MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Gladiators - Proverbial Reggae (1978)

poster
4,0
de geschiedenis van deze band dateert terug tot 1967, toen de band in een andere bezetting reeds diverse singles had uitgebracht die succesvol waren op de lokale markt In Jamaica, hetgeen uiteindelijk de aandacht trok van het Virgin label.

"Proverbial Reggae" werd na "Trenchtown Mix Up" (1976) hun tweede album op Front Line, het Britse reggae label van Virgin.

de oprichter van de groep wijlen Albert Griffiths was de voornaamste en beste songwriter en schreef alle tracks voor dit album, uitgezonderd tracks 5 en 8, die door een ander bandlid Clinton Fearon werden geschreven en dat zijn nummers die minder kwaliteit bieden. "Stick a Bush" is wat mij betreft het absolute prijsnummer.

ben iets minder enthousiast over dit album dan mijn mede users, want helaas houdt zoals gezegd de kwaliteit van de songs niet altijd gelijke tred met de prima harmoniezang en uitvoering.

5 sterren tracks 1,6,7
4 sterren tracks 3,10
3 sterren tracks 2,4,5,8,9

Album werd geproduceerd door Tony Robinson
Recorded at Harry J's Recording Studio & Joe Gibbs Studio, Kingston, Jamaica

Albert Griffiths: lead guitar, vocals
Clinton Fearon: bass, vocals
Gallimore Sutherland: rhythm guitar, vocals

plus
Sly Dunbar: drums
"Sticky" Thompson: percussion
Ansel Collins: keyboards
Earl "Wire" Lindo: synthesizer

The Heptones - Night Food (1976)

poster
4,0
het vocale trio en van oorsprong rocksteady gezelschap The Heptones waren in de mid 60's tijdgenoten van o.a. The Wailers en Toots & The Maytals en genoten in die periode qua populariteit dezelfde status.
zij scoorden een hele reeks hits op het Studio One label van Clement "Sir Coxsone" Dodd.

de groep tekende in 1975 een contract bij het Island label van Chris Blackwell en maakte 2 albums voor dat label, deze "Night Food" en de opvolger "Party Time" (1977).

op dit album waarbij hun rocksteady versmelt met reggae, staan meerdere bewerkingen van hits uit hun begintijd en een aantal "nieuwe"nummers. leadzanger Leroy Sibbles was de belangrijkste songwriter van de groep.

de groep maakte geen rootsrock reggae in de geest van groepen als Burning Spear of Culture met "militante" teksten, maar ietwat brave laid-back reggae met prachtige, meerstemmige zang, geïnspireerd door de destijds in Jamaica populaire Amerikaanse soul groepen als The Drifters, The Platters, The Impressions en The Shirelles.

nagenoeg allemaal sterke songs op dit album met als absoluut prijsnummer de heerlijk melodieuze meezinger "Book of Rules". een minpuntje is de wat gladde uitvoering van de Holland-Holland-Dozier soul klassieker "Baby I Need Your Lovin".

het vertrek van frontman Leroy Sibbles die een solo carrière begon, betekende min of meer het einde van dit in de begintijd van rocksteady/reggae belangrijke, invloedrijke trio (Leroy Sibbles, Earl Morgan en Barry Llewellyn).

Album werd geproduceerd door Danny Holloway (een voormalig muziek journalist en destijds rechterhand van Island label baas Chris Blackwell)

Recorded at Harry J. Studios, Kingston, Jamaica

deelcitaat uit de liner notes van Harry Wise over hoe het de Heptones verging

"But despite the concerted push from all concerned, the Heptones never made it to the big time. Perhaps their polished performances lacked the gritty "authenticity" that reggae's new-found audience looked for in their artists. In The Clash song "White Man In Hammersmith Palais" Joe Strummer described this disappointment after attending a London concert featuring amongst others, legendary singers Ken Boothe and Delroy Wilson. His dismissive opinion of these Jamaican heroes was unfortunately shared by many of the music's new-found followers.

"But it was Four Tops all night with encores from stage right....On stage they ain't got no roots, rock rebel..."
(White Man in Hammermith Palais)

"The same fate unfortunately befell The Heptones. Influenced by the music and appearance of Bob Marley & The Wailers, the newcomers looked for denim, combat fatigues and dread chants, but instead were presented with smart stage suits and perfectly crafted songs in heavenly three part harmonies"

The Incredible String Band - The Incredible String Band (1966)

poster
4,0
de Incredible String Band werd in 1965 opgericht door de Schotse folkie Robin Williamson en de Engelsman Clive Palmer. kort daarna werd de groep tot een trio uitgebreid met de eveneens uit Glasgow afkomstige Mike Heron. folk trio's waren destijds populair.

op dit debuutalbum is traditionele, akoestische folk te horen sober geïnstrumenteerd. later ging de groep folk muziek maken met psychedelische, underground (Oosterse) invloeden, waar ik minder van gecharmeerd ben, maar andere liefhebbers zal dat wellicht juist wel aanspreken.

de traditionals op dit album (tracks 4,7 en 15) zijn alle 3 korte instrumentale nummers, uitgevoerd op banjo, fiddle en whistle. verder 7 nummers van Mike Heron, 5 van Robin Williamson (tracks 2, 5,8,11 & 13) en 1 nummer 10) van Clive Palmer, het enige nummer waar hij de lead vocal doet. de overige lead vocalen worden afwisselend verzorgd door Mike Heron en Robin Williamson, beide goede zangers en goede liedjesschrijvers. hun stemmen vullen elkaar goed aan op prachtige, ingetogen, meerstemmige songs als "Maybe Someday", "Dandelion Blues" en "How Happy I Am". de andere songs worden veelal individueel door MH en RW met uitsluitend zang en gitaar uitgevoerd. het nummer "October" met alleen Robert Williamson op vocal & guitar is inderdaad het hoogtepunt op dit mooie, rustgevende folk album.
van dit album uit 1966 verscheen in 1993 een re-issue op het WEA label.

album werd destijds in Londen geproduceerd door Joe Boyd, die o.a. de Nick Drake albums "Bryter Layter" en "Five Leaves Left" produceerde en de sound engineer was John Wood, die geluidstechnicus was van deze 2 albums en het derde album "Pink Moon" van NIck Drake produceerde

de muzikanten op dit debuutalbum waren:

Mike Heron: lead vocal, vocal, guitar
Robin Williamson: lead vocal, vocal, guitar, fiddle, mandolin, whistle
Clive Palmer: banjo, guitar, vocal, lead vocal (track 10), kazoo

The International Submarine Band - Safe at Home (1968)

poster
4,0
wat ik ervan begrijp werd de eerste ISB opgericht door Gram Parsons, John Nuese (gitaar), Ian Dunlop (bas) de naamgever van de band en Mickey Gauvin (drums). deze 4 muzikanten staan vreemd genoeg afgebeeld op het hoesje van de cd (made in UK) label Sundown, echter 2 van hen die de ritmesectie vormden, werden vervangen door gitarist Bob Buchanan en drummer Jon Corneal. de bassist op dit album is Chris Ethridge die eveneens bandlid werd van The Flying Burrito Bros. Gram Parsons was voor de ISB periode, leadzanger van de folkgroep The Shilos, waarvan opnames verschenen op het album "The Early Years 1963-1965".

op het moment dat dit album werd uitgebracht, was Gram Parsons reeds toegetreden tot The Byrds en droeg hij in belangrijke mate bij aan het country-rock getinte "Sweetheart of the Rodeo"(1968). kort daarna formeerde hij samen met anderen The Flying Burrito Bros, van wie velen hun debuutalbum "The Golden Palace of Sin"(1969) als het eerste volwassen country-rock album beschouwen. track 9 "Do You Know How It Feels" (Gram Parsons/Barry Goldberg) verscheen in een nieuwe versie op dat album.

ben aangenaam verrast door de kwaliteit/uitvoering van de songs en de geluidskwaliteit van "Safe at Home", waar duidelijk wordt dat de covers van country en rock artiesten als Elvis Presley ("That's All Right), Merle Haggard (track 2), Porter Wagoner (track 3) en Hank Snow (track 5) als inspiratiebronnen voor de muziek van Gram Parsons dienden en niet te vergeten Johnny Cash met "I Still Miss Someone".

de overige nummers "Blue Eyes", "Luxury Liner" dat later groot werd gemaakt in de versie van Emmylou Harris en "Strong Boy", zijn door GP geschreven en getuigden reeds van het songwriter's talent van de destijds 21-jarige Gram Parsons.

van Gram Parsons verschenen 2 geweldige solo albums "GP΅ (1973) en postuum "Grievous Angels"(1974) met o.a. tijdloze duetten met Emmylou Harris. albums die ik net als "The Gilded Palace of Sin" met de FBB kwalitatief hoger inschat dan deze "Safe at Home".

overigens verschenen er in die periode ook albums als "The Fantastic Expedition of Dillard & Clark" (1968) en het debuutalbum van Poco "Pickin' Up the Pieces" (1969) van Poco. eveneens klassiekers in dit genre.

blijft de vraag of Gram Parsons daadwerkelijk de grondlegger van de country rock was, waar velen hem voor aanzien. wellicht dat iemand als spinout of anderen hier iets over te melden hebben.

