Hier kun je zien welke berichten gemaster als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Daft Punk - Alive 1997 (2001)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2006, 19:48 uur
Ach tis best een leuke live set hoor. Dat gefreak wat VanDeGriend tegenstaat is bij mij juist een welkome aanvulling op de studio albums. Het enthousiasme van het publiek werkt ook aanstekelijk, jammer dat de set ineens is afgelopen en er geen gejuich van het publiek meer komt aan het einde.
Dikke 3,5*
Dikke 3,5*
Daft Punk - Alive 2007 (2007)

5,0
0
geplaatst: 21 maart 2008, 22:08 uur
Verhoogd naar 5 sterren en plek 9 in mijn top 10. Eigenlijk heb ik de regel dat er geen verzamel of live albums in mijn persoonlijke lijst mogen, omdat daar geen origineel materiaal op staat. In dit geval is dat anders. De nummers zijn totaal door elkaar gehusseld waardoor er een compleet ander geluid ontstaat. Daarnaast ben ik bij het concert in de Heineken Music Hall geweest en dat was een fantastische ervaring. Iedere keer als ik dit album beluister komen de herinneringen aan die fabelachtige avond weer naar boven.
De nummers zijn met zóveel aandacht voor detail in elkaar gemixed, briljant gewoon. Neem nu het eerste nummer. Het moment waarop de bass van Oh Yeah op de voorgrond komt na 5:18 minuten. Dat is toch om je vingers bij af te likken? Technologic is niet mijn favoriete Daft Punk nummer, maar het wordt hier mooi opgebouwd. Television Rules The Nation komt net als Technologic van het zeer teleurstellende album Human After All. Gelukkig wordt het eentonige nummer hier op een fantastische omgebouwd. Ten eerste is het allemaal wat sneller, wat al een verademing is. Na 40 seconden komt het nummer pas echt op gang als de bass van Around The World erin komt. Echt geniaal wordt het echter vanaf 2:35 minuten. De heerlijke disco van Crescendolls zorgt voor een fantastisch contrast met het lome riffje van Television Rules The Nation. Wederom een kippenvel moment.
Too Long is een nummer het album Discovery op een fantastische manier afsloot, al was het ietsjes te lang, maar dat wist het Franse duo zelf ook wel gezien de titel. Gelukkig wordt de lengte hier stevig ingekort zodat je vooral de heerlijke vocals van Romanthony opvallen. Na een paar minuten wordt er wat gas teruggenomen, om via een heerlijke opbouw de spanning op te voeren. De stoomachtige vocals van Steam Machine worden vervolgens door de bass heen gemixed. Het volgende nummer dat zich aandient hebben we al met vocals langs horen komen: Around The World. Het begin is een standaard weergave van dit briljante nummer. Hoe vaak je het ook hoort, het deuntje blijft te gek. Op de achtergrond sluimert Harder Better Stronger Faster en het duurt dan ook niet lang voor dit nummer vol in de schijnwerpers wordt gezet. Wat opvalt is hoe goed het nummer is geproduceerd. De effecten zijn ongeëvenaard. Burnin’ van het debuutalbum volgt daarna. De beat is lekker en na een paar minuten komt Romanthony weer om de hoek kijken met Too Long. Wat mij betreft had hij niet terug hoeven komen, het is net iets teveel van het goede.
Na een korte stilte wordt Face To Face op tergend trage wijze geïntroduceerd. Het is een duidelijk rustpunt zodat het publiek even op adem kan komen. Gaandeweg wordt het tempo opgevoerd en komt er zelfs een heuse beat in het nummer. Het zondagmiddag nummer Short Circuit sluit het rustpunt af. De kerkklokken van Aerodynamic luidden het tweede gedeelte van de set in. De overbekende sample van One More Time klinkt en het publiek wordt dolenthousiast. Na 2:39 minuten klinkt uit het niets de oorverdovende gitaarsolo uit Aerodynamic, wederom een machtig moment. De twee nummers worden daarna weer helemaal door elkaar gemixed wat prachtige effecten geeft.
En dan volgt het hoogtepunt van de avond. The Brainwasher(het enige écht goede nummer van Human After All) wordt ingezet. Na twintig seconden volgt een volledig kale vocal die zingt over The Prime Time Of Your Life. Op 55 seconden volgt het mooiste moment van de set. De monotone beat van Rollin’ & Scratchin’ scheurt het nummer compleet open. Het overstuurde nummer gaat compleet los als de vocals nog lang LIFEEEEEEEEEEEEEEEE schreeuwen. Briljant. Als dan ook nog eens de zware bass van The Brainwasher erin komt en even later Alive wordt ingezet is het oorgasme een feit.
Na een korte beat van Steam Machine komt klassieker Da Funk om de hoek kijken. Het deuntje is natuurlijk fantastisch en niet kapot te krijgen. De geflipte soundeffects die erna komen zorgen voor een lekker opgefokt sfeertje. De reguliere set wordt afgesloten met het dwingende Superheroes en de titeltrack van het laatste album. Na een paar minuten komt Rock ’n Roll erbij en gaat het nog één keer helemaal los. Na de laatste woorden dat het duo toch echt menselijk is gaan ze onder luid applaus van het podium. Het is maar goed dat ze zelf aangeven dat ze menselijk zijn, want je zou zomaar denken dat deze mix is gemaakt door de technogoden.
De nummers zijn met zóveel aandacht voor detail in elkaar gemixed, briljant gewoon. Neem nu het eerste nummer. Het moment waarop de bass van Oh Yeah op de voorgrond komt na 5:18 minuten. Dat is toch om je vingers bij af te likken? Technologic is niet mijn favoriete Daft Punk nummer, maar het wordt hier mooi opgebouwd. Television Rules The Nation komt net als Technologic van het zeer teleurstellende album Human After All. Gelukkig wordt het eentonige nummer hier op een fantastische omgebouwd. Ten eerste is het allemaal wat sneller, wat al een verademing is. Na 40 seconden komt het nummer pas echt op gang als de bass van Around The World erin komt. Echt geniaal wordt het echter vanaf 2:35 minuten. De heerlijke disco van Crescendolls zorgt voor een fantastisch contrast met het lome riffje van Television Rules The Nation. Wederom een kippenvel moment.
Too Long is een nummer het album Discovery op een fantastische manier afsloot, al was het ietsjes te lang, maar dat wist het Franse duo zelf ook wel gezien de titel. Gelukkig wordt de lengte hier stevig ingekort zodat je vooral de heerlijke vocals van Romanthony opvallen. Na een paar minuten wordt er wat gas teruggenomen, om via een heerlijke opbouw de spanning op te voeren. De stoomachtige vocals van Steam Machine worden vervolgens door de bass heen gemixed. Het volgende nummer dat zich aandient hebben we al met vocals langs horen komen: Around The World. Het begin is een standaard weergave van dit briljante nummer. Hoe vaak je het ook hoort, het deuntje blijft te gek. Op de achtergrond sluimert Harder Better Stronger Faster en het duurt dan ook niet lang voor dit nummer vol in de schijnwerpers wordt gezet. Wat opvalt is hoe goed het nummer is geproduceerd. De effecten zijn ongeëvenaard. Burnin’ van het debuutalbum volgt daarna. De beat is lekker en na een paar minuten komt Romanthony weer om de hoek kijken met Too Long. Wat mij betreft had hij niet terug hoeven komen, het is net iets teveel van het goede.
Na een korte stilte wordt Face To Face op tergend trage wijze geïntroduceerd. Het is een duidelijk rustpunt zodat het publiek even op adem kan komen. Gaandeweg wordt het tempo opgevoerd en komt er zelfs een heuse beat in het nummer. Het zondagmiddag nummer Short Circuit sluit het rustpunt af. De kerkklokken van Aerodynamic luidden het tweede gedeelte van de set in. De overbekende sample van One More Time klinkt en het publiek wordt dolenthousiast. Na 2:39 minuten klinkt uit het niets de oorverdovende gitaarsolo uit Aerodynamic, wederom een machtig moment. De twee nummers worden daarna weer helemaal door elkaar gemixed wat prachtige effecten geeft.
En dan volgt het hoogtepunt van de avond. The Brainwasher(het enige écht goede nummer van Human After All) wordt ingezet. Na twintig seconden volgt een volledig kale vocal die zingt over The Prime Time Of Your Life. Op 55 seconden volgt het mooiste moment van de set. De monotone beat van Rollin’ & Scratchin’ scheurt het nummer compleet open. Het overstuurde nummer gaat compleet los als de vocals nog lang LIFEEEEEEEEEEEEEEEE schreeuwen. Briljant. Als dan ook nog eens de zware bass van The Brainwasher erin komt en even later Alive wordt ingezet is het oorgasme een feit.
Na een korte beat van Steam Machine komt klassieker Da Funk om de hoek kijken. Het deuntje is natuurlijk fantastisch en niet kapot te krijgen. De geflipte soundeffects die erna komen zorgen voor een lekker opgefokt sfeertje. De reguliere set wordt afgesloten met het dwingende Superheroes en de titeltrack van het laatste album. Na een paar minuten komt Rock ’n Roll erbij en gaat het nog één keer helemaal los. Na de laatste woorden dat het duo toch echt menselijk is gaan ze onder luid applaus van het podium. Het is maar goed dat ze zelf aangeven dat ze menselijk zijn, want je zou zomaar denken dat deze mix is gemaakt door de technogoden.
Daft Punk - Human After All (2005)

2,5
0
geplaatst: 27 januari 2005, 15:31 uur
Nee, knalt dus helemaal niet lekker. Een zeer teleurstellend album.
Human After All
Aardig nummer dat een lekkere beat heeft, maar helaas veels te lang doorgaat. Na 3 minuten heb je het wel gehad. 3,5*
Prime Time Of Your Life
Niets bijzonders. Aardige voicedecoder in het begin, maar die wordt ook weer saai na een tijdje. Het snellere gedeelte daarna is ook weer zeer standaard. 2,5*
Robot Rock
Begint erg lekker, maar het is weer voortborduren op een 1 idee. En aangezien het nummer 4:47 duurt begint het na 3 minuten weer vervelend te worden. 3*
Steam Machine
Leuke vocals die ook echt klinken als stoom. De beat is aardig, maar ook bij dit nummer heb ik het idee dat het nergens heengaat. Doet me wat dat betreft erg denken aan het laatste Prodigy album. 3*
Make Love
Een nummer dat zeer doet denken aan een filler van Discovery. En Discovery mag dan een stuk beter zijn dan dit album, daar stonden toch ook een paar mislukte nummers op. 2*
The Brainwasher
Hee! Een nummer dat ik eigenlijk best leuk vind. Lekkere bass, gave sample en eindelijk eens een idee dat wel interessant genoeg is voor een heel nummer. 4*
On/Off
Er staan potverdrie maar 10 nummers op dit album en dan is 1 daarvan zelfs een interlude van 20 seconden. Dit bewijst toch ook wel een beetje de creatieve armoede van het Franse duo. Op de vorige 2 albums stonden rond de 15 nummers en dan is het vaak ook logisch dat daar wat mindere tracks tussen zitten. Op dit album staan echter 10 nummers en dan is de helft nog eens zeer matig.
Television Rules The Nation
Gaaf gitaarrifje. En dat was het dan. 'Wéér een ontzettend saaie track die weinig tot geen afwisseling kent. 2,5*
Technologic
Wat een kutstem zeg. Ik vind dit echt helemaal niks. 1,5*
Emotion
Hier wil ik eigenlijk niet eens woorden aan vuil maken. Nou vooruit dan: wat een ongelooflijk zouteloos kutnummer zeg. Weg ermee! 0,5*
Komen we uit op een score van 20,5/9= 2,27. Dat is dus afgerond 2,5. Hopelijk komt Daft Punk in 2009 met iets dat wél vernieuwend is.
Human After All
Aardig nummer dat een lekkere beat heeft, maar helaas veels te lang doorgaat. Na 3 minuten heb je het wel gehad. 3,5*
Prime Time Of Your Life
Niets bijzonders. Aardige voicedecoder in het begin, maar die wordt ook weer saai na een tijdje. Het snellere gedeelte daarna is ook weer zeer standaard. 2,5*
Robot Rock
Begint erg lekker, maar het is weer voortborduren op een 1 idee. En aangezien het nummer 4:47 duurt begint het na 3 minuten weer vervelend te worden. 3*
Steam Machine
Leuke vocals die ook echt klinken als stoom. De beat is aardig, maar ook bij dit nummer heb ik het idee dat het nergens heengaat. Doet me wat dat betreft erg denken aan het laatste Prodigy album. 3*
Make Love
Een nummer dat zeer doet denken aan een filler van Discovery. En Discovery mag dan een stuk beter zijn dan dit album, daar stonden toch ook een paar mislukte nummers op. 2*
The Brainwasher
Hee! Een nummer dat ik eigenlijk best leuk vind. Lekkere bass, gave sample en eindelijk eens een idee dat wel interessant genoeg is voor een heel nummer. 4*
On/Off
Er staan potverdrie maar 10 nummers op dit album en dan is 1 daarvan zelfs een interlude van 20 seconden. Dit bewijst toch ook wel een beetje de creatieve armoede van het Franse duo. Op de vorige 2 albums stonden rond de 15 nummers en dan is het vaak ook logisch dat daar wat mindere tracks tussen zitten. Op dit album staan echter 10 nummers en dan is de helft nog eens zeer matig.
Television Rules The Nation
Gaaf gitaarrifje. En dat was het dan. 'Wéér een ontzettend saaie track die weinig tot geen afwisseling kent. 2,5*
Technologic
Wat een kutstem zeg. Ik vind dit echt helemaal niks. 1,5*
Emotion
Hier wil ik eigenlijk niet eens woorden aan vuil maken. Nou vooruit dan: wat een ongelooflijk zouteloos kutnummer zeg. Weg ermee! 0,5*
Komen we uit op een score van 20,5/9= 2,27. Dat is dus afgerond 2,5. Hopelijk komt Daft Punk in 2009 met iets dat wél vernieuwend is.
David Bowie - "Heroes" (1977)

