Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bruce Springsteen - Springsteen on Broadway (2018)

4,0
1
geplaatst: 17 december 2018, 16:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Springsteen On Broadway - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Afgelopen weekend voor het laatst te zien op Broadway, nu gelukkig ook beschikbaar voor alle Springsteen fans
Springsteen On Broadway was tot dusver alleen te zien voor fans met een hoop geluk en een goed gevulde portemonnee, maar de theatershow van The Boss op het roemruchte Broadway is nu gelukkig voor iedereen te horen en te zien. Het is dankzij de bloemlezing uit Springsteen’s fraaie autobiografie Born To Run meer een theatershow dan een concert, maar als Springsteen grijpt naar de piano of naar een van zijn gitaren is kippenvel nooit ver weg. Het wordt nu echt tijd voor een nieuwe plaat van The Boss, maar ook dit tussendoortje mag er weer zijn.
Zondag 19 juni 2005 was een snikhete dag, die werd afgesloten in een plakkerig Ahoy, waar Bruce Springsteen een intiem soloconcert zou geven.
Ik had op voorhand geen hoge verwachtingen. Ik zag (en zie) Springsteen uiteindelijk toch het liefst met zijn E-Street Band en het beton van Ahoy leek me ook niet direct de meest geschikte setting voor een intiem optreden, maar op die warme zomeravond in 2005 zag ik een van de meest memorabele optredens van de Amerikaanse muzikant en misschien zelfs wel zijn beste.
Tijdens de Devils & Dust tour had Springsteen genoeg aan een rijtje gitaren, een banjo, een mondharmonica, een piano, een orgel en natuurlijk zijn stem. Ruim twee uur lang gaf Bruce Springsteen een bijzondere draai aan oud en nieuw werk en zat ik op het puntje van mijn kuipstoel.
Na de grootse The River Tour, die Springsteen onder andere naar het Haagse Malieveld bracht, en het schrijven van de fraaie autobiografie Born To Run, besloot de Amerikaanse muzikant dat het tijd was voor iets nieuws. Hij boekte het kleine en wat aftandse Walter Kerr Theatre op Broadway voor acht weken en sleutelde een theatershow in elkaar.
Springsteen On Broadway werd een paar keer verlengd en afgelopen weekend stond The Boss voor de 236e (!) en laatste keer op de krakende planken van het kleine theater in Manhattan. 230.000 mensen telden een flink bedrag neer om een van de 975 stoelen van het Walter Kerr Theatre te mogen bezetten, maar voor de meeste Springsteen fans was Springsteen On Broadway helaas niet weggelegd. Daar kwam dit weekend gelukkig verandering in. Springsteen On Broadway staat inmiddels op Spotify en Apple Music, is verkrijgbaar op cd (de LP box-set volgt in januari) en bovendien is de hele set sinds gisteren te zien op Netflix.
Mede gezien de memorabele zomeravond in 2005 was ik erg benieuwd naar de theatershow van Springsteen. Springsteen On Broadway laat zich ten dele vergelijken met de tour die volgde op Devils & Dust. Ook in het Walter Kerr Theatre schotelt Springsteen de bezoekers uitgeklede en verrassend intieme versies van een aantal klassiekers uit zijn oeuvre voor en moeten we het doen met gitaren, piano, mondharmonica en de rauwe strot van Bruce Springsteen, waarbij kippenvel nooit ver weg is.
Er zijn echter ook verschillen. De Devils & Dust tour focuste op de muziek, liet een verassend gevarieerd geluid horen en pakte zowel oud als nieuw werk aan. Springsteen On Broadway focust misschien wel meer op de verhalen dan op de muziek, kiest voor een betrekkelijk sober en eenvormig geluid en focust op de klassiekers uit het rijke oeuvre van de Amerikaan.
Springsteen vertelt in het Walter Kerr Theatre op Broadway lange persoonlijke verhalen en onderbreekt meerdere keren zijn songs voor aanvullende anekdotes. Het zijn de mooie verhalen die ook centraal staan in Springsteen’s autobiografie en het zijn verhalen die op de planken van Broadway vol vuur en emotie worden verteld, hier en daar onderbroken door fraaie muziek.
Springsteen On Broadway is hierdoor meer een theatershow dan een concert. Niets mis mee natuurlijk, want Springsteen is een groot verteller. Het is wel zo dat de show op Netflix wat mij betreft beter tot zijn recht komt dan wanneer je je beperkt tot de audio. De live-albums die Springsteen destijds via zijn officiële site verkocht van de optredens van de Devils & Dust tour (voor een klein deel nog steeds verkrijgbaar via http://live.brucespringsteen.net/catalog.aspx) heb ik nog heel vaak beluisterd. Springsteen On Broadway zal ik vooral nog eens bekijken, want mooi is het zeker, maar niet zo mooi en bijzonder als op die warme zomeravond in 2005. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Springsteen On Broadway - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Afgelopen weekend voor het laatst te zien op Broadway, nu gelukkig ook beschikbaar voor alle Springsteen fans
Springsteen On Broadway was tot dusver alleen te zien voor fans met een hoop geluk en een goed gevulde portemonnee, maar de theatershow van The Boss op het roemruchte Broadway is nu gelukkig voor iedereen te horen en te zien. Het is dankzij de bloemlezing uit Springsteen’s fraaie autobiografie Born To Run meer een theatershow dan een concert, maar als Springsteen grijpt naar de piano of naar een van zijn gitaren is kippenvel nooit ver weg. Het wordt nu echt tijd voor een nieuwe plaat van The Boss, maar ook dit tussendoortje mag er weer zijn.
Zondag 19 juni 2005 was een snikhete dag, die werd afgesloten in een plakkerig Ahoy, waar Bruce Springsteen een intiem soloconcert zou geven.
Ik had op voorhand geen hoge verwachtingen. Ik zag (en zie) Springsteen uiteindelijk toch het liefst met zijn E-Street Band en het beton van Ahoy leek me ook niet direct de meest geschikte setting voor een intiem optreden, maar op die warme zomeravond in 2005 zag ik een van de meest memorabele optredens van de Amerikaanse muzikant en misschien zelfs wel zijn beste.
Tijdens de Devils & Dust tour had Springsteen genoeg aan een rijtje gitaren, een banjo, een mondharmonica, een piano, een orgel en natuurlijk zijn stem. Ruim twee uur lang gaf Bruce Springsteen een bijzondere draai aan oud en nieuw werk en zat ik op het puntje van mijn kuipstoel.
Na de grootse The River Tour, die Springsteen onder andere naar het Haagse Malieveld bracht, en het schrijven van de fraaie autobiografie Born To Run, besloot de Amerikaanse muzikant dat het tijd was voor iets nieuws. Hij boekte het kleine en wat aftandse Walter Kerr Theatre op Broadway voor acht weken en sleutelde een theatershow in elkaar.
Springsteen On Broadway werd een paar keer verlengd en afgelopen weekend stond The Boss voor de 236e (!) en laatste keer op de krakende planken van het kleine theater in Manhattan. 230.000 mensen telden een flink bedrag neer om een van de 975 stoelen van het Walter Kerr Theatre te mogen bezetten, maar voor de meeste Springsteen fans was Springsteen On Broadway helaas niet weggelegd. Daar kwam dit weekend gelukkig verandering in. Springsteen On Broadway staat inmiddels op Spotify en Apple Music, is verkrijgbaar op cd (de LP box-set volgt in januari) en bovendien is de hele set sinds gisteren te zien op Netflix.
Mede gezien de memorabele zomeravond in 2005 was ik erg benieuwd naar de theatershow van Springsteen. Springsteen On Broadway laat zich ten dele vergelijken met de tour die volgde op Devils & Dust. Ook in het Walter Kerr Theatre schotelt Springsteen de bezoekers uitgeklede en verrassend intieme versies van een aantal klassiekers uit zijn oeuvre voor en moeten we het doen met gitaren, piano, mondharmonica en de rauwe strot van Bruce Springsteen, waarbij kippenvel nooit ver weg is.
Er zijn echter ook verschillen. De Devils & Dust tour focuste op de muziek, liet een verassend gevarieerd geluid horen en pakte zowel oud als nieuw werk aan. Springsteen On Broadway focust misschien wel meer op de verhalen dan op de muziek, kiest voor een betrekkelijk sober en eenvormig geluid en focust op de klassiekers uit het rijke oeuvre van de Amerikaan.
Springsteen vertelt in het Walter Kerr Theatre op Broadway lange persoonlijke verhalen en onderbreekt meerdere keren zijn songs voor aanvullende anekdotes. Het zijn de mooie verhalen die ook centraal staan in Springsteen’s autobiografie en het zijn verhalen die op de planken van Broadway vol vuur en emotie worden verteld, hier en daar onderbroken door fraaie muziek.
Springsteen On Broadway is hierdoor meer een theatershow dan een concert. Niets mis mee natuurlijk, want Springsteen is een groot verteller. Het is wel zo dat de show op Netflix wat mij betreft beter tot zijn recht komt dan wanneer je je beperkt tot de audio. De live-albums die Springsteen destijds via zijn officiële site verkocht van de optredens van de Devils & Dust tour (voor een klein deel nog steeds verkrijgbaar via http://live.brucespringsteen.net/catalog.aspx) heb ik nog heel vaak beluisterd. Springsteen On Broadway zal ik vooral nog eens bekijken, want mooi is het zeker, maar niet zo mooi en bijzonder als op die warme zomeravond in 2005. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Tracks II (2025)
Alternatieve titel: The Lost Albums

4,0
6
geplaatst: 29 juni 2025, 10:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums
Met Tracks II: The Lost Albums hebben we er zomaar zeven Bruce Springsteen albums bij en het zijn albums waarop veel moois valt te ontdekken en we af en toe ook een nog minder bekende kant van de Amerikaanse muzikant horen
Tracks II: The Lost Albums is met ruim vijf uur muziek een lange zit, maar het is het waard. Dat geldt wat mij betreft het meest voor de nieuwe albums uit de jaren 90, want in dat decennium was de reguliere productie van Springsteen karig en deels van matige kwaliteit, maar ook het nieuwe werk uit de jaren 80 en het huidige millennium mag er zijn. Tracks II laat zich niet beluisteren als een serie restjes, maar herschrijft deels de geschiedenis met nieuwe albums, die tot voor kort nog een ontbrekende schakel waren in het oeuvre van Bruce Springsteen. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar de toch al zo talentvolle muzikant blijkt ook nog net wat veelzijdiger en getalenteerder dan we al wisten.
“Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Van de talloze albums die de afgelopen decennia toch nog van de plank zijn gekomen, vallen de meeste gewoon vies tegen. Dat dit niet geldt voor Tracks II: The Lost Albums van Bruce Springsteen hadden we kunnen weten, want in 1988 verscheen het eerste deel van Tracks. Het eerste deel van Tracks bestond weliswaar niet uit complete albums, maar de ruime selectie restmateriaal in deze box-set was van een bijzonder hoog niveau en bevatte een flink aantal Springsteen songs die ik niet graag had gemist.
En nu is er dus Tracks II, dat helaas voor een wel heel stevige prijs in de winkel ligt, maar gelukkig ook via de streaming media diensten is te beluisteren, al mis je dan de fraaie verpakking en een mooi boekwerk met achtergrondinformatie. Er is al veel geschreven over Tracks II en er zal de komende weken nog veel meer geschreven worden over de lijvige box-set met maar liefst zeven niet eerder verschenen albums. Het komt neer op ruim tachtig songs en ruim vijf uur nieuwe muziek en dat is veel. Heel veel. Veel verder dan een voorlopig oordeel kom ik nu dan ook nog niet.
Het is materiaal dat werd opgenomen tussen 1983 en 2018, een periode waarin Springsteen zowel als muzikant als privé hoge pieken en diepe dalen kende. Ik was op voorhand het meest benieuwd naar de vergeten albums uit de jaren 90. In dit decennium leverde Springsteen na de voor hem glorieus verlopen jaren 80 immers maar drie albums af. Human Touch (1992) en Lucky Town (1992) vind ik persoonlijk de twee zwakste Springsteen albums en ook de tour die volgde op deze albums was verre van overtuigend. The Ghost Of Tom Joad (1995) is wel een Springsteen klassieker, maar tot voor kort dus ook het enige serieuze wapenfeit van de Amerikaanse muzikant uit de jaren 90, naast de geweldige single Streets Of Philadelphia.
Tracks II voegt drie albums die werden opgenomen in de jaren 90 toe aan Springsteen's oeuvre en het zijn wat mij betreft de opvallendste albums in de box-set. Voor we de jaren 90 in gaan zijn we echter nog in 1983 toen LA Garage Sessions ’83 werd opgenomen. Het is het album dat werd gemaakt tussen het indringende Nebraska uit 1982 en het grootse Born In The U.S.A. uit 1984 en zo laat het album zich ook beluisteren. Het is een album met een aantal hele sterkte tracks, maar over de hele linie vind ik LA Garage Sessions niet onmisbaar, vooral omdat het een Springsteen laat horen die we al kennen.
Het is anders op het eerste album uit de jaren 90 dat in de box is te vinden. Streets Of Philadelphia Sessions werd opgenomen nadat Springsteen de titeltrack had bijgedragen voor de soundtrack van de film Streets Of Philadelphia en het album ligt in het verlengde van deze track, die overigens zelf ontbreekt helaas. Springsteen maakt op Streets Of Philadelphia Sessions intensief gebruik van bijzondere ritmes en drum loops, kiest vooral voor melodieus gitaarwerk, zingt met veel gevoel en zet heel veel synths in, die er voor zorgen dat Streets Of Philadelphia Sessions anders klinkt dan de albums die in de jaren 90 wel verschenen. Het album is voor mij het eerste hoogtepunt in de box-set en vooral omdat het echt iets toevoegt aan het oeuvre van de Amerikaanse muzikant en omdat het veel beter is dan de albums van zijn hand die wel verschenen in het eerste deel van de jaren 90.
Na Streets of Philadelphia Sessions springen we naar 2005 toen Springsteen, Faithless, een nooit verschenen soundtrack bij een film die evenmin verscheen, maakte. De opnames volgden op de zeer indrukwekkende Devils & Dust solotour en laten een sfeervol en beeldend geluid horen, dat het inderdaad uitstekend zou hebben gedaan bij een film. Op het album laat Springsteen zich vooral beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek (net als op Devils & Dust trouwens) met de koortjes van enkele leden van de E-Street Band als opvallend detail. Het levert een mooi en sfeervol album op.
Met Somewhere North Of Nashville keren we weer terug naar de jaren 90 met opnames die stammen uit dezelfde tijd als The Ghost Of Tom Joad. In muzikaal opzicht is het andere koek, want het is een puur country(rock) album. Het had halverwege de jaren 90 zeker een release verdient, want het klinkt anders dan de andere albums van de Amerikaanse muzikant uit deze periode, maar net als het eerste album in de box vind ik het niet echt onmisbaar, zeker omdat er in dit genre al zo veel gemaakt is.
Snel door dus naar album vijf, Inyo, dat ook uit de jaren 90 komt. Het is een akoestisch album dat ergens tussen The Ghost Of Tom Joad en Devils & Dust in zit. Het voegt misschien geen heel geen nieuw geluid toe aan het bestaande oeuvre, maar de songs op het album zijn wel intiem en zeer sfeervol, zeker wanneer fraaie klankentapijten achter de akoestische gitaar worden geplaatst. Inyo had zeker niet misstaan tussen de albums die in de jaren 90 wel werden uitgebracht.
We zijn vervolgens beland bij album zes, Twilight Hours, waarop Bruce Springsteen de crooner in zichzelf ontdekt en zich omringt met Burt Bacharach achtige arrangementen en klanken. Het album werd in dezelfde periode opgenomen als het in 2019 verschenen Western Stars, waarop ook een opvallend rijk georkestreerd geluid was te horen, maar haalt het niveau van dat album wat mij betreft niet, vooral omdat dat album meer Springsteen was dan Twilight Hours. Het is mooi, maar persoonlijk hoor ik Springsteen liever anders.
Blijft alleen album nummer zeven nog over, Perfect World. Het is weer wat meer een verzameling restjes dan een compleet album dat op de plank lag en het is een album waarop we vooral rijk ingekleurde rocksongs horen of juist wat meer ingetogen songs met het karakteristieke Springsteen geluid. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar echt iets nieuws hoor ik niet, wat niet betekent dat het niet goed is, want er komen een aantal geweldige songs voorbij.
Na ruim vijf uur muziek kom ik tot meerdere conclusies. De eerste conclusie is dat het niveau op Tracks II: The Lost Albums, net als op het eerste deel van Tracks uit 1988, hoog ligt. De meeste songs die voorbij komen hadden niet misstaan op de albums die wel verschenen in de periode waarin de songs werden opgenomen, waardoor ik geen moment het idee heb ik dat ik naar een verzameling restjes aan het luisteren ben. Integendeel zelfs, want een flink aantal songs in de box-set zou ik graag inruilen voor tracks die de reguliere albums wel hebben gehaald.
Met de kwaliteit van Tracks II is dus helemaal niets mis, maar echt heel veel nieuws hoor ik ook niet. Streets Of Philadelphia Sessions laat wel iets nieuws horen en dit vind ik dan ook het meest opvallende album in de lijvige box-set. Ook de filmsoundtrack Faithless en het countryalbum Somewhere North of Nashville voegen wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Springsteen, maar ik vind de toevoeging minder substantieel dan in het geval van Streets Of Philadelphia Sessions. Aan Bruce Springsteen als crooner moet ik nog even wennen, maar hij doet het absoluut verdienstelijk. Iniyo is misschien niet hele vernieuwend, maar dit is een album waar ik enorm gehecht aan begin te raken.
Om terug te komen op de zin waarmee ik deze recensies begon: “Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Het ligt in het geval van Bruce Springsteen toch weer net wat anders. Voorlopig genoeg te luisteren dus, maar Springsteen heeft ook alweer een nieuw album aangekondigd en over een jaar of wat verschijnt ook nog Tracks III, dat wel weer zal bestaan uit een verzameling songs die gedurende de jaren zijn blijven liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums
Met Tracks II: The Lost Albums hebben we er zomaar zeven Bruce Springsteen albums bij en het zijn albums waarop veel moois valt te ontdekken en we af en toe ook een nog minder bekende kant van de Amerikaanse muzikant horen
Tracks II: The Lost Albums is met ruim vijf uur muziek een lange zit, maar het is het waard. Dat geldt wat mij betreft het meest voor de nieuwe albums uit de jaren 90, want in dat decennium was de reguliere productie van Springsteen karig en deels van matige kwaliteit, maar ook het nieuwe werk uit de jaren 80 en het huidige millennium mag er zijn. Tracks II laat zich niet beluisteren als een serie restjes, maar herschrijft deels de geschiedenis met nieuwe albums, die tot voor kort nog een ontbrekende schakel waren in het oeuvre van Bruce Springsteen. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar de toch al zo talentvolle muzikant blijkt ook nog net wat veelzijdiger en getalenteerder dan we al wisten.
“Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Van de talloze albums die de afgelopen decennia toch nog van de plank zijn gekomen, vallen de meeste gewoon vies tegen. Dat dit niet geldt voor Tracks II: The Lost Albums van Bruce Springsteen hadden we kunnen weten, want in 1988 verscheen het eerste deel van Tracks. Het eerste deel van Tracks bestond weliswaar niet uit complete albums, maar de ruime selectie restmateriaal in deze box-set was van een bijzonder hoog niveau en bevatte een flink aantal Springsteen songs die ik niet graag had gemist.
En nu is er dus Tracks II, dat helaas voor een wel heel stevige prijs in de winkel ligt, maar gelukkig ook via de streaming media diensten is te beluisteren, al mis je dan de fraaie verpakking en een mooi boekwerk met achtergrondinformatie. Er is al veel geschreven over Tracks II en er zal de komende weken nog veel meer geschreven worden over de lijvige box-set met maar liefst zeven niet eerder verschenen albums. Het komt neer op ruim tachtig songs en ruim vijf uur nieuwe muziek en dat is veel. Heel veel. Veel verder dan een voorlopig oordeel kom ik nu dan ook nog niet.
Het is materiaal dat werd opgenomen tussen 1983 en 2018, een periode waarin Springsteen zowel als muzikant als privé hoge pieken en diepe dalen kende. Ik was op voorhand het meest benieuwd naar de vergeten albums uit de jaren 90. In dit decennium leverde Springsteen na de voor hem glorieus verlopen jaren 80 immers maar drie albums af. Human Touch (1992) en Lucky Town (1992) vind ik persoonlijk de twee zwakste Springsteen albums en ook de tour die volgde op deze albums was verre van overtuigend. The Ghost Of Tom Joad (1995) is wel een Springsteen klassieker, maar tot voor kort dus ook het enige serieuze wapenfeit van de Amerikaanse muzikant uit de jaren 90, naast de geweldige single Streets Of Philadelphia.
Tracks II voegt drie albums die werden opgenomen in de jaren 90 toe aan Springsteen's oeuvre en het zijn wat mij betreft de opvallendste albums in de box-set. Voor we de jaren 90 in gaan zijn we echter nog in 1983 toen LA Garage Sessions ’83 werd opgenomen. Het is het album dat werd gemaakt tussen het indringende Nebraska uit 1982 en het grootse Born In The U.S.A. uit 1984 en zo laat het album zich ook beluisteren. Het is een album met een aantal hele sterkte tracks, maar over de hele linie vind ik LA Garage Sessions niet onmisbaar, vooral omdat het een Springsteen laat horen die we al kennen.
Het is anders op het eerste album uit de jaren 90 dat in de box is te vinden. Streets Of Philadelphia Sessions werd opgenomen nadat Springsteen de titeltrack had bijgedragen voor de soundtrack van de film Streets Of Philadelphia en het album ligt in het verlengde van deze track, die overigens zelf ontbreekt helaas. Springsteen maakt op Streets Of Philadelphia Sessions intensief gebruik van bijzondere ritmes en drum loops, kiest vooral voor melodieus gitaarwerk, zingt met veel gevoel en zet heel veel synths in, die er voor zorgen dat Streets Of Philadelphia Sessions anders klinkt dan de albums die in de jaren 90 wel verschenen. Het album is voor mij het eerste hoogtepunt in de box-set en vooral omdat het echt iets toevoegt aan het oeuvre van de Amerikaanse muzikant en omdat het veel beter is dan de albums van zijn hand die wel verschenen in het eerste deel van de jaren 90.
Na Streets of Philadelphia Sessions springen we naar 2005 toen Springsteen, Faithless, een nooit verschenen soundtrack bij een film die evenmin verscheen, maakte. De opnames volgden op de zeer indrukwekkende Devils & Dust solotour en laten een sfeervol en beeldend geluid horen, dat het inderdaad uitstekend zou hebben gedaan bij een film. Op het album laat Springsteen zich vooral beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek (net als op Devils & Dust trouwens) met de koortjes van enkele leden van de E-Street Band als opvallend detail. Het levert een mooi en sfeervol album op.
Met Somewhere North Of Nashville keren we weer terug naar de jaren 90 met opnames die stammen uit dezelfde tijd als The Ghost Of Tom Joad. In muzikaal opzicht is het andere koek, want het is een puur country(rock) album. Het had halverwege de jaren 90 zeker een release verdient, want het klinkt anders dan de andere albums van de Amerikaanse muzikant uit deze periode, maar net als het eerste album in de box vind ik het niet echt onmisbaar, zeker omdat er in dit genre al zo veel gemaakt is.
Snel door dus naar album vijf, Inyo, dat ook uit de jaren 90 komt. Het is een akoestisch album dat ergens tussen The Ghost Of Tom Joad en Devils & Dust in zit. Het voegt misschien geen heel geen nieuw geluid toe aan het bestaande oeuvre, maar de songs op het album zijn wel intiem en zeer sfeervol, zeker wanneer fraaie klankentapijten achter de akoestische gitaar worden geplaatst. Inyo had zeker niet misstaan tussen de albums die in de jaren 90 wel werden uitgebracht.
We zijn vervolgens beland bij album zes, Twilight Hours, waarop Bruce Springsteen de crooner in zichzelf ontdekt en zich omringt met Burt Bacharach achtige arrangementen en klanken. Het album werd in dezelfde periode opgenomen als het in 2019 verschenen Western Stars, waarop ook een opvallend rijk georkestreerd geluid was te horen, maar haalt het niveau van dat album wat mij betreft niet, vooral omdat dat album meer Springsteen was dan Twilight Hours. Het is mooi, maar persoonlijk hoor ik Springsteen liever anders.
Blijft alleen album nummer zeven nog over, Perfect World. Het is weer wat meer een verzameling restjes dan een compleet album dat op de plank lag en het is een album waarop we vooral rijk ingekleurde rocksongs horen of juist wat meer ingetogen songs met het karakteristieke Springsteen geluid. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar echt iets nieuws hoor ik niet, wat niet betekent dat het niet goed is, want er komen een aantal geweldige songs voorbij.
Na ruim vijf uur muziek kom ik tot meerdere conclusies. De eerste conclusie is dat het niveau op Tracks II: The Lost Albums, net als op het eerste deel van Tracks uit 1988, hoog ligt. De meeste songs die voorbij komen hadden niet misstaan op de albums die wel verschenen in de periode waarin de songs werden opgenomen, waardoor ik geen moment het idee heb ik dat ik naar een verzameling restjes aan het luisteren ben. Integendeel zelfs, want een flink aantal songs in de box-set zou ik graag inruilen voor tracks die de reguliere albums wel hebben gehaald.
Met de kwaliteit van Tracks II is dus helemaal niets mis, maar echt heel veel nieuws hoor ik ook niet. Streets Of Philadelphia Sessions laat wel iets nieuws horen en dit vind ik dan ook het meest opvallende album in de lijvige box-set. Ook de filmsoundtrack Faithless en het countryalbum Somewhere North of Nashville voegen wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Springsteen, maar ik vind de toevoeging minder substantieel dan in het geval van Streets Of Philadelphia Sessions. Aan Bruce Springsteen als crooner moet ik nog even wennen, maar hij doet het absoluut verdienstelijk. Iniyo is misschien niet hele vernieuwend, maar dit is een album waar ik enorm gehecht aan begin te raken.
Om terug te komen op de zin waarmee ik deze recensies begon: “Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Het ligt in het geval van Bruce Springsteen toch weer net wat anders. Voorlopig genoeg te luisteren dus, maar Springsteen heeft ook alweer een nieuw album aangekondigd en over een jaar of wat verschijnt ook nog Tracks III, dat wel weer zal bestaan uit een verzameling songs die gedurende de jaren zijn blijven liggen. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Tunnel of Love (1987)