Album werd geproduceerd door Suzi Jane Hokum
Recorded December 1967 at United Recording, Hollywood, California

Gram Parsons: vocals, rhythm guitar
Bob Buchanan: rhythm guitar, vocals
John Nuese: lead guitar
Jon Corneal: drums, vocals
Earl "Les" Ball: piano
Jay Dee Maness: steel guitar
Chris Ethridge: bass

The John Renbourn Group - The Enchanted Garden (1980)

poster
4,5
alhoewel ik niet zo gecharmeerd ben van de veelal instrumentale solo albums van meestergitarist en songwriter John Renbourn, was ik zeer gecharmeerd toen ik kennis maakte met dit 2e album van de John Renbourn Group. fiddler Sue Draheim had de groep na het 1e album verlaten en werd vervangen door de multi instrumentalist John Moulineux. mijns inziens is dit "The Enchanted Garden" een vergeten meesterwerkje van authentieke Engelse volksmuziek. John Renbourn en Jacqui McShee die met haar vocalen groots bijdraagt aan dit album, waren beiden ooit lid van de befaamde Engelse folkgroep Pentangle (met o.a. Bert Jansch in de gelederen). zij verzorgt op dit album op schitterende wijze de lead vocals op "The Plains of Waterloo", "The Maid On The Shore" en "A Bold Young Farmer". het album opent met de prachtige melodie en geweldige harmoniezang van 1.a La Pavan gevolgd door het 1.b instrumentale "Tourdion". de a capella zang op 2) The Truth from Above is adembenemend mooi en doet denken aan het nummer Gaudete van de groep Steeleye Span. John Molineux verzorgt de lead vocal op "Douce Dame Jolie". 3) The Tambourin en Sidi Brahim zijn heerlijk opgebouwde, instrumentale, ritmische nummers met geweldig tabla spel van de Indiase muzikant Keshav Sathe. voor de liefhebber van Engelse volksmuziek zal dit album een zeer aangename verrassing zijn. het album werd geproduceerd door John Renbourn en opgenomen in de Crescent Road Studios in Bath, U.K.
(de heruitgave op cd (2005) Castle Music klinkt geweldig)

citaat uit de liner notes
after the demise of Pentangle, John Renbourn retired to rural Devon
"I had moved down to the West Country and hooked up with Tony Roberts who had worked with Alexis Korner and played on some of my Transatlantic albums. We began playing together without any particular aim in mind. The music was mainly traditional and grew to incorporate Jacqui and other friends, Sue Draheim and Keshav Sathe. Soon we found ourselves touring and recording again.. since we had no name, the record company called us "The John Renbourn Group".

de muzikanten op dit album:
John Renbourn: guitars, vocals, swalamandala
Jacqui McShee: vocals
John Molineux: vocals, dulcimer, mandolin, whistle, fiddle, bowed psaltery, spoons
Tony Roberts: vocals, flute, recorders, whistle, bass clarinet, glockenspiel, swalamandala
Keshav Sathe: tabla, finger cymbals
Glen Tommy: snare drum

The Johnstons - The Transatlantic Years (1992)

Alternatieve titel: The Transatlantic Years featuring Paul Brady

poster
4,0
fijne verzamelaar van dit Ierse folkgezelschap. traditionele, ouderwetse folk uit de jaren 60/70 met goede songs, uitstekende instrumentalisten en vooral sterke vocalen. de Johnstons waren meesters in het "close harmony" zingen. veel traditionals, waaronder Ierse ballads afgewisseld met werk van artiesten die destijds als "modern" werden beschouwd. zo zijn tracks 7, 9 en 17 Joni Mitchell songs, 8 en 15 covers van Leonard Cohen, 16 en 19 covers van Gordon Lightfoot nummers. 6) You Keep Going Your Way is een nummer van Dave Cousins bekend van de Engelse folkgroep The Strawbs. de zang klinkt 50 jaar later nog steeds fris.
dit album is gevuld met nummers die stuk voor stuk lekker weg luisteren. voor de liefhebbers van dit genre niet te versmaden.

Adrienne en Luci Johnston: vocals
Mick Moloney: vocals, banjo, mandolin
Paul Brady: vocals, guitar, fiddle, mandolin

uit de liner notes (van Ian S. Broadfoot, Inverness, September 1992)
quote
The Johnstons' original line-up comprised Adrienne, Luci and Michael Johnston from Slane in County Meath's Boyne Valley. The family trio were regulars on the Dublin folk circuit and in 1966 they scored a Number 1 success in the Irish charts with Ewan MacColl's "The Travelling People". They were joined in the group by Mick Moloney from Castletroy, County Limerick and, when Michael Johnston left, by Paul Brady from Strabane.
They signed for Transatlantic in 1968 and, between then and 1972, produced 7 albums (including a "sampler"compilation) and six singles. Over these years they moved from their folk beginnings to a blend of traditional and contemporary material which drew on the songwriting skills of the best composers of the era.

The Johnstons never achieved the commercial success they deserved but they were at the forefront of the Irish folk music revival in the 1960's before bringing their style of interpretation and arrangement of traditional Irish songs to a wider audience outside Ireland. For this reason alone their place in music history is assured.
Unquote

The Kinks - Muswell Hillbillies (1971)

poster
5,0
ook mijn favoriete Kinks album. Ray en Dave Davies groeiden in de fifties en sixties op in de arbeiderswijk Muswell Hill in Noord-Londen.

op dit magistrale album keren zij terug naar hun roots met een mix van country/folk/blues en pub-jazz (tracks 2 en 5 met de brass band van Mike Cotton) en verhaalt de rasverteller Ray Davies met tragi-komische ernst en humor over o.a. het opgroeien in die wijk, de veranderende tijden, de gedwongen verhuizing van zijn ouders om plaats te maken voor modernisatie, de frustraties en paranoia van de "working class people" versus de autoriteiten en de machteloosheid van de kleine man ten opzichte van bureaucratie. zeg maar zaken over "everyday life" uit het Londen van die tijd.

Ray Davies een songwriter van de buitencategorie, giet zijn verhalen op dit album in 12 prima rechttoe, rechtaan melodieuze songs die mede vanwege zijn geweldige teksten alle "raak" zijn. het ingetogen, stemmige "Oklahoma U.S.A." met prachtige accenten van de accordeon, dat verhaalt over het verlangen naar een beter bestaan in de States is een 1e klas "tearjerker". los van het heerlijke intro van de sterke opener "20th Century Man" springen ook de meezinger "Complicated Life" en het lekker rockende "Here Come the People in Grey" er boven uit, maar feitelijk zijn alle songs op dit album pareltjes.

zo authentiek als de pub op de hoes eruit ziet, zo puur en authentiek zijn de muziek en de teksten op deze cult klassieker.

meng me liever niet in een nationale polemiek rond een nieuw uit te komen album van Coldplay, dus bij deze dan maar een achterhoedegevecht om aandacht te vragen voor dit meesterwerkje, dat anno 2024 zoals Tonio hierboven opmerkte, inderdaad een roots album zou kunnen worden genoemd.

