MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Secret Sisters - Put Your Needle Down (2014)

poster
3,0
een allegaartje aan stijlen op dit tweede album van The Secret Sisters, de zussen Laura en Lydia Rogers afkomstig uit Muscle Shoals, Alabama.

8 liedjes van de zussen waarvan de meeste co-written plus een Bob Dylan cover "Dirty Lie", een nummer dat hij zelf nooit afmaakte, een cover "The Pocket Knife" van Polly Jean Harvey en een cover van de Everly Brothers "Lonely Island" (Boudleaux Bryant). het laatste nummer is 1 van de betere nummers, tezamen met hun eigen "Let There Be Lonely", beide nummers met spaarzame instrumentatie met alle ruimte voor hun fraai harmoniërende stemmen.

ook de rockende opener "Rattle My Bones" (Brandi Carlile, Tim & Phil Hansworth), het aanstekelijke "Black and Blue" en het gospelachtige "River Jordan" zijn prettig in het gehoor liggende liedjes. helaas verdrinken sommige liedjes als "Iuka" en "The Pocket Knife" in de mix van heftige percussie en gitaren.

een soort van alt.country met crossover invloeden naar pop, teveel country voor de popliefhebber en teveel pop voor de country of americana liefhebber. in combinatie met de wat (te) volle, rammelende productie en de kwaliteit van de liedjes die te wensen over laat, kan ik het enthousiasme van de 2 bovenste berichten niet delen.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich niet de minsten o.a. gitaristen Gurf Morlix en Marc Ribot en drummer Jay Bellerose.

Album werd geproduceerd door T Bone Burnett
Recorded at The Village, West Los Angeles, CA & Olympic Studios, Los Angeles, CA & Brooklyn Studios, Brooklyn, NY

The Sick & Indigent Song Club - Shinbone Alley (2011)

poster
4,5
waar ik niet veel heb met in het Nederlands gezongen "shanty songs" (zeemansliederen), ligt dat toch anders met de muziek van dit 6-koppige gezelschap uit Dublin.

veel "shanty songs" op dit album plus wat traditionele liederen, zoals de Amerikaanse folk standard "Shenandoah" ook bekend van de versie met Van Morrison & The Chieftains, de in het Frans gezongen "rowing song" (men zong tijdens het roeien) "Hourra les Filles a Cinq Deniers" en romantische "parting songs" als "Farewell to Nancy" en "Leave Her Johnny".

de liedjes worden afwisselend met een rijk, heerlijk Iers accent gezongen door mannelijke leadzangers of vrouwelijke leadzangeressen begeleid door veelal authentieke instrumenten en prachtige, meerstemmige zang.

hun versie van het bekende "Sally Brown" doet niet onder voor die van het legendarische Ierse folkgezelschap Sweeney's Men met Andy Irvine.

voor zover ik het ken is dit binnen het genre een topper, waarbij het a-capella gezongen "Nelson's Blood" herinneringen oproept aan het werk van het onvolprezen Engelse folkgezelschap The Watersons.

een vrolijk makend album waarbij de energie en het plezier uit de speakers spat.

Album werd geproduceerd door Gary Fitzpatrick en de band
Recorded at Orphan Studios, Dublin, Ireland

Gary Fitzpatrick: vocals, guitar, mandolin, harmonium, accordion, stomps & floor tom
Angie McLaughlin: vocals, ukulele, harmonium, cabasa, stomps & hollers
Shane McGrath: vocals, mandolin, guitar, harmomium, whoops & hollers
Christian Volkmann: vocals, harmonica, triangle
Gerry Fitzpatrick: dobro, guitar, accordion
Sheila Sullivan: vocals, violin

The Sojourners - Hold On (2008)

poster
4,0
het 2e album van het Canadese gospel trio "The Sojourners". verwacht geen volle, rijke gospel a la The Edwin Hawkins Singers maar qua instrumentatie klein gehouden, ingetogen gospel gebaseerd op blues en soul. 11 sterke liedjes geweldig gezongen door dit trio.

op dit album staan 6 public domain (muziek vrij van auteursrechten) liedjes o.a. het veel gecoverde "Farther Along" en 5 covers/nummers van anderen, waaronder 2 (nummers 5 en 9) van de Amerikaanse blues/gospelmuzikant Thomas A. Dorsey en de Curtis Mayfield klassieker "People Get Ready".

soms folky "Have a Little Talk with Jesus" met een heerlijke slide gitaar party van meestergitarist Steve Dawson, een enkele keer gaat het tempo iets omhoog zoals in het bluesy "Satisfied with Jesus" of volgt er een a-capella gezongen lied "Clean Up" met hand claps, alle voorzien van hun onberispelijke zang.

"Eyes on the Prize" werd eveneens gecoverd door Mavis Staples op haar album "We'll Never Turn Back".

Favoriete tracks "Run On", "Old Ship of Zion" en de heerlijke melodie van "Walking Up the King's Highway".

Album werd geproduceerd door Steve Dawson
Recorded at The Henhouse, Vancouver, Canada

All vocals by The Sojourners: Marcus Mosely, Will Sanders & Ron Small
Jim Byrnes guest vocalist on tracks 2 & 4

The Band:
Steve Dawson: guitars, ukulele, percussion
Keith Lowe: double bass
Geoff Hicks: drums

"The photo on the CD cover was taken in Christ Church Anglican Cathedral Vancouver BC, the home of Vancouver's Good Noise Gospel Choir and a place where we have performed in concerts and services. We acknowledge with gratitude the support of the Cathedral community for our music"

The Sojourners - The Sojourners (2010)

poster
4,0
wederom een fraai gospel album van The Sojourners 3 Amerikaanse "expats" die zich in Vancouver, Canada vestigden en samen werden gebracht door de Canadese blues singer/songwriter Jim Byrnes.

op dit album staan een 4-tal traditionals (nummers 2,3,4 en 11) en voor de rest covers o.a. het veel gecoverde "Nobody Can Turn Me Around" van de gospel artiest/pianist Ernest Franklin, "Death Don't Have No Mercy" van bluesman Reverend Gary Davis, "Lead Me Guide Me" van de gospel songwriter/zangeres Doris May Akers en een verrassende cover van "The Neighborhood" (Los Lobos).

de muziek is een mix van blues, doo wop en r&b met voortreffelijke zang van The Sojourners (letterlijk vertaald: reizigers; iemand die tijdelijk ergens verblijft dat niet zijn thuis is), waarbij in de muzikale omlijsting een glansrol is weggelegd voor de Canadese snarenvirtuoos Steve Dawson.

aan de hierboven door Ronald5150 vermelde 3 favoriete nummers die het e.e.a. over dit album eerder prima heeft verwoord, zou ik de ingetogen traditional "Brother Moses Smoke the Water" en de uitbundige afsluiter "By and By" eveneens een traditional willen toevoegen.

frappant detail is het bedankje in de liner notes aan de Nederlandse roots rock band The Shiner Twins voor het aanbrengen van de song "Great Day" dat verscheen op hun album "Four Souls - One Heart" (2011).

