MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kelley Mickwee - Everything Beautiful (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelley Mickwee - Everything Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelley Mickwee - Everything Beautiful
Het is ruim tien jaar stil geweest rond de Amerikaanse singer-songwriter Kelley Mickwee, maar met haar tweede album Everything Beautiful laat ze horen dat ze nog altijd geweldige Memphis soul maakt

De naam Kelley Mickwee zat ergens diep verstopt in het geheugen. Ik was zeer onder de indruk van haar debuutalbum, maar dat was inmiddels wel tien jaar oud. Gelukkig keert de Amerikaanse muzikante deze week terug en ook het tweede album van de inmiddels naar Austin uitgeweken singer-songwriter is uitstekend. Het is wederom een album waarop Kelley Mickwee de soul zoals die in de jaren 60 werd gemaakt in haar geboortestad Memphis eert. Dat doet ze met een aantal geweldige muzikanten en een aantal prima achtergrondvocalisten, maar Kelley Mickwee steelt zelf de show met haar geweldige stem. Kelley Mickwee is terug en dat is prachtig nieuws.

De Amerikaanse singer-songwriter Kelley Mickwee bracht net iets meer dan tien jaar geleden haar debuutalbum You Used To Live Here uit. Op dit album imponeerde de muzikante uit Memphis, Tennessee, met een opwindende mix van country en soul zoals die in Memphis decennia geleden al werd gemaakt.

Mede door de geweldige en heerlijk soulvolle stem van de Amerikaanse muzikante dook het debuutalbum van Kelley Mickwee aan het einde van 2014 op in mijn jaarlijstje, maar hierna werd het helaas stil. Kelley Mickwee maakte in 2018 nog wel een mini-album met twee andere muzikanten en sindsdien verscheen af en toe nog een losse track, maar de echte opvolger van het zo indrukwekkende You Used To Live Here bleef helaas uit.

Tot deze week dan, want tussen de nieuwe albums van deze week vond ik Everything Beautiful. Kelley Mickwee heeft Memphis inmiddels verruild voor Austin, Texas, waar het nieuwe album werd opgenomen. Dit album kwam er niet zonder slag of stoot, maar nadat Kelley Mickwee de juiste muzikanten had gevonden en een studio kon betalen stond alles in slechts drie dagen op de band.

De Amerikaanse muzikante heeft Memphis misschien achter zich gelaten als thuisbasis, maar alles op Everything Beautiful ademt de sfeer van de stad die zo’n grote rol heeft gespeeld in de Amerikaanse muziekgeschiedenis en waar bijvoorbeeld het geweldige Dusty In Memphis van Dusty Springfield werd opgenomen. Everything Beautiful van Kelley Mickwee is in muzikaal opzicht niet eens zo heel ver verwijderd van die klassieker uit de jaren 60.

De muzikanten die naar de studio in Austin kwamen slagen er in om een fraai vintage jaren 60 soulgeluid neer te zetten. Het is een soulgeluid waarin de piano, het orgel en gitaren domineren en waarin de prachtige bijdragen van flink wat achtergrondvocalisten sfeerbepalend zijn.

Everything Beautiful lijkt in muzikaal opzicht zo weggelopen uit de jaren 60 en ook qua zang had het album niet misstaan tijdens de hoogtijdagen van de Memphis soul. Kelley Mickwee maakte op haar inmiddels tien jaar oude debuutalbum al indruk als zangeres, maar haar stem is het afgelopen decennium verder gerijpt en komt met nog meer emotie en doorleving uit de speakers.

De geweldige achtergrondzangers en -zangeressen die zijn te horen op Everything Beautiful halen de noten uit hun tenen en versterken de toch al zo overtuigende zang van Kelley Mickwee. Everything Beautiful heeft soms een aangenaam lome sfeer, maar de band speelt af en toe ook de pannen van het dak, waarna de zang er nog een schepje bovenop doet.

Omdat Kelley Mickwee op haar nieuwe album nadrukkelijk teruggrijpt op de Memphis soul uit een tijd waarin ze nog niet eens geboren was, moet haar album concurreren met muziek uit deze tijd, maar door de geweldige productie van Everything Beautiful en het vele vocale en muzikale vuurwerk, waaronder echt prachtig gitaarwerk, wordt het tweede album van Kelley Mickwee bij mij nog niet verdreven door Memphis soulalbums uit de oude doos.

Natuurlijk hebben we veel te lang moeten wachten op het tweede album van Kelley Mickwee, maar Everything Beautiful is wat mij betreft een zeer waardig opvolger van het inmiddels vergeten, maar nog altijd uitstekende You Used To Live Here. Erwin Zijleman

Kelley Mickwee - You Used to Live Here (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelley Mickwee - You Used To Live Here - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Kelley Mickwee is een Amerikaanse singer-songwriter die al een tijdje actief is in de Amerikaanse muziek scene. Een enkeling zal haar misschien kennen van het duo Jed & Kelley of van de band The Trishas, maar voor de meeste lezers van deze BLOG zal de naam Kelley Mickwee waarschijnlijk nieuw zijn.

You Used To Live Here was overigens ook mijn eerste kennismaking met de vrouwelijke singer-songwriter die tegenwoordig weer vanuit Memphis, Tennessee opereert.

Het is een kennismaking die de nodige indruk heeft gemaakt. Kelley Mickwee imponeert in de openingstrack River Girl direct met een portie country soul die zijn weerga niet kent. Direct na de eerste noten weet je dat je naar iets bijzonders luistert.

Kelley Mickwee omringt zicht op haar debuut met een aantal prima muzikanten uit de Memphis scene en deze weten hoe soulvolle country moet klinken. Kelley Mickwee maakt het vervolgens af met vocalen die herinneren aan de allergrootsten en de song naar grote hoogten tillen.

Na River Girl was ik fan van Kelley Mickwee en had ik nog zes tracks te gaan. Het zijn tracks waarin de muzikanten die de Amerikaanse singer-songwriter bijstaan, onder wie echtgenoot Tim Regan, indruk blijven maken.

Een heel arsenaal aan snareninstrumenten komt voorbij en alles klinkt even mooi en gloedvol, met een hoofdrol voor de pedal steel van Eric Lewis. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de vocalen van Kelley Mickwee. De soul uit de openingstrack wordt op de rest van de plaat verruild voor een geluid waarin folk en country een voornamere rol spelen, maar ook deze genres zijn Kelley Mickwee op het lijf geschreven.

De zangeres uit Memphis is zo’n zangeres die de luisteraar kan verleiden met zwoele en warme vocalen, maar die dezelfde luisteraar ook kan ontroeren met persoonlijke teksten en vocalen waar het gevoel en de melancholie van af druipen.

You Used To Live Here bevat zoals gezegd zeven tracks, waarvan Kelley Mickwee er vijf zelf schreef, overigens steeds in samenwerking met een bevriende muzikant, onder wie Phoebe Hunt, Kevin Welch en Owen Temple, met wie ze een bijzonder fraai duet neerzet. De resterende twee songs zijn covers van songs van Eliza Gilkyson en John Fullbright en beiden zijn haar op het lijf geschreven.

You Used To Live Here is alles bij elkaar genomen een vrouwelijke singer-songwriter plaat die mee kan met de allerbesten en een paar keer rondweg imponeert. Valt er dan helemaal niets te klagen over het debuut van Kelley Mickwee? Ja, de plaat duurt maar een half uurtje en een half uurtje Kelley Mickwee smaakt vooral naar meer. Naar veel meer.

Er debuteren wekelijks heel veel vrouwelijke singer-songwriters, maar slechts een enkeling maakt een onuitwisbare indruk. Kelley Mickwee is een van deze vrouwelijke singer-songwriters. Ze kan vanaf nu op mijn speciale aandacht rekenen en dit bijzonder fraaie debuut zal ik koesteren. Wat een ontdekking. Erwin Zijleman

Kelley Ryan - Telescope (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelley Ryan - Telescope - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Spotify stopt sinds een recente update niet meer automatisch met afspelen wanneer een plaat helemaal is beluisterd, maar kiest zelf een volgende plaat.

Nu ben ik over het algemeen niet zo onder de indruk van de adviezen die ik krijg van meedenkende software (zo wil Booking.com me nog steeds naar plekken sturen waar ik net geweest ben en zijn de meeste suggesties van online boekhandels met vooral oudere boeken van dezelfde schrijver nogal fantasieloos), maar Spotify weet me vaak te verrassen.

Ik weet niet meer welke plaat ik een tijd geleden aan het beluisteren was, maar ik raakte pas echt geboeid toen deze plaat er op zat en Spotify een nieuwe plaat voor me opzette.

De naam Kelley Ryan zei me in eerste instantie niet zoveel, maar de muzikant uit Los Angeles maakte voor het onlangs verschenen Telescope al twee soloplaten en maakte bovendien een aantal platen met de powerpop band astroPuppees, wiens Little Chick Tsunami uit 2001 terecht werd overladen met superlatieven.

Op het afgelopen lente verschenen Telescope verrast Kelley Ryan met tijdloze en heerlijk zwoele en dromerige popliedjes. Het zijn popliedjes die aansluiten bij de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar die dankzij de jazzy impuls ook in de smaak zullen vallen bij liefhebbers van Norah Jones en haar soortgenoten.

Telescope werd geproduceerd door Don Dixon, die in de jaren 80 met Most Of The Girls Like To Dance But Only Some Of The Boys Do zelf een klassieker afleverde. Don Dixon heeft Telescope voorzien van een opvallend ingetogen maar uiterst smaakvol geluid. Het is een zwoel en dromerig geluid dat uitstekend past bij de lome en verleidelijke popliedjes van Kelley Ryan en dat verrast met subtiele bijdragen van blazers en andere eenvoudige maar bijzonder trefzekere accenten.

De meeste songs op Telescope slepen zich langzaam voort en bevatten flink wat repeterende elementen, maar van indutten is zeker geen sprake. Kelley Ryan verrast op Telescope met een buitengewoon sfeervol klankentapijt, maar vooral met knap in elkaar stekende popliedjes en een bijzonder aangenaam of zelfs onweerstaanbaar stemgeluid.

Telescope is een plaat die buitengewoon aangenaam voortkabbelt, maar het is ook een plaat die de fantasie eindeloos prikkelt met subtiele en verrassende wendingen en de warmbloedige en verleidelijke vocalen van Kelley Ryan, die ook in tekstueel opzicht nog flink wat diepgang toevoegt aan de plaat.

Het is lastig te begrijpen dat Telescope van Kelley Ryan tot dusver zo weinig aandacht heeft gekregen, maar gelukkig promoot Spotify de plaat stiekem wel. En als Telescope er op zit, zet Spotify ook de andere soloplaten van de Amerikaanse singer-songwriter op en deze zijn even mooi. Ik heb het zoals gezegd niet zo op meedenkende software, maar deze prachtige tip van Spotify had ik echt niet willen missen. Erwin Zijleman

Kelly Brouhaha - Kelly Brouhaha (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly Brouhaha - Kelly Brouhaha - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelly Brouhaha - Kelly Brouhaha
Australië en Americana gaan al jaren heel goed samen en dat is ook op het ijzersterkte debuutalbum van Kelly Brouhaha weer goed te horen

Kelly Brouhaha verovert Australië podium voor podium, maar geeft haar carrière nu een flinke boost met haar uitstekende debuutalbum. Het is een debuutalbum vol prima songs, die binnen de Americana een opvallend breed terrein bestrijken. Het is een debuutalbum dat opvalt door een mooie productie en een zeer smaakvolle instrumentatie. En het is een debuutalbum dat imponeert door de geweldige zang van deze Australische zangeres. Kelly Brouhaha heeft soul, jazz en blues, kan prachtig ingetogen zingen, maar ook stevig uithalen. Vorig jaar al genomineerd voor de belangrijkste Americana prijs in Australië, maar met dit prima album kan ze veel meer prijzen gaan pakken.

Kelly Brouhaha is een Australische singer-songwriter die al een aantal jaren muziek maakt, maar nu pas toe is aan haar debuutalbum.

Haar live-reputatie gaat al wat langer mee, want de Australische muzikante, die zich sinds een liefdesbreuk met haar camper Pamela Vanderson (!) door Australië beweegt, werd vorig jaar nog genomineerd voor de nieuwe Australische Americana Music Prize.

Die prijs haalde ze uiteindelijk niet binnen, maar gaf haar wel het zetje in de rug dat nodig was om haar debuutalbum op te nemen. Dit titelloze album verscheen vorige week en bevalt me zeer. Ik heb meestal wel wat met de Americana die in grote hoeveelheden in Australië wordt gemaakt en Kelly Brouhaha is absoluut een exponent van deze Australische Americana.

Het eerste dat opvalt bij beluistering van het debuut van Kelly Brouhaha is de stem van de Australische muzikante. Het is een stem die in eigen land is vergeleken met de stemmen van onder andere Amy Winehouse en Adele, wat de lat direct hoog legt. Deze vergelijkingen zijn niet helemaal uit de lucht gegrepen, maar het zijn vergelijkingen die maar ten dele opgaan. Kelly Brouhaha kan heerlijk rauw en soulvol klinken, maar kan ook uitstekend uit de voeten met blues, roots en jazz. De Australische zangeres heeft een stem als een scheepshoorn, maar het mooie van haar debuut is dat ze vaak behoorlijk ingetogen of laid-back zingt en de krachtigere uithalen prima doseert.

Wat voor de zang op het debuut van Kelly Brouhaha geldt, geldt ook voor de instrumentatie. Deze instrumentatie, met een hoofdrol voor fraai snarenwerk en een prachtig huilende pedal steel, is zeer smaakvol en is net zo uitgebalanceerd als de vocalen op het album. Het titelloze album van Kelly Brouhaha is zoals gezegd een debuutalbum, maar zo klinkt het absoluut niet. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de arrangementen en de productie, die veel mooie en smaakvolle details toevoegen aan het geluid van de rondreizende Australische muzikante, die lange tijd in Adelaide woonde. De vocalen van Kelly Brouhaha klinken al net zo mooi en gelouterd.

De Australische singer-songwriter beweegt zich soepel door een woud aan genres en stijlen, waarna de instrumentatie zich als een tweede huid om haar wonderschone vocalen heen cirkelt. De wat meer uptempo songs overtuigen bijzonder makkelijk, maar je hoort pas echt hoe goed Kelly Brouhaha is wanneer de instrumentatie sober is of zich zelfs beperkt tot een piano.

