Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Joy Division - Still (1981)

4,5
1
geplaatst: 29 december 2022, 22:57 uur
Prachtige aanvulling op het al eerder uitgebrachte werk, met op LP1 diverse tracks die eigenlijk niet ver onder het niveau van de twee klassieke studioplaten zitten (Exercise one, Glass, The only mistake en vooral Dead souls), en op LP2 weliswaar Curtis die af en toe wegvalt, een synthesizer die jengelt en een mix waarin soms de zang en soms de gitaar wel wat meer naar voren hadden mogen worden gehaald, maar toch ook knetterende live-versies van Ceremony, New dawn fades, Transmission en Digital. Ik zou dit album niet willen missen, ook de live-plaat niet.
Ooit las ik het negatieve commentaar van de Engelse poprecensent Dave McCullough over Still : "Ik bedoel maar, toen Tolstoj was overleden kwamen er ook geen boodschappenlijstjes die hij schreef tijdens Oorlog en vrede boven tafel." Die rare vergelijking is altijd in mijn hoofd blijven zitten, hoe bizar en onterecht ik hem ook vond. (Misschien wel juist daaróm.) Sommige dingen kun je niet on-onthouden, helaas.
Ooit las ik het negatieve commentaar van de Engelse poprecensent Dave McCullough over Still : "Ik bedoel maar, toen Tolstoj was overleden kwamen er ook geen boodschappenlijstjes die hij schreef tijdens Oorlog en vrede boven tafel." Die rare vergelijking is altijd in mijn hoofd blijven zitten, hoe bizar en onterecht ik hem ook vond. (Misschien wel juist daaróm.) Sommige dingen kun je niet on-onthouden, helaas.
Joy Division - Substance (1988)
Alternatieve titel: 1977 - 1980

4,0
0
geplaatst: 5 januari 2023, 16:35 uur
Prachtige completering van het studio-verhaal, en alleen al vanwege Love will tear us apart en vooral Atmosphere onmisbaar. De eerlijkheid gebiedt me echter te zeggen dat niet alles hierop onontbeerlijk is: Leaders of men klinkt een beetje primitief, op het lange Autosuggestion gebeurt niet zo veel, de remix van She's lost control is overbodig, en Incubation is wel lekker stevig maar ook nogal routineus. De zeven bonustracks zijn eveneens een mixed bag, maar These days is dan wel weer een perfecte afsluiter. (Bij de cirkelende synthesizer in dat nummer moet ik steeds aan een ander nummer uit die tijd denken, zou dat het intro van Rio van Duran Duran kunnen zijn?) Hoe dan ook, hoewel dit Joy Division is geef ik dus niet het maximale aantal sterren, maar omdat dit Joy Division is is dit toch essentieel.
Door mij in 1988 gekocht in de eerste CD-versie met 17 nummers, maar nu dus ook verkrijgbaar in de 2015-remaster met twee extra nummers, As you said (ingevoegd tussen Komakino en These days) en Love will tear us apart (Pennine version) (helemaal op het einde toegevoegd).
Door mij in 1988 gekocht in de eerste CD-versie met 17 nummers, maar nu dus ook verkrijgbaar in de 2015-remaster met twee extra nummers, As you said (ingevoegd tussen Komakino en These days) en Love will tear us apart (Pennine version) (helemaal op het einde toegevoegd).
Joy Division - Unknown Pleasures (1979)

5,0
7
geplaatst: 20 december 2022, 12:51 uur
Als ik deze plaat probeer te draaien met frisse oren (en dus alsof ik hem niet al 40 jaar ken) valt mij vooral op wat een onwaarschijnlijk knap huwelijk dit is tussen "primaire elementen" (eenvoudige en soms synthetisch klinkende drumpartijen, een zware dominante bas die vaak de melodie draagt, bijna onbewogen zang, en teksten vol wanhoop, agressie en frustratie) en zeer genuanceerde arrangementen (zeer inventieve riffs en melodielijnen van een gitaar die vaak rauw is maar op elk nummer toch nèt even weer anders klinkt, een atmosferische produktie die toch nergens de oerkracht van de muziek aantast of retoucheert, sterke beeldende teksten, en talloze regels die op de meest ongelegen momenten in mijn hoofd opduiken: "I've got the spirit but lose the feeling", "Where will it end?", "But I remember when we were young", "We'll share a drink and step outside", "Confusion in her eyes that says it all", "Trying to find a way to get out!", "We... were strangers...").
Merkwaardig genoeg zijn die frisse oren die ik in het begin noemde eigenlijk helemaal niet zo'n opgave, want hoewel veel elementen hiervan opduiken in talloze latere postpunk-bandjes (zware bas, atmosferische produktie, sombere insteek, donkere drums) is deze plaat ook los van z'n gigantische reputatie nog altijd uniek en bijna one of a kind vanwege de simpele maar geweldige composities, de onnavolgbare sound, de tastbare aanwezigheid van Ian Curtis, de compromisloze vormgeving (zowel qua sound als qua hoezen), de Spartaanse soberheid en het intense levensgevoel dat voor veel mensen misschien voornamelijk deprimerend is maar voor mij persoonlijk eerder troostend ("ah, er is kennelijk iemand die dingen net als ik ervaart") en weldadig (omdat de muziek zo mooi en zo krachtig is).
