MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

beabadoobee - This Is How Tomorrow Moves (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: beabadoobee - This Is How Tomorrow Moves - dekrentenuitdepop.blogspot.com

beabadoobee - This Is How Tomorrow Moves
Na twee prima albums kruipt beabadoobee definitief uit haar schulp op het uitstekende door Rick Rubin geproduceerde This Is How Tomorrow Moves, dat mee kan met de beste indiepop albums van het moment

De van oorsprong Filipijnse muzikante beabadoobee timmert de laatste tijd stevig aan de weg op de sociale media, waardoor haar derde album niet over aandacht te klagen zal hebben. Dat is volkomen terecht, want This Is How Tomorrow Moves is een uitstekend album en is nog een stuk beter dan zijn twee prima voorgangers. Het is deels de verdienste van topproducer Rick Rubin, die het geluid van beabadoobee flink heeft opgepoetst, maar de muzikante uit Londen heeft zelf ook flinke stappen gezet en is beter gaan zingen. Ook de kwaliteit van de songs is flink omhoog gegaan sinds haar vorige album, maar de muziek van beabadoobee heeft haar bijzondere charme behouden.

Beatrice Kristi Laus werd geboren op de Filippijnen, maar groeide op in Londen. Op de middelbare school kreeg ze te maken met discriminatie en had ze het zwaar, maar toen haar vader haar een gitaar gaf vond ze een uitweg uit de ellende. De Filipijnse muzikante maakte een aantal goed ontvangen EP’s onder de naam beabadoobee en debuteerde op haar twintigste met het uitstekende Fake It Flowers, waarop de jonge muzikante zowel een voorkeur voor 90s indierock als indiepop liet horen en zich ergens tussen Juliana Hatfield en Avril Lavigne positioneerde.

Ook op het in de zomer van 2022 verschenen Beatopia maakte beabadoobee geen geheim van haar liefde voor de indierock uit de jaren 90, maar kon ze ook uit de voeten met meer eigentijds klinkende pop met een vleugje R&B. Ik was zelf zeer gecharmeerd van de popsongs van beabadoobee, maar haar eerste twee albums moesten het helaas doen met bescheiden aandacht.

Sindsdien is er wel wat veranderd. De songs van beabadoobee wisten op TikTok een groot publiek aan te spreken, waardoor de Filipijnse muzikante opeens flinke zalen weet te vullen. Het deze week verschenen This Is How Tomorrow Moves moet ook iedereen die niet actief is op TikTok gaan overtuigen van het talent van beabadoobee. Het lijkt me een kansrijke missie, want de muzikante uit Londen laat op haar derde album flinke groei horen. This Is How Tomorrow Moves is wat mij betreft een album dat mee kan met de beste albums binnen de indierock en indiepop van het moment.

Beatrice Kristi Laus wist voor het derde album van beabadoobee niemand minder dan Rick Rubin te strikken als producer en verbleef maar liefst zes weken in zijn Shangri-La studio op Malibu. Dat is goed te horen, want This Is How Tomorrow Moves klinkt een stuk beter dan Fake It Flowers en Beatopia, die qua geluid ook wel wat aan albums in het genre ‘bedroom pop’ deden denken.

Rick Rubin heeft het derde album van beabadoobee voorzien van een mooi verzorgd klinkend geluid, dat de songs van de Filipijnse muzikante flink optilt. Ook op This Is How Tomorrow Moves laat beabadoobee horen dat ze zowel met indierock als indiepop uit de voeten kan, al hebben de stevige gitaren flink aan terrein verloren.

Het album opent met de frisse popsong Take A Bite, die alleen op Spotify als 32 miljoen keer beluisterd is. Het is een popsong die je na één keer horen niet meer uit je hoofd krijgt, maar het is ook een popsong die laat horen dat Beatrice Kristi Laus veel beter is gaan zingen. In de tweede track horen we weer de aangename invloeden uit de 90s indierock die op de vorige albums zo’n belangrijke rol speelden en wederom maakt beabadoobee in vocaal opzicht meer indruk en laat ze in muzikaal opzicht een aansprekender geluid horen.

This Is How Tomorrow Moves biedt ook ruimte aan net wat meer ingetogen folky of jazzy songs en incidenteel een snufje Bossa Nova, maar alles dat beabadoobee op haar derde album doet pakt geweldig uit. Ik vond de eerste twee albums van de muzikante uit Londen vooral charmant, maar op haar nieuwe album laat het alter ego van Beatrice Kristi Laus horen dat ze met de besten mee kan.

De songs zijn stuk voor stuk aansprekend, de instrumentatie en productie van Rick Rubin zijn feilloos en de stem van beabadoobee blijft misschien wat licht en dun, maar overtuigt wat mij betreft heel makkelijk. Ik ben zelf nooit te vinden op TikTok, maar dat beabadoobee op het Chinese platform zo enthousiast wordt onthaald getuigt absoluut van goede smaak. Erwin Zijleman

Beach Fossils - Bunny (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach Fossils - Bunny - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beach Fossils - Bunny
De Amerikaanse band Beach Fossils maakt heerlijk dromerige songs die aangenaam voortkabbelen, maar luister wat beter en je hoort uitstekende gitaarsongs met invloeden uit het verleden en het heden

Ik vond de muziek van Beach Fossils lange tijd aangenaam maar uiteindelijk onvoldoende onderscheidend, tot ik het eerder dit jaar verschenen Bunny wat beter heb beluisterd. Aanleiding was het opduiken van het album in een respectabel aantal jaarlijstjes en inmiddels begrijp ik waarom. Beach Fossils citeert op Bunny nadrukkelijk uit de popmuziek die in de jaren 80 en 90 werd gemaakt, maar het is niet het soort retro album waarvan er in 2023 heel veel zijn gemaakt. Bunny klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht bijzonder aangenaam en hier en daar wat nostalgisch, maar de songs van de band uit Brooklyn zitten ook knap in elkaar, waardoor het album zeker niet misstaat in de jaarlijstjes.

Ik heb nog nooit een album van de Amerikaanse band Beach Fossils besproken op de krenten uit de pop. Dat is op zich best bijzonder, want bij eerste beluistering van zo ongeveer alle albums van de band uit Brooklyn, New York, was ik zeer aangenaam verrast door het geluid van de band en ging ik er van uit dat ik een echte krent uit de pop te pakken had. Dat was ook afgelopen zomer het geval bij mijn eerste beluistering van Bunny, het vijfde album van de Amerikaanse band.

Het is een album dat direct aanvoelde als een album dat ik in de jaren 80 zou hebben gekoesterd, maar dat het ook een paar decennia later nog geweldig deed bij de zomerse temperaturen van dat moment. Op een of andere manier pakte Bunny me echter toch net onvoldoende en viel het album uiteindelijk tussen wal en schip. Misschien doen de zonnige maar ook wat melancholische klanken van de Amerikaanse band het toch wat beter in de herfst en de winter, want nadat ik Bunny tegen kwam in meerdere jaarlijstjes heb ik het album er toch weer bij gepakt en dit keer met meer succes.

Net als het laatste album van Wild Nothing, dat afgelopen herfst verscheen, is Bunny van Beach Fossils een album met een bijzonder aangename jaren 80 vibe. Zonnige gitaarlijnen, flirts met postpunk van de ritmesectie en heerlijk dromerige zang waren vaste ingrediënten op menig album uit de jaren 80 en Bunny had destijds zeker niet misstaan. Nu ben ik in 2023 heel veel albums tegen gekomen die ik in de jaren 80 vast heel leuk had gevonden, maar de klassiekers uit het betreffende decennium zelf zijn er natuurlijk ook nog.

Bunny van Beach Fossils heeft meerwaarde omdat de band uit Brooklyn zich misschien heeft laten inspireren door de muziek uit de jaren 80, maar niet in het verleden is blijven steken. De Amerikaanse band is ook niet vies van invloeden uit de dreampop en jangle pop uit de jaren 90, maar schrijft ook frisse popsongs die ook in het heden nog fris en aangenaam klinken.

Bunny is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. Wanneer je het album wat laat voortkabbelen op de achtergrond klinkt het vooral bijzonder aangenaam, terwijl het je in een nostalgisch bui mee terug neemt naar tijden die inmiddels ver achter ons liggen. Bunny van Beach Fossils is echter ook een album dat het verdient om te worden beoordeeld op haar kwaliteit.

In muzikaal opzicht springen vooral de heerlijke en af en toe breed uitwaaiende maar net zo makkelijk gruizige gitaarlijnen in het oor en ook de wat lome zang is van hoge kwaliteit. De Amerikaanse band slaagt er bovendien in om songs te schrijven die zich wentelen in zonnestralen en zoete klanken, maar die ook altijd wat melancholisch van aard zijn, precies zoals een aantal bands dat in de jaren 80 zo goed kon.

Bunny is bovendien een album dat makkelijk aan kracht wint. Wat ik afgelopen zomer nog vooral aangenaam en tijdloos vond klinken, vind ik inmiddels echt heel goed. Bunny heeft zich razendsnel ontwikkeld van een album dat in de jaren 80 of in de jaren 90 absoluut hoge ogen had kunnen gooien tot een album dat in 2023 moet worden geschaard onder de betere albums van het jaar, waardoor ik een ieder die het album wel opnam in het jaarlijstje over 2023 alleen maar gelijk kan geven. Erwin Zijleman

Beach House - 7 (2018)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach House - 7 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was er na de release van het briljante Teen Dream in 2010 eerlijk gezegd van overtuigd dat Beach House haar creatieve piek had bereikt. De plaat stond bovenaan mijn jaarlijstje over 2010 en scoort hoog gaat wanneer ik een lijst zou moeten maken voor het gehele nieuwe millennium.

De platen die volgden waren inderdaad niet zo goed als het voorlopige meesterwerk van het Frans-Amerikaanse duo, maar zangeres Victoria Legrand en multi-instrumentalist Alex Scally lieten op de platen die volgden toch meer nieuwe dingen horen dan ik had verwacht en wisten nog steeds platen af te leveren die flink boven het maaiveld uit staken.

Alles dat Beach House sinds haar debuut uit 2006 heeft bedacht komt samen op 7, dat ik na hooguit een handvol beluisteringen al de meest opwindende plaat van Beach House tot dusver durf te noemen. Al een aantal weken komt 7 niet uit de speakers en de stijle groeicurve van de plaat vlakt nog steeds niet af.

Alex Scally en Victoria Legrand kozen sinds Teen Dream voor een steeds wat gepolijster en ook wat wolliger geluid, maar laten nu de teugels vieren. Het geweldige Dark Spring waarmee de plaat opent intrigeert door opvallend drumwerk en door gitaarlijnen die zich zowel door de dreampop, de shoegaze als de postpunk laten beïnvloeden.

Het zijn componenten die in veel tracks op 7 terugkeren. Het gitaarwerk op de zevende studioplaat van Beach House (de prima verzameling restmateriaal die vorig jaar verscheen niet meegeteld) is van grote schoonheid en kan zowel gruizig als dromerig klinken. Het is gitaarwerk dat wordt begeleid door incidenteel opvallend prominent drumwerk, door de atmosferische en benevelende elektronische klankentapijten die we kennen van de vorige platen van de band en natuurlijk door de even onderkoelde als verleidelijke vocalen van Victoria Legrand.

Beach House koos op haar vorige platen vaak voor dromerige schoonheid, maar verrast op 7 met een geluid dat naast dromerige passages ook flink wat ruwe randjes bevat. Het geeft het benevelende geluid van het duo een enorme boost. Zelden maakte Beach House muziek die zo spannend en vooral zo dynamisch was, waardoor 7 lieflijk kan strelen, maar je ook ruw vast kan grijpen.

Op basis van het bovenstaande verwacht je misschien dat Victoria Legrand en Alex Scully een totaal andere plaat hebben gemaakt dan we van hen gewend zijn, maar dat is zeker niet het geval. 7 is in alles een typische Beach House plaat, maar het is wel een Beach House plaat die je 47 minuten lang in een bijzondere wurggreep houdt.

Het zal deels de verdienste zijn van producer Peter Kember, beter bekend als Sonic Boom, die aan de wieg stond van de band Spacemen 3 en wat invloeden van zijn cultband heeft toegevoegd aan het geluid van Beach House.

Het levert een plaat op die van de eerste tot de laatste noot intrigeert en betovert met songs die steeds andere invalshoeken kiezen en hierdoor steeds andere dimensies toevoegen aan het unieke Beach House geluid dat we inmiddels twaalf jaar kennen en koesteren en dat wij betreft uitgroeit boven alles dat de band gemaakt heeft.

7 is een vat vol tegenstrijdigheden waarin de bontste kleuren worden afgewisseld met de donkerste grijstinten, maar uiteindelijk schoonheid en avontuur zegevieren. Natuurlijk is het nog veel te vroeg om 7 van Beach House een meesterwerk te noemen, maar ik doe het toch. Meesterwerk! Punt. Erwin Zijleman

Beach House - B-Sides and Rarities (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach House - B-Sides & Rarities - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Toen het Frans/Amerikaanse duo Beach House iets meer dan tien jaar geleden voor het eerst opdook, was het geluid van Victoria Legrand en Alex Scally nog behoorlijk uniek.

Beach House heeft haar zo bijzondere geluid steeds verder vervolmaakt en is inmiddels een inspiratiebron voor velen (zoals op het recent verschenen album van Cigarettes After Sex nog heel duidelijk te horen was).

Beach House was zelf twee jaar geleden nog zeer productief met twee uitstekende albums in slechts een paar maanden tijd, maar sindsdien is de spoeling helaas dun.

In afwachting van een nieuw album moeten we het nu doen met de B-kanten, restjes en remixen die zijn terecht gekomen op de plaat met de toepasselijke titel B-Sides & Rarities. Dat klinkt als een overbodig tussendoortje, maar direct vanaf de eerste noten van opener Chariot ben ik om.

Chariot laat het zo kenmerkende Beach House geluid van de laatste jaren horen en benevelt met het rijke elektronische klankentapijt en de subtiele gitaarlijnen van Alex Scally en de even verleidelijke als bezwerende vocalen van Victoria Legrand. B-Sides & Rarities valt hierdoor direct als een warme deken om je heen en heeft in het vervolg nog veel meer moois te bieden.

Iedereen die, net als ik, de albums van Beach House in huis heeft, maar geen poging heeft gedaan om het oeuvre van het duo helemaal compleet te krijgen, vindt op de restjesverzamelaar van Beach House flink wat nieuwe tracks. Remixen zijn over het algemeen wat minder aan mij besteed, maar ook deze strijken niet tegen de haren in en faciliteren het verder wegdromen nadrukkelijk.

