Hier kun je zien welke berichten The_CrY als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Manfred Mann - Mann Made (1965)

3,0
0
geplaatst: 10 januari 2021, 14:33 uur
Waar het Engelse debuut voornamelijk bestond uit de liveset van de band, was deze plaat meer een project waar speciaal over nagedacht zou zijn. Ik weet niet door wie, want zo spannend is dit niet. Voor Manfred Mann regende het in deze tijd hits als 'Come Tomorrow', 'The One in the Middle', en Dylan-covers als 'If You Gotta Go, Go Now'. Al dat spul is uitgebracht op EPs of als losse singel, maar waarom niet op de albums? De jaren 60 waren een andere tijd, dat realiseer ik me, en ik snap er niet veel van hoe de labels, managers, en muzikanten daar dachten. De Amerikaanse albums kennen die hits namelijk wel en bevatten zelfs tracks die in Engeland niet zijn uitgebracht, naar het lijkt.
Goed, goed, maar wat hebben we dan wel? Echt slecht is het nergens. Ten opzichte van het vorige album is er een verschuiving bezig naar wat meer pop, en de jazz en r'nb invloeden verschuiven iets naar de achtergrond. Een blij ei van een nummer als 'Hi Lili, Hi Lo' is een zwakker nummer van de band, maar op dit album schudt het je even wakker tussen de slaperige uitvoeringen van bluesklassiekers als 'Stormy Monday Blues'. Ook de opener 'Since I Don't Have You' is door andere bands gewoon beter gebracht. Zelfgeschreven composities als 'Bare Hugg' of 'L.S.D.' zijn niet vervelend, maar halen het weer niet bij 'Mr. Anello' of '5-4-3-2-1'. De 39 minuten voelen lang en eentonig aan, en met zo'n opzwepend genre als waar Manfred Mann zich in bevonden is dat nergens voor nodig.
Goed, goed, maar wat hebben we dan wel? Echt slecht is het nergens. Ten opzichte van het vorige album is er een verschuiving bezig naar wat meer pop, en de jazz en r'nb invloeden verschuiven iets naar de achtergrond. Een blij ei van een nummer als 'Hi Lili, Hi Lo' is een zwakker nummer van de band, maar op dit album schudt het je even wakker tussen de slaperige uitvoeringen van bluesklassiekers als 'Stormy Monday Blues'. Ook de opener 'Since I Don't Have You' is door andere bands gewoon beter gebracht. Zelfgeschreven composities als 'Bare Hugg' of 'L.S.D.' zijn niet vervelend, maar halen het weer niet bij 'Mr. Anello' of '5-4-3-2-1'. De 39 minuten voelen lang en eentonig aan, en met zo'n opzwepend genre als waar Manfred Mann zich in bevonden is dat nergens voor nodig.
Manfred Mann - The Five Faces Of (1964)

4,0
0
geplaatst: 8 januari 2021, 12:30 uur
Tegenwoordig is er een mooie Collection Box met alle UK albums van Manfred Mann in mini-LP format verkrijgbaar, aangevuld met de verzamelaars uit die tijd en de EP collectie. De EPs staan (nog) niet op MusicMeter zie ik, wat me een beetje verbaast, aangezien veel van de bekendere nummers daarop zijn uitgebracht.
Jaren geleden wel veel Manfred Mann met Paul Jones geluisterd via de mp3 collectie van mijn oom. Des te groter mijn verbazing dat veel van de bekende nummers in Europa dus nooit op een album zijn beland en dat de twee reguliere albums met Paul Jones dus ook vrij weinig bekend spul bevatten. Deze The Five Faces of Manfred Mann is voor een deel dan ook een nieuwe ervaring voor mij geweest. Rhythm 'n blues is niet een genre waar ik erg in thuis ben, maar op zich lijkt het me wel interessant om daar wat meer van te beluisteren. Dit album staat er vol van en bevat jazz-invloeden op momenten, en staat hoe dan ook vol van subtiele muzikale uitspattingen. De groovende drums van Mike Hugg vormen de basis; Mike Vickers op gitaar laat niet altijd van zich horen, maar wanneer je hem hoort voor een solo zit daar ook een fijne feel in; Tom McGuinness, hier nog op de basgitaar, houdt het simpel; de toetsen van Manfred Mann zijn zoals verwacht vrij dominant, maar wel smaakvol; en tot slot kent de zang van Paul Jones een sterke bluesy persoonlijkheid, welke de soms vlakke zanglijnen alsnog leven weet te brengen, en ook zijn harmonicaspel is een genot voor het oor.
Het wegblijven van de grote hits blijkt eigenlijk niet te storen. Zoals hierboven al opgemerkt hadden de pophits hier de saamhorigheid van wat schijnbaar hun live set op dat moment was doorbroken. Al blijft de omissie van bijvoorbeeld 'Hubble Bubble (Toil and Trouble)' en '5-4-3-2-1' die rond dezelfde tijd waren opgenomen opmerkelijk. De laidback versie van 'Smokestack Lightning' begint echter al gelijk goed. Favorieten zijn het gemeen gezongen 'What You Gonna Do?', het instrumentale 'Mr. Anello' met die heerlijke harmonica-riff, en de soulvolle ballade 'Untie Me'.
Jaren geleden wel veel Manfred Mann met Paul Jones geluisterd via de mp3 collectie van mijn oom. Des te groter mijn verbazing dat veel van de bekende nummers in Europa dus nooit op een album zijn beland en dat de twee reguliere albums met Paul Jones dus ook vrij weinig bekend spul bevatten. Deze The Five Faces of Manfred Mann is voor een deel dan ook een nieuwe ervaring voor mij geweest. Rhythm 'n blues is niet een genre waar ik erg in thuis ben, maar op zich lijkt het me wel interessant om daar wat meer van te beluisteren. Dit album staat er vol van en bevat jazz-invloeden op momenten, en staat hoe dan ook vol van subtiele muzikale uitspattingen. De groovende drums van Mike Hugg vormen de basis; Mike Vickers op gitaar laat niet altijd van zich horen, maar wanneer je hem hoort voor een solo zit daar ook een fijne feel in; Tom McGuinness, hier nog op de basgitaar, houdt het simpel; de toetsen van Manfred Mann zijn zoals verwacht vrij dominant, maar wel smaakvol; en tot slot kent de zang van Paul Jones een sterke bluesy persoonlijkheid, welke de soms vlakke zanglijnen alsnog leven weet te brengen, en ook zijn harmonicaspel is een genot voor het oor.
Het wegblijven van de grote hits blijkt eigenlijk niet te storen. Zoals hierboven al opgemerkt hadden de pophits hier de saamhorigheid van wat schijnbaar hun live set op dat moment was doorbroken. Al blijft de omissie van bijvoorbeeld 'Hubble Bubble (Toil and Trouble)' en '5-4-3-2-1' die rond dezelfde tijd waren opgenomen opmerkelijk. De laidback versie van 'Smokestack Lightning' begint echter al gelijk goed. Favorieten zijn het gemeen gezongen 'What You Gonna Do?', het instrumentale 'Mr. Anello' met die heerlijke harmonica-riff, en de soulvolle ballade 'Untie Me'.
Manfred Mann's Earth Band - Odds & Sods (2005)
Alternatieve titel: Mis-Takes & Out-takes

