MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

T.S. Bonniwell - Close (1969)

poster
4,5
muziekobsessie: je tips zijn bijna altijd waardevol en uitgerekend een andere user moet mij dan de nummer 4 uit jouw top 10 tippen. Even wilde ik een grote 'foei' uitdelen maar het bleek niet nodig... het was terecht dat je mij dit niet onder de aandacht bracht. Niet helemaal mijn kopje thee.

T.S. Bonniwell bracht je vaker onder de aandacht, maar hey, ik ben wel een man van veel nieuwe releases luisteren dus er kwam een laagje stof op mijn belofte dit te gaan beluisteren.

De aanhouder wint want eindelijk kan ik een oordeel vellen over Close.
Nostalgie alom maar naar wat eigenlijk? Lang vervlogen tijden die ik niet bewust heb meegemaakt.
Maar is dat nodig? Weemoedig zijn doen we nu ook, zwijmelen bij een schitterende stem idem dito.
Jij noemt het bitterzoet. Ik noem het bloedmooi. Krachtig in al zijn dramatiek want T.S. Bonniwell is er niet vies van zoals je dat ook kunt horen op de eerste Scott Walker albums.
Het is heen en weer slingeren tussen flink uitgepakte orkestrale nummers en pure eenvoud.

Toch zijn dit soort omschrijvende termen erg verraderlijk want je doet het album er mee tekort: de nummers gaan dieper dan dit soort algemene omschrijvingen. Het zijn de kleine tegendraadse dingen die dit album zo spannend maken. Something To Be vind ik een perfect voorbeeld daarvan. Wat een kleine, spanning opbouwende elementen zijn aan dat nummer toegevoegd. Soms twijfel je wel aan je eigen oren. Hoor ik dat tikken nu goed? Voegt ie er nu jazzy elementen aan toe? Enzovoort.
Black Snow is ook zo'n nummer. Tim Buckley is een naam die me dan opeens te binnen schiet: evenzo een meester in dit soort spitsvondigheden. Niet vreemd dat zowel Buckley als Walker later steeds verder gingen hierin.

T.S. Bonniwell verrast, verbaast en verwondert. Het is een rollercoaster van bescheiden formaat maar veel heftiger dan het lijkt.

Kijk muziekobsessie: je weet het wederom aan te bevelen. Als het om nostalgische trips gaat laat ik me graag de tijd terug in gaan onder jouw aanbeveling.
Maar laat me nu even bekomen van deze schitterende luisterervaring. Dit is werkelijk geweldig!
Dit soort muziek geeft me een dreun die ik nog lang zal voelen. Fijn om er de komende tijd nog dieper in te kunnen kruipen.
Het wachten is nu op de postbode want het album is zonder enige twijfel besteld.

Talk Talk - Spirit of Eden (1988)

poster
4,5
Goede wijn moet rijpen zeggen ze wel eens. Voor muziek gaat dat soms ook op. Spirit of Eden is vandaag precies 30 jaar oud en is bij mij inmiddels uitgegroeid tot een album dat diep in mijn muziek-liefhebbende vezels is doorgedrongen.

Dat was in 1988 wel anders. Ik zat nog helemaal in mijn top 40 periode met daarnaast wat grote favorieten. De alternatieve muziek werd net een beetje ontdekt en daar hoorde Talk Talk niet bij. Talk Talk was 'Such a Shame', 'It's My Life' en 'Living in Another World'. Talk Talk was jaren '80 hits, en zeker niet Spirit of Eden.
Ik heb het toen niet eens bewust links laten liggen. Het was een album waar geen hits op stonden, dus kwam je er ook minder snel mee in aanraking. Er was nog geen internet, er was geen Spotify dus zo vreemd was dat niet.
Mijn muzikale weg maakte steeds meer een andere bocht en daardoor bleef dit album lang onzichtbaar.

Wat later in de periode waarin ik graag de hele discografie van bands wilde leren kennen kwam dit album eindelijk in beeld, maar er was nog niet gelijk een klik. De zang van Mark Hollis was onmiskenbaar en het geluid herkenbaar, maar dat geluid lag me toch niet helemaal lekker. Het gevolg was dat het album nooit mijn volledige aandacht kreeg.

Totdat er een dag kwam waar I Believe in You ineens keihard binnen kwam. Het bleek de opening naar de rest. Want hoe kan je een nummer als The Rainbow negeren?! Magie staat niet ver af van muzikaliteit.

Experimenteel werd en wordt Spirit of Eden genoemd. Misschien dat ik inmiddels zoveel muziek heb gehoord dat ik dat helemaal niet zo ervaar. Spirit of Eden is een bijzonder fraaie tocht zoals ook een band als Sigur Rós ze maakt. Betoverend, bezwerend, avontuurlijk, maar vooral bloedmooi.

Net als die wijn kost het tijd en blijkt elke draaibeurt mooier en mooier te worden. Nu het vandaag 30 jaar is geworden een mooie reden het weer eens op te zetten. En wat blijkt? Die 4,5* gaat inmiddels richting 5*, een kwestie van tijd......... zeker geen 30 jaar in elk geval.

Talking Heads - Fear of Music (1979)

poster
4,5
Funky riffs, tribal beats, muziek met een tik dat is wat opener I Zimbra is voor mij. Muziek voor zenuwlijers werd me ooit eens gezegd toen ik vertelde Talking Heads behoorlijk te waarderen. Ach, misschien ben ik ook wel een zenuwlijer en waardeer ik dit daarom ook zo. Maar eerlijk gezegd denk ik dat dit wel meevalt en dat ik gewoon hou van een fantastisch plaatje genaamd Fear of Music
Mind is een spontaan nummer dat lekker weet op te vallen met kleine wendingen en vooral veel verschillende riedeltjes. Maar het is de vocale acrobatiek die me hier het meest weet te treffen. Beetje gek, maar wel lekker.
Bij Paper begin ik telkens weer te beseffen dat Talking Heads vooral zo funky kunnen klinken. Dit op een jachtige en inderdaad ietwat nerveuze manier en dat maakt dit album en vooral deze band ook zo opvallend denk ik.
Op Cities gaat dat funky feestje dan ook stug door, maar dit heeft tevens een disco-achtergrond lijkt het wel. Lekker dwingend en hiervan ga je toch spontaan net zo weird de dansvloer op als Byrne himself?!
Life During Wartime is toch wel een Talking Heads-klassiekertje te noemen (en live eigenlijk nog veel beter).
Op zich niet eens zo'n heel erg opvallend nummer, maar het heeft een zeker venijn waarmee het als een langzaam werkend gif naar binnen werkt en als je dat eenmaal in je hebt weet het je ook niet meer los te laten.
Het wat meer rock-georiënteerde Memories Can't Wait heeft een beklemmend sfeertje. Dit is toch behoorlijk vernieuwend te noemen, zeker voor die tijd. De band Living Colour stripte de eigenaardigheden en maakte er meer een basic rock-nummer van. Die versie kennende toont aan hoe bijzonder dit nummer in deze uitvoering eigenlijk wel niet is.
Air: probeer je dit nummer eens trager in te beelden en het zou potverdorie een nummer van de band Air kunnen worden. Het zal best een vreemde voorstelling van mij zijn, maar als ik de zang wat wegdenk en dit nummer in een tragere versie voorstel zou het zomaar kunnen. Misschien enorme onzin, maar geef dan de schuld maar aan de muziek die ondertussen rare dingen met me aan het doen is.
Heaven is wat meer doorsnee t.o.v. de rest, maar ik vind het een mooi nummer met dito tekst. Maar ook hier geniet de live-uitvoering op Stop Making Sense de voorkeur.
Animals keert weer terug naar de funky: lekkere gitaarlicks als bedje voor de wat weirde zang van David Byrne. Het gaat prima samen en laten we dan zeker ook de effectieve basloopjes van Tina Weymouth niet vergeten te noemen.
Het nummer Electric Guitar heeft op de een of andere manier iets zweverigs over zich, alsof je er door in trance raakt. Een ietwat merkwaardige trip. Ook een ietwat merkwaardige track omdat het niet echt een kop en staart heeft.
Drugs is een bijzondere afsluiter. Het heeft iets spannends, alsof er een sluipmoordenaar op de loer ligt klaar om je te grazen te nemen.
Al met al een bijzonder album dus. Zeker apart te noemen en niet altijd even toegankelijk (zoals op latere albums).
Voor mij wel een favorietje. En voor mijn gevoel heb ik het album nog steeds niet helemaal onder de knie en leer ik elke luisterbeurt weer wat bij.

