MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Odawas - Raven and the White Night (2007)

poster
3,5
Odawas? Odawie?
Het zei me helemaal niks, het hoesje viel me wel op en dat vroeg om een verkenning. Momenteel doet myspace op dat gebied goede zaken en het nummer dat ik daar hoorde vond ik boeiend genoeg om het hele album maar eens uit te gaan proberen.

Opener The Maddening of Raven is een donkere geluidscollage. Onheilspellende tonen, dik aangezet en soms aardig dramatisch overkomend en flarden gesproken geluidsfragmenten. Je kunt je openers toegankelijker maken.......... het schrok mij niet af. Het pompeuze vroeg om meer.
Meer komt er bij het volgende nummer When God Was A Wicked Kid dat folky start op akoestische gitaar. Al snel krijgt het een dromerige sfeer toebedeeld. IJzig en winters, dat is het eerste beeld dat ik er bij krijg. Ja een Sigur Ros-achtig sfeertje ook al is het er niet echt mee te vergelijken.
Getting To Another Plane opent ook onheilspellend en dreigend, terwijl de instrumentatie dat helemaal niet is. Hier waart de geest van Jeff Buckley rond, waarschijnlijk door de hoge ijle zang. Ondanks het gebruik van orgel en strijkers kan ik ook hier nergens zeggen dat ik het warm vind overkomen, het blijft allemaal koel en kil en zorgt daardoor voor een aparte luisterervaring. Ik vind het wel wat hebben.
Alleluia is op myspace te horen en doet ook aan Jeff Buckley denken. Jeff had zijn Leonard Cohen-cover Hallelujah, Odawas heeft het schitterende Alleluia. Een sfeervol, zweverig nummer. Alsof je terug de tijd wordt ingeslingerd naar jaren waar winters nog echte winters waren, waar je kleumend en tot op het bot verkleumd je huis moest zien te bereiken, lopend welteverstaan want per fiets of auto is niet meer haalbaar. En ondanks dat enorm genieten van koning Winter en zijn prachtige landschap.
Love Is... (The Only Weapon With Which I Got To Fight) heeft wederom weer geluidsfragmenten en slingert alle kanten op: vervreemdend en daardoor weet het mij op het puntje van mijn stoel te houden. Een beetje vreemd kan dus echt heel lekker zijn blijkt wel weer.
De titel Circus Song belooft luchtiger zaken, maar u begrijpt dat dat er niet in zit. Dit is redelijk pittige kost waar je even voor moet gaan zitten. Dit is vertoeven in een andere wereld. Hier moet je tijd voor nemen om die wereld te doorgronden. Als je dat eenmaal goed doet ervaar je een hoop moois, daar is dit nummer zeker bewijs van.
Beware dreigt weer van alle kanten, maar dreiging lokt mensen nu eenmaal, we zoeken graag het spannende op. Dat doet Odawas hier ook. Op zich is het wederom geen ingewikkeld nummer, maar toch moet het zich langzaam onder je huid weten te kruipen. De zang blijft een opvallende en sterke troef op het hele album en in dit nummer komt dat heel goed naar voren.
Barnacles And Rustic Debris begint zweverig en engelachtig maar slaat na bijna 2 minuten om in rauwe agressieve tonen. Een rauwe gitaar scheurt de boel open. Drums donderen door je huiskamer om langzaam aan weer terug te zakken naar het niets.
Alhoewel.... niets? Niet helemaal, want er volgt nog één nummer n.l. The Ice. Ik heb al regelmatig winterse en ijzige vergelijkingen getrokken dus dan ook maar je afsluiter deze titel meegeven.
Als alle sneeuw is neergedwarreld en alles en iedereen binnen zit blijft er een sprookjesachtig landschap over. Bomen zonder bladeren, geen dier of mens te zien, één grote witte vlakte en het suizen van de kille wind is alles wat er over blijft........................

Of Monsters and Men - Beneath the Skin (2015)

poster
4,0
In IJsland maken ze uitstekende muziek, dat weten we onderhand wel. Sprookjesachtig wellicht maar daar kan ik Of Monsters and Men niet op betrappen hoe goed ze ook hun best doen voor wat betreft hun naam.

Wel hoor ik uiterst toegankelijke muziek met een bite. Prettige samenzang, mooie gitaarlijnen en zeer catchy nummers. Ik denk eerder aan een band als The Jezabels die notabene uit heel andere contreien komen (Australië).

In eerste instantie denk je 'ach ja, klinkt leuk' maar voor je het weet ben je na een aantal nummers aardig opgegaan in het album en merk je dat de nummers goed blijven hangen.

Mijn voorkeur gaat uit naar de nummers waar Nanna Bryndís Hilmarsdóttir de hoofdrol heeft, maar het is de afwisseling met Ragnar Þórhallsson die het waarschijnlijk tot een prettige luisterervaring maken. Juist dit soort album willen wel eens verzanden in een nietszeggende brij en hier is dat juist niet het geval. Elk nummer blijft boeien.
Enige nadeel is dat dit album minder verrast dan voorganger My Head Is an Animal waardoor de frisheid van dat album een beetje overschaduwd wordt door het bekende gevoel dat je inmiddels hebt. Beneath the Skin is hooguit ietsje minder luchtig.

Voor Sigur Rós-achtige klanken hoef je hier niet te wezen, wel als je zin hebt in een album vol goede songs waar pop op aangename wijze met rock vermengd wordt.
Om de titel maar eens aan te halen: deze nummers kruipen echt onder je huid en daar hebben ze niet eens veel tijd voor nodig!

Oh No Ono - Eggs (2009)

poster
Regelmatig geef ik mensen tips als ik denk dat het wel eens aan kan slaan en dan krijg ik ze ook wel eens terug. Deze keer van ene Stephen Ellis (ja van Revere)......

Oh No Ono??? Zegt me niks maar ik ben benieuwd.

Na twee nummers ben ik al overtuigd en moet ik enorm denken aan de projecten van Dan Popplewell van The Magic Theatre en Ooberman: het kitscherige, het bombastische, het bijna sprookjesachtige.
Het lukt deze Denen heel snel om mij een andere wereld in te trekken, een wereld die niet voor iedereen geschikt is want je moet wel tegen dit soort koortjes in combinatie met allerlei orkestraties kunnen. Voor velen ongetwijfeld veel te zoet.

Kun je er wel tegen zorg dan vooral dat je niet verdwaalt in een woud van muzikale verrassingen. Laat je meevoeren naar het einde om vervolgens verdwaasd te concluderen dat je nog wel een keer zin hebt in deze maffe muzikale tocht.....

Oi Va Voi - Oi Va Voi (2007)

poster
3,5
bbaadd schreef:
Nu in de 3 voor 12 Luisterpaal

En bij mij in de cd-speler

Zoals gezegd zou ik nog terug komen op dit nieuwe album van Oi Va Voi, de band die mij zo wist te verrassen met hun vorige cd.

