Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Modern Nature - The Heat Warps (2025)

4,0
1
geplaatst: 3 september 2025, 16:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Modern Nature - The Heat Warps - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Modern Nature - The Heat Warps
De muziek van de Britse band Modern Nature werd er de afgelopen jaren niet makkelijker op, maar op The Heat Warps slaat de band uit Cambridge een wat toegankelijkere weg in, met een bijzonder mooi album als resultaat
No Fixed Point In Space van de Britse band Modern Nature kon twee jaar geleden rekenen op positieve woorden van de critici, maar het was ook een lastig te doorgronden album, waarvan, in ieder geval bij mij, uiteindelijk maar weinig bleef hangen. Dat de band op haar nieuwe album The Heat Warps kiest voor een veel toegankelijker geluid is wat mij betreft dan ook goed nieuws. De muziek van Modern Nature klinkt op het nieuwe album bijzonder aangenaam, maar de band heeft haar eigenzinnigheid en muzikaliteit zeker behouden. Het levert een album op vol prachtige momenten, maar het is ook een album met songs die zich dit keer wel makkelijk in het geheugen nestelen.
Op een of andere manier wordt de naam van de band Modern Nature niet in mijn geheugen opgeslagen. De band uit het Britse Cambridge bracht deze week met The Heat Warps haar vijfde album uit, maar er ging bij mij niet direct een belletje rinkelen toen ik de naam van de band zag in de releaselijsten.
Dat is best opmerkelijk, want How To Live, het debuutalbum van Modern Nature, haalde in 2019 met overtuiging mijn jaarlijstje en nadat ik de twee volgende albums van de Britse band had gemist, was ik in 2023 ook weer heel enthousiast over No Fixed Point In Space, het vierde album van Modern Nature.
Dat ik de naam van de band steeds vergeet staat niet helemaal los van de muziek op de tot dusver verschenen albums, want Modern Nature maakt op haar eerste vier albums muziek die zich niet direct opdringt en die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laat horen.
Het is muziek die niet zo heel makkelijk te omschrijven is, wat ook wel is te merken aan mijn recensie van het debuutalbum van de band, waarin ik How To Live omschreef als een mix van folk, jazz, indierock, psychedelica en progrock, de songs van de band afwisselend beeldend en experimenteel noemde en ik Modern Nature omschreef als een kruising tussen bands uit de Britse Canterbury scene uit de jaren 70 en Radiohead.
No Fixed Point In Space was twee jaar geleden een nog wat lastiger te doorgronden album, want waar Modern Nature op haar debuutalbum nog wel enigszins in de buurt bleef van popsongs met een kop en een staart, liet de band deze popsongs helemaal los op haar behoorlijk experimentele vierde album. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met de muziek die Talk Talk maakte in haar nadagen, wat een bij vlagen mooi en bijzonder album opleverde, maar ook wel wat zware kost.
No Fixed Point In Space lag bij Modern Nature zelf kennelijk ook wat zwaar op de maag, want het deze week verschenen The Heat Warps klink direct vanaf de eerste noten een stuk toegankelijker dan zijn voorganger. De band is door de komst van gitariste en zangeres Tara Cunningham van een trio een kwartet geworden en klinkt deels als een andere band.
Waar Modern Nature op haar vorige album wel erg nadrukkelijk aan het navelstaren was, verrast de band uit Cambridge op haar nieuwe album met frisse popsongs, die zich een stuk makkelijker opdringen dan de songs uit het verleden. Ondanks de flinke koerswijziging heeft Modern Nature echter ook een aantal van haar sterke punten uit het verleden behouden.
Ook de songs op The Heat Warps zijn niet zomaar in een hokje te duwen en zijn spannend genoeg om de fantasie te blijven prikkelen. De mix van invloeden is niet eens zo heel verschillend van die op het debuutalbum, met af en toe een vleugje countryrock als bonus, maar toch horen we een nieuwe versie van Modern Nature.
De vorige versie van de band vond ik absoluut interessant en bij vlagen zelfs fascinerend, maar op een of andere manier beklijfde het toch niet echt. The Heat Warps kan daarentegen wel eens een hele trouwe metgezel worden tijdens wandelingen in de nazomer, herfst en winter. Het is waarschijnlijk een metgezel die niet snel gaat vervelen, want ondanks de wat toegankelijkere songs heeft Modern Nature ook op The Heat Warps weer heel veel moois en bijzonders verstopt in haar muziek. Ik heb zomaar het idee dat ik de naam van de band nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Modern Nature - The Heat Warps - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Modern Nature - The Heat Warps
De muziek van de Britse band Modern Nature werd er de afgelopen jaren niet makkelijker op, maar op The Heat Warps slaat de band uit Cambridge een wat toegankelijkere weg in, met een bijzonder mooi album als resultaat
No Fixed Point In Space van de Britse band Modern Nature kon twee jaar geleden rekenen op positieve woorden van de critici, maar het was ook een lastig te doorgronden album, waarvan, in ieder geval bij mij, uiteindelijk maar weinig bleef hangen. Dat de band op haar nieuwe album The Heat Warps kiest voor een veel toegankelijker geluid is wat mij betreft dan ook goed nieuws. De muziek van Modern Nature klinkt op het nieuwe album bijzonder aangenaam, maar de band heeft haar eigenzinnigheid en muzikaliteit zeker behouden. Het levert een album op vol prachtige momenten, maar het is ook een album met songs die zich dit keer wel makkelijk in het geheugen nestelen.
Op een of andere manier wordt de naam van de band Modern Nature niet in mijn geheugen opgeslagen. De band uit het Britse Cambridge bracht deze week met The Heat Warps haar vijfde album uit, maar er ging bij mij niet direct een belletje rinkelen toen ik de naam van de band zag in de releaselijsten.
Dat is best opmerkelijk, want How To Live, het debuutalbum van Modern Nature, haalde in 2019 met overtuiging mijn jaarlijstje en nadat ik de twee volgende albums van de Britse band had gemist, was ik in 2023 ook weer heel enthousiast over No Fixed Point In Space, het vierde album van Modern Nature.
Dat ik de naam van de band steeds vergeet staat niet helemaal los van de muziek op de tot dusver verschenen albums, want Modern Nature maakt op haar eerste vier albums muziek die zich niet direct opdringt en die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laat horen.
Het is muziek die niet zo heel makkelijk te omschrijven is, wat ook wel is te merken aan mijn recensie van het debuutalbum van de band, waarin ik How To Live omschreef als een mix van folk, jazz, indierock, psychedelica en progrock, de songs van de band afwisselend beeldend en experimenteel noemde en ik Modern Nature omschreef als een kruising tussen bands uit de Britse Canterbury scene uit de jaren 70 en Radiohead.
No Fixed Point In Space was twee jaar geleden een nog wat lastiger te doorgronden album, want waar Modern Nature op haar debuutalbum nog wel enigszins in de buurt bleef van popsongs met een kop en een staart, liet de band deze popsongs helemaal los op haar behoorlijk experimentele vierde album. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met de muziek die Talk Talk maakte in haar nadagen, wat een bij vlagen mooi en bijzonder album opleverde, maar ook wel wat zware kost.
No Fixed Point In Space lag bij Modern Nature zelf kennelijk ook wat zwaar op de maag, want het deze week verschenen The Heat Warps klink direct vanaf de eerste noten een stuk toegankelijker dan zijn voorganger. De band is door de komst van gitariste en zangeres Tara Cunningham van een trio een kwartet geworden en klinkt deels als een andere band.
Waar Modern Nature op haar vorige album wel erg nadrukkelijk aan het navelstaren was, verrast de band uit Cambridge op haar nieuwe album met frisse popsongs, die zich een stuk makkelijker opdringen dan de songs uit het verleden. Ondanks de flinke koerswijziging heeft Modern Nature echter ook een aantal van haar sterke punten uit het verleden behouden.
Ook de songs op The Heat Warps zijn niet zomaar in een hokje te duwen en zijn spannend genoeg om de fantasie te blijven prikkelen. De mix van invloeden is niet eens zo heel verschillend van die op het debuutalbum, met af en toe een vleugje countryrock als bonus, maar toch horen we een nieuwe versie van Modern Nature.
De vorige versie van de band vond ik absoluut interessant en bij vlagen zelfs fascinerend, maar op een of andere manier beklijfde het toch niet echt. The Heat Warps kan daarentegen wel eens een hele trouwe metgezel worden tijdens wandelingen in de nazomer, herfst en winter. Het is waarschijnlijk een metgezel die niet snel gaat vervelen, want ondanks de wat toegankelijkere songs heeft Modern Nature ook op The Heat Warps weer heel veel moois en bijzonders verstopt in haar muziek. Ik heb zomaar het idee dat ik de naam van de band nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman
Modern Studies - We Are There (2022)

4,5
2
geplaatst: 25 februari 2022, 15:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Modern Studies - We Are There - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Modern Studies - We Are There
We Are There van Modern Studies is zeker niet het makkelijkste album van het moment, maar wanneer de songs van de band je eenmaal te pakken hebben, groeit het snel uit tot een bescheiden meesterwerk
Ik heb wel even geworsteld met het vijfde album van de Schots/Engelse band Modern Studies, maar inmiddels blijf ik naar het album luisteren en wordt het alleen maar mooier en indrukwekkender. The Modern Studies maakt muziek met flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar de band ontworstelt zich op fascinerende wijze aan het strakke keurslijf van dit genre en verwerkt ook invloeden uit de chamber pop, Laurel Canyon folk en psychedelica. Het levert een album op vol verrassende wendingen, maar ook een album met een werkelijk prachtige instrumentatie en al even mooie vocalen van met name zangeres Emily Scott. Fascinerend album.
Ik ben er meestal behoorlijk snel uit wanneer ik op vrijdag een selectie maak uit de over het algemeen flinke stapel nieuwe releases, maar deze week was er een album dat het me heel lang erg lastig maakte. We Are There van de deels Engelse en deels Schotse band Modern Studies heb ik meerdere keren terzijde geschoven en er vervolgens toch steeds weer bij gepakt.
Het is een album waar ik maar lastig vat op kon krijgen en dat me maar heen en weer bleef slingeren tussen latente interesse en diepe bewondering. Het is een album dat ik in eerste instantie te Brits, te traditioneel en wat te stijfjes of zelfs te plechtig vond. We Are There is echter ook een album dat vol zit met verborgen schatten, een album dat snel groeit en een album dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen als ik bij eerste beluistering dacht.
Na de eerste noten duwde ik We Are There in het hokje Britse folk en dan in het bijzonder Britse folk van het pastorale soort. Het vijfde album van Modern Studies past vaak in dit hokje, maar minstens even vaak ook helemaal niet. De Britse band kan goed uit de voeten met wat traditioneel aandoende Britse folk, maar We Are There verwerkt ook volop invloeden uit de Britse chamber pop en uit de psychedelica. Ook invloeden uit de Amerikaanse folk zoals die in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt hebben hun weg gevonden naar het album, dat qua invloeden kris kras door de ruimte en tijd schiet.
Modern Studies verwerkt niet alleen invloeden uit meerdere genres, maar maakt ook muziek die continu van kleur verschiet en steeds weer dingen doet die je niet verwacht. Het ene moment is de muziek van de band zacht en sfeervol, het volgende moment opeens zwaarder aangezet, waardoor het album op bijzondere wijze heen en weer golft.
De prachtig bij elkaar kleurende mannen- en vrouwenstem, met een hoofdrol voor de prachtige stem van Emily Scott, geven We Are There het folky en ook het wat pastorale karakter, maar de instrumentatie weigert zich te conformeren aan het keurslijf van de traditionele Britse folk. Modern Studies slaat steeds weer net wat andere wegen in en doet dit met wonderschone klanken en arrangementen met flink wat strijkers.
Ik ken geen band als Modern Studies en als het me al ergens aan doet denken is het aan de minst zweverige muziek die de Ierse band Clannad ooit maakte, al gaat de vergelijking tussen de twee bands maar zeer ten dele op. We Are There van Modern Studies is een album waar je de tijd voor moet nemen. Bij vluchtige beluistering trok ik keer op keer de verkeerde conclusies, maar nadat ik het album helemaal had gehoord en alles nog eens op me in liet werken, was ik verkocht.
Modern Studies is er in geslaagd om een album te maken dat noot na noot spannend klinkt, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat je ook enorm vermaakt met een wonderschone instrumentatie, bijzondere arrangementen en zeer fraaie zang. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt, dat ook niet bang is voor een uptempo popsong en ondertussen wordt het mooier en mooier.
We Are There is zoals gezegd het vijfde album van Modern Studies, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. Het maakt me nieuwsgierig naar de vorige vier albums van de band, die ik absoluut ga ontdekken, maar minstens even nieuwsgierig naar alles dat nog komen gaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Modern Studies - We Are There - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Modern Studies - We Are There
We Are There van Modern Studies is zeker niet het makkelijkste album van het moment, maar wanneer de songs van de band je eenmaal te pakken hebben, groeit het snel uit tot een bescheiden meesterwerk
Ik heb wel even geworsteld met het vijfde album van de Schots/Engelse band Modern Studies, maar inmiddels blijf ik naar het album luisteren en wordt het alleen maar mooier en indrukwekkender. The Modern Studies maakt muziek met flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar de band ontworstelt zich op fascinerende wijze aan het strakke keurslijf van dit genre en verwerkt ook invloeden uit de chamber pop, Laurel Canyon folk en psychedelica. Het levert een album op vol verrassende wendingen, maar ook een album met een werkelijk prachtige instrumentatie en al even mooie vocalen van met name zangeres Emily Scott. Fascinerend album.
