Hier kun je zien welke berichten The_CrY als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Scorpions - MTV Unplugged (2013)
Alternatieve titel: Live in Athens

4,0
0
geplaatst: 5 december 2013, 15:43 uur
Een geweldige live-plaat! Akoestisch, uiteraard, maar zeer de moeite waard. De heren zijn gegaan voor een unieke setlist met veel materiaal dat niet al doodgespeeld is op vorige DVDs, en zelfs het materiaal dat wel uit geijkte hitjes bestaat is enorm prettig bewerkt. De nieuwe arrangementen van bijvoorbeeld "Rock You Like a Hurricane" of "No One Like You" zijn erg verfrissend. De stem van Klaus Meine blijft ook verbazen. Die kerel is nu al bijna 70 jaar en zingt nog steeds zo energiek en zo hoog als dat hij dat in de studio nog kan. Dat er geen overdubs zijn gebruikt hoor je goed aan de af en toe twijfelachtige samenzang, maar dat vind ik persoonlijk juist mooi, want dat betekent dat het echt live is. Het enthousiasme van het publiek is ook aanstekelijk, vooral als ze allemaal uit volle borst meezingen met "Send Me An Angel" of "Still Loving You". Eigenlijk hoor ik de Scorpions tegenwoordig het liefst op deze manier. Ik ben ook heel erg blij dat ze drie nummers van mijn favoriete periode hebben gespeeld, te weten "Passion Rules the Game", "Where the River Flows" en "When You Came Into My Life". De gastbijdrages verstoren het geheel niet, wat ik eerst verwacht had, maar voegen een prettige variatie toe.
Daarnaast spelen ze weer een gloednieuw nummer "Dancing in the Moonlight" en hebben de drie hoofdschorpioenen allemaal een eigen solo-compositie, waarvan die van Klaus Meine toch veruit het meest opvalt in positieve zin. Maar leuk dat ze er echt iets van gemaakt hebben van dit project. Zo hoor ik deze helden uit mijn tienerjaren het liefst!
Daarnaast spelen ze weer een gloednieuw nummer "Dancing in the Moonlight" en hebben de drie hoofdschorpioenen allemaal een eigen solo-compositie, waarvan die van Klaus Meine toch veruit het meest opvalt in positieve zin. Maar leuk dat ze er echt iets van gemaakt hebben van dit project. Zo hoor ik deze helden uit mijn tienerjaren het liefst!
Scum of the Earth - Sleaze Freak (2007)

4,0
0
geplaatst: 18 november 2013, 22:55 uur
Dit tweede album van Scum of the Earth is tevens de tweede die ik ken. Maar ik begon bij de opvolger van deze, dus ik ervaar met terugwerkende kracht. Zo sterk als The Devil Made Me Do It is deze niet, maar wel weer een bak lekkere stampmuziek. Er wordt hier nog niet zoveel gebruik gemaakt van electronische geluiden, beats en effecten als op de opvolger en dus klinkt het hier meer als een soort Hellbilly Deluxe: stampende, simpele riffs met groovende drums en monotone zang.
Wie niet stil kan zitten als 'Bombshell from Hell' zijn intrede doet moet dit album links laten liggen. Dit is dansbare rock/metal in zijn meest simplistische vorm. Men vergeet echter dat industrial helemaal niet technisch/moeilijk moet zijn. Perfecte muziek om uit je dak te gaan. De lijn wordt doorgezet met 'Hate X 13', het titelnummer, en 'Devilscum', wat stuk voor stuk lekkere stampers zijn. Het niveau wordt nog even doorgezet, maar helaas begint het na negen nummers een beetje te vervelen.
Scum of the Earth pakt de draad op waar Rob Zombie m in 2001 liet liggen.
Wie niet stil kan zitten als 'Bombshell from Hell' zijn intrede doet moet dit album links laten liggen. Dit is dansbare rock/metal in zijn meest simplistische vorm. Men vergeet echter dat industrial helemaal niet technisch/moeilijk moet zijn. Perfecte muziek om uit je dak te gaan. De lijn wordt doorgezet met 'Hate X 13', het titelnummer, en 'Devilscum', wat stuk voor stuk lekkere stampers zijn. Het niveau wordt nog even doorgezet, maar helaas begint het na negen nummers een beetje te vervelen.
Scum of the Earth pakt de draad op waar Rob Zombie m in 2001 liet liggen.
Scum of the Earth - The Devil Made Me Do It (2012)

4,5
0
geplaatst: 17 februari 2013, 14:49 uur
Scum of the Earth is een band die op elk mogelijke manier aan Rob Zombie doet denken: de zanger; de hoes; de riffs; de thema's. Dit is industrial metal zoals Rob Zombie het bedoelde in 1998 met zijn debuut Hellbilly Deluxe. Sindsdien is die beste kerel wat albums verder en een wat andere stijl gaan spelen, maar mensen die, net zoals ik, dat wat jammer vonden, kunnen gelukkig nog genieten van een zelfde soort muziek door de vele klonen, waarvan Scum of the Earth, dat zichzelf zelfs vernoemt heeft naar een nummer van Rob Zombie, er eentje is.
Fans van Hellbilly Deluxe komen hier zéker aan hun trekken, maar wat de band toch weet te creëren is een soort van herkenbaarheid dat misschien wel iets wegheeft van een eigen geluid. Het is duidelijk Rob Zombie-inspired, maar juist omdat de band hardere electronische invloeden heeft als bijvoorbeeld dubstep weet het zichzelf tóch te onderscheiden, hoewel ook maar marginaal. 'Born Again Masochist' is het beste voorbeeld. Een stamper van jewelste met alle kenmerken van Rob Zombie, gemengd met gemene, zware dubstep, waardoor dit een soort evolutie is op het geluid van Hellbilly Deluxe. Als Rob Zombie dit album had uitgebracht in plaats van Scum of the Earth zou ik het gewoon als een terugkeer zien van Zombie, maar dan met een nieuwe twist.
Maar dat dit niet super origineel is hoeft niets uit te maken en dat doet het ook niet, want het songmateriaal is meer dan deugdelijk. Het album opent sterk en loeizwaar met 'Born Again Masochist' en 'Via Dela Rosa' tot uiteindelijk het dansbare titelnummer de intrede doet. Wie dan nog stil zit, zal altijd stil blijven zitten. Verdere hoogtepunten zijn nog 'Zombie Apocalypse' en 'Pray', maar het album wordt nergens echt bijzonder. Dit is gewoon lekker stampen. Tien korte liedjes om even op los te gaan. Goed aan te bevelen voor de industrial-liefhebber.
Fans van Hellbilly Deluxe komen hier zéker aan hun trekken, maar wat de band toch weet te creëren is een soort van herkenbaarheid dat misschien wel iets wegheeft van een eigen geluid. Het is duidelijk Rob Zombie-inspired, maar juist omdat de band hardere electronische invloeden heeft als bijvoorbeeld dubstep weet het zichzelf tóch te onderscheiden, hoewel ook maar marginaal. 'Born Again Masochist' is het beste voorbeeld. Een stamper van jewelste met alle kenmerken van Rob Zombie, gemengd met gemene, zware dubstep, waardoor dit een soort evolutie is op het geluid van Hellbilly Deluxe. Als Rob Zombie dit album had uitgebracht in plaats van Scum of the Earth zou ik het gewoon als een terugkeer zien van Zombie, maar dan met een nieuwe twist.
Maar dat dit niet super origineel is hoeft niets uit te maken en dat doet het ook niet, want het songmateriaal is meer dan deugdelijk. Het album opent sterk en loeizwaar met 'Born Again Masochist' en 'Via Dela Rosa' tot uiteindelijk het dansbare titelnummer de intrede doet. Wie dan nog stil zit, zal altijd stil blijven zitten. Verdere hoogtepunten zijn nog 'Zombie Apocalypse' en 'Pray', maar het album wordt nergens echt bijzonder. Dit is gewoon lekker stampen. Tien korte liedjes om even op los te gaan. Goed aan te bevelen voor de industrial-liefhebber.
Seecrees - Genesis (2012)

4,0
0
geplaatst: 16 november 2012, 17:52 uur
Zeer sterk halfuurtje van deze nieuwe band uit Rusland die zichzelf beschrijven als Cyber Melodic Death Metal. Ongelikt zij de persoon die niet stil kan zitten als Two Sides of Me uit de speakers klinkt! Riffs en beats van hoog niveau, gecombineerd met sterke cleane vocalen of grunts. Toch is dit een extreem korte plaat helaas, en al helemaal aangezien dat Russische nummer gewoon weer Two Sides of Me is, maar dan in het Russisch. Neemt niet weg dat we hier met een hoog niveau industrial te maken hebben. Deze heren moeten we in de gaten houden.
Seven Spires - Gods of Debauchery (2021)

4,5
0
geplaatst: 19 oktober 2021, 14:43 uur
Cradle of Filth hoor ik hier niet in terug. Seven Spires maakt symfonische metal, maar in plaats van dat we weer een kloon van een Epica, Within Temptation of zoiets hebben, brengt deze band het vuur terug in het genre. Inderdaad, de zang van Adrienne Cowan is virtuoos op een manier dat ze snel een van mijn favoriete stemmen in het genre is geworden. Clean, grunts, rauw, hoog, laag, en dat alles vol overgave en emotie. Ook de gitaren van Jack Kosto stelen regelmatig de show met flitsende solo's, zowel virtuoos als met gevoel. Moeiteloos worden genres als power, black en death in het symfonische genre meegenomen. Het enige nadeel dat ik zelf ondervind is dat het album zo lang duurt, echter de variatie in de songs en het fantastische begin en eind maken dit een van mijn favoriete albums van het jaar.
Sonata Arctica - Live in Finland (2011)

4,0
0
geplaatst: 25 november 2011, 20:55 uur
Nou, dan zal ik eens verslag doen. Allereerst is de geluidskwaliteit inderdaad niet denderend. De zang is overduidelijk op de voorgrond. De instrumenten kun je allemaal wel van mekaar onderscheiden, maar staan niet goed in verhouding. Solo's klinken gewoon goed, maar slaggitaar en toetsen staan te ver naar de achtergrond. Drums hoor je dan wel weer goed. Soms is het erger dan andere keren.
Dit is overigens veel beter op de bonus DVD. Alles klinkt in verhouding en zó perfect gemixt dat ik hier en daar niet zeker weet of het wel 100% live is, maar daar zal ik verder maar niets over zeggen.
Het concert zelf is gewoon erg sterk. Zoals je hierboven ziet een sterke setlist en een mooie sfeer. Tony Kakko zit helemaal in zn teksten, en dat is mooi om te zien. Bij Juliet moet hij zelfs bijna huilen. Hij is overigens érg goed bij stem. Ook leuk is een akoestische set middenin (Mary-Lou, Shy en Letter to Dana), alleen jammer dat ze daar drie rustigere nummers voor pakken, het kakt wat in. Op youtube is te zien dat ook een snel nummer als Victoria's Secret zich prima leent voor een akoestische versie en het had meer variatie gebracht.
Jammer dat er geen ondertiteling is bij de Finse brabbels van Tony. Ik versta er geen bal van, maar het publiek gelukkig wel, want die reageerden enthousiast. Die staan overigens inderdaad best zacht. En dankzij deze DVD heeft Henrik Klingenberg mij nu overtuigd een Roland AX-Synth aan te schaffen
p.s.: dit gaat puur over de DVD he, want de CDs heb ik nog niet beluisterd!
Dit is overigens veel beter op de bonus DVD. Alles klinkt in verhouding en zó perfect gemixt dat ik hier en daar niet zeker weet of het wel 100% live is, maar daar zal ik verder maar niets over zeggen.
Het concert zelf is gewoon erg sterk. Zoals je hierboven ziet een sterke setlist en een mooie sfeer. Tony Kakko zit helemaal in zn teksten, en dat is mooi om te zien. Bij Juliet moet hij zelfs bijna huilen. Hij is overigens érg goed bij stem. Ook leuk is een akoestische set middenin (Mary-Lou, Shy en Letter to Dana), alleen jammer dat ze daar drie rustigere nummers voor pakken, het kakt wat in. Op youtube is te zien dat ook een snel nummer als Victoria's Secret zich prima leent voor een akoestische versie en het had meer variatie gebracht.
Jammer dat er geen ondertiteling is bij de Finse brabbels van Tony. Ik versta er geen bal van, maar het publiek gelukkig wel, want die reageerden enthousiast. Die staan overigens inderdaad best zacht. En dankzij deze DVD heeft Henrik Klingenberg mij nu overtuigd een Roland AX-Synth aan te schaffen

p.s.: dit gaat puur over de DVD he, want de CDs heb ik nog niet beluisterd!
Sonata Arctica - Pariah's Child (2014)