Album werd geproduceerd door Ray Davies
Recorded at Morgan Studios, London

in de liner notes van Peter Doggett merkt Ray Davies het volgende op over de gedwongen verhuizingen:

"There were bomb sites everywhere. In other places they kept the old houses the way they were, and built new ones where the ruins had been. But 'round where my family lived, the local council obviously thought it was easier to clear the entire area and start again. There was just one problem. They forgot the people. And that's the spirit, the memory, that drives "Muswell Hilbillies".

en verder:

"Ray translated actual fragments of his family's experience into song: tracks like "Uncle Son", "Holloway Jail" and "Oklahoma U.S.A." were about people who existed in my parents' lives. I really did have an Uncle Son. My mother did have a childhood friend called Rosie Rooke, who turns up as a character in the song "Muswell Hilbilly". "Have a Cuppa Tea" was about my gran. She was like a fairy godmother. It was a real privilege being with her"

The Lancaster Orchestra - Never Cried Once When I Could Have (2006)

poster
4,0
het tweede album met muziek in het americana/roots genre van de Zweedse singer/songwriter Carl Mathson, die inmiddels 4 albums op zijn naam heeft staan. het vierde album "A Light That Can Brighten Up the Dark" verscheen in 2024.

14 eigen liedjes waaronder 5 instrumentale nummers, waarvan de 4 korte miniatuurtjes "April", "July", "November" en "January" zich moeilijk laten beoordelen, uitgezonderd de sfeervolle met saxofoon klanken gevulde afsluitende titeltrack "Never Cried Once When I Could Have".

veel met overwegend donkere teksten voorziene liedjes waar de melancholie van afdruipt, zoals in het langzame "Take Me Home" fraai ingekleurd met o.a. harmonica en pedal steel, het intieme, pastorale "The Straight and the Narrow" met prachtige orgelklanken of het mid-tempo "Old Photographs" met wederom weemoedige harmonica klanken, een nummer over zijn vader die het gezin verliet "when you finally left, I was still just a kid. And there were really no time for goodbyes, but you should know that you're missed".

3 van de prijsnummers op dit album, samen met de mid-tempo nummers "I Wish We Never Met" en "Good Times For a Change".

over de hele linie net iets minder goede liedjes dan op zijn debuut "With Help from Absent Friends", maar toch een fraai album met genoeg pareltjes. jammer dat de instrumentale nummers het album wat onsamenhangend maken.

overigens werd dit album in 2008 uitgebracht en niet in 2006, zoals hierboven vermeld.

Album werd geproduceerd door The Lancaster Orchestra
Recorded at Mission Hall Studio, Sebbarp, Sweden

Carl Mathson: vocals, acoustic guitar, 12-string guitar, electric guitar, banjo, harmonica, saxophone, pumporgan, drums, harmony vocals
Johan Bandling Medin: bass, pedal steel, acoustic guitar, bouzouki, percussion, harmony vocals
Karl Arvidson: piano, hammond, pumporgan, harmony vocals
Marco Hilden: drums, percussion
Mattias Jepsson: electric guitar
Andi Almqvist: harmony vocals

The Lancaster Orchestra - With Help from Absent Friends (2006)

poster
4,5
onlangs pikte ik dit debuutalbum van de Zweedse singer/songwriter Carl (Calle) Mathson ergens op uit de uitverkoopbakken, mede ingegeven door de lovende berichten van Tonio bij de laatste 2 albums van de man.

na meerdere luisterbeurten blijkt dit een over de hele linie zeer fraai album te zijn, met sterk songmateriaal en prachtige, veelal melancholieke melodieën. Zweedse roots/americana in optima forma.

vanaf de begintonen en de zang van de mid-tempo opener "Newfound Friends" met een fraaie pedal steel en een halverwege invallende harmonica, was ik meteen verkocht. of het nu het verstilde "My Friend" prachtig ingekleurd met klanken van de "French horn" is, of een nummer als "We're All Gonna Die" met o.a. het geluid van een zingende zaag en prachtige harmonie vocalen, deze muziek kwam bij mij direct "binnen".

op dit album staan uitsluitend eigen songs van Carl Mathson, uitgezonderd zijn prachtige cover in de vorm van een piano ballad van het Morrissey/Marr nummer "Please Let Me Get What I Want", waar zijn eigen ballads zoals "Such a Waste" overigens niet voor onder doen.

een enkele keer gaat het tempo iets omhoog, zoals in "Bad Horse", wat mij betreft 1 van de mindere tracks.

wellicht bij deze zomerse temperaturen iets minder geschikt om op te zetten, maar voor de liefhebber van roots/americana muziek niet te versmaden. een album dat zeker in het najaar de weg naar mijn speler regelmatig zal vinden.

Album werd geproduceerd door The Lancaster Orchestra
Recorded at Mission Hall Studio, Sebbarp, The Sarsaparilla Studio, Malmo, Lyckan, Malmo & Charisma Studios, Goteborg

Calle Mathson: vocals, acoustic/electric & 12-string guitars, harmonica, banjo, organ, percussion
Tomas Errelius: violin, viola, bass, pumporgan, singing saw, Hammond, Moog, harmony vocals
Magnus Tingsek: drums, percussion, bass, pedal steel, harmony vocals
Karl Arvidson: piano
Emil Bjorklund, Erika Rosen: harmony vocals
Lotta Weber Sjoholm: cello
Johanna Skoglund: viola
Einar Ohman: French horn
Lovisa Samuelsson: Alto flute

The Lost Brothers - The Passing of the Night (2012)

poster
3,5
onlangs viste ik dit derde album van het Ierse duo Oisin Leech en Mark McCausland ergens uit de "ramsjbakken" met in het achterhoofd de lovende recensies en het hoge stemgemiddelde (4) bij hun laatste album "After the Fire After the Rain" (2020).

americana (folk,country) van hoog niveau, maar ook na meerdere luisterbeurten wil de muziek op dit album mij niet raken, waarbij ook de kwaliteit van een aantal liedjes, zoals "Now That the Night Has Come" en "Tumbling Line" niet helpend is. weliswaar liedjes met een hoog kampvuur gehalte.

de fraaie harmoniezang op de klein gehouden akoestische nummers als "Not Now Warden", "Far Side" en "Blinding Glow" maakt zeker indruk, maar de nummers zelf willen niet echt beklijven of ontroeren. hoewel het moeilijk is de vinger op de zere plek te leggen, mis ik qua beleving iets in hun brave, op zich mooie muziek.

een 2-tal hoogtepunten "Widow Maker" dat onmiskenbaar Ierse folkinvloeden in zich heeft en de fraaie ballad "Blue Moon in September". verder zorgt het up-tempo "Hey Miss Fannie" voor een fijne afwisseling. een nummer dat oorspronkelijk in 1955 werd opgenomen door de band Wink Westeners met Roy Orbison in de gelederen. en ja "Until the Morning" sluit dit album fraai af.

Album werd geproduceerd door Brendan Benson (o.a. bandlid van The Racounteurs)
Recorded at 1979 Studios, Nashville, Tennessee

All songs written and sung by the Lost Brothers, except "Hey Miss Fannie" written by Ahmet Ertegun

Oisin Leech: vocals, guitar, percussion, whistle
Mark McCausland: vocals, electric & acoustic guitars, pump organ, bass

Brendan Benson: bass, drums, backing vocals
Gill Landry (van de Old Crow Medicine Show): double bass, accordian, banjo
Brad Pemberton: drums, percussion
Andrew Higley: piano, musical saw, pump organ, keyboards
Paul Brainard: pedal steel, banjo, trumpets
Zach Casebolt: fiddle
Dominic Leslie: mandolin
Neil O'Neill: percussion

The Low Anthem - Oh My God, Charlie Darwin (2008)

poster
4,5
toch wel een semi-klassieker in het americana/roots genre, dit derde album van The Low Anthem. de multi-instrumentalisten Ben Knox Miller en Jeff Prystowsky formeerden de band in 2006, nadat ze elkaar hadden ontmoet bij een college radio station. Jocie Adams (klarinet, zang) trad toe tot de band en dit album werd hun doorbraak. hun muziek beweegt zich op het kruisvlak van blues, country, folk, gospel en rock n' roll.
na "Smart Flesh" uit 2011, maakte de band nog 2 albums, waarop zij nieuwe, meer experimentele wegen zouden inslaan.