Met een stem als die van Kelly Brouhaha maak je geen slecht album, maar wanneer je je ook nog eens omringt met prima muzikanten, kiest voor een buitengewoon veelzijdig geluid en songs schrijft die direct bij eerste beluistering aanspreken, kun je zomaar een heel erg goed album maken en dat is precies wat Kelly Brouhaha heeft gedaan. Het is een album waarmee ze zich schaart onder de smaakmakers van de hedendaagse Australische Americana, die momenteel bloeit als nooit tevoren en dit jaar al een aantal bovengemiddeld goede albums heeft opgeleverd, waaronder deze. Erwin Zijleman

Kelly Hunt - Even the Sparrow (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly Hunt - Even The Sparrow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelly Hunt - Even The Sparrow
Je moet absoluut in de stemming zijn voor het debuut van Kelly Hunt, maar als je dit bent is Even The Sparrow een verbijsterend goede plaat

Het was me bij eerste beluistering wat te traditioneel en te indringend, maar toen ik op het juiste moment naar het debuut van Kelly Hunt luisterde, blies de jonge Amerikaanse muzikante me compleet van mijn sokken. Op het debuut van Kelly Hunt domineren haar stokoude banjo en haar krachtige stem, maar het banjospel is ook subtiel versierd met andere klanken, terwijl de geweldige vocalen meerdere kanten op kunnen. Ook de songs op het album zijn ijzersterk en bestrijken meerdere hoeken van de traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Even The Sparrow werd bejubeld door de kenners van het genre en die hebben het uitstekend gehoord. Prachtplaat.

Kelly Hunt, niet te verwarren met Kelley Hunt, is een jonge muzikante uit Kansas City, die vorig jaar debuteerde met het in rootskringen hoog gewaardeerde Even The Sparrow. Ik heb het zelf ook een paar keer geprobeerd met het album, maar het debuut van Kelly Hunt is een album waarvoor je in de stemming moet zijn en dat was ik kennelijk niet toen ik vorig jaar naar het album luisterde.

De jonge Amerikaanse muzikante, die de traditionele rootsmuziek met de paplepel kreeg ingegoten in haar geboortestad Memphis, Tennessee, vertrouwt voor de instrumentatie op haar debuutalbum voor een belangrijk deel op haar banjo. Het is zeker geen doorsnee banjo, want de tenor banjo waarop Kelly Hunt speelt is inmiddels bijna 100 jaar oud en heeft een rijk muzikaal leven achter zich. De eerste eigenaar speelde er een aantal jaren mee op honden en paardenshows in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw en 100 jaar later gaat Kelly Hunt flink los op de oude banjo.

Alle songs op Even The Sparrow worden gedragen door banjo klanken, maar de muzikanten die Kelly Hunt bijstaan op haar debuut voegen accenten van onder andere gitaren, pedal steel, percussie en viool toe. De relatief sobere klanken op het debuut van Kelly Hunt worden gecombineerd met de krachtige en indringende stem van de jonge Amerikaanse muzikante. Het is een stem die nadrukkelijk de aandacht opeist en geen moment genoegen neemt met een rol op de achtergrond.

De sobere akoestische klanken en de krachtige vocalen vormen samen songs die over het algemeen wat traditioneel aandoen. Bij beluistering van Even The Sparrow heb ik met grote regelmaat associaties met de muziek van Gillian Welch, ook al beschikt Kelly Hunt over een totaal andere stem en kleurt ze haar muziek ook anders in dan Gillian Welch, die ons wederom lang laat wachten op een nieuw album.

Het traditionele karakter van de muziek van Kelly Hunt en de zeer expressieve vocalen maken van Even The Sparrow wat mij betreft een album waarvoor je in de stemming moet zijn en dat ben ik niet altijd. Op het juiste moment is het debuut van Kelly Hunt echter een album dat tot grote hoogten stijgt.

Het is knap hoe de gastmuzikanten op het album de banjoklanken omlijsten, het is knap hoe Kelly Hunt steeds net wat andere klanken uit haar stokoude banjo weet te halen en het is nog knapper hoe ze je bij de strot grijpt met haar indringende zang. Enige liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek en met name de rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten is een vereiste om te kunnen genieten van het debuut van de singer-songwriter uit Kansas City, maar vervolgens heb je een prachtalbum in handen.

Even The Sparrow is ruw en puur, oorspronkelijk en trefzeker, maar het is ook een album vol mooie verhalen die worden gedragen door de stem van Kelly Hunt, die wanneer ze net wat meer warmte toelaat in haar stem ook kan klinken als Norah Jones, om niet veel later juist weer te raken aan Rhiannon Giddens of juist duizenden kilometers op te schuiven richting de Keltische volksmuziek, waarna ook nog een flard van Gillian Welch of Allison Krauss op kan duiken. Even The Sparrow van Kelly Hunt heb ik vorig jaar te snel aan de kant geschoven, maar dringt zich nu alsnog op als een van de meest bijzondere rootsalbums van 2019. Erwin Zijleman

Kelly Hunt - Ozark Symphony (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly Hunt - Ozark Symphony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelly Hunt - Ozark Symphony
De Amerikaanse muzikante Kelly Hunt verrijkt het door haar banjo gedomineerde geluid van haar debuutalbum met flink wat andere instrumenten en extra invloeden, wat een veelzijdig rootsalbum van een hoog niveau oplevert

Je moet een zwak hebben voor Appalachen folk om te kunnen genieten van de muziek van Kelly Hunt uit New Orleans, Louisiana, en enige liefde voor de banjo kan ook zeker geen kwaad. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan is Ozark Symphony, nog meer dan Kelly Hunt’s debuutalbum Even The Sparrow uit 2019, een album vol muzikaal vuurwerk. En een album vol vocaal vuurwerk, want de Amerikaanse muzikante is niet alleen virtuoos op de banjo, maar beschikt ook over een geweldige stem. Het levert een ijzersterk album op, dat nog net wat beter en vooral een stuk veelzijdiger is dan het terecht zo geprezen debuutalbum van Kelly Hunt uit 2019.

Even The Sparrow, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Kelly Hunt, legde ik in het voorjaar van 2019 vrijwel onmiddellijk naast me neer. Het door de banjo van Kelly Hunt gedomineerde album liet zich vooral inspireren door traditionele bluegrass en stokoude Appalachen folk en dat is soms mijn ding, maar meestal niet. Ik gaf het album pas een eerlijke kans toen het een half jaar later opdook in een aantal aansprekende jaarlijstjes, die verder vooral gevuld waren met persoonlijke favorieten.

Nadat ik het album vaker en met meer aandacht had beluisterd, viel ik alsnog voor de muzikale charmes van Kelly Hunt. De in Memphis, Tennessee, opgegroeide muzikante maakte opeens wel indruk met de wijze waarop ze haar ruim honderd jaar oude banjo bespeelde en maakte bovendien indruk als zangeres met haar behoorlijk indringende maar ook bijzondere stem. De songs van de Amerikaanse muzikante bleken bovendien op zeer fraaie wijze versierd met accenten van andere instrumenten, waaronder de viool en de pedal steel. Het waren ook songs vol passie en vuur, waardoor Kelly Hunt absoluut iets toevoegde aan de door traditionele bluegrass en Appalachen folk beïnvloede muziek van dat moment.

De Amerikaanse muzikante, die haar vorige thuisbasis Kansas City inmiddels heeft verruild voor New Orleans, Louisiana, keert deze week terug met haar tweede album, Ozark Symphony. Omdat Even The Sparrow me nog minstens net zo dierbaar is als aan het eind van 2019, was het nieuwe album van Kelly Hunt voor mij dit keer verplichte kost. Ook van wennen was dit keer geen sprake, want Ozark Symphony klonk direct vertrouwd.

Dat laatste betekent zeker niet dat Kelly Hunt geen stappen zet op haar nieuwe album, want dat doet de Amerikaanse muzikante wel. Ozark Symphony bevat een aantal vertrouwde ingrediënten, waaronder natuurlijk de oude banjo van Kelly Hunt, haar krachtige stem en de invloeden uit de Appalachen folk en de bluegrass, maar het is ook een ander album dan zijn voorganger.

Op haar nieuwe album bestrijkt Kelly Hunt allereerst een wat breder palet. Er zijn wat meer invloeden uit de folk van recentere datum en ook invloeden uit de Keltische en de Cajun muziek hebben iets aan terrein gewonnen. Ozark Symphony is vooral rijker en veelzijdiger ingekleurd dan het debuutalbum, want naast de banjo’s van Kelly Hunt is er ook ruimte voor akoestische en elektrische gitaar, staande bas, cello, viool, accordeon, trompet, mandoline, klokkenspel, fluit, wat traditionele instrumenten en achtergrondvocalen (onder andere van Rachel Sermanni).

Het nieuwe album van Kelly Hunt klinkt hierdoor een stuk veelzijdiger dan haar debuutalbum, maar door de zeer trefzekere productie van multi-instrumentalist, Appalachen folk expert en legendarische producer Dirk Powell klinkt het album ook nog altijd ingetogen en puur. In muzikaal opzicht is Ozark Symphony nog mooier en interessanter dan het vorige album van Kelly Hunt en ook de zang vind ik mooier, terwijl de songs aansprekender zijn.

Je moet absoluut van behoorlijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek houden om te vallen voor de charmes van Ozark Symphony, maar als je hier van houdt (of een keer buiten de eigen comfort zone wilt luisteren) valt er op dit mooie en bijzondere album nog veel meer te genieten dan op het zo memorabele debuut uit 2019. Warm aanbevolen dus dit bijzondere album. Erwin Zijleman

Kelly Lee Owens - Kelly Lee Owens (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly Lee Owens - Kelly Lee Owens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het titelloze debuut van Kelly Lee Owens kwam ik een tijdje geleden terug in een aansprekend jaarlijstje en de beschrijving van de muziek maakte me zeker nieuwsgierig naar de eerste plaat van de jonge muzikante.

Bij eerste beluistering was ik echter niet in de stemming voor de wat donkere en zweverige klanken van de Britse muzikante, maar toen ik het later, op een wat grauwe en donkere ochtend, nog eens probeerde was ik direct om.

Kelly Lee Owens werd geboren in Wales, maar opereert al een tijd vanuit Londen. Haar muzikale carrière kon tot voor kort worden getypeerd als ’12 ambachten en 13 ongelukken’, maar het spelen in bands (waaronder The History Of Apple Pie) en het werken in de betere platenzaken in Londen, boden Kelly Lee Owens wel de mogelijkheid om met zeer uiteenlopende invloeden in aanraking te komen.

Het komt allemaal samen op haar titelloze debuut en dat is een bijzonder debuut geworden. Het debuut van Kelly Lee Owens wordt gedomineerd door wat zweverige elektronische klanken en het zijn elektronische klanken die op mij wat somber over komen. Het wat beklemmende elektronische klankentapijt wordt gecombineerd met beats die aansluiting zoeken bij de dance, maar het tempo op de plaat ligt over het algemeen veel te laag voor de dansvloer, al voert de Britse het tempo langzaam maar zeker wat op.

Kelly Lee Owens neemt op haar debuut de tijd voor haar muziek. Ritmes blijven lang hangen en de atmosferische en vaak wat donkere elektronische klanken slepen zich langzaam voort en zijn niet bang voor herhaling. Het combineert mooi met de spaarzaam ingezette en fluisterzachte zang van de Britse muzikante, die hier en daar teruggrijpt op de zweverige muziek van het 4AD label uit de jaren 80, maar ook raakt aan die van een Noorse ijsprinses als Jenny Hval, die overigens ook een song heeft bijgedragen aan het album.

Het is muziek die bij oppervlakkige beluistering niet heel veel met me deed, maar wanneer ik de tijd neem voor de plaat is het debuut van Kelly Lee Owens een bezwerende en betoverende plaat. Het is een plaat waarop koele en donkere klanken domineren, maar zeker wanneer de beats iets mogen aanzwellen, heeft de muziek van de muzikante uit Londen niet alleen iets onderkoelds, maar ook iets broeierigs.

Dat hoor je het duidelijkst wanneer Kelly Lee Owens aan het eind van de plaat het briljante Teardrop van Massive Attack eert met een eigen song, maar ook wanneer de kilte lijkt te domineren, beginnen de ijspegels van Kelly Lee Owens langzaam maar zeker te smelten.

De plaat komt het best tot zijn recht wanneer je de muziek van Kelly Lee Owens als één lange luistertrip over je heen laat komen en op zoek gaat naar de nuance en de schoonheid in de songs, die in eerste instantie waarschijnlijk wat langdradig en eenvormig over komen, maar die uiteindelijk steeds meer invloeden laten horen, variërend van dreampop tot Krautrock of flirts met Indiase muziek.

Met een beetje geluk zijn het songs die je meenemen naar surrealistische landschappen waarin de klok een stuk minder snel tikt dan in onze wereld. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar zo nu en dan doet een dosis Kelly Lee Owens wonderen. Erwin Zijleman

Kelly Lee Owens - Lp.8 (2022)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly Lee Owens - LP.8 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelly Lee Owens - LP.8
Kelly Lee Owens kiest op haar derde album voor een experimenteler geluid, maar wat wordt de spanning op LP.8 mooi opgebouwd en wat staan er mooie en intrigerende songs op dit bijzondere album

Het debuut van Kelly Lee Owens wist me in 2017 na een paar keer horen te overtuigen. Die paar keer had ik ook zeker nodig voor LP.8, want het derde album van de Britse muzikante is een stuk lastiger te doorgronden dan de twee voorgangers. Zeker in de eerste tracks is de elektronica ruw en bijna machinaal en is Kelly Lee Owens heel ver verwijderd van dromerige popliedjes met een kop en een staart. Die dromerige popsongs komen er na een lange aanloop waarin de spanning prachtig wordt opgebouwd, waarna het album weer experimenteel eindigt. Kelly Lee Owens maakt het de luisteraar op LP.8 zeker niet makkelijk, maar als je je open stelt voor dit fascinerende album valt er wel degelijk veel te genieten.

Het titelloze debuut van de Britse muzikante Kelly Lee Owens beluisterde ik pas voor het eerst toen het album aan het eind van 2017 was opgedoken in meerdere jaarlijstjes. Ik vond de muziek op het album in eerste instantie wat te elektronisch en te zweverig naar mijn smaak, maar uiteindelijk raakte ik toch overtuigd van de schoonheid van de songs van Kelly Lee Owens, die op fascinerende wijze elektronische klankentapijten op elkaar stapelde en combineerde met fluisterzachte vocalen.

Het debuutalbum van de Britse muzikante bevatte een aantal enigszins toegankelijke popsongs, maar ze zocht ook nadrukkelijk het experiment met al haar elektronica. Het leverde een album op dat misschien niet direct aansloot op mijn smaak, maar dat me uiteindelijk wel wist te betoveren. Kennelijk niet genoeg overigens om de naam Kelly Lee Owens voorgoed te onthouden, want het in 2020 verschenen Inner Song, dat in het verlengde van het debuutalbum ligt, heb ik volledig gemist.

Deze week verscheen het derde album van de in Wales geboren, maar vanuit Londen opererende muzikante. LP.8 is een duidelijk ander album dan zijn twee voorgangers en is vooral een stuk experimenteler. Op LP.8 werkt Kelly Lee Owens samen met de Noorse muzikant Lasse Marhaug, die bekend is van de band Jazkamer en van zijn werk met de Noorse muzikante Jenny Hval.

