Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Behavior - Spirits & Embellishments (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2019, 09:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Behavior - Spirits & Embellishments - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Behavior - Spirits & Embellishments
Behavior uit Los Angeles laat zich op haar nieuwe album inspireren door de postpunk van weleer, maar sleept er ook nog allerlei andere invloeden bij
Postpunk uit de late jaren 70 is inmiddels aan de zoveelste revival toe, maar het leukst zijn toch die bands die invloeden uit het verleden verwerken in een fris en eigentijds geluid. Behavior uit Los Angeles is zo’n band. Op Spirits & Embellishments hoor je flink wat invloeden uit de postpunk, maar je hoort nog veel en veel meer. Al die invloeden zijn gegoten in eigenzinnige songs, die zich lang niet allemaal even makkelijk opdringen, maar uiteindelijk stuk voor stuk memorabel blijken. Het is even wennen aan de wat staccato zang, maar de instrumentatie en de songs zijn zo goed dat je uiteindelijk voor de bijl gaat.
Eerder deze week stond ik stil bij het nieuwe album van de Canadese band Corridor, die op het uitstekende Junior een geheel eigen draai gaf aan invloeden uit de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80. De uit Los Angeles afkomstige band Behavior laat zich op haar nieuwe album Spirits & Embellishments ook stevig beïnvloeden door postpunk uit deze periode, maar klinkt toch weer flink anders dan haar Canadese collega’s.
Ook Behavior laat zich met name in de ritmes en in het bijzonder met de baslijnen beïnvloeden door de postpunk van lang geleden, maar ook het gitaarwerk van de band herinnert aan de jonge jaren van het genre. Net als Corridor gaat ook Behavior gelukkig een stap verder dan het opwarmen van een postpunk prak uit het verleden.
De band verwerkt de invloeden uit het genre immers in een geheel eigen geluid, dat in meerdere hokjes past. Het is een geluid dat zich zeker niet alleen laat beïnvloeden door de postpunk. Waar ik bij Corridor veel hoorde van The Feelies, herinnert Behavior me vooral aan de albums van Talking Heads uit dezelfde periode. Vanwege de wat staccato zang doet Spirits & Embellishments me hiernaast met grote regelmaat denken aan The Velvet Underground of aan het solowerk van Lou Reed, maar Spirits & Embellishments klinkt ook als de muziek die Roxy Music had kunnen maken wanneer het niet in 1971, maar in 1977 of 1979 was opgericht of als The Rolling Stones in hun inspirerendere dagen.
De naam Behavior zei me eerlijk gezegd niets en Spirits & Embellishments krijgt tot dusver ook niet veel aandacht, maar het is een uitstekend album. De muziek van de band uit Los Angeles klinkt altijd rauw en urgent, maar legt ook steeds net wat andere accenten, waarbij de band geen enkel uitstapje schuwt. Invloeden uit de postpunk zijn dominant aanwezig op Spirits & Embellishments, maar Behavior citeert net zo makkelijk uit de archieven van de punk of de indie-rock en schuwt zelfs een soulvol uitstapje niet.
De muziek van de band klinkt met name door de zang wat ruw of ongepolijst, maar in muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar even levert zowel de gitarist als de ritmesectie knappe staaltjes af.
Behavior is een trio en beperkt zich op Spirits & Embellishments tot de heilige drie-eenheid van gitaar, bas en drums. De muziek van de band klinkt hierdoor zo af en toe elementair of zelfs minimalistisch, maar ondertussen is het ook altijd recht voor zijn raap. Verder is hoorbaar zorg besteed aan de soms spaarzame instrumentatie en doen alle leden van de band er een schepje bovenop, wat Spirits & Embellishments voorziet van wat extra spanning en avontuur.
Zeker de zich wat langzamer voortslepende songs op het album vragen om wat meer geduld van de luisteraar, maar er zit ook altijd wel iets in dat je over de streep trekt. De ene keer is het zeer trefzeker drumwerk, de andere keer een geweldig basloopje of lekker nonchalante zang, maar ook voor een lome gitaarsolo draait de band uit Los Angeles haar hand niet om.
Spirits & Embellishments is op een of andere manier een feest van herkenning, maar het is ook een album waarvan ik er geen tweede in de kast heb staan. Het is bovendien een album dat voorlopig alleen maar beter wordt. Alleen Paste magazine vroeg deze week aandacht voor de muziek van Behavior en daar ben ik ze zeer dankbaar voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Behavior - Spirits & Embellishments - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Behavior - Spirits & Embellishments
Behavior uit Los Angeles laat zich op haar nieuwe album inspireren door de postpunk van weleer, maar sleept er ook nog allerlei andere invloeden bij
Postpunk uit de late jaren 70 is inmiddels aan de zoveelste revival toe, maar het leukst zijn toch die bands die invloeden uit het verleden verwerken in een fris en eigentijds geluid. Behavior uit Los Angeles is zo’n band. Op Spirits & Embellishments hoor je flink wat invloeden uit de postpunk, maar je hoort nog veel en veel meer. Al die invloeden zijn gegoten in eigenzinnige songs, die zich lang niet allemaal even makkelijk opdringen, maar uiteindelijk stuk voor stuk memorabel blijken. Het is even wennen aan de wat staccato zang, maar de instrumentatie en de songs zijn zo goed dat je uiteindelijk voor de bijl gaat.
Eerder deze week stond ik stil bij het nieuwe album van de Canadese band Corridor, die op het uitstekende Junior een geheel eigen draai gaf aan invloeden uit de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80. De uit Los Angeles afkomstige band Behavior laat zich op haar nieuwe album Spirits & Embellishments ook stevig beïnvloeden door postpunk uit deze periode, maar klinkt toch weer flink anders dan haar Canadese collega’s.
Ook Behavior laat zich met name in de ritmes en in het bijzonder met de baslijnen beïnvloeden door de postpunk van lang geleden, maar ook het gitaarwerk van de band herinnert aan de jonge jaren van het genre. Net als Corridor gaat ook Behavior gelukkig een stap verder dan het opwarmen van een postpunk prak uit het verleden.
De band verwerkt de invloeden uit het genre immers in een geheel eigen geluid, dat in meerdere hokjes past. Het is een geluid dat zich zeker niet alleen laat beïnvloeden door de postpunk. Waar ik bij Corridor veel hoorde van The Feelies, herinnert Behavior me vooral aan de albums van Talking Heads uit dezelfde periode. Vanwege de wat staccato zang doet Spirits & Embellishments me hiernaast met grote regelmaat denken aan The Velvet Underground of aan het solowerk van Lou Reed, maar Spirits & Embellishments klinkt ook als de muziek die Roxy Music had kunnen maken wanneer het niet in 1971, maar in 1977 of 1979 was opgericht of als The Rolling Stones in hun inspirerendere dagen.
De naam Behavior zei me eerlijk gezegd niets en Spirits & Embellishments krijgt tot dusver ook niet veel aandacht, maar het is een uitstekend album. De muziek van de band uit Los Angeles klinkt altijd rauw en urgent, maar legt ook steeds net wat andere accenten, waarbij de band geen enkel uitstapje schuwt. Invloeden uit de postpunk zijn dominant aanwezig op Spirits & Embellishments, maar Behavior citeert net zo makkelijk uit de archieven van de punk of de indie-rock en schuwt zelfs een soulvol uitstapje niet.
De muziek van de band klinkt met name door de zang wat ruw of ongepolijst, maar in muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar even levert zowel de gitarist als de ritmesectie knappe staaltjes af.
Behavior is een trio en beperkt zich op Spirits & Embellishments tot de heilige drie-eenheid van gitaar, bas en drums. De muziek van de band klinkt hierdoor zo af en toe elementair of zelfs minimalistisch, maar ondertussen is het ook altijd recht voor zijn raap. Verder is hoorbaar zorg besteed aan de soms spaarzame instrumentatie en doen alle leden van de band er een schepje bovenop, wat Spirits & Embellishments voorziet van wat extra spanning en avontuur.
Zeker de zich wat langzamer voortslepende songs op het album vragen om wat meer geduld van de luisteraar, maar er zit ook altijd wel iets in dat je over de streep trekt. De ene keer is het zeer trefzeker drumwerk, de andere keer een geweldig basloopje of lekker nonchalante zang, maar ook voor een lome gitaarsolo draait de band uit Los Angeles haar hand niet om.
Spirits & Embellishments is op een of andere manier een feest van herkenning, maar het is ook een album waarvan ik er geen tweede in de kast heb staan. Het is bovendien een album dat voorlopig alleen maar beter wordt. Alleen Paste magazine vroeg deze week aandacht voor de muziek van Behavior en daar ben ik ze zeer dankbaar voor. Erwin Zijleman
Being Dead - EELS (2024)

4,5
1
geplaatst: 3 oktober 2024, 16:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Being Dead - EELS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Being Dead - EELS
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Being Dead was een van de leukere verrassingen van 2023, maar op haar tweede album EELS laat de band uit Texas horen dat het in alle opzichten nog veel beter kan
When Horses Would Run van Being Dead was vorig jaar misschien niet over de hele linie raak, maar er stonden een ruime handvol geweldige songs op het debuutalbum van de Amerikaanse band. Op het album nam Being Dead je vooral mee terug naar de late jaren 60, al waagde geen enkele band zich destijds aan de bijzondere mix van invloeden in de muziek van Being Dead. De mix van onder andere psychedelica en garagerock keert terug op het deze week verschenen EELS, waarop Being Dead haar geluid heeft geperfectioneerd. Dat deed de band niet alleen, want niemand minder dan John Congleton produceerde het album. Het levert een album op waar je alleen maar heel vrolijk van kunt worden.
De Amerikaanse band Being Dead debuteerde vorig jaar zomer zeer verdienstelijk met het hopeloos verslavende When Horses Would Run. De band uit Austin, Texas, vermengde op haar debuutalbum op inventieve maar ook zeer aanstekelijke wijze invloeden uit met name de 60s psychedelica, girlpop, surfrock en garagerock.
When Horses Would Run leek direct afkomstig uit de Summer of Love en combineerde een lekker gruizig gitaargeluid met onweerstaanbaar lekkere koortjes met een hoog The Mamas & The Papas of The Beach Boys gehalte. De songs van de Texaanse band waren soms wat aan de melige kant en rammelden af en toe misschien ook net wat te veel, maar When Horses Would Run bevatte ook een respectabel aantal 24-karaats popsongs met af en toe fascinerende wendingen.
Het leverde een van de meest charmante debuutalbums van 2023 op, maar je vroeg je stiekem ook af hoe goed Being Dead zou zijn met net wat meer focus, wat minder meligheid en een producer van naam en faam. Het is een vraag die deze week wordt beantwoord met de release van het tweede album van Being Dead.
Op EELS rammelt de muziek van Being Dead wat minder, is de meligheid die op het debuutalbum af en toe de kop op stak verdwenen en lijkt de band zich volledig bewust van de eigen kwaliteiten. Ook de producer van naam en faam kwam er, want EELS is geproduceerd door niemand minder dan John Congleton, een van de meest succesvolle producers van het afgelopen decennium en de man achter topalbums van onder andere Sleater-Kinney, Black Pumas, Regina Spektor, Angel Olsen, St. Vincent en vele anderen.
Topproducer John Congleton heeft de scherpe randjes van het geluid van het debuutalbum van Being Dead verwijderd, maar heeft alle charme van het geluid van de Amerikaanse band behouden. Ook EELS bevat vooral invloeden uit de 60s psychedelica, girlpop, surfrock en garagerock en staat vol met onweerstaanbaar lekkere songs, die er stiekem ook nog wat andere invloeden bij slepen.
Het zijn songs die klinken of The Mamas & The Papas zijn gevallen voor lekker gruizige garagerock, maar hun gevoel voor aanstekelijke popsongs niet zijn vergeten. EELS ligt in muzikaal opzicht in het directe verlengde van het debuutalbum van Being Dead, maar de band doet echt alles beter.
De muziek op EELS klinkt nog steeds lekker ruw, maar John Congleton heeft er voor gezorgd dat het nergens uit de bocht vliegt. Ook de zang klinkt beter dan op het debuutalbum en met name de koortjes zijn hemeltergend mooi. Het debuutalbum van de band bevatte zoals gezegd al een aantal 24-karaats popsongs, maar op EELS zijn deze popsongs de norm.
Alles klinkt geweldig, maar er zit ook heel veel vaart en energie en zeker ook plezier in de songs op het tweede album van Being Dead. EELS is ook nog eens een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum. Being Dead durft op haar tweede album ook gas terug te nemen en te experimenteren met ingrediënten uit het heden, wat verrassend goed uitpakt. Het grootste deel van de tijd is het echter 1967 op EELS en verruil je de Nederlandse herfst voor de Californische zomer van de liefde. Being Dead propt 16 heerlijke songs in nog geen veertig minuten en hierna wil je alleen maar meer. Veel meer! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Being Dead - EELS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Being Dead - EELS
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Being Dead was een van de leukere verrassingen van 2023, maar op haar tweede album EELS laat de band uit Texas horen dat het in alle opzichten nog veel beter kan
When Horses Would Run van Being Dead was vorig jaar misschien niet over de hele linie raak, maar er stonden een ruime handvol geweldige songs op het debuutalbum van de Amerikaanse band. Op het album nam Being Dead je vooral mee terug naar de late jaren 60, al waagde geen enkele band zich destijds aan de bijzondere mix van invloeden in de muziek van Being Dead. De mix van onder andere psychedelica en garagerock keert terug op het deze week verschenen EELS, waarop Being Dead haar geluid heeft geperfectioneerd. Dat deed de band niet alleen, want niemand minder dan John Congleton produceerde het album. Het levert een album op waar je alleen maar heel vrolijk van kunt worden.
De Amerikaanse band Being Dead debuteerde vorig jaar zomer zeer verdienstelijk met het hopeloos verslavende When Horses Would Run. De band uit Austin, Texas, vermengde op haar debuutalbum op inventieve maar ook zeer aanstekelijke wijze invloeden uit met name de 60s psychedelica, girlpop, surfrock en garagerock.
When Horses Would Run leek direct afkomstig uit de Summer of Love en combineerde een lekker gruizig gitaargeluid met onweerstaanbaar lekkere koortjes met een hoog The Mamas & The Papas of The Beach Boys gehalte. De songs van de Texaanse band waren soms wat aan de melige kant en rammelden af en toe misschien ook net wat te veel, maar When Horses Would Run bevatte ook een respectabel aantal 24-karaats popsongs met af en toe fascinerende wendingen.
Het leverde een van de meest charmante debuutalbums van 2023 op, maar je vroeg je stiekem ook af hoe goed Being Dead zou zijn met net wat meer focus, wat minder meligheid en een producer van naam en faam. Het is een vraag die deze week wordt beantwoord met de release van het tweede album van Being Dead.
Op EELS rammelt de muziek van Being Dead wat minder, is de meligheid die op het debuutalbum af en toe de kop op stak verdwenen en lijkt de band zich volledig bewust van de eigen kwaliteiten. Ook de producer van naam en faam kwam er, want EELS is geproduceerd door niemand minder dan John Congleton, een van de meest succesvolle producers van het afgelopen decennium en de man achter topalbums van onder andere Sleater-Kinney, Black Pumas, Regina Spektor, Angel Olsen, St. Vincent en vele anderen.
Topproducer John Congleton heeft de scherpe randjes van het geluid van het debuutalbum van Being Dead verwijderd, maar heeft alle charme van het geluid van de Amerikaanse band behouden. Ook EELS bevat vooral invloeden uit de 60s psychedelica, girlpop, surfrock en garagerock en staat vol met onweerstaanbaar lekkere songs, die er stiekem ook nog wat andere invloeden bij slepen.
Het zijn songs die klinken of The Mamas & The Papas zijn gevallen voor lekker gruizige garagerock, maar hun gevoel voor aanstekelijke popsongs niet zijn vergeten. EELS ligt in muzikaal opzicht in het directe verlengde van het debuutalbum van Being Dead, maar de band doet echt alles beter.
De muziek op EELS klinkt nog steeds lekker ruw, maar John Congleton heeft er voor gezorgd dat het nergens uit de bocht vliegt. Ook de zang klinkt beter dan op het debuutalbum en met name de koortjes zijn hemeltergend mooi. Het debuutalbum van de band bevatte zoals gezegd al een aantal 24-karaats popsongs, maar op EELS zijn deze popsongs de norm.
Alles klinkt geweldig, maar er zit ook heel veel vaart en energie en zeker ook plezier in de songs op het tweede album van Being Dead. EELS is ook nog eens een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum. Being Dead durft op haar tweede album ook gas terug te nemen en te experimenteren met ingrediënten uit het heden, wat verrassend goed uitpakt. Het grootste deel van de tijd is het echter 1967 op EELS en verruil je de Nederlandse herfst voor de Californische zomer van de liefde. Being Dead propt 16 heerlijke songs in nog geen veertig minuten en hierna wil je alleen maar meer. Veel meer! Erwin Zijleman
Being Dead - When Horses Would Run (2023)

4,0
1
geplaatst: 21 juli 2023, 12:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Being Dead - When Horses Would Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Being Dead - When Horses Would Run
Met een mix van 60s psychedelica, surfrock en garagerock en een handvol invloeden van latere datum schudt de Texaanse band Being Dead een heerlijke of zelfs compleet onweerstaanbare muzikale cocktail bij elkaar
Beluistering van When Horses Would Run van de Amerikaanse band Being Dead begint met een voorzichtige glimlach, maar deze wordt al snel breder en breder. De band uit Austin, Texas, vindt een deel van haar inspiratie in de ‘summer of love’, maar blijft zeker niet steken in het Californië van 1967. De muziek van de band klinkt vaak ruw en lo-fi, maar dit wordt weer gecompenseerd door onweerstaanbare koortjes met een hoog The Mamas & The Papas gehalte. Soms lijkt Being Dead maar wat te doen, maar het volgende moment verrast de band met 24-karaat popliedjes. Je moet wat hebben met dit soort rammelpop, maar als je dat hebt is When Horses Would Run een enorme traktatie.
Laat When Horses Would Run, het tweede album van de Amerikaanse band Being Dead, door de speakers komen en een tijdcapsule slingert je zo het Californië van de late jaren 60 in. The Great American Picnic, de openingstrack van het album, klinkt als The Mamas & The Papas, die de bloemen uit hun haren hebben gehaald en zijn gezwicht voor garagerock en surfrock. Being Dead klinkt in de openingstrack van haar nieuwe album ook nog heerlijk psychedelisch en dat blijft zo wanneer de band uit Austin, Texas, vertrouwt op onweerstaanbare koortjes, waarin mannen en vrouwenstemmen prachtig samenvloeien, zoals bij The Mamas & The Papas in hun beste dagen.
Being Dead blijft echter zeker niet hangen in de ‘summer of love’, want in het fascinerende Muriel’s Big Day Off heeft de zang buiten de koortjes opeens een punky attitude. Hier laat Being Dead niet bij, want de track heeft ook nog een opvallend jazzy intermezzo. De Texaanse band springt wel vaker van de hak op de tak, wat zo nu en dan onnavolgbare songs oplevert. Het zijn songs die je af en toe doen afvragen hoe serieus de muziek van Being Dead precies is, zeker wanneer de krankzinnigheid alle ruimte krijgt in de muziek van de Amerikaanse band.
Zo slaat de meligheid wel erg toe in de track We Are Being Dead, waarin de band zichzelf voorstelt met de repeterende woorden “We Are Being Dead, We Are Having A Good Time, We Hope You Have A Good Time Too", hierbij wat losjes rommelend op de instrumenten. In de meeste tracks maakt de band gelukkig serieuzere muziek, al kan iedere track omslaan in gekte.
When Horses Would Run was bij mij direct goed voor een glimlach, want hoeveel bands durven zoveel kanten op het schieten als Being Dead en hierbij zo schaamteloos terug te grijpen uit de muziek die in de tweede helft van de jaren 60 zoveel mensen naar Californië trok en bovendien zo nadrukkelijk te doen waar de band zelf zin in heeft. Het tweede album van de band uit Austin was vrij snel na die glimlach goed voor veel meer, want de songs van de band zijn niet alleen grappig maar ook verslavend lekker.
Laat When Horses Would Run uit de speakers komen en je wordt niet alleen het San Francisco van 1967 ingesleept, maar je komt bovendien terecht in een zonnige en zorgeloze wereld. Being Dead maakt muziek met een flink lo-fi en DIY gehalte, maar ondertussen klopt er ook van alles op When Horses Would Run. In 35 minuten jaagt Being Dead er dertien songs doorheen en ze zijn bijna allemaal even aanstekelijk.
Ook in muzikaal opzicht valt er veel moois te horen op het album, want het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en akelig trefzeker. In vocaal opzicht verrichten vooral de al eerder genoemde koortjes wonderen, maar ook de leadzang is dik in orde. En als alles nog net wat meer mag rammelen maakt Being Dead indruk met een flinke dosis ruwe energie.
Ik was een week of twee geleden onder de indruk van de ruwe energie en het muzikale plezier van de Amerikaanse band Sweeping Promises, maar de geluidskwaliteit van dat album was zo slecht dat ik er niet naar kon luisteren en het album met pijn in het hart terzijde moest schuiven. When Horses Would Run van Being Dead klinkt gelukkig een stuk beter en komt hier steeds vaker door de speakers. Het is knap hoe de band steeds weer een andere draai weet te geven aan haar songs en keer op keer bijzondere klanken toevoegt aan haar geluid, dat eigenlijk alleen maar beter wordt. Heerlijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Being Dead - When Horses Would Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Being Dead - When Horses Would Run
Met een mix van 60s psychedelica, surfrock en garagerock en een handvol invloeden van latere datum schudt de Texaanse band Being Dead een heerlijke of zelfs compleet onweerstaanbare muzikale cocktail bij elkaar
Beluistering van When Horses Would Run van de Amerikaanse band Being Dead begint met een voorzichtige glimlach, maar deze wordt al snel breder en breder. De band uit Austin, Texas, vindt een deel van haar inspiratie in de ‘summer of love’, maar blijft zeker niet steken in het Californië van 1967. De muziek van de band klinkt vaak ruw en lo-fi, maar dit wordt weer gecompenseerd door onweerstaanbare koortjes met een hoog The Mamas & The Papas gehalte. Soms lijkt Being Dead maar wat te doen, maar het volgende moment verrast de band met 24-karaat popliedjes. Je moet wat hebben met dit soort rammelpop, maar als je dat hebt is When Horses Would Run een enorme traktatie.
Laat When Horses Would Run, het tweede album van de Amerikaanse band Being Dead, door de speakers komen en een tijdcapsule slingert je zo het Californië van de late jaren 60 in. The Great American Picnic, de openingstrack van het album, klinkt als The Mamas & The Papas, die de bloemen uit hun haren hebben gehaald en zijn gezwicht voor garagerock en surfrock. Being Dead klinkt in de openingstrack van haar nieuwe album ook nog heerlijk psychedelisch en dat blijft zo wanneer de band uit Austin, Texas, vertrouwt op onweerstaanbare koortjes, waarin mannen en vrouwenstemmen prachtig samenvloeien, zoals bij The Mamas & The Papas in hun beste dagen.
Being Dead blijft echter zeker niet hangen in de ‘summer of love’, want in het fascinerende Muriel’s Big Day Off heeft de zang buiten de koortjes opeens een punky attitude. Hier laat Being Dead niet bij, want de track heeft ook nog een opvallend jazzy intermezzo. De Texaanse band springt wel vaker van de hak op de tak, wat zo nu en dan onnavolgbare songs oplevert. Het zijn songs die je af en toe doen afvragen hoe serieus de muziek van Being Dead precies is, zeker wanneer de krankzinnigheid alle ruimte krijgt in de muziek van de Amerikaanse band.
Zo slaat de meligheid wel erg toe in de track We Are Being Dead, waarin de band zichzelf voorstelt met de repeterende woorden “We Are Being Dead, We Are Having A Good Time, We Hope You Have A Good Time Too", hierbij wat losjes rommelend op de instrumenten. In de meeste tracks maakt de band gelukkig serieuzere muziek, al kan iedere track omslaan in gekte.
When Horses Would Run was bij mij direct goed voor een glimlach, want hoeveel bands durven zoveel kanten op het schieten als Being Dead en hierbij zo schaamteloos terug te grijpen uit de muziek die in de tweede helft van de jaren 60 zoveel mensen naar Californië trok en bovendien zo nadrukkelijk te doen waar de band zelf zin in heeft. Het tweede album van de band uit Austin was vrij snel na die glimlach goed voor veel meer, want de songs van de band zijn niet alleen grappig maar ook verslavend lekker.
Laat When Horses Would Run uit de speakers komen en je wordt niet alleen het San Francisco van 1967 ingesleept, maar je komt bovendien terecht in een zonnige en zorgeloze wereld. Being Dead maakt muziek met een flink lo-fi en DIY gehalte, maar ondertussen klopt er ook van alles op When Horses Would Run. In 35 minuten jaagt Being Dead er dertien songs doorheen en ze zijn bijna allemaal even aanstekelijk.
Ook in muzikaal opzicht valt er veel moois te horen op het album, want het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en akelig trefzeker. In vocaal opzicht verrichten vooral de al eerder genoemde koortjes wonderen, maar ook de leadzang is dik in orde. En als alles nog net wat meer mag rammelen maakt Being Dead indruk met een flinke dosis ruwe energie.
Ik was een week of twee geleden onder de indruk van de ruwe energie en het muzikale plezier van de Amerikaanse band Sweeping Promises, maar de geluidskwaliteit van dat album was zo slecht dat ik er niet naar kon luisteren en het album met pijn in het hart terzijde moest schuiven. When Horses Would Run van Being Dead klinkt gelukkig een stuk beter en komt hier steeds vaker door de speakers. Het is knap hoe de band steeds weer een andere draai weet te geven aan haar songs en keer op keer bijzondere klanken toevoegt aan haar geluid, dat eigenlijk alleen maar beter wordt. Heerlijk album. Erwin Zijleman
Bella White - Among Other Things (2023)

4,0
1
geplaatst: 23 april 2023, 11:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bella White - Among Other Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bella White - Among Other Things
De Canadese muzikante Bella White schaart zich met haar tweede album Among Other Things in één klap onder de grote talenten en onder de beste zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment
Ik vond het debuut van de Canadese muzikante Bella White bij recenter beluistering een stuk beter dan bij de release bijna drie jaar geleden, maar haar deze week verschenen tweede album Among Other Things is nog een stuk beter. Dat Bella White een aantal topmuzikanten en de geweldige producer Jonathan Wilson heeft weten te strikken heeft zeker geholpen, maar de pas 22 jaar oude Canadese muzikante maakt zelf de meeste indruk. Dat doet ze met aansprekende songs, die zich niet in één hokje laten duwen, maar dat doet ze vooral met haar geweldige stem, die ouder klinkt dan de 22 jaar die Bella White oud is. Het levert een indrukwekkend album op dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan.
In de herfst van 2020 verscheen Just Like Leaving, het debuutalbum van de Canadese muzikante Bella White. Zeker bij eerste beluisteringen vond ik het album, dat vooral putte uit de archieven van de bluegrass en de Appalachen folk, net wat te traditioneel klinken, waardoor ik het album liet liggen. Toen ik het album er deze week weer eens bij pakte was ik echter toch wel onder de indruk van het album en vooral van de mooie en karakteristieke stem van Bella White. Het feit dat de Canadese muzikante pas 19 jaar oud was toen ze haar debuutalbum maakte, gaf Just Like Leaving nog wat meer glans.
Ik zocht het debuutalbum van Bella White op vanwege het verschijnen van haar tweede album, Among Other Things. Het is een album dat wat anders klinkt dan haar debuutalbum. Ook Among Other Things is een bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkend album, maar invloeden uit de Appalachen folk en de bluegrass hebben wat aan terrein verloren, terwijl invloeden uit de folk en de country een belangrijkere rol spelen. Hier blijft het zeker niet bij, want het tweede album van Bella White biedt ruimte aan uiteenlopende invloeden.
Ik vind Among Other Things in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het debuutalbum van Bella White. Het is deels de verdienste van de muzikanten die op het album zijn te horen, onder wie Big Thief gitarist Buck Meek, die tekent voor fraai akoestisch en elektrisch gitaarspel, Hammond orgel virtuoos Drew Erickson en violist Patrick M'gonigle. Ook topproducer Jonathan Wilson nam een aantal instrumenten voor zijn rekening, maar hij zorgde er vooral voor dat Among Other Things echt geweldig klinkt.
De instrumentatie op het tweede album van Bella White is niet alleen heel smaakvol, maar staat op fraaie wijze in dienst van haar stem. De jonge Canadese muzikante maakte op haar debuutalbum al heel veel indruk met haar stem, maar op Among Other Things klinkt haar stem nog wat indrukwekkender. Voor een muzikante van pas 22 jaar zingt Bella White met heel veel gevoel en doorleving, maar ze beschikt ook over een stem, die mede dankzij de fraaie snik, gemaakt is voor de vaak door country beïnvloede muziek die ze maakt op haar tweede album.
Bij beluistering van het debuutalbum van Bella White werd ik kennelijk niet direct gegrepen door de stem van de Canadese muzikante, maar Among Other Things was onmiddellijk goed voor kippenvel en hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik onder de indruk ben van de zang van Bella White, die de songs op haar nieuwe album flink optilt.
Gezien de muzikanten die kwam opdraven voor het album en het kunnen strikken van topproducer Jonathan Wilson, heeft de platenmaatschappij van Bella White veel vertrouwen in de muzikale toekomst van de Canadese muzikante en gelijk hebben ze. Bella White laat op haar tweede album horen dat ze beschikt over een van de mooiere stemmen in het genre en laat bovendien horen dat de muzikale koerswijziging op het album goed heeft uitgepakt.
Ook de songs op het tweede album zijn overigens beter en aansprekender dan die op zijn voorganger, waardoor het absoluut opportuun is om Bella White uit te roepen tot een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, al vind ik persoonlijk dat ze de belofte met het ijzersterke Among Other Things al lang voorbij is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bella White - Among Other Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bella White - Among Other Things
De Canadese muzikante Bella White schaart zich met haar tweede album Among Other Things in één klap onder de grote talenten en onder de beste zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment
Ik vond het debuut van de Canadese muzikante Bella White bij recenter beluistering een stuk beter dan bij de release bijna drie jaar geleden, maar haar deze week verschenen tweede album Among Other Things is nog een stuk beter. Dat Bella White een aantal topmuzikanten en de geweldige producer Jonathan Wilson heeft weten te strikken heeft zeker geholpen, maar de pas 22 jaar oude Canadese muzikante maakt zelf de meeste indruk. Dat doet ze met aansprekende songs, die zich niet in één hokje laten duwen, maar dat doet ze vooral met haar geweldige stem, die ouder klinkt dan de 22 jaar die Bella White oud is. Het levert een indrukwekkend album op dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan.
In de herfst van 2020 verscheen Just Like Leaving, het debuutalbum van de Canadese muzikante Bella White. Zeker bij eerste beluisteringen vond ik het album, dat vooral putte uit de archieven van de bluegrass en de Appalachen folk, net wat te traditioneel klinken, waardoor ik het album liet liggen. Toen ik het album er deze week weer eens bij pakte was ik echter toch wel onder de indruk van het album en vooral van de mooie en karakteristieke stem van Bella White. Het feit dat de Canadese muzikante pas 19 jaar oud was toen ze haar debuutalbum maakte, gaf Just Like Leaving nog wat meer glans.
Ik zocht het debuutalbum van Bella White op vanwege het verschijnen van haar tweede album, Among Other Things. Het is een album dat wat anders klinkt dan haar debuutalbum. Ook Among Other Things is een bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkend album, maar invloeden uit de Appalachen folk en de bluegrass hebben wat aan terrein verloren, terwijl invloeden uit de folk en de country een belangrijkere rol spelen. Hier blijft het zeker niet bij, want het tweede album van Bella White biedt ruimte aan uiteenlopende invloeden.
Ik vind Among Other Things in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het debuutalbum van Bella White. Het is deels de verdienste van de muzikanten die op het album zijn te horen, onder wie Big Thief gitarist Buck Meek, die tekent voor fraai akoestisch en elektrisch gitaarspel, Hammond orgel virtuoos Drew Erickson en violist Patrick M'gonigle. Ook topproducer Jonathan Wilson nam een aantal instrumenten voor zijn rekening, maar hij zorgde er vooral voor dat Among Other Things echt geweldig klinkt.
De instrumentatie op het tweede album van Bella White is niet alleen heel smaakvol, maar staat op fraaie wijze in dienst van haar stem. De jonge Canadese muzikante maakte op haar debuutalbum al heel veel indruk met haar stem, maar op Among Other Things klinkt haar stem nog wat indrukwekkender. Voor een muzikante van pas 22 jaar zingt Bella White met heel veel gevoel en doorleving, maar ze beschikt ook over een stem, die mede dankzij de fraaie snik, gemaakt is voor de vaak door country beïnvloede muziek die ze maakt op haar tweede album.
Bij beluistering van het debuutalbum van Bella White werd ik kennelijk niet direct gegrepen door de stem van de Canadese muzikante, maar Among Other Things was onmiddellijk goed voor kippenvel en hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik onder de indruk ben van de zang van Bella White, die de songs op haar nieuwe album flink optilt.
Gezien de muzikanten die kwam opdraven voor het album en het kunnen strikken van topproducer Jonathan Wilson, heeft de platenmaatschappij van Bella White veel vertrouwen in de muzikale toekomst van de Canadese muzikante en gelijk hebben ze. Bella White laat op haar tweede album horen dat ze beschikt over een van de mooiere stemmen in het genre en laat bovendien horen dat de muzikale koerswijziging op het album goed heeft uitgepakt.
Ook de songs op het tweede album zijn overigens beter en aansprekender dan die op zijn voorganger, waardoor het absoluut opportuun is om Bella White uit te roepen tot een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, al vind ik persoonlijk dat ze de belofte met het ijzersterke Among Other Things al lang voorbij is. Erwin Zijleman
Belle and Sebastian - A Bit of Previous (2022)