4,5
0
geplaatst: 3 mei 2014, 12:31 uur
De enige beschuldiging die ik nu dan nog zou willen maken is die van een commerciële knieval. In interviews omtrent dit album werd overal al geroepen dat ze teruggingen naar het oude geluid, en Tony heeft nog eens verteld dat fans het niet zo leuk vinden als er allemaal rare nummers op een album staan. Dus wat doen ze? De ideologie die ze met Unia en The Days of Grays hebben gecreëerd hebben ze laten varen om een stap terug te nemen, en geen stap vooruit.
Dit spreekt natuurlijk geheel tegen wat ik eerder heb gezegd. In de eerste luisterbeurt had ik het boekje erbij en hoorde ik werkelijk alleen de progressievere wendingen en leek ik te negeren dat er wel degelijk veel gestampt werd zoals in 2003. In de tweede luisterbeurt werd dat al meer duidelijk. De rest van de week heb ik dit album kapot gedraaid. Wat ik hoorde beviel me goed, maar ik had steeds het gevoel dat het nog ging komen. Dat is niet gebeurd. Sterker nog, van wat eerst een 4,5 had kunnen zijn is er nu nog slechts een 3,5 over. Waarom?
De band heeft een compromis willen sluiten tussen de oude "klassieke" Sonata Arctica en de nieuwere avontuurlijkere versie. Dus wat krijg je dan? Dit is noch oud en klassiek, noch nieuw en avontuurlijk. Ergens hoor je alle vier de elementen wel terug, maar stiekem zijn ze er totaal niet. Doch waar de nummers duidelijk een kant opspringen zijn ze naar mijn idee het sterkst. Zo heb je aan de oude en klassieke kant "The Wolves Die Young", "Running Lights" en "Cloud Factory" die het meest naar de pure oude stijl neigen van rond Winterheart's Guild. Het zijn dan ook drie leuke, vlotte nummers die goed wegluisteren, maar geen beklijft zo lekker als een "Victoria's Secret" of een "Black Sheep". Een soort voortzetting van het tekstuele concept van "Replica" komt terug in "What Did You Do In The War, Dad?", dat wat mij betreft één der fijnere nummers is van deze plaat dankzij een progressief keyboard loopje in de main riff en zeer catchy melodieën die gewoon echt letterlijk in 2003 gevonden zouden kunnen zijn.
De nieuwe en avontuurlijke kant is dieper verstopt. "Take One Breath" en "Blood" zijn de eerste nummers die je van gekke fratsen zou verdenken, maar het valt allemaal wel mee. Eerstgenoemde begint met een 5/8 maat en trekt daardoor meteen de aandacht van de progfan in mij. Als fan van het meesterwerk uit 2009 doet dit nummer me goed. Tony Kakko schreeuwt en krijst lekker, en dat doet hij ook even in het begin van "Blood". Zo hoor ik hem het liefst. Bezeten en emotioneel. Het nummer "Blood" kent echter vlotte passages en trage passages, die ook meteen zeikerig klinken ("wolves or the people" gedeelte). Mijn favorietere gedeelte van de plaat is dat wat hevig doet denken aan voorganger Stones Grow Her Name, gek genoeg. "Half A Marathon Man" en "X Marks the Spot" laten een gekke SA horen op respectievelijk een lekkere hard rock song en een niet-te-serieus power metal nummer á la "Cinderblox". Een rock 'n roll preacher levert een hilarisch spoken word verhaal en het is goed in het nummer geïntegreerd.
Dat zijn er nog de afsluiters. De ballad "Love" deed me in het begin heel veel. Ik moest bijna huilen, zo triest werd ik ervan. En dan terwijl de tekst zo positief hoort te zijn? Kakko en positiviteit gaan niet samen, dus denk ik meteen dat hij sarcastisch is. Echter na een paar luisterbeurten verliest dit simpele obligate nummer zijn kracht. "Larger Than Life" is aangekondigd als het grote epos en de band zelf vergeleek het met "White Pearl, Black Oceans", maar dit nummer is compleet richtingsloos. Sonata Arctica goes Nightwish, maar dan zonder Tuomas Holopainen om de weg te wijzen. Leuk geprobeerd, en luistert prima weg, maar ik vind er weinig aan. Het refrein is ook wat goedkoop.
Het is alweer een veel te lange "recensie" geworden zie ik. Op zich is het een prima te genieten album. Qua songmateriaal luister ik vooral de nummers 6 t/m 8 het graagst, maar er zijn gewoon nog twee factoren die de 3,5 hebben geselecteerd. De eerste is de productie. Ik hield van die dikke gitaren, die vette drumsound en die gelaagdheid qua vocalen en keys op de voorgaande drie albums. Dit is een stap terug. Vette riffs komen er niet zo vet uit dankzij de productie. Denk je eens in als "Take One Breath" of "WDYDITW,D?" op The Days of Grays hadden gestaan, hoe vet dat geklonken zou hebben? Een andere factor is dat ik teleurgesteld ben. Alweer. En het lijkt erop dat de band volledig voor de power metal fans is gegaan dit keer. Ik zou Tony Kakko solo moeten volgen, wil ik nog eens die geschiftheid terug kunnen horen.
Dus, ja... Prima album. Misschien dat ie in de toekomst weer beter wordt als de bittere smaak wat weg is.
Dit spreekt natuurlijk geheel tegen wat ik eerder heb gezegd. In de eerste luisterbeurt had ik het boekje erbij en hoorde ik werkelijk alleen de progressievere wendingen en leek ik te negeren dat er wel degelijk veel gestampt werd zoals in 2003. In de tweede luisterbeurt werd dat al meer duidelijk. De rest van de week heb ik dit album kapot gedraaid. Wat ik hoorde beviel me goed, maar ik had steeds het gevoel dat het nog ging komen. Dat is niet gebeurd. Sterker nog, van wat eerst een 4,5 had kunnen zijn is er nu nog slechts een 3,5 over. Waarom?
De band heeft een compromis willen sluiten tussen de oude "klassieke" Sonata Arctica en de nieuwere avontuurlijkere versie. Dus wat krijg je dan? Dit is noch oud en klassiek, noch nieuw en avontuurlijk. Ergens hoor je alle vier de elementen wel terug, maar stiekem zijn ze er totaal niet. Doch waar de nummers duidelijk een kant opspringen zijn ze naar mijn idee het sterkst. Zo heb je aan de oude en klassieke kant "The Wolves Die Young", "Running Lights" en "Cloud Factory" die het meest naar de pure oude stijl neigen van rond Winterheart's Guild. Het zijn dan ook drie leuke, vlotte nummers die goed wegluisteren, maar geen beklijft zo lekker als een "Victoria's Secret" of een "Black Sheep". Een soort voortzetting van het tekstuele concept van "Replica" komt terug in "What Did You Do In The War, Dad?", dat wat mij betreft één der fijnere nummers is van deze plaat dankzij een progressief keyboard loopje in de main riff en zeer catchy melodieën die gewoon echt letterlijk in 2003 gevonden zouden kunnen zijn.
De nieuwe en avontuurlijke kant is dieper verstopt. "Take One Breath" en "Blood" zijn de eerste nummers die je van gekke fratsen zou verdenken, maar het valt allemaal wel mee. Eerstgenoemde begint met een 5/8 maat en trekt daardoor meteen de aandacht van de progfan in mij. Als fan van het meesterwerk uit 2009 doet dit nummer me goed. Tony Kakko schreeuwt en krijst lekker, en dat doet hij ook even in het begin van "Blood". Zo hoor ik hem het liefst. Bezeten en emotioneel. Het nummer "Blood" kent echter vlotte passages en trage passages, die ook meteen zeikerig klinken ("wolves or the people" gedeelte). Mijn favorietere gedeelte van de plaat is dat wat hevig doet denken aan voorganger Stones Grow Her Name, gek genoeg. "Half A Marathon Man" en "X Marks the Spot" laten een gekke SA horen op respectievelijk een lekkere hard rock song en een niet-te-serieus power metal nummer á la "Cinderblox". Een rock 'n roll preacher levert een hilarisch spoken word verhaal en het is goed in het nummer geïntegreerd.
Dat zijn er nog de afsluiters. De ballad "Love" deed me in het begin heel veel. Ik moest bijna huilen, zo triest werd ik ervan. En dan terwijl de tekst zo positief hoort te zijn? Kakko en positiviteit gaan niet samen, dus denk ik meteen dat hij sarcastisch is. Echter na een paar luisterbeurten verliest dit simpele obligate nummer zijn kracht. "Larger Than Life" is aangekondigd als het grote epos en de band zelf vergeleek het met "White Pearl, Black Oceans", maar dit nummer is compleet richtingsloos. Sonata Arctica goes Nightwish, maar dan zonder Tuomas Holopainen om de weg te wijzen. Leuk geprobeerd, en luistert prima weg, maar ik vind er weinig aan. Het refrein is ook wat goedkoop.
Het is alweer een veel te lange "recensie" geworden zie ik. Op zich is het een prima te genieten album. Qua songmateriaal luister ik vooral de nummers 6 t/m 8 het graagst, maar er zijn gewoon nog twee factoren die de 3,5 hebben geselecteerd. De eerste is de productie. Ik hield van die dikke gitaren, die vette drumsound en die gelaagdheid qua vocalen en keys op de voorgaande drie albums. Dit is een stap terug. Vette riffs komen er niet zo vet uit dankzij de productie. Denk je eens in als "Take One Breath" of "WDYDITW,D?" op The Days of Grays hadden gestaan, hoe vet dat geklonken zou hebben? Een andere factor is dat ik teleurgesteld ben. Alweer. En het lijkt erop dat de band volledig voor de power metal fans is gegaan dit keer. Ik zou Tony Kakko solo moeten volgen, wil ik nog eens die geschiftheid terug kunnen horen.
Dus, ja... Prima album. Misschien dat ie in de toekomst weer beter wordt als de bittere smaak wat weg is.
Sonata Arctica - Stones Grow Her Name (2012)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2012, 13:37 uur
Stones Grow Her Name. Wederom een nieuw geluid, waarvoor respect. Na de koerswijziging ten tijde van Unia zijn ze een stuk progressiever geworden, en het werkte goed, vond ik. Het zou verleidelijk zijn om in dat nieuw geplaveide weggetje te blijven, maar Kakko blijft zijweggetjes aanleggen in het wegennet van Sonata Arctica en Stones Grow Her Name is een afslag die gedeeltelijk terugkeert naar het geluid van Unia en gedeeltelijk naar Reckoning Night, met nog steeds de drift om iets nieuws te creëren, wat m.i. ten dele lukt.
De drie openers van het album laten een oud vertrouwd geluid horen dat vele fans van de vroegere Sonata Arctica wel op prijs kunnen stellen, maar dat niet het geluid van Unia en The Days of Grays volledig ontkend. Wat direct opvalt is dat de productie veel meer gitaargericht is dan op voorgaande platen en dat ook de nummers zelf zich hiernaar gaan gedragen. Toch denk ik dat het drieluik Only the Broken Hearts (Make You Beautiful), Shitload of Money en Losing My Insanity de grote zwakte is van deze plaat. Naar mijn mening drie middelmatige liedjes die erop waren gekwakt puur om weer een beetje als vanouds te klinken. Shitload of Money doet overigens denken aan The Gun, destijds uitgegeven op Takatalvi.
Het is echter het vijftal nummers dat hierop volgt dat Stones Grow Her Name betekenis geeft. Het chaotische, zware en tóch mooie Somewhere Close to You trapt het feest af, om te eindigen met Cinderblox; bij uitstek hét hoogtepunt van de plaat. Kakko forceert hier een experiment tussen country en power metal. Zoiets kan alleen maar óf heel goed gaan, óf faliekant de mist in gaan, en het is hier uitstekend uitgewerkt. Het verbaast me nog hoe zeer de elementen van beide genres overeind blijven, van de country/bluegrass baslijntjes en samenzang tot aan de power metal snelheden en dubbele basdrum toe. Alone in Heaven is een prachtige, rustige meezinger met een rake, leuk gevonden tekst. De single I Have a Right is wederom een hoogtepunt, met een refrein dat nooit verveeld, hoe repetitief het ook is. Bij The Day moest ik meerdere malen fronsen voordat ik het door had, maar dit is een experimentele Sonata Arctica op zijn best.
De afsluiters zijn een geval apart. Don't Be Mean wordt bijna overal afgedaan als saaie en voorspelbare ballade, en ik zal niet ontkennen dat het voorspelbaar is, maar het is vakkundig uitgevoerd en een mooi rustpuntje tussen Cinderblox en de Wildfires in. Dan de twee Wildfires. Deel één op Reckoning Night vond ik een sterk nummer, maar de intro gaf mij altijd kippenvel omdat ik dat soort intro's nou eenmaal niet vind kunnen. Dat het leuke country-getinte introotje van Wildfire II dan weer wordt onderbroken door die rare fluisterstem (gelukkig kort), geeft wél de nodige sfeer en link naar deel één, maar daar blijft het ook bij. Daarbij moet ik toegeven dat ik meer verwacht had van deze twee lange, progressieve en loodzware nummers en juist waar je gaat linken naar oude nummers ontstaan grote verwachtingen. Deel twee, One With the Mountain, is een wat epischer nummer met veel toffe melodieën en concept-gewijs goed te volgen, maar deel drie, Wildfire Town Population: 0, vind ik te druk, te chaotisch en hoe goed ze het ook bedoelen, geen touw aan vast te knopen. Als die rare fluisterstem aan het einde nog wat zegt, hoe irritant het ook klinkt, is de boodschap mooi en zet je zeker aan het denken, gezien de rest van het verhaal.
Tonight I Dance Alone sluit mijn versie mooi af met een (te) kort, maar pakkend rustpunt. Mijn verwachtingen waren hoog na het uitstekende The Days of Grays, en misschien wel te hoog, waardoor ik met een welverdiende vier sterren toch ietwat teleurgesteld ben. Ik heb de afgelopen week veel verwachtingen moeten laten gaan, en dat deed het middensectie van de plaat toch stijgen in mjin achting, en misschien groeit de rest nog, maar misschien is Stones Grow Her Name bewust een stapje terug en wordt de volgende plaat weer een topper.
De drie openers van het album laten een oud vertrouwd geluid horen dat vele fans van de vroegere Sonata Arctica wel op prijs kunnen stellen, maar dat niet het geluid van Unia en The Days of Grays volledig ontkend. Wat direct opvalt is dat de productie veel meer gitaargericht is dan op voorgaande platen en dat ook de nummers zelf zich hiernaar gaan gedragen. Toch denk ik dat het drieluik Only the Broken Hearts (Make You Beautiful), Shitload of Money en Losing My Insanity de grote zwakte is van deze plaat. Naar mijn mening drie middelmatige liedjes die erop waren gekwakt puur om weer een beetje als vanouds te klinken. Shitload of Money doet overigens denken aan The Gun, destijds uitgegeven op Takatalvi.
Het is echter het vijftal nummers dat hierop volgt dat Stones Grow Her Name betekenis geeft. Het chaotische, zware en tóch mooie Somewhere Close to You trapt het feest af, om te eindigen met Cinderblox; bij uitstek hét hoogtepunt van de plaat. Kakko forceert hier een experiment tussen country en power metal. Zoiets kan alleen maar óf heel goed gaan, óf faliekant de mist in gaan, en het is hier uitstekend uitgewerkt. Het verbaast me nog hoe zeer de elementen van beide genres overeind blijven, van de country/bluegrass baslijntjes en samenzang tot aan de power metal snelheden en dubbele basdrum toe. Alone in Heaven is een prachtige, rustige meezinger met een rake, leuk gevonden tekst. De single I Have a Right is wederom een hoogtepunt, met een refrein dat nooit verveeld, hoe repetitief het ook is. Bij The Day moest ik meerdere malen fronsen voordat ik het door had, maar dit is een experimentele Sonata Arctica op zijn best.
De afsluiters zijn een geval apart. Don't Be Mean wordt bijna overal afgedaan als saaie en voorspelbare ballade, en ik zal niet ontkennen dat het voorspelbaar is, maar het is vakkundig uitgevoerd en een mooi rustpuntje tussen Cinderblox en de Wildfires in. Dan de twee Wildfires. Deel één op Reckoning Night vond ik een sterk nummer, maar de intro gaf mij altijd kippenvel omdat ik dat soort intro's nou eenmaal niet vind kunnen. Dat het leuke country-getinte introotje van Wildfire II dan weer wordt onderbroken door die rare fluisterstem (gelukkig kort), geeft wél de nodige sfeer en link naar deel één, maar daar blijft het ook bij. Daarbij moet ik toegeven dat ik meer verwacht had van deze twee lange, progressieve en loodzware nummers en juist waar je gaat linken naar oude nummers ontstaan grote verwachtingen. Deel twee, One With the Mountain, is een wat epischer nummer met veel toffe melodieën en concept-gewijs goed te volgen, maar deel drie, Wildfire Town Population: 0, vind ik te druk, te chaotisch en hoe goed ze het ook bedoelen, geen touw aan vast te knopen. Als die rare fluisterstem aan het einde nog wat zegt, hoe irritant het ook klinkt, is de boodschap mooi en zet je zeker aan het denken, gezien de rest van het verhaal.
Tonight I Dance Alone sluit mijn versie mooi af met een (te) kort, maar pakkend rustpunt. Mijn verwachtingen waren hoog na het uitstekende The Days of Grays, en misschien wel te hoog, waardoor ik met een welverdiende vier sterren toch ietwat teleurgesteld ben. Ik heb de afgelopen week veel verwachtingen moeten laten gaan, en dat deed het middensectie van de plaat toch stijgen in mjin achting, en misschien groeit de rest nog, maar misschien is Stones Grow Her Name bewust een stapje terug en wordt de volgende plaat weer een topper.
Sonata Arctica - Talviyö (2019)

4,0
0
geplaatst: 11 september 2019, 16:39 uur
Nog maar zelden is het voorgekomen dat ik een album van Sonata Arctica binnen een week helemaal te gek vond. Dit is geen uitzondering. Ik had half verwacht dat de band de experimenteerdriften kwijt was na met The Ninth Hour terug te grijpen op het geluid van weleer, maar ik ben, zoals zovelen, verrast door de verwoede poging van Tony Kakko & consorten om toch weer wat anders te doen. Talviyö is kalm, gemoedelijk, bij tijd en wijlen herkenbaar, en toch ook weer vervreemdend. Het openingssalvo bevat toch een serie heerlijke nummers die me eigenlijk het meest doen denken aan The Days of Grays uit 2009 met progressieve songstructuren, prachtige toetsenlagen, en veel gelaagde zangpartijen. 'Cold' is de meest pakkende van de singeltjes, kent een ijzersterk refrein, en bevat een mooie twist in de brug. 'Message from the Sun' opent de plaat lekker uptempo met een refrein dat misschien nog het meest doet denken aan de klassieke Sonata Arctica van weleer. 'Whirlwind' is wat mij betreft het prijsstuk van de plaat en laat precies zien waaorm ik een progressieve Sonata Arctica zo goed vind. Ook 'Storm the Armada' is zeer de moeite.
De rest van het album varieert van curiositeiten tot prima liedjes, met een verdwaald sterk nummer ('Demon's Cage') tussendoor. Ballads als 'The Last of the Lambs' en het dromerige 'The Garden' laten een gezicht zien die ik nooit eerder heb gezien bij deze band. Het zijn hele stille, rustige, gitaarballades met weinig bombastische opbouw; iets waar fans van iets als 'Last Drop Falls' uit 2001 misschien wel helemaal niets mee kunnen. Zelf ben ik er nog niet uit. 'A Little Less Understanding' is me wat te blij, maar gaat prima. 'Who Failed the Most' laat de valkuilen van de productie het beste horen, maar gaat wederom prima. 'Ismo's Got Good Reactors' is een uptempo instrumentaaltje met als enig doel de plaat een beetje opbreken en tempo meegeven, maar gaat weer prima. 'The Raven Still Flies With You' is een gemoedelijk proggy midtempo nummer met weinig spanning, aparte progbreaks (met enigszins afstotelijke toetsengeluiden), en moet wellicht nog wat bij me groeien.
Ik ben het volledig eens met de kritieken op de productie. Vooral de gitaren klinken heel modderig en goedkoop. Elias Viljanen heeft nooit de mooiste gitaarsound gehad, maar hier begin ik af en toe echt te twijfelen of hij wel weet hoe een gitaar hoort te klinken. De zang zit ook veel te veel in de muziek, en bij 'Who Failed the Most' begint dat echt te storen.
Op zich vind ik Talviyö zeer te genieten en moedig ik een nieuwe richting alleen maar aan. De vorige plaat was immers weinig creatief voor Sonata Arctica-begrippen. Ik word graag verward door deze band. Wel hadden ze mensen mogen waarschuwen door niet meer het klassieke logo te gebruiken, maar die van 2007-2012, aangezien dit aansluit op die experimentele periode. Ik kijk er naar uit dat dit album kan groeien.
De rest van het album varieert van curiositeiten tot prima liedjes, met een verdwaald sterk nummer ('Demon's Cage') tussendoor. Ballads als 'The Last of the Lambs' en het dromerige 'The Garden' laten een gezicht zien die ik nooit eerder heb gezien bij deze band. Het zijn hele stille, rustige, gitaarballades met weinig bombastische opbouw; iets waar fans van iets als 'Last Drop Falls' uit 2001 misschien wel helemaal niets mee kunnen. Zelf ben ik er nog niet uit. 'A Little Less Understanding' is me wat te blij, maar gaat prima. 'Who Failed the Most' laat de valkuilen van de productie het beste horen, maar gaat wederom prima. 'Ismo's Got Good Reactors' is een uptempo instrumentaaltje met als enig doel de plaat een beetje opbreken en tempo meegeven, maar gaat weer prima. 'The Raven Still Flies With You' is een gemoedelijk proggy midtempo nummer met weinig spanning, aparte progbreaks (met enigszins afstotelijke toetsengeluiden), en moet wellicht nog wat bij me groeien.
Ik ben het volledig eens met de kritieken op de productie. Vooral de gitaren klinken heel modderig en goedkoop. Elias Viljanen heeft nooit de mooiste gitaarsound gehad, maar hier begin ik af en toe echt te twijfelen of hij wel weet hoe een gitaar hoort te klinken. De zang zit ook veel te veel in de muziek, en bij 'Who Failed the Most' begint dat echt te storen.
Op zich vind ik Talviyö zeer te genieten en moedig ik een nieuwe richting alleen maar aan. De vorige plaat was immers weinig creatief voor Sonata Arctica-begrippen. Ik word graag verward door deze band. Wel hadden ze mensen mogen waarschuwen door niet meer het klassieke logo te gebruiken, maar die van 2007-2012, aangezien dit aansluit op die experimentele periode. Ik kijk er naar uit dat dit album kan groeien.
Sonata Arctica - The Ninth Hour (2016)

