MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Mordavia - Mortal (2013)

poster
4,0
Black metal, het is in de loop der jaren een steeds inniger liefde van mij geworden. Binnen de metal is het misschien wel mijn favoriete subgenre, omdat het zo intens is, en ook veelzijdig kan zijn. Een woord dat vaak in me op komt als ik naar pure black metal zoals Darkthrone of sommige albums van Marduk luister, is “ijzingwekkend”. Daar herken je het echt goeie spul aan, als de haren op je armen omhoog komen te staan, alsof ze een opperste duivel eren.

Maar je hebt dus ook dat veelzijdige aspect. Veel bands die black metal als basis gebruiken, maken uitstapjes naar andere genres. Dat kunnen broertjes zijn, zoals death metal, sludge, postrock, of zelfs een verre neef als ambient. De Noorse klasseband Enslaved heeft zowat alle uitstapjes reeds ondernomen, en blijft zichzelf toch wel vernieuwen. Maar goed, daar gaat het nu niet over. Ik wil een lans breken voor ‘Mortal’, het debuutalbum van Mordavia.

Om maar meteen duidelijkheid te scheppen: Mordavia is een eenmansproject van Morgue, né Brock George, een duivel-doet-al uit Australië. ‘Mortal’ bestaat uit een sfeervol intro en zeven tempeesten van songs, die qua intensiteit niet veel moeten onderdoen voor vele Scandinavische bands. Morgue heeft een typische black-kreet, die diep gaat; maar kan ook rauw uit de hoek komen. Die handvol vuige screams doen me een beetje denken aan Niklas Kvarforth, opperhoofd van het Zweedse Shining.

Morgue heeft met enkele andere bands al wat werk uitgebracht, erg obscure platen, die nog niet op MuMe stonden. Ik heb ze dan maar meteen toegevoegd, en een titel als ‘Thrones of Isolation’ spreekt toch wel tot de verbeelding. De link is dan ook, mits een kleine kronkel, meteen gelegd met de landgenoten van Woods of Desolation, dat in 2011 één van mijn favoriete black metalplaten uitbracht, ‘Torn Beyond Reason’. En daar valt ‘Mortal’ tot op zekere hoogte wel mee te vergelijken, hoewel – eerlijk is eerlijk – aan de intensiteit van eerstgenoemde op geen enkel moment kan worden getipt.

Black metal is intensiteit, zegt men wel ‘ns. Een misselijkmakende cocktail van boosheid en agressie, geschonken in een grote kom, gemaakt uit hout van de treurwilg. ‘Mortal’ neem ik met veel plezier tot mij, en is één van die albums die ik wel kan blijven luisteren. Er zijn minpuntjes, uiteraard; een eenmansproject is dan ook ontzettend moeilijk tot een perfect einde te brengen. De drums klinken af en toe wat mechanisch en monotoon (lees: vaak hetzelfde), hoewel een song als ‘Obey & Conform?’ toch wel lekker afwisselend is, met rustpassages en trappen in je smoel.

‘Mortal’ is een sterk debuut, maar als Morgue nu nog enkele kompanen zou zoeken, kan het nog veel beter worden. Ik blijf deze kerel in ieder geval zeker volgen.

4 sterren

Motörhead - 1916 (1991)

poster
3,5
'1916' is een album dat je makkelijk over het hoofd zou kunnen zien, maar als je er eenmaal de tijd voor neemt, ontdek je toch een aantal leuke songs, die gewoon onweerstaanbaar zijn.

Het koppel songs dat de dans mag openen, bijvoorbeeld. Vooral 'I'm So Bad (Baby I Don't Care') is een geweldig opzwepend, energiek ding; simpel, doeltreffend. Ook de tribute-song R.A.M.O.N.E.S. is meer dan geslaagd; dat nummer heb ik ooit, in een tamelijk ver verleden, ook nog gecoverd met m'n toenmalig bandje. Kort en snedig; ideaal om jezelf even te smijten. Ook 'Angel City' is een verborgen parel, waar het spelplezier af spat, en zo door de dubbele beglazing zou rammen.