Album werd geproduceerd door Steve Dawson
Recorded at The Factory, Vancouver, BC & The Henhouse, Vancouver

The Songs of Jimmie Rodgers (1997)

Alternatieve titel: A Tribute

poster
4,0
een eerbetoon aan de muziek van Amerikaans icoon Jimmie Rodgers (1897-1933) die tijdens zijn relatief korte carrière (1927-1933) circa 120 liedjes schreef, waarvan vele met anderen. de man overleed op de jonge leeftijd van 35 jaar aan de gevolgen van tuberculose. het nummer "Blue Yodel" was de springplank naar nationaal succes in zijn thuisland Amerika. het aantal artiesten die zich schatplichtig verklaarden aan zijn muziek is vrijwel oneindig met o.a. Johnny Cash, Bob Dylan, John Fahey, Lefty Frizzell, Merle Haggard, Jerry Lee Lewis, Willie Nelson, etc.

op dit album is een breed scala aan muziekstijlen te horen van blues, country, folk tot ragtime/vaudeville. fraaie bijdragen van o.a. Alison Krauss, Dickey Betts, Mary Chapin Carpenter, David Ball. Wilie Nelson en Steve Earle, waarbij de bijdragen van Iris Dement en Van Morrison er bovenuit steken.

de bijdrage van Bono, een wat vreemde eend in de bijt, raakt wellicht niet aan de essentie van het werk van Jimmie Rodgers, maar zijn stemmige, ingetogen versie van "Dreaming with Tears in My Eyes" in de vorm van een ballad met cello en viool klanken kan mij persoonlijk wel bekoren.

eerder verschenen tribute albums van andere iconen als Lefty Frizzell (Songs of Jimmie Rodgers, 1951), Merle Haggard ( Same Train, a Different Time, 1969) en recenter van singer/songwriter Steve Forbert ("Any Old Time, Songs of Jimmie Rodgers, 2002).

ondanks de diversiteit aan stijlen een alleszins genietbaar album met een waardige afsluiter "T For Texas" van Dwight Yoakam.

deelcitaat uit de liner notes van Bob Dylan (1996) die dit eerbetoon initieerde:

"Jimmie Rodgers of course is one of the guiding lights of the twentieth century whose way with song has always been an inspiration to those of us who have followed the path. A blazing star whose sound was and remains the essence of individuality in a sea of conformity, par excellence with no equal. Though he is claimed as the father or country music, the title is limiting and deceiving in light of today's country music and he wouldn't have understood it. In his time, he was better known as "The Singing Brakeman" or "Blue Yodeler" and hence in some circles, he has come to be known as "The Man Who Started It All", which is more to the truth for he was a performer of force without precedent with a sound as mystical as it was dynamic. His voice gives HOPE to the vanquished and humility to the mighty. Indeed, he sings not only among his bawdy, upbeat blues and railroading songs, but also Tin Pan Alley trash and crooner lullabies as well. He makes everything unmistakably his own and does it with piercing charm"

The Soul of Cape Verde (1996)

Alternatieve titel: A Alma de Cabo Verde

poster
4,0
Kaapverdië, voorheen een Portugese kolonie dat in 1975 onafhankelijk werd, is niet het eerste land waar je aan denkt als het om wereldmuziek (vreemde uitdrukking eigenlijk) gaat.

op deze fraaie verzamelaar staat muziek in de genres "Morna" en het iets snellere "Coladeira", improvisaties op de Portugese fado en muziek uit Brazilië en Argentinië (sambas en tango). zangeres Cesaria Evora is een grootheid in dat genre, maar ook de componist/muzikant Luis Morais en de zanger Bana, ook wel de koning van de "Morna" genoemd, waren/zijn grootheden in eigen land. de band Voz de Cabo Verde (Cabo Verde Show) was de eerste band die Kaapverdische muziek populariteit bezorgde in Afrika en Europa.

veelal melancholische muziek, prachtig ingekleurd met o.a. bescheiden percussie, gitaren, viool, fluit, trompet en voorzien van fraaie solo of meerstemmige zang. op deze verzamelaar staan 5 traditionals en voor de rest eigen liederen die qua stemming wisselen van rustgevend, weemoedig en zwoel tot levendig en een enkele keer vrolijk, zoals het aanstekelijke "Cutch Cutch" van Amandio Cabral.

als je dit album meerdere malen achter elkaar beluister komen de pareltjes vanzelf boven drijven. deze muziek zal de liefhebbers van de Buena Vista Social Club, Ibrahim Ferrer e.d. waarschijnlijk nooit bereiken, maar is het beluisteren meer dan waard.

citaat uit de liner notes van Vasco Martins:

"The "Morna" may well have stemmed from a musical form called "Lundum", which came from Africa, most likely from Angola. For musicologists, the Portuguese Fado has the same origins, along with certain types of Brazilian songs. This Fado - Modinha - Morna triangle is so clearly drawn that it's obvious they must have the same origin.

From the 1870's-90's onwards, we know for sure that the Morna came under two influences, the first of which was the emerging Fado. The other influence was the music from Brazil and Argentina, particularly by composers B. Leza and Luis Rendall, both born on the island Sao Vicente.

"Going from Boa Vista Island, where it probably first appeared, via the islands of Brava and Sao Vicente, the Morna, gradually became the national sound, that of all the islands, closest to the deepest feelings of the Cape Verde people"

The Steve Miller Band - Bingo! (2010)

poster
4,0
de opvolger van het matige, mainstream "Wide River" (1993) liet 17 jaar op zich wachten. op "Bingo!" staan covers van veel van Steve Miller's oude blues helden, maar ook 3 covers (1,3 en 6) van de door hem bewonderde gitarist Jimmy Vaughan, die op zijn album "Strange Pleasure" verschenen.

merendeels stevige r&b/blues rock zoals op "Don't Cha Know" en "You Got Me Dizzy" (JImmy Reed), heerlijk groovy op "Rock Me Baby" (Joe Josea/B.B. King) waarop Steve Miller de gitaar solo's deelt met Joe Satriani, hetgeen zij later nog eens herhalen op "Sweet Soul Vibe" (Nile Rodgers/Jimmy Vaughan) waar wat gospel door klinkt.

dan weer funky op de Otis Redding (met Carla Thomas) klassieker "Tramp" (Lowell Fulson), of stevig swingend op "Come On (Let the Good Times Roll)" (Earl King), een veel gecoverd nummer o.a. door Jimi Hendrix op zijn "Electric Ladyland" album, of een James Brown vibe op "Ooh Poo Pah Do" (Jimmy Hill), een publieksfavoriet tijdens live optredens.

de 4 bonus tracks zijn van hetzelfde laken een pak. juke joint blues op "Ain't That Lovin You Baby" (Jimmy Reed) met een schurende harmonica partij van wijlen Norton Buffalo, het aloude "Further On Up the Road" een eerbetoon aan gitarist Wayne Bennett die in de band van Bobby "Blue" Bland speelde, en het vuige "Look On Yonder Wall" (Elmore James) waar Steve Miller er als vanouds op los soleert.

de bezieling en het vuur zijn terug op dit (h)eerlijke recht-toe-recht-aan blues album zonder toeters en bellen, waarop electronica en synths ontbreken, met spetterend gitaarwerk en op meerdere nummers aangevuld met de krachtige, soulvolle zang van Sonny Charles. zoals hierboven opgemerkt door Ronald5150 was dit een uitstekend comeback album van Steve Miller.

Album werd geproduceerd door Steve Miller & Andy Johns
(in loving memory of Norton Buffalo) die op dit album nog meespeelde (R.I.P. 30-10-2009)

The Steve Miller Band - Brave New World (1969)

poster
3,5
het derde album van de Steve Miller Band. Boz Scaggs en toetsenist Jim Peterman hadden de groep verlaten. opmerkelijk dat dit album slechts een half uur muziek bevat, destijds verdeeld over 2 plaatkanten.

vind deze nogal onsamenhangend en de psychedelische rock en blues op dit album klinken ruim 50 jaar later behoorlijk gedateerd. het gemis van Boz Scaggs laat zich voelen, want songs van de kwaliteit "Baby's Calling Me Home" en "Steppin' Stone" die hij schreef voor het debuutalbum "Children of the Future" ontbreken helaas. het catchy, melodieuze "LT's Midnite Dream" van de hand van bassist Lonnie Turner steekt er samen met een aantal andere tracks bovenuit.

nu ik dit album vele jaren later weer eens heb beluisterd, waardeer ik deze als volgt:

"Kow Kow", "Seasons", "Space Cowboy", " LT's Midnite Dream" 4 sterren
"Brave New World", "Got Love Cause You Need It", "My Dark Hour" 3,5
"Celebration Song", "Can't You Hear Your Daddy's Heartbeat" 3

Album werd geproduceerd door Glyn Johns & Steve Miller
Recorded at Sound Recorders, Hollywood, California

de basis bezetting:
Steve Miller: guitar, harmonica, vocals
Lonnie Turner: bass guitar, vocals
Tim Davis: drums, percussion, vocals
Ben Sidran: keyboards

