Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kathleen Edwards - Billionaire (2025)

4,5
4
geplaatst: 23 augustus 2025, 11:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathleen Edwards - Billionaire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathleen Edwards - Billionaire
Kathleen Edwards leverde meer dan twintig jaar geleden een ware klassieker af met haar debuutalbum Failer, maar blijkt ook op haar deze week verschenen nieuwe album Billionaire weer uitstekend in vorm
Wanneer ik een lijstje moet maken met mijn favoriete rootsalbums van vrouwelijke muzikanten staat Failer van Kathleen Edwards daar zeker op. Ook de andere albums van de muzikante uit Ottawa zijn de moeite waard, maar het debuutalbum van Kathleen Edwards blijft toch een klasse apart. Met het deze week verschenen Billionaire komt de Canadese muzikante toch opeens dicht in de buurt. Samen met producers Jason Isbell en Gena Johnson keert Kathleen Edwards weer terug naar de rootsmuziek van Failer en het is rootsmuziek met weergaloos gitaarwerk van Jason Isbell. De alleen maar mooier geworden stem van Kathleen Edwards en haar aansprekende songs maken het feestje compleet.
De Canadese singer-songwriter Kathleen Edwards debuteerde in de eerste weken van 2003 met het album Failer. Het is een album dat me vrijwel onmiddellijk dierbaar was en nog altijd is. Het is een album met geweldige songs, met gitaar georiënteerd rootsmuziek die staat als een huis en met een stem die tien songs lang het oor streelt. Failer is wat mij betreft een van de beste rootsalbums van dit millennium, maar het is ook een album dat voor Kathleen Edwards niet te overtreffen en nauwelijks te benaderen bleek.
De muzikante uit Ottawa probeerde dat wel met Back To Me uit 2005, Asking For Flowers uit 2008 en Voyageur uit 2012. Alle drie prima rootsalbums, maar geen van allen zo memorabel als Failer. Het werd vervolgens stil rond Kathleen Edwards, maar in 2020 keerde ze terug met het wat meer pop georiënteerde en mede door de van Kacey Musgraves bekende Ian Fitchuk geproduceerde Total Freedom. Ik vond Total Freedom beter dan zijn drie voorgangers, maar het album bleef achter bij het onaantastbare Failer.
Met het deze week verschenen Billionaire komt Kathleen Edwards dichter in de buurt bij haar debuutalbum, want het nieuwe album van de Canadese muzikante heeft me zeer aangenaam verrast. Op Billionaire laat Kathleen Edwards de flirts met pop weer achter zich en kiest ze voor een gitaar georiënteerd rootsgeluid dat doet denken aan dat op Failer.
Het gitaarwerk klinkt direct vanaf de eerste track fantastisch en dit kan ook bijna niet anders, want niemand minder dan Jason Isbell tekent voor een groot deel van het gitaarwerk op het album. De Amerikaanse muzikant tekende ook voor de productie, die hij samen deed met studiotechnicus Gena Johnson, die misschien wat minder bekend is, maar stapels aansprekende rootsalbums heeft voorzien van een fantastisch geluid.
Ook Billionaire klinkt geweldig, maar dit is slechts een van de vele sterke punten van het album. Het bij vlagen lekker ruwe rootsgeluid klinkt onweerstaanbaar lekker, zeker als Jason Isbell er een vlammende gitaarsolo tegenaan gooit, maar ook de andere muzikanten op het album spelen fantastisch, met een speciale vermelding voor het orgelspel van Jen Gunderman.
Zussen Shelby Lynne en Allison Moorer duiken op in het achtergrondkoortje, maar ook Kathleen Edwards zingt prachtig en nog wat mooier dan op haar inmiddels meer dan twintig jaar oude debuutalbum. De Canadese muzikante schreef bovendien een serie fraaie songs, die ook al niet onder doen voor de songs op Failer.
Het is lastig om een net verschenen album te vergelijken met een 22 jaar oude klassieker, maar Kathleen Edwards komt voor het eerst aardig in de buurt van haar onaantastbaar geachte debuutalbum. De samenwerking met Jason Isbell blijkt een schot in de roos, want song na song is het gitaarwerk echt fantastisch, maar hetzelfde kan gezegd worden van de zang van Kathleen Edwards, die laat horen dat ze nog steeds in staat is om een zeer memorabel rootsalbum te maken.
Ik vond Total Freedom vijf jaar geleden echt een prima album, maar Billionaire is wat mij betreft van een duidelijk hoger niveau. Het zat Kathleen Edwards na de release van haar geweldige debuutalbum heel vaak niet mee, maar met Billionaire heeft ze een bijzonder sterke troef in handen. Een groter verrassing dit nieuwe album van Kathleen Edwards. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Kathleen Edwards - Billionaire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathleen Edwards - Billionaire
Kathleen Edwards leverde meer dan twintig jaar geleden een ware klassieker af met haar debuutalbum Failer, maar blijkt ook op haar deze week verschenen nieuwe album Billionaire weer uitstekend in vorm
Wanneer ik een lijstje moet maken met mijn favoriete rootsalbums van vrouwelijke muzikanten staat Failer van Kathleen Edwards daar zeker op. Ook de andere albums van de muzikante uit Ottawa zijn de moeite waard, maar het debuutalbum van Kathleen Edwards blijft toch een klasse apart. Met het deze week verschenen Billionaire komt de Canadese muzikante toch opeens dicht in de buurt. Samen met producers Jason Isbell en Gena Johnson keert Kathleen Edwards weer terug naar de rootsmuziek van Failer en het is rootsmuziek met weergaloos gitaarwerk van Jason Isbell. De alleen maar mooier geworden stem van Kathleen Edwards en haar aansprekende songs maken het feestje compleet.
De Canadese singer-songwriter Kathleen Edwards debuteerde in de eerste weken van 2003 met het album Failer. Het is een album dat me vrijwel onmiddellijk dierbaar was en nog altijd is. Het is een album met geweldige songs, met gitaar georiënteerd rootsmuziek die staat als een huis en met een stem die tien songs lang het oor streelt. Failer is wat mij betreft een van de beste rootsalbums van dit millennium, maar het is ook een album dat voor Kathleen Edwards niet te overtreffen en nauwelijks te benaderen bleek.
De muzikante uit Ottawa probeerde dat wel met Back To Me uit 2005, Asking For Flowers uit 2008 en Voyageur uit 2012. Alle drie prima rootsalbums, maar geen van allen zo memorabel als Failer. Het werd vervolgens stil rond Kathleen Edwards, maar in 2020 keerde ze terug met het wat meer pop georiënteerde en mede door de van Kacey Musgraves bekende Ian Fitchuk geproduceerde Total Freedom. Ik vond Total Freedom beter dan zijn drie voorgangers, maar het album bleef achter bij het onaantastbare Failer.
Met het deze week verschenen Billionaire komt Kathleen Edwards dichter in de buurt bij haar debuutalbum, want het nieuwe album van de Canadese muzikante heeft me zeer aangenaam verrast. Op Billionaire laat Kathleen Edwards de flirts met pop weer achter zich en kiest ze voor een gitaar georiënteerd rootsgeluid dat doet denken aan dat op Failer.
Het gitaarwerk klinkt direct vanaf de eerste track fantastisch en dit kan ook bijna niet anders, want niemand minder dan Jason Isbell tekent voor een groot deel van het gitaarwerk op het album. De Amerikaanse muzikant tekende ook voor de productie, die hij samen deed met studiotechnicus Gena Johnson, die misschien wat minder bekend is, maar stapels aansprekende rootsalbums heeft voorzien van een fantastisch geluid.
Ook Billionaire klinkt geweldig, maar dit is slechts een van de vele sterke punten van het album. Het bij vlagen lekker ruwe rootsgeluid klinkt onweerstaanbaar lekker, zeker als Jason Isbell er een vlammende gitaarsolo tegenaan gooit, maar ook de andere muzikanten op het album spelen fantastisch, met een speciale vermelding voor het orgelspel van Jen Gunderman.
Zussen Shelby Lynne en Allison Moorer duiken op in het achtergrondkoortje, maar ook Kathleen Edwards zingt prachtig en nog wat mooier dan op haar inmiddels meer dan twintig jaar oude debuutalbum. De Canadese muzikante schreef bovendien een serie fraaie songs, die ook al niet onder doen voor de songs op Failer.
Het is lastig om een net verschenen album te vergelijken met een 22 jaar oude klassieker, maar Kathleen Edwards komt voor het eerst aardig in de buurt van haar onaantastbaar geachte debuutalbum. De samenwerking met Jason Isbell blijkt een schot in de roos, want song na song is het gitaarwerk echt fantastisch, maar hetzelfde kan gezegd worden van de zang van Kathleen Edwards, die laat horen dat ze nog steeds in staat is om een zeer memorabel rootsalbum te maken.
Ik vond Total Freedom vijf jaar geleden echt een prima album, maar Billionaire is wat mij betreft van een duidelijk hoger niveau. Het zat Kathleen Edwards na de release van haar geweldige debuutalbum heel vaak niet mee, maar met Billionaire heeft ze een bijzonder sterke troef in handen. Een groter verrassing dit nieuwe album van Kathleen Edwards. Erwin Zijleman
Kathleen Edwards - Total Freedom (2020)

4,5
0
geplaatst: 15 augustus 2020, 10:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathleen Edwards - Total Freedom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathleen Edwards - Total Freedom
Acht jaar geleden trok Kathleen Edwards zich terug uit de muziek, maar gelukkig is ze terug met een wat meer pop georiënteerd album, dat verrassend makkelijk verleidt en overtuigt
Kathleen Edwards was in 2003 de grote belofte van de rootsmuziek, maar na een viertal albums was de koek op en leek de Canadese singer-songwriter verloren voor de muziek. Tot nu dan, want Kathleen Edwards is terug met een prachtig album. Het is een album dat bestaat uit gelijke delen pop en roots, dat opvalt door een bijzonder mooie instrumentatie en productie en dat wordt gedragen door de prachtige stem van de Canadese singer-songwriter, die nog maar eens laat horen waarom ze in 2003 met louter superlatieven werd ontvangen. Total Freedom overtuigt zoals gezegd makkelijk, maar groeit ook nog heel lang door. Bijzonder fraaie comeback.
Kathleen Edwards debuteerde in 2003 met het prachtige Failer, dat moet worden gerekend tot de beste rootsalbums van het betreffende jaar en dat ik persoonlijk zelfs schaar onder de beste rootsalbums aller tijden.
Met Back To Me uit 2005, Asking For Flowers uit 2008 en Voyageur uit 2012 bevestigde de Canadese singer-songwriter de belofte van haar debuut en schoof ze langzaam wat op richting een rootsgeluid met voorzichtige invloeden uit de pop.
Na Voyageur werd het stil rond Kathleen Edwards. De singer-songwriter uit Ottawa kondigde een break aan en opende een koffiehuis in haar woonplaats. Na de zelfmoord van Neal Casal in 2019 sprak Kathleen Edwards zich voor het eerst uit over haar langzame afwezigheid uit de muziek en noemde ze een depressie als oorzaak. Een terugkeer in de muziek leek op dat moment nog ver weg, maar nog geen jaar later is Kathleen Edwards terug met haar eerste album in acht jaar tijd.
Total Freedom opent direct bijzonder lekker. Invloeden uit de rootsmuziek zijn nog steeds hoorbaar in de muziek van Kathleen Edwards, maar in de openingstrack van haar nieuwe album gooit de Canadese singer-songwriter er ook nog wat meer invloeden uit de pop tegenaan. Glenfern schaart zich ergens tussen de perfecte popsongs van Fleetwood Mac en de smaakvolle popliedjes van Suzanne Vega in en dringt zich direct genadeloos op. Misschien een teleurstelling voor liefhebbers van pure rootsmuziek, maar voor een ieder die niet vies is van een mix van roots en pop, opent het nieuwe album van Kathleen Edwards geweldig.
Het eerste dat opvalt bij de eerste noten van Total Freedom is de prachtige stem van de Canadese muzikante. Het is een stem die rijper en warmer klinkt dan in haar jonge jaren en het is een stem die zich als een warme deken (of in deze warme tijde juist als een koele deken) om je heem slaat.
Het is echter niet alleen de stem van Kathleen Edwards die direct indruk maakt. De openingstrack van Total Freedom is voorzien van een prachtig volle instrumentatie en een smaakvolle productie. Voor de fraaie productie en een deel van de instrumentatie tekenen Jim Bryson, met wie Kathleen Edwards al haar muzikale leven samenwerkt, en de gerenommeerde Nashville producer Ian Fitchuk, die terecht flink wat prijzen in de wacht sleepte voor zijn productie van Golden Hour van Kacey Musgraves.
De openingstrack van Total Freedom blijkt deels representatief voor de rest van het album. Kathleen Edwards strooit op haar nieuwe album driftig met buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke scheut rootsmuziek. Het zijn volstrekt tijdloze popliedjes die meer dan eens herinneren aan de grote dagen van Fleetwood Mac, maar Kathleen Edwards heeft ook haar eigen geluid behouden en is alleen maar beter gaan zingen. Hier tegenover staan songs waarin de rootsinvloeden domineren en Kathleen Edwards toch weer dichter tegen haar oude geluid aan kruipt. Ook dit klinkt prachtig.
De instrumentatie is keer op keer warm en gloedvol, met een hoofdrol voor prachtig gitaarwerk, terwijl de productie van Ian Fitchuk net zo blinkt als op de prachtplaat van Kacey Musgraves. Hier en daar schuift Kathleen Edwards wat meer op richting roots, maar pop is nooit heel ver weg op een album dat mij bijzonder makkelijk heeft overtuigd en dat sindsdien alleen maar beter is geworden. Ik had eerlijk gezegd niet meer op een terugkeer van Kathleen Edwards gerekend, maar haar comeback is een glorieuze wat mij betreft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathleen Edwards - Total Freedom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathleen Edwards - Total Freedom
Acht jaar geleden trok Kathleen Edwards zich terug uit de muziek, maar gelukkig is ze terug met een wat meer pop georiënteerd album, dat verrassend makkelijk verleidt en overtuigt
Kathleen Edwards was in 2003 de grote belofte van de rootsmuziek, maar na een viertal albums was de koek op en leek de Canadese singer-songwriter verloren voor de muziek. Tot nu dan, want Kathleen Edwards is terug met een prachtig album. Het is een album dat bestaat uit gelijke delen pop en roots, dat opvalt door een bijzonder mooie instrumentatie en productie en dat wordt gedragen door de prachtige stem van de Canadese singer-songwriter, die nog maar eens laat horen waarom ze in 2003 met louter superlatieven werd ontvangen. Total Freedom overtuigt zoals gezegd makkelijk, maar groeit ook nog heel lang door. Bijzonder fraaie comeback.
Kathleen Edwards debuteerde in 2003 met het prachtige Failer, dat moet worden gerekend tot de beste rootsalbums van het betreffende jaar en dat ik persoonlijk zelfs schaar onder de beste rootsalbums aller tijden.
Met Back To Me uit 2005, Asking For Flowers uit 2008 en Voyageur uit 2012 bevestigde de Canadese singer-songwriter de belofte van haar debuut en schoof ze langzaam wat op richting een rootsgeluid met voorzichtige invloeden uit de pop.
Na Voyageur werd het stil rond Kathleen Edwards. De singer-songwriter uit Ottawa kondigde een break aan en opende een koffiehuis in haar woonplaats. Na de zelfmoord van Neal Casal in 2019 sprak Kathleen Edwards zich voor het eerst uit over haar langzame afwezigheid uit de muziek en noemde ze een depressie als oorzaak. Een terugkeer in de muziek leek op dat moment nog ver weg, maar nog geen jaar later is Kathleen Edwards terug met haar eerste album in acht jaar tijd.
Total Freedom opent direct bijzonder lekker. Invloeden uit de rootsmuziek zijn nog steeds hoorbaar in de muziek van Kathleen Edwards, maar in de openingstrack van haar nieuwe album gooit de Canadese singer-songwriter er ook nog wat meer invloeden uit de pop tegenaan. Glenfern schaart zich ergens tussen de perfecte popsongs van Fleetwood Mac en de smaakvolle popliedjes van Suzanne Vega in en dringt zich direct genadeloos op. Misschien een teleurstelling voor liefhebbers van pure rootsmuziek, maar voor een ieder die niet vies is van een mix van roots en pop, opent het nieuwe album van Kathleen Edwards geweldig.
Het eerste dat opvalt bij de eerste noten van Total Freedom is de prachtige stem van de Canadese muzikante. Het is een stem die rijper en warmer klinkt dan in haar jonge jaren en het is een stem die zich als een warme deken (of in deze warme tijde juist als een koele deken) om je heem slaat.
Het is echter niet alleen de stem van Kathleen Edwards die direct indruk maakt. De openingstrack van Total Freedom is voorzien van een prachtig volle instrumentatie en een smaakvolle productie. Voor de fraaie productie en een deel van de instrumentatie tekenen Jim Bryson, met wie Kathleen Edwards al haar muzikale leven samenwerkt, en de gerenommeerde Nashville producer Ian Fitchuk, die terecht flink wat prijzen in de wacht sleepte voor zijn productie van Golden Hour van Kacey Musgraves.
De openingstrack van Total Freedom blijkt deels representatief voor de rest van het album. Kathleen Edwards strooit op haar nieuwe album driftig met buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke scheut rootsmuziek. Het zijn volstrekt tijdloze popliedjes die meer dan eens herinneren aan de grote dagen van Fleetwood Mac, maar Kathleen Edwards heeft ook haar eigen geluid behouden en is alleen maar beter gaan zingen. Hier tegenover staan songs waarin de rootsinvloeden domineren en Kathleen Edwards toch weer dichter tegen haar oude geluid aan kruipt. Ook dit klinkt prachtig.
De instrumentatie is keer op keer warm en gloedvol, met een hoofdrol voor prachtig gitaarwerk, terwijl de productie van Ian Fitchuk net zo blinkt als op de prachtplaat van Kacey Musgraves. Hier en daar schuift Kathleen Edwards wat meer op richting roots, maar pop is nooit heel ver weg op een album dat mij bijzonder makkelijk heeft overtuigd en dat sindsdien alleen maar beter is geworden. Ik had eerlijk gezegd niet meer op een terugkeer van Kathleen Edwards gerekend, maar haar comeback is een glorieuze wat mij betreft. Erwin Zijleman
Kathryn Joseph - Bones You Have Thrown Me and Blood I've Spilled (2015)

4,0
0
geplaatst: 15 januari 2016, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De stroom 2016 releases begint langzaam op gang te komen, maar gelukkig is er ook nog tijd voor wat vergeten prachtplaten uit 2015.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled van Kathryn Joseph haalde ik uit het jaarlijstje met de beste Schotse platen van 2015 en past uitstekend in deze voor de popmuziek toch gitzwarte week.
Kathryn Joseph is de 40 inmiddels gepasseerd en heeft al een aantal platen op haar naam staan, maar ik had eerlijk gezegd nog nooit van haar gehoord. Ze wordt op een aantal Britse sites één van Schotland’s best bewaarde muziekgeheimen genoemd en dat zou best wel eens kunnen kloppen.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled is voorzien van een lange titel, maar voor vrijwel alle tracks op de plaat heeft Kathryn Joseph slechts twee woorden nodig, waaronder altijd het lidwoord ‘The’.
De songs op de plaat zijn zonder uitzondering aardedonker. Kathryn Joseph kiest voor een instrumentatie die voornamelijk bestaat uit haar ingetogen pianospel en waaraan slechts zeer incidenteel bas en percussie worden toegevoegd. Het melancholisch aandoende pianospel past uitstekend bij de bijzondere stem van Kathryn Joseph.
Het is een stem die zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen en die past in het rijtje Karen Dalton, Joanna Newsom, Joni Mitchell en Björk. Het is het soort stem dat ik lang niet altijd kan waarderen, maar na enige gewenning weet Kathryn Joseph me steeds weer te raken.
In muzikaal opzicht blijft van de bovengenoemde namen alleen Karen Dalton staan, maar Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled heeft ook wel wat van de muziek van Tori Amos (maar dan voorzien van een extra dosis duisternis), van de sobere songs van Kate Bush en van de niet bepaald zonnige muziek van Grouper.
Kathryn Joseph heeft zeker geen plaat gemaakt voor een ieder die het leven uitsluitend bekijkt door een roze bril, maar liefhebbers van stemmige muziek met aardedonker randje zouden zomaar kunnen vallen voor deze intense en bijzondere plaat, die mij na enige gewenning flink te pakken heeft, zeker in deze bijzondere week. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De stroom 2016 releases begint langzaam op gang te komen, maar gelukkig is er ook nog tijd voor wat vergeten prachtplaten uit 2015.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled van Kathryn Joseph haalde ik uit het jaarlijstje met de beste Schotse platen van 2015 en past uitstekend in deze voor de popmuziek toch gitzwarte week.
Kathryn Joseph is de 40 inmiddels gepasseerd en heeft al een aantal platen op haar naam staan, maar ik had eerlijk gezegd nog nooit van haar gehoord. Ze wordt op een aantal Britse sites één van Schotland’s best bewaarde muziekgeheimen genoemd en dat zou best wel eens kunnen kloppen.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled is voorzien van een lange titel, maar voor vrijwel alle tracks op de plaat heeft Kathryn Joseph slechts twee woorden nodig, waaronder altijd het lidwoord ‘The’.
De songs op de plaat zijn zonder uitzondering aardedonker. Kathryn Joseph kiest voor een instrumentatie die voornamelijk bestaat uit haar ingetogen pianospel en waaraan slechts zeer incidenteel bas en percussie worden toegevoegd. Het melancholisch aandoende pianospel past uitstekend bij de bijzondere stem van Kathryn Joseph.
Het is een stem die zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen en die past in het rijtje Karen Dalton, Joanna Newsom, Joni Mitchell en Björk. Het is het soort stem dat ik lang niet altijd kan waarderen, maar na enige gewenning weet Kathryn Joseph me steeds weer te raken.
In muzikaal opzicht blijft van de bovengenoemde namen alleen Karen Dalton staan, maar Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled heeft ook wel wat van de muziek van Tori Amos (maar dan voorzien van een extra dosis duisternis), van de sobere songs van Kate Bush en van de niet bepaald zonnige muziek van Grouper.
Kathryn Joseph heeft zeker geen plaat gemaakt voor een ieder die het leven uitsluitend bekijkt door een roze bril, maar liefhebbers van stemmige muziek met aardedonker randje zouden zomaar kunnen vallen voor deze intense en bijzondere plaat, die mij na enige gewenning flink te pakken heeft, zeker in deze bijzondere week. Erwin Zijleman
Kathryn Joseph - For You Who Are the Wronged (2022)

4,5
1
geplaatst: 24 april 2022, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - for you who are the wronged - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Joseph - for you who are the wronged
De Schotse muzikante Kathryn Joseph levert met for you who are the wronged haar derde prachtalbum af en ook dit is er weer een die, na enige gewenning, snel uitgroeit tot een waar meesterwerk
In het begin van 2016 haalde ik uit een aantal Britse jaarlijstjes het debuutalbum van de Schotse muzikante Kathryn Joseph. Het is bleek een album dat je verafschuwt of koestert en ik koos, na enige gewenning, voor het laatste. Deze week is het derde album van de muzikante uit Glasgow verschenen en ook for you who are the wronged is weer een wonderschoon album. Het is een album dat wordt gedomineerd door bijzonder subtiele klanken en door de zeer karakteristieke stem van Kathryn Joseph. Zowel de instrumentatie als de zang zullen mogelijk wat barrières opwerpen, maar wanneer de muziek van Kathryn Joseph je eenmaal raakt, raakt ook for you who are the wronged je weer diep. Prachtig.
Na bones you have thrown me and blood i've spilled uit 2015 en from when i wake the want is uit 2018 is het deze week verschenen for you who are the wronged het derde album van de Schotse muzikante Kathryn Joseph (die kennelijk niet gek is op hoofdletters). De muzikante uit Glasgow maakt al vanaf jonge leeftijd muziek, maar debuteerde door uiteenlopende omstandigheden pas op haar veertigste.
Haar debuut bones you have thrown me and blood i've spilled was zeker geen makkelijk album, maar het leverde Kathryn Joseph, zeker in het Verenigd Koninkrijk, wel de waardering op die ze verdiende. Ik heb zelf overigens ook flink geworsteld met het debuutalbum van de Schotse muzikante, maar toen de schoonheid van haar muziek eenmaal aan de oppervlakte kwam, bleek het een bijzonder en wonderschoon album. Het gold in 2018 ook voor from when i wake the want en het geldt nu ook weer voor for you who are the wronged.
Bij beluistering van for you who are the wronged zal de eerste barrière worden opgeworpen door de stem van Kathryn Joseph. Het is een stem die eerder is vergeleken met die van Joanna Newsom of Karen Dalton en dat zijn zangeressen die niet door iedereen worden gezien als nachtegaaltjes. Ik vind de stem van Kathryn Joseph overigens wel wat toegankelijker dan die van de twee Amerikaanse zangeressen en zeker vergeleken met haar debuutalbum is de Schotse muzikante wel wat toegankelijker gaan zingen. Desondanks zal de stem van Kathryn Joseph niet bij iedereen in de smaak vallen.
Ook in muzikaal opzicht is for you who are the wronged zeker geen doorsnee album. Kathryn Joseph kleurt haar muziek buitengewoon subtiel in met piano en keyboards en kiest vaak voor repeterende akkoorden. Het voorziet haar muziek van een intiem karakter en dat wordt versterkt door de vaak fluisterzachte zang.
Door het zeer intieme karakter van de muziek van Kathryn Joseph is ook for you who are the wronged weer geen album voor op de achtergrond. De muziek van de Schotse muzikante komt het best tot zijn recht wanneer de subtiele klanken en de intieme vocalen je het muzikale universum van Kathryn Joseph in zuigen. Het is een muzikaal universum dat met enige fantasie in het hokje folk past, maar ook for you who are the wronged is weer een album dat zich makkelijk in meerdere genres beweegt.
Bij beluistering van het nieuwe album van de muzikante uit Glasgow heb ik meer dan eens associaties met de muziek van Kate Bush. Hier en daar door een vleugje in de stem, af en toe door een bijzondere twist in de instrumentatie, maar vooral door de wat donkere en beklemmende sfeer die de muziek van beiden op kan roepen en door het ongeremde muzikale avontuur in deze muziek.
Ik was na de geweldige vorige twee albums al gewend aan het bijzondere geluid van Kathryn Joseph, waardoor for you who are the wronged zich direct genadeloos opdrong, maar een ieder die haar muziek nog niet kent wil ik vooral adviseren om de tijd te nemen voor dit bijzondere album. Het is absoluut wennen aan de zang en aan de wat naar binnen gekeerde instrumentatie op het album, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de intieme en intense muziek van de Schotse muzikante, is ook for you who are the wronged weer een album dat tot grote hoogten groeit. Het is een album dat misschien net wat toegankelijker is dan zijn twee voorgangers en Kathryn Joseph hopelijk ook in Nederland de aandacht oplevert die ze zo verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - for you who are the wronged - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Joseph - for you who are the wronged
De Schotse muzikante Kathryn Joseph levert met for you who are the wronged haar derde prachtalbum af en ook dit is er weer een die, na enige gewenning, snel uitgroeit tot een waar meesterwerk
In het begin van 2016 haalde ik uit een aantal Britse jaarlijstjes het debuutalbum van de Schotse muzikante Kathryn Joseph. Het is bleek een album dat je verafschuwt of koestert en ik koos, na enige gewenning, voor het laatste. Deze week is het derde album van de muzikante uit Glasgow verschenen en ook for you who are the wronged is weer een wonderschoon album. Het is een album dat wordt gedomineerd door bijzonder subtiele klanken en door de zeer karakteristieke stem van Kathryn Joseph. Zowel de instrumentatie als de zang zullen mogelijk wat barrières opwerpen, maar wanneer de muziek van Kathryn Joseph je eenmaal raakt, raakt ook for you who are the wronged je weer diep. Prachtig.
Na bones you have thrown me and blood i've spilled uit 2015 en from when i wake the want is uit 2018 is het deze week verschenen for you who are the wronged het derde album van de Schotse muzikante Kathryn Joseph (die kennelijk niet gek is op hoofdletters). De muzikante uit Glasgow maakt al vanaf jonge leeftijd muziek, maar debuteerde door uiteenlopende omstandigheden pas op haar veertigste.
Haar debuut bones you have thrown me and blood i've spilled was zeker geen makkelijk album, maar het leverde Kathryn Joseph, zeker in het Verenigd Koninkrijk, wel de waardering op die ze verdiende. Ik heb zelf overigens ook flink geworsteld met het debuutalbum van de Schotse muzikante, maar toen de schoonheid van haar muziek eenmaal aan de oppervlakte kwam, bleek het een bijzonder en wonderschoon album. Het gold in 2018 ook voor from when i wake the want en het geldt nu ook weer voor for you who are the wronged.
Bij beluistering van for you who are the wronged zal de eerste barrière worden opgeworpen door de stem van Kathryn Joseph. Het is een stem die eerder is vergeleken met die van Joanna Newsom of Karen Dalton en dat zijn zangeressen die niet door iedereen worden gezien als nachtegaaltjes. Ik vind de stem van Kathryn Joseph overigens wel wat toegankelijker dan die van de twee Amerikaanse zangeressen en zeker vergeleken met haar debuutalbum is de Schotse muzikante wel wat toegankelijker gaan zingen. Desondanks zal de stem van Kathryn Joseph niet bij iedereen in de smaak vallen.
Ook in muzikaal opzicht is for you who are the wronged zeker geen doorsnee album. Kathryn Joseph kleurt haar muziek buitengewoon subtiel in met piano en keyboards en kiest vaak voor repeterende akkoorden. Het voorziet haar muziek van een intiem karakter en dat wordt versterkt door de vaak fluisterzachte zang.
Door het zeer intieme karakter van de muziek van Kathryn Joseph is ook for you who are the wronged weer geen album voor op de achtergrond. De muziek van de Schotse muzikante komt het best tot zijn recht wanneer de subtiele klanken en de intieme vocalen je het muzikale universum van Kathryn Joseph in zuigen. Het is een muzikaal universum dat met enige fantasie in het hokje folk past, maar ook for you who are the wronged is weer een album dat zich makkelijk in meerdere genres beweegt.
Bij beluistering van het nieuwe album van de muzikante uit Glasgow heb ik meer dan eens associaties met de muziek van Kate Bush. Hier en daar door een vleugje in de stem, af en toe door een bijzondere twist in de instrumentatie, maar vooral door de wat donkere en beklemmende sfeer die de muziek van beiden op kan roepen en door het ongeremde muzikale avontuur in deze muziek.
Ik was na de geweldige vorige twee albums al gewend aan het bijzondere geluid van Kathryn Joseph, waardoor for you who are the wronged zich direct genadeloos opdrong, maar een ieder die haar muziek nog niet kent wil ik vooral adviseren om de tijd te nemen voor dit bijzondere album. Het is absoluut wennen aan de zang en aan de wat naar binnen gekeerde instrumentatie op het album, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de intieme en intense muziek van de Schotse muzikante, is ook for you who are the wronged weer een album dat tot grote hoogten groeit. Het is een album dat misschien net wat toegankelijker is dan zijn twee voorgangers en Kathryn Joseph hopelijk ook in Nederland de aandacht oplevert die ze zo verdient. Erwin Zijleman
Kathryn Joseph - From When I Wake the Want Is (2018)