B-Sides & Rarities springt kriskras door de carrière van Beach House heen en bevat zowel tracks die zijn blijven liggen na de twee platen uit 2015 als tracks die stammen uit de tijd dat het debuut van het tweetal verscheen. Met name de wat oudere tracks laten fraai horen hoe Beach House op zoek was naar een eigen geluid, waarbij invloeden varieerden van Nico en Mazzy Star tot Low en Cocteau Twins. Het geluid van Beach House was op dat moment nog wat lichtvoetiger en poppier en bovendien lag het tempo nog wat hoger. Het varieert en contrasteert mooi met de zich langzaam voortslepende en bijna hypnotiserende tracks waar Beach House de laatste jaren het patent op heeft.

Op voorhand leek deze restjesverzamelaar van Beach House me zoals gezegd een tamelijk overbodige herhalingsoefening, maar in de praktijk laat B-Sides & Rarities zich beluisteren als een reguliere Beach House plaat. Het is een Beach House plaat die door de sprongen door de tijd en de inhuur van andere producers wat minder consistent klinkt dan zijn voorgangers, maar de pieken op B-Sides & Rarities zijn net zo hoog als die op de vorige platen van het tweetal en echte dalen kom ik niet tegen.

Hoe uniek de Beach House sound is, merk je overigens wanneer je de track Play The Game beluistert. Ik hoorde wel wat bekends, maar het duurde toch een hele tijd voor ik de klassieker van Queen ontwaarde tussen het zwaar aangezette elektronische klankentapijt en de prachtige vocalen van Victoria Legrand.

Al met al een tussendoortje dat zeker interessant is voor een ieder die Depression Cherry en Thank Your Lucky Stars twee jaar geleden nog koesterde. Erwin Zijleman

Beach House - Depression Cherry (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach House - Depression Cherry - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Beach House koos op het in 2012 verschenen Bloom voor een net wat grootser en toegankelijker geluid dan we van Alex Scally en Victoria Legrand gewend waren. De critici noemden het een stijlbreuk of beschuldigden het duo zelfs van zwichten voor het grote geld, maar persoonlijk vond ik Bloom een logische opvolger van Beach House (2006), Devotion (2008) en Teen Dream (2010) en boven alles een geweldige plaat.

Depression Cherry, het vijfde album van Beach House, wordt momenteel warm onthaald als de plaat waarop Beach House terugkeert naar haar oude geluid, maar ook Depression Cherry is wat mij betreft weer een logisch vervolg op de fraaie serie platen die Beach House sinds 2006 heeft uitgebracht.

Depression Cherry is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en flirt wat minder met pop, maar de groei die Beach House op Bloom liet horen wordt wel degelijk doorgetrokken. Dat hoor je in de instrumentatie, die uit nog net wat meer lagen bestaat dan voorheen, dat hoor je in de zang van Victoria Legrand, die zich inmiddels definitief heeft ontworsteld aan de vergelijking met Nico en dat hoor je in de songs die vol zitten met subtiele verrassingen.

Depression Cherry werd eerder dit jaar aangekondigd als ‘a return to simplicity’, maar zo simpel is het allemaal niet. Bij oppervlakkige beluistering hoor je inderdaad flarden van het geluid waarmee Beach Pop het afgelopen decennium zoveel indruk maakte, maar wanneer je net wat beter luistert, hoor je dat de muziek van Beach House er sindsdien een paar dimensies heeft bij gekregen.

Op Depression Cherry kun je heerlijk wegdromen bij de zweverige en zwoele synths en al even zwoele en zweverige vocalen van Victoria Legrand, maar achter deze bovenlaag zitten nog meerdere lagen waarin het geluid van Beach House meerdere kanten op kan schieten. Het levert verschrikkelijk veel moois op.

Beach House heeft vanaf haar debuut in 2006 een uit duizenden herkenbare geluid, maar weet dat geluid ook steeds verder te verrijken en te vernieuwen. Het levert in de vorm van Depression Cherry al weer de vijfde prachtplaat op. Wat mij betreft geen ‘return to simplicty’ of een terugkeer naar het oude geluid, maar wederom een enorme stap vooruit. Een stap die ook dit keer richting de top van de jaarlijstjes zal voeren. Erwin Zijleman

Beach House - Once Twice Melody (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach House - Once Twice Melody - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beach House - Once Twice Melody
Beach House heeft lang gewerkt aan haar achtste album, maar nu Once Twice Melody er eindelijk helemaal is, kunnen we concluderen dat dit dubbelalbum een verrijking is voor het bijzondere oeuvre van het tweetal

Het is alweer zestien jaar geleden dat het debuut van het Frans/Amerikaanse duo Beach House verscheen en met het deze week verschenen Once Twice Melody staat de teller inmiddels op acht albums. Victoria Legrand en Alex Scally hebben een uit duizenden herkenbaar geluid, maar ook Once Twice Melody laat weer ontwikkeling horen. Het album klinkt voller en dromeriger en ook net wat zwoeler en verleidelijker. In de volle klankentapijten is ook dit keer veel moois te ontdekken en ook de wat onderkoelde zang van Victoria Legrand is weer prachtig. Once Twice Melody brengt je bijna anderhalf uur naar dromenland met betoverende klanken, die maar niet verslappen.

Op het moment dat ik deze recensie typ raast de storm Eunice over het land. De woeste stormvlagen rond het huis staan in schril contrast met de muziek die uit de speakers komt, want het nieuwe album van Beach House is hooguit goed voor een zwoel briesje. Once Twice Melody is vandaag dan eindelijk compleet te beluisteren (en de komende twee maanden helaas alleen digitaal), maar de afgelopen drie maanden waren de meeste tracks op het album al beschikbaar via de streaming media diensten.

In december besprak ik al eens de eerste helft van Once Twice Melody en daarover was ik zeer te spreken. Ook mijn oordeel over het complete album is zeer positief. Na het in de lente van 2018 verschenen 7 heeft het achtste album van het Frans/Amerikaanse duo bijna vier jaar op zich laten wachten, maar dit wachten wordt beloond met 18 songs en bijna anderhalf uur muziek.

Ik heb al sinds het debuut van Beach House een enorm zwak voor de muziek van Victoria Legrand en Alex Scally en koester alle albums van de band, met hooguit een hele lichte voorkeur voor Teen Dream uit 2010. Once Twice Melody sluit keurig aan op de vorige albums van het tweetal uit Baltimore, Maryland, want direct vanaf de eerste noten is het weer typisch Beach House.

Ook Once Twice Melody valt weer op door het zo herkenbare en grotendeels elektronische klankentapijt van Alex Scally en de even verleidelijke als onderkoelde zang van Victoria Legrand. Het tweetal huurde voor de afwisseling eens geen producer in voor haar nieuwe album, maar tekende zelf voor de productie van Once Twice Melody.

Op voorhand had ik op basis van deze informatie een wat meer ingetogen geluid verwacht, maar Once Twice Melody klinkt juist voller, grootser en meeslepender dan de vorige albums van Beach House. Dat het album fantastisch klinkt is overigens ook de verdienste van ervaren topkrachten als Alan Moulder en Dave Fridmann, die een bont en overweldigend klankentapijt uit de speakers laten komen.

Bijna anderhalf uur muziek is normaal gesproken een lange zit, maar op de anderhalf uur op het nieuwe album van Beach House is het heerlijk wegdromen. De muziek van Beach House past ook niet voor niets in het hokje dreampop, al flirt Once Twice Melody ook veelvuldig met psychedelica en waan je je ook meer dan eens op de set van een zwoele Franse (softporno) film, zeker wanneer de dit keer soms rijkelijk toegevoegde strijkers aanzwellen.

En hoewel ook het achtste album van Victoria Legrand en Alex Scally direct vanaf de eerste noten onmiskenbaar klinkt als Beach House, voelt Once Twice Melody voor mij niet aan als meer van hetzelfde. Omdat de storm Eunice de muziek uit de speakers zo af en toe overstemde ben ik na een tijdje overgestapt op de koptelefoon en hiermee hoor je nog veel beter hoe mooi de muziek van Beach House in elkaar zit en uit hoeveel lagen Alex Scally de muziek van de band heeft opgebouwd. Ook de zang van Victoria Legrand komt dan overigens nog beter tot zijn recht.

Tussen de 18 tracks op het album zit wel uiteraard wel een enkele track die net wat minder is, maar Beach House houdt op dit dubbelalbum over het algemeen een bijzonder hoog niveau vast. Dat Once Twice Melody een prachtig album is wist ik twee maanden geleden al op basis van de op dat moment beschikbare eerste helft, maar het complete album is nog net wat mooier en indrukwekkender en voldoet weer volledig aan de altijd hooggespannen verwachtingen. Erwin Zijleman

Beach House - Thank Your Lucky Stars (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beach House - Thank You Lucky Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Nog geen twee maanden geleden verscheen na een stilte van ruim drie jaar Depression Cherry, de vijfde plaat van het Amerikaanse duo Beach House.

Tot ieders verbazing ligt de opvolger van Depression Cherry nu al in de winkel. Thank You Lucky Stars werd vrijwel gelijk met Depression Cherry opgenomen, maar is zeker geen verzameling restjes.

In muzikaal opzicht verschilt de plaat niet zo gek veel van zijn pas kort geleden verschenen voorganger. Ook Thank You Lucky Stars laat het geluid horen dat we kennen van de oudere platen van het duo en blijft over het algemeen ver verwijderd van het grootsere en meer pop georiënteerde geluid van Bloom.

Dit betekent dat Beach House weer heerlijk naar de eigen navel staart, betovert met dromerige klanken, intrigeert met het zeurende harmonium en verleidt met de zwoele vocalen van Victoria Legrand. Ook bij Thank You Lucky Stars is het daarom lekker wegdromen, al verstoort een wilde gitaaruithaal zo af en toe het lome gevoel dat de muziek van Beach House oproept.

Zijn er dan helemaal geen verschillen met Depression Cherry? Ja, die zijn er wel, al zijn ze subtiel. De songs op Thank You Lucky Stars sprankelen op een of andere manier net wat meer, waardoor je net wat vaker enthousiast opveert, zeker wanneer het ene na het andere briljante gitaarloopje opduikt.

Thank You Lucky Stars is ook net wat avontuurlijker dan zijn voorganger, waardoor de plaat wat mij betreft net wat meer indruk maakt dan het niet zo heel positief ontvangen Depression Cherry.

Het zijn subtiele verschillen, want ook op deze plaat klinken Victoria Legrand en Alex Scally weer vooral als Beach House. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt is Thank You Lucky Stars de tweede aangename verrassing in nog geen twee maanden tijd. Een verrassing die nog net wat aangenamer is dan de vorige en dat zegt wat. Erwin Zijleman

Beaches - Second of Spring (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beaches - Second Of Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Beaches maakte in 2013 een voor mij onbetwiste jaarlijstjesplaat met She Beats.

Het debuut van de uit vijf vrouwen bestaande band uit het Australische Melbourne werd wat makkelijk in het hokje ‘shoegaze/dreampop revival’ geduwd, maar imponeerde met een broeierige en avontuurlijke mix van zeer uiteenlopende invloeden.

In het door gitaren gedomineerde geluid van Beaches (de band had zelf al drie gitaristen maar had er ook nog een ingehuurd) was zeker plaats voor invloeden uit de dreampop en shoegaze uit de jaren 90, maar de vijf Australische vrouwen wisten ook te verrassen met invloeden uit de 60s psychedelica, noiserock, experimentele Krautrock en donkere drones.

Op het nu verschenen Second Of Spring gaat Beaches verder waar het ruim vier jaar geleden was gestopt, maar dit keer kiezen de dames voor een nog wat overweldigender geluid. Second Of Spring is een plaat die als de spreekwoordelijke stoomwals over je heen dendert.

De gitaren stonden op het debuut van de Australische band al centraal, maar nemen nu een nog wat dominantere plek in. De vocalen zijn in de meeste tracks naar de achtergrond gedrongen, waardoor alle aandacht uit kan gaan naar de hoge gitaarmuren die Beaches opbouwt. Het zijn ook dit keer gitaarmuren waarin een aantal decennia rockmuziek voorbij komen.

Waar je de band vier jaar geleden nog wel enigszins recht deed met het etiket shoegaze of dreampop, sla je er dit keer de plank mee mis. Op Second Of Spring domineren invloeden uit de psychedelica en de spacerock, maar ook invloeden uit de Krautrock en invloeden van bands die monotone drones koesteren hebben hun weg gevonden naar de muziek van Beaches.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon of bij beluistering met de volumeknop flink opengedraaid is Second Of Spring een overweldigende plaat, die je trommelvliezen te lijf lijkt te gaan met heel veel gitaren.

Wanneer je net wat beter luistert hoor je ook dit keer veel dynamiek in de muziek van Beaches en zijn er ook wel wat popliedjes met een kop en een staart en zelfs een honingzoet popliedje te vinden op Second Of Spring, maar de tracks met vooral geweldig gitaarwerk domineren.

Zeker bij eerste beluistering vond ik de tweede van Beaches zwaardere kost dan zijn voorganger, maar na enige gewenning komen alle songs op de plaat tot leven en blijken alle songs vol moois te zitten.

Platen in dit genre zijn vaak aan de korte kant om te voorkomen dat de verveling toeslaat of om de trommelvliezen te sparen, maar ook hier vormt Beaches de uitzondering. Second Of Spring bevat maar liefst 75 minuten muziek en komt in die 75 minuten met 17 songs op de proppen. Het zijn songs vol aansprekend gitaargeweld, maar gelukkig neemt Beaches ook af en toe gas terug en benevelt het met wat minder gitaargeweld en wat meer wolken psychedelica.

Beaches komt van ver en maakt het de luisteraar op haar tweede plaat lang niet altijd makkelijk, waardoor de plaat het vooralsnog moet doen zonder al teveel aandacht. Het is doodzonde, want Second Of Spring doet zeker niet onder voor zijn voorganger die van jaarlijstjesniveau was. Second Of Spring is niet voor iedereen weggelegd, maar liefhebbers van gitaarplaten zonder continu houvast horen het dit jaar echt niet veel beter dan op de tweede van het Australische Beaches. Erwin Zijleman

Beachwood Sparks - Across the River of Stars (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beachwood Sparks - Across The River Of Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beachwood Sparks - Across The River Of Stars
Het is een tijd stil geweest rond de Amerikaanse band Beachwood Sparks, maar met Across The River Of Stars bewijst de band uit Los Angeles dat het nog altijd goed is voor met allerlei invloeden verrijkte Americana

Beachwood Sparks is de afgelopen 25 jaar niet heel productief geweest, maar de drie reguliere albums van de Amerikaanse band waren uitstekend en dat gold ook voor het restmateriaal dat in 2013 het laatste wapenfeit van de band uit Los Angeles was. Hier is het gelukkig niet bij gebleven, want onlangs verscheen een nieuw album van Beachwood Sparks. Across The River Of Stars ligt in het verlengde van de vorige albums van de band, maar laat ook nieuw elan horen. De echo’s uit het verleden zijn prachtig en dat geldt ook voor de wat nostalgisch aandoende harmonieën op het album, maar de songs van Beachwood Sparks zijn nog altijd zo fris als een lentebriesje. Geweldige band, heerlijk album.

