MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fabrizio de André - In Direzione Ostinata E Contraria (2005)

poster
4,0
Drie albums vol met Italiaanse nummers van deze Fabrizio de André.
Met name zijn oudere werk doet denken aan onze eigen Boudewijn de Groot.
Het gekke is dat ik de wat standaard Italiaanse popnummers eigenlijk maar zelden heel hoog weet te waarderen (i.t.t. bijvoorbeeld die uit Frankrijk)., maar De André lukt het wel om mij te boeien.
Drie albums achter elkaar is dan wel weer te veel van het goede, maar zo af en toe een aantal tracks van deze verzamelaar doet het altijd wel erg lekker.
Wel merk je dat, net als bij 'onze Boudewijn' er een ontwikkeling in zijn muziek zit.
Met het oog op mijn komende zomervakantie in Italië heb ik me voorgenomen dat dit best als soundtrack mag fungeren (zul je zien dat het nauwelijks of niet gedraaid gaat worden....).
De combinatie van het italiaans en het stemgeluid van de André is een zeer gelukkige.
Dit album vormt gelijk een goede start om eens verder de discografie uit te spitten (ik ken alleen de albums Canzoni en Le Nuvole) en tevens te kijken welke stijl me het beste bevalt: de latere of toch de beginperiode.
Hoe dan ook: Fabrizio De André was tot voor kort nog een grote onbekende voor mij, maar met een verzamelaar als deze maak je dat in 1 klap al aardig goed dacht ik zo.

Faithless - The Dance (2010)

Alternatieve titel: The Dance Never Ends

poster
3,5
Faihtless: altijd balancerend tussen opzwepende festivalstampers en gezapige relax-nummertjes.
Wat fijn is het dan als deze dans geopend wordt met een stamper genaamd Not Going Home. Nee, op deze manier gaan we zeker nog lange niet naar huis. Dit smaakt naar meer. Dit smaakt naar party. Party volgens beproefd Faithless-recept!
Als ook Feel Me een hoger tempo blijkt te hebben begin ik het gevoel te krijgen dat dit misschien wel eens wat minder gezapig zou kunnen klinken als de voorganger. Feel Me heeft iets 'geks' waar ik Faithless doorgaans zo beheerst vind klinken, zo vol controle. Alsof ze zich een klein beetje durven laten gaan. Misschien komt het door Blancmange, dat bandje uit 'mijn' jaren '80.
Maar Faithless zou Faithless niet zijn als het niet meerdere gezichten laat zien: zo komt er reggae voorbij (Crazy Bal'heads), horen we wederom droompop (Flyin Hi, North Star) en proberen ze nogmaals de festivalweide op en neer te laten deinen samen met good old Dido op Feelin Good en ook op Tweak Your Nipple.
Het is zeker geen slecht album te noemen; mijn gevoel zegt me zelfs dat ik dit één van de leukere vind maar dat is natuurlijk een gevaarlijke stelling die nu nog niet genomen kan worden.
Misschien iets minder extreem knallende uitschieters als Insomnia, Salva Mea of God is a DJ, maar nu toch ook wat minder 'geneuzel' dan op de albums waar dit soort nummers op stonden. Het lijkt er op of ze zichzelf een lichte schop onder de kont hebben gegeven om de titel van het album eer aan te doen. Ze zijn er redelijk in geslaagd, niet grandioos (het is immers Faithless), maar ik ben er eigenlijk wel content mee.

Fancy Hagood - Southern Curiosity (2021)

poster
4,0
Ach, heel soms maak ik een uitzondering en koop ik een album via iTunes, zeker als het niet op cd of vinyl verkrijgbaar is.

Al die gemiste borrels. lunches en kopjes koffie het afgelopen jaar.... dan kan het er wel vanaf en je steunt toch de artiest een beetje in deze moeilijke tijden

Is die steun terecht? Jazeker wel. Queer-pop optima forma. Hagood komt flamboyant over en verbergt zijn gay-zijn zeer duidelijk niet. We kunnen er grappen over maken, moet ook wel kunnen, maar feit is dat deze mannen ballen hebben en er lak aan hebben wat men van ze vindt. Hagood is zichzelf en dat horen we terug op Southern Curiosity, een album waar die 'southern roots' terug te horen zijn, maar waar pop gewoon de hoofdmoot is met een vleugje gospel en soul plus een ietsiepietsie country.

Dit alles zorgt voor een fijne, aangename popplaat van Jake Hagood (Fancy is een bijnaam die hij ooit kreeg op zijn werk).

Southern Harmony is pop onder een warme deken, met wat extra glittertjes erbovenop. De orkestrale sfeer maakt het alleen maar een beetje mooier.

Fanfarlo - Reservoir (2009)

poster
4,0
Bandjes vinden het meestal niet zo fijn als ze in hokjes geduwd worden. Of de zweedse Simon Balthazar daar ook zo over denkt betwijfel ik een beetje.
Deze meneer vertrok naar Londen alwaar hij deze formatie samenstelde. Vijf muzikanten die instrumenten bespelen als viool, trompet of mandoline.
Ja en dan ook nog eens barokke pop: dan vraag je om vergeleken te worden met Arcade Fire. Het blijkt ook een inspiratiebron voor de band dus nogmaals: heel erg zullen ze het niet vinden.
Ik noemde ook al Andrew Bird en dat zit hem meer in de zang die minder zeikerig is als die van Win Butler en het geluid doet me denken aan Bird maar ook aan Zach Condon van Beirut.
Beirut mag ook wel een beetje genoemd worden en dat is dankzij de trompetten die vaak een boventoon voeren en ook zijn zang lijkt hier een beetje op.
Goed. Vergelijken dus. Heeft deze band dan niets eigens? Als ik heel eerlijk ben niet nee. Dan komt gelijk de daarop volgende de vraag of ze het dan een beetje goed doen, want de pest met bandjes die volgen na de eerste grote successen van de grote voorbeelden is dat het vaak een slap aftreksel is.
Als we even proberen achterwege te laten dat we deze keer niet verrast worden en ons puur concentreren op het gebodene dan moet ik toegeven dat het allemaal heel erg prima smaakt. De zang is minder storend dan bij Arcade Fire en daardoor wat warmer. De liedjes zitten sterk in elkaar, de trompetten en violen zwieren dat het een lieve lust is en ik word hier buitengewoon vrolijk van: echt zo'n plaat die zo afgelopen is en die je dan snel nog een keer gaat draaien.
In zulke gevallen is het niet zo erg dat het dan niets nieuws is, dat de invloeden zo goed te herleiden zijn.
In zulke gevallen is het gewoon: fijne debuutplaat van een fijn bandje!
Vrolijk met een grote hoofdletter V.

Fanfarlo - Rooms Filled with Light (2012)

poster
3,5
Toen ik het debuut toevoegde en van een beoordeling voorzag vond ik Fanfarlo een soort kruising tussen Arcade Fire, Beirut en Andrew Bird.
Ondanks dat ik er niet heel veel nieuwe dingen in hoorde was ik er gecharmeerd van en bestelde de cd bij de band zelf. Het was toen nog moeilijk om er op een andere manier aan te komen.
Hoe teleurgesteld was ik toen over het simpele kartonnetje waar het in zat. Minimaal was wel erg van toepassing en zo'n cd-single geval vond ik nu niet echt waardig in mijn kast staan naast de andere cd's. Toen het album later alsnog voorzien werd van beter artwork vond ik het wat overdreven om het te vervangen.
Het was een teleurstelling die niets van doen had met het album Reservoir maar toch altijd als een donkere schaduw aanwezig bleef.

