MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Babet - Piano Monstre (2010)

poster
3,5
Svendra leek het wel een goed idee om mij dit album aan te bevelen aangezien ik wel een liefhebber ben van Tori Amos, de laatste Joanna Newsom erg waardeer en Kate Bush hoog heb zitten.
Een mooi meiske en een piano: ja, dan heb ik er wel oren naar.

Nu zijn er buiten genoemde drie wel meer dames die dit soort muziek maken, maar tot nu toe nog geen eentje die ik in het frans heb gehoord. Wat zeg ik? Sommige nummers gemengd in engel en frans en daar heb ik dan wel gelijk een minpuntje te pakken. Ik vind dit zo songfestival-achtig. Zing in 1 taal en hou het daarbij en ga niet lopen rotzooien in 1 nummer (kies desnoods voor een paar nummers in het frans en een paar in het engels bijvoorbeeld).

Babet komt iets minder puur over als bijvoorbeeld een Tori Amos of laat ik Agnes Obel noemen en dat is heel makkelijk te verklaren door het feit dat het wat frivools heeft. Het is vaak vrolijke pop waar je een glimlach met moeite kunt onderdrukken. Het franse meisje dartelt vrolijk rond in de franse zomerzon. Hier en daar ook een beetje dat kneuterige Amélie-gevoel: onschuldig als wat.

Misschien een beetje te veel 'happy-happy-joy-joy' in deze kille wintermaand, maar aan de andere kant ook wel weer een zonnig geluid om de boel wat op te warmen in huis.
De samenwerkingen met de zangers op dit album pakken goed uit, alhoewel ze het zelf goed af kan (en ik zag dat ze al meer albums op haar naam heeft staan).

Zoals Svendra al aangeeft is het een interessant popalbum en hou ik hier persoonlijk zeer zeker van.
Fijne tip en bij deze weer getipt aan eenieder die van frisse franse popliedjes houdt!

Baby Dee - A Book of Songs for Anne Marie (2004)

poster
4,0
Baby Dee is een nogal opvallende verschijning: transeksueel maar als je haar ziet hebben we niet bepaald de ranke, slanke, sensuele verschijning van bijvoorbeeld een Kelly voor onze neus. Ook als je haar hoort zingen weet je niet precies of je nu een man of vrouw hoort. En ergens maakt dat de muziek wel een tikje mysterieus.
Ik kan er niet mee zitten. Wel heb ik soms wat moeite met haar stem die ik veel minder sterk vind dan bijvoorbeeld die van Antony die in de verte hier toch wel wat van weg heeft. Ze komen allebei ook uit dezelfde muzikale scene.
A Book of Songs for Anne Marie duurt ruim een half uur en dat is mooi genoeg voor het gebodene. Dit soort albums verliezen misschien hun kracht als ze langer duren.
Schitterende nummers op piano, zoals we Baby Dee eigenlijk ook zo goed kennen. Puur genieten met de nadruk op puur.

Zeer binnenkort wordt dit album overigens opnieuw uitgebracht.
Cellist John Contreras van Current 93 heeft strijkers arrangementen geschreven die de nummer zullen gaan verrijken.
Het moge duidelijk zijn dat ik daar reikhalzend naar uitkijk, want alleen al op piano is het zo ontroerend mooi laat staan als er iets meer aan toegevoegd gaat worden in de vorm van strijkers.
Kijken welke versie ik dan uiteindelijk het mooist ga vinden.

Baby Dee - A Book of Songs for Anne Marie (2010)

poster
4,0
Hey meneer de toevoeger: heeft u liggen slapen? Dit album staat al op de site!
Jazeker staat dit album op de site, maar A Book of Songs for Anne Marie is geheel opnieuw opgenomen voor het label Tin Angel.
Waar de eerste versie geheel rondom piano werd opgebouwd daar bevat deze versie allereerst meerdere nummers, is de volgorde anders en zijn de nummers echt compleet anders aangepakt en daar ligt de kracht van Baby Dee: haar bloedmooie nummers zijn geschikt voor elke setting. Ook is die vorige versie best lastig te verkrijgen omdat het beperkt is uitgebracht zes jaar geleden.
Maxim Moston mag niet onvermeld blijven. Hij heeft dit album samen met Baby Dee onder handen genomen.
Moston is bekend van zijn werk met Antony & the Johnsons en dat hoor je terug in deze herbewerkingen. Zo kaal en sober als de vorige versie was, zo rijk zijn een aantal nummers hier: fluit, hoorn, cello en viool (Maxim Moston zelf) voegen veel toe aan de nummers en benaderen hiermee de aanpak die we ook horen bij Antony.
Wat ook fijn is om te horen is het feit dat de harp die Baby Dee bespeelt hier terugkeert.
Dan komen we bij een hekel punt, namelijk haar stem (het lijkt soms wel of ze 'mekkerig' zingt). Het is net als bij Antony een stem to love or hate, maar zelf val ik daar toch een beetje tussen heb ik wel eens het gevoel.
Ik ben er niet echt verliefd op, maar heb er ook geen hekel aan terwijl het behoorlijk uitgesproken is. Laat ik het er maar op houden dat ik de stem van Antony mooier vind.
Of het te maken heeft met het feit dat Dee transgender is weet ik niet. Geen idee wat de invloed op haar stem is geweest.
Is deze versie dan orkestraal en een beetje volgepropt met andere instrumenten? Nee. Er staan nog steeds zeer pure en sobere nummers tussen. Unheard of Hope bijvoorbeeld is nog steeds een piano-nummer en duurt wat korter dan op de eerste versie. Maar wat ik een vooruitgang vind is de afwisseling, want als je na zo'n toch wat zwaar piano-nummer de lichte harp op Black But Comely hoort merk je pas hoe bijzonder dit allemaal toch is en hoe apart de stem van Dee die zich op een nummer als dit in alle bochten wringt.
Er staan sowieso nog best veel harp-nummers op deze cd, waardoor het sobere karakter gehandhaafd blijft.

A Book of Songs for Anne Marie, nieuwe versie, bevalt mij meer dan goed. Het is een album om spontaan verliefd op te worden, maar ik besef mij terdege dat dit niet voor iedereen geschikt is, zelfs niet voor Antony-liefhebbers wiens muziek net even wat toegankelijker lijkt te klinken.
Schrikt dit niet af dan zou ik zeker eens gaan proberen te luisteren naar dit wonderschone album en als dat bevalt zou ik zeker de vorige versie opzoeken.
Het is de pure Baby Dee van de eerdere albums: minder cabaretesque zoals op Safe Inside the Day en dat bevalt goed. Meer dan goed!

Enne: van mij mag ze weer snel samenwerken met Antony of Marc Almond

Baby Dee - Little Window (2000)

poster
4,5
De eerste keer A Weakness for Roses in de originele versie van Baby Dee was toch wel even schrikken indertijd. Het theatrale gezang van Almond was nu het fragiele en breekbare van Baby Dee.
De versie van Almond is er eentje die gewoon beter is dan het origineel; het komt niet vaak voor maar soms zijn er gewoon covers die beter zijn dan de originelen. Toch zie ik dit nummer nog steeds als één van de hoogtepunten van dit uiterst kwetsbare album.
Baby Dee past perfect naast Antony, en Marc Almond heeft een innige band met deze artieste.
Met de muziek van Antony is het zeer goed vergelijken: breekbare zang die niet iedereen trekt (ook ik heb er soms nog steeds wat moeite mee i.t.t. Antony waar ik inmiddels helemaal aan gewend ben). Prachtige eenvoudige, emotionele composities waar je menigmaal een brok van in de keel krijgt.
Dit album is niet makkelijk meer te krijgen, maar geen nood: het album The Robin's Tiny Throat bevat alle nummers van dit album en die ligt nu in de winkels.
Mis dit niet als je een Antony-liefhebber bent want op zijn werk is het nog even wachten. Begin volgend jaar ligt overigens het nieuwe Baby Dee album in de winkels en dat is een release waar ik enorm naar uitkijk.

Baby Dee - Love's Small Song (2002)

poster
4,0
Tja en dan moet je nummers gaan aanvinken.... ondoenlijk.
Zie maar eens iets te kiezen uit al deze schitterende miniatuurtjes, deze juweeltjes die nog niet voldoende ontdekt zijn en daarom nog alle glans bezitten.
Vogels fluiten het hele album lang op de achtergrond, alsof Baby Dee met haar harpje of piano midden in de volle natuur aan het musiceren is. Het is nergens storend want uiteindelijk overheersen de wonderschone klanken en ontstaat er een serene rust die zorgt voor een magische betovering waaruit het uiteindelijk moeilijk ontwaken is voor ons argeloze luisteraars.
Laat deze bijzondere artieste niet aan je voorbij gaan: je weet niet wat je mist.

