Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bridget Hayden and the Apparitions - Cold Blows the Rain (2025)

4,0
0
geplaatst: 15 januari 2025, 15:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bridget Hayden And The Apparitions - Cold Blows The Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bridget Hayden And The Apparitions - Cold Blows The Rain
Op Cold Blows The Rain geeft de Britse muzikante Bridget Hayden samen met haar band The Apparitions een eigen draai aan een aantal folk traditionals, wat een fraai en buitengewoon stemmig album oplevert
Iedereen die verlangt naar lentekriebels of zomervlinders raad ik niet direct het album van Bridget Hayden And The Apparitions aan, want op dit album regeren de herfst en de winter nog. De Britse muzikante vertolkt op het album een aantal folk traditionals en doet dit op fraaie wijze. De instrumentatie is zeer sfeervol en geeft de songs op het album een wat melancholisch karakter. Het contrasteert prachtig met de bijzonder mooie stem van Bridget Hayden, die klinkt zoals de grote Britse folkies van weleer klonken. Het is misschien even wennen aan alle donkere wolken op Cold Blows The Rain, maar dit album wordt mooier en mooier en mag zeker niet onderschat worden.
Na het loodzware nieuwe album van Ethel Cain viel ook Cold Blows The Rain van Bridget Hayden And The Apparitions in eerste instantie wat rauw op mijn dak. In een periode waarin de zon zich nauwelijks heeft laten zien groeide mijn behoefte aan muziek vol zonnestralen, maar hiervoor ben je op Cold Blows The Rain aan het verkeerde adres. Op het album van de Britse muzikante Bridget Hayden domineren immers vooral donkere wolken, flarden mist en op zijn tijd een stevige regen of onweersbui.
Dat is ook precies de bedoeling, getuige de omschrijving van het album op de bandcamp pagina van de Britse muzikante: “The reinterpreted traditional folk songs that make up Cold Blows The Rain are shaped by the land and the weather. Wrapped in mist and drizzle, the crawling drone of low heavy clouds on flat-top moors. The sound of the dark Calder Valley floor and sun starved hills around Todmorden, West Yorkshire in the North of England”.
Het album voelde nogal deprimerend aan in de dagen waarin de zon zich niet liet zien, maar nu de zon weer af en toe opduikt komt het album wat mij betreft beter tot zijn recht. Ik ben lang niet altijd gek op traditioneel klinkende folk en heb meestal nog minder met bewerkingen van traditionals, maar Bridget Hayden And The Apparitions hebben een fraai album afgeleverd.
Het is een album met acht vooral lange songs en het zijn songs die uit een andere tijd lijken te stammen, zonder dat ze achterhaald of overbodig klinken. Bridget Hayden beschikt over een stem die is gemaakt voor de wat traditionelere Britse folk. Het is een mooie heldere stem en het is een stem vol gevoel. De zang op Cold Blows The Rain heeft zeker in de wat langere songs een bijna hypnotiserende uitwerking, maar de zang van Bridget Hayden is ook gewoon heel mooi.
Het bezwerende en wat mystieke effect van de zang worst versterkt door de muziek op het album. De meeste songs zijn ingekleurd met akoestische snareninstrumenten, met een prominente plek voor de viool, waarna het harmonium nog wat meer melancholie toevoegt aan de songs. Het zich langzaam voortslepende klankenpalet op Cold Blows The Rain past uitstekend bij de stem van Bridget Hayden.
Het is een album waar je even in moet komen en waarvoor je in de stemming moet zijn, maar op het juiste moment doet het album wonderen met de prachtige klanken, de prachtige zang en de songs vol fraaie accenten. En alles wordt alleen maar mooier, bijzonderder en indringender wanneer je de songs op Cold Blows The Rain wat vaker hoort.
De muziek van Bridget Hayden en The Apparitions krijgt vooral het label Britse folk opgeplakt, maar hier en daar wordt het album ook in het hokje avant garde geduwd. In een aantal tracks hoor ik ook zeker invloeden uit de Amerikaanse folk, inclusief die uit de Appalachen, waardoor het label Britse folk niet volledig voldoet. En ondanks het feit dat Cold Blows The Rain van Bridget Hayden And The Apparitions zeker geen lichte kost is vind ik de songs op het album te toegankelijk en te geworteld in tradities om van avant garde te kunnen spreken.
Ik laat dit soort folkalbums meestal liggen, maar dit album heeft op mij ongeveer dezelfde uitwerking als de folk van Lankum of ØXN, die de folk in 2023 zoveel kleur gaven. Cold Blows The Rain zorgt in eerste instantie misschien voor het aanwakkeren van een winterdepressie, maar het is al snel een album van een bijzondere schoonheid, dat de ruimte op geheel eigen wijze verwarmt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bridget Hayden And The Apparitions - Cold Blows The Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bridget Hayden And The Apparitions - Cold Blows The Rain
Op Cold Blows The Rain geeft de Britse muzikante Bridget Hayden samen met haar band The Apparitions een eigen draai aan een aantal folk traditionals, wat een fraai en buitengewoon stemmig album oplevert
Iedereen die verlangt naar lentekriebels of zomervlinders raad ik niet direct het album van Bridget Hayden And The Apparitions aan, want op dit album regeren de herfst en de winter nog. De Britse muzikante vertolkt op het album een aantal folk traditionals en doet dit op fraaie wijze. De instrumentatie is zeer sfeervol en geeft de songs op het album een wat melancholisch karakter. Het contrasteert prachtig met de bijzonder mooie stem van Bridget Hayden, die klinkt zoals de grote Britse folkies van weleer klonken. Het is misschien even wennen aan alle donkere wolken op Cold Blows The Rain, maar dit album wordt mooier en mooier en mag zeker niet onderschat worden.
Na het loodzware nieuwe album van Ethel Cain viel ook Cold Blows The Rain van Bridget Hayden And The Apparitions in eerste instantie wat rauw op mijn dak. In een periode waarin de zon zich nauwelijks heeft laten zien groeide mijn behoefte aan muziek vol zonnestralen, maar hiervoor ben je op Cold Blows The Rain aan het verkeerde adres. Op het album van de Britse muzikante Bridget Hayden domineren immers vooral donkere wolken, flarden mist en op zijn tijd een stevige regen of onweersbui.
Dat is ook precies de bedoeling, getuige de omschrijving van het album op de bandcamp pagina van de Britse muzikante: “The reinterpreted traditional folk songs that make up Cold Blows The Rain are shaped by the land and the weather. Wrapped in mist and drizzle, the crawling drone of low heavy clouds on flat-top moors. The sound of the dark Calder Valley floor and sun starved hills around Todmorden, West Yorkshire in the North of England”.
Het album voelde nogal deprimerend aan in de dagen waarin de zon zich niet liet zien, maar nu de zon weer af en toe opduikt komt het album wat mij betreft beter tot zijn recht. Ik ben lang niet altijd gek op traditioneel klinkende folk en heb meestal nog minder met bewerkingen van traditionals, maar Bridget Hayden And The Apparitions hebben een fraai album afgeleverd.
Het is een album met acht vooral lange songs en het zijn songs die uit een andere tijd lijken te stammen, zonder dat ze achterhaald of overbodig klinken. Bridget Hayden beschikt over een stem die is gemaakt voor de wat traditionelere Britse folk. Het is een mooie heldere stem en het is een stem vol gevoel. De zang op Cold Blows The Rain heeft zeker in de wat langere songs een bijna hypnotiserende uitwerking, maar de zang van Bridget Hayden is ook gewoon heel mooi.
Het bezwerende en wat mystieke effect van de zang worst versterkt door de muziek op het album. De meeste songs zijn ingekleurd met akoestische snareninstrumenten, met een prominente plek voor de viool, waarna het harmonium nog wat meer melancholie toevoegt aan de songs. Het zich langzaam voortslepende klankenpalet op Cold Blows The Rain past uitstekend bij de stem van Bridget Hayden.
Het is een album waar je even in moet komen en waarvoor je in de stemming moet zijn, maar op het juiste moment doet het album wonderen met de prachtige klanken, de prachtige zang en de songs vol fraaie accenten. En alles wordt alleen maar mooier, bijzonderder en indringender wanneer je de songs op Cold Blows The Rain wat vaker hoort.
De muziek van Bridget Hayden en The Apparitions krijgt vooral het label Britse folk opgeplakt, maar hier en daar wordt het album ook in het hokje avant garde geduwd. In een aantal tracks hoor ik ook zeker invloeden uit de Amerikaanse folk, inclusief die uit de Appalachen, waardoor het label Britse folk niet volledig voldoet. En ondanks het feit dat Cold Blows The Rain van Bridget Hayden And The Apparitions zeker geen lichte kost is vind ik de songs op het album te toegankelijk en te geworteld in tradities om van avant garde te kunnen spreken.
Ik laat dit soort folkalbums meestal liggen, maar dit album heeft op mij ongeveer dezelfde uitwerking als de folk van Lankum of ØXN, die de folk in 2023 zoveel kleur gaven. Cold Blows The Rain zorgt in eerste instantie misschien voor het aanwakkeren van een winterdepressie, maar het is al snel een album van een bijzondere schoonheid, dat de ruimte op geheel eigen wijze verwarmt. Erwin Zijleman
Brigid Mae Power - Brigid Mae Power (2016)

4,5
0
geplaatst: 26 augustus 2016, 17:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Brigid Mae Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power krijgt in Engeland en de Verenigde Staten redelijk veel aandacht, maar lijkt vooralsnog geruisloos aan Nederland voorbij te gaan.
Zonde, want de muzikante uit Galway, die overigens werd geboren in Londen en momenteel veel tijd doorbrengt in New York, heeft een buitengewoon intrigerend debuut afgeleverd. Laten we hopen dat een Nederlandse release wat gaat helpen, want dit debuut is te bijzonder om te laten liggen.
Het is een debuut dat nadrukkelijk doet denken aan de platen die Joni Mitchell een aantal decennia geleden maakte, maar Brigid Mae Power heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door de muziek van Britse muzikanten als The Cocteau Twins, This Mortal Coil en P.J. Harvey.
Het zijn invloeden die moeilijk met elkaar te verenigen lijken, tot je naar het fascinerende debuut van Brigid Mae Power luistert. Haar debuut bevat acht tracks, waarvan de meeste bovengemiddeld lang zijn. Het zijn zich langzaam voortslepende tracks vol invloeden uit de folk en psychedelica van weleer, welke door Brigid Mae Power worden voorzien van de vocalen waar het 4AD label in de jaren 80 en 90 het patent op had. Het is een unieke combinatie van invloeden, die dan ook een uniek geluid oplevert.
Brigid Mae Power maakt muziek die niet van deze tijd lijkt, maar het is ook muziek die in het verleden niet werd gemaakt. Zeker bij eerste beluistering is het even wennen aan het lage tempo, aan het bijzondere geluid van de plaat en zeker aan de bijzondere vocalen, maar wanneer je eenmaal bent gevallen voor de bijzondere muziek van Brigid Mae Power heeft dit debuut een hele bijzondere en bezwerende uitwerking.
Het is bijzonder hoe de vocalen van de Ierse muzikante steeds het randje opzoeken. Het zijn vocalen die bij flink wat mensen tegen de haren in zullen strijken, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Het zijn zoals gezegd vocalen die herinneren aan de hoogtijdagen van bands als Cocteau Twins en This Mortal Coil, maar Brigid Mae Power raakt ook aan een oude folkie als Karen Dalton of aan de 90s cultheldin Mary Margaret O’Hara, wiens debuut en meteen ook zwanenzang bij iedereen in de platenkast zou moeten staan.
Zeker wanneer Brigid Mae Power de instrumentatie uiterst sober houdt is het allemaal niet makkelijk, maar acht wat is het mooi wanneer je je eenmaal hebt opengesteld voor deze bijzondere plaat. Ik geef eerlijk toe dat ik deze plaat ook niet iedere dag op zet, maar als de tijd er rijp voor is, is het intens genieten. Keer op keer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Brigid Mae Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power krijgt in Engeland en de Verenigde Staten redelijk veel aandacht, maar lijkt vooralsnog geruisloos aan Nederland voorbij te gaan.
Zonde, want de muzikante uit Galway, die overigens werd geboren in Londen en momenteel veel tijd doorbrengt in New York, heeft een buitengewoon intrigerend debuut afgeleverd. Laten we hopen dat een Nederlandse release wat gaat helpen, want dit debuut is te bijzonder om te laten liggen.
Het is een debuut dat nadrukkelijk doet denken aan de platen die Joni Mitchell een aantal decennia geleden maakte, maar Brigid Mae Power heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door de muziek van Britse muzikanten als The Cocteau Twins, This Mortal Coil en P.J. Harvey.
Het zijn invloeden die moeilijk met elkaar te verenigen lijken, tot je naar het fascinerende debuut van Brigid Mae Power luistert. Haar debuut bevat acht tracks, waarvan de meeste bovengemiddeld lang zijn. Het zijn zich langzaam voortslepende tracks vol invloeden uit de folk en psychedelica van weleer, welke door Brigid Mae Power worden voorzien van de vocalen waar het 4AD label in de jaren 80 en 90 het patent op had. Het is een unieke combinatie van invloeden, die dan ook een uniek geluid oplevert.
Brigid Mae Power maakt muziek die niet van deze tijd lijkt, maar het is ook muziek die in het verleden niet werd gemaakt. Zeker bij eerste beluistering is het even wennen aan het lage tempo, aan het bijzondere geluid van de plaat en zeker aan de bijzondere vocalen, maar wanneer je eenmaal bent gevallen voor de bijzondere muziek van Brigid Mae Power heeft dit debuut een hele bijzondere en bezwerende uitwerking.
Het is bijzonder hoe de vocalen van de Ierse muzikante steeds het randje opzoeken. Het zijn vocalen die bij flink wat mensen tegen de haren in zullen strijken, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Het zijn zoals gezegd vocalen die herinneren aan de hoogtijdagen van bands als Cocteau Twins en This Mortal Coil, maar Brigid Mae Power raakt ook aan een oude folkie als Karen Dalton of aan de 90s cultheldin Mary Margaret O’Hara, wiens debuut en meteen ook zwanenzang bij iedereen in de platenkast zou moeten staan.
Zeker wanneer Brigid Mae Power de instrumentatie uiterst sober houdt is het allemaal niet makkelijk, maar acht wat is het mooi wanneer je je eenmaal hebt opengesteld voor deze bijzondere plaat. Ik geef eerlijk toe dat ik deze plaat ook niet iedere dag op zet, maar als de tijd er rijp voor is, is het intens genieten. Keer op keer. Erwin Zijleman
Brigid Mae Power - Dream from the Deep Well (2023)

4,0
0
geplaatst: 2 juli 2023, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Dream From The Deep Well - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigid Mae Power - Dream From The Deep Well
De Ierse muzikante Brigid Mae Power bouwt gestaag door aan een rijk oeuvre, waarin invloeden van de folk uit verleden en heden op zeer fraaie wijze samenvloeien met haar bijzondere stem
Brigid Mae Power levert deze week haar vierde album af en na drie uitstekende albums ligt de lat hoog. Dream From The Deep Well bevat een aantal inmiddels bekende ingrediënten, waaronder uiteraard de mooie maar ook bijzondere stem van de Ierse muzikante en een instrumentatie waarin niet alleen invloeden uit het verleden en het heden worden verwerkt, maar waarin ook ruimte is voor invloeden uit meerdere genres. Dream From The Deep Well is onmiskenbaar een Brigid Mae Power album, maar album nummer vier klinkt ook net weer wat anders dan zijn drie voorgangers. Net als deze voorgangers is het wederom een album van hoge kwaliteit. Aanrader dus.
Dream From The Deep Well is het vierde album in zeven jaar tijd van de in Londen geboren maar Ierse muzikante Brigid Mae Power. Het is de opvolger van Brigid Mae Power uit 2016, The Two Worlds uit 2018 en Head Above The Water uit 2020 en dat zijn drie bijzondere albums. Hele bijzondere albums zelfs wat mij betreft.
Brigid Mae Power neemt je op deze albums door haar stem en manier van zingen in eerste instantie mee terug naar de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar in muzikaal opzicht passen haar albums in meerdere hokjes. Zo hoorde ik op alle drie de albums ook invloeden uit de Laurel Canyon folk, psychedelische folk en psychedelica in bredere zin van het woord, maar met name het debuutalbum van de Ierse muzikante liet ook echo’s horen van de zweverige muziek die in de jaren 80 werd gemaakt door onder andere The Cocteau Twins, terwijl Head Above The Water juist wat meer invloeden uit de countrymuziek liet horen.
Alle albums van Brigid Mae Power vallen tot dusver op door fraaie organische klanken en een bijzondere stem. Ik kan me goed voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de stem van Brigid Mae Power en haar manier van zingen, maar zelf had ik geen moeite met de vocalen op de eerste drie albums van de Ierse singer-songwriter. Integendeel.
Dream From The Deep Well is zoals gezegd al het vierde album van Brigid Mae Power en het is een album dat deels in het verlengde ligt van zijn voorgangers, maar ook net wat andere accenten legt. Ook op Dream From The Deep Well eist de stem van Brigid Mae Power onmiddellijk de aandacht op. Het is een stem die haar songs voorzien van een traditioneel tintje en het is ook dit keer een stem waar je van houdt of niet.
Vergeleken met de vorige drie albums van de Ierse muzikante vind ik de muziek op het nieuwe album nog net wat mooier. Dream From The Deep Well klinkt wat warmer en toegankelijker dan zijn voorgangers en dit tilt de zang van Brigid Mae Power verder op. Het warme geluid bevat bovendien flink wat bijzondere en zonder uitzondering fraaie accenten van meerdere instrumenten.
Ook op haar nieuwe album werkt Brigid Mae Power samen met haar inmiddels ex-man Peter Broderick, die het album samen met haar produceerde. Ik ben er nog steeds niet uit of Dream From The Deep Well nu traditioneler of juist moderner klinkt dan zijn drie voorgangers, want ik hoor bewegingen in beide richtingen. Ik hou het er maar op dat de muziek van Brigid Mae Power zowel associaties kan oproepen met uiteenlopende folkies uit de jaren 60 en 70 als met de eigenzinnige folkies van dit moment. Van Judee Sill en Karen Dalton tot Beth Orton en Laura Marling en weer terug.
De bijzondere mix van oud en nieuw maakt van Dream From The Deep Well een mooi en eigenzinnig album. Ook dit keer domineren de invloeden uit de folk, maar ook invloeden uit de psychedelica en country hebben hun weg gevonden naar de muziek van de Ierse muzikante, die ook een vleugje pop niet schuwt.
Dream From The Weep Well bevat naast twee traditionals en een mooie versie van Tim Buckley’s I Must Have Been Blind acht nieuwe songs van Brigid Mae Power en het zijn songs die stuk voor stuk horen bij haar beste songs tot dusver. Ik was zeer gecharmeerd van de eerste drie albums van de Ierse muzikant en dat ben ik ook van het uitstekende Dream From The Deep Well dat nog wat beter is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Dream From The Deep Well - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigid Mae Power - Dream From The Deep Well
De Ierse muzikante Brigid Mae Power bouwt gestaag door aan een rijk oeuvre, waarin invloeden van de folk uit verleden en heden op zeer fraaie wijze samenvloeien met haar bijzondere stem
Brigid Mae Power levert deze week haar vierde album af en na drie uitstekende albums ligt de lat hoog. Dream From The Deep Well bevat een aantal inmiddels bekende ingrediënten, waaronder uiteraard de mooie maar ook bijzondere stem van de Ierse muzikante en een instrumentatie waarin niet alleen invloeden uit het verleden en het heden worden verwerkt, maar waarin ook ruimte is voor invloeden uit meerdere genres. Dream From The Deep Well is onmiskenbaar een Brigid Mae Power album, maar album nummer vier klinkt ook net weer wat anders dan zijn drie voorgangers. Net als deze voorgangers is het wederom een album van hoge kwaliteit. Aanrader dus.
Dream From The Deep Well is het vierde album in zeven jaar tijd van de in Londen geboren maar Ierse muzikante Brigid Mae Power. Het is de opvolger van Brigid Mae Power uit 2016, The Two Worlds uit 2018 en Head Above The Water uit 2020 en dat zijn drie bijzondere albums. Hele bijzondere albums zelfs wat mij betreft.
Brigid Mae Power neemt je op deze albums door haar stem en manier van zingen in eerste instantie mee terug naar de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar in muzikaal opzicht passen haar albums in meerdere hokjes. Zo hoorde ik op alle drie de albums ook invloeden uit de Laurel Canyon folk, psychedelische folk en psychedelica in bredere zin van het woord, maar met name het debuutalbum van de Ierse muzikante liet ook echo’s horen van de zweverige muziek die in de jaren 80 werd gemaakt door onder andere The Cocteau Twins, terwijl Head Above The Water juist wat meer invloeden uit de countrymuziek liet horen.
Alle albums van Brigid Mae Power vallen tot dusver op door fraaie organische klanken en een bijzondere stem. Ik kan me goed voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de stem van Brigid Mae Power en haar manier van zingen, maar zelf had ik geen moeite met de vocalen op de eerste drie albums van de Ierse singer-songwriter. Integendeel.
Dream From The Deep Well is zoals gezegd al het vierde album van Brigid Mae Power en het is een album dat deels in het verlengde ligt van zijn voorgangers, maar ook net wat andere accenten legt. Ook op Dream From The Deep Well eist de stem van Brigid Mae Power onmiddellijk de aandacht op. Het is een stem die haar songs voorzien van een traditioneel tintje en het is ook dit keer een stem waar je van houdt of niet.
Vergeleken met de vorige drie albums van de Ierse muzikante vind ik de muziek op het nieuwe album nog net wat mooier. Dream From The Deep Well klinkt wat warmer en toegankelijker dan zijn voorgangers en dit tilt de zang van Brigid Mae Power verder op. Het warme geluid bevat bovendien flink wat bijzondere en zonder uitzondering fraaie accenten van meerdere instrumenten.
Ook op haar nieuwe album werkt Brigid Mae Power samen met haar inmiddels ex-man Peter Broderick, die het album samen met haar produceerde. Ik ben er nog steeds niet uit of Dream From The Deep Well nu traditioneler of juist moderner klinkt dan zijn drie voorgangers, want ik hoor bewegingen in beide richtingen. Ik hou het er maar op dat de muziek van Brigid Mae Power zowel associaties kan oproepen met uiteenlopende folkies uit de jaren 60 en 70 als met de eigenzinnige folkies van dit moment. Van Judee Sill en Karen Dalton tot Beth Orton en Laura Marling en weer terug.
De bijzondere mix van oud en nieuw maakt van Dream From The Deep Well een mooi en eigenzinnig album. Ook dit keer domineren de invloeden uit de folk, maar ook invloeden uit de psychedelica en country hebben hun weg gevonden naar de muziek van de Ierse muzikante, die ook een vleugje pop niet schuwt.
Dream From The Weep Well bevat naast twee traditionals en een mooie versie van Tim Buckley’s I Must Have Been Blind acht nieuwe songs van Brigid Mae Power en het zijn songs die stuk voor stuk horen bij haar beste songs tot dusver. Ik was zeer gecharmeerd van de eerste drie albums van de Ierse muzikant en dat ben ik ook van het uitstekende Dream From The Deep Well dat nog wat beter is. Erwin Zijleman
Brigid Mae Power - Head Above the Water (2020)

4,0
0
geplaatst: 11 juni 2020, 17:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Head Above The Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigid Mae Power - Head Above The Water
Brigid Mae Power sleept je met een mix van folk, country en psychedelica een flink aantal decennia mee terug in de tijd en zorgt voor een album dat je even alles doet vergeten
De Ierse muzikante Brigid Mae Power is alweer toe aan album nummer drie en net als zijn twee voorgangers is ook Head Above The Water een wonderschoon album. Net als op haar vorige albums heeft de singer-songwriter uit Galway een voorkeur voor muziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt. Folk vormt het belangrijkste bestanddeel van de muziek van Brigid Mae Power, maar ook invloeden uit de country en psychedelica hebben hun weg gevonden naar haar derde album. Het levert een album op vol prachtige klanken, weemoedige maar meeslepende zang en songs die zowel uitnodigen tot wegdromen als tot volledig uitpluizen. Prachtig album weer.
Brigid Mae Power maakte bijna vier jaar geleden behoorlijk wat indruk met een album dat begon bij de Laurel Canyon albums van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey uit de jaren 80 en 90.
Op het twee jaar geleden verschenen The Two Worlds verdwenen de 80s invloeden wat uit beeld en klonk Brigid Mae Power vooral als een verloren gewaande folkie uit de jaren 60 of 70. Het resultaat was nog steeds prachtig en persoonlijk vond ik het tweede album van de in London geboren maar in Ierland opgegroeide Brigid Mae Power zelfs beter dan haar zo geprezen debuut. Deze week verscheen album nummer drie en ook Head Above The Water is een album vol echo’s uit het verre verleden.
Het album opent verrassend toegankelijk met het fraaie On A City Night, dat, mede door de bijdragen van de pedal steel en de viool, meer invloeden uit de countrymuziek bevat dan we van Brigid Mae Power gewend zijn. Het is een verrassende wending, maar het is er een die me uitstekend bevalt.
Openingstrack On A City Night herinnert, met name door de zang, onmiddellijk aan muziek uit de jaren 60 en 70. Brigid Mae Power doet met haar bijzondere vocalen denken aan folkzangeressen als Judee Sill en Linda Perhacs of aan meer eigentijdse folkies als Beth Orton, Laura Marling en Aoife Nessa Frances, terwijl de lome countryklanken je mee terug nemen naar tijden zonder de hectiek van het heden. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de zang van de singer-songwriter uit het Ierse Galway, maar ik vind het ook dit keer prachtig, ook als niet wordt gekozen voor woorden maar voor klanken.
Net als het vorige album van Brigid Mae Power klinkt ook Head Above The Water weer fantastisch. Brigid Mae Power produceerde het album dit keer samen met de Schotse folkmuzikant Alasdair Roberts, maar uiteraard schoof ook haar echtgenoot en geluidskunstenaar Peter Broderick aan. Het levert een voornamelijk organisch klankentapijt van een bijzondere schoonheid op. Wanneer de akoestische gitaren domineren klinkt de muziek van Brigid Mae Power vooral folky, terwijl de pedal steel en de viool zorgen voor countryinvloeden en de orgels, fluit en spaarzame synths de muziek van de Ierse muzikante juist een psychedelisch tintje geven. Het is een mooie en warme instrumentatie, maar het is er ook een waarin steeds weer mooie en bijzondere accenten opduiken.
Head Above The Water is een album om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een album vol bezwering en toverkracht. Net als op haar vorige albums beschikt Brigid Mae Power ook dit keer over het vermogen om muziek te maken die je onmiddellijk de jaren 60 en 70 in sleept, maar die op een of andere manier ook past in het heden.
De Ierse singer-songwriter heeft een aantal donkere jaren achter zich gelaten, maar haar teksten zijn nog altijd persoonlijk en worden vol gevoel vertolkt, wat het album nog wat extra lading geeft. Het levert uiteindelijk een even mooie als bezwerende luistertrip op, die je ruim drie kwartier meeneemt naar een andere tijd en wereld. Het is bovendien een album dat het bijzondere oeuvre van Brigid Mae Power wederom verrijkt met een net wat ander geluid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - Head Above The Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigid Mae Power - Head Above The Water
Brigid Mae Power sleept je met een mix van folk, country en psychedelica een flink aantal decennia mee terug in de tijd en zorgt voor een album dat je even alles doet vergeten
De Ierse muzikante Brigid Mae Power is alweer toe aan album nummer drie en net als zijn twee voorgangers is ook Head Above The Water een wonderschoon album. Net als op haar vorige albums heeft de singer-songwriter uit Galway een voorkeur voor muziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt. Folk vormt het belangrijkste bestanddeel van de muziek van Brigid Mae Power, maar ook invloeden uit de country en psychedelica hebben hun weg gevonden naar haar derde album. Het levert een album op vol prachtige klanken, weemoedige maar meeslepende zang en songs die zowel uitnodigen tot wegdromen als tot volledig uitpluizen. Prachtig album weer.
Brigid Mae Power maakte bijna vier jaar geleden behoorlijk wat indruk met een album dat begon bij de Laurel Canyon albums van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey uit de jaren 80 en 90.
Op het twee jaar geleden verschenen The Two Worlds verdwenen de 80s invloeden wat uit beeld en klonk Brigid Mae Power vooral als een verloren gewaande folkie uit de jaren 60 of 70. Het resultaat was nog steeds prachtig en persoonlijk vond ik het tweede album van de in London geboren maar in Ierland opgegroeide Brigid Mae Power zelfs beter dan haar zo geprezen debuut. Deze week verscheen album nummer drie en ook Head Above The Water is een album vol echo’s uit het verre verleden.
Het album opent verrassend toegankelijk met het fraaie On A City Night, dat, mede door de bijdragen van de pedal steel en de viool, meer invloeden uit de countrymuziek bevat dan we van Brigid Mae Power gewend zijn. Het is een verrassende wending, maar het is er een die me uitstekend bevalt.
Openingstrack On A City Night herinnert, met name door de zang, onmiddellijk aan muziek uit de jaren 60 en 70. Brigid Mae Power doet met haar bijzondere vocalen denken aan folkzangeressen als Judee Sill en Linda Perhacs of aan meer eigentijdse folkies als Beth Orton, Laura Marling en Aoife Nessa Frances, terwijl de lome countryklanken je mee terug nemen naar tijden zonder de hectiek van het heden. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de zang van de singer-songwriter uit het Ierse Galway, maar ik vind het ook dit keer prachtig, ook als niet wordt gekozen voor woorden maar voor klanken.
Net als het vorige album van Brigid Mae Power klinkt ook Head Above The Water weer fantastisch. Brigid Mae Power produceerde het album dit keer samen met de Schotse folkmuzikant Alasdair Roberts, maar uiteraard schoof ook haar echtgenoot en geluidskunstenaar Peter Broderick aan. Het levert een voornamelijk organisch klankentapijt van een bijzondere schoonheid op. Wanneer de akoestische gitaren domineren klinkt de muziek van Brigid Mae Power vooral folky, terwijl de pedal steel en de viool zorgen voor countryinvloeden en de orgels, fluit en spaarzame synths de muziek van de Ierse muzikante juist een psychedelisch tintje geven. Het is een mooie en warme instrumentatie, maar het is er ook een waarin steeds weer mooie en bijzondere accenten opduiken.
Head Above The Water is een album om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een album vol bezwering en toverkracht. Net als op haar vorige albums beschikt Brigid Mae Power ook dit keer over het vermogen om muziek te maken die je onmiddellijk de jaren 60 en 70 in sleept, maar die op een of andere manier ook past in het heden.
De Ierse singer-songwriter heeft een aantal donkere jaren achter zich gelaten, maar haar teksten zijn nog altijd persoonlijk en worden vol gevoel vertolkt, wat het album nog wat extra lading geeft. Het levert uiteindelijk een even mooie als bezwerende luistertrip op, die je ruim drie kwartier meeneemt naar een andere tijd en wereld. Het is bovendien een album dat het bijzondere oeuvre van Brigid Mae Power wederom verrijkt met een net wat ander geluid. Erwin Zijleman
Brigid Mae Power - Songs for You (2025)