4,5
1
geplaatst: 16 augustus 2018, 16:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - From When I Wake The Want Is - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aan het begin van 2016 ontdekte ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled van de Schotse singer-songwriter Kathryn Joseph.
Het debuut van de singer-songwriter uit Glasgow was een aardedonkere plaat, die wel wat deed denken aan de muziek van Karen Dalton, maar ook invloeden van Tori Amos, Kate Bush en Grouper liet horen. Het was een plaat die het uitstekend deed op koude en donkere winterdagen en het was bovendien een plaat die over de nodige groeipotentie bleek te beschikken.
Deze week is de opvolger van het debuut van Kathryn Joseph verschenen. From When I Wake The Want Is is net als zijn voorganger een gitzwarte plaat, die op het eerste gehoor niet erg goed past bij de zomerse temperaturen van het moment. Wanneer de zon eenmaal onder is, komt de muziek van de Schotse singer-songwriter echter snel beter tot zijn recht en blijkt ook de tweede plaat van Kathryn Joseph een plaat van een bijzondere schoonheid.
From When I Wake The Want Is opent met donker getinte en beklemmende klanken en kleurt nog flink wat donkerder wanneer de zang van Kathryn Joseph wordt toegevoegd. De singer-songwriter beschikt zeker niet over een makkelijke stem. De zang doet net als op het debuut rauw en gekweld aan, maar het is een stem die mooier is dan je bij de eerste noten zult vermoeden. Karen Dalton is nog altijd referentiemateriaal, maar ik hoor ook dit keer wat van Tori Amos en Kate Bush.
Makkelijk is het allemaal zeker niet. In muzikaal opzicht is From When I Wake The Want is nog redelijk toegankelijk met sober pianospel en wat donkere en grimmige accenten, maar de zang zal veel muziekliefhebbers en huisdieren de gordijnen in jagen.
Ik wist inmiddels wat ik kon verwachten en heb ruim twee jaar geleden van Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled leren houden. De tweede plaat van Kathryn Joseph was desondanks weer een zware bevalling, maar na enige gewenning komt er steeds meer schoonheid aan de oppervlakte.
De piano staat ook dit keer centraal, maar vergeleken met het debuut van Kathryn Joseph klinkt From When I Wake The Want Is spannender en veelkleuriger. Het stemmige pianospel op de plaat heeft gezelschap gekregen van subtiele elektronische accenten en percussie, wat avontuur en dynamiek heeft toegevoegd aan de muziek van de eigenzinnige Schotse muzikante.
Kathryn Joseph is een laatbloeier, ze is de 40 inmiddels gepasseerd, en heeft geen makkelijk leven. Het is te horen op From When I Wake The Want Is dat een plaat vol emotie en diepgang is. Het is rauwe emotie die je in het begin in de weg kan zitten, maar die de tweede plaat van Kathryn Joseph uiteindelijk flink optilt.
From When I Wake The Want Is is absoluut een plaat waar je de tijd voor moet nemen en het is bovendien een plaat waar je midden in de zomer het juiste moment voor moet kiezen. Alle energie die je er in stopt krijg je uiteindelijk dubbel terug betaald. Het deel van de Britse muziekpers dat aandacht besteed aan de muziek van Kathryn Joseph schaart de plaat onder de mooiste en bijzonderste platen van 2018 tot dusver en zeker het bijzondere karakter van de plaat kan ik alleen maar onderschrijven. De schoonheid komt langzaam binnen, maar als From When I Wake The Want Is je eenmaal te pakken heeft is los laten geen optie meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Joseph - From When I Wake The Want Is - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aan het begin van 2016 ontdekte ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled van de Schotse singer-songwriter Kathryn Joseph.
Het debuut van de singer-songwriter uit Glasgow was een aardedonkere plaat, die wel wat deed denken aan de muziek van Karen Dalton, maar ook invloeden van Tori Amos, Kate Bush en Grouper liet horen. Het was een plaat die het uitstekend deed op koude en donkere winterdagen en het was bovendien een plaat die over de nodige groeipotentie bleek te beschikken.
Deze week is de opvolger van het debuut van Kathryn Joseph verschenen. From When I Wake The Want Is is net als zijn voorganger een gitzwarte plaat, die op het eerste gehoor niet erg goed past bij de zomerse temperaturen van het moment. Wanneer de zon eenmaal onder is, komt de muziek van de Schotse singer-songwriter echter snel beter tot zijn recht en blijkt ook de tweede plaat van Kathryn Joseph een plaat van een bijzondere schoonheid.
From When I Wake The Want Is opent met donker getinte en beklemmende klanken en kleurt nog flink wat donkerder wanneer de zang van Kathryn Joseph wordt toegevoegd. De singer-songwriter beschikt zeker niet over een makkelijke stem. De zang doet net als op het debuut rauw en gekweld aan, maar het is een stem die mooier is dan je bij de eerste noten zult vermoeden. Karen Dalton is nog altijd referentiemateriaal, maar ik hoor ook dit keer wat van Tori Amos en Kate Bush.
Makkelijk is het allemaal zeker niet. In muzikaal opzicht is From When I Wake The Want is nog redelijk toegankelijk met sober pianospel en wat donkere en grimmige accenten, maar de zang zal veel muziekliefhebbers en huisdieren de gordijnen in jagen.
Ik wist inmiddels wat ik kon verwachten en heb ruim twee jaar geleden van Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled leren houden. De tweede plaat van Kathryn Joseph was desondanks weer een zware bevalling, maar na enige gewenning komt er steeds meer schoonheid aan de oppervlakte.
De piano staat ook dit keer centraal, maar vergeleken met het debuut van Kathryn Joseph klinkt From When I Wake The Want Is spannender en veelkleuriger. Het stemmige pianospel op de plaat heeft gezelschap gekregen van subtiele elektronische accenten en percussie, wat avontuur en dynamiek heeft toegevoegd aan de muziek van de eigenzinnige Schotse muzikante.
Kathryn Joseph is een laatbloeier, ze is de 40 inmiddels gepasseerd, en heeft geen makkelijk leven. Het is te horen op From When I Wake The Want Is dat een plaat vol emotie en diepgang is. Het is rauwe emotie die je in het begin in de weg kan zitten, maar die de tweede plaat van Kathryn Joseph uiteindelijk flink optilt.
From When I Wake The Want Is is absoluut een plaat waar je de tijd voor moet nemen en het is bovendien een plaat waar je midden in de zomer het juiste moment voor moet kiezen. Alle energie die je er in stopt krijg je uiteindelijk dubbel terug betaald. Het deel van de Britse muziekpers dat aandacht besteed aan de muziek van Kathryn Joseph schaart de plaat onder de mooiste en bijzonderste platen van 2018 tot dusver en zeker het bijzondere karakter van de plaat kan ik alleen maar onderschrijven. De schoonheid komt langzaam binnen, maar als From When I Wake The Want Is je eenmaal te pakken heeft is los laten geen optie meer. Erwin Zijleman
Kathryn Joseph - We Were Made Prey (2025)

4,5
1
geplaatst: 5 juni 2025, 17:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY.
De Schotse muzikante Kathryn Joseph maakte de afgelopen jaren drie aardedonkere maar ook wonderschone albums en ook het van elektronische impulsen voorziene WE WERE MADE PREY. is weer van een bijzondere schoonheid
Ik ontdekte de muziek van Kathryn Joseph een paar jaar geleden bij toeval, maar sindsdien ben ik fan van de muzikante uit Glasgow. Ik moest wel even wennen aan de donkere sfeer op haar albums en aan haar niet alledaagse stem, maar eenmaal gewend domineerde de schoonheid en intensiteit van haar songs. Na drie redelijk vergelijkbare albums hoor ik op WE WERE MADE PREY. een net wat ander geluid. Het klinkt allemaal wat toegankelijker, al is dat een relatief begrip, en elektronica heeft wat aan terrein gewonnen. Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op de vorige drie albums, maar WE WERE MADE PREY. klinkt nog net wat indringender en overtuigender. Hoogste tijd dat Kathryn Joseph bij meer mensen op de radar komt.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled, het eerste album van de Schotse muzikante Kathryn Joseph haalde ik in de eerste dagen van 2016 uit een wat obscuur lijstje met de beste albums van 2015. Dat de muziek van Kathryn Joseph niet veel meer aandacht had gekregen begreep ik in eerste instantie wel, want na mijn eerste beluistering omschreef ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled in mijn hoofd uitsluitend met termen als aardedonker, gitzwart en deprimerend.
De muziek van Kathryn Joseph verdiende op hetzelfde moment wat meer tijd en kreeg die in de rustige eerste dagen van 2016 ook. Het hielp, want ik hoorde al snel de schoonheid in de muziek en de songs van de Schotse muzikante. Ik moest nog wel lang wennen aan haar stem, die zeker niet makkelijk is maar wel heel karakteristiek. Ik noemde in mijn recensie Karen Dalton, Joanna Newsom en Joni Mitchell als ijkpunten en dan weet je het wel.
Kathryn Joseph vervolgde haar weg in 2018 met From When I Wake The Want Is, dat zeker niet onder deed voor haar debuutalbum. Het was wederom een album met mooie klanken van vooral de piano, met een hele bijzondere stem en met songs die het daglicht maar moeilijk konden verdragen maar ook bijzonder mooi waren en afwisselend associaties opriepen met Kate Bush, Tori Amos en Grouper.
Dat zijn namen die ook op kwamen bij beluistering van het in 2022 verschenen for you who are the wronged, al was dat album wel net wat toegankelijker dan zijn twee voorgangers. Het was wederom een album dat niet veel aandacht kreeg maar bijzonder mooi was.
Kathryn Joseph keert deze week terug met WE WERE MADE PREY. (de kleine letters zijn deze keer vervangen door hoofdletters) en het is wederom een fascinerend mooi album. Het is net als zijn voorgangers een album dat behoorlijk donker en hier en daar bijna duister klinkt, maar er is ook wel wat veranderd.
Als ik de zang op WE WERE MADE PREY. vergelijk met de zang op de vorige albums vind ik de stem van de muzikante uit Glasgow nog altijd niet makkelijk, maar het strijkt bij mij geen moment meer tegen de haren in. Ook in muzikaal opzicht slaat Kathryn Joseph net wat andere wegen in. Op WE WERE MADE PREY. is wat meer ruimte ingeruimd voor elektronica, wat het donkere karakter van haar muziek versterkt.
Het is nog altijd redelijk sobere muziek, maar in combinatie met de indringende zang van Kathryn Joseph is de impact maximaal. Ik had wel wat met de stemmige pianoklanken op haar vorige albums, die overigens zeker niet verdwenen zijn, maar de elektronische impulsen geven de songs van Kathryn Joseph een bijzondere sfeer en kracht. Het doet me af en toe wel wat aan Portishead denken, maar op hetzelfde moment is WE WERE MADE PREY. niet heel ver verwijderd van zijn voorgangers.
Ik denk wel dat Kathryn Joseph met haar nieuwe geluid wat makkelijker de aandacht kan trekken van een net wat groter publiek en dat verdient de Schotse muzikante absoluut. Iedereen die het leven uitsluitend door een roze bril wil bekijken zal ook WE WERE MADE PREY. weer wat zwaarmoedig vinden, maar als je hier tegen kunt is ook het vierde album van Kathryn Joseph weer een bijzonder en echt opvallend mooi en intens album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY.
De Schotse muzikante Kathryn Joseph maakte de afgelopen jaren drie aardedonkere maar ook wonderschone albums en ook het van elektronische impulsen voorziene WE WERE MADE PREY. is weer van een bijzondere schoonheid
Ik ontdekte de muziek van Kathryn Joseph een paar jaar geleden bij toeval, maar sindsdien ben ik fan van de muzikante uit Glasgow. Ik moest wel even wennen aan de donkere sfeer op haar albums en aan haar niet alledaagse stem, maar eenmaal gewend domineerde de schoonheid en intensiteit van haar songs. Na drie redelijk vergelijkbare albums hoor ik op WE WERE MADE PREY. een net wat ander geluid. Het klinkt allemaal wat toegankelijker, al is dat een relatief begrip, en elektronica heeft wat aan terrein gewonnen. Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op de vorige drie albums, maar WE WERE MADE PREY. klinkt nog net wat indringender en overtuigender. Hoogste tijd dat Kathryn Joseph bij meer mensen op de radar komt.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled, het eerste album van de Schotse muzikante Kathryn Joseph haalde ik in de eerste dagen van 2016 uit een wat obscuur lijstje met de beste albums van 2015. Dat de muziek van Kathryn Joseph niet veel meer aandacht had gekregen begreep ik in eerste instantie wel, want na mijn eerste beluistering omschreef ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled in mijn hoofd uitsluitend met termen als aardedonker, gitzwart en deprimerend.
De muziek van Kathryn Joseph verdiende op hetzelfde moment wat meer tijd en kreeg die in de rustige eerste dagen van 2016 ook. Het hielp, want ik hoorde al snel de schoonheid in de muziek en de songs van de Schotse muzikante. Ik moest nog wel lang wennen aan haar stem, die zeker niet makkelijk is maar wel heel karakteristiek. Ik noemde in mijn recensie Karen Dalton, Joanna Newsom en Joni Mitchell als ijkpunten en dan weet je het wel.
Kathryn Joseph vervolgde haar weg in 2018 met From When I Wake The Want Is, dat zeker niet onder deed voor haar debuutalbum. Het was wederom een album met mooie klanken van vooral de piano, met een hele bijzondere stem en met songs die het daglicht maar moeilijk konden verdragen maar ook bijzonder mooi waren en afwisselend associaties opriepen met Kate Bush, Tori Amos en Grouper.
Dat zijn namen die ook op kwamen bij beluistering van het in 2022 verschenen for you who are the wronged, al was dat album wel net wat toegankelijker dan zijn twee voorgangers. Het was wederom een album dat niet veel aandacht kreeg maar bijzonder mooi was.
Kathryn Joseph keert deze week terug met WE WERE MADE PREY. (de kleine letters zijn deze keer vervangen door hoofdletters) en het is wederom een fascinerend mooi album. Het is net als zijn voorgangers een album dat behoorlijk donker en hier en daar bijna duister klinkt, maar er is ook wel wat veranderd.
Als ik de zang op WE WERE MADE PREY. vergelijk met de zang op de vorige albums vind ik de stem van de muzikante uit Glasgow nog altijd niet makkelijk, maar het strijkt bij mij geen moment meer tegen de haren in. Ook in muzikaal opzicht slaat Kathryn Joseph net wat andere wegen in. Op WE WERE MADE PREY. is wat meer ruimte ingeruimd voor elektronica, wat het donkere karakter van haar muziek versterkt.
Het is nog altijd redelijk sobere muziek, maar in combinatie met de indringende zang van Kathryn Joseph is de impact maximaal. Ik had wel wat met de stemmige pianoklanken op haar vorige albums, die overigens zeker niet verdwenen zijn, maar de elektronische impulsen geven de songs van Kathryn Joseph een bijzondere sfeer en kracht. Het doet me af en toe wel wat aan Portishead denken, maar op hetzelfde moment is WE WERE MADE PREY. niet heel ver verwijderd van zijn voorgangers.
Ik denk wel dat Kathryn Joseph met haar nieuwe geluid wat makkelijker de aandacht kan trekken van een net wat groter publiek en dat verdient de Schotse muzikante absoluut. Iedereen die het leven uitsluitend door een roze bril wil bekijken zal ook WE WERE MADE PREY. weer wat zwaarmoedig vinden, maar als je hier tegen kunt is ook het vierde album van Kathryn Joseph weer een bijzonder en echt opvallend mooi en intens album. Erwin Zijleman
Kathryn Mohr - Waiting Room (2025)

4,0
3
geplaatst: 29 januari 2025, 13:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Mohr - Waiting Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Mohr - Waiting Room
Waiting Room van de Amerikaanse muzikante Kathryn Mohr zal een winterdepressie eerder versterken dan verzwakken, maar onder de donkere klanken op het album zit ook veel schoonheid verstopt
Bij vluchtige beluistering bij het eerste volledige album van Kathryn Mohr leek het me vooral erg zware kost. Het is een album met ruwe en dreigende muziek, die soms wat folky klinkt, maar echte folkies kunnen er niet mee uit de voeten vrees ik. De klanken op het album zijn soms sober, maar Kathryn Mohr kan ook stevig uitpakken. Het wordt gecombineerd met een mooie en wat zachte stem, maar ook die kan zomaar ontsporen. Voor aanstekelijke popsongs ben je bij Kathryn Mohr niet aan het juiste adres, maar ze is de popsongs met een kop en een staart zeker niet volledig uit het oog verloren. Waiting Room is een intrigerend album dat langzaam maar zeker steeds mooier wordt.
Ik had echt enorm uitgekeken naar het nieuwe album van Ethel Cain, die met Preacher’s Daughter een van de allermooiste albums van 2022 had gemaakt. Het eerder dit jaar verschenen Perverts viel me helaas behoorlijk tegen. Het album bevat een aantal hele mooie songs, maar uiteindelijk toch meer tracks waarin ik de kop en de staart maar niet kan vinden.
Heel lang te treuren hoef ik echter niet, want deze week is een album verschenen dat voor een deel klinkt als het album dat Ethel Cain dit jaar niet heeft gemaakt. Het gaat om Waiting Room van de Amerikaanse muzikante Kathryn Mohr. Het is een aardedonker en bij vlagen zelfs beangstigend donker album, maar op hetzelfde moment zijn de songs van de muzikante uit Oakland van een hele bijzondere schoonheid.
Die schoonheid komt in eerste instantie van de mooie stem van Kathryn Mohr. Het is een vrij zachte stem, maar de stem van de Amerikaanse muzikante heeft ook een verrassende intensiteit. Door de zang doet Waiting Room wat folky aan, maar het is zeker geen standaard folkalbum. De zang op van Kathryn Mohr heeft iets lieflijks, maar ook iets bezwerends en duisters.
Wat je in de zang hoort, hoor je ook in de muziek op het album. Ook in muzikaal opzicht laat het album van Kathryn Mohr soms folky elementen horen. Ook wanneer de gitaren akoestisch zijn klinkt de muziek op Waiting Room echter donker en ruw. Dit hoor je nog veel beter wanneer elektrische gitaren worden ingezet en Kathryn Mohr klinkt als PJ Harvey in haar jonge jaren, maar het kan ook nog wel wat steviger en beangstigender.
De muziek op het album van de Californische muzikante is op zich redelijk sober, maar het klinkt af en toe behoorlijk rauw en heftig, al kan dit zo omslaan in serene klanken met een donkere ondertoon. De dynamiek van de muziek komt terug in de zang, die ook makkelijk omslaat van ingetogen in intens.
Het is zeker geen makkelijke muziek die Kathryn Mohr maakt, maar ook wanneer ze wat meer afstand neemt van de standaard popsong, herken ik, in tegenstelling tot op het nieuwe album van Ethel Cain, nog wel de kop en de staart. Ik hoor wel wat raakvlakken met de muziek van Ethel Cain, maar ook wat van Grouper, van wie we helaas al een tijdje niets meer gehoord hebben.
Waiting Room is zeker geen album voor alle momenten, want met name de stevigste songs op het album liggen wat zwaar op de maag, maar als je een dreigende onweersbui van een passende soundtrack wilt voorzien, doet het album het uitstekend. Waiting Room van Kathryn Mohr is ook wel een album waaraan je moet wennen, waarna je eigenlijk steeds meer moois hoort op het album.
Grappig detail is dat Kathryn Mohr het album opnam in een hut zonder ramen in het IJslandse vissersdorp Stöðvarfjörður. Ik kan me voorstellen dat het landschap invloed heeft gehad op de muziek op het album, want net als de muziek op Waiting Room kan ook het landschap op IJsland van het ene op het andere moment van kleur verschieten door een extreme weersverandering, waardoor schitterende natuur opeens donker en dreigend wordt.
Net als de verrassend populaire Ethel Cain, een grootheid op TikTok, heeft Kathryn Mohr een voorkeur voor donker getinte muziek en is ze niet vies van het experiment, maar Waiting Room van Kathryn Mohr bevalt me toch echt beter dan Perverts van Ethel Cain. Dat had ik bij de start van 2025 niet durven voorspellen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Mohr - Waiting Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Mohr - Waiting Room
Waiting Room van de Amerikaanse muzikante Kathryn Mohr zal een winterdepressie eerder versterken dan verzwakken, maar onder de donkere klanken op het album zit ook veel schoonheid verstopt
Bij vluchtige beluistering bij het eerste volledige album van Kathryn Mohr leek het me vooral erg zware kost. Het is een album met ruwe en dreigende muziek, die soms wat folky klinkt, maar echte folkies kunnen er niet mee uit de voeten vrees ik. De klanken op het album zijn soms sober, maar Kathryn Mohr kan ook stevig uitpakken. Het wordt gecombineerd met een mooie en wat zachte stem, maar ook die kan zomaar ontsporen. Voor aanstekelijke popsongs ben je bij Kathryn Mohr niet aan het juiste adres, maar ze is de popsongs met een kop en een staart zeker niet volledig uit het oog verloren. Waiting Room is een intrigerend album dat langzaam maar zeker steeds mooier wordt.
Ik had echt enorm uitgekeken naar het nieuwe album van Ethel Cain, die met Preacher’s Daughter een van de allermooiste albums van 2022 had gemaakt. Het eerder dit jaar verschenen Perverts viel me helaas behoorlijk tegen. Het album bevat een aantal hele mooie songs, maar uiteindelijk toch meer tracks waarin ik de kop en de staart maar niet kan vinden.
Heel lang te treuren hoef ik echter niet, want deze week is een album verschenen dat voor een deel klinkt als het album dat Ethel Cain dit jaar niet heeft gemaakt. Het gaat om Waiting Room van de Amerikaanse muzikante Kathryn Mohr. Het is een aardedonker en bij vlagen zelfs beangstigend donker album, maar op hetzelfde moment zijn de songs van de muzikante uit Oakland van een hele bijzondere schoonheid.
Die schoonheid komt in eerste instantie van de mooie stem van Kathryn Mohr. Het is een vrij zachte stem, maar de stem van de Amerikaanse muzikante heeft ook een verrassende intensiteit. Door de zang doet Waiting Room wat folky aan, maar het is zeker geen standaard folkalbum. De zang op van Kathryn Mohr heeft iets lieflijks, maar ook iets bezwerends en duisters.
Wat je in de zang hoort, hoor je ook in de muziek op het album. Ook in muzikaal opzicht laat het album van Kathryn Mohr soms folky elementen horen. Ook wanneer de gitaren akoestisch zijn klinkt de muziek op Waiting Room echter donker en ruw. Dit hoor je nog veel beter wanneer elektrische gitaren worden ingezet en Kathryn Mohr klinkt als PJ Harvey in haar jonge jaren, maar het kan ook nog wel wat steviger en beangstigender.
De muziek op het album van de Californische muzikante is op zich redelijk sober, maar het klinkt af en toe behoorlijk rauw en heftig, al kan dit zo omslaan in serene klanken met een donkere ondertoon. De dynamiek van de muziek komt terug in de zang, die ook makkelijk omslaat van ingetogen in intens.
Het is zeker geen makkelijke muziek die Kathryn Mohr maakt, maar ook wanneer ze wat meer afstand neemt van de standaard popsong, herken ik, in tegenstelling tot op het nieuwe album van Ethel Cain, nog wel de kop en de staart. Ik hoor wel wat raakvlakken met de muziek van Ethel Cain, maar ook wat van Grouper, van wie we helaas al een tijdje niets meer gehoord hebben.
Waiting Room is zeker geen album voor alle momenten, want met name de stevigste songs op het album liggen wat zwaar op de maag, maar als je een dreigende onweersbui van een passende soundtrack wilt voorzien, doet het album het uitstekend. Waiting Room van Kathryn Mohr is ook wel een album waaraan je moet wennen, waarna je eigenlijk steeds meer moois hoort op het album.
Grappig detail is dat Kathryn Mohr het album opnam in een hut zonder ramen in het IJslandse vissersdorp Stöðvarfjörður. Ik kan me voorstellen dat het landschap invloed heeft gehad op de muziek op het album, want net als de muziek op Waiting Room kan ook het landschap op IJsland van het ene op het andere moment van kleur verschieten door een extreme weersverandering, waardoor schitterende natuur opeens donker en dreigend wordt.
Net als de verrassend populaire Ethel Cain, een grootheid op TikTok, heeft Kathryn Mohr een voorkeur voor donker getinte muziek en is ze niet vies van het experiment, maar Waiting Room van Kathryn Mohr bevalt me toch echt beter dan Perverts van Ethel Cain. Dat had ik bij de start van 2025 niet durven voorspellen. Erwin Zijleman
Kathryn Williams - Hypoxia (2015)

4,5
0
geplaatst: 22 juni 2015, 14:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Williams - Hypoxia - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse folkie Kathryn Williams wist mij precies vijftien jaar geleden voor het leven in te palmen met het werkelijk prachtige Little Black Numbers.
De tweede plaat van de singer-songwriter uit Liverpool stond vol met fluisterzachte folksongs, die na één keer horen voorgoed memorabel waren. Ik durf dat inmiddels wel te zeggen, want Little Black Numbers beluister ik nog altijd met enige regelmaat en de plaat is nog altijd goed voor kippenvel en toverkracht.
Kathryn Williams maakte vervolgens met het in 2002 verschenen Old Low Light nog een plaat van het niveau van Little Black Numbers, maar de platen die volgden waren helaas net wat minder goed. Zeker niet slecht en bij vlagen absoluut betoverend, maar ook meer van hetzelfde en eerlijk gezegd net wat minder dan het zo bijzondere Little Black Numbers.
Kathryn Williams revancheerde zich twee jaar geleden knap met het prachtige, op deze BLOG intens bejubelde, Crown Electric en nu ligt dan haar al weer tiende plaat in de winkel.
Wanneer je Hypoxia naast Little Black Numbers legt, is er eigenlijk niet eens zo heel veel veranderd. Kathryn Williams zoekt en vindt haar inspiratie nog steeds voor een belangrijk deel in de Britse folk, heeft nog altijd één van de mooiste fluisterstemmen in het genre en heeft ook nog steeds het patent op intieme folkliedjes die ook buiten de grenzen van de traditionele Britse folk durven te kijken.
Hypoxia is een conceptplaat over het boek The Bell Jar van de Amerikaanse dichter en schrijver Sylvia Plath. The Bell Jar uit 1963 is de enige roman die Sylvia Plath schreef, want een paar maanden na de release van het boek beroofde ze zich van het leven. The Bell Jar is zeker geen vrolijk boek en Hypoxia is mede daarom ook geen hele vrolijke plaat.
De plaat is zoals gezegd niet eens zo heel ver verwijderd van het ook zeer ingetogen Little Black Numbers en lijkt daarom niet heel erg op zijn voorganger Crown Electric, dat voor Kathryn Williams begrippen redelijk uitbundig was.
Als Kathryn Williams fan van het eerste uur ben ik er blij mee. Erg blij zelfs. Op Hypoxia domineren de sober geïnstrumenteerde, maar tegelijkertijd ook fraai gearrangeerde folksongs en mag Kathryn Williams ontroeren, verleiden en betoveren met haar bijzonder fraaie fluistervocalen. De betrekkelijk zware thematiek, die zich hier en daar uit in een wat zwaarder aangezette instrumentatie, geeft de plaat vervolgens extra lading en extra diepgang.
Ook de productie, van de eveneens zeer getalenteerde Britse singer-songwriter Ed Harcourt, is een waar kunststukje en draagt flink bij aan het zo fraaie eindresultaat.
Als ik al iets negatiefs moet zeggen over Hypoxia van Kathryn Williams, is het het feit dat de negen songs op de plaat alles bij elkaar slechts een half uurtje duren, maar het is een half uur van grote klasse. Omdat Kathryn Williams op Hypoxia zeker niet grossiert in niemendalletjes, is het bovendien geen enkel probleem om de plaat meerdere keren achter elkaar te draaien; net zoals ik dat doe met Little Black Numbers. Hypoxia geeft hierbij nog lang nieuwe geheimen prijs.
Kathryn Williams is in Nederland helaas nog altijd een grote onbekende, maar ook met haar tiende plaat laat ze weer horen dat ze werkelijk prachtige muziek maakt. Aanrader ! En zeker niet alleen voor liefhebbers van Britse folk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Williams - Hypoxia - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse folkie Kathryn Williams wist mij precies vijftien jaar geleden voor het leven in te palmen met het werkelijk prachtige Little Black Numbers.
De tweede plaat van de singer-songwriter uit Liverpool stond vol met fluisterzachte folksongs, die na één keer horen voorgoed memorabel waren. Ik durf dat inmiddels wel te zeggen, want Little Black Numbers beluister ik nog altijd met enige regelmaat en de plaat is nog altijd goed voor kippenvel en toverkracht.
Kathryn Williams maakte vervolgens met het in 2002 verschenen Old Low Light nog een plaat van het niveau van Little Black Numbers, maar de platen die volgden waren helaas net wat minder goed. Zeker niet slecht en bij vlagen absoluut betoverend, maar ook meer van hetzelfde en eerlijk gezegd net wat minder dan het zo bijzondere Little Black Numbers.
Kathryn Williams revancheerde zich twee jaar geleden knap met het prachtige, op deze BLOG intens bejubelde, Crown Electric en nu ligt dan haar al weer tiende plaat in de winkel.
Wanneer je Hypoxia naast Little Black Numbers legt, is er eigenlijk niet eens zo heel veel veranderd. Kathryn Williams zoekt en vindt haar inspiratie nog steeds voor een belangrijk deel in de Britse folk, heeft nog altijd één van de mooiste fluisterstemmen in het genre en heeft ook nog steeds het patent op intieme folkliedjes die ook buiten de grenzen van de traditionele Britse folk durven te kijken.
Hypoxia is een conceptplaat over het boek The Bell Jar van de Amerikaanse dichter en schrijver Sylvia Plath. The Bell Jar uit 1963 is de enige roman die Sylvia Plath schreef, want een paar maanden na de release van het boek beroofde ze zich van het leven. The Bell Jar is zeker geen vrolijk boek en Hypoxia is mede daarom ook geen hele vrolijke plaat.
De plaat is zoals gezegd niet eens zo heel ver verwijderd van het ook zeer ingetogen Little Black Numbers en lijkt daarom niet heel erg op zijn voorganger Crown Electric, dat voor Kathryn Williams begrippen redelijk uitbundig was.
Als Kathryn Williams fan van het eerste uur ben ik er blij mee. Erg blij zelfs. Op Hypoxia domineren de sober geïnstrumenteerde, maar tegelijkertijd ook fraai gearrangeerde folksongs en mag Kathryn Williams ontroeren, verleiden en betoveren met haar bijzonder fraaie fluistervocalen. De betrekkelijk zware thematiek, die zich hier en daar uit in een wat zwaarder aangezette instrumentatie, geeft de plaat vervolgens extra lading en extra diepgang.
Ook de productie, van de eveneens zeer getalenteerde Britse singer-songwriter Ed Harcourt, is een waar kunststukje en draagt flink bij aan het zo fraaie eindresultaat.
Als ik al iets negatiefs moet zeggen over Hypoxia van Kathryn Williams, is het het feit dat de negen songs op de plaat alles bij elkaar slechts een half uurtje duren, maar het is een half uur van grote klasse. Omdat Kathryn Williams op Hypoxia zeker niet grossiert in niemendalletjes, is het bovendien geen enkel probleem om de plaat meerdere keren achter elkaar te draaien; net zoals ik dat doe met Little Black Numbers. Hypoxia geeft hierbij nog lang nieuwe geheimen prijs.
Kathryn Williams is in Nederland helaas nog altijd een grote onbekende, maar ook met haar tiende plaat laat ze weer horen dat ze werkelijk prachtige muziek maakt. Aanrader ! En zeker niet alleen voor liefhebbers van Britse folk. Erwin Zijleman
Kathryn Williams - Mystery Park (2025)