De single Yuri draai ik al een hele tijd via de myspace pagina van de band.
Heerlijke muziek met klezmer invloeden. Ze gaan er dan ook prat op dat zij de eersten waren (in tegenstelling tot b.v. Basement Jaxx of Gogol Bordello).
Ik denk dat dat wel mee zal vallen; er zullen er vast wel eerder zijn geweest, maar dat neemt niet weg dat het aanstekelijk werkt en dat dit nummer gewoonweg een heerlijk begin van deze cd is.
Further Deeper stond ook al op myspace en kende ik dus ook al wat beter voor verschijning van dit album (sinds afgelopen vrijdag in de winkels). Alice McLaughlin neemt de lege plek in die KT Tunstall achterliet en doet dat niet onverdienstelijk. KT wie?
Naast het vertrek heeft ook violiste Sophie Solomon de band verlaten om aan haar solo-carriere te werken. Sophie was overigens een volwaardig Oi Va Voi lid en KT Tunstall niet. Dit nummer doet niet onder voor de werkjes van Laughter Through Tears.
Look Down heeft een warme sound met hier en daar wat leuke spannende foefjes om de mix tussen oosters en westers lekker scherp te houden. Heerlijke trompetpartijen doen mij smelten.
Dissident is een indrukwekkend nummer waarop de Hongaarse folkzangeres Agi Szaloki te horen is. Die Hongaarse invloeden waren op het vorige album ook te horen. De opbouw van dit nummer is erg sterk en zorgt wel voor een hoogtepunt op dit album.
Op Balkanik gooit Oi Va Voi de feest-registers weer open. Gulag Orkestar van Beirut deed het ook goed met deze muziek (ja Oi Va Voi jullie waren eerder). Waan je op een oosterse bruiloft en feest mee.
Black Sheep heeft McLaughlin weer in de hoodrol in dit sterke nummer met een wat weemoedig karakter.
Op het vorige nummer deed ze Tunstall al vergeten en voor de twijfelaars van die stelling bewijst ze het hier dubbel en dwars.
Nosim is een kort tussendoortje gedragen door blazers en Dry Your Eyes is een melancholisch nummer en zorgt voor de veelzijdigheid van dit album (misschien nog wel meer dan op de voorganger).
Worry Lines heeft wat meer electronica. Meng dit met de warme zang, viool en trompet en je krijgt een bijzonder nummer dat als het ware de warmte uit je boxen doet stralen.
Spirit of Bulgaria klinkt desolaat en triest. Waan je helemaal alleen in de straatjes van een of ander Oost-Europees dorpje en denk eens na over alles wat het leven je te bieden heeft.
Jammer dat die voice-over de boel een beetje moet verpesten.

Zoals eerder vermeld was ik heel benieuwd of de band mij weer zo zou weten te raken. Ik moet zeggen dat de verrassing inmiddels verdwenen is. Ik ben te goed bekend met Laughter Through Tears en ook de oost-europese invloeden bij b.v. Basement Jaxx zijn niet aan mij voorbij gegaan. Gulag Orkestar van Beirut is tot op heden ook een cd die ik nog best graag beluister.
Om die redenen zet ik een halfje lager in, maar ik moet daar wel bij vermelden dat dit album niet onder doet voor zijn voorganger en dat de mogelijkheid tot een halfje meer altijd nog aanwezig is. Per slot van rekening blijft dit een leuk schijfje voor muziek-avonturiers die ook weer niet al te gek willen doen.

Overigens moet ik mijzelf herstellen n.a.v. mijn eerste post: Laughter Through Tears was niet hun debuut, dat was Digital Folklore uit 2003, een album dat vrij zeldzaam is en waarvan een aantal nummers terecht kwamen op Laughter Through Tears. Daarom noemen velen dit dan ook niet als zijnde hun debuut

Ola Salo - Snodda Sånger till Salo (2015)

poster
4,0
The Ark zong al eens in het Zweeds (Kola Kola, te vinden op de soundtrack van Shortbus) en Ola Salo doet het op deze solo-EP (met covers van o.a. Familjen en Amanda Jensen) ook.
Het heeft haast wat vertederends......

Snodda Sånger till Salo is het eerste levensteken van Ola op sologebied sinds het uiteengaan van The Ark. Niet dat hij een lange break heeft genomen (zo was hij te zien in de Zweedse musicalversie van Jesus Christ Superstar) maar een solo-album verscheen maar niet.
Daar is deze EP ook niet echt een voorbode van, want deze nummers hebben het debuut Wilderness niet gehaald. Daarvoor moeten we de EP How I Kill hebben waar alle 4 de tracks te horen zijn op Wilderness.

Snodda Sånger till Salo is een leuke EP waar de ingrediënten van The Ark op terugkeren alleen klinkt het soms nog wat rommelig (mede dankzij de afwisseling tussen Engels en Zweeds maar ook de verschillende stijlen waar niet echt een eenheid van valt te maken), te flets en zijn sommige nummers ietwat zoet in mijn oren. Gelukkig herstelt hij dat op Wilderness en daar gaat het uiteindelijk echt om. Dit is gewoon een leuk extraatje dat bovenop mijn vreugde komt deze man weer actief te zien in de schijnwerpers buiten het Zweedse theater.

Ola Salo - Wilderness (2015)

poster
4,5
Als groot liefhebber van The Ark betreurde ik hun besluit te stoppen enorm, wetende dat zanger Ola Salo ongetwijfeld wel met een solo-album zou komen.
Het heeft even geduurd, want Salo hield zich met andere dingen bezig zoals bijvoorbeeld de hoofdrol spelen in de Zweedse versie van Jesus Christ Superstar.

The Ark stond bekend om z'n glamrock en lekker kitscherige pop. Grote gebaren waren Salo niet vreemd, dat bleek ook toen de band in het Rotterdamse Waterfront stond jaren geleden. Wat een feest was dat.

Gek genoeg was me totaal ontgaan dat dat solo-album er nu dan eindelijk is. Toevallig was ik aan het kijken wat in Zweden op dit moment populair is omdat ik daar deze zomer op vakantie ga. Niks leuker als wat Zweedse artiesten ontdekken. Ontdekken gaat niet op voor Ola maar de vreugde was groot hem daar deze week op nummer 2 van de albumcharts binnen te zien komen constaterend dat zijn solo-album uit is.

De vreugde was nog groter toen bleek dat de gekte van The Ark er nog steeds is. Wilderness is wederom een feestje, ook zonder z'n makkers van The Ark (alhoewel er wel degelijk medewerking uit die hoek is op dit album).
Glamrock, uitbundige ABBA-achtige pop, Queen-koortjes.... het is er allemaal weer van de partij. Een waar festijn voor liefhebbers van muziek die soms wat over de top gaat, ongetwijfeld een marteling voor serieuze fijnproevers.

Wilderness is soms iets te veel van dik hout zaagt men planken maar dat is wat ik nu net even nodig had. Blij dat ie terug is!