0
geplaatst: 28 augustus 2011, 21:35 uur
De grote Odds & Sods boxset bestaat uit 4 CDs met in categorieën onderverdeeld de hierboven staande nummers. Het zijn veelal andere versies van de nummers die we al kennen, en ook een serieus aantal nieuwe nummers en live versies.
CD1 - In the Beginning (nr 1-15)
De eerste schijf bevat veruit het meest interessante werk. De eerste vijf nummers zijn afkomstig van het legendarische derde album van Manfred Mann's Chapter Three. Interessant om te horen want in bijvoorbeeld Messin' Up the Land hoor je duidelijk de inspiratie terug voor het latere Messin' dat op de LP met dezelfde titel uit 1973 is gekomen. Hierna komen de nummers voor de allereerste LP van de Earth Band, genaamd Stepping Sideways, destijds geschrapt omdat de band zodanig veranderd was dat het geen goede representatie zou zijn van het geluid van de Earth Band. Een aantal nummers hiervan stonden in andere versie dus al op de echte debuutplaat of die erna, maar een paar ervan zijn helemaal nieuw. Klinkt erg interessant, een stuk meer country rock achtig dan het duidelijke bluesy rock van de eerste LP.
CD2 - Hollywood Town (nr 16-28)
Deze CD concentreert zich op wat succes had in de VS, maar vooral op de VS-only nummers. Veelal single versies van nummers die in de VS succes hadden, zoals Spirits in the Night met niet Rogers maar Thompson op de vocalen. Helemaal nieuw hier is de Lovin' Spoonful cover Summer in the City, destijds opgenomen als VS-only nummer voor het album Masque uit 1987, maar dat is niet doorgegaan.
CD3 - Brothers & Sisters (nr 29-41)
Cd nummer 3 focust zich op de vele verschillende vocalen die in de Earth Band de ronde hebben gedaan. Enkele nieuwe nummers en single versies of live versies (welke zeer de moeite waard zijn), maar ook teveel gewoon nummers die op albums voorkomen.
CD4 - To the Limit (42-54)
De laatste schijf bevat veelal spul van het werk uit de jaren 90 en daarna. Aangezien nu Noel McCalla zijn intrede doet is deze CD ook één van de leukere, met veel nummers van de Soft Vengeance sessies die het album niet gehaald hebben maar ook speciale versies zoals Tumbling Ball met Noel op de vocalen i.p.v. Chris Thompson. Verder ook een nummer uit de opnames van 2006, namelijk het instrumentale Hillbrow.
Al met al een boxset voor de verzamelaar. Hele mooie verpakking ook met een dik boekje met heel veel informatie over de Earth Band en alle leden die erbij gezeten hebben. Ook staat er per nummer (voor alle 54 dus) een stukje tekst van de auteur die toelicht waarom het nummer erop gekomen is en wat er zo apart aan is. Op verzoek wil ik bij bepaalde nummers dat wel even toelichten, het is zeer interessant om te lezen.
Conclusie, leuk voor de heb, maar echt luistermateriaal is het niet. Ze hadden de boxset naar mijn mening beter kunnen verdelen in:
CD1 - Manfred Mann Chapter Three - Volume III (de hele plaat dus)
CD2 - Stepping Sideways (ook helemaal)
CD3 - Single Cuts
CD4 - Previously Unreleased Tracks
En misschien wat live tussendoor.
CD1 - In the Beginning (nr 1-15)
De eerste schijf bevat veruit het meest interessante werk. De eerste vijf nummers zijn afkomstig van het legendarische derde album van Manfred Mann's Chapter Three. Interessant om te horen want in bijvoorbeeld Messin' Up the Land hoor je duidelijk de inspiratie terug voor het latere Messin' dat op de LP met dezelfde titel uit 1973 is gekomen. Hierna komen de nummers voor de allereerste LP van de Earth Band, genaamd Stepping Sideways, destijds geschrapt omdat de band zodanig veranderd was dat het geen goede representatie zou zijn van het geluid van de Earth Band. Een aantal nummers hiervan stonden in andere versie dus al op de echte debuutplaat of die erna, maar een paar ervan zijn helemaal nieuw. Klinkt erg interessant, een stuk meer country rock achtig dan het duidelijke bluesy rock van de eerste LP.
CD2 - Hollywood Town (nr 16-28)
Deze CD concentreert zich op wat succes had in de VS, maar vooral op de VS-only nummers. Veelal single versies van nummers die in de VS succes hadden, zoals Spirits in the Night met niet Rogers maar Thompson op de vocalen. Helemaal nieuw hier is de Lovin' Spoonful cover Summer in the City, destijds opgenomen als VS-only nummer voor het album Masque uit 1987, maar dat is niet doorgegaan.
CD3 - Brothers & Sisters (nr 29-41)
Cd nummer 3 focust zich op de vele verschillende vocalen die in de Earth Band de ronde hebben gedaan. Enkele nieuwe nummers en single versies of live versies (welke zeer de moeite waard zijn), maar ook teveel gewoon nummers die op albums voorkomen.
CD4 - To the Limit (42-54)
De laatste schijf bevat veelal spul van het werk uit de jaren 90 en daarna. Aangezien nu Noel McCalla zijn intrede doet is deze CD ook één van de leukere, met veel nummers van de Soft Vengeance sessies die het album niet gehaald hebben maar ook speciale versies zoals Tumbling Ball met Noel op de vocalen i.p.v. Chris Thompson. Verder ook een nummer uit de opnames van 2006, namelijk het instrumentale Hillbrow.
Al met al een boxset voor de verzamelaar. Hele mooie verpakking ook met een dik boekje met heel veel informatie over de Earth Band en alle leden die erbij gezeten hebben. Ook staat er per nummer (voor alle 54 dus) een stukje tekst van de auteur die toelicht waarom het nummer erop gekomen is en wat er zo apart aan is. Op verzoek wil ik bij bepaalde nummers dat wel even toelichten, het is zeer interessant om te lezen.
Conclusie, leuk voor de heb, maar echt luistermateriaal is het niet. Ze hadden de boxset naar mijn mening beter kunnen verdelen in:
CD1 - Manfred Mann Chapter Three - Volume III (de hele plaat dus)
CD2 - Stepping Sideways (ook helemaal)
CD3 - Single Cuts
CD4 - Previously Unreleased Tracks
En misschien wat live tussendoor.
Manfred Mann's Earth Band - Watch (1978)

3,5
0
geplaatst: 16 oktober 2010, 21:03 uur
Ik verwachtte veel toen ik deze plaat weer eens ging beluisteren. In mijn herinnering was het een voortzetting van de sterkere kanten van The Roaring Silence, maar werd ik me daar even teleurgesteld. Watch bouwt juist door op de eerste drie nummers van TRS, en dan juist dus het softere gedeelte.
Ze weten geen slechte nummers op te nemen, maar Drowning On Dry Land/Fish Soup of California vind ik toch onder de maat voor een band die Starbird of This Side of Paradise heeft opgenomen. Circles en Chicago Institute zijn dan leuke nummers, maar die maken een plaat niet tot wat het is.
De pluskant van Watch is dan "deel 2". De live nummers zijn uitstekend, vooral Mighty Quinn, met geweldige improvisaties in de tussenstukken. En dan is Martha's Madman het enige nummer met een beetje ballen.
Kortom, Watch is soft; een aardige plaat, maar niet geweldig.
Ze weten geen slechte nummers op te nemen, maar Drowning On Dry Land/Fish Soup of California vind ik toch onder de maat voor een band die Starbird of This Side of Paradise heeft opgenomen. Circles en Chicago Institute zijn dan leuke nummers, maar die maken een plaat niet tot wat het is.
De pluskant van Watch is dan "deel 2". De live nummers zijn uitstekend, vooral Mighty Quinn, met geweldige improvisaties in de tussenstukken. En dan is Martha's Madman het enige nummer met een beetje ballen.
Kortom, Watch is soft; een aardige plaat, maar niet geweldig.
Manntra - Horizont (2012)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2012, 11:51 uur
Hier wederom een moderne industrial metal band, ditmaal uit Kroatië. Het genre is nogal klein in ons miezerige Nederlandje, maar aannemelijk groter in het oosten van Europa. Manntra weet bekende invloeden wederom te combineren met nieuwe, authentieke (jawel!) geluiden. Invloeden uit ons buurlandje en dan voornamelijk Mutter-era Rammstein zijn duidelijk te horen in het riffwerk van bijvoorbeeld 'Vjeruj Ponizno' en 'Kiša'. De zware productie en diepe gitaren voegen natuurlijk ook een hoop toe. Daarnaast voegt Manntra een hoop extra elektronica toe, die zelfs richting de cyber metal neigen, maar door de nuchtere mix gaat het niet zo ver. Echter, de grootste troef die de band bezit is niet alleen de Kroatische taal, maar ook de eigenlandse folk-invloeden die het geheel een eigen gezicht geven.
Het resultaat mag er zijn. Negen sterke nummers worden ons voorgeschoteld op Horizont en er zitten geen zwakke tussen. De genoemde invloeden zijn prachtig met mekaar vermengd en er is genoeg variatie om het halfuurtje voorbij te laten vliegen. Kortom, voor liefhebbers van moderne industrial dat de formule van Rammstein verder heeft uitgebreid is Manntra een band om in de gaten te houden.
Het resultaat mag er zijn. Negen sterke nummers worden ons voorgeschoteld op Horizont en er zitten geen zwakke tussen. De genoemde invloeden zijn prachtig met mekaar vermengd en er is genoeg variatie om het halfuurtje voorbij te laten vliegen. Kortom, voor liefhebbers van moderne industrial dat de formule van Rammstein verder heeft uitgebreid is Manntra een band om in de gaten te houden.
Masterplan - Aeronautics (2005)