16 jaar later blijft dit een verrassend goed album. waar op de voorganger "What the Crow Brings" de focus meer op rustige americana lag, worden er op dit album een drietal "punky" rock-n'-roll" nummers ten gehore gebracht, waarvan "Champion Angel" mij het beste bevalt en "Home I'll Never Be" een Tom Waits nummer met tekst van Jack Kerouac, het minst. het derde ruig rockende nummer is "The Horizon is a Beltway".

de ingetogen titeltrack "Charlie Darwin" gezongen met die prachtige falsetto stem van Ben Miller en de fraaie harmoniezang met schitterend klarinet spel van Jocie Adams op het folky, melancholische "To Ohio" vind ik ook na al die jaren de hoogtepunten, hoewel het met fluisterstem gezongen, intieme "Ticket Taker" er niet of nauwelijks voor onder doet. deze 3 nummers openen dit album heel sterk.

het plechtige, serene door orgel gedragen "Cage the Songbird" heeft gospel elementen in zich, waarna het rustige, stemmige, folky "Don't Tremble" met een bluesy harmonica volgt. "To the Ghosts Who Write History Books" (track 10) is wederom een door orgelspel en harmonica gedragen wonderschone ballad, waarna prachtige a-capella zang volgt van track 11) "Oh My God Charlie Darwin". de "To Ohio" (Reprise) versie ingekleurd met drums en orgel sluit dit album fraai af.

na het succes van dit album ging de band jarenlange uitgebreide, wereldwijde tournees maken en lijkt de groep slachtoffer te zijn geworden van hun eigen succes.

citeer van hun homepage:

"They toured the world and were reluctantly lumped in with the so-called "folk revival". However, night-after-night of performing their early material was not ultimately where they wanted to land. "The moment was losing its mystery. We were scared of becoming robots", the band said after six years of reflection.
They returned to their hometown of Providence, Rhode Island back in 2012 and instead poured their energy into their local community by restoring a vaudeville-era theatre and building their own recording studio within. The band is involved with the running of the Columbus Theatre, they help book, promote and run shows, burrowing themselves in at a grassroots level in their community"

Album werd geproduceerd door Jesse Lauter & The Low Anthem
All songs by Miller/Prystowsky except 5) by Kerouac/Waits, 7) and by Miller/Adams

The Low Anthem - Smart Flesh (2011)

poster
3,5
het vierde album van het eigenzinnige The Low Anthem, dat volgde op de 2 geweldige voorgangers "What the Crow Brings" en "Oh My God, Charlie Darwin". bij dat laatste album werd de groep van de multi-instrumentalisten Ben Knox Miller en Jeff Prystowsky met de komst van Jocie Adams (clarinet, vocals) uitgebreid tot een trio en bleek zij met haar bijdragen een grote aanwinst te zijn. op dit album werd de band verder uitgebreid met Mat Davidson.

een teleurstellend, onevenwichtig album. ik kom welgeteld tot 6 goede tracks. de opener "Ghost Woman Blues" een nummer van bluesmuzikant George Carter, "Apothecary Love" met een fraaie pedal steel partij, het akoestische, desolate "Love and Altar", de ballad "Matter of Time", het miniatuurtje "Golden Cattle" prachtig ingekleurd met orgel, klarinet en fraaie harmonievocalen van Jocie Adams en het afsluitende gedragen titelnummer "Smart Flesh". goede songs die gelijkwaardig zijn aan de kwaliteit van de nummers op hun eerdere albums.

op de punky rockers "Boeing 737" en "Hey, All You Hippies" vliegt de band uit de bocht. songs die niet overtuigen en ook een aantal meer ingetogen tracks als "Burn" en "I'll Take Out Your Ashes" willen niet beklijven.

na dit album werd hun muziek nog experimenteler met psychedelica en zelfs prog-rock invloeden, die mij niet konden bekoren, maar wellicht spreken de nieuwe wegen die zij op de latere albums inslaan juist de meer avontuurlijke muziekliefhebber wel aan. Jocie Adams verliet de band in 2013 en werd vervangen door Florence Wallis en Bryan Minto.

Album werd geproduceerd door The Low Anthem
All songs written by The Low Anthem
except 1) by George Carter & 6) by Jocie Adams

Recorded at Pasta Sauce Factory, Central Falls, Rhode Island
except tracks 5, 7 & 8 at N. Main Sessions

The Low Anthem - What the Crow Brings (2007)

poster
4,5
het 2e album van de uit Providence, Rhode Island afkomstige formatie The Low Anthem, die werd geformeerd door de vrienden Ben Knox Miller en Jeffrey Prystowsky. dit album werd slechts met gebruik van een microfoon opgenomen in een appartement, dat zij in Providence met elkaar deelden en werd destijds in eigen beheer uitgebracht. het heeft wel iets weg van een intiem huiskamerconcert. ben het volledig eens met de eerdere berichten uit 2011 van oud user Ad Brouwers en AOVV.

dit album verscheen voor het veel bejubelde derde album "Oh My God, Charlie Darwin", waarbij de groep werd uitgebreid tot een trio door de komst van Jocelyn Adams. door de jaren heen blijkt dit "What the Crow Brings", althans voor mij, hun beste album te zijn. hun meest traditionele roots album met een unieke mix van vleugjes blues en country gedomineerd door folk.

een heel coherent album zonder zwakke plekken met songs die overtuigen. de met orgelklanken ingeluide opener "The Ballad of the Broken Bones", "As the Flame Burns Down" en "Senorita"met een bescheiden viool en een halverwege invallende harmonica, zijn prachtige, ingetogen ballads gezongen door de fraaie falsetto stem van Ben Miller. zo ook het meeslepende, melancholische "Sawdust Saloon", een pareltje van een song en het minimaal akoestisch begeleide "Bless Your Tombstone Heart".

op "This God Damn House" een song van lid van het eerste uur Dan Lefkowitz, die de groep reeds in 2007 verliet, is een gedempte trompet hoorbaar, die terug komt in het dromerige "A Weary Horse Can Hide the Pain". de veel gecoverde klassieker "Keep On the Sunny Side" van A.P. Carter van The Carter Family krijgt een fraaie, ingetogen uitvoering met wederom subtiele trompet geluiden.

de "fuzzy" elektrische gitaren op "Yellowed By the Sun" en "Scavenger Bird" maken deze nummers er niet beter van en verstoren het klankbeeld enigszins, maar ontsporen nog niet op dit pure, melancholische "folky" album. iets waar deze groep naar mijn mening het beste in was.

de band ging later steeds meer experimentele, vervreemdende en dus minder toegankelijke muziek maken. na het vierde album "Smart Flesh" haakte ik als luisteraar af.

Album werd door The Low Anthem opgenomen "at 19 East Street, Providence, Rhode Island"
Jocelyn Adams: clarinet & voice (track 11)

The Lumineers - The Lumineers (2012)

poster
3,5
het debuutalbum van het indie folk/alt.folk gezelschap The Lumineers afkomstig uit Denver, Colorado was een doorslaand commercieel succes met name in hun thuisland. kennelijk werd dit "feel good" album onder een goed gesternte uitgebracht, want het album sloeg bij een breed publiek aan, verklaarbaar door de veelal aanstekelijke "folk/pop" liedjes en meegezogen door het succes van de hitsingle "Ho, Hey".

alle nummers werden geschreven door de 2 oprichters van de band, Wesley Schultz en Jeremiah Fraites.
zij kregen op dit album versterking van Neyla Pekarek (cello, mandoline, piano en zang) die de band in 2018 verliet voor een solo carrière.

destijds was ik aangenaam verrast, maar een kleine 13 jaar later blijkt de muziek op dit album de tand des tijds moeilijk te hebben doorstaan. daarvoor staan er n.m.m. toch te veel middelmatige liedjes op.
1 van de weinige nummers die nog willen beklijven is "Stubborn Love" dat net als "Ho, Hey" eveneens een grote hit werd. "Flowers in Your Hair", "Charlie Boy" en "Morning Song" doen dit in mindere mate. alle overige liedjes vind ik met terugwerkende kracht weinig memorabel.

bij hun 2e album "Cleopatra" haakte ik af. inmiddels verscheen dit jaar (2025) hun vijfde album "Automatic" dat hier op MuMe een positieve recensie kreeg, maar ik heb zo mijn twijfels. aangezien muziek een persoonlijke beleving is, is het devies dus zelf beluisteren.