Talking Heads - Naked (1988)

poster
4,0
Eigenlijk een heel bijzonder album van Talking Heads: ze gaan hier echt nieuwe wegen in en weken zich helemaal los van hun oude sound, een sound die weliswaar steeds toegankelijker werd maar toch zeer herkenbaar.
Die herkenbaarheid neemt hier flink af (daar is het Braziliaanse sausje uiteraard verantwoordelijk voor)..
Ik weet nog goed dat ik Blind voor het eerst hoorde en even het gevoel had dat het niet klopte. Het is dat je Byrne's stem al snel herkent maar anders had ik hier niet het bandje van Slippery People of Psycho Killer achter gezocht.
Ondanks de durf is het toch het album waar ik het minst mee heb. Het zit goed in elkaar het wordt onterecht negatief neergezet, maar de richting die ze hier ingingen deed me toch allemaal iets minder. Desondanks een prima album en helaas de zwanenzang van deze voortreffelijke band.

Tame Impala - Currents (2015)

poster
3,5
De vakantie zit er weer op. Dit jaar waren Denemarken en Zweden mijn bestemming. Elk jaar komt er een album of nummer bovendrijven dat jaren later nog steeds heel goed de betreffende vakantie naar boven weet te halen. Dit jaar gaf mijn Last.fm scrobbler aan dat Ola Salo het meest is gedraaid. Niet geheel onverwacht, maar dat het album Currents van Tame Impala wel eens de soundtrack van deze vakantie zou kunnen gaan worden had ik dan weer absoluut niet verwacht.

Het nummer Let It Happen doet het goed in het hoge noorden en nadat ik het album Currents in de auto een paar keer gedraaid had hoorde ik het ook terug in winkels en bars. De betere muzak zullen we maar zeggen. Toch heb ik met Tame Impala nooit een innige band gehad en daar is een persoonlijke reden voor.

Toen debuut InnerSpeaker uitkwam werd ik al snel getipt daar naar te luisteren. Ik hoorde een fijne psychedelische rockplaat die sterk teruggreep op de jaren ’60. Niks nieuws en behoorlijk retro, maar deze Australische band deed dat op exact dezelfde wijze als de Zweedse band Dungen van wie ik al langer een groot liefhebber was en die band werd nauwelijks opgepikt, terwijl Tame Impala het al snel goed deed bij de liefhebbers. Ironisch genoeg gaf Tame Impala op hun MySpace pagina aan dat Dungen tot hun invloeden behoorde. Nu blonk Dungen ook niet uit in originaliteit, maar toch. Het drukte de pret rondom de Australiërs wel een beetje. Flauw van mij natuurlijk; soms werkt dat wel zo.

We zijn inmiddels vijf jaar verder en waar Dungen een beetje is blijven hangen in dezelfde sound (benieuwd of hun in september nieuw te verschijnen album daar verandering in gaat brengen), daar slaat Tame Impala op hun derde plaat heel gedurfd nieuwe wegen in. Ga er maar aan staan: een rockband die synthesizers gaat gebruiken en nogal nadrukkelijk ook. Op Currents wordt er een flinke jaren ’80 saus overheen gegooid waardoor de band een heel andere sound krijgt. ‘Uitverkoop’ roepen de puristen onder de fans. Ja, het blijkt te werken, want Let It Happen scoort. Maar is het ‘uitverkoop’ of had frontman Kevin Parker echt gewoon zin in wat anders?! Ik denk het laatste.

Currents is een wat dromerig album geworden met groovy gitaarloopjes, synthesizer klanktapijten en de zang is redelijk onveranderd gebleven ten opzichte van de vorige albums: een ietwat gekweld geluid dat niet voor iedereen ruim vijftig minuten vol te houden zal zijn.
Wat mij betreft een uitstekende zomerse plaat voor muziekliefhebbers die wat minder zin hebben in tropisch getinte niemendalletjes of eenmalige hitjes uit de zuidelijke landen. Persoonlijk zal ik elke keer als ik dit album hoor terugdenken aan een fijne zomervakantie, ook al ben ik op moment van schrijven nog niet helemaal zeker of dit album ook heel hoog gaat scoren in mijn eindejaarslijstje. Daarvoor vind ik het net even wat te lang duren en begin ik gaandeweg het album vordert de zang wat lastig om te blijven volgen. Let It Happen daarentegen blijft een dijk van een nummer.

Tame Impala - InnerSpeaker (2010)

poster
3,5
Denk je met de band Dungen om de paar jaar je portie psychedelische rock binnen te krijgen, daar kun je het zweeds ook achter je laten en overstappen op het vertrouwde engels van deze Australische band.
Nu moet ik zeggen dat de nieuwe Dungen Skit I Allt een beetje meer van hetzelfde begint te worden dus of dat dan ook niet opgaat voor Tame Impala ook al hebben die daar niks mee te maken?
Duidelijk is dat beide bands uit eenzelfde vaatje tappen maar het vaatje is redelijk groot dus ze hoeven elkaar niet in de weg te zitten. En dat de Beatles erbij gehaald worden is onvermijdelijk voor zowel Zweden als Australië.
Beide bands hebben voor mijn gevoel dezelfde vibe te pakken en die bevalt me uitstekend. Natuurlijk horen we niet veel nieuws maar zolang ze het goed doen kan ik daar goed mee leven en Tame Impala doet het gewoon goed. Ik heb alleen een beetje de pech Dungen-liefhebber te zijn en ik kan die band telkens maar niet uit mijn hoofd zetten als ik Innerspeaker draai. Er zullen er genoeg zijn die mij gaan vertellen dat ik niet moet vergelijken, dat ze niet eens op elkaar lijken, maar ik ervaar dat niet zo. Twee psychedelische rock albums in korte tijd is dus misschien wat veel en het zal telkens flink kiezen geblazen worden in welke ik op dat moment het meest zin heb.
Valt de keuze op Innerspeaker dan hoor ik een degelijk album dat mij in een lekkere flow weet te brengen. Zodra ik Tame Impala echt helemaal los van wie dan ook kan beluisteren zal de beoordeling ook het meest zuiver worden. Op dit moment ben ik er nog niet helemaal uit en kies ik voorlopig voor een veilige middenweg van 3,5*.

Overigens weet Dungen ze niet zo dansbaar te maken als Solitude Is Bliss, laat dat even gezegd zijn

Tame Impala - Lonerism (2012)

poster
3,5
Iedereen verwacht natuurlijk dat ik Dungen er weer bij ga halen. En ja bij deze dan even
Natuurlijk is de muziek verre van oorspronkelijk, ook niet die van Dungen, maar beide bands lijken op elkaar door eenzelfde manier van zingen (en de daarbij behorende effecten).

Voor zover Dungen

Tame Impala. Ik was benieuwd of zij een nieuw sausje aan hun album konden toevoegen, iets waar Dungen (sorry, doe ik het toch weer) op de laatste albums niet echt meer in slaagde waardoor de albums steeds meer inwisselbaar werden.

Lonerism wijkt ook niet heel erg van het bekende pad af moet ik zeggen. Mijn gevoel zegt dat ze hier en daar toch wat nieuwe snufjes hebben toegepast; laten we het 'moderner' snufjes noemen maar zoals gezegd is dat heel erg minimaal en blijft de bekende sound overeind.

We krijgen twaalf zomers klinkende rock songs waar de fans zich geen buil aan kunnen vallen. Het is in dit stadium natuurlijk moeilijk om te bepalen of dit nu beter of slechter is dan InnerSpeaker. Ik denk dat voor velen de verrassing er nu wat af is waardoor je dit toch net even anders beluistert. Ik had daar bij het vorige album al geen last van vanwege die ene band waar ik het niet meer zo over zou hebben

Lonerism is gewoon een lekker plaatje. Niets meer of minder.

Tamino - Amir (2018)

poster
3,5
Je zal maar de nieuwe Jeff Buckley worden genoemd (het gebeurt regelmatig). Dat is niet niks en het is ook niet heel erg vreemd. De twee EP's die Tamino uitbracht lieten al veel horen.
Jeff Buckley? Ja, misschien een beetje. Misschien is het ook zo dat beide heren bepaalde looks hebben die wat harten sneller doen kloppen her en der, en als dat in combinatie is met zwoele, wat donkere muziek dan wil dat best een beetje extra helpen.

Wat ook wel helpt is het feit dat Tamino-Amir Moharam Fouad een Egyptische vader en een Belgische moeder heeft. Die Egyptische link sijpelt een beetje door in de nummers van hem.
Zijn jongere broer Ramy heeft trouwens de videoclip geregisseerd bij het nummer Persephone.

Verstilde nummers, met een donker-romantische ondertoon. Allen ingespeeld door Tamino zelf met hier en daar wat extra inkleuring van Nagham Zikrayat, een gezelschap muzikanten voornamelijk afkomstig uit Irak en Syrië en waarvan de meesten vluchteling zijn.
Met zijn zang weet hij ook wel te imponeren: zijn falset doet het goed in deze setting, maar kan er ook voor zorgen dat mensen er allergisch op kunnen reageren. Het is toch best wel aardig wat dramatiek dat we op deze wijze voorgeschoteld krijgen.