4,0
0
geplaatst: 14 juli 2013, 23:44 uur
De tweede van Masterplan. Het energieke en frisse is ervanaf. Deze klinkt iets somberder en veel gladder, zoals hierboven al opgemerkt is. Hij is echter wel een stuk constanter dan de voorganger waardoor ik m nog steeds graag hoor. Jorn Lande bewijst zijn waarde weer door met heerlijke melodieën aan te komen en het songmateriaal is ook gewoon weer lekker met als uitschieters 'Wounds', 'Headbangers Ballroom', 'Falling Sparrow' en 'Crimson Rider'. De prominentere aanwezigheid van de toetsen is denk ik redelijk makkelijk te verklaren. Waar op het eerste album Grapow alle toetsenpartijen had geschreven en die door sessie toetsenist Janne Warman liet inspelen, hebben we hier met een nieuw egootje te maken: Axel Mackenrott. Uit ervaring weet ik te vertellen dat een niet-toetsenist vaak toetsen inplant waar het volgens hem in dienst van het nummer goed uitkomt, terwijl een toetsenist overal gaat kijken wat hij kan spelen, ook al kan hij soms beter niets spelen. Of dat hier ook zo is weet ik niet zeker natuurlijk, maar het zou kunnen.
Masterplan - Novum Initium (2013)

4,0
0
geplaatst: 28 juli 2013, 22:55 uur
De vijfde van Masterplan en ik ga helemaal mee met Jeddy van Est: dit is een van de fijnere platen van Masterplan. Natuurlijk, geen Jorn Lande (alweer), maar in plaats daarvan een hele goeie kloon die het gewoon ongestoord lekker doet. Ja en dan is het heel erg jammer dat Jan S. Eckert en Mike Terrana het ook al niet meer zoeken bij de band, waardoor het toch wel heel duidelijk is geworden dat dit dus echt de band van Roland Grapow is. De nieuwe line-up stelt niet teleur en is in ieder geval technisch bekwaam genoeg, maar wat het allemaal Masterplan houdt is natuurlijk het songmateriaal van Grapow wat gewoon weer erg goed is en heel erg klinkt als Masterplan. Qua geluid is deze iets donkerder, maar dat komt vooral door het uitgebouwde doch meesterlijke titelnummer dat mij persoonlijk qua sfeer wat doet denken aan 'The Dark Ride' van Helloween, die ook al door Grapow geschreven was. Daarnaast bevat Novum Initium verder alleen nog maar sterke nummers als 'The Game', 'Keep Your Dream Alive' en 'Return from Avalon', met misschien als enige uitzondering het wat dreinende 'Through Your Eyes'. Een stuk frisser, gevarieerde en kleurrijker dan de voorganger gelukkig.
Voorlopig 4 sterren.
Voorlopig 4 sterren.
Max Werner - Not the Opera (1995)

4,0
1
geplaatst: 3 maart 2018, 21:22 uur
Dit is een heel interessant en ook wat grappig album gebleken. Klinkt het als Rainbow's End? Als Seasons? Allebei, en toch weer niet. Het lijkt wel of alle mogelijke incarnaties van Max Werner, inclusief zijn Kayak-tijd, hier te horen zijn, zij het in een ander jasje... een jasje afkomstig uit de mainstream 1995 hitparades. De composities zijn echt niet oninteressant om te horen, en de titel voorspelt al de nodige orchestrale arrangementen, maar wat de plaat echt kenmerkt is die foute jaren 90 dancebeat die op vrijwel de helft van de songs naar boven komt drijven. Ik moest er nogal om lachen, eerlijk gezegd, maar goed, ze zijn wel verwerkt in wat verder gewoon prima nummers zijn. De orchestrale dance nummers worden afgewisseld met typische Werner pop nummertjes, de een wat sterker dan de andere, en met 'Jodelsong' lijken we bijna naar metal te luisteren. Bijna. De gitaren staan sowieso wel lekker zwaar in de mix. Al met al vond ik Not the Opera een gevarieerde luisterervaring. De aanwezigheid van een heropname van 'Rain in May' vind ik geen straf. Op deze plaat komt die immers veel beter tot zijn recht dat op het vreselijke Seasons. Als ik deze plaat ooit op CD tegenkom, dan schaf ik m zeker aan.
Meat Loaf - Bat Out of Hell III (2006)
Alternatieve titel: The Monster Is Loose