Album werd geproduceerd door Ryan Hadlock
Recorded at Bear Creek Studios, Woodinville, Washington

The McCalmans - Smuggler (1975)

poster
4,0
bijzonder fraaie authentieke Schotse folk van The McCalmans die ook wel liefkozend "The Macs" werden genoemd. de groep werd vernoemd naar 1 van de oprichters van de groep, de uit Edinburgh afkomstige Ian McCalman en begon ooit als de Ian McCalman Folk Group.

op dit album staan 15 Schotse traditionals plus 1 cover "Nagasaki" een Amerikaans jazz liedje uit 1928 van Harry Warren en Mort Dixon dat o.a. bekend werd in de versie van de Mills Brothers, een vocaal pop/jazz kwartet die de groep bewonderde.

prachtige 3-stemmige harmoniezang, op een fraaie manier muzikaal omlijst met instrumenten als concertina en "whistles" met een aantal a-capella gezongen liederen, zoals "Gardens", "No Churchman Am I" en het eerder genoemde "Nagasaki", up tempo in koor gezongen nummers "The Boatie Rows/The Carls of Dysart", "The Barnyards O' Delgaty" en "Johnnie Cope" en verder veel prachtige ballads zoals "If Mother Should Die", "The Flowers O' the Forest" en "The Silkie of Sule Skerry" een folk liedje uit de Schotse Shetland en Orkney eilanden.

alle liedjes hebben zo hun eigen verhaal en gaan vaak ver terug in de geschiedenis. zo gaat "Skye Boat Song" over ( a late 19-th century Scottish song recalling the journey of Bonnie Prince Charlie from Benbecula to the Isle of Skye as he evaded capture by government troops after his defeat at the Battle of Culloden in 1746). het gaat te ver om de rest hier toe te lichten.

slechts 1 instrumentaal nummer met "Hornpipes/Reels" eenvoudig te skippen als je daar geen liefhebber van ben. de muziek op dit album doet niet onder voor die van de Ierse Dubliners. een aanrader voor de liefhebbers van die groep of mooie harmoniezang.

Album werd geproduceerd door de Amerikaan Ritchie Gold
Recorded at the Chipping Norton Recording Studios, Oxfordshire, UK

Ian McCalman: vocals, guitar, English guitar
Hamish Bayne: vocals, mandolin, concertina, whistles
Derek Moffat: vocals, guitar, mandolin, bodhran

citaat uit de liner notes (John O' Regan)

"The McCalmans were one of the most popular and accomplished groups to emerge from the Scottish folk revival of the 1960s. From their foundation in 1964 to their disbandment in 2010, their long-running career saw them ride several waves of popularity and find audiences all over the world. With their mellifluous harmonies, instrumental virtuosity, manic humour and entertaining live shows, The McCalmans commanded an audience and created a reputation second to none. Having come on stream in the era of The Corries, The Clancy Brothers, The Dubliners and The Spinners, they established a unique prestige as a folk revival group, specialising in "full frontal singing" they created a rich and powerful musical legacy"

The New Lost City Ramblers - Volume II: Out Standing in Their Field (1993)

Alternatieve titel: Vol. 2 1963-1973

poster
4,5
het trio New Lost City Ramblers ontstond tijdens de folk revival eind jaren 50. de oprichters van de groep waren Mike Seeger (een halfbroer van folk legende Pete Seeger), John Cohen en Tom Paley.

Volume 2 is een compilatie met songs van 7 albums die tussen 1963 en 1973 verschenen, die eerder op audio cassettes van Folkways Records werden uitgebracht. eerder verscheen Vol. 1 met opnames uit de periode 1958-1962.

Tom Paley verliet de groep in 1962 en werd vervangen door Tracy Schwartz. de groep maakte authentieke "roots" muziek met "the explicit intention of performing American folk music as it had sounded before radio, movies, and television had begun to homogenize diverse regional folkways".

een bonte mengeling van blue grass, folk, gospel, old time music, Western swing en zelfs cajun muziek, zoals op "Valse du Bambocheur" van Dewey Balfa van The Balfa Brothers, trekt voorbij op deze fraaie compilatie.

de liedjes worden omschreven als old love songs, mountain en murder ballads en "hard times songs" en op een geweldige manier fris en sprankelend uitgevoerd.

Bob Dylan was een fan van de band en Ry Cooder nam meerdere songs op, die eerder op NLCR cassettes verschenen, zoals "How Can You Keep On Moving" (Agnes Cunningham), Taxes On the Farmer Feeds Us All" (van fiddler John Carson) en "Boomer's Story" (Carson Robison).

in het uitgebreide boekwerkje wordt de oorsprong van alle songs verklaard. zo is "The Titanic" van The Carter Family, "Cowboy Waltz" van Woody Guthrie en "The Little Girl and the Dreadful Snake" van Bill Monroe, maar veel van de liedjes zijn obscuur van oorsprong, zodat het niet altijd duidelijk is waar de liedjes ooit zijn ontstaan en aan wie de liedjes moeten worden toegeschreven.

zoals gezegd prachtige muziek die de liefhebber van authentieke Amerikaanse folk muziek zeker zal aanspreken.

Mike Seeger: autoharp, banjo, dulcimer, fiddle, guitar, mandolin, vocals
John Cohen: banjo, guitar, mandolin, vocals
Tracy Schwartz: banjo, fiddle, guitar, spoons, vocals

The Nitty Gritty Dirt Band - Will the Circle Be Unbroken (1972)

poster
5,0
ben niet zo scheutig met het geven van 5 sterren, maar bij deze samenwerking van de Nitty Gritty Dirt Band met al die blue grass en country & western legendes als Roy Acuff, Norman Blake, Mother Maybelle Carter, Jimmy Martin, Earl Scruggs en Doc Watson is feitelijk alles van begin tot eind raak. alles klopt aan dit album.

veel traditionals en klassiekers van dit gezelschap aangevuld met o.a. een 6-tal liedjes van A.P. Carter van de legendarische Carter Family "Keep on the Sunny Side", "You Are My Flower", "Wabash Cannonball", "Wildwood Flower", "I'm Thinking Tonight of My Blue Eyes" en het titelnummer, een 2-tal nummers van Hank Williams "I Saw the Light" en "Honky Tonkin", de klassiekers "Tennessee Stud" van Jimmy Driftwood en "Orange Blossom Special" (E.T. Rouse) en een verrassende cover van Joni Mitchell's "Both Sides Now".

stuk voor stuk geweldige uitvoeringen met prachtige zang muzikaal omlijst met o.a. banjo, dobro, harmonica, mandoline en fiddle. de lead zang van grootheden als Roy Acuff, Mother Maybelle Carter, Jimmy Martin en Merle Travis geeft deze nummers een meerwaarde en zijn op het ontroerende af.

de liner notes bij volume 2 van Holly Gleason (1989) omschrijven het e.e.a. treffend over hoe verbindend muziek kan zijn:

"When The NItty Gritty Dirt Band came to Nashville in 1971 to record "Will The Circle Be Unbroken", they were a ragged bunch of young pop musicians with a penchant for real Appalachian music. That they'd reach out to - and be accepted by - Nashville's ultra-conservative country music community was a revolution in itself. And it proved that a love and respect for good music played well could bridge even the most monumental cultural and generational gaps"

The Notorious Cherry Bombs - The Notorious Cherry Bombs (2004)

poster
4,0
deze gelegenheidsformatie met voornamelijk oud leden van de Rodney Crowell band "The Cherry Bombs" uit de 80's maakte slechts 1 album. voor dit album werd de groepsnaam gewijzigd in "The Notorious Cherry Bombs".

de hoofdrollen op dit album zijn weggelegd voor country grootheden Rodney Crowell en Vince Gill,
(tegenwoordig vooral bekend van The Eagles) die vroeger ook lid was van de begeleidingsband van Rodney Crowell, en niet veel later een zeer succesvolle solo carrière begon. beide zijn uitstekende zangers en songwriters. het merendeel van de songs op dit gevarieerde album werd dan ook door hen geschreven en zij wisselen de lead vocalen op dit album af, begeleid door een aantal zeer gerenommeerde muzikanten.

het album trapt stevig af met het up-tempo rockende "Let it Roll, Let it Ride". een aanstekelijk nummer voorzien van een blazerssectie, "Wait a Minute", "It's Hard to Kiss the Lips etc." een nummer met een hilarische tekst dat een hit werd in de U.S.A. en "Sweet Little Lisa" een nummer van Hank DeVito, Donivan & Walter Cowart, vallen een beetje in dezelfde categorie.

mijn voorkeur gaat naar de ballads van Rodney Crowell op dit album, zoals het prachtige "Making Memories of Us" dat in 2005 een nummer 1 hit werd voor Keith Urban in de Amerikaanse country charts. "If I Ever Break Your Heart" is eveneens een wonderschone ballad van de man. er staan ook een aantal fraaie nummers op van Vince Gill, zoals de ritmische honky-tonk van "Oklahoma Dust" (co-written Leslie Satcher) en de country ballad "Forever Sunday".

daarnaast schreven Rodney Crowell en Vince Gill 3 nummers samen, t.w. "Let it Roll, Let it Ride", "Dangerous Curves" en "It's Hard to Kiss etc."

allesbehalve wereldschokkende muziek, maar een fijn album met een hoog "feel good" gehalte, waar zeer kundig op wordt gemusiceerd en dat het beluisteren meer dan waard is.