Natuurlijk valt dit album niet te waarderen zonder op een bepaalde manier een houding tegenover de somberheid ervan te bepalen. Wanhoop in kunst, zegt Fathead hierboven (op 28-2-2017), en dat vind ik wel goed geformuleerd: vanuit Curtis gezien muziek als een schild, misschien een protest, misschien een manier met zijn demonen in het reine te komen, "het monster in de bek kijken". Vanuit de luisteraar gezien? In mijn omgeving zag ik indertijd de herkenning en de bevestiging van het eigen levensgevoel, maar toch ook mensen die dansen op She's lost control als bevrijdend ervoeren. Misschien was dat ook de kracht van deze band: grafmuziek voor wie het niet kon waarderen, maar veel verschillende dingen voor wie er wèl door geraakt werd.
Merkwaardig genoeg zijn die frisse oren die ik in het begin noemde eigenlijk helemaal niet zo'n opgave, want hoewel veel elementen hiervan opduiken in talloze latere postpunk-bandjes (zware bas, atmosferische produktie, sombere insteek, donkere drums) is deze plaat ook los van z'n gigantische reputatie nog altijd uniek en bijna one of a kind vanwege de simpele maar geweldige composities, de onnavolgbare sound, de tastbare aanwezigheid van Ian Curtis, de compromisloze vormgeving (zowel qua sound als qua hoezen), de Spartaanse soberheid en het intense levensgevoel dat voor veel mensen misschien voornamelijk deprimerend is maar voor mij persoonlijk eerder troostend ("ah, er is kennelijk iemand die dingen net als ik ervaart") en weldadig (omdat de muziek zo mooi en zo krachtig is).
Natuurlijk valt dit album niet te waarderen zonder op een bepaalde manier een houding tegenover de somberheid ervan te bepalen. Wanhoop in kunst, zegt Fathead hierboven (op 28-2-2017), en dat vind ik wel goed geformuleerd: vanuit Curtis gezien muziek als een schild, misschien een protest, misschien een manier met zijn demonen in het reine te komen, "het monster in de bek kijken". Vanuit de luisteraar gezien? In mijn omgeving zag ik indertijd de herkenning en de bevestiging van het eigen levensgevoel, maar toch ook mensen die dansen op She's lost control als bevrijdend ervoeren. Misschien was dat ook de kracht van deze band: grafmuziek voor wie het niet kon waarderen, maar veel verschillende dingen voor wie er wèl door geraakt werd.
Jules and the Polar Bears - Fanĕtĭks (1979)
Alternatieve titel: Phonetics

3,5
1
geplaatst: 28 juni 2023, 17:44 uur
Ik meen me te herinneren dat ik indertijd een interview met Jules Shear las waarin hij vertelde dat hij de teksten van deze plaat fonetisch op de binnenhoes had laten afdrukken om te voorkomen dat mensen alleen maar op die teksten zouden letten in plaats van ze samen met de bijbehorende nummers tot zich te nemen. Kennelijk stoorde hij zich er aan dat luisteraars en/of critici bij het Polar Bears-debuut Got no breeding (1978) meer aandacht voor de teksten dan voor de muziek hadden gehad, maar volgens mij was de impact van die plaat op de charts sowieso minimaal, dus èlke vorm van aandacht zou welkom moeten zijn geweest. (Zouden die fonetisch weergegeven teksten er ook de reden van zijn dat Spotify ze niet op voorraad heeft?)
Hoe dan ook, dit tweede album borduurt min of meer voort op zijn voorganger, met pakkende powerpop (en één in 1979 obligaat reggae-nummer) opgebouwd rondom Richard Bredice's afwisselend poppy en scherpe gitaarlicks, Stephen Hague's kleurrijke synthesizers, Jules Shears enigszins afgeknepen stem en zijn lange teksten over relaties en de vele mogelijke barstjes en barsten daarin. De allereerste tekstregel van het allereerste nummer somt het al op: "Snug in my chair I try digesting you", maar gelukkig grossiert hij in zwartkomische observaties en penetrante inzichten waarbij hij zijn eigen tekortkomingen niet schuwt, en larmoyant wordt het sowieso maar zelden.
Got no breeding had indertijd wekenlang mijn draaitafel niet verlaten, dus Fenetiks kocht ik direct bij de release, maar uiteindelijk was dit toch een lichte teleurstelling: compositorisch was het wat minder verfijnd, en qua sound leken de gelikte synthesizers wat meer de overhand te krijgen. Bij hernieuwd bezoek zoveel jaren later valt het met dat laatste eigenlijk wel mee, want bij de intro's, de algehele structuur en de solo's zitten toch voldoende passages waarin de gitaar flink los mag gaan, maar de compositorische wiebeligheid blijft, want met name kant 2 wordt wel opgehouden door een paar mindere broeders (het gebroken ritme van What do you belong to, het stroperige Real enough to love en de gehaaste double-time van Brave enough). Desalniettemin is toch een leukere plaat dan ik me herinnerde, en sowieso hadden de vele sterke momenten hier toch best een succes van mogen maken. Maar ja, zo werkt het natuurlijk niet in deze business – elke serieuze muziekliefhebber zal wel minstens één favoriete onterecht veronachtzaamde artiest hebben.
Opnames voor het derde album werden pas in 1996 onder de titel Bad for business uitgebracht, dus feitelijk was het voor deze band na Fenetiks helaas al over en sluiten. Zonde. (In 2006 werd Fenetiks opnieuw uitgegeven door Wounded Bird Records met als bonustracks het B-kantje van de single Good reason en de vier nummers van de EP Jules and the Polar Bears' economy package.)