4,5
1
geplaatst: 31 oktober 2011, 17:29 uur
Ja en dan na twee lichtere platen weer neerslaan met een derde poging tot Bat Out of Hell! En om het dit keer niet zo gedateerd en geforceerd te laten klinken, niet allemaal Steinman nummers maar ook weer wat anderen zoals Desmond Child en natuurlijk de welbekende Diane Warren, die ook al I'd Lie for You (And That's the Truth) voor Meat Loaf had geschreven.
Het album begint met een harde rock sound bij 'The Monster Is Loose' en het riekt gewoon naar Desmond Child. Eigenlijk een ijzersterke opener; je verwacht natuurlijk wéér dat motortje dat zal ronken en wéér zo een geforceerd piano-introotje zoals bij Bat 2, maar in plaats daarvan krijgen we een donkere en sfeervolle rocker met een voor Meat's doen nogal duister refrein. Het tweede nummer is weer geen Steinman en wéér is dit een aangename verrassing want 'Blind as a Bat' klinkt vrij modern en voert de wat donkere sfeer nog verder door. Als Steinman dan uiteindelijk toch wat nummers van zich laat coveren krijgen we ook nog eens sterke zoals 'It's All Coming Back to Me Now', bekend van o.a. Celine Dion, en 'Bad for Good'. Vooral de laatste klinkt lekker 70s en hiermee is de sombere sfeer doorbroken, maar niet voor goed verbannen.
'Cry over Me' is een wat ingetogenere ballade met de herkenbare hand van Diane Warren in de melodie. 'In the Land of the Pig [...]' is dan een nog niet eerder gehoord Steinman nummer die eigenlijk helemaal niet typisch-Steinman klinkt, wat juist goed is. Deze bevat ook die duistere sfeer van het titelnummer een lekkere riff. De beste man slaat de plank mis met 'If It Ain't Broke Break It', een 13-dozijns rock nummer dat zeker ivm de rest van de plaat gewoon slecht is, vind ik. Hij komt echter nog sterk terug met 'Seize the Night' en de laatste twee, waarvan 'Cry to Heaven' ook weer gloedje nieuw is. Desmond Child laat nog van zich horen op het hitgerichte 'Alive', de ballade 'If God Could Talk' en 'What About Love'.
Eigenlijk hoef ik het niet te zeggen, maar Meat Loaf klinkt natuurlijk weer geweldig. Er is iets in zijn stem wat me telkens weer pakt, en dat doet hij hier dus ook weer. Na Bat 2 was ik eigenlijk wat ongerust toen ik Bat 3 in de schappen zag liggen, maar uiteindelijk was het geen verkeerde investering, zo blijkt. De afwisseling tussen het Steinman-materiaal en het modernere werk heeft de plaat goed gedaan.
Het album begint met een harde rock sound bij 'The Monster Is Loose' en het riekt gewoon naar Desmond Child. Eigenlijk een ijzersterke opener; je verwacht natuurlijk wéér dat motortje dat zal ronken en wéér zo een geforceerd piano-introotje zoals bij Bat 2, maar in plaats daarvan krijgen we een donkere en sfeervolle rocker met een voor Meat's doen nogal duister refrein. Het tweede nummer is weer geen Steinman en wéér is dit een aangename verrassing want 'Blind as a Bat' klinkt vrij modern en voert de wat donkere sfeer nog verder door. Als Steinman dan uiteindelijk toch wat nummers van zich laat coveren krijgen we ook nog eens sterke zoals 'It's All Coming Back to Me Now', bekend van o.a. Celine Dion, en 'Bad for Good'. Vooral de laatste klinkt lekker 70s en hiermee is de sombere sfeer doorbroken, maar niet voor goed verbannen.
'Cry over Me' is een wat ingetogenere ballade met de herkenbare hand van Diane Warren in de melodie. 'In the Land of the Pig [...]' is dan een nog niet eerder gehoord Steinman nummer die eigenlijk helemaal niet typisch-Steinman klinkt, wat juist goed is. Deze bevat ook die duistere sfeer van het titelnummer een lekkere riff. De beste man slaat de plank mis met 'If It Ain't Broke Break It', een 13-dozijns rock nummer dat zeker ivm de rest van de plaat gewoon slecht is, vind ik. Hij komt echter nog sterk terug met 'Seize the Night' en de laatste twee, waarvan 'Cry to Heaven' ook weer gloedje nieuw is. Desmond Child laat nog van zich horen op het hitgerichte 'Alive', de ballade 'If God Could Talk' en 'What About Love'.
Eigenlijk hoef ik het niet te zeggen, maar Meat Loaf klinkt natuurlijk weer geweldig. Er is iets in zijn stem wat me telkens weer pakt, en dat doet hij hier dus ook weer. Na Bat 2 was ik eigenlijk wat ongerust toen ik Bat 3 in de schappen zag liggen, maar uiteindelijk was het geen verkeerde investering, zo blijkt. De afwisseling tussen het Steinman-materiaal en het modernere werk heeft de plaat goed gedaan.
Meat Loaf - Blind Before I Stop (1986)

3,5
1
geplaatst: 4 januari 2018, 14:31 uur
De enige Meat Loaf plaat waar ik nog niet op had gestemd, zie ik. Dat was geen rare ontdekking, want ik had er ook nog niet naar geluisterd, hoewel de CD al enige tijd in mijn kast stond. En ach, waarom niet eens proberen? Ik mag Meat Loaf graag en slechter dan Midnight at the Lost and Found kon het niet worden, wel? Ik had gelijk. Blind Before I Stop gaat verder waar het goede Bad Attitude was geëindigd: recht-door-zee rockmuziek. 'Spierballenrock' lees ik in vrijwel elke post hierboven. Leuke term an sich. Uiteraard maakt Meat Loaf alles wat hij aanraakt tot een theaterstuk, maar de begeleiding is hier wel zodanig 1986 dat deze plaat uniek klinkt in de discografie van de beste man. De eerste helft bestaat vooral uit lekkere nummers. 'Execution Day', maar vooral het duo 'Rock 'n Roll Mercenaries' en 'Getting Away with Murder' zijn enorm catchy en luisteren lekker weg. Het titelnummer blijkt ook een echte oorwurm, en met 'One More Kiss (Night of the Soft Parade)' en 'Burning Down' krijgen we wat specialers als uitstapjes voorgeschoteld. Daarna pakt het nog eenmaal op met 'Masculine', welke ik tekstueel afgrijselijk vind, maar welke toch wel enorm catchy is weer. De rest vond ik ondermaats.
Toch luister ik dit album met plezier als een uniek historisch document. Het is geen Bat Out of Hell, maar daar is er ook maar één van, ongeacht hoe Meat Loaf zijn albums ook wil noemen. Het wegblijven van zijn succes in de jaren 80 heeft hem ongetwijfeld weer teruggedreven naar Jim Steinman.
Toch luister ik dit album met plezier als een uniek historisch document. Het is geen Bat Out of Hell, maar daar is er ook maar één van, ongeacht hoe Meat Loaf zijn albums ook wil noemen. Het wegblijven van zijn succes in de jaren 80 heeft hem ongetwijfeld weer teruggedreven naar Jim Steinman.
Meat Loaf - Braver Than We Are (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 november 2016, 17:27 uur
De laatste plaat van Meat Loaf; nog éénmaal met Jim Steinman in zee. Volgens de bonus CD had Steinman een paar van zijn allereerste nummers in bewerkte vorm beschikbaar gesteld voor deze plaat, waardoor Meat de nummers zingt vanuit het perspectief van een 19-jarige. Wat dat ook moge betekenen. Hij klinkt in ieder geval als een man van rond de 70 jaren en wat ooit zo'n krachtige stem was is nu een uitgeputte schim. Het lijkt af en toe alsof hij geeneens toon kan houden en alsof articuleren al lastig genoeg is. Meat Loaf reageert op zijn Facebook pagina vrij fel op mensen die hier opmerkingen over maken, dus het zal hem ook hard raken, maar hij beweert dat het juist nieuwe grond verkennen is omdat zijn lage regionen op vorige albums nooit echt verkend werden. Als hij maar gelukkig is.
Echter na gewend te zijn aan de ouderdom in de stem is het helemaal geen slecht album. De arrangementen zijn minder bombastisch dan op voorgaande platen en Meat wordt terzijde gestaan door vele zangeressen met stemmen die nog wél krachtig klinken, waaronder oudgedienden Ellen Foley en Karla DeVito, die allebei in volle glorie schitteren op het lange prijsstuk van het album, 'Going All the Way Is Just the Start'. Op een manier is het juist heel mooi, omdat het een soort triest imago creëert: oude mensen die nog eenmaal terugkeren naar muziek uit de jaren 70, terugblikkend op een succesverhaal, een mooie carrière. De epische lading die vooral dat nummer heeft weerklinkt door het hele album. Meat Loaf klinkt anders, maar in elk nummer wordt dit opgevangen. 'Who Needs the Young' is iets nieuws voor Meat Loaf; een soort kermis-deuntje met Queen-neigingen. Een aparte introductie voor de rest van de plaat. Ik vreesde eigenlijk dat ze weer met die motorgeluiden kwamen aanzetten, maar gelukkig bleef dat achterwege.
Andere favorieten van mij zijn 'Loving You's a Dirty Job', welke vooral door de zang van Stacy Michelle naar een hoog niveau wordt getild met haar soulvolle stem. Meat gaat er niet meer tegenin, zoals vroeger, maar gaat erin mee en klinkt verslagen. Ik vind het mooi. 'Souvenirs', 'Godz', 'More', 'Train of Love'... er zit variatie in dit album en Meat Loaf laat ook zijn middenstem weer horen, hoewel ook dat een extra snik heeft gekregen. De veelbesproken Sisters of Mercy cover 'More' hoor ik graag, maar ik moet bekennen dat ik het origineel niet ken. 'Train of Love' rockt lekker en sluit de carrière van Meat Loaf af met een vrolijke noot. Een apart album, maar gelukkig wel een heel pak beter dan voorganger Hell in a Handbasket.
Echter na gewend te zijn aan de ouderdom in de stem is het helemaal geen slecht album. De arrangementen zijn minder bombastisch dan op voorgaande platen en Meat wordt terzijde gestaan door vele zangeressen met stemmen die nog wél krachtig klinken, waaronder oudgedienden Ellen Foley en Karla DeVito, die allebei in volle glorie schitteren op het lange prijsstuk van het album, 'Going All the Way Is Just the Start'. Op een manier is het juist heel mooi, omdat het een soort triest imago creëert: oude mensen die nog eenmaal terugkeren naar muziek uit de jaren 70, terugblikkend op een succesverhaal, een mooie carrière. De epische lading die vooral dat nummer heeft weerklinkt door het hele album. Meat Loaf klinkt anders, maar in elk nummer wordt dit opgevangen. 'Who Needs the Young' is iets nieuws voor Meat Loaf; een soort kermis-deuntje met Queen-neigingen. Een aparte introductie voor de rest van de plaat. Ik vreesde eigenlijk dat ze weer met die motorgeluiden kwamen aanzetten, maar gelukkig bleef dat achterwege.
Andere favorieten van mij zijn 'Loving You's a Dirty Job', welke vooral door de zang van Stacy Michelle naar een hoog niveau wordt getild met haar soulvolle stem. Meat gaat er niet meer tegenin, zoals vroeger, maar gaat erin mee en klinkt verslagen. Ik vind het mooi. 'Souvenirs', 'Godz', 'More', 'Train of Love'... er zit variatie in dit album en Meat Loaf laat ook zijn middenstem weer horen, hoewel ook dat een extra snik heeft gekregen. De veelbesproken Sisters of Mercy cover 'More' hoor ik graag, maar ik moet bekennen dat ik het origineel niet ken. 'Train of Love' rockt lekker en sluit de carrière van Meat Loaf af met een vrolijke noot. Een apart album, maar gelukkig wel een heel pak beter dan voorganger Hell in a Handbasket.
Meat Loaf - Hell in a Handbasket (2011)