Ben Sidran heeft een hele reeks solo albums op zijn naam staan in het (soft) jazz genre met wat pop invloeden, o.a. het album "Dylan Different", waarop jazz interpretaties staan van Bob Dylan nummers

The Steve Miller Band - Sailor (1968)

Alternatieve titel: Living in the U.S.A.

poster
4,0
het tweede album van de Steve Miller Band. voor mij puur jeugdsentiment met muziek die gerelateerd is aan mijn jeugd. begin seventies waren het soms vage tijden met vage mensen. bezocht als jonkie regelmatig met mijn hippie vriendinnetje een oud woonhuis, dat omgetoverd was in een jongerensoos. biertje kon je beneden aan de bar bestellen en boven met de trap omhoog, was een hoek ingericht waar je diverse soorten thee en bruine boterhammen met kaas kon bestellen. de geuren en walmen van wierook en joints staan mij nog bij en dan draaide men o.a. de muziek van dit album. stel je daarbij voor de misthoorngeluiden van "Song for Our Ancestors" om het tijdsbeeld compleet te krijgen. deze muziek was echt andere "stuff" dan pak em beet "Chirpy Chirpy Cheep Cheep" van Middle of the Road.

on-topic is dit inmiddels 56 jaar geleden uitgebrachte album 1 van de vele klassiekers uit Steve Miller zijn beginperiode met 4 originals van Steve Miller zelf (tracks 1,2,4 en 5), 1 "My Friend" (drummer Tim Davis/Boz Scaggs), 1 "Lucky Man" van toetsenist Jimmy Peterman, 2 covers "Gangster of Love" (Johnny Guitar Watson) en "You're So Fine" (Jimmy Reed) en 2 nummers van Boz Scaggs "Overdrive" en "Dime-A-Dance-Romance", waarvan de laatste nu klinkt als een overstuurd stukje psychedelica.

ruim 50 jaar later bevallen mij de ballads "Dear Mary" en "Quicksilver Girl" het beste, met als goede tweede de up-tempo tracks "Living in the USA", "Gangster of Love" en "You're So Fine".

na dit 2e album verliet Boz Scaggs (alsmede Jim Peterman) de band vanwege muzikale meningsverschillen. beiden verkregen later een sterrenstatus. Boz Scaggs met het album "Silk Degrees" en Steve Miller met o.a. de albums "The Joker" en "Fly Like An Eagle".

nummers als "My Friend", "Overdrive" en "Dime-A-Dance-Romance" komen nu vele jaren later wat gedateerd over, maar vanuit nostalgische overwegingen wil ik dit album nog wel eens opzetten.

The Steve Miller Band - Your Saving Grace (1969)

poster
4,5
het vierde album van de destijds productieve Steve Miller Band, van wie in 2 jaar tijd (1968/69) 4 albums werden uitgebracht. de hoes met daarop de woorden "brotherhood", "consciousness", "peace" en "conservation" geven de tijdgeest van toen treffend weer.

"Your Saving Grace" is de minst wisselvallige en meest toegankelijke van de 4 met minder psychedelica en met 8 goede tot uitstekende songs. 5 van de hand van Steve Miller zelf, waarvan 2 co-written, track 2 met Ben Sidran, en "Baby's House" co-written met Nicky Hopkins, de legendarische Engelse toetsenist/sessie muzikant die op een oneindig aantal albums meespeelde van o.a. The Kinks, Rolling Stones, Who, etc.

de overige 3 nummers zijn de traditional 5) "Motherless Children" van oorsprong een gospel blues song uit 1927 van Blind Willie Johnson, hier ingetogen, stemmig uitgevoerd. een nummer dat later ook gecoverd werd door Eric Clapton op zijn album "461 Ocean Boulevard" (1974). het folky/country up-tempo nummer met een fraaie slide partij voorziene 6) "The Last Wombat In Mecca" van bassist Lonnie Turner en de afsluiter "Your Saving Grace" een sterke melodie met hitpotentie van drummer Tim Davis, sluiten prima aan bij de fijne flow van dit album.

dat Steve Miller behalve een uitstekend gitarist ook een prima zanger is, bewijst hij o.a. in de up-tempo bluesrock van "Don't Let Nobody Turn You Around" en de slow blues "Feel So Glad".

de digitale remaster van dit album (Capitol, 1990) klinkt als een klok. zoals gezegd is dit van de 4 albums uit de begintijd van Steve Miller het meest toegankelijke album, waarvan alle songs prettig weg luisteren.

Album werd geproduceerd door Glyn Johns
Recorded at Wally Heider Studios, San Francisco, California

The Stills-Young Band - Long May You Run (1976)

poster
3,5
deze samenwerking van Stills en Young maakt de hoge verwachtingen helaas niet waar. deed dat in 1976 niet en een kleine 50 jaar later ook niet. het synergie effect van 1 plus 1 = 3 dat je van deze 2 giganten zou mogen verwachten is hier verre van aanwezig. eens met late for the sky dat de 5 Neil Young nummers de sterkhouders zijn en dit album dragen, maar uitgezonderd "Long May You Run" zijn ze nu ook weer niet bovengemiddeld goed gezien zijn songwriter's kwaliteiten.

ondanks dat zijn 2 meer up-tempo rock songs "Let It Shine" en "Fontainebleau" wel een Crazy Horse vibe hebben, mis ik hier de "drive" en magie van zijn eerdere albums met die band, zoals bij voorbeeld op "Zuma".

van de 4 Stills nummers bevallen de slow blues "Make Love to You" en het funky "12/8 Blues" het beste. de West Coast rock of hoe je het ook mag noemen van "Black Coral" en "Guardian Angel" ervaar ik als missers.

dit onsamenhangende, middelmatige album beland zelden in de speler. vanwege de Neil Young composities 3,5 sterren.

Album werd geproduceerd door Stephen Stills, Neil Young & Don Gehman
Recorded at Criteria Recording Studios, Miami, Florida

The Band:
Neil Young: guitars, piano, harmonica, string synthesizer, vocals
Stephen Stills: guitars, pianos, vocals
Joe Lala: percussion, background vocals
Jerry Aiello: organ, piano
George "Chocolate" Perry: bass, b.v.
Joe Vitale: drums, flute, b.v.

The Super Rail Band - Of the Buffet Hotel de la Gare de Bamako (1985)

poster
4,0
dit Malinese gezelschap is vanaf 1970 actief, eerst als de Rail Band later als Super Rail Band, maar op dit album is de groepsnaam "Super Rail Band of the Buffet Hotel de la Gare de Bamako" vanwege het feit dat de band daar in de 70's en 80's veel optredens verzorgde. zangers Salif Keita die later naar Les Ambassadeurs ging en Mory Kante die een internationale hit scoorde met "Yeke Yeke" waren ooit bandlid en zongen bij de band.

op dit album staat een mix van traditionele "Manding" muziek afkomstig uit het zuidwesten van Mali vermengd met o.a. Congolese rumba, Cubaanse latin en Afro pop/jazz. de ritmische, swingende up-tempo muziek vertoont overeenkomsten met die van het Senegalese orkest Orchestra Baobab en dan weet de liefhebber genoeg.

traditionele instrumenten als de balafon, kora, ngoni en percussie worden aangevuld met drums, een blazerssectie en diverse gitaren, waardoor een "moderne" sound ontstaat met prima zang van de lead vocalisten Sekou Kante en Lanfia Diabate.

dit album heeft een heerlijke flow met stuk voor stuk aanstekelijke, sprankelende nummers in een bijzonder heldere productie die direct aanspreken.

de band die met name in de seventies bijzonder succesvol was en vele personele wisselingen achter de rug heeft, treedt nog steeds op tegenwoordig onder de naam Super Rail Band International.