'1916' is als album niet echt coherent, en Lemmy en zijn kornuiten betreden hier een aantal paden die ze nog niet eerder hadden gezien. 'Nightmare - The Dreamtime' is een miskleun, naar mijn mening, maar de afsluiter (ook behoorlijk afwijkend in het oeuvre van de band) kan me wel bekoren. Lemmy laat horen dat hij wel eens een geschiedenisboek vastpakte in zijn vrije tijd, en bezingt het tragische lot van duizenden jonge landgenoten tijdens de historische en dieptragische Slag van de Somme onder Douglas Haig. Haig werd niet voor niets The Butcher of the Somme genoemd. Een erg mooie, soms confronterende, altijd wat trieste tekst heeft dit nummer.

Zo wordt een album dat vooral bol staat van het spelplezier en niet al te veel om het lijf heeft, verrassend afgesloten met een bloedserieus, traag nummer over de Eerste Wereldoorlog. Een gesmaakte contradictie.

3,5 sterren

Motörhead - Bomber (1979)

poster
3,5
Als plaat weet 'Bomber' me minder te overtuigen dan toppers als 'Overkill' en 'Ace of Spades'. Dat neemt echter niet weg dat er een aantal pareltjes van formaat opstaan. De opener is meteen een schitterende uitschieter, en één van de sterkste songs die ik ken van de band. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van de afsluiter, zodat kop en staart van het beest alvast volledig kloppen.

Als je eenmaal in de muil van het beest bent gesprongen, merk je echter dat het een vrij mak diertje is. 'Lawman' vind ik nog best sterk, en in het midden krijgen we ook een heerlijke opflakkering in de vorm van 'Stone Dead Forever'. Al het overige behoort lang niet tot m'n favoriete Motörhead-songs; het vuur ontbreekt.

Blues is, naast rock 'n roll, een belangrijke invloed geweest doorheen het oeuvre van Motörhead, en vooral gitarist Fast Eddie laat die voorliefde duidelijk horen. Dit werkt echter niet helemaal voor wat het tempo betreft; ik heb m'n Motörhead het liefst luid, snel en rauw. Gelukkig krijgen we dan nog die afsluiter, dus.

Om kort samen te vatten; waar de mannen op 'Overkill' (zelfde jaar van release, niet noodzakelijk zelfde bouwjaar) het gaspedaal steevast terugvinden en heerlijk indrukken, blijft de motor op 'Bomber' hier en daar wat sputteren.

3,5 sterren, grotendeels te danken aan de drie hoogtepunten.

Motörhead - Motörhead (1977)

poster
3,0
Laat ik maar aftrappen met een vraag: Is dit nou het officiële debuut van Motörhead?

Hoe dan ook, dit is een lekker plaatje, de rock 'n roll druipt van weerskanten van de plaat naar beneden, om daar een vieze, modderige poel te vormen. Lemmy en de zijnen wisten hoe ze simpele, catchy songs moesten schrijven, en naar verluidt nog beter hoe ze een publiek moesten inpakken tijdens een liveshow.

Het mankeert de nummers (enfin, de meeste toch) enkel wat aan kracht op dit album, zoals het titelnummer (hoewel dat een bijzonder catchy song is). De afsluiter dendert dan weer als een trein over de rails, en heeft z'n naam dus niet gestolen. 'The Watcher' is ook een erg fraai stukje rock 'n roll voor gevorderden.

Dit album klinkt vooral als een veelbelovend begin, maar Motörhead zou nog wel betere albums op het mensdom loslaten.

3 sterren

Motörhead - No Remorse (1984)

poster
4,0
Schitterende verzamelaar van Motörhead, en dan te denken dat ik deze bijna had overgeslagen in mijn rondreis doorheen hun oeuvre..