Of het een reden is dat ik wat minder naar het vervolg uitkeek weet ik niet. De vooruitgesnelde nummers deden me toch wat minder leek het wel. Maar goed, dat zijn altijd losse op zichzelf staande momenten en het gaat uiteindelijk om het totaalplaatje dat Rooms Filled with Light zou gaan heten.

En wat blijkt? Als geheel bevalt het me een heel stuk beter dan de nummers los van de setting beluisteren. De songs sluiten mooi bij elkaar aan en lijken wat volwassener te klinken dan op het debuut. Strakker ook wel. Minder tierlantijnen waardoor het barokke er een beetje af is. Minder Arcade Fire en Beirut dus.
Toch is dat deel niet verdwenen uit de muziek van Fanfarlo maar het mag nu veel meer een eigen stempel dragen waarmee de band aantoont dat het gegroeid is.

Als ik de albums dan naast elkaar leg moet ik voor mezelf concluderen dat ik (tot nu toe) nog geen echte voorkeur heb. Ondanks dat ik het geluid wat volwassener vind klinken wil dat niet zeggen dat ik het debuut dan ook wat minder vind. Integendeel. Ik hield wel van het gefladder met alle toeters en bellen.
Nu is het het ook weer niet zo dat alles schokkend anders is want als ik die indruk wek moet ik nu benadrukken dat dat nu ook weer niet het geval is.
Fanfarlo levert een uitstekend vervolg dat aan zal slaan bij de liefhebbers van hun debuut en genoemd vergelijkingsmateriaal (Arcade Fire, Beirut, Bird en het Belgische School Is Cool). Daarnaast is het gewoon prima kwaliteit dat hier geboden wordt. Lekkere pop met kartelige randjes. Ook nu weer niet geheel nieuw maar wat maakt dat uit?! Zolang het klinkt als Rooms Filled with Light maakt dat geen bal uit.

Fantastic Negrito - Please Don't Be Dead (2018)

poster
4,0
Het wilde broertje van Lenny Kravitz. Is dat erg misleidend als ik praat over de muziek van Xavier Dphrepaulezz?! Ongetwijfeld voor de liefhebbers van Fantastic Negrito, maar deze mengeling van blues, soul, funk en rock herken ik ook wel bij Kravitz, alleen is dit rauwer, energieker en misschien ook wel wat spannender, zonder dat ik hiermee gelijk een vergelijkend oordeel vel. Het is maar namedropping, want zo erg gelijkend is het nu ook weer niet. Er zit eenzelfde vibe in voor mijn gevoel.

Met de duivel op z'n hielen zoals het hoort in vurige blues en dat hoor je hier wel terug. Het is juist het randje funk en soul dat het voor mij interessanter maakt.

Fantastic Negrito herbergt heel veel sterke kanten uit diverse muziekstromingen, maar is wel degelijk uniek op z'n eigen manier en doet dat op dusdanig warme, vloeiende wijze dat eigenlijk elke muziekliefhebber er voor zou moeten kunnen vallen. Of je nu een rockfan bent, soulman of funkateer. Allen kunnen hier prima tezamen komen en dan ook nog eens een plaat met inhoud. Lekker hoor!

Fat White Family - Songs for Our Mothers (2016)

poster
3,5
Openingstrack Whitest Boy on the Beach vond ik zo'n heerlijk nummer dat ik al snel op zoek ging naar voorganger Champagne Holocaust, een album dat uiteindelijk tegenviel. Te veel flauwekul naar mijn zin.

Ineens was ik een stuk gereserveerder in het uitkijken naar het tweede album Songs for Our Mothers, een album dat wel van start gaat met die weergaloze single.
Satisfied doet dan gelijk al weer een negatieve duit in het zakje. Daar is dat lo-fi gedoe weer. Niet leuk, zo geforceerd en toch moet ik toegeven dat het ergens wel wat heeft. Je blijft luisteren in plaats van de boel gelijk maar uit te zetten.

Love Is the Crack heeft iets akeligs over zich heen, terwijl het toch een vrij luchtig nummer is. En dan merk ik ineens dat dit toch wat sterker klinkt dan de vorige plaat. Wat uitgebalanceerder. Een groep als Man Man maakte ook zo'n ontwikkeling door.

En zo gaat het album voort: samenzang, haast sereen, met rammelige begeleiding en aparte sfeertjes waarvan enkele haast filmisch overkomen. Het werkt op Songs for Our Mothers een stuk beter als op het debuut. De band maakt dus stappen vooruit.

Nog steeds is het love it or hate it, maar ik ben wel zo ver dat ik dit kan waarderen en benieuwd ben hoe deze band zich verder gaat ontwikkelen. Mijn gevoel zegt dat ze er vandaag of morgen iets heel bijzonders uit weten te persen.

Father John Misty - Mahashmashana (2024)

Alternatieve titel: All is Silent Now

poster
4,5
Father John Misty. het werd me doorlopend aangeraden, maar pas bij I Love You, Honeybear ging ik het eens proberen met een 3,5* als gevolg. Ik hoorde niet datgene waar velen zo voor vielen blijkbaar. Hierdoor liet ik Pure Comedy maar weer schieten en probeerde ik het opnieuw met God's Favorite Customer. Nope, weer die vermaledijde, ietwat nietszeggende 3,5*.

En toen was daar Chloë & the Next 20th Century, een album dat mijn top 10 over 2022 met gemak wist te halen. Een album waar de liefhebbers juist moeite mee hadden want bombast, kitsch en groots. Aha, zeggen de mensen die mij een beetje kennen dan: 'ik snap wel dat jij dat album goed vindt'.

Logisch dat de belangstelling voor Mahashmashana van mijn kant nu wel groot is. Zou ie terug gaan naar de basis of gaat ie verder waar hij is gebleven op de voorganger?! En dat laatste doet het zeker, maar ik hoor nu ook meer dingen: Lou Reed is niet ver weg op Josh Tillman and the Accidental Dose maar tegelijkertijd hoor ik ook Serge Gainsbourg of Jean-Claude Vannier (luister maar eens naar zijn album L'Enfant Assassin des Mouches). en dan heb ik het nog maar over één nummer, want er is nog veel meer: rock, funk, jazzy crooner invloeden en vooral vol, veel en groots. Kitsch?! Niet meer of minder dan op de vorige, maar ja toch ook wel een beetje (of beetje veel).

Voor mij is het wederom zwieren en zwaaien, anderen zullen het wederom niet pruimen.

Ik dacht dat we de meer dan geweldige albums dit jaar nu wel gehad hebben, maar niets is minder waar.
Van Mahashmashana ga ik net zoveel houden als van Chloë & the Next 20th Century, dat weet ik wel zeker!

Federico Albanese - The Blue Hour (2016)

poster
3,5
De avondschemering gevat in ruim drie kwartier prachtige pianoklanken met kleine snippers elektronische toevoegingen en af en toe een cello.
De wereld in sluimerstand, even helemaal niets.