Old Sea Brigade - Ode to a Friend (2019)

poster
4,0
Na een aantal EP's verschijnt zo aan het begin van een nieuw muziekjaar het debuutalbum van Ben Cramer onder de naam Old Sea Brigade. De titel van het album is ontstaan door de zelfdoding van een goede vriend. Het afsluitende nummer heeft Cramer gelijk na de dood van zijn vriend geschreven (hij ziet het zelf als een soort afsluitende 'interlude'). Behoorlijk persoonlijk dus, en zo voelt het hele album wel aan.

Zo op het eerste gehoor zou je zeggen 'folk-album' nummer zoveel en er zijn er al zo ongelooflijk veel van, waardoor je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Toch weet Cramer zich te onderscheiden door er af en toe lichte elektronische elementen aan toe te voegen. Het doet me dan denken aan het oude werk van Bon Iver of William Fitzsimmons. Het enige verschil zit hem dan in de klankkleur van zijn stem, die ik vrij vlak vind. Een beetje Thomas Dybdahl, waar ik dat ook bij heb.

Ode to a Friend klinkt warm en moet een vrij breed publiek kunnen aanspreken. Ondanks dat bij mij persoonlijk de verzadiging aan het toenemen is voor wat betreft singer-songwriters moet ik toch eerlijk bekennen dat dit album me best weet te pakken en wie weet wat dat op langere termijn gaat opleveren.

Een mooie start van het nieuwe jaar, dit Ode to a Friend. Dat gaat nog wel even flink genieten worden!

Oli Spleen - Fag Machine (2013)

poster
4,0
Het debuut van Oil Spleen.

Hij doet me een beetje aan John Grant denken op dit album, maar dan wel de John die wat experimenteert met rock en dansbare ritmes.

Allebei ook even uitgesproken.

Marilyn Manson hoor ik soms ook een beetje, maar dan wat minder heavy (Kicksville bijvoorbeeld).

In het begin moest ik er even inkomen omdat zijn latere werk hier wat van afwijkt, maar ik merk dat ik eigenlijk makkelijker naar dit album grijp. Wellicht omdat zijn zang hier wat beter tot zijn recht komt.

Best een rauw, opwindend plaatje! Beetje punk, beetje gothic, beetje cabaret....

Oli Spleen - Flowers for Foot Foot (2020)

poster
3,5
Het derde album van Oli Spleen is een coveralbum.

Zo is Funeral Dirge een nummer dat te horen is in de serie De Freggels (wie kent ze nog?!). Het valt op door de balkan-vibe (dankzij de klarinet).

In Dreams is oorspronkelijk van Roy Orbison en Spleen weet dat sfeertje wel te behouden.

Song of Old Lovers kennen we van Jacques Brel en wat een heerlijk nummer blijft dat toch. Hier hoor ik een Gavin Friday-echo.

Quicksand is van David Bowie (te vinden op Hunky Dory). Kom niet aan Bowie zou ik haast willen zeggen, maar Spleen doet het niet zo slecht hier. Z'n zang blijft op het randje, maar hij weet het misschien wel mede daardoor eigen te maken.

Leonard Cohen schreef Avalanche en Spleen geeft het een cabaret-randje mee.

Pissing in a River is een nummer van Patti Smith. Hij geeft er een wat bombastische draai aan.

Story of an Artist is van Daniel Johnston. Hij laat het om de piano draaien en vult het in met een strijkersarrangement. Best fraai gedaan.

My Pal Foot Foot, van The Shaggs is al een rammelrock geval waar ik mijn wenkbrauwen bij frons, maar hier is het echt drama. Takkeherrie, puur om de herrie. Het zal wel. Ik heb hier niks mee en het valt compleet uit de toon met de rest. Jammer van dit einde.

Oli Spleen - Gaslight Illuminations (2019)

poster
4,5
Het tweede album van Oli Spleen gaat een heel andere kant op: de vaudeville/cabaret-kant wordt hier veel meer benadrukt en ook strijkers krijgen een veel grotere rol. Het doet me hier en daar dan ook een beetje aan Gavin Friday denken.

Wat ook wat meer opvalt is de zang van Spleen. De man is niet werelds beste zanger en zingt soms op het randje, maar die godvergeten mooie arrangementen doen je dat helemaal vergeten.

Het gothic randje is ook nog aanwezig, maar op een andere manier. Sopor Aeternus schiet em soms te binnen, alhoewel die veel alternatiever en donkerder is en daardoor ook veel meer de gothic hoek in.

Er staat ook een cover van I'll Be Your Mirror op met een schitterend arrangement. Spleen heeft ook een cover-album uitgebracht en soms wat losse tracks als Wuthering Heights, covers die ik soms tenenkrommend aanhoor en dat is dan echt door zijn manier van zingen. Ook hier vind ik dat best een ding. Maar zoals gezegd, vergeet ik dat snel door de prachtige vertolking.

Mishkin Fitgerald werkt vaak samen met Spleen en dat is een betoverende combinatie zoals te horen op Little Lost. Ook de pedal steel draagt bij aan de sfeer op dat nummer.

Verder valt de piano op dit album op en het soms spookachtige sfeertje. Een bijzonder album dat ik snel in mijn hart gesloten heb, ondanks de zang van Oli Spleen.

Oli Spleen - Night Sweats & Fever Dreams (2020)

poster
4,0
In 1999 kreeg Oli Spleen de diagnose HIV positief. Een jaar later ging het niet best met hem. Hij had zwaar te lijden onder zijn ziekte.

In de jaren die volgden schreef hij met Nick Hudson het album Night Sweats & Fever Dreams over de afschuwelijke AIDS epidemie die veel gay mannen ondergingen.

Nieuwe nummers gemengd met bestaande die een andere aanpak kregen. Het levert zeer persoonlijke composities op die echt heel fraai klinken. Zwierig, cabaretesk en fraai gearrangeerd door Hudson.

De nare tijd is over voor Spleen die dit album in quarantaine afgerond heeft in die andere epidemie waar hij als patient ook voor moest oppassen: COVID.

Inmiddels gaat het dus goed met hem: z'n virale lading is ondetecteerbaar. Maar de nare tijd waar hij op het randje lag heeft wel een wonderschoon, maar tevens wrang album opgeleverd.

Oli Spleen - Still Life (2022)

poster
3,5
Het nieuwe album van Oli Spleen heet Still Life.

Het album is zijn meest cabareteske album uit zijn discografie. Denk aan Gavin Friday of Marc Almond.

Veel piano en strijkers op dit album en dat vind ik dus heerlijk. Het zwiert er lekker op los af en toe en de toevoeging van koortjes zijn fraai.

Op These Days Will Pass horen we ineens Stuart Warwick terug. Ik volg die man nog steeds en hoop op ooit weer een nieuw album van zijn hand. Hij is dan ook de reden dat ik Oli Spleen heb ontdekt. Door zijn melding van deelname aan dit album kwam ik hier terecht.

