen, want de Nederlandse muzikant laat zich door van alles en nog wat inspireren en verwerkt al deze invloeden in een fraai eigen geluid.
Het is een geluid waarin de invloeden uit de muziekscene van Kampala niet heel veel ruimte krijgen, ik hoor ze eigenlijk vooral in de afsluitende bonustrack. Heel erg vind ik dat overigens niet, want ik hou persoonlijk wel van het geluid dat Case Yonkhear perfectioneerde op zijn vorige album. De tijdloze jaren 70 popsongs met hier en daar een eigenzinnige twist zijn ook dit keer fraai ingekleurd, terwijl de songs die zich hebben laten beïnvloeden door de new wave uit de late jaren 70 wat ruwer en onderkoelder klinken.
De meeste songs op het album beginnen bij de piano, maar het geluid van Case Yonkhear is over het algemeen lekker vol ingekleurd, met hier en daar blazers als kers op de taart. Het past allemaal prachtig bij de stem van de Nederlandse muzikant, die de wat nostalgische sfeer in de muziek van Case Yonkhear versterkt.
Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee albums van Case Yonkhear, die overigens echt veel te weinig aandacht hebben gekregen, en ook Pineal Grind bevalt me weer uitstekend. Case Yonkhear verwerkt, zoals momenteel zoveel muzikanten, flink wat invloeden uit de jaren 70, maar voegt in tegenstelling tot de meeste van zijn soort- en tijdgenoten iets eigens en eigenzinnigs toe aan zijn songs. Mooi album weer. Erwin Zijleman
case/lang/veirs - case/lang/veirs (2016)

4,0
1
geplaatst: 8 december 2016, 14:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: case/lang/veirs - case/lang/veirs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan het begin van de zomer verscheen case/lang/veirs, waarop Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs de krachten bundelen.
Ondanks het feit dat ik de soloalbums van de drie zangeressen hoog heb zitten of zelfs koester (met name die van Laura Veirs zijn prachtig) heb ik de plaat van het drietal tot voor kort laten liggen.
Samenwerkingsprojecten als deze leveren immers maar zelden echt goede platen op en als 1+1+1 niet eens 3 is, hoeft het van mij niet.
De eerste recensies die ik las over de plaat leken mijn gelijk te bevestigen, maar tot mijn grote verrassing dook case/lang/veirs de afgelopen weken op in een aantal jaarlijstjes van naam en faam. Als vervolgens ook lezers van deze BLOG gaan wijzen op de plaat, is het de hoogste tijd om de plaat uit het plastic te halen.
Dat heb ik inmiddels gedaan, zodat ik weet dat 1+1+1 in het geval van Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs minstens 3 is en misschien zelfs wel 4.
De combinatie van de stemmen van de drie is een bijzondere, want het zijn stemmen die nauwelijks op elkaar lijken en alle drie een bijzonder en zeer herkenbaar geluid hebben. De stemmen van de drie zangeressen blijken echter prachtig bij elkaar te passen, wat hier en daar bijzonder fraaie harmonieën oplevert.
Op case/lang/veirs gunnen Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs elkaar echter vooral een persoonlijk plekje in de spotlights. In de meeste tracks neemt een van de drie het voortouw en beperken de andere twee zich tot backing vocals, die vaak herinneren aan koortjes die in de jaren 60 gebruikelijk waren.
Van de drie beschikt k.d. lang ongetwijfeld over het meeste talent, maar ik vind persoonlijk Neko Case het best uit de verf komen met haar emotievolle stem, terwijl Laura Veirs zich optrekt aan de twee betere zangeressen en wat mij betreft de beste songs schrijft.
Een nadeel van de invulling die is gekozen voor case/lang/veirs is dat de plaat geen eenheid is en meerdere kanten op schiet. Bij eerste beluistering hoorde ik toch vooral Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs songs die door elkaar waren gehusseld, maar bij herhaalde beluistering viel veel meer op hoe de dames die tweede viool spelen bijdragen aan de songs, waardoor het uiteindelijk toch gezamenlijke songs worden.
Het zijn songs met drie verschillende kleuren, maar het zijn drie warme kleuren die goed bij elkaar passen en elkaar kunnen versterken. De zoals altijd trefzekere productie van Tucker Martine maakt het af.
case/lang/veirs is al met al een geslaagd samenwerkingsproject, dat doet uitzien naar nieuw solowerk van de drie, maar ondertussen de koude winterdagen verwarmt met gloedvolle songs met zeer aangename klanken en flink wat vocaal vuurwerk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: case/lang/veirs - case/lang/veirs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan het begin van de zomer verscheen case/lang/veirs, waarop Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs de krachten bundelen.
Ondanks het feit dat ik de soloalbums van de drie zangeressen hoog heb zitten of zelfs koester (met name die van Laura Veirs zijn prachtig) heb ik de plaat van het drietal tot voor kort laten liggen.
Samenwerkingsprojecten als deze leveren immers maar zelden echt goede platen op en als 1+1+1 niet eens 3 is, hoeft het van mij niet.
De eerste recensies die ik las over de plaat leken mijn gelijk te bevestigen, maar tot mijn grote verrassing dook case/lang/veirs de afgelopen weken op in een aantal jaarlijstjes van naam en faam. Als vervolgens ook lezers van deze BLOG gaan wijzen op de plaat, is het de hoogste tijd om de plaat uit het plastic te halen.
Dat heb ik inmiddels gedaan, zodat ik weet dat 1+1+1 in het geval van Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs minstens 3 is en misschien zelfs wel 4.
De combinatie van de stemmen van de drie is een bijzondere, want het zijn stemmen die nauwelijks op elkaar lijken en alle drie een bijzonder en zeer herkenbaar geluid hebben. De stemmen van de drie zangeressen blijken echter prachtig bij elkaar te passen, wat hier en daar bijzonder fraaie harmonieën oplevert.
Op case/lang/veirs gunnen Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs elkaar echter vooral een persoonlijk plekje in de spotlights. In de meeste tracks neemt een van de drie het voortouw en beperken de andere twee zich tot backing vocals, die vaak herinneren aan koortjes die in de jaren 60 gebruikelijk waren.