Bij de naam Beachwood Sparks denk ik in eerste instantie vooral aan het geweldige titelloze debuutalbum van Amerikaanse band. De band uit Los Angeles vermaakte op dit in 2000 verschenen album meedogenloos met een heerlijke mix van 60s Laurel Canyon folk, 60s Westcoast pop, 70s countryrock en cosmic country, een flinke dosis 60s en 70s psychedelica en de nodige invloeden uit de Paisley Underground scene van de jaren 90.

De muziek van Beachwood Sparks herinnerde aan roemruchte bands als Buffalo Springfield, The Byrds en The Flying Burrito Brothers, maar liet ook invloeden van onder andere The Dream Syndicate, Neil Young & Crazy Horse en The Zombies horen en hier bleef het zeker niet bij.

Het debuutalbum van Beachwood Sparks was een van de beste albums van het eerste jaar van dit millennium, maar de albums die de Californische band in de jaren die volgden maakte, waren niet veel minder. Op Once We Were Trees uit 2001 en The Tarnished Gold uit 2012 perfectioneerde Beachwood Sparks haar geluid, terwijl de band op het in 2013 uitgebrachte Desert Skies liet horen dat het ook in de jaren voor het debuutalbum al fantastische muziek maakte.

Sindsdien werd niet veel meer vernomen van Beachwood Sparks, maar vorige maand keerde de band uit Los Angeles terug met een gloednieuw album, dat is verschenen op het platenlabel van voorman Brent Rademaker. Ook leden van het eerste uur Chris Gunst en Dave Scher zijn teruggekeerd op het oude nest en hebben gezelschap gekregen van een aantal extra muzikanten. Samen met producer en Black Crowes zanger Chris Robinson werd Across The River Of Stars opgenomen en het album laat horen dat de muziek van Beachwood Sparks er nog steeds toe doet.

Het is misschien wat teleurstellend dat er na twaalf jaar slechts negen songs werden opgenomen, die samen goed zijn voor een klein half uur muziek. Het is het enige smetje dat ik kan bedenken, want wat klinken de songs van de band uit Los Angeles weer lekker. Beachwood Sparks verwerkt ook op Across The River Of Stars weer uiteenlopende invloeden en het zijn voor een belangrijk deel dezelfde invloeden als op de vorige albums van de band.

Het is knap hoe de band het ene moment kan klinken als een neo-psychedelische band uit de jaren 90 om je een track later weer te trakteren op zonnige Westcoast pop. Net als de vorige albums van Beachwood Sparks doet ook het nieuwe album van de band weer nostalgisch aan, maar door de bijzondere mix van invloeden klinkt ook Across The River Of Stars weer opvallend fris. Ik vind met name het gitaarwerk op het album bijzonder mooi en aangenaam, maar ook de fraaie harmonieën zijn niet te versmaden.

Er zijn de afgelopen decennia veel meer bands geweest die zich hebben laten beïnvloeden door in ieder geval een deel van de inspiratiebronnen van Beachwood Sparks, maar ik sloeg de band rond Brent Rademaker twintig jaar geleden hoger aan dan de concurrentie en doe dat nog steeds. Natuurlijk doen de zonnige klanken van Beachwood Sparks het uitstekend in het huidige seizoen, maar de songs op het nieuwe album van de band dringen zich steeds genadelozer op, waardoor ik er van uit ga dat dit bijzonder aangename album ook in de donkerdere seizoenen hier nog vaak uit de speakers zal komen. Erwin Zijleman

Beak> - >>> (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop: De krenten uit de pop: Beak> - >>> - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beak> neemt je mee op een luistertrip die bijna drie kwartier lang fascineert en intrigeert, maar ook betovert met wonderschone muziek vol avontuur

Beak> is een band met Portishead voorman Geoff Barrow in de gelederen. Dat staat bijna garant voor bijzondere muziek en Beak> stelt zeker niet teleur. De derde plaat van de band staat bol van de invloeden en springt van genre naar genre en met de lichtsnelheid door de tijd, maar >>> is zeker geen allegaartje. Het is een plaat waarop Beak>> op fascinerende wijze genres met elkaar verbindt tot een geluid dat soms bezwerend, soms toegankelijk en soms behoorlijk experimenteel is. Iedere keer dat ik naar de plaat luister hoor ik weer nieuwe dingen en dit gaat inmiddels al een tijdje zo door. Het smaakt nog steeds naar veel meer.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot voor kort nog nooit van de band Beak> had gehoord. Ik kwam de band tegen in de jaarlijstjes van een aantal Britse muziektijdschriften en raakte geïnteresseerd toen ik de naam van Geoff Barrow tegen kwam.

Geoff Barrow kennen we natuurlijk als voorman van Portishead, maar de Britse muzikant heeft inmiddels ook zijn sporen verdiend als producer.

Het trio Beak> werd een jaar of tien geleden geformeerd en debuteerde in 2009 met een plaat (BEAK>) die klonk als een jamsessie (en dit feitelijk ook was). Het is mij destijds ontgaan, net als het in 2012 verschenen >>, maar het in de herfst van 2018 verschenen >>> heb ik dankzij de Britse jaarlijstjes wel te pakken. Het is een plaat die hopeloos intrigeert met een woeste mix van psychedelica, jazzrock, Krautrock, progrock, elektronica, folk en nog een handvol andere invloeden.

In de volledig instrumentale openingstrack nemen Geoff Barrow en zijn twee medemuzikanten je mee terug naar de progrock uit de jaren 70 en de psychedelica en Krautrock uit dezelfde periode. Zweverige elektronica wordt fraai gecombineerd met down-to-earth gitaarriffs. Het ademt de sfeer van een ver verleden, maar Beak> integreert in haar geluid ook klanken die alleen maar uit het heden kunnen stammen.

Psychedelica en Krautrock domineren ook de tweede track, die dankzij toegevoegde vocalen opvallend toegankelijk klinkt, maar die ook iets ongrijpbaars en bezwerends heeft. In de derde track domineert eigentijds klinkende elektronica en schiet Beak> weer een andere kant op.

Het Britse trio produceert wonderschone en aangenaam zweverige klanken, maar de muziek van de band prikkelt ook continu de fantasie door verschillende lagen in de muziek tegen elkaar in te laten strijken en steeds weer andere wegen in te slaan. Het is muziek die alle aandacht vraagt, maar het is het waard.

Steeds weer hoor ik nieuwe dingen in de muziek van Beak> en wordt het lijstje invloeden en genres groter. In de derde track heb ik associaties met de bijzondere klanken die Robert Fripp ooit tot zijn handelsmerk maakte, maar in de vierde track hoor ik opeens weer wat van Neil Young in muziek die zich laat omschrijven als psychedelische countryrock, waarin zo nu en dan Beatlesque orkestraties opduiken.

Het wordt gevolgd door een twee tracks fascinerende elektronische luistertrip met zowel vleugjes psychedelica als vleugjes Kraftwerk en techno, waarna Beak> haar muzikale reis vervolgt met een verrassend aanstekelijk popliedje dat refereert naar de new wave uit de late jaren 70.

Hierna gaan nog even alle registers los in twee tracks die alle bovengenoemde invloeden combineren, waarna de plaat na bijna 45 minuten eindigt met een wonderschone folksong met invloeden uit de progrock.

Het bovenstaande geeft een impressie van de derde plaat van Beak>, maar het is een impressie die bij iedere luisterbeurt weer een andere invulling kan krijgen. Op >>> gebeurt soms zoveel dat het je duizelt. Beak> schiet met de lichtsnelheid door genres en door de tijd en slaagt er in om een vat vol tegenstrijdigheden te laten klinken als een consistente plaat. Het is een plaat die anders klinkt dan zijn twee voorgangers, maar ook die zijn absoluut de moeite waard. Geoff Barrow had ik dankzij Portishead al heel hoog zitten, maar ook het werk van Beak> is buitengewoon interessant. Erwin Zijleman

Beak> - >>>> (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beak> - >>>> - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beak> - >>>>
Na zes jaar stilte keert de Britse band Beak> terug met een nieuw album en de band rond voormalig Portishead lid Geoff Barrow levert ook met >>>> weer een fascinerend en bezwerend album af

De Britse band Beak> schotelt de luisteraar op >>>> ruim vijftig muziek voor en het is fascinerende muziek. Beak> staat bekend om een veelheid aan invloeden en een vat vol tegenstrijdigheden en dat is op >>>> niet anders. Invloeden uit de psychedelica hebben wat aan terrein gewonnen, maar de Britse band sleept er ook op haar nieuwe album van alles bij. >>>> springt soms van de hak op de tak, maar bevat ook lang uitgesponnen en dromerige passages. Beak> maakt muziek waarin je jezelf volledig moet onderdompelen en als je dit doet is ook >>>> weer een album waarop veel te genieten valt. Het nieuwe album van Beak> heeft lang op zich laten wachten, maar stelt zeker niet teleur. Integendeel. Prachtalbum.

Twee weken na de release van het eerste soloalbum van Beth Gibbons laat ook haar voormalige Portishead collega Geoff Barrow weer van zich horen. Het nieuwe album van zijn band Beak> werd pas vorige week aangekondigd, maar was een paar dagen later al te vinden op de streaming media diensten.

Geoff Barrow formeerde Beak> vijftien jaar geleden, maar ik ontdekte de band zelf pas toen het in de herfst van 2018 verschenen derde album van de band opdook in flink wat met name Britse jaarlijstjes. >>> van Beak> bleek een buitengewoon fascinerende luistertrip met psychedelica, jazzrock, Krautrock, progrock, elektronica en folk als de belangrijkste ingrediënten.

Bijna zes jaar na het fascinerende derde album van Beak> is deze week het vierde album verschenen en over de titel heeft Geoff Barrow vast niet lang hoeven na te denken. Ook >>>> is weer een bijzonder album geworden en ook dit keer maakt Beak> muziek die is te omschrijven als een fascinerende en/of bezwerende luistertrip.

Bij vluchtige beluistering of beluistering op de achtergrond blijft er niet veel over van de bezwerende muziek van Beak>, dat naast Geoff Barrow bestaat uit Billy Fuller en Will Young. Net als zijn voorgangers is >>>> een album waar je in moet duiken en dat je moet ondergaan. Beluister het album met de koptelefoon en je wordt negen songs en ruim 51 minuten lang getrakteerd op een beeldend en bezwerend muzikaal landschap.

Beak> sleepte er op het vorige album flink wat invloeden bij, maar kiest op >>>> voor een wat consistenter geluid. Het is een geluid dat vooral is beïnvloed door de psychedelica uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. Zeker bij eerste beluistering had ik sterke associaties met het vroege en psychedelische werk van Pink Floyd, maar dit is slechts een deel van het geluid van Beak> op het nieuwe album.

Invloeden uit de psychedelica hebben wat aan terrein gewonnen op het album, maar ook invloeden uit de Krautrock, de progrock en de jazzrock zijn nog steeds hoorbaar. Het zorgt er voor dat >>>> een album is waar ik in ieder geval even aan moest wennen, want het is, net als het album van Beth Gibbons twee weken geleden, zeker geen makkelijk album.

Openingstrack Strawberry Line, een eerbetoon aan de overleden hond van Geoff Barrow, gooit de luisteraar meteen acht minuten lang in het diepe. Het is een zich langzaam voortslepende track met een paar orgelakkoorden en wat lome zang, maar langzaam maar zeker wordt de spanning steeds verder opgebouwd. Het is muziek die de sfeer van het verleden ademt, maar het is ook muziek die alleen maar in het nu kan zijn gemaakt.

Het gekke is dat wanneer je eenmaal gegrepen wordt door de bezwerende klanken van >>>> het opeens geen ontoegankelijk album meer is. De songs van Beak> zijn niet alleen zweverig en bezwerend maar ook heel melodieus, waardoor het merendeel van de songs zeer aangenaam klinkt.

Ik vind >>>> uiteindelijk toegankelijker, consistenter en hierdoor ook beter dan het zes jaar geleden zo uitvoerig bejubelde >>>. Beak> heeft een album gemaakt dat je eenvoudig meesleept, maar vergeet ook zeker niet te luisteren naar de razend knappe wijze waarop de Britse band muziek maakt, waarna je nog veel meer bijzondere details hoort in de muziek op >>>>. Een week geleden wisten we nog van niets, maar wat is de comeback van Beak> mooi en welkom. Erwin Zijleman

Bear's Den - Islands (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bear's Den - Islands - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wanneer de Britse hype machines op volle toeren draaien ben ik op mijn hoede. Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het debuut van het uit Londen afkomstige Bear’s Den, dat vorig jaar op basis van slechts een handjevol songs al werd uitgeroepen tot één van de sensaties van 2014.

Bear’s Den komt uit dezelfde scene als het momenteel razend populaire Mumford & Sons en wordt door de Britse muziekpers in dezelfde hoek geduwd. Bij beluistering van de openingstrack van Islands is daar nog wel iets voor te zeggen, al is de folk van Bear’s Den in deze openingstrack een stuk minder uitbundig dan die van Mumford & Sons.

In de tracks die volgen hoor ik, buiten het intensieve gebruik van de banjo, eigenlijk niet zo heel veel terug van de band waarmee Bear’s Den muzikaal opgroeide. De muziek van de band uit Londen is ook geworteld in de Britse folk uit een ver verleden, maar is ingetogener en vooral ook complexer dan de muziek van haar vermeende soortgenoten.

Bear’s Den begint op Islands bij Britse folk, maar haakt ook aan bij bands als Coldplay, Snow Patrol en zeker ook Travis (Islands doet me meer dan eens denken aan het briljante The Man Who). Namen waarvan niet iedereen enthousiast zal worden, maar lees vooral verder.

Islands bevat knap in elkaar stekende songs die uit meerdere lagen bestaan. In één van de lagen domineert de zo karakteristieke banjo, maar Bear’s Den grijpt hiernaast ook naar atmosferische elektronische klankentapijten en zet in een aantal tracks zelfs blazers in. In deze tracks dringt de associatie met de muziek van Elbow zich op, al kiest Bear’s Den over het algemeen voor toegankelijkere songs dan die van de band uit Manchester.