Naar verluidt heeft Kelly Lee Owens met LP.8 een album gemaakt dat zowel geïnspireerd is door de muziek van Throbbing Gristle als door die van Enya. De muziek van Throbbing Gristle ken ik eerlijk gezegd niet of nauwelijks, maar aan Enya doen de meeste songs op LP.8 me in ieder geval niet denken.

LP.8 opent met industrieel klinkende elektronica, die wordt gecombineerd met vocale bijdragen die eerder als instrument dan als zang klinken. Op een gegeven moment komt er een al even industrieel aandoende beat bij en worden nog meer repeterende vocalen toegevoegd. Een popsong met een kop en een staart kan ik er niet in ontdekken, maar het maakte me wel direct nieuwsgierig naar de rest van het album.

LP.8 is een stuk experimenteler dan de vorige twee albums van Kelly Lee Owens en heeft, zeker wanneer de zwaar aangezette en machinaal klinkende elektronica domineert, afstand genomen van de zweverige pop die op de eerste twee albums van Kelly Lee Owens was te horen. Wanneer de onsamenhangende kreten worden vervangen door gesproken woord, wordt de muziek van Kelly Lee Owens een stuk beeldender en bezwerender, zeker wanneer de elektronische klankentapijten breed uitwaaien.

Het is zeker geen muziek die ik dagelijks op zal zetten, maar zo op zijn tijd is het fascinerende muziek met een bijna hypnotiserende uitwerking. Wanneer de klanken nog wat sprookjesachtiger worden en de zang toegankelijker wordt, hoor ik misschien het beloofde vleugje Enya, maar hoor ik vooral de raakvlakken met de eerste twee albums van Kelly Lee Owens.

LP.8 is geen makkelijk album, maar het is een album waarop de spanning prachtig wordt opgebouwd en waarin de hard klinkende elektronica langzaam maar zeker wordt vervangen door wonderschone klanken. Als de vogeltjes gaan fluiten en een piano opduikt, is LP.8 getransformeerd van op volle toeren draaiende zware industrie in een kabbelend beekje in een verlaten landschap. Het is het moment waarop de schoonheid van LP.8 in alle hevigheid aan de oppervlakte komt, waarna het album aan het eind toch weer compleet ontspoort. Zeker geen makkelijk album, maar het intrigeert me echt hopeloos. Erwin Zijleman

Kelly McFarling - Bed of a River (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelly McFarling - Bed Of A River - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelly McFarling - Bed Of A River
Het is momenteel dringen in de vijver met vrouwelijke singer-songwriters, maar Bed Of A River van Kelly McFarling is een bijzonder aangenaam en ook goed gemaakt album dat ik er zeker uit zou vissen

Bed Of A River, het vierde album van de Amerikaanse singer-songwriter Kelly McFarling, is een album dat op een of andere manier direct bekend in de oren klinkt. De muzikante uit California heeft haar songs voorzien van een mooi en gloedvol geluid vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek maar ook een vleugje pop. Bed Of A River is ook nog eens voorzien van een jaren 70 vibe en staat vol met tijdloze songs. Het levert een album op dat direct aangenaam klinkt, maar misschien ook wat weinig onderscheidend. Dat onderscheidende vermogen komt uiteindelijk van de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante en van de hoge kwaliteit van haar songs.

Ik heb een enorm zwak voor vrouwelijke singer-songwriters, waarbij het niet zoveel uit maakt of ze opereren binnen de (indie)pop, de (indie)rock of de Amerikaanse rootsmuziek. Ondanks mijn duidelijke voorkeur laat ik steeds meer nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters liggen, enerzijds omdat het aanbod op het moment echt veel te groot is en anderzijds omdat ik momenteel vooral zoek naar albums die zich kunnen onderscheiden van alles dat er al is. Bed Of A River van Kelly McFarling viel een paar weken geleden net buiten de boot, vooral omdat het een album is dat je direct bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, wat suggereert dat het onderscheidend vermogen van het album niet heel groot is.

Het album van de Amerikaanse muzikante, die werd geboren in Atlanta maar inmiddels het zonnige California als thuisbasis heeft, bleef echter ook hangen als een album dat nog een kans verdiende, waardoor het vorige week toch weer opdook in de cd speler. Ook bij herhaalde beluistering bleef Bed Of A River een album van een soort waarvan ik er al talloze in de kast heb staan, maar het nieuwe album van Kelly McFarling is ook een goed gemaakt en zeer aangenaam klinkend album, dat zich uiteindelijk toch behoorlijk opdringt.

Ik was de naam van de Amerikaanse singer-songwriter overigens nog niet eerder tegenkomen, maar Bed Of A River is al haar vierde album. Het is een album opereert binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de folk, country en jazz, maar ook invloeden uit de pop hebben hun weg gevonden naar het album.

Bij beluistering van Bed Of A River vallen in eerste instantie twee dingen op. Allereerst is er het mooi volle en vooral opvallend warm klinkende geluid op het album. Laat Bed Of A River uit de speakers komen en een warme deken slaat zich om je heen. Dat is deels de verdienste van de bijzonder mooie instrumentatie op het album, maar het geluid op het album heeft ook iets aangenaam nostalgisch. Bed Of A River klinkt als een tijdloos singer-songwriter album uit de jaren 70, maar de songs op het album klinken, ondanks het ook nog eens toevoegen van invloeden uit de 70s softpop, geen moment gedateerd.

Het tweede dat opvalt bij beluistering van het nieuwe album van Kelly McFarling is de mooie en warme stem van de Amerikaanse muzikante. De vocalen op het album zijn vooral ingetogen en dat past fraai bij de warme instrumentatie, waarvoor een beroep werd gedaan op flink wat gastmuzikanten. De stem van Kelly McFarling doet me meer dan eens denken aan die van Norah Jones, maar ik vind de zang op Bed Of A River nog net wat lomer en warmer. Het levert zoals gezegd een tijdloos klinkend singer-songwriter album op, maar Kelly McFarling betreedt zeker niet alleen de gebaande paden en voegt af en toe ook bijzondere accenten toe aan haar muziek.

Ik had zoals gezegd nog nooit van Kelly McFarling gehoord en ook over haar nieuwe album lees ik nog maar heel weinig. Dat is jammer, want Bed Of Roses is een album dat over de potentie beschikt om een groot publiek aan te spreken. Zeker in de donkere jaargetijden van het moment verrichten de warme klanken en de bijzonder mooie stem van Kelly McFarling makkelijk wonderen, wat zeker ook de verdienste is van de sterke songs op het album. Ik heb even geaarzeld, maar ik ben helemaal om. Erwin Zijleman

Kelsea Ballerini - PATTERNS (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelsea Ballerini - PATTERNS - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelsea Ballerini - PATTERNS
Aan goede countrypop albums op dit moment geen gebrek, want ook het nieuwe album van Kelsea Ballerini is, ondanks een flinke dosis pop, een uitstekend album in het momenteel zo populaire genre

Ik vond de vroege albums van Kelsea Ballerini aardig maar ook niet veel meer dan dat, maar op haar vorige album zette de Amerikaanse muzikante een enorme stap. Het breakup album Subject To Change schaarde Kelsea Ballerini voorzichtig onder de groten in het genre en die positie kan ze nu versterken met haar nieuwe album PATTERNS. Mijn favoriete countrypop albums bevatten net wat meer country en net wat minder pop dan het nieuwe album van Kelsea Ballerini, maar het album overtuigt me wel met prima zang, aansprekende songs en net genoeg invloeden uit de country om van PATTERNS een interessant countrypop album te maken. Missie geslaagd wat mij betreft.

Vorig jaar was wat mij betreft een fantastisch jaar voor de countrypop met meerdere jaarlijstjesalbums, waaronder het debuut van Megan Moroney, die ik net wat beter vind dan de rest. Ook 2024 heeft al een flinke stapel geweldige countrypop albums opgeleverd, inclusief het tweede album van Megan Moroney, en het jaar is nog niet om.

De Amerikaanse singer-songwriter Kelsea Ballerini draait al een kleine tien jaar mee en leverde een aantal heel behoorlijke albums af, maar het was met name het in de herfst van 2022 verschenen breakup album Subject To Change dat mij op het spoor zette van de muzikante uit Mascot, Tennessee. Ik omschreef Subject To Change twee jaar geleden als het countrypop breakup album dat Kacey Musgraves een jaar eerder was vergeten te maken (al begin ik Star-Crossed inmiddels wel wat meer te waarderen).

Kelsea Ballerini wist met haar vorige album, met name in de Verenigde Staten een breed publiek aan te spreken, waardoor haar nieuwe album PATTERNS daar flink wat aandacht trekt. In Nederland is Kelsea Ballerini een stuk minder bekend, maar iedereen die, net als ik, een zwak heeft voor countrypop moet zeker eens luisteren naar dit album.

Subject To Change was wat mij betreft een album waarop country en pop in evenwicht waren, al bevatte het album wel meer pop dan de countrypop albums die ik in normaal gesproken hoog waardeer of zelfs in mijn jaarlijstjes opneem. Ook op PATTERNS is Kelsea Ballerini niet vies van flink wat pop, en het is nog net wat meer pop dan op haar vorige album, maar er zit wat mij betreft genoeg country in haar muziek om ook PATTERNS een countrypop album te noemen.

Het grappige is dat ik bij beluistering van de wat meer pop georiënteerde songs op het album vooral aan Taylor Swift moet denken, maar Taylor Swift is met de countrypop die ze aan het begin van haar carrière maakte ook het belangrijkste vergelijkingsmateriaal voor de songs op PATTERNS met net wat meer countryinvloeden.

Kelsea Ballerini was zoals gezegd succesvol met haar vorige album, waardoor er hoorbaar flink wat geld is gestoken in het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Op PATTERNS werkt Kelsea Ballerini samen met meerdere songwriters, onder wie Jessie Jo Dillon, en met producer Alysa Vanderheym. Haar volledig uit vrouwen bestaande team heeft vakwerk geleverd, want PATTERNS klinkt zowel in muzikaal als in productioneel opzicht prachtig, met wat mij betreft Golden Hour van Kacey Musgraves als voorbeeld.

Het is misschien net wat meer pop dan me lief is, maar Kelsea Ballerini overtuigt op haar nieuwe album als zangeres en komt bovendien op de proppen met songs die zowel liefhebbers van country als van pop aan moeten kunnen spreken. Met Subject To Change had Kelsea Ballerini voor het eerst mijn aandacht te pakken en die houdt de Amerikaanse muzikante makkelijk vast met haar nieuwe album, dat wat mij betreft kwaliteit ademt, overloopt van potentie, maar PATTERNS is ook gewoon een heel erg lekker album.

Het is een album dat ik net wat lager inschat dan mijn countrypop favorieten van 2024, zoals het album van Megan Moroney of het album van Lanie Gardner, maar ik denk wel dat Kelsea Ballerini tot veel grootsere daden in staat moet worden geacht, wat je al hoort in de meer country getinte songs op dit album. Erwin Zijleman

Kelsea Ballerini - Subject to Change (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelsea Ballerini - Subject To Change - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelsea Ballerini - Subject To Change
Het is al tijden flink dringen binnen de Nashville countrypop, maar Subject To Change, het breakup album van Kelsea Ballerini, springt er in kwalitatief opzicht wat mij betreft vrij makkelijk uit

Ik was tot dusver nog niet overtuigd van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante Kelsea Ballerini, al werden haar albums wel steeds beter. Met het vorige maand verschenen Subject To Change zet de muzikante uit Nashville een flinke stap. Subject To Change is niet alleen een persoonlijk breakup album, maar het is ook een album vol uitstekende songs, die zowel muzikaal als in vocaal opzicht aan de juiste kant van de streep blijven. Kelsea Ballerini heeft het breakup album gemaakt dat Kacey Musgraves vorig jaar vergat te maken. Rootspuristen horen er waarschijnlijk niets in, maar voor een ieder met een zwak voor goede countrypop is het smullen.

Liefhebbers van traditionele of alternatieve Amerikaanse rootsmuziek gruwelen er van, maar ik heb zelf al vele jaren een enorm zwak voor goed gemaakte countrypop en zie het genre als veel meer dan een ‘guilty pleasure’. Wat goed gemaakte countrypop precies is kan ik helaas niet goed uitleggen, maar het luistert in mijn geval nauw.

Het is een genre waarin het de afgelopen jaren flink dringen is, waardoor ik iedere week kan kiezen uit meerdere nieuwe countrypop albums, maar veel van deze albums zijn me echt te zoet of lichtvoetig, waardoor het stapeltje countrypop albums dat me wel weet te raken uiteindelijk niet zo heel groot is. Op dit stapeltje ligt momenteel Subject To Change (het moet eigenlijk met allemaal hoofdletters) van Kelsea Ballerini bovenop.

De muzikante uit Nashville, Tennessee, komt zeker niet uit de lucht vallen en timmert met name in Nashville en omstreken al een aantal jaren met heel veel succes aan de weg. Haar albums The First Time (2015), Unapologetically (2017), Kelsea (2020) en Ballerini (2020) deden het goed in de country charts en leverden de jonge Amerikaanse muzikante meerdere hitsingles op.

Het zijn stuk voor stuk albums die ik uiteindelijk net niet goed genoeg vond, al was Kelsea uit 2020 voor mij een twijfelgeval. Het vorige maand verschenen Subject To Change is dat zeker niet, want met haar nieuwe album schaart Kelsea Ballerini zich wat mij betreft onder de smaakmakers van de countrypop.

Vergeleken met haar vorige albums is Subject To Change een stuk minder zoet en lichtvoetig. Dat is niet zonder reden, want Kelsea Ballerini heeft met Subject To Change haar breakup album gemaakt. Dat een breakup album en countrypop niet altijd goed samen gaan, liet de ongekroonde koningin van het genre, Kacey Musgraves, horen op het zeker achteraf bezien zwaar tegenvallende Star-crossed. Het einde van haar huwelijk heeft Kelsea Ballerini wel kunnen inspireren tot een uitstekend album.

Subject To Change is zeker geen album vol ingetogen tranentrekkers. Het is een vol klinkend album met vooral lekker in het gehoor liggende songs en het is een album waarop country en pop in evenwicht zijn. Op Subject To Change borduurt Kelsea Ballerini vooral voort op het pionierswerk van Shania Twain en Taylor Swift, maar ook de vroege albums van Kacey Musgraves zijn relevant vergelijkingsmateriaal.

Door de aanstekelijke songs en de karakteristieke Nashville countrypop productie is het even zoeken naar de emotie die hoort bij een breakup album, maar zeker in tekstueel opzicht zijn er genoeg verwijzingen naar de ingrijpende gebeurtenis te vinden. Subject To Change van Kelsea Ballerini bevat vijftien songs, wat misschien wat veel is, maar de Amerikaanse muzikante slaagt er in om een hoog niveau vast te houden.