2,5
0
geplaatst: 7 april 2012, 20:25 uur
Nou uiteindelijk is mijn definitieve oordeel een 2,5 geworden, en daar komt deze plaat er nog goed mee weg. Meat Loaf gaat eens een andere kant op en vraagt zijn songwriters met minder theatraal materiaal op de proppen te komen. En dan krijg je dus dit. Hell in a Handbasket.
Meat Loaf zou Meat Loaf niet zijn als er stiekem toch wat nummers tussen zaten die aan zijn bekende repetoire doen denken, de zogenaamde signature sound. Nummers met dat herkenbare geluid zijn vaak ook meteen de sterkere (The Giving Tree, Party of One, Live or Die). Naast een zeer aangename cover van California Dreamin' bevat deze plaat echter weinig soeps. Veelal zijn het gewoon lekker in het gehoor liggende rock songs die langskomen of 13-in-een-Meatloafdozijn ballades.
Daarnaast heeft onze Marvin enkele rappers gevraagd op zijn album een bijdrage te leveren, en ze doen het ongetwijfeld uitstekend voor hiphop-maatstaven, maar ik meet met andere maatstaven en voor mij had het absoluut niet gehoeven. Chuck D maakt nog de beste indruk bij nummer vier met de lange titel, die op zich al geen drol aan is, maar die nog wat leven krijgt door die rap-wending erin. Stand in the Storm moet het echter hebben van het non-rap gedeelte, en zelfs dat is te gewoontjes om op te vallen. Eerder irritant wordt het.
Van Meat Loaf verwacht je grootse bombast en theatrale rock. Ik vind het leuk als artiesten iets anders proberen, maar dan wel graag gepaard met goede nummers en niet met een plaat vol 13-in-een-dozijn nummers. Daarbij moet echter wél gezegd worden dat hier ook uitzonderingen bij zijn. The Giving Tree, Live or Die, Party of One en Fall From Grace hoor ik graag.
Meat Loaf zou Meat Loaf niet zijn als er stiekem toch wat nummers tussen zaten die aan zijn bekende repetoire doen denken, de zogenaamde signature sound. Nummers met dat herkenbare geluid zijn vaak ook meteen de sterkere (The Giving Tree, Party of One, Live or Die). Naast een zeer aangename cover van California Dreamin' bevat deze plaat echter weinig soeps. Veelal zijn het gewoon lekker in het gehoor liggende rock songs die langskomen of 13-in-een-Meatloafdozijn ballades.
Daarnaast heeft onze Marvin enkele rappers gevraagd op zijn album een bijdrage te leveren, en ze doen het ongetwijfeld uitstekend voor hiphop-maatstaven, maar ik meet met andere maatstaven en voor mij had het absoluut niet gehoeven. Chuck D maakt nog de beste indruk bij nummer vier met de lange titel, die op zich al geen drol aan is, maar die nog wat leven krijgt door die rap-wending erin. Stand in the Storm moet het echter hebben van het non-rap gedeelte, en zelfs dat is te gewoontjes om op te vallen. Eerder irritant wordt het.
Van Meat Loaf verwacht je grootse bombast en theatrale rock. Ik vind het leuk als artiesten iets anders proberen, maar dan wel graag gepaard met goede nummers en niet met een plaat vol 13-in-een-dozijn nummers. Daarbij moet echter wél gezegd worden dat hier ook uitzonderingen bij zijn. The Giving Tree, Live or Die, Party of One en Fall From Grace hoor ik graag.
Michael Romeo - War of the Worlds // Pt. 1 (2018)

4,5
0
geplaatst: 4 augustus 2018, 11:40 uur
Michael Romeo brengt naast Symphony X een solo album uit dat klinkt als Symphony X. En toch klinkt het fris in mijn oren. Het ontbreken van Russell Allen lijkt een onvermijdelijk minpunt. De onbekende zanger Rick Castellano heeft echter een fantastische stem, en eigenlijk vind ik hem beter dan Allen. Al is het maar omdat hij niet overdreven en over de top zingt, en gewoon doet wat de songs nodig hebben. Verder is de muziek wat je van Romeo verwacht: moddervette riffs, dikke grooves, en heersende zangmelodieën. Ook lijkt Michael Romeo in de standaard Symphony X formule wat meer cinematische elementen te hebben toegevoegd, waardoor de anderzijds vrij obligate prog epic 'Believe' enorm eruit springt als het hoogtepunt van het album. Ook leuk is het met dubstep flirtende nummer 'F*cking Robots', wat echt een stuk leuker klinkt dan je zou denken. Wel is het een beetje een gimmick, dus ik ben blij dat het nummer niet heel lang duurt.
Favorieten: 'Fear the Unknown', 'Black', en 'Believe'.
Favorieten: 'Fear the Unknown', 'Black', en 'Believe'.
Mind:Soul - The Way It Should Be (2013)

