MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

BOY - We Were Here (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: BOY - We Were Here - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Duitsland en popmuziek is lang niet altijd een gelukkige combinatie en dat geldt in nog veel sterkere mate voor Zwitserland. Desondanks was ik drie jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van het Duits-Zwitsere duo BOY.

Sonja Glass en Valeska Steiner verrasten op hun debuut Mutual Friends met buitengewoon aangename popliedjes met een interessante onderlaag. Het is een omschrijving die ook weer van toepassing is op de tweede plaat van het duo We Were Here.

Bij oppervlakkige beluistering hoor je een plaat vol heerlijk in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die zijn voorzien van een gevarieerd klankentapijt en het zijn popliedjes die opvallen door mooie stemmen. Net als het debuut van BOY bevat deze tweede plaat echter ook popliedjes die uitnodigen tot dieper graven, waarna er veel moois aan de oppervlakte komt.

De instrumentatie van de popliedjes van Sonja Glass en Valeska Steiner is veelkleurig en opvallend trefzeker. Het is ook een instrumentatie die makkelijk door de tijd springt en uit ieder muzikaal tijdperk iets interessants oppikt. Een beetje dreampop, een snufje suikerzoete indiepop, een stekelig randje, een vleugje moderne elektropop, wat folk, flink wat pop en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het leverde BOY een paar jaar geleden de vergelijking op met het Zweedse duo First Aid Kit, maar dat is een vergelijking die maar ten dele opgaat. Zelf ben ik gestopt met het zoeken van vergelijkingsmateriaal voor de beschrijving van de muziek van BOY. Het Duits-Zwitserse duo heeft een aangenaam eigen geluid in elkaar gesleuteld en het is een geluid dat ik alleen maar wil koesteren.

We Were Here van BOY kabbelt direct bijzonder aangenaam voort, maar de plaat wordt pas echt interessant wanneer je intens houdt van alle popliedjes van BOY. Dat is bij mij inmiddels het geval. De tweede plaat van BOY kan ik daarom alleen maar zeer warm aanbevelen. Erwin Zijleman

Boy Scouts - Wayfinder (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boy Scouts - Wayfinder - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Boy Scouts - Wayfinder
Ik was tot dusver nog niet zo onder de indruk van de muziek van Boy Scouts, maar op Wayfinder zet de Amerikaanse muzikante Taylor Vick op meerdere terreinen flinke stappen

Vergeleken met de vorige albums van Boy Scouts klinkt het deze week verschenen Wayfinder echt klassen beter. De instrumentatie is vele malen aangenamer, het geluid veel beter en ook met haar zang heeft Taylor Vick flinke stappen gezet. Misschien nog wel meer progressie is te horen in de songs, die bijzonder aangenaam klinken, maar ook voldoende scherpe randjes bevatten. Wayfinder klinkt warm en gloedvol, maar het is ook een melancholisch album dat de ellende van anderhalf jaar lockdowns prachtig vangt. De vorige albums van de Amerikaanse muzikante had ik na één keer wel gehoord, maar Wayfinder is een groeialbum van jewelste en zet Boy Scouts op de kaart als talent.

Er zijn momenteel zo verschrikkelijk veel jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment, dat de hoeveelheid onderscheidend vermogen dat nodig is om op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment, de afgelopen jaren flink is toegenomen.

Boy Scouts, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Taylor Vick, bracht de afgelopen jaren al flink wat muziek uit. Ik tel drie albums, waarvan er één ook een mini-album kan worden genoemd, en hiernaast verschenen ook nog een aantal EP’s. Vanwege mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment heb ik ze allemaal beluisterd, om vervolgens steeds te concluderen dat ik de muziek van Boy Scouts net wat te weinig onderscheidend vond om te kunnen concurreren met de muziek van de smaakmakers in het genre.

Deze week verscheen een nieuw album van Boy Scouts en Wayfinder is wat mij betreft een flink stuk beter dan de vorige releases van de Amerikaanse muzikante. De vorige albums van de Amerikaanse muzikante klonken me net wat te Spartaans, maar ook over de zang en de kwaliteit van de songs was ik niet voldoende te spreken om de albums te omarmen.

Voor Wayfinder verruilde Taylor Vick haar thuisbasis in Oakland, California, voor de The Unknown studio in Anacortes, Washington. Het is de tot een studio omgebouwde kerk waar Phil Elverum (The Microphones, Mount Eerie) zijn muziek opneemt. Taylor Vick nodigde dit keer ook flink wat muzikanten uit in de studio, waardoor het album veel voller klinkt dan zijn voorgangers.

De muziek van Boy Scouts heeft nog steeds redelijk elementaire gitaarlijnen als basis, maar waar de vorige albums van Taylor Vick behoorlijk sober klonken, is Wayfinder een vol en warm klinkend album, waarop naast de gitaren vooral het breder assortiment keyboards opvalt en ook de pedal steel een enkele keer opduikt. Het is een smaakvol geluid, maar de muziek van Boy Scouts heeft ook nog steeds het stekelige dat de muziek in de indie scene interessanter maakt dan de mainstream variant.

Wat voor de instrumentatie en productie van het album geldt, geldt ook voor de zang. Ik vond Taylor Vick op haar vorige albums geen geweldig zangeres, maar op de zang op haar nieuwe album heb ik niets aan te merken. Het is zang die hier en daar is verpakt in koortjes, wat het geluid op het album nog wat aangenamer maakt.

Wanneer ik blijf vergelijken met de vorige albums van Boy Scouts, valt ook de kwaliteit van de songs in positieve zin op. De wel erg sobere songs van de vorige albums hebben plaats gemaakt voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, die wel eigenzinnig genoeg zijn om de indie status van Taylor Vick te bevestigen.

De meeste soortgenoten van Boy Scouts zijn niet vies van flink wat melancholie en hier ben je ook op Wayfinder voor aan het juiste adres, wat niet zo gek is voor een album dat werd getekend door de lockdowns van het afgelopen anderhalf jaar.

Boy Scouts bereikt op Wayfinder nog niet het niveau van de absolute toppers in het genre, die worden aangevoerd door Phoebe Bridgers, maar in de subtop kan ze met haar nieuwe album goed mee komen. En als Taylor Vick stappen van dit formaat blijft zetten, kan het met haar volgende albums wel eens heel anders uitpakken. Tot het zover is ben ik blij met het prima Wayfinder, dat ruim een half uur prima muziek aflevert. Erwin Zijleman

boygenius - boygenius (2018)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boygenius - EP - dekrentenuitdepop.blogspot.com

1+1+1 is in de muziek lang niet altijd 3, maar Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus maken er 4 of 5 van
Julien Baker en Phoebe Bridgers maakten voor mij de beste twee platen van 2017, terwijl Lucy Dacus dit jaar zeker gaat meedoen in mijn jaarlijstje over 2018 met het fraaie Historian. Als Boygenius bundelen de drie de krachten en combineren ze op fraaie wijze hun bijzondere stemmen, veelkleurige gitaarspel en songwriting skills. De zes songs op Boygenius beginnen bij de individuele talenten van de drie, maar de talenten grijpen al snel in elkaar en tillen de songs op EP vervolgens naar een hoger plan. Ik nu al uit naar de nieuwe platen van de drie, maar ook deze samenwerking smaakt naar veel meer.



Julien Baker en Phoebe Bridgers bereikten vorig jaar de eerste twee posities van mijn jaarlijstje met hun albums Turn Out The Lights en Stranger In The Alps. Lucy Dacus leverde eerder dit jaar met Historian een van de betere platen van 2018 af.

Hoe mooi zou het zijn als deze drie dames hun krachten zouden bundelen en dat is precies wat Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus hebben gedaan. Als Boygenius zijn ze al een tijdje aan het toeren en nu ligt er dan ook een EP, die wat eerder opduikt dan eerder werd aangekondigd.

De EP die voor het gemak de titel EP heeft gekregen bevat zes songs en 21 minuten muziek. Het is een EP die gezien de voorgeschiedenis alleen maar prachtig kan zijn en dat is hij dan ook.

De jonge muzikanten (Phoebe Bridgers is 24, Julien Baker en Lucy Dacus zijn 23) nemen afwisselend het voortouw en drukken voorzichtig hun eigen stempel op de songs waarin de eigen rol net wat groter is. Phoebe Bridgers excelleert in akoestische songs vol melancholie, Julie Baker kan fluisterzachte zang in een paar noten laten uitbarsten in een passionele schreeuw en Lucy Dacus combineert haar prachtige stem bij voorkeur met een licht explosieve en veelkleurige instrumentatie.

De drie leden van Boygenius beschikken alle drie over een stem waar ik van hou, maar het zijn ook nog eens stemmen die prachtig bij elkaar kleuren en die elkaar weten te versterken wanneer wordt gekozen voor harmonieën, wat op EP met enige regelmaat zorgt voor kippenvel.

Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus zijn niet alleen zangeressen die me raken, maar het zijn ook prima gitaristen. Phoebe Bridgers strooit op EP met bezwerende gitaarlijnen, Julien Baker zorgt voor de ruimte en de dynamiek, terwijl Lucy Dacus vooral prachtig buiten de lijntjes kleurt.

In vocaal en muzikaal opzicht overtuigt de eerste EP van Boygenius vrij makkelijk, maar ook de songs van het drietal vallen zeker niet tegen. In vocaal en muzikaal opzicht vloeien de talenten van Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus prachtig samen en dat doen ze ook in de songs, al hoor je goed wie het voortouw neemt en is niet moeilijk om te bepalen welke songs hadden gepast op Turn Out The Lights, welke op Stranger In The Alps en welke op Historian.

Zeker wanneer de drie kiezen voor fraaie harmonieën, schuift Boygenius voorzichtig op richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat de rocksongs van het drietal van nog wat extra diepte voorziet en de muziek van Boygenius nog wat extra meerwaarde geeft. 21 minuten zijn snel om wanneer muziek je zo weet te raken als de muziek van Boygenius doet, maar de songs zijn zo goed dat je de EP best twee of drie keer na elkaar kunt beluisteren.

Op voorhand hoopte ik natuurlijk dat Boygenius het beste van de drie platen die ik zo koester zou verenigen, maar 1+1+1 is in de muziek lang niet altijd 3. EP van Boygenius begon bij mij echter direct bij ruim 3, maar de 4 of zelfs de 5 zijn inmiddels binnen handbereik. Natuurlijk moeten Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus hun eigen platen blijven maken, maar dat Boygenius levensvatbaar is lijkt me duidelijk. Laat maar snel komen dat volwaardige debuut. Erwin Zijleman

boygenius - The Record (2023)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: boygenius - the record - dekrentenuitdepop.blogspot.com

boygenius - the record
Er is lang uitgekeken naar het debuutalbum van boygenius, maar Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus overtreffen wat mij betreft alle verwachtingen met een album waarop 1+1+1 echt veel meer is dan 3

In 2018 zochten de aanstormende talenten Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus de samenwerking met een EP van boygenius als resultaat. Het smaakte naar meer en dat meer is deze week beschikbaar in de vorm van the record. In de drie tracks die eerder werden vrijgegeven hoorde je nog de individuele stempels van de drie, maar the record is uiteindelijk toch vooral een bandalbum. Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus tekenen voor verrassend mooie harmonieën, maar hebben ook een aantal songs geschreven die niet direct op hun individuele albums zouden hebben gepast. Wanneer drie muzikanten die bulken van het talent de samenwerking zoeken is er nog geen garantie op succes, maar het debuutalbum van boygenius is echt prachtig.

Toen Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus aan het eind van 2018 voor het eerst de krachten bundelden onder de naam boygenius (geen hoofdletters) werd direct gesproken van een heuse ‘supergroep’. De drie Amerikaanse singer-songwriters stonden op dat moment weliswaar nog redelijk aan het begin van hun carrières, maar waren de belofte inmiddels al wel ontgroeid.

Sindsdien zijn Julien Baker, Lucy Dacus en vooral Phoebe Bridgers uitgegroeid tot hele grote namen binnen de indiepop en indierock, waardoor er met bijna onrealistisch hoge verwachtingen is uitgekeken naar het debuutalbum van het gelegenheidstrio. Ook ik was sinds de aankondiging van the record (ook geen hoofdletters) halverwege januari compleet in de ban van het nieuwe werk van Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus, dat alleen al door de som der delen een geweldig album zou moeten worden.

Inmiddels heb ik the record, dat ik een week of twee in bezit heb, al flink wat keren beluisterd en het album valt, ondanks mijn torenhoge verwachtingen, zeker niet tegen. Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus openen het debuutalbum van boygenius a capella en maken direct indruk met prachtige harmonieën. Het zijn harmonieën die met enige regelmaat terugkeren op het album en er wat mij betreft voor zorgen dat boygenius meer is dan de optelsom van de drie talentvolle muzikanten.

In de harmonieën vloeien de vocale talenten van de drie singer-songwriters prachtig samen, maar de individuele songs dragen soms nog wel het stempel van een van de drie. Dat hoor je het duidelijkst in de eerste tracks, die het album vooruitsnelden. Zo schreeuwt Julien Baker het aan het eind van het stevige $20 uit zoals alleen zij dit kan, benevelt Phoebe Bridgers in het dromerige Emily I’m Sorry, dat ook op Punisher had kunnen staan en bevat True Blue overduidelijk het stempel van Lucy Dacus, die laat horen dat ze van de drie de beste zangeres is (al heb ik een ongelooflijk zwak voor de stem van Phoebe Bridgers).

Meer dan de debuut EP van boygenius klinkt the record wat mij betreft echter vooral als een album van een band, die toevallig over drie prima zangeressen beschikt. Dat hoor je vooral vanaf de vijfde track, waarin een duidelijk individueel stempel ontbreekt, boygenius ook verrast met intieme folky klanken en de samenzang zo nu en dan om te watertanden zo mooi is.

Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus hebben op hun albums al laten horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kunnen en dat hoor je nog wat duidelijker op the record, dat moeiteloos schakelt tussen hedendaagse indiepop en indierock, akoestische folksongs en tijdloze popsongs die ook uit een tijd ver voor de geboorte van de drie kun en stammen, zeker wanneer een subtiel vleugje 80s new wave of 90s indierock wordt toegevoegd.