Toch bevalt het tweede album me net wat beter dan deze en dat komt echt door de zang van Oli, die ik op dit album soms nauwelijks nog trek. Ik ben gewend aan het soms tegen het randje aan zingen van Marc Almond of Nick Cave, maar Spleen gaat er voor mijn gevoel net overheen af en toe. The Garden is een mooi voorbeeld daarvan. Prachtig nummer, maar z'n zang trek ik hier een stuk minder. En bij gebruik van zijn kopstem haak ik af. Dit is gewoon niet mooi meer. Maar mijn hemel wat klinken die strijkers dan weer wel lekker zeg.

Wat ik heel positief vind is het gebruik van al die 'natuurlijke' instrumenten: strijkers, piano, klarinet, noem maar op. Ook tekstueel is hij sterk.

Een bijzonder album dat weinig mensen zal trekken ben ik bang. Geeft niet. Dat zijn de verborgen juweeltjes en die koester ik zelf wel.

Oliver Sim - Hideous Bastard (2022)

poster
4,0
In het openingsnummer naar buiten brengen dat je sinds je 17e leeft met H.I.V. en dan Jimmy Somerville mee laten zingen. Dat is een binnenkomer.

Dat Sim, bandlid van The xx, gay is was al bekend, maar hij gaat op dit solo-album de diepte in naar eigen zeggen. Hij ziet dit album als een goed middel om zijn angsten en schaamte om te zetten in muziek en er zo mee om te kunnen gaan.

Zo'n instelling kan vaak leiden tot geweldige muziek en is Hideous Bastard dat?

The Beach Boys vormden een inspiratiebron, dat is voor mij beslist geen pré daar ik geen groot liefhebber ben. Maar dat hoeft verder niks te zeggen. De titel-track als opener pakt sowieso wel en nodigt uit tot meer. Jamie xx is verantwoordelijk voor de productie en ergens is dat ook wel terug te horen in de nummers.

Zijn zang is herkenbaar en dat is knap, want gaandeweg merk je toch dat dit album andere koek is dan The xx. Hideous is speels, spannend, luchtig en donker tegelijk. Ik vind het zelfs wel sexy. Ook drama ontbreekt niet, iets wat we vaker ervaren bij artiesten die gay zijn.

Oliver Sim levert wat mij betreft een krachtige en zeer persoonlijke popplaat af, een album waar we zeker ontzag voor mogen hebben. Van mij krijgt hij het, zoals ook artiesten als Perfume Genius dat krijgen. Dit is voor dit moment gewoon zeer interessante indie-pop waar ik behoorlijk van kan genieten.

Olivia Pedroli - The Den (2010)

poster
4,0
Je hebt soms van die albums die je te laat ontdekt en daar is The Den van Olivia Pedroli er eentje van.

Zangeressen op cello hebben op voorhand al een streepje voor en als je dan net als Pedroli best gruizig van start gaat (een hoop bijgeluiden, waaronder een laag overvliegend vliegtuig) dan wekt dat interesse. Bow is met haar Joan As Police Woman-achtige zang niet het meest makkelijke nummer om mee te starten.
The Day toont al snel aan dat ook mooie melodieën niet ontbreken: melancholie alom, verpakt in wonderschone klanken met dito instrumentatie.
Het is een perfecte samenvatting van een album dat twee kanten toont: de wat grillige van het eerste nummer en de schoonheid van het tweede.
Pure folk zoals ook Vashti Bunyan het laat horen (niet mee te vergelijken overigens) en tevens folk anno nu.

Olivia Perdoli laat je huiveren, zorgt voor kippenvel en weet het voor elkaar te krijgen dat ze je het gevoel geeft een persoonlijk huiskamerconcert te geven voor jou alleen; de luisteraar die tot de gelukkigen behoort haar ontdekt te hebben of te zijn getipt (dank muziekobsessie!).

Heel erg mooi dit!

Olly Knights - If Not Now When (2012)

poster
3,5
Olly Knights is één van de twee Turin Brakes mannen (de blonde). If Not Now When is zijn eerste solo-album.
Het is altijd afwachten hoe zo'n album klinkt als iemand uit zo'n bekende band ineens onder eigen naam iets gaat opnemen. Is het iets heel anders of horen we eigenlijk hetzelfde geluid (en missen we dan toch net die inbreng van de andere bandleden/het andere bandlid)?

Dat was voor mij wel de grote vraag bij dit album. Het antwoord werd al vrij snel duidelijk: Olly Knights bewandelt hier geen echt nieuwe wegen. Zijn stemgeluid is uit duizenden te herkennen en akoestische gitaar vormt ook nu een belangrijke kern van deze cd. Niet veel anders dan zijn werk met Turin Brakes dus en dan heb ik gelijk het 'probleem' te pakken.
Ik mis de samenzang met Gale Paridjanian die Turin Brakes toch zo enorm kenmerkt. De liedjes an sich zijn weer dik in orde maar hadden ook op een Turin Brakes album terecht kunnen komen. Ze klinken wat soberder maar de warmte ervan is nog steeds voelbaar.

Olly zal ongetwijfeld zijn redenen hebben gehad om dit album alleen op te nemen. Je voelt ook echt wel dat het een solo-album is maar ergens mis ik toch dat unieke van Turin Brakes.
Het kan een kwestie van wennen zijn natuurlijk en verder is If Not Now Now When gewoon een uitstekend singer-songwriter album. Niet veel meer of minder.

OMD - History of Modern (2010)

poster
3,5
Oude wijn in nieuwe zakken. Oude zakken met nieuwe wijn. Oude zakken doen hun truukje opnieuw. Zoiets was het toch?!
Wat maakt het ook uit.

'Architecture & Morality' en 'The Best Of': dat waren ze dan wel weer. O.M.D. is voor mij vooral een hitbandje uit de jaren '80 geweest. Een top 40 hitmachine. Ik weet dat ik ze daarmee tekort doe en daarom dat ik Architecture & Morality ooit verplichte kost heb gevonden om dat een beetje goed te maken.
O.M.D. was leuk en ik was benieuwd of ik daar ook 'is leuk' aan toe kon voegen.
Dankuwel Pet Shop Boys die met hun laatste album ervoor zorgde dat ik die ook weer terug in de spotlights kon zetten en nog lang niet hoefde af te schrijven.
Nu ken ik van dat duo wel zo'n beetje de hele discografie dus het vergelijk gaat niet helemaal op, maar qua gevoel toch zeker wel.

Nou, ik kan u mededelen dat O.M.D. nog steeds leuk is. Zo'n nummer als History of Modern (Part I) is toch onweerstaanbaar?! Dat kan toch alleen O.M.D. maar???!!!
De rest is ook zeer genietbaar en dan mogen het misschien wel wat oudere kerels zijn inmiddels: ze maken nog steeds bovenste beste pop!
Het klinkt nog lekker fris, het is een beetje mijmeren over de jaren '80 zonder dat het belegen gaat worden. Met History of Modern weten de heren hun sound met groot gemak naar deze nieuwe eeuw te tillen en dat mag best een prestatie genoemd worden.
Qua beoordeling ga ik nog rustig van start, maar het zou me niet verbazen als er snel een halfje bovenop komt.