3,5
0
geplaatst: 13 mei 2014, 16:58 uur
Mind:Soul is best een energieke Nederlandse progmetal samenstelling. Als je ze live ziet weet je wat ik bedoel. De energieke stage presence van zanger Tom de Wit is zeer uitnodigend, en dat bepaald toch voor een groot deel de uitstraling van de band, ook al werken de andere leden zich te pletter om ook op te vallen. Op het album komt dit naar mijn idee toch net iets minder naar voren, maar is er wel meer ruimte voor de songs om op je in te werken.
Het geluid dat deze heren neerleggen bestaat uit zware riffs, energieke drums, gekke thema's en maatwisselingen, rustige zweefstukken en daarop dan de melodische, warme stem van Tom de Wit afgewisseld met de grunts van Joey Klerkx. Dit is een uiterst gevarieerd klankenpalet en daar wordt goed gebruik van gemaakt. Op een nummer als "Breakpoint Hour" komen alle elementen meteen aan bod en dat is ook meteen de reden waarom ik dit nummer zou aanraden aan nieuwsgierigen naar deze band. Zoals je weleens hoort in progmetal, verdwalen bands nogal in het technische aspect, en dan vooral op ritmisch gebied. Mind:Soul verliest twee voor mij belangrijke eigenschappen niet uit het oog, namelijk catchiness en compactheid. Absoluut melodische hoogstandjes vind ik de hierboven genoemde opener, progfeest "Novae" en het pakkende "Forever", waar de vocale tweewerking enorm goed naar voren komt.
Als ik dan een minpunt moet noemen zal het toch het gekozen concept zijn. Veel progbands hebben altijd het idee dat ze een conceptalbum moeten opnemen, en dat is uiteraard prima, maar ik hou er niet zo van. Maar ook vooral omdat zo'n concept me de helft van de tijd totaal niet interesseert. Ik kan niet ontkennen dat dat op The Way It Should Be ook zo is. Meestal valt daar wel doorheen te luisteren, echter het ligt er hier vrij dik bovenop, met vertelstemmen die zogenaamd gesprekken met elkaar voeren, maar het is niet zo goed geacteerd en doet een beetje afbreuk aan het album zelf. Maar dat is uiteraard persoonlijk.
Al met al vind ik dit een zeer fijn progalbum. Te weten dat het van eigen bodem is doet het hart verwarmen.
Het geluid dat deze heren neerleggen bestaat uit zware riffs, energieke drums, gekke thema's en maatwisselingen, rustige zweefstukken en daarop dan de melodische, warme stem van Tom de Wit afgewisseld met de grunts van Joey Klerkx. Dit is een uiterst gevarieerd klankenpalet en daar wordt goed gebruik van gemaakt. Op een nummer als "Breakpoint Hour" komen alle elementen meteen aan bod en dat is ook meteen de reden waarom ik dit nummer zou aanraden aan nieuwsgierigen naar deze band. Zoals je weleens hoort in progmetal, verdwalen bands nogal in het technische aspect, en dan vooral op ritmisch gebied. Mind:Soul verliest twee voor mij belangrijke eigenschappen niet uit het oog, namelijk catchiness en compactheid. Absoluut melodische hoogstandjes vind ik de hierboven genoemde opener, progfeest "Novae" en het pakkende "Forever", waar de vocale tweewerking enorm goed naar voren komt.
Als ik dan een minpunt moet noemen zal het toch het gekozen concept zijn. Veel progbands hebben altijd het idee dat ze een conceptalbum moeten opnemen, en dat is uiteraard prima, maar ik hou er niet zo van. Maar ook vooral omdat zo'n concept me de helft van de tijd totaal niet interesseert. Ik kan niet ontkennen dat dat op The Way It Should Be ook zo is. Meestal valt daar wel doorheen te luisteren, echter het ligt er hier vrij dik bovenop, met vertelstemmen die zogenaamd gesprekken met elkaar voeren, maar het is niet zo goed geacteerd en doet een beetje afbreuk aan het album zelf. Maar dat is uiteraard persoonlijk.
Al met al vind ik dit een zeer fijn progalbum. Te weten dat het van eigen bodem is doet het hart verwarmen.
Minority Sound - The Explorer (2012)

4,5
0
geplaatst: 4 februari 2013, 18:40 uur
The Explorer is de tweede plaat van deze band uit Tsjechië die industrial death metal maakt, maar het is mijn eerste kennismaking met de band. Ik zou ze liever omschrijven als 'cyber metal', wat misschien meer een term van tegenwoordig is om de serieuzere industrial met de meer dansbare variant te kunnen onderscheiden, maar de lading met dit in het achterhoofd meer dan dekt.
Minority Sound baseert hun geluid op energieke drums, een poel van elektronische geluiden en synthesizers, met daaronder de zware gitaarriffs en de nodige variatie aan vocalen die je verwacht van een band als deze: hoge grunts, lage grunts en de nodige cleane vocalen, alhoewel dat laatste aspect goed gedoseerd is verspreid. Waar deze tak van metal vaak beschuldigd wordt te toegankelijk te zijn om écht metal te heten, is ook deze band daar 'schuldig' aan, met een groots resultaat. Ze houden hun nummers over het algemeen kort en bondig, maar pakkend en zakelijk, waardoor het makkelijk wegluistert.
Favorieten van mij zijn onder andere het drukke "Binary Child", het proggy "Wipeout the VIrus" en het door 80s synth-pop beïnvloedde "The Explorer". Over het geheel is het dan ook een heel sterke en gevarieerde plaat die ik voor fans van dit genre bijna als verplichte kost zou zien.
Minority Sound baseert hun geluid op energieke drums, een poel van elektronische geluiden en synthesizers, met daaronder de zware gitaarriffs en de nodige variatie aan vocalen die je verwacht van een band als deze: hoge grunts, lage grunts en de nodige cleane vocalen, alhoewel dat laatste aspect goed gedoseerd is verspreid. Waar deze tak van metal vaak beschuldigd wordt te toegankelijk te zijn om écht metal te heten, is ook deze band daar 'schuldig' aan, met een groots resultaat. Ze houden hun nummers over het algemeen kort en bondig, maar pakkend en zakelijk, waardoor het makkelijk wegluistert.
Favorieten van mij zijn onder andere het drukke "Binary Child", het proggy "Wipeout the VIrus" en het door 80s synth-pop beïnvloedde "The Explorer". Over het geheel is het dan ook een heel sterke en gevarieerde plaat die ik voor fans van dit genre bijna als verplichte kost zou zien.
Mother Bass - First Born (2016)