Baby Dee - Regifted Light (2011)

poster
3,5
Baby Dee zal wel nooit de status krijgen die maatje Antony wel heeft. I.t.t. Antony is zij transeksueel, maar door haar grote, logge lijf kunnen we haar niet indelen in de groep waar kelly of Dana International in passen.
Hierdoor blijft ze een aparte verschijning. Ook haar zang is moeilijk plaatsbaar, en de bijzondere status is daarmee een voldongen feit. Een feit waar we niet omheen kunnen, maar waardoor ze ook niet erg populair is of zal worden.
Ik heb wel een zwak voor haar muziek: het straalt emotie uit en het is het gekke zusje van Antony muzikaal gezien.

Op dit nieuwe album horen we veel instrumentale nummers (het album start er al met twee) afgewisseld met nummers waar Dee op zingt. Het doet wederom behoorlijk klassiek aan door de gebruikte instrumenten (met de nadruk op de piano) en dat is voor mij op voorhand al een pré.
Het klinkt allemaal weer zeer herkenbaar en ook deze keer zal ze er weinig nieuwe zieltjes mee weten te winnen en zullen de liefhebbers wederom verrukt zijn over het gebodene.
Baby Dee is niet een artiest die ik makkelijk opzet: je moet je laten onderdompelen in de sfeer die ze creëert en dat lukt mij niet altijd. Grootste boosdoener hierin is voor mij toch haar zangkunst die ik soms trek en waar ik soms gewoon moeite mee heb. Op dit album is het wel zo dat de zang geen hoofdrol heeft gekregen.

Ontroering, verwondering, en soms ietwat gekte. We horen het allemaal terug op Regifted Light. Geen makkelijke kost, wel een uitdaging voor liefhebbers van barokgetinte pop met wat flarden lichte folk en een scheutje klassiek.
Dee schuwt het experiment niet, maar is ook niet zwaar ontoegankelijk. Hiermee is ze een beetje te plaatsen tussen Current 93 en Antony and the Johnsons.
Majestueus zal deze artiest voortgaan, met opgeheven hoofd, zich niets aantrekkend van wat 'men' van haar vindt. Lekker eigenwijs zoals op Regifted Light hoorbaar is.
Zulke artiesten moeten we koesteren.

Baby Dee - Safe Inside the Day (2008)

poster
4,0
Baby Dee is een bijzondere verschijning in de muziekwereld. Deze in 1953 geboren dame is een transgender die bekend werd door haar samenwerking met o.a. Antony Hegarty, of beter: de New York scene waarin zowel Antony als zij in verkeren.
Ook een artiest als Marc Almond heeft regelmatig met haar samen opgetreden en meestal speelde ze dan harp tijdens zijn live-optredens.
Qua muziek schuurt het dicht tegen Antony & the Johnsons aan: veel nadruk op pure melodie en piano. Op dit album is hier veel verandering in gekomen; we horen hier rijker georchestreerde nummers. De stem van Baby Dee is en blijft wennen, net als bij genoemde Antony.
De vorige albums heb ik zeer rijkelijk van sterren voorzien en de release van Safe Inside the Day (met als producers: Bonnie 'Prince' Billy en Matt Sweeney) is er dan ook eentje die voor mij persoonlijk van hoge urgentie is omdat ik van te voren inschatte dat dit gelijk al wel eens een enorme klapper voor 2008 zou kunnen gaan worden.

Titelsong en tevens album-opener Safe Inside the Day begint al sterk. Het nummer leunt net als voorheen zwaar op piano, maar hier vind ik het stemgeluid eigenlijk een stuk makkelijker te behappen. De strijkers geven het een mooi extra sausje en doen dat op iets minder zoete wijze dan op de albums van Antony. Het klinkt allemaal net even wat rauwer. Current 93 klinkt hier ook in door, wat op zich niet vreemd is omdat Baby Dee zich ook in die kringen begeeft.
En dan opeens val ik van mijn stoel van verbazing: The Earlie King klinkt veel voller dan ze ooit heeft laten horen. Dit is cabaretesk en kent daarbij barokke tintjes die neigen naar een Rufus Wainwright. Met haar stem durft ze veel dieper te gaan dan ooit tevoren en dat levert schitterende buigingen op. Dat Arcade Fire populair is weten we allemaal en misschien dat ze met nummers als deze ook hun publiek weet aan te boren. Wat een bijzonder, maar vooral geweldig nummer is dit zeg!
De rust keert terug in A Compass of the Light. Nu horen we Baby Dee zoals we haar op de vorige albums hoorden: veel piano en een melancholieke sfeer waar de vocale, vreemd aandoende acrobatiek de hoofdrol speelt. Hoe verrassend is het dan als na een ruime 2 minuten een Lou Reed-achtig gitaarspel de kop opsteekt en de strijkers beginnen rond te dartelen terwijl Dee lustig door zingt.
The Only Bones That Show start swingend en ook dat is een kant die ik nog niet kende. Dit is geweldige pop/rock optima forma. Niks melancholieke toon, Baby Dee geeft zich hier volledig en hier horen we een echte band compleet met achtergrondkoor, blazers en gitaren. Nergens klinkt het gekunsteld en dat is de kracht van dit nummer.
Fresh Out of Candles kent ook een voor haar doen 'nieuwe sfeer'. Het lijzige van Lou Reed komt hier in terug (op zich niet vreemd, omdat ik hem ook tot die New York scene reken als oude rot in het vak). Dee is hier meer 'rock' dan ooit tevoren. Of toont ze hier gewoon meer ballen? (ehm.... ik besef dat dit een wat vreemde opmerking is hier). In elk geval hebben we hier te maken met een uitstekend zwierig nummer met een rock-vibe. Geen harde muziek met ronkende gitaren hoor, maar de sfeer is gewoon nieuw naar Baby Dee-begrippen.
Big Titty Bee Girl (From Dino Town) stond al op het live repetoire en zie ik als een soortement van grap. Het komt luchtig en humoristisch over. Hier zie ik haar helemaal voor me helemaal alleen achter de piano in een wat morsige cabaret-club ergens in een achterafbuurt in New York spelend voor zo'n 20 man die wat verveeld voor zich uit staren.
A Christmas Jig For A Three-Legged Cat bevat whistles en krijgt daardoor een Iers tintje mee met een barok arrangement als onderlaag. Hierdoor krijgt dit instrumentale nummer iets klassieks.
Flowers on the Tracks begint heel klein en blijft dat ook wel gedurende het hele nummer. Ook hier is het haast klassieke barok en wederom is het een instrumentaal nummer van pure schoonheid. Alsof de eerste verse sneeuwvlokken spontaan uit de hemel komen dwarrelen.....
Op The Dance of Diminishing Possibilities horen we de harp weer terug. Ook dit nummer is veel voller en vetter en heeft niks meer te maken met de sobere piano-sound van de voorgangers. Maar dat zie ik niet als een achteruitgang, integendeel: het levert een uiterst spannend en avontuurlijk nummer op die zich wederom lijkt af te spelen in een cabaret-achtige omgeving.
Bad Kidneys heeft wat weg van een zeemanslied en dit zal ongetwijfeld komen door de accordeon. Het doet me een beetje denken aan de Mother Fist-tijd van Marc Almond. Ook op dit nummer wordt niet gezongen, tenzij je het 'dronkemansgelal' aan het einde als gezang wilt bestempelen natuurlijk. Gelal wat overigens perfect in dit nummer past!
Uitsmijter You'll Find Your Footing is een schitterend nummer wat draait rondom de piano en harp. Halverwege krijgt het bijval van strijkers en hebben we een 'brok-in-de-keel-moment' te pakken.

Hoe is het toch mogelijk: aan het einde van 2007 misschien wel je favoriete album van 2008 gehoord te hebben.....
Natuurlijk is het nog veel te vroeg voor zo'n conclusie en natuurlijk komt ook andere favoriet Antony nog met een nieuw album of wat te denken van een nieuwe Sigur Ros (concurrentie genoeg dus). Maar Antony kondigde aan het heel sober te gaan doen door alleen zijn piano als begeleiding te gebruiken, iets wat Baby Dee tot nu toe eigenlijk niet anders deed en juist daardoor heb ik het voorgevoel dat Antony wel eens wat tegen zou kunnen gaan vallen (blijft speculeren natuurlijk).
Hier op dit album laat ze die piano + zang-stijl los en maakt haar nummers voller en meestal een stuk barokker. Hoe goed pakt dit uit voor mij: ik ben helemaal ingepakt en Baby Dee levert hiermee een album af waar ik niet van had durven dromen.
Momenteel laat ze een sprakeloze aERo achter die ongetwijfeld heel diep in dit album gaat duiken en hoopt nog heel veel meer te gaan ontdekken in het muzikale avontuur Safe Inside the Day wat zijn weerga niet kent.
Niet voor iedereen weggelegd, maar de fijnproevers zullen dit zeker moeten gaan uitproberen en ik hoop ze dan ook op een bijzonder album gewezen te hebben! Dat er ook nieuwsgierigen op af komen die dit 3 keer niks vinden (wat zeker zal gaan gebeuren) neem ik dan maar op de koop toe

Baby Dee - The Robin's Tiny Throat (2007)

poster
4,5
Helemaal gelukkig werd ik van het feit dat Baby Dee deze week in Spanje samen optrad met Marc Almond.
Almond vertolkt het nummer Weakness for Roses van deze 54-jarige (!) transeksueel en dat is een juweel van heb ik jou daar.
Maar helaas.... ze treedt ergens anders op deze avond (27 oktober) dus ik ga haar straks niet zien als begeleidster op de harp tijdens het Almond-optreden in Paradiso.