Zeker de songs die wat ingewikkelder in elkaar steken en zelfs invloeden uit de progrock lijken te verwerken, worden hier en daar bestempeld als pretentieus, maar zover wil ik toch niet gaan, al is het maar omdat Bear’s Den ook niet bang is voor bijzonder sobere folksongs zonder opsmuk en het altijd het popliedje met een kop en een staart als leidraad gebruikt.

De band is wat mij betreft het best op dreef wanneer het kiest voor de gulden middenweg tussen lekker in het gehoor liggende maar intieme folksongs met een aangenaam voortkabbelende banjo en de songs met wat meer diepgang en een veel voller geluid.

Islands bevat een aantal geweldige songs die de misschien wel wat te hoog gespannen verwachtingen onmiddellijk waarmaken en een aantal songs die wat langer moeten rijpen, maar uiteindelijk weet het merendeel van de songs op het debuut van Bear’s Den te overtuigen.

Wat ik persoonlijk knap vind aan de songs van Bear’s Den is dat de band het grote gebaar zeker niet schuwt, maar ook overeind blijft wanneer de songs vrijwel tot op het bot zijn uitgekleed en het moeten hebben van eenvoudig snarenwerk en mooie emotievolle vocalen. In deze songs worden de grote festivalweides en de goed gevulde bibliotheek (die terugkomt in de teksten) even vergeten en blijft een kleinschalig en aangenaam smeulend kampvuur over.

Ook wanneer Islands de intimiteit van het kampvuur overstijgt blijft de warmte en krijgen de Britse hype machines voor één keer gelijk. Islands van Bear’s Den is gewoon een goed debuut. Een heel goed debuut zelfs. Erwin Zijleman

Bear's Den - Red Earth & Pouring Rain (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bear's Den - Red Earth & Pouring Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Islands van de uit Londen afkomstige band Bear’s Den werd twee jaar geleden zo extreem gehyped door de Britse muziekpers dat ik met enige tegenzin begon aan het beluisteren van de plaat.

Toen de band in de openingstrack ook nog eens een geluid liet horen dat als twee druppels water leek op dat van Mumford & Sons was afhaken dichtbij, maar gelukkig ben ik blijven luisteren.

Islands bleek immers een enorme groeiplaat, die veel meer te bieden bleek te hebben dan grootse stadion folk met een banjo. Islands deed vanwege de banjo natuurlijk denken aan Mumford & Sons, maar de band uit Londen riep ook associaties op met de muziek van onder andere Coldplay, Snow Patrol, Travis en Elbow en met name bij de laatste twee namen wordt het voor mij interessant.

Bear’s Den is uiteindelijk niet de grote band geworden die de Britse media er van wilden maken, maar gezien mijn goede ervaringen met Islands was ik wel degelijk nieuwsgierig naar de nieuwe plaat van de band. Red Earth & Pouring Rain gaat de liefhebbers van grootse stadion folk waarschijnlijk flink teleurstellen, want Bear’s Den heeft op haar nieuwe plaat de bijdrage van de banjo tot een minimum gereduceerd. Ik vind het een zegen, want juist de kant van Bear’s Den die ik zo mooi vond op Islands staat nu volop in de schijnwerpers.

Red Earth & Pouring Rain zet hiernaast een stap in een andere richting, want met name invloeden uit de popmuziek uit de jaren 80 hebben flink aan terrein gewonnen op de nieuwe plaat. De originaliteitsprijs gaat Bear’s Den ook met haar nieuwe plaat zeker weer niet winnen, maar bands die popliedjes weten te maken die na één keer horen blijven hangen hebben bij mij altijd een streepje voor.

Red Earth & Pouring Rain grossiert in dit soort popliedjes. Bear’s Den strijkt op haar nieuwe plaat geen moment tegen de haren in en strooit driftig met buitengewoon melodieuze en heerlijk dromerige popliedjes. De instrumentatie met een hoofdrol voor stemmige synths is sfeervol en doeltreffend, de vocalen zijn prachtig en de songs van de band toveren stuk voor stuk beelden van mooie herinneringen op het netvlies.

Het zijn songs die aan van alles en nog wat doen denken, maar er komen bij mij zo verschrikkelijk veel namen op bij beluistering van de nieuwe plaat van Bear’s Den (van Big Country tot Elbow) dat uiteindelijk geen enkele naam blijft hangen.

Voor de criticus valt er vast meer dan genoeg te zeuren over de tweede plaat van Bear’s Den, maar ik kan alleen maar heel vrolijk worden van deze plaat. Dat heeft deels te maken met alle associaties met mooie tijden, maar ook objectief beoordeeld vind ik de songs van de Britse band van hoog niveau.

Red Earth & Pouring Rain is voor mij dan ook een zeer waardig opvolger van het fraaie Islands en uiteindelijk een veel betere plaat. In mijn liefde voor die plaat stond ik in mijn omgeving redelijk alleen. Hopelijk krijgt de fraaie tweede plaat van Bear’s Den net wat meer aandacht, al is daar waarschijnlijk een geluid met net wat meer stekels en rafels voor nodig. Erwin Zijleman

Bear's Den - So That You Might Hear Me (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bear's Den - So That You Might Hear Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bear's Den - So That You Might Hear Me
Het derde album van Bear's Den viel me bij eerste beluistering gewoon vies tegen, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe meer moois er aan de oppervlakte komt

Bear’s Den uit Londen maakte de afgelopen jaren twee geweldige en ook nog eens flink verschillende albums. Op het eerste album domineerde de op dat moment populaire banjo folk, op het tweede album zorgden 80s invloeden voor een geluid dat klaar leek voor de stadions. Het derde album wordt vooralsnog lauwtjes ontvangen en dat begrijp ik wel. Bij oppervlakkige beluistering komt het meer ingetogen geluid van Bear’s Den niet makkelijk tot leven of klinkt het zelfs wat saai. Luister wat beter en je hoort een aangenaam, maar ook spannend album dat steeds meer moois laat horen en dat bewijst dat Bear’s Den niet voor niets zo is bejubeld de afgelopen jaren.

De eerste twee albums van de Britse band Bear’s Den heb ik hoog zitten. Heel hoog zelfs. De band uit Londen vermengde op haar debuut Islands uit 2014 de banjo folk van een band als Mumford & Sons met de toegankelijke pop en rock van bands als Coldplay en Snow Patrol en de in artistiek opzicht veel interessante muziek van bands als Travis en Elbow.

Op het in 2016 verschenen Red Earth & Pouring Rain verdween de banjo naar de achtergrond en flirtte Bear’s Den opzichtig met invloeden uit de jaren 80. Een volgende band die stadions kan vullen leek geboren, maar op een of andere manier is Bear’s Den nog geen hele grote band geworden.

Omdat ik de eerste twee albums van de Britse band erg goed vond, was ik erg nieuwsgierig naar het derde album van Bear’s Den, waarop we best lang hebben moeten wachten. So That You Might Hear Me wordt vooralsnog ontvangen met lauwe recensies en ook ik vond het derde album van de band uit Londen bij eerste beluisteringen erg tegenvallen.

Zeker in de eerste twee tracks lijkt Bear’s Den wat opgeschoven richting een band als Snow Patrol. Daar is op zich niet zoveel mis mee, maar heel warm krijg ik het er ook niet van. Zeker in de eerste tracks op So That You Might Hear Me maakt Bear’s Den nog groots klinkende muziek, maar naarmate het album vordert, verruilt Bear’s Den de grandeur van het stadion steeds meer voor de intimiteit van de kleine concertzaal.

Met de meer ingetogen songs op de tweede helft van het album wist Bear’s Den me weer langzaam maar zeker voor zich te winnen en sindsdien bevalt So That You Might Hear Me me iedere keer weer net wat beter. Bear’s Den slaagt er nog altijd in om songs te schrijven die zich onmiddellijk opdringen, maar die ook de fantasie blijven prikkelen en het zijn songs die ook dit keer worden ingekleurd met een mooie maar ook avontuurlijke instrumentatie, waarin met name het contrast tussen elektronica en warme organische klanken steeds weer in positieve zin opvalt.

De meer ingetogen songs van het inmiddels tot een duo uitgedunde band bevallen me nog altijd het best, waar ook wanneer de stadion ambities de band weer opspelen, valt er na enige gewenning heel veel te genieten op het nieuwe album van Bear’s Den. De op het eerste gehoor wat vlak of zelfs saai klinkende songs komen langzaam maar zeker tot leven, waarna Bear’s Den steeds dichter in de buurt van het niveau van haar eerste twee albums komt.

De band uit Londen kiest op haar derde album weer voor een net wat ander geluid (waaruit de banjo’s inmiddels helemaal zijn verdwenen) en dat siert de band. So That You Might Hear Me heeft absoluut last van het succes van de eerste twee albums van de band, maar verdient een kans. Ik heb So That You Might Hear Me deze kans gegeven en daar ben ik blij om. So That You Might Hear Me bevat inmiddels een aantal songs die me dierbaar zijn en ik heb het idee dat daar nog wel wat songs bij gaan komen, inclusief de songs die me bij eerste beluistering nog zo tegenvielen. Erwin Zijleman

Beatrice Deer - SHIFTING (2021)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beatrice Deer - SHIFTING - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beatrice Deer - SHIFTING
Beatrice Deer eert op SHIFTING de cultuur van de Inuit, maar de Canadese muzikante kan ook uit de voeten met de indierock en indiepop van haar thuisbasis Montreal, met een fascinerend album als resultaat

Ik had nog niet eerder kennis gemaakt met de muziek van de Canadese muzikante Beatrice Deer, maar haar nieuwe album SHIFTING is een bijzonder album. De muzikante, die tegenwoordig opereert vanuit Montreal, past aan de ene kant in het hokje van de indierock en indiepop van haar thuisbasis, maar aan de andere kant verwerkt ze ook elementen uit de Inuit cultuur in haar muziek, waaronder traditionele instrumenten en de karakteristieke keelzang. Hiernaast zingt Beatrice Deer een deel van haar teksten in de taal van de Inuit, wat unieke klanken en een vat vol tegenstrijdigheden oplevert, waarin uiteindelijk toch weer veel op zijn plek valt.

SHIFTING is minstens het vierde album van de Canadese muzikante Beatrice Deer, maar mij was ze nog niet eerder opgevallen. Haar nieuwe album deed dat direct wel en vooral vanwege het flinke contrast tussen de teksten en de muziek op haar nieuwe album.

Beatrice Deer is afkomstig uit Quaqtaq, Québec, en dat is een gemeenschap van vooral Inuit, de oorspronkelijke bewoners van het gebied (waarvoor de benaming Eskimo’s niet meer wordt gebruikt). Beatrice Deer, die momenteel in Montreal woont, bedient zich op SHIFTING in een deel van de teksten van het Inuktitut, de taal van de Inuit, maar zingt ook deels in het Engels en het Frans.

In haar songs komen hier en daar cultuuruitingen van de Inuit naar voren, als de bijzondere keelzang van de Inuit en het gebruik van enkele traditionele instrumenten, maar de Canadese muzikante is ook niet vies van indierock. SHIFTING is door deze ingrediënten een vat vol tegenstrijdigheden, maar ik had er persoonlijk verrassend snel vat op.

Ondanks de exotische muzikale invloeden en het gebruik van een taal waar ik geen touw aan vast kan knopen, ligt de muziek van Beatrice Deer verrassend makkelijk in het gehoor en is het muziek die het prima doet op de winteravonden van het moment. SHIFTING kiest hier en daar voor bijna new age achtige klanken, maar kan ook uit de voeten met rock of met elektronische pop.

Deze pop en rock klinken verrassend vertrouwd en hebben alleen de bijzondere taal als wat atypisch ingrediënt. Ook in de wat meer pop of rock georiënteerde songs kunnen overigens zomaar accenten uit de cultuur van de Inuit opduiken, waardoor SHIFTING zich niet laat vergelijken met een ander album dat ik dit jaar heb gehoord heb.

Beatrice Deer deed voor haar nieuwe album een beroep op een flink aantal muzikanten, onder wie leden van he Besnard Lakes en The Barr Brothers, en het zijn muzikanten die alle kanten op kunnen. Het ene moment valt SHIFTING op door gejaagde elektronica, het volgende moment door een dromerige pedal steel of door lekker stevige rock, maar ook de volksmuziek van de Inuit verdwijnt nooit volledig uit beeld.

Ik geef eerlijk toe dat het nieuwe album van Beatrice Deer geen album is dat ik heel vaak uit de kast ga trekken. Daarvoor is het me allemaal net wat te onrustig en te ongrijpbaar, maar zo op zijn tijd is de bonte mix van invloeden, klanken en talen niet alleen intrigerend, maar ook mooi en bijzonder.

Bij iedere track moet je je maar weer afvragen wanneer het volledig ontspoort of wanneer totaal niet conventionele muziek opeens weer conventioneel wordt. Ik heb persoonlijk een voorkeur voor de meer rock georiënteerde tracks of de tracks waarin Beatrice Deer haar Inuit wortels wat steviger omarmt en heb minder met de wat elektronischer ingekleurde popsongs, maar een slechte song kom je op SHIFTING niet tegen.

Telkens als ik naar het album luister word ik nieuwsgierig naar de achtergronden van de songs, maar helaas is er nog maar weinig te vinden over dit bijzondere album, dat gelukkig is verschenen in een week met niet al teveel releases, waardoor ik de tijd kon nemen voor dit unieke album, dat me maar blijft verbazen, maar dat stiekem ook steeds meer vermaakt. Erwin Zijleman

Beau - Girl Cried Wolf (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beau - Girl Cried Wolf - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beau - Girl Cried Wolf
Na het geweldige debuutalbum van het New Yorkse duo Beau uit 2016 was het heel lang stil, maar deze week keren Heather Golden en Emma Jenney terug met een wat kort, maar wederom fantastisch album

Niet iedereen zal That Thing Reality van Beau in 2016 hebben opgemerkt, maar iedereen die dit wel deed kreeg een fantastisch album in handen. Hierna was het heel lang stil rond Heather Golden en Emma Jenney, maar deze week keert Beau terug met Girl Cried Wolf. Het is een album dat voor een belangrijk deel anders klinkt dan zijn voorganger, maar ook het tweede album van Beau is prachtig. De twee muzikanten uit New York hebben een uniek eigen geluid, dat uiteenlopende invloeden verwerkt en dat extra glans krijgt door twee mooie stemmen. We hebben echt veel te lang op Girl Cried Wolf moeten wachten, maar na een keer horen ben ik verslaafd aan de nieuwe muziek van Beau.