4,5
0
geplaatst: 2 februari 2009, 20:02 uur
De ongekende productiviteit van David Bowie zet zich voort met het album “Heroes”. Dit is het enige album van de trilogie dat ook echt daadwerkelijk helemaal geschreven en opgenomen is in West-Berlijn. Na het deprimerende Low kan dit album worden gezien als het moment waarop Bowie zijn leven daadwerkelijk weer uit het slop haalde. Het is nog steeds niet al te vrolijk allemaal, maar je voelt de hoop door de muziek heen sijpelen. Hij had eindelijk zijn verslavingen onder controle en het sobere leven in Berlijn deed hem erg goed. Zijn huwelijk was definitief op de klippen gelopen, maar hij wist nu in ieder geval wel waar hij aan toe was. Op de hoes neemt Bowie een vreemde pose aan. Deze houding is gebaseerd op het schilderij Roquairol van de Duitse kunstenaar Erich Heckel. Mijn inziens is dit de mooiste cover van Bowie ooit. Zijn ogen (met twee verschillende kleuren) komen prachtig uit, terwijl de houding van de handen mij intrigeert. De foto hangt dan ook op posterformaat boven mijn bed, zodat ik iedere morgen als ik wakker word naar Bowie kijk.
“Heroes” heeft dezelfde indeling als Low: een A-kant met popnummers en een B-kant vol met ambient. Opener Beaty and the Beast werd door een muziekcriticus beschreven als Bowie die voor de oren van de luisteraar verandert in de verschrikkelijke Hulk. Daar zit zeker wat in. Het nummer begint rustig, maar het zwelt op naar een machtig geluid. De tekst gaat over de cocaïneverslaving van Bowie tijdens zijn verblijf in Los Angeles. Zijn humeur was heel wisselend, waardoor hij soms the beauty was en soms the beast. Joe The Lion ademt dezelfde sfeer uit. Bowie werd in Berlijn beïnvloed door de Duitse krautrock van Nue! en Kraftwerk en dat is duidelijk te horen in dit nummer. Robert Fripp (bekend van King Crimson) verzorgde het gitaarwerk. Hij vloog een dagje van de Verenigde Staten naar Berlijn om zijn partijen in te spelen.
Het titelnummer is één van Bowies bekendste nummers allertijden. Niet in de laatste plaats omdat een bekende kabelmaatschappij het nummer zo nodig in allerlei vreselijke versies moest gebruiken voor hun reclamecampagne. Gelukkig kunnen al die vreselijke reclames een nummer wat zó goed is niet verpesten. “Heroes” is van grote invloed geweest door het typische gitaargeluid. Als luisteraar heb je het gevoel dat de gitaar een immense (Berlijnse) muur is. Bowie zingt één van zijn meest persoonlijke teksten over een stelletje dat elkaar omhelst voor de Berlijnse muur. Niet alleen de tekst is aangrijpend, maar vooral de manier waarop Bowie het bijna uitschreeuwt grijpt je bij de strot.
Na deze uitputtende luisterervaring wordt er eventjes gas teruggenomen met Sons of the Silent Age. Het nummer kabbelt een beetje voorbij, maar soms komt Bowie toch wat opzetten met zijn stem. Het is het enige nummer wat al geschreven was voordat het werk aan het album echt begon. De rest werd geïmproviseerd tijdens de opnames in de Hansa Studio, op een paar honderd meter van de Berlijnse muur. Blackout is een fel nummer met een oosters klinkende gitaar van Fripp. Bowie zegt zelf dat het een nummer was over stroomstoringen, maar een andere lezing is dat het gaat over de black-out die hij had in Berlijn. Tijdens één van zijn zuipavondjes in Berlijn zakte Bowie in elkaar en moest hij naar het ziekenhuis worden gebracht (“Get me to the docter”). Daar werd geconstateerd dat hij volledig uitgeput was. Gelukkig kwam hij er allemaal bovenop en kon hij zijn magistrale werk in Berlijn voortzetten.
De ambientzijde van de plaat begint met V2-Schneider, een eerbetoon aan Florian Schneider van de Duitse elektronicapioniers Kraftwerk. Bowie werd (samen met Iggy Pop) door hen genoemd in de tekst van het nummer Trans-Europa Express. De V2 uit de titel is een verwijzing naar de V2 raket van de Nazi’s. De enige tekst van het nummer is het herhalen van de titel met een sterk vervormde stem. De sfeer in de track is erg militaristisch. Je ziet de nazi’s als het ware als marcheren. Sense of Doubt doet mij altijd denken aan de soundtrack van een horrorfilm. Het is een zeer minimalistisch nummer dat een eng gevoel opwekt. De vier lage noten op de piano die steeds terugkomen zijn al niet vrolijk, maar de trage, hogere synthesizerklanken zijn helemaal naargeestig. Geen fijn nummer om alleen in het donker te luisteren, maar o, o, wat is het mooi. Het geluid van de huilende wind laat het nummer vervolgens overvloeien in Moss Garden. Het eerste wat opvalt zijn de Japanse klanken, gemaakt met een snaarinstrument dat de koto wordt genoemd. Je waant je in een tuin in het land van de rijzende zon met allerlei mooie planten, vijvers en houten bruggetjes. Er gebeurt verder vrij weinig, wat deze track het dichtst bij de échte ambient brengt. Normaal gesproken ben ik daar niet de grootste fan van, maar hier werkt het erg goed.
Neuköln is vernoemd naar de wijk waar Bowie in die tijd woonde. Het nummer is wat melodieuzer dan de voorgangers, met een belangrijke rol voor de saxofoon. De sfeer neigt wat meer naar het Arabische. Dit komt doordat ik er nogal veel Turkse immigranten in Neuköln woonden in die tijd. Toen ik zelf in Berlijn was ben ik nog even door de wijk gelopen met dit album als soundtrack op mijn mp3-speler. Ik moet zeggen dat ik de sfeer niet helemaal kon vatten, maar er is natuurlijk ook veel verandert in die dertig jaar. Toen ik in het begin zei dat “Heroes” dezelfde vorm had als Low met een popkant en een ambientkant loog ik een beetje. Afsluiter The Secret Life of Arabia is namelijk een prachtig popliedje. Gezien de titel zou je verwachten dat de Arabische sfeer van Neuköln wordt doorgetrokken, maar dat is geenszins het geval. Het funky ritme zorgt voor een swingend geheel dat wordt opgeleukt met perfect passende handklapjes. Aan de ene kant had dit nummer beter gepast op de eerste kant, maar aan de andere kant is dit ook wel een prettige afsluiter. Na de depressiviteit van Neuköln is het misschien ook wel fijner om te eindigen op een wat vrolijkere noot.
“Heroes” is stilistisch een beetje een herhaaloefening van Low. De vraag is of dat erg is. Ik heb er totaal geen problemen mee. De kwaliteit van het gebodene is bijna net zo hoog als bij de voorganger. Bijna, want Low is toch net even wat beter. Allereerst is de nieuwigheid van het concept er de tweede keer wel af. Low was iets compleet nieuws en dat kan van “Heroes” natuurlijk niet gezegd worden. Daarnaast vind ik de nummers hier net wat minder dan op Low. Het titelnummer is fantastisch, maar een nummer als Sons of the Silent Age doet me weinig. De ambientkant is hier zeer goed en consistent, maar een échte uitschieter als Warszaswa staat er niet op. Vandaar dat “Heroes” genoegen moet nemen met een puntje minder.
“Heroes” heeft dezelfde indeling als Low: een A-kant met popnummers en een B-kant vol met ambient. Opener Beaty and the Beast werd door een muziekcriticus beschreven als Bowie die voor de oren van de luisteraar verandert in de verschrikkelijke Hulk. Daar zit zeker wat in. Het nummer begint rustig, maar het zwelt op naar een machtig geluid. De tekst gaat over de cocaïneverslaving van Bowie tijdens zijn verblijf in Los Angeles. Zijn humeur was heel wisselend, waardoor hij soms the beauty was en soms the beast. Joe The Lion ademt dezelfde sfeer uit. Bowie werd in Berlijn beïnvloed door de Duitse krautrock van Nue! en Kraftwerk en dat is duidelijk te horen in dit nummer. Robert Fripp (bekend van King Crimson) verzorgde het gitaarwerk. Hij vloog een dagje van de Verenigde Staten naar Berlijn om zijn partijen in te spelen.
Het titelnummer is één van Bowies bekendste nummers allertijden. Niet in de laatste plaats omdat een bekende kabelmaatschappij het nummer zo nodig in allerlei vreselijke versies moest gebruiken voor hun reclamecampagne. Gelukkig kunnen al die vreselijke reclames een nummer wat zó goed is niet verpesten. “Heroes” is van grote invloed geweest door het typische gitaargeluid. Als luisteraar heb je het gevoel dat de gitaar een immense (Berlijnse) muur is. Bowie zingt één van zijn meest persoonlijke teksten over een stelletje dat elkaar omhelst voor de Berlijnse muur. Niet alleen de tekst is aangrijpend, maar vooral de manier waarop Bowie het bijna uitschreeuwt grijpt je bij de strot.
Na deze uitputtende luisterervaring wordt er eventjes gas teruggenomen met Sons of the Silent Age. Het nummer kabbelt een beetje voorbij, maar soms komt Bowie toch wat opzetten met zijn stem. Het is het enige nummer wat al geschreven was voordat het werk aan het album echt begon. De rest werd geïmproviseerd tijdens de opnames in de Hansa Studio, op een paar honderd meter van de Berlijnse muur. Blackout is een fel nummer met een oosters klinkende gitaar van Fripp. Bowie zegt zelf dat het een nummer was over stroomstoringen, maar een andere lezing is dat het gaat over de black-out die hij had in Berlijn. Tijdens één van zijn zuipavondjes in Berlijn zakte Bowie in elkaar en moest hij naar het ziekenhuis worden gebracht (“Get me to the docter”). Daar werd geconstateerd dat hij volledig uitgeput was. Gelukkig kwam hij er allemaal bovenop en kon hij zijn magistrale werk in Berlijn voortzetten.
De ambientzijde van de plaat begint met V2-Schneider, een eerbetoon aan Florian Schneider van de Duitse elektronicapioniers Kraftwerk. Bowie werd (samen met Iggy Pop) door hen genoemd in de tekst van het nummer Trans-Europa Express. De V2 uit de titel is een verwijzing naar de V2 raket van de Nazi’s. De enige tekst van het nummer is het herhalen van de titel met een sterk vervormde stem. De sfeer in de track is erg militaristisch. Je ziet de nazi’s als het ware als marcheren. Sense of Doubt doet mij altijd denken aan de soundtrack van een horrorfilm. Het is een zeer minimalistisch nummer dat een eng gevoel opwekt. De vier lage noten op de piano die steeds terugkomen zijn al niet vrolijk, maar de trage, hogere synthesizerklanken zijn helemaal naargeestig. Geen fijn nummer om alleen in het donker te luisteren, maar o, o, wat is het mooi. Het geluid van de huilende wind laat het nummer vervolgens overvloeien in Moss Garden. Het eerste wat opvalt zijn de Japanse klanken, gemaakt met een snaarinstrument dat de koto wordt genoemd. Je waant je in een tuin in het land van de rijzende zon met allerlei mooie planten, vijvers en houten bruggetjes. Er gebeurt verder vrij weinig, wat deze track het dichtst bij de échte ambient brengt. Normaal gesproken ben ik daar niet de grootste fan van, maar hier werkt het erg goed.
Neuköln is vernoemd naar de wijk waar Bowie in die tijd woonde. Het nummer is wat melodieuzer dan de voorgangers, met een belangrijke rol voor de saxofoon. De sfeer neigt wat meer naar het Arabische. Dit komt doordat ik er nogal veel Turkse immigranten in Neuköln woonden in die tijd. Toen ik zelf in Berlijn was ben ik nog even door de wijk gelopen met dit album als soundtrack op mijn mp3-speler. Ik moet zeggen dat ik de sfeer niet helemaal kon vatten, maar er is natuurlijk ook veel verandert in die dertig jaar. Toen ik in het begin zei dat “Heroes” dezelfde vorm had als Low met een popkant en een ambientkant loog ik een beetje. Afsluiter The Secret Life of Arabia is namelijk een prachtig popliedje. Gezien de titel zou je verwachten dat de Arabische sfeer van Neuköln wordt doorgetrokken, maar dat is geenszins het geval. Het funky ritme zorgt voor een swingend geheel dat wordt opgeleukt met perfect passende handklapjes. Aan de ene kant had dit nummer beter gepast op de eerste kant, maar aan de andere kant is dit ook wel een prettige afsluiter. Na de depressiviteit van Neuköln is het misschien ook wel fijner om te eindigen op een wat vrolijkere noot.
“Heroes” is stilistisch een beetje een herhaaloefening van Low. De vraag is of dat erg is. Ik heb er totaal geen problemen mee. De kwaliteit van het gebodene is bijna net zo hoog als bij de voorganger. Bijna, want Low is toch net even wat beter. Allereerst is de nieuwigheid van het concept er de tweede keer wel af. Low was iets compleet nieuws en dat kan van “Heroes” natuurlijk niet gezegd worden. Daarnaast vind ik de nummers hier net wat minder dan op Low. Het titelnummer is fantastisch, maar een nummer als Sons of the Silent Age doet me weinig. De ambientkant is hier zeer goed en consistent, maar een échte uitschieter als Warszaswa staat er niet op. Vandaar dat “Heroes” genoegen moet nemen met een puntje minder.
David Bowie - Aladdin Sane (1973)

4,0
0
geplaatst: 21 januari 2009, 13:38 uur
Het eerste album wat Bowie zou maken als een superster. Na het grote succes van Ziggy Stardust wilde hij snel inspelen op deze populariteit door met een album te komen dat meer van hetzelfde is. Missie geslaagd, want dit is eigenlijk gewoon Ziggy Stardust Part 2. Het is echter geen slecht vervolg dat de boel helemaal uitmelkt - zoals bijvoorbeeld Rocky II, III, IV en V - maar een fijne aanvulling op hetgeen hiervoor kwam. Het album werd geschreven door Bowie tijdens zijn tour door de Verenigde Staten. Dat zorgde er dan ook voor dat hij de plaat omschreef met een Kuifje-titel: Ziggy Goes to America.
Het bal wordt geopend met Watch That Man. Een rechttoe rechtaan rocker die door sommige bekritiseerd wordt omdat hij niet goed gemixt is. Het zou klinken alsof het nog niet af was. Voor mijn gevoel valt dat allemaal wel mee. Bowie leunde een beetje meer richting de stijl van The Rolling Stones. Hij werd ten tijde van dit album duidelijk door hen geïnspireerd om iets lossere muziek te maken. Er staat op dit album overigens niet voor niets een cover van de Stones klassieker Let’s Spend The Night Together. De cover voegt weinig tot helemaal niets toe aan het origineel. De versie van Bowie is vele malen strakker gespeeld, maar dat komt het nummer niet ten goede. De bluesversie van de Stones wekt veel meer sfeer op.
De titeltrack is een kleine voorbode op wat Bowie later zou maken in zijn Berlijnperiode. De piano speelt een zeer belangrijke rol met een avant-garde solo van Mike Garson die een groot gedeelte van het nummer bestrijkt. Het is een beetje een vreemde eend in de bijt, maar wel een lekkere eend. Met Drive-In Saturday bevinden we ons weer op wat bekender terrein. De gedachte achter het nummer is dat mensen in de toekomst vergeten zijn hoe ze kinderen moeten krijgen. De enige seksuele voorlichting die voor handen is zijn oude pornofilms. Het nummer werd door Bowie aangeboden aan de band Mott the Hoople, maar zij weigerden omdat het nummer voor hen veel te complex was om te spelen. Daar valt iets voor te zeggen aangezien er ontzettend veel akkoordwisselingen in zitten.
Op Panic in Detroit zijn de eerste invloeden van Iggy Pop te horen. Deze zanger van de ongelooflijk invloedrijke rockgroep The Stooges was in die tijd bevriend geraakt met Bowie. Hun carrières verliepen niet echt gelijktijdig. The Stooges waren zo onsuccesvol dat ze door hun platenmaatschappij op straat werden gezet. Bowie werd op dat moment net een superster en besloot om de band te helpen en hun nieuwe plaat te produceren. De mix die Bowie zou maken van het album Raw Power werd niet echt op prijs gesteld door de hele kleine schare fans die The Stooges hadden. De groep zou niet veel later dan ook stoppen. Iggy en David bleven echter vrienden en ze zouden nog vaak samenwerken in latere jaren. Maar we waren natuurlijk bij Panic in Detroit. Het is een fijn rocknummer met een excellerende Mick Ronson op de gitaar.
Wat volgt is misschien wel het meest smerige nummer van Bowie ooit. Cracked Actor gaat over een uitgerangeerde Hollywood acteur die een ontmoeting heeft met een hoer. Teksten als ‘suck, baby, suck, give me your head’ laten weinig aan de verbeelding over. Het nummer zelf is goed, maar niet briljant. Bowie was een multi-instrumentalist en dat laat hij hier zien door het mondharmonica spel voor zijn rekening te nemen. De theatrale kant van Bowie komt duidelijk naar voren in het nummer Time. Het begint als een cabaretliedje van Jacques Brel, met een twinkelende piano. Na een minuut of twee komt daar de jankende gitaar van Ronson bij, die één van zijn beste staaltjes ooit laat horen.
Om het album nog wat op te vullen besloot Bowie om een oud nummer nieuw leven in te blazen. In 1970 had hij samen met Marc Bolan het nummer The Prettiest Star opgenomen en als single uitgebracht. Het was niet bepaald een succes. Er werden nog niet eens achthonderd stuks van verkocht. Bowie voorzag het nummer van een nieuw glam rockjasje en zette het op Aladdin Sane. Ook hier valt de gierende gitaar van Ronson weer in positieve zin op. Het achtergronddeuntje is me echter iets te ‘hoempapa’ en klinkt niet echt geïnspireerd. De grootste hit van het album werd – geheel terecht – The Jean Genie. Een nummer wat Bowie tijdens veel van zijn concerten nog zou spelen. Het nummer zit strak in elkaar met een fijne ritmesectie met een tamboerijn en handklappen. Stilzitten is bijna onmogelijk als je dit soort perfecte popmuziek luistert. Het album wordt afgesloten met Lady Grinning Soul dat een beetje doet denken aan de titelsong van een James Bond film. Als Sheena Easton het zou zingen zou het ook kloppen.
Bowie kwam, zag en overwon met zijn glam rockalbums en zijn Ziggy Stardust personage, maar hij zag ook dat hij niet veel verder meer kon gaan met dit concept. Op 3 juli 1973 maakte hij tijdens een concert in Londen bekend dat hij stopte met Ziggy. Dit album zou zijn laatste glam rock plaat zijn. De grote kracht van Bowie is dat hij altijd precies kon inschatten wanneer een muziekstroming aan kracht begon in te boeten. Op dat moment sprong hij van de trein en ging iets nieuws proberen. Als laatste échte glam rockstatement is Aladdin Sane zeker geslaagd. Het wordt vaak gezien als een tussendoortje, maar het is dan wel een bijzonder smaakvol tussendoortje. Geen Sultanabiscuitje, maar een roze glacé koek.
Het bal wordt geopend met Watch That Man. Een rechttoe rechtaan rocker die door sommige bekritiseerd wordt omdat hij niet goed gemixt is. Het zou klinken alsof het nog niet af was. Voor mijn gevoel valt dat allemaal wel mee. Bowie leunde een beetje meer richting de stijl van The Rolling Stones. Hij werd ten tijde van dit album duidelijk door hen geïnspireerd om iets lossere muziek te maken. Er staat op dit album overigens niet voor niets een cover van de Stones klassieker Let’s Spend The Night Together. De cover voegt weinig tot helemaal niets toe aan het origineel. De versie van Bowie is vele malen strakker gespeeld, maar dat komt het nummer niet ten goede. De bluesversie van de Stones wekt veel meer sfeer op.
De titeltrack is een kleine voorbode op wat Bowie later zou maken in zijn Berlijnperiode. De piano speelt een zeer belangrijke rol met een avant-garde solo van Mike Garson die een groot gedeelte van het nummer bestrijkt. Het is een beetje een vreemde eend in de bijt, maar wel een lekkere eend. Met Drive-In Saturday bevinden we ons weer op wat bekender terrein. De gedachte achter het nummer is dat mensen in de toekomst vergeten zijn hoe ze kinderen moeten krijgen. De enige seksuele voorlichting die voor handen is zijn oude pornofilms. Het nummer werd door Bowie aangeboden aan de band Mott the Hoople, maar zij weigerden omdat het nummer voor hen veel te complex was om te spelen. Daar valt iets voor te zeggen aangezien er ontzettend veel akkoordwisselingen in zitten.
Op Panic in Detroit zijn de eerste invloeden van Iggy Pop te horen. Deze zanger van de ongelooflijk invloedrijke rockgroep The Stooges was in die tijd bevriend geraakt met Bowie. Hun carrières verliepen niet echt gelijktijdig. The Stooges waren zo onsuccesvol dat ze door hun platenmaatschappij op straat werden gezet. Bowie werd op dat moment net een superster en besloot om de band te helpen en hun nieuwe plaat te produceren. De mix die Bowie zou maken van het album Raw Power werd niet echt op prijs gesteld door de hele kleine schare fans die The Stooges hadden. De groep zou niet veel later dan ook stoppen. Iggy en David bleven echter vrienden en ze zouden nog vaak samenwerken in latere jaren. Maar we waren natuurlijk bij Panic in Detroit. Het is een fijn rocknummer met een excellerende Mick Ronson op de gitaar.
Wat volgt is misschien wel het meest smerige nummer van Bowie ooit. Cracked Actor gaat over een uitgerangeerde Hollywood acteur die een ontmoeting heeft met een hoer. Teksten als ‘suck, baby, suck, give me your head’ laten weinig aan de verbeelding over. Het nummer zelf is goed, maar niet briljant. Bowie was een multi-instrumentalist en dat laat hij hier zien door het mondharmonica spel voor zijn rekening te nemen. De theatrale kant van Bowie komt duidelijk naar voren in het nummer Time. Het begint als een cabaretliedje van Jacques Brel, met een twinkelende piano. Na een minuut of twee komt daar de jankende gitaar van Ronson bij, die één van zijn beste staaltjes ooit laat horen.
Om het album nog wat op te vullen besloot Bowie om een oud nummer nieuw leven in te blazen. In 1970 had hij samen met Marc Bolan het nummer The Prettiest Star opgenomen en als single uitgebracht. Het was niet bepaald een succes. Er werden nog niet eens achthonderd stuks van verkocht. Bowie voorzag het nummer van een nieuw glam rockjasje en zette het op Aladdin Sane. Ook hier valt de gierende gitaar van Ronson weer in positieve zin op. Het achtergronddeuntje is me echter iets te ‘hoempapa’ en klinkt niet echt geïnspireerd. De grootste hit van het album werd – geheel terecht – The Jean Genie. Een nummer wat Bowie tijdens veel van zijn concerten nog zou spelen. Het nummer zit strak in elkaar met een fijne ritmesectie met een tamboerijn en handklappen. Stilzitten is bijna onmogelijk als je dit soort perfecte popmuziek luistert. Het album wordt afgesloten met Lady Grinning Soul dat een beetje doet denken aan de titelsong van een James Bond film. Als Sheena Easton het zou zingen zou het ook kloppen.
Bowie kwam, zag en overwon met zijn glam rockalbums en zijn Ziggy Stardust personage, maar hij zag ook dat hij niet veel verder meer kon gaan met dit concept. Op 3 juli 1973 maakte hij tijdens een concert in Londen bekend dat hij stopte met Ziggy. Dit album zou zijn laatste glam rock plaat zijn. De grote kracht van Bowie is dat hij altijd precies kon inschatten wanneer een muziekstroming aan kracht begon in te boeten. Op dat moment sprong hij van de trein en ging iets nieuws proberen. Als laatste échte glam rockstatement is Aladdin Sane zeker geslaagd. Het wordt vaak gezien als een tussendoortje, maar het is dan wel een bijzonder smaakvol tussendoortje. Geen Sultanabiscuitje, maar een roze glacé koek.
David Bowie - Diamond Dogs (1974)