Ik ben er meestal behoorlijk snel uit wanneer ik op vrijdag een selectie maak uit de over het algemeen flinke stapel nieuwe releases, maar deze week was er een album dat het me heel lang erg lastig maakte. We Are There van de deels Engelse en deels Schotse band Modern Studies heb ik meerdere keren terzijde geschoven en er vervolgens toch steeds weer bij gepakt.
Het is een album waar ik maar lastig vat op kon krijgen en dat me maar heen en weer bleef slingeren tussen latente interesse en diepe bewondering. Het is een album dat ik in eerste instantie te Brits, te traditioneel en wat te stijfjes of zelfs te plechtig vond. We Are There is echter ook een album dat vol zit met verborgen schatten, een album dat snel groeit en een album dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen als ik bij eerste beluistering dacht.
Na de eerste noten duwde ik We Are There in het hokje Britse folk en dan in het bijzonder Britse folk van het pastorale soort. Het vijfde album van Modern Studies past vaak in dit hokje, maar minstens even vaak ook helemaal niet. De Britse band kan goed uit de voeten met wat traditioneel aandoende Britse folk, maar We Are There verwerkt ook volop invloeden uit de Britse chamber pop en uit de psychedelica. Ook invloeden uit de Amerikaanse folk zoals die in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt hebben hun weg gevonden naar het album, dat qua invloeden kris kras door de ruimte en tijd schiet.
Modern Studies verwerkt niet alleen invloeden uit meerdere genres, maar maakt ook muziek die continu van kleur verschiet en steeds weer dingen doet die je niet verwacht. Het ene moment is de muziek van de band zacht en sfeervol, het volgende moment opeens zwaarder aangezet, waardoor het album op bijzondere wijze heen en weer golft.
De prachtig bij elkaar kleurende mannen- en vrouwenstem, met een hoofdrol voor de prachtige stem van Emily Scott, geven We Are There het folky en ook het wat pastorale karakter, maar de instrumentatie weigert zich te conformeren aan het keurslijf van de traditionele Britse folk. Modern Studies slaat steeds weer net wat andere wegen in en doet dit met wonderschone klanken en arrangementen met flink wat strijkers.
Ik ken geen band als Modern Studies en als het me al ergens aan doet denken is het aan de minst zweverige muziek die de Ierse band Clannad ooit maakte, al gaat de vergelijking tussen de twee bands maar zeer ten dele op. We Are There van Modern Studies is een album waar je de tijd voor moet nemen. Bij vluchtige beluistering trok ik keer op keer de verkeerde conclusies, maar nadat ik het album helemaal had gehoord en alles nog eens op me in liet werken, was ik verkocht.
Modern Studies is er in geslaagd om een album te maken dat noot na noot spannend klinkt, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat je ook enorm vermaakt met een wonderschone instrumentatie, bijzondere arrangementen en zeer fraaie zang. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt, dat ook niet bang is voor een uptempo popsong en ondertussen wordt het mooier en mooier.
We Are There is zoals gezegd het vijfde album van Modern Studies, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. Het maakt me nieuwsgierig naar de vorige vier albums van de band, die ik absoluut ga ontdekken, maar minstens even nieuwsgierig naar alles dat nog komen gaat. Erwin Zijleman
Mogwai - As the Love Continues (2021)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2021, 15:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mogwai - As The Love Continues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mogwai - As The Love Continues
De Schotse band Mogwai bouwt op As The Love Continues de spanning een uur lang op en af en imponeert met wonderschone klanken, torenhoge spanningsbogen en indringende geluidsmuren
De Schotse band Mogwai draait inmiddels al zo’n 25 jaar mee en heeft een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Er zat er nog geen een tussen die ik koester, maar het deze week verschenen As The Love Continues zou hier wel eens verandering in kunnen brengen. Het is een typisch Mogwai album, maar waar ik in het verleden vrij snel afhaakte, luister ik keer op keer ademloos naar het nieuwe album van de band uit Glasgow. Hier en daar zijn de geluidsmuren angstvallig hoog, maar minstens net zo vaak zijn de klanken sprookjesachtig mooi. As The Love Continues is een prachtig album en het wordt alleen maar mooier wanneer je het vaker hoort.
Ik was tot dusver geen heel groot fan van de Schotse band Mogwai. Ik heb wel wat albums van de band uit Glasgow in de kast staan, maar ze komen er eerlijk gezegd nooit uit. Ik had daarom geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen As The Love Continues, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies ben ik toch gaan luisteren, om vervolgens al snel te concluderen dat Mogwai een geweldig album heeft gemaakt.
Het album opent prachtig met het beeldende To The Bin My Friend, Tonight We Vacate Earth, dat opent met zweverige klanken, maar langzaam wordt de spanning steeds verder opgebouwd en wordt het geluid steeds grootser en steviger. Het is muziek zoals Mogwai die al eerder maakte, maar zo mooi als dit hoorde ik het nog niet vaak.
In Here We, Here We, Here We Go Forever klinkt de Schotse band wat elektronischer en directer, maar wederom is Mogwai een meester in zowel het opbouwen van de spanning als in het van kleur laten verschieten van haar muziek. Het is ook in de tweede track typisch Mogwai, maar op een of andere manier pakt het me meer dan het oudere werk van de band en hoor ik ook meer de schoonheid in de soms behoorlijk overweldigende klanken.
Ook Dry Fantasy combineert wonderschone elektronische klanken met spanning die genadeloos wordt opgebouwd en ook dit keer combineert Mogwai breed uitwaaiende en beeldende klanken met flarden van toegankelijke popsongs. Die toegankelijke popsong komt er vervolgens met Ritchie Sacramento, dat zo op een indie-rock album uit de jaren 90 had kunnen staan.
Met Drive The Nail volgt een lange track waarin ijle synths en mooie gitaarlijnen elkaar prachtig versterken en waarin Mogwai nog maar een keer tekent voor fraaie spanningsbogen die eindigen in hoge gitaarmuren. As The Love Continues is dan inmiddels een klein half uur onderweg en heeft al driftig gestrooid met betoverend mooie muziek en songs die je direct vastgrijpen en pas weer los laten als de laatste noot weg ebt.
Er volgt nog een ruim half uur muziek die minstens even mooi is. Het is knap hoe Mogwai in iedere track weer kiest voor een net wat andere invalshoek en hoe lekker in het gehoor liggende songs en alle kanten op schieten geluidsexplosies en implosies elkaar nooit al te ver uit het oog verliezen.
Mogwai maakte in het verleden meerdere filmsoundtracks en ook As The Love Continues zou hier en daar prima als soundtrack dienst kunnen doen, al is de muziek van de Schotse band ook vaak behoorlijk heftig en is alle aandacht voor de muziek vereist om bij de les te kunnen blijven.
Typisch Mogwai lees ik op de diverse muziekfora, maar ik vind As The Love Continues echt veel beter dan andere albums die ik ken van de band. Zeker bij beluistering met enig volume of met de koptelefoon schotelt de band uit Glasgow je een wonderschone luistrip voor, die steeds weer fascineert en je nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaan.
Dit varieert van sprookjesachtige elektronische soundscapes waarin plotseling een spookachtig onweer losbarst, tot meer gitaar georiënteerde songs waarin de spanning al even fraai wordt opgebouwd, dit alles prachtig geproduceerd door Dave Fridmann. “Extremely loud and incredibly close” noemt The Guardian het. Het mag typisch Mogwai zijn, maar zo mooi als op dit album hoorde ik het toch nog niet vaak van de Schotse band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mogwai - As The Love Continues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mogwai - As The Love Continues
De Schotse band Mogwai bouwt op As The Love Continues de spanning een uur lang op en af en imponeert met wonderschone klanken, torenhoge spanningsbogen en indringende geluidsmuren
De Schotse band Mogwai draait inmiddels al zo’n 25 jaar mee en heeft een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Er zat er nog geen een tussen die ik koester, maar het deze week verschenen As The Love Continues zou hier wel eens verandering in kunnen brengen. Het is een typisch Mogwai album, maar waar ik in het verleden vrij snel afhaakte, luister ik keer op keer ademloos naar het nieuwe album van de band uit Glasgow. Hier en daar zijn de geluidsmuren angstvallig hoog, maar minstens net zo vaak zijn de klanken sprookjesachtig mooi. As The Love Continues is een prachtig album en het wordt alleen maar mooier wanneer je het vaker hoort.
Ik was tot dusver geen heel groot fan van de Schotse band Mogwai. Ik heb wel wat albums van de band uit Glasgow in de kast staan, maar ze komen er eerlijk gezegd nooit uit. Ik had daarom geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen As The Love Continues, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies ben ik toch gaan luisteren, om vervolgens al snel te concluderen dat Mogwai een geweldig album heeft gemaakt.
Het album opent prachtig met het beeldende To The Bin My Friend, Tonight We Vacate Earth, dat opent met zweverige klanken, maar langzaam wordt de spanning steeds verder opgebouwd en wordt het geluid steeds grootser en steviger. Het is muziek zoals Mogwai die al eerder maakte, maar zo mooi als dit hoorde ik het nog niet vaak.
In Here We, Here We, Here We Go Forever klinkt de Schotse band wat elektronischer en directer, maar wederom is Mogwai een meester in zowel het opbouwen van de spanning als in het van kleur laten verschieten van haar muziek. Het is ook in de tweede track typisch Mogwai, maar op een of andere manier pakt het me meer dan het oudere werk van de band en hoor ik ook meer de schoonheid in de soms behoorlijk overweldigende klanken.
Ook Dry Fantasy combineert wonderschone elektronische klanken met spanning die genadeloos wordt opgebouwd en ook dit keer combineert Mogwai breed uitwaaiende en beeldende klanken met flarden van toegankelijke popsongs. Die toegankelijke popsong komt er vervolgens met Ritchie Sacramento, dat zo op een indie-rock album uit de jaren 90 had kunnen staan.
Met Drive The Nail volgt een lange track waarin ijle synths en mooie gitaarlijnen elkaar prachtig versterken en waarin Mogwai nog maar een keer tekent voor fraaie spanningsbogen die eindigen in hoge gitaarmuren. As The Love Continues is dan inmiddels een klein half uur onderweg en heeft al driftig gestrooid met betoverend mooie muziek en songs die je direct vastgrijpen en pas weer los laten als de laatste noot weg ebt.
Er volgt nog een ruim half uur muziek die minstens even mooi is. Het is knap hoe Mogwai in iedere track weer kiest voor een net wat andere invalshoek en hoe lekker in het gehoor liggende songs en alle kanten op schieten geluidsexplosies en implosies elkaar nooit al te ver uit het oog verliezen.
Mogwai maakte in het verleden meerdere filmsoundtracks en ook As The Love Continues zou hier en daar prima als soundtrack dienst kunnen doen, al is de muziek van de Schotse band ook vaak behoorlijk heftig en is alle aandacht voor de muziek vereist om bij de les te kunnen blijven.
Typisch Mogwai lees ik op de diverse muziekfora, maar ik vind As The Love Continues echt veel beter dan andere albums die ik ken van de band. Zeker bij beluistering met enig volume of met de koptelefoon schotelt de band uit Glasgow je een wonderschone luistrip voor, die steeds weer fascineert en je nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaan.
Dit varieert van sprookjesachtige elektronische soundscapes waarin plotseling een spookachtig onweer losbarst, tot meer gitaar georiënteerde songs waarin de spanning al even fraai wordt opgebouwd, dit alles prachtig geproduceerd door Dave Fridmann. “Extremely loud and incredibly close” noemt The Guardian het. Het mag typisch Mogwai zijn, maar zo mooi als op dit album hoorde ik het toch nog niet vaak van de Schotse band. Erwin Zijleman
Molly Burch - First Flower (2018)

4,5
0
geplaatst: 8 oktober 2018, 16:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - First Flower - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Burch slingert je ook dit keer heen en weer tussen verleden en heden op een plaat vol diepgang en verleiding
Molly Burch wist met haar debuut op te vallen dankzij een bijzondere stem en het op knappe wijze laten samenvloeien van invloeden uit het verre verleden en het heden. Op haar tweede plaat heeft ze het recept van haar debuut vervolmaakt. De gitaren galmen en zweven nog wat mooier, Molly Burch zingt nog wat nonchalanter en zwoeler, de songs spreken nog net wat meer aan en in de teksten durft Molly Burch meer van zichzelf te laten zien, wat zorgt voor meer diepgang en emotie. Het levert een plaat op die deze week mee kan met de grote en met de betere releases. Knappe plaat.
De Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch debuteerde zo’n anderhalf jaar geleden met Please Be Mine. Het was een plaat die zich wat mij betreft vrij makkelijk wist te onderscheiden van al die andere platen die momenteel verschijnen binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
De singer-songwriter uit Austin, Texas, slaagde hier in door uiteenlopende invloeden te verwerken in haar muziek, door een bijzondere sfeer te creëren en vooral door haar bijzondere stemgeluid. Please Be Mine kleurde hierdoor veelvuldig buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en sloeg bovendien op knappe wijze een brug tussen het verleden en het heden.