Wel verheug ik me ook enorm op het verschijnen van dit album: waarom wachten op de nieuwe Antony als we Baby Dee hebben?

Luister op myspace maar eens naar een schitterend nummer als When I Get Home en je weet genoeg. Dit gaat ook op voor Three Women. Luister, huiver en ontdek dat Antony het ook zo had kunnen doen.
Nog beter is het als ik zie dat dat schitterende Weakness for Roses ook te vinden is op deze dubbelaar.

Het gaat hier dus wel om een verzameling van nummers te vinden op de albums Little Window en Love's Small Song en de EP Made for Love.
Er komt in januari een volledig nieuw album uit van Baby Dee, Safe Inside The Day, met medewerking van Andrew WK, Matt Sweeney, Will Oldham, John Contreras, William Breeze en Maxim Mostin.

Zou er dan toch nog een bedreiging aankomen voor mijn nummer 1 over 2007 (Release the Stars)????
Gezien het feit dat het om een verzamelaar gaat niet, maar anders had ik het zo net nog niet geweten......

Voer voor liefhebbers die niet willen wachten op een nieuw album van Antony

Balmorhea - All Is Wild, All Is Silent (2009)

poster
4,0
Blogs kunnen zo fijn zijn om dingen te ontdekken. Hoesjes kunnen daarbij mooie visitekaartjes zijn want het aanbod is vaak zo groot dat je door de bomen het bos niet meer kunt zien.
Het landschap wat te zien is op de hoes van All Is Wild, All Is Silent is een stuk ruimtelijker dan een dicht bos en het sprak me voldoende aan om het blind te proberen. De band Balmorhea zei me eigenlijk nog helemaal niets ook al hebben ze al eerder albums afgeleverd. Misschien zijn die compleet aan me voorbij gegaan vanwege het etiketje dat deze band opgeplakt krijgt hier en daar, nl. postrock. Aangezien dat niet helemaal mijn ding is bedank ik er dan ook meestal wel voor.

En toen hoorde ik opener Settler en wist niet wat ik meemaakte: dit is gewoon wonderlijke muziek die nergens zwaar overkomt en waar ik absoluut het label postrock niet op zou willen zien staan. Een instrumentaal nummer waar wel wat vocalen worden ingezet maar dan als instrument. Akoestische gitaarpartijen, swingend handgeklap en vooral zwierige strijkersarrangementen die de boel open houden. De conclusie is dan snel gemaakt: deze jongen zat gelijk op het puntje van zijn stoel en genoot volop van deze onverwachte traktatie. Als we verder op het album ook nog geconfronteerd worden met pianoklanken in combinatie met bijvoorbeeld de cello dan kan het eigenlijk al niet meer fout gaan.
Wat deze muziek extra aantrekkelijk maakt is dat het niet valt in de gevaarlijke valkuil genaamd saaiheid. Mooie klanktapijten zijn uiteraard zeer fijn maar kunnen op den duur gaan vervelen, zeker als het instrumentale albums betreft. Dit gezelschap weet dit te voorkomen door tempowisselingen door te voeren en over te komen alsof de duivel op hun hielen zit zonder onverdreven te gaan raggen. Ook de vocalen die spaarzaam ingezet worden als instrument werken sfeerverhogend en maken het net even anders evenals de toevoeging van de banjo.

All Is Wild, All Is Silent blijkt net zo ruig als het landschap op de foto maar heeft ook z'n grenzeloze schoonheid die het graag prijsgeeft.
Hopelijk zal het zijn wondere wereld voor velen gaan ontvouwen want het verdient wel wat luisteraars. Ik ben in elk geval overstag en kan hier voorlopig nog wel even mee vooruit: schitterend!

De perfecte soundtrack voor de betere western van nu.......

Balmorhea - Constellations (2010)

poster
3,5
Pas vorig jaar toen het album All Is Wild, All Is Silent op uitkomen stond ontdekte ik Balmorhea en dat beviel zo goed dat ik me ook aan River Arms waagde wat eveneens een succes was.
Constellations is dan ook het eerste album dat uitkomt waar ik een soort nieuwsgierig naar ben; want gaan die instrumentale deunen uiteindelijk niet en beetje vervelen? Weten ze de spanningsboog strak gespannen te houden?
Na beluistering van dit album moet ik toegeven dat het nieuwe er voor mij een beetje van af is en dat ze me minder weten te betoveren dan op de vorige twee albums.
Natuurlijk hoor ik nog steeds schitterende, soms meeslepende muziek, maar aan de andere kant merk ik ook dat ik soms een beetje afhaak en mijn aandacht er gewoon niet helemaal bij kan houden. Iets wat ik vorig jaar totaal niet had.
De nadruk ligt nu iets meer op pianoklanken (To the Order of Night, Constellations of Winter Circle) en op vrij sober aangeklede nummers waar de akoestische gitaar een hoofdrol krijgt (Herons).
Steerage and the Lamp is een lang nummer dat zijn zwaartepunt ook kent door dwarrelende pianoklanken ondersteund door strijkers (niet van het zoete soort). Het neigt bijna naar klassiek.
Misschien dat het avontuur door de versobering wat minder groot lijkt en dat sfeer meer voorrang krijgt waardoor het kwartje nog niet helemaal lekker wil vallen als de voorgaande keren.
Hoe dan ook erken ik wel de schoonheid van dit album.

Balthazar - Applause (2010)

poster
3,5
Nieuwe bandjes uit België verwelkom ik graag en met een titel als Applause zag ik mijn laatste zin heel clichématig al voor me.
Als dit inderdaad zo'n lekkere cd is dan komt daar aan het einde te staan: 'big applause for Balthazar!'.
Maar ja, dat is wel heel erg flauw en eerst maar eens luisteren of ik überhaupt warm kan lopen voor dit gezelschap.

Opener Fifteen Floors deed me opeens denken aan het grote nederlandse succes van Caro Emerald, niet dat het nu direct dezelfde stijl is, maar die blazers geven het wel een bepaald sfeertje mee: het heeft iets kneuterigs, iets gezelligs en het maakt het nummer juist heel fris.
Hunger at the Door heeft dat minder en past gelijk wat makkelijker in het grote aanbod bands uit België. Inderdaad heel licht een echo van de latere dEUS, maar ook wel wat Soulwax. Ik weet er niet helemaal mijn vinger op te leggen welke band nu precies en dat is maar goed ook, want dat houdt in dat het genoeg eigens heeft. Catchy pop/rock is het in elk geval zeker waarbij ik wel eerlijk moet toegeven dat ik het goed vind, maar net als bij de laatste dEUS mis ik wel iets exclusiefs. Helemaal nieuw is het allemaal niet.
De bas in het intro van Morning doet me terug verlangen naar 1991, toen ik 21 was en Nirvana's Nevermind voor het eerst hoorde. Waarom deze associatie is mezelf ook niet helemaal duidelijk want dit is verre van grunge. Maar die bas, die bas....
Het nummer heeft een lekker sleazy achtergrond koortje en ondanks het feit dat de bas zo dominant aanwezig is zijn de andere geluiden hier niet te versmaden waardoor dit nummer iets heel lekkers over zich heeft: kort maar goed.
Wire heeft weer een geheel andere uitstraling. Ook hier fijne backing vocals en het is voor het eerst dat ik begrijp dat de Arctic Monkeys van stal gehaald worden.
I'll Stay Here is een downtempo nummer waar ik tot nu toe nog niet zo heel veel mee heb en dat gaat ook op voor het eveneens tragere Blues for Rosann. Ik mis iets op deze nummers maar kan niet echt zeggen wat dan precies. Misschien gewoon niet boeiend genoeg?
De bas keert duidelijk terug op Throwing a Ball. Het nummer heeft het lijzige dat Arctic Monkeys ook wel eens hebben. In elk geval een lekker groovy nummer.
More Ways is niet verkeerd maar komt op mij wat stuurloos over. Laat ik het zo zeggen: het klinkt me tot nu toe wat te saai in de oren.
Het lijkt wel of mijn aandacht op dit moment wat begint te verslappen want The Boatman weet ook niet voldoende mijn aandacht te behouden. Het is zeker niet onaardig, maar ik mis enige vorm van opwinding als ik dit hoor en dat is toch een voorwaarde wil iets enorm aanslaan.
Intro is als titel erg opvallend te noemen als we praten over het één na laatste nummer. Het nummer zelf? Aardig maar toch minder opvallend als het feit dat zo'n titel zowat aan het einde te vinden is.
Het is voor mij inmiddels al duidelijk geworden dat het album een beetje inkakt in de tweede helft en afsluiter Blood Like Wine verandert daar niet zo veel aan; allemaal prima nummers, maar nergens meer krijg ik het idee met iets heel bijzonders te maken te hebben zoals ik dat met veel andere belgische bands in het verleden regelmatig wel had en wat de eerste nummers op deze cd wel enigszins deden beloven.