Federico Albanese slaagt er wonderlijk in een album af te leveren dat dit moment weet te vangen: de overgang van dag naar nacht.

The Blue Hour is een zeer elegant album dat op zacht fluisterende wijze krachtig bij de luisteraar kan binnenkomen, mits deze zich daar aan over weet te geven.
Een album dat misschien ook wel het best tot z’n recht komt op hett moment dat Albanese probeert te vangen (die overgang van dag naar nacht).

Je hoort de Italiaanse roots van de artiest terug in de soms ietwat uitbundige, bijna frivole klanken, maar hij mengt dat met het rauwere van de stad waar hij verblijft: Berlijn.

Het is knap hoe dit album, zo ingetogen, toch heel emotioneel weet te klinken. Breekbaar en toch hoopvol. Het lukt hem om mij met een glimlach naar dit album te laten luisteren.
Kleurrijk en tijdloos als in de film Amélie. Rauw en teder als in de film The Piano. Even niet van deze wereld, en laten we dat in deze tijden waar somberheid steeds meer lijkt te gaan overheersen nou net even nodig hebben.

Feeding Fingers - Attend (2016)

poster
4,0
The Occupant is voor mij het enige referentiekader voor wat betreft de muziek van Feeding Fingers.
Of ik wilde gaan zitten voor het nieuwe album Attend dat bijna 2 uur duurt.

Het is een uitdaging natuurlijk. Bijna twee uur lang jaren '80 gevoel (Ashes Displayed in Zoos) die me doet denken aan bands als The Mission of aan de experimenten van Jaz Coleman. Ook The Cure of Dead Can Dance schieten door mijn hoofd, met dank aan de oosterse elementen.

Maar dan ben ik er nog lang niet want je hoort echt van alles voorbij komen: piano's die niet helemaal zuiver gestemd lijken, saxofoon, avantgarde, elektronische soundscapes... het gaat werkelijk alle kanten op. En dat maakt dit album tot een behoorlijk zware brok muziek die je tot je moet nemen en wat lastig is om in één keer te doen. Daar tegenover staat dat je in een dusdanige wervelwind van geluiden en stijlen terecht komt dat je je net Alice in Wonderland voelt.

De jaren '80 wave zoals in nummers als A Sleeping Centipede Presence geven me nog enigszins houvast maar zijn niet per definitie de nummers die ik het meest waardeer. Het zijn juist de zijwegen die het boeiend maken en het album z'n bijzondere sfeer geven zoals bijvoorbeeld het ruim zeven minuten durende titelnummer wat een avontuur op zich is: donkere wave, slaat om in een bijna hemels geluid gezongen door ietwat creepy engeltjes. Naargeestig en gelukzalig tegelijkertijd.

En op zo'n nummer volgt dan gewoon weer anderhalve minuut piano die me doet denken aan naargeestige scenes in horrorfilms, het tingeltangel pianootje in het intro van All In Full Bloom Smeared maakt dat gevoel er al niet beter op. Je voelt een spanning die het hele nummer bijblijft. Dat creepy sfeertje wordt ook altijd neergezet door Sopor Aeternus. Feeding Fingers weet het net zo goed aan te pakken. Vrolijk wordt een mens hier niet bepaald van.

Scott Walker is met zijn laatste albums ook niet één van de meest vrolijke jongens en ik hoor zijn geluid een beetje terug in Through Marrow Always dat een behoorlijke synth-saus meekrijgt.

De wat lichtere toon op Abrasive Remains Lubricate Me is dan haast een verademing, een broodnodige ook wel want anders zou het album toch echt een verstikkend karakter krijgen waar je bijna denkt niet meer uit te kunnen komen, maar vergis je niet, ook dit nummer blijft iets naargeestigs houden maar wel van het soort waar ik persoonlijk van hou.

En wat klinkt Polaroid Papercuts dan ineens weer herkenbaar. The Cure is hier niet ver weg en dat is toch het geluid wat velen zullen kennen van Feeding FIngers.
We zitten dan inmiddels ongeveer op de helft van dit enorm gevarieerde avontuur. Quintet zorgt voor een mooi schakelmoment.

Na dat moment gaat At Play With Wasps van start dat op mij vooral tijdens het intro overkomt als een nummer van Marc Almond uit diens donkere periode maar dan met Robert Smith-achtige zang. Survive Bliss idem: het zal komen door de accordeon dat het een klein beetje een vaudeville touch meegeeft ware het niet dat er een hoop gefreak doorheen gestrooid wordt dat het een behoorlijk tegendraads karakter geeft.

Het blijkt een zijweg te zijn want het met saxofoon toegevoegde nummer And Crayon Toxic Twins komt harder en scherper over, en is één van de meer opzwepender nummers op dit album.
Kwetsbaarheid tonen wordt ook niet geschuwd zoals we kunnen horen op In Liquid Summer Schools dat op mij nogal breekbaar overkomt.

Maar zoals gezegd is het een album dat veel uitersten kent en allerlei kanten opschiet, want zo vormt Did My Absence Follow Me een enorm contrast met het breekbare van het nummer ervoor. Dit klinkt steviger maar wel met zoveel kleine, spannende details dat het je begint te duizelen als je even niet goed oplet.

Scott walker is toch weer een naam die in me opkomt als ik The Last Bruise I Harvest Here hoor. Misschien toch een beetje dat vaudeville sfeertje?! Een naam die me in elk geval zo aan het einde van deze driedubbelaar niet los kan laten, zoals ik bij The Firstborn Stands Sedated onwillekeurig toch weer moet denken aan Sopor Aeternus. Vergelijkingen die misschien wel helemaal niet goed opgaan want Justin Curfman weet een behoorlijk eigen sfeer neer te zetten.

Via het The Cure-achtige I Am Erasing Doors (ja, ook die vergelijking kan ik niet helemaal achterwege laten op een aantal nummers) komen we terecht bij het donkere door drumcomputer gedomineerde Where All of These Towns and Choices End en kristalheldere, instrumentale On Glass.

Attend blijkt een muzikaal avontuur van ongekende proporties en vraagt heel veel geduld en inleving van de luisteraar.
Ik denk dan ook niet dat ik dit album al volledig onder controle heb, weet te temmen, want dat is wat je moet doen. Een wild, ongeleid project dat je moet proberen te gaan koesteren en dat gaat heel veel inzet kosten.

Inzet die niet iedereen er voor over zal willen hebben. Het is ook niet makkelijk maar dat hoeft ook niet altijd. Laat ik er ook bij zeggen dat het album voldoende nummers kent die heel goed te doen zijn voor jaren '80 wave liefhebbers of muziekliefhebbers die niet vies zijn van de wat donkerder kanten in muziek. Het is zeker ook niet zo dat we hier te maken hebben met moeilijkdoenerij want daarmee zou ik onterecht te veel mensen afschrikken.

Nee, Attend is een bijzonder avontuur waar je je in moet storten en het zal z'n tijd nodig hebben, maar je voelt doorlopend een muzikaal kloppend hart en dat weet wel degelijk te raken.

Fever Ray - Fever Ray (2009)

poster
4,0
'If I Had a Heart doet me qua sfeer denken aan Kate Bush...............'