En dat is misschien wel een beetje mijn bezwaar voor wat betreft Amir. De EP's maakten enorme indruk. Nu krijgen we dit alles ruim 50 minuten voor onze kiezen, en daarbij kennen we al aardig wat nummers en weten we nu wel wie Tamino is. Die verrassing is er een beetje af.
Dan zijn 12 nummers die telkens een beetje van hetzelfde laken een pak zijn ineens wat veel. Ik mis afwisseling. Moet dat dan? Nee, niet altijd, maar juist met dit soort dramatiek is dat af en toe wel even verfrissend. De composities zijn dan net niet even sterk genoeg om het als meesterwerkjes te bestempelen.

Ik had eigenlijk ook gehoopt op wat meer Egyptische invloeden. Ja, het had op dat vlak wat mysterieuzer en exotischer gemogen wat mij betreft.
Jeff Buckley? Qua vibe zit het er zeker in, maar qua niveau wil ik Tamino vooralsnog niet naast Buckley plaatsen, waarom zouden we ook eigenlijk? Maar dat we hier te maken hebben met een talent dat we in de gaten moeten houden moge duidelijk zijn.
Als je Amir beluistert moet je gevoelig zijn voor hetgeen over je uitgestort wordt, het kan ook too much zijn.

Zelf vind ik het allemaal heel fraai, maar waar ik hoopte op een dikke 4,5* plaat, daar blijf ik op dit moment een beetje hangen bij een krappe 4*. Ik hoopte op een 2018 top 3 album, maar dat is Amir helaas niet geworden. Wel een mooi album, waar op bepaalde momenten enorm van genoten gaat worden. Momenten die je er een beetje bewust voor moet uitkiezen wellicht.
Benieuwd hoe dit op de lange termijn gaat beklijven: of het wordt saai en het blijkt toch een tegenvaller, of het groeit uit tot een diamantje.

TaxiWars - TaxiWars (2015)

poster
3,5
Death Ride Through Wet Snow doet me maar aan één band denken: Morphine. Dat is een compliment want die band had een unieke sound en TaxiWars benadert deze op uitstekende wijze.

Wat volgt is toch wat meer experiment en ruiger, jazzpunk wellicht?! De rol van Robin Verheyen, saxofoon, is enorm. Tom Barman fungeert toch wat meer als 'bijrijder'. Het is geen sterke zanger, is ie nooit geweest, maar de man weet sfeer neer te zetten en dat doet hij op dit album ook, of dat nu zingend, brullend, fluisterend of grommend is.

Dat het geen verrassing is dat Barman met jazz in de weer is gegaan is bijna logica: hij had al twee compilatiealbums uitgebracht en ook dEUS bevatte vaak jazz-invloeden. Een Waits-fan schijnt ie ook te zijn en dat hoor ik ook terug in TaxiWars.

TaxiWars is jazz met een flinke rock-injectie en de rafeligheid van de nummers geeft het de punky vibe mee. Ze proberen volgens mij ook een live-gevoel neer te zetten en dat lukt ze aardig: zet een paar mannen in de studio en laat ze los gaan. Resultaat is dan TaxiWars.
Niet geschikt voor alle dEUS-fans. Je moet wel wat affiniteit met jazz hebben om dit te kunnen waarderen.

Twaalf puntige nummers waar jazzliefhebbers wat meer richting rock kunnen gaan, twaalf puntige nummers waar rockliefhebbers wat meer richting jazz kunnen gaan.

Tears for Fears - The Tipping Point (2022)

poster
4,0
Tears For Fears is voor mij nog altijd Shout. Tja, jaren '80 tiener, dan krijg je dat. Het album Songs from the Big Chair werd dan ook vaak gedraaid en met terugwerkende volgde snel The Hurting waar mijn favoriete nummer Mad World op staat (die mijn top 100 in het betreffende topic wist te halen).

The Seeds of Love deed me een heel stuk minder. Ik vond het een zeikerig album en ik was sowieso al minder met pop bezig, ik begon de alternatieve muziek te ontdekken. Later ben ik milder geworden over dat album.

En toen volgden er nog drie albums welke allemaal aan me voorbij zijn gegaan. Of dat terecht is weet ik niet, ik wilde wel eens weten hoe The Tipping Point zou gaan uitpakken. Ik ben immers al lang geen tiener meer en wie weet ga ik helemaal om en kan ik alsnog de drie niet beluisterde albums gaan beoordelen.

Voordeel is dat ik anders luister dan menigeen. De jaren '80 albums liggen te ver in het verleden dus dit kan op zich zelf staan, althans, dat was mijn hoop. Ik denk dat die hoop wel uitgekomen is.
Dit klinkt toch wel anders dan wat ik van de heren ken.

No Small Thing is een beetje gezapig, maar dat vind ik niet erg. Wat volgt is prima, maar vaak ook een andere Tears For Fears dan die van lang geleden. Het wisselt allemaal een beetje. Sterke nummers (het Depeche Mode-achtige My Demons) en Rivers of Mercy worden afgewisseld door simpele jaren '90 boyband pop (Break the Man) of uitglijders als Please Be Happy (een soort George Michael-achtig nummer die dat zelf beter gedaan zou hebben).

Dat afwisselende vind ik wat jammer, want dat haalt me soms een beetje uit de flow. Misschien begrijp ik sommige nummers beter als ik de voorgangers ken, maar de jaren '80 albums zijn gewoon van een ander kaliber en niet te vergelijken met The Tipping Point en dat is voor mij een voordeel.

Voor nu geef ik 3,5*, maar het zou best kunnen dat het allemaal nog wat beter op gaat inwerken en dan kan er nog wel een halfje bij.

En een dikke voldoende voor de hoes: die vind ik fraai.

Teddy Thompson - Bella (2011)

poster
3,5
Ik hoor eigenlijk niet echt een enorm ander geluid wanneer ik Bella beluister. De Thompson-snik is weer volop aanwezig, de country-touch, het folk-snufje: het is er allemaal weer.
Misschien ietwat meer gedrenkt in een strijkers-saus, waardoor hij ietwat meer richting buddy Rufus Wainwright lijkt te willen opschuiven (Over and Over, Home), maar daarvoor is hij toch echt een maatje te klein en mis ik de gekte en het geniale.

Dat laatste heb ik nooit echt gehoord in Teddy Thompson. Wat ik wel telkens weer hoor zijn lekkere liedjes die altijd wel makkelijk in het gehoor liggen en dus een prima stem.
Bella klinkt misschien iets minder puur door de productie, maar heel erg storend kan ik die niet vinden daar de nummers best catchy zijn.

Neemt niet weg dat Thompson nooit tot mijn eredivisie zal gaan behoren. Ik mis toch een bepaalde grootsheid en hij weet zich niet te ontworstelen aan veel soortgenoten die met grote regelmaat albums uitbrengen.
Bella is net als zijn voorgangers aan te raden voor diegenen die houden van ongecompliceerde country-folk-rock. Niet meer. Niet minder.
Erg? Welnee. Voor echt spannende muziek is er genoeg alternatiefs voorhanden, dan zijn dit soort cd's juist wel een verademing ter afwisseling.

Bella zou zomaar eens mijn favoriete Thompson album kunnen gaan worden na Separate Ways.

O ja: ik ben wel dol op de ietwat kitscherige toevoeging van de strijkersectie

Tegan and Sara - Sainthood (2009)

poster
3,0
De naam Tegan and Sara komt regelmatig op mijn pad. Telkens weer duikt de naam van dit duo op bij mensen wiens smaak ik wel weet te waarderen.
Al een paar keer wilde ik er aan gaan beginnen maar dan haakte ik snel ook weer af. Iets te pieperige meiskes waar ik niet zo veel mee heb (CocoRosie is ook zo'n duo waar veel smaakgenoten mee weglopen en waar ik niet veel mee kan).
Nu vond ik het tijd worden om gewoon eens een album in z'n geheel te beluisteren en dat werd deze nieuwe, Sainthood genaamd.
Als ik de berichten van de echte liefhebbers lees misschien geen verstandige keuze om juist hiermee te beginnen. De meningen lopen nogal uiteen en dit album schijnt ietwat af te wijken van wat ze normaal op cd afleveren.
Een gevaarlijke keuze dus!
Het zou zomaar kunnen dat al die liefhebbers gelijk hebben want dit album ging nogal aan mij voorbij. Ik had er zeer weinig mee en vond het gewoon een vrij saai tot soms zelfs vervelend rock-album. Met de zang van de dames heb ik ook niet zo heel erg veel. Het door mij aangehaalde 'piepgehalte' viel nog wel mee, maar verder vond ik het vrij vlakjes allemaal.
Ik besef dat ik misschien nog eens een ander album moet gaan beluisteren om een eerlijk antwoord te geven op de vraag of Tegan and Sara wat voor mij zijn. Ik moet nu in elk geval wel zeggen dat de kans een heel stuk kleiner is geworden om mijn speurtocht binnen het werk van deze dames voort te zetten. Er is genoeg andere muziek die misschien beter aan mij besteed is.
Is het zo slecht allemaal? Nee, dat wil ik niet zeggen. Ik was eerder een beetje verbaasd over het gebodene dat minder spannend is dan ik had verwacht of misschien zelfs gehoopt.
Tegan and Sara gaan waarschijnlijk behoren tot de groep artiesten in de categorie 'het zou wat voor je moeten zijn aERo, jammer dat het niet zo is'.