5,0
5
geplaatst: 16 oktober 2022, 20:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Tunnel Of Love (1987) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Tunnel Of Love (1987)
Na het succes van Born In The U.S.A. koos Bruce Springsteen op Tunnel Of Love voor een duidelijk ander geluid en maakte hij ons ook nog eens deelgenoot van zijn uit elkaar vallende huwelijk
Bruce Springsteen is nog lang niet klaar voor een plekje achter de geraniums met een nieuw album en een wereldtour op komst. In tegenstelling tot de meeste van zijn generatiegenoten brengt hij bovendien nog altijd met enige regelmaat albums uit die er toe doen, maar zijn wat mij betreft beste album is deze week alweer 35 jaar oud. Tunnel Of Love volgde op jaren van grote successen, maar werd ook gemaakt in een tijd waarin het verse huwelijk van de Amerikaanse muzikant langzaam maar zeker uit elkaar viel. Tunnel Of Love is een behoorlijk ingetogen album zonder het spierballenvertoon van de E-Street Band (al zijn ze wel van de partij). Voor mij een van de mooiste breakup albums aller tijden.
Volgende maand verschijnt een nieuw album van Bruce Springsteen. Het is een album waar ik op basis van de songs die het album zijn vooruit gesneld zeker niet met hele hoge verwachtingen naar uit kijk (Nightshift vind ik echt tenenkrommend), al waren de vorige twee albums van de Amerikaanse muzikant echt uitstekend. Een ander Bruce Springsteen album vierde deze week zijn 35e verjaardag. In oktober 1987 verscheen immers Tunnel Of Love. Het is een album dat volgde op de triomftocht van Born In The U.S.A. uit 1984 en dat gevolgd zou worden door een hele zwakke periode in de carrière van Bruce Springsteen, die eigenlijk pas eindigde met de release van The Rising in 2002.
Bruce Springsteen heeft inmiddels meerdere klassiekers op zijn naam staan: The Wild, The Innocent And The E Street Shuffle, Born To Run, Darkness On The Edge Of Town, The River, Nebraska, Born In The U.S.A., The Rising en, vooruit, Letter To You, maar als ik mijn favoriete Bruce Springsteen album moet kiezen, kies ik zonder enige twijfel voor Tunnel Of Love uit 1987.
Het album volgde zoals gezegd op het enorme succes van Born In The U.S.A. maar werd ook uitgebracht in een roerige episode in het leven van Bruce Springsteen. De Amerikaanse muzikant was in 1985 in het huwelijk getreden met actrice Julianne Phillips, maar toen hij aan het begin van 1987 de studio indook voor zijn achtste studioalbum, waren de eerste scheurtjes in het prille huwelijk al zichtbaar. Hoewel de echtscheiding pas in 1989 officieel werd, moet Tunnel Of Love worden gezien als het breakup album van Bruce Springsteen.
De naam van de E-Street Band was nooit prominent zichtbaar op de albumhoezen van Bruce Springsteen, maar ook op Tunnel Of Love is de band van de partij, net als Patti Scialfa, die de plek van Julianne Phillips zou innemen. Ondanks de aanwezigheid van de E-Street Band is Tunnel Of Love een net wat meer ingetogen album dan Born In The U.S.A., dat het moest hebben van meer spierballenvertoon.
Tunnel Of Love is een album over de liefde en de keerzijde van de liefde, die bijna in chronologische volgorde worden besproken, maar het is ook een album dat rijkelijk is gevuld met Bruce Springsteen klassiekers. Tunnel Of Love is met Ain't Got You, Tougher Than The Rest, All That Heaven Will Allow, Spare Parts, Cautious Man, Walk Like A Man, Tunnel of Love, Two Faces, Brilliant Disguise, One Step Up, When You're Alone en Valentine’s Day een album met wat mij betreft een ruime handvol songs die behoren tot het beste dat Bruce Springsteen heeft gemaakt.
De persoonlijke songs op het album worden met veel emotie vertolkt, waardoor nagenoeg alle songs op het album zich stevig opdringen. De muzikanten rond Springsteen verkeren bovendien in topvorm op een album met een redelijk ingetogen geluid, dat ver verwijderd blijft van het grootse geluid van de E-Street Band en dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.
Ik draai nog heel regelmatig muziek van Springsteen, waarbij de hierboven genoemde klassiekers en toch ook Western Stars er voor mij uit springen, maar ik grijp toch verreweg het vaakst naar Tunnel Of Love. Het is een album waarvan ik iedere noot ken, maar desondanks stelt Tunnel Of Love me nooit teleur.
Het blijft bijzonder dat Bruce Springsteen na Tunnel Of Love zo ver wegzakte en zelfs live een aantal jaren niet wist te overtuigen. De terroristische aanslagen van 11 september 2001 zouden hem inspireren tot The Rising, dat wat mij betreft het eerste echt goede Springsteen album na Tunnel Of Love was. Het is lastig geloven dat het album inmiddels al weer 35 jaar oud is, maar het heeft echt nog helemaal niets van zijn glans verloren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Tunnel Of Love (1987) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Tunnel Of Love (1987)
Na het succes van Born In The U.S.A. koos Bruce Springsteen op Tunnel Of Love voor een duidelijk ander geluid en maakte hij ons ook nog eens deelgenoot van zijn uit elkaar vallende huwelijk
Bruce Springsteen is nog lang niet klaar voor een plekje achter de geraniums met een nieuw album en een wereldtour op komst. In tegenstelling tot de meeste van zijn generatiegenoten brengt hij bovendien nog altijd met enige regelmaat albums uit die er toe doen, maar zijn wat mij betreft beste album is deze week alweer 35 jaar oud. Tunnel Of Love volgde op jaren van grote successen, maar werd ook gemaakt in een tijd waarin het verse huwelijk van de Amerikaanse muzikant langzaam maar zeker uit elkaar viel. Tunnel Of Love is een behoorlijk ingetogen album zonder het spierballenvertoon van de E-Street Band (al zijn ze wel van de partij). Voor mij een van de mooiste breakup albums aller tijden.
Volgende maand verschijnt een nieuw album van Bruce Springsteen. Het is een album waar ik op basis van de songs die het album zijn vooruit gesneld zeker niet met hele hoge verwachtingen naar uit kijk (Nightshift vind ik echt tenenkrommend), al waren de vorige twee albums van de Amerikaanse muzikant echt uitstekend. Een ander Bruce Springsteen album vierde deze week zijn 35e verjaardag. In oktober 1987 verscheen immers Tunnel Of Love. Het is een album dat volgde op de triomftocht van Born In The U.S.A. uit 1984 en dat gevolgd zou worden door een hele zwakke periode in de carrière van Bruce Springsteen, die eigenlijk pas eindigde met de release van The Rising in 2002.
Bruce Springsteen heeft inmiddels meerdere klassiekers op zijn naam staan: The Wild, The Innocent And The E Street Shuffle, Born To Run, Darkness On The Edge Of Town, The River, Nebraska, Born In The U.S.A., The Rising en, vooruit, Letter To You, maar als ik mijn favoriete Bruce Springsteen album moet kiezen, kies ik zonder enige twijfel voor Tunnel Of Love uit 1987.
Het album volgde zoals gezegd op het enorme succes van Born In The U.S.A. maar werd ook uitgebracht in een roerige episode in het leven van Bruce Springsteen. De Amerikaanse muzikant was in 1985 in het huwelijk getreden met actrice Julianne Phillips, maar toen hij aan het begin van 1987 de studio indook voor zijn achtste studioalbum, waren de eerste scheurtjes in het prille huwelijk al zichtbaar. Hoewel de echtscheiding pas in 1989 officieel werd, moet Tunnel Of Love worden gezien als het breakup album van Bruce Springsteen.
De naam van de E-Street Band was nooit prominent zichtbaar op de albumhoezen van Bruce Springsteen, maar ook op Tunnel Of Love is de band van de partij, net als Patti Scialfa, die de plek van Julianne Phillips zou innemen. Ondanks de aanwezigheid van de E-Street Band is Tunnel Of Love een net wat meer ingetogen album dan Born In The U.S.A., dat het moest hebben van meer spierballenvertoon.
Tunnel Of Love is een album over de liefde en de keerzijde van de liefde, die bijna in chronologische volgorde worden besproken, maar het is ook een album dat rijkelijk is gevuld met Bruce Springsteen klassiekers. Tunnel Of Love is met Ain't Got You, Tougher Than The Rest, All That Heaven Will Allow, Spare Parts, Cautious Man, Walk Like A Man, Tunnel of Love, Two Faces, Brilliant Disguise, One Step Up, When You're Alone en Valentine’s Day een album met wat mij betreft een ruime handvol songs die behoren tot het beste dat Bruce Springsteen heeft gemaakt.
De persoonlijke songs op het album worden met veel emotie vertolkt, waardoor nagenoeg alle songs op het album zich stevig opdringen. De muzikanten rond Springsteen verkeren bovendien in topvorm op een album met een redelijk ingetogen geluid, dat ver verwijderd blijft van het grootse geluid van de E-Street Band en dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.
Ik draai nog heel regelmatig muziek van Springsteen, waarbij de hierboven genoemde klassiekers en toch ook Western Stars er voor mij uit springen, maar ik grijp toch verreweg het vaakst naar Tunnel Of Love. Het is een album waarvan ik iedere noot ken, maar desondanks stelt Tunnel Of Love me nooit teleur.
Het blijft bijzonder dat Bruce Springsteen na Tunnel Of Love zo ver wegzakte en zelfs live een aantal jaren niet wist te overtuigen. De terroristische aanslagen van 11 september 2001 zouden hem inspireren tot The Rising, dat wat mij betreft het eerste echt goede Springsteen album na Tunnel Of Love was. Het is lastig geloven dat het album inmiddels al weer 35 jaar oud is, maar het heeft echt nog helemaal niets van zijn glans verloren. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Western Stars (2019)

4,5
5
geplaatst: 15 juni 2019, 10:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Western Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Western Stars
Een nieuw Springsteen album is lang niet altijd een garantie op succes, maar op Western Stars verkeert de Amerikaanse muzikant in een grootse vorm en levert hij zijn beste album in vele, vele jaren af
Na een aantal matige albums was ik er zeker niet gerust op, maar na vele malen beluisteren durf ik wel te beweren dat Bruce Springsteen eindelijk weer eens een groots album heeft afgeleverd. Western Stars wisselt fraai ingetogen momenten af met zwaar georkestreerde passages, maar alles op het nieuwe album draagt bij aan de schoonheid en de verbeeldingskracht van de songs die Springsteen heeft geschreven. Western Stars zit vol echo’s uit het rijke oeuvre van Bruce Springsteen, maar laat toch ook een nieuw geluid horen. Het is het geluid van een muzikant die dit jaar 70 wordt, maar nog lang niet versleten is. Of Western Stars uiteindelijk een Springsteen klassieker wordt laat zich lastig voorspellen, maar dat het zijn beste album is in heel veel jaren is voor mij zeker.
Als groot Springsteen fan ben ik natuurlijk blij met ieder album dat de Amerikaanse muzikant uitbrengt, maar zeker achteraf bezien moet ik toegeven dat er de afgelopen 15 jaar niet zo heel veel te genieten viel. Magic (2007), Working On A Dream (2009), Wrecking Ball (2012) en High Hopes (2014) hadden zeker hun momenten, maar Springsteen klassiekers zijn het wat mij betreft niet.
Voor een echte Springsteen klassieker moeten we misschien wel terug naar het geweldige The Rising, waarmee Springsteen na een lange creatieve dip terugkeerde uit de puinhopen van 9/11 (het op zijn eigen manier geweldige We Shall Overcome: The Seeger Sessions laat ik altijd buiten beschouwing).
Een groot aantal jaren zonder klassieker zijn overigens niet vreemd in de carrière van Springsteen, want hoeveel echt memorabele albums zaten er tussen Tunnel Of Love uit 1987 en The Rising uit 2002? Niet een wat mij betreft. Het is bijzonder, want op het podium heeft Springsteen een geweldige track record. De tour die volgde op Human Touch en Lucky Town was niet geweldig, maar verder heeft The Boss live maar zelden teleurgesteld.
Genoeg teruggekeken nu, want gisteren lag het langverwachte nieuwe album van Bruce Springsteen in de winkel. Western Stars werd voorafgegaan door de zonnige en aanstekelijke single Hello Sunshine, die volgens Springsteen was geïnspireerd door Californische pop en filmscores uit de jaren 60 en 70. Die invloeden keren terug op de rest van het album dat duidelijk anders klinkt dan de laatste paar albums van de muzikant uit New Jersey.
Western Stars is een positief maar ook melancholisch en nostalgisch album dat de schoonheid en kracht, maar ook de onderkant van de Amerikaanse samenleving bezingt (en dat zonder al te veel verwijzingen naar de man die momenteel aan het roer staat in de VS).
Het is deels een behoorlijk ingetogen album dat het moet doen zonder de grootse klanken van de E Street Band. Veel songs op het album openen betrekkelijk sober en worden langzaam maar zeker verder ingekleurd. Al met al duiken er flink wat muzikanten op, onder wie Jon Brion, Springsteen pianist van het eerste uur David Sancious en pedal steel virtuoos Greg Leisz.
Hiernaast heeft Springsteen een flink orkest ingehuurd, die de klanken op Western Stars met grote regelmaat rijkelijk versieren met blazers en strijkers. Het klinkt allemaal bijzonder fraai, maar het is ook functioneel. Zeker de meer ingetogen passages leunen zwaar op de vocalen van Springsteen, die verrassend goed bij stem is. Wanneer Western Stars wat voller en meer georkestreerd klinkt, is Western Stars een beeldend album dat het weidse Amerikaanse landschap fraai uittekent.
De albums die Springsteen de afgelopen 15 jaar maakte hadden zoals gezegd hun momenten, maar hielden de aandacht niet continu vast. Western Stars doet dit wel. Springsteen heeft een serie sterke songs geschreven en het zijn songs die op een of andere manier een eenheid vormen.
Het is een eenheid vol mooie verhalen maar ook vol referenties naar het oude werk van Springsteen. In de meest ingetogen momenten hoor je een vleugje Nebraska, maar het is een vleugje Nebraska met een laagje chroom. Bij beluistering van Western Stars heb ik de meeste associaties met Tunnel Of Love uit 1987 en The Rising uit 2002. Tunnel Of Love werd getekend door het stranden van het eerste huwelijk van Springsteen, The Rising door de aanslagen van 11 september 2001 en beide albums stonden in het teken van de wederopstanding.
Het zijn albums die ik hoog heb zitten; Tunnel Of Love is zelfs mijn favoriete Springsteen album. Western Stars zou hier zomaar eens bij in de buurt kunnen komen. De strijkers zwellen hier en daar misschien net iets te weldadig aan, maar het past allemaal prachtig bij de songs die vertellen over een Amerika dat er al lang niet meer is of misschien nog bestaat als je goed kijkt. Springsteen imponeerde de afgelopen 15 jaar met enige regelmaat op het podium, maar liet het op zijn albums grotendeels afweten. Western Stars is wat dat betreft een glorieuze comeback. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Western Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruce Springsteen - Western Stars
Een nieuw Springsteen album is lang niet altijd een garantie op succes, maar op Western Stars verkeert de Amerikaanse muzikant in een grootse vorm en levert hij zijn beste album in vele, vele jaren af
Na een aantal matige albums was ik er zeker niet gerust op, maar na vele malen beluisteren durf ik wel te beweren dat Bruce Springsteen eindelijk weer eens een groots album heeft afgeleverd. Western Stars wisselt fraai ingetogen momenten af met zwaar georkestreerde passages, maar alles op het nieuwe album draagt bij aan de schoonheid en de verbeeldingskracht van de songs die Springsteen heeft geschreven. Western Stars zit vol echo’s uit het rijke oeuvre van Bruce Springsteen, maar laat toch ook een nieuw geluid horen. Het is het geluid van een muzikant die dit jaar 70 wordt, maar nog lang niet versleten is. Of Western Stars uiteindelijk een Springsteen klassieker wordt laat zich lastig voorspellen, maar dat het zijn beste album is in heel veel jaren is voor mij zeker.
Als groot Springsteen fan ben ik natuurlijk blij met ieder album dat de Amerikaanse muzikant uitbrengt, maar zeker achteraf bezien moet ik toegeven dat er de afgelopen 15 jaar niet zo heel veel te genieten viel. Magic (2007), Working On A Dream (2009), Wrecking Ball (2012) en High Hopes (2014) hadden zeker hun momenten, maar Springsteen klassiekers zijn het wat mij betreft niet.
Voor een echte Springsteen klassieker moeten we misschien wel terug naar het geweldige The Rising, waarmee Springsteen na een lange creatieve dip terugkeerde uit de puinhopen van 9/11 (het op zijn eigen manier geweldige We Shall Overcome: The Seeger Sessions laat ik altijd buiten beschouwing).
Een groot aantal jaren zonder klassieker zijn overigens niet vreemd in de carrière van Springsteen, want hoeveel echt memorabele albums zaten er tussen Tunnel Of Love uit 1987 en The Rising uit 2002? Niet een wat mij betreft. Het is bijzonder, want op het podium heeft Springsteen een geweldige track record. De tour die volgde op Human Touch en Lucky Town was niet geweldig, maar verder heeft The Boss live maar zelden teleurgesteld.
Genoeg teruggekeken nu, want gisteren lag het langverwachte nieuwe album van Bruce Springsteen in de winkel. Western Stars werd voorafgegaan door de zonnige en aanstekelijke single Hello Sunshine, die volgens Springsteen was geïnspireerd door Californische pop en filmscores uit de jaren 60 en 70. Die invloeden keren terug op de rest van het album dat duidelijk anders klinkt dan de laatste paar albums van de muzikant uit New Jersey.
Western Stars is een positief maar ook melancholisch en nostalgisch album dat de schoonheid en kracht, maar ook de onderkant van de Amerikaanse samenleving bezingt (en dat zonder al te veel verwijzingen naar de man die momenteel aan het roer staat in de VS).
Het is deels een behoorlijk ingetogen album dat het moet doen zonder de grootse klanken van de E Street Band. Veel songs op het album openen betrekkelijk sober en worden langzaam maar zeker verder ingekleurd. Al met al duiken er flink wat muzikanten op, onder wie Jon Brion, Springsteen pianist van het eerste uur David Sancious en pedal steel virtuoos Greg Leisz.
Hiernaast heeft Springsteen een flink orkest ingehuurd, die de klanken op Western Stars met grote regelmaat rijkelijk versieren met blazers en strijkers. Het klinkt allemaal bijzonder fraai, maar het is ook functioneel. Zeker de meer ingetogen passages leunen zwaar op de vocalen van Springsteen, die verrassend goed bij stem is. Wanneer Western Stars wat voller en meer georkestreerd klinkt, is Western Stars een beeldend album dat het weidse Amerikaanse landschap fraai uittekent.
De albums die Springsteen de afgelopen 15 jaar maakte hadden zoals gezegd hun momenten, maar hielden de aandacht niet continu vast. Western Stars doet dit wel. Springsteen heeft een serie sterke songs geschreven en het zijn songs die op een of andere manier een eenheid vormen.
Het is een eenheid vol mooie verhalen maar ook vol referenties naar het oude werk van Springsteen. In de meest ingetogen momenten hoor je een vleugje Nebraska, maar het is een vleugje Nebraska met een laagje chroom. Bij beluistering van Western Stars heb ik de meeste associaties met Tunnel Of Love uit 1987 en The Rising uit 2002. Tunnel Of Love werd getekend door het stranden van het eerste huwelijk van Springsteen, The Rising door de aanslagen van 11 september 2001 en beide albums stonden in het teken van de wederopstanding.
Het zijn albums die ik hoog heb zitten; Tunnel Of Love is zelfs mijn favoriete Springsteen album. Western Stars zou hier zomaar eens bij in de buurt kunnen komen. De strijkers zwellen hier en daar misschien net iets te weldadig aan, maar het past allemaal prachtig bij de songs die vertellen over een Amerika dat er al lang niet meer is of misschien nog bestaat als je goed kijkt. Springsteen imponeerde de afgelopen 15 jaar met enige regelmaat op het podium, maar liet het op zijn albums grotendeels afweten. Western Stars is wat dat betreft een glorieuze comeback. Erwin Zijleman
Bruce Springsteen - Wrecking Ball (2012)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2012, 14:45 uur
Ik had er geen hoge verwachtingen van, maar Wrecking Ball is wat mij betreft een van de betere Springsteen platen. Springsteen klonk op Working On A Dream wat ongeinspireerd, maar is op Wrecking Ball weer helemaal bij de les. Veelzijdig, gedreven en boos, altijd goed voor de kwaliteit van een Springsteen plaat.
Lees mijn complete recensie op: De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Wrecking Ball - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Erwin
Lees mijn complete recensie op: De krenten uit de pop: Bruce Springsteen - Wrecking Ball - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Erwin
Bruno Bavota & Chantal Acda - A Closer Distance (2022)

