MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pacific UV - Longplay 2 (2008)

poster
3,5
Tussen het debuut van Pacific UV (dat ik overigens niet ken) en dit vervolg zit 5 jaar. Dat zou kunnen betekenen dat er sprake was van een creatieve impasse of ze hebben zit broeden op een geniaal stukje werk. Ik kan nu al wel verklappen dat ik van het eerste geen weet heb en dat het tweede wat afgevlakt mag worden, maar dat het binnen 'het genre' alleraardigst is mag wel gezegd worden. Nieuwsgierig? Lees maar verder. Niet? Lekker afhaken nu.

Het album opent, ehm, alarmerend goed. Alarmist bouwt spanning op met een muzikaal landschap waar het goed toeven is. Ja dit is wel post-rock en ja dat vind ik op zijn tijd aardig maar ben er zeker geen groot liefhebber van. Nu is ook het post-rock landschap vrij groot dus laten we die term verder maar negeren. Ik hoor hier gewoon een mooi stuk muziek in waar het heerlijk wegdromen is en waarin een hoop gebeurt. Zelf noem ik dit landschap muziek. Het heeft iets 'natuurlijks' in zich. Waar je je bij Sigur Rós daadwerkelijk in IJsland waant daar voel je je hier rondlopen in.... ja, waar eigenlijk? Het antwoord op die vraag kan me niet schelen want zo rond minuut 6 krijg ik werkelijk kriebels in mijn buik. Hier ervaar ik het magische van laatstgenoemde band heel eventjes. Het lijkt er niet echt op, maar de ervaring is toch hetzelfde. Een mooier begin kun je eigenlijk niet wensen. Op dit nummer wordt overigens niet gezongen.
Op Need gebeurt dat wel. Niet de hoge, ijle zang van een Jón “Jónsi” Þór Birgisson die je misschien zou verwachten, maar toch ook ijl op een andere manier en wel uitgevoerd door ene Clay Jordan: zweverig en op de achtergrond. Muzikaal gezien gaat het ook een andere richting op: het magische blijft maar wordt vaak overstemd door een hard gitaargeluid dat dit nummer zowel hemels als aards maakt.
Tremolo begint wat lieflijker. Het heeft wat shoegaze-dromerigs in zich. De ondertoon is heel erg warm. Het voelt als de warme deken die om je heen slaat als je een badkamer binnenloopt waar net een lekkere douche is genomen: warm, vochtig en ietwat klam maar tegelijkertijd heel behaaglijk. Waarschijnlijk is zangeres Carolyn Berk hier verantwoordelijk voor.
Something Told Us stoomt nog even lekker door. Uit het niets doemt de warme mist op en gaat in flarden voorbij. Langzaam bouwt Pacific UV een mooie sfeer op die zeer kalmerend werkt en toch de aandacht weet vast te houden, ondertussen allerlei kleine haast niet op te merken wendingen nemend. Als je heel goed luistert (koptelefoon!) hoor je soms instrumenten waar je zo op het eerste gehoor niet op zou komen (ik meen in de verte zelfs een banjo te horen, maar het kan ook mijn verbeelding zijn). Aan het einde een beetje de cliché ontsporing die we bij een hoop post-rock bands horen; het is het enige smetje op dit verder prachtige nummer.
Waiting kent een heerlijk pianoloopje en verloopt erg sfeervol. Toch is die sfeer niet te gemaakt: het bevat toch wat gruis; net voldoende om dit nummer de kracht mee te geven die het verdient.
Orson heeft wel wat doomy jaren '80 geluid in zich maar dan weer vermengd met rock-elementen die we normaal niet horen bij die muziek. Piano en gitaar dansen om elkaar heen, dralend en aarzelend. Ze lijken maar niet tot elkaar te komen. En dan valt het stil om vervolgens meer body te krijgen en uiteindelijk in elkaar verstrengeld te raken. We kennen deze vorm van opbouw wel, het is niet nieuw, maar desondanks is het toch mooi.
If So heeft behoorlijk wat shoegaze elementen in zich. Het is best ok, maar ik merk ook wel dat ik hier net even te veel afdwaal. Toch te weinig mijn ding denk ik dan maar.
LJIV is een schitterende afsluiter waar piano en cello in het begin de hoofdrol vertolken. Steeds komt er wat meer bij waardoor het nummer een langerekt crescendo vormt om aan het einde weer heel klein en nederig te eindigen (decrescendo zo u wilt). Wat een schitterend einde!

Ik weet het: de echte kenners zullen niet zo veel nieuws horen denk ik, maar voor mij is dit toch een uiterst aangename luistertrip. Ik verwacht dat er behoorlijk wat liefhebbers voor zullen zijn en hopelijk weten zij de weg te vinden naar album 116935 op musicmeter.

Pale Lights - The Stars Seemed Brighter (2017)

poster
3,5
Zo'n hoes die doet denken aan Belle and Sebastian of The Smiths ("Der Geteilte Himmel" uit 1964).

Het wist mijn interesse te wekken, zonder dat ik ook maar enig idee had wat het zou moeten zijn alhoewel ik het van tevoren al wel een beetje kon raden. En ja hoor, ik had het juiste voorgevoel.

Een half uur sprankelende gitaarliedjes die doen denken aan het betere werk in de jaren '80. Lloyd Cole and the Commotions was een eerste gedachte. Muziek waar ik van hou en waar ik ook aardig wat van in de kast heb staan.

Alleen zijn dat allemaal jaren '80 bandjes. Dat is Pale Lights niet. Pale Lights komt uit New York en brengt dit album uit op een Duits label. Het is de opvolger van debuut Before There Were Pictures en daarnaast hebben ze nog wat EP's uitgebracht.

is het wat? Jazeker. Helemaal mijn ding, alleen is er een grote maar. Ik heb net wat te veel van dit soort albums in de kast staan en Pale Lights ie iets te veel inwisselbaar om zich te kunnen meten met de echte grootheden binnen het genre. Daarnaast beginnen de nummers op een gegeven moment te veel op elkaar te lijken en dan is zelfs een half uur net wat te lang. Dat is best jammer, want meer variatie had het album sterker gemaakt.

Hierdoor is The Stars Seemed Brighter een uiterst vermakelijk album geworden, maar helaas niet de onverwachte klapper aan het einde van het jaar die mijn jaarlijstjes nog even flink ondersteboven zou schoppen. Typisch zo eentje waar je over een jaar niet meer van weet wat het nu ook al weer was. Misschien zit ik er naast, maar ik vrees dat dit het lot gaat zijn van verder een prima album

Pale Young Gentlemen - Black Forest (Tra La La) (2008)

poster
3,5
Alleraardigst en vrolijk plaatje van dit gezelschap waar het debuut volledig aan mij voorbij is gegaan.
Dit is een beetje Andrew Bird met een vleugje Arcade Fire en een snufje Belle & Sebastian.
Alleen heb ik toch wat moeite met de stem van Mike Reisenauer hoe veel die ook weg heeft van genoemde Andrew Bird.
Neemt niet weg dat ik deze zwierige, charmante pop-rock zeer kan waarderen en ik denk dat het gewoon heel veel draaibeurten nodig heeft om steeds beter te waarderen (de zang van Arcade Fire trok ik in het begin ook niet).

Het begint al met de opener Coal / Ivory dat hier en daar het opzweperige in zich heeft dat ook Arcade Fire soms zo kenmerkt. Voeg daarbij de ietwat tegen het valszingende aan en je hebt muziek die liefhebbers van genoemde artiesten goed in de oren moet klinken.
I Wasn't Worried heeft qua zang en warmte veel weg van Andrew Bird alleen ontbreekt zijn fluiten hier (je zit er soms gewoon op te wachten). Het nummer is vrij eenvoudig van opzet: tokkelende gitaar, harmonieuze backings en wat cello-arrangementen met in de hoofdrol de zang van Reisenauer.
Marvelous Design is barokke huiskamerpop met een hoofdrol voor de strijkers onder begeleiding van de piano. Dit is dus wat ik bedoelde met charmant.
Goldenface, Morninglight borduurt flink voort op het vorige nummer: ook dit is huiskamerpop waar de strijkers voor een intieme sfeer zorgen. Het is een wat desolaat klinkend nummer waar de zang wonderwel goed zijn plaats in weet te vinden.
De cello zorgt voor een spannend intro waar de gitaar het al snel overneemt. The Crook of My Good Arm wordt hierdoor al snel een ietwat gek maar o zo leuk nummer.
Kettle Drum (I Left a Note) zorgt er voor dat de zwierigheid terugkeert: voetjes van de vloer, eettafel en stoelen aan de kant, tapijtje oprollen en voetjes van de vloer dan maar.
Shadows / Doorways is slechts een triestig strijkers-tussendoortje en wordt gevolgd door Our History waar Reisenauer zich weer tegen het randje aan doorheen werkt. Wat bij een nummer als dit opvalt is dat het nergens ontspoort of ontaardt in misplaatste bombast of langerekt crescendo. De strijkers eisen een grote rol op maar ook weer niet de absolute hoofdrol.
Tokkelend openen diezelfde strijkers het verhalende Wedding Guest. Het tralala wat ook in de titel van het album te vinden is horen we hier letterlijk terug. Geen zwaktebod in de tekst maar het getralala vormt hier haast een instrument gevormd door vocalen.
We Will Meet is lieflijk en hier irriteert de stem me weer net iets te veel omdat het hier de volledige ruimte krijgt.
There is a Place? beklijft beter en gaat weer sterk richting composities zoals Andrew Bird ze ook maakt (minus het fluiten dus).
She's All Mine, I Think is een afsluiter in stijl: rustig, kalm en vooral berustend. Maar ja twijfel is er ook en dat is te lezen in de titel van het nummer.

Zoals gezegd is het die stem die ik niet altijd goed weet te waarderen maar qua liedjes hoor ik hier toch een hoop moois. Echt nieuw of verrassend is het niet maar dat hoeft niet zolang het maar goed gedaan wordt en dat is hier op dit album wel degelijk zo.

Paloma Faith - A Perfect Contradiction (2014)

poster
3,5
Het debuut van Paloma Faith vond ik indertijd een aangename verrassing. Een dame om in de gaten te houden. De opvolger was ook prima maar wist toch minder mijn aandacht vast te houden waardoor ik haar al haast vergeten was.

Pharrell Williams is duidelijk aanwezig op Can’t Rely on You dat het album vooruitsnelde. Retestrak en catchy en je zou wel eens kunnen gaan bedenken dat Faith weer met iets sterks op de proppen komt. Raphael Saadiq is immers ook geen onbekende naam en die werkt mee op 2 nummers: Mouth to Mouth en Love Only Leaves You Lonely.

Jammer voor Saadiq maar Mouth to Mouth is van het slag Ferry Maat's Soulshow (de ouwetjes onder u kennen het vast nog wel) en dan het slag waar ik nooit veel mee op had en dat is anno nu niet veranderd. Ze herstelt zich op het funky Take Me maar dat doet wel veel te veel denken aan van alles en nog wat (Bee Gees?!). Lekker is het in elk geval wel.

Only Love Can Hurt Like This heeft veel weg van de pop-soul van Dusty Springfield met een vleugje Amy Winehouse. Het strotje van Faith kan in elk geval goed opengetrokken worden. Over Amy gesproken; The Bigger You Love (The Harder You Fall) doet ook erg aan haar denken. Niet geheel verkeerd.
Iets minder vind ik dan weer een disco-achtige stamper als Impossible Heart maar Trouble With My Baby is met die Dap Kings-achtige sound daarentegen om te smullen.