4,0
0
geplaatst: 23 januari 2009, 17:17 uur
Diamond Dogs is het laatste album van Bowie waar nog een vorm van glam rock op te vinden is. Het duidelijkst komt dit naar voren in de vorm van de hitsingle Rebel Rebel. Het nummer bevat een van de bekendste gitaarriffs allertijden, die door Bowie zelf werd geschreven. Mick Ronson werd, samen met de andere Spiders from Mars, gedumpt en omdat er geen goede vervanger werd gevonden nam Bowie zelf maar de gitaar ter hand. Dat gaat verrassend goed, want Rebel Rebel is een knaller van jewelste. Aanstekelijker dan dit wordt een rocknummer niet.
Het album begint echter niet met Rebel Rebel, maar met een gesproken intro van een minuut genaamd Future Legend. De sfeer voor de rest van de plaat wordt meteen gezet met een verhaal over een apocalyptisch New York, dat nu Hunger City heet. Het is een niet al te fijne stad getuige een tekst als ‘fleas the sizes of rats sucked on rats the size of cats’. Nu de setting is gezet kan het album echt losbarsten met het titelnummer. Daarin wordt het nieuwe personage van Bowie geïntroduceerd: Halloween Jack. Diamond Dogs werd uitgebracht als single, maar het nummer haalde slechts de 21e plaats. Niet verwonderlijk, want het is een vreemde singlekeuze. De stijl van het nummer gaat richting The Rolling Stones, maar is tegelijkertijd ook erg donker. Niet bepaald iets waar het grote publiek op zit te wachten. Ik echter wel, want het is een fijne track die met zijn zes minuten zelfs een klein beetje episch kan worden genoemd.
Sweet Thing is het eerste gedeelte van een driedelige medley. Het eerste gedeelte is een pianogedreven ballad met een emotioneel zingende Bowie die er aan het eind zelfs een gitaarsolo uitgooit. Het nummer gaat naadloos over in Candidate, dat qua stijl iets anders is. De drums komen wat meer op de voorgrond en het tempo wordt wat omhoog geschroefd. Er wordt gaandeweg het nummer gewerkt naar een climax die er echter niet komt. In plaats daarvan krijgen we de reprise van Sweet Thing die begrijpelijkerwijs doorgaat in die pianostijl, om vervolgens toch wat ruiger te worden aan het eind met een wat zwaarder geluid van de basgitaar. De muziek vloeit mooi in elkaar over en de nummers vormen een mooi theatraal geheel. Dat was ook de bedoeling van Bowie, want hij wilde eigenlijk een musical maken over 1984. Helaas voor hem wilde George Orwell de rechten van zijn boek niet vrijgeven. Dus zette Bowie de nummers die hij voor de musical schreef maar op dit album en maakte er een conceptalbum van.
Na al deze fantastische nummers krijgen we Rock ‘n’ Roll With Me. Een beetje een simplistisch meezingdeuntje dat niettemin zijn charme heeft. Het is een kleine voorbode voor de soul richting die Bowie hierna op zou gaan. We Are The Dead is ook geïnspireerd door Orwells boek. Muzikaal gezien past het met zijn dreigende sfeer perfect binnen de sfeer van Diamond Dogs. Ook de volgende track 1984 heeft invloeden uit de soul, alleen dan meer funky. De gitaar doet erg denken aan de muziek uit de blaxploitation film Shaft: het ‘wah-wah’ geluid swingt de pan uit. Stilistisch is het nummer een buitenbeentje op het album, maar de tekst vertelt het verhaal van de 1984 musical vrolijk door.
Het einde van de plaat komt in zicht en dus moet ook het verhaal ten einde komen. In de track Big Brother heeft de regering de hoofdpersoon gehersenspoeld. Hij leeft nu kritiekloos en vindt de regering fantastisch. Het nummer vloeit over in de afsluiter Chant of the Ever Circling Skeletal Family dat begint met een stevige gitaarriff. Het meest speciaal aan het nummer is echter het einde. De eerste lettergreep van het woord brother wordt een halve minuut lang herhaald, waardoor het net lijkt alsof je plaat of cd kapot is. Dit herhalen symboliseert het hersenspoelen in de wereld van 1984.
Diamond Dogs is een sterk Bowie album met een wederom tot de verbeelding sprekend concept. Hij haalt zijn stokpaardje van een post-apocalyptische wereld weer van stal, maar dit gaat nog niet vervelen. Niet alle nummers zijn fantastisch, maar ze passen allemaal goed binnen het concept. Met dit album liet Bowie zien dat hij ook zonder zijn vaste partner Mick Ronson uitstekend werk kon afleveren.
Het album begint echter niet met Rebel Rebel, maar met een gesproken intro van een minuut genaamd Future Legend. De sfeer voor de rest van de plaat wordt meteen gezet met een verhaal over een apocalyptisch New York, dat nu Hunger City heet. Het is een niet al te fijne stad getuige een tekst als ‘fleas the sizes of rats sucked on rats the size of cats’. Nu de setting is gezet kan het album echt losbarsten met het titelnummer. Daarin wordt het nieuwe personage van Bowie geïntroduceerd: Halloween Jack. Diamond Dogs werd uitgebracht als single, maar het nummer haalde slechts de 21e plaats. Niet verwonderlijk, want het is een vreemde singlekeuze. De stijl van het nummer gaat richting The Rolling Stones, maar is tegelijkertijd ook erg donker. Niet bepaald iets waar het grote publiek op zit te wachten. Ik echter wel, want het is een fijne track die met zijn zes minuten zelfs een klein beetje episch kan worden genoemd.
Sweet Thing is het eerste gedeelte van een driedelige medley. Het eerste gedeelte is een pianogedreven ballad met een emotioneel zingende Bowie die er aan het eind zelfs een gitaarsolo uitgooit. Het nummer gaat naadloos over in Candidate, dat qua stijl iets anders is. De drums komen wat meer op de voorgrond en het tempo wordt wat omhoog geschroefd. Er wordt gaandeweg het nummer gewerkt naar een climax die er echter niet komt. In plaats daarvan krijgen we de reprise van Sweet Thing die begrijpelijkerwijs doorgaat in die pianostijl, om vervolgens toch wat ruiger te worden aan het eind met een wat zwaarder geluid van de basgitaar. De muziek vloeit mooi in elkaar over en de nummers vormen een mooi theatraal geheel. Dat was ook de bedoeling van Bowie, want hij wilde eigenlijk een musical maken over 1984. Helaas voor hem wilde George Orwell de rechten van zijn boek niet vrijgeven. Dus zette Bowie de nummers die hij voor de musical schreef maar op dit album en maakte er een conceptalbum van.
Na al deze fantastische nummers krijgen we Rock ‘n’ Roll With Me. Een beetje een simplistisch meezingdeuntje dat niettemin zijn charme heeft. Het is een kleine voorbode voor de soul richting die Bowie hierna op zou gaan. We Are The Dead is ook geïnspireerd door Orwells boek. Muzikaal gezien past het met zijn dreigende sfeer perfect binnen de sfeer van Diamond Dogs. Ook de volgende track 1984 heeft invloeden uit de soul, alleen dan meer funky. De gitaar doet erg denken aan de muziek uit de blaxploitation film Shaft: het ‘wah-wah’ geluid swingt de pan uit. Stilistisch is het nummer een buitenbeentje op het album, maar de tekst vertelt het verhaal van de 1984 musical vrolijk door.
Het einde van de plaat komt in zicht en dus moet ook het verhaal ten einde komen. In de track Big Brother heeft de regering de hoofdpersoon gehersenspoeld. Hij leeft nu kritiekloos en vindt de regering fantastisch. Het nummer vloeit over in de afsluiter Chant of the Ever Circling Skeletal Family dat begint met een stevige gitaarriff. Het meest speciaal aan het nummer is echter het einde. De eerste lettergreep van het woord brother wordt een halve minuut lang herhaald, waardoor het net lijkt alsof je plaat of cd kapot is. Dit herhalen symboliseert het hersenspoelen in de wereld van 1984.
Diamond Dogs is een sterk Bowie album met een wederom tot de verbeelding sprekend concept. Hij haalt zijn stokpaardje van een post-apocalyptische wereld weer van stal, maar dit gaat nog niet vervelen. Niet alle nummers zijn fantastisch, maar ze passen allemaal goed binnen het concept. Met dit album liet Bowie zien dat hij ook zonder zijn vaste partner Mick Ronson uitstekend werk kon afleveren.
David Bowie - Hunky Dory (1971)

4,5
1
geplaatst: 16 januari 2009, 09:37 uur
Na het duidelijk op de gitaar gerichte The Man Who Sold The World gaat Bowie op dit album meer de pianokant op. En met succes. Hij wordt dan ook bijgestaan door pianovirtuoos Rick Wakeman (die vooral beroemd werd als lid van de progrockers van Yes). Openingsnummer Changes is misschien wel het meest autobiografische nummer wat Bowie ooit heeft geschreven. Het nummer gaat over artistieke vernieuwingen. Bowie distantieert zich zelfs van de fans die hij met zijn vorige album zou hebben verkregen (‘Look out you rock ’n rollers!’). Het nummer draait vooral om het briljante refrein waarin Bowie de songtitel stottert, ch-ch-changes. Naast dat het ontzettend catchy is, lijkt dit een referentie aan de Engelse hardrockband The Who, waar zanger Roger Daltrey ook regelmatig stotterde.
Wat volgt is Oh! You Pretty Things, een nummer wat begint met uitsluitend de piano van Wakeman en de zang van Bowie. Bowie zingt over de een samenwerking tussen buitenaardse wezens die op aarde komen en jeugdige mensen. Hier begint de fascinatie van David Bowie voor buitenaardse wezens en sciencefiction. Een thema wat in zijn latere werk veelvuldig zal terugkomen en wat ook van grote invloed is op latere bands. Één daarvan is Pixies, een alternatieve rockgroep uit de Verenigde Staten die eind jaren tachtig furore maakte. Hun belangrijkste songwriter Frank Black (of Black Francis of Francis Black, zo u wilt) schreef ook veelvuldig over buitenaardse wezens en de vaak daarbij behorende ontvoeringen. Een goed voorbeeld is het nummer Motorway To Roswell.
Eight Line Poem vloeit zonder onderbreking voort uit Oh! You Pretty Things. De titel heeft profetische waarde, want Bowie zingt ook daadwerkelijk maar acht zinnen. Het nummer borduurt muzikaal voort op de voorganger, maar echt interessant wordt het nooit. De volgende échte knaller komt in de vorm van Life On Mars? Ook hier speelt de piano een belangrijke rol, maar het nummer is niet zo minimalistisch als de voorgaande twee. Er komen ook wonderschone strijkers in voor die werden bedacht door Mick Ronson. Het arrangement van het nummer is ongekend complex voor een popnummer. De vele tempowisselingen doen denken aan een jazzcompositie. Niettemin werd het nummer de eerste grote hit voor Bowie sinds Space Oddity. Het bereikte de derde plaats in zijn thuisland Engeland.
Kooks is een vrolijk nummer wat de eer heeft om de inspiratie te zijn voor de naam van de Engelse indieband The Kooks. Het nummer is geschreven door Bowie voor zijn zoon die op dat moment nog geboren moest worden. Het optimisme spat ervan af. Het contrast met wat volgt kan bijna niet groter zijn. Quicksand is één van Bowies donkerste nummers. Zijn gebruikelijke inspiratiebron Friedrich Nietschze komt ook hier om de hoek kijken. Bowie overdenkt het lot van de mensheid en komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij wegzakt in het drijfzand van zijn gedachte. Je voelt de machteloosheid doorsijpelen in de muziek. Na deze misantropische boodschap volgt weer een opwekkend deuntje in de vorm van de cover Fill Your Heart van de Amerikaanse zanger Tiny Tim.
De twee nummers die volgen zijn geschreven als ode aan twee belangrijke inspiratiebronnen voor Bowie. Andy Warhol gaat verrassend genoeg over de bedenker van de popart Andy Warhol. Na een ietwat onconventioneel begin met Bowie die aan producer Ken Scott uitlegt hoe je de naam van Warhol goed uitspreekt begint het nummer echt. De akoestische gitaar van Ronson speelt een flamencoriff waarover Bowie zingt over het uiterlijk van Warhol. Andy zelf was niet zo heel blij met het nummer omdat hij dacht dat het hem voor gek zette. Daar zit wel wat in als je een zin als ‘Be a standing cinema, dress my friends up just for show’ leest. Het tweede nummer over een invloed is Song For Bob Dylan. Het is een nummer wat precies past in de stijl van Dylan, elektrische folk, met een aanstekelijk refrein.
Het laatste hoogtepunt is Queen Bitch, een nummer dat alludeert aan een andere grote invloed van Bowie: The Velvet Underground. Dit was een zeer invloedrijke band waarvan wel wordt gezegd dat bijna niemand naar ze luisterde, maar degene die het wel deden starten meteen hun eigen band. Bowie was een groot bewonderaar van hun frontman Lou Reed. Het furieuze gitaarspel op Queen Bitch doet ook erg denken aan het hoekige spel van Reed. Met Reed ging het steeds minder goed, want hij verkocht geen platen. Noodgedwongen moest hij zelfs terug bij zijn ouders gaan wonen. Toen Bowie na dit album en de opvolger een superster werd probeerde hij Reed te helpen door zijn soloplaat Transformer te produceren. Het album werd een groot succes en Lou Reed zou nog een hele lange en succesvolle solocarrière hebben. Het laatste nummer is The Bewlay Brothers, dat eigenlijk niet zo opzienbarend is. Laten we er dan ook maar geen aandacht aan besteden.
De ommekeer van Bowie om van een meer gitaargeluid naar een pianoplaat te gaan pakt goed uit. Zijn kracht is dat hij zich altijd weet te omringen met de juiste mensen. Ronson is een fantastische gitarist en de introductie van Rick Wakeman op dit album is ook een schot in de roos. Waar het vorige album soms nog een beetje klonk als een bij elkaar geraapt zooitje is dit een collectie nummers die bij elkaar hoort. Toen Radiohead haar laatste plaat In Rainbows beschreef zei frontman Thom Yorke dat de band een album wilde maken die compact was en precies beschreef waar ze voor stonden. Hij noemde toen als voorbeeld Hunky Dory van David Bowie. Ik geef deze plaat hetzelfde cijfer als zijn voorganger, maar toch vind ik deze een stukje beter. Toch vind ik het te ver gaan om hier een 4,5* van te maken, dus we zullen het met deze kleine nuance moeten doen.
Wat volgt is Oh! You Pretty Things, een nummer wat begint met uitsluitend de piano van Wakeman en de zang van Bowie. Bowie zingt over de een samenwerking tussen buitenaardse wezens die op aarde komen en jeugdige mensen. Hier begint de fascinatie van David Bowie voor buitenaardse wezens en sciencefiction. Een thema wat in zijn latere werk veelvuldig zal terugkomen en wat ook van grote invloed is op latere bands. Één daarvan is Pixies, een alternatieve rockgroep uit de Verenigde Staten die eind jaren tachtig furore maakte. Hun belangrijkste songwriter Frank Black (of Black Francis of Francis Black, zo u wilt) schreef ook veelvuldig over buitenaardse wezens en de vaak daarbij behorende ontvoeringen. Een goed voorbeeld is het nummer Motorway To Roswell.
Eight Line Poem vloeit zonder onderbreking voort uit Oh! You Pretty Things. De titel heeft profetische waarde, want Bowie zingt ook daadwerkelijk maar acht zinnen. Het nummer borduurt muzikaal voort op de voorganger, maar echt interessant wordt het nooit. De volgende échte knaller komt in de vorm van Life On Mars? Ook hier speelt de piano een belangrijke rol, maar het nummer is niet zo minimalistisch als de voorgaande twee. Er komen ook wonderschone strijkers in voor die werden bedacht door Mick Ronson. Het arrangement van het nummer is ongekend complex voor een popnummer. De vele tempowisselingen doen denken aan een jazzcompositie. Niettemin werd het nummer de eerste grote hit voor Bowie sinds Space Oddity. Het bereikte de derde plaats in zijn thuisland Engeland.
Kooks is een vrolijk nummer wat de eer heeft om de inspiratie te zijn voor de naam van de Engelse indieband The Kooks. Het nummer is geschreven door Bowie voor zijn zoon die op dat moment nog geboren moest worden. Het optimisme spat ervan af. Het contrast met wat volgt kan bijna niet groter zijn. Quicksand is één van Bowies donkerste nummers. Zijn gebruikelijke inspiratiebron Friedrich Nietschze komt ook hier om de hoek kijken. Bowie overdenkt het lot van de mensheid en komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij wegzakt in het drijfzand van zijn gedachte. Je voelt de machteloosheid doorsijpelen in de muziek. Na deze misantropische boodschap volgt weer een opwekkend deuntje in de vorm van de cover Fill Your Heart van de Amerikaanse zanger Tiny Tim.
De twee nummers die volgen zijn geschreven als ode aan twee belangrijke inspiratiebronnen voor Bowie. Andy Warhol gaat verrassend genoeg over de bedenker van de popart Andy Warhol. Na een ietwat onconventioneel begin met Bowie die aan producer Ken Scott uitlegt hoe je de naam van Warhol goed uitspreekt begint het nummer echt. De akoestische gitaar van Ronson speelt een flamencoriff waarover Bowie zingt over het uiterlijk van Warhol. Andy zelf was niet zo heel blij met het nummer omdat hij dacht dat het hem voor gek zette. Daar zit wel wat in als je een zin als ‘Be a standing cinema, dress my friends up just for show’ leest. Het tweede nummer over een invloed is Song For Bob Dylan. Het is een nummer wat precies past in de stijl van Dylan, elektrische folk, met een aanstekelijk refrein.
Het laatste hoogtepunt is Queen Bitch, een nummer dat alludeert aan een andere grote invloed van Bowie: The Velvet Underground. Dit was een zeer invloedrijke band waarvan wel wordt gezegd dat bijna niemand naar ze luisterde, maar degene die het wel deden starten meteen hun eigen band. Bowie was een groot bewonderaar van hun frontman Lou Reed. Het furieuze gitaarspel op Queen Bitch doet ook erg denken aan het hoekige spel van Reed. Met Reed ging het steeds minder goed, want hij verkocht geen platen. Noodgedwongen moest hij zelfs terug bij zijn ouders gaan wonen. Toen Bowie na dit album en de opvolger een superster werd probeerde hij Reed te helpen door zijn soloplaat Transformer te produceren. Het album werd een groot succes en Lou Reed zou nog een hele lange en succesvolle solocarrière hebben. Het laatste nummer is The Bewlay Brothers, dat eigenlijk niet zo opzienbarend is. Laten we er dan ook maar geen aandacht aan besteden.
De ommekeer van Bowie om van een meer gitaargeluid naar een pianoplaat te gaan pakt goed uit. Zijn kracht is dat hij zich altijd weet te omringen met de juiste mensen. Ronson is een fantastische gitarist en de introductie van Rick Wakeman op dit album is ook een schot in de roos. Waar het vorige album soms nog een beetje klonk als een bij elkaar geraapt zooitje is dit een collectie nummers die bij elkaar hoort. Toen Radiohead haar laatste plaat In Rainbows beschreef zei frontman Thom Yorke dat de band een album wilde maken die compact was en precies beschreef waar ze voor stonden. Hij noemde toen als voorbeeld Hunky Dory van David Bowie. Ik geef deze plaat hetzelfde cijfer als zijn voorganger, maar toch vind ik deze een stukje beter. Toch vind ik het te ver gaan om hier een 4,5* van te maken, dus we zullen het met deze kleine nuance moeten doen.
David Bowie - Lodger (1979)