4,0
0
geplaatst: 28 september 2025, 11:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Williams - Mystery Park - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Williams - Mystery Park
De Britse singer-songwriter Kathryn Williams staat al meer dan 25 jaar garant voor kwaliteit en doet dat ook op haar nieuwe album Mystery Park, dat in muzikaal opzicht af en toe herinnert aan haar meesterwerk Little Black Numbers
Een nieuw album van Kathryn Williams is wat mij betreft altijd iets om naar uit te kijken. Ik keek dan ook al een tijdje uit naar Mystery Park, dat deze week is verschenen. Het is een album dat aan de ene kant volledig voldoet aan de verwachtingen en het uit duizenden herkenbare Kathryn Williams geluid laat horen, maar de Britse muzikante weet ook altijd te verrassen. Dat doet ze bijvoorbeeld met songs die zijn voorzien van wat vollere arrangementen, maar Mystery Park bevat ook een aantal songs die weer wat dichter tegen de songs op haar voorlopige meesterwerk Little Black Numbers aan zitten. Het levert wederom een album van hoge kwaliteit op, precies wat je verwacht van Kathryn Williams.
Het is dit jaar, toch wel enigszins tot mijn verbazing, alweer 25 jaar geleden dat Little Black Numbers, het tweede album van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, verscheen. Little Black Numbers was me direct bij eerste beluistering zeer dierbaar en dat is in de afgelopen 25 jaar niet veranderd. Integendeel zelfs, want ik schaar het inmiddels onder mijn favoriete albums aller tijden.
Little Black Numbers is daarom vanzelfsprekend nog altijd mijn favoriete Kathryn Williams album, maar ook de stapel albums die Kathryn Williams sindsdien heeft uitgebracht is van zeer hoge kwaliteit, met Old Low Light uit 2002, Hypoxia uit 2015 en Night Drives uit 2020 als persoonlijke favorieten. Vorig jaar leverde Kathryn Williams samen met de Schotse muzikant Withered Hand (aka Dan Willson) nog een prima album af, maar met Mystery Park verschijnt deze week een volgend soloalbum van de Britse muzikante, die werd geboren in Liverpool, maar inmiddels Newcastle als thuisbasis heeft.
Mystery Park is volgens de bandcamp pagina van de Britse muzikante al haar vijftiende album en het is wederom een hele mooie. Kathryn Williams noemt Mystery Park zelf haar meest persoonlijke album tot dusver, maar het is ook een album waarop ze intensief samenwerkt met andere muzikanten en songwriters. Hieronder muzikanten en songwriters van naam en faam als Leo Abrahams, Neill MacColl, Beth Neilsen Chapman, Polly Paulusma, Ed Harcourt en Paul Weller, die allemaal bijdragen aan de hoge kwaliteit van de songs en de muziek op het album.
Een aantal tracks op Mystery Park herinnert in meerdere opzichten aan Little Black Numbers, dat ook voor Kathryn Williams zelf nog altijd een ijkpunt is. De echo’s uit het verleden, die overigens ook van het hierboven genoemde Old Low Light komen, hoor je vooral in de spaarzaam ingekleurde songs met vooral invloeden uit de Britse folk. Kathryn Williams is altijd een folkie geweest en Mystery Park verandert daar niets aan.
Het album is echter zeker niet steken bij het terecht zo bewierookte Little Black Numbers en de directe opvolgers, maar bevat ook een aantal wat voller en anders ingekleurde songs. De arrangementen en de muziek op het album zijn echt prachtig en ook op de productie van Leo Abrahams heb ik niets aan te merken, want muziek en zang zijn echt prachtig in balans.
Net als de vorige albums ontleent echter ook Mystery Park de meeste kracht aan de zo herkenbare stem van Kathryn Williams. Het is een stem die 25 jaar geleden betoverde op Little Black Numbers en dat doet de zachte en heldere stem van de Britse muzikante nog steeds. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Kathryn Williams kiest voor de wat soberdere klanken die we kennen van haar vroege albums of juist voor een wat voller klinkend geluid, want in beide gevallen is de stem van Kathryn Williams echt bijzonder mooi.
Het komt allemaal samen in een serie persoonlijke songs, die de Britse muzikante deels schreef met anderen. Het zijn, net als de songs die we inmiddels kennen van Kathryn Williams, songs die lekker in het gehoor liggen, maar die bijzonder knap in elkaar zitten. Ik ben inmiddels al 25 jaar fan van Kathryn Williams en ze heeft me nog nooit teleurgesteld. Dat doet ze ook weer niet met het echt bijzonder mooie Mystery Park. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Williams - Mystery Park - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Williams - Mystery Park
De Britse singer-songwriter Kathryn Williams staat al meer dan 25 jaar garant voor kwaliteit en doet dat ook op haar nieuwe album Mystery Park, dat in muzikaal opzicht af en toe herinnert aan haar meesterwerk Little Black Numbers
Een nieuw album van Kathryn Williams is wat mij betreft altijd iets om naar uit te kijken. Ik keek dan ook al een tijdje uit naar Mystery Park, dat deze week is verschenen. Het is een album dat aan de ene kant volledig voldoet aan de verwachtingen en het uit duizenden herkenbare Kathryn Williams geluid laat horen, maar de Britse muzikante weet ook altijd te verrassen. Dat doet ze bijvoorbeeld met songs die zijn voorzien van wat vollere arrangementen, maar Mystery Park bevat ook een aantal songs die weer wat dichter tegen de songs op haar voorlopige meesterwerk Little Black Numbers aan zitten. Het levert wederom een album van hoge kwaliteit op, precies wat je verwacht van Kathryn Williams.
Het is dit jaar, toch wel enigszins tot mijn verbazing, alweer 25 jaar geleden dat Little Black Numbers, het tweede album van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, verscheen. Little Black Numbers was me direct bij eerste beluistering zeer dierbaar en dat is in de afgelopen 25 jaar niet veranderd. Integendeel zelfs, want ik schaar het inmiddels onder mijn favoriete albums aller tijden.
Little Black Numbers is daarom vanzelfsprekend nog altijd mijn favoriete Kathryn Williams album, maar ook de stapel albums die Kathryn Williams sindsdien heeft uitgebracht is van zeer hoge kwaliteit, met Old Low Light uit 2002, Hypoxia uit 2015 en Night Drives uit 2020 als persoonlijke favorieten. Vorig jaar leverde Kathryn Williams samen met de Schotse muzikant Withered Hand (aka Dan Willson) nog een prima album af, maar met Mystery Park verschijnt deze week een volgend soloalbum van de Britse muzikante, die werd geboren in Liverpool, maar inmiddels Newcastle als thuisbasis heeft.
Mystery Park is volgens de bandcamp pagina van de Britse muzikante al haar vijftiende album en het is wederom een hele mooie. Kathryn Williams noemt Mystery Park zelf haar meest persoonlijke album tot dusver, maar het is ook een album waarop ze intensief samenwerkt met andere muzikanten en songwriters. Hieronder muzikanten en songwriters van naam en faam als Leo Abrahams, Neill MacColl, Beth Neilsen Chapman, Polly Paulusma, Ed Harcourt en Paul Weller, die allemaal bijdragen aan de hoge kwaliteit van de songs en de muziek op het album.
Een aantal tracks op Mystery Park herinnert in meerdere opzichten aan Little Black Numbers, dat ook voor Kathryn Williams zelf nog altijd een ijkpunt is. De echo’s uit het verleden, die overigens ook van het hierboven genoemde Old Low Light komen, hoor je vooral in de spaarzaam ingekleurde songs met vooral invloeden uit de Britse folk. Kathryn Williams is altijd een folkie geweest en Mystery Park verandert daar niets aan.
Het album is echter zeker niet steken bij het terecht zo bewierookte Little Black Numbers en de directe opvolgers, maar bevat ook een aantal wat voller en anders ingekleurde songs. De arrangementen en de muziek op het album zijn echt prachtig en ook op de productie van Leo Abrahams heb ik niets aan te merken, want muziek en zang zijn echt prachtig in balans.
Net als de vorige albums ontleent echter ook Mystery Park de meeste kracht aan de zo herkenbare stem van Kathryn Williams. Het is een stem die 25 jaar geleden betoverde op Little Black Numbers en dat doet de zachte en heldere stem van de Britse muzikante nog steeds. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Kathryn Williams kiest voor de wat soberdere klanken die we kennen van haar vroege albums of juist voor een wat voller klinkend geluid, want in beide gevallen is de stem van Kathryn Williams echt bijzonder mooi.
Het komt allemaal samen in een serie persoonlijke songs, die de Britse muzikante deels schreef met anderen. Het zijn, net als de songs die we inmiddels kennen van Kathryn Williams, songs die lekker in het gehoor liggen, maar die bijzonder knap in elkaar zitten. Ik ben inmiddels al 25 jaar fan van Kathryn Williams en ze heeft me nog nooit teleurgesteld. Dat doet ze ook weer niet met het echt bijzonder mooie Mystery Park. Erwin Zijleman
Kathryn Williams - Night Drives (2022)

4,0
0
geplaatst: 18 juli 2022, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Williams - Night Drives - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Williams - Night Drives
De Britse folkie Kathryn Williams slaat op Night Drives voorzichtig nieuwe wegen in, maar raakt toch ook weer aan de vertrouwde pracht van haar inmiddels ruim twintig jaar oude meesterwerk Little Black Numbers
Het was in 2000 liefde op het eerste gehoor met Little Black Numbers, het tweede album van de Britse folkie Kathryn Williams, die met haar fluisterzang en met de fraaie en bijna minimalistische instrumentatie een bijzonder eigen geluid liet horen. De carrière van de Britse muzikante kende sindsdien pieken en dalen, maar op haar vorige twee albums had Kathryn Williams de goede vorm weer te pakken. Na een heleboel tussendoortjes keert ze deze week terug met Night Drives dat hier en daar anders klinkt, maar dat ook flarden van haar meesterwerk laat horen. Het is hier en daar even wennen, maar uiteindelijk is ook het nieuwe album van de Britse muzikante weer prachtig.
De Britse muzikante Kathryn Williams debuteerde in 1999 met het album Dog Leap Stairs. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse folkie kwam een jaar later toen haar tweede album Little Black Numbers verscheen. Little Black Numbers was en is een prachtig album en voor mij nog altijd een van de beste albums uit het huidige millennium waarop het label ‘Britse folk’ is geplakt.
Kathryn Williams liet zich op haar tweede album absoluut beïnvloeden door traditionele Britse folk, maar Little Black Numbers is geen moment een dertien in een dozijn Brits folkalbum. Met haar mooie fluisterstem klinkt Kathryn Williams niet als een typische Britse folkie en ook de bijzondere, minimalistische en vaak wat jazzy instrumentatie en arrangementen kleuren met grote regelmaat buiten de lijntjes van het genre.
Kathryn Williams leverde na Little Black Numbers met Old Low Light (2002) nog een prima album af en ook het met covers gevulde Relations (2004) mocht er zijn, maar hierna zakte het wat in, tot de muzikante uit Londen in 2013 weer opdook met Crown Electric, dat in 2015 een vervolg kreeg met Hypoxia. Op beide albums greep Kathryn Williams terug op het geluid van Little Black Numbers en benaderde ze het niveau van haar meesterwerk uit het jaar 2000.
De afgelopen jaren leek het stil rond de Britse muzikante, maar de oplettende muziekliefhebber zag wel een soundtrack, een verzamelalbum, een kerstalbum en een album met jazzmuzikant Anthony Kerr voorbij komen. Met Night Drives levert Kathryn Williams haar eerste reguliere album in zeven jaar tijd af en het is een album dat in de openingstrack een duidelijk ander geluid laat horen.
In deze openingstrack zet de muzikante uit Londen flink wat elektronica in, die in de tweede helft van de track ook nog eens flink wordt vervormd. Ook in vocaal opzicht klinkt Kathryn Williams net wat anders dan we haar gewend zijn. Ik moet zeggen dat het verlangen naar Little Black Numbers direct werd aangewakkerd, maar het nieuwe geluid fascineert me ook wel.
Op de rest van het album kruipt de Britse muzikante overigens weer een stuk dichter tegen haar vertrouwde geluid aan, maar Night Drives blijft een duidelijk ander album. Door de subtiele inzet van elektronica en zeker ook de inzet van strijkers, klinkt de muziek van Kathryn Williams niet meer zo minimalistisch als op haar beste albums en bovendien klinken de songs op Night Drives atmosferischer en wat zweveriger dan de songs op bijvoorbeeld Little Black Numbers dat sober en opvallend aards klonk. Ook de zang kiest hier en daar voor net wat andere wegen, maar zeker in de meer ingetogen tracks horen we Kathryn Williams op haar best.
Ook Night Drives is weer een album dat Little Black Numbers niet kan overtreffen en hooguit op enige afstand benadert, maar na flink wat jaren relatieve stilte, ben ik zeker blij met dit nieuwe reguliere album en laat Kathryn Williams horen dat ze nog steeds albums maakt die er toe doen en dat ze de concurrentie met haar soortgenoten makkelijk aan kan.
Het siert de Britse muzikante bovendien dat ze hier en daar kiest voor nieuwe wegen, waarvan zeker de afwijkende openingstrack me nieuwsgierig maakt naar een album waarop Kathryn Williams de schepen achter zich verbrandt en het experiment alle ruimte geeft. Maar voortborduren op het briljante Little Black Numbers mag van mij ook. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Williams - Night Drives - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Williams - Night Drives
De Britse folkie Kathryn Williams slaat op Night Drives voorzichtig nieuwe wegen in, maar raakt toch ook weer aan de vertrouwde pracht van haar inmiddels ruim twintig jaar oude meesterwerk Little Black Numbers
Het was in 2000 liefde op het eerste gehoor met Little Black Numbers, het tweede album van de Britse folkie Kathryn Williams, die met haar fluisterzang en met de fraaie en bijna minimalistische instrumentatie een bijzonder eigen geluid liet horen. De carrière van de Britse muzikante kende sindsdien pieken en dalen, maar op haar vorige twee albums had Kathryn Williams de goede vorm weer te pakken. Na een heleboel tussendoortjes keert ze deze week terug met Night Drives dat hier en daar anders klinkt, maar dat ook flarden van haar meesterwerk laat horen. Het is hier en daar even wennen, maar uiteindelijk is ook het nieuwe album van de Britse muzikante weer prachtig.
De Britse muzikante Kathryn Williams debuteerde in 1999 met het album Dog Leap Stairs. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse folkie kwam een jaar later toen haar tweede album Little Black Numbers verscheen. Little Black Numbers was en is een prachtig album en voor mij nog altijd een van de beste albums uit het huidige millennium waarop het label ‘Britse folk’ is geplakt.
Kathryn Williams liet zich op haar tweede album absoluut beïnvloeden door traditionele Britse folk, maar Little Black Numbers is geen moment een dertien in een dozijn Brits folkalbum. Met haar mooie fluisterstem klinkt Kathryn Williams niet als een typische Britse folkie en ook de bijzondere, minimalistische en vaak wat jazzy instrumentatie en arrangementen kleuren met grote regelmaat buiten de lijntjes van het genre.
Kathryn Williams leverde na Little Black Numbers met Old Low Light (2002) nog een prima album af en ook het met covers gevulde Relations (2004) mocht er zijn, maar hierna zakte het wat in, tot de muzikante uit Londen in 2013 weer opdook met Crown Electric, dat in 2015 een vervolg kreeg met Hypoxia. Op beide albums greep Kathryn Williams terug op het geluid van Little Black Numbers en benaderde ze het niveau van haar meesterwerk uit het jaar 2000.
De afgelopen jaren leek het stil rond de Britse muzikante, maar de oplettende muziekliefhebber zag wel een soundtrack, een verzamelalbum, een kerstalbum en een album met jazzmuzikant Anthony Kerr voorbij komen. Met Night Drives levert Kathryn Williams haar eerste reguliere album in zeven jaar tijd af en het is een album dat in de openingstrack een duidelijk ander geluid laat horen.
In deze openingstrack zet de muzikante uit Londen flink wat elektronica in, die in de tweede helft van de track ook nog eens flink wordt vervormd. Ook in vocaal opzicht klinkt Kathryn Williams net wat anders dan we haar gewend zijn. Ik moet zeggen dat het verlangen naar Little Black Numbers direct werd aangewakkerd, maar het nieuwe geluid fascineert me ook wel.
Op de rest van het album kruipt de Britse muzikante overigens weer een stuk dichter tegen haar vertrouwde geluid aan, maar Night Drives blijft een duidelijk ander album. Door de subtiele inzet van elektronica en zeker ook de inzet van strijkers, klinkt de muziek van Kathryn Williams niet meer zo minimalistisch als op haar beste albums en bovendien klinken de songs op Night Drives atmosferischer en wat zweveriger dan de songs op bijvoorbeeld Little Black Numbers dat sober en opvallend aards klonk. Ook de zang kiest hier en daar voor net wat andere wegen, maar zeker in de meer ingetogen tracks horen we Kathryn Williams op haar best.
Ook Night Drives is weer een album dat Little Black Numbers niet kan overtreffen en hooguit op enige afstand benadert, maar na flink wat jaren relatieve stilte, ben ik zeker blij met dit nieuwe reguliere album en laat Kathryn Williams horen dat ze nog steeds albums maakt die er toe doen en dat ze de concurrentie met haar soortgenoten makkelijk aan kan.
Het siert de Britse muzikante bovendien dat ze hier en daar kiest voor nieuwe wegen, waarvan zeker de afwijkende openingstrack me nieuwsgierig maakt naar een album waarop Kathryn Williams de schepen achter zich verbrandt en het experiment alle ruimte geeft. Maar voortborduren op het briljante Little Black Numbers mag van mij ook. Erwin Zijleman
Kathryn Williams & Withered Hand - Willson Williams (2024)

4,0
2
geplaatst: 27 april 2024, 15:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kathryn Williams & Withered Hand - Willson Williams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Williams & Withered Hand - Willson Williams
Kathryn Williams staat al vijfentwintig jaar garant voor uitstekende Britse folkalbums met een eigenzinnige touch en heeft er nu ook een gemaakt met de Schotse muzikant Dan Willson, aka Withered Hand
De rek leek er een paar jaar geleden wat uit bij Kathryn Williams, maar de Britse folkie revancheerde zich in 2022 knap met het vernieuwende Night Drives. Deze week keert ze terug met een nieuw album dat ze samen maakte met Withered Hand, het alter ego van de Schotse muzikant Dan Willson. De twee vonden elkaar in een periode van verlies en verdriet en deze thema’s hebben een plek gekregen op Willson Williams. Het is een album met mooi ingekleurde folksongs, die worden gedragen door de stemmen van de twee. Het zijn flink verschillende stemmen, maar ze passen verrassend goed bij elkaar en weten elkaar te versterken. Ik zie Willson Williams als een tussendoortje, maar het is wel een hele mooie.
Het is bijna niet te geloven dat Dog Leap Stairs, het debuutalbum van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, zeer binnenkort alweer de vijfentwintigste verjaardag viert. Dog Leap Stairs werd in 2000 gevolgd door het wonderschone Little Black Numbers, dat ik nog altijd schaar onder de allermooiste albums van het huidige millennium. Little Black Numbers viel op door mooie folksongs en een spannende instrumentatie, maar betoverde met de zachte en bijzonder mooie stem van Kathryn Williams.
Sinds Little Black Numbers volg ik de muzikale verrichtingen van Kathryn Williams nauwgezet. De Britse muzikante heeft inmiddels elf albums op haar naam staan en hoewel Little Black Numbers er voor mij nog altijd uit springt hebben ook de andere albums van de Britse muzikante een speciaal plekje in mijn hart gekregen. Na het opvallende Night Drives uit 2022, waarop Kathryn Williams experimenteerde met een wat elektronischer geluid, keert de Britse muzikante deze week terug met Willson Williams.
Het is een album dat ze niet alleen maakte, want op het album werkt Kathryn Williams samen met de Schotse muzikant Dan Willson, die muziek maakt onder de naam Withered Hand. De twee muzikanten kwamen elkaar jaren geleden tegen op een folkfestival en spraken af om in de toekomst nog eens samen te werken. Op Willson Williams vonden de twee elkaar in een periode die werd getekend door de dood van dierbaren. Het album staat grotendeels in het teken van verlies en verdriet, wat de meeste songs op het album voorziet van een flinke dosis melancholie.
Die melancholie is verstopt in lekker in het gehoor liggende songs, die warm en aangenaam klinken. Dan Willson en Kathryn Williams tekenen uiteraard voor de vocalen en voegen hiernaast akoestische gitaren en een mellotron toe aan het geluid op Willson Williams. Het is een geluid dat door flink wat gastmuzikanten is verrijkt met bas, drums, cello, accordeon en flink wat keyboards. Ondanks de melancholie van het centrale thema klinkt het album verrassend zonnig en opgewekt en het album klinkt bovendien puur en eerlijk.
De instrumentatie klinkt zeer verzorgd, maar het meeste vuurwerk komt van de stemmen van Kathryn Williams en Dan Willson. De stem van Dan Willson is wat krachtiger dan die van Kathryn Williams, waardoor hij in de harmonieën meestal de bovenliggende partij is. Dat vind ik als liefhebber van de bijzondere stem van Kathryn Williams wel eens jammer, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon valt er toch meer dan genoeg te genieten van de bijzondere stem van de Britse muzikante. Ook Dan Willson is overigens een prima zanger en de stemmen van de twee passen echt prachtig bij elkaar.
Naast de verzorgde instrumentatie en de prachtige stemmen trekken ook de songs op Willson Williams makkelijk de aandacht, waardoor het album van Kathryn Williams & Withered Hand me makkelijker heeft overtuigd dan ik op voorhand had verwacht. Kathryn Williams was in muzikaal opzicht wat aan het kwakkelen sinds het uitstekende Songs From The Novel Greatest Hits uit 2017, maar zowel met Night Drives als met Willson Williams laat de Britse muzikante horen dat ze nog steeds garant staat voor prima albums, dit keer mede met dank aan Dan Willson natuurlijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kathryn Williams & Withered Hand - Willson Williams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kathryn Williams & Withered Hand - Willson Williams
Kathryn Williams staat al vijfentwintig jaar garant voor uitstekende Britse folkalbums met een eigenzinnige touch en heeft er nu ook een gemaakt met de Schotse muzikant Dan Willson, aka Withered Hand
De rek leek er een paar jaar geleden wat uit bij Kathryn Williams, maar de Britse folkie revancheerde zich in 2022 knap met het vernieuwende Night Drives. Deze week keert ze terug met een nieuw album dat ze samen maakte met Withered Hand, het alter ego van de Schotse muzikant Dan Willson. De twee vonden elkaar in een periode van verlies en verdriet en deze thema’s hebben een plek gekregen op Willson Williams. Het is een album met mooi ingekleurde folksongs, die worden gedragen door de stemmen van de twee. Het zijn flink verschillende stemmen, maar ze passen verrassend goed bij elkaar en weten elkaar te versterken. Ik zie Willson Williams als een tussendoortje, maar het is wel een hele mooie.
Het is bijna niet te geloven dat Dog Leap Stairs, het debuutalbum van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, zeer binnenkort alweer de vijfentwintigste verjaardag viert. Dog Leap Stairs werd in 2000 gevolgd door het wonderschone Little Black Numbers, dat ik nog altijd schaar onder de allermooiste albums van het huidige millennium. Little Black Numbers viel op door mooie folksongs en een spannende instrumentatie, maar betoverde met de zachte en bijzonder mooie stem van Kathryn Williams.
Sinds Little Black Numbers volg ik de muzikale verrichtingen van Kathryn Williams nauwgezet. De Britse muzikante heeft inmiddels elf albums op haar naam staan en hoewel Little Black Numbers er voor mij nog altijd uit springt hebben ook de andere albums van de Britse muzikante een speciaal plekje in mijn hart gekregen. Na het opvallende Night Drives uit 2022, waarop Kathryn Williams experimenteerde met een wat elektronischer geluid, keert de Britse muzikante deze week terug met Willson Williams.
Het is een album dat ze niet alleen maakte, want op het album werkt Kathryn Williams samen met de Schotse muzikant Dan Willson, die muziek maakt onder de naam Withered Hand. De twee muzikanten kwamen elkaar jaren geleden tegen op een folkfestival en spraken af om in de toekomst nog eens samen te werken. Op Willson Williams vonden de twee elkaar in een periode die werd getekend door de dood van dierbaren. Het album staat grotendeels in het teken van verlies en verdriet, wat de meeste songs op het album voorziet van een flinke dosis melancholie.
Die melancholie is verstopt in lekker in het gehoor liggende songs, die warm en aangenaam klinken. Dan Willson en Kathryn Williams tekenen uiteraard voor de vocalen en voegen hiernaast akoestische gitaren en een mellotron toe aan het geluid op Willson Williams. Het is een geluid dat door flink wat gastmuzikanten is verrijkt met bas, drums, cello, accordeon en flink wat keyboards. Ondanks de melancholie van het centrale thema klinkt het album verrassend zonnig en opgewekt en het album klinkt bovendien puur en eerlijk.
De instrumentatie klinkt zeer verzorgd, maar het meeste vuurwerk komt van de stemmen van Kathryn Williams en Dan Willson. De stem van Dan Willson is wat krachtiger dan die van Kathryn Williams, waardoor hij in de harmonieën meestal de bovenliggende partij is. Dat vind ik als liefhebber van de bijzondere stem van Kathryn Williams wel eens jammer, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon valt er toch meer dan genoeg te genieten van de bijzondere stem van de Britse muzikante. Ook Dan Willson is overigens een prima zanger en de stemmen van de twee passen echt prachtig bij elkaar.
Naast de verzorgde instrumentatie en de prachtige stemmen trekken ook de songs op Willson Williams makkelijk de aandacht, waardoor het album van Kathryn Williams & Withered Hand me makkelijker heeft overtuigd dan ik op voorhand had verwacht. Kathryn Williams was in muzikaal opzicht wat aan het kwakkelen sinds het uitstekende Songs From The Novel Greatest Hits uit 2017, maar zowel met Night Drives als met Willson Williams laat de Britse muzikante horen dat ze nog steeds garant staat voor prima albums, dit keer mede met dank aan Dan Willson natuurlijk. Erwin Zijleman
Katie Bejsiuk - The Woman on the Moon (2022)