4,0
0
geplaatst: 14 oktober 2016, 14:38 uur
Sinds The Days of Grays is het voor mij steeds hetzelfde; aanvankelijk vind ik een nieuw album van Sonata Arctica maar zozo, echter na een paar maanden stijgt de waardering aanzienlijk. Gaat dat ook gebeuren bij The Ninth Hour? Ik hoop het.
Waar Pariah's child nog een dikke progsaus door de snelheden van vanouds had zitten, is dat hier helemaal weg. Ik durf te zeggen dat dit album gewoon pure old school Sonata zit met zeer weinig compromissen voor de fans van de proggy Sonata. De snelheden van weleer; de songstructuren van weleer; de melodieën van weleer; en de keyboard sounds van weleer. Er zijn meerdere nummers die ik al graag kan horen, maar ook een hoop die voor mij wat lui overkomen. Bij de favorieten horen de wat misleidend proggy single 'Closer to an Animal', welke al wat tijd had om onder mijn huid te kruipen, maar ook het old school rappe 'Rise a Night', welke gewoon super catchy is. De derde favoriet en het klapstuk van de plaat is het epische 'White Pearl, Black Oceans Part II: By the Grace of the Ocean'. Dit vervolg op één van de meest fantastische nummers van de band stelt zeker niet teleur en weet ook op zichzelf te staan en niet te afhankelijk te zijn van het origineel. Eerlijk is eerlijk; zulk een episch nummer had de band sinds Reckoning Night niet meer opgenomen.
De minder favoriete nummers lijken ook gewoon re-makes te zijn van eerder uitgebrachte nummers. Zo heeft 'Fairytale' nogal wat weg van 'Silver Tongue' van Winterheart's Guild, doet 'Candle Lawns' denken aan de hit 'Burning Heart' van Vandenberg, en zit in 'Til Death's Done Us Apart' gewoon de melodie van 'Last Drop Falls' van Silence verstopt (alhoewel dit misschien een vervolg zou kunnen zijn). Uiteraard hoeft dat niet per sé te storen, maar persoonlijk had ik gehoopt dat ze een nieuw avontuur zouden starten en dan is het toch jammer dat ze zo actief een retro-SA geluid hebben geadopteerd. Ik kan het album echter niet betrappen op een slecht nummer, want Tony Kakko is gewoon een goede songwriter, maar het komt vooralsnog wat flauwtjes binnen. Wellicht als de teleurstelling heeft geweken dat ik de plaat wat beter kan waarderen. Mogelijk kan het concert vanavond in de 013 e.e.a. losmaken.
The Ninth Hour is zeker geen slecht album, maar even niet het album waar ik op gehoopt had. Geef me wat tijd. Ik draai wel bij.
Waar Pariah's child nog een dikke progsaus door de snelheden van vanouds had zitten, is dat hier helemaal weg. Ik durf te zeggen dat dit album gewoon pure old school Sonata zit met zeer weinig compromissen voor de fans van de proggy Sonata. De snelheden van weleer; de songstructuren van weleer; de melodieën van weleer; en de keyboard sounds van weleer. Er zijn meerdere nummers die ik al graag kan horen, maar ook een hoop die voor mij wat lui overkomen. Bij de favorieten horen de wat misleidend proggy single 'Closer to an Animal', welke al wat tijd had om onder mijn huid te kruipen, maar ook het old school rappe 'Rise a Night', welke gewoon super catchy is. De derde favoriet en het klapstuk van de plaat is het epische 'White Pearl, Black Oceans Part II: By the Grace of the Ocean'. Dit vervolg op één van de meest fantastische nummers van de band stelt zeker niet teleur en weet ook op zichzelf te staan en niet te afhankelijk te zijn van het origineel. Eerlijk is eerlijk; zulk een episch nummer had de band sinds Reckoning Night niet meer opgenomen.
De minder favoriete nummers lijken ook gewoon re-makes te zijn van eerder uitgebrachte nummers. Zo heeft 'Fairytale' nogal wat weg van 'Silver Tongue' van Winterheart's Guild, doet 'Candle Lawns' denken aan de hit 'Burning Heart' van Vandenberg, en zit in 'Til Death's Done Us Apart' gewoon de melodie van 'Last Drop Falls' van Silence verstopt (alhoewel dit misschien een vervolg zou kunnen zijn). Uiteraard hoeft dat niet per sé te storen, maar persoonlijk had ik gehoopt dat ze een nieuw avontuur zouden starten en dan is het toch jammer dat ze zo actief een retro-SA geluid hebben geadopteerd. Ik kan het album echter niet betrappen op een slecht nummer, want Tony Kakko is gewoon een goede songwriter, maar het komt vooralsnog wat flauwtjes binnen. Wellicht als de teleurstelling heeft geweken dat ik de plaat wat beter kan waarderen. Mogelijk kan het concert vanavond in de 013 e.e.a. losmaken.
The Ninth Hour is zeker geen slecht album, maar even niet het album waar ik op gehoopt had. Geef me wat tijd. Ik draai wel bij.
Static-X - Cannibal (2007)

4,0
0
geplaatst: 11 augustus 2010, 14:22 uur
Terug naar Cannibal:
Mijn eerste plaat van Static-X. Ik was helemaal weg van Cuts You Up toen iemand die aan mij liet horen. Dit was ook mijn eerste kennismaking met industrial metal, hiervoor luisterde ik slechts naar Iron Maiden en dat soort bandjes.
Het album is inderdaad enorm eentonig, maar als je de vervelende nummers weghaald (Forty Ways, Reptile en Electric Pulse) merk je snel genoeg dat het toch stuk voor stuk ijzersterke nummers zijn, hetzij een beetje kort. Vanaf snoeiharde opener Cannibal krijgen we toch een paar zeer vette nummers te horen zoals No Submission, Destroyer, Chroma-matic en Cuts You Up. Allemaal lekkere hoekige metal met electro-samples om het af te maken.
De discussies over de solos wil ik nog even aanvullen met mijn mening. Ik speel toevallig gitaar, en technisch zijn de solos van Fukuda niet makkelijk te spelen. Harmonisch zijn het niet de meest interessante solos, nee, maar bij een band als Static-X, waar het allemaal een beetje hoekig en robottig klinkt zijn de solos heel passend. En dan hoeven we niet meteen een thrash-gitarist erbij te halen om aan te tonen dat er betere gitaristen bestaan; en al helemaal niet omdat die meestal alleen kunnen shredden.
Al met al een vrij toffe plaat.
Mijn eerste plaat van Static-X. Ik was helemaal weg van Cuts You Up toen iemand die aan mij liet horen. Dit was ook mijn eerste kennismaking met industrial metal, hiervoor luisterde ik slechts naar Iron Maiden en dat soort bandjes.
Het album is inderdaad enorm eentonig, maar als je de vervelende nummers weghaald (Forty Ways, Reptile en Electric Pulse) merk je snel genoeg dat het toch stuk voor stuk ijzersterke nummers zijn, hetzij een beetje kort. Vanaf snoeiharde opener Cannibal krijgen we toch een paar zeer vette nummers te horen zoals No Submission, Destroyer, Chroma-matic en Cuts You Up. Allemaal lekkere hoekige metal met electro-samples om het af te maken.
De discussies over de solos wil ik nog even aanvullen met mijn mening. Ik speel toevallig gitaar, en technisch zijn de solos van Fukuda niet makkelijk te spelen. Harmonisch zijn het niet de meest interessante solos, nee, maar bij een band als Static-X, waar het allemaal een beetje hoekig en robottig klinkt zijn de solos heel passend. En dan hoeven we niet meteen een thrash-gitarist erbij te halen om aan te tonen dat er betere gitaristen bestaan; en al helemaal niet omdat die meestal alleen kunnen shredden.
Al met al een vrij toffe plaat.
Static-X - Cult of Static (2009)

2,0
0
geplaatst: 11 augustus 2010, 14:29 uur
Deze plaat begint met toch vet! Lunatic met zijn puur ritmische riff en geweldige drive... zegt toch wel even fuck you tegen al die mensen die zitten te zeiken omdat Static-X nooit iets anders doet. De vetheid gaat verder met Z28, duikt later nog eens op bij Nocturnally en Skinned. Bonustrack W.F.O. mag er ook wezen.
...
Is Static-X moe ofso? De lamme gitaarsound brengt menig nummer naar de afgrond; Wayne's stem klinkt alsof hij er geen zin meer in heeft en veel liedjes klinken geforceerd en saai. De lengtes worden soms wat langer, maar dat is niet omdat ze episch worden, interessant worden of leuk zijn... Wat ik wel weet is dat ik bij de niet genoemde nummers vaak wil dat ze ophouden als ze beginnen.
Hopelijk komt er op de volgende plaat wat vernieuwender en inventiever materiaal.
...
Is Static-X moe ofso? De lamme gitaarsound brengt menig nummer naar de afgrond; Wayne's stem klinkt alsof hij er geen zin meer in heeft en veel liedjes klinken geforceerd en saai. De lengtes worden soms wat langer, maar dat is niet omdat ze episch worden, interessant worden of leuk zijn... Wat ik wel weet is dat ik bij de niet genoemde nummers vaak wil dat ze ophouden als ze beginnen.
Hopelijk komt er op de volgende plaat wat vernieuwender en inventiever materiaal.
Styx - Brave New World (1999)

3,5
2
geplaatst: 11 augustus 2025, 13:33 uur
Na een succesvolle reunie tour en het livealbum Return to Paradise leek het vuur weer te branden bij Styx. Dit keer met de volledige lineup uit de gloriedagen, minus de overleden drummer John Panozzo, die is vervangen door Todd Sucherman, die ook al speelde op het meest recente soloalbum van Tommy Shaw, genaamd 7 Deadly Zens (aanrader trouwens!). Glen Burtnik zit er nog steeds bij, kennelijk, maar mag dit keer niet meeschrijven. Na een periode van solo albums heeft de band merkbaar moeite om als Styx te klinken, maar an sich is het modernere geluid geen gefaald experiment en is dit comeback album toch geen onaardig schijfje geworden, al zij het wat incoherent... een voorbode op de permanente split met Dennis DeYoung, misschien, die hier voor het laatst mee doet op een Styx album.
Tommy Shaw opent de plaat met een nummer dat hij samen met Jack Blades heeft geschreven; niet het enige nummer dat overbleef van zijn avonturen met Damn Yankees en Shaw/Blades, en natuurlijk zijn solo-album uit 1998. Het klinkt niet per se als een Styx-nummer, maar wel als een eigentijds pop/rock nummer met een lekkere groove. 'Brave New World' vind ik prachtig met dat mystieke thema en klinkt al weer wat vertrouwder. Wanneer Dennis DeYoung zijn eerste bijdrage levert valt ook op dat ook hij gewoon zijn solo carriere voortzet met een toegankelijke ballad, wederom niet onaardig, maar wel een schril contrast met de Shaw nummers. Shaw gaat overigens gewoon verder met eigentijdse rockers 'Number One' en 'Best New Face', waarvan de laatste wederom met Jack Blades geschreven is. De nummers klinken modern, rocken lekker, maar echt als Styx klinkt dit niet. Deze trent wordt eigenlijk heel het album doorgezet. James Young laat van zich horen op 'What Have They Done to You', welke aansluit bij de Shaw nummers, en 'Heavy Water', welke dan weer een hele typische Styx Young rocker is; lijkend wat verdwaald op dit album. DeYoung heeft nog meer ballads en geinige popnummers aangedragen, waar van 'High Crimes & Misdemeanors' me het meest bevalt met dat reggae ritme. 'Goodbye Roseland' is wel een sterke afsluiter, en 'Everything is Cool' is ook het noemen waard als een lekkere Shaw rocker die ergens nog wel wat herkenbare geluiden bevat.
Brave New World is een poging van Styx om modern a la 1999 te klinken, wat ze zeker lukt, maar de coherentie tussen de verschillende schrijfstijlen is een beetje ver zoek. Ook in de credits kun je het zien; Shaw en Young schrijven vaak samen, en Dennis DeYoung doet een beetje zijn eigen ding. Dat het nog voor de tour voor dit album klapte blijft jammer, maar de neuzen stonden toch echt niet dezelfde kant op. DeYoung zou zich weer herpakken met zijn soloplaat uit 2007 en de recentere 26 East albums, en Styx ging het zonder hem proberen. Het album zelf vind ik echt zo slecht nog niet, en als ze de krachten hadden gebundeld als vanouds en de mindere broeders eruit hadden gefilterd was dit hoogstwaarschijnlijk een heel goed album geweest.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Paradise Theatre
8. Brave New World
9. Man of Miracles
10. Styx II
11. The Serpent is Rising
12. Styx
13. Edge of the Century
Tommy Shaw opent de plaat met een nummer dat hij samen met Jack Blades heeft geschreven; niet het enige nummer dat overbleef van zijn avonturen met Damn Yankees en Shaw/Blades, en natuurlijk zijn solo-album uit 1998. Het klinkt niet per se als een Styx-nummer, maar wel als een eigentijds pop/rock nummer met een lekkere groove. 'Brave New World' vind ik prachtig met dat mystieke thema en klinkt al weer wat vertrouwder. Wanneer Dennis DeYoung zijn eerste bijdrage levert valt ook op dat ook hij gewoon zijn solo carriere voortzet met een toegankelijke ballad, wederom niet onaardig, maar wel een schril contrast met de Shaw nummers. Shaw gaat overigens gewoon verder met eigentijdse rockers 'Number One' en 'Best New Face', waarvan de laatste wederom met Jack Blades geschreven is. De nummers klinken modern, rocken lekker, maar echt als Styx klinkt dit niet. Deze trent wordt eigenlijk heel het album doorgezet. James Young laat van zich horen op 'What Have They Done to You', welke aansluit bij de Shaw nummers, en 'Heavy Water', welke dan weer een hele typische Styx Young rocker is; lijkend wat verdwaald op dit album. DeYoung heeft nog meer ballads en geinige popnummers aangedragen, waar van 'High Crimes & Misdemeanors' me het meest bevalt met dat reggae ritme. 'Goodbye Roseland' is wel een sterke afsluiter, en 'Everything is Cool' is ook het noemen waard als een lekkere Shaw rocker die ergens nog wel wat herkenbare geluiden bevat.
Brave New World is een poging van Styx om modern a la 1999 te klinken, wat ze zeker lukt, maar de coherentie tussen de verschillende schrijfstijlen is een beetje ver zoek. Ook in de credits kun je het zien; Shaw en Young schrijven vaak samen, en Dennis DeYoung doet een beetje zijn eigen ding. Dat het nog voor de tour voor dit album klapte blijft jammer, maar de neuzen stonden toch echt niet dezelfde kant op. DeYoung zou zich weer herpakken met zijn soloplaat uit 2007 en de recentere 26 East albums, en Styx ging het zonder hem proberen. Het album zelf vind ik echt zo slecht nog niet, en als ze de krachten hadden gebundeld als vanouds en de mindere broeders eruit hadden gefilterd was dit hoogstwaarschijnlijk een heel goed album geweest.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Paradise Theatre
8. Brave New World
9. Man of Miracles
10. Styx II
11. The Serpent is Rising
12. Styx
13. Edge of the Century
Styx - Circling from Above (2025)