4,5
0
geplaatst: 14 oktober 2022, 14:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruno Bavota & Chantal Acda - A Closer Distance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruno Bavota & Chantal Acda - A Closer Distance
Chantal Acda maakt niet alleen prachtige soloalbums, maar imponeert ook met uiteenlopende samenwerkingsverbanden, zoals nu op het wonderschone A Closer Distance met de Italiaanse muzikant Bruno Bavota
Er zijn goede zangeressen, er zijn hele goede zangeressen en er is Chantal Acda. De stem van Chantal Acda behoort al jaren tot de mooiste stemmen in de popmuziek en ook op A Closer Distance laat de Nederlandse muzikante weer horen waarom dat zo is. Op A Closer Distance werkt ze samen met de Italiaanse muzikant Bruno Bavota, die het album heeft voorzien van een subtiel maar betoverend mooi neoklassiek klankentapijt. Chantal Acda zingt zoals gewoonlijk de sterren van de hemel, waardoor het half uur muziek op A Closer Distance goed is voor een half uur kippenvel. Zeker in de kleine uurtjes doet dit album wonderen en het wordt vooralsnog alleen maar mooier.
Chantal Acda woont weliswaar al flink wat jaren in België, maar de van oorsprong Nederlandse muzikante behoort in vocaal opzicht wat mij betreft tot het allerbeste dat ons land op het moment te bieden heeft. De prachtige stem van Chantal Acda viel me een jaar of tien geleden voor het eerst op bij beluistering van een album van de Vlaamse band Isbells, maar sindsdien was haar stem ook te horen op een aantal uitstekende soloalbums en op albums van meerdere samenwerkingsverbanden, waaronder het geweldige project Distance, Light & Sky met Chris Eckman van The Walkabouts en jazzmuzikant Eric Thielemans.
Chantal Acda zoekt op haar soloalbums, maar zeker met de samenwerkingsverbanden die ze is aangegaan, in muzikaal opzicht met grote regelmaat de grenzen op. Ik moet eerlijk toegeven dat ik, ondanks de prachtige stem van de Nederlandse muzikante, zeker niet alles goed vind, maar de meeste albums in haar inmiddels heel behoorlijke oeuvre kan ik zeer waarderen. Het bijzondere PŪWAWAU uit 2019, waar ik in eerste instantie maar heel weinig mee kon, heb ik leren waarderen.
Deze week verscheen een nieuw album waarop de bijzondere stem van Chantal Acda te horen is en het is wederom een samenwerkingsverband. Op A Closer Distance werkt Chantal Acda samen met de Italiaanse componist en multi-instrumentalist Bruno Bavota. De Italiaanse muzikant heeft een aantal albums op zijn naam staan en het zijn albums die vooral in het hokje neoklassiek worden geduwd.
De neoklassieke klanken op A Closer Distance combineren opvallend mooi met de stem van Chantal Acda, die met het album met Bruno Bavota weer een bijzondere wending toevoegt aan haar bijzondere oeuvre. Chantal Acda en Bruno Bavota kennen elkaar al langer, maar A Closer Distance is hun eerste gezamenlijke album. Het is een album met negen songs en bijna een half uur muziek. Dat is voor een album aan de korte kant, maar het kleine half uur muziek dat de twee muzikanten gemaakt hebben is van een bijzondere schoonheid.
Bruno Bavota tekent op A Closer Distance voor akoestische gitaar, synthesizers en andere elektronica, maar in de meeste tracks op het album hoor je toch vooral het pianospel van de Italiaanse muzikant. Het is zacht en subtiel pianospel, maar de muzikale basis van Bruno Bavota is ook bijzonder mooi. Zeker in de kleine uurtjes strelen de pianoklanken op het album bijzonder subtiel maar ook zeer trefzeker het oor. Het is bovendien beeldend pianospel, dat steeds weer goed is voor fraaie beelden op het netvlies.
Het is een relatief sobere basis, die prachtig wordt gecombineerd met de eveneens zachte en subtiele vocalen van Chantal Acda. De Nederlands/Belgische muzikante beschikt zoals gezegd over een van de mooiste stemmen van het moment en ook de zang op A Closer Distance is weer van een unieke schoonheid. Hier en daar komen de vocalen in meerdere lagen uit de speakers, maar in de meeste tracks op het album draaien het sobere pianospel van Bruno Bavota en de zachte zang van Chantal Acda prachtig om elkaar heen. A Closer Distance is een behoorlijk sober album, maar het is ook een warm en intiem album dat zich steeds genadelozer opdringt. Een volgend hoogtepunt in het unieke oeuvre van Chantal Acda. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruno Bavota & Chantal Acda - A Closer Distance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruno Bavota & Chantal Acda - A Closer Distance
Chantal Acda maakt niet alleen prachtige soloalbums, maar imponeert ook met uiteenlopende samenwerkingsverbanden, zoals nu op het wonderschone A Closer Distance met de Italiaanse muzikant Bruno Bavota
Er zijn goede zangeressen, er zijn hele goede zangeressen en er is Chantal Acda. De stem van Chantal Acda behoort al jaren tot de mooiste stemmen in de popmuziek en ook op A Closer Distance laat de Nederlandse muzikante weer horen waarom dat zo is. Op A Closer Distance werkt ze samen met de Italiaanse muzikant Bruno Bavota, die het album heeft voorzien van een subtiel maar betoverend mooi neoklassiek klankentapijt. Chantal Acda zingt zoals gewoonlijk de sterren van de hemel, waardoor het half uur muziek op A Closer Distance goed is voor een half uur kippenvel. Zeker in de kleine uurtjes doet dit album wonderen en het wordt vooralsnog alleen maar mooier.
Chantal Acda woont weliswaar al flink wat jaren in België, maar de van oorsprong Nederlandse muzikante behoort in vocaal opzicht wat mij betreft tot het allerbeste dat ons land op het moment te bieden heeft. De prachtige stem van Chantal Acda viel me een jaar of tien geleden voor het eerst op bij beluistering van een album van de Vlaamse band Isbells, maar sindsdien was haar stem ook te horen op een aantal uitstekende soloalbums en op albums van meerdere samenwerkingsverbanden, waaronder het geweldige project Distance, Light & Sky met Chris Eckman van The Walkabouts en jazzmuzikant Eric Thielemans.
Chantal Acda zoekt op haar soloalbums, maar zeker met de samenwerkingsverbanden die ze is aangegaan, in muzikaal opzicht met grote regelmaat de grenzen op. Ik moet eerlijk toegeven dat ik, ondanks de prachtige stem van de Nederlandse muzikante, zeker niet alles goed vind, maar de meeste albums in haar inmiddels heel behoorlijke oeuvre kan ik zeer waarderen. Het bijzondere PŪWAWAU uit 2019, waar ik in eerste instantie maar heel weinig mee kon, heb ik leren waarderen.
Deze week verscheen een nieuw album waarop de bijzondere stem van Chantal Acda te horen is en het is wederom een samenwerkingsverband. Op A Closer Distance werkt Chantal Acda samen met de Italiaanse componist en multi-instrumentalist Bruno Bavota. De Italiaanse muzikant heeft een aantal albums op zijn naam staan en het zijn albums die vooral in het hokje neoklassiek worden geduwd.
De neoklassieke klanken op A Closer Distance combineren opvallend mooi met de stem van Chantal Acda, die met het album met Bruno Bavota weer een bijzondere wending toevoegt aan haar bijzondere oeuvre. Chantal Acda en Bruno Bavota kennen elkaar al langer, maar A Closer Distance is hun eerste gezamenlijke album. Het is een album met negen songs en bijna een half uur muziek. Dat is voor een album aan de korte kant, maar het kleine half uur muziek dat de twee muzikanten gemaakt hebben is van een bijzondere schoonheid.
Bruno Bavota tekent op A Closer Distance voor akoestische gitaar, synthesizers en andere elektronica, maar in de meeste tracks op het album hoor je toch vooral het pianospel van de Italiaanse muzikant. Het is zacht en subtiel pianospel, maar de muzikale basis van Bruno Bavota is ook bijzonder mooi. Zeker in de kleine uurtjes strelen de pianoklanken op het album bijzonder subtiel maar ook zeer trefzeker het oor. Het is bovendien beeldend pianospel, dat steeds weer goed is voor fraaie beelden op het netvlies.
Het is een relatief sobere basis, die prachtig wordt gecombineerd met de eveneens zachte en subtiele vocalen van Chantal Acda. De Nederlands/Belgische muzikante beschikt zoals gezegd over een van de mooiste stemmen van het moment en ook de zang op A Closer Distance is weer van een unieke schoonheid. Hier en daar komen de vocalen in meerdere lagen uit de speakers, maar in de meeste tracks op het album draaien het sobere pianospel van Bruno Bavota en de zachte zang van Chantal Acda prachtig om elkaar heen. A Closer Distance is een behoorlijk sober album, maar het is ook een warm en intiem album dat zich steeds genadelozer opdringt. Een volgend hoogtepunt in het unieke oeuvre van Chantal Acda. Erwin Zijleman
Bruno Major - Columbo (2023)

1
geplaatst: 22 juli 2023, 10:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bruno Major - Columbo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruno Major - Columbo
De Britse muzikant Bruno Major heeft een klassiek singer-songwriter album vol echo’s uit de jaren 70 gemaakt, maar het is ook een album dat in het hier en nu meedogenloos betovert met geweldige songs
Ik ben vast niet de enige die in de release lijsten van deze week Bruno Mars las in plaats van Bruno Major, maar wat zou het zonde zijn als de Britse muzikant het slachtoffer wordt van persoonsverwisseling. Met Columbo heeft Bruno Major immers een onweerstaanbaar lekker album gemaakt. Het is een album dat zich heeft laten beïnvloeden door heel wat grote namen uit de jaren 70, maar de Britse muzikant heeft al deze invloeden verwerkt in geweldige songs, die nadrukkelijk het stempel van Bruno Major dragen. In muzikaal en vocaal opzicht is Columbo twaalf songs lang smullen, maar de kwaliteit van de songs steekt hier nog een stukje bovenuit. Wat een heerlijk album is dit.
Het deze week verschenen Columbo van Bruno Major kwam bij mij bijna op de verkeerde stapel terecht omdat ik hem verwarde met Bruno Mars, wat gezien de gelijkenis tussen de twee namen ook niet zo gek is. Het verwarren van de twee namen heb ik misschien wel eerder gedaan, want Columbo is al het derde album van de Britse muzikant.
De eerste twee albums van Bruno Major konden rekenen op zeer positieve recensies en hebben op de streaming media diensten flink wat luisteraars getrokken, maar ik heb er helemaal niets van meegekregen. Ook Columbo had zomaar aan me voorbij kunnen gaan, maar gelukkig had ik dit keer wel net op tijd door dat het om Bruno Major ging en niet om Bruno Mars. Columbo is immers een geweldig album van een soort dat tegenwoordig veel te weinig wordt gemaakt.
Bruno Major, overigens een broer van Dot Major van de Britse band London Grammar, komt zeker niet uit de lucht vallen. De in Northampton opgroeide muzikant beproefde een kleine vijftien jaar geleden voor het eerst zijn geluk in de muziekscene van Londen, in eerste instantie als jazzmuzikant. Met Columbo zet hij wat mij betreft grote stappen, want het is een album dat kwaliteit ademt.
Deze maand gaf Elton John zijn laatste concerten, maar Bruno Major laat horen dat de erfenis van de legendarische Britse muzikant bij hem in goede handen is. Columbo staat immers vol met tijdloze popsongs, waarvan er een aantal doen denken aan de songs die Elton John vele decennia geleden schreef. Zeker de door piano en zang gedomineerde songs doen wel wat denken aan de muziek van Elton John, maar Bruno Major grijpt op zijn derde album ook met grote regelmaat naar de akoestische gitaar, wat weer andere associaties oplevert.
Billy Joel, Paul McCartney, Paul Simon, Harry Nilsson, het zijn namen die te groot zijn om als vergelijkingsmateriaal te dienen, maar het zijn associaties die bij beluistering van Columbo nauwelijks zijn te onderdrukken. Columbo klinkt als een klassiek singer-songwriter album uit een ver verleden, maar het is ook een heerlijk soulvol album, met hier en daar wat jazzy accenten uit het verleden van Bruno Major, die ook hoorbaar veel naar Pink Floyd en Queen heeft geluisterd, zeker wanneer Brian May achtige gitaarsolo’s opduiken.
De Britse muzikant grossiert op Columbo vooral in wat zwoele en laidback songs, die goed passen bij het huidige seizoen. Het zijn songs die het oor genadeloos strelen met fraaie melodieën en warme klanken, die de sfeer van de jaren 70 ademen, maar geen moment gedateerd klinken. In muzikaal opzicht voelt Columbo aan als een warm bad en dat is het ook in vocaal opzicht, want wat heeft Bruno Major een warm en aangenaam stemgeluid en wat zingt hij met veel gevoel.
Ik liet me heel snel verleiden door de zwoele klanken en de mooie zang op het album, maar het zijn de songs die van Columbo een fantastisch album maken. Het zijn songs die op een of andere manier direct vertrouwd in de oren klinken en zich enorm opdringen, maar het zijn ook songs die mooier worden wanneer je ze vaker hoort en het zijn bovendien songs waarvan ik maar geen genoeg kan krijgen. Ik heb de laatste tijd wel meer albums gehoord die zich hebben laten inspireren door de grote songwriters uit de jaren 70, maar Bruno Major kan de competitie met al deze albums aan. Het is echt puur toeval dat ik dit album heb opgepikt, maar wat is het een geweldige verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bruno Major - Columbo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bruno Major - Columbo
De Britse muzikant Bruno Major heeft een klassiek singer-songwriter album vol echo’s uit de jaren 70 gemaakt, maar het is ook een album dat in het hier en nu meedogenloos betovert met geweldige songs
Ik ben vast niet de enige die in de release lijsten van deze week Bruno Mars las in plaats van Bruno Major, maar wat zou het zonde zijn als de Britse muzikant het slachtoffer wordt van persoonsverwisseling. Met Columbo heeft Bruno Major immers een onweerstaanbaar lekker album gemaakt. Het is een album dat zich heeft laten beïnvloeden door heel wat grote namen uit de jaren 70, maar de Britse muzikant heeft al deze invloeden verwerkt in geweldige songs, die nadrukkelijk het stempel van Bruno Major dragen. In muzikaal en vocaal opzicht is Columbo twaalf songs lang smullen, maar de kwaliteit van de songs steekt hier nog een stukje bovenuit. Wat een heerlijk album is dit.
Het deze week verschenen Columbo van Bruno Major kwam bij mij bijna op de verkeerde stapel terecht omdat ik hem verwarde met Bruno Mars, wat gezien de gelijkenis tussen de twee namen ook niet zo gek is. Het verwarren van de twee namen heb ik misschien wel eerder gedaan, want Columbo is al het derde album van de Britse muzikant.
De eerste twee albums van Bruno Major konden rekenen op zeer positieve recensies en hebben op de streaming media diensten flink wat luisteraars getrokken, maar ik heb er helemaal niets van meegekregen. Ook Columbo had zomaar aan me voorbij kunnen gaan, maar gelukkig had ik dit keer wel net op tijd door dat het om Bruno Major ging en niet om Bruno Mars. Columbo is immers een geweldig album van een soort dat tegenwoordig veel te weinig wordt gemaakt.
Bruno Major, overigens een broer van Dot Major van de Britse band London Grammar, komt zeker niet uit de lucht vallen. De in Northampton opgroeide muzikant beproefde een kleine vijftien jaar geleden voor het eerst zijn geluk in de muziekscene van Londen, in eerste instantie als jazzmuzikant. Met Columbo zet hij wat mij betreft grote stappen, want het is een album dat kwaliteit ademt.
Deze maand gaf Elton John zijn laatste concerten, maar Bruno Major laat horen dat de erfenis van de legendarische Britse muzikant bij hem in goede handen is. Columbo staat immers vol met tijdloze popsongs, waarvan er een aantal doen denken aan de songs die Elton John vele decennia geleden schreef. Zeker de door piano en zang gedomineerde songs doen wel wat denken aan de muziek van Elton John, maar Bruno Major grijpt op zijn derde album ook met grote regelmaat naar de akoestische gitaar, wat weer andere associaties oplevert.
Billy Joel, Paul McCartney, Paul Simon, Harry Nilsson, het zijn namen die te groot zijn om als vergelijkingsmateriaal te dienen, maar het zijn associaties die bij beluistering van Columbo nauwelijks zijn te onderdrukken. Columbo klinkt als een klassiek singer-songwriter album uit een ver verleden, maar het is ook een heerlijk soulvol album, met hier en daar wat jazzy accenten uit het verleden van Bruno Major, die ook hoorbaar veel naar Pink Floyd en Queen heeft geluisterd, zeker wanneer Brian May achtige gitaarsolo’s opduiken.
De Britse muzikant grossiert op Columbo vooral in wat zwoele en laidback songs, die goed passen bij het huidige seizoen. Het zijn songs die het oor genadeloos strelen met fraaie melodieën en warme klanken, die de sfeer van de jaren 70 ademen, maar geen moment gedateerd klinken. In muzikaal opzicht voelt Columbo aan als een warm bad en dat is het ook in vocaal opzicht, want wat heeft Bruno Major een warm en aangenaam stemgeluid en wat zingt hij met veel gevoel.
Ik liet me heel snel verleiden door de zwoele klanken en de mooie zang op het album, maar het zijn de songs die van Columbo een fantastisch album maken. Het zijn songs die op een of andere manier direct vertrouwd in de oren klinken en zich enorm opdringen, maar het zijn ook songs die mooier worden wanneer je ze vaker hoort en het zijn bovendien songs waarvan ik maar geen genoeg kan krijgen. Ik heb de laatste tijd wel meer albums gehoord die zich hebben laten inspireren door de grote songwriters uit de jaren 70, maar Bruno Major kan de competitie met al deze albums aan. Het is echt puur toeval dat ik dit album heb opgepikt, maar wat is het een geweldige verrassing. Erwin Zijleman
Bryan Ferry - Avonmore (2014)

4,0
0
geplaatst: 26 november 2014, 15:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bryan Ferry - Avonmore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mag je nog veel verwachten van Bryan Ferry? De gemiddelde criticus zal waarschijnlijk voor een negatief antwoord kiezen, maar ik geef de voormalige voorman van Roxy Music nog altijd het voordeel van de twijfel.
Het feit dat Bryan Ferry volgend jaar zijn 70e verjaardag hoopt te vieren zegt me niet zoveel en met de bewering dat zijn beste werk inmiddels heel ver achter hem ligt ben ik het niet eens. Natuurlijk is Bryan Ferry al heel lang niet meer zo vernieuwend als hij in de eerste jaren van Roxy Music was, maar heeft hij de afgelopen twee decennia slechte platen gemaakt? Nee, wat mij betreft niet.
Bryan Ferry borduurt weliswaar al heel lang voort op het geluid van de latere Roxy Music platen (Avalon uit 1982 en Flesh & Blood uit 1980), maar als ik een Bryan Ferry plaat opzet ben ik altijd heel snel om.
Het gebeurde me ook weer bij beluistering van Bryan Ferry’s nieuwe plaat Avonmore. Bryan Ferry is inmiddels aardig op leeftijd, maar heeft voor de cover van zijn nieuwe plaat gekozen voor een foto uit zijn beste jaren. Daar is niets mis mee, want Bryan Ferry klinkt in vocaal opzicht ook nog als in zijn beste jaren.
In muzikaal opzicht grijpt Bryan Ferry ook dit keer terug op de latere platen van Roxy Music, en dit keer met name Flesh & Blood, en een hierop aansluitende soloplaat als Boys And Girls uit 1985. Dit betekent dat op Avonmore is gekozen voor een gepolijst maar gloedvol geluid. Het is een warm en vol geluid dat nog altijd als een warme jas om de stem van Bryan Ferry heen valt.
Live heeft de stem van Bryan Ferry inmiddels wel last van flink wat slijtage, maar op Avonmore klinkt hij geweldig en draagt het dunne laagje gruis op de stembanden alleen maar in positieve zin bij aan het geluid van de plaat.
Avonmore bevat acht nieuwe Bryan Ferry songs en twee covers, die van Send In The Clowns is wat overbodig, maar de bijna verstilde versie van Robert Palmer’s Johnny & Mary is echt prachtig, zeker omdat Ferry in deze track een stuk kwetsbaarder klinkt dan op de rest van de plaat.
De songs van Bryan Ferry zijn zoals altijd knap en tijdloos en worden omhoog getild door de uitstekende zang en de buitengewoon fraaie productie van Rhett Davies, met wie Bryan Ferry inmiddels al heel wat jaren samen werkt.
Natuurlijk is Avonmore vooral een nostalgisch klinkende plaat, die je onmiddellijk mee terug sleept naar de jaren 80. Dat zal niet voor iedereen een genoegen zijn, maar persoonlijk ben ik van mening dat er niet veel muziek uit de jaren 80 is die de tand des tijd zo goed heeft doorstaan als de genoemde slotakkoorden van Roxy Music. Avonmore voelt daarom als het warme bad waarop ik van te voren gehoopt had. Het is een bekend bad, maar het voelt nog steeds geweldig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bryan Ferry - Avonmore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mag je nog veel verwachten van Bryan Ferry? De gemiddelde criticus zal waarschijnlijk voor een negatief antwoord kiezen, maar ik geef de voormalige voorman van Roxy Music nog altijd het voordeel van de twijfel.
Het feit dat Bryan Ferry volgend jaar zijn 70e verjaardag hoopt te vieren zegt me niet zoveel en met de bewering dat zijn beste werk inmiddels heel ver achter hem ligt ben ik het niet eens. Natuurlijk is Bryan Ferry al heel lang niet meer zo vernieuwend als hij in de eerste jaren van Roxy Music was, maar heeft hij de afgelopen twee decennia slechte platen gemaakt? Nee, wat mij betreft niet.
Bryan Ferry borduurt weliswaar al heel lang voort op het geluid van de latere Roxy Music platen (Avalon uit 1982 en Flesh & Blood uit 1980), maar als ik een Bryan Ferry plaat opzet ben ik altijd heel snel om.
Het gebeurde me ook weer bij beluistering van Bryan Ferry’s nieuwe plaat Avonmore. Bryan Ferry is inmiddels aardig op leeftijd, maar heeft voor de cover van zijn nieuwe plaat gekozen voor een foto uit zijn beste jaren. Daar is niets mis mee, want Bryan Ferry klinkt in vocaal opzicht ook nog als in zijn beste jaren.
In muzikaal opzicht grijpt Bryan Ferry ook dit keer terug op de latere platen van Roxy Music, en dit keer met name Flesh & Blood, en een hierop aansluitende soloplaat als Boys And Girls uit 1985. Dit betekent dat op Avonmore is gekozen voor een gepolijst maar gloedvol geluid. Het is een warm en vol geluid dat nog altijd als een warme jas om de stem van Bryan Ferry heen valt.
Live heeft de stem van Bryan Ferry inmiddels wel last van flink wat slijtage, maar op Avonmore klinkt hij geweldig en draagt het dunne laagje gruis op de stembanden alleen maar in positieve zin bij aan het geluid van de plaat.
Avonmore bevat acht nieuwe Bryan Ferry songs en twee covers, die van Send In The Clowns is wat overbodig, maar de bijna verstilde versie van Robert Palmer’s Johnny & Mary is echt prachtig, zeker omdat Ferry in deze track een stuk kwetsbaarder klinkt dan op de rest van de plaat.
De songs van Bryan Ferry zijn zoals altijd knap en tijdloos en worden omhoog getild door de uitstekende zang en de buitengewoon fraaie productie van Rhett Davies, met wie Bryan Ferry inmiddels al heel wat jaren samen werkt.
Natuurlijk is Avonmore vooral een nostalgisch klinkende plaat, die je onmiddellijk mee terug sleept naar de jaren 80. Dat zal niet voor iedereen een genoegen zijn, maar persoonlijk ben ik van mening dat er niet veel muziek uit de jaren 80 is die de tand des tijd zo goed heeft doorstaan als de genoemde slotakkoorden van Roxy Music. Avonmore voelt daarom als het warme bad waarop ik van te voren gehoopt had. Het is een bekend bad, maar het voelt nog steeds geweldig. Erwin Zijleman
Bryan Ferry - Live at the Royal Albert Hall, 1974 (2020)

4,0
1
geplaatst: 14 februari 2020, 14:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bryan Ferry - Live At The Royal Albert Hall, 1974 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bryan Ferry - Live At The Royal Albert Hall, 1974
Bryan Ferry stond op een decemberavond in 1974 in de roemruchte Royal Albert Hall in Londen en maakte er een energiek en geïnspireerd feestje van
Roxy Music was in de eerste jaren van haar bestaan uitermate productief, maar zanger Bryan Ferry had ook nog tijd voor het maken van twee soloalbums die vooral covers bevatten. Op een van de laatste dagen van 1974 stond Bryan Ferry met een band, een flink orkest en een handvol achtergrondzangeressen in de Royal Albert Hall in Londen en hij maakte er een waar feestje van Uiteraard kwam er vooral materiaal van zijn eerste twee soloalbums voorbij, maar Bryan Ferry vertolkte het werk van andere op geïnspireerde en gepassioneerde wijze. Het levert een release op die historische waarde heeft, maar ook in artistiek opzicht zeker niet tegen valt.
Bryan Ferry stond in 1971 aan de basis van de Britse band Roxy Music, dat in de eerste helft van de jaren 70 vijf unieke en tot op de dag van vandaag bijzondere invloedrijke albums af zou leveren.
Ondanks de hoge productiviteit van Roxy Music, de band leverde tussen 1972 en 1975 maar liefst vijf albums af, had Bryan Ferry ook nog tijd voor het maken van soloalbums. In 1973, het jaar waarin ook For Your Pleasure en Stranded van Roxy Music werden uitgebracht, debuteerde de Britse zanger, die overigens ooit auditie deed als zanger voor King Crimson, met These Foolish Things, terwijl in 1974, het jaar van Roxy Music’s Country Life, voor mij het beste Roxy Music album, zijn tweede soloalbum Another Time, Another Place verscheen.
Ik heb de eerste twee soloalbums van Bryan Ferry altijd een stuk minder interessant gevonden dan het in 1976 verschenen derde soloalbum Let’s Stick Together, waarop Bryan Ferry, in tegenstelling tot op zijn eerste twee albums, ook een substantieel deel eigen werk vertolkte. These Foolish Things en Another Time, Another Place ontlenen hun kracht vooral aan de interessante selectie songs en natuurlijk aan de bijzondere stem van Bryan Ferry, die tot de betere zangeres van de vroege jaren 70 moet worden gerekend.
Deze week verscheen Live At The Royal Albert Hall, 1974, dat de Britse zanger live aan het werk laat horen. Live At The Royal Albert Hall opent met een geïnspireerd klinkende uitvoering van Sympathy For The Devil van The Rolling Stones, waarin Bryan Ferry wordt bijgestaan door een band die onder andere bestaat uit Roxy Music gitarist Phil Manzanera, Roxy Music drummer Paul Thompson en bassist John Wetton. Het wijkt niet eens zo gek veel af van het geluid van Roxy Music, maar dat verandert wanneer Bryan Ferry en zijn band vanaf de tweede track gezelschap krijgen van een uit de kluiten gewassen orkest.
Bryan Ferry werkt zich vol passie door een imposante rij covers heen en het zijn grotendeels de covers die we kennen van These Foolish Things en Another Time, Another Place. Zeker wanneer het orkest flink uitpakt, horen we Bryan Ferry vooral als crooner aan het werk en dat is een rol die hem op het lijf is geschreven.
De opnamen uit de Royal Albert Hall zijn ruim 45 jaar oud en komen hoorbaar uit een andere tijd, maar je hoort ook dat het een bijzonder optreden van Bryan Ferry was op die decemberavond in 1974. De Britse zanger bewaarde zijn experimentelere uitingen voor zijn band, maar vertolkt op deze decemberavond een flinke serie grote songs uit de geschiedenis van de popmuziek en doet dat op uitstekende wijze.
De klassiekers die hij met het orkest vertolkt laten horen dat Bryan Ferry ook als nachtclub crooner zijn brood had kunnen verdienen, maar ik heb een voorkeur voor de wat meer rock georiënteerde tracks in de setlist, die beter klinken dan de live-opnamen die ik van Roxy Music ken uit de betreffende periode.
De release van de opnamen uit 1974, die overigens werden gemaakt tussen twee Roxy Music tours in, heeft aan de ene kant historische waarde, maar aan de andere kant klinkt het bij vlagen geweldig en horen we Bryan Ferry met heel veel passie aan het werk. Ik had niet eens zo gek veel verwacht van deze opnamen uit de oude doos, maar Live At The Royal Albert Hall, 1974 is echt heel goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bryan Ferry - Live At The Royal Albert Hall, 1974 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bryan Ferry - Live At The Royal Albert Hall, 1974
Bryan Ferry stond op een decemberavond in 1974 in de roemruchte Royal Albert Hall in Londen en maakte er een energiek en geïnspireerd feestje van
Roxy Music was in de eerste jaren van haar bestaan uitermate productief, maar zanger Bryan Ferry had ook nog tijd voor het maken van twee soloalbums die vooral covers bevatten. Op een van de laatste dagen van 1974 stond Bryan Ferry met een band, een flink orkest en een handvol achtergrondzangeressen in de Royal Albert Hall in Londen en hij maakte er een waar feestje van Uiteraard kwam er vooral materiaal van zijn eerste twee soloalbums voorbij, maar Bryan Ferry vertolkte het werk van andere op geïnspireerde en gepassioneerde wijze. Het levert een release op die historische waarde heeft, maar ook in artistiek opzicht zeker niet tegen valt.
Bryan Ferry stond in 1971 aan de basis van de Britse band Roxy Music, dat in de eerste helft van de jaren 70 vijf unieke en tot op de dag van vandaag bijzondere invloedrijke albums af zou leveren.
Ondanks de hoge productiviteit van Roxy Music, de band leverde tussen 1972 en 1975 maar liefst vijf albums af, had Bryan Ferry ook nog tijd voor het maken van soloalbums. In 1973, het jaar waarin ook For Your Pleasure en Stranded van Roxy Music werden uitgebracht, debuteerde de Britse zanger, die overigens ooit auditie deed als zanger voor King Crimson, met These Foolish Things, terwijl in 1974, het jaar van Roxy Music’s Country Life, voor mij het beste Roxy Music album, zijn tweede soloalbum Another Time, Another Place verscheen.
Ik heb de eerste twee soloalbums van Bryan Ferry altijd een stuk minder interessant gevonden dan het in 1976 verschenen derde soloalbum Let’s Stick Together, waarop Bryan Ferry, in tegenstelling tot op zijn eerste twee albums, ook een substantieel deel eigen werk vertolkte. These Foolish Things en Another Time, Another Place ontlenen hun kracht vooral aan de interessante selectie songs en natuurlijk aan de bijzondere stem van Bryan Ferry, die tot de betere zangeres van de vroege jaren 70 moet worden gerekend.
Deze week verscheen Live At The Royal Albert Hall, 1974, dat de Britse zanger live aan het werk laat horen. Live At The Royal Albert Hall opent met een geïnspireerd klinkende uitvoering van Sympathy For The Devil van The Rolling Stones, waarin Bryan Ferry wordt bijgestaan door een band die onder andere bestaat uit Roxy Music gitarist Phil Manzanera, Roxy Music drummer Paul Thompson en bassist John Wetton. Het wijkt niet eens zo gek veel af van het geluid van Roxy Music, maar dat verandert wanneer Bryan Ferry en zijn band vanaf de tweede track gezelschap krijgen van een uit de kluiten gewassen orkest.
Bryan Ferry werkt zich vol passie door een imposante rij covers heen en het zijn grotendeels de covers die we kennen van These Foolish Things en Another Time, Another Place. Zeker wanneer het orkest flink uitpakt, horen we Bryan Ferry vooral als crooner aan het werk en dat is een rol die hem op het lijf is geschreven.
De opnamen uit de Royal Albert Hall zijn ruim 45 jaar oud en komen hoorbaar uit een andere tijd, maar je hoort ook dat het een bijzonder optreden van Bryan Ferry was op die decemberavond in 1974. De Britse zanger bewaarde zijn experimentelere uitingen voor zijn band, maar vertolkt op deze decemberavond een flinke serie grote songs uit de geschiedenis van de popmuziek en doet dat op uitstekende wijze.
De klassiekers die hij met het orkest vertolkt laten horen dat Bryan Ferry ook als nachtclub crooner zijn brood had kunnen verdienen, maar ik heb een voorkeur voor de wat meer rock georiënteerde tracks in de setlist, die beter klinken dan de live-opnamen die ik van Roxy Music ken uit de betreffende periode.
De release van de opnamen uit 1974, die overigens werden gemaakt tussen twee Roxy Music tours in, heeft aan de ene kant historische waarde, maar aan de andere kant klinkt het bij vlagen geweldig en horen we Bryan Ferry met heel veel passie aan het werk. Ik had niet eens zo gek veel verwacht van deze opnamen uit de oude doos, maar Live At The Royal Albert Hall, 1974 is echt heel goed. Erwin Zijleman
Bryan Ferry and His Orchestra - Bitter-Sweet (2018)