Temples - Sun Structures (2014)

poster
4,0
Bandje nummer zoveel die op de retro toer gaat. Hoeveel ken ik er al niet? Ontelbare. Jacco Gardner was misschien de laatste en dan ook nog eens van eigen bodem.
Is dat erg? Niet als het goed gedaan is (kan je altijd nog blijven roepen dat het origineel beter is).
Soms blijven bandjes hangen (Dungen doet dat nog steeds, Jacco eigenlijk ook wel) en soms beleef je een tijdje enorm veel plezier aan een album en heb je goede herinneringen aan een optreden en weet je later nauwelijks nog wie ze ook al weer waren (Jessica Fletchers).

In welke categorie Temples gaat vallen is dus nog even afwachten maar al bij de eerste twee nummers Shelter Song en Sun Structures voel ik al dat ik hier wel even een tijdje veel plezier aan ga beleven. Psychedelische pop/rock volgens het boekje wellicht maar het pakt en blijft hangen.

Natuurlijk kun je je onderhand afvragen of het nog zin heeft om naar dit soort bandjes te gaan luisteren als er nog zoveel 'real deal' uit de bewuste jaren te ontdekken valt.
Toch is het ook leuk om dit soort jonge bandjes te steunen door naar ze te luisteren, hun albums te kopen of concerten te bezoeken. Goldie-oldies festivals zijn immers minder aan mij besteed.

Sun Structures barst uit z'n voegen van de energie met een enorm psychedelische, nostalgische saus. Het soort album waarbij je als je er naar luistert nog meer naar de lente gaat verlangen en waarbij ik vervolgens dan weer hoop dat ik ze diezelfde lente nog steeds zo leuk vind als nu......
Temples mag dan misschien wel album nummer zoveel brengen die dit kunstje flikt, ze doen het verdomde aanstekelijk en goed waardoor ik alleen maar kan zeggen dat de eerste aangename verrassing van 2014 een feit is.

In de gaten houden dit bandje!

Tennis - Cape Dory (2011)

poster
3,5
Het moge duidelijk zijn dat de cover geinspireerd is door deze van Lisa Hartman.
Ik ken dat album verder niet, maar ga er van uit dat het muzikaal niet hetzelfde klinkt. Alhoewel je het nooit zeker kunt weten want Cape Dory klinkt met zijn lo-fi geluid wel alsof het niet van deze tijd is.

Dromerig, ietwat kneuterig (zoals de hoes ook) dreutelt het album voort. Dat heeft een eng, negatief toontje in zich maar dat is het niet helemaal. De liedjes zijn allercharmanst en het rammelt er op los. Maar rammelpop hebben we vaker gehoord, dromerige lo-fi liedjes ook en na het grote succes van Beach House is het lastig om wederom te verrassen. Misschien hebben we allemaal even genoeg gehoord binnen dit genre en is het tijd voor iets anders. Je zou bijna zeggen: mosterd na de maaltijd.
Dat verdient Tennis niet en dit album mag best gehoord worden. Er zal vast nog wel wat ruimte zijn in uw digitale bibliotheek of uw cd kast, want Cape Dory is gewoon een leuke plaat.
Tien onweerstaanbare, feel-good songs in een ruime 28 minuten: daar kan niemand zich toch een buil aan vallen?! Ik in elk geval niet.
Overigens is Cape Dory het resultaat van een flinke tijd zeilen waar Patrick Riley en Alaina Moore op elkaar en de zee waren aangewezen.

Helaas niet de eerste grote verrassing van 2011 voor mij (daarvoor worden mijn hoge verwachtingen niet helemaal ingelost), maar lekker is het wel. Ik wacht tot die tijd wel op die eerste grote klapper die moet komen en Tennis, de tropische variant van Beach House wellicht, mag dan nog wel even een potje spelen met mij. Wordt het vanzelf misschien nog wel game-set-match ook en mag het achteraf alsnog de grote verrassing worden genoemd.

Kandidaatje: groeiplaat + grote debuut-doorbraak

Terra Naomi - Under the Influence (2007)

poster
3,5
Jay Brannan is echt een selfmade singer-songwriter die het medium internet met beide handen heeft aangegrepen om bekendheid te verwerven, en het is hem gelukt. Heel veel zelfopgenomen clips zwerven rond op het internet.
Eentje daarvan is een duet met Terra Naomi; Say It's Possible.
Dit nummer zal op zijn nieuw te verschijnen album In Living Cover komen te staan en op moment van schrijven weet ik niet of Naomi wederom meezingt.
Dit nummer vond ik erg mooi en het werd tijd om eens naar dit album van Terra Naomi te gaan luisteren dat opent gelijk al met het bewuste nummer. Hier niet in een treurig down tempo maar als een vrolijk pop-rock nummer waar wel meer dames (*kuch* Amy Macdonald *kuch*) de laatste tijd aardig mee weten te scoren. Heel af en toe moest ik zelfs even denken aan de door mij geliefde Maria McKee, en dat heeft vooral te maken met haar stemgeluid: ietwat snerpend af en toe en ze weet soms een flinke strot open te zetten. Heerlijk.
Heel grappig dus dat ook deze artieste door youtube bekendheid heeft weten te verwerven.
De rest van de nummers komen redelijk in de buurt van Say It's Possible. Stevige pop/rock songs die recht voor z'n raap zijn en die wel aankomen.
Verwacht niks bijzonders of iets wat al niet eerder gedaan is want in dat geval zou het een grote teleurstelling worden. We hebben meer zangeressen in dit genre gehoord en als ik dan terugkom op het vergelijk met Maria McKee dan moet ik toch echt wel zeggen dat McKee 'the real thing' voor mij is.
Neemt niet weg dat dit een alleraardigst album is en dat ik hoop dat Terra Naomi inderdaad gaat opduiken op dat nog uit te komen coveralbum van Jay Brannan.

The Antlers - Burst Apart (2011)

poster
3,5
Hoge notering. Users wiens smaak ik wel kan waarderen. Aparte vocalen die wel wat weg hebben van artiesten die ik hoog heb zitten. Sfeervolle muziek............

Waarom raakt dit album me dan (nog) niet zoals al die andere bandjes dat wel doen?
Waarom beluister ik dit zonder echt geraakt te worden? Afstandelijk. Neutraal.

Ik heb dus echt geen flauw idee, maar Burst Apart is als een ballon die mooi opstijgt en vervolgens uit elkaar knalt en snel terugkeert op aarde.
Zo heel af en toe komen albums voorbij waarvan je weet dat je er helemaal voor zou moeten gaan, er verliefd op worden en dan blijkt vervolgens dat je verwachting niet waargemaakt wordt terwijl dat wel zou moeten, terwijl je de kwaliteit hoort, de potentie voelt. De schoonheid hoort zonder dat het je weet te bereiken.
Veel users hebben dat blijkbaar wel gezien het tot nu toe hoge gemiddelde. Voor mij was dit toch wel wat teleurstellend. Categorie ' wel aardig' en verder niks.
Ik weet dat er reacties gaan komen die zeggen 'niet opgeven', 'geef het nog wat draaibeurten' en tegelijkertijd voel ik gewoon dat het er niet in gaat zitten. Het is allemaal heel fraai maar waait mijn deurtje net iets te snel voorbij om tot diamantje bestempeld te kunnen worden.

Hoe is het mogelijk..... soms moet je daar niet te veel over nadenken. Voor mij een leuk gemiddeld albumpje met dito beoordeling (en de hoop mezelf later te quoten dat ik er toch volledig naast zat).
Ik hoop het echt, want dit zou toch echt helemaal in mijn straatje moeten passen met hoge notering als gevolg.

Nu: 3,5*

The Antlers - Familiars (2014)

poster
4,0
IJle zang, trompet en vooral veel sfeer. Het was al te horen op Palace en heel Familiars staat er vol mee en dan ben je bij mij aan het juiste adres.

Als in een trage rivier stromen de nummers stuk voor stuk voorbij en het beste dat je kunt doen is erop meedrijven.