En zo hoorde ik voor de eerste keer dit nummer. Op het Kate Bush album The Dreaming zijn ook wel van die naargeestige sfeertjes te proeven er ging zelfs spontaan een nummer van haar door m'n hoofd (Leave It Open en ook wel het titelnummer van The Dreaming).
Dat was voor mij een fijne start totdat ik las dat het hier om de zangeres van The Knife ging. Dat album vond ik niet slecht maar heeft me nooit echt goed kunnen grijpen (alhoewel ik haar bij Royksöpp dan weer wel positief vond opvallen).

Misschien een rare start om aan zo'n album te beginnen maar verdomme dat nummer is toch echt heel erg boeiend en ik kon een lichte irritatie die nergens op gebaseerd was (dit is gewoon een ander project; punt) opzij zetten ook al hoorde ik soms wat Björk gekir boven komen. Ook zo'n artiest waar ik een haat-liefde verhouding mee heb. Soms vind ik die geweldig en soms kan ik haar niet uitstaan.

Goed, Fever Ray dus............... laat ik heel eerlijk zeggen dat ik die Kate Bush-link niet helemaal kwijt kon raken en dat is maar goed ook want het was voor mij een grote plus. Ook het Björk-gekreun raakte ik niet kwijt maar die vind ik eigenlijk stukken erger dus ook dat viel allemaal mee.
Leuk allemaal die linken leggen naar andere artiesten maar tegelijkertijd doe je Fever Ray daar dan ook wel wat tekort mee. Langzamerhand lukt het om dit los te laten en dan gaat dit album een eigen leven leiden. Een boeiend leven zeker voor mij, omdat ik de laatste tijd wel erg diep de 'kabbelende liedjes gespeeld en gezongen door mannen met akoestische gitaren richting' ben opgegaan. Een ander steegje bezoeken was nodig en ik denk dat dit album er best goed in is geslaagd de speakers in huize aERo te voorzien van een verfrissend luchtje. Goed, een dreigend luchtje ook, onheilspellend en vooral ongrijpbaar maar dat maakt het interessant. Ik denk dit dit album dan ook wel eens langer zou kunnen blijven hangen dan dat van The Knife.
Een voorlopig voorzichtige eerste beoordeling moet zich later dan maar definitief gaan bewijzen maar deze cd bevalt op dit moment best goed.

Finn Anderson - Into the Arms of Ghosts (2021)

poster
4,0
Prachtige stem, schitterende instrumentatie. Vaak een melancholische sfeer waar viool, cello en piano extra aan bijdragen. Dat zijn albums waar je bij mij mee kunt aankomen!

Een opener als Skin doet me denken aan de sfeer die Joni Mitchell weet neer te zetten. Donker en toch hoopvol.

Het mooie is dat Anderson het allemaal weet af te wisselen met luchtiger nummers die lekker in het gehoor liggen. Het klassieke randje blijft telkens behouden door de aanwezigheid van strijkers (vooral op Fire on the Horizon is dat prachtig) .
Tegelijkertijd krijg ik er soms een Jens Lekman gevoel bij, maar dat ligt vooral aan de klankkleur van Finn's stem denk ik.

Onafhankelijke artiesten zijn soms moeilijk te vinden en hebben een zetje nodig om de spotlights op zich gericht te krijgen. Ik wil daar graag mijn bijdrage aan leveren. Ik weet zeker dat er een publiek voor is op deze site en ik hoop dat ze me weten te vinden hier.

Aanrader!

Finn Anderson - Until the Light (2019)

poster
4,0
Wat support ik artiesten die het op eigen kracht doen toch graag.

De Schotse Finn Anderson maakt breekbare nummers, maar ook met een zekere swing erin. Uitkomend voor z'n gay-zijn en misschien dat dit ook wel de emotionele kant verklaart die je vaker bij dit soort artiesten treft (ik denk bijvoorbeeld aan Douglas Dare met wie hij toert).

Het is niet alleen piano en een schitterende stem, maar ook andere instrumenten die de nummers flink kruidig maken.
Misschien wat cabaretesk hier en daar en dat is niet zo verwonderlijk, daar zijn werk opgevoerd wordt op West End, en theaters in Chicago en New York.

Laat dit je niet afschrikken: Until the Light is een uiterst sympathiek album van een artiest die gehoord mag worden.

Voor wie Antony niet trekt of Rufus te dramatisch vindt is daar nu Finn Anderson. Puur genieten!

Finn Andrews - One Piece at a Time (2019)

poster
4,0
Finn Andrews op de solo toer. Hij is niet de eerste zanger van een succesvolle band die dat doet, en vast niet de laatste. Ongetwijfeld hebben ze hun redenen ervoor om het eens anders aan te pakken.
Soms mis je als liefhebber de bandmaatjes en vraag je je af waarom een solo-album nodig was en soms voegt het absoluut iets toe.

Strijkers en dromerige sferen... dan ben ik uiteraard graag van de partij, dus One Piece at a Time was er wel eentje om naar uit te kijken.

Als Love, What Can I Do uit de speakers galmt ben ik toch best even verrast. Ik had een wat ouderwets klinkende crooner niet echt verwacht. Is het heel raar dat Frank Sinatra door mijn hoofd schiet? Een sfeertje dat ik later nog wel eens ervaar. Maar het kan ook wel wat luchtiger af en toe. Een lieflijk vaudeville-sfeertje. Richard Swift kon het ook. Die hoek zeg maar.

Het klinkt allemaal uitstekend, maar ergens mis ik iets. Ik had gehoopt dat het me allemaal enorm zou gaan raken en dat doet het niet voldoende. Juist die klagerige manier van zingen in The Veils, in combinatie met spannende wendingen mis ik ineens. Alsof de scherpe randjes teveel zijn weggepoetst, waardoor prima nummers overblijven die net even te gewoontjes overkomen. En tegelijkertijd weet ik dat dat het nu ook weer niet helemaal is. Telkens wringt er iets en telkens weet ik niet echt wat. Een gevoel dat me het hele album niet loslaat.

Gelukkig hebben we het wel over Finn Andrews, over nummers met strijkers en een melancholieke sfeer en is dat iets waar ik altijd warm voor loop.
Een nummer als One by the Venom is gewoon sterk (en dat vind ik ongetwijfeld door het in mijn oren Marc Almond-achtig, kitscherig klinkend nachtclubsfeertje).
Laten we het voorlopig houden op misschien wat al te grote verwachtingen en komt de echte emotionele klik later nog.

One Piece at a Time is een prima aanvulling op The Veils, staat vol met vrij korte nummers (soms wat abrupt stoppend) en klinkt alsof hij bij je in de woonkamer staat te zingen. En dat is zeker een pluspunt. Ik geef het nu de voordeel van de twijfel en zet in op 4*, maar het is een krappe, en van Finn had ik net even wat meer verwacht.

finn. - The Best Low-Priced Heartbreakers You Can Own (2008)

poster
3,5
freakystyle schreef:
Jonsi van Sigur Ros

Heel soms hoor ik het er ook een beetje in (iets minder pieperig misschien)
maar dan misschien nog wel mooier.