4,0
1
geplaatst: 6 december 2018, 16:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bryan Ferry and his Orchestra - Bitter-Sweet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bryan Ferry steekt oud werk in een ander jasje wat muziek oplevert die hier en daar heel diep onder de huid kruipt
Bryan Ferry maakte een jaar of zes geleden een wat mij betreft weinig geslaagde plaat met jazzy en volledig instrumentale versies van songs uit zijn persoonlijke oeuvre en dat van Roxy Music. Op zijn nieuwe plaat doet hij dit weer, maar dit keer doet hij gelukkig ook waar hij goed in is. De instrumentale intermezzo’s op de plaat gaan het ene oor in en het andere weer uit, maar als Bryan Ferry zingt gebeurt er van alles. Zijn stembanden zijn aan slijtage onderhevig, maar dat zorgt ook voor emotie en doorleving. Het voorziet een aantal bekende songs van flink wat donkere accenten. Mij grijpt het keer op keer bij de strot.
Ik had op voorhand eerlijk gezegd total geen moment rekening gehouden met het feit dat Bitter-Sweet van Bryan Ferry and his Orchestra me zou kunnen bevallen.
Ik ben een heel groot fan van Roxy Music en ook de meeste soloplaten van Bryan Ferry vind ik uitstekend, maar met het in 2012 verschenen The Jazz Age had ik niet zoveel, of eerlijk gezegd helemaal niets.
Op The Jazz Age werden een aantal Roxy Music en Bryan Ferry klassiekers door een orkest voorzien van een jazzy jasje dat uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw leek te stammen. Het is zeker niet mijn muziek, maar de plaat had gered kunnen worden door de zang van Bryan Ferry, die echter op de hele plaat zijn mond hield.
Gelukkig revancheerde Bryan Ferry zich een jaar of vier geleden met het verrassend sterke Avonmore, waarop de Britse muzikant de tijden van de laatste jaren van Roxy Music en zijn solowerk uit deze periode deed herleven. De stembanden van Bryan Ferry bleken op deze plaat wel enigszins aangetast door de tand des tijds, maar dat kan ook niet anders wanneer je de 70 bent gepasseerd. Ik was persoonlijk zelfs wel gecharmeerd van de breekbare vocalen van de zanger die in de jaren 70 en 80 met de allerbesten mee kon.
Op het onlangs verschenen Bitter-Sweet vindt Bryan Ferry voor de tweede keer songs uit het rijke oeuvre van Roxy Music en uit zijn eveneens imponerende solocarrière opnieuw uit met een orkest en ook dit keer is het een orkest dat aanhaakt bij de jazz en ragtime uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Het grote verschil met The Jazz Age is dat Bryan Ferry dit keer wel zingt en dat is wat mij betreft een verschil van dag en nacht.
Het kwam voor mij als een verrassing, maar iedereen die de afgelopen jaren goed heeft opgelet had het kunnen weten. Bryan Ferry schitterde immers in de Duitse serie Babylon Berlin (een aanrader weet ik inmiddels, maar in Nederland helaas alleen te zien bij Videoland) die speelt in de laatste jaren van de Duitse Weimar republiek. Bryan Ferry komt in deze serie voorbij als zanger in een nachtclub, waarbij een aantal van de songs van Bitter-Sweet de revue passeert.
Nog meer dan op Avonmore hoor je dat de stem van Bryan Ferry de afgelopen decennia flink wat te lijden heeft gehad, maar diezelfde stem tilt de voor mij wel erg lichtvoetige jazzy deuntjes op de plaat toch nog naar grote hoogten. Ook op Bitter-Sweet laat Bryan Ferry de zang zo nu en dan achterwege en de plaat is dan direct stomvervelend. Gelukkig staat er genoeg moois tegenover.
Alphaville van Bryan Ferry’s onderschatte soloplaat Olympia uit 2010 zet de toon met prachtig doorleefde vocalen vol doorleving en gevoel, New Town van Bete Noire uit 1987 is, ondanks de opgewekte klanken, misschien nog wel donkerder en indringender dan het origineel en Bitter-Sweet van het onvolprezen Country Life van Roxy Music is, ondanks de totaal andere instrumentatie, nog net zo baanbrekend en ontroerend als in 1974.
En zo gaat het maar door. Bitter-Sweet sust mij in slaap wanneer Bryan Ferry zijn mond houdt, maar kruipt onder de huid wanneer hij zingt. Zamba van het al eerder genoemde Bete Noire laat de jazz even achterwege en is hartverscheurend mooi en dat geldt in nog veel sterkere mate voor het wel weer jazzy maar ook opvallend melancholisch klinkende While My Heart Is Still Beating van Roxy Music’s Avalon, voor het aardedonkere Chance Meeting van het debuut van de band uit 1972 en voor het diep doorleefde Boys And Girls van Bryan Ferry’s gelijknamige soloplaat uit 1985.
Het blijft jammer van de instrumentale niemendalletjes, maar met een zeer ruime handvol kippenvelmomenten is Bitter-Sweet absoluut geslaagd. Bryan Ferry gaf kleur aan een aantal decennia popmuziek en voorziet deze kleur op leeftijd van enkele donkere accenten. Ik vind het verrassend goed. Heel goed zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bryan Ferry and his Orchestra - Bitter-Sweet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bryan Ferry steekt oud werk in een ander jasje wat muziek oplevert die hier en daar heel diep onder de huid kruipt
Bryan Ferry maakte een jaar of zes geleden een wat mij betreft weinig geslaagde plaat met jazzy en volledig instrumentale versies van songs uit zijn persoonlijke oeuvre en dat van Roxy Music. Op zijn nieuwe plaat doet hij dit weer, maar dit keer doet hij gelukkig ook waar hij goed in is. De instrumentale intermezzo’s op de plaat gaan het ene oor in en het andere weer uit, maar als Bryan Ferry zingt gebeurt er van alles. Zijn stembanden zijn aan slijtage onderhevig, maar dat zorgt ook voor emotie en doorleving. Het voorziet een aantal bekende songs van flink wat donkere accenten. Mij grijpt het keer op keer bij de strot.
Ik had op voorhand eerlijk gezegd total geen moment rekening gehouden met het feit dat Bitter-Sweet van Bryan Ferry and his Orchestra me zou kunnen bevallen.
Ik ben een heel groot fan van Roxy Music en ook de meeste soloplaten van Bryan Ferry vind ik uitstekend, maar met het in 2012 verschenen The Jazz Age had ik niet zoveel, of eerlijk gezegd helemaal niets.
Op The Jazz Age werden een aantal Roxy Music en Bryan Ferry klassiekers door een orkest voorzien van een jazzy jasje dat uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw leek te stammen. Het is zeker niet mijn muziek, maar de plaat had gered kunnen worden door de zang van Bryan Ferry, die echter op de hele plaat zijn mond hield.
Gelukkig revancheerde Bryan Ferry zich een jaar of vier geleden met het verrassend sterke Avonmore, waarop de Britse muzikant de tijden van de laatste jaren van Roxy Music en zijn solowerk uit deze periode deed herleven. De stembanden van Bryan Ferry bleken op deze plaat wel enigszins aangetast door de tand des tijds, maar dat kan ook niet anders wanneer je de 70 bent gepasseerd. Ik was persoonlijk zelfs wel gecharmeerd van de breekbare vocalen van de zanger die in de jaren 70 en 80 met de allerbesten mee kon.
Op het onlangs verschenen Bitter-Sweet vindt Bryan Ferry voor de tweede keer songs uit het rijke oeuvre van Roxy Music en uit zijn eveneens imponerende solocarrière opnieuw uit met een orkest en ook dit keer is het een orkest dat aanhaakt bij de jazz en ragtime uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Het grote verschil met The Jazz Age is dat Bryan Ferry dit keer wel zingt en dat is wat mij betreft een verschil van dag en nacht.
Het kwam voor mij als een verrassing, maar iedereen die de afgelopen jaren goed heeft opgelet had het kunnen weten. Bryan Ferry schitterde immers in de Duitse serie Babylon Berlin (een aanrader weet ik inmiddels, maar in Nederland helaas alleen te zien bij Videoland) die speelt in de laatste jaren van de Duitse Weimar republiek. Bryan Ferry komt in deze serie voorbij als zanger in een nachtclub, waarbij een aantal van de songs van Bitter-Sweet de revue passeert.
Nog meer dan op Avonmore hoor je dat de stem van Bryan Ferry de afgelopen decennia flink wat te lijden heeft gehad, maar diezelfde stem tilt de voor mij wel erg lichtvoetige jazzy deuntjes op de plaat toch nog naar grote hoogten. Ook op Bitter-Sweet laat Bryan Ferry de zang zo nu en dan achterwege en de plaat is dan direct stomvervelend. Gelukkig staat er genoeg moois tegenover.
Alphaville van Bryan Ferry’s onderschatte soloplaat Olympia uit 2010 zet de toon met prachtig doorleefde vocalen vol doorleving en gevoel, New Town van Bete Noire uit 1987 is, ondanks de opgewekte klanken, misschien nog wel donkerder en indringender dan het origineel en Bitter-Sweet van het onvolprezen Country Life van Roxy Music is, ondanks de totaal andere instrumentatie, nog net zo baanbrekend en ontroerend als in 1974.
En zo gaat het maar door. Bitter-Sweet sust mij in slaap wanneer Bryan Ferry zijn mond houdt, maar kruipt onder de huid wanneer hij zingt. Zamba van het al eerder genoemde Bete Noire laat de jazz even achterwege en is hartverscheurend mooi en dat geldt in nog veel sterkere mate voor het wel weer jazzy maar ook opvallend melancholisch klinkende While My Heart Is Still Beating van Roxy Music’s Avalon, voor het aardedonkere Chance Meeting van het debuut van de band uit 1972 en voor het diep doorleefde Boys And Girls van Bryan Ferry’s gelijknamige soloplaat uit 1985.
Het blijft jammer van de instrumentale niemendalletjes, maar met een zeer ruime handvol kippenvelmomenten is Bitter-Sweet absoluut geslaagd. Bryan Ferry gaf kleur aan een aantal decennia popmuziek en voorziet deze kleur op leeftijd van enkele donkere accenten. Ik vind het verrassend goed. Heel goed zelfs. Erwin Zijleman
Buck Meek - Haunted Mountain (2023)

3,5
0
geplaatst: 6 september 2023, 13:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buck Meek - Haunted Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buck Meek - Haunted Mountain
Ik vond het solowerk van Buck Meek tot dusver een stuk minder interessant dan het werk van zijn band Big Thief, maar Haunted Mountain maakt meer indruk, al is het maar vanwege het heerlijke gitaarwerk
Haunted Mountain van Buck Meek is, net als het vorige soloalbum van de Amerikaanse muzikant, een album dat aangenaam voortkabbelt en daarom makkelijk verleidt, maar de houdbaarheid viel me de vorige keer tegen. Ik heb het idee dat het deze week verschenen Haunted Mountain langer mee gaat. De songs zijn sterker en Buck Meek zingt met meer overtuiging en natuurlijk is er het heerlijke gitaarwerk dat hier en daar lekker ruw en gruizig klinkt. Haunted Mountain doet absoluut uitzien naar een nieuw album van Big Thief, maar het is een meer dan aardig tussendoortje, dat iedere keer dat je naar het album luistert weer iets meer overtuigt.
Ik was helemaal aan het begin van 2021 best gecharmeerd van Two Saviors, het tweede soloalbum van de Amerikaanse muzikant Buck Meek. Ik denk echter niet dat ik het album na het intypen van mijn positieve recensie nog heel vaak heb beluisterd en eerlijk gezegd weet ik dit wel zeker. Het soloalbum van Buck Meek deed uiteindelijk toch een stuk minder met me dan de albums van zijn band Big Thief en ook de soloalbums van medebandlid Adrianne Lenker sloeg ik uiteindelijk een stuk hoger aan, waardoor ik Two Saviors heel snel vergat.
Desondanks was ik vorige week, na de eerste beluistering van het nieuwe soloalbum van Buck Meek, best onder de indruk van Haunted Mountain. Vanwege de ervaringen uit het verleden ben ik dit keer echter niet direct achter het toetsenbord gekropen en heb ik het album een week laten liggen om vervolgens te zien of het album er ook in het aanbod van deze week uit zou springen. Misschien had de Amerikaanse muzikant het geluk dat de spoeling behoorlijk dun is deze week, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat Buck Meek een album heeft gemaakt dat beter is en langer mee gaat dan zijn vorige album.
Net als op Two Saviors maakt Buck Meek ook op Haunted Mountain vooral laidback songs, die stevig zijn verankerd binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn songs die met een beetje fantasie een plek hadden kunnen vinden op Big Thief’s Dragon New Warm Mountain I Believe in You. Op de albums van Big Thief ben ik Buck Meek steeds meer gaan waarderen als gitarist en ook op zijn nieuwe soloalbum maakt de Amerikaanse muzikant makkelijk indruk met lekker ruw of juist uiterst ingetogen gitaarwerk.
In muzikaal opzicht vind ik Haunted Mountain een stuk interessanter dan zijn voorganger en niet alleen vanwege het geweldige gitaarwerk. Zeker als ik het album met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluister hoor ik van alles gebeuren op het album en blijken de op het eerste gehoor eenvoudige songs van Buck Meek toch wat complexer in elkaar te steken.
Het zijn songs die al snel een stuk memorabeler zijn dan die op het vorige soloalbum van de Amerikaanse muzikant, wat mogelijk ook de verdienste is van de samenwerking met singer-songwriter Jolie Holland, die meeschreef aan een aantal songs. Buck Meek schreef overigens op zijn beurt mee aan een aantal songs op het nieuwe album van Jolie Holland, dat volgende maand verschijnt en dezelfde titel heeft als het album van Buck Meek.
Haunted Mountain bevat vooral optimistische songs, die onder andere de liefde bezingen, waardoor het album wat minder melancholisch klinkt dan de muziek van Big Thief. Lang niet iedereen is gecharmeerd van de zang van Big Thief zangeres Adrianne Lenker en ook de stem van Buck Meek zal niet door iedereen gewaardeerd worden. Zelf hoor ik echter wel verbetering vergeleken met zijn vorige solowerk en de zang van de Amerikaanse muzikant zit mij dit keer nergens in de weg.
Of ik het nieuwe soloalbum van Buck Meek over een paar maanden nog steeds uit de kast trek durf ik nu niet te voorspellen, maar voorlopig bevalt Haunted Mountain me uitstekend en hoor ik absoluut de meerwaarde van het solowerk van de Big Thief gitarist, die niet alleen als gitarist, maar ook als singer-songwriter overtuigt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buck Meek - Haunted Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buck Meek - Haunted Mountain
Ik vond het solowerk van Buck Meek tot dusver een stuk minder interessant dan het werk van zijn band Big Thief, maar Haunted Mountain maakt meer indruk, al is het maar vanwege het heerlijke gitaarwerk
Haunted Mountain van Buck Meek is, net als het vorige soloalbum van de Amerikaanse muzikant, een album dat aangenaam voortkabbelt en daarom makkelijk verleidt, maar de houdbaarheid viel me de vorige keer tegen. Ik heb het idee dat het deze week verschenen Haunted Mountain langer mee gaat. De songs zijn sterker en Buck Meek zingt met meer overtuiging en natuurlijk is er het heerlijke gitaarwerk dat hier en daar lekker ruw en gruizig klinkt. Haunted Mountain doet absoluut uitzien naar een nieuw album van Big Thief, maar het is een meer dan aardig tussendoortje, dat iedere keer dat je naar het album luistert weer iets meer overtuigt.
Ik was helemaal aan het begin van 2021 best gecharmeerd van Two Saviors, het tweede soloalbum van de Amerikaanse muzikant Buck Meek. Ik denk echter niet dat ik het album na het intypen van mijn positieve recensie nog heel vaak heb beluisterd en eerlijk gezegd weet ik dit wel zeker. Het soloalbum van Buck Meek deed uiteindelijk toch een stuk minder met me dan de albums van zijn band Big Thief en ook de soloalbums van medebandlid Adrianne Lenker sloeg ik uiteindelijk een stuk hoger aan, waardoor ik Two Saviors heel snel vergat.
Desondanks was ik vorige week, na de eerste beluistering van het nieuwe soloalbum van Buck Meek, best onder de indruk van Haunted Mountain. Vanwege de ervaringen uit het verleden ben ik dit keer echter niet direct achter het toetsenbord gekropen en heb ik het album een week laten liggen om vervolgens te zien of het album er ook in het aanbod van deze week uit zou springen. Misschien had de Amerikaanse muzikant het geluk dat de spoeling behoorlijk dun is deze week, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat Buck Meek een album heeft gemaakt dat beter is en langer mee gaat dan zijn vorige album.
Net als op Two Saviors maakt Buck Meek ook op Haunted Mountain vooral laidback songs, die stevig zijn verankerd binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn songs die met een beetje fantasie een plek hadden kunnen vinden op Big Thief’s Dragon New Warm Mountain I Believe in You. Op de albums van Big Thief ben ik Buck Meek steeds meer gaan waarderen als gitarist en ook op zijn nieuwe soloalbum maakt de Amerikaanse muzikant makkelijk indruk met lekker ruw of juist uiterst ingetogen gitaarwerk.
In muzikaal opzicht vind ik Haunted Mountain een stuk interessanter dan zijn voorganger en niet alleen vanwege het geweldige gitaarwerk. Zeker als ik het album met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluister hoor ik van alles gebeuren op het album en blijken de op het eerste gehoor eenvoudige songs van Buck Meek toch wat complexer in elkaar te steken.
Het zijn songs die al snel een stuk memorabeler zijn dan die op het vorige soloalbum van de Amerikaanse muzikant, wat mogelijk ook de verdienste is van de samenwerking met singer-songwriter Jolie Holland, die meeschreef aan een aantal songs. Buck Meek schreef overigens op zijn beurt mee aan een aantal songs op het nieuwe album van Jolie Holland, dat volgende maand verschijnt en dezelfde titel heeft als het album van Buck Meek.
Haunted Mountain bevat vooral optimistische songs, die onder andere de liefde bezingen, waardoor het album wat minder melancholisch klinkt dan de muziek van Big Thief. Lang niet iedereen is gecharmeerd van de zang van Big Thief zangeres Adrianne Lenker en ook de stem van Buck Meek zal niet door iedereen gewaardeerd worden. Zelf hoor ik echter wel verbetering vergeleken met zijn vorige solowerk en de zang van de Amerikaanse muzikant zit mij dit keer nergens in de weg.
Of ik het nieuwe soloalbum van Buck Meek over een paar maanden nog steeds uit de kast trek durf ik nu niet te voorspellen, maar voorlopig bevalt Haunted Mountain me uitstekend en hoor ik absoluut de meerwaarde van het solowerk van de Big Thief gitarist, die niet alleen als gitarist, maar ook als singer-songwriter overtuigt. Erwin Zijleman
Buck Meek - Two Saviors (2021)