Hierop staan zowat alle klassiekers van de band tot en met het album 'Another Perfect Day', aangevuld met wat nieuwe songs ('Killed by Death' vind ik een geweldige song, maar ook de andere songs mogen er zijn) en enkele covers ('Louie, Louie' is best geinig). Het betreft een dubbelalbum, en elke kant (vier kanten toen op de LP) wordt afgesloten door een nieuw nummer, terwijl elke schijf wordt geopend door een iconische knaller (respectievelijk 'Ace of Spades' en 'Overkill').

Dit is ook het laatste album dat de band uitbracht op het Bronze-label, en aangezien Lemmy besefte dat de platenbazen het gehad hadden met z'n band ("They were readying the death knell", zoals enkel de heer Kilmister dat zo mooi kan uitdrukken), is het slim gezien om ook enkele nieuwe songs op te nemen. Nu, dat Motörhead er in 1984 zou mee stoppen, daar zal toch niemand serieus rekening mee gehouden hebben? Motörhead deed dus gewoon voort, en kwam goed twee jaar later alweer met een knaller van formaat, 'Orgasmatron'.

'No Remorse' is (zeker volgens de fans, als ik het goed heb) dé essentiële verzamelaar van Motörhead. Ik kan er geen oordeel over vellen; dit is de enige verzamelaar die ik tot nu toe heb beluisterd. Als ik op de score en animo op MuMe af mag gaan, is enkel 'The Best Of' uit 2000 een te duchten concurrent. Daarop staan wat meer songs en de speelduur is gevoelig langer, maar da 's dan weer logisch, wetende dat de release goed 16 jaar later viel. 'No Remorse' mag echter hoe dan ook rekenen op een dikke score.

4 sterren

Motörhead - No Sleep 'til Hammersmith (1981)

poster
4,5
Dit live-album is Motörhead op z'n best: snedig, hard, vuig. Lemmy en de zijnen jagen er op veertig minuten elf van hun beste songs door, wat de kwaliteit ook al ontzettend ten goede komt. Geen vulmateriaal op deze uitgave. De zeven bonustracks (t/m 'Bite the Bullet / The Chase Is Better Than the Catch', de elf outtakes heb ik niet beluisterd) zijn net wat minder, maar desalniettemin goed.

Aftrappen met 'Ace of Spades' is uiteraard voor de hand liggend, en andere klassiekers annex sterkhouders als 'Overkill' en 'Bomber' mogen ook in vol ornaat de revue passeren. Ik vind de versies op deze live-plaat zelfs nog een tikkeltje sterker dan op plaat, waardoor ook het songmateriaal net onder de toplaag ('Motörhead', '(We Are) the Road Crew') opeens weet uit te blinken.

De beste plaat van Motörhead is volgens mij dus geen studioplaat, maar deze live-plaat. 't Is eens wat anders.

4,5 sterren

Motörhead - Orgasmatron (1986)

poster
4,0
Het kolossale, demonisch ogende gevaarte op de hoes van dit album geeft de premisse in principe al weg; deze plaat dendert voort als een nietsontziende stoomlocomotief.

'Orgasmatron' is het antwoord op de vraag die je jezelf kan stellen na het beluisteren van voorganger 'Another Perfect Day': "Kan Motörhead nog melodieuzer, nog catchier, nog swingender klinken?" Ja, zonder twijfel. Elk nummer op dit album brengt de vezels in het lichaam volledig tot leven, doet de energie en adrenaline door je bloedbanen klotsen, nodigt het hoofd uit tot een goedkeurend geknik, bij voorkeur met een halve (of hele) glimlach om de mond.

Of het nu opener 'Deaf Forever', 'Claw', het genadeloze duo 'Built for Speed' / 'Ridin' with the Driver' of titelsong annex afsluiter annex metronoom 'Orgasmatron' is; het klopt gewoon, en het klinkt fantastisch. In 35 en halve minuut laten Lemmy en de zijnen horen wat de essentie van rock 'n roll is, met ook wat invloeden uit de blues-, punk- en metalwereld, en vooral; met heel veel soul (niet te verwarren met het muziekgenre).