Een nummer als Hotel doet me enorm aan Gazpacho denken maar dan met fijne trompet in de hoofdrol.
Sfeer dus...............

Ik kan me voorstellen dat dit voor velen een beetje te veel van het goede is allemaal en het zou me zelfs niet verbazen als sommigen het als ronduit saai gaan bestempelen.
Je moet hier voor in de stemming zijn, je moet dit voelen, je moet je overgeven en doe je dat niet of lukt dat simpelweg gewoon niet dan zou dit best wel eens tegen kunnen vallen.
Zelf vind ik de bijdragen van de trompet, hoe mooi ook, op den duur overkomen als een voorspelbaar trucje en dat is jammer want dan verdwijnt de magie en ontstaat er lichte ergernis.
Misschien ook de reden waardoor ik dit album heel erg goed vind maar ik nog niet tot een uitmuntende score wil overgaan.

Hoe dan ook weet Familiars me wel degelijk te grijpen en is het duidelijk een album dat nog een aardige tijd een verkenningstocht verdient. Niets zo leuk als dat.

The Ark - Arkeology (2011)

Alternatieve titel: The Complete Singles Collection

poster
4,0
Ik heb goede herinneringen aan dit bandje waar ik al sinds het debuut helemaal weg van ben. Helaas valt het doek en is het binnenkort einde oefening voor The Ark.
Ze vielen wel in herhaling en ik denk, hoe erg ik het ook vind, dat de beslissing er mee te stoppen wel een logische is.

De twee nieuwe tracks op dit album tonen het ook al aan: beide nummers behoren niet tot hun sterkste werk die vooral gezocht moet worden op de eerste albums.
Breaking Up with God is met z'n oeh-hoe koortjes vrij doorsnee en het Abba-achtige The Apocalypse Is Over is een prima afsluiting van deze compilatie maar mag zeker niet tot een hoogtepunt in de discografie van de band gerekend worden. Dat doen de singles van met name het debuut wel, evenals het statement in Father of a Son.
We gaan ongetwijfeld nog genoeg horen van zanger Ola Salo en ik ben blij ze tenminste één keer live te hebben mogen meemaken in Rotterdam waar ze de zaal flink op z'n kop wisten te zetten. Een zaal die niet vol was, maar waar de energie van de band volledig oversloeg op het publiek. Ik zal ook mijn camper-trip naar Scandinavië een paar jaar terug niet vergeten: The Ark vormde een perfecte soundtrack.

Geweldig bandje dat me een hoop plezier bezorgd heeft.

The Ark - In Full Regalia (2010)

poster
4,0
Youp, Linda, Gerda, Jan, Gullit, Heleen, Catharine, Felderhof, Matthijs etc. etc.
Voeg daar vanaf nu The Ark maar aan toe, want zij kwamen op het 'lumineuze' idee een glossy uit te brengen dames en heren. Nou ja, een cd met een glossy (of was het nu een glossy met een cd?!).
Allereerst krijg je een mooie kartonnen hoes met daarin het tijdschrift plus de cd In Full Regalia.
Nu is mijn zweeds niet zo sterk dus kan ik niet zo heel veel over de inhoud ervan melden. Er staat een hoop reclame in zoals het een echte glossy betaamt (ik zie o.a. Porsche, Sony, Thierry Mugler enzovoort), daarnaast zoals gebruikelijk een voorwoord van de hoofdredacteur, veel foto's van The Ark, alle lyrics van de nummers op deze cd en een heuse Arkipedia met een hoop weetjes waar ik dus geen weet van heb door mijn taalachterstand. Het zou me niet verbazen als er in de nabije toekomst nog een engelse versie gaat komen maar daar had ik het geduld niet voor: ik wil party, pop en rock and roll. Mijn favoriete gayglamrockers zijn terug en dan ben ik weer van de partij!

Dat feestje wordt geopend met Take a Shine to Me. Nee niet dat nummer van landgenoten ABBA dat Take a Chance on Me heet. Toch doet het me er wel een beetje aan denken, aan ABBA dus. Glamrock met een vette knipoog, een beetje zoiets als het nummer waar ze zo roemloos mee ten onder gingen op het songfestival een paar jaar terug (The Worrying Kind) en dus ook heel in de verte aan de oude sound van ABBA.
Met een heerlijk zonnetje mijn ramen binnenschijnend kan ik hier alleen maar weer intens gelukkig van worden. Ongecompliceerde fun van mijn zweedse helden: zo wil ik het en niet anders. Niet moeilijk doen: Come On! Take a Shine to Me!
Single Superstar doet het nog niet helemaal bij mij. Toch merk ik wel dat nu ik het op cd heb het anders mijn boxen uitknalt. Het is rock and roll volgens bekend Ark-recept en daarmee totaal niet verrassend meer en misschien ligt daar het probleem ook wel een beetje. We kennen het nu wel: meer van hetzelfde en dan is het voornamelijk nog leuk voor de diehard-fans en mensen die niet bekend zijn met dit gezelschap. Niet het sterkste werk van The Ark maar op zich nog voldoende om mij te blijven boeien.
Stay with Me was ook al geupload op YouTube waardoor ik daar al eerder kennis mee had kunnen maken. Wat me hier opvalt is dat ik wel een zwak heb voor de stem van Ola Salo: het is warm en ligt erg prettig in mijn gehoor. Het nummer zelf vind ik niet slecht, maar ook niet iets waar ik gillend gek van word. Ietwat saai en monotoon zelfs; het kabbelt maar wat voort. En de modulatie tegen het einde is ook echt veel te voorspelbaar. Gelukkig redt die heerlijke stem veel.
Singing 'bout the City dan maar. James Brown in da house??? Daar leek het even op tijdens het intro. Van korte duur dus, want daarna krijgt het nummer een poppy wending waar blazers en sixties-achtige strijkers hun best doen om dit nummer op te stuwen naar grotere hoogtes. Dit is partyfunk van The Ark zoals we zo nog niet echt kenden: een straatje dat ze niet eerder zijn ingegaan en dit is zo over de top dat het weer helemaal goed is. Ik begon me na die vorige 2 nummers al wat zorgen te maken. Toch denk ik dat veel mensen dit juist too much vinden, maar ow ow ow wat is dit voor mij een heerlijk feestje. Zo gek als een deur die gasten! Heerlijk I love it en dan vooral als er halverwege een soort Russische dans word ingezet dat snel over gaat in een klein barok strijkje om vervolgens weer verder te funken. Yeah baby Yeah!
The Ark blijft ook aan ballads doen. Hier in de vorm van Have You Ever Heard a Song. Ja, het is klef, ja het is zoet en ja het past bij The Ark. Ook dit hoort er bij: handjes in de lucht, aanstekers aan (of mag dat ook niet meer tijdens concerten?!). Laat ze verdorie maar weer snel naar Nederland komen trouwens en dan het liefst weer in Rotterdam. Ik ben wel toe aan een feestje en dus ook aan handjes plus aanstekers in de lucht, volop 'Lalalala' met Ola meezingend.
Publicity Seeking Rockers ademt Queen en doet dat goed. Terug de tijd in en laat je gaan op deze rocker die klinkt zoals het moet klinken. Niet geschikt voor mensen zonder muzikale humor natuurlijk en al helemaal niet voor Queen-haters (die skippen dit nummer dan maar).
I'll Have My Way with You, Frankie is een dynamische jaren '70 rocker. Ik zeg Mud's Dynamite en aanverwanten. Glamrock zoals we het tegenwoordig niet vaak meer horen. Niet popi genoeg waarschijnlijk maar dan moet je niet bij The Ark zijn die wars zijn van alle voorgeschreven hippe regels. Die doen zo hun eigen ding en dat laten ze op dit ADHD-nummer horen ook. Stuiter, stuiter en hou je luchtgitaar maar alvast in de aanslag.
Op All Those Days galmt Salo weer als vanouds. Het is een wat slepend nummer waar Jepson en Martin Axen, de gitaristen, zich ook lekker op kunnen uitleven. Hier is te horen dat Salo een sterke zanger is. Niet zo verwonderlijk dat hij een tijd heeft gespeeld in de zweedse versie van Jesus Christ Superstar: die gilletjes zijn wel aan hem besteed en dat is hier duidelijk te horen.
Hygiene Squad valt in dezelfde categorie als I'll Have My Way with You, Frankie: stuiterende rock and roll waar alles voluit gaat. Lekker hysterisch en ik krijg er soms een Serge Gainsbourg-gevoel bij (vraag me niet waar hem dat nu in zit). Ondanks dat het soms zo cliché klinkt allemaal weten ze toch te vermijden dat het daardoor niet leuk meer is, integendeel, dit is zo goed gedaan dat ik er bewondering voor heb. Kort maar krachtig in elk geval en mijn adrenaline gehalte is gelijk een stuk hoger.
Aan alle leuke feestjes komt een einde en hier is het The Red Cap die het licht mag uitdoen. Dit nummer is er eentje zoals we gewend zijn van The Ark: het verrast niet maar geeft het feest wel een swingend einde.