Van de drie beschikt k.d. lang ongetwijfeld over het meeste talent, maar ik vind persoonlijk Neko Case het best uit de verf komen met haar emotievolle stem, terwijl Laura Veirs zich optrekt aan de twee betere zangeressen en wat mij betreft de beste songs schrijft.
Een nadeel van de invulling die is gekozen voor case/lang/veirs is dat de plaat geen eenheid is en meerdere kanten op schiet. Bij eerste beluistering hoorde ik toch vooral Neko Case, k.d. lang en Laura Veirs songs die door elkaar waren gehusseld, maar bij herhaalde beluistering viel veel meer op hoe de dames die tweede viool spelen bijdragen aan de songs, waardoor het uiteindelijk toch gezamenlijke songs worden.
Het zijn songs met drie verschillende kleuren, maar het zijn drie warme kleuren die goed bij elkaar passen en elkaar kunnen versterken. De zoals altijd trefzekere productie van Tucker Martine maakt het af.
case/lang/veirs is al met al een geslaagd samenwerkingsproject, dat doet uitzien naar nieuw solowerk van de drie, maar ondertussen de koude winterdagen verwarmt met gloedvolle songs met zeer aangename klanken en flink wat vocaal vuurwerk. Erwin Zijleman
Cass McCombs - Heartmind (2022)

4,5
1
geplaatst: 20 augustus 2022, 10:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cass McCombs - Heartmind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cass McCombs - Heartmind
Cass McCombs levert met Heartmind alweer zijn tiende album af en het is een album dat zomaar kan uitgroeien tot het beste en meest veelzijdige album van de Amerikaanse muzikant, die wederom grenzen verlegt
Cass McCombs werkte de afgelopen twintig jaar aan een fraai en bijzonder oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het prachtige Heartmind. Heartmind is een verrassend toegankelijk album, maar het is aan de andere kant een album vol verrassende wendingen. De Amerikaanse muzikant kon voor zijn nieuwe album een beroep doen op een aantal uitstekende muzikanten en producers en dat hoor je. Heartmind is het best klinkende album van Cass McCombs, die met zijn uitstekende zang en gitaarwerk ook zelf stevig bijdraagt aan het hoge niveau op zijn tiende album. Heartmind wordt op meerdere plekken een jaarlijstjeskandidaat genoemd en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen.
Het deze week verschenen Heartmind is alweer het tiende album van de Amerikaanse muzikant Cass McCombs. Het is een interessant stapeltje albums dat de singer-songwriter uit Concord, California, die momenteel zijn thuis heeft gevonden in New York, inmiddels op zijn naam heeft staan, al vind ik zeker niet alles even goed.
Met A begon de carrière van Cass McCombs in 2003 zeer veelbelovend, maar de albums die volgden vond ik veel minder interessant. Ik pakte de draad pas weer op met het in 2013 verschenen Big Wheel And Others en vooral met het in 2016 verschenen Mangy Love, dat een verrassend warm en veelzijdig geluid liet horen en dat opviel door het geweldige gitaarspel van Blake Mills. Mangy Love was een onbetwist jaarlijstjesalbum, dat in 2019 werd gevolgd door het fascinerende Tip Of The Sphere. Het was een wat lastig te doorgronden album dat eindeloos leek voort te kabbelen, tot alle puzzelstukjes op hun plek vielen.
Cass McCombs keert deze week terug met Heartmind, dat de afgelopen weken al uitgebreid werd bejubeld in de Britse muziektijdschriften, en terecht. Big Wheel And Others, Mangy Love en Tip Of The Sphere waren alle drie erg lange albums met minimaal een uur muziek. Op Heartmind beperkt de Amerikaanse muzikant zich tot ruim veertig minuten muziek en dat is wat mij betreft een verstandig besluit. Ook het tiende album van Cass McCombs is immers weer een album waarop heel veel te ontdekken valt en dat in eerste instantie vooral energie kost.
De Amerikaanse muzikant heeft een heel legioen aan gastmuzikanten uitgenodigd voor zijn tiende album en dat hoor je. Heartmind is voorzien van een behoorlijk vol geluid waarin van alles gebeurt. In de openingstrack Music Is Blue buitelen de interessante gitaarakkoorden over elkaar heen, speelt de ritmesectie inventief en jazzy, legt een orgel een breed tapijt en zingt Cass McCombs op de bijzondere wijze die we van hem gewend zijn.
De Amerikaanse muzikant werkte voor zijn nieuwe album met meerdere producers en die hebben goed hun best gedaan. Alleen in de openingstrack gebeurt al zoveel dat het je duizelt, maar het is ook een redelijk toegankelijke track met een voorzichtige hang naar het verleden. Het is een omschrijving die op gaat voor de meeste tracks op het album. Heartmind is aan de ene kant een behoorlijk toegankelijk album met vaak een jaren 70 vibe en hier en daar een verrassend zonnig en broeierig karakter, zeker wanneer invloeden uit de reggae worden verwerkt, maar het is aan de andere kant een typisch Cass McCombs album, dat veel moois en bijzonders heeft verstopt in de songs.
Op zijn tiende album bouwt de Amerikaanse muzikant verder op de lijn die werd ingezet op Mangy Love, maar ieder Cass McCombs album klinkt anders dan zijn voorganger en dit geldt ook weer vol Heartmind. Door het inschakelen van een aantal muzikanten van naam en faam en een aantal gelouterde producers klinkt het album mooier dan zijn voorgangers en rijgt Cass McCombs de muzikale hoogstandjes aan elkaar, met hier en daar een fraaie hoofdrol voor de viool en de pedal steel.