3,5
1
geplaatst: 8 september 2025, 15:19 uur
Het huidige Styx blijft bezig met het uitbrengen van nieuw materiaal en Circling from Above is alweer het derde album onder leiding van het duo Tommy Shaw/Will Evankovich, waarvan laatstgenoemde eindelijk erkend is als volwaardig bandlid. Bassist Ricky Phillips is ook vervangen door Terry Gowan, het broertje van Lawrence Gowan. Waar beide voorgangers herkenbare Styx-elementen combineerden met wat oubolligere proggeluiden uit de jaren 70, doet deze er nog een schepje bovenop. De rock is weer wat meer naar de achtergrond verschoven, dit is gewoon een progpop album, gladder dan Cornerstone en vervreemdender dan The Mission. Of dat positief is of niet laat ik ieder voor zich bepalen.
De plaat wordt geopend door de single 'Build and Destroy', die redelijk representatief de toon zet voor de hele plaat. We hebben te maken met compacte progsongs waar vooral op een subtiele manier voor diepte wordt gezorgd. De gitaren staan zacht in de mix, de toetsen hard, en de rustige Jeff Lynne-achtige stem van Lawrence Gowan zet de toon. Tommy Shaw neemt het roer in 'Michigan', met eenzelfde sfeer. Het swingende 'King of Love' brengt wat leven in de brouwerij, en James Young mag weer eens een paar regels zingen voordat Shaw de microfoon weer bij hem wegkaapt voor het refrein, welke ik overigens wel zeer sterk vind. 'It's Clear' is een zeldzaam nummer dat best een beetje kan rocken en zo de energie goed vasthoudt. De ballad 'Forgive' voelt wat tam, ergens best mooi, en doet wat denken aan Coldplay meets ELO - zeker niet wat ik van Styx had verwacht. De tweede helft van het album opent een blikje meligheid met 'Everybody Raise a Glass', waar Queen gechanneld wordt met vrolijke en haast vaudeville-achtige thema's, een gevoel wat de bluegrass van 'Blue Eyed Raven' doorzet op een andere manier. Dat Tommy Shaw van de bluegrass en country folk was wisten we al door zijn soloplaat uit 2011, maar uiteraard ook van 'Boat on the River'. De nummers luisteren prima weg, maar echt des Styx is het niet. De rest van de nummers blijven in dezelfde combinatie van nieuwe invloeden verder gaan, waar 'The Things That You Said' nog het meest bijblijft met een opbouw naar een meeslepende en spannende climax. 'We Lost the Wheel Again' geeft nog meer ruimte aan meligheid a la Queen, en met 'Only You Can Decide' sluit Tommy Shaw het album af.
Het is misschien op te maken uit mijn toon, maar mijn enthousiasme na Crash of the Crown is weer wat getemperd met deze nieuwe, hoewel ik best kan genieten als het album opstaat. Wat de band met al hun nieuwe inspiratie hier tentoon stelt is absoluut geen slecht album, maar wel wederom een stap weg van het geluid waar de band groot mee geworden is. De nummers blijven gelaagd, interessant en niet eendimensionaal, maar als je me vraagt wat ik liever heb dan plaats ik deze onder Man of Miracles, wat geen hele diepzinnige plaat was, maar wel eentje die flink kon rocken op z'n tijd. Dat element blijf ik missen in het moderne Styx.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Crash of the Crown
7. Cornerstone
8. Cyclorama
9. Paradise Theatre
10. Brave New World
11. Man of Miracles
12. Circling from Above
13. Styx II
14. The Serpent is Rising
15. The Mission
16. Styx
17. Edge of the Century
De plaat wordt geopend door de single 'Build and Destroy', die redelijk representatief de toon zet voor de hele plaat. We hebben te maken met compacte progsongs waar vooral op een subtiele manier voor diepte wordt gezorgd. De gitaren staan zacht in de mix, de toetsen hard, en de rustige Jeff Lynne-achtige stem van Lawrence Gowan zet de toon. Tommy Shaw neemt het roer in 'Michigan', met eenzelfde sfeer. Het swingende 'King of Love' brengt wat leven in de brouwerij, en James Young mag weer eens een paar regels zingen voordat Shaw de microfoon weer bij hem wegkaapt voor het refrein, welke ik overigens wel zeer sterk vind. 'It's Clear' is een zeldzaam nummer dat best een beetje kan rocken en zo de energie goed vasthoudt. De ballad 'Forgive' voelt wat tam, ergens best mooi, en doet wat denken aan Coldplay meets ELO - zeker niet wat ik van Styx had verwacht. De tweede helft van het album opent een blikje meligheid met 'Everybody Raise a Glass', waar Queen gechanneld wordt met vrolijke en haast vaudeville-achtige thema's, een gevoel wat de bluegrass van 'Blue Eyed Raven' doorzet op een andere manier. Dat Tommy Shaw van de bluegrass en country folk was wisten we al door zijn soloplaat uit 2011, maar uiteraard ook van 'Boat on the River'. De nummers luisteren prima weg, maar echt des Styx is het niet. De rest van de nummers blijven in dezelfde combinatie van nieuwe invloeden verder gaan, waar 'The Things That You Said' nog het meest bijblijft met een opbouw naar een meeslepende en spannende climax. 'We Lost the Wheel Again' geeft nog meer ruimte aan meligheid a la Queen, en met 'Only You Can Decide' sluit Tommy Shaw het album af.
Het is misschien op te maken uit mijn toon, maar mijn enthousiasme na Crash of the Crown is weer wat getemperd met deze nieuwe, hoewel ik best kan genieten als het album opstaat. Wat de band met al hun nieuwe inspiratie hier tentoon stelt is absoluut geen slecht album, maar wel wederom een stap weg van het geluid waar de band groot mee geworden is. De nummers blijven gelaagd, interessant en niet eendimensionaal, maar als je me vraagt wat ik liever heb dan plaats ik deze onder Man of Miracles, wat geen hele diepzinnige plaat was, maar wel eentje die flink kon rocken op z'n tijd. Dat element blijf ik missen in het moderne Styx.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Crash of the Crown
7. Cornerstone
8. Cyclorama
9. Paradise Theatre
10. Brave New World
11. Man of Miracles
12. Circling from Above
13. Styx II
14. The Serpent is Rising
15. The Mission
16. Styx
17. Edge of the Century
Styx - Cornerstone (1979)

4,0
2
geplaatst: 30 juli 2025, 11:53 uur
Na de gouden periode begon Styx steeds meer succes te krijgen op commercieel vlak, en zoals met zoveel bands, was het natuurlijk wachten tot de band zich hier wat bewuster op begon te richten. Ik lees op veel plekken dat dit allerhande spanningen met zich teweegbracht binnen de band, en hoe kan het ook met drie kapiteins aan boord. Cornerstone is al vaak genoeg besproken hier en het is duidelijk dat de verschuiving naar een lichter popgeluid lang niet bij iedereen goed is gevallen, maar bij ondergetekende is het allemaal niet zo negatief ontvangen.
Het is wel duidelijk dat Dennis DeYoung zich enorm vermaakt op dit album, en zijn voorliefde voor musicals en theater begint bij sommige nummers enorm naar voren te komen. Ondanks dat mag Tommy Shaw de plaat openzingen met 'Lights', een nummer dat de bedoelingen van de plaat absoluut niet verhuld, maar wel veel van wat Styx tof maakt voorbij laat komen - de mooie samenzang, de lichte zang van Shaw, sterke arrangementen. 'Why Me' gooit het er pas echt dik bovenop met blazers, theatraal aangezette zang van DeYoung, en een majeursfeer - toch ook niet onaardig. De nummers hebben nog veel om het lijf ondanks het lichtere geluid. 'Babe' is het grote nummer met een verrassend aardig middenstuk; zoals zovelen gun ik Styx met terugwerkende kracht hun hitje. 'Never Never' is een poging om de plaat wat vaart mee te geven, maar deze doet me dan wat minder en heeft niet zoveel om het lijf als je het mij vraagt. Met 'Boat on the River' revangeert Shaw zich met een prachtig akoestisch folknummer waar de samenzang tussen Shaw en DeYoung me zeer goed doet.
Kant B opent met 'Borrowed Time' - een veelbelovend intro dat het voor mij niet echt waar weet te maken. Het komt niet echt van de grond. 'First Time' is weer zo'n theatraal DeYoung nummer, zeker niet onaardig, maar een vreemde eend voor Styx met alle blazers en haast Queen-achtige progressie. Wederom een poging tot vaart komt met het door James Young gezongen 'Eddie'; in tegenstelling tot de eerdere poging vind ik deze wel geslaagd. Nog even kort rocken voor Tommy Shaw de plaat mag afsluiten met het sterke 'Love in the Midnight'; een funky popnummer met ballen en prachtige zang.
Al met al luistert Cornerstone best lekker weg, maar het is absoluut een verandering t.o.v. de vorige platen en ergens ook een teleurstelling. Toch vind ik dat er genoeg nummers op staan met veel om het lijf, waardoor ik deze nog een goede voldoende geef, en nog steeds prefereer boven alles wat uitkwam voor Equinox. En dan te bedenken dat we pas halverwege de marathon zijn.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Equinox
5. Cornerstone
6. Man of Miracles
7. Styx II
8. The Serpent is Rising
9. Styx
Het is wel duidelijk dat Dennis DeYoung zich enorm vermaakt op dit album, en zijn voorliefde voor musicals en theater begint bij sommige nummers enorm naar voren te komen. Ondanks dat mag Tommy Shaw de plaat openzingen met 'Lights', een nummer dat de bedoelingen van de plaat absoluut niet verhuld, maar wel veel van wat Styx tof maakt voorbij laat komen - de mooie samenzang, de lichte zang van Shaw, sterke arrangementen. 'Why Me' gooit het er pas echt dik bovenop met blazers, theatraal aangezette zang van DeYoung, en een majeursfeer - toch ook niet onaardig. De nummers hebben nog veel om het lijf ondanks het lichtere geluid. 'Babe' is het grote nummer met een verrassend aardig middenstuk; zoals zovelen gun ik Styx met terugwerkende kracht hun hitje. 'Never Never' is een poging om de plaat wat vaart mee te geven, maar deze doet me dan wat minder en heeft niet zoveel om het lijf als je het mij vraagt. Met 'Boat on the River' revangeert Shaw zich met een prachtig akoestisch folknummer waar de samenzang tussen Shaw en DeYoung me zeer goed doet.
Kant B opent met 'Borrowed Time' - een veelbelovend intro dat het voor mij niet echt waar weet te maken. Het komt niet echt van de grond. 'First Time' is weer zo'n theatraal DeYoung nummer, zeker niet onaardig, maar een vreemde eend voor Styx met alle blazers en haast Queen-achtige progressie. Wederom een poging tot vaart komt met het door James Young gezongen 'Eddie'; in tegenstelling tot de eerdere poging vind ik deze wel geslaagd. Nog even kort rocken voor Tommy Shaw de plaat mag afsluiten met het sterke 'Love in the Midnight'; een funky popnummer met ballen en prachtige zang.
Al met al luistert Cornerstone best lekker weg, maar het is absoluut een verandering t.o.v. de vorige platen en ergens ook een teleurstelling. Toch vind ik dat er genoeg nummers op staan met veel om het lijf, waardoor ik deze nog een goede voldoende geef, en nog steeds prefereer boven alles wat uitkwam voor Equinox. En dan te bedenken dat we pas halverwege de marathon zijn.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Equinox
5. Cornerstone
6. Man of Miracles
7. Styx II
8. The Serpent is Rising
9. Styx
Styx - Crash of the Crown (2021)

4,5
1
geplaatst: 2 september 2025, 13:17 uur
Na The Mission lijkt de band weer de smaak te pakken te hebben en worden er weer met regelmaat albums uitgebracht. Entiteit Will Evankovich lijkt een blijvertje te zijn nadat hij eerst met Tommy Shaw zijn bluegrass soloplaat The Great Divide al meeschreef, en daarna op het proggy The Mission een enorme bijdrage leverde. Zo doet hij dat hier ook en krijgt hij op vrijwel het hele album schrijfcredits, samen met bandleden Tommy Shaw en in mindere mate Lawrence Gowan. Ik kan er tegen protesteren, maar zonder hem was Cyclorama hoogstwaarschijnlijk het laatste album geweest, dus soit, schrijf maar, mijn beste Will, schrijf maar. Hij brengt een tal aan invloeden uit de 70s met zich mee, waardoor het bekende geluid van Styx me wat meer doet denken aan andere bands uit dat tijdperk, waaronder Kayak, ELO, en zelfs Queen. Bands die ik overigens zeer graag hoor.
En toch begint het album net als bij de voorganger met hele herkenbare synthesizer loopjes en typische Styx-koortjes in 'The Fight of Our Lives' en zullen deze elementen nog steeds onderdeel blijven het hele album door. Het is me niet duidelijk of we weer met een conceptplaat te maken hebben, maar dat er een centraal thema van verzet en opstand is moge duidelijk zijn. Het gevolg is dat de muziek dat karakter ook weergeeft, de songs scherpe teksten hebben, en ook weer wat meer energie ondanks dat de James Young rockers wederom ontbreken. Refreinen als 'Save Us From Ourselves' en het titelnummer 'Crash of the Crown' zijn absolute meezingers - eindelijk! En het wordt alleen maar beter. 'Our Wonderful Life' had zo op Pieces of Eight kunnen staan ('Sing for the Day'), waar 'Sound the Alarm' regelrecht van Tommy Shaw's betere solowerk af had kunnen komen, maar 'Common Ground' is nog zo'n hoogtepunt waar alle genoemde invloeden prachtig samen komen - een van de fijnere zangprestaties van Gowan op dit album. Vlotte nummers als 'Long Live the King' en het nostalgische 'To Those' houden de vaart er nogmaals in en laatstgenoemde heeft wederom die strijdbare toon die ik graag hoor van deze band.
Wat een verschil met The Mission, maar mijn vertrouwen in het moderne Styx is volledig hersteld, ondanks dat James Young qua zang wat naar de achtergrond is verdwenen. Hij heeft de band gedragen in de begindagen, hij mag even rusten. Dit album bevat van begin tot eind ontzettend gelaagde toegankelijke prog, wat tammer dan Styx ooit geklonken heeft, maar nog altijd vol vernuftige arrangementen en virtuoos spel. Wat mij betreft behoort dit tot de betere platen van de band, en dat is knap na zoveel jaar.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Crash of the Crown
7. Cornerstone
8. Cyclorama
9. Paradise Theatre
10. Brave New World
11. Man of Miracles
12. Styx II
13. The Serpent is Rising
14. The Mission
15. Styx
16. Edge of the Century
En toch begint het album net als bij de voorganger met hele herkenbare synthesizer loopjes en typische Styx-koortjes in 'The Fight of Our Lives' en zullen deze elementen nog steeds onderdeel blijven het hele album door. Het is me niet duidelijk of we weer met een conceptplaat te maken hebben, maar dat er een centraal thema van verzet en opstand is moge duidelijk zijn. Het gevolg is dat de muziek dat karakter ook weergeeft, de songs scherpe teksten hebben, en ook weer wat meer energie ondanks dat de James Young rockers wederom ontbreken. Refreinen als 'Save Us From Ourselves' en het titelnummer 'Crash of the Crown' zijn absolute meezingers - eindelijk! En het wordt alleen maar beter. 'Our Wonderful Life' had zo op Pieces of Eight kunnen staan ('Sing for the Day'), waar 'Sound the Alarm' regelrecht van Tommy Shaw's betere solowerk af had kunnen komen, maar 'Common Ground' is nog zo'n hoogtepunt waar alle genoemde invloeden prachtig samen komen - een van de fijnere zangprestaties van Gowan op dit album. Vlotte nummers als 'Long Live the King' en het nostalgische 'To Those' houden de vaart er nogmaals in en laatstgenoemde heeft wederom die strijdbare toon die ik graag hoor van deze band.
Wat een verschil met The Mission, maar mijn vertrouwen in het moderne Styx is volledig hersteld, ondanks dat James Young qua zang wat naar de achtergrond is verdwenen. Hij heeft de band gedragen in de begindagen, hij mag even rusten. Dit album bevat van begin tot eind ontzettend gelaagde toegankelijke prog, wat tammer dan Styx ooit geklonken heeft, maar nog altijd vol vernuftige arrangementen en virtuoos spel. Wat mij betreft behoort dit tot de betere platen van de band, en dat is knap na zoveel jaar.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Crash of the Crown
7. Cornerstone
8. Cyclorama
9. Paradise Theatre
10. Brave New World
11. Man of Miracles
12. Styx II
13. The Serpent is Rising
14. The Mission
15. Styx
16. Edge of the Century
Styx - Crystal Ball (1976)