4,0
0
geplaatst: 6 juli 2022, 16:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Bejsiuk - The Woman On The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Bejsiuk - The Woman On The Moon
Albums met uiterst ingetogen songs en fluisterzachte vocalen zijn er momenteel meer dan genoeg, maar The Woman On The Moon van Katie Bejsiuk weet zich desondanks heel makkelijk te onderscheiden
De Amerikaanse singer-songwriter Katie Bennett maakt al een aantal jaren muziek als Free Cake For Every Creature, maar duikt nu op als Katie Bejsiuk. Met The Woman On The Moon levert de muzikante uit Philadelphia een ingetogen, intiem en fluisterzacht album af. Desondanks is het een mooi en veelzijdig ingekleurd album, dat steeds weer weet te verrassen met mooie en bijzondere klanken. Katie Bejsiuk varieert minder met haar stem, maar dat geeft het album een bijna bezwerend karakter. Het is misschien even wennen aan de op het eerste gehoor sobere klanken en de fluisterzang, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe meer moois en bijzonders er aan de oppervlakte komt.
The Woman On The Moon van Katie Bejsiuk verscheen ruim anderhalve week geleden en het is een album dat ik in eerste instantie heb laten liggen. Bij vluchtige beluistering leek het debuutalbum van Katie Bejsiuk immers het zoveelste album met ingetogen songs en fluisterzachte vocalen, waardoor verzadiging op de loer ligt.
The Woman On The Moon is inderdaad een album met ingetogen songs en fluisterzachte vocalen, maar het is in zijn soort een bijzonder album. Achter de lastige naam Katie Bejsiuk gaat de Amerikaanse singer-songwriter Katie Bennett schuil, die voor dit album de Oekraïense achternaam van haar vader, voor zijn emigratie naar de VS, heeft aangenomen.
Katie Bennett voerde een aantal jaren de band Free Cake For Every Creature aan en maakte met deze band een aantal albums, maar The Woman On The Moon is haar eerste album als Katie Bejsiuk. Het is een album dat naar verluidt werd opgenomen in meerdere slaapkamers en kelders in een aantal staten in de Verenigde Staten, waarbij Katie Bennett niet alleen de vocalen voor haar rekening nam, maar ook de productie en een groot deel van de gitaren, piano, bas en keyboards.
Een handvol gastmuzikanten hebben het geluid op The Woman On The Moon verder verrijkt met gitaren, dobro, viool, harp, synths, pedal steel en lap steel en bovendien werden extra vocalen toegevoegd. Dat The Woman On The Moon werd opgenomen in kelders en slaapkamers verbaast me overigens niet, want de songs van Katie Bejsiuk klinken niet alleen ingetogen en fluisterzacht, maar hebben bovendien een intiem karakter.
Ondanks de keuze voor zachte, intieme en ingetogen songs, is het debuutalbum van Katie Bejsiuk een rijk ingekleurd album. De meeste songs op het album hebben een akoestische gitaar en de zang van Katie Bennett als basis, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon (ja, dit is weer zo’n album), hoor je hoe mooi de accenten van andere instrumenten opduiken in de songs van de Amerikaanse muzikante.
Zeker wanneer de pedal steel en de lap steel opduiken krijgen de songs van Katie Bejsiuk een subtiele country injectie, maar op de meeste songs past het etiket folk wat mij betreft het best. De instrumentatie op The Woman On The Moon is niet alleen mooi, maar ook avontuurlijk. De muziek van Katie Bejsiuk kan in een aantal gevallen traditioneel aan doen, maar een aantal songs op het album zijn op hele bijzondere wijze ingekleurd, waardoor het een ander album is dan de meeste andere albums in het genre.
Katie Bennett varieert flink in de instrumentatie, die haar songs steeds een andere kant op duwt, maar kiest voor minder variatie wanneer het gaat om de vocalen. Er wordt hier en daar fraai gespeeld met toegevoegde achtergrondvocalen, maar de zang van Katie Bennett zelfs varieert nauwelijks en blijft een album lang fluisterzacht.
Dat zou na een paar songs flink kunnen gaan vervelen, maar net als bijvoorbeeld Hope Sandoval bij Mazzy Star, slaagt Katie Bennett er in om met haar zang een bijzondere sfeer te creëren, waardoor The Woman On The Moon zicht steeds steviger opdringt en bovendien steeds mooier wordt. Het debuutalbum van Katie Bejsiuk is vooralsnog wat ondergesneeuwd en zelf had ik het album ook bijna laten liggen, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat deze Katie Bejsiuk met The Woman On The Moon een bescheiden meesterwerk heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Bejsiuk - The Woman On The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Bejsiuk - The Woman On The Moon
Albums met uiterst ingetogen songs en fluisterzachte vocalen zijn er momenteel meer dan genoeg, maar The Woman On The Moon van Katie Bejsiuk weet zich desondanks heel makkelijk te onderscheiden
De Amerikaanse singer-songwriter Katie Bennett maakt al een aantal jaren muziek als Free Cake For Every Creature, maar duikt nu op als Katie Bejsiuk. Met The Woman On The Moon levert de muzikante uit Philadelphia een ingetogen, intiem en fluisterzacht album af. Desondanks is het een mooi en veelzijdig ingekleurd album, dat steeds weer weet te verrassen met mooie en bijzondere klanken. Katie Bejsiuk varieert minder met haar stem, maar dat geeft het album een bijna bezwerend karakter. Het is misschien even wennen aan de op het eerste gehoor sobere klanken en de fluisterzang, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe meer moois en bijzonders er aan de oppervlakte komt.
The Woman On The Moon van Katie Bejsiuk verscheen ruim anderhalve week geleden en het is een album dat ik in eerste instantie heb laten liggen. Bij vluchtige beluistering leek het debuutalbum van Katie Bejsiuk immers het zoveelste album met ingetogen songs en fluisterzachte vocalen, waardoor verzadiging op de loer ligt.
The Woman On The Moon is inderdaad een album met ingetogen songs en fluisterzachte vocalen, maar het is in zijn soort een bijzonder album. Achter de lastige naam Katie Bejsiuk gaat de Amerikaanse singer-songwriter Katie Bennett schuil, die voor dit album de Oekraïense achternaam van haar vader, voor zijn emigratie naar de VS, heeft aangenomen.
Katie Bennett voerde een aantal jaren de band Free Cake For Every Creature aan en maakte met deze band een aantal albums, maar The Woman On The Moon is haar eerste album als Katie Bejsiuk. Het is een album dat naar verluidt werd opgenomen in meerdere slaapkamers en kelders in een aantal staten in de Verenigde Staten, waarbij Katie Bennett niet alleen de vocalen voor haar rekening nam, maar ook de productie en een groot deel van de gitaren, piano, bas en keyboards.
Een handvol gastmuzikanten hebben het geluid op The Woman On The Moon verder verrijkt met gitaren, dobro, viool, harp, synths, pedal steel en lap steel en bovendien werden extra vocalen toegevoegd. Dat The Woman On The Moon werd opgenomen in kelders en slaapkamers verbaast me overigens niet, want de songs van Katie Bejsiuk klinken niet alleen ingetogen en fluisterzacht, maar hebben bovendien een intiem karakter.
Ondanks de keuze voor zachte, intieme en ingetogen songs, is het debuutalbum van Katie Bejsiuk een rijk ingekleurd album. De meeste songs op het album hebben een akoestische gitaar en de zang van Katie Bennett als basis, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon (ja, dit is weer zo’n album), hoor je hoe mooi de accenten van andere instrumenten opduiken in de songs van de Amerikaanse muzikante.
Zeker wanneer de pedal steel en de lap steel opduiken krijgen de songs van Katie Bejsiuk een subtiele country injectie, maar op de meeste songs past het etiket folk wat mij betreft het best. De instrumentatie op The Woman On The Moon is niet alleen mooi, maar ook avontuurlijk. De muziek van Katie Bejsiuk kan in een aantal gevallen traditioneel aan doen, maar een aantal songs op het album zijn op hele bijzondere wijze ingekleurd, waardoor het een ander album is dan de meeste andere albums in het genre.
Katie Bennett varieert flink in de instrumentatie, die haar songs steeds een andere kant op duwt, maar kiest voor minder variatie wanneer het gaat om de vocalen. Er wordt hier en daar fraai gespeeld met toegevoegde achtergrondvocalen, maar de zang van Katie Bennett zelfs varieert nauwelijks en blijft een album lang fluisterzacht.
Dat zou na een paar songs flink kunnen gaan vervelen, maar net als bijvoorbeeld Hope Sandoval bij Mazzy Star, slaagt Katie Bennett er in om met haar zang een bijzondere sfeer te creëren, waardoor The Woman On The Moon zicht steeds steviger opdringt en bovendien steeds mooier wordt. Het debuutalbum van Katie Bejsiuk is vooralsnog wat ondergesneeuwd en zelf had ik het album ook bijna laten liggen, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat deze Katie Bejsiuk met The Woman On The Moon een bescheiden meesterwerk heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
Katie Gavin - What a Relief (2024)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2024, 20:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Gavin - What A Relief - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Gavin - What A Relief
De Amerikaanse muzikante Katie Gavin laat met het wat meer singer-songwriter georiënteerde en zeer aansprekende geluid op haar debuutalbum What A Relief horen dat er leven is naast of na MUNA
Katie Gavin maakt inmiddels ruim tien jaar deel uit van de Amerikaanse band MUNA, die de afgelopen twee jaar met steeds meer succes aan de weg timmert, maar vond het ook tijd voor haar eerste soloalbum. Op What A Relief laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook uit de voeten kan met een repertoire dat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan zit. In de meer ingetogen songs komt haar stem nog wat beter tot zijn recht, maar ook in de wat meer richting indiepop opgeschoven tracks op het album maakt Katie Gavin makkelijk indruk als zangeres en als songwriter. Ik heb het laatste album van MUNA best hoog zitten, maar het debuutalbum van Katie Gavin bevalt me nog wat beter.
De Amerikaanse band MUNA wordt al een hele tijd een grote belofte genoemd, maar op de een of andere manier kwam het er nooit helemaal uit op de albums van de band. Dat veranderde toen Phoebe Bridgers zich over de band ontfermde en Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin op het in 2022 verschenen derde en titelloze album van MUNA wel lieten horen wat ze in huis hadden.
In de kringen waarin ik me beweeg is MUNA helaas nog altijd een redelijk onbekende band (op het platform MusicMeter werd buiten mijn recensie geen enkele reactie bij het album geplaatst), maar op TikTok is de band heel populair. Dat is volkomen terecht, want het laatst verschenen album van MUNA is een ijzersterke popplaat met eigentijdse ingrediënten en een aantrekkelijke jaren 80 en 90 vibe.
Dat er ook een leven is naast MUNA laat Katie Gavin deze week horen op haar eerste soloalbum. Op What A Relief blijft Katie Gavin in de meeste tracks redelijk ver verwijderd van de aanstekelijke popsongs van MUNA. In de openingstrack verrast de Amerikaanse muzikante, die zelf het met uitsluitend vrouwelijke muzikanten rondreizende festival Lilith Fair uit de jaren 90 als inspiratiebron noemt, de luisteraar met een combinatie van akoestische gitaren en de pedal steel en vooral invloeden uit de countrymuziek.
Katie Gavin laat verder horen dat ze prachtig ingetogen en zacht kan zingen, wat weer fraai contrasteert met haar soms wat expliciete teksten, waarin ze meer van zichzelf kan laten zien dan bij MUNA het geval is. What A Relief bevat meer songs die de singer-songwriter Katie Gavin laten horen, maar het album bevat ook een aantal tracks die dichter bij de indiepop van MUNA liggen, al laat Katie Gavin wel een wat eigenzinniger en wat minder pop georiënteerd geluid horen.
De drie leden van MUNA produceerden hun laatste album zelf, maar voor haar eerste soloalbum deed Katie Gavin een beroep op Tony Berg, die we ook kennen van Phoebe Bridgers, boygenius, Lizzy McAlpine en recent nog van Genevieve Stokes. De topproducer heeft het solodebuut van Katie Gavin voorzien van een geluid waarin van alles samen komt, wat een bijzonder geluid oplevert.
Klanken uit de Amerikaanse rootsmuziek van onder andere de pedal steel en de viool worden gecombineerd met invloeden uit de indiepop en indierock van het moment en vervolgens overgoten met een jaren 70 en 80 Fleetwood Mac sausje. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en het niveau van de songs ligt op What A Relief op een hoog niveau, zeker als de Amerikaanse muzikante net wat meer het avontuur opzoekt en zelfs wel wat doet denken aan Fiona Apple in haar meest toegankelijke dagen. Ook de zang van Katie Gavin bevalt me uitstekend en maakt vooral makkelijk indruk in een wat soberder en meer ingetogen ingekleurd geluid.
De muzikante uit Los Angeles staat met MUNA aan de vooravond van een internationale doorbraak, maar als ik moet kiezen tussen het laatste album van MUNA en het eerste soloalbum van Katie Gavin, kies ik zonder enige twijfel voor het laatste album. Katie Gavin laat op What A Relief immers horen dat ze beschikt over een mooi eigen geluid en dat ze als zangeres en als songwriter mee kan met de beteren binnen de indiepop van het moment. Bovendien zijn de songs op dit album een stuk persoonlijker dan op de albums van MUNA.
What A Relief is overigens, net als het laatste album van MUNA, verschenen op het Saddest Factory Records label van Phoebe Bridgers, die er met Katie Gavin echt een hele serieuze concurrent bij heeft gekregen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Gavin - What A Relief - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Gavin - What A Relief
De Amerikaanse muzikante Katie Gavin laat met het wat meer singer-songwriter georiënteerde en zeer aansprekende geluid op haar debuutalbum What A Relief horen dat er leven is naast of na MUNA
Katie Gavin maakt inmiddels ruim tien jaar deel uit van de Amerikaanse band MUNA, die de afgelopen twee jaar met steeds meer succes aan de weg timmert, maar vond het ook tijd voor haar eerste soloalbum. Op What A Relief laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook uit de voeten kan met een repertoire dat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan zit. In de meer ingetogen songs komt haar stem nog wat beter tot zijn recht, maar ook in de wat meer richting indiepop opgeschoven tracks op het album maakt Katie Gavin makkelijk indruk als zangeres en als songwriter. Ik heb het laatste album van MUNA best hoog zitten, maar het debuutalbum van Katie Gavin bevalt me nog wat beter.
De Amerikaanse band MUNA wordt al een hele tijd een grote belofte genoemd, maar op de een of andere manier kwam het er nooit helemaal uit op de albums van de band. Dat veranderde toen Phoebe Bridgers zich over de band ontfermde en Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin op het in 2022 verschenen derde en titelloze album van MUNA wel lieten horen wat ze in huis hadden.
In de kringen waarin ik me beweeg is MUNA helaas nog altijd een redelijk onbekende band (op het platform MusicMeter werd buiten mijn recensie geen enkele reactie bij het album geplaatst), maar op TikTok is de band heel populair. Dat is volkomen terecht, want het laatst verschenen album van MUNA is een ijzersterke popplaat met eigentijdse ingrediënten en een aantrekkelijke jaren 80 en 90 vibe.
Dat er ook een leven is naast MUNA laat Katie Gavin deze week horen op haar eerste soloalbum. Op What A Relief blijft Katie Gavin in de meeste tracks redelijk ver verwijderd van de aanstekelijke popsongs van MUNA. In de openingstrack verrast de Amerikaanse muzikante, die zelf het met uitsluitend vrouwelijke muzikanten rondreizende festival Lilith Fair uit de jaren 90 als inspiratiebron noemt, de luisteraar met een combinatie van akoestische gitaren en de pedal steel en vooral invloeden uit de countrymuziek.
Katie Gavin laat verder horen dat ze prachtig ingetogen en zacht kan zingen, wat weer fraai contrasteert met haar soms wat expliciete teksten, waarin ze meer van zichzelf kan laten zien dan bij MUNA het geval is. What A Relief bevat meer songs die de singer-songwriter Katie Gavin laten horen, maar het album bevat ook een aantal tracks die dichter bij de indiepop van MUNA liggen, al laat Katie Gavin wel een wat eigenzinniger en wat minder pop georiënteerd geluid horen.
De drie leden van MUNA produceerden hun laatste album zelf, maar voor haar eerste soloalbum deed Katie Gavin een beroep op Tony Berg, die we ook kennen van Phoebe Bridgers, boygenius, Lizzy McAlpine en recent nog van Genevieve Stokes. De topproducer heeft het solodebuut van Katie Gavin voorzien van een geluid waarin van alles samen komt, wat een bijzonder geluid oplevert.
Klanken uit de Amerikaanse rootsmuziek van onder andere de pedal steel en de viool worden gecombineerd met invloeden uit de indiepop en indierock van het moment en vervolgens overgoten met een jaren 70 en 80 Fleetwood Mac sausje. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en het niveau van de songs ligt op What A Relief op een hoog niveau, zeker als de Amerikaanse muzikante net wat meer het avontuur opzoekt en zelfs wel wat doet denken aan Fiona Apple in haar meest toegankelijke dagen. Ook de zang van Katie Gavin bevalt me uitstekend en maakt vooral makkelijk indruk in een wat soberder en meer ingetogen ingekleurd geluid.
De muzikante uit Los Angeles staat met MUNA aan de vooravond van een internationale doorbraak, maar als ik moet kiezen tussen het laatste album van MUNA en het eerste soloalbum van Katie Gavin, kies ik zonder enige twijfel voor het laatste album. Katie Gavin laat op What A Relief immers horen dat ze beschikt over een mooi eigen geluid en dat ze als zangeres en als songwriter mee kan met de beteren binnen de indiepop van het moment. Bovendien zijn de songs op dit album een stuk persoonlijker dan op de albums van MUNA.
What A Relief is overigens, net als het laatste album van MUNA, verschenen op het Saddest Factory Records label van Phoebe Bridgers, die er met Katie Gavin echt een hele serieuze concurrent bij heeft gekregen. Erwin Zijleman
Katie Melua - Album No. 8 (2020)

4,0
0
geplaatst: 20 oktober 2020, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Melua - Album No. 8 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Melua - Album No. 8
Katie Melua was een tijd afwezig, maar keert terug met een album dat niet revolutionair anders klinkt dan haar vorige albums, maar op subtiele wijze toch een flink stuk smaakvoller is
Katie Melua was nog niet eens twintig toen ze doorbrak met het fraaie Call Of The Search. De albums die volgden vond ik steeds net wat minder interessant, maar het deze week verschenen Album No. 8 is een flinke stap in de goede richting en bovendien een groeiplaat. Het klinkt allemaal net wat minder zoet en lieflijk, al blijft het natuurlijk wel Katie Melua. Ik was zeker niet direct overtuigd, maar Album No. 8 komt steeds mooier tot leven en kleurt de huidige tijd fraai in met mooie klanken en de prachtige stem van Katie Melua, die wat warmer en volwassener klinkt dan in haar jonge jaren. Langzaam maar zeker heeft ze mij weer overtuigd.
Ik was in 2003 absoluut gecharmeerd van het debuutalbum van Katie Melua. Waar ik de albums die volgden al snel wat te braaf of zelfs veel te braaf vond, liet Call Of The Search een bijzonder eigen geluid horen, waarmee Katie Melua alle kanten op kon. Dat was voor mij in de jaren die volgden niet altijd de juiste kant helaas, maar in commercieel opzicht waren de albums zeer succesvol.
Het betekende wel dat ik na een paar albums stopte met het volgen van Katie Melua, totdat deze week Album No. 8 op de mat plofte. Album No. 8 is de opvolger van het in 2013 verschenen Ketevan (het kerstalbum uit 2016 tel ik maar even niet mee) en volgt op het einde van het huwelijk van Katie Melua, dat ongeveer even lang duurde als de stilte sinds haar vorige album. Het einde van haar huwelijk heeft hier en daar sporen nagelaten op Album No. 8, maar een echt breakup album is het zeker niet.
Album No. 8 is een album waar je niet te snel conclusies over moet trekken. Het album opent met een flink bataljon aan strijkers, een warm akoestisch geluid en de mooie stem van Katie Melua. Typisch Katie Melua dacht ik in eerste instantie, al klonk het allemaal wel bijzonder aangenaam en niet zo zoet en braaf als haar laatste albums.
Album No. 8 bevat veel meer tracks waarin de strijkers domineren, maar ook flink wat songs waarin de instrumentatie subtieler en ook speelser is. Op het door Leo Abrahams geproduceerde album durft Katie Melua voorzichtig afstand te nemen van het geluid waarmee ze ooit doorbrak naar een groot publiek. Dat doet ze in eerste instantie met een geluid vol invloeden uit de jaren 70, waarin de Brits-Georgische zangeres klinkt als een tijdloze singer-songwriter uit de Laurel Canyon, waarna hier en daar voorzichtig experimenten volgen.
Het jazzy Voices In The Night kleurt wat duidelijker buiten het typische Katie Melua geluid en wanneer je goed luistert doet Katie Melua dat in veel meer tracks, al heb ik naar een ander album geluisterd dan AllMusic.com dat invloeden uit de postpunk, electropop en Krautrock hoort op het album. Dat hoor ik gelukkig niet, want Katie Melua mag best Katie Melua blijven.
Omdat de uitstapjes buiten de gebaande paden subtiel zijn, heb ik het een paar keer opnieuw moeten proberen met Album No. 8, maar inmiddels moet ik toegeven dat ik aangenaam verrast ben door het nieuwe album van Katie Melua. De Britse muzikante klinkt wat ouder en doorleefder dan in haar hele jongen jaren en dat heeft haar zang goed gedaan. De instrumentatie op het album is me nog wel eens wat te zoet, maar minstens net zo vaak hoor ik een tijdloos singer-songwriter geluid dat je een paar decennia mee terug neemt in de tijd.
De vroege albums waren me vaak net wat te vol geproduceerd, maar Leo Abrahams heeft fraai werk verricht en heeft het nog altijd herkenbare Katie Melua geluid wat warmer en wat minder bombastisch gemaakt. Zeker in de kleine uurtjes vult de fraaie stem van Katie Melua op fraaie wijze de ruimte en bij beluistering met de koptelefoon hoor je ook nog eens hoe smaakvol de instrumentatie is. Iedereen die Katie Melua, net als ik, een paar jaar geleden al heeft afgeschreven, moet het zeker nog eens proberen met Album No. 8, dat zeker de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Melua - Album No. 8 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Melua - Album No. 8
Katie Melua was een tijd afwezig, maar keert terug met een album dat niet revolutionair anders klinkt dan haar vorige albums, maar op subtiele wijze toch een flink stuk smaakvoller is
Katie Melua was nog niet eens twintig toen ze doorbrak met het fraaie Call Of The Search. De albums die volgden vond ik steeds net wat minder interessant, maar het deze week verschenen Album No. 8 is een flinke stap in de goede richting en bovendien een groeiplaat. Het klinkt allemaal net wat minder zoet en lieflijk, al blijft het natuurlijk wel Katie Melua. Ik was zeker niet direct overtuigd, maar Album No. 8 komt steeds mooier tot leven en kleurt de huidige tijd fraai in met mooie klanken en de prachtige stem van Katie Melua, die wat warmer en volwassener klinkt dan in haar jonge jaren. Langzaam maar zeker heeft ze mij weer overtuigd.
Ik was in 2003 absoluut gecharmeerd van het debuutalbum van Katie Melua. Waar ik de albums die volgden al snel wat te braaf of zelfs veel te braaf vond, liet Call Of The Search een bijzonder eigen geluid horen, waarmee Katie Melua alle kanten op kon. Dat was voor mij in de jaren die volgden niet altijd de juiste kant helaas, maar in commercieel opzicht waren de albums zeer succesvol.
Het betekende wel dat ik na een paar albums stopte met het volgen van Katie Melua, totdat deze week Album No. 8 op de mat plofte. Album No. 8 is de opvolger van het in 2013 verschenen Ketevan (het kerstalbum uit 2016 tel ik maar even niet mee) en volgt op het einde van het huwelijk van Katie Melua, dat ongeveer even lang duurde als de stilte sinds haar vorige album. Het einde van haar huwelijk heeft hier en daar sporen nagelaten op Album No. 8, maar een echt breakup album is het zeker niet.
Album No. 8 is een album waar je niet te snel conclusies over moet trekken. Het album opent met een flink bataljon aan strijkers, een warm akoestisch geluid en de mooie stem van Katie Melua. Typisch Katie Melua dacht ik in eerste instantie, al klonk het allemaal wel bijzonder aangenaam en niet zo zoet en braaf als haar laatste albums.
Album No. 8 bevat veel meer tracks waarin de strijkers domineren, maar ook flink wat songs waarin de instrumentatie subtieler en ook speelser is. Op het door Leo Abrahams geproduceerde album durft Katie Melua voorzichtig afstand te nemen van het geluid waarmee ze ooit doorbrak naar een groot publiek. Dat doet ze in eerste instantie met een geluid vol invloeden uit de jaren 70, waarin de Brits-Georgische zangeres klinkt als een tijdloze singer-songwriter uit de Laurel Canyon, waarna hier en daar voorzichtig experimenten volgen.
Het jazzy Voices In The Night kleurt wat duidelijker buiten het typische Katie Melua geluid en wanneer je goed luistert doet Katie Melua dat in veel meer tracks, al heb ik naar een ander album geluisterd dan AllMusic.com dat invloeden uit de postpunk, electropop en Krautrock hoort op het album. Dat hoor ik gelukkig niet, want Katie Melua mag best Katie Melua blijven.
Omdat de uitstapjes buiten de gebaande paden subtiel zijn, heb ik het een paar keer opnieuw moeten proberen met Album No. 8, maar inmiddels moet ik toegeven dat ik aangenaam verrast ben door het nieuwe album van Katie Melua. De Britse muzikante klinkt wat ouder en doorleefder dan in haar hele jongen jaren en dat heeft haar zang goed gedaan. De instrumentatie op het album is me nog wel eens wat te zoet, maar minstens net zo vaak hoor ik een tijdloos singer-songwriter geluid dat je een paar decennia mee terug neemt in de tijd.
De vroege albums waren me vaak net wat te vol geproduceerd, maar Leo Abrahams heeft fraai werk verricht en heeft het nog altijd herkenbare Katie Melua geluid wat warmer en wat minder bombastisch gemaakt. Zeker in de kleine uurtjes vult de fraaie stem van Katie Melua op fraaie wijze de ruimte en bij beluistering met de koptelefoon hoor je ook nog eens hoe smaakvol de instrumentatie is. Iedereen die Katie Melua, net als ik, een paar jaar geleden al heeft afgeschreven, moet het zeker nog eens proberen met Album No. 8, dat zeker de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman
Katie Melua - Love & Money (2023)

4,0
1
geplaatst: 25 december 2023, 12:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Melua - Love & Money - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Melua - Love & Money
Katie Melua vond nieuw liefdesgeluk en kreeg een kind, maar heeft ook de goede muzikale vorm van haar breakup album Album No. 8 behouden op het wederom aangenaam ingetogen Love & Money
Katie Melua dook precies twintig jaar geleden op met het prachtige Call Of The Search. Het werd door de keuze voor wat zoete popmuziek lange tijd een onaantastbaar album, maar met het breakup album Album No. 8 vond Katie Melua wat mij betreft weer het juiste spoor. De lijn van Album No. 8 wordt doorgetrokken op het dit voorjaar verschenen Love & Money, dat in tekstueel opzicht een stuk opgewekter is, maar in muzikaal opzicht door gaat op de wat tegen Laurel Canyon folk aanleunende weg van het vorige album. De muziek van Katie Melua was me in het verleden vaak wat te zoet en braaf, maar Love & Money is net als zijn voorganger een prima album.
Het was vorige maand al weer twintig jaar geleden dat het debuutalbum van de in Georgië geboren maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Katie Melua verscheen. Het in 2003 verschenen Call Of The Search vond en vind ik een erg sterk album. Het door de legendarische Mike Batt geproduceerde album klinkt bij vlagen suikerzoet, maar Katie Melua laat, zeker in vocaal opzicht, een duidelijk eigen geluid horen. Het is een over het algemeen genomen zeer smaakvol geluid dat Call Of The Search naast het een jaar eerder verschenen en zeer succesvolle Come Away With Me van Norah Jones plaatste.
Katie Melua werd met haar debuutalbum een wereldster en schoof vervolgens op richting pop. Het leverde een stapeltje albums op dat me een stuk minder goed beviel dan het debuutalbum van Katie Melua, wiens succes na de klapper van Piece By Piece uit 2005 ook wel wat af begon te nemen. Alle albums die Katie Melua na haar debuutalbum uitbracht hadden hun momenten, maar kabbelden wat mij betreft ook wat te fantasieloos voor en waren me ook wat te zoet.
Ik was wel zeer gecharmeerd van het in 2020 verschenen Album No. 8, dat misschien niet revolutionair anders klonk dan zijn voorgangers, maar dat in zowel muzikaal als vocaal opzicht prachtig klonk en ook weer net wat minder zoete en net wat avontuurlijkere songs bevatte. Het was bovendien een zeer persoonlijk album, waarop Katie Melua het einde van haar relatie een plek gaf.
Ik was mijn liefde voor Album No. 8 afgelopen voorjaar kennelijk al weer vergeten, want het in maart verschenen Love & Money heb ik niet eens beluisterd. Ik kwam het album in welgeteld één jaarlijstje tegen en omdat het me geschikt leek als achtergrondmuziek rond de kerstdagen heb ik het alsnog geprobeerd met het negende album van de Brits-Georgische muzikante.
Love & Money werd, net als voorganger Album No. 8, geproduceerd door de Britse producer Leo Abrahams, die fraai werk heeft afgeleverd. In tekstueel opzicht is Love & Money een duidelijk ander album dan zijn voorganger. Waar Katie Melua op haar vorige album de scherven van de liefdesbreuk bij elkaar raapte, bezingt ze op Love & Money haar nieuw gevonden liefdesgeluk en haar zwangerschap. In muzikaal opzicht liggen de twee albums, mede door de productie van Leo Abrahams, dichter bij elkaar.
Ook op Love & Money kiest Katie Melua voor wat minder pop en wat meer invloeden uit de Laurel Canyon folk. Haar songs zijn nog altijd aan de zoete kant, wat voor een belangrijk deel heeft te maken met haar zang. Het is zang die nog altijd netjes binnen de lijntjes kleurt, maar Katie Melua zingt op haar nieuwe album ook prachtig.
Het levert een album op dat vaak als keurig, zoet en braaf zal worden bestempeld, maar luister zonder vooroordelen en je hoort een mooi singer-songwriter album met een randje pop. De IJslandse muzikante Laufey werd het afgelopen jaar binnengehaald als de opvolger van onder andere Katie Melua en Norah Jones, maar Katie Melua laat met Love & Money horen dat ze nog lang niet afgeschreven mag worden.
Ik hoop stiekem nog altijd op een Katie Melua album met net wat ruwere randjes en uitstapjes buiten de gebaande paden, maar Love & Money doet, net als Album No. 8, niet onder voor haar terecht bejubelde debuutalbum. De conclusie dat Love & Money eerder dit jaar wel wat meer aandacht had verdiend is dan ook gerechtvaardigd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Melua - Love & Money - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Melua - Love & Money
Katie Melua vond nieuw liefdesgeluk en kreeg een kind, maar heeft ook de goede muzikale vorm van haar breakup album Album No. 8 behouden op het wederom aangenaam ingetogen Love & Money
Katie Melua dook precies twintig jaar geleden op met het prachtige Call Of The Search. Het werd door de keuze voor wat zoete popmuziek lange tijd een onaantastbaar album, maar met het breakup album Album No. 8 vond Katie Melua wat mij betreft weer het juiste spoor. De lijn van Album No. 8 wordt doorgetrokken op het dit voorjaar verschenen Love & Money, dat in tekstueel opzicht een stuk opgewekter is, maar in muzikaal opzicht door gaat op de wat tegen Laurel Canyon folk aanleunende weg van het vorige album. De muziek van Katie Melua was me in het verleden vaak wat te zoet en braaf, maar Love & Money is net als zijn voorganger een prima album.
Het was vorige maand al weer twintig jaar geleden dat het debuutalbum van de in Georgië geboren maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Katie Melua verscheen. Het in 2003 verschenen Call Of The Search vond en vind ik een erg sterk album. Het door de legendarische Mike Batt geproduceerde album klinkt bij vlagen suikerzoet, maar Katie Melua laat, zeker in vocaal opzicht, een duidelijk eigen geluid horen. Het is een over het algemeen genomen zeer smaakvol geluid dat Call Of The Search naast het een jaar eerder verschenen en zeer succesvolle Come Away With Me van Norah Jones plaatste.
Katie Melua werd met haar debuutalbum een wereldster en schoof vervolgens op richting pop. Het leverde een stapeltje albums op dat me een stuk minder goed beviel dan het debuutalbum van Katie Melua, wiens succes na de klapper van Piece By Piece uit 2005 ook wel wat af begon te nemen. Alle albums die Katie Melua na haar debuutalbum uitbracht hadden hun momenten, maar kabbelden wat mij betreft ook wat te fantasieloos voor en waren me ook wat te zoet.
Ik was wel zeer gecharmeerd van het in 2020 verschenen Album No. 8, dat misschien niet revolutionair anders klonk dan zijn voorgangers, maar dat in zowel muzikaal als vocaal opzicht prachtig klonk en ook weer net wat minder zoete en net wat avontuurlijkere songs bevatte. Het was bovendien een zeer persoonlijk album, waarop Katie Melua het einde van haar relatie een plek gaf.
Ik was mijn liefde voor Album No. 8 afgelopen voorjaar kennelijk al weer vergeten, want het in maart verschenen Love & Money heb ik niet eens beluisterd. Ik kwam het album in welgeteld één jaarlijstje tegen en omdat het me geschikt leek als achtergrondmuziek rond de kerstdagen heb ik het alsnog geprobeerd met het negende album van de Brits-Georgische muzikante.
Love & Money werd, net als voorganger Album No. 8, geproduceerd door de Britse producer Leo Abrahams, die fraai werk heeft afgeleverd. In tekstueel opzicht is Love & Money een duidelijk ander album dan zijn voorganger. Waar Katie Melua op haar vorige album de scherven van de liefdesbreuk bij elkaar raapte, bezingt ze op Love & Money haar nieuw gevonden liefdesgeluk en haar zwangerschap. In muzikaal opzicht liggen de twee albums, mede door de productie van Leo Abrahams, dichter bij elkaar.
Ook op Love & Money kiest Katie Melua voor wat minder pop en wat meer invloeden uit de Laurel Canyon folk. Haar songs zijn nog altijd aan de zoete kant, wat voor een belangrijk deel heeft te maken met haar zang. Het is zang die nog altijd netjes binnen de lijntjes kleurt, maar Katie Melua zingt op haar nieuwe album ook prachtig.
Het levert een album op dat vaak als keurig, zoet en braaf zal worden bestempeld, maar luister zonder vooroordelen en je hoort een mooi singer-songwriter album met een randje pop. De IJslandse muzikante Laufey werd het afgelopen jaar binnengehaald als de opvolger van onder andere Katie Melua en Norah Jones, maar Katie Melua laat met Love & Money horen dat ze nog lang niet afgeschreven mag worden.
Ik hoop stiekem nog altijd op een Katie Melua album met net wat ruwere randjes en uitstapjes buiten de gebaande paden, maar Love & Money doet, net als Album No. 8, niet onder voor haar terecht bejubelde debuutalbum. De conclusie dat Love & Money eerder dit jaar wel wat meer aandacht had verdiend is dan ook gerechtvaardigd. Erwin Zijleman
Katie Pruitt - Expectations (2020)