3,0
0
geplaatst: 5 februari 2009, 23:34 uur
Na twee geweldig albums te hebben gemaakt met Brian Eno gaat het helemaal fout met Bowie. Lodger is het laatste deel van de Berlijn trilogie, hoewel het in Montreux, Zwitserland en New York is opgenomen. De samenwerking met Eno bleek niet echt vruchtbaar meer en het resultaat is er dan ook naar. Een ongeïnspireerd album dat mij totaal niet trekt. Slechts een enkel nummer kan zich meten met de kwaliteit van zijn andere werk uit de jaren ’70. Toch heeft het album wel degelijk enige invloed gehad in de muziekwereld. Lodger bevat heel wat invloeden uit de wereldmuziek, iets wat Brian Eno later ook zou toepassen tijdens zijn samenwerking met David Byrne en zijn band Talking Heads. De hoes is een ansichtkaart die uitklapbaar is. Bowie ligt op de vloer als slachtoffer van een misdaad, compleet met gebroken neus. De voorkant laat echter slechts zijn voeten zien. Het idee voor de cover kwam van de Britse popartiest Derek Boshier. In de binnenkant van de hoes staan vervolgens ook nog foto’s van de ‘making of’ van de hoes.
Fantastic Voyage trapt het album af. Het nummer heeft precies dezelfde akkoordenstructuur als Boys Keep Swinging, dat ook op dit album staan. Er is echter één groot verschil: Boys Keep Swinging is een fijn nummer en Fantastic Voyage niet. Dat wil niet zeggen dat het slecht is, het is vooral erg standaard. Werkelijk niets in het nummer klinkt als iets waar echt een goed idee achter zit. Boys Keep Swinging is ook niet fantastisch, maar het nummer is tenminste wel catchy. Niet voor niets werd het als eerste single uitgebracht. Bowie wilde voor het nummer een garagerock geluid krijgen. Hij besloot daarom dat gitarist Carlos Alomar drums moest spelen en drummer Dennis David naar de basgitaar moest opschuiven. Hierdoor zou het net lijken of ze een beginnend bandje waren. Die opzet is redelijk geslaagd en het nummer krijgt daardoor een rauw tintje mee.
African Flight Night is een nummer geïnspireerd door Afrikaanse landschappen. Bowie rapt meer dan dat hij zingt en dat is niet iets goeds. Het is zelfs iets heel erg slecht. De geluidseffecten zijn nog best wel grappig, maar ook niet meer dan dat. Een vreselijk nummer. Move On is een achterwaartse versie van een eerder geschreven nummer van Bowie All The Young Dudes. Hij had het nummer geschreven voor de glamrock band Mott The Hoople, die er vervolgens een grote hit mee scoorden. Het is best een leuke gimmick dat een achterstevoren gespeeld nummer een nieuw nummer oplevert, maar echt goed wordt het niet. Yassassin werd alleen in Turkije en ons kikkerlandje op single uitgebracht. De titel betekent ‘lang leven’ in het Turks. Het is een soort reggaenummer en aangezien ik reggae één van de meest overschatte muzieksoorten ooit vind, kan ik hier ook vrij weinig mee. De track heeft ook wat oosterse invloeden, maar ook dat komt wat mij betreft niet uit de verf. Als je dit vergelijkt met het prachtige The Secret Life of Arabia van het vorige album, dan vraag je hoe het grote kwaliteitsverschil toch mogelijk is.
Red Sails heeft sterke overeenkomsten met de krautrock van Neu!, maar het nummer is gewoonweg niet goed geschreven. Er gebeurt eigenlijk vrij weinig in het nummer en dat zorgt ervoor dat het nogal bloedeloos is. Saai zelfs. DJ is een satire op de DJ-cultuur op de radio. Bowie zingt “I am a DJ, I am what I play, I’ve got believers, believing me”. Best aardig allemaal, maar ook dit overtuigt niet. Exemplarisch voor het hele album. Maar dan komt er eindelijk een nummer dat ik écht goed vind. Look Back In Anger heeft een heerlijk ritme en de gitaar van Alomar doe eindelijk weer eens iets interessants. Bowie gebruikt zijn croonerstem weer eens en dat werkt fantastisch. Producer Tony Visconti verzorgt de achtergrondvocalen die hypnotiserend zingen: “Waiting so long, I’ve been waiting so long”. Het nummer werd terecht een single, maar helaas kwam hij niet in de top veertig terecht.
Repetition gaat over het in elkaar slaan van een vrouw, vanuit het perspectief van de man die haar mept. De tekst is een portret van een maatschappelijk teleurgestelde man die zijn frustraties botviert op zijn vrouw. Best aangrijpend allemaal, maar ook hier is het nummer zelf weer zouteloos. Er zit niets interessants in. Afsluiter Red Money is een nieuwe versie van het nummer Sister Midnight wat Bowie had geschreven voor Iggy Pop en wat op zijn album The Idiot staat. De tekst is helemaal opnieuw gemaakt, maar waarom Bowie juist dit nummer heeft gekozen is me een raadsel. De chaotische structuur past veel beter bij het ongeleide projectiel Pop dan bij Bowie.
Lodger is wat mij betreft een grote mislukking in de carrière van Bowie. Niets herinnert nog aan de glorietijden van Low en “Heroes”. Gelukkig zou hij zich hierna revancheren met Scary Monsters.
Fantastic Voyage trapt het album af. Het nummer heeft precies dezelfde akkoordenstructuur als Boys Keep Swinging, dat ook op dit album staan. Er is echter één groot verschil: Boys Keep Swinging is een fijn nummer en Fantastic Voyage niet. Dat wil niet zeggen dat het slecht is, het is vooral erg standaard. Werkelijk niets in het nummer klinkt als iets waar echt een goed idee achter zit. Boys Keep Swinging is ook niet fantastisch, maar het nummer is tenminste wel catchy. Niet voor niets werd het als eerste single uitgebracht. Bowie wilde voor het nummer een garagerock geluid krijgen. Hij besloot daarom dat gitarist Carlos Alomar drums moest spelen en drummer Dennis David naar de basgitaar moest opschuiven. Hierdoor zou het net lijken of ze een beginnend bandje waren. Die opzet is redelijk geslaagd en het nummer krijgt daardoor een rauw tintje mee.
African Flight Night is een nummer geïnspireerd door Afrikaanse landschappen. Bowie rapt meer dan dat hij zingt en dat is niet iets goeds. Het is zelfs iets heel erg slecht. De geluidseffecten zijn nog best wel grappig, maar ook niet meer dan dat. Een vreselijk nummer. Move On is een achterwaartse versie van een eerder geschreven nummer van Bowie All The Young Dudes. Hij had het nummer geschreven voor de glamrock band Mott The Hoople, die er vervolgens een grote hit mee scoorden. Het is best een leuke gimmick dat een achterstevoren gespeeld nummer een nieuw nummer oplevert, maar echt goed wordt het niet. Yassassin werd alleen in Turkije en ons kikkerlandje op single uitgebracht. De titel betekent ‘lang leven’ in het Turks. Het is een soort reggaenummer en aangezien ik reggae één van de meest overschatte muzieksoorten ooit vind, kan ik hier ook vrij weinig mee. De track heeft ook wat oosterse invloeden, maar ook dat komt wat mij betreft niet uit de verf. Als je dit vergelijkt met het prachtige The Secret Life of Arabia van het vorige album, dan vraag je hoe het grote kwaliteitsverschil toch mogelijk is.
Red Sails heeft sterke overeenkomsten met de krautrock van Neu!, maar het nummer is gewoonweg niet goed geschreven. Er gebeurt eigenlijk vrij weinig in het nummer en dat zorgt ervoor dat het nogal bloedeloos is. Saai zelfs. DJ is een satire op de DJ-cultuur op de radio. Bowie zingt “I am a DJ, I am what I play, I’ve got believers, believing me”. Best aardig allemaal, maar ook dit overtuigt niet. Exemplarisch voor het hele album. Maar dan komt er eindelijk een nummer dat ik écht goed vind. Look Back In Anger heeft een heerlijk ritme en de gitaar van Alomar doe eindelijk weer eens iets interessants. Bowie gebruikt zijn croonerstem weer eens en dat werkt fantastisch. Producer Tony Visconti verzorgt de achtergrondvocalen die hypnotiserend zingen: “Waiting so long, I’ve been waiting so long”. Het nummer werd terecht een single, maar helaas kwam hij niet in de top veertig terecht.
Repetition gaat over het in elkaar slaan van een vrouw, vanuit het perspectief van de man die haar mept. De tekst is een portret van een maatschappelijk teleurgestelde man die zijn frustraties botviert op zijn vrouw. Best aangrijpend allemaal, maar ook hier is het nummer zelf weer zouteloos. Er zit niets interessants in. Afsluiter Red Money is een nieuwe versie van het nummer Sister Midnight wat Bowie had geschreven voor Iggy Pop en wat op zijn album The Idiot staat. De tekst is helemaal opnieuw gemaakt, maar waarom Bowie juist dit nummer heeft gekozen is me een raadsel. De chaotische structuur past veel beter bij het ongeleide projectiel Pop dan bij Bowie.
Lodger is wat mij betreft een grote mislukking in de carrière van Bowie. Niets herinnert nog aan de glorietijden van Low en “Heroes”. Gelukkig zou hij zich hierna revancheren met Scary Monsters.
David Bowie - Low (1977)