4,0
0
geplaatst: 18 januari 2021, 16:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buck Meek - Two Saviors - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buck Meek - Two Saviors
Big Thief gitarist Buck Meek heeft de tijd gevonden voor een soloalbum, waarop de Amerikaanse muzikant wat opschuift richting laid-back rootsmuziek, waarbij het heerlijk tot rust komen is
Het eerste soloalbum van Buck Meek heb ik ruim twee jaar geleden nog gemist, maar inmiddels volg ik de verrichtingen van de leden van Big Thief op de voet. Buck Meek trekt wat minder aandacht dan frontvrouw Adrianne Lenker, maar Two Saviors mag er zeker zijn. Het album heeft een aangename laid-back sfeer en focust wat meer op de Amerikaanse rootsmuziek. Het is muziek zonder al teveel pretenties of opsmuk, wat het album een puur en intiem karakter geeft, maar ondertussen wordt er prima muziek gemaakt, met uiteraard een hoofdrol voor het bijzondere gitaarwerk van Buck Meek, die zich overigens ook als zanger prima staande houdt.
Adrianne Lenker is het onbetwiste boegbeeld van de Amerikaanse band Big Thief en trekt niet alleen de aandacht met het werk van haar band maar ook met haar soloalbums, waarvan de laatste (Songs/Instrumentals) vorig jaar in menig jaarlijstje opdook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het in 2018 verschenen titelloze soloalbum van Big Thief gitarist Buck Meek destijds niet heb opgepikt, ook al had ik zijn band toen al hoog zitten.
Buck Meek werkt inmiddels al heel wat jaren samen met Adrianne Lenker, die als eerstejaars begon aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, toen Buck Meek daar net zijn opleiding afsloot. Voordat Big Thief werd gevormd maakten de twee al een tweetal EP’s en met Big Thief staat de teller inmiddels op vier albums, met de in 2019 verschenen albums U.F.O.F. en Two Hands als voorlopige hoogtepunten.
In afwachting van het vijfde album van de band, die ik inmiddels reken tot mijn favoriete bands van het moment, brengt na Adrianne Lenker ook Buck Meek een soloalbum uit. Two Saviors is in muzikaal opzicht nauwelijks te vergelijken met de muziek die Adrianne Lenker in haar uppie maakt, maar ook het solowerk van Buck Meek moet niets hebben van poespas en tierelantijntjes en klinkt puur, oprecht en intiem, net als de muziek van Big Thief overigens.
Waar Big Thief toch vooral een rockband is, kiest Buck Meek op zijn tweede soloalbum vooral voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en invloeden uit de folk en country in het bijzonder, waarbij hier en daar ook de grenzen met folkrock en countryrock worden verkend.
Waar Adrianne Lenker haar laatste soloalbum nagenoeg alleen maakte, werkt Buck Meek op Two Saviors met een band bestaande uit multi-instrumentalist Mat Davidson, gitarist Adam Brisbin, pianist/organist Dylan Meek en drummer Austin Vaughn. Desondanks is Two Saviors een behoorlijk ingetogen klinkend album zonder al teveel opsmuk.
Ik jaag iedereen hier thuis de gordijnen in met de stem van Adrianne Lenker, maar ik vind hem zelf prachtig. Ik kan me goed voorstellen dat ook de stem van Buck Meek niet door iedereen op prijs wordt gesteld, maar ik vind de zang op Two Saviors minder lastig dan die van Adrianne Lenker en het is zang die prima past bij de muziek op het album.
Two Saviors is een heerlijk laid-back album dat meer dan eens herinnert aan de folkrock en countryrock uit een ver verleden. Het is een album dat natuurlijk opvalt door het zo herkenbare gitaarspel van Buck Meek, waarna bijdragen van onder andere pedal steel en orgel de feestvreugde nog wat verder verhogen.
Laat Two Saviors van Buck Meek uit de speakers komen en de kou wordt verdreven door zonnestralen, terwijl het sneeuwlandschap plaats maakt voor de oevers van de Mississippi of voor het broeierige New Orleans, waar producer Andrew Sarlo, die ook alle Big Thief albums produceerde, het album met minimale middelen opnam.
Zeker als de band net wat steviger speelt hoor ik flarden Neil Young uit zijn beste jaren, maar Two Saviors kan dan opeens ook dicht tegen de muziek van Big This aan kruipen, uiteraard zonder de vocalen van Adrianne Lenker, die slechts de foto maakte die op de cover van Two Saviors prijkt.
Verder is het tweede soloalbum van Buck Meek waarschijnlijk vooral een tussendoortje om het lange wachten op het nieuwe Big Thief album wat te verzachten, maar het is wel een bijzonder aangenaam tussendoortje, dat niet alleen uitnodigt tot luieren in de virtuele zon, maar dat hier en daar ook geweldig in elkaar steekt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buck Meek - Two Saviors - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buck Meek - Two Saviors
Big Thief gitarist Buck Meek heeft de tijd gevonden voor een soloalbum, waarop de Amerikaanse muzikant wat opschuift richting laid-back rootsmuziek, waarbij het heerlijk tot rust komen is
Het eerste soloalbum van Buck Meek heb ik ruim twee jaar geleden nog gemist, maar inmiddels volg ik de verrichtingen van de leden van Big Thief op de voet. Buck Meek trekt wat minder aandacht dan frontvrouw Adrianne Lenker, maar Two Saviors mag er zeker zijn. Het album heeft een aangename laid-back sfeer en focust wat meer op de Amerikaanse rootsmuziek. Het is muziek zonder al teveel pretenties of opsmuk, wat het album een puur en intiem karakter geeft, maar ondertussen wordt er prima muziek gemaakt, met uiteraard een hoofdrol voor het bijzondere gitaarwerk van Buck Meek, die zich overigens ook als zanger prima staande houdt.
Adrianne Lenker is het onbetwiste boegbeeld van de Amerikaanse band Big Thief en trekt niet alleen de aandacht met het werk van haar band maar ook met haar soloalbums, waarvan de laatste (Songs/Instrumentals) vorig jaar in menig jaarlijstje opdook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het in 2018 verschenen titelloze soloalbum van Big Thief gitarist Buck Meek destijds niet heb opgepikt, ook al had ik zijn band toen al hoog zitten.
Buck Meek werkt inmiddels al heel wat jaren samen met Adrianne Lenker, die als eerstejaars begon aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, toen Buck Meek daar net zijn opleiding afsloot. Voordat Big Thief werd gevormd maakten de twee al een tweetal EP’s en met Big Thief staat de teller inmiddels op vier albums, met de in 2019 verschenen albums U.F.O.F. en Two Hands als voorlopige hoogtepunten.
In afwachting van het vijfde album van de band, die ik inmiddels reken tot mijn favoriete bands van het moment, brengt na Adrianne Lenker ook Buck Meek een soloalbum uit. Two Saviors is in muzikaal opzicht nauwelijks te vergelijken met de muziek die Adrianne Lenker in haar uppie maakt, maar ook het solowerk van Buck Meek moet niets hebben van poespas en tierelantijntjes en klinkt puur, oprecht en intiem, net als de muziek van Big Thief overigens.
Waar Big Thief toch vooral een rockband is, kiest Buck Meek op zijn tweede soloalbum vooral voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en invloeden uit de folk en country in het bijzonder, waarbij hier en daar ook de grenzen met folkrock en countryrock worden verkend.
Waar Adrianne Lenker haar laatste soloalbum nagenoeg alleen maakte, werkt Buck Meek op Two Saviors met een band bestaande uit multi-instrumentalist Mat Davidson, gitarist Adam Brisbin, pianist/organist Dylan Meek en drummer Austin Vaughn. Desondanks is Two Saviors een behoorlijk ingetogen klinkend album zonder al teveel opsmuk.
Ik jaag iedereen hier thuis de gordijnen in met de stem van Adrianne Lenker, maar ik vind hem zelf prachtig. Ik kan me goed voorstellen dat ook de stem van Buck Meek niet door iedereen op prijs wordt gesteld, maar ik vind de zang op Two Saviors minder lastig dan die van Adrianne Lenker en het is zang die prima past bij de muziek op het album.
Two Saviors is een heerlijk laid-back album dat meer dan eens herinnert aan de folkrock en countryrock uit een ver verleden. Het is een album dat natuurlijk opvalt door het zo herkenbare gitaarspel van Buck Meek, waarna bijdragen van onder andere pedal steel en orgel de feestvreugde nog wat verder verhogen.
Laat Two Saviors van Buck Meek uit de speakers komen en de kou wordt verdreven door zonnestralen, terwijl het sneeuwlandschap plaats maakt voor de oevers van de Mississippi of voor het broeierige New Orleans, waar producer Andrew Sarlo, die ook alle Big Thief albums produceerde, het album met minimale middelen opnam.
Zeker als de band net wat steviger speelt hoor ik flarden Neil Young uit zijn beste jaren, maar Two Saviors kan dan opeens ook dicht tegen de muziek van Big This aan kruipen, uiteraard zonder de vocalen van Adrianne Lenker, die slechts de foto maakte die op de cover van Two Saviors prijkt.
Verder is het tweede soloalbum van Buck Meek waarschijnlijk vooral een tussendoortje om het lange wachten op het nieuwe Big Thief album wat te verzachten, maar het is wel een bijzonder aangenaam tussendoortje, dat niet alleen uitnodigt tot luieren in de virtuele zon, maar dat hier en daar ook geweldig in elkaar steekt. Erwin Zijleman
Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973)

4,0
1
geplaatst: 21 september 2025, 20:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973)
Het debuutalbum van Buckingham Nicks flopte in 1973 volledig, maar het Californische duo kon aan de slag bij een wat uitgebluste Britse bluesband met een indrukwekkende wederopstanding als resultaat
Er is ontzettend veel muziek te vinden op de streaming media platforms, maar er ontbreken ook wel wat albums. Tot voor kort ontbrak een album dat in 1973 nauwelijks werd verkocht, maar dat uiteindelijk de popmuziek zou veranderen. Lindsey Buckingham en Stevie Nicks probeerden het aan het begin van de jaren 70 als het duo Buckingham Nicks, maar hun platencontract werd ontbonden toen hun debuutalbum nauwelijks werd verkocht. Door het album konden de twee wel toetreden tot een band die zou uitgroeien tot een van de grootste bands aller tijden en dat deed met de muziek die in een net wat ruwere vorm als was te horen op het nu dan eindelijk verkrijgbare album van Buckingham Nicks.
Het is een album met een prachtig verhaal, een album dat een enorme invloed zou hebben op de ontwikkeling van de popmuziek en ook nog eens een uitstekend album, maar toch was het tot vorige week een album dat niet was te vinden op de streaming platforms en evenmin fysiek verkrijgbaar was. Het is een album dat in Nederland zelfs nooit op cd is uitgebracht en dat alleen met heel veel geluk was te vinden in de tweedehands vinyl bakken (waarin iemand het album een paar jaar geleden voor mij vond).
Ik heb het over het titelloze debuutalbum van Buckingham Nicks, het project van Lindsey Buckingham en Stevie Nicks. Het album verscheen in 1973 en deed het minder goed dan de platenmaatschappij had verwacht, waarna het duo werd gedumpt. Iemand die het album wel hoorde was Fleetwood Mac voorman Mick Fleetwood, die op zoek was naar een nieuwe gitarist voor de Britse bluesband.
Mick Fleetwood hoorde wel wat in het gitaarwerk op het album van Buckingham Nicks en benaderde Lindsey Buckingham voor de vacature. De Amerikaanse muzikant had er, mede door het zwaar tegenvallende succes van Buckingham Nicks, wel oren naar, maar ging alleen akkoord als zijn geliefde en muzikale partner Stevie Nicks ook mocht toetreden tot Fleetwood Mac.
De rest is geschiedenis. Fleetwood Mac veranderde met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham aan bord van een bluesband tot een van de grootste popbands aller tijden. De band maakte in 1975 een nieuwe start met een titelloos album, waarop met name Stevie Nicks haar stempel drukte en maakte vervolgens met het in 1977 verschenen Rumours een van de best verkochte en meest invloedrijke albums aller tijden.
Het zijn albums die bijna iedereen kent, maar het debuutalbum van Buckingham Nicks bleef onbekend, zeker bij een ieder die er na 1973 naar op zoek ging. Gelukkig is het album nu eindelijk beschikbaar op cd en LP en is het bovendien op de streaming platforms te vinden.
Het is een album dat direct vanaf de openingstrack Crying In The Night bekend in de oren klinkt, want Lindsey Buckingham en Stevie Nicks maken op hun album de muziek die Fleetwood Mac vanaf 1975 zou maken en die uiteindelijk zou terecht komen op de onbetwiste klassieker Rumours.
Je hoort het in de zang van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham en in hun harmonieën, je hoort het in het zo karakteristieke gitaarspel van Lindsey Buckingham en je hoort het in een groot deel van de songs, die ook best op het titelloze album van Fleetwood Mac uit 1975 hadden kunnen staan.
Het album van Buckingham Nicks is op zijn minst een voorstudie van Rumours, maar ik vind het zelf niet overdreven om te stellen dat het een blauwdruk is van een van de meest succesvolle albums aller tijden. Zeker in de beste songs op het album benaderen Lindsey Buckingham en Stevie Nicks de perfectie van hun latere band, maar in de wat minder aanstekelijke songs is er in ieder geval het geweldige gitaarwerk van Lindsey Buckingham, dat Mick Fleetwood in 1973 wist te betoveren.
De Britse muzikant kon toen niet vermoeden wat hij in huis zou halen met Lindsey Buckingham en zeker ook met Stevie Nicks, die hem wat werd opgedrongen. We zullen nooit weten wat er van Buckingham Nicks zou zijn geworden zonder het aanbod van Mick Fleetwood, maar wat zou het zonde zijn geweest als we Rumours zouden hebben gemist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973)
Het debuutalbum van Buckingham Nicks flopte in 1973 volledig, maar het Californische duo kon aan de slag bij een wat uitgebluste Britse bluesband met een indrukwekkende wederopstanding als resultaat
Er is ontzettend veel muziek te vinden op de streaming media platforms, maar er ontbreken ook wel wat albums. Tot voor kort ontbrak een album dat in 1973 nauwelijks werd verkocht, maar dat uiteindelijk de popmuziek zou veranderen. Lindsey Buckingham en Stevie Nicks probeerden het aan het begin van de jaren 70 als het duo Buckingham Nicks, maar hun platencontract werd ontbonden toen hun debuutalbum nauwelijks werd verkocht. Door het album konden de twee wel toetreden tot een band die zou uitgroeien tot een van de grootste bands aller tijden en dat deed met de muziek die in een net wat ruwere vorm als was te horen op het nu dan eindelijk verkrijgbare album van Buckingham Nicks.
Het is een album met een prachtig verhaal, een album dat een enorme invloed zou hebben op de ontwikkeling van de popmuziek en ook nog eens een uitstekend album, maar toch was het tot vorige week een album dat niet was te vinden op de streaming platforms en evenmin fysiek verkrijgbaar was. Het is een album dat in Nederland zelfs nooit op cd is uitgebracht en dat alleen met heel veel geluk was te vinden in de tweedehands vinyl bakken (waarin iemand het album een paar jaar geleden voor mij vond).
Ik heb het over het titelloze debuutalbum van Buckingham Nicks, het project van Lindsey Buckingham en Stevie Nicks. Het album verscheen in 1973 en deed het minder goed dan de platenmaatschappij had verwacht, waarna het duo werd gedumpt. Iemand die het album wel hoorde was Fleetwood Mac voorman Mick Fleetwood, die op zoek was naar een nieuwe gitarist voor de Britse bluesband.
Mick Fleetwood hoorde wel wat in het gitaarwerk op het album van Buckingham Nicks en benaderde Lindsey Buckingham voor de vacature. De Amerikaanse muzikant had er, mede door het zwaar tegenvallende succes van Buckingham Nicks, wel oren naar, maar ging alleen akkoord als zijn geliefde en muzikale partner Stevie Nicks ook mocht toetreden tot Fleetwood Mac.
De rest is geschiedenis. Fleetwood Mac veranderde met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham aan bord van een bluesband tot een van de grootste popbands aller tijden. De band maakte in 1975 een nieuwe start met een titelloos album, waarop met name Stevie Nicks haar stempel drukte en maakte vervolgens met het in 1977 verschenen Rumours een van de best verkochte en meest invloedrijke albums aller tijden.
Het zijn albums die bijna iedereen kent, maar het debuutalbum van Buckingham Nicks bleef onbekend, zeker bij een ieder die er na 1973 naar op zoek ging. Gelukkig is het album nu eindelijk beschikbaar op cd en LP en is het bovendien op de streaming platforms te vinden.
Het is een album dat direct vanaf de openingstrack Crying In The Night bekend in de oren klinkt, want Lindsey Buckingham en Stevie Nicks maken op hun album de muziek die Fleetwood Mac vanaf 1975 zou maken en die uiteindelijk zou terecht komen op de onbetwiste klassieker Rumours.
Je hoort het in de zang van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham en in hun harmonieën, je hoort het in het zo karakteristieke gitaarspel van Lindsey Buckingham en je hoort het in een groot deel van de songs, die ook best op het titelloze album van Fleetwood Mac uit 1975 hadden kunnen staan.
Het album van Buckingham Nicks is op zijn minst een voorstudie van Rumours, maar ik vind het zelf niet overdreven om te stellen dat het een blauwdruk is van een van de meest succesvolle albums aller tijden. Zeker in de beste songs op het album benaderen Lindsey Buckingham en Stevie Nicks de perfectie van hun latere band, maar in de wat minder aanstekelijke songs is er in ieder geval het geweldige gitaarwerk van Lindsey Buckingham, dat Mick Fleetwood in 1973 wist te betoveren.
De Britse muzikant kon toen niet vermoeden wat hij in huis zou halen met Lindsey Buckingham en zeker ook met Stevie Nicks, die hem wat werd opgedrongen. We zullen nooit weten wat er van Buckingham Nicks zou zijn geworden zonder het aanbod van Mick Fleetwood, maar wat zou het zonde zijn geweest als we Rumours zouden hebben gemist. Erwin Zijleman
Buddy & Julie Miller - Breakdown on 20th Ave. South (2019)

4,5
0
geplaatst: 24 juni 2019, 10:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buddy & Julie Miller - Breakdown On 20th Ave. South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buddy & Julie Miller - Breakdown On 20th Ave. South
Buddy en Julie Miller tillen elkaar nog maar eens naar grote hoogten op een rootsalbum dat net als zijn voorgangers dwars door de ziel snijdt
De gezondheid van Julie Miller stond een nieuw gezamenlijk album van Buddy en Julie Miller lange tijd in de weg, maar gelukkig is Breakdown On 20th Ave. South nu toch verschenen. Buddy en Julie Miller maakten hun nieuwe album grotendeels zelf, waarbij Buddy Miller verantwoordelijk is voor prachtig gitaarwerk en een gruizige tweede stem en Julie Miller de songs schreef en tekent voor zang vol emotie die uit de tenen komt. De vorige twee albums van Buddy en Julie Miller waren in no-time klassiekers en dat zal voor Breakdown On 20th Ave. South niet anders zijn. Prachtplaat weer van dit bijzondere duo.
Julie Miller (geboren Julie Griffin) streek als tiener neer in de muziekscene van Austin, Texas, om haar geluk te beproeven in de Texaanse muziekstad. Ze liep daar al snel Buddy Miller tegen het lijf en trouwde met hem. Julie Miller maakte in eerste instantie albums met christelijke popmuziek, maar schoof gedurende de jaren 90 op richting de Amerikaanse rootsmuziek van haar echtgenoot.
Buddy en Julie Miller zijn al sinds halverwege de jaren 90 op elkaars platen te horen, maar het eerste gedeelde album van het echtpaar uit Austin, Texas, stamt uit 2001. Het bleek een gouden greep. De uit duizenden herkenbare stem van Julie Miller vloeide prachtig samen met de ruimtelijke gitaarlijnen van haar echtgenoot en zijn gruizige stem, waardoor het titelloze debuut van Buddy & Julie Miller uitgroeide tot een klassieker.
De samenwerking tussen de twee smaakte direct naar meer, maar door gezondheidsproblemen van Julie Miller, moesten we helaas tot 2009 wachten op het nog mooiere en indringende Written In Chalk. Met de gezondheid van Julie Miller gaat het sindsdien helaas niet veel beter. Buddy Miller was de afgelopen tien jaar een belangrijke speler in de muziekscene van Austin, Texas, en liet zich niet alleen gelden als producer, maar ook als sessiemuzikant en songwriter. Zijn vrouw Julie zat noodgedwongen vooral thuis, maar was gelukkig wel in staat om songs te schrijven en dat deed ze dan ook in ruime mate.
Deze songs werden vervolgens in de echtelijke slaapkamer opgenomen en later verder uitgebouwd in de studio. Breakdown On 20th Ave. South is een album waarop vooral Julie Miller mag stralen. Buddy Miller laat de lead vocalen op het derde gezamenlijke album vrijwel volledig over aan zijn vrouw, maar tekent uiteraard wel voor prachtig snarenwerk. In muzikaal opzicht is het sowieso smullen op Breakdown on 20th Ave. South, want naast het prachtige gitaarwerk van Buddy Miller trekt ook het briljante drumwerk van meesterdrummer Brady Blade zo nu en dan nadrukkelijk de aandacht.
De belangrijkste plek in de spotlights is echter voor Julie Miller die alle songs op het album schreef. Verder neemt ze zoals gezegd de lead vocalen voor haar rekening en de vocalen van Julie Miller zijn altijd bijzonder. De Texaanse singer-songwriter is voorzien van een bijzonder stemgeluid, dat ook op de door haar inmiddels bereikte leeftijd nog wat meisjesachtig klinkt. Het zijn op hetzelfde moment vocalen die bijzonder emotievol en doorleefd klinken, waardoor de bijzondere stem van Julie Miller veel impact heeft.
Het mooist zijn wat mij betreft de momenten waarop de stemmen van Buddy en Julie Miller tegen elkaar aan schuren, maar ook als Julie het in haar eentje moet opknappen snijden de vocalen op Breakdown on 20th Ave. South dwars door de ziel. Het effect wordt nog eens versterkt door zeer smaakvolle en trefzekere instrumentatie op het album en door de indringende verhalen die Julie Miller vertellt in haar persoonlijke songs. Op de gezamenlijke albums van Buddy en Julie Miller moeten we steeds lang wachten, maar het was het wachten ook dit keer meer dan waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buddy & Julie Miller - Breakdown On 20th Ave. South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buddy & Julie Miller - Breakdown On 20th Ave. South
Buddy en Julie Miller tillen elkaar nog maar eens naar grote hoogten op een rootsalbum dat net als zijn voorgangers dwars door de ziel snijdt
De gezondheid van Julie Miller stond een nieuw gezamenlijk album van Buddy en Julie Miller lange tijd in de weg, maar gelukkig is Breakdown On 20th Ave. South nu toch verschenen. Buddy en Julie Miller maakten hun nieuwe album grotendeels zelf, waarbij Buddy Miller verantwoordelijk is voor prachtig gitaarwerk en een gruizige tweede stem en Julie Miller de songs schreef en tekent voor zang vol emotie die uit de tenen komt. De vorige twee albums van Buddy en Julie Miller waren in no-time klassiekers en dat zal voor Breakdown On 20th Ave. South niet anders zijn. Prachtplaat weer van dit bijzondere duo.
Julie Miller (geboren Julie Griffin) streek als tiener neer in de muziekscene van Austin, Texas, om haar geluk te beproeven in de Texaanse muziekstad. Ze liep daar al snel Buddy Miller tegen het lijf en trouwde met hem. Julie Miller maakte in eerste instantie albums met christelijke popmuziek, maar schoof gedurende de jaren 90 op richting de Amerikaanse rootsmuziek van haar echtgenoot.
Buddy en Julie Miller zijn al sinds halverwege de jaren 90 op elkaars platen te horen, maar het eerste gedeelde album van het echtpaar uit Austin, Texas, stamt uit 2001. Het bleek een gouden greep. De uit duizenden herkenbare stem van Julie Miller vloeide prachtig samen met de ruimtelijke gitaarlijnen van haar echtgenoot en zijn gruizige stem, waardoor het titelloze debuut van Buddy & Julie Miller uitgroeide tot een klassieker.
De samenwerking tussen de twee smaakte direct naar meer, maar door gezondheidsproblemen van Julie Miller, moesten we helaas tot 2009 wachten op het nog mooiere en indringende Written In Chalk. Met de gezondheid van Julie Miller gaat het sindsdien helaas niet veel beter. Buddy Miller was de afgelopen tien jaar een belangrijke speler in de muziekscene van Austin, Texas, en liet zich niet alleen gelden als producer, maar ook als sessiemuzikant en songwriter. Zijn vrouw Julie zat noodgedwongen vooral thuis, maar was gelukkig wel in staat om songs te schrijven en dat deed ze dan ook in ruime mate.
Deze songs werden vervolgens in de echtelijke slaapkamer opgenomen en later verder uitgebouwd in de studio. Breakdown On 20th Ave. South is een album waarop vooral Julie Miller mag stralen. Buddy Miller laat de lead vocalen op het derde gezamenlijke album vrijwel volledig over aan zijn vrouw, maar tekent uiteraard wel voor prachtig snarenwerk. In muzikaal opzicht is het sowieso smullen op Breakdown on 20th Ave. South, want naast het prachtige gitaarwerk van Buddy Miller trekt ook het briljante drumwerk van meesterdrummer Brady Blade zo nu en dan nadrukkelijk de aandacht.
De belangrijkste plek in de spotlights is echter voor Julie Miller die alle songs op het album schreef. Verder neemt ze zoals gezegd de lead vocalen voor haar rekening en de vocalen van Julie Miller zijn altijd bijzonder. De Texaanse singer-songwriter is voorzien van een bijzonder stemgeluid, dat ook op de door haar inmiddels bereikte leeftijd nog wat meisjesachtig klinkt. Het zijn op hetzelfde moment vocalen die bijzonder emotievol en doorleefd klinken, waardoor de bijzondere stem van Julie Miller veel impact heeft.
Het mooist zijn wat mij betreft de momenten waarop de stemmen van Buddy en Julie Miller tegen elkaar aan schuren, maar ook als Julie het in haar eentje moet opknappen snijden de vocalen op Breakdown on 20th Ave. South dwars door de ziel. Het effect wordt nog eens versterkt door zeer smaakvolle en trefzekere instrumentatie op het album en door de indringende verhalen die Julie Miller vertellt in haar persoonlijke songs. Op de gezamenlijke albums van Buddy en Julie Miller moeten we steeds lang wachten, maar het was het wachten ook dit keer meer dan waard. Erwin Zijleman
Buddy & Julie Miller - In the Throes (2023)