Hoe dan ook, dit tweede album borduurt min of meer voort op zijn voorganger, met pakkende powerpop (en één in 1979 obligaat reggae-nummer) opgebouwd rondom Richard Bredice's afwisselend poppy en scherpe gitaarlicks, Stephen Hague's kleurrijke synthesizers, Jules Shears enigszins afgeknepen stem en zijn lange teksten over relaties en de vele mogelijke barstjes en barsten daarin. De allereerste tekstregel van het allereerste nummer somt het al op: "Snug in my chair I try digesting you", maar gelukkig grossiert hij in zwartkomische observaties en penetrante inzichten waarbij hij zijn eigen tekortkomingen niet schuwt, en larmoyant wordt het sowieso maar zelden.
Got no breeding had indertijd wekenlang mijn draaitafel niet verlaten, dus Fenetiks kocht ik direct bij de release, maar uiteindelijk was dit toch een lichte teleurstelling: compositorisch was het wat minder verfijnd, en qua sound leken de gelikte synthesizers wat meer de overhand te krijgen. Bij hernieuwd bezoek zoveel jaren later valt het met dat laatste eigenlijk wel mee, want bij de intro's, de algehele structuur en de solo's zitten toch voldoende passages waarin de gitaar flink los mag gaan, maar de compositorische wiebeligheid blijft, want met name kant 2 wordt wel opgehouden door een paar mindere broeders (het gebroken ritme van What do you belong to, het stroperige Real enough to love en de gehaaste double-time van Brave enough). Desalniettemin is toch een leukere plaat dan ik me herinnerde, en sowieso hadden de vele sterke momenten hier toch best een succes van mogen maken. Maar ja, zo werkt het natuurlijk niet in deze business – elke serieuze muziekliefhebber zal wel minstens één favoriete onterecht veronachtzaamde artiest hebben.
Opnames voor het derde album werden pas in 1996 onder de titel Bad for business uitgebracht, dus feitelijk was het voor deze band na Fenetiks helaas al over en sluiten. Zonde. (In 2006 werd Fenetiks opnieuw uitgegeven door Wounded Bird Records met als bonustracks het B-kantje van de single Good reason en de vier nummers van de EP Jules and the Polar Bears' economy package.)
Jules and the Polar Bears - Got No Breeding (1978)

5,0
1
geplaatst: 4 april 2014, 17:58 uur
Jules and the Polar Bears waren een Californische pop/new-wave-band bestaande uit Jules Shear (zang en composities), Richard Bredice (gitaar), Stephen Hague (toetsen) en David Beebe (drums). Tussen 1978 en 1980 namen ze drie elpees op, waarvan de eerste Got no breeding meteen de beste was. Scherpe, dikwijls up-tempo-popsongs met lekkere gitaarlicks en opvullende piano- en orgelloopjes, en met enigszins nasale zang die soms doet denken aan een hypere Jackson Browne. Kenmerkend zijn echter vooral Shears enorme lappen tekst à la de debuutplaat van Bruce Springsteen, vol subtiele analyses en schrijnende observaties over relaties. Een paar juweeltjes:
You question him about his love
You question him until he crawl
Stupid questions about love
Are the stupidest questions of them all
The nice thing about true hopelessness is that you don't have to try again
I see you're the same sane as me
You entered me so painlessly I cannot find the wound
Why do you still arrest me just to jail me one more time
I have never seen the weapon but I know the prints are mine
It was a goodbye off of television
You talked full and fast with no seams of indecision
You talked full and fast - your defense against her grief
If your mind was on a mission it was a mission of relief
Shears teksten hier vond (en vind) ik zelf zo goed dat ik de hoes met daarop alle teksten zelfs bewaard heb toen ik bij de komst van de CD uiteindelijk al mijn vinylplaten weg deed. Helaas vond hijzelf dat er bij alle recensies kennelijk wat teveel aandacht voor zijn teksten was (en dus te weinig voor de plaat als geheel), want op de hoes van hun tweede album Fenetiks drukte hij de teksten fonetisch af, in de hoop dat ze voor in het fonetische alfabet ongeoefende lezers alleen ontcijferd zouden kunnen worden door tegelijkertijd naar de muziek te luisteren.
De helder geproduceerde en altijd melodieuze muziek, de kleurige maar nergens overvolle arrangementen en de prachtige teksten zorgen samen voor een half-poppy half-melancholisch maar helaas bijna geheel vergeten meesterwerk.
Nadat de band uit elkaar was gevallen kreeg toetsenist Stephen Hague een zeer succesvolle carrière als producer van artiesten als OMD, Pet Shop Boys, New Order, Pere Ubu, Robbie Robertson, Siouxsie & the Banshees, Blur, Tom Jones en Robbie Williams. Jules Shear werd een succesvol songschrijver (onder andere All through the night voor Cyndi Lauper en If she knew what she wants voor de Bangles), nam een aantal soloplaten op en was bovendien de geestelijke vader (en de presentator van de eerste 13 afleveringen) van MTV Unplugged.
You question him about his love
You question him until he crawl
Stupid questions about love
Are the stupidest questions of them all
The nice thing about true hopelessness is that you don't have to try again
I see you're the same sane as me
You entered me so painlessly I cannot find the wound
Why do you still arrest me just to jail me one more time
I have never seen the weapon but I know the prints are mine
It was a goodbye off of television
You talked full and fast with no seams of indecision
You talked full and fast - your defense against her grief
If your mind was on a mission it was a mission of relief
Shears teksten hier vond (en vind) ik zelf zo goed dat ik de hoes met daarop alle teksten zelfs bewaard heb toen ik bij de komst van de CD uiteindelijk al mijn vinylplaten weg deed. Helaas vond hijzelf dat er bij alle recensies kennelijk wat teveel aandacht voor zijn teksten was (en dus te weinig voor de plaat als geheel), want op de hoes van hun tweede album Fenetiks drukte hij de teksten fonetisch af, in de hoop dat ze voor in het fonetische alfabet ongeoefende lezers alleen ontcijferd zouden kunnen worden door tegelijkertijd naar de muziek te luisteren.