Is dat heel erg? Nee, niet bepaald, want Applause is verder een prima album en belooft denk ik best wel wat voor de toekomst.
Dat grote applaus waar ik het in het begin over had is een beschaafd geklap van mijn kant geworden. Erbij joelen en mijn handen helemaal rood laten worden van puur enthousiasme zit er nu nog niet in. Wie weet op een volgend album?!

Balthazar - Fever (2019)

poster
4,0
Dat Balthazar een populair bandje is is me nooit ontgaan. Ik vond het debuut Applause veelbelovend, maar mijn belangstelling zakte toch al snel weg en het album deed me uiteindelijk niks meer.
Opvolger Rats deed het op dat vlak iets beter, maar eerlijk is eerlijk: ook die draai ik nooit meer. Hierdoor is Thin Walls aan me voorbij gegaan en had ik Balthazar afgeschreven als 'niet voor mij'.

En dan word je toch aardig geconfronteerd met Fever. Het is de hoes die blijft hangen. Ook de theorie daarachter vind ik geweldig: 'gewoon gevonden in een magazine van National Geographic. Het is als het ware een echte bandfoto. Het deed ons wat aan een U2-bandfoto denken'. Ja, dan scoor je gelijk al punten!

Tijd om weer aan te haken. Al bij het intro van de opener, titeltrack Fever, kreeg ik van mijn niet heel erg in muziek geïnteresseerde partner de vraag of dit een nieuw nummer van Nakhane was. Nou nee, maar inderdaad heeft het wel een soortgelijke schwung. En op al wat volgde werd best goedkeurend meegeknikt. Ja, dit klonk 'best wel leuk' (veel verder dan dit soort uitspraken hoor ik zelden of het moet Kacey Musgraves heten). Zegt dat iets? Niet echt natuurlijk, maar ergens ook weer wel: als ik dit soort opmerkingen krijg moet het vrij toegankelijk klinken en kan er een breed publiek mee bereikt worden.

Of dat de bedoeling is van Fever? Geen idee. Het klinkt allemaal fris en fruitig en weet snel te pakken. Het geluid is warm en mede daardoor krijg ik zin om dit hard in de auto te draaien, raampjes open, en het zonlicht heerlijk binnen te laten komen. Helaas is het nog niet zo ver, maar met wat ik op dit album hoor weet ik zeker dat ik dit allemaal nog wel degelijk blijf draaien als het dan echt zo ver is, want Fever bevalt me uitstekend.

Een groove om je vingers bij af te likken: een verrassende hernieuwde kennismaking voor mij. Zeer sterke plaat!

Barbara - L'aigle Noir (1970)

poster
4,0
Barbara heb ik leren kennen door een schitterende vertolking van het nummer Dis, quand reviendras-tu? door Martha Wainwright toen zij het voorprogramma vormde van haar broer Rufus in Paradiso (2005).

Hierdoor dook ik in het werk van Barbara en leerde zo het schitterende titelnummer van dit album kennen.
Een nummer dat diep gaat blijkt. Barbara had het niet makkelijk in haar leven. Ze moest als Joods meisje onderduiken in de tweede wereldoorlog en ze heeft meer ellende te verwerken gehad: ze is seksueel misbruikt door haar vader blijkt uit haar onvoltooide, postume biografie.

Fans pakten het nummer L'Aigle Noir er weer bij en gingen het ineens anders interpreteren. Barbara zelf zei er tijdens haar leven over dat het niemand wat aanging waar het echt over ging. Een prachtige tekst kreeg zo uiteindelijk een wrange toon.

Wrange toon of niet: het is voor mij een zeer favoriet nummer geworden van deze zangeres. Het album zelf bevat een paar schitterende nummers met zeer mooie muzikale omlijsting, alsmede wat luchtiger typische Franse pop-chansons die zo kenmerkend zijn voor het land. Een beetje zoals Edith Piaf of Jacques Brel, waar je dit ook hoort op hun albums.

Barbara Pravi - On N'Enferme Pas les Oiseaux (2021)

poster
4,5
Frankrijk zou in 2020 Tom Leeb naar het Songfestival sturen met het nummer Mon Alliée (The Best in Me), een nummer dat het in de polls en bij de bookmakers niet best deed en daarmee leek Frankrijk af te stevenen op alweer de onderste regionen qua eindklassering, samen met Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Allemaal automatische finalisten, maar echt profiteren doen ze daar al jaren zelden van. Italië vormt daarop de positieve uitzondering.

Maar in 2020 werd het Songfestival afgelast, voor het eerst in z'n bestaan, en er werd in Frankrijk besloten dat Barbara Pravi in 2021 zou gaan. Barbara was tijdens de nationale voorronde al een grote favoriet en ze had het winnende nummer van het Junior Songfestival geschreven. Zou ze de nationale finale gaan winnen en voor Frankrijk ook het Songfestival in Rotterdam gaan winnen?! Het zouden dan drie winsten op rij worden.

Die nationale finale was een eitje en haar kansen voor Rotterdam waren hoog. Alleen was daar Måneskin uit Italië die er met de winst vandoor ging en Barbara werd tweede.

Zelf schijnt ze daar niet erg mee te zitten, want ze ziet het als een mooie lancering van een internationale carrière en ze hoopt het Franse chanson weer op de kaart te zetten. Ik denk dat ze daar in beide gevallen in geslaagd is.
Uitverkochte concerten in Europa (ook in Nederland) en nu haar debuut, na enkele EP's.

En wat voor een debuut! Opener Voilà waarmee ze haar land naar de tweede plaats in Rotterdam zong kennen we wel: nog steeds een prachtig nummer in de traditie van Edith Piaff, maar er staan nog tien andere geweldige nummers op. Nummers die ik vaak nog sterker vind en me eigenlijk zeer positief wisten te verrassen. Ja, ik schatte wel in dat dit een prima album zou gaan worden, maar dat ze me zo in haar greep zou krijgen?! Nee, dat was wel even een zeer leuke surprise.

Hoe krijgt ze dat voor elkaar? Allereerst is het niet zo dat we elk keer een soort Voilà te horen krijgen. Het album gaat alle kanten op, maar blijft ook heel duidelijk een geheel waar het Franse chanson centraal blijft staan. Hier en daar klein gehouden, en af en toe juist vrij theatraal en vooral orkestraal.

On N'Enferme Pas les Oiseaux klinkt fris en wordt gedragen door de werkelijk schitterende zang van Barbara. Speels weet ze maatschappelijke boodschappen voor het voetlicht te werpen en doet dat op een zwoel, poëtische manier. Wees jezelf en doe waar je in gelooft lijkt de rode draad van het album.

Romantiek, chansons en een vleugje wereldmuziek (Saute) zorgen ervoor dat je plaatsneemt in een carrousel welke zijn rondje draait en je doet verlangen naar nog een paar rondes extra. Voor je het weet ben je verslaafd aan het gebodene. Mij is het overkomen, ik ben benieuwd wie volgt.

Barry Adamson - Back to the Cat (2008)

poster
4,0
Nick Cave & the Bad Seeds-liefhebbers zouden bij het horen van de naam Barry Adamson even moeten opveren want deze meneer is inderdaad een Bad Seed.
Hoe verrassend is het dan als je opener The Beaten Side Of Town hoort. Jazeker, het heeft dat donkere tintje maar horen we hier niet zwoele nachtclub jazz? Zien we hier geen geile wijven rond palen kronkelen? O jee, misschien slaat mijn fantasie nu ietwat op hol maar het is toch wel degelijk mijn eerste indruk, en wat voor eentje. Ik vind het geweldig!
Straight 'Til Sunrise is meer sophisticated cool. Lekkere big-band arrangementen waar de stem van Adamson prima in gedijt. Nip nog maar eens aan je glaasje champagne en geniet van een avondje stijlvol hip zijn. Jazz met een soul randje: het is het allemaal. Hier kun je eigenlijk bij iedereen mee aankomen; je 'ik ben zo hip en verheven boven de meute' musicmeter-vriendjes en ook je vader en moeder die een hapje bij je komen eten (zet je het volume op achtergrondmuziek-stand).
Spend a Little Time heeft weer zo'n losse pols easy-swing. Ik kan me voorstellen dat de liefhebbers van de avontuurlijke Adamson een beetje gaan afhaken nu, maar verdorie het is wel pakkend allemaal. Ik krijg zelfs een beetje het gevoel dat ik een beetje ingepakt wordt terwijl ik het misschien niet eens wil want is dit immers niet net een beetje té popie? Vind ik het eigenlijk wel leuk als mijn moeder tijdens dat etentje vraagt van wie deze leuke cd is?
Shadow of Death Hotel heeft een heerlijke funky vibe en wat zijn die blazers toch sexy. Het is een instrumentaal nummer en zeker eentje die je niet graag wilt skippen.
I Could Love You is zwoele soul uit het Solomon Burke - Don't Give Up on Me straatje. Pak mams na het diner beet en draai er een paar rondjes mee door je huiskamer. Mooi, warm en een prima ziel.
Walk on Fire is een heel klein tandje omhoog maar de voetjes kunnen nog steeds van de vloer. Gelukkig heeft het genoeg scherpe randjes om de liefhebbers van de betere muziek ook geboeid te kunnen houden.
Op het instrumentale Flight horen we een jazzy sound die op de betere Blue Note Trip-verzamelaars niet zou mogen ontbreken.
Civilization grijpt een beetje terug naar de vroegere jaren '60. Gloedvolle soul met uitstekende blazers doen het werk. Ik snap best dat mensen het misschien ietwat te cheesy vinden maar ik kan me minder goed voorstellen dat niemand hier blij van zou worden. Dit maakt je vrolijk en doet je even al je zorgen vergeten.
Het orgel op People valt gelijk al op. Dit is een slepende ballad die op het randje balanceert van de kitsch, maar met kitsch heb ik toch al geen moeite dus ook niet met dit nummer.
Afsluiter Psycho Sexual is terug naar de sexy, coole nachtclub-jazz. Boss-pak aan, zonnebril op en vooral even zeer gewichtig zijn.
Het is er de perfecte afsluiter mee van dit onverwacht aangename album. Toch wel heerlijk om dit tussen alle nieuwe dEUS, Cave en R.E.M.'s van deze wereld te horen!
Typisch gevalletje van love-it-or-hate-it plaatje als je het mij vraagt.