In Full Regalia is alles wat je van The Ark mag verwachten. Aanvankelijk was ik wat sceptisch, maar na beluistering van het hele album bleek al snel dat juist de 2 vooruitgesnelde songs de zwakste zijn in mijn oren. Over het algemeen is dit album gewoon weer dik in orde en blijf ik een enorm zwak houden voor deze band (dat tijdens het enige live-optreden dat ik van ze gezien heb alleen maar versterkt werd).
Verwacht niet al te veel nieuws, maar ga uit van een lekkere portie glamrock in veel gevallen. Iets minder uitstapjes misschien dan op de vorige 2 albums, maar dat is misschien juist wel een pré voor sommigen om weer eens wat te gaan beluisteren van The Ark. Ik raad het de liefhebbers zeker aan!

The Ark - Prayer for the Weekend (2007)

poster
4,0
The Ark staat bij mij altijd garant voor solide 4* albums. Het debuut (tevens ook de tijd dat ik ze ontdekte) zelfs 4,5*.
Waarom? Omdat het heerlijk is op zijn tijd uit je dak te gaan van deze ongecompliceerde party-rock band.
Dat klinkt eng, maar is het niet omdat The Ark het wel met passie en kwaliteit doet en daarbij ook wat zinnigs heeft te melden. Denk hierbij aan het nummer Father of a Son van het tweede album waarbij ze duidelijk maken dat ook homo's kinderen kunnen opvoeden. Een pittige boodschap en toch luchtig verpakt.
Mij verbaasde het voor geen meter dat de band mee ging doen aan de voorronden van het Songfestival in Zweden. Ook verbaasde het me niet dat de band won en Zweden daadwerkelijk gaat vertegenwoordigen in Helsinki. Ze hoeven de halve finale niet te gaan winnen want ze zijn direct geplaatst in de finale door de hoge notering van vorig jaar. Die hebben ze dus al op zak.
En ik zal het eerlijk zeggen: het zal me niet verbazen als ze daar erg hoog gaan eindigen, sterker: winnen. En ja dat zeg ik zonder blikken of blozen zoals ik dat vorig jaar ook al bij Lordi zei (en je weet hoe dat afliep).
Is dat The Worrying Kind dan zo'n sterk nummer? Nou nee. Typische, oubollige songfestival cliché-rock en zeker niet behorend tot het beste werk van de band. Maar dat is daar niet nodig. Het nummer blijft wel hangen, de act is aanstekelijk en toch en toch is het een lekker nummer. Wat heerlijk als je van tijd tot tijd schaamteloos voor je wansmaak kunt uitkomen nietwaar?
Maar The Worrying Kind opent het feest op dit album niet. Dat doet titelsong Prayer For The Weekend. Een zeer aanstekelijk feestnummer met een disco vibe. Ik zou haast zeggen Boney M revisited, maar daarme doe ik het nummer dan wel ernstig te kort. Dit is gewoon heupen los en swingen maar. Niks meer of minder.
Na The worrying Kind komt Absolutely No Decorum, een nummer dat al een tijd te horen is via de website van de band en tevens eerste single van dit album. Op en top The Ark rock zoals we het kennen van de voorgangers. Veel sterker ook dan The Worrying Kind en hier hadden ze zeker ook het podium mee kunnen bestijgen daar in Helsinki.
Little Dysfunk You klinkt wat donkerder en doet me zeker in het begin wat aan Marc Almond / Soft Cell denken. Na bijna een minuut verandert dit al snel en herkennen we de typische Ark-sound al weer. En dat is knap te noemen, want een eigen sound is toch echt iets dat deze mannen hebben weten te creëren ondanks allerlei vrij algemene invloeden. Leuk nummer.
Op New Pollution rockt de Ark gewoon door. Aanstekelijk en zeker ervoor zorgend dat je keihard mee wilt gaan zingen. Leuk voor in de zomer: autoramen open en galmen maar. Succeskans 100%. Nummers van deze band nestelen zich vaak snel in je kop en gaan daar niet snel meer uit en dat vind ik niet bepaald erg te noemen.
Thorazine Corazon heeft een intro dat mijn wenbrauwen wat doet fronsen. Je kunt ook net over het randje gaan namelijk en dat gevoel heb ik hier een beetje. Kitsch of party party is leuk, maar het kan soms ook verkeerd uitpakken. Dit nummer is er dan zo eentje waar ik niet echt koud of warm door kan raken. Het irriteert me zelfs een beetje en daarbij gaat dit nummer als een nachtkaars uit lijkt het wel.
I Pathologize krijgt weer een disco touch mee. Het blijft een poprock nummer maar die disco saus maakt het net even wat lekkerder en wat swingender. Daar weten de heren bij mij zeker mee te scoren.
Death To The Martyrs heeft wederom van die galmende koortjes. Hoe heette die band ook al weer die zo erg als Queen klonk, die band die die leuke pakjes ook weer uit de kast trok. The Darkels, The Dark...je weet wel.
Het gaat een beetje die richting op. Alleen blijft dit net nog binnen de randjes (waar ik die gillende 'Darkness dame' er over heen vond gaan). Toch valt dit nummer in de categorie 'zeer twijfelachtig'.
All I Want Is You is ook een over the top nummer. Had zo op het songfestival gekund. Leuk nummer, echt waar. Maar ik begin nu wel een beetje het gevoel te krijgen dat de band nu wel heel erg grossiert in meligheid en luchtigheid en daar moeten ze mee oppassen bij mij, want dit kan op den duur wel eens gaan vervelen. Voor nu is het gewoon een aardig liedje.
Gimme Love To Give: handjes op elkaar en meezingen maar. Dit is behoorlijk cheesy en wederom randje. Toch vind ik het nog grappig te noemen, maar dat is tevens mijn kritieke punt: voorheen vond ik The Ark niet grappig maar gewoon lekker en luchtig en daar zit verschil in. Op deze manier begint de band een parodie op zichzelf te worden.
Uriel is de afsluiter en tevens een ballad. Gelukkig maar, want het is een degelijk nummer die wat serieuzer overkomt. Best een mooi nummer, niet hemelbestormend maar wel fijn om dit album zo te horen eindigen.
En daarmee komt dus een einde aan het album dat door de songfestivalgekte ongetwijfeld een hoop extra aandacht zal krijgen in Europa. Nu is de band in veel landen al erg populair en dat zullen ze zeker ook wel gaan voelen tijdens dat festival: meer aandacht maar ook meer druk op de bekende schouders. Of ze er veel extra fans mee gaan krijgen betwijfel ik want daar is het songfestival volgens mij allang het platform niet meer voor.
En mochten mensen deze band vinden opvallen en interesse tonen begin dan eerst met het debuut-album om vervolgens stap voor stap de discografie langs te gaan.
Deze nieuwe toevoeging is het meligst en gaat soms wat over het randje. Oh daar hou je van en je vind dat songfestival liedje zo leuk? Tja dan heb ik niks gezegd en stel ik voor om gewoon lekker te genieten van ongecompliceerde pop rock. Laat de zon maar lekker schijnen!

En the points from aERo?.............

Well hello this is aERo calling. Thanks for the wonderful show.
And here are the results of the aERodynamIC jury: The Ark...... 4 points.

Thank you and goodnight!

The Asteroids Galaxy Tour - Out of Frequency (2012)

poster
4,0
Debuut Fruit deed me qua sfeer soms een beetje aan de party mentaliteit van B-52's denken en Out of Frequency doet me dan weer herinneren aan het feit dat Dan Popplewell's projecten Ooberman en The Magic Theatre ook zo geweldig zijn.

Zangeres Mette Lindberg zet soms wel wat te gemakkelijk een Dinsey stemmetje op en daar moet je tegen kunnen maar jeetje wat een party party is dit toch weer. De ongecompliceerde fun van B-52's hoor ik overigens ook af en toe wel terug.
Jaren zestig, zeventig party funk soul pop verpakt in drie kwartier spetterende vrolijkheid met een grote rol voor blazers. Zet de lavalampjes maar klaar en schilder je muurtje maar weer oranje. Party like it's 2012.

Natuurlijk is dit witte wijn met bubbels en geen bourgondische rode maar is dat erg? Welnee. Wie vindt het nu erg om af en toe eens lekker onbekommerd te kunnen genieten van pop zoals pop bedoeld is. The Asteroids Galaxy Tour hebben begrepen hoe dat moet en dat laten ze op hun tweede zeer duidelijk horen.

Winter 2012 is al aardig zomers op deze manier en Out of Frequency een logisch vervolg op Fruit.