Ook in vocaal opzicht vind ik Heartmind beter dan de vorige albums van de muzikant uit New York, wat deels op het conto van de gastvocalisten (onder wie Danielle Haim en The Chapin Sisters) kan worden geschreven, maar vooral de verdienste is van de ontspannen zang van Cass McCombs zelf. Met Heartmind overtreft de Amerikaanse muzikant zichzelf, wat na Mangy Love wederom een onbetwist jaarlijstjesalbum oplevert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cass McCombs - Heartmind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cass McCombs - Heartmind
Cass McCombs levert met Heartmind alweer zijn tiende album af en het is een album dat zomaar kan uitgroeien tot het beste en meest veelzijdige album van de Amerikaanse muzikant, die wederom grenzen verlegt
Cass McCombs werkte de afgelopen twintig jaar aan een fraai en bijzonder oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het prachtige Heartmind. Heartmind is een verrassend toegankelijk album, maar het is aan de andere kant een album vol verrassende wendingen. De Amerikaanse muzikant kon voor zijn nieuwe album een beroep doen op een aantal uitstekende muzikanten en producers en dat hoor je. Heartmind is het best klinkende album van Cass McCombs, die met zijn uitstekende zang en gitaarwerk ook zelf stevig bijdraagt aan het hoge niveau op zijn tiende album. Heartmind wordt op meerdere plekken een jaarlijstjeskandidaat genoemd en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen.
Het deze week verschenen Heartmind is alweer het tiende album van de Amerikaanse muzikant Cass McCombs. Het is een interessant stapeltje albums dat de singer-songwriter uit Concord, California, die momenteel zijn thuis heeft gevonden in New York, inmiddels op zijn naam heeft staan, al vind ik zeker niet alles even goed.
Met A begon de carrière van Cass McCombs in 2003 zeer veelbelovend, maar de albums die volgden vond ik veel minder interessant. Ik pakte de draad pas weer op met het in 2013 verschenen Big Wheel And Others en vooral met het in 2016 verschenen Mangy Love, dat een verrassend warm en veelzijdig geluid liet horen en dat opviel door het geweldige gitaarspel van Blake Mills. Mangy Love was een onbetwist jaarlijstjesalbum, dat in 2019 werd gevolgd door het fascinerende Tip Of The Sphere. Het was een wat lastig te doorgronden album dat eindeloos leek voort te kabbelen, tot alle puzzelstukjes op hun plek vielen.
Cass McCombs keert deze week terug met Heartmind, dat de afgelopen weken al uitgebreid werd bejubeld in de Britse muziektijdschriften, en terecht. Big Wheel And Others, Mangy Love en Tip Of The Sphere waren alle drie erg lange albums met minimaal een uur muziek. Op Heartmind beperkt de Amerikaanse muzikant zich tot ruim veertig minuten muziek en dat is wat mij betreft een verstandig besluit. Ook het tiende album van Cass McCombs is immers weer een album waarop heel veel te ontdekken valt en dat in eerste instantie vooral energie kost.
De Amerikaanse muzikant heeft een heel legioen aan gastmuzikanten uitgenodigd voor zijn tiende album en dat hoor je. Heartmind is voorzien van een behoorlijk vol geluid waarin van alles gebeurt. In de openingstrack Music Is Blue buitelen de interessante gitaarakkoorden over elkaar heen, speelt de ritmesectie inventief en jazzy, legt een orgel een breed tapijt en zingt Cass McCombs op de bijzondere wijze die we van hem gewend zijn.
De Amerikaanse muzikant werkte voor zijn nieuwe album met meerdere producers en die hebben goed hun best gedaan. Alleen in de openingstrack gebeurt al zoveel dat het je duizelt, maar het is ook een redelijk toegankelijke track met een voorzichtige hang naar het verleden. Het is een omschrijving die op gaat voor de meeste tracks op het album. Heartmind is aan de ene kant een behoorlijk toegankelijk album met vaak een jaren 70 vibe en hier en daar een verrassend zonnig en broeierig karakter, zeker wanneer invloeden uit de reggae worden verwerkt, maar het is aan de andere kant een typisch Cass McCombs album, dat veel moois en bijzonders heeft verstopt in de songs.
Op zijn tiende album bouwt de Amerikaanse muzikant verder op de lijn die werd ingezet op Mangy Love, maar ieder Cass McCombs album klinkt anders dan zijn voorganger en dit geldt ook weer vol Heartmind. Door het inschakelen van een aantal muzikanten van naam en faam en een aantal gelouterde producers klinkt het album mooier dan zijn voorgangers en rijgt Cass McCombs de muzikale hoogstandjes aan elkaar, met hier en daar een fraaie hoofdrol voor de viool en de pedal steel.
Ook in vocaal opzicht vind ik Heartmind beter dan de vorige albums van de muzikant uit New York, wat deels op het conto van de gastvocalisten (onder wie Danielle Haim en The Chapin Sisters) kan worden geschreven, maar vooral de verdienste is van de ontspannen zang van Cass McCombs zelf. Met Heartmind overtreft de Amerikaanse muzikant zichzelf, wat na Mangy Love wederom een onbetwist jaarlijstjesalbum oplevert. Erwin Zijleman
Cass McCombs - Interior Live Oak (2025)

4,0
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 18:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cass McCombs - Interior Live Oak - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cass McCombs - Interior Live Oak
Ik heb een wat moeizame relatie met de albums van Cass McCombs, maar naast mijn liefde voor zijn album Mangy Love begint ook het deze week verschenen Interior Live Oak zich steeds nadrukkelijker op te dringen
Het is inmiddels een flinke stapel albums die de Amerikaanse muzikant Cass McCombs op zijn naam heeft staan. Het zijn singer-songwriter albums van behoorlijk hoge kwaliteit en het zijn in veel gevallen albums met een aangename jaren 70 vibe. De albums van Cass McCombs hebben zo ongeveer alles dat ik leuk vind, maar toch duurt het bij mij altijd even voor ik echt val voor de muzikale charmes van de Californische muzikant. Dat is niet anders bij het deze week verschenen Interior Live Oak, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier en interessanter ik het vind. Dan blijkt immers dat de songs van Cass McCombs niet alleen zeer aangenaam zijn, maar ook van hoge kwaliteit.
De albums van de Amerikaanse singer-songwriter Cass McCombs zijn albums waar ik altijd nieuwsgierig naar ben. Dat is al zo sinds zijn debuutalbum A uit 2003, dat ik inmiddels al weer meer dan twintig jaar geleden een zeer aangename verrassing vond. Een zekerheid is een album van Cass McCombs voor mij echter nog altijd niet. Na zijn debuutalbums liet ik heel veel albums liggen, waarna ik pas na vele pogingen het in 2016 verschenen Mangy Love oppikte.