Motörhead is niet slechts het zoveelste rockbandje, het is een vaandeldrager, bron van inspiratie voor menig beginnend groepje. En hoewel vooral hun beginjaren bepalend waren, en ze vooral bekend zullen blijven om 'Ace of Spades', 'Overkill' en de liederlijke levensstijl van Ian "Lemmy" Kilmister, mogen ook albums als 'Orgasmatron' absoluut niet onder de radar blijven.

4 sterren

Motörhead - Overkill (1979)

poster
4,0
Na een vals ('On Parole') en echt ('Motörhead') debuut, waarbij ik het eerste prefereer, bracht Motörhead in 1979 met 'Overkill' een eerste echte topper uit. Markant feit is dat ze meteen aftrappen met het titelnummer, dat je in goed vijf minuten weet te verhaspelen, radbraken en tot slot uit de ring te slaan met een welgemikte knock-out punch. Wat mij betreft absoluut één van hun beste nummers!

Opvallend is dat beide kanten van de plaat (toen sprak men nog over kanten, hoewel ik er zelf helaas nog niet bij was) openen met een knaller van formaat, want ook 'No Class' is een opstoot in de overtreffende trap, die voor een flinke dosis adrenaline zorgt. Overige toppers zijn 'Stay Clean', 'Capricorn' en 'Damage Case', maar eigenlijk swingt de hele plaat (op het zwakkere 'I'll Be Your Sister' na) als een tiet. Lemmy's rauwe stem zorgt, in combinatie met de fraaie, hallucinante gitaarsolo's van Fast Eddie Clarke en de strakke ritmesectie, voor een rock 'n roll-roes waaruit je maar moeilijk ontwaakt.

Een zeer patente plaat, dus, en eigenlijk schaam ik me een beetje dat ik deze (op moment van schrijven) niet op CD heb. Daar moet ik maar 'ns werk van maken! We kunnen ook nog afsluiten met een leuk fait divers: hoewel Lemmy vooral als frontman en bassist bekend is, speelde hij naar verluidt de tweede gitaarsolo in die in het slotnummer te horen is.

4 sterren

Motörhead - Rock 'n' Roll (1987)

poster
3,0
Een wat onopvallende plaat van Motörhead, waar vooral de degelijkheid regeert, zonder al te veel uitschieters. 'Stone Deaf in the USA' is een uitzondering; een knaller van formaat.

Als ik dan bovenstaand bericht lees over een nijpend tekort aan tijd en budget, snap ik wel waarom dit lang niet hun beste werk is. Dat Lemmy tijdens de opnames ook nog 'ns te kampen kreeg met griep, was een tweede opdoffer. Zijn zangpartijen zijn niet fantastisch op deze plaat, maar ook niet hemeltergend, dus al bij al valt dat wel mee.

Wat me vooral opvalt is niet de inferieure kwaliteit van de opnames of zo (hoewel deze pover is in vergelijking met de twee voorgaande platen; een manke vergelijking, overigens), maar wel dat het songmateriaal niet zo straf is. Ik betrap mezelf er tijdens het beluisteren van dit album minder op dat ik goedkeurend mee zit te headbangen, of een tinteling voel ontstaan doorheen mijn lichaam, wat de beste songs van Motörhead probleemloos voor elkaar krijgen (al is er dan eerder sprake van een aardschok).

Degelijk dus, maar meer ook niet.

3 sterren

Motörhead - We Are Motörhead (2000)

poster
4,0
Uitstekend album van Motörhead. Kop en staart vind ik het lekkerst, met de onweerstaanbare rocker 'See Me Burning' en instant classic 'We Are Motörhead'. Maar ook alles wat daartussenin te vinden is, biedt meer dan genoeg kwaliteit.

Zo is 'Stagefright / Crash and Burn' begiftigd met een zalige gitaarriff, zijn 'Slow Dance' en 'Stay Out of Jail' al bijna even straf als de opener, en dendert 'Wake the Dead' als een stoomtrein nietsontziend maar door en door.