The Ballet - Bear Life (2009)

poster
4,0
The Hidden Cameras zijn zo lekker pop en gay. Ik zou zeggen: schuif opzij en maak plaats voor The Ballet!
Vrolijke uptempo songs, een beetje in de Hidden Cameras stijl en ook wel geschikt voor de liefhebbers van de uptempo Belle and Sebastian.

Als je deze vrolijke, haast campy tonen hoort kan je alleen nog maar meer naar de lente verlangen, waar je je jas van pure blijdschap van je afwerpt om de eerste zonnestralen je huid te doen laten verwarmen.

The Ballet levert met hun tweede album Bear Life muziek af waar de vrolijkheid van afspat en waar de lol voelbaar is.
Als invloeden noemen ze op MySpace: jingles, old pop records, guille milkyway, sean cody, harold & maude, the baron in the trees, being gay.
Opmerkelijk wel want typ Sean Cody in en u komt bij gay-porno uit. Tja....... je moet wat schrijven om op te vallen denk ik dan maar. Ook de black comedy van Harold & Maude mag opvallend genoemd worden (lang leve google).

Hoe dan ook kan ik erg blij worden van deze lekkere, simpele, happy pop. Het lulligheidsgehalte is soms hoog maar daardoor zo onweerstaanbaar.
En als mijn grote held Scott Matthew dan ook nog een bijdrage levert (I'm Going Through a Personal Transformation) dan is het feest in huize aERo compleet.

The Ballet - Mattachine! (2006)

poster
4,0
The Ballet is helder: al in opener Personal zingt Greg Goldberg "I Saw You on Gaydar".
De vergelijking met The Hidden Cameras is dan snel gemaakt; toch klinkt dit iets rammeliger en de electro/strijkers combinatie komt net even anders uit de verf.
Toch vind ik wel dat die band genoemd mag worden omdat dit album Hidden Cameras-liefhebbers wel zou moeten aanspreken.
Qua lulligheid heeft het ook Belle & Sebastian trekjes en dan zit je bij mij al snel goed want ik hou daar wel van als afwisseling op alle depressieve muziek waar ik normaliter graag naar luister.

Over albums als deze moet je gewoon niet al te moeilijk doen: opzetten die cd en je gewoon 'happy' voelen. Daar is echt helemaal niks mis mee en ondertussen luister je naar een alleraardigst bandje die maar weinigen in jouw omgeving zullen kennen en wat ongetwijfeld zo zal blijven in de toekomst.
Daarbij kan ik iedereen gerust stellen dat beluistering van Mattachine! er echt niet voor zorgt dat je binnen de kortste keren een profiel op gaydar hebt staan; want The Ballet is immers geschikt voor allen, zeker voor muziekliefhebbers die dol zijn op een grote dosis strijkers vermengd met electronica

The Bear That Wasn't - And So It Is Morning Dew (2010)

poster
3,5
Spelende kinderen openen de eerste paar seconden van dit album afkomstig uit (alweer) België.
En lieflijk speels mag The Bear That Wasn't best wel genoemd worden.
Verwarrende naam, en dat gaat ook op voor de inhoud, want kijkend naar de hoes en luisterend naar de liedjes, die zijdezacht worden gezongen, is er wel degelijk sprake van scherpte. Het is niet het zoveelste pop/folk plaatje dat we voorbij horen komen.
Nou ja, bij wijze van spreke dan, want origineel is het nu ook niet echt te noemen.
Toch weet Nils Verrese zich op de één of andere manier te ontworstelen aan de grote grijze folkmassa met een naam die ontleent is aan een kinderboek van Frank Tashlin.
Heel kwetsbaar, heel breekbaar en daarmee lukt het hem om zich te scharen in het rijtje grote namen als bijvoorbeeld een Elliott Smith (maar dan toch wat luchtiger van klank zoals b.v. Sour Apple). Tegelijkertijd ervaar ik ook kinderlijke onschuld, misschien zelfs wel wat naïviteit. Dromerig ook (dank u cello).
Mag deze noorderbuur weer een compliment aan de zuiderbuur geven? Ja, dat mag, bepaalt hij zelf, want wederom komt er een erg mooi album vandaan waarvan je hoopt dat er meerdere gemaakt worden als deze.
User Mctijn zit qua smaak behoorlijk op één lijn, maar de laatste tijd was het 'ons ben zuunig' qua sterrenregen van zijn kant of we begonnen erg uiteen te wijken. Deze tip van zijn kant laat zien dat het allemaal wel meevalt.
Laten we dit kleine grootse album alstublieft niet over het hoofd zien tussen alle grote releases van dit moment. The Bear That Wasn't verdient het om gehoord te worden!

The Beatles - Magical Mystery Tour (1967)

poster
4,0
Lang geleden in het tijdperk der LP's kende ik iemand die liefhebber was van The Beatles. Ik heb dan ook een paar kopietjes op tape die ongetwijfeld van hem afkomen. Nu heb ik al een hele tijd geen cassette-deck meer dus die bandjes liggen wat te verstoffen.
Gelukkig is het anno nu niet zo heel erg moeilijk om ze snel op andere wijze boven water te toveren. Dat heb ik onlangs dus met 2 albums gedaan en die kunnen dus eindelijk wel een waardering krijgen.
Heel snel kwam bij beluistering alles weer boven drijven (bij de bekende hits was dat uiteraard niet nodig).
En opeens wist ik weer dat ik dit album toen net even wat leuker vond. Ik zeg bewust net even, want een halfje verschil is nu ook weer niet zo heel erg groots.
Maar als ik zeg 'toen' wil dat dan ook 'nu' zeggen? Daar kan ik dus volmondig ja op zeggen.
De hits zijn bekend en vind ik prima te horen, maar toen ik Flying weer hoorde wist ik dat het juist dit soort kleine momentjes zijn die dit album tot net even favorieter maakte en maakt, ondanks dat dat minder voor de hand ligt.
Bij Blue Jay Way had ik dat nog sterker en dit album bevat ook mijn favoriete Beatles-nummer I Am the Walrus (en voeg daar mijn andere Beatles-top 10 song Strawberry Fields Forever aan toe). Dan is het vrij duidelijk en laat mijn geheugen me minder in de steek dan ik aanvankelijk dacht. Toch nu pas de beoordeling en dat in de vorm van een dikke 4* (het is dat 4,25* niet kan).

The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

poster
5,0
Ooit was er een tijd hier op MusicMeter dat ik niet helemaal meeging in de torenhoge adoratie van dit viertal. Dat werd me niet in dank afgenomen, mijn top 10 werd naar beneden gestemd en een enkeling was boos. Blijkbaar was 3,5* voor de wonderboys uit Liverpool was not done.
Flauwekul natuurlijk, maar dit kwam wel weer goed

Ik ben nooit een groot fan geweest. Ook niet van de Stones (ik hield meer van Jimi Hendrix en The Doors). Maar als ik dan een voorkeur moest geven was het steevast Rolling Stones. Die waren gewoon wat opwindender en hadden voor mijn gevoel minder 'trutliedjes' zoals The Beatles die wel hebben. En nog steeds vind ik dat wel een beetje. Maar tijden veranderen en mijn waardering voor zowel Stones als Beatles nam per jaar toe. Natuurlijk heb ik wel altijd de grootsheid van met name The Beatles erkend.

Nu Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band bijna 50 jaar oud is is het tijd om wat meer de loftrompet te steken.
Want het is denk ik toch wel dit album geweest dat ervoor gezorgd heeft dat mijn liefde voor The Beatles enorm gegroeid is. En die achterlijke tweestrijd met de Stones? Die ben ik erdoor gaan vergeten. Totaal niet nodig: het zijn immers twee verschillende bands die elkaar ook wel konden waarderen. Dat fan-dingetje geloof ik verder wel. Genieten kan van allebei, zoals ik inmiddels geniet van alle fab four platen en ze ook allemaal in de kast heb staan.

Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band trekt me waarschijnlijk vooral aan door de psychedelische rand. Misschien wat minder direct dan hun andere werken, misschien zelfs wat kitscherig hier en daar ('don't shoot me again fans') en juist dat trekt me extra aan. En verder geen 'trutliedje' te bekennen hier.

De titeltrack blijf ik een ongelooflijk opzwepend nummer vinden en A Day in the Life is en blijft een schitterende afsluiter. Nu ik ben overgaan op een platenspeler die automatisch afslaat moet ik de grappige 'toegift' helaas missen. Soms was dat ook wel storend, want het blijf maar gaan in de laatste groeven zodat je op een gegeven moment echt wel moest opstaan om de plaat af te zetten. Op cd was dat minder problematisch, want daar kapte het na een paar seconden vanzelf af.