Album werd geproduceerd door The Notorious Cherry Bombs
Recorded at Ocean Way Nashville

The Notorious Cherry Bombs bestonden uit:

Eddie Bayers: drums, percussion, background vocals
Richard Bennett: electric & acoustic guitars, bouzouki, 6-string bass, cavaguinho
Tony Brown: piano. keyboards, preaching
Rodney Crowell: acoustic guitar, faux steel guitar, lead & harmony vocals
Hank DeVito: steel guitar, acoustic guitar, dobro, background vocals
Vince Gill: banjo, mandolin, dobro, acoustic & lead electric guitar, lead & harmony vocals
John Hobbs: piano, organ, keyboards, background vocals
Michael Rhodes: bass, background vocals

The Notting Hillbillies - Missing... Presumed Having a Good Time (1990)

poster
3,5
heb hier weinig aan toe te voegen. een lekker luchtig, ongecompliceerd album van deze gelegenheidsformatie met muziek waar niemand zich een buil aan zal vallen. het speelplezier staat voorop. denk overigens niet dat deze heren het voornemen hadden om een "supergroep" te formeren.

wel een album waarvan lang niet alle nummers beklijven, met name bij de tracks "Bewildered", "Blues Stay Way From Me" en het drakerige "Please Baby" krijg ik de behoefte om te "skippen". het door Mark Knopfler geschreven "Your Own Sweet Way" steekt er boven uit en het door Steve Phillips geschreven "Will You MIss Me" heeft een aanstekelijke melodie, maar het zijn vooral de door Brendan Croker gezongen tracks "Railroad Worksong", "One Way Gal", "That's Where I Belong" die dit album meerwaarde geven. het eveneens door hem gezongen afsluitende "Feel Like Going Home" heeft inmiddels een extra lading gekregen, gezien het feit dan Brendan Croker 10 september j.l. kwam te overlijden. de man heeft een groot aantal prima albums op zijn naam staan.
album werd geproduceerd door Mark Knopfler en Guy Fletcher

Brendan Croker: guitars & vocals
Mark Knopfler: guitars & vocals
Steve Phillips: guitars & vocals
Guy Fletcher: keyboards & vocals
Paul Franklin: pedal steel guitar

Notting Hill
A West London suburb famous for The Portobello Road Market & Notting Hill Carnival

Hillbilly
1. Usually disappearing. an unsophisticated person, especially from the mountainous areas in the
Southeastern U.S.
2. another name for country & western

The Ozark Mountain Daredevils - It'll Shine When It Shines (1974)

poster
4,0
een zeer genietbaar album inderdaad niet zo sterk als het debuut, waar geen zwakke plekken op zaten. de plaat begint zeer sterk met You Made It Right. van dit nummer is op YT een geweldige live uitvoering te horen/zien op het door bikkel2 genoemde t.v. programma The Old Grey Whistle Test. deze heren konden prima musiceren. Jackie Blue vind ik overigens 1 van de mindere nummers, evenals het ietwat oubollige E.E. Lawson. een aantal ballads zoals It Probably Alwaya Will en What's Happened Along In My Life vind ik een stuk minder dan de ballads op het 1e album. de afsluiter (het titelnummer) vind ik daarentegen prachtig. zoals gezegd kwam de groep daarna in een dal terecht waar zij door de jaren heen ondanks diverse nieuwe formaties en personele wisselingen nooit meer uit kwamen.

The Ozark Mountain Daredevils - The Ozark Mountain Daredevils (1973)

poster
5,0
dit is een echte country rock klassieker uit 1973 geproduceerd door Glyn Johns en David Anderle. niet toevalligerwijs degenen die ook de 1e 2 albums van the Eagles produceerden. de band werd begin jaren 70 geformeerd in Springfield, Missouri. dit album piekte destijds in de top 30 van de US album chart en bevatte een US top 30 hit single met het nummer If You Wanna Get To Heaven. m.i. is deze rocker een beetje een dissonant tussen de ingetogen ballads en de vrolijke country rock nummers. na dit album en de eveneens geweldige maar iets mindere opvolger It"ll Shine When It Shines vertrokken er 2 prominente leden t.w. Steve Cash en John Dillon uit de band. zij tekenden voor 6 van de composities op dit album. niet bepaald de minste nummers. de band kwam daarna in een neerwaartse spiraal terecht, echter de kwaliteit van de 1e 2 albums staat 50 jaar later nog steeds overeind. zoals bikkel2 al opmerkte een absolute must voor de country rock liefhebber.

The Pentangle - Basket of Light (1969)

poster
4,0
"Basket of Light" betekende de doorbraak voor The Pentangle. op dit album staan 4 door de groep bewerkte traditionals (tracks 2,4,8,9), 1 track 7) van The Jaynetts en een 3-tal eigen nummers van de groep, t.w. 1) "Light Flight", 5) "Train Song en 6) "Hunting Song".

de songs worden in de liner notes als volgt toegelicht:

1. LIght Flight (Theme from "Take Three Girls)
This song evolved from a theme commissioned by BBC 1 TV for their first colour drama series.

2. Once I Had a Sweetheart: a well-known American variant of the English traditional song "A Maid Sat A Weeping" with an additional verse from the West Country song "As Sylvie Was Walking"

3. Springtime Promises: written after a ride on the top of a number 74 bus from Gloucester Road to Greencroft Gardens on an early spring day

4. Lyke-Wake Dirge: an early English poem concerning the progress of the soul in after-life. The imagery predates Christianity by many thousand years.

5. Train Song: a lament for the passing of the steam train. The title of this album is taken from a line in this song.

6. Hunting Song: this is based on the story of a magic drinking horn sent by Morgana the Fay to the court of KIng Arthur and tells of numerous incidents on its journey

7. Sally Go Round the Roses: a song by the Jaynetts, who seem to have disappeared for all time leaving behind some good songs and sad people

8. The Cuckoo: a folk song from Somerset which Bert Jansch learned from his neighbour's children in Sussex

9. House Carpenter: an American Southern ballad derived from the English folk song "The Daemon Lover" in which the lover is the Devil personified

mijn voorkeur gaat naar de traditionele folk van nummers als "Lyke-Wake Dirge", "Sally Go Round the Roses", "The Cuckoo" en "House Carpenter" waarop lead zangeres Jacqui McShee afwisselend de vocalen deelt met John Renbourn en Bert Jansch of beiden deze nummers met prachtige, meerstemmige zang voorzien. deze sound zouden zij voortzetten op de opvolger van dit album "Cruel Sister".

het experiment in nummers als "Train Song" en "Hunting Song" waar de groep om geprezen werd, spreekt mij minder aan, hoewel "Light Flight" met de jazz accenten van de double-bass van Danny Thompson en drummer Terry Cox, die beiden afkomstig waren uit de jazz scene, dit album bijzonder fraai opent.

de foto cover van dit album werd in 1968 genomen tijdens een concert in de Royal Albert Hall, Londen.
wijlen John Renbourn (overleden in 2015) en Bert Jansch (overleden in 2011) maakten een hele reeks solo albums en eveneens samen het duo album "Bert and John".

de band bleef door de jaren heen in wisselende bezettingen bestaan en blijkt nog steeds op te treden gezien de tour dates 2025 die op de site staan.