Al met al een swingend plaatje waarmee Paloma Faith laat horen nog steeds goed mee te draaien.
Voor wie ook wil weten hoe dit allemaal klinkt is het album nu streaming te beluisteren.

Paloma Faith - Do You Want the Truth Or Something Beautiful? (2009)

poster
4,0
Is er naast Amy, Duffy en Adele eigenlijk nog wel ruimte voor artiesten als Paloma Faith? Noisettes hebben immers ook het roer behoorlijk succesvol deze richting omgegooid dus de vijver is wel erg overbevolkt aan het raken zo.
Het antwoord laat zich raden: ja, Paloma is onderhand een beetje mosterd na de maaltijd en er is een overkill aan dit soort albums.

Maar toch is het zo slecht nog niet. De half Spaanse, half Britse Paloma heeft een aanstekelijk album afgeleverd waarbij alles uit de kast wordt getrokken: strijkers, een big band orkest en samenwerkingen met dé producers van dit moment, zoals Greg Kurstin (Lily Allen, The Bird & The Bee, Kylie) en Jodi Marr (Mika).

Ondanks dat je het allemaal wel weet onderhand, ondanks dat je soms het gevoel hebt naar een nummer van het laatste Noisettes-album te luisteren, ondanks dat je het soulgevoel van Duffy soms wat voelt opborrelen, ondanks alles is het gewoon een vrolijk plaatje dat leuk is om de tijd mee op te vullen, wachtend op de nieuwe Duff, Amy, Adele etc. etc.
Oh, u gelooft die opvolgers ook wel? Dan is dit album er beter eentje om in de schappen te laten staan..... ik zelf begin steeds meer van dit ietwat kitscherige plaatje te houden.

Paloma Faith - Fall to Grace (2012)

poster
3,5
Do You Want the Truth Or Something Beautiful? is en blijft een leuk album het was dus even afwachten wat Paloma Faith van de opvolger zou brouwen; te verkrijgen in een gewone uitvoering in rode jurk of een deluxe versie met akoestische bonustracks waar de jurk blauw is.... tegenwoordig bijna normaal om albums uit te brengen op deze manier en eigenlijk wel zo eerlijk. Je kunt nu lekker kiezen en je voelt je als groot liefhebber niet bekocht als er na een half jaar opeens allemaal leuke extra's aan een album toegevoegd worden.

Ik liet bij het debuut de naam Duffy al vallen en doe dat nu weer. De zang van Paloma bevalt me wat beter maar de vibe is wel overeenkomstig. Helaas is er nog wat overeenkomstig en dat is dat ik album nummer 2 toch wat minder vind dan de eerste.
Ze had al aangekondigd dingen anders aan te pakken (ik meen zelfs ergens gelezen te hebben dat ze haar vorige album niet eens goed vond) dus helemaal verrast ben ik niet. Ze wilde een wat moderner geluid en minder retro en heeft producer Nellee Hooper gevraagd daarbij te helpen.

Dat pakt in mijn oren soms ietwat te geforceerd uit; ik mis het spontane blije gevoel van het debuut.
Is het dan ook geen leuk album? Nee, dat valt mee. Die tweede Duffy was veel meer een 'let down' dan dat Fall to Grace dat is want er staat genoeg moois tussen en het is gewoon een album dat lekker wegluistert en dat is soms ook prettig.
Overigens is het best aan te raden om de deluxe-versie aan te schaffen want de akoestische versies zijn een fijne aanvulling.

Niet de klapper waar ik stiekem op hoopte desondanks zal ik Paloma Faith zeker nog wel blijven volgen.

Papercuts - Can't Go Back (2007)

poster
3,5
Zeer charmant indie-folk-pop-plaatje. Beetje rammelend, beetje lijzig gezongen door Jason Quever maar o zo plezierig om naar te luisteren. Zelf zeggen ze gospel als invloed te hebben, maar dat hoor ik er nu niet overduidelijk in terug.
Dit zijn behoorlijk tijdloze liedjes en het zou me niet verbazen als dit album overal zeer goede kritieken gaat krijgen.
Andy Cabic van Vetiver schijnt meegedaan te hebben en ik denk dat dit album voor liefhebbers van die band (of Devendra Banhart) dit zeer zeker eens moeten gaan beluisteren. Zelfs Velvet Underground-liefhebbers zouden dit wel eens prima kunnen gaan waarderen.
Ik zou zeggen MuMe-collega's: probeer deze Papercuts eens uit!!!

Parachutes & Band in Box - Split (2008)

poster
3,5
Parachutes bestaat uit Alex Somers en Scott Alario, beiden afkomstig uit Reijkjavik. En ja hoor: de zeer herkenbare sound uit IJsland is hier hoorbaar. Alsof Sigur Rós nieuwe nummers heeft gemaakt. Helemaal vreemd is het niet omdat de 2 nummers op deze EP geproduceerd zijn door Jón Þór Birgisson van, jawel...... Sigur Rós en laten de dames van Amiina nu ook nog eens te horen zijn.
Altijd leuk, maar we horen natuurlijk niets nieuws. Misschien dat hun debuut die in 2009 moet uitkomen nog wat verrassends laat horen. Deze 2 nummers zouden zo van grote broer Sigur Rós kunnen zijn.

Band in Box is afkomstig uit Zweden (Malmö). Zij gaan een stapje verder en klinken wat experimenteler dan Parachutes. Lekker dromerig, kinderlijk en speels. Een beetje een CocoRosie sausje is er wel op te proeven maar dan in een soort Belle & Sebastian-achtige mix.

Leuke EP? Ik heb meer met Parachutes dan met Band in Box en ben benieuwd naar hun volwaardige nog te verschijnen album. Grote gevaar bij hen is wel dat het echt te veel lijkt op die genoemde, zo zo bekende, band.

Interesse? Hier is deze EP legaal te beluisteren.

Parenthetical Girls - Entanglements (2008)

poster
4,0
Persoonlijke tips zijn altijd leuk en als Chameleon Day dan met dit album komt aandraven omdat Mirror Mirror van The Irrepressibles zo goed bevallen was (en blijkbaar ontdekt door mijn schrijven aldaar) dan ben ik één en al oor, want laat ik die cd onlangs verhoogd hebben naar de volle mep van 5*.
"Let wel op want dit is minder toegankelijk dan Mirror Mirror' was de extra mededeling.
Ach, een half uur bombastische gekte moet ik wel kunnen overleven dacht ik zo.

Als Four Words van start gaat vliegen een hoop namen door mijn hoofd: ik hoor Devendra Banhart The Irrepressibles lenen als begeleidingsband terwijl Arcade Fire goedkeurend meeknikt op de muziek en alvast de cd Torment and Toreros van Marc and the Mambas opzoekt voor de afterparty.
Symfonische bombast waar alles door elkaar heen fladdert en dwarrelt terwijl het toch klopt.
Oei, Chameleon Day , je zou er met die tip wel eens heel goed bij kunnen zitten.
Als Avenue of Trees start hoor ik in het intro een nummer van Rufus Wainwright. Het is voor nu nog even denken welk nummer ook al weer, maar ik kom er nog wel achter als er meerdere draaibeurten op gaan zitten.
De term 'zwieresque' kan zeker weer van stal gehaald worden bij dit nummer en ik snap de link met The Irrepressibles ook wel.
Het hoge stemmetje dat we ook bij die band horen komt goed naar voren in Unmentionables. Ontoegankelijk? Waar dan? Ik hoor nog steeds heerlijk zwierende muziek. Barokke bombast waar je mij momenteel heel erg warm voor kunt laten lopen en als er dan ook nog eens een dixieland-achtig blazersorkestje voorbij marcheert is de gekte compleet en ben ik tevreden. En echt hoor: ik vind dat moeilijke wel meevallen. Dit is toch heerlijk?!
Aan gekke titels ook geen gebrek: Gut Symmetries tokkelt lekker voort, alsof het orkest nog aan het stemmen is en we wachten op de a van de concertmeester. Huppeldepup hobbelt het nummer voort en dat klinkt negatiever dan het is: het is grappig, het is confronterend, irriterend en buitengewoon boeiend!
Op A Song for Ellie Greenwich krijgt het stijltje een vleugje hoempa zonder boers te worden. Verder tinkelt en twinkelt het dat het een lieve lust is. Ik begrijp dat mensen hier ook wel wat Arcade Fire in horen maar ook het zwieresque van The Irrepressibles blijft heel erg logisch (en wat te denken van die stem).
Young Eucharists lijkt op de afloop van een bachanaal. Half dronken, half ontkleed ligt iedereen lekker dronken te wezen terwijl het orkest op laatste kracht nog even doorgaat, zelf ook niet helemaal helder meer zijnde. Ik hoor ergens een soort dubbele tong (of slaat mijn fantasie nu vreselijk op hol?!). Het hoeft geen uitleg meer dat ik dit zeer aangenaam vind. Toch?!
Kamermuziek voor popliefhebbers horen we in de vorm van Entanglement en voor je het weet slaat het om in een of andere disney-film om daarna over te hellen naar een bruiloftsmars. Ja, en dat in anderhalve minuut tijd. Geweldig!
Abandoning heeft het theatrale dat ik ook in een band als Dez Mona hoor. De vibrato in de stem heeft wat weg van 'hallo daar zijn we weer' Antony (alhoewel de klankkleur totaal anders is).
The Former gaat wat minder hysterisch van start en ademt een soort rust uit, alhoewel ik me kan voorstellen dat velen hier gillend voor wegrennen: te veel kitsch, te veel bombast en misschien te veel over the top. Hemels achtergrond koortje trouwens..........
De sfeer wordt iets gelatener in het intro van Windmills of Your Mind (inderdaad een bekende cover) maar dat slaat al snel weer om naar het tango-achtige wat volgt. Bij dit soort stukken moet ik gelijk aan Torment and Toreros denken van het al eerder genoemde gezelschap Marc and the Mambas. Hoe krijgen ze het voor elkaar om dit in 1 nummer te verwerken! Daar valt je mond toch van open?!
The Regrettable End is qua titel wel heel erg toepasselijk want een half uur voor deze schitterende cd is echt veel te kort.
Het is een afsluiter in stijl: het orkest zet nog eenmaal in voor de laatst achtergeblevenen die nog op hun stoeltje zitten. Ik hoor daar bij. Mij zul je niet gillend weg zien rennen. Integendeel; ik klap zo hard totdat mijn handen gevoelloos niet meer kunnen en daarbij zat ook een stukje applaus voor het zeer fijne aanvoelen van Chameleon Day.
Ik hoop dat deze bijdrage het begin is van net zo'n zegetocht als die van The Irrepressibles die het ook niet onaardig doen op musicmeter. Ik ben in elk geval verkocht en de cd gaat zonder enige twijfel in bestelling

En zien we in de clip van A Song for Ellie Greenwich het homobroertje van Billy Corgan?

Parov Stelar - Shine (2007)

poster
4,0
Ooit hadden we St. Germain die met zijn Tourist menigeen bij z'n lurven wist te pakken. Het was een mix van electro met jazz die veel mensen uit alerlei muziekhoeken bij elkaar wist te brengen.
Na dat album wisten veel artiesten met een zekere crossover goed te scoren. Bij mij begon dat meer en meer weg te ebben. Eens heb je genoeg gehoord en hoeft het niet meer zo.
Totdat ik bij deze cd terecht kwam van de Oostenrijkse Parov Stelar die op uiterst geslaagde wijze (ik wil ook graag het woord sophisticated laten vallen) met een mix komt van aangename techno tot nujazz, tech house tot triphop, minimal tech tot downtempo, deephouse tot electrohouse-jazz, house-jazz tot dance-jazz, breakbeat-jazz tot electro-dance (las deze omschrijving ergens en kan er goed mee leven). Dit alles met een wat ouderwetse swing waaroverheen diverse artiesten hun vocalen mogen laten horen.
Voer voor liefhebbers van St. Germain, Yonderboi, Moby, Koop, Zero 7 en noem zo nog eens wat grote namen. Vergeet dan niet dat deze Parov Stelar ze eigenlijk niet nodig heeft als vergelijking: hij staat voldoende sterk op eigen benen want daar is dit album gewoon te goed voor.