De helder geproduceerde en altijd melodieuze muziek, de kleurige maar nergens overvolle arrangementen en de prachtige teksten zorgen samen voor een half-poppy half-melancholisch maar helaas bijna geheel vergeten meesterwerk.
Nadat de band uit elkaar was gevallen kreeg toetsenist Stephen Hague een zeer succesvolle carrière als producer van artiesten als OMD, Pet Shop Boys, New Order, Pere Ubu, Robbie Robertson, Siouxsie & the Banshees, Blur, Tom Jones en Robbie Williams. Jules Shear werd een succesvol songschrijver (onder andere All through the night voor Cyndi Lauper en If she knew what she wants voor de Bangles), nam een aantal soloplaten op en was bovendien de geestelijke vader (en de presentator van de eerste 13 afleveringen) van MTV Unplugged.
Jules de Corte - Ingelijst (1990)

4,5
1
geplaatst: 24 juni 2022, 22:52 uur
Beetje moeilijk of je dit nou een regulier album of een compilatie van Jules de Corte (1924-1996) moet noemen, want de opnames voor Ingelijst werden allemaal in 1990 gemaakt (met niets dan stem en piano), maar van vele nummers stammen de oorspronkelijke opnames en releases al van decennia eerder – misschien zelfs wel van de mééste nummers, maar dat kan ik niet controleren, want de discografie die ik van De Corte op internet bij elkaar kan puzzelen is verre van compleet en bevat zeker niet al die honderden nummers die hij schijnt te hebben geschreven voor de KRO-radio, voor zijn vele singles en albums en voor zijn theaterprogramma's. (Het tekstboekje bevat een korte inleiding van Cees van der Pluijm die het heeft over "een verrassende hoeveelheid nieuwe liedjes" op deze CD, maar het boekje vermeldt verder geen jaartallen.)
Vijfentwintig kleine liedjes van gemiddeld minder dan 2½ minuut, steeds voorzien van een pakkende melodie, een herkenbaar muzikaal motief en een tekst die altijd wat te zeggen heeft en die dat doet met perfect scannende en rijmende regels en een rijk vocabulaire. Je zou kunnen zeggen dat deze ambachtelijk perfecte liedjes "niet meer van deze tijd zijn" met hun speelse virtuositeit, hun dichterlijke parabels, hun religiositeit zonder denominatie en hun ironische maar nooit kwetsende commentaren op burgerfatsoen en hypocrisie, net zoals je bijvoorbeeld bij het cabaret Fons Jansen als een typisch kind van z'n tijd zou kunnen beschouwen, maar dat zou geen recht doen aan De Corte's melancholische romantiek en aan de door hem aangesneden onderwerpen die vaak nog altijd relevant zijn.
Ongelofelijk onbedreven
Komt de mens in de wereld aan,
Haast te hulpeloos om te leven,
Haast te zielig om te bestaan,
En had moeder je niks gegeven
Zou je zeker zijn doodgegaan.
[...]
Ongelofelijk onbedreven
Komt de mens bij het eindpunt aan,
Hoeveel dagen hem zijn gegeven,
Hoeveel jaren om te bestaan,
Nooit genoeg om te leren leven
Of te leren om dood te gaan.
De CD zelf is een eenvoudige maar degelijke uitgave van Red Bullet met een uitstekend geluid (uiteraard, met zulke recente opnames en zo'n eenvoudig instrumentarium), een De Corte (hier toch ook al weer 66 jaar oud) die prima bij stem is, een afwisselend repertoire met onder andere zijn beroemdste nummer Ik zou wel eens willen weten, en een boekje waarin alle teksten keurig zijn afgedrukt.
Vijfentwintig kleine liedjes van gemiddeld minder dan 2½ minuut, steeds voorzien van een pakkende melodie, een herkenbaar muzikaal motief en een tekst die altijd wat te zeggen heeft en die dat doet met perfect scannende en rijmende regels en een rijk vocabulaire. Je zou kunnen zeggen dat deze ambachtelijk perfecte liedjes "niet meer van deze tijd zijn" met hun speelse virtuositeit, hun dichterlijke parabels, hun religiositeit zonder denominatie en hun ironische maar nooit kwetsende commentaren op burgerfatsoen en hypocrisie, net zoals je bijvoorbeeld bij het cabaret Fons Jansen als een typisch kind van z'n tijd zou kunnen beschouwen, maar dat zou geen recht doen aan De Corte's melancholische romantiek en aan de door hem aangesneden onderwerpen die vaak nog altijd relevant zijn.
Ongelofelijk onbedreven
Komt de mens in de wereld aan,
Haast te hulpeloos om te leven,
Haast te zielig om te bestaan,
En had moeder je niks gegeven
Zou je zeker zijn doodgegaan.
[...]
Ongelofelijk onbedreven
Komt de mens bij het eindpunt aan,
Hoeveel dagen hem zijn gegeven,
Hoeveel jaren om te bestaan,
Nooit genoeg om te leren leven
Of te leren om dood te gaan.