Dat vind ik dan weer niet: het is namelijk een schitterend album, maar ik mis toch wel een beetje het betoverende wat Jónsi en zijn kornuiten me wel geven.
Finn. vergelijken met Sigur Rós gaat sowieso verder niet echt op. Ik moet meer denken aan de verstilde muziek van bijvoorbeeld Doveman die ook behoorlijk kaal kinkt met hier en daar een kleine toevoeging om de boel wat in te kleuren. Ik denk dat hier voor mij de schoen een beetje wringt: ik mis net even die spannende twists, de geintjes om dit behoorlijk serieuze geheel wat aangenamer te maken. Ze zitten er echt in hoor: prachtige strijkers, blazers, handjeklap, maar gevoelsmatig komt het dan net even te laat of gewoon te weinig in beeld. Maar misschien is het gewoon een 'eigen probleempje met Finn. waar nog uitgekomen moet worden. Uiteraard is het verstilde, plus hier en daar wat grootse orkestrale klanken ook de kracht van dit album en ik zal het veel meer moeten gaan beluisteren om het echt goed te kunnen doorgronden.
Makkelijk is dat niet, want dat is dit album ook niet. Toch zegt mijn gevoel dat dit ooit opeens helemaal op z'n plek gaat vallen en dat ik alsnog compleet betoverd ga worden. Als dat het geval is laat ik het zeker weten hier.
Om veilig te beginnen zet ik daarom voorlopig in op 3,5* met zeer grote kans op later meer.

Fiona Apple - When the Pawn Hits the Conflicts He Thinks Like a King What He Knows Throws the Blows When He Goes to the Fight and He'll Win the Whole Thing 'fore He Enters the Ring There's No Body to Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You (1999)

Alternatieve titel: When the Pawn...

poster
4,0
Mijn eerste kennismaking met Fiona Apple was Extraordinary Machine, het album dat hierna kwam.
Dat album sloeg goed aan en draai ik nog steeds met veel plezier.
Het heeft toch nog best een tijdje geduurd eer ik aan dit album begon.
Ik kan wel vertellen dat ik daar enorme spijt van heb, want dit album is net zo krachtig en misschien nog wel verrassender. Toch denk ik, hoe raar dat ook mag klinken, dat ik de goede volgorde heb bewandeld.
Extraordinary Machine is iets minder grillig en daardoor een goede introductie voor dit juweeltje.
Misschien kom thet ook omdat ik de laatste weken Little Annie tot in den treure draai die er misschien niet helemaal op lijkt maar wel in eenzelfde vibe zit als Apple.
Hoe dan ook: dit is een geweldig album wat fonkelt en schittert aan alle kanten en wat best nog eens een halfje erbij zou kunnen krijgen op de langere termijn.
Fiona Apple mag zeker gerekend worden tot de beste vrouwelijke artiesten van de laatste jaren!

Fionn Regan - 100 Acres of Sycamore (2011)

poster
3,5
aERodynamIC schreef:
In de gaten houden deze meneer...

Schreef ik eind 2006.

En vervolgens ging het tweede album geheel aan me voorbij en draaide ik het debuut nooit meer.
Het is dan ook dat user muziekobsessie het album onder mijn aandacht bracht anders vrees ik dat ook 100 Acres of Sycamore volledig aan me voorbij zou zijn gegaan.

De titeltrack triggerde me voldoende om met plezier naar het hele album te luisteren: nog steeds die melancholieke stem, hier en daar omlijst met strijkers die het geheel zeker niet kitscherig of bombastisch maken.
Wel is het zo dat ik daar altijd een zwak voor heb en een klein pluspuntje met zich meebrengt en dat is hier al niet anders. Het is net even dat kleine beetje meer waardoor Regan niet verzuipt in die enorme poel der folktroubadours.
Natuurlijk is de combinatie desolate stem, droevig gitaar gepingel en strijkers niet nieuw maar het blijft toch altijd weer mooi te horen.

Mooi is 100 Acres of Sycamore in z'n geheel dan zeker ook te noemen. Toch mis ik iets eigens zoals ik dat bijvoorbeeld bij een Scott Matthew wel hoor. Gelikt is een term die ik niet kan en mag gebruiken voor dit album en toch spookt die term een beetje door mijn hoofd. Het is misschien net even té verzorgd. Daarbij vind ik het ook wel een te veel en lang doorkabbelen allemaal.
Het zijn de enige minpuntjes (voor zover je daar echt van kunt spreken) van een verder zeer aangenaam album. Ik heb er meerdere in de kast staan die in deze categorie kunnen vallen dus een echte aanvulling kan ik het niet noemen. Toch is het er eentje die ik zeker vaker wil horen en is er zelfs een beetje hoop dat dit langzaam onder de huid gaat kruipen waardoor het alsnog een echt hoogtepunt van 2011 gaat worden.

Fischerspooner - Entertainment (2009)

poster
2,5
Een nieuwe Fischerspooner............... ik wist niet eens dat ze nog bestonden.
Volgens mij hoorde ik ooit het nummer Emerge voor het eerst op een Lektroluv verzamelaar en dat nummer vond ik erg goed en het duurde dan ook niet lang of ik kocht hun debuut #1.
De opvolger, Odyssey, kocht ik op de automatische piloot en daar was ik snel op uitgekeken net als op het debuut.
Het is fijn om een paar van de sterkere nummers zo af en toe voorbij te horen komen op mijn iPod maar daar heb ik het dan ook wel mee gezegd. Het zijn geen albums waar ik regelmatig naar grijp.
En nu dus een derde album waar ik geen enkele verwachting bij had alleen al vanwege het feit dat ik niet eens wist dat ze nog bestonden laat staan dat Entertainment er aan zat te komen.
De conclusie over dit album is niet moeilijk voor mij: het is allemaal wel aardig maar ook wat flets en dat is niet verrassend te noemen omdat ik dat ook voor de vorige albums vind opgaan.
Het komt leuk voorbij kabbelen maar nergens word ik er wild van of hoor ik geniale dingen.
Ik vraag me dan ook af wie er anno 2009 nog op Fischerspooner zit te wachten als we ook artiesten hebben die op dit gebied wel even wat sterker genoemd mogen worden.

Fischerspooner - SIR (2018)

poster
3,5
Daar is de tong weer...... een nieuwe Fischerspooner. Niet iets waar ik anno 2018 nog naar uitkeek. Leuk in de tijd dat electro zo'n opleving kende aan het begin van deze eeuw in de vorm van electrolash.
Entertainment, het vorige album, liet me koud en dat had het kunnen zijn voor mij.

Zou die tong, met pornosnor op de bovenlip dan toch weer wat meer richting #1 en Odyssey kunnen duiden?! De bekende knipoog, ehm lik, naar het verleden vertaald naar het nu?!

Het lijkt er wel een beetje op als ik SIR hoor. Flamboyant, kitsch, erotisch maar niet over het randje. Vleugje pop en rock erbij en SIR is dan een alleraardigst album met hulp van Michael Stipe, jawel de man van R.E.M.
Het midtempo gehalte is hoog waardoor er een soort sleazy randje op ligt. Depeche Mode, Soft Cell; namen die me een beetje te binnen schieten.

En daarmee is SIR een mooie revanche op het slappe Entertainment. Nog steeds niet muziek waar ik mijn hart aan zal verliezen, maar vermakelijk is het zeer zeker weer. Warren Fischer hoeft zich hier niet voor te schamen (zal hij waarschijnlijk sowieso nooit doen). Dit zit goed in elkaar.