Songs composed by Djelima Dytounkara & The Super Rail Band
(Recorded October 1982)

The Unthanks - Diversions Vol. 2: The Unthanks with Brighouse and Rastrick Brass Band (2012)

poster
4,5
Tja. is dit traditionele of nieuwe folk of zit het ergens tussen in? ben geen folkpurist, maar na vele luisterbeurten ben ik wel overtuigd geraakt van de kwaliteit van dit majestueuze album en doet de kwalificatie er voor mij niet toe. wellicht geen makkelijk album, maar dit 2e deel van de serie "Diversions" van The Unthanks is vermoedelijk hun beste. een avontuurlijk, divers en gewaagd album, mede door de samenwerking met en de geweldige bijdrage van de "Brighouse and Rastrick Brass Band" die de muziek een absolute meerwaarde geeft. de kwalificatie "saai" die ik bij commentaren van hun eerdere albums voorbij zag komen, is in ieder geval niet van toepassing op de muziek op dit album. er staan zowel nieuwe als oude nummers op dit album. nummers 8 en 9 zijn van het gelijknamige "The Unthanks" album en nummers 10, 11, 12 en 14 zijn afkomstig van het album "The Bairns". de muziek werd op verschillende locaties o.a. kathedralen en muziek hallen in Bristol en Leeds "live" opgenomen. de ballads zoals "King of Rome" gezongen door Becky Unthank en "My Lagan Love" gezongen door Niopha Keegan zijn van een ongekende schoonheid. het vierluik 3 t/m 6 werd grotendeels geschreven en gearrangeerd door bandlid/pianist Adrian McNally (echtgenoot van Rachel Unthank) ter viering van de geboorte van hun zoon George. op "Queen of Hearts" komt de lead vocal van het andere bandlid Chris Price, maar de meeste hoogtepunten op dit album zijn m.i. de hemelse, wonderschone vocalen van de zussen Becky en Rachel Unthank en hun prachtige lead als wel a capella zang, die op dit album alle ruimte krijgen. een album om "stil" van te worden. voor de liefhebber een luister trip.

de muzikanten op dit album:
Rachel Unthank: voice
Becky Unthank: voice
Adrian McNally: piano, voice, drum
Chris Price: voice, drums, cymbals
Niopha Keegan: voice
Performed with
Brighouse and Rastrick Brass Band

The Unthanks - Here's the Tender Coming (2009)

poster
4,0
inderdaad een heel mooi, zowel traditioneel als modern folk album. veel traditionals en enkele songs van "hedendaagse" songwriters, zoals "Lucky Gilchrist" van groepslid Adrian McNally, een prachtig lied "Nobody Knew She Was There" van de vermaarde Britse folkzanger/songwriter Ewan MacColl, en fraaie uitvoeringen van "Living by the Water" (Anne Briggs) en "At First She Starts" (Lal Waterson/Oliver Knight).

andere hoogtepunten zijn de traditionals "Annachie Gordon" ook bekend van de versies van de Britse folkie Nic Jones en de Ierse zangeres Mary Black, het a-capella gezongen "Where've Yer Bin Dick", "Flowers of the Town", het korte "music hall" liedje "Not Much Luck in Our House" en het betoverend mooi gezongen "Here's the Tender Coming".

de aanstekelijke folky viool klanken van de hidden track "Betsy Bell" sluiten dit sfeervolle, stemmige album vrolijk af.

los van de prachtige meerstemmige zang van de zussen aangevuld door o.a. de zang van mede groepslid Niopha Keegan, wordt de muziek op dit album mede ingekleurd door een reeks aan gastmuzikanten met instrumenten als cello, flugelhorn, melodeon, trombone en trompet.

Album werd geproduceerd door Adrian McNally
Recorded at Blast Studios, Newcastle upon Tyne

de band Unthanks ten tijde van dit album:

Rachel Unthank: lead & backing voice, cello, ukulele
Becky Unthank: lead & backing voice, autoharp
Niopha Keegan: lead voice (track 2), backing voice, accordion, mandolin, violin
Adrian McNally: piano, drums, marimba, chime bars, autoharp, temple gongs, tubular bells, backing voice
Chris Price: guitar, bass, ukulele, dulcitone, marimba, backing voice

The Unthanks - Last (2011)

poster
4,5
"Last" kun je gerust het vierde album van de zussen Unthank noemen als je de eerste 2 albums van "Rachel Unthank & The Winterset" meereken. zus Becky zong al prominent mee op die albums, waarna ze vanaf het derde album "Here's the Tender Coming" als The Unthanks verder gingen.

"Last" is wederom een bloedmooi album met wonderschone zang van de zussen op een 3-tal nummers aangevuld met de eveneens prachtige stem van de violiste Niopha Keegan.

5 door de groep gearrangeerde traditionals plus 1 nummer "Last" van bandlid/pianist Adrian McNally en 4 covers "Give Away Your Heart" van de Engelse folkie Jon Redfern, een nummer van zijn debuut album "May Be Some Time", "No One Knows I'm Gone" van het Tom Waits album "Alice", "Starless" van het King Crimson album "Red" en "Close the Coalhouse Door" van de uit Gateshead afkomstige folkie Alex Glasgow.

"Gan to the Kye", "Queen of Hearts" dat eveneens door Joan Baez en Martin Carthy werd gecoverd, het melancholische, verstilde "Starless" met een leidende rol voor de trompet i.p.v. gitaar en de piano ballad "Close the Coalhouse Door" dat de zussen leerden kennen via het folk gezelschap The Wilson Family behoren tot de vele hoogtepunten.

de lieflijke met fiddle spel opgesierde traditionals "My Laddie Sits Ower Late Up" en "Conny Hobbie Elliott" een lied uit 1759 blijven het dichtst bij de traditionele folk/roots.

er zijn gastrollen van Lizzie Jones (trumpet), Dean Ravera (double bass), Alex Neilson (drums) en Julian Sutton (melodeon) plus een strijk kwartet (3 violen en cello).

of je het nu neo-folk wil noemen of niet de muziek op "Last" is emotievol, prachtig en sfeervol. een bij uitstek ideaal herfstalbum maar sowieso geschikt voor alle jaargetijden.

Album werd geproduceerd door Adrian McNally
Recorded at home in Northumberland

Rachel Unthank: voice, kalimba (3)
Becky Unthank: voice
Niopha Keegan: violin, voice (1,5,8)
Adrian McNally: piano, dulcitone, voice, drums
Chris Price: bass, acoustic & electric guitar, ukulele

The Wailing Souls - Fire House Rock (1981)

poster
4,0
een "rocksteady/reggae" semi-klassieker van het vocale kwartet The Wailing Souls. zij kregen net als The Wailers begin jaren zestig zangles van de befaamde Joe Higgs. de groep opereerde aanvankelijk onder de naam "The Renegades" en wijzigde in 1968 de naam naar "Wailing Souls".

de groep heeft diverse bezettingen gekend, maar bestond ten tijde van dit album uit Winston "Pipe" Matthews, Lloyd "Bread" McDonald en George "Buddy" Haye. de band had de luxe dat deze alle 3 goede songschrijvers waren. het is mij niet duidelijk wie destijds het vierde bandlid was, maar vermoedelijk was dit Rudolph "Garth" Dennis, mede oprichter van de band Black Uhuru. de groepsleden Winston Matthews en Lloyd McDonald bleven door de jaren heen de constante factor.

sterk songmateriaal met prachtige samenzang uitgevoerd in stevige "rootsrock" dance hall style met strakke riddims van The Roots Radics. de sound is minder "braaf" dan die van groepen als The Heptones of Israel Vibration.

het sterkste gedeelte vormen de eerste 5 nummers, waarbij met name de titeltrack "Firehouse Rock", "Run Dem Down" en "Kingdom Rise Kingdom Fall" met hun felle ritmes de speakers uit knallen.

jammer dat het kwaliteitsniveau van de songs wat inzakt op de 2e helft van dit album, uitgezonderd de upbeat en heerlijke melodie van "Bandits Taking Over". het vervolgalbum "Inchpinchers" is van hetzelfde laken een pak.