4,0
0
geplaatst: 11 mei 2022, 12:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - A Bit Of Previous - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Belle And Sebastian - A Bit Of Previous
Belle And Sebastian keert terug met een nieuw album dat misschien niet zo goed is als de vroege albums van de band, maar dat weer buitengewoon knap in elkaar steekt en zeer aangenaam vermaakt
De Schotse band Belle And Sebastian koppelt al ruim 25 jaar lang muziek vol zonnestralen met teksten waarin ook de melancholie niet ontbreekt, wat songs oplevert die kunnen worden gekarakteriseerd als bitterzoet. Het deze week verschenen A Bit Of Previous vat samen wat Belle And Sebastian de afgelopen vijfentwintig jaar heeft gedaan, maar doet dit niet met verzameld werk, maar met een serie gloednieuwe songs. Het zijn songs die makkelijk heen en weer springen tussen genres, maar die altijd opvallen door zeer smaakvolle arrangementen en door songs die complexer in elkaar zitten dan het lijkt. A Bit Of Previous is niet het beste album van de Schotse band, maar wel ruim drie kwartier genieten.
In de lijst met studioalbums van de Schotse band Belle And Sebastian is het deze week uitgebrachte A Bit Of Previous de opvolger van het inmiddels al ruim zeven jaar oude Girls In Peacetime Want To Dance. Daar valt wel wat op af te dingen, want in 2019 was er de wat mij betreft niet bijster interessante filmsoundtrack Days Of The Bagnold Summer. Wel interessant waren de drie EP’s die in 2017 en 2018 onder de naam How To Solve Our Human Problems werden uitgebracht. Deze EP’s waren samen goed voor bijna zeventig minuten muziek en kunnen wat mij betreft dus ook prima worden gezien als een volwaardig album.
Ook over het live album What To Look For In Summer uit 2020 was ik overigens best te spreken, maar dit terzijde. Van het studiowerk bevielen zowel Girls In Peacetime Want To Dance als How To Solve Our Human Problems me uitstekend, al missen de laatste paar albums van Belle And Sebastian wel wat de urgentie van prachtalbums als Tigermilk en If You're Feeling Sinister uit 1996, The Boy With The Arab Strap uit 1998 en Dear Catastrophe Waitress uit 2003.
Die urgentie mis ik ook weer wat op A Bit Of Previous, maar ook het nieuwe album van de Schotse band klinkt weer bijzonder aangenaam. De muziek van Belle And Sebastian klinkt ondanks de vaak bitterzoete teksten van de band over het algemeen zonnig en dat geldt ook weer voor de songs op A Bit Of Previous. De twaalf songs op het nieuwe album doen verlangen naar een warme en zorgeloze zomer en dragen alvast een geschikte soundtrack aan voor de zomerse dagen die komen gaan.
De popsongs van de band uit Glasgow klinken ook op A Bit Of Previous weer zwoel en lichtvoetig, maar de songs van Belle And Sebastian zitten altijd knapper in elkaar dan je bij vluchtige beluistering kunt vermoeden. Ook op haar nieuwe album heeft de Schotse band weer veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de arrangementen. Alles klinkt even verzorgd, maar het geluid van Belle And Sebastian is ook heerlijk veelzijdig en kan even goed overweg met akoestische instrumenten en fraaie blazers als met flink wat elektronica.
Niet alleen de instrumentatie op A Bit Of Previous is zeer divers. De Schotse band schakelt ook dit keer makkelijk tussen stijlen en overtuigt niet alleen met smaakvol gearrangeerde chamber pop, maar ook met verrassend soulvolle, jazzy of funky tracks, met aangename indiepop of met naar electropop neigende songs.
De stem van voorman Stuart Murdoch klinkt zoals gewoonlijk bijzonder aangenaam, maar voor de afwisseling is het goed dat hij de vocalen hier en daar aan een van de andere bandleden over laat, al vind ik de stem van Sarah Martin niet zo onweerstaanbaar als die van voormalig Belle And Sebastian zangeres Isobel Campbell.
A Bit Of Previous is een gloednieuw album, maar klinkt op een of andere manier ook als een verzamelalbum dat de hele carrière van de band omvat en stiekem ook nog wat nieuwe stappen zet. Ik mis zoals gezegd de wat de urgentie en ook de magie en verleiding van de eerste albums van de band uit Glasgow, maar in muzikaal opzicht valt er echt meer dan genoeg te genieten op A Bit Of Previous, dat ook nog eens onmiddellijk de zomer in huis haalt. Alle reden dus om blij te zijn met dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - A Bit Of Previous - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Belle And Sebastian - A Bit Of Previous
Belle And Sebastian keert terug met een nieuw album dat misschien niet zo goed is als de vroege albums van de band, maar dat weer buitengewoon knap in elkaar steekt en zeer aangenaam vermaakt
De Schotse band Belle And Sebastian koppelt al ruim 25 jaar lang muziek vol zonnestralen met teksten waarin ook de melancholie niet ontbreekt, wat songs oplevert die kunnen worden gekarakteriseerd als bitterzoet. Het deze week verschenen A Bit Of Previous vat samen wat Belle And Sebastian de afgelopen vijfentwintig jaar heeft gedaan, maar doet dit niet met verzameld werk, maar met een serie gloednieuwe songs. Het zijn songs die makkelijk heen en weer springen tussen genres, maar die altijd opvallen door zeer smaakvolle arrangementen en door songs die complexer in elkaar zitten dan het lijkt. A Bit Of Previous is niet het beste album van de Schotse band, maar wel ruim drie kwartier genieten.
In de lijst met studioalbums van de Schotse band Belle And Sebastian is het deze week uitgebrachte A Bit Of Previous de opvolger van het inmiddels al ruim zeven jaar oude Girls In Peacetime Want To Dance. Daar valt wel wat op af te dingen, want in 2019 was er de wat mij betreft niet bijster interessante filmsoundtrack Days Of The Bagnold Summer. Wel interessant waren de drie EP’s die in 2017 en 2018 onder de naam How To Solve Our Human Problems werden uitgebracht. Deze EP’s waren samen goed voor bijna zeventig minuten muziek en kunnen wat mij betreft dus ook prima worden gezien als een volwaardig album.
Ook over het live album What To Look For In Summer uit 2020 was ik overigens best te spreken, maar dit terzijde. Van het studiowerk bevielen zowel Girls In Peacetime Want To Dance als How To Solve Our Human Problems me uitstekend, al missen de laatste paar albums van Belle And Sebastian wel wat de urgentie van prachtalbums als Tigermilk en If You're Feeling Sinister uit 1996, The Boy With The Arab Strap uit 1998 en Dear Catastrophe Waitress uit 2003.
Die urgentie mis ik ook weer wat op A Bit Of Previous, maar ook het nieuwe album van de Schotse band klinkt weer bijzonder aangenaam. De muziek van Belle And Sebastian klinkt ondanks de vaak bitterzoete teksten van de band over het algemeen zonnig en dat geldt ook weer voor de songs op A Bit Of Previous. De twaalf songs op het nieuwe album doen verlangen naar een warme en zorgeloze zomer en dragen alvast een geschikte soundtrack aan voor de zomerse dagen die komen gaan.
De popsongs van de band uit Glasgow klinken ook op A Bit Of Previous weer zwoel en lichtvoetig, maar de songs van Belle And Sebastian zitten altijd knapper in elkaar dan je bij vluchtige beluistering kunt vermoeden. Ook op haar nieuwe album heeft de Schotse band weer veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de arrangementen. Alles klinkt even verzorgd, maar het geluid van Belle And Sebastian is ook heerlijk veelzijdig en kan even goed overweg met akoestische instrumenten en fraaie blazers als met flink wat elektronica.
Niet alleen de instrumentatie op A Bit Of Previous is zeer divers. De Schotse band schakelt ook dit keer makkelijk tussen stijlen en overtuigt niet alleen met smaakvol gearrangeerde chamber pop, maar ook met verrassend soulvolle, jazzy of funky tracks, met aangename indiepop of met naar electropop neigende songs.
De stem van voorman Stuart Murdoch klinkt zoals gewoonlijk bijzonder aangenaam, maar voor de afwisseling is het goed dat hij de vocalen hier en daar aan een van de andere bandleden over laat, al vind ik de stem van Sarah Martin niet zo onweerstaanbaar als die van voormalig Belle And Sebastian zangeres Isobel Campbell.
A Bit Of Previous is een gloednieuw album, maar klinkt op een of andere manier ook als een verzamelalbum dat de hele carrière van de band omvat en stiekem ook nog wat nieuwe stappen zet. Ik mis zoals gezegd de wat de urgentie en ook de magie en verleiding van de eerste albums van de band uit Glasgow, maar in muzikaal opzicht valt er echt meer dan genoeg te genieten op A Bit Of Previous, dat ook nog eens onmiddellijk de zomer in huis haalt. Alle reden dus om blij te zijn met dit album. Erwin Zijleman
Belle and Sebastian - Girls in Peacetime Want to Dance (2015)

3,5
0
geplaatst: 19 januari 2015, 12:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - Girls In Peacetime Want To Dance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt niet te ontkennen dat het uit Glasgow afkomstige Belle And Sebastian al een tijdje over haar hoogtepunt heen is. Waar de band in de tweede helft van de jaren 90 de meesterwerken (Tigermilk, If You're Feeling Sinister, The Boy With The Arab Strap) uit de mouw leek te schudden, is het werk van de Schotten het afgelopen decennium vrij wisselvallig.
Dat betekent natuurlijk niet dat de band niet meer in staat is om prachtplaten af te leveren, wat onder andere werd aangetoond met Dear Catastrophe Waitress (2003) en The Life Pursuit (2010); platen die niet heel veel onderdoen voor het beste werk van de band.
Of Girls In Peacetime Want To Dance ook in de buurt komt van de betere platen van Belle & Sebastian durf ik nog niet te zeggen, want ik heb inmiddels een week of wat een ware haat-liefde verhouding met deze plaat.
Wanneer ik helder probeer te krijgen wat ik vroeger zo goed vond aan het werk van Belle And Sebastian, kom ik uiteindelijk uit op de overvolle maar ook rammelende instrumentatie, op de honingzoete vrouwenstemmen en op het bitterzoete karakter van de muziek van de band uit Glasgow. Het zijn ingrediënten die op Girls In Peacetime Want To Dance genoegen moeten nemen met een redelijk bescheiden rol.
De plaat opent met twee nogal zoete popliedjes met een vleugje soul en een snufje 70s, maar ook een flinke dosis vertrouwd Belle And Sebastian geluid. Het zijn popliedjes die niet direct opzien baren, maar ze klinken absoluut aangenaam. Dat geldt ook voor de eerste track op de plaat waarin Belle And Sebastian opschuift richting 80s Eurodisco; niet mijn genre, al klinkt het best lekker. In alle tracks zijn flarden te horen van de instrumentatie waarmee Belle & Sebastian ooit opzien baarde, maar de betovering van weleer is toch wel wat weg. Hetzelfde geldt voor de vrouwenstemmen die de eerste paar tracks volledig ontbreken en zeker ook voor de specifieke, noem het maar bitterzoete, sfeer van de muziek van de Schotten.
De vrouwenstemmen keren terug in de vierde track, maar spelen uiteindelijk een zeer bescheiden rol op de plaat. Het is op zich geen ramp, want voorman Stuart Murdoch is in vocaal opzicht in goede vorm en schrijft nog altijd songs die balanceren op het snijvlak van kunst en kitsch.
Het is dit keer af en toe op het randje, want hier en daar klinkt het toch net wat te zoet en gelikt en mis ik het eigenzinnige en de wat donkerdere ondertoon van weleer. Een paar keer gaat het ook echt mis met aalgladde en pompeuze passages, maar gelukkig herstelt de band zich snel.
Het bovenstaande suggereert wellicht dat ik niet veel heb met de nieuwe plaat van Belle And Sebastian, maar ik heb zoals gezegd een haat-liefde verhouding met deze plaat. Rationeel bekeken mis ik van alles en nog wat op de nieuwe plaat van de Schotten, maar aan de andere kant doet de plaat me wat en ben ik er inmiddels ook verknocht aan geraakt.
Belle And Sebastian maakt nog altijd muziek die simpel lijkt, maar vaak behoorlijk complex is, waardoor je steeds weer nieuwe dingen hoort. Verder is een aantal tracks op de plaat behoorlijk aanstekelijk en valt er stiekem toch wel flink wat te genieten wanneer de band uitpakt met 80s Eurodisco en synthpop. Natuurlijk mis ik het volle instrumentarium van weleer, maar ook in een voor een belangrijk deel elektronisch klankentapijt blijken de songs van Belle & Sebastian uitstekend te gedijen.
Girls In Peacetime Want To Dance is een plaat die ik nog niet goed op de juiste waarde kan schatten, maar zolang ik er vrolijk van word en ik een aantal keren onder de indruk ben, krijgt de nieuwe van Belle And Sebastian van mij het voordeel van de twijfel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - Girls In Peacetime Want To Dance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt niet te ontkennen dat het uit Glasgow afkomstige Belle And Sebastian al een tijdje over haar hoogtepunt heen is. Waar de band in de tweede helft van de jaren 90 de meesterwerken (Tigermilk, If You're Feeling Sinister, The Boy With The Arab Strap) uit de mouw leek te schudden, is het werk van de Schotten het afgelopen decennium vrij wisselvallig.
Dat betekent natuurlijk niet dat de band niet meer in staat is om prachtplaten af te leveren, wat onder andere werd aangetoond met Dear Catastrophe Waitress (2003) en The Life Pursuit (2010); platen die niet heel veel onderdoen voor het beste werk van de band.
Of Girls In Peacetime Want To Dance ook in de buurt komt van de betere platen van Belle & Sebastian durf ik nog niet te zeggen, want ik heb inmiddels een week of wat een ware haat-liefde verhouding met deze plaat.
Wanneer ik helder probeer te krijgen wat ik vroeger zo goed vond aan het werk van Belle And Sebastian, kom ik uiteindelijk uit op de overvolle maar ook rammelende instrumentatie, op de honingzoete vrouwenstemmen en op het bitterzoete karakter van de muziek van de band uit Glasgow. Het zijn ingrediënten die op Girls In Peacetime Want To Dance genoegen moeten nemen met een redelijk bescheiden rol.
De plaat opent met twee nogal zoete popliedjes met een vleugje soul en een snufje 70s, maar ook een flinke dosis vertrouwd Belle And Sebastian geluid. Het zijn popliedjes die niet direct opzien baren, maar ze klinken absoluut aangenaam. Dat geldt ook voor de eerste track op de plaat waarin Belle And Sebastian opschuift richting 80s Eurodisco; niet mijn genre, al klinkt het best lekker. In alle tracks zijn flarden te horen van de instrumentatie waarmee Belle & Sebastian ooit opzien baarde, maar de betovering van weleer is toch wel wat weg. Hetzelfde geldt voor de vrouwenstemmen die de eerste paar tracks volledig ontbreken en zeker ook voor de specifieke, noem het maar bitterzoete, sfeer van de muziek van de Schotten.
De vrouwenstemmen keren terug in de vierde track, maar spelen uiteindelijk een zeer bescheiden rol op de plaat. Het is op zich geen ramp, want voorman Stuart Murdoch is in vocaal opzicht in goede vorm en schrijft nog altijd songs die balanceren op het snijvlak van kunst en kitsch.
Het is dit keer af en toe op het randje, want hier en daar klinkt het toch net wat te zoet en gelikt en mis ik het eigenzinnige en de wat donkerdere ondertoon van weleer. Een paar keer gaat het ook echt mis met aalgladde en pompeuze passages, maar gelukkig herstelt de band zich snel.
Het bovenstaande suggereert wellicht dat ik niet veel heb met de nieuwe plaat van Belle And Sebastian, maar ik heb zoals gezegd een haat-liefde verhouding met deze plaat. Rationeel bekeken mis ik van alles en nog wat op de nieuwe plaat van de Schotten, maar aan de andere kant doet de plaat me wat en ben ik er inmiddels ook verknocht aan geraakt.
Belle And Sebastian maakt nog altijd muziek die simpel lijkt, maar vaak behoorlijk complex is, waardoor je steeds weer nieuwe dingen hoort. Verder is een aantal tracks op de plaat behoorlijk aanstekelijk en valt er stiekem toch wel flink wat te genieten wanneer de band uitpakt met 80s Eurodisco en synthpop. Natuurlijk mis ik het volle instrumentarium van weleer, maar ook in een voor een belangrijk deel elektronisch klankentapijt blijken de songs van Belle & Sebastian uitstekend te gedijen.
Girls In Peacetime Want To Dance is een plaat die ik nog niet goed op de juiste waarde kan schatten, maar zolang ik er vrolijk van word en ik een aantal keren onder de indruk ben, krijgt de nieuwe van Belle And Sebastian van mij het voordeel van de twijfel. Erwin Zijleman
Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 3] (2018)

4,0
1
geplaatst: 17 februari 2018, 10:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Belle and Sebastian - How To Solve Our Human Problems (Parts I, II and III) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Belle and Sebastian bracht in december een EP uit met vijf nieuwe songs, How To Solve Our Human Problems, Part 1.
In januari volgde een tweede deel met vijf nieuwe songs en inmiddels is ook het derde deel van How To Solve Our Human Problems verschenen en ligt er feitelijk een nieuw album met 15 songs en bijna 70 minuten nieuwe muziek van de Schotse band.
How To Solve Our Human Problems is hiermee de opvolger van Girls In Peacetime Want To Dance uit 2015, waarmee Belle and Sebastian sterk terugkeerde na een aantal magere jaren.
Het eerste deel van How To Solve Our Human Problems opent honingzoet met aanstekelijke klanken en een vleugje of zelfs een behoorlijke vleug disco. Het is bijna over the top, maar zoals zo vaak blijft Belle and Sebastian aan de goede kant van de streep. Op de 14 tracks die volgen laat de band uit Glasgow horen dat het echt alle kanten op kan.
Belle and Sebastian grossiert uiteraard in rijk georkestreerde indie-pop zoals alleen de Schotse band die kan maken, maar experimenteert ook met complexe ritmes met invloeden uit de dubstep, met intieme fluisterpop met een hoofdrol voor de prachtige stem van Sarah Martin, met uitbundige 80s pop of juist de interessante 80s pop van bands als Prefab Sprout en Aztec Camera, met perfecte kauwgomballenpop met invloeden van ABBA of met warmbloedige blue-eyed soul zoals Marc Almond die ooit maakte.
Het is knap hoe de band kan variëren tussen songs waarin alle registers open gaan en songs waarin alles zo klein mogelijk wordt gehouden. Belle and Sebastian heeft hierbij nog altijd een voorkeur voor suikerzoete klanken, maar de zoete verleiding van de Schotse band is verantwoorder dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden.
De keuze voor het uitbrengen van drie EP’s in plaats van één album heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat Belle and Sebastian net wat meer uitstapjes buiten de gebaande paden kan maken, het nadeel is dat er ook wel wat mindere tracks tussen zitten, waardoor How To Solve Our Human Problems zich als geheel net niet kan meten met de beste platen van de band uit Glasgow.
Toch ben ik blij met deze nieuwe worp van de Schotse band. Belle And Sebastian heeft nog altijd het patent op popliedjes die de lentezon uitbundig laten schijnen, tekent keer op keer voor prachtige arrangementen en een instrumentatie die de wolken verdrijft en overtuigt met vocalen die de plaat nog net wat verder omhoog tillen. Ik heb persoonlijk vooral een zwak voor de verleidelijke vocalen van Sarah Martin, al bepalen de uit duizenden herkenbare vocalen van voorman Stuart Murdoch nog altijd voor een belangrijk deel het geluid van Belle and Sebastian.
Ik laat de muziek van Belle and Sebastian over het algemeen lekker voortkabbelen op de achtergrond, maar gisteren heb ik de plaat ook eens met de koptelefoon beluisterd en dat is een aanrader. Dan immers hoor je nog veel beter hoe mooi de songs van Belle and Sebastian in elkaar zijn gesleuteld en hoe vele lagen bijdragen aan het zo betoverende totaalgeluid van de Schotse band.
Belle and Sebastian was de afgelopen twintig jaar een inspiratiebron voor vele bands, maar laat horen dat het zelf nog altijd net wat beter is. Knap. En er zit nog veel meer in volgens mij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Belle and Sebastian - How To Solve Our Human Problems (Parts I, II and III) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Belle and Sebastian bracht in december een EP uit met vijf nieuwe songs, How To Solve Our Human Problems, Part 1.
In januari volgde een tweede deel met vijf nieuwe songs en inmiddels is ook het derde deel van How To Solve Our Human Problems verschenen en ligt er feitelijk een nieuw album met 15 songs en bijna 70 minuten nieuwe muziek van de Schotse band.
How To Solve Our Human Problems is hiermee de opvolger van Girls In Peacetime Want To Dance uit 2015, waarmee Belle and Sebastian sterk terugkeerde na een aantal magere jaren.
Het eerste deel van How To Solve Our Human Problems opent honingzoet met aanstekelijke klanken en een vleugje of zelfs een behoorlijke vleug disco. Het is bijna over the top, maar zoals zo vaak blijft Belle and Sebastian aan de goede kant van de streep. Op de 14 tracks die volgen laat de band uit Glasgow horen dat het echt alle kanten op kan.
Belle and Sebastian grossiert uiteraard in rijk georkestreerde indie-pop zoals alleen de Schotse band die kan maken, maar experimenteert ook met complexe ritmes met invloeden uit de dubstep, met intieme fluisterpop met een hoofdrol voor de prachtige stem van Sarah Martin, met uitbundige 80s pop of juist de interessante 80s pop van bands als Prefab Sprout en Aztec Camera, met perfecte kauwgomballenpop met invloeden van ABBA of met warmbloedige blue-eyed soul zoals Marc Almond die ooit maakte.
Het is knap hoe de band kan variëren tussen songs waarin alle registers open gaan en songs waarin alles zo klein mogelijk wordt gehouden. Belle and Sebastian heeft hierbij nog altijd een voorkeur voor suikerzoete klanken, maar de zoete verleiding van de Schotse band is verantwoorder dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden.
De keuze voor het uitbrengen van drie EP’s in plaats van één album heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat Belle and Sebastian net wat meer uitstapjes buiten de gebaande paden kan maken, het nadeel is dat er ook wel wat mindere tracks tussen zitten, waardoor How To Solve Our Human Problems zich als geheel net niet kan meten met de beste platen van de band uit Glasgow.
Toch ben ik blij met deze nieuwe worp van de Schotse band. Belle And Sebastian heeft nog altijd het patent op popliedjes die de lentezon uitbundig laten schijnen, tekent keer op keer voor prachtige arrangementen en een instrumentatie die de wolken verdrijft en overtuigt met vocalen die de plaat nog net wat verder omhoog tillen. Ik heb persoonlijk vooral een zwak voor de verleidelijke vocalen van Sarah Martin, al bepalen de uit duizenden herkenbare vocalen van voorman Stuart Murdoch nog altijd voor een belangrijk deel het geluid van Belle and Sebastian.
Ik laat de muziek van Belle and Sebastian over het algemeen lekker voortkabbelen op de achtergrond, maar gisteren heb ik de plaat ook eens met de koptelefoon beluisterd en dat is een aanrader. Dan immers hoor je nog veel beter hoe mooi de songs van Belle and Sebastian in elkaar zijn gesleuteld en hoe vele lagen bijdragen aan het zo betoverende totaalgeluid van de Schotse band.
Belle and Sebastian was de afgelopen twintig jaar een inspiratiebron voor vele bands, maar laat horen dat het zelf nog altijd net wat beter is. Knap. En er zit nog veel meer in volgens mij. Erwin Zijleman
Belle and Sebastian - Late Developers (2023)