Parov Stelar - The Paris Swing Box (2010)

poster
3,5
Je zou haast denken dat Yolanda Be Cool & Dcup met We No Speak Americano afgelopen zomer een trend gezet hebben door swingjazz te vermengen met dancebeats.
Niets is minder waar: we hebben het al eerder gehoord en Parov Stelar mag dan zeker niet onvernoemd blijven.
Zijn nieuwe mini-album The Paris Swing Box staat vol met dit soort heerlijke, zomerse swingjazz voorzien van dansbare saus. Leuk voor liefhebbers van dat ene hitje dus en zeker ook voor die van Caro Emerald.
Valt er verder iets over te vermelden? Nee, niet echt, buiten het feit dat de hoes geheel in stijl is en dat het vooral erg dansbaar is dus geschikt voor de dansvloer (zijn volledige albums zijn dat meestal wat minder). Niet leuk voor in de woonkamer dus? Welnee. Beentjes van de vloer en swingen maar en anders even laten rusten tot het voorjaar: kunnen de ramen weer wijd open en kan je de eerste zonnestralen laten begeleiden door de muziek uit deze Parijse swingbox.
Kritiekpuntje is dat het na verloop van tijd wat eentonig begint te worden en daarom is het fijn dat het maar om 5 nummers gaat: precies goed en genoeg.

Patricia Kaas - Kabaret (2009)

poster
3,5
El Ninjo schreef:
Et S'il Fallait Le Faire is de Franse inzending voor het Songfestival.

En door de vreemde regeling dat Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Spanje gelijk in de finale staan vanwege hun grotere bijdrage aan de EBU zullen we Patricia Kaas pas vanavond (lees: de finale van het Eurovisie Songfestival) voor het eerst zien optreden. Een nadeel denk ik omdat 20 van de 25 landen al eerder hun kunstje hebben laten zien tijdens de halve finales en die nummers dus al enige bekendheid genieten bij het televotende publiek.
Patricia Kaas mag dan ook wel geen onbekende zijn, maar Olga uit Moldavië zal er ongetwijfeld nooit van gehoord hebben en daarbij is de inzending Et S'il Fallait Le Faire geen hapklare brok tijdens de borrelnootjes en puntenlijstjes dus we moeten maar afwachten of Frankrijk met kwaliteit gaat scoren dit jaar. Mijn zegen heeft ze want ik vind het een schitterend nummer en mijn hoop is gericht op de vakjury die dit jaar weer een rol gaat spelen.
De rest van dit album doet zijn titel eer aan: Kabaret! De diepe, schitterende stem van Kaas geeft het geheel een zwoel tintje en de nummers zitten zeer goed in elkaar.
Waar ik de hele cd van de Zwitserse inzending en tevens persoonlijke favoriet Lovebugs wat vond tegenvallen t.o.v. het nummer dat meedeed (de zang tijdens de halve finale trouwens ook), daar vind ik dit album als geheel behoorlijk sterk, zelfs een cover als Faites Entrer les Clowns. Nu hou ik ook wel van dit soort donkere, ietwat cabaretesque dramatiek en dan ook nog eens in het frans gezongen (jammer van die ene uitzondering genaamd Falling in Love Again).
Wie de inzending op het festival net als ik ook zeer kan waarderen zal zich met deze cd zeer zeker ook kunnen vermaken want het ligt goed in het verlengde van dat nummer.
Ik zeg: Eurovision Song Contest 2010 in Parijs en zo niet dan is er altijd nog Kabaret die nog vele malen door mijn speakers zal gaan klinken, winst of geen winst.

Patrick Watson - Close to Paradise (2006)

poster
4,0
Een album waar nogal wat over gesproken werd en wat Lowlands nogal versterkte. Een album waar ik op de een of andere manier nooit zo'n belangstelling voor had en dat is best wel vreemd gezien de namen die in 1 adem genoemd worden in allerhande recensies; namen die mij gelijk naar de winkel zouden moeten doen rennen.
Ook Martin Visser zei al in een pm dat ik dit zeker niet voorbij moest laten gaan en gezien ik zijn tips graag volg was dat het zetje wat me ertoe bewoog om dit dan toch ook te luisteren. Hype of niet.

Bij de opener Close to Paradise kreeg ik heel raar (en spring niet allemaal op de kast nu) een Coldplay gevoel: die piano, dat slepende ritme. Ik weet het niet. Het lijkt er eigenlijk totaal niet op maar ik kon me er niet helemaal van los weken en meerdere draaibeurten deden dat beeld niet vervagen.
Bij Daydreamer was dat beeld gelijk helemaal weg. Die stem heeft inderdaad wel wat weg van Jeff Buckley maar een Antony hoor ik er totaal niet in (terwijl die naam ook vaak genoemd wordt).
De sfeer is heel speels, maar straalt tegelijkertijd ook iets vreemds uit. Hier is wat aan de hand, het is haast spookachtig te noemen. Waar ik bij de opener nog niet gelijk rechtop veerde daar heeft Watson hier mijn volledige aandacht. Ook de banjo valt op. Hierdoor is hij ook in 1 adem genoemd met Sufjan Stevens, maar ook dat vind ik van een totaal andere categorie.
Slip into Your Skin heeft iets heel liefs. Zulke liedjes wil je toch gelijk omhelzen en nooit meer los laten. Hier moet ik juist denken aan een singer-songwriter die ik nog niet ben tegengekomen in al die lovende stukken: Richard Swift. Zwierig en barok en tegelijkertijd toch met beide benen op de grond (iets wat bij b.v. een Rufus Wainwright niet gebeurt). Hier schuilt denk ik ook de kracht van de liedjes op dit album: het is zweverig en groots en tegelijkertijd toch ook weer heel aards en nuchter. Vorig jaar had Ray Lamontagne op zijn album soortgelijke liedjes die maar bleven groeien bij mij en ik vermoed dit dit ook wel eens zo bij dit album zou kunnen gaan gebeuren.
Giver heeft weer de sound die ik bij Richard Swift hoor (dat ik die niet tegen ben gekomen in recensies vind ik echt verbazingwekkend). Het heeft een beetje een jaren '70 sound en het is wederom een perfect popliedje.
Weight of the World fluistert bezwerend door de tijd. Lieflijke geluidjes omlijsten een broeierig en zwoel geluid. Het is haast sexy te noemen, maar de mysterieusheid zorgt er voor dat dit toch ook niet helemaal klopt. Vreemd en daardoor uitermate lekker. Vooral heerlijk als het wat lossere cabaret-achtige gedeelte van start gaat. Gavin Friday en ook Marc Almond doen dit ook wel eens en ja dan zit je bij mij zeker goed.
The Storm is lekker folky door de gitaar. En hoor ik daar een zingende zaag? Het is een prachtig nummer met een zeer mooie opbouw en de achtergrondzang is zeer belangrijk voor de sfeer in dit nummer. Prachtig.
Het instrumentale Mr. Tom ademt wederom die cabaretesque jaren '30 Berlijn-sound. Het nummer draait rondom de piano, maar hier en daar wat geluidseffecten maken het nummer net nog een stukje boeiender waardoor er sprake is van een erg mooi nummer en niet zomaar een instrumentale vuller of overbrugging naar een volgende song.
Luscious Life opent op piano en is wat meer up-tempo. Hier wat uithalen a la Buckley (ja hier snap ik de vergelijkingen dan wel), maar wat zit dit nummer vernuftig in elkaar. Het is een complexe puzzel waar de stukjes wonderwel perfect passen en daarmee is het een krachtig stuk muziek wat nergens te moeilijk of freakerig wordt.
Drifters is een nummer zoals Coldplay het op zijn derde album had moeten maken en daarmee heel veel meer credits had gekregen. Dit zijn nog eens piano-nummers met zijdezachte zang.
Man Under the Sea ademt Tom Waits alleen is het gegrom hier de ijle zang van Watson. Walst u even mee? 1-2-3, 1-2-3.
Barok en zwierig had ik al gezegd en het gaat hier ook weer op en nergens ontspoort het.
The Great Escape is het enige nummer waar ik dan mee wil gaan in de Antony-vergelijkingen. Het is een breekbaar nummer en de piano speelt wederom een hoofdrol in het voor mij favoriete nummer van deze cd. Drie minuten pure klasse: hier het bewijs dat het in weinig tijd goed kan. Nergens een noot te veel en de emoties zijn groot maar worden nergens groots of dik aangezet.
Sleeping Beauty kent tijdens het intro de geluiden die Sigur Rós ook in zijn muziek stopt en dat neemt Portishead anno 2007 dan over. Maar dit is die IJslandse band niet en de nieuwe Portishead zal er wel nooit komen. Daar hebben we Patrick Watson voor en die doet dat zelf op voortreffelijke manier. Strijkers buitelen over elkaar heen en geven het nummer een lekker randje.
Het klein gehouden Bright Shiny Lights kent een jazzy, bluesy sfeertje en sluit het album af. De show is afgelopen dames en heren. Vergeet uw jas niet mee te nemen en we hopen u graag terug te zien in ons theater.
Wil ik Patrick Watson vaker gaan beleven in zijn theater? Jazeker. Ik had minder eigenwijs moeten zijn en dit album niet moeten negeren. Nu waren er vele positieve berichten en een persoonlijk duwtje van Martin Visser voor nodig om uiteindelijk toch voor de bijl te gaan.
Een bijzonder album dat waarschijnlijk nog flink zal rijpen waardoor het alsnog een beetje hoger uitpakt dan mijn 4 sterren voor nu.

Patrick Watson - Wooden Arms (2009)

poster
3,5
Close to Paradise deed er een aardig tijdje over om mij te bereiken. De euforie bij menigeen was al aardig groot toen ik er mee in aanraking kwam.
Nu is het anders: ik weet nu dat we te maken hebben met een bijzondere artiest die misschien wel weer eens een juweeltje zou kunnen afleveren.
Firewood gaat al indringend van start om vervolgens na 45 minuten muzikaal avontuur te eindigen met Machinery of the Heavens.
Alsof we van start gaan met een ijselijk beekje dat rustig op gang komt en uiteindelijk uitmondt in zee. Ja, Smetana's Moldau in een geheel ander jasje. We komen van alles tegen, vallen van de ene in de andere verrassing en beleven het intens.
Natuurlijk een ietwat belachelijke vergelijking maar dit is net als het vorige album één geheel dat beluisterd moet worden terwijl de nummers prima op zichzelf staan en er voor zover ik weet niet sprake is van een bepaald thema.
Watson weet te betoveren zonder te vervreemden. Watson weet muziek voor velen te maken zonder al te platgereden paden te betreden. Hierdoor is het een bijzondere artiest te noemen die het ook nu voor elkaar krijgt enorme kwaliteit of te leveren.
Wooden Arms vraagt enige concentratie maar dat kost weinig moeite en dat zorgt voor mijn waardering...... wederom.