Album werd geproduceerd door Henry "Junjo" Lawes
Recorded at Channel One Studio, West Kingston, Jamaica

Style Scott: drums
Errol "Flabba" Holt: bass
Christopher "Sky Juice" Blake & Sticky: percussion
Winston Wright & Gladstone "Gladdie" Anderson: keyboards
Dean Fraser & Nambo Robinson: horns
Bo Pee & Alan Bassford: lead guitar
Eric "Bingy Bunny" Lamont & Alan Bassford: rhythm guitar

The Wainwright Sisters - Songs in the Dark (2015)

poster
3,5
zoals hierboven al vermeld fraaie harmoniezang op dit ingetogen "folk" album van de halfzussen Lucy en Martha Wainwright met spaarzame muzikale begeleiding.

los van de slaapliedjes o.a. "Prairie Lullaby" (Jimmie Rodgers) zijn het vooral de covers die indruk maken, waaronder "Hobo's Lullaby" een prachtig nummer van de Amerikaanse folkzanger Goebel Reeves dat ook gecoverd werd door Woody en zijn zoon Arlo Guthrie, "El Condor Pasa" (Paul Simon), "Our Mother the Mountain" (Townes Van Zandt), "End of the Rainbow" (Richard Thompson), "Dusty Skies" (Cindy Walker) en het Ierse folkliedje "Do You Love an Apple" mede geschreven door Donal Lunny en Micheal en Triona Ni Dhomhnaill die indruk maken.

een 2-tal liedjes "Lulllaby" en "Screaming Issue" (co-written Terre Roche) werden mede geschreven door Loudon Wainwright. "Long Lankin" en "Go Tell Aunt Rhody" zijn fraai bewerkte traditionals. Anna McGarrigle zingt mee op de "Baby Rocking Medley" (Rosalie Sorrels) en haar zus Jane speelt piano op "Russian Lullaby" (Irving Berlin).

Album werd geproduceerd door Brad Albetta
Recorded at Studio 63, St-Sauveur-des-monts, Quebec, Canada

de basis bezetting:

Martha Wainwright & Lucy Wainwright Roche: voice & guitars
Brad Albetta: bass, keyboards, organ
Eloi Painchaud: harmonica, banjo
Joel Zifkin: violin

The Walkabouts - Satisfied Mind (1993)

poster
4,5
het enige roots/americana album van The Walkabouts met 13 geweldige covers. zoals hierboven al gemeld, beslaan veel van hun andere albums totaal andere genres, die ook hun charme hebben, maar mij persoonlijk om die reden minder bevallen.

de covers bestaan uit de volgende nummers:

1. Satisfied Mind (Rhodes/Hayes)
2. Loom of the Land (Nick Cave)
3. The River People (Robert Forster)
4. Polly (Gene Clark)
5. Buffalo Ballet (John Cale)
6. Lover's Crime (Peter Maddux)
7. Shelter For An Evening (Gary Heffern)

8. Dear Darling (Mary Margaret O' Hara)
9. Poor Side of Town (Johnny Rivers)
10. Free Money (Patti Smith & Lenny Kaye)
11. The Storms Are on the Ocean (The Carter Family)
12. Feels Like Going Home (Charlie Rich)
13. Will You Miss Me When I'm Gone (Traditional)

een ietwat vergeten americana pareltje met merendeels akoestische folk/country-rock met fraaie melodieuze songs met veelal prachtige harmoniezang van Chris Eckman en Carla Torgerson.

Album werd geproduceerd door The Walkabouts & Kevin Suggs
Recorded at Avast Recording Studios, Seattle, Washington (September 1993)

Carla Torgerson: vocals, guitar, cello
Michael Wells: bass, harmonica, backup vocals
Terri Moeller: drums, percussion, backup vocals
Glenn Slater: piano, organ, Moog, accordion
Chris Eckman: vocals, guitars

plus gasten:

Larry Barrett: mandolin, back up vocals, lap steel, banjo
Peter Buck: mandolin, electric bouzouki, dulcimer
Andrew Hare: pedal steel
Clayton Park: acoustic & electric violins
Terry Lee Hale: acoustic slide guitar (track
Ivan Kral: electric guitar & synth (track 10)
Mark Lanegan: vocals (track 12)

The Waterboys - Fisherman's Blues (1988)

poster
5,0
de band The Waterboys werd in 1983 opgericht door de uit Edinburgh afkomstige Schot Mike Scott, sindsdien waren er ruimschoots 85 muzikanten al dan niet in de studio of als onderdeel van de line-up van live concerten betrokken bij de band met Mike Scott als enige constante factor. muzikanten afkomstig uit Engeland, Ierland, Schotland, Wales en enkele Amerikanen.

na de succesvolle "Big Music" van hun eerdere 3 albums was de verwachting dat de band in het kielzog van bands als Simple Minds en U2 naar het grote publiek zou doorbreken als de volgende grote stadion act.

in plaats daarvan was Mike Scott "seeking new musical roads to travel, I'd started to listen to country, folk and old-style gospel music, envying their simplicity and purity. I was excited by the possibilities of writing and playing these different kinds of music, and by the liberating prospect of departing from the repeat-formula-for-success script that managers, agents, record companies, journalists and even fans were devising for me".

Mike Scott leerde de Ierse fiddler Steve Wickham kennen, trok naar Ierland en verbleef daar een aantal jaren met o.a. Anthony Thistlethwaite (mandoline) "to play our own open-horizoned style of acoustic roots music".

het resultaat is dit album "Fisherman's Blues", het magnum opus van The Waterboys, waarop akoestische rock ballads als het titelnummer, akoestische folk ballads als "Strange Boat" en "When Ye Go Away" worden afgewisseld met de pastorale folk van de traditional "Carolan's Welcome" met o.a. bijdragen van Alec Finn (bouzouki) en Frankie Gavin (tin whistle, fiddle) beide bandleden van de vermaarde Ierse folkgroep De Dannan, de country rock versie van "Killing My Heart", de door gospel beïnvloede nummers "You in the Sky" en "Soon as I Get Home', de country van "Lonesome and a Long Way Home" en "Has Anybody Here Seen Hank? (een eerbetoon aan Hank Williams) , de country blues van "Let Me Feel Holy Again" of de blues (rock) getinte nummers "If I Can't Have You" en "Rattle My Bones and Shiver My Soul".

Iers folkicoon Donal Lunny bekend van de Bothy Band en Planxty speelt elektrische mandoline en bodhrans op de folk traditional "When Will We Be Married" met backing vocals van Liam O'Maonlai (Hothouse Flowers).

behalve de veelal eigen of co-written songs van Mike Scott bevat het album fraaie covers van "Sweet Thing" (Van Morrison) en een 2-tal Bob Dylan covers "Nobody Cept' You" en "Girl of the North Country".

deze "collector's edition" met 14 extra nummers, die nauwelijks onder doen voor de originele uitgave met 13 nummers, lijkt mij een must hear/must have voor de liefhebber.

in 2001 verscheen het eveneens ijzersterke "Too Close to Heaven" (the unreleased sessions) ook wel bekend als de Fisherman's Blues Part Two, waarna in 2013 "The Fisherman's Box Deluxe Edition" (6-cd) volgde met 121 nummers, waaronder vele doublures, alternatieve versies en outtakes, opgenomen in de periode 1986 t/m 1988, en een Super Deluxe Edition (7-cd) met op de 7e cd originele opnames van de muzikanten die als inspiratiebronnen dienden o.a. The Carter Family, De Danann, Planxty, Woody Guthrie en Hank Williams.