5,0
1
geplaatst: 30 januari 2009, 10:14 uur
Om zijn leven en carrière een nieuwe wending te geven vertrok Bowie naar Europa. Hij wilde naar een plaats waar hij weer tot zichzelf kon komen zonder enige afleiding. De keuze viel op West-Berlijn, het centrum van de Koude Oorlog. Misschien niet de beste plek voor iemand met een depressie, maar wel de beste plaats voor iemand die sober wilde leven. Bowie ging samenwonen met zijn goede vriend Iggy Pop in een appartement in de wijk Schöneberg. Doordat er weinig te doen was in Berlijn werd dit de meest productieve periode van Bowie ooit. Hij maakte niet alleen drie albums in twee jaar tijd, maar trok ook nog eens de carrière van Iggy Pop uit het slop door op twee albums mee te schrijven, The Idiot en Lust For Life, beide uit 1977.
Zoals de Engelsen zo mooi zeggen: the first cut is the deepest. Low was een volstrekt uniek album toen het uitkwam. De invloeden van de Duitse elektronicapioniers Kraftwerk zijn duidelijk aan te wijzen, maar Bowie creëerde toch een hele eigen stijl. Dit deed hij echter niet alleen. Zoals gebruikelijk wist hij zich te omringen met briljante muzikanten en dit keer was dat Brian Eno. Hij was echter niet de producer, zoals heel veel mensen denken. Eno zat begin jaren zeventig in de populaire rockband Roxy Music, maar na creatieve verschillen begon hij aan een succesvolle solocarrière. Naast het feit dat hij in die tijd de term ambient muziek uitvond verzamelde hij ook heel veel porno. Dat is niet direct relevant, maar wel leuk om even te vermelden.
De ambient muziek is duidelijk terug te vinden op Low. Het album bestaat namelijk uit twee gedeeltes. Kant A van de originele LP bestaat uit zeven korte flarden van popnummers. Elk nummer duurt twee of drie minuten en telkens als je denkt een track lekker op gang komt, krijg je een fade-out en is het nummer afgelopen. Een rare gewaarwording, want in je hoofd blijven de nummers doorgaan, terwijl er ondertussen al weer een ander nummer op staat. Kant B beslaat vier uitgesponnen ambient nummers, waarbij vooral de sfeer van zeer groot belang is.
Het eerste nummer is Speed of Life, de eerste instrumentale track van Bowie ooit. De schok voor de Bowie fans moet redelijk groot zijn geweest, want dit is geen Ziggy Stardust of The Thin White Duke meer. De muziek komt erg kil over met luide synthesizers en drummer Dennis Davis die het vel van de trommel mept. De melodie is echter wel ijzersterk en het nummer zet de sfeer van Low meteen goed neer. Na 2,5 minuut is het genoeg geweest en begint Breaking Glass. Een nummer dat moeilijk te volgen is, aangezien er weinig structuur in zit. Er zit wel een terugkerend element in van een harde synthesizerriff van drie noten en dat geeft enige houvast. Bowie zingt op dit nummer wel, maar ik heb geen idee waar het over gaat. Meerdere luisterbeurten zorgen er echter wel voor dat het nummer een pareltje wordt. Bij het begin van What in the World heb ik altijd het idee dat ik Super Mario Bros. aan het spelen ben. De snelle geluidseffectjes zorgen voor een hyperactief gevoel. Op de achtergrond zingt Iggy Pop vrolijk mee, zodat hij ook nog enig aandeel aan dit album heeft.
Sound and Vision was de eerste single van het album. Een logische keus, aangezien het waarschijnlijk het meest toegankelijke nummer is. We krijgen een lange instrumentale intro met een leuk geluidseffect wat me altijd doet denken aan een zakje grind dat op de grond valt. De synthesizers zorgen voor een dromerig achtergrondgeluid, waarna een vrouwenstem vrolijk ‘dudududu’ zingt. Na anderhalve minuut besluit Bowie ook maar eens van zich te laten horen. Met zijn croonerstem zorgt hij voor een warme gloed over het geheel. Een pracht van een track die terecht een grote hit werd. Daarna volgt een nummer met één van de mooiste titels in de popgeschiedenis: Always Crashing in the Same Car. De tekst verwijst naar het steeds opnieuw maken van bepaalde fouten. Waarschijnlijk gaat het over Bowie die in voorgaande jaren maar door bleef gaan met zichzelf kapot maken door drank en drugs. Het nummer eindigt met een lange gitaarsolo die je helemaal meeneemt op de golven van de muziek. Dit is geen gitaarsolo die gemaakt is om te laten zien hoeveel noten iemand zo snel mogelijk kan spelen, maar een gitaarsolo die in dienst van het nummer staat. En zo hoort het ook.
Toen ik zei dat Sound and Vision het meest toegankelijke nummer van dit album was vergiste ik me blijkbaar. Be My Wife is een redelijk standaard rocknummer en ook de tekst is dit keer goed te volgen. Het huwelijk van David en Angie dreigde op de klippen te lopen. Angie woonde in hun huis in Zwitserland, terwijl David in Berlijn zat. Hij deed nog een laatste poging om de boel te lijmen en dat werd Be My Wife. Het intro bestaat uit een ragtime piano die doet denken aan de soundtrack van een stomme film. Daarna neemt de gitaar het echter al snel over en begint Bowie te zingen voor zijn vrouw: ‘Please be mine, share my life, stay with me, be my wife’. Een huiveringwekkend mooi popliedje. Kant A wordt afgesloten met A New Career in a New Town, een instrumentaal nummer waarvan de titel de lading van Low dekt. Bowie ging een nieuwe muzikale richting in en deed dit in een nieuwe stad. De toon is optimistisch met veel gebruik van de synthesizers van Eno en een opvallende mondharmonicasolo van Bowie.
Maar dan komt het: de beruchte B-kant van Low. Bowie had voor de film The Man Who Fell To Earth een soundtrack geschreven. Hij werd echter afgewezen door regisseur Nicolas Roeg, die liever een andere stijl had. Bowie besloot daarop de gemaakte stukken verder uit te werken en ze te gebruiken voor zijn nieuwe album. Door de samenwerking met Brian Eno kwamen er veel invloeden vanuit de ambient muziek binnen. Low kreeg hierdoor een erg experimenteel geluid. De A kant was al verre van standaard, maar dat is nog popmuziek te noemen. Die vlieger gaat niet op voor de B kant. Warszawa werd geschreven door Brian Eno toen Bowie in Frankrijk zat voor een rechtszaak. Toen Bowie terugkwam in Berlijn begon hij meteen mee te werken aan het stuk. Het is voor mijn gevoel één van de meest kille en depressieve nummers ooit. Eno tovert een ongelooflijk diep en donker geluid uit zijn synthesizer, maar het blijft altijd melodieus. Normaal gesproken heb ik weinig met ambient, juist omdat er zo weinig gebeurt in de muziek. Dat is bij Warszaswa niet het geval. Hoe langer de hypnotiserende synthesizers aanhouden, hoe meer je in de muziek wordt gezogen. Bowie zingt met zeer veel uiteenlopende stemmen (het zou zelfs om een totaal van 110 stemmen gaan) een aantal zinnen in een zelfverzonnen taal die doet denken aan de Slavische talen. Iedere keer als ik het hoor lopen de rillingen weer over mijn lijf. Een waar meesterwerk dat behoort tot één van de beste nummers van Bowie ooit (ook al is het voor een groot gedeelte geschreven door Eno). De band Joy Division heette eerst Warsaw en die naam was afgeleid van dit nummer. Het nummer was ook heel belangrijk voor de band, die bekend zou worden met haar donkere, sferische new wave muziek.
Art Decade is een volledig instrumentaal ambient nummer. De track moet de sfeer van West-Berlijn eind jaren zeventig voorstellen. Volgens Bowie was Berlijn totaal afgesloten van de wereld en de stad stierf daardoor een langzame dood. Art Decade zorgt er echter wel voor dat Berlijn sterft in schoonheid. Alles gaat traag, wat een depressief gevoel opwekt, waar je helemaal in mee gesleept wordt. Weeping Wall begint een stuk sneller met een minimalistisch ritme dat doet denken aan de muziek van Phillip Glass. Bowie speelde alle instrumenten zelf, de enige track op Low waarbij dat het geval is. Het nummer is bedoeld als beschrijving van de Berlijnse muur, hét symbool van de verdeling van Europa in oost en west. Het album wordt afgesloten met Subterraneans, het nummer wat nog het meest in de buurt komt van pure ambient. Gelukkig wordt het dat nooit en zorgt de prachtige huilende saxofoon van Bowie ervoor dat er menselijkheid blijft doordringen. Tegen het einde zingt hij nog enkele zinnen, dit keer in gewoon Engels. Dat betekent echter niet dat de tekst ook te begrijpen is, want dat is niet het geval. Maar muziek als dit moet ook niet te begrijpen zijn, dat zou een groot gedeelte van de mystiek weghalen.
Na het fantastische Station to Station kwam Bowie met iets totaal anders op de proppen. Niet iedereen was daar even blij mee, aangezien de recensies voor Low niet al te goed waren. Later is dit allemaal bijgedraaid en wordt het album gezien als één van Bowies beste. Daar ben ik het helemaal mee eens. Het is een zeer speciaal album dat zeer invloedrijk was. De muziek zelf was al baanbrekend, maar het ging vooral om het feit dat Bowie het experiment naar het grote publiek bracht.
Zoals de Engelsen zo mooi zeggen: the first cut is the deepest. Low was een volstrekt uniek album toen het uitkwam. De invloeden van de Duitse elektronicapioniers Kraftwerk zijn duidelijk aan te wijzen, maar Bowie creëerde toch een hele eigen stijl. Dit deed hij echter niet alleen. Zoals gebruikelijk wist hij zich te omringen met briljante muzikanten en dit keer was dat Brian Eno. Hij was echter niet de producer, zoals heel veel mensen denken. Eno zat begin jaren zeventig in de populaire rockband Roxy Music, maar na creatieve verschillen begon hij aan een succesvolle solocarrière. Naast het feit dat hij in die tijd de term ambient muziek uitvond verzamelde hij ook heel veel porno. Dat is niet direct relevant, maar wel leuk om even te vermelden.
De ambient muziek is duidelijk terug te vinden op Low. Het album bestaat namelijk uit twee gedeeltes. Kant A van de originele LP bestaat uit zeven korte flarden van popnummers. Elk nummer duurt twee of drie minuten en telkens als je denkt een track lekker op gang komt, krijg je een fade-out en is het nummer afgelopen. Een rare gewaarwording, want in je hoofd blijven de nummers doorgaan, terwijl er ondertussen al weer een ander nummer op staat. Kant B beslaat vier uitgesponnen ambient nummers, waarbij vooral de sfeer van zeer groot belang is.
Het eerste nummer is Speed of Life, de eerste instrumentale track van Bowie ooit. De schok voor de Bowie fans moet redelijk groot zijn geweest, want dit is geen Ziggy Stardust of The Thin White Duke meer. De muziek komt erg kil over met luide synthesizers en drummer Dennis Davis die het vel van de trommel mept. De melodie is echter wel ijzersterk en het nummer zet de sfeer van Low meteen goed neer. Na 2,5 minuut is het genoeg geweest en begint Breaking Glass. Een nummer dat moeilijk te volgen is, aangezien er weinig structuur in zit. Er zit wel een terugkerend element in van een harde synthesizerriff van drie noten en dat geeft enige houvast. Bowie zingt op dit nummer wel, maar ik heb geen idee waar het over gaat. Meerdere luisterbeurten zorgen er echter wel voor dat het nummer een pareltje wordt. Bij het begin van What in the World heb ik altijd het idee dat ik Super Mario Bros. aan het spelen ben. De snelle geluidseffectjes zorgen voor een hyperactief gevoel. Op de achtergrond zingt Iggy Pop vrolijk mee, zodat hij ook nog enig aandeel aan dit album heeft.
Sound and Vision was de eerste single van het album. Een logische keus, aangezien het waarschijnlijk het meest toegankelijke nummer is. We krijgen een lange instrumentale intro met een leuk geluidseffect wat me altijd doet denken aan een zakje grind dat op de grond valt. De synthesizers zorgen voor een dromerig achtergrondgeluid, waarna een vrouwenstem vrolijk ‘dudududu’ zingt. Na anderhalve minuut besluit Bowie ook maar eens van zich te laten horen. Met zijn croonerstem zorgt hij voor een warme gloed over het geheel. Een pracht van een track die terecht een grote hit werd. Daarna volgt een nummer met één van de mooiste titels in de popgeschiedenis: Always Crashing in the Same Car. De tekst verwijst naar het steeds opnieuw maken van bepaalde fouten. Waarschijnlijk gaat het over Bowie die in voorgaande jaren maar door bleef gaan met zichzelf kapot maken door drank en drugs. Het nummer eindigt met een lange gitaarsolo die je helemaal meeneemt op de golven van de muziek. Dit is geen gitaarsolo die gemaakt is om te laten zien hoeveel noten iemand zo snel mogelijk kan spelen, maar een gitaarsolo die in dienst van het nummer staat. En zo hoort het ook.
Toen ik zei dat Sound and Vision het meest toegankelijke nummer van dit album was vergiste ik me blijkbaar. Be My Wife is een redelijk standaard rocknummer en ook de tekst is dit keer goed te volgen. Het huwelijk van David en Angie dreigde op de klippen te lopen. Angie woonde in hun huis in Zwitserland, terwijl David in Berlijn zat. Hij deed nog een laatste poging om de boel te lijmen en dat werd Be My Wife. Het intro bestaat uit een ragtime piano die doet denken aan de soundtrack van een stomme film. Daarna neemt de gitaar het echter al snel over en begint Bowie te zingen voor zijn vrouw: ‘Please be mine, share my life, stay with me, be my wife’. Een huiveringwekkend mooi popliedje. Kant A wordt afgesloten met A New Career in a New Town, een instrumentaal nummer waarvan de titel de lading van Low dekt. Bowie ging een nieuwe muzikale richting in en deed dit in een nieuwe stad. De toon is optimistisch met veel gebruik van de synthesizers van Eno en een opvallende mondharmonicasolo van Bowie.
Maar dan komt het: de beruchte B-kant van Low. Bowie had voor de film The Man Who Fell To Earth een soundtrack geschreven. Hij werd echter afgewezen door regisseur Nicolas Roeg, die liever een andere stijl had. Bowie besloot daarop de gemaakte stukken verder uit te werken en ze te gebruiken voor zijn nieuwe album. Door de samenwerking met Brian Eno kwamen er veel invloeden vanuit de ambient muziek binnen. Low kreeg hierdoor een erg experimenteel geluid. De A kant was al verre van standaard, maar dat is nog popmuziek te noemen. Die vlieger gaat niet op voor de B kant. Warszawa werd geschreven door Brian Eno toen Bowie in Frankrijk zat voor een rechtszaak. Toen Bowie terugkwam in Berlijn begon hij meteen mee te werken aan het stuk. Het is voor mijn gevoel één van de meest kille en depressieve nummers ooit. Eno tovert een ongelooflijk diep en donker geluid uit zijn synthesizer, maar het blijft altijd melodieus. Normaal gesproken heb ik weinig met ambient, juist omdat er zo weinig gebeurt in de muziek. Dat is bij Warszaswa niet het geval. Hoe langer de hypnotiserende synthesizers aanhouden, hoe meer je in de muziek wordt gezogen. Bowie zingt met zeer veel uiteenlopende stemmen (het zou zelfs om een totaal van 110 stemmen gaan) een aantal zinnen in een zelfverzonnen taal die doet denken aan de Slavische talen. Iedere keer als ik het hoor lopen de rillingen weer over mijn lijf. Een waar meesterwerk dat behoort tot één van de beste nummers van Bowie ooit (ook al is het voor een groot gedeelte geschreven door Eno). De band Joy Division heette eerst Warsaw en die naam was afgeleid van dit nummer. Het nummer was ook heel belangrijk voor de band, die bekend zou worden met haar donkere, sferische new wave muziek.
Art Decade is een volledig instrumentaal ambient nummer. De track moet de sfeer van West-Berlijn eind jaren zeventig voorstellen. Volgens Bowie was Berlijn totaal afgesloten van de wereld en de stad stierf daardoor een langzame dood. Art Decade zorgt er echter wel voor dat Berlijn sterft in schoonheid. Alles gaat traag, wat een depressief gevoel opwekt, waar je helemaal in mee gesleept wordt. Weeping Wall begint een stuk sneller met een minimalistisch ritme dat doet denken aan de muziek van Phillip Glass. Bowie speelde alle instrumenten zelf, de enige track op Low waarbij dat het geval is. Het nummer is bedoeld als beschrijving van de Berlijnse muur, hét symbool van de verdeling van Europa in oost en west. Het album wordt afgesloten met Subterraneans, het nummer wat nog het meest in de buurt komt van pure ambient. Gelukkig wordt het dat nooit en zorgt de prachtige huilende saxofoon van Bowie ervoor dat er menselijkheid blijft doordringen. Tegen het einde zingt hij nog enkele zinnen, dit keer in gewoon Engels. Dat betekent echter niet dat de tekst ook te begrijpen is, want dat is niet het geval. Maar muziek als dit moet ook niet te begrijpen zijn, dat zou een groot gedeelte van de mystiek weghalen.
Na het fantastische Station to Station kwam Bowie met iets totaal anders op de proppen. Niet iedereen was daar even blij mee, aangezien de recensies voor Low niet al te goed waren. Later is dit allemaal bijgedraaid en wordt het album gezien als één van Bowies beste. Daar ben ik het helemaal mee eens. Het is een zeer speciaal album dat zeer invloedrijk was. De muziek zelf was al baanbrekend, maar het ging vooral om het feit dat Bowie het experiment naar het grote publiek bracht.
David Bowie - Scary Monsters (1980)
Alternatieve titel: Scary Monsters... and Super Creeps