Fish - Vigil in a Wilderness of Mirrors (1990)

poster
4,0
In de jaren '80 waren veel vrienden van mij nogal into Marillion (wie niet dacht ik soms wel eens).
Voor mij was dat een band in de categorie best leuk, maar meer ook niet. Logisch ook wel, want ik was nogal into Prince-funk en daar behoorde deze band zeker niet toe

Er was een solo-album van Fish voor nodig om met andere ogen naar Marillion te gaan kijken, en dat album was Vigil in a Wilderness of Mirrors. Eén van die vrienden had dit album en ik werd er gelijk verliefd op (op die cd dan he ).
Het begon al met de opener Vigil. Het is vooral het moment waarop dit nummer in de draaikolk terecht komt (zoals ik dat altijd zie). Laten we zeggen vanaf 4 en een halve minuut. Ik kan me daar heerlijk in laten meeslepen.
Big Wedge is dan weer een nummer dat er voor zorgt dat dit geen 4,5* of 5* is voor mij. Ik vind het iets te zeurderige 80's rock.
Geen nood State of Mind trekt me al weer wat meer, om er bij The Company voor te zorgen dat ik weer helemaal opveer. Wat zeg ik? Wat er voor zorgt dat ik de neiging krijg willekeurig wie bij de armen te grijpen en er eens flink een zwierige rondedans mee te maken, kan me niet bommen waar. Bombastisch? Jazeker! En wat voor bombast. Bravo Fish!!!
En dan het nummer waar ik verliefd op werd (Martijn: bedankt jongen dat je me aan deze cd hebt geholpen ): A Gentleman's Excuse Me. Ik heb een hoop favoriete nummers. Een top 10 is ondoenlijk voor me, maar als die top 10 een beetje uitgerekt mag worden (een beetje veel graag) dan staat deze erbij. Heel erg mooi. Nog steeds.
Helaas volgt het wat lelijke rocknummer The Voyeur (I Like To Watch) dit juweeltje op. Een beetje een skip-moment.
Family Business daarentegen kan mijn goekeuring zeker dragen. Dit is gewoon een mooi symfonisch nummer.
Dit gaat ook op voor View From The Hill. Niet opzienbarend, maar gewoon degelijk vakwerk.
Cliche is dan weer zo'n wat dubieuzer nummer. Vind ik dit nu goed, of vind ik dit eigenlijk een draak van een nummer. Daar ben ik na 16 jaar nog steeds niet achter geloof ik.
Enorme hoogtepunten en een paar minpunten zorgen ervoor dat dit album op een degelijke 4* komt te staan.

FKA twigs - Eusexua Afterglow (2025)

poster
4,0
Twee dames die mij dit jaar enorm verrast hebben en zorgen voor een fraaie top 10 notering aan het einde van dit jaar (is althans de verwachting op dit moment): Rosalía en FKA twigs.

Albums die ergens wel in elkaars verlengde liggen ook.

En in het verlengde van EUSEXUA komt FKA twigs nu met EUSEXUA Afterglow. De titel laat al zien dat dit verder gaat waar EUSEXUA is gebleven.
Dat is natuurlijk best wel gevaarlijk, want het kan allemaal wel een beetje te veel worden zo in één jaar tijd en wellicht is het toch een soort 'leftovers' ook al wordt het zeker zo niet gebracht.

Ik denk dat het voor mij een beetje in de eerste categorie valt. Ook dit album bevalt me goed, maar ik merk wel dat EUSEXUA dusdanig intensief is dat het eigenlijk voldoende was voor nu. Dat album is zo gaan groeien en onder mijn huid gaan kruipen waardoor het niet voor niets tot mijn lievelingsalbums van dit jaar is gaan behoren.
Nu krijgen we er een flinke schep bovenop. Dat zou een luxe-probleem kunnen zijn natuurlijk, maar het voelt een beetje als een overdosis.

En wellicht zijn de nummers net een tikkeltje minder pakkend dan degene die we al kenden.

Is het daarmee dus een overbodig album? Absoluut niet. Net als EUSEXUA is het een meer dan uitstekend album, alleen vrees ik dat ik net wat sneller naar de voorganger zal grijpen omdat dat album nu eenmaal zo gegroeid is. Of deze dat precies zo gaat doen valt te bezien. De tijd zal het leren.

Laat ik het gewoon houden op wat het is: een zeer aangenaam toetje zo aan het einde van het jaar.

Flairck - Variaties op een Dame (1978)

poster
3,0
Op de middelbare school had ik muziekles van een leraar die niet bepaald favoriet/geliefd was. Als persoon hadden we niet veel met hem op en dat is jammer, zeker als je muziekliefhebber bent.
Toch kan ik jaren later constateren dat ik wel degelijk dingen heb opgepikt van hem. Zo deel ik zijn liefde voor Jacques Brel, ben ik verslingerd geraakt aan Carl Orff's Carmina Burana en weet ik wie Flairck is.
Ik heb geen enkel idee waarom ik dit album ooit gekocht heb. Waarschijnlijk was er toch iets in mijn onderbewuste dat is blijven hangen uit de middelbare schooltijd.
Toen ik het net gekocht had heb ik Variaties op een Dame vaak gedraaid en daarna is het blijven liggen..... tot vandaag.
Ik merk dat ik het hier en daar net even te zoetsappig vind en dat zal wel komen door de panfluit, maar tegelijkertijd hoor ik ook wel degelijk kwaliteit en dat is me waarschijnlijk bijgebleven uit mijn jongere jaren.
Hier en daar iets te zweverig maar op zo'n kalme vrije dag als vandaag, met een rustgevend zonnetje en blaadjes die zo prachtig verkleuren, is Variaties op een Dame eigenlijk een zeer geschikte soundtrack.

Fleet Foxes - Fleet Foxes (2008)

poster
3,0
Dit album stond op mijn nog te luisteren lijstje maar door toedoen van user Swoon die me er nog eens op wees heb ik het naar boven geschoven. Eigenlijk was ik er vooraf een beetje benauwd voor. Juist de hoeken waaruit de lovende woorden komen zijn de hoeken waar ik het meestal niet zo op heb (ik bedoel hier de bekende bladen en sites). Mykonos van de EP vind ik een ijzersterk nummer dus ik heb me over mijn angst heen gezet onder het mom ' het zal wel meevallen' .
Helaas is die angst toch een beetje uitgekomen. Het klinkt allemaal prima hoor, maar soms zo appelig, zo zemelig, pffffff daar word ik dan wat flauw van. Je kent ze wel : die prachtige ronde appels die er uitnodigend uitzien, de eerste hap is ok maar dan ga je kauwen en overheerst de melige smaak. En dan komt het onvermijdelijke staren naar de binnenkant van die appel en betrekt mijn gezicht en uiteindelijk gooi ik het weg. Zo ervaar ik dat ook bij het beluisteren van dit album.
Ik vrees dat deze cd dus na verloop van tijd ook wel naar de achtergrond zal verdwijnen. Nogmaals; ik hoor een hoop mooie dingen, het zou zelfs wat voor mij moeten zijn maar op de een of andere manier kan ik er niet zo heel veel mee.