The Waterboys - The Live Adventures of the Waterboys (1998)

poster
4,5
dit live album staat niet onder de discografie op de officiële website van de Waterboys. Mike Scott noemde deze dubbelaar zelf een "unofficial release" waarover geen royalties worden betaald aan de groep. wellicht is dat de reden dat ik pas onlangs na een lange zoektocht dit moeilijk verkrijgbare album eindelijk fysiek kon aanschaffen.

deze live opnames vonden plaats in de hoogtijdagen van de groep in een overgangsperiode van de "Big Music" met albums als "A Pagan Place" en "This Is the Sea" naar de meer folky muziek met albums als "Fisherman's Blues" en "Room To Roam".

de studio nummers van deze live versies verschenen op:

2 nummers (9 en 17) van "The Waterboys" (1983)
1 nummer (13) van "A Pagan Place" (1984)
7 nummers (3,5,11,12,14,15 en 16) van "This Is the Sea" (1985)
2 nummers (4 en 7) van "Fisherman's Blues" dat later in 1988 verscheen

verder verschenen later studio versies van de volgende nummers:
2) de traditional "The Earth Only Endures" op de compilatie "The Secret Life of the Waterboys" (1994)
6) de traditional "Meet Me at the Station" op de collectors edition (2-cd) "Fisherman's Blues" (2006)
"The Wayward Wind" een Amerikaanse country song van Lebowsky/Newman op de collectors edition (2-cd) "Room to Roam" (2008)
18) "Saints and Angels" (Scott/Wickham) verscheen zowel op het Sharon Shannon album "Saints and Scoundrels" (2009) als de "Fisherman's Box" (2013)

wat deze dubbelaar bijzonder maakt zijn met name de "non album" tracks ofwel de unieke covers die niet eerder op Waterboys albums verschenen, de Bob Dylan cover "Death is Not the End", de Prince cover "Purple Rain", de Van Morrison cover "And the Healing has Begun" en de Patti Smith cover "Because the Night".

ruim 1 1/2 uur magistrale muziek een "must hear/must have" voor de Waterboys liefhebbers van het eerste uur, dat n.m.m. niet onder doet voor de officiële live release "Karma to Burn" (2005).

alle opnames vonden plaats in 1986:
track 1 recorded at RTE (Ierse t.v.)
tracks 2,3,4 en 5 Royal Albert Hall, London
tracks 6,7 en 9 Glasgow, Barrowlands
tracks 8 en 10 Pinkpop, Holland
tracks 11 t/m 18 Glastonbury Festival

The Waterboys - Too Close to Heaven (2001)

Alternatieve titel: The Unreleased Fisherman's Blues Sessions

poster
4,5
de titel "Fisherman's Blues Part 2" is wat misleidend. de groep zat destijds in een overgangsfase van de "Big Music" van albums als "A Pagan Place" en "This Is the Sea" naar het meer "Celtic" folk/roots genre van het album "Fisherman's Blues" dat in 1988 verscheen.

nummers als "Higher in Time" en "The Ladder" dat Mike Scott reeds in 1985 schreef tijdens de opnames van "This Is the Sea" doen ook meer aan die "Big Music" denken dan die van FB.

de basisbezetting van de band vanaf begin 1986 toen de opnames voor "Fisherman's Blues" begonnen, bestond naast Mike Scott uit Steve Wickham (fiddle), Antony Thistlethwaite (sax, mandolin, piano) en Trevor Hutchinson (bass). onder de sessie drummers bevonden zich o.a. Noel Bridgeman van de Ierse bluesrock band Skid Row.

hoe dan ook dit zijn prima restopnames uit die tijd die verschillende genres bestrijken, zoals de gospel van "On My Way to Heaven", de folk van "A Home In the Meadow", de country van "Good Man Gone" en de blues van "Blues For Your Baby", "Custer's Blues" en het van een tijdens spontane sessie, geïmproviseerde in 1 take opgenomen "Tenderfootin".

hoogtepunten te over met o.a. het magistrale, epische titelnummer "Too Close to Heaven" en de afsluiter "Lonesome Old Wind" dat in Californië werd opgenomen met o.a. de Amerikaanse sessiemuzikanten John Patitucci (bass) en Jim Keltner (drums).

dit album is niet te missen voor de liefhebbers van het oude Waterboys werk.

in 2006 verscheen de 2-cd "Fisherman's Blues" collector's edition, dat in 2013 gevolgd werd door de 6-cd "Fisherman's Box" (The Complete Fisherman's Blues Sessions 1986-88) met een schat aan niet eerder uitgebrachte nummers, alternatieve versies, etc.



(deel) citaat uit de liner notes van Mike Scott (June 2001)

"The adventure began when I met the fiddler (Steve Wickham). I was ready for him too. The sound had been in my head for months and when I heard Steve playing on someone's demo tape I knew straight away this was the guy. I tracked him down in Ireland and he came to London and recorded with me. This was the summer of '85. Pretty soon he was touring with us and sometime that Autumn he joined full time. We played all across Europe and North America. When the tour ended I went to visit him in Dublin for a week and stayed 6 years.

In those early days he and I and Thisthethwaite were listening to Blues, Cajun, Country and old Gospel music. And we played it too, on our acoustic instruments - guitar, fiddle, mandolin and sax, leaving behind the cinematic sound people thought of when they heard the word Waterboys. We played around Dublin in bars, hotels, homes, streets at the drop of a hat, until one day in January '86 we booked a studio, went in with a bassist and drummer Steve found for us, played all day and night and recorded a dozen songs. The music we'd been playing informally around town blasted out of the studio speakers suddenly fully formed and a new era of the Waterboys was born"

The Watersons - Early Days (1994)

poster
5,0
een juweeltje voor de liefhebber van authentieke, a capella folk muziek, in dit geval van het onvolprezen folkgezelschap afkomstig uit Hull, Yorkshire. zij stonden destijds mede aan de wieg van de revival van de Engelse volksmuziek. de groep begon begin jaren zestig ooit als "skiffle" band en men besloot zich daarna toe te leggen op het vertolken van Engelse (soms eeuwenoude) traditionele liederen. in het begin waren zij actief onder de naam "The Folksons". dit is een collectie van hun vroegste werk die zij als "The Watersons" maakten. pure, schitterende harmoniezang van slechts 4 stemmen. het enige instrument dat op deze re-issue verzamelaar te horen valt, is een gitaar (tracks 8,10,11). alle songs zijn traditionals, uitgezonderd het door Ewan MacColl geschreven 13) The Thirty-Foot Trailer. de traditionals betreffen "sea & shanty" songs, "whaling" (over de walvisvaart) songs, "nursery & love songs", etc.

het 1e album van de groep was "Frost and Fire" uit 1965. dit album is nog redelijk verkrijgbaar.
de nummers op deze compilatie zijn afkomstig van de volgende albums die moeilijk of niet meer verkrijgbaar zijn:

track 1 t/m 5 betreft alle 5 tracks afkomstig van de Topic verzamelaar "New Voices, an album of first recordings by Harry Boardman, Maureen Craik & The Waterson Family" (1965)

tracks 7 t/m 18 van het gelijknamige album "The Watersons" (1966), van dit album ontbreekt slechts 1 track "The Plains of Mexico". track 6) Rap Her to Bank oorspronkelijk bestemd voor uitgave op dit album, werd niet eerder uitgebracht

tracks 19 t/m 27 van het album "A Yorkshire Garland"(1966), van de totaal 14 tracks op dit album ontbreken er 4 tracks

deze muziek moet wel je ding zijn, maar de liefhebber zal zeker verheugd zijn met deze release uit 1994 van 27 nummers met 77 minuten prachtige Engelse a capella folk muziek.

het oorspronkelijke kwartet The Watersons bestond uit Norma Waterson (vocals), Mike Waterson (vocals), Elaine (Lal) Waterson (vocals) en John Harrison (vocals)

(deel) citaat uit de liner notes:
quote
"The Watersons accompanied their 1966 album "The Watersons" enviable combination of dark good looks, ringing voices, abundant charm and immense vitality have already given them the kind of star status within the folk song revival, which is usually reserved for pop singers outside of it. They are unpretentious and unconventional stars, taking television appearances, top billing of concerts and ovations at clubs in their stride. Their gypsyish zestfulness is worlds away from the strictly commercial glamour of the world of pop music; but their own glamour is all the more potent since it is the product of personality rather than publicity. There are four in the group, Michael, Norma and Elaine Waterson (two sisters and a brother) and their second cousin, John Harrison. Michael Waterson sings lead most often and they all come in on choruses with their own hand-crafted harmonies, an immediate recognisable and uniquely distinctive group sound, which is uninhibited, spontaneous seeming and rich in texture. The Watersons sing songs from all over the country but pay special attention to those collected in their native East Yorkshire"
unquote