Aanstekelijk!

One Week Wonder - Mars (2017)

poster
4,0
One Week Wonder bracht eerder al de EP Mars uit, maar nu is het ook in Nederland verkrijgbaar en met uitbreiding van nummers op het Final 500 label. Nummer vijf uit de serie al weer.

Goed dat het label er is, want anders had ik nooit van deze IJslandse band gehoord en was dat waarschijnlijk zo gebleven.

Volgens de band zelf moeten we de invloeden zoeken bij Pink Floyd, Air en Ennio Morricone (hoorbaar op Vestri). Een prima omschrijving. Zelf schoot John Grant en in lichtere mate Midlake nog door me heen.

Sfeervolle rock, zoals we het wel vaker aantreffen in het hoge noorden. Origineel? Niet echt. Mooi? Jazeker. Van dit soort muziek kan je nooit genoeg horen.

Hiermee weet Final 500 wederom iets heel moois binnen te halen en wordt de reeks alleen maar sterker.

Ooberman - Carried Away (2006)

poster
4,0
Ooberman is de band van Dan Popplewell die we ook kennen van The Magic Theatre, Symphonika en Ooberon die alle drie als zijprojecten beschouwd kunnen worden. In the Magic Theatre horen we ook Sophia Churney terug die daar een nog veel grotere rol heeft dan in Ooberman.
Muzikaal ligt het allemaal niet zo vreselijk ver van elkaar vandaan: Ooberman heeft hier en daar iets psychedelisch in zich maar dan wel de pop-variant en net als bij The Magic Theatre duikt het theatrale, haast filmische regelmatig op (Twinkling Aurora).
Verder hoor ik regelmatig wel wat Beatles-invloeden terug en moet ik soms ook denken aan een snufje Arcade Fire.
Al vanaf de heerlijke opener Carried Away zit ik helemaal in het album. Wat dat aan gaat is die titel treffend gekozen.
Ooberman maakt 'glorious orchestral pop' zeggen ze zelf en ik kan het daar helemaal mee eens zijn.

Op MySpace zeggen gaan ze zelfs nog een stapje verder:

Ooberman sound 99% like

OOBERMAN

Ooberman sound 75% like

A VINTAGE WALT DISNEY MOVIE

Ooberman sound 50% like

DELGADOS
GRANDADDY
JASON FALKNER
JOY ZIPPER
MERCURY REV
MELYS
STARS
VAN DYKE PARKS

Ooberman sound 40% like

BEACH BOYS
CAMERA OBSCURA
FLAMING LIPS
HIDDEN CAMERAS
LIGHTNING SEEDS
LUXEMBOURG
POLYPHONIC SPREE
SALAKO
SLEEPY JACKSONS
SUPERNATURALS
TYRANNOSAURUS REX
VIRGIN-WHORE COMPLEX
YO LA TENGO
YOUNG AND SEXY
ZOMBIES

Ooberman sound 30% like

AIR MIAMI
ANDREW BIRD
BELLE & SEBASTIAN
BRANDAN BENSON
dEUS
EGGMAN
GORKYS ZYGOTIC MYNCI
HOLYDAY FLYER
LOOPER
MILLENNIUM
MULL HISTORICAL SOCIETY
SAGITTARIUS
SALAKO
SEAFRUIT
SUPER FURRY ANIMALS

Ooberman sound 20% like

BALLBOY
BERGEN WHITE
BETA BAND
BITTER SPRINGS
BLUETONES
BLUR
BYRDS
CALL & RESPONSE
CARTER USM
HEFNER
KANDA
LOVE
LUKSUS
MAGIC NUMBERS
MURRY THE HUMP
PULP
QUASI
SPARKLEHORSE
TREMBLING BLUE STARS
WANNADIES

...and that's a fact.


Zo is het inderdaad maar net. Maar laat ik vooral opmerken dat die bovenste opmerking het meest treffend is: Ooberman is Ooberman. Een ontdekking die mij in elk geval heel erg blij maakt!

Ooberman - Hey Petrunko (2003)

poster
4,0
Dan Popplewell is er met zijn kitschpop de laatste weken goed in geslaagd mij te veroveren en mee te nemen in zijn wonderlijke sprookjeswereld: The Magic Theatre is maar niet uit mijn systeem te bannen, Symphonika is zo lekker dramatisch meeslepend en zijn bijdrage aan Ooberon heeft er ook voor gezorgd dat ik dat bandje ben gaan waarderen.
De band waar het uiteindelijk echt om gaat is Ooberman en op Hey Petrunko slagen ze er wederom in mij bijna een uur lang in te pakken.
Vijftien nummers met soms een kitschrandje (ik hoor heel soms wat Arcade Fire), drie videos en één docu-film allemaal op een zilveren schijfje.
Zoals gezegd hoor ik er soms wat bombast van Arcade Fire in terug maar daarmee kan ik zeker niet het hele album vergeleken want de stijlen lopen behoorlijk uiteen waardoor het juist zo'n aantrekkelijk geheel vormt voor mij. Want het mag dan allemaal een allegaartje lijken; dat is het allerminst. Daarvoor is deze 'glorious pop' veel te veel een coherente aaneenschakeling van filmische songs.
Het is jammer te moeten constateren dat Ooberman het niet echt lukt om goed door te breken. Misschien dat veel mensen dit een beetje too much vinden. Het zou kunnen. In mij hebben ze in elk geval een volgeling gekregen en ik zal het zeker niet nalaten als ik ze ooit eens live kan gaan bewonderen want dat lijkt me ook wel wat.
Hey Petrunko is in elk geval een heerlijke cd waar ik de komende tijd goed mee vermaakt zal worden!
*Stuiterdestuiter* gaat ie voort............. SnakeDance...... woehoeeeee

Ooberon - Waiting for the Sonic Boom (2007)

poster
4,0
Ooberon is een zijproject van Ooberman-leden Andy en Steve Flett.
Qua stijl ligt het enigszins in het verlengde daarvan. De kitscherige invloed van Dan Popplewell (die wel zijn bijdrage levert net als Sophia Churney) is hier wat minder waardoor er korte, puntige pop-rock nummers te horen zijn op deze cd. Ik denk bijvoorbeeld aan Blur als ik National Insurance hoor. En daarmee horen we typische jaren '90, maar ook andere decenia komen aan bod op dit rijkelijk gearrangeerde album die het voor elkaar krijgt mij lekker enthousiast te laten worden van zoveel ongecompliceerdheid.
Als ik Waiting for the Sonic Boom hoor besef ik weer hoe heerlijk het kan zijn om naar een cd te luisteren dat niet al te veel pretenties heeft en dat zo'n heerlijke pop-saus heeft op liedjes die toch nog genoeg scherpe randjes weten te behouden.
Zomers? Misschien wel. Het is opmerkelijk dat Ooberon nog geen enkele aandacht heeft gekregen op musicmeter en dat ik de eerste stem mag uitdelen.
Bij deze.......... en grappig dat mijn exemplaar is voorzien van de namen van de heren plus nummer 146/200. De eerste 200 cd's ging er indertijd namelijk op die manier uit: handgeschreven in het boekje. Ze doen het vaker blijkt.