Liefhebbers van traditionele of alternatieve Amerikaanse rootsmuziek vinden waarschijnlijk niets van hun gading op Subject To Change, maar voor liefhebbers van goed gemaakte countrypop, zoals ik, valt er heel veel te genieten. Kelsea Ballerini schrijft songs die lekker blijven hangen, is een prima zangeres en heeft, ondanks het blik producers dat werd opengetrokken voor het album, een consistent klinkend album afgeleverd, dat netjes binnen de lijnen van de Nashville countrypop kleurt, maar zich in het genre absoluut weet te onderscheiden. Erwin Zijleman

Kelsey Lu - Blood (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Kelsey Lu - Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelsey Lu - Blood
Kelsey Lu levert een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook muziek van een bijzondere schoonheid af op haar prachtdebuut Blood, dat veel meer aandacht had verdiend

Blood lag bij mij vele maanden op de stapel onder het kopje R&B, maar toen het album er eenmaal af was, was ik vrijwel onmiddellijk diep onder de indruk van het debuut van Kelsey Lu. De muzikante uit New York combineert op Blood een veelheid aan stijlen en invloeden, wat een album oplevert dat geen moment in een hokje is te duwen. Op Blood hoor je R&B, folk, avant-garde, ambient, elektronica en nog veel meer. Alles vloeit prachtig in elkaar over op een album dat dromerig en beeldend is. De instrumentatie is prachtig, maar de stem van Kelsey Lu is minstens net zo mooi en betovert 45 minuten lang. Prachtdebuut.

Voor de laatste dag van 2019 heb ik nog een heel bijzonder album van de stapel gepakt. Blood van de Amerikaanse muzikante Kelsey Lu verscheen al in het voorjaar en heeft niet al teveel aandacht gekregen. Dat is jammer, want het is een heel bijzonder album dat zich met geen mogelijkheid in een hokje laat duwen. Blood wordt overigens vooral in het hokje R&B geduwd, maar met alleen dit hokje doe je het album van Kelsey Lu geen recht.

Kelsey Lu groeide op in een streng religieus gezien, dat ze uiteindelijk ontvluchtte om zich op te laten leiden tot klassiek celliste in Los Angeles. Vervolgens vertrok de jonge singer-songwriter naar New York om zich op de popmuziek te storten. Haar cello spel was te horen in de muziek van onder andere Solange, Sampha, Florence Welch, Rihanna en Lady Gaga en eerder dit jaar verscheen dus ook nog Blood.

Blood van Kelsey Lu is een vat vol tegenstrijdigheden. Aan de ene kant is er het cello spel van de Amerikaanse muzikante, dat Blood de kant van de chamber pop op stuurt. Aan de andere kant laat Kelsey Lu invloeden uit onder andere de folk, R&B, hiphop, avant garde, ambient en elektronica horen op haar album. Blood werd door dit vat vol tegenstrijdigheden onder andere omschreven als Solange met een cello of als avant-gardistische disco, maar ook die omschrijvingen dekken de lading maar ten dele.

De muziek van de muzikante uit New York is soms stemmig en sferisch, maar wanneer invloeden uit de R&B tijdelijk aan terrein winnen en fraai beats hun intrede doen, klinkt Blood ook verrassend toegankelijk en zelfs hitgevoelig.

De stem van Kelsey Lu is al net zo veelzijdig als het instrumentarium op Blood. Ze kan prachtig zweverig of zelfs bijna pastoraal zingen, maar kan met haar soulvolle strot ook de concurrentie met de pop- en R&B prinsessen van het moment aan. Blood slingert je 45 minuten heen en weer tussen uitersten, maar na enige gewenning kun je alleen maar concluderen dat alles dat Kelsey Lu doet van een bijzondere schoonheid is.

Klassieke cello klanken vloeien prachtig samen met folky akoestische gitaren, maar Kelsey Lu is ook niet bang voor flink wat elektronica in haar muziek. Het zorgt zoals gezegd voor muziek die lastig te plaatsen is, maar op een of andere manier vloeien de uitersten op het album bijna naadloos in elkaar over en vormen alle uitersten een organisch en dromerig geheel.

Tussen alle uitersten is het bovendien lastig kiezen. Kelsey Lu imponeert met beeldende en klassiek aandoende klanken, is een fascinerend folkie, maar maakt ook R&B waar de groten in het genre een moord voor zouden doen. De jonge Amerikaanse zoekt ook nog eens nadrukkelijk het experiment, maakt angstaanjagend mooie muziek die het uitstekend doet bij een film of tv-serie van David Lynch, sleept je zomaar de dansvloer op (met de eerder genoemde avant-gardistische disco) en vergrijpt zich ook nog eens op bijzonder fraaie wijze aan 10cc’s I’m Not In Love, dat van heel veel extra bezwering wordt voorzien.

Iedere keer als ik naar Kelsey Lu’s Blood luister hoor ik nieuwe dingen en iedere keer ben ik weer wat meer onder de indruk van de betoverend mooie klanken, de prachtige zang en de vele verrassende wendingen op het album. Kelsey Lu kon in het voorjaar rekenen op een aantal vijfsterren recensies, maar haar album lijkt vergeten in de jaarlijstjes. Als ik dit album eerder had opgepikt had het album mijn jaarlijstje zeker gehaald. Erwin Zijleman

Kelsey Waldon - Every Ghost (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kelsey Waldon - Every Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kelsey Waldon - Every Ghost
Kelsey Waldon brak 6 zes jaar geleden, mede door de steun van haar mentor John Prine, definitief door en bevestigt haar status als een van de betere countrymuzikanten van het moment met het uitstekende Every Ghost

Kelsey Waldon lijkt alleen maar beter te worden. Na haar doorbraakalbum White Noise/White Lines volgde het nog betere No Regular Dog en na het door mij onterecht als tussendoortje geziene There’s Always A Song zet de muzikante uit Nashville, Tennessee, volgende stappen op het deze week verschenen Every Ghost. Kelsey Waldon maakt eerder traditionele countrymuziek dan eigentijdse countrypop, maar het is wel traditionele countrymuziek van het tijdloze soort. De bands is op dreef, de productie is mooi, de songs zijn goed en Kelsey Waldon laat ook op Every Ghost weer horen dat ze behoort tot de betere zangeressen in het genre. Liefhebbers van country weten genoeg.

De Amerikaanse singer-songwriter Kelsey Waldon had al een aantal albums in eigen beheer uitgebracht, toen ze onderdak vond bij het platenlabel van John Prine, die zich als mentor had ontfermd over de muzikante uit Nashville, Tennessee. Het leverde in 2019 het uitstekende White Noise/White Lines op, dat terecht werd geschaard onder de betere Amerikaanse rootsalbums van het betreffende jaar.

Kelsey Waldon groeide op in Monkey’ Eyebrow, Kentucky, en kreeg daar de traditionele folk- en countrymuziek met de paplepel ingegoten. Het was te horen op haar doorbraakalbum White Noise/White Lines, dat zeer in de smaak viel bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, maar dat zeker niet was blijven steken in het verleden.

Het album werd in 2022 gevolgd door het wat mij betreft nog betere No Regular Dog. Het album, dat uiteraard een eerbetoon aan haar in 2020 overleden mentor bevat, was voor de afwisseling niet opgenomen in Nashville maar in Los Angeles en werd geproduceerd door Shooter Jennings, die Kelsey Waldon wat verder in de richting van de traditionele Amerikaanse countrymuziek duwde.

Het in 2024 verschenen mini-album There’s Always A Song liet ik liggen vanwege het enorme aanbod aan volwaardige albums, maar het deze week verschenen Every Ghost was geen moment een twijfelgeval. Kelsey Waldon produceerde haar nieuwe album samen met de ervaren studiotechnicus Justin Francis, die laat horen dat hij ook als producer tot mooie dingen in staat is.

Kelsey Waldon maakte op haar vorige albums geen geheim van de countrymuziek waarmee ze opgroeide op het platteland van Kentucky en deze invloeden omarmt ze ook weer op Every Ghost. Het album blijft ver verwijderd van de gepolijste countrypop uit Nashville en laat een oorspronkelijk rootsgeluid horen.

De Amerikaanse muzikante heeft zich omringd met een aantal uitstekende muzikanten, die weten hoe een wat traditioneler aandoend countryalbum moet klinken. De songs op Every Ghost zijn volgestopt met gitaren en uiteraard is er een belangrijke rol weggelegd voor de pedal steel en de viool, twee essentiële ingrediënten van een authentiek klinkend countryalbum.

Voor zo’n album is nog een ander ingrediënt nodig en dat is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek zoals die vele decennia geleden al werd gemaakt. Kelsey Waldon beschikt over zo’n stem en laat ook op Every Ghost weer horen dat John Prine haar niet voor niets uitkoos voor de zo schaarse plekken bij zijn platenlabel. De stem van Kelsey Waldon heeft op haar nieuwe album nog wat aan kracht en souplesse gewonnen en overtuigt nog wat makkelijker dan in het verleden.

Dat doet de Amerikaanse niet alleen met haar stem, maar ook met haar songs en haar intense en zijn persoonlijke teksten. Het zijn songs die aan de ene kant recht doen aan de rijke tradities van de Amerikaanse countrymuziek, maar die aan de andere kant zeker niet gedateerd klinken. Kelsey Waldon zal niet direct omarmd worden door de liefhebbers van de momenteel, ook in Nederland, razend populaire countrypop, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countrypop in het bijzonder zullen smullen van dit album. Ik denk dat John Prine daarboven tevreden toekijkt, want zijn pupil wordt steeds beter. Erwin Zijleman

Kelsey Waldon - No Regular Dog (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelsey Waldon - No Regular Dog - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelsey Waldon - No Regular Dog
De Amerikaanse muzikante Kelsey Waldon schaarde zich met White Noise/White Lines onder de beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar is de belofte voorbij op het uitstekende en tijdloze No Regular Dog

Niemand minder dan John Prine ontfermde zich een paar jaar geleden over de Amerikaanse muzikante Kelsey Waldon, die met White Noise/White Lines direct een uitstekend album afleverde. Drie jaar later keert de muzikante uit Nashville, Tennessee, terug met No Regular Dog, dat nog wat meer indruk maakt dan zijn voorganger. Het album is vakkundig geproduceerd door Shooter Jennings, die No Regular Dog heeft voorzien van een wat traditioneel maar tijdloos countrygeluid. De uitstekende songs en de voor het genre gemaakte stem van Kelsey Waldon doen de rest. Een van de betere albums in het genre dit jaar en het is er een die ook nog wel even doorgroeit.

De Amerikaanse muzikante Kelsey Waldon, die werd geboren in een dorp met de prachtige naam Monkey’s Eyebrow in Kentucky, maakte twee nauwelijks opgemerkte albums in eigen beheer, voordat ze in 2019 doorbrak met het op het label van de Amerikaanse folklegende John Prine uitgebrachte White Noise/White Lines. Samen met onder andere de gelouterde Nashville producer Dan Knobbler, tekende Kelsey Waldon voor één van de mooiste Amerikaanse rootsalbums van het betreffende jaar, waarna ze in 2020 terugkeerde met het met covers gevulde minialbum They'll Never Keep Us Down.

Op de echte opvolger van White Noise/White Lines hebben we wat langer moeten wachten, maar deze week verscheen dan eindelijk No Regular Dog. Het nieuwe album van Kelsey Waldon werd niet opgenomen in Nashville, Tennessee, de thuisbasis van de Amerikaanse singer-songwriter, maar in Los Angeles. Het album werd geproduceerd door Shooter Jennings, de zoon van country legendes Waylon Jennings en Jessi Colter, die de countrymuziek thuis met de paplepel ingegoten kreeg en volgens de overlevering opgroeide in een tourbus.

Shooter Jennings heeft No Regular Dog voorzien van een mooi en wat traditioneel aandoend countrygeluid en het is een geluid waarin Kelsey Waldon zich als een vis in het water voelt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die gemaakt is voor de country en klinkt als de grote countryzangeressen uit de jaren 70. Kelsey Waldon heeft een aangenaam laagje gruis op haar stembanden, beschikt over een onweerstaanbare zuidelijke tongval en vertolkt haar songs met gevoel en doorleving, waardoor haar songs meer impact hebben dan die van de meeste countrypop zangeressen uit haar thuisbasis Nashville.

Kelsey Waldon is niet alleen een uitstekende zangeres, maar ook een getalenteerde songwriter, die voor No Regular Dog een aantal songs heeft geschreven die direct overtuigen maar die ook makkelijk blijven hangen. De instrumentatie op het album doet zoals gezegd wat traditioneel aan, maar zowel de muziek op als de productie van No Regular Dog zijn van hoog niveau. Het nieuwe album van Kelsey Waldon klinkt lekker vol, maar zeker niet te vol, waardoor haar stem alle ruimte krijgt om te excelleren.

Door steeds andere instrumenten de hoofdrol te geven, met hoofdrollen voor gitaren en de viool, is No Regular Dog ook een gevarieerd album dat hier en daar de randen van de traditionele countrymuziek opzoekt zonder geforceerd modern of alternatief te klinken. Het vierde album van Kelsey Waldon is een album dat ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar No Regular Dog klinkt geen moment gedateerd.

Door het tijdloze geluid klinken de songs op het album direct vertrouwd, maar het zijn ook songs die beter worden naarmate je ze vaker hoort. Zeker op de broeierige zomeravonden van het moment komt No Regular Dog, dat uiteraard een fraai eerbetoon bevat aan haar in 2020 overleden mentor John Prine, uitstekend tot zijn recht en na flink wat keren horen vind ik het album al beter dan de zo uitstekende voorganger. De conclusie dat Kelsey Waldon zich met haar vierde album definitief schaart onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek lijkt me dan ook gerechtvaardigd. Erwin Zijleman

Kelsey Waldon - White Noise / White Lines (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelsey Waldon - White Noise/White Lines - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kelsey Waldon - White Noise/White Lines
Kelsey Waldon overtuigt op het op het label van John Prine verschenen White Noise/White Lines met een gloedvolle mix van stijlen en invloeden uit het verleden en het heden

Het is momenteel razend druk in het hokje van de Amerikaanse rootsmuziek, maar met haar geweldige stem zet Kelsey Waldon een deel van de concurrentie direct op achterstand. Omdat ook de instrumentatie op en de productie van White Noise/White Lines dik in orde zijn, weet de in Monkey’s Eyebrow, Kentucky (!), opgegroeide singer-songwriter de voorsprong vervolgens makkelijk vast te houden en zelfs uit te breiden door mooie persoonlijke verhalen te vertellen en door ook buiten de lijntjes van de Nashville country te kleuren. John Prine tekende na 15 jaar weer eens een muzikant voor zijn label en heeft absoluut een talent binnengehaald.

Kelsey Waldon groeide op in Monkey’s Eyebrow (de prijs voor de beste plaatsnaam is binnen), Kentucky, maar woonde de afgelopen jaren in het 250 kilometer zuidelijker gelegen Nashville, dat ze inmiddels weer heeft verruild voor het platteland van Tennessee.

Ze bracht de afgelopen jaren een aantal albums in eigen beheer uit, maar tekende eerder dit jaar voor het label van de oude folk held John Prine, overigens de eerste aanwinst van het Oh Boy label in 15 jaar tijd. Samen met de ervaren Nashville producer Dan Knobbler maakte ze vervolgens het uitstekende White Noise/White Lines.