4,5
1
geplaatst: 4 juli 2025, 12:46 uur
Met het machtige Crystal Ball doet Tommy Shaw zijn intrede en beginnen voor mij de gouden jaren van Styx. Het kenmerkende geluid van hun catchy prog 'n roll met drie sterke zangers en die herkenbare koortjes, gitaren en synthesizers staat hier fier overeind. En toch lijkt dit op MusicMeter niet de gangbare mening te zijn gezien het gemiddelde, maar ook commercieel was dit een domper na Equinox. Toch wordt het titelnummer volgens mij nog elke set live gespeeld.
De nieuwkomer mag al gelijk op de voorgrond; Tommy Shaw heeft op vijf van de zeven nummers meegeschreven, waarvan hij er op drie meteen de leadpartij mocht inzingen. Ze hadden duidelijk vertrouwen in hun nieuwe aanwinst, en terecht. Met 'Put Me On' mag James Young echter de plaat openen met een vlotte rocker met enorm pakkende koortjes. De toon is gezet. Op 'Mademoiselle' maken we kennis met de stem van Tommy Shaw, een stuk lichter dan die van de andere twee, en wederom een pakkend nummer. Met 'Jennifer' komt Dennis DeYoung aan bod met een tekst die anno 2025 vast niet meer zou worden geaccepteerd. Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft het titelnummer, waar Shaw schittert. Nog altijd een van de beste nummers van Styx; deze heb ik afgelopen week luidkeels meegezongen in de auto. Fantastisch refrein, fantastisch rocknummer. Dennis DeYoung mag zich nog even herpakken met het sterke coda, bestaande uit het meeslepende 'This Old Man' en het proggy 'Clair de Lune/Ballerina', beiden prachtige opbouw en heerlijke emotie in de stem.
'Shooz' is het enige nummer wat deze plaat ervan weerhoudt de volle mep te krijgen van mij. Een smet op de plaat? Misschien. Soms kan ik er wel van genieten. Tegelijkertijd valt het een beetje uit de toon naast de andere sterke nummers van Crystal Ball. James Young blijft de rechtlijnigere rocknummers schrijven waar zijn collega's steeds grootser en bombastischer materiaal naar voren brengen. Nu John Curulewski is weggevallen begint het een beetje op te vallen. Maar, volgens mij gaat hij zich nog wel weer revancheren op de volgende platen.
Crystal Ball overstijgt voor mij met gemak al het voorgaande werk, en ik moet nog maar zien of deze op zijn beurt niet weer overstegen gaat worden door de komende platen. Het niveau is vanaf hier dusdanig hoog dat ik me de komende dagen niet hoef te vervelen. Ik maak terwijl ik deze marathon doe ook meteen een 'best of' playlist, en alles van dit album zit erin - behalve dan 'Shooz'.
1. Crystal Ball
2. Equinox
3. Man of Miracles
4. Styx II
5. The Serpent is Rising
6. Styx
De nieuwkomer mag al gelijk op de voorgrond; Tommy Shaw heeft op vijf van de zeven nummers meegeschreven, waarvan hij er op drie meteen de leadpartij mocht inzingen. Ze hadden duidelijk vertrouwen in hun nieuwe aanwinst, en terecht. Met 'Put Me On' mag James Young echter de plaat openen met een vlotte rocker met enorm pakkende koortjes. De toon is gezet. Op 'Mademoiselle' maken we kennis met de stem van Tommy Shaw, een stuk lichter dan die van de andere twee, en wederom een pakkend nummer. Met 'Jennifer' komt Dennis DeYoung aan bod met een tekst die anno 2025 vast niet meer zou worden geaccepteerd. Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft het titelnummer, waar Shaw schittert. Nog altijd een van de beste nummers van Styx; deze heb ik afgelopen week luidkeels meegezongen in de auto. Fantastisch refrein, fantastisch rocknummer. Dennis DeYoung mag zich nog even herpakken met het sterke coda, bestaande uit het meeslepende 'This Old Man' en het proggy 'Clair de Lune/Ballerina', beiden prachtige opbouw en heerlijke emotie in de stem.
'Shooz' is het enige nummer wat deze plaat ervan weerhoudt de volle mep te krijgen van mij. Een smet op de plaat? Misschien. Soms kan ik er wel van genieten. Tegelijkertijd valt het een beetje uit de toon naast de andere sterke nummers van Crystal Ball. James Young blijft de rechtlijnigere rocknummers schrijven waar zijn collega's steeds grootser en bombastischer materiaal naar voren brengen. Nu John Curulewski is weggevallen begint het een beetje op te vallen. Maar, volgens mij gaat hij zich nog wel weer revancheren op de volgende platen.
Crystal Ball overstijgt voor mij met gemak al het voorgaande werk, en ik moet nog maar zien of deze op zijn beurt niet weer overstegen gaat worden door de komende platen. Het niveau is vanaf hier dusdanig hoog dat ik me de komende dagen niet hoef te vervelen. Ik maak terwijl ik deze marathon doe ook meteen een 'best of' playlist, en alles van dit album zit erin - behalve dan 'Shooz'.
1. Crystal Ball
2. Equinox
3. Man of Miracles
4. Styx II
5. The Serpent is Rising
6. Styx
Styx - Cyclorama (2003)

4,0
1
geplaatst: 12 augustus 2025, 13:42 uur
Cyclorama is alweer het veertiende album van Styx, uniek op meerdere fronten, en helaas wat lauw ontvangen, ondanks dat er meerdere lichtpuntjes te vinden zijn. Dennis DeYoung is weggepest en vervangen door Lawrence Gowan, die eerder onder de naam Gowan meerdere 80s AOR albums heeft opgenomen. Zijn stem lijkt best veel op DeYoung, behalve dat deze dat theatrale zoete inruilt voor een rauwer rock randje, want de band best past. Chuck Panozzo heeft zich vanaf dit album teruggetrokken en speelt alleen nog als parttimer mee om redenen die RonaldjK hierboven heeft beschreven. Glen Burtnik neemt hierdoor de meeste baspartijen voor zijn rekening en meldt zich hier (gelukkig) voor het laatst. Ook zijn de credits dit keer over de hele band verdeeld, met een paar uitzonderingen, wat ook weer meer eensgezindheid uitstraalt. Ondanks de vele wijzigingen klinkt dit album veel meer als een moderne variant op Styx dan de vorige dat deed, en met de prachtige hoes heb ik altijd een zwak gehad voor Cyclorama, ook al is het verre van perfect.
De plaat opent met 'Do Things My Way', wat me doet denken aan een modernere variant op 'Put Me On', met eenzelfde spontaniteit maar dan in 2003. Shaw klinkt goed en bevrijd, wat op 'Waiting for Our Time' ook goed overkomt. Gowan maakt zijn debuut als lead vocalist op 'Fields of the Brave', ook een mooie ballad met die herkenbare Styx-koortjes. Als dit zo doorgaat is dit een fantastische plaat. Knap hoe de band dit keer modern klinkt en herkenbaar blijft; zelfs de proggeluiden zijn weer terug. James Young neemt de lead op 'These Are the Times', een instant Styx-klassieker wat mij betreft. In het middenstuk volgen de wat mindere, maar toch prima eigentijdse pop nummers als 'Yes I Can', 'More Love For the Money' en 'Together', om met 'Captain America' weer een herkenbare James Young rocker te lanceren. Tot slot is 'One With Everything' een moderne rockprog klassieker, eenvoudig een van de fijnste nummers die Styx sinds Pieces of Eight opgenomen heeft.
En dan is het toch jammer van die wratjes tussen deze prima nummers in. Met 'Bourgeois Pig' en 'Kiss Your Ass Goodbye' wordt de flow wat onderbroken door meligheid en door het poppunk-achtige gewauwel van Burtnik. NIet te geloven, in 1990 maken zijn schrijfsels van Styx een Bon Jovi-kloon, en in 2003 maakt hij er een Green Day-kloon van. Op 'Killing the Thing That You Love' opent hij zijn strot weer, niet onaardige ballad met een proggy middenstuk, maar toch een stemgeluid dat ik niet bij de band vind passen. Gelukkig maar dat hij hierna vertrok. De reprise van 'Fooling Yourself' is toch echt een beetje overbodig, en ook 'Genki Desu Ka' als afsluiter doet mij niet zo heel veel.
Eigenlijk is Cyclorama voor mij een album met best hoge pieken, maar helaas ook wat diepe dalen. Wederom denk ik een kwestie van iets meer trimmen en de ontvangst was beter geweest. Wel klinkt de band weer herkenbaar, gemotiveerd, en samenhangend. Ergens jammer dat ze hierna zo lang stil zijn geweest wat betreft origineel materiaal. Veertien jaar duurde het voordat ze weer een album uitbrachten. De urgentie was er weer vanaf blijkbaar.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Cyclorama
8. Paradise Theatre
9. Brave New World
10. Man of Miracles
11. Styx II
12. The Serpent is Rising
13. Styx
14. Edge of the Century
De plaat opent met 'Do Things My Way', wat me doet denken aan een modernere variant op 'Put Me On', met eenzelfde spontaniteit maar dan in 2003. Shaw klinkt goed en bevrijd, wat op 'Waiting for Our Time' ook goed overkomt. Gowan maakt zijn debuut als lead vocalist op 'Fields of the Brave', ook een mooie ballad met die herkenbare Styx-koortjes. Als dit zo doorgaat is dit een fantastische plaat. Knap hoe de band dit keer modern klinkt en herkenbaar blijft; zelfs de proggeluiden zijn weer terug. James Young neemt de lead op 'These Are the Times', een instant Styx-klassieker wat mij betreft. In het middenstuk volgen de wat mindere, maar toch prima eigentijdse pop nummers als 'Yes I Can', 'More Love For the Money' en 'Together', om met 'Captain America' weer een herkenbare James Young rocker te lanceren. Tot slot is 'One With Everything' een moderne rockprog klassieker, eenvoudig een van de fijnste nummers die Styx sinds Pieces of Eight opgenomen heeft.
En dan is het toch jammer van die wratjes tussen deze prima nummers in. Met 'Bourgeois Pig' en 'Kiss Your Ass Goodbye' wordt de flow wat onderbroken door meligheid en door het poppunk-achtige gewauwel van Burtnik. NIet te geloven, in 1990 maken zijn schrijfsels van Styx een Bon Jovi-kloon, en in 2003 maakt hij er een Green Day-kloon van. Op 'Killing the Thing That You Love' opent hij zijn strot weer, niet onaardige ballad met een proggy middenstuk, maar toch een stemgeluid dat ik niet bij de band vind passen. Gelukkig maar dat hij hierna vertrok. De reprise van 'Fooling Yourself' is toch echt een beetje overbodig, en ook 'Genki Desu Ka' als afsluiter doet mij niet zo heel veel.
Eigenlijk is Cyclorama voor mij een album met best hoge pieken, maar helaas ook wat diepe dalen. Wederom denk ik een kwestie van iets meer trimmen en de ontvangst was beter geweest. Wel klinkt de band weer herkenbaar, gemotiveerd, en samenhangend. Ergens jammer dat ze hierna zo lang stil zijn geweest wat betreft origineel materiaal. Veertien jaar duurde het voordat ze weer een album uitbrachten. De urgentie was er weer vanaf blijkbaar.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Cyclorama
8. Paradise Theatre
9. Brave New World
10. Man of Miracles
11. Styx II
12. The Serpent is Rising
13. Styx
14. Edge of the Century
Styx - Edge of the Century (1990)

2,5
1
geplaatst: 5 augustus 2025, 13:40 uur
Zeven jaar na Kilroy Was Here en vele geflopte soloplaten van Dennis DeYoung later moesten ze weer geld verdienen. Dat Tommy Shaw niet beschikbaar was mocht de rest niet afremmen in hun enthousiasme om toch weer onder de naam Styx te kunnen spelen. In plaats daarvan hebben ze een vervanger aangetrokken genaamd Glen Burtnik, en voor het gemak hebben ze hem ook maar het halve album laten schrijven. DeYoung had nog wat ballads over van zijn solo carriere, James Young had nog een rocker in de pijplijn, en dan nog een gekocht nummer erbij en we kunnen weer op tour. Edge of the Century klinkt ergens alsof ze bewust moderner wilden klinken, en toch niet al te veel ideeen hadden om er echt een Styx-plaat van te maken.
Om de Styx-fans maar meteen te vervreemden mag nieuwkomer Burtnik de plaat openen met een nummer dat meer van Bon Jovi weg heeft dan van Styx en ook nul van de elementen die Styx zo geliefd maakten bevat. Gedurfd, dat wel. Ik weet niet of het heel aardig van ze is dat hij meteen als een gelijke mag meecomponeren en zingen of juist getuigd van weinig goede ideeen van DeYoung en Young zelf. Tommy Shaw wordt gemist. Ook bij het titelnummer en 'World Tonite' vraag je je af waarom dit Styx heet. Als DeYoung dan zelf mag zingen is dat veel te veel in het balladformat waar zijn soloalbums vol van staan; niet onaardig op zich, maar ook weinig spannend. Nog steeds lijkt hij op zoek naar de nieuwe 'Babe', en met 'Show Me the Way' heeft hij op zijn minst weer een flinke hit te pakken gehad. Burtnik bewijst zich nog het meest met 'All in a Day's Work', wat gewoon een mooi rustig nummer is, en de door Ralph Covert geschreven rock 'n roller 'Not Dead Yet' weet eigenlijk altijd wel een glimlach op mijn gelaat te zetten. DeYoung bewaart zijn sterkste nummer tot het eind, 'Back to Chicago', wat een mooi popnummer is. Young mag het beste nummer van de plaat leveren met het stevige 'Homewrecker', met afstand het nummer dat het meest doet denken aan de gloriedagen van de band.
Op zich is het een prima zit als je weet waar je aan begint, want de Burtnik-nummers luisteren best lekker weg als je gewoon een beetje (hard)rock uit 1990 wil horen, maar wie echt dit album koopt omdat de naam Styx op de voorkant staat krijgt hier toch een beetje een koude douche voorgeschoteld. Het is dan ook de eerste keer dat ik een lichte onvoldoende uitdeel aan een album van deze band. Jammer dat dit de laatste is geweest met John Panozzo op drums; hij overleed een paar jaar later.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Paradise Theatre
8. Man of Miracles
9. Styx II
10. The Serpent is Rising
11. Styx
12. Edge of the Century
Om de Styx-fans maar meteen te vervreemden mag nieuwkomer Burtnik de plaat openen met een nummer dat meer van Bon Jovi weg heeft dan van Styx en ook nul van de elementen die Styx zo geliefd maakten bevat. Gedurfd, dat wel. Ik weet niet of het heel aardig van ze is dat hij meteen als een gelijke mag meecomponeren en zingen of juist getuigd van weinig goede ideeen van DeYoung en Young zelf. Tommy Shaw wordt gemist. Ook bij het titelnummer en 'World Tonite' vraag je je af waarom dit Styx heet. Als DeYoung dan zelf mag zingen is dat veel te veel in het balladformat waar zijn soloalbums vol van staan; niet onaardig op zich, maar ook weinig spannend. Nog steeds lijkt hij op zoek naar de nieuwe 'Babe', en met 'Show Me the Way' heeft hij op zijn minst weer een flinke hit te pakken gehad. Burtnik bewijst zich nog het meest met 'All in a Day's Work', wat gewoon een mooi rustig nummer is, en de door Ralph Covert geschreven rock 'n roller 'Not Dead Yet' weet eigenlijk altijd wel een glimlach op mijn gelaat te zetten. DeYoung bewaart zijn sterkste nummer tot het eind, 'Back to Chicago', wat een mooi popnummer is. Young mag het beste nummer van de plaat leveren met het stevige 'Homewrecker', met afstand het nummer dat het meest doet denken aan de gloriedagen van de band.
Op zich is het een prima zit als je weet waar je aan begint, want de Burtnik-nummers luisteren best lekker weg als je gewoon een beetje (hard)rock uit 1990 wil horen, maar wie echt dit album koopt omdat de naam Styx op de voorkant staat krijgt hier toch een beetje een koude douche voorgeschoteld. Het is dan ook de eerste keer dat ik een lichte onvoldoende uitdeel aan een album van deze band. Jammer dat dit de laatste is geweest met John Panozzo op drums; hij overleed een paar jaar later.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Paradise Theatre
8. Man of Miracles
9. Styx II
10. The Serpent is Rising
11. Styx
12. Edge of the Century
Styx - Kilroy Was Here (1983)