De nadruk ligt overigens op de behoorlijk ingetogen songs, waardoor the record toch anders klinkt dan verwacht. Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus hebben de nodige zwaargewichten ingeschakeld voor hun debuutalbum, dat zowel in muzikaal als in productioneel opzicht echt fantastisch klinkt, zeker wanneer ook nog wat strijkers en keyboards worden ingezet.

De geweldige zang op het album, de ijzersterke songs en het prachtige geluid maken van the record veel meer dan een debuutalbum van een gelegenheidstrio. Ik ben zeer gesteld op de albums van Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus, maar als boygenius tikken de drie een nog wat hoger niveau aan. Het debuutalbum van boygenius is een album waarop 1+1+1 vier of misschien wel vijf is en de rek is er voor mij nog lang niet uit. Erwin Zijleman

Boys - Rest in Peace (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boys - Rest In Peace - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Zweedse muzikante Nora Karlsson maakte als Boys al twee EP’s met op haar slaapkamer opgenomen popliedjes.

Het waren popliedjes die lieten horen dat de muzikante uit Stockholm de kunst van het schrijven van een goed popliedje uitstekend beheerst. De songs van Boys klonken ook nog eens eigenzinnig, waardoor ik absoluut nieuwsgierig was naar haar vorige week verschenen debuutalbum.

Voor haar volwaardige debuut verruilde Nora Karlsson haar slaapkamer voor een echte studio en formeerde ze bovendien een band, deels gerekruteerd uit de Zweedse band HOLY, waar Nora Karlsson ook deel van uit maakt.

Het wekt daarom geen verbazing dat Rest In Peace wat voller klinkt dan de EP’s van Boys, maar gelukkig is Nora Karlsson er in geslaagd om het intieme, dromerige en charmante geluid van haar EP’s te behouden.

Rest In Peace duurt maar iets langer dan een half uur, maar laat in dat half uur een geluid met meerdere gezichten horen. In de openingstrack pakt de elektronica flink uit en lijkt Boys te kiezen voor de synthpop. Het is zeker geen alledaagse synthpop, want naast atmosferische synths en dwingende ritmes, voegt Boys ook iets rauws en tegendraads toe aan de elektronische klanken en zijn er natuurlijk ook de heerlijk lome en dromerige vocalen van Nora Karlsson.

De Zweedse muzikante en haar bandleden blijven niet lang steken in de synthpop, maar gooien het roer al snel om richting honingzoete 60s girlpop, die Phil Spector zonder enige twijfel in extase zou hebben gebracht. De muziek van Boys kan nog veel meer kanten op, want Rest In Peace flirt ook met dreampop en shoegaze, is niet vies van een flinke dosis psychedelica en kan ook nog eens uit de voeten met de veelkleurige indiepop waar een band als Belle & Sebastian al zo lang het patent op heeft.

Dit alles wordt samengesmeed in een geluid waarin de bijzonder aangename fluisterzang van Nora Karlsson als smeerolie fungeert. Rest In Peace van Boys verleidt bijzondere makkelijk, maar wat zit het ook allemaal goed in elkaar en wat kleurt de band uit Stockholm lekker buiten de lijntjes.

Zweden heeft een naam hoog te houden wanneer het gaat om nagenoeg perfecte popliedjes en het schrijven van deze popliedjes zit ook bij Nora Karlsson in de genen. Op haar debuut laat ze echter ook horen dat perfecte pop prima samen gaat met ruwe randjes, plekjes roest en andere oneffenheden.

Op de eerder verschenen EP’s vond ik de muziek van Boys nog net wat te weinig onderscheidend, maar Rest In Peace is wat mij betreft een voltreffer en het is er een die bij iedere volgende beluistering nog net wat harder en tegelijkertijd lekkerder aan komt. Erwin Zijleman

Boz Scaggs - Out of the Blues (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boz Scaggs - Out Of The Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Boz Scaggs is vooral bekend van het uit 1976 stammende Silk Degrees; de plaat met de wereldhits What Can I Say en Lido Shuffle. Iedereen die denkt dat hij of zij met Silk Degrees het beste en belangrijkste van de Amerikaanse muzikant wel in de kast heeft staan, mist echter heel veel moois.

De in Canton, Ohio, geboren Boz Scaggs debuteerde al in 1965 (al werd Boz bijna nergens uitgebracht), maar met het in 1969 verschenen Boz Scaggs maakte hij voor het eerst indruk. In de eerste helft van de jaren 70 maakte de Amerikaan een aantal hele sterke platen, waarna het verkoopsucces van Silk Degrees (ook een geweldige plaat overigens) volgde.

Hierna was Boz Scaggs lange tijd van de leg, want pas in de tweede helft van de jaren 90 maakte hij weer platen die qua niveau de concurrentie met zijn beste platen aan konden (met name Come On Home uit 1997 is geweldig). Ook in het nieuwe millennium kwam de Amerikaanse muzikant maar moeizaam op gang, maar met het in 2013 verschenen Memphis leverde Box Scaggs opnieuw een voltreffer af.

Op de in slechts drie dagen opgenomen plaat eerde de Amerikaanse muzikant, samen met topmuzikanten als Steve Jordan (die de plaat ook produceerde), Ray Parker Jr., Willie Weeks en een batterij strijkers en blazers, de soul en rhythm & blues zoals die in de late jaren 60 in Memphis werd gemaakt.

Memphis bleek de start van een heuse trilogie, die een vervolg kreeg met het in 2015 verschenen A Fool To Care en die wordt voltooid met het nu verschenen Out Of The Blues. A Fool To Care volgde drie jaar geleden grotendeels hetzelfde recept als zijn voorganger, maar Out Of The Blues is een net wat andere plaat.

Het derde deel van de trilogie werd niet geproduceerd door Steve Jordan (Ray Parker Jr. en Willie Weeks zijn wel van de partij), terwijl een aantal extra muzikanten meespelen, onder wie topgitaristen Doyle Bramhall II en Dylan gitarist Charlie Sexton en meesterdrummer Jim Keltner.

Op Out Of The Blues put Boz Scaggs deels uit zijn eigen archieven (songs van de eerdergenoemde platen Boz en Come On Home komen voorbij) en zoals altijd heeft Boz Scaggs een goede neus voor een aantal prima covers (waaronder een fraaie versie van Neil Young’s On The Beach).

Out Of The Blues klinkt wat minder soulvol dan zijn twee voorgangers en kiest vooral voor de blues en rhythm & blues. Het is vooral lekkere lome blues waarin piano en blazers zorgen voor een solide basis, waarna de topgitaristen op de plaat los mogen gaan en ook de mondharmonica en het orgel af en toe lekker mogen scheuren. Denk aan Robert Cray op zijn beste platen, maar dan met de hand van Boz Scaggs en gespeeld door de beste muzikanten voorhanden.

Boz Scaggs vierder eerder dit jaar zijn 74e verjaardag, maar ook op Out Of The Blues is hij weer uitstekend bij stem. Natuurlijk zit er wat meer gruis op zijn stembanden dan in de jaren 70, maar het zo herkenbare Boz Scaggs geluid is nog altijd aanwezig. De vooraf geplande trilogie is met deze plaat voltooid, maar ook deze plaat smaakt weer naar veel meer. Hopelijk schudt de oude rot nog een paar prima platen als deze uit zijn mouw. Erwin Zijleman

Brandi Carlile - By the Way, I Forgive You (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandi Carlile - By The Way I Forgive You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Brandi Carlile dook in 2005 op met een titelloos debuut en werd direct omarmd als een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Daar viel echt helemaal niets op af te dingen en Brandi Carlile maakte de belofte wat mij betreft meer dan waar met de platen die volgden.

The Story uit 2007, Give Up The Ghost uit 2009, Bear Creek uit 2012 en het in 2015 verschenen The Firewatcher’s Daughter waren allemaal van een bijzonder hoog niveau, maar op een of andere manier is het Brandi Carlile, zeker in Nederland, niet gelukt om zich te ontworstelen aan het predicaat belofte.

Het is doodzonde, want de singer-songwriter uit Ravensdale, Washington, behoort inmiddels al meer dan tien jaar tot de smaakmakers in het genre. Dat laat ze ook weer horen op het deze week verschenen By The Way I Forgive You, waarvoor Brandi Carlile niemand minder dan Dave Cobb heeft weten te strikken als producer, die vervolgens de al even gerenommeerde Shooter Jennings rekruteerde als co-producer.

Dave Cobb had een aantal wijze lessen voor de Amerikaanse singer-songwriter. Brandi Carlile ging op haar laatste platen met teveel verschillende genres aan de haal en was bovendien vergeten wat een geweldige zangeres ze is. Dave Cobb duwde Brandi Carlile op By The Way I Forgive You weer richting de Amerikaanse rootsmuziek en richting de folk en de country in het bijzonder en stimuleerde haar bovendien om voluit te zingen.

Dat laatste doet Brandi Carlile op By The Way I Forgive You zeker. De Amerikaanse singer-songwriter zingt op haar nieuwe plaat met grote regelmaat de pannen van het dak, zoals onder andere Allison Moorer en Maria McKee dat in hun beste dagen konden, maar gelukkig kan ze ook doseren. Net als Alison Moorer omarmt Brandi Carlile op haar nieuwe plaat niet alleen de folk en de country, maar is ze ook niet vies van wat steviger rockende songs, wat uitstekend past bij haar imposante stemgeluid.

By The Way I Forgive You sluit aan op de vorige platen van Brandi Carlile, maar ik hoor dit keer wel meer plezier in haar muziek, wat de plaat een flinke zet in de rug geeft. Natuurlijk is de concurrentie in dit genre moordend op het moment, maar Brandi Carlile heeft voor mij een plaat gemaakt die er uit springt.

Haar songs zitten vol emotie en bewandelen niet alleen de gebaande paden, haar band speelt degelijk maar trefzeker, de accenten die de producers hebben toegevoegd geven de songs iets extra en vooral in vocaal opzicht is Brandi Carlile de meeste van haar soortgenoten makkelijk de baas. Haar stem was ook 13 jaar geleden op haar zo bewierookte debuut al haar sterkste wapen, maar het is een stem die alleen maar mooier is geworden, al is het maar omdat Brandi Carlile inmiddels wat doorleefder klinkt dan als jonge twintiger.

Het levert in de vorm van By The Way I Forgive You weer een hele sterke plaat op. De hoogste tijd dus om Brandi Carlile ook in Nederland te omarmen als het grote talent dat ze inmiddels al heel wat jaren is. Erwin Zijleman

Brandi Carlile - In These Silent Days (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandi Carlile - In These Silent Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brandi Carlile - In These Silent Days
Brandi Carlile kan als sinds haar debuutalbum uit 2005 met de besten mee binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dat kan ze nog steeds, zoals is te horen op het ijzersterke In These Silent Days

Brandi Carlile doet, ver weg van Nashville, al ruim vijftien jaar haar eigen ding. Ze doet het ook weer op het deze week verschenen In These Silent Days, de opvolger van het uit 2018 stammende By The Way I Forgive You, dat zorgde voor haar definitieve doorbraak in de Verenigde Staten. Ook op haar nieuwe album steekt Brandi Carlile weer in een uitstekende vorm. Het album klinkt prachtig, laat zich beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek en rockmuziek en staat vol met aansprekende songs, die zich zowel door heden als verleden laten beïnvloeden. De muzikante uit Washington State laat bovendien horen dat ze een geweldig en veelzijdig zangeres is. Prachtig album wederom.

Zestien jaar geleden dook de jonge Amerikaanse singer-songwriter Brandi Carlile op met haar titelloze debuutalbum. Het is een debuutalbum dat vrijwel onmiddellijk duidelijk maakte dat we te maken hadden met een muzikante die heel snel uit zou kunnen groeien tot een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

Dat ging uiteindelijk zeker niet vanzelf. Brandi Carlile leverde na haar geweldige debuut een aantal zeer fraaie albums af, die niet onder deden voor dit debuut en stuk voor stuk mogen worden geschaard onder de betere albums in het genre. De Amerikaanse muzikante timmerde bovendien aan de weg met de gelegenheidsband The Highwomen en zette ook nog eens succesvolle eerste stappen als producer.

Toch zal lang niet iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek Brandi Carlile opnemen in het lijstje met smaakmakers in het genre. Ik doe dat zelf al wel ruim vijftien jaar en de juistheid van deze keuze wordt weer eens onderstreept door het deze week verschenen nieuwe album van de muzikante uit Maple Valley, Washington, waar Brandi Carlile woont met haar gezin en een aantal bevriende muzikanten.

De Amerikaanse muzikante heeft voor de afwisseling eens niet Nashville, Tennessee, als thuisbasis en dat hoor je. In These Silent Days, dat werd gemaakt tijdens de pieken van de coronapandemie, is onbetwist een rootsalbum, maar het is een album dat anders klinkt dan de meeste albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Brandi Carlile laat zich niet zo makkelijk vastpinnen op een genre en heeft zich bovendien nadrukkelijk laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 70, waarbij de inspiratie ook werd gevonden buiten de Amerikaanse rootsmuziek.

Luister naar In These Silent Days en je hoort onmiddellijk dat Brandi Carlile een geweldige zangeres en een zeer getalenteerd songwriter is. Het album staat vol met tijdloze songs en het zijn songs die onmiddellijk zorgen voor een goed gevoel. Het zijn songs waarin Brandi Carlile in vocaal opzicht alle kanten op kan en zowel uiterst ingetogen als zeer krachtig zingt.

De muzikante uit Washington timmerde de afgelopen jaren en zeker sinds het zeer succesvolle By The Way I Forgive You met veel succes aan de weg en kon daarom een beroep doen op een aantal prima muzikanten, onder wie vaste krachten Phil en Tim Hanseroth, die ook meeschreven aan de songs. Brandi Carlile wist zich bovendien wederom verzekerd van de productionele vaardigheden van Dave Cobb en Shooter Jennings, die ook op haar vorige album van de partij waren.