De CD zelf is een eenvoudige maar degelijke uitgave van Red Bullet met een uitstekend geluid (uiteraard, met zulke recente opnames en zo'n eenvoudig instrumentarium), een De Corte (hier toch ook al weer 66 jaar oud) die prima bij stem is, een afwisselend repertoire met onder andere zijn beroemdste nummer Ik zou wel eens willen weten, en een boekje waarin alle teksten keurig zijn afgedrukt.
Junkie XL - Big Sounds of the Drags (1999)

3,5
0
geplaatst: 18 november 2020, 19:12 uur
In de tijd dat ik nog veel naar Saturday teenage kick luisterde vond ik deze opvolger zelfs nog een trapje beter, en die beoordeling staat nog steeds, ook nu ik dit genre niet meer zo'n warm hart toedraag en ik Rudeboy sowieso niet meer goed kan hebben. Ik hoor nog steeds veel Chemical Brothers, maar wanneer dat zulke vette tracks als het openingsnummer, Synasthesia en de eerste helft van het slotnummer oplevert heb ik daar niet zo veel problemen mee. Love like razorblade is een vierde favoriet, maar dat doet me een beetje te veel aan Barry De Vorzons thema voor The warriors denken.
Mijn indertijd gekochte CD heeft slechts de eerste 12 nummers van bovenstaande tracklisting; zo te zien stammen de laatste twee nummers van een Japanse versie uit 2003. En ik zie dat Manifesto Records dit album in 2000 met een alternatieve (en behoorlijk afwijkende) tracklisting heeft uitgebracht, dat is ook de versie die op allmusic.com wordt gerecenseerd.
Mijn indertijd gekochte CD heeft slechts de eerste 12 nummers van bovenstaande tracklisting; zo te zien stammen de laatste twee nummers van een Japanse versie uit 2003. En ik zie dat Manifesto Records dit album in 2000 met een alternatieve (en behoorlijk afwijkende) tracklisting heeft uitgebracht, dat is ook de versie die op allmusic.com wordt gerecenseerd.
Junkie XL - Radio JXL (2003)
Alternatieve titel: A Broadcast from the Computer Hell Cabin

2,0
0
geplaatst: 24 november 2020, 14:05 uur
Ik kocht dit album indertijd opzettelijk in de dúbbel-CD-uitvoering omdat ik in de "technokant" veel meer geïnteresseerd was dan in de "popkant". Op zich bleek dat wel terecht, want de 3 PM-CD kan me niet echt overtuigen; in de eerste helft zitten nog wel een paar leuke momenten (de nummers met Peter Tosh en Terry Hall), en de tracks met Gary Numan en Anouk zijn zelfs subliem, maar de tweede helft bevat bijna alleen maar nietszeggende composities met vlakke zang. En dat is jammer, want Holkenborg heeft hier duidelijk veel tijd en energie in gestoken, en het idee van zo'n radioprogramma van een lekkere lengte en met veel verschillende zangers is best interessant, maar zijn materiaal laat hem gewoon een beetje in de steek.
Gelukkig ging ik dan voornamelijk voor 3 AM, de tweede CD, maar tot mijn teleurstelling zit daar wel èrg weinig vlees aan, met veel soundscapes waarin weinig gebeurt, twee totaal overbodige opgerekte versies van nummers van de eerste CD, en als geheel met noch voor wie iets explosiefs zoekt noch voor wie meer voor de trance gaat genoeg interessants. Spijtig, want het is een ambitieus project waar ik Holkenborg graag meer succes voor had gegund.
Gelukkig ging ik dan voornamelijk voor 3 AM, de tweede CD, maar tot mijn teleurstelling zit daar wel èrg weinig vlees aan, met veel soundscapes waarin weinig gebeurt, twee totaal overbodige opgerekte versies van nummers van de eerste CD, en als geheel met noch voor wie iets explosiefs zoekt noch voor wie meer voor de trance gaat genoeg interessants. Spijtig, want het is een ambitieus project waar ik Holkenborg graag meer succes voor had gegund.
Junkie XL - Saturday Teenage Kick (1997)

2,0
0
geplaatst: 3 november 2020, 12:05 uur
Indertijd praktisch grijs gedraaid, maar nu kan ik er bijna niet meer naar luisteren. Aan de stem van Rudeboy stoorde ik me vroeger niet, maar in combinatie met de muziek die toch al vrij schel en fel is geproduceerd gaat hij me hier nu wel tegenstaan, en hoe ik de overeenkomsten met de Chemicals over het hoofd heb kunnen zien is mij nu ook een raadsel (of ze waren me wel opgevallen maar hinderden me verder niet). Nog steeds heb ik bewondering voor de inventiviteit waarmee Tom Holkenborg dit album heeft gemaakt, en het straalt ook wel een bepaalde energie uit, maar ik mis hier toch de verfijning en het plezier van bijvoorbeeld het voornoemde chemische duo. Zoals gezegd was ik in 1997 laaiend enthousiast, maar nu werkt deze plaat alleen nog maar vermoeiend.
Overigens staat op de tracklisting hierboven dat het laatste nummer 8:03 duurt (vermoedelijk direct van het CD-hoesje overgenomen), maar op mijn eigen (en wellicht op èlke) CD gaat het nummer daarna nog een kleine tien minuten door, eerst volgens vertrouwd big-beat-recept, de laatste minuten meer trippy met geluidseffecten en verdwaalde blazers.
Overigens staat op de tracklisting hierboven dat het laatste nummer 8:03 duurt (vermoedelijk direct van het CD-hoesje overgenomen), maar op mijn eigen (en wellicht op èlke) CD gaat het nummer daarna nog een kleine tien minuten door, eerst volgens vertrouwd big-beat-recept, de laatste minuten meer trippy met geluidseffecten en verdwaalde blazers.