Anyhow, de openingstrack van het album, opent met akoestische gitaren en de krachtige vocalen van Kelsey Waldon, die een stem heeft die gemaakt is voor de countrymuziek. Met de openingstrack van haar nieuwe album lijkt Kelsey Waldon in eerste instantie terug te keren naar de countrymuziek van een aantal decennia geleden, maar wanneer de elektrische gitaren invallen is duidelijk dat White Noise/White Lines een eigentijds album is, dat ook liefhebbers van alternatievere Amerikaanse rootsmuziek zal bevallen.

Op White Noise/White Lines werkt Kelsey Waldon zoals gezegd samen met de gelouterde producer Dan Knobbler. Het is misschien niet de bekendste producer uit de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek, maar hij heeft een cv om bang van te worden en tekent op White Noise/White Lines voor een bijzonder aangenaam geluid. Er zijn een aantal prima muzikanten te horen op het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter en met name het snarenwerk op het album is van grote klasse.

Dan Knobbler heeft White Noise/White Lines voorzien van een mooi open en helder geluid. Het is een geluid waarin de gitaren mooie duels uit mogen vechten, maar het is ook een geluid waarin de stem van Kelsey Waldon nadrukkelijk op de voorgrond treedt. De tweede track op het album en direct ook de titeltrack neemt met bijna vijf minuten flink de tijd en laat de gitaren en uiteraard ook de in het genre onmisbare pedal steel prachtig en lang en breed uitwaaieren.

Kelsey Waldon kleurt vaker buiten de lijntjes van de traditionele Nashville country of de hedendaagse Nashville countrypop, maar strijkt de liefhebbers van deze genres zeker niet tegen de haren in. Kelsey Waldon overtuigt op haar nieuwe album zeer als zangeres. Ze kan rauw uithalen, maar ook prachtig zwoel zingen en beheerst ook het hele spectrum hier tussenin. Haar wat schelle stem herinnert aan de grote countryzangeressen uit een ver verleden, maar ook de countrypopprinsessen uit het heden moeten het talent van Kelsey Waldon vrezen.

De in Kentucky opgegroeide singer-songwriter schrijft overtuigende songs, vertelt mooie persoonlijk verhalen en vertolkt al haar songs met veel passie. Het evenwicht tussen verleden en heden hoor je overigens niet alleen in de zang van Kelsey Waldon, maar ook in de instrumentatie op White Noise/White Lines. Het album klinkt bij vlagen zeer traditioneel, tot de gitaren mogen ontsporen en een eigentijdse twist geven aan de songs op het album.

White Noise/White Lines is geworteld in de country, maar citeert ook nadrukkelijk uit de folk en de bluegrass, met hier en daar een beetje rock ’n roll of blues als aangename twist. Het is dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek op het moment, maar dit album springt er wat mij betreft zeker uit. Erwin Zijleman

Ken Pomeroy - Cruel Joke (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ken Pomeroy - Cruel Joke - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ken Pomeroy - Cruel Joke
Het debuutalbum van de destijds piepjonge Ken Pomeroy sneeuwde aan het eind van 2021 wat onder, maar met het deze week verschenen Cruel Joke zet ze zichzelf nadrukkelijk op de kaart als groot talent

Ken Pomeroy maakte als kind al muziek en schreef op haar dertiende haar eerste songs. Op haar 22e is ze dan ook al een redelijk ervaren muzikante en dat hoor je op het deze week verschenen Cruel Joke, het tweede album van de Amerikaanse muzikante. Het is een album met een warm klinkend Amerikaans rootsgeluid, dat zich om de akoestische gitaar en de stem van Ken Pomeroy heen vouwt. De songs van Ken Pomeroy zijn nog altijd redelijk sober, maar de subtiele accenten in de muziek tillen het album flink op. Dat doet ook de stem van de muzikante uit Tulsa, want Ken Pomeroy heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een uitstekende zangeres en wat mij betreft ook tot een grote belofte voor de toekomst.

In de laatste maand van 2021 verscheen het album Christmas Lights In April van de Amerikaanse singer-songwriter Ken Pomeroy. December is geen handige maand om een album uit te brengen en het uitbrengen van een debuutalbum is misschien wel nog wat onhandiger, want probeer maar eens de aandacht te trekken tussen alle kerstalbums en de luxe reissues die het goed doen onder de kerstboom.

Ken Pomeroy had haar debuutalbum ook nog eens voorzien van een titel die de suggestie wekte dat het ging om een kerstalbum, wat de zichtbaarheid van het album nog wat verder heeft verkleind. Ik heb daarom, na de aankondiging van een nieuw album, deze week pas voor het eerst geluisterd naar het debuutalbum van de muzikante uit Tulsa, Oklahoma. Christmas Lights In April is een sober singer-songwriter album, dat in muzikaal opzicht niet echt opvalt, maar dat wel laat horen dat Ken Pomeroy in 2021 een veelbelovende zangeres en songwriter was.

Inmiddels zijn we drieënhalf jaar verder en keert Ken Pomeroy terug met haar tweede album Cruel Joke. Het is een album dat de voorzichtige belofte van het debuutalbum van Ken Pomeroy wat mij betreft meer dan waar maakt, want Cruel Joke is in alle opzichten beter dan het debuutalbum.

Dat debuutalbum maakte Ken Pomeroy, die overigens Native American (Cherokee) wortels heeft, op zeer jonge leeftijd, want ze is nog altijd pas tweeëntwintig jaar oud. Het dwingt nog wat meer respect af voor het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en dat respect heb ik ook voor Cruel Joke, want ook 22 is nog erg jong.

Vergeleken met het debuutalbum klinkt het tweede album van Ken Pomeroy wat voller. Op haar debuutalbum vertrouwde ze vooral op de akoestische gitaar en die speelt ook een belangrijke rol op het nieuwe album, maar dit keer worden de gitaarakkoorden omgeven met een warm, sfeervol en soms wat broeierig geluid.

Het is een geluid met vooral invloeden uit de country en de folk met hier en daar een sfeer die we kennen van de producties van Daniel Lanois. Die heeft de muzikante uit Tulsa vast niet kunnen strikken, maar in muzikaal en productioneel opzicht heeft Ken Pomeroy absoluut stappen gezet.

Die stappen hoor ik nog veel duidelijker in de zang. Ken Pomeroy was nog een tiener toen ze haar debuutalbum opnam, maar op Cruel Joke klinkt haar stem volwassen. De Amerikaanse muzikante beschikt niet alleen over een hele mooie stem, maar zingt ook met veel gevoel en brengt bovendien variatie aan in haar zang. Dat het een stem is die ook fraai kleurt bij de stemmen van anderen hoor je in het duet met John Moreland, maar ook in haar eentje houdt Ken Pomeroy zich bijzonder makkelijk staande.

Alleen de zang maakt van Cruel Joke al een album om te koesteren, maar de muziek op het album klinkt zoals gezegd ook prachtig en Ken Pomeroy laat met een serie aansprekende songs, nog veel meer dan op haar debuutalbum, horen dat ze een getalenteerd songwriter is.

De muzikante uit Oklahoma zal een beetje geluk moeten hebben, want het is dringen in dit genre, maar gezien de kwaliteit van haar tweede album zou Cruel Joke de aandacht moeten kunnen trekken van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Zelf ben ik in ieder geval erg onder de indruk van het album dat ik bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en indrukwekkender vind worden. Erwin Zijleman

Ken Yates - Cerulean (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ken Yates - Cerulean - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ken Yates - Cerulean
Ken Yates voegt op zijn vierde album subtiele vrouwenstemmen toe aan zijn muziek en dat is precies het ingrediënt dat nodig was om zijn aangename songs interessanter en meer onderscheidend te maken

Ik had tot dusver niet zoveel met de muziek van de Canadese muzikant Ken Yates, maar zijn vierde soloalbum is erg mooi. Op dit album voegt de muzikant uit Toronto mooie vrouwenstemmen toe aan zijn songs en bovendien zijn de songs wat voller en wat mij betreft ook aansprekender ingekleurd. Ken Yates maakt op Cerulean folky popmuziek en het is popmuziek met flink wat melancholie, waardoor ik af en toe iets van Elliott Smith hoor. Op het eerste gehoor klinkt Cerulean vooral zeer aangenaam, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd hoor ik steeds meer mooie en bijzonders in de songs van de Canadese muzikant, die met dit album zomaar door zou kunnen breken.

De Canadese muzikant Ken Yates bracht de afgelopen tien jaar drie albums uit die aardig en vooral aangenaam klonken, maar die me uiteindelijk toch onvoldoende wisten te boeien om er veel vaker dan één of twee keer naar te luisteren. Deze week verscheen het vierde album van de muzikant uit Toronto en Cerulean vind ik echt een stuk beter en interessanter dan zijn drie voorgangers.

Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het toevoegen van een extra ingrediënt aan de muziek van Ken Yates. De Canadese muzikant laat zijn vocalen immers hier en daar verrijken door vrouwenstemmen, waaronder die van Kathleen Edwards, Katie Pruitt, Stephanie Lambring en Liz Longley. De bijdragen van de vrouwelijke muzikanten die bijdragen aan Cerulean zijn behoorlijk subtiel, maar het extra ingrediënt voorziet de muziek van Ken Yates van net wat meer pit en onderscheidend vermogen.

De Canadese muzikant beschikt zelf over een aangename en wat lome stem, die op een gegeven moment wel wat saai kan worden, maar de mooie vrouwenstemmen op het album zorgen voor net voldoende dynamiek om de songs van Ken Yates aangenaam en interessant te houden. Het zijn overigens niet alleen de vrouwenstemmen die er voor zorgen dat ik het vierde album van de Canadese muzikant interessanter vind dan de drie voorgangers, want ook in muzikaal opzicht klinkt Cerulean net wat aangenamer, interessanter en energieker. Het is deels de verdienste van producer Jim Bryson, al werkte hij ook al eerder samen met Ken Yates.

Ken Yates maakt ook op Cerulean popsongs met een folky inslag. Heel af en toe doet het me qua sfeer wel wat denken aan Elliott Smith, maar het is wel “Elliott Smith light”. De teksten van Ken Yates zijn zeker niet zo donker als die van de veel te vroeg overleden Amerikaanse muzikant en de sfeer op Cerulean is ook zeker niet zo beklemmend als die op de albums van Elliott Smith. Het betekent overigens niet dat Ken Yates het leven vooral door een roze bril bekijkt, want op Cerulean overheerst de melancholie, die grotendeels werd ingegeven door het overlijden van de moeder van Ken Yates.

Cerulean zal het ondanks deze melancholie uitstekend doen op warme zomerdagen of lome zondagochtenden, zeker als de stem van Ken Yates fraai samenvloeit met die van de zangeressen die bij hebben gedragen aan het album. De vorige albums van Ken Yates had ik na een of twee keer horen ook echt wel gehoord en ik was eerlijk gezegd bang dat ook Cerulean niet heel lang mee zou gaan, maar dat valt erg mee.

De lekker in het gehoor liggende, smaakvol ingekleurde en mooi gezongen songs op het vierde album van Ken Yates blijven ook bij herhaalde beluistering aangenaam en de muziek van de Canadese muzikant blijkt, juist bij herhaalde beluistering, interessanter dan op het eerste gehoor.

Het levert een album op dat absoluut in de smaak zal vallen bij liefhebbers van melancholische en sfeervol ingekleurde folky popsongs, maar Cerulean beschikt ook absoluut over de potentie om in veel bredere kring tot de verbeelding te spreken. Alle reden dus om de muziek van de Canadese muzikant ook aan deze zijde van de Atlantische oceaan onder de aandacht te brengen. Erwin Zijleman

Kendel Carson - The Lost Tapes of Suzanna Hamilton with the Calgary Sessions (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kendel Carson - The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton / The Calgary Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bijna vergeten Canadese singer-songwriter duikt op met twee prachtplaten en zingt de sterren van de hemel
Bij de naam Kendel Carson moest ik even terug in de tijd, maar wat ben ik blij dat ze terug is. Samen met Chip Taylor heeft de Canadese singer-songwriter twee platen gemaakt die mee kunnen met het beste dat de Amerikaanse rootsmuziek momenteel te bieden heeft. Twee keer werden fantastische muzikanten opgetrommeld, waarna Chip Taylor en Kendel Carson het geluid mochten vervolmaken. Laatstgenoemde doet dit met door de ziel snijdend vioolspel en met een stem die keer op keer goed is voor heel veel kippenvel. Met name The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton is van grote schoonheid. Ga dat horen.



De Canadese singer-songwriter en muzikante Kendel Carson trok een jaar of tien geleden de aandacht met haar debuut Rearview Mirror Tears, dat ze samen maakte met de Amerikaanse singer-songwriter en producer Chip Taylor, op wiens platen ze al jaren als violist was te horen.

Twee jaar na haar debuut was de Canadese muzikante terug met het eveneens overtuigende Alright Dynamite, dat de belofte van het debuut in loste. Kendel Carson leek een vaste waarde te worden binnen de dichtbevolkte Amerikaanse rootsmuziek, maar na Alright Dynamite bleef het helaas lang stil.

Ik bleef Kendel Carson met enige regelmaat volgen en dat werd onlangs beloond met de release van niet één maar twee platen. Het zijn platen die even op de stapel zijn blijven liggen, want uit het hoog is helaas ook wel een beetje uit het hart, maar toen ik eerder deze week eindelijk de tijd nam voor de nieuwe muziek van Kendel Carson, was ik direct om.

The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton en The Calgary Sessions lagen al een tijd op de plank, maar zijn inmiddels gelukkig verkrijgbaar. Op beide platen werkt Kendel Carson samen met veteraan Chip Taylor, maar de andere muzikanten verschillen, waardoor het echt twee platen zijn.

The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton was ooit bedoeld als soundtrack voor een mogelijke film waarvoor Chip Taylor het script schreef. Het is een film over de 70s countryzangeres Suzanna Hamilton, wat verklaart dat op de plaat vooral 70s country is te horen. Het is een genre dat Kendel Carson goed, nee uitstekend ligt, want haar stem klinkt geweldig en doet denken aan die van groten als Emmylou Harris.

Ook in muzikaal opzicht is het trouwens smullen, want de in New York opgenomen plaat bevat niet alleen bijdragen van Chip Taylor en Kendel Carson, maar ook bijzonder fraaie accenten van topmuzikanten als gitarist John Platania en pedal steel virtuoos Greg Leisz.

Zeker liefhebbers van de meer traditionele 70s country zullen The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton zeer kunnen waarderen. Het geluid is prachtig en Kendel Carson zingt de sterren van de hemel met een stem die lijkt gemaakt voor traditionele country met hier en daar een gevoelige snik.

Gezien de geweldige twee platen van bijna tien jaar geleden lag de lat voor mij hoog wanneer het gaat om Kendel Carson, maar de singer-songwriter uit Calgary maakt op The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton diepe indruk met ingetogen country die continu goed is voor kippenvel.