Het levert een rootsalbum op vol echo’s uit het verleden, maar het is een rootsalbum dat ook eigentijds klinkt. Het is boven alles een rootsalbum dat kwaliteit ademt. Die kwaliteit hoor je terug in de zang, in de instrumentatie, in de productie en in de songs, die ook nog eens verrassend veelzijdig klinken en in een aantal gevallen ook bij liefhebbers van rockmuziek in de smaak zullen vallen.

De flirts met rock zitten het omarmen van Brandi Carlile door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek misschien wel wat in de weg, want In These Silent Days is geen moment een doorsnee rootsalbum. Voor mij geldt echter nog altijd dat alles wat Brandi Carlile aanraakt verandert in goud, want ook dit album heeft weer onmiddellijk diepe indruk gemaakt en wordt bij herhaalde beluistering zeker niet minder. Integendeel. Erwin Zijleman

Brandi Carlile - Returning to Myself (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brandi Carlile - Returning To Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Brandi Carlile - Returning To Myself
Brandi Carlile is de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek en bevestigt deze status met het zeer persoonlijke en uitstekende Returning To Myself[

Brandi Carlile begon in the middle of nowhere en in haar eentje aan de songs voor haar nieuwe album, maar kreeg uiteindelijk hulp van meerdere producers, onder wie Aaron Dessner, en van een heel legioen topmuzikanten. Dat is goed te horen op Returning To Myself, dat in muzikaal en productioneel opzicht echt prachtig klinkt. De meeste indruk maakt Brandi Carlile echter zelf met een serie prachtige songs, met persoonlijke teksten en vooral met een stem die nog veel mooier is dan de stem die twintig jaar geleden zoveel indruk maakte op haar debuutalbum. Het maakt het stapeltje uitstekende Brandi Carlile albums nog wat groter en indrukwekkender dan het al was.

Het is bijna niet te geloven dat het alweer twintig jaar geleden is dat het titelloze debuutalbum van Brandi Carlile verscheen. Het is een album waarmee de Amerikaanse muzikante zich in één klap schaarde onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, al had in 2005 nog lang niet iedereen dit door.

Twintig jaar later wordt Brandi Carlile echter door de meeste liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek geschaard onder de groten binnen het genre. Daar valt ook weinig op af te dingen, want de muzikante uit Ravensdale, Washington, heeft inmiddels een stapeltje fraaie en invloedrijke albums op haar naam staan, haalde een imposant aantal Grammy awards op, timmerde aan de weg als producer voor onder andere Brandy Clark en Lucius, kreeg Joni Mitchell weer het podium op en vormt bovendien samen met Maren Morris, Amanda Shires en Natalie Hemby de ‘supergroep’ The Highwomen.

Ik heb nog altijd een enorm zwak voor het debuutalbum van Brandi Carlile, maar ook de zes andere albums die ze uitbracht zijn van een hoog niveau. Van deze albums was het in 2021 verschenen In These Silent Days misschien wel de beste en bovendien het laatste wapenfeit van de solomuzikante Brandi Carlile. Tot deze week dan, want met Returning To Myself heeft de Amerikaanse muzikante haar achtste album uitgebracht.

In de aanloop naar de release van het album luisterde ik weer eens naar haar debuutalbum, dat nog altijd indruk maakt. Het is een album dat flink ver verwijderd is van het nieuwe album van Brandi Carlile. Dat is ook niet zo gek, want wat is er de afgelopen twintig jaar veel gebeurd in de carrière van de muzikante, die nog altijd woont op het platteland van Washington State, ver verwijderd van Nashville.

Returning To Myself is het tweede album dit jaar met de naam Brandi Carlile op de cover, want eerder dit jaar een album dat ze samen maakte met Elton John. Daar vond ik eerlijk gezegd niet veel aan, maar Returning To Myself is prachtig. Het album kwam tot stand nadat Brandi Carlile in contact was gekomen met producer en The National voorman Aaron Dessner.

De Amerikaanse producer bood Brandi Carlile zijn afgelegen cabin in het bos aan en hierin sleutelde ze in eerste instantie in haar eentje aan de songs die terecht kwamen op het nieuwe album. Returning To Myself werd geproduceerd door Brandi Carlile en Aaron Dessner, waarna ook producer Andrew Watt aanschoof en bovendien een waslijst aan topmuzikanten, onder wie Justin Vernon (aka Bon Iver), Josh Klinghofer, Matt Chamberlain, Elton John, Rob Moose en Blake Mills.

Met Returning To Myself heeft Brandi Carlile een zeer persoonlijk en voornamelijk ingetogen album gemaakt. Het album opent prachtig met de spaarzaam ingekleurde titelsong, waarin opvalt hoe mooi de stem van Brandi Carlile is. Returning To Myself bevat voornamelijk van dit soort ingetogen tracks, maar ook een drietal rocksongs, die wat mij betreft minder goed passen op het album en minder onderscheidend zijn.

In alle tracks op het album trekt de verzorgde en hoogstaande instrumentatie de aandacht, maar ik word zelf vooral geraakt door de prachtige stem van Brandi Carlile, die haar persoonlijke songs voorziet van extra emotionele lading. Het was al een fraai oeuvre dat Brandi Carlile op haar naam had staan, maar met Returning To Myself voegt ze er nog maar eens een prachtalbum aan toe. Erwin Zijleman

Brandi Carlile - The Firewatcher’s Daughter (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandi Carlile - The Firewatcher's Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een nog piepjonge Brandi Carlile debuteerde al weer tien jaar geleden met een plaat die met name in de Verenigde Staten (maar in kleine kring ook in Europa) de hemel in werd geprezen en die de singer-songwriter uit Ravensdale, Washington, onder andere de vergelijking opleverde met Jeff Buckley.

Ik heb het titelloze debuut van Brandi Carlile ook nog altijd heel hoog zitten en dat geldt in veel mindere mate voor de platen die de Amerikaanse singer-songwriter sindsdien heeft gemaakt.

Het is lastig uit te leggen waarom dat zo is, want The Story (2007), Give Up The Ghost (2009) en Bear Creek (2012) waren prima platen die in kwalitatief opzicht niet zo heel veel onder deden voor het titelloze debuut uit 2005.

De meerwaarde van het debuut van Brandi Carlile kan alleen worden omschreven met vage termen als magie en urgentie en dat zijn begrippen die zeker voor een lezer lastig te duiden zijn.

Na beluistering van de nieuwe plaat van Brandi Carlile kon ik al snel concluderen dat ook The Firewatcher’s Daughter in kwalitatief opzicht niet onder doet voor het debuut van Brandi Carlile, maar hoe zit het met de magie en urgentie? Het heeft wat luisterbeurten gevergd voor ik deze vraag durf te beantwoorden.

Bij beluistering van The Firewatcher’s Daughter vallen een aantal dingen op. Gebleven is uiteraard de bijzonder krachtige stem van Brandi Carlile. Het is een stem met enorm veel power, maar het is ook een stem die diep kan ontroeren. Het is een stem die op The Firewatcher’s Daughter een aantal keren wordt bijgestaan door mannenstemmen. Daar moest ik in eerste instantie aan wennen, maar uiteindelijk geeft het de plaat extra dynamiek.

Ook het terrein waarop Brandi Carlile opereert is in de loop der jaren niet heel veel veranderd. The Firewatcher’s is, zeker in de openingstracks, wat meer roots georiënteerd dan we van haar gewend zijn, maar Brandi Carlile is ook nog altijd niet vies van pop en rock. Het zorgt voor een plaat die meerdere kanten op schiet. Het ene moment verleidt Brandi Carlile met een zwoel en intiem popliedje, terwijl ze het volgende kant de kat de gordijnen in kan jagen met een stevige rocktrack die herinnert aan Patti Smith in haar meest wilde jaren.

Hoewel ik persoonlijk een duidelijke voorkeur heb voor de wat meer ingetogen rootssongs op de plaat, had ik de uitstapjes buiten de rootspaden niet willen missen. Het waren immers deze uitstapjes die op het debuut goed waren voor een gevoel van magie en urgentie en dat gevoel is terug op The Firewatcher’s Daughter.

Brandi Carlile heeft dit bereikt door de plaat vrijwel live op te nemen. The Firewatcher’s Daughter blijft ver verwijderd van productionele hoogstandjes of fraaie arrangementen, maar klinkt puur en eerlijk. Zeker in de ingetogen tracks grijpt Brandi Carlile je genadeloos bij de strot met haar geweldige zang, maar ook de andere tracks blijven moeiteloos overeind, al is het maar omdat Brandi Carlile in het zeer incidentele lichtvoetige popliedje haar concurrenten mijlenver voorblijft.

Het levert al met al een plaat op die zich zowel in kwalitatief opzicht als qua beleving kan meten met dat briljante debuut uit 2005. Ik had het eerlijk gezegd niet meer verwacht, maar de nog altijd pas 34 jaar oude Brandi Carlile is nog lang niet afgeschreven. Erwin Zijleman

Brandy Clark - Big Day in a Small Town (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandy Clark - Big Day In A Small Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Brandy Clark eindigde in 2013 bovenaan in de Amerikaanse country jaarlijstjes met een plaat die werd omarmd door de liefhebbers van Nashville country, maar die ook absoluut de aandacht van Europese liefhebbers van alternatieve country had verdiend.

12 Stories viel op door uitstekende songs, die ook buiten de lijntjes van de Nashville country durfden te kleuren. Ik was dan ook nieuwsgierig naar haar nieuwe plaat en die is nu dan eindelijk verschenen.

Op Big Day In A Small Town heeft Brandy Clark gekozen voor de diensten van producer Jay Joyce, die ik vooral ken van het geweldige Mr. Misunderstood van Eric Church. Voor de tweede plaat van Brandy Clark heeft Jay Joyce echter gekozen voor een heel ander geluid.

Big Day In A Small Town is nog altijd stevig verankerd in de Nashville country, maar slaat ook meerdere modernere wegen in. Brandy Clark vindt hiermee aansluiting bij zeer succesvolle Nashville country zangeressen als Kacey Musgraves (voor wie Brandy Clark in het verleden songs schreef) en Ashley Monroe, die vorig jaar allebei een zeer overtuigende (en voor mij jaarlijstjes) plaat afleverden.

De tweede plaat van Brandy Clark staat vol met lekker in het gehoor liggende countrysongs, die het ongetwijfeld uitstekend gaan doen op de Amerikaanse countrystations. In tegenstelling tot veel van haar soortgenoten kiest Brandy Clark echter niet voor de zoete en gladde variant van de Nashville country. Ook in de meest toegankelijke songs op Big Day In A Small Town legt Brandy Clark genoeg emotie in haar songs om te overtuigen en ook in tekstueel opzicht heeft ze wat te melden en stelt ze maatschappelijke problemen aan de kaart.

In een aantal songs laten Brandy Clark en producer Jay Joyce ook invloeden uit de rock en de wat rauwere rootsmuziek en invloeden uit de pop en R&B toe. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar Brandy Clark blijft ook een muzikant die in artistiek opzicht serieus te nemen is, zeker als ze wat gas terug neemt en diep weet te ontroeren met songs vol emotie.

Haar songs zijn zonder uitzondering toegankelijk, maar schieten meerdere kanten op. De instrumentatie en productie van de plaat strijken nergens tegen de haren in, maar durven wel degelijk te experimenteren. En Brandy Clark beschikt tenslotte ook nog eens over een hele mooie, warme en emotievolle stem die over het vermogen beschikt om haar songs naar een hoger plan te tillen.

Vorig jaar werd ik enorm verrast door het indrukwekkende Pageant Material van Kacey Musgraves. Het uitstekende Big Day In A Small Town van Brandy Clark ligt in het verlengde van deze plaat, maar is zeker niet minder. Aanrader dus. Erwin Zijleman

Brandy Clark - Brandy Clark (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandy Clark - Brandy Clark - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brandy Clark - Brandy Clark
De populariteit van Brandy Clark blijft in Nederland tot dusver wat achter bij die in de VS, maar dat kan zomaar gaan veranderen met haar door Brandi Carlile geproduceerde nieuwe album dat kwaliteit ademt

Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Brandy Clark, al zag ik haar vorige album over het hoofd. De muzikante uit Nashville maakt muziek die het in de Verenigde Staten uitstekend doet en terecht. Ook op haar nieuwe album maakt Brandy Clark weer makkelijk indruk met een serie uitstekende en vaak tijdloos klinkende songs die ook nog eens prachtig zijn ingekleurd en door de mooie stem van de Amerikaanse muzikante naar een hoger plan worden getild. De fraaie productie van Brandi Carlile is de kers op een taart. Hoogste tijd dat we de muziek van Brandy Clark ook in Nederland op de juiste waarde gaan schatten.

Brandy Clark is in Nederland nog relatief onbekend, maar in de Verenigde Staten wordt ze inmiddels al een jaar of tien gerekend tot de smaakmakers binnen de Americana in het algemeen en de countrymuziek in het bijzonder. De muzikante uit Nashville, Tennessee, dankt deze status aan de drie uitstekende albums die ze tussen 2013 en 2020 maakte. Ik haalde 12 Stories uit 2013 aan het eind van het betreffende jaar uit een aansprekend jaarlijstje en vond Big Day In A Small Town in 2016 op eigen kracht. Het in 2020 verschenen Your Life Is A Record heb ik om onbegrijpelijke redenen links laten liggen, maar het deze week verschenen titelloze vierde album van Brandy Clark schreef ik als een van de eerste albums op voor een plekje op de krenten uit de pop deze week.

Op een of andere manier haal ik Brandy Clark en Brandi Carlile altijd door elkaar, maar op het nieuwe album van Brandy Clark zijn ze allebei van de partij. Brandi Carlile tekende immers voor de productie van het album, nadat de twee de gezamenlijke liefde voor het noordwesten van de Verenigde Staten hadden ontdekt. Beiden werden geboren en groeiden op in een klein dorp in Washington State en zochten hun geluk op jonge leeftijd in Nashville, waar ze uiteindelijk uitgroeiden tot zeer gerespecteerde muzikanten.