Album werd geproduceerd door Shel Talby
Recorded at IBC Studios, London
(All the instruments played on this album are acoustic)

de bezetting ten tijde van dit album:
Terry Cox: drums, hand-drum, glockenspiel, vocal
Bert Jansch: banjo, guitar, vocal
Jacqui McShee: vocal
John Renbourn: guitar, sitar, vocal
Danny Thompson: double bass

The Pogues - Hell's Ditch (1990)

poster
4,5
op "Hell's Ditch" revancheren de Pogues zich voor de matige voorganger "Peace and Love". waar op dat album veel nummers werden geschreven door andere bandleden, is er op dit album gelukkig meer ruimte voor de composities van het muzikale genie (wijlen) Shane MacGowan, veruit de beste songwriter van dit gezelschap.

liefst 9 bovengemiddeld goede songs van Shane MacGowan waarvan 3 (nummers 1,4 en 11) co-written met Jem Finer, aangevuld met 2 nummers van Terry Woods, "Rainbow Man" en "Six to Go" waarvan de laatste de meeste indruk maakt plus "The Wake of the Medusa" van Jem Finer en de instrumentaal uitgevoerde traditional "Maidrin Rua".

5 sterren voor de prijsnummers "The Sunnyside of the Street", "Sayonara", "Summer in Siam" en het heerlijk wiegende met een prominente rol voor de accordeon uitgevoerde "5 Green Queens & Jean", waar het titelnummer "Hell's Ditch", "Rain Street" en "House of the Gods" niet of nauwelijks voor onder doen.
het broeierige, ietwat dreigende met Spaanse invloeden doordrenkte "Lorca's Novena" ervaar ik als 1 van de mindere nummers.

van de 7 bonus tracks steken "Whiskey In the Jar" een duet met Ronnie Drew van de Dubliners
en het meesterlijke "Rainy Night in Soho" wellicht 1 van de mooiste ballads ooit, er bovenuit. "Infinity" en "Squid Out of Water" beide nummers van Shane MacGowan bieden niet van de van hem bekende kwaliteit. ook de 2 nummers van Jem Finer "Bastard Landlord" en "Curse of Love" maken weinig indruk.
het aanstekelijke "Jack's Heroes" (Stacy/Woods) is een hommage aan het Ierse voetbalteam dat destijds onder leiding stond van coach Jack Charlton.

"Hell's Ditch" is een waardig afscheid in de originele line-up van de band met Shane MacGowan.

Album werd geproduceerd door Joe Strummer

The Pogues - If I Should Fall from Grace with God (1988)

poster
4,0
het derde album van de Pogues werd hun internationale doorbraak. Shane MacGowan had een groot aandeel in de 13 nummers met 5 door hemzelf geschreven liedjes (1,10,11,12 en "Birmingham Six") en een 4-tal (2,3,4 en 7) co-written met Jem Finer. de overige nummers werden geschreven door Phil Chevron, het sterke "Thousands Are Sailing", de folk ballad "Streets of Sorrow" over het leven van Michael Collins, een Ierse voorvechter van de Ierse onafhankelijkheid is een nummer van Terry Woods prachtig door hem gezongen en de medley (8) betreft traditionals. de "spoken words" van "Worms" is geen lied.

een avontuurlijk, divers, gevarieerd album dat door velen als hun beste wordt beschouwd, maar wel wat van de luisteraar vraagt. de wereldmuziek invloeden op "Turkish Song of the Damned", de jazz/folk van het Spaans getinte party-time nummer "Fiesta" en het instrumentale "Metropolis" spreken mij minder aan.

ben meer gecharmeerd van de opener "If I Should Fall from Grace with God" dat in de lijn van voorganger "Rum, Sodomy & the Lash" ligt, de folk medley (8) en de prachtige melodieën van "Fairytale of New York", "Lullaby of London" en "The Broad Majestic Shannon" vernoemd naar de langste rivier van Ierland, over de terugkeer van een Ierse man naar zijn geboortestreek.

de 6 bonus nummers omvatten het instrumentale "The Battle March" (Terry Woods), het aloude "The Irish Rover" (Joseph Crofts) met zang van Shane MacGowan en Ronnie Drew, waarover de laatste opmerkte "I never had to sing anything as fast in my life", de traditional "Mountain Dew" eveneens met zang van beiden, het fraaie, instrumentale "Shanne Bradley" (Shane MacGowan) dat vernoemd werd naar een vroegere vriendin van Shane MacGowan, de brass band sound van "Sketches of Spain" (Jem Finer) en een manische versie van de sea-shanty "South Australia", een nummer dat ik ooit live hoorde tijdens een concert van de Dubliners met zang van hun banjospeler Barney McKenna, maar dat terzijde.

deelcitaat uit de liner notes (Gavin Martin)

"If I Should Fall from Grace with God" entered the UK album charts at number 3 on its release in January 1988. By this time Joe Strummer, a substitute for the ailing Phil Chevron, had joined the band on tour. When they came to play London's Town and Country Club that March, a week long run before a total of 17.000 fans, they were also joined by Kirsty MacColl, Steve Earle and former Specials man Lynval Golding.

But not everyone wanted to party with the Pogues, in November 1988 the band became the first group to fall foul of a government ban on broadcasting statements by terrorists or their supporters. The song that caused the group to be blacklisted by the IBA (Independent Broadcasting Authority) was "Birmingham Six", a withering condemnation of the justice system that had incarcerated, what would soon prove to be the wrong men for the Birmingham pub bombings"

The Pogues - Peace and Love (1989)

poster
3,5
het vierde album van de Pogues kun je gerust onsamenhangend en wisselvallig noemen. een flinke teleurstelling na de 3 voorgaande, uitstekende albums.

slechts 6 nummers (2,5,7,8,11 en 14) van Shane MacGowan die als songwriter kennelijk niet in zijn beste periode zat waarvan er 3 kwalitatief bovenuit steken "White City", "Cotton Fields" en "London You're A Lady", hoewel ook "Boat Train" nog enigszins doet denken aan de hoogtijdagen van de groep.

voor de rest een groot aandeel voor de andere bandleden in de overige 8 nummers, waarvan de 2 traditionele folk liedjes van Terry Woods "Young Ned of the Hill" en "Gartloney Rats" en het sterke, melancholische "Misty Morning, Albert Bridge" van Jem Finer de middelmaat ontstijgen.

van de 6 bonus tracks zijn de traditional "The Limerick of Rake" met zang van Shane MacGowan en "Everyman Is a King" (R. Kavana/T. Woods) het beluisteren waard.

Album werd geproduceerd door Steve Lillywhite
Recorded at RAK Studios, London

"Dedicated to the memory of the 95 people who died at Hillsborough Football Ground"

citaat uit de liner notes (David Quantick) bij de re-issue (2004)

"Like its predecessor "If I Should Fall From Grace With God", "Peace and Love" was produced by Steve Lillywhite. But where "If I Should Fall" introduced the world and the Pogues to each other, and finally gave the band the international platform that they deserved, "Peace and Love" was an indicator of a much more difficult time in the Pogues' career.