Mangy Love vind ik inmiddels met afstand het beste album van Cass McCombs en het is eigenlijk het enige album van de Amerikaanse muzikant dat ik met enige regelmaat beluister. Toch was ik ook zeer te spreken over de twee albums die volgden op het voorlopige meesterwerk van de Amerikaanse muzikant. Tip Of The Sphere uit 2019 is een wat complexer album dat het best tot zijn recht komt wanneer je er wat vaker naar luistert (wat ik vooralsnog dus niet doe), terwijl het met veel gastmuzikanten gemaakte Heartmind het Cass McCombs album is dat het makkelijkst een breder publiek zou moeten kunnen aanspreken.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het elfde reguliere album van de muzikant uit California, dat volgt op een album met kinderliedjes en een verzamelaar met restmateriaal. Interior Live Oak is eigenlijk vanaf de eerste noten een typisch Cass McCombs album. De songs van de Amerikaanse muzikant hebben een aangename jaren 70 vibe, zitten in muzikaal opzicht knap in elkaar en hebben ook iets eigenzinnigs, waardoor je niet het idee hebt dat je naar een vergeten album uit de jaren 70 luistert.
Cass McCombs zingt verder prima en heeft een stem die goed past bij zijn singer-songwriter muziek met een hang naar de jaren 70. Dat is allemaal positief, maar zijn albums dringen zich bij mij nooit direct genadeloos op. Ook de songs op Interior Live Oak ademen kwaliteit, maar het zijn ook songs die bij mij makkelijk vervliegen, hoe aangenaam ze ook zijn. Dat aangename houdt dit keer wel bijna vijf kwartier aan en Cass McCombs doet dit met songs die meer wat meer in het verlengde van de songs op Mangy Love liggen.
Uit het verleden weet ik dat het helpt om wat vaker te luisteren naar de muziek van Cass McCombs, waardoor Mangy Love inmiddels een album is dat ik koester. Ook Interior Live Oak beschikt over de potentie om uit te groeien tot een album dat ik koester, want de Amerikaanse muzikant heeft een serie uitstekende songs geschreven en vertolkt ze zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zeer vakkundig.
Cass McCombs heeft zijn nieuwe album gemaakt met een aantal gelouterde muzikanten, die hoorbaar veel plezier hebben beleefd aan het album, dat ook nog eens vakkundig is geproduceerd door Cass McCombs en de ervaren co-producers Chris Cohen en Sam Owens (aka Sam Evian). Het album klinkt hierdoor echt geweldig.
Interior Live Oak is een album dat ik inmiddels vaker heb beluisterd dan ik normaal gesproken doe wanneer een album slechts een paar dagen uit is en wat een jaar of negen geleden gebeurde met Mangy Love gebeurt ook met steeds meer songs op Interior Live Oak, die stuk van stuk van aangenaam in memorabel transformeren. Het levert een album op dat het ongetwijfeld heel goed gaat doen op lome dagen die komen gaan, maar Interior Live Oak is ook een heel knap album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cass McCombs - Interior Live Oak - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cass McCombs - Interior Live Oak
Ik heb een wat moeizame relatie met de albums van Cass McCombs, maar naast mijn liefde voor zijn album Mangy Love begint ook het deze week verschenen Interior Live Oak zich steeds nadrukkelijker op te dringen
Het is inmiddels een flinke stapel albums die de Amerikaanse muzikant Cass McCombs op zijn naam heeft staan. Het zijn singer-songwriter albums van behoorlijk hoge kwaliteit en het zijn in veel gevallen albums met een aangename jaren 70 vibe. De albums van Cass McCombs hebben zo ongeveer alles dat ik leuk vind, maar toch duurt het bij mij altijd even voor ik echt val voor de muzikale charmes van de Californische muzikant. Dat is niet anders bij het deze week verschenen Interior Live Oak, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier en interessanter ik het vind. Dan blijkt immers dat de songs van Cass McCombs niet alleen zeer aangenaam zijn, maar ook van hoge kwaliteit.
De albums van de Amerikaanse singer-songwriter Cass McCombs zijn albums waar ik altijd nieuwsgierig naar ben. Dat is al zo sinds zijn debuutalbum A uit 2003, dat ik inmiddels al weer meer dan twintig jaar geleden een zeer aangename verrassing vond. Een zekerheid is een album van Cass McCombs voor mij echter nog altijd niet. Na zijn debuutalbums liet ik heel veel albums liggen, waarna ik pas na vele pogingen het in 2016 verschenen Mangy Love oppikte.
Mangy Love vind ik inmiddels met afstand het beste album van Cass McCombs en het is eigenlijk het enige album van de Amerikaanse muzikant dat ik met enige regelmaat beluister. Toch was ik ook zeer te spreken over de twee albums die volgden op het voorlopige meesterwerk van de Amerikaanse muzikant. Tip Of The Sphere uit 2019 is een wat complexer album dat het best tot zijn recht komt wanneer je er wat vaker naar luistert (wat ik vooralsnog dus niet doe), terwijl het met veel gastmuzikanten gemaakte Heartmind het Cass McCombs album is dat het makkelijkst een breder publiek zou moeten kunnen aanspreken.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het elfde reguliere album van de muzikant uit California, dat volgt op een album met kinderliedjes en een verzamelaar met restmateriaal. Interior Live Oak is eigenlijk vanaf de eerste noten een typisch Cass McCombs album. De songs van de Amerikaanse muzikant hebben een aangename jaren 70 vibe, zitten in muzikaal opzicht knap in elkaar en hebben ook iets eigenzinnigs, waardoor je niet het idee hebt dat je naar een vergeten album uit de jaren 70 luistert.
Cass McCombs zingt verder prima en heeft een stem die goed past bij zijn singer-songwriter muziek met een hang naar de jaren 70. Dat is allemaal positief, maar zijn albums dringen zich bij mij nooit direct genadeloos op. Ook de songs op Interior Live Oak ademen kwaliteit, maar het zijn ook songs die bij mij makkelijk vervliegen, hoe aangenaam ze ook zijn. Dat aangename houdt dit keer wel bijna vijf kwartier aan en Cass McCombs doet dit met songs die meer wat meer in het verlengde van de songs op Mangy Love liggen.