Brandi Carlile is niet de enige muzikante van naam en faam die Brandy Clark heeft weten te strikken voor haar titelloze nieuwe album, want direct in de eerste track horen we het geweldige gitaarwerk van Derek Trucks, waarna in de derde track ook de fraaie stemmen van Lucius opduiken. Hier blijft het niet bij, want op de gastenlijst komen we ook nog meesterdrummer Matt Chamberlain tegen. Brandy Clark en Brandi Carlile wilden het album eigenlijk opnemen op hun geboortegrond, maar uiteindelijk kwamen ze terecht in de Shangri-La studio van Rick Rubin op Malibu.

Ik haal Brandy en Brandi zoals gezegd vaak door elkaar, maar in muzikaal opzicht zijn ze behoorlijk verschillend. De muziek van Brandy Clark is over het algemeen genomen wat traditioneler en gepolijster dan die van haar producer, die wat dichter tegen de alt-country aan zit, en dat is op haar nieuwe album niet anders. Het titelloze album van Brandy Clark is een album met tijdloze countrysongs, maar het is ook een album dat met enige regelmaat herinnert aan de singer-songwriter albums uit de jaren 70.

Brandy Clark schuurde op haar vorige album ook wel wat tegen de countrypop aan, maar op haar nieuwe album blijft ze dichter bij de pure Amerikaanse rootsmuziek. Het vierde album van de muzikante uit Nashville is zeer smaakvol ingekleurd met een hoofdrol voor snareninstrumenten en de piano. Incidenteel duiken wat strijkers op, maar over het algemeen genomen zijn de songs van Brandy Clark op haar nieuwe album ingetogen, al gaat ze de wat uitbundigere klanken niet helemaal uit de weg.

Het zijn aansprekende en tijdloos klinkende songs en het zijn songs die flink profiteren van de mooie en warme stem van de muzikante uit Nashville, die de afgelopen jaren niet voor niets de nodige Grammy’s in de wacht heeft gesleept. De muziek van Brandy Clark klonk op haar vorige albums misschien iets te gepolijst of te geproduceerd voor onze Nederlandse oren, maar haar nieuwe album moet hier toch ook in de smaak kunnen vallen, al is het maar door het zetje dat ze heeft gekregen van de hier wel populaire Brandi Carlile. Erwin Zijleman

Brandy Zdan - Brandy Zdan (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brandy Zdan - Brandy Zdan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Op een koude novemberdag in 2013 schreef ik het volgende over Lone Hunter van Brandy Zdan: “Lone Hunter bevat voornamelijk invloeden uit de folk en de country, maar Brandy Zdan is ook niet vies van invloeden uit de pop en de rock. De zes songs op Lone Hunter laten niet alleen horen dat Brandy Zdan een getalenteerd songwriter is, maar omdat ze haar songs ook nog eens vertolkt met veel emotie en doorleving, stijgt ze vrij gemakkelijk boven de middelmaat uit. Op basis van de rauwe, melancholische songs op Lone Hunter voorspel ik Brandy Zdan een hele mooie toekomst en voorspel ik bovendien dat haar volwaardige debuut wel eens een van de grote rootsverrassingen van 2014 kan gaan worden. Ook Lone Hunter is echter veel te mooi om te laten liggen. Het zijn helaas maar zes songs, maar het is wel zes keer een schot in de roos. Er zijn heel veel platen die het met veel minder voltreffers moeten doen. Niet laten liggen dus.”

Het zijn woorden waar ik nog altijd achter kan staan. Op het volwaardige debuut van de singer-songwriter, die ooit furore maakte als lid van het duo Twilight Hotel, hebben we (te) lang moeten wachten, maar eindelijk is de plaat er dan.

Het is een plaat die verrassend ver verwijderd is van de EP waarmee Brandy Zdan al zo lang zorgt voor hooggespannen verwachtingen. Invloeden uit de roots spelen op het titelloze debuut van Brandy Zdan immers nauwelijks een rol van betekenis.

Het debuut van Brandy Zdan is vooral een rockplaat, maar het is gelukkig zeker geen 13 in een dozijn rockplaat. Samen met producer en gitarist Teddy Morgan en met hulp van singer-songwriter Stephanie Macias oftewel Little Brave (met wie Brandy Zdan binnenkort ook in Nederland op het podium zal staan) en twee leden van My Morning Jacket heeft Brandy Zdan een heerlijk broeierige plaat gemaakt.

Het is een plaat met zo af en toe behoorlijk stevige gitaarriffs, maar het debuut van Brandy Zdan valt ook op door meer ingetogen gitaarwerk van grote schoonheid. Het gitaarwerk op de plaat is over de hele linie van een geweldig niveau, maar ook in vocaal opzicht maakt Brandy Zdan veel indruk met haar even emotievolle als krachtige vocalen.

Het titelloze debuut van Brandy Zdan is een plaat vol dynamiek. Dat hoor je in het gitaarwerk dat in een paar akkoorden kan omslaan van rauw en meedogenloos in uiterst subtiel en bijna verstild, maar je hoort het ook in de vocalen van Brandy Zdan, die stevig kan uithalen, maar ook bijna lieflijk kan fluisteren.

Het debuut van Brandy Zdan is een plaat die uiteindelijk lastig in een hokje is te duwen. Het heeft weinig te maken met de muziek van haar vrouwelijke collega’s in het singer-songwriter of rootssegment, maar er zijn ook niet veel raakvlakken met de indie rockchicks van het moment.

Brandy Zdan heeft een eigenzinnig en vooral ook tijdloos debuut afgeleverd. Het is een debuut dat op bijzonder fraaie wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verwerkt en hier vervolgens een eigen en vaak heerlijk broeierige draai aan geeft. De veelzijdigheid van het debuut van Brandy Zdan kan niet vaak genoeg benadrukt worden en wordt geïllustreerd door uitstapjes die aanhaken bij uiteenlopende genres als 60s psychedelica, 70s en 80s new wave, invloeden uit de indie-rock van recentere datum, flink wat songs die doen denken aan de briljante producties van Daniel Lanois en heel af en toe toch een beetje roots.

Al weer meer dan anderhalf jaar geleden tipte ik Brandy Zdan als één van de grote rootsverrassingen van 2014. Daarop kan Brandy Zdan vanwege de vertraging en de andere wegen ze is ingeslagen geen aanspraak maken, maar een grote verrassing is het debuut van Brandy Zdan absoluut. Erwin Zijleman

Brazilian Girls - Let's Make Love (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brazilian Girls - Let's Make Love - dekrentenuitdepop.blogspot.hr

Bij de naam Brazilian Girls moest ik onmiddellijk aan het album Talk To La Bomb denken, dat tot mijn verbazing al weer twaalf jaar oud is. De band stond na dit even aangename als verrassende album lang op een laag pitje, maar keerde onlangs terug met Let’s Make Love.

Brazilian Girls is een band uit New York die bestaat uit drie Amerikaanse muzikanten en de oorspronkelijk uit Italië afkomstige zangeres Sabina Sciubba, die een paar jaar geleden als Sabina nog een hele leuke en avontuurlijke soloplaat maakte (Toujours).

Ook Brazilian Girls associeer ik direct met avontuur. Talk To La Bomb bevatte een bonte mix van invloeden, variërend van bossa nova en reggae tot jazz en elektronica en schoot werkelijk alle kanten op. Ook Let’s Make Love bevat zeer uiteenlopende invloeden, maar Brazilian Girls springt dit keer wat minder van de hak op de tak dan ik van de band gewend ben, zonder dat dit ten koste gaat van het unieke geluid van de band.

Ook de nieuwe plaat van het New Yorkse viertal staat weer vol met heerlijk eigenzinnige popliedjes, die zich niet direct laten doorgronden. Het zijn niet alleen avontuurlijke popliedjes maar ook nog eens buitengewoon lekker klinkende of zelfs onweerstaanbare popliedjes, waardoor Let’s Make Love wat toegankelijker is dan de andere platen van de band.

Ik hoor dit keer flink wat invloeden van de Tom Tom Club en Talking Heads en hoor hiernaast een verzameling van de leukste synthpop uit de jaren 80, met hier en daar wat van Grace Jones. Hier blijft het niet bij want de muziek van Brazilian Girls sleept er ook dit keer van alles bij, waaronder veel van de invloeden die op Talk To La Bomb opdoken, al doet de band dit wel op wat subtielere wijze dan op haar vorige albums.

Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Talk To La Bomb vond ik een bijzondere of zelfs fascinerende plaat, maar er waren maar weinig momenten waarop de plaat goed tot zijn recht kwam. Let’s Make Love komt tot zijn recht wanneer ik toe ben aan goed gemaakte en lekker in het gehoor liggende popliedjes en dat komt regelmatig voor.

Het is knap hoe Brazilian Girls lijkt te kiezen voor perfecte popliedjes, maar op hetzelfde moment avontuurlijke of stekelige elementen toevoegt aan het door new wave en synthpop gedomineerde geluid. Zeker de toetsenist van de band mag helemaal los gaan en laat zich dat geen tweede keer zeggen, maar Sabina Sciubba blijft voor mij de ster van de band, in welke taal ze ook zingt.

Of de band dit keer wel wereldberoemd gaat worden met haar eigenzinnige songs is maar de vraag, maar voor liefhebbers van perfecte pop met een hele eigenwijze twist is Let’s Make Love van Brazilian Girls genieten; 13 songs lang. Erwin Zijleman

Bregje Sanne Lacourt - The Keeper of Changing Winds (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bregje Sanne Lacourt - The Keeper Of Changing Winds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Keeper Of Changing Winds van Bregje Sanne Lacourt lag echt al maanden op de stapel met platen die ik nog eens moest beluisteren, maar de plaat van de singer-songwriter uit Rotterdam kwam er maar niet af.

Aan de fans van haar debuutplaat heeft het zeker niet gelegen, want die hebben me bestookt met berichten. Kwade tongen zullen beweren dat het iets te maken heeft met mijn vooroordelen ten opzichte van werk van eigen bodem, maar zelf hou ik het op pure pech. Pure pech voor mij dan, want Bregje Sanne Lacourt heeft met The Keeper Of Changing Winds een verbluffend goede plaat gemaakt.

Het is een plaat die in eerste instantie opvalt door een stem van wereldklasse. Bregje Sanne Lacourt heeft een stem vol power, maar het is ook een stem die je raakt door alle emotie die er in zit. Het is een stem die in allerlei soorten muziek uit de voeten kan.

Daarvan maakt Bregje Sanne Lacourt dankbaar gebruik, want ze schakelt op haar debuut tussen flink wat genres, die met enige fantasie allemaal in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. The Keeper Of Changing Winds springt op knappe wijze op en neer tussen folk, country, blues, soul, jazz en pop en overtuigt eigenlijk altijd.

Dit ligt voor een belangrijk deel aan de geweldige vocalen op de plaat, die menige grootheid naar de kroon steken, maar ook de instrumentatie op The Keeper Of Changing Winds is van hoog niveau. Bregje Sanne Lacourt laat zich op haar debuut bijstaan door een aantal gelouterde muzikanten, onder wie gitarist Michel Ebben. Het zijn muzikanten die, net als Bregje Sanne Lacourt, een breed palet aan stijlen kunnen bestrijken.

Het ene moment klinkt The Keeper Of Changing Winds als een behoorlijk traditionele rootsplaat uit uiteenlopende muzikale uithoeken van de Verenigde Staten, het volgende moment klinkt Bregje Sanne Lacourt soulvol of stopt ze juist meer pop in haar muziek. In de soulvolle en poppy momenten doet ze zeker niet onder voor Adele en dat kunnen er niet veel zeggen.

In muzikaal en vocaal opzicht is The Keeper Of Changing Winds dus dik in orde, maar ook de songs op de plaat zijn verrassend sterk. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Bregje Sanne Lacourt kiest voor een soulvolle ballad, voor een uptempo country of folk song of voor een doorleefde blues song. Alles wat Bregje Sanne Lacourt op The Keeper Of Changing Winds aanraakt verandert in goud.

Bij platen van eigen bodem valt er helaas nog wel eens wat aan te merken op de uitspraak van het Engels, maar ook hier doet Bregje Sanne Lacourt niet onder voor de buitenlandse concurrentie.

Ik ben al met al heel blij dat ik The Keeper Of Changing Winds toch nog in de allerlaatste maand van het jaar heb opgepikt, want dit is er één die absoluut thuishoort in de jaarlijstjes. Daar moet ik nog aan beginnen, maar deze plaat staat er alvast in. Erwin Zijleman

Brenna MacMillan - Dear Life (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brenna MacMillan - Dear Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brenna MacMillan - Dear Life
Brenna MacMillan maakt wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar haar echt prachtige stem zorgt er voor dat ook liefhebbers van modernere soorten rootsmuziek als een blok zullen vallen voor dit album

Aan mooie stemmen geen gebrek in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar met Brenna MacMillan komt er een bijzondere zangeres bij. Dat ik bij eerste beluistering van haar debuutalbum Dear Life aan Alison Krauss moest denken zegt genoeg. Brenna MacMillan is niet vies van traditioneel klinkende bluegrass, maar ze verkent op haar debuutalbum ook omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek. In muzikaal opzicht klinkt alles even mooi en ook de songs op Dear Life zijn van hoog niveau. En dan komt ook nog eens die prachtige stem, waarvoor ik alleen maar kan smelten. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord moeten hier zeker eens naar luisteren.

Dear Life, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Brenna MacMillan, heb ik in eerste instantie laten liggen, en vooral omdat het album een flink stuk traditioneler klinkt dan ik normaal gesproken aangenaam vind. De uit Winchester, Kentucky, afkomstige maar inmiddels in Nashville, Tennessee, gevestigde muzikante maakt muziek met vooral invloeden uit de traditionele bluegrass, folk en country en dat zijn genres die me net wat minder dierbaar zijn dan de modernere varianten van deze genres.