The Watersons - For Pence & Spicy Ale (1975)

poster
4,5
zoals mede user ouwekock dit bij 1 van hun albums noemde, betreft dit Engelse volksmuziek van de bovenste plank. de muziek en a capella zang van de Waterson clan/dynastie is uniek in zijn soort en onovertroffen. had het geluk dat ik de reissue van Topic Records (1993) van dit originele album uit 1975 op de kop kon tikken. de reissue (21 nummers) met een speelduur van 80 minuten bevat de 14 originele nummers uitgebreid met 3 nummers van het album van Mike Waterson (1977) en 4 nummers van het album "A True Hearted Girl" (1977) van Lal en Norma Waterson. een feest voor de oren van de liefhebber.

citaat uit de producer's (Tony Engle) note:
quote
In the early summer of 1975 Topic released "For Pence & Spicy Ale" by the Watersons. At the recording the group was at the top of their form. It had been several years since they had recorded and this new record marked their return to the British Folk Scene. Mike, Lal and Norma Waterson were three-quarters of the original group and Martin Carthy was the new member - he had replaced the original fourth member, John Harrison. The record was greeted with considerable acclaim from critics and audiences alike and is considered by many to have been the group's finest recording.
unquote

The Watersons - Frost and Fire (1965)

Alternatieve titel: A Calendar of Ritual and Magical Songs

poster
4,5
van dit album uit 1965 bestaat ook een release als remaster cd (2007) op Topic Records, met een uitleg van het verhaal achter de songs. de zanggroep The Watersons waren gedeeltelijk van Ierse "Travellers" afkomst, een benaming voor een groep destijds rondtrekkende mensen in Ierland, Groot-Brittannië en de VS. de uitdrukking Wassailing staat voor een oud Engels drinkritueel en de begroeting tijdens de kerstperiode, waarbij men ook wensen uitsprak voor een geslaagde oogst in het volgende jaar. dit album "A Calendar of Ritual and Magical Songs" bevat o.a. nummers ("The Derby Ram") met teksten die over het heidendom of paganisme (een bonte verzameling van voorchristelijke, spirituele tradities) gaan. de a capella zang van dit kwartet is virtuoos, maar klinkt 58 jaar later wellicht iets gedateerd. hun latere grotendeels a capella albums "Sound, Sound your Instruments of Joy" (1977) en "Holy Heathens and the Old Green Man" (2006) van de groep Waterson:Carthy bieden wat dat betreft uitkomst. deze albums zijn kristalhelder geproduceerd. een absolute topper in het Engelse folk a capella genre is tevens het album "No One Stands Alone" (2002) dat zij onder de groepsnaam Blue Murder (leden o.a. Martin Carthy en Norma Waterson) uitbrachten. gezien het overlijden van Norma Waterson in 2022, valt het te betwijfelen of in dit genre dit soort kwaliteitsalbums in de toekomst nog zullen worden uitgebracht. verder een leuk weetje van het nummer "John Barleycorn" staat een prachtige folk versie op het album "John Barleycorn Must Die" van de band Traffic.

The Watersons - The Definitive Collection (2003)

poster
4,5
met het overlijden van Norma Waterson in 2022 kwam er een definitief einde aan de "dynastie" van The Watersons, de traditionele Engelse folkgroep uit Kingston upon Hull, Yorkshire befaamd van hun fameuze veelal a-capella zang. eerder overleden van de originele line up van de groep haar zus Elaine (Lal) Waterson in 1998 en broer Michael (Mike) Waterson in 2011. wat er met neef John Harrison gebeurde, die in de begintijd eveneens lid was van de groep, is mij niet duidelijk. zij waren alle 3 op jonge leeftijd wees, en werden grotendeels opgevoed door "maternal grandmother" Eliza Ward. zij was van Ierse "Travellers" afkomst. een muzikale grootmoeder en zo maakten zij als kinderen al vroeg kennis met muziek en traditionele liederen. Mike, Lal en Norma traden in het begin op onder de naam "The Folksons" en vormden kort daarna in de begin jaren zestig de band The Watersons. zij maakten in 1965 met "Frost & Fire" hun debuut album. de muzikale nalatenschap van The Watersons is er 1 om te koesteren. voor wie niet bekend is met hun muziek, is deze "Definitive Collection" een ideaal instapalbum.

de tracks op deze verzamelaar zijn afkomstig van de volgende albums:

1, 4 en 5: Frost & Fire - The Watersons
2, 7 en 9: Early Days - The Watersons
3 en 15: A True Hearted Girl - Lal & Norma Waterson
6. The Transports (met Mike & Norma Waterson)
8, 10 en 11: Green Fields - The Watersons
12 en 19: For Pence & Spicy Ale - The Watersons
13. Waterson: Carthy (gelijknamig)
14. Mike Waterson (gelijknamig)
16. Both Sides Then - Peter Bellamy (met Mike, Lal & Norma Waterson, Martin Carthy)
17. A Dark Light - Waterson:Carthy
18. No One Stands Alone - Blue Murder

The Watersons / Waterson:Carthy - An Introduction To (2018)

poster
4,5
na de eerder verschenen verzamelaar "Definitive Collection" van Waterson:Carthy uit 2005, verscheen in 2018 deze compilatie, inclusief songs van the Watersons. Waterson:Carthy begon ooit als trio met Norma Waterson: vocals, Martin Carthy: guitar & vocals en dochter Eliza Carthy: fiddle & vocals. zij maakten 6 reguliere albums. op hun 1e album werd ook bijgedragen door Nancy Kerr de muzikale partner van Eliza. op hun 2e album "Common Tongue" en 3e album "Broken Ground" deed melodeon (trek-harmonica of diatonische accordeon) speler Saul Rose zijn intrede. vanaf 2000 werd hij vervangen door Tim van Eyken. toen deze in 2007 de groep verliet, keerde Saul Rose terug voor optredens met de groep, echter niet lang daarna stopte de groep met optreden. los van de instrumentale nummers, was de befaamde a-capella zang van The Watersons, regelmatig terug te horen in het repertoire van Waterson;Carthy. dit kwam het beste tot uitdrukking op het album met "seasonal songs" incl. kerstliederen "Holy Heathens & the Old Green Man" (2006), wat mij betreft hun beste album.

de nummers op deze verzamelaar zijn afkomstig van de volgende albums:
1. New Voices - The Watersons
2. Frost & Fire - The Watersons
3 en 4 - For Pence & Spicy Ale - The Watersons
5. A True Hearted Girl - Lal & Norma Waterson
6. het gelijknamige "Mike Waterson"
7. Sound, Sound Your Instrments of Joy - The Watersons
8. Green Fields - The Watersons
9 en 10) het gelijknamige "Waterson:Carthy"
11. Common Tongue - Waterson:Carthy
12. A Dark Light - Waterson:Carthy
13. Mysterious Day - Oliver Knight (zoon van Lal Waterson)
14. Holy Heathens & the Old Green Man - Waterson:Carthy
15. Fishes & Fine Yellow Sand - Waterson:Carthy

The Weavers - Classics (1987)

poster
4,5
aangezien hun originele albums moeilijk verkrijgbaar zijn, bieden dit soort verzamelaars uitkomst voor de liefhebber, zoals in dit geval deze cd re-issue uit 1997 op het vermaarde Vanguard label.

deze verzamelaar telt liefst 12 nummers van het album "At Home" (1959) en 4 nummers (5,8,13 en 15) van het album "Travelling On" (1959).

veel eigen nummers van The Weavers plus een aantal covers, waaronder "This Land Is Your Land" (Woody Guthrie), "Wild Goose Grasses" (John Allison) en "Tina" (Marlon Roberts).

"Erie Canal" en andere liedjes van de als links bekend staande, sociaal bewogen activist (wijlen) Pete Seeger zouden later gecoverd worden op het eerbetoon "We Shall Overcome" (The Seeger Sessions) van Bruce Springsteen. "Greenland Whale Fisheries" werd later prachtig gecoverd door The Pogues op hun album "Red Roses for Me".

de leadzang van de zangers wordt regelmatig afgewisseld met de fraaie vocalen van zangeres Ronnie Gilbert voorzien van prachtige, meerstemmige zang met "basic" begeleiding van akoestische gitaren, banjo en tambourine, een enkele keer aangevuld met een trompet zoals op het uitbundige "Tina" of een harmonica op "Gotta Travel On", waar op deze verzamelaar geen "credits" voor te vinden zijn.

hoewel sommigen deze muziek gedateerd en oubollig zullen vinden, dien je de muziek van dit folkgezelschap in de context van die tijd te plaatsen ofwel "The Weavers laid the groundwork for the folk movement of the late 50's and early 60's".