4,0
0
geplaatst: 12 januari 2025, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brigid Mae Power - Songs For You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brigid Mae Power - Songs For You
De Ierse muzikante Brigid Mae Power had al vier prachtige albums op haar naam staan, maar laat op het bijzonder fraaie Songs For You horen dat ook songs van anderen bij haar in goede handen zijn
Ik ben lang niet altijd gek op wat traditioneler klinkende Britse folk en ook niet op albums met uitsluitend songs van anderen, maar op Songs For You van Brigid Mae Power valt alles op zijn plek. De Ierse muzikante heeft een aantal niet al te vaak gecoverde songs geselecteerd voor haar covers album en het zijn stuk voor stuk songs die getuigen van een goede smaak. In muzikaal opzicht klinkt Songs For You betrekkelijk sober maar smaakvol en de ingetogen klanken bieden alle ruimte aan de stem van Brigid Mae Power, die in het genre met de beste zangeressen mee kan. Het is misschien een tussendoortje, maar Songs For You is ook een bijzonder mooi album geworden.
De afgelopen weken heb ik veel geluisterd naar de muziek van Roy Orbison en het was daarom een zeer aangename verrassing dat het nieuwe album van de Ierse muzikante Brigid Mae Power opent met het door Roy Orbison geschreven In Dreams. Songs For You bevat alleen maar songs van anderen, waardoor het album waarschijnlijk zal worden bestempeld als een tussendoortje.
Ik ben persoonlijk een beetje uitgekeken op al die tussendoortjes met covers, maar voor het nieuwe album van Brigid Mae Power maak ik graag een uitzondering. De Ierse muzikante heeft niet alleen een hele interessante greep uit de muziekarchieven gedaan, maar slaagt er wat mij betreft ook in om Brigid Mae Power songs te maken van de songs van anderen.
Het genoemde In Dreams van Roy Orbison wordt in de handen van Brigid Mae Power een Britse folksong en het is er een waarin ze niet vergeet om de zangkunsten van de schrijver van de song te eren met een aantal fraaie stembuigingen. Songs For You bevat naast In Dreams van Roy Orbison songs van onder andere Television, Cass McCombs, Waylon Jennings, Neil Young en Bert Jansch, wat een fraaie tracklist oplevert.
Brigid Mae Power maakte met Brigid Mae Power (2016), The Two Worlds (2018), Head Above The Water (2020) en Dream From The Deep Well (2023) al een stapeltje prachtige albums en ook Songs For You is er een. De Ierse muzikante tekende zelf voor de bijdragen van akoestische gitaar, elektrische gitaar, accordeon en orgel en deed voor de verdere inkleuring van de songs alleen een beroep op een ritmesectie, die onder andere bestaat uit topbassit Shahzad Ismaily.
De songs op het album zijn betrekkelijk sober ingekleurd en dat past uitstekend bij de songs die Brigid Mae Power heeft uitgekozen voor het album. De Ierse muzikante maakt zoals gezegd haar eigen songs van de songs van anderen en het worden op Songs For You allemaal folksongs met zowel invloeden uit de Britse als de Amerikaanse folk uit het verleden.
Songs For You werd opgenomen met bescheiden middelen, maar het album klinkt prachtig. Het betrekkelijk sobere geluid biedt alle ruimte aan de stem van Brigid Mae Power, die net als op haar vorige albums indruk maakt als zangeres. De stem van de muzikante uit Galway is gemaakt voor de folk en is zo veelkleurig dat de zang bijna klinkt als een instrument.
Met negen songs en maar net een half uur muziek is Songs For You van Brigid Mae Power aan de korte kant, maar het album is wel een half uur lang bijzonder mooi. Omdat het deels wat minder bekende songs zijn voorkomt Brigid Mae Power, in ieder geval voor mij, dat ik de nieuwe versies van de songs ga vergelijken met de originele versies, maar ook als ik dit wel doe brengt de Ierse muzikante het er heel aardig van af. Songs For You is hoorbaar met veel liefde voor de originelen gemaakt en laat nog maar eens horen dat Brigid Mae Power beschikt over een van de mooiste stemmen in de folk van het moment.
Het album stond oorspronkelijk gepland voor een van de laatste weken van 2024, maar het is goed nieuws dat het album nu een volwaardige release krijgt aan het begin van 2025. Songs For You zal ongetwijfeld de boeken in gaan als een tussendoortje van Brigid Mae Power, maar het is wel een bijzonder mooi tussendoortje, dat absoluut niet misstaat tussen haar andere albums. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Brigid Mae Power - Songs For You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brigid Mae Power - Songs For You
De Ierse muzikante Brigid Mae Power had al vier prachtige albums op haar naam staan, maar laat op het bijzonder fraaie Songs For You horen dat ook songs van anderen bij haar in goede handen zijn
Ik ben lang niet altijd gek op wat traditioneler klinkende Britse folk en ook niet op albums met uitsluitend songs van anderen, maar op Songs For You van Brigid Mae Power valt alles op zijn plek. De Ierse muzikante heeft een aantal niet al te vaak gecoverde songs geselecteerd voor haar covers album en het zijn stuk voor stuk songs die getuigen van een goede smaak. In muzikaal opzicht klinkt Songs For You betrekkelijk sober maar smaakvol en de ingetogen klanken bieden alle ruimte aan de stem van Brigid Mae Power, die in het genre met de beste zangeressen mee kan. Het is misschien een tussendoortje, maar Songs For You is ook een bijzonder mooi album geworden.
De afgelopen weken heb ik veel geluisterd naar de muziek van Roy Orbison en het was daarom een zeer aangename verrassing dat het nieuwe album van de Ierse muzikante Brigid Mae Power opent met het door Roy Orbison geschreven In Dreams. Songs For You bevat alleen maar songs van anderen, waardoor het album waarschijnlijk zal worden bestempeld als een tussendoortje.
Ik ben persoonlijk een beetje uitgekeken op al die tussendoortjes met covers, maar voor het nieuwe album van Brigid Mae Power maak ik graag een uitzondering. De Ierse muzikante heeft niet alleen een hele interessante greep uit de muziekarchieven gedaan, maar slaagt er wat mij betreft ook in om Brigid Mae Power songs te maken van de songs van anderen.
Het genoemde In Dreams van Roy Orbison wordt in de handen van Brigid Mae Power een Britse folksong en het is er een waarin ze niet vergeet om de zangkunsten van de schrijver van de song te eren met een aantal fraaie stembuigingen. Songs For You bevat naast In Dreams van Roy Orbison songs van onder andere Television, Cass McCombs, Waylon Jennings, Neil Young en Bert Jansch, wat een fraaie tracklist oplevert.
Brigid Mae Power maakte met Brigid Mae Power (2016), The Two Worlds (2018), Head Above The Water (2020) en Dream From The Deep Well (2023) al een stapeltje prachtige albums en ook Songs For You is er een. De Ierse muzikante tekende zelf voor de bijdragen van akoestische gitaar, elektrische gitaar, accordeon en orgel en deed voor de verdere inkleuring van de songs alleen een beroep op een ritmesectie, die onder andere bestaat uit topbassit Shahzad Ismaily.
De songs op het album zijn betrekkelijk sober ingekleurd en dat past uitstekend bij de songs die Brigid Mae Power heeft uitgekozen voor het album. De Ierse muzikante maakt zoals gezegd haar eigen songs van de songs van anderen en het worden op Songs For You allemaal folksongs met zowel invloeden uit de Britse als de Amerikaanse folk uit het verleden.
Songs For You werd opgenomen met bescheiden middelen, maar het album klinkt prachtig. Het betrekkelijk sobere geluid biedt alle ruimte aan de stem van Brigid Mae Power, die net als op haar vorige albums indruk maakt als zangeres. De stem van de muzikante uit Galway is gemaakt voor de folk en is zo veelkleurig dat de zang bijna klinkt als een instrument.
Met negen songs en maar net een half uur muziek is Songs For You van Brigid Mae Power aan de korte kant, maar het album is wel een half uur lang bijzonder mooi. Omdat het deels wat minder bekende songs zijn voorkomt Brigid Mae Power, in ieder geval voor mij, dat ik de nieuwe versies van de songs ga vergelijken met de originele versies, maar ook als ik dit wel doe brengt de Ierse muzikante het er heel aardig van af. Songs For You is hoorbaar met veel liefde voor de originelen gemaakt en laat nog maar eens horen dat Brigid Mae Power beschikt over een van de mooiste stemmen in de folk van het moment.
Het album stond oorspronkelijk gepland voor een van de laatste weken van 2024, maar het is goed nieuws dat het album nu een volwaardige release krijgt aan het begin van 2025. Songs For You zal ongetwijfeld de boeken in gaan als een tussendoortje van Brigid Mae Power, maar het is wel een bijzonder mooi tussendoortje, dat absoluut niet misstaat tussen haar andere albums. Erwin Zijleman
Brigid Mae Power - The Two Worlds (2018)

4,5
0
geplaatst: 14 februari 2018, 16:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - The Two Worlds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de nazomer van 2016 trok het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power met name in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten de nodige aandacht.
Dat was volkomen terecht, want de plaat benevelde, betoverde en intrigeerde met muziek die begon bij de Laurel Canyon platen van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey.
De mix van 70s folk, 60s psychedelica en 80s 4AD zweverigheid had ook zeker Nederlandse muziekliefhebbers aan kunnen of zelfs moeten spreken, maar de plaat deed hier helaas weinig.
Ook de deze week verschenen tweede plaat van Brigid Mae Power duikt in Nederland vooralsnog niet op in de lijstjes met de belangrijkste releases van de week en dat is ook dit keer doodzonde. Ook op The Two Worlds creëert Brigid Mae Power immers weer een hele bijzondere sfeer en maakt ze indruk met songs die vergeleken met haar debuut nog flink wat emotie toevoegen.
Brigid Mae Power woonde enkele jaren in de Verenigde Staten en had daar een gewelddadige relatie die flinke krassen op haar ziel heeft achtergelaten. Inmiddels is Brigid Mae Power teruggekeerd naar het Ierse Galway, waar ze opgroeide, wat niet alleen de kans gaf om te reflecteren op de vervelende jaren die achter haar liggen, maar ook de nodige herinneringen aan haar jeugd naar boven brachten, wat de plaat een emotionele lading geeft.
The Two Worlds sluit aan op het zo verrassende debuut van de Ierse singer-songwriter, maar legt andere accenten. Invloeden uit de zweverige 80s muziek zijn dit keer minder nadrukkelijk aanwezig, waardoor de nadruk ligt op folk en psychedelica uit de jaren 60 en 70 en met name het werk van Joni Mitchell een belangrijke inspiratiebron is.
Vergeleken met het debuut klinkt The Two Worlds ook organischer. De door Peter Broderick geproduceerde en analoog opgenomen plaat kiest voor een akoestische basis waarin de akoestische gitaar en met name de piano een belangrijke rol spelen en waaraan vervolgens strijkers en subtiele elektronica zijn toegevoegd.
De songs op The Two Worlds zijn zoals gezegd geworteld in psychedelica en folk van een aantal decennia geleden, maar Brigid Mae Power verwerkt ook op knappe wijze invloeden uit de Keltische muziek in haar songs en heeft zich bovendien laten beïnvloeden door de platen van haar producer Peter Broderick.
Ik vond het debuut van de Ierse singer-songwriter al een hele bijzondere en knappe plaat, maar de songs op The Two Worlds zijn nog een stuk beter. The Two Worlds is een plaat die je in slaap sust en weer ruw wakker schudt, die betovert met wonderschone klanken maar ook pijn doet vanwege alle emotie en die de ruimte vult met sprookjesachtige klanken maar ook continu de fantasie prikkelt.
Zeker wanneer je het debuut van Brigid Mae Power niet kent is The Two Worlds een plaat die je even op je in moet laten werken, maar wanneer de plaat je eenmaal te pakken heeft is loslaten voorlopig geen optie. In Nederland krijgt de plaat vooralsnog weinig aandacht, maar dat moet echt gaan veranderen. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigid Mae Power - The Two Worlds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de nazomer van 2016 trok het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power met name in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten de nodige aandacht.
Dat was volkomen terecht, want de plaat benevelde, betoverde en intrigeerde met muziek die begon bij de Laurel Canyon platen van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey.
De mix van 70s folk, 60s psychedelica en 80s 4AD zweverigheid had ook zeker Nederlandse muziekliefhebbers aan kunnen of zelfs moeten spreken, maar de plaat deed hier helaas weinig.
Ook de deze week verschenen tweede plaat van Brigid Mae Power duikt in Nederland vooralsnog niet op in de lijstjes met de belangrijkste releases van de week en dat is ook dit keer doodzonde. Ook op The Two Worlds creëert Brigid Mae Power immers weer een hele bijzondere sfeer en maakt ze indruk met songs die vergeleken met haar debuut nog flink wat emotie toevoegen.
Brigid Mae Power woonde enkele jaren in de Verenigde Staten en had daar een gewelddadige relatie die flinke krassen op haar ziel heeft achtergelaten. Inmiddels is Brigid Mae Power teruggekeerd naar het Ierse Galway, waar ze opgroeide, wat niet alleen de kans gaf om te reflecteren op de vervelende jaren die achter haar liggen, maar ook de nodige herinneringen aan haar jeugd naar boven brachten, wat de plaat een emotionele lading geeft.
The Two Worlds sluit aan op het zo verrassende debuut van de Ierse singer-songwriter, maar legt andere accenten. Invloeden uit de zweverige 80s muziek zijn dit keer minder nadrukkelijk aanwezig, waardoor de nadruk ligt op folk en psychedelica uit de jaren 60 en 70 en met name het werk van Joni Mitchell een belangrijke inspiratiebron is.
Vergeleken met het debuut klinkt The Two Worlds ook organischer. De door Peter Broderick geproduceerde en analoog opgenomen plaat kiest voor een akoestische basis waarin de akoestische gitaar en met name de piano een belangrijke rol spelen en waaraan vervolgens strijkers en subtiele elektronica zijn toegevoegd.
De songs op The Two Worlds zijn zoals gezegd geworteld in psychedelica en folk van een aantal decennia geleden, maar Brigid Mae Power verwerkt ook op knappe wijze invloeden uit de Keltische muziek in haar songs en heeft zich bovendien laten beïnvloeden door de platen van haar producer Peter Broderick.
Ik vond het debuut van de Ierse singer-songwriter al een hele bijzondere en knappe plaat, maar de songs op The Two Worlds zijn nog een stuk beter. The Two Worlds is een plaat die je in slaap sust en weer ruw wakker schudt, die betovert met wonderschone klanken maar ook pijn doet vanwege alle emotie en die de ruimte vult met sprookjesachtige klanken maar ook continu de fantasie prikkelt.
Zeker wanneer je het debuut van Brigid Mae Power niet kent is The Two Worlds een plaat die je even op je in moet laten werken, maar wanneer de plaat je eenmaal te pakken heeft is loslaten voorlopig geen optie. In Nederland krijgt de plaat vooralsnog weinig aandacht, maar dat moet echt gaan veranderen. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Brigitte Calls Me Baby - The Future Is Our Way Out (2024)

4,0
0
geplaatst: 6 augustus 2024, 15:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigitte Calls Me Baby - The Future Is Our Way Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigitte Calls Me Baby - The Future Is Our Way Out
De Amerikaanse band Brigitte Calls Me Baby levert met The Future Is Our Way Out een opvallend debuutalbum af, dat een groots geluid laat horen met flink wat echo’s van de legendarische band The Smiths
Het is misschien even wennen aan de zang op het debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby, maar als de stem van zanger Wes Leavins je te pakken heeft speelt de band uit Chicago al snel een gewonnen wedstrijd. Brigitte Calls Me Baby maakt geen geheim van haar muzikale helden en vindt die vooral in de Britse en Amerikaanse muziekgeschiedenis. De band is niet vies van meeslepende songs en flink wat drama, maar eenmaal gewend aan de songs op The Future Is Our Way Out een heerlijk album met een geluid dat ondanks alle invloeden uit het verleden fris en eigentijds klinkt. Brigitte Calls Me Baby debuteert op een wat onhandig moment, maar kan wel eens heel groot gaan worden.
Bij beluistering van de nieuwe albums van deze week kwam ik op een gegeven moment uit bij The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby. Heel even dacht ik dat Morrissey eindelijk weer eens een goed album had gemaakt, maar de stem van de zanger van Brigitte Calls Me Baby klinkt toch net wat anders dan die van de Britse zanger, die helaas de weg wat kwijt lijk op het moment.
Ondanks de vergelijking met de stem van Morrissey zat de zang op het debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby in eerste instantie vrij dicht tegen mijn irritatiegrens aan. Zeker bij eerste beluistering zingt Wes Leavins met nogal veel of zelfs net wat teveel pathos, maar na enige gewenning begon ik overtuigd te raken van de zang op het album.
Morrissey is hoorbaar een inspiratiebron voor de Amerikaanse zanger, die zelf ook Roy Orbison en Elvis Presley als inspiratiebronnen noemt, iets dat overigens ook goed is te horen in een aantal tracks op het debuutalbum van de band uit Chicago. Wes Leavins houdt er wel van om lekker voluit te zingen, wat zorgt voor flink wat drama, maar uiteindelijk blijft de zang op The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby wat mij betreft vrijwel altijd aan de goede kant van de streep en is deze zang bij vlagen echt indrukwekkend mooi.
Dat de openingstrack van het album me vooral aan Morrissey deed denken lag vooral aan de zang, maar ook in muzikaal opzicht hoorde ik raakvlakken met de muziek die Morrissey’s band The Smiths in een inmiddels ver verleden maakte. De muziek van Brigitte Calls Me Baby doet hierdoor soms wat Brits aan, maar de songs op het debuutalbum van de band hebben ook een Amerikaanse kant.
Zeker de wat meer uptempo songs op het album hebben wel wat van de muziek waarmee The Strokes ooit opdoken, terwijl een vleugje Americana de genoemde muzikale helden van Wes Leavins weer wat dichter bij brengen. Ik hou persoonlijk wel van de songs die vanwege de gitaarlijnen en de zang dicht tegen de muziek van The Smiths aan liggen, want het oeuvre van de roemruchte Britse band kan mij niet invloedrijk genoeg zijn.
The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby staat vol met ijzersterke songs, die ondanks de dominante zang en de veelvuldig terugkerende gitaarlijnen verrassend gevarieerd klinken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de zang van Wes Leavins na een aantal tracks wel wat veel vind worden, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe verder ik kom en hoe meer ik onder de indruk raak van het debuutalbum van de band uit Chicago, die qua invloeden makkelijk door de tijd wandelt en een aantal decennia bestrijkt.
De release van The Future Is Our Way Out is misschien wat ongelukkig getimed zo midden in de zomer, maar op basis van dit debuutalbum durf ik Brigitte Calls Me Baby best een zonnige toekomst te voorspellen, zeker als Wes Leavins zijn imposante stemgeluid ook op het podium kan laten horen.
Ik luister niet zo vaak naar bands als Brigitte Calls Me Baby, maar de band uit Chicago heeft in muzikaal iets bijzonders en in vocaal opzicht iets unieks. Bij eerste beluistering vond ik The Future Is Our Way Out vooral het beste Morrissey album in vele jaren, maar inmiddels is het opvallende en meer dan eens imponerende debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby veel meer dan dat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigitte Calls Me Baby - The Future Is Our Way Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brigitte Calls Me Baby - The Future Is Our Way Out
De Amerikaanse band Brigitte Calls Me Baby levert met The Future Is Our Way Out een opvallend debuutalbum af, dat een groots geluid laat horen met flink wat echo’s van de legendarische band The Smiths
Het is misschien even wennen aan de zang op het debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby, maar als de stem van zanger Wes Leavins je te pakken heeft speelt de band uit Chicago al snel een gewonnen wedstrijd. Brigitte Calls Me Baby maakt geen geheim van haar muzikale helden en vindt die vooral in de Britse en Amerikaanse muziekgeschiedenis. De band is niet vies van meeslepende songs en flink wat drama, maar eenmaal gewend aan de songs op The Future Is Our Way Out een heerlijk album met een geluid dat ondanks alle invloeden uit het verleden fris en eigentijds klinkt. Brigitte Calls Me Baby debuteert op een wat onhandig moment, maar kan wel eens heel groot gaan worden.
Bij beluistering van de nieuwe albums van deze week kwam ik op een gegeven moment uit bij The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby. Heel even dacht ik dat Morrissey eindelijk weer eens een goed album had gemaakt, maar de stem van de zanger van Brigitte Calls Me Baby klinkt toch net wat anders dan die van de Britse zanger, die helaas de weg wat kwijt lijk op het moment.
Ondanks de vergelijking met de stem van Morrissey zat de zang op het debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby in eerste instantie vrij dicht tegen mijn irritatiegrens aan. Zeker bij eerste beluistering zingt Wes Leavins met nogal veel of zelfs net wat teveel pathos, maar na enige gewenning begon ik overtuigd te raken van de zang op het album.
Morrissey is hoorbaar een inspiratiebron voor de Amerikaanse zanger, die zelf ook Roy Orbison en Elvis Presley als inspiratiebronnen noemt, iets dat overigens ook goed is te horen in een aantal tracks op het debuutalbum van de band uit Chicago. Wes Leavins houdt er wel van om lekker voluit te zingen, wat zorgt voor flink wat drama, maar uiteindelijk blijft de zang op The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby wat mij betreft vrijwel altijd aan de goede kant van de streep en is deze zang bij vlagen echt indrukwekkend mooi.
Dat de openingstrack van het album me vooral aan Morrissey deed denken lag vooral aan de zang, maar ook in muzikaal opzicht hoorde ik raakvlakken met de muziek die Morrissey’s band The Smiths in een inmiddels ver verleden maakte. De muziek van Brigitte Calls Me Baby doet hierdoor soms wat Brits aan, maar de songs op het debuutalbum van de band hebben ook een Amerikaanse kant.
Zeker de wat meer uptempo songs op het album hebben wel wat van de muziek waarmee The Strokes ooit opdoken, terwijl een vleugje Americana de genoemde muzikale helden van Wes Leavins weer wat dichter bij brengen. Ik hou persoonlijk wel van de songs die vanwege de gitaarlijnen en de zang dicht tegen de muziek van The Smiths aan liggen, want het oeuvre van de roemruchte Britse band kan mij niet invloedrijk genoeg zijn.
The Future Is Our Way Out van Brigitte Calls Me Baby staat vol met ijzersterke songs, die ondanks de dominante zang en de veelvuldig terugkerende gitaarlijnen verrassend gevarieerd klinken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de zang van Wes Leavins na een aantal tracks wel wat veel vind worden, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe verder ik kom en hoe meer ik onder de indruk raak van het debuutalbum van de band uit Chicago, die qua invloeden makkelijk door de tijd wandelt en een aantal decennia bestrijkt.
De release van The Future Is Our Way Out is misschien wat ongelukkig getimed zo midden in de zomer, maar op basis van dit debuutalbum durf ik Brigitte Calls Me Baby best een zonnige toekomst te voorspellen, zeker als Wes Leavins zijn imposante stemgeluid ook op het podium kan laten horen.
Ik luister niet zo vaak naar bands als Brigitte Calls Me Baby, maar de band uit Chicago heeft in muzikaal iets bijzonders en in vocaal opzicht iets unieks. Bij eerste beluistering vond ik The Future Is Our Way Out vooral het beste Morrissey album in vele jaren, maar inmiddels is het opvallende en meer dan eens imponerende debuutalbum van Brigitte Calls Me Baby veel meer dan dat. Erwin Zijleman
Brigitte DeMeyer - Savannah Road (2014)