Eerder deze week verscheen het tweede album van Molly Burch en First Flower laat horen dat Molly Burch het geluid van haar debuut heeft vervolmaakt en heeft voorzien van diepgang. Op haar tweede plaat gebruikt Molly Burch voor een belangrijk deel dezelfde ingrediënten als op haar debuut. Haar muziek zit nog altijd vol echo’s uit een ver verleden, waarbij de singer-songwriter uit Austin vaak terug gaat naar de late jaren 50 en vroege jaren 60. Molly Burch put uit de archieven van countrymuziek uit deze periode en uit die van de Phil Spector girlpop, wat een warm en authentiek klinkend geluid oplevert.
Het knappe van de muziek van Molly Burch is dat de Amerikaanse singer-songwriter de invloeden uit het verleden prachtig laat samenvloeien met invloeden uit het heden, waardoor ze net zo makkelijk aansluit bij Patsy Cline en Dusty Springfield als bij Angel Olsen en Cat Power, om maar eens een paar namen te noemen.
First Flower borduurt nadrukkelijk voort op het debuut van Molly Burch en is hierdoor iets minder verrassend dan dit debuut, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft haar geluid wel geperfectioneerd. Met name de gitaarlijnen vol galm voorzien haar geluid nog altijd van een unieke sfeer. Het is een sfeer die niet zou misstaan in een film van David Lynch en ook de stem van Molly Burch zou niet misstaan in deze films.
Molly Burch zingt makkelijk en kan met haar stem meerdere kanten op, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. Ook in haar vocalen slaat ze een brug tussen verleden en heden, waardoor First Flower het ene moment zwoel en nostalgisch en het volgende moment urgent en eigentijds klinkt.
Ik moest anderhalf jaar geleden nog wel even wennen aan het bijzondere geluid van Molly Burch, maar dit keer was ik vrijwel onmiddellijk overtuigd. Hierna wint de plaat nog wel even aan kracht, bijvoorbeeld omdat de gitaarlijnen alleen maar mooier en zweveriger worden en omdat de singer-songwriter uit Austin haar songs heeft voorzien van meer diepgang door in haar teksten dieper in haar eigen persoonlijkheid te graven. Haar debuut liep anderhalf jaar geleden vooral over van belofte, maar die belofte maakt Molly Burch met First Flower echt meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Burch - First Flower - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Burch slingert je ook dit keer heen en weer tussen verleden en heden op een plaat vol diepgang en verleiding
Molly Burch wist met haar debuut op te vallen dankzij een bijzondere stem en het op knappe wijze laten samenvloeien van invloeden uit het verre verleden en het heden. Op haar tweede plaat heeft ze het recept van haar debuut vervolmaakt. De gitaren galmen en zweven nog wat mooier, Molly Burch zingt nog wat nonchalanter en zwoeler, de songs spreken nog net wat meer aan en in de teksten durft Molly Burch meer van zichzelf te laten zien, wat zorgt voor meer diepgang en emotie. Het levert een plaat op die deze week mee kan met de grote en met de betere releases. Knappe plaat.
De Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch debuteerde zo’n anderhalf jaar geleden met Please Be Mine. Het was een plaat die zich wat mij betreft vrij makkelijk wist te onderscheiden van al die andere platen die momenteel verschijnen binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
De singer-songwriter uit Austin, Texas, slaagde hier in door uiteenlopende invloeden te verwerken in haar muziek, door een bijzondere sfeer te creëren en vooral door haar bijzondere stemgeluid. Please Be Mine kleurde hierdoor veelvuldig buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en sloeg bovendien op knappe wijze een brug tussen het verleden en het heden.
Eerder deze week verscheen het tweede album van Molly Burch en First Flower laat horen dat Molly Burch het geluid van haar debuut heeft vervolmaakt en heeft voorzien van diepgang. Op haar tweede plaat gebruikt Molly Burch voor een belangrijk deel dezelfde ingrediënten als op haar debuut. Haar muziek zit nog altijd vol echo’s uit een ver verleden, waarbij de singer-songwriter uit Austin vaak terug gaat naar de late jaren 50 en vroege jaren 60. Molly Burch put uit de archieven van countrymuziek uit deze periode en uit die van de Phil Spector girlpop, wat een warm en authentiek klinkend geluid oplevert.
Het knappe van de muziek van Molly Burch is dat de Amerikaanse singer-songwriter de invloeden uit het verleden prachtig laat samenvloeien met invloeden uit het heden, waardoor ze net zo makkelijk aansluit bij Patsy Cline en Dusty Springfield als bij Angel Olsen en Cat Power, om maar eens een paar namen te noemen.
First Flower borduurt nadrukkelijk voort op het debuut van Molly Burch en is hierdoor iets minder verrassend dan dit debuut, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft haar geluid wel geperfectioneerd. Met name de gitaarlijnen vol galm voorzien haar geluid nog altijd van een unieke sfeer. Het is een sfeer die niet zou misstaan in een film van David Lynch en ook de stem van Molly Burch zou niet misstaan in deze films.
Molly Burch zingt makkelijk en kan met haar stem meerdere kanten op, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. Ook in haar vocalen slaat ze een brug tussen verleden en heden, waardoor First Flower het ene moment zwoel en nostalgisch en het volgende moment urgent en eigentijds klinkt.
Ik moest anderhalf jaar geleden nog wel even wennen aan het bijzondere geluid van Molly Burch, maar dit keer was ik vrijwel onmiddellijk overtuigd. Hierna wint de plaat nog wel even aan kracht, bijvoorbeeld omdat de gitaarlijnen alleen maar mooier en zweveriger worden en omdat de singer-songwriter uit Austin haar songs heeft voorzien van meer diepgang door in haar teksten dieper in haar eigen persoonlijkheid te graven. Haar debuut liep anderhalf jaar geleden vooral over van belofte, maar die belofte maakt Molly Burch met First Flower echt meer dan waar. Erwin Zijleman
Molly Burch - Please Be Mine (2017)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2017, 15:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - Please Be Mine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het aanbod van platen van vrouwelijke singer-songwriters is momenteel zo enorm groot dat zelfs een ware liefhebber van het genre als ik heel veel platen moet laten liggen.
Dat gold in eerste instantie ook voor Please Be Mine van de mij onbekende Molly Burch, maar wat ben ik blij dat ik deze plaat toch maar even heb beluisterd voor hij op de kansloze stapel zou verdwijnen.
Met haar debuut weet de Amerikaanse singer-songwriter zich immers moeiteloos te onderscheiden van de grauwe middelmaat.
Molly Burch groeide op in Los Angeles, studeerde jazz aan de universiteit van Asheville in North Carolina en woont tegenwoordig in Austin, Texas. In Austin nam ze in slechts één dag haar debuut op en wat is het een mooi debuut geworden.
Please Be Mine onderscheidt zich in muzikaal opzicht van de meeste andere platen die momenteel verschijnen. De instrumentatie van de plaat roept herinneringen op aan de country en rock’ n roll van decennia geleden, heeft iets van de producties van Phil Spector, maar raakt op een of andere manier ook aan de dreampop van veel latere datum. Een Twin Peaks achtige sfeer is de kers op de taart.
Het klinkt allemaal bijzonder lekker en oorspronkelijk, maar toch ook fris, waarbij ik persoonlijk vooral wordt geroerd door het werkelijk prachtige gitaarwerk op de plaat dat imponeert met prachtige loopjes en heel veel subtiliteit.
In muzikaal opzicht houdt de band van Molly Burch je vrij eenvoudig bij de les, maar over het sterkste wapen van de singer-songwriter uit Austin heb ik het nog niet gehad. Dat sterkste wapen is de stem van Molly Burch.
Het is een heldere, warme en krachtige stem die hoorbaar is beïnvloedt door de zangeressen voor wie Molly Burch in haar jeugd een zwak had. Flarden Billie Holiday, Dusty Springfield, Nina Simone en met name Patsy Cline zijn absoluut hoorbaar, maar in de prachtige stem van Molly Burch hoor je ook flarden Angel Olsen en Hope Sandoval om nog maar eens wat namen te noemen.
Met haar geweldige stem en alle emotie in deze stem tilt Molly Burch alle songs op haar debuut op indrukwekkende wijze naar een hoger plan. Als ze gaat zingen is alles om haar heen even stil en houdt ook haar band in. Het voorziet Please Be Mine van een bijzondere sfeer en wat mij betreft van magie.
Ik was bij eerste beluisteringen van de plaat bang dat de retro klanken op Please Be Mine snel zouden gaan vervelen, maar eigenlijk is het debuut van Molly Birch me alleen maar dierbaarder geworden en staat de plaat steeds vaker garant voor kippenvel. Interessante nieuwe aanwinst voor de Amerikaanse rootsmuziek als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Burch - Please Be Mine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het aanbod van platen van vrouwelijke singer-songwriters is momenteel zo enorm groot dat zelfs een ware liefhebber van het genre als ik heel veel platen moet laten liggen.
Dat gold in eerste instantie ook voor Please Be Mine van de mij onbekende Molly Burch, maar wat ben ik blij dat ik deze plaat toch maar even heb beluisterd voor hij op de kansloze stapel zou verdwijnen.
Met haar debuut weet de Amerikaanse singer-songwriter zich immers moeiteloos te onderscheiden van de grauwe middelmaat.
Molly Burch groeide op in Los Angeles, studeerde jazz aan de universiteit van Asheville in North Carolina en woont tegenwoordig in Austin, Texas. In Austin nam ze in slechts één dag haar debuut op en wat is het een mooi debuut geworden.
Please Be Mine onderscheidt zich in muzikaal opzicht van de meeste andere platen die momenteel verschijnen. De instrumentatie van de plaat roept herinneringen op aan de country en rock’ n roll van decennia geleden, heeft iets van de producties van Phil Spector, maar raakt op een of andere manier ook aan de dreampop van veel latere datum. Een Twin Peaks achtige sfeer is de kers op de taart.
Het klinkt allemaal bijzonder lekker en oorspronkelijk, maar toch ook fris, waarbij ik persoonlijk vooral wordt geroerd door het werkelijk prachtige gitaarwerk op de plaat dat imponeert met prachtige loopjes en heel veel subtiliteit.
In muzikaal opzicht houdt de band van Molly Burch je vrij eenvoudig bij de les, maar over het sterkste wapen van de singer-songwriter uit Austin heb ik het nog niet gehad. Dat sterkste wapen is de stem van Molly Burch.
Het is een heldere, warme en krachtige stem die hoorbaar is beïnvloedt door de zangeressen voor wie Molly Burch in haar jeugd een zwak had. Flarden Billie Holiday, Dusty Springfield, Nina Simone en met name Patsy Cline zijn absoluut hoorbaar, maar in de prachtige stem van Molly Burch hoor je ook flarden Angel Olsen en Hope Sandoval om nog maar eens wat namen te noemen.
Met haar geweldige stem en alle emotie in deze stem tilt Molly Burch alle songs op haar debuut op indrukwekkende wijze naar een hoger plan. Als ze gaat zingen is alles om haar heen even stil en houdt ook haar band in. Het voorziet Please Be Mine van een bijzondere sfeer en wat mij betreft van magie.
Ik was bij eerste beluisteringen van de plaat bang dat de retro klanken op Please Be Mine snel zouden gaan vervelen, maar eigenlijk is het debuut van Molly Birch me alleen maar dierbaarder geworden en staat de plaat steeds vaker garant voor kippenvel. Interessante nieuwe aanwinst voor de Amerikaanse rootsmuziek als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album (2019)

3,5
1
geplaatst: 26 december 2019, 10:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album
Molly Burch verloochent haar country roots niet op een vooral in vocaal opzicht indrukwekkend, maar ook suikerzoet, kerstalbum
Na twee uitstekende albums komt Molly Burch nu op de proppen met een kerstalbum. Het is een kerstalbum waarop de Amerikaanse singer-songwriter haar country roots niet verloochent, maar waarop ze ook de zoetsappige kerstsongs niet uit de weg gaat en ze hier en daar kiest voor een bijzondere interpretatie. Zeker wanneer The Molly Burch Christmas Album tegen de country leunt valt er in muzikaal en vooral in vocaal opzicht veel te genieten op dit album, maar het blijft natuurlijk een kerstalbum. Een prima kerstalbum, maar net niet zo goed als die van Kacey Musgraves van een paar jaar geleden.
In tegenstelling tot Los Lobos heeft de Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch wel een behoorlijk traditioneel kerstalbum gemaakt. De jonge singer-songwriter die Los Angeles inmiddels heeft verruild voor Austin, Texas, debuteerde in 2017 uitstekend met het fraaie Please Be Mine en bevestigde de belofte van haar debuut met het een jaar later verschenen First Flower.
Dit jaar moeten we het helaas doen zonder een regulier Molly Burch album, maar is er wel het kerstalbum The Molly Burch Christmas Album. Het is een album dat vooral in vocaal opzicht indruk maakt, al zal ik het buiten de kerstdagen waarschijnlijk niet snel uit de speakers laten komen.
The Molly Burch Christmas Album opent zo zoet dat het glazuur bijna van je tanden springt, maar in de tweede track komen ook de country roots van Molly Burch aan de oppervlakte in zowel de instrumentatie als in de zang. De singer-songwriter uit Austin gaat op haar kerstalbum aan de haal met een aantal minder bekende kerstsongs, maar schuwt ook de platgetreden paden niet, bijvoorbeeld met de wat cheesy maar ook wel weer geestige versie van Wham’s Last Christmas, die het net wint van de rauwe versie van Lucy Dacus.