4,0
1
geplaatst: 8 februari 2009, 22:59 uur
Na het kleine debacle van Lodger besloot Bowie om het roer om te gooien. Geen improvisatie in de studio of rare experimenten met songstructuren. Scary Monsters (and Super Creeps) moest een coherent album worden met consistente liedjes met een kop en een staart. Om dit te bereiken ging Bowie er eens goed voor zitten om in zijn eentje alle nummers te schrijven en pas dan de studio in te duiken. Alleen de Tom Verlaine cover Kingdom Come is geen originele Bowie. Verlaine was de frontman van de ongelooflijk fantastische band Television die met haar debuut Marquee Moon één van de mooiste platen ooit afleverde. Television ging na nog een album echter uit elkaar en Tom was genoodzaakt solo verder te gaan. Voor zijn titelloze debuut schreef hij Kingdom Come. Bowie was zo gecharmeerd van het nummer dat hij er zijn gebruikelijke cover van maakte. Een uitstekende keuze, want het is een heerlijk popnummer. Vooral het achtergrondkoortje is een genot voor de oren.
Scary Monsters begint en eindigt met verschillende versies van hetzelfde nummer, It’s No Game. Een trucje dat Bowie heeft afgekeken van een andere jaren zeventig grootheid: Neil Young. Hij deed dit al eerder bij zijn albums Tonight’s The Night en Rust Never Sleeps. Deel één van It’s No Game begint met het geluid van een startende auto. Een Japanse vrouwenstem vertelt iets in het Japans, waarna Bowie de Engelse vertaling door merg en been heen schreeuwt. Het nummer gaat over de seksistische houding van mannen ten opzichte van (Japanse) vrouwen. De tekst is niet heel erg subtiel: ‘To be insulted by these fascists, it's so degrading’. Het nummer is redelijk ruig met een harde gitaar van Robert Fripp, die weer terug van weggeweest is na “Heroes”. Deel twee is een stuk rustiger van aard. De gitaar is gekalmeerd, de vrouwenstem is weg en de tekst is uitgebreid met twee extra coupletten. De eerste versie is wat mij betreft wat beter, door het rauwe randje. Met de rustige versie kan ik echter ook prima leven.
Up The Hill Backwards was de laatste single van het album. Een uiterst fijne track, met een meesterlijk intro, dat later werd gejat door Joy Division voor hun bekendste nummer Love Will Tear Us Apart. De tekst gaat over de media-aandacht die de scheiding van Angie kreeg. Bowie was hier niet blij mee, maar zo is het leven van een beroemdheid nu eenmaal. Op de titeltrack zingt Bowie met een nep cockney-accent over een vrouw die zich terugtrekt uit de wereld en langzamerhand gek wordt: ‘When I looked in her eyes they were blue but nobody home. Now she's stupid in the street and she can’t socialise’. Het gitaarwerk van Robert Fripp valt in positieve zin op. Razendsnel, maar toch met gevoel. Het nummer werd maar een kleine hit, vooral omdat Bowie al twee singles van Scary Monsters had getrokken.
De eerste was Ashes To Ashes, dat een wereldhit werd, mede door de baanbrekende video met Bowie in een Pierrot kostuum. Het nummer is voor Bowie een afsluiter van de jaren zeventig. Major Tom, de hoofdpersoon uit Bowies eerste hit Space Oddity komt langs.
‘Ashes to ashes, funk to funky
We know major toms a junkie
Strung out in heavens high
Hitting an all-time low’
Een prachtige tekst die Bowies eigen levensloop beschrijft. Midden jaren zeventig zat hij hoog in de drugswolken in Los Angeles. Daarna kelderde hij snel naar beneden naar een ‘all-time low’ en maakte het album Low. De muziek is ook erg goed met een een complex arrangement van gitaarsynthesizers. De tweede hitsingle was Fashion. Een nummer dat qua melodie enigszins lijkt op een oudere hit, Golden Years. De uitwerking is echter niet funky, maar erg hoekig, zoals bijna alles op Scary Monsters. Dat komt vooral door het gitaarspel van Fripp, die zijn riffs bijna machinaal laat klinken. De tekst is een lichte parodie op de stijl-fascisten die er rondliepen in het New Wave wereldje.
Teenage Wildlife duurt bijna zeven minuten en is daarmee Bowies langste nummer sinds Station To Station. De muziek doet denken aan “Heroes”, met veel sferische gitaarstukken van Fripp. In de tekst worden de creatieve volgelingen van Bowie te kakken gezet. ‘One of the new wave boys, same old thing in brand new drag’, zingt hij, vooral gericht aan Gary Numan.
Scream Like A Baby vertelt het toekomstverhaal van Sam die wordt vastgehouden in een politieke gevangenis. Bowies stem wordt vervormd door hem sneller en langzamer te maken. Dit moet de neerwaartse mentale spiraal van Sam illustreren. De sound van het nummer is erg New Wave-achtig, met veel synthesizers. Op Because You’re Young wordt Bowie begeleid door een andere levende legende: gitarist Pete Townshend van The Who. Zijn stijl verschilt redelijk van Fripp, waardoor het nummer wat minder hoekig is. De kwaliteit heeft er echter niet onder te lijden, want ook dit nummer is erg lekker.
Scary Monsters wordt vaak gezien als het laatste écht goede album van Bowie. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Bowie laat hier voor de laatste keer zien waartoe hij in staat is. De stijl van het album ligt nog wel in het verlengde van de Berlijnperiode, maar de nummers zijn wat conventioneler uitgewerkt. Het publiek lustte er wel pap van en het album haalde de hoogste plaats in de hitlijst. Voor Bowie was het een afsluiting van zíjn decennium. In tien jaar tijd bracht hij het ene prachtalbum na het andere uit. Helaas was de koek hierna op. Een paar fantastische singles (Under Pressure met Queen en Let’s Dance) zouden nog volgen, maar dit waren slechts de laatste stuiptrekkingen van een briljant artiest.
Scary Monsters begint en eindigt met verschillende versies van hetzelfde nummer, It’s No Game. Een trucje dat Bowie heeft afgekeken van een andere jaren zeventig grootheid: Neil Young. Hij deed dit al eerder bij zijn albums Tonight’s The Night en Rust Never Sleeps. Deel één van It’s No Game begint met het geluid van een startende auto. Een Japanse vrouwenstem vertelt iets in het Japans, waarna Bowie de Engelse vertaling door merg en been heen schreeuwt. Het nummer gaat over de seksistische houding van mannen ten opzichte van (Japanse) vrouwen. De tekst is niet heel erg subtiel: ‘To be insulted by these fascists, it's so degrading’. Het nummer is redelijk ruig met een harde gitaar van Robert Fripp, die weer terug van weggeweest is na “Heroes”. Deel twee is een stuk rustiger van aard. De gitaar is gekalmeerd, de vrouwenstem is weg en de tekst is uitgebreid met twee extra coupletten. De eerste versie is wat mij betreft wat beter, door het rauwe randje. Met de rustige versie kan ik echter ook prima leven.
Up The Hill Backwards was de laatste single van het album. Een uiterst fijne track, met een meesterlijk intro, dat later werd gejat door Joy Division voor hun bekendste nummer Love Will Tear Us Apart. De tekst gaat over de media-aandacht die de scheiding van Angie kreeg. Bowie was hier niet blij mee, maar zo is het leven van een beroemdheid nu eenmaal. Op de titeltrack zingt Bowie met een nep cockney-accent over een vrouw die zich terugtrekt uit de wereld en langzamerhand gek wordt: ‘When I looked in her eyes they were blue but nobody home. Now she's stupid in the street and she can’t socialise’. Het gitaarwerk van Robert Fripp valt in positieve zin op. Razendsnel, maar toch met gevoel. Het nummer werd maar een kleine hit, vooral omdat Bowie al twee singles van Scary Monsters had getrokken.
De eerste was Ashes To Ashes, dat een wereldhit werd, mede door de baanbrekende video met Bowie in een Pierrot kostuum. Het nummer is voor Bowie een afsluiter van de jaren zeventig. Major Tom, de hoofdpersoon uit Bowies eerste hit Space Oddity komt langs.
‘Ashes to ashes, funk to funky
We know major toms a junkie
Strung out in heavens high
Hitting an all-time low’
Een prachtige tekst die Bowies eigen levensloop beschrijft. Midden jaren zeventig zat hij hoog in de drugswolken in Los Angeles. Daarna kelderde hij snel naar beneden naar een ‘all-time low’ en maakte het album Low. De muziek is ook erg goed met een een complex arrangement van gitaarsynthesizers. De tweede hitsingle was Fashion. Een nummer dat qua melodie enigszins lijkt op een oudere hit, Golden Years. De uitwerking is echter niet funky, maar erg hoekig, zoals bijna alles op Scary Monsters. Dat komt vooral door het gitaarspel van Fripp, die zijn riffs bijna machinaal laat klinken. De tekst is een lichte parodie op de stijl-fascisten die er rondliepen in het New Wave wereldje.
Teenage Wildlife duurt bijna zeven minuten en is daarmee Bowies langste nummer sinds Station To Station. De muziek doet denken aan “Heroes”, met veel sferische gitaarstukken van Fripp. In de tekst worden de creatieve volgelingen van Bowie te kakken gezet. ‘One of the new wave boys, same old thing in brand new drag’, zingt hij, vooral gericht aan Gary Numan.
Scream Like A Baby vertelt het toekomstverhaal van Sam die wordt vastgehouden in een politieke gevangenis. Bowies stem wordt vervormd door hem sneller en langzamer te maken. Dit moet de neerwaartse mentale spiraal van Sam illustreren. De sound van het nummer is erg New Wave-achtig, met veel synthesizers. Op Because You’re Young wordt Bowie begeleid door een andere levende legende: gitarist Pete Townshend van The Who. Zijn stijl verschilt redelijk van Fripp, waardoor het nummer wat minder hoekig is. De kwaliteit heeft er echter niet onder te lijden, want ook dit nummer is erg lekker.
Scary Monsters wordt vaak gezien als het laatste écht goede album van Bowie. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Bowie laat hier voor de laatste keer zien waartoe hij in staat is. De stijl van het album ligt nog wel in het verlengde van de Berlijnperiode, maar de nummers zijn wat conventioneler uitgewerkt. Het publiek lustte er wel pap van en het album haalde de hoogste plaats in de hitlijst. Voor Bowie was het een afsluiting van zíjn decennium. In tien jaar tijd bracht hij het ene prachtalbum na het andere uit. Helaas was de koek hierna op. Een paar fantastische singles (Under Pressure met Queen en Let’s Dance) zouden nog volgen, maar dit waren slechts de laatste stuiptrekkingen van een briljant artiest.
David Bowie - Station to Station (1976)

5,0
0
geplaatst: 28 januari 2009, 10:57 uur
Het beste bewijs dat kwaliteit boven kwantiteit gaat. Station To Station bevat maar zes nummers, maar ze zijn ook alle zes raak. Na zijn experimenten met funk en soul op het Young Americans slaat Bowie weer een hele andere weg in. Het ging niet zo goed met hem in de Verenigde Staten. Om als acteur door te breken speelde Bowie de hoofdrol in de sciencefictionfilm ‘The Man Who Fell To Earth’. De cover van dit album (en van opvolger Low) zijn foto’s van scènes uit deze film. Tijdens het schieten begon Bowie zich meer en meer te vereenzelvigen met zijn karakter, een buitenaards wezen. Uit dit proces kwam zijn laatste grote muzikale personage: The Thin White Duke. Op het eerste gezicht was dit een normaler personage dan zijn eerdere uitvindingen, maar er zat een venijnig addertje onder het gras. The Thin White Duke was een emotieloze arische übermensch. Bowies fascinatie voor de nazi’s en het Derde Rijk kwamen naar voren in deze creatie. De belangrijkste inspiratiebron voor The Duke was echter cocaïne. Bowie leefde in deze periode op een dieet van pepers, melk en cocaïne en dat was goed te merken. Hij sloot zichzelf voor langere periodes op in zijn huis in Los Angeles en leefde in een staat van psychische chaos. Het gaat zelfs zo ver dat Bowie tot op de dag van vandaag geen herinneringen heeft over het opnemen van dit album.
Zoals zo vaak bij muziek zorgt deze totale wanorde voor een meesterwerk dat zijn weerga niet kent. Het album begint met de epische titeltrack van meer dan tien minuten. Het intro bestaat uit treinen die van links naar rechts door de boxen galmen. Bowie heeft namelijk vliegangst en voor vervoer is hij dan ook vaak aangewezen op de trein. Na een klein minuutje komt de piano erin en ontstaat er een soort marcheermuziek. Op de achtergrond hoor je zachtjes de gitaar alle kanten opvliegen, terwijl de bas een dwingend funkritme speelt. Pas na drie minuten kondigt Bowie zijn nieuwe personage aan met de onheilspellende tekst ‘The return of the thin white duke, throwing darts in lovers eyes’. Op de helft verandert het nummer plotseling totaal van stijl. Het tempo gaat omhoog en we krijgen een heerlijk catchy rocknummer te horen. The Thin White Duke wordt verder geïntroduceerd als iemand die zegt echte emoties te hebben, maar eigenlijk totaal gevoelloos is. Dit komt het duidelijkst naar voren in een autobiografische tekst als ‘It’s not the side-effects of the cocaine, I’m thinking that it must be love’. De rest van het nummer zingt Bowie ‘The European cannon is here’, waarin duidelijk wordt dat hij een enorme hang heeft om terug te gaan naar zijn eigen continent. Hij zou na de tour voor dit album ook permanent terugverhuizen naar Europa. Wat mij betreft had hij nog wel even in LA mogen blijven en zichzelf ellendig mogen voelen als dat briljante muziek als dit oplevert.
Na deze overweldigende opener mogen we even naar adem happen met de overheerlijke luchtigheid van Golden Years. Bowie liet hier horen dat hij de funk wel degelijk onder de knie had. Dat vonden de producers van het legendarische Tv-programma Soul Train ook. Zij nodigden hem als één van de eerste blanke artiesten uit om op te treden. Een groot succes was het niet, want Bowie had zoveel cocaïne en drank gebruikt dat hij niet eens fatsoenlijk kon playbacken. Word on a Wing is een religieus getint nummer waarin Bowie zoekt naar oplossingen om uit zijn mentale inzinking te komen. Hoewel het lijkt alsof hij niet oprecht is komt het uiteindelijk toch wel integer over. Als overtuigd atheïst is het favoriete moment voor mij toch echter de eerste zin. Wanneer nog niets bekend is over de religieuze insteek zingt Bowie: ‘In this age of grand illusion you walked into my life, out of my dreams’. Op dat moment had het nog een prachtig liefdesliedje kunnen worden, maar ik kan ook zeer goed leven met deze relipop. De muziek is verder hemels met een koortje van engelen dat Bowie begeleidt in zijn zoektocht.
Wat volgt is waarschijnlijk het meest optimistische nummer op het album, TVC 15. Hoewel, zo opbeurend is het nu ook weer niet, aangezien het nummer het verhaal vertelt een man wiens vriendin door zijn tv wordt opgegeten. Bowie kwam op dit idee door een anekdote van zijn goede vriend Iggy Pop die tijdens een avondje drugs gebruiken echt dacht dat zijn vriendin door de tv was opgegeten. De stijl van het nummer past perfect binnen Station To Station met zijn funky ritme en atmosferische gitaar. Het intro van Stay doet denken aan de soundtrack van een blaxploitation film. Ook hier weer een swingend ritme met die kenmerkende gitaar van Bowies vaste gitarist, Carlos Alomar. Dat geluid is van zeer grote invloed geweest op de new wave stroming die eind jaren zeventig op zou rukken. Bands als Talking Heads en The Smiths maakten later, met zeer veel succes, ook gebruik van dit geluid. Bowie zingt de tekst weer redelijk afstandelijk, in overeenstemming met The Thin White Duke.
Op bijna alle Bowie albums staan wel één of meerdere covers en in dit geval is dat de ballad Wild Is the Wind. Muzikaal past het nummer niet helemaal bij de rest van het album, maar het voelt niet vreemd aan. Hoewel het karakter van The Thin White Duke het niet toelaat geeft Bowie zich helemaal tijdens zijn zangpartijen. Hij zet zijn croonerstem op en gaat helemaal mee in het nummer. Dit zou heel erg kitscherig kunnen worden, maar dat wordt het gelukkig niet. Totaal niet zelfs. Bowie is voor veel mensen meer een artiest die de hersens raakt in plaats van het hart, maar hier laat hij zich van zijn meest gevoelige kant zien. Een afsluiter die ervoor zorgt dat dit album nog lang in je hoofd zal rondspoken.
Wat mij betreft is dit het hoogtepunt van Bowies oeuvre. Alles komt hier bij elkaar en valt precies op de juiste plaats. De geniale melodieën, de funky ritmes, de galmende gitaren en Bowies fantastische stem. Het wordt maar weer eens duidelijk dat de mooiste dingen komen uit ellende. Bowie werd gek in Los Angeles. Over die stad had hij weinig goeds te zeggen: “The fucking place should be wiped off the face of the earth". Het was duidelijk dat hij heimwee kreeg naar Europa. Daar zou hij zijn leven proberen te beteren, want zijn toenmalige levensstijl zou hem de kop kosten.
Zoals zo vaak bij muziek zorgt deze totale wanorde voor een meesterwerk dat zijn weerga niet kent. Het album begint met de epische titeltrack van meer dan tien minuten. Het intro bestaat uit treinen die van links naar rechts door de boxen galmen. Bowie heeft namelijk vliegangst en voor vervoer is hij dan ook vaak aangewezen op de trein. Na een klein minuutje komt de piano erin en ontstaat er een soort marcheermuziek. Op de achtergrond hoor je zachtjes de gitaar alle kanten opvliegen, terwijl de bas een dwingend funkritme speelt. Pas na drie minuten kondigt Bowie zijn nieuwe personage aan met de onheilspellende tekst ‘The return of the thin white duke, throwing darts in lovers eyes’. Op de helft verandert het nummer plotseling totaal van stijl. Het tempo gaat omhoog en we krijgen een heerlijk catchy rocknummer te horen. The Thin White Duke wordt verder geïntroduceerd als iemand die zegt echte emoties te hebben, maar eigenlijk totaal gevoelloos is. Dit komt het duidelijkst naar voren in een autobiografische tekst als ‘It’s not the side-effects of the cocaine, I’m thinking that it must be love’. De rest van het nummer zingt Bowie ‘The European cannon is here’, waarin duidelijk wordt dat hij een enorme hang heeft om terug te gaan naar zijn eigen continent. Hij zou na de tour voor dit album ook permanent terugverhuizen naar Europa. Wat mij betreft had hij nog wel even in LA mogen blijven en zichzelf ellendig mogen voelen als dat briljante muziek als dit oplevert.
Na deze overweldigende opener mogen we even naar adem happen met de overheerlijke luchtigheid van Golden Years. Bowie liet hier horen dat hij de funk wel degelijk onder de knie had. Dat vonden de producers van het legendarische Tv-programma Soul Train ook. Zij nodigden hem als één van de eerste blanke artiesten uit om op te treden. Een groot succes was het niet, want Bowie had zoveel cocaïne en drank gebruikt dat hij niet eens fatsoenlijk kon playbacken. Word on a Wing is een religieus getint nummer waarin Bowie zoekt naar oplossingen om uit zijn mentale inzinking te komen. Hoewel het lijkt alsof hij niet oprecht is komt het uiteindelijk toch wel integer over. Als overtuigd atheïst is het favoriete moment voor mij toch echter de eerste zin. Wanneer nog niets bekend is over de religieuze insteek zingt Bowie: ‘In this age of grand illusion you walked into my life, out of my dreams’. Op dat moment had het nog een prachtig liefdesliedje kunnen worden, maar ik kan ook zeer goed leven met deze relipop. De muziek is verder hemels met een koortje van engelen dat Bowie begeleidt in zijn zoektocht.
Wat volgt is waarschijnlijk het meest optimistische nummer op het album, TVC 15. Hoewel, zo opbeurend is het nu ook weer niet, aangezien het nummer het verhaal vertelt een man wiens vriendin door zijn tv wordt opgegeten. Bowie kwam op dit idee door een anekdote van zijn goede vriend Iggy Pop die tijdens een avondje drugs gebruiken echt dacht dat zijn vriendin door de tv was opgegeten. De stijl van het nummer past perfect binnen Station To Station met zijn funky ritme en atmosferische gitaar. Het intro van Stay doet denken aan de soundtrack van een blaxploitation film. Ook hier weer een swingend ritme met die kenmerkende gitaar van Bowies vaste gitarist, Carlos Alomar. Dat geluid is van zeer grote invloed geweest op de new wave stroming die eind jaren zeventig op zou rukken. Bands als Talking Heads en The Smiths maakten later, met zeer veel succes, ook gebruik van dit geluid. Bowie zingt de tekst weer redelijk afstandelijk, in overeenstemming met The Thin White Duke.
Op bijna alle Bowie albums staan wel één of meerdere covers en in dit geval is dat de ballad Wild Is the Wind. Muzikaal past het nummer niet helemaal bij de rest van het album, maar het voelt niet vreemd aan. Hoewel het karakter van The Thin White Duke het niet toelaat geeft Bowie zich helemaal tijdens zijn zangpartijen. Hij zet zijn croonerstem op en gaat helemaal mee in het nummer. Dit zou heel erg kitscherig kunnen worden, maar dat wordt het gelukkig niet. Totaal niet zelfs. Bowie is voor veel mensen meer een artiest die de hersens raakt in plaats van het hart, maar hier laat hij zich van zijn meest gevoelige kant zien. Een afsluiter die ervoor zorgt dat dit album nog lang in je hoofd zal rondspoken.
Wat mij betreft is dit het hoogtepunt van Bowies oeuvre. Alles komt hier bij elkaar en valt precies op de juiste plaats. De geniale melodieën, de funky ritmes, de galmende gitaren en Bowies fantastische stem. Het wordt maar weer eens duidelijk dat de mooiste dingen komen uit ellende. Bowie werd gek in Los Angeles. Over die stad had hij weinig goeds te zeggen: “The fucking place should be wiped off the face of the earth". Het was duidelijk dat hij heimwee kreeg naar Europa. Daar zou hij zijn leven proberen te beteren, want zijn toenmalige levensstijl zou hem de kop kosten.
David Bowie - The Man Who Sold the World (1970)
Alternatieve titel: Metrobolist