Basement Jaxx - Scars (2009)

poster
3,0
Is het slim om naar dit album te gaan beluisteren als je het debuut 4* geeft om vervolgens af te zakken naar 3,5*, 3* en te eindigen op 2* voor hun laatste product?
Misschien niet, maar misschien toch ook weer wel want op die laatste albums stonden toch telkens weer een paar erg leuke nummers en Raindrops van dit album Scars genaamd is zo beroerd nog niet.
Toen ik de gastvocalisten zag staan werd ik eerlijk gezegd toch wel een beetje benauwd want wat ik kende is niet echt mijn stijl en de voorpublicaties hadden het al over een mix van de Basement Jaxx stijl met R&B-achtige klanken.
Oei, dat was echt even slikken en de gedachte om dit duo helemaal links te laten liggen en mezelf officieel tot afhaker te doen gelden kwam wel heel erg dichtbij.
Al met al viel het mee en kon ik er blijkbaar iets meer van genieten dan de vorige keer (misschien is een herbeluistering op z'n plaats?!).
Het is een hoop uitbundigheid en party party zoals we gewend zijn van de heren en hun gasten. Basement Jaxx weet niet echt te verrassen maar zorgt voor een aangenaam feestje wat ze volgens mij beter in de zomer hadden kunnen geven.

Basia Bulat - Heart of My Own (2010)

poster
4,0
Basia Bulat stond in het voorprogramma van The Veils 2 jaar terug (mei 2007).
Haar debuut Oh, My Darling vond ik erg leuk en ik had er zin in. Het blonde meiske en haar band wisten de zaal te charmeren en mij ook en tijdens het laatste nummer van The Veils mochten zij en haar bandleden meedoen op het podium. Een waar feestje dus.

Na twee jaar keert ze terug met Heart of My Own en wederom slaagt ze er in mij te charmeren.
Het klinkt nu allemaal wat minder springerig. Bulat heeft duidelijk ervaring opgedaan door het touren en dat uit zich op dit album dat wat volwassener overkomt.
Van opener Go On (wie zegt dat alleen Muford & Sons zo lekker op de banjo uit de voeten kunnen?!) tot afsluiter Hush weet Bulat te boeien met schitterende emotionele of juist vrolijke folkliedjes.
Nee, ik lieg. Afsluiter Hush doet me niet veel. Ik heb het meestal niet zo op dit soort acapella uitvoeringen. Het gospelrandje doet daar dan verder weinig aan af, maar verder heeft ze wederom een fantastische cd gemaakt waarmee het jaar 2010 lekker van start gaat.
Een dame die door meer mensen ontdekt mag worden op musicmeter, zeker gezien het succes van Mumford & Sons!

Basia Bulat - Oh, My Darling (2007)

poster
4,0
Basia Bulat werd her en der op internet al een paar maanden geleden getipt om zeer goed in de gaten te houden.
En dat heb ik gedaan Eindelijk ken ik haar debuut en dat is me een pracht-album geworden waar je u tegen zegt. Een u die nu 4* verdient waarbij ik mezelf afvraag hoe lang het gaat duren voor dat dit een halfje meer gaat worden.

Before I Knew is een kort nummer dat opent op ukelele. Even denk je de nieuwe cd van Beirut te horen zeker als het handgeklap er bij komt. Maar dan gaat Bulat zingen en doet dat harmonieus met haar backing vocals. Kort, krachtig en vooral een opmerkelijk begin.
Ook op I Was a Daughter is het handgeklap weer aanwezig, maar nu is er ook piano te horen en tegendraadse ritmes die snel bijval krijgen van viool. Dit is het soort folk waar, ik noem hem al weer, Beirut ook bekend mee werd alleen hier geen Balkan-invloeden, maar meer folk. Dit is een puur en zeker ook lekker apart popliedje. Ontroerend zoals ze zingt....
De titel zegt het al: Little Waltz is een heerlijk walsje op de akoestische gitaar. Als begeleiding krijgt het vioolgetokkel mee met als sausje de ietwat hese stem van Bulat die in de verte een beetje aan Joni Mitchell doet denken en hoe zwierig maar vooral ook triest is het als de strijkers inzetten. Prachtig!
Een absoluut hoogtepuntje is December. Wat een schitterende stem heeft deze dame toch en wat doet de begeleiding toch mooie dingen hier: heel puur, eenvoudig en toch heel erg theatraal. Het kan allemaal in korte nummers als deze. Niet geloven? Toch even luisteren dan!
En dan denk je alles gehad te hebben dan gooien we er gewoon nog een hoogtepunt tegenaan in de vorm van Snakes and Ladders. Dit soort zwierigheid hoor ik terug bij b.v. een Tim Hardin. Het nummer zit heel knap in elkaar en alles buitelt over elkaar heen zonder te vervallen in chaos. Met liedjes als deze kun jij mij wel veroveren, geen enkele twijfel over mogelijk. En hoe moeten we dit toch noemen? Barokke kamerpop??
Op Oh, My Darling komen de vocalen zeer goed naar voren en krijgen alle eer die het toekomt. Helaas duurt het maar 1.23 minuten. En ook hier weer een stijl die moeilijk aan te duiden is. De mondharmonica geeft het een folk-roots sfeer mee in elk geval.
Little One als de lente zelf: fris, hoopvol en nog zoveel moois in het verschiet. Basia Bulat dartelt rond in je stereo en vraagt je achter haar aan te rennen over de weidse groene velden die helaas alleen in je gedachten kunnen bestaan, maar sluit je ogen, denk je stereo gewoon weg en het overkomt je.
En misschien wel een heel vreemd vergelijk, maar ik moet een beetje denken aan Antony (die van de Johnsons ja). Het lijkt er niet op, maar het heeft eenzelfde soort emotie en misschien komt het ook door het barokke tintje van de strijkers tegenover de puurheid van de composities.
Why Can't It Be Mine krijgt door de percussie een zwoele jazzy touch mee. Het hese stemgeluid maakt het dan helemaal af. Folk-rock met een jazzy randje dus.
Het langste nummer van de cd heet The Pilgriming Vine en doet niet onder voor de voorgangers. Let vooral op de samenzang. Erg smaakvol. En dan opeens dat heerlijke walsje tussendoor: een verrassing van jewelste. Voetjes van de vloer, stoelen aan de kant en zwieren maar. Een liedje om spontaan verliefd op te worden.
Op La-Da-Da is het de percussie die zeker aan het begin alle aandacht opeist, maar ook hier krijgt het weer bijval van strijkers waardoor we wederom van een zwierig nummer kunnen spreken.
Blijkbaar kan ik het namedroppen niet laten, maar het moet me van het hart dat Birds of Paradise erg aan Joan As Police Woman doet denken. Het kent een zelfde soort emotie dus dat zit helemaal goed. Akoestische gitaar, piano er bij en wederom hebben we een schitterend liedje te pakken. Minder zwierig misschien en daardoor erg mooi van eenvoud te noemen.
Afsluiter A Secret heeft iets naiefs. Ook hier weet ze je te veroveren met haar stem.

En vooruit laten we dan maar weer eens lekker aan hokjes doen: Basia Bulat is in te delen tussen Jenny Lewis, Feist, Natalie Merchant en Joni Mitchell.
Geen zin in hokjesdenken? Groot gelijk, gewoon uitproberen dit Oh, My Darling. Spijt zal niet voor gaan komen in je woordenboek.
Overigens ben ik erg benieuwd hoe deze dame het er vanaf gaat brengen in het voorprogramma van The Veils (ik ben daar bij op 6 mei a.s. in Rotown). Als het net zo genieten is als deze cd dan ben ik dik tevreden.