4,0
1
geplaatst: 9 oktober 2020, 14:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Pruitt - Expectations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Pruitt - Expectations
Katie Pruitt debuteerde begin dit jaar met een uitstekend rootsalbum dat in de Verenigde Staten warm werd ontvangen, maar dat ook hier in Nederland alle aandacht verdient
Jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment zijn er momenteel in overvloed, waardoor er wel eens een goed album tussen wal en schip valt. Expectations van Katie Pruitt is een uitstekend album, dat echt veel te goed is om te laten liggen. Het is het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter, maar het is een debuut waarop alles klopt. De songs zijn aangenaam maar ook persoonlijk, het geluid is veelzijdig maar steeds wonderschoon en de stem van Katie Pruitt is er een die in alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Expectations maakt direct indruk, maar wordt vervolgens alleen maar beter.
2020 zal de geschiedenisboeken in gaan als een jaar waarin alles anders was. Het geldt ook voor de muziekindustrie, die zwaar te lijden heeft onder het annuleren van het grootste deel van de concerten. Qua releases was en is 2020 echter een prima jaar. In maart en april werden een aantal releases uitgesteld, maar hierna wakkerde de releasestorm stevig aan en ook in de zomer verschenen nog verrassend veel albums, waarna een imposant herfstoffensief werd gestart.
Het heeft gezorgd voor een goed gevulde BLOG, maar ook voor een flinke stapel albums die net niet door de selectie kwamen, maar die absoluut goed genoeg zijn voor een plekje op deze BLOG. Expectations van Katie Pruitt is zo’n album. Het kwam in februari al op de stapel terecht, maar kwam deze week door een tip van een lezer weer onder mijn aandacht, waarna ik snel overtuigd was van de kwaliteiten van de Amerikaanse singer-songwriter.
Katie Pruitt groeide op in Atlanta, Georgia, maar zocht haar geluk, net als zoveel jonge muzikanten, in Nashville, Tennessee. Expectations is het debuut van Katie Pruitt en het is een debuut dat aan het begin van het jaar, met name in de Verenigde Staten, zeer positief is ontvangen. Daar valt niets op af te dingen, want Expectations is in alle opzichten een uitstekend album.
Het is allereerst een zeer persoonlijk album. Katie Pruitt groeide op in een streng katholieke gemeenschap in Georgia, waarin haar seksuele geaardheid niet werd geaccepteerd. Het volwassen worden was voor de Amerikaanse muzikante dan ook een hele strijd en Expectations doet verslag van deze strijd, wat het album voorziet van een bijzondere lading en van flink wat emotie.
Ook in vocaal opzicht maakt Katie Pruitt makkelijk indruk. De singer-songwriter beschikt over een aangenaam klinkend stemgeluid en beschikt bovendien over een flink bereik en veel dynamiek, waardoor ze prachtig ingetogen kan zingen, maar ook flink kan uithalen. Het is bovendien een stem vol gevoel en doorleving, wat gezien de zeer persoonlijke songs op het album niet zo gek is, maar je moet het maar kunnen.
De eerste vinkjes zijn gezet, maar Expectations heeft nog veel meer te bieden. Zo vertellen de songs niet alleen mooie persoonlijke verhalen, maar zijn het ook songs die zich makkelijk opdringen en die absoluut in de smaak zullen vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Binnen deze Amerikaanse rootsmuziek legt Katie Pruitt zichzelf geen beperkingen op. Ze kan uit de voeten met ingetogen folksongs, maar kan ook soulvol klinken, kiezen voor net wat steviger werk of opschuiven richting gloedvolle pop met een randje Stevie Nicks.
De songs van Katie Pruitt klinken niet alleen veelzijdig, maar zijn ook bijzonder fraai ingekleurd door een flink aantal muzikanten, die met zijn allen flink wat instrumenten uit de kast trekken, waaronder ook de nodige strijkers.
Het fraaie geluid op Expectations verraadt de hand van een gelouterde Nashville producer, maar Katie Pruitt tekende vooral zelf voor de productie van haar debuutalbum, wat dit debuutalbum nog wat meer glans geeft. Expectations is tenslotte ook nog eens een album dat aan kracht wint wanneer je het vaker hoort. Dat we hier te maken hebben met een onbetwiste krent uit de pop zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Pruitt - Expectations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Pruitt - Expectations
Katie Pruitt debuteerde begin dit jaar met een uitstekend rootsalbum dat in de Verenigde Staten warm werd ontvangen, maar dat ook hier in Nederland alle aandacht verdient
Jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment zijn er momenteel in overvloed, waardoor er wel eens een goed album tussen wal en schip valt. Expectations van Katie Pruitt is een uitstekend album, dat echt veel te goed is om te laten liggen. Het is het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter, maar het is een debuut waarop alles klopt. De songs zijn aangenaam maar ook persoonlijk, het geluid is veelzijdig maar steeds wonderschoon en de stem van Katie Pruitt is er een die in alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Expectations maakt direct indruk, maar wordt vervolgens alleen maar beter.
2020 zal de geschiedenisboeken in gaan als een jaar waarin alles anders was. Het geldt ook voor de muziekindustrie, die zwaar te lijden heeft onder het annuleren van het grootste deel van de concerten. Qua releases was en is 2020 echter een prima jaar. In maart en april werden een aantal releases uitgesteld, maar hierna wakkerde de releasestorm stevig aan en ook in de zomer verschenen nog verrassend veel albums, waarna een imposant herfstoffensief werd gestart.
Het heeft gezorgd voor een goed gevulde BLOG, maar ook voor een flinke stapel albums die net niet door de selectie kwamen, maar die absoluut goed genoeg zijn voor een plekje op deze BLOG. Expectations van Katie Pruitt is zo’n album. Het kwam in februari al op de stapel terecht, maar kwam deze week door een tip van een lezer weer onder mijn aandacht, waarna ik snel overtuigd was van de kwaliteiten van de Amerikaanse singer-songwriter.
Katie Pruitt groeide op in Atlanta, Georgia, maar zocht haar geluk, net als zoveel jonge muzikanten, in Nashville, Tennessee. Expectations is het debuut van Katie Pruitt en het is een debuut dat aan het begin van het jaar, met name in de Verenigde Staten, zeer positief is ontvangen. Daar valt niets op af te dingen, want Expectations is in alle opzichten een uitstekend album.
Het is allereerst een zeer persoonlijk album. Katie Pruitt groeide op in een streng katholieke gemeenschap in Georgia, waarin haar seksuele geaardheid niet werd geaccepteerd. Het volwassen worden was voor de Amerikaanse muzikante dan ook een hele strijd en Expectations doet verslag van deze strijd, wat het album voorziet van een bijzondere lading en van flink wat emotie.
Ook in vocaal opzicht maakt Katie Pruitt makkelijk indruk. De singer-songwriter beschikt over een aangenaam klinkend stemgeluid en beschikt bovendien over een flink bereik en veel dynamiek, waardoor ze prachtig ingetogen kan zingen, maar ook flink kan uithalen. Het is bovendien een stem vol gevoel en doorleving, wat gezien de zeer persoonlijke songs op het album niet zo gek is, maar je moet het maar kunnen.
De eerste vinkjes zijn gezet, maar Expectations heeft nog veel meer te bieden. Zo vertellen de songs niet alleen mooie persoonlijke verhalen, maar zijn het ook songs die zich makkelijk opdringen en die absoluut in de smaak zullen vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Binnen deze Amerikaanse rootsmuziek legt Katie Pruitt zichzelf geen beperkingen op. Ze kan uit de voeten met ingetogen folksongs, maar kan ook soulvol klinken, kiezen voor net wat steviger werk of opschuiven richting gloedvolle pop met een randje Stevie Nicks.
De songs van Katie Pruitt klinken niet alleen veelzijdig, maar zijn ook bijzonder fraai ingekleurd door een flink aantal muzikanten, die met zijn allen flink wat instrumenten uit de kast trekken, waaronder ook de nodige strijkers.
Het fraaie geluid op Expectations verraadt de hand van een gelouterde Nashville producer, maar Katie Pruitt tekende vooral zelf voor de productie van haar debuutalbum, wat dit debuutalbum nog wat meer glans geeft. Expectations is tenslotte ook nog eens een album dat aan kracht wint wanneer je het vaker hoort. Dat we hier te maken hebben met een onbetwiste krent uit de pop zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Katie Pruitt - Mantras (2024)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2024, 18:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie Pruitt - Mantras - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Pruitt - Mantras
Mantras van Katie Pruitt lijkt in eerste instantie een flinke koerswijziging te laten horen, maar ook het tweede album van de Amerikaanse muzikante is uiteindelijk een Amerikaans rootsalbum van hoge kwaliteit
In een van de drukste releaseweken van het jaar kwam het tweede album van Katie Pruitt bij mij op de verkeerde stapel terecht, terwijl ik haar een kleine vier jaar geleden toch schaarde onder de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek. Mantras gaat in eerste instantie wat meer de kant van de pop en rock op, maar uiteindelijk belandt Katie Pruitt toch weer op het oude nest en maakt ze Amerikaanse rootsmuziek van hoog niveau. De jonge muzikante uit Nashville laat ook op Mantras horen dat ze een uitstekende zangeres en een getalenteerd songwriter is en door de persoonlijke teksten is het album bovendien voorzien van flink wat emotionele lading.
Expectations, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Katie Pruitt, verscheen aan het begin van 2020, vlak voordat de coronapandemie de wereld, en zeker ook de muziekindustrie, lam legde. Ik ontdekte het album zelf pas in de herfst van het betreffende jaar en was flink onder de indruk van de muzikale verrichtingen van de jonge muzikante uit Nashville, Tennessee.
Op Expectations ging Katie Pruitt de confrontatie aan met haar jeugd, die zeker niet makkelijk was. Ze groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Georgia, waarin haar seksuele geaardheid niet werd geaccepteerd, wat veel strijd en onzekerheid opleverde. Het zorgde voor een serie zeer persoonlijke en ook emotionele songs, die door Katie Pruitt met veel gevoel en met een zeer aansprekende stem werden vertolkt.
In vocaal opzicht maakte de Amerikaanse muzikante heel makkelijk indruk en dat deed ze ook met haar songs, die zich vooral binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek begaven, al was Expectations ook niet vies van een randje pop. Het album viel ook nog eens op door een hele mooie productie, die de hand van een gelouterde Nashville producer verraadde, maar die voor een belangrijk deel van Katie Pruitt zelf bleek.
Genoeg redenen dus om de jonge Amerikaanse muzikante te scharen onder de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek. Dat was ik niet vergeten toen onlangs het tweede album van Katie Pruitt verscheen. Mantras verscheen in een van de drukste releaseweken van 2024, waardoor ik heel snel een oordeel moest vormen over het tweede album van Katie Pruitt en dat pakte helaas niet goed uit.
Mantras opent met een paar tracks die flink zijn opgeschoven richting pop en rock en het is, zeker op het eerste gehoor, het soort radiovriendelijke pop en rock dat in de VS in grote aantallen wordt gemaakt, waardoor de nieuwe songs van Katie Pruitt wat anoniem klonken. Mantras verdween daarom op de stapel, maar ik was de enorme belofte van het debuutalbum van Katie Pruitt nog niet vergeten.
Ik heb het tweede album van de muzikante uit Nashville daarom nog een nieuwe kans gegeven in een rustigere releaseweek en uiteindelijk ben ik toch wel onder de indruk geraakt van het tweede album van Katie Pruitt. Het is een album dat in een aantal tracks en zeker aan het begin van het album wat doorslaat richting pop, maar Mantras bevat ook flink wat songs die de Amerikaanse rootsmuziek stevig omarmen.
In die laatste songs maakt Katie Pruitt de belofte van haar debuut makkelijk waar. De muzikante uit Nashville zingt nog mooier dan op haar debuutalbum en heeft wederom zeer persoonlijke songs gepend over de trauma's uit haar jeugd en haar worsteling met religie in het algemeen en het zijn songs die ze met veel gevoel vertolkt.
Het klinkt soms wat gepolijster dan op het debuutalbum, maar zeker de meer ingetogen songs op het album en met name de songs die aansluiten bij de Amerikaanse rootsmuziek klinken puur en oprecht en maken indruk door warme klanken en de hele mooie stem van Katie Pruitt. Het album is bovendien prachtig geproduceerd door Collin Pastore en Jake Finch, die we ook kennen van boygenius.
Ik blijf me wat verbazen over de wat ongelukkige tracklist, die mij in ieder geval op het verkeerde been heeft gezet en dat zal niet alleen voor mij gelden. Begin echter een keer bij de derde of vierde track en je hoort een totaal ander en wat mij betreft toch weer ijzersterk album van de absoluut talentvolle Katie Pruitt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie Pruitt - Mantras - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie Pruitt - Mantras
Mantras van Katie Pruitt lijkt in eerste instantie een flinke koerswijziging te laten horen, maar ook het tweede album van de Amerikaanse muzikante is uiteindelijk een Amerikaans rootsalbum van hoge kwaliteit
In een van de drukste releaseweken van het jaar kwam het tweede album van Katie Pruitt bij mij op de verkeerde stapel terecht, terwijl ik haar een kleine vier jaar geleden toch schaarde onder de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek. Mantras gaat in eerste instantie wat meer de kant van de pop en rock op, maar uiteindelijk belandt Katie Pruitt toch weer op het oude nest en maakt ze Amerikaanse rootsmuziek van hoog niveau. De jonge muzikante uit Nashville laat ook op Mantras horen dat ze een uitstekende zangeres en een getalenteerd songwriter is en door de persoonlijke teksten is het album bovendien voorzien van flink wat emotionele lading.
Expectations, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Katie Pruitt, verscheen aan het begin van 2020, vlak voordat de coronapandemie de wereld, en zeker ook de muziekindustrie, lam legde. Ik ontdekte het album zelf pas in de herfst van het betreffende jaar en was flink onder de indruk van de muzikale verrichtingen van de jonge muzikante uit Nashville, Tennessee.
Op Expectations ging Katie Pruitt de confrontatie aan met haar jeugd, die zeker niet makkelijk was. Ze groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Georgia, waarin haar seksuele geaardheid niet werd geaccepteerd, wat veel strijd en onzekerheid opleverde. Het zorgde voor een serie zeer persoonlijke en ook emotionele songs, die door Katie Pruitt met veel gevoel en met een zeer aansprekende stem werden vertolkt.
In vocaal opzicht maakte de Amerikaanse muzikante heel makkelijk indruk en dat deed ze ook met haar songs, die zich vooral binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek begaven, al was Expectations ook niet vies van een randje pop. Het album viel ook nog eens op door een hele mooie productie, die de hand van een gelouterde Nashville producer verraadde, maar die voor een belangrijk deel van Katie Pruitt zelf bleek.
Genoeg redenen dus om de jonge Amerikaanse muzikante te scharen onder de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek. Dat was ik niet vergeten toen onlangs het tweede album van Katie Pruitt verscheen. Mantras verscheen in een van de drukste releaseweken van 2024, waardoor ik heel snel een oordeel moest vormen over het tweede album van Katie Pruitt en dat pakte helaas niet goed uit.
Mantras opent met een paar tracks die flink zijn opgeschoven richting pop en rock en het is, zeker op het eerste gehoor, het soort radiovriendelijke pop en rock dat in de VS in grote aantallen wordt gemaakt, waardoor de nieuwe songs van Katie Pruitt wat anoniem klonken. Mantras verdween daarom op de stapel, maar ik was de enorme belofte van het debuutalbum van Katie Pruitt nog niet vergeten.
Ik heb het tweede album van de muzikante uit Nashville daarom nog een nieuwe kans gegeven in een rustigere releaseweek en uiteindelijk ben ik toch wel onder de indruk geraakt van het tweede album van Katie Pruitt. Het is een album dat in een aantal tracks en zeker aan het begin van het album wat doorslaat richting pop, maar Mantras bevat ook flink wat songs die de Amerikaanse rootsmuziek stevig omarmen.
In die laatste songs maakt Katie Pruitt de belofte van haar debuut makkelijk waar. De muzikante uit Nashville zingt nog mooier dan op haar debuutalbum en heeft wederom zeer persoonlijke songs gepend over de trauma's uit haar jeugd en haar worsteling met religie in het algemeen en het zijn songs die ze met veel gevoel vertolkt.
Het klinkt soms wat gepolijster dan op het debuutalbum, maar zeker de meer ingetogen songs op het album en met name de songs die aansluiten bij de Amerikaanse rootsmuziek klinken puur en oprecht en maken indruk door warme klanken en de hele mooie stem van Katie Pruitt. Het album is bovendien prachtig geproduceerd door Collin Pastore en Jake Finch, die we ook kennen van boygenius.
Ik blijf me wat verbazen over de wat ongelukkige tracklist, die mij in ieder geval op het verkeerde been heeft gezet en dat zal niet alleen voor mij gelden. Begin echter een keer bij de derde of vierde track en je hoort een totaal ander en wat mij betreft toch weer ijzersterk album van de absoluut talentvolle Katie Pruitt. Erwin Zijleman
Katie Von Schleicher - Consummation (2020)

4,0
0
geplaatst: 28 mei 2020, 15:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katie von Schleicher - Consummation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie von Schleicher - Consummation
Katie von Schleicher overtuigde mij nog niet heel erg met haar vorige album, maar zet nu een flinke stap met een album dat wel vol staat met avontuurlijke maar ook memorabele popliedjes
Aan jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indie segment hebben we momenteel zeker geen gebrek, dus probeer maar eens op te vallen. Katie von Schleicher viel zeker op met haar vorige album, maar dat rammelde me uiteindelijk net wat te veel en bevatte bovendien te weinig goede songs. Met Consummation zet de singer-songwriter uit New York echter een flinke stap. Het album klinkt veel beter dan zijn voorganger, rammelt minder en bevat veel betere songs. Het zijn gelukkig nog altijd songs die het avontuur opzoeken en die durven te experimenteren. Het levert een album op dat de grauwe middelmaat in het genre ruimschoots overstijgt.
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters zit momenteel zo vol dat zelfs ik, als groot liefhebber van het genre, er lang niet alles meer uit vis. Voor de vanuit Brooklyn, New York, opererende Katie von Schleicher maak ik dit keer echter graag een uitzondering, want met Consummation heeft ze een verrassend en sterk album afgeleverd.
Consummation is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de New Yorkse muzikante. Drie jaar geleden leverde ze met Shitty Hits een album af dat me net wat teveel rammelde en waarop ik uiteindelijk vooral de memorabele songs mistte. Vanwege deze ervaring zou ik Consummation normaal gesproken hebben laten liggen, maar de volgende quote van Allmusic.com maakte me onmiddellijk nieuwsgierig naar de nieuwe muziek van Katie von Schleicher: “the breathy force and ambitious sweep of her phrasing and her multiple overdubbed harmonies suggest this is what Kate Bush could have sounded like had she been an Brooklyn indie rocker born in the 1990s”.
Het is een mooie maar uiteindelijk vrij onzinnige quote, al doet Consummation me inderdaad af en toe aan Kate Bush denken (maar veel vaker niet). Vergeleken met voorganger Shitty Hits zet de muzikante uit New York echter een reuzenstap. Waar deze voorganger opviel door een zeer matige geluidskwaliteit, een wat te hoog rammelgehalte en een chronisch gebrek aan aansprekende songs, zijn deze drie zaken op Consummation dik in orde.
Katie von Schleicher levert dit keer een fraai klinkend album op vol songs die wel wat invloeden uit de lo-fi bevatten, maar die maar veel beter zijn uitgewerkt dan die op het vorige album en het debuut van Katie von Schleicher (dat in 2015 op cassette (!) werd uitgebracht). Het levert een serie songs op waarvan ik de meeste wel als memorabel durf te bestempelen.
De New Yorkse muzikante heeft veel van haar songs voorzien van een atmosferisch aandoend elektronisch klankentapijt, maar het album bevat ook een aantal songs waarin elementen van rechttoe rechtaan gitaarsongs zijn verwerkt. Het is een instrumentatie die af en toe een aantal decennia terug in de tijd lijkt te springen, al is de muziek van Katie von Schleicher ook zeker als eigentijds te karakteriseren.
Het is knap hoe de Amerikaanse muzikante de lo-fi invloeden van haar vorige album en het avontuur op dit album heeft weten te behouden, maar op hetzelfde moment een mooier en beter uitgewerkt geluid creëert. Consummation valt op door bijzondere arrangementen, maar perfect hoeft het nooit te zijn. Het album valt verder op door aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die de fantasie prikkelen en die hier en daar flink van de hak op de tak springen.
Ik durf zeker niet te beweren dat Kate Bush had geklonken als Katie von Schleicher als ze een aantal decennia later en niet op het Britse platteland maar in New York was geboren, maar ik hoor wel dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter haar Kate Bush klassiekers kent en dat ze net als Kate Bush in haar jonge jaren muziek maakt die durft te verrassen. Ik vind zeker niet alles goed op Consummation, want Katie von Schleicher springt wel eens een tak te ver, maar waar ik haar vorige album vrij snel terzijde schoof, blijkt dit album maar terugkeren uit de speakers. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katie von Schleicher - Consummation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katie von Schleicher - Consummation
Katie von Schleicher overtuigde mij nog niet heel erg met haar vorige album, maar zet nu een flinke stap met een album dat wel vol staat met avontuurlijke maar ook memorabele popliedjes
Aan jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indie segment hebben we momenteel zeker geen gebrek, dus probeer maar eens op te vallen. Katie von Schleicher viel zeker op met haar vorige album, maar dat rammelde me uiteindelijk net wat te veel en bevatte bovendien te weinig goede songs. Met Consummation zet de singer-songwriter uit New York echter een flinke stap. Het album klinkt veel beter dan zijn voorganger, rammelt minder en bevat veel betere songs. Het zijn gelukkig nog altijd songs die het avontuur opzoeken en die durven te experimenteren. Het levert een album op dat de grauwe middelmaat in het genre ruimschoots overstijgt.
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters zit momenteel zo vol dat zelfs ik, als groot liefhebber van het genre, er lang niet alles meer uit vis. Voor de vanuit Brooklyn, New York, opererende Katie von Schleicher maak ik dit keer echter graag een uitzondering, want met Consummation heeft ze een verrassend en sterk album afgeleverd.
Consummation is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de New Yorkse muzikante. Drie jaar geleden leverde ze met Shitty Hits een album af dat me net wat teveel rammelde en waarop ik uiteindelijk vooral de memorabele songs mistte. Vanwege deze ervaring zou ik Consummation normaal gesproken hebben laten liggen, maar de volgende quote van Allmusic.com maakte me onmiddellijk nieuwsgierig naar de nieuwe muziek van Katie von Schleicher: “the breathy force and ambitious sweep of her phrasing and her multiple overdubbed harmonies suggest this is what Kate Bush could have sounded like had she been an Brooklyn indie rocker born in the 1990s”.
Het is een mooie maar uiteindelijk vrij onzinnige quote, al doet Consummation me inderdaad af en toe aan Kate Bush denken (maar veel vaker niet). Vergeleken met voorganger Shitty Hits zet de muzikante uit New York echter een reuzenstap. Waar deze voorganger opviel door een zeer matige geluidskwaliteit, een wat te hoog rammelgehalte en een chronisch gebrek aan aansprekende songs, zijn deze drie zaken op Consummation dik in orde.
Katie von Schleicher levert dit keer een fraai klinkend album op vol songs die wel wat invloeden uit de lo-fi bevatten, maar die maar veel beter zijn uitgewerkt dan die op het vorige album en het debuut van Katie von Schleicher (dat in 2015 op cassette (!) werd uitgebracht). Het levert een serie songs op waarvan ik de meeste wel als memorabel durf te bestempelen.
De New Yorkse muzikante heeft veel van haar songs voorzien van een atmosferisch aandoend elektronisch klankentapijt, maar het album bevat ook een aantal songs waarin elementen van rechttoe rechtaan gitaarsongs zijn verwerkt. Het is een instrumentatie die af en toe een aantal decennia terug in de tijd lijkt te springen, al is de muziek van Katie von Schleicher ook zeker als eigentijds te karakteriseren.
Het is knap hoe de Amerikaanse muzikante de lo-fi invloeden van haar vorige album en het avontuur op dit album heeft weten te behouden, maar op hetzelfde moment een mooier en beter uitgewerkt geluid creëert. Consummation valt op door bijzondere arrangementen, maar perfect hoeft het nooit te zijn. Het album valt verder op door aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die de fantasie prikkelen en die hier en daar flink van de hak op de tak springen.
Ik durf zeker niet te beweren dat Kate Bush had geklonken als Katie von Schleicher als ze een aantal decennia later en niet op het Britse platteland maar in New York was geboren, maar ik hoor wel dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter haar Kate Bush klassiekers kent en dat ze net als Kate Bush in haar jonge jaren muziek maakt die durft te verrassen. Ik vind zeker niet alles goed op Consummation, want Katie von Schleicher springt wel eens een tak te ver, maar waar ik haar vorige album vrij snel terzijde schoof, blijkt dit album maar terugkeren uit de speakers. Erwin Zijleman
Katja Kruit - Live a Little More (2023)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2023, 17:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katja Kruit - Live A Little More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katja Kruit - Live A Little More
Katja Kruit laat op haar debuutalbum Live A Little More horen dat een uitstekend country en bluegrass album echt niet alleen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten kan worden gemaakt
2023 leverde al veel mooie countryalbums op, maar op de valreep komt er nog een bij. Ook dit jaar kwamen de meeste goede countryalbums uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar Katja Kruit komt uit Delft. Met Live A Little More heeft de Nederlandse muzikante echt een prima countryalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door fraai snarenwerk, met een hoofdrol voor de dobro en lap steel van Katja Kruit, maar ook de zang van de Nederlandse singer-songwriter mag er zijn. En omdat Live A Little More ook nog eens een serie fraaie songs bevat kan Katja Kruit de internationale concurrentie wat mij betreft best aan. Een aangename verrassing in de laatste weken van 2023.
Dat goede countrymuziek niet alleen binnen de stadsgrenzen van Nashville, Tennessee, wordt gemaakt is algemeen bekend, maar countrymuziek uit Delft ben ik volgens mij nog niet eerder tegengekomen. Delft is de thuisbasis van de Nederlandse singer-songwriter Katja Kruit, die deze week haar debuutalbum Live A Little More heeft afgeleverd.
Katja Kruit heeft Amerikaanse wortels en al sinds haar jeugd een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Die liefde werd vergroot toen ze in de Verenigde Staten een aantal workshops volgde om het bespelen van de dobro onder de knie te krijgen, waarbij ze onder andere dobro legende Jerry Douglas tegen het lijf liep.
Tijdens de leegte van de coronapandemie schreef de Nederlandse muzikante een flinke serie songs, waarvan er dertien zijn terecht gekomen op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat me zeer aangenaam heeft verrast en Katja Kruit wat mij betreft op de kaart zet als smaakmaker binnen de Nederlandse country scene.
Live A Little More maakt om te beginnen indruk met een mooi en authentiek klinkend rootsgeluid. Katja Kruit blijft ver weg van de wat gladde Nashville countrypop en eert op haar debuutalbum de tradities van de countrymuziek, met hier en daar wat uitstapjes richting bluegrass en af en toe een vleugje blues.
Het geluid van de Nederlandse muzikante wordt gedomineerd door snareninstrumenten, met een hoofdrol voor de dobro en de lap steel van Katja Kruit zelf. Het geluid op Live A Little More wordt vervolgens verrijkt met akoestische en elektrische gitaren, mandoline, piano, viool, contrabas en drums. Het is een geluid zonder opsmuk, maar door de bijdragen van nogal wat snareninstrumenten en het resonerende geluid van de dobro en de lap steel klinkt het debuutalbum van Katja Kruit aangenaam warm.
In muzikaal opzicht sluit het debuutalbum van de muzikante uit Delft naadloos aan bij de authentieke country en bluegrass zoals die in het zuiden van de Verenigde Staten wordt gemaakt en dat doet Katja Kruit ook met haar zang. De stem van Katja Kruit leent zich uitstekend voor de countrymuziek die ze maakt op haar eerste album. Het is een stem die krachtig en gloedvol kan klinken, maar er klinkt ook flink wat emotie door in de zang, wat de songs op Live A Little More voorziet van een puur en oprecht karakter.
Met de songs hebben we nog een sterk punt van het debuutalbum van de Nederlandse muzikante te pakken. Katja Kruit schreef het merendeel van de songs op het album in een tijd waarin de coronapandemie flink wat beperkingen oplegde, wat een serie persoonlijke songs heeft opgeleverd.
Zeker in de wat melancholisch aandoende songs versterken de stem van Katja Kruit en het geweldige snarenwerk op het album elkaar op zeer fraaie wijze en doet de muzikante uit Delft met haar debuutalbum niet onder voor de betere countryalbums die dit jaar in de Verenigde Staten werden gemaakt.
Eind november een album uitbrengen is meestal niet de handigste zet, maar het biedt Katja Kruit de kans om wat makkelijker aandacht te trekken nu de spoeling relatief dun is. Hopelijk zijn liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en countrymuziek en bluegrass in het bijzonder nog bij de les aan het einde van het jaar, want Live A Little More van Katja Kruit is een album dat ze echt niet willen missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katja Kruit - Live A Little More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katja Kruit - Live A Little More
Katja Kruit laat op haar debuutalbum Live A Little More horen dat een uitstekend country en bluegrass album echt niet alleen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten kan worden gemaakt
2023 leverde al veel mooie countryalbums op, maar op de valreep komt er nog een bij. Ook dit jaar kwamen de meeste goede countryalbums uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar Katja Kruit komt uit Delft. Met Live A Little More heeft de Nederlandse muzikante echt een prima countryalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door fraai snarenwerk, met een hoofdrol voor de dobro en lap steel van Katja Kruit, maar ook de zang van de Nederlandse singer-songwriter mag er zijn. En omdat Live A Little More ook nog eens een serie fraaie songs bevat kan Katja Kruit de internationale concurrentie wat mij betreft best aan. Een aangename verrassing in de laatste weken van 2023.
Dat goede countrymuziek niet alleen binnen de stadsgrenzen van Nashville, Tennessee, wordt gemaakt is algemeen bekend, maar countrymuziek uit Delft ben ik volgens mij nog niet eerder tegengekomen. Delft is de thuisbasis van de Nederlandse singer-songwriter Katja Kruit, die deze week haar debuutalbum Live A Little More heeft afgeleverd.
Katja Kruit heeft Amerikaanse wortels en al sinds haar jeugd een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Die liefde werd vergroot toen ze in de Verenigde Staten een aantal workshops volgde om het bespelen van de dobro onder de knie te krijgen, waarbij ze onder andere dobro legende Jerry Douglas tegen het lijf liep.
Tijdens de leegte van de coronapandemie schreef de Nederlandse muzikante een flinke serie songs, waarvan er dertien zijn terecht gekomen op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat me zeer aangenaam heeft verrast en Katja Kruit wat mij betreft op de kaart zet als smaakmaker binnen de Nederlandse country scene.
Live A Little More maakt om te beginnen indruk met een mooi en authentiek klinkend rootsgeluid. Katja Kruit blijft ver weg van de wat gladde Nashville countrypop en eert op haar debuutalbum de tradities van de countrymuziek, met hier en daar wat uitstapjes richting bluegrass en af en toe een vleugje blues.
Het geluid van de Nederlandse muzikante wordt gedomineerd door snareninstrumenten, met een hoofdrol voor de dobro en de lap steel van Katja Kruit zelf. Het geluid op Live A Little More wordt vervolgens verrijkt met akoestische en elektrische gitaren, mandoline, piano, viool, contrabas en drums. Het is een geluid zonder opsmuk, maar door de bijdragen van nogal wat snareninstrumenten en het resonerende geluid van de dobro en de lap steel klinkt het debuutalbum van Katja Kruit aangenaam warm.
In muzikaal opzicht sluit het debuutalbum van de muzikante uit Delft naadloos aan bij de authentieke country en bluegrass zoals die in het zuiden van de Verenigde Staten wordt gemaakt en dat doet Katja Kruit ook met haar zang. De stem van Katja Kruit leent zich uitstekend voor de countrymuziek die ze maakt op haar eerste album. Het is een stem die krachtig en gloedvol kan klinken, maar er klinkt ook flink wat emotie door in de zang, wat de songs op Live A Little More voorziet van een puur en oprecht karakter.
Met de songs hebben we nog een sterk punt van het debuutalbum van de Nederlandse muzikante te pakken. Katja Kruit schreef het merendeel van de songs op het album in een tijd waarin de coronapandemie flink wat beperkingen oplegde, wat een serie persoonlijke songs heeft opgeleverd.
Zeker in de wat melancholisch aandoende songs versterken de stem van Katja Kruit en het geweldige snarenwerk op het album elkaar op zeer fraaie wijze en doet de muzikante uit Delft met haar debuutalbum niet onder voor de betere countryalbums die dit jaar in de Verenigde Staten werden gemaakt.
Eind november een album uitbrengen is meestal niet de handigste zet, maar het biedt Katja Kruit de kans om wat makkelijker aandacht te trekken nu de spoeling relatief dun is. Hopelijk zijn liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en countrymuziek en bluegrass in het bijzonder nog bij de les aan het einde van het jaar, want Live A Little More van Katja Kruit is een album dat ze echt niet willen missen. Erwin Zijleman
Katy J Pearson - Return (2020)