Oren Lavie - Bedroom Crimes (2017)

poster
4,5
Toen ik het vorige album van Oren Lavie zo'n vijf jaar geleden voor het eerst hoorde was ik snel om. In die jaren was ik een beetje verkikkerd op alles wat uit Israël kwam. Want pareltjes lagen er voor het oprapen en niemand die dat echt in de gaten had. Zo was daar ene Asaf Avidan. Toen die eenmaal los ging hier ben ik weer andere wegen in gegaan en lag Israël weer een beetje achter me.

Niet qua jazz, waar beide Avishai Cohens het goed bleven doen.

Maar met de nieuwe Oren Lavie is Israël weer in beeld bij me. Prachtige nummers. Releaxed. Dromerig. Gewoon mooi.
Enige nadeel vind ik zijn ietwat fletse stemgeluid die wat minder bij me doet.

Vernieuwend? Welnee. maar soms is gewoon mooi meer dan genoeg. Bedroom Crimes is gewoon mooi. Dat u dat even weet!

Orville Peck - Appaloosa (2025)

poster
4,0
Orville Peck keert terug met wederom een EP met daarop zeven nieuwe nummers die een klein half uurtje klokken.

Daar kan ik wel even mee door (niet te lang uiteraard).

De man is populair met zijn queer-country. Het masker is nog steeds niet verdwenen, maar genoeg foto's online te vinden van de tijd dat hij nog gewoon Daniel Pitout was. Daarop is geen masker te zien; zijn kleding overigens ook niet

Appaloosa blijkt een vrij rustige EP te zijn geworden, met wat trage, slepende countrynummers zoals we ze inmiddels wel kennen van hem.
Wellicht dat hierdoor de verrassing, voor zover die er ooit was, wel verdwenen is maar dat neemt niet weg dat ik nog lang niet ben uitgekeken, eh uitgeluisterd, op Orville Peck.

Orville Peck - Bronco (2022)

poster
4,5
Onze gay-cowboy Orville Peck is back!

Allereerst met een schitterende hoes die de aandacht van mij wel weet te trekken. Is dat masker nog steeds zijn handelsmerk? Jazeker. Misschien wat flauw, maar het draagt bij aan het mysterie rondom Orville.

Die hoes is er niet alleen voor het mooie: paarden vormen een terugkerend thema in Peck's werk en op Bronco staat het voor vrijheid, je nergens iets van hoeven aan te trekken. Niet geheel vreemd als je beseft dat Orville Peck openlijk voor zijn geaardheid uitkomt.

Vijftien nummers met zijn donkere, warme stem en dito liedjes. Bronco lijkt iets warmer te klinken dan het debuut. De inspiratie is te zoeken bij jaren '60 en '70 country rock, Californische hits en bluegrass. Artiesten als Roy Orbinson, maar ook Elvis Presley schieten mij dan ook snel te binnen.

Bronco klinkt vrij traditioneel en is wat meer relaxed dan de voorganger. Trots, queer en cowboy. met een shoutout naar het laatste nummer met bandlid Bria Salmena dat een beetje een Mazzy Star vibe heeft.

Ik kan er enorm van genieten.

Orville Peck - Pony (2019)

poster
4,5
Toen deric raven me op dit album wees wist ik gelijk al wel dat ie gelijk zou gaan krijgen dat dit wat voor mij zou kunnen zijn. Allereerst hebben we een behoorlijk gelijkende muzieksmaak en zijn korte aanmoediging 'Crooner met jaren 80 invloeden in een country jasje' was genoeg.

In zo'n geval ga je op zoek, en het eerste wat je ziet is de hoes: ik kreeg gelijk een Prince-associatie die in de jaren '90 nog wel eens hoofddeksels droeg met daarvoor een kralengordijn. Orville doet het met een cowboyhoed. Een beetje een stijlmerk. Een beetje gekkigheid is altijd leuk natuurlijk.

De eerste klanken deden me erg denken aan jaren '80 acts: waarom hoor ik hier Alison Moyet in?! (edit: ik zie na dit schrijven dat Erwin dit ook zo ervaart, het ligt dus niet aan mij). Maar ook bands als The Church, Lloyd Cole & the Commotions. The Triffids of The The loeren om de hoek (ongetwijfeld nog wel wat, waar ik nu even niet zo snel op kom). En ja, die gaan er in als koek bij mij. Het koste me dan ook geen enkele moeite om Pony te omarmen.
Zelf omschrijft hij zijn muziek overigens als 'Psychedelic outlaw cowboy croons love and loss from the badlands of North America.'

Jaren '80 met een country-sausje dus, maar de term country vind ik best nog een gevaarlijke, want het is meer dan dat. Dat is juist ook zo bijzonder hieraan: het is zo duidelijk als wat, maar ik ervaar het anders.
Het is muziek waar ik altijd een zwak voor heb: een beetje dramatisch, opvallend qua presenteren, een donker randje en een bijzondere stem.

Misschien net even een wat te grote act (dan ga ik twijfelen aan de oprechtheid ervan: wat is echt en wat is aangedikt voor de show), maar ik hou hier enorm van! En dat is het een queer-artiest is..... daar kwam ik ook pas achter toen het album in volle rotatie ging. Het enige waar ik toen aan dacht was 'het zal weer eens niet waar zijn; ik zoek het nooit bewust op, maar kom er altijd op uit'. Zullen we de term gay-cowboy maar niet gaan gebruiken? Orville Peck is een zeer fijne ontdekking met een wat mij betreft tijdloos debuut album waarin aspecten zijn verwerkt waar ik echt enorm van houd. De rest is bijzaak.

Orville Peck - Stampede (2024)

poster
4,5
Stampede kan met recht dé soundtrack van mijn super-vakantie in de VS genoemd worden: elke dag stond het wel op: eerst Volume 1, en vanaf de release die in die vakantie viel het volwaardige album. Dit zal vanaf nu dus een bijzondere plaats gaan innemen in mijn muziekbelevenis.