0
geplaatst: 17 juli 2014, 15:19 uur
OK 
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigitte DeMeyer - Savannah Road - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Brigitte DeMeyer maakt al sinds het begin van het huidige millennium platen. Persoonlijk ken ik haar sinds het in 2006 verschenen en bijzonder indrukwekkende Something After All, waarop de tot op dat moment zwaar onderschatte singer-songwriter werd bijgestaan door grootheden als Buddy en Julie Miller, Steve Earle en Daniel Lanois.
Ondanks het feit dat ik alle platen die Brigitte DeMeyer sindsdien heeft uitgebracht koester als parels binnen de rootsmuziek, heb ik haar nieuwe plaat, Savannah Road, lang op de stapel laten liggen. Te lang, want Savannah Road is een plaat die in alle opzichten kwaliteit ademt.
Dat zie je eigenlijk al wanneer je een blik werpt op de gastenlijst, want hierop prijken ook dit keer grote namen als die van Brady Blade, Chris Donohue en Will Kimbrough. Laatstgenoemde, overigens bijna net zo onderschat als Brigitte DeMeyer zelf, schreef mee aan bijna alle songs op de plaat en drukt ook in muzikaal opzicht zijn stempel op Savannah Road.
Savannah Road is een plaat die dankzij de ruime beschikbaarheid van topmuzikanten werkelijk fantastisch klinkt. In muzikaal opzicht is het van de eerste tot de laatste noot smullen, waarbij opvalt hoe mooi ingetogen al deze topmuzikanten kunnen spelen.
Dat doen ze niet voor niets, want Savannah Road wordt uiteindelijk toch vooral gedragen door de geweldige stem van Brigitte DeMeyer. De Amerikaanse (met overigens Belgische en Duitse wortels) beschikt over zo’n zeldzame stem die eigenlijk in alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan en vrijwel continu iets met je doet.
Brigitte DeMeyer bestreek ook in het verleden al een flink palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar Savannah Road is nog een stuk veelzijdiger. De dertien geweldige songs op de plaat bevatten elementen uit de folk, country, blues, bluegrass, soul, gospel en jazz en leggen steeds net wat andere accenten. Savannah Road ademt de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en sluit ook aan op de muzikale tradities van deze regio, waardoor de songs van Brigitte DeMeyer stuk voor stuk zwoel en broeierig klinken.
Verder zet de plaat je steeds op het verkeerde been. Het ene moment schurkt Brigitte DeMeyer tegen Nashville aan of komt ze op de proppen met bluegrass die herinnert aan Gillian Welch, het volgende moment imponeert de Amerikaanse met hartverscheurende blues of bloedhete soul met invloeden uit de gospel.
De fantastische muzikanten die haar omringen zorgen steeds voor een perfecte muzikale omlijsting, maar het is de stem van Brigitte DeMeyer die de benen week maakt. Savannah Road is in de gespecialiseerde roots media al vele malen op de juiste waarde geschat, maar verder blijft het toch angstig stil rond deze imponerende plaat die bij iedere luisterbeurt mooier en indringender wordt.
Op zoek naar geweldige blues, folk, country en soulplaten voor de vakantie? Dat kan dit jaar heerlijk compact met dit allesomvattende meesterwerk van Brigitte DeMeyer. Erwin Zijleman

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigitte DeMeyer - Savannah Road - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Brigitte DeMeyer maakt al sinds het begin van het huidige millennium platen. Persoonlijk ken ik haar sinds het in 2006 verschenen en bijzonder indrukwekkende Something After All, waarop de tot op dat moment zwaar onderschatte singer-songwriter werd bijgestaan door grootheden als Buddy en Julie Miller, Steve Earle en Daniel Lanois.
Ondanks het feit dat ik alle platen die Brigitte DeMeyer sindsdien heeft uitgebracht koester als parels binnen de rootsmuziek, heb ik haar nieuwe plaat, Savannah Road, lang op de stapel laten liggen. Te lang, want Savannah Road is een plaat die in alle opzichten kwaliteit ademt.
Dat zie je eigenlijk al wanneer je een blik werpt op de gastenlijst, want hierop prijken ook dit keer grote namen als die van Brady Blade, Chris Donohue en Will Kimbrough. Laatstgenoemde, overigens bijna net zo onderschat als Brigitte DeMeyer zelf, schreef mee aan bijna alle songs op de plaat en drukt ook in muzikaal opzicht zijn stempel op Savannah Road.
Savannah Road is een plaat die dankzij de ruime beschikbaarheid van topmuzikanten werkelijk fantastisch klinkt. In muzikaal opzicht is het van de eerste tot de laatste noot smullen, waarbij opvalt hoe mooi ingetogen al deze topmuzikanten kunnen spelen.
Dat doen ze niet voor niets, want Savannah Road wordt uiteindelijk toch vooral gedragen door de geweldige stem van Brigitte DeMeyer. De Amerikaanse (met overigens Belgische en Duitse wortels) beschikt over zo’n zeldzame stem die eigenlijk in alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan en vrijwel continu iets met je doet.
Brigitte DeMeyer bestreek ook in het verleden al een flink palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar Savannah Road is nog een stuk veelzijdiger. De dertien geweldige songs op de plaat bevatten elementen uit de folk, country, blues, bluegrass, soul, gospel en jazz en leggen steeds net wat andere accenten. Savannah Road ademt de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en sluit ook aan op de muzikale tradities van deze regio, waardoor de songs van Brigitte DeMeyer stuk voor stuk zwoel en broeierig klinken.
Verder zet de plaat je steeds op het verkeerde been. Het ene moment schurkt Brigitte DeMeyer tegen Nashville aan of komt ze op de proppen met bluegrass die herinnert aan Gillian Welch, het volgende moment imponeert de Amerikaanse met hartverscheurende blues of bloedhete soul met invloeden uit de gospel.
De fantastische muzikanten die haar omringen zorgen steeds voor een perfecte muzikale omlijsting, maar het is de stem van Brigitte DeMeyer die de benen week maakt. Savannah Road is in de gespecialiseerde roots media al vele malen op de juiste waarde geschat, maar verder blijft het toch angstig stil rond deze imponerende plaat die bij iedere luisterbeurt mooier en indringender wordt.
Op zoek naar geweldige blues, folk, country en soulplaten voor de vakantie? Dat kan dit jaar heerlijk compact met dit allesomvattende meesterwerk van Brigitte DeMeyer. Erwin Zijleman
Brigitte DeMeyer & Will Kimbrough - Mockingbird Soul (2017)

4,5
0
geplaatst: 25 februari 2017, 10:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brigitte DeMeyer & Will Kimbrough - Mockingbird Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Will Kimbrough maakte aan het begin van het huidige millennium een aantal uitstekende soloplaten, maar is toch vooral bekend als sessiemuzikant.
Dat doet hij meer dan uitstekend (je kunt zijn naam terug vinden in de credits van heel wat legendarische rootsplaten), maar de gitarist en singer-songwriter uit Mobile, Alabama, verdient wat mij betreft toch wat meer eer.
Die krijgt hij van Brigitte DeMeyer, want het onlangs verschenen Mockingbird Soul is een duoplaat geworden.
Brigitte DeMeyer timmert ongeveer net zo lang aan de weg als Will Kimbrough, maar was met platen als Something After All uit 2006 en met name Savannah Road uit 2014 (waarop Will Kimbrough overigens al een flinke vinger in de pap had) net wat succesvoller dan haar mannelijke collega.
Op Mockingbird Soul hebben de twee gelouterde rootsmuzikanten de krachten gebundeld en dat pakt uitstekend uit. Voor hun gezamenlijke plaat trokken de twee naar Nashville, Tennessee, waar ze Mockingbird Soul vrijwel zonder hulp van anderen opnamen. Mockingbird Soul is een eerbetoon aan de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat elementen uit met name de blues, soul, country, folk en gospel.
Dat Will Kimbrough een geweldig gitarist was wist ik al, maar op Mockingbird Soul overtreft hij zichzelf met prachtig en opvallend veelzijdig gitaarspel, dat de songs op de plaat veel extra glans geeft.
Ook in vocaal opzicht weet Will Kimbrough zeker te overtuigen, al moet hij hier toch zijn meerdere erkennen in Brigitte DeMeyer die haar doorleefde vocalen keer op keer uit de tenen haalt. Het is een stem vol soul en blues, die de songs op de plaat voorziet van heel veel emotie en beleving. De stemmen van de twee kleuren overigens ook prachtig bij elkaar, waardoor de harmonieën herinneringen oproepen aan de grote duo’s uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
De vocalen worden zoals gezegd ondersteund door prachtig gitaarwerk, maar Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough kiezen verder voor de eenvoud. Meer dan wat baswerk, eenvoudige percussie en een incidentele mondharmonica hoor ik niet. Dat klinkt misschien erg sober, maar het gitaarspel van Will Kimbrough is op Mockingbird Soul zo mooi en vol dat je er ook niet veel meer bij zou willen hebben. Ook het baswek blinkt overigens uit in al zijn eenvoud.
Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough moeten met Mockingbird Soul concurreren met stapels andere rootsplaten en trekken wat minder aandacht dan de grote namen, maar nadat de plaat eenmaal in de cd speler was verdwenen was ik onmiddellijk om. Mockingbird Soul doet immers niet onder vol al het andere dat in dit genre op het moment verschijnt en is in muzikaal en vocaal opzicht wat mij betreft zelfs beter. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brigitte DeMeyer & Will Kimbrough - Mockingbird Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Will Kimbrough maakte aan het begin van het huidige millennium een aantal uitstekende soloplaten, maar is toch vooral bekend als sessiemuzikant.
Dat doet hij meer dan uitstekend (je kunt zijn naam terug vinden in de credits van heel wat legendarische rootsplaten), maar de gitarist en singer-songwriter uit Mobile, Alabama, verdient wat mij betreft toch wat meer eer.
Die krijgt hij van Brigitte DeMeyer, want het onlangs verschenen Mockingbird Soul is een duoplaat geworden.
Brigitte DeMeyer timmert ongeveer net zo lang aan de weg als Will Kimbrough, maar was met platen als Something After All uit 2006 en met name Savannah Road uit 2014 (waarop Will Kimbrough overigens al een flinke vinger in de pap had) net wat succesvoller dan haar mannelijke collega.
Op Mockingbird Soul hebben de twee gelouterde rootsmuzikanten de krachten gebundeld en dat pakt uitstekend uit. Voor hun gezamenlijke plaat trokken de twee naar Nashville, Tennessee, waar ze Mockingbird Soul vrijwel zonder hulp van anderen opnamen. Mockingbird Soul is een eerbetoon aan de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat elementen uit met name de blues, soul, country, folk en gospel.
Dat Will Kimbrough een geweldig gitarist was wist ik al, maar op Mockingbird Soul overtreft hij zichzelf met prachtig en opvallend veelzijdig gitaarspel, dat de songs op de plaat veel extra glans geeft.
Ook in vocaal opzicht weet Will Kimbrough zeker te overtuigen, al moet hij hier toch zijn meerdere erkennen in Brigitte DeMeyer die haar doorleefde vocalen keer op keer uit de tenen haalt. Het is een stem vol soul en blues, die de songs op de plaat voorziet van heel veel emotie en beleving. De stemmen van de twee kleuren overigens ook prachtig bij elkaar, waardoor de harmonieën herinneringen oproepen aan de grote duo’s uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
De vocalen worden zoals gezegd ondersteund door prachtig gitaarwerk, maar Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough kiezen verder voor de eenvoud. Meer dan wat baswerk, eenvoudige percussie en een incidentele mondharmonica hoor ik niet. Dat klinkt misschien erg sober, maar het gitaarspel van Will Kimbrough is op Mockingbird Soul zo mooi en vol dat je er ook niet veel meer bij zou willen hebben. Ook het baswek blinkt overigens uit in al zijn eenvoud.
Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough moeten met Mockingbird Soul concurreren met stapels andere rootsplaten en trekken wat minder aandacht dan de grote namen, maar nadat de plaat eenmaal in de cd speler was verdwenen was ik onmiddellijk om. Mockingbird Soul doet immers niet onder vol al het andere dat in dit genre op het moment verschijnt en is in muzikaal en vocaal opzicht wat mij betreft zelfs beter. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Brimheim - can't hate myself into a different shape (2022)

4,0
0
geplaatst: 31 december 2022, 11:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brimheim - can't hate myself into a different shape - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brimheim - can't hate myself into a different shape
Het debuutalbum van de Deense muzikante Brimheim sneeuwde helemaal aan het begin van 2022 helaas wat onder, maar het is een interessant album dat binnen de indierock en indiepop met de besten mee kan
Ook in 2022 verschenen weer stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor wat melancholische indiepop en indierock. Verzadiging ligt inmiddels stevig op de loer, maar het zou zonde zijn als dit ten koste zou gaan van de muziek van de Deense muzikante Brimheim. Het debuut van de muzikante uit Kopenhagen is inmiddels al bijna een jaar oud, maar can't hate myself into a different shape is een album dat alsnog alle aandacht verdient. Het alter ego van Helena Heinesen Rebensdorff heeft een persoonlijk en donker album gemaakt, maar haar songs kunnen verrassend toegankelijk klinken en op hetzelfde moment de fantasie stevig prikkelen. Bijzonder album.
In de onderste regionen van een wat obscuur jaarlijstje kwam ik can't hate myself into a different shape (geen hoofdletters) van Brimheim tegen. Het is een album dat verscheen in de eerste maand van 2022 en het is een album dat volgens mij compleet is ondergesneeuwd. Ik had zelf in ieder geval nog nooit van Brimheim gehoord, maar can't hate myself into a different shape is absoluut een album dat aansluit bij mijn muzieksmaak.
Achter de naam Brimheim gaat Helena Heinesen Rebensdorff schuil. De Deense muzikante werd geboren op de Faeröer eilanden, maar woont tegenwoordig in Kopenhagen. Met can't hate myself into a different shape heeft Helena Heinesen Rebensdorff een zeer persoonlijk album afgeleverd. Het is een album waarop psychische problemen centraal staan, waardoor het debuutalbum van Brimheim een donker gekleurd album is.
Brimheim is actief in een genre waarin het de afgelopen jaren dringen was en waarin het zo langzamerhand echt overvol is, maar met can't hate myself into a different shape heeft de Deense muzikanten een bovengemiddeld goed album gemaakt. Brimheim maakt op haar debuutalbum in meerdere opzichten indruk.
Om te beginnen vind ik de zang op het album erg mooi. Helena Heinesen Rebensdorff zingt vooral fluisterzacht, maar brengt desondanks flink wat variatie aan in haar zang. Zeker in de wat onderkoelde passages zit de zang op can't hate myself into a different shape dicht tegen die van Phoebe Bridgers aan, maar Helena Heinesen Rebensdorff kan ook een stuk krachtiger en expressiever zingen en heeft dan een duidelijk eigen geluid.
De mooie stem van de Deense muzikante is een van de sterkste wapens van Brimheim, maar er is zoals gezegd meer. Ook in muzikaal opzicht is can't hate myself into a different shape een interessant album. De muziek van Brimheim heeft het ruimtelijke en donkere wat zoveel Scandinavische albums kenmerkt, maar het debuutalbum van de muzikante uit Kopenhagen is ook een avontuurlijk en veelzijdig album.
De muziek van Brimheim is vaak relatief sober en atmosferisch, maar een aantal tracks op het album is veel voller ingekleurd. De song van Brimheim bestrijken hierdoor het hele spectrum van Scandinavische ijsprinsessen muziek tot de uitbundigere indiepop en indierock zoals die de laatste jaren vooral in de Verenigde Staten veel wordt gemaakt.
In vocaal en muzikaal opzicht kan Brimheim in deze genres met de besten mee, maar ook als songwriter maakt de Deense muzikante makkelijk indruk. Op can't hate myself into a different shape staan zoals gezegd een aantal zeer persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die lekker in het gehoor liggende melodieën en refreinen en combineren met avontuurlijke passages, waardoor can't hate myself into a different shape niet alleen het oor streelt, maar ook de fantasie prikkelt.
Er is het afgelopen jaar maar weinig geschreven over het debuutalbum van Brimheim, want alleen de Britse muziekwebsite The Line of Best Fit noemde het album in januari een van de beste Scandinavische albums van het jaar. Het is een voorspelling die wat mij betreft is uitgekomen, want ik schaar het debuutalbum van Brimheim inmiddels onder de allerbeste album van 2022, zeker in het genre waarin de Deense muzikante opereert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brimheim - can't hate myself into a different shape - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brimheim - can't hate myself into a different shape
Het debuutalbum van de Deense muzikante Brimheim sneeuwde helemaal aan het begin van 2022 helaas wat onder, maar het is een interessant album dat binnen de indierock en indiepop met de besten mee kan
Ook in 2022 verschenen weer stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor wat melancholische indiepop en indierock. Verzadiging ligt inmiddels stevig op de loer, maar het zou zonde zijn als dit ten koste zou gaan van de muziek van de Deense muzikante Brimheim. Het debuut van de muzikante uit Kopenhagen is inmiddels al bijna een jaar oud, maar can't hate myself into a different shape is een album dat alsnog alle aandacht verdient. Het alter ego van Helena Heinesen Rebensdorff heeft een persoonlijk en donker album gemaakt, maar haar songs kunnen verrassend toegankelijk klinken en op hetzelfde moment de fantasie stevig prikkelen. Bijzonder album.
In de onderste regionen van een wat obscuur jaarlijstje kwam ik can't hate myself into a different shape (geen hoofdletters) van Brimheim tegen. Het is een album dat verscheen in de eerste maand van 2022 en het is een album dat volgens mij compleet is ondergesneeuwd. Ik had zelf in ieder geval nog nooit van Brimheim gehoord, maar can't hate myself into a different shape is absoluut een album dat aansluit bij mijn muzieksmaak.
Achter de naam Brimheim gaat Helena Heinesen Rebensdorff schuil. De Deense muzikante werd geboren op de Faeröer eilanden, maar woont tegenwoordig in Kopenhagen. Met can't hate myself into a different shape heeft Helena Heinesen Rebensdorff een zeer persoonlijk album afgeleverd. Het is een album waarop psychische problemen centraal staan, waardoor het debuutalbum van Brimheim een donker gekleurd album is.
Brimheim is actief in een genre waarin het de afgelopen jaren dringen was en waarin het zo langzamerhand echt overvol is, maar met can't hate myself into a different shape heeft de Deense muzikanten een bovengemiddeld goed album gemaakt. Brimheim maakt op haar debuutalbum in meerdere opzichten indruk.
Om te beginnen vind ik de zang op het album erg mooi. Helena Heinesen Rebensdorff zingt vooral fluisterzacht, maar brengt desondanks flink wat variatie aan in haar zang. Zeker in de wat onderkoelde passages zit de zang op can't hate myself into a different shape dicht tegen die van Phoebe Bridgers aan, maar Helena Heinesen Rebensdorff kan ook een stuk krachtiger en expressiever zingen en heeft dan een duidelijk eigen geluid.
De mooie stem van de Deense muzikante is een van de sterkste wapens van Brimheim, maar er is zoals gezegd meer. Ook in muzikaal opzicht is can't hate myself into a different shape een interessant album. De muziek van Brimheim heeft het ruimtelijke en donkere wat zoveel Scandinavische albums kenmerkt, maar het debuutalbum van de muzikante uit Kopenhagen is ook een avontuurlijk en veelzijdig album.
De muziek van Brimheim is vaak relatief sober en atmosferisch, maar een aantal tracks op het album is veel voller ingekleurd. De song van Brimheim bestrijken hierdoor het hele spectrum van Scandinavische ijsprinsessen muziek tot de uitbundigere indiepop en indierock zoals die de laatste jaren vooral in de Verenigde Staten veel wordt gemaakt.
In vocaal en muzikaal opzicht kan Brimheim in deze genres met de besten mee, maar ook als songwriter maakt de Deense muzikante makkelijk indruk. Op can't hate myself into a different shape staan zoals gezegd een aantal zeer persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die lekker in het gehoor liggende melodieën en refreinen en combineren met avontuurlijke passages, waardoor can't hate myself into a different shape niet alleen het oor streelt, maar ook de fantasie prikkelt.
Er is het afgelopen jaar maar weinig geschreven over het debuutalbum van Brimheim, want alleen de Britse muziekwebsite The Line of Best Fit noemde het album in januari een van de beste Scandinavische albums van het jaar. Het is een voorspelling die wat mij betreft is uitgekomen, want ik schaar het debuutalbum van Brimheim inmiddels onder de allerbeste album van 2022, zeker in het genre waarin de Deense muzikante opereert. Erwin Zijleman
Brit Taylor - Kentucky Blue (2023)

4,0
1
geplaatst: 9 februari 2023, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brit Taylor - Kentucky Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brit Taylor - Kentucky Blue
De Amerikaanse muzikante Brit Taylor maakte in 2020 een van de beste countrypop albums van het jaar met Real Me en overtuigt nu minstens net zo makkelijk met het traditioneler klinkende Kentucky Blue
Brit Taylor ging een paar jaar door diepe dalen, die de inspiratie vormden voor haar geweldige debuutalbum Real Me, dat helaas niet overal de aandacht kreeg die het album verdiende. De melancholische countrypop van dat album is op Kentucky Blue vervangen door wat vrolijker klinkende countrymuziek. Het is countrymuziek met een hang naar het verleden, die fraai is geproduceerd door topproducer Sturgill Simpson. Met flink wat snareninstrumenten en hier en daar een hoofdrol voor de viool klinkt Kentucky Blue echt fantastisch, maar ook de zang van Brit Taylor mag er weer zijn en hetzelfde kan gezegd worden van haar persoonlijke teksten en uitstekende songs.
Week na week verschijnen er stapels albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen en van deze albums verdienen er flink wat het etiket countrypop. Ik ga er van uit dat de beste albums in het genre in de meeste gevallen wel boven komen drijven, maar dit gaat lang niet altijd vanzelf. Real Me, het in 2020 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Brit Taylor, sneeuwde in eerste instantie totaal onder en dit ondanks de samenwerking met Dan Auerbach, die normaal gesproken wel de aandacht trekt met zijn naam. Het zeer persoonlijke album kreeg uiteindelijk gelukkig wat meer aandacht, maar het is wat mij betreft een album dat het in 2020 tot de jaarlijstjes had moeten schoppen en daarin ontbrak het album meestal.
Deze week keert Brit Taylor terug met haar tweede album, Kentucky Blue. Het is een wat ander album dan Real Me en dat heeft meerdere redenen. Real Me werd drie jaar geleden geïnspireerd door de nodige persoonlijke misère en was daarom een album vol melancholie en verlies en pijn als centrale thema’s. Inmiddels lacht het leven Brit Taylor weer toe en dat hoor je in haar muziek, die opgewekter en optimistischer klinkt dan op haar debuutalbum. De twee albums verschillen echter vooral in muzikaal opzicht van elkaar.
Kentucky Blue werd geproduceerd door David Ferguson en niemand minder dan Sturgill Simpson, die moet worden gerekend tot de meest gevraagde en meest aansprekende producers in het genre. Het is een producer die de countrymuziek uit het verleden hoger aanslaat dan de Nashville countrypop van het moment en dat hoor je op Kentucky Blue. Het tweede album van Brit Taylor klinkt wat traditioneler dan zijn voorganger en is bovendien wat opgeschoven van countrypop naar country.
Ik was bijzonder gecharmeerd van Real Me en moest daarom wel even wennen aan het nieuwe geluid van Brit Taylor, maar de muzikante uit Kentucky overtuigde me ook dit keer snel. Kentucky Blue is mooi ingekleurd met flink wat snareninstrumenten, waaronder met name gitaren en de pedal steel. Hiernaast speelt de viool een belangrijke rol op het album, wat het traditionele karakter van de countrymuziek op het album versterkt.
De stem van Brit Taylor gedijt uitstekend in het wat traditioneler aandoende instrumentarium op Kentucky Blue. Het is een stem die gemaakt is voor dit soort muziek, maar het is ook een stem die geen moment doorsnee klinkt. Het is bovendien een stem die de persoonlijke teksten op het album met veel gevoel vertolkt. Brit Taylor beperkt zich op Kentucky Blue zeker niet uitsluitend tot de countrymuziek uit de jaren 70, maar gooit er hier en daar nog wat subtiele invloeden uit de Tex Mex en Honky Tonk doorheen.
Liefhebbers van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt zullen het tweede album van Brit Taylor wat aan de traditionele kant vinden, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet zoveel hebben met countrypop zullen het tweede album van de Amerikaanse muzikante waarschijnlijk sneller omarmen dan haar debuutalbum. Zelf kan ik overweg met beide smaken en ik hoef dan ook niet te kiezen. Real Me blijft voor mij een van de beste rootsalbums van 2020 (al ontdekte ik het album pas in 2021), maar ook Kentucky Blue bevalt me uitstekend en groeit nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brit Taylor - Kentucky Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brit Taylor - Kentucky Blue
De Amerikaanse muzikante Brit Taylor maakte in 2020 een van de beste countrypop albums van het jaar met Real Me en overtuigt nu minstens net zo makkelijk met het traditioneler klinkende Kentucky Blue
Brit Taylor ging een paar jaar door diepe dalen, die de inspiratie vormden voor haar geweldige debuutalbum Real Me, dat helaas niet overal de aandacht kreeg die het album verdiende. De melancholische countrypop van dat album is op Kentucky Blue vervangen door wat vrolijker klinkende countrymuziek. Het is countrymuziek met een hang naar het verleden, die fraai is geproduceerd door topproducer Sturgill Simpson. Met flink wat snareninstrumenten en hier en daar een hoofdrol voor de viool klinkt Kentucky Blue echt fantastisch, maar ook de zang van Brit Taylor mag er weer zijn en hetzelfde kan gezegd worden van haar persoonlijke teksten en uitstekende songs.
Week na week verschijnen er stapels albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen en van deze albums verdienen er flink wat het etiket countrypop. Ik ga er van uit dat de beste albums in het genre in de meeste gevallen wel boven komen drijven, maar dit gaat lang niet altijd vanzelf. Real Me, het in 2020 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Brit Taylor, sneeuwde in eerste instantie totaal onder en dit ondanks de samenwerking met Dan Auerbach, die normaal gesproken wel de aandacht trekt met zijn naam. Het zeer persoonlijke album kreeg uiteindelijk gelukkig wat meer aandacht, maar het is wat mij betreft een album dat het in 2020 tot de jaarlijstjes had moeten schoppen en daarin ontbrak het album meestal.
Deze week keert Brit Taylor terug met haar tweede album, Kentucky Blue. Het is een wat ander album dan Real Me en dat heeft meerdere redenen. Real Me werd drie jaar geleden geïnspireerd door de nodige persoonlijke misère en was daarom een album vol melancholie en verlies en pijn als centrale thema’s. Inmiddels lacht het leven Brit Taylor weer toe en dat hoor je in haar muziek, die opgewekter en optimistischer klinkt dan op haar debuutalbum. De twee albums verschillen echter vooral in muzikaal opzicht van elkaar.
Kentucky Blue werd geproduceerd door David Ferguson en niemand minder dan Sturgill Simpson, die moet worden gerekend tot de meest gevraagde en meest aansprekende producers in het genre. Het is een producer die de countrymuziek uit het verleden hoger aanslaat dan de Nashville countrypop van het moment en dat hoor je op Kentucky Blue. Het tweede album van Brit Taylor klinkt wat traditioneler dan zijn voorganger en is bovendien wat opgeschoven van countrypop naar country.
Ik was bijzonder gecharmeerd van Real Me en moest daarom wel even wennen aan het nieuwe geluid van Brit Taylor, maar de muzikante uit Kentucky overtuigde me ook dit keer snel. Kentucky Blue is mooi ingekleurd met flink wat snareninstrumenten, waaronder met name gitaren en de pedal steel. Hiernaast speelt de viool een belangrijke rol op het album, wat het traditionele karakter van de countrymuziek op het album versterkt.
De stem van Brit Taylor gedijt uitstekend in het wat traditioneler aandoende instrumentarium op Kentucky Blue. Het is een stem die gemaakt is voor dit soort muziek, maar het is ook een stem die geen moment doorsnee klinkt. Het is bovendien een stem die de persoonlijke teksten op het album met veel gevoel vertolkt. Brit Taylor beperkt zich op Kentucky Blue zeker niet uitsluitend tot de countrymuziek uit de jaren 70, maar gooit er hier en daar nog wat subtiele invloeden uit de Tex Mex en Honky Tonk doorheen.
Liefhebbers van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt zullen het tweede album van Brit Taylor wat aan de traditionele kant vinden, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet zoveel hebben met countrypop zullen het tweede album van de Amerikaanse muzikante waarschijnlijk sneller omarmen dan haar debuutalbum. Zelf kan ik overweg met beide smaken en ik hoef dan ook niet te kiezen. Real Me blijft voor mij een van de beste rootsalbums van 2020 (al ontdekte ik het album pas in 2021), maar ook Kentucky Blue bevalt me uitstekend en groeit nog wel even door. Erwin Zijleman
Brit Taylor - Real Me (2020)

