Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Blue Guitars - While Away the Time: 1990-1994 (2017)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2017, 14:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Blue Guitars - While Away The Time, 1990-1994 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blue Guitars is een band uit Deventer die tussen 1988 (het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal haar eerste en nog altijd enige prijs pakte) en 1994 (het jaar waarin Kurt Cobain een einde maakte aan zijn bewogen leven) actief was en drie platen uitbracht.
Getuige de foto’s van de inmiddels vergeelde recensies op de facebook pagina van de band werden de platen zeer gewaardeerd door de critici, maar heel veel verder dan de cultstatus kwam de band helaas niet (hetzelfde geldt overigens voor even getalenteerde tijdgenoten als The Serenes en The Prodigal Sons). Het is zonde, want met name Shellfish uit 1992 behoort wat mij betreft tot de kroonjuwelen van de Nederlandse gitaarpop.
Het was een paar jaar later vast veel makkelijker geweest voor de band uit Deventer, want de gitaarpop van Blue Guitars had niet misstaan tussen de op het Excelsior label uitgebrachte en breed omarmde gitaarplaten van bands als Daryll-Ann en Johan (en het veel onbekendere Simmer) en die van een band als Hallo Venray. Zij verkregen de status die voor de pioniers van Blue Guitars uiteindelijk niet was weggelegd.
De muziek van Blue Guitars werd destijds vergeleken met die van roemruchte bands als Big Star en The Chills, maar ik hoor er nu ook heel veel van R.E.M. in. Het grappige is dat R.E.M. na Green uit 1988 in artistiek opzicht de weg een beetje kwijt raakte (het commerciële succes was er overigens niet minder om), maar de songs van Blue Guitars klinken als de songs die R.E.M. na Green helaas nooit meer zou maken.
Net als alle genoemde inspiratiebronnen maakte Blue Guitars gitaarmuziek met flink wat invloeden. Hier en daar duiken flarden psychedelica en Amerikaanse rootsmuziek op, maar Blue Guitars was ook een kind van de jaren 80 en 90 en citeert daarom ook uit de archieven van de American Underground en de Britse gitaarmuziek van dat moment (hier en daar hoor ik wat van The Smiths).
Het is allemaal fraai te horen op de onlangs verschenen en prachtig verpakte verzamelaar While Away The Time, 1990-1994, die het oeuvre van Blue Guitars bijzonder fraai samenvat.
Ik heb sinds de jaren 90 niet heel vaak meer geluisterd naar de muziek van Blue Guitars, maar direct toen de eerste klanken van het fraaie blauwe vinyl uit de speakers kwamen, was het een feest van herkenning. Wat direct opvalt is dat de gitaarsongs van Blue Guitars na al die jaren maar weinig van hun glans hebben verloren.
Natuurlijk hoor je hier en daar dat de muziek van de band uit Deventer zo’n 25 jaar oud is, maar vergeleken met de muziek van de meeste van de tijdgenoten van de band klinken de songs van Blue Guitars nog verrassend fris.
Het gitaarwerk op de plaat is heerlijk en veelzijdig, de zang prima en de songs van de band graven net wat dieper dan die van de meeste concurrenten in het genre. Het had destijds voor veel meer waardering voor de muziek van Blue Guitars moeten zorgen, maar voor waardering is het gelukkig nooit te laat.
Blue Guitars is op dit moment misschien niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek, maar verdient haar eigen hoofdstuk, bij voorkeur zoals het is opgeschreven op deze mooie en bijzonder waardevolle verzamelaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Blue Guitars - While Away The Time, 1990-1994 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blue Guitars is een band uit Deventer die tussen 1988 (het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal haar eerste en nog altijd enige prijs pakte) en 1994 (het jaar waarin Kurt Cobain een einde maakte aan zijn bewogen leven) actief was en drie platen uitbracht.
Getuige de foto’s van de inmiddels vergeelde recensies op de facebook pagina van de band werden de platen zeer gewaardeerd door de critici, maar heel veel verder dan de cultstatus kwam de band helaas niet (hetzelfde geldt overigens voor even getalenteerde tijdgenoten als The Serenes en The Prodigal Sons). Het is zonde, want met name Shellfish uit 1992 behoort wat mij betreft tot de kroonjuwelen van de Nederlandse gitaarpop.
Het was een paar jaar later vast veel makkelijker geweest voor de band uit Deventer, want de gitaarpop van Blue Guitars had niet misstaan tussen de op het Excelsior label uitgebrachte en breed omarmde gitaarplaten van bands als Daryll-Ann en Johan (en het veel onbekendere Simmer) en die van een band als Hallo Venray. Zij verkregen de status die voor de pioniers van Blue Guitars uiteindelijk niet was weggelegd.
De muziek van Blue Guitars werd destijds vergeleken met die van roemruchte bands als Big Star en The Chills, maar ik hoor er nu ook heel veel van R.E.M. in. Het grappige is dat R.E.M. na Green uit 1988 in artistiek opzicht de weg een beetje kwijt raakte (het commerciële succes was er overigens niet minder om), maar de songs van Blue Guitars klinken als de songs die R.E.M. na Green helaas nooit meer zou maken.
Net als alle genoemde inspiratiebronnen maakte Blue Guitars gitaarmuziek met flink wat invloeden. Hier en daar duiken flarden psychedelica en Amerikaanse rootsmuziek op, maar Blue Guitars was ook een kind van de jaren 80 en 90 en citeert daarom ook uit de archieven van de American Underground en de Britse gitaarmuziek van dat moment (hier en daar hoor ik wat van The Smiths).
Het is allemaal fraai te horen op de onlangs verschenen en prachtig verpakte verzamelaar While Away The Time, 1990-1994, die het oeuvre van Blue Guitars bijzonder fraai samenvat.
Ik heb sinds de jaren 90 niet heel vaak meer geluisterd naar de muziek van Blue Guitars, maar direct toen de eerste klanken van het fraaie blauwe vinyl uit de speakers kwamen, was het een feest van herkenning. Wat direct opvalt is dat de gitaarsongs van Blue Guitars na al die jaren maar weinig van hun glans hebben verloren.
Natuurlijk hoor je hier en daar dat de muziek van de band uit Deventer zo’n 25 jaar oud is, maar vergeleken met de muziek van de meeste van de tijdgenoten van de band klinken de songs van Blue Guitars nog verrassend fris.
Het gitaarwerk op de plaat is heerlijk en veelzijdig, de zang prima en de songs van de band graven net wat dieper dan die van de meeste concurrenten in het genre. Het had destijds voor veel meer waardering voor de muziek van Blue Guitars moeten zorgen, maar voor waardering is het gelukkig nooit te laat.
Blue Guitars is op dit moment misschien niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek, maar verdient haar eigen hoofdstuk, bij voorkeur zoals het is opgeschreven op deze mooie en bijzonder waardevolle verzamelaar. Erwin Zijleman
Blunt Chunks - The Butterfly Myth (2024)

4,5
0
geplaatst: 23 april 2024, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Blunt Chunks - The Butterfly Myth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blunt Chunks - The Butterfly Myth
Blunt Chunks is een project van de Canadese singer-songwriter Caitlin Woelfle-O’Brien, die uiteenlopende invloeden verwerkt in een bijzonder mooi geluid, dat verder wordt opgetild door prachtige zang
The Butterfly Myth van Blunt Chunks is een album dat zomaar kan ondersneeuwen in het enorme muzikale aanbod van het moment, maar gelukkig was Paste Magazine, zoals altijd, bij de les. Blunt Chunks, een project van de Canadese muzikante Caitlin Woelfle-O’Brien, heeft immers een bijzonder album afgeleverd. Het is een album dat meedogenloos verleidt met de dromerige zang van Caitlin Woelfle-O’Brien, maar The Butterfly Myth bevat ook een aantal uitstekende songs. Het zijn songs met een aangename jaren 70 sfeer, maar de muziek van Blunt Chunks laat zich ook door andere genres beïnvloeden, waardoor je blijft luisteren naar dit album, dat ondertussen alleen maar mooier wordt.
Alleen Paste Magazine wees me deze week op The Butterfly Myth, het debuutalbum van Blunt Chunks. We worden op het moment bedolven onder nieuwe albums met een hoofdrol voor vrouwelijke singer-songwriters, waardoor zelfs ik als groot liefhebber van het genre flink wat albums laat liggen. Als Paste Magazine een album aanprijst ben ik echter alert, wat me vrijwel wekelijks interessante tips oplevert. Ook met de tip van deze week kan ik weer goed uit de voeten, want The Butterfly Myth van Blunt Chunks is een interessant album, dat anders klinkt dan de bulk van de albums in het genre.
Blunt Chunks is een project van de Canadese muzikante Caitlin Woelfle-O’Brien, die via haar bandcamp pagina al wat muziek uitbracht, maar met The Butterfly Myth haar officiële debuutalbum aflevert. The Butterfly Myth opent met lome en wat zwoele klanken, die de muziek van Blunt Chunks voorzien van een aangename jaren 70 vibe. De warme klanken combineren bijzonder mooi met de dromerige stem van Caitlin Woelfle-O’Brien, die mij met de openingstrack van The Butterfly Myth al te pakken had.
De engelachtige zang van de muzikante uit Toronto voorziet de openingstrack van het album van een zeer aangename sfeer, die wordt versterkt door bijzondere klanken. Het debuutalbum van Blunt Chunks laat vanaf de openingstrack horen dat Caitlin Woelfle-O’Brien graag experimenteert met uiteenlopende invloeden en klankkleuren. Wat begint met een lome jaren 70 vibe krijgt al snel gezelschap van beeldende pedal steel klanken, spannende percussie, bijzondere bijdragen van blazers en langzaam steeds iets gruiziger wordende gitaren.
In muzikaal opzicht doet de muziek van Blunt Chunks me af en toe aan Cowboy Junkies denken, al neemt Caitlin Woelfle-O’Brien steeds weer andere en meestal verrassende afslagen in haar songs. In de tweede track op het album experimenteert de Canadese muzikante bijvoorbeeld met bijzondere ritmes en jazzy blazers, wat ook dit keer wordt gecombineerd met warmbloedige klanken en invloeden uit de jaren 70.
In de eerste twee tracks is Caitlin Woelfle-O’Brien al genoeg zijpaden ingeslagen om een onderscheidend album af te leveren, maar de resterende zeven tracks op het album houden het hoge niveau makkelijk vast. Het is knap hoe de Canadese muzikante warme en vaak wat lome klanken weet te combineren met incidenteel opduikend ruw gitaarwerk, stemmige strijkers of andere bijzondere accenten.
Nog veel knapper is de wijze waarop The Butterfly Myth op organische wijze van genre naar genre springt en invloeden uit het heden combineert met de aangenaam bedwelmende jaren 70 vibe. The Butterfly Myth springt van tijdloze singer-songwriter muziek uit het verre verleden naar countrymuziek van alle tijden en vervolgens door naar de indie van nu, maar toch is het geluid van de Canadese muzikante consistent.
Ook de verleidingskracht van de stem van Caitlin Woelfle-O’Brien, die vaak in meerdere lagen is opgenomen en soms van alle kanten op je af komt, blijft een album lang onverminderd groot. The Butterfly Myth is een album dat de fantasie prikkelt, maar het is ook een album dat zich als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat en je bedwelmt met wonderschone songs. Ik ben Paste Magazine zoals gezegd bijna wekelijks dankbaar voor interessante tips, maar zo mooi als deze week krijg ik ze niet vaak. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Blunt Chunks - The Butterfly Myth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blunt Chunks - The Butterfly Myth
Blunt Chunks is een project van de Canadese singer-songwriter Caitlin Woelfle-O’Brien, die uiteenlopende invloeden verwerkt in een bijzonder mooi geluid, dat verder wordt opgetild door prachtige zang
The Butterfly Myth van Blunt Chunks is een album dat zomaar kan ondersneeuwen in het enorme muzikale aanbod van het moment, maar gelukkig was Paste Magazine, zoals altijd, bij de les. Blunt Chunks, een project van de Canadese muzikante Caitlin Woelfle-O’Brien, heeft immers een bijzonder album afgeleverd. Het is een album dat meedogenloos verleidt met de dromerige zang van Caitlin Woelfle-O’Brien, maar The Butterfly Myth bevat ook een aantal uitstekende songs. Het zijn songs met een aangename jaren 70 sfeer, maar de muziek van Blunt Chunks laat zich ook door andere genres beïnvloeden, waardoor je blijft luisteren naar dit album, dat ondertussen alleen maar mooier wordt.
Alleen Paste Magazine wees me deze week op The Butterfly Myth, het debuutalbum van Blunt Chunks. We worden op het moment bedolven onder nieuwe albums met een hoofdrol voor vrouwelijke singer-songwriters, waardoor zelfs ik als groot liefhebber van het genre flink wat albums laat liggen. Als Paste Magazine een album aanprijst ben ik echter alert, wat me vrijwel wekelijks interessante tips oplevert. Ook met de tip van deze week kan ik weer goed uit de voeten, want The Butterfly Myth van Blunt Chunks is een interessant album, dat anders klinkt dan de bulk van de albums in het genre.
Blunt Chunks is een project van de Canadese muzikante Caitlin Woelfle-O’Brien, die via haar bandcamp pagina al wat muziek uitbracht, maar met The Butterfly Myth haar officiële debuutalbum aflevert. The Butterfly Myth opent met lome en wat zwoele klanken, die de muziek van Blunt Chunks voorzien van een aangename jaren 70 vibe. De warme klanken combineren bijzonder mooi met de dromerige stem van Caitlin Woelfle-O’Brien, die mij met de openingstrack van The Butterfly Myth al te pakken had.
De engelachtige zang van de muzikante uit Toronto voorziet de openingstrack van het album van een zeer aangename sfeer, die wordt versterkt door bijzondere klanken. Het debuutalbum van Blunt Chunks laat vanaf de openingstrack horen dat Caitlin Woelfle-O’Brien graag experimenteert met uiteenlopende invloeden en klankkleuren. Wat begint met een lome jaren 70 vibe krijgt al snel gezelschap van beeldende pedal steel klanken, spannende percussie, bijzondere bijdragen van blazers en langzaam steeds iets gruiziger wordende gitaren.
In muzikaal opzicht doet de muziek van Blunt Chunks me af en toe aan Cowboy Junkies denken, al neemt Caitlin Woelfle-O’Brien steeds weer andere en meestal verrassende afslagen in haar songs. In de tweede track op het album experimenteert de Canadese muzikante bijvoorbeeld met bijzondere ritmes en jazzy blazers, wat ook dit keer wordt gecombineerd met warmbloedige klanken en invloeden uit de jaren 70.
In de eerste twee tracks is Caitlin Woelfle-O’Brien al genoeg zijpaden ingeslagen om een onderscheidend album af te leveren, maar de resterende zeven tracks op het album houden het hoge niveau makkelijk vast. Het is knap hoe de Canadese muzikante warme en vaak wat lome klanken weet te combineren met incidenteel opduikend ruw gitaarwerk, stemmige strijkers of andere bijzondere accenten.
Nog veel knapper is de wijze waarop The Butterfly Myth op organische wijze van genre naar genre springt en invloeden uit het heden combineert met de aangenaam bedwelmende jaren 70 vibe. The Butterfly Myth springt van tijdloze singer-songwriter muziek uit het verre verleden naar countrymuziek van alle tijden en vervolgens door naar de indie van nu, maar toch is het geluid van de Canadese muzikante consistent.
Ook de verleidingskracht van de stem van Caitlin Woelfle-O’Brien, die vaak in meerdere lagen is opgenomen en soms van alle kanten op je af komt, blijft een album lang onverminderd groot. The Butterfly Myth is een album dat de fantasie prikkelt, maar het is ook een album dat zich als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat en je bedwelmt met wonderschone songs. Ik ben Paste Magazine zoals gezegd bijna wekelijks dankbaar voor interessante tips, maar zo mooi als deze week krijg ik ze niet vaak. Erwin Zijleman
Blur - The Ballad of Darren (2023)

4,0
2
geplaatst: 24 juli 2023, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Blur - The Ballad Of Darren - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blur - The Ballad Of Darren
Blur verraste dit jaar al met een tour, maar komt ook nog eens met het uitstekende The Ballad Of Darren op de proppen, dat klinkt als een echt Blur album, maar dat ook een nieuw en meer ingetogen geluid laat horen
Afgeschrikt door een aantal zure recensies begon ik met bescheiden verwachtingen aan de beluistering van het nieuwe album van Blur, maar The Ballad Of Darren wist me eigenlijk direct te verrassen en is vervolgens alleen maar beter geworden. Op het nieuwe album van de Britse band domineren de wat ingetogen ballads en het zijn ballads met vaak een flinke dosis melancholie. The Ballad Of Darren mist de stevige uitbarstingen van de vroegere albums van Blur en klinkt ook wat minder divers, maar het album bevat een aantal geweldige songs en een aantal ruwere diamanten die er ook nog wel gaan komen. Wat mij betreft een glorieuze comeback van de Britse band.
Ik zat in de hoogtijdagen van de Britpop zonder een spoortje twijfel in het Oasis kamp, dat ik destijds veel hoger aansloeg dan Blur. Ik heb de twee klassiekers die de broertjes Gallagher hebben gemaakt (Definitely Maybe uit 1994 en (What's The Story) Morning Glory? uit 1995) nog altijd hoog zitten, maar als ik het complete oeuvre van de twee Britse bands bekijk, kies ik tegenwoordig toch voor Blur.
Of we ooit nog nieuw werk van Oasis gaan horen is zeer de vraag, maar Blur keert deze zomer terug met een tour en een nieuw album. Ik was acht jaar geleden behoorlijk enthousiast over The Magic Whip, dat flarden van het oude Blur liet horen, maar ook profiteerde van de impulsen uit het solowerk van Damon Albarn en Graham Coxon en de fraaie productie van de ervaren Stephen Street.
Over het nieuwe album van de Britse band lees ik vooralsnog uiteenlopende verhalen. The Ballad Of Darren wordt hier en daar een degelijk Blur album genoemd, maar ik heb ook recensies gelezen waarin het negende studioalbum van de band gezapig of zelfs saai wordt genoemd. Ik hoor zelf bij de eerste groep en ga nog een stapje verder, want ik vind The Ballad Of Darren echt een geweldig album.
Het is vergeleken met het gemiddelde Blur album inderdaad een behoorlijk ingetogen album, maar ik vind het nieuwe album geen moment gezapig en nergens saai. De ingetogen songs op het album zijn stuk voor stuk voorzien van fantasierijke, maar ook hele mooie klanken en arrangementen en een prijsnummer als The Narcissist hoort bij het beste dat de band gemaakt heeft. Blur klinkt op The Ballad Of Darren sfeervol of zelfs stemmig, maar de band klinkt geen moment uitgeblust.
Ik was acht jaar geleden zoals gezegd onder de indruk van het veelkleurige karakter van The Magic Whip. The Ballad Of Darren is een minder veelzijdig album, want de tien songs op het album klinken behoorlijk consistent. Dat is iets wat ik in het verleden wel eens heb gemist bij Blur, waardoor het nieuwe album mij makkelijk overtuigde.
De Britse band kiest op haar nieuwe album vooral voor mooi klinkende ballads, want eigenlijk gaat alleen in St. Charles Square echt het gas er op. Het is een track die wordt gedomineerd door wat vervormd klinkende gitaren, die wel wat doen denken aan de gitaren op de albums die David Bowie maakte in zijn Berlijnse periode. Ik heb bij beluistering van The Ballad Of Darren overigens wel vaker associaties met de muziek van David Bowie, al klinkt het album ook onmiskenbaar als Blur.
Dat laatste is best bijzonder, want de muziek van de Britse band klonk in het verleden niet vaak zo ingetogen, sfeervol en melancholisch als op het nieuwe album. De leden van de band deden de afgelopen jaren allemaal hun eigen dingen en over het algemeen met veel succes, zeker in artistiek opzicht. Waar op The Magic Whip de individuele geldingsdrang nog wel eens domineerde, klinkt The Ballad Of Darren voor mij niet als een album van een stel eenlingen.
Het is een album dat zich bij mij, mede dankzij de sfeervolle ballads, makkelijk opdrong, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord hoor ik de indrukwekkende schoonheid in de songs op het album, wat ook de verdienste is van producer James Ford (Depeche Mode, Arctic Monkeys, Gorillaz). Ik had vooraf geen hoge verwachtingen van een nieuw Blur album, maar The Ballad Of Darren is een verrassend mooi album, dat misschien even wennen is voor de fans van het stevigere werk van Blur, maar dat de liefhebber van meer ingetogen werk direct betovert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Blur - The Ballad Of Darren - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blur - The Ballad Of Darren
Blur verraste dit jaar al met een tour, maar komt ook nog eens met het uitstekende The Ballad Of Darren op de proppen, dat klinkt als een echt Blur album, maar dat ook een nieuw en meer ingetogen geluid laat horen
Afgeschrikt door een aantal zure recensies begon ik met bescheiden verwachtingen aan de beluistering van het nieuwe album van Blur, maar The Ballad Of Darren wist me eigenlijk direct te verrassen en is vervolgens alleen maar beter geworden. Op het nieuwe album van de Britse band domineren de wat ingetogen ballads en het zijn ballads met vaak een flinke dosis melancholie. The Ballad Of Darren mist de stevige uitbarstingen van de vroegere albums van Blur en klinkt ook wat minder divers, maar het album bevat een aantal geweldige songs en een aantal ruwere diamanten die er ook nog wel gaan komen. Wat mij betreft een glorieuze comeback van de Britse band.
Ik zat in de hoogtijdagen van de Britpop zonder een spoortje twijfel in het Oasis kamp, dat ik destijds veel hoger aansloeg dan Blur. Ik heb de twee klassiekers die de broertjes Gallagher hebben gemaakt (Definitely Maybe uit 1994 en (What's The Story) Morning Glory? uit 1995) nog altijd hoog zitten, maar als ik het complete oeuvre van de twee Britse bands bekijk, kies ik tegenwoordig toch voor Blur.
Of we ooit nog nieuw werk van Oasis gaan horen is zeer de vraag, maar Blur keert deze zomer terug met een tour en een nieuw album. Ik was acht jaar geleden behoorlijk enthousiast over The Magic Whip, dat flarden van het oude Blur liet horen, maar ook profiteerde van de impulsen uit het solowerk van Damon Albarn en Graham Coxon en de fraaie productie van de ervaren Stephen Street.
Over het nieuwe album van de Britse band lees ik vooralsnog uiteenlopende verhalen. The Ballad Of Darren wordt hier en daar een degelijk Blur album genoemd, maar ik heb ook recensies gelezen waarin het negende studioalbum van de band gezapig of zelfs saai wordt genoemd. Ik hoor zelf bij de eerste groep en ga nog een stapje verder, want ik vind The Ballad Of Darren echt een geweldig album.
Het is vergeleken met het gemiddelde Blur album inderdaad een behoorlijk ingetogen album, maar ik vind het nieuwe album geen moment gezapig en nergens saai. De ingetogen songs op het album zijn stuk voor stuk voorzien van fantasierijke, maar ook hele mooie klanken en arrangementen en een prijsnummer als The Narcissist hoort bij het beste dat de band gemaakt heeft. Blur klinkt op The Ballad Of Darren sfeervol of zelfs stemmig, maar de band klinkt geen moment uitgeblust.
Ik was acht jaar geleden zoals gezegd onder de indruk van het veelkleurige karakter van The Magic Whip. The Ballad Of Darren is een minder veelzijdig album, want de tien songs op het album klinken behoorlijk consistent. Dat is iets wat ik in het verleden wel eens heb gemist bij Blur, waardoor het nieuwe album mij makkelijk overtuigde.
De Britse band kiest op haar nieuwe album vooral voor mooi klinkende ballads, want eigenlijk gaat alleen in St. Charles Square echt het gas er op. Het is een track die wordt gedomineerd door wat vervormd klinkende gitaren, die wel wat doen denken aan de gitaren op de albums die David Bowie maakte in zijn Berlijnse periode. Ik heb bij beluistering van The Ballad Of Darren overigens wel vaker associaties met de muziek van David Bowie, al klinkt het album ook onmiskenbaar als Blur.
Dat laatste is best bijzonder, want de muziek van de Britse band klonk in het verleden niet vaak zo ingetogen, sfeervol en melancholisch als op het nieuwe album. De leden van de band deden de afgelopen jaren allemaal hun eigen dingen en over het algemeen met veel succes, zeker in artistiek opzicht. Waar op The Magic Whip de individuele geldingsdrang nog wel eens domineerde, klinkt The Ballad Of Darren voor mij niet als een album van een stel eenlingen.
Het is een album dat zich bij mij, mede dankzij de sfeervolle ballads, makkelijk opdrong, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord hoor ik de indrukwekkende schoonheid in de songs op het album, wat ook de verdienste is van producer James Ford (Depeche Mode, Arctic Monkeys, Gorillaz). Ik had vooraf geen hoge verwachtingen van een nieuw Blur album, maar The Ballad Of Darren is een verrassend mooi album, dat misschien even wennen is voor de fans van het stevigere werk van Blur, maar dat de liefhebber van meer ingetogen werk direct betovert. Erwin Zijleman
Blur - The Magic Whip (2015)

4,5
0
geplaatst: 8 mei 2015, 18:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Blur - The Magic Whip - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de jaren 60 moest er gekozen worden tussen The Beatles en The Stones, in de jaren 90 tussen Blur en Oasis. In de jaren 60 zou ik het waarschijnlijk moeilijk gehad hebben, maar in de jaren 90 koos ik zonder al teveel moeite voor Oasis.
Oasis maakte in de jaren 90 immers een aantal platen vol memorabele popsongs, terwijl ik in de platen van Blur destijds niet zo heel veel hoorde. Ik ben Blur in een later stadium wel gaan waarderen, al bereikte de band wat mij betreft nooit het niveau van de beste platen van Oasis.
Waar ik altijd moeite had met de platen van Blur, kon ik de soloplaten die verschenen in het leven na Blur wel zeer waarderen. Gitarist Graham Coxon maakte een aantal geweldige platen en ook zanger Damon Albarn maakte uiteindelijk platen die moesten worden gerekend tot de ware krenten uit de pop.
Toch had ik wel wat twijfels bij een nieuwe plaat van Blur. Wanneer leden van een band meer dan tien jaar niet door één deur kunnen, moet er heel wat veranderen om een goede plaat te kunnen maken en hiernaast was het voorlopige slotakkoord van Blur, Think Tank uit 2003, er één om heel snel te vergeten.
Ondanks de vetes die het afgelopen decennium werden uitgevochten, dook Blur eind vorig jaar dan toch de studio in, overigens nadat de band al ruim een jaar had getoerd. De basis voor The Magic Whip werd tijdens de tour van 2013 gelegd, maar de songs werden eind vorig jaar, samen met topproducer en voormalig Blur-producer Stephen Street, verder uitgewerkt.
Mijn verwachtingen met betrekking tot The Magic Whip waren zeker niet hooggespannen, maar toen de plaat zeer positief werd ontvangen door de critici (die momenteel superlatieven tekort komen), werd ik toch nieuwsgierig naar het nieuwe werk van Blur.
The Magic Whip is me zeker niet tegengevallen en hoewel ik het werk van Blur zeker niet als mijn broekzak ken, durf ik wel te beweren dat de band sinds 1991 mindere platen heeft gemaakt dan The Magic Whip (en dan heb ik het niet alleen over Think Tank).
The Magic Whip borduurt deels voort op het werk van Blur uit de jaren 90, maar ook het solowerk van Graham Coxon en Damon Albarn en het werk van Gorillaz (een van de vele projecten van Albarn) hebben hun sporen nagelaten op de nieuwe plaat van de band. Hiernaast citeert Blur meer dan ooit uit de rijke geschiedenis van de Britse popmuziek.
Dit betekent dat Blur aan de ene kant vermaakt met popmuziek die ooit Britpop werd genoemd, maar ook kan worden omschreven als muziek die voortborduurt op de grote Britse rockbands uit de jaren 60.
The Magic Whip heeft hiernaast een meer experimentele en vooral ingetogen kant. Hierin klinken de fascinatie van Graham Coxon met psychedelica en de vele flirts van Damon Albarn met wereldmuziek nadrukkelijk door.
De twee uitersten van The Magic Whip staan soms ver uit elkaar, maar ze weten elkaar ook te versterken, wat een plaat zonder zwakke momenten oplevert. Het is opvallend hoe hecht en ontspannen Blur op The Magic Whip klinkt. Blur klinkt op haar nieuwe plaat gedreven en slaagt er in om alle puzzelstukjes op de juiste plek te leggen.
Natuurlijk zijn het geweldige gitaarspel van Graham Coxon en de herkenbare zang van Damon Albarn de belangrijkste bestanddelen op de nieuwe plaat van Blur, maar ook de rest van de band en producer Stephen Street dragen zeker bij aan het bijzonder fraaie resultaat, waarbij de fraaie elektronica een speciale vermelding verdient.
Blur slaagt er in om op The Magic Whip steeds weer net wat anders te klinken, wat een veelkleurige plaat oplevert. Het is een plaat die afwisselend vermaakt, intrigeert en benevelt. Het is ook een plaat die nog heel lang nieuwe dingen laat horen en het is een plaat die nog heel lang beter wordt. Met name de meer ingetogen tracks blijken kunststukjes vol verrassingen.
Vanwege de status van Blur werd The Magic Whip al bij voorbaat uitgeroepen tot één van de grote releases van 2015. Er zijn niet veel bands die dit na een lange afwezigheid waar weten te maken, maar Blur slaagt er glansrijk in. Vorig jaar haalde Damon Albarn mijn jaarlijstje. Dit jaar reserveer ik alvast een plekje voor Blur. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Blur - The Magic Whip - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de jaren 60 moest er gekozen worden tussen The Beatles en The Stones, in de jaren 90 tussen Blur en Oasis. In de jaren 60 zou ik het waarschijnlijk moeilijk gehad hebben, maar in de jaren 90 koos ik zonder al teveel moeite voor Oasis.
Oasis maakte in de jaren 90 immers een aantal platen vol memorabele popsongs, terwijl ik in de platen van Blur destijds niet zo heel veel hoorde. Ik ben Blur in een later stadium wel gaan waarderen, al bereikte de band wat mij betreft nooit het niveau van de beste platen van Oasis.
Waar ik altijd moeite had met de platen van Blur, kon ik de soloplaten die verschenen in het leven na Blur wel zeer waarderen. Gitarist Graham Coxon maakte een aantal geweldige platen en ook zanger Damon Albarn maakte uiteindelijk platen die moesten worden gerekend tot de ware krenten uit de pop.
Toch had ik wel wat twijfels bij een nieuwe plaat van Blur. Wanneer leden van een band meer dan tien jaar niet door één deur kunnen, moet er heel wat veranderen om een goede plaat te kunnen maken en hiernaast was het voorlopige slotakkoord van Blur, Think Tank uit 2003, er één om heel snel te vergeten.
Ondanks de vetes die het afgelopen decennium werden uitgevochten, dook Blur eind vorig jaar dan toch de studio in, overigens nadat de band al ruim een jaar had getoerd. De basis voor The Magic Whip werd tijdens de tour van 2013 gelegd, maar de songs werden eind vorig jaar, samen met topproducer en voormalig Blur-producer Stephen Street, verder uitgewerkt.
Mijn verwachtingen met betrekking tot The Magic Whip waren zeker niet hooggespannen, maar toen de plaat zeer positief werd ontvangen door de critici (die momenteel superlatieven tekort komen), werd ik toch nieuwsgierig naar het nieuwe werk van Blur.
The Magic Whip is me zeker niet tegengevallen en hoewel ik het werk van Blur zeker niet als mijn broekzak ken, durf ik wel te beweren dat de band sinds 1991 mindere platen heeft gemaakt dan The Magic Whip (en dan heb ik het niet alleen over Think Tank).
The Magic Whip borduurt deels voort op het werk van Blur uit de jaren 90, maar ook het solowerk van Graham Coxon en Damon Albarn en het werk van Gorillaz (een van de vele projecten van Albarn) hebben hun sporen nagelaten op de nieuwe plaat van de band. Hiernaast citeert Blur meer dan ooit uit de rijke geschiedenis van de Britse popmuziek.
Dit betekent dat Blur aan de ene kant vermaakt met popmuziek die ooit Britpop werd genoemd, maar ook kan worden omschreven als muziek die voortborduurt op de grote Britse rockbands uit de jaren 60.
The Magic Whip heeft hiernaast een meer experimentele en vooral ingetogen kant. Hierin klinken de fascinatie van Graham Coxon met psychedelica en de vele flirts van Damon Albarn met wereldmuziek nadrukkelijk door.
De twee uitersten van The Magic Whip staan soms ver uit elkaar, maar ze weten elkaar ook te versterken, wat een plaat zonder zwakke momenten oplevert. Het is opvallend hoe hecht en ontspannen Blur op The Magic Whip klinkt. Blur klinkt op haar nieuwe plaat gedreven en slaagt er in om alle puzzelstukjes op de juiste plek te leggen.
Natuurlijk zijn het geweldige gitaarspel van Graham Coxon en de herkenbare zang van Damon Albarn de belangrijkste bestanddelen op de nieuwe plaat van Blur, maar ook de rest van de band en producer Stephen Street dragen zeker bij aan het bijzonder fraaie resultaat, waarbij de fraaie elektronica een speciale vermelding verdient.
Blur slaagt er in om op The Magic Whip steeds weer net wat anders te klinken, wat een veelkleurige plaat oplevert. Het is een plaat die afwisselend vermaakt, intrigeert en benevelt. Het is ook een plaat die nog heel lang nieuwe dingen laat horen en het is een plaat die nog heel lang beter wordt. Met name de meer ingetogen tracks blijken kunststukjes vol verrassingen.
Vanwege de status van Blur werd The Magic Whip al bij voorbaat uitgeroepen tot één van de grote releases van 2015. Er zijn niet veel bands die dit na een lange afwezigheid waar weten te maken, maar Blur slaagt er glansrijk in. Vorig jaar haalde Damon Albarn mijn jaarlijstje. Dit jaar reserveer ik alvast een plekje voor Blur. Erwin Zijleman
Bnny - Everything (2021)