Voor een aantal songs heeft Molly Burch een mannelijke partner gevonden, maar in de meeste tracks moet ze het vocale werk zelf opknappen. Dat gaat haar uitstekend af, want ze is een zeer getalenteerd zangeres en bovendien een zangeres die verrassend goed uit de voeten kan met het zoete kerstrepertoire.
Zeker wanneer de instrumentatie tijdloos is en invloeden uit de country verwerkt, klinkt The Molly Burch Christmas Album op zijn minst aangenaam en imponeert de Amerikaanse muzikante hier en daar met haar stem. Het levert een kerstalbum op dat een stuk beter is dan nagenoeg alle andere kerstalbums van dit jaar, al blijft het atypische kerstalbum van Los Lobos er wat mij betreft bovenuit steken.
De krenten uit de pop: Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album
Molly Burch verloochent haar country roots niet op een vooral in vocaal opzicht indrukwekkend, maar ook suikerzoet, kerstalbum
Na twee uitstekende albums komt Molly Burch nu op de proppen met een kerstalbum. Het is een kerstalbum waarop de Amerikaanse singer-songwriter haar country roots niet verloochent, maar waarop ze ook de zoetsappige kerstsongs niet uit de weg gaat en ze hier en daar kiest voor een bijzondere interpretatie. Zeker wanneer The Molly Burch Christmas Album tegen de country leunt valt er in muzikaal en vooral in vocaal opzicht veel te genieten op dit album, maar het blijft natuurlijk een kerstalbum. Een prima kerstalbum, maar net niet zo goed als die van Kacey Musgraves van een paar jaar geleden.
In tegenstelling tot Los Lobos heeft de Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch wel een behoorlijk traditioneel kerstalbum gemaakt. De jonge singer-songwriter die Los Angeles inmiddels heeft verruild voor Austin, Texas, debuteerde in 2017 uitstekend met het fraaie Please Be Mine en bevestigde de belofte van haar debuut met het een jaar later verschenen First Flower.
Dit jaar moeten we het helaas doen zonder een regulier Molly Burch album, maar is er wel het kerstalbum The Molly Burch Christmas Album. Het is een album dat vooral in vocaal opzicht indruk maakt, al zal ik het buiten de kerstdagen waarschijnlijk niet snel uit de speakers laten komen.
The Molly Burch Christmas Album opent zo zoet dat het glazuur bijna van je tanden springt, maar in de tweede track komen ook de country roots van Molly Burch aan de oppervlakte in zowel de instrumentatie als in de zang. De singer-songwriter uit Austin gaat op haar kerstalbum aan de haal met een aantal minder bekende kerstsongs, maar schuwt ook de platgetreden paden niet, bijvoorbeeld met de wat cheesy maar ook wel weer geestige versie van Wham’s Last Christmas, die het net wint van de rauwe versie van Lucy Dacus.
Voor een aantal songs heeft Molly Burch een mannelijke partner gevonden, maar in de meeste tracks moet ze het vocale werk zelf opknappen. Dat gaat haar uitstekend af, want ze is een zeer getalenteerd zangeres en bovendien een zangeres die verrassend goed uit de voeten kan met het zoete kerstrepertoire.
Zeker wanneer de instrumentatie tijdloos is en invloeden uit de country verwerkt, klinkt The Molly Burch Christmas Album op zijn minst aangenaam en imponeert de Amerikaanse muzikante hier en daar met haar stem. Het levert een kerstalbum op dat een stuk beter is dan nagenoeg alle andere kerstalbums van dit jaar, al blijft het atypische kerstalbum van Los Lobos er wat mij betreft bovenuit steken.
Molly Sarlé - Karaoke Angel (2019)

4,0
1
geplaatst: 23 september 2019, 20:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Sarlé - Karaoke Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Sarlé - Karaoke Angel
Mountain Man zangeres Molly Sarlé schuift de Appalachen folk op haar debuut terzijde en verrast met een bijzonder klinkend folk album vol uiteenlopende verleidingen
De naam Molly Sarlé zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar met haar debuut Karaoke Angel zet de Amerikaanse singer-songwriter, die een enkeling zal kennen van het trio Mountain Man, zich op indrukwekkende wijze op de kaart. Het debuut van Molly Sarlé is een zelfverzekerd klinkend folkalbum dat opvalt door een veelkleurige instrumentatie, een bijzonder fraaie productie en een bijzonder stemgeluid. Karaoke Angel is soms uitbundig en zonnig, maar minstens net zo vaak ingetogen en melancholisch. Warm aanbevolen aan een ieder met een zwak voor folk uit het verleden en het heden, maar ook fans van Cowboy Junkies zullen makkelijk vallen voor dit uitstekende album.
Molly Sarlé maakt als Molly Erin Sarle deel uit van het trio Mountain Man, dat de afgelopen jaren twee albums met zeer traditionele Appalachen folk uitbracht.
De muziek van Mountain Man was me uiteindelijk net wat te traditioneel, waardoor ik het vorig jaar verschenen Magic Ship heb laten liggen, maar het eerste soloalbum van Molly Sarlé bevalt me een stuk beter.
Karaoke Angel werd overal en nergens in de Verenigde Staten opgenomen en laat een brede kijk op de folk horen. De stokoude Appalachen folk heeft beperkt invloed gehad op de songs van Molly Sarlé, maar de Amerikaanse singer-songwriter kies op haar debuut toch vooral voor een veel minder traditioneel geluid.
Human, de openingstrack van het album, laat direct horen wat Molly Sarlé in huis heeft. Warmbloedige akoestische klanken worden gecombineerd met een bijzondere stem, die herinnert aan de expressieve folkies uit de jaren 60 en 70, maar ook wat van de verleiding van Hope Sandoval bevat.
Het is momenteel dringen in het genre, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter zorgt wat mij betreft voor voldoende onderscheidend vermogen. Het is overigens niet alleen de stem van de singer-songwriter uit Durham, North Carolina, die Karaoke Angel voorziet van een eigen geluid. De instrumentatie op het album is vaak net wat voller dan gebruikelijk in het genre, waardoor de muziek van Molly Sarlé wat moderner klinkt. Het is aan de andere kant ook een instrumentatie vol in het genre niet heel gebruikelijke accenten, terwijl ook een bijna verstilde song zeker niet wordt geschuwd.
In de opvallende instrumentatie zijn de gitaarlijnen vaak stevig aangezet en voorin de mix gezet en de songs op het album worden bovendien vaak gekenmerkt door atmosferische wolken synths die overwaaien. Het klinkt prachtig bij de expressieve stem van Molly Sarlé, die zich in het fraaie geluid van producer Sam Evian als een vis in het water voelt en imponeert met zang vol gevoel.
Aan het begin van deze recensie gaf ik al aan dat het debuut van Molly Sarlé een brede kijk op de folk heeft. In veel van de songs duiken flarden uit de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 op, maar Karaoke Angel laat ook flarden Appalachen folk en psychedelische folk uit de jaren 60 horen. Op hetzelfde moment sluit Molly Sarlé met haar debuut makkelijk aan bij de folkies van het heden en hoor ik ook nog wat van Mazzy Star en nog veel meer van Cowboy Junkies in haar muziek.
Het is bijzonder aangenaam wegdromen bij de aangename klanken op het debuut van Molly Sarlé, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter en interessanter het wordt. Karaoke Angel is in muzikaal en vocaal opzicht een verrassend divers album en ook in tekstueel opzicht kan het bij de singer-songwriter uit Durham alle kanten op en worden humor en weemoed afgewisseld.
Na herhaalde beluistering ben ik behoorlijk onder de indruk van dit album en is duidelijke dat folkies uit het heden als Laura Marling, Angel Olsen, Jessica Pratt en Aldous Harding er met deze Molly Sarlé een zeer geduchte concurrent bij hebben. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Sarlé - Karaoke Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Sarlé - Karaoke Angel
Mountain Man zangeres Molly Sarlé schuift de Appalachen folk op haar debuut terzijde en verrast met een bijzonder klinkend folk album vol uiteenlopende verleidingen
De naam Molly Sarlé zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar met haar debuut Karaoke Angel zet de Amerikaanse singer-songwriter, die een enkeling zal kennen van het trio Mountain Man, zich op indrukwekkende wijze op de kaart. Het debuut van Molly Sarlé is een zelfverzekerd klinkend folkalbum dat opvalt door een veelkleurige instrumentatie, een bijzonder fraaie productie en een bijzonder stemgeluid. Karaoke Angel is soms uitbundig en zonnig, maar minstens net zo vaak ingetogen en melancholisch. Warm aanbevolen aan een ieder met een zwak voor folk uit het verleden en het heden, maar ook fans van Cowboy Junkies zullen makkelijk vallen voor dit uitstekende album.
Molly Sarlé maakt als Molly Erin Sarle deel uit van het trio Mountain Man, dat de afgelopen jaren twee albums met zeer traditionele Appalachen folk uitbracht.
De muziek van Mountain Man was me uiteindelijk net wat te traditioneel, waardoor ik het vorig jaar verschenen Magic Ship heb laten liggen, maar het eerste soloalbum van Molly Sarlé bevalt me een stuk beter.
Karaoke Angel werd overal en nergens in de Verenigde Staten opgenomen en laat een brede kijk op de folk horen. De stokoude Appalachen folk heeft beperkt invloed gehad op de songs van Molly Sarlé, maar de Amerikaanse singer-songwriter kies op haar debuut toch vooral voor een veel minder traditioneel geluid.
Human, de openingstrack van het album, laat direct horen wat Molly Sarlé in huis heeft. Warmbloedige akoestische klanken worden gecombineerd met een bijzondere stem, die herinnert aan de expressieve folkies uit de jaren 60 en 70, maar ook wat van de verleiding van Hope Sandoval bevat.
Het is momenteel dringen in het genre, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter zorgt wat mij betreft voor voldoende onderscheidend vermogen. Het is overigens niet alleen de stem van de singer-songwriter uit Durham, North Carolina, die Karaoke Angel voorziet van een eigen geluid. De instrumentatie op het album is vaak net wat voller dan gebruikelijk in het genre, waardoor de muziek van Molly Sarlé wat moderner klinkt. Het is aan de andere kant ook een instrumentatie vol in het genre niet heel gebruikelijke accenten, terwijl ook een bijna verstilde song zeker niet wordt geschuwd.
In de opvallende instrumentatie zijn de gitaarlijnen vaak stevig aangezet en voorin de mix gezet en de songs op het album worden bovendien vaak gekenmerkt door atmosferische wolken synths die overwaaien. Het klinkt prachtig bij de expressieve stem van Molly Sarlé, die zich in het fraaie geluid van producer Sam Evian als een vis in het water voelt en imponeert met zang vol gevoel.
Aan het begin van deze recensie gaf ik al aan dat het debuut van Molly Sarlé een brede kijk op de folk heeft. In veel van de songs duiken flarden uit de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 op, maar Karaoke Angel laat ook flarden Appalachen folk en psychedelische folk uit de jaren 60 horen. Op hetzelfde moment sluit Molly Sarlé met haar debuut makkelijk aan bij de folkies van het heden en hoor ik ook nog wat van Mazzy Star en nog veel meer van Cowboy Junkies in haar muziek.
Het is bijzonder aangenaam wegdromen bij de aangename klanken op het debuut van Molly Sarlé, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter en interessanter het wordt. Karaoke Angel is in muzikaal en vocaal opzicht een verrassend divers album en ook in tekstueel opzicht kan het bij de singer-songwriter uit Durham alle kanten op en worden humor en weemoed afgewisseld.
Na herhaalde beluistering ben ik behoorlijk onder de indruk van dit album en is duidelijke dat folkies uit het heden als Laura Marling, Angel Olsen, Jessica Pratt en Aldous Harding er met deze Molly Sarlé een zeer geduchte concurrent bij hebben. Erwin Zijleman
Molly Tuttle - ...but I'd Rather Be with You (2020)

4,0
0
geplaatst: 4 september 2020, 13:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You
Molly Tuttle debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend en maakt de belofte nu waar met een bijzondere set covers die op bijzonder fraaie en eigenzinnige wijze worden vertolkt
Van mij hoeven de tussendoortjes met uitsluitend songs van anderen niet zo, maar zo af en toe zit er een album tussen dat ik niet had willen missen. ...But I'd Rather Be With You van Molly Tuttle is zo’n album. De singer-songwriter uit Nashville wist zich vorig jaar al te onderscheiden van haar soortgenoten met haar buitengewoon fraaie debuut When You’re Ready en ook op haar nieuwe album etaleert Molly Tuttle haar talenten op indrukwekkende wijze. Allereerst heeft ze een aantal bijzondere songs geselecteerd, die vervolgens op fraaie wijze worden uitgevoerd, waarbij het fraaie gitaarspel en de prachtige stem van Molly Tuttle goed van pas komen. Prima album!
De Amerikaanse singer-songwriter Molly Tuttle debuteerde vorig jaar prachtig met het uitstekende When You’re Ready. Met haar debuut wist de jonge singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zich moeiteloos te onderscheiden van de toch stevige concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze deed dit met een aangename mix van countrypop en bluegrass, met geweldig akoestisch gitaarspel en vooral met haar stem, die volgens mijn recensie van het debuut van Molly Tuttle net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en ook nog eens over de fraaie snik van Jewel beschikt.
Molly Tuttle deed vorig jaar niet alleen van zich spreken als muzikant, maar ook als ambassadeur van Alopecia areata patiënten; een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, waardoor ze meestal een pruik draagt. Iets meer dan een jaar na haar terecht in brede kring geprezen debuut is de singer-songwriter uit Nashville terug met een tweede album.