4,0
1
geplaatst: 28 januari 2021, 15:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brit Taylor - Real Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brit Taylor - Real Me
Brit Taylor had haar leven op orde toen alles in elkaar stortte, maar op haar debuutalbum Real Me heeft ze alle touwtjes weer in handen en overtuigt ze met een mooie mix van pop en vooral country
Ook ik heb Real Me van Brit Taylor vorig jaar laten liggen en ik was helaas niet de enige. Het is zonde, want het debuutalbum van de singer-songwriter uit Tennessee is een verrassend sterk album. Enerzijds vanwege de persoonlijke teksten en de mooie stem van Brit Taylor en anderzijds vanwege de sterke songs en het mooie geluid op Real Me. Het is een geluid waarin een randje pop niet wordt geschuwd, maar Brit Taylor schuift ook flink op richting de traditionele country van weleer. Ondanks de persoonlijke misère en de hang naar traditionele country, is Real Me echter ook een licht verteerbaar album dat zeker ook optimisme uitstraalt. Absoluut een belofte deze Brit Taylor.
Real Me, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Brit Taylor, verscheen in de laatste weken van het jaar en dat waren zelfs in 2020 weken waarin nieuwe releases makkelijk ondersneeuwden.
Het heeft er voor gezorgd dat het debuut van de singer-songwriter uit Tennessee het vooralsnog moet doen met slechts een handjevol positieve Amerikaanse recensies (waarvan wel een aantal in gerenommeerde tijdschriften) en dat het album in Europa helaas nauwelijks of zelfs helemaal geen aandacht heeft gekregen. Dat is jammer want het debuut van Brit Taylor is een uitstekend album dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van country met een vleugje pop.
Brit Taylor verruilde al op haar zeventiende haar geboortegrond in Kentucky voor het blinkende licht van Nashville en kreeg haar leven binnen een paar jaar aardig op de rails. Ze studeerde af, ze haalde een muziekdeal binnen, trad in het huwelijk en kocht een huis in de buurt van Nashville.
Een universitaire opleiding kan je niet meer worden afgenomen, maar de rest van het leven van Brit Taylor viel in duigen toen haar huwelijk op de klippen liep en ze de boel financieel niet meer rond kon breien. Een diep dal was het resultaat, maar toen Brit Taylor de kans kreeg om een aantal songs te schrijven met Black Keys voorman en producer Dan Auerbach ging ze, op haar dertigste, weer op zoek naar de pieken.
De eerste piek luistert naar de naam Real Me en is zoals gezegd een uitstekend debuutalbum. Zoals de titel van het album al doet vermoeden, is het een persoonlijk album geworden, waarop Brit Taylor op zoek gaat naar zichzelf en alle ellende van de afgelopen jaren een plekje geeft.
De songs die ze schreef met Dan Auerbach vormden de basis voor het album dat uiteindelijk werd geproduceerd door Dave Brainard. Ik noemde Real Me hierboven een album dat waarschijnlijk in de smaak zal vallen bij liefhebbers van country met een vleugje pop en dat is echt iets anders dan countrypop zoals deze de afgelopen jaren in Nashville wordt gemaakt.
In een aantal tracks op het album schuift Brit Taylor voorzichtig op richting de muziek van Kacey Musgraves, die binnen de countrypop op eenzame hoogte staat, maar minstens net zo vaak kiest Brit Taylor voor veel traditioneler aandoende countrymuziek. Het is de countrymuziek die we kennen uit de jaren 70, waarin de snik in de stem nog een sterk wapen was. Ook Brit Taylor beschikt over een fraaie snik, maar ze zet deze subtiel in, waardoor haar songs nooit over de top zijn.
Real Me werd geïnspireerd door de nodige ellende, maar het is een album waarop hoorbaar met veel plezier muziek wordt gemaakt. De instrumentatie is gloedvol en kan zowel met modernere als met wat traditionelere invloeden uit de voeten. Het is een stemmige instrumentatie, met hier en daar ook flink wat strijkers en uiteraard de onmisbare pedal steel en het is een instrumentatie die bijzonder fraai kleurt bij de stem van Brit Taylor, die haar persoonlijke songs vol gevoel maar ook vol souplesse vertolkt.
Het is al jaren dringen in dit genre, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Brit Taylor luister, hoe aangenamer het wordt en hoe meer het me raakt. Alle reden dus om alsnog stil te staan bij dit album uit de laatste weken van 2020. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brit Taylor - Real Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brit Taylor - Real Me
Brit Taylor had haar leven op orde toen alles in elkaar stortte, maar op haar debuutalbum Real Me heeft ze alle touwtjes weer in handen en overtuigt ze met een mooie mix van pop en vooral country
Ook ik heb Real Me van Brit Taylor vorig jaar laten liggen en ik was helaas niet de enige. Het is zonde, want het debuutalbum van de singer-songwriter uit Tennessee is een verrassend sterk album. Enerzijds vanwege de persoonlijke teksten en de mooie stem van Brit Taylor en anderzijds vanwege de sterke songs en het mooie geluid op Real Me. Het is een geluid waarin een randje pop niet wordt geschuwd, maar Brit Taylor schuift ook flink op richting de traditionele country van weleer. Ondanks de persoonlijke misère en de hang naar traditionele country, is Real Me echter ook een licht verteerbaar album dat zeker ook optimisme uitstraalt. Absoluut een belofte deze Brit Taylor.
Real Me, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Brit Taylor, verscheen in de laatste weken van het jaar en dat waren zelfs in 2020 weken waarin nieuwe releases makkelijk ondersneeuwden.
Het heeft er voor gezorgd dat het debuut van de singer-songwriter uit Tennessee het vooralsnog moet doen met slechts een handjevol positieve Amerikaanse recensies (waarvan wel een aantal in gerenommeerde tijdschriften) en dat het album in Europa helaas nauwelijks of zelfs helemaal geen aandacht heeft gekregen. Dat is jammer want het debuut van Brit Taylor is een uitstekend album dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van country met een vleugje pop.
Brit Taylor verruilde al op haar zeventiende haar geboortegrond in Kentucky voor het blinkende licht van Nashville en kreeg haar leven binnen een paar jaar aardig op de rails. Ze studeerde af, ze haalde een muziekdeal binnen, trad in het huwelijk en kocht een huis in de buurt van Nashville.
Een universitaire opleiding kan je niet meer worden afgenomen, maar de rest van het leven van Brit Taylor viel in duigen toen haar huwelijk op de klippen liep en ze de boel financieel niet meer rond kon breien. Een diep dal was het resultaat, maar toen Brit Taylor de kans kreeg om een aantal songs te schrijven met Black Keys voorman en producer Dan Auerbach ging ze, op haar dertigste, weer op zoek naar de pieken.
De eerste piek luistert naar de naam Real Me en is zoals gezegd een uitstekend debuutalbum. Zoals de titel van het album al doet vermoeden, is het een persoonlijk album geworden, waarop Brit Taylor op zoek gaat naar zichzelf en alle ellende van de afgelopen jaren een plekje geeft.
De songs die ze schreef met Dan Auerbach vormden de basis voor het album dat uiteindelijk werd geproduceerd door Dave Brainard. Ik noemde Real Me hierboven een album dat waarschijnlijk in de smaak zal vallen bij liefhebbers van country met een vleugje pop en dat is echt iets anders dan countrypop zoals deze de afgelopen jaren in Nashville wordt gemaakt.
In een aantal tracks op het album schuift Brit Taylor voorzichtig op richting de muziek van Kacey Musgraves, die binnen de countrypop op eenzame hoogte staat, maar minstens net zo vaak kiest Brit Taylor voor veel traditioneler aandoende countrymuziek. Het is de countrymuziek die we kennen uit de jaren 70, waarin de snik in de stem nog een sterk wapen was. Ook Brit Taylor beschikt over een fraaie snik, maar ze zet deze subtiel in, waardoor haar songs nooit over de top zijn.
Real Me werd geïnspireerd door de nodige ellende, maar het is een album waarop hoorbaar met veel plezier muziek wordt gemaakt. De instrumentatie is gloedvol en kan zowel met modernere als met wat traditionelere invloeden uit de voeten. Het is een stemmige instrumentatie, met hier en daar ook flink wat strijkers en uiteraard de onmisbare pedal steel en het is een instrumentatie die bijzonder fraai kleurt bij de stem van Brit Taylor, die haar persoonlijke songs vol gevoel maar ook vol souplesse vertolkt.
Het is al jaren dringen in dit genre, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Brit Taylor luister, hoe aangenamer het wordt en hoe meer het me raakt. Alle reden dus om alsnog stil te staan bij dit album uit de laatste weken van 2020. Erwin Zijleman
Brittany Howard - Jaime (2019)

4,0
2
geplaatst: 16 december 2019, 16:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brittany Howard - Jaime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittany Howard - Jaime
Brittany Howard maakt het je niet makkelijk op haar soloalbum, maar luister onbevangen en laat Alabama Shakes los en je hoort heel veel moois en bijzonders
Dodelijk vermoeiend vond ik het soloalbum van Alabama Shakes zangeres Brittany Howard bij de eerste beluisteringen, maar hoe vaker ik naar Jaime luister, hoe meer ik onder de indruk raak. Jaime is mijlenver verwijderd van de muziek van Alabama Shakes en verrast met een broeierige en avontuurlijke mix van onder andere soul, funk, jazz en R&B. Vergeleken met de muziek van haar band strijkt Brittany Howard af en toe flink tegen de haren in, maar er valt steeds meer op zijn plek en hoor ik af en toe zelfs wat van de genialiteit van Prince, die met een aantal tracks op het album uitstekend uit de voeten had gekund.
Ik was een maand of drie geleden erg nieuwsgierig naar het eerste soloalbum van Brittany Howard. De Amerikaanse zangeres maakte als frontvrouw van de band Alabama Shakes immers een onuitwisbare indruk met de albums Boys & Girls uit 2012 en Sound & Color uit 2015.
Ik ging er min of meer van uit dat Brittany Howard op haar soloalbum uit ongeveer hetzelfde vaatje zou tappen als met haar band en was voorbereid op een dampende porie tijdloze soul, blues en rock. Met Jaime leverde Brittany Howard drie maanden geleden echter een album af dan in vrijwel niets lijkt op de muziek van haar band.
Daar is natuurlijk niets mis mee, maar op een of andere manier klikte het niet tussen Jaime en mij. Ik heb het een paar keer geprobeerd met het album, maar vond het loodzwaar en dodelijk vermoeiend. Helemaal afschrijven kon ik het album echter niet en daarom kwam Jaime deze week toch weer uit de speakers, deels geïnspireerd door de hoge positie in een aantal aansprekende jaarlijstjes.
Ik vind Jaime nog altijd een zwaar en lastig album en ik verlang nog steeds naar een nieuw album van Alabama Shakes, maar ik heb inmiddels wel meer respect gekregen voor het eerste soloalbum van Brittany Howard. De titel van haar album verwijst naar haar zus Jaime, die op jonge leeftijd overleed. Jaime is een persoonlijk album vol leed en drama en het is een album dat in muzikaal opzicht het avontuur opzoekt.
Jaime van Brittany Howard kan, net als de albums van Alabama Shakes, een soulplaat worden genoemd, maar het is wel een moderne soulplaat die geen moment leunt op de muzikale erfenis van de groten in het genre. Brittany Howard overgiet de invloeden uit de soul met flink wat R&B, funk en jazz.
Vergeleken met de tijdloze songs van haar band is Jaime niet alleen veelzijdiger, maar ook complexer en avontuurlijker. De songs op het album zijn volgestopt met bijzondere wendingen en ook in vocaal opzicht zingt Brittany Howard een stuk minder rechttoe rechtaan dan op de albums van haar band.
Jaime is een lastig album wanneer je het constant vergelijkt met de twee prachtalbums van Alabama Shakes, maar komt tot leven wanneer je je er volledig voor open stelt. Sinds ik met andere oren naar het album luister hoor ik opeens flarden van de beste albums van D'Angelo, maar ik hoor ook heel veel van Prince, die zich voor een album als Jaime zeker niet zou hebben geschaamd.
Brittany Howard kan op Jaime alle kanten op. Na broeierige en nogal zwaar geproduceerde tracks vol invloeden uit de R&B, schuwt ze ook een spaarzaam gearrangeerde jazzy track die opschuift richting Nina Simone niet en zo weten bijna alle songs op het album te verrassen en te overtuigen.
Waarschijnlijk was ik veel enthousiaster over Jaime geweest als er een andere naam op het album had gestaan, waardoor ik met andere verwachtingen zou zijn begonnen aan het album. Het is gek dat het zo werkt, maar het is kennelijk zo. Sinds ik Jaime volledig los zie van Alabama Shakes, hoor ik iedere keer weer meer moois op het eerste soloalbum van Brittany Howard en begin ik eindelijk te horen wat een deel van de critici direct hoorde. Brittany Howard heeft met Jaime een spannend en hier en daar wat tegendraads solodebuut afgeleverd, dat veel respect afdwingt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brittany Howard - Jaime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittany Howard - Jaime
Brittany Howard maakt het je niet makkelijk op haar soloalbum, maar luister onbevangen en laat Alabama Shakes los en je hoort heel veel moois en bijzonders
Dodelijk vermoeiend vond ik het soloalbum van Alabama Shakes zangeres Brittany Howard bij de eerste beluisteringen, maar hoe vaker ik naar Jaime luister, hoe meer ik onder de indruk raak. Jaime is mijlenver verwijderd van de muziek van Alabama Shakes en verrast met een broeierige en avontuurlijke mix van onder andere soul, funk, jazz en R&B. Vergeleken met de muziek van haar band strijkt Brittany Howard af en toe flink tegen de haren in, maar er valt steeds meer op zijn plek en hoor ik af en toe zelfs wat van de genialiteit van Prince, die met een aantal tracks op het album uitstekend uit de voeten had gekund.
Ik was een maand of drie geleden erg nieuwsgierig naar het eerste soloalbum van Brittany Howard. De Amerikaanse zangeres maakte als frontvrouw van de band Alabama Shakes immers een onuitwisbare indruk met de albums Boys & Girls uit 2012 en Sound & Color uit 2015.
Ik ging er min of meer van uit dat Brittany Howard op haar soloalbum uit ongeveer hetzelfde vaatje zou tappen als met haar band en was voorbereid op een dampende porie tijdloze soul, blues en rock. Met Jaime leverde Brittany Howard drie maanden geleden echter een album af dan in vrijwel niets lijkt op de muziek van haar band.
Daar is natuurlijk niets mis mee, maar op een of andere manier klikte het niet tussen Jaime en mij. Ik heb het een paar keer geprobeerd met het album, maar vond het loodzwaar en dodelijk vermoeiend. Helemaal afschrijven kon ik het album echter niet en daarom kwam Jaime deze week toch weer uit de speakers, deels geïnspireerd door de hoge positie in een aantal aansprekende jaarlijstjes.
Ik vind Jaime nog altijd een zwaar en lastig album en ik verlang nog steeds naar een nieuw album van Alabama Shakes, maar ik heb inmiddels wel meer respect gekregen voor het eerste soloalbum van Brittany Howard. De titel van haar album verwijst naar haar zus Jaime, die op jonge leeftijd overleed. Jaime is een persoonlijk album vol leed en drama en het is een album dat in muzikaal opzicht het avontuur opzoekt.
Jaime van Brittany Howard kan, net als de albums van Alabama Shakes, een soulplaat worden genoemd, maar het is wel een moderne soulplaat die geen moment leunt op de muzikale erfenis van de groten in het genre. Brittany Howard overgiet de invloeden uit de soul met flink wat R&B, funk en jazz.
Vergeleken met de tijdloze songs van haar band is Jaime niet alleen veelzijdiger, maar ook complexer en avontuurlijker. De songs op het album zijn volgestopt met bijzondere wendingen en ook in vocaal opzicht zingt Brittany Howard een stuk minder rechttoe rechtaan dan op de albums van haar band.
Jaime is een lastig album wanneer je het constant vergelijkt met de twee prachtalbums van Alabama Shakes, maar komt tot leven wanneer je je er volledig voor open stelt. Sinds ik met andere oren naar het album luister hoor ik opeens flarden van de beste albums van D'Angelo, maar ik hoor ook heel veel van Prince, die zich voor een album als Jaime zeker niet zou hebben geschaamd.
Brittany Howard kan op Jaime alle kanten op. Na broeierige en nogal zwaar geproduceerde tracks vol invloeden uit de R&B, schuwt ze ook een spaarzaam gearrangeerde jazzy track die opschuift richting Nina Simone niet en zo weten bijna alle songs op het album te verrassen en te overtuigen.
Waarschijnlijk was ik veel enthousiaster over Jaime geweest als er een andere naam op het album had gestaan, waardoor ik met andere verwachtingen zou zijn begonnen aan het album. Het is gek dat het zo werkt, maar het is kennelijk zo. Sinds ik Jaime volledig los zie van Alabama Shakes, hoor ik iedere keer weer meer moois op het eerste soloalbum van Brittany Howard en begin ik eindelijk te horen wat een deel van de critici direct hoorde. Brittany Howard heeft met Jaime een spannend en hier en daar wat tegendraads solodebuut afgeleverd, dat veel respect afdwingt. Erwin Zijleman
Brittany Howard - What Now (2024)

3,5
1
geplaatst: 16 februari 2024, 11:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brittany Howard - What Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittany Howard - What Now
Voormalig Alabama Shakes zangeres Brittany Howard springt ook op haar tweede soloalbum weer alle kanten op, maar weet een verrassend hoog niveau vast te houden, met hier en daar duidelijke invloeden van Prince
Jaime, het solodebuut van Brittany Howard, lag na de aanstekelijke albums van Alabama Shakes wat zwaar op de maag, maar overtuigde uiteindelijk wel. Opvolger What Now is ook zeker geen makkelijk album, maar maakt makkelijker indruk. Brittany Howard begint bij de Philly soul, maar vervolgens kan het alle kanten op. Op Jaime waren af en toe invloeden van Prince te horen en deze zijn nog veel duidelijker hoorbaar op What Now. Brittany Howard laat ook op haar tweede soloalbum horen dat ze een bijzondere zangeres en een eigenzinnige muzikante is. Het levert een album op dat je misschien een paar keer moet horen, maar dat uiteindelijk flink wat indruk maakt.
Ik vond de twee albums die de Amerikaanse band Alabama Shakes maakte echt fantastisch. Zowel de energieke mix van soul, blues, Americana en rock ‘n roll op Boys & Girls uit 2012 als de psychedelische soul op Sound & Color uit 2015 maakten flink wat indruk en leken de start van een glansrijke carrière van de band uit Athens, Alabama. Het liep helaas anders. Boegbeeld Brittany Howard besloot in 2018 om tijdelijk haar eigen weg te gaan, waarna gitarist Heath Fogg de band Sun On Shade begon. Zes jaar later moeten we misschien maar eens concluderen dat het echt niet meer goed gaat komen met Alabama Shakes, wat doodzonde blijft.
Gezien de grote rol van Brittany Howard in de band verwachte ik in 2019 heel veel van haar eerste soloalbum Jaime, maar in eerste instantie kon ik helemaal niets met het album. Voor mijn gevoel sprong Brittany Howard op Jaime continu van de hak op de tak, waardoor ik doodmoe werd van het album. Toen het album aan het eind van 2019 opdook in flink wat jaarlijstjes gaf ik het album een nieuwe kans en viel meer op zijn plek, maar Jaime blijft een complex album, dat minder makkelijk imponeert dan de albums van Alabama Shakes.
Vorige week herhaalde de geschiedenis zich, want bij eerste beluistering van What Now kon ik maar heel weinig met het tweede soloalbum van Brittany Howard. Net als zijn voorganger is What Now een album dat continu van kleur verschiet en een album dat vooral songs bevat die je meerdere keren moet horen voordat er iets op zijn plek valt.
What Now is net als Jaime een zeer persoonlijk album. Waar Brittany Howard op Jaime de dood van haar zus verwerkte, is What Now gemaakt in de nadagen van de coronapandemie en doorspekt met verhalen over lastige liefdesrelaties. Op What Now werkt Brittany Howard samen met producer Shawn Everett, die ook betrokken was bij het tweede album van Alabama Shakes, maar What Now laat zeker geen terugkeer naar het werk van de voormalige band van Brittany Howard horen.
In mijn recensie van Jaime uit december 2019 gaf ik aan dat ik af en toe iets van de genialiteit van Prince hoorde. De genialiteit van Prince is nog veel nadrukkelijker aanwezig op What Now, dat meer dan eens klinkt als een album dat de muzikant uit Minneapolis graag gemaakt zou hebben. Invloeden van Prince zijn vooral herkenbaar wanneer Brittany Howard met name soul en funk toevoegt aan haar songs, maar ook de wat jazzy songs en zelfs de songs die aansluiten bij de zwarte muziek van dit moment citeren met grote regelmaat uit het unieke oeuvre van Prince.
What Now bevat een aantal redelijk toegankelijke songs, maar ook flink wat meer in zichzelf gekeerde songs die veel lastiger te doorgronden zijn. Dat ligt aan de songs en de muziek, maar zeker ook aan de overigens prachtige maar nooit alledaagse zang van Brittany Howard. De songs op What Now overtuigden me uiteindelijk sneller dan de songs op het debuutalbum van Brittany Howard, maar een makkelijk album is het meestal niet. In de meest toegankelijke momenten laat Brittany Howard zich vooral beïnvloeden door de Philly soul uit de jaren 70, maar een bijzondere wending is nooit ver weg, nog een reden om het album te vergelijken met de albums van Prince. Ik kan minder interessant vergelijkingsmateriaal bedenken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brittany Howard - What Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittany Howard - What Now
Voormalig Alabama Shakes zangeres Brittany Howard springt ook op haar tweede soloalbum weer alle kanten op, maar weet een verrassend hoog niveau vast te houden, met hier en daar duidelijke invloeden van Prince
Jaime, het solodebuut van Brittany Howard, lag na de aanstekelijke albums van Alabama Shakes wat zwaar op de maag, maar overtuigde uiteindelijk wel. Opvolger What Now is ook zeker geen makkelijk album, maar maakt makkelijker indruk. Brittany Howard begint bij de Philly soul, maar vervolgens kan het alle kanten op. Op Jaime waren af en toe invloeden van Prince te horen en deze zijn nog veel duidelijker hoorbaar op What Now. Brittany Howard laat ook op haar tweede soloalbum horen dat ze een bijzondere zangeres en een eigenzinnige muzikante is. Het levert een album op dat je misschien een paar keer moet horen, maar dat uiteindelijk flink wat indruk maakt.
Ik vond de twee albums die de Amerikaanse band Alabama Shakes maakte echt fantastisch. Zowel de energieke mix van soul, blues, Americana en rock ‘n roll op Boys & Girls uit 2012 als de psychedelische soul op Sound & Color uit 2015 maakten flink wat indruk en leken de start van een glansrijke carrière van de band uit Athens, Alabama. Het liep helaas anders. Boegbeeld Brittany Howard besloot in 2018 om tijdelijk haar eigen weg te gaan, waarna gitarist Heath Fogg de band Sun On Shade begon. Zes jaar later moeten we misschien maar eens concluderen dat het echt niet meer goed gaat komen met Alabama Shakes, wat doodzonde blijft.
Gezien de grote rol van Brittany Howard in de band verwachte ik in 2019 heel veel van haar eerste soloalbum Jaime, maar in eerste instantie kon ik helemaal niets met het album. Voor mijn gevoel sprong Brittany Howard op Jaime continu van de hak op de tak, waardoor ik doodmoe werd van het album. Toen het album aan het eind van 2019 opdook in flink wat jaarlijstjes gaf ik het album een nieuwe kans en viel meer op zijn plek, maar Jaime blijft een complex album, dat minder makkelijk imponeert dan de albums van Alabama Shakes.
Vorige week herhaalde de geschiedenis zich, want bij eerste beluistering van What Now kon ik maar heel weinig met het tweede soloalbum van Brittany Howard. Net als zijn voorganger is What Now een album dat continu van kleur verschiet en een album dat vooral songs bevat die je meerdere keren moet horen voordat er iets op zijn plek valt.
What Now is net als Jaime een zeer persoonlijk album. Waar Brittany Howard op Jaime de dood van haar zus verwerkte, is What Now gemaakt in de nadagen van de coronapandemie en doorspekt met verhalen over lastige liefdesrelaties. Op What Now werkt Brittany Howard samen met producer Shawn Everett, die ook betrokken was bij het tweede album van Alabama Shakes, maar What Now laat zeker geen terugkeer naar het werk van de voormalige band van Brittany Howard horen.
In mijn recensie van Jaime uit december 2019 gaf ik aan dat ik af en toe iets van de genialiteit van Prince hoorde. De genialiteit van Prince is nog veel nadrukkelijker aanwezig op What Now, dat meer dan eens klinkt als een album dat de muzikant uit Minneapolis graag gemaakt zou hebben. Invloeden van Prince zijn vooral herkenbaar wanneer Brittany Howard met name soul en funk toevoegt aan haar songs, maar ook de wat jazzy songs en zelfs de songs die aansluiten bij de zwarte muziek van dit moment citeren met grote regelmaat uit het unieke oeuvre van Prince.
What Now bevat een aantal redelijk toegankelijke songs, maar ook flink wat meer in zichzelf gekeerde songs die veel lastiger te doorgronden zijn. Dat ligt aan de songs en de muziek, maar zeker ook aan de overigens prachtige maar nooit alledaagse zang van Brittany Howard. De songs op What Now overtuigden me uiteindelijk sneller dan de songs op het debuutalbum van Brittany Howard, maar een makkelijk album is het meestal niet. In de meest toegankelijke momenten laat Brittany Howard zich vooral beïnvloeden door de Philly soul uit de jaren 70, maar een bijzondere wending is nooit ver weg, nog een reden om het album te vergelijken met de albums van Prince. Ik kan minder interessant vergelijkingsmateriaal bedenken. Erwin Zijleman
Britti - Hello, I'm Britti. (2024)