Bat for Lashes - The Haunted Man (2012)

poster
3,5
Met Bat for Lashes heb ik een wat moeizame relatie, niet zo eentje als met Björk waar ik soms gillend gek van kan worden en waar ik op andere momenten heel innig mee ben. Nee, met Natasha Khan gaat het er soms wat stilzwijgend aan toe. Moeizaam. Niet goed wetend wat ik met haar aan moet.
Er is afstand zullen we maar zeggen.
Wetend dat ik dol op haar ben maar het niet kunnen uiten. Iets zit er dwars. Dat dus al twee avonturen lang. Fur and Gold en Two Suns vallen in de categorie 'het zit er in maar komt er niet uit'. De echte klik blijft uit en toch vind ik het mooi. Irriteren doet ze me nooit. Iets wat Björk niet kan zeggen.

The Haunted Man mag het dus proberen om mijn relatie met Bat for Lashes te verbeteren. Allereerst valt de hoes op; een foto gemaakt door Ryan McGinley o.a. bekend van de Sigur Rós hoes Með Suð í Eyrum Við Spilum Endalaust. Wat je er ook van mag vinden: het trekt de aandacht. Aandacht die ze wat mij betreft niet eens nodig heeft in deze vorm want ik was toch wel benieuwd naar dit nieuwe album.

En ja, dat album...... wederom is het prikkelend, boeit het en wederom krijg ik er niet voldoende vat op. Ik draag het geen warm hart toe. Er is en blijft die verdomde afstand. Waar Siouxie vroeger een ijskoningin was daar is Natasha Khan dat nu voor mij. Het is soms net wat te deftig allemaal en ze laat me niet echt toe.
Hierdoor hoor ik alweer een uitstekend album maar lukt het me niet er verliefd op te worden. Ik mag haar wel maar ik mag zoveel anderen ook. Ik wil meer.
Misschien na meerdere draaibeurten? Ik hoop het ergens wel maar gezien de voorgangers ga ik er niet van uit.
Gelukkig hebben we Laura nog want daar kan ik dus wel voor warmlopen

Bat for Lashes - Two Suns (2009)

poster
3,5
Over de snik van Sinéad O'Connor hoef ik het niet meer te hebben, over het excentrieke van PJ Harvey ook niet. Tori Amos? Hey, heb ik ook al voorbij zien komen. Maffe Björk dan? Jee, ook al genoemd. Termen als wave, goth, pianopop: laat maar zitten, het is allemaal al te lezen bij dit album.
En dat was het ook bij de vorige die mij indertijd maar matigjes wist te boeien. Ik ervoer het als te afstandelijk en kil om er echt helemaal in op te kunnen gaan.
Dat mag best vreemd genoemd worden want Bat for Lashes zou bij uitstek wel wat voor mij moeten zijn. Ga naar een site als Last.fm en zie de aanbeveling 'Similar to: Antony and the Johnsons, Patrick Wolf, Tori Amos'.
Het gaat zeer zeker op voor de Tori-achtige pianopop maar de rest blijft toch wat afstandelijk zoals ik dat ook ervoer op het vorige album.
Maar toch..... ergens weet ze me wel te boeien met Two Suns. Het vraagt wat tijd maar dan lukt het wel. Ik ervaar niet de emoties die ik heb bij andere artiesten waarmee Bat for Lashes blijkbaar in één adem genoemd dient te worden in welke recensie dan ook waardoor als gevolg de score ook niet heel hoog is.

O ja, net als op de vorige cd hoor ik soms toch ook een beetje Róisín Murphy van Moloko (sorry, ik moest er toch nog eentje bij halen ).

Kortom: prima plaatje maar geen eindejaarslijstjesvoer.

Baustelle - Amen (2008)

poster
3,5
In Italië wordt niet alleen maar zwijmelpop voor de meisjes gemaakt of rauwgevooisde doorleefde jazzy balladepop.
Baustelle is daar een goed voorbeeld van. Ik leerde dit gezelschap kennen door hun nieuwe album I Mistici Dell'Occidente dat onlangs is uitgekomen. Eén album terug in de tijd en we komen uit bij Amen, een album dat goed verkocht in het thuisland.
Het album staat vol fijne indiepop-liedjes waar de samenzang tussen Francesco Bianconi en Rachele Bastreghi vooral opvalt: invloeden van Scott Walker, Ennio Morricone, Angelo Badalamenti, Television, Depeche Mode en The Smiths zijn er heel in de verte wel terug in te horen (laten we het echo's noemen).
Ze doen niet onder voor hun britse of amerikaanse vakbroeders en het is juist de taal die het hier een extra tintje mee weet te geven. Normaal gesproken heb ik niet zo heel erg veel met teksten gezongen in het italiaans (in de muziek maakt het dat al vaak ietwat te glibberig), maar hier is het zeer goed te doen.
Ik snap best dat het uit Siena afkomstige Baustelle een populair bandje is in Italië, ik snap dan weer minder dat het daarbuiten blijkbaar niet weet aan te slaan: zou toch moeten kunnen als je bij zo'n groot label zit.

Baustelle - Elvis (2023)

poster
4,0
In 2010 ging ik weer eens naar Italië op vakantie en ik wilde persé Italiaanse muziek die toen in de hitlijsten stond beluisteren en zo kwam ik uit bij het Baustelle album I Mistici Dell'occidente en beluisterde ik ook het album Amen. Hierna liet ik de band even los.

Tien jaar later was ik helemaal verliefd op het solo-album Forever van Baustelle zanger Francesco Bianconi en ook de opvolger daarvan deed het goed.

Inmiddels heb ik Italiaanse muziek enorm omarmd sinds dat jaar 2010 en in de tussentijd Italië wederom een paar keer bezocht.

Ik keek dus op een andere manier naar deze release dan de voorgaande keer. Het melancholieke van de solo-albums is wat minder groot op dit album en de typische Italo-pop komt meer naar voren.

Is het omdat ik inmiddels veel vertrouwder ben met Italiaanse releases? Heb ik minder moeite met die typische Italiaanse meezing-pop? Of is dit gewoon een sterk album?

Het zal van alles wat zijn denk ik. Elvis doet muzikaal niet bepaald denken aan de king, maar is erg plezierig om naar te luisteren. Typische Italiaanse pop met een dun alternatief randje en een fijne wisselwerking tussen zanger Francesco en zangeres Rachele Bastreghi.
Hiervan krijg ik echt positieve energie en wil ik dat de zomer zich zo snel mogelijk aandient.

Ik weet wel wat ik deze zomer aan het zwembad ga draaien

Baustelle - I Mistici Dell'occidente (2010)

poster
4,0
Indierock uit Italië; zou het wat zijn?!
Omdat ik begin juli richting Italië vertrek begon het opeens wat te kriebelen en dacht ik bij mezelf 'laat ik eens kijken wat er op dit moment populair is in de Italiaanse hitlijsten'.
Natuurlijk is dat jezelf begeven op glad ijs, want ik neem aan dat die hitlijsten niet heel erg veel anders zijn dan hier met een flinke vertegenwoordiging van de aalgladde italo-pop als extra dosis.
En inderdaad bleek dat het geval: het begon allemaal op elkaar te lijken, of was dat omdat ik het telkens met wat samples deed of enkele nummers op MySpace pagina's?

Totdat ik uitkwam bij Baustelle; wat ik vluchtig beluisterde bleek wel aardig te klinken: beetje barokke muziek in het italiaans gezongen.
Als ik dan toch iets Italiaans wil gaan draaien deze zomer in de auto leek me dat wel een heel goed plan. Vooral titeltrack I Mistici Dell'Occidente sprak me aan en leek me goed te passen in mijn huidige belangstelling voor barokke pop, of zoals musicfriek het zo mooi noemde 'zwieresque pop'.
Het gevoel was vooral bij dat nummer, want bij de overige songs had ik dat minder. Baustelle maakt prima pop met wat lichte indie-randjes en heeft met La Bambolina een soort 'Johnny Remember Me' te pakken.
Leuk plaatje, wat het misschien leuk kan gaan doen komende zomer, maar het zou ook kunnen dat ik deze cd dan al weer uit het oog verloren ben. Misschien is het toch de taal die ik net niet helemaal goed vind matchen en die blijkbaar toch horen bij de wat meer gladde pop uit dat land. Niet terecht natuurlijk, maar het is blijkbaar iets dat ik niet goed kan loslaten en daarom is Baustelle toch even wennen.
Aan de andere kant zou het ook zomaar kunnen gebeuren dat dit album een blijvertje gaat blijken te zijn en dat het heerlijk genieten gaat worden als de auto richting zuiden gaat rijden.
Aparte ontdekking, waar ik voorlopig nog wel even zoet mee hoop te zijn.