4,0
0
geplaatst: 1 augustus 2025, 15:42 uur
En dan zijn we aangekomen bij het laatste studioalbum voor de eerste keer dat de band uiteen viel, het schijnbaar omstreden conceptalbum Kilroy Was Here. Heerlijk om met terugwerkende kracht alle drama omtrent dit album te lezen. Hoe Dennis DeYoung Tommy Shaw had gedwongen om op het podium te acteren als onderdeel van het concept verhaal; hoe Tommy tijdens een show van het podium af stormde om vervolgens de band te verlaten. Te bizar om te geloven als het niet in interviews was toegegeven door DeYoung zelf dat dit te ver ging. Wederom is de voorliefde voor theater aan zijn kant dus meer naar voren gekomen, en is de chemie daarop geknapt. De muziek is wederom een conceptalbum, en het verhaal ligt er dit keer een stuk meer bovenop. Dat er zelfs een korte film van bestaat laat in ieder geval zien dat iemand er in geloofde.
Maar goed, hier op musicmeter beoordelen we de muziek en niet de drama eromheen, en de muziek zelf is nog wat meer verschoven richting de synthpop met een bedoeld futuristische sound op sommige nummers. Enerzijds past dit niet geheel bij hoe ik Styx wil horen, maar anderszijds past het wel erg goed bij het concept. Sterker nog, het bevalt me zeer goed! De opener Mr. Roboto heeft vrij weinig meer te maken met 'Come Sail Away' of een 'Suite Madame Blue' natuurlijk, maar dit met futuristische synths beladen popnummer is wel rete-catchy en het thema wordt met een speelse meligheid gebracht dat mijn innerlijke 13-jarige jongen naar voren komt, bladerend door het boekje van het cd exemplaar van mijn vader. Dit album zit vol met upbeat synthpop tracks die dit gevoel oproepen, en met tracks als 'Cold War' van Tommy Shaw of 'High Time' van DeYoung gaat mijn nostalgie bril weer op. De rustigere nummers vind ik ook van hoog niveau, op een manier die ze hiervoor of hierna niet meer gedaan hebben. 'Don't Let It End' is een mooie track waar DeYoung de leadzang neemt en Shaw de tweede stem. Bij 'Haven't We Been Here Before' is dat net andersom, ook prachtig. Eigenlijk zonde dat ze dit soort arrangementen niet vaker hebben gedaan. De James Young rockers zijn ook weer van de partij, en 'Heavy Metal Poisoning' is gewoon een lekker momentje van vaart, waar 'Double Life' een iets mindere broeder is. De afsluiter is wat over de top vrolijk, maar gek genoeg past het allemaal binnen het wat melige plaatje.
Dit is inderdaad niet de meest representatieve Styx-plaat, maar als geisoleerd project geniet ik er enorm van. Het sluit de klassieke Styx-periode ook op een unieke manier af. De laatste keer dat deze line-up samen muziek heeft gemaakt, en elke plaat was op een eigen manier uniek. Het is knap wat de heren samen gedaan hebben, ook al is het jammer dat er hierna eigenlijk nooit meer een fatsoenlijk Styx album gemaakt is - al moet ik bekennen nog wat minder bekend te zijn met de nieuwste drie platen. Echter zonder Dennis DeYoung zal er altijd een kerneigenschap ontbreken vrees ik. Afijn, ik kom er vanzelf aan toe als ik het pad blijf bewandelen.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Cornerstone
6. Equinox
7. Paradise Theatre
8. Man of Miracles
9. Styx II
10. The Serpent is Rising
11. Styx
Maar goed, hier op musicmeter beoordelen we de muziek en niet de drama eromheen, en de muziek zelf is nog wat meer verschoven richting de synthpop met een bedoeld futuristische sound op sommige nummers. Enerzijds past dit niet geheel bij hoe ik Styx wil horen, maar anderszijds past het wel erg goed bij het concept. Sterker nog, het bevalt me zeer goed! De opener Mr. Roboto heeft vrij weinig meer te maken met 'Come Sail Away' of een 'Suite Madame Blue' natuurlijk, maar dit met futuristische synths beladen popnummer is wel rete-catchy en het thema wordt met een speelse meligheid gebracht dat mijn innerlijke 13-jarige jongen naar voren komt, bladerend door het boekje van het cd exemplaar van mijn vader. Dit album zit vol met upbeat synthpop tracks die dit gevoel oproepen, en met tracks als 'Cold War' van Tommy Shaw of 'High Time' van DeYoung gaat mijn nostalgie bril weer op. De rustigere nummers vind ik ook van hoog niveau, op een manier die ze hiervoor of hierna niet meer gedaan hebben. 'Don't Let It End' is een mooie track waar DeYoung de leadzang neemt en Shaw de tweede stem. Bij 'Haven't We Been Here Before' is dat net andersom, ook prachtig. Eigenlijk zonde dat ze dit soort arrangementen niet vaker hebben gedaan. De James Young rockers zijn ook weer van de partij, en 'Heavy Metal Poisoning' is gewoon een lekker momentje van vaart, waar 'Double Life' een iets mindere broeder is. De afsluiter is wat over de top vrolijk, maar gek genoeg past het allemaal binnen het wat melige plaatje.
Dit is inderdaad niet de meest representatieve Styx-plaat, maar als geisoleerd project geniet ik er enorm van. Het sluit de klassieke Styx-periode ook op een unieke manier af. De laatste keer dat deze line-up samen muziek heeft gemaakt, en elke plaat was op een eigen manier uniek. Het is knap wat de heren samen gedaan hebben, ook al is het jammer dat er hierna eigenlijk nooit meer een fatsoenlijk Styx album gemaakt is - al moet ik bekennen nog wat minder bekend te zijn met de nieuwste drie platen. Echter zonder Dennis DeYoung zal er altijd een kerneigenschap ontbreken vrees ik. Afijn, ik kom er vanzelf aan toe als ik het pad blijf bewandelen.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Cornerstone
6. Equinox
7. Paradise Theatre
8. Man of Miracles
9. Styx II
10. The Serpent is Rising
11. Styx
Styx - Man of Miracles (1974)

3,5
1
geplaatst: 27 juni 2025, 14:41 uur
Man of Miracles is eigenlijk weer een album waar ik vroeger nooit zo heel goed naar heb geluisterd, afgezien van een aantal nummers die mijn broer erg tof vond. Zoals door velen al eerder gezegd is het speelse van de voorgaande platen er een beetje af en lijken de neuzen op stilistisch gebied eindelijk dezelfde kant op te staan. Curulewski schrijft nog wel maar houdt zich weg van de microfoon, waardoor de uitschieters naar beneden toe mooi zijn afgeweerd. Tegelijkertijd is er een bepaalde spontaniteit die ik hier niet zo terughoor, en die ik stiekem wel mis.
Zoals ze inmiddels goed kunnen staan hier een aantal lekkere uptempo rockers op die meteen aanslaan. Iets zegt me dat Styx destijds live best een gezellige sfeer kon neerzetten door hun verfijndere prognummers af te wisselen met de rock 'n roll van nummers als 'Rock 'n Roll Feeling' of 'Southern Woman'. Het speelse 'A Man Like Me' blijft een favorietje van mij. Daarnaast liggen de wat meer uitgebouwde nummers waar Dennis DeYoung mag schijnen, zoals 'Song for Suzanne' en 'Christopher, Mr Christopher', om vervolgens met het machtige titelnummer af te sluiten.
Het ligt nog lekker in de lijn van de andere vroege Styx-platen, en kan daar zeker op 3,5 sterren van mij rekenen, maar de echte krakers moeten nog komen. Daarbij voelt een deel van de nummers toch wat onspontaan of formulaischer dan voorheen. Maar we komen al dichter bij het Shaw-tijdperk.
1. Man of Miracles
2. Styx II
3. The Serpent is Rising
4. Styx
Zoals ze inmiddels goed kunnen staan hier een aantal lekkere uptempo rockers op die meteen aanslaan. Iets zegt me dat Styx destijds live best een gezellige sfeer kon neerzetten door hun verfijndere prognummers af te wisselen met de rock 'n roll van nummers als 'Rock 'n Roll Feeling' of 'Southern Woman'. Het speelse 'A Man Like Me' blijft een favorietje van mij. Daarnaast liggen de wat meer uitgebouwde nummers waar Dennis DeYoung mag schijnen, zoals 'Song for Suzanne' en 'Christopher, Mr Christopher', om vervolgens met het machtige titelnummer af te sluiten.
Het ligt nog lekker in de lijn van de andere vroege Styx-platen, en kan daar zeker op 3,5 sterren van mij rekenen, maar de echte krakers moeten nog komen. Daarbij voelt een deel van de nummers toch wat onspontaan of formulaischer dan voorheen. Maar we komen al dichter bij het Shaw-tijdperk.
1. Man of Miracles
2. Styx II
3. The Serpent is Rising
4. Styx
Styx - Paradise Theatre (1980)

4,0
1
geplaatst: 30 juli 2025, 14:22 uur
Paradise Theatre heb ik altijd zeer kunnen waarderen. Het is dan ook het enige album uit deze klassieke periode waar ik al een stem had staan voor ik aan de marathon begon, een vrij hoge ook. In de context van de discografie is het het eerste album dat echt volledig de pop omarmt en daarmee afstand doet van de elementen die op Cornerstone nog wel een beetje aanwezig waren; rock en overblijfselen van prog. Ook heeft Dennis DeYoung hier het creatieve heft gedomineerd en is dit een conceptalbum geworden over het verval van de Verenigde Staten. Ze hadden vast in een kristallen bal gekeken en visioenen uit het huidige jaar gekregen.
Ondanks dat dit het lichtste album tot nu toe geworden is blijft de kwaliteit doorgaans hoog. Het opent met een vlot DeYoung-nummer dat best lekker swingt, en aan zijn manier van zingen merk je dat de voorliefde voor theater nog meer naar voren wordt verschoven. Ook bij 'Nothing Ever Goes As Planned' en 'The Best of Times' ligt dat er erg bovenop en worden er allerlei blazers uit de kast getrokken om het allemaal nog meer aan te dikken; an sich mooie nummers, maar ik merk dat zijn manier van zingen mij wat tegen begint te staan. Vroeger kon ik ze beter hebben. Tommy Shaw laat zich wat naar de achtergrond drukken maar heeft twee nummers op zijn naam, te weten de grote hit 'Too Much Time On My Hands' en het ontspannen 'She Cares' welke allebei meer dan prima wegluisteren. 'Lonely People' is weer van DeYoung, maar bevat wat minder bombast wat me wel bevalt. De nummers van James Young zijn bij mij echter favoriet. 'Snowblind' bevat weer eens wat gitaar en is een trager nummer met prachtige zang en ditto gitaarsolo. 'Half-Penny, Two-Penny' heeft weer wat meer attitude en ontpopt zich van een redelijk standaard Young-rocker tot een mooi slotstuk met mooie toetsen, prachtige koortjes, en heerlijke gitaar leads.
Na dit album nog eens te hebben herbeluisterd ben ik merkbaar niet meer zo enthousiast als tien jaar geleden, toen ik ook al eens een stukje schreef. De tweede helft bevat mijn favoriete nummers, en de eerste helft de wat lichtvoetigere popsongs. Slecht is dit geenszins en de kwaliteit van de muzikanten kun je op meerdere momenten nog goed opmerken. Paradise Theatre is pop-Styx op hun best, zogezegd, en of je pop-Styx wil horen of niet is een ander verhaal. Momenteel ben ik er niet in de juiste bui voor. Ik trek er dus maar een halfje vanaf en blijf steken op 4 (overigens nog steeds welverdiende) sterren.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Cornerstone
5. Equinox
6. Paradise Theatre
7. Man of Miracles
8. Styx II
9. The Serpent is Rising
10. Styx
Ondanks dat dit het lichtste album tot nu toe geworden is blijft de kwaliteit doorgaans hoog. Het opent met een vlot DeYoung-nummer dat best lekker swingt, en aan zijn manier van zingen merk je dat de voorliefde voor theater nog meer naar voren wordt verschoven. Ook bij 'Nothing Ever Goes As Planned' en 'The Best of Times' ligt dat er erg bovenop en worden er allerlei blazers uit de kast getrokken om het allemaal nog meer aan te dikken; an sich mooie nummers, maar ik merk dat zijn manier van zingen mij wat tegen begint te staan. Vroeger kon ik ze beter hebben. Tommy Shaw laat zich wat naar de achtergrond drukken maar heeft twee nummers op zijn naam, te weten de grote hit 'Too Much Time On My Hands' en het ontspannen 'She Cares' welke allebei meer dan prima wegluisteren. 'Lonely People' is weer van DeYoung, maar bevat wat minder bombast wat me wel bevalt. De nummers van James Young zijn bij mij echter favoriet. 'Snowblind' bevat weer eens wat gitaar en is een trager nummer met prachtige zang en ditto gitaarsolo. 'Half-Penny, Two-Penny' heeft weer wat meer attitude en ontpopt zich van een redelijk standaard Young-rocker tot een mooi slotstuk met mooie toetsen, prachtige koortjes, en heerlijke gitaar leads.
Na dit album nog eens te hebben herbeluisterd ben ik merkbaar niet meer zo enthousiast als tien jaar geleden, toen ik ook al eens een stukje schreef. De tweede helft bevat mijn favoriete nummers, en de eerste helft de wat lichtvoetigere popsongs. Slecht is dit geenszins en de kwaliteit van de muzikanten kun je op meerdere momenten nog goed opmerken. Paradise Theatre is pop-Styx op hun best, zogezegd, en of je pop-Styx wil horen of niet is een ander verhaal. Momenteel ben ik er niet in de juiste bui voor. Ik trek er dus maar een halfje vanaf en blijf steken op 4 (overigens nog steeds welverdiende) sterren.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Cornerstone
5. Equinox
6. Paradise Theatre
7. Man of Miracles
8. Styx II
9. The Serpent is Rising
10. Styx
Styx - Pieces of Eight (1978)

4,5
2
geplaatst: 30 juli 2025, 09:44 uur
Na het fantastische The Grand Illusion, wat voor mijn gevoel de meest proggy plaat was uit het klassieke Styx, kan ik me voorstellen dat het een lastige was om dat op te volgen. Ik heb geen weet van de druk die ze anno 1978 zouden hebben ervaren en of dat gevoel van pieken er op dat moment was, maar dat Pieces of Eight het over een iets andere boeg gooide zonder al te veel afscheid van het bekende geluid te nemen is wel duidelijk. Net een stapje songgerichter, de productie net iets gladder, maar de nummers zijn nog altijd door en door Styx, de rockproggers die wel een catchy nummer kunnen afleveren op z'n tijd, zo niet een hele plaat vol.
Met 'Great White Hope' brult James Young lekker en de aandacht is meteen gevestigd. Nog altijd zitten de nummers vol met details en vernuft in de instrumenten en wendingen in de songwriting. Een nummer als 'Lords of the Ring', met wederom James Young op zang, is toch een heus prognummer, en het zou me niets verbazen als die al geschreven was ten tijde van de vorige plaat. De tweede helft van het album is puur vuur, zogezegd, en draagt een heel eigen smoel, te beginnen bij 'Blue Collar Man', wat toch een heerlijke Tommy Shaw-knaller is, evenals 'Renegade'; beide nummers die nog steeds in de set van Styx te vinden zijn. De nummers zijn wat rechtlijniger, maar ze swingen en rocken nog altijd de pan uit. Dennis DeYoung haalt met het titelnummer en ook het machtige 'Queen of Spades' nog even flink uit en zet daar twee van zijn beste nummers ooit op plaat. Alleen 'I'm OK' vind ik wat minder, en 'Sing for the Day' vind ik eigenlijk maar saai, en dat weerhoudt me ervan om Pieces of Eight de volle mep te geven.
Desondanks vind ik dit absoluut een van de beste albums in de Styx-discografie. Prog spreekt me het meest aan als dit gepaart gaat met een wat meer mainstream pop of rock jasje, en Styx is zo'n band die zich in de klassieke periode precies daar wist te nestelen, en dit album is daar samen met de twee voorgangers een perfect voorbeeld van.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Equinox
5. Man of Miracles
6. Styx II
7. The Serpent is Rising
8. Styx
Met 'Great White Hope' brult James Young lekker en de aandacht is meteen gevestigd. Nog altijd zitten de nummers vol met details en vernuft in de instrumenten en wendingen in de songwriting. Een nummer als 'Lords of the Ring', met wederom James Young op zang, is toch een heus prognummer, en het zou me niets verbazen als die al geschreven was ten tijde van de vorige plaat. De tweede helft van het album is puur vuur, zogezegd, en draagt een heel eigen smoel, te beginnen bij 'Blue Collar Man', wat toch een heerlijke Tommy Shaw-knaller is, evenals 'Renegade'; beide nummers die nog steeds in de set van Styx te vinden zijn. De nummers zijn wat rechtlijniger, maar ze swingen en rocken nog altijd de pan uit. Dennis DeYoung haalt met het titelnummer en ook het machtige 'Queen of Spades' nog even flink uit en zet daar twee van zijn beste nummers ooit op plaat. Alleen 'I'm OK' vind ik wat minder, en 'Sing for the Day' vind ik eigenlijk maar saai, en dat weerhoudt me ervan om Pieces of Eight de volle mep te geven.
Desondanks vind ik dit absoluut een van de beste albums in de Styx-discografie. Prog spreekt me het meest aan als dit gepaart gaat met een wat meer mainstream pop of rock jasje, en Styx is zo'n band die zich in de klassieke periode precies daar wist te nestelen, en dit album is daar samen met de twee voorgangers een perfect voorbeeld van.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Equinox
5. Man of Miracles
6. Styx II
7. The Serpent is Rising
8. Styx
Styx - Styx (1972)