De cover 'God Save the Queen' is een niet bijster originele keuze, maar deze versie kan er wel mee door. Ballad 'One More Fucking Time' duurt me net iets te lang, maar ach, we mogen zeker niet klagen.

Op deze wijze wist Motörhead het nieuwe millennium meteen op uiterst positieve wijze in te zetten, en lieten Lemmy en kornuiten horen nog lang niet versleten te zijn. Ook de speelduur van het plaatje (onder de veertig minuten) is ideaal; veel langer hoeft een studioplaat van Motörhead wat mij betreft ook niet te duren.

4 sterren

Motorpsycho - Still Life with Eggplant (2013)

poster
4,0
De Noorse band Motorpsycho is een erg bezige bij. In de jaren ’90 brachten ze de ene klasseplaat na de andere uit, en ook in dit millennium hebben ze al heel wat fraais gemaakt. De laatste jaren zijn ze ook gaan experimenteren met hun geluid, zoals ze dat al hun gehele carrière doen, maar in een andere richting; de progrock en jazz werd veelvuldig geëxploreerd, in navolging van enkele songs op ‘Timothy’s Monster’. ‘Heavy Metal Fruit’ was lekker heavy en ietwat psychedelisch (die afsluiter), ‘The Death Defying Unicorn’ een project dat lichtjes uit z’n boegen barstte van de ambitie, maar voor mij persoonlijk toch nog redelijk geslaagd is (hoewel toch te lang). Op die plaat voegde Motorpsycho (samen met Ståle Storløkken van Supersilent) rock, jazz en klassiek bij elkaar.

De nieuwe plaat ‘Still Life with Eggplant’ is een behoorlijke verademing. Het is geen stijlbreuk (de heren zijn altijd binnen hun eigen contingent), maar klinkt behoorlijk fris, en nergens (nu ja, een kniesoor zou ‘Ratcatcher’ met de vinger wijzen) langdradig. Ik heb de indruk dat het drietal, na het grootse project met Ståle Storløkken, weer wat hunkerden naar hun roots. En dus werd ‘Still Life with Eggplant’ een plaat met wortels in hun vroegere werk, dat met zekerheid.

Toch is er ook die inslag van recenter werk, en daarom kan ik dit wel beduiden als een hybride tussen ‘Heavy Metal Fruit’ en het vroegere werk. Er staan wat langere, naar gejam neigende nummers op, maar met de cover ‘August’ (een behoorlijk eigenzinnige en met een heerlijke gitaarsolo gezegende cover van het nummer van de band Love uit 1969; verre van hun meest bekende nummer, trouwens), en de magnifieke afsluiter ‘The Afterglow’ staan er toch wel twee wat kortere nummers op de plaat. Vooral ‘The Afterglow’ weet me te charmeren, beginnende zo fragiel als een porseleinen beeldje, om dan uit te monden in een gracieuze draaitol. De perfecte laatste meander voor de eindstreep.

Albumopener ‘Hell, Part 1-3’ is een nummer dat sterk neigt naar een jam, maar er zit toch wel degelijk een fraaie opbouw in. Vooral live biedt dit nummer enorme perspectieven om mee te spelen, zou ik zo denken. Nu heb ik de band nog nooit live aan het werk gezien, maar ik vermoed dat de meer doorgewinterde concertgangers dit wel kunnen beamen. ‘Barleycorn (Let It Come / Let It Be)’ lijkt het meest terug te grijpen naar hun hoogvliegers uit de jaren ’90 (‘Blissard’ bijvoorbeeld). Ik kan de lyrics van de songs op dit album nergens vinden, maar ik meende een verwijzing naar ‘The Nerve Tattoo’ te hebben gehoord. Kan het ook mis hebben, natuurlijk. In ieder geval, het is een song die niet te kort is, en niet te lang. Een ideaal compromis, en misschien wel het beste van twee werelden.