De release viel dus op het moment dat ik in Memphis zat en daar zocht ik het gelijk de dag na release in de eerste de beste muziekwinkel op (Shangri-La records): wat bleek? Ook daar die enorm hoge vraagprijs dus ik liet het zitten.
Eenmaal terug in het vakantiehuis werd me door mijn reisgenoten gevraagd waarom ik het daar niet wilde kopen. Het is toch een mooi souvenir, een geweldige herinnering? Dan denk je op je vakantie maar eens niet aan dat bedrag. En zo werd ik overgehaald. Op zes minuten lopen van het huisje (we hadden telkens een onderkomen in een gewone wijk) was een andere platenzaak (Goner records) en daar bleek is 2 dollar duurder, maar ach..... 'baby pink versie alleen in de VS'.... vakantie souvenir.... herinnering... niet bij nadenken. Gelukkig klinkt het als een klok en kan ik alleen maar heel blij worden van dit album om verschillende redenen. Nu nog naar Nederland komen voor een concert meneer Orville, want ook dat is traditie voor al mijn vakantie albums: heel snel bij terugkeer het concert in NL bezoeken

Orville Peck - Stampede Vol. 1 (2024)

poster
4,0
Een nieuw album van Orville is iets waar ik warm voor loop, ook als het eigenlijk meer een EP is met ruim 22 minuten aan nieuwe muziek. Maar goed, zijn nieuwe album dus (ik gok op een volume 2 waarmee we echt over een volwaardig album kunnen gaan spreken).

Coveralbums zijn ons wel bekend en in mindere mate ook wel albums vol duetten, en daar is hier ook sprake van.
Zeven fijne nummers met elk een eigen sfeer war de gasten duidelijk verantwoordelijk voor zijn. Zo is Saturday Night's Alright (For Fighting) een typisch Elton John nummer en heeft Miénteme een Mexicaans sfeertje.

Hierdoor voelt het allemaal iets minder als één geheel, maar dat neemt niet weg dat het nog steeds fijn is om de heerlijke stem van Orville te horen in een fijn country bad, deze keer dus met wat extra bubbels als het ware.

Kom maar op met deel 2. Tot die tijd vermaak ik me hier prima mee.

Osso - Run Rabbit Run (2009)

poster
2,0
Onlangs konden we de eerste van twee nieuwe Sufjan albums al beluisteren: The BQE is een instrumentaal album met daarop klassiek getinte nummers die onmiskenbaar het Sufjan stempel dragen.
Run Rabbit Run is ook instrumentaal en een 'vertaling' van zijn electronische album Enjoy Your Rabbit door Osso. Eigenlijk weinig Sufjan dus.
Om beide album stond ik vooraf niet heel erg te juichen. The BQE beschouw ik na beluistering als een aardig plaatje dat ik regelmatig opzet.
Ik was dan ook benieuwd hoe het Run Rabbit Run zou vergaan.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik Enjoy Your Rabbit wisselend waardeer (heb er ook maar een halfje vanaf getrokken) maar een modern-klassieke uitvoering ervan zou misschien best leuk kunnen worden.
Verkeerd gedacht......... ik hou veel van klassiek maar met extreem moderne klassieke muziek heb ik minder op, en wat is Run Rabbit Run eigenlijk? Avant-Garde dan maar? Jazeker, dit is een 'probleem-album' op een klassiek-loze site! Nu is Sufjan geen componist die klassieke stukken schrijft (het gaat hier immers om een bewerking van een bestaand Sufjan-album) maar een dubieus gevalletje is het natuurlijk wel.
Dat is ook het resultaat, en dan druk ik me nog zacht uit. Want om bij die opmerking dat ik niet veel op heb met modern-klassiek terug te komen: Run Rabbit Run is niet mijn ding. Hoe dol ik ook op strijkers ben (heb immers zelf viool gespeeld) zo irritant vind ik dit nerveuze gedoe. Nu was Enjoy Your Rabbit dat al maar daar kon ik het velen. Hier doe ik dat niet: ik word van veel nummers kriegelig en ik vrees voor onze beste Sufjan, of Osso wat u wilt, dat dit niet regelmatig in de herhaling gegooid gaat worden.
Ik kies overduidelijk voor zijn BQE-project. Run Rabbit Run is niet wat ik graag hoor op een paar toch wel degelijk mooie momenten na die wel degelijk terug te horen zijn. Helaas winnen die het niet van de mindere momenten (de tweede helft van de cd hoor ik liever dan de eerste).
Opvallend detail: bij het aanvinken van de nummers op dit album kwam ik er achter dat ik op Enjoy Your Rabbit ook Year of the Rat en Year of the Dog had gevinkt.

Ik heb de naam Sufjan Stevens overigens gewijzigd in Osso: label Asthmatic Kitty doet dit zelf op hun website ook (dat je het vaak onder de naam Sufjan Stevens tegen zult komen is logisch want dat verkoopt nu eenmaal beter).

Ostara - The Only Solace (2009)

poster
3,5
Ostara heeft al aardig wat albums op naam staan maar dit zeer recente album is pas mijn eerste kennismaking met dit gezelschap.
Best een aangename kennismaking met deze band die het etiketje neo-folk opgeplakt heeft gekregen.
De stem van Richard Leviathan is niet erg uitgesproken en daardoor voor iedereen goed te behappen denk ik. Nadeel daarvan is wel dat ik hierdoor wat karakter mis die het geheel iets eigens weet te geven en dat gaat eigenlijk wel voor het hele album op. Ik moest soms een beetje aan de band Human Drama denken, alleen die vind ik net wat origineler of spannender zo u wilt.
Hoe dan ook is The Only Solace er wel eentje die ik de kans moet geven om zich te laten uitkristalliseren want het zou zomaar kunnen dat ik de scherpere randjes dan wel ga ontdekken en dan gaat de waardering misschien ook wel omhoog. Ik proef in elk geval wel een hoop moois en nu moet het even rijpen en het is aan mij of Ostara de kans daarvoor gaat krijgen.
In elk geval een leuke ontdekking deze band en eens kijken of ik wat oudere albums weet op te snorren.

Other Lives - Tamer Animals (2011)

poster
3,5
Die associaties zijn ook mij niet ontgaan na het beluisteren van deze door titan getipte cd ('niks voor jou?').

Radiohead.... beetje, Ennio Morricone..... ook een beetje en dan gemengd met Radiohead, Fleet Foxes.... (minpuntje, heb ik niet veel mee) en ik hoor Midlake.

Niks voor mij? Afgezien van de naam Fleet Foxes jazeker dus!

Het 'probleem' zit hem in de zang: die is saai en trekt het geheel toch wat naar beneden helaas. Ik zou het haast emotieloos noemen. Zo monotoon, zo zonder gevoel lijkt het wel..... of is dat toch niet waar? Denk het niet maar het kost denk ik tijd om dat van me af te schudden.
Midlake heeft hetzelfde euvel maar ik ben er dol op. Er zijn zoveel artiesten die het op dat punt niet van de zang moeten hebben (zo vind ik Ben Cooper van Radical Face / Electric President geweldig en ook die heeft een wat lijzige ijle manier van zingen zoals Jesse Tabish van Other Lives dat heeft).
Zelfs Elliott Smith hoor ik soms terug.