Ik bleef echter toch terugkomen bij het album en dat heeft alles te maken met de stem van Brenna MacMillan. De Amerikaanse muzikante beschikt over een heldere en zuivere stem die afwisselend doet denken aan Alison Krauss en Karen Carpenter en dat zijn stemmen die het genre waarin muziek wordt gemaakt even net wat minder belangrijk maken. Ook Brenna MacMillan beschikt over een stem die je na een paar keer horen niet meer wilt missen, waardoor ik langzaam maar zeer zeker ben gaan houden van haar debuutalbum.

Hierdoor kwam ik er al snel achter dat ik wat te snel was met het in een hokje duwen van het album. Mede door het virtuoze en razendsnelle banjospel van Brenna MacMillan zijn invloeden uit de traditionele bluegrass nadrukkelijk aanwezig in de songs op Dear Life, maar het album blijft zeker niet hangen in het verleden of in het keurslijf van de bluegrass.

Naast de banjo speelt de viool een belangrijke rol op Dear Life, wat het traditionele karakter van het album weer wat versterkt, maar wat ook zorgt voor heel veel vaart in de songs van Brenna MacMillan. Die vaart kan de prachtige stem van de muzikante uit Nashville makkelijk aan, maar ik vind de zang op Dear Life nog net wat mooier wanneer Brenna MacMillan opschuift richting folk of country en haar stem niet alleen omringt met gitaren, mandoline en viool, maar ook met piano, blazers en de onmisbare steelguitar.

In muzikaal opzicht klinkt alles even warm en verzorgd, maar de stem van Brenna MacMillan zorgt voor de magie op haar debuutalbum, dat na een paar keer horen niet alleen traditioneel maar ook fris klinkt. Brenna MacMillan schreef de songs op haar debuutalbum in eerste instantie alleen voor zichzelf om een aantal nare gebeurtenissen een plek te geven, maar gelukkig zijn de persoonlijke songs nu ook voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek te beluisteren.

Liefhebbers van moderne countrypop of wat ruwere alt-country zullen Dear Life van Brenna MacMillan waarschijnlijk wat te traditioneel of te netjes vinden en daar kan ik me iets bij voorstellen, want ik vind een aantal songs op het album en met name de songs waarin een mannenstem opduikt ook op het randje, maar het went wel, zeker wanneer Brenna MacMillan de sterren van de hemel zingt of de uitstekende muzikanten die op het album zijn te horen los gaan op hun instrumenten.

Als ik behoefte heb aan nostalgisch klinkende bluegrass zet ik meestal een vroeg album van Alison Krauss op, maar Dear Life van Brenna MacMillan is echt een uitstekend alternatief. Stiekem ben ik ook wel benieuwd hoe de muzikante uit Nashville klinkt met een net wat minder traditioneel klinkend repertoire, maar ook als ze de muziek blijft maken die is te horen op haar debuutalbum, ben ik bij het volgende album zeker weer van de partij. Erwin Zijleman

Brennen Leigh - Ain't Through Honky Tonkin' Yet (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brennen Leigh - Ain't Through Honky Tonkin' Yet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brennen Leigh - Ain't Through Honky Tonkin' Yet
Brennen Leigh maakt de countrymuziek en honky tonk zoals die vele decennia geleden werd gemaakt, maar Ain't Through Honky Tonkin' Yet staat in muzikaal en vocaal opzicht als een huis en bevat een serie geweldige songs

Toen ik ruim twee jaar geleden kennis maakte met de muziek van Brennen Leigh vond ik haar countrysongs veel te traditioneel klinken, maar uiteindelijk viel alles op zijn plek. Met het onlangs verschenen Ain't Through Honky Tonkin' Yet ging het niet anders. Brennen Leigh heeft een album gemaakt dat herinnert aan de albums van de grote countryzangeressen uit de jaren 60 en 70. Bijgestaan door een aantal prima muzikanten zingt Brennen Leigh de sterren van de hemel, want haar stem is gemaakt voor dit soort muziek. Ik moest wat barrières overwinnen, maar Ain't Through Honky Tonkin' Yet doet absoluut niet onder voor de moderner klinkende rootsalbums van dit moment.

Wanneer ik moet kiezen uit de vele albums die wekelijks verschijnen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, laat ik de wat traditionelere albums meestal links liggen. Dat is deels een kwestie van smaak, maar ik weet ook dat een wat traditioneler Amerikaans rootsalbum zich na een paar keer extra horen toch opeens genadeloos kan opdringen. Soms gaat dat heel snel, zoals bij het recent verschenen album van Kassi Valazza, maar meestal duurt het langer.

De eerste vijf albums van de Amerikaanse singer-songwriter Brennen Leigh heb ik nooit opgemerkt, maar met het in 2020 verschenen Prairie Love Letter heb ik weken geworsteld. Ik ging pas overstag toen het album aan het eind van het jaar opdook in een aantal aansprekende jaarlijstjes, waarna ik toch nog viel voor de muzikale charmes van Brennen Leigh. Dat lukte vorig jaar weer niet met Obsessed With The West, dat Brennen Leigh maakte met de Amerikaanse countryband Asleep At The Wheel en ook het recent verschenen Ain't Through Honky Tonkin' Yet leek weer buiten de boot te vallen.

Ook op haar nieuwe album maakt Brennen Leigh de Amerikaanse rootsmuziek zoals die decennia geleden werd gemaakt. Het is Amerikaanse rootsmuziek met vooral invloeden uit de countrymuziek en de honky tonk, maar Brennen Leigh sleept er ook nog wel wat andere invloeden bij. Het was me in eerste instantie net wat te traditioneel, maar de openingstracks Running Out Of Hope, Arkansas en Somebody's Drinking About You, die allebei keurig binnen de drie minuten blijven, deden ook wat met me.

Dat was deels de verdienste van de muziek, waarin viool en steel gitaar domineren, maar ook de mooie verhalen die Brennen Leigh vertelt deden een duit in het zakje. Het zijn verhalen zoals ze al vele decennia worden verteld binnen de countrymuziek, maar Brennen Leigh vertelt ze met veel gevoel en overtuiging. Ook de zang van de Amerikaanse muzikante doet wat traditioneel aan, maar Brennen Leigh beschikt over een geweldige stem, die is geschapen voor de countrysongs die ze maakt. Het is een stem die uitstekend gedijt in het authentieke geluid op het album en die gemaakt is voor countrysongs met hier en daar een snik.

Uiteindelijk heb ik mijn voorkeur voor net wat eigentijdser klinkende Amerikaanse rootsmuziek tijdelijk opzij gezet en heb ik Ain't Through Honky Tonkin' Yet vol omarmd. Daar heb ik geen spijt van gekregen, want net als Prairie Love Letter komt ook het nieuwe album van Brennen Leigh steeds harder binnen. Ik ben absoluut niet vies van de country(pop) zoals die moment in Nashville wordt gemaakt (Lucky van Megan Moroney is een van mijn favoriete albums van het moment), maar het authentieke geluid op Ain't Through Honky Tonkin' Yet heeft ook zeker wat. Op het nieuwe album van Brennen Leigh wordt met veel passie gemusiceerd en die passie hoor je ook in de zang van de muzikante uit Nashville, Tennessee.

Ik had na mijn eerste aarzeling vrij snel een aantal favoriete songs op Ain't Through Honky Tonkin' Yet en nu ik het album vaker heb beluisterd zijn er nog een flink aantal favorieten bij gekomen. Ain't Through Honky Tonkin' Yet van Brennen Leigh klinkt vaak als een album dat ook vijftig jaar geleden gemaakt had kunnen worden, maar dat ook in 2023 nog uitstekend scoort, ook voor liefhebbers van wat eigentijdsere Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman

Brennen Leigh - Don't You Ever Give Up on Love (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brennen Leigh - Don't You Ever Give Up On Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Brennen Leigh - Don't You Ever Give Up On Love
Laat Don't You Ever Give Up On Love van Brennen Leigh uit de speakers komen en je waant je in de jaren 70 in het algemeen en in de tijd van de ultieme country tranentrekkers in het bijzonder en was is het mooi

Ik ben meestal niet zo gek op het soort countrymuziek dat Brennen Leigh maakt, maar de Amerikaanse muzikante overtuigt me nu al voor de derde keer met een album. Ook op Don't You Ever Give Up On Love laat Brennen Leigh zich weer vooral beïnvloeden door de melancholische countryzangeressen uit de jaren 70 en laat ze horen dat ook zij kan tekenen voor weemoedige countrysongs die dwars door de ziel snijden. Het klinkt allemaal behoorlijk traditioneel, maar wat zijn de muzikanten op het album goed en wat zingt Brennen Leigh weer mooi en trefzeker. Binnenkort is er vast weer tijd voor blinkende countrypop, maar eerst genieten van dit prachtige en nostalgisch klinkende album.

Als ik echt moet kiezen luister ik liever naar alternatieve country en countrypop dan naar hele traditionele countrymuziek. Zo af en toe is er echter een uitzondering en bevalt een traditioneel countryalbum me zo goed dat ik de modernere varianten even links laat liggen. Het gebeurde me helemaal aan het begin van 2021, toen ik het al in 2020 verschenen Prairie Love Letter van Brennen Leigh ontdekte via een aantal op Amerikaanse rootsmuziek gerichte jaarlijstjes.

Het was al het zoveelste album van de in North Dakota geboren, in Minnesota opgegroeide en via Austin, Texas, in Nashville, Tennessee, terecht gekomen muzikante, maar het was mijn eerste kennismaking met haar muziek. Prairie Love Letter bevond zich door het zeer traditionele karakter redelijk ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar het album had iets en raakte me.

Dat lukte Brennen Leigh een jaar later niet direct met het samen met de band Asleep At The Wheel gemaakte Obsessed With The West, maar het was in 2023 wel weer raak toen Brennen Leigh terugkeerde met het album Ain't Through Honky Tonkin' Yet, dat ik schaar onder de beste traditionele countryalbums van het betreffende jaar. Het is een album dat deze week wordt gevolgd door Don't You Ever Give Up On Love.

Het is een album dat in het verlengde ligt van zijn voorgangers, wat betekent dat het een album is dat klinkt als de countryalbums die vele decennia geleden werden gemaakt. Het is ver verwijderd van de blinkende countrypop van het moment en heeft ook niets te maken met de ruwere alternatieve country, maar ook Don't You Ever Give Up On Love komt bij mij weer binnen.

Brennen Leigh laat zich op haar nieuwe album begeleiden door een aantal zeer competente muzikanten. Het zijn muzikanten die tekenen voor heerlijk honky tonk pianospel, sfeervolle bijdragen van de pedal steel en bijzonder lekker gitaarwerk, maar ook de geweldige basloopjes op het album verdienen een eervolle vermelding. Het klinkt zoals gezegd als de countrymuziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt en dat geldt ook voor de zang op het album.

Brennen Leigh beschikt immers over een stem die gemaakt is voor dit soort countrymuziek. Het is countrymuziek waarin de geijkte thema’s voorbij komen en deze worden door Brennen Leigh met veel melancholie en weemoed vertolkt. De stem van de Amerikaanse muzikante slaagt er in om je deelgenoot te maken van alle misère die wordt bezongen en die verder wordt versterkt door de minstens even weemoedig klinkende pedal steel.

De meeste songs op Don't You Ever Give Up On Love zouden niet hebben misstaan op de klassieke countryalbums uit de jaren 60 en 70 van grootheden als Loretta Lynn, Tammy Wynette, Lynn Anderson en noem ze maar op, maar Brennen Leigh gooit er ook nog wat invloeden uit de honky tonk tegenaan en sleept je nog wat verder het diepe zuiden van de Verenigde Staten in.

Ik ben lang niet altijd in de stemming voor albums als Don't You Ever Give Up On Love van Brennen Leigh, maar nu de avonden donkerder en kouder worden en de blaadjes beginnen te vallen komen de traditionele countrysongs op het album goed tot zijn recht. Het is al de derde keer dat ik val voor een album van Brennen Leigh, dus ik ga er inmiddels ook van uit dat zij in het voor mij net wat minder bekende genre van de traditionele country en honky tonk tot de smaakmakers behoort. Erwin Zijleman

Brennen Leigh - Prairie Love Letter (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brennen Leigh - Prairie Love Letter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brennen Leigh - Prairie Love Letter
Het aanbod aan nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek was het afgelopen jaar groot, maar Prairie Love Letter van Brennen Leigh hoort zeker bij de albums die er uit sprongen

Amerikaanse rootsmuziek is een containerbegrip dat een opvallend breed muzikaal terrein bestrijkt. Brennen Leigh maakt op Prairie Love Letter vooral wat traditioneel aandoende country en folk. Ze vertelt mooie verhalen en kleurt deze verhalen prachtig in, met een hoofdrol voor gitaren en de viool. Het vraagt om een stem vol gevoel en doorleving en ook hierover beschikt de muzikante uit Nashville, Tennessee. Het levert een album op dat vooral in de smaak zal vallen bij liefhebbers van traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een ieder die rootsmuziek liever wat moderner heeft zou dit album eens moeten beluisteren.

Het nieuwe jaar is begonnen, maar als het gaat om muziek zit ik nog altijd midden in 2020. Het afgelopen jaar heeft een enorme hoeveelheid nieuwe albums opgeleverd en hier zitten flink wat albums tussen die alle aandacht verdienen. Met name binnen de Amerikaanse rootsmuziek was het aantal nieuwe albums zo groot dat ik veel moois heb moeten laten liggen, maar Prairie Love Letter van Brennen Leigh is echt veel te mooi om te laten liggen.

Ik had tot mijn eerste beluistering van Prairie Love Letter nog nooit van Brennen Leigh gehoord, maar een nieuwkomer is het zeker niet. De muzikante uit Nashville, Tennessee, heeft vorig jaar, als ik goed geteld heb, haar zesde album afgeleverd en als de vorige vijf net zo goed zijn als Prairie Love Letter heb ik flink zitten slapen.

Dat Brennen Leigh geen nieuwkomer is hoor je ook wel op haar laatste album, want Prairie Love Letter laat in alle opzichten een gelouterde muzikant horen. De muzikante uit Nashville laat horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter en een uitstekend zangeres is, maar ze kan ook nog eens uitstekend uit de voeten op de gitaar en de mandoline.