In het prille voorjaar van 2016 verscheen That Thing Reality, het debuutalbum van het New Yorkse duo Beau. Mijn recensie van het album op de krenten uit de pop is al behoorlijk positief, maar toen ik aan het eind van 2016 de balans opmaakte, kwam ik tot de conclusie dat ik That Thing Reality echt het allerbeste album van 2016 vond en was Beau de toch wel wat verrassende aanvoerder van mijn jaarlijstje.

Heather Golden en Emma Jenney, die samen Beau vormen, begonnen op hun debuutalbum bij de folk uit de jaren 60 en kwamen vervolgens via de new wave uit de jaren 70 in het huidige millennium terecht. Het leverde een aantal fantastische songs op, die extra glans kregen door de geweldige en emotievolle zang van de twee New Yorkse muzikanten en door de aanstekelijke energie in de songs op het album. Het was best een tijd geleden dat ik naar That Thing Reality had geluisterd, maar het album maakte bij beluistering eerder deze week direct weer een overrompelende indruk.

Heather Golden en Emma Jenney hebben mijn geduld sindsdien flink op de proef gesteld. Pas in 2020 verscheen er een nieuwe track van het Amerikaanse tweetal en ook de afgelopen jaren moesten we het doen met slechts een kleine handvol nieuwe tracks. Deze week is dan eindelijk het tweede album van Beau verschenen en heeft het prachtige That Thing Reality gelukkig een opvolger, Girl Cried Wolf. Natuurlijk is het jammer dat we het na al die jaren moeten doen met slechts zeven echte songs (en een intro), die optellen tot een klein half uur muziek, maar na achtenhalf jaar wachten ben ik blij met alles dat Beau te bieden heeft.

De verwachtingen waren gezien de status van That Thing Reality onwaarschijnlijk hoog, maar desondanks was ik direct razend enthousiast over het tweede album van Beau. Heather Golden en Emma Jenney werken op hun tweede album samen met producer en mixer Brandon Bost, die met name in die laatste hoedanigheid werkten met een aantal hele grote muzikanten.

Ook voor Beau heeft hij fraai werk verricht, want Girl Cried Wolf is voorzien van een wat voller en steviger geluid, dat laat horen dat Heather Golden en Emma Jenney niet zijn blijven steken in 2016. De twee waren destijds prille twintigers en hebben er een aantal lastige jaren in de muziek op zitten. Het heeft ze alleen maar sterker gemaakt, ook als muzikant.

Het wat vollere en deels met synths verrijkte geluid op het tweede album van Beau bevalt me wel. Het is een geluid dat wat dichter tegen de indiepop en indierock van het moment aan zit, maar Beau heeft nog altijd een duidelijk eigen geluid. Ook op Girl Cried Wolf vind ik de soms wat ruwe maar soms ook engelachtige zang van Heather Golden en Emma Jenney echt prachtig en ook dit keer hebben de twee een aantal geweldige songs geschreven.

Het zijn songs die zich, in ieder geval bij mij, direct genadeloos opdringen, maar het zijn ook songs die de fantasie blijven prikkelen. Het zijn songs die prachtig zijn geproduceerd, maar de muziek van Beau heeft ook nog steeds iets ruws en blijft ook dit keer makkelijk door de tijd en de rijke muziekgeschiedenis van New York springen.

Natuurlijk had ik liever een wat langer album gehad, maar Girl Cried Wolf is een album dat je ook makkelijk op repeat kunt zetten en dat ook na meerdere keren achter elkaar horen interessant blijft. Ik heb na 2016 vaak gefantaseerd over een nieuw album van Beau, maar eindelijk is het er. Girl Cried Wolf klinkt anders dan ik had verwacht, maar ik vind het wederom heel erg goed. Erwin Zijleman

Beau - That Thing Reality (2016)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beau - That Thing Reality - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Beau is een duo uit Brooklyn dat bestaat uit Emma Rose Jenney en Heather Golden en het is een duo waar, zeker in de Verenigde Staten, inmiddels al een tijdje behoorlijk druk over wordt gedaan.

Na beluistering van Beau’s debuut That Thing Reality kan ik alleen maar concluderen dat al deze drukte volkomen terecht is. Het debuut van Emma Rose Jenney en Heather Golden is immers een debuut om te koesteren.

De twee jonge vrouwen uit New York beginnen bij de folk, zoals die een aantal decennia geleden populair was in inmiddels peperdure wijken in Manhattan en verrijken de folk van weleer vervolgens met 1001 invloeden.

Zo is de openingstrack voorzien van een speels ritme, stevig gitaarwerk en wat sprookjesachtige effecten uit de dreampop, maar Beau blijft ook met enige regelmaat dicht bij de folk uit vervlogen tijden. Ook wanneer Emma Rose Jenney en Heather Golden kiezen voor akoestische gitaren en emotievolle vocalen klinkt het debuut van Beau eigentijds en dat maakt het debuut van het tweetal bijzonder.

That Thing Reality staat vol met mooie en intieme popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die urgentie uitstralen. Dit bereikt Beau door de instrumentatie net wat zwaarder aan te zetten of te kiezen voor klanken die net wat rauwer zijn dan in dit genre gebruikelijk is, maar ook de stemmen van Emma Rose Jenney en Heather Golden spelen een belangrijke rol bij het uitstralen van urgentie.

Het Amerikaanse duo kan prachtig zingen, maar kiest ook meer dan eens voor een punky attitude, wat That Thing Reality niet alleen voorziet van urgentie, maar ook van kracht en eigenzinnigheid.

Die punky attitude wordt overigens moeiteloos ingeruild voor zoete en verleidelijke pop zoals die door Lana del Rey wordt gemaakt, of door de al eerder genoemde invloeden uit de dreampop, wat van That Thing Reality een verrassend veelzijdige plaat maakt.

Ondanks de grote veelzijdigheid is het debuut van Beau echter ook een homogene plaat, die van de eerste tot de laatste noot imponeert. Dat doet het New Yorkse tweetal uiteindelijk vooral door de puurheid, intensiteit en energie van hun muziek. That Thing Reality werd op voorhand al een sensationeel debuut genoemd, maar het is er ook echt een geworden. Erwin Zijleman

Bebel Gilberto - Agora (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bebel Gilberto - Agora - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bebel Gilberto - Agora
Bebel Gilberto keert na zes jaar afwezigheid terug met een album dat sprankelt, betovert en intrigeert en dat de Braziliaanse muzikante voorziet van een fris nieuw geluid

Het aangename bossa nova geluid van Bebel Gilberto bleef aangenaam, maar de glans van het prachtige Tanto Tempo was er zo langzamerhand toch wel wat af. Tijd voor een nieuwe impuls dus en die is gekomen van producer Thomas Bartlett, die Agora heeft voorzien van een uit meerdere lagen bestaand geluid, waarin zowel plek is voor elektronica als voor organische klanken en waarin ook de invloeden uit de Braziliaanse muziek niet zijn vergeten. Het is een veelkleurig maar subtiel geluid dat zich vol liefde om de mooie stem van Bebel Gilberto heen slaat. Agora is onmiskenbaar een Bebel Gilberto album, maar wel een totaal ander album dan we van haar gewend zijn. Knap!

Voor het laatste wapenfeit van de Braziliaanse muzikante Bebel Gilberto moesten we tot voor kort ruim zes jaar terug in de tijd, toen het album Tudo verscheen. Hoogste tijd dus voor een nieuw album, al werd het door de corona pandemie uiteindelijk nog bijna een half jaar uitgesteld.

Bebel Gilberto groeide op als kind van de Braziliaanse muzikale legendes João Gilberto en Miúcha en stond zelf ook al jong op het podium. Ze debuteerde halverwege de jaren 80 met een eerste album, maar haar muzikale carrière kwam pas echt van de grond toen ze Brazilië verruilde voor New York (waar ze overigens ook geboren is).

In 2000 verscheen het album Tanto Tempo dat wereldwijd enthousiast werd ontvangen. Op het voornamelijk met Braziliaanse muzikanten gemaakte album bleef Bebel Gilberto de, deels door haar vader op de kaart gezette, bossa nova trouw, maar de Braziliaanse muzikante slaagde er in om zowel authentiek als eigentijds te klinken, waardoor bossa nova door een opvallend breed publiek werd omarmd.

Bebel Gilberto maakte sindsdien nog een aantal albums, die allemaal goed zijn, al mis ik de magie van Tanto Tempo. Na het in 2014 verschenen Tudo leek de rek er wel wat uit, maar de terugkeer van Bebel Gilberto is een hele opvallende. Agora werd gemaakt met Thomas Bartlett, die ooit furore maakte als de muzikant Doveman, maar die de afgelopen jaren vooral als producer actief is, onder andere voor Norah Jones, The Gloaming, Sufjan Stevens, St. Vincent en Rhye. De tracks op Agora kregen voor een groot deel al in 2018 en 2019 vorm in een voor Bebel Gilberto zware periode waarin ze haar beide ouders en haar beste vriend verloor.

Direct bij eerste beluistering van het album is duidelijk dat Thomas Bartlett er in is geslaagd om het geluid van Bebel Gilberto grondig te moderniseren. Agora wordt hier en daar al het elektronische album van Bebel Gilberto genoemd, maar daarmee doe je de kunsten van Thomas Bartlett tekort.

Agora is een album dat in muzikaal opzicht uit meerdere lagen bestaat. Er is een laag met subtiele elektronica en hier en daar subtiele beats, er is een laag met stemmige organische klanken en een vleugje jazz, en er is een laag waarin vooral invloeden uit de Cubaanse en Braziliaanse muziek aan de oppervlakte komen. De verschillende lagen in de muziek van Bebel Gilberto zijn subtiel en vloeien bovendien op fraaie wijze samen, wat een bijzonder geluid oplevert.

Agora klinkt flink anders dan de vorige albums van Bebel Gilberto, al is er natuurlijk altijd haar herkenbare stem, die de liefde voor de bossa nova die door haar vader werd uitgevonden nooit kwijt is geraakt. Toch past Agora maar ten dele in het hokje bossa nova. Het Braziliaanse genre is slechts een van de vele invloeden die op Agora worden verwerkt en door Thomas Bartlett op bijzonder knappe wijze aan elkaar zijn gesmeed.

Op de vorige albums van Bebel Gilberto ontbrak wat mij betreft de magie van Tanto Tempo, maar op Agora strooien de Braziliaanse muzikante en haar Amerikaanse producer driftig met magie. Agora sprankelt en vermaakt, maar is ook een avontuurlijk album vol verrassende wendingen, met de mooie stem van Bebel Gilberto als kers op de taart. Een glorieuze terugkeer van de Braziliaanse muzikante. Erwin Zijleman

Bebel Gilberto - João (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bebel Gilberto - João - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bebel Gilberto - João
Bebel Gilberto eert haar in 2019 overleden vader en bossa nova legende João Gilberto door de songs te vertolken waarmee haar vader beroemd werd, wat een authentiek en zeer smaakvol album oplevert

De Braziliaanse muzikante Bebel Gilberto imponeerde in 2000 met het album Tanto Tempo, waarop ze de traditionele Braziliaanse bossa nova zoals haar vader João Gilberto die maakte moderniseerde. Dat deed ze drie jaar geleden nog eens prachtig op het wat onderschatte Agora, waarop Bebel Gilberto al stil stond bij de dood van haar vader. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op João waarop ze de songs die haar vader lief had vertolkt. Het levert een wat traditioneler klinkend bossa nova geluid op dan we gewend zijn van Bebel Gilberto, maar het is ook een zeer stemmig en sfeervol geluid dat vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is.

Bebel Gilberto keerde precies drie jaar geleden, na een stilte van een aantal jaren, terug met het prachtige Agora, waarop ze samenwerkte met producer Thomas Bartlett. Op Agora moderniseerde Bebel Gilberto, samen met Thomas Bartlett, haar geluid grondig door flink wat elektronica in te zetten, wat fraai combineerde met de nog altijd duidelijk aanwezige invloeden uit de Braziliaanse muziek in het algemeen en de bossa nova in het bijzonder. Op Agora hoorde ik weer de magie van haar bijna niet te overtreffen debuutalbum Tanto Tempo uit 2000, die op de andere albums van de Braziliaanse muzikante, die overigens werd geboren in New York, wat mij betreft minder sterk aanwezig was.

Deze week keert Bebel Gilberto terug met een nieuw album, waarop ze wederom samenwerkt met Thomas Bartlett. Desondanks is het een album dat niet verder gaat op de lijn die werd ingeslagen op Agora. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het deze week verschenen João een heel bijzonder album. Op haar nieuwe album eert Bebel Gilberto haar in 2019 overleden vader João Gilberto, die misschien niet de uitvinder is van de Braziliaanse bossa nova, maar wel een cruciale rol speelde in de wereldwijde verspreiding van het genre, waardoor hij de bijnaam “Father of bossa nova” verdiende.

Bebel Gilberto had een wat moeizame relatie met haar vader, die onder andere niet zo gecharmeerd was van de wijze waarop ze de bossa nova vernieuwde op haar albums, maar desondanks schreef ze voor haar vorige albums twee prachtige songs waarin ze haar vader eerde. Op João doet ze dit door een aantal songs van haar vader en een aantal songs van anderen die haar vader opnam te vertolken en dat is iets dat ze nog niet eerder deed op haar albums. Het zijn de songs die ze als klein meisje zong met haar vader, wat de vertolkingen op verschenen João voorziet van extra lading.

Waar producer Thomas Bartlett op Agora sleutelde aan de invloeden uit de bossa nova en het geluid van Bebel Gilberto flink moderniseerde met elektronica, klinkt João meer als een traditioneel bossa nova album, al kiest Bebel Gilberto nog steeds haar eigen weg, bijvoorbeeld door net wat andere instrumenten te kiezen. Desondanks is João met afstand het meest oorspronkelijk klinkende album van Bebel Gilberto.

Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten vertolkt Bebel Gilberto de songs van haar vader op een wijze die hij waarschijnlijk zeer had kunnen waarderen. In de instrumentatie is een hoofdrol weggelegd voor het prachtige gitaarwerk van Guilherme Monteiro, maar ook de bijdragen van de andere instrumenten zijn zeer smaakvol. Het past allemaal prachtig bij de stem van Bebel Gilberto, die de songs van haar vader met veel gevoel, precisie en respect vertolkt.