Patrick Wolf - Brumalia EP (2011)

poster
4,0
Patrick Wolf had blijkbaar nog genoeg liggen om uit te brengen. Verscheen er eerder dit jaar de EP Lemuralia daar hebben we nu Brumalia dat opent met het schitterende Bitten. Ietjs grilliger misschien dan wat er op Lupercalia staat maar nog steeds behoorlijk catchy.
Absoluut een geweldig begin van deze EP en het toont aan dat deze meneer nog steeds niet uitgeblust is en vol energie in het leven staat. Het hebben van een relatie en gelukkig zijn hoeft niet altijd in de weg te staan van mooie dingen kunnen creëren. Dit nummer is daar het bewijs van.
Together kennen we van Lupercalia en is denk ik wel mijn favoriete nummer van dat album. Een erg toegankelijk album en dat horen we terug op deze Donna Summer-achtige popsong. Liefhebbers van de donkere, grillige Wolf zullen dit niks vinden maar ik ben er nog net zo verslaafd aan als tijdens de eerste luisterbeurt een aantal maanden terug. De volumeknop gaat elke weer even een stuk hoger als dit voorbijkomt en nu dus weer.
Time of Year valt weer op door de blazers. Eerder dit jaar in de Melkweg werden de live-uitvoeringen ook aardig gedomineerd door blazers dus voor mij is het nu ook weer niet erg verrassend. Het is een poppy nummer dat zo op Lupercalia had gekund. Het klinkt allemaal wat gelikter dan vroeger maar kent nog genoeg stekeligheden en ik heb er totaal geen moeite mee. Heerlijk nummertje.
Jerusalem is een cover van een oud traditioneel nummer (de Simple Minds hebben het ook al eens gedaan). Het is een typische Wolf cover niet meer of minder.
Nemoralia laat horen dat Patrick nog steeds weet hoe hij electronica moet toepassen in zijn nummers. De grilligheid uit het verleden is zeker niet verdwenen, maar dat konden we ook al horen op de vorige EP Lemuralia.
Pelicans kent ook wat meer electronische aanvullingen op dit nummer waar blazers wederom een grotere rol krijgen maar nu dus ingeklemd tussen een hoop gestuiter en gesputter. Je vond Lupercalia maar niks want te commercieel? Dan kan je hier vast meer mee.
Afsluiter Trust opent op harp. De romantische Patrick doet hier zijn ding. Het nummer kent een mooie opbouw en laat horen dat Patrick Wolf een uiterst getalenteerd musicus is.

Het blijft vreemd dat deze jonge muzikant maar niet echt groots wil doorbreken zelfs niet met toegankelijker nummers. Is hij dan toch wat te excentriek? Te gay? Of is het toch lastig om zijn muziek te doorgronden?
Ik durf het niet te zeggen. Wat ik wel durf te zeggen is dat Patrick Wolf op dit moment tot mijn meest favoriete artiesten behoort en dat ik Brumalia een heerlijke EP vind die een welkome aanvulling vormt op zijn eerder dit jaar verschenen cd Lupercalia die zeer hoge ogen gaat scoren in mijn eindlijstje over 2011.

Patrick Wolf - Crying the Neck (2025)

poster
4,5
We moeten terug naar 2011 voor het laatste Patrick Wolf album Lupercalia (vooruit: 2012 Sundark and Riverlight, wat een album met herbewerkingen van zijn eigen nummers was).
Het leek erop dat Wolf zijn viool aan de wilgen had gehangen en een teruggetrokken leven was gaan leiden.

Een leven vol tegenslagen met een alcoholverslaving, drugsgebruik, bankroet, een ongeluk in Italië en het verlies van zijn moeder aan kanker.
Totdat het gedurende de pandemie beter ging en hij blijkbaar inspiratie vond voor nieuwe muziek.
In 2023 verscheen de EP The Night Safari wat na lange tijd een eerste levensteken was.

Gelukkig maar, want Wolf behoort tot mijn grote favoriete artiesten. En als Reculver, een nummer waar hij al aan begonnen was op zijn 16e, langzaam en lieflijk start om vervolgens open te barsten in een bijna extatische draaikolk dan weet ik al: hij is terug! Eind juni tikt hij de 42 alweer aan.... en nog steeds ziet hij eruit als een jonge vent, ondanks alle tegenslagen.

Op Limbo gaat hij de samenwerking aan met Zola Jesus. Misschien wel meer pop dan ooit. En dat horen we terug in het hele album. Pop, maar met zeer scherpe randen en de oh zo herkenbare Patrick Wolf sound. Het doet me dan ook het meest denken aan het album The Magic Position.
Ook op Lughnasa horen we een samenwerking, maar dan met Serafina Steer. Prachtig nummer.

Emotionele momenten zijn ook te ontwaren. Op Dies Irae bijvoorbeeld waar Wolf een laatste, denkbeeldig gesprek heeft met zijn overleden moeder. Dit is tevens het moment dat er wat gas van de plank gaat en de ballades plus mid-tempo nummers naar voren komen (The Curfew Bell met het schitterende strijkers-arrangement).

Crying the Neck is een album waar we flink heen en weer worden geslingerd tussen troostvolle ballades en uptempo dansbare tonen, bijna altijd begeleid door een bak strijkers of zijn solo-viool.
De stekelige elektronica van het debuut krijgen we hier een heel stuk minder te horen (of het is subtiel zoals tracks als Oozlum; wat meer knisperend op de achtergrond), maar dat geluid was op de laatste albums sowieso al minder te herkennen.

Crying the Neck is alles waar ik op hoopte. Een schitterend album dat tijdloos klinkt. Muziek waar ik onmiddellijk in opgezogen word. Grandioos en glorieus.

Welkom terug Patrick!

Patrick Wolf - Lupercalia (2011)

poster
4,5
De nieuwe Patrick Wolf beoordelen moet je eigenlijk niet aan mij overlaten denk ik.
In 2003 een nog erg jonge artiest waar ik het debuut aanvankelijk vreselijk vond om snel daarna totaal om te draaien naar enorm waarderen (en dat blijven doen).
Hier is dus een fanboy aan het woord. Een fanboy die dol is op de zwaardere stukken met experimenteerdrift maar die ook uit de voeten kan met de poppy klanken van een album als The Magic Position.
Toch sloeg de twijfel toe bij het horen van een nummer als The City of Time of My Life. Inderdaad nummers van het poppy soort en zelfs voor Wolf begrippen wel heel erg luchtig.
En toen was daar House met die ongelooflijk mooie videoclip. Het nummer werd ook door Wolf gespeeld in de Melkweg eerder dit jaar en het is zo'n verslavende compositie die er voor zorgt de eerder genoemde nummers mee te nemen naar een hoger, euforisch level.
Het kwartje viel: niet te lang willen vasthouden aan de experimenteerdrift van Wolf is het devies. Deze artiest heeft zijn draai gevonden, is gelukkig in de liefde en deze keer levert dat een luchtig album op dat nog steeds zijn stekeligheden kent, alleen zijn die meer verborgen deze keer.

En wat staan er weer heerlijke nummers tussen: Bermondsey Street klinkt blij door de blazers en Armistice beschouw ik nu al tot mijn favoriete Wolf nummers.
En het is niet alleen pop: melancholie is ook nog steeds vertegenwoordigd en nu zelfs een beetje Donna Summer-achtige disco in de vorm van Together.
Lupercalia blijkt een album dat het deze zomer ongetwijfeld goed gaat doen bij mij. Deze fanboy gaat weer een ronde door en hoeft zijn favoriet nog niet af te vallen.
Ik weet heel zeker dat deze nieuwe niet bij iedereen in goede aarde zal vallen (en dan vooral de fans van het eerste uur). Maar het zou mooi zijn als hij hier nieuwe liefhebbers mee weet te winnen.
Hoog tijd dat Patrick Wolf een beetje meer naamsbekendheid krijgt dan hij nu heeft. Dat moet lukken met dit album dat kort maar krachtig is.

En ik? Ik kan niet anders dan heel onorigineel alweer 4,5* uitdelen aan Patrick Wolf.

Patrick Wolf - Sundark and Riverlight (2012)

poster
4,0
Het is me wat met die favoriete artiesten van mij dit jaar. Antony komt met herbewerkingen van oude nummers met klassiek orkest, het mogen dan wel live opnames zijn, zo klinken ze niet echt. Tori Amos komt met eenzelfde concept over enkele weken, Doe Maar bracht afgelopen weekend nummers in een nieuw jasje uit, Kylie doet het weer met een orkest (The Abbey Road Sessions) en Patrick Wolf steekt zijn nummers in een akoestisch jasje.
Tori doet het omdat het twintig jaar geleden is dat haar debuut uitkwam en Patrick vanwege het feit dat het 10 jaar geleden is dat zijn debuut uitkwam.
De één doet het dus groots met orkest, de ander maakt zijn nummers kleiner.

Het zijn altijd wel hachelijke ondernemingen. Want voegt het ook echt iets toe aan de discografie van een artiest? Is het niet gewoon een beetje muzikale armoede?
Daar zal altijd over getwist worden denk ik. Zelf sta ik daar vrij neutraal tegenover. Als het maar goed gedaan is en in het geval van Patrick Wolf scheelt het alvast dat hij de nummers in akoestische setting brengt (Tori bijvoorbeeld neemt nummers die al voorzien waren van orkest en dan kun je je afvragen wat het dan nog toevoegt).
En dan is het natuurlijk de vraag of de nummers aan kracht winnen of dat ze juist hun kracht verliezen. Moet je willen sleutelen aan nummers die ijzersterk zijn? Opzwepende nummers als The Libertine of The Magic Position worden nog steeds opzwepend gebracht maar dan een stuk kaler. Is dat krachtig of mis ik iets?

Allemaal vragen die me gedurende de hele speelduur niet helemaal loslieten. Ik ben van de muziek van Patrick gaan houden om wat het was en bij z'n debuut koste dat echt even tijd voordat die liefde er was. Nu krijg ik ze opeens in andere vorm voorgeschoteld en moet ik daar ineens weer aan gaan wennen.
Gelukkig merkte ik al snel dat mijn liefde voor zijn muziek groot is en dat het talent van deze nog jonge artiest duidelijk voelbaar is op Sundark and Riverlight.
Deze versies weten ook te overleven en hebben karakter. Wolf zingt vaak met een vrij donkere, diepe stem wat pure emotie uitstraalt net als de muzikale omlijsting. Ook zonder electronische snufjes lukt het hem om 'rare piepjes en kraakjes' te produceren zodat het spannend blijft.
Hierdoor vermijdt hij de valkuil van een gezapig zondagmiddag album, iets wat je met een akoestisch concept toch snel kunt krijgen.

Sundark and Riverlight is daardoor wel echt een album voor de Wolf-liefhebbers geworden. Wil je deze artiest leren kennen dan is dit album geen aanrader. Het is sowieso moeilijk om een album aan te duiden als instapmoment want kies je voor het electronische avontuur dat Lycantrophy heet of ga je voor de pop van The Magic Position of Lupercalia.
Wind in the Wires is mijn favoriet dus ik neig te zeggen ga daar voor maar het is en blijft een lastige kwestie en daarmee kunnen we best stellen dat we te maken hebben met een eigenzinnige artiest die wars is van wat anderen willen of vinden.

Ik ben heel benieuwd hoe dat live gaat uitpakken in een kerk (Paradijskerk Rotterdam 29 oktober a.s.). Afgaande op dit album heb ik daar alle vertrouwen in.
Sundark and Riverlight is een geslaagd project wat mij betreft en het is leuk om te zien dat hij echt van alle albums en 1 EP (Bitten is afkomstig van Brumalia) dingen heeft genomen wat de diversiteit ten goede komt.