4,0
0
geplaatst: 20 november 2020, 16:10 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katy J Pearson - Return - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy J Pearson - Return
Katy J Pearson verrast met een veelzijdig en prachtig ingekleurd geluid en met songs die direct blijven hangen, maar de meeste indruk maakt de Britse muzikante met haar heerlijke stem
Katy J Pearson draait al een aantal jaren mee, maar de muziek die ze samen met haar broer maakte was me nog niet opgevallen. Haar solodebuut is echter een voltreffer. Enerzijds vanwege de bonte mix aan invloeden en de al even bonte instrumentatie en anderzijds vanwege haar geweldige stem. En omdat Return ook nog eens vol staat met bijzonder lekker in het gehoor liggende en knap in elkaar stekende popsongs is het solodebuut van Katy J Pearson een album dat alleen maar leuker wordt. Het is een overvolle vijver waar de Britse muzikante in zit, maar dit sprankelende en verslavende debuut zou ik er zeker uit pikken. Katy J Pearson, onthouden die naam.
Return is het solodebuut van de Britse muzikante Katy J Pearson, die eerder samen met haar broer Rob het duo Ardyn vormde. Ardyn kwam uiteindelijk tot drie EP’s en is me eerlijk gezegd nooit opgevallen. Het solodebuut van Katy J Pearson deed dat wel direct en goed ook. De muzikante uit het Britse Bristol heeft een bijzonder aangenaam album afgeleverd en het is ook een album van hoge kwaliteit.
Het is een album dat allereerst opvalt door een enorme veelzijdigheid. Katy J Pearson kan uit de voeten met ingetogen en voorzichtig traditioneel aandoende folk en is niet vies van een snufje country, maar ze heeft ook een goed gevoel voor pop en rock. Het is pop die herinnert aan de hoogtijdagen van Fleetwood Mac, al is het maar omdat je soms een vleugje Stevie Nicks hoort in de stem van de Britse muzikante, maar wanneer de instrumentatie een flink stuk voller en ook wat zoeter wordt door de inzet van strijkers en blazers, verrast Return ook met indie-pop van het soort dat Belle & Sebastian maakt. In een aantal songs blijft Katy J Pearson binnen de genoemde individuele hokjes, maar in een aantal anders songs smeedt ze alles aan elkaar.
Een veelzijdig album vraagt om een veelzijdige instrumentatie en die krijg je op Return. Het debuutalbum schiet in muzikaal opzicht alle kanten op, maar Katy J Pearson komt er mee weg. Dat heeft ook te maken met haar stem, die al net zo veelzijdig is. De Britse muzikanten kan een folky songs prachtig ingetogen vertolken, maar in de veel bonter ingekleurde songs kan ze het ook geweldig uitschreeuwen. Haar stem is absoluut het sterkste wapen van Katy J Pearson, want met name door die stem hang ik iedere keer weer 10 songs en 40 minuten lang aan de lippen van de Britse muzikante.
Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters worden de afgelopen jaren enorm verwend, maar het gevaar van overdaad ligt op de loer en overdaad schaadt. Katy J Pearson houdt zich, ondanks alles dat er al is, makkelijk staande. Return is een album vol met aansprekende popliedjes die hun klassiekers kennen, maar die ook fris en eigentijds klinken.
Het zijn popliedjes die al even aansprekend zijn ingekleurd op een bijzonder trefzeker geproduceerd album. Voor deze productie tekent overigens Ali Chant, die eerder werkte met onder andere Ali Chant PJ Harvey en Perfume Genius.
En als er dan nog twijfel is, neemt de muzikante uit Bristol die onmiddellijk weg met haar heerlijke stem waarin ik Julia Jacklin, Belinda Carlisle, Stevie Nicks en ook steeds meer Kate Bush hoor. In eerste instantie vond ik Return vooral een erg lekker album, dat een goed tegenwicht vormde voor al die sombere herfstalbums, maar hoe vaker ik naar het solodebuut van Katy J Pearson luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Return niet alleen een erg lekker, maar ook een bijzonder knap album is.
Katy J Pearson smeedt op dit bijzonder knappe album van alles aan elkaar tot een aangenaam maar ook eigenzinnig eigen geluid, dat in alle opzichten een fraai rapportcijfer verdiend. De totaalscore valt nog wat hoger uit, want Return is nog net wat meer dan de som der delen. Ik lees er nog veel te weinig over, maar dit heerlijke maar ook in kwalitatief hoogstaande debuut verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katy J Pearson - Return - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy J Pearson - Return
Katy J Pearson verrast met een veelzijdig en prachtig ingekleurd geluid en met songs die direct blijven hangen, maar de meeste indruk maakt de Britse muzikante met haar heerlijke stem
Katy J Pearson draait al een aantal jaren mee, maar de muziek die ze samen met haar broer maakte was me nog niet opgevallen. Haar solodebuut is echter een voltreffer. Enerzijds vanwege de bonte mix aan invloeden en de al even bonte instrumentatie en anderzijds vanwege haar geweldige stem. En omdat Return ook nog eens vol staat met bijzonder lekker in het gehoor liggende en knap in elkaar stekende popsongs is het solodebuut van Katy J Pearson een album dat alleen maar leuker wordt. Het is een overvolle vijver waar de Britse muzikante in zit, maar dit sprankelende en verslavende debuut zou ik er zeker uit pikken. Katy J Pearson, onthouden die naam.
Return is het solodebuut van de Britse muzikante Katy J Pearson, die eerder samen met haar broer Rob het duo Ardyn vormde. Ardyn kwam uiteindelijk tot drie EP’s en is me eerlijk gezegd nooit opgevallen. Het solodebuut van Katy J Pearson deed dat wel direct en goed ook. De muzikante uit het Britse Bristol heeft een bijzonder aangenaam album afgeleverd en het is ook een album van hoge kwaliteit.
Het is een album dat allereerst opvalt door een enorme veelzijdigheid. Katy J Pearson kan uit de voeten met ingetogen en voorzichtig traditioneel aandoende folk en is niet vies van een snufje country, maar ze heeft ook een goed gevoel voor pop en rock. Het is pop die herinnert aan de hoogtijdagen van Fleetwood Mac, al is het maar omdat je soms een vleugje Stevie Nicks hoort in de stem van de Britse muzikante, maar wanneer de instrumentatie een flink stuk voller en ook wat zoeter wordt door de inzet van strijkers en blazers, verrast Return ook met indie-pop van het soort dat Belle & Sebastian maakt. In een aantal songs blijft Katy J Pearson binnen de genoemde individuele hokjes, maar in een aantal anders songs smeedt ze alles aan elkaar.
Een veelzijdig album vraagt om een veelzijdige instrumentatie en die krijg je op Return. Het debuutalbum schiet in muzikaal opzicht alle kanten op, maar Katy J Pearson komt er mee weg. Dat heeft ook te maken met haar stem, die al net zo veelzijdig is. De Britse muzikanten kan een folky songs prachtig ingetogen vertolken, maar in de veel bonter ingekleurde songs kan ze het ook geweldig uitschreeuwen. Haar stem is absoluut het sterkste wapen van Katy J Pearson, want met name door die stem hang ik iedere keer weer 10 songs en 40 minuten lang aan de lippen van de Britse muzikante.
Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters worden de afgelopen jaren enorm verwend, maar het gevaar van overdaad ligt op de loer en overdaad schaadt. Katy J Pearson houdt zich, ondanks alles dat er al is, makkelijk staande. Return is een album vol met aansprekende popliedjes die hun klassiekers kennen, maar die ook fris en eigentijds klinken.
Het zijn popliedjes die al even aansprekend zijn ingekleurd op een bijzonder trefzeker geproduceerd album. Voor deze productie tekent overigens Ali Chant, die eerder werkte met onder andere Ali Chant PJ Harvey en Perfume Genius.
En als er dan nog twijfel is, neemt de muzikante uit Bristol die onmiddellijk weg met haar heerlijke stem waarin ik Julia Jacklin, Belinda Carlisle, Stevie Nicks en ook steeds meer Kate Bush hoor. In eerste instantie vond ik Return vooral een erg lekker album, dat een goed tegenwicht vormde voor al die sombere herfstalbums, maar hoe vaker ik naar het solodebuut van Katy J Pearson luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Return niet alleen een erg lekker, maar ook een bijzonder knap album is.
Katy J Pearson smeedt op dit bijzonder knappe album van alles aan elkaar tot een aangenaam maar ook eigenzinnig eigen geluid, dat in alle opzichten een fraai rapportcijfer verdiend. De totaalscore valt nog wat hoger uit, want Return is nog net wat meer dan de som der delen. Ik lees er nog veel te weinig over, maar dit heerlijke maar ook in kwalitatief hoogstaande debuut verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
Katy J Pearson - Sound of the Morning (2022)

4,0
0
geplaatst: 13 juli 2022, 13:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katy J Pearson - Sound Of The Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy J Pearson - Sound Of The Morning
Katy J Pearson debuteerde aan het eind van 2020 veelbelovend met Return, maar maakt de belofte meer dan waar op het alle kanten op springende maar toch ook consistent klinkende Sound Of The Morning
Ik was anderhalf jaar geleden zeer te spreken over het debuutalbum van Katy J Pearson, die niet alleen indruk maakte met lekker in het gehoor liggende en veelzijdige songs, maar bovendien indruk maakte met haar karakteristieke stem. De Britse muzikante keert deze week terug met Sound Of The Morning, dat ik nog wat hogere aan sla dan het in eigen land terecht bejubelde Return. Op haar tweede album maakt Katy J Pearson wederom makkelijk indruk met haar stem, maar ook met de kwaliteit van de songs is weer niets mis en deze songs zijn bovendien nog wat diverser dan die op het debuutalbum, wat van Sound Of The Morning een bonte maar toch consistente lappendeken maakt.
De Britse muzikante Katy J Pearson leverde aan het eind van 2020 een bijzonder aangenaam en verrassend veelzijdig debuutalbum af, dat, zeker in Nederland, helaas niet zo breed werd opgepakt als het album had verdiend. Deze week keert de muzikante uit Bristol, die in eigen land overigens wel succesvol aan de weg timmerde, terug met haar tweede album.
Op haar debuutalbum Return maakte Katy J Pearson indruk met popsongs die meerdere kanten op schoten, maar toch vooral herinnerden aan popmuziek uit de jaren 70, maar de meeste aandacht trok ze met haar aangename stem, die associaties opriep met een aantal grootheden uit dit decennium, met Stevie Nicks en Dolly Parton als meest genoemde namen.
Katy J Pearson pakte de draad na de corona lockdowns weer op en deed dit keer niet alleen een beroep op producer Ali Chant, maar rekruteerde ook Dan Carey (Fontaines D.C.) voor een plekje achter de knoppen. Laatstgenoemde voorziet het nieuwe album van de Britse muzikante hier en daar van een voorzichtige postpunk injectie, maar Sound Of The Morning is net als zijn voorganger een bonte lappendeken.
Op haar nieuwe album klinkt de muziek van Katy J Pearson nog wat veelzijdiger dan op haar debuutalbum, maar ook op Sound Of The Morning trekt de Britse muzikante de meeste aandacht met haar stem. Het is een stem die uitnodigt tot het noemen van vergelijkingsmateriaal, maar uiteindelijk houdt geen enkele naam lang stand, waardoor ik concludeer dat Katy J Pearson vooral klinkt als zichzelf, met hooguit een vleugje Stevie Nicks. Ik ben zelf weer zeer onder de indruk van de zang op Sound Of The Morning, maar waarschijnlijk zal niet iedereen vallen voor de vocale charmes van de muzikante uit Bristol.
Net als op Return heeft Katy J Pearson nog veel meer te bieden dan een goede stem. De kwaliteit van de songs tilde haar debuutalbum een flink stuk op en wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs legt Sound Of The Morning de lat alleen maar hoger. Het is knap hoe Katy J Pearson een folky song die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 of 70 kan afwisselen met een groots klinkende popsong met een vleugje postpunk zonder teveel van de hak op de tak te springen en dat houdt de Britse muzikante een album lang vol.
Sound Of The Morning bestrijkt een nog breder palet aan stijlen en put uit meerdere decennia popmuziek, maar het is desondanks een consistent klinkend album, mede door de karakteristieke stem van de Britse muzikante. Folk, Americana, Californische pop, postpunk, rock, synthpop en popmuziek met een hoofdletter P; het komt allemaal voorbij op het fraaie nieuwe album van Katy J Pearson, dat ook zeer geschikt is als soundtrack voor misschien net wat te warme zomerdagen.
Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de uitstekende songs en de geweldige stem van de Britse muzikante, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is Sound Of The Morning een uitstekend album. Ook in de productie en in het instrumentarium worden uiteenlopende keuzes gemaakt, maar alles wordt perfect ingepast in het typische Katy J Pearson geluid.
Voorganger Return kreeg in Nederland echt veel te weinig aandacht, maar het wat mij betreft nog betere Sound Of The Morning verdient een veel beter lot, al zal dit met een release op de dag dat de zomervakantie is gestart mogelijk lastig worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katy J Pearson - Sound Of The Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy J Pearson - Sound Of The Morning
Katy J Pearson debuteerde aan het eind van 2020 veelbelovend met Return, maar maakt de belofte meer dan waar op het alle kanten op springende maar toch ook consistent klinkende Sound Of The Morning
Ik was anderhalf jaar geleden zeer te spreken over het debuutalbum van Katy J Pearson, die niet alleen indruk maakte met lekker in het gehoor liggende en veelzijdige songs, maar bovendien indruk maakte met haar karakteristieke stem. De Britse muzikante keert deze week terug met Sound Of The Morning, dat ik nog wat hogere aan sla dan het in eigen land terecht bejubelde Return. Op haar tweede album maakt Katy J Pearson wederom makkelijk indruk met haar stem, maar ook met de kwaliteit van de songs is weer niets mis en deze songs zijn bovendien nog wat diverser dan die op het debuutalbum, wat van Sound Of The Morning een bonte maar toch consistente lappendeken maakt.
De Britse muzikante Katy J Pearson leverde aan het eind van 2020 een bijzonder aangenaam en verrassend veelzijdig debuutalbum af, dat, zeker in Nederland, helaas niet zo breed werd opgepakt als het album had verdiend. Deze week keert de muzikante uit Bristol, die in eigen land overigens wel succesvol aan de weg timmerde, terug met haar tweede album.
Op haar debuutalbum Return maakte Katy J Pearson indruk met popsongs die meerdere kanten op schoten, maar toch vooral herinnerden aan popmuziek uit de jaren 70, maar de meeste aandacht trok ze met haar aangename stem, die associaties opriep met een aantal grootheden uit dit decennium, met Stevie Nicks en Dolly Parton als meest genoemde namen.
Katy J Pearson pakte de draad na de corona lockdowns weer op en deed dit keer niet alleen een beroep op producer Ali Chant, maar rekruteerde ook Dan Carey (Fontaines D.C.) voor een plekje achter de knoppen. Laatstgenoemde voorziet het nieuwe album van de Britse muzikante hier en daar van een voorzichtige postpunk injectie, maar Sound Of The Morning is net als zijn voorganger een bonte lappendeken.
Op haar nieuwe album klinkt de muziek van Katy J Pearson nog wat veelzijdiger dan op haar debuutalbum, maar ook op Sound Of The Morning trekt de Britse muzikante de meeste aandacht met haar stem. Het is een stem die uitnodigt tot het noemen van vergelijkingsmateriaal, maar uiteindelijk houdt geen enkele naam lang stand, waardoor ik concludeer dat Katy J Pearson vooral klinkt als zichzelf, met hooguit een vleugje Stevie Nicks. Ik ben zelf weer zeer onder de indruk van de zang op Sound Of The Morning, maar waarschijnlijk zal niet iedereen vallen voor de vocale charmes van de muzikante uit Bristol.
Net als op Return heeft Katy J Pearson nog veel meer te bieden dan een goede stem. De kwaliteit van de songs tilde haar debuutalbum een flink stuk op en wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs legt Sound Of The Morning de lat alleen maar hoger. Het is knap hoe Katy J Pearson een folky song die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 of 70 kan afwisselen met een groots klinkende popsong met een vleugje postpunk zonder teveel van de hak op de tak te springen en dat houdt de Britse muzikante een album lang vol.
Sound Of The Morning bestrijkt een nog breder palet aan stijlen en put uit meerdere decennia popmuziek, maar het is desondanks een consistent klinkend album, mede door de karakteristieke stem van de Britse muzikante. Folk, Americana, Californische pop, postpunk, rock, synthpop en popmuziek met een hoofdletter P; het komt allemaal voorbij op het fraaie nieuwe album van Katy J Pearson, dat ook zeer geschikt is als soundtrack voor misschien net wat te warme zomerdagen.
Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de uitstekende songs en de geweldige stem van de Britse muzikante, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is Sound Of The Morning een uitstekend album. Ook in de productie en in het instrumentarium worden uiteenlopende keuzes gemaakt, maar alles wordt perfect ingepast in het typische Katy J Pearson geluid.
Voorganger Return kreeg in Nederland echt veel te weinig aandacht, maar het wat mij betreft nog betere Sound Of The Morning verdient een veel beter lot, al zal dit met een release op de dag dat de zomervakantie is gestart mogelijk lastig worden. Erwin Zijleman
Katy Kirby - Blue Raspberry (2024)

4,5
1
geplaatst: 27 januari 2024, 10:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Katy Kirby - Blue Raspberry - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy Kirby - Blue Raspberry
Katy Kirby debuteerde drie jaar geleden veelbelovend, maar maakt diepe indruk met het prachtig klinkende Blue Raspberry, dat betovert met bijzonder klanken, prachtige zang en even mooie als eigenzinnige songs
Het valt direct bij eerste beluistering van Blue Raspberry op hoe mooi en bijzonder de songs van Katy Kirby klinken, maar vervolgens blijft ze je betoveren met bijzondere arrangementen en klanken, met een hoofdrol voor het fraai gitaarwerk en stemmige strijkers. Blue Raspberry is niet alleen in muzikaal opzicht een bijzonder album, want Katy Kirby zingt op haar tweede album echt prachtig. Het album klinkt af en toe als een singer-songwriter album uit een ver verleden, tot toch weer eigentijdse accenten opduiken. Het klinkt allemaal fantastisch, maar de muzikante uit Brooklyn schrijft ook nog eens fantasierijke songs, die steeds doen wat je niet verwacht, maar genadeloos verleiden.
Cool Dry Place, het debuutalbum van Katy Kirby, verscheen in februari 2021 in een week met zo idioot veel nieuwe albums, dat ik uiteindelijk bleef zitten met een enorme stapel hele interessante afvallers, waaronder dit album. Ik heb de schade in 2021 helaas nooit meer in kunnen halen, maar toen ik vorige week naar het album luisterde was ik absoluut onder de indruk van het debuutalbum van de muzikante die via Spicewood, Texas, en Nashville, Tennessee, in Brooklyn, New York is terecht gekomen.
Katy Kirby maakte op haar debuutalbum makkelijk indruk met een mooie stem en smaakvol ingekleurde songs, maar het bleken ook songs vol verrassende wendingen en bijzondere accenten. Reden om het debuutalbum van Katy Kirby nog eens te beluisteren is de release van haar tweede album, dat deze week is verschenen. Cool Dry Place was drie jaar geleden misschien nog een twijfelgeval, maar Blue Raspberry is dat echt geen moment.
Katy Kirby liet op haar debuutalbum al een geluid horen dat afweek van het min of meer standaard singer-songwriter geluid en doet dat nog veel nadrukkelijker op haar tweede album. Je hoort het direct in de openingstrack Redemption Arc, die in alle opzichten intrigeert. Het is een track die is voorzien van zeer smaakvolle klanken en bijzondere arrangementen. Het begint allemaal redelijk sober met pianoklanken, maar langzaam maar zeker kleurt Katy Kirby de track voller in met strijkers, waarna gitaren zorgen voor een rauwe twist.
De mooie klanken en avontuurlijke arrangementen keren terug in alle songs op het album, dat steeds weer de aandacht trekt met de fraaie inkleuring en de bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wel wat doet denken aan Heigh Ho van Blake Mills, die dit album zomaar geproduceerd zou kunnen hebben (maar dat niet deed). Het is een wat broeierige sfeer, die goed past bij de songs van Katy Kirby.
Katy Kirby verwerkt in haar songs uiteenlopende invloeden en kan zowel uit de voeten met Amerikaanse rootsmuziek als met singer-songwriter pop en heel af en toe de pop en rock uit de indie hoek. De warme klanken met hier en daar een ruw uitstapje of juist bijna verstilde klanken passen uitstekend bij de mooie stem van Katy Kirby, die vergeleken met haar debuutalbum nog veel beter is gaan zingen en zich ook met haar zang weet te onderscheiden van haar soortgenoten. Het is een stem met hier en daar een vleugje Karen Carpenter, maar ook een eigen sound.
Dat onderscheiden doet de muzikante uit Brooklyn zeker ook met haar songs en haar teksten. Blue Raspberry is een ode aan de liefde, die Katy Kirby heeft ontdekt toen ze zich bewust werd van haar seksualiteit en deze ook accepteerde, maar het is ook een album dat terugkijkt op haar streng religieuze opvoeding in Texas. Het geeft een extra dimensie aan haar songs, die ook al makkelijk de aandacht trekken door de niet alledaagse songstructuren, die van Blue Raspberry een bijzonder album maken.
Het is een album dat makkelijk indruk maakt met de mooie en zeer eigenzinnige instrumentatie en de prachtige zang, maar het is ook een album dat je wat vaker moet horen voor de songs goed landen en ook blijven hangen. Ondertussen valt er heel veel te ontdekken in de persoonlijke songs van Katy Kirby, die soms klinkt als een singer-songwriter uit een ver verleden, maar minstens net zo vaak als een singer-songwriter van deze tijd. Eenmaal geraakt door de mooie en persoonlijke songs van Katy Kirby, begint Blue Raspberry flink te groeien en inmiddels is het album me al heel dierbaar. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Katy Kirby - Blue Raspberry - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Katy Kirby - Blue Raspberry
Katy Kirby debuteerde drie jaar geleden veelbelovend, maar maakt diepe indruk met het prachtig klinkende Blue Raspberry, dat betovert met bijzonder klanken, prachtige zang en even mooie als eigenzinnige songs
Het valt direct bij eerste beluistering van Blue Raspberry op hoe mooi en bijzonder de songs van Katy Kirby klinken, maar vervolgens blijft ze je betoveren met bijzondere arrangementen en klanken, met een hoofdrol voor het fraai gitaarwerk en stemmige strijkers. Blue Raspberry is niet alleen in muzikaal opzicht een bijzonder album, want Katy Kirby zingt op haar tweede album echt prachtig. Het album klinkt af en toe als een singer-songwriter album uit een ver verleden, tot toch weer eigentijdse accenten opduiken. Het klinkt allemaal fantastisch, maar de muzikante uit Brooklyn schrijft ook nog eens fantasierijke songs, die steeds doen wat je niet verwacht, maar genadeloos verleiden.
Cool Dry Place, het debuutalbum van Katy Kirby, verscheen in februari 2021 in een week met zo idioot veel nieuwe albums, dat ik uiteindelijk bleef zitten met een enorme stapel hele interessante afvallers, waaronder dit album. Ik heb de schade in 2021 helaas nooit meer in kunnen halen, maar toen ik vorige week naar het album luisterde was ik absoluut onder de indruk van het debuutalbum van de muzikante die via Spicewood, Texas, en Nashville, Tennessee, in Brooklyn, New York is terecht gekomen.
Katy Kirby maakte op haar debuutalbum makkelijk indruk met een mooie stem en smaakvol ingekleurde songs, maar het bleken ook songs vol verrassende wendingen en bijzondere accenten. Reden om het debuutalbum van Katy Kirby nog eens te beluisteren is de release van haar tweede album, dat deze week is verschenen. Cool Dry Place was drie jaar geleden misschien nog een twijfelgeval, maar Blue Raspberry is dat echt geen moment.
Katy Kirby liet op haar debuutalbum al een geluid horen dat afweek van het min of meer standaard singer-songwriter geluid en doet dat nog veel nadrukkelijker op haar tweede album. Je hoort het direct in de openingstrack Redemption Arc, die in alle opzichten intrigeert. Het is een track die is voorzien van zeer smaakvolle klanken en bijzondere arrangementen. Het begint allemaal redelijk sober met pianoklanken, maar langzaam maar zeker kleurt Katy Kirby de track voller in met strijkers, waarna gitaren zorgen voor een rauwe twist.
De mooie klanken en avontuurlijke arrangementen keren terug in alle songs op het album, dat steeds weer de aandacht trekt met de fraaie inkleuring en de bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wel wat doet denken aan Heigh Ho van Blake Mills, die dit album zomaar geproduceerd zou kunnen hebben (maar dat niet deed). Het is een wat broeierige sfeer, die goed past bij de songs van Katy Kirby.
Katy Kirby verwerkt in haar songs uiteenlopende invloeden en kan zowel uit de voeten met Amerikaanse rootsmuziek als met singer-songwriter pop en heel af en toe de pop en rock uit de indie hoek. De warme klanken met hier en daar een ruw uitstapje of juist bijna verstilde klanken passen uitstekend bij de mooie stem van Katy Kirby, die vergeleken met haar debuutalbum nog veel beter is gaan zingen en zich ook met haar zang weet te onderscheiden van haar soortgenoten. Het is een stem met hier en daar een vleugje Karen Carpenter, maar ook een eigen sound.
Dat onderscheiden doet de muzikante uit Brooklyn zeker ook met haar songs en haar teksten. Blue Raspberry is een ode aan de liefde, die Katy Kirby heeft ontdekt toen ze zich bewust werd van haar seksualiteit en deze ook accepteerde, maar het is ook een album dat terugkijkt op haar streng religieuze opvoeding in Texas. Het geeft een extra dimensie aan haar songs, die ook al makkelijk de aandacht trekken door de niet alledaagse songstructuren, die van Blue Raspberry een bijzonder album maken.
Het is een album dat makkelijk indruk maakt met de mooie en zeer eigenzinnige instrumentatie en de prachtige zang, maar het is ook een album dat je wat vaker moet horen voor de songs goed landen en ook blijven hangen. Ondertussen valt er heel veel te ontdekken in de persoonlijke songs van Katy Kirby, die soms klinkt als een singer-songwriter uit een ver verleden, maar minstens net zo vaak als een singer-songwriter van deze tijd. Eenmaal geraakt door de mooie en persoonlijke songs van Katy Kirby, begint Blue Raspberry flink te groeien en inmiddels is het album me al heel dierbaar. Prachtig. Erwin Zijleman
Kayla Ray - The World's Weight (2024)

4,0
1
geplaatst: 28 juni 2024, 16:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kayla Ray - The World's Weight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kayla Ray - The World's Weight
We worden momenteel overspoeld met frisse countrypop uit Nashville, maar er verschijnen ook nog steeds albums die voortborduren op de country van weleer, als het zeer fraaie The World’s Weight van Kayla Ray
Er zijn countryzangeressen die een frisse wind laten waaien door het genre en er zijn countryzangeressen die je vooral een nostalgisch gevoel bezorgen. Kayla Ray valt absoluut in de laatste categorie, maar The World’s Weight is veel meer dan een retro countryalbum. De Texaanse muzikante had niet het budget beschikbaar dat in Nashville gebruikelijk is, maar heeft een mooi klinkend en fraai geproduceerd album afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het album prachtig met vooral traditioneel aandoende klanken en een flinke dosis melancholie. Het wordt versterkt door de stem van Kayla Ray, die herinnert aan de grote countryzangeressen uit het verleden, maar die ook in het hier en nu staat als een huis.
Eerder vandaag besprak ik het laatste album van de Amerikaanse muzikante Grey DeLisle, die met Driftless Girl een album heeft gemaakt dat ook vijftig jaar oud had kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor The World’s Weight van Kayla Ray, dat net als het album van Grey DeLisle put uit de archieven van de country uit de jaren 70.
Ik had nog niet eerder van Kayla Ray gehoord, maar de muzikante uit Waco, Texas, draait toch al een jaar of tien mee. In die tien jaar maakte ze twee albums en een mini-album met de geweldige titel Songs Of Extreme Isolation, Economic Crisis, & Other Funny Things. Het wordt allemaal overtroffen door The World’s Weight dat echt een ijzersterk album is.
Dat het album van Kayla Ray klinkt als een countryalbum uit het verleden ligt voor een belangrijk deel aan haar stem, die net als die van de genoemde Grey DeLisle herinnert aan grote countryzangeressen uit het verleden. Het is een stem die me overigens ook doet denken aan die van Kasey Chambers en Mary Gauthier en ook dat is een compliment.
Het klinkt duidelijk anders dan de zang van de meeste jonge countryzangeressen van het moment, maar ik heb wel wat met de doorleefde zang van Kayla Ray. Zeker als de Amerikaanse muzikante wat lager zingt of zingt met een lichte snik spat de emotie af van de zang op het album en kun je als liefhebber van countrymuziek alleen maar genadeloos voor de bijl gaan.
Kayla Ray verruilde voor haar nieuwe album de thuisbasis in Texas voor een studio in Oklahoma City, waar ze werkte met de mij onbekende producer met de prachtige naam Giovanni Carnuccio III. Ook de namen van de muzikanten die zijn te horen op The World’s Weight zeggen me niet direct iets, maar Kayla Ray heeft een album gemaakt dat niet alleen in vocaal opzicht de aandacht trekt, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht dik in orde is. De muzikanten op het album tekenen voor een wat nostalgisch maar wat mij betreft ook tijdloos countrygeluid, dat Kayla Ray overigens zelf ‘Amerikinda’ noemt.
Liefhebbers van moderne countrypop moeten waarschijnlijk wel even wennen aan het bijzondere stemgeluid van Kayla Ray en aan de traditionele klanken op het album, maar voor liefhebbers van wat traditionelere rootsmuziek is het vanaf de eerste noten genieten. Zeker wanneer de songs op The World’s Weight een flinke dosis melancholie over je uitstorten is het snarenwerk op het album betoverend mooi, waarna de geweldige zang van Kayla Ray er nog een schepje bovenop doet.
Ik was de afgelopen dagen behoorlijk onder de indruk van het laatste album van Grey DeLisle, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht vind ik het album van Kayla Ray nog net wat indrukwekkender. The World’s Weight krijgt in de Verenigde Staten dan ook terecht 5 sterren recensies op een aantal wat obscure en vooral op hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek gerichte websites, maar dit album verdient echt veel meer en zou ook in Nederland moeten kunnen scoren.
The World’s Weight van Kayla Ray klinkt misschien als een vergeten countryklassieker uit een heel ver verleden, maar ook in het heden komen de emotievolle, mooi ingekleurde en echt prachtig gezongen songs van de Texaanse muzikante keihard binnen. Ik kende haar nog niet, maar vanaf nu ben ik fan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kayla Ray - The World's Weight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kayla Ray - The World's Weight
We worden momenteel overspoeld met frisse countrypop uit Nashville, maar er verschijnen ook nog steeds albums die voortborduren op de country van weleer, als het zeer fraaie The World’s Weight van Kayla Ray
Er zijn countryzangeressen die een frisse wind laten waaien door het genre en er zijn countryzangeressen die je vooral een nostalgisch gevoel bezorgen. Kayla Ray valt absoluut in de laatste categorie, maar The World’s Weight is veel meer dan een retro countryalbum. De Texaanse muzikante had niet het budget beschikbaar dat in Nashville gebruikelijk is, maar heeft een mooi klinkend en fraai geproduceerd album afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het album prachtig met vooral traditioneel aandoende klanken en een flinke dosis melancholie. Het wordt versterkt door de stem van Kayla Ray, die herinnert aan de grote countryzangeressen uit het verleden, maar die ook in het hier en nu staat als een huis.
Eerder vandaag besprak ik het laatste album van de Amerikaanse muzikante Grey DeLisle, die met Driftless Girl een album heeft gemaakt dat ook vijftig jaar oud had kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor The World’s Weight van Kayla Ray, dat net als het album van Grey DeLisle put uit de archieven van de country uit de jaren 70.
Ik had nog niet eerder van Kayla Ray gehoord, maar de muzikante uit Waco, Texas, draait toch al een jaar of tien mee. In die tien jaar maakte ze twee albums en een mini-album met de geweldige titel Songs Of Extreme Isolation, Economic Crisis, & Other Funny Things. Het wordt allemaal overtroffen door The World’s Weight dat echt een ijzersterk album is.
Dat het album van Kayla Ray klinkt als een countryalbum uit het verleden ligt voor een belangrijk deel aan haar stem, die net als die van de genoemde Grey DeLisle herinnert aan grote countryzangeressen uit het verleden. Het is een stem die me overigens ook doet denken aan die van Kasey Chambers en Mary Gauthier en ook dat is een compliment.
Het klinkt duidelijk anders dan de zang van de meeste jonge countryzangeressen van het moment, maar ik heb wel wat met de doorleefde zang van Kayla Ray. Zeker als de Amerikaanse muzikante wat lager zingt of zingt met een lichte snik spat de emotie af van de zang op het album en kun je als liefhebber van countrymuziek alleen maar genadeloos voor de bijl gaan.
Kayla Ray verruilde voor haar nieuwe album de thuisbasis in Texas voor een studio in Oklahoma City, waar ze werkte met de mij onbekende producer met de prachtige naam Giovanni Carnuccio III. Ook de namen van de muzikanten die zijn te horen op The World’s Weight zeggen me niet direct iets, maar Kayla Ray heeft een album gemaakt dat niet alleen in vocaal opzicht de aandacht trekt, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht dik in orde is. De muzikanten op het album tekenen voor een wat nostalgisch maar wat mij betreft ook tijdloos countrygeluid, dat Kayla Ray overigens zelf ‘Amerikinda’ noemt.
Liefhebbers van moderne countrypop moeten waarschijnlijk wel even wennen aan het bijzondere stemgeluid van Kayla Ray en aan de traditionele klanken op het album, maar voor liefhebbers van wat traditionelere rootsmuziek is het vanaf de eerste noten genieten. Zeker wanneer de songs op The World’s Weight een flinke dosis melancholie over je uitstorten is het snarenwerk op het album betoverend mooi, waarna de geweldige zang van Kayla Ray er nog een schepje bovenop doet.
Ik was de afgelopen dagen behoorlijk onder de indruk van het laatste album van Grey DeLisle, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht vind ik het album van Kayla Ray nog net wat indrukwekkender. The World’s Weight krijgt in de Verenigde Staten dan ook terecht 5 sterren recensies op een aantal wat obscure en vooral op hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek gerichte websites, maar dit album verdient echt veel meer en zou ook in Nederland moeten kunnen scoren.
The World’s Weight van Kayla Ray klinkt misschien als een vergeten countryklassieker uit een heel ver verleden, maar ook in het heden komen de emotievolle, mooi ingekleurde en echt prachtig gezongen songs van de Texaanse muzikante keihard binnen. Ik kende haar nog niet, maar vanaf nu ben ik fan. Erwin Zijleman
Keaton Henson - Kindly Now (2016)

4,5
1
geplaatst: 18 september 2016, 10:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Keaton Henson - Kindly Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ongeveer een jaar geleden wees een lezer van deze BLOG me op het werk van de eigenzinnige Britse singer-songwriter en kunstenaar Keaton Henson.
Met name het in 2013 uitgebrachte Birthdays intrigeerde me mateloos, maar ik besloot te wachten op een nieuwe plaat van de muzikant uit Londen.
Die nieuwe plaat ligt vanaf deze week in de winkel en maakt wat mij betreft de hooggespannen verwachtingen meer dan waar.
Kindly Now opent met een track waarin elektronica prachtig wordt gecombineerd met klassiek aandoende strijkers en blazers en met de vervormde stem van Keaton Henson, maar vanaf track nummer twee kiest de Brit toch vooral voor uiterst intieme en ingetogen singer-songwriter muziek.
In de tweede track maken alle instrumenten in eerste instantie plaats gemaakt voor een piano en ligt de nadruk op de stem van Keaton Henson. Het is zo’n stem die wat doet met een song. Keaton Henson vertolkt zijn songs met heel veel emotie en slaagt er onmiddellijk in om de luisteraar vast te grijpen.
Van mij mag Keaton Henson een plaat met uitsluitend door de piano ondersteunde songs maken, maar ook de bijzondere instrumentatie op Kindly Now kan ik zeker waarderen. Deze instrumentatie is soms uiterst subtiel, bijvoorbeeld wanneer de pianoklanken voorzichtig worden ondersteund, maar Keaton Henson is ook niet bang om wat steviger uit te pakken, waarbij vooral de blazers en strijkers aan mogen zwellen.
Het meest word ik toch geraakt door de bijzondere stem van de Brit. Ik ben licht allergisch voor zangers met vreemde piepstemmen (en op een of andere manier zijn er daar momenteel veel van), maar Keaton Henson blijft gelukkig aan de goede kant van de streep met een stem die af en toe aan die van Jeff Buckley doet denken.
Ook in muzikaal opzicht is Jeff Buckley overigens relevant vergelijkingsmateriaal, al is Keaton Henson nog meer geneigd om buiten de lijntjes te kleuren en raakt hij ook aan de muziek van aan de ene kant Gavin Friday (de ruwe emotie) en aan de andere kant Radiohead (de neiging tot experimenteren). Een heel klein beetje David Gray mag ook niet onvermeld blijven.
Keaton Henson roept met zijn muziek uiteenlopende reacties op. De een vindt het in muzikaal opzicht over the top, in vocaal opzicht wat te dramatisch en keert de Brit uiteindelijk de rug toe. De ander wordt geraakt door de intieme en emotievolle songs, de fraaie instrumentatie en omarmt Keaton Henson met liefde. Ik heb vooralsnog geen enkele twijfel en kies voor de tweede groep. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Keaton Henson - Kindly Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ongeveer een jaar geleden wees een lezer van deze BLOG me op het werk van de eigenzinnige Britse singer-songwriter en kunstenaar Keaton Henson.
Met name het in 2013 uitgebrachte Birthdays intrigeerde me mateloos, maar ik besloot te wachten op een nieuwe plaat van de muzikant uit Londen.
Die nieuwe plaat ligt vanaf deze week in de winkel en maakt wat mij betreft de hooggespannen verwachtingen meer dan waar.
Kindly Now opent met een track waarin elektronica prachtig wordt gecombineerd met klassiek aandoende strijkers en blazers en met de vervormde stem van Keaton Henson, maar vanaf track nummer twee kiest de Brit toch vooral voor uiterst intieme en ingetogen singer-songwriter muziek.
In de tweede track maken alle instrumenten in eerste instantie plaats gemaakt voor een piano en ligt de nadruk op de stem van Keaton Henson. Het is zo’n stem die wat doet met een song. Keaton Henson vertolkt zijn songs met heel veel emotie en slaagt er onmiddellijk in om de luisteraar vast te grijpen.
Van mij mag Keaton Henson een plaat met uitsluitend door de piano ondersteunde songs maken, maar ook de bijzondere instrumentatie op Kindly Now kan ik zeker waarderen. Deze instrumentatie is soms uiterst subtiel, bijvoorbeeld wanneer de pianoklanken voorzichtig worden ondersteund, maar Keaton Henson is ook niet bang om wat steviger uit te pakken, waarbij vooral de blazers en strijkers aan mogen zwellen.
Het meest word ik toch geraakt door de bijzondere stem van de Brit. Ik ben licht allergisch voor zangers met vreemde piepstemmen (en op een of andere manier zijn er daar momenteel veel van), maar Keaton Henson blijft gelukkig aan de goede kant van de streep met een stem die af en toe aan die van Jeff Buckley doet denken.
Ook in muzikaal opzicht is Jeff Buckley overigens relevant vergelijkingsmateriaal, al is Keaton Henson nog meer geneigd om buiten de lijntjes te kleuren en raakt hij ook aan de muziek van aan de ene kant Gavin Friday (de ruwe emotie) en aan de andere kant Radiohead (de neiging tot experimenteren). Een heel klein beetje David Gray mag ook niet onvermeld blijven.
Keaton Henson roept met zijn muziek uiteenlopende reacties op. De een vindt het in muzikaal opzicht over the top, in vocaal opzicht wat te dramatisch en keert de Brit uiteindelijk de rug toe. De ander wordt geraakt door de intieme en emotievolle songs, de fraaie instrumentatie en omarmt Keaton Henson met liefde. Ik heb vooralsnog geen enkele twijfel en kies voor de tweede groep. Erwin Zijleman
Keaton Henson - Monument (2020)

4,0
0
geplaatst: 30 oktober 2020, 12:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Keaton Henson - Monument - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Keaton Henson - Monument
Monument van Keaton Henson is er een voor de donkerste herfstavonden, maar voorziet deze donkere herfstavonden van muziek vol pracht, emotie, zeggingskracht en avontuur
Ik moest een paar jaar geleden flink wennen aan de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson en met name aan zijn zang, maar bij beluistering van het deze week verschenen Monument viel alles direct op zijn plek. Monument is een donker album vol emotie, dat stil staat bij de ziekte en aankomende dood van de vader van Keaton Henson. De meeste songs op het album zijn uiterst ingetogen en op het eerste gehoor subtiel ingekleurd, maar Keaton Henson is ook dit keer een meester in het subtiel optuigen van zijn songs. Je moet er absoluut voor in de stemming zijn, want het is een album vol melancholie, maar op het juiste moment is het ook een album van een unieke schoonheid.
Het in 2013 verschenen Birthdays was mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson. Absoluut een fascinerend album, maar met name de zang streek bij mij net wat teveel tegen de haren in, waardoor ik uiteindelijk toch niet voldoende kon genieten van het album, dat me in alle opzichten net wat teveel was.
Het gekke was dat dit genieten wel lukte met het in 2016 verschenen Kindly Now. De zang zat mij dit keer veel minder in de weg, terwijl de bijzonder fraaie instrumentatie vol klassieke invloeden de songs van de Britse muzikant steeds weer naar grote hoogten tilde. Ik noemde in mijn recensie van Kindly Now onder andere Jeff Buckley, Elliott Smith en Gavin Friday als vergelijkingsmateriaal en dan weet je dat het goed zit.
Keaton Henson liet vorig jaar weer van zich horen met het door hem gecomponeerde neoklassieke album Six Lethargies, waarop hij overigens zelfs niet was te horen, maar keert nu weer terug met een singer-songwriter album. Monument laat het inmiddels van Keaton Henson bekende geluid horen, al klinkt het nieuwe album van de Britse muzikant weer wat intiemer en intenser en komt de zang nog wat harder binnen. Waar me dit een paar jaar geleden nog flink in de weg zat, vind ik het inmiddels prachtig.
Monument opent met akoestische gitaren en de zo karakteristieke stem van de Britse muzikant en het is vanaf de eerste noten raak. Keaton Henson zingt in de openingstrack van zijn nieuwe album fluisterzacht, maar ook vol emotie, waardoor het album je direct in een wurggreep heeft. De Britse muzikant maakte op Kindly Now indruk met een bijzonder fraaie instrumentatie vol klassieke accenten en ook op Monument is de instrumentatie van een bijzondere schoonheid.
Monument is een zeer persoonlijk album, waarop Keaton Henson terugkijkt op het leven met zijn vader. De vader van de Britse muzikant was ernstig ziek toen hij aan het album begon en overleed vlak nadat het album werd afgerond. Het levert een mooi en emotievol eerbetoon op aan zijn vader en verwerkt op hetzelfde moment het proces van ziekte en aankomend afscheid.
Monument wordt gedragen door de emotie op het album, maar ook in muzikaal opzicht is het wonderschoon. De instrumentatie is zoals gezegd vaak nog wat soberder dan die op het vorige album van de Britse muzikant, maar er is ook dit keer heel veel moois verstopt in de meestal subtiele klanken. Zo is het gitaarspel op het album bijzonder trefzeker, maar ook de andere accenten, waaronder die van piano, strijkers, blazers, percussie en elektronica kleuren het geluid op Monument niet alleen eigenzinnig maar ook prachtig in.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe mooi alles is gearrangeerd en hoe mooi het kleurt bij de zang van Keaton Henson, die me een paar jaar geleden nog wat tegen stond met zijn stem, maar die op Monument zang van grote schoonheid laat horen.
Ook in tekstueel opzicht maakt Monument indruk. Het is af en toe zo persoonlijk dat je je bijna bezwaard voelt als toehoorder, maar de intieme teksten voorzien het album ook van kracht. Een somber en donker gekleurd album als dit doet het natuurlijk uitstekend op de stormachtige en natte herfstavonden van het moment, maar het is ook een album dat je tot op de laatste noot wilt uitpluizen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Keaton Henson - Monument - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Keaton Henson - Monument
Monument van Keaton Henson is er een voor de donkerste herfstavonden, maar voorziet deze donkere herfstavonden van muziek vol pracht, emotie, zeggingskracht en avontuur
Ik moest een paar jaar geleden flink wennen aan de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson en met name aan zijn zang, maar bij beluistering van het deze week verschenen Monument viel alles direct op zijn plek. Monument is een donker album vol emotie, dat stil staat bij de ziekte en aankomende dood van de vader van Keaton Henson. De meeste songs op het album zijn uiterst ingetogen en op het eerste gehoor subtiel ingekleurd, maar Keaton Henson is ook dit keer een meester in het subtiel optuigen van zijn songs. Je moet er absoluut voor in de stemming zijn, want het is een album vol melancholie, maar op het juiste moment is het ook een album van een unieke schoonheid.
Het in 2013 verschenen Birthdays was mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson. Absoluut een fascinerend album, maar met name de zang streek bij mij net wat teveel tegen de haren in, waardoor ik uiteindelijk toch niet voldoende kon genieten van het album, dat me in alle opzichten net wat teveel was.
Het gekke was dat dit genieten wel lukte met het in 2016 verschenen Kindly Now. De zang zat mij dit keer veel minder in de weg, terwijl de bijzonder fraaie instrumentatie vol klassieke invloeden de songs van de Britse muzikant steeds weer naar grote hoogten tilde. Ik noemde in mijn recensie van Kindly Now onder andere Jeff Buckley, Elliott Smith en Gavin Friday als vergelijkingsmateriaal en dan weet je dat het goed zit.
Keaton Henson liet vorig jaar weer van zich horen met het door hem gecomponeerde neoklassieke album Six Lethargies, waarop hij overigens zelfs niet was te horen, maar keert nu weer terug met een singer-songwriter album. Monument laat het inmiddels van Keaton Henson bekende geluid horen, al klinkt het nieuwe album van de Britse muzikant weer wat intiemer en intenser en komt de zang nog wat harder binnen. Waar me dit een paar jaar geleden nog flink in de weg zat, vind ik het inmiddels prachtig.
Monument opent met akoestische gitaren en de zo karakteristieke stem van de Britse muzikant en het is vanaf de eerste noten raak. Keaton Henson zingt in de openingstrack van zijn nieuwe album fluisterzacht, maar ook vol emotie, waardoor het album je direct in een wurggreep heeft. De Britse muzikant maakte op Kindly Now indruk met een bijzonder fraaie instrumentatie vol klassieke accenten en ook op Monument is de instrumentatie van een bijzondere schoonheid.
Monument is een zeer persoonlijk album, waarop Keaton Henson terugkijkt op het leven met zijn vader. De vader van de Britse muzikant was ernstig ziek toen hij aan het album begon en overleed vlak nadat het album werd afgerond. Het levert een mooi en emotievol eerbetoon op aan zijn vader en verwerkt op hetzelfde moment het proces van ziekte en aankomend afscheid.
Monument wordt gedragen door de emotie op het album, maar ook in muzikaal opzicht is het wonderschoon. De instrumentatie is zoals gezegd vaak nog wat soberder dan die op het vorige album van de Britse muzikant, maar er is ook dit keer heel veel moois verstopt in de meestal subtiele klanken. Zo is het gitaarspel op het album bijzonder trefzeker, maar ook de andere accenten, waaronder die van piano, strijkers, blazers, percussie en elektronica kleuren het geluid op Monument niet alleen eigenzinnig maar ook prachtig in.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe mooi alles is gearrangeerd en hoe mooi het kleurt bij de zang van Keaton Henson, die me een paar jaar geleden nog wat tegen stond met zijn stem, maar die op Monument zang van grote schoonheid laat horen.
Ook in tekstueel opzicht maakt Monument indruk. Het is af en toe zo persoonlijk dat je je bijna bezwaard voelt als toehoorder, maar de intieme teksten voorzien het album ook van kracht. Een somber en donker gekleurd album als dit doet het natuurlijk uitstekend op de stormachtige en natte herfstavonden van het moment, maar het is ook een album dat je tot op de laatste noot wilt uitpluizen. Erwin Zijleman
Keaton Henson - Parader (2025)

4,0
0
geplaatst: 25 november 2025, 18:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Keaton Henson - Parader - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Keaton Henson - Parader
De Britse muzikant Keaton Henson zit vaak dicht tegen mijn allergiezone aan, maar hij weet me af en toe ook te overtuigen met bijzonder mooie albums en ook het deze week verschenen Parader is er wat mij betreft weer een
Het was alweer vijf jaar geleden dat ik voor het laatst iets had met de muziek van de toch behoorlijk productieve Keaton Henson. Ik kon tot 2016 niet heel goed overweg met de albums van de Britse muzikante, maar vervolgens maakte hij twee prachtalbums op rij. Vervolgens overtuigde Keaton Henson me helaas een tijd lang niet, maar ik ben zeer gecharmeerd van zijn nieuwe album Parader. Keaton Henson grijpt dit keer naar de elektrische gitaar, maar desondanks is Parader ook deels een behoorlijk ingetogen album. Het is een wat donker album, maar de songs zijn echt prachtig en ook met de zang kan ik dit keer uitstekend uit de voeten.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson, die al sinds zijn debuutalbum uit 2010 kan rekenen op zeer lovende woorden van de critici. Zijn debuutalbum Dear uit 2010 vond ik in muzikaal opzicht mooi, maar ik was minder enthousiast over de zang, die ik wat overdreven en wat pieperig vond. Die stem zat me ook in de weg bij beluistering van het verstilde Birthdays uit 2013, dat me op een of andere manier echter ook wel intrigeerde.
De Britse muzikant experimenteerde vervolgens onder de naam Behaving met elektronica en was mij helemaal kwijt, maar het in 2016 verschenen Kindly Now vond ik een prachtig album. Op dit album combineerde Keaton Henson op bijzondere wijze elektronica met rijk georkestreerde klanken en maakte hij ook in vocaal opzicht makkelijk indruk.
Ook het in 2020 uitgebrachte Monument wist me eenvoudig te overtuigen, maar dat lukte Keaton Henson weer niet met House Party uit 2023, waarop hij experimenteerde met een lichtvoetiger en wat mij betreft weinig onderscheidend geluid. Het instrumentale Somnambulant Cycles wist mijn aandacht vervolgens ook niet vast te houden, waardoor het deze week verschenen Parader het eerste Keaton Henson album is dat ik bespreek sinds het vijf jaar oude Momument.
Op Parader keert de Britse muzikant weer wat terug naar het geluid van de twee albums die ik wel hoog heb zitten, al klinkt Parader wel flink anders dan Kindly Now en Monument. Op deze twee albums was de muziek van de Britse muzikant vooral ingegoten en bij vlagen zelfs verstild. Ook Parader heeft zijn ingetogen momenten, maar de muziek van Keaton Henson bevat dit keer ook flink wat ruwere uitbarstingen.
De muzikant uit Londen zweerde in het verleden bij de akoestische gitaar, de piano en flink wat strijkers, maar op zijn nieuwe album heeft hij de elektrische gitaar omarmd. Dat levert af en toe lekker gruizig gitaarwerk op, maar ook op een elektrische gitaar kun je fraaie ingetogen gitaarakkoorden spelen.
Zeker als Keaton Henson het tempo laag houdt en de inkleuring van songs betrekkelijk sober is, is Parader niet eens zo heel ver verwijderd van mijn twee favoriete albums van de Britse muzikant uit het verleden, maar dat is anders wanneer het gitaarspel voller en steviger wordt.
Ik had in het verleden wel eens moeite met de stem van Keaton Henson, maar ik vind zijn stem nu veel mooier dan op zijn vroege albums. Het is een stem die zich dit keer met grote regelmaat laat ondersteunen door zachte vrouwenstemmen en dat is wat mij betreft een combinatie die echt geweldig uitpakt.
Parader klinkt weer wat anders dan de vorige albums van Keaton Henson en dat is ook precies wat je verwacht van de Britse muzikant, maar wat is gebleven is de hoge kwaliteit van de songs. Ook op Parader overtuigt Keaton Henson immers weer met wonderschone songs. Het zijn nog altijd persoonlijke en wat donkere of zelfs weemoedige songs, maar het zijn ook songs die de ruimte verwarmen op een koude winteravond.
Ik vind de switch naar de elektrische gitaar het mooist wanneer de Britse muzikant zijn songs redelijk ingetogen houdt en hier en daar raakt aan Elliott Smith, maar ook de wat gruizigere passages hebben wel wat. Keaton Henson weet me vaker niet dan wel te raken met zijn muziek, maar Parader vind ik voor de afwisseling weer eens een bijzonder mooi album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Keaton Henson - Parader - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Keaton Henson - Parader
De Britse muzikant Keaton Henson zit vaak dicht tegen mijn allergiezone aan, maar hij weet me af en toe ook te overtuigen met bijzonder mooie albums en ook het deze week verschenen Parader is er wat mij betreft weer een
Het was alweer vijf jaar geleden dat ik voor het laatst iets had met de muziek van de toch behoorlijk productieve Keaton Henson. Ik kon tot 2016 niet heel goed overweg met de albums van de Britse muzikante, maar vervolgens maakte hij twee prachtalbums op rij. Vervolgens overtuigde Keaton Henson me helaas een tijd lang niet, maar ik ben zeer gecharmeerd van zijn nieuwe album Parader. Keaton Henson grijpt dit keer naar de elektrische gitaar, maar desondanks is Parader ook deels een behoorlijk ingetogen album. Het is een wat donker album, maar de songs zijn echt prachtig en ook met de zang kan ik dit keer uitstekend uit de voeten.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van de Britse muzikant Keaton Henson, die al sinds zijn debuutalbum uit 2010 kan rekenen op zeer lovende woorden van de critici. Zijn debuutalbum Dear uit 2010 vond ik in muzikaal opzicht mooi, maar ik was minder enthousiast over de zang, die ik wat overdreven en wat pieperig vond. Die stem zat me ook in de weg bij beluistering van het verstilde Birthdays uit 2013, dat me op een of andere manier echter ook wel intrigeerde.
De Britse muzikant experimenteerde vervolgens onder de naam Behaving met elektronica en was mij helemaal kwijt, maar het in 2016 verschenen Kindly Now vond ik een prachtig album. Op dit album combineerde Keaton Henson op bijzondere wijze elektronica met rijk georkestreerde klanken en maakte hij ook in vocaal opzicht makkelijk indruk.
Ook het in 2020 uitgebrachte Monument wist me eenvoudig te overtuigen, maar dat lukte Keaton Henson weer niet met House Party uit 2023, waarop hij experimenteerde met een lichtvoetiger en wat mij betreft weinig onderscheidend geluid. Het instrumentale Somnambulant Cycles wist mijn aandacht vervolgens ook niet vast te houden, waardoor het deze week verschenen Parader het eerste Keaton Henson album is dat ik bespreek sinds het vijf jaar oude Momument.
Op Parader keert de Britse muzikant weer wat terug naar het geluid van de twee albums die ik wel hoog heb zitten, al klinkt Parader wel flink anders dan Kindly Now en Monument. Op deze twee albums was de muziek van de Britse muzikant vooral ingegoten en bij vlagen zelfs verstild. Ook Parader heeft zijn ingetogen momenten, maar de muziek van Keaton Henson bevat dit keer ook flink wat ruwere uitbarstingen.
De muzikant uit Londen zweerde in het verleden bij de akoestische gitaar, de piano en flink wat strijkers, maar op zijn nieuwe album heeft hij de elektrische gitaar omarmd. Dat levert af en toe lekker gruizig gitaarwerk op, maar ook op een elektrische gitaar kun je fraaie ingetogen gitaarakkoorden spelen.
Zeker als Keaton Henson het tempo laag houdt en de inkleuring van songs betrekkelijk sober is, is Parader niet eens zo heel ver verwijderd van mijn twee favoriete albums van de Britse muzikant uit het verleden, maar dat is anders wanneer het gitaarspel voller en steviger wordt.
Ik had in het verleden wel eens moeite met de stem van Keaton Henson, maar ik vind zijn stem nu veel mooier dan op zijn vroege albums. Het is een stem die zich dit keer met grote regelmaat laat ondersteunen door zachte vrouwenstemmen en dat is wat mij betreft een combinatie die echt geweldig uitpakt.
Parader klinkt weer wat anders dan de vorige albums van Keaton Henson en dat is ook precies wat je verwacht van de Britse muzikant, maar wat is gebleven is de hoge kwaliteit van de songs. Ook op Parader overtuigt Keaton Henson immers weer met wonderschone songs. Het zijn nog altijd persoonlijke en wat donkere of zelfs weemoedige songs, maar het zijn ook songs die de ruimte verwarmen op een koude winteravond.
Ik vind de switch naar de elektrische gitaar het mooist wanneer de Britse muzikant zijn songs redelijk ingetogen houdt en hier en daar raakt aan Elliott Smith, maar ook de wat gruizigere passages hebben wel wat. Keaton Henson weet me vaker niet dan wel te raken met zijn muziek, maar Parader vind ik voor de afwisseling weer eens een bijzonder mooi album. Erwin Zijleman
Keel Her - Keel Her (2014)