Naast de cd-versie en (oudere) stereo-versie op vinyl, heb ik ook de mono-versie uit 2014 in bezit. Ja, zo fijn vind ik dit album wel dat het het verdient om in meervoud aan te schaffen

Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band is inmiddels gaan behoren tot mijn favoriete albums en dat mag een bijzondere ontwikkeling genoemd worden. Het geeft de kracht van dit prachtwerk wel aan.

The Besnard Lakes - A Coliseum Complex Museum (2016)

poster
3,5
The Besnard Lakes: ik zie dat ze al aardig wat albums gemaakt hebben, de naam had ik wel eens voorbij zien komen en dat is het dan. Tja, het is ook onmogelijk om alles bij te houden en kijkende naar de beoordelingen op deze site zijn het geen enorme hoogvliegers.
Genoeg reden om het nog steeds links te laten liggen, ware het niet dat The Plain Moon mijn aandacht wel wist te trekken.

Het voordeel is dat ik geen vergelijkingsmateriaal heb en dat ik nog lekker fris tegen dit gezelschap aankijk. Wat me als eerste opviel was de samenzang. Au! Dat is voor mij gelijk al een puntje, want veel bands die hier bekend om staan zijn bands die mij vaak niet veel doen. Ik hou niet van Beach Boys, ik heb niet veel met Fleet Foxes en een eerste vluchtige beluistering deed me toch wel aan die hoek denken.

Maar toch bevalt dit beter. Is het het ietwat psychedelische geluid (ja maar Beach Boys...)? Het scheutje shoegaze? De Bon Iver associatie die ik soms heb?
Ik weet het niet. Dit komt wat spannender op me over, minder zoetsappig, waardoor ik die harmonieuze samenzang beter weet te behappen en het me minder stoort.

Hierdoor is A Coliseum Complex Museum een aangename trip voor mij waarin ik ongetwijfeld nog wel wat meer zal kunnen ontdekken, want zo voelt dit wel aan. Zo'n plaat waar het ineens helemaal op z'n plaats kan vallen waardoor de waardering stijgt. Ik sluit het hier totaal niet uit.
Voor mij een leuke ontdekking van een al veel langer bestaande band. Of ik ouder werk wil opzoeken weet ik nu nog niet. Eerst maar eens even lekker genieten van A Coliseum Complex Museum en dat flink op me laten inwerken.

The Birthday Party - Prayers on Fire (1981)

poster
3,5
Het intro van opener Zoo-Music Girl doet me telkens weer denken aan de oude Peppers. Het rockt en funkt dat het een lieve lust is.
Ook bij Cry zijn het weer die funky gitaar ritmes die het hem doen. Daarnaast de opzwepende zang van Cave en zijn begeleiders en we hebben wederom een goed nummer te pakken.
Capers kan zo uit een of andere kroeg komen waar zee-lieden elkaar ontmoeten.
Bij Nick the Stripper moet ik een glimlach onderdrukken en Ho Ho is eigenlijk een typische Cave song zoals we gewend zijn. Het heeft ook zo'n kenmerkend jaren '80 geluid zoals ik die ook hoor bij bv de oudere albums van Echo & the Bunnymen.
Figure of Fun valt op door dat lekkere vette orgel-geluid en King Ink is gewoon een smerige, ruige rocker.
A Dead Song swingt en rockt, maar had iets meer kop en staart mogen hebben wat mij betreft.
Yard is een bezwerend nummer. Soms vind ik het een van de beste nummers op dit album en af en toe is het juist een skip moment.
Dull Day is dan weer een nummer waar ik wat minder mee heb. Categorie: 'er zat meer in, maar komt er niet uit' voor mijn gevoel. Iets te schetsmatig.
Just You and Me doet me dan weer denken aan het alternatieve werk waar Marc Almond begin jaren '80 ook mee aan kwam zetten. Prima nummer.
En oei dat intro van Blundertown, dat is toch heerlijk te horen. Het hele nummer bevalt me ook wel.
Afsluiter Kathy's Kisses is er dan weer eentje die niet tot mijn favorieten behoort, alhoewel ik ook hier momenten heb dat dit nummer me zeker weet te boeien.

Al met al een uitstekend album, maar ik geef toch nog altijd de voorkeur aan Nick Cave vanaf laten we zeggen Tender Prey.

The Black Atlantic - Reverence for Fallen Trees (2009)

poster
3,5
Reverence for Fallen Trees werd me via last.fm getipt. Het stond nog op de luisterpaal en dan is het snel opgezocht natuurlijk.
Die luisterpaal was vroeger een enorme ontdekkingsbron maar de laatste tijd werd het een beetje een opgedroogde put, niet omdat er niks moois op stond maar gewoon omdat ik er niet meer aan toe kwam er allerlei moois uit te vissen. Er zijn immers zoveel bronnen op het wereldwijde web.
Maar goed, het nederlandse The Black Atlantic mocht de eerste zijn die me wist te lokken de luisterpaal weer eens aan te slingeren.
De echte eer gaat natuurlijk naar last.fm-tipgever Baculaat. Mooi, want ik krijg vaker tips en daar zit mooi spul bij, maar ik moet ook toegeven dat ik niet aan alles toekom (sorry tipgevers: ik blijf er voor open staan hoor).

Het leuke van dit album is dat je het in z'n geheel legaal kunt downloaden. Als de luisteraar niet naar het ceedeetje komt dan komt het ceedeetje wel naar de luisteraar. Zoiets.
Zelf hou ik toch nog steeds van dat zilveren schijfje dus als dit album zich op langere termijn weet te bewijzen dan komt het in mijn kast te staan. Want na beluistering moet ik concluderen dat het een fraai plaatje is, maar dat het niet in de categorie 'één keer luisteren, onmiddellijk kopen' valt. Tegelijkertijd is het wel van dusdanig niveau dat het me genoeg weet te boeien om niet gelijk in een stoffig iTunes-hoekje te parkeren waardoor het zilver mijn kast nooit zal weten te bereiken.
Dit is wel een stijltje waar ik van hou (er zit wat Radiohead-zweverigs in), de tipgever kent mijn smaak, en het feit dat ze uit Nederland komen geeft het meerwaarde.
We klagen er hier vaak over dat onze zuiderburen veel betere bands herbergen, maar als ik The Black Atlantic hoor besef ik dat we blijkbaar niet goed genoeg ons best doen om ze te ontdekken. Wij hebben blijkbaar ook uitstekende bands, alleen weten ze niet goed genoeg door te breken.
Of Reverence for Fallen Trees gerekend moet worden tot een klassieker van eigen bodem weet ik zo net nog niet, maar ik weet wel dat het een mooi, sfeervol album is geworden dat best aan meer mensen zoals ik zelf getipt mag worden.
Laat dit dan mijn duit in het zakje zijn.

The Black Dog - Spanners (1995)

poster
3,5
Halverwege de jaren '90, na de grunge-hype, verruilde ik mijn houthakkershemden en legerkistjes voor een wat 'stijlvollere' garderobe en ook qua muziek ging het een andere kant op. Allereerst viel ik voor de toen althans verfrissende lichting britpop-bandjes, maar veel opmerkelijker was mijn uitstapje naar een genre waar ik eigenlijk nauwelijks wat van af wist laat staan ervaring mee had. Bands als The Prodigy, Underworld, Orbital, The Chemical Brothers, Leftfield.... dance/electro die tevens het stempel 'geschikt voor rockliefhebbers' mee konden krijgen.
Spanners van The Black Dog was er ook zo eentje. Je kwam de naam aardig vaak tegen in een blad als OOr die er blijkbaar ook meer aandacht aan ging besteden en aangezien er nog niet zoiets als internet was nam je dit soort dingen toch mee.
Van al die bandjes heb ik met name Orbital en The Black Dog altijd wat lastig een plaats kunnen geven. Soms pakte een draaibeurt goed uit en op andere momenten kon ik er geen twee nummers naar luisteren. Toch is Spanners nooit helemaal uit mijn beeld verdwenen zeker ook omdat er in die tijd zo lovend over werd geschreven. Het is in elk geval een reden geweest om het te blijven luisteren en proberen te achterhalen wat er dan zo bijzonder aan is.
Tot op de dag van vandaag kan ik dat niet verklaren omdat ik zelf niet zo'n heel sterke band heb met dit album, laat staan het gezelschap (ik ken niets anders dan Spanners).
Voor mijn gevoel is de euforie die in die tijd rond dit album hing ook aardig verdampt. Het lijkt wel of de spotlights maar heel even gericht waren op The Black Dog en dat diezelfde schijnwerpers al snel weer ergens anders op gericht werden. Snoepje van de week in 1995? Ik denk dat je Spanners daar enorm mee tekort doet. Misschien zelfs ook wel beter zo: blijft het toch een cd waar een bepaalde sfeer omheen hangt waar geen afbreuk meer aan gedaan kan worden.