Laat ik beginnen bij de songs. Prairie Love Letter staat vol met mooie verhalen, die vaak terugkijken op het verleden, maar die ook de maatschappelijke thema's niet schuwen. Het zijn verhalen zoals je die wel vaker tegenkomt in de countrymuziek, maar Brennen Leigh omzeilt de meeste clichés door persoonlijke verhalen te vertellen.

Deze verhalen zijn verpakt in aansprekende songs, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek vooral tegen de country en dan met name tegen de wat traditioneel aandoende country aan schuren. Dat is een muzieksoort waar lang niet iedereen van gecharmeerd is (ik krijg er thuis de handen niet voor op elkaar), maar zelf hou ik er wel van.

Prairie Love Letter ademt de sfeer van het verleden en de sfeer van het Amerikaanse platteland. Hier en daar kiest Brennen Leigh voor country van heel lang geleden, maar mijn allergiegrens wordt nergens bereikt.

Dat het gaat om traditioneel aandoende country hoor je vooral in de instrumentatie, die wordt gedragen door de banjo en de al eerdere genoemde gitaren en mandoline, waarna de viool de melancholie met scheppen vol mag toevoegen. Het snarenwerk op het album is van hoog niveau en Brennen Leigh draagt er zoals gezegd zelf ook haar steentje aan bij. Hier en daar hoor je de country van weleer op Prairie Love Letter, maar het album kan ook opschuiven richting de oude folk die Gillian Welch al een tijd met zoveel succes maakt.

Brennen Leigh heeft een album gemaakt dat makkelijk overeind blijft door de mooie verhalen, de prima songs en de oerdegelijke maar smaakvolle instrumentatie, maar de Amerikaanse singer-songwriter is ook nog eens een prima zangeres, die haar songs met veel gevoel en vol doorleving vertolkt.

Ik heb binnen de Amerikaanse rootsmuziek over het algemeen een voorkeur voor net wat moderner klinkende muziek, voor mij een paar maanden geleden ook de reden om het album van Brennen Leigh te laten liggen, maar Prairie Love Letter is een album waar de kwaliteit van af spat en zo op zijn tijd is enige nostalgie ook wel lekker. Dat ik hier niet alleen in sta, blijkt ook wel uit het feit dat Prairie Love Letter volkomen terecht is opgedoken in heel wat rootsy jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Brent Best - Your Dog, Champ (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brent Best - Your Dog, Champ - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Brent Best maakte rond de eeuwwisseling een viertal geweldige platen met zijn band Slobberbone, met het in 2000 verschenen en inmiddels tot klassieker uitgegroeide Everything You Thought Was Right Was Wrong Today als onbetwist hoogtepunt .

Ook met zijn volgende band, The Drams, wist Brent Best met het in 2006 verschenen Jubilee Dive direct een klassieker af te leveren, maar hier bleef het helaas bij.

Wat Brent Best sindsdien heeft gedaan, buiten het kweken van een imposante baard, weet ik eerlijk gezegd niet, maar met Your Dog, Champ, levert de muzikant uit Denton, Texas, eindelijk weer eens nieuw materiaal af.

Brent Best was bij Slobberbone niet vies van een rauw en stevig (punk)rockgeluid, maar kiest op zijn eerste soloplaat voor een grotendeels akoestisch en authentiek klinkend rootsgeluid, al is er nog steeds ruimte voor een incidentele uitbarsting.

De Texaan kon zich in het verleden vaak verschuilen achter imposante gitaarmuren, maar klinkt op zijn eerste soloplaat puur en kwetsbaar. De kwaliteit van de songs van Brent Best komt hierdoor makkelijker aan de oppervlakte en het zijn ook nog eens songs die weten te ontroeren, mede omdat Brent Best mooie persoonlijke verhalen vertelt op Your Dog, Champ.

De instrumentatie op Your Dog, Champ is betrekkelijk sober, maar is dankzij de voorzichtige uitbarstingen van mondharmonica, viool, banjo, pedal steel en incidenteel elektrische gitaren lekker veelzijdig, zeer trefzeker en past bovendien prachtig bij de de fraai doorleefde vocalen van Brent Best.

De stembanden van de Texaan zijn nog wat gruiziger dan in het verleden, maar de rauwe en soms wat onvaste vocalen zorgen ook voor de pure emotie die een singer-songwriter nodig heeft om zich te onderscheiden.

Wanneer alle puzzelstukjes in elkaar zijn gevallen, is het de vraag of een plaat gaat groeien en dat is bij de eerste soloplaat van Brent Best zeker het geval. De ruwe edelstenen op de plaat worden immers alleen maar mooier en fonkelen steeds feller. Het heeft er daarom alle schijn van dat Brent Best ook in het derde hoofdstuk van zijn muzikale carrière een klassieker weet af te leveren en dat is knap. Erwin Zijleman

Brent Cobb - Providence Canyon (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brent Cobb - Providence Canyon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ruim anderhalf jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Brent Cobb, die ik in eerste instantie verwarde met Nashville’s topproducer van het moment, Dave Cobb.

Dave Cobb is de neef van Brent en was uiteraard bereid om het officiële debuut van zijn familielid te voorzien van de productie die de afgelopen jaren zoveel platen uit Nashville en omstreken de hoogte in heeft getild.

Het zorgde ervoor dat Brent Cobb met Shine On Rainy Day aansluiting vond bij hedendaagse countryhelden als Chris Stapleton, Jason Isbell en Sturgill Simpson, waardoor ik met veel belangstelling uit keek naar de nieuwe plaat van de muzikant uit Ellaville, Georgia.

Ook voor zijn nieuwe plaat Providence Canyon kon Brent Cobb een beroep doen op zijn beroemde neef, waardoor ook zijn nieuwe plaat weer fantastisch klinkt. Bij beluistering van Shine On Rainy Day vroeg ik me overigens vaak af wat er nu precies zo bijzonder was aan de muziek van Brent Cobb en dat is een vraag die ook weer opduikt nu Providence Canyon met enige regelmaat uit de speakers komt.

Voor vernieuwing ben je bij Brent Cobb immers niet echt aan het juiste adres. De singer-songwriter uit Georgia maakt muziek die ook een aantal decennia geleden al werd gemaakt en die in hokjes als outlaw country en countryrock is te duwen. Het tijdloze karakter van de muziek geeft ook Providence Canyon weer een bepaalde charme, maar het is de kwaliteit van de songs die van de nieuwe plaat van Brent Cobb zo’n goede plaat maakt.

Vergeleken met zijn voorganger is Providence Canyon een wat minder ingetogen plaat. Brent Cobb vermaakt ook op zijn nieuwe plaat met warmbloedige en lome countrysongs, maar grijpt ook met enige regelmaat naar stevigere gitaren, die Brent Cobb’s Georgia tijdelijk verlaten voor Alabama; de staat die voor eeuwig verbonden is met de Southern Rock (van bijvoorbeeld Lynyrd Skynyrd). Hier blijft het niet bij want de songs van Brent Cobb zijn dit keer ook voorzien van een soul- en bluesinjectie, die het Zuidelijke karakter van zijn muziek nog wat verder versterkt.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar de Amerikaan is ook nog eens voorzien van een bijzonder aangename stem, die net zo tijdloos klinkt als zijn muziek. Providence Canyon is een plaat die heerlijk kan voortkabbelen op de achtergrond, maar het is ook een plaat die je van je sokken kan blazen of je stevig kan raken.

Het levert uiteindelijk een plaat op die niet onder doet voor de platen van de eerder genoemde smaakmakers als Chris Stapleton, Jason Isbell en Sturgill Simpson, die Brent Cobb qua naam en faam nog achter zich moet laten. Dat kan alleen maar een kwestie van tijd zijn. Providence Canyon neemt je op aangename wijze mee terug naar de platenkast uit het verlededen, maar sluit ook aan bij het beste van het moment. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

Brent Cobb - Shine on Rainy Day (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brent Cobb - Shine On Rainy Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meerdere muziekliefhebbers hebben me de afgelopen weken gewezen op Shine On Rainy Day van ene Brent Cobb.

Toen de muziek van de Amerikaan dan eindelijk uit de speakers kwam kon ik me van alles voorstellen bij deze aanbevelingen, want wat klinkt de tweede plaat (tien jaar geleden maakte hij er ook al eens een) van de muzikant uit Ellaville, Georgia, lekker of zelfs compleet onweerstaanbaar.

Op hetzelfde moment lijkt het echter ook een plaat die ik al decennia in mijn bezit heb. De cover van de plaat lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en ook in muzikaal opzicht sluit Brent Cobb aan bij muzikale helden van weleer.

Shine On Rainy Day is een plaat die uitnodigt tot het noemen van namen uit het verleden, maar voor de afwisseling doe ik dit eens niet. Brent Cobb kent echter niet alleen zijn klassiekers, maar sluit ook aan bij momenteel aansprekende rootsmuzikanten als Chris Stapleton, Jason Isbell en Sturgill Simpson.

Met Chris Stapleton deelt Brent Cobb het vermogen om bijzonder lekker in het gehoor liggende rootssongs te schrijven; iets dat hij de afgelopen jaren in Nashville al veelvuldig deed voor anderen. Net als Jason Isbell en Sturgill Simpson slaagt Brent Cobb er in om rootsmuziek met inhoud te maken en maakt hij bovendien rootsmuziek die alle kanten op schiet. Het is net als bij Jason Isbell en Sturgill Simpson bovendien rootsmuziek die bijzonder knap geproduceerd is. Het valt tegenwoordig niet mee om de gelouterde Dave Cobb te strikken als producer, maar als het familie is (Brent en Dave zijn neven) gaat het vast wat makkelijker.

Het levert een rootsplaat op met vele gezichten. Zeker wanneer Brent Cobb kiest voor betrekkelijk ingetogen countrysongs, en deze domineren op Shine On Rainy Day, werpt de in de cd speler ingebouwde tijdmachine je onmiddellijk een aantal decennia terug in de tijd, terwijl de net wat rauwere songs met gitaarwerk dat best even de tijd mag nemen juist zeer eigentijds klinken.

Ondertussen komt de ene na de andere prachtsong voorbij en word je maar heen en weer geslingerd tussen heden en verleden. Bij eerste beluistering klonk het zoals gezegd direct onweerstaanbaar lekker, maar vroeg ik me nog wel met enige regelmaat af wat er nu precies bijzonder was aan de muziek van Brent Cobb.

Inmiddels ben ik daar wel uit. Brent Cobb schrijft rootssongs van alle tijden en het zijn verdomd goede rootssongs. Als er dan ook nog eens heerlijk muziek wordt gemaakt, de producer behoort tot de beste van het moment, er prachtige verhalen over het Amerikaanse platteland worden verteld en Brent Cobb ook nog eens beschikt over een stem waarvan je alleen maar kunt houden, zijn alle ingrediënten voor een prachtplaat aanwezig. Dat Brent Cobb die met Shine On Rainy Day gemaakt heeft zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Brett Dennen - Por Favor (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brett Dennen - Por Favor - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb inmiddels al een jaar of tien een enorme zwak voor de platen van de Amerikaanse singer-songwriter Brett Dennen.

Het zijn platen die stuk voor stuk konden rekenen op bijzonder positieve recensies in de diverse muziektijdschriften en op belangrijke muziekwebsites, maar desondanks moet Brett Dennen het nog altijd doen met een bestaan in de marge of hooguit een bestaan als cultheld.

Dat zal deels te maken hebben met zijn verschijning, want net als bijvoorbeeld Ron Sexsmith is Brett Dennen niet gezegend met de looks die de muzikant een flinke duw in de rug kunnen geven. Net als Ron Sexsmith is Brett Dennen echter wel gezegend met het vermogen om volstrekt onweerstaanbare en tijdloze popliedjes te schrijven. Alle reden dus om de Amerikaan te omarmen en zijn muziek centraal te stellen.

Het is muziek die in de loop der jaren alleen maar beter is geworden en ook op Por Favor laat Brett Dennen weer groei horen. Por Favor is de opvolger van het in 2013 verschenen Smoke And Mirrors, dat een wat meer ingetogen geluid liet horen. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Por Favor.

De zesde plaat van Brett Dennen valt niet alleen op door een ingetogen geluid, maar klinkt ook verrassend lichtvoetig. Dat heeft deels te maken met het warmbloedige 70s geluid op de plaat met een hoofdrol voor het orgel, maar Brett Dennen heeft Por Favor ook voorzien van wat exotische accenten, waardoor de zon gaat schijnen wanneer de plaat uit de speakers komt. Het wordt door No Depression fraai omschreven als “A freewheeling, easygoing vibe abounds on Por Favor, giving the songs an acoustic, seaside coffee shop feel. The album is like listening to Dennen on vacation, somewhere warm, with endless chill and plenty of rum”.

Door de exotische accenten doet Por Favor af en toe wel wat denken aan Paul Simon’s Graceland, al haalt Brett Dennen zijn exotische invloeden uit hele andere windstreken. De vergelijking met Paul Simon is overigens geen toevallige. Brett Dennen beschikt over een stem die meer dan eens aan die van de oude meester doet denken en schrijft bovendien songs die bewondering voor het werk van Paul Simon laten horen.

Por Favor klinkt misschien lichtvoetig, maar wanneer je goed naar de plaat luistert hoor je toch weer songs van wereldklasse. Zeker als Brett Dennen zijn songs klein en sober houdt, maakt hij indruk met prachtige luisterliedjes en een bijzonder smaakvolle instrumentatie, maar ook de frequent opduikende zonnestralen zijn zeer welkom.

Wanneer de zon fel schijnt hoor je af en toe wat van Jack Johnson en Jason Mraz, maar als songwriter blijft Brett Dennen toch een klasse apart en blijft alleen de al eerder genoemde Ron Sexsmith relevant als vergelijkingsmateriaal.