Patrick Wolf - The Bachelor (2009)

poster
4,5
Het mag inmiddels bekend zijn dat ik een groot liefhebber ben van het werk van Wolf en dat mijn eerste kennismaking met deze excentrieke figuur slecht bevallen was indertijd.
De herwaardering voor het debuut kwam toen ik helemaal gevallen was voor zijn tweede album Wind in the Wires die nog steeds op 4,5* staat. Het bizarre is dat ik die waardering ook heb gegeven aan Lycanthropy die ik dus aanvankelijk niet te pruimen vond.
Toen het derde album The Magic Position net uit was was mijn enthousiasme over dat album niet te temmen en ik ging daverend van start met de volle mep van 5*, inmiddels keurig bijgeschaafd tot 4,5*. Ja, drie op een rij dus, wetende dat juist dat derde album voor velen toch een tandje minder was omdat het iets te gemakkelijk was misschien.
Het probleem voor Wolf is natuurlijk ook dat het nu wel erg moeilijk is om met zijn geluid te verrassen. We weten nu wel wat hij doet.
Ik verwacht dan ook dat hij niet veel nieuwe zieltjes zal weten te winnen en waarschijnlijk eerder fans van zich afstoten.
Zoals bekend zou het een dubbelaar gaan worden onder de noemer The Battle. Een soort Melancholie and the Infinite Sadness (Smashing Pumpkins), een magnus opus, zoals hij graag de wereld inslingerde (na eerst te toeteren dat hij er mee zou stoppen). Een hoop bla bla bleek wel want commercieel gezien toch niet zo handig gezien het feit deze dubbelaar nu als 2 aparte albums op de markt gebracht wordt met als overkoepelend thema nog steeds The Battle. Nu The Bachelor, later dit jaar of begin volgend jaar The Conquerer. En de reden? Het zou toch wel erg veel voor de fans worden om in 1 keer te behappen. 'Mijn grootje' zeg ik dan: er moet gewoon geld in het laatje komen.
Maar laat ik eens terug gaan naar dit album (want ik vind 2 albums verspreid over een jaar best okee). Gaat het 4 op een rij worden??? Ja dus! Ook nu prijkt het 4,5* label aan een Wolf-album.

Kriegsspiel (Wargames) is een opwarmertje, een intro die The Battle moet inluiden. En wat moet je verder over een intro zeggen? Niet al te veel. Laat de sirenes maar loeien zodat we snel van start kunnen gaan met Hard Times. Hortend en stotend begint het nummer gelardeerd met oosterse riedels allen afkomstig uit de ritmeboxjes van Patrick Wolf. Daarbij schuwt hij de rockgitaar niet en hierdoor krijgen we een merkwaardige mengeling van een industrieel geluid, wat rock, plus ietwat oosters en dit alles gaat goed samen want het klinkt als een klok. De viool laat hij ook deze keer niet achterwege. Het dendert lekker door en ik ben al tevreden.
Oblivion bevat ook weer wat meer electronica zoals op het eerste album maar ook hier oosterse sferen als extra saus die warm tussen de electronica doorkronkelt. En dat is wat mij altijd zo bevalt aan het werk van deze jonge muzikant: het zijn botsende werelden die toch goed samengaan.
Een lekkere viool-folk-riedel opent titelsong The Bachelor. Redelijk beheerst werkt hij zich door dit nummer heen met de nadruk op de vele vocalen die het nummer rijk is.
Damaris begint al op een manier die mij enorm aanspreekt: snel weet ik dat dit nummer wel eens een favoriet kan gaan worden. Ook hier hangt weer een exotisch sfeertje die de kille electronica enorm opwarmen. Voor mij is dit een meeslepend nummer waar ik heel veel van zal gaan genieten weet ik al wel.
Thickets gaat erg folky van start (Ierse folk wel te verstaan). Het is dan ook een lieflijk nummer. Nee, we horen op zich niet zo heel erg veel nieuws van Wolf maar toch slaagt hij er wel in de accenten te verleggen. Dit nummer is behoorlijk toegankelijk maar niet op de pop-manier van voorganger The Magic Position. Dit bevalt mij wel! 'Battles of love' noemt Wolf dit zelf............ er zit wat in.
Count of Casualty is dan wat killer en gaat terug naar het geluid van het debuut. Opmerkelijk op dit nummer is het koor. Het is een avontuurlijk nummer maar heeft wel iets hards in zich en daar kan geen koor wat aan verhelpen. Een pittiger nummer na het vorige maar toch blijft de boel in balans. Sterker: ik kan dit soort nummers hierdoor juist beter behappen.
Alsof we een hoogmis betreden zo gaat Who Will? van start. Ik zou haast 'Dearly beloved' willen gaan zingen. Langzaamaan komt het nummer op gang. De mis wordt opgebouwd tot hemelse hoogte en het koor mag meedoen zoals dat in hoogmissen gebruikelijk is.
En dan single Vulture. Ik geef het toe: het blijft een haat-liefde nummer. Ik weet na al die draaibeurten nog steeds niet goed of ik dit nu een leuk nummer vind of niet. De clip is in elk geval onthullend te noemen zullen we maar zeggen. Het hoort wel duidelijk tot de 'nihilistic battle kant' en niet tot de 'battles of love'. Een naargeestig nummer als ik het zo mag verwoorden en ondanks dat zijn er momenten dat het me wel degelijk bij mijn strot grijpt. Probeer in elk geval ook eens te luisteren naar het extra nummer op de cd-single genaamd The Tinderbox; uitstekend nummer als je het mij vraagt en jammer dat het niet op dit album te vinden is.
Blackdown is met zijn piano even tot rust komen na alle hectiek van Vulture. Dat is sowieso iets wat ik wel goed vind aan deze cd: de afwisseling is perfect waardoor je helemaal in het album kunt blijven hangen. Binnen dit nummer zelf vindt halverwege overigens ook zo'n lekker keerpunt plaats: haast gospelachtig kronkelt het door en de viool zwiert daar fris doorheen gevolgd door een blij Iers folk-deuntje. En dat in 1 song!
The Sun Is Often Out leunt in het intro sterk op de strijkers en geeft het iets droevigs mee. Dat sfeertje weet hij ruim 3 minuten lang vol te houden op uiterst beheerste wijze. Geen toeters en bellen deze keer en geen electronica met bliepjes en piepjes; wel aan het einde een koortje.
Theseus is ook een betrekkelijk lief nummer waarin ik volgens mij iets van een sitar op de achtergrond ontwaar (niet nadrukkelijk aanwezig overigens). Wederom schitterende strijkers die hier meedoen. Zeer beheerst knallen noem ik dit.
Dat het allemaal om het gevecht draait blijkt wel uit het nummer Battle, dat niet beheerst knalt maar flink uit de band springt alsof The Prodigy hem op de hielen zit. Toch ben ik van mening dat hij met een nummer als dit iets te veel open deuren intrapt. Dan mag het motto "Battle the conservative, battle the homophobe, battle the patriarchy, battle back more liberty, battle misogyny" zijn, het wil niet zeggen dat je dat dan ook met een nummer genaamd Battle moet doen die opgefokt moet klinken op een manier die niet helemaal geloofwaardig overkomt. Dit kost hem punten.....
The Messenger sluit dit album af en doet dit op een manier zoals we hem al vaker gehoord hebben op de vorige albums. Niet een heel erg opvallend nummer maar verder prima in orde wat mij betreft en een langzaam groei-nummertje.

Voorloper Vulture hield mijn enthousiasme vooraf aardig in toom. Ik ging er niet van uit dat ik zo enthousiast zou zijn over deze nieuwe als indertijd bij de voorgangers. Dat zou ook niet erg zijn.
Toch ben ik zeer aangenaam verrast. Niet omdat ik nu zo veel nieuwe dingen hoor: de accenten zijn hier en daar lichtelijk verschoven, maar wel door het feit dat Wolf er weer in is geslaagd kwaliteit af te leveren en blijkbaar verveelt de beste jongen mij nog steeds niet en krijgt hij het voor elkaar mijn handen flink op elkaar te krijgen voor alweer een meesterwerkje. Nee, het is net nog geen 5* album maar na deze 4 op rij gaat opvolger The Conquerer daar misschien voor zorgen later dit jaar of ergens in 2010. Je weet maar nooit.....

Patrick Wolf - The Magic Position (2007)

poster
4,5
Daar gaat die dan: de mallemolen van Patrick Wolf kan van start gaan.

Here we gooooooooooooooo............:

Overture opent met tromgeroffel en de altviool. Zwierig, barok en vooral heel fijn. Langzaamaan komt er een electronische beat bij en dan horen we Wolf zingen met zijn opvallende stem.
Schitterend hoe hij van ogenschijnlijk totaal verschillende soorten muziek en met uiteenlopende instrumentatie toch een knap liedje kan maken waar het allemaal klopt. En die viool he, die viool..........
IJzersterke opener.
Titelsong The Magic Position is een vrolijke popsong die me in de verte doet denken aan the Arcade Fire.
Een leuk speels melodietje op een kinderpiano en af en toe wat kinderstemmen zorgen er voor dat dit nummer niet zwaar is. Patrick Wolf kan wel degelijk luchtig uit de hoek komen. Zo wil ik popsongs horen!
Accident & Emergency is de eerste voorloper van dit album (zie ook de clip). Op diverse forums zag ik fans wel eens mopperen over een wat zwakkere Wolf-song. Ik ben het daar niet mee eens. Dit nummer wist mij vanaf het begin al te pakken en doet dat nog steeds.
The Bluebell is en betoverend, kort nummertje van 1.11 minuten en vormt een mooie opmaat voor Bluebells. Hier is Wolf een beetje in oud & nieuw sferen met de vuurpijl die telkens omhoog gaat
Het is een wat minder druk nummer, maar wel degelijk een knap stukje. Wel een nummer dat iets meer tijd nodig had.
Magpie is een song met niemand minder dan Marianne Faithfull. Het opent gedragen op piano, waar dan snel een dwarrelende viool doorheengaat.
Wolf zelf opent en wat later komt de donkerbruine stem van Faithfull erbij. Die stemmen matchen geweldig. Faithfuls stem komt zeer goed uit de verf in deze sobere compositie. Heel erg mooi nummer. Ik kan niet echt spreken van hoogtepunt, want eigenlijk vind ik geen één nummer er bovenuit komen: het is allemaal zeer sterk en daarmee van een constant niveau.
The Kiss is wederom een tussendoortje: op andere albums zou het interlude hebben geheten of zoiets.
Het is een wat duister sfeertje d.m.v. onheilspellend synth geluid en krassende viool.
Augustine heeft een mooie haast engelachtige sfeer. Engel Patrick Wolf weet hier een transparant, haast Kate Bush-achtig sfeertje te creëeren. Duidelijk anders dan we van hem gewend zijn, omdat de rare piepjes en bliepjes nu eens ontbreken. Hierdoor is het wel een song waar Lycantrophy-liefhebbers misschien minder van moeten hebben. Ik niet: ik vind het een pracht-nummer.
Secret Garden valt ook wel in de categorie geexperimenteer tussendoor met zijn krappe 2 minuten.
Het lijkt wel alsof Wolf na het vorige nummer wil laten zien dat hij wel degelijk rare fratsen uit kan halen. Voor mij een skipmomentje.
Gelukkig duurt het niet lang en kunnen we naar het haast Belle & Sebastian-achtige Get Lost. Ja, wederom wat luchtiger en een uitstekende popsong. Let vooral ook op het achtergrondkoortje. Dat koortje geeft me ook hier wel een beetje een Arcade Fire-feeling. Niet verkeerd dus.
Enchanted is een rustpunt op deze cd. Wat een mooi en lief klein gehouden nummer is dit toch. Het heeft een beetje een jazzy geluid. Wederom niks op aan te merken.
The Stars doet me heel snel denken aan de melodielijn van Solong Farewell uit de musical The Sound of Music. Ik ben benieuwd of anderen dat ook hebben.
Het is een wat mistig, mysterieus nummer wat langzamerhand een beetje lijkt te gaan ontsporen, maar dan grijpt Wolf op tijd in en komen we weer terug bij het Sigur Ros-achtige mysterieuze sfeertje.
En dan rest natuurlijk nog een Finale. Strijkers maken een einde aan dit muzikale sprookje .