The Calgary Sessions werd, zoals de titel al doet vermoeden, in de Canadese plaats opgenomen met een kleine band, waarin uiteraard ook Chip Taylor weer opduikt. Het voegt nog 25 minuten muziek toe, waardoor deze nieuwe worp van Kendel Carson goed is voor dik een uur muziek.

The Calgary Sessions ligt in het verlengde van The Lost Tapes van Suzanna Hamilton, maar schuift net wat op richting alt-country folk, terwijl de viool een Kendel Carson een wat grotere rol heeft gekregen. In muzikaal opzicht net wat minder indrukwekkend, maar de bijzondere stem van Kendel Carson verandert ook hier alles in goud.

Kendel Carson leek lange tijd van de aardbodem verdwenen, maar met deze twee top platen schaar ik haar direct weer onder de betere zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en hoop ik uiteraard dat ze niet weer zo’n lange stilte laat vallen. Met deze twee prachtplaten, die nu voor de prijs van één beschikbaar zijn, kan ik gelukkig wel even vooruit. Erwin Zijleman

Kendrick Lamar - To Pimp a Butterfly (2015)

poster
Heel ver buiten mijn comfort zone, maar ik ben na stevig wennen onder de indruk.

*modknip: link naar eigen recensie op eigen website verwijderd. Die mag er alleen wel als substantieel/inhoudelijk deel ook hier staat.*

Kerala Dust - Violet Drive (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kerala Dust - Violet Drive - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kerala Dust - Violet Drive
De van oorsprong Britse band Kerala Dust schotelt ons op Violet Drive een bezwerende, veelkleurige en fascinerende luistertrip voor, waarbij je zelf de bijzondere beelden mag bedenken

De grootste muzikale verrassing van deze week komt voor mij van de Britse band Kerala Dust, die overigens vanuit Berlijn en Zurich opereert. Violet Drive, het derde album van de band, is mijn eerste kennismaking met de muziek van Kerala Dust en het is een bijzondere ervaring geworden. Violet Drive is een bezwerend album dat aanvoelt als een soundtrack bij een roadtrip. De band gebruikt stuwende ritmes en voegt hier subtiele elektronica en wat bluesy gitaarlijnen aan toe. Als je eenmaal aan boord bent, word je onderdeel van een bijna hypnotiserende luistertrip die alleen maar aan kracht wint. Wat een bijzonder album van deze helaas nog vrij onbekende band.

Ik ben dagelijks te vinden op de geweldige Nederlandse muziekwebsite MusicMeter (https://www.musicmeter.nl), enerzijds om te lezen wat andere muziekliefhebbers vinden van de albums die ik goed vind en anderzijds om me te laten inspireren door de smaak van anderen. MusicMeter biedt ook nog eens het meest complete overzicht van nieuwe albums en in dit overzicht kwam ik afgelopen week Violet Drive van de band Kerala Dust tegen.

Het is een naam die ik nog niet eerder was tegengekomen, terwijl het toch al het derde album van de van oorsprong Britse band is. Kerala Dust opereert tegenwoordig vanuit Zurich en Berlijn en maakt naar verluidt ‘deeply European music’. Dat deed de band ook al op haar eerste twee albums, die ik inmiddels ook beluisterd heb. Het zijn bij vlagen behoorlijk experimentele albums die zich stevig hebben laten inspireren door de Duitse elektronische muziek en Krautrock uit de jaren 70.

Op Violet Drive klinkt de band wat minder elektronisch en ook wat minder experimenteel en persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van het nieuwe geluid van de Britse band. Violet Drive opent met subtiele repeterende klanken van gitaren en elektronica, waarna de ritmesectie een bezwerende beat in zet. Het wordt gecombineerd met al even bezwerende zang, waarna langzaam maar zeker details worden toegevoegd aan de muziek van de band.

Kerala Dust laat zich nog steeds beïnvloeden door de Duitse elektronica en Krautrock pioniers uit het verleden, maar de band sleutelt op Violet Drive ook met succes aan een eigen geluid. Op MusicMeter wordt de muziek van Kerala Dust vergeleken met die van DARKSIDE, maar die naam zegt me niet zoveel.

Het is voor mij dan ook lastig om de muziek van Kerala Dust te vergelijken met de muziek van andere bands. Af en toe hoor ik iets van dEUS en ook iets van de al lang weer vergeten Fun Lovin’ Criminals, maar dat zijn vergelijkingen die snel mank gaan. Zeker nu de rol van gitaren in de muziek van Kerala Dust is toegenomen bevat de muziek op Violet Drive ook zeker invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer de gitaarakkoorden bluesy zijn.

Door te kiezen voor repeterende klanken en bezwerende ritmes is het nieuwe album van Kerala Dust vooral een luistertrip en het is er een met beeldend vermogen. Violet Drive klinkt als een machine die in werking wordt gesteld en vervolgens eindeloos door maalt. Het album klinkt bovendien als de soundtrack bij een lange roadtrip, waarin het landschap langzaam maar zeker verandert.

Die subtiele veranderingen hoor je ook in de muziek, waarin de ritmes subtiel verschuiven en de gitaarlijnen steeds weer op fraaie wijze de ruimte zoeken. Bij eerste beluistering van Violet Drive was ik bang dat het geluid van Kerala Dust snel zou gaan vervelen, maar het tegendeel is het geval. Omdat het album steeds intenser bezweert en bovendien steeds weer subtiel van kleur verschiet, wordt de luistertrip van de Britse band alleen maar indrukwekkender.

Naarmate het album vordert worden de kleurverschillen en tempoverschillen overigens groter en ontwikkelt het geluid van Kerala Dust zich op bijzondere wijze. Nu ik het album een paar keer heb gehoord, hoor ik ook wel wat van de muziek die My Baby in haar jonge jaren maakte, alleen dan met mannenstemmen en wat minder blues. Ik was de term ‘deeply European music’ nog niet eerder tegengekomen, maar als Violet Drive van Kerala Dust ‘deeply European music’ is, ben ik absoluut fan van dit genre. En inmiddels ook van Kerala Dust. Erwin Zijleman

Keren Ann - Bleue (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Keren Ann - Bleue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Keren Ann - Bleue
Keren Ann maakte zo’n 15 jaar geleden een aantal geweldige albums, maar verdween hierna wat uit beeld, om nu gelukkig weer terug te keren met een prima plaat

Ruim vijftien jaar geleden koesterde ik een stapeltje platen van Keren Ann. De op dat moment vanuit Parijs en New York opererende singer-songwriter verscheen vervolgens een paar jaar uit beeld, maar maakte sinds een aantal jaren weer albums. Die heb ik gemist, maar Bleue gelukkig niet. Keren Ann beperkt zich dit keer tot het Frans en overtuigt met prachtig gearrangeerde popliedjes waarin het verleden en het heden van het Franse chanson samen komen. De instrumentatie is sfeervol en trefzeker, de songs zijn intiem en mooi en de zang van Keren Ann is zoals altijd prachtig. Verplichte kost voor de liefhebbers van Franse popmuziek, maar ook daarbuiten zeker een aanrader.

De naam Keren Ann komt op deze BLOG nog niet voor. Dat is niet zo gek, want na de eerste vijf platen ben ik haar volledig uit het oog verloren.

Dat is opvallend, want La Biographie De Luka Philipsen uit 2002, La Disparition uit 2002, Not Going Anywhere uit 2003, Nolita uit 2004 en Keren Ann uit 2007 hebben stuk voor stuk een plekje in mijn hart en zijn ook stuk voor stuk platen die ik schaarde onder de betere platen in de betreffende jaren.

Na het zo geslaagde titelloze album was het 4 jaar stil rond Keren Ann, waarna zowel 101 uit 2011 en You’re Gonna Get Love uit 2016 me niet wisten te bereiken. Dankzij een tip van een lezer heb ik het eerder deze maand verschenen Bleue gelukkig wel ontdekt en laaide de oude liefde voor Keren Ann onmiddellijk weer op.

Keren Ann (Zeidel) is een echte wereldburger. Ze werd geboren in Israël uit een Nederlands-Javaanse moeder en een Russisch-Israëlische vader en woonde in Israël, Nederland en Frankrijk. Na het uitbrengen van haar eerste platen verruilde ze Parijs voor New York, maar inmiddels verdeelt ze haar tijd tussen New York, Parijs en Tel Aviv.

Keren Ann schreef in het verleden zowel songs in het Engels als in het Frans, maar op Bleue beperkt ze zich tot het Frans. Persoonlijk vind ik dit een zeer verstandige keuze. Keren Ann maakt over het algemeen lome en zwoele muziek met een organische basis en hier en daar wat strijkers en het Frans kleurt wat mij betreft mooier bij deze klanken dan het Engels.

Sinds haar beste platen van inmiddels alweer meer dan 10 jaar geleden is er niet eens zo gek veel veranderd. Keren Ann schrijft nog altijd mooie en intieme popliedjes, die opvallen door een mooi verzorgde instrumentatie en een mooie en warme stem. Het tempo ligt laag, de akoestische instrumentatie (met een hoofdrol voor de piano en heerlijke basklanken) is warm en gloedvol, de hier en daar ingezette strijkers klinken stemmig, terwijl Keren Ann nog altijd meedogenloos verleidt met uitermate trefzekere vocalen, die fluisterzacht kunnen zijn of bijna gesproken worden.

Met haar muziek slaat Keren Ann een brug tussen de Franse chansons uit het verleden en de zwoele en lichtvoetige Franse popmuziek uit het heden, waarbij ze de emotie en het artistieke niveau uit het verleden koppelt aan de verleiding van nu. Een bijzonder duet met David Byrne is de kers op de taart.

Ik had al jaren niet meer naar de muziek van Keren Ann geluisterd, maar Bleue overtuigde onmiddellijk met intieme songs vol fraaie accenten. De muziek van Sophie Zelmani omschreef ik onlangs nog als een warm bad of een warme deken. Het is een omschrijving die ook opgaat voor de muziek van Keren Ann, al voert de wereldburger de temperatuur nog net wat verder op.

Liefhebbers van zwoele Franse popliedjes zullen zeker vallen voor de charmes van Keren Ann, maar ook de liefhebber van de betere singer-songwriter muziek kan uitstekend uit de voeten met Bleue van Keren Ann. Ik was haar compleet uit het oog verloren, maar wat ben ik blij dat ze terug is. Erwin Zijleman

Keren Ann - Paris Amour (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Keren Ann - Paris Amour - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Keren Ann - Paris Amour
Keren Ann heeft inmiddels een flink oeuvre op haar naam staan, maar is nog altijd relatief onbekend, wat gezien de kwaliteit van haar albums, waaronder het deze week verschenen Paris Amour, zeer onterecht is

Ik had de muziek van Keren Ann niet meer zo op het netvlies als een jaar of twintig geleden, toen ze aan de lopende band geweldige albums afleverde. Na een wat mindere periode en twee Engelstalige albums omarmde Keren Ann een paar jaar geleden de Franse taal weer en dat doet ze ook op Paris Amour, dat zich kan meten met haar beste albums. Paris Amour ademt de sfeer van het Parijs uit de jaren 70, maar het is ook een typisch Keren Ann album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal zeer sfeervol, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar het is ook dit keer vooral de stem van Keren Ann die de aandacht trekt en het is een stem die alleen maar mooier wordt.

Keren Ann (Zeidel) werd geboren in Israël, heeft een Nederlands-Javaanse moeder en een Israëlisch-Russische vader, woonde een tijd lang in Nederland, maar kwam uiteindelijk terecht in Parijs. Daar liep ze de Franse muzikant Benjamin Biolay tegen het lijf, die haar introduceerde in de Franse muziekscene.

Ik vond en vind de eerste vijf albums van Keren Ann echt geweldig. La Biographie de Luka Philipsen (2000), La Disparition (2002), Not Going Anywhere (2003), Nolita (2004) en Keren Ann (2007) zijn stuk voor stuk uitstekende albums, waarmee Karen Ann zich schaarde onder het beste dat de Franse popmuziek in het eerste decennium van dit millennium te bieden had, maar waarmee ze ook meedeed met de beste Engelstalige vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.

Na het titelloze album uit 2007 vestigde Keren Ann zich in New York en maakte ze twee volledig Engelstalige albums die in Nederland niet veel aandacht kregen en ik daarom over het hoofd heb gezien. Keren Ann debuteerde daarom pas op de krenten uit de pop met het in 2019 verschenen en weer volledig Franstalige Bleue, dat liet horen dat ze het maken van uitstekende albums nog niet was verleerd.

Het in 2022 verschenen en samen met Quatuor Debussy gemaakte album heb ik gemist, maar deze week werd ik blij verrast met Paris Amour, het negende soloalbum van Keren Ann. Het is net als zijn voorganger een volledig Franstalig album en dat vind ik persoonlijk goed nieuws. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom dat zo is, maar op een of andere manier vind ik de muziek van Keren Ann onderscheidender wanneer ze in het Frans zingt.

Paris Amour laat zich beluisteren als een ode aan wat mij betreft de mooiste Europese hoofdstad en is bovendien een ode aan de Franse popmuziek. Keren Ann flirtte in het verleden geregeld met pop en singer-songwriter pop, maar Paris Amour kruipt weer wat dichter tegen het Franse chanson aan. Het is een genre dat Keren Ann op het lijf is geschreven, zeker nu haar stem wat doorleefder klinkt dan op haar vroege albums.

Paris Amour is een rijk georkestreerd album met flink wat strijkers en flink wat Parijse grandeur en dat is een setting waarin Keren Ann floreert. De muziek op het album is echt prachtig en hetzelfde geldt voor de meeslepende songs op het album, maar het is de zang van Keren Ann die je bedwelmt en betovert en dat misschien nog wel meer doet dan op haar eerste albums.

Het nieuwe album van de muzikante uit Parijs klinkt in veel van de songs als een album dat je mee terugneemt naar het Parijs van de jaren 70. Het is een album dat in de jaren 70 zomaar door de grote Serge Gainsbourg zou kunnen zijn geproduceerd en dat vind ik het grootste compliment dat je een Franse zangeres kunt maken.

Ik hou niet altijd van dit soort rijk georkestreerde albums, maar de vaak uitbundig ingekleurde songs op Paris Amour klinken prachtig. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs met oorstrelend mooie melodieën en soms een licht psychedelisch sfeertje dat ook al herinnert aan de albums van Serge Gainsbourg, waarvan ik er steeds meer ontdek.