De prachtige en gloedvolle productie van topproducer Dave Cobb (Sturgill Simpson, Jason Isbell) is de kers op deze bijzonder smakelijke maar ook ambachtelijke taart. Weer een prachtplaat van Brett Dennen; mis hem niet. Erwin Zijleman

Breymer - When I Get Through (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Breymer - When I Get Through - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Breymer - When I Get Through
When I Get Through van de Amerikaanse muzikant Breymer kreeg de afgelopen maanden niet heel veel aandacht, maar deze aandacht had dit persoonlijke en in kwalitatief opzicht hoogstaande album absoluut verdiend

Breymer is het alter ego van Sarah Walk, die de afgelopen jaren een complex proces rond gender en identiteit doorliep. Dit is ook het belangrijkste onderwerp op When I Get Through, het eerste album dat onder de naam Breymer is verschenen. Het is een album dat heel even associaties oproept met het werk van anderen, maar dat vervolgens een eigen geluid laat horen dat echt in alle opzichten kwaliteit ademt. When I Get Through van Breymer is een album dat een paar maanden geleden had moeten worden overladen met zeer positieve recensies, maar op een of andere manier is dit album tussen wal en schip gevallen. Het is echt doodzonde. Tijd voor eerherstel.

Afgelopen herfst verscheen het album When I Get Through van Breymer. Het is een album dat me destijds is ontgaan en dat is jammer, want het is een erg mooi en zeer persoonlijk album. Breymer is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Sarah Walk, die eerder twee albums uitbracht onder deze naam. De muzikant uit Los Angeles worstelde de afgelopen jaren stevig met gender en identiteit en gaat inmiddels als non-binair persoon door het leven.

De albums van Sarah Walk ken ik niet en ook het album van Breymer had ik dus bijna gemist. Dat is bijzonder, want het is een album dat me direct bij eerste en vluchtige beluistering aansprak en dat bovendien heel goed in mijn straatje past. Ik heb natuurlijk ook nog even naar de albums van Sarah walk geluisterd en ook die vallen me zeker niet tegen, al klinkt de muziek van Breymer wat mij betreft een stuk onderscheidender dan de sfeervolle pianopop op de eerdere albums.

Dat betekent overigens niet dat de muziek op When I Get Through zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. Direct bij beluistering van de eerste tracks van het debuutalbum van Breymer had ik associaties met de muziek van Phoebe Bridgers, een van de onbetwiste smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment.

Zeker in deze openingstrack van het album ligt de vergelijking met Phoebe Bridgers er dik bovenop. Akoestische gitaren, atmosferische synths en een zachte stem zorgen voor een geluid dat Phoebe Bridgers op de kaart heeft gezet. Breymer maakt echter ook direct indruk met hele mooie en gevoelige zang, zeer persoonlijke teksten en een song die direct impact heeft en dat ook blijft hebben.

When I Get Through bevat nog een of twee songs die wel wat doen denken aan de muziek van Phoebe Bridgers, maar Breymer laat vooral een eigen geluid horen. De muzikant uit Los Angeles heeft een goed gevoel voor aansprekende maar ook avontuurlijke popsongs en het zijn songs die met veel emotie worden vertolkt. Wanneer Breymer de piano er weer bij pakt hoor ik meer van Tori Amos en Fiona Apple dan van Phoebe Bridgers en groeit het respect voor Breymer nog wat meer. En zo duiken er nog wel meer namen op.

When I Get Through weet zich wat mij betreft te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre door in alle opzichten een hoge kwaliteit na te streven. De stem van de Amerikaanse muzikant is echt prachtig en ook verrassend veelzijdig, waardoor When I Get Through een gevarieerd album is.

Ook in muzikaal opzicht kiest Breymer voor kwaliteit met een mooi en rijk maar ook spannend geluid, dat fraai is geproduceerd door muzikant en producer Tyler Chester. Het is een naam die me niet direct wat zei, maar met werk voor onder andere Madison Cunningham, Sara Bareilles, Sara Watkins, Margaret Glaspy en Laura Jean Anderson is het zeker geen nieuwkomer.

Breymer maakt echter de meeste indruk met de songs, die vooral gaan over alle worstelingen met gender en identiteit en het complexe en pijnlijke proces dat ze inmiddels heeft doorlopen. Het maakt van When I Get Through een intiem album, met persoonlijke songs die flink dieper binnen komen dan songs over koetjes en kalfjes.

Breymer heeft de pech dat er in dit genre heel veel albums zijn verschenen het afgelopen jaar, waardoor verzadiging is opgetreden, maar When I Get Through verdient absoluut meer aandacht dan dit bijzonder mooie album tot dusver heeft gekregen. Erwin Zijleman

BrhyM - Deep Sea Vents (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: BrhyM - Deep Sea Vents - dekrentenuitdepop.blogspot.com

BrhyM - Deep Sea Vents
De Amerikaanse muzikant Bruce Hornsby en het New Yorkse orkest yMusic bundelen de krachten als BrhyM op Deep Sea Vents, wat een behoorlijk ongrijpbaar maar uiteindelijk ook mooi album oplevert

Tussen Bruce Hornsby’s The Way It Is uit 1986 en het deze week verschenen album van BrhyM zitten niet alleen een aantal decennia maar ook meerdere muzikale universums. De samenwerking tussen de Amerikaanse pianist en singer-songwriter en het eigenzinnige New Yorkse orkest yMusic levert bijzondere klanken op, die niet zomaar zijn te vangen in een of twee genres. De songs van Bruce Hornsby hebben iets toegankelijks, maar het zijn ook songs die lastig zijn te doorgronden. Deep Sea Vents is een album waarvoor je flink de tijd moet nemen. Vervolgens is er een kans dat dit bijzondere album je grijpt, maar lang niet iedereen zal iets kunnen met dit bijzondere project, dat hoe dan ook respect afdwingt.

Bij de naam Bruce Hornsby dacht ik tot voor kort uitsluitend aan de compleet dood gedraaide hitsingle The Way It Is uit 1986. Het was zeker niet het eerste wapenfeit van de Amerikaanse muzikant en evenmin zijn laatste. Voor het grote succes van The Way It Is maakte Bruce Hornsby deel uit van de band Ambrosia en na 1986 volgde een imposante stapel albums. Het zijn albums die in een aantal gevallen werden geprezen door de critici, maar ik heb er eerlijk gezegd helemaal niets van mee gekregen. Het heeft vast te maken met het feit dat ik The Way It Is in 1986 echt verafschuwde, al sta ik meestal toch meer open voor door mij in het verleden (onterecht) verguisde muzikanten.

Bruce Hornsby duikt deze week op als lid van het gelegenheidscollectief BrhyM. Brh staat uiteraard voor Bruce Hornsby, terwijl yM staat voor het New Yorkse orkest yMusic. Bruce Hornsby kende ik zoals gezegd alleen van die ene single, maar yMusic is voor mij bekender. Het eigenzinnige en uit blazers en strijkers bestaande orkest werkte in het verleden samen met onder andere The Staves, Phoebe Bridgers, Okkervil River en Ben Folds en het resultaat was in alle gevallen mooi en bijzonder. Ook de samenwerking met Bruce Hornsby levert een verrassend album op.

Ik moet direct toegeven dat Deep Sea Vents zeker geen makkelijk album is. Het is een album waar ik op het verkeerde moment echt bloednerveus van wordt, maar op het juiste moment is het een album dat de fantasie intensief prikkelt. Bruce Hornsby is misschien bekend vanwege een op geen enkele manier tegen de haren in strijkende popsong, maar op het album van BrhyM kiest hij voor songs die een stuk dieper graven en wel enige geduld vragen van de luisteraar.

Ook in muzikaal opzicht is Deep Sea Vents een eigenzinnig album. De orkestraties van yMusic zijn soms toegankelijk, maar meestal behoorlijk tegendraads. Het wordt in muzikaal opzicht nog wat complexer gemaakt door de bijdragen van jazzlegende Branford Marsalis, die met zijn saxofoon nog wat bijzondere ingrediënten toevoegt aan de muziek van BrhyM, waarna de klarinet van Mark Dover hetzelfde doet. Drummer Chad Wright completeert het geheel met jazzy drumwerk dat ook nergens kiest voor de makkelijkste weg.

Ook in vocaal opzicht heeft Bruce Hornsby, die overigens ook piano en sitar toevoegt aan het geluid van BrhyM, het ons wel eens makkelijker gemaakt. Het zoetgevooisde stemgeluid van The Way It Is heeft plaatsgemaakt voor wat lastiger te plaatsen zang, al hoor je nog steeds dat Bruce Hornsby een prima zanger is.

De combinatie van de songs van Bruce Hornsby en de klanken en arrangementen van yMusic en de aan geschoven gastmuzikanten maakt van Deep Sea Vents een bijzonder geheel, waar je niet direct vat op krijgt. Bruce Hornsby lijkt in veel songs op weg naar een tijdloze popsong, zoals die door de grote singer-songwriters in de jaren 70 werden gemaakt, maar telkens als je denkt dat je weet waar je aan toe bent, neemt de track in vocaal en zeker ook in muzikaal opzicht een andere afslag. Het levert muziek op die niet in een hokje is te duwen (jazz, folk, chamber pop en avant-garde zijn kandidaten) en het is bovendien muziek die je een paar keer moet horen voordat er ook maar iets op zijn plek valt. Als dat eenmaal gebeurt heb je er een bijzonder album en een andere kijk op Bruce Hornsby bij. Erwin Zijleman

Bria Salmena - Big Dog (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bria Salmena - Big Dog - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bria Salmena - Big Dog
De door jonge vrouwelijke muzikanten gedomineerde indiepop en indierock van het moment wordt helaas wat eenvormig, maar Bria Salmena voorziet het genre op Big Dog van een aantal andere en vooral donkere tinten

Een echte nieuwkomer is Bria Salmena niet, al zal haar solodebuut Big Dog voor velen de eerste kennismaking zijn met de muziek van de Canadese muzikante. Big Dog is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van Bria Salmena en het is een kennismaking die indruk heeft gemaakt. Big Dog is een behoorlijk donker en ook ruw album en het is een album dat zich niet in een hokje laat duwen. Bria Salmena laat zich beïnvloeden door uiteenlopende genres en heeft een album gemaakt dat anders klinkt dan de bulk van de albums. Dat doet het album niet alleen in muzikaal opzicht, want Bria Salmena heeft ook een zeer karakteristieke stem en schrijft eigenzinnige songs op het uitstekende Big Dog.

Ook deze week verscheen weer een imposante stapel albums van over het algemeen jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie. Ik maak geen geheim van mijn zwak voor juist deze groep muzikanten, maar constateer ook met enige regelmaat dat verzadiging dreigt, zeker wanneer nieuwkomers wat fantasieloos voortborduren op de muziek van de iconen in het genre. De Canadese muzikante Bria Salmena doet dat voor de afwisseling eens niet, waardoor haar debuutalbum Big Dog er voor mij direct uit sprong deze week.

In tegenstelling tot de meeste andere jonge vrouwelijke singer-songwriters die deze week opdoken met een album is Bria Salmena geen nieuwkomer. Big Dog is weliswaar het solodebuut van de muzikante uit Toronto, maar ze draait al even mee. In het vorige decennium was ze de frontvrouw van de Canadese postpunk band Frigs, die in 2018 een uitstekend maar helaas niet breed opgepikt debuutalbum afleverde. Bria Salmena maakte vervolgens deel uit van de band van de eigenzinnige Amerikaanse rootsmuzikant Orville Peck, maar vond uiteindelijk onderdak bij het roemruchte label Sub Pop, dat deze week haar debuutalbum Big Dog heeft uitgebracht.

Bria Salmena laat direct vanaf de eerste noten van het album horen dat ze een ander geluid heeft dan de meeste andere vrouwelijke muzikanten in de indiepop en de indierock van het moment. Ze zingt voor de afwisseling eens niet fluisterzacht, maar heeft een zeer karakteristiek en wat donker en intens stemgeluid, dat wat expressiever klinkt dan al dat mooie en verleidelijke maar uiteindelijk ook wel wat eenvormige gefluister.

De stem van Bria Salmena zorgt er al voor dat Big Dog anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment en dat doet het album zeker in muzikaal opzicht. Op haar debuutalbum verrast Bria Salmena met een indierock geluid waarin gitaren zeker een rol spelen, maar waarin elektronica een net wat prominentere rol heeft. Het is een wat donker geluid met flarden postpunk, new wave en gothrock, maar met een drietal genres vertel ik nog lang niet het hele verhaal van het debuutalbum van de Canadese muzikante.

Bria Salmena verwerkt, zeker wanneer de gitaren op de voorgrond treden, ook zeker invloeden uit de indierock en shoegaze in haar songs, maar kan ook aansluiten bij de elektronische popmuziek en heeft ook zeker geluisterd naar een aantal belangrijke Krautrock albums. Big Dog heeft een wat donkere en duistere sfeer, die misschien niet heel goed past bij de uitbundig schijnende lentezon, maar vind het juiste moment voor dit album en ontdek hoeveel er valt te genieten op het debuutalbum van Bria Salmena.

De muzikante uit Toronto draait zoals gezegd al even mee en dat hoor je op Big Dog, dat een ervaren muzikante laat horen, die haar eigen weg durft te kiezen en die ook in muzikaal opzicht wat te bieden heeft. Het knappe van Big Dog is dat het aan de ene kant een ruw, donker en gruizig album is dat durft te experimenteren, maar dat Bria Salmena aan de andere kant indruk maakt met uitstekende popsongs, die direct blijven hangen. Iedereen die de Canadese muzikante al een tijdje volgt wist dat ze met haar solodebuut wel eens zou kunnen imponeren, maar voor mij is Big Dog een sensationele verrassing. Erwin Zijleman

Brian Fallon - Night Divine (2021)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brian Fallon - Night Divine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brian Fallon - Night Divine
Brian Fallon keerde tijdens de corona lockdowns terug naar de songs die hij als klein jongetje in de kerk hoorde, wat een alternatief kerstalbum van een bijzondere intimiteit en schoonheid oplevert

Het beste kerstalbum van 2022 is wat mij betreft gemaakt door de Amerikaanse muzikant Brian Fallon. We kennen hem natuurlijk van de Amerikaanse band The Gaslight Anthem, die in de jaren dat Springsteen’s E-Street Band op een wat lager pitje stond een prima alternatief bood voor het grootse geluid van de roemruchte band.