4,0
1
geplaatst: 17 januari 2023, 17:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - Late Developers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Belle And Sebastian - Late Developers
Belle And Sebastian heeft in de coronajaren noodgedwongen veel tijd in de studio doorgebracht, wat nog geen jaar na A Bit Of Previous alweer een nieuw en wederom prima album oplevert van de Schotse band
Het niveau van haar beste albums gaat Belle And Sebastian waarschijnlijk niet meer halen, maar zolang de Schotse band albums van het niveau van het deze week verschenen Late Developers maakt valt er echt niets te klagen. Ook op haar nieuwe album grossiert de band immers weer in onweerstaanbaar lekkere en ook nog eens bijzonder knappe popliedjes. Het zijn popliedjes waarvan je de zomer in je bol krijgt, maar het zijn ook popliedjes die stuk voor stuk een andere weg in slaan, zonder het unieke Belle And Sebastian stempel te verliezen. Late Developers is ruim veertig minuten precies wat je van de Schotse band verwacht en daar is helemaal niets mis mee. Heerlijk.
De Schotse band Belle And Sebastian was na 2010 lange tijd niet al te productief meer, maar de afgelopen jaren brengt de band uit Glasgow weer flink wat nieuwe muziek uit. Ik heb absoluut perioden gehad waarin ik wat Belle And Sebastian moe begon te worden, zeker wanneer de band niet meer in de buurt kwam van topalbums als If You're Feeling Sinister uit 1996, The Boy With The Arab Strap uit 1998 en Dear Catastrophe Waitress uit 2003, maar de afgelopen jaren steekt de band in een prima vorm.
Die goede vorm etaleerde Belle And Sebastian minder dan een jaar geleden nog op het verrassend goede A Bit Of Previous, dat nu, bijna uit het niets, wordt gevolgd door Late Developers, dat pas een week geleden werd aangekondigd en nu al is verschenen. De hervonden productiviteit van de band heeft alles te maken met de coronapandemie, die de band veroordeelde tot heel veel studiotijd.
De elf songs op Late Developers komen uit de studiosessies die vorig jaar ook A Bit Of Previous opleverden en deels gaat het om songs die de band al jaren vele jaren eerder schreef. Toch voelt het album gelukkig niet aan als een verzameling restjes, want net als op het vorige album ligt het niveau behoorlijk hoog, al blijven de hierboven genoemde klassiekers ook dit keer buiten bereik van de band.
A Bit Of Previous omschreef ik vorig jaar als een album dat deed uitzien naar een lange, warme en zorgeloze zomer en dat is een omschrijving die ook prima is te gebruiken voor Late Developers. Ook op haar nieuwe album schudt de Schotse band de perfecte popliedjes weer uit de mouw en het zijn popliedjes die rijkelijk zijn voorzien van zonnestralen. Het zijn zoals gewoonlijk mooi en vaak rijk gearrangeerde songs, met zowel een zoete als een bittere ondertoon.
Stuart Murdoch neemt ook dit keer de meeste leadvocalen voor zijn rekening, maar gelukkig laat hij de zang ook heel af en toe aan Sarah Martin. Net als op het vorige album varieert Belle And Sebastian niet meer zoveel met de vocalen, maar verwerkt de band wel invloeden uit meerdere genres in haar muziek. Ook Late Developers bevat een aantal tracks met rijk georkestreerde chamber pop, maar de band uit Glasgow kan ook uit de voeten met elektronischer ingekleurde songs, met eigentijds klinkende popsongs of met verrassend soulvolle songs.
Late Developers is verder een album zonder (grote) verrassingen. Een album zonder (grote) verrassingen klinkt misschien niet heel positief, maar met een Belle And Sebastian album zonder (grote) verrassingen is wat mij betreft niets mis. Ruim veertig minuten lang vermaakt de Schotse band met in kwalitatief opzicht uitstekende popliedjes en het zijn popliedjes zoals alleen Belle And Sebastian die kan maken.
Het klinkt allemaal bijzonder lekker en aanstekelijk, maar ondertussen zitten de songs van de Schotse band knap in elkaar, waardoor je toch op het puntje van de stoel blijft zitten bij beluistering van dit album. In recente interviews heeft Stuart Murdoch aangegeven dat het de komende jaren wat rustiger zal zijn wanneer het gaat om nieuwe Belle And Sebastian albums, maar zolang de band uit Glasgow albums maakt van het niveau van A Bit Of Previous vorig jaar of Late Developers dit jaar, mag Belle And Sebastian wat mij betreft blijven strooien met albums. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Belle And Sebastian - Late Developers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Belle And Sebastian - Late Developers
Belle And Sebastian heeft in de coronajaren noodgedwongen veel tijd in de studio doorgebracht, wat nog geen jaar na A Bit Of Previous alweer een nieuw en wederom prima album oplevert van de Schotse band
Het niveau van haar beste albums gaat Belle And Sebastian waarschijnlijk niet meer halen, maar zolang de Schotse band albums van het niveau van het deze week verschenen Late Developers maakt valt er echt niets te klagen. Ook op haar nieuwe album grossiert de band immers weer in onweerstaanbaar lekkere en ook nog eens bijzonder knappe popliedjes. Het zijn popliedjes waarvan je de zomer in je bol krijgt, maar het zijn ook popliedjes die stuk voor stuk een andere weg in slaan, zonder het unieke Belle And Sebastian stempel te verliezen. Late Developers is ruim veertig minuten precies wat je van de Schotse band verwacht en daar is helemaal niets mis mee. Heerlijk.
De Schotse band Belle And Sebastian was na 2010 lange tijd niet al te productief meer, maar de afgelopen jaren brengt de band uit Glasgow weer flink wat nieuwe muziek uit. Ik heb absoluut perioden gehad waarin ik wat Belle And Sebastian moe begon te worden, zeker wanneer de band niet meer in de buurt kwam van topalbums als If You're Feeling Sinister uit 1996, The Boy With The Arab Strap uit 1998 en Dear Catastrophe Waitress uit 2003, maar de afgelopen jaren steekt de band in een prima vorm.
Die goede vorm etaleerde Belle And Sebastian minder dan een jaar geleden nog op het verrassend goede A Bit Of Previous, dat nu, bijna uit het niets, wordt gevolgd door Late Developers, dat pas een week geleden werd aangekondigd en nu al is verschenen. De hervonden productiviteit van de band heeft alles te maken met de coronapandemie, die de band veroordeelde tot heel veel studiotijd.
De elf songs op Late Developers komen uit de studiosessies die vorig jaar ook A Bit Of Previous opleverden en deels gaat het om songs die de band al jaren vele jaren eerder schreef. Toch voelt het album gelukkig niet aan als een verzameling restjes, want net als op het vorige album ligt het niveau behoorlijk hoog, al blijven de hierboven genoemde klassiekers ook dit keer buiten bereik van de band.
A Bit Of Previous omschreef ik vorig jaar als een album dat deed uitzien naar een lange, warme en zorgeloze zomer en dat is een omschrijving die ook prima is te gebruiken voor Late Developers. Ook op haar nieuwe album schudt de Schotse band de perfecte popliedjes weer uit de mouw en het zijn popliedjes die rijkelijk zijn voorzien van zonnestralen. Het zijn zoals gewoonlijk mooi en vaak rijk gearrangeerde songs, met zowel een zoete als een bittere ondertoon.
Stuart Murdoch neemt ook dit keer de meeste leadvocalen voor zijn rekening, maar gelukkig laat hij de zang ook heel af en toe aan Sarah Martin. Net als op het vorige album varieert Belle And Sebastian niet meer zoveel met de vocalen, maar verwerkt de band wel invloeden uit meerdere genres in haar muziek. Ook Late Developers bevat een aantal tracks met rijk georkestreerde chamber pop, maar de band uit Glasgow kan ook uit de voeten met elektronischer ingekleurde songs, met eigentijds klinkende popsongs of met verrassend soulvolle songs.
Late Developers is verder een album zonder (grote) verrassingen. Een album zonder (grote) verrassingen klinkt misschien niet heel positief, maar met een Belle And Sebastian album zonder (grote) verrassingen is wat mij betreft niets mis. Ruim veertig minuten lang vermaakt de Schotse band met in kwalitatief opzicht uitstekende popliedjes en het zijn popliedjes zoals alleen Belle And Sebastian die kan maken.
Het klinkt allemaal bijzonder lekker en aanstekelijk, maar ondertussen zitten de songs van de Schotse band knap in elkaar, waardoor je toch op het puntje van de stoel blijft zitten bij beluistering van dit album. In recente interviews heeft Stuart Murdoch aangegeven dat het de komende jaren wat rustiger zal zijn wanneer het gaat om nieuwe Belle And Sebastian albums, maar zolang de band uit Glasgow albums maakt van het niveau van A Bit Of Previous vorig jaar of Late Developers dit jaar, mag Belle And Sebastian wat mij betreft blijven strooien met albums. Erwin Zijleman
Bellowhead - Revival (2014)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2014, 14:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bellowhead - Revival - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was anderhalf jaar geleden zeer gecharmeerd van Broadside van Bellowhead en omschreef de unieke muziek van de Britse band destijds als een vat vol tegenstrijdigheden, waarin traditionele Britse folk net zo makkelijk werd vermengd met pop en rock als met progrock (!) of klassieke muziek.
Het leverde volgens mijn recensie van anderhalf jaar geleden muziek op die kon worden omschreven als een mix van Jethro Tull, Dexy’s Midnight Runners, The Pogues, een klassiek combo en traditionele Ierse (Riverdance) muziek. Dat klinkt als nogal zware of in ieder geval uiterst pretentieuze kost, maar dat viel in de praktijk reuze mee.
Broadside bleek een zeer verslavende plaat die steeds weer nieuwe dingen liet horen, maar ook steeds makkelijker vermaakte. Hierbij hielp het zeker dat de band in de persoon van Jon Boden (check zijn fantastische soloplaat Songs From The Floodplain uit 2009) beschikt over een geweldige songwriter.
Broadside was in het Verenigd Koninkrijk zeer succesvol, waardoor de band voor haar nieuwe plaat Revival kon beschikken over een flink budget. Dat is te horen, want de plaat klinkt echt geweldig en laat bovendien zo ongeveer iedere toegevoegde strijker of blazer (en dat zijn er heel wat) op de plaat afzonderlijk horen in de productie en mix.
Revival borduurt in grote lijnen voort op Broadside, al is het geluid van Bellowhead wel iets toegankelijker geworden. De band vindt hierdoor ook aansluiting bij succesvolle bands als Mumford & Sons en lijkt klaar voor een groot publiek. Dat is aan de ene kant jammer, want juist het eigenzinnige karakter van Broadside maakte deze plaat zo leuk en bijzonder, maar aan de andere kant is ook Revival een bijzonder leuke plaat die nog meer dan voldoende eigenzinnigheid laat horen.
Bellowhead strooit op haar nieuwe plaat wat nadrukkelijker met lekker in het gehoor liggende folksongs en springt bovendien wat minder vaak van de hak op de tak, maar vergeleken met bijvoorbeeld het eerder genoemde Mumford & Sons, is de muziek van Bellowhead nog altijd avontuurlijke en zeker niet alledaags.
Net als op Broadside domineren op Revival prachtige strijkers en blazers het geluid van Bellowhead en worden de volle klanken gecombineerd met gloedvolle vocalen. Zeker de toegankelijkere songs op de plaat stimuleren tot meezingen, maar wanneer je net wat beter luistert naar deze songs hoor je dat de instrumentatie ook in deze op het oor toegankelijke songs onnavolgbaar is.
Revival is wat mij betreft een uitstekend vervolg op het zo intrigerende Broadside en het is bovendien een plaat die er mogelijk in slaagt om de aandacht van een net wat breder publiek te trekken. Dat zou zeer terecht zijn, want Bellowhead maakt unieke muziek en ook nog eens unieke muziek van een zeer hoog niveau. Bij beluistering van Revival waan je je weer even in een andere tijd en op een andere plek en het zijn een plek en een tijd waarin het uitstekend toeven is. Net als Broadside is Revival daarom een enorme aanrader van liefhebbers van veelkleurige folkmuziek die buiten de lijntjes durft te kleuren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bellowhead - Revival - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was anderhalf jaar geleden zeer gecharmeerd van Broadside van Bellowhead en omschreef de unieke muziek van de Britse band destijds als een vat vol tegenstrijdigheden, waarin traditionele Britse folk net zo makkelijk werd vermengd met pop en rock als met progrock (!) of klassieke muziek.
Het leverde volgens mijn recensie van anderhalf jaar geleden muziek op die kon worden omschreven als een mix van Jethro Tull, Dexy’s Midnight Runners, The Pogues, een klassiek combo en traditionele Ierse (Riverdance) muziek. Dat klinkt als nogal zware of in ieder geval uiterst pretentieuze kost, maar dat viel in de praktijk reuze mee.
Broadside bleek een zeer verslavende plaat die steeds weer nieuwe dingen liet horen, maar ook steeds makkelijker vermaakte. Hierbij hielp het zeker dat de band in de persoon van Jon Boden (check zijn fantastische soloplaat Songs From The Floodplain uit 2009) beschikt over een geweldige songwriter.
Broadside was in het Verenigd Koninkrijk zeer succesvol, waardoor de band voor haar nieuwe plaat Revival kon beschikken over een flink budget. Dat is te horen, want de plaat klinkt echt geweldig en laat bovendien zo ongeveer iedere toegevoegde strijker of blazer (en dat zijn er heel wat) op de plaat afzonderlijk horen in de productie en mix.
Revival borduurt in grote lijnen voort op Broadside, al is het geluid van Bellowhead wel iets toegankelijker geworden. De band vindt hierdoor ook aansluiting bij succesvolle bands als Mumford & Sons en lijkt klaar voor een groot publiek. Dat is aan de ene kant jammer, want juist het eigenzinnige karakter van Broadside maakte deze plaat zo leuk en bijzonder, maar aan de andere kant is ook Revival een bijzonder leuke plaat die nog meer dan voldoende eigenzinnigheid laat horen.
Bellowhead strooit op haar nieuwe plaat wat nadrukkelijker met lekker in het gehoor liggende folksongs en springt bovendien wat minder vaak van de hak op de tak, maar vergeleken met bijvoorbeeld het eerder genoemde Mumford & Sons, is de muziek van Bellowhead nog altijd avontuurlijke en zeker niet alledaags.
Net als op Broadside domineren op Revival prachtige strijkers en blazers het geluid van Bellowhead en worden de volle klanken gecombineerd met gloedvolle vocalen. Zeker de toegankelijkere songs op de plaat stimuleren tot meezingen, maar wanneer je net wat beter luistert naar deze songs hoor je dat de instrumentatie ook in deze op het oor toegankelijke songs onnavolgbaar is.
Revival is wat mij betreft een uitstekend vervolg op het zo intrigerende Broadside en het is bovendien een plaat die er mogelijk in slaagt om de aandacht van een net wat breder publiek te trekken. Dat zou zeer terecht zijn, want Bellowhead maakt unieke muziek en ook nog eens unieke muziek van een zeer hoog niveau. Bij beluistering van Revival waan je je weer even in een andere tijd en op een andere plek en het zijn een plek en een tijd waarin het uitstekend toeven is. Net als Broadside is Revival daarom een enorme aanrader van liefhebbers van veelkleurige folkmuziek die buiten de lijntjes durft te kleuren. Erwin Zijleman
Bells Larsen - Blurring Time (2025)

4,5
1
geplaatst: 1 mei 2025, 17:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bells Larsen - Blurring Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bells Larsen - Blurring Time
Bells Larsen ging in transitie en werd van een non-binair persoon een man, maar combineert de twee flink verschillende versies van zijn stem op wonderschone wijze op het opvallende maar ook prachtige Blurring Time
Good Grief van Bells Larsen groeide in de maanden na de release eind 2022 uit tot een album dat me zeer dierbaar is. Dat dankte het album vooral aan de prachtige stem van de Canadese muzikant, die meer dan eens aan Phoebe Bridgers deed denken. Bells Larsen is inmiddels een man en heeft een veel lagere stem gekregen. Het is een stem die op Blurring Time wordt gecombineerd met de stem van Bells Larsen uit het verleden, wat volkomen unieke duetten en harmonieën oplevert. Het zijn twee stemmen die zo mooi bij elkaar kleuren dat het tweede album van Bells Larsen makkelijk ontroert, wat wordt versterkt door de mooie, persoonlijke en wat melancholische songs op het album.
In de herfst van 2022 besprak ik Good Grief, het debuutalbum van de Canadese muzikant Bells Larsen. De muzikant, die zichzelf destijds zag als non-binair persoon, liet zich op Good Grief hoorbaar inspireren door Phoebe Bridgers, op dat moment de onbetwiste koningin van de indiepop en indierock.
Bells Larsen was destijds zeker niet de enige die zich liet inspireren door de muziek van Phoebe Bridgers, maar op het behoorlijk melancholische Good Grief hoorde ik ook genoeg eigenheid. Ik was in mijn recensie al behoorlijk positief over het debuutalbum van Bells Larsen, maar ben later nog veel meer gaan houden van het album, dat vooral opviel door de prachtige stem van de Canadese muzikant.
We zijn inmiddels een kleine drie jaar verder en er is veel gebeurd in het leven van Bells Larsen. De Canadese muzikant gaat inmiddels al man door het leven en de transitie naar het nieuwe geslacht heeft nogal wat gevolgen gehad voor zijn stem. De prachtige vrouwenstem die was te horen op Good Grief is inmiddels een donkere mannenstem geworden, waardoor Blurring Time voor een belangrijk deel een totaal ander album is geworden dan het debuutalbum van Bells Larsen.
Blurring Time is een uniek album geworden, want Bells Larsen nam zijn tweede album op tijdens de transitie naar zijn nieuwe geslacht. Een deel van de zang werd opgenomen met de hoge stem die Bells Larsen vroeger had, maar later werd ook zijn nieuwe veel lagere stem toegevoegd aan de opnamen. Het zijn twee stemmen die prachtig zijn gecombineerd in harmonieën.
Het is een productioneel kunststukje, want hoe krijg je de zang zo mooi synchroon, maar het klink ook echt prachtig. Ik heb heel veel met de oude stem van de Canadese muzikant, maar ook de nieuwe stem mag er zijn. Het zijn stemmen die blenden zoals de stemmen van broers en zussen dit doen en het zijn stemmen die bij mij onmiddellijk de juiste snaar wisten te raken en vervolgens alleen maar mooier zijn geworden.
In vocaal opzicht is Blurring Time voor hooguit 50% te vergelijken met Good Grief, maar in muzikaal opzicht liggen de twee albums veel dichter bij elkaar. Ook op Blurring Time hoor ik nog wel wat van de muziek van Phoebe Bridgers, al schuift Bells Larsen op het nieuwe album ook meer op richting indiefolk en Amerikaanse rootsmuziek.
Wanneer de nieuwe stem van de Canadese muzikant het voortouw neemt hoor ik wel wat van Elliott Smith, die net als Bells Larsen niet vies was van de nodige melancholie, en ook Sufjan Stevens is relevant vergelijkingsmateriaal. Op hetzelfde moment klinkt Blurring Time volkomen uniek.
Een belangrijk deel van de kracht van Blurring Time schuilt wat mij betreft in de unieke combinatie van de twee stemmen van Bells Larsen en dat is een truc die de Canadese muzikant maar één keer uit de hoge hoed kan toveren. Ik ben daarom heel benieuwd naar de toekomstige muzikale verrichtingen van de muzikant uit Montreal, die ondertussen met Good Grief en Blurring Time al wel twee uitstekende albums heeft gemaakt.
Ik zie die toekomstige muziek met vertrouwen tegemoet, want ook de nieuwe stem van Bells Larsen is mooi en de Canadese muzikant schrijft bovendien aansprekende songs met persoonlijke teksten. Album nummer drie zal wel weer totaal anders klinken dan Blurring Time, waardoor Bells Larsen een fascinerend oeuvre aan het opbouwen is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bells Larsen - Blurring Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bells Larsen - Blurring Time
Bells Larsen ging in transitie en werd van een non-binair persoon een man, maar combineert de twee flink verschillende versies van zijn stem op wonderschone wijze op het opvallende maar ook prachtige Blurring Time
Good Grief van Bells Larsen groeide in de maanden na de release eind 2022 uit tot een album dat me zeer dierbaar is. Dat dankte het album vooral aan de prachtige stem van de Canadese muzikant, die meer dan eens aan Phoebe Bridgers deed denken. Bells Larsen is inmiddels een man en heeft een veel lagere stem gekregen. Het is een stem die op Blurring Time wordt gecombineerd met de stem van Bells Larsen uit het verleden, wat volkomen unieke duetten en harmonieën oplevert. Het zijn twee stemmen die zo mooi bij elkaar kleuren dat het tweede album van Bells Larsen makkelijk ontroert, wat wordt versterkt door de mooie, persoonlijke en wat melancholische songs op het album.
In de herfst van 2022 besprak ik Good Grief, het debuutalbum van de Canadese muzikant Bells Larsen. De muzikant, die zichzelf destijds zag als non-binair persoon, liet zich op Good Grief hoorbaar inspireren door Phoebe Bridgers, op dat moment de onbetwiste koningin van de indiepop en indierock.
Bells Larsen was destijds zeker niet de enige die zich liet inspireren door de muziek van Phoebe Bridgers, maar op het behoorlijk melancholische Good Grief hoorde ik ook genoeg eigenheid. Ik was in mijn recensie al behoorlijk positief over het debuutalbum van Bells Larsen, maar ben later nog veel meer gaan houden van het album, dat vooral opviel door de prachtige stem van de Canadese muzikant.
We zijn inmiddels een kleine drie jaar verder en er is veel gebeurd in het leven van Bells Larsen. De Canadese muzikant gaat inmiddels al man door het leven en de transitie naar het nieuwe geslacht heeft nogal wat gevolgen gehad voor zijn stem. De prachtige vrouwenstem die was te horen op Good Grief is inmiddels een donkere mannenstem geworden, waardoor Blurring Time voor een belangrijk deel een totaal ander album is geworden dan het debuutalbum van Bells Larsen.
Blurring Time is een uniek album geworden, want Bells Larsen nam zijn tweede album op tijdens de transitie naar zijn nieuwe geslacht. Een deel van de zang werd opgenomen met de hoge stem die Bells Larsen vroeger had, maar later werd ook zijn nieuwe veel lagere stem toegevoegd aan de opnamen. Het zijn twee stemmen die prachtig zijn gecombineerd in harmonieën.
Het is een productioneel kunststukje, want hoe krijg je de zang zo mooi synchroon, maar het klink ook echt prachtig. Ik heb heel veel met de oude stem van de Canadese muzikant, maar ook de nieuwe stem mag er zijn. Het zijn stemmen die blenden zoals de stemmen van broers en zussen dit doen en het zijn stemmen die bij mij onmiddellijk de juiste snaar wisten te raken en vervolgens alleen maar mooier zijn geworden.
In vocaal opzicht is Blurring Time voor hooguit 50% te vergelijken met Good Grief, maar in muzikaal opzicht liggen de twee albums veel dichter bij elkaar. Ook op Blurring Time hoor ik nog wel wat van de muziek van Phoebe Bridgers, al schuift Bells Larsen op het nieuwe album ook meer op richting indiefolk en Amerikaanse rootsmuziek.
Wanneer de nieuwe stem van de Canadese muzikant het voortouw neemt hoor ik wel wat van Elliott Smith, die net als Bells Larsen niet vies was van de nodige melancholie, en ook Sufjan Stevens is relevant vergelijkingsmateriaal. Op hetzelfde moment klinkt Blurring Time volkomen uniek.
Een belangrijk deel van de kracht van Blurring Time schuilt wat mij betreft in de unieke combinatie van de twee stemmen van Bells Larsen en dat is een truc die de Canadese muzikant maar één keer uit de hoge hoed kan toveren. Ik ben daarom heel benieuwd naar de toekomstige muzikale verrichtingen van de muzikant uit Montreal, die ondertussen met Good Grief en Blurring Time al wel twee uitstekende albums heeft gemaakt.
Ik zie die toekomstige muziek met vertrouwen tegemoet, want ook de nieuwe stem van Bells Larsen is mooi en de Canadese muzikant schrijft bovendien aansprekende songs met persoonlijke teksten. Album nummer drie zal wel weer totaal anders klinken dan Blurring Time, waardoor Bells Larsen een fascinerend oeuvre aan het opbouwen is. Erwin Zijleman
Bells Larsen - Good Grief (2022)

4,0
0
geplaatst: 15 september 2022, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bells Larsen - Good Grief - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bells Larsen - Good Grief
Het is dringen in de voetsporen van Phoebe Bridgers, maar Good Grief, het debuutalbum van de Canadese muzikant Bells Larsen, weet zich uiteindelijk vrij makkelijk te onderscheiden met een serie intieme en emotievolle songs
Het debuutalbum van Bells Larsen is een album dat iedereen die vindt dat één Phoebe Bridgers genoeg is waarschijnlijk snel opzij zal leggen. Hiermee doe je het debuut van de muzikant uit het Canadese Montreal echter flink te kort. Zeker de zang op Good Grief doet af en toe wel wat denken aan het grote voorbeeld uit Los Angeles, maar Bells Larsen is eigenzinniger dan je denkt. De Canadese muzikant heeft een veelzijdig en zeer persoonlijk album afgeleverd, waarop schoonheid, intimiteit en melancholie hand in hand gaan. Zeker de zeer ingetogen songs op het album beschikken over het vermogen om diep onder de huid te kruipen en doen dit steeds nadrukkelijker. Zeker niet te makkelijk opzij schuiven dus.
Phoebe Bridgers heeft met Stranger In The Alps uit 2017 en Punisher uit 2020 de weg geplaveid voor een heel contingent jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters in de indie scene. Het zijn singer-songwriters die soms wel erg nadrukkelijk in de voetsporen van hun grote voorbeeld treden, wat hun muziek niet per se interessanter maakt. Bij vluchtige beluistering van het debuutalbum van Bells Larsen hoorde ik bij vlagen ook wel erg veel van Phoebe Bridgers, maar het is een album dat me ook direct wist te raken, waardoor Bells Larsen in ieder geval het voordeel van de twijfel krijgt.
Bells Larsen is een jonge muzikant uit het Canadese Montreal en ziet zichzelf als non-binair persoon. Good Grief is een persoonlijk debuutalbum geworden en het is een typisch ‘coming of age’ album. Het volwassen worden is al ingewikkeld genoeg, maar worstelingen met de eigen seksualiteit maken het zeker niet eenvoudiger. Het volwassen worden van Bells Larsen werd ook nog eens getekend door de dood van de eerste grote liefde van de Canadese muzikant, wat diepe impact had. Alle heftige gebeurtenissen hebben hun sporen nagelaten op het debuutalbum van Bells Larsen, dat vaak behoorlijk melancholisch klinkt.
Good Grief werd ver van de bewoonde wereld opgenomen in Liverpool, Nova Scotia, waar Bells Larsen werd bijgestaan door co-producer Graham Ereaux en multi-instrumentalist Evan Matthews. Het album werd uiteindelijk in de thuisbasis van Bells Larsen gemixt door de van Arcade Fire bekende Howard Bilerman, die er een mooi klinkend album van heeft gemaakt.
Het is een album dat zoals gezegd met enige regelmaat doet denken aan de muziek van Phoebe Bridgers. Dat ligt vooral aan de stem en de manier van zingen van Bells Larsen, die zeker in de tracks op het snijvlak van indiepop en indierock dicht tegen de vaandeldrager van de scene aankruipt. Het zit me overigens niet in de weg, want de Canadese muzikant beschikt over een hele mooie stem vol gevoel.
Bells Larsen heeft een meer eigen geluid in de songs die wat verder van de muziek van Phoebe Bridgers af liggen. Het zijn aan de ene kant behoorlijk sobere en wat traditioneel klinkende folksongs, maar Good Grief bevat met het prachtige Atlantic Love / A Long & Distant Wave ook een stevigere en wat psychedelisch aandoende track, die Bells Larsen op de kaart zet als een singer-songwriter met een eigen sound.
Good Grief is een mooi klinkend album met een veelkleurig geluid en ook in vocaal opzicht heb ik niets aan te merken op het debuut van Bells Larsen, maar de meeste kracht van het album schuilt in de songs. Het zijn persoonlijke songs die met veel gevoel worden vertolkt, maar het zijn ook knap in elkaar stekende songs, die een stuk volwassener klinken dan die van de meeste leeftijdsgenoten van Bells Larsen.
Natuurlijk verschijnen er op het moment veel te veel albums van jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters in de indie hoek, waardoor een album als Good Grief van Bells Larsen makkelijk onder gaat sneeuwen, maar dit is een album dat zeker een kans verdient. Ik heb er zelf zeker geen spijt van dat ik het album die kans heb gegeven, want flink wat songs op het album zijn van een bijzondere schoonheid en intimiteit, waardoor het debuut van de Canadese muzikant me toch wat dieper raakt dan de meeste andere albums in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bells Larsen - Good Grief - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bells Larsen - Good Grief
Het is dringen in de voetsporen van Phoebe Bridgers, maar Good Grief, het debuutalbum van de Canadese muzikant Bells Larsen, weet zich uiteindelijk vrij makkelijk te onderscheiden met een serie intieme en emotievolle songs
Het debuutalbum van Bells Larsen is een album dat iedereen die vindt dat één Phoebe Bridgers genoeg is waarschijnlijk snel opzij zal leggen. Hiermee doe je het debuut van de muzikant uit het Canadese Montreal echter flink te kort. Zeker de zang op Good Grief doet af en toe wel wat denken aan het grote voorbeeld uit Los Angeles, maar Bells Larsen is eigenzinniger dan je denkt. De Canadese muzikant heeft een veelzijdig en zeer persoonlijk album afgeleverd, waarop schoonheid, intimiteit en melancholie hand in hand gaan. Zeker de zeer ingetogen songs op het album beschikken over het vermogen om diep onder de huid te kruipen en doen dit steeds nadrukkelijker. Zeker niet te makkelijk opzij schuiven dus.
Phoebe Bridgers heeft met Stranger In The Alps uit 2017 en Punisher uit 2020 de weg geplaveid voor een heel contingent jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters in de indie scene. Het zijn singer-songwriters die soms wel erg nadrukkelijk in de voetsporen van hun grote voorbeeld treden, wat hun muziek niet per se interessanter maakt. Bij vluchtige beluistering van het debuutalbum van Bells Larsen hoorde ik bij vlagen ook wel erg veel van Phoebe Bridgers, maar het is een album dat me ook direct wist te raken, waardoor Bells Larsen in ieder geval het voordeel van de twijfel krijgt.
Bells Larsen is een jonge muzikant uit het Canadese Montreal en ziet zichzelf als non-binair persoon. Good Grief is een persoonlijk debuutalbum geworden en het is een typisch ‘coming of age’ album. Het volwassen worden is al ingewikkeld genoeg, maar worstelingen met de eigen seksualiteit maken het zeker niet eenvoudiger. Het volwassen worden van Bells Larsen werd ook nog eens getekend door de dood van de eerste grote liefde van de Canadese muzikant, wat diepe impact had. Alle heftige gebeurtenissen hebben hun sporen nagelaten op het debuutalbum van Bells Larsen, dat vaak behoorlijk melancholisch klinkt.
Good Grief werd ver van de bewoonde wereld opgenomen in Liverpool, Nova Scotia, waar Bells Larsen werd bijgestaan door co-producer Graham Ereaux en multi-instrumentalist Evan Matthews. Het album werd uiteindelijk in de thuisbasis van Bells Larsen gemixt door de van Arcade Fire bekende Howard Bilerman, die er een mooi klinkend album van heeft gemaakt.
Het is een album dat zoals gezegd met enige regelmaat doet denken aan de muziek van Phoebe Bridgers. Dat ligt vooral aan de stem en de manier van zingen van Bells Larsen, die zeker in de tracks op het snijvlak van indiepop en indierock dicht tegen de vaandeldrager van de scene aankruipt. Het zit me overigens niet in de weg, want de Canadese muzikant beschikt over een hele mooie stem vol gevoel.
Bells Larsen heeft een meer eigen geluid in de songs die wat verder van de muziek van Phoebe Bridgers af liggen. Het zijn aan de ene kant behoorlijk sobere en wat traditioneel klinkende folksongs, maar Good Grief bevat met het prachtige Atlantic Love / A Long & Distant Wave ook een stevigere en wat psychedelisch aandoende track, die Bells Larsen op de kaart zet als een singer-songwriter met een eigen sound.
Good Grief is een mooi klinkend album met een veelkleurig geluid en ook in vocaal opzicht heb ik niets aan te merken op het debuut van Bells Larsen, maar de meeste kracht van het album schuilt in de songs. Het zijn persoonlijke songs die met veel gevoel worden vertolkt, maar het zijn ook knap in elkaar stekende songs, die een stuk volwassener klinken dan die van de meeste leeftijdsgenoten van Bells Larsen.
Natuurlijk verschijnen er op het moment veel te veel albums van jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters in de indie hoek, waardoor een album als Good Grief van Bells Larsen makkelijk onder gaat sneeuwen, maar dit is een album dat zeker een kans verdient. Ik heb er zelf zeker geen spijt van dat ik het album die kans heb gegeven, want flink wat songs op het album zijn van een bijzondere schoonheid en intimiteit, waardoor het debuut van de Canadese muzikant me toch wat dieper raakt dan de meeste andere albums in het genre. Erwin Zijleman
Belly - DOVE (2018)