4,0
0
geplaatst: 7 februari 2024, 12:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Britti - Hello, I'm Britti. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Britti - Hello, I'm Britti.
Britti heeft samen met producer Dan Auerbach en een aantal topmuzikanten een opvallend album gemaakt waarop soul en country en retro en eigentijdse klanken op bijzondere wijze samenvloeien
Het is misschien even wennen aan de bijzondere stem van Britti en aan de voor Dan Auerbach begrippen wat gepolijste productie, maar er valt uiteindelijk veel te genieten op het debuutalbum van de muzikante uit New Orleans. Britti laat zich op Hello, I’m Britti. beïnvloeden door vintage soul en country, maar ze geeft met een beetje R&B ook een eigentijdse draai aan haar muziek. Hello, I’m Britti. klinkt door de bijzondere mix van invloeden en de karakteristieke productie van Dan Auerbach anders dan de meeste andere albums in het genre en laat horen dat de Amerikaanse producer niet voor niets onder de indruk was van de eerste verrichtingen van de talentvolle Britti.
De Amerikaanse muzikante Britti debuteert deze week met het toepasselijk getitelde Hello, I’m Britti. (inclusief punt) en krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht. Britti is de artiestennaam van de in Baton Rouge, Louisiana, geboren Brittany Guerin, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Ze kwam thuis in aanraking met meerdere genres en ontwikkelde zowel een liefde voor soul en R&B als voor country en blues.
Britti coverde op jonge leeftijd op fraaie wijze Dan Auerbach’s Whispered Words (Pretty Lies) en die versie viel zeer in de smaak bij de Amerikaanse muzikant en producer, die Britti vervolgens uitnodigde in zijn studio in Nashville. Van het een kwam het ander en deze week is het door Dan Auerbach geproduceerde debuutalbum van Britti verschenen. De naam van Dan Auerbach opent deuren, waardoor Britti voor haar debuutalbum kon beschikken over een aantal topmuzikanten. Hello, I’m Britti. klinkt echt bijzonder aangenaam en is door Dan Auerbach voorzien van het retro geluid waarop hij het patent heeft.
Britti kwam in haar jeugd in aanraking met meerdere muziekstijlen en woont tegenwoordig is New Orleans, Louisiana, wat nog altijd een muzikale smeltkroes is. Hello, I’m Britti. wordt gedomineerd door invloeden uit de soul en de country, maar ook invloeden uit de R&B en pop hebben hun weg gevonden naar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, waarop ook eenmaal wordt geflirt met reggae.
Voor een Dan Auerbach productie klinkt het eerste album van Britti behoorlijk gepolijst. Hello, I’m Britti. is in een aantal tracks zelfs aan de zoete kant, maar wat mij betreft blijft Britti een album lang aan de juiste kant van de streep. Het wat zoete karakter van een aantal songs op het album heeft alles te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante, die zowel soul als country in haar stem heeft en die vaak behoorlijk jong klinkt. Het is een stem waar ik persoonlijk even aan moest wennen, maar die me uiteindelijk wist te overtuigen.
Dat deed Britti het eerst met de soulvolle tracks op het album, maar ook als ze een countrysnik toevoegt aan haar songs overtuigt Britti uiteindelijk bijzonder makkelijk en dat doet ze ook als ze kiest voor wat zwoelere klanken die wel wat doen denken aan Sade. Na enige gewenning hoorde ik overigens ook steeds meer de schoonheid van de productie van Dan Auerbach, die wederom tekent voor een fraai tijdloos geluid, hierbij geholpen door de gelouterde muzikanten die hij naar zijn studio in Nashville haalde.
Na Mickey Gupton en Brittney Spencer is Britti de volgende zwarte zangeres die het kan gaan maken in het witte country bolwerk in Nashville, maar vergeleken met haar twee collega’s slaat Britti een duidelijk andere weg in. De muzikante uit New Orleans blijft ver weg van de Nashville countrypop en kiest vooral voor een veel authentieker geluid, dat invloeden uit de soul en country op fraaie wijze combineert. Het is een beproefde combinatie uit het verleden, maar de countrysoul van Britti klinkt door haar karakteristieke stem toch net wat anders.
Dan Auerbach kiest in zijn producties wat mij betreft wat te vaak voor aangename maar weinig onderscheidende retro, maar met Hello, I’m Britti. levert hij wat mij betreft, samen met de talentvolle Britti, een voltreffer af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Britti - Hello, I'm Britti. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Britti - Hello, I'm Britti.
Britti heeft samen met producer Dan Auerbach en een aantal topmuzikanten een opvallend album gemaakt waarop soul en country en retro en eigentijdse klanken op bijzondere wijze samenvloeien
Het is misschien even wennen aan de bijzondere stem van Britti en aan de voor Dan Auerbach begrippen wat gepolijste productie, maar er valt uiteindelijk veel te genieten op het debuutalbum van de muzikante uit New Orleans. Britti laat zich op Hello, I’m Britti. beïnvloeden door vintage soul en country, maar ze geeft met een beetje R&B ook een eigentijdse draai aan haar muziek. Hello, I’m Britti. klinkt door de bijzondere mix van invloeden en de karakteristieke productie van Dan Auerbach anders dan de meeste andere albums in het genre en laat horen dat de Amerikaanse producer niet voor niets onder de indruk was van de eerste verrichtingen van de talentvolle Britti.
De Amerikaanse muzikante Britti debuteert deze week met het toepasselijk getitelde Hello, I’m Britti. (inclusief punt) en krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht. Britti is de artiestennaam van de in Baton Rouge, Louisiana, geboren Brittany Guerin, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Ze kwam thuis in aanraking met meerdere genres en ontwikkelde zowel een liefde voor soul en R&B als voor country en blues.
Britti coverde op jonge leeftijd op fraaie wijze Dan Auerbach’s Whispered Words (Pretty Lies) en die versie viel zeer in de smaak bij de Amerikaanse muzikant en producer, die Britti vervolgens uitnodigde in zijn studio in Nashville. Van het een kwam het ander en deze week is het door Dan Auerbach geproduceerde debuutalbum van Britti verschenen. De naam van Dan Auerbach opent deuren, waardoor Britti voor haar debuutalbum kon beschikken over een aantal topmuzikanten. Hello, I’m Britti. klinkt echt bijzonder aangenaam en is door Dan Auerbach voorzien van het retro geluid waarop hij het patent heeft.
Britti kwam in haar jeugd in aanraking met meerdere muziekstijlen en woont tegenwoordig is New Orleans, Louisiana, wat nog altijd een muzikale smeltkroes is. Hello, I’m Britti. wordt gedomineerd door invloeden uit de soul en de country, maar ook invloeden uit de R&B en pop hebben hun weg gevonden naar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, waarop ook eenmaal wordt geflirt met reggae.
Voor een Dan Auerbach productie klinkt het eerste album van Britti behoorlijk gepolijst. Hello, I’m Britti. is in een aantal tracks zelfs aan de zoete kant, maar wat mij betreft blijft Britti een album lang aan de juiste kant van de streep. Het wat zoete karakter van een aantal songs op het album heeft alles te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante, die zowel soul als country in haar stem heeft en die vaak behoorlijk jong klinkt. Het is een stem waar ik persoonlijk even aan moest wennen, maar die me uiteindelijk wist te overtuigen.
Dat deed Britti het eerst met de soulvolle tracks op het album, maar ook als ze een countrysnik toevoegt aan haar songs overtuigt Britti uiteindelijk bijzonder makkelijk en dat doet ze ook als ze kiest voor wat zwoelere klanken die wel wat doen denken aan Sade. Na enige gewenning hoorde ik overigens ook steeds meer de schoonheid van de productie van Dan Auerbach, die wederom tekent voor een fraai tijdloos geluid, hierbij geholpen door de gelouterde muzikanten die hij naar zijn studio in Nashville haalde.
Na Mickey Gupton en Brittney Spencer is Britti de volgende zwarte zangeres die het kan gaan maken in het witte country bolwerk in Nashville, maar vergeleken met haar twee collega’s slaat Britti een duidelijk andere weg in. De muzikante uit New Orleans blijft ver weg van de Nashville countrypop en kiest vooral voor een veel authentieker geluid, dat invloeden uit de soul en country op fraaie wijze combineert. Het is een beproefde combinatie uit het verleden, maar de countrysoul van Britti klinkt door haar karakteristieke stem toch net wat anders.
Dan Auerbach kiest in zijn producties wat mij betreft wat te vaak voor aangename maar weinig onderscheidende retro, maar met Hello, I’m Britti. levert hij wat mij betreft, samen met de talentvolle Britti, een voltreffer af. Erwin Zijleman
Brittney Spencer - My Stupid Life (2024)

4,0
0
geplaatst: 24 januari 2024, 12:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brittney Spencer - My Stupid Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittney Spencer - My Stupid Life
Brittney Spencer wordt gerekend tot de grootste beloften binnen de countryscene van Nashville en laat op haar verrassend soulvolle debuutalbum My Stupid Life horen dat dit zeker niet overdreven is
Mickey Guyton effende een paar jaar geleden de weg voor zwarte countryzangeressen in Nashville en het is Brittney Spencer die hier al eerste van profiteert. Ze kon voor haar debuutalbum een beroep doen op gastmuzikanten van naam en faam, uitstekende sessiemuzikanten en de producer van het zeer succesvolle Golden Hour van Kacey Musgraves. Het is goed te horen op het prachtig klinkende My Stupid Life, dat deels klink als een countrypopalbum dat je verwacht uit Nashville, maar dat ook duidelijk anders klinkt. Dat laatste is de verdienste van de fraaie soulstem van Brittney Spencer, die in vocaal opzicht excelleert. Het levert een album op dat haar op de kaart zet als een van de volgende sterren in Nashville.
Er zijn helaas niet veel zwarte zangeressen die een voet aan de grond krijgen in de countryscene van Nashville, Tennessee. De Amerikaanse muziekhoofdstad scoort immers nog altijd niet erg hoog wanneer het gaat om inclusiviteit en diversiteit. Er is echter wel iets aan het veranderen sinds Mickey Guyton in 2021 doorbrak met het uitstekende Remember Her Name en als eerste zwarte vrouw mocht optreden tijdens de uitreiking van de Academy Of Country Music Awards. Mickey Guyton is niet de enige zwarte countryzangeres van wie heel veel wordt verwacht in Nashville, want ook Brittney Spencer wordt al een tijdje gezien als een van de grootste aanstormende talenten binnen de country(pop).
Dat moet de Amerikaanse muzikante deze week gaan waarmaken met de release van haar debuutalbum My Stupid Life. Brittney Spencer woont al een jaar of tien in Nashville en weet zich al een tijdje verzekerd van de steun van Marren Morris, die haar plekje in de spotlights het afgelopen jaar heeft veilig gesteld. Ze kon bovendien een beroep doen op producer Daniel Tashian, die met Kacey Musgraves’ Golden Hour mijn favoriete countrypop aller tijden produceerde.
Ik begon daarom met hooggespannen verwachtingen aan My Stupid Life, dat in de VS met veel aandacht is onthaald, maar in Nederland hoort bij de wat obscuurdere releases van de week. Het is een release waar hoorbaar flink wat geld in is gestoken en dat heeft zowel voordelen als nadelen. Door het inhuren van uitstekende muzikanten, het kunnen rekenen op gastbijdragen van onder andere Jason Isbell, Grace Potter en de al eerder genoemden Maren Morris en Mickey Guyton en het rekruteren van een gewilde producer als Daniel Tashian heeft Brittney Spencer een prachtig klinkend album afgeleverd, maar het is wel een album dat zich niet al te ver buiten de kaders van de Nashville countrypop beweegt.
My Stupid Life klinkt redelijk gepolijst en vermengt invloeden uit de countrymuziek hier en daar met een stevige dosis pop, maar toch is het zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop album. Dat heeft alles te maken met de stem van Brittney Spencer, die de countrypop op haar debuutalbum voorziet van flink wat soul. De soulvolle strot van de Amerikaanse muzikante wijkt flink af van die van de gemiddelde countrypop zangeres, waardoor countrypop in het geval van Brittney Spencer al snel countrysoul wordt.
Het is countrysoul die nergens echt ontspoort, want Brittney Spencer heeft zich wel enigszins in het Nashville keurslijf laten persen. Het is een keurslijf waar ik persoonlijk overigens niets tegen heb, want ik kan prima uit de voeten met goed gemaakte countrypop. My Stupid Life staat vol met goed gemaakte countrypop, die door de extra dosis soul iets toevoegt aan de standaard countrypop albums die in Nashville worden gemaakt.
Zeker als Brittney Spencer haar zang wat steviger aanzet is er niet veel fantasie nodig om te bedenken wat voor rauw en weergaloos countrysoul album ze zou kunnen maken, maar ook My Stupid Life valt me zeker niet tegen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fraai, de songs zijn stuk voor stuk aansprekend en de zang is echt geweldig. Goed nieuws dus voor liefhebbers van countrypop, al kan dit album zeker ook in bredere kring worden gewaardeerd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brittney Spencer - My Stupid Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brittney Spencer - My Stupid Life
Brittney Spencer wordt gerekend tot de grootste beloften binnen de countryscene van Nashville en laat op haar verrassend soulvolle debuutalbum My Stupid Life horen dat dit zeker niet overdreven is
Mickey Guyton effende een paar jaar geleden de weg voor zwarte countryzangeressen in Nashville en het is Brittney Spencer die hier al eerste van profiteert. Ze kon voor haar debuutalbum een beroep doen op gastmuzikanten van naam en faam, uitstekende sessiemuzikanten en de producer van het zeer succesvolle Golden Hour van Kacey Musgraves. Het is goed te horen op het prachtig klinkende My Stupid Life, dat deels klink als een countrypopalbum dat je verwacht uit Nashville, maar dat ook duidelijk anders klinkt. Dat laatste is de verdienste van de fraaie soulstem van Brittney Spencer, die in vocaal opzicht excelleert. Het levert een album op dat haar op de kaart zet als een van de volgende sterren in Nashville.
Er zijn helaas niet veel zwarte zangeressen die een voet aan de grond krijgen in de countryscene van Nashville, Tennessee. De Amerikaanse muziekhoofdstad scoort immers nog altijd niet erg hoog wanneer het gaat om inclusiviteit en diversiteit. Er is echter wel iets aan het veranderen sinds Mickey Guyton in 2021 doorbrak met het uitstekende Remember Her Name en als eerste zwarte vrouw mocht optreden tijdens de uitreiking van de Academy Of Country Music Awards. Mickey Guyton is niet de enige zwarte countryzangeres van wie heel veel wordt verwacht in Nashville, want ook Brittney Spencer wordt al een tijdje gezien als een van de grootste aanstormende talenten binnen de country(pop).
Dat moet de Amerikaanse muzikante deze week gaan waarmaken met de release van haar debuutalbum My Stupid Life. Brittney Spencer woont al een jaar of tien in Nashville en weet zich al een tijdje verzekerd van de steun van Marren Morris, die haar plekje in de spotlights het afgelopen jaar heeft veilig gesteld. Ze kon bovendien een beroep doen op producer Daniel Tashian, die met Kacey Musgraves’ Golden Hour mijn favoriete countrypop aller tijden produceerde.
Ik begon daarom met hooggespannen verwachtingen aan My Stupid Life, dat in de VS met veel aandacht is onthaald, maar in Nederland hoort bij de wat obscuurdere releases van de week. Het is een release waar hoorbaar flink wat geld in is gestoken en dat heeft zowel voordelen als nadelen. Door het inhuren van uitstekende muzikanten, het kunnen rekenen op gastbijdragen van onder andere Jason Isbell, Grace Potter en de al eerder genoemden Maren Morris en Mickey Guyton en het rekruteren van een gewilde producer als Daniel Tashian heeft Brittney Spencer een prachtig klinkend album afgeleverd, maar het is wel een album dat zich niet al te ver buiten de kaders van de Nashville countrypop beweegt.
My Stupid Life klinkt redelijk gepolijst en vermengt invloeden uit de countrymuziek hier en daar met een stevige dosis pop, maar toch is het zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop album. Dat heeft alles te maken met de stem van Brittney Spencer, die de countrypop op haar debuutalbum voorziet van flink wat soul. De soulvolle strot van de Amerikaanse muzikante wijkt flink af van die van de gemiddelde countrypop zangeres, waardoor countrypop in het geval van Brittney Spencer al snel countrysoul wordt.
Het is countrysoul die nergens echt ontspoort, want Brittney Spencer heeft zich wel enigszins in het Nashville keurslijf laten persen. Het is een keurslijf waar ik persoonlijk overigens niets tegen heb, want ik kan prima uit de voeten met goed gemaakte countrypop. My Stupid Life staat vol met goed gemaakte countrypop, die door de extra dosis soul iets toevoegt aan de standaard countrypop albums die in Nashville worden gemaakt.
Zeker als Brittney Spencer haar zang wat steviger aanzet is er niet veel fantasie nodig om te bedenken wat voor rauw en weergaloos countrysoul album ze zou kunnen maken, maar ook My Stupid Life valt me zeker niet tegen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fraai, de songs zijn stuk voor stuk aansprekend en de zang is echt geweldig. Goed nieuws dus voor liefhebbers van countrypop, al kan dit album zeker ook in bredere kring worden gewaardeerd. Erwin Zijleman
broeder Dieleman - Gloria (2014)

3,5
0
geplaatst: 9 september 2014, 14:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - Gloria - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn vooroordelen ten opzichte van muziek van eigen bodem heb ik inmiddels wel overboord gezet, maar Nederlandstalige muziek blijft voor mij toch een lastig ding. Een heel lastig ding zelfs.
Ik heb me daarom echt moeten zetten tot het beluisteren van Gloria van Broeder Dieleman, al is het maar omdat ik op basis van de naam van de uitvoerende artiest en de titel van de plaat iets heel anders had verwacht dan hetgeen dat ik uiteindelijk te horen kreeg.
Het feit dat de plaat is verschenen op het prachtlabel Snowstar Records heeft me uiteindelijk over de streep getrokken, maar dat betekent zeker niet dat Broeder Dieleman het me makkelijk heeft gemaakt. Want ach, wat heb ik geworsteld met Gloria en eigenlijk worstel ik nog steeds met deze plaat.
Broeder Dieleman is het alter ego van de Zeeuwse singer-songwriter Tonnie Dieleman en Gloria is de opvolger van het vorig jaar verschenen en hier en daar zeer warm onthaalde debuut Alles Is IJdelheid. Alles Is IJdelheid heb ik nooit beluisterd, maar Gloria komt inmiddels al voor de zoveelste keer uit de speakers. Inmiddels durf ik bijna te zeggen dat het kwartje is gevallen, maar wat dit betekent kan ik nog steeds niet goed zeggen.
Direct bij eerste beluistering van de plaat heb ik Gloria onderverdeeld in drie verschillende lagen: de in het Zeeuws-Vlaamse dialect gezongen teksten, de folksongs die herinneren aan vergeten Nederlandse troubadours en de bijzondere instrumentatie op de plaat.
Van deze drie lagen streken de eerste twee, zeker in eerste instantie, flink tegen de haren in. Ik koester heel wat Engelstalige platen die me in tekstueel opzicht weinig tot niets zeggen, maar Nederlandstalige teksten storen me in de meeste gevallen bijna onmiddellijk en bij teksten in dialect ligt irritatie nog veel sneller op de loer. Dat ligt aan mij en is misschien niet goed te praten, maar ik kan er weinig tot niets aan doen vrees ik.
Toen ik Broeder Dieleman voor de eerste keer “mag ik naar huus” of “toen ik een kauwtje was” hoorde zingen leek Gloria een kansloze wedstrijd te spelen, wat nog eens werd versterkt door de zang en voordracht van de Zeeuwse muzikant die me vooral deed denken aan vergeten Nederlandse troubadours, die ik altijd ver van mijn platenkast heb gehouden.
De derde laag op de plaat deed echter direct bij eerste beluistering wat met me en deze derde laag heeft Gloria voor mij gered. Broeder Dieleman kiest op zijn tweede plaat voor een prachtige, bij vlagen zelfs bijna sprookjesachtige (of zoals je wilt: spookachtige), instrumentatie. Het is een instrumentatie die het moet hebben van bijzonder subtiele accenten, variërend van kwakende vogels tot stemmige pianoakkoorden die zo nu en dan hemeltergend mooi zijn, maar zo heel af en toe mag het ook best ontsporen.
Het zijn voornamelijk subtiele accenten, maar ze zijn ook bijzonder trefzeker. Het zijn bovendien accenten die me uiteindelijk hebben laten wennen aan de twee lagen van de plaat die ik in eerste instantie absoluut niet kon waarderen. Deze lagen krijgen uiteindelijk een andere lading. De taal krijgt iets bezwerende, de voordracht sluit voorzichtig aan bij de verstilde klanken van Will Oldham in al zijn gedaanten en zeker ook bij de beklemmende muziek van 16 Horsepower en volgelingen.
Ik geef eerlijk toe dat ik nog steeds wat moeite heb met het Zeeuws-Vlaamse dialect op Gloria en met de teksten op de plaat, maar ze dragen inmiddels ook bij aan de ruwe schoonheid van de tweede plaat van Broeder Dieleman, die muziek maakt die uit een andere wereld en uit een andere tijd lijkt te komen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang op de plaat. Het is nog steeds niet echt voor de volle 100% mijn ding, maar het is wel puur, oorspronkelijk, emotievol en recht uit het hart.
Iedere keer dat ik Gloria beluister ben ik weer net wat meer gewend aan de bijzondere songs van Broeder Dieleman. Iedere keer dat ik Gloria beluister klinkt de muziek op de plaat weer net wat mooier en eigenzinniger. Iedere keer dat ik Gloria beluister hoor ik een plaat die nooit zal uitgroeien tot mijn echte favorieten, maar me inmiddels wel weet te raken en dat is een groot goed.
Gloria is al lang geen plaat meer die ik van mezelf moet beluisteren. Het is een plaat waar ik stiekem wel nieuwsgierig naar ben en waarvan ik stiekem steeds meer kan genieten, zij het met mate. Gloria doet al met al meer met me dan ik in eerste instantie had verwacht en blijft nog wel even verbazen denk ik. Zeker niet de muziek die ik dagelijks tot me neem, maar verandering van spijs doet eten. Zo ook deze keer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - Gloria - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn vooroordelen ten opzichte van muziek van eigen bodem heb ik inmiddels wel overboord gezet, maar Nederlandstalige muziek blijft voor mij toch een lastig ding. Een heel lastig ding zelfs.
Ik heb me daarom echt moeten zetten tot het beluisteren van Gloria van Broeder Dieleman, al is het maar omdat ik op basis van de naam van de uitvoerende artiest en de titel van de plaat iets heel anders had verwacht dan hetgeen dat ik uiteindelijk te horen kreeg.
Het feit dat de plaat is verschenen op het prachtlabel Snowstar Records heeft me uiteindelijk over de streep getrokken, maar dat betekent zeker niet dat Broeder Dieleman het me makkelijk heeft gemaakt. Want ach, wat heb ik geworsteld met Gloria en eigenlijk worstel ik nog steeds met deze plaat.
Broeder Dieleman is het alter ego van de Zeeuwse singer-songwriter Tonnie Dieleman en Gloria is de opvolger van het vorig jaar verschenen en hier en daar zeer warm onthaalde debuut Alles Is IJdelheid. Alles Is IJdelheid heb ik nooit beluisterd, maar Gloria komt inmiddels al voor de zoveelste keer uit de speakers. Inmiddels durf ik bijna te zeggen dat het kwartje is gevallen, maar wat dit betekent kan ik nog steeds niet goed zeggen.
Direct bij eerste beluistering van de plaat heb ik Gloria onderverdeeld in drie verschillende lagen: de in het Zeeuws-Vlaamse dialect gezongen teksten, de folksongs die herinneren aan vergeten Nederlandse troubadours en de bijzondere instrumentatie op de plaat.
Van deze drie lagen streken de eerste twee, zeker in eerste instantie, flink tegen de haren in. Ik koester heel wat Engelstalige platen die me in tekstueel opzicht weinig tot niets zeggen, maar Nederlandstalige teksten storen me in de meeste gevallen bijna onmiddellijk en bij teksten in dialect ligt irritatie nog veel sneller op de loer. Dat ligt aan mij en is misschien niet goed te praten, maar ik kan er weinig tot niets aan doen vrees ik.
Toen ik Broeder Dieleman voor de eerste keer “mag ik naar huus” of “toen ik een kauwtje was” hoorde zingen leek Gloria een kansloze wedstrijd te spelen, wat nog eens werd versterkt door de zang en voordracht van de Zeeuwse muzikant die me vooral deed denken aan vergeten Nederlandse troubadours, die ik altijd ver van mijn platenkast heb gehouden.
De derde laag op de plaat deed echter direct bij eerste beluistering wat met me en deze derde laag heeft Gloria voor mij gered. Broeder Dieleman kiest op zijn tweede plaat voor een prachtige, bij vlagen zelfs bijna sprookjesachtige (of zoals je wilt: spookachtige), instrumentatie. Het is een instrumentatie die het moet hebben van bijzonder subtiele accenten, variërend van kwakende vogels tot stemmige pianoakkoorden die zo nu en dan hemeltergend mooi zijn, maar zo heel af en toe mag het ook best ontsporen.
Het zijn voornamelijk subtiele accenten, maar ze zijn ook bijzonder trefzeker. Het zijn bovendien accenten die me uiteindelijk hebben laten wennen aan de twee lagen van de plaat die ik in eerste instantie absoluut niet kon waarderen. Deze lagen krijgen uiteindelijk een andere lading. De taal krijgt iets bezwerende, de voordracht sluit voorzichtig aan bij de verstilde klanken van Will Oldham in al zijn gedaanten en zeker ook bij de beklemmende muziek van 16 Horsepower en volgelingen.
Ik geef eerlijk toe dat ik nog steeds wat moeite heb met het Zeeuws-Vlaamse dialect op Gloria en met de teksten op de plaat, maar ze dragen inmiddels ook bij aan de ruwe schoonheid van de tweede plaat van Broeder Dieleman, die muziek maakt die uit een andere wereld en uit een andere tijd lijkt te komen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang op de plaat. Het is nog steeds niet echt voor de volle 100% mijn ding, maar het is wel puur, oorspronkelijk, emotievol en recht uit het hart.
Iedere keer dat ik Gloria beluister ben ik weer net wat meer gewend aan de bijzondere songs van Broeder Dieleman. Iedere keer dat ik Gloria beluister klinkt de muziek op de plaat weer net wat mooier en eigenzinniger. Iedere keer dat ik Gloria beluister hoor ik een plaat die nooit zal uitgroeien tot mijn echte favorieten, maar me inmiddels wel weet te raken en dat is een groot goed.
Gloria is al lang geen plaat meer die ik van mezelf moet beluisteren. Het is een plaat waar ik stiekem wel nieuwsgierig naar ben en waarvan ik stiekem steeds meer kan genieten, zij het met mate. Gloria doet al met al meer met me dan ik in eerste instantie had verwacht en blijft nog wel even verbazen denk ik. Zeker niet de muziek die ik dagelijks tot me neem, maar verandering van spijs doet eten. Zo ook deze keer. Erwin Zijleman
broeder Dieleman - Komma (2018)