Uit het verleden weet ik dat het helpt om wat vaker te luisteren naar de muziek van Cass McCombs, waardoor Mangy Love inmiddels een album is dat ik koester. Ook Interior Live Oak beschikt over de potentie om uit te groeien tot een album dat ik koester, want de Amerikaanse muzikant heeft een serie uitstekende songs geschreven en vertolkt ze zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zeer vakkundig.
Cass McCombs heeft zijn nieuwe album gemaakt met een aantal gelouterde muzikanten, die hoorbaar veel plezier hebben beleefd aan het album, dat ook nog eens vakkundig is geproduceerd door Cass McCombs en de ervaren co-producers Chris Cohen en Sam Owens (aka Sam Evian). Het album klinkt hierdoor echt geweldig.
Interior Live Oak is een album dat ik inmiddels vaker heb beluisterd dan ik normaal gesproken doe wanneer een album slechts een paar dagen uit is en wat een jaar of negen geleden gebeurde met Mangy Love gebeurt ook met steeds meer songs op Interior Live Oak, die stuk van stuk van aangenaam in memorabel transformeren. Het levert een album op dat het ongetwijfeld heel goed gaat doen op lome dagen die komen gaan, maar Interior Live Oak is ook een heel knap album. Erwin Zijleman
Cass McCombs - Mangy Love (2016)

4,5
0
geplaatst: 30 augustus 2016, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cass McCombs - Mangy Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waar het aan ligt weet ik niet precies, maar op één of andere manier komen de platen van Cass McCombs de laatste jaren stuk voor stuk wel op de stapel met voor mij interessante releases terecht, maar komt geen van deze platen uiteindelijk toe aan beluistering.
Mogelijk heeft het te maken met het feit dat ik bij de muziek van de singer-songwriter uit Concord, California, denk aan donkere, verstilde folk en dat is muziek waar ik lang niet altijd voor in de stemming ben.
Mijn verbazing was dan ook groot toen ik het deze week verschenen Mangy Love voor de afwisseling eens wel uit de speakers liet komen.
Op zijn nieuwe plaat, als ik goed heb geteld zijn achtste, verrast Cass McCombs met fraai gearrangeerde en opvallend warmbloedige songs vol invloeden (variërend van psychedelica tot reggae).
Bijgestaan door flink wat gastmuzikanten (21 (!), onder wie de door mij bewonderde Angel Olsen en meestergitarist Blake Mills) laat Cass McCombs horen dat hij al lang geen navel starende folkie meer is. Mangy Love is opvallend rijk georkestreerd en zeker wanneer blazers worden ingezet, lijkt Cass McCombs je mee terug te nemen naar de jaren 70 (en meer dan eens naar de platen van Van Morrison).
In flink wat songs worden jazzy en soms ook tropische en funky accenten verwerkt, maar Mangy Love raakt ook meer dan eens aan de broeierige op waar Bryan Ferry in het verleden het patent op had. De achtste van Cass McCombs doet het daarom uitstekend op een lome zomerdag, maar het is ook een plaat die je vanaf de eerste noten heel nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaat.
Mangy Love ontleent een belangrijk deel van zijn schoonheid en kracht aan de bijzonder aangename maar ook avontuurlijke instrumentatie (met een hoofdrol voor de prachtige gitaarlijnen van Blake Mills), maar ook de zang van Cass McCombs (die heel af en toe aan Elliott Smith doet denken), zijn aansprekende teksten en zijn goede gevoel voor aangename maar ook intrigerende songs, dragen nadrukkelijk bij aan het verrassend fraaie eindresultaat.
Mangy Love is een plaat die continu aandacht vraagt, maar het is ook een plaat die je steeds weer opnieuw op kunt zetten, zonder dat de plaat ook maar een moment verveelt. Of ik de afgelopen jaren veel gemist heb door de platen van Cass McCombs te negeren zoek ik later nog wel eens uit. Voorlopig heb ik het veel te druk met het ijzersterke en bloedmooie Mangy Love. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cass McCombs - Mangy Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waar het aan ligt weet ik niet precies, maar op één of andere manier komen de platen van Cass McCombs de laatste jaren stuk voor stuk wel op de stapel met voor mij interessante releases terecht, maar komt geen van deze platen uiteindelijk toe aan beluistering.
Mogelijk heeft het te maken met het feit dat ik bij de muziek van de singer-songwriter uit Concord, California, denk aan donkere, verstilde folk en dat is muziek waar ik lang niet altijd voor in de stemming ben.
Mijn verbazing was dan ook groot toen ik het deze week verschenen Mangy Love voor de afwisseling eens wel uit de speakers liet komen.
Op zijn nieuwe plaat, als ik goed heb geteld zijn achtste, verrast Cass McCombs met fraai gearrangeerde en opvallend warmbloedige songs vol invloeden (variërend van psychedelica tot reggae).
Bijgestaan door flink wat gastmuzikanten (21 (!), onder wie de door mij bewonderde Angel Olsen en meestergitarist Blake Mills) laat Cass McCombs horen dat hij al lang geen navel starende folkie meer is. Mangy Love is opvallend rijk georkestreerd en zeker wanneer blazers worden ingezet, lijkt Cass McCombs je mee terug te nemen naar de jaren 70 (en meer dan eens naar de platen van Van Morrison).
In flink wat songs worden jazzy en soms ook tropische en funky accenten verwerkt, maar Mangy Love raakt ook meer dan eens aan de broeierige op waar Bryan Ferry in het verleden het patent op had. De achtste van Cass McCombs doet het daarom uitstekend op een lome zomerdag, maar het is ook een plaat die je vanaf de eerste noten heel nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaat.
Mangy Love ontleent een belangrijk deel van zijn schoonheid en kracht aan de bijzonder aangename maar ook avontuurlijke instrumentatie (met een hoofdrol voor de prachtige gitaarlijnen van Blake Mills), maar ook de zang van Cass McCombs (die heel af en toe aan Elliott Smith doet denken), zijn aansprekende teksten en zijn goede gevoel voor aangename maar ook intrigerende songs, dragen nadrukkelijk bij aan het verrassend fraaie eindresultaat.