Patrick Wolf nam je mee op een bijzondere trip. Zonder het zelf te weten heb je in de molen gezeten waar Wolf op de hoes is te zien. Een muzikale mallemolen weliswaar, en wat voor eentje. Ik ben er nog duizelig van.
Nu al een enorm hoogtepunt van 2007! Was dit vorig jaar verschenen dan had het met enorme stip op 1 gestaan in mijn top 10. Nu zal moeten blijken of dat ook zo zal zijn aan het einde van dit jaar
Feit is dat deze meneer mij wederom niet heeft weten teleur te stellen. Ik zet nu al heel hoog in. 5*?
Ja: het betovert me en het verdient het. De tijd zal leren of ik een halfje moet zakken (wat met voorganger Wind in the Wires gebeurde die op gegeven moment toch een halfje moest inleveren en daarmee op 4,5* kwam).
De liefhebbers van Lycantrophy zullen dit album denk ik allemaal wat minder vinden en ik ben benieuwd of ik daar gelijk in krijg.

Paul Simon - Stranger to Stranger (2016)

poster
3,5
Ik ga op vakantie en neem mee……. een vakantie soundtrack! Nee, zo werkt dat dus niet. Elk jaar denk ik weer ‘dit album gaat ’em worden’ en dan blijken de herinneringen achteraf toch gekoppeld te worden aan iets heel anders. Muziek is voor mij vaak een geweldige herinnering aan mooie reizen. Dus vooraf bedenken wat dé vakantie soundtrack gaat worden doe ik niet meer. Fijne zomerse muziek uitzoeken daarentegen wel!

Paul Simon’s nieuwe album Stranger to Stranger voldoet aardig aan zomerse verwachtingen, of je die nu op je balkon, tuin, een ver oord, of onze zomers kennende ‘binnenshuis met flinke regenbuien tegen de ruiten’ doorbrengt. Zomer 2016 zonder dit album beluisterd te hebben is geen zomer.

Iedereen kent het duo Simon & Garfunkel of zijn exotische album Graceland nog wel. Maar dat lijkt toch allemaal wel erg lang geleden?! Klopt helemaal. Voor Simon & Garfunkel moet je best een tijd terug de tijd in, ook al zijn er wel wat reünie optredens geweest. En Graceland dateert uit 1986. Toch zijn er daarna gewoon nieuwe albums van Paul Simon uitgekomen en daarvan is onlangs zijn laatste worp verschenen.

Ook op Stranger to Stranger zoekt Simon het exotische avontuur op. Een snufje Graceland en Rhythm of the Saints is wel terug te horen, maar dit album staat vooral op zichzelf. Simon’s stem klinkt nog als een klok en de nummers zijn lekker fris. Niks dinosaurus die nog teert op oude roem!

De cynische humor is nog steeds aanwezig en dat is fijn om mee te krijgen van deze zeventiger. Een album dat per draaibeurt mooier en mooier wordt. De nummers zijn perfect in balans, de productie waanzinnig en je waant je snel in een andere wereld bij het horen van deze elf nieuwe nummers. Dat kunnen veel jonge, hippe gastjes echt niet zeggen. Deze krasse knar telt nog helemaal mee. Met Stranger to Stranger is het elke dag zomer!

PAUW - Macrocosm Microcosm (2015)

poster
4,0
Is het heel flauw als ik Jacco Gardner erbij haal? Nee? Nou bij deze dan. Allebei uit Nederland en allebei psychedelische muziek.
Dungen en Tame Impala wat ik hier zag staan vind ik persoonlijk toch een ietwat ander (retro-) geluid hebben. Pauw heeft het zoete dat Jacco ook heeft.
Wat lievere melodielijnen, en de dosis pop t.o.v. rock is bij beide acts wat groter dan bij Dungen of Tame Impala.

Namedroppen is en blijft altijd vervelend voor bands in kwestie denk ik, maar het geeft wel richting en ik wijs dan liever naar Jacco Gardner. Dat ze allebei uit Nederland komen maakt de link ook net even wat sterker.

En is het wat? Ja, ik vind van wel. Lekker dromerig af en toe en de kwaliteit is hoog. Het ligt makkelijk in het gehoor, bevat geen moeilijkdoenerij en biedt wat je er vooraf al van verwacht. Dan is het goed wat mij betreft.

Ja, je kunt ook naar het werk van decennia terug grijpen. Prima, niks mis mee. Ik vind dat hedendaagse acts ook een kans mogen krijgen, zelfs als die dat doen met muziek die niet van deze tijd lijkt te zijn, en zelfs dat wil ik betwisten: laten we het namelijk tijdloos noemen.

Pauw mag van mij lekker pronken met die veren!

Pavlov's Dog - At the Sound of the Bell (1976)

poster
4,5
Tot mijn grote frustratie had ik zojuist een stuk geschreven bij dit album (heb er een half uur op gezeten) en ik kon concluderen dat het een alleraardigst schriftelijk werkje was.
Open nooit een tweede keer deze site, want plaats je bericht en je krijgt de mededeling niet ingelogd te zijn en dan blijkt dat stuk niet geplaatst te zijn en kan je het wel uitschreeuwen van pure frustratie!
Voorheen was dit nooit een probleem, maar dat doet er nu allemaal niet meer toe alhoewel ik het fijn zou vinden als Jordy er eens naar ging kijken en dat ik zijn bekende 'gaat op de lijst' zie staan;-)
Toch kies ik er voor om gewoon een tweede keer aan de slag te gaan.
Is het album dan zo goed? Is het het waard? Als ik een plaats wel (niet stiekem naar beneden scrollen nu).
Genoeg omschrijving van mijn persoonlijke musicmeter-leed. Gewoon nog een keer opzetten en poging nummer 2 ondernemen.

Alle ellende raak ik al snel kwijt bij opener She Came Shining. Heerlijke pop-rock waar we de markante stem van zanger David Surkamp natuurlijk gelijk als eerste opmerken. Maar wat ik ook opmerk is het wat luchtiger karakter van dit nummer. Minder epische rock, meer compacte pop, maar wel weer voorzien van vette orgelpartijen en rollende drums. Tot slot een gitaarsolo die het afmaakt. Hey, dat is toch weer lekker binnenkomen, zelfs na het voorgaande debacle. Het is in elk geval geen straf om het voor een tweede keer achter elkaar te beluisteren.
Standing Here with You (Megan's Song) is ook wat relaxter dan we gewend zijn. Wat zoeter (de strijkers zijn er mede-verantwoordelijk voor). Hierdoor ontaardt het in een zeer mooi pop-nummer, want dit wil ik haast geen rock meer noemen. Maar dat het evenwel erg goed is is voor mij een feit.
Mersey is zo mogelijk nog meer pop. Heel compact zit dit in elkaar en het lijkt haast achteloos de boxen uitgeslingerd te worden. Hierdoor lijkt het ook alsof de stem minder extreem overkomt, of ik ben er inmiddels gewoon aan gewend geraakt, dat kan natuurlijk ook. Het relaxte toontje spreekt me in elk geval wel aan. Heel achteloos komt er dan ook nog eens een saxofoon-solo voorbij en eer je in de gaten hebt dat er zo'n solo is is het al weer voorbij.
Valkerie opent majestueus op piano en dan valt de orgel al snel bij. Het theatrale in de muziek van Pavlov's Dog keer terug in dit nummer. En wat hou ik daar toch van. Het nummer krijgt snel heel even maar een dreigend, spannend sfeertje en daarna lijkt het wel of Tim DeLaughter van The Polyphonic Spree zeer goed naar deze band en dan met name dit nummer heeft geluisterd. Er hangt eenzelfde soort hallelujah-sfeertje in dit nummer en daar is met name de gospelachtige achtergrondzang aan het einde de oorzaak van.
Absoluut een prijsnummer van dit album als je het mij vraagt.
Try to Hang On heeft door zijn hoge poppy karakter ook wel wat happy joy joy-feel in zich. Dat klinkt wat vies, maar is het zeker niet. Wie hier niet vrolijk van kan worden heeft echt een vreselijke dag achter de rug, dat kan haast niet anders. Ook hier valt de zang met al zijn extreme kanten veel minder erg op.
Gold Nuggets is weer wat sprookjesachtig en geeft het nummer een extra bijzondere glans. Prachtige arrangementen en heerlijke instrumentatie. Absoluut een nummer om je vingers bij af te likken. Het sleept je mee in een heerlijke sfeer die helemaal af wordt gemaakt als de drums duidelijk de opmaat geven voor een spannend stukje muziek (let vooral op de mandoline die zo op de achtergrond wel degelijk een korte hoofdrol krijgt).
Kort is een term die op dit hele album van toepassing is: de nummers zijn telkens kort maar krachtig. Ik vind dat eerlijk gezegd wel spijtig.
Je voeten stilhouden op She Breaks Like a Morning Sky is haast onmogelijk: het swingt de tent uit en het karakter van dit nummer is ook weer meer pop dan rock. Luchtig maar zeker niet plat. Teven een grote rol voor de sax, maar die domineert dan weer niet op ergerlijke wijze. Gewoon lekker, verder niet moeilijk over doen.
Early Morning On opent episch en valt dan snel weer terug in een mooi pop-rock nummer met subtiele begeleiding van de strijkers. Dat valt me sowieso op op dit album: het is allemaal mooi in balans. Nergens wordt het kitsch of gaat het echt finaal over de top heen. Wat mooi is ook dat engelen-stukje na nog geen anderhalve minuut. En dan is het ook even schrikken: is dit nummer echt nog maar zo kort aan de gang? Hoe presteren ze het. Van mij had het veel langer mogen duren, maar aan de andere kant rekken ze het nummer nergens uit m.b.v. eindeloze solo's.
En dan het slotnummer Did You See Him Cry. Laten we hier eens een hemels nummer vol bombast van gaan maken, nee toch maar niet want al na 13 minuten veranderen ze radicaal van koers: een schitterende piano-ballad moet het zijn. Al snel raak je bedwelmd door het mooie pianospel, maar dan besluiten ze om er een symfo-achtig stuk van te maken vol met vette orgels en al. Nee, toch ook niet, we kunnen maar niet beslissen; laten we de synths het werk doen. Vet dwarrelend en dik besmerend met drums, bas en gitaar. o ja, er was ook nog een zanger. Vooruit die mag ook meedoen. Eindelijk lijken ze hun draai gevonden te hebben. Besef wel dat we op nog maar een dikke twee minuten zitten. Toch is het inmiddels wel een schitterend nummer dat voor mij een hoogtepunt van het album is geworden. Het gaat vervolgens nog alle kanten op en het is heerlijk om mee te drijven op al deze kleuren van de regenboog. Neem er op plaats en laat je er vanaf glijden onderwijl genietend van alle kleuren die het je te bieden heeft. Jammer alleen van dat ietwat abrupte einde.
Daarmee heb ik nu dus 2 keer een stuk geschreven over dit album (ik geef toe: mijn eerste stuk was echt veel beter dan dit, maar de vermoeidheid is toe gaan slaan).
Was het het waard om dit te doen voor deze band, voor dit album?
Daarmee kan ik terugkeren naar mijn eerder opmerking.