4,0
1
geplaatst: 13 januari 2009, 15:11 uur
Voor zijn eerste album in het nieuwe decennium gooide Bowie het over een hele andere boeg. Hij verzamelde een getalenteerde band om zich heen met Mick Ronson als gitarist, Mick Woodmansey als drummer en Tony Visconti als producer en tijdelijke bassist. Dit zou de eerste aanzet zijn naar Bowies bekende begeleidingsband The Spiders of Mars. De akoestische gitaar werd ingeruild voor het zwaardere elektrische geluid van Mick Ronson.
Bowie was op dit moment in zijn leven vooral bezig met zijn nieuwe vrouw Angie. Hij schreef weliswaar alle nummers op het album, maar ze werden door Ronson en Visconti uitgewerkt tot volwaardige songs. Het geluid van de plaat is redelijk conventionele hardrock, zoals er wel meer werd gemaakt in die tijd. Bowie had eens rondgekeken wat er gebeurde in de muziekwereld en zag dat bands als Led Zeppelin en Deep Purple populair waren. Ronson was een begenadigd gitarist (hij werd verkozen tot 64e beste ooit door het blad Rolling Stone), waardoor het technisch lastige geluid van deze bands kon worden gekopieerd.
Het beste voorbeeld hiervan is de openingstrack The Width Of A Circle. Dit acht minuten durende hardrock monster laat precies zien waartoe Ronson in staat was. Een rustig zwierende gitaar introduceert de hoofdriff, waarna de drums het geheel ondersteunen. Na ongeveer vier minuten slaat het nummer om en wordt het tempo naar beneden geschroefd. Het nummer krijgt een meer R&B-achtige sfeer en Bowie zingt over hoe hij geniet van een seksuele ontmoeting met een goddelijk wezen. Een fantastische manier om een album te beginnen.
All The Madman is een rocker over de schizofrene halfbroer van David, Terry. Het is een erg stevige track, al klinken de synthesizers misschien ietwat gedateerd. Black Country Rock is een prettig niemendalletje dat in vergelijking met de rest van het album wat opgewekter is. Bowie werd voor het nummer geïnspireerd door het geluid wat Marc Bolan en zijn band T. Rex op dat moment hadden. Bolan zou uiteindelijk de uitvinder blijken te zijn van glam rock. Een stroming waarmee Bowie een jaar later zijn grote doorbraak zou krijgen.
Het nummer After All besluit de A-kant van de originele LP. Het is een dramatisch nummer met een Bowie die erg donker klinkt. Het middenstuk bevat een halve minuut aan circusachtige geluiden die de sfeer alleen maar grimmiger maken. Bowie wist toen al waar Stephen King iets later achter kwam: clowns zijn hele enge creaties. Het nummer is een grote inspiratiebron geweest voor de gothic-scène die begin jaren tachtig onder aanvoering van The Cure op kwam zetten. Running Gun Blues is een aardig rocknummer geschreven vanuit het perspectief van een soldaat die vertelt over zijn vele slachtpartijen tijdens gevechten: ‘I’ll slash them cold, I’ll kill them dead I’ll break them gooks, I’ll crack their heads’, bepaald niet subtiel. Daarna komt Bowie met een dwingend nummer in de vorm van Saviour Machine. Ook hier de wat misplaatste synthesizers die ervoor zorgen dat dit niet helemaal de tand des tijds heeft doorstaan. Gelukkig is het drumwerk erg dwingend, waardoor je het gevoel krijgt mee te moeten gaan in de muziek.
She Took Me Cold is misschien wel het hardste nummer op het album. Het geluid wat de gitaar van Ronson produceert is erg te vergelijken met tijdgenoot Jimmy Page van Led Zeppelin: zompig en dik. De titeltrack is waarschijnlijk veel bekender door de cover die Nirvana in 1993 opnam voor hun MTV Unplugged. Dat is natuurlijk vreselijk onterecht, want het origineel is veel beter. Bowie was er zelf ook niet blij mee. “After that cover kids would come up afterwards and say, 'It's cool you're doing a Nirvana song.’ And I think: Fuck you, you little tosser'" Het album wordt afgesloten met het nummer The Superman. Net als veel andere nummers op het album refereert de tekst naar de filosoof Friedrich Nietschze. Het is weer een lekkere rocker met een wat andere zang van Bowie. Hij zingt een octaaf hoger en haalt af en toe flink uit met zijn stem.
The Man Who Sold The World is een goed rockalbum van een muzikant die nog niet helemaal zijn weg had gevonden. Het album heeft veel invloeden van de op dat moment populaire hardrock muziek. Mick Ronson is hier voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor. Hij zou ook na dit album nog een paar jaar met Bowie samenwerken en daarmee ook het geluid sterk beïnvloeden.
Bowie was op dit moment in zijn leven vooral bezig met zijn nieuwe vrouw Angie. Hij schreef weliswaar alle nummers op het album, maar ze werden door Ronson en Visconti uitgewerkt tot volwaardige songs. Het geluid van de plaat is redelijk conventionele hardrock, zoals er wel meer werd gemaakt in die tijd. Bowie had eens rondgekeken wat er gebeurde in de muziekwereld en zag dat bands als Led Zeppelin en Deep Purple populair waren. Ronson was een begenadigd gitarist (hij werd verkozen tot 64e beste ooit door het blad Rolling Stone), waardoor het technisch lastige geluid van deze bands kon worden gekopieerd.
Het beste voorbeeld hiervan is de openingstrack The Width Of A Circle. Dit acht minuten durende hardrock monster laat precies zien waartoe Ronson in staat was. Een rustig zwierende gitaar introduceert de hoofdriff, waarna de drums het geheel ondersteunen. Na ongeveer vier minuten slaat het nummer om en wordt het tempo naar beneden geschroefd. Het nummer krijgt een meer R&B-achtige sfeer en Bowie zingt over hoe hij geniet van een seksuele ontmoeting met een goddelijk wezen. Een fantastische manier om een album te beginnen.
All The Madman is een rocker over de schizofrene halfbroer van David, Terry. Het is een erg stevige track, al klinken de synthesizers misschien ietwat gedateerd. Black Country Rock is een prettig niemendalletje dat in vergelijking met de rest van het album wat opgewekter is. Bowie werd voor het nummer geïnspireerd door het geluid wat Marc Bolan en zijn band T. Rex op dat moment hadden. Bolan zou uiteindelijk de uitvinder blijken te zijn van glam rock. Een stroming waarmee Bowie een jaar later zijn grote doorbraak zou krijgen.
Het nummer After All besluit de A-kant van de originele LP. Het is een dramatisch nummer met een Bowie die erg donker klinkt. Het middenstuk bevat een halve minuut aan circusachtige geluiden die de sfeer alleen maar grimmiger maken. Bowie wist toen al waar Stephen King iets later achter kwam: clowns zijn hele enge creaties. Het nummer is een grote inspiratiebron geweest voor de gothic-scène die begin jaren tachtig onder aanvoering van The Cure op kwam zetten. Running Gun Blues is een aardig rocknummer geschreven vanuit het perspectief van een soldaat die vertelt over zijn vele slachtpartijen tijdens gevechten: ‘I’ll slash them cold, I’ll kill them dead I’ll break them gooks, I’ll crack their heads’, bepaald niet subtiel. Daarna komt Bowie met een dwingend nummer in de vorm van Saviour Machine. Ook hier de wat misplaatste synthesizers die ervoor zorgen dat dit niet helemaal de tand des tijds heeft doorstaan. Gelukkig is het drumwerk erg dwingend, waardoor je het gevoel krijgt mee te moeten gaan in de muziek.
She Took Me Cold is misschien wel het hardste nummer op het album. Het geluid wat de gitaar van Ronson produceert is erg te vergelijken met tijdgenoot Jimmy Page van Led Zeppelin: zompig en dik. De titeltrack is waarschijnlijk veel bekender door de cover die Nirvana in 1993 opnam voor hun MTV Unplugged. Dat is natuurlijk vreselijk onterecht, want het origineel is veel beter. Bowie was er zelf ook niet blij mee. “After that cover kids would come up afterwards and say, 'It's cool you're doing a Nirvana song.’ And I think: Fuck you, you little tosser'" Het album wordt afgesloten met het nummer The Superman. Net als veel andere nummers op het album refereert de tekst naar de filosoof Friedrich Nietschze. Het is weer een lekkere rocker met een wat andere zang van Bowie. Hij zingt een octaaf hoger en haalt af en toe flink uit met zijn stem.
The Man Who Sold The World is een goed rockalbum van een muzikant die nog niet helemaal zijn weg had gevonden. Het album heeft veel invloeden van de op dat moment populaire hardrock muziek. Mick Ronson is hier voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor. Hij zou ook na dit album nog een paar jaar met Bowie samenwerken en daarmee ook het geluid sterk beïnvloeden.
David Bowie - The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972)
Alternatieve titel: Ziggy Stardust

5,0
0
geplaatst: 18 januari 2009, 20:14 uur
Bowies bekendste – en volgens velen ook beste – werk is ongetwijfeld dit album met de hele lange titel. Na Hunky Dory wilde Bowie weer terugkeren naar de gitaargerichte rock. Dankzij zijn onfeilbare talent om de nieuwste trends te spotten sprong hij op de glam rocktrein. Hij is niet de uitvinder van deze stroming – die eer gaat naar Marc Bolan van T. Rex – maar hij maakte wel het enige echte glam rockmeesterwerk. Het belangrijkste aspect van glam rock is de aankleding van de artiest. Op het podium werden de meest rare creaties gedragen. Voor een man die regelmatig jurken droeg en zich openlijk biseksueel gedroeg was dit natuurlijk een warm bad.
Ziggy Stardust is een conceptalbum over een androgene rockster die de mensen het nieuws over de aanstaande Apocalyps brengt Het album begint met Five Years waarin Ziggy aankondigt dat de aarde nog maar vijf jaar zal bestaan, want dan zijn de natuurlijke brandstoffen op. Het nummer begint rustig om vervolgens steeds uitbundiger te worden. Bowie zingt richting het einde de titel keer op keer, steeds feller en feller, totdat hij op een haast maniakale manier zijn longen eruit schreeuwt. Niet meezingen is op dat moment eigenlijk onmogelijk. Soul Love gaat verder op dezelfde voet. Het begint in een relaxed tempo, maar tijdens het refrein gaat het tempo omhoog en zingt Bowie weer fel over hoe mooi, maar ook hoe tragisch de liefde kan zijn.
Het verhaal van Ziggy wordt weer opgepakt in Moonage Daydream. Het nummer vertelt hoe Ziggy is gecreëerd uit waarden over religie, seksuele vrijheid, rebellie en passie. Het verhaal wordt verteld in een melodieuze rocksong met onder meer een gierende gitaarsolo van Mick Ronson. Bowie en zijn spinnen op hun best. Van een album waarop de ene hitgevoelige poprocksong na de andere opstaat werd slechts één single getrokken, Starman. Het zal geen verbazing wekken dat ook dit een ontzettend catchy nummer is. Qua stijl zou het goed passen op het vorige album Hunky Dory. De tekst gaat over een starman die een hoopvolle boodschap heeft voor de jeugd op aarde. De single werd een groot succes, mede door het optreden bij Top of the Pops. Bowie legde daar zijn hand op een suggestieve wijze over de schouder van Mick Ronson. Dat was voor veel Engelsen de eerste kennismaking met homoseksualiteit. Bowie staat dan ook bekend om zijn rol als voorvechter voor de acceptatie van homo- en biseksualiteit. Jaren later zou blijken dat hij volstrekt heteroseksueel was en hij slechts toespeelde op zijn biseksualiteit omdat dit zijn verkoop zou stimuleren. Hij had gelijk.
Daarna volgt de gebruikelijke cover. Op ieder album covert Bowie altijd wel één of twee nummers en dit keer is dat It Ain’t Easy, een oud nummer van Ron Davies. Omdat het een cover is heeft het weinig te maken met het verhaal van Ziggy, maar muzikaal past het nummer goed. Ook hier een rustige opbouw met een knetterend refrein waarbij je wel mee móet zingen. Lady Stardust is een ode aan Marc Bolan met teksten als:
The boy in the bright blue jeans
Jumped up on the stage
And lady stardust sang his songs
Of darkness and disgrace
Een mooie manier van Bowie om de pionier van de glam te eren. Star is wederom een nummer met het woord star in de titel, maar net als de anderen is het een fantastisch nummer. De piano wordt erg staccato bespeeld en dat zorgt voor een ontzettend dwingende sfeer. Bowie zingt het nummer gehaast, terwijl Ronson er driftig op los ragt op zijn gitaar. De invloed op de muziekwereld van Bowie blijkt duidelijk in het nummer Hang on to Yourself. De simpele maar o zo krachtige riff en de doeltreffende tekst zorgen ervoor dat dit eigenlijk het eerste nummer van de Ramones is, nog voordat de Ramones bestonden.
De titeltrack pakt het verhaal van Ziggy weer op. Het is een beschrijving van het personage Ziggy Stardust. Hij blijkt een uitstekende gitarist te zijn, die echter te ver ging in zijn narcisme. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat hij ten onder gaat en zijn band The Spiders from Mars moet ontbinden. Sufragette City is een futuristische rocker die op het allerlaatste moment aan het album werd toegevoegd. De pianoriff is geïnspireerd op het swingende geluid van Little Richard. De afsluiter der afsluiters is Rock ‘n’ Roll Suicide. Zoals de titel al doet vermoeden gaat het niet zo goed met Ziggy. Over een eenzame akoestische gitaar praat Bowie meer dan dat hij zingt: ‘Youre too old to lose it, too young to choose it’. Halverwege bouwt het nummer op naar een climax waarin duidelijk wordt dat Ziggy niet alleen is en hij bij de hand wordt genomen. Op dat moment heeft het meer weg van een theatrale musical dan een rocknummer, maar verrek, het werkt wel.
Het album mag dan misschien de bekendste zijn van David Bowie, maar is het ook zijn beste? Nee dat vind ik niet. Het is wel zijn beste tot dan toe. Daarnaast is het album ontzettend invloedrijk. De theatrale muziek past perfect bij het zeer tot de verbeelding sprekende concept van de androgene rockster. Het is ook een zeer toegankelijk album. Ik kan iedereen die wil beginnen met de muziek van Bowie dit album van harte aanbevelen. Veel betere poprockplaten zijn er namelijk niet gemaakt.
Ziggy Stardust is een conceptalbum over een androgene rockster die de mensen het nieuws over de aanstaande Apocalyps brengt Het album begint met Five Years waarin Ziggy aankondigt dat de aarde nog maar vijf jaar zal bestaan, want dan zijn de natuurlijke brandstoffen op. Het nummer begint rustig om vervolgens steeds uitbundiger te worden. Bowie zingt richting het einde de titel keer op keer, steeds feller en feller, totdat hij op een haast maniakale manier zijn longen eruit schreeuwt. Niet meezingen is op dat moment eigenlijk onmogelijk. Soul Love gaat verder op dezelfde voet. Het begint in een relaxed tempo, maar tijdens het refrein gaat het tempo omhoog en zingt Bowie weer fel over hoe mooi, maar ook hoe tragisch de liefde kan zijn.
Het verhaal van Ziggy wordt weer opgepakt in Moonage Daydream. Het nummer vertelt hoe Ziggy is gecreëerd uit waarden over religie, seksuele vrijheid, rebellie en passie. Het verhaal wordt verteld in een melodieuze rocksong met onder meer een gierende gitaarsolo van Mick Ronson. Bowie en zijn spinnen op hun best. Van een album waarop de ene hitgevoelige poprocksong na de andere opstaat werd slechts één single getrokken, Starman. Het zal geen verbazing wekken dat ook dit een ontzettend catchy nummer is. Qua stijl zou het goed passen op het vorige album Hunky Dory. De tekst gaat over een starman die een hoopvolle boodschap heeft voor de jeugd op aarde. De single werd een groot succes, mede door het optreden bij Top of the Pops. Bowie legde daar zijn hand op een suggestieve wijze over de schouder van Mick Ronson. Dat was voor veel Engelsen de eerste kennismaking met homoseksualiteit. Bowie staat dan ook bekend om zijn rol als voorvechter voor de acceptatie van homo- en biseksualiteit. Jaren later zou blijken dat hij volstrekt heteroseksueel was en hij slechts toespeelde op zijn biseksualiteit omdat dit zijn verkoop zou stimuleren. Hij had gelijk.
Daarna volgt de gebruikelijke cover. Op ieder album covert Bowie altijd wel één of twee nummers en dit keer is dat It Ain’t Easy, een oud nummer van Ron Davies. Omdat het een cover is heeft het weinig te maken met het verhaal van Ziggy, maar muzikaal past het nummer goed. Ook hier een rustige opbouw met een knetterend refrein waarbij je wel mee móet zingen. Lady Stardust is een ode aan Marc Bolan met teksten als:
The boy in the bright blue jeans
Jumped up on the stage
And lady stardust sang his songs
Of darkness and disgrace
Een mooie manier van Bowie om de pionier van de glam te eren. Star is wederom een nummer met het woord star in de titel, maar net als de anderen is het een fantastisch nummer. De piano wordt erg staccato bespeeld en dat zorgt voor een ontzettend dwingende sfeer. Bowie zingt het nummer gehaast, terwijl Ronson er driftig op los ragt op zijn gitaar. De invloed op de muziekwereld van Bowie blijkt duidelijk in het nummer Hang on to Yourself. De simpele maar o zo krachtige riff en de doeltreffende tekst zorgen ervoor dat dit eigenlijk het eerste nummer van de Ramones is, nog voordat de Ramones bestonden.
De titeltrack pakt het verhaal van Ziggy weer op. Het is een beschrijving van het personage Ziggy Stardust. Hij blijkt een uitstekende gitarist te zijn, die echter te ver ging in zijn narcisme. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat hij ten onder gaat en zijn band The Spiders from Mars moet ontbinden. Sufragette City is een futuristische rocker die op het allerlaatste moment aan het album werd toegevoegd. De pianoriff is geïnspireerd op het swingende geluid van Little Richard. De afsluiter der afsluiters is Rock ‘n’ Roll Suicide. Zoals de titel al doet vermoeden gaat het niet zo goed met Ziggy. Over een eenzame akoestische gitaar praat Bowie meer dan dat hij zingt: ‘Youre too old to lose it, too young to choose it’. Halverwege bouwt het nummer op naar een climax waarin duidelijk wordt dat Ziggy niet alleen is en hij bij de hand wordt genomen. Op dat moment heeft het meer weg van een theatrale musical dan een rocknummer, maar verrek, het werkt wel.
Het album mag dan misschien de bekendste zijn van David Bowie, maar is het ook zijn beste? Nee dat vind ik niet. Het is wel zijn beste tot dan toe. Daarnaast is het album ontzettend invloedrijk. De theatrale muziek past perfect bij het zeer tot de verbeelding sprekende concept van de androgene rockster. Het is ook een zeer toegankelijk album. Ik kan iedereen die wil beginnen met de muziek van Bowie dit album van harte aanbevelen. Veel betere poprockplaten zijn er namelijk niet gemaakt.
David Bowie - Young Americans (1975)