3,5
1
geplaatst: 26 juni 2025, 17:14 uur
Styx is een band waar mijn broer en ik vroeger heel veel naar geluisterd hebben, maar het blijkt dat ik in al mijn jaren op musicmeter nooit de tijd heb genomen om de platen van stemmen te voorzien. Aangezien er komende maand weer een nieuw schijfje aankomt is dit misschien het moment om er even doorheen te lopen en lekker veel Styx te luisteren.
Dit debuut is een raar album. Ik heb nooit warme gevoelens voor deze plaat gehad, vooral omdat het vrijwel allemaal covers zijn. 'Movement of the Common Man' is daar een uitzondering op en opent de plaat met een heus prognummer - niet iets wat de band heel vaak heeft gedaan op latere albums. 'Best Thing' is de andere uitzondering, een aardig nummer, maar niet meer dan dat. De covers zelf vind ik niet slecht en het talent van de band maakt een hoop goed, maar de nummers zelf boeien me niet zo. Ze irriteren me ook niet. 'Quick is the Beat of my Heart' is zelfs nog een lekker nummer ook.
Wel valt meteen op wat een goede muzikanten en zangers in de band zitten. Indrukwekkend eigenlijk en vrij knap dat het kenmerkende geluid van de band hier toch al voor 70% overeind staat. En Curulewski mag nog niet (lead) zingen, dat ervaar ik ook als positief.
Dit debuut is een raar album. Ik heb nooit warme gevoelens voor deze plaat gehad, vooral omdat het vrijwel allemaal covers zijn. 'Movement of the Common Man' is daar een uitzondering op en opent de plaat met een heus prognummer - niet iets wat de band heel vaak heeft gedaan op latere albums. 'Best Thing' is de andere uitzondering, een aardig nummer, maar niet meer dan dat. De covers zelf vind ik niet slecht en het talent van de band maakt een hoop goed, maar de nummers zelf boeien me niet zo. Ze irriteren me ook niet. 'Quick is the Beat of my Heart' is zelfs nog een lekker nummer ook.
Wel valt meteen op wat een goede muzikanten en zangers in de band zitten. Indrukwekkend eigenlijk en vrij knap dat het kenmerkende geluid van de band hier toch al voor 70% overeind staat. En Curulewski mag nog niet (lead) zingen, dat ervaar ik ook als positief.
Styx - Styx II (1973)

3,5
1
geplaatst: 27 juni 2025, 10:37 uur
Styx II was zo'n album waar we vroeger niet aan konden komen. Alle albums van Styx t/m 1983 waren ruimschoots aanwezig op de oude casettebandjes van mijn vader, behalve deze. Deze heb ik dan ook het minste beluisterd door de jaren heen. Toen mijn broer eindelijk The Complete Wooden Nickel Collection had aangeschaft was het feest! Of ja, in theorie dan. Dit album sloeg bij onze puberzieltjes eigenlijk helemaal niet aan. Beetje een anticlimax. Nu, vele jaren later, kan ik wat neutraler oordelen; zo heb ik mezelf laten geloven.
De tweede plaat van Styx bevat dan wel voornamelijk eigen werk, met een niveau dat soms het debuut weet te overstijgen, maar niet op alle momenten. 'Lady' springt er inderdaad bovenuit; een aspect van het Styx-geluid welke nog altijd uit duizenden herkenbaar is. 'Father O.S.A.' is ook een mooi obscuur progstuk, uniek aan deze vroege periode. Ook 'Earl of Roseland' weet ook op te vallen, evenals de afsluiter 'I'm Gonna Make You Feel it'.
De bijdrages van Curulewski voelen daarentegen een beetje misplaatst. Qua stijl zijn 'A Day' en 'You Better Ask' gewoon van een ander kaliber, maar ook qua kwaliteit slaat het een beetje de plank mis. Zijn stem mist gewoon de expressie die James Young en Dennis DeYoung wel hebben, en later Tommy Shaw ook. Hoe geinig 'You Better Ask' ook is. Instrumentaal brengt het ook een soort prog en blues die hier niet thuis horen.
Onder de streep is mijn stem op deze plaat toch eentje die de sympathie-verhoging van 0,5 krijgt. Een curieuze plaat is het, waar het geluid nog niet helemaal gevonden is, maar het spelplezier spat er op sommige tracks vanaf, en de nummers zijn vrijwel allemaal voorzien van heerlijke baslijntjes van Chuck Panozzo. Dat het dan van hot naar her springt qua stijl is dan maar te interpreteren als ludiek en veelbelovend.
1. Styx II
2. Styx
De tweede plaat van Styx bevat dan wel voornamelijk eigen werk, met een niveau dat soms het debuut weet te overstijgen, maar niet op alle momenten. 'Lady' springt er inderdaad bovenuit; een aspect van het Styx-geluid welke nog altijd uit duizenden herkenbaar is. 'Father O.S.A.' is ook een mooi obscuur progstuk, uniek aan deze vroege periode. Ook 'Earl of Roseland' weet ook op te vallen, evenals de afsluiter 'I'm Gonna Make You Feel it'.
De bijdrages van Curulewski voelen daarentegen een beetje misplaatst. Qua stijl zijn 'A Day' en 'You Better Ask' gewoon van een ander kaliber, maar ook qua kwaliteit slaat het een beetje de plank mis. Zijn stem mist gewoon de expressie die James Young en Dennis DeYoung wel hebben, en later Tommy Shaw ook. Hoe geinig 'You Better Ask' ook is. Instrumentaal brengt het ook een soort prog en blues die hier niet thuis horen.
Onder de streep is mijn stem op deze plaat toch eentje die de sympathie-verhoging van 0,5 krijgt. Een curieuze plaat is het, waar het geluid nog niet helemaal gevonden is, maar het spelplezier spat er op sommige tracks vanaf, en de nummers zijn vrijwel allemaal voorzien van heerlijke baslijntjes van Chuck Panozzo. Dat het dan van hot naar her springt qua stijl is dan maar te interpreteren als ludiek en veelbelovend.
1. Styx II
2. Styx
Styx - The Grand Illusion (1977)

5,0
0
geplaatst: 4 juli 2025, 16:52 uur
Dat The Grand Illusion het hier zo goed doet is geen verrassing. Styx heeft nog nooit eerder zo gelikt geklonken. Waar voorgaande albums nog wel een vreemde eend of en een afwijkende track hadden is dat hier niet meer het geval. Van begin tot eind hebben we te maken met een band die weet waar ze goed in zijn en dat voor de volledige speelduur weet waar te maken. Het lijkt alsof er een soort zakelijkheid is neergedaald op de plek waar drie albums terug nog een jongehondenmentaliteit aanwezig was. Waar deze houding binnen afzienbare tijd de commerciele kant op zou gaan, is daar hier nog niet overduidelijk sprake van; The Grand Illusion is het summum van het Styx-geluid, die heerlijke combinatie van stevige rock en meeslepende prog.
Met het titelnummer en 'Fooling Yourself' trapt de plaat af met twee echte klassiekers. De productie is helder, de band is in topvorm. Bij eerstgenoemde luidt Dennis DeYoung de plaat in met een bombastische rock track, waarna Tommy Shaw de jeugd even toespreekt in een wat poppier nummer. Het contrast tussen de twee blijft troef. 'Superstars' lijkt de minst populaire song van deze plaat als ik naar de stemmen kijk, een rustiger nummer met pakkende koortjes die tussen de zwaargewichten is gepropt. 'Come Sail Away' mag de eerste plaatkant afsluiten met een uitgebouwde klassieker met prachtige pianostukken en opzwepende refreinen. Met recht een van de bekendste nummers van de band.
Kant B is als je het mij vraagt nog sterker. Alle drie de zangers brengen hun beste nummer van het album, te beginnen met James Young en zijn 'Miss America'. Voor het eerst valt de rocker van zijn hand echt goed in de toon van de plaat, en zijn nummers zijn uitstekende kant-openers, zo blijkt maar weer. 'Man in the Wilderness' is oprecht een van mijn favoriete Tommy Shaw composities. Prachtig nummer weer en wat een emotie zit hier in. Ook Dennis DeYoung mag met 'Castle Walls' een van zijn beste nummers voordragen, beeldend en avontuurlijk.
Al met al wordt het niet veel beter dan dit. Styx piekt op deze plaat en dus krijgt dit de volle mep. Vanaf hier kun je niet anders dan dalen. Gelukkig hoeft dat niet meteen op de volgende plaat te gebeuren (spoilers!).
1. The Grand Illusion
2. Crystal Ball
3. Equinox
4. Man of Miracles
5. Styx II
6. The Serpent is Rising
7. Styx
Met het titelnummer en 'Fooling Yourself' trapt de plaat af met twee echte klassiekers. De productie is helder, de band is in topvorm. Bij eerstgenoemde luidt Dennis DeYoung de plaat in met een bombastische rock track, waarna Tommy Shaw de jeugd even toespreekt in een wat poppier nummer. Het contrast tussen de twee blijft troef. 'Superstars' lijkt de minst populaire song van deze plaat als ik naar de stemmen kijk, een rustiger nummer met pakkende koortjes die tussen de zwaargewichten is gepropt. 'Come Sail Away' mag de eerste plaatkant afsluiten met een uitgebouwde klassieker met prachtige pianostukken en opzwepende refreinen. Met recht een van de bekendste nummers van de band.
Kant B is als je het mij vraagt nog sterker. Alle drie de zangers brengen hun beste nummer van het album, te beginnen met James Young en zijn 'Miss America'. Voor het eerst valt de rocker van zijn hand echt goed in de toon van de plaat, en zijn nummers zijn uitstekende kant-openers, zo blijkt maar weer. 'Man in the Wilderness' is oprecht een van mijn favoriete Tommy Shaw composities. Prachtig nummer weer en wat een emotie zit hier in. Ook Dennis DeYoung mag met 'Castle Walls' een van zijn beste nummers voordragen, beeldend en avontuurlijk.
Al met al wordt het niet veel beter dan dit. Styx piekt op deze plaat en dus krijgt dit de volle mep. Vanaf hier kun je niet anders dan dalen. Gelukkig hoeft dat niet meteen op de volgende plaat te gebeuren (spoilers!).
1. The Grand Illusion
2. Crystal Ball
3. Equinox
4. Man of Miracles
5. Styx II
6. The Serpent is Rising
7. Styx
Styx - The Mission (2017)

3,0
2
geplaatst: 20 augustus 2025, 14:27 uur
Na 12 jaar aan studiostilte wagen Tommy Shaw en kornuiten het toch nog eens; met Styx de studio in. Dat het zo lang duurde deed me denken dat ze misschien niet zo goed wisten wat ze nou wilden met nieuw materiaal. De laatste twee platen met eigen werk deden goede pogingen om eigentijds te klinken, maar met The Mission gooien ze het heel duidelijk over de andere boeg; dit album klinkt herkenbaar en alsof het in de jaren zeventig uitgebracht had kunnen zijn. Wil dat zeggen dat dit puur fanservice is? Zeker niet. Hoewel de herkenbare elementen soms welzeker op de voorgrond treden, is dit een heel uniek album in de discografie van Styx; het is een puur conceptalbum zonder dubbele lading met weinig echt losse songs. Althans, ik merk de dubbele boodschap niet op, maar ik word hierin graag verbeterd. Het concept van een reis naar Mars zonder iets eromheen vind ik namelijk zeer onspannend. Dit album moet van begin tot eind beluisterd worden voor het grootste effect, zodat de kortere nummers ook meer tot hun recht komen.
The Mission begint sterk met de 'Overture' en twee pakkende songs met het uptempo 'Gone Gone Gone' en prijsnummer 'Hundred Million Miles from Home'. Er wordt al snel vastgelegd dat Styx terug is, met die herkenbare koortjes, de frisse zang van Shaw en de DeYoung-imitatie van Gowan die er ook mag wezen. Het valt wel op dat de productie vrij dof is, waarschijnlijk om de retrosfeer op te roepen, en dat ook de koortjes wat power missen die ze in de 70s wel hadden. James Young mag eenmalig zingen op 'Trouble at the Big Show', wat verder niet echt opvalt. 'Locomotive' is voor mij het eerste nummer waar ik mijn aandacht verlies. 'Radio Silence' brengt weer wat leven in de brouwerij, en verder proberen 'The Greater Good' en 'Time Will Bend' het nog, maar de nummers worden rustiger waar de melodieen me niet meer raken. 'Red Storm' duurt lang, maar weet me op geen enkel moment te pakken. Ik merk dat ik op dit moment ben afgehaakt en dat de muziek voor mij iets mist wat ik met de band associeer. Waar zijn de ballen? Waar zijn de rock riffs? Die energieke James Young nummers? En dan kijk je in de credits en zie je dat alles is geschreven door Tommy Shaw en Will Evankovich, die samen de laatste soloplaat van Tommy Shaw hadden gedaan. Geen Shaw/Young nummers, en geen Young nummers. Dat is dan toch weer jammer. Het slot brengt nog een beetje energie in de brouwerij met het vlotte, maar te ontspannen instrumentale 'Khedive', 'The Outpost' - wat conceptueel de climax van het album lijkt, want ze zijn aangekomen op Mars, en het iets te blije slotnummer 'Mission to Mars'.
Ik heb hier met opzet wat langer gedaan om dit album echt te proberen, vooral omdat RonaldjK, die mij twee jaar terug voorging in een Styx-marathon, deze plaat zo ontzettend hoog heeft zitten. Helaas blijkt dit album nog altijd niet voor mij. Ik mis de rocknummers in deze progplaat, en het concept weet me ook niet te pakken. Ik lijk wel in de minderheid te zijn, getuige het gemiddelde en de goede ontvangst op meerdere plekken, en dat gun ik de band wel. Het is in ieder geval goed dat er sindsdien gewoon weer met regelmaat wat te horen is van de band, en die knul genaamd Evankovich die zoveel schreef is inmiddels ook gewoon lid van de band. Je weet wat ze zeggen: liever één nieuw Styx album in de hand, dan tien in de lucht.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Cyclorama
8. Paradise Theatre
9. Brave New World
10. Man of Miracles
11. Styx II
12. The Serpent is Rising
13. The Mission
14. Styx
15. Edge of the Century
The Mission begint sterk met de 'Overture' en twee pakkende songs met het uptempo 'Gone Gone Gone' en prijsnummer 'Hundred Million Miles from Home'. Er wordt al snel vastgelegd dat Styx terug is, met die herkenbare koortjes, de frisse zang van Shaw en de DeYoung-imitatie van Gowan die er ook mag wezen. Het valt wel op dat de productie vrij dof is, waarschijnlijk om de retrosfeer op te roepen, en dat ook de koortjes wat power missen die ze in de 70s wel hadden. James Young mag eenmalig zingen op 'Trouble at the Big Show', wat verder niet echt opvalt. 'Locomotive' is voor mij het eerste nummer waar ik mijn aandacht verlies. 'Radio Silence' brengt weer wat leven in de brouwerij, en verder proberen 'The Greater Good' en 'Time Will Bend' het nog, maar de nummers worden rustiger waar de melodieen me niet meer raken. 'Red Storm' duurt lang, maar weet me op geen enkel moment te pakken. Ik merk dat ik op dit moment ben afgehaakt en dat de muziek voor mij iets mist wat ik met de band associeer. Waar zijn de ballen? Waar zijn de rock riffs? Die energieke James Young nummers? En dan kijk je in de credits en zie je dat alles is geschreven door Tommy Shaw en Will Evankovich, die samen de laatste soloplaat van Tommy Shaw hadden gedaan. Geen Shaw/Young nummers, en geen Young nummers. Dat is dan toch weer jammer. Het slot brengt nog een beetje energie in de brouwerij met het vlotte, maar te ontspannen instrumentale 'Khedive', 'The Outpost' - wat conceptueel de climax van het album lijkt, want ze zijn aangekomen op Mars, en het iets te blije slotnummer 'Mission to Mars'.
Ik heb hier met opzet wat langer gedaan om dit album echt te proberen, vooral omdat RonaldjK, die mij twee jaar terug voorging in een Styx-marathon, deze plaat zo ontzettend hoog heeft zitten. Helaas blijkt dit album nog altijd niet voor mij. Ik mis de rocknummers in deze progplaat, en het concept weet me ook niet te pakken. Ik lijk wel in de minderheid te zijn, getuige het gemiddelde en de goede ontvangst op meerdere plekken, en dat gun ik de band wel. Het is in ieder geval goed dat er sindsdien gewoon weer met regelmaat wat te horen is van de band, en die knul genaamd Evankovich die zoveel schreef is inmiddels ook gewoon lid van de band. Je weet wat ze zeggen: liever één nieuw Styx album in de hand, dan tien in de lucht.
1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Kilroy Was Here
5. Equinox
6. Cornerstone
7. Cyclorama
8. Paradise Theatre
9. Brave New World
10. Man of Miracles
11. Styx II
12. The Serpent is Rising
13. The Mission
14. Styx
15. Edge of the Century
Styx - The Same Stardust EP (2021)