Er zitten de laatste jaren helaas lange pauzes tussen de albums van Keren Ann, maar ook Paris Amour was het wachten weer meer dan waard. Zaz zette de Franse muziek de afgelopen week weer even in de spotlights en Zaho de Sagazan doet dat volgende week weer, maar ook het nieuwe album van Keren Ann hoort hierin thuis. Erwin Zijleman

Kerri Powers - Starseeds (2018)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop
De krenten uit de pop: Kerri Powers - Starseeds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kerri Powers - Starseeds
Kerri Powers was een tijd weg, maar keert terug met een uitstekende plaat vol prachtig gitaarwerk, bluesy uitstapjes en een fraai doorleefde strot

Kerri Powers ken ik van alweer heel wat jaren geleden, maar verder dan de naam kwam ik eerlijk gezegd niet. De hernieuwde kennismaking met haar muziek bevalt echter uitstekend. Bijgestaan door een geweldige gitarist en een aantal andere muzikanten, slaat Kerri Powers zich op indrukwekkende wijze door een repertoire dat vooral invloeden uit de blues bevat, maar ook uitstapjes maakt richting country en folk. In muzikaal opzicht klinkt het bijzonder lekker, maar het is de rauwe strot van de Amerikaanse singer-songwriter die uiteindelijk de meeste indruk maakt.

Bij de naam Kerri Powers moest ik heel diep graven in het geheugen en in de platenkast, om uiteindelijk bij You, Me And A Redhead uit 2002 uit te komen.

De singer-songwriter uit de Amerikaanse staat Connecticut draait inmiddels al flink wat jaren mee in de muziek en debuteerde als tiener in koffiehuizen in New England, waar ze opgroeide.

Heel productief is Kerri Powers in al die jaren niet geweest. Ze trouwde, kreeg kinderen en had de nodige moeite om haar platen uit te brengen.

Starseeds, haar meest recente plaat, verscheen vorig jaar al in de Verenigde Staten, maar krijgt nu gelukkig ook nog een Nederlandse release. Ook Starseeds kwam er weer niet vanzelf. Een crowdfunding campagne ging vooraf aan de plaat, die uiteindelijk met een beperkt aantal muzikanten werd opgenomen.

Dat is overigens niet te horen, want Starseeds klinkt prachtig. Het is de verdienste van producer Eric Lichter, die heeft gezorgd voor een helder geluid en ook nog eens tekent voor geweldig gitaarspel en een batterij aan andere instrumenten. Een degelijke ritmesectie en een prima pedal steel gitarist maken de band van Kerri Powers compleet.

Ik kon me eerlijk gezegd niet meer herinneren in welke genres Kerri Powers op haar vorige platen opereerde, maar op Starseeds domineren blues en folk. Het is blues waarin het geweldige gitaarwerk van Eric Lichter een belangrijke rol speelt. De Amerikaanse muzikant en producer speelt prachtig slide, maar blijkt op Starseeds van vele markten thuis. Het zorgt voor een gloedvol geluid met af en toe een heerlijk rauwe solo.

Het is een geluid waarin Kerri Powers zich als een vis in het water voelt. De Amerikaanse singer-songwriter imponeert in de songs waarin ze een rauwe blues strot mag opentrekken, maar ook in de wat meer folk-georiënteerde songs of in de songs waarin de pedal steel aanzwelt en invloeden uit de country opduiken, overtuigt Kerri Powers in vocaal opzicht zeer.

Starseeds bevat acht eigen songs en twee covers. Het zijn opvallende covers, want niet veel muzikanten zullen zich wagen aan Polly van Gene Clark of aan Can't Find My Way Home van Blind Faith. Kerri Powers doet het wel en ze houdt zich wat mij betreft staande.

Ik herinnerde me de vorige platen van Kerri Powers zoals gezegd niet, maar Starseeds maakt op mij flink wat indruk. Het gitaarwerk is bijzonder lekker, maar het is de stem van Kerri Powers die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse singer-songwriter draait inmiddels een tijdje mee en dat hoor je. Haar stem klinkt rauw en doorleefd en doet hier en daar wel wat aan Lucinda Williams denken; vergelijkingsmateriaal waarmee je thuis kunt komen.

Het is al met al een zeer wijs besluit om Starseeds in Nederland uit te brengen. Kerri Powers kan mee met de beteren in het genre en levert een plaat af die door alle bluesy impulsen weer net wat anders klinkt dan die van veel van haar soortgenoten. Mooie plaat. Erwin Zijleman

Kesia Nagata - Looking for Horses (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kesia Nagata - Looking For Horses - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Looking For Horses van Kesia Nagata lag inmiddels al een aantal weken op de, in dit geval virtuele, stapel met platen die mogelijk interessant zijn voor een plekje op deze BLOG en leek hier eerlijk gezegd niet meer van af te komen.

Een laatste aansporing van degene die me deze plaat getipt had was echter voldoende om de plaat toch maar eens uit de speakers te laten komen, waarna ik binnen enkele minuten (of zelfs enkele noten) verkocht was.

Kesia Nagata is een Canadese singer-songwriter die zich op haar bandcamp pagina als volgt introduceert: “Kesia Nagata is a British Columbia based singer-songwriter who sings about trees, death, horses, and the unbearable enormousness of existence, among other important things”.

Het is een mooie introductie die nieuwsgierig maakt naar haar muziek en die nieuwsgierigheid wordt versterkt door haar volgende citaat over haar eerste plaat: “Looking For Horses spans a ten year stretch. It’s the highlights, as it were, from a meandering decade of heartaches and delights”.

Het zijn geen loze citaten, want Looking For Horses van Kesia Nagata is een intense en zeer persoonlijke plaat. Het is een plaat die in de hokjes singer-songwriter en folk kan worden geduwd en die kiest voor een betrekkelijk sobere benadering.

Op Looking For Horses moeten we het voornamelijk doen met de akoestische gitaar en de stem van Kesia Nagata (slechts incidenteel wordt een mandoline toegevoegd), waarmee de plaat flink wat risico loopt om in de categorie ‘13 in een dozijn’ terecht te komen. Het is een categorie waarin deze plaat gelukkig geen moment thuis hoort, want zowel met de instrumentatie als met de zang weet Kesia Nagate zich te onderscheiden van de hordes aan mogelijke concurrenten in dit genre en dit doet de Canadese singer-songwriter ook nog eens met haar songs en haar teksten.

De instrumentatie op de plaat is sober, maar zeker niet eenvoudig en Kesia Nagata slaagt er ook nog eens in om haar akoestische gitaar rauw en direct te laten klinken, wat zorgt voor een bijzondere sfeer.

Dat rauwe zit ook in de stem van de singer-songwriter uit British Columbia, die de ruwe emotie van Joni Mitchell weet te combineren met de donkere klanken van Tanita Tikaram. Platen met alleen een stem en akoestische gitaar gaan me vaak snel vervelen, maar de songs van Kesia Nagata zitten vol onderhuidse spanning en hebben bovendien een bijzondere lading.

De Canadese singer-songwriter slaagt er ook nog eens in om variatie aan te brengen in haar songs, waardoor Looking For Horses je pas weer los laat wanneer de laatste noten weg ebben. Kesia Nagata heeft tenslotte ook nog eens wat te vertellen. Haar songs zitten vol persoonlijke verhalen, maar schuwen ook meer filosofische thema’s niet, waardoor haar songs je in een nog wat stevigere wurggreep houden.

Kesia Nagata heeft met Looking For Horses een indrukwekkende plaat afgeleverd. Het is een plaat die waarschijnlijk makkelijk ondersneeuwt met het enorme aanbod van het moment, maar daarvoor is het debuut van deze getalenteerde muzikante echt te bijzonder. Wat een mooie plaat. Erwin Zijleman

Kestrels - Dream or Don't Dream (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kestrels - Dream Or Don't Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kestrels - Dream Or Don't Dream
De zomer van 2020 is zeker niet de zomer van de geweldige gitaarplaten, maar het even melodieuze als gruizige Dream Or Don’t Dream van Kestrels is er absoluut een

Kestrels is een Canadese band die alweer toe is aan haar vierde album. Voor dit nieuwe album stond de voorman van de band er vrijwel alleen voor, maar dankzij een geweldige drummer, topproducer John Agnello en een bijdrage van Dinosaur Jr. gitarist J. Mascis is het toch een geweldig album geworden. Dream Or Don’t Dream van Kestrels is geworteld in de 90s rock en de shoegaze en vindt de perfecte balans tussen gruizige gitaarmuren, uit de bocht vliegende gitaarsolo’s, geweldig drumwerk, dromerige vocalen en heerlijk melodieuze songs. Direct bij eerste beluistering zwaar verslavend, maar vervolgens wordt het nieuwe album van Kestrels alleen maar beter.

Er is deze zomer zeker geen sprake van komkommertijd wanneer het gaat om nieuwe releases, want iedere week verschenen er veel meer nieuwe releases dan gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Het heeft alles te maken met de corona pandemie, die in maart en april nog zorgde voor veel uitgestelde releases. Het zijn releases die de afgelopen twee maanden toch maar zijn verschenen, je kunt immers niet blijven uitstellen en het virus is nog wel even onder ons helaas.

Het grote aanbod gold voor vrijwel alle genres, maar gruizige gitaarplaten waren helaas wat schaars de laatste weken. Het is misschien ook niet het juiste seizoen voor de betere gitaarplaten, maar zo op zijn tijd gaat wat gitaargeweld er bij mij in ieder geval wel in. Ik ben daarom blij dat ik toch nog een geweldige gitaarplaat heb gevonden. Het is een album van de Canadese band Kestrels en het is al het vierde album van de band uit Halifax, Nova Scotia.

Band is overigens een groot woord, want vlak voor de opnames van Dream Or Don’t Dream was voorman Chad Peck het enige overgebleven lid van de band. Samen met Tim Wheeler van de Britse band Ash slaagde deze Chad Peck er gelukkig toch in om een serie nieuwe songs te schrijven, die vervolgens werden opgenomen met een uitstekende sessiedrummer en met producer John Agnello, die we natuurlijk vooral kennen van zijn werk voor Dinosaur Jr., maar die ook flink wat andere fraaie albums op zijn CV heeft staan.

Met Dinosaur Jr. hebben we overigens direct goed vergelijkingsmateriaal te pakken, want net als de Amerikaanse cultband weet ook Kestrels opvallend melodieuze songs te verbinden met gruizig gitaargeweld. Wanneer Dinosaur Jr. gitarist J. Mascis in de tweede track nog eens aanschuift voor een geweldige gitaarsolo, krijg je de vergelijking met Dinosaur Jr. helemaal niet meer uit je systeem.

Toch is Kestrels wel uit wat ander hout gesneden dan het grote voorbeeld. Gruizig gitaargeweld wordt met enige regelmaat afgewisseld met atmosferisch klinkende elektronica en bovendien wisselt Kestrels op Dream Or Don’t Dream de stevige rocksongs af met wat meer ingetogen songs. Hier en daar klinken wat invloeden uit de shoegaze of zelfs dreampop door, zeker als de zang loom en dromerig klinkt, maar als het allemaal net wat te zweverig dreigt te worden duikt er altijd wel een geweldige gitaarsolo of een gruizige gitaarmuur op.

Het is smullen voor de liefhebbers van het genre, die nog eens extra verwend worden door bijzonder aangename songs, die soms voorzichtig ontsporen, maar ook altijd blijven vasthouden aan de popsong met een kop en een staart. Dream Or Don’t Dream van Kestrels heeft absoluut een hoog nineties gehalte, zeker wanneer invloeden van Dinosaur Jr. stevig worden omarmd, maar de Canadese band heeft ook absoluut een eigentijds klinkende gitaarplaat gemaakt.

Het is een gitaarplaat die mij heel makkelijk heeft overtuigd, maar het is ook een gitaarplaat die nog lang beter wordt. Ik heb Dream Or Don’t Dream van Kestrels de afgelopen weken flink laten rijpen en zowel in muzikaal als in vocaal opzicht maakt het album steeds wat meer indruk, net als de zeer aansprekende songs op het album. In het genre gaat het de komende maanden vast weer drukker worden, maar ook met dit album kan ik nog wel even vooruit. Erwin Zijleman

Kevin Godley - Muscle Memory (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kevin Godley - Muscle Memory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kevin Godley - Muscle Memory
Kevin Godley brengt op zijn 75e zijn eerste soloalbum uit en het is een soloalbum dat overloopt van goede ideeën en verrassende wendingen, maar ook van zeer memorabele songs

Muscle Memory is het eerste soloalbum van Kevin Godley, die met name in de jaren 70 zijn stempel drukte op de popmuziek, en het is een soloalbum waarop zoveel gebeurt dat het je ruim 50 minuten duizelt. Met name in de instrumentatie gebeurt van alles, maar ook de songs zijn verre van alledaags. Muscle Memory is vaak zware kost en het is bovendien een aardedonker album, maar het is ook een album vol songs die niet alleen hopeloos intrigeren, maar die je ook steeds dierbaarder worden. Het is een album dat zeer waarschijnlijk tussen wal en schip zal vallen, maar daar is dit bijzondere album van Kevin Godley echt veel te goed voor.

Een week voor kerst een nieuw album uitbrengen is wat ongelukkig, maar als Paul McCartney het kan, kan ik het ook, moet Kevin Godley gedacht hebben. Kevin Godley is natuurlijk lang niet zo groot als Paul McCartney, maar zijn naam staat absoluut vetgedrukt in de boeken waarin de geschiedenis van de popmuziek wordt beschreven.

Kevin Godley maakte deel uit van de eerste bezetting van de Britse band 10cc, die in de vroege jaren 70 een deel van de leegte die door The Beatles werd achtergelaten vulde met een aantal geweldige albums. Toen 10cc te wat ver doorsloeg richting hitgevoelige popmuziek, verliet Kevin Godley samen met Lol Creme de band en gingen de twee samen verder.

Godley & Creme maakten een flinke stapel albums en scoorden aan het eind van de jaren 70 zowaar een flinke hit met de single An Englishman in New York en herhaalden dat kunstje in de jaren 80 met Cry (dat overigens vooral opviel door een bijzondere videoclip). Ik heb wel wat albums van Godley & Creme in huis, maar ik kan me eerlijk gezegd geen album herinneren dat diepe indruk heeft gemaakt.

Godley & Creme gaven er aan het eind van de jaren 80 de brui aan en met name Kevin Godley ging zich richten op het maken van videokunst totdat deze week zijn eerste (!) soloalbum verscheen.

Muscle Memory had eigenlijk in 2018 moeten verschijnen, maar het crowdfunding platform waarop Kevin Godley de campagne voor zijn eerste soloalbum had ondergebracht ging failliet, waarna de Britse muzikant weer opnieuw kon beginnen. Muscle Memory is gelukkig alsnog verschenen, want het is een intrigerend album.

Ik had niet verwacht dat Kevin Godley het ons makkelijk zou maken met zijn nieuwe muziek en dat doet hij dan ook niet. Muscle Memory heeft zijn toegankelijkere momenten, maar over de hele linie is het een zwaar en donker album. Het is een album waarop af en toe iets doorklinkt van de memorabele albums van 10cc en net wat vaker iets van de muziek van Godley & Creme, maar we zijn inmiddels ook een aantal decennia verder.

Kevin Godley heeft zeker in tekstueel opzicht een zwaar album gemaakt, maar in muzikaal opzicht kan hij wel wat lichtvoetiger klinken, zoals in de openingstrack waarin zelfs een vleugje reggae (dat hij bij 10cc verfoeide) opduikt of in de tweede track, waarin de inmiddels 75 jaar oude muzikant zijn kunsten als crooner vertoont. Ook in de op het eerste gehoor wat toegankelijker klinkende songs gebeurt er in de instrumentatie van alles, waarbij de Britse muzikant lak heeft aan genres en conventies.

Muscle Memory doet me zoals gezegd denken aan de muziek van Kevin Godley uit het verleden, maar ik hoor ook wat van Bowie (en met name Blackstar), van de geweldige albums van Peter Gabriel uit de vroege jaren 80, van de bombast van Marc Almond, van het donkere werk van Peter Hammill, van het briljante soloalbum van Rupert Hine en van de muziek van David Byrne, maar Muscle Memory schiet zoveel kanten op dat vergelijken meestal zinloos is.

Muscle Memory is een ruim 50 minuten durende roller coaster ride die alle kanten op schiet en die ruim 50 minuten intrigeert. Het is een album dat je talloze keren moet horen voordat alles op zijn plek valt en het is een album waarvan je alle geheimen wilt ontrafelen wanneer je er eenmaal aan begonnen bent.

Het is wat mij betreft ook een album dat moet worden geschaard onder de bijzonderste albums van het moment, wat nog maar eens onderstreept dat je een jaarlijstje pas moet opmaken wanneer de laatste dag van het jaar er op zit. Dat het eerste soloalbum van Kevin Godley jaarlijstjeswaardig is zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Kevin Morby - City Music (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kevin Morby - City Music - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Kevin Morby is een druk baasje. Hij maakte de afgelopen tien jaar een handvol platen met het uit Brooklyn afkomstige Woods, twee geweldige platen met zijn eigen band The Babies en ook nog eens drie soloplaten.

Van deze soloplaten wist het vorig jaar verschenen Singing Saw, dat werd vergeleken met het vroege werk van Bob Dylan en Leonard Cohen, zelfs flink wat jaarlijstjes te halen. En terecht.

Nauwelijks een jaar na Singing Saw is Kevin Morby al weer terug met een nieuwe plaat, City Music. City Music is een ode aan de grote stad en moet volgens Kevin Morby worden gezien als een plaat die hoort bij zijn voorganger, maar dan niet beïnvloed door Bob Dylan en Joni Mitchell, maar door Lou Reed en Patti Smith. City Music klinkt inderdaad wat anders dan het sobere Singing Saw en maakt zeker bij eerste beluistering een wat fragmentarische indruk.

De plaat opent met een opvallend dromerige track vol synths, die raakt aan, hoe kan het ook anders, de dreampop uit de jaren 90. In de tweede track duiken de al voorspelde invloeden van Lou Reed op, in een track die zo op klassieker New York had kunnen staan. 1234 kan alleen maar een ode aan de Ramones en overtuigt met een eenvoudig maar trefzeker rockliedje van nog geen twee minuten. In track vier komen de aan Bob Dylan herinnerende vocalen weer terug, maar kiest Kevin Morby voor een verrassend lichtvoetig deuntje, waarin uiteindelijk de gitaren los mogen gaan.

Kevin Morby heeft je inmiddels vier tracks op het verkeerde been gezet en blijft dat ook op de rest van de plaat doen. Track vijf herinnert aan een jonge Lou Reed, maar verrast in een op het eerste gehoor simpel popliedje ook met buitengewoon inventief en effectief gitaarspel.

Simpel (of lo-fi) is een predicaat dat bij de eerste kennismaking met City Music vaak zal opduiken, maar schijn bedriegt. Waar Dry Your Eyes opvalt door opvallend mooi en gevoelig gitaarspel, heeft iedere track op de nieuwe plaat van Kevin Morby wel iets dat je enthousiast doet opveren. City Music maakt niet direct de onuitwisbare indruk die Singing Saw een jaar geleden maakte, maar de nieuwe plaat va de Amerikaanse muzikant is een groeiplaat.

Met bescheiden middelen creëert Kevin Morby een bijzonder geluid. De bijna zeven minuten durende titeltrack wordt gedragen door een herhalend gitaarloopje, maar bouwt door een aantal tempowisselingen prachtig de spanning op en raakt stiekem ook aan de muziek van de New Yorkse band Television.

Op de tweede helft van de plaat duiken ook een jonge Bob Dylan en een jonge Leonard Cohen (de slottrack Downtown’s Lights lijkt een eerbetoon aan de vorig jaar overleden Canadese muzikant) weer op in popsongs die lijken weggelopen uit een ver verleden, maar stiekem zijn voorzien van eigentijdse accenten.

Na eerste beluistering vond ik City Music interessant, maar niet van het kaliber van Singing Saw. Nu de ruwe diamanten op de nieuwe plaat van Kevin Morby geslepen zijn na herhaalde beluistering, moet deze eerste conclusie op de schop. Ook City Music is weer een prachtplaat vol fonkelende diamanten en is als je het mij vraagt jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman

Kevin Morby - Singing Saw (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kevin Morby - Singing Saw - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Kevin Morby ken ik natuurlijk van bands als Woods en The Babies, maar zijn soloplaten zijn me tot dusver ontgaan.

Doodzonde, want inmiddels weet ik dat de muzikant uit Brooklyn met Harlem River uit 2013 en Still Life uit 2014 twee prachtplaten heeft afgeleverd.

Ik kwam ze op het spoor dankzij zijn derde prachtplaat, het onlangs verschenen Singing Saw.

Op zijn derde plaat kiest Kevin Morby samen met producer Sam Cohen (Yellowbirds) voor een wat voller en kleurrijker geluid en dat bevalt me wel.

Op zijn vorige twee platen grossierde de Amerikaan al in wonderschone popsongs, maar op Singing Saw krijgen deze songs de arrangementen en instrumentatie die ze verdienen. Singing Saw klinkt weliswaar voller dan zijn twee voorgangers, maar het is nog altijd een redelijk ingetogen plaat.

Kevin Morby beschikt over het zeldzame vermogen om met zijn bijzondere stem en een paar akkoorden op de akoestische gitaar een eigen geluid neer te zetten en het is een eigen geluid dat iets met me doet. Een geluid dat veel met me doet zelfs. Wanneer Kevin Morby gaat zingen kan ik alleen maar luisteren en verdwijn ik langzaam maar zeker in zijn vaak van psychedelische accenten voorziene songs.

Het zijn songs die je vervolgens verder betoveren met de prachtige arrangementen en instrumentatie die producer Sam Cohen heeft aangedragen. Kevin Morby heeft ze misschien niet nodig, maar het geeft zijn songs een bijzondere extra dimensie en bovendien extra kracht.

Singing Saw is een tijdloze plaat die vaak herinnert aan de muziek die Bob Dylan decennia geleden maakte, met hier en daar een uitstapje naar het werk van Leonard Cohen uit dezelfde periode, maar Kevin Morby heeft de donkere akoestische folk uit het verleden voorzien van accenten die van Singing Saw een tijdreis door een aantal decennia popmuziek maken.

Zeker wanneer je Singing Saw met de koptelefoon beluistert, hoor je hoe rijk en veelzijdig het geluid op de plaat is, maar hoor je ook hoe weinig middelen Kevin Morby nodig heeft om een onuitwisbare indruk te maken.

Singing Saw beluisterde ik een week of wat geleden min of meer bij toeval, maar inmiddels schaar ik de derde soloplaat van Kevin Morby onder de mooiste platen van het moment. Singing Saw is een plaat vol briljante popliedjes, die ook nog eens prachtig worden uitgevoerd. Misschien wel de mooiste plaat van het moment. Erwin Zijleman

Kevin Morby - This Is a Photograph (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kevin Morby - This Is A Photograph - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Kevin Morby - This Is A Photograph
De Amerikaanse muzikant Kevin Morby zet op zijn zevende album een volgende stap en levert een album af dat zowel qua songs en verhalen als qua geluid mee doet met de beste albums in het genre

Ik heb lang niet altijd een klik met de muziek van de Amerikaanse muzikant Kevin Morby, maar zijn nieuwe album This Is A Photograph overtuigde me onmiddellijk en is sindsdien alleen maar mooier en interessanter geworden. Het is een album dat zowel in tekstueel als in muzikaal opzicht in het midden van de Verenigde Staten moet worden geplaatst en dat binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten kan. Het album klinkt prachtig, Kevin Morby zingt met veel gevoel en de songs op This Is A Photograph zijn stuk voor stuk pareltjes vol groeipotentie. Net als het uitstekende Singing Saw geproduceerd door Sam Cohen, die eveneens tekent voor vakwerk.

Ik heb tot dusver een wat ongemakkelijke relatie met de muziek van de Amerikaanse muzikant Kevin Morby. Het in 2016 verschenen Singing Saw vond ik echt prachtig en nam ik zelfs op in mijn jaarlijstje, maar de andere albums van Kevin Morby, hij heeft er inmiddels ruim een handvol op zijn naam staan, deden veel minder met me. Dat is op zich gek want het oeuvre van de Amerikaanse muzikant staat bekend als consistent en van een behoorlijk constant niveau.

Ik was dan ook benieuwd of het vooralsnog zeer positief ontvangen This Is A Photograph me wel weer zou overtuigen. Nu is het over het algemeen zo dat ik de albums van Kevin Morby bij eerste beluistering prima vind, maar dat ik me na een paar keer horen ga afvragen wat er nu precies bijzonder is aan de songs van de muzikant uit Kansas City, Missouri. Het is me dit keer niet overkomen, waardoor ik This Is A Photograph naast Singing Saw uit 2016 plaats, wat overigens niet betekent dat de albums op elkaar lijken, want dat is niet het geval.

Kevin Morby vond de inspiratie voor zijn nieuwe album toen hij in zijn ouderlijk huis in Kansas City een doos met oude foto’s vond en deze bekeek. De Amerikaanse muzikant deed dit nadat zijn vader onwel was geworden en naar het ziekenhuis was vervoerd. Met de vader van Kevin Morby kwam het goed, maar niet veel later kwam de wereld terecht in een pandemie en had Kevin Morby alle tijd om nog eens in de doos met foto’s te duiken.

This Is A Photograph is een losjes conceptalbum dat zich heeft laten inspireren door het leven in het bijna oneindige midden van de Verenigde Staten. Kevin Morby vraagt zich af in hoeverre hij zijn vader echt kent en schuwt ook de grote levensvragen niet, maar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant bevat ook anekdotische verhalen over de Amerikaanse samenleving, eert enkele muzikale helden van Kevin Morby en bevat ook een liefdesliedje voor zijn partner Katie Crutchfield, die we ook kennen als Waxahatchee.

Kevin Morby reist op This Is A Photograph door het deel van het land waarin hij opgroeide, maar komt ook terecht aan de oevers van de Mississippi, op de plek waar Jeff Buckley verdronk en in het hotel in Memphis waar hij verbleef. This Is A Photograph is een album vol mooie verhalen en het zijn verhalen die zijn verpakt in prachtig ingekleurde songs, met een bijzondere rol voor de fraai gearrangeerde strijkers en voor subtiel toegevoegde vrouwenstemmen. Kevin Morby deed uiteindelijk een beroep op producer Sam Cohen en laat dit nou net ook de producer van het eerder genoemde Singing Saw zijn.

Het nieuwe album van Kevin Morby is een voornamelijk laid-back album, dat binnen de Americana een breed palet bestrijkt. De stem van Kevin Morby doet af en toe wel wat aan die van Loud Reed denken, waardoor This Is A Photograph associaties oproept met Lou Reed’s New York, waarbij de verhalen over de grote stad zijn vervangen door verhalen over het uitgestrekte midden van de Verenigde Staten.

Kevin Morby heeft een album gemaakt dat ook best een aantal decennia oud zou kunnen zijn, maar het klinkt echt geen moment als overbodige retro. Ik had de afgelopen jaren wel eens moeite met de muziek van Kevin Morby, maar het geïnspireerd klinkende This Is A Photograph vond ik direct prachtig en is sindsdien alleen maar mooier en overtuigender geworden. Erwin Zijleman

Khruangbin - Con Todo el Mundo (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Khruangbin - Con Todo El Mundo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Je kunt van Spotify zeggen wat je wilt, maar het Zweedse bedrijf heeft de afgelopen tien jaar een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt en heeft inmiddels een gigantisch muziekaanbod ontsloten.

De algoritmes die de streaming dienst gebruikt om nieuwe muziek onder de aandacht te brengen van de argeloze luisteraar worden ook steeds beter.

Zo werd ik een dag of wat geleden, strijdend tegen een naar griepje, verrast met buitengewoon zwoele en vrijwel uitsluitend instrumentale klanken, die in eerste instantie vooral lekker klonken, maar vervolgens steeds indringender en bezwerender werden.

Het leken me klanken uit de jaren 60 of 70, maar ze bleken afkomstig van Con Todo El Mundo van de band Khruangbin. Khruangbin (Thais voor vliegtuig) debuteerde een jaar of drie geleden met een plaat die de band een cultaanhang opleverde, maar lijkt nu klaar voor het grotere werk.

Khruangbin laat zich naar verluid vooral beïnvloeden door Thaise rock en funk uit de jaren 70; genres waarvan het bestaan mij overigens onbekend was. De band uit Burton, Texas, combineert deze wat obscure invloeden vervolgens met invloeden uit de Amerikaanse soul, funk, disco en jazzrock uit dezelfde periode en overgiet de lome klanken vervolgens met een opwindende mix die in ieder geval delen dub, reggae, Latin, filmmuziek (variërend van spaghetti westerns tot broeierige Franse films), psychedelica en nog wat andere invloeden uit de wereldmuziek bevat.

Het levert muziek op waarbij je alleen maar onderuit kunt zakken en waarbij je niet wordt vermoeid met vocalen en teksten. De meeste opwinding komt van de gitaarlijnen op de plaat en het zijn wonderschone, veelal lome, gitaarlijnen die je mee terugnemen naar de hoogtijdagen van de eerste editie van Fleetwood Mac of naar het psychedelische werk van Santana uit de jaren 60 en 70.

Lang stil staan bij vergelijkingen met andere bands is overigens niet al te zinvol, want daarvoor is de muziek van Khruangbin te divers en te eigenzinnig. Het ene moment waan je je nog op de set van een Franse softporno film uit de jaren 70, het volgende moment bij The Rumble In The Jungle tussen George Foreman en Muhammad Ali in Zaire, toch bij de broeierige woestijnrock van Tinariwen of juist in een zweverige nachtclub ergens ten tijde van de hoogtijdagen van disco en funk.

Het maakt van beluistering van Con Todo El Mundo van Khruangbin een even interessante als aangename luisterervaring. Ik geef toe dat het me bij eerste beluistering vooral leuk leek voor een enkele keer, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe meer ik gehecht raak aan de onthaastende klanken van de band uit Texas en hoe intenser Con Todo El Mundo van Khruangbin de fantasie prikkelt.

Doe de gordijnen dicht, zet het volume wat hoger en laat je meevoeren op de bijzondere en al snel zwaar verslavende klanken van de band uit Texas. Erwin Zijleman