Mangy Love is een plaat die continu aandacht vraagt, maar het is ook een plaat die je steeds weer opnieuw op kunt zetten, zonder dat de plaat ook maar een moment verveelt. Of ik de afgelopen jaren veel gemist heb door de platen van Cass McCombs te negeren zoek ik later nog wel eens uit. Voorlopig heb ik het veel te druk met het ijzersterke en bloedmooie Mangy Love. Erwin Zijleman
Cass McCombs - Tip of the Sphere (2019)

1
geplaatst: 11 februari 2019, 13:54 uur
recensie op de krenten uit de pop: De krenten uit de pop: Cass McCombs - Tip Of The Sphere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cass McCombs verdiende de doorbraak naar een breed publiek met Mangy Love, maar dwingt misschien nog wel meer bewondering af met zijn nieuwe groeiplaat
Het is na het geweldige Mangy Love, waarop alles leek te kloppen, zeker even wennen. Tip Of The Sphere is een album plaat die bijna een uur lang voort lijkt te kabbelen. Tot je er goed naar gaat luisteren en zich een prachtig klankentapijt ontvouwt. De nieuwe plaat van Cass McCombs is loom en ingetogen en neemt de tijd voor de songs, die ook nog eens allemaal met elkaar verbonden lijken. Ik vond het bij eerste beluistering een lange zit, maar hoe vaker ik naar Tip Of The Sphere luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Cass McCombs een plaat heeft gemaakt die zeker niet onder doet voor de terecht zo bejubelde voorganger.
De Amerikaanse singer-songwriter Cass McCombs debuteerde in 2003 en draait inmiddels al meer dan 15 jaar mee.
Ik had wel wat met de man’s debuut A, een behoorlijk ingetogen plaat met lo-fi folk, maar de platen die volgden wisten me op een of andere manier niet echt te raken, tot in 2016 Mangy Love verscheen.
Mangy Love betoverde met een vol, broeierig en verassend veelzijdig geluid en met songs die rijp leken voor een breder publiek dan de Amerikaanse muzikant tot dat moment had bereikt met zijn muziek.
Mangy Love, dat me meer dan eens herinnerde aan de jaren 70 in het algemeen en aan de platen van Van Morrison in het bijzonder, haalde mijn jaarlijstje en het was zeker niet het enige jaarlijstje waarin de plaat opdook, al moet ook geconstateerd worden dat de voorspelde en verdiende doorbraak uitbleef.
Of opvolger Tip Of The Sphere ook gaat opduiken in jaarlijstjes durf ik nog niet te voorspellen, want Cass McCombs maakt het de luisteraar op zijn nieuwe plaat niet zo makkelijk als op Mangy Love. Ook Tip Of The Sphere laat een geluid horen dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar waar Cass McCombs zich vorige keer focuste op een aantal briljante singles, heeft hij nu een plaat gemaakt die je moet beluisteren als een album en het is een album dat, zeker op het eerste gehoor, klinkt als een jamsessie.
Tip Of The Sphere duurt bijna een uur en bevat 11 songs, waarvan er twee boven de 7 minuten klokken. Het zijn songs die met enige fantasie in het hokje “kosmische folkrock” passen.
Cass McCombs kon de vorige keer een beroep doen op meestergitarist Blake Mills, maar ook dit keer heeft de Amerikaan niets te klagen over de muzikanten die opdoken in de studio. Deze muzikanten verdienden hun sporen in bands als Okkervil River, The War on Drugs, Vetiver en de bands van Norah Jones en Kevin Morby en dat hoor je. Samen met deze muzikanten kiest Cass McCombs voor een loom en soms wat wollig klinkend geluid en voor songs die de tijd nemen.
Tip Of The Sphere is zoals gezegd een plaat die je als album moet beluisteren en dat is een vaardigheid die steeds schaarser lijkt te worden in deze tijden met een maximaal muziekaanbod voor iedereen. Ook ik maak me steeds vaker schuldig aan het snel scannen van een album en in dat geval blijft er weinig hangen van Tip Of The Sphere. Er zit niet al te veel vaart in de songs op de plaat en zeker bij oppervlakkige beluistering zijn het songs die erg op elkaar lijken en wat voort lijken te kabbelen.
Hoe anders is de ervaring wanneer je je opsluit met de nieuwe plaat van Cass McCombs en alle aandacht reserveert voor Tip Of The Sphere. De nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter heeft dan een bijna bezwerende uitwerking en verrast keer op keer met een warmbloedige instrumentatie vol fraaie details.
Ik duwde het album hierboven in het hokje “kosmische folkrock”, maar Tip Of The Sphere verkent ook invloeden uit de jazz en de psychedelica en laat zich net zo makkelijk beïnvloeden door de ongrijpbare jamplaten van Grateful Dead als door de intieme platen van Elliott Smith. De negende plaat van Cass McCombs roept veel meer associaties op, maar die leiden alleen maar af van al het fraais dat is verstopt op de plaat.
Beluister Tip Of The Sphere een keer met de koptelefoon en met volledige aandacht en er gaat een wereld voor je open. Het gitaarwerk op de plaat is prachtig en de rest van de instrumentatie draait hier al even fraai omheen, net als de stem van Cass McCombs, die ook nog even wat misstanden aan de kaak stelt in zijn songs. Misschien niet zo verleidelijk als Mangy Love, maar Tip Of The Sphere kan hier zomaar een flink stuk bovenuit gaan groeien. Ik ben na enige gewenning compleet verkocht. Erwin Zijleman
Cass McCombs verdiende de doorbraak naar een breed publiek met Mangy Love, maar dwingt misschien nog wel meer bewondering af met zijn nieuwe groeiplaat
Het is na het geweldige Mangy Love, waarop alles leek te kloppen, zeker even wennen. Tip Of The Sphere is een album plaat die bijna een uur lang voort lijkt te kabbelen. Tot je er goed naar gaat luisteren en zich een prachtig klankentapijt ontvouwt. De nieuwe plaat van Cass McCombs is loom en ingetogen en neemt de tijd voor de songs, die ook nog eens allemaal met elkaar verbonden lijken. Ik vond het bij eerste beluistering een lange zit, maar hoe vaker ik naar Tip Of The Sphere luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Cass McCombs een plaat heeft gemaakt die zeker niet onder doet voor de terecht zo bejubelde voorganger.