4,0
1
geplaatst: 13 september 2018, 20:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - komma - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Broeder Dieleman creëert een muzikaal universum van een bijzondere schoonheid
Tonnie Dieleman maakte de afgelopen jaren minstens twee buitengewoon fascinerende platen. Het zijn platen waar ik in eerste instantie niets van begreep, maar uiteindelijk hadden ze me te pakken en lieten ze me genieten van totale onthaasting. komma doet na enige gewenning precies hetzelfde. Eerst met nog enigszins grijpbare popliedjes vol melancholie en schoonheid en later met vervreemdende, donkere en zelfs wat onheilspellende soundscapes, waar je langzaam maar zeker steeds meer moois in gaat horen. Niet iedereen zal ontvankelijk zijn voor de bijzondere schoonheid van de muziek van Broeder Dieleman, maar iedereen die het wel is heeft er weer een soundtrack bij waarmee je moeiteloos kunt ontsnappen aan het leven van alledag.
Vorige week verscheen komma van Broeder Dieleman en sindsdien zijn al flink wat recensies vol superlatieven verschenen. Zelf heb ik tot dusver heel veel tijd nodig voor de platen van het alter ego van de Zeeuws-Vlaamse singer-songwriter Tonnie Dieleman en dat was dit keer niet anders.
Van Gloria uit 2014 ontdekte ik de schoonheid pas na talloze keren luisteren en na flink buiten de eigen comfort zone bewegen en ook het eind 2015 verschenen Uut De Bron raakte me pas nadat ik het talloze keren had geprobeerd.
Met name Uut De Bron vond ik uiteindelijk echter een bescheiden meesterwerk en bovendien een plaat die uitnodigde tot volledig onthaasten, wat in deze hectische tijden zo nu en dan erg verstandig en aangenaam is.
Uut De Bron trok niet alleen de aandacht met unieke muziek, maar was ook nog eens fraai verpakt in een intrigerend boekwerk. Met komma gooit Broeder Dieleman er nog een schepje bovenop qua verpakking. De cd’s of LP’s zijn verstopt in een bijzonder fraai uitgevoerd fotoboek met mooie plaatjes van het Zeeuws-Vlaanderen dat Tonnie Dieleman zo dierbaar is. Het draagt ongetwijfeld bij aan het luisterplezier, maar ook zonder het boekwerk heeft komma me uiteindelijk toch weer overtuigd.
Op komma horen we het inmiddels bekende Broeder Dieleman geluid, al slaat Tonnie Dieleman op zijn nieuwe plaat ook weer nieuwe wegen in. komma opent vertrouwd met ingetogen getokkel, kabbelend pianospel, natuurgeluiden, de bijzondere stem van Tonnie Dieleman en zijn voor ‘westerlingen’ nauwelijks te begrijpen dialect.
Veel van de songs op het eerste deel van komma zijn echter net wat voller ingekleurd en bevatten ook volop bijdragen van percussie en blazers. Het zorgt ervoor dat komma een wat minder lome plaat is dan zijn voorganger, maar Broeder Dieleman blijft muziek maken die flink afstand neemt van onze door technologie opgejaagde samenleving.
Het eerste deel van komma bevat nog redelijk conventionele songs, al is dat in het geval van Broeder Dieleman een relatief begrip. Het zijn songs die zich bewegen zoals de wind zich beweegt. Soms als een langzaam briesje, dan even wat stormachtiger, maar de wind kan ook zomaar gaan liggen of opeens draaien.
komma eert net als zijn voorganger het Zeeuws-Vlaamse landschap en de bewaard gebleven cultuur, maar het is geen probleem om je eigen beelden te verzinnen bij de bijzondere songs van Broeder Dieleman, die bij herhaalde beluistering aan kracht blijven winnen.
Het geldt wat mij betreft nog in veel sterkere mate voor de twee lange instrumentale tracks op het tweede deel van de plaat. Ruim een half uur betovert Broeder Dieleman met donkere en weemoedige klanken, maar ondertussen fluisteren de vogeltjes en kabbelt het water. Het zijn zeker geen makkelijke klanken, maar net als op Uut De Bron zijn het klanken die je compleet tot rust brengen, maar die ook steeds weer nieuwsgierig maken naar hetgeen dat komen gaat.
komma laat zo twee kanten van de muzikant Tonnie Dieleman horen en het zijn twee kanten die hun gelijke niet kennen. Eenmaal gewend aan komma is het een plaat vol zeggingskracht en verbeelding, maar man wat moest ik er weer lang aan wennen en wat ben ik blij dat ik er de tijd voor heb genomen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - komma - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Broeder Dieleman creëert een muzikaal universum van een bijzondere schoonheid
Tonnie Dieleman maakte de afgelopen jaren minstens twee buitengewoon fascinerende platen. Het zijn platen waar ik in eerste instantie niets van begreep, maar uiteindelijk hadden ze me te pakken en lieten ze me genieten van totale onthaasting. komma doet na enige gewenning precies hetzelfde. Eerst met nog enigszins grijpbare popliedjes vol melancholie en schoonheid en later met vervreemdende, donkere en zelfs wat onheilspellende soundscapes, waar je langzaam maar zeker steeds meer moois in gaat horen. Niet iedereen zal ontvankelijk zijn voor de bijzondere schoonheid van de muziek van Broeder Dieleman, maar iedereen die het wel is heeft er weer een soundtrack bij waarmee je moeiteloos kunt ontsnappen aan het leven van alledag.
Vorige week verscheen komma van Broeder Dieleman en sindsdien zijn al flink wat recensies vol superlatieven verschenen. Zelf heb ik tot dusver heel veel tijd nodig voor de platen van het alter ego van de Zeeuws-Vlaamse singer-songwriter Tonnie Dieleman en dat was dit keer niet anders.
Van Gloria uit 2014 ontdekte ik de schoonheid pas na talloze keren luisteren en na flink buiten de eigen comfort zone bewegen en ook het eind 2015 verschenen Uut De Bron raakte me pas nadat ik het talloze keren had geprobeerd.
Met name Uut De Bron vond ik uiteindelijk echter een bescheiden meesterwerk en bovendien een plaat die uitnodigde tot volledig onthaasten, wat in deze hectische tijden zo nu en dan erg verstandig en aangenaam is.
Uut De Bron trok niet alleen de aandacht met unieke muziek, maar was ook nog eens fraai verpakt in een intrigerend boekwerk. Met komma gooit Broeder Dieleman er nog een schepje bovenop qua verpakking. De cd’s of LP’s zijn verstopt in een bijzonder fraai uitgevoerd fotoboek met mooie plaatjes van het Zeeuws-Vlaanderen dat Tonnie Dieleman zo dierbaar is. Het draagt ongetwijfeld bij aan het luisterplezier, maar ook zonder het boekwerk heeft komma me uiteindelijk toch weer overtuigd.
Op komma horen we het inmiddels bekende Broeder Dieleman geluid, al slaat Tonnie Dieleman op zijn nieuwe plaat ook weer nieuwe wegen in. komma opent vertrouwd met ingetogen getokkel, kabbelend pianospel, natuurgeluiden, de bijzondere stem van Tonnie Dieleman en zijn voor ‘westerlingen’ nauwelijks te begrijpen dialect.
Veel van de songs op het eerste deel van komma zijn echter net wat voller ingekleurd en bevatten ook volop bijdragen van percussie en blazers. Het zorgt ervoor dat komma een wat minder lome plaat is dan zijn voorganger, maar Broeder Dieleman blijft muziek maken die flink afstand neemt van onze door technologie opgejaagde samenleving.
Het eerste deel van komma bevat nog redelijk conventionele songs, al is dat in het geval van Broeder Dieleman een relatief begrip. Het zijn songs die zich bewegen zoals de wind zich beweegt. Soms als een langzaam briesje, dan even wat stormachtiger, maar de wind kan ook zomaar gaan liggen of opeens draaien.
komma eert net als zijn voorganger het Zeeuws-Vlaamse landschap en de bewaard gebleven cultuur, maar het is geen probleem om je eigen beelden te verzinnen bij de bijzondere songs van Broeder Dieleman, die bij herhaalde beluistering aan kracht blijven winnen.
Het geldt wat mij betreft nog in veel sterkere mate voor de twee lange instrumentale tracks op het tweede deel van de plaat. Ruim een half uur betovert Broeder Dieleman met donkere en weemoedige klanken, maar ondertussen fluisteren de vogeltjes en kabbelt het water. Het zijn zeker geen makkelijke klanken, maar net als op Uut De Bron zijn het klanken die je compleet tot rust brengen, maar die ook steeds weer nieuwsgierig maken naar hetgeen dat komen gaat.
komma laat zo twee kanten van de muzikant Tonnie Dieleman horen en het zijn twee kanten die hun gelijke niet kennen. Eenmaal gewend aan komma is het een plaat vol zeggingskracht en verbeelding, maar man wat moest ik er weer lang aan wennen en wat ben ik blij dat ik er de tijd voor heb genomen. Erwin Zijleman
broeder Dieleman - Uut de Bron (2015)

4,0
0
geplaatst: 5 december 2015, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - Uut De Bron - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was vorig jaar zeker niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Gloria van Broeder Dieleman, maar uiteindelijk deed de plaat toch wat met. Het feit dat de muziek van het alter ego van Tonnie Dieleman totaal anders was dan alle andere muziek die ik in de platenkast heb staan speelde hierbij zeker een rol.
Vorige week verscheen Uut De Bron en deze plaat blijkt nog wat unieker dan zijn voorganger. Dat heeft deels te maken met de vorm, de plaat wordt gecombineerd met een fraai boek met alle teksten van Broeder Dieleman, maar ook de muziek is verre van alledaags.
Uut De Bron laat 50 minuten muziek horen en het is feitelijk één lange track. Het is muziek die voor een deel bestaat uit opgenomen gesprekken en natuurgeluiden en voor een deel uit fraaie instrumentale passages en de bijzondere folksongs die we van Broeder Dieleman kennen.
Het aantal echte songs komt niet veel verder dan een handjevol, waardoor je even de tijd nodig hebt om te wennen aan de nieuwe plaat van Broeder Dieleman. Uut De Bron neemt flink de tijd voor fluitende vogels, wassend water of uiterst subtiele instrumentale passages. Het zorgt er voor dat Uut De Bron een plaat is die volledig onthaast.
Broeder Dieleman eert ook op zijn nieuwe plaat Zeeuws-Vlaanderen en het zou het Zeeuws-Vlaanderen van 150 jaar geleden kunnen zijn. Een tijd zonder al te veel afleiding, een tijd waarin werken op het land centraal stond, een tijd waarin de avondmaaltijd uitsluitend uit Hollandse pot bestond en een tijd waarin de leefwereld een flink stuk kleiner en eenvoudiger was dan op het moment.
De soundscapes en instrumentale passages geven Uut De Bron een beeldend karakter. Ry Cooder had ooit maar een paar akkoorden nodig om de leegheid van de Texaanse woestijn te vangen in muziek en zo vangt Broeder Dieleman Zeeuws-Vlaanderen in uiterst sobere instrumentale passages.
Uut De Bron is een plaat waarvoor je moet gaan zitten. Een plaat waaraan je jezelf over moet geven. Als je dit niet doet is Uut De Bron niet veel meer dan wat geruis op de achtergrond. Als je het wel doet is het een plaat die zich heel langzaam opdringt, maar vervolgens steeds meer schoonheid prijs geeft.
Schakel alle apparaten om je heen uit, zet de verwarming wat lager, steek een kaarsje op en geniet van het bijzondere muzikale universum van Broeder Dieleman. Het vergt wat, maar wat krijg je er veel voor terug. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Broeder Dieleman - Uut De Bron - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was vorig jaar zeker niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Gloria van Broeder Dieleman, maar uiteindelijk deed de plaat toch wat met. Het feit dat de muziek van het alter ego van Tonnie Dieleman totaal anders was dan alle andere muziek die ik in de platenkast heb staan speelde hierbij zeker een rol.
Vorige week verscheen Uut De Bron en deze plaat blijkt nog wat unieker dan zijn voorganger. Dat heeft deels te maken met de vorm, de plaat wordt gecombineerd met een fraai boek met alle teksten van Broeder Dieleman, maar ook de muziek is verre van alledaags.
Uut De Bron laat 50 minuten muziek horen en het is feitelijk één lange track. Het is muziek die voor een deel bestaat uit opgenomen gesprekken en natuurgeluiden en voor een deel uit fraaie instrumentale passages en de bijzondere folksongs die we van Broeder Dieleman kennen.
Het aantal echte songs komt niet veel verder dan een handjevol, waardoor je even de tijd nodig hebt om te wennen aan de nieuwe plaat van Broeder Dieleman. Uut De Bron neemt flink de tijd voor fluitende vogels, wassend water of uiterst subtiele instrumentale passages. Het zorgt er voor dat Uut De Bron een plaat is die volledig onthaast.
Broeder Dieleman eert ook op zijn nieuwe plaat Zeeuws-Vlaanderen en het zou het Zeeuws-Vlaanderen van 150 jaar geleden kunnen zijn. Een tijd zonder al te veel afleiding, een tijd waarin werken op het land centraal stond, een tijd waarin de avondmaaltijd uitsluitend uit Hollandse pot bestond en een tijd waarin de leefwereld een flink stuk kleiner en eenvoudiger was dan op het moment.
De soundscapes en instrumentale passages geven Uut De Bron een beeldend karakter. Ry Cooder had ooit maar een paar akkoorden nodig om de leegheid van de Texaanse woestijn te vangen in muziek en zo vangt Broeder Dieleman Zeeuws-Vlaanderen in uiterst sobere instrumentale passages.
Uut De Bron is een plaat waarvoor je moet gaan zitten. Een plaat waaraan je jezelf over moet geven. Als je dit niet doet is Uut De Bron niet veel meer dan wat geruis op de achtergrond. Als je het wel doet is het een plaat die zich heel langzaam opdringt, maar vervolgens steeds meer schoonheid prijs geeft.
Schakel alle apparaten om je heen uit, zet de verwarming wat lager, steek een kaarsje op en geniet van het bijzondere muzikale universum van Broeder Dieleman. Het vergt wat, maar wat krijg je er veel voor terug. Erwin Zijleman
Broken Social Scene - Hug of Thunder (2017)

4,0
0
geplaatst: 11 juli 2017, 14:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Broken Social Scene - Hug Of Thunder - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit het Canadese Toronto afkomstige muzikantencollectief Broken Social Scene werd in 1999 geformeerd en bracht tussen 2001 en 2010 vier door de critici bejubelde platen af.
De uit de kluiten gewassen band, die altijd uit minstens tien leden bestond, zag leden komen en gaan en stond aan de basis van de carrières van onder andere Emily Haines (Metric) en (Leslie) Feist.
Na een stilte van ruim 7 jaar is Broken Social Scene eindelijk terug met haar vijfde plaat. Op Hug Of Thunder, dat naar verluid tot stand kwam nadat de band door de golf van terroristisch geweld Frankrijk in november 2015 weer de urgentie voelde om muziek te maken, trekken leden van het eerste uur Brendan Canning en Kevin Drew nog altijd aan de touwtjes, maar Broken Social Scene is ook nog altijd een collectief waaraan meerdere muzikanten hun steentje bijdragen.
Op de eerste Broken Social Scene plaat sinds het uit 2010 stammende Forgiveness Rock Record geven ook de al eerder genoemde Emily Haines en Leslie Feist acte de présence met prachtige vocalen. Het is slechts een van de vele verleidingen van Hug Of Thunder.
Ondanks de lange tijd die is verstreken sinds de vorige plaat van de band, laat ook de vijfde plaat van Broken Social Scene weer een uit duizenden herkenbaar geluid horen. Een muzikantencollectief met een dozijn leden staat uiteraard garant voor een vol geluid, maar de muziek van BSS is vooral zeer veelzijdig en avontuurlijk.
De band uit Toronto, Ontario, werd in het verleden ten onrechte in hokjes als avant-garde en post-rock geduwd en dat zijn hokjes die ook worden gebruikt voor de nieuwe plaat van de band. Met avant-garde en post-rock heeft de muziek van BSS echter niet zoveel te maken. De Canadese band maakt ook op haar nieuwe plaat weer gloedvolle popmuziek, maar het is wel popmuziek die zicht zoveel mogelijk buiten de gebaande paden begeeft en die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt.
Broken Social Scene houdt zich ook op Hug Of Thunder weer aan geen enkele conventie. De band sleept overal invloeden vandaan, pakt stevig uit wanneer je dat niet verwacht of kiest voor uiterst ingetogen passages wanneer je dat nog minder verwacht. Net als je denkt dat de band kiest voor een redelijk gangbaar popliedjes duiken tegendraadse blazers of ongrijpbare ritmes op en als je de Broken Social Scene denkt te betrappen op een aanstekelijk refrein slaat onmiddellijk de chaos toe.
Hug Of Thunder is net als de vorige platen van Broken Social Scene een vat vol tegenstrijdigheden, maar ontoegankelijk vind ik de muziek van de Canadese band zeker niet. Er gebeurt soms zoveel dat het je duizelt, zeker wanneer alle 15 leden van de band bij lijken te dragen aan een song, maar op hetzelfde moment betovert de muziek van BSS makkelijk door al het avontuur op de plaat en smelt je wanneer Leslie Feist de wat meer ingetogen songs voorziet van honingzoete vocalen.
Na een paar keer horen ben ik al flink onder de indruk, maar ik weet uit ervaring dat platen van Broken Social Scene ook na heel vaak horen nog beter worden. Dat zal voor Hug Of Thunder niet anders zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Broken Social Scene - Hug Of Thunder - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit het Canadese Toronto afkomstige muzikantencollectief Broken Social Scene werd in 1999 geformeerd en bracht tussen 2001 en 2010 vier door de critici bejubelde platen af.
De uit de kluiten gewassen band, die altijd uit minstens tien leden bestond, zag leden komen en gaan en stond aan de basis van de carrières van onder andere Emily Haines (Metric) en (Leslie) Feist.
Na een stilte van ruim 7 jaar is Broken Social Scene eindelijk terug met haar vijfde plaat. Op Hug Of Thunder, dat naar verluid tot stand kwam nadat de band door de golf van terroristisch geweld Frankrijk in november 2015 weer de urgentie voelde om muziek te maken, trekken leden van het eerste uur Brendan Canning en Kevin Drew nog altijd aan de touwtjes, maar Broken Social Scene is ook nog altijd een collectief waaraan meerdere muzikanten hun steentje bijdragen.
Op de eerste Broken Social Scene plaat sinds het uit 2010 stammende Forgiveness Rock Record geven ook de al eerder genoemde Emily Haines en Leslie Feist acte de présence met prachtige vocalen. Het is slechts een van de vele verleidingen van Hug Of Thunder.
Ondanks de lange tijd die is verstreken sinds de vorige plaat van de band, laat ook de vijfde plaat van Broken Social Scene weer een uit duizenden herkenbaar geluid horen. Een muzikantencollectief met een dozijn leden staat uiteraard garant voor een vol geluid, maar de muziek van BSS is vooral zeer veelzijdig en avontuurlijk.
De band uit Toronto, Ontario, werd in het verleden ten onrechte in hokjes als avant-garde en post-rock geduwd en dat zijn hokjes die ook worden gebruikt voor de nieuwe plaat van de band. Met avant-garde en post-rock heeft de muziek van BSS echter niet zoveel te maken. De Canadese band maakt ook op haar nieuwe plaat weer gloedvolle popmuziek, maar het is wel popmuziek die zicht zoveel mogelijk buiten de gebaande paden begeeft en die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt.
Broken Social Scene houdt zich ook op Hug Of Thunder weer aan geen enkele conventie. De band sleept overal invloeden vandaan, pakt stevig uit wanneer je dat niet verwacht of kiest voor uiterst ingetogen passages wanneer je dat nog minder verwacht. Net als je denkt dat de band kiest voor een redelijk gangbaar popliedjes duiken tegendraadse blazers of ongrijpbare ritmes op en als je de Broken Social Scene denkt te betrappen op een aanstekelijk refrein slaat onmiddellijk de chaos toe.
Hug Of Thunder is net als de vorige platen van Broken Social Scene een vat vol tegenstrijdigheden, maar ontoegankelijk vind ik de muziek van de Canadese band zeker niet. Er gebeurt soms zoveel dat het je duizelt, zeker wanneer alle 15 leden van de band bij lijken te dragen aan een song, maar op hetzelfde moment betovert de muziek van BSS makkelijk door al het avontuur op de plaat en smelt je wanneer Leslie Feist de wat meer ingetogen songs voorziet van honingzoete vocalen.
Na een paar keer horen ben ik al flink onder de indruk, maar ik weet uit ervaring dat platen van Broken Social Scene ook na heel vaak horen nog beter worden. Dat zal voor Hug Of Thunder niet anders zijn. Erwin Zijleman
Broken Twin - May (2014)
Bronwyn Keith-Hynes - I Built a World (2024)

4,0
1
geplaatst: 29 mei 2024, 12:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bronwyn Keith-Hynes - I Built A World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bronwyn Keith-Hynes - I Built A World
Bronwyn Keith-Hynes liet op haar debuutalbum vooral horen dat ze een geweldige violiste is, maar op I Built A World heeft ze ook haar stem ontdekt, wat een nog altijd authentiek maar flink toegankelijker bluegrass album oplevert
Ik ben meestal niet zo gek op hele traditionele bluegrass albums, al mag het muzikale vuurwerk er meestal wel zijn. Dat muzikale vuurwerk is ook op I Built A World van Bronwyn Keith-Hynes dik in orde, want de muzikante uit Nashville kan uitstekend uit de voeten op de viool en heeft bovendien een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld. Ze blijkt ook nog eens te beschikken over een uitstekende sten, die centraal staat in de songs op het album. I Built A World is hierdoor een relatief toegankelijk bluegrass album, dat recht doet aan de rijke tradities van het genre, maar dat ook bij liefhebbers van net wat minder traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek in de smaak zal vallen.
De Amerikaanse muzikante Bronwyn Keith-Hynes debuteerde in de herfst van 2020 met Fiddler’s Pastime. Het is een album dat me destijds vooral opviel door de flinke lijst met aansprekende gastmuzikanten, maar in muzikaal opzicht was het album me, ondanks al het muzikale vuurwerk, toch net wat te traditioneel. Het door de viool van Bronwyn Keith-Hynes gedomineerde en voor een belangrijk deel instrumentale album leunde zwaar op de bluegrass en dat is sowieso een genre waarvoor ik in de stemming moet zijn. Dat was ik deze week kennelijk wel, want I Built A World bevat me een stuk beter dan het debuutalbum van Bronwyn Keith-Hynes.
Dat betekent overigens zeker niet dat de muzikante uit Nashville de authentiek klinkende bluegrass heeft afgezworen, want ook I Built A World is diep geworteld in de tradities van het genre. Bronwyn Keith-Hynes heeft ook dit keer een aantal aansprekende gastmuzikanten naar de studio gehaald, onder wie Molly Tuttle (in wiens band Golden Highway ze viool speelt), Sam Bush, Dierks Bentley, Darrell Scott en Brit Taylor, en heeft zich bovendien omringd met een competent spelende band. Het levert een geluid op waarin de fraaie bijdragen van gitaren, mandoline en banjo opvallen, maar uiteraard is er ook een voorname rol weggelegd voor de viool van Bronwyn Keith-Hynes.
Hoewel I Built A World net als Fiddler’s Pastime een echt bluegrass album is, zijn er ook wel verschillen tussen beide albums. Het belangrijkste verschil is dat Bronwyn Keith-Hynes op haar tweede album niet alleen laat horen dat ze geweldig viool kan spelen, maar ook etaleert dat ze kan zingen. Waar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante voor een belangrijk deel een instrumentaal album was, is I Built A World vooral een vocaal album, al is het muzikale vuurwerk er niet minder om.
Het zorgt er niet alleen voor dat het nieuwe album van Bronwyn Keith-Hynes anders klinkt dan zijn voorganger, maar het zorgt ook voor wat toegankelijkere songs. Ik ben af en toe best onder de indruk van bluegrass albums waarop de instrumenten en met name de banjo alle snelheidsrecords breken, maar de songs met een kop en een staart op I Built A World bevallen me persoonlijk een stuk beter.
Bronwyn Keith-Hynes vertrouwde tot dusver vooral op haar vioolspel, maar ze beschikt over een uitstekende stem, die me af en toe aan Alison Krauss en af en toe aan Gillian Welch doet denken en dat zijn twee stemmen die me dierbaar zijn. Het is bovendien een stem die prachtig past bij het fraai klinkende geluid op het album. Het is een geluid waarin de diverse snarenwonders die op het album zijn te horen af en toe de ruimte krijgen, maar de songs staan centraal op het album.
In Nashville is de verleiding momenteel erg groot om traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek te voorzien van een laagje pop, maar Bronwyn Keith-Hynes is hier niet voor gezwicht. I Built A World is een echt bluegrass album, maar het is wel het soort bluegrass dat een wat breder publiek aan moet kunnen spreken en dat ook in de smaak zal vallen bij liefhebbers van folk en country. Ik moet zelf altijd even wennen aan bluegrass albums, maar het zeer smaakvol ingekleurde I Built A World van Bronwyn Keith-Hynes bevalt me iedere keer dat ik het album hoor weer wat beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bronwyn Keith-Hynes - I Built A World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bronwyn Keith-Hynes - I Built A World
Bronwyn Keith-Hynes liet op haar debuutalbum vooral horen dat ze een geweldige violiste is, maar op I Built A World heeft ze ook haar stem ontdekt, wat een nog altijd authentiek maar flink toegankelijker bluegrass album oplevert
Ik ben meestal niet zo gek op hele traditionele bluegrass albums, al mag het muzikale vuurwerk er meestal wel zijn. Dat muzikale vuurwerk is ook op I Built A World van Bronwyn Keith-Hynes dik in orde, want de muzikante uit Nashville kan uitstekend uit de voeten op de viool en heeft bovendien een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld. Ze blijkt ook nog eens te beschikken over een uitstekende sten, die centraal staat in de songs op het album. I Built A World is hierdoor een relatief toegankelijk bluegrass album, dat recht doet aan de rijke tradities van het genre, maar dat ook bij liefhebbers van net wat minder traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek in de smaak zal vallen.
De Amerikaanse muzikante Bronwyn Keith-Hynes debuteerde in de herfst van 2020 met Fiddler’s Pastime. Het is een album dat me destijds vooral opviel door de flinke lijst met aansprekende gastmuzikanten, maar in muzikaal opzicht was het album me, ondanks al het muzikale vuurwerk, toch net wat te traditioneel. Het door de viool van Bronwyn Keith-Hynes gedomineerde en voor een belangrijk deel instrumentale album leunde zwaar op de bluegrass en dat is sowieso een genre waarvoor ik in de stemming moet zijn. Dat was ik deze week kennelijk wel, want I Built A World bevat me een stuk beter dan het debuutalbum van Bronwyn Keith-Hynes.
Dat betekent overigens zeker niet dat de muzikante uit Nashville de authentiek klinkende bluegrass heeft afgezworen, want ook I Built A World is diep geworteld in de tradities van het genre. Bronwyn Keith-Hynes heeft ook dit keer een aantal aansprekende gastmuzikanten naar de studio gehaald, onder wie Molly Tuttle (in wiens band Golden Highway ze viool speelt), Sam Bush, Dierks Bentley, Darrell Scott en Brit Taylor, en heeft zich bovendien omringd met een competent spelende band. Het levert een geluid op waarin de fraaie bijdragen van gitaren, mandoline en banjo opvallen, maar uiteraard is er ook een voorname rol weggelegd voor de viool van Bronwyn Keith-Hynes.
Hoewel I Built A World net als Fiddler’s Pastime een echt bluegrass album is, zijn er ook wel verschillen tussen beide albums. Het belangrijkste verschil is dat Bronwyn Keith-Hynes op haar tweede album niet alleen laat horen dat ze geweldig viool kan spelen, maar ook etaleert dat ze kan zingen. Waar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante voor een belangrijk deel een instrumentaal album was, is I Built A World vooral een vocaal album, al is het muzikale vuurwerk er niet minder om.
Het zorgt er niet alleen voor dat het nieuwe album van Bronwyn Keith-Hynes anders klinkt dan zijn voorganger, maar het zorgt ook voor wat toegankelijkere songs. Ik ben af en toe best onder de indruk van bluegrass albums waarop de instrumenten en met name de banjo alle snelheidsrecords breken, maar de songs met een kop en een staart op I Built A World bevallen me persoonlijk een stuk beter.
Bronwyn Keith-Hynes vertrouwde tot dusver vooral op haar vioolspel, maar ze beschikt over een uitstekende stem, die me af en toe aan Alison Krauss en af en toe aan Gillian Welch doet denken en dat zijn twee stemmen die me dierbaar zijn. Het is bovendien een stem die prachtig past bij het fraai klinkende geluid op het album. Het is een geluid waarin de diverse snarenwonders die op het album zijn te horen af en toe de ruimte krijgen, maar de songs staan centraal op het album.
In Nashville is de verleiding momenteel erg groot om traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek te voorzien van een laagje pop, maar Bronwyn Keith-Hynes is hier niet voor gezwicht. I Built A World is een echt bluegrass album, maar het is wel het soort bluegrass dat een wat breder publiek aan moet kunnen spreken en dat ook in de smaak zal vallen bij liefhebbers van folk en country. Ik moet zelf altijd even wennen aan bluegrass albums, maar het zeer smaakvol ingekleurde I Built A World van Bronwyn Keith-Hynes bevalt me iedere keer dat ik het album hoor weer wat beter. Erwin Zijleman
Bronwynne Brent - Undercover (2020)