Nou, kan die????







Pavlov's Dog - Pampered Menial (1975)

poster
4,5
PM van Ruby met een tip: dit album. Let wel op: bijzondere stem, maar dat ben jij wel gewend.
Nou ok dan, met dank aan Ruby een stukje bij dit album:
Julia begint prachtig op piano. Heerlijk dromerig en melancholiek. En dan opeens de zang: heeft deze meneer heliumballonnen geblazen? Het is dat Ruby me al gewaarschuwd had want anders had mijn glas water waarschijnlijk in mijn schoot gelegen. Wat wel opmerkelijk is is het feit dat het zeer snel went naarmate het nummer vordert en daarbij moet ik zeggen dat het een schitterend nummer is met dito begeleiding.
Late November is van het soort rock wat ik wel waardeer. Hier lijkt de zang soms wat op een mekkerende geit. Klinkt niet best. Is het misschien ook niet. Toch stoort het me niet echt; gewoon omdat het een degelijk nummer is.
Song Dance heeft wat theartraals. Alsof het koor ieder moment gaat uitbarsten in "Jesus Christ Superstar". En laat ik dat nu een geweldige musical vinden. Ik hou wel van dit soort sentimenten: geweldige ietwat kitscherige rock misschien. Maar dit is smullen voor mij. En dan die viool: heerlijk hoor!
Fast Gun heeft haast iets sprookjesachtig. Lekker zweverige arrangementen met een lekker vet orgel-geluid. O ja die stem. Was ik al helemaal vergeten. Het went wonderbaarlijk snel. Wat een geweldig nummer alweer. Jeetje Ruby: wederom heb je het goed aangevoeld.
Natchez Trace heeft uitstekend drumwerk dat me als eerste opvalt. Al snel is het dan een prima rocknummer met funky piano en rockende gitaren. En dan gaat de stem de hoogte in: alsof hij rechtstreeks de hemel tegemoet stijgt.
Theme From Subway Sue doet me onwillekeurig toch weer een beetje denken aan Jesus Christ Superstar. Het zal het theatrale zijn en de tijd waarin het gemaakt is. Ook hier heb ik niks op aan te merken. Fantastisch nummer. Punt.
Episode blinkt uit door de viool. Het geeft het nummer iets melancholieks. De stem zorgt weer voor het scherpe randje en behoedt ons voor terugvallen in te veel melancholie.
Preludin is sierlijk en zwiert ons anderhalve minuut de ruimte rond.
Of Once And Future Kings is het einde van dit rock-sprookje. Het nummer gaat alle kanten op en swingt als een trein. Spannend en uitermate boeiend door al die wendingen. En die stem? Het zal voor velen het grote struikelblok zijn en dat kan ik me goed voorstellen. Ik kan er blijkbaar doorheen luisteren en het zorgt net voor een wat apart tintje.
Dit is een geweldig album dat ik gelijk al hoog weet te waarderen. Onze Ruby heeft wederom gelijk gekregen!
En voor de geinteresseerden onder u: ik kreeg hier thuis de vraag of dit soms Tina Turner was (misschien een referentie ).
Een beetje Pinball Wizard is het wel moet ik toegeven

Pearl Charles - Magic Mirror (2021)

poster
4,0
Toen ik de hoes zag van Magic Mirror dacht ik eerder aan een jaren '60 of '70 album dan 2021.
Opener Only for Tonight maakte het er niet makkelijker op. Jaren '70 ABBA-pop of Baccara. Het zou niet misstaan hebben op het Songfestival in de jaren '70.

Is dit camp? Kitsch? Of heb ik een bepaalde revival gemist? Wat zoekwerk leerde me dat Pearl Charles in de country/folk hoek gezocht moest worden. Nou, dat kan je dus vergeten met zo'n opener.

Toch hoor ik wel wat country/pop-elementen terug in andere nummers. Maar verder is dit vooral heel veel 'instagram-pop'. Gemaakt anno nu, filtertje erover en je krijgt net een wat ander smaakje. Mooie plaatjes krijgen ineens een nostalgisch tintje. Je weet niet meer wat echt is en wat niet. en toch is het fraai.
Pakkende liedjes met wat snufjes country, disco en roots.

Magic Mirror is best cheesy af en toe en weet toch een glimlach op m'n gezicht te toveren. In deze zeer vervelende tijd is het best fijn nostalgisch zwelgen in het verleden, wetende dat Pearl Charles gewoon een album anno nu heeft gemaakt en daarbij over een zeer aangename stem beschikt.

Typisch zo'n album waar je heel lang naar terug gaat grijpen of dat je na een paar weken vergeten bent. Benieuwd welke kant dit op gaat rollen. Het doet me denken aan Yola met haar album Walk Through Fire (ook al klinkt dit anders) en dat bleek een blijvertje.

Ik vind het leuk en dat is best bijzonder, want normaal heb ik het nooit zo op dit soort muziek!

Pearl Jam - Backspacer (2009)

poster
4,5
Kort maar krachtig: dat is wat je hoopt als je de tijdsduur ziet.
Kort maar krachtig: was mijn indruk na het horen van de samples die me positiever maakte, zeker na het horen van The Fixer die me bij de eerste luisterbeurten tegenviel.
Kort maar krachtig: is uiteindelijk mijn eindconclusie nu ik het album gehoord heb.

En daar ben ik blij mee, want wat voor een hekel ik er ook aan heb, ook ik behoor tot die eeuwige zeurkousen die alles wat Pearl Jam maakte zonodig moest vergelijken met dat fantastische debuut Ten.
Met Vs was ik nog erg blij (zeker omdat ik Pearl Jam in de Ahoy heb zien optreden toen dat album op uitbrengen stond en aangezien er nog niet zo iets als 'gelekt album' bestond was het maar wat spannend om nieuwe dingen te horen). Vitalogy was okee maar had wel wat rare fratsen, No Code had absoluut zijn sterke momenten en daarna zakte het allemaal wat in. Elk album had zo z'n momenten maar bleken op lange termijn werken die ik zelden draaide en zo werd Pearl Jam wat vergane glorie waar telkens weer de hoop opstak dat ze misschien, heel misschien..... nou ja, dat gezeur dus, terwijl je dondersgoed wist daar mee te moeten stoppen.
Pearl Jam mag dan best wel een rechttoe rechtaan rockband zijn: ze durfden toch best wat dingen uit te proberen en daarbij is Eddie Vedder nog steeds een door mij zeer geliefd zanger (ik hou van zijn klankkleur).

Nu Backspacer er is weet ik wat me een beetje tegenstond aan de laatste vier albums: die waren niet 'kort maar krachtig' genoeg.
Natuurlijk mis ik de wijds uitgesponnen nummers, ik mis ook de meeslependheid, ik word op dit album niet meegesleurd door grootse emoties (die zelfs op die latere albums wel te vinden waren).
Maar dit is een compact geheel: niet lullen maar spelen. Gaan met die banaan en geen flauwekul verder. En dat werkt eigenlijk wel bij mij.
Dit is een lekker catchy rockplaatje waar ik bij nummers als Just Breathe weer zo heerlijk kan genieten van Vedders zang.
Ten? Dat was in een vorig leven, en als ik mijn stuk daar lees dan besef ik ook wel dat ik toen anders in dat leven stond, ik de dingen anders ervaarde. Nu begin ik tot de generatie 'ouwe lullen' te horen die alleen nog maar met weemoed kunnen praten over die 'goeie ouwe tijd' waarin prachtplaten als Ten gemaakt werden.
Nou mooi niet. Backspacer is nu en nu staat voor 'kort maar krachtig' en dat bevalt mij goed!

Pearl Jam - Backspacer (2009)

poster
4,5
Kort maar krachtig: dat is wat je hoopt als je de tijdsduur ziet.
Kort maar krachtig: was mijn indruk na het horen van de samples die me positiever maakte, zeker na het horen van The Fixer die me bij de eerste luisterbeurten tegenviel.
Kort maar krachtig: is uiteindelijk mijn eindconclusie nu ik het album gehoord heb.

En daar ben ik blij mee, want wat voor een hekel ik er ook aan heb, ook ik behoor tot die eeuwige zeurkousen die alles wat Pearl Jam maakte zonodig moest vergelijken met dat fantastische debuut Ten.
Met Vs was ik nog erg blij (zeker omdat ik Pearl Jam in de Ahoy heb zien optreden toen dat album op uitbrengen stond en aangezien er nog niet zo iets als 'gelekt album' bestond was het maar wat spannend om nieuwe dingen te horen). Vitalogy was okee maar had wel wat rare fratsen, No Code had absoluut zijn sterke momenten en daarna zakte het allemaal wat in. Elk album had zo z'n momenten maar bleken op lange termijn werken die ik zelden draaide en zo werd Pearl Jam wat vergane glorie waar telkens weer de hoop opstak dat ze misschien, heel misschien..... nou ja, dat gezeur dus, terwijl je dondersgoed wist daar mee te moeten stoppen.
Pearl Jam mag dan best wel een rechttoe rechtaan rockband zijn: ze durfden toch best wat dingen uit te proberen en daarbij is Eddie Vedder nog steeds een door mij zeer geliefd zanger (ik hou van zijn klankkleur).

Nu Backspacer er is weet ik wat me een beetje tegenstond aan de laatste vier albums: die waren niet 'kort maar krachtig' genoeg.
Natuurlijk mis ik de wijds uitgesponnen nummers, ik mis ook de meeslependheid, ik word op dit album niet meegesleurd door grootse emoties (die zelfs op die latere albums wel te vinden waren).
Maar dit is een compact geheel: niet lullen maar spelen. Gaan met die banaan en geen flauwekul verder. En dat werkt eigenlijk wel bij mij.
Dit is een lekker catchy rockplaatje waar ik bij nummers als Just Breathe weer zo heerlijk kan genieten van Vedders zang.
Ten? Dat was in een vorig leven, en als ik mijn stuk daar lees dan besef ik ook wel dat ik toen anders in dat leven stond, ik de dingen anders ervaarde. Nu begin ik tot de generatie 'ouwe lullen' te horen die alleen nog maar met weemoed kunnen praten over die 'goeie ouwe tijd' waarin prachtplaten als Ten gemaakt werden.
Nou mooi niet. Backspacer is nu en nu staat voor 'kort maar krachtig' en dat bevalt mij goed!

Pearl Jam - Dark Matter (2024)

poster
4,0
Pearl Jam is typisch zo'n band die last heeft van 'dat ene album'. Ten in dit geval. En dat terwijl er eigenlijk geen één opvolgend album dezelfde sfeer had.

Diezelfde sfeer vind je juist wel wat vaker terug op latere albums. En zo vind ik Dark Matter prima aansluiten op Backspacer, Lightning Bolt en Gigaton: vol bevlogen rocksongs en uitstekende rustpunten (Upper Hand vind ik wel een pareltje). In dit geval zelfs geen echte miskleunen wat mij betreft (Something Special is niet helemaal mijn ding).

Is het spannend? Nee, zeker niet. Legendarisch zoals Ten dat was? Welnee. Op dit album hoor je middelbare mannen die hun wilde haren nog niet willen verliezen en die dat doen op een vrij natuurlijke manier. Niet geforceerd hip doen, maar doen waar ze goed in zijn. Bijtend, rauw en bevlogen. Dat veel muziekliefhebbers dat inmiddels wel gehoord hebben van deze band is logisch. Ze gaan met Dark Matter dan ook geen nieuwe zieltjes winnen en het is ronduit flauw om altijd Ten er maar weer bij te halen. En toch kunnen we dat niet laten: het gebeurt elke keer weer opnieuw. Op dit album ga je niks nieuws meer horen. Het is wat het is.