JURK! - Avondjurk (2010)

4,5
0
geplaatst: 15 augustus 2011, 22:57 uur
GODVERDOMME!... Goeie kop, ik bedoel CD. Stevige pop, een enkel minder nummer maar voor het grootste gedeelte strakke muziek en boeiende teksten, uitstekend gezongen, soms zelfs zeer ontroerend (zoals op mijn persoonlijke favoriet Verloren, met dat prachtige geluidseffectje dat de muziek éven als van onder water klinkt wanneer de hoofdpersoon daar loopt). Zeer hoge draaibaarheidsfactor ook, maar dat zal ongetwijfeld niet gelden voor de verbazend vele mensen op dit forum die dit album afkraken -- zóveel dat je haast gaat denken dat in vele gevallen het oordeel al geveld is nog voordat het album beluisterd is. (Nee, jíj niet.)
JURK! - Glitterjurk (2013)

4,0
0
geplaatst: 13 maart 2020, 22:14 uur
Dat er weinig berichten bij deze plaat staan heeft als grote voordeel dat hier dan dus ook niet veel berichten in de trant van "ik kan dat geinponem van Van Koningsbrugge op tv niet uitstaan" bij kunnen zijn, maar dat er hier slechts één bericht staat is nou ook wel weer wat overdreven. En jammer bovendien, want net als de debuutjurk bevat Glitterjurk mooie kwaliteitspop met een goede afwisseling van opzwepende up-tempo-nummers en verdrietige liefdesliedjes (waarbij de ik-figuur vaak een teleurgestelde of zelfs door hèm verlaten geliefde probeert op te beuren), goed ingespeeld door een stevige band en aangenaam geproduceerd door oudgediende John Sonneveld (die ook Avondjurk al een fijne sound gaf). En natuurlijk moet je van de stemmen van de mannen houden, maar persoonlijk vind ik ze elk apart prima en in close-harmony zelfs nog beter.
Af en toe klinkt het een tikje geforceerd (die bandoneon om iets vluchtig-Frans-nonchalants in Hakken te suggereren, het overdreven gepassioneerde "Jij leeft / LEEFT!" in Vrij), en het is wat minder verrassend dan het debuut, enerzijds omdat ik nu weet wat deze mannen muzikaal in hun mars hebben, anderzijds omdat er wat minder "mysterieuze" (niet ondubbelzinnig te duiden) nummers als Niemand, Tram 7 en Verloren op staan (hoewel de tekst van Meer blijft intrigeren), maar dat neemt allemaal niet weg dat dit een uitstekende en serieuze opvolger is.
Af en toe klinkt het een tikje geforceerd (die bandoneon om iets vluchtig-Frans-nonchalants in Hakken te suggereren, het overdreven gepassioneerde "Jij leeft / LEEFT!" in Vrij), en het is wat minder verrassend dan het debuut, enerzijds omdat ik nu weet wat deze mannen muzikaal in hun mars hebben, anderzijds omdat er wat minder "mysterieuze" (niet ondubbelzinnig te duiden) nummers als Niemand, Tram 7 en Verloren op staan (hoewel de tekst van Meer blijft intrigeren), maar dat neemt allemaal niet weg dat dit een uitstekende en serieuze opvolger is.
Justin Hayward - Songwriter (1977)

4,5
0
geplaatst: 20 mei 2011, 14:49 uur
Sterker nog, ik vind deze béter dan Blue Jays: die plaat klinkt qua arrangementen af en toe nogal overdadig en stroperig, en bovendien heeft John Lodge een stem die soms tamelijk saai is en die een nummer daardoor niet echt kleur kan geven.
Songwriter daarentegen is een kleurrijk en soms ook stevig album, over de hele linie ijzersterk geschreven en uitgevoerd, met naast Nostradamus als uitschieters Country girl (omdat ik die melodie maar niet uit m'n kop kan krijgen) en het heerlijk melancholische One lonely room.
De bonusnummers zijn zeker niet essentieel, maar Heart of steel vind ik toch behoorlijk sterk, en Learning the game is een cover die het origineel van Buddy Holly meer dan recht doet.
Al met al een aanrader voor elke Moody Blues-fan, en eigenlijk ook gewoon voor elke fan van perfecte seventies-popmuziek.
Songwriter daarentegen is een kleurrijk en soms ook stevig album, over de hele linie ijzersterk geschreven en uitgevoerd, met naast Nostradamus als uitschieters Country girl (omdat ik die melodie maar niet uit m'n kop kan krijgen) en het heerlijk melancholische One lonely room.
De bonusnummers zijn zeker niet essentieel, maar Heart of steel vind ik toch behoorlijk sterk, en Learning the game is een cover die het origineel van Buddy Holly meer dan recht doet.
Al met al een aanrader voor elke Moody Blues-fan, en eigenlijk ook gewoon voor elke fan van perfecte seventies-popmuziek.