Ik was zoals gezegd zeer gecharmeerd van de modernere aanpak van Bebel Gilberto en Thomas Bartlett op Agora, maar ook het toch flink anders klinkende João valt me ook niet tegen. Het is overigens knap hoe de Amerikaanse producer buiten zijn comfort zone beweegt, want João klinkt als een album dat net zo goed een aantal decennia geleden in Brazilië had kunnen zijn gemaakt. Ik hoop persoonlijk dat Bebel Gilberto op haar volgende album weer de sprong naar het heden maakt, maar dit fraaie eerbetoon aan haar vader is absoluut een waardevolle toevoeging aan haar oeuvre. Erwin Zijleman

Bebel Gilberto - Tudo (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bebel Gilberto - Tudo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bebel Gilberto had in haar vaderland Brazilië al een paar platen op haar naam staan toen ze in 2000 wereldwijd doorbrak met Tanto Tempo.

Haar zwoele Bossa Nova wist een breed publiek te betoveren en had uiteindelijk ook invloed op met name de Franse popmuziek waarin de fameuze zuchtmeisjes in Bossa Nova een extra middel ter meedogenloze en zwoele verleiding zagen.

Bebel Gilberto was de afgelopen tien jaar wat minder productief en maakte ook wat minder indruk met de platen die ze wel uitbracht, waardoor ze werd ingehaald door eigenzinnigere Braziliaanse zangeressen als CéU en Cibelle.

Bebel Gilberto’s nieuwe plaat, Tudo, kon ik echter niet laten liggen en daar heb ik geen spijt van. Tudo is naar verluid Bebel Gilberto’s breakup-plaat en klinkt inderdaad wat minder zonnig dan Tanto Tempo al weer 14 jaar geleden deed.

De wat zoetsappige openingstrack lijkt zo weggelopen uit de jaren 70, maar in de tweede track keert de van Bebel Gilberto bekende Bossa Nova terug. Ik versta geen woord Portugees, maar aan de songs op Tudo hoor je wel dat Bebel Gilberto het leven even door een net wat donkerdere bril bekijkt.

Bossa Nova bestaat bijna per definitie uit zonnestralen, maar de zon schijnt niet zo fel als we van de muziek van Bebel Gilberto gewend zijn. Het maakt Tudo zowel geschikt voor lome zondagochtend als voor donkere avonden.

Bebel Gilberto heeft de overwegend langzame tracks op de plaat voorzien van een ingetogen en buitengewoon sfeervolle instrumentatie, die prachtig kleurt bij haar nog altijd zwoele vocalen.

Tudo bevat absoluut elementen uit de Bossa Nova, maar het is zeker geen typische Bossa Nova plaat. De plaat bevat immers minstens net zoveel en misschien zelfs wel nog wel meer invloeden uit de jazz, al is het jazz met een Braziliaans tintje.

Bebel Gilberto zingt op Tudo overwegend in het Portugees, maar heeft ook een aantal Franstalige en Engelstalige tracks opgenomen, wat de plaat nog wat veelkleuriger maakt dan hij al is.

Na eerste beluistering van Tudo verlangde ik stiekem naar de zonnigere klanken van Tanto Tempo of de platen van CéU, maar Tudo is een plaat die langzaam maar zeker je hart verovert.

Bebel Gilberto verraste in het verleden met lekker lichtvoetige muziek, maar ze kan ook muziek maken die de luisteraar moet ontroeren met melancholie in plaats van lichtvoetigheid. Dat ontroeren gaat Bebel Gilberto op Tudo makkelijk af, waarbij het niet eens zoveel uitmaakt of ze haar eigen songs vertolkt of verrast met een opvallend trefzekere versie van Neil Young’s Harvest Moon.

Tudo is wat minder geschikt voor een zomers feestje dan de vorige platen van Bebel Gilberto, maar wanneer het feest er op zit, de rust is teruggekeerd en het tijd is voor bezinning is het een aangename metgezel, die bovendien voorlopig alleen maar beter lijkt te worden. Erwin Zijleman

Becca Mancari - Left Hand (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Becca Mancari - Left Hand - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Becca Mancari - Left Hand
Becca Mancari schaarde zich met het vorige album al onder de best bewaarde geheimen van de indiepop van het moment en zet op het deze week verschenen Left Hand nog een aantal flinke stappen in de goede richting

Wanneer je luistert naar de muziek van de Amerikaanse muzikant Becca Mancari heb je niet direct door dat de teksten vaak behoorlijk donker van aard zijn. Het gaat ook weer op voor het deze week verschenen Left Hand, dat weliswaar zwoel uit de speakers komt, maar stiekem een zeer persoonlijk en hier en daar behoorlijk donker album is. Het is een album dat wat voller en elektronischer is ingekleurd dan zijn twee voorgangers en het is ook het meest aanstekelijke album van Becca Mancari tot dusver, maar het is ook een album vol avontuur en een album waarop heel veel moois te ontdekken valt. Voorganger The Greatest Part kreeg redelijk wat aandacht, maar Left Hand verdient nog wat meer.

Becca Mancari debuteerde in 2017 met Good Woman, dat ik zelf overigens pas ontdekte nadat ook het tweede album van de muzikant, die zich inmiddels ziet als non-binair persoon, was verschenen. Op dit debuutalbum verwerkte de Amerikaanse muzikant zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop en het is een album dat in 2017 een veel beter lot had verdiend.

Met het in 2020 verschenen The Greatest Part trok de singer-songwriter uit Nashville gelukkig veel meer aandacht en dat was wat mij betreft volkomen terecht. Het is een album dat vergeleken met het debuutalbum wat opschoof richting pop en rock, maar de songs van Becca Mancari hadden absoluut iets eigenzinnigs en kozen nooit voor de voor de hand liggende weg. The Greatest Part was in tekstueel opzicht een behoorlijk donker, maar ook interessant album, waarop de Amerikaanse muzikant afrekende met een aantal trauma’s uit de jeugd in een streng christelijk milieu waarin een afwijkende seksuele voorkeur niet werd geaccepteerd.

Ook het deze week verschenen Left Hand is weer een album dat getekend wordt door persoonlijke zaken, al zijn het dit keer geen trauma’s uit de jeugd van Becca Mancari maar persoonlijke problemen uit het zeer recente verleden. Het zijn problemen die naar de achtergrond werden gedrongen door overmatig gebruik van alcohol, wat weer hele andere problemen opleverde.

Left Hand is, net als zijn twee voorgangers, een heel persoonlijk album en het is een album dat Becca Mancari grotendeels alleen maakte, al schoven incidenteel muzikale vrienden als Brittany Howard (Alabama Shakes) en Julien Baker aan. Dat Becca Mancari Left Hand grotendeels alleen vol speelde en produceerde is overigens niet te horen, want het album is voorzien van een opvallend rijk geluid en een fantastische productie.

Left Hand lijkt in muzikaal opzicht meer op The Greatest Part dan op Good Woman, want ook op het nieuwe album verwerkt Becca Mancari meer invloeden uit de pop en rock dan uit de Amerikaanse rootsmuziek. De muzikant uit Nashville kiest op album nummer drie voor vooral elektronisch ingekleurde indiepop, maar het is indiepop die zeker niet fantasieloos aansluit bij het soort indiepop dat momenteel in grote hoeveelheden wordt gemaakt.

Left hand experimenteert volop met bijzondere ritmes, met soulvolle accenten en hier en daar met voorzichtig ontsporende gitaren of fraaie strijkers. Het wordt gecombineerd met lekker op de voorgrond gemixte zang, die in kwalitatief opzicht nog wat beter is dan op de twee vorige albums van de Amerikaanse muzikant. De songs van Becca Mancari zijn een flink stuk aanstekelijker dan op de vorige twee albums en zouden in de smaak moeten kunnen vallen bij een breed publiek, maar ook in artistiek opzicht is Left Hand een zeer interessant album, zodat ook de fijnproevers aan hun trekken komen.

Becca Mancari heeft een album gemaakt dat absoluut goed genoeg is om de aansluiting te vinden bij de smaakmakers binnen de indiepop van dit moment, maar op basis van de ervaringen uit het verleden weet je dat het ook zomaar een hele andere kant op kan gaan op een volgend album. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende stap, maar voorlopig hoop ik op een ‘Indian summer’ met het zwoele en avontuurlijke Left Hand als prachtige soundtrack. Erwin Zijleman

Becca Mancari - The Greatest Part (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Becca Mancari - The Greatest Part - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Becca Mancari - The Greatest Part
De Amerikaanse singer-songwriter Becca Mancari verwerkt het nodige leed uit haar jeugd op een album met een vleugje melancholie, maar uiteindelijk toch ook flink wat zonnestralen

Ik had The Greatest Part van Becca Mancari al omarmd als de volgende soundtrack van een mooier zomer, toen ik door kreeg dat er ook wel wat donkere wolken voorbij komen op dit album. Becca Mancari leek een paar jaar geleden nog voorbestemd voor een carrière binnen de rootsmuziek, maar kiest op The Greatest Part toch vooral voor pop en rock. Mooie subtiele gitaarlijnen worden gecombineerd met uitbundigere synths ritmes. Het combineert prachtig met de heldere en warme stem van Becca Mancari, die de songs stuk voor stuk makkelijk naar haar hand zet. Haar debuut overtuigde me maar ten dele, maar album nummer twee is een voltreffer.

Becca Mancari heeft Ierse, Italiaanse en Puerto Ricaanse wortels en groeide op in een strenge of zelfs fundamentalistische christelijke gemeenschap op Staten Island, New York, die haar seksuele geaardheid niet accepteerde. Ze verliet Staten Island daarom al op jonge leeftijd en kwam via onder andere Arizona, Florida en India terecht in Nashville, Tennessee, waar ze in 2017 haar debuut Good Woman opnam.

Het was een debuut dat bol stond van de belofte en de potentie, maar het was ook een album dat moest concurreren met stapels andere albums uit de hoofdstad van de countrymuziek, waarvan Becca Mancari ook nog eens de grenzen opzocht. Good Woman kreeg daardoor helaas niet de waardering die het album verdiende.

Door al het reizen en haar snelle start in de muziek kwam de Amerikaanse singer-songwriter nooit echt toe aan het verwerken van alle frustraties en trauma’s uit haar jeugd, maar daar heeft ze de afgelopen jaren alsnog de tijd voor genomen. Het vindt zijn weerslag op haar tweede album The Greatest Part, dat deze week is verschenen.

Op basis van het bovenstaande had ik eerlijk gezegd een donker album vol melancholie verwacht, maar dat is The Greatest Part maar zeer ten dele. Laat het tweede album van Becca Mancari uit de speakers komen en de zon gaat schijnen. Natuurlijk heeft de jonge singer-songwriter de nodige ellende moeten verwerken, maar die ligt nu achter haar, al drijft er af en toe nog wel eens een donkere wolk voorbij op het album.

Waar haar debuut drie jaar geleden in essentie nog wel een rootsalbum was, kan ik The Greatest Part met geen mogelijkheid in dit hokje duwen. Becca Mancari woont nog steeds in Nashville, maar heeft de rootsmuziek achter zich gelaten. The Greatest Part is een album vol pop en rock en het is pop en rock van het lome en zonnige soort met af en toe een vleugje melancholie.

Het album opent met onderkoelde synths en een fraaie gitaarriff, maar Becca Mancari blijkt al snel niet de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die het indie-rock segment onveilig komt maken. Wanneer speelse ritmes hun intrede doen, laten ook de synths de zon langzaam maar zeker schijnen en de zonnestralen worden nog uitbundiger wanneer Becca Mancari begint te zingen.

Zeker wanneer de gitaren domineren is de muziek van de singer-songwriter nog niet eens zo heel ver verwijderd van die van Phoebe Bridgers en haar soortgenoten, maar met name de ritmes en de synths maken haar muziek lichtvoetiger en ook de heldere stem van Becca Mancari heeft iets lichtvoetigs. Het wordt allemaal nog wat zonniger en zomerser wanneer The Greatest Part funky ritmes toevoegt en het in muzikaal opzicht nog net wat zwoeler en zoeter mag.

Het bovenstaande suggereert misschien dat Becca Mancari een lichtvoetig popalbum heeft gemaakt, maar dat is The Greatest Part ook weer niet. De Amerikaanse muzikante schuwt de aanstekelijke klanken zeker niet, maar zorgt er ook voor dat haar songs spannend zijn, bijvoorbeeld door haar songs op bijzondere wijze in te kleuren en veel contrast aan te brengen tussen met name de gitaren en de synths. Ook in productioneel opzicht is The Greatest Part een fraai album, wat de verdienste is van Paramore drummer Zac Farro.

Dat Becca Mancari de rootsmuziek nog niet is vergeten blijkt pas in de fraaie grotendeels akoestische slottrack Forgiveness, die pas aan het eind wordt voorzien van elektronische klanken. Een zeer aangenaam, maar ook bijzonder album. Erwin Zijleman

Becca Stevens - Maple to Paper (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Becca Stevens - Maple To Paper - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Becca Stevens - Maple To Paper
De Amerikaanse singer-songwriter Becca Stevens levert met Maple To Paper een gewaagd maar ook mooi en bijzonder akoestisch soloalbum uit waarop haar persoonlijke songs zijn teruggebracht tot de essentie

Op al haar tot dusver verschenen albums etaleert Becca Stevens op bijzondere wijze haar muzikaliteit. Zowel in haar gitaarspel als in haar zang hoor je dat ze een geschoolde muzikante is, die niet graag kiest voor de makkelijkste weg. Dat doet ze ook niet op haar nieuwe album Maple To Paper, ook al kiest ze op dit album voor een uiterst sobere setting met alleen ruimte voor haar akoestische gitaar en haar stem. Met haar gitaarspel en haar zang slaagt Becca Stevens er in om een album vol bijzonder intense songs af te leveren. Het zijn songs waar je ademloos naar moet luisteren om maar niets te missen, maar het zijn ook songs zonder opsmuk, die laten horen hoe mooi en indringend pure folksongs kunnen zijn.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing besprak ik nog niet eerder een album van de Amerikaanse singer-songwriter Becca Stevens op de krenten uit de pop. Ik ken immers al haar albums en zeker Regina uit 2017 is een album dat ik met enige regelmaat heb beluisterd. Dat ik nog niet eerder een album van de muzikante uit New York recenseerde heeft waarschijnlijk alles te maken met de intensiteit en eigenzinnigheid van haar albums.

Becca Stevens is een klassiek geschoolde zangeres en gitariste en dat hoor je op haar albums. Het zijn albums die meerdere invloeden verwerken, die niet bang zijn voor complexe (jazzy) passages en die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht nooit kiezen voor de makkelijkste weg. Het zijn albums die je een paar keer moet horen voor je er een eerste oordeel over kunt vellen en die tijd heb ik meestal niet voor een nieuw album of gun ik een album niet.