4,0
1
geplaatst: 26 januari 2009, 18:56 uur
Na het depressieve Diamond Dogs wilde Bowie een geheel andere kant op. Tijdens de tournee voor dat album door de Verenigde Staten moest er tussendoor ook eventjes vakantie worden gehouden. Bowie streek met zijn gevolg neer in Philadelphia. Daar raakte hij geïnspireerd door de zogenaamde Philly Soul. Voor zijn volgende album wilde hij deze muziek dan ook als uitgangspunt nemen. Het resultaat is Young Americans, een plaat die wordt gezien als een dipje voor Bowie in de jaren zeventig. Een geheel terechte constatering, het album is maar halfgeslaagd te noemen. Een halfgeslaagd Bowieproduct is echter nog wel alleraardigst.
Het album begint met de titeltrack die meteen de toon voor de rest van het album zet. Bowie noemde deze stijl Plastic Soul omdat hij zelf ook wel in zag dat een bleekscheet uit Londen niet echt soulwaardig was. De hele plaat is dan ook een beetje ‘tongue in cheek’, maar dat is direct ook de charme. Young Americans swingt in ieder geval wel. Mede door de fijne achtergrondkoortjes, een idee van soullegende Luther Vandross. De tekst is redelijk cynisch met verwijzingen naar Watergate en Rosa Parks. Het leukste gedeelte is de verwijzing naar A Day In The Life van The Beatles als het koortje zingt: ‘I heard the news today, oh boy!’. Helaas is het volgende nummer een stuk minder. Win is een saaie ballad. Waar het vrouwelijke achtergrondkoor in Young Americans het nummer maakt, wekt het hier irritatie op. Het klinkt te geforceerd mooi. Alsof je luistert naar Michael Bolton. En nee, dat is geen goede zaak.
Fascination maakt dit echter meteen weer helemaal goed. Het Shaft-achtige ritme swingt meteen de pan uit. Ook hier weer koortjes, maar hier werkt het weer wel. Bowie klinkt geïnspireerd, maar houdt toch emotionele afstand, waardoor de Plastic Soul goed doorklinkt. Het nummer is een bewerking van een oud Luther Vandross nummer, getiteld Funky Music. In het spel Grand Theft Auto IV komt Fascination langs op het radiostation Liberty Rock Radio, waar grappig genoeg Bowies vriend Iggy Pop de DJ is. Right is een prettig swingend niemendalletje. Er is niets mis mee, maar het nummer doet ook vrij weinig moeite om te blijven hangen. Door de vrijblijvende sfeer die om Young Americans heen hangt is dit allemaal geen probleem. Het album is niet bedoeld als een serieus artistiek statement en dan zie je bepaalde dingen toch wat sneller door de vingers. Somebody Up There Likes Me is eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Ook hier glijdt de muziek een beetje langs me heen, maar ik kan er niet mee zitten. Waar ik wel mee kan zitten is het feit dat het nummer zes en een halve minuut duurt. Dat is veel te lang voor een geinig, maar absoluut niet briljant liedje.
Het kan echter nog een stuk erger. Across The Universe is de gebruikelijke cover van Bowie. Dit keer waagt hij zich aan The Beatles. Het resultaat is niet echt goed. Wat heet, het is zelfs erg slecht. Niet dat het onluisterbaar is, maar de cover voegt werkelijk helemaal niets toe aan het origineel. Daarnaast past de wat kille stem van Bowie totaal niet bij de muziek. Het ergste van allemaal is misschien nog wel dat John Lennon het ook allemaal een goed idee vond en zelfs meespeelde op het nummer. Dat bewijst misschien ook wel dat Lennon in de jaren zeventig een beetje de weg kwijt raakte. Can You Hear Me behoort ook weer tot de categorie ‘aardig, maar niet schokkend’. Bowie toetert er lustig op los met zijn saxofoon, maar na een tijdje gaat dat vervelen. Het nummer is met zijn vijf minuten ook weer te lang. Het album eindigt gelukkig met het absolute prijsnummer, zodat er geen nare smaak blijft hangen. Fame was Bowies eerste nummer één hit in Amerika en dat is ook volledig terecht. Volgens de credits zou John Lennon het liedje mee hebben geschreven, maar dat is niet echt waar. Lennon verzorgde eigenlijk alleen de titel, maar hij kreeg toch een credit, omdat Bowie zich voor het nummer had laten inspireren door gesprekken met Lennon. Na een fantastisch intro (hét handelsmerk van de Philly Soul) speelt gitarist Carlos Alomar een zelf geschreven funky riffje waarover Bowie zingt over het leven van een beroemdheid. Op Fame komt alles samen van de Plastic Soul en dat zorgt voor het hoogtepunt op dit album.
Young Americans is vergeleken bij de rest van Bowies werk uit de jaren zeventig een kleine miskleun. Drie heerlijke nummers zorgen ervoor dat het album toch de moeite waard is. De rest is middelmaat, maar wel heerlijk luchtige middelmaat. Dat zorgt er voor dat je het Bowie allemaal snel vergeeft en wat makkelijker over de iets te aanwezige koortjes of de irritante saxofoon heenstapt. Behalve dan die vreselijke Beatles cover.
Het album begint met de titeltrack die meteen de toon voor de rest van het album zet. Bowie noemde deze stijl Plastic Soul omdat hij zelf ook wel in zag dat een bleekscheet uit Londen niet echt soulwaardig was. De hele plaat is dan ook een beetje ‘tongue in cheek’, maar dat is direct ook de charme. Young Americans swingt in ieder geval wel. Mede door de fijne achtergrondkoortjes, een idee van soullegende Luther Vandross. De tekst is redelijk cynisch met verwijzingen naar Watergate en Rosa Parks. Het leukste gedeelte is de verwijzing naar A Day In The Life van The Beatles als het koortje zingt: ‘I heard the news today, oh boy!’. Helaas is het volgende nummer een stuk minder. Win is een saaie ballad. Waar het vrouwelijke achtergrondkoor in Young Americans het nummer maakt, wekt het hier irritatie op. Het klinkt te geforceerd mooi. Alsof je luistert naar Michael Bolton. En nee, dat is geen goede zaak.
Fascination maakt dit echter meteen weer helemaal goed. Het Shaft-achtige ritme swingt meteen de pan uit. Ook hier weer koortjes, maar hier werkt het weer wel. Bowie klinkt geïnspireerd, maar houdt toch emotionele afstand, waardoor de Plastic Soul goed doorklinkt. Het nummer is een bewerking van een oud Luther Vandross nummer, getiteld Funky Music. In het spel Grand Theft Auto IV komt Fascination langs op het radiostation Liberty Rock Radio, waar grappig genoeg Bowies vriend Iggy Pop de DJ is. Right is een prettig swingend niemendalletje. Er is niets mis mee, maar het nummer doet ook vrij weinig moeite om te blijven hangen. Door de vrijblijvende sfeer die om Young Americans heen hangt is dit allemaal geen probleem. Het album is niet bedoeld als een serieus artistiek statement en dan zie je bepaalde dingen toch wat sneller door de vingers. Somebody Up There Likes Me is eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Ook hier glijdt de muziek een beetje langs me heen, maar ik kan er niet mee zitten. Waar ik wel mee kan zitten is het feit dat het nummer zes en een halve minuut duurt. Dat is veel te lang voor een geinig, maar absoluut niet briljant liedje.
Het kan echter nog een stuk erger. Across The Universe is de gebruikelijke cover van Bowie. Dit keer waagt hij zich aan The Beatles. Het resultaat is niet echt goed. Wat heet, het is zelfs erg slecht. Niet dat het onluisterbaar is, maar de cover voegt werkelijk helemaal niets toe aan het origineel. Daarnaast past de wat kille stem van Bowie totaal niet bij de muziek. Het ergste van allemaal is misschien nog wel dat John Lennon het ook allemaal een goed idee vond en zelfs meespeelde op het nummer. Dat bewijst misschien ook wel dat Lennon in de jaren zeventig een beetje de weg kwijt raakte. Can You Hear Me behoort ook weer tot de categorie ‘aardig, maar niet schokkend’. Bowie toetert er lustig op los met zijn saxofoon, maar na een tijdje gaat dat vervelen. Het nummer is met zijn vijf minuten ook weer te lang. Het album eindigt gelukkig met het absolute prijsnummer, zodat er geen nare smaak blijft hangen. Fame was Bowies eerste nummer één hit in Amerika en dat is ook volledig terecht. Volgens de credits zou John Lennon het liedje mee hebben geschreven, maar dat is niet echt waar. Lennon verzorgde eigenlijk alleen de titel, maar hij kreeg toch een credit, omdat Bowie zich voor het nummer had laten inspireren door gesprekken met Lennon. Na een fantastisch intro (hét handelsmerk van de Philly Soul) speelt gitarist Carlos Alomar een zelf geschreven funky riffje waarover Bowie zingt over het leven van een beroemdheid. Op Fame komt alles samen van de Plastic Soul en dat zorgt voor het hoogtepunt op dit album.
Young Americans is vergeleken bij de rest van Bowies werk uit de jaren zeventig een kleine miskleun. Drie heerlijke nummers zorgen ervoor dat het album toch de moeite waard is. De rest is middelmaat, maar wel heerlijk luchtige middelmaat. Dat zorgt er voor dat je het Bowie allemaal snel vergeeft en wat makkelijker over de iets te aanwezige koortjes of de irritante saxofoon heenstapt. Behalve dan die vreselijke Beatles cover.
Deep Purple - Made in Japan (1972)

4,5
0
geplaatst: 3 september 2004, 18:10 uur
Het beste live album wat ik ooit heb gehoord. Alles klinkt zo fris: het gitaarwerk van Blackmore is adembenemend, de vocale uithalen van Gillian zijn ongeëvenaard en de ritme sectie is zo trak als de broek van Shakira. Enige nadeel van dit album is dat er weer zonodig een drumsolo in moest. Mijn God, dat is echt niet om aan te horen zeg. 4,5 ster.
Derek and The Dominos - Layla and Other Assorted Love Songs (1970)

4,5
0
geplaatst: 15 oktober 2006, 20:08 uur
Ik had op deze plaats al geschreven dat ik dit de ultieme 'ik-wil-het-meisje-maar-ik-kan-haar-niet-krijgen-plaat' vind. Daar sta ik nog steeds helemaal achter. De gitaar van Clapton jankt mee met zijn bespeler over de onbereikbare vrouw. Uiteindelijk kreeg Clapton zijn onbereikbare vrouw, Pattie Boyd Harrison, wel. Misschien ook wel logisch. Als een vrouw voor mij een 75 minuten durend meesterwerk zou maken, dan had ik haar ook eeuwige trouw beloofd tot de pijnlijke scheiding die zou volgen.
Daar waar de meeste mensen het altijd hebben over het fantastische titelnummer, wil ik eens aandacht schenken aan de prachtige coda ‘Thorn Tree In The Garden’. Wat is dat toch een ongelooflijk mooi vat vol emoties. Bobby Whitlock zingt het heel erg kalmpjes en beheerst, maar je vóelt de pijn van onbeantwoorde liefde doorsijpelen:
She's the only girl I've cared for, the only one I've known.
And no one ever shared more love than we've known.
And I miss her
Dit somt voor mij het hele album op en dus zal ik er niet veel meer woorden aan vuil maken.
Daar waar de meeste mensen het altijd hebben over het fantastische titelnummer, wil ik eens aandacht schenken aan de prachtige coda ‘Thorn Tree In The Garden’. Wat is dat toch een ongelooflijk mooi vat vol emoties. Bobby Whitlock zingt het heel erg kalmpjes en beheerst, maar je vóelt de pijn van onbeantwoorde liefde doorsijpelen:
She's the only girl I've cared for, the only one I've known.
And no one ever shared more love than we've known.
And I miss her
Dit somt voor mij het hele album op en dus zal ik er niet veel meer woorden aan vuil maken.
Dinosaur Jr. - You're Living All over Me (1987)

5,0
0
geplaatst: 13 januari 2009, 15:33 uur
Wow! Dat is eigenlijk het enige wat ik uit kan brengen na het beluisteren van dit album.
Nou vooruit, ik kan nog wel iets meer uitbrengen. Dit is echt precies de muziek die in mijn straatje past. Hard, maar toch melodieus. Opener 'Little Fury Things' zet eigenlijk al meteen de toon met een geluid dat precies klinkt als de titel doet vermoeden. Het is echter niet mijn favoriete track, die eer gaat naar 'Tarpit'. Dat einde, man man. Alsof ik in een storm sta in een Siberisch strafkamp. Een soort My Bloody Valentine, maar dan nog veel beter.
De cover van The Cure is trouwens ook erg gaaf. Vooral dat abrupte einde na die laatste heavy metal schreeuw. Enige minpuntje is 'Poledo', waar ik eigenlijk gewoon niet zoveel aan vind.
En hierbij wil ik ook SST uitroepen tot mijn favoriete indie-label.
4,5*
Nou vooruit, ik kan nog wel iets meer uitbrengen. Dit is echt precies de muziek die in mijn straatje past. Hard, maar toch melodieus. Opener 'Little Fury Things' zet eigenlijk al meteen de toon met een geluid dat precies klinkt als de titel doet vermoeden. Het is echter niet mijn favoriete track, die eer gaat naar 'Tarpit'. Dat einde, man man. Alsof ik in een storm sta in een Siberisch strafkamp. Een soort My Bloody Valentine, maar dan nog veel beter.
De cover van The Cure is trouwens ook erg gaaf. Vooral dat abrupte einde na die laatste heavy metal schreeuw. Enige minpuntje is 'Poledo', waar ik eigenlijk gewoon niet zoveel aan vind.
En hierbij wil ik ook SST uitroepen tot mijn favoriete indie-label.
4,5*
Drive-By Truckers - Decoration Day (2003)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2008, 11:58 uur
Mooi album, maar toch is het geen meesterwerk. Er hadden best wat tracks weggelaten kunnen worden zodat je een wat compacter geheel zou krijgen.
Maar het is dus zeker wel een goed album. Ik hoor vooral de Stones van 68-71 hierin terug(overigens ook de enige periode die ik van hen ken, maargoed). Een nummer als 'Marry Me' had makkelijk op Sticky Fingers kunnen staan en dan had het nog tot de betere nummers gehoord ook. Het mooie aan deze band is dat ze drie gitaristen en drie leadzangers hebben, zodat er ook veel dingetjes op de achtergrond gebeuren. Weet niet of ik hier nog meer van ga checken. Misschien over een paar maanden weer eens een album.
Voor nu wil ik Ron Jans bedanken dat hij mij op dit album heeft gewezen. Ron bedankt!
4*
Maar het is dus zeker wel een goed album. Ik hoor vooral de Stones van 68-71 hierin terug(overigens ook de enige periode die ik van hen ken, maargoed). Een nummer als 'Marry Me' had makkelijk op Sticky Fingers kunnen staan en dan had het nog tot de betere nummers gehoord ook. Het mooie aan deze band is dat ze drie gitaristen en drie leadzangers hebben, zodat er ook veel dingetjes op de achtergrond gebeuren. Weet niet of ik hier nog meer van ga checken. Misschien over een paar maanden weer eens een album.
Voor nu wil ik Ron Jans bedanken dat hij mij op dit album heeft gewezen. Ron bedankt!
4*