Het is inmiddels helaas al een jaar of zeven stil rond The Gaslight Anthem, al kwamen de bandleden in 2018 wel weer bij elkaar voor een tour, en sindsdien moeten we het doen met de soloalbums van Brian Fallon, die overigens ook van hoog niveau zijn. Vorige maand bracht de Amerikaanse muzikant met Night Divine zijn kerstalbum uit, al doe je het album met het predicaat kerstalbum flink te kort.

Night Divine is immers geen moment een typisch kerstalbum. Brian Fallon blijft ver verwijderd van de geijkte kerstklassiekers, maar vertolkt de songs waarmee hij als kind opgroeide in een gelovig gezin. Night Divine is hiermee meer een gospelalbum dan een kerstalbum, al komen er ook wel wat songs voorbij die nauw zijn verbonden met het huidige jaargetijde en met het kerstfeest.

Brian Fallon nam zijn nieuwe soloalbum thuis in zijn eentje op tijdens de donkere dagen van de coronapandemie en zocht naar verluidt troost in de songs die hij als klein jongetje in de kerk hoorde. Night Divine is hierdoor een album dat het hele jaar mee kan, al zullen de paar echte kerstsongs dan waarschijnlijk minder aanspreken.

Brian Fallon was met zijn band The Gaslight Anthem niet vies van een groots en meeslepend rockgeluid, maar op zijn soloalbums kiest hij vooral voor het meer ingetogen werk. Night Divine is sober ingekleurd met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de piano. In de meeste songs op het album wordt geen noot teveel gespeeld en komt alles aan op de stem van Brian Fallon, die de songs zorgvuldig en met veel gevoel vertolkt en makkelijk overtuigt met zijn mooie stem.

Het levert een intiem en sfeervol album op, dat het inderdaad prima zal doen met kerst, maar dat ook de rest van de winter nog prima tot zijn recht zal komen. Night Divine is bovendien een album dat doet uitzien naar nieuw solowerk van Brian Fallon, die zich sinds de release van het laatste album van The Gaslight Anthem heeft ontwikkeld tot een uitstekend singer-songwriter. Erwin Zijleman

Brian Fallon - Painkillers (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brian Fallon - Painkillers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit New Brunswick, New Jersey, afkomstige band The Gaslight Anthem kondigde na de lange tour die volgde op het in 2014 verschenen Get Hurt aan een pauze te nemen.

Of dit echt een sabbatical is of het einde van de band die tussen 2007 en 2014 vijf geweldige platen maakte zal de tijd moeten leren, maar inmiddels is duidelijk dat voorman Brian Fallon de beschikbaar gekomen tijd nuttig heeft gebruikt voor het maken van een soloplaat.

Painkillers opent met een track die precies laat horen waar The Gaslight Anthem al die jaren voor stond.

Belangrijkste invloed is nog altijd de muziek van de eveneens uit New Jersey afkomstige Bruce Springsteen en zijn E-Street Band en dan met jaren de muziek die Springsteen en zijn power band aan het eind van de jaren 70 maakten, maar ook invloeden uit de punk en de Amerikaanse rootsmuziek hebben hun weg gevonden naar het geluid op de eerste soloplaat van Brian Fallon (net zoals ze hun weg vonden naar de muziek van The Gaslight Anthem).

Painkillers verwerkt misschien grotendeels dezelfde invloeden als de muziek van de band van Brian Fallon, maar is toch zeker niet inwisselbaar tegen de platen van de band. Op Painkillers rockt Brian Fallon wat minder stevig dan zijn band en strooit hij bovendien driftiger met volstrekt tijdloze popliedjes.

Het zijn popliedjes die lichtvoetiger, aanstekelijker en tijdlozer zijn dan de platen van zijn band, maar het zijn zeker geen 13 in een dozijn popliedjes. Painkillers grijpt, meer dan de muziek van The Gaslight Anthem, terug op een aantal decennia Amerikaanse pop- en rockmuziek, maar Brian Fallon weet al deze invloeden te verwerken in een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat staat als een huis.

Bij beluistering van Painkillers kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Brian Fallon de afgelopen zijn lekkerst in het gehoor liggende songs heeft bewaard voor zijn soloplaat en die soloplaat is dan ook van hoog niveau en bovendien een waar feestje.

Painkillers is echter zeker niet alleen een feelgood plaat. De wat stevigere songs zijn zeker goed voor een feestje, maar als Brian Fallon gas terug neemt, is er ook voldoende ruimte voor de persoonlijke ellende die ieder mens treft.

De criticus zal na snelle beluistering waarschijnlijk concluderen dat Brian Fallon op zijn eerste soloplaat geen hele spannende dingen doet, maar als deze plaat je eenmaal te pakken heeft laat hij je niet meer los en wordt hij alleen maar beter. Ik ben er inmiddels zelf behoorlijk verslaafd aan geraakt. Erwin Zijleman

Brian Jackson - This Is Brian Jackson (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brian Jackson - This Is Brian Jackson - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Brian Jackson - This Is Brian Jackson
Brian Jackson kende zijn hoogtijdagen, samen met Gil Scott-Heron, in de jaren 70, maar is het maken van geweldige muziek niet verleerd op zijn nieuwe soloalbum, dat van de eerste tot de laatste noot imponeert

Laat This Is Brian Jackson van de Amerikaanse muzikant Brian Jackson uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 70. Het is het decennium waarin Brian Jackson voor het eerst aan de weg timmerde, maar ook 50 jaar later heeft hij nog een topalbum in zich. This Is Brian Jackson valt op door veel muzikaal vuurwerk, door een heerlijk laid-back geluid, door een bak aan invloeden en vooral door songs waarvan je onmiddellijk gelukkig wordt. Bijgestaan door een aantal topmuzikanten schakelt Brian Jackson soepel tussen soul, jazz, funk, psychedelica, Afrobeat en nog veel meer. Het is muziek van hoog niveau, maar ook muziek die doet verlangen naar zorgeloze zomeravonden. Wat een heerlijk album.

Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik This Is Brian Jackson van de Amerikaanse muzikant Brian Jackson. Het is een naam die mij niet direct een belletje deed rinkelen, al is het maar omdat het geen hele onderscheidende naam is. Gezien de titel ging ik uit van een debuutalbum, maar daar lijkt de muzikant op de cover net wat te oud voor. Bovendien klinkt This Is Brian Jackson als het werk van een gelouterde muzikant.

Het is werk dat meer dan eens zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en 80, waardoor ik nog even uitging van een reissue, maar This Is Brian Jackson is wel degelijk een nieuw album van een naar blijkt zeer gerespecteerd muzikant. Brian Jackson werkte in de jaren 70 samen met Gil Scott-Heron met wie hij een aantal uitstekende albums maakte en was vanaf de jaren 80 als muzikant te horen op talloze albums.

In 2002 leverde Brian Jackson met Gotta Play een uitstekend maar helaas slechts in kleine kring opgepikt soloalbum af en nu is er This Is Brian Jackson. Het is een album dat deels bestaat uit nieuw materiaal, maar de Amerikaanse muzikant werkte ook een aantal vergeten demo’s uit de jaren 70 verder uit.

This Is Brian Jackson ademt vanaf de eerste noten de sfeer van de jaren 70. De conga’s, de dwarsfluit, de subtiele of funky gitaarlijnen, de zwierige strijkers, de zwoele koortjes en de heerlijke laid-back noten van piano, orgel- en keyboards nemen je stuk voor stuk flink mee terug in de tijd en ook de mix van soul, funk, jazz, psychedelica en rhythm & blues herinnert aan vervlogen tijden. Het zijn niet alleen de gebruikte instrumenten en de combinatie van invloeden die This Is Brian Jackson voorzien van een 70s vibe, want ook het ontspannen karakter en de tijd die wordt genomen voor het opbouwen van de songs zijn nauwelijks van deze tijd.

This Is Brian Jackson bevat bijdragen van een aantal topmuzikanten, waaronder natuurlijk de bijdragen van Brian Jackson zelf, die ook nog eens is gezegend met een zeer aangename stem. Zeker op de lome zondagochtend streelt het nieuwe soloalbum van Brian Jackson genadeloos het oor, maar This Is Brian Jackson heeft ook alles dat nodig is om uit te groeien tot de soundtrack van de warme en broeierige zomeravonden van 2022.

In muzikaal en vocaal opzicht is het acht songs en bijna drie kwartier lang smullen, want wordt er geïnspireerd en gloedvol gemusiceerd op het album. Brian Jackson begint op zijn nieuwe album bij de jazzy soul uit de jaren 70, maar sleept er gedurende het album nog wat extra invloeden bij, waaronder invloeden uit de Afrikaanse muziek en de disco om af te sluiten met een track met een vleugje Prince, die de mosterd deels haalde bij de muziek waarmee Brian Jackson in de jaren 70 opdook.

Die muziek uit de jaren 70 is muziek die ik zelf pas het afgelopen decennium aan het ontdekken ben, maar in plaats van het uitpluizen van stapels albums had ik ook kunnen beginnen bij het geweldige This Is Brian Jackson, dat zich laat beluisteren als een goed gevulde compilatie met dit soort muziek uit de jaren 70 en 80.

Muzikanten die hun gloriejaren beleefden in decennia die inmiddels ver achter ons liggen, slagen er helaas maar zelden in om nieuwe muziek te maken die ook maar enigszins in de buurt komt bij de muziek die ze maakten in hun gloriejaren, maar Brian Jackson schittert op zijn eerste soloalbum in twintig jaar als nooit tevoren. Briljant album. En het wordt alleen maar onweerstaanbaarder. Erwin Zijleman

Brianna Kelly - Cloud of Nothingness (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness
De release van het eerste album van Brianna Kelly is ruim een maand geleden vrijwel geruisloos gepasseerd, maar wat heeft de Amerikaanse singer-songwriter een mooi, knap, gevarieerd en ook nog eens tijdloos album gemaakt

Het is puur toeval dat Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly op mijn pad is gekomen, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan het album. Het is een singer-songwriter album en daar zijn er het afgelopen jaar nogal wat van verschenen, maar het debuutalbum van Brianna Kelly is zeker geen dertien in een dozijn singer-songwriter album. Samen met haar medemuzikanten varieert de Amerikaanse muzikante er flink op los en ze maakt nog eens songs die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal prachtig, maar Brianna Kelly beschikt ook nog eens over een stem die je wilt koesteren. Echt veel te goed om onder te sneeuwen dit album.

Er gebeurt helaas nog niet zo heel veel op het platform Bluesky, dat het afgelopen jaar een veilige haven bood voor een ieder die niet meer uit de voeten kon met de berichten die op Elon Musk’s X werden gepromoot. Onlangs kreeg ik op het platform echter wel mijn eerste muziektip en het is wat mij betreft een hele mooie tip. Het gaat om Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly.

Het is het debuutalbum van een singer-songwriter uit Cincinnati, Ohio, die wat mij betreft een album heeft gemaakt dat anders klinkt dan het gemiddelde singer-songwriter album van het moment. Cloud Of Nothingness werd gemaakt met multi-instrumentalist en co-producer Stephen Patota en drummer Tom Buckley. Brianna Kelly tekende zelf ook voor een belangrijk deel van de productie van haar debuutalbum, schreef alle songs op het album, nam een deel van de instrumentatie voor haar rekening, verzorgde het artwork en was ook nog eens verantwoordelijk voor de zang.

Uiteindelijk werden nog wat strijkers toegevoegd aan een aantal songs op Cloud Of Nothingness, dat ondanks het ongetwijfeld beperkte budget echt prachtig klinkt. Zowel Brianna Kelly als Stephen Patota kunnen op flink wat instrumenten uit de voeten en dat heeft er voor gezorgd dat Cloud Of Nothingness niet alleen heel mooi en verzorgd klinkt, maar ook verrassend rijk en veelzijdig.

De muziek op het eerste album van Brianna Kelly is over het algemeen genomen warm en zeer sfeervol. Het geluid van de Amerikaanse muzikante is ook behoorlijk subtiel, want de vele instrumenten die op het album zijn te horen worden gedoseerd ingezet. Ik vind vooral het elektrische gitaarspel op het album bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van strijkers voorzien de songs op het album van een bijzondere sfeer en hetzelfde geldt voor het pianospel.

Het debuutalbum van Brianna Kelly klinkt zoals gezegd anders dan de meeste andere singer-songwriters van het moment. Dat ligt deels aan de wat nostalgische sfeer in veel songs, die herinnert aan muziek uit de jaren 60 en 70, maar het knappe van Cloud Of Nothingness is dat het ook een album van deze tijd is.

Je hoort goed dat Brianna Kelly en haar medemuzikanten de tijd hebben genomen voor het opnemen van het album, want alles klinkt even mooi en trefzeker. Dat geldt niet alleen voor de muziek op het album, maar ook voor de songs van Brianna Kelly, die aan de ene kant complex zijn, maar aan de andere kant ook makkelijk in het gehoor liggen.

Het is knap hoe Brianna Kelly en haar medemuzikanten steeds weer bijzondere accenten weten toe te voegen aan de songs, waardoor het songs zijn die de ruimte verwarmen maar ook de fantasie prikkelen. Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is wat mij betreft de stem van Brianna Kelly. De Amerikaanse muzikante over een prettig en warm stemgeluid, maar ze zingt ook met veel precisie en variatie.

Cloud Of Nothingness is het debuutalbum van de muzikante uit Cincinnati, Ohio, maar het klinkt echt geen moment als een eerste album. Het is daarom extra jammer dat albums als het debuutalbum van Brianna Kelly maar moeten afwachten of iemand er aandacht aan besteed en meestal zal deze aandacht beperkt zijn. Dankzij een tip op Bluesky heb ik het album gelukkig ontdekt en ik weet zeker dat het nog vaak voorbij gaat komen in de weken en maanden die volgen. Erwin Zijleman