For a start, they were now a big band. "Fairytale of New York" had been a massive hit, selling 200.000 copies in the US alone. The Pogues were admired by their peers, as everyone from Bruce Springsteen to Matt Dillon lined up to praise them appear in the videos or offer them tour supports. The world was theirs for the taking; the only problem was, they didn't really want it"

The Pogues - Rum Sodomy & the Lash (1985)

poster
5,0
waar vaak over het moeilijke tweede album wordt gesproken, is daar bij dit album van de Pogues geen sprake van. "Rum, Sodomy & the Lash" overtreft zelfs het debuut. inderdaad meer volwassen en wellicht iets minder "punky" dan het uitzinnige debuut "Red Roses For Me", maar daarom niet minder indrukwekkend.

iets meer authentieke folk op dit album, hoewel het ook hier schuurt en spettert met "The Sick Bed of Cuchulainn", de yells op het instrumentale "Wild Cats of Kilkenny", het gejaagde "Billy's Bones" en de gekte/energie van "Jesse James" en "The Gentleman Soldier".

hoogtepunten zijn er teveel om op te noemen, zoals de ontroerende traditional "I'm a Man You Don't Meet Everyday" met zang van Cait O'Riordan, een nummer met een prachtig verbindende tekst ("So be easy and free when you're drinking with me, I'm a man you don't meet every day"), de Shane MacGowan nummers "Old Main Drag" en "A Pair of Brown Eyes" en de 3 covers "Dirty Old Town" van de Engelse folkie Ewan McColl, "Navigator" van de Ierse songwriter Phil Gaston (een vriend van de band) en het kippenvel bezorgende anti-oorlogslied "The Band Played Waltzing Matilda" van de Schotse folkie Eric Bogle, een nummer met een tekst dat helaas nog steeds actueel is.

op dit magistrale album speelden als gastmuzikanten verder mee Tommy Keane (Uileann Pipes), Henry Benagh (fiddle) en Dick Cuthell (horns).

wat mij betreft net iets beter dan het debuut en iets minder gepolijst dan de bewierookte opvolger "If I Should Fall from Grace with God". "Rum, Sodomy & the Lash" is uitgegroeid tot een tijdloze, inmiddels 40 jaar oude klassieker.

de re-issue (2004 label WEA) klinkt kristalhelder en bevat 6 bonus tracks, alle 4 nummers (14 t/m 17) van de EP "Poguetry in Motion" (1986), waaronder de prachtige ballad "A Rainy Night in Soho". 13 en 18 zijn b-kantjes van singles. een zeer welkome aanvulling.

deelcitaat uit de liner notes (David Quantick)

"The real legacy of Rum, Sodomy & the Lash" is that it gave a new vitality to the music it came from. Not, of course, that everyone was happy. "When we put out the second album" Phil Chevron once said, "we had a press conference in Dublin, where there was a certain group of people who were opposed to whatever we were trying to do because we were plastic paddies. We had people who just challenged the whole thing from the fore of the press conference. "What you are doing is bastardising Irish music".

But all that was about to change forever. For now, people who had never grown up with folk music suddenly discovered Irish roots. People who had associated the accordion and banjo with dull family weddings found new life in old songs. Live music became exciting once more. And nobody would ever be bored by a banjo again"

Shane MacGowan (R.I.P. 30-11-2023)

The Pogues - The Ultimate Collection (2005)

poster
4,0
rare jongens bij die platenmaatschappijen. de Pogues in de originele line-up met Shane MacGowan maakten 5 reguliere albums. op MuMe staan echter 9 verzamelaars en wellicht zijn het er zelfs meer.
veelal overbodige uitgaves, uitgezonderd de 5-cd box set "Pogue Mahone" uit 2008.

inderdaad 22 toppers op cd 1, hoewel de beginnende Pogues liefhebber even zo goed "The Best of" (1991) en "The Rest of the Best" (1994) zou kunnen aanschaffen.

cd 2 is een nogal rommelige live registratie van een concert uit 2001, dat tegenvalt mede door een slecht bij stem zijnde Shane MacGowan. dat live album verscheen in 2005 eveneens als aparte release. Tja.

4,5 voor cd 1 en 3,5 voor het live album.

The Resentments - Sunday Night Line-up (2002)

poster
4,0
"Sunday Night Line-Up" is een live opgenomen album van deze uit Texas afkomstige gelegenheidsformatie, destijds bestaande uit o.a. wijlen Stephen Bruton, een vermaarde "sideman/gitarist" bekend van zijn werk met Bonnie Raitt en T-Bone Burnett, singer/songwriter Jon Dee Graham die een flink aantal solo albums op zijn naam heeft staan en songwriter/producer "Scrappy" Jud Newcomb die o.a. het album "Still Fighting the War" van Slaid Cleaves produceerde.

3 nummers (1,7,10) van Stephen Bruton, 3 van Jon Dee Graham (3,9,14) die eerder op hun solo albums verschenen, 2 van Jud Newcomb (2,8) aangevuld met covers van o.a. het veel gecoverde "We Had It All" (Donnie Fritts/Troy Seals) dat een hit werd in de versie van Waylon Jennings, "Volver" (Fernando Maldonado) bekend van de live versie van Ry Cooder op zijn album "Show Time" en "Zombie for Love" (Dan Stuart/Chuck Prophett) afkomstig van het Green On Red album "Here Come the Snakes".

een fraai roots album geworteld in rhythm & blues, country en rock (n'roll), waarbij de nadruk op akoestisch uitgevoerde songs ligt plus een aantal stevige uitvoeringen, zoals "That's Love" en "Daydrinking", prima nummers van Stephen Bruton.

Album werd geproduceerd door Chet Himes & Stephen Bruton
(Recorded live at the Saxon Pub, South Austin, Texas)

Jon Dee Graham: acoustic guitar, lap steel & vocals
Scrappy Jud Newcomb: acoustic guitar & vocals
Stephen Bruton: acoustic guitar, mandolin & vocals
Bruce Hughes: bass & vocals
"Mambo" John Treanor: drums & percussion

The Roches - The Roches (1979)

poster
4,0
bij verschijnen in 1979 grijsgedraaid. dit album met wonderschone harmoniezang van de Iers/Amerikaanse zusjes Roche afkomstig uit New Jersey. de zgn. "fripperies" van Robert Fripp die het album produceerde, nam ik voor lief. met de speakers wijd open, komen de vocalen ruim 40 jaar later nog steeds goed tot hun recht. het introductienummer "We", "Mr. Sellack" en "Damned Old Dog" heb ik altijd mindere tracks gevonden. beste tracks (voor mij althans) "The Hammond Song", "The Troubles", "The Married Men" (gecoverd door de Amerikaanse zangeres Phoebe Snow) en "Quitting Time". het 2e album vond ik al een stuk minder en destijds haakte ik af na het 3e album "Keep on Going"(1982). wellicht te vroeg, gezien de jubel post van mede user Wilbur bij hun album "Can We Go Home Now" uit 1995, die hij "een hoogtepunt uit de pophistory" noemt. verder een leuk weetje, dat Maggie en Terre Roche back-up vocals zongen op het Paul Simon album "There Goes Rhymin' Simon"

de muzikanten op dit album:
Suzzy Roche: vocals, guitar
Maggie Roche: vocals, guitar, synthesizer (on "Quitting Time")
Terre Roche: vocals, guitar
Robert Fripp: electric guitar, fripperies
Tony Levin: bass
Jim Maelen: triangle, shaker
Larry Fast: synthesizer programmer

The Roches - We Three Kings (1990)

poster
4,0
als je de kerstliedjes van Mariah Carey, Wham etc. zat bent, dan kan dit kerstalbum van de Amerikaanse uit New Jersey afkomstige Roche zussen (Maggie, Terre & Suzzy) een prima alternatief zijn. The Roches maakten in 1979 een klassieker met hun gelijknamige debuut album geproduceerd door Robert Fripp.

geen conventioneel kerstalbum maar een album met veel eigenzinnig bewerkte traditionals plus een aantal fraaie eigen liedjes, waaronder "Christmas Passing Through" (Suzzy Roche) en "Star of Wonder" (Terre Roche), wat meteen de hoogtepunten zijn met hun bewerkingen van traditionals als "We Three Kings" en "Good King Winceslas", maar in feite zijn alle 21 liedjes met prachtige, meerstemmige zang het beluisteren waard.

oudste zus Maggie Roche overleed in 2017 aan de gevolgen van borstkanker. Lucy Wainwright Roche (dochter van Suzzy) maakte ook solo albums en een 2-tal albums met haar moeder Suzzy. haar vader is Loudon Wainwright, waardoor zij een halfzus is van Martha en Rufus Wainwright, kinderen van wijlen Kate McGarrigle.

samen met o.a. "Light of the Stable" van Emmylou Harris en "The McGarrigle Christmas Hour" van Kate & Anna McGarrigle een fijn kerstalbum, met alle respect voor het ietwat tenenkrommende kerstalbum "Christmas in the Heart" van Uncle Bob (Dylan).

Album werd geproduceerd door The Roches & Jeffrey Lesser
Recorded at RPM Studios, NYC, New York

Maggie Roche: singing, keyboards, hooves, whistling
Terre Roche: singing, guitars, paino
Suzzy Roche: singing, guitars, keyboards
Vince Cherico: drums, drum programming, percussion
Paul Ossola: bass guitar, upright bass
Victor Lesser: saxophones