...But I'd Rather Be With You zal waarschijnlijk een tussendoortje genoemd worden, want op haar nieuwe album vertolkt Molly Tuttle uitsluitend songs van anderen. Een verzameling covers bestempel ik zelf ook meestal als tussendoortje, maar de verzameling van Molly Tuttle is echt een hele fraaie. Op ...But I'd Rather Be With You gaat de jonge Amerikaanse muzikante aan de haal met songs van anderen en die komen, in ieder geval voor mij, vooral uit onverwachte hoek.
Op ...But I'd Rather Be With You kom je songs tegen van achtereenvolgens The National, The Rolling Stones, Arthur Russell, Karen Dalton, FKA Twigs, Rancid, Grateful Dead, Yeah Yeah Yeahs, Harry Styles en Cat Stevens. Het zijn songs die ik, misschien op twee of drie na, niet achter Molly Tuttle zou hebben gezocht, maar het maakt ...But I'd Rather Be With You direct een stuk spannender dan het gemiddelde album met covers.
Met de selectie songs onderscheidt Molly Tuttle zich al direct van het gemiddelde tussendoortje met songs van anderen, maar dat doet de Amerikaanse singer-songwriter ook op andere manieren. Zo deed ze voor de productie een beroep op de gerenommeerde producer Tony Berg, die vooral mooie dingen deed voor Phoebe Bridgers. Molly Tuttle nam haar nieuwe album tijdens de corona lockdown en sleutelde de meeste songs thuis in Nashville in elkaar met Pro Tools. Tony Berg ging er vervolgens bijna 3.000 kilometer verderop in Nashville mee aan de slag en heeft het album voorzien van een mooi en bijzonder geluid, dat een extra dimensie toevoegt aan de muziek van Molly Tuttle.
De singer-songwriter uit Nashville is er bovendien in geslaagd om van de songs van anderen haar eigen songs te maken. Ondanks de zeer verschillende originelen, is ...But I'd Rather Be With You een consistent klinkend album, dat aansluit op het terecht geprezen debuut van Molly Tuttle. Ook in haar bewerkingen van songs van anderen maakt de Amerikaanse singer-songwriter indruk met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel, met haar prachtige heldere stem en met een gloedvolle voordracht.
Het zorgt er voor dat ...But I'd Rather Be With You wat mij betreft meer is dan een tussendoortje, maar een album dat de grote belofte van het debuut van Molly Tuttle meer dan waar maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You
Molly Tuttle debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend en maakt de belofte nu waar met een bijzondere set covers die op bijzonder fraaie en eigenzinnige wijze worden vertolkt
Van mij hoeven de tussendoortjes met uitsluitend songs van anderen niet zo, maar zo af en toe zit er een album tussen dat ik niet had willen missen. ...But I'd Rather Be With You van Molly Tuttle is zo’n album. De singer-songwriter uit Nashville wist zich vorig jaar al te onderscheiden van haar soortgenoten met haar buitengewoon fraaie debuut When You’re Ready en ook op haar nieuwe album etaleert Molly Tuttle haar talenten op indrukwekkende wijze. Allereerst heeft ze een aantal bijzondere songs geselecteerd, die vervolgens op fraaie wijze worden uitgevoerd, waarbij het fraaie gitaarspel en de prachtige stem van Molly Tuttle goed van pas komen. Prima album!
De Amerikaanse singer-songwriter Molly Tuttle debuteerde vorig jaar prachtig met het uitstekende When You’re Ready. Met haar debuut wist de jonge singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zich moeiteloos te onderscheiden van de toch stevige concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze deed dit met een aangename mix van countrypop en bluegrass, met geweldig akoestisch gitaarspel en vooral met haar stem, die volgens mijn recensie van het debuut van Molly Tuttle net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en ook nog eens over de fraaie snik van Jewel beschikt.
Molly Tuttle deed vorig jaar niet alleen van zich spreken als muzikant, maar ook als ambassadeur van Alopecia areata patiënten; een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, waardoor ze meestal een pruik draagt. Iets meer dan een jaar na haar terecht in brede kring geprezen debuut is de singer-songwriter uit Nashville terug met een tweede album.
...But I'd Rather Be With You zal waarschijnlijk een tussendoortje genoemd worden, want op haar nieuwe album vertolkt Molly Tuttle uitsluitend songs van anderen. Een verzameling covers bestempel ik zelf ook meestal als tussendoortje, maar de verzameling van Molly Tuttle is echt een hele fraaie. Op ...But I'd Rather Be With You gaat de jonge Amerikaanse muzikante aan de haal met songs van anderen en die komen, in ieder geval voor mij, vooral uit onverwachte hoek.
Op ...But I'd Rather Be With You kom je songs tegen van achtereenvolgens The National, The Rolling Stones, Arthur Russell, Karen Dalton, FKA Twigs, Rancid, Grateful Dead, Yeah Yeah Yeahs, Harry Styles en Cat Stevens. Het zijn songs die ik, misschien op twee of drie na, niet achter Molly Tuttle zou hebben gezocht, maar het maakt ...But I'd Rather Be With You direct een stuk spannender dan het gemiddelde album met covers.
Met de selectie songs onderscheidt Molly Tuttle zich al direct van het gemiddelde tussendoortje met songs van anderen, maar dat doet de Amerikaanse singer-songwriter ook op andere manieren. Zo deed ze voor de productie een beroep op de gerenommeerde producer Tony Berg, die vooral mooie dingen deed voor Phoebe Bridgers. Molly Tuttle nam haar nieuwe album tijdens de corona lockdown en sleutelde de meeste songs thuis in Nashville in elkaar met Pro Tools. Tony Berg ging er vervolgens bijna 3.000 kilometer verderop in Nashville mee aan de slag en heeft het album voorzien van een mooi en bijzonder geluid, dat een extra dimensie toevoegt aan de muziek van Molly Tuttle.
De singer-songwriter uit Nashville is er bovendien in geslaagd om van de songs van anderen haar eigen songs te maken. Ondanks de zeer verschillende originelen, is ...But I'd Rather Be With You een consistent klinkend album, dat aansluit op het terecht geprezen debuut van Molly Tuttle. Ook in haar bewerkingen van songs van anderen maakt de Amerikaanse singer-songwriter indruk met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel, met haar prachtige heldere stem en met een gloedvolle voordracht.
Het zorgt er voor dat ...But I'd Rather Be With You wat mij betreft meer is dan een tussendoortje, maar een album dat de grote belofte van het debuut van Molly Tuttle meer dan waar maakt. Erwin Zijleman
Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine (2025)

4,0
0
geplaatst: 17 augustus 2025, 10:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine
Molly Tuttle was op haar debuutalbum niet vies van invloeden uit de pop, ging op de albums met haar band vervolgens vol voor de bluegrass, maar kiest op So Long Little Miss Sunshine weer voor pop zonder de bluegrass te vergeten
Molly Tuttle liet de afgelopen jaren horen dat ze in meerdere opzichten zeer getalenteerd is. Ze is een bluegrass snarenwonder, maar ook een zeer getalenteerd songwriter, die ook nog eens beschikt over een hele mooie stem. Op haar vorige albums domineerde de bluegrass waarmee ze opgroeide, maar invloeden uit de bluegrass krijgen op So Long Little Miss Sunshine gezelschap van invloeden uit de pop. Molly Tuttle overtuigt nog wat meer als zangeres en heeft een serie aansprekende songs geschreven, maar samen met een aantal topmuzikanten uit Nashville is ze ook de bluegrass niet vergeten. Het levert een bijzonder klinkend en zeer overtuigend album op.
Molly Tuttle is in iets meer dan vijf jaar tijd uitgegroeid tot een van de vaste waarden binnen de hedendaagse bluegrass muziek. Met dit stempel doe je de Amerikaanse muzikante overigens wel wat tekort, want Molly Tuttle heeft op de albums die ze inmiddels op haar naam heeft staan laten horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan.
De liefde voor bluegrass kreeg ze van huis uit mee en al op hele jonge leeftijd kon ze uitstekend overweg op de gitaar, de mandoline en de banjo. Molly Tuttle sleepte met haar snarenspel een aantal aansprekende prijzen in de wacht, maar bleek niet alleen een geweldige muzikante, maar ook een getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres.
Ik hoorde het voor het eerst in het voorjaar van 2019 toen haar debuutalbum When You're Ready verscheen. Het is een album dat het hele palet van bluegrass tot en met countrypop bestrijkt en laat horen dat Molly Tuttle bulkt van het talent. Sindsdien is Molly Tuttle alleen maar beter geworden, wat is te horen op het met bijzondere covers gevulde ...But I'd Rather Be With You uit 2020 en op de twee albums die ze maakte met haar band Golden Highway, Crooked Tree uit 2022 en City Of Gold uit 2023.
Zeker op de laatste twee albums domineren invloeden uit de bluegrass en maken Molly Tuttle, de leden van haar band en de uitgenodigde gastmuzikanten indruk met muzikaal vuurwerk. Op het deze week verschenen So Long Little Miss Sunshine doet Molly Tuttle het voor de afwisseling weer eens zonder haar band Golden Highway. Op de cover van het nieuwe album zie je de Amerikaanse muzikante met een aantal verschillende pruiken en eenmaal zonder pruik. Molly Tuttle lijdt immers aan de ziekte Alopecia, waardoor ze geen haargroei heeft.
Op So Long Little Miss Sunshine kiest Molly Tuttle voor een net wat ander geluid. De invloeden uit de (country)pop stonden sinds haar debuutalbum op een laag pitje, maar zijn terug op het nieuwe album. Het is waarschijnlijk even slikken voor de bluegrass puristen onder haar fans, maar liefhebbers van wat breder ingestoken Amerikaanse rootsmuziek horen op So Long Little Miss Sunshine heel veel moois.
De muzikante uit Nashville neemt op haar nieuwe album misschien de afslag richting (country)pop, maar de liefde voor de bluegrass is zeker niet helemaal verdwenen. Je hoort absoluut meer pop op So Long Little Miss Sunshine, maar het razendsnelle snarenwerk uit de bluegrass is zeker niet verdwenen en ook de bijdragen van de viool herinneren aan het oude geluid van de muzikante uit Nashville.
Het zorgt er voor dat de muziek van Molly Tuttle toch anders klinkt dan de muziek van andere populaire (country)pop zangeressen. So Long Little Miss Sunshine legt wat minder de nadruk op muzikale virtuositeit, maar verlegt de aandacht naar de songs en de zang. De stem van Molly Tuttle klinkt echt prachtig op haar nieuwe album en ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn zeer aansprekend.
Het zijn songs die me meer dan eens aan Taylor Swift doen denken, maar het is dan wel Taylor Swift die haar oude liefde voor country heeft teruggevonden en de bluegrass er bij pakt. De stem van Molly Tuttle vind ik persoonlijk mooier dan die van Taylor Swift, maar het is maar de vraag of een pop minnend publiek uit de voeten kan met de bluegrass invloeden op So Long Little Miss Sunshine. Ik ben zelf al wel helemaal om en vind dit echt een geweldig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine
Molly Tuttle was op haar debuutalbum niet vies van invloeden uit de pop, ging op de albums met haar band vervolgens vol voor de bluegrass, maar kiest op So Long Little Miss Sunshine weer voor pop zonder de bluegrass te vergeten
Molly Tuttle liet de afgelopen jaren horen dat ze in meerdere opzichten zeer getalenteerd is. Ze is een bluegrass snarenwonder, maar ook een zeer getalenteerd songwriter, die ook nog eens beschikt over een hele mooie stem. Op haar vorige albums domineerde de bluegrass waarmee ze opgroeide, maar invloeden uit de bluegrass krijgen op So Long Little Miss Sunshine gezelschap van invloeden uit de pop. Molly Tuttle overtuigt nog wat meer als zangeres en heeft een serie aansprekende songs geschreven, maar samen met een aantal topmuzikanten uit Nashville is ze ook de bluegrass niet vergeten. Het levert een bijzonder klinkend en zeer overtuigend album op.
Molly Tuttle is in iets meer dan vijf jaar tijd uitgegroeid tot een van de vaste waarden binnen de hedendaagse bluegrass muziek. Met dit stempel doe je de Amerikaanse muzikante overigens wel wat tekort, want Molly Tuttle heeft op de albums die ze inmiddels op haar naam heeft staan laten horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan.
De liefde voor bluegrass kreeg ze van huis uit mee en al op hele jonge leeftijd kon ze uitstekend overweg op de gitaar, de mandoline en de banjo. Molly Tuttle sleepte met haar snarenspel een aantal aansprekende prijzen in de wacht, maar bleek niet alleen een geweldige muzikante, maar ook een getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres.
Ik hoorde het voor het eerst in het voorjaar van 2019 toen haar debuutalbum When You're Ready verscheen. Het is een album dat het hele palet van bluegrass tot en met countrypop bestrijkt en laat horen dat Molly Tuttle bulkt van het talent. Sindsdien is Molly Tuttle alleen maar beter geworden, wat is te horen op het met bijzondere covers gevulde ...But I'd Rather Be With You uit 2020 en op de twee albums die ze maakte met haar band Golden Highway, Crooked Tree uit 2022 en City Of Gold uit 2023.