Floodlights - Underneath (2025)

poster
4,5
Als SOAD mij tipt dat dit album wel iets van REVERE weg heeft dan zijn mijn oren gespitst en ik ben ook wel weer eens toe aan een tip waar ik weer helemaal mee in mijn nopjes kan zijn.

REVERE..... die avonturen begonnen al weer 15 jaar geleden en vormden het hoogtepunt zo'n elf, twaalf jaar terug. Waar blijft de tijd.

Dat gevoel krijg ik ook bij Underneath. Ik hoor namelijk lang vervlogen jaren '80 tot leven komen in een hedendaagse setting. REVERE hoor ik er niet helemaal in, maar ik begrijp het vergelijk wel (This Island). Toch wat echos hoorbaar en ongetwijfeld een zelfde (oude) vijver waaruit gevist wordt. En ergens moet ik denken aan een andere Australische band: Midnight Oil. En vertaal ik het meer naar het heden dan moet ik een beetje aan Editors denken (en bij Joy zelfs aan Nick Cave).

Door de zang van Louis Parsons klinkt het vrij donkerder allemaal. Ian Curtis iemand?! Maar dan is er Ashlee Kehoe voor het wat luchtiger evenwicht. Door de toevoeging van de trompet en de opstuwende, naar een hoogtepunt werkende nummers wat er dan net niet komt (Buoyant) komt een band als Arcade Fire of Fanfarlo om de hoek kijken en ja, dan is daar toch wel die aangehaalde REVERE-vibe.

Underneath valt in het hoekje theatrale rockmuziek waar ik tien tot vijftien jaar geleden veelvuldig naar luisterde. Ik kan nog steeds niet bevatten dat dit alweer zo lang geleden is. Maar tegelijkertijd merk ik ook wel dat ik de laatste jaren nauwelijks nog luister naar bands die in deze hoek opereren. Misschien wel omdat ze er gewoon niet zoveel meer zijn, misschien om dat mijn voorkeuren wat langzaam hiervan zijn gaan afbuigen, maar ik kan hier toch wel weer erg blij van worden moet ik zeggen.

Misschien niet het meest originele album dit jaar, maar tot nu toe reken ik Underneath zeker al wel tot de betere. Het zou me niet verbazen dat dit verslavend gaat worden en een verhoging naar 4,5* er zeker nog in zit.

Flunk - Personal Stereo (2007)

poster
3,5
Personal Stereo begint even heel verwarrend met
This one goes out to the one I love
This one goes out to the one I love
This one goes out to the one I love
Maar dan volgt de zin Coming to you, on your personal stereo en dan weten we dat het geen R.E.M.-cover is. Het had zo kunnen wezen want dit viertal brak door met een cover van New Order (Blue Monday).
Het is een mooi en dromerig nummer en voer te noemen voor liefhebbers van bandjes als Morcheeba of Hooverphonic en in minder mate Portishead.
Heerlijk binnenkomen is het zeer zeker.
Heavenly is wederom een zweverig en mooi nummer waar je heerlijk op weg kunt dromen. Electronic is wel de hoek waar deze band in ondergebracht wordt, maar pop dekt denk ik meer de lading. Pop met lichte electronica invloeden, want het zijn toch voornamelijk de natuurlijke instrumenten die het werk doen.
If We Kiss wordt een beetje a la Björk gezongen maar dan op een veel toegankelijker manier. De muziek doet denken aan ijzige landschappen die aan je voorbijtrekken tijdens een lange treinreis in de winter.
Haldi is een beetje triphop, of moet ik zeggen trippop? In elk geval luistert het lekker weg en is dit muziek waar je iedereen wel blij mee kunt maken als je eens een avondje met je vrienden wilt doorbrengen die wat minder op hebben met rare muziekfratsen van muziekminnend musicmeter.
Sit Down heeft wederom die rustige flow, maar heel eerlijk moet ik nu ook wel gaan zeggen dat het telkens net even te veel voortborduurt op de voorgaande nummers. Hierdoor ontbreekt het net even aan de broodnodige afwisseling en begint het voorspelbaar te worden. Heb je het als achtergrond opstaan, dan zeker niet afzetten want het is en blijft mooi en aangenaam.
See You heeft een electronischer intro maar al gauw begint het weer akoestisch te worden en ontstaat een warm nummer wat erg mooi gezongen wordt. Het is haast jazzy te noemen. O ja: die titel....zingt Depeche Mode dat ook niet? Inderdaad, sterker; na verloop van tijd ontdek je ook dat het gewoonweg een cover is. Knap gedaan want het kost heel even om daar achter te komen.
Two Icicles doet wat denken aan de Goldfrapp van hun eerste album.
Change My Ways begint wat complexer maar draait al snel weer bij en wordt een heerlijk late-night nummer waarop het lekker wegdromen is. Morcheeba is en blijft de band waar ik hier het meest aan moet denken.
Keep On heeft wat tegendraadse ritmes maar het is niet genoeg om te zeggen dat we hier met bijzonder muziek te maken hebben. Het is gewoon prima luisterpop waar weinig mensen zich een buil aan kunnen vallen.
Diet Of Water And Love is al niet veel anders: mooie stem die muzikaal omlijst wordt door akoestische instrumenten. Doet wederom denken aan Goldfrapp, Morcheeba of Hooverphonic.
Al met al helemaal niks mis met dit album. Misschien had iets meer variatie leuker geweest, maar het steekt allemaal verdomde mooi en goed in elkaar.
Heerlijk voor de late uurtjes zoals op moment van schrijven en een aanrader voor liefhebbers van genoemde bandjes.

Foo Fighters - Medicine at Midnight (2021)

poster
3,5
Bij de eerste klanken van Making a Fire was ik even aan het twijfelen: dit lijkt Lenny Kravitz wel!

Laat ik eerlijk zijn: ik ben na het debuut al afgehaakt. Het is me telkens te veel net niet, dus de interesse is er ook nooit meer gekomen van mijn kant.

Inmiddels negen albums verder en ik beluister weer eens een Foo Fighters album. De reden? Een vriendin die helemaal weg is van Waiting on a War en ik moest daar toch echt even naar luisteren. En verdomd: dat klonk lekker, dus waarom de rest niet eens proberen.

Voordeel van heel vroeg afgehaakt zijn is dat ik nogal onbevooroordeeld aan dit album begon. Ja, ik kan me voorstellen dat dit Foo Fighters-light is. Makkelijk hap-slik-weg en salonfähig. En meestal is dat vies voor de 'echte liefhebbers'. Ik snap het echt wel. Maar als je net als ik eigenlijk maar bitter weinig kent van de band valt het allemaal wel mee.
Het is een beetje partyrock. Rock waarop gedanst kan worden. Weinig scherpe randjes en wellicht wat inwisselbaar, maar het kan niet altijd haute cuisine zijn, soms is lekker snacken ook heerlijk.