Justin Hayward - Spirits of the Western Sky (2013)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2013, 22:54 uur
Een plaat in de lijn der verwachtingen: klassieke ballades met smaakvolle arrangementen en romantische teksten, gezongen met een stem waarop de tijd nauwelijks vat lijkt te hebben gekregen. Af en toe onweerstaanbaar melancholisch, zoals het eenzame Broken dream (met een verdrietige fiddle), het schier wanhopige Lazy afternoon en het bijna zeven minuten lange The Western sky (jammer van dat laffe koortje, maar heerlijk om Haywards fuzzgitaar weer te horen). Toch ook een paar verrassingen, zoals de country & western- en bluegrassinvloeden (met banjo, mandoline, fiddle en dobro) op drie nummers tegen het einde van de plaat (8 t/m 10), en de medewerking van Kenny Loggins aan het schrijven en uitvoeren van het up-tempo On the road to love. Haywards bewerking van zijn eigen It's cold outside of your heart (van The present van de Moody Blues uit 1983) is enigszins overbodig, en ik kan me niet voorstellen dat er meer dan vijf mensen op deze planeet zitten te wachten op de belegen dance-remixen van Out there somewhere (gebaseerd op I know you're out there somewhere van de Moodies' Sur la mer uit 1988), maar de eerste elf nummers vormen samen een geïnspireerd en sympathiek album vol muzikaal vakmanschap. Haywards bijna vijftigjarige jubileum als artiest wordt hier in ieder geval absoluut niet door beschaamd.
Justin Hayward - Spirits... Live (2014)
Alternatieve titel: Live at the Buckhead Theatre, Atlanta

4,5
0
geplaatst: 5 juli 2019, 12:11 uur
Eerlijk gezegd was ik een beetje huiverig voor dit album vanwege de hoes, omdat daarvoor heel goedkoop de foto van de achterkant van Spirits of the Western sky is hergebruikt, alsof ze niet eens de moeite wilden nemen om even een fatsoenlijke cover te maken. Die vrees is gelukkig geheel ongegrond, want dit is een prachtig en sfeervol album waarbij de drie medemuzikanten zorgen vopr een mooi gedetailleerd geluid zonder dat Haywards breekbare ballades ondergesneeuwd raken. Ozric Spacefolk zegt bij het eerste bericht bij dit album dat "echt elke lievelingssong van mij van Hayward op deze plaat wordt gespeeld"; uiteraard kan je uit Haywards uitgebreide oeuvre altijd wel nummers opnoemen die er ook wel op hadden gemogen (Voices in the sky, The actor en Dawning is the day van het klassieke septet, en van de latere Moody Blues nog de kleine hit The voice), maar feit is dat de huidige tracklist toch wel moeilijk te verbeteren valt, met als prettige bijkomstigheid dat de zes nummers van Spirits of the Western sky uit 2013 eigenlijk met verrassend gemak overeind blijven temidden van het geweld van al die Moodies-krakers.
Hayward is ook nog zeer goed bij stem; heel af en toe kraakt hij een beetje, met name bij de hoge passages van New horizons en de woordloze hoge uithalen van Question, maar dat weerhoudt hem er nergens van om zich helemaal te geven, en meestentijds kan ik mijn ogen dicht doen en me ergens in de jaren 70 wanen. De arrangementen van twee toetsenisten, één gitarist en achtergrondzang (met minimale percussie en dus geen drums) zijn sober maar degelijk en smaakvol, en de manier waarop het mellotron wordt ingezet om Nights in white satin 47 jaar later nog net zo intens als in 1967 te laten klinken geeft mij persoonlijk de rillingen. De enige uitzondering is Your wildest dreams waarop de keyboards van Alan Hewitt en/of Julie Ragins perfect een nieuw synth-tapijtje in de trant van de cheesy geluidjes van Patrick Moraz uit 1986 creëren; knap, maar ik gruw ervan. (De belegen manier waarop Hayward het nummer afsluit –"Oh yes, in your wildest dreams. Yeaaaah!"– helpt ook niet echt.)
Maar goed, dat is maar een klein minpuntje, net zoals het me opvalt dat Hayward eigenlijk maar weinig praat met zijn publiek. Of is dat eruit geknipt om zoveel mogelijk muziek (een ruimhartige 77 minuten) op deze CD kwijt te kunnen? Het valt ook al op dat Hayward van zijn drie begeleiders alleen gitarist Mike Dawes introduceert, dus er zal wel met overleg gemonteerd zijn. Wat we hier hebben is in ieder geval een sympathieke muzikant die een mooi overzicht geeft van wat hij de afgelopen halve eeuw allemaal aan klassiekers bij elkaar heeft geschreven plus een aantal niet minder fraaie recentere nummers, gebracht in een sfeervolle en geïnspireerde live-setting. Zo kun je mooi en waardig oud worden.
Hayward is ook nog zeer goed bij stem; heel af en toe kraakt hij een beetje, met name bij de hoge passages van New horizons en de woordloze hoge uithalen van Question, maar dat weerhoudt hem er nergens van om zich helemaal te geven, en meestentijds kan ik mijn ogen dicht doen en me ergens in de jaren 70 wanen. De arrangementen van twee toetsenisten, één gitarist en achtergrondzang (met minimale percussie en dus geen drums) zijn sober maar degelijk en smaakvol, en de manier waarop het mellotron wordt ingezet om Nights in white satin 47 jaar later nog net zo intens als in 1967 te laten klinken geeft mij persoonlijk de rillingen. De enige uitzondering is Your wildest dreams waarop de keyboards van Alan Hewitt en/of Julie Ragins perfect een nieuw synth-tapijtje in de trant van de cheesy geluidjes van Patrick Moraz uit 1986 creëren; knap, maar ik gruw ervan. (De belegen manier waarop Hayward het nummer afsluit –"Oh yes, in your wildest dreams. Yeaaaah!"– helpt ook niet echt.)