4,0
3
geplaatst: 23 september 2023, 11:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buddy & Julie Miller - In The Throes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buddy & Julie Miller - In The Throes
In The Throes is pas het vierde album van Buddy & Julie Miller in ruim twintig jaar tijd, maar ook op dit album maakt het Amerikaanse tweetal weer indruk met uitstekende songs en vocalen die diep onder de huid kruipen
Al sinds het titelloze debuutalbum van Buddy & Julie Miller moeten we maar afwachten of er nog een vervolg komt en meestal duurt het wachten lang. Het valt deze keer mee, want slechts vier jaar na het fraaie Breakdown On 20th Ave. South is er weer een nieuw album van de twee gelouterde Amerikaanse muzikanten. Buddy Miller neemt in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht het voortouw op In The Throes, maar Julie Miller schreef een serie geweldige songs en zorgt met haar zo karakteristieke stem voor het unieke geluid van het echtpaar. In The Throes is een veelzijdig album, dat uitstekend klinkt en vol staat met uitstekende songs, maar het is de prachtig doorleefde zang die van In The Throes een topalbum maakt.
Buddy en Julie Miller zijn inmiddels al flink wat decennia actief in de muziek en zijn sinds de tweede helft van de jaren 70 onafscheidelijk. Buddy Miller is op talloze albums te horen, speelde jarenlang in de band van Emmylou Harris en stond ook met talloze andere muzikanten op het podium. Vanaf de jaren 90 brengen de twee een aantal soloalbums uit, waarbij Julie Miller in eerste instantie kiest voor religieus getinte pop en gospel en Buddy Miller zich vol stort op de Amerikaanse rootsmuziek.
In 2001 is er dan het uitstekend ontvangen Buddy & Julie Miller, waarop het echtpaar de krachten bundelt. Het pakt fantastisch uit. De rauwe strot van Buddy Miller blijkt perfect te passen bij de bijzondere stem van Julie Miller. Het levert een geweldig Americana album op, dat inmiddels wordt gerekend tot de klassiekers in het genre.
De afgelopen twintig jaar worstelde Julie Miller flink met haar gezondheid, waardoor de opvolger van het debuutalbum van het echtpaar acht jaar op zich liet wachten. Het in 2009 verschenen Written In Chalk was het wachten echter meer dan waard en hetzelfde geldt voor het pas na een pauze van tien jaar verschenen Breakdown On 20th Ave. South. Dat album uit 2019 krijgt deze week al een opvolger met In The Throes, waarop een dozijn nieuwe Buddy & Julie Miller songs staat.
Ik joeg hier thuis iedereen direct de gordijnen in met het album, want van de stem van Julie Miller moet je houden. De Amerikaanse muzikante heeft een zeer karakteristieke stem, die objectief beschouwd misschien niet heel mooi is, maar die wel diep ontroert en bovendien nog altijd prachtig kleurt bij de stem van echtgenoot Buddy. Ik ben al lang gewend aan de stem van Julie Miller en vond In The Throes direct prachtig.
Het titelloze debuutalbum van het Amerikaanse echtpaar heeft inmiddels de status van klassieker, maar ik vond Written In Chalk en Breakdown On 20th Ave. South persoonlijk beter dan het debuutalbum en ook In The Throes sla ik hoger aan. Julie Miller legde zich de afgelopen jaren toe op het schrijven van songs en had naar verluidt ruim honderd songs klaar liggen voor het nieuwe album. De beste twaalf zijn terecht gekomen op In The Throes, wat een sterk album oplevert.
Buddy Miller tekent op het vierde album van Buddy & Julie Miller voor de productie en het geweldige gitaarwerk, terwijl een aantal Nashville veteranen tekenen voor prachtige bijdragen van bas, drums, keyboards, viool en cello. Ook in vocaal opzicht stonden Buddy en Julie er niet alleen voor, want In The Throes bevat gastbijdragen van onder andere Gurf Morlix, Larry Campbell & Teresa Williams en Emmylou Harris. De stem van Julie Miller is misschien wat verzwakt de afgelopen jaren, maar ze is meerdere keren goed voor kippenvel.
Buddy Miller speelde de afgelopen decennia met alles en iedereen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, dus het is niet zo gek dat hij in het genre op een breed terrein uit de voeten kan. Folk en country domineren op In The Throes, maar het album bevat ook lekker rauwe blues, waarin de zang van Julie Miller uit haar tenen komt. Heel veel muziek maken Buddy & Julie Miller niet, althans niet samen, maar alles dat ze maken is prachtig, wat ook weer geldt voor het mooie en diep ontroerende In The Throes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buddy & Julie Miller - In The Throes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buddy & Julie Miller - In The Throes
In The Throes is pas het vierde album van Buddy & Julie Miller in ruim twintig jaar tijd, maar ook op dit album maakt het Amerikaanse tweetal weer indruk met uitstekende songs en vocalen die diep onder de huid kruipen
Al sinds het titelloze debuutalbum van Buddy & Julie Miller moeten we maar afwachten of er nog een vervolg komt en meestal duurt het wachten lang. Het valt deze keer mee, want slechts vier jaar na het fraaie Breakdown On 20th Ave. South is er weer een nieuw album van de twee gelouterde Amerikaanse muzikanten. Buddy Miller neemt in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht het voortouw op In The Throes, maar Julie Miller schreef een serie geweldige songs en zorgt met haar zo karakteristieke stem voor het unieke geluid van het echtpaar. In The Throes is een veelzijdig album, dat uitstekend klinkt en vol staat met uitstekende songs, maar het is de prachtig doorleefde zang die van In The Throes een topalbum maakt.
Buddy en Julie Miller zijn inmiddels al flink wat decennia actief in de muziek en zijn sinds de tweede helft van de jaren 70 onafscheidelijk. Buddy Miller is op talloze albums te horen, speelde jarenlang in de band van Emmylou Harris en stond ook met talloze andere muzikanten op het podium. Vanaf de jaren 90 brengen de twee een aantal soloalbums uit, waarbij Julie Miller in eerste instantie kiest voor religieus getinte pop en gospel en Buddy Miller zich vol stort op de Amerikaanse rootsmuziek.
In 2001 is er dan het uitstekend ontvangen Buddy & Julie Miller, waarop het echtpaar de krachten bundelt. Het pakt fantastisch uit. De rauwe strot van Buddy Miller blijkt perfect te passen bij de bijzondere stem van Julie Miller. Het levert een geweldig Americana album op, dat inmiddels wordt gerekend tot de klassiekers in het genre.
De afgelopen twintig jaar worstelde Julie Miller flink met haar gezondheid, waardoor de opvolger van het debuutalbum van het echtpaar acht jaar op zich liet wachten. Het in 2009 verschenen Written In Chalk was het wachten echter meer dan waard en hetzelfde geldt voor het pas na een pauze van tien jaar verschenen Breakdown On 20th Ave. South. Dat album uit 2019 krijgt deze week al een opvolger met In The Throes, waarop een dozijn nieuwe Buddy & Julie Miller songs staat.
Ik joeg hier thuis iedereen direct de gordijnen in met het album, want van de stem van Julie Miller moet je houden. De Amerikaanse muzikante heeft een zeer karakteristieke stem, die objectief beschouwd misschien niet heel mooi is, maar die wel diep ontroert en bovendien nog altijd prachtig kleurt bij de stem van echtgenoot Buddy. Ik ben al lang gewend aan de stem van Julie Miller en vond In The Throes direct prachtig.
Het titelloze debuutalbum van het Amerikaanse echtpaar heeft inmiddels de status van klassieker, maar ik vond Written In Chalk en Breakdown On 20th Ave. South persoonlijk beter dan het debuutalbum en ook In The Throes sla ik hoger aan. Julie Miller legde zich de afgelopen jaren toe op het schrijven van songs en had naar verluidt ruim honderd songs klaar liggen voor het nieuwe album. De beste twaalf zijn terecht gekomen op In The Throes, wat een sterk album oplevert.
Buddy Miller tekent op het vierde album van Buddy & Julie Miller voor de productie en het geweldige gitaarwerk, terwijl een aantal Nashville veteranen tekenen voor prachtige bijdragen van bas, drums, keyboards, viool en cello. Ook in vocaal opzicht stonden Buddy en Julie er niet alleen voor, want In The Throes bevat gastbijdragen van onder andere Gurf Morlix, Larry Campbell & Teresa Williams en Emmylou Harris. De stem van Julie Miller is misschien wat verzwakt de afgelopen jaren, maar ze is meerdere keren goed voor kippenvel.
Buddy Miller speelde de afgelopen decennia met alles en iedereen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, dus het is niet zo gek dat hij in het genre op een breed terrein uit de voeten kan. Folk en country domineren op In The Throes, maar het album bevat ook lekker rauwe blues, waarin de zang van Julie Miller uit haar tenen komt. Heel veel muziek maken Buddy & Julie Miller niet, althans niet samen, maar alles dat ze maken is prachtig, wat ook weer geldt voor het mooie en diep ontroerende In The Throes. Erwin Zijleman
Buffalo Killers - Alive and Well in Ohio (2017)

4,0
0
geplaatst: 1 november 2017, 16:54 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buffalo Killers - Alive & Well In Ohio - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Buffalo Killers is een band uit Cincinnati, Ohio, die volgens AllMusic.com al een flinke stapel platen op haar naam heeft staan.
Het onlangs verschenen Alive & Well In Ohio is echter mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, waardoor ik blij ben met de stapel eerdere platen die nog op me wacht.
De muziek van Buffalo Killers wordt hier en daar wat makkelijk in het hokje neo-psychedelica geduwd, maar Alive & Well In Ohio klinkt voor mij als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.
Het is een zeer goed gevulde platenkast en het is een platenkast die een aantal decennia popmuziek bestrijkt. De band uit Cincinnati is zeker niet vies van psychedelica uit de jaren 60, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met Westcoast pop uit dezelfde periode of met indie-rock van veel recentere datum. Zeker in de wat meer ingetogen songs op de plaat klinkt Alive & Well In Ohio bovendien als de plaat die The Beatles zouden hebben gemaakt als ze in 1967 niet naar India waren afgereisd maar zich zouden hebben ondergedompeld in de Californische summer of love en dat klinkt fantastisch.
Zeker in de wat Beatlesque songs op de plaat doet Alive & Well In Ohio me wel wat denken aan het onbetwiste meesterwerk Kontiki van Cotton Mather uit 1997, maar de muziek van Buffalo Killers kan zoals gezegd meerdere kanten op. Wanneer de band de zoete melodieën achter zich laat, kan de muziek van de band uit Ohio flink ontsporen en heeft de muziek op Alive & Well In Ohio raakvlakken met die van een band als Dinosaur Jr., maar Buffalo Killers is ook niet vies van songs vol invloeden uit de hardrock en bluesrock uit de jaren 70, die weer meer doen denken aan Led Zeppelin in haar beste jaren en schuwt ook uitstapjes richting Southern rock niet.
Op basis van het bovenstaande lijkt Alive & Well In Ohio misschien een nogal fragmentarische plaat met net wat teveel invloeden, maar dat is de nieuwe plaat van Buffalo Killers zeker niet. De band uit Ohio heeft een plaat gemaakt die zich op soepele wijze door een aantal decennia rockmuziek manoeuvreert en steeds net wat andere invloeden verwerkt in haar eigen geluid.
Het levert een plaat op vol memorabele songs, geweldige melodieën en refreinen, heerlijke koortjes, prima zang en vooral heel veel geweldig gitaarwerk. Alive & Well In Ohio is een gitaarplaat van het soort dat nauwelijks meer wordt gemaakt en het is een gitaarplaat om heel blij van te worden. In de herfst en de winter domineren over het algemeen de wat donkerder getinte platen, maar op de nieuwe plaat van Buffalo Killers mag de zon lekker veel schijnen.
Omdat de meeste inspiratiebronnen van de band uit Ohio uit de jaren 60 en 70 komen, klinkt Alive & Well In Ohio als een obscure en vergeten 60s of 70s klassieker die je ooit nog eens bij toeval uit de bakken met tweedehands vinyl hoopt te halen, maar op een of andere manier slaagt Buffalo Killers er ook in om eigentijds te klinken.
Direct bij eerste beluistering is de nieuwe plaat van Buffalo Killers er een die goed is voor een glimlach en een goed humeur, maar luister net wat beter en je hoort een plaat die zomaar uit kan groeien tot een van de persoonlijke favorieten voor de komende maanden. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd van deze even aangename als indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buffalo Killers - Alive & Well In Ohio - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Buffalo Killers is een band uit Cincinnati, Ohio, die volgens AllMusic.com al een flinke stapel platen op haar naam heeft staan.
Het onlangs verschenen Alive & Well In Ohio is echter mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, waardoor ik blij ben met de stapel eerdere platen die nog op me wacht.
De muziek van Buffalo Killers wordt hier en daar wat makkelijk in het hokje neo-psychedelica geduwd, maar Alive & Well In Ohio klinkt voor mij als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.
Het is een zeer goed gevulde platenkast en het is een platenkast die een aantal decennia popmuziek bestrijkt. De band uit Cincinnati is zeker niet vies van psychedelica uit de jaren 60, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met Westcoast pop uit dezelfde periode of met indie-rock van veel recentere datum. Zeker in de wat meer ingetogen songs op de plaat klinkt Alive & Well In Ohio bovendien als de plaat die The Beatles zouden hebben gemaakt als ze in 1967 niet naar India waren afgereisd maar zich zouden hebben ondergedompeld in de Californische summer of love en dat klinkt fantastisch.
Zeker in de wat Beatlesque songs op de plaat doet Alive & Well In Ohio me wel wat denken aan het onbetwiste meesterwerk Kontiki van Cotton Mather uit 1997, maar de muziek van Buffalo Killers kan zoals gezegd meerdere kanten op. Wanneer de band de zoete melodieën achter zich laat, kan de muziek van de band uit Ohio flink ontsporen en heeft de muziek op Alive & Well In Ohio raakvlakken met die van een band als Dinosaur Jr., maar Buffalo Killers is ook niet vies van songs vol invloeden uit de hardrock en bluesrock uit de jaren 70, die weer meer doen denken aan Led Zeppelin in haar beste jaren en schuwt ook uitstapjes richting Southern rock niet.
Op basis van het bovenstaande lijkt Alive & Well In Ohio misschien een nogal fragmentarische plaat met net wat teveel invloeden, maar dat is de nieuwe plaat van Buffalo Killers zeker niet. De band uit Ohio heeft een plaat gemaakt die zich op soepele wijze door een aantal decennia rockmuziek manoeuvreert en steeds net wat andere invloeden verwerkt in haar eigen geluid.
Het levert een plaat op vol memorabele songs, geweldige melodieën en refreinen, heerlijke koortjes, prima zang en vooral heel veel geweldig gitaarwerk. Alive & Well In Ohio is een gitaarplaat van het soort dat nauwelijks meer wordt gemaakt en het is een gitaarplaat om heel blij van te worden. In de herfst en de winter domineren over het algemeen de wat donkerder getinte platen, maar op de nieuwe plaat van Buffalo Killers mag de zon lekker veel schijnen.
Omdat de meeste inspiratiebronnen van de band uit Ohio uit de jaren 60 en 70 komen, klinkt Alive & Well In Ohio als een obscure en vergeten 60s of 70s klassieker die je ooit nog eens bij toeval uit de bakken met tweedehands vinyl hoopt te halen, maar op een of andere manier slaagt Buffalo Killers er ook in om eigentijds te klinken.
Direct bij eerste beluistering is de nieuwe plaat van Buffalo Killers er een die goed is voor een glimlach en een goed humeur, maar luister net wat beter en je hoort een plaat die zomaar uit kan groeien tot een van de persoonlijke favorieten voor de komende maanden. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd van deze even aangename als indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992)

4,5
1
geplaatst: 11 september 2022, 19:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992)
Het is momenteel flink zoeken naar goede gitaarplaten, maar in de jaren 90 werden we er mee overspoeld, met het geweldige Let Me Come Over van de Amerikaanse band Buffalo Tom als een van de hoogtepunten
Ieder decennium uit de geschiedenis van de popmuziek heeft dominante genres en in de jaren 90 was het voor mij de indierock. Het heeft een aantal hele grote bands opgeleverd, maar ook een aantal bands die in de jaren 90 met de besten mee konden, maar waarover je tegenwoordig niemand meer hoort. De Amerikaanse band Buffalo Tom is zo’n band. De band brak in 1992 door met de single Taillights Fade en het album Let Me Come Over en beiden behoren wat mij betreft tot de uitschieters in het genre. Dertig jaar later klinkt Let Me Come Over als een typisch jaren 90 album, maar het is ook nog altijd een uitstekend gitaaralbum met memorabele songs zonder al te veel opsmuk. Veel te goed om te vergeten.
De jaren 90 waren voor mij absoluut het decennium van de indierock, waarbij ik dit genre zo breed opvat als mogelijk is. Ik doe nog met enige regelmaat een greep uit de geweldige indierock albums die het decennium heeft opgeleverd, maar er zijn ook flink wat albums die ik nagenoeg vergeten ben. Zo kwam ik vorige week min of meer bij toeval Let Me Come Over van Buffalo Tom weer eens tegen. Het is een album dat ik aan het eind van de jaren 90 schaarde onder de beste indierock albums van het decennium, maar hierna lange tijd uit het oog verloor.
Let Me Come Over kwam in 2018 weer even op de radar, toen Buffalo Tom terugkeerde met het uitstekende Quiet And Peace, maar omdat een opvolger uitbleef, verdween ook het bekendste album van de band uit Boston, Massachusetts, helaas weer uit beeld. Buffalo Tom brak in 1992 door met de geweldige single Taillights Fade, die was te vinden op het derde album van de Amerikaanse band, Let Me Come Over. Het is wat mij betreft ook het beste album van Buffalo Tom, al zijn opvolgers Big Red Letter Day (1993) en Sleepy Eyed (1995) ook prima.
Let Me Come Over is een typische exponent van de jaren 90 indierock. Buffalo Tom vertrouwt veelvuldig op de destijds zeer gangbare hard-zacht dynamiek, maar de band uit Boston is op haar derde album ook goed voor lekker in het gehoor liggende en aanstekelijke songs, die vaak een zeer melodieus karakter hebben. Ik heb de afgelopen weken op zondag flink wat albums uit de oude doos besproken die de tand des tijds geweldig hebben doorstaan. Dat vond ik vaak verrassend en ik vind het minstens net zo verrassend dat Let Me Come Over van Buffalo Tom hier en daar wel een ietsiepietsie gedateerd klinkt.
Heel erg vind ik dat overigens niet, want ik vind het nog altijd een geweldig album. Ik moet het ook direct wat relativeren, want hoewel Let Me Come Over van Buffalo Tom een typisch jaren 90 album is, grijpt de Amerikaanse band ook terug op de essentie van de rock ’n roll. De band uit Boston vertrouwt op haar doorbraakalbum vrijwel uitsluitend op de drie-eenheid gitaar-bas-drums, wat een heerlijk pretentieloos geluid oplevert.
Let Me Come Over schakelt tussen meer ingetogen en lekker stevige songs en heeft ook de individuele songs voorzien van veel dynamiek, die niet alleen komt van gitaar, bas en drums, maar ook van de uitstekende stem van voorman Bill Janovitz, die de songs van zijn band ook nog eens voorziet van de nodige melancholie en emotie. Let Me Come Over van Buffalo Tom neemt je onmiddellijk mee terug naar de vroege jaren 90. Het roept niet alleen nostalgische gevoelens op, maar ook de constatering dat albums als deze tegenwoordig veel te weinig worden gemaakt.
Het typische jaren 90 geluid klinkt zoals gezegd hier en daar wel een beetje gedateerd, maar op hetzelfde moment vind ik de productie van Paul Kolderie en Sean Slade die fraai spelen met akoestische en elektrische gitaren nog altijd een schoolvoorbeeld van een goede productie van een gitaarplaat. Ik hoop eerlijk gezegd dat Buffalo Tom nog op de proppen gaat komen met een opvolger van het zo sterke comeback album uit 2018, maar als dat niet gebeurt kan ik uit de voeten met de prima albums die de Amerikaanse band wel maakte, met een glansrol voor het geweldige Let Me Come Over uit 1992. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992)
Het is momenteel flink zoeken naar goede gitaarplaten, maar in de jaren 90 werden we er mee overspoeld, met het geweldige Let Me Come Over van de Amerikaanse band Buffalo Tom als een van de hoogtepunten
Ieder decennium uit de geschiedenis van de popmuziek heeft dominante genres en in de jaren 90 was het voor mij de indierock. Het heeft een aantal hele grote bands opgeleverd, maar ook een aantal bands die in de jaren 90 met de besten mee konden, maar waarover je tegenwoordig niemand meer hoort. De Amerikaanse band Buffalo Tom is zo’n band. De band brak in 1992 door met de single Taillights Fade en het album Let Me Come Over en beiden behoren wat mij betreft tot de uitschieters in het genre. Dertig jaar later klinkt Let Me Come Over als een typisch jaren 90 album, maar het is ook nog altijd een uitstekend gitaaralbum met memorabele songs zonder al te veel opsmuk. Veel te goed om te vergeten.
De jaren 90 waren voor mij absoluut het decennium van de indierock, waarbij ik dit genre zo breed opvat als mogelijk is. Ik doe nog met enige regelmaat een greep uit de geweldige indierock albums die het decennium heeft opgeleverd, maar er zijn ook flink wat albums die ik nagenoeg vergeten ben. Zo kwam ik vorige week min of meer bij toeval Let Me Come Over van Buffalo Tom weer eens tegen. Het is een album dat ik aan het eind van de jaren 90 schaarde onder de beste indierock albums van het decennium, maar hierna lange tijd uit het oog verloor.
Let Me Come Over kwam in 2018 weer even op de radar, toen Buffalo Tom terugkeerde met het uitstekende Quiet And Peace, maar omdat een opvolger uitbleef, verdween ook het bekendste album van de band uit Boston, Massachusetts, helaas weer uit beeld. Buffalo Tom brak in 1992 door met de geweldige single Taillights Fade, die was te vinden op het derde album van de Amerikaanse band, Let Me Come Over. Het is wat mij betreft ook het beste album van Buffalo Tom, al zijn opvolgers Big Red Letter Day (1993) en Sleepy Eyed (1995) ook prima.
Let Me Come Over is een typische exponent van de jaren 90 indierock. Buffalo Tom vertrouwt veelvuldig op de destijds zeer gangbare hard-zacht dynamiek, maar de band uit Boston is op haar derde album ook goed voor lekker in het gehoor liggende en aanstekelijke songs, die vaak een zeer melodieus karakter hebben. Ik heb de afgelopen weken op zondag flink wat albums uit de oude doos besproken die de tand des tijds geweldig hebben doorstaan. Dat vond ik vaak verrassend en ik vind het minstens net zo verrassend dat Let Me Come Over van Buffalo Tom hier en daar wel een ietsiepietsie gedateerd klinkt.
Heel erg vind ik dat overigens niet, want ik vind het nog altijd een geweldig album. Ik moet het ook direct wat relativeren, want hoewel Let Me Come Over van Buffalo Tom een typisch jaren 90 album is, grijpt de Amerikaanse band ook terug op de essentie van de rock ’n roll. De band uit Boston vertrouwt op haar doorbraakalbum vrijwel uitsluitend op de drie-eenheid gitaar-bas-drums, wat een heerlijk pretentieloos geluid oplevert.
Let Me Come Over schakelt tussen meer ingetogen en lekker stevige songs en heeft ook de individuele songs voorzien van veel dynamiek, die niet alleen komt van gitaar, bas en drums, maar ook van de uitstekende stem van voorman Bill Janovitz, die de songs van zijn band ook nog eens voorziet van de nodige melancholie en emotie. Let Me Come Over van Buffalo Tom neemt je onmiddellijk mee terug naar de vroege jaren 90. Het roept niet alleen nostalgische gevoelens op, maar ook de constatering dat albums als deze tegenwoordig veel te weinig worden gemaakt.
Het typische jaren 90 geluid klinkt zoals gezegd hier en daar wel een beetje gedateerd, maar op hetzelfde moment vind ik de productie van Paul Kolderie en Sean Slade die fraai spelen met akoestische en elektrische gitaren nog altijd een schoolvoorbeeld van een goede productie van een gitaarplaat. Ik hoop eerlijk gezegd dat Buffalo Tom nog op de proppen gaat komen met een opvolger van het zo sterke comeback album uit 2018, maar als dat niet gebeurt kan ik uit de voeten met de prima albums die de Amerikaanse band wel maakte, met een glansrol voor het geweldige Let Me Come Over uit 1992. Erwin Zijleman
Buffalo Tom - Quiet and Peace (2018)