De Amerikaanse singer-songwriter Cass McCombs debuteerde in 2003 en draait inmiddels al meer dan 15 jaar mee.
Ik had wel wat met de man’s debuut A, een behoorlijk ingetogen plaat met lo-fi folk, maar de platen die volgden wisten me op een of andere manier niet echt te raken, tot in 2016 Mangy Love verscheen.
Mangy Love betoverde met een vol, broeierig en verassend veelzijdig geluid en met songs die rijp leken voor een breder publiek dan de Amerikaanse muzikant tot dat moment had bereikt met zijn muziek.
Mangy Love, dat me meer dan eens herinnerde aan de jaren 70 in het algemeen en aan de platen van Van Morrison in het bijzonder, haalde mijn jaarlijstje en het was zeker niet het enige jaarlijstje waarin de plaat opdook, al moet ook geconstateerd worden dat de voorspelde en verdiende doorbraak uitbleef.
Of opvolger Tip Of The Sphere ook gaat opduiken in jaarlijstjes durf ik nog niet te voorspellen, want Cass McCombs maakt het de luisteraar op zijn nieuwe plaat niet zo makkelijk als op Mangy Love. Ook Tip Of The Sphere laat een geluid horen dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar waar Cass McCombs zich vorige keer focuste op een aantal briljante singles, heeft hij nu een plaat gemaakt die je moet beluisteren als een album en het is een album dat, zeker op het eerste gehoor, klinkt als een jamsessie.
Tip Of The Sphere duurt bijna een uur en bevat 11 songs, waarvan er twee boven de 7 minuten klokken. Het zijn songs die met enige fantasie in het hokje “kosmische folkrock” passen.
Cass McCombs kon de vorige keer een beroep doen op meestergitarist Blake Mills, maar ook dit keer heeft de Amerikaan niets te klagen over de muzikanten die opdoken in de studio. Deze muzikanten verdienden hun sporen in bands als Okkervil River, The War on Drugs, Vetiver en de bands van Norah Jones en Kevin Morby en dat hoor je. Samen met deze muzikanten kiest Cass McCombs voor een loom en soms wat wollig klinkend geluid en voor songs die de tijd nemen.
Tip Of The Sphere is zoals gezegd een plaat die je als album moet beluisteren en dat is een vaardigheid die steeds schaarser lijkt te worden in deze tijden met een maximaal muziekaanbod voor iedereen. Ook ik maak me steeds vaker schuldig aan het snel scannen van een album en in dat geval blijft er weinig hangen van Tip Of The Sphere. Er zit niet al te veel vaart in de songs op de plaat en zeker bij oppervlakkige beluistering zijn het songs die erg op elkaar lijken en wat voort lijken te kabbelen.
Hoe anders is de ervaring wanneer je je opsluit met de nieuwe plaat van Cass McCombs en alle aandacht reserveert voor Tip Of The Sphere. De nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter heeft dan een bijna bezwerende uitwerking en verrast keer op keer met een warmbloedige instrumentatie vol fraaie details.
Ik duwde het album hierboven in het hokje “kosmische folkrock”, maar Tip Of The Sphere verkent ook invloeden uit de jazz en de psychedelica en laat zich net zo makkelijk beïnvloeden door de ongrijpbare jamplaten van Grateful Dead als door de intieme platen van Elliott Smith. De negende plaat van Cass McCombs roept veel meer associaties op, maar die leiden alleen maar af van al het fraais dat is verstopt op de plaat.
Beluister Tip Of The Sphere een keer met de koptelefoon en met volledige aandacht en er gaat een wereld voor je open. Het gitaarwerk op de plaat is prachtig en de rest van de instrumentatie draait hier al even fraai omheen, net als de stem van Cass McCombs, die ook nog even wat misstanden aan de kaak stelt in zijn songs. Misschien niet zo verleidelijk als Mangy Love, maar Tip Of The Sphere kan hier zomaar een flink stuk bovenuit gaan groeien. Ik ben na enige gewenning compleet verkocht. Erwin Zijleman
Cassandra Jenkins - (An Overview on) An Overview on Phenomenal Nature (2021)

3,5
1
geplaatst: 24 november 2021, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature
Cassandra Jenkins maakte helemaal aan het begin van het jaar een van de mooiste albums van 2021 en stoft nu nog wat demo’s, outtakes en restjes van dit album af op een zeker interessante EP
Op het nieuwe album van Cassandra Jenkins moeten we nog een paar maanden wachten, maar om haar prachtdebuut An Overview On Phenomenal Nature weer wat onder de aandacht te brengen is er deze week de EP (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature. Het is een EP met restmateriaal, waaronder demo’s en outtakes, maar er is ook een track die het album niet haalde. Persoonlijk vind ik de tracks op het album mooier dan de tracks op deze EP, maar tussen de acht tracks en 25 minuten muziek op (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature zit veel interessants. Het doet uitzien naar het nieuwe album, maar eerst zijn er de jaarlijstjes.
Nu het einde van het jaar begint te naderen en de eerste jaarlijstjes opduiken (ik kreeg deze week de januari edities van Uncut en Mojo met de jaarlijstjes alweer binnen), moet ik ook zelf voorzichtig gaan nadenken over mijn jaarlijstje (dat overigens nog wel een maand op zich zal laten wachten). Een van de absolute zekerheden in mijn jaarlijst is An Overview On Phenomenal Nature van de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins, dat hoog of zelfs heel hoog zal gaan eindigen.