4,0
1
geplaatst: 22 augustus 2025, 12:11 uur
Na The Mission vind ik dit een fijne stap in de goede richting. De nieuwe songs laten zien dat de band nog steeds sterke op zichzelf staande nummers kan schrijven, zij het met wat hulp van (nu nog) buitenstaander Will Evankovich. Het titelnummer is een vlot rocknummer met flink wat energie, en de tweede is een wat meeslepender nummer dat wat meer met de proginvloeden flirt. In beide gevallen herkenbaar Styx met een frisse moderne vibe zonder te verhullen dat de roots van deze band in de jaren 70 liggen. Een fijne voorbode op het album Crash of the Crown, wellicht?
De live tracks laten eens te meer zien wat een sterke liveband Styx nog altijd is. 'Mr Roboto' is een verrassende keuze om zonder DeYoung te spelen, omdat de bijbehorende plaat toch een bron van conflict is geweest bij de band, maar de huidige lineup brengt dit nummer met overtuiging. 'Radio Silence' was inderdaad een van de fijnere nummers van The Mission en staat fier overeind naast de klassiekers die hier vertoond worden. 'Man in the WIlderness' is dan mijn favoriete uitvoering van de vijf hier. Wat kan Tommy Shaw nog steeds goed zingen, zeg! 'Miss America' en 'Renegade' staan op vrijwel elke liveplaat, dus heel erg verrast word ik hier niet meer, maar ook deze versies mogen er zeker wezen.
Leuk tussendoortje. Wat je ook van de band vindt in dit stadium van hun carriere, de energie is nog steeds aanwezig en ze blijven boeiend.
De live tracks laten eens te meer zien wat een sterke liveband Styx nog altijd is. 'Mr Roboto' is een verrassende keuze om zonder DeYoung te spelen, omdat de bijbehorende plaat toch een bron van conflict is geweest bij de band, maar de huidige lineup brengt dit nummer met overtuiging. 'Radio Silence' was inderdaad een van de fijnere nummers van The Mission en staat fier overeind naast de klassiekers die hier vertoond worden. 'Man in the WIlderness' is dan mijn favoriete uitvoering van de vijf hier. Wat kan Tommy Shaw nog steeds goed zingen, zeg! 'Miss America' en 'Renegade' staan op vrijwel elke liveplaat, dus heel erg verrast word ik hier niet meer, maar ook deze versies mogen er zeker wezen.
Leuk tussendoortje. Wat je ook van de band vindt in dit stadium van hun carriere, de energie is nog steeds aanwezig en ze blijven boeiend.
Styx - The Serpent Is Rising (1973)

3,0
1
geplaatst: 27 juni 2025, 12:06 uur
De derde plaat met de toffe titel en het twijfelachtige artwork. Zo herinner ik me deze nog het meeste. Een stijgende lijn zit er ergens toch wel in, al is het maar dat de focus langzaam begint te komen. Het is de tweede en ook alweer laatste keer dat we kunnen 'genieten' van de stem van John Curulewski, die na deze plaat besloot om zich (al dan niet vrijwillig) te beperken tot gitaar, toetsen en achtergrondzang.
De plaat begint sterk met de James Young rocker 'Witch Wolf' en pakt meteen door met het sterke door Dennis DeYoung gezongen 'The Grove of Eglantine', meteen de twee sterkste nummers van het album. 'Young Man' rockt ook nog wel aardig, maar het begint voor mij wel meteen weer in te zakken. Als vervolgens Curulewski het roer overneemt met het saaie 'As Bad As This' met dat tergende 'Plexiglas Toilet' erachteraan begin ik me toch echt te ergeren. Als hij nou gewoon zijn schrijfsels zou laten zingen door Young of DeYoung zou ik het al een stuk minder erg vinden... en laat dat nou juist het geval zijn met '22 Years', wat nog altijd door Curulewski geschreven is, maar gezongen door Dennis DeYoung en James Young. Wat een wereld van verschil! Het titelnummer is ook geschreven en gezongen door Curulewski, maar dit is een zeldzaam geval waar ik het nog aardig kan hebben wat hij doet en waar het soort nummer met wel weet te boeien. Sterk prognummer waar Curulewski juist wat agressiever zingt, wat hem goed staat. Nog altijd een vreemd nummer voor Styx hun doen, dat dan weer wel.
Styx blijft zoekende naar een coherente sound. Ik begreep dat dit de laatste was in een serie albums die vrij snel na elkaar uitkwam, mogelijk zelfs tegelijk was opgenomen. Ik vind het wel de interessantste van de drie, ondanks de toilethumor halverwege. De pieken zijn hoger, de dalen nog dieper. Fantastisch is het dus nog niet, maar er staan toch een aantal van hun sterkste vroege nummers op.
1. Styx II
2. The Serpent is Rising
3. Styx
De plaat begint sterk met de James Young rocker 'Witch Wolf' en pakt meteen door met het sterke door Dennis DeYoung gezongen 'The Grove of Eglantine', meteen de twee sterkste nummers van het album. 'Young Man' rockt ook nog wel aardig, maar het begint voor mij wel meteen weer in te zakken. Als vervolgens Curulewski het roer overneemt met het saaie 'As Bad As This' met dat tergende 'Plexiglas Toilet' erachteraan begin ik me toch echt te ergeren. Als hij nou gewoon zijn schrijfsels zou laten zingen door Young of DeYoung zou ik het al een stuk minder erg vinden... en laat dat nou juist het geval zijn met '22 Years', wat nog altijd door Curulewski geschreven is, maar gezongen door Dennis DeYoung en James Young. Wat een wereld van verschil! Het titelnummer is ook geschreven en gezongen door Curulewski, maar dit is een zeldzaam geval waar ik het nog aardig kan hebben wat hij doet en waar het soort nummer met wel weet te boeien. Sterk prognummer waar Curulewski juist wat agressiever zingt, wat hem goed staat. Nog altijd een vreemd nummer voor Styx hun doen, dat dan weer wel.
Styx blijft zoekende naar een coherente sound. Ik begreep dat dit de laatste was in een serie albums die vrij snel na elkaar uitkwam, mogelijk zelfs tegelijk was opgenomen. Ik vind het wel de interessantste van de drie, ondanks de toilethumor halverwege. De pieken zijn hoger, de dalen nog dieper. Fantastisch is het dus nog niet, maar er staan toch een aantal van hun sterkste vroege nummers op.
1. Styx II
2. The Serpent is Rising
3. Styx
Styx & Contemporary Youth Orchestra - One with Everything (2006)

3,5
1
geplaatst: 14 augustus 2025, 15:51 uur
Als je in relatief korte tijd meerdere live albums van Styx hebt gehoord begint het een beetje eenheidsworst te worden. Ja, de band klinkt vaak energiek live, en jazeker zijn al die live albums de moeite waard op hun eigen manier, maar vaak hoor je toch steeds dezelfde nummers in zo'n set met misschien twee a drie variaties. Dat ze soms toch nieuwe nummers erop zetten maakt dat deze verzamelaar er toch even naar moet luisteren. One With Everything heeft wel als voordeel dat alle Dennis DeYoung nummers niet gespeeld worden, wat betekent dat er een gat gevuld moet worden met mogelijk obscuurder materiaal.
Dat obscuurdere materiaal bestaat uit een nummer van Cyclorama (whoop whoop!), twee covers van Big Bang Theory (aww), een solohit van Gowan (oke), en twee nieuwe nummers, waarvan eentje in de studio opgenomen. 'One With Everything' is een feestje om live te horen, en leuk dat ze recent materiaal erkennen. De twee covers vond ik in studiovorm al geen bal aan, en hadden van mij ook hier niet gehoeven. 'Just Be' is ook niet echt een spannend nummer met, maar 'Everything All the Time' had ik dan weer graag eens op een studioplaat gehoord. Het Gowan nummer 'A Criminal Mind' speelden ze ook al op Styxworld Live 2001, en in deze uitvoering met orkest vind ik het nummer eigenlijk mooier.
Natuurlijk is het orkest de hoofdreden geweest om dit album uit te brengen. Voor de variatie is het dan ook leuk om te horen hoe de symfonische partijen een flinke duw in de rug krijgen door dit orkest. Niet heel overdreven aanwezig bij alle nummers, maar vaak genoeg om net even een andere sfeer te creeren. Bij enkele nummers voegt het echt wat toe, zoals bij 'Too Much Time on My Hands'. Het einde van 'Renegade' is ook leuk. Verder denk ik niet dat ik dit nog veel vaker ga luisteren.
Dat obscuurdere materiaal bestaat uit een nummer van Cyclorama (whoop whoop!), twee covers van Big Bang Theory (aww), een solohit van Gowan (oke), en twee nieuwe nummers, waarvan eentje in de studio opgenomen. 'One With Everything' is een feestje om live te horen, en leuk dat ze recent materiaal erkennen. De twee covers vond ik in studiovorm al geen bal aan, en hadden van mij ook hier niet gehoeven. 'Just Be' is ook niet echt een spannend nummer met, maar 'Everything All the Time' had ik dan weer graag eens op een studioplaat gehoord. Het Gowan nummer 'A Criminal Mind' speelden ze ook al op Styxworld Live 2001, en in deze uitvoering met orkest vind ik het nummer eigenlijk mooier.
Natuurlijk is het orkest de hoofdreden geweest om dit album uit te brengen. Voor de variatie is het dan ook leuk om te horen hoe de symfonische partijen een flinke duw in de rug krijgen door dit orkest. Niet heel overdreven aanwezig bij alle nummers, maar vaak genoeg om net even een andere sfeer te creeren. Bij enkele nummers voegt het echt wat toe, zoals bij 'Too Much Time on My Hands'. Het einde van 'Renegade' is ook leuk. Verder denk ik niet dat ik dit nog veel vaker ga luisteren.
Synergy Protocol - Odd to Get Even (2016)

4,5
0
geplaatst: 23 december 2016, 14:06 uur
Dit album heb ik vrij lang afgehouden omdat het openingsnummer 'In the Name of' me dikwijls afschrikte. Dat doet het nog steeds wel een beetje. Synergy Protocol windt er geen doekjes om: dit is progmetal op zijn progst, zogezegd. Waarom een standaard couplet refrein nummer schrijven als je ook kan fucken met de luisteraar?
De vraag is uiteraard retorisch. Eenmaal doorgezet naar nummer twee beginnen de songs te landen en begin ik het idee van de band te snappen. Het is duidelijk dat Synergy Protocol verschillende invloeden uit verschillende metalgenres heeft genomen en dat uiteindelijk heeft gemixt tot een olijke eenheid die we ons hier voorgeschoteld krijgen. Neem gitaarriffs uit de jaren 80 die niet hadden misstaan op albums van bijvoorbeeld Accept ('Flashback') of dan ineens Slayer ('Flight from Terra' intro), thema's uit de progdagen van weleer (intro 'Final Chaos'), een zangeres die zich laat vergelijken met namen als Simone Simons of Lzzy Hale, een verdwaalde dancebeat (op 'Just a Man'), een drummer met de koddige virtuositeit van Marco Minneman, en een gezonde dosis Dream Theater om het af te maken. De nummers vliegen van hot naar her en zelden zul je een riff twee keer hetzelfde gespeeld horen. Steeds wordt er wel een tel in de maat bijgepropt, of juist eraf gesnoept. De harmonieën van gitaristen Maarten Heeringa en Mark Roelofs zijn om van te genieten en voegen toe aan het speelse karakter van de band. Enkel de baspartijen van metalveteraan Wim Smits blijken de leidraad waar je op kan bouwen als je de weg kwijt bent. De hele presentatie van de band voegt toe aan hun speelse manier van prog en de meligheid die af en toe komt opduiken. Echter vergis je niet. Het album blijft interessant en wordt nergens te flauw. Na meerdere luisterbeurten komen de structuren naar boven en valt de logica op zijn plek. Vraag je me een andere band te noemen ter vergelijking? Neem de laat-80s Fates Warning, laat deze paren met 00s Dream Theater, bovenop een door Yes gezegend laken, in een met Epica bevlekte slaapkamer... ik hoor het er allemaal in, en toch is het het allemaal niet.
Een recensie is niet compleet zonder kritiek, en ook die heb ik. Juist door de grote wissel van thema's en riffs heb ik het idee dat niet altijd alles even zorgvuldig is uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld in het refrein van 'Flight from Terra', welke stopt wanneer het eigenlijk nog niet eens echt begonnen is voor mijn gevoel. Tevens zorgt ditzelfde voor onrust in de sound, waardoor dit voor het slapen gaan niet aan te bevelen is. Een voorbeeld hiervan is het tweede couplet van 'Flashback', waar de drummer ongeduldig allerlei ritme-variaties op de hi-hat blijft spelen om maar weer naar het ruigere stuk te gaan. Daarnaast denk ik dat een dikkere productie deze plaat naar een hoger niveau had kunnen tillen. Op het moment klinkt het een beetje dun en dof, en staat de zang erg centraal in de mix.
Dit alles neemt niet weg dat Synergy Protocol met Odd to Get Even een heerlijk album heeft afgeleverd dat misschien wel jaarlijst materiaal is. Live presenteren ze het ook met een knipoog en het is toch heerlijk om een band te zien/horen die zichzelf niet te serieus neemt en gewoon dikke lol heeft om de muziek. Mijn favorieten zijn 'Final Chaos', 'Just a Man', 'Flashback' en het indrukwekkende titelnummer.
De vraag is uiteraard retorisch. Eenmaal doorgezet naar nummer twee beginnen de songs te landen en begin ik het idee van de band te snappen. Het is duidelijk dat Synergy Protocol verschillende invloeden uit verschillende metalgenres heeft genomen en dat uiteindelijk heeft gemixt tot een olijke eenheid die we ons hier voorgeschoteld krijgen. Neem gitaarriffs uit de jaren 80 die niet hadden misstaan op albums van bijvoorbeeld Accept ('Flashback') of dan ineens Slayer ('Flight from Terra' intro), thema's uit de progdagen van weleer (intro 'Final Chaos'), een zangeres die zich laat vergelijken met namen als Simone Simons of Lzzy Hale, een verdwaalde dancebeat (op 'Just a Man'), een drummer met de koddige virtuositeit van Marco Minneman, en een gezonde dosis Dream Theater om het af te maken. De nummers vliegen van hot naar her en zelden zul je een riff twee keer hetzelfde gespeeld horen. Steeds wordt er wel een tel in de maat bijgepropt, of juist eraf gesnoept. De harmonieën van gitaristen Maarten Heeringa en Mark Roelofs zijn om van te genieten en voegen toe aan het speelse karakter van de band. Enkel de baspartijen van metalveteraan Wim Smits blijken de leidraad waar je op kan bouwen als je de weg kwijt bent. De hele presentatie van de band voegt toe aan hun speelse manier van prog en de meligheid die af en toe komt opduiken. Echter vergis je niet. Het album blijft interessant en wordt nergens te flauw. Na meerdere luisterbeurten komen de structuren naar boven en valt de logica op zijn plek. Vraag je me een andere band te noemen ter vergelijking? Neem de laat-80s Fates Warning, laat deze paren met 00s Dream Theater, bovenop een door Yes gezegend laken, in een met Epica bevlekte slaapkamer... ik hoor het er allemaal in, en toch is het het allemaal niet.
Een recensie is niet compleet zonder kritiek, en ook die heb ik. Juist door de grote wissel van thema's en riffs heb ik het idee dat niet altijd alles even zorgvuldig is uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld in het refrein van 'Flight from Terra', welke stopt wanneer het eigenlijk nog niet eens echt begonnen is voor mijn gevoel. Tevens zorgt ditzelfde voor onrust in de sound, waardoor dit voor het slapen gaan niet aan te bevelen is. Een voorbeeld hiervan is het tweede couplet van 'Flashback', waar de drummer ongeduldig allerlei ritme-variaties op de hi-hat blijft spelen om maar weer naar het ruigere stuk te gaan. Daarnaast denk ik dat een dikkere productie deze plaat naar een hoger niveau had kunnen tillen. Op het moment klinkt het een beetje dun en dof, en staat de zang erg centraal in de mix.
Dit alles neemt niet weg dat Synergy Protocol met Odd to Get Even een heerlijk album heeft afgeleverd dat misschien wel jaarlijst materiaal is. Live presenteren ze het ook met een knipoog en het is toch heerlijk om een band te zien/horen die zichzelf niet te serieus neemt en gewoon dikke lol heeft om de muziek. Mijn favorieten zijn 'Final Chaos', 'Just a Man', 'Flashback' en het indrukwekkende titelnummer.