Want dat overdaad kan schaden, dat weten we al van hun vorige project. ‘Ratcatcher’ is in feite niet meer dan een, weliswaar groots opgezette, veredelde jam. En dan vind ik 17 minuten ruim van het goede te veel. Natuurlijk komen er passages voorbij die erg goed klinken, en de combinatie van gitaren en de samenzang tussen Bent en Snah klinkt bij vlagen als uit de hemel gezonden. Spijtig genoeg komt dit veel te weinig in het stuk voor, en wordt een groot deel van de song gevuld met oeverloos gepiel. Drummer Kapstad heeft aan dit nummer ook meegeschreven volgens de credits, net als aan ‘Hell, Part 1-3’. Toeval dat net deze nummers de langste zijn, en het meest op jams lijken?

Het feit dat ‘Ratcatcher’ een te prominente rol speelt ten spijt, is dit gewoon weer een donders goed album van de Noren. Ze weten als geen ander zichzelf te heruitvinden, zonder daarbij echt onbekend terrein te betreden. Het plannetje zit zo goed in elkaar, je vraagt je als luisteraar al af wat het volgende puzzelstukje zal worden. En zo blijft Motorpsycho ontzettend relevant en boeiend.

4 sterren

Motorpsycho - The Crucible (2019)

poster
4,0
Als het op productiviteit aankomt, kan je op Motorpsycho blind vertrouwen. De kwaliteit is meestal - het zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen - op zijn minst flink te pruimen, maar eerlijk is eerlijk: het niveau van de late jaren '90 hebben ze sindsdien niet meer gehaald. Ik heb bij het beluisteren van een album van de bedrijvige Noren dus vaak een soort kunstmatig heimwee (want in de late jaren '90 was ik nog helemaal niet met dit soort muziek bezig ) naar de magie die ze destijds uitstraalden (Trust Us staat niet voor niets in m'n top 10).

Ik heb me er echter ook bij neergelegd dat ze wellicht nooit meer die richting uit zullen gaan, hoewel - als slag om de arm kan dat tellen - je het aan de andere kant ook weer nooit weet. Het is dus en beetje duaal, wat me tot de conclusie brengt dit nieuwe album gewoon te ervaren als de nieuwe van Motorpsycho.

En eigenlijk valt het me flink mee, eerlijk gezegd. De hoes is fraai; een schilderij van Håkon Gullvåg, een kunstenaar uit Trondheim, wat tevens de wieg is van deze band. Stichtende leden Sæther en Snah zullen hem wel kennen, denk je dan. Ook de hoes van The Tower, voorganger van deze plaat, is van zijn hand, overigens. Dat merk je ook wel een beetje.

Genoeg over de hoes, over naar de songs. Er wordt afgeklokt op iets meer dan 40 minuten, en dat in drie songs. Het vinnige Psychotzar bijt te spits af, en is met zijn negen minuten dan nog het kleine broertje. Het nummer drijft op het soort groove waarop Motorpsycho een stevig patent heeft, en gaat nergens vervelen. Een ideale opener dus, die meteen de ogen en oren opent, en je klaarstoomt voor de strafste stoot van het album.

Die strafste stoot is Lux Aeterna, een indrukwekkende compositie die Sæther naar verluidt schreef na het overlijden van zijn moeder, waardoor het een wrange, emotionele bijklank krijgt. Maar bovenal is dit een geweldige song, waarin veel jaren '70 progrock en -folk is terug te horen, gefreak en gepiel in het middenstuk en daarna een gitaarsolo die door merg en been gaat. Het Eeuwige Licht. Bent Sæther heeft zijn ziel even blootgelegd.

Moest het bij deze twee songs gebleven zijn, hadden we weliswaar geen volwaardig album (wegens slechts 20 minuten), maar wel een schitterende EP die akelig dicht bij de hoogste score zou komen wat mij betreft. Het titelnummer volgt echter nog, en het gebeurt niet vaak (en daar zijn ze weer, die uitzonderingen op de regel!), maar uitgerekend het langste nummer vind ik gelijk het minste. The Crucible is ongetwijfeld bedoeld als klapstuk van de plaat, en ja, het is een indrukwekkend vehikel, maar weet me gewoonweg niet over de gehele lengte te boeien. Het luistert net iets te fel weg als een kunststukje, waar ik bij Motorpsycho het buikgevoel prefereer. De oerdriften.