4,5
1
geplaatst: 7 mei 2018, 16:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Belly - DOVE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Belly werd in 1991 geformeerd door Tanya Donelly, die in de jaren ervoor deel uit had gemaakt van de indiebands Throwing Muses en The Breeders. Met Belly koos Tanya Donelly voor een wat gepolijster rockgeluid dat niet door iedereen werd begrepen en/of gewaardeerd.
Het debuut van de band, het in 1993 verschenen Star, was echter een ijzersterke plaat en het is een plaat die ik persoonlijk schaar onder de kroonjuwelen van de jaren 90.
Opvolger King uit 1995 was helaas wat minder en omdat Belly de hooggespannen commerciële verwachtingen niet waar wist te maken viel niet veel later het doek voor de band. Tanya Donelly begon vervolgens aan een solocarrière, die een aantal aardige maar zeker niet onmisbare platen heeft opgeleverd.
De afgelopen twee jaar waren er met enige regelmaat geruchten over een reünie van Belly en een nieuwe plaat van de vergeten band en deze plaat is nu dan eindelijk verschenen, maar liefst 23 jaar na het laatste wapenfeit van de band.
Er zijn zat voorbeelden van bands die na zo’n lange periode van afwezigheid klinken alsof de tijd heeft stilgestaan (My Bloody Valentine is een goed voorbeeld), maar dit gaat niet op voor Belly. Waar de band op haar eerste twee platen nog als rockband getypeerd kon worden, hoor ik op DOVE vooral invloeden uit de pop.
De plaat opent nog met de aan Belly 1.0 herinnerende gitaarriffs en de honingzoete vocalen van Tanya Donelly, maar het herboren Belly kiest al snel voor een minder rock georiënteerd geluid.
Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Belly had ook in het verleden al patent op melodieuze popliedjes waarin de gruizige gitaren overbodig waren en deze melodieuze popliedjes komen in het net wat meer pop georiënteerde en warme geluid van de 2018 versie van Belly veel beter tot zijn recht. Tanya Donelly klonk in de jaren 90 nog erg meisjesachtig, maar heeft tegenwoordig een net wat donkerdere en soulvolle stem, die de nieuwe songs van Belly nog wat verder omhoog tilt.
Als fan van het eerste uur ben ik blij met de enkele echo uit het verleden, maar nog veel blijer met de nieuwe koers die Belly op haar comeback plaat in slaat. Het doet wel wat denken aan ‘Til Tuesday, de band van een jonge Aimee Mann en de platen van deze band heb ik nog altijd hoog zitten, maar Belly fietst op DOVE ook op subtiele wijze psychedelica en een Westcoast feel haar geluid in en doet ook wel wat denken aan Mk II van 10,000 Maniacs.
Inmiddels komt DOVE van Belly al voor de zoveelste keer voorbij en de zoete en melodieuze popsongs verleiden steeds makkelijker en nadrukkelijker en zorgen ervoor dat de lentezon nog net wat feller schijnt.
Comebacks na een aantal decennia zijn meestal niet zo waardevol en voegen vaak niets toe aan het oude werk, maar het herboren Belly vindt haar geluid op DOVE opnieuw uit en sleept het met veel overtuiging het heden in. Bijzonder lekkere plaat van deze 90s iconen en voor mij de potentiële soundtrack van de lente van 2018. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Belly - DOVE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Belly werd in 1991 geformeerd door Tanya Donelly, die in de jaren ervoor deel uit had gemaakt van de indiebands Throwing Muses en The Breeders. Met Belly koos Tanya Donelly voor een wat gepolijster rockgeluid dat niet door iedereen werd begrepen en/of gewaardeerd.
Het debuut van de band, het in 1993 verschenen Star, was echter een ijzersterke plaat en het is een plaat die ik persoonlijk schaar onder de kroonjuwelen van de jaren 90.
Opvolger King uit 1995 was helaas wat minder en omdat Belly de hooggespannen commerciële verwachtingen niet waar wist te maken viel niet veel later het doek voor de band. Tanya Donelly begon vervolgens aan een solocarrière, die een aantal aardige maar zeker niet onmisbare platen heeft opgeleverd.
De afgelopen twee jaar waren er met enige regelmaat geruchten over een reünie van Belly en een nieuwe plaat van de vergeten band en deze plaat is nu dan eindelijk verschenen, maar liefst 23 jaar na het laatste wapenfeit van de band.
Er zijn zat voorbeelden van bands die na zo’n lange periode van afwezigheid klinken alsof de tijd heeft stilgestaan (My Bloody Valentine is een goed voorbeeld), maar dit gaat niet op voor Belly. Waar de band op haar eerste twee platen nog als rockband getypeerd kon worden, hoor ik op DOVE vooral invloeden uit de pop.
De plaat opent nog met de aan Belly 1.0 herinnerende gitaarriffs en de honingzoete vocalen van Tanya Donelly, maar het herboren Belly kiest al snel voor een minder rock georiënteerd geluid.
Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Belly had ook in het verleden al patent op melodieuze popliedjes waarin de gruizige gitaren overbodig waren en deze melodieuze popliedjes komen in het net wat meer pop georiënteerde en warme geluid van de 2018 versie van Belly veel beter tot zijn recht. Tanya Donelly klonk in de jaren 90 nog erg meisjesachtig, maar heeft tegenwoordig een net wat donkerdere en soulvolle stem, die de nieuwe songs van Belly nog wat verder omhoog tilt.
Als fan van het eerste uur ben ik blij met de enkele echo uit het verleden, maar nog veel blijer met de nieuwe koers die Belly op haar comeback plaat in slaat. Het doet wel wat denken aan ‘Til Tuesday, de band van een jonge Aimee Mann en de platen van deze band heb ik nog altijd hoog zitten, maar Belly fietst op DOVE ook op subtiele wijze psychedelica en een Westcoast feel haar geluid in en doet ook wel wat denken aan Mk II van 10,000 Maniacs.
Inmiddels komt DOVE van Belly al voor de zoveelste keer voorbij en de zoete en melodieuze popsongs verleiden steeds makkelijker en nadrukkelijker en zorgen ervoor dat de lentezon nog net wat feller schijnt.
Comebacks na een aantal decennia zijn meestal niet zo waardevol en voegen vaak niets toe aan het oude werk, maar het herboren Belly vindt haar geluid op DOVE opnieuw uit en sleept het met veel overtuiging het heden in. Bijzonder lekkere plaat van deze 90s iconen en voor mij de potentiële soundtrack van de lente van 2018. Erwin Zijleman
Ben Folds - Sleigher (2024)

3,5
0
geplaatst: 25 december 2024, 10:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ben Folds - Sleigher - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ben Folds - Sleigher
Een kerstalbum had Ben Folds nog niet op zijn naam staan, maar met het zeer sfeervolle en winters getinte Sleigher laat de Amerikaanse muzikant horen dat hij ook dit kunstje uitstekend beheerst
De carrière van Ben Folds verloopt wat mij betreft wat grillig, maar de inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikant heeft absoluut veel moois op zijn naam staan. Op een kerstalbum van de Amerikaanse muzikant zat ik niet direct te wachten, maar het onlangs verschenen Sleigher is zeker de moeite waard en is een stuk beter dan nagenoeg alle andere kerstalbums die dit jaar zijn verschenen. Ben Folds laat op zijn kerstalbum nog maar eens horen dat hij een zeer getalenteerde pianist is en bovendien bijzonder aangenaam klinkende songs schrijft. Het zijn allemaal songs met kerst als thema, maar vergeleken met de meeste kerstalbums gaat dit album echt een stuk langer mee.
Er gaan flink wat jaren voorbij zonder ook maar één enigszins acceptabel kerstalbum, maar dit jaar valt de oogst zeker niet tegen. Wanneer muzikanten van naam en faam zich vergrijpen aan al veel te vaak gecoverde kerstklassiekers haak ik onmiddellijk af, of het moet Kacey Musgraves zijn natuurlijk, maar een album dat zo aan het einde van het jaar de kerstsfeer goed weet te vangen kan best aangenaam zijn. Het gaat zeker op voor Sleigher van de Amerikaanse muzikant Ben Folds, dat twee maanden geleden al verscheen, maar dat wat mij betreft deze dagen pas echt goed tot zijn recht komt.
Ben Folds maakte met Ben Folds Five, overigens een trio, met Whatever And Ever Amen wat mij betreft een van de memorabele albums van de jaren 90 en met Brick een song die ik voor eeuwig koester. De carrière van Ben Folds heeft sindsdien een wat wispelturig karakter, maar in goeden doen staat hij garant voor geweldige albums, zoals vorig jaar nog was te horen op het uitstekende What Matters Most.
Sleigher is het kerstalbum in het oeuvre van Ben Folds, maar het is er een zonder de geijkte kerstsongs, al staan er drie wat minder bekende kerstsongs uit het verleden op het album, waaronder de enige kerstsong van Burt Bacharach, het fraaie The Bell That Couldn’t Jingle. Een groot deel van de songs op het album verwijst in de titel wel naar kerstmis of het jaargetijde, maar het zijn op de drie kerstsongs na allemaal echte Ben Folds songs.
Het betekent dat de kerstbelletjes gelukkig schitteren door afwezigheid, waardoor Sleigher later deze week niet direct de kast in hoeft. Ben Folds staat in tekstueel opzicht stil bij de winterse dagen in het algemeen en de kerstdagen in het bijzonder, maar blijft in muzikaal opzicht dicht bij zichzelf. De songs op het album klinken misschien, uitgezonderd de track waarin AI het voortouw neemt, net wat stemmiger dan gebruikelijk, maar Sleigher laat zich wat mij betreft ook wel beluisteren als een regulier Ben Folds album.
Centraal staat zoals altijd het mooie pianospel van de Amerikaanse muzikant, die ook als klassiek pianist goed uit de voeten kan. In de openingstrack moeten we het zelfs alleen doen met prachtige pianoklanken, maar in de tweede track duikt de zo herkenbare stem van Ben Folds op.
De muziek van Ben Folds laat zich nog altijd beïnvloeden door de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en is op Sleigher extra versierd met een aangenaam jazzy randje. Sleigher doet het uitstekend op donkere winteravonden, al dan niet met een kerstsfeer, maar wanneer je de teksten even vergeet, lijkt het album me ook zeer geschikt voor lome zomeravonden.
Vergeleken met een aantal van de reguliere albums van Ben Folds klinkt dit kerstalbum misschien net wat gepolijster, maar de Amerikaanse muzikant laat ook op Sleigher horen dat hij een zeer getalenteerd songwriter, een geweldige pianist en een uitstekende zanger is. Tussen de regels door hoor je bovendien de eigenzinnigheid die in het hele oeuvre van Ben Folds zo af en toe opduikt.
Sleigher reken ik zeker niet tot de parels in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar tussen de kerstalbums van 2024 is dit er een die wat mij betreft in positieve zin weet op te vallen en die mogelijk nog wel een paar jaar mee kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ben Folds - Sleigher - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ben Folds - Sleigher
Een kerstalbum had Ben Folds nog niet op zijn naam staan, maar met het zeer sfeervolle en winters getinte Sleigher laat de Amerikaanse muzikant horen dat hij ook dit kunstje uitstekend beheerst
De carrière van Ben Folds verloopt wat mij betreft wat grillig, maar de inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikant heeft absoluut veel moois op zijn naam staan. Op een kerstalbum van de Amerikaanse muzikant zat ik niet direct te wachten, maar het onlangs verschenen Sleigher is zeker de moeite waard en is een stuk beter dan nagenoeg alle andere kerstalbums die dit jaar zijn verschenen. Ben Folds laat op zijn kerstalbum nog maar eens horen dat hij een zeer getalenteerde pianist is en bovendien bijzonder aangenaam klinkende songs schrijft. Het zijn allemaal songs met kerst als thema, maar vergeleken met de meeste kerstalbums gaat dit album echt een stuk langer mee.
Er gaan flink wat jaren voorbij zonder ook maar één enigszins acceptabel kerstalbum, maar dit jaar valt de oogst zeker niet tegen. Wanneer muzikanten van naam en faam zich vergrijpen aan al veel te vaak gecoverde kerstklassiekers haak ik onmiddellijk af, of het moet Kacey Musgraves zijn natuurlijk, maar een album dat zo aan het einde van het jaar de kerstsfeer goed weet te vangen kan best aangenaam zijn. Het gaat zeker op voor Sleigher van de Amerikaanse muzikant Ben Folds, dat twee maanden geleden al verscheen, maar dat wat mij betreft deze dagen pas echt goed tot zijn recht komt.
Ben Folds maakte met Ben Folds Five, overigens een trio, met Whatever And Ever Amen wat mij betreft een van de memorabele albums van de jaren 90 en met Brick een song die ik voor eeuwig koester. De carrière van Ben Folds heeft sindsdien een wat wispelturig karakter, maar in goeden doen staat hij garant voor geweldige albums, zoals vorig jaar nog was te horen op het uitstekende What Matters Most.
Sleigher is het kerstalbum in het oeuvre van Ben Folds, maar het is er een zonder de geijkte kerstsongs, al staan er drie wat minder bekende kerstsongs uit het verleden op het album, waaronder de enige kerstsong van Burt Bacharach, het fraaie The Bell That Couldn’t Jingle. Een groot deel van de songs op het album verwijst in de titel wel naar kerstmis of het jaargetijde, maar het zijn op de drie kerstsongs na allemaal echte Ben Folds songs.
Het betekent dat de kerstbelletjes gelukkig schitteren door afwezigheid, waardoor Sleigher later deze week niet direct de kast in hoeft. Ben Folds staat in tekstueel opzicht stil bij de winterse dagen in het algemeen en de kerstdagen in het bijzonder, maar blijft in muzikaal opzicht dicht bij zichzelf. De songs op het album klinken misschien, uitgezonderd de track waarin AI het voortouw neemt, net wat stemmiger dan gebruikelijk, maar Sleigher laat zich wat mij betreft ook wel beluisteren als een regulier Ben Folds album.
Centraal staat zoals altijd het mooie pianospel van de Amerikaanse muzikant, die ook als klassiek pianist goed uit de voeten kan. In de openingstrack moeten we het zelfs alleen doen met prachtige pianoklanken, maar in de tweede track duikt de zo herkenbare stem van Ben Folds op.
De muziek van Ben Folds laat zich nog altijd beïnvloeden door de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en is op Sleigher extra versierd met een aangenaam jazzy randje. Sleigher doet het uitstekend op donkere winteravonden, al dan niet met een kerstsfeer, maar wanneer je de teksten even vergeet, lijkt het album me ook zeer geschikt voor lome zomeravonden.
Vergeleken met een aantal van de reguliere albums van Ben Folds klinkt dit kerstalbum misschien net wat gepolijster, maar de Amerikaanse muzikant laat ook op Sleigher horen dat hij een zeer getalenteerd songwriter, een geweldige pianist en een uitstekende zanger is. Tussen de regels door hoor je bovendien de eigenzinnigheid die in het hele oeuvre van Ben Folds zo af en toe opduikt.
Sleigher reken ik zeker niet tot de parels in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar tussen de kerstalbums van 2024 is dit er een die wat mij betreft in positieve zin weet op te vallen en die mogelijk nog wel een paar jaar mee kan. Erwin Zijleman
Ben Folds - So There (2015)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2015, 14:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Folds - So There - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer 20 jaar geleden dat het titelloze debuut van Ben Folds Five verscheen. Dit debuut en met name het twee jaar later verschenen Whatever And Ever Amen wisten me genadeloos te verleiden met even aanstekelijke als briljante piano popsongs, die herinnerden aan de hoogtijdagen van het genre.
Sindsdien is het inmiddels behoorlijk omvangrijke oeuvre van Ben Folds behoorlijk grillig. Naast incidentele uitschieters als The Unauthorized Biography Of Reinhold Messner (1999), Rockin’ The Suburbs (2001) en Songs For Silverman (2005), bracht de Amerikaanse singer-songwriter helaas toch vooral platen uit die het ene oor in gingen en het andere oor uit gingen. Zeker niet allemaal slechte platen, maar memorabel waren ze wat mij betreft zeker niet.
Het onlangs verschenen So There is dat wel. So There is een uiterst ambitieuze plaat die bestaat uit twee delen. Op het eerste deel werkt Ben Folds samen met het uit Brooklyn afkomstige ensemble yMusic, terwijl op het tweede deel een volledig symfonieorkest aanschuift.
yMusic voorziet de pianopop van Ben Folds van een eigenzinnige klassieke impuls, waarin fraaie strijkers en blazers continu de aandacht opeisen en het experiment niet wordt geschuwd. Dat lijkt een bijzondere combinatie, maar het werkt perfect.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar misschien nog wel opvallender is het feit dat Ben Folds er eindelijk weer eens in slaagt om songs te schrijven die onmiddellijk aanvoelen als klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek (een aantal ervan had niet misstaan op de rijk georkestreerde platen van The Beatles). Het zou een serie heerlijk toegankelijke popliedjes kunnen zijn, maar door het bijzondere muzikale jasje zijn het ook nog eens popliedjes die je op het puntje van je stoel houden.
De plaat sluit af met een uit 3 delen bestaand concert voor piano en orkest, waarbij Ben Folds zich laat begeleiden door The Nashville Symphony Orchestra. Het heeft weinig te maken met de popmuziek op het eerste deel van de plaat, maar het is het beluisteren zeker waard.
Al met al heeft Ben Folds eindelijk weer eens een hele goede plaat afgeleverd en het is er ook nog een die anders is dan al zijn voorgangers. Hopelijk trekt het unieke talent Ben Folds deze lijn door op zijn volgende platen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Folds - So There - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer 20 jaar geleden dat het titelloze debuut van Ben Folds Five verscheen. Dit debuut en met name het twee jaar later verschenen Whatever And Ever Amen wisten me genadeloos te verleiden met even aanstekelijke als briljante piano popsongs, die herinnerden aan de hoogtijdagen van het genre.
Sindsdien is het inmiddels behoorlijk omvangrijke oeuvre van Ben Folds behoorlijk grillig. Naast incidentele uitschieters als The Unauthorized Biography Of Reinhold Messner (1999), Rockin’ The Suburbs (2001) en Songs For Silverman (2005), bracht de Amerikaanse singer-songwriter helaas toch vooral platen uit die het ene oor in gingen en het andere oor uit gingen. Zeker niet allemaal slechte platen, maar memorabel waren ze wat mij betreft zeker niet.
Het onlangs verschenen So There is dat wel. So There is een uiterst ambitieuze plaat die bestaat uit twee delen. Op het eerste deel werkt Ben Folds samen met het uit Brooklyn afkomstige ensemble yMusic, terwijl op het tweede deel een volledig symfonieorkest aanschuift.
yMusic voorziet de pianopop van Ben Folds van een eigenzinnige klassieke impuls, waarin fraaie strijkers en blazers continu de aandacht opeisen en het experiment niet wordt geschuwd. Dat lijkt een bijzondere combinatie, maar het werkt perfect.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar misschien nog wel opvallender is het feit dat Ben Folds er eindelijk weer eens in slaagt om songs te schrijven die onmiddellijk aanvoelen als klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek (een aantal ervan had niet misstaan op de rijk georkestreerde platen van The Beatles). Het zou een serie heerlijk toegankelijke popliedjes kunnen zijn, maar door het bijzondere muzikale jasje zijn het ook nog eens popliedjes die je op het puntje van je stoel houden.
De plaat sluit af met een uit 3 delen bestaand concert voor piano en orkest, waarbij Ben Folds zich laat begeleiden door The Nashville Symphony Orchestra. Het heeft weinig te maken met de popmuziek op het eerste deel van de plaat, maar het is het beluisteren zeker waard.
Al met al heeft Ben Folds eindelijk weer eens een hele goede plaat afgeleverd en het is er ook nog een die anders is dan al zijn voorgangers. Hopelijk trekt het unieke talent Ben Folds deze lijn door op zijn volgende platen. Erwin Zijleman
Ben Folds - What Matters Most (2023)

4,5
0
geplaatst: 5 juni 2023, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Folds - What Matters Most - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Folds - What Matters Most
De Amerikaanse muzikant Ben Folds zocht zijn heil de afgelopen jaren in de klassieke muziek, maar keert op het ijzersterke What Matters Most terug naar de perfecte piano popsongs die hem beroemd maakten
Ik moest diep graven in mijn geheugen naar het laatste wapenfeit van Ben Folds, naar dit bleek ook al acht jaar oud te zijn. Zijn solocarrière begon in 2001 met een waar meesterwerk, maar de albums die volgden waren wat wisselvallig. Op What Matters Most heeft de Amerikaanse muzikant de goede vorm weer gevonden, want heeft Ben Folds een sterke serie songs geschreven. Het zijn songs die schatplichtig zijn aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar Ben Folds heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat op What Matters Most weer tot grote hoogten stijgt. De Amerikaanse muzikant vertelt op zijn nieuwe album prachtige verhalen en verpakt ze in wonderschone songs. Wat een overtuigende comeback.
Het is voor mijn gevoel echt heel lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikant Ben Folds. Dat gevoel blijkt redelijk te kloppen, want zijn vorige reguliere album, het fascinerend ingekleurde So There, verscheen in 2015. Sindsdien verschenen op de streaming media diensten nog wel een drietal live-albums, maar ook dit betrof vooral materiaal uit 2015 en eerder.
De muzikant die werd geboren in North Carolina debuteerde in 1995 met het titelloze debuutalbum van zijn bands Ben Folds Five en leverde twee jaar later het geweldige Whatever And Ever Amen af, het album af waarmee ik kennis maakte met de muziek van Ben Folds. Het van dit album afkomstige Brick behoort wat mij betreft tot de mooiste popliedjes aller tijden, maar het tweede album van Ben Folds Five bevatte er meer.
Na The Unauthorized Biography of Reinhold Messner uit 1999 begon Ben Folds aan een solocarrière die in 2001 met Rockin' The Suburbs direct zijn meesterwerk opleverde. De soloalbums die volgden waren zeker niet allemaal even memorabel, maar af en toe zat er een prima album tussen. Het reünie album van Ben Folds Five uit 2012 beviel me misschien nog wel het beste, maar nu is er What Matters Most.
Ben Folds hield zich de afgelopen jaren vooral bezig met klassieke muziek, maar op zijn nieuwe soloalbum kiest hij weer voor de pianopop waarmee hij ruim 25 jaar geleden beroemd werd. De Amerikaanse muzikant heeft zich inmiddels in Nashville gevestigd en nam daar zijn nieuwe album op. Zijn nieuwe thuisbasis heeft niet heel invloed gehad op de muziek van Ben Folds, want hij maakt nog steeds tijdloze pianopop met een hang naar de jaren 70.
In de meeste songs op What Matters Most vormen de mooie pianoklanken en de aangename stem van de Amerikaanse muzikant de basis, maar het album is vervolgens verrijkt met warme klanken en incidenteel met fraaie blazers- of strijkersarrangementen, die de muziek van Ben Folds een klassiek tintje geven.
Ben Folds is een uitstekend pianist en een prima zanger, maar op zijn beste albums imponeerde hij vooral als songwriter. Dat doet hij ook weer op What Matters Most, dat hier en daar voorzichtig het experiment opzoekt, maar toch vooral grossiert in nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes die je na één keer horen dierbaar zijn, maar het zijn ook popliedjes vol mooie wendingen en bijzondere ingrediënten.
In muzikaal opzicht zit het allemaal even goed in elkaar, maar ook de teksten van de Amerikaanse muzikant zijn zeer de moeite waard, want wat komen er mooie en bijzondere verhalen voorbij, waarvan er een aantal de basis zouden kunnen vormen voor een geweldige roman. Het was lang geleden dat een album van Ben Folds zoveel indruk op me maakte, want ik hou toch het meest van het vintage Ben Folds geluid dat domineert op zijn nieuwe album.
What Matters Most is een album dat je in veertig minuten trakteert op tien perfecte popsongs. Ik heb absoluut mijn favorieten als het ingetogen en fraai met strijkers versierde Fragile, het klassiek aandoende Kristine From The 7th Grade en het meeslepende Winslow Gardens, maar alle songs op What Matters Most scoren wat mij betreft een fraai rapportcijfer. Je moet altijd maar afwachten waar muzikanten na lange afwezigheid nog mee komen, maar de comeback van Ben Folds is zeer geslaagd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Folds - What Matters Most - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Folds - What Matters Most
De Amerikaanse muzikant Ben Folds zocht zijn heil de afgelopen jaren in de klassieke muziek, maar keert op het ijzersterke What Matters Most terug naar de perfecte piano popsongs die hem beroemd maakten
Ik moest diep graven in mijn geheugen naar het laatste wapenfeit van Ben Folds, naar dit bleek ook al acht jaar oud te zijn. Zijn solocarrière begon in 2001 met een waar meesterwerk, maar de albums die volgden waren wat wisselvallig. Op What Matters Most heeft de Amerikaanse muzikant de goede vorm weer gevonden, want heeft Ben Folds een sterke serie songs geschreven. Het zijn songs die schatplichtig zijn aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar Ben Folds heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat op What Matters Most weer tot grote hoogten stijgt. De Amerikaanse muzikant vertelt op zijn nieuwe album prachtige verhalen en verpakt ze in wonderschone songs. Wat een overtuigende comeback.
Het is voor mijn gevoel echt heel lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikant Ben Folds. Dat gevoel blijkt redelijk te kloppen, want zijn vorige reguliere album, het fascinerend ingekleurde So There, verscheen in 2015. Sindsdien verschenen op de streaming media diensten nog wel een drietal live-albums, maar ook dit betrof vooral materiaal uit 2015 en eerder.
De muzikant die werd geboren in North Carolina debuteerde in 1995 met het titelloze debuutalbum van zijn bands Ben Folds Five en leverde twee jaar later het geweldige Whatever And Ever Amen af, het album af waarmee ik kennis maakte met de muziek van Ben Folds. Het van dit album afkomstige Brick behoort wat mij betreft tot de mooiste popliedjes aller tijden, maar het tweede album van Ben Folds Five bevatte er meer.
Na The Unauthorized Biography of Reinhold Messner uit 1999 begon Ben Folds aan een solocarrière die in 2001 met Rockin' The Suburbs direct zijn meesterwerk opleverde. De soloalbums die volgden waren zeker niet allemaal even memorabel, maar af en toe zat er een prima album tussen. Het reünie album van Ben Folds Five uit 2012 beviel me misschien nog wel het beste, maar nu is er What Matters Most.
Ben Folds hield zich de afgelopen jaren vooral bezig met klassieke muziek, maar op zijn nieuwe soloalbum kiest hij weer voor de pianopop waarmee hij ruim 25 jaar geleden beroemd werd. De Amerikaanse muzikant heeft zich inmiddels in Nashville gevestigd en nam daar zijn nieuwe album op. Zijn nieuwe thuisbasis heeft niet heel invloed gehad op de muziek van Ben Folds, want hij maakt nog steeds tijdloze pianopop met een hang naar de jaren 70.
In de meeste songs op What Matters Most vormen de mooie pianoklanken en de aangename stem van de Amerikaanse muzikant de basis, maar het album is vervolgens verrijkt met warme klanken en incidenteel met fraaie blazers- of strijkersarrangementen, die de muziek van Ben Folds een klassiek tintje geven.
Ben Folds is een uitstekend pianist en een prima zanger, maar op zijn beste albums imponeerde hij vooral als songwriter. Dat doet hij ook weer op What Matters Most, dat hier en daar voorzichtig het experiment opzoekt, maar toch vooral grossiert in nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes die je na één keer horen dierbaar zijn, maar het zijn ook popliedjes vol mooie wendingen en bijzondere ingrediënten.
In muzikaal opzicht zit het allemaal even goed in elkaar, maar ook de teksten van de Amerikaanse muzikant zijn zeer de moeite waard, want wat komen er mooie en bijzondere verhalen voorbij, waarvan er een aantal de basis zouden kunnen vormen voor een geweldige roman. Het was lang geleden dat een album van Ben Folds zoveel indruk op me maakte, want ik hou toch het meest van het vintage Ben Folds geluid dat domineert op zijn nieuwe album.
What Matters Most is een album dat je in veertig minuten trakteert op tien perfecte popsongs. Ik heb absoluut mijn favorieten als het ingetogen en fraai met strijkers versierde Fragile, het klassiek aandoende Kristine From The 7th Grade en het meeslepende Winslow Gardens, maar alle songs op What Matters Most scoren wat mij betreft een fraai rapportcijfer. Je moet altijd maar afwachten waar muzikanten na lange afwezigheid nog mee komen, maar de comeback van Ben Folds is zeer geslaagd. Erwin Zijleman
Ben Howard - Collections from the Whiteout (2021)