Beach House - 7 (2018)

poster
4,5
Ik leerde Beach House kennen zoals zoveel anderen door het derde album Teen Dream, nog steeds een weergaloos album, dat op het juiste moment verscheen. Dreampop was hot.
Bloom vond ik al iets minder, maar plukte toch nog de vruchten van het succes van de voorganger. De eerste twee albums had ik intussen ook opgepikt maar stonden duidelijk in de schaduw van genoemde twee.

De verrassing was er vanaf bij Depression Cherry en bij Thank Your Lucky Stars haalde ik mijn schouders al op.

Ik kan dus rustig stellen dat ik niet enorm uitkeek naar deze release, maar de vooruitgesnelde nummers deden toch vermoeden dat dit een return to form zou kunnen worden.
Het dromerige karakter zal altijd blijven en dat hoort ook bij Beach House, net als mijn associatie met Cocteau Twins.

Dark Spring was al een fijne opwarmer, maar Pay No Mind maakt duidelijk dat dit toch weer een stuk overtuigender is dan wat de laatste albums ons boden.
Dat laat Lemon Glow ook horen: het is net wat pittiger waardoor het beklijft en onze oortjes weer eens verwend worden. Echt opwindend zal Beach House nooit worden, maar dat onderhuidse broeierige, die kleine venijnige speldenprikjes, die maken hun muziek net even wat boeiender dan menig ander soortgelijke (dreampop) act. Dromerig met een gruizig randje.

L'Inconnue mag dan wel in het Engels van start gaan, bij 1-2-3-4-5-6-7 gaat het even over in het Frans, een taal die ik hoog heb zitten. Als je goed luistert hoor je de engeltjes in dit nummer echt meedoen. Mooi gedaan en hopelijk raakt Air ook weer eens goed in vorm.

En zo gaat het album heerlijk voort. elektronischer in Drunk in L.A., traag, melancholisch slepend in Dive dat op een bepaald moment een bijna hypnotiserend ritme krijgt.
Of het lieflijke Black Car dat echt Air associaties bij mij oproept en dat is zeker niet negatief.

Vervolgens besef je dat je er gewoon nog vijf te gaan hebt zoals het overheerlijke Lose Your Smile, gevolgd door het wat zwaarder aangezette Woo (zouden ze Vangelis of Jean Michel Jarre geluisterd hebben de afgelopen tijd?!). De Cocteau Twins keren nog even terug in de vorm van Girl of the Year, en Last Ride lijkt het slaapliedje dat ons allen in slaap zou willen sussen, maar doet dat niet omdat deze laatste klanken gewoon veel te mooi zijn.

Teen Dream was indertijd verpletterend en dat hebben ze daarna niet meer weten te evenaren tot nu. Het nieuwe album 7 mag dan wat gemakzuchtig zijn qua titel, qua inhoud is het allesbehalve dat. Beach House weet de muziekliefhebber weer verliefd te maken zonder zichzelf enorm te vernieuwen maar wel door eenvoudigweg met sterke nummers te komen. En dat is fijn. Heel fijn.

Beach House - Bloom (2012)

poster
4,0
Teen Dream was mijn kennismaking met Beach House.
Het album deed me aanvankelijk niet zo heel veel maar langzaamaan kroop het onder mijn huid en werd het verslavend, haast hypnotiserend.
En zo eindigde Teen Dream in mijn top 10 over 2010.

Laten we zeggen dat Bloom dat alvast voor heeft op Teen Dream: het hoeft niet meer onder de huid te kruipen want de sound is vertrouwd. Ik heb immers de oudere albums ook al beluisterd.
Maar laat daar nu ook weer net het nadeel in zitten.

Bloom verrast niet en juist dat sluiperdewijs groeien ontbreekt hier. Bloom is een voortzetting van het vorige album. Misschien heeft het hier en daar een iets lichtere klankkleur maar dat is toch echt vrij minimaal in mijn oren.
Het is en blijft dromerige pop waar het fijn bij wegmijmeren is. Waar Teen Dream als een fijn herfstplaatje wegluistert daar zou Bloom de ochtendnevel van de eerste lentedag kunnen zijn.

Kwalitatief even sterk maar ik ga toch een halfje lager zitten. De spanningsopbouw qua beleving van het album ontbreekt deze keer. Het is nu gewoon iets te veel 'O ja, dit is Beach House en ik hou er van'.
Tien aangename nummers maar ook tien nummers die een volgende keer wel een wat andere wending zouden moeten krijgen want op deze manier begint het allemaal iets te veel van hetzelfde te worden. Voor nu krijg ik er nog even geen genoeg van maar verzadiging ligt op de loer.

Een favoriet nummer? Buiten dat dit album als één geheel gehoord dient te worden (het voelt aan als een lange trip) denk ik toch dat Irene, de afsluiter, er ietwat bovenuit steekt.

Met Bloom kan de lente wat mij betreft van start gaan en als later in het jaar de bladeren gaan vallen grijp ik wel terug op Teen Dream. Misschien de volgende keer een wat luchtiger meer uptempo zomeralbum? Of juist een zwaarder, somberder winteralbum?
We zullen zien.

Beach House - Teen Dream (2010)

poster
4,5
obsessed schreef:
het stemgeluid van Victoria Legrand, wat mij betreft de Elizabeth Fraser van de 21e eeuw.

Dat was het eerste dat ik dacht toen ik richting myspace ging om Beach House eens te gaan beluisteren. Ik had nog nooit van de band gehoord en de vorige albums zijn dan ook aan mij voorbij gegaan.
Het was een vluchtige beluistering en het deed me weinig, wat opvallend is omdat ik Elizabeth Fraser waardeer.
Ook de opmerkingen die hier geplaatst werden wisten me niet te overtuigen. Toch kreeg ik een beetje een The xx deja-vu. Was dat ook niet een album die ik bij eerste vluchtige beluistering helemaal niks vond omdat de zang me zo tegenstond en de muziek zo kabbelend?
er zit juist een vrij onderhuidse spanning in de muziek, en vaak verwacht je een uitbarsting waar die uitblijft

En hier hebben we hem te pakken: exact hetzelfde als bij the xx dus merkte ik na wat betere beluistering (verbazingwekkend dat juist herman hier dus niet warm voor kan lopen.....).

Dit is typisch een album dat net als bij genoemde The xx moet rijpen (let wel: ik zie die band niet als vergelijking als het om de muziek gaat!).
Het dromerige spreekt me aan en eigenlijk vind ik dit dan weer minder zweverig dan b.v. Cocteau Twins. En juist dit gegeven zorgt ervoor dat de plaat spannend blijft: er zit wel degelijk een scherp randje aan!
Alsof je je eerste stappen in zee zet, je een eind het water inloopt, om vervolgens te merken dat je voeten de bodem niet meer raken en je als het ware even zweeft. Dat gevoel roept Teen Dream bij mij op. Er straalt tegelijkertijd ook iets berustends van uit.
Het lijken op het eerste gehoor misschien wel wat saaie droompop-achtige nummers, maar wanneer je er dieper op in gaat ontvouwen zich kleine pareltjes die zich in alle eenvoud langzaam aan gaan prijsgeven.
Je moet alleen wel even moeite doen om die pareltjes op te duiken: voor niets gaat de zon op

Ik ben heel erg benieuwd hoe dit album gaat uitpakken bij mij: het zou me niet verbazen als mijn waardering alleen maar blijft groeien en eigenlijk vind ik dat vaak de fijnste albums. Tot nu toe zijn er al een aantal zeer leuke albums die op uitkomen staan de komende weken, maar bij allen was ik gelijk laaiend enthousiast. Het zou leuk zijn als Teen Dream een constante factor gaat worden dit jaar. Zo'n album waar je maar verliefd op blijft en wat telkens een stukje groeit (waar het bij die andere albums alleen maar een beetje minder kan gaan worden).

Bear in Heaven - Beast Rest Forth Mouth (2009)

poster
3,5
Over het vorige album Red Bloom of the Boom had ik aardig wat te melden.
Ik had daar sterk het gevoel bij dat het een persoonlijke knaller zou gaan worden. Dat viel achteraf gezien en op lange termijn toch wel mee: het heeft een stevige 4* maar heel eerlijk gezegd is het geen enorm blijvertje geworden; ik draai het niet vaak meer.
Misschien toch iets te arty, wie zal het zeggen.
De release van Beast Rest Forth Mouth was dan ook volledig aan me voorbij gegaan totdat ik het op musicmeter zag staan.
Ik zal er deze keer geen enorm lang verhaal van gaan maken zoals bij de voorganger. De nummers op dit album zijn sowieso allemaal wat korter en krachtiger maar het klinkt ook nu weer uitermate origineel en mijn gevoel zegt zelfs wat toegankelijker maar dat kan een vertekend beeld zijn. Ik moet net als bij het vorige album continue aan Simian denken alhoewel dat er verder niet veel op lijkt en toen noemde ik ook al Midlake en die borrelt ook weer naar boven met dezelfde mededeling: het lijkt er niet echt voldoende op om van een terechte vergelijking te spreken.
Hoe dan ook is dit een leuk album geworden en Bear in Heaven toont aan een fris bandje te zijn dat positief weet op te vallen. Nu nog door een groter publiek opgepikt zien te worden!