Maar enfin, het drietal heeft ons weer kunnen verblijden met een boeiende nieuwe plaat, waarvan de tweede song ronduit briljant is en een toevoeging aan de toch al imposante verzameling knallers van songs in de back catalogue van de Noren. Ook fijn dat nieuwe drummer Tomas Järmyr na een toch al niet misselijk debuut op The Tower weet te bevestigen. En wie weet komt die trip down nostalgia lane er toch nog 'ns van..

4 sterren

Mountain Man - Made the Harbor (2010)

poster
3,5
We zijn nu een kleine week later. De plaat heeft een beetje aan kracht moeten inboeten, enkele nummers staan dan toch niet als een huis. Gelukkig zijn er nog voldoende songs die dat wel doen. 'Animal Tracks' is daar een voorbeeld van, net als onder andere 'Mouthwings' en 'Loon Song'. Echte missers staan hier niet op. Mindere nummers? Zeker wel. Opener 'Buffalo' laat al een heel wat mindere indruk op me na dan een week geleden, net als 'Arabella'. Ook 'Babylon' weet me niet meer te bekoren.

Ondanks het monotone geluid en minieme gebruik van instrumenten (enkel gitaar, en dan nog niet eens op alle nummers) hoor je wel degelijk verschillende stijlen en invloeden. Zo klinken 'Mouthwings' en 'Babylon' beide als psalmen, maar wel verschillend genoeg om ervoor te zorgen dat het ene bij m'n favoriete nummers behoort, en het andere helemaal niet. Bij How'm I Doin' komt het woord barbershop spontaan bij me op, maar dat kan een gevoel zijn. Ook gospel en traditional folk zijn invloeden, uiteraard.

De naam Fleet Foxes schiet me wel degelijk te binnen, maar het is niet zo dat dit de vrouwelijke Fleet Foxes zijn. Laat ze maar gewoon Mountain Man blijven, dat past hun het best.

3,5 sterren

Mourir - Animal Bouffe Animal (2020)

poster
4,5
Mourir is een band met Toulouse, een stad in het zuiden van Frankrijk, als thuisbasis. Deze band is het geesteskind van Olivier Lolmède, gekend van Plebeian Grandstand, en in die hoedanigheid eigenlijk de opvolger van zijn vorige project, Vermine. Hij rekruteerde uiteindelijk nog drie man om dit schitterende debuut, Animal Bouffe Animal, in te blikken.

Tijd voor verpozing is niet nodig, moet Lolmède gedacht hebben, want de band vliegt er vanaf de eerste seconde van opener Sentir le Vide als een malle in. Dissonante gitaarriffs, overdonderend drumwerk en maniakale vocalen typeren deze kopstoot. Het gevaar daarvan is dat de plaat wat generiek gaat klinken, als een onontwarbaar kluwen van songs die op den duur wel érg op elkaar gaan lijken. Dat risico wordt hier echter zeer efficiënt afgewend door de nodige atmosfeer te creëren; af en toe mag de voet van het gaspedaal, en dat levert, zoals in het begin van Foutu Pour Foutu, black metal op van een hypnotiserende pracht.

De albumtitel lijkt me te refereren naar de onafwendbare afgrond waar wij als mensheid langzaam op afstevenen, en vooral hoe wij onszelf de das omdoen. De zogezegd beschaafde mens, die zich boven alle andere dieren verheven voelt, maar uiteindelijk ook een primitief wezen blijft, met overlevingsdrang als hoogste goed. De poorten van de hel (of de bek van het Beest, zoals het in de songtitel van brugnummer La Gueule Ouverte wordt verwoord) staan wagenwijd open; overleven zullen alleen de sterken kunnen, die hun lusten zullen botvieren op de zwakkeren (wat ook een aardige metafoor zou kunnen zijn naar x-aantal huidige maatschappelijke issues). Dat is echter tevergeefs, want uiteindelijk gaan we er allemaal aan.