4,0
0
geplaatst: 9 maart 2018, 16:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buffalo Tom - Quiet And Peace - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vorig jaar werd de 25e verjaardag van Let Me Come Over van de Amerikaanse band Buffalo Tom gevierd.
Let Me Come Over was niet het debuut van de band uit Boston, Massachusetts, maar wel de plaat waarmee de band doorbrak naar een breed publiek.
Het is een plaat die kleur gaf aan de gitaar revival van de vroege jaren 90 en die een jaar later werd gevolgd door het minstens even goede Big Red Letter Day.
Vervolgens zakte het niveau van de platen van Buffalo Tom helaas wat in (al was Sleepy Eyed uit 1995 lang niet zo slecht als de critici beweerden) en uiteindelijk zou de band het eind van de jaren 90 niet halen.
Ruim tien jaar geleden keerde Buffalo Tom terug en het deze week verschenen Quiet And Peace is de derde plaat van de wederopstanding van een van de leukste gitaarbands uit de vroege jaren 90. Ik heb de vorige twee platen van de band niet beluisterd, waardoor Quiet And Peace mijn eerste Buffalo Tom plaat is sinds het tegenvallende Smitten uit 1998.
Quiet And Peace heeft gelukkig alles dat de zwanenzang van de eerste editie van Buffalo Tom mistte. De band maakt hoorbaar met veel plezier muziek en grossiert in gitaarsongs die je een goed gevoel geven.
Tussen Quiet And Peace en het destijds bewierookte Let Me Come Over zit een gat van 26 jaar, maar in muzikaal opzicht liggen de platen niet eens zover uit elkaar. De afgelopen drie decennia zijn de leden van de band de wilde haren misschien wat kwijt geraakt, waardoor de gitaaruitbarstingen wat minder hevig zijn dan op Let Me Come Over, maar het geluid dat ik hoor op Quiet And Peace is wat mij betreft het uit duizenden herkenbare Buffalo Tom geluid.
Het is een geluid dat aan het begin van de jaren 90 werd vergeleken met alles tussen Dinosaur Jr., R.E.M., Pearl Jam, The Replacements, American Music Club, Buffalo Springfield en Hüsker Dü en dat is allemaal nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal.
Buffalo Tom sluit ook op haar nieuwe plaat weer aan bij de betere gitaarbands van de vroege jaren 90, maar heeft ook altijd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en invloeden uit de psychedelica en de American Underground verwerkt in haar muziek en doet dat dit keer nog wat nadrukkelijker.
Quiet And Peace voelt door alle bekende invloeden en de zo herkenbare sound direct als een warm bad, maar naarmate ik de plaat vaker beluister raak ik ook steeds meer onder de indruk van de serie songs die Buffalo Tom ons dit keer voorschotelt.
Het is misschien net wat minder rauw dan in de beginjaren van de band, maar de songs van Buffalo Tom zijn nog net zo melodieus als in hun beste jaren. Voorman Bill Janovitz blijft bovendien een uitstekende zanger en een hele goede gitarist, terwijl de rest van de band hechter en veelzijdiger klinkt.
Ik was Buffalo Tom de afgelopen 20 jaar wat uit het oog verloren, maar sinds de reissue van Let Me Come Over van vorig jaar, was ik weer bij de les. Quiet And Peace heeft uiteraard nog niet de bijna monumentale status van de doorbraakplaat van Buffalo Tom, maar is bijna net zo sterk.
Heb je zin in een gitaarplaat die de dag helemaal goed maakt en die garant staat voor een stralend weekend? Probeer Quiet And Peace van Buffalo Tom eens! Succes verzekerd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buffalo Tom - Quiet And Peace - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vorig jaar werd de 25e verjaardag van Let Me Come Over van de Amerikaanse band Buffalo Tom gevierd.
Let Me Come Over was niet het debuut van de band uit Boston, Massachusetts, maar wel de plaat waarmee de band doorbrak naar een breed publiek.
Het is een plaat die kleur gaf aan de gitaar revival van de vroege jaren 90 en die een jaar later werd gevolgd door het minstens even goede Big Red Letter Day.
Vervolgens zakte het niveau van de platen van Buffalo Tom helaas wat in (al was Sleepy Eyed uit 1995 lang niet zo slecht als de critici beweerden) en uiteindelijk zou de band het eind van de jaren 90 niet halen.
Ruim tien jaar geleden keerde Buffalo Tom terug en het deze week verschenen Quiet And Peace is de derde plaat van de wederopstanding van een van de leukste gitaarbands uit de vroege jaren 90. Ik heb de vorige twee platen van de band niet beluisterd, waardoor Quiet And Peace mijn eerste Buffalo Tom plaat is sinds het tegenvallende Smitten uit 1998.
Quiet And Peace heeft gelukkig alles dat de zwanenzang van de eerste editie van Buffalo Tom mistte. De band maakt hoorbaar met veel plezier muziek en grossiert in gitaarsongs die je een goed gevoel geven.
Tussen Quiet And Peace en het destijds bewierookte Let Me Come Over zit een gat van 26 jaar, maar in muzikaal opzicht liggen de platen niet eens zover uit elkaar. De afgelopen drie decennia zijn de leden van de band de wilde haren misschien wat kwijt geraakt, waardoor de gitaaruitbarstingen wat minder hevig zijn dan op Let Me Come Over, maar het geluid dat ik hoor op Quiet And Peace is wat mij betreft het uit duizenden herkenbare Buffalo Tom geluid.
Het is een geluid dat aan het begin van de jaren 90 werd vergeleken met alles tussen Dinosaur Jr., R.E.M., Pearl Jam, The Replacements, American Music Club, Buffalo Springfield en Hüsker Dü en dat is allemaal nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal.
Buffalo Tom sluit ook op haar nieuwe plaat weer aan bij de betere gitaarbands van de vroege jaren 90, maar heeft ook altijd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en invloeden uit de psychedelica en de American Underground verwerkt in haar muziek en doet dat dit keer nog wat nadrukkelijker.
Quiet And Peace voelt door alle bekende invloeden en de zo herkenbare sound direct als een warm bad, maar naarmate ik de plaat vaker beluister raak ik ook steeds meer onder de indruk van de serie songs die Buffalo Tom ons dit keer voorschotelt.
Het is misschien net wat minder rauw dan in de beginjaren van de band, maar de songs van Buffalo Tom zijn nog net zo melodieus als in hun beste jaren. Voorman Bill Janovitz blijft bovendien een uitstekende zanger en een hele goede gitarist, terwijl de rest van de band hechter en veelzijdiger klinkt.
Ik was Buffalo Tom de afgelopen 20 jaar wat uit het oog verloren, maar sinds de reissue van Let Me Come Over van vorig jaar, was ik weer bij de les. Quiet And Peace heeft uiteraard nog niet de bijna monumentale status van de doorbraakplaat van Buffalo Tom, maar is bijna net zo sterk.
Heb je zin in een gitaarplaat die de dag helemaal goed maakt en die garant staat voor een stralend weekend? Probeer Quiet And Peace van Buffalo Tom eens! Succes verzekerd. Erwin Zijleman
Built to Spill - When the Wind Forgets Your Name (2022)

4,0
1
geplaatst: 11 september 2022, 10:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Built To Spill - When The Wind Forgets Your Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Built To Spill - When The Wind Forgets Your Name
Built To Spill beleefde haar ‘finest hours’ flink wat jaren geleden, maar op When The Wind Forgets Your Name heeft de Amerikaanse band de oude vorm weer hervonden en imponeert het met geweldige songs
Built To Spill was, samen met bands als Luna en Sunny Day Real Estate, wat mij betreft een van de leukere en interessanter gitaarbands uit de late jaren 90 en vroege jaren 00. Ik verloor de band uiteindelijk wat uit het oog, mede omdat de productie ook wat stokte, maar deze week komt When The Wind Forgets Your Name van Built To Spill bijna onophoudelijk uit de speakers. Built To Spill komt op haar nieuwe album met een mix van indierock en neo-psychedelica en betovert met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. Het doet wat mij betreft niet onder voor Built To Spill in topvorm en dat zegt veel. Heel veel zelfs. Wat een geweldige verrassing.
De naam van de Amerikaanse band Built To Spill wordt op deze BLOG een aantal malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal, maar ik besprak nog niet eerder een album van de band uit Boise, Idaho. Dat is ook niet zo gek, want Built To Spill maakte bijna al haar albums in de jaren negentig en gedurende het eerste decennium van het huidige millennium. De afgelopen 13 jaar stond de teller tot voor kort op slechts twee albums; het wat mij betreft wat tegenvallende Untethered Moon uit 2015 en het in 2020 verschenen Plays The Songs Of Daniel Johnston, dat zoals de titel al doet vermoeden was gevuld met songs van de Amerikaanse cultmuzikant, die overleed in 2019.
Toch wel wat onverwacht keert Built To Spill deze week terug met When The Wind Forgets Your Name, het tiende studioalbum van de band. Built To Spill bestaat dit jaar precies dertig jaar, waardoor de band wat mij betreft een glorieuze comeback verdient. Ik had desondanks geen hoge verwachtingen van het nieuwe album, maar When The Wind Forgets Your Name blijkt wel degelijk het zo verdiende glorieuze comeback album. De band rond Doug Martsch heeft immers een album afgeleverd dat negen songs en vijfenveertig minuten lang niet alleen geïnspireerd en avontuurlijk, maar ook nog eens onweerstaanbaar lekker klinkt.
De Amerikaanse band kan op When The Wind Forgets Your Name uit de voeten met de indierock waarmee het in de jaren negentig doorbrak, maar de songs op het nieuwe album van de Amerikaanse band bevatten ook flink wat invloeden uit de (neo-)psychedelica en hier en daar hoor ik ook nog een vleugje progrock.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis. When The Wind Forgets Your Name is een album vol mooi en veelkleurig gitaarwerk, maar ook het toetsenwerk op het album is prachtig. De aards klinkende gitaren vechten fraaie duels uit met de meer atmosferisch klinkende keyboards en de twee weten elkaar op fraaie wijze te versterken. Built To Spill verrast op haar nieuwe album met een serie heerlijk melodieuze songs, die zich door het wat lome karakter uitstekend lenen voor heerlijk achterover leunen.
Ik vond de zang nooit het sterkste punt op de albums van Built To Spill, maar op When The Wind Forgets Your Name klinkt de zang uitstekend. Hier en daar hoor ik een vleugje Neil Young, maar veel vaker duiken echo’s op van neo-psychedelica smaakmakers als The Flaming Lips en Mercury Rev. Built To Spill komt op haar nieuwe album aardig in de buurt van het beste werk van deze bands, maar het is gelukkig ook de 90s indierock band die het ooit was gebleven.
Ondanks alle flarden uit het verleden is When The Wind Forgets Your Name ook een eigentijds album en het is ook nog eens een album dat je met enige regelmaat op het verkeerde been zet, wat van beluistering van het album een fascinerende ervaring maakt. En als Built To Spill je niet op het verkeerde been zet, vermaakt de band stevig met songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Built To Spill was nog geen week geleden voor mij vooral een mooie herinnering uit het verleden, maar met haar tiende studioalbum evenaart de band uit Idaho de hoge pieken uit dit verleden met speels gemak en levert het een van de beste rockplaten van het moment af. En dit album groeit ook nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Built To Spill - When The Wind Forgets Your Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Built To Spill - When The Wind Forgets Your Name
Built To Spill beleefde haar ‘finest hours’ flink wat jaren geleden, maar op When The Wind Forgets Your Name heeft de Amerikaanse band de oude vorm weer hervonden en imponeert het met geweldige songs
Built To Spill was, samen met bands als Luna en Sunny Day Real Estate, wat mij betreft een van de leukere en interessanter gitaarbands uit de late jaren 90 en vroege jaren 00. Ik verloor de band uiteindelijk wat uit het oog, mede omdat de productie ook wat stokte, maar deze week komt When The Wind Forgets Your Name van Built To Spill bijna onophoudelijk uit de speakers. Built To Spill komt op haar nieuwe album met een mix van indierock en neo-psychedelica en betovert met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. Het doet wat mij betreft niet onder voor Built To Spill in topvorm en dat zegt veel. Heel veel zelfs. Wat een geweldige verrassing.
De naam van de Amerikaanse band Built To Spill wordt op deze BLOG een aantal malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal, maar ik besprak nog niet eerder een album van de band uit Boise, Idaho. Dat is ook niet zo gek, want Built To Spill maakte bijna al haar albums in de jaren negentig en gedurende het eerste decennium van het huidige millennium. De afgelopen 13 jaar stond de teller tot voor kort op slechts twee albums; het wat mij betreft wat tegenvallende Untethered Moon uit 2015 en het in 2020 verschenen Plays The Songs Of Daniel Johnston, dat zoals de titel al doet vermoeden was gevuld met songs van de Amerikaanse cultmuzikant, die overleed in 2019.
Toch wel wat onverwacht keert Built To Spill deze week terug met When The Wind Forgets Your Name, het tiende studioalbum van de band. Built To Spill bestaat dit jaar precies dertig jaar, waardoor de band wat mij betreft een glorieuze comeback verdient. Ik had desondanks geen hoge verwachtingen van het nieuwe album, maar When The Wind Forgets Your Name blijkt wel degelijk het zo verdiende glorieuze comeback album. De band rond Doug Martsch heeft immers een album afgeleverd dat negen songs en vijfenveertig minuten lang niet alleen geïnspireerd en avontuurlijk, maar ook nog eens onweerstaanbaar lekker klinkt.
De Amerikaanse band kan op When The Wind Forgets Your Name uit de voeten met de indierock waarmee het in de jaren negentig doorbrak, maar de songs op het nieuwe album van de Amerikaanse band bevatten ook flink wat invloeden uit de (neo-)psychedelica en hier en daar hoor ik ook nog een vleugje progrock.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis. When The Wind Forgets Your Name is een album vol mooi en veelkleurig gitaarwerk, maar ook het toetsenwerk op het album is prachtig. De aards klinkende gitaren vechten fraaie duels uit met de meer atmosferisch klinkende keyboards en de twee weten elkaar op fraaie wijze te versterken. Built To Spill verrast op haar nieuwe album met een serie heerlijk melodieuze songs, die zich door het wat lome karakter uitstekend lenen voor heerlijk achterover leunen.
Ik vond de zang nooit het sterkste punt op de albums van Built To Spill, maar op When The Wind Forgets Your Name klinkt de zang uitstekend. Hier en daar hoor ik een vleugje Neil Young, maar veel vaker duiken echo’s op van neo-psychedelica smaakmakers als The Flaming Lips en Mercury Rev. Built To Spill komt op haar nieuwe album aardig in de buurt van het beste werk van deze bands, maar het is gelukkig ook de 90s indierock band die het ooit was gebleven.
Ondanks alle flarden uit het verleden is When The Wind Forgets Your Name ook een eigentijds album en het is ook nog eens een album dat je met enige regelmaat op het verkeerde been zet, wat van beluistering van het album een fascinerende ervaring maakt. En als Built To Spill je niet op het verkeerde been zet, vermaakt de band stevig met songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Built To Spill was nog geen week geleden voor mij vooral een mooie herinnering uit het verleden, maar met haar tiende studioalbum evenaart de band uit Idaho de hoge pieken uit dit verleden met speels gemak en levert het een van de beste rockplaten van het moment af. En dit album groeit ook nog wel even door. Erwin Zijleman
Bully - Losing (2017)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2017, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bully - Losing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij eerste beluistering van Losing van de Amerikaanse band Bully concludeerde ik vrijwel onmiddellijk dat de band uit Nashville, Tennessee, zeker niet de originaliteitsprijs verdient.
Direct toen de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen had ik allerlei associaties met platen uit de jaren 90 en vooral met de platen van bands als The Pixies, Hole en The Breeders en iets mindere mate Throwing Muses en Belly en met vrijwel alle platen die Steve Albini in dit decennium produceerde.
Het zou normaal gesproken genoeg moeten zijn om de plaat van Bully opzij te leggen en in de enorme stapel releases van deze week te zoeken naar iets urgenters, maar Losing van Belly heeft iets dat ik maar heel moeilijk kan weerstaan of eerlijk gezegd helemaal niet kan weerstaan.
De associatie met de platen die Steve Albini produceerde blijkt overigens te kloppen, want Bully frontvrouw Alicia Bognanno liep ooit stage in de roemruchte Electric Audio studio van Steve Albini en mocht Losing ook in deze studio opnemen (overigens zonder de hulp van de topproducer). Alicia Bognanno heeft tijdens haar stage goed opgelet, want Losing klinkt precies zoals de platen die Steve Albini in de jaren 90 produceerde.
Het is niet het enige talent van Alicia Bognanno, want ze schreef alle songs op de plaat, zorgt voor heerlijk gitaarwerk en neemt ook nog eens alle vocalen voor haar rekening. Het zijn die vocalen die in zeer sterke mate bijdragen aan de kwaliteit van de plaat van Bully. Alicia Bognanno kan prachtig lieflijk en meisjesachtig zingen, maar kan ook krijsen als een wilde kat of net zo aangenaam onderkoeld zingen als PJ Harvey.
De vocalen waren voor mij in eerste instantie de belangrijkste reden om te blijven luisteren naar Losing van Bully, maar de plaat heeft nog veel meer moois te bieden. Het gitaarwerk op de plaat roept herinneringen op aan dat van Dinosaur Jr. en kan zowel prachtig melodieus als rauw en gruizig klinken, wat Losing voorziet van de in de jaren 90 zo uitgebuite hard-zacht dynamiek.
Alicia Bognanno verstaat tenslotte ook nog eens de kunst van het schrijven van aanstekelijke rocksongs. Het zijn rocksongs die continu schakelen tussen aan de ene kant meedogenloze riffs en een flinke bak gruis en aan de andere kant de zwoele verleiding van Alicia Bognanno, die net als Juliana Hatfield genadeloos kan verleiden of beangstigend kan krijsen.
Eenmaal verlost van alle associaties uit het verleden, ervaar ik Losing van Bully inmiddels als een heerlijke en zwaar verslavende rockplaat. Het is een rockplaat waarin de gitaren alle kanten op kunnen, de ritmesectie onverstoorbaar een solide basis legt en Alicia Bognanno steeds vaker laat horen hoe goed ze is.
De originaliteitsprijs gaat de band uit Nashville (wat dan wel weer een originele thuisbasis is) er zoals gezegd niet mee winnen, maar zeker nu ik Losing van Bully wat vaker heb gehoord vraag ik me steeds nadrukkelijker af of de genoemde bands uit het verleden zo vroeg in hun carrière al een plaat als Losing konden maken. Ik denk het eerlijk gezegd niet.
Inmiddels staat Losing van Bully voor de zoveelste keer op en is mijn liefde voor de muziek van Alicia Bognanno tot grote hoogten gegroeid. De gitaren, de ritmesectie, de songs en die heerlijkste stem; alles is raak. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bully - Losing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij eerste beluistering van Losing van de Amerikaanse band Bully concludeerde ik vrijwel onmiddellijk dat de band uit Nashville, Tennessee, zeker niet de originaliteitsprijs verdient.
Direct toen de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen had ik allerlei associaties met platen uit de jaren 90 en vooral met de platen van bands als The Pixies, Hole en The Breeders en iets mindere mate Throwing Muses en Belly en met vrijwel alle platen die Steve Albini in dit decennium produceerde.
Het zou normaal gesproken genoeg moeten zijn om de plaat van Bully opzij te leggen en in de enorme stapel releases van deze week te zoeken naar iets urgenters, maar Losing van Belly heeft iets dat ik maar heel moeilijk kan weerstaan of eerlijk gezegd helemaal niet kan weerstaan.
De associatie met de platen die Steve Albini produceerde blijkt overigens te kloppen, want Bully frontvrouw Alicia Bognanno liep ooit stage in de roemruchte Electric Audio studio van Steve Albini en mocht Losing ook in deze studio opnemen (overigens zonder de hulp van de topproducer). Alicia Bognanno heeft tijdens haar stage goed opgelet, want Losing klinkt precies zoals de platen die Steve Albini in de jaren 90 produceerde.
Het is niet het enige talent van Alicia Bognanno, want ze schreef alle songs op de plaat, zorgt voor heerlijk gitaarwerk en neemt ook nog eens alle vocalen voor haar rekening. Het zijn die vocalen die in zeer sterke mate bijdragen aan de kwaliteit van de plaat van Bully. Alicia Bognanno kan prachtig lieflijk en meisjesachtig zingen, maar kan ook krijsen als een wilde kat of net zo aangenaam onderkoeld zingen als PJ Harvey.
De vocalen waren voor mij in eerste instantie de belangrijkste reden om te blijven luisteren naar Losing van Bully, maar de plaat heeft nog veel meer moois te bieden. Het gitaarwerk op de plaat roept herinneringen op aan dat van Dinosaur Jr. en kan zowel prachtig melodieus als rauw en gruizig klinken, wat Losing voorziet van de in de jaren 90 zo uitgebuite hard-zacht dynamiek.
Alicia Bognanno verstaat tenslotte ook nog eens de kunst van het schrijven van aanstekelijke rocksongs. Het zijn rocksongs die continu schakelen tussen aan de ene kant meedogenloze riffs en een flinke bak gruis en aan de andere kant de zwoele verleiding van Alicia Bognanno, die net als Juliana Hatfield genadeloos kan verleiden of beangstigend kan krijsen.
Eenmaal verlost van alle associaties uit het verleden, ervaar ik Losing van Bully inmiddels als een heerlijke en zwaar verslavende rockplaat. Het is een rockplaat waarin de gitaren alle kanten op kunnen, de ritmesectie onverstoorbaar een solide basis legt en Alicia Bognanno steeds vaker laat horen hoe goed ze is.
De originaliteitsprijs gaat de band uit Nashville (wat dan wel weer een originele thuisbasis is) er zoals gezegd niet mee winnen, maar zeker nu ik Losing van Bully wat vaker heb gehoord vraag ik me steeds nadrukkelijker af of de genoemde bands uit het verleden zo vroeg in hun carrière al een plaat als Losing konden maken. Ik denk het eerlijk gezegd niet.
Inmiddels staat Losing van Bully voor de zoveelste keer op en is mijn liefde voor de muziek van Alicia Bognanno tot grote hoogten gegroeid. De gitaren, de ritmesectie, de songs en die heerlijkste stem; alles is raak. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman
Bully - Lucky for You (2023)

0
geplaatst: 6 juni 2023, 20:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bully - Lucky For You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bully - Lucky For You
Alicia Bognanno maakt ook op Lucky For You weer heerlijk gruizige maar ook zeer melodieuze 90s indierock, maar zo goed als op het nieuwe album van haar band Bully klonk het in de jaren 90 echt maar zeer zelden
Ik ontdekte Losing van de Amerikaanse band Bully in 2017 bij toeval, maar het album schopte het uiteindelijk tot mijn jaarlijstje. Na het uitstekende SUGAREGG uit 2020 komt de band rond of eigenlijk het alter ego van Alicia Bognanno nu op de proppen met Lucky For You, dat nog beter is van zijn twee voorgangers. Alicia Bognanno schrijft persoonlijke songs vol trauma’s en ellende, maar ze schrijft ook heerlijk melodieuze rocksongs die lekker ruw en gruizig worden uitgevoerd, maar stiekem ook perfect klinken. De muzikante uit Nashville vindt haar inspiratie in de jaren 90 indierock, maar ze haalt op Lucky For You een hoger niveau dan de meeste van haar muzikale helden.
Het Amerikaanse muziekplatform AllMusic.com is niet heel scheutig met sterren voor de albums van de Amerikaanse band Bully en ook het Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl waardeert de albums van de band uit Nashville, Tennessee, een stuk lager dan ik de afgelopen jaren deed. Het in 2015 verschenen debuutalbum van de band rond frontvrouw Alicia Bognanno heb ik niet opgemerkt, maar het in 2017 verschenen Losing en de in 2020 uitgebrachte opvolger SUGAREGG vond ik echt geweldige albums.
Het zijn albums die misschien niet de originaliteitsprijs verdienden, want Bully citeerde op haar tweede en derde album stevig uit de archieven van de vrouwelijke indierock uit de jaren 90 en reproduceerde zeker op Losing de producties van Steve Albini uit deze periode feilloos. Dat laatste was ook niet zo gek, want Alicia Bognanno liep ooit stage bij de legendarische producer en kon zo de kunst afkijken.
Ik ben gek op vrouwelijke indierock uit de jaren 90, waarbij ik denk aan bands als Belly, Hole, Throwing Muses en The Breeders en en zeker ook aan Juliana Hatfield, waardoor de muziek van Bully zich makkelijk opdrong, maar Alicia Bognanno maakte op mij ook indruk met rauwe en persoonlijke songs, waarin ze de strijd aanging met meerdere demonen. Dat deed ze nog wat nadrukkelijker op het door niemand minder dan topproducer John Congleton geproduceerde SUGAREGG dat vol stond met songs die diep onder de huid kropen.
Bully was op SUGAREGG een soloproject van Alicia Bognanno en dat is het ook op het deze week verschenen Lucky For You. Het is een album dat Alicia Bognanno samen met producer JT Daly maakte in Nashville. Ook op Lucky For You maakt Bully geen geheim van de voorliefde voor 90s indierock en ook dit keer maakt Alicia Bognanno van haar hart geen moordkuil en gaat ze de strijd aan met de nodige demonen.
Lucky For You is een heerlijk ruw album vol heerlijk gitaarwerk, maar het is ook een album waaraan lang is gewerkt en waarop Bully haar geluid heeft vervolmaakt. Naast de ruwe gitaarriffs, de zeer persoonlijke teksten en de getergde zang van Alicia Bognanno is Lucky For You ook een album waarop alles klopt. De songs zijn stuk voor stuk heerlijk melodieus, zitten mooi in elkaar en zijn prachtig ingekleurd en geproduceerd, wat fraai contrasteert met de ruwe ingrediënten in de songs van Bully.
Ik ben benieuwd of de critici dit keer wel vallen voor de ruwe charmes van de muzikante uit Nashville, maar zelf ging ik direct bij eerste beluistering voor de bijl. Ik vind Lucky For You persoonlijk nog een stuk beter dan zijn twee voorgangers en hoor op het nieuwe album van Bully 90s indierock die in de jaren 90 maar zelden zo goed werd gemaakt. Alicia Bognanno schuwt ook dit keer haar persoonlijke problemen en trauma’s niet, maar Lucky For You beperkt zich zeker niet tot persoonlijke misère, maar pakt ook de wereldproblemen aan.
Zware kost vol gruizige gitaren en ruwe vocalen, maar ondertussen klinken alle songs op het album even lekker of zelfs onweerstaanbaar. Losing haalde in 2017 mijn jaarlijstje en SUGAREGG zat er in 2020 dicht tegenaan, maar het geweldige Lucky For You sla ik misschien nog wel hoger aan. Het is best bijzonder voor een album dat zo nadrukkelijk citeert uit de jaren 90, maar Alicia Bognanno is echt heel erg goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bully - Lucky For You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bully - Lucky For You
Alicia Bognanno maakt ook op Lucky For You weer heerlijk gruizige maar ook zeer melodieuze 90s indierock, maar zo goed als op het nieuwe album van haar band Bully klonk het in de jaren 90 echt maar zeer zelden
Ik ontdekte Losing van de Amerikaanse band Bully in 2017 bij toeval, maar het album schopte het uiteindelijk tot mijn jaarlijstje. Na het uitstekende SUGAREGG uit 2020 komt de band rond of eigenlijk het alter ego van Alicia Bognanno nu op de proppen met Lucky For You, dat nog beter is van zijn twee voorgangers. Alicia Bognanno schrijft persoonlijke songs vol trauma’s en ellende, maar ze schrijft ook heerlijk melodieuze rocksongs die lekker ruw en gruizig worden uitgevoerd, maar stiekem ook perfect klinken. De muzikante uit Nashville vindt haar inspiratie in de jaren 90 indierock, maar ze haalt op Lucky For You een hoger niveau dan de meeste van haar muzikale helden.
Het Amerikaanse muziekplatform AllMusic.com is niet heel scheutig met sterren voor de albums van de Amerikaanse band Bully en ook het Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl waardeert de albums van de band uit Nashville, Tennessee, een stuk lager dan ik de afgelopen jaren deed. Het in 2015 verschenen debuutalbum van de band rond frontvrouw Alicia Bognanno heb ik niet opgemerkt, maar het in 2017 verschenen Losing en de in 2020 uitgebrachte opvolger SUGAREGG vond ik echt geweldige albums.
Het zijn albums die misschien niet de originaliteitsprijs verdienden, want Bully citeerde op haar tweede en derde album stevig uit de archieven van de vrouwelijke indierock uit de jaren 90 en reproduceerde zeker op Losing de producties van Steve Albini uit deze periode feilloos. Dat laatste was ook niet zo gek, want Alicia Bognanno liep ooit stage bij de legendarische producer en kon zo de kunst afkijken.
Ik ben gek op vrouwelijke indierock uit de jaren 90, waarbij ik denk aan bands als Belly, Hole, Throwing Muses en The Breeders en en zeker ook aan Juliana Hatfield, waardoor de muziek van Bully zich makkelijk opdrong, maar Alicia Bognanno maakte op mij ook indruk met rauwe en persoonlijke songs, waarin ze de strijd aanging met meerdere demonen. Dat deed ze nog wat nadrukkelijker op het door niemand minder dan topproducer John Congleton geproduceerde SUGAREGG dat vol stond met songs die diep onder de huid kropen.
Bully was op SUGAREGG een soloproject van Alicia Bognanno en dat is het ook op het deze week verschenen Lucky For You. Het is een album dat Alicia Bognanno samen met producer JT Daly maakte in Nashville. Ook op Lucky For You maakt Bully geen geheim van de voorliefde voor 90s indierock en ook dit keer maakt Alicia Bognanno van haar hart geen moordkuil en gaat ze de strijd aan met de nodige demonen.
Lucky For You is een heerlijk ruw album vol heerlijk gitaarwerk, maar het is ook een album waaraan lang is gewerkt en waarop Bully haar geluid heeft vervolmaakt. Naast de ruwe gitaarriffs, de zeer persoonlijke teksten en de getergde zang van Alicia Bognanno is Lucky For You ook een album waarop alles klopt. De songs zijn stuk voor stuk heerlijk melodieus, zitten mooi in elkaar en zijn prachtig ingekleurd en geproduceerd, wat fraai contrasteert met de ruwe ingrediënten in de songs van Bully.
Ik ben benieuwd of de critici dit keer wel vallen voor de ruwe charmes van de muzikante uit Nashville, maar zelf ging ik direct bij eerste beluistering voor de bijl. Ik vind Lucky For You persoonlijk nog een stuk beter dan zijn twee voorgangers en hoor op het nieuwe album van Bully 90s indierock die in de jaren 90 maar zelden zo goed werd gemaakt. Alicia Bognanno schuwt ook dit keer haar persoonlijke problemen en trauma’s niet, maar Lucky For You beperkt zich zeker niet tot persoonlijke misère, maar pakt ook de wereldproblemen aan.
Zware kost vol gruizige gitaren en ruwe vocalen, maar ondertussen klinken alle songs op het album even lekker of zelfs onweerstaanbaar. Losing haalde in 2017 mijn jaarlijstje en SUGAREGG zat er in 2020 dicht tegenaan, maar het geweldige Lucky For You sla ik misschien nog wel hoger aan. Het is best bijzonder voor een album dat zo nadrukkelijk citeert uit de jaren 90, maar Alicia Bognanno is echt heel erg goed. Erwin Zijleman
Bully - SUGAREGG (2020)