Maar goed, dat is maar een klein minpuntje, net zoals het me opvalt dat Hayward eigenlijk maar weinig praat met zijn publiek. Of is dat eruit geknipt om zoveel mogelijk muziek (een ruimhartige 77 minuten) op deze CD kwijt te kunnen? Het valt ook al op dat Hayward van zijn drie begeleiders alleen gitarist Mike Dawes introduceert, dus er zal wel met overleg gemonteerd zijn. Wat we hier hebben is in ieder geval een sympathieke muzikant die een mooi overzicht geeft van wat hij de afgelopen halve eeuw allemaal aan klassiekers bij elkaar heeft geschreven plus een aantal niet minder fraaie recentere nummers, gebracht in een sfeervolle en geïnspireerde live-setting. Zo kun je mooi en waardig oud worden.
Justin Hayward & John Lodge - Blue Jays (1975)

3,5
1
geplaatst: 10 september 2019, 16:02 uur
Humor: "All songs written by Justin Hayward/John Lodge, except..." en dan volgen er zes solotitels van Hayward en drie van Lodge, zodat er van die "all songs" slechts twéé overblijven die gemeenschappelijk zijn geschreven (Remember me (my friend) en When you wake up).
Moeilijk om iets negatiefs te zeggen over dit album: voor mijn gevoel zijn Hayward en Lodge de twee meest op elkaar ingespeelde (en "ingezongen") Moodies, met vergelijkbare stemmen en temperamenten qua composities, en bij deze samenwerking kunnen ze hun gevoel van romantische popballades vrij spel geven. En in principe ben ik daar helemaal vóór, maar Blue Jays schiet wel èrg ver door richting romantiek. De nummers zijn van zichzelf al bijna zonder uitzondering zeer dramatisch, en wanneer sommige toch al topzware ballades dan ook nog eens een orkestraal arrangement krijgen beginnen ze bijna te kreunen onder hun eigen gewicht, zoals Nights winters years (met die enorme over-the-top-finale) en I dreamed last night (met die jubelende strijkers bij het refrein).
Justin Hayward geeft met zijn gebruikelijke scherpe gitaarsound nog wel wat tegengas, maar dat is niet altijd voldoende. Bovendien vind ik de stem van John Lodge prima voor up-tempo-nummers zoals Tortoise and the hare en I'm just a singer, maar op ballades als You en Maybe klinkt hij gewoon vlak en karakterloos. Al die elementen, plus de vaak "gedubbelde" vocalen en het feit dat sommige nummers wat te lang doorgaan (de helft van de tracks zit qua speelduur ruimschoots boven de vijf minuten) resulteren in een plaat die soms een beetje veel van het goede is. Mijn favorieten zijn dan ook het wat kaler gearrangeerde Who are you now en het ijle Blue guitar waarbij de gitaarexplosie op het einde een lekker tegengif vormt voor de strijkes, net zoals het up-tempo-refrein van Saved by the music haast als een verfrissende duik in een koel zwembad aanvoelt.
Zoals gezegd, het is heerlijk om te merken dat dit duo ook buiten de Moody Blues in staat is tot het afleveren van kwalitatief hoogwaardige en warmhartige muziek, en Blue Jays is en blijft een uiterst sympathiek project met diverse uitstekende nummers (met name van Hayward, naar mijn smaak sowieso de beste componist van de Moody Blues), maar de propvolle sound en de overdadige arrangementen benemen me ook wel een beetje de adem.
Moeilijk om iets negatiefs te zeggen over dit album: voor mijn gevoel zijn Hayward en Lodge de twee meest op elkaar ingespeelde (en "ingezongen") Moodies, met vergelijkbare stemmen en temperamenten qua composities, en bij deze samenwerking kunnen ze hun gevoel van romantische popballades vrij spel geven. En in principe ben ik daar helemaal vóór, maar Blue Jays schiet wel èrg ver door richting romantiek. De nummers zijn van zichzelf al bijna zonder uitzondering zeer dramatisch, en wanneer sommige toch al topzware ballades dan ook nog eens een orkestraal arrangement krijgen beginnen ze bijna te kreunen onder hun eigen gewicht, zoals Nights winters years (met die enorme over-the-top-finale) en I dreamed last night (met die jubelende strijkers bij het refrein).
Justin Hayward geeft met zijn gebruikelijke scherpe gitaarsound nog wel wat tegengas, maar dat is niet altijd voldoende. Bovendien vind ik de stem van John Lodge prima voor up-tempo-nummers zoals Tortoise and the hare en I'm just a singer, maar op ballades als You en Maybe klinkt hij gewoon vlak en karakterloos. Al die elementen, plus de vaak "gedubbelde" vocalen en het feit dat sommige nummers wat te lang doorgaan (de helft van de tracks zit qua speelduur ruimschoots boven de vijf minuten) resulteren in een plaat die soms een beetje veel van het goede is. Mijn favorieten zijn dan ook het wat kaler gearrangeerde Who are you now en het ijle Blue guitar waarbij de gitaarexplosie op het einde een lekker tegengif vormt voor de strijkes, net zoals het up-tempo-refrein van Saved by the music haast als een verfrissende duik in een koel zwembad aanvoelt.
Zoals gezegd, het is heerlijk om te merken dat dit duo ook buiten de Moody Blues in staat is tot het afleveren van kwalitatief hoogwaardige en warmhartige muziek, en Blue Jays is en blijft een uiterst sympathiek project met diverse uitstekende nummers (met name van Hayward, naar mijn smaak sowieso de beste componist van de Moody Blues), maar de propvolle sound en de overdadige arrangementen benemen me ook wel een beetje de adem.