Ik kan me vinden in opmerkingen van anderen dat het veel associaties oproept maar dat het tegelijkertijd ook iets eigens heeft.
Op dit moment weet ik niet goed welke kant het op zal gaan: dit kan wel eens uitgroeien tot een zeer favoriete cd dit jaar of dit gaat de Fleet Foxes kant op, een band waarvan ik dacht dat het wat voor mij zou zijn maar waar ik de enorme waardering van velen niet kan delen.

Mijn openingsbod is dan ook voorzichtig een 3,5*. De tijd zal leren welke kant het daarna op gaat en hoe lang dat zal duren.

Intrigrerend is het in elk geval zeker.

Othon - Digital Angel (2008)

poster
4,0
Ondanks dat dit album pas begin december in de winkels ligt heb ik het nu al in bezit: via durtro/jnana was deze release al te bestellen en kon je het daardoor ook eerder in huis halen.

De van oorsprong griekse pianist Othon Mataragas heeft al een aardige naam op weten te bouwen in cultkringen (met name in de hoek van Current 93-liefhebbers).
Eindelijk heeft het met piercings behangen 'enfant terrible' zijn eerste album gemaakt (de beperkt uitgebrachte EP When I leave You tellen we maar even niet mee).
Vooral live heeft de man een reputatie waargemaakt en hoe vertaalt hij dat naar cd?

Opener When I Leave You stond op de EP die al eerder verschenen is. Othon speelt verdienstelijk piano en de uit Italië afkomstige Ernesto Tomasini maakt er een haast opera-achtig nummer van met zijn hoge stem. De man heeft al in zalen gestaan als de Royal Albert Hall, de Purcell Room en de National Theatre. Een heerlijk Vaudeville-achtig nummer dat gelijk de toon weet te zetten.
The Dream-Signal Of A Lonely, Broken (Half Dead) Planet is een zwaarder nummer waar Othon heftig op zijn toetsen bonkt en waar Jonathan Raper klokkenspel speelt. Luchtig is anders, boeiend is het des te meer. Halverwege slaat het gebonk om in luchtig borrelen: lieflijk streelt Othon zijn toetsen en het klokkenspel klinkt zo lief als lief maar zijn kan.
De eerste piano-aanslagen op The Epitaph Of God zijn wederom somber en zwaar. Daaroverheen zingt Marc Almond donker en dreigend. Duidelijk weer de experimentele kant van Almond die hier in deze samenwerking boven komt drijven. Heftig omarmen Marc en Othon elkaar en dansen om elkaar heen in dit bijzondere nummer dat door het pianospel haast naar klassiek neigt.
Geen toegankelijke kost maar dat had ik ook niet verwacht met Othon in de hoofdrol. Maar dat dit uitdagend is mag een feit wezen. Niet voor iedereen geschikt, maar Marc Almond blinkt hier op ouderwets donkere manier uit. Lang geleden dat ik hem in deze rol gehoord heb.... overigens horen we Tomasini hier terug in het achtergrondkoor.
David Tibet staat ook niet bekend om zijn toegankelijke nummers. Op The Dreamer Is Still Asleep horen we hem in een cover van Coil. We horen hem zoals we hem gewend zijn: sinister fluisterend en kronkelend met daarom heen de piano-klanken van Othon. Wat dat aan gaat laat Othon veel ruimte aan zijn vocale gasten die daardoor behoorlijk kunnen uitblinken in datgeen wat ze hier op dit album doen. Current 93-liefhebbers kunnen met dit nummer in hun nopjes zijn. Het is een heel puur nummer met alleen zang en piano (wat tot nu toe toch al de hoofdmoot vormt op deze cd).
Op Greater Feast Massacre horen we dat Ernesto Tomasini buiten een hoge stem ook heel laag kan zingen. Zingen is hier soms een wat groot woord, want hij praat-zingt ook regelmatig. Vocaal laat hij zich hier op diverse manieren zien. Ook hier moet gezegd worden dat het niet makkelijk is wat ons wordt voorgeschoteld maar ik denk dat de mensen die dit niet zien zitten toch al afgehaakt zijn ondertussen en de volhouders worden beloond met een bijzonder staaltje kunst.
Dan is het tijd voor mijn persoonlijke hoogtepunt van Digital Angel, het nummer Tonight met wederom Marc Almond in de hoofdrol. Het is een droevig nummer met een sombere sfeer. Kuh Hayasi speelt hier viool en ook is er een hoofdrol voor de trompet van Oliver Garey. Pete Dawson en Paul Fletcher horen we respectievelijk op drums en bas (geen hoofdrol, maar wel subtiele begeleiding).
Na zo'n 3 minuten gaat het nummer in de versnelling om al snel weer gas terug te nemen. Ook dit is niet de Marc Almond van zijn laatste cover-album Stardom Road, maar mijn hemel wat is dit een goed nummer zeg. Almond-liefhebbers die niks op hebben met zijn wat luchtiger toer van de laatste tijd zullen hier gegarandeerd van smullen.
Dan komt de titelsong die in 3 delen is opgesplitst. Op alle 3 de nummers horen we Ernesto Tomasini weer op zang.
Op Digital Angel I: The Union gaat Tomasini weer flink de hoogte in en wisselt dat af met lagere klanken om vervolgens om te slaan in haast kinderlijke stemmen. Dit is vocale acrobatiek van het zuiverste soort maar het levert daardoor wel weer een pittig stuk muziek op. Othon eist niet de hoofdrol op maar deelt dat goed met Tomasini. Dat de man piano kan spelen laat hij hier wel weer horen. Maar ook hier geldt: je moet in zijn voor een flink portie muzikaal avontuur.
Digital Angel II: Metalipsis krijgt toevoeging van cellos. Het lijkt hierdoor verdorie haast wel een compositie van Henryk Górecki, zeker ook door de zang van Tomasini (hij mag af en toe ook op de bel slaan). Het doet me denken aan die zo bekende 3e symfonie van deze componist. Okee, het is van een totaal andere orde (zeker naarmate het nummer vordert en steeds onheilspellender wordt), maar het wil me niet echt los laten. Heftige kost is het in elk geval zeker. Ongemerkt is het overigens langzaam over gegaan in Digital Angel III: Brave New World, vandaar het onheilspellende karakter. Ook David Tibet spookt op de achtergrond mee.
Hoe luchtig klinkt dan opeens het zwierige door Marc Almond gezongen The Tango Song, een cover van Aleister Crowley.
Je zou haast 'gelukkig' zeggen want dit album was een zware en vooral heftige luisteroefening: niet bepaald een cd die je even makkelijk op zet en zeker ook niet geschikt voor een groot publiek.
Maar moet dat? Nee. Avontuur kan soms erg fijn zijn en als dat geleverd wordt door een excentrieke muzikant als Othon Mataragas is dat geen probleem en al helemaal niet als mijn muzikale held Marc Almond op 3 nummers mee doet
Overigens heb ik één punt van kritiek: waar is dat schitterende instrumentale nummer Mystery Star Dance gebleven???