Zeker op de laatste twee albums domineren invloeden uit de bluegrass en maken Molly Tuttle, de leden van haar band en de uitgenodigde gastmuzikanten indruk met muzikaal vuurwerk. Op het deze week verschenen So Long Little Miss Sunshine doet Molly Tuttle het voor de afwisseling weer eens zonder haar band Golden Highway. Op de cover van het nieuwe album zie je de Amerikaanse muzikante met een aantal verschillende pruiken en eenmaal zonder pruik. Molly Tuttle lijdt immers aan de ziekte Alopecia, waardoor ze geen haargroei heeft.
Op So Long Little Miss Sunshine kiest Molly Tuttle voor een net wat ander geluid. De invloeden uit de (country)pop stonden sinds haar debuutalbum op een laag pitje, maar zijn terug op het nieuwe album. Het is waarschijnlijk even slikken voor de bluegrass puristen onder haar fans, maar liefhebbers van wat breder ingestoken Amerikaanse rootsmuziek horen op So Long Little Miss Sunshine heel veel moois.
De muzikante uit Nashville neemt op haar nieuwe album misschien de afslag richting (country)pop, maar de liefde voor de bluegrass is zeker niet helemaal verdwenen. Je hoort absoluut meer pop op So Long Little Miss Sunshine, maar het razendsnelle snarenwerk uit de bluegrass is zeker niet verdwenen en ook de bijdragen van de viool herinneren aan het oude geluid van de muzikante uit Nashville.
Het zorgt er voor dat de muziek van Molly Tuttle toch anders klinkt dan de muziek van andere populaire (country)pop zangeressen. So Long Little Miss Sunshine legt wat minder de nadruk op muzikale virtuositeit, maar verlegt de aandacht naar de songs en de zang. De stem van Molly Tuttle klinkt echt prachtig op haar nieuwe album en ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn zeer aansprekend.
Het zijn songs die me meer dan eens aan Taylor Swift doen denken, maar het is dan wel Taylor Swift die haar oude liefde voor country heeft teruggevonden en de bluegrass er bij pakt. De stem van Molly Tuttle vind ik persoonlijk mooier dan die van Taylor Swift, maar het is maar de vraag of een pop minnend publiek uit de voeten kan met de bluegrass invloeden op So Long Little Miss Sunshine. Ik ben zelf al wel helemaal om en vind dit echt een geweldig album. Erwin Zijleman
Molly Tuttle - When You're Ready (2019)

4,5
0
geplaatst: 9 april 2019, 16:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - When You're Ready - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle - When You're Ready
De vijver met talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol, maar het talent van Molly Tuttle komt makkelijk aan de oppervlakte drijven om vervolgens diepe indruk te maken
Molly Tuttle maakt al haar hele leven muziek en blonk als kind al uit op de banjo, maar sinds ze is gaan zingen en zich vestigde in Nashville is wereldfaam slechts een kwestie van tijd. Haar debuut maakt direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk en blijkt zwaar verslavend. Het is een debuut dat op fraaie wijze een brug slaat tussen zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en de frisse countrypop van het moment. Het is een debuut dat overtuigt met een gloedvolle productie en muzikanten van naam en faam, maar het is vooral een debuut dat overtuigt met geweldige songs en een stem die alles laat smelten. Met dit droomdebuut kan Molly Tuttle wel eens hele hoge ogen gaan gooien.
Aan jonge en zeer talentvolle vrouwelijke singer-songwriters absoluut geen gebrek deze week. Onder hen ook Molly Tuttle, die zeker niet uit de lucht komt vallen. Ze groeide op in Palo Alto, California, waar ze haar eerste stapjes in de muziek zette en maakte indruk als student aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston, waar ze haar virtuositeit op de akoestische gitaar en banjo etaleerde.
Haar carrière in de muziek kreeg echter pas een vliegende start toen ze zich vestigde in Nashville en ook haar stem ontdekte. De afgelopen jaren maakte ze vanuit Boston al muziek met The Goodbye Girls en verdiende ze de titel “Instrumentalist of the Year” bij de 2018 editie van de Americana Music Awards met haar eerste EP Rise, maar haar debuutalbum moet gaan zorgen voor haar definitieve doorbraak.
Molly Tuttle kreeg thuis de bluegrass met de paplepel ingegoten en speelde al op jonge leeftijd in de bluegrass band van haar vader, maar de afgelopen jaren verbreedde ze haar blik en verwerkte ze ook steeds meer invloeden uit de folk en country en een vleugje pop in haar muziek.
Haar debuut When You're Ready is geproduceerd door Ryan Hewitt, die eerder werkte met onder andere The Avett Brothers en The Lumineers. De openingstrack is direct opvallend, want Million Miles is een track waarvan de basis lang geleden werd geschreven door Steve Poltz en een nog piepjonge Jewel. De twee maakten de track nooit af, maar dat is nu wel gedaan door Molly Tuttle en Steve Poltz, die de Amerikaanse singer-songwriter nog een paar keer bijstaat op haar debuut.
Million Miles is een bijzonder aangename track met vooral invloeden uit de countrypop en doet wel wat denken aan Jewel, maar misschien nog wel meer aan Suzanne Vega. Molly Tuttle flirt af en toe met countrypop, maar ze blijft ook de bluegrass trouw in flink wat tracks. In deze tracks, waarin de banjo net wat nadrukkelijker aanwezig is dan de akoestische gitaar, schuift Molly Tuttle in muzikaal, maar ook in vocaal opzicht op richting Alison Krauss en ook in dit segment maakt de jonge Amerikaanse singer-songwriter flink wat indruk.
Molly Tuttle schrijft songs die afwisselend in de smaak zullen vallen bij rootspuristen en rootsliefhebber die net wat minder strikt in de leer zijn en maakt indruk met lekker in het gehoor liggende songs die meestal de zon laten schijnen.
In muzikaal opzicht is het smullen, wat ook niet anders kan gezien de imposante lijst met muzikanten die bijdroegen aan het album, de productie van Ryan Hewitt klinkt prachtig, maar de meeste indruk maakt Molly Tuttle met haar zang. De singer-songwriter uit Nahsville beschikt over een stem die net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, die net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en die ook nog eens de twang van Jewel toevoegt.
When You're Ready voelt net zo aangenaam als de eerste lentezon en overtuigt daarom bijzonder makkelijk. Ook wanneer je het debuut van Molly Tuttle veel vaker beluistert, blijft het album echter sprankelen. Molly Tuttle bestrijkt het hele gebied tussen Gillian Welch en Kacey Musgraves en doet dit met de authenticiteit en muzikaliteit van de eerste en de verleidingskracht en het gevoel voor perfecte popliedjes van de tweede. Het levert een debuut op dat van de eerste tot de laatste noot imponeert en je humeur ook nog eens een positieve boost geeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - When You're Ready - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle - When You're Ready
De vijver met talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol, maar het talent van Molly Tuttle komt makkelijk aan de oppervlakte drijven om vervolgens diepe indruk te maken
Molly Tuttle maakt al haar hele leven muziek en blonk als kind al uit op de banjo, maar sinds ze is gaan zingen en zich vestigde in Nashville is wereldfaam slechts een kwestie van tijd. Haar debuut maakt direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk en blijkt zwaar verslavend. Het is een debuut dat op fraaie wijze een brug slaat tussen zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en de frisse countrypop van het moment. Het is een debuut dat overtuigt met een gloedvolle productie en muzikanten van naam en faam, maar het is vooral een debuut dat overtuigt met geweldige songs en een stem die alles laat smelten. Met dit droomdebuut kan Molly Tuttle wel eens hele hoge ogen gaan gooien.
Aan jonge en zeer talentvolle vrouwelijke singer-songwriters absoluut geen gebrek deze week. Onder hen ook Molly Tuttle, die zeker niet uit de lucht komt vallen. Ze groeide op in Palo Alto, California, waar ze haar eerste stapjes in de muziek zette en maakte indruk als student aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston, waar ze haar virtuositeit op de akoestische gitaar en banjo etaleerde.
Haar carrière in de muziek kreeg echter pas een vliegende start toen ze zich vestigde in Nashville en ook haar stem ontdekte. De afgelopen jaren maakte ze vanuit Boston al muziek met The Goodbye Girls en verdiende ze de titel “Instrumentalist of the Year” bij de 2018 editie van de Americana Music Awards met haar eerste EP Rise, maar haar debuutalbum moet gaan zorgen voor haar definitieve doorbraak.
Molly Tuttle kreeg thuis de bluegrass met de paplepel ingegoten en speelde al op jonge leeftijd in de bluegrass band van haar vader, maar de afgelopen jaren verbreedde ze haar blik en verwerkte ze ook steeds meer invloeden uit de folk en country en een vleugje pop in haar muziek.
Haar debuut When You're Ready is geproduceerd door Ryan Hewitt, die eerder werkte met onder andere The Avett Brothers en The Lumineers. De openingstrack is direct opvallend, want Million Miles is een track waarvan de basis lang geleden werd geschreven door Steve Poltz en een nog piepjonge Jewel. De twee maakten de track nooit af, maar dat is nu wel gedaan door Molly Tuttle en Steve Poltz, die de Amerikaanse singer-songwriter nog een paar keer bijstaat op haar debuut.
Million Miles is een bijzonder aangename track met vooral invloeden uit de countrypop en doet wel wat denken aan Jewel, maar misschien nog wel meer aan Suzanne Vega. Molly Tuttle flirt af en toe met countrypop, maar ze blijft ook de bluegrass trouw in flink wat tracks. In deze tracks, waarin de banjo net wat nadrukkelijker aanwezig is dan de akoestische gitaar, schuift Molly Tuttle in muzikaal, maar ook in vocaal opzicht op richting Alison Krauss en ook in dit segment maakt de jonge Amerikaanse singer-songwriter flink wat indruk.
Molly Tuttle schrijft songs die afwisselend in de smaak zullen vallen bij rootspuristen en rootsliefhebber die net wat minder strikt in de leer zijn en maakt indruk met lekker in het gehoor liggende songs die meestal de zon laten schijnen.
In muzikaal opzicht is het smullen, wat ook niet anders kan gezien de imposante lijst met muzikanten die bijdroegen aan het album, de productie van Ryan Hewitt klinkt prachtig, maar de meeste indruk maakt Molly Tuttle met haar zang. De singer-songwriter uit Nahsville beschikt over een stem die net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, die net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en die ook nog eens de twang van Jewel toevoegt.
When You're Ready voelt net zo aangenaam als de eerste lentezon en overtuigt daarom bijzonder makkelijk. Ook wanneer je het debuut van Molly Tuttle veel vaker beluistert, blijft het album echter sprankelen. Molly Tuttle bestrijkt het hele gebied tussen Gillian Welch en Kacey Musgraves en doet dit met de authenticiteit en muzikaliteit van de eerste en de verleidingskracht en het gevoel voor perfecte popliedjes van de tweede. Het levert een debuut op dat van de eerste tot de laatste noot imponeert en je humeur ook nog eens een positieve boost geeft. Erwin Zijleman
Molly Tuttle & Golden Highway - City of Gold (2023)

4,0
0
geplaatst: 25 juli 2023, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold
Maar net een jaar na het uitstekende Crooked Tree keren Molly Tuttle en haar band Golden Highway terug met City Of Gold, dat net als zijn voorganger imponeert met muzikaal en vocaal vuurwerk
Molly Tuttle is deze week alweer toe aan haar vierde album en het tweede met haar band Golden Highway. Op Crooked Tree koos ze vorig jaar vol voor de bluegrass en dat doet ze ook weer op City Of Gold. Het live in de studio ingespeelde en wederom door Jerry Douglas geproduceerde album put stevig uit de archieven van de bluegrass waarmee Molly Tuttle werd grootgebracht, maar klinkt ook fris. Molly Tuttle en haar band spelen de pannen van het dak en de Amerikaanse muzikante is ook nog eens een uitstekende zangeres. City Of Gold is smullen voor de liefhebbers van traditionele bluegrass en onderstreept nogmaals het enorme talent van Molly Tuttle.
Molly Tuttle vierde eerder dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft ondanks haar jonge leeftijd al een mooi rijtje albums op haar naam staan. De Amerikaanse muzikante was al op jonge leeftijd virtuoos op de banjo en de gitaar en kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten door haar vader die de bluegrass band The Tuttles aanvoerde. Molly Tuttle verrijkte haar muzikale vaardigheden aan het prestigieuze Berklee College of Music en debuteerde in 2017 met de EP Rise.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Molly Tuttle was haar debuutalbum When You’re Ready uit 2019, waarop de jonge Amerikaanse muzikante niet alleen indruk maakte met de banjo en de gitaar, maar ook verraste met een uitstekende stem, die het beste van Alison Krauss en Suzanne Vega verenigde. Molly Tuttle werd thuis in California grootgebracht met bluegrass en dat hoorde je op haar debuutalbum, dat echter ook opzichtig flirtte met toegankelijke countrypop.
Molly Tuttle, ook ambassadeur van Alopecia Areata patiënten, een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, bracht na haar debuutalbum het met covers gevulde ..But I'd Rather Be With You uit, waarop ze indruk maakte met eigenzinnige vertolkingen van songs van anderen, die in veel gevallen uit een onverwachte hoek kwamen.
Vorig jaar verscheen het door niemand minder dan Jerry Douglas geproduceerde Crooked Tree, waarop naast de naam van Molly Tuttle ook de naam van haar band Golden Highway prijkte. Op Crooked Tree liet de muzikante uit Nashville de flirts met countrypop achter zich en koos ze vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide.