For a Minor Reflection - Höldum í átt Að óreiðu (2010)

poster
3,5
Vier jonge ventjes, waarschijnlijk net uit de schoolbanken die in de Heineken Music Hall volledig uit hun dak gingen als voorprogramma van Sigur Rós. Het schijnt dat ze al hun cd's daar hebben verkocht dus het sloeg blijkbaar aan bij veel bezoekers.
Daar kon ik mezelf toen niet echt toe rekenen. Ik heb gewoon niet zo veel met deze postrock. Het klonk me te 'gewoontjes' en ik miste ergens toch ook wel de zang.
Toch kon ik het niet laten om Höldum í átt Að óreiðu te beluisteren en ik moet zeggen dat ik nu toch een heel stuk positiever kan zijn. Misschien omdat er op dit album meerdere instrumenten worden toegevoegd dan toen op dat grote podium in Amsterdam.
Misschien omdat het allemaal wat subtieler klinkt en ik niet hoef te kijken naar jongens die flink met hun hoofd staan te schudden.
Maar misschien ook wel omdat ik er nu op andere wijze naar kan luisteren. Ik hoef immers niet te wachten op mijn favoriete band die straks het podium op zal komen.
Nog steeds zal ik postrock nooit helemaal als favoriete genre noemen (ja, ik weet dat Sigur Rós daar ook wordt ingedeeld maar die beschouw ik toch echt als een wereld apart), maar dit album van deze band zorgt toch wel degelijk voor interesse van mijn kant en wie weet wat ze in de toekomst nog voor ons in petto hebben.
Höldum í átt Að óreiðu krijgt nu in elk geval een uitgebreidere release in Europa (het is al eerder uitgebracht maar nog niet op grote schaal).
Ik ben benieuwd of dit naamsbekendheid gaat krijgen of dat het toch dat bandje 'uit het voorprogramma' van zal blijven. Als ze een volgend album wat origineler uit de hoek komen zouden ze zomaar eens wat meer credits kunnen krijgen.

Fran Healy - Wreckorder (2010)

poster
3,5
Fran Healy is de zanger van Travis. Gezien de albumcover van zijn solo-album ook al weer wat jaartjes ouder aan het worden
Soloalbums zijn altijd tricky business: voegt het iets toe aan het werk met de o zo bekende band? Of is het eigenlijk meer van hetzelfde? En als het dan toch compleet anders is pakt dat dan goed uit zoals bij de drummer van Radiohead Philip Selway of toch wat minder zoals bij Kele, zanger van Bloc Party?
Geen eerlijk vergelijk: de één is zanger en de ander drummer. Zangers hebben het op dit gebied lastiger denk ik: zij bepalen meestal toch heel erg de kleur van een band en dat doet Fran Healy zeer zeker bij Travis.

Travis, een bandje dat ik al jaren hoog heb zitten. Vriendelijk, toegankelijk en gewoon fijne liedjes. Toch is het wel zo dat hun laatste albums, hoe prettig ook, mij niet zo heel erg veel meer doen. Jawel, ik vind ze heerlijk (de ene wat meer dan de ander) maar het is telkens meer van hetzelfde en heel eerlijk gezegd doet die sound me heden ten dage toch iets minder dan voorheen.

Wreckorder dus. Een soort nieuwe Travis of toch niet?
Daar kan ik kort over wezen: ja dus. Fran wijkt niet zo erg af van de paden die hij met Travis betreedt. Hierdoor krijgen we schitterende popliedjes voorgeschoteld maar zou je mij zeggen dat het de nieuwe Travis is dan geloof ik dat ook.
Misschien omdat zijn stem zo'n kenmerkend geluid heeft, misschien omdat de composities ook gewoon hetzelfde stramien volgen.
Is dat erg? Nee natuurlijk, alleen vraag ik me in dit soort gevallen dan altijd af wat de bedoeling van het solo-zijstapje is. Je loopt immers altijd het risico om met een 'light-versie' te komen. In dit geval Travis-light. Ik snap zo'n solo-uitstapje van Bloc Party's Kele dan beter omdat dat toch wat anders is.
Maar ach. Wreckorder is een prima plaatje en volgt naadloos de laatste Travis-albums op. Prima en verder niet. Travis-light? De softere kant krijgt hier meer de nadruk (voor zover Travis soms wel eens een beetje rockte).
Alleen zwerft er nog een song rond genaamd Robot (Skit for Comedy Show) en die is wel anders: met een heerlijk jaren '80 new romantics saus. Kijk Fran: dat is andere koek

Francesco Bianconi - Accade (2022)

poster
4,0
Wat heb ik in de herfst van 2020 genoten van het album Forever, het solo-album van Baustelle frontman Francesco Bianconi.

En dan is daar vrij snel de opvolger Accade. Gaat dat weer zo'n klapper worden?! Zeker nu ik al een tijd helemaal in Italië stemming ben (Francesco eindigde in mijn eindlijst op de 4e plaats in 2020 en in 2021 stonden maar liefst vier Italiaanse albums in mijn top 10). Het antwoord is 'Si'.

Het lukt hem wederom moeiteloos mij in te pakken met Brel-achtige nummers als Ti Ricordi Quei Giorni, Boudewijn de Groot stijl als Domani è un Altro Giorno, strijkers, piano of een snufje Cohen. Gezongen in die schitterende taal. De gastartiesten vormen een wederom een schitterende toevoeging (geen grote naam als Rufus Wainwright deze keer) en de weemoed straalt ervan af.

Tijdloosheid verpakt in 40 minuten Italiaanse schoonheid. Je moet ervan houden en dat doe ik zeker. Dit is genieten op hoog niveau.

Francesco Bianconi - Forever (2020)

Alternatieve titel: "Forever" in Technicolor

poster
4,5
In het kader van een vakantie naar Italië een aantal jaar geleden kwam ik uit bij Baustelle, waar de samenzang tussen Francesco Bianconi en Rachele Bastreghi opviel. Heerlijke indie-liedjes, een categorie die ik tijdens mijn zoektocht indertijd niet makkelijk kon vinden. Het was meestal zoetgevooisde zwijmelpop, of wat rauwe jazz-achtige muziek waar ik op stuitte.

Baustelle verloor ik na die vakantie uit het oog en oor, ook toen ik later weer terugging naar het land (en de band al weer nieuwe albums uitgebracht had).

Bianconi heeft nu een solo-album uitgebracht, Forever, en wat gelijk bij de eerste nummers al opvalt: de Boudewijn de Groot-achtige gelijkenis qua stemgeluid en de barokke sound met dank aan de strijkers.

Dat is wat mij betreft een zeer aangename combinatie. Het is alsof je bij een heerlijk haardvuurtje zit om je te laten opwarmen. Puur en de juiste snaar rakend (pas op voor dat traantje dat zomaar eens kan gaan rollen).

De nummers zijn echt hemeltergend mooi op dit album. Barokpop pur sang.

Is er een minpunt te noemen? Vooruit, een kleintje dan. Voor mij hoeft de afwisseling met enkele Engelstalige nummers niet. Hou het lekker in één taal.

Maaaarrrrr.... als Rufus Wainwright ineens te horen is op Andante en plots schakelt naar het italiaans maakt het me allemaal niet veel meer uit. Het nummer is zo goed en de muzikale omlijsting om bij weg te smelten.

Buiten Rufus doen meer bekende namen mee: Thomas Bartlett, Kazu Makino, Eleanor Friedberger (The Fiery Furnaces) en Hindi Zahra horen we ook terug.

Zeer fijn album en degenen die mijn smaak op dit vlak een beetje kennen: 'you know who you are'.... zoek dit op!