4,0
0
geplaatst: 5 december 2014, 17:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Keel Her - Keel Her - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Keel Her is het alter ego van de Britse muzikante Rose Keeler-Schäffeler. Deze vanuit Bristol opererende muzikante begon haar muzikale carrière door op haar slaapkamer lekker rammelende lo-fi pop met invloeden uit de Riot Grrrl beweging en de noise-pop te maken en deze vervolgens via Soundcloud beschikbaar te maken.
Eerder dit jaar verscheen haar officiële debuut al in Engeland en nu mogen we dan ook in Nederland eindelijk genieten van de eigenzinnige popmuziek van Keel Her.
Ook op haar eerste plaat heeft Keel Her een voorkeur voor lo-fi popmuziek met flink wat invloeden uit de noise-pop en een Riot Grrrl attitude.
Lo-fi is de laatste jaren wat uit de gratie, maar de muziek van Keel Her rammelt, mede door de bijdrage van lo-fi muzikant Robert Stevie Moore, ouderwets lekker en heeft lak aan de conventies van de popsongs met een kop en een staart.
Keel Her kan hierdoor maar liefst 18 songs in iets meer dan 40 minuten proppen en het zijn songs die alle kanten op schieten. Keel Her heeft, zoals in de lo-fi gebruikelijk, geen behoefte aan lange intro’s en outro’s, maar komt direct ter zake. De ene keer met een onweerstaanbaar refrein, de volgende keer met een onnavolgbaar gitaarloopje.
Het gitaarwerk is lekker stevig, maar ook verrassend veelzijdig, waardoor je steeds weer op het verkeerde been wordt gezet. Keel Her kan prima uit de voeten in punky popliedjes, maar schuwt ook zeker het meer experimentele werk niet.
Dat meer experimentele werk bestaat uit een aantal voornamelijk instrumentale tracks met avontuurlijk gitaarwerk en uit een aantal dromerige tracks die opschuiven in de richting van shoegaze en dreampop (denk aan Lush).
Het debuut van Keel Her staat vol met goede ideeën of loopt misschien wel over van goede ideeën Het zijn ideeën die niet allemaal op hetzelfde moment evenveel indruk maken, maar bij iedere luisterbeurt valt er wel weer iets anders op zijn plaats.
Binnen de lo-fi heb ik wel eens moeite met het fragmentarische karakter van de songs, maar bij Keel Her valt dit reuze mee. Ook bij beluistering van het debuut van Keel Her hoor je vooral flarden van songs, maar deze vormen op bijzondere wijze één geheel wanneer je de plaat van de eerste tot de laatste noot beluistert.
Keel Her maakt muziek die durft te experimenteren, maar ook durft te vermaken. Het is muziek die het niet moet hebben van muzikale hoogstandjes, maar ondertussen zit het toch allemaal prima in elkaar.
Ik weet niet of ik er blij van zou worden als ik alleen maar platen als het debuut van Keel Her in handen zou krijgen, waarschijnlijk niet, maar als vreemde eend in de bijt blijkt het debuut van Rose Keeler-Schäffeler niet alleen buitengewoon verfrissend, maar ook opvallend verslavend. Het levert een eigenzinnig debuut op dat uiteindelijk naar veel meer smaakt. Of om bij het dagthema te blijven: het debuut van Keel Her is een even inspirerende als smakelijke surprise. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Keel Her - Keel Her - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Keel Her is het alter ego van de Britse muzikante Rose Keeler-Schäffeler. Deze vanuit Bristol opererende muzikante begon haar muzikale carrière door op haar slaapkamer lekker rammelende lo-fi pop met invloeden uit de Riot Grrrl beweging en de noise-pop te maken en deze vervolgens via Soundcloud beschikbaar te maken.
Eerder dit jaar verscheen haar officiële debuut al in Engeland en nu mogen we dan ook in Nederland eindelijk genieten van de eigenzinnige popmuziek van Keel Her.
Ook op haar eerste plaat heeft Keel Her een voorkeur voor lo-fi popmuziek met flink wat invloeden uit de noise-pop en een Riot Grrrl attitude.
Lo-fi is de laatste jaren wat uit de gratie, maar de muziek van Keel Her rammelt, mede door de bijdrage van lo-fi muzikant Robert Stevie Moore, ouderwets lekker en heeft lak aan de conventies van de popsongs met een kop en een staart.
Keel Her kan hierdoor maar liefst 18 songs in iets meer dan 40 minuten proppen en het zijn songs die alle kanten op schieten. Keel Her heeft, zoals in de lo-fi gebruikelijk, geen behoefte aan lange intro’s en outro’s, maar komt direct ter zake. De ene keer met een onweerstaanbaar refrein, de volgende keer met een onnavolgbaar gitaarloopje.
Het gitaarwerk is lekker stevig, maar ook verrassend veelzijdig, waardoor je steeds weer op het verkeerde been wordt gezet. Keel Her kan prima uit de voeten in punky popliedjes, maar schuwt ook zeker het meer experimentele werk niet.
Dat meer experimentele werk bestaat uit een aantal voornamelijk instrumentale tracks met avontuurlijk gitaarwerk en uit een aantal dromerige tracks die opschuiven in de richting van shoegaze en dreampop (denk aan Lush).
Het debuut van Keel Her staat vol met goede ideeën of loopt misschien wel over van goede ideeën Het zijn ideeën die niet allemaal op hetzelfde moment evenveel indruk maken, maar bij iedere luisterbeurt valt er wel weer iets anders op zijn plaats.
Binnen de lo-fi heb ik wel eens moeite met het fragmentarische karakter van de songs, maar bij Keel Her valt dit reuze mee. Ook bij beluistering van het debuut van Keel Her hoor je vooral flarden van songs, maar deze vormen op bijzondere wijze één geheel wanneer je de plaat van de eerste tot de laatste noot beluistert.
Keel Her maakt muziek die durft te experimenteren, maar ook durft te vermaken. Het is muziek die het niet moet hebben van muzikale hoogstandjes, maar ondertussen zit het toch allemaal prima in elkaar.
Ik weet niet of ik er blij van zou worden als ik alleen maar platen als het debuut van Keel Her in handen zou krijgen, waarschijnlijk niet, maar als vreemde eend in de bijt blijkt het debuut van Rose Keeler-Schäffeler niet alleen buitengewoon verfrissend, maar ook opvallend verslavend. Het levert een eigenzinnig debuut op dat uiteindelijk naar veel meer smaakt. Of om bij het dagthema te blijven: het debuut van Keel Her is een even inspirerende als smakelijke surprise. Erwin Zijleman
Kelela - Raven (2023)

4,0
0
geplaatst: 12 februari 2023, 10:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelela - Raven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kelela - Raven
Ruim vijf jaar na het uitstekende Take Me Apart keert de Amerikaanse muzikante Kelela terug met Raven, dat nog wat mooiere en avontuurlijkere R&B klanken laat horen en ook in vocaal opzicht meer indruk maakt
Take Me Apart van Kelela eindigde in 2017 hoog in jaarlijstjes met een voorliefde voor R&B (en haalde overigens ook mijn jaarlijstje), maar hierna werd het al snel stil rond de Amerikaanse muzikante. Na een lange pauze keert Kelela terug met Raven, dat net als zijn voorganger van een hoog niveau is. Kelela maakt lekker in het gehoor liggende R&B, maar Raven is in muzikaal opzicht ook een spannend album met avontuurlijk klinkende elektronica en bijzondere ritmes. De broeierige klanken op het album kleuren prachtig bij de mooie stem van Kelela, die nog beter is gaan zingen. Dat Raven een van de grote R&B releases van 2023 is, is voor mij zeker en dat de lat nu bijzonder hoog ligt ook.
De Amerikaanse muzikante Kelela (Mizanekristos) maakte met haar officiële debuutalbum Take Me Apart wat mij betreft een van de beste R&B albums van 2017 en misschien zelfs wel het beste album in het genre dat jaar. Het is een album dat het label ‘progressive R&B’ kreeg opgeplakt, maar dat ook stevig citeerde uit de archieven van de (neo-) soul en de elektronische popmuziek (het album verscheen niet voor niets op het eigenzinnige Warp label).
Take Me Apart verraste met een aangenaam broeierig elektronisch geluid, maar ook de zang van Kelela overtuigde makkelijk en hetzelfde kan gezegd worden van de lekker in het gehoor liggende pop en R&B songs op het album. Kelela leek met Take Me Apart uit te groeien tot de smaakmakers van de (progressive) R&B, maar in 2018 hield ze de muziek voor gezien om andere dingen te gaan doen.
Mede door de coronapandemie zijn we inmiddels alweer een paar jaar verder, maar met Raven keert Kelela gelukkig terug in de muziek. Iedereen die, net als ik, in 2017 onder de indruk was van Take Me Apart, weet dat de lat voor het tweede album van Kelela hoog ligt, maar na een paar keer horen vind ik Raven nog een stuk beter dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.
Raven opent met een stevig aangezet elektronisch klankentapijt, dat verder gaat waar Take Me Apart eind 2017 ophield, maar als Kelela begint te zingen, hoor je dat haar stem aan kracht heeft gewonnen, Begeleid door slechts wat wolken synths, maakt de muzikante uit Los Angeles direct in de openingstrack indruk met soulvolle vocalen en laat ze horen dat ze zeker geen 13 in een dozijn R&B zangeres is.
Ook op de rest van het album klinkt de elektronica anders dan gebruikelijk in het genre, waardoor Kelela direct een paar stappen voor ligt op de concurrentie. De avontuurlijke elektronica wordt in de meeste tracks op Raven gecombineerd met spannende ritmes, die de songs van Kelela nog wat unieker maken. Ondanks al het muzikale avontuur klinken de songs op Raven ook als redelijk toegankelijke R&B songs, wat iets zegt over de kwaliteit van de songs op het album, dat overigens ruim een uur muziek bevat. Het zijn songs die aan de ene kant makkelijk vermaken met zwoele en dromerige klanken, maar die aan de andere kant de fantasie uitvoerig prikkelen met bijzondere klanken en eigenzinnige wendingen.
Zeker wanneer Kelela wat opschuift richting de neo-soul hoor je wat een geweldige zangeres ze is. Vergeleken met haar debuutalbum durft ze ook iets meer ingetogen te zingen en dit maakt de zang op het album wat mij betreft een stuk aangenamer. Hoewel ik zeker niet dagelijks naar R&B albums luister, was ik onmiddellijk overtuigd van het tweede album van Kelela, dat sindsdien alleen maar aan kracht heeft gewonnen, zeker wanneer je ook nog eens luistert naar de persoonlijke teksten over een zwarte vrouw in de muziekbusiness.
Kelela werkt op Raven met een heel arsenaal aan producers, onder wie Asmara, LSDXOXO, OCA en Bambii. Het zijn namen die me geen van allen iets zeggen, maar Raven is een productioneel hoogstandje en bovendien een zeer consistent klinkend album. De avontuurlijke elektronica en diepe ritmes zijn altijd in balans met de mooie stem van Kelela en alle details komen mooi naar voren in de geweldige mix van het album. Ik moet toegeven dat ik Kelela al lang weer was vergeten, want ruim vijf jaar afwezigheid is een eeuwigheid in muziekland, maar met Raven is de Amerikaanse muzikante echt helemaal terug. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kelela - Raven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kelela - Raven
Ruim vijf jaar na het uitstekende Take Me Apart keert de Amerikaanse muzikante Kelela terug met Raven, dat nog wat mooiere en avontuurlijkere R&B klanken laat horen en ook in vocaal opzicht meer indruk maakt
Take Me Apart van Kelela eindigde in 2017 hoog in jaarlijstjes met een voorliefde voor R&B (en haalde overigens ook mijn jaarlijstje), maar hierna werd het al snel stil rond de Amerikaanse muzikante. Na een lange pauze keert Kelela terug met Raven, dat net als zijn voorganger van een hoog niveau is. Kelela maakt lekker in het gehoor liggende R&B, maar Raven is in muzikaal opzicht ook een spannend album met avontuurlijk klinkende elektronica en bijzondere ritmes. De broeierige klanken op het album kleuren prachtig bij de mooie stem van Kelela, die nog beter is gaan zingen. Dat Raven een van de grote R&B releases van 2023 is, is voor mij zeker en dat de lat nu bijzonder hoog ligt ook.
De Amerikaanse muzikante Kelela (Mizanekristos) maakte met haar officiële debuutalbum Take Me Apart wat mij betreft een van de beste R&B albums van 2017 en misschien zelfs wel het beste album in het genre dat jaar. Het is een album dat het label ‘progressive R&B’ kreeg opgeplakt, maar dat ook stevig citeerde uit de archieven van de (neo-) soul en de elektronische popmuziek (het album verscheen niet voor niets op het eigenzinnige Warp label).
Take Me Apart verraste met een aangenaam broeierig elektronisch geluid, maar ook de zang van Kelela overtuigde makkelijk en hetzelfde kan gezegd worden van de lekker in het gehoor liggende pop en R&B songs op het album. Kelela leek met Take Me Apart uit te groeien tot de smaakmakers van de (progressive) R&B, maar in 2018 hield ze de muziek voor gezien om andere dingen te gaan doen.
Mede door de coronapandemie zijn we inmiddels alweer een paar jaar verder, maar met Raven keert Kelela gelukkig terug in de muziek. Iedereen die, net als ik, in 2017 onder de indruk was van Take Me Apart, weet dat de lat voor het tweede album van Kelela hoog ligt, maar na een paar keer horen vind ik Raven nog een stuk beter dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.
Raven opent met een stevig aangezet elektronisch klankentapijt, dat verder gaat waar Take Me Apart eind 2017 ophield, maar als Kelela begint te zingen, hoor je dat haar stem aan kracht heeft gewonnen, Begeleid door slechts wat wolken synths, maakt de muzikante uit Los Angeles direct in de openingstrack indruk met soulvolle vocalen en laat ze horen dat ze zeker geen 13 in een dozijn R&B zangeres is.
Ook op de rest van het album klinkt de elektronica anders dan gebruikelijk in het genre, waardoor Kelela direct een paar stappen voor ligt op de concurrentie. De avontuurlijke elektronica wordt in de meeste tracks op Raven gecombineerd met spannende ritmes, die de songs van Kelela nog wat unieker maken. Ondanks al het muzikale avontuur klinken de songs op Raven ook als redelijk toegankelijke R&B songs, wat iets zegt over de kwaliteit van de songs op het album, dat overigens ruim een uur muziek bevat. Het zijn songs die aan de ene kant makkelijk vermaken met zwoele en dromerige klanken, maar die aan de andere kant de fantasie uitvoerig prikkelen met bijzondere klanken en eigenzinnige wendingen.
Zeker wanneer Kelela wat opschuift richting de neo-soul hoor je wat een geweldige zangeres ze is. Vergeleken met haar debuutalbum durft ze ook iets meer ingetogen te zingen en dit maakt de zang op het album wat mij betreft een stuk aangenamer. Hoewel ik zeker niet dagelijks naar R&B albums luister, was ik onmiddellijk overtuigd van het tweede album van Kelela, dat sindsdien alleen maar aan kracht heeft gewonnen, zeker wanneer je ook nog eens luistert naar de persoonlijke teksten over een zwarte vrouw in de muziekbusiness.
Kelela werkt op Raven met een heel arsenaal aan producers, onder wie Asmara, LSDXOXO, OCA en Bambii. Het zijn namen die me geen van allen iets zeggen, maar Raven is een productioneel hoogstandje en bovendien een zeer consistent klinkend album. De avontuurlijke elektronica en diepe ritmes zijn altijd in balans met de mooie stem van Kelela en alle details komen mooi naar voren in de geweldige mix van het album. Ik moet toegeven dat ik Kelela al lang weer was vergeten, want ruim vijf jaar afwezigheid is een eeuwigheid in muziekland, maar met Raven is de Amerikaanse muzikante echt helemaal terug. Erwin Zijleman
Kelela - Take Me Apart (2017)

4,5
2
geplaatst: 19 oktober 2017, 18:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelela - Take Me Apart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben zeker geen liefhebber van platen die het etiket R&B krijgen opgeplakt, maar de laatste jaren volg ik het genre wel.
Ook binnen de R&B worden zo af en toe immers platen gemaakt die zo goed zijn dat ze ook voor liefhebbers van omliggende genres interessant zijn en heel incidenteel zijn deze platen zelfs zo goed dat ze ook in het jaarlijstje van iemand die de R&B geen warm hart toedraagt kunnen opduiken.
Amel Larrieux verraste me een jaar of tien geleden met een waar meesterwerk (Bravebird), Janelle Monáe deed het de afgelopen jaren zelfs twee keer en vorig jaar was er opeens het meesterwerk van Solange (Knowles), die wat mij betreft één van de beste en spannendste platen van 2016 maakte. Dit jaar had ik binnen de R&B nog niet veel platen gehoord waar ik het warm van krijg, maar Take Me Apart van Kelela is er wel weer een.
Kelela (Mizanekristos) groeide op in Washington D.C., maar kreeg haar carrière in de muziek pas van de grond toen ze een jaar of zeven geleden naar Los Angeles vertrok. Ondanks de steun van de hierboven al genoemde Amel Larrieux heeft het nog een tijd geduurd voor ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Kelela, maar vier jaar na haar geprezen debuut Cut 4 Me (toch vooral een remix plaat), heeft de zangeres uit Los Angeles ook mij te pakken.
Take Me Apart hoort absoluut thuis in het hokje R&B, maar net als Solange is Kelela ook niet vies van omliggende genres als elektronica en soul, waardoor ze nog net wat beter past in het nog redelijk nieuwe hokje “progressive R&B”.
Zoals gebruikelijk in Los Angeles en in dit genre, werd voor Take Me Apart een flink formaat blik met producers open getrokken, maar deze producers mochten niet zo los gaan als ze gewend zijn. Het volwaardige debuut van Kelela is bij vlagen voorzien van een vol en druk elektronisch geluid, maar het is ook een geluid vol dynamiek, dat af en toe de ruimte vol blaast, maar veel vaker kiest voor de subtiele naweeën of juist de voorbode van een vol R&B geluid.
Helaas zijn de elektronische geluidstapijten in de R&B over het algemeen nogal fantasieloos, maar het geluid op de plaat van Kelela, niet voor niets verschenen op het eigenzinnige Warp label, is geweldig. Op Take Me Apart kiezen de Amerikaanse zangeres en haar producers vooral voor een zich traag voortslepend geluid met opvallend lome beats en zweverige synths, maar Kelela flirt ook met hitgevoelige deuntjes of muziek voor de dansvloer. Iedere track klinkt weer anders en steeds weer verrast de plaat met betoverend mooie geluiden vol avontuur.
Take Me Apart is niet alleen een plaat vol dynamiek, maar ook een plaat vol al dan niet onderhuidse spanning. Kelela maakt absoluut lekker en makkelijk in het gehoor liggende popmuziek, maar zoekt ook altijd de grenzen op, waardoor Take Me Apart niet alleen vermaakt maar ook intrigeert.
Het broeierige en vaak wat ongrijpbare geluid op Take Me Apart voorziet de plaat van allerlei extra dimensies en onderscheidt zich hierdoor met speels gemak van de stapels andere platen in het genre. Net als Solange vorig jaar, imponeert Kelela met muziek die de fantasie prikkelt, maar die ook zwoel en genadeloos kan verleiden.
In muzikaal opzicht sluit de plaat meer dan eens aan op de kaders van de R&B, maar Kelela manoeuvreert ook op handig wijze door een aantal decennia elektronische popmuziek en pikt hier en daar ook nog een beetje van Prince mee.
Tot dusver heb ik het alleen maar gehad over het bijzondere geluid op Take Me Apart, maar het sterkste wapen van Kelela is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die in meerdere lagen op je af komt met prachtige harmonieën of bijna in je oor fluistert en het is een stem die het oor uitsluitend streelt. Persoonlijk ben ik niet zo gek op de stembuigingen die in de R&B en Neo-Soul gemeengoed zijn, maar de subtiele buigingen van Kelela zijn zonder uitzondering prachtig.
Een jaar geleden was ik nog enorm verrast door een R&B plaat in mijn jaarlijstje, maar de plaat van Solange is sindsdien alleen maar beter geworden. Of Take Me Apart van Kelela net zo goed is zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog doet het officiële debuut van de zangeres uit Los Angeles niet al te veel onder voor het briljante A Seat At The Table van Solange.
Take Me Apart is smullen voor de liefhebbers van Progressive R&B, maar ook liefhebbers met andere voorkeuren en een open mind gaan waarschijnlijk genadeloos voor de bijl na beluistering van de broeierige, spannende en verleidelijk cocktail van Kelela. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kelela - Take Me Apart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben zeker geen liefhebber van platen die het etiket R&B krijgen opgeplakt, maar de laatste jaren volg ik het genre wel.
Ook binnen de R&B worden zo af en toe immers platen gemaakt die zo goed zijn dat ze ook voor liefhebbers van omliggende genres interessant zijn en heel incidenteel zijn deze platen zelfs zo goed dat ze ook in het jaarlijstje van iemand die de R&B geen warm hart toedraagt kunnen opduiken.
Amel Larrieux verraste me een jaar of tien geleden met een waar meesterwerk (Bravebird), Janelle Monáe deed het de afgelopen jaren zelfs twee keer en vorig jaar was er opeens het meesterwerk van Solange (Knowles), die wat mij betreft één van de beste en spannendste platen van 2016 maakte. Dit jaar had ik binnen de R&B nog niet veel platen gehoord waar ik het warm van krijg, maar Take Me Apart van Kelela is er wel weer een.
Kelela (Mizanekristos) groeide op in Washington D.C., maar kreeg haar carrière in de muziek pas van de grond toen ze een jaar of zeven geleden naar Los Angeles vertrok. Ondanks de steun van de hierboven al genoemde Amel Larrieux heeft het nog een tijd geduurd voor ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Kelela, maar vier jaar na haar geprezen debuut Cut 4 Me (toch vooral een remix plaat), heeft de zangeres uit Los Angeles ook mij te pakken.
Take Me Apart hoort absoluut thuis in het hokje R&B, maar net als Solange is Kelela ook niet vies van omliggende genres als elektronica en soul, waardoor ze nog net wat beter past in het nog redelijk nieuwe hokje “progressive R&B”.
Zoals gebruikelijk in Los Angeles en in dit genre, werd voor Take Me Apart een flink formaat blik met producers open getrokken, maar deze producers mochten niet zo los gaan als ze gewend zijn. Het volwaardige debuut van Kelela is bij vlagen voorzien van een vol en druk elektronisch geluid, maar het is ook een geluid vol dynamiek, dat af en toe de ruimte vol blaast, maar veel vaker kiest voor de subtiele naweeën of juist de voorbode van een vol R&B geluid.
Helaas zijn de elektronische geluidstapijten in de R&B over het algemeen nogal fantasieloos, maar het geluid op de plaat van Kelela, niet voor niets verschenen op het eigenzinnige Warp label, is geweldig. Op Take Me Apart kiezen de Amerikaanse zangeres en haar producers vooral voor een zich traag voortslepend geluid met opvallend lome beats en zweverige synths, maar Kelela flirt ook met hitgevoelige deuntjes of muziek voor de dansvloer. Iedere track klinkt weer anders en steeds weer verrast de plaat met betoverend mooie geluiden vol avontuur.
Take Me Apart is niet alleen een plaat vol dynamiek, maar ook een plaat vol al dan niet onderhuidse spanning. Kelela maakt absoluut lekker en makkelijk in het gehoor liggende popmuziek, maar zoekt ook altijd de grenzen op, waardoor Take Me Apart niet alleen vermaakt maar ook intrigeert.
Het broeierige en vaak wat ongrijpbare geluid op Take Me Apart voorziet de plaat van allerlei extra dimensies en onderscheidt zich hierdoor met speels gemak van de stapels andere platen in het genre. Net als Solange vorig jaar, imponeert Kelela met muziek die de fantasie prikkelt, maar die ook zwoel en genadeloos kan verleiden.
In muzikaal opzicht sluit de plaat meer dan eens aan op de kaders van de R&B, maar Kelela manoeuvreert ook op handig wijze door een aantal decennia elektronische popmuziek en pikt hier en daar ook nog een beetje van Prince mee.
Tot dusver heb ik het alleen maar gehad over het bijzondere geluid op Take Me Apart, maar het sterkste wapen van Kelela is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die in meerdere lagen op je af komt met prachtige harmonieën of bijna in je oor fluistert en het is een stem die het oor uitsluitend streelt. Persoonlijk ben ik niet zo gek op de stembuigingen die in de R&B en Neo-Soul gemeengoed zijn, maar de subtiele buigingen van Kelela zijn zonder uitzondering prachtig.
Een jaar geleden was ik nog enorm verrast door een R&B plaat in mijn jaarlijstje, maar de plaat van Solange is sindsdien alleen maar beter geworden. Of Take Me Apart van Kelela net zo goed is zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog doet het officiële debuut van de zangeres uit Los Angeles niet al te veel onder voor het briljante A Seat At The Table van Solange.
Take Me Apart is smullen voor de liefhebbers van Progressive R&B, maar ook liefhebbers met andere voorkeuren en een open mind gaan waarschijnlijk genadeloos voor de bijl na beluistering van de broeierige, spannende en verleidelijk cocktail van Kelela. Erwin Zijleman
Kelley McRae - The Wayside (2016)

4,0
0
geplaatst: 16 april 2016, 14:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Kelley McRae - The Wayside - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kelley McRae is een Amerikaanse singer-songwriter die inmiddels al een jaar of tien platen maakt.
Samen met haar echtgenoot en medemuzikant Matt Castelein verruilde Kelley McRae een aantal jaren geleden haar appartement in New York voor een Volkswagen busje en sindsdien trekt het tweetal door de Verenigde Staten om muziek te maken.
Voor het opnemen van haar nieuwe plaat toog het tweetal naar het Canadese Vancouver, waar samen met de met name in Canada befaamde producer Roy Salmond The Wayside werd opgenomen.
Alleen de naam van Kelley McRae prijkt op de cover van de plaat, maar ook de bijdrage van haar echtgenoot Matt Castelein mag er zijn. Castelein voorziet de songs van Kelley McRae van prachtig en trefzeker gitaarwerk en geeft de fraaie vocalen van Kelley McRae bovendien meer body door het toevoegen van fraaie harmonieën.
Het tweetal kreeg verder gezelschap van een tweetal uitstekende muzikanten, die The Wayside voorzien van fraaie en uiteenlopende snarenklanken, waaronder bijdragen van viool, mandoline en bouzouki. Het door Roy Salmond vakkundig in elkaar gesleutelde geluid is stemmig en warm, maar nergens opdringerig, waardoor de stem van Kelley McRae alle ruimte krijgt.
De Amerikaanse is voorzien van een prachtig helder stemgeluid (dat hier en daar wat aan Alison Krauss doet denken) en het is een stemgeluid dat gemaakt is voor country en folk. Het geluid van Kelley McRae doet wat traditioneel aan, maar maakt vrij makkelijk indruk, ook als je de rootsmuziek liever wat alternatiever geserveerd krijgt. De Amerikaanse maakt alleen maar meer indruk naarmate de instrumentatie soberder en intiemer wordt en dat is knap.
De productie van en instrumentatie op The Wayside zijn van een bijzonder hoog niveau en dat geldt ook voor de songs en de teksten van Kelley McRae. Haar prachtige vocalen tillen The Wayside naar een nog net wat hoger niveau. Al met al een bijzonder knappe plaat, die me ook nieuwsgierig maakt naar haar oudere werk en doet uitzien naar nieuw werk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Kelley McRae - The Wayside - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kelley McRae is een Amerikaanse singer-songwriter die inmiddels al een jaar of tien platen maakt.
Samen met haar echtgenoot en medemuzikant Matt Castelein verruilde Kelley McRae een aantal jaren geleden haar appartement in New York voor een Volkswagen busje en sindsdien trekt het tweetal door de Verenigde Staten om muziek te maken.
Voor het opnemen van haar nieuwe plaat toog het tweetal naar het Canadese Vancouver, waar samen met de met name in Canada befaamde producer Roy Salmond The Wayside werd opgenomen.
Alleen de naam van Kelley McRae prijkt op de cover van de plaat, maar ook de bijdrage van haar echtgenoot Matt Castelein mag er zijn. Castelein voorziet de songs van Kelley McRae van prachtig en trefzeker gitaarwerk en geeft de fraaie vocalen van Kelley McRae bovendien meer body door het toevoegen van fraaie harmonieën.
Het tweetal kreeg verder gezelschap van een tweetal uitstekende muzikanten, die The Wayside voorzien van fraaie en uiteenlopende snarenklanken, waaronder bijdragen van viool, mandoline en bouzouki. Het door Roy Salmond vakkundig in elkaar gesleutelde geluid is stemmig en warm, maar nergens opdringerig, waardoor de stem van Kelley McRae alle ruimte krijgt.
De Amerikaanse is voorzien van een prachtig helder stemgeluid (dat hier en daar wat aan Alison Krauss doet denken) en het is een stemgeluid dat gemaakt is voor country en folk. Het geluid van Kelley McRae doet wat traditioneel aan, maar maakt vrij makkelijk indruk, ook als je de rootsmuziek liever wat alternatiever geserveerd krijgt. De Amerikaanse maakt alleen maar meer indruk naarmate de instrumentatie soberder en intiemer wordt en dat is knap.
De productie van en instrumentatie op The Wayside zijn van een bijzonder hoog niveau en dat geldt ook voor de songs en de teksten van Kelley McRae. Haar prachtige vocalen tillen The Wayside naar een nog net wat hoger niveau. Al met al een bijzonder knappe plaat, die me ook nieuwsgierig maakt naar haar oudere werk en doet uitzien naar nieuw werk. Erwin Zijleman