3,5
0
geplaatst: 25 oktober 2016, 12:48 uur
Mother Bass is een jonge band uit Nijmegen die dit jaar de rock scene bij de keel gegrepen heeft. Hun sound is wat lastig samen te vatten naar aanleiding van deze EP alleen, want in mijn zeer bescheiden opinie komt dit viertal het best tot hun recht op een mooi podium waar hun rauwe energie veel beter naar voren komt. Als we dan toch met termen moeten gooien, dan schiet 'retro hard rock' me te binnen, want de invloeden van een band als Led Zeppelin zijn toch niet te ontkennen. Die referentie vind ik dan ook aardig kloppen, met alle bagage die zo'n naam met zich meebrengt: First Born is recht voor je raap, gevarieerd, vervreemdend, bekend, en niet bang om een eigen weg te bewandelen. Mother Bass laat zien technische skills in huis te hebben en de songs zelf, geschreven door gitarist Friso Woudstra, hebben lak aan enige commerciële trends; juist dat maakt de band zo interessant.
Kenmerkend in het geluid van Mother Bass is de gitaar van Woudstra, welke dat typische jaren zeventig geluid nabootst, gecombineerd met moderne apparaten en opnametechnieken. Qua solowerk zoekt hij vooral de emotie en de melodie op, wat ook het classic rock plaatje compleet maakt. Ook de bas van Roel van Erp staat prominent in de mix van de band en het is geen gekke keus; zijn lekkere kletterende baspartijen zijn om van te genieten. De drums van Roy Veltien maken ook het ritmewerk interessant en vooral live weet hij me omver te blazen met zijn lijpe fills en ritmewisselingen. Bovenop de instrumentariërs vliegt de stem van Daan Dekker, welke goed mee kan met hetgeen de rest hem voorschoteld. Bij vlagen klinkt hij lijp met een vleugje Robert Plant, en het volgende nummer zoekt hij het wat lager op met een donkere middenstem, wat doet denken aan enkele grootheden uit de jaren negentig.
De nummers zelf zijn over het algemeen kort en bondig waar melodie en het nummer centraal staan. First Born opent met het energieke 'Bass Mother', welke de boel aftrapt met springende ritmes afgewisseld met dikke grooves; het visitekaartje van het geluid van de band. 'Sceneries' is zowel hier als op het podium een hoogtepunt vaak met de dragende classic rock groove, welke het nummer naar het bombastische refrein toe leidt. Met 'Wolfman' zoekt Daan de lagere registers op in dit swingende seventies rock nummer. 'Birdsong' is het eerste rustige nummer met een intrigerende opbouw, welke ook stevig doet denken aan de wat experimentelere kant van Led Zeppelin. 'Whereever the Wind Blows' is voor mij de minst opvallende van het stel, maar alsnog een plezierig nummer. De afsluiter 'Strangers Once' zoekt de sfeervolle kanten op met een prachtig, slepend, jazzy ballad waar vooral de zang van Dekker in positieve zin opvalt.
Geen recensie is compleet zonder ook wat kritiek te geven en ook die heb ik. Als eerste EP is het een mooie verzameling, maar vooral de productie doet een klein beetje af aan de power van de nummers. Tevens is het bezoeken van een concert van de heren de oorzaak van het gevoel dat je iets mist. De EP mist dat rauwe randje die de band live wel heeft, inclusief de nieuwe nummers die een heel pak fijner zijn. Wellicht komen we die tegen op een toekomstige uitgave. Mother Bass is zeker een van de meest veelbelovende rockbands die ik in 2016 heb zien oprijzen uit de potpourri van de hedendaagse muziekscene.
Kenmerkend in het geluid van Mother Bass is de gitaar van Woudstra, welke dat typische jaren zeventig geluid nabootst, gecombineerd met moderne apparaten en opnametechnieken. Qua solowerk zoekt hij vooral de emotie en de melodie op, wat ook het classic rock plaatje compleet maakt. Ook de bas van Roel van Erp staat prominent in de mix van de band en het is geen gekke keus; zijn lekkere kletterende baspartijen zijn om van te genieten. De drums van Roy Veltien maken ook het ritmewerk interessant en vooral live weet hij me omver te blazen met zijn lijpe fills en ritmewisselingen. Bovenop de instrumentariërs vliegt de stem van Daan Dekker, welke goed mee kan met hetgeen de rest hem voorschoteld. Bij vlagen klinkt hij lijp met een vleugje Robert Plant, en het volgende nummer zoekt hij het wat lager op met een donkere middenstem, wat doet denken aan enkele grootheden uit de jaren negentig.
De nummers zelf zijn over het algemeen kort en bondig waar melodie en het nummer centraal staan. First Born opent met het energieke 'Bass Mother', welke de boel aftrapt met springende ritmes afgewisseld met dikke grooves; het visitekaartje van het geluid van de band. 'Sceneries' is zowel hier als op het podium een hoogtepunt vaak met de dragende classic rock groove, welke het nummer naar het bombastische refrein toe leidt. Met 'Wolfman' zoekt Daan de lagere registers op in dit swingende seventies rock nummer. 'Birdsong' is het eerste rustige nummer met een intrigerende opbouw, welke ook stevig doet denken aan de wat experimentelere kant van Led Zeppelin. 'Whereever the Wind Blows' is voor mij de minst opvallende van het stel, maar alsnog een plezierig nummer. De afsluiter 'Strangers Once' zoekt de sfeervolle kanten op met een prachtig, slepend, jazzy ballad waar vooral de zang van Dekker in positieve zin opvalt.
Geen recensie is compleet zonder ook wat kritiek te geven en ook die heb ik. Als eerste EP is het een mooie verzameling, maar vooral de productie doet een klein beetje af aan de power van de nummers. Tevens is het bezoeken van een concert van de heren de oorzaak van het gevoel dat je iets mist. De EP mist dat rauwe randje die de band live wel heeft, inclusief de nieuwe nummers die een heel pak fijner zijn. Wellicht komen we die tegen op een toekomstige uitgave. Mother Bass is zeker een van de meest veelbelovende rockbands die ik in 2016 heb zien oprijzen uit de potpourri van de hedendaagse muziekscene.
Mother Bass - Mother Bass (2018)