Het is een album dat in de eerste weken van 2021 is verschenen en misschien alweer wat in de vergetelheid is geraakt. Om het album weer op een ieders netvlies te krijgen heeft Cassandra Jenkins deze week een EP uitgebracht die luistert naar de mooie titel (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature. Het is een EP met acht tracks en ruim 25 minuten muziek en hierdoor maar iets korter dan het album, dat helaas bleef steken bij zeven tracks en 32 minuten muziek.
De Amerikaanse muzikante bewaart de nieuwe songs voor haar nieuwe album dat volgend voorjaar zal verschijnen, maar afgelopen zomer nam ze samen met producer Josh Kaufman wel de tijd om nog eens te luisteren naar al het moois dat ze inmiddels bijna twee jaar geleden opnam en dat eindelijk ook op de podia kon worden vertolkt.
(An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature opent met een akoestische versie van Michelangelo, de track waarmee ook haar album eerder dit jaar opende. Het klinkt toch flink anders, maar ook de soberdere versie van Michelangelo mag er zijn. Ook de eerste take van New Bikini wijkt behoorlijk af van de versie die uiteindelijk op het album terecht kwam en klinkt broeieriger en organischer.
Van Crosshairs horen we dit keer wat flarden met gesproken woord, terwijl ook Ms. Cassandra niet verder komt dan flarden van een song. American Spirits was niet te vinden op het originele album en roept associaties op met de muziek van Aimee Mann; associaties die ik wel vaker heb bij beluistering van de muziek van Cassandra Jenkins.
Het is een track die niet had misstaan op het originele album, waarop de remix van Hailey, die is voorzien van flink wat elektronica en beats weer minder goed had gepast. Na een korte en instrumentale versie van het fraaie Ambiguous Norway sluit (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature af met een alternatieve versie van Hard Drive, wat misschien wel de meest bijzondere track op het album was. Het is een nog net wat experimentelere versie van de song, die toch ook weer afwijkt van het origineel.
En zo is (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature vijfentwintig minuten lang natuurlijk niet zo mooi en bijzonder als het originele album eerder dit jaar, maar deze EP is wel een leuke toevoeging op het album, die laat horen dat Cassandra Jenkins meerdere kanten op kan met haar muziek. Deze EP zorgt er bovendien voor dat An Overview On Phenomenal Nature hopelijk weer in wat bredere kring uit de kast of uit de speakers komt, want met haar eerder dit jaar verschenen album hoort de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins absoluut thuis in de jaarlijstjes over een paar weken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature
Cassandra Jenkins maakte helemaal aan het begin van het jaar een van de mooiste albums van 2021 en stoft nu nog wat demo’s, outtakes en restjes van dit album af op een zeker interessante EP
Op het nieuwe album van Cassandra Jenkins moeten we nog een paar maanden wachten, maar om haar prachtdebuut An Overview On Phenomenal Nature weer wat onder de aandacht te brengen is er deze week de EP (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature. Het is een EP met restmateriaal, waaronder demo’s en outtakes, maar er is ook een track die het album niet haalde. Persoonlijk vind ik de tracks op het album mooier dan de tracks op deze EP, maar tussen de acht tracks en 25 minuten muziek op (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature zit veel interessants. Het doet uitzien naar het nieuwe album, maar eerst zijn er de jaarlijstjes.
Nu het einde van het jaar begint te naderen en de eerste jaarlijstjes opduiken (ik kreeg deze week de januari edities van Uncut en Mojo met de jaarlijstjes alweer binnen), moet ik ook zelf voorzichtig gaan nadenken over mijn jaarlijstje (dat overigens nog wel een maand op zich zal laten wachten). Een van de absolute zekerheden in mijn jaarlijst is An Overview On Phenomenal Nature van de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins, dat hoog of zelfs heel hoog zal gaan eindigen.
Het is een album dat in de eerste weken van 2021 is verschenen en misschien alweer wat in de vergetelheid is geraakt. Om het album weer op een ieders netvlies te krijgen heeft Cassandra Jenkins deze week een EP uitgebracht die luistert naar de mooie titel (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature. Het is een EP met acht tracks en ruim 25 minuten muziek en hierdoor maar iets korter dan het album, dat helaas bleef steken bij zeven tracks en 32 minuten muziek.
De Amerikaanse muzikante bewaart de nieuwe songs voor haar nieuwe album dat volgend voorjaar zal verschijnen, maar afgelopen zomer nam ze samen met producer Josh Kaufman wel de tijd om nog eens te luisteren naar al het moois dat ze inmiddels bijna twee jaar geleden opnam en dat eindelijk ook op de podia kon worden vertolkt.
(An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature opent met een akoestische versie van Michelangelo, de track waarmee ook haar album eerder dit jaar opende. Het klinkt toch flink anders, maar ook de soberdere versie van Michelangelo mag er zijn. Ook de eerste take van New Bikini wijkt behoorlijk af van de versie die uiteindelijk op het album terecht kwam en klinkt broeieriger en organischer.
Van Crosshairs horen we dit keer wat flarden met gesproken woord, terwijl ook Ms. Cassandra niet verder komt dan flarden van een song. American Spirits was niet te vinden op het originele album en roept associaties op met de muziek van Aimee Mann; associaties die ik wel vaker heb bij beluistering van de muziek van Cassandra Jenkins.
Het is een track die niet had misstaan op het originele album, waarop de remix van Hailey, die is voorzien van flink wat elektronica en beats weer minder goed had gepast. Na een korte en instrumentale versie van het fraaie Ambiguous Norway sluit (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature af met een alternatieve versie van Hard Drive, wat misschien wel de meest bijzondere track op het album was. Het is een nog net wat experimentelere versie van de song, die toch ook weer afwijkt van het origineel.
En zo is (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature vijfentwintig minuten lang natuurlijk niet zo mooi en bijzonder als het originele album eerder dit jaar, maar deze EP is wel een leuke toevoeging op het album, die laat horen dat Cassandra Jenkins meerdere kanten op kan met haar muziek. Deze EP zorgt er bovendien voor dat An Overview On Phenomenal Nature hopelijk weer in wat bredere kring uit de kast of uit de speakers komt, want met haar eerder dit jaar verschenen album hoort de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins absoluut thuis in de jaarlijstjes over een paar weken. Erwin Zijleman