Ook het deze week verschenen Maple To Paper had ik daarom zomaar kunnen laten liggen, maar op een of andere manier intrigeerde het album me direct en heb ik even doorgebeten. Dat laatste was wel nodig, want Maple To Paper is zeker geen alledaags album. Het is een album waarop alleen de akoestische gitaar en de stem van Becca Stevens zijn te horen en dat is een setting die je tegenwoordig niet heel vaak meer tegen komt. De muzikante uit New York maakt bovendien zeker geen makkelijk in het gehoor liggende deuntjes en vraagt zowel met haar gitaarspel als met haar zang en haar teksten veel van de luisteraar.

Het akoestische gitaarspel is in de meeste gevallen zacht en sober, maar Becca Stevens kan de op het eerste gehoor ingetogen songs op haar album ook behoorlijk vol inkleuren met mooi maar ook complex gitaarspel. Die complexiteit hoor je ook in de songs van de Amerikaanse muzikante, die nergens kiest voor de geijkte patronen, maar haar folky songs alle kanten op laat schieten. Joni Mitchell is zinvol vergelijkingsmateriaal, maar Becca Stevens heeft ook een duidelijk eigen stijl.

Die eigen stijl hoor je ook en misschien wel vooral in haar zang. De muzikante uit New York beschikt over een zeer expressieve en emotievolle stem, die haar songs voorziet van een enorme intensiteit. Het is een stem die aandachtig luisteren naar de songs van Becca Stevens afdwingt, waardoor Maple To Paper een album is dat, zeker in eerste instantie, energie vreet. Het wordt nog eens versterkt door de zeer persoonlijke teksten, waarin het verlies van dierbaren en het verkregen moederschap centraal staan. De persoonlijke thema’s voegen nog wat extra emotie toe aan de toch al zo intense songs.

Het is razend knap hoe Becca Stevens met alleen gitaar en zang zoveel effect kan hebben, want Maple To Paper is een album dat van alles met je doet. Ik moet nog steeds wennen aan de sobere muzikale setting en de enorme intensiteit van de songs. Het is me door deze intensiteit ook nog niet gelukt om het ruim een uur durende album in één sessie in zijn geheel te beluisteren, maar bij gedoseerde beluistering ben ik alleen maar onder de indruk van de pure en oprechte songs van Becca Stevens, die met veel gevoel en precisie worden uitgevoerd en die haar enorme muzikaliteit onderstrepen. Het is een bijzonder stapeltje albums dat Becca Stevens inmiddels op haar naam heeft staan en ook Maple To Paper is een hele mooie en interessante. Erwin Zijleman

Becky Warren - The Sick Season (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Becky Warren - The Sick Season - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Becky Warren - The Sick Season
We zijn in 2020 overladen met uitstekende albums in het hokje Americana, maar de rauwe Americana van Becky Warren verdient absoluut een plekje tussen de memorabele albums van het jaar

Becky Warren is een singer-songwriter uit Nashville die al twee uitstekende albums op haar naam had staan, maar met haar onlangs verschenen derde album een flinke stap zet. The Sick Season volgt op een periode waarin Becky Warren werd getroffen door een stevige depressie, maar het levert geen heel somber album op. De Amerikaanse singer-songwriter kiest op haar derde album voor een lekker rauw Americana geluid en het is een geluid dat af en toe wel wat doet denken aan Lucinda Williams. The Sick Season blinkt uit door heerlijk gitaarwerk, door prachtig doorleefde zang en door uitstekende songs. Becky Warren, onthouden die naam.

Een lezer van deze BLOG wees me een tijdje geleden op The Sick Season van de Amerikaanse singer-songwriter Becky Warren. Ik was er nog niet toe gekomen om naar dit album te luisteren, maar toen ik dat eenmaal deed was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het album. The Sick Season opent met fraai gitaarspel dat af en toe bluesy uithaalt en met een fraai doorleefde stem. Het deed me wel wat denken aan Lucinda Williams, waarmee de lat meteen flink hoog ligt.

The Sick Season is het derde album van Becky Warren en volgt op een periode waarin de singer-songwriter uit Nashville. Tennessee, werd getroffen door een zware depressie, waarna ook de corona pandemie nog eens volgde. Het zijn de ingrediënten voor een verstild album vol weemoed en melancholie, maar dat album heeft Becky Warren niet gemaakt. The Sick Season is een album waarop de elektrische gitaren domineren en waarop de singer-songwriter uit Nashville laat horen dat ze uitstekend uit de voeten kan met het soort Americana dat normaal gesproken vooral in Austin, Texas, wordt gemaakt.

Becky Warren kiest op haar derde album voor een eenvoudige basis van bas, gitaar en drums, waaraan slechts incidenteel een orgel en achtergrondvocalen worden toegevoegd. Bij de eerste noten had ik zoals gezegd associaties met de muziek van Lucinda Williams en dat is een naam die vaker terugkomt bij beluistering van The Sick Season. Dit vooral omdat ook Becky Warren is gezegend met een lekkere rauwe stem, maar ook in muzikaal opzicht is de muziek van de Queen Of Americana relevant vergelijkingsmateriaal, zeker als de gitaren lekker gruizig mogen klinken.

Becky Warren kiest op The Sick Season voor een relatief eenvoudig geluid, maar het blijkt een gouden zet. De combinatie van bas, drums en gitaren legt een solide en vaak wat broeierige basis voor de zang van Becky Warren. Het is zang vol gevoel en doorleving, waardoor het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter zich makkelijk onderscheidt van die van haar soortgenoten.

Becky Warren schreef op haar vorige twee albums prachtige en indringende verhalen over anderen, maar op The Sick Season schrijft ze over zichzelf. In de teksten komt uiteraard het nodige leed voorbij, maar door het hoge tempo en het heerlijke gitaarwerk is The Sick Season over het algemeen genomen geen somber klinkend album. Dat verandert wanneer flink gas terug wordt genomen, maar ook dan blijft het derde album van Becky Warren een energiek klinkend album.

Steeds weer maakt de Amerikaanse singer-songwriter indruk met haar zang, die zich steeds genadelozer opdringt. En hiernaast is er altijd het heerlijke elektrische gitaarwerk, dat van mij veel vaker zo’n belangrijke rol mag spelen op albums in het genre. Ondanks drie uitstekende albums is Becky Warren nog niet heel bekend, maar het sterke The Sick Season verdient absoluut een groter publiek.

In een jaar waarin Lucinda Williams zelf een ijzersterk album heeft afgeleverd hoeft nog niet te worden nagedacht hoeft te worden over troonsoverdracht, maar als het moment dat aan de stoelpunten van de Queen Of Americana mag worden gezaagd komt, heeft Becky Warren absoluut goede papieren. Erwin Zijleman

Bed Rugs - Cycle (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bed Rugs - Cycles - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De eerste echte release uit 2015 op deze BLOG komt van de Belgische band Bed Rugs. De band uit Antwerpen verraste een paar jaar geleden al eens met het fraaie 8th Cloud, dat bij mij om onduidelijke redenen maar eindeloos op de stapel bleef liggen, ook toen de plaat vorig jaar opnieuw werd uitgebracht.

Ik hoef er niet lang meer om te treuren, want met haar nieuwe plaat Cycles zet Bed Rugs een enorme stap voorwaarts.

De plaat opent heerlijk psychedelisch, zoals we inmiddels van de band gewend zijn, maar Bed Rugs is zeker niet het zoveelste bandje dat fantasieloos teruggrijpt op de psychedelica van weleer.

Cycles is onmiskenbaar beïnvloedt door de Westcoast psychedelica uit de jaren 60, maar Bed Rugs gaat net zo makkelijk aan de haal met allerlei andere invloeden. Hier en daar een vleugje progrock, dan weer volop 90s indie-rock of het bijna vergeten Madchester, maar ook riffs die herinneren aan The Clash (er lijkt er zelfs een geleend van London Calling). Cycles klinkt hierdoor totaal anders dan de andere platen die het label neo-psychedelica krijgen opgeplakt en hoort als je het mij vraagt al lang niet meer thuis in dit hokje.

Het is buitengewoon knap hoe Bed Rugs continu schakelt tussen grootse en soms bijna bombastische songs en songs die veel subtieler in elkaar steken. Het geeft Cycles een heel bijzonder en vaak ongrijpbaar geluid. De nieuwe plaat van Bed Rugs klinkt als een omgevallen platenkast die begint in de 60s, maar eindigt in het heden.

Steeds weer weet de band uit Antwerpen te verrassen met honingzoete melodieën, met bijna Beatlesque songstructuren en met klanken die je continu betoveren, maar je ook steeds weer op het verkeerde been zetten. Cycles is door alle invloeden een vat vol tegenstrijdigheden en klinkt als een jamsessie van The Beatles, The Inspiral Carpets en The Stone Roses, ergens in de Summer of Love in California.

De nieuwe plaat van Bed Rugs is een plaat die het experiment niet schuwt, maar het is ook een hele goede rockplaat. Een monumentale rockplaat durf ik wel te zeggen. Cycles klinkt geen moment van deze tijd, maar de urgentie druipt er van af.

Het is de zweverige en aan Mercury Rev herinnerende zang die steeds weer weet te betoveren, maar er valt ook in muzikaal opzicht veel te genieten. Het heerlijke gitaarwerk, het zuigende orgeltje en natuurlijk de breed uitwaaiende synths, die een paar jaar geleden nog megalomaan zouden zijn genoemd en naar verluid zijn geïnspireerd door de muziek van Vangelis (!).

Iedere keer als ik Cycles van Bed Rugs beluister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer dat ik de plaat hoor ben ik weer wat meer onder de indruk van de nieuwe plaat van de Belgische band, want wat heeft deze band veel te bieden en wat is het heerlijk avontuurlijk. 2015 is pas net begonnen, maar de eerste grote release van het jaar is daar: Cycles van Bed Rugs. Knap staaltje werk van onze Zuiderburen. Erwin Zijleman

Bedouine - Bedouine (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bedouine - Bedouine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Bedouine klinkt als een exotische verrassing en de hoes waarin de plaat is gestoken lijkt dit te bevestigen.

Azniv Korkejian, de vrouw achter de naam Bedouine, werd geboren in het Syrische Aleppo als kind van Armeense ouders en bracht haar jeugd door in Saudi Arabië.

Toen haar ouders in een loterij de zo gewilde Amerikaanse Green card wonnen, verhuisden ze naar de Verenigde Staten, waar ze zich eerst in Boston en later in Houston vestigden.

Azniv had echter haar zinnen gezet op Los Angeles en verhuisde naar de Californische stad zodra dit mogelijk was. In Los Angeles begon ze met het maken van muziek en dat heeft nu een fraai debuut als Bedouine opgeleverd.

Van de exotische achtergrond van Azniv Korkejian is op dit debuut overigens niet zoveel te merken, want het debuut van Bedouine klinkt voornamelijk Amerikaans en ademt de sfeer van de muziek die ver voor haar geboorte werd gemaakt in de heuvels rond Los Angeles.

Bedouine overtuigt op haar debuut met opvallend warmbloedige en stemmige muziek, waarin invloeden uit de folk, country, soul en pop zijn verwerkt. Het is muziek die herinnert aan die van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Bedouine sluit ook aan bij eigentijdse Britse folkies als Laura Marling en Kathryn Williams, met wie Azniv Korkejian het vermogen om fluisterzacht te zingen deelt.

Als er al iets exotisch is te horen op het titelloze debuut van Bedouine is het zeker niet afkomstig uit de contreien waarin Azniv Korkejian opgroeide. Hier en daar raakt Bedouine aan de zwoele Braziliaanse muziek van Astrud Gilberto, maar het zijn de invloeden uit haar nieuwe thuishaven Los Angeles die centraal staan. Het maakt van het debuut van Bedouine een tijdloze plaat, maar Bedouine klinkt door subtiele accenten ook eigentijds.

Het levert een plaat op met veel mogelijkheden. Het debuut van Bedouine leent zich uitstekend voor ontspannen klanken op de achtergrond of voor heerlijk wegdromen, maar de plaat verdient het ook om noot voor noot te worden uitgeplozen.

Dan pas hoor je hoe mooi Azniv Korkejian invloeden uit de jaren 70 weet te verbinden met meer eigentijdse invloeden, waardoor de plaat uitstekend past op het eigenzinnige Spacebomb label van Matthew E. White, die bouwt aan een serie prachtige platen met een uniek eigen geluid vol heerlijke eigenwijze maar wonderschone strijkersarrangementen. Dan pas hoor je bovendien hoe subtiel en hoe veelzijdig de instrumentatie op de plaat is en hoe mooi en gevoelig Azniv Korkejian zingt.

Het debuut van Bedouine lijkt door een ongelukkige releasedatum midden in de zomer wat onder te sneeuwen, maar de weinige recensies die over de plaat zijn geschreven zijn terecht lyrisch. De Britse kwaliteitskrant The Guardian (die dagelijks prachtig over popmuziek schrijft) spreekt van “one of the most understated and charming albums of the year” en daar is echt niets van gelogen. Wat een prachtplaat. En hij wordt alleen maar mooier en mooier. Erwin Zijleman

Bedouine - Bird Songs of a Killjoy (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bedouine - Bird Songs Of A Killjoy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bedouine - Bird Songs Of A Killjoy
Bedouine maakt ook dit keer indruk met ingetogen en bijzonder smaakvol georkestreerde popliedjes vol invloeden uit de Amerikaanse folk uit de Laurel Canyon scene

Twee jaar geleden trok Bedouine flink wat aandacht met een debuutalbum dat vol prachtige folksongs stond. Het waren folksongs die leken weggelopen uit het Los Angeles van de jaren 60, maar de fraai georkesteerde en prachtig gezongen songs van Bedouine waren ook volstrekt tijdloos. Bedouine herhaalt het kunstje van haar debuut op haar tweede album dat nog net wat mooier en indrukwekkender is. Een heerlijk album om bij tot rust te komen, maar Bird Songs Of A Killjoy is veel te mooi om alleen maar op de achtergrond te laten voortkabbelen. Prachtig album weer van deze singer-songwriter uit Los Angeles.

Bedouine debuteerde bijna twee jaar geleden met een titelloos album dat voor mij nog altijd zeer welkom gezelschap is tijdens de kleine uurtjes.

De naam Bedouine klinkt exotisch en dat is niet voor niets. Azniv Korkejian, de singer-songwriter achter de naam Bedouine, werd geboren in het Syrische Aleppo als kind van Armeense ouders en bracht haar jeugd door in Saudi-Arabië.

Toen haar ouders via een loterij de door velen begeerde Amerikaanse Green card bemachtigden, verhuisde het gezin naar de Verenigde Staten. Via Boston en Houston kwam Azniv Korkejian terecht in de stad waar ze als kind van droomde, Los Angeles.