Het uitstekende Crooked Tree, waarop Molly Tuttle werd bijgestaan door een aantal aansprekende gasten, wordt deze week alweer gevolgd door City Of Gold, dat ook weer werd gemaakt met Golden Highway, dat bestaat uit Bronwyn Keith-Hynes op de viool, Dominick Leslie op de mandoline, Shelby Means op de staande bas en Kyle Tuttle op de banjo. Ook op haar nieuwe album kiezen Molly Tuttle en haar geweldige band vol voor de bluegrass.
City Of Gold imponeert vanaf de eerste noten met muzikaal vuurwerk van gitaren, mandoline, bas, banjo en viool, want kunnen Molly Tuttle en haar band spelen. De Amerikaanse muzikante is bovendien een geweldige zangeres en slaagt er bovendien in om een eigen draai te geven aan de invloeden uit de stokoude bluegrass muziek die domineert op het album.
Ik was zelf best gecharmeerd van de wat lichtvoetigere countrypop die Molly Tuttle maakte op haar debuutalbum en ben lang niet altijd gek op de traditionele bluegrass, maar City Of Gold is, net als voorganger Crooked Tree, niet te weerstaan. Ook het nieuwe album van Molly Tuttle & Golden Highway is weer geproduceerd door de legendarische Jerry Douglas, die af en toe zijn dobro uit de koffer haalt.
City Of Gold werd live in de studio opgenomen en moet het doen zonder de indrukwekkende gastenlijst van zijn voorganger, al draaft Dave Matthews op voor een fraai duet (Yosemite). De gasten worden overigens niet gemist, want Golden Highway speelt de pannen van het dak. Het levert wederom een geweldig album op, dat zal worden verslonden door liefhebbers van bluegrass, maar ook liefhebbers van andere genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek moeten hier zeker naar luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold
Maar net een jaar na het uitstekende Crooked Tree keren Molly Tuttle en haar band Golden Highway terug met City Of Gold, dat net als zijn voorganger imponeert met muzikaal en vocaal vuurwerk
Molly Tuttle is deze week alweer toe aan haar vierde album en het tweede met haar band Golden Highway. Op Crooked Tree koos ze vorig jaar vol voor de bluegrass en dat doet ze ook weer op City Of Gold. Het live in de studio ingespeelde en wederom door Jerry Douglas geproduceerde album put stevig uit de archieven van de bluegrass waarmee Molly Tuttle werd grootgebracht, maar klinkt ook fris. Molly Tuttle en haar band spelen de pannen van het dak en de Amerikaanse muzikante is ook nog eens een uitstekende zangeres. City Of Gold is smullen voor de liefhebbers van traditionele bluegrass en onderstreept nogmaals het enorme talent van Molly Tuttle.
Molly Tuttle vierde eerder dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft ondanks haar jonge leeftijd al een mooi rijtje albums op haar naam staan. De Amerikaanse muzikante was al op jonge leeftijd virtuoos op de banjo en de gitaar en kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten door haar vader die de bluegrass band The Tuttles aanvoerde. Molly Tuttle verrijkte haar muzikale vaardigheden aan het prestigieuze Berklee College of Music en debuteerde in 2017 met de EP Rise.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Molly Tuttle was haar debuutalbum When You’re Ready uit 2019, waarop de jonge Amerikaanse muzikante niet alleen indruk maakte met de banjo en de gitaar, maar ook verraste met een uitstekende stem, die het beste van Alison Krauss en Suzanne Vega verenigde. Molly Tuttle werd thuis in California grootgebracht met bluegrass en dat hoorde je op haar debuutalbum, dat echter ook opzichtig flirtte met toegankelijke countrypop.
Molly Tuttle, ook ambassadeur van Alopecia Areata patiënten, een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, bracht na haar debuutalbum het met covers gevulde ..But I'd Rather Be With You uit, waarop ze indruk maakte met eigenzinnige vertolkingen van songs van anderen, die in veel gevallen uit een onverwachte hoek kwamen.
Vorig jaar verscheen het door niemand minder dan Jerry Douglas geproduceerde Crooked Tree, waarop naast de naam van Molly Tuttle ook de naam van haar band Golden Highway prijkte. Op Crooked Tree liet de muzikante uit Nashville de flirts met countrypop achter zich en koos ze vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide.
Het uitstekende Crooked Tree, waarop Molly Tuttle werd bijgestaan door een aantal aansprekende gasten, wordt deze week alweer gevolgd door City Of Gold, dat ook weer werd gemaakt met Golden Highway, dat bestaat uit Bronwyn Keith-Hynes op de viool, Dominick Leslie op de mandoline, Shelby Means op de staande bas en Kyle Tuttle op de banjo. Ook op haar nieuwe album kiezen Molly Tuttle en haar geweldige band vol voor de bluegrass.
City Of Gold imponeert vanaf de eerste noten met muzikaal vuurwerk van gitaren, mandoline, bas, banjo en viool, want kunnen Molly Tuttle en haar band spelen. De Amerikaanse muzikante is bovendien een geweldige zangeres en slaagt er bovendien in om een eigen draai te geven aan de invloeden uit de stokoude bluegrass muziek die domineert op het album.
Ik was zelf best gecharmeerd van de wat lichtvoetigere countrypop die Molly Tuttle maakte op haar debuutalbum en ben lang niet altijd gek op de traditionele bluegrass, maar City Of Gold is, net als voorganger Crooked Tree, niet te weerstaan. Ook het nieuwe album van Molly Tuttle & Golden Highway is weer geproduceerd door de legendarische Jerry Douglas, die af en toe zijn dobro uit de koffer haalt.
City Of Gold werd live in de studio opgenomen en moet het doen zonder de indrukwekkende gastenlijst van zijn voorganger, al draaft Dave Matthews op voor een fraai duet (Yosemite). De gasten worden overigens niet gemist, want Golden Highway speelt de pannen van het dak. Het levert wederom een geweldig album op, dat zal worden verslonden door liefhebbers van bluegrass, maar ook liefhebbers van andere genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek moeten hier zeker naar luisteren. Erwin Zijleman
Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree (2022)

4,0
1
geplaatst: 3 april 2022, 10:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree
De Amerikaanse muzikante Molly Tuttle kiest op haar nieuwe album vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide, wat een album vol muzikaal vuurwerk, sterke songs en prachtige vocalen oplevert
Molly Tuttle bouwt inmiddels een aantal jaren aan een zeer interessant oeuvre. De muzikante uit Nashville leunde op haar vorige twee albums wat tegen de countrypop aan, maar op Crooked Tree, kiest ze, samen met haar band Golden Highway, voor de bluegrass die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Molly Tuttle is zelf een snarenwonder, maar heeft zich op haar nieuwe album ook nog eens omringd met een aantal geweldige muzikanten, met topproducer Jerry Douglas en met een aantal gastmuzikanten van naam en faam. Het levert een bluegrass album op waar de vonken van af vliegen en dat betovert door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die maar blijft verbazen.
Molly Tuttle vierde begin dit jaar pas haar 29e verjaardag, maar staat inmiddels ook al bijna twintig jaar op het podium. De in Santa Clara, California, geboren muzikante kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en kon al op jonge leeftijd met de gitaar, de mandoline en de banjo uit de voeten. Ze speelde op haar elfde voor het eerst mee met haar vader Jack’s bluegrass band The Tuttles en begon rond haar twintigste haar eigen bluegrass band, The Goodbye Girls.
In 2017 bracht ze met de EP Rise haar solodebuut uit, dat werd gevolgd door haar volwaardige debuutalbum When You’re Ready in 2019 en het met covers gevulde ...But I'd Rather Be With You in 2020. Op haar soloalbums verloochende Molly Tuttle haar wortels in de bluegrass zeker niet, maar schoof ze ook wat op richting country en countrypop, waarmee ze ook uitstekend uit de voeten bleek te kunnen.
Deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met een nieuw album, Crooked Tree. Op de naam van het album prijkt niet alleen de naam van Molly Tuttle, maar ook die van haar band Golden Highway. Op haar vorige albums nam Molly Tuttle wat afstand van de traditionele bluegrass muziek waarmee ze opgroeide, maar op Crooked Tree omarmt ze deze muziek weer stevig. De invloeden uit de countrypop zijn op het album vrijwel volledig verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor de invloeden die de jonge Molly Tuttle thuis met de paplepel kreeg ingegoten.
Voor de productie van haar bluegrass album koos Molly Tuttle voor de legendarische (bluegrass) producer Jerry Douglas, die het album bovendien voorziet van fraaie dobro klanken. Molly Tuttle is zelf virtuoos op de gitaar, banjo en mandoline, zodat het met het snarenwerk wel goed zit op het album.
Het muzikale vuurwerk op het album wordt verder versterkt door een uit de kluiten gewassen band, die nog flink wat extra snarenwerk en de in de bluegrass onmisbare viool toevoegt aan het geluid op Crooked Tree. Molly Tuttle vond het kennelijk nog niet genoeg, want ook de gastenlijst voor het album werd goed gevuld met klinkende namen als Gillian Welch, Margo Price, Billy Strings, Old Crow Medicine Show en Sierra Hull.
Ondanks de uit de kluiten gewassen band en alle grote namen die aanschoven klinkt het nieuwe album van Molly Tuttle en haar band verrassend los en ontspannen, wat ongetwijfeld het resultaat is van de keuze om het album live op te nemen in de Oceanway Studios in Nashville, Tennessee.
Als ik moet kiezen tussen countrypop en bluegrass zal ik in de meeste gevallen kiezen voor countrypop, maar Crooked Tree van Molly Tuttle en Golden Highway is een fantastisch album. Dankzij alle invloeden uit de bluegrass klinkt het natuurlijk behoorlijk traditioneel, maar de muzikanten spelen stuk voor stuk de pannen van het dak en houden de vaart er lekker in.
Molly Tuttle is hiernaast een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe album wel wat aan Alison Krauss doet denken, wat voor mij een van de mooiste stemmen in de bluegrass is. Molly Tuttle doet er niet voor onder en excelleert op haart nieuwe album niet alleen als zangeres en muzikante, maar ook als songwriter, want de songs op haar bluegrass album klinken stuk voor stuk als klassiekers in het genre.
Het is nu even de vraag of Crooked Tree in muzikaal opzicht een tussendoortje is of dat Molly Tuttle de countrypop definitief heeft verruild voor de bluegrass. In beide gevallen ben ik tevreden en heel benieuwd naar haar volgende werk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree
De Amerikaanse muzikante Molly Tuttle kiest op haar nieuwe album vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide, wat een album vol muzikaal vuurwerk, sterke songs en prachtige vocalen oplevert
Molly Tuttle bouwt inmiddels een aantal jaren aan een zeer interessant oeuvre. De muzikante uit Nashville leunde op haar vorige twee albums wat tegen de countrypop aan, maar op Crooked Tree, kiest ze, samen met haar band Golden Highway, voor de bluegrass die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Molly Tuttle is zelf een snarenwonder, maar heeft zich op haar nieuwe album ook nog eens omringd met een aantal geweldige muzikanten, met topproducer Jerry Douglas en met een aantal gastmuzikanten van naam en faam. Het levert een bluegrass album op waar de vonken van af vliegen en dat betovert door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die maar blijft verbazen.
Molly Tuttle vierde begin dit jaar pas haar 29e verjaardag, maar staat inmiddels ook al bijna twintig jaar op het podium. De in Santa Clara, California, geboren muzikante kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en kon al op jonge leeftijd met de gitaar, de mandoline en de banjo uit de voeten. Ze speelde op haar elfde voor het eerst mee met haar vader Jack’s bluegrass band The Tuttles en begon rond haar twintigste haar eigen bluegrass band, The Goodbye Girls.
In 2017 bracht ze met de EP Rise haar solodebuut uit, dat werd gevolgd door haar volwaardige debuutalbum When You’re Ready in 2019 en het met covers gevulde ...But I'd Rather Be With You in 2020. Op haar soloalbums verloochende Molly Tuttle haar wortels in de bluegrass zeker niet, maar schoof ze ook wat op richting country en countrypop, waarmee ze ook uitstekend uit de voeten bleek te kunnen.
Deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met een nieuw album, Crooked Tree. Op de naam van het album prijkt niet alleen de naam van Molly Tuttle, maar ook die van haar band Golden Highway. Op haar vorige albums nam Molly Tuttle wat afstand van de traditionele bluegrass muziek waarmee ze opgroeide, maar op Crooked Tree omarmt ze deze muziek weer stevig. De invloeden uit de countrypop zijn op het album vrijwel volledig verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor de invloeden die de jonge Molly Tuttle thuis met de paplepel kreeg ingegoten.
Voor de productie van haar bluegrass album koos Molly Tuttle voor de legendarische (bluegrass) producer Jerry Douglas, die het album bovendien voorziet van fraaie dobro klanken. Molly Tuttle is zelf virtuoos op de gitaar, banjo en mandoline, zodat het met het snarenwerk wel goed zit op het album.
Het muzikale vuurwerk op het album wordt verder versterkt door een uit de kluiten gewassen band, die nog flink wat extra snarenwerk en de in de bluegrass onmisbare viool toevoegt aan het geluid op Crooked Tree. Molly Tuttle vond het kennelijk nog niet genoeg, want ook de gastenlijst voor het album werd goed gevuld met klinkende namen als Gillian Welch, Margo Price, Billy Strings, Old Crow Medicine Show en Sierra Hull.