4,0
1
geplaatst: 27 augustus 2021, 16:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bnny - Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bnny - Everything
Bnny stort op Everything niet alleen een enorme hoeveelheid melancholie over je uit, maar betovert, benevelt en bezweert ook met een bak vol mooie invloeden en de nodige pracht
Jess Viscius ging na de trieste dood van haar partner door diepe dalen, die allemaal samen komen op het debuut van haar band Bnny. Everything is een aardedonker album, maar het is op hetzelfde moment een zwoel en verleidelijk album. Invloeden variëren van The Velvet Underground tot Cowboy Junkies en van Serge Gainsbourg tot Mazzy Star, maar Bnny slaagt er ook in om een eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat aangenaam voort kan kabbelen, maar het is ook een intens geluid dat zich steeds genadelozer opdringt. De instrumentatie is sober maar zeer trefzeker en hetzelfde kan gezegd worden van de zang. Het levert een intiem album op dat nog lang doorgroeit.
Bnny (voorheen Bunny) is de band rond de uit Chicago, Illinois, afkomstige muzikante Jess Viscius en debuteert deze week met het fraaie Everything. De sfeer op het album wordt bepaald door de dood van de partner van Jess Viscius in 2017. Muzikant Trey Gruber overleed aan het eind van dat jaar aan een overdosis, waarmee een veelbelovende carrière als muzikant in de knop werd geknakt. Het heeft flink wat impact gehad op Jess Viscius, die met Bnny een buitengewoon melancholisch album heeft afgeleverd met liefde en verlies als centrale thema’s.
Everything maakt zeker geen geheim van de belangrijkste inspiratiebronnen. Met name het werk van The Velvet Underground heeft diepe sporen nagelaten op het debuutalbum van Bnny. De instrumentatie wordt gedomineerd door gitaren en is vaak vrij elementair, terwijl Jess Viscius hier en daar een vleugje Nico laat horen, maar gelukkig wel een stuk aangenamer zingt.
Zeker wanneer de zang wat zwoeler is, hoor ik in de verte iets van Mazzy Star, maar het blijft bij wat vluchtige associaties. Hetzelfde geldt voor de vergelijking met het werk van Cowboy Junkies, die je af en toe hoort in de zachte vocalen en het mooie gitaarwerk, maar ook de vergelijking met de Canadese band gaat maar in een aantal gevallen op. Hier en daar hoor ik ook nog wel wat van de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld, van de doorleefde ballads van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra (zonder de zang van Lee) of van de weergaloze bijdrage die Lera Lynn leverde aan de soundtrack van de tv-serie True Detective, maar buiten The Velvet Underground blijft al het vergelijkingsmateriaal wat aan de oppervlakte drijven.
Het zorgt er voor dat Bnny voldoende anders klinkt om het debuutalbum van de band op te pikken deze week en wat ben ik blij dat ik dit heb gedaan. Het debuutalbum van de band uit Chicago is immers ook een album dat zich steeds nadrukkelijker opdringt. Dat ligt deels aan het melancholische karakter van het album en de fraaie echo’s uit het verleden, maar Bnny slaagt er ook in om een bijzondere sfeer te creëren.
Die sfeer komt voor een belangrijk deel op het conto van zangeres Jess Viscius, die prachtig onderkoeld kan zingen, maar ook buitengewoon zwoel kan verleiden met zang waarvoor Serge Gainsbourg zonder enige twijfel direct zou zijn gevallen. De nadrukkelijk aanwezige zang wordt alleen maar versterkt door de sobere instrumentatie, waarin fraaie gitaarlijnen en subtiele keyboards worden gecombineerd met een strak spelende ritmesectie. Het wordt allemaal fraai gevangen door producer Jason Balla (Dehd) die ook nog een vleugje unplugged Nirvana en wat van Dum Dum Girls aan het geluid van Bnny toevoegt.
Op de achtergrond vervliegt de muziek van Bnny snel tot een aangenaam en zwoel geluid, maar de ware kracht van het album ervaar je wanneer je het zeer intieme album met volledige aandacht beluistert. Jess Viscius heeft een aantal zware jaren achter de rug, maar alles krijgt een plekje op het zeer fraaie Everything, dat deze weken moet concurreren met stapels nieuwe releases, maar dat echt de aandacht verdient. Ook bij mij kwam Everything maar net van de stapel af, maar dit album kan wat mij betreft zomaar doorgroeien tot een jaarlijstjeswaardig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bnny - Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bnny - Everything
Bnny stort op Everything niet alleen een enorme hoeveelheid melancholie over je uit, maar betovert, benevelt en bezweert ook met een bak vol mooie invloeden en de nodige pracht
Jess Viscius ging na de trieste dood van haar partner door diepe dalen, die allemaal samen komen op het debuut van haar band Bnny. Everything is een aardedonker album, maar het is op hetzelfde moment een zwoel en verleidelijk album. Invloeden variëren van The Velvet Underground tot Cowboy Junkies en van Serge Gainsbourg tot Mazzy Star, maar Bnny slaagt er ook in om een eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat aangenaam voort kan kabbelen, maar het is ook een intens geluid dat zich steeds genadelozer opdringt. De instrumentatie is sober maar zeer trefzeker en hetzelfde kan gezegd worden van de zang. Het levert een intiem album op dat nog lang doorgroeit.
Bnny (voorheen Bunny) is de band rond de uit Chicago, Illinois, afkomstige muzikante Jess Viscius en debuteert deze week met het fraaie Everything. De sfeer op het album wordt bepaald door de dood van de partner van Jess Viscius in 2017. Muzikant Trey Gruber overleed aan het eind van dat jaar aan een overdosis, waarmee een veelbelovende carrière als muzikant in de knop werd geknakt. Het heeft flink wat impact gehad op Jess Viscius, die met Bnny een buitengewoon melancholisch album heeft afgeleverd met liefde en verlies als centrale thema’s.
Everything maakt zeker geen geheim van de belangrijkste inspiratiebronnen. Met name het werk van The Velvet Underground heeft diepe sporen nagelaten op het debuutalbum van Bnny. De instrumentatie wordt gedomineerd door gitaren en is vaak vrij elementair, terwijl Jess Viscius hier en daar een vleugje Nico laat horen, maar gelukkig wel een stuk aangenamer zingt.
Zeker wanneer de zang wat zwoeler is, hoor ik in de verte iets van Mazzy Star, maar het blijft bij wat vluchtige associaties. Hetzelfde geldt voor de vergelijking met het werk van Cowboy Junkies, die je af en toe hoort in de zachte vocalen en het mooie gitaarwerk, maar ook de vergelijking met de Canadese band gaat maar in een aantal gevallen op. Hier en daar hoor ik ook nog wel wat van de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld, van de doorleefde ballads van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra (zonder de zang van Lee) of van de weergaloze bijdrage die Lera Lynn leverde aan de soundtrack van de tv-serie True Detective, maar buiten The Velvet Underground blijft al het vergelijkingsmateriaal wat aan de oppervlakte drijven.
Het zorgt er voor dat Bnny voldoende anders klinkt om het debuutalbum van de band op te pikken deze week en wat ben ik blij dat ik dit heb gedaan. Het debuutalbum van de band uit Chicago is immers ook een album dat zich steeds nadrukkelijker opdringt. Dat ligt deels aan het melancholische karakter van het album en de fraaie echo’s uit het verleden, maar Bnny slaagt er ook in om een bijzondere sfeer te creëren.
Die sfeer komt voor een belangrijk deel op het conto van zangeres Jess Viscius, die prachtig onderkoeld kan zingen, maar ook buitengewoon zwoel kan verleiden met zang waarvoor Serge Gainsbourg zonder enige twijfel direct zou zijn gevallen. De nadrukkelijk aanwezige zang wordt alleen maar versterkt door de sobere instrumentatie, waarin fraaie gitaarlijnen en subtiele keyboards worden gecombineerd met een strak spelende ritmesectie. Het wordt allemaal fraai gevangen door producer Jason Balla (Dehd) die ook nog een vleugje unplugged Nirvana en wat van Dum Dum Girls aan het geluid van Bnny toevoegt.
Op de achtergrond vervliegt de muziek van Bnny snel tot een aangenaam en zwoel geluid, maar de ware kracht van het album ervaar je wanneer je het zeer intieme album met volledige aandacht beluistert. Jess Viscius heeft een aantal zware jaren achter de rug, maar alles krijgt een plekje op het zeer fraaie Everything, dat deze weken moet concurreren met stapels nieuwe releases, maar dat echt de aandacht verdient. Ook bij mij kwam Everything maar net van de stapel af, maar dit album kan wat mij betreft zomaar doorgroeien tot een jaarlijstjeswaardig album. Erwin Zijleman
Bnny - One Million Love Songs (2024)

4,0
1
geplaatst: 6 april 2024, 10:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bnny - One Million Love Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bnny - One Million Love Songs
Bnny leverde bijna drie jaar geleden een verrassend sterk debuutalbum af en maakt nog meer indruk op het wat minder wispelturige en afwisselend ingetogen en net wat steviger klinkende One Million Love Songs
Jess Viscius had in de zomer van 2021 het nodige persoonlijke leed te verwerken op het debuutalbum van haar band Bnny, wat een zwaar melancholisch maar ook zeer interessant album opleverde. De muzikante uit Chicago maakt op het tweede album van Bnny duidelijkere keuzes. One Million Love Songs sluit hier en daar aan bij de indierock uit de jaren 90, maar bevat ook een aantal zeer sfeervolle songs. Heel af en toe hoor ik iets van Mazzy Star, maar Bnny laat op het tweede album van de Amerikaanse band, waarin alles draait om Jess Viscius, ook een duidelijker eigen geluid horen. Het album trekt in de Verenigde Staten flink wat aandacht en dat is volkomen terecht.
Ik was de naam Bnny eerlijk gezegd helemaal vergeten, terwijl ik in de zomer van 2021 toch behoorlijk enthousiast was over het debuutalbum van de band rond de Amerikaanse muzikante Jess Viscius. Op Everything verwerkte deze Jess Viscius op zeer indringende wijze de trieste dood van haar partner, de muzikant Trey Gruber, die een paar jaar eerder overleed door een overdosis.
Het leverde een album vol melancholie op, maar Everything was ook een album waarop op bijzondere wijze zeer uiteenlopende invloeden werden verwerkt. Van deze invloeden noemde ik in eerste instantie The Velvet Underground, Cowboy Junkies, Serge Gainsbourg en Mazzy Star, waaraan in een later stadium Nancy Sinatra (en Lee Hazlewood), Nirvana en Dum Dum Girls werden toegevoegd.
Bnny (voorheen Bunny) keert deze week terug met een nieuw album en ook One Million Love Songs is een album dat niet vies is van flink wat melancholie, al belicht Jess Viscius op haar nieuwe album ook de zonnige kanten van de liefde. One Million Love Songs bevat een aantal ingrediënten van het debuutalbum van Bnny, maar het is ook een duidelijk ander album geworden.
Vergeleken met het debuutalbum van Bnny kiest de Amerikaanse muzikante op One Million Love Songs voor een wat eenvormiger of consistenter geluid (het is maar net hoe je het bekijkt). Het is een geluid dat wordt gedomineerd door gitaren, die afwisselend gruizig en ruimtelijk klinken. Van het bovengenoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik af en toe nog wat van Mazzy Star, maar zeker in de stevigere songs op het album laat Bnny zich vooral beïnvloeden door de indierock uit de jaren 90.
In muzikaal opzicht klinkt One Million Love Songs afwisselend rauw en stekelig en sfeervol en atmosferisch en de stem van Jess Viscius sluit makkelijk aan bij beide uitersten. Ik vind vooral de fluisterstem van de muzikante uit Chicago, met minstens een vleugje Hope Sandoval, erg mooi, maar ook de wat steviger aangezette zang op het album valt in positieve zin op. De meer ingetogen en zeer sfeervolle songs domineren trouwens op het album en daar ben ik persoonlijk blij mee.
One Million Love Songs klinkt een stuk mooier dan het debuutalbum van Bnny, wat de verdienste is van producer Alex Farrar (Wednesday, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee, Squirrel Flower), in wiens studio in Asheville, North Carolina, het album werd opgenomen. De productie van het album klinkt verzorgd, maar de muziek van Bnny klinkt ook nog steeds ruw en puur.
Het debuutalbum van Bnny was ik zoals gezegd helemaal vergeten, maar toen ik het album vandaag nog eens beluisterde was ik behoorlijk onder de indruk. One Million Love Songs springt wat minder van de hak op de tak en laat in muzikaal en vocaal opzicht wat meer kwaliteit horen, waardoor ik het tweede album van Bnny nog een stuk beter vind dan het debuut.
Het is een album dat laat horen dat Jess Viscius een eigenzinnig talent is en een muzikante die er in slaagt om haar emotie over te brengen op de luisteraar, wat een groot goed is. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op One Million Love Songs en dat is dat het album helaas echt in een vloek en een zucht voorbij is. De elf songs op het album hebben slechts een kleine 27 minuten nodig en dat vind ik persoonlijk te kort. Het biedt overigens wel de mogelijkheid om One Million Love Songs nog eens op te zetten en het debuut van Bnny verdient ook nog wel een extra kans. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bnny - One Million Love Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bnny - One Million Love Songs
Bnny leverde bijna drie jaar geleden een verrassend sterk debuutalbum af en maakt nog meer indruk op het wat minder wispelturige en afwisselend ingetogen en net wat steviger klinkende One Million Love Songs
Jess Viscius had in de zomer van 2021 het nodige persoonlijke leed te verwerken op het debuutalbum van haar band Bnny, wat een zwaar melancholisch maar ook zeer interessant album opleverde. De muzikante uit Chicago maakt op het tweede album van Bnny duidelijkere keuzes. One Million Love Songs sluit hier en daar aan bij de indierock uit de jaren 90, maar bevat ook een aantal zeer sfeervolle songs. Heel af en toe hoor ik iets van Mazzy Star, maar Bnny laat op het tweede album van de Amerikaanse band, waarin alles draait om Jess Viscius, ook een duidelijker eigen geluid horen. Het album trekt in de Verenigde Staten flink wat aandacht en dat is volkomen terecht.
Ik was de naam Bnny eerlijk gezegd helemaal vergeten, terwijl ik in de zomer van 2021 toch behoorlijk enthousiast was over het debuutalbum van de band rond de Amerikaanse muzikante Jess Viscius. Op Everything verwerkte deze Jess Viscius op zeer indringende wijze de trieste dood van haar partner, de muzikant Trey Gruber, die een paar jaar eerder overleed door een overdosis.
Het leverde een album vol melancholie op, maar Everything was ook een album waarop op bijzondere wijze zeer uiteenlopende invloeden werden verwerkt. Van deze invloeden noemde ik in eerste instantie The Velvet Underground, Cowboy Junkies, Serge Gainsbourg en Mazzy Star, waaraan in een later stadium Nancy Sinatra (en Lee Hazlewood), Nirvana en Dum Dum Girls werden toegevoegd.
Bnny (voorheen Bunny) keert deze week terug met een nieuw album en ook One Million Love Songs is een album dat niet vies is van flink wat melancholie, al belicht Jess Viscius op haar nieuwe album ook de zonnige kanten van de liefde. One Million Love Songs bevat een aantal ingrediënten van het debuutalbum van Bnny, maar het is ook een duidelijk ander album geworden.
Vergeleken met het debuutalbum van Bnny kiest de Amerikaanse muzikante op One Million Love Songs voor een wat eenvormiger of consistenter geluid (het is maar net hoe je het bekijkt). Het is een geluid dat wordt gedomineerd door gitaren, die afwisselend gruizig en ruimtelijk klinken. Van het bovengenoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik af en toe nog wat van Mazzy Star, maar zeker in de stevigere songs op het album laat Bnny zich vooral beïnvloeden door de indierock uit de jaren 90.
In muzikaal opzicht klinkt One Million Love Songs afwisselend rauw en stekelig en sfeervol en atmosferisch en de stem van Jess Viscius sluit makkelijk aan bij beide uitersten. Ik vind vooral de fluisterstem van de muzikante uit Chicago, met minstens een vleugje Hope Sandoval, erg mooi, maar ook de wat steviger aangezette zang op het album valt in positieve zin op. De meer ingetogen en zeer sfeervolle songs domineren trouwens op het album en daar ben ik persoonlijk blij mee.
One Million Love Songs klinkt een stuk mooier dan het debuutalbum van Bnny, wat de verdienste is van producer Alex Farrar (Wednesday, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee, Squirrel Flower), in wiens studio in Asheville, North Carolina, het album werd opgenomen. De productie van het album klinkt verzorgd, maar de muziek van Bnny klinkt ook nog steeds ruw en puur.
Het debuutalbum van Bnny was ik zoals gezegd helemaal vergeten, maar toen ik het album vandaag nog eens beluisterde was ik behoorlijk onder de indruk. One Million Love Songs springt wat minder van de hak op de tak en laat in muzikaal en vocaal opzicht wat meer kwaliteit horen, waardoor ik het tweede album van Bnny nog een stuk beter vind dan het debuut.
Het is een album dat laat horen dat Jess Viscius een eigenzinnig talent is en een muzikante die er in slaagt om haar emotie over te brengen op de luisteraar, wat een groot goed is. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op One Million Love Songs en dat is dat het album helaas echt in een vloek en een zucht voorbij is. De elf songs op het album hebben slechts een kleine 27 minuten nodig en dat vind ik persoonlijk te kort. Het biedt overigens wel de mogelijkheid om One Million Love Songs nog eens op te zetten en het debuut van Bnny verdient ook nog wel een extra kans. Erwin Zijleman
Bob Carpenter - Silent Passage (1984)

4,5
0
geplaatst: 4 september 2014, 14:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Carpenter - Silent Passage - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is opvallend hoeveel moois er nog steeds uit de archieven van de verschillende platenmaatschappijen komt. Je zou verwachten dat de meeste planken inmiddels wel zijn ontdaan van de vergeten parels, maar nog steeds duiken vergeten meesterwerken uit een heel ver verleden op. Silent Passage van Bob Carpenter is zo’n vergeten meesterwerk.
Bob Carpenter werd geboren in een Canadees Indianenreservaat, maar kwam via een weeshuis uiteindelijk in California terecht, waar hij aan het begin van de jaren 70 met zijn onafscheidelijke gitaar de aandacht wist te trekken van destijds al behoorlijk bekende muzikanten als Emmylou Harris en Lowell George en al snel een platencontract wist te bemachtigen. Naar verluid dook hij op in een omvangrijk artikel in Rolling Stone, maar dat heb ik niet kunnen vinden.
Het zou uiteindelijk leiden tot Silent Passage, een plaat die in 1974 had moeten verschijnen, maar vanwege problemen met zijn platenmaatschappij op de plank bleef liggen tot 1984, toen er niemand meer op de muziek van Bob Carpenter zat te wachten.
Silent Passage is nu alsnog uitgebracht en dat is goed nieuws voor de liefhebbers van folky singer-songwriters. Bob Carpenter heeft het zelf overigens niet meer meegemaakt, want hij overleed in 1995 op slechts 50-jarige leeftijd.
Silent Passage is een typisch product van de jaren 70, maar de plaat heeft de tand des tijd verrassend goed doorstaan. Silent Passage bevat 10 bijzonder mooie en volstrekt tijdloze folk(-rock) songs. Het zijn songs die een groot deel van hun kracht ontlenen aan de geweldige stem van Bob Carpenter, die een warm en doorleefd geluid laat horen, dat in veel gevallen wordt versterkt door al even mooie achtergrondvocalen (onder andere van de al eerder genoemde Emmylou Harris en Anne Murray). Het is een stem die ergens tussen die van de jonge Tom Waits en Bob Seger in zit, maar het doet me nog veel meer denken aan het ook al vergeten en alsnog uitgebrachte meesterwerk van Billy Marlowe (een van mijn favoriete releases van vorig jaar), dat overigens uit de jaren 80 stamde en ook in muzikaal opzicht dicht bij Silent Passage ligt.
De mooie stem is zeker niet het enige sterke wapen van Bob Carpenter, want ook in muzikaal opzicht valt er op Silent Passage heel veel te genieten. De plaat laat een gevarieerd geluid horen, waarin flink wat instrumenten worden ingezet. De songs op Silent Passage variëren van ingetogen tot uitbundig en vallen vooral op wanneer blazers en vooral strijkers worden ingezet, al is het maar omdat de laatsten bijzonder fraai contrasteren met de doorleefde strot van Bob Carpenter.
Silent Passage herinnert aan een hele stapel klassiekers uit een ver verleden, maar het vergeten debuut van Bob Carpenter voegt ook wat toe aan deze klassiekers. Met name door de mooie en gedreven vocalen en de indringende teksten op Silent Passage stralen de songs van Bob Carpenter urgentie uit. Veel urgentie. Silent Passage neemt je onmiddellijk mee terug naar het California van de jaren 70 en doet het heden even vergeten.
In eerste instantie was er natuurlijk vooral de verrassing en sensatie van een vergeten klassieker, maar inmiddels is Silent Passage me nog veel dierbaarder. Het vergeten debuut van Bob Carpenter is zonder enige twijfel een klassieker, maar het is ook een prachtplaat die keer op keer zorgt voor kippenvel. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Carpenter - Silent Passage - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is opvallend hoeveel moois er nog steeds uit de archieven van de verschillende platenmaatschappijen komt. Je zou verwachten dat de meeste planken inmiddels wel zijn ontdaan van de vergeten parels, maar nog steeds duiken vergeten meesterwerken uit een heel ver verleden op. Silent Passage van Bob Carpenter is zo’n vergeten meesterwerk.
Bob Carpenter werd geboren in een Canadees Indianenreservaat, maar kwam via een weeshuis uiteindelijk in California terecht, waar hij aan het begin van de jaren 70 met zijn onafscheidelijke gitaar de aandacht wist te trekken van destijds al behoorlijk bekende muzikanten als Emmylou Harris en Lowell George en al snel een platencontract wist te bemachtigen. Naar verluid dook hij op in een omvangrijk artikel in Rolling Stone, maar dat heb ik niet kunnen vinden.
Het zou uiteindelijk leiden tot Silent Passage, een plaat die in 1974 had moeten verschijnen, maar vanwege problemen met zijn platenmaatschappij op de plank bleef liggen tot 1984, toen er niemand meer op de muziek van Bob Carpenter zat te wachten.
Silent Passage is nu alsnog uitgebracht en dat is goed nieuws voor de liefhebbers van folky singer-songwriters. Bob Carpenter heeft het zelf overigens niet meer meegemaakt, want hij overleed in 1995 op slechts 50-jarige leeftijd.
Silent Passage is een typisch product van de jaren 70, maar de plaat heeft de tand des tijd verrassend goed doorstaan. Silent Passage bevat 10 bijzonder mooie en volstrekt tijdloze folk(-rock) songs. Het zijn songs die een groot deel van hun kracht ontlenen aan de geweldige stem van Bob Carpenter, die een warm en doorleefd geluid laat horen, dat in veel gevallen wordt versterkt door al even mooie achtergrondvocalen (onder andere van de al eerder genoemde Emmylou Harris en Anne Murray). Het is een stem die ergens tussen die van de jonge Tom Waits en Bob Seger in zit, maar het doet me nog veel meer denken aan het ook al vergeten en alsnog uitgebrachte meesterwerk van Billy Marlowe (een van mijn favoriete releases van vorig jaar), dat overigens uit de jaren 80 stamde en ook in muzikaal opzicht dicht bij Silent Passage ligt.
De mooie stem is zeker niet het enige sterke wapen van Bob Carpenter, want ook in muzikaal opzicht valt er op Silent Passage heel veel te genieten. De plaat laat een gevarieerd geluid horen, waarin flink wat instrumenten worden ingezet. De songs op Silent Passage variëren van ingetogen tot uitbundig en vallen vooral op wanneer blazers en vooral strijkers worden ingezet, al is het maar omdat de laatsten bijzonder fraai contrasteren met de doorleefde strot van Bob Carpenter.
Silent Passage herinnert aan een hele stapel klassiekers uit een ver verleden, maar het vergeten debuut van Bob Carpenter voegt ook wat toe aan deze klassiekers. Met name door de mooie en gedreven vocalen en de indringende teksten op Silent Passage stralen de songs van Bob Carpenter urgentie uit. Veel urgentie. Silent Passage neemt je onmiddellijk mee terug naar het California van de jaren 70 en doet het heden even vergeten.
In eerste instantie was er natuurlijk vooral de verrassing en sensatie van een vergeten klassieker, maar inmiddels is Silent Passage me nog veel dierbaarder. Het vergeten debuut van Bob Carpenter is zonder enige twijfel een klassieker, maar het is ook een prachtplaat die keer op keer zorgt voor kippenvel. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Blood on the Tracks (1975)

5,0
4
geplaatst: 29 december 2024, 21:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Blood On The Tracks (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Dylan - Blood On The Tracks (1975)
Bob Dylan had al een flinke stapel klassiekers op zijn naam staan toen hij in 1975 het breakup album Blood On The Tracks maakte, dat echt niet onder doet voor de allerbeste albums van de Amerikaanse muzikant
Blood On The Tracks is het vijftiende album van Bob Dylan en het is een behoorlijk donker album, dat in het teken staat van het op de klippen lopen van zijn huwelijk. In muzikaal opzicht keert Bob Dylan weer wat terug naar het geluid van zijn albums uit de jaren 60, maar Blood On The Tracks is ook een behoorlijk intens en heftig album. De songs op het album zijn lang en bieden alle ruimte aan de prachtige teksten van Bob Dylan, die er een paar jaar geleden niet voor niets de Nobelprijs voor ontving. Bob Dylan heeft meer klassiekers op zijn naam staan dan welke andere muzikant dan ook en Blood On The Tracks behoort wat mij betreft bij zijn beste albums. En misschien vind ik het wel de beste.
Er zijn niet veel muzikanten die zo’n omvangrijk en hoogstaand oeuvre hebben als Bob Dylan. De Amerikaanse muzikant, die volgend jaar zijn 84e verjaardag hoopt te vieren, debuteerde aan het begin van de jaren 60 en bracht met name in de eerste jaren van zijn carrière in sneltreinvaart albums uit die stuk voor stuk uitgroeiden tot klassiekers.
Ik heb inmiddels talloze favorieten in het omvangrijke oeuvre van Bob Dylan. Uit het huidige millennium Love And Theft, Modern Times en Rough And Rowdy Ways, uit de jaren 90 Time Out Of Mind, uit de jaren 80 Empire Burlesque, uit de jaren 70 New Morning, Before The Flood, Blood On The Tracks, The Basement Tapes en Desire en dan uit de 60 nog eens de weergaloze serie The Freewheelin' Bob Dylan, The Times They Are A-Changin', Another Side of Bob Dylan, Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde On Blonde, John Wesley Harding en Nashville Skyline. En dan vergeet ik vast nog wel een album dat ik ook op zijn minst bovengemiddeld goed vind.
Mijn favoriete Bob Dylan album kan ik onmogelijk kiezen, maar de afgelopen weken heb ik vooral geluisterd naar Blood On The Tracks uit 1975. Het is een album dat volgde op een aantal wat voller ingekleurde albums, maar op Blood On The Tracks keert Bob Dylan terug naar het wat meer ingetogen geluid van zijn eerdere albums, al is het wel een intens album.
Blood On The Tracks, al het 15e album van de Amerikaanse muzikant, is ook een onvervalst breakup album en een van de betere in zijn soort. Toen Dylan in 1974 de studio in dook was zijn huwelijk met Sara op de klippen gelopen en dat vond zijn weerslag in de songs die hij schreef voor het album.
Bob Dylan heeft veel meer albums die werkelijk fantastisch openen, maar met Tangled Up In Blue, Simple Twist Of Fate, You're A Big Girl Now en Idiot Wind ligt de lat op Blood On The Tracks wel heel erg hoog. De eerste tracks op het album zijn echt geweldig, maar ook op het tweede deel van het album houdt Bob Dylan een hoog niveau vast. De uiteindelijke versie van het album bevat tien tracks en duurt ruim vijftig minuten.
Blood On The Tracks is vergeleken met een aantal van zijn voorgangers een redelijk ingetogen album, maar in muzikaal opzicht staat het als een huis. De vaak behoorlijk lange songs op het album klinken prachtig en totaal anders dan singer-songwriter albums zoals die tegenwoordig worden gemaakt.
Ook in tekstueel opzicht is Blood On The Tracks niet te vergelijken met de meeste albums van dit moment. De Amerikaanse muzikant propt flink wat woorden in de songs op het album en laten nog maar eens horen waarom Bob Dylan uiteindelijk zelfs de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen.
Blood On The Tracks leverde in 1975 in eerste instantie gemengde reacties op, maar inmiddels zijn de critici het er wel over eens dat het een van de vele klassiekers in het oeuvre van Bob Dylan is. Ik luister niet eens zo heel vaak naar de albums van de Amerikaanse muzikant, maar als ik het doe ben ik altijd weer onder de indruk van het uit duizenden herkenbare geluid, dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de stem van Bob Dylan. Het is een stem waarover al van alles is gezegd, maar op Blood On The Tracks heb ik echt geen enkele moeite met de zang, die ik zeer overtuigend vind.
Over een tijdje heb ik vast weer een andere favoriet in het rijke oeuvre van Bob Dylan, maar op dit moment gaat er niets boven Blood On The Tracks, dat overigens in al zijn gedaanten is te beluisteren op More Blood, More Tracks: The Bootleg Series, Vol. 14 uit 2018. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Blood On The Tracks (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Dylan - Blood On The Tracks (1975)
Bob Dylan had al een flinke stapel klassiekers op zijn naam staan toen hij in 1975 het breakup album Blood On The Tracks maakte, dat echt niet onder doet voor de allerbeste albums van de Amerikaanse muzikant
Blood On The Tracks is het vijftiende album van Bob Dylan en het is een behoorlijk donker album, dat in het teken staat van het op de klippen lopen van zijn huwelijk. In muzikaal opzicht keert Bob Dylan weer wat terug naar het geluid van zijn albums uit de jaren 60, maar Blood On The Tracks is ook een behoorlijk intens en heftig album. De songs op het album zijn lang en bieden alle ruimte aan de prachtige teksten van Bob Dylan, die er een paar jaar geleden niet voor niets de Nobelprijs voor ontving. Bob Dylan heeft meer klassiekers op zijn naam staan dan welke andere muzikant dan ook en Blood On The Tracks behoort wat mij betreft bij zijn beste albums. En misschien vind ik het wel de beste.
Er zijn niet veel muzikanten die zo’n omvangrijk en hoogstaand oeuvre hebben als Bob Dylan. De Amerikaanse muzikant, die volgend jaar zijn 84e verjaardag hoopt te vieren, debuteerde aan het begin van de jaren 60 en bracht met name in de eerste jaren van zijn carrière in sneltreinvaart albums uit die stuk voor stuk uitgroeiden tot klassiekers.
Ik heb inmiddels talloze favorieten in het omvangrijke oeuvre van Bob Dylan. Uit het huidige millennium Love And Theft, Modern Times en Rough And Rowdy Ways, uit de jaren 90 Time Out Of Mind, uit de jaren 80 Empire Burlesque, uit de jaren 70 New Morning, Before The Flood, Blood On The Tracks, The Basement Tapes en Desire en dan uit de 60 nog eens de weergaloze serie The Freewheelin' Bob Dylan, The Times They Are A-Changin', Another Side of Bob Dylan, Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde On Blonde, John Wesley Harding en Nashville Skyline. En dan vergeet ik vast nog wel een album dat ik ook op zijn minst bovengemiddeld goed vind.
Mijn favoriete Bob Dylan album kan ik onmogelijk kiezen, maar de afgelopen weken heb ik vooral geluisterd naar Blood On The Tracks uit 1975. Het is een album dat volgde op een aantal wat voller ingekleurde albums, maar op Blood On The Tracks keert Bob Dylan terug naar het wat meer ingetogen geluid van zijn eerdere albums, al is het wel een intens album.
Blood On The Tracks, al het 15e album van de Amerikaanse muzikant, is ook een onvervalst breakup album en een van de betere in zijn soort. Toen Dylan in 1974 de studio in dook was zijn huwelijk met Sara op de klippen gelopen en dat vond zijn weerslag in de songs die hij schreef voor het album.
Bob Dylan heeft veel meer albums die werkelijk fantastisch openen, maar met Tangled Up In Blue, Simple Twist Of Fate, You're A Big Girl Now en Idiot Wind ligt de lat op Blood On The Tracks wel heel erg hoog. De eerste tracks op het album zijn echt geweldig, maar ook op het tweede deel van het album houdt Bob Dylan een hoog niveau vast. De uiteindelijke versie van het album bevat tien tracks en duurt ruim vijftig minuten.
Blood On The Tracks is vergeleken met een aantal van zijn voorgangers een redelijk ingetogen album, maar in muzikaal opzicht staat het als een huis. De vaak behoorlijk lange songs op het album klinken prachtig en totaal anders dan singer-songwriter albums zoals die tegenwoordig worden gemaakt.
Ook in tekstueel opzicht is Blood On The Tracks niet te vergelijken met de meeste albums van dit moment. De Amerikaanse muzikant propt flink wat woorden in de songs op het album en laten nog maar eens horen waarom Bob Dylan uiteindelijk zelfs de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen.
Blood On The Tracks leverde in 1975 in eerste instantie gemengde reacties op, maar inmiddels zijn de critici het er wel over eens dat het een van de vele klassiekers in het oeuvre van Bob Dylan is. Ik luister niet eens zo heel vaak naar de albums van de Amerikaanse muzikant, maar als ik het doe ben ik altijd weer onder de indruk van het uit duizenden herkenbare geluid, dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de stem van Bob Dylan. Het is een stem waarover al van alles is gezegd, maar op Blood On The Tracks heb ik echt geen enkele moeite met de zang, die ik zeer overtuigend vind.
Over een tijdje heb ik vast weer een andere favoriet in het rijke oeuvre van Bob Dylan, maar op dit moment gaat er niets boven Blood On The Tracks, dat overigens in al zijn gedaanten is te beluisteren op More Blood, More Tracks: The Bootleg Series, Vol. 14 uit 2018. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Desire (1976)

4,5
1
geplaatst: 21 december 2025, 21:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Desire (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Dylan - Desire (1976)
Blood On The Tracks wordt terecht gezien als het beste album dat Bob Dylan gedurende de jaren 70 maakte, maar het in 1976 verschenen Desire vind ik persoonlijk niet zo heel veel minder
Ik leerde Desire van Bob Dylan pas kennen nadat ik de stapel geweldige albums die hij in de jaren 60 maakte had leren kennen, maar ik was direct gecharmeerd van het album dat een wat voller en elektrischer geluid laat horen dan de meeste Dylan albums uit de jaren 60. Desire vind ik ook een wat atypisch album in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, wat alles te maken heeft met het geweldige vioolspel van Scarlet Rivera, die door puur toeval bij Dylan in de studio was beland. Desire is een album met vooral lange tracks, die Bob Dylan alle kans bieden om zijn kunsten als verhalenverteller te etaleren. Het stapeltje met de beste Bob Dylans albums is een flinke stapel, maar Desire hoort er wat mij betreft zeker bij.
Begin november zag ik Bob Dylan in de AFAS Live. Het is een concert dat met gemengde gevoelens werd ontvangen, maar mijn oordeel was positief. De setlist van de huidige tour is zo ongeveer in beton gegoten, dus ik wist wat ik kon verwachten en dat viel me niet tegen. Het betekent ook dat ik voor het oudere werk van Bob Dylan vertrouw op zijn inmiddels immense oeuvre en niet op zijn optredens.
Ik las van de week een mooi artikel op de Amerikaanse muziekwebsite Paste over de albums die Bob Dylan maakte nadat hij aan het eind van de jaren 70 het geloof had omarmd. Ik heb de albums nog eens beluisterd en ben inmiddels iets positiever over Slow Train Coming, maar met de opvolgers heb ik veel minder. Dylan was in de jaren 80 sowieso de weg behoorlijk kwijt en maakte pas aan het eind van de jaren 90 weer een album dat in de schaduw mocht staan van zijn klassiekers.
In de jaren 70 leverde de Amerikaanse muzikant met Blood On The Tracks wat mij betreft zijn meesterwerk af, maar ik heb ook altijd wel wat gehad met de opvolger van dat album (het album met The Band niet meegerekend). Het in 1976 verschenen Desire is in meerdere opzichten de tegenpool van het een jaar eerder verschenen Blood On The Tracks.
Blood On The Tracks is een uiterst ingetogen, uitsluitend akoestisch en behoorlijk consistent album. Desire klinkt een stuk uitbundiger en elektrischer en is bovendien een veelkleurig en hier en daar wat wispelturig album. Blood On The Tracks wordt door velen beschouwd als een zeer persoonlijk breakup album, iets wat Bob Dylan zelf overigens altijd heeft ontkend, maar op Desire is hij weer vooral een verhalenverteller.
Desire kwam er overigens niet zonder slag of stoot. Bob Dylan was in de zomer van 1975 de studio ingedoken met een flinke groep muzikanten, onder wie stergitarist Eric Clapton, maar de sessies verliepen, mede door het grote aantal muzikanten, chaotisch. In de herfst probeerde de Amerikaanse muzikant het daarom opnieuw met een kleinere groep muzikanten, onder wie violiste Scarlet Rivera, die hij op straat tegen het lijf was gelopen, en Emmylou Harris, die op Desire tekent voor de achtergrondvocalen.
Er was op Desire verder een belangrijke rol weggelegd voor producer Don DeVito en voor songwriter Jacques Levy, die meeschreef aan de meeste songs op het album. Desire opent met het geweldige en ruim acht minuten durende Hurricane, waarin de viool van Scarlet Rivera de show steelt, maar Dylan ook geweldig zingt. Hurricane is niet eens de langste track op Desire, want Joey is met ruim 11 minuten nog langer.
Desire is sowieso een album met vooral lange tracks, want van de negen tracks op het ruim 56 minuten durende album zijn er zes langer dan vijf minuten. Op Desire experimenteert Bob Dylan met het volle geluid waarmee hij ook zijn Rolling Thunder Revue tour vulde en dat levert een dynamisch en energiek geluid op.
Desire is door de uit duizenden herkenbare zang van de Amerikaanse muzikant een typisch Bob Dylan album, maar door de grote rol voor de viool van Scarlet Rivera, die het hele album de hoofdrol opeist, en de tweede stem van Emmylou Harris, die de stem van Dylan meerdere keren fraai ondersteunt, is het ook een bijzonder klinkend album, dat een unieke plek heeft in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zeker omdat Dylan ook nog eens goed bij stem is op Desire en fraai mondharmonica speelt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Desire (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Dylan - Desire (1976)
Blood On The Tracks wordt terecht gezien als het beste album dat Bob Dylan gedurende de jaren 70 maakte, maar het in 1976 verschenen Desire vind ik persoonlijk niet zo heel veel minder
Ik leerde Desire van Bob Dylan pas kennen nadat ik de stapel geweldige albums die hij in de jaren 60 maakte had leren kennen, maar ik was direct gecharmeerd van het album dat een wat voller en elektrischer geluid laat horen dan de meeste Dylan albums uit de jaren 60. Desire vind ik ook een wat atypisch album in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, wat alles te maken heeft met het geweldige vioolspel van Scarlet Rivera, die door puur toeval bij Dylan in de studio was beland. Desire is een album met vooral lange tracks, die Bob Dylan alle kans bieden om zijn kunsten als verhalenverteller te etaleren. Het stapeltje met de beste Bob Dylans albums is een flinke stapel, maar Desire hoort er wat mij betreft zeker bij.
Begin november zag ik Bob Dylan in de AFAS Live. Het is een concert dat met gemengde gevoelens werd ontvangen, maar mijn oordeel was positief. De setlist van de huidige tour is zo ongeveer in beton gegoten, dus ik wist wat ik kon verwachten en dat viel me niet tegen. Het betekent ook dat ik voor het oudere werk van Bob Dylan vertrouw op zijn inmiddels immense oeuvre en niet op zijn optredens.
Ik las van de week een mooi artikel op de Amerikaanse muziekwebsite Paste over de albums die Bob Dylan maakte nadat hij aan het eind van de jaren 70 het geloof had omarmd. Ik heb de albums nog eens beluisterd en ben inmiddels iets positiever over Slow Train Coming, maar met de opvolgers heb ik veel minder. Dylan was in de jaren 80 sowieso de weg behoorlijk kwijt en maakte pas aan het eind van de jaren 90 weer een album dat in de schaduw mocht staan van zijn klassiekers.
In de jaren 70 leverde de Amerikaanse muzikant met Blood On The Tracks wat mij betreft zijn meesterwerk af, maar ik heb ook altijd wel wat gehad met de opvolger van dat album (het album met The Band niet meegerekend). Het in 1976 verschenen Desire is in meerdere opzichten de tegenpool van het een jaar eerder verschenen Blood On The Tracks.
Blood On The Tracks is een uiterst ingetogen, uitsluitend akoestisch en behoorlijk consistent album. Desire klinkt een stuk uitbundiger en elektrischer en is bovendien een veelkleurig en hier en daar wat wispelturig album. Blood On The Tracks wordt door velen beschouwd als een zeer persoonlijk breakup album, iets wat Bob Dylan zelf overigens altijd heeft ontkend, maar op Desire is hij weer vooral een verhalenverteller.
Desire kwam er overigens niet zonder slag of stoot. Bob Dylan was in de zomer van 1975 de studio ingedoken met een flinke groep muzikanten, onder wie stergitarist Eric Clapton, maar de sessies verliepen, mede door het grote aantal muzikanten, chaotisch. In de herfst probeerde de Amerikaanse muzikant het daarom opnieuw met een kleinere groep muzikanten, onder wie violiste Scarlet Rivera, die hij op straat tegen het lijf was gelopen, en Emmylou Harris, die op Desire tekent voor de achtergrondvocalen.
Er was op Desire verder een belangrijke rol weggelegd voor producer Don DeVito en voor songwriter Jacques Levy, die meeschreef aan de meeste songs op het album. Desire opent met het geweldige en ruim acht minuten durende Hurricane, waarin de viool van Scarlet Rivera de show steelt, maar Dylan ook geweldig zingt. Hurricane is niet eens de langste track op Desire, want Joey is met ruim 11 minuten nog langer.
Desire is sowieso een album met vooral lange tracks, want van de negen tracks op het ruim 56 minuten durende album zijn er zes langer dan vijf minuten. Op Desire experimenteert Bob Dylan met het volle geluid waarmee hij ook zijn Rolling Thunder Revue tour vulde en dat levert een dynamisch en energiek geluid op.
Desire is door de uit duizenden herkenbare zang van de Amerikaanse muzikant een typisch Bob Dylan album, maar door de grote rol voor de viool van Scarlet Rivera, die het hele album de hoofdrol opeist, en de tweede stem van Emmylou Harris, die de stem van Dylan meerdere keren fraai ondersteunt, is het ook een bijzonder klinkend album, dat een unieke plek heeft in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zeker omdat Dylan ook nog eens goed bij stem is op Desire en fraai mondharmonica speelt. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Fallen Angels (2016)

4,0
0
geplaatst: 24 mei 2016, 08:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Fallen Angels - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vandaag precies 75 jaar geleden werd in Duluth, Minnesota, Robert Allen Zimmerman geboren. De jonge Robert Zimmerman groeide op in Hibbing, Minnesota, en kon al op jonge leeftijd overweg met de gitaar en de mondharmonica.
Op de middelbare school vormde hij een rock ’n roll bandje, maar toen hij eenmaal studeerde in Minneapolis begon hij op te treden met de gitaar en de mondharmonica die hij als kind had leren bespelen.
Omdat Robert Zimmerman niet echt lekker klonk verzon hij een artiestennaam. Het is een naam die hem een paar jaar later vanuit New York wereldberoemd zou maken: Bob Dylan.
Vanaf 1962 maakt Bob Dylan platen, de eerste jaren aan de lopende band, de laatste jaren met tussenpozen van enkele jaren. Er zijn niet veel artiesten die zoveel klassiekers en onbetwiste meesterwerken op hun naam hebben staan als Bob Dylan; ik tel er minstens 15 en dan ben ik heel streng.
Vorig jaar imponeerde Bob Dylan met een geweldig concert in het Amsterdamse Carré. Opvallend, want het eveneens vorig jaar verschenen Shadows In The Night kon mij in eerste instantie helemaal niet bekoren. Mede door het indrukwekkende live optreden is de plaat, die moet worden gezien als een eerbetoon aan Frank Sinatra, me uiteindelijk toch dierbaar geworden, al blijft het bijzonder dat één van de grootste songwriters van deze tijd zich compleet overgeeft aan de songs van anderen.
De liefde voor Frank Sinatra is kennelijk nog niet bekoeld, want ook Fallen Angels moet weer worden gezien als een eerbetoon aan één van de beste zangers uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Fallen Angels sluit naadloos aan op de zowel bewierookte als verguisde voorganger, al kiest Dylan dit keer voor net wat luchtigere songs. Het blijft bijzonder om Bob Dylan in de voetsporen van Ol' Blue Eyes te horen treden, maar de gewenning komt dit keer sneller dan een jaar geleden. Ik hoor Dylan nog altijd het liefst zijn eigen songs vertolken, maar het blijft mooi om te horen met hoeveel liefde en bewondering Bob Dylan de songs die ooit werden vertolkt door Frank Sinatra aanpakt.
Bob Dylan staat ondanks zijn enorme staat van dienst niet bekend als groot zanger, maar in de songs op Fallen Angels klinkt zijn stem verrassend mooi en soepel. Dylan heeft niet de gouden keel van Frank Sinatra, maar de emotie die ouwe Bob in zijn stem legt is ook heel wat waard.
Een ieder die Shadows In The Night vorig jaar niet kon waarderen kan ook met deze nieuwe plaat waarschijnlijk niet uit de voeten, maar ik weet uit eigen ervaring dat de afschuw van het eerste moment wel degelijk kan omslaan in bewondering.
Op de verjaardag van Bob Dylan begin ik met zijn laatste plaat, maar vervolgens gaan er nog heel wat klassiekers voorbij komen. En ik hoop uiteraard dat er nog veel gaan volgen, want Bob Dylan in deze vorm kan nog heel veel jaren mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Fallen Angels - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vandaag precies 75 jaar geleden werd in Duluth, Minnesota, Robert Allen Zimmerman geboren. De jonge Robert Zimmerman groeide op in Hibbing, Minnesota, en kon al op jonge leeftijd overweg met de gitaar en de mondharmonica.
Op de middelbare school vormde hij een rock ’n roll bandje, maar toen hij eenmaal studeerde in Minneapolis begon hij op te treden met de gitaar en de mondharmonica die hij als kind had leren bespelen.
Omdat Robert Zimmerman niet echt lekker klonk verzon hij een artiestennaam. Het is een naam die hem een paar jaar later vanuit New York wereldberoemd zou maken: Bob Dylan.
Vanaf 1962 maakt Bob Dylan platen, de eerste jaren aan de lopende band, de laatste jaren met tussenpozen van enkele jaren. Er zijn niet veel artiesten die zoveel klassiekers en onbetwiste meesterwerken op hun naam hebben staan als Bob Dylan; ik tel er minstens 15 en dan ben ik heel streng.
Vorig jaar imponeerde Bob Dylan met een geweldig concert in het Amsterdamse Carré. Opvallend, want het eveneens vorig jaar verschenen Shadows In The Night kon mij in eerste instantie helemaal niet bekoren. Mede door het indrukwekkende live optreden is de plaat, die moet worden gezien als een eerbetoon aan Frank Sinatra, me uiteindelijk toch dierbaar geworden, al blijft het bijzonder dat één van de grootste songwriters van deze tijd zich compleet overgeeft aan de songs van anderen.
De liefde voor Frank Sinatra is kennelijk nog niet bekoeld, want ook Fallen Angels moet weer worden gezien als een eerbetoon aan één van de beste zangers uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Fallen Angels sluit naadloos aan op de zowel bewierookte als verguisde voorganger, al kiest Dylan dit keer voor net wat luchtigere songs. Het blijft bijzonder om Bob Dylan in de voetsporen van Ol' Blue Eyes te horen treden, maar de gewenning komt dit keer sneller dan een jaar geleden. Ik hoor Dylan nog altijd het liefst zijn eigen songs vertolken, maar het blijft mooi om te horen met hoeveel liefde en bewondering Bob Dylan de songs die ooit werden vertolkt door Frank Sinatra aanpakt.
Bob Dylan staat ondanks zijn enorme staat van dienst niet bekend als groot zanger, maar in de songs op Fallen Angels klinkt zijn stem verrassend mooi en soepel. Dylan heeft niet de gouden keel van Frank Sinatra, maar de emotie die ouwe Bob in zijn stem legt is ook heel wat waard.
Een ieder die Shadows In The Night vorig jaar niet kon waarderen kan ook met deze nieuwe plaat waarschijnlijk niet uit de voeten, maar ik weet uit eigen ervaring dat de afschuw van het eerste moment wel degelijk kan omslaan in bewondering.
Op de verjaardag van Bob Dylan begin ik met zijn laatste plaat, maar vervolgens gaan er nog heel wat klassiekers voorbij komen. En ik hoop uiteraard dat er nog veel gaan volgen, want Bob Dylan in deze vorm kan nog heel veel jaren mee. Erwin Zijleman
Bob Dylan - More Blood, More Tracks (2018)
Alternatieve titel: The Bootleg Series Vol. 14

4,0
0
geplaatst: 7 november 2018, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Dylan - More Blood, More Tracks: The Bootleg Series Volume 14 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Dylan duikt weer eens in zijn archief en haalt er dit keer veel moois uit, zeker voor de liefhebbers van zijn breakup plaat
De Bob Dylan fan die alles van de oude meester in huis wil hebben, moet ook dit keer weer diep in de buidel tasten voor de meest complete versie van het veertiende deel van The Bootleg Series, waarop dit keer Blood On The Tracks centraal staat. Ook met de compactere versie krijg je echter een aardig beeld van de eerste opname sessies van de plaat, die de uiteindelijke versie van Dylan’s Breakup plaat niet zouden halen. Nog net wat soberder dan de versies die het uiteindelijk wel haalden en hierdoor nog wat rauwer en emotievoller. Het origineel blijft de ware klassieker, maar ook deze versies had ik niet willen missen.
Bob Dylan’s The Bootleg Series is inmiddels aanbeland bij deel 14. De serie begon ooit zeer veelbelovend met een aantal zeer cruciale live-opnames, maar de afgelopen jaren worden de archieven van Bob Dylan wel erg uitgemolken en moeten we het vooral doen met heel veel alternatieve takes van de songs van zijn cruciale albums.
Op deel 14, getiteld More Blood, More Tracks zijn we aanbeland bij het uit 1975 stammende Blood On The Tracks. De plaat is de geschiedenis ingegaan als Dylan’s breakup album en het is een album dat gemengde reacties oproept.
Persoonlijk schaar ik Blood On The Tracks echter onder mijn favoriete Bob Dylan albums aller tijden en daarom was ik wel benieuwd naar deel 14 uit The Bootleg Series. Mijn liefde voor het album is overigens ook weer niet zo groot dat ik behoefte heb aan de meest uitgebreide versie van More Blood, More Tracks. 87 tracks en tot acht verschillende takes van dezelfde song ga ik in ieder geval niet uitzitten, maar ik heb me wel laten verleiden tot de 2LP versie, die van alle songs van de klassieker uit 1975 één alternatieve take bevat. Het feit dat op Spotify slechts een sampler met een selectie van de uitgebreide tracklist beschikbaar is gaf me een zetje in de rug.
Dylan begon aan het eind van 1974 met het opnemen van zijn breakup plaat. De scheiding van zijn grote liefde Sara had er diep in gehakt bij de Amerikaanse singer-songwriter en kwam nog makkelijk aan de oppervlakte toen Bob Dylan samen met producer Phil Ramone een New Yorkse studio in dook. De ruwe en uiterst sobere tracks liepen over van pijn en melancholie. Precies wat je moet willen op een breakup album, maar Bob Dylan was niet tevreden met de rauwe en van een slechts zeer spaarzame instrumentatie voorziene tracks.
Terwijl het vinyl al in grote getalen was geperst en de platenmaatschappij de plaat voor kerst in de winkels wilde hebben, ging Dylan opnieuw de studio in, dit keer in Minneapolis en met producer David Zimmerman. Samen met een aantal opgetrommelde muzikanten (die op de al gedrukte hoes niet werden genoemd) werden net iets voller klinkende versies van de songs opgenomen en deze kwamen uiteindelijk terecht op het in 1975 verschenen Blood On The Tracks. Via The Bootleg Series krijgen we nu alsnog toegang tot de opnamesessies in New York. Voor de complete sessies moet je diep in de buidel tasten, maar de 2LP (of 1cd) versie geven wat mij betreft ook een prima beeld van de eerste sessies.
De songs van het origineel koester ik al vele jaren en dit blijven dan ook de songs van de klassieker Blood On The Tracks, maar ook de takes uit New York mogen er zijn. Net wat soberder en hierdoor ook wel wat rauwer en intenser. Net wat anders dan op het origineel, maar minstens even indrukwekkend en misschien nog wel emotioneler en weemoediger.
Het blijft allemaal een beetje geldklopperij, zeker omdat de boel niet op Spotify staat (al staat hier wel een sampler met een uur (!) muziek), het origineel er niet bij is gestopt en de uitgebreide versie wel heel veel van hetzelfde bevat, maar gezien de status van een van Dylan’s beste platen is het me het geld dit keer wel eens waard, al is het maar omdat dit soort muziek niet veel meer wordt gemaakt en zeker niet zo goed als op More Blood, More Tracks. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Dylan - More Blood, More Tracks: The Bootleg Series Volume 14 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Dylan duikt weer eens in zijn archief en haalt er dit keer veel moois uit, zeker voor de liefhebbers van zijn breakup plaat
De Bob Dylan fan die alles van de oude meester in huis wil hebben, moet ook dit keer weer diep in de buidel tasten voor de meest complete versie van het veertiende deel van The Bootleg Series, waarop dit keer Blood On The Tracks centraal staat. Ook met de compactere versie krijg je echter een aardig beeld van de eerste opname sessies van de plaat, die de uiteindelijke versie van Dylan’s Breakup plaat niet zouden halen. Nog net wat soberder dan de versies die het uiteindelijk wel haalden en hierdoor nog wat rauwer en emotievoller. Het origineel blijft de ware klassieker, maar ook deze versies had ik niet willen missen.
Bob Dylan’s The Bootleg Series is inmiddels aanbeland bij deel 14. De serie begon ooit zeer veelbelovend met een aantal zeer cruciale live-opnames, maar de afgelopen jaren worden de archieven van Bob Dylan wel erg uitgemolken en moeten we het vooral doen met heel veel alternatieve takes van de songs van zijn cruciale albums.
Op deel 14, getiteld More Blood, More Tracks zijn we aanbeland bij het uit 1975 stammende Blood On The Tracks. De plaat is de geschiedenis ingegaan als Dylan’s breakup album en het is een album dat gemengde reacties oproept.
Persoonlijk schaar ik Blood On The Tracks echter onder mijn favoriete Bob Dylan albums aller tijden en daarom was ik wel benieuwd naar deel 14 uit The Bootleg Series. Mijn liefde voor het album is overigens ook weer niet zo groot dat ik behoefte heb aan de meest uitgebreide versie van More Blood, More Tracks. 87 tracks en tot acht verschillende takes van dezelfde song ga ik in ieder geval niet uitzitten, maar ik heb me wel laten verleiden tot de 2LP versie, die van alle songs van de klassieker uit 1975 één alternatieve take bevat. Het feit dat op Spotify slechts een sampler met een selectie van de uitgebreide tracklist beschikbaar is gaf me een zetje in de rug.
Dylan begon aan het eind van 1974 met het opnemen van zijn breakup plaat. De scheiding van zijn grote liefde Sara had er diep in gehakt bij de Amerikaanse singer-songwriter en kwam nog makkelijk aan de oppervlakte toen Bob Dylan samen met producer Phil Ramone een New Yorkse studio in dook. De ruwe en uiterst sobere tracks liepen over van pijn en melancholie. Precies wat je moet willen op een breakup album, maar Bob Dylan was niet tevreden met de rauwe en van een slechts zeer spaarzame instrumentatie voorziene tracks.
Terwijl het vinyl al in grote getalen was geperst en de platenmaatschappij de plaat voor kerst in de winkels wilde hebben, ging Dylan opnieuw de studio in, dit keer in Minneapolis en met producer David Zimmerman. Samen met een aantal opgetrommelde muzikanten (die op de al gedrukte hoes niet werden genoemd) werden net iets voller klinkende versies van de songs opgenomen en deze kwamen uiteindelijk terecht op het in 1975 verschenen Blood On The Tracks. Via The Bootleg Series krijgen we nu alsnog toegang tot de opnamesessies in New York. Voor de complete sessies moet je diep in de buidel tasten, maar de 2LP (of 1cd) versie geven wat mij betreft ook een prima beeld van de eerste sessies.
De songs van het origineel koester ik al vele jaren en dit blijven dan ook de songs van de klassieker Blood On The Tracks, maar ook de takes uit New York mogen er zijn. Net wat soberder en hierdoor ook wel wat rauwer en intenser. Net wat anders dan op het origineel, maar minstens even indrukwekkend en misschien nog wel emotioneler en weemoediger.
Het blijft allemaal een beetje geldklopperij, zeker omdat de boel niet op Spotify staat (al staat hier wel een sampler met een uur (!) muziek), het origineel er niet bij is gestopt en de uitgebreide versie wel heel veel van hetzelfde bevat, maar gezien de status van een van Dylan’s beste platen is het me het geld dit keer wel eens waard, al is het maar omdat dit soort muziek niet veel meer wordt gemaakt en zeker niet zo goed als op More Blood, More Tracks. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Rough and Rowdy Ways (2020)

5,0
10
geplaatst: 21 juni 2020, 10:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Rough And Rowdy Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Dylan - Rough And Rowdy Ways
Bob Dylan grijpt je 70 minuten lang bij de strot met een album dat in vocaal, muzikaal en tekstueel opzicht imponeert en dat vrijwel continu goed is voor kippenvel
Toen Bob Dylan een paar jaar geleden aankondigde zich aan The Great American Songbook te gaan wijden, leverde dat niet direct enthousiaste reacties op, maar het resultaat mocht er zijn. Toch ben ik blij dat op Rough And Rowdy Ways weer eigen materiaal is te horen. En wat voor materiaal. Bob Dylan manifesteert zich 70 minuten lang als woordkunstenaar, vertolkt de prachtige woorden vol gevoel en laat deze ook nog eens fraai inkleuren door een gloedvol spelende band. Het kan op Rough And Rowdy Ways meerdere kanten op, maar zowel in de ingetogen songs als in de wat rauwere bluesy songs maakt de oude meester keer op keer een onuitwisbare indruk, 70 minuten lang. Wat een album.
Drie albums lang verkende Bob Dylan de songs uit The Great American Songbook en maakte hij, toch wel enigszins verrassend, indruk als crooner. Shadows In The Night (2015), Fallen Angels (2016) en Triplicate (2017) vormen een fraaie trilogie, maar in het jaar waarin Bob Dylan zijn 79e verjaardag vierde is het weer tijd voor eigen werk. Rough And Rowdy Ways is het eerste Bob Dylan album met eigen songs sinds het uit 2012 stammende Tempest, dat vooral rauwe en bluesy songs liet horen.
Rough And Rowdy Ways opent prachtig met I Contain Multitudes, dat in het verlengde ligt van de albums die Bob Dylan de afgelopen jaren opnam. Het is een track die opvalt door de fraaie ingetogen instrumentatie met een hoofdrol voor ruimtelijke gitaarlijnen en de steel guitar, maar de zang en de teksten zijn minstens even belangrijk.
In False Prophet duiken voor het eerst meer bluesy klanken op en schuift Dylan weer wat op in de richting van Tempest. Bob Dylan neemt de tijd voor de songs op Rough And Rowdy Ways en trekt maar liefst zes minuten uit voor False Prophet. Zijn band, met onder andere Charlie Sexton, Donnie Herron, Tony Garnier en Matt Chamberlain in de gelederen en gastmuzikanten als Blake Mills en Benmont Tench speelt competent, maar het zijn de rauwe strot van de oude meester en zijn geweldige teksten die de meeste aandacht opeisen.
Bob Dylan manifesteert zich op Rough And Rowdy Ways weer nadrukkelijk als dichter en vertolkt zijn woordkunsten met hart en ziel, waardoor hij wat rauwer en urgenter klinkt dan op zijn albums met songs van anderen. Ook het ingetogen My Own Version Of You is weer prachtig ingekleurd met onder andere orgels en steel guitar en is de volgende track met een tekst die zo een dichtbundel in kan. Dylan heeft er wederom meer dan zes minuten voor nodig, maar het is ruim zes minuten lang indrukwekkend.
In het meeslepende I've Made Up My Mind To Give Myself to You schuift de oude meester weer wat op richting The Great American Songbook en zingt hij vol gevoel en emotie. Rough And Rowdy Ways is dan pas vier songs oud, maar voor mij was al duidelijk dat Bob Dylan een prachtig album heeft gemaakt.
Het stemmige Black Rider doet dankzij de Spaanse gitaren wel wat denken aan Leonard Cohen en het is de volgende track die je bij de strot grijpt met doorleefde zang, prachtige teksten en een bijzonder fraai en subtiel ingekleurd geluid. Goodby Jimmy Reed is weer wat rauwer en bluesier en dat blijft toch lekker klinken in combinatie met de rauwe strot van Dylan.
Bob Dylan is in het verleden vaak verguisd als zanger, maar ook op Rough And Rowdy Ways is weer goed te horen hoe veelzijdig hij is als zanger. Het rauwe Goodbye Jimmy Reed wordt gevolgd door het rootsy en ingetogen Mother Of Muses en het is de volgende track die in vocaal en tekstueel opzicht makkelijk overtuigt.
Na de lome en ingetogen bluestrack Crossing The Rubicon sluit het eerste deel van Rough And Rowdy Ways prachtig af met het ruim negen minuten durende Key West (Philosopher Pirate), dat onmiddellijk onder de Bob Dylan klassiekers geschaard mag worden. Het is de zoveelste song op het album die goed is voor kippenvel en het is er een die steeds indrukwekkender wordt en die laat horen dat Bob Dylan op 79-jarige leeftijd nog altijd muziek kan maken die niet onder doet voor die in zijn beste jaren.
Rough And Rowdy Ways zit er dan nog niet op, want als toetje is er het al bekende Murder Most Foul, dat je bijna 17 minuten lang bij de strot grijpt dankzij de indringende zang en de prachtige tekst waarin de moord op John F. Kennedy op indrukwekkende wijze in perspectief wordt geplaatst.
Na 70 minuten zit Rough And Rowdy Ways er dan echt op en ik ben er iedere keer weer stil van. Bob Dylan heeft op 79-jarige leeftijd een album gemaakt dat van de eerste tot de laatste noot overweldigt. Niet zo gek dus dat het album momenteel wereldwijd wordt overladen met 5-sterren licenties. Dat is geen moment overdreven. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Rough And Rowdy Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Dylan - Rough And Rowdy Ways
Bob Dylan grijpt je 70 minuten lang bij de strot met een album dat in vocaal, muzikaal en tekstueel opzicht imponeert en dat vrijwel continu goed is voor kippenvel
Toen Bob Dylan een paar jaar geleden aankondigde zich aan The Great American Songbook te gaan wijden, leverde dat niet direct enthousiaste reacties op, maar het resultaat mocht er zijn. Toch ben ik blij dat op Rough And Rowdy Ways weer eigen materiaal is te horen. En wat voor materiaal. Bob Dylan manifesteert zich 70 minuten lang als woordkunstenaar, vertolkt de prachtige woorden vol gevoel en laat deze ook nog eens fraai inkleuren door een gloedvol spelende band. Het kan op Rough And Rowdy Ways meerdere kanten op, maar zowel in de ingetogen songs als in de wat rauwere bluesy songs maakt de oude meester keer op keer een onuitwisbare indruk, 70 minuten lang. Wat een album.
Drie albums lang verkende Bob Dylan de songs uit The Great American Songbook en maakte hij, toch wel enigszins verrassend, indruk als crooner. Shadows In The Night (2015), Fallen Angels (2016) en Triplicate (2017) vormen een fraaie trilogie, maar in het jaar waarin Bob Dylan zijn 79e verjaardag vierde is het weer tijd voor eigen werk. Rough And Rowdy Ways is het eerste Bob Dylan album met eigen songs sinds het uit 2012 stammende Tempest, dat vooral rauwe en bluesy songs liet horen.
Rough And Rowdy Ways opent prachtig met I Contain Multitudes, dat in het verlengde ligt van de albums die Bob Dylan de afgelopen jaren opnam. Het is een track die opvalt door de fraaie ingetogen instrumentatie met een hoofdrol voor ruimtelijke gitaarlijnen en de steel guitar, maar de zang en de teksten zijn minstens even belangrijk.
In False Prophet duiken voor het eerst meer bluesy klanken op en schuift Dylan weer wat op in de richting van Tempest. Bob Dylan neemt de tijd voor de songs op Rough And Rowdy Ways en trekt maar liefst zes minuten uit voor False Prophet. Zijn band, met onder andere Charlie Sexton, Donnie Herron, Tony Garnier en Matt Chamberlain in de gelederen en gastmuzikanten als Blake Mills en Benmont Tench speelt competent, maar het zijn de rauwe strot van de oude meester en zijn geweldige teksten die de meeste aandacht opeisen.
Bob Dylan manifesteert zich op Rough And Rowdy Ways weer nadrukkelijk als dichter en vertolkt zijn woordkunsten met hart en ziel, waardoor hij wat rauwer en urgenter klinkt dan op zijn albums met songs van anderen. Ook het ingetogen My Own Version Of You is weer prachtig ingekleurd met onder andere orgels en steel guitar en is de volgende track met een tekst die zo een dichtbundel in kan. Dylan heeft er wederom meer dan zes minuten voor nodig, maar het is ruim zes minuten lang indrukwekkend.
In het meeslepende I've Made Up My Mind To Give Myself to You schuift de oude meester weer wat op richting The Great American Songbook en zingt hij vol gevoel en emotie. Rough And Rowdy Ways is dan pas vier songs oud, maar voor mij was al duidelijk dat Bob Dylan een prachtig album heeft gemaakt.
Het stemmige Black Rider doet dankzij de Spaanse gitaren wel wat denken aan Leonard Cohen en het is de volgende track die je bij de strot grijpt met doorleefde zang, prachtige teksten en een bijzonder fraai en subtiel ingekleurd geluid. Goodby Jimmy Reed is weer wat rauwer en bluesier en dat blijft toch lekker klinken in combinatie met de rauwe strot van Dylan.
Bob Dylan is in het verleden vaak verguisd als zanger, maar ook op Rough And Rowdy Ways is weer goed te horen hoe veelzijdig hij is als zanger. Het rauwe Goodbye Jimmy Reed wordt gevolgd door het rootsy en ingetogen Mother Of Muses en het is de volgende track die in vocaal en tekstueel opzicht makkelijk overtuigt.
Na de lome en ingetogen bluestrack Crossing The Rubicon sluit het eerste deel van Rough And Rowdy Ways prachtig af met het ruim negen minuten durende Key West (Philosopher Pirate), dat onmiddellijk onder de Bob Dylan klassiekers geschaard mag worden. Het is de zoveelste song op het album die goed is voor kippenvel en het is er een die steeds indrukwekkender wordt en die laat horen dat Bob Dylan op 79-jarige leeftijd nog altijd muziek kan maken die niet onder doet voor die in zijn beste jaren.
Rough And Rowdy Ways zit er dan nog niet op, want als toetje is er het al bekende Murder Most Foul, dat je bijna 17 minuten lang bij de strot grijpt dankzij de indringende zang en de prachtige tekst waarin de moord op John F. Kennedy op indrukwekkende wijze in perspectief wordt geplaatst.
Na 70 minuten zit Rough And Rowdy Ways er dan echt op en ik ben er iedere keer weer stil van. Bob Dylan heeft op 79-jarige leeftijd een album gemaakt dat van de eerste tot de laatste noot overweldigt. Niet zo gek dus dat het album momenteel wereldwijd wordt overladen met 5-sterren licenties. Dat is geen moment overdreven. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Triplicate (2017)

3,5
0
geplaatst: 5 april 2017, 17:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Triplicate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bob Dylan maakte gedurende de jaren 90 en de eerste tien jaar van het nieuwe millennium maar een handjevol platen, maar is de afgelopen jaren opvallend productief.
Er is wel sprake van een serieuze stijlbreuk, want waar de oude meester tussen 1990 en 2012 zijn oeuvre spaarzaam aanvulde met zeer interessant nieuw eigen werk, leunt hij sinds het in 2015 verschenen Shadows In The Night uitsluitend op het werk van anderen.
Een bijzondere move van een muzikant die vorig jaar terecht werd beloond met de Nobelprijs voor de literatuur.
Bob Dylan omarmde op Shadows In The Night songs uit The Great American Songbook en gaf voor het eerst serieus uiting aan zijn liefde voor het werk van Frank Sinatra. Ik heb er flink aan moeten wennen, maar uiteindelijk ben ik van Shadows In The Night en de vorig jaar verschenen opvolger Fallen Angels gaan houden, waarbij het sublieme concert in het Amsterdamse Carré zeker heeft geholpen.
Nog geen jaar na Fallen Angels ligt er al weer een nieuwe plaat van Bob Dylan in de winkel, Triplicate. De titel van de plaat zingt al een tijdje rond en leek te verwijzen naar het voltooien van een trilogie, maar dit is maar een deel van het verhaal. De nieuwe plaat van Bob Dylan bestaat immers uit 3 cd’s of LP’s en is goed voor ruim anderhalf uur muziek en 30 tracks. Dat is heel veel en misschien zelfs wel teveel, zodat ik het in eerste instantie prima vond dat op de streaming media slechts een selectie van 10 songs is te beluisteren.
Triplicate sluit aan op zijn twee voorgangers, maar legt weer een ander accent. Op Fallen Angels koos Dylan voor net iets zonnigere songs dan op Shadows In The Night. Ook Triplicate is wat opgewekter dan Shadows In The Night, maar waar Bob Dylan op de vorige twee platen vrijwel uitsluitend koos voor obscuur werk uit The Great American Songbook, komen nu ook krakers als Stormy Weather, As Time Goes By, Sentimental Journey, These Foolish Things en Stardust voorbij.
In muzikaal opzicht is er niet veel veranderd. Bob Dylan laat zich ook op Triplicate weer begeleiden door zijn geweldige tourband, die ook dit keer prachtig subtiel speelt, waarna blazers en strijkers zorgen voor de warmte die op de late avond zo gewenst is.
Op Shadows In The Night klonk de stem van Dylan nog wat ongemakkelijk in het nieuwe repertoire, maar inmiddels voelt de oude meester zich als een vis in het water en zingt hij opvallend goed, zeker als je het vergelijkt met zijn laatste plaat voor deze trilogie (Tempest), waarop zijn stembanden piepten en kraakten.
Na een vijf platen durend eerbetoon aan Frank Sinatra vind ik het nu wel weer tijd voor eigen werk van de niet voor niets met een Nobelprijs onderscheiden songwriter, maar ook Triplicate heeft toch weer veel aangenaams te bieden, zeker wanneer de zon onder is of als de zon net op is en je even niets hoeft. Het nieuwe kunstje van Bob Dylan is inmiddels bekend, maar ouwe Bob vertolkt de songs met zoveel liefde dat Triplicate uiteindelijk ook in artistiek opzicht interessant is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Triplicate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bob Dylan maakte gedurende de jaren 90 en de eerste tien jaar van het nieuwe millennium maar een handjevol platen, maar is de afgelopen jaren opvallend productief.
Er is wel sprake van een serieuze stijlbreuk, want waar de oude meester tussen 1990 en 2012 zijn oeuvre spaarzaam aanvulde met zeer interessant nieuw eigen werk, leunt hij sinds het in 2015 verschenen Shadows In The Night uitsluitend op het werk van anderen.
Een bijzondere move van een muzikant die vorig jaar terecht werd beloond met de Nobelprijs voor de literatuur.
Bob Dylan omarmde op Shadows In The Night songs uit The Great American Songbook en gaf voor het eerst serieus uiting aan zijn liefde voor het werk van Frank Sinatra. Ik heb er flink aan moeten wennen, maar uiteindelijk ben ik van Shadows In The Night en de vorig jaar verschenen opvolger Fallen Angels gaan houden, waarbij het sublieme concert in het Amsterdamse Carré zeker heeft geholpen.
Nog geen jaar na Fallen Angels ligt er al weer een nieuwe plaat van Bob Dylan in de winkel, Triplicate. De titel van de plaat zingt al een tijdje rond en leek te verwijzen naar het voltooien van een trilogie, maar dit is maar een deel van het verhaal. De nieuwe plaat van Bob Dylan bestaat immers uit 3 cd’s of LP’s en is goed voor ruim anderhalf uur muziek en 30 tracks. Dat is heel veel en misschien zelfs wel teveel, zodat ik het in eerste instantie prima vond dat op de streaming media slechts een selectie van 10 songs is te beluisteren.
Triplicate sluit aan op zijn twee voorgangers, maar legt weer een ander accent. Op Fallen Angels koos Dylan voor net iets zonnigere songs dan op Shadows In The Night. Ook Triplicate is wat opgewekter dan Shadows In The Night, maar waar Bob Dylan op de vorige twee platen vrijwel uitsluitend koos voor obscuur werk uit The Great American Songbook, komen nu ook krakers als Stormy Weather, As Time Goes By, Sentimental Journey, These Foolish Things en Stardust voorbij.
In muzikaal opzicht is er niet veel veranderd. Bob Dylan laat zich ook op Triplicate weer begeleiden door zijn geweldige tourband, die ook dit keer prachtig subtiel speelt, waarna blazers en strijkers zorgen voor de warmte die op de late avond zo gewenst is.
Op Shadows In The Night klonk de stem van Dylan nog wat ongemakkelijk in het nieuwe repertoire, maar inmiddels voelt de oude meester zich als een vis in het water en zingt hij opvallend goed, zeker als je het vergelijkt met zijn laatste plaat voor deze trilogie (Tempest), waarop zijn stembanden piepten en kraakten.
Na een vijf platen durend eerbetoon aan Frank Sinatra vind ik het nu wel weer tijd voor eigen werk van de niet voor niets met een Nobelprijs onderscheiden songwriter, maar ook Triplicate heeft toch weer veel aangenaams te bieden, zeker wanneer de zon onder is of als de zon net op is en je even niets hoeft. Het nieuwe kunstje van Bob Dylan is inmiddels bekend, maar ouwe Bob vertolkt de songs met zoveel liefde dat Triplicate uiteindelijk ook in artistiek opzicht interessant is. Erwin Zijleman
Bob Dylan - Trouble No More (2017)
Alternatieve titel: The Bootleg Series Vol. 13 (1979-1981)

4,5
0
geplaatst: 5 november 2017, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest dat ik reikhalzend uitkeek naar een nieuw deel in Bob Dylan’s The Bootleg Series, maar op een gegeven moment had ik het wel gehoord en werd het voor mij meer van hetzelfde en in een aantal gevallen zelfs veel te veel van hetzelfde.
Afgelopen vrijdag verscheen het dertiende deel in de inmiddels zeer imposante serie en dit deel trok wel direct mijn aandacht. Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 beperkt zich tot een betrekkelijk korte periode uit de carrière van Bob Dylan en het is een periode die destijds zorgde voor flink wat woede en verdriet bij de fans van Bob Dylan.
Bob Dylan had tussen 1962 en 1978 een enorme stapel meesterwerken en slechts een zeer beperkt aantal missers afgeleverd. Veel van zijn platen deden flink wat stof opwaaien, maar het was nooit zoveel als bij Slow Train Coming uit 1979, waarop overtuigd atheïst Bob Dylan opeens in de Here was.
Er doen meerdere verhalen de ronde over de plotselinge bekering van Bob Dylan. Dylan zou het licht hebben gezien nadat iemand tijdens een optreden een kruis op het podium had gegooid, zou sterk zijn geïnspireerd door een aantal gelovige muzikanten in zijn band (onder wie T-Bone Burnett) of zou zich hebben verdiept in religieuze teksten nadat hij door een bekeerde vriendin aan de kant was gezet (wat Dylan kennende de meest aannemelijke reden is).
Wat de reden ook was, op Slow Train Coming was Bob Dylan opeens een overtuigd christen. De fans moesten er niet veel van hebben, maar de plaat verkocht uiteindelijk uitstekend. Na Slow Train Coming werden ook Saved uit 1980 en Shot Of Love uit 1981 voor een belangrijk deel bepaald door de door Bob Dylan omarmde religie, maar toen in 1983 Infidels verscheen leek het geloof van Bob Dylan weer als sneeuw voor de zon verdwenen.
Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 focust zich derhalve op de religieuze jaren van Bob Dylan en het zijn jaren waarin hij niet alleen drie platen maakte, maar ook flink wat dagen op het podium stond.
In mijn platenkast ontbraken de drie religieuze platen van Bob Dylan lange tijd, maar inmiddels staan ze er toch en vind ik met name Slow Train Coming een heel behoorlijke plaat. Saved en met name Shot Of Love zijn voor mij minder overtuigend, maar hebben zeker hun momenten.
Met name op het podium maakte Bob Dylan in de jaren van zijn christelijke platen echter een herboren indruk. Het is goed te horen op Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 dat Bob Dylan in een uitstekende vorm laat horen.
De band speelt vol vuur met een hoofdrol voor gitaren, orgels en een solide spelende ritmesectie en Dylan zingt beter dan op de live-platen uit eerdere jaren en krijgt bovendien gezelschap van een aantal krachtige vrouwenstemmen.
Waar op de vorige delen van The Bootleg Series bij mij de verveling regelmatig toe sloeg, houdt deel 13 de aandacht moeiteloos vast (al zou ik me beperkten tot de redelijk compacte uitvoering). Dylan was volgens velen de weg kwijt tussen 1979 en 1981, maar op het podium was daar niets van te werken en horen we een muzikant aan het werk die vol passie zijn songs vertolkt. Het geluid doet zeker voor jongere oren waarschijnlijk wat ouderwets aan, maar persoonlijk vind ik het smullen.
De door zijn bekering bepaalde trilogie behoort wat mij betreft nog steeds niet thuis tussen de beste platen van Bob Dylan (maar ook zeker niet tussen de slechtste), maar live staat het materiaal uit de periode 1979-1981 als een huis. Het maakt deel 13 van The Bootleg Series tot één van de interessantere delen uit deze omvangrijke serie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Dylan - Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest dat ik reikhalzend uitkeek naar een nieuw deel in Bob Dylan’s The Bootleg Series, maar op een gegeven moment had ik het wel gehoord en werd het voor mij meer van hetzelfde en in een aantal gevallen zelfs veel te veel van hetzelfde.
Afgelopen vrijdag verscheen het dertiende deel in de inmiddels zeer imposante serie en dit deel trok wel direct mijn aandacht. Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 beperkt zich tot een betrekkelijk korte periode uit de carrière van Bob Dylan en het is een periode die destijds zorgde voor flink wat woede en verdriet bij de fans van Bob Dylan.
Bob Dylan had tussen 1962 en 1978 een enorme stapel meesterwerken en slechts een zeer beperkt aantal missers afgeleverd. Veel van zijn platen deden flink wat stof opwaaien, maar het was nooit zoveel als bij Slow Train Coming uit 1979, waarop overtuigd atheïst Bob Dylan opeens in de Here was.
Er doen meerdere verhalen de ronde over de plotselinge bekering van Bob Dylan. Dylan zou het licht hebben gezien nadat iemand tijdens een optreden een kruis op het podium had gegooid, zou sterk zijn geïnspireerd door een aantal gelovige muzikanten in zijn band (onder wie T-Bone Burnett) of zou zich hebben verdiept in religieuze teksten nadat hij door een bekeerde vriendin aan de kant was gezet (wat Dylan kennende de meest aannemelijke reden is).
Wat de reden ook was, op Slow Train Coming was Bob Dylan opeens een overtuigd christen. De fans moesten er niet veel van hebben, maar de plaat verkocht uiteindelijk uitstekend. Na Slow Train Coming werden ook Saved uit 1980 en Shot Of Love uit 1981 voor een belangrijk deel bepaald door de door Bob Dylan omarmde religie, maar toen in 1983 Infidels verscheen leek het geloof van Bob Dylan weer als sneeuw voor de zon verdwenen.
Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 focust zich derhalve op de religieuze jaren van Bob Dylan en het zijn jaren waarin hij niet alleen drie platen maakte, maar ook flink wat dagen op het podium stond.
In mijn platenkast ontbraken de drie religieuze platen van Bob Dylan lange tijd, maar inmiddels staan ze er toch en vind ik met name Slow Train Coming een heel behoorlijke plaat. Saved en met name Shot Of Love zijn voor mij minder overtuigend, maar hebben zeker hun momenten.
Met name op het podium maakte Bob Dylan in de jaren van zijn christelijke platen echter een herboren indruk. Het is goed te horen op Trouble No More: The Bootleg Series, Vol. 13 1979-1981 dat Bob Dylan in een uitstekende vorm laat horen.
De band speelt vol vuur met een hoofdrol voor gitaren, orgels en een solide spelende ritmesectie en Dylan zingt beter dan op de live-platen uit eerdere jaren en krijgt bovendien gezelschap van een aantal krachtige vrouwenstemmen.
Waar op de vorige delen van The Bootleg Series bij mij de verveling regelmatig toe sloeg, houdt deel 13 de aandacht moeiteloos vast (al zou ik me beperkten tot de redelijk compacte uitvoering). Dylan was volgens velen de weg kwijt tussen 1979 en 1981, maar op het podium was daar niets van te werken en horen we een muzikant aan het werk die vol passie zijn songs vertolkt. Het geluid doet zeker voor jongere oren waarschijnlijk wat ouderwets aan, maar persoonlijk vind ik het smullen.
De door zijn bekering bepaalde trilogie behoort wat mij betreft nog steeds niet thuis tussen de beste platen van Bob Dylan (maar ook zeker niet tussen de slechtste), maar live staat het materiaal uit de periode 1979-1981 als een huis. Het maakt deel 13 van The Bootleg Series tot één van de interessantere delen uit deze omvangrijke serie. Erwin Zijleman
Bob Keelaghan & Muerte Pan Valley - The Soundtrack to Intersection & Music for Inside the Ku Klux Klan (2017)

4,5
0
geplaatst: 25 mei 2017, 10:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley - The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Als ik de meest bijzondere plaat die ik de laatste tijd heb gehoord moet kiezen, hoef ik niet heel lang na te denken. Dit is immers zonder enige twijfel The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan van Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley.
Bob Keelaghan is een Canadese muzikant die in het verleden muziek maakte met Agnostic Mountain Gospel Choir en vervolgens de bluesband Muerte Pan Alley oprichtte. De laatste band is ook te horen op de soundtracks die Bob Keelaghan heeft gemaakt voor twee films c.q. documentaires.
Het zijn overigens films/documentaires die allebei zeer de moeite waard zijn, dus zoek zeker even op Brendan Beachman en Intersection (een donkere komedie over het bijzondere leven in de woestijn) en op Inside The Ku Klux Klan en Daniel Vernon (een indringende en zeer indrukwekkende Britse documentaire over het reilen en zeilen van deze griezelige Amerikaanse organisatie).
Op deze BLOG draait het om de muziek en ook die is prachtig. Beide soundtracks liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde en imponeren met voornamelijk instrumentale tracks waarin de gitaren van Bob Keelaghan centraal staan.
Bob Keelaghan en Muerte Pan Alley maken uiterst donkere, dreigende en broeierige muziek. Het is muziek die de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en met name de sfeer van de woestijnen in deze regio. Beide soundtracks bevatten flink wat invloeden uit de blues, folk en country, maar ook invloeden uit de psychedelica, ambient, jazz, (stoner) rock en avant garde hebben hun weg gevonden in de fascinerende muziek van Bob Keelaghan en zijn band.
Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien en het tempo net zo loom is als in de woestijn verstandig is, heeft het gitaarspel van Bob Keelaghan flink wat raakvlakken met de muziek van Ry Cooder (denk vooral aan de legendarische Paris, Texas soundtrack), maar de Canadees kan ook experimenteren met gitaarlijnen waarvoor Robert Fripp zich in zijn Frippertronics periode niet zo hebben geschaamd, benevelen met soundscapes om bang van te worden (en gemaakt voor de volgende films van David Lynch) of toch weer uitpakken met een rechttoe rechtaan blues stamper zoals Seasick Steve ze ook maakt.
Het past allemaal prachtig bij de beelden waarvoor de muziek gemaakt is, maar The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan is minstens net zo krachtig of misschien nog wel krachtiger wanneer je je eigen beelden verzint bij de ruimtelijke en bijzonder fascinerende klanken op de plaat.
In 45 minuten komen maar liefst 32 songs, maar de soundtracks laten zich ook beluisteren als één lange track. Het is een track waarin soms zoveel gebeurt dat het je duizelt, maar Bob Keelaghan kan een gitaarakkoord ook bijna eindeloos laten duren.
Voor liefhebbers van songs met een kop en een staart en mooie verhalen zal het even wennen zijn, maar wanneer je de verhalen ook zelf kunt verzinnen, niet bang bent voor flarden van songs en een zwak hebt voor geweldig gitaarwerk, valt er op The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan ontzettend veel te genieten. Wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley - The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Als ik de meest bijzondere plaat die ik de laatste tijd heb gehoord moet kiezen, hoef ik niet heel lang na te denken. Dit is immers zonder enige twijfel The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan van Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley.
Bob Keelaghan is een Canadese muzikant die in het verleden muziek maakte met Agnostic Mountain Gospel Choir en vervolgens de bluesband Muerte Pan Alley oprichtte. De laatste band is ook te horen op de soundtracks die Bob Keelaghan heeft gemaakt voor twee films c.q. documentaires.
Het zijn overigens films/documentaires die allebei zeer de moeite waard zijn, dus zoek zeker even op Brendan Beachman en Intersection (een donkere komedie over het bijzondere leven in de woestijn) en op Inside The Ku Klux Klan en Daniel Vernon (een indringende en zeer indrukwekkende Britse documentaire over het reilen en zeilen van deze griezelige Amerikaanse organisatie).
Op deze BLOG draait het om de muziek en ook die is prachtig. Beide soundtracks liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde en imponeren met voornamelijk instrumentale tracks waarin de gitaren van Bob Keelaghan centraal staan.
Bob Keelaghan en Muerte Pan Alley maken uiterst donkere, dreigende en broeierige muziek. Het is muziek die de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en met name de sfeer van de woestijnen in deze regio. Beide soundtracks bevatten flink wat invloeden uit de blues, folk en country, maar ook invloeden uit de psychedelica, ambient, jazz, (stoner) rock en avant garde hebben hun weg gevonden in de fascinerende muziek van Bob Keelaghan en zijn band.
Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien en het tempo net zo loom is als in de woestijn verstandig is, heeft het gitaarspel van Bob Keelaghan flink wat raakvlakken met de muziek van Ry Cooder (denk vooral aan de legendarische Paris, Texas soundtrack), maar de Canadees kan ook experimenteren met gitaarlijnen waarvoor Robert Fripp zich in zijn Frippertronics periode niet zo hebben geschaamd, benevelen met soundscapes om bang van te worden (en gemaakt voor de volgende films van David Lynch) of toch weer uitpakken met een rechttoe rechtaan blues stamper zoals Seasick Steve ze ook maakt.
Het past allemaal prachtig bij de beelden waarvoor de muziek gemaakt is, maar The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan is minstens net zo krachtig of misschien nog wel krachtiger wanneer je je eigen beelden verzint bij de ruimtelijke en bijzonder fascinerende klanken op de plaat.
In 45 minuten komen maar liefst 32 songs, maar de soundtracks laten zich ook beluisteren als één lange track. Het is een track waarin soms zoveel gebeurt dat het je duizelt, maar Bob Keelaghan kan een gitaarakkoord ook bijna eindeloos laten duren.
Voor liefhebbers van songs met een kop en een staart en mooie verhalen zal het even wennen zijn, maar wanneer je de verhalen ook zelf kunt verzinnen, niet bang bent voor flarden van songs en een zwak hebt voor geweldig gitaarwerk, valt er op The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan ontzettend veel te genieten. Wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Bob Marley and The Wailers - Live! (1975)

4,5
1
geplaatst: 12 februari 2023, 19:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Marley & The Wailers - Live! (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Marley & The Wailers - Live! (1975)
Het moet een bloedhete, broeierige, beladen en bijna mythische avond zijn geweest in het Londense Lyceum op 17 juli 1975 en dit wordt perfect gevangen op Live! van Bob Marley & The Wailers
Live-albums zijn er in vele soorten en maten, maar er zijn er niet veel die de sfeer van een bijzonder optreden heel goed weten vast te leggen. Live! van Bob Marley & The Wailers slaagt daar perfect in. Bob Marley en zijn band waren in 1975 niet voor het eerst in Londen, maar er werd wel voor het eerst duidelijk dat er een wereldster in wording op het podium stond. In het Londense Lyceum gaven Bob Marley & The Wailers nog een betrekkelijk intiem optreden en dit is perfect gevangen op Live!, dat je vanaf de eerste noten deelgenoot maakt van een bijzonder concert. Het draaide in 1975 zeker niet om perfectie, maar wat waren Bob Marley en zijn band in topvorm.
Live! is niet het beste album van Bob Marley & The Wailers en waarschijnlijk ook niet eens het beste live-album van de Jamaicaanse muzikant, maar het was voor mij de eerste kennismaking met reggae in het algemeen en de muziek van Bob Marley & The Wailers in het bijzonder, waardoor het album voor mij een bijna magische of zelfs mythische status heeft. Ondanks het feit dat hele oeuvre van Bob Marley tegenwoordig van Spotify of een andere streaming media dienst is te plukken en er ook fysiek flink wat verkrijgbaar is, grijp ik ook een kleine vijftig jaar na de release van Live! nog altijd juist naar dit album.
Vanaf de eerste noten van het album is immers duidelijk dat er iets bijzonders gaat gebeuren in de Londense concertzaal The Lyceum. Bob Marley & The Wailers stonden er op 17 en 18 juli van het jaar 1975 en een aantal tracks van de eerste avond zouden terecht komen op Live!, dat aan het eind van dat jaar zou verschijnen. Ik ga er van uit dat het een warme zomeravond was en de temperatuur zou in The Lyceum nog veel verder oplopen.
Live! klinkt alsof het met redelijk bescheiden middelen is opgenomen, maar het album klinkt echt fantastisch. The Lyceum is een klein theater dat tegenwoordig vrijwel uitsluitend voor musicals wordt gebruikt, maar in de jaren 70 en 80 was het vooral een concertzaal. Het is een betrekkelijk intieme setting en dat hoor je op Live!, dat je bijna deelgenoot maakt van het concert.
In muzikaal opzicht laten The Wailers wel eens een steekje vallen op het album, maar de band speelt ook swingend en in een heerlijke flow. Ondanks de schoonheidsfoutjes hoor je overigens ook een fantastische band aan het werk. De bijdragen van de gitarist en de organist staan vooraan in de mix, wat het live-gevoel van het album versterkt. Het is wat mij betreft echter vooral de ritmesectie die de sterren van de hemel speelt. Ook de bas en drums komen overigens opvallend helder uit de speakers en versterken het gevoel dat je midden The Lyceum staat.
Bob Marley is uitstekend bij stem op het album en wordt doeltreffend ondersteund door de soulvolle achtergrondzang van The I-Threes, die een prominenter plekje in de mix hadden verdiend. Er was bij de release van Live! wel wat kritiek op de setlist, waarop krakers als Get Up Stand Up en I Shot The Sheriff ontbraken. Deze zijn later wel toegevoegd op de luxe versie van het album, dat ook opnamen van het tweede concert van Bob Marley & The Wailers in The Lyceum bevat. Zelf vind ik de originele setlist overigens prima, want wat zit er veel energie in de songs die terecht kwamen op het originele album.
Ik luister er zoals gezegd nog vaak naar en het is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een live-album dat de sfeer van een optreden goed weet vast te leggen. Het moet een zeer memorabele avond zijn geweest in The Lyceum op 17 juli 1975, maar ook wanneer je het moet doen met slechts het album krijg je er heel wat van mee. Ik begon deze recensie met de bewering dat Live! objectief beschouwd zeker niet het beste album of het beste livealbum van Bob Marley & The Wailers is, maar zelf denk ik daar anders over. Live! van Bob Marley & The Wailers is een klassieker en was en is een hele mooie kennismaking met de muziek van de Jamaicaanse muzikant en zijn band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Marley & The Wailers - Live! (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bob Marley & The Wailers - Live! (1975)
Het moet een bloedhete, broeierige, beladen en bijna mythische avond zijn geweest in het Londense Lyceum op 17 juli 1975 en dit wordt perfect gevangen op Live! van Bob Marley & The Wailers
Live-albums zijn er in vele soorten en maten, maar er zijn er niet veel die de sfeer van een bijzonder optreden heel goed weten vast te leggen. Live! van Bob Marley & The Wailers slaagt daar perfect in. Bob Marley en zijn band waren in 1975 niet voor het eerst in Londen, maar er werd wel voor het eerst duidelijk dat er een wereldster in wording op het podium stond. In het Londense Lyceum gaven Bob Marley & The Wailers nog een betrekkelijk intiem optreden en dit is perfect gevangen op Live!, dat je vanaf de eerste noten deelgenoot maakt van een bijzonder concert. Het draaide in 1975 zeker niet om perfectie, maar wat waren Bob Marley en zijn band in topvorm.
Live! is niet het beste album van Bob Marley & The Wailers en waarschijnlijk ook niet eens het beste live-album van de Jamaicaanse muzikant, maar het was voor mij de eerste kennismaking met reggae in het algemeen en de muziek van Bob Marley & The Wailers in het bijzonder, waardoor het album voor mij een bijna magische of zelfs mythische status heeft. Ondanks het feit dat hele oeuvre van Bob Marley tegenwoordig van Spotify of een andere streaming media dienst is te plukken en er ook fysiek flink wat verkrijgbaar is, grijp ik ook een kleine vijftig jaar na de release van Live! nog altijd juist naar dit album.
Vanaf de eerste noten van het album is immers duidelijk dat er iets bijzonders gaat gebeuren in de Londense concertzaal The Lyceum. Bob Marley & The Wailers stonden er op 17 en 18 juli van het jaar 1975 en een aantal tracks van de eerste avond zouden terecht komen op Live!, dat aan het eind van dat jaar zou verschijnen. Ik ga er van uit dat het een warme zomeravond was en de temperatuur zou in The Lyceum nog veel verder oplopen.
Live! klinkt alsof het met redelijk bescheiden middelen is opgenomen, maar het album klinkt echt fantastisch. The Lyceum is een klein theater dat tegenwoordig vrijwel uitsluitend voor musicals wordt gebruikt, maar in de jaren 70 en 80 was het vooral een concertzaal. Het is een betrekkelijk intieme setting en dat hoor je op Live!, dat je bijna deelgenoot maakt van het concert.
In muzikaal opzicht laten The Wailers wel eens een steekje vallen op het album, maar de band speelt ook swingend en in een heerlijke flow. Ondanks de schoonheidsfoutjes hoor je overigens ook een fantastische band aan het werk. De bijdragen van de gitarist en de organist staan vooraan in de mix, wat het live-gevoel van het album versterkt. Het is wat mij betreft echter vooral de ritmesectie die de sterren van de hemel speelt. Ook de bas en drums komen overigens opvallend helder uit de speakers en versterken het gevoel dat je midden The Lyceum staat.
Bob Marley is uitstekend bij stem op het album en wordt doeltreffend ondersteund door de soulvolle achtergrondzang van The I-Threes, die een prominenter plekje in de mix hadden verdiend. Er was bij de release van Live! wel wat kritiek op de setlist, waarop krakers als Get Up Stand Up en I Shot The Sheriff ontbraken. Deze zijn later wel toegevoegd op de luxe versie van het album, dat ook opnamen van het tweede concert van Bob Marley & The Wailers in The Lyceum bevat. Zelf vind ik de originele setlist overigens prima, want wat zit er veel energie in de songs die terecht kwamen op het originele album.
Ik luister er zoals gezegd nog vaak naar en het is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een live-album dat de sfeer van een optreden goed weet vast te leggen. Het moet een zeer memorabele avond zijn geweest in The Lyceum op 17 juli 1975, maar ook wanneer je het moet doen met slechts het album krijg je er heel wat van mee. Ik begon deze recensie met de bewering dat Live! objectief beschouwd zeker niet het beste album of het beste livealbum van Bob Marley & The Wailers is, maar zelf denk ik daar anders over. Live! van Bob Marley & The Wailers is een klassieker en was en is een hele mooie kennismaking met de muziek van de Jamaicaanse muzikant en zijn band. Erwin Zijleman
Bob Mould - Patch the Sky (2016)

4,0
0
geplaatst: 28 maart 2016, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bob Mould - Patch The Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bob Mould kennen we natuurlijk van zeer invloedrijke bands als Sugar en met name Hüsker Dü, maar de Amerikaan maakt ook al sinds het eind van de jaren 80 soloplaten.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik op een gegeven moment ben afgehaakt bij deze soloplaten, zeker toen Bob Mould ging experimenteren met elektronica en hij de songs met een kop en een staart uit het oog verloor.
Hiervan is gelukkig niets terug te horen op zijn laatste soloplaat Patch The Sky. Patch The Sky is een heerlijke gitaarplaat, die nadrukkelijk voortborduurt op de legendarische bands die Bob Mould in het verleden aanvoerde.
Bob Mould kreeg de afgelopen jaren veelvuldig te maken met verlies, zo overleden zijn vader en zijn moeder, en dit heeft absoluut zijn sporen nagelaten op Patch The Sky. De plaat klinkt over het algemeen zwaar en donker, maar bevat op hetzelfde moment gitaarsongs die in een aantal gevallen op zijn minst licht aanstekelijk zijn.
Ik heb Bob Mould de afgelopen jaren niet echt gevolgd, maar weet inmiddels dat Patch The Sky een trilogie vormt met het in 2012 uitgebrachte Silver Age en het in 2014 verschenen Beauty & Ruin. Patch The Sky is van deze platen zo op het eerste gehoor de rauwste en de donkerste, maar bevat wel de meest aanstekelijke songs.
Bob Mould heeft de keyboards gelukkig weer opgeborgen en beperkt zich op Patch The Sky tot de heilige drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Het trio dat Bob Mould sinds enkele jaren vormt met drummer Jon Wurster en bassist Jason Narducy klinkt inmiddels als een geoliede machine en zet een geluid neer dat over je heen komt als een stoomtrein.
Bob Mould was een tijd lang niet meer zo geïnteresseerd in zijn gitaren, maar staat op Patch The Sky weer garant voor heerlijk melodieus maar ook meedogenloos gitaarwerk, dat geweldig klinkt op de solide basis van de ritmesectie.
Patch The Sky staat niet alleen vol met heerlijke gitaarsongs, maar laat ook goed horen hoe invloedrijk Bob Mould en zijn bands geweest zijn. Zonder de muziek van Bob Mould hadden flink wat bands niet bestaan. Het is misschien wat zuur dat deze bands nu aanzienlijk succesvoller zijn dan Bob Mould, maar in kwalitatief opzicht is Bob Mould zijn volgelingen nog steeds de baas. Wat een energie, wat een passie, wat een songs. Petje af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bob Mould - Patch The Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bob Mould kennen we natuurlijk van zeer invloedrijke bands als Sugar en met name Hüsker Dü, maar de Amerikaan maakt ook al sinds het eind van de jaren 80 soloplaten.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik op een gegeven moment ben afgehaakt bij deze soloplaten, zeker toen Bob Mould ging experimenteren met elektronica en hij de songs met een kop en een staart uit het oog verloor.
Hiervan is gelukkig niets terug te horen op zijn laatste soloplaat Patch The Sky. Patch The Sky is een heerlijke gitaarplaat, die nadrukkelijk voortborduurt op de legendarische bands die Bob Mould in het verleden aanvoerde.
Bob Mould kreeg de afgelopen jaren veelvuldig te maken met verlies, zo overleden zijn vader en zijn moeder, en dit heeft absoluut zijn sporen nagelaten op Patch The Sky. De plaat klinkt over het algemeen zwaar en donker, maar bevat op hetzelfde moment gitaarsongs die in een aantal gevallen op zijn minst licht aanstekelijk zijn.
Ik heb Bob Mould de afgelopen jaren niet echt gevolgd, maar weet inmiddels dat Patch The Sky een trilogie vormt met het in 2012 uitgebrachte Silver Age en het in 2014 verschenen Beauty & Ruin. Patch The Sky is van deze platen zo op het eerste gehoor de rauwste en de donkerste, maar bevat wel de meest aanstekelijke songs.
Bob Mould heeft de keyboards gelukkig weer opgeborgen en beperkt zich op Patch The Sky tot de heilige drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Het trio dat Bob Mould sinds enkele jaren vormt met drummer Jon Wurster en bassist Jason Narducy klinkt inmiddels als een geoliede machine en zet een geluid neer dat over je heen komt als een stoomtrein.
Bob Mould was een tijd lang niet meer zo geïnteresseerd in zijn gitaren, maar staat op Patch The Sky weer garant voor heerlijk melodieus maar ook meedogenloos gitaarwerk, dat geweldig klinkt op de solide basis van de ritmesectie.
Patch The Sky staat niet alleen vol met heerlijke gitaarsongs, maar laat ook goed horen hoe invloedrijk Bob Mould en zijn bands geweest zijn. Zonder de muziek van Bob Mould hadden flink wat bands niet bestaan. Het is misschien wat zuur dat deze bands nu aanzienlijk succesvoller zijn dan Bob Mould, maar in kwalitatief opzicht is Bob Mould zijn volgelingen nog steeds de baas. Wat een energie, wat een passie, wat een songs. Petje af. Erwin Zijleman
Bob Seger & The Silver Bullet Band - Stranger in Town (1978)

4,0
0
geplaatst: 8 juni 2025, 21:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978)
De Amerikaanse muzikant Bob Seger kreeg in 2004 een plekje in de Rock and Roll Hall of Fame, wat hij onder andere te danken heeft aan het in 1978 verschenen Stranger In Town, een van zijn beste en meest succesvolle albums
Ik heb een heel lijstje bands en muzikanten die ik schaar onder de categorie “Bruce Springsteen volgelingen”. Het is een categorie die ik meestal af doe als minder interessant en dat is niet altijd terecht. Dat Bob Seger deel uit maakt van deze categorie is sowieso onterecht, want de Amerikaanse muzikant was in de jaren 70 in eerste instantie groter dan Bruce Springsteen en maakte een aantal uitstekende albums, die vooral in de Verenigde Staten op de juiste waarde werden geschat. Stranger in Town uit 1978 is zo’n album en het is een album dat me echt veel beter bevalt dan ik had verwacht. Bruce Springsteen werd terecht een wereldster, maar Bob Seger kan ook absoluut wat.
Van de week kwam de naam Bob Seger voorbij en dat was voor mij een mooie gelegenheid om eens in het werk van de Amerikaanse muzikant te duiken. Bob Seger is al vele decennia een grootheid in de Verenigde Staten, maar moet het in Europa doen met een behoorlijk bescheiden status. We kennen de muzikant uit Detroit, Michigan, hooguit van twee bescheiden hits uit de jaren 70, maar niet als een van de grootste rockmuzikanten uit dit decennium.
Toen ik de muziek van Bob Seger ergens in de jaren 80 leerde kennen had ik al een aantal albums van Bruce Springsteen in mijn bezit, waardoor ik Bob Seger en zijn Silver Bullet Band zag als volgelingen van Bruce Springsteen en zijn E-Street band. Zo zag ik trouwens ook Southside Johnny & The Ashbury Jukes, die feitelijk een belangrijke inspiratiebron waren voor Bruce Springsteen, maar ook Bob Seger is een paar jaar ouder dan Bruce Springsteen en zette ook een paar jaar eerder zijn eerste stappen in de muziek.
Bob Seger vierde vorige maand zijn tachtigste verjaardag, heeft de afgelopen jaren niet al te veel meer van zich laten horen en voor zijn laatste echt memorabele album moeten we nog wat verder terug in de tijd. Zijn beste muziek maakte de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 en na beluistering van een aantal van zijn albums uit dit decennium ben ik uitgekomen bij Stranger In Town uit 1978. Het is het album van Still The Same, dat ook in Nederland een bescheiden hit was.
Als ik kijk naar de jaarlijstjes uit 1978 scoort Stranger In Town uitstekend in de Amerikaanse jaarlijstjes, terwijl het album in Europa genoegen moest nemen met een bescheiden plek. In alle jaarlijsten scoorde Bob Seger lager dan Bruce Springsteen’s Darkness On The Edge Of Town en ook Hearts Of Stone van Southside Johnny & The Asbury Jukes scoort in de meeste lijstjes beter dan het album van Bob Seger.
Ik denk niet dat ik ooit naar Stranger In Town had geluisterd, maar vind het een prima album. Zeker in de wat meer uptempo songs met een lekker vol bandgeluid zit de muziek van Bob Seger dicht tegen die van Bruce Springsteen uit dezelfde periode aan, maar de Amerikaanse muzikant schuift ook meer op richting Amerikaanse rootsmuziek, zoals in de al genoemde single Still The Same.
Bob Seger komt ook op de proppen met een wat kitscherige ballad als We’ve Got Tonight, die ik vooral ken in de uitvoering van Kenny Rogers en Sheena Easton, maar kan, zeker wanneer hij The Silver Bullet Band verruilt voor de Muscle Shoals Rhythm Section ook uit de voeten met een flinke portie soul. Bob Seger schuift hier en daar ook nog wat verder op in de richting van de rock ’n roll waarmee hij opgroeide, wat van Stranger In Town een lekker veelzijdig album maakt.
Het is een album waar er uiteindelijk toch nog zo’n 7 miljoen van werden verkocht, wat een schijntje is vergeleken met de 43 miljoen van het een jaar eerder verschenen Bat Out Of Hell van Meat Loaf, dat deels dezelfde inspiratiebronnen heeft, maar Stranger In Town was wel net wat succesvoller dan Darkness On The Edge Of Town van Bruce Springsteen, zeker in de Verenigde Staten.
Het album klonk en klinkt misschien net wat te Amerikaans voor de Europese oren, maar Stranger In Town is voor mij zeker reden om het werk van Bob Seger nog wat verder te verkennen de komende tijd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978)
De Amerikaanse muzikant Bob Seger kreeg in 2004 een plekje in de Rock and Roll Hall of Fame, wat hij onder andere te danken heeft aan het in 1978 verschenen Stranger In Town, een van zijn beste en meest succesvolle albums
Ik heb een heel lijstje bands en muzikanten die ik schaar onder de categorie “Bruce Springsteen volgelingen”. Het is een categorie die ik meestal af doe als minder interessant en dat is niet altijd terecht. Dat Bob Seger deel uit maakt van deze categorie is sowieso onterecht, want de Amerikaanse muzikant was in de jaren 70 in eerste instantie groter dan Bruce Springsteen en maakte een aantal uitstekende albums, die vooral in de Verenigde Staten op de juiste waarde werden geschat. Stranger in Town uit 1978 is zo’n album en het is een album dat me echt veel beter bevalt dan ik had verwacht. Bruce Springsteen werd terecht een wereldster, maar Bob Seger kan ook absoluut wat.
Van de week kwam de naam Bob Seger voorbij en dat was voor mij een mooie gelegenheid om eens in het werk van de Amerikaanse muzikant te duiken. Bob Seger is al vele decennia een grootheid in de Verenigde Staten, maar moet het in Europa doen met een behoorlijk bescheiden status. We kennen de muzikant uit Detroit, Michigan, hooguit van twee bescheiden hits uit de jaren 70, maar niet als een van de grootste rockmuzikanten uit dit decennium.
Toen ik de muziek van Bob Seger ergens in de jaren 80 leerde kennen had ik al een aantal albums van Bruce Springsteen in mijn bezit, waardoor ik Bob Seger en zijn Silver Bullet Band zag als volgelingen van Bruce Springsteen en zijn E-Street band. Zo zag ik trouwens ook Southside Johnny & The Ashbury Jukes, die feitelijk een belangrijke inspiratiebron waren voor Bruce Springsteen, maar ook Bob Seger is een paar jaar ouder dan Bruce Springsteen en zette ook een paar jaar eerder zijn eerste stappen in de muziek.
Bob Seger vierde vorige maand zijn tachtigste verjaardag, heeft de afgelopen jaren niet al te veel meer van zich laten horen en voor zijn laatste echt memorabele album moeten we nog wat verder terug in de tijd. Zijn beste muziek maakte de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 en na beluistering van een aantal van zijn albums uit dit decennium ben ik uitgekomen bij Stranger In Town uit 1978. Het is het album van Still The Same, dat ook in Nederland een bescheiden hit was.
Als ik kijk naar de jaarlijstjes uit 1978 scoort Stranger In Town uitstekend in de Amerikaanse jaarlijstjes, terwijl het album in Europa genoegen moest nemen met een bescheiden plek. In alle jaarlijsten scoorde Bob Seger lager dan Bruce Springsteen’s Darkness On The Edge Of Town en ook Hearts Of Stone van Southside Johnny & The Asbury Jukes scoort in de meeste lijstjes beter dan het album van Bob Seger.
Ik denk niet dat ik ooit naar Stranger In Town had geluisterd, maar vind het een prima album. Zeker in de wat meer uptempo songs met een lekker vol bandgeluid zit de muziek van Bob Seger dicht tegen die van Bruce Springsteen uit dezelfde periode aan, maar de Amerikaanse muzikant schuift ook meer op richting Amerikaanse rootsmuziek, zoals in de al genoemde single Still The Same.
Bob Seger komt ook op de proppen met een wat kitscherige ballad als We’ve Got Tonight, die ik vooral ken in de uitvoering van Kenny Rogers en Sheena Easton, maar kan, zeker wanneer hij The Silver Bullet Band verruilt voor de Muscle Shoals Rhythm Section ook uit de voeten met een flinke portie soul. Bob Seger schuift hier en daar ook nog wat verder op in de richting van de rock ’n roll waarmee hij opgroeide, wat van Stranger In Town een lekker veelzijdig album maakt.
Het is een album waar er uiteindelijk toch nog zo’n 7 miljoen van werden verkocht, wat een schijntje is vergeleken met de 43 miljoen van het een jaar eerder verschenen Bat Out Of Hell van Meat Loaf, dat deels dezelfde inspiratiebronnen heeft, maar Stranger In Town was wel net wat succesvoller dan Darkness On The Edge Of Town van Bruce Springsteen, zeker in de Verenigde Staten.
Het album klonk en klinkt misschien net wat te Amerikaans voor de Europese oren, maar Stranger In Town is voor mij zeker reden om het werk van Bob Seger nog wat verder te verkennen de komende tijd. Erwin Zijleman
Bobbi Lu - Arrow, Four (2024)

4,5
1
geplaatst: 11 december 2024, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bobbi Lu - Arrow, Four - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bobbi Lu - Arrow, Four
De vanuit Brugge opererende Lucy Ryan heeft als Bobbi Lu met Arrow, Four een mooi, bijzonder en heel spannend album gemaakt, dat het al zo mooie Belgische muziekjaar 2024 nog wat meer glans geeft
Arrow, Four van Bobbi Lu is een album dat niet is te vergelijken met de meeste andere albums van het moment. Het is een album dat keer op keer het experiment zoekt, maar dat op een of andere manier toch ook toegankelijk klinkt. Het is een album waarop flink wordt uitgepakt met elektronica, maar dat ook organisch kan klinken. Het is een behoorlijk donker album, maar het geluid van Bobbi Lu is ook heel sfeervol. De Britse muzikante uit Brugge fascineert op Arrow, Four tien songs lang en betovert je ook nog eens met haar bijzonder mooie stem. Ik had dit bijzondere album bijna gemist, maar dit album zou zomaar op kunnen duiken in mijn jaarlijstje over ruim een week.
Ik had Arrow, Four van Bobbi Lu al een tijdje op mijn lijstje met te beluisteren albums staan, maar op een of andere manier kwam het album steeds weer onderaan de stapel terecht. Deze week kwam Arrow, Four dan eindelijk van de stapel af en begreep ik direct waarom het debuutalbum van Bobbi Lu op mijn lijstje was terecht gekomen.
Bobbi Lu is het alter ego van de van oorsprong Britse muzikante Lucy Ryan, die al een tijdje het Belgische Brugge als thuisbasis heeft. Met Arrow, Four heeft Bobbi Lu een bijzonder fascinerend album gemaakt. Het is een album dat op het eerste gehoor klinkt als een behoorlijk donker of zelfs aardedonker album, dat vooral is gevuld met elektronica. Deze elektronica wordt gecombineerd met de stem van Lucy Ryan, die op haar debuutalbum als Bobbi Lu laat horen dat ze een uitstekende zangeres is.
Elektronica speelt absoluut een voorname rol op het album, maar de songs van Bobbi Lu bestaan uit meerdere lagen en combineren elektronische klanken met een meer organische onderlaag, die met enige regelmaat zonder de elektronische versiersels uit de spiegel komt.
In muzikaal opzicht doet het album me, zeker wanneer de elektronica domineert, meer dan eens denken aan het briljante album van Zaho de Sagazan, maar waar de Franse muzikante zich laat beïnvloeden door het Franse chanson, is de Britse popsong de basis van de songs op Arrow, Four.
Het is een album dat vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is, want Bobbi Lu maakt donkere muziek, die het zonlicht maar lastig kan verdragen. Het is muziek die zoals gezegd bestaat uit meerdere lagen, waardoor er van alles valt te ontdekken in het klankentapijt op Arrow, Four.
Zwaar aangezette elektronica vloeit prachtig samen met organische klanken van met name de piano en de akoestische gitaar, waarna samples het geluid op Arrow, Four hier en daar verder verrijken. De songs van Bobbi Lu klinken door alle lagen behoorlijk vol, maar de muzikante uit Brugge heeft ook een ruimtelijk klinkend geluid, dat zowel vol als subtiel kan klinken en waarin ook open ruimte een kans krijgt.
Het is een donker, maar ook zeer sfeervol album, dat ondanks het gebruik van hier en daar flink wat elektronica aangenaam warm klinkt. In muzikaal opzicht is Arrow, Four een spannend album en ook de songs van Bobbi Lu zijn spannend. De Britse muzikante kan uit de voeten met behoorlijk conventioneel klinkende songs, zeker wanneer de elektronica een stapje terug doet, maar Arrow, Four is ook een avontuurlijk album, waarop steeds weer wat nieuws valt te ontdekken en waarop steeds weer dingen gebeuren die je niet had verwacht.
Het zijn songs die verder worden opgetild door de prachtige stem van Lucy Ryan, die een extra dimensie toevoegt aan de songs op haar debuutalbum. De Britse muzikante kan prachtig fluisterzacht zingen, maar kan ook krachtiger uithalen. Zelfs als haar stem elektronisch wordt vervormd vind ik hem mooi en dat heb ik niet vaak.
Heel af en toe doet het me ook wel wat denken aan de muziek van Billie Eilish, zeker wanneer haar geluid wat dof of zompig klinkt, maar Arrow, Four heeft een duidelijke Europese vibe. België heeft de afgelopen twee maanden een flinke eindsprint ingezet, wat met de albums van Sylvie Kreush, Isaac Roux en Warhaus al een aantal jaarlijstjesalbums heeft opgeleverd. Arrow, Four van Bobbi Lu kan aan dit lijstje worden toegevoegd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bobbi Lu - Arrow, Four - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bobbi Lu - Arrow, Four
De vanuit Brugge opererende Lucy Ryan heeft als Bobbi Lu met Arrow, Four een mooi, bijzonder en heel spannend album gemaakt, dat het al zo mooie Belgische muziekjaar 2024 nog wat meer glans geeft
Arrow, Four van Bobbi Lu is een album dat niet is te vergelijken met de meeste andere albums van het moment. Het is een album dat keer op keer het experiment zoekt, maar dat op een of andere manier toch ook toegankelijk klinkt. Het is een album waarop flink wordt uitgepakt met elektronica, maar dat ook organisch kan klinken. Het is een behoorlijk donker album, maar het geluid van Bobbi Lu is ook heel sfeervol. De Britse muzikante uit Brugge fascineert op Arrow, Four tien songs lang en betovert je ook nog eens met haar bijzonder mooie stem. Ik had dit bijzondere album bijna gemist, maar dit album zou zomaar op kunnen duiken in mijn jaarlijstje over ruim een week.
Ik had Arrow, Four van Bobbi Lu al een tijdje op mijn lijstje met te beluisteren albums staan, maar op een of andere manier kwam het album steeds weer onderaan de stapel terecht. Deze week kwam Arrow, Four dan eindelijk van de stapel af en begreep ik direct waarom het debuutalbum van Bobbi Lu op mijn lijstje was terecht gekomen.
Bobbi Lu is het alter ego van de van oorsprong Britse muzikante Lucy Ryan, die al een tijdje het Belgische Brugge als thuisbasis heeft. Met Arrow, Four heeft Bobbi Lu een bijzonder fascinerend album gemaakt. Het is een album dat op het eerste gehoor klinkt als een behoorlijk donker of zelfs aardedonker album, dat vooral is gevuld met elektronica. Deze elektronica wordt gecombineerd met de stem van Lucy Ryan, die op haar debuutalbum als Bobbi Lu laat horen dat ze een uitstekende zangeres is.
Elektronica speelt absoluut een voorname rol op het album, maar de songs van Bobbi Lu bestaan uit meerdere lagen en combineren elektronische klanken met een meer organische onderlaag, die met enige regelmaat zonder de elektronische versiersels uit de spiegel komt.
In muzikaal opzicht doet het album me, zeker wanneer de elektronica domineert, meer dan eens denken aan het briljante album van Zaho de Sagazan, maar waar de Franse muzikante zich laat beïnvloeden door het Franse chanson, is de Britse popsong de basis van de songs op Arrow, Four.
Het is een album dat vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is, want Bobbi Lu maakt donkere muziek, die het zonlicht maar lastig kan verdragen. Het is muziek die zoals gezegd bestaat uit meerdere lagen, waardoor er van alles valt te ontdekken in het klankentapijt op Arrow, Four.
Zwaar aangezette elektronica vloeit prachtig samen met organische klanken van met name de piano en de akoestische gitaar, waarna samples het geluid op Arrow, Four hier en daar verder verrijken. De songs van Bobbi Lu klinken door alle lagen behoorlijk vol, maar de muzikante uit Brugge heeft ook een ruimtelijk klinkend geluid, dat zowel vol als subtiel kan klinken en waarin ook open ruimte een kans krijgt.
Het is een donker, maar ook zeer sfeervol album, dat ondanks het gebruik van hier en daar flink wat elektronica aangenaam warm klinkt. In muzikaal opzicht is Arrow, Four een spannend album en ook de songs van Bobbi Lu zijn spannend. De Britse muzikante kan uit de voeten met behoorlijk conventioneel klinkende songs, zeker wanneer de elektronica een stapje terug doet, maar Arrow, Four is ook een avontuurlijk album, waarop steeds weer wat nieuws valt te ontdekken en waarop steeds weer dingen gebeuren die je niet had verwacht.
Het zijn songs die verder worden opgetild door de prachtige stem van Lucy Ryan, die een extra dimensie toevoegt aan de songs op haar debuutalbum. De Britse muzikante kan prachtig fluisterzacht zingen, maar kan ook krachtiger uithalen. Zelfs als haar stem elektronisch wordt vervormd vind ik hem mooi en dat heb ik niet vaak.
Heel af en toe doet het me ook wel wat denken aan de muziek van Billie Eilish, zeker wanneer haar geluid wat dof of zompig klinkt, maar Arrow, Four heeft een duidelijke Europese vibe. België heeft de afgelopen twee maanden een flinke eindsprint ingezet, wat met de albums van Sylvie Kreush, Isaac Roux en Warhaus al een aantal jaarlijstjesalbums heeft opgeleverd. Arrow, Four van Bobbi Lu kan aan dit lijstje worden toegevoegd. Erwin Zijleman
Bobbie Gentry - The Girl from Chickasaw County (2018)
Alternatieve titel: The Complete Capitol Masters

4,5
3
geplaatst: 19 december 2018, 15:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bobbie Gentry - The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Vooral bekend vanwege haar looks en het mysterie, maar in muzikaal opzicht is Bobbie Gentry nog veel interessanter
Ik kende hooguit een handvol songs toen ik begon aan deze lijvige en zeer fraai verpakte verzamelaar, maar naarmate ik dieper in het oeuvre van Bobbie Gentry dook, raakte ik meer in de ban van de muziek van deze bijzondere zangeres en haar met mysterie omgeven leven. Het mysterie kwam nadat ze al deze songs had opgenomen, want in muzikaal opzicht staan de songs van Bobbie Gentry met beide benen op de grond en als een huis. The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters is veelzijdig, aangenaam, fraai gearrangeerd en zeker in vocaal opzicht hoogstaand.
Tot voor kort kende ik de Amerikaanse zangeres Bobbie Gentry wel van naam en van de single Ode To Billie Joe, maar had ik nog nooit goed naar haar muziek geluisterd of me in haar leven verdiept. Dat is compleet veranderd door de eerder dit jaar verschenen box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters (die een paar maanden na de release helaas nauwelijks meer te krijgen is).
Het was meteen een zeer grondige kennismaking met de muziek van Bobbie Gentry, want de box-set bevat maar liefst 8 cd’s, die goed zijn voor 177 (!) songs en bijna achtenhalf uur muziek. Het is zo ongeveer alles dat de inmiddels door mysterie omgeven zangeres heeft opgenomen tussen 1967 en 1971, want Bobbie Gentry kwam net zo snel als ze gekomen was.
Bobbie Gentry werd in 1942 geboren als Roberta Streeter in Chickasaw County, Mississippi, en groeide op in armoede op de boerderij van haar grootouders. Al op jonge leeftijd raakte Roberta Streeter geïnteresseerd in muziek, trok ze in bij haar moeder in California en begon ze al op jonge leeftijd op te treden in countrybars als Bobbie Gentry; een naam die ze ontleende aan de film Ruby Gentry.
Na kort te hebben gezongen in nachtclubs in Las Vegas, keerde Bobbie Gentry terug naar Los Angeles, waar de betoverend mooie zangeres al snel de aandacht trok van de muziekindustrie. Haar debuut trok, mede dankzij de single Ode To Billie Joe, flink wat aandacht en leverde Bobbie Gentry direct een aantal Grammy’s op. In de jaren die volgden nam Bobbie Gentry aan de lopende band platen op, waaronder een plaat met duetten met countryster Glen Campbell.
Het kon even niet op voor Bobbie Gentry, die een tijd haar eigen tv-serie had en bakken met geld binnen sleepte met een grote show in Las Vegas, die vrijwel volledig uit haar eigen handen kwam. Tegenover het commerciële en artistieke succes stond het nodige persoonlijke leed. Beide huwelijken van Bobbie Gentry liepen binnen enkele maanden op de klippen, waarna de Amerikaanse singer-songwriter binnen no-time vrijwel volledig verdween uit de popmuziek, nog even opdook op het witte doek, maar sindsdien een teruggetrokken bestaan leidt in Los Angeles.
Het is voldoende voer voor stapels biografieën, maar er is er momenteel eigenlijk maar één verkrijgbaar. Het persoonlijk leven van Bobbie Gentry blijft daarom een mysterie, maar dankzij The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters is de muziek van Bobbie Gentry een open boek.
Bobbie Gentry wordt vaak een countryzangeres genoemd, maar ze was veel meer dan dat. The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters laat invloeden uit de country, bossa nova, rock ’n roll, blues, jazz en pop horen en staat hiernaast bol van de invloeden uit de soul. In haar beginjaren maakte Bobbie Gentry vooral ingetogen en zwoele pop vol zoete arrangementen met flink wat strijkers en prachtig intieme vocalen, terwijl ze later wat meer opschuif richting de soul en country uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het is muziek die inmiddels een aantal decennia geleden op de band werd gezet, maar de muziek en vooral de stem van Bobbie Gentry hebben nog niet aan kracht ingeboet. Natuurlijk is achtenhalf uur muziek idioot veel muziek, maar ik zet The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters niet zo snel uit, al is het maar omdat Bobbie Gentry tijdens haar korte carrière liet horen dat ze in uiteenlopende genres uit de voeten kon.
Het klinkt allemaal nog steeds urgent en het is bovendien muziek die de afgelopen decennia flink wat invloed heeft gehad. Verder blijft de stem van de Amerikaanse zangeres een genot om naar te luisteren en is het ook nog eens een stem vol gevoel. Bobbie Gentry blijft dankzij haar plotselinge vertrek uit de spotlights een mysterie, maar het is wel een mysterie met heel wat mooie muziek op haar naam; vrijwel allemaal verzameld in dit fraaie boxje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bobbie Gentry - The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Vooral bekend vanwege haar looks en het mysterie, maar in muzikaal opzicht is Bobbie Gentry nog veel interessanter
Ik kende hooguit een handvol songs toen ik begon aan deze lijvige en zeer fraai verpakte verzamelaar, maar naarmate ik dieper in het oeuvre van Bobbie Gentry dook, raakte ik meer in de ban van de muziek van deze bijzondere zangeres en haar met mysterie omgeven leven. Het mysterie kwam nadat ze al deze songs had opgenomen, want in muzikaal opzicht staan de songs van Bobbie Gentry met beide benen op de grond en als een huis. The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters is veelzijdig, aangenaam, fraai gearrangeerd en zeker in vocaal opzicht hoogstaand.
Tot voor kort kende ik de Amerikaanse zangeres Bobbie Gentry wel van naam en van de single Ode To Billie Joe, maar had ik nog nooit goed naar haar muziek geluisterd of me in haar leven verdiept. Dat is compleet veranderd door de eerder dit jaar verschenen box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters (die een paar maanden na de release helaas nauwelijks meer te krijgen is).
Het was meteen een zeer grondige kennismaking met de muziek van Bobbie Gentry, want de box-set bevat maar liefst 8 cd’s, die goed zijn voor 177 (!) songs en bijna achtenhalf uur muziek. Het is zo ongeveer alles dat de inmiddels door mysterie omgeven zangeres heeft opgenomen tussen 1967 en 1971, want Bobbie Gentry kwam net zo snel als ze gekomen was.
Bobbie Gentry werd in 1942 geboren als Roberta Streeter in Chickasaw County, Mississippi, en groeide op in armoede op de boerderij van haar grootouders. Al op jonge leeftijd raakte Roberta Streeter geïnteresseerd in muziek, trok ze in bij haar moeder in California en begon ze al op jonge leeftijd op te treden in countrybars als Bobbie Gentry; een naam die ze ontleende aan de film Ruby Gentry.
Na kort te hebben gezongen in nachtclubs in Las Vegas, keerde Bobbie Gentry terug naar Los Angeles, waar de betoverend mooie zangeres al snel de aandacht trok van de muziekindustrie. Haar debuut trok, mede dankzij de single Ode To Billie Joe, flink wat aandacht en leverde Bobbie Gentry direct een aantal Grammy’s op. In de jaren die volgden nam Bobbie Gentry aan de lopende band platen op, waaronder een plaat met duetten met countryster Glen Campbell.
Het kon even niet op voor Bobbie Gentry, die een tijd haar eigen tv-serie had en bakken met geld binnen sleepte met een grote show in Las Vegas, die vrijwel volledig uit haar eigen handen kwam. Tegenover het commerciële en artistieke succes stond het nodige persoonlijke leed. Beide huwelijken van Bobbie Gentry liepen binnen enkele maanden op de klippen, waarna de Amerikaanse singer-songwriter binnen no-time vrijwel volledig verdween uit de popmuziek, nog even opdook op het witte doek, maar sindsdien een teruggetrokken bestaan leidt in Los Angeles.
Het is voldoende voer voor stapels biografieën, maar er is er momenteel eigenlijk maar één verkrijgbaar. Het persoonlijk leven van Bobbie Gentry blijft daarom een mysterie, maar dankzij The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters is de muziek van Bobbie Gentry een open boek.
Bobbie Gentry wordt vaak een countryzangeres genoemd, maar ze was veel meer dan dat. The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters laat invloeden uit de country, bossa nova, rock ’n roll, blues, jazz en pop horen en staat hiernaast bol van de invloeden uit de soul. In haar beginjaren maakte Bobbie Gentry vooral ingetogen en zwoele pop vol zoete arrangementen met flink wat strijkers en prachtig intieme vocalen, terwijl ze later wat meer opschuif richting de soul en country uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het is muziek die inmiddels een aantal decennia geleden op de band werd gezet, maar de muziek en vooral de stem van Bobbie Gentry hebben nog niet aan kracht ingeboet. Natuurlijk is achtenhalf uur muziek idioot veel muziek, maar ik zet The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters niet zo snel uit, al is het maar omdat Bobbie Gentry tijdens haar korte carrière liet horen dat ze in uiteenlopende genres uit de voeten kon.
Het klinkt allemaal nog steeds urgent en het is bovendien muziek die de afgelopen decennia flink wat invloed heeft gehad. Verder blijft de stem van de Amerikaanse zangeres een genot om naar te luisteren en is het ook nog eens een stem vol gevoel. Bobbie Gentry blijft dankzij haar plotselinge vertrek uit de spotlights een mysterie, maar het is wel een mysterie met heel wat mooie muziek op haar naam; vrijwel allemaal verzameld in dit fraaie boxje. Erwin Zijleman
Boduf Songs - Stench of Exist (2015)

4,5
0
geplaatst: 16 februari 2015, 16:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boduf Songs - Stench Of Exist - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het debuut van Boduf Songs vond ik tien jaar geleden een hele mooie en bijzondere plaat, maar hierna ben ik het alter ego van de Britse muzikant Mat Sweet ook weer onmiddellijk uit het oog verloren, tot ik bij toeval de nieuwe plaat van Boduf Songs in handen kreeg.
Tussen het titelloze debuut en het onlangs verschenen Stench Of Exist zit niet alleen een periode van tien jaar, maar ook een handvol platen. Het zijn platen waarop Boduf Songs naar verluid heeft geëxperimenteerd met een nog soberder of juist een wat voller en eclectische geluid; ik ga het allemaal snel beluisteren.
Het debuut van Boduf Songs was tien jaar geleden een bijna verstilde plaat en ook Stench Of Exist is zeker geen uitbundige plaat. De plaat opent redelijk opvallend met rauwe elektronische geluiden, maar in de tracks die volgen hoor ik toch weer vooral het geluid dat ik me van Boduf Songs herinnerde, al is dat dit keer net wat voller en ook gevarieerder ingekleurd.
Stench Of Exist bevat bijna verstilde muziek met af en toe een voorzichtige uitbarsting. Waar op het debuut van Boduf Songs de basis werd gevormd door akoestische gitaren en vocalen, is de basisinstrumentatie dit keer veelzijdiger. Soms vormt elektronica de basis van het geluid van Stench Of Exist, maar de plaat bevat ook de nodige songs waarin gitaarminiaturen of ingetogen pianospel domineren.
Het klinkt allemaal uiterst sober, maar desondanks heeft de muziek van Boduf Songs bij vlagen een vol geluid. Vergeleken met de uiterst spaarzame klanken op het debuut, zijn de songs van Mat Sweet dit keer net wat toegankelijker, al zijn het gelukkig nog steeds geen alledaagse deuntjes die Boduf Songs ons voorschotelt. Boduf Songs maakt op Stench Of Exist muziek die constant lijkt in te houden, wat de muziek van Mat Sweet een bijzondere lading geeft.
Het tempo ligt ook dit keer uiterst laag. Dit is in het begin even wennen, maar uiteindelijk geeft het de muziek van Boduf Songs een rustgevende of zelfs hypnotiserende werking. Het is knap hoe Mat Sweet met minimale en vaak repeterende middelen songs weet te produceren die je vrijwel onmiddellijk in hun greep hebben. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Gravenhurst en Grouper, maar zeker in de net wat toegankelijkere songs hoor ik ook wel wat van eenmansbands als Smog en Songs:Ohia.
Heel af en toe slaat het voor mij net wat te ver door in experiment en raak ik de draad kwijt, maar over het algemeen genomen betovert Boduf Songs met haar intieme en indringende songs, net als het tien jaar geleden deed met het zo fraaie debuut. Na dit debuut verloor ik Boduf Songs snel uit het oog, maar nu blijf ik het alter ego van Mat Sweet zeker volgen, al is het maar omdat de concurrentie in het genre om uiteenlopende redenen fors is uitgedund de laatste jaren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Boduf Songs - Stench Of Exist - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het debuut van Boduf Songs vond ik tien jaar geleden een hele mooie en bijzondere plaat, maar hierna ben ik het alter ego van de Britse muzikant Mat Sweet ook weer onmiddellijk uit het oog verloren, tot ik bij toeval de nieuwe plaat van Boduf Songs in handen kreeg.
Tussen het titelloze debuut en het onlangs verschenen Stench Of Exist zit niet alleen een periode van tien jaar, maar ook een handvol platen. Het zijn platen waarop Boduf Songs naar verluid heeft geëxperimenteerd met een nog soberder of juist een wat voller en eclectische geluid; ik ga het allemaal snel beluisteren.
Het debuut van Boduf Songs was tien jaar geleden een bijna verstilde plaat en ook Stench Of Exist is zeker geen uitbundige plaat. De plaat opent redelijk opvallend met rauwe elektronische geluiden, maar in de tracks die volgen hoor ik toch weer vooral het geluid dat ik me van Boduf Songs herinnerde, al is dat dit keer net wat voller en ook gevarieerder ingekleurd.
Stench Of Exist bevat bijna verstilde muziek met af en toe een voorzichtige uitbarsting. Waar op het debuut van Boduf Songs de basis werd gevormd door akoestische gitaren en vocalen, is de basisinstrumentatie dit keer veelzijdiger. Soms vormt elektronica de basis van het geluid van Stench Of Exist, maar de plaat bevat ook de nodige songs waarin gitaarminiaturen of ingetogen pianospel domineren.
Het klinkt allemaal uiterst sober, maar desondanks heeft de muziek van Boduf Songs bij vlagen een vol geluid. Vergeleken met de uiterst spaarzame klanken op het debuut, zijn de songs van Mat Sweet dit keer net wat toegankelijker, al zijn het gelukkig nog steeds geen alledaagse deuntjes die Boduf Songs ons voorschotelt. Boduf Songs maakt op Stench Of Exist muziek die constant lijkt in te houden, wat de muziek van Mat Sweet een bijzondere lading geeft.
Het tempo ligt ook dit keer uiterst laag. Dit is in het begin even wennen, maar uiteindelijk geeft het de muziek van Boduf Songs een rustgevende of zelfs hypnotiserende werking. Het is knap hoe Mat Sweet met minimale en vaak repeterende middelen songs weet te produceren die je vrijwel onmiddellijk in hun greep hebben. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Gravenhurst en Grouper, maar zeker in de net wat toegankelijkere songs hoor ik ook wel wat van eenmansbands als Smog en Songs:Ohia.
Heel af en toe slaat het voor mij net wat te ver door in experiment en raak ik de draad kwijt, maar over het algemeen genomen betovert Boduf Songs met haar intieme en indringende songs, net als het tien jaar geleden deed met het zo fraaie debuut. Na dit debuut verloor ik Boduf Songs snel uit het oog, maar nu blijf ik het alter ego van Mat Sweet zeker volgen, al is het maar omdat de concurrentie in het genre om uiteenlopende redenen fors is uitgedund de laatste jaren. Erwin Zijleman
Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird (2025)

4,0
3
geplaatst: 5 februari 2025, 07:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird
Will Oldham toog voor het nieuwe album van zijn alter ego Bonnie "Prince" Billy naar Nashville, Tennessee, waar hij het verrassend lichtvoetige, maar ook bijzonder mooie en sfeervolle The Purple Bird opnam
Ik vond de muziek van de Amerikaanse muzikant Will Oldham in het verleden vaak behoorlijk donker en ook wel wat wisselend van kwaliteit. Het deze week verschenen The Purple Bird klinkt flink anders. De nieuwe songs van zijn alter ego Bonnie “Prince” Billy klinken verrassend opgewekt. Het zijn songs die werden opgenomen in Nashville met producer David Ferguson en die aansluiten bij de rijke traditie van de Amerikaanse muziekhoofdstad. De wat meer uptempo songs zorgen voor het goede gevoel, terwijl de meer ingetogen songs de schoonheid in de muziek van Will Oldham bloot leggen. Het schiet meerdere kanten op, maar dit album bevalt me wel.
De Amerikaanse muzikant Will Oldham is voor velen een cultheld, maar ik heb zelf lang niet altijd wat met zijn muziek. Het is heel veel muziek, want Will Oldham maakte muziek onder zijn eigen naam, onder de namen Palace Brothers, Palace Songs, Palace Music en Palace en natuurlijk onder de naam Bonnie “Prince” Billy. Onder die laatste naam maakt de Amerikaanse muzikant met afstand de meeste albums en het is inmiddels een enorme stapel.
Tussen al die albums zitten er een handvol die ook ik reken tot albums die ik niet graag zou hebben gemist, waaronder natuurlijk het geweldige debuutalbum I See A Darkness uit 1999, maar ook het in 2023 verschenen Keeping Secrets Will Destroy You. Het deze week verschenen The Purple Bird is de echte opvolger van dit album, waardoor ik er met meer nieuwsgierigheid naar uit keek dan gebruikelijk bij nieuwe muziek van Will Oldham.
Keeping Secrets Will Destroy You was een behoorlijk ingetogen album met zeer smaakvol ingekleurde songs, waarop de stem van Will Oldham prachtig combineerde met die van zangeres Dane Waters. Ik kom haar naam helaas niet tegen in de credits die horen bij The Purple Bird het ontbreken van de zangeres is niet het enige verschil tussen Keeping Secrets Will Destroy You en The Purple Bird.
Het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy werd opgenomen in Nashville, waar Will Oldham een beroep deed op de gelouterde producer David Ferguson, die in het verleden werkte met Johnny Cash en John Prine, de afgelopen jaren achter de knoppen zat bij onder andere Johnny Blue Skies, Sierra Ferrell, Brit Taylor en Sturgill Simpson en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkte met Will Oldham.
David Ferguson drukt een stevig stempel op het album en sleept de muziek van Bonnie “Prince” Billy op The Purple Bird Nashville in, waarvoor hij de hulp inriep van een aantal topmuzikanten, onder wie bluegrass legende Tim O’Brien en zangeres Brit Taylor, die dit keer met enige regelmaat tekent voor de achtergrondvocalen die de stem van Will Oldham optillen.
Een aantal songs op het album is wat voller ingekleurd met strijkers en blazers, maar de meeste songs op het album laten een redelijk ingehouden maar zeer smaakvol geluid horen. The Purple Bird laat de muziek horen die al talloze decennia wordt gemaakt in Nashville en die vooral liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse countrymuziek zal aanspreken.
Ik ben zelf niet vies van wat modernere countrymuziek, maar Bonnie “Prince” Billy heeft op The Purple Bird veel te bieden. De inkleuring van de songs op het album is prachtig, de productie warm en sfeervol, de songs zijn stuk voor stuk bijzonder mooi en de zang van Will Oldham is net zo mooi als die op het vorige album en kruipt nog wat verder onder de huid wanneer Brit Taylor hem ondersteunt of de andere muzikanten tekenen voor fraaie harmonieën.
In het verleden vond ik de albums van Will Oldham vaak wat wisselvallig, maar The Purple Bird opent bijzonder mooi en houdt het hoge niveau vervolgens makkelijk vast, ook als het nog een stuk uitbundiger wordt. Bonnie “Prince” Billy maakte in het verleden vaak behoorlijk zwaarmoedige muziek, maar veel songs op The Purple Bird zijn verrassend lichtvoetig, waardoor het album 45 minuten zeer aangenaam vermaakt en op hetzelfde moment song na song een verrassend hoog niveau aantikt. En zo word ik toch steeds meer fan van Will Oldham. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird
Will Oldham toog voor het nieuwe album van zijn alter ego Bonnie "Prince" Billy naar Nashville, Tennessee, waar hij het verrassend lichtvoetige, maar ook bijzonder mooie en sfeervolle The Purple Bird opnam
Ik vond de muziek van de Amerikaanse muzikant Will Oldham in het verleden vaak behoorlijk donker en ook wel wat wisselend van kwaliteit. Het deze week verschenen The Purple Bird klinkt flink anders. De nieuwe songs van zijn alter ego Bonnie “Prince” Billy klinken verrassend opgewekt. Het zijn songs die werden opgenomen in Nashville met producer David Ferguson en die aansluiten bij de rijke traditie van de Amerikaanse muziekhoofdstad. De wat meer uptempo songs zorgen voor het goede gevoel, terwijl de meer ingetogen songs de schoonheid in de muziek van Will Oldham bloot leggen. Het schiet meerdere kanten op, maar dit album bevalt me wel.
De Amerikaanse muzikant Will Oldham is voor velen een cultheld, maar ik heb zelf lang niet altijd wat met zijn muziek. Het is heel veel muziek, want Will Oldham maakte muziek onder zijn eigen naam, onder de namen Palace Brothers, Palace Songs, Palace Music en Palace en natuurlijk onder de naam Bonnie “Prince” Billy. Onder die laatste naam maakt de Amerikaanse muzikant met afstand de meeste albums en het is inmiddels een enorme stapel.
Tussen al die albums zitten er een handvol die ook ik reken tot albums die ik niet graag zou hebben gemist, waaronder natuurlijk het geweldige debuutalbum I See A Darkness uit 1999, maar ook het in 2023 verschenen Keeping Secrets Will Destroy You. Het deze week verschenen The Purple Bird is de echte opvolger van dit album, waardoor ik er met meer nieuwsgierigheid naar uit keek dan gebruikelijk bij nieuwe muziek van Will Oldham.
Keeping Secrets Will Destroy You was een behoorlijk ingetogen album met zeer smaakvol ingekleurde songs, waarop de stem van Will Oldham prachtig combineerde met die van zangeres Dane Waters. Ik kom haar naam helaas niet tegen in de credits die horen bij The Purple Bird het ontbreken van de zangeres is niet het enige verschil tussen Keeping Secrets Will Destroy You en The Purple Bird.
Het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy werd opgenomen in Nashville, waar Will Oldham een beroep deed op de gelouterde producer David Ferguson, die in het verleden werkte met Johnny Cash en John Prine, de afgelopen jaren achter de knoppen zat bij onder andere Johnny Blue Skies, Sierra Ferrell, Brit Taylor en Sturgill Simpson en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkte met Will Oldham.
David Ferguson drukt een stevig stempel op het album en sleept de muziek van Bonnie “Prince” Billy op The Purple Bird Nashville in, waarvoor hij de hulp inriep van een aantal topmuzikanten, onder wie bluegrass legende Tim O’Brien en zangeres Brit Taylor, die dit keer met enige regelmaat tekent voor de achtergrondvocalen die de stem van Will Oldham optillen.
Een aantal songs op het album is wat voller ingekleurd met strijkers en blazers, maar de meeste songs op het album laten een redelijk ingehouden maar zeer smaakvol geluid horen. The Purple Bird laat de muziek horen die al talloze decennia wordt gemaakt in Nashville en die vooral liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse countrymuziek zal aanspreken.
Ik ben zelf niet vies van wat modernere countrymuziek, maar Bonnie “Prince” Billy heeft op The Purple Bird veel te bieden. De inkleuring van de songs op het album is prachtig, de productie warm en sfeervol, de songs zijn stuk voor stuk bijzonder mooi en de zang van Will Oldham is net zo mooi als die op het vorige album en kruipt nog wat verder onder de huid wanneer Brit Taylor hem ondersteunt of de andere muzikanten tekenen voor fraaie harmonieën.
In het verleden vond ik de albums van Will Oldham vaak wat wisselvallig, maar The Purple Bird opent bijzonder mooi en houdt het hoge niveau vervolgens makkelijk vast, ook als het nog een stuk uitbundiger wordt. Bonnie “Prince” Billy maakte in het verleden vaak behoorlijk zwaarmoedige muziek, maar veel songs op The Purple Bird zijn verrassend lichtvoetig, waardoor het album 45 minuten zeer aangenaam vermaakt en op hetzelfde moment song na song een verrassend hoog niveau aantikt. En zo word ik toch steeds meer fan van Will Oldham. Erwin Zijleman
Bonnie Prince Billy - Keeping Secrets Will Destroy You (2023)

4,5
2
geplaatst: 14 augustus 2023, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonnie "Prince" Billy - Keeping Secrets Will Destroy You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonnie "Prince" Billy - Keeping Secrets Will Destroy You
Ik ben lang niet altijd gek op de albums van Will Oldham, maar het onder de naam Bonnie “Prince” Billy gemaakte en behoorlijk ingetogen Keeping Secrets Will Destroy You is van een bijzondere schoonheid
Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de schoonheid van de songs, de muziek en de zang op Keeping Secrets Will Destroy You, het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy. Dat heb ik eerlijk gezegd lang niet altijd bij albums van Will Oldham, waaraan ik meestal wel even moet wennen. Keeping Secrets Will Destroy You is een spaarzaam maar bijzonder mooi ingekleurd album, waarop Will Oldham zich vooral laat inspireren door de folk uit het verleden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, maar de stemmen van Will Oldham en Dane Waters maken minstens net zoveel indruk. Het komt allemaal fraai samen in ook nog eens zeer aansprekende songs.
Will Oldham heeft de afgelopen dertig jaar heel veel muziek uitgebracht. In eerste instantie onder de naam Palace (ook bekend als Palace Music, Palace Songs en Palace Brothers), maar vervolgens onder zijn eigen naam en als Bonnie “Prince Billy”. Van alle albums die Will Oldham heeft gemaakt zijn de meeste gemaakt onder de naam Bonnie “Prince” Billy en dat vind ik persoonlijk ook zijn beste albums. Will Oldham gebruikte het alter ego Bonnie “Prince” Billy voor het eerst in 1999 toen het prachtige en inmiddels monumentale I See A Darkness verscheen. We zijn inmiddels een flinke stapels album verder en deze stapel werd deze week weer een stukje hoger met de release van Keeping Secrets Will Destroy You.
Ik heb de afgelopen dertig jaar een wat wispelturige relatie met de muziek van Will Oldham. De ene keer vind ik het prachtig, maar minstens net zo vaak heb ik het na een paar luisterbeurten wel gehoord met een album van de Amerikaanse muzikant. Met het deze week verschenen Keeping Secrets Will Destroy You zat het eigenlijk onmiddellijk goed en het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy moest toen nog beginnen met groeien.
Keeping Secrets Will Destroy You is een behoorlijk sober album. De grotendeels akoestische klanken op het album zijn uiterst ingetogen, waardoor de stem van Will Oldham centraal staat. Het is een stem die ik in het verleden lang niet altijd mooi vond, maar de zang op Keeping Secrets Will Destroy You is prachtig. Die zang is wat mij betreft op zijn mooist wanneer Will Oldham fluisterzacht zingt en zich omringt met de mooie vrouwenstem van Dane Waters, die in flink wat tracks op het album opduikt. De zachte vocalen voorzien het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy van een intieme sfeer en die sfeer komt het best tot zijn recht wanneer je het album met de koptelefoon beluistert.
De mooie zang wordt zoals gezegd gecombineerd met sobere klanken, maar ook deze zijn van een bijzondere schoonheid. Keeping Secrets Will Destroy You bestaat in de basis naast zang vooral uit subtiele klanken van de gitaar en de mandoline, die de stemmen van Will Oldham en Dane Waters prachtig begeleiden. De instrumentatie is over het algemeen ingetogen, maar wordt hier en daar fraai versierd met viool, cello, saxofoon en incidenteel wat keyboards. Het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy klinkt met enige regelmaat als een traditioneel folkalbum, maar het is een folkalbum dat het inmiddels zo herkenbare stempel van Will Oldham bevat.
Op de albums van Will Oldham die me uiteindelijk minder aanspraken bleven vooral de songs niet hangen, maar juist die songs maken van Keeping Secrets Will Destroy You zo’n geweldig album. De songs, die in een intieme setting werden opgenomen in Louisville, Kentucky, maken dankzij de subtiele klanken en de mooie zang makkelijk indruk, maar het zijn in een aantal gevallen ook bezwerende songs die je bijzondere muzikale universum van Will Oldham in slepen.
De Amerikaanse muzikant legde de lat in 1999 ontzettend hoog met het eerste album van Bonnie “Prince” Billy (I See A Darkness), maar voorlopig vind ik Keeping Secrets Will Destroy You echt niet veel minder dan de klassieker van bijna 25 jaar geleden. Zeker aan de randen van de dag heeft het album een enorme impact en die wordt vooralsnog alleen maar groter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonnie "Prince" Billy - Keeping Secrets Will Destroy You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonnie "Prince" Billy - Keeping Secrets Will Destroy You
Ik ben lang niet altijd gek op de albums van Will Oldham, maar het onder de naam Bonnie “Prince” Billy gemaakte en behoorlijk ingetogen Keeping Secrets Will Destroy You is van een bijzondere schoonheid
Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de schoonheid van de songs, de muziek en de zang op Keeping Secrets Will Destroy You, het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy. Dat heb ik eerlijk gezegd lang niet altijd bij albums van Will Oldham, waaraan ik meestal wel even moet wennen. Keeping Secrets Will Destroy You is een spaarzaam maar bijzonder mooi ingekleurd album, waarop Will Oldham zich vooral laat inspireren door de folk uit het verleden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, maar de stemmen van Will Oldham en Dane Waters maken minstens net zoveel indruk. Het komt allemaal fraai samen in ook nog eens zeer aansprekende songs.
Will Oldham heeft de afgelopen dertig jaar heel veel muziek uitgebracht. In eerste instantie onder de naam Palace (ook bekend als Palace Music, Palace Songs en Palace Brothers), maar vervolgens onder zijn eigen naam en als Bonnie “Prince Billy”. Van alle albums die Will Oldham heeft gemaakt zijn de meeste gemaakt onder de naam Bonnie “Prince” Billy en dat vind ik persoonlijk ook zijn beste albums. Will Oldham gebruikte het alter ego Bonnie “Prince” Billy voor het eerst in 1999 toen het prachtige en inmiddels monumentale I See A Darkness verscheen. We zijn inmiddels een flinke stapels album verder en deze stapel werd deze week weer een stukje hoger met de release van Keeping Secrets Will Destroy You.
Ik heb de afgelopen dertig jaar een wat wispelturige relatie met de muziek van Will Oldham. De ene keer vind ik het prachtig, maar minstens net zo vaak heb ik het na een paar luisterbeurten wel gehoord met een album van de Amerikaanse muzikant. Met het deze week verschenen Keeping Secrets Will Destroy You zat het eigenlijk onmiddellijk goed en het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy moest toen nog beginnen met groeien.
Keeping Secrets Will Destroy You is een behoorlijk sober album. De grotendeels akoestische klanken op het album zijn uiterst ingetogen, waardoor de stem van Will Oldham centraal staat. Het is een stem die ik in het verleden lang niet altijd mooi vond, maar de zang op Keeping Secrets Will Destroy You is prachtig. Die zang is wat mij betreft op zijn mooist wanneer Will Oldham fluisterzacht zingt en zich omringt met de mooie vrouwenstem van Dane Waters, die in flink wat tracks op het album opduikt. De zachte vocalen voorzien het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy van een intieme sfeer en die sfeer komt het best tot zijn recht wanneer je het album met de koptelefoon beluistert.
De mooie zang wordt zoals gezegd gecombineerd met sobere klanken, maar ook deze zijn van een bijzondere schoonheid. Keeping Secrets Will Destroy You bestaat in de basis naast zang vooral uit subtiele klanken van de gitaar en de mandoline, die de stemmen van Will Oldham en Dane Waters prachtig begeleiden. De instrumentatie is over het algemeen ingetogen, maar wordt hier en daar fraai versierd met viool, cello, saxofoon en incidenteel wat keyboards. Het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy klinkt met enige regelmaat als een traditioneel folkalbum, maar het is een folkalbum dat het inmiddels zo herkenbare stempel van Will Oldham bevat.
Op de albums van Will Oldham die me uiteindelijk minder aanspraken bleven vooral de songs niet hangen, maar juist die songs maken van Keeping Secrets Will Destroy You zo’n geweldig album. De songs, die in een intieme setting werden opgenomen in Louisville, Kentucky, maken dankzij de subtiele klanken en de mooie zang makkelijk indruk, maar het zijn in een aantal gevallen ook bezwerende songs die je bijzondere muzikale universum van Will Oldham in slepen.
De Amerikaanse muzikant legde de lat in 1999 ontzettend hoog met het eerste album van Bonnie “Prince” Billy (I See A Darkness), maar voorlopig vind ik Keeping Secrets Will Destroy You echt niet veel minder dan de klassieker van bijna 25 jaar geleden. Zeker aan de randen van de dag heeft het album een enorme impact en die wordt vooralsnog alleen maar groter. Erwin Zijleman
Bonny Doon - Let There Be Music (2023)

4,0
0
geplaatst: 23 juni 2023, 16:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonny Doon - Let There Be Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Doon - Let There Be Music
Bonny Doon uit Detroit maakte een van de leukste gitaarplaten van 2018, maar slaat nu totaal andere wegen in op Let There Be Music, dat vooral liefhebbers met een zonnig pophart zal aanspreken
De Amerikaanse muziekcritici waren in 2018 lyrisch over Longwave van de band Bonny Doon. En terecht, want wat leverde de band uit Detroit een leuke en memorabele gitaarplaat af. Bonny Doon had de afgelopen jaren te maken met flink wat tegenslagen, maar daar is niets van te horen op Let There Be Music. Bonny Doon had van mij nog een Longwave mogen maken, maar dat is Let There Be Music zeker niet. Het nieuwe album van Bonny Doon is vooral een popplaat en het is er een met een jaren 70 vibe. Het is een album waar je vatbaar voor moet zijn, maar als je dat bent valt er toch weer veel te genieten op dit album, dat een aangenaam zomeralbum is, maar ook meer dan dat.
De tips die ik wekelijks vind op de sites van de muziekplatforms Paste en Pitchfork zijn soms verrassend, maar meestal kan ik wel redelijk voorspellen welke albums er uit gepikt gaan worden. Het verbaasde me in ieder geval niet dat Let There Be Music van de Amerikaanse band Bonny Doon werd geschaard onder de leukste albums van de afgelopen week. De Amerikaanse muziekcritici kwamen in 2018 immers superlatieven tekort bij het bespreken van Longwave, het tweede album van de band uit Detroit, Michigan.
Al die lof was volkomen terecht, want Longwave was een briljante gitaarplaat, waarop invloeden uit de countryrock, folkrock, lo-fi en psychedelica prachtig samenvloeiden. Longwave was een album waarop de zon uitbundig scheen, maar ook voor een incidentele donkere wolk was je bij de Amerikaanse band aan het juiste adres. Longwave was in de jaren 90 ongetwijfeld uitgegroeid tot een klassieker, maar in 2018 deed het album veel te weinig, zeker in Nederland waarin de naam Bonny Doon maar zelden viel.
Dat is vijf jaar later niet anders, want in Nederland lees ik tot dusver nog niets over Let There Be Music, dat gelukkig in de Verenigde Staten wel wordt opgepikt. Er zijn vijf jaren verstreken sinds het terecht bewierookte Longwave en het zijn zware jaren geweest voor de band. Meerdere bandleden kregen te maken met medisch ongemak en dan was er ook nog eens de coronapandemie, die het leven van een band lastig maakte. Lichtpuntje was de samenwerking met Waxahatchee, die Bonny Doon na het horen van Longwave direct rekruteerde als begeleidingsband.
En nu is er dan Let There Be Music, dat zeker niet klinkt als een herhalingsoefening, al had ik daar gezien het niveau van Longwave vrede mee gehad. Ook op Let There Be Music verwerkt Bonny Doon invloeden uit de countryrock en folkrock, maar invloeden uit de lo-fi en psychedelica hebben flink aan terrein verloren. Gitaren spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Bonny Doon, maar door de veel prominentere rol van piano en keyboards op Let There Be Music is het wat mij betreft geen typische gitaarplaat meer.
Op haar derde album heeft de muziek van de band uit Detroit bovendien een stevige popinjectie gekregen. De pop die de band heeft toegevoegd aan haar muziek komt niet uit het heden, want Let There Be Music heeft vaak een jaren 70 vibe. Invloeden komen ook zeker uit de 70s softpop, maar omdat de invloeden uit de Americana niet helemaal zijn verdwenen en Bonny Doon ook nog altijd een rockband is, zou ik Let There Be Music zeker geen 70’s popalbum durven noemen.
De nieuwe weg van Bonny Doon zal niet bij alle fans van het eerste uur in de smaak vallen, maar zelf ben ik niet vies van 70s pop en persoonlijk vind ik de popsongs op Let There Be Music behoorlijk verslavend. Het zijn popsongs die het uitstekend doen in het huidige seizoen, maar het zijn ook knap gemaakte popsongs die meer doen dan alleen vermaken.
Zeker in de zonnig ingekleurde popsongs met een hoofdrol voor de piano en een bijrol voor vrouwenstemmen lijkt Bonny Doon in niets meer op de band die vijf jaar geleden zoveel indruk maakte met Longwave, maar wat is het nog altijd een leuke band en wat verdient de band de aandacht van de Nederlandse muziekliefhebber. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonny Doon - Let There Be Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Doon - Let There Be Music
Bonny Doon uit Detroit maakte een van de leukste gitaarplaten van 2018, maar slaat nu totaal andere wegen in op Let There Be Music, dat vooral liefhebbers met een zonnig pophart zal aanspreken
De Amerikaanse muziekcritici waren in 2018 lyrisch over Longwave van de band Bonny Doon. En terecht, want wat leverde de band uit Detroit een leuke en memorabele gitaarplaat af. Bonny Doon had de afgelopen jaren te maken met flink wat tegenslagen, maar daar is niets van te horen op Let There Be Music. Bonny Doon had van mij nog een Longwave mogen maken, maar dat is Let There Be Music zeker niet. Het nieuwe album van Bonny Doon is vooral een popplaat en het is er een met een jaren 70 vibe. Het is een album waar je vatbaar voor moet zijn, maar als je dat bent valt er toch weer veel te genieten op dit album, dat een aangenaam zomeralbum is, maar ook meer dan dat.
De tips die ik wekelijks vind op de sites van de muziekplatforms Paste en Pitchfork zijn soms verrassend, maar meestal kan ik wel redelijk voorspellen welke albums er uit gepikt gaan worden. Het verbaasde me in ieder geval niet dat Let There Be Music van de Amerikaanse band Bonny Doon werd geschaard onder de leukste albums van de afgelopen week. De Amerikaanse muziekcritici kwamen in 2018 immers superlatieven tekort bij het bespreken van Longwave, het tweede album van de band uit Detroit, Michigan.
Al die lof was volkomen terecht, want Longwave was een briljante gitaarplaat, waarop invloeden uit de countryrock, folkrock, lo-fi en psychedelica prachtig samenvloeiden. Longwave was een album waarop de zon uitbundig scheen, maar ook voor een incidentele donkere wolk was je bij de Amerikaanse band aan het juiste adres. Longwave was in de jaren 90 ongetwijfeld uitgegroeid tot een klassieker, maar in 2018 deed het album veel te weinig, zeker in Nederland waarin de naam Bonny Doon maar zelden viel.
Dat is vijf jaar later niet anders, want in Nederland lees ik tot dusver nog niets over Let There Be Music, dat gelukkig in de Verenigde Staten wel wordt opgepikt. Er zijn vijf jaren verstreken sinds het terecht bewierookte Longwave en het zijn zware jaren geweest voor de band. Meerdere bandleden kregen te maken met medisch ongemak en dan was er ook nog eens de coronapandemie, die het leven van een band lastig maakte. Lichtpuntje was de samenwerking met Waxahatchee, die Bonny Doon na het horen van Longwave direct rekruteerde als begeleidingsband.
En nu is er dan Let There Be Music, dat zeker niet klinkt als een herhalingsoefening, al had ik daar gezien het niveau van Longwave vrede mee gehad. Ook op Let There Be Music verwerkt Bonny Doon invloeden uit de countryrock en folkrock, maar invloeden uit de lo-fi en psychedelica hebben flink aan terrein verloren. Gitaren spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Bonny Doon, maar door de veel prominentere rol van piano en keyboards op Let There Be Music is het wat mij betreft geen typische gitaarplaat meer.
Op haar derde album heeft de muziek van de band uit Detroit bovendien een stevige popinjectie gekregen. De pop die de band heeft toegevoegd aan haar muziek komt niet uit het heden, want Let There Be Music heeft vaak een jaren 70 vibe. Invloeden komen ook zeker uit de 70s softpop, maar omdat de invloeden uit de Americana niet helemaal zijn verdwenen en Bonny Doon ook nog altijd een rockband is, zou ik Let There Be Music zeker geen 70’s popalbum durven noemen.
De nieuwe weg van Bonny Doon zal niet bij alle fans van het eerste uur in de smaak vallen, maar zelf ben ik niet vies van 70s pop en persoonlijk vind ik de popsongs op Let There Be Music behoorlijk verslavend. Het zijn popsongs die het uitstekend doen in het huidige seizoen, maar het zijn ook knap gemaakte popsongs die meer doen dan alleen vermaken.
Zeker in de zonnig ingekleurde popsongs met een hoofdrol voor de piano en een bijrol voor vrouwenstemmen lijkt Bonny Doon in niets meer op de band die vijf jaar geleden zoveel indruk maakte met Longwave, maar wat is het nog altijd een leuke band en wat verdient de band de aandacht van de Nederlandse muziekliefhebber. Erwin Zijleman
Bonny Doon - Longwave (2018)

4,5
1
geplaatst: 5 oktober 2018, 15:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonny Doon - Longwave - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amerikaanse band maakt klassieke gitaarplaat met evenveel zonnestralen als donkere wolken
Lome gitaarloopjes, nog lomere zang en songs vol melancholie; het is de donkere kant van de Amerikaanse band Bonny Doon, die op Longwave echter ook driftig strooit met zonnestralen en de herinnering aan een mooie zomerdag. Een heerlijke plaat om bij weg te dromen, totdat je door hebt hoe goed de volstrekt tijdloze gitaarliedjes van de Amerikaanse band zijn. 2018 heeft al een aantal uitstekende gitaarplaten opgeleverd en ook dit is er weer een. Een van de betere van het stel zelfs.
De website van het digitale Amerikaanse tijdschrift Paste Magazine (de papieren versie bestaat al een jaar of acht niet meer) houdt wanneer het gaat om muziek wel van terugkijken. Toen september er op zat, stond op de Paste Magazine website dan ook vrijwel direct een lijstje met de beste platen uit de eerste drie kwartalen van 2018 online.
Hieronder een aantal van mijn persoonlijke favorieten, een aantal platen waar ik niet zo veel mee heb en een aantal platen die ik maar eens snel moest gaan ontdekken. Het heeft een voltreffer opgeleverd, want één van de platen uit het lijstje van Paste Magazine blijft hier maar uit de speakers komen en ik kan niet wachten tot het vinyl is gearriveerd.
Het gaat om Longwave van de Amerikaanse band Bonny Doon. De band uit Detroit, Michigan, debuteerde in het voorjaar van 2017 met een plaat die wel wat goede ideeën liet horen, maar wat mij betreft toch teveel rammelde en zich te weinig wist te onderscheiden. Omdat ik het debuut van de Amerikaanse band wel degelijk veelbelovend vond, verbaast het me dat ik de tweede plaat van de band al weer iets meer dan een half jaar geleden compleet heb gemist. Ik heb er volgens mij niets over gelezen, totdat Paste Magazine de plaat nog eens bejubelde in haar voorlopige jaarlijstje.
Paste omschrijft Longwave van Bonny Doon nog altijd als lo-fi en noemt het tijdloze karakter van de muziek van de band en het melancholische maar toch ook zonnige karakter van de songs van de band als sterke punten. Wat mij betreft is Bonny Doon de lo-fi op haar tweede plaat ontgroeid, maar het tijdloze karakter van de muziek van de band en de balans tussen zonnestralen en donkere wolken kan ik alleen maar onderschrijven.
De webshop van Rough Trade omschrijft de muziek van Bonny Doon als “Cosmic American Music” en dat vind ik wel een mooie omschrijving. De muziek van de band uit Detroit is opvallend loom en valt op door zweverige klanken die fraai worden gecombineerd met inventieve gitaarloopjes, maar het is ook muziek die is geworteld in de tradities van de Amerikaanse gitaarmuziek.
Hier en daar hoor ik wel wat van lo-fi pioniers Pavement en Guided By Voices, maar Bonny Doon kiest niet voor flarden van popsongs en levert in 40 minuten tien heerlijke popsongs af, waarvan er vier de grens van vijf minuten passeren en waarin er ook ruimte is voor wat psychedelisch experiment. Naast associaties met de muziek uit de hoogtijdagen van de lo-fi, hoor ik ook wat van The Velvet Underground en wat uit de 70s folkrock en countryrock, maar ik hoor veel meer van bands als Smog en The Silver Jews of van bands van het moment als Winterpills en Real Estate, om maar eens wat namen te noemen.
Bonny Doon komt misschien uit Detroit, maar lijkt Californische genen te hebben. De gitaarmuziek van de band kan heerlijk zonnig klinken, wat vervolgens weer prachtig contrasteert met alle melancholie in de songs van de band. Longwave van Bonny Doon is de soundtrack van die laatste mooie zomerdag, die je nog heel veel keren wilt herbeleven.
Op het eerste gehoor klinkt het nog wat (s)loom en eentonig, maar uiteindelijk heeft de tweede plaat van Bonny Doon een bezwerende uitwerking en worden de lome en donkere gitaarsongs van de band alleen maar mooier en mooier. De ultieme plaat om bij weg te dromen, maar ook een plaat om volledig uit te pluizen, want wat staat er veel moois op Longwave van Bonny Doon. Een van de betere gitaarplaten van 2018 wat mij betreft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonny Doon - Longwave - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amerikaanse band maakt klassieke gitaarplaat met evenveel zonnestralen als donkere wolken
Lome gitaarloopjes, nog lomere zang en songs vol melancholie; het is de donkere kant van de Amerikaanse band Bonny Doon, die op Longwave echter ook driftig strooit met zonnestralen en de herinnering aan een mooie zomerdag. Een heerlijke plaat om bij weg te dromen, totdat je door hebt hoe goed de volstrekt tijdloze gitaarliedjes van de Amerikaanse band zijn. 2018 heeft al een aantal uitstekende gitaarplaten opgeleverd en ook dit is er weer een. Een van de betere van het stel zelfs.
De website van het digitale Amerikaanse tijdschrift Paste Magazine (de papieren versie bestaat al een jaar of acht niet meer) houdt wanneer het gaat om muziek wel van terugkijken. Toen september er op zat, stond op de Paste Magazine website dan ook vrijwel direct een lijstje met de beste platen uit de eerste drie kwartalen van 2018 online.
Hieronder een aantal van mijn persoonlijke favorieten, een aantal platen waar ik niet zo veel mee heb en een aantal platen die ik maar eens snel moest gaan ontdekken. Het heeft een voltreffer opgeleverd, want één van de platen uit het lijstje van Paste Magazine blijft hier maar uit de speakers komen en ik kan niet wachten tot het vinyl is gearriveerd.
Het gaat om Longwave van de Amerikaanse band Bonny Doon. De band uit Detroit, Michigan, debuteerde in het voorjaar van 2017 met een plaat die wel wat goede ideeën liet horen, maar wat mij betreft toch teveel rammelde en zich te weinig wist te onderscheiden. Omdat ik het debuut van de Amerikaanse band wel degelijk veelbelovend vond, verbaast het me dat ik de tweede plaat van de band al weer iets meer dan een half jaar geleden compleet heb gemist. Ik heb er volgens mij niets over gelezen, totdat Paste Magazine de plaat nog eens bejubelde in haar voorlopige jaarlijstje.
Paste omschrijft Longwave van Bonny Doon nog altijd als lo-fi en noemt het tijdloze karakter van de muziek van de band en het melancholische maar toch ook zonnige karakter van de songs van de band als sterke punten. Wat mij betreft is Bonny Doon de lo-fi op haar tweede plaat ontgroeid, maar het tijdloze karakter van de muziek van de band en de balans tussen zonnestralen en donkere wolken kan ik alleen maar onderschrijven.
De webshop van Rough Trade omschrijft de muziek van Bonny Doon als “Cosmic American Music” en dat vind ik wel een mooie omschrijving. De muziek van de band uit Detroit is opvallend loom en valt op door zweverige klanken die fraai worden gecombineerd met inventieve gitaarloopjes, maar het is ook muziek die is geworteld in de tradities van de Amerikaanse gitaarmuziek.
Hier en daar hoor ik wel wat van lo-fi pioniers Pavement en Guided By Voices, maar Bonny Doon kiest niet voor flarden van popsongs en levert in 40 minuten tien heerlijke popsongs af, waarvan er vier de grens van vijf minuten passeren en waarin er ook ruimte is voor wat psychedelisch experiment. Naast associaties met de muziek uit de hoogtijdagen van de lo-fi, hoor ik ook wat van The Velvet Underground en wat uit de 70s folkrock en countryrock, maar ik hoor veel meer van bands als Smog en The Silver Jews of van bands van het moment als Winterpills en Real Estate, om maar eens wat namen te noemen.
Bonny Doon komt misschien uit Detroit, maar lijkt Californische genen te hebben. De gitaarmuziek van de band kan heerlijk zonnig klinken, wat vervolgens weer prachtig contrasteert met alle melancholie in de songs van de band. Longwave van Bonny Doon is de soundtrack van die laatste mooie zomerdag, die je nog heel veel keren wilt herbeleven.
Op het eerste gehoor klinkt het nog wat (s)loom en eentonig, maar uiteindelijk heeft de tweede plaat van Bonny Doon een bezwerende uitwerking en worden de lome en donkere gitaarsongs van de band alleen maar mooier en mooier. De ultieme plaat om bij weg te dromen, maar ook een plaat om volledig uit te pluizen, want wat staat er veel moois op Longwave van Bonny Doon. Een van de betere gitaarplaten van 2018 wat mij betreft. Erwin Zijleman
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman (2020)

4,0
2
geplaatst: 25 januari 2020, 10:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman
Het gelegenheidstrio Bonny Light Horseman bundelt de krachten van drie gelouterde muzikanten en heeft wat mij betreft een duidelijke meerwaarde
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hebben alle drie hun sporen in de muziek verdiend en bundelen nu hun krachten als Bonny Light Horseman. Het gelegenheidstrio vertolkt op haar debuut vrijwel uitsluitend folk traditionals en dat is een beproefd recept. De drie Amerikaanse muzikanten wijken af van dit recept en kiezen voor een wat voller en smaakvoller geluid, waardoor het debuut van Bonny Light Horseman anders klinkt dan vergelijkbare albums, wat nog eens wordt versterkt door de mooie zang van Eric D. Johnson en natuurlijk Anaïs Mitchell. 1+1+1 is hierdoor net iets meer dan 3 wat mij betreft.
Het gaat misschien wat ver om Bonny Light Horseman een supergroep te noemen, maar een bijzonder trio is het zeker. Eric D. Johnson timmert al heel wat jaren aan de weg met zijn band Fruit Bats en is bovendien actief als producer, Josh Kaufman werkte als muzikant met onder andere The National en The War On Drugs en was als producer actief voor bijvoorbeeld The Hold Steady en Josh Ritter en dan is er ook nog eens Anaïs Mitchell, die de afgelopen 15 jaar een aantal fraaie soloalbums afleverde.
Met zijn drieën zijn ze Bonny Light Horseman, waarvan deze week een titelloos debuut verscheen. Het gelegenheidstrio kwam overigens tot stand nadat Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hadden samengewerkt met Justin Vernon (Bon Iver) en producer Aaron Dessner, die ze stimuleerden om samen een album op te nemen.
Een wijs advies, want Bonny Light Horseman voegt absoluut iets toe aan de oeuvres van de drie individuele muzikanten. Op het debuut van het trio hoor je vooral ingetogen rootsmuziek. Ondanks de beschikbaarheid van twee producers en een multi-instrumentalist klinkt de muziek van Bonny Light Horseman betrekkelijk sober. Schijn bedriegt hier echter, want het geluid op het debuutalbum van het trio is bijzonder smaakvol en zit vol fraaie accenten.
In muzikaal opzicht beperkt Bonny Light Horseman zich vooral tot de folk. Het is folk die in eerste instantie is beïnvloed door de rijke historie van het genre. Bonny Light Horseman vertolkt op haar debuut vooral traditionals, maar is niet bang om de kroonjuwelen van de Amerikaanse folk in een wat moderner jasje te steken, waardoor het album af en toe voorzichtig opschuift richting indie-folk.
De instrumentatie op het album is zoals gezegd betrekkelijk sober maar smaakvol, waardoor de vocalen in de spotlights staan. Natuurlijk valt direct de prachtige stem van Anaïs Mitchell op, maar ook Eric D. Johnson maakt indruk met een mooie stem, die ook nog eens prachtig kleurt bij die van Anaïs Mitchell. Wanneer laatstgenoemde het voortouw neemt schuift het debuut van Bonny Light Horseman op richting de rootsmuziek die we van Anaïs Mitchell kennen, maar wanneer de stem van Eric D. Johnson nomineert doet het debuut van Bonny Light Horseman ook denken aan het wat mij betreft zwaar onderschatte derde album van The Lumineers (voor mij een van de beste albums van 2019).
De basis van het debuut van het gelegenheidstrio stond snel op de band, maar de twee producers van de band konden het niet laten om er achteraf ook nog flink aan te sleutelen. Mogelijk een gruwel voor folkpuristen, maar het zorgt er wat mij betreft voor dat het album niet alleen maar aangenaam voortkabbelt, maar ook spannend blijft. De instrumentatie op het album is van grote schoonheid en zorgt er voor dat Bonny Light Horseman zich weet te onderscheiden van alle folkalbums met traditionals die er al zijn.
De stemmige instrumentatie zorgt er bovendien voor dat de stemmen van Eric D. Johnson en Anaïs Mitchell nog net wat beter tot hun recht komen. Het gaat misschien wat ten koste van het ruwe en pure dat dit soort albums normaal gesproken kenmerkt, maar daar heb ik genoeg alternatieven voor. Kortom, prima uitstapje van deze drie gelouterde muzikanten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman
Het gelegenheidstrio Bonny Light Horseman bundelt de krachten van drie gelouterde muzikanten en heeft wat mij betreft een duidelijke meerwaarde
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hebben alle drie hun sporen in de muziek verdiend en bundelen nu hun krachten als Bonny Light Horseman. Het gelegenheidstrio vertolkt op haar debuut vrijwel uitsluitend folk traditionals en dat is een beproefd recept. De drie Amerikaanse muzikanten wijken af van dit recept en kiezen voor een wat voller en smaakvoller geluid, waardoor het debuut van Bonny Light Horseman anders klinkt dan vergelijkbare albums, wat nog eens wordt versterkt door de mooie zang van Eric D. Johnson en natuurlijk Anaïs Mitchell. 1+1+1 is hierdoor net iets meer dan 3 wat mij betreft.
Het gaat misschien wat ver om Bonny Light Horseman een supergroep te noemen, maar een bijzonder trio is het zeker. Eric D. Johnson timmert al heel wat jaren aan de weg met zijn band Fruit Bats en is bovendien actief als producer, Josh Kaufman werkte als muzikant met onder andere The National en The War On Drugs en was als producer actief voor bijvoorbeeld The Hold Steady en Josh Ritter en dan is er ook nog eens Anaïs Mitchell, die de afgelopen 15 jaar een aantal fraaie soloalbums afleverde.
Met zijn drieën zijn ze Bonny Light Horseman, waarvan deze week een titelloos debuut verscheen. Het gelegenheidstrio kwam overigens tot stand nadat Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hadden samengewerkt met Justin Vernon (Bon Iver) en producer Aaron Dessner, die ze stimuleerden om samen een album op te nemen.
Een wijs advies, want Bonny Light Horseman voegt absoluut iets toe aan de oeuvres van de drie individuele muzikanten. Op het debuut van het trio hoor je vooral ingetogen rootsmuziek. Ondanks de beschikbaarheid van twee producers en een multi-instrumentalist klinkt de muziek van Bonny Light Horseman betrekkelijk sober. Schijn bedriegt hier echter, want het geluid op het debuutalbum van het trio is bijzonder smaakvol en zit vol fraaie accenten.
In muzikaal opzicht beperkt Bonny Light Horseman zich vooral tot de folk. Het is folk die in eerste instantie is beïnvloed door de rijke historie van het genre. Bonny Light Horseman vertolkt op haar debuut vooral traditionals, maar is niet bang om de kroonjuwelen van de Amerikaanse folk in een wat moderner jasje te steken, waardoor het album af en toe voorzichtig opschuift richting indie-folk.
De instrumentatie op het album is zoals gezegd betrekkelijk sober maar smaakvol, waardoor de vocalen in de spotlights staan. Natuurlijk valt direct de prachtige stem van Anaïs Mitchell op, maar ook Eric D. Johnson maakt indruk met een mooie stem, die ook nog eens prachtig kleurt bij die van Anaïs Mitchell. Wanneer laatstgenoemde het voortouw neemt schuift het debuut van Bonny Light Horseman op richting de rootsmuziek die we van Anaïs Mitchell kennen, maar wanneer de stem van Eric D. Johnson nomineert doet het debuut van Bonny Light Horseman ook denken aan het wat mij betreft zwaar onderschatte derde album van The Lumineers (voor mij een van de beste albums van 2019).
De basis van het debuut van het gelegenheidstrio stond snel op de band, maar de twee producers van de band konden het niet laten om er achteraf ook nog flink aan te sleutelen. Mogelijk een gruwel voor folkpuristen, maar het zorgt er wat mij betreft voor dat het album niet alleen maar aangenaam voortkabbelt, maar ook spannend blijft. De instrumentatie op het album is van grote schoonheid en zorgt er voor dat Bonny Light Horseman zich weet te onderscheiden van alle folkalbums met traditionals die er al zijn.
De stemmige instrumentatie zorgt er bovendien voor dat de stemmen van Eric D. Johnson en Anaïs Mitchell nog net wat beter tot hun recht komen. Het gaat misschien wat ten koste van het ruwe en pure dat dit soort albums normaal gesproken kenmerkt, maar daar heb ik genoeg alternatieven voor. Kortom, prima uitstapje van deze drie gelouterde muzikanten. Erwin Zijleman
Bonny Light Horseman - Keep Me on Your Mind/See You Free (2024)

4,0
2
geplaatst: 8 juni 2024, 10:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Keep Me On Your Mind/See You Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Keep Me On Your Mind/See You Free
Bonny Light Horseman pakt flink uit met ruim een uur muziek en ook op Keep Me On Your Mind/See You Free laten Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman weer horen hoe getalenteerd ze zijn
Projecten waarin gerenommeerde muzikanten de krachten bundelen vallen vaak tegen en gaan meestal niet heel lang mee, maar Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman leveren deze week alweer het derde album van hun band Bonny Light Horseman af. Het is een album dat nog net wat beter is dan zijn twee voorgangers en de luisteraar ruim een uur lang trakteert op in kwalitatief opzicht hoogstaande muziek, een serie uitstekende songs en ook nog eens op de prachtige stemmen van Anaïs Mitchell en Eric D. Johnson. Keep Me On Your Mind/See You Free is een album zonder poespas en laat muzikanten horen die met veel plezier en precisie muziek maken. Ook de derde van Bonny Light Horseman is daarom zeer de moeite waard.
Bonny Light Horseman dook helemaal aan het begin van 2020 op met haar titelloze debuutalbum. Het leek op dat moment nog een tijdelijk uitstapje van drie gelouterde muzikanten, maar inmiddels weten we beter. Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman leverden in de herfst van 2022 immers een tweede album van Bonny Light Horseman af en deze week is het derde album verschenen van het drietal dat al lang geen gelegenheidsband meer mag worden genoemd.
De leden van de band zijn alle drie gezegend met het nodige talent. Eric D. Johnson timmert al flink wat jaren aan de weg met zijn band Fruit Bats, Josh Kaufman is een veelgevraagd sessiemuzikant en producer, onder andere voor The Hold Steady, This Is The Kit en CMAT, en dan is er ook nog Anaïs Mitchell, die de afgelopen 20 jaar een aantal zeer fraaie soloalbums heeft afgeleverd.
Bonny Light Horseman koos op haar debuutalbum voor het uitvoeren van een aantal traditionals en klonk wat moderner op Rolling Golden Holy waarop het eigen songs vertolkte. Met Keep Me On Your Mind/See You Free hebben Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman een zeer ambitieus album afgeleverd, want het derde album van Bonny Light Horseman bevat maar liefst twintig tracks en ruim een uur muziek. De songs op het album werden voor een belangrijk deel opgenomen in Levis Corner House, een pub in de kleine Ierse kustplaats Ballydehob in Cork, waarna het album in de vertrouwde studio in upstate New York, waar ook de eerste twee albums werden opgenomen, werd afgemaakt.
Bij het opnemen van een album in een pub denk ik aan uitbundige klanken, maar Keep Me On Your Mind/See You Free opent behoorlijk sober met prachtig snarenwerk en de uit duizenden herkenbare en prachtig doorleefd klinkende stem van Anaïs Mitchell, die af en toe gezelschap krijgt van de al even karakteristieke stem van Eric D. Johnson. Keep Me On Your Mind/See You Free bevat meer dan dit soort ingetogen songs, die verder zijn ingekleurd met stemmige pianoklanken, hier en daar fraaie blazers en al even mooie koortjes.
Keep Me On Your Mind/See You Free ligt in het verlengde van voorganger Rolling Golden Holy, waarop het drietal ook al liet horen dat het garant staat voor geweldige songs. De songs op het nieuwe album vind ik nog wat beter en ook het geluid op het derde album van Bonny Light Horseman bevalt me uitstekend. Producer Josh Kaufman heeft het derde album van de band voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid, dat onmiddellijk zorgt voor een fijn gevoel.
Het is een geluid dat het grootste deel van het album in dienst staat van de stemmen van Anaïs Mitchell en Eric D. Johnson, die al net zo aangenaam klinken als de muziek op Keep Me On Your Mind/See You Free. Dat de drie muzikanten ook dit keer tekenen voor een serie uitstekende songs zal niemand verbazen. Het zijn stuk voor stuk tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en de country en hier en daar een vleugje jazz of soul.
Twintig tracks leek me op voorhand echt te veel van het goede, maar van de achttien echte songs op het album kan ik er ook na meerdere keren horen nog niet makkelijk een aantal wegstrepen, waardoor het album een uur lang boeit. Het leek begin 2020 nog een aardig tussendoortje, maar Bonny Light Horseman wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Keep Me On Your Mind/See You Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Keep Me On Your Mind/See You Free
Bonny Light Horseman pakt flink uit met ruim een uur muziek en ook op Keep Me On Your Mind/See You Free laten Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman weer horen hoe getalenteerd ze zijn
Projecten waarin gerenommeerde muzikanten de krachten bundelen vallen vaak tegen en gaan meestal niet heel lang mee, maar Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman leveren deze week alweer het derde album van hun band Bonny Light Horseman af. Het is een album dat nog net wat beter is dan zijn twee voorgangers en de luisteraar ruim een uur lang trakteert op in kwalitatief opzicht hoogstaande muziek, een serie uitstekende songs en ook nog eens op de prachtige stemmen van Anaïs Mitchell en Eric D. Johnson. Keep Me On Your Mind/See You Free is een album zonder poespas en laat muzikanten horen die met veel plezier en precisie muziek maken. Ook de derde van Bonny Light Horseman is daarom zeer de moeite waard.
Bonny Light Horseman dook helemaal aan het begin van 2020 op met haar titelloze debuutalbum. Het leek op dat moment nog een tijdelijk uitstapje van drie gelouterde muzikanten, maar inmiddels weten we beter. Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman leverden in de herfst van 2022 immers een tweede album van Bonny Light Horseman af en deze week is het derde album verschenen van het drietal dat al lang geen gelegenheidsband meer mag worden genoemd.
De leden van de band zijn alle drie gezegend met het nodige talent. Eric D. Johnson timmert al flink wat jaren aan de weg met zijn band Fruit Bats, Josh Kaufman is een veelgevraagd sessiemuzikant en producer, onder andere voor The Hold Steady, This Is The Kit en CMAT, en dan is er ook nog Anaïs Mitchell, die de afgelopen 20 jaar een aantal zeer fraaie soloalbums heeft afgeleverd.
Bonny Light Horseman koos op haar debuutalbum voor het uitvoeren van een aantal traditionals en klonk wat moderner op Rolling Golden Holy waarop het eigen songs vertolkte. Met Keep Me On Your Mind/See You Free hebben Anaïs Mitchell, Eric D. Johnson en Josh Kaufman een zeer ambitieus album afgeleverd, want het derde album van Bonny Light Horseman bevat maar liefst twintig tracks en ruim een uur muziek. De songs op het album werden voor een belangrijk deel opgenomen in Levis Corner House, een pub in de kleine Ierse kustplaats Ballydehob in Cork, waarna het album in de vertrouwde studio in upstate New York, waar ook de eerste twee albums werden opgenomen, werd afgemaakt.
Bij het opnemen van een album in een pub denk ik aan uitbundige klanken, maar Keep Me On Your Mind/See You Free opent behoorlijk sober met prachtig snarenwerk en de uit duizenden herkenbare en prachtig doorleefd klinkende stem van Anaïs Mitchell, die af en toe gezelschap krijgt van de al even karakteristieke stem van Eric D. Johnson. Keep Me On Your Mind/See You Free bevat meer dan dit soort ingetogen songs, die verder zijn ingekleurd met stemmige pianoklanken, hier en daar fraaie blazers en al even mooie koortjes.
Keep Me On Your Mind/See You Free ligt in het verlengde van voorganger Rolling Golden Holy, waarop het drietal ook al liet horen dat het garant staat voor geweldige songs. De songs op het nieuwe album vind ik nog wat beter en ook het geluid op het derde album van Bonny Light Horseman bevalt me uitstekend. Producer Josh Kaufman heeft het derde album van de band voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid, dat onmiddellijk zorgt voor een fijn gevoel.
Het is een geluid dat het grootste deel van het album in dienst staat van de stemmen van Anaïs Mitchell en Eric D. Johnson, die al net zo aangenaam klinken als de muziek op Keep Me On Your Mind/See You Free. Dat de drie muzikanten ook dit keer tekenen voor een serie uitstekende songs zal niemand verbazen. Het zijn stuk voor stuk tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en de country en hier en daar een vleugje jazz of soul.
Twintig tracks leek me op voorhand echt te veel van het goede, maar van de achttien echte songs op het album kan ik er ook na meerdere keren horen nog niet makkelijk een aantal wegstrepen, waardoor het album een uur lang boeit. Het leek begin 2020 nog een aardig tussendoortje, maar Bonny Light Horseman wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman
Bonny Light Horseman - Rolling Golden Holy (2022)

4,0
0
geplaatst: 9 oktober 2022, 11:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Rolling Golden Holy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Rolling Golden Holy
Bonny Light Horseman laat op Rolling Golden Holy horen dat het debuutalbum van de ‘supergroep’ geen toevalstreffer was en laat bovendien horen dat het ook een stuk moderner kan klinken
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell bundelden tweeënhalf jaar geleden voor het eerst de krachten als Bonny Light Horseman, wat een uitstekend debuutalbum vol folk traditionals opleverde. Ook op Rolling Golden Holy vullen de drie Amerikaanse muzikanten elkaar weer prachtig aan, wat een album oplevert dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt. Rolling Golden Holy klinkt direct vertrouwd, maar het is ook een duidelijk moderner klinkend album met een serie eigen songs van het drietal uit New York. Gelegenheidsbands stellen vaak teleur, maar Bonny Light Horseman is de uitzondering die de regel bevestigt.
Bonny Light Horseman werd helemaal aan het begin van 2020 gepresenteerd als een ‘supergroep’. Nu was het bundelen van de krachten door een aantal gerenommeerde muzikanten in het verleden zeker geen garantie voor een goed album, integendeel zelfs, maar Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell verdienden het predicaat ‘supergroep’ absoluut. Het titelloze debuut van het Amerikaanse drietal ging aan de haal met een aantal folk traditionals, die op zeer fraaie wijze het heden in werden getild.
Waar de leden van supergroepen elkaar in het verleden meestal alleen maar in de weg zaten, zeker wanneer de ego’s groot waren, wisten Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell elkaar te inspireren tot grootse daden. Bij een project als dit is het altijd afwachten of het debuutalbum nog een vervolg krijgt, maar ondanks hun eigen carrières hebben de drie Amerikaanse muzikanten de tijd gevonden voor een tweede album van Bonny Light Horseman.
Op Rolling Golden Holy gaat Bonny Light Horseman verder waar het ruim tweeënhalf jaar geleden ophield, maar het tweede album van het drietal is ook een flink ander album dan het terecht geprezen debuut. Het belangrijkste verschil zit hem in de songs op het album. Op het debuutalbum vertolkten Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell zoals gezegd vooral folk traditionals, waaronder een aantal stokoude. Voor Rolling Golden Holy hebben de drie een aantal gloednieuwe songs geschreven, waardoor het nieuwe album wat eigentijdser klinkt dan het debuutalbum, al vindt ook Rolling Golden Holy de inspiratie deels in het verleden.
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell timmerden sinds het eerste album van Bonny Light Horseman flink aan de weg met hun eigen projecten. Eric D. Johnson met zijn band Fruit Bats, Josh Kaufman als sessiemuzikant (deze week nog te horen op het fantastische album van Courtney Marie Andrews en eerder bij onder andere Taylor Swift) en producer (The Hold Steady, Cassandra Jenkins) en Anaïs Mitchell met haar solocarrière, die een boost kreeg met het begin dit jaar verschenen titelloze album. Het heeft er voor gezorgd dat er op het tweede album van Bonny Light Horseman met veel vertrouwen wordt gemusiceerd.
Rolling Golden Holy is een behoorlijk ingetogen album vol subtiele maar ook sfeervolle klanken. Het drietal put ook dit keer nadrukkelijk uit de archieven van de folk, maar ook uitstapjes richting country en jazz worden niet geschuwd. Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell laten zich op hun tweede album, waarop ze worden bijgestaan door een ritmesectie, niet verleiden tot muzikaal spierballenvertoon, maar met name het snarenwerk op het album is zo nu en dan wonderschoon.
Rolling Golden Holy is wel een album met vocaal spierballenvertoon. Eric D. Johnson en vooral Anaïs Mitchell tekenen voor prachtige zang en incidenteel mogen hun stemmen elkaar fraai versterken. Supergroepen kwamen in het verleden vaak niet verder dan één album en vaak viel dit nog tegen ook, maar Bonny Light Horseman heeft met de release van Rolling Golden Holy twee prima albums op haar naam staan, waarvan ik het tweede album nog een stuk hoger aan sla dan het debuutalbum. Een ware traktatie voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en ook deze smaakt naar meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bonny Light Horseman - Rolling Golden Holy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bonny Light Horseman - Rolling Golden Holy
Bonny Light Horseman laat op Rolling Golden Holy horen dat het debuutalbum van de ‘supergroep’ geen toevalstreffer was en laat bovendien horen dat het ook een stuk moderner kan klinken
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell bundelden tweeënhalf jaar geleden voor het eerst de krachten als Bonny Light Horseman, wat een uitstekend debuutalbum vol folk traditionals opleverde. Ook op Rolling Golden Holy vullen de drie Amerikaanse muzikanten elkaar weer prachtig aan, wat een album oplevert dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt. Rolling Golden Holy klinkt direct vertrouwd, maar het is ook een duidelijk moderner klinkend album met een serie eigen songs van het drietal uit New York. Gelegenheidsbands stellen vaak teleur, maar Bonny Light Horseman is de uitzondering die de regel bevestigt.
Bonny Light Horseman werd helemaal aan het begin van 2020 gepresenteerd als een ‘supergroep’. Nu was het bundelen van de krachten door een aantal gerenommeerde muzikanten in het verleden zeker geen garantie voor een goed album, integendeel zelfs, maar Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell verdienden het predicaat ‘supergroep’ absoluut. Het titelloze debuut van het Amerikaanse drietal ging aan de haal met een aantal folk traditionals, die op zeer fraaie wijze het heden in werden getild.
Waar de leden van supergroepen elkaar in het verleden meestal alleen maar in de weg zaten, zeker wanneer de ego’s groot waren, wisten Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell elkaar te inspireren tot grootse daden. Bij een project als dit is het altijd afwachten of het debuutalbum nog een vervolg krijgt, maar ondanks hun eigen carrières hebben de drie Amerikaanse muzikanten de tijd gevonden voor een tweede album van Bonny Light Horseman.
Op Rolling Golden Holy gaat Bonny Light Horseman verder waar het ruim tweeënhalf jaar geleden ophield, maar het tweede album van het drietal is ook een flink ander album dan het terecht geprezen debuut. Het belangrijkste verschil zit hem in de songs op het album. Op het debuutalbum vertolkten Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell zoals gezegd vooral folk traditionals, waaronder een aantal stokoude. Voor Rolling Golden Holy hebben de drie een aantal gloednieuwe songs geschreven, waardoor het nieuwe album wat eigentijdser klinkt dan het debuutalbum, al vindt ook Rolling Golden Holy de inspiratie deels in het verleden.
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell timmerden sinds het eerste album van Bonny Light Horseman flink aan de weg met hun eigen projecten. Eric D. Johnson met zijn band Fruit Bats, Josh Kaufman als sessiemuzikant (deze week nog te horen op het fantastische album van Courtney Marie Andrews en eerder bij onder andere Taylor Swift) en producer (The Hold Steady, Cassandra Jenkins) en Anaïs Mitchell met haar solocarrière, die een boost kreeg met het begin dit jaar verschenen titelloze album. Het heeft er voor gezorgd dat er op het tweede album van Bonny Light Horseman met veel vertrouwen wordt gemusiceerd.
Rolling Golden Holy is een behoorlijk ingetogen album vol subtiele maar ook sfeervolle klanken. Het drietal put ook dit keer nadrukkelijk uit de archieven van de folk, maar ook uitstapjes richting country en jazz worden niet geschuwd. Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell laten zich op hun tweede album, waarop ze worden bijgestaan door een ritmesectie, niet verleiden tot muzikaal spierballenvertoon, maar met name het snarenwerk op het album is zo nu en dan wonderschoon.
Rolling Golden Holy is wel een album met vocaal spierballenvertoon. Eric D. Johnson en vooral Anaïs Mitchell tekenen voor prachtige zang en incidenteel mogen hun stemmen elkaar fraai versterken. Supergroepen kwamen in het verleden vaak niet verder dan één album en vaak viel dit nog tegen ook, maar Bonny Light Horseman heeft met de release van Rolling Golden Holy twee prima albums op haar naam staan, waarvan ik het tweede album nog een stuk hoger aan sla dan het debuutalbum. Een ware traktatie voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en ook deze smaakt naar meer. Erwin Zijleman
Bony Man - Cinnamon Fields (2021)

5,0
8
geplaatst: 13 september 2021, 16:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bony Man - Cinnamon Fields - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bony Man - Cinnamon Fields
Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man is tot dusver helaas nauwelijks opgemerkt, maar het is in alle opzichten een prachtig album dat in brede kring in de smaak zal vallen
Albums die als een totale verrassing komen vind ik persoonlijk het leukst, maar zijn in deze informatiemaatschappij helaas schaars. Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man kwam voor mij deze week wel als een totale verrassing. De muzikant uit Reykjavik heeft zijn muziek prachtig ingekleurd, schakelt makkelijk tussen sobere en rijk georkestreerde passages, beschikt over een prachtige en zeer warme stem en schrijft songs die je vrijwel onmiddellijk betoveren. Direct bij eerste beluistering was ik om, maar Cinnamon Fields van Bony Man is sindsdien alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. En dat moeten de seizoenen waarin deze muzikale warme deken het best tot zijn recht komt nog komen.
Musicmeter.nl is een Nederlandse muzieksite waarop volop en vaak gepassioneerd wordt gediscussieerd over albums, maar het is ook met enige regelmaat een bron van zeer interessante tips. Deze week werd op Musicmeter het eerder deze maand verschenen album Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man onder mijn aandacht gebracht. Het is een album dat ik zonder Musicmeter echt nooit had ontdekt, want er is nog nauwelijks geschreven over het album, dat je ook (nog) niet in de platenzaak tegenkomt.
De tip om eens te luisteren naar het debuut van Bony Man kwam voor mij eigenlijk net iets te laat, want de selectie uit het overvolle aanbod van deze week was al gemaakt, maar na eerste beluistering van Cinnamon Fields wist ik direct dat ik dit album echt niet langer wilde laten liggen.
Er is zoals gezegd nog weinig geschreven over het debuutalbum van Bony Man en ook andere informatie over de muzikant blijkt zeer schaars. Ik weet inmiddels dat achter Bony Man de uit Reykjavik afkomstige muzikant Guðlaugur Jón Árnason schuil gaat en dat Cinnamon Fields volgt op een aantal singles. Veel meer weet ik niet en dus zal de muziek moeten spreken. Dat is in het geval van Bony Man geen probleem, want Cinnamon Fields is een betoverend mooi debuut.
Veel tracks op het album openen met subtiele akkoorden op de akoestische gitaar, waarna de mooie en warme stem van Guðlaugur Jón Árnason invalt. De combinatie van akoestische klanken en de stem van de IJslandse muzikant is prachtig, maar het wordt nog mooier wanneer de muziek op Cinnamon Fields voller wordt ingekleurd met bas en drums, piano, elektrische gitaren, wat subtiele elektronica en flink wat strijkers.
Het zijn sfeervolle klanken die de ruimte prachtig vullen en al even goed bij de bijzondere stem van Guðlaugur Jón Árnason passen als de meer ingetogen klanken. Bony Man schakelt continu tussen een zeer ingetogen en een veel vollere instrumentatie, wat zijn songs niet alleen zeer sfeervol, maar ook spannend maakt.
Het zijn zeer melodieuze songs, die afwisselend in de hokjes folk en chamber pop passen en het zijn bovendien songs met een beeldend karakter. Laat de prachtige klanken van Cinnamon Fields uit de speakers komen, sluit je ogen en Guðlaugur Jón Árnason neemt je met zijn bijzondere stem mee naar andere werelden.
Het klinkt allemaal bijzonder stemmig en sfeervol, maar het debuut van Bony Man staat ook vol met aantrekkelijke songs, die je na één keer horen stuk voor stuk wilt koesteren. Hoewel de meeste songs op Cinnamon Fields een vergelijkbaar recept gebruiken, klinkt iedere song bovendien net wat anders. Zeker de songs waarin de strijkers de instrumentatie domineren doen bijna klassiek aan, maar Bony Man vertelt ook mooie verhalen in meer door folk beïnvloede songs.
De IJslandse muzikant beschikt zoals gezegd over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die verhalen prachtig kan vertellen, wat de bezwerende werking van het album nog wat krachtiger maakt. Bij eerste beluistering sprongen er bij mij een aantal tracks uit, waaronder Better Off en de titeltrack, maar inmiddels vind ik alle tracks op het album van een bijzonder hoog niveau en de rek is er nog niet uit.
Het is werkelijk doodzonde dat een album van deze kwaliteit vooralsnog zo weinig aandacht krijgt, maar Musicmeter heeft gelukkig al eerder wonderen verricht. Dit prachtige album verdient deze wonderen absoluut. Bony Man is voor mij een van de grote ontdekkingen van 2021. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bony Man - Cinnamon Fields - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bony Man - Cinnamon Fields
Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man is tot dusver helaas nauwelijks opgemerkt, maar het is in alle opzichten een prachtig album dat in brede kring in de smaak zal vallen
Albums die als een totale verrassing komen vind ik persoonlijk het leukst, maar zijn in deze informatiemaatschappij helaas schaars. Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man kwam voor mij deze week wel als een totale verrassing. De muzikant uit Reykjavik heeft zijn muziek prachtig ingekleurd, schakelt makkelijk tussen sobere en rijk georkestreerde passages, beschikt over een prachtige en zeer warme stem en schrijft songs die je vrijwel onmiddellijk betoveren. Direct bij eerste beluistering was ik om, maar Cinnamon Fields van Bony Man is sindsdien alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. En dat moeten de seizoenen waarin deze muzikale warme deken het best tot zijn recht komt nog komen.
Musicmeter.nl is een Nederlandse muzieksite waarop volop en vaak gepassioneerd wordt gediscussieerd over albums, maar het is ook met enige regelmaat een bron van zeer interessante tips. Deze week werd op Musicmeter het eerder deze maand verschenen album Cinnamon Fields van de IJslandse muzikant Bony Man onder mijn aandacht gebracht. Het is een album dat ik zonder Musicmeter echt nooit had ontdekt, want er is nog nauwelijks geschreven over het album, dat je ook (nog) niet in de platenzaak tegenkomt.
De tip om eens te luisteren naar het debuut van Bony Man kwam voor mij eigenlijk net iets te laat, want de selectie uit het overvolle aanbod van deze week was al gemaakt, maar na eerste beluistering van Cinnamon Fields wist ik direct dat ik dit album echt niet langer wilde laten liggen.
Er is zoals gezegd nog weinig geschreven over het debuutalbum van Bony Man en ook andere informatie over de muzikant blijkt zeer schaars. Ik weet inmiddels dat achter Bony Man de uit Reykjavik afkomstige muzikant Guðlaugur Jón Árnason schuil gaat en dat Cinnamon Fields volgt op een aantal singles. Veel meer weet ik niet en dus zal de muziek moeten spreken. Dat is in het geval van Bony Man geen probleem, want Cinnamon Fields is een betoverend mooi debuut.
Veel tracks op het album openen met subtiele akkoorden op de akoestische gitaar, waarna de mooie en warme stem van Guðlaugur Jón Árnason invalt. De combinatie van akoestische klanken en de stem van de IJslandse muzikant is prachtig, maar het wordt nog mooier wanneer de muziek op Cinnamon Fields voller wordt ingekleurd met bas en drums, piano, elektrische gitaren, wat subtiele elektronica en flink wat strijkers.
Het zijn sfeervolle klanken die de ruimte prachtig vullen en al even goed bij de bijzondere stem van Guðlaugur Jón Árnason passen als de meer ingetogen klanken. Bony Man schakelt continu tussen een zeer ingetogen en een veel vollere instrumentatie, wat zijn songs niet alleen zeer sfeervol, maar ook spannend maakt.
Het zijn zeer melodieuze songs, die afwisselend in de hokjes folk en chamber pop passen en het zijn bovendien songs met een beeldend karakter. Laat de prachtige klanken van Cinnamon Fields uit de speakers komen, sluit je ogen en Guðlaugur Jón Árnason neemt je met zijn bijzondere stem mee naar andere werelden.
Het klinkt allemaal bijzonder stemmig en sfeervol, maar het debuut van Bony Man staat ook vol met aantrekkelijke songs, die je na één keer horen stuk voor stuk wilt koesteren. Hoewel de meeste songs op Cinnamon Fields een vergelijkbaar recept gebruiken, klinkt iedere song bovendien net wat anders. Zeker de songs waarin de strijkers de instrumentatie domineren doen bijna klassiek aan, maar Bony Man vertelt ook mooie verhalen in meer door folk beïnvloede songs.
De IJslandse muzikant beschikt zoals gezegd over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die verhalen prachtig kan vertellen, wat de bezwerende werking van het album nog wat krachtiger maakt. Bij eerste beluistering sprongen er bij mij een aantal tracks uit, waaronder Better Off en de titeltrack, maar inmiddels vind ik alle tracks op het album van een bijzonder hoog niveau en de rek is er nog niet uit.
Het is werkelijk doodzonde dat een album van deze kwaliteit vooralsnog zo weinig aandacht krijgt, maar Musicmeter heeft gelukkig al eerder wonderen verricht. Dit prachtige album verdient deze wonderen absoluut. Bony Man is voor mij een van de grote ontdekkingen van 2021. Erwin Zijleman
Bored at My Grandmas House - Show & Tell (2024)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2024, 17:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bored At My Grandmas House - Show & Tell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bored At My Grandmas House - Show & Tell
Onder de opvallende naam Bored At My Grandmas House brengt de Britse muzikante Amber Strawbridge met Show & Tell een zeer aangenaam klinkend, maar zeker ook interessant en veelzijdig debuutalbum uit
Show & Tell van Bored At My Grandmas House is de afgelopen week nog niet overladen met aandacht, maar dit is wat mij betreft een album dat je maar beter niet kunt missen. Amber Strawbridge schrijft immers zeer aansprekende songs met persoonlijke teksten en het zijn ook nog eens songs die zijn voorzien van een aantrekkelijk geluid vol mooie gitaarlijnen en van minstens even aansprekende zang. Het knappe van Show & Tell is echter vooral dat de Britse muzikante zich door meerdere genres laat beïnvloeden en alle inspiratie aan elkaar smeedt in een eigen geluid. Het levert twaalf songs op die onmiddellijk overtuigen, maar die ook verrassen en verbazen.
Ik geef eerlijk toe dat mijn interesse voor het album Show & Tell van Bored At My Grandmas House in eerste instantie vooral werd gewekt door de bijzondere bandnaam en vervolgens door het opvallende artwork. Pas hierna kwam de muziek aan bod, maar ook in muzikaal opzicht stimuleerde Show & Tell van Bored At My Grandmas House al snel mijn nieuwsgierigheid en interesse.
Achter Bored At My Grandmas House gaat de Britse muzikante Amber Strawbridge schuil, die haar debuutalbum opnam met drummer Niall Summerton en bassist Alex Greaves. Laatstgenoemde produceerde het album ook en dat deed hij op fraaie wijze. Show & Tell is voorzien van een mooi geluid dat vooral gevuld wordt met de gitaren en synths van Amber Strawbridge.
De volle klanken en met name het fraaie, melodieuze en ruimtelijke gitaarwerk op het album riepen bij mij in eerste instantie herinneringen op aan de hoogtijdagen van de dreampop. Die herinneringen werden nog wat duidelijker door de strak spelende ritmesectie en de dromerige stem van Amber Strawbridge. Inhibitions, op Spotify met afstand de meest beluisterde track van Bored At My Grandmas House, nam me onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van een band als Lush en vervolgens naar alle andere bands die de dreampop in de jaren 90 kleur gaven.
Nu heb ik alleen de afgelopen weken al flink wat albums beluistert die de inspiratie zoeken en vinden bij de dreampop pioniers en de meeste van deze albums kunnen niet tippen aan de albums van de grote voorbeelden uit het verleden. Amber Strawbridge blijft op het debuutalbum van haar project Bored At My Grandmas House echter zeker niet hangen in het inmiddels zo bekende stramien van de dreampop.
De songs van de muzikante uit Leeds schuiven makkelijk op richting 90s indierock, verwerken hier en daar op fraaie wijze invloeden uit de 80s new wave en vinden ook verbazingwekkend makkelijk aansluiting bij de indiepop en indierock van het moment en zijn bovendien niet vies van invloeden uit de bedroom pop. Het zijn allemaal bekende invloeden, waardoor Show & Tell van Bored At My Grandmas House direct bij de eerste kennismaking makkelijk in het gehoor ligt.
Amber Strawbidge voorziet al haar songs van aantrekkelijke gitaarlijnen en dromerige synths en beschikt bovendien over een aansprekende stem, die haar songs voorziet van nog wat extra verleidingskracht. Het zijn songs die door de verschillende invloeden die worden verwerkt misschien bekend in de oren klinken, maar ik vind de songs van Bored At Grandmas House voldoende onderscheidend en ook voldoende eigenzinnig, wat na de bijzonder mooie en aangename klanken en zang een bonus is.
Het verbaast me dan ook niet dat met name de Britse muziekpers behoorlijk enthousiast is over het eerste wapenfeit van Bored At My Grandmas House. Het Britse Far Out Magazine slaat wat mij betreft de spijker op de kop wanneer het stelt dat Amber Strawbridge er niet alleen in slaagt om goede en zeer persoonlijke songs te schrijven en deze op fraaie wijze te vertolken, maar bovendien een album heeft gemaakt dat steeds weer een net wat andere weg in slaat, waardoor je nieuwsgierig blijft naar iedere volgende song. Ik ken inmiddels alle twaalf de songs op Show & Tell en vind ze alle twaalf goed. Best een ontdekking dus en dat dankzij die opvallende naam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bored At My Grandmas House - Show & Tell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bored At My Grandmas House - Show & Tell
Onder de opvallende naam Bored At My Grandmas House brengt de Britse muzikante Amber Strawbridge met Show & Tell een zeer aangenaam klinkend, maar zeker ook interessant en veelzijdig debuutalbum uit
Show & Tell van Bored At My Grandmas House is de afgelopen week nog niet overladen met aandacht, maar dit is wat mij betreft een album dat je maar beter niet kunt missen. Amber Strawbridge schrijft immers zeer aansprekende songs met persoonlijke teksten en het zijn ook nog eens songs die zijn voorzien van een aantrekkelijk geluid vol mooie gitaarlijnen en van minstens even aansprekende zang. Het knappe van Show & Tell is echter vooral dat de Britse muzikante zich door meerdere genres laat beïnvloeden en alle inspiratie aan elkaar smeedt in een eigen geluid. Het levert twaalf songs op die onmiddellijk overtuigen, maar die ook verrassen en verbazen.
Ik geef eerlijk toe dat mijn interesse voor het album Show & Tell van Bored At My Grandmas House in eerste instantie vooral werd gewekt door de bijzondere bandnaam en vervolgens door het opvallende artwork. Pas hierna kwam de muziek aan bod, maar ook in muzikaal opzicht stimuleerde Show & Tell van Bored At My Grandmas House al snel mijn nieuwsgierigheid en interesse.
Achter Bored At My Grandmas House gaat de Britse muzikante Amber Strawbridge schuil, die haar debuutalbum opnam met drummer Niall Summerton en bassist Alex Greaves. Laatstgenoemde produceerde het album ook en dat deed hij op fraaie wijze. Show & Tell is voorzien van een mooi geluid dat vooral gevuld wordt met de gitaren en synths van Amber Strawbridge.
De volle klanken en met name het fraaie, melodieuze en ruimtelijke gitaarwerk op het album riepen bij mij in eerste instantie herinneringen op aan de hoogtijdagen van de dreampop. Die herinneringen werden nog wat duidelijker door de strak spelende ritmesectie en de dromerige stem van Amber Strawbridge. Inhibitions, op Spotify met afstand de meest beluisterde track van Bored At My Grandmas House, nam me onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van een band als Lush en vervolgens naar alle andere bands die de dreampop in de jaren 90 kleur gaven.
Nu heb ik alleen de afgelopen weken al flink wat albums beluistert die de inspiratie zoeken en vinden bij de dreampop pioniers en de meeste van deze albums kunnen niet tippen aan de albums van de grote voorbeelden uit het verleden. Amber Strawbridge blijft op het debuutalbum van haar project Bored At My Grandmas House echter zeker niet hangen in het inmiddels zo bekende stramien van de dreampop.
De songs van de muzikante uit Leeds schuiven makkelijk op richting 90s indierock, verwerken hier en daar op fraaie wijze invloeden uit de 80s new wave en vinden ook verbazingwekkend makkelijk aansluiting bij de indiepop en indierock van het moment en zijn bovendien niet vies van invloeden uit de bedroom pop. Het zijn allemaal bekende invloeden, waardoor Show & Tell van Bored At My Grandmas House direct bij de eerste kennismaking makkelijk in het gehoor ligt.
Amber Strawbidge voorziet al haar songs van aantrekkelijke gitaarlijnen en dromerige synths en beschikt bovendien over een aansprekende stem, die haar songs voorziet van nog wat extra verleidingskracht. Het zijn songs die door de verschillende invloeden die worden verwerkt misschien bekend in de oren klinken, maar ik vind de songs van Bored At Grandmas House voldoende onderscheidend en ook voldoende eigenzinnig, wat na de bijzonder mooie en aangename klanken en zang een bonus is.
Het verbaast me dan ook niet dat met name de Britse muziekpers behoorlijk enthousiast is over het eerste wapenfeit van Bored At My Grandmas House. Het Britse Far Out Magazine slaat wat mij betreft de spijker op de kop wanneer het stelt dat Amber Strawbridge er niet alleen in slaagt om goede en zeer persoonlijke songs te schrijven en deze op fraaie wijze te vertolken, maar bovendien een album heeft gemaakt dat steeds weer een net wat andere weg in slaat, waardoor je nieuwsgierig blijft naar iedere volgende song. Ik ken inmiddels alle twaalf de songs op Show & Tell en vind ze alle twaalf goed. Best een ontdekking dus en dat dankzij die opvallende naam. Erwin Zijleman