Pete Seeger: banjo, tenor vocal
Ronnie Gilbert: alto vocal
Lee Hays: bass, baritone vocal
Fred Hellerman: guitar, baritone vocal

The Weavers - Gospel (1997)

poster
4,5
folk bands als The Weavers, The Kingston Trio (met John Stewart), The Four Brothers, The Highwaymen en niet te vergeten Woody Guthrie domineerden de Amerikaanse folk scene in de 50's en vroege 60's. zeg maar voordat folkies als Bob Dylan en Simon & Garfunkel hun debuut albums uitbrachten.

op dit album met live opnames uit de 50's en 60's staan voornamelijk door religie geïnspireerde, veelal Afro-Amerikaanse traditionals, een aantal eigen nummers zoals "If I Had a Hammer" (Hays, Seeger) maar ook traditionals als "You Made Me a Pallet on the Floor" dat o.a. bekend werd in de versie van blues legende Mississippi John Hurt.

de authenticiteit en puurheid van hun muziek straalt van dit album af met fraaie lead zang van zangers Gilbert Hays, Pete Seeger en zangeres Ronnie Gilbert slechts begeleid door akoestische gitaren en banjo, aangevuld met prachtig harmoniërende, meerstemmige zang.

(deel) citaat uit de liner notes (Ronny Schiff) bij de Vanguard re-issue 1997

"It was the music of the Weavers and their compatriots that gave voice to the most important movement of the 20th century - human rights. And the Weavers paid deeply for it. For although the 50's have been glorified as a bucolic, happy-go-lucky, prosperous time, what is to be remembered is that this was a painful time in American history: segregation still existed, women did not have full rights, the environment was being decimated, the threat of nuclear war was real and those in power were convinced that there was a dangerous Commie under every bed.

The Weavers were formed in 1948 by activist/songwriter/banjoist/song archivist/singer Pete Seeger and singer/songwriter Lee Hays. Hays chose the name of the group: they were weavers of song. Evolving from the get-togethers held in the basement of Seeger's Greenwich Village Home, they were joined by singer/songwriter/guitarist Fred Hellerman and singer Ronnie Gilbert. Seeger and Hayes had some experience performing, they'd been part of the Almanac Singers with Woody Guthrie and Millard Lampell.
When the Weavers started performing, they sang at varied places with a varied repertoire and a social conscience.

Due to the stirrings of McCarthyism and already known for their activism and participation in left wing causes, jobs were scarce for them in 1949. They continued on the charts sporadically until 1954 and they probably would have been on the charts more, but for the "intervention" of Senator McCarthy's House of Un-American Activities Committee.

The group disbanded in 1952 and regrouped in 1955 for their Carnegie Hall Concert. Seeger left in 1958 to pursue his solo concert career and the many causes and interests he supported"

The Weavers - The Weavers at Carnegie Hall (1957)

poster
4,5
een live album van dit folk gezelschap/kwartet met folk legende Pete Seeger in de gelederen, dat op kerstavond 1955 werd opgenomen in de Carnegie Hall, New York. op dit album staat de 1e helft van dit concert; de 2e helft van het concert met 18 nummers verscheen op Vol. 2 (1960).

veel door hen bewerkte traditionals en evergreens maar ook een groot aantal liedjes die toegeschreven werden aan Paul Campbell, een pseudoniem voor de liedjes die de bandleden gezamenlijk schreven.
daarnaast covers van o.a. "Woody's Rag and 900 Miles" (Woody Guthrie) met fraai fingerpicking gitaarspel en de traditional "Greensleeves", beide instrumentale nummers.

alle overige nummers zijn met zang afwisselend lead gezongen door de mannelijke groepsleden en zangeres Ronnie Gilbert aangevuld met de voor de groep exemplarische fraaie, meerstemmige zang.

de opener "Darling Corey" met fraaie banjo klanken zet meteen de toon als hun stemmen kort daarna invallen, waarna de ballad "Kisses Sweeter Than Wine" volgt.

de groep zingt op dit album ook een aantal internationale volksliedjes zoals het in het Spaans gezongen "Venga Jaleo", het aloude "Wimoweh" een nummer van de Zuid-Afrikaan Solomon Linda, een Hebreeuws lied "Shalom Chaverim" en zelfs een Indonesisch kinderslaapliedje "Suliram (I'll Be There)".

"Sixteen Tons" is een cover van de c&w singer/songwriter Merle Travis. het album sluit af met het bekende "Goodnight Irene" (Huddie Ledbetter/John Lomax).

"Pay Me My Money Town" werd door Bruce Springsteen gecoverd op zijn album "We Shall Overcome" (The Seeger Sessions).

het zal niet ieders "cup of tea" zijn, maar zoals Supersid hierboven al aangaf "voor liefhebbers van vroege folk een must".

Pete Seeger: tenor vocal, banjo
Ronnie Gilbert: alto vocal
Lee Hays: bass vocal, baritone vocal
Fred Hellerman: baritone vocal, guitar

citaat uit de liner notes (Nancy Toff) bij de Vanguard re-issue (1988)

"In 1952, at the height of the McCarthy era, the group was blacklisted, an FBI informant testified that they were communists, and though the accusation could not be proved, it forced the Weavers to disband. They reassembled three years later, and the legendary 1955 Carnegie Hall Christmas Concert heard on this record was a huge success despite their 3-year absence from the public eye. Seeger left the group in 1958 to expand his solo career, but the Weavers continued to prosper despite several changes in personnel. The group broke up in 1963, but came together again for a series of reunions at Carnegie Hall. The 1981 concert was filmed by the public television documentary "Wasn't That a Time".

The Weavers - The Weavers' Almanac (1963)

poster
4,5
wederom een prachtig album van dit Amerikaanse folk kwartet. mede oprichter Pete Seeger had de groep in 1958 verlaten en zijn vervanger Erik Darling werd door hemzelf aanbevolen.

veel door de Weavers bewerkte traditionals en een aantal covers van o.a. "Rally Round the Flag" (George Root) dat later ook door Ry Cooder werd gecoverd op diens album "Boomer's Story", het aanstekelijke "Jackhammer John" (Woody Guthrie) en "Which Side Are You On" later gecoverd door Natalie Merchant op haar folk album "The House Carpenter's Daughter".

op dit album staan diverse Amerikaanse evergreens (arbeid, gospel en protest liedjes) maar ook een nummer "Brother Can You Spare a Dime" over de "Big Depression" in de jaren 30 en een kinderliedje als "Bye, Baby, Bye".

de mannelijke leadvocalen worden afgewisseld met die van zangeres Ronnie Gilbert met verder prachtige samenzang en fraaie vraag en antwoord zang op liedjes als "We're All Dodgin" en "Get Along Little Dogies".

hoogtepunten zijn o.a. de "jubilee songs" "When the Stars Begin to Fall" en "True Religion", maar feitelijk luisteren voor de liefhebber alle nummers lekker weg.

de Weavers maakten authentieke, pure folk met teksten die regelmatig het hart van de luisteraar raken en bestonden ten tijde van dit album uit Lee Hays, Fred Hellerman, Ronnie Gilbert en Erik Darling.

om een idee te geven over waar de band voor stond, hierbij de liner notes (Studs Terkel) bij het nummer "Which Side Are You On"

"Though the melody may have been hymnal in origin, the words reflected the harsh challenge that faced the hard-pressed miners of "Bloody Harlan". The town of Harlan, center of the coalmining Harlan County in East Kentucky, was one of the most notorious of ironclad "company towns". Any attempts of the miners to form a union were met with violent armed repression, and not until 1941 did the United Mine Workers succeed in unionizing the mines".