Ondanks de uit de kluiten gewassen band en alle grote namen die aanschoven klinkt het nieuwe album van Molly Tuttle en haar band verrassend los en ontspannen, wat ongetwijfeld het resultaat is van de keuze om het album live op te nemen in de Oceanway Studios in Nashville, Tennessee.
Als ik moet kiezen tussen countrypop en bluegrass zal ik in de meeste gevallen kiezen voor countrypop, maar Crooked Tree van Molly Tuttle en Golden Highway is een fantastisch album. Dankzij alle invloeden uit de bluegrass klinkt het natuurlijk behoorlijk traditioneel, maar de muzikanten spelen stuk voor stuk de pannen van het dak en houden de vaart er lekker in.
Molly Tuttle is hiernaast een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe album wel wat aan Alison Krauss doet denken, wat voor mij een van de mooiste stemmen in de bluegrass is. Molly Tuttle doet er niet voor onder en excelleert op haart nieuwe album niet alleen als zangeres en muzikante, maar ook als songwriter, want de songs op haar bluegrass album klinken stuk voor stuk als klassiekers in het genre.
Het is nu even de vraag of Crooked Tree in muzikaal opzicht een tussendoortje is of dat Molly Tuttle de countrypop definitief heeft verruild voor de bluegrass. In beide gevallen ben ik tevreden en heel benieuwd naar haar volgende werk. Erwin Zijleman
Momma - Household Name (2022)

4,0
0
geplaatst: 5 juli 2022, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Momma - Household Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Momma - Household Name
Het Amerikaanse duo Momma vindt haar inspiratie in de jaren 90 en overtuigt op Household Name met hoge gitaarmuren, veel dynamiek, heerlijk melodieuze songs en aangenaam meisjesachtige vocalen
Etta Friedman en Allegra Weingarten zijn nog piepjong, maar kennen hun klassiekers uit de jaren 90. Het levert een gitaarplaat op die het in het betreffende decennium zonder enige twijfel fantastisch zou hebben gedaan, maar ook in het heden is Household Name een ijzersterk album. Het Amerikaanse duo tekent op haar derde album voor stevige maar ook bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs vol dynamiek. Het gitaarwerk is mooi en de songs zijn goed, waarna de wat lieflijk klinkende stemmen van de twee Amerikaanse muzikanten het afmaken. Alles wat Momma doet is eerder gedaan, maar Momma verdient een pluim voor de uitvoering, waardoor Household Name zich toch vrij makkelijk opdringt.
Momma is een duo uit Los Angeles, California, dat bestaat uit Etta Friedman en Allegra Weingarten, die allebei gitaar spelen en zingen. Omdat ik echt nog nooit van Momma had gehoord, ging ik er van uit dat het deze week verschenen Household Name het debuutalbum is van het Amerikaanse tweetal, maar het blijkt al het derde album van Momma.
Dat ik met name het vorige album niet heb opgemerkt is best bijzonder, want het in 2020 verschenen Two Of Me heeft met name in de Verenigde Staten best wat positieve aandacht gekregen en bovendien maken Etta Friedman en Allegra Weingarten muziek waar ik normaal gesproken wel voor ben te porren. Heel erg is het overigens niet dat ik de vorige twee albums van Momma heb gemist, want Household Name is een flink stuk beter dan zijn twee voorgangers.
Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en hebben nog maar net de universiteit achter zich gelaten. Gezien hun leeftijd zou je verwachten dat ze hun inspiratie zoeken bij de jonge vrouwelijke indierock helden van het moment, maar de muzikale helden van Etta Friedman en Allegra Weingarten komen vooral uit de jaren 90, een decennium waarin de twee nog niet eens waren geboren.
Momma trok zoals gezegd de aandacht met haar vorige album en kon Household Name daarom opnemen in een goede studio, waarin muzikant en producer Aron Kobayashi-Ritch aanschoof. Het levert een perfect klinkend album op, dat in de jaren 90 ongetwijfeld hoge ogen zou hebben gegooid, maar dat er ook drie decennia later toe doet.
Momma laat zich op Household Name inspireren door grote jaren 90 bands als Nirvana en The Smashing Pumpkins, maar het album laat vooral invloeden horen van bands waarin vrouwen de hoofdrol speelden, als Veruca Salt, The Breeders en Belly. De meeste inspiratie komt echter van Liz Phair (in haar jongere jaren) en vooral Juliana Hatfield. Het zijn flink wat persoonlijke favorieten en het is dan ook niet zo gek dat ik Household Name van Momma direct vanaf de eerste beluistering koester.
Het nieuwe album van het tweetal uit Los Angeles staat vol met lekker in het gehoor liggende rocksongs. Het zijn vaak behoorlijk stevige rocksongs met hoge gitaarmuren, maar de songs van Momma zitten ook vol met de in de jaren 90 zo vaak gebruikte hard-zacht dynamiek. De gitaarmuren contrasteren prachtig met de meisjesachtige en vaak wat lieflijk klinkende vocalen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die ook nog eens beschikken over prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Veel songs op Household Name volgen hetzelfde stramien, maar eenvormig vind ik het nieuwe album van Momma zeker niet. De songs op Household Name maken steeds weer indruk met fraai en melodieus gitaarwerk en ook in vocaal opzicht zijn Etta Friedman en Allegra Weingarten zeker geen one-trick ponies.
De twee zijn er bovendien in geslaagd om een dozijn bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer aanstekelijke songs te schrijven, maar het zijn ook songs die verschillende invloeden uit de jaren 90 op trefzekere wijze combineren met een eigentijds randje. Je moet er van houden, maar als je van dit soort muziek houdt, is Household Name van Momma een topalbum. Het zou me dan ook niet verbazen als Momma behoorlijk groot gaat worden de komende maanden. We gaan het zien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Momma - Household Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Momma - Household Name
Het Amerikaanse duo Momma vindt haar inspiratie in de jaren 90 en overtuigt op Household Name met hoge gitaarmuren, veel dynamiek, heerlijk melodieuze songs en aangenaam meisjesachtige vocalen
Etta Friedman en Allegra Weingarten zijn nog piepjong, maar kennen hun klassiekers uit de jaren 90. Het levert een gitaarplaat op die het in het betreffende decennium zonder enige twijfel fantastisch zou hebben gedaan, maar ook in het heden is Household Name een ijzersterk album. Het Amerikaanse duo tekent op haar derde album voor stevige maar ook bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs vol dynamiek. Het gitaarwerk is mooi en de songs zijn goed, waarna de wat lieflijk klinkende stemmen van de twee Amerikaanse muzikanten het afmaken. Alles wat Momma doet is eerder gedaan, maar Momma verdient een pluim voor de uitvoering, waardoor Household Name zich toch vrij makkelijk opdringt.
Momma is een duo uit Los Angeles, California, dat bestaat uit Etta Friedman en Allegra Weingarten, die allebei gitaar spelen en zingen. Omdat ik echt nog nooit van Momma had gehoord, ging ik er van uit dat het deze week verschenen Household Name het debuutalbum is van het Amerikaanse tweetal, maar het blijkt al het derde album van Momma.
Dat ik met name het vorige album niet heb opgemerkt is best bijzonder, want het in 2020 verschenen Two Of Me heeft met name in de Verenigde Staten best wat positieve aandacht gekregen en bovendien maken Etta Friedman en Allegra Weingarten muziek waar ik normaal gesproken wel voor ben te porren. Heel erg is het overigens niet dat ik de vorige twee albums van Momma heb gemist, want Household Name is een flink stuk beter dan zijn twee voorgangers.
Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en hebben nog maar net de universiteit achter zich gelaten. Gezien hun leeftijd zou je verwachten dat ze hun inspiratie zoeken bij de jonge vrouwelijke indierock helden van het moment, maar de muzikale helden van Etta Friedman en Allegra Weingarten komen vooral uit de jaren 90, een decennium waarin de twee nog niet eens waren geboren.
Momma trok zoals gezegd de aandacht met haar vorige album en kon Household Name daarom opnemen in een goede studio, waarin muzikant en producer Aron Kobayashi-Ritch aanschoof. Het levert een perfect klinkend album op, dat in de jaren 90 ongetwijfeld hoge ogen zou hebben gegooid, maar dat er ook drie decennia later toe doet.
Momma laat zich op Household Name inspireren door grote jaren 90 bands als Nirvana en The Smashing Pumpkins, maar het album laat vooral invloeden horen van bands waarin vrouwen de hoofdrol speelden, als Veruca Salt, The Breeders en Belly. De meeste inspiratie komt echter van Liz Phair (in haar jongere jaren) en vooral Juliana Hatfield. Het zijn flink wat persoonlijke favorieten en het is dan ook niet zo gek dat ik Household Name van Momma direct vanaf de eerste beluistering koester.
Het nieuwe album van het tweetal uit Los Angeles staat vol met lekker in het gehoor liggende rocksongs. Het zijn vaak behoorlijk stevige rocksongs met hoge gitaarmuren, maar de songs van Momma zitten ook vol met de in de jaren 90 zo vaak gebruikte hard-zacht dynamiek. De gitaarmuren contrasteren prachtig met de meisjesachtige en vaak wat lieflijk klinkende vocalen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die ook nog eens beschikken over prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Veel songs op Household Name volgen hetzelfde stramien, maar eenvormig vind ik het nieuwe album van Momma zeker niet. De songs op Household Name maken steeds weer indruk met fraai en melodieus gitaarwerk en ook in vocaal opzicht zijn Etta Friedman en Allegra Weingarten zeker geen one-trick ponies.
De twee zijn er bovendien in geslaagd om een dozijn bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer aanstekelijke songs te schrijven, maar het zijn ook songs die verschillende invloeden uit de jaren 90 op trefzekere wijze combineren met een eigentijds randje. Je moet er van houden, maar als je van dit soort muziek houdt, is Household Name van Momma een topalbum. Het zou me dan ook niet verbazen als Momma behoorlijk groot gaat worden de komende maanden. We gaan het zien. Erwin Zijleman
Momma - Welcome to My Blue Sky (2025)

4,0
0
geplaatst: 11 april 2025, 12:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Momma - Welcome To My Blue Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Momma - Welcome To My Blue Sky
De Amerikaanse band Momma maakte drie jaar geleden indruk met het door 90s indierock geïnspireerde Household Name, dat deze week wordt gevolgd door een nieuw album waarop dit geluid verder is geperfectioneerd
Momma werd geformeerd toen Etta Friedman en Allegra Weingarten nog piepjong waren, maar de muziek van het tweetal stond direct bol van de belofte. Het kwam er helemaal uit op het vorige album van Momma, maar het deze week verschenen Welcome To My Blue Sky is nog een stuk beter. Het geldt voor de songs, het geldt voor het heerlijke geluid, dat nog altijd schatplichtig is aan de indierock uit de jaren 90, en het geldt ook zeker voor de stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die nog wat mooier klinken. Het nieuwe album van Momma had maar heel weinig tijd nodig om mij te overtuigen en wordt alleen maar onweerstaanbaarder.
Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden hun band Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en braken door met hun derde album Household Name, dat verscheen toen ze de universiteit net achter zich hadden gelaten. Household Name kon in de zomer van 2022 rekenen op uitstekende recensies en daar was wat mij betreft niets op af te dingen.
Momma maakte op haar derde album immers behoorlijk lekker in het gehoor liggende indierock met fraaie contrasten tussen lekker stevig gitaarwerk en de meisjesachtige stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten en ook lekker veel hard-zacht dynamiek. De twee tekenden bovendien voor uitstekende songs, die het album ruim boven de middelmaat uit tilden.
Op basis van de leeftijd van Etta Friedman en Allegra Weingarten zou je verwachten dat de indierock van Momma zich vooral zou hebben laten beïnvloeden door de indierock helden van nu, maar op Household Name hoorde ik vooral invloeden van indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90. Denk aan Veruca Salt, The Breeders en Belly, maar ook zeker aan Liz Phair in haar jongere en wildere jaren en aan Juliana Hatfield.
Momma heeft deze week haar vierde album uitgebracht en laat op Welcome To My Blue Sky horen dat het zich verder heeft ontwikkeld. Momma is inmiddels een heuse band, want ook producer en multi-instrumentalist Aron Kobayashi Ritch, die ook Household Name produceerde, en drummer Preston Fulks mochten op de foto. Ook op Welcome To My Blue Sky draait echter nog alles om Etta Friedman en Allegra Weingarten, die tekenen voor het heerlijke gitaarwerk en de zeer verleidelijke vocalen.
Ook op het vierde album van Momma domineren de invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. Het lijstje namen dat ik hierboven noemde als inspiratiebronnen is ook van toepassing op Welcome To My Blue Sky, dat niet zou hebben misstaan tussen de indierock klassiekers uit de jaren 90. Etta Friedman en Allegra Weingarten slaan af en toe wel een bruggetje naar de indierock van het moment, maar eren ook op hun nieuwe album weer vooral de helden van een paar decennia geleden.
Welcome To My Blue Sky ligt absoluut in het verlengde van Household Name, maar Momma is nog wat beter geworden. Aron Kobayashi Ritch heeft het album voorzien van een nog wat voller geluid, waarin zowel de gitaarmuren als de zang prachtig uit komen en hier en daar keyboards opduiken. Momma vertrouwt nog altijd grotendeels op het vaste stramien van de 90s indierock, maar laat op haar nieuwe album ook een wat veelzijdiger geluid horen.
Ook de zang van Etta Friedman en Allegra Weingarten is nog net wat mooier dan op het vorige album van Momma, maar de meeste groei hoor ik in de songs van het tweetal. Waar Household Name nog vooral klonk als een