4,0
1
geplaatst: 1 april 2021, 15:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Howard - Collections From The Whiteout - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Howard - Collections From The Whiteout
De Britse muzikant Ben Howard blijft zichzelf vernieuwen op een door Aaron Dessner geproduceerd album, waarop de songs weer op zeer bijzondere wijze zijn ingekleurd
Ik vond de muziek van Ben Howard op zijn zo bejubelde en succesvolle debuut niet eens zo bijzonder, maar op de albums die volgden dook de Britse muzikant steeds verder het experiment in. Het door Aaron Dessner geproduceerde Collections From The Whiteout klinkt bij vluchtige beluistering wat lichter en luchtiger dan zijn voorganger, maar schijn bedriegt. Onderhuids zijn ook dit keer flink wat gitaarpartijen en experimentele elektronica toegevoegd, maar Ben Howard verliest de songs nooit helemaal uit het oog, waardoor ook zijn nieuwe album redelijk toegankelijk klinkt. Lekker voor in de lentezon, maar ook een interessant album om volledig uit te pluizen.
Ben Howard dook precies tien jaar geleden op met zijn debuutalbum Every Kingdom. Met de van dit album afkomstige single Keep Your Head Up groeide de Britse muzikant al snel uit tot een van de meest succesvolle muzikanten uit een heel contingent jonge (Britse) singer-songwriters.
Het siert Ben Howard dat hij sindsdien niet is doorgegaan op de ingeslagen weg, maar continu naar vernieuwing heeft gezocht. Het is voor mij bovendien goed nieuws, want Keep Your Head Up vind ik persoonlijk een draak van een song, terwijl ik de albums van de Britse muzikant steeds interessanter vind worden.
Het deze week verschenen Collections From The Whiteout is de opvolger van het geweldige Noonday Dream uit 2018, waarop Ben Howard vol voor het experiment ging. Dat experiment is zeker niet verdwenen op Collections From The Whiteout, al klinkt het nieuwe album van Ben Howard, zeker op het eerste gehoor, wel wat lichter dan zijn twee voorgangers.
Het nieuwe album van de muzikant uit het Britse Devon werd geproduceerd van niemand minder dan Aaron Dessner (The National), die het afgelopen jaar indruk maakte met zijn productie van de twee geweldige albums van Taylor Swift. Ook voor Ben Howard heeft Aaron Dessner weer mooie dingen gedaan.
Collections From The Whiteout klinkt bijzonder aangenaam in de lentezon en is zoals gezegd wat minder zwaar en experimenteel dan het vorige album van Ben Howard, maar schijn bedriegt. In zowel productioneel als muzikaal opzicht is Collections From The Whiteout een complex album, waarop van alles gebeurt en waarop meestal niet de makkelijkste weg wordt gekozen.
In zowel de instrumentatie als de productie volgen de hoogstandjes elkaar in snel tempo op, waardoor er veel valt te ontdekken op het nieuwe album van Ben Howard. Dit gaat wat mij betreft het makkelijkst bij beluistering met de koptelefoon, al komt er dan soms zoveel op je af dat het je duizelt.
Wanneer Ben Howard de complexe instrumentatie, die zowel uit organische als elektronische klanken bestaat, combineert met wat luie folky songs, klinkt het allemaal behoorlijk toegankelijk, maar Collections From The Whiteout bevat ook een aantal songs waarin invloeden uit de jazz worden verkend en deze songs liggen net wat zwaarder op de maag, zeker wanneer een flinke bak elektronica wordt ingeschakeld voor de inkleuring. Deze elektronica is hier en daar behoorlijk dominant, maar er zijn altijd wel prachtige akoestische en elektrische gitaarlijnen in de buurt.
In de wat traditioneler aandoende songs op Collections From The Whiteout roept de muziek van Ben Howard nog altijd herinneringen op aan roemruchte voorgangers als Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn, maar sinds de Britse muzikant het experiment heeft omarmd, staat hij met zijn muziek toch vooral in het heden.
Collections From The Whiteout bevat bijna een uur muziek en dat is een lange zit. Het is ook niet altijd een makkelijke zit, want wat gebeurt er veel op dit album. Na herhaalde beluistering kan ik echter alleen maar concluderen dat Ben Howard er wederom in is geslaagd om een album af te leveren dat zijn tien jaar geleden zo geprezen debuut makkelijk overtreft. Het maakt Ben Howard tot een van de interessantste muzikanten van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Howard - Collections From The Whiteout - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Howard - Collections From The Whiteout
De Britse muzikant Ben Howard blijft zichzelf vernieuwen op een door Aaron Dessner geproduceerd album, waarop de songs weer op zeer bijzondere wijze zijn ingekleurd
Ik vond de muziek van Ben Howard op zijn zo bejubelde en succesvolle debuut niet eens zo bijzonder, maar op de albums die volgden dook de Britse muzikant steeds verder het experiment in. Het door Aaron Dessner geproduceerde Collections From The Whiteout klinkt bij vluchtige beluistering wat lichter en luchtiger dan zijn voorganger, maar schijn bedriegt. Onderhuids zijn ook dit keer flink wat gitaarpartijen en experimentele elektronica toegevoegd, maar Ben Howard verliest de songs nooit helemaal uit het oog, waardoor ook zijn nieuwe album redelijk toegankelijk klinkt. Lekker voor in de lentezon, maar ook een interessant album om volledig uit te pluizen.
Ben Howard dook precies tien jaar geleden op met zijn debuutalbum Every Kingdom. Met de van dit album afkomstige single Keep Your Head Up groeide de Britse muzikant al snel uit tot een van de meest succesvolle muzikanten uit een heel contingent jonge (Britse) singer-songwriters.
Het siert Ben Howard dat hij sindsdien niet is doorgegaan op de ingeslagen weg, maar continu naar vernieuwing heeft gezocht. Het is voor mij bovendien goed nieuws, want Keep Your Head Up vind ik persoonlijk een draak van een song, terwijl ik de albums van de Britse muzikant steeds interessanter vind worden.
Het deze week verschenen Collections From The Whiteout is de opvolger van het geweldige Noonday Dream uit 2018, waarop Ben Howard vol voor het experiment ging. Dat experiment is zeker niet verdwenen op Collections From The Whiteout, al klinkt het nieuwe album van Ben Howard, zeker op het eerste gehoor, wel wat lichter dan zijn twee voorgangers.
Het nieuwe album van de muzikant uit het Britse Devon werd geproduceerd van niemand minder dan Aaron Dessner (The National), die het afgelopen jaar indruk maakte met zijn productie van de twee geweldige albums van Taylor Swift. Ook voor Ben Howard heeft Aaron Dessner weer mooie dingen gedaan.
Collections From The Whiteout klinkt bijzonder aangenaam in de lentezon en is zoals gezegd wat minder zwaar en experimenteel dan het vorige album van Ben Howard, maar schijn bedriegt. In zowel productioneel als muzikaal opzicht is Collections From The Whiteout een complex album, waarop van alles gebeurt en waarop meestal niet de makkelijkste weg wordt gekozen.
In zowel de instrumentatie als de productie volgen de hoogstandjes elkaar in snel tempo op, waardoor er veel valt te ontdekken op het nieuwe album van Ben Howard. Dit gaat wat mij betreft het makkelijkst bij beluistering met de koptelefoon, al komt er dan soms zoveel op je af dat het je duizelt.
Wanneer Ben Howard de complexe instrumentatie, die zowel uit organische als elektronische klanken bestaat, combineert met wat luie folky songs, klinkt het allemaal behoorlijk toegankelijk, maar Collections From The Whiteout bevat ook een aantal songs waarin invloeden uit de jazz worden verkend en deze songs liggen net wat zwaarder op de maag, zeker wanneer een flinke bak elektronica wordt ingeschakeld voor de inkleuring. Deze elektronica is hier en daar behoorlijk dominant, maar er zijn altijd wel prachtige akoestische en elektrische gitaarlijnen in de buurt.
In de wat traditioneler aandoende songs op Collections From The Whiteout roept de muziek van Ben Howard nog altijd herinneringen op aan roemruchte voorgangers als Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn, maar sinds de Britse muzikant het experiment heeft omarmd, staat hij met zijn muziek toch vooral in het heden.
Collections From The Whiteout bevat bijna een uur muziek en dat is een lange zit. Het is ook niet altijd een makkelijke zit, want wat gebeurt er veel op dit album. Na herhaalde beluistering kan ik echter alleen maar concluderen dat Ben Howard er wederom in is geslaagd om een album af te leveren dat zijn tien jaar geleden zo geprezen debuut makkelijk overtreft. Het maakt Ben Howard tot een van de interessantste muzikanten van het moment. Erwin Zijleman
Ben Howard - I Forget Where We Were (2014)

4,5
0
geplaatst: 25 november 2014, 14:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Howard - I Forget Where We Were - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn relatie met de muziek van Ben Howard is tot dusver uiterst moeizaam. Dat heeft alles te maken met de single waarmee de Britse muzikant ruim drie jaar geleden doorbrak. Keep Your Head Up heeft me nooit iets gedaan, doet me niets en gaat me ook nooit iets doen. Dat kan gebeuren, maar op een of andere manier staat, of beter gezegd stond, het mijn waardering voor de muziek van Ben Howard in de weg.
Zijn debuutalbum Every Kingdom liet ik vanwege de zeurderige single lang liggen, tot ik er achter kwam dat het debuut van Ben Howard veel meer was dan het debuut van de zoveelste Britse folkie.
Every Kingdom deed me afwisselend denken aan de platen van legendarische folkmuzikanten als Nick Drake, Tim Buckley en John Marty en dat zijn platen die ik reken tot de parels in mijn platenkast. Every Kingdom, dat me hiernaast deed denken aan David Gray maar dan zonder de elektronische injectie, smaakte absoluut naar meer, maar toen dat meer een aantal weken geleden verscheen dacht ik bij Ben Howard toch weer onmiddellijk aan die single van een paar jaar geleden en liet ik I Forget Where We Were op de stapel liggen.
Daar heb ik inmiddels spijt van, want de tweede plaat van Ben Howard is een hele sterke plaat. Het is een plaat met vooral ingetogen songs, die opvallen door de bijzondere instrumentatie, de mooie en bijzondere vocalen en de bijna desolate sfeer.
De instrumentatie is donker en dreigend met breed uitwaaiende gitaren en dat is een instrumentatie die prima past bij de stem van Ben Howard die in vocaal opzicht duidelijk is gegroeid. Ben Howard sluit nog altijd aan bij de muziek van de hierboven genoemde voorbeelden, maar heeft, veel meer dan op Every Kingdom, zijn eigen geluid.
Het is een geluid waarin de toch behoorlijk toegankelijke luisterliedjes van zijn debuut plaats hebben gemaakt voor groots klinkende songs. Dat klinkt misschien wat tegenstrijdig met de eerdere bewering dat de nieuwe plaat van Ben Howard vooral ingetogen klinkt, maar dat is het niet. In de songs op I Forget Where We Were domineren ingetogen klanken, maar ze zijn zo donker en wijds dat de impact maximaal is. Heel af en toe mogen de gitaren voorzichtig exploderen, maar hier tegenover staan uiterst ingetogen passages waarin Ben Howard de grootse vlaktes weer verruild voor navelstaren.
Ben Howard wist met Every Kingdom een breed publiek achter zich te scharen en had dit moeiteloos kunnen consolideren door met Every Kingdom 2 op de proppen te komen. Ben Howard heeft dit niet gedaan en heeft als altijd moeilijke tweede plaat een behoorlijk moeilijke plaat opgeleverd. Het is een plaat met lange tracks die het de luisteraar eigenlijk nergens makkelijk maken.
Het is een plaat waarvoor je moet gaan zitten, maar vervolgens is het een plaat om intens van te houden. Het is een plaat waar je tegen moet kunnen, want wat is het donker, maar als je er tegen kan is het muziek van een enorme schoonheid en intensiteit.
Ik begon met net zoveel weerstand aan beluistering van I Forget Where We Were als een kind dat voor het eerst spruitjes moet gaan eten, maar de tweede plaat van Ben Howard blijkt een prachtplaat die ook nog eens steeds beter wordt. Ik beloof hierbij plechtig dat ik Ben Howard nooit meer zal associëren met zijn eerste single, maar herinner me vanaf nu een fraai debuut en een nog veel mooiere opvolger. Het is een opvolger die veel meer respect verdient dan de plaat tot dusver krijgt, want ik ben zeker niet de enige met een verkeerd beeld van Ben Howard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Howard - I Forget Where We Were - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn relatie met de muziek van Ben Howard is tot dusver uiterst moeizaam. Dat heeft alles te maken met de single waarmee de Britse muzikant ruim drie jaar geleden doorbrak. Keep Your Head Up heeft me nooit iets gedaan, doet me niets en gaat me ook nooit iets doen. Dat kan gebeuren, maar op een of andere manier staat, of beter gezegd stond, het mijn waardering voor de muziek van Ben Howard in de weg.
Zijn debuutalbum Every Kingdom liet ik vanwege de zeurderige single lang liggen, tot ik er achter kwam dat het debuut van Ben Howard veel meer was dan het debuut van de zoveelste Britse folkie.
Every Kingdom deed me afwisselend denken aan de platen van legendarische folkmuzikanten als Nick Drake, Tim Buckley en John Marty en dat zijn platen die ik reken tot de parels in mijn platenkast. Every Kingdom, dat me hiernaast deed denken aan David Gray maar dan zonder de elektronische injectie, smaakte absoluut naar meer, maar toen dat meer een aantal weken geleden verscheen dacht ik bij Ben Howard toch weer onmiddellijk aan die single van een paar jaar geleden en liet ik I Forget Where We Were op de stapel liggen.
Daar heb ik inmiddels spijt van, want de tweede plaat van Ben Howard is een hele sterke plaat. Het is een plaat met vooral ingetogen songs, die opvallen door de bijzondere instrumentatie, de mooie en bijzondere vocalen en de bijna desolate sfeer.
De instrumentatie is donker en dreigend met breed uitwaaiende gitaren en dat is een instrumentatie die prima past bij de stem van Ben Howard die in vocaal opzicht duidelijk is gegroeid. Ben Howard sluit nog altijd aan bij de muziek van de hierboven genoemde voorbeelden, maar heeft, veel meer dan op Every Kingdom, zijn eigen geluid.
Het is een geluid waarin de toch behoorlijk toegankelijke luisterliedjes van zijn debuut plaats hebben gemaakt voor groots klinkende songs. Dat klinkt misschien wat tegenstrijdig met de eerdere bewering dat de nieuwe plaat van Ben Howard vooral ingetogen klinkt, maar dat is het niet. In de songs op I Forget Where We Were domineren ingetogen klanken, maar ze zijn zo donker en wijds dat de impact maximaal is. Heel af en toe mogen de gitaren voorzichtig exploderen, maar hier tegenover staan uiterst ingetogen passages waarin Ben Howard de grootse vlaktes weer verruild voor navelstaren.
Ben Howard wist met Every Kingdom een breed publiek achter zich te scharen en had dit moeiteloos kunnen consolideren door met Every Kingdom 2 op de proppen te komen. Ben Howard heeft dit niet gedaan en heeft als altijd moeilijke tweede plaat een behoorlijk moeilijke plaat opgeleverd. Het is een plaat met lange tracks die het de luisteraar eigenlijk nergens makkelijk maken.
Het is een plaat waarvoor je moet gaan zitten, maar vervolgens is het een plaat om intens van te houden. Het is een plaat waar je tegen moet kunnen, want wat is het donker, maar als je er tegen kan is het muziek van een enorme schoonheid en intensiteit.
Ik begon met net zoveel weerstand aan beluistering van I Forget Where We Were als een kind dat voor het eerst spruitjes moet gaan eten, maar de tweede plaat van Ben Howard blijkt een prachtplaat die ook nog eens steeds beter wordt. Ik beloof hierbij plechtig dat ik Ben Howard nooit meer zal associëren met zijn eerste single, maar herinner me vanaf nu een fraai debuut en een nog veel mooiere opvolger. Het is een opvolger die veel meer respect verdient dan de plaat tot dusver krijgt, want ik ben zeker niet de enige met een verkeerd beeld van Ben Howard. Erwin Zijleman
Ben Howard - Noonday Dream (2018)

4,5
1
geplaatst: 7 januari 2019, 17:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Ben Howard - Noonday Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Howard maakt volgens de bezoekers van MusicMeter de beste plaat van het jaar en ik begrijp inmiddels waarom
Ook vorig jaar heb ik de muziek van Ben Howard weer terzijde geschoven zonder er goed naar te luisteren en dat was niet erg slim. De Britse muzikant heeft met Noonday Dream immers een meesterwerk afgeleverd. Het is een meesterwerk dat een stuk experimenteler klinkt dan zijn vorige platen, wat vooral de verdienste is van de buitengewoon fascinerende instrumentatie op de plaat. De gitaarlijnen zijn ook dit keer prachtig, terwijl donkere elektronische wolken je voortdurend benevelen. Het levert een plaat op die je een paar keer moet horen, maar vervolgens is de liefde voor deze prachtplaat van Ben Howard waarschijnlijk onvoorwaardelijk.
Waar het precies aan ligt weet ik niet, maar ergens in mijn brein is kennelijk opgeslagen dat de muziek van Ben Howard niet zo interessant is en dat ik zijn platen dus best mag negeren.
Het is een feit dat de Britse muzikant zelfs inmiddels al een aantal malen heeft gefalsificeerd. Ben Howard’s debuut Every Kingdom uit 2011 liet flarden Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn horen en sloot hiernaast aan bij singer-songwriters als José Gonzalez, Damien Rice en Elliott Smith.
Het in 2014 verschenen I Forget Where We Were was nog een stuk beter dan het debuut en in 2017 was er natuurlijk ook het titelloze debuut van de gelegenheidsband A Blaze of Feather, waarin Ben Howard een voorname rol speelde.
Het zijn stuk voor stuk platen die ik veel beter vond dan ik had verwacht (of het stemmetje in mijn hoofd me deed geloven) en die ik uitvoerig heb geprezen op deze BLOG, maar desondanks heb ik ook de vorig jaar verschenen derde soloplaat van Ben Howard weer laten liggen. Ik heb Noonday Dream pas beluisterd toen de plaat vorige week, tot mijn grote verrassing, opdook op de eerste plek van de door de bezoekers van de uitstekende website MusicMeter samengestelde jaarlijst en ik er voor mijn gevoel niet meer omheen kon.
Ik heb de derde plaat van de Britse singer-songwriter inmiddels talloze keren beluisterd en kan inmiddels alleen maar bevestigen dat Noonday Dream een buitengewoon fascinerende en bovendien wonderschone plaat is.
Ben Howard maakte zijn derde plaat samen met zijn vaste kompaan Mickey Smith, die in A Blaze Of Feather het voortouw nam, in het zuiden van Frankrijk en het zuiden van Engeland. Het is nog altijd muziek die zich heeft laten inspireren door de bovengenoemde folkies uit het verleden, maar Ben Howard heeft de afgelopen jaren ook gesleuteld aan een uniek eigen geluid, waardoor zijn muziek uiteindelijk maar ten dele is te vergelijken met de muziek van grootheden als Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn.
Ben Howard begint vaak bij de ingetogen akoestische folksong, maar tuigt deze vervolgens op met bijzondere klanken. Het zijn vaak bijna ambient achtige elektronische klanken, die de muziek van Ben Howard een bijna hypnotiserend karakter geven, maar de Brit versiert zijn songs net zo makkelijk met overstuurde gitaren of met vervormde elektronica. Invloeden uit de ambient spelen een belangrijke rol op Noonday Dream, maar ook invloeden uit de psychedelica hebben hun weg gevonden naar de nieuwe plaat van de Britse muzikant.
Heel makkelijk maakt Ben Howard het de luisteraar niet op Noonday Dream. De vocalen lijken vaak in dienst te staan van de instrumentatie, die alle kanten op kan schieten en ook hoge muren met nevel optrekt. Zeker vergeleken met zijn debuut is de muziek van Ben Howard een stuk experimenteler geworden. Bij beluistering van Noonday Dream duiken een deel van de hierboven genoemde namen nog zeker op, maar de derde plaat van de Brit roept bij mij ook associaties op met de muziek van Radiohead.
Het is muziek waar je wel even de tijd voor moet nemen. Noonday Dream is een plaat die bij beluistering met onvoldoende aandacht traag voort kan kabbelen, maar het is ook een plaat vol bijzondere muziek. De bedwelmende elektronica geeft de muziek van Ben Howard een unieke sfeer, maar het is ook de perfecte voedingsbodem voor de wederom prachtige gitaarlijnen van de Britse muzikant, die keer op keer zorgen voor kippenvel.
Strijkers zorgen hier en daar voor nog wat extra melancholie, waarna Ben Howard het met ingetogen vocalen af mag maken. Noonday Dream staat vol wonderschone instrumentale en vocale passages, maar het is ook een plaat die bol staat van de onderhuidse spanning. Ik heb de plaat inmiddels een keer of tien beluisterd en ben er inmiddels van overtuigd dat Ben Howard met Noonday Dream een meesterwerk heeft afgeleverd. Jammer dat ik daar ook deze keer weer veel te laat achter kom, maar de volgende keer ben ik zeker direct nieuwsgierig naar het werk van de Britse muzikant; viermaal is immers scheepsrecht. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Ben Howard - Noonday Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Howard maakt volgens de bezoekers van MusicMeter de beste plaat van het jaar en ik begrijp inmiddels waarom
Ook vorig jaar heb ik de muziek van Ben Howard weer terzijde geschoven zonder er goed naar te luisteren en dat was niet erg slim. De Britse muzikant heeft met Noonday Dream immers een meesterwerk afgeleverd. Het is een meesterwerk dat een stuk experimenteler klinkt dan zijn vorige platen, wat vooral de verdienste is van de buitengewoon fascinerende instrumentatie op de plaat. De gitaarlijnen zijn ook dit keer prachtig, terwijl donkere elektronische wolken je voortdurend benevelen. Het levert een plaat op die je een paar keer moet horen, maar vervolgens is de liefde voor deze prachtplaat van Ben Howard waarschijnlijk onvoorwaardelijk.
Waar het precies aan ligt weet ik niet, maar ergens in mijn brein is kennelijk opgeslagen dat de muziek van Ben Howard niet zo interessant is en dat ik zijn platen dus best mag negeren.
Het is een feit dat de Britse muzikant zelfs inmiddels al een aantal malen heeft gefalsificeerd. Ben Howard’s debuut Every Kingdom uit 2011 liet flarden Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn horen en sloot hiernaast aan bij singer-songwriters als José Gonzalez, Damien Rice en Elliott Smith.
Het in 2014 verschenen I Forget Where We Were was nog een stuk beter dan het debuut en in 2017 was er natuurlijk ook het titelloze debuut van de gelegenheidsband A Blaze of Feather, waarin Ben Howard een voorname rol speelde.
Het zijn stuk voor stuk platen die ik veel beter vond dan ik had verwacht (of het stemmetje in mijn hoofd me deed geloven) en die ik uitvoerig heb geprezen op deze BLOG, maar desondanks heb ik ook de vorig jaar verschenen derde soloplaat van Ben Howard weer laten liggen. Ik heb Noonday Dream pas beluisterd toen de plaat vorige week, tot mijn grote verrassing, opdook op de eerste plek van de door de bezoekers van de uitstekende website MusicMeter samengestelde jaarlijst en ik er voor mijn gevoel niet meer omheen kon.
Ik heb de derde plaat van de Britse singer-songwriter inmiddels talloze keren beluisterd en kan inmiddels alleen maar bevestigen dat Noonday Dream een buitengewoon fascinerende en bovendien wonderschone plaat is.
Ben Howard maakte zijn derde plaat samen met zijn vaste kompaan Mickey Smith, die in A Blaze Of Feather het voortouw nam, in het zuiden van Frankrijk en het zuiden van Engeland. Het is nog altijd muziek die zich heeft laten inspireren door de bovengenoemde folkies uit het verleden, maar Ben Howard heeft de afgelopen jaren ook gesleuteld aan een uniek eigen geluid, waardoor zijn muziek uiteindelijk maar ten dele is te vergelijken met de muziek van grootheden als Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn.
Ben Howard begint vaak bij de ingetogen akoestische folksong, maar tuigt deze vervolgens op met bijzondere klanken. Het zijn vaak bijna ambient achtige elektronische klanken, die de muziek van Ben Howard een bijna hypnotiserend karakter geven, maar de Brit versiert zijn songs net zo makkelijk met overstuurde gitaren of met vervormde elektronica. Invloeden uit de ambient spelen een belangrijke rol op Noonday Dream, maar ook invloeden uit de psychedelica hebben hun weg gevonden naar de nieuwe plaat van de Britse muzikant.
Heel makkelijk maakt Ben Howard het de luisteraar niet op Noonday Dream. De vocalen lijken vaak in dienst te staan van de instrumentatie, die alle kanten op kan schieten en ook hoge muren met nevel optrekt. Zeker vergeleken met zijn debuut is de muziek van Ben Howard een stuk experimenteler geworden. Bij beluistering van Noonday Dream duiken een deel van de hierboven genoemde namen nog zeker op, maar de derde plaat van de Brit roept bij mij ook associaties op met de muziek van Radiohead.
Het is muziek waar je wel even de tijd voor moet nemen. Noonday Dream is een plaat die bij beluistering met onvoldoende aandacht traag voort kan kabbelen, maar het is ook een plaat vol bijzondere muziek. De bedwelmende elektronica geeft de muziek van Ben Howard een unieke sfeer, maar het is ook de perfecte voedingsbodem voor de wederom prachtige gitaarlijnen van de Britse muzikant, die keer op keer zorgen voor kippenvel.
Strijkers zorgen hier en daar voor nog wat extra melancholie, waarna Ben Howard het met ingetogen vocalen af mag maken. Noonday Dream staat vol wonderschone instrumentale en vocale passages, maar het is ook een plaat die bol staat van de onderhuidse spanning. Ik heb de plaat inmiddels een keer of tien beluisterd en ben er inmiddels van overtuigd dat Ben Howard met Noonday Dream een meesterwerk heeft afgeleverd. Jammer dat ik daar ook deze keer weer veel te laat achter kom, maar de volgende keer ben ik zeker direct nieuwsgierig naar het werk van de Britse muzikant; viermaal is immers scheepsrecht. Erwin Zijleman
Ben Miller Band - Any Way, Shape or Form (2014)

4,5
0
geplaatst: 13 september 2014, 09:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Miller Band - Any Way, Shape Or Form - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zoek op het Internet naar afbeeldingen van de Ben Miller Band en je vindt drie woest uitziende mannen met baarden die er net zo makkelijk een elektrische gitaar als een authentiek wasbord bij pakken.
Een afbeelding zegt meer dan 1000 worden, want eigenlijk vertelt iedere foto die je vindt van de Ben Miller Band het complete verhaal van Any Way, Shape Or Form.
Any Way, Shape Or Form is overigens niet de eerste plaat van de band uit Joplin, Missouri, maar wel de eerste op een respectabel label (New West). Het zou meteen ook de doorbraakplaat van de Ben Miller Band moeten zijn, want bands als deze hebben we echt veel te weinig.
De Ben Miller Band maakt op van Any Way, Shape Or Form muziek die van de eerste tot de laatste noot kracht, energie en urgentie uitstraalt. Het is muziek die voor een belangrijk deel is geworteld in traditionele bluegrass, maar de Ben Miller Band slaagt er, in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten, in om deze bluegrass zowel authentiek als met een rauwe, of zelfs punky, attitude te vertolken.
Any Way, Shape Or Form doet me daarom wel wat denken aan platen van al weer bijna vergeten bands als Slobberbone, The Bottle Rockets en The Hackensaw Boys, maar bij de Ben Miller Band hoor ik toch meer respect voor muzikale tradities en bovendien wat meer diversiteit.
De muzikale tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, van de noordelijke Appalachen tot de Zuidelijke moerassen worden nadrukkelijk geëerd, maar de Ben Miller Band doet dit wel op geheel eigen wijze. Ben Miller en zijn twee kompanen maken muziek op een wijze die doet vermoeden dat hun leven er van af hangt. Het maakt hierbij niet zoveel uit of het drietal kiest voor rauwe blues uit een vuige kroeg in een desolaat oord of juist voor een ingetogen bluegrass song die zo lijkt weggelopen van een rustieke veranda uit een ver verleden. Het maakt ook niet zoveel uit of de band kiest voor rauwe gitaren en beukende drums of voor een snelheidsrecords brekende banjo en het toch wat lullige wasbord. De passie spat er in alle gevallen vanaf, zodat uiteindelijk liefhebbers van beide uitersten voor de bijl gaan voor Any Way, Shape Or Form.
Bij een van de rauwe bluesy tracks moest ik overigens onmiddellijk aan een ander Amerikaans trio denken: ZZ Top. Dit is waarschijnlijk deels het resultaat van het toeren met deze legendarische band, maar het illustreert ook dat de muziek van de Ben Miller Band zich zeker niet beperkt tot de bluegrass; iets wat overigens ook naar voren komt wanneer de band kiest voor meer invloeden uit de country, folk, of zelfs psychedelica en garagerock.
Rauwe en authentieke muziek vol urgentie maken is één ding; je moet het vervolgens ook nog maar eens goed op de plaat zien te krijgen. Ook dit is de Ben Miller Band gelukt, waarbij de productionele vaardigheden van producer Vance Powell, die werkte met iedereen tussen Wanda Jackson en Jack White, ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld.
Al met al is . Any Way, Shape Or Form een plaat die wat met je doet, of je dat nu wilt of niet. De Ben Miller Band heeft een goudeerlijke plaat gemaakt. What You See Is What You Get. Je kunt er tegen vechten, maar uiteindelijk ga je genadeloos voor de bijl voor deze portie muzikale passie en energie. Een van de betere rootsplaten van het jaar als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Miller Band - Any Way, Shape Or Form - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zoek op het Internet naar afbeeldingen van de Ben Miller Band en je vindt drie woest uitziende mannen met baarden die er net zo makkelijk een elektrische gitaar als een authentiek wasbord bij pakken.
Een afbeelding zegt meer dan 1000 worden, want eigenlijk vertelt iedere foto die je vindt van de Ben Miller Band het complete verhaal van Any Way, Shape Or Form.
Any Way, Shape Or Form is overigens niet de eerste plaat van de band uit Joplin, Missouri, maar wel de eerste op een respectabel label (New West). Het zou meteen ook de doorbraakplaat van de Ben Miller Band moeten zijn, want bands als deze hebben we echt veel te weinig.
De Ben Miller Band maakt op van Any Way, Shape Or Form muziek die van de eerste tot de laatste noot kracht, energie en urgentie uitstraalt. Het is muziek die voor een belangrijk deel is geworteld in traditionele bluegrass, maar de Ben Miller Band slaagt er, in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten, in om deze bluegrass zowel authentiek als met een rauwe, of zelfs punky, attitude te vertolken.
Any Way, Shape Or Form doet me daarom wel wat denken aan platen van al weer bijna vergeten bands als Slobberbone, The Bottle Rockets en The Hackensaw Boys, maar bij de Ben Miller Band hoor ik toch meer respect voor muzikale tradities en bovendien wat meer diversiteit.
De muzikale tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, van de noordelijke Appalachen tot de Zuidelijke moerassen worden nadrukkelijk geëerd, maar de Ben Miller Band doet dit wel op geheel eigen wijze. Ben Miller en zijn twee kompanen maken muziek op een wijze die doet vermoeden dat hun leven er van af hangt. Het maakt hierbij niet zoveel uit of het drietal kiest voor rauwe blues uit een vuige kroeg in een desolaat oord of juist voor een ingetogen bluegrass song die zo lijkt weggelopen van een rustieke veranda uit een ver verleden. Het maakt ook niet zoveel uit of de band kiest voor rauwe gitaren en beukende drums of voor een snelheidsrecords brekende banjo en het toch wat lullige wasbord. De passie spat er in alle gevallen vanaf, zodat uiteindelijk liefhebbers van beide uitersten voor de bijl gaan voor Any Way, Shape Or Form.
Bij een van de rauwe bluesy tracks moest ik overigens onmiddellijk aan een ander Amerikaans trio denken: ZZ Top. Dit is waarschijnlijk deels het resultaat van het toeren met deze legendarische band, maar het illustreert ook dat de muziek van de Ben Miller Band zich zeker niet beperkt tot de bluegrass; iets wat overigens ook naar voren komt wanneer de band kiest voor meer invloeden uit de country, folk, of zelfs psychedelica en garagerock.
Rauwe en authentieke muziek vol urgentie maken is één ding; je moet het vervolgens ook nog maar eens goed op de plaat zien te krijgen. Ook dit is de Ben Miller Band gelukt, waarbij de productionele vaardigheden van producer Vance Powell, die werkte met iedereen tussen Wanda Jackson en Jack White, ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld.
Al met al is . Any Way, Shape Or Form een plaat die wat met je doet, of je dat nu wilt of niet. De Ben Miller Band heeft een goudeerlijke plaat gemaakt. What You See Is What You Get. Je kunt er tegen vechten, maar uiteindelijk ga je genadeloos voor de bijl voor deze portie muzikale passie en energie. Een van de betere rootsplaten van het jaar als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Ben Seretan - Youth Pastoral (2020)