4,5
0
geplaatst: 20 april 2018, 20:45 uur
Mother Bass is een jonge, hongerige band uit Nijmegen, het Havana aan de Waal. In een muziekscene waar indie bandjes toch voornamelijk domineren is deze retro-geïnspireerde hard rock band een frisse wind. Het geluid van de groep grijpt terug naar een vergeten tijd, waarin de kroegen nog vol met muziekfans stonden, waarin de whisky rijkelijk vloeide, en waarin het hart voor de muziek ten volle klopte. Heb je nu het beeld van een rokerige rockkroeg in je hoofd? Het beeld van een lijkend lossere samenleving uit de jaren 70? Of juist de sobere verfrissing van de grunge en alternative beweging uit de jaren 90? Mother Bass is dat alles, en meer.
Op het debuutalbum schuift Mother Bass niet onder de tafel waar ze hun invloeden uit hebben gehaald. Bands uit de jaren zeventig als Led Zeppelin of King Crimson komen naar voren, maar ook 90s bands zoals Soundgarden of Stone Temple Pilots zijn hier goed in te horen, en voor de liefhebber van de tachtiger jaren komen er ook nog genoeg bekende geluiden langs. Het meest indrukwekkende aan het album is dat de band al deze invloeden tot tien pakkende en catchy songs heeft weten te verwerken, waar elk instrument de aandacht weet op te eisen, maar waar toch de song zelf altijd centraal staat. Opvallend is de retestrakke ritmesectie, bestaande uit Roy Veltien op drums en Roel van Erp op bas. De heerlijke grooves zijn een plezier om te volgen, en de heren laten duidelijk merken hun respectievelijke instrumenten meer dan goed te beheersen. Gitarist Friso Woudstra kenmerkt met zijn gitaargeluid voor mij het album. Of hij nou die heerlijke 70s rock riffs speelt ('The Mansion'), psychedelisch spel ten gehore brengt (intro van 'Wolfman'), of juist gewoon lekker soleert (vrijwel elk nummer), het is zijn verdienste dat hij altijd in dienst van de nummers speelt, maar zelden de bekende weg bewandeld qua akkoordenwerk. Daarbovenop komt dan de zang van Daan Dekker, welke op een diepe, vuige, en rauwe manier de teksten naar je oren begeleid. Zijn stem past uitstekend bij het rauwe gitaargeluid, en hij gaat goed mee met de diepe groove. Vergelijkingen met Robert Plant of Scott Weiland gaan zeker op, maar Dekker klinkt vooral als zichzelf.
Met zulk individueel talent is het natuurlijk niet ongewoon dat overmoed het roer overneemt, maar niets is minder waar. De individuele songs swingen, rocken, of beroeren je innerlijk anderswegs. Opener 'Five Fifteen' neemt je mee naar de jaren 70 met die psychedelische, Zeppelin-esque groove en die krachtige zang in het refrein. Single 'Silver Spoon' is wat meer recht-toe-recht-aan en gaat wat meer richting de 90s alternative. Drie nummers hoorden we eerder al op de First Born EP, te weten het swingende 'Wolfman', het jazzy 'Strangers Once' (mét fantastische zang), en de stadionrocker 'Sceneries', maar de versies op dit album zijn verreweg superieur in zowel uitvoering als productie. Dat ze de beste nummers hebben meegenomen naar fase twee is een uitstekende keus gebleken. Met name 'Sceneries' is een absolute favoriet van mij met die aanstekelijke 80s groove door Van Erp en Veltien. Met het avontuurlijke 'Eventide' sluit het album ook overtuigend af na slechts 39 minuten speeltijd; ook dat is een ode aan de klassieke LP lengtes. Het album is dan ook niets te lang en de replay knop wordt bij elke luisterbeurt steeds aantrekkelijker.
Mother Bass is een album dat in een andere tijd hele hoge ogen zou hebben gegooid. Als er een band is die ik op klassieke psychedelische rockfestivals zou zien spelen, dan is het Mother Bass wel. Van begin tot eind catchy, interessant, en tot in de puntjes verzorgd. Het is een plaat waar je de luxe hebt je door de fantastische songs te laten inpakken of je mee te laten leiden door één van de vier individuele muzikanten, wat wil zeggen dat je bij deze plaat alvast voor vijf luisterbeurten kan tekenen die allen zeer te moeite waard zijn. Voor mij is Mother Bass dan ook een echte whisky band; je krijgt een kleine hoeveelheid per glas, maar per glas is het bij elke teug genieten van dat tintelende gevoel van binnen, voordat je kan genieten van die rokerige, sfeervolle nasmaak - en dat was nog maar het eerste slokje.
Favoriete nummers: 'Strangers Once', 'Sceneries', en 'The Mansion'.
Op het debuutalbum schuift Mother Bass niet onder de tafel waar ze hun invloeden uit hebben gehaald. Bands uit de jaren zeventig als Led Zeppelin of King Crimson komen naar voren, maar ook 90s bands zoals Soundgarden of Stone Temple Pilots zijn hier goed in te horen, en voor de liefhebber van de tachtiger jaren komen er ook nog genoeg bekende geluiden langs. Het meest indrukwekkende aan het album is dat de band al deze invloeden tot tien pakkende en catchy songs heeft weten te verwerken, waar elk instrument de aandacht weet op te eisen, maar waar toch de song zelf altijd centraal staat. Opvallend is de retestrakke ritmesectie, bestaande uit Roy Veltien op drums en Roel van Erp op bas. De heerlijke grooves zijn een plezier om te volgen, en de heren laten duidelijk merken hun respectievelijke instrumenten meer dan goed te beheersen. Gitarist Friso Woudstra kenmerkt met zijn gitaargeluid voor mij het album. Of hij nou die heerlijke 70s rock riffs speelt ('The Mansion'), psychedelisch spel ten gehore brengt (intro van 'Wolfman'), of juist gewoon lekker soleert (vrijwel elk nummer), het is zijn verdienste dat hij altijd in dienst van de nummers speelt, maar zelden de bekende weg bewandeld qua akkoordenwerk. Daarbovenop komt dan de zang van Daan Dekker, welke op een diepe, vuige, en rauwe manier de teksten naar je oren begeleid. Zijn stem past uitstekend bij het rauwe gitaargeluid, en hij gaat goed mee met de diepe groove. Vergelijkingen met Robert Plant of Scott Weiland gaan zeker op, maar Dekker klinkt vooral als zichzelf.
Met zulk individueel talent is het natuurlijk niet ongewoon dat overmoed het roer overneemt, maar niets is minder waar. De individuele songs swingen, rocken, of beroeren je innerlijk anderswegs. Opener 'Five Fifteen' neemt je mee naar de jaren 70 met die psychedelische, Zeppelin-esque groove en die krachtige zang in het refrein. Single 'Silver Spoon' is wat meer recht-toe-recht-aan en gaat wat meer richting de 90s alternative. Drie nummers hoorden we eerder al op de First Born EP, te weten het swingende 'Wolfman', het jazzy 'Strangers Once' (mét fantastische zang), en de stadionrocker 'Sceneries', maar de versies op dit album zijn verreweg superieur in zowel uitvoering als productie. Dat ze de beste nummers hebben meegenomen naar fase twee is een uitstekende keus gebleken. Met name 'Sceneries' is een absolute favoriet van mij met die aanstekelijke 80s groove door Van Erp en Veltien. Met het avontuurlijke 'Eventide' sluit het album ook overtuigend af na slechts 39 minuten speeltijd; ook dat is een ode aan de klassieke LP lengtes. Het album is dan ook niets te lang en de replay knop wordt bij elke luisterbeurt steeds aantrekkelijker.
Mother Bass is een album dat in een andere tijd hele hoge ogen zou hebben gegooid. Als er een band is die ik op klassieke psychedelische rockfestivals zou zien spelen, dan is het Mother Bass wel. Van begin tot eind catchy, interessant, en tot in de puntjes verzorgd. Het is een plaat waar je de luxe hebt je door de fantastische songs te laten inpakken of je mee te laten leiden door één van de vier individuele muzikanten, wat wil zeggen dat je bij deze plaat alvast voor vijf luisterbeurten kan tekenen die allen zeer te moeite waard zijn. Voor mij is Mother Bass dan ook een echte whisky band; je krijgt een kleine hoeveelheid per glas, maar per glas is het bij elke teug genieten van dat tintelende gevoel van binnen, voordat je kan genieten van die rokerige, sfeervolle nasmaak - en dat was nog maar het eerste slokje.
Favoriete nummers: 'Strangers Once', 'Sceneries', en 'The Mansion'.
Muse - The 2nd Law (2012)

3,5
0
geplaatst: 17 oktober 2012, 22:17 uur
Lekkere frisse plaat van Muse. Begint vooral erg sterk en ik moest zeker even een paar keer mijn ogen knipperen voordat ik doorhad waarmee ze bezig waren, maar het openingstrio is er absoluut eentje om U tegen te zeggen. Supremacy begint groots, bombastisch en met een zekere groove. Als Bellamy begint te zingen weet je alweer dat Muse weer terug is. Madness en Panic Station doen mij zeker denken aan Queen, maar dat is helemaal niet erg, want dat is absoluut een compliment. Vooral bij Panic Station vind ik de vocalen erg sterk.
Hierna kakt het album wat in. Survival mag er zijn. Follow Me, Animals en Explorers zijn lekkere klassieke Muse-krakers. Big Freeze is een beetje nietszeggend en de twee met Chris Wolstenholme op zang hadden beter door Bellamy gezongen kunnen worden, want dan klonk het in ieder geval nog albumwaardig.
Dan het 'grote' nummer: The 2nd Law. Het eerste deel Unsustainable is een lekker spannend stukje muziek. Die namaak-dubstep is zeker geslaagd en de spanning zorgt ervoor dat je richting het einde van de plaat nog even de oren spitst. Deel2: Isolation vind ik beduidend minder. Wederom instrumentaal en gevuld met nieuwsberichten, maar ditmaal met een rustigere aanpak en een poging tot epiek die mijns inziens maar ten dele geslaagd is.
Al met al een aardige plaat, maar niet een van de beste van Muse. Toch zal ik de eerste drie nummers nog regelmatig draaien.
Hierna kakt het album wat in. Survival mag er zijn. Follow Me, Animals en Explorers zijn lekkere klassieke Muse-krakers. Big Freeze is een beetje nietszeggend en de twee met Chris Wolstenholme op zang hadden beter door Bellamy gezongen kunnen worden, want dan klonk het in ieder geval nog albumwaardig.
Dan het 'grote' nummer: The 2nd Law. Het eerste deel Unsustainable is een lekker spannend stukje muziek. Die namaak-dubstep is zeker geslaagd en de spanning zorgt ervoor dat je richting het einde van de plaat nog even de oren spitst. Deel2: Isolation vind ik beduidend minder. Wederom instrumentaal en gevuld met nieuwsberichten, maar ditmaal met een rustigere aanpak en een poging tot epiek die mijns inziens maar ten dele geslaagd is.
Al met al een aardige plaat, maar niet een van de beste van Muse. Toch zal ik de eerste drie nummers nog regelmatig draaien.