Vanuit Los Angeles maakt ze inmiddels een aantal jaren muziek, wat nu haar tweede album oplevert. Bedouine was in de jaren 60 nog lang niet geboren, maar ook Bird Songs Of A Killjoy ademt weer nadrukkelijk de sfeer van de muziek zoals die in de jaren 60 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt.

Net als het debuut van Bedouine staat ook haar tweede album vol met sfeervolle en vooral ingetogen songs met invloeden uit met name de Amerikaanse Laurel Canyon folk en hier en daar een psychedelisch tintje en een snufje bossa nova. Het zijn songs die als stemmig, warmbloedig en zoetgevooisd kunnen worden getypeerd, waardoor Bird Songs Of A Killjoy zich makkelijk als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat.

Bedouine heeft haar songs ook dit keer voorzien van een betrekkelijk ingetogen, maar zeer smaakvolle instrumentatie. Akoestische gitaren vormen de basis van deze instrumentatie, maar Azniv Korkejian verrijkt haar muziek met flink wat andere instrumenten, waaronder strijkers en blazers, subtiel ingezette elektrische gitaren en orgels. In muzikaal opzicht kabbelt Bird Songs Of A Killjoy even aangenaam als rustgevend voort en dat past weer prachtig bij de mooie stem van Bedouine, die haar vocalen over het algemeen fluisterzacht houdt.

Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht herinnert Bird Songs Of A Killjoy nadrukkelijk aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk, maar toch klinkt het tweede album van Bedouine geen moment gedateerd. De singer-songwriter uit Los Angeles verrast steeds weer met bijzondere accenten in haar geluid en bedwelmt hiernaast met haar prachtige stem.

Het is nog altijd muziek die vooral tijdens de randen van de dag wonderen doet, maar het tweede album van Bedouine is ook een album dat het goed zal doen wanneer we tijdens de voorspelde tropische hitte een stapje minder hard zullen moeten lopen. Bird Songs Of A Killjoy is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar toen ik het album voor het eerst met de koptelefoon beluisterde, kwam de pracht van de muziek van Bedouine pas echt aan de oppervlakte en hoor je bovendien hoe veelkleurig haar muziek is.

Het debuut van Bedouine trek ik laat op de avond of vroeg uit de ochtend nog met enige regelmaat uit de kast, maar waarschijnlijk kies ik in het vervolg voor het tweede album van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat me nog net iets beter bevalt. Dat is gezien de torenhoge kwaliteit van haar debuut zeker opvallend. Erwin Zijleman

Bedouine - Waysides (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bedouine - Waysides - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bedouine - Waysides
Bedouine verleidt op haar derde album nog wat meedogenlozer met folksongs die zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70

Azniv Korkejian kwam via het Syrische Aleppo, Saudi Arabië en een aantal Amerikaanse steden terecht in Los Angeles, de stad van haar kinderdromen, en maakt inmiddels al een aantal jaren muziek die stevig is geïnspireerd door de muziek die decennia geleden in de heuvels rond de Amerikaanse stad werd gemaakt. Waysides is, net als zijn twee voorgangers, prachtig ingekleurd met warme en sfeervolle klanken, die uitnodigen tot dagdromen, maar de grootste verleiding komt ook dit keer van de prachtige stem van Bedouine, die haar geluid nog wat verder heeft geperfectioneerd op dit buitengewoon fraaie derde album, dat de komende maanden heel wat kille avonden kan verwarmen.

Waysides is het derde album van Bedouine en het is na het titelloze debuut uit 2017 en opvolger Bird Songs Of A Killjoy uit 2019 weer een uitstekend album, waarbij het heerlijk tot rust komen is. Bedouine, het alter ego van Azniv Korkejian, gaat op haar derde album verder waar Bird Songs Of A Killjoy twee jaar geleden ophield en verleidt wederom meedogenloos met ingetogen folksongs, die je vrijwel onmiddellijk mee terugnemen naar de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk.

Dat de muziek van Bedouine zo herinnert aan de muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt is bijzonder, want Los Angeles is de stad waarvan de jonge Azniv Korkejian droomde. De in het Syrische Aleppo geboren en in Saoedi Arabië opgegroeide muzikante, kwam via een aantal omzwervingen terecht in de Amerikaanse stad en eert nu al drie albums het muzikale erfgoed van Los Angeles.

Waysides ligt zoals gezegd in het verlengde van de vorige twee albums van de Amerikaanse muzikante, maar ik hoor ook wel subtiele verschillen. Bedouine is op haar derde album nog wat dichter tegen de Laurel Canyon folk uit het verleden aangekropen, maar Waysides klinkt op een of andere manier ook eigentijds.

Luister naar Waysides en de wereld om je heen verandert vrijwel onmiddellijk. Een gevoel van rust vult op fraaie wijze de ruimte en door de warme klanken op het album, stijgt ook de gevoelstemperatuur met een paar graden.

Vergeleken met de vorige twee albums is Waysides nog wat smaakvoller ingekleurd. De instrumentatie is warm en organisch en heeft de akoestische gitaar als basis. Door subtiele versieringen aan te brengen varieert Bedouine met haar geluid, waardoor Waysides makkelijk tien songs blijft boeien.

De instrumentatie is echt prachtig, maar de mooiste versieringen komen van de wonderschone stem van Azniv Korkejian, die hier en daar een vleugje Karen Carpenter in haar stem heeft. Het is een stem die zich prachtig om de sfeervolle instrumentatie heen vlijt en die het gevoel van rust dat het album uitstraalt nog wat verder versterkt.

Waysides wekt een bijna onweerstaanbare neiging tot heel ver wegdromen op, maar blijf ook vooral luisteren naar de subtiele maar zeer trefzekere klanken en naar de werkelijk prachtige stem van de Amerikaanse muzikante. In muzikaal opzicht zijn de invloeden van Joni Mitchell duidelijk hoorbaar in de muziek van Bedouine, maar in vocaal opzicht verschillen de twee van elkaar als de dag van de nacht.

Toen ik vier jaar geleden kennis maakte met de muziek van Bedouine, was ik bang dat het snel wat saai zou worden, maar Waysides is ondanks het lage tempo en de relatief sobere klanken geen moment saai. In de subtiele instrumentatie hoor je steeds weer andere subtiele accenten en de warme stem van Azniv Korkejian blijft je betoveren.

Waysides is naar verluidt een album met wat restmateriaal, maar ik hoor het er niet aan af. Sterker nog, met Waysides heeft Bedouine wat mij betreft haar meest sfeervolle en ook beste album tot dusver afgeleverd. Zeker aan het einde van de dag doen de prachtige klanken op het album wonderen en staan de tien songs op het album garant voor een prachtige en ontspannende afsluiting van de dag. Erwin Zijleman

Beechwood - In the Flesh Hotel (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beechwood - Inside The Flesh Hotel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De uit New York afkomstige band Beechwood debuteerde in 2014 met een nauwelijks opgemerkte plaat, maar trok een paar maanden geleden wel flink wat aandacht met haar tweede plaat Songs From The Land Of Nod.

De plaat van het trio uit The Big Apple liet zich beluisteren als een bloemlezing uit de geschiedenis van de rockmuziek uit de Amerikaanse stad en verraste met een bonte mix van invloeden. Het was een mix waarin onder andere flarden van The Velvet Underground, Ramones, Television, New York Dolls en The Strokes waren te horen en van buiten de stadsgrenzen ook nog wat van The Stooges werd meegepikt.

Songs From The Land Of Nod lag nog op de stapel van mogelijk nog te recenseren platen (de komkommertijd moet een keer beginnen), maar inmiddels heeft Beechwood al weer een nieuwe plaat uitgebracht. Tussen Songs From The Land Of Nod en Inside The Flesh Hotel zit misschien maar een paar maanden, maar in die paar maanden heeft Beechwood flinke stappen gezet. Het trio uit New York maakte op haar vorige plaat vooral nieuwsgierig naar alles dat nog in het vat zat en de inhoud van dit vat krijgen we nu voorgeschoteld.

Ook Inside The Flesh Hotel laat zich weer beïnvloeden door een aantal decennia rockmuziek, met een lichte voorkeur voor muziek die is gemaakt in de eigen stad, maar Beechwood rammelt dit keer minder, klinkt hechter en komt bovendien op de proppen met een geweldige serie songs. Het zijn songs die deels zijn geworteld in de garagerock, punk en new wave uit de jaren 60 en 70, maar het New Yorkse trio voegt dit keer tal van invloeden toe.

Het ene moment hoor je psychedelica en powerpop, het volgende moment Westcoast pop of typisch Brits aandoende gitaarmuziek en niet veel later countryrock of 70s glamrock. In The Flesh Hotel klinkt net wat gepolijster dan de goed ontvangen voorganger, maar dit doet het geluid van Beechwood alleen maar goed.

Het is niet veel bands gegeven om er zoveel invloeden bij te slepen en toch nog een consistent klinkende plaat te maken, maar Beechwood heeft het geflikt. Bij beluistering van Inside The Flesh Hotel val je van de ene verbazing in de andere. Beechwood was een paar maanden geleden goed voor energieke en recht voor zijn rocksongs, maar imponeert nu met het enige geweldige popliedje na het andere.

Het zijn heerlijk melodieuze popliedjes die je na één keer horen niet meer vergeet, maar het zijn ook popliedjes die met verrassend veel oog en oor voor detail zijn ingekleurd. In een incidenteel Beatlesque popliedjes steekt het New Yorkse drietal het geweldige Cotton Mather naar de kroon, maar niet veel later maakt het ook weer indruk met rauwe riffs en de ruwe energie van de punk of de garagerock.

Inside The Flesh Hotel schiet alle kanten op, maar nergens heb ik behoefte aan terugkijken of vooruit kijken. Inside The Flesh Hotel schiet misschien met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek, maar op een of andere manier brengt Beechwood dit allemaal onder in een eigen geluid dat direct imponeert en na een paar keer horen onweerstaanbaar is.

Bij beluistering van Songs From The Land Of Nod hoorde ik vooral een fris en veelbelovend bandje, maar nauwelijks een paar maanden later heeft Beechwood de belofte al meer dan waar gemaakt. Prachtplaat van een trio dat ons nog heel veel moois op kan gaan leveren. Erwin Zijleman

Been Stellar - Scream from New York, NY (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Been Stellar - Scream From New York, NY - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Been Stellar - Scream From New York, NY
Het is momenteel wat rustig wanneer het gaat om nieuwe interessante gitaarbands, maar met Scream From New York, NY van Been Stellar heeft The Big Apple echt een hele sterke troef in handen

De naam van de New Yorkse band Been Stellar zoemt al een tijdje rond en na beluistering van het debuutalbum van de band begrijp ik waarom. Been Stellar is het Amerikaanse antwoord op al die leuke gitaarbands die de afgelopen jaren uit het Verenigd Koninkrijk en met name uit Ierland kwamen. Net als deze bands is Been Stellar niet vies van postpunk, maar de band uit New York laat zich breder beïnvloeden en vindt een deel van de inspiratie in de goed gevulde archieven van de eigen stad. Met name de songs en het gitaarwerk op het album vallen in positieve zin op, maar ook de zang bevalt me steeds beter. Ik was wel weer eens toe aan een leuke nieuwe gitaarband en Been Stellar is er absoluut een.

Met name het Ierse Dublin was de afgelopen jaren hofleverancier van interessante nieuwe gitaarbands met een flink zwak voor postpunk. De nieuwe aanwas lijkt in Dublin momenteel wat opgedroogd, maar gelukkig duiken er ook elders interessante nieuwe gitaarbands op. Met afstand de meest opwindende gitaarplaat die ik tot dusver in 2024 heb gehoord komt uit New York, want dat is de thuisbasis van Been Stellar.

Been Stellar bestaat inmiddels een jaar of vijf en zocht de inspiratie in eerste instantie in de eigen stad. Invloeden van met name Television en The Strokes zijn nog altijd duidelijk hoorbaar in de songs van de Amerikaanse band, maar toen de coronapandemie de muziekindustrie tijdelijk stil legde was er voor Been Stellar alle tijd om zich breder te oriënteren.

Die bredere oriëntatie heeft er voor gezorgd dat op het debuutalbum van de band vooral meer invloeden uit de postpunk zijn te horen, maar Scream From New York, NY klinkt toch weer anders dan de albums van de Britse en Ierse bands die de afgelopen jaren aan de weg timmerden met door postpunk beïnvloede muziek en heeft zich minstens evenveel laten beïnvloeden door het eveneens uit het eigen New York afkomstige Interpol als door Britse postpunk bands.

Een verschil met de Britse bands dat me uitstekend bevalt is dat Been Stellar niet kiest voor de wat mij betreft vooral irritante praatzang. Met voorman Sam Slocum beschikt de band misschien niet over de allerbeste zanger, maar de zang op Scream From New York, NY bevalt me op een of andere manier wel en voorziet het debuut van Been Stellar van een energiek jonge honden elan.

Grootste talent in de band is wat mij betreft gitarist Skyler Knapp, die zich hoorbaar door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden. Het gitaarwerk op het debuutalbum van Been Stellar kan net zo puntig zijn als dat van The Strokes en Television, maar laat zich ook inspireren door de noisy gitaren van stadgenoten Sonic Youth en wanneer de akkoorden ruimtelijk klinken hoor je in de verte ook nog wat van U2 in haar beginjaren.

Het is het gitaarwerk dat de meeste aandacht trekt bij beluistering van Scream From New York, NY, maar ook de ritmesectie van de band speelt zeer verdienstelijk en citeert voor de afwisseling eens niet letterlijk uit de archieven van de postpunk. Het geluid van Been Stellar is wat mij betreft een geluid om heel enthousiast van te worden en dat word ik ook steeds meer van de zang op het debuutalbum van de band uit New York.

Scream From New York, NY wordt van een lekker album een heel goed album door de uitstekende songs van Been Stellar. De band heeft een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende songs, maar durft ook te kiezen voor een bij vlagen behoorlijk stevig en compromisloos geluid. Hiertegenover staan verrassend ingetogen en melodieuze songs, die van New York. Scream From New York, NY ook nog eens een lekker veelzijdig album maken.

De invloeden die Been Stellar op haar debuutalbum laat horen komen voor een belangrijk deel uit de eigen thuisbasis, maar voor de productie van het album week de band toch uit naar Engeland. Ook dit pakt uitstekend uit, want de productie van de onder andere van Wet Leg, Fontaines D.C., Goat Girl en Black Midi bekende Dan Carey klinkt echt uitstekend. New York. Scream From New York, NY bevat nog wel wat rafelrandjes, maar op basis van het merendeel van de songs op dit memorabele debuutalbum kan ik alleen maar concluderen dat Been Stellar heel groot gaat worden. Erwin Zijleman