De voorgaande alinea dient er vooral toe om en beeld te schetsen van deze plaat, want de songs komen rauw, agressief en dystopisch over. Het beste wordt nog voor laatst bewaard, in de vorm van het titelnummer; een epische apotheose die zijn weerga niet kent. De ultieme apocalyps.

4,5 sterren

Mumford & Sons - Babel (2012)

poster
2,5
En toen was ze er, die onvermijdelijke tweede plaat. Logisch, natuurlijk. Niet alleen uit winstbejag, want Mumford & co. zullen hier wel heel wat aan verdienen, maar ook uit noodzaak; ik geloof nog altijd dat deze muzikanten artiesten zijn, en dus gewoon stukjes van zichzelf in de nummers steken. Alleen hoor ik het helemaal niet.

Dat ik 'Sigh No More' nog een hoog cijfer geef, is volledig gebaseerd op de drive van de nummers, de verrassing, het inslaan als een bom. En ook de kwaliteit van de nummers; op deze opvolger staan geen nummers als 'Little Lion Man' of 'Dustbowl Dance', ten hoogste degelijke doorslagjes. Het recept is hetzelfde, waarom zou je een succesrecept in de prullenbak gooien? Ze hebben geprobeerd hier en daar wat andere ingrediënten toe te voegen, maar met name de pianopartijen maken het er alleen maar melig op.. En dat zint me niet.

De blazers, ook al te horen op het debuut, hebben als voornaamste doel het aanzwellen van het geluid, en de stadionambities van de band uit te spreken. Ik hou er in principe wel van, maar ik hoor het graag subtieler. Wel een feit, en lichtpuntje: single 'I Will Wait' vind ik nu een pak beter dan de eerste keer dat ik het liedje te horen kreeg. 'Holland Road' is gewoon een keigoeie song, en wel pakkend. Met 'Now with Haste' hebben ze toch een oerdegelijke afsluiter.

Opener 'Babel' treft de luisteraar meteen dankzij de schreeuwzang, die veel te geforceerd overkomt. Treffen in negatieve zin, dus. Mij althans. We hebben te maken met een band die onverhoopt succes binnen wist te rijven, en nu nog niet goed weet wat er mee aan te vangen, maar toch al een vaag idee heeft. Hopelijk weten ze het helemaal wanneer die derde plaat opgenomen en uitgebracht wordt, en kiezen ze de juiste koers.

2,5 sterren

Muriel Grossmann - Devotion (2023)

poster
4,0
Al een aantal jaartjes vaste kost: de Oostenrijkse jazzmuzikante Muriel Grossmann die met een nieuwe plaat komt aanzetten zo aan het eind van het jaar. Nog vastere kost: zo'n nieuwe plaat puilt dan uit van de kanjers. Nu eens (hevig) geïnspireerd door Coltrane, dan weer wat meer richting fusion (Miles & Herbie), funk of bluesrock - rake opmerking over The Allman Brothers, Mssr Renard, het jamgehalte is ook hier rijkelijk aanwezig.

Grossmann zelf eist natuurlijk een hoofdrol op, maar wat ik in het bijzonder fijn vind aan deze plaat, is de ruimte die de organist hier krijgt (of gewoon neemt). Die zorgt er op energieke wijze voor dat je nergens ook maar de kans krijgt om in te dutten.

Anderhalf uur is lang, maar dat dien je ook een beetje in de context te bekijken (of beluisteren) van wat voor soort muziek je in je trog gekieperd krijgt. Hier kan ik heerlijk van blijven smikkelen en smullen, kan ik jullie vertellen, en hoewel het een plaat is die best veel van de luisteraar kan vergen, kan je deze ook prima op de achtergrond afspelen - des te toffer hoe een bepaalde passage of detail dan je aandacht weet te trekken.

Volgend jaar mag mevrouw Grossmann wat mij betreft gewoon een album van 2 uur op de mensheid afvuren!

4 sterren