Dit zet gewoon een lijn voort die al een paar albums lang te horen zijn, maar als het degelijk gebeurt zoals hier is het gewoon het weerzien van oude vrienden. Je begroet elkaar, geniet van elkaars verhalen en gaat weer door. Geen album voor de eeuwigheid, maar gewoon lekker op z'n tijd. Niks mis mee.

Pearl Jam - Gigaton (2020)

poster
4,0
Het is de langste tussenperiode tussen twee albums geweest die we kennen van Pearl Jam. Zeven jaar hebben we moeten wachten op het verschijnen van Gigaton.
Zat ik er met smacht op te wachten? Niet echt. Ben ik blij dat ze weer van zich laten horen? Jazeker!

Who Ever Said opent alvast fijn en stevig. Niet heel bijzonder, dat moet ik gelijk toegeven. Zo'n typische rocker zoals we ze op de laatste albums zo vaak horen. In de verste verte niet te vergelijken met Ten en laten we dat ook maar niet meer doen verder, want dat is iets waar de band nooit meer vanaf zal komen vrees ik terwijl we toch al weer flink wat albums verder zijn.

Superblood Wolfmoon valt eigenlijk in dezelfde categorie: beetje rommelige rock zoals de band wel vaker aflevert. Best lekker, maar niet memorabel.

Dan is Dance of the Clairvoyants gelijk wel een stukje anders. Dit is andere koek. Een snufje Talking Heads, een vleugje Peppers wellicht. Niet iedereen vindt deze richting geslaagd denk ik, maar ik vind het wel een interessant nummer. Of ik Pearl Jam echt graag zo wil horen is wat anders; ik ben daar na al die draaibeurten nog steeds niet achter (maar ja, ik zou Ten als mega-favoriet album niet meer noemen natuurlijk).

Bij Quick Escape denk ik gelijk aan de Red Hot Chili Peppers of Jane's Addiction. Weer die funky drive. Een lekker nummer vind ik zelf, maar tegelijkertijd toch ook de twijfel: wil ik dit juist van deze band horen?! Het zal nog even duren voor ik daar uit ben denk ik.

Zo lieflijk als op Alright hoor ik de band maar zelden. Het doet denken aan de solo-uitstapjes van Eddie, maar dan zonder ukelele. Ze weten hier een mooie sfeer te creëren en proberen duidelijk iets nieuws uit en weten toch hun herkenbare geluid te behouden.

Seven O'clock is een fijn midtempo nummer, dat me doet denken aan het album No Code, toch wel een favoriet album van mij waar goede herinneringen aan kleven. Ik krijg bij het beluisteren dan ook gelijk nostalgische gevoelens naar die tijd. Een mooie tijd. Dat dit nummer voor mij dan gelijk een hoogtepunt is is dan fijn meegenomen.

Met Never Destination gaan we weer terug naar de snelle rock. Categorie: luchtig en vluchtig. Leuk, maar niet memorabel. In deze verwarrende tijden wel lekker om het volume wat hoger te gooien eneven te springen in je huiskamer (het kan momenteel immers nergens anders).

Op Take the Long Way gaat het zelfs nog een klein tandje hoger. Gedreven en fel, maar ik mis ergens ook wel een beetje urgentie.

Buckle Up klinkt dan gelijk weer heel anders. Gelukkig, het avontuur laten ze niet voor wat het was. Het lijkt wel of ze naar Paul Simon's Graceland hebben geluisterd. Niet dat het daar nu op lijkt, maar ik voel een bepaalde vibe die ik bij dat album ook krijg. Een apart nummer mogen we wel stellen.

Come Then Goes zou zo op Eddie's solo-albums kunnen: akoestische gitaar en meerstemmige zang. Een vrij lang nummer waar niet eens heel veel in gebeurt, maar dat toch weet te pakken.

Het vorige nummer gaat naadloos over in Retrogade. Dit ligt een beetje in lijn van nummers als Better Man. Het zijn de Pearl Jam nummers waar ik altijd een zwak voor heb gehad en dat is nu niet anders.

River Cross is een perfecte afsluiter met het pompende orgel.

Het album duurt bijna een uur, maar is voorbij voor je het goed en wel in de gaten hebt. Dit komt ongetwijfeld door de afwisseling in nummers. Geen geforceerde zoektocht naar nieuwe wegen, terwijl ze hier en daar toch wel degelijk voorzichtig bewandeld worden. Een album dat ongetwijfeld voor wisselende meningen gaat zorgen.

Ik ben er niet lyrisch over, maar ben er wel degelijk heel tevreden over. Gigaton is een prima terugkeer na zeven jaar afwezigheid.

Pearl Jam - Ten (1991)

poster
5,0
1991, het jaar van de grunge. Ik was dat jaar helemaal into 'nieuwe dingen ontdekken' op muziekgebied. Ik ploos de bladen uit en ik luisterde naar de juiste zenders om nieuwe dingen te kunnen ontdekken (er was immers niet zoiets als internet).
Smashing Pumpkins en Nirvana had ik net ontdekt (ze waren toen nog totaal niet groot en doorgebroken) en ik wilde ook ene Soundgarden en Pearl Jam ontdekken. Het grappige is dat Ten al een tijdje uit was op dat moment.
Ik vergeet niet meer dat ik naar cd winkel White Noise in Utrecht wilde gaan. Ik was daar een keer eerder geweest en ik vond het een leuk zaakje. Daar moesten die 2 cds (Badmotorfinger en Ten) van de betreffende bands gescoord gaan worden. Als ik dan ook nog een Prince bootleg mee kon pikken was mijn dagje uit geslaagd en het ritje met mijn OV-jaarkaart goed besteed.
Het was niet moeilijk om beide albums te scoren in White Noise dus voldaan keerde ik huiswaarts.
Soundgarden was de eerste die in de cd speler ging en ik vond het een prima cd, maar voorlopig ook nog niet meer dan dat.
En toen stopte ik Ten van Pearl Jam er achteraan...........

Tergend langzaam kwam het eerste nummer Once op gang. Wie start in hemelsnaam op deze wijze een album? Maar wat klinkt dat intro spannend, en dan, KA-BOEM, gaat de beuk er in en gromt Eddie Vedder er op los in een schitterend beukend nummer. En dan die gitaren. Op dat moment was ik heel Badmotorfinger geheel vergeten. Dit was the real thing. Waar een band als Smashing Pumpkins met hun Gish er een tijdje over deden daar sloeg Pearl Jam gelijk toe. Ik werd spontaan verliefd op de stem van Vedder.
Even Flow is een overweldigende mokerslag regelrecht in je gezicht. Fantastische gitaarriffs waar geweldige solo's doorheen gaan en Vedder spuwt zijn woorden er keihard uit zonder agressief of macho over te komen.
Ook hier een uitstekende hard-zacht combinatie. Meeslepend tot het eind.
En dan het nummer dat misschien wel de grootste impact op mij heeft gehad ooit. Dat klinkt overdreven, want natuurlijk zijn er meer nummers die een overweldigende impact hadden. Maar dit is denk ik toch wel een heel speciale. Zo speciaal dat het me nooit gaat lukken dit onder woorden te brengen. Dit is anno 2007 nog steeds één van mijn lievelingsnummers ooit. Punt. Ik weet dat velen het niet meer kunnen horen, maar voor mij blijft dit nummer overeind staan. De power die het uitstraalt, en vooral de emotie. Dat komt bij mij heel sterk over. Er is een vibe tussen dit nummer en mij die waarschijnlijk nooit zal verdwijnen. Alle emoties die een mens kan hebben bundelen zich samen in dit nummer. Overweldigend.
Why Go is wederom een pakkend nummer dat vooral een heerlijk ritme kent. Ik vind Pearl Jam dan ook een band die net even verder gaat daar waar andere rockbands stoppen. Moeilijk te zeggen waarom ik dat vind, maar het zijn nummers als deze die me dat doen beseffen. Het is niet alleen maar heerlijk rechttoe rechtaan beuken: het zit veel intelligenter in elkaar, terwijl je dat op het eerste gehoor misschien niet eens zou zeggen.
Het emotionele Black is voor velen een steevaste favoriet van dit album. Voor mij behoort dit nummer ook tot mijn favorieten, en niet alleen van dit album maar ook in zijn algemeenheid. Alles klopt aan dit nummer en het is perfect in evenwicht. Als ik het hoor voel ik me altijd heel eenzaam; alles rondom mij heen verdwijnt dan naar de achtergrond. Dat is niet zielig, dat is een heerlijk gevoel. Op nummers als deze kun je helemaal opgaan en heerlijk afgesloten raken van de wereld. Dat is toch heerlijk?!
Jeremy heeft een prachtig intro. Ook tekstueel gezien is het een sterk nummer. Vedder en de zijnen nemen je mee in het verhaal dat Jeremy heet. En niks zo mooi als pakweg de laatste anderhalve minuut van dit nummer. Zo meeslepend, zo groots. Je moet haast oppassen niet in een algehele trance te raken.
Oceans lijkt als je het voor het eerst hoort wat op zichzelf te staan, maar naarmate je het album beter leert kennen maakt het volledig deel uit van het geheel dat Ten is.
Ik weet ook nog goed dat ik de videoclip voor het eerst zag: ik vond hem apart, maar wel boeiend door de zwart-wit beelden. Dat pastte goed bij dit nummer.
Op Porch is het even heerlijk uitleven. Het is wat directer dan de meeste andere nummers op dit album. Goed voor op de pogo-vloer die ik in die tijd nog wel eens wist te vinden (moet er nu niet meer aan denken).
Garden vind ik een sprankelend nummer. Het heeft een heerlijke opening. Het klinkt helder en het twinkelt in mijn oren. De gitaarsolo is wederom voortreffelijk.
Deep heeft zo'n lekker zompig geluid. Hierdoor sleept het mij helemaal mee de diepte in. Ook hier zingt Vedder de longen uit zijn lijf. Het is een nummer dat in het begin altijd een beetje aan me voorbij is gegaan, niet omdat ik het niet goed vond maar eerder omdat dit nummer zijn geheimen niet gelijk prijs geeft en dat terwijl het hele album me dus al vanaf luisterbeurt 1 in zijn greep had.
Het emotionele Release is een droom-afsluiter. Nog steeds een torenhoge favoriet van mij. Ook live heb ik dit nummer wel eens meegemaakt (en dan als opener). Eerst de twinkelende gitaar en dan die donkerbruine, sexy stem van Eddie er bovenop. Je wilt niet weten wat er dan door je heen gaat als je in zo'n zaal staat. Op zo'n moment staat Eddie er geheel voor jou, alhoewel hij bij dit nummer nog niet eens zichtbaar was omdat de heren nog achter de gordijnen stonden te spelen. Hoezo spannend?!

Hiermee is Ten een bepalend album dat zich afspeelde in een enerverende tijd voor mij. Ik was 21. De wijde wereld lag helemaal open voor me. Ik ontdekte het ene geweldige bandje na de andere. Grunge-hype of niet. Dit album is altijd fier overeind gebleven en wens ik niet eens meer in te delen in een hokje (wat nou grunge?!). Het is één van de allermooiste rock-albums ooit en zal dat altijd wel blijven. Ik heb het heel intens meegemaakt in die tijd. Zo moeten oudere jongeren zich gevoeld hebben toen zij in hun tijd bands als Jimi Hendrix Experience, Doors, Beatles en weet ik het allemaal wel niet hadden. Voor mij was 1991 dan ook een heel bijzonder muziekjaar dat ik niet snel meer zal vergeten en ik ben blij dat Ten van Pearl Jam daar één van de boegbeelden van was.