Bear in Heaven - Red Bloom of the Boom (2007)

poster
4,0
Heel soms zie ik een hoes of bandnaam en dan heb ik de hoop: 'dit is hem, dit gaat de grote onbekende knaller van dit jaar worden'.
Bij deze band had ik dat dus weer. Hoop. Geen enkel idee waarom. Puur stompzinnig gevoel. Ik wilde dat dit het zou gaan worden terwijl er al genoeg moois is uitgekomen die wat mij betreft genoemd predikaat kunnen verdienen dit jaar.
En dan is er maar één manier om daar achter te komen en dat is simpelweg draaien.
Het opent al zeer bijzonder met Bag of Bags. Hoe leuk toch als je ergens op hoopt terwijl je werkelijk waar geen enkel idee hebt waarom je hoopt en waarop je hoopt. Des te leuker als dit zeer boeiende muziek blijkt te zijn.
Zweverige rock met bliepjes en piepjes. Het heeft een beetje het arty-farty van Radiohead, de gekte van Simian en het psychedelische van Midlake. Verrassend? Goddomme ja zeg. Dit stemt al positief: je ziet een bad met torenhoog schuim, je roert je grote teen in het water en je weet dat je je eens lekker helemaal gaat onderdompelen. Zo ook hier.
Zit of lig je goed? Mooi want dan gaan we ons eens lekker verwennen en dat doen we op Slow Gold. Dit is apart zeg. Zeep jezelf nog maar eens in en verwonder je over de heerlijke geur en de verademing die het oplevert. Pas op dat het niet te veel gaat bubbelen want voor je het weet ligt je hele badkamer onder. Maar het is zo verdomde moeilijk om niet als een klein kind eens flink te gaan rondspetteren. Want dit is echt ongelooflijk lekker. Het spettert en spat vanzelf al alle kanten op en je kunt alles slechts met pure verwondering gade slaan. Joehoe: doe er gewoon nog een schep bovenop. Meppen met die handen, laat de boel maar eens lekker gaan. Leuk hoor die nieuwe Radiohead, maar eigenlijk ben ik toe aan echt eens wat afwijkends binnen de rock-pop en dit gaat zowaar in de buurt komen. Psychedelica anno 2007!
En dan opeens is het stil en besef je dat de troep wel erg groot is geworden. Je stapt uit dat bad wat inmiddels lauw is geworden en je wrijft jezelf droog met een heerlijk zachte badhanddoek. De warme klanken van Werewolf golven over je heen. Het stille nagenieten van het warme bad zeg maar. Maar dan opeens overvalt een messcherpe sound je halverwege. Scheermesjes hakken er in, maar voordat je het echt door hebt slaat het weer terug naar de warme sound. Toch is er een donkere schaduw aan het overtrekken en je weet het, je voelt het.
Arm's Length kriebelt en kietelt en blijkt een spannend avontuur te zijn. Niks warms meer, maar kil en afstandelijk. Toch van een soort dat uitnodigt tot meer. Ken je dat? Je bent bang en wilt het niet zien of weten en toch doe je het. Zo ervaar ik dit aparte muzikale verhaaltje.
Ook Fraternal Noon schuurt flink en blijkt een koude stortdouche te zijn. Hoezo lekker warm? Hoezo veilig? Het is tijd geworden om over je schouders te kijken, om bang te zijn, maar ook tijd om lef te tonen en door te zetten in deze ietwat gekte veroorzaakt door een beer in de hemel.
Shining and Free klinkt aardig electronisch maar wordt toch met beide benen op aarde gehouden (hoezo hemel?) door met name de droog klinkende drums. De zang zweeft psychedelisch alle kanten op. In een dikke 5 minuten is het wel weer een avontuur dat je aan moet willen gaan. Het is geen hap-slik-weg en je moet er echt wat moeite voor doen. Maar wow wat krijg je er een hoop voor terug als je het aandurft.
For Beauty is toch weer terugkomen in de badkamer. Je laat je adem nog even over de spiegel gaan en wrijft er met je mouw overheen jezelf afvragend wat je in godsnaam al die tijd hebt staan doen. Waarschijnlijk zul je er nooit achterkomen want je gaat op in de mist die nog in je badkamer hangt. Al wat nog rest als die mist is opgetrokken is totale.........................leegte.




Radiohead's In Rainbows het meest bijzondere en vernieuwende wat rock anno 2007 heeft te bieden?
Mwoah: hoogste tijd dat anderen ook eens kennis maken met een Beer in de Hemel

Bearpark - Wilderness End (2015)

poster
4,5
Dat ik een Revere liefhebber ben is hier niet bepaald een geheim. Dat ik de bandleden inmiddels wat beter heb leren kennen is ook niet zo verwonderlijk als je ze in 2 jaar tijd met zeer grote regelmaat ontmoet.

Nick Hirst speelt toetsen in de band en valt op doordat hij elk optreden weer met volle energie zichzelf helemaal overgeeft aan de muziek. Telkens weer machtig mooi om te zien.

Binnenkort komt zijn eerste solo-album uit onder de naam Bearpark met daarop het nummer Boxers dat deze zomer al naar buiten werd gebracht.
Een heel ander geluid dan de barokke rocksound die Revere voortbrengt.

Vrij snel daarna deed hij een solo internet optreden en liet hij zien ook gitaar te kunnen spelen en over een markant stemgeluid te beschikken.

En toen werd ik in de gelegenheid gesteld om zijn album alvast te beluisteren. En wat een prachtalbum is het geworden! De sound borduurt voort op single Boxers maar kent hier en daar ook wat flarden electronic als toevoeging of een blazerskapel die een nummer als Little Black Holes vergezelt.
Hierdoor hoor je een album dat bijna een uur lang rustig voortgaat zonder te vervelen. Het zijn die spannende, kleine twists die dit debuut zo mooi maken.
Ik vergelijk het een beetje met de solo-albums van Radiohead drummer Philip Selway. Niet dat het er op lijkt maar het geeft me eenzelfde gevoel en dat was op die albums ook al zo goed.

Mijn hemel wat is dit mooi zeg! Natuurlijk denkt iedereen nu dat dit gewoon een promo-praatje van mijn kant is, maar geloof me, dit is geen straf om zeer hoog aan te prijzen!

Of het nu gaat om Boxers, het ontroerende What Are We Going to Do?, het dwingende, hypnotiserende Battle Hymn for the Republic of het bloedstollend mooie Sweet Angel. Ik val van de ene verbazing in de andere en het weet mijn emoties oprecht op te roepen.

Dit is een zeer aangename verrassing van een artiest die nu best uit de schijnwerpers van die ene voorman mag komen. Wat mij betreft wordt er nog een voorprogramma in Rotown toegevoegd als Revere daar op 26 november acte de présence geeft

En voor de mensen die niks met Revere hebben: laat die naam je niet afleiden van Bearpark. Het lijkt er totaal niet op en zou zomaar heel goed kunnen bevallen.

Beck - The Information (2006)

poster
3,5
Met Beck kan het altijd twee kanten op gaan: of we krijgen boeiende albums met een hoop ideetjes zoals Mellow Gold of Odelay of we krijgen de wat rustiger folk-achtige dingen als Mutations of Sea Change.

Zelf heb ik nooit echt een directe voorkeur voor een van deze kanten gehad. Beiden kan ik zeer goed waarderen.

Wat zou dit album dus gaan worden?

Opener Elevator Music wijst uit naar de eerste categorie. Toch is dit een nummer dat me nu niet direct enorm weet te pakken. Het kabbelt maar wat voort.
Think I'm In Love zit een beetje tussen categorie 1 en 2 in en dat bevalt me gelijk weer een stuk beter. Relaxed maar toch ook niet rustig folk-getint.
Cellphone's Dead is een nummer waarvan ik kan zeggen dat het net weer even wat nieuws is. En net als bloempje24 bevalt mij dat ook goed.
Dan krijgen we weer een paar alleraardigste nummers voorgeschoteld die nu ook weer niet zorgen voor een Oeh of Aah reactie bij mij. Pas bij Nausea krijg ik dat gevoel wel weer. Een lekker nummer dat zeker tot de betere van dit album behoort.
Vervolgens kakt het album weer in met wat midtempo songs. Gelukkig is daar dan weer die wat nieuwe electronic-achtige richting die Beck poogt in te slaan in de vorm van 1000BPM.
Het zet zich voort in Motorcade. Daarna krijg ik toch weer een beetje het gevoel dat Beck twijfelt en niet echt weet wat hij nu precies wil. Ik mis wat lef.

Al met al ben ik er met dit album niet helemaal uit. Zoals gezegd heb ik het gevoel dat Beck net even te veel twijfelt hier en daar waardoor hij met nummers op de proppen komt die net niet genoeg overtuigen. Een klein beetje meer moed en kleur aan de nummers had voor een beter album gezorgd.
Nu kom ik voorlopig niet verder dan een 3,5* (en dat had meer kunnen zijn naar mijn idee).