4,5
0
geplaatst: 29 december 2020, 15:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Seretan - Youth Pastoral - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Seretan - Youth Pastoral
Youth Pastoral van Ben Seretan begint bij de countryrock uit de jaren 70, maar laat zich geen moment beperken door de conventies van het genre, wat een wonderschoon album oplevert
Dankzij het jaarlijstje van Paste Magazine heb ik nog net in 2020 kennis gemaakt met Youth Pastoral van Ben Seretan en wat is het een mooi en indrukwekkend album. Het is een album dat opvalt door een wat lome maar ook zeer rijke instrumentatie, die je mee terugneemt naar de jaren 70, maar daar zeker niet blijft hangen. Ben Seretan is niet vies van countryrock uit vervlogen tijden, maar hij geeft zijn eigen draai aan de invloeden uit het verleden. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar ook het niveau van de zang (met een vleugje Neil Young) en het niveau van de songs (die ook omliggende genres verkennen) is hoog. Tot voor kort had ik er nooit iets over gehoord, maar wat is het mooi.
In het jaarlijstje van Paste Magazine vond ik Youth Pastoral van de Amerikaanse singer-songwriter Ben Seretan. Ik was de naam eerder dit jaar nog niet tegengekomen en in de jaren hiervoor overigens ook niet, maar de omschrijving van Paste Magazine, met onder andere de onderstaande zin, maakte me direct nieuwsgierig: “Youth Pastoral is a stunning album that draws its power from Seretan’s Neil Young-like vocals, his evocative, soul-baring songwriting, and a rustic, reverent hum befitting of its heavenward gaze”.
Omdat ik de naam Ben Seretan nog nooit was tegengekomen, ging ik er lange tijd van uit dat Youth Pastoral het debuut was van de singer-songwriter uit Troy, New York, maar Ben Pastoral blijkt een zeer productief muzikant, die alleen dit jaar al meerdere albums uitbracht. Youth Pastoral is de meest ambitieuze van het stel en het is een album dat wat mij betreft terecht is opgedoken in het jaarlijstje van Paste Magazine.
In het citaat van de Amerikaanse muziekwebsite komt al naar voren dat de stem van Ben Seretan wel wat doet denken aan die van Neil Young. Daar is inderdaad wel wat voor te zeggen, maar het is zeker niet het eerste dat me opviel bij beluistering van Youth Pastoral. Ik was in eerste instantie vooral diep onder de indruk van de rijke instrumentatie op het album van de Amerikaanse muzikant.
Ben Seretan heeft een lui en ruimtelijk klinkend album gemaakt, dat absoluut een 70s feel heeft, maar van retro is zeker geen sprake. De Amerikaanse muzikant maakt Amerikaanse rootsmuziek met een voorliefde voor countryrock, maar de inkleuring van de rootsmuziek van Ben Seretan is eigenzinnig.
Voor Youth Pastoral werd een heel arsenaal aan instrumenten de studio in gesleept. Uiteraard zijn er de gitaren en de binnen de countryrock onmisbare pedal steel, maar Ben Seretan en zijn medemuzikanten maakten ook nog gebruik van onder andere een harmonium, flink wat synthesizers, een pomporgel, een fluit en een saxofoon.
Het voorziet het album van een lekker vol geluid, dat enerzijds herinnert aan de hoogtijdagen van de countryrock, maar ook uitstapjes maakt richting psychedelica. Ook de percussie op het album durft overigens buiten de lijntjes te kleuren, waardoor Youth Pastoral een stuk spannender is dan het zoveelste album dat zich laat beïnvloeden door de hoogtijdagen van de countryrock.
Ben Seretan maakt zijn eigen ding van alle invloeden uit het verleden en beschikt ook nog eens over een stem die gemaakt lijkt voor dit genre. Ik hoor inderdaad een vleugje Neil Young, maar de overeenkomsten moeten niet overdreven worden, al is het maar omdat ik ook het wat geknepen geluid van Billy Corgan hoor in de zang.
De stem van Ben Seretan wordt nog wat mooier wanneer hij zich laat ondersteunen door zangeres Devra Freelander, die nog wat schoonheid toevoegt aan het al zo rijkelijk met schoonheid bedeelde Youth Pastoral.
Het album wordt tenslotte nog wat verder opgetild door de tijdloze en soms monumentale songs op het album, die niet alleen bijzonder fraai worden ingekleurd, maar die ook vol gevoel worden vertolkt en zo af en toe ook nog eens heerlijk mogen ontsporen. Het album van Ben Seretan heeft dit jaar nauwelijks aandacht gekregen, of het is mij ontgaan, maar ik durf het inmiddels best een van de pareltjes van 2020 te noemen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Seretan - Youth Pastoral - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Seretan - Youth Pastoral
Youth Pastoral van Ben Seretan begint bij de countryrock uit de jaren 70, maar laat zich geen moment beperken door de conventies van het genre, wat een wonderschoon album oplevert
Dankzij het jaarlijstje van Paste Magazine heb ik nog net in 2020 kennis gemaakt met Youth Pastoral van Ben Seretan en wat is het een mooi en indrukwekkend album. Het is een album dat opvalt door een wat lome maar ook zeer rijke instrumentatie, die je mee terugneemt naar de jaren 70, maar daar zeker niet blijft hangen. Ben Seretan is niet vies van countryrock uit vervlogen tijden, maar hij geeft zijn eigen draai aan de invloeden uit het verleden. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar ook het niveau van de zang (met een vleugje Neil Young) en het niveau van de songs (die ook omliggende genres verkennen) is hoog. Tot voor kort had ik er nooit iets over gehoord, maar wat is het mooi.
In het jaarlijstje van Paste Magazine vond ik Youth Pastoral van de Amerikaanse singer-songwriter Ben Seretan. Ik was de naam eerder dit jaar nog niet tegengekomen en in de jaren hiervoor overigens ook niet, maar de omschrijving van Paste Magazine, met onder andere de onderstaande zin, maakte me direct nieuwsgierig: “Youth Pastoral is a stunning album that draws its power from Seretan’s Neil Young-like vocals, his evocative, soul-baring songwriting, and a rustic, reverent hum befitting of its heavenward gaze”.
Omdat ik de naam Ben Seretan nog nooit was tegengekomen, ging ik er lange tijd van uit dat Youth Pastoral het debuut was van de singer-songwriter uit Troy, New York, maar Ben Pastoral blijkt een zeer productief muzikant, die alleen dit jaar al meerdere albums uitbracht. Youth Pastoral is de meest ambitieuze van het stel en het is een album dat wat mij betreft terecht is opgedoken in het jaarlijstje van Paste Magazine.
In het citaat van de Amerikaanse muziekwebsite komt al naar voren dat de stem van Ben Seretan wel wat doet denken aan die van Neil Young. Daar is inderdaad wel wat voor te zeggen, maar het is zeker niet het eerste dat me opviel bij beluistering van Youth Pastoral. Ik was in eerste instantie vooral diep onder de indruk van de rijke instrumentatie op het album van de Amerikaanse muzikant.
Ben Seretan heeft een lui en ruimtelijk klinkend album gemaakt, dat absoluut een 70s feel heeft, maar van retro is zeker geen sprake. De Amerikaanse muzikant maakt Amerikaanse rootsmuziek met een voorliefde voor countryrock, maar de inkleuring van de rootsmuziek van Ben Seretan is eigenzinnig.
Voor Youth Pastoral werd een heel arsenaal aan instrumenten de studio in gesleept. Uiteraard zijn er de gitaren en de binnen de countryrock onmisbare pedal steel, maar Ben Seretan en zijn medemuzikanten maakten ook nog gebruik van onder andere een harmonium, flink wat synthesizers, een pomporgel, een fluit en een saxofoon.
Het voorziet het album van een lekker vol geluid, dat enerzijds herinnert aan de hoogtijdagen van de countryrock, maar ook uitstapjes maakt richting psychedelica. Ook de percussie op het album durft overigens buiten de lijntjes te kleuren, waardoor Youth Pastoral een stuk spannender is dan het zoveelste album dat zich laat beïnvloeden door de hoogtijdagen van de countryrock.
Ben Seretan maakt zijn eigen ding van alle invloeden uit het verleden en beschikt ook nog eens over een stem die gemaakt lijkt voor dit genre. Ik hoor inderdaad een vleugje Neil Young, maar de overeenkomsten moeten niet overdreven worden, al is het maar omdat ik ook het wat geknepen geluid van Billy Corgan hoor in de zang.
De stem van Ben Seretan wordt nog wat mooier wanneer hij zich laat ondersteunen door zangeres Devra Freelander, die nog wat schoonheid toevoegt aan het al zo rijkelijk met schoonheid bedeelde Youth Pastoral.
Het album wordt tenslotte nog wat verder opgetild door de tijdloze en soms monumentale songs op het album, die niet alleen bijzonder fraai worden ingekleurd, maar die ook vol gevoel worden vertolkt en zo af en toe ook nog eens heerlijk mogen ontsporen. Het album van Ben Seretan heeft dit jaar nauwelijks aandacht gekregen, of het is mij ontgaan, maar ik durf het inmiddels best een van de pareltjes van 2020 te noemen. Erwin Zijleman
Ben Watt - Fever Dream (2016)

4,0
1
geplaatst: 9 april 2016, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Watt - Fever Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse muzikant Ben Watt debuteerde in 1983 met North Marine Drive. De plaat werd goed ontvangen door de critici en leek de start van een mooie solocarrière, maar het liep anders.
Ben Watt vormde in diezelfde periode immers ook een bandje met zijn vrouw, ene Tracey Thorn, en dat bandje werd met haar in 1984 verschenen debuut Eden direct wereldberoemd.
Bij Everything But The Girl, want over die band heb ik het natuurlijk, stond Ben Watt altijd wat in de schaduw van de bijzondere zangeres Tracey Thorn, maar in muzikaal opzicht moet zijn rol niet onderschat worden.
Ben Watt transformeerde Everything But The Girl uiteindelijk van een loom jazzy bandje tot een hip duo dat mee kon in de dance scene van de jaren 90. Toen het doek eenmaal was gevallen voor de band bleef Ben Watt de elektronische dansmuziek trouw, tot hij in 2014 het sterke Hendra afleverde.
Hendra is me twee jaar geleden overigens compleet ontgaan en heb ik gelijk met het deze week verschenen Fever Dream opgepikt. Ook Fever Dream is een verrassend sterke plaat.
Ben Watt maakte een paar jaar geleden nog elektronische dansmuziek, maar daar is op zijn nieuwe plaat helemaal niets van terug te horen. Samen met onder andere voormalig Suede gitarist Bernard Butler heeft Ben Watt een tijdloze singer-songwriter plaat gemaakt. Het is een plaat die herinnert aan de jaren 70 en het is een plaat die meer dan eens associaties oproept met de platen van John Martyn, maar ook een vleugje McCartney bevat.
Ben Watt verrast op Fever Dream met indringende en persoonlijke popliedjes met een vleugje blue-eyed soul. Het zijn popliedjes die fraai worden ingekleurd met een grotendeels subtiele en stemmige instrumentatie.
Meest in het oor springend in deze instrumentatie is het geweldige en soms heerlijk ontsporende gitaarwerk van Bernard Butler, die laat horen dat hij in de jaren 90 niet voor niets werd geschaard onder Engeland’s meest talentvolle gitaristen, maar ook de subtiele maar uiterst trefzekere ritmesectie mag er zijn.
De songs op de plaat kabbelen bijzonder aangenaam voort, maar stralen ook allemaal een enorme urgentie uit, waarbij Ben Watt's indringende zang een belangrijke rol speelt.
We worden momenteel wat overvoerd met jonge Britse singer-songwriters, maar de zo langzamerhand ouwe rot Ben Watt blijft ze met speels gemak voor. Verrassend sterke plaat, die ook nog eens subliem wordt afgesloten met een prachtig en uiterst intiem duet met Marissa Nadler. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Watt - Fever Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse muzikant Ben Watt debuteerde in 1983 met North Marine Drive. De plaat werd goed ontvangen door de critici en leek de start van een mooie solocarrière, maar het liep anders.
Ben Watt vormde in diezelfde periode immers ook een bandje met zijn vrouw, ene Tracey Thorn, en dat bandje werd met haar in 1984 verschenen debuut Eden direct wereldberoemd.
Bij Everything But The Girl, want over die band heb ik het natuurlijk, stond Ben Watt altijd wat in de schaduw van de bijzondere zangeres Tracey Thorn, maar in muzikaal opzicht moet zijn rol niet onderschat worden.
Ben Watt transformeerde Everything But The Girl uiteindelijk van een loom jazzy bandje tot een hip duo dat mee kon in de dance scene van de jaren 90. Toen het doek eenmaal was gevallen voor de band bleef Ben Watt de elektronische dansmuziek trouw, tot hij in 2014 het sterke Hendra afleverde.
Hendra is me twee jaar geleden overigens compleet ontgaan en heb ik gelijk met het deze week verschenen Fever Dream opgepikt. Ook Fever Dream is een verrassend sterke plaat.
Ben Watt maakte een paar jaar geleden nog elektronische dansmuziek, maar daar is op zijn nieuwe plaat helemaal niets van terug te horen. Samen met onder andere voormalig Suede gitarist Bernard Butler heeft Ben Watt een tijdloze singer-songwriter plaat gemaakt. Het is een plaat die herinnert aan de jaren 70 en het is een plaat die meer dan eens associaties oproept met de platen van John Martyn, maar ook een vleugje McCartney bevat.
Ben Watt verrast op Fever Dream met indringende en persoonlijke popliedjes met een vleugje blue-eyed soul. Het zijn popliedjes die fraai worden ingekleurd met een grotendeels subtiele en stemmige instrumentatie.
Meest in het oor springend in deze instrumentatie is het geweldige en soms heerlijk ontsporende gitaarwerk van Bernard Butler, die laat horen dat hij in de jaren 90 niet voor niets werd geschaard onder Engeland’s meest talentvolle gitaristen, maar ook de subtiele maar uiterst trefzekere ritmesectie mag er zijn.
De songs op de plaat kabbelen bijzonder aangenaam voort, maar stralen ook allemaal een enorme urgentie uit, waarbij Ben Watt's indringende zang een belangrijke rol speelt.
We worden momenteel wat overvoerd met jonge Britse singer-songwriters, maar de zo langzamerhand ouwe rot Ben Watt blijft ze met speels gemak voor. Verrassend sterke plaat, die ook nog eens subliem wordt afgesloten met een prachtig en uiterst intiem duet met Marissa Nadler. Erwin Zijleman
Ben Watt - Storm Damage (2020)

4,5
0
geplaatst: 24 april 2020, 16:53 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ben Watt - Storm Damage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Watt - Storm Damage
Ben Watt speelde in Everything But The Girl vooral tweede viool en ook zijn soloalbums waren lang niet altijd interessant, maar het eerder dit jaar verschenen Storm Damage is echt prachtig
Ik was voorbereid op heel veel elektronica en een flinke dosis beats, maar Storm Damage van Ben Watt is vooral een organisch klinkend album. De Britse muzikant heeft een mooi en warm geluid in elkaar gesleuteld waarvan de basis warm en organisch is, maar er aan de oppervlakte ook ruimte is voor elektronica. Het klinkt prachtig en ook de stem van Ben Watt valt zeker niet tegen, maar het zijn vooral de razend knappe songs die Storm Damage flink boven het maaiveld uit tillen. Het zijn intense songs vol melancholie, maar ook songs die nooit de makkelijkste weg kiezen en de fantasie daarom stevig blijven prikkelen.
Ik ben altijd een groot fan van de Britse band Everything But The Girl geweest en dan met name van zangeres Tracey Thorn. Op de eerste albums mocht haar kompaan Ben Watt ook wel eens een nummertje zingen en daar begreep ik niets van. Ook Ben Watts beschikte over een aardige stem, maar het was natuurlijk geen vergelijk met de zwoele en soepele stem van Tracey Thorn.
Het is een beetje alsof Barcelona Lionel Messi als keeper opstelt zodat de keeper van de ploeg ook eens lekker mag voetballen (vergeef me deze voetbal analogie uit het pre-corona tijdperk).
Mijn sympathie voor Ben Watt nam in de jaren 90 nog wat verder af toen hij Tracey Thorn probeerde te overstemmen met dansvloer beats, wat overigens wel zorgde voor een opleving van Everything But The Girl (en voor de ondergang).
Diezelfde Ben Watt dook eerder dit jaar op met een soloalbum, dat ik heb laten liggen, vooral omdat ik nog meer dansvloer escapades verwachte. Ik heb het album vorige week toch maar eens van de stapel gepakt en was direct aangenaam verrast door Storm Damage.
Ben Watt maakt inmiddels al een hele tijd soloalbums, maar de albums die ik een jaar of tien geleden beluisterde waren vooral gevuld met beats en elektronica en niet mijn ding. Sinds een aantal jaren heeft Ben Watt echter zijn oude vak van singer-songwriter weer opgepakt en dat gaat hem goed af. Ik moet nog goed luisteren naar de twee voorgangers van Storm Damage, maar het eerder dit jaar verschenen soloalbum van Ben Watt is een uitstekend album.
Het is een album waarop elektronica niet langer de basis vormt van de muziek van de Britse singer-songwriter. Deze basis wordt gelegd door een subtiel spelende ritmesectie, waarin vooral de contrabas zorgt voor warmte. Op deze basis zijn vervolgens mooie piano en gitaarpartijen gestapeld, waarop Ben Watt vervolgens ook nog een laag elektronica heeft geplaatst.
Het voorziet Storm Damage van een warm en rijk geluid, waarin organische klanken en elektronica fraai samenvloeien. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met de zang van Ben Watt, die vergeleken met zijn jongere jaren aan kracht en doorleving heeft gewonnen. Storm Damage is een album vol melancholie. Ben Watts kreeg te maken met een aantal tegenslagen in zijn persoonlijke leven en ook de staat waarin het Verenigd Koninkrijk de afgelopen jaren verkeert is niet altijd een reden tot vreugde.
Zeker in de ingetogen en wat weemoedig klinkende songs heeft Storm Damage wat van de vroege albums van David Sylvian, maar Ben Watt is ook niet vies van wat lichtvoetigere en meer uptempo songs en ook invloeden uit de Britse folk van weleer klinken door. Het zijn songs die dieper graven dan die van het legioen jonge mannelijke singer-songwriters dat het VK momenteel bevolkt.
De instrumentatie is niet alleen mooi en stemmig, maar ook avontuurlijk en ook de songstructuren op het album zijn zeker niet alledaags. Ik vond Storm Damage al mooi toen het album even op de achtergrond voortkabbelde, maar sinds ik het nieuwe album van Ben Watt uitsluitend met volledige aandacht beluister, ben ik echt onder de indruk van de schoonheid en de intensiteit van de songs. Wat herinneringen uit het verleden zorgden ervoor dat ik Storm Damage makkelijk aan de kant schoof eerder dit jaar, maar wat is het een prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ben Watt - Storm Damage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ben Watt - Storm Damage
Ben Watt speelde in Everything But The Girl vooral tweede viool en ook zijn soloalbums waren lang niet altijd interessant, maar het eerder dit jaar verschenen Storm Damage is echt prachtig
Ik was voorbereid op heel veel elektronica en een flinke dosis beats, maar Storm Damage van Ben Watt is vooral een organisch klinkend album. De Britse muzikant heeft een mooi en warm geluid in elkaar gesleuteld waarvan de basis warm en organisch is, maar er aan de oppervlakte ook ruimte is voor elektronica. Het klinkt prachtig en ook de stem van Ben Watt valt zeker niet tegen, maar het zijn vooral de razend knappe songs die Storm Damage flink boven het maaiveld uit tillen. Het zijn intense songs vol melancholie, maar ook songs die nooit de makkelijkste weg kiezen en de fantasie daarom stevig blijven prikkelen.
Ik ben altijd een groot fan van de Britse band Everything But The Girl geweest en dan met name van zangeres Tracey Thorn. Op de eerste albums mocht haar kompaan Ben Watt ook wel eens een nummertje zingen en daar begreep ik niets van. Ook Ben Watts beschikte over een aardige stem, maar het was natuurlijk geen vergelijk met de zwoele en soepele stem van Tracey Thorn.
Het is een beetje alsof Barcelona Lionel Messi als keeper opstelt zodat de keeper van de ploeg ook eens lekker mag voetballen (vergeef me deze voetbal analogie uit het pre-corona tijdperk).
Mijn sympathie voor Ben Watt nam in de jaren 90 nog wat verder af toen hij Tracey Thorn probeerde te overstemmen met dansvloer beats, wat overigens wel zorgde voor een opleving van Everything But The Girl (en voor de ondergang).
Diezelfde Ben Watt dook eerder dit jaar op met een soloalbum, dat ik heb laten liggen, vooral omdat ik nog meer dansvloer escapades verwachte. Ik heb het album vorige week toch maar eens van de stapel gepakt en was direct aangenaam verrast door Storm Damage.
Ben Watt maakt inmiddels al een hele tijd soloalbums, maar de albums die ik een jaar of tien geleden beluisterde waren vooral gevuld met beats en elektronica en niet mijn ding. Sinds een aantal jaren heeft Ben Watt echter zijn oude vak van singer-songwriter weer opgepakt en dat gaat hem goed af. Ik moet nog goed luisteren naar de twee voorgangers van Storm Damage, maar het eerder dit jaar verschenen soloalbum van Ben Watt is een uitstekend album.
Het is een album waarop elektronica niet langer de basis vormt van de muziek van de Britse singer-songwriter. Deze basis wordt gelegd door een subtiel spelende ritmesectie, waarin vooral de contrabas zorgt voor warmte. Op deze basis zijn vervolgens mooie piano en gitaarpartijen gestapeld, waarop Ben Watt vervolgens ook nog een laag elektronica heeft geplaatst.
Het voorziet Storm Damage van een warm en rijk geluid, waarin organische klanken en elektronica fraai samenvloeien. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met de zang van Ben Watt, die vergeleken met zijn jongere jaren aan kracht en doorleving heeft gewonnen. Storm Damage is een album vol melancholie. Ben Watts kreeg te maken met een aantal tegenslagen in zijn persoonlijke leven en ook de staat waarin het Verenigd Koninkrijk de afgelopen jaren verkeert is niet altijd een reden tot vreugde.
Zeker in de ingetogen en wat weemoedig klinkende songs heeft Storm Damage wat van de vroege albums van David Sylvian, maar Ben Watt is ook niet vies van wat lichtvoetigere en meer uptempo songs en ook invloeden uit de Britse folk van weleer klinken door. Het zijn songs die dieper graven dan die van het legioen jonge mannelijke singer-songwriters dat het VK momenteel bevolkt.
De instrumentatie is niet alleen mooi en stemmig, maar ook avontuurlijk en ook de songstructuren op het album zijn zeker niet alledaags. Ik vond Storm Damage al mooi toen het album even op de achtergrond voortkabbelde, maar sinds ik het nieuwe album van Ben Watt uitsluitend met volledige aandacht beluister, ben ik echt onder de indruk van de schoonheid en de intensiteit van de songs. Wat herinneringen uit het verleden zorgden ervoor dat ik Storm Damage makkelijk aan de kant schoof eerder dit jaar, maar wat is het een prachtalbum. Erwin Zijleman
Benjamin Booker - Benjamin Booker (2014)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2014, 18:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Benjamin Booker - Benjamin Booker - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het kan nog. Zomaar uit het niets een debuut afleveren waarvan de wereld versteld zal staan. Het is een debuut waarvan de veters spontaan uit je schoenen schieten, maar het is ook een debuut dat gehakt zal maken van flink wat gevestigde namen.
Het titelloze debuut van Benjamin Booker doet de laatste platen van Jack White en The Black Keys verbleken en het zijn zeker niet de laatste grootheden die deze jonge muzikant uit New Orleans aan zijn zegekar zal binden.
Het in een paar dagen op de band gesmeten debuut van Benjamin Booker brengt bluesy garagerock terug tot de essentie. Een paar rauwe akkoorden op de gitaar, een beukende ritmesectie en een schuurpapieren strot. Meer heeft Benjamin Booker in eerste instantie niet nodig om te imponeren. Het titelloze debuut van de Amerikaan opent met twee rauwe uptempo tracks van nog geen drie minuten en hierna speelt Benjamin Booker een gewonnen wedstrijd.
Met nog tien vergelijkbare tracks was ik meer dan tevreden geweest, maar na twee tracks bedenkt Benjamin Booker zich dat de lat nog best wat hoger kan. Na een uptempo track met een heerlijk zuigend orgeltje zorgt Benjamin Booker voor centimeters dik kippenvel met een lome track waarin hetzelfde orgeltje samen met een mooi gitaarloopje tegenwicht moet bieden aan vocalen die door de ziel snijden, waarna de gitaren aan het eind nog even los mogen gaan.
Het debuut van Benjamin Booker is dan pas vier tracks onderweg, maar de jonge muzikant uit New Orleans heeft al zoveel indruk gemaakt dat ik zijn debuut niet meer los laat. In de tracks die volgen ligt het tempo weer lekker hoog en verrast Benjamin Booker met de ene na de andere punky garagerock song, al stopt hij ook flink wat soul en blues in zijn muziek en is hij zelfs niet vies van een vleugje onvervalste glamrock. Het lijkt allemaal erg simpel, maar alles wat Benjamin Booker doet is raak. Snoeihard raak.
Het debuut van Benjamin Booker lijkt op het eerste gehoor een plaat die iedere vorm van productie moet ontberen, maar dat is toch niet het geval. Voor het debuut van Benjamin Booker nam de van Alabama Shakes bekende Andrija Tokic plaats achter de knoppen en deze heeft een knap staaltje werk afgeleverd. Tokic heeft immers de rauwe energie van het live-geluid van Benjamin Booker weten te vangen op de plaat en deze energie grijpt je naar de strot.
Zeker wanneer de tracks wat langer worden en het gitaarwerk een prominentere rol krijgt hoor je ook nog een vleugje Jimi Hendrix, maar vervolgens verrast Benjamin Booker net zo makkelijk met een uiterst sobere en fluisterzacht gezongen song, die uiteindelijk natuurlijk ook ontspoort.
Benjamin Booker speelde eerder dit jaar op het invloedrijke South by Southwest (SXSW) festival in Austin, Texas, en maakte daar een onuitwisbare indruk. Het wist een journalist zelfs te verleiden tot de uitspraak dat Benjamin Booker de redder van de rock ’n roll is en sindsdien is in de VS de hype compleet.
Redder van de rock ’n roll is misschien wat veel eer voor een jonge en debuterende muzikant, maar dat Benjamin Booker een geweldige plaat heeft gemaakt is zeker. Eindelijk weer eens een plaat waarvoor de volumeknop helemaal open mag. Als een bezetene de luchtgitaar bespelen is vervolgens nauwelijks te voorkomen. Droomdebuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Benjamin Booker - Benjamin Booker - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het kan nog. Zomaar uit het niets een debuut afleveren waarvan de wereld versteld zal staan. Het is een debuut waarvan de veters spontaan uit je schoenen schieten, maar het is ook een debuut dat gehakt zal maken van flink wat gevestigde namen.
Het titelloze debuut van Benjamin Booker doet de laatste platen van Jack White en The Black Keys verbleken en het zijn zeker niet de laatste grootheden die deze jonge muzikant uit New Orleans aan zijn zegekar zal binden.
Het in een paar dagen op de band gesmeten debuut van Benjamin Booker brengt bluesy garagerock terug tot de essentie. Een paar rauwe akkoorden op de gitaar, een beukende ritmesectie en een schuurpapieren strot. Meer heeft Benjamin Booker in eerste instantie niet nodig om te imponeren. Het titelloze debuut van de Amerikaan opent met twee rauwe uptempo tracks van nog geen drie minuten en hierna speelt Benjamin Booker een gewonnen wedstrijd.
Met nog tien vergelijkbare tracks was ik meer dan tevreden geweest, maar na twee tracks bedenkt Benjamin Booker zich dat de lat nog best wat hoger kan. Na een uptempo track met een heerlijk zuigend orgeltje zorgt Benjamin Booker voor centimeters dik kippenvel met een lome track waarin hetzelfde orgeltje samen met een mooi gitaarloopje tegenwicht moet bieden aan vocalen die door de ziel snijden, waarna de gitaren aan het eind nog even los mogen gaan.
Het debuut van Benjamin Booker is dan pas vier tracks onderweg, maar de jonge muzikant uit New Orleans heeft al zoveel indruk gemaakt dat ik zijn debuut niet meer los laat. In de tracks die volgen ligt het tempo weer lekker hoog en verrast Benjamin Booker met de ene na de andere punky garagerock song, al stopt hij ook flink wat soul en blues in zijn muziek en is hij zelfs niet vies van een vleugje onvervalste glamrock. Het lijkt allemaal erg simpel, maar alles wat Benjamin Booker doet is raak. Snoeihard raak.
Het debuut van Benjamin Booker lijkt op het eerste gehoor een plaat die iedere vorm van productie moet ontberen, maar dat is toch niet het geval. Voor het debuut van Benjamin Booker nam de van Alabama Shakes bekende Andrija Tokic plaats achter de knoppen en deze heeft een knap staaltje werk afgeleverd. Tokic heeft immers de rauwe energie van het live-geluid van Benjamin Booker weten te vangen op de plaat en deze energie grijpt je naar de strot.
Zeker wanneer de tracks wat langer worden en het gitaarwerk een prominentere rol krijgt hoor je ook nog een vleugje Jimi Hendrix, maar vervolgens verrast Benjamin Booker net zo makkelijk met een uiterst sobere en fluisterzacht gezongen song, die uiteindelijk natuurlijk ook ontspoort.
Benjamin Booker speelde eerder dit jaar op het invloedrijke South by Southwest (SXSW) festival in Austin, Texas, en maakte daar een onuitwisbare indruk. Het wist een journalist zelfs te verleiden tot de uitspraak dat Benjamin Booker de redder van de rock ’n roll is en sindsdien is in de VS de hype compleet.
Redder van de rock ’n roll is misschien wat veel eer voor een jonge en debuterende muzikant, maar dat Benjamin Booker een geweldige plaat heeft gemaakt is zeker. Eindelijk weer eens een plaat waarvoor de volumeknop helemaal open mag. Als een bezetene de luchtgitaar bespelen is vervolgens nauwelijks te voorkomen. Droomdebuut. Erwin Zijleman
Benjamin Booker - Witness (2017)