3,5
1
geplaatst: 26 augustus 2020, 15:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bully - SUGAREGG - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bully - SUGAREGG
Bully keert terug met rauw en opvallend stevig album vol dynamiek, waarop frontvrouw Alicia Bognanno op indrukwekkende wijze afrekent met de nodige persoonlijke ellende en demonen
Na de jaarlijstjesplaat Losing hakt het nieuwe album van Bully er stevig in. SUGAREGG is een stuk rauwer dan zijn voorganger en schakelt wat minder frequent tussen gruizige gitaarmuren en honingzoete melodieën. Alicia Bognanno staat er dit keer vrijwel alleen voor en heeft een zeer persoonlijk album afgeleverd, waarop moet worden afgerekend met de nodige demonen. Voor een ieder die geen genoeg kon krijgen van Losing is het stevigere werk wel even wennen, maar uiteindelijk valt er veel op zijn plek en dwingt Alicia Bognanno wederom respect af. SUGAREGG is een rauwe gitaarplaat op zonder al te veel poespas, al blijft de honingpot gelukkig niet het hele album dicht.
Losing van de Amerikaanse band Bully haalde in 2017 vol overtuiging mijn jaarlijstje. De band uit Nashville positioneerde zich met Losing ergens tussen The Pixies, Hole en The Breeders in en grossierde in aanstekelijke rocksongs, waarin hoge gitaarmuren en de verleidelijke vocalen van frontvrouw Alicia Bognanno de uitersten vormden.
Deze Alicia Bognanno liep ooit stage bij Steve Albini en bleek in productioneel opzicht de kunst te hebben afgekeken bij de legendarische producer, waardoor Losing klonk als een stapeltje Steve Albini klassiekers.
Deze week keert Bully terug met SUGAREGG en het is een album dat er stevig inhakt. Alicia Bognanno zette na Losing haar band aan de kant en heeft op SUGAREGG bijna alle touwtjes in handen. Bijna alle touwtjes, want ondanks het feit dat ze kunst van het produceren van een album uitstekend beheerst, liet ze dat dit keer over aan de gelouterde producer John Congleton, die eerder werkte met onder andere St. Vincent, Sleater Kinney en The War on Drugs.
Alicia Bognanno worstelt sinds enkele jaren met een bipolaire stoornis en schreeuwt op SUGAREGG alle persoonlijke misère van zich af. Het nieuwe album van Bully opent direct meedogenloos. De openingstrack van het album is veel rauwer en steviger dan de songs op Losing en combineert een razend tempo met gruizige gitaren en de felle zang van Alicia Bognanno, die het hier en daar uitschreeuwt.
Ik was op Losing vooral gecharmeerd van het contrast tussen gruizige gitaren en honigzoete vocalen, waardoor SUGAREGG in eerste instantie wat rauw op mijn dak viel, maar gelukkig is niet het hele album zo meedogenloos als de openingstrack. Net als Losing roept SUGAREGG associaties op met heel wat gitaarplaten uit de jaren 90 waarbij de bovengenoemde namen nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal aandienen, maar ik af en toe ook aan My Bloody Valentine en Dinosaur Jr. moet denken.
SUGAREGG is over de hele linie wel wat steviger dan zijn voorganger, maar na de stevige openingstrack smeert Alicia Bognanno toch weer met enige regelmaat wat honing op haar stembanden en keert de fraaie dynamiek die Losing zo aangenaam maakte terug.
Alicia Bognanno laat zich op het nieuwe album van Bully begeleiden door een uitstekende ritmesectie die het stevige gitaarwerk op het album en de expressieve vocalen voorziet van een lekker zwaar aangezette basis. Ik was bij beluistering van de openingstrack niet onder de indruk van het geluid, maar zeker wanneer Bully kiest voor wat melodieuzere songs en Alicia Bognanno klinkt als Juliana Hatfield hoor je dat John Congleton fraai werk heeft geleverd.
Losing van Bully noemde ik drie jaar geleden een zwaar verslavende gitaarplaat. SUGAREGG ligt vaak wat zwaarder op de maag, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik hoor ik toch steeds meer moois op het nieuwe album van de band uit Nashville en ben ik steeds meer onder de indruk van de persoonlijke teksten van Alicia Bognanno en van haar songs, die nog lang aan kracht winnen en niet alleen dik hout planken zagen.
Bij eerste beluistering vond ik SUGAREGG geen schim van Losing, maar de ene na de andere song valt op zijn plek, al blijft enige liefde van het zwaardere werk nodig om van de nieuqwe kunsten van Bully te kunnen genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bully - SUGAREGG - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bully - SUGAREGG
Bully keert terug met rauw en opvallend stevig album vol dynamiek, waarop frontvrouw Alicia Bognanno op indrukwekkende wijze afrekent met de nodige persoonlijke ellende en demonen
Na de jaarlijstjesplaat Losing hakt het nieuwe album van Bully er stevig in. SUGAREGG is een stuk rauwer dan zijn voorganger en schakelt wat minder frequent tussen gruizige gitaarmuren en honingzoete melodieën. Alicia Bognanno staat er dit keer vrijwel alleen voor en heeft een zeer persoonlijk album afgeleverd, waarop moet worden afgerekend met de nodige demonen. Voor een ieder die geen genoeg kon krijgen van Losing is het stevigere werk wel even wennen, maar uiteindelijk valt er veel op zijn plek en dwingt Alicia Bognanno wederom respect af. SUGAREGG is een rauwe gitaarplaat op zonder al te veel poespas, al blijft de honingpot gelukkig niet het hele album dicht.
Losing van de Amerikaanse band Bully haalde in 2017 vol overtuiging mijn jaarlijstje. De band uit Nashville positioneerde zich met Losing ergens tussen The Pixies, Hole en The Breeders in en grossierde in aanstekelijke rocksongs, waarin hoge gitaarmuren en de verleidelijke vocalen van frontvrouw Alicia Bognanno de uitersten vormden.
Deze Alicia Bognanno liep ooit stage bij Steve Albini en bleek in productioneel opzicht de kunst te hebben afgekeken bij de legendarische producer, waardoor Losing klonk als een stapeltje Steve Albini klassiekers.
Deze week keert Bully terug met SUGAREGG en het is een album dat er stevig inhakt. Alicia Bognanno zette na Losing haar band aan de kant en heeft op SUGAREGG bijna alle touwtjes in handen. Bijna alle touwtjes, want ondanks het feit dat ze kunst van het produceren van een album uitstekend beheerst, liet ze dat dit keer over aan de gelouterde producer John Congleton, die eerder werkte met onder andere St. Vincent, Sleater Kinney en The War on Drugs.
Alicia Bognanno worstelt sinds enkele jaren met een bipolaire stoornis en schreeuwt op SUGAREGG alle persoonlijke misère van zich af. Het nieuwe album van Bully opent direct meedogenloos. De openingstrack van het album is veel rauwer en steviger dan de songs op Losing en combineert een razend tempo met gruizige gitaren en de felle zang van Alicia Bognanno, die het hier en daar uitschreeuwt.
Ik was op Losing vooral gecharmeerd van het contrast tussen gruizige gitaren en honigzoete vocalen, waardoor SUGAREGG in eerste instantie wat rauw op mijn dak viel, maar gelukkig is niet het hele album zo meedogenloos als de openingstrack. Net als Losing roept SUGAREGG associaties op met heel wat gitaarplaten uit de jaren 90 waarbij de bovengenoemde namen nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal aandienen, maar ik af en toe ook aan My Bloody Valentine en Dinosaur Jr. moet denken.
SUGAREGG is over de hele linie wel wat steviger dan zijn voorganger, maar na de stevige openingstrack smeert Alicia Bognanno toch weer met enige regelmaat wat honing op haar stembanden en keert de fraaie dynamiek die Losing zo aangenaam maakte terug.
Alicia Bognanno laat zich op het nieuwe album van Bully begeleiden door een uitstekende ritmesectie die het stevige gitaarwerk op het album en de expressieve vocalen voorziet van een lekker zwaar aangezette basis. Ik was bij beluistering van de openingstrack niet onder de indruk van het geluid, maar zeker wanneer Bully kiest voor wat melodieuzere songs en Alicia Bognanno klinkt als Juliana Hatfield hoor je dat John Congleton fraai werk heeft geleverd.
Losing van Bully noemde ik drie jaar geleden een zwaar verslavende gitaarplaat. SUGAREGG ligt vaak wat zwaarder op de maag, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik hoor ik toch steeds meer moois op het nieuwe album van de band uit Nashville en ben ik steeds meer onder de indruk van de persoonlijke teksten van Alicia Bognanno en van haar songs, die nog lang aan kracht winnen en niet alleen dik hout planken zagen.
Bij eerste beluistering vond ik SUGAREGG geen schim van Losing, maar de ene na de andere song valt op zijn plek, al blijft enige liefde van het zwaardere werk nodig om van de nieuqwe kunsten van Bully te kunnen genieten. Erwin Zijleman
Bunnies On Ponies - Heat Death of the Universe (2014)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2014, 22:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bunnies On Ponies - Heat Death Of The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Dankzij de aanschaf van de geweldige plaat van Aldous Harding word ik tegenwoordig wekelijks verblijd met de nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out label.
Het is een label dat me sindsdien op het spoor zet van interessante platen die zijn verschenen aan het andere eind van de wereld en Nederland normaal gesproken lang niet altijd weten te bereiken.
De jaarlijstjesplaat van Aldous Harding blijft voorlopig mijn absolute favoriet, maar Flying Out heeft meer leuke platen in de aanbieding. Zo ben ik al een tijdje enthousiast over Heat Death Of The Universe van Bunnies On Ponies.
Bunnies On Ponies is een band rond de Nieuw-Zeelandse muzikant Sam Scott, die ook aanvoerder is van de band The Phoenix Foundation, die in Nederland meer bekendheid geniet en vorig jaar met Fandango nog een hele aardige plaat afleverde. Bunnies On Ponies is echter meer dan een hobbyproject, want Heat Death Of The Universe is al de derde plaat van de band uit Wellington. En wat is het een leuke en frisse plaat.
Op Heat Death Of The Universe maakt Bunnies On Ponies lekker stekelige gitaarmuziek. Het is gitaarmuziek die begint bij de 70s new wave van een band als The Cars en via de 90s gitaarmuziek van onder andere The Pixies en The Breeders, maar ook zeker Weezer, Buffalo Tom en Nirvana, in het heden terecht komt.
Bunnies On Ponies maakt lekker tegendraadse gitaarmuziek met hier en daar een psychedelische inslag, maar het schotelt je hiernaast het ene na het andere perfecte popliedje voor, wat beluistering van Heat Death Of The Universe tot zowel een buitengewoon aangename als een opmerkelijk interessante ervaring maakt.
De derde plaat van Bunnies On Ponies klinkt als een omgevallen platenkast met de leukere eigenzinnige gitaarbands van de afgelopen decennia, maar de Nieuw Zeelandse band heeft ook een duidelijk eigen geluid, al is het maar omdat Bunnies On Ponies invloeden vermengt die normaal gesproken niet vaak vermengd worden.
Heat Death Of The Universe staat zoals gezegd vol met perfecte popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die je met grote regelmaat op het verkeerde been zetten of die kunnen ontsporen. De plaat van Bunnies On Ponies wordt hierdoor eigenlijk alleen maar leuker en leuker. De plaat wordt bovendien steeds veelzijdiger, waardoor bij beluistering steeds weer nieuwe namen uit de rijke historie van de eigenzinnige gitaarmuziek opduiken.
Wat in eerste instantie begint als een plaat met lekker aanstekelijke gitaarsongs, wordt al snel een plaat vol prachtige ruwe diamanten, die bijna uit zichzelf gaan schitteren, maar gelukkig ook hun ruwe kantjes blijven houden.
Platen uit Nieuw Zeeland spelen nauwelijks een rol van betekenis in mijn platenkast, maar dankzij al het moois van Flying Out Records gaat dat vast veranderen. Heat Death Of The Universe had ik in ieder geval niet willen missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bunnies On Ponies - Heat Death Of The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Dankzij de aanschaf van de geweldige plaat van Aldous Harding word ik tegenwoordig wekelijks verblijd met de nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out label.
Het is een label dat me sindsdien op het spoor zet van interessante platen die zijn verschenen aan het andere eind van de wereld en Nederland normaal gesproken lang niet altijd weten te bereiken.
De jaarlijstjesplaat van Aldous Harding blijft voorlopig mijn absolute favoriet, maar Flying Out heeft meer leuke platen in de aanbieding. Zo ben ik al een tijdje enthousiast over Heat Death Of The Universe van Bunnies On Ponies.
Bunnies On Ponies is een band rond de Nieuw-Zeelandse muzikant Sam Scott, die ook aanvoerder is van de band The Phoenix Foundation, die in Nederland meer bekendheid geniet en vorig jaar met Fandango nog een hele aardige plaat afleverde. Bunnies On Ponies is echter meer dan een hobbyproject, want Heat Death Of The Universe is al de derde plaat van de band uit Wellington. En wat is het een leuke en frisse plaat.
Op Heat Death Of The Universe maakt Bunnies On Ponies lekker stekelige gitaarmuziek. Het is gitaarmuziek die begint bij de 70s new wave van een band als The Cars en via de 90s gitaarmuziek van onder andere The Pixies en The Breeders, maar ook zeker Weezer, Buffalo Tom en Nirvana, in het heden terecht komt.
Bunnies On Ponies maakt lekker tegendraadse gitaarmuziek met hier en daar een psychedelische inslag, maar het schotelt je hiernaast het ene na het andere perfecte popliedje voor, wat beluistering van Heat Death Of The Universe tot zowel een buitengewoon aangename als een opmerkelijk interessante ervaring maakt.
De derde plaat van Bunnies On Ponies klinkt als een omgevallen platenkast met de leukere eigenzinnige gitaarbands van de afgelopen decennia, maar de Nieuw Zeelandse band heeft ook een duidelijk eigen geluid, al is het maar omdat Bunnies On Ponies invloeden vermengt die normaal gesproken niet vaak vermengd worden.
Heat Death Of The Universe staat zoals gezegd vol met perfecte popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die je met grote regelmaat op het verkeerde been zetten of die kunnen ontsporen. De plaat van Bunnies On Ponies wordt hierdoor eigenlijk alleen maar leuker en leuker. De plaat wordt bovendien steeds veelzijdiger, waardoor bij beluistering steeds weer nieuwe namen uit de rijke historie van de eigenzinnige gitaarmuziek opduiken.
Wat in eerste instantie begint als een plaat met lekker aanstekelijke gitaarsongs, wordt al snel een plaat vol prachtige ruwe diamanten, die bijna uit zichzelf gaan schitteren, maar gelukkig ook hun ruwe kantjes blijven houden.
Platen uit Nieuw Zeeland spelen nauwelijks een rol van betekenis in mijn platenkast, maar dankzij al het moois van Flying Out Records gaat dat vast veranderen. Heat Death Of The Universe had ik in ieder geval niet willen missen. Erwin Zijleman
Buxton - Stay Out Late (2018)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2018, 20:26 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Buxton - Stay Out Late - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buxton maakte ooit Americana, maar neemt je op haar nieuwe plaat vooral mee naar de 80s en dan vooral de betoverende 80s
Nieuwsgierig geworden door een aantal positieve recensies op Amerikaanse muzieksites, begon ik aan beluistering van de nieuwe plaat van Buxton, dat ik me herinnerde als Americana band. Met Americana heeft Stay Out Late echter niet zoveel te maken. Op de nieuwe plaat van Buxton lijken vooral invloeden uit de jaren 80 te domineren. Het zijn invloeden van een aantal van mijn favoriete 80s bands, wat van de nieuwe plaat van Buxton een echte feelgood plaat maakt, maar het is ook een plaat met een prachtige instrumentatie en razendknappe songs en het is bovendien een plaat die niet alleen in het verleden, maar ook in het heden staat. Een zeer aangename verrassing.
Buxton is een band uit Houston, Texas, die ik ken van een plaat (Nothing Here Seems Strange) die de band een jaar of zes geleden uitbracht. Op deze plaat maakte de band muziek met invloeden uit de countryrock en de Americana. Het leverde een aangename maar zeker niet opzienbarende plaat op, die ik inmiddels al lang weer was vergeten.
Het is een plaat die voor zover ik het me goed herinner mijlenver is verwijderd van het onlangs verschenen Stay Out Late, maar het gaat wel degelijk om dezelfde band. Op haar nieuwe plaat neemt Buxton je mee terug naar de jaren 80.
Op Stay Out Late hoor ik flarden van onder andere Aztec Camera, Lloyd Cole & The Commotions, Prefab Sprout, Icehouse, Talk Talk en The Blue Nile en dat zijn toevallig allemaal bands die ik in de jaren 80 rekende tot mijn favorieten. Van een deel van deze bands heeft Buxton het gevoel voor direct memorabele popliedjes overgenomen, terwijl de rest band de bands Buxton heeft geïnspireerd tot mooie en bijzondere klanken en verrassende wendingen.
Buxton verrast op Stay Out Late met geweldige gitaarliedjes, maar het grijpt ook nadrukkelijk naar de synths, wat hier en daar zorgt voor mooie dromerige wolken, maar ook in stevige flirts met synthpop.
Ik vraag me af of de muzikale weg die Buxton is ingeslagen in de smaak valt bij muziekliefhebbers die de jaren 80 niet bewust hebben meegemaakt en ik weet zeker dat liefhebbers van de oude platen van de Texaanse band niet veel op zullen hebben met de nieuwe koers van Buxton. Ik heb de jaren 80 wel bewust meegemaakt en vond de oude koers van de band niet zo bijzonder, maar Stay Out Late vind ik een geweldige plaat.
Als je heel goed luistert hoor je nog wel wat roots in het geluid van Buxton, maar verder waan ik me toch vooral in de jaren 80. Dat betekent overigens niet dat Buxton muziek uit het verleden maakt, want de songs van de band passen stuk voor stuk uitstekend in het heden.
Het zijn songs die in alle gevallen opvallen door een wonderschone instrumentatie, waarin warme en organische klanken naadloos samenvloeien met onderkoelde elektronica. Het zijn klanken die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook klanken die je nieuwsgierig maken en houden.
De zeer smaakvolle maar ook bijzonder knap in elkaar stekende instrumentatie op Stay Out Late wordt gecombineerd met al even aangename zang, die op een of andere manier ook al herinneringen aan de jaren 80 oproept. Het zijn smaakvolle ingrediënten die samen komen in uitstekende songs. Buxton kiest net als een aantal van de hierboven genoemde 80s bands nergens voor de makkelijkste weg, maar verrast desondanks met songs die je onmiddellijk wilt koesteren.
Stay Out Late is een heerlijke plaat voor lome avonden of nog lomere vroege ochtenden, maar bij beluistering met de koptelefoon komt alles nog net wat beter tot zijn recht en is het genieten van alle bijzondere details in de muziek van de Texaanse band.
Een paar jaar geleden vond ik de muziek van de band uit Houston niet heel bijzonder, maar Stay Out Late is een prachtplaat, al is het maar vanwege alle mooie herinneringen die naar boven komen bij beluistering van deze in de VS terecht bewierookte plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Buxton - Stay Out Late - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Buxton maakte ooit Americana, maar neemt je op haar nieuwe plaat vooral mee naar de 80s en dan vooral de betoverende 80s
Nieuwsgierig geworden door een aantal positieve recensies op Amerikaanse muzieksites, begon ik aan beluistering van de nieuwe plaat van Buxton, dat ik me herinnerde als Americana band. Met Americana heeft Stay Out Late echter niet zoveel te maken. Op de nieuwe plaat van Buxton lijken vooral invloeden uit de jaren 80 te domineren. Het zijn invloeden van een aantal van mijn favoriete 80s bands, wat van de nieuwe plaat van Buxton een echte feelgood plaat maakt, maar het is ook een plaat met een prachtige instrumentatie en razendknappe songs en het is bovendien een plaat die niet alleen in het verleden, maar ook in het heden staat. Een zeer aangename verrassing.
Buxton is een band uit Houston, Texas, die ik ken van een plaat (Nothing Here Seems Strange) die de band een jaar of zes geleden uitbracht. Op deze plaat maakte de band muziek met invloeden uit de countryrock en de Americana. Het leverde een aangename maar zeker niet opzienbarende plaat op, die ik inmiddels al lang weer was vergeten.
Het is een plaat die voor zover ik het me goed herinner mijlenver is verwijderd van het onlangs verschenen Stay Out Late, maar het gaat wel degelijk om dezelfde band. Op haar nieuwe plaat neemt Buxton je mee terug naar de jaren 80.
Op Stay Out Late hoor ik flarden van onder andere Aztec Camera, Lloyd Cole & The Commotions, Prefab Sprout, Icehouse, Talk Talk en The Blue Nile en dat zijn toevallig allemaal bands die ik in de jaren 80 rekende tot mijn favorieten. Van een deel van deze bands heeft Buxton het gevoel voor direct memorabele popliedjes overgenomen, terwijl de rest band de bands Buxton heeft geïnspireerd tot mooie en bijzondere klanken en verrassende wendingen.
Buxton verrast op Stay Out Late met geweldige gitaarliedjes, maar het grijpt ook nadrukkelijk naar de synths, wat hier en daar zorgt voor mooie dromerige wolken, maar ook in stevige flirts met synthpop.
Ik vraag me af of de muzikale weg die Buxton is ingeslagen in de smaak valt bij muziekliefhebbers die de jaren 80 niet bewust hebben meegemaakt en ik weet zeker dat liefhebbers van de oude platen van de Texaanse band niet veel op zullen hebben met de nieuwe koers van Buxton. Ik heb de jaren 80 wel bewust meegemaakt en vond de oude koers van de band niet zo bijzonder, maar Stay Out Late vind ik een geweldige plaat.
Als je heel goed luistert hoor je nog wel wat roots in het geluid van Buxton, maar verder waan ik me toch vooral in de jaren 80. Dat betekent overigens niet dat Buxton muziek uit het verleden maakt, want de songs van de band passen stuk voor stuk uitstekend in het heden.
Het zijn songs die in alle gevallen opvallen door een wonderschone instrumentatie, waarin warme en organische klanken naadloos samenvloeien met onderkoelde elektronica. Het zijn klanken die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook klanken die je nieuwsgierig maken en houden.
De zeer smaakvolle maar ook bijzonder knap in elkaar stekende instrumentatie op Stay Out Late wordt gecombineerd met al even aangename zang, die op een of andere manier ook al herinneringen aan de jaren 80 oproept. Het zijn smaakvolle ingrediënten die samen komen in uitstekende songs. Buxton kiest net als een aantal van de hierboven genoemde 80s bands nergens voor de makkelijkste weg, maar verrast desondanks met songs die je onmiddellijk wilt koesteren.
Stay Out Late is een heerlijke plaat voor lome avonden of nog lomere vroege ochtenden, maar bij beluistering met de koptelefoon komt alles nog net wat beter tot zijn recht en is het genieten van alle bijzondere details in de muziek van de Texaanse band.
Een paar jaar geleden vond ik de muziek van de band uit Houston niet heel bijzonder, maar Stay Out Late is een prachtplaat, al is het maar vanwege alle mooie herinneringen die naar boven komen bij beluistering van deze in de VS terecht bewierookte plaat. Erwin Zijleman