4,0
0
geplaatst: 14 januari 2021, 16:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bronwynne Brent - Undercover - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bronwynne Brent - Undercover
Bronwynne Brent kiest op haar derde album vooral voor de soul en de jazz en voor een fraai authentiek geluid dat uitstekend past hij haar stem die op Undercover echt alle kanten op kan
Bronwynne Brent timmert al een aantal jaren aan de weg, maar met Undercover maakt ze voor het eerst echt indruk. De wat zweverige folk uit het verleden heeft plaatsgemaakt voor een veelzijdige mix van soul, jazz en wat Americana en het is een mix die wordt voorzien van een even authentiek als tijdloos klinkend geluid. Het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die lekker stevig en soulvol kan zingen, maar die haar songs ook vol gevoel kan vertolken. Het levert een soulvol album op dat iedere keer dat je er naar luistert weer wat beter is en de concurrentie met andere albums in het genre makkelijk aan kan.
Ik heb het twee keer eerder geprobeerd met albums van de Amerikaanse singer-songwriter Bronwynne Brent, maar zowel Deep Black Water uit 2011 als Stardust uit 2014 wisten me niet volledig te overtuigen. Haar nieuwe album Undercover slaagde daar wel direct in.
Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de koerswijziging van de muzikante uit Greenville, Mississippi. Waar de vorige album van Bronwynne Brent vooral folky klonken, kiest ze op Undercover voor een mix van vooral jazz en soul. Om deze soul zo puur mogelijk te laten klinken toog ze voor Undercover naar de roemruchte Daptone Studios in Brooklyn, New York, en het resultaat mag er zijn.
Samen met producer Johnny Sangster heeft Bronwynne Brent een authentiek klinkend album opgenomen dat me in eerste instantie vooral deed denken aan Amy Winehouse, bij wie een mix van soul en jazz ook in goede handen was, maar Undercover heeft zich ook laten inspireren door grootheden als Billie Holiday en Nina Simone, om er maar eens twee te noemen.
Producer Johnny Sangster ken ik persoonlijk vooral van bands als Mudhoney en The Posies, maar ook zijn productie van het derde album van Bronwynne Brent is zeer geslaagd. Het is een productie die vooral doet denken aan muziek uit de jaren 60, maar wanneer het gaat om invloeden uit dit decennium is Bronwynne Brent zeker niet eenkennig.
De muzikante uit Greenville, Mississippi, opent haar album met een track die niet had misstaan op Back To Black van Amy Winehouse, maar in de tracks die volgen klinkt haar muziek meer jazzy en ook wat psychedelischer.
Het is muziek die fraai wordt ingekleurd door een competent spelende band, waarvan vooral de drummer als de organist indruk maken. Zeker in de tracks waarin invloeden uit de jazz het winnen van invloeden uit de soul speelt de band behoorlijk subtiel, maar ook nog steeds soulvol. In de tracks waarin soul de hoofdrol speelt is de instrumentatie wat uitbundiger, maar een wall of sound wordt het nooit.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zeker wanneer ook nog blazers worden toegevoegd, en de songs op Undercover zijn stuk voor stuk tijdloos. Het wordt allemaal nog wat beter door de stem van Bronwynne Brent, die zich steeds uitermate trefzeker aanpast aan de muziek van haar band.
In de wat meer uptempo songs imponeert de Amerikaanse muzikante met een rauwe soulstrot die net zo overweldigend klinkt als die van Amy Winehouse, maar ze kan ook meer ingetogen en met veel gevoel zingen.
Nu zijn er wel meer zangeressen die graag de leegte opvullen die niet alleen door Amy Winehouse, maar bijvoorbeeld ook door Sharon Jones is achter gelaten, maar de meeste van deze zangeressen zakken na een aantal tracks door het ijs.
Bronwynne Brent doet dit niet. Enerzijds door flink te variëren met zowel de instrumentatie als de zang en anderzijds door ver te blijven van invloeden uit de hedendaagse pop en R&B, maar wel invloeden uit de Americana toe te voegen.
Undercover is een album dat net zo goed een jaar of vijftig à zestig geleden gemaakt had kunnen worden, maar het is op hetzelfde moment een album dat nooit gedateerd of oubollig klinkt. Op basis van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante had ik geen hoge verwachtingen, maar wat heeft Bronwynne Brent me verrast. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bronwynne Brent - Undercover - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bronwynne Brent - Undercover
Bronwynne Brent kiest op haar derde album vooral voor de soul en de jazz en voor een fraai authentiek geluid dat uitstekend past hij haar stem die op Undercover echt alle kanten op kan
Bronwynne Brent timmert al een aantal jaren aan de weg, maar met Undercover maakt ze voor het eerst echt indruk. De wat zweverige folk uit het verleden heeft plaatsgemaakt voor een veelzijdige mix van soul, jazz en wat Americana en het is een mix die wordt voorzien van een even authentiek als tijdloos klinkend geluid. Het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die lekker stevig en soulvol kan zingen, maar die haar songs ook vol gevoel kan vertolken. Het levert een soulvol album op dat iedere keer dat je er naar luistert weer wat beter is en de concurrentie met andere albums in het genre makkelijk aan kan.
Ik heb het twee keer eerder geprobeerd met albums van de Amerikaanse singer-songwriter Bronwynne Brent, maar zowel Deep Black Water uit 2011 als Stardust uit 2014 wisten me niet volledig te overtuigen. Haar nieuwe album Undercover slaagde daar wel direct in.
Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de koerswijziging van de muzikante uit Greenville, Mississippi. Waar de vorige album van Bronwynne Brent vooral folky klonken, kiest ze op Undercover voor een mix van vooral jazz en soul. Om deze soul zo puur mogelijk te laten klinken toog ze voor Undercover naar de roemruchte Daptone Studios in Brooklyn, New York, en het resultaat mag er zijn.
Samen met producer Johnny Sangster heeft Bronwynne Brent een authentiek klinkend album opgenomen dat me in eerste instantie vooral deed denken aan Amy Winehouse, bij wie een mix van soul en jazz ook in goede handen was, maar Undercover heeft zich ook laten inspireren door grootheden als Billie Holiday en Nina Simone, om er maar eens twee te noemen.
Producer Johnny Sangster ken ik persoonlijk vooral van bands als Mudhoney en The Posies, maar ook zijn productie van het derde album van Bronwynne Brent is zeer geslaagd. Het is een productie die vooral doet denken aan muziek uit de jaren 60, maar wanneer het gaat om invloeden uit dit decennium is Bronwynne Brent zeker niet eenkennig.
De muzikante uit Greenville, Mississippi, opent haar album met een track die niet had misstaan op Back To Black van Amy Winehouse, maar in de tracks die volgen klinkt haar muziek meer jazzy en ook wat psychedelischer.
Het is muziek die fraai wordt ingekleurd door een competent spelende band, waarvan vooral de drummer als de organist indruk maken. Zeker in de tracks waarin invloeden uit de jazz het winnen van invloeden uit de soul speelt de band behoorlijk subtiel, maar ook nog steeds soulvol. In de tracks waarin soul de hoofdrol speelt is de instrumentatie wat uitbundiger, maar een wall of sound wordt het nooit.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zeker wanneer ook nog blazers worden toegevoegd, en de songs op Undercover zijn stuk voor stuk tijdloos. Het wordt allemaal nog wat beter door de stem van Bronwynne Brent, die zich steeds uitermate trefzeker aanpast aan de muziek van haar band.
In de wat meer uptempo songs imponeert de Amerikaanse muzikante met een rauwe soulstrot die net zo overweldigend klinkt als die van Amy Winehouse, maar ze kan ook meer ingetogen en met veel gevoel zingen.
Nu zijn er wel meer zangeressen die graag de leegte opvullen die niet alleen door Amy Winehouse, maar bijvoorbeeld ook door Sharon Jones is achter gelaten, maar de meeste van deze zangeressen zakken na een aantal tracks door het ijs.
Bronwynne Brent doet dit niet. Enerzijds door flink te variëren met zowel de instrumentatie als de zang en anderzijds door ver te blijven van invloeden uit de hedendaagse pop en R&B, maar wel invloeden uit de Americana toe te voegen.
Undercover is een album dat net zo goed een jaar of vijftig à zestig geleden gemaakt had kunnen worden, maar het is op hetzelfde moment een album dat nooit gedateerd of oubollig klinkt. Op basis van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante had ik geen hoge verwachtingen, maar wat heeft Bronwynne Brent me verrast. Erwin Zijleman
Brooke Annibale - Better by Now (2022)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2022, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brooke Annibale - Better By Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brooke Annibale - Better By Now
De Amerikaanse singer-songwriter Brooke Annibale maakt al sinds de middelbare school muziek, maar zet een enorme stap met haar nieuwe album Better By Now, dat vol staat met zeer verleidelijke indiepop
Je hebt soms van die albums waar je zonder enige verwachting aan begint, maar die je na een paar tracks al dierbaar zijn. Better By Now van de Amerikaanse muzikante Brooke Annibale is zo’n album. De muzikante uit Rhode Island maakt bijzonder aangenaam klinkende indiepop, die zeker bij eerste beluistering vooral zonnig en dromerig van aard lijkt. Brooke Annibale maakt echter ook in kwalitatief opzicht uitstekende indiepop. Ze schrijft sterke en zeer persoonlijke songs, die bijzonder mooi zijn ingekleurd en ook nog eens zijn voorzien van zeer overtuigende vocalen. Echt een album om even mee te ontsnappen aan het sombere wereldnieuws van het moment, maar Better By Now is ook echt heel goed.
Ik had tot voor kort nog nooit van Brooke Annibale gehoord, maar het vorige week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter drong zich met name in de nazomerzon van het afgelopen weekend genadeloos op. Brooke Annibale groeide op in Pittsburgh, Pennsylvania, maar opereert sinds kort vanuit Rhode Island, de kleinste staat van de Verenigde Staten. Better By Now is het vierde album van de Amerikaanse singer-songwriter en zelfs haar vijfde als we het album dat ze op de middelbare school maakte meetellen.
De vorige drie albums van Brooke Annibale heb ik inmiddels vluchtig beluisterd en het zijn albums waarop mooi verzorgde folkpop domineert. Het zijn albums die ik zeker nog wat beter ga beluisteren, maar op basis van wat ik nu gehoord heb durf ik al wel te concluderen dat haar nieuwe album er flink uit springt.
Ook op Better By Now verwerkt de Amerikaanse muzikante invloeden uit de folkpop in haar muziek, maar het nieuwe album van Brooke Annibale past wat mij betreft toch het best in het hokje indiepop. Het is indiepop van het zonnige soort, wat verklaart dat het album makkelijk indruk maakte toen de herfstzon het afgelopen weekend zo uitbundig scheen. De muziek van Brooke Annibale klinkt niet alleen zonnig, maar ook aangenaam dromerig, wat het aangename effect dat het album heeft nog wat verder versterkt.
Better By Now staat vol met popliedjes die je onmiddellijk omarmen, maar de muzikante uit Rhode Island gaat zeker niet voor de niemendalletjes. Brooke Annibale maakt zoals gezegd al sinds de middelbare school muziek en is inmiddels een geschoold muzikante. Dat hoor je op Better By Now, dat tien songs lang kwaliteit ademt.
Die kwaliteit hoor je in de instrumentatie die aangenaam consistent maar ook verrassend veelkleurig is. Het is een instrumentatie waarin organische klanken en elektronica fraai worden gecombineerd in een tijdloos geluid. Tijdloos is ook een goede omschrijving voor de popsongs van Brooke Annibale. Better By Now is een album dat eigenlijk direct bekend en aangenaam klinkt en dat zegt wat over de kwaliteit van de songs van de Amerikaanse muzikante.
Die kwaliteit hoor je ook terug in de zang, want Brooke Annibale beschikt over een hele mooie en aangename stem. Het is een stem die goed past bij de gloedvolle klanken op het album en het is een stem die net zo makkelijk verleidt als de muziek en de songs op het album en die kan variëren in klankkleur, wat de veelzijdigheid van het album ten goede komt.
Better By Now klinkt zoals gezegd vaak zonnig en dromerig, maar het is zeker geen album waarop continu de zon schijnt. Volgens Brooke Annibale is Better By Now een album dat voor de helft gaat over verliefd worden, maar dat op de andere helft stilstaat bij problemen met de mentale gezondheid.
Hier en daar drijven inderdaad wel wat wolken over op het album, maar over het algemeen genomen is Better By Now van Brooke Annibale toch een album waarbij het heerlijk wegdromen is, bij voorkeur in een aangenaam herfstzonnetje. Als dat herfstzonnetje er niet is verwarmt het album overigens ook op zeer aangename wijze de ruimte, waardoor ik er van uit ga dat Better By Now van Brooke Annibale nog heel vaak voorbij gaat komen in de donkere maanden die er aan komen. Wat mij betreft een hele interessante ontdekking deze muzikante uit Rhode Island. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brooke Annibale - Better By Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brooke Annibale - Better By Now
De Amerikaanse singer-songwriter Brooke Annibale maakt al sinds de middelbare school muziek, maar zet een enorme stap met haar nieuwe album Better By Now, dat vol staat met zeer verleidelijke indiepop
Je hebt soms van die albums waar je zonder enige verwachting aan begint, maar die je na een paar tracks al dierbaar zijn. Better By Now van de Amerikaanse muzikante Brooke Annibale is zo’n album. De muzikante uit Rhode Island maakt bijzonder aangenaam klinkende indiepop, die zeker bij eerste beluistering vooral zonnig en dromerig van aard lijkt. Brooke Annibale maakt echter ook in kwalitatief opzicht uitstekende indiepop. Ze schrijft sterke en zeer persoonlijke songs, die bijzonder mooi zijn ingekleurd en ook nog eens zijn voorzien van zeer overtuigende vocalen. Echt een album om even mee te ontsnappen aan het sombere wereldnieuws van het moment, maar Better By Now is ook echt heel goed.
Ik had tot voor kort nog nooit van Brooke Annibale gehoord, maar het vorige week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter drong zich met name in de nazomerzon van het afgelopen weekend genadeloos op. Brooke Annibale groeide op in Pittsburgh, Pennsylvania, maar opereert sinds kort vanuit Rhode Island, de kleinste staat van de Verenigde Staten. Better By Now is het vierde album van de Amerikaanse singer-songwriter en zelfs haar vijfde als we het album dat ze op de middelbare school maakte meetellen.
De vorige drie albums van Brooke Annibale heb ik inmiddels vluchtig beluisterd en het zijn albums waarop mooi verzorgde folkpop domineert. Het zijn albums die ik zeker nog wat beter ga beluisteren, maar op basis van wat ik nu gehoord heb durf ik al wel te concluderen dat haar nieuwe album er flink uit springt.
Ook op Better By Now verwerkt de Amerikaanse muzikante invloeden uit de folkpop in haar muziek, maar het nieuwe album van Brooke Annibale past wat mij betreft toch het best in het hokje indiepop. Het is indiepop van het zonnige soort, wat verklaart dat het album makkelijk indruk maakte toen de herfstzon het afgelopen weekend zo uitbundig scheen. De muziek van Brooke Annibale klinkt niet alleen zonnig, maar ook aangenaam dromerig, wat het aangename effect dat het album heeft nog wat verder versterkt.
Better By Now staat vol met popliedjes die je onmiddellijk omarmen, maar de muzikante uit Rhode Island gaat zeker niet voor de niemendalletjes. Brooke Annibale maakt zoals gezegd al sinds de middelbare school muziek en is inmiddels een geschoold muzikante. Dat hoor je op Better By Now, dat tien songs lang kwaliteit ademt.
Die kwaliteit hoor je in de instrumentatie die aangenaam consistent maar ook verrassend veelkleurig is. Het is een instrumentatie waarin organische klanken en elektronica fraai worden gecombineerd in een tijdloos geluid. Tijdloos is ook een goede omschrijving voor de popsongs van Brooke Annibale. Better By Now is een album dat eigenlijk direct bekend en aangenaam klinkt en dat zegt wat over de kwaliteit van de songs van de Amerikaanse muzikante.
Die kwaliteit hoor je ook terug in de zang, want Brooke Annibale beschikt over een hele mooie en aangename stem. Het is een stem die goed past bij de gloedvolle klanken op het album en het is een stem die net zo makkelijk verleidt als de muziek en de songs op het album en die kan variëren in klankkleur, wat de veelzijdigheid van het album ten goede komt.
Better By Now klinkt zoals gezegd vaak zonnig en dromerig, maar het is zeker geen album waarop continu de zon schijnt. Volgens Brooke Annibale is Better By Now een album dat voor de helft gaat over verliefd worden, maar dat op de andere helft stilstaat bij problemen met de mentale gezondheid.
Hier en daar drijven inderdaad wel wat wolken over op het album, maar over het algemeen genomen is Better By Now van Brooke Annibale toch een album waarbij het heerlijk wegdromen is, bij voorkeur in een aangenaam herfstzonnetje. Als dat herfstzonnetje er niet is verwarmt het album overigens ook op zeer aangename wijze de ruimte, waardoor ik er van uit ga dat Better By Now van Brooke Annibale nog heel vaak voorbij gaat komen in de donkere maanden die er aan komen. Wat mij betreft een hele interessante ontdekking deze muzikante uit Rhode Island. Erwin Zijleman
Brother Bird - Another Year (2024)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2024, 15:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brother Bird - Another Year - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brother Bird - Another Year
Caroline Glaser schaart zich als Brother Bird onder de talloze vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indierock van het moment, maar wat is haar debuutalbum Another Year een aangenaam album
Probeer als jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock nog maar eens op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment. Het Amerikaanse Brother Bird doet het met Another Year. Het project van Caroline Glaser uit Nashville trekt allereerst de aandacht met een serie uitstekende songs, die na één keer horen in je hoofd zitten. Het zijn songs die bovendien opvallen door de uitstekende en zeker ook karakteristieke zang op het album en door de smaakvolle en gevarieerde instrumentatie. Verzadiging dreigt al een tijdje in dit genre, maar Another Year van Brother Bird is een album dat ik niet graag had gemist en dat me in een paar dagen tijd zeer dierbaar is geworden.
Ik neem me iedere week voor om voor de afwisseling eens geen nieuw album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock te bespreken op de krenten uit de pop. Het aanbod in het genre is immers zo groot dat verzadiging al een tijdje op de loer ligt, terwijl het maar heel weinigen gegeven is om een album te maken dat zich kan meten met het beste dat in het genre is verschenen de afgelopen jaren.
Ik had deze week echter geen rekening gehouden met de release van Another Year, het debuutalbum van Brother Bird. Het is een album dat aansluit bij flink wat albums die de afgelopen jaren zijn verschenen in de indiepop en indierock, maar toch heeft Another Year van Brother Bird wat mij betreft een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat ik direct heel mooi vond, waarna het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante me heel snel wist te overtuigen en uitgroeide tot een van mijn favoriete nieuwe albums van deze week.
Brother Bird is een project van Caroline Glaser uit Nashville, Tennessee, die op haar eerste album verrast met frisse en toch ook eigenzinnige popsongs. Another Year opent met een zachte en lieve popsong, waarop het label ‘bedroom pop’ niet zou misstaan, tot de gitaren aan het eind van de songs toch opeens wat steviger klinken en Caroline Glaser bovendien wat krachtiger zingt. Brother Bird opereert vaker op het snijvlak van indiepop en indierock, maar de songs van de Amerikaanse muzikante blijven ook wanneer de gitaren wat steviger mogen uithalen redelijk zacht en aangenaam melodieus.
Het is een geluid waarin de zang van Caroline Glaser makkelijk overeind blijft en het is deze zang die mijn enthousiasme voor het album in eerste instantie aanwakkerde. De zang op Another Year is zoals gezegd redelijk zacht en hier en daar wat meisjesachtig, maar Caroline Glaser beschikt ook over een karakteristieke en wat mij betreft zeer aangename stem, die ook een ruw randje heeft.
Ook in muzikaal opzicht slaagt de muzikante uit Nashville er wat mij betreft in om op te vallen. Dat doet ze door in een aantal songs flink wat dynamiek toe te voegen, maar Brother Bird experimenteert op Another Year ook met veelkleurig gitaarwerk en bijzondere uitstapjes met keyboards. Waar veel albums in het genre uiteindelijk wat eenvormig klinken, wat overigens geen bezwaar hoeft te zijn, varieert Caroline Glaser er flink op los in haar songs, waardoor haar debuutalbum steeds weer een andere afslag neemt. Het maakt niet zoveel uit welke afslag Another Year neemt, want de songs van de Amerikaanse muzikante zijn zonder uitzondering aansprekend.
Feit blijft dat het flink dringen is in dit genre, waardoor de kans dat Brother Bird zich met Another Year flink in de kijker speelt niet zo heel groot is. Het zou wat mij betreft echter jammer zijn wanneer het debuutalbum van Caroline Glaser onder sneeuwt. Daarvoor laat de Amerikaanse muzikante in muzikaal en vocaal opzicht en als songwriter teveel talent horen.
Hoogtepunt op het album is wat mij betreft het prachtige Ghost, waarin de zang echt bijzonder mooi is en ook de sfeervolle instrumentatie zich makkelijk weet te onderscheiden. Het klinkt een beetje als Mazzy Star met een eigentijdse touch en dat is een fraaie kers op een bijzonder smakelijke taart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brother Bird - Another Year - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brother Bird - Another Year
Caroline Glaser schaart zich als Brother Bird onder de talloze vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indierock van het moment, maar wat is haar debuutalbum Another Year een aangenaam album
Probeer als jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock nog maar eens op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment. Het Amerikaanse Brother Bird doet het met Another Year. Het project van Caroline Glaser uit Nashville trekt allereerst de aandacht met een serie uitstekende songs, die na één keer horen in je hoofd zitten. Het zijn songs die bovendien opvallen door de uitstekende en zeker ook karakteristieke zang op het album en door de smaakvolle en gevarieerde instrumentatie. Verzadiging dreigt al een tijdje in dit genre, maar Another Year van Brother Bird is een album dat ik niet graag had gemist en dat me in een paar dagen tijd zeer dierbaar is geworden.
Ik neem me iedere week voor om voor de afwisseling eens geen nieuw album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock te bespreken op de krenten uit de pop. Het aanbod in het genre is immers zo groot dat verzadiging al een tijdje op de loer ligt, terwijl het maar heel weinigen gegeven is om een album te maken dat zich kan meten met het beste dat in het genre is verschenen de afgelopen jaren.
Ik had deze week echter geen rekening gehouden met de release van Another Year, het debuutalbum van Brother Bird. Het is een album dat aansluit bij flink wat albums die de afgelopen jaren zijn verschenen in de indiepop en indierock, maar toch heeft Another Year van Brother Bird wat mij betreft een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat ik direct heel mooi vond, waarna het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante me heel snel wist te overtuigen en uitgroeide tot een van mijn favoriete nieuwe albums van deze week.
Brother Bird is een project van Caroline Glaser uit Nashville, Tennessee, die op haar eerste album verrast met frisse en toch ook eigenzinnige popsongs. Another Year opent met een zachte en lieve popsong, waarop het label ‘bedroom pop’ niet zou misstaan, tot de gitaren aan het eind van de songs toch opeens wat steviger klinken en Caroline Glaser bovendien wat krachtiger zingt. Brother Bird opereert vaker op het snijvlak van indiepop en indierock, maar de songs van de Amerikaanse muzikante blijven ook wanneer de gitaren wat steviger mogen uithalen redelijk zacht en aangenaam melodieus.
Het is een geluid waarin de zang van Caroline Glaser makkelijk overeind blijft en het is deze zang die mijn enthousiasme voor het album in eerste instantie aanwakkerde. De zang op Another Year is zoals gezegd redelijk zacht en hier en daar wat meisjesachtig, maar Caroline Glaser beschikt ook over een karakteristieke en wat mij betreft zeer aangename stem, die ook een ruw randje heeft.
Ook in muzikaal opzicht slaagt de muzikante uit Nashville er wat mij betreft in om op te vallen. Dat doet ze door in een aantal songs flink wat dynamiek toe te voegen, maar Brother Bird experimenteert op Another Year ook met veelkleurig gitaarwerk en bijzondere uitstapjes met keyboards. Waar veel albums in het genre uiteindelijk wat eenvormig klinken, wat overigens geen bezwaar hoeft te zijn, varieert Caroline Glaser er flink op los in haar songs, waardoor haar debuutalbum steeds weer een andere afslag neemt. Het maakt niet zoveel uit welke afslag Another Year neemt, want de songs van de Amerikaanse muzikante zijn zonder uitzondering aansprekend.
Feit blijft dat het flink dringen is in dit genre, waardoor de kans dat Brother Bird zich met Another Year flink in de kijker speelt niet zo heel groot is. Het zou wat mij betreft echter jammer zijn wanneer het debuutalbum van Caroline Glaser onder sneeuwt. Daarvoor laat de Amerikaanse muzikante in muzikaal en vocaal opzicht en als songwriter teveel talent horen.
Hoogtepunt op het album is wat mij betreft het prachtige Ghost, waarin de zang echt bijzonder mooi is en ook de sfeervolle instrumentatie zich makkelijk weet te onderscheiden. Het klinkt een beetje als Mazzy Star met een eigentijdse touch en dat is een fraaie kers op een bijzonder smakelijke taart. Erwin Zijleman
Brown Horse - All the Right Weaknesses (2025)

4,5
0
geplaatst: 6 april 2025, 10:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brown Horse - All The Right Weaknesses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brown Horse - All The Right Weaknesses
Brown Horse komt vrij snel na haar terecht zo bejubelde debuutalbum Reservoir op de proppen met All The Right Weaknesses, waarop de Britse band haar alt-country geluid verrijkt met een heerlijk gruizige gitaar vibe
Het beste alt-country album werd vorig jaar niet in de Verenigde Staten gemaakt maar in het Verenigd Koninkrijk. De Britse band Brown Horse leverde met Reservoir een album af dat herinnerde aan de betere albums uit het genre. Maar net een jaar later is Brown Horse alweer terug met haar tweede album waarop de band haar geluid verder heeft ontwikkeld. Ook All The Right Weaknesses bevat flink wat invloeden uit de countryrock en de alt-country, maar het album klinkt ook wat ruwer en steviger. Wat is gebleven zijn de uitstekende songs en de prima zang. De oogst binnen de alt-country viel de afgelopen jaren wat tegen, maar wat is dit een topband.
De Britse band Brown Horse debuteerde begin vorig jaar met het prachtige Reservoir, waarop invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 samenvloeiden met invloeden uit de alt-country uit de jaren 90. Het album deed me meer dan eens denken aan Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass van The Jayhawks uit de eerste helft van de jaren 90 en dat zijn wat mij betreft twee van de beste alt-country albums aller tijden.
Brown Horse stond na de release van haar debuutalbum vooral op het podium en heeft de energie van het podium meegenomen naar de studio. Het deze week verschenen All The Right Weaknesses werd in slechts een week opgenomen en live ingespeeld, wat het album voorziet van veel vaart en energie.
Brown Horse is zoals gezegd een Britse band, maar de band uit Norwich klinkt ook op haar tweede album weer vooral Amerikaans. Ook op All The Right Weaknesses laat de band zich stevig beïnvloeden door alt-country uit de jaren 90 en countryrock van nog twee decennia eerder, maar het tweede album van Brown Horse klinkt ook ruwer dan het debuutalbum en verkent ook zeker invloeden uit de rockmuziek.
Op Reservoir trok het geweldige gitaarwerk van Nyle Holihan al de aandacht, maar de Britse muzikant krijgt op All The Right Weaknesses nog veel meer ruimte en heeft de songs van Brown Horse vol gestopt met geweldige riffs. Door het gitaarwerk schuift de muziek van Brown Horse op het nieuwe album van de band ook wel wat de kant op van de (blues)rock bands uit de jaren 70 of schuift de band zelfs op richting 90s indierock, maar door de pedal steel en de banjo blijven ook invloeden uit de country belangrijk.
Ik heb persoonlijk wel wat met het lekker ruwe en energieke en vooral door gitaren gedomineerde geluid op All The Right Weaknesses, dat net wat eigenzinniger en ook wel wat eigentijdser klinkt dan het geluid op het debuutalbum van de band. Het is een geluid dat direct aanspreekt en vervolgens steeds beter wordt.
Ook op het tweede album van Brown Horse trekt de opvallende stem van Patrick Turner de aandacht. Het is een stem die de muziek van Brown Horse voorziet van onderscheidend vermogen, maar ik vind de stem van de Britse muzikant ook erg mooi. Patrick Turner neemt op All The Right Weaknesses het grootste deel van de zang voor zijn rekening, maar er is vergeleken met het debuutalbum een wat grotere rol voor de stem van Phoebe Troup, die ook zeer verdienstelijk zingt.
Het tweede album van Brown Horse stond na een maandenlange tour in een vloek en een zucht op de band, maar ondanks het feit dat er maar net iets meer dan een jaar is verstreken sinds het debuutalbum van de band laat Brown Horse flinke groei horen. Meerdere leden van de band schreven mee aan de songs, die van een constanter en hoger niveau zijn. De zang van Patrick Turner is net wat minder expressief en wat mij betreft mooier, terwijl de muziek van de band wat steviger en uitbundiger klinkt.
Een ding is niet veranderd en dat is dat Brown Horse ook met All The Right Weaknesses weer een geweldig album heeft gemaakt. Het is een album dat zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van countryrock en alt-country, maar ook een ieder die makkelijk valt voor (indie)rock zal zeer gecharmeerd zijn van het tweede album van Brown Horse. Ik had zo snel na Reservoir nog geen tweede album van Brown Horse verwacht, maar All The Right Weaknesses is een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Brown Horse - All The Right Weaknesses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brown Horse - All The Right Weaknesses
Brown Horse komt vrij snel na haar terecht zo bejubelde debuutalbum Reservoir op de proppen met All The Right Weaknesses, waarop de Britse band haar alt-country geluid verrijkt met een heerlijk gruizige gitaar vibe
Het beste alt-country album werd vorig jaar niet in de Verenigde Staten gemaakt maar in het Verenigd Koninkrijk. De Britse band Brown Horse leverde met Reservoir een album af dat herinnerde aan de betere albums uit het genre. Maar net een jaar later is Brown Horse alweer terug met haar tweede album waarop de band haar geluid verder heeft ontwikkeld. Ook All The Right Weaknesses bevat flink wat invloeden uit de countryrock en de alt-country, maar het album klinkt ook wat ruwer en steviger. Wat is gebleven zijn de uitstekende songs en de prima zang. De oogst binnen de alt-country viel de afgelopen jaren wat tegen, maar wat is dit een topband.
De Britse band Brown Horse debuteerde begin vorig jaar met het prachtige Reservoir, waarop invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 samenvloeiden met invloeden uit de alt-country uit de jaren 90. Het album deed me meer dan eens denken aan Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass van The Jayhawks uit de eerste helft van de jaren 90 en dat zijn wat mij betreft twee van de beste alt-country albums aller tijden.
Brown Horse stond na de release van haar debuutalbum vooral op het podium en heeft de energie van het podium meegenomen naar de studio. Het deze week verschenen All The Right Weaknesses werd in slechts een week opgenomen en live ingespeeld, wat het album voorziet van veel vaart en energie.
Brown Horse is zoals gezegd een Britse band, maar de band uit Norwich klinkt ook op haar tweede album weer vooral Amerikaans. Ook op All The Right Weaknesses laat de band zich stevig beïnvloeden door alt-country uit de jaren 90 en countryrock van nog twee decennia eerder, maar het tweede album van Brown Horse klinkt ook ruwer dan het debuutalbum en verkent ook zeker invloeden uit de rockmuziek.
Op Reservoir trok het geweldige gitaarwerk van Nyle Holihan al de aandacht, maar de Britse muzikant krijgt op All The Right Weaknesses nog veel meer ruimte en heeft de songs van Brown Horse vol gestopt met geweldige riffs. Door het gitaarwerk schuift de muziek van Brown Horse op het nieuwe album van de band ook wel wat de kant op van de (blues)rock bands uit de jaren 70 of schuift de band zelfs op richting 90s indierock, maar door de pedal steel en de banjo blijven ook invloeden uit de country belangrijk.
Ik heb persoonlijk wel wat met het lekker ruwe en energieke en vooral door gitaren gedomineerde geluid op All The Right Weaknesses, dat net wat eigenzinniger en ook wel wat eigentijdser klinkt dan het geluid op het debuutalbum van de band. Het is een geluid dat direct aanspreekt en vervolgens steeds beter wordt.
Ook op het tweede album van Brown Horse trekt de opvallende stem van Patrick Turner de aandacht. Het is een stem die de muziek van Brown Horse voorziet van onderscheidend vermogen, maar ik vind de stem van de Britse muzikant ook erg mooi. Patrick Turner neemt op All The Right Weaknesses het grootste deel van de zang voor zijn rekening, maar er is vergeleken met het debuutalbum een wat grotere rol voor de stem van Phoebe Troup, die ook zeer verdienstelijk zingt.
Het tweede album van Brown Horse stond na een maandenlange tour in een vloek en een zucht op de band, maar ondanks het feit dat er maar net iets meer dan een jaar is verstreken sinds het debuutalbum van de band laat Brown Horse flinke groei horen. Meerdere leden van de band schreven mee aan de songs, die van een constanter en hoger niveau zijn. De zang van Patrick Turner is net wat minder expressief en wat mij betreft mooier, terwijl de muziek van de band wat steviger en uitbundiger klinkt.
Een ding is niet veranderd en dat is dat Brown Horse ook met All The Right Weaknesses weer een geweldig album heeft gemaakt. Het is een album dat zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van countryrock en alt-country, maar ook een ieder die makkelijk valt voor (indie)rock zal zeer gecharmeerd zijn van het tweede album van Brown Horse. Ik had zo snel na Reservoir nog geen tweede album van Brown Horse verwacht, maar All The Right Weaknesses is een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
Brown Horse - Reservoir (2024)

4,5
2
geplaatst: 21 januari 2024, 10:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Brown Horse - Reservoir - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brown Horse - Reservoir
Brown Horse is een Britse band, maar verrast op haar debuutalbum Reservoir met zeer Amerikaans klinkende muziek, waarin invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country op prachtige wijze samen komen
De naam van Brown Horse zingt, met name in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften, al een tijdje rond en dat blijkt volkomen terecht. De band uit Norfolk heeft met Reservoir immers een geweldig debuutalbum afgeleverd. Het is een album waarop de Britse band haar inspiratie vind bij de pioniers van de alt-country, maar ook de countryrock klassiekers uit de jaren 70 zijn niet vergeten. Brown Horse maakt indruk met geweldige songs en met een prachtig en gloedvol klinkend countryrock geluid en heeft de bijzondere stem van zanger en gitarist Patrick Turner als geheim wapen. Het levert een album op dat het de laatste jaren toch wat ingedutte alt-country genre voorziet van vuur en urgentie.
De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut waren een maand of twee geleden al heel enthousiast over Reservoir, het debuutalbum van de Britse band Brown Horse, maar het album is deze week pas verschenen. Het enthousiasme van de Britse muziekpers is volkomen terecht, want de band uit Norfolk heeft een uitstekend album gemaakt, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en alt-country in het bijzonder.
Brown Horse is misschien een Britse band, maar de muziek op Reservoir klinkt heel Amerikaans. Brown Horse begint, net als de pioniers van de alt-country, bij de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70 en geeft vervolgens een licht eigentijdse twist aan de invloeden uit het verleden. Als ik terug ga naar de alt-country pioniers kom ik zelf het vaakst uit bij The Jayhawks, die met Hollywood Town Hall uit 1992 en Tomorrow The Green Grass uit 1995 twee klassiekers in het genre maakte. Het zijn albums waaraan ik met enige regelmaat moet denken bij beluistering van het debuutalbum van Brown Horse en dat is wat mij betreft een enorm compliment.
De Britse band maakt bijzonder lekker in het gehoor liggende alt-country, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft Brown Horse veel te bieden. Bij beluistering van Reservoir wordt de aandacht direct getrokken door de zeer karakteristieke stem van zanger Patrick Turner. De Britse muzikant zingt vaak met een lichte snik in zijn stem, wat de zang op Reservoir voorziet van een bijzonder geluid en van emotie. Het is een stem die mogelijk gemengde reacties op zal roepen, maar persoonlijk vind ik de stem van Patrick Turner erg mooi en bijzonder.
The Jayhawks vertrouwden in hun beste jaren op de fantastische harmonieën van Gary Louris en Mark Olson, maar ondanks het feit dat Brown Horse de beschikking heeft over meerdere mooie stemmen, waaronder die van achtergrondzangeres Phoebe Troup, worden harmonieën slechts spaarzaam ingezet op Reservoir. De keren dat dit wel gebeurt zijn erg mooi, dus mogelijk kan de Britse band dit nog wat meer ontwikkelen op een volgend album.
Ook in muzikaal opzicht maakt Brown Horse makkelijk indruk op haar debuutalbum. Het geluid van de band is vooral gitaar georiënteerd, maar de zeskoppige band heeft ook een lekker vol geluid, waarin ook nog bijdragen van pedal steel, banjo, piano, orgel en accordeon opduiken. In muzikaal opzicht zijn de raakvlakken met The Jayhawks het sterkst, zeker wanneer de gitaren alle ruimte krijgen en ook mogen soleren. Het gitaargeluid op Reservoir is ook nog eens veelkleurig, waardoor het album gevarieerd klinkt.
Reservoir van Brown Horse voelt in muzikaal opzicht direct aan als een warm bad en roept zowel associaties op met de countryrock uit de jaren 70 als met de alt-country uit de vroege jaren 90. Door de bijzondere zang heeft de Britse band echter ook een duidelijk eigen geluid en dit krijgt nog wat extra glans door de sterke songs op het album. Brown Horse varieert er flink op los op haar debuutalbum, maar tekent ook voor songs die zich makkelijk opdringen en vervolgens aangenaam blijven hangen.
Er verscheen de afgelopen jaren wat mij betreft niet heel veel bijzonders in de alt-country, waardoor het genre toe was aan een impuls. Die krijgt het met het uitstekende Reservoir van Brown Horse, dat de potentie heeft om uit te groeien tot een van de meest memorabele albums in het genre. Het is een album dat hier inmiddels overuren draait en het wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Brown Horse - Reservoir - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Brown Horse - Reservoir
Brown Horse is een Britse band, maar verrast op haar debuutalbum Reservoir met zeer Amerikaans klinkende muziek, waarin invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country op prachtige wijze samen komen
De naam van Brown Horse zingt, met name in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften, al een tijdje rond en dat blijkt volkomen terecht. De band uit Norfolk heeft met Reservoir immers een geweldig debuutalbum afgeleverd. Het is een album waarop de Britse band haar inspiratie vind bij de pioniers van de alt-country, maar ook de countryrock klassiekers uit de jaren 70 zijn niet vergeten. Brown Horse maakt indruk met geweldige songs en met een prachtig en gloedvol klinkend countryrock geluid en heeft de bijzondere stem van zanger en gitarist Patrick Turner als geheim wapen. Het levert een album op dat het de laatste jaren toch wat ingedutte alt-country genre voorziet van vuur en urgentie.
De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut waren een maand of twee geleden al heel enthousiast over Reservoir, het debuutalbum van de Britse band Brown Horse, maar het album is deze week pas verschenen. Het enthousiasme van de Britse muziekpers is volkomen terecht, want de band uit Norfolk heeft een uitstekend album gemaakt, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en alt-country in het bijzonder.
Brown Horse is misschien een Britse band, maar de muziek op Reservoir klinkt heel Amerikaans. Brown Horse begint, net als de pioniers van de alt-country, bij de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70 en geeft vervolgens een licht eigentijdse twist aan de invloeden uit het verleden. Als ik terug ga naar de alt-country pioniers kom ik zelf het vaakst uit bij The Jayhawks, die met Hollywood Town Hall uit 1992 en Tomorrow The Green Grass uit 1995 twee klassiekers in het genre maakte. Het zijn albums waaraan ik met enige regelmaat moet denken bij beluistering van het debuutalbum van Brown Horse en dat is wat mij betreft een enorm compliment.
De Britse band maakt bijzonder lekker in het gehoor liggende alt-country, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft Brown Horse veel te bieden. Bij beluistering van Reservoir wordt de aandacht direct getrokken door de zeer karakteristieke stem van zanger Patrick Turner. De Britse muzikant zingt vaak met een lichte snik in zijn stem, wat de zang op Reservoir voorziet van een bijzonder geluid en van emotie. Het is een stem die mogelijk gemengde reacties op zal roepen, maar persoonlijk vind ik de stem van Patrick Turner erg mooi en bijzonder.
The Jayhawks vertrouwden in hun beste jaren op de fantastische harmonieën van Gary Louris en Mark Olson, maar ondanks het feit dat Brown Horse de beschikking heeft over meerdere mooie stemmen, waaronder die van achtergrondzangeres Phoebe Troup, worden harmonieën slechts spaarzaam ingezet op Reservoir. De keren dat dit wel gebeurt zijn erg mooi, dus mogelijk kan de Britse band dit nog wat meer ontwikkelen op een volgend album.
Ook in muzikaal opzicht maakt Brown Horse makkelijk indruk op haar debuutalbum. Het geluid van de band is vooral gitaar georiënteerd, maar de zeskoppige band heeft ook een lekker vol geluid, waarin ook nog bijdragen van pedal steel, banjo, piano, orgel en accordeon opduiken. In muzikaal opzicht zijn de raakvlakken met The Jayhawks het sterkst, zeker wanneer de gitaren alle ruimte krijgen en ook mogen soleren. Het gitaargeluid op Reservoir is ook nog eens veelkleurig, waardoor het album gevarieerd klinkt.
Reservoir van Brown Horse voelt in muzikaal opzicht direct aan als een warm bad en roept zowel associaties op met de countryrock uit de jaren 70 als met de alt-country uit de vroege jaren 90. Door de bijzondere zang heeft de Britse band echter ook een duidelijk eigen geluid en dit krijgt nog wat extra glans door de sterke songs op het album. Brown Horse varieert er flink op los op haar debuutalbum, maar tekent ook voor songs die zich makkelijk opdringen en vervolgens aangenaam blijven hangen.
Er verscheen de afgelopen jaren wat mij betreft niet heel veel bijzonders in de alt-country, waardoor het genre toe was aan een impuls. Die krijgt het met het uitstekende Reservoir van Brown Horse, dat de potentie heeft om uit te groeien tot een van de meest memorabele albums in het genre. Het is een album dat hier inmiddels overuren draait en het wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman
Bruce Soord - Bruce Soord (2015)

3,5
0
geplaatst: 7 december 2015, 18:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruce Soord - Bruce Soord - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bruce Soord is tot dusver vooral bekend als voorman van de succesvolle prog-rock band The Pineapple Thief.
Nu liet The Pineapple Thief op het vorig jaar verschenen Magnolia al horen dat het zeker geen 13 in een dozijn prog-rock band is en deze lijn trekt Bruce Soord door op zijn titelloze soloplaat.
The Pineapple Thief begaf zich op Magnolia nogal eens buiten de gebaande paden van de traditionele prog-rock en dat zijn paden waarop de soloplaat van Bruce Soord zich ook lang niet altijd beweegt.
Waar de laatste plaat van The Pineapple Thief zich direct als één geheel liet beluisteren, is de soloplaat van Bruce Soord een plaat die overloopt van ideeën en uitstapjes naar andere genres, waardoor de plaat, zeker bij eerste beluistering, wat fragmentarisch over komt.
De plaat opent met een prachtige intieme piano popsong waarvan ik er graag veel meer had gehoord, maar schiet vervolgens alle kanten op. Hierbij raakt de plaat meer dan eens aan de stemmige en melodieuze popmuziek die The Pineapple Thief vorig jaar liet horen, maar Bruce Soord flirt net zo makkelijk met funky popmuziek of toegankelijke rockmuziek en is ook niet bang voor een aan Calexico herinnerende track of tracks die juist toch weer teruggrijpen op de prog-rock waarmee zijn band ooit doorbrak.
Fragmentarisch of niet, Bruce Soord heeft een plaat gemaakt die kwaliteit ademt. Soord is een uitstekend zanger en heeft zich bovendien omringd met muzikanten die in vele genres uit de voeten kunnen. Hierbij vallen het fraaie toetsenwerk en de extra inzet van elektronica op, maar het mooist is toch het gitaarwerk, dat alle songs op de plaat bijzonder fraai inkleurt en er door de grote veelzijdigheid bovendien voor zorgt dat de soloplaat van Bruce Soord niet snel gaat vervelen.
Vergeleken met de platen van The Pineapple Thief kiest Bruce Soord op zijn soloplaat voor wat minder complexe songs, waardoor de plaat wat minder dwingt tot luisteren, maar persoonlijk vind ik dit geen bezwaar. Bruce Soord heeft een soloplaat gemaakt die winteravonden op fraaie en bijzondere aangename wijze inkleurt en uiteindelijk ook voldoende diepgang laat horen. Ik vind het mooi, zeker omdat deze plaat iedere keer een stukje beter lijkt te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruce Soord - Bruce Soord - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bruce Soord is tot dusver vooral bekend als voorman van de succesvolle prog-rock band The Pineapple Thief.
Nu liet The Pineapple Thief op het vorig jaar verschenen Magnolia al horen dat het zeker geen 13 in een dozijn prog-rock band is en deze lijn trekt Bruce Soord door op zijn titelloze soloplaat.
The Pineapple Thief begaf zich op Magnolia nogal eens buiten de gebaande paden van de traditionele prog-rock en dat zijn paden waarop de soloplaat van Bruce Soord zich ook lang niet altijd beweegt.
Waar de laatste plaat van The Pineapple Thief zich direct als één geheel liet beluisteren, is de soloplaat van Bruce Soord een plaat die overloopt van ideeën en uitstapjes naar andere genres, waardoor de plaat, zeker bij eerste beluistering, wat fragmentarisch over komt.
De plaat opent met een prachtige intieme piano popsong waarvan ik er graag veel meer had gehoord, maar schiet vervolgens alle kanten op. Hierbij raakt de plaat meer dan eens aan de stemmige en melodieuze popmuziek die The Pineapple Thief vorig jaar liet horen, maar Bruce Soord flirt net zo makkelijk met funky popmuziek of toegankelijke rockmuziek en is ook niet bang voor een aan Calexico herinnerende track of tracks die juist toch weer teruggrijpen op de prog-rock waarmee zijn band ooit doorbrak.
Fragmentarisch of niet, Bruce Soord heeft een plaat gemaakt die kwaliteit ademt. Soord is een uitstekend zanger en heeft zich bovendien omringd met muzikanten die in vele genres uit de voeten kunnen. Hierbij vallen het fraaie toetsenwerk en de extra inzet van elektronica op, maar het mooist is toch het gitaarwerk, dat alle songs op de plaat bijzonder fraai inkleurt en er door de grote veelzijdigheid bovendien voor zorgt dat de soloplaat van Bruce Soord niet snel gaat vervelen.
Vergeleken met de platen van The Pineapple Thief kiest Bruce Soord op zijn soloplaat voor wat minder complexe songs, waardoor de plaat wat minder dwingt tot luisteren, maar persoonlijk vind ik dit geen bezwaar. Bruce Soord heeft een soloplaat gemaakt die winteravonden op fraaie en bijzondere aangename wijze inkleurt en uiteindelijk ook voldoende diepgang laat horen. Ik vind het mooi, zeker omdat deze plaat iedere keer een stukje beter lijkt te worden. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Letter to You (2020)

4,0
2
geplaatst: 24 oktober 2020, 11:00 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Letter To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Letter To You
Een jaar na het uitstekende Western Stars is Bruce Springsteen terug met het eveneens erg goede Letter To You, waarop de gelouterde E-Street Band weer eens mag uitpakken
Bruce Springsteen steekt de afgelopen jaren in een grootse vorm. Die vorm had hij dit jaar eigenlijk weer op het podium moeten etaleren, maar voorlopig moeten we het doen met Letter To You. Het album werd in slechts een paar dagen tijd en nagenoeg live opgenomen met de voltallige E-Street Band in de huisstudio van Springsteen in New Jersey en reproduceert het krachtige live-geluid van de afgelopen jaren. Letter To You opent ijzersterk, zakt af en toe wel wat in, maar na het weer erg sterke slotakkoord kun je alleen maar concluderen dat Bruce Springsteen en zijn band een album hebben afgeleverd dat behoort tot de beste Springsteen albums sinds zijn reeks klassiekers uit de jaren 70 en 80, het weergaloze The Rising uit 2002 en het fraaie Western Stars van vorig jaar.
Een nieuw album van Bruce Springsteen is altijd iets om naar uit te kijken, maar ik probeer ook voorzichtig te zijn met mijn verwachtingen. Springsteen maakte zijn beste albums in de jaren 70 en 80 en is sinds Tunnel Of Love uit 1987 op het podium weliswaar alleen maar beter geworden, maar hoeveel echte klassiekers heeft hij nog uitgebracht sinds Tunnel Of Love, dat overigens mijn favoriete Springsteen album is? Ik tel er eigenlijk maar 1: The Rising uit 2002; het album waarmee Springsteen probeerde om 9/11 een plek te geven.
De afgelopen jaren is het niveau van de albums van Bruce Springsteen echter flink gestegen. High Hopes uit 2014, dat objectief gezien een verzameling restjes was, was gewoon goed en het vorig jaar verschenen Western Stars vond ik zelfs veel meer dan gewoon goed. En nu is er dan Letter To You.
Springsteen ging na de zeer succesvolle The River tour uit 2016 zijn eigen weg, maar trommelde voor Letter To You zijn E-Street Band weer op. De voltallige band nam zijn intrek in de huisstudio van Bruce Springsteen in New Jersey, waar Letter To You in een dag of vijf vrijwel live werd opgenomen.
Letter To You bevat drie songs die nog op de plank lagen uit een ver verleden en negen nieuwe songs en het zijn voor een belangrijk deel songs die het uit duizenden herkenbare geluid van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band laten horen.
Letter To You opent fraai en ingetogen met het melancholische One Minute You’re Here, maar hierna gaat The E-Street Band los. Je hoort direct dat het een wijs besluit is geweest om het album vrijwel live op te nemen, want eindelijk is de ruwe energie van The E-Street Band weer eens gevangen op een studioalbum van Bruce Springsteen. Het bevalt me uitstekend.
Letter To You is prachtig opgenomen en voorzien van het rijke en zo karakteristieke geluid van The E-Street band. Ook de gepassioneerde zang van Springsteen zelf knalt uit de speakers. Het voelt allemaal zo goed dat het niet zo erg is dat de songs op het nieuwe album van Springsteen niet allemaal even sterk zijn. Qua niveau van de songs sla ik Western Stars net wat hoger aan en Letter To You mist ook het monumentale van The Rising, maar alles bij elkaar genomen vind ik Letter To You een geweldig album.
Het is een persoonlijk album waarop alles draait om Springsteen en zijn band. Muzikanten die elkaar voor een belangrijk deel al kennen sinds hun jeugd maar inmiddels ook met sterfelijkheid worden geconfronteerd. Springsteen haalt nog een keer uit naar Donald Trump, maar Letter To You gaat vooral over hemzelf en zijn band.
Die band is op Letter To You uitstekend op dreef. Het geweldige gitaarspel van met name Nils Lofgren, het orgel van Charlie Giordano, de piano van Roy Bittan en natuurlijk de rake klappen van Max Weiberg, het komt allemaal prachtig uit de speakers, wat ook de verdienste is van de gloedvolle productie van Ron Aniello, inmiddels een vertrouwde naam op een Springsteen album.
Wanneer Springsteen met Janey Needs A Shooter een song uit de vroege jaren 70 afstoft waan je je in de hoogtijdagen van zijn carrière, maar ook de nieuwe songs op het album zijn over het algemeen van hoog niveau. Aan het eind zakt het wel wat in moet ik zeggen, tot Springsteen met het Dylaneque Song For Orphans en het aan Roy Orbison herinnerende I’ll See You In My Dreams nog twee prachtsongs toevoegt aan zijn rijke catalogus.
Hoe we Letter To You uiteindelijk moeten afmeten tegen de onbetwiste Springsteen klassiekers zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog onderstreept Springsteen zijn uitstekende vorm met een tweede jaarlijstjesalbum op rij. En Letter To You moet nog beginnen met groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Letter To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Letter To You
Een jaar na het uitstekende Western Stars is Bruce Springsteen terug met het eveneens erg goede Letter To You, waarop de gelouterde E-Street Band weer eens mag uitpakken
Bruce Springsteen steekt de afgelopen jaren in een grootse vorm. Die vorm had hij dit jaar eigenlijk weer op het podium moeten etaleren, maar voorlopig moeten we het doen met Letter To You. Het album werd in slechts een paar dagen tijd en nagenoeg live opgenomen met de voltallige E-Street Band in de huisstudio van Springsteen in New Jersey en reproduceert het krachtige live-geluid van de afgelopen jaren. Letter To You opent ijzersterk, zakt af en toe wel wat in, maar na het weer erg sterke slotakkoord kun je alleen maar concluderen dat Bruce Springsteen en zijn band een album hebben afgeleverd dat behoort tot de beste Springsteen albums sinds zijn reeks klassiekers uit de jaren 70 en 80, het weergaloze The Rising uit 2002 en het fraaie Western Stars van vorig jaar.
Een nieuw album van Bruce Springsteen is altijd iets om naar uit te kijken, maar ik probeer ook voorzichtig te zijn met mijn verwachtingen. Springsteen maakte zijn beste albums in de jaren 70 en 80 en is sinds Tunnel Of Love uit 1987 op het podium weliswaar alleen maar beter geworden, maar hoeveel echte klassiekers heeft hij nog uitgebracht sinds Tunnel Of Love, dat overigens mijn favoriete Springsteen album is? Ik tel er eigenlijk maar 1: The Rising uit 2002; het album waarmee Springsteen probeerde om 9/11 een plek te geven.
De afgelopen jaren is het niveau van de albums van Bruce Springsteen echter flink gestegen. High Hopes uit 2014, dat objectief gezien een verzameling restjes was, was gewoon goed en het vorig jaar verschenen Western Stars vond ik zelfs veel meer dan gewoon goed. En nu is er dan Letter To You.
Springsteen ging na de zeer succesvolle The River tour uit 2016 zijn eigen weg, maar trommelde voor Letter To You zijn E-Street Band weer op. De voltallige band nam zijn intrek in de huisstudio van Bruce Springsteen in New Jersey, waar Letter To You in een dag of vijf vrijwel live werd opgenomen.
Letter To You bevat drie songs die nog op de plank lagen uit een ver verleden en negen nieuwe songs en het zijn voor een belangrijk deel songs die het uit duizenden herkenbare geluid van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band laten horen.
Letter To You opent fraai en ingetogen met het melancholische One Minute You’re Here, maar hierna gaat The E-Street Band los. Je hoort direct dat het een wijs besluit is geweest om het album vrijwel live op te nemen, want eindelijk is de ruwe energie van The E-Street Band weer eens gevangen op een studioalbum van Bruce Springsteen. Het bevalt me uitstekend.
Letter To You is prachtig opgenomen en voorzien van het rijke en zo karakteristieke geluid van The E-Street band. Ook de gepassioneerde zang van Springsteen zelf knalt uit de speakers. Het voelt allemaal zo goed dat het niet zo erg is dat de songs op het nieuwe album van Springsteen niet allemaal even sterk zijn. Qua niveau van de songs sla ik Western Stars net wat hoger aan en Letter To You mist ook het monumentale van The Rising, maar alles bij elkaar genomen vind ik Letter To You een geweldig album.
Het is een persoonlijk album waarop alles draait om Springsteen en zijn band. Muzikanten die elkaar voor een belangrijk deel al kennen sinds hun jeugd maar inmiddels ook met sterfelijkheid worden geconfronteerd. Springsteen haalt nog een keer uit naar Donald Trump, maar Letter To You gaat vooral over hemzelf en zijn band.
Die band is op Letter To You uitstekend op dreef. Het geweldige gitaarspel van met name Nils Lofgren, het orgel van Charlie Giordano, de piano van Roy Bittan en natuurlijk de rake klappen van Max Weiberg, het komt allemaal prachtig uit de speakers, wat ook de verdienste is van de gloedvolle productie van Ron Aniello, inmiddels een vertrouwde naam op een Springsteen album.
Wanneer Springsteen met Janey Needs A Shooter een song uit de vroege jaren 70 afstoft waan je je in de hoogtijdagen van zijn carrière, maar ook de nieuwe songs op het album zijn over het algemeen van hoog niveau. Aan het eind zakt het wel wat in moet ik zeggen, tot Springsteen met het Dylaneque Song For Orphans en het aan Roy Orbison herinnerende I’ll See You In My Dreams nog twee prachtsongs toevoegt aan zijn rijke catalogus.
Hoe we Letter To You uiteindelijk moeten afmeten tegen de onbetwiste Springsteen klassiekers zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog onderstreept Springsteen zijn uitstekende vorm met een tweede jaarlijstjesalbum op rij. En Letter To You moet nog beginnen met groeien. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Only the Strong Survive (2022)
Alternatieve titel: Covers, Vol. 1

2,0
2
geplaatst: 11 november 2022, 09:47 uur
Ik heb het album inmiddels twee keer helemaal beluisterd, maar dit gaat hem niet worden voor mij. Ik vind de arrangementen niet mooi en de zang niet goed passen. Van alle songs op het album ken ik minstens 1 maar meestal wel 2 of 3 betere versies. Ik luister nog maar eens wat Elvis op From Elvis In Memphis deed met Only The Strong Survive. Dan is die versie van Springsteen wel heel mager. En dat is maar een van helaas slechts vele voorbeelden. Springsteen was in de jaren 90 ook wel eens in een wat minder goede vorm, maar dit vind ik zijn minste album tot dusver.