4,5
0
geplaatst: 6 juni 2017, 15:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Benjamin Booker - Witness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Benjamin Booker stond aan het begin van 2014 als debuterend muzikant op het zeer invloedrijke South by Southwest (SXSW) festival in Austin, Texas. Volgens de gelukkigen die zijn optreden bijwoonden, maakte hij direct een onuitwisbare indruk.
De muzikant uit New Orleans werd door een Amerikaanse journalist zelfs onthaald als de redder van de rock ’n roll, maar bij het grote publiek bleef Benjamin Booker onbekend, tot in de zomer van 2014 zijn titelloze debuut verscheen.
Dat debuut werd niet zo breed opgepakt als verwacht of terecht was geweest, maar wat was en is het een verpletterend goede plaat.
Op zijn debuut bracht Benjamin Booker de bluesy garagerock terug tot de essentie en bleef hij soortgenoten als Jack White en The Black Keys voor met rauwe gitaarakkoorden, een beukende ritmesectie, een schuurpapieren strot, een punky attitude en vooral met songs die aankwamen als de spreekwoordelijke mokerslag.
Benjamin Booker imponeerde op zijn debuut met goudeerlijke garagerock vol invloeden uit de blues, maar liet ook horen overweg te kunnen met andere invloeden en liet bovendien horen dat hij als zanger en als gitarist over flink wat talent beschikte. De geweldige productie van de van Alabama Shakes bekende Andrija Tokic, die het energieke live-geluid van de Amerikaan wist te vangen, maakte het af.
De afgelopen jaren was Benjamin Booker zoekende. Hij woonde een tijd lang in Mexico City en komt nu met een plaat op de proppen die vooral anders klinkt dan het zo goede debuut.
Op Witness is niet heel veel ruimte voor de bluesy garagerock die Benjamin Booker op zijn debuut met zoveel vuur vertolkte. De nieuwe plaat van de Amerikaan bevat vooral invloeden uit de soul, al voorziet Benjamin Booker deze soul wel van een eigen signatuur.
Op zijn debuut maakte Benjamin Booker vooral indruk met zijn rauwe strot en zijn geweldige gitaarspel en dit zijn ook op Witness sterke wapens. De Amerikaanse muzikant speelt dit keer wel in een veel lagere versnelling en heeft de soul ontdekt.
Hier en daar gaan de gitaren nog flink los, maar in de meeste songs op de plaat kiest Benjamin Booker voor een wat lomer en heerlijk broeierig geluid. Het is een geluid met moddervette ritmes en van die heerlijk soulvolle gitaarlijnen.
Het past prachtig bij de stem van Benjamin Booker, wiens stembanden nog steeds zijn voorzien van flink wat gruis, maar die dit keer ook flink wat soul en emotie laat horen. In een aantal songs wordt de Amerikaan bijgestaan door vrouwenstemmen en in één van de tracks duikt zelfs levende legende Mavis Staples op.
Liefhebbers van het rauwe geluid van Benjamin Booker hoeven bij beluistering van Witness niet alleen maar te treuren, want de Amerikanen haalt nog een paar keer uit met heerlijk rauwe en gedreven rock ’n roll.
Het doet me heel af en toe wel wat denken aan die geweldige eerste plaat van Lenny Kravitz, maar Benjamin Booker is nog wat veelzijdiger en ook wat eigenzinniger. Hij heeft bovendien wat te melden, want ook Benjamin Booker heeft ervaring met het wijd verbreide racisme in de Verenigde Staten en stelt dit aan de kaak
Het zorgt voor een plaat die zoveel afwijkt van zijn voorganger dat het even wennen is, maar al snel wordt duidelijk dat Benjamin Booker wederom een hele goede plaat heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Benjamin Booker - Witness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Benjamin Booker stond aan het begin van 2014 als debuterend muzikant op het zeer invloedrijke South by Southwest (SXSW) festival in Austin, Texas. Volgens de gelukkigen die zijn optreden bijwoonden, maakte hij direct een onuitwisbare indruk.
De muzikant uit New Orleans werd door een Amerikaanse journalist zelfs onthaald als de redder van de rock ’n roll, maar bij het grote publiek bleef Benjamin Booker onbekend, tot in de zomer van 2014 zijn titelloze debuut verscheen.
Dat debuut werd niet zo breed opgepakt als verwacht of terecht was geweest, maar wat was en is het een verpletterend goede plaat.
Op zijn debuut bracht Benjamin Booker de bluesy garagerock terug tot de essentie en bleef hij soortgenoten als Jack White en The Black Keys voor met rauwe gitaarakkoorden, een beukende ritmesectie, een schuurpapieren strot, een punky attitude en vooral met songs die aankwamen als de spreekwoordelijke mokerslag.
Benjamin Booker imponeerde op zijn debuut met goudeerlijke garagerock vol invloeden uit de blues, maar liet ook horen overweg te kunnen met andere invloeden en liet bovendien horen dat hij als zanger en als gitarist over flink wat talent beschikte. De geweldige productie van de van Alabama Shakes bekende Andrija Tokic, die het energieke live-geluid van de Amerikaan wist te vangen, maakte het af.
De afgelopen jaren was Benjamin Booker zoekende. Hij woonde een tijd lang in Mexico City en komt nu met een plaat op de proppen die vooral anders klinkt dan het zo goede debuut.
Op Witness is niet heel veel ruimte voor de bluesy garagerock die Benjamin Booker op zijn debuut met zoveel vuur vertolkte. De nieuwe plaat van de Amerikaan bevat vooral invloeden uit de soul, al voorziet Benjamin Booker deze soul wel van een eigen signatuur.
Op zijn debuut maakte Benjamin Booker vooral indruk met zijn rauwe strot en zijn geweldige gitaarspel en dit zijn ook op Witness sterke wapens. De Amerikaanse muzikant speelt dit keer wel in een veel lagere versnelling en heeft de soul ontdekt.
Hier en daar gaan de gitaren nog flink los, maar in de meeste songs op de plaat kiest Benjamin Booker voor een wat lomer en heerlijk broeierig geluid. Het is een geluid met moddervette ritmes en van die heerlijk soulvolle gitaarlijnen.
Het past prachtig bij de stem van Benjamin Booker, wiens stembanden nog steeds zijn voorzien van flink wat gruis, maar die dit keer ook flink wat soul en emotie laat horen. In een aantal songs wordt de Amerikaan bijgestaan door vrouwenstemmen en in één van de tracks duikt zelfs levende legende Mavis Staples op.
Liefhebbers van het rauwe geluid van Benjamin Booker hoeven bij beluistering van Witness niet alleen maar te treuren, want de Amerikanen haalt nog een paar keer uit met heerlijk rauwe en gedreven rock ’n roll.
Het doet me heel af en toe wel wat denken aan die geweldige eerste plaat van Lenny Kravitz, maar Benjamin Booker is nog wat veelzijdiger en ook wat eigenzinniger. Hij heeft bovendien wat te melden, want ook Benjamin Booker heeft ervaring met het wijd verbreide racisme in de Verenigde Staten en stelt dit aan de kaak
Het zorgt voor een plaat die zoveel afwijkt van zijn voorganger dat het even wennen is, maar al snel wordt duidelijk dat Benjamin Booker wederom een hele goede plaat heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Benjamin Clementine - And I Have Been (2022)

4,0
1
geplaatst: 1 november 2022, 16:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Benjamin Clementine - And I Have Been - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Benjamin Clementine - And I Have Been
De eigenzinnige Britse muzikant Benjamin Clementine kiest op And I Have Been voor een wat minder pretentieus en vooral wat toegankelijker geluid, al zijn dit in zijn geval zeer relatieve begrippen
Benjamin Clementine dwong met zijn eerste twee albums is muzikaal opzicht respect af, maar hij was bij mij ook goed voor een allergische reactie. Zijn na een stilte van vijf jaar verschenen derde album roept vooralsnog gemengde reacties op, maar van de drie albums van Benjamin Clementine vind ik And I Have Been de meest aansprekende. Op zijn derde album maakt de Britse muzikant muziek die net wat minder pretentieus en ook wat soulvoller is, waardoor de songs op het album, in ieder geval bij mij, minder tegen de haren instrijken. Op hetzelfde moment is Benjamin Clementine er ook in geslaagd om zijn unieke eigen geluid te behouden. Win-win situatie wat mij betreft.
Toen ik een tijdje geleden het nieuwe album van de Britse muzikant Benjamin Clementine in handen kreeg, voelde ik in eerste instantie vooral weerstand. Er zijn ook wel wat redenen om niet te houden van de muzikant uit Londen. Zo staat hij niet bekend als een bijzonder aangenaam persoon en maakt hij ook nog eens nogal pretentieuze muziek, die hij wat hautain vertolkt. Verder hebben we sinds zijn jaloersmakende huwelijk met Flo Morrissey niets meer gehoord van deze geweldige Britse singer-songwriter, waar we hem ook mooi de schuld van kunnen geven. Flink wat weerstand dus, maar And I Have Been nam de meeste weerstand vrij snel weg.
And I Have Been is de opvolger van het inmiddels net iets meer dan vijf jaar oude I Tell A Fly, dat volgde op het helemaal aan het begin van 2015 verschenen At Least For Now, het debuutalbum van de Britse muzikant, die in de jaren voor zijn doorbraak als dakloze verbleef in Parijs. De eerste twee albums van Ben Clementine konden rekenen op superlatieven van de critici en het zijn albums die ik uiteindelijk heb leren waarderen, al blijf ik ze erg pretentieus vinden. Tussen al deze pretenties slaagde Benjamin Clementine er wel in om een uniek eigen geluid neer te zetten, dat zich zowel in muzikaal als in vocaal opzicht niet makkelijk liet vergelijken met de muziek van anderen.
Het is een geluid dat op And I Have Been toch wel een metamorfose heeft ondergaan. De minimalistische klassieke instrumentatie van de eerste twee albums heeft plaatsgemaakt voor een wat toegankelijker en wat soulvoller geluid en ook de zang van Benjamin Clementine strijkt wat mij betreft wat minder tegen de haren in. Het betekent overigens niet dat de Britse muzikant opeens zorgeloze souldeuntjes maakt, want ook And I Have Been is een behoorlijk pretentieus album. Toch is het met afstand het meest toegankelijke album van de Britse muzikant tot dusver.
And I Have Been klinkt soulvoller dan we van Ben Clementine gewend zijn, maar het is wel zeer theatrale soul die de Britse muzikant maakt. De instrumentatie bestaat vooral uit piano en heel veel strijkers, van wie de eerste betrekkelijk ingetogen en klassiek klinkt, maar de tweede behoorlijk en hier en daar zelfs wat pompeus uitpakken.
De ruimte die wordt open gelaten door de nog steeds wat klassiek aandoende instrumentatie, waaraan hier en daar ook blazers en ritmes zijn toegevoegd, wordt bijna volledig gevuld door de stem van Benjamin Clementine, die dit keer (gelukkig) minder vertrouwt op de vocale capriolen van zijn vorige albums, maar die nog altijd behoorlijk expressief zingt. Door af en toe ook nog stevig aangezette koortjes toe te voegen, klinkt And I Have Been behoorlijk vol, maar het album bevat ook een aantal rustpunten.
Ik ben benieuwd hoe de fans van Benjamin Clementine tegen de koerswijziging aankijken, maar zelf ben ik wel gecharmeerd van het wat toegankelijkere en net wat soulvollere geluid op And I Have Been. Het is een geluid dat volgend jaar al weer een vervolg moet gaan krijgen op wat volgens Benjamin Clementine zijn echte derde album gaat worden. Die bewering maakt van And I Have Been mogelijk niet meer dan een tussendoortje, maar daarvoor vind ik de twaalf tracks op het deze week verschenen album van Benjamin Clementine echt veel te goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Benjamin Clementine - And I Have Been - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Benjamin Clementine - And I Have Been
De eigenzinnige Britse muzikant Benjamin Clementine kiest op And I Have Been voor een wat minder pretentieus en vooral wat toegankelijker geluid, al zijn dit in zijn geval zeer relatieve begrippen
Benjamin Clementine dwong met zijn eerste twee albums is muzikaal opzicht respect af, maar hij was bij mij ook goed voor een allergische reactie. Zijn na een stilte van vijf jaar verschenen derde album roept vooralsnog gemengde reacties op, maar van de drie albums van Benjamin Clementine vind ik And I Have Been de meest aansprekende. Op zijn derde album maakt de Britse muzikant muziek die net wat minder pretentieus en ook wat soulvoller is, waardoor de songs op het album, in ieder geval bij mij, minder tegen de haren instrijken. Op hetzelfde moment is Benjamin Clementine er ook in geslaagd om zijn unieke eigen geluid te behouden. Win-win situatie wat mij betreft.
Toen ik een tijdje geleden het nieuwe album van de Britse muzikant Benjamin Clementine in handen kreeg, voelde ik in eerste instantie vooral weerstand. Er zijn ook wel wat redenen om niet te houden van de muzikant uit Londen. Zo staat hij niet bekend als een bijzonder aangenaam persoon en maakt hij ook nog eens nogal pretentieuze muziek, die hij wat hautain vertolkt. Verder hebben we sinds zijn jaloersmakende huwelijk met Flo Morrissey niets meer gehoord van deze geweldige Britse singer-songwriter, waar we hem ook mooi de schuld van kunnen geven. Flink wat weerstand dus, maar And I Have Been nam de meeste weerstand vrij snel weg.
And I Have Been is de opvolger van het inmiddels net iets meer dan vijf jaar oude I Tell A Fly, dat volgde op het helemaal aan het begin van 2015 verschenen At Least For Now, het debuutalbum van de Britse muzikant, die in de jaren voor zijn doorbraak als dakloze verbleef in Parijs. De eerste twee albums van Ben Clementine konden rekenen op superlatieven van de critici en het zijn albums die ik uiteindelijk heb leren waarderen, al blijf ik ze erg pretentieus vinden. Tussen al deze pretenties slaagde Benjamin Clementine er wel in om een uniek eigen geluid neer te zetten, dat zich zowel in muzikaal als in vocaal opzicht niet makkelijk liet vergelijken met de muziek van anderen.
Het is een geluid dat op And I Have Been toch wel een metamorfose heeft ondergaan. De minimalistische klassieke instrumentatie van de eerste twee albums heeft plaatsgemaakt voor een wat toegankelijker en wat soulvoller geluid en ook de zang van Benjamin Clementine strijkt wat mij betreft wat minder tegen de haren in. Het betekent overigens niet dat de Britse muzikant opeens zorgeloze souldeuntjes maakt, want ook And I Have Been is een behoorlijk pretentieus album. Toch is het met afstand het meest toegankelijke album van de Britse muzikant tot dusver.
And I Have Been klinkt soulvoller dan we van Ben Clementine gewend zijn, maar het is wel zeer theatrale soul die de Britse muzikant maakt. De instrumentatie bestaat vooral uit piano en heel veel strijkers, van wie de eerste betrekkelijk ingetogen en klassiek klinkt, maar de tweede behoorlijk en hier en daar zelfs wat pompeus uitpakken.
De ruimte die wordt open gelaten door de nog steeds wat klassiek aandoende instrumentatie, waaraan hier en daar ook blazers en ritmes zijn toegevoegd, wordt bijna volledig gevuld door de stem van Benjamin Clementine, die dit keer (gelukkig) minder vertrouwt op de vocale capriolen van zijn vorige albums, maar die nog altijd behoorlijk expressief zingt. Door af en toe ook nog stevig aangezette koortjes toe te voegen, klinkt And I Have Been behoorlijk vol, maar het album bevat ook een aantal rustpunten.
Ik ben benieuwd hoe de fans van Benjamin Clementine tegen de koerswijziging aankijken, maar zelf ben ik wel gecharmeerd van het wat toegankelijkere en net wat soulvollere geluid op And I Have Been. Het is een geluid dat volgend jaar al weer een vervolg moet gaan krijgen op wat volgens Benjamin Clementine zijn echte derde album gaat worden. Die bewering maakt van And I Have Been mogelijk niet meer dan een tussendoortje, maar daarvoor vind ik de twaalf tracks op het deze week verschenen album van Benjamin Clementine echt veel te goed. Erwin Zijleman
Benjamin Francis Leftwich - To Carry a Whale (2021)

1
geplaatst: 25 juni 2021, 13:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Benjamin Francis Leftwich - To Carry A Whale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Benjamin Francis Leftwich - To Carry A Whale
Benjamin Francis Leftwich wist me tot dusver nog niet volledig te overtuigen, maar op zijn nieuwe album doet de Britse muzikant alles net wat beter en maakt hij indruk met mooie ingetogen songs
Het is al jaren dringen in het land van de singer-songwriters met een voorkeur voor ingetogen en vooral folky songs. Benjamin Francis Leftwich sprong er met zijn vorige albums wat mij betreft nog niet uit, maar To Carry A Whale is een stuk beter. Het is een zeer persoonlijk album dat werd gevoed door verlies en door het afrekenen met een alcoholverslaving, wat neerslaat in de teksten. In muzikaal opzicht klinkt het album wat minder zwaar, zeker wanneer wordt gekozen voor lome akoestische klanken of dromerige soundscapes. Het is een mooi verzorgde en zeer aangename instrumentatie, die prachtig combineert met de zachte vocalen op het album. Ik ben om.
To Carry A Whale is het vierde album van de Britse singer-songwriter Benjamin Francis Leftwich. De vorige drie heb ik uitvoerig beluisterd, maar uiteindelijk vond ik het op een of andere manier niet goed of bijzonder genoeg. De Britse singer-songwriter zit dan ook in een overvolle vijver, waar ik tot dusver vooral zijn vrouwelijke soortgenoten heb uitgevist.
In tegenstelling tot de vorige drie albums van de Britse muzikant beviel To Carry A Whale me echter direct een stuk beter. Het album volgt op een voor Benjamin Francis Leftwich zware periode waarin hij niet alleen de dood van zijn vader moest verwerken, maar bovendien moest afrekenen met een zware alcoholverslaving. Het zijn onderwerpen die terugkomen in de vaak wat melancholische teksten op een zeer persoonlijk album.
Het zijn teksten die de moeite van het uitpluizen meer dan waard zijn, maar To Carry A Whale is ook een album om lekker mee te luieren in de zomerzon. Benjamin Francis Leftwich maakt ook op zijn vierde album immers voornamelijk lome en ingetogen songs, die zich vooral hebben laten beïnvloeden door de Britse en Amerikaanse folk.
De Britse muzikant heeft zijn songs mooi, maar nergens overdadig ingekleurd. De basis is over het algemeen zacht en heeft genoeg aan een akoestische gitaar, elektrische gitaar of piano. Hier en daar worden wat accenten toegevoegd, maar van opsmuk is nergens sprake, al is het maar omdat de toegevoegde synths de songs de kant op sturen van atmosferische soundscapes. De fraaie instrumentatie voorziet de songs op To Carry A Whale van een authentiek maar ook eigentijds klinkend geluid en het is een geluid dat uitstekend past bij de zang van de Britse muzikant.
Benjamin Francis Leftwich zingt zacht en vaak zoals de folkies dat deden in de jaren 60 en 70, wat het oorspronkelijk klinkende geluid op zijn nieuwe album verder versterkt. Het is een geluid waarmee de Britse muzikant zich wat mij betreft onvoldoende wist te onderscheiden op zijn eerste drie albums, maar ondanks het feit dat To Carry A Whale niet heel veel afwijkt van zijn drie voorgangers, was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich.
Het album is geproduceerd door Sam Duckworth en Eg White, van wie laatstgenoemde onder andere werkte met Adele. Overproductie lag daarom wat mij betreft op de loer, maar To Carry A Whale is gelukkig een intiem en smaakvol klinkend album geworden.
Dankzij het sombere karakter van de teksten wordt de Britse muzikant vaak vergeleken met Elliott Smith. Dat is in muzikaal en vocaal opzicht geen hele onzinnige vergelijking, maar waar de muziek van Elliott Smith vaak donker klonk, is het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich een redelijk zonnig klinkend album, dat het ook uitstekend doet op een mooie zomeravond.
De Britse muzikant moet ook met zijn vierde album weer concurreren met hele hordes singer-songwriters, maar het onderscheidend vermogen van To Carry A Whale is wat mij betreft voldoende groot. Het ingetogen album luistert lekker weg, maar zeker bij aandachtige beluistering hoor je ook de diepgang, bijvoorbeeld in de instrumentatie, maar ook in de songs en in de teksten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Benjamin Francis Leftwich - To Carry A Whale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Benjamin Francis Leftwich - To Carry A Whale
Benjamin Francis Leftwich wist me tot dusver nog niet volledig te overtuigen, maar op zijn nieuwe album doet de Britse muzikant alles net wat beter en maakt hij indruk met mooie ingetogen songs
Het is al jaren dringen in het land van de singer-songwriters met een voorkeur voor ingetogen en vooral folky songs. Benjamin Francis Leftwich sprong er met zijn vorige albums wat mij betreft nog niet uit, maar To Carry A Whale is een stuk beter. Het is een zeer persoonlijk album dat werd gevoed door verlies en door het afrekenen met een alcoholverslaving, wat neerslaat in de teksten. In muzikaal opzicht klinkt het album wat minder zwaar, zeker wanneer wordt gekozen voor lome akoestische klanken of dromerige soundscapes. Het is een mooi verzorgde en zeer aangename instrumentatie, die prachtig combineert met de zachte vocalen op het album. Ik ben om.
To Carry A Whale is het vierde album van de Britse singer-songwriter Benjamin Francis Leftwich. De vorige drie heb ik uitvoerig beluisterd, maar uiteindelijk vond ik het op een of andere manier niet goed of bijzonder genoeg. De Britse singer-songwriter zit dan ook in een overvolle vijver, waar ik tot dusver vooral zijn vrouwelijke soortgenoten heb uitgevist.
In tegenstelling tot de vorige drie albums van de Britse muzikant beviel To Carry A Whale me echter direct een stuk beter. Het album volgt op een voor Benjamin Francis Leftwich zware periode waarin hij niet alleen de dood van zijn vader moest verwerken, maar bovendien moest afrekenen met een zware alcoholverslaving. Het zijn onderwerpen die terugkomen in de vaak wat melancholische teksten op een zeer persoonlijk album.
Het zijn teksten die de moeite van het uitpluizen meer dan waard zijn, maar To Carry A Whale is ook een album om lekker mee te luieren in de zomerzon. Benjamin Francis Leftwich maakt ook op zijn vierde album immers voornamelijk lome en ingetogen songs, die zich vooral hebben laten beïnvloeden door de Britse en Amerikaanse folk.
De Britse muzikant heeft zijn songs mooi, maar nergens overdadig ingekleurd. De basis is over het algemeen zacht en heeft genoeg aan een akoestische gitaar, elektrische gitaar of piano. Hier en daar worden wat accenten toegevoegd, maar van opsmuk is nergens sprake, al is het maar omdat de toegevoegde synths de songs de kant op sturen van atmosferische soundscapes. De fraaie instrumentatie voorziet de songs op To Carry A Whale van een authentiek maar ook eigentijds klinkend geluid en het is een geluid dat uitstekend past bij de zang van de Britse muzikant.
Benjamin Francis Leftwich zingt zacht en vaak zoals de folkies dat deden in de jaren 60 en 70, wat het oorspronkelijk klinkende geluid op zijn nieuwe album verder versterkt. Het is een geluid waarmee de Britse muzikant zich wat mij betreft onvoldoende wist te onderscheiden op zijn eerste drie albums, maar ondanks het feit dat To Carry A Whale niet heel veel afwijkt van zijn drie voorgangers, was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich.
Het album is geproduceerd door Sam Duckworth en Eg White, van wie laatstgenoemde onder andere werkte met Adele. Overproductie lag daarom wat mij betreft op de loer, maar To Carry A Whale is gelukkig een intiem en smaakvol klinkend album geworden.
Dankzij het sombere karakter van de teksten wordt de Britse muzikant vaak vergeleken met Elliott Smith. Dat is in muzikaal en vocaal opzicht geen hele onzinnige vergelijking, maar waar de muziek van Elliott Smith vaak donker klonk, is het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich een redelijk zonnig klinkend album, dat het ook uitstekend doet op een mooie zomeravond.
De Britse muzikant moet ook met zijn vierde album weer concurreren met hele hordes singer-songwriters, maar het onderscheidend vermogen van To Carry A Whale is wat mij betreft voldoende groot. Het ingetogen album luistert lekker weg, maar zeker bij aandachtige beluistering hoor je ook de diepgang, bijvoorbeeld in de instrumentatie, maar ook in de songs en in de teksten. Erwin Zijleman
Benni - Bleeding Colours (2025)

4,5
0
geplaatst: 23 april 2025, 13:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Benni - Bleeding Colours - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Benni - Bleeding Colours
Benni is een jonge Belgische singer-songwriter, die vorige week debuteerde met de EP of eigenlijk het mini-album Bleeding Colours, dat echt in meerdere opzichten een verpletterende indruk maakt
De zeven songs en 26 minuten muziek van Benni waren bijna op de stapel beland, maar de songs van de Belgische muzikante lieten me maar niet los, waardoor ik ben afgeweken van mijn regel om alleen volwaardige albums te bespreken. Daar valt in het geval van Bleeding Colours echt niets op af te dingen, want het mini-album van Benni is zeven songs en 26 minuten lang verschrikkelijk goed. Dat heeft alles te maken met de bijzondere stem en de emotievolle zang van de Belgische muzikante, maar ook in muzikaal opzicht en met haar songs maakt Benni makkelijk indruk. Het is druk in het genre waarin Benni opereert, maar ze kan de concurrentie verrassend makkelijk aan.
EP’s en mini-albums laat ik meestal links liggen, zeker wanneer het aanbod aan nieuwe albums zo groot is als tegenwoordig bijna altijd het geval is. De eerste EP van Benni viel daarom vorige week buiten de boot, maar de songs en vooral de stem van de Belgische muzikante lieten me vervolgens niet los, waardoor Bleeding Colours deze week alsnog een plekje op de krenten uit de pop in de wacht heeft gesleept. En terecht, want wat zijn de songs van Benni mooi en bijzonder.
Bleeding Colours wordt overal, en ook door Benni zelf, een EP genoemd, maar met zeven tracks en 26 minuten muziek zou ik het zelf eerder een mini-album noemen. Het is na een aantal singles het eerste echte wapenfeit van Benni en het is in alle opzichten een zeer indrukwekkend wapenfeit geworden.
Benni is het alter ego van Barbara Petitjean uit Vielsalm. Ze is bij onze Zuiderburen bekend van haar eerste singles en van haar optreden als support-act van onder andere Coeur de Pirate, maar in Nederland kunnen we met Bleeding Colours echt kennis maken met de Belgische singer-songwriter.
Ik werd bij eerste beluistering echt verpletterd door de zeven songs van Benni. De muzikante die opgroeide in een klein plaatsje in Wallonië trekt in eerste instantie vooral de aandacht met haar stem. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen van het moment. Het is een stem die je waarschijnlijk mooi of niet mooi vindt, maar als je gevoelig bent voor de vocale verleiding van Benni is deze verleiding ook meedogenloos.
Het is een stem die ik niet direct kan vergelijken met de stemmen van anderen. Af en toe hoor ik iets van de net volwassen Birdy, maar Benni heeft ook een vleugje Kate Bush in haar stem en zo hoor ik nog wel wat stemmen van bijzondere zangeressen, zonder dat de stem van de Belgische muzikante sprekend lijkt op die van een ander.
Benni is pas 24 jaar oud, maar haar stem klinkt verrassend doorleefd. De Belgische singer-songwriter bezingt de pieken en de dalen van de liefde en doet dit met heel veel gevoel. Het zorgt er voor dat haar songs zich genadeloos opdringen, waardoor de zeven songs van Benni bij mij steeds maar terug bleven komen, EP of mini-album of niet.
De stem van Benni is echt prachtig, maar haar songs zijn ook voorzien van zeer sfeervolle en smaakvolle klanken. Het zijn in de basis akoestische klanken, die hier en daar fraai zijn verrijkt met strijkers, wat prachtig past bij de gevoelige zang en alle melancholie die voorbij komt in de teksten op het mini-album van Benni.
Met Bleeding Colours doet Benni wat mij betreft niet onder voor de groten in de indiefolk en indiepop van het moment. Dat is knap, maar wat Bleeding Colours nog knapper maakt is dat Benni de verleiding heeft weerstaan om in de voetsporen van deze groten te treden en heeft gewerkt aan een bijzonder eigen geluid.
Als de Belgische muzikante nog een paar extra tracks had opgenomen had Bleeding Colours een sensationeel debuutalbum kunnen zijn, want ze schrijft ook nog eens geweldige songs. Dat debuutalbum moet nu nog komen, maar door de zeven songs op dit mini-album wordt het een debuutalbum om met hele hoge verwachtingen naar uit te kijken. Bleeding Colours verscheen in de week van Record Store Day, waardoor het aantal andere albums gigantisch was, maar het debuut van Benni moet je echt horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Benni - Bleeding Colours - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Benni - Bleeding Colours
Benni is een jonge Belgische singer-songwriter, die vorige week debuteerde met de EP of eigenlijk het mini-album Bleeding Colours, dat echt in meerdere opzichten een verpletterende indruk maakt
De zeven songs en 26 minuten muziek van Benni waren bijna op de stapel beland, maar de songs van de Belgische muzikante lieten me maar niet los, waardoor ik ben afgeweken van mijn regel om alleen volwaardige albums te bespreken. Daar valt in het geval van Bleeding Colours echt niets op af te dingen, want het mini-album van Benni is zeven songs en 26 minuten lang verschrikkelijk goed. Dat heeft alles te maken met de bijzondere stem en de emotievolle zang van de Belgische muzikante, maar ook in muzikaal opzicht en met haar songs maakt Benni makkelijk indruk. Het is druk in het genre waarin Benni opereert, maar ze kan de concurrentie verrassend makkelijk aan.
EP’s en mini-albums laat ik meestal links liggen, zeker wanneer het aanbod aan nieuwe albums zo groot is als tegenwoordig bijna altijd het geval is. De eerste EP van Benni viel daarom vorige week buiten de boot, maar de songs en vooral de stem van de Belgische muzikante lieten me vervolgens niet los, waardoor Bleeding Colours deze week alsnog een plekje op de krenten uit de pop in de wacht heeft gesleept. En terecht, want wat zijn de songs van Benni mooi en bijzonder.
Bleeding Colours wordt overal, en ook door Benni zelf, een EP genoemd, maar met zeven tracks en 26 minuten muziek zou ik het zelf eerder een mini-album noemen. Het is na een aantal singles het eerste echte wapenfeit van Benni en het is in alle opzichten een zeer indrukwekkend wapenfeit geworden.
Benni is het alter ego van Barbara Petitjean uit Vielsalm. Ze is bij onze Zuiderburen bekend van haar eerste singles en van haar optreden als support-act van onder andere Coeur de Pirate, maar in Nederland kunnen we met Bleeding Colours echt kennis maken met de Belgische singer-songwriter.
Ik werd bij eerste beluistering echt verpletterd door de zeven songs van Benni. De muzikante die opgroeide in een klein plaatsje in Wallonië trekt in eerste instantie vooral de aandacht met haar stem. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen van het moment. Het is een stem die je waarschijnlijk mooi of niet mooi vindt, maar als je gevoelig bent voor de vocale verleiding van Benni is deze verleiding ook meedogenloos.
Het is een stem die ik niet direct kan vergelijken met de stemmen van anderen. Af en toe hoor ik iets van de net volwassen Birdy, maar Benni heeft ook een vleugje Kate Bush in haar stem en zo hoor ik nog wel wat stemmen van bijzondere zangeressen, zonder dat de stem van de Belgische muzikante sprekend lijkt op die van een ander.
Benni is pas 24 jaar oud, maar haar stem klinkt verrassend doorleefd. De Belgische singer-songwriter bezingt de pieken en de dalen van de liefde en doet dit met heel veel gevoel. Het zorgt er voor dat haar songs zich genadeloos opdringen, waardoor de zeven songs van Benni bij mij steeds maar terug bleven komen, EP of mini-album of niet.
De stem van Benni is echt prachtig, maar haar songs zijn ook voorzien van zeer sfeervolle en smaakvolle klanken. Het zijn in de basis akoestische klanken, die hier en daar fraai zijn verrijkt met strijkers, wat prachtig past bij de gevoelige zang en alle melancholie die voorbij komt in de teksten op het mini-album van Benni.
Met Bleeding Colours doet Benni wat mij betreft niet onder voor de groten in de indiefolk en indiepop van het moment. Dat is knap, maar wat Bleeding Colours nog knapper maakt is dat Benni de verleiding heeft weerstaan om in de voetsporen van deze groten te treden en heeft gewerkt aan een bijzonder eigen geluid.
Als de Belgische muzikante nog een paar extra tracks had opgenomen had Bleeding Colours een sensationeel debuutalbum kunnen zijn, want ze schrijft ook nog eens geweldige songs. Dat debuutalbum moet nu nog komen, maar door de zeven songs op dit mini-album wordt het een debuutalbum om met hele hoge verwachtingen naar uit te kijken. Bleeding Colours verscheen in de week van Record Store Day, waardoor het aantal andere albums gigantisch was, maar het debuut van Benni moet je echt horen. Erwin Zijleman
Bert Dockx - Safe (2022)

4,0
1
geplaatst: 23 maart 2022, 16:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bert Dockx - Safe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bert Dockx - Safe
De Belgische muzikant Bert Dockx heeft met Safe een intiem en subtiel, maar ook veelkleurig en wonderschoon album gemaakt, dat zorgt voor een fraai rustpunt in deze hectische en gewelddadige tijden
Bert Dockx speelt in een aantal Belgische bands, maar de muzikant uit Antwerpen had ook nog tijd voor een soloalbum. Het is een soloalbum dat de luisteraar in een bijzondere stemming brengt. De songs op het album zijn deels instrumentaal en naast eigen werk bevat Safe ook twee bijzondere covers. Bert Dockx kan bijna verstilde muziek maken, maar de Belgische muzikant tekent ook voor indrukwekkende spanningsbogen. De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, zit vol met invloeden en wordt gedomineerd door subtiel, maar werkelijk wonderschoon gitaarspel dat alle kanten op kan. Safe is een prachtig album waarop je maar nieuwe dingen blijft horen.
Bert Dockx is een geschoold jazzmuzikant, maar ik ken hem tot dusver vooral van zijn band Flying Horseman, die inmiddels goed is voor een interessant stapeltje albums. Hiernaast maakt de Belgische muzikant deel uit van de bands Dans Dans en Ottla, die wat meer jazz georiënteerde muziek maken, en maakte hij een paar jaar geleden een interessant soloalbum met covers (Transit). Deze week keert Bert Dockx terug met een nieuw soloalbum en Safe is een prachtalbum.
Safe bevat zeven tracks en voor deze tracks heeft de Belgische muzikant bijna 47 minuten nodig. Het zijn deels instrumentale tracks en ook dit keer vertolkt Bert Dockx deels songs van anderen. Naast prachtig ingetogen vertolkingen van Pale Blue Eyes van The Velvet Underground en Lonely Woman van Ornette Coleman bevat Safe dit keer voornamelijk eigen werk en het is fascinerend werk.
Openingstrack Pit opent met subtiele maar bijzonder fraaie gitaarlijnen en wat ingetogen zang, maar in de bijna negen minuten die de track duurt, wordt de spanning steeds verder opgebouwd en wordt het geluid steeds iets voller. Het begint met overdrijvende wolken synths, maar uiteindelijk gaat ook het gitaarwerk helemaal los en laat Bert Dockx horen dat hij niet alleen een meester is in het bouwen van hoge spanningsbogen, maar ook een geweldig gitarist.
Verder is direct vanaf de openingstrack duidelijk dat de Belgische muzikant muziek maakt die niet heel makkelijk in een hokje is te duwen. In de openingstrack duiken flink wat invloeden uit de psychedelica op, maar hier en daar hoor ik ook folky fragmenten, terwijl de wijze waarop de spanning wordt opgebouwd weer doet denken aan de wat toegankelijkere postrock.
Ik ben normaal gesproken helemaal niet zo gek op instrumentale tracks, maar ook zonder vocalen houdt Bert Dockx de aandacht makkelijk vast en slaagt hij er niet alleen in om spannende muziek te maken, maar overtuigt hij ook met wonderschoon en verrassend veelkleurig gitaarwerk. Het zorgt ervoor dat de instrumentale tracks net zo interessant en avontuurlijk zijn als de tracks met zang.
Alle songs op het album hebben in eerste instantie een rustgevende uitwerking op de luisteraar, maar een stemmingswisseling hangt continu in de lucht. Deze stemmingswisseling blijft in de wat meer verstilde songs op het album uit, maar ook in deze songs hangt er een bijzondere spanning in de lucht.
Naarmate het album vordert sleept de muzikant uit Antwerpen er steeds meer invloeden bij. Safe klinkt soms bluesy en soms jazzy, maar over het algemeen vloeien invloeden naadloos in elkaar over. Bert Dockx maakte Safe voor een belangrijk deel zelf, maar hier en daar wordt hij bijgestaan door leden van zijn bands, die het geluid verrijken met onder andere extra vocalen en bijzonder fraaie blazers in de slottrack Lonely Woman.
Safe is een intiem en sfeervol album, dat bij mij het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon. Bij beluistering met de koptelefoon duiken steeds meer fraaie details op in de instrumentatie en hoor je hoe de Belgische muzikant op fraaie en knappe wijze een eigen muzikaal universum creëert. Een subtiel album als Safe sneeuwt in deze hectische tijden waarschijnlijk makkelijk onder, maar gun jezelf de intimiteit, subtiliteit en schoonheid van dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bert Dockx - Safe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bert Dockx - Safe
De Belgische muzikant Bert Dockx heeft met Safe een intiem en subtiel, maar ook veelkleurig en wonderschoon album gemaakt, dat zorgt voor een fraai rustpunt in deze hectische en gewelddadige tijden
Bert Dockx speelt in een aantal Belgische bands, maar de muzikant uit Antwerpen had ook nog tijd voor een soloalbum. Het is een soloalbum dat de luisteraar in een bijzondere stemming brengt. De songs op het album zijn deels instrumentaal en naast eigen werk bevat Safe ook twee bijzondere covers. Bert Dockx kan bijna verstilde muziek maken, maar de Belgische muzikant tekent ook voor indrukwekkende spanningsbogen. De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, zit vol met invloeden en wordt gedomineerd door subtiel, maar werkelijk wonderschoon gitaarspel dat alle kanten op kan. Safe is een prachtig album waarop je maar nieuwe dingen blijft horen.
Bert Dockx is een geschoold jazzmuzikant, maar ik ken hem tot dusver vooral van zijn band Flying Horseman, die inmiddels goed is voor een interessant stapeltje albums. Hiernaast maakt de Belgische muzikant deel uit van de bands Dans Dans en Ottla, die wat meer jazz georiënteerde muziek maken, en maakte hij een paar jaar geleden een interessant soloalbum met covers (Transit). Deze week keert Bert Dockx terug met een nieuw soloalbum en Safe is een prachtalbum.
Safe bevat zeven tracks en voor deze tracks heeft de Belgische muzikant bijna 47 minuten nodig. Het zijn deels instrumentale tracks en ook dit keer vertolkt Bert Dockx deels songs van anderen. Naast prachtig ingetogen vertolkingen van Pale Blue Eyes van The Velvet Underground en Lonely Woman van Ornette Coleman bevat Safe dit keer voornamelijk eigen werk en het is fascinerend werk.
Openingstrack Pit opent met subtiele maar bijzonder fraaie gitaarlijnen en wat ingetogen zang, maar in de bijna negen minuten die de track duurt, wordt de spanning steeds verder opgebouwd en wordt het geluid steeds iets voller. Het begint met overdrijvende wolken synths, maar uiteindelijk gaat ook het gitaarwerk helemaal los en laat Bert Dockx horen dat hij niet alleen een meester is in het bouwen van hoge spanningsbogen, maar ook een geweldig gitarist.
Verder is direct vanaf de openingstrack duidelijk dat de Belgische muzikant muziek maakt die niet heel makkelijk in een hokje is te duwen. In de openingstrack duiken flink wat invloeden uit de psychedelica op, maar hier en daar hoor ik ook folky fragmenten, terwijl de wijze waarop de spanning wordt opgebouwd weer doet denken aan de wat toegankelijkere postrock.
Ik ben normaal gesproken helemaal niet zo gek op instrumentale tracks, maar ook zonder vocalen houdt Bert Dockx de aandacht makkelijk vast en slaagt hij er niet alleen in om spannende muziek te maken, maar overtuigt hij ook met wonderschoon en verrassend veelkleurig gitaarwerk. Het zorgt ervoor dat de instrumentale tracks net zo interessant en avontuurlijk zijn als de tracks met zang.
Alle songs op het album hebben in eerste instantie een rustgevende uitwerking op de luisteraar, maar een stemmingswisseling hangt continu in de lucht. Deze stemmingswisseling blijft in de wat meer verstilde songs op het album uit, maar ook in deze songs hangt er een bijzondere spanning in de lucht.
Naarmate het album vordert sleept de muzikant uit Antwerpen er steeds meer invloeden bij. Safe klinkt soms bluesy en soms jazzy, maar over het algemeen vloeien invloeden naadloos in elkaar over. Bert Dockx maakte Safe voor een belangrijk deel zelf, maar hier en daar wordt hij bijgestaan door leden van zijn bands, die het geluid verrijken met onder andere extra vocalen en bijzonder fraaie blazers in de slottrack Lonely Woman.
Safe is een intiem en sfeervol album, dat bij mij het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon. Bij beluistering met de koptelefoon duiken steeds meer fraaie details op in de instrumentatie en hoor je hoe de Belgische muzikant op fraaie en knappe wijze een eigen muzikaal universum creëert. Een subtiel album als Safe sneeuwt in deze hectische tijden waarschijnlijk makkelijk onder, maar gun jezelf de intimiteit, subtiliteit en schoonheid van dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Bertolf - Happy in Hindsight (2021)

4,5
3
geplaatst: 23 juni 2021, 16:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bertolf - Happy In Hindsight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bertolf - Happy In Hindsight
Bertolf laat zich op dit zonnige en buitengewoon aangename album nadrukkelijk inspireren door muzikale helden uit het verleden, maar laat ook zijn eigen kwaliteiten nadrukkelijk horen
De muziek van Bertolf was me tot dusver grotendeels ontgaan, maar Happy In Hindsight is daar echt veel te goed voor. Het is een album dat klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is een platenkast met heel veel moois. Bertolf eert hoorbaar zijn muzikale helden, die hun beste muziek vooral in de jaren 70 maakten, maar hij laat ook horen dat hij een uitstekend muzikant, zanger en songwriter is. De songs op Happy In Hindsight zijn stuk voor stuk songs om heel vrolijk van te worden, maar het zijn ook songs waar het vakmanschap van af spat. Het levert een prachtige soundtrack voor zorgeloze tijden op, die vergelijkbare albums makkelijk de baas is.
Tot voor kort had ik de muziek van de Nederlandse muzikant Bertolf (Lentink) niet of nauwelijks op het netvlies of trommelvlies. Ik kende de Nederlandse muzikant alleen van de theatervoorstellingen waarin hij samen met een aantal andere muzikanten aan de haal ging met de songs van Crosby, Stills, Nash & Young. Dat klonk allemaal prachtig en was bijzonder knap gedaan, maar ik had er niets mee, net zoals ik niets heb met de muziek van The Analogues, hoe knap het ook allemaal in elkaar zit.
Als ik The Beatles of Crosby, Stills, Nash & Young wil horen duik ik wel in de platenkast of ga ik grasduinen op YouTube, waarop verrassend veel beeldmateriaal te vinden is. Goed, dat is een persoonlijke mening, die volgens mij niet heel breed gedeeld wordt. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik niet direct opveerde toen een paar weken geleden het volgens mij zesde soloalbum van Bertolf verscheen. Dat is jammer, want Happy In Hindsight is echt een geweldig album.
Het is een album dat minstens met één been in de jaren 70 staat, maar daar heb ik geen moeite mee, integendeel. Het nieuwe album van Bertolf klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is wel een zeer smaakvol samengestelde platenkast. Het is een platenkast waarin het solowerk van Paul McCartney uit de jaren 70 prominent aanwezig is, wat direct in de openingstrack duidelijk wordt.
Hiermee legt Bertolf de lat direct hoog voor zichzelf, maar de Nederlandse muzikant komt er makkelijk mee weg. Op Happy In Hindsight etaleert Bertolf nadrukkelijk zijn kwaliteiten als songwriter met een aantal songs waarvoor Paul McCartney zich niet zou hebben geschaamd en waarvoor 10cc een moord zou hebben gedaan.
De Nederlandse muzikant maakt echter niet alleen indruk als songwriter, maar ook als zanger en als muzikant. Ik had bij de zang op het album meerdere keren associaties met het vroege werk van Rufus Wainwright en het grappige is dat Bertolf dit in een recent interview in de Volkskrant inderdaad een belangrijke inspiratiebron noemt. In de zang hoor ik overeenkomsten met Rufus Wainwright, maar die zijn er zeker ook in muzikaal opzicht wanneer het gaat om het werk waarin Rufus Wainwright het bombast nog niet had ontdekt.
Bertolf noemt in het Volskrant interview zelf ook nog Paul McCartney, The Beach Boys, Daryll-Ann en het gitaarwerk van Tony Rice als belangrijke inspiratiebronnen, maar hier kan van alles aan worden toegevoegd. Vanwege het veelzijdige karakter van het album wil ik zeker Todd Rundgren nog toevoegen, want veelzijdig is Happy In Hindsight, dat ook nog over kan schakelen op folk, country en bluegrass, zeker.
Het nieuwe album van Bertolf werd vooral thuis opgenomen, maar klinkt geweldig. De Nederlandse muzikant toont zich niet alleen een uitstekend singer-songwriter, maar ook een getalenteerd gitarist, die in meerdere genres uit de voeten kan.
Er zijn het afgelopen jaar wel meer albums verschenen die klinken als een omgevallen platenkast uit de jaren 70, maar zo aangenaam, knap en veelzijdig als Happy In Hindsight van Bertolf klonken ze wat mij betreft geen van allen. Laat de muziek van Bertolf uit de speakers komen en een lange, mooie en zorgeloze zomer dient zich aan. En laat dat nu precies zijn waar we momenteel behoefte aan hebben. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bertolf - Happy In Hindsight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bertolf - Happy In Hindsight
Bertolf laat zich op dit zonnige en buitengewoon aangename album nadrukkelijk inspireren door muzikale helden uit het verleden, maar laat ook zijn eigen kwaliteiten nadrukkelijk horen
De muziek van Bertolf was me tot dusver grotendeels ontgaan, maar Happy In Hindsight is daar echt veel te goed voor. Het is een album dat klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is een platenkast met heel veel moois. Bertolf eert hoorbaar zijn muzikale helden, die hun beste muziek vooral in de jaren 70 maakten, maar hij laat ook horen dat hij een uitstekend muzikant, zanger en songwriter is. De songs op Happy In Hindsight zijn stuk voor stuk songs om heel vrolijk van te worden, maar het zijn ook songs waar het vakmanschap van af spat. Het levert een prachtige soundtrack voor zorgeloze tijden op, die vergelijkbare albums makkelijk de baas is.
Tot voor kort had ik de muziek van de Nederlandse muzikant Bertolf (Lentink) niet of nauwelijks op het netvlies of trommelvlies. Ik kende de Nederlandse muzikant alleen van de theatervoorstellingen waarin hij samen met een aantal andere muzikanten aan de haal ging met de songs van Crosby, Stills, Nash & Young. Dat klonk allemaal prachtig en was bijzonder knap gedaan, maar ik had er niets mee, net zoals ik niets heb met de muziek van The Analogues, hoe knap het ook allemaal in elkaar zit.
Als ik The Beatles of Crosby, Stills, Nash & Young wil horen duik ik wel in de platenkast of ga ik grasduinen op YouTube, waarop verrassend veel beeldmateriaal te vinden is. Goed, dat is een persoonlijke mening, die volgens mij niet heel breed gedeeld wordt. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik niet direct opveerde toen een paar weken geleden het volgens mij zesde soloalbum van Bertolf verscheen. Dat is jammer, want Happy In Hindsight is echt een geweldig album.
Het is een album dat minstens met één been in de jaren 70 staat, maar daar heb ik geen moeite mee, integendeel. Het nieuwe album van Bertolf klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is wel een zeer smaakvol samengestelde platenkast. Het is een platenkast waarin het solowerk van Paul McCartney uit de jaren 70 prominent aanwezig is, wat direct in de openingstrack duidelijk wordt.
Hiermee legt Bertolf de lat direct hoog voor zichzelf, maar de Nederlandse muzikant komt er makkelijk mee weg. Op Happy In Hindsight etaleert Bertolf nadrukkelijk zijn kwaliteiten als songwriter met een aantal songs waarvoor Paul McCartney zich niet zou hebben geschaamd en waarvoor 10cc een moord zou hebben gedaan.
De Nederlandse muzikant maakt echter niet alleen indruk als songwriter, maar ook als zanger en als muzikant. Ik had bij de zang op het album meerdere keren associaties met het vroege werk van Rufus Wainwright en het grappige is dat Bertolf dit in een recent interview in de Volkskrant inderdaad een belangrijke inspiratiebron noemt. In de zang hoor ik overeenkomsten met Rufus Wainwright, maar die zijn er zeker ook in muzikaal opzicht wanneer het gaat om het werk waarin Rufus Wainwright het bombast nog niet had ontdekt.
Bertolf noemt in het Volskrant interview zelf ook nog Paul McCartney, The Beach Boys, Daryll-Ann en het gitaarwerk van Tony Rice als belangrijke inspiratiebronnen, maar hier kan van alles aan worden toegevoegd. Vanwege het veelzijdige karakter van het album wil ik zeker Todd Rundgren nog toevoegen, want veelzijdig is Happy In Hindsight, dat ook nog over kan schakelen op folk, country en bluegrass, zeker.
Het nieuwe album van Bertolf werd vooral thuis opgenomen, maar klinkt geweldig. De Nederlandse muzikant toont zich niet alleen een uitstekend singer-songwriter, maar ook een getalenteerd gitarist, die in meerdere genres uit de voeten kan.
Er zijn het afgelopen jaar wel meer albums verschenen die klinken als een omgevallen platenkast uit de jaren 70, maar zo aangenaam, knap en veelzijdig als Happy In Hindsight van Bertolf klonken ze wat mij betreft geen van allen. Laat de muziek van Bertolf uit de speakers komen en een lange, mooie en zorgeloze zomer dient zich aan. En laat dat nu precies zijn waar we momenteel behoefte aan hebben. Erwin Zijleman
Bess Atwell - Already, Always (2021)

4,0
1
geplaatst: 27 september 2021, 17:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bess Atwell - Already, Always - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bess Atwell - Already, Always
De Britse muzikante Bess Atwell moet concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar dat moet lukken met het in muzikaal en vocaal opzicht zeer fraaie Already, Always
In weken met heel veel releases moet een album snel indruk maken om niet tussen wal en schip te vallen en indruk maken deed Bess Atwell met haar album Already, Always. Dat doet de jonge Britse muzikante in eerste instantie met haar warme en veelzijdige stem, die alle ruimte krijgt in de instrumentatie. Dat is bijzonder, want het tweede album van de Britse muzikante is voorzien van een warm en sfeervol geluid, dat de ruimte net zo mooi vult als de stem van Bess Atwell. Zoals zoveel van haar Britse soortgenoten heeft Bess Atwell een zwak voor Britse folk, maar ze kan ook uit de voeten in omliggende genres, wat een veelzijdig en zeer aansprekend album oplevert.
Tussen het release aanbod van deze week trof ik verrassend veel albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters aan. Hieronder nogal wat voor mij onbekende namen en de nodige debuutalbums, waaronder Already, Always van de Britse singer-songwriter Bess Atwell, dat overigens na enig speurwerk haar tweede album blijkt.
Ik weet niet heel veel over deze Bess Atwell, buiten het feit dat ze op het Britse platteland opgroeide in een muzikale familie, dat haar album is uitgebracht op het label van de eveneens Britse singer-songwriter Lucy Rose en dat in het Verenigd Koninkrijk haar talent al enkele jaren wordt onderkend.
Er viel de afgelopen week zoals gezegd nogal wat te kiezen voor liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters, maar ik was vrijwel onmiddellijk gecharmeerd van het album van Bess Atwell. Already, Always is een album dat makkelijk verleidt met warme klanken en het al even warme stemgeluid van de jonge Britse muzikante.
Het is een stemgeluid dat in de openingstrack even doet denken aan dat van Lana Del Rey, maar het is wel Lana Del Rey die de blinkende lichten van Los Angeles heeft verruild voor het Britse platteland. De associatie met de Amerikaanse popprinses houdt overigens niet heel lang stand, want Bess Atwell beschikt over een stem die meerdere kanten op kan.
Already, Always gaat ook in muzikaal opzicht meerdere kanten op. In een aantal tracks gaat het album wat meer de kant van de pop op, maar Bess Atwell kan in een van de tracks ook uit de voeten met een vleugje triphop en laat zich hiernaast veelvuldig beïnvloeden door de Britse folk, zonder te vervallen in clichés. In alle genres waarin de jonge Britse muzikante opereert, kiest ze bovendien voor een warm en sfeervol geluid, dat de warmte van haar stem verder versterkt.
Voor een jonge muzikante heeft Bess Atwell een zeer volwassen album afgeleverd. Het is een album dat zich niet heel makkelijk laat vergelijken met albums van andere vrouwelijke singer-songwriters (heel soms hoor ik wat van Marika Hackman) en dat in muzikaal opzicht steeds weer andere wegen in slaat. De instrumentatie op het album is vol maar tegelijkertijd ook subtiel en bestaat uit meerdere lagen, waarin veel moois en bijzonders valt te ontdekken, als je de tijd neemt voor het ontdekken van dit album.
Ondanks alle lagen in de instrumentatie krijgt de stem van Bess Atwell altijd alle ruimte en dat is een wijs besluit. Het immers deze stem die het meest volwassen klinkt op Already, Always. De Britse muzikante vertolkt haar songs met veel precisie, gevoel en expressie, wat zorgt voor een album dat de aandacht makkelijk opeist, maar dat zich ook als een warme deken om je heen slaat.
Het is een album waarin zoals gezegd veel te ontdekken valt. Het geldt voor de veelzijdige stem van de Britse muzikante en de zeer fraaie instrumentatie, maar ook in tekstueel opzicht heeft Bess Atwell een interessant album afgeleverd. Het is een album dat dromerig, maar ook wat melancholisch klinkt, waardoor Already, Always je vaak nog even mee terug neemt naar de sfeer van de greep van de pandemie, die we hopelijk langzaam maar zeker achter ons laten.
Er verschijnen nogal wat albums deze weken, maar het zou doodzonde zijn als Already, Always van Bess Atwell zou ondersneeuwen. En ondertussen is de Britse muzikante natuurlijk ook een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bess Atwell - Already, Always - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bess Atwell - Already, Always
De Britse muzikante Bess Atwell moet concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar dat moet lukken met het in muzikaal en vocaal opzicht zeer fraaie Already, Always
In weken met heel veel releases moet een album snel indruk maken om niet tussen wal en schip te vallen en indruk maken deed Bess Atwell met haar album Already, Always. Dat doet de jonge Britse muzikante in eerste instantie met haar warme en veelzijdige stem, die alle ruimte krijgt in de instrumentatie. Dat is bijzonder, want het tweede album van de Britse muzikante is voorzien van een warm en sfeervol geluid, dat de ruimte net zo mooi vult als de stem van Bess Atwell. Zoals zoveel van haar Britse soortgenoten heeft Bess Atwell een zwak voor Britse folk, maar ze kan ook uit de voeten in omliggende genres, wat een veelzijdig en zeer aansprekend album oplevert.
Tussen het release aanbod van deze week trof ik verrassend veel albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters aan. Hieronder nogal wat voor mij onbekende namen en de nodige debuutalbums, waaronder Already, Always van de Britse singer-songwriter Bess Atwell, dat overigens na enig speurwerk haar tweede album blijkt.
Ik weet niet heel veel over deze Bess Atwell, buiten het feit dat ze op het Britse platteland opgroeide in een muzikale familie, dat haar album is uitgebracht op het label van de eveneens Britse singer-songwriter Lucy Rose en dat in het Verenigd Koninkrijk haar talent al enkele jaren wordt onderkend.
Er viel de afgelopen week zoals gezegd nogal wat te kiezen voor liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters, maar ik was vrijwel onmiddellijk gecharmeerd van het album van Bess Atwell. Already, Always is een album dat makkelijk verleidt met warme klanken en het al even warme stemgeluid van de jonge Britse muzikante.
Het is een stemgeluid dat in de openingstrack even doet denken aan dat van Lana Del Rey, maar het is wel Lana Del Rey die de blinkende lichten van Los Angeles heeft verruild voor het Britse platteland. De associatie met de Amerikaanse popprinses houdt overigens niet heel lang stand, want Bess Atwell beschikt over een stem die meerdere kanten op kan.
Already, Always gaat ook in muzikaal opzicht meerdere kanten op. In een aantal tracks gaat het album wat meer de kant van de pop op, maar Bess Atwell kan in een van de tracks ook uit de voeten met een vleugje triphop en laat zich hiernaast veelvuldig beïnvloeden door de Britse folk, zonder te vervallen in clichés. In alle genres waarin de jonge Britse muzikante opereert, kiest ze bovendien voor een warm en sfeervol geluid, dat de warmte van haar stem verder versterkt.
Voor een jonge muzikante heeft Bess Atwell een zeer volwassen album afgeleverd. Het is een album dat zich niet heel makkelijk laat vergelijken met albums van andere vrouwelijke singer-songwriters (heel soms hoor ik wat van Marika Hackman) en dat in muzikaal opzicht steeds weer andere wegen in slaat. De instrumentatie op het album is vol maar tegelijkertijd ook subtiel en bestaat uit meerdere lagen, waarin veel moois en bijzonders valt te ontdekken, als je de tijd neemt voor het ontdekken van dit album.
Ondanks alle lagen in de instrumentatie krijgt de stem van Bess Atwell altijd alle ruimte en dat is een wijs besluit. Het immers deze stem die het meest volwassen klinkt op Already, Always. De Britse muzikante vertolkt haar songs met veel precisie, gevoel en expressie, wat zorgt voor een album dat de aandacht makkelijk opeist, maar dat zich ook als een warme deken om je heen slaat.
Het is een album waarin zoals gezegd veel te ontdekken valt. Het geldt voor de veelzijdige stem van de Britse muzikante en de zeer fraaie instrumentatie, maar ook in tekstueel opzicht heeft Bess Atwell een interessant album afgeleverd. Het is een album dat dromerig, maar ook wat melancholisch klinkt, waardoor Already, Always je vaak nog even mee terug neemt naar de sfeer van de greep van de pandemie, die we hopelijk langzaam maar zeker achter ons laten.
Er verschijnen nogal wat albums deze weken, maar het zou doodzonde zijn als Already, Always van Bess Atwell zou ondersneeuwen. En ondertussen is de Britse muzikante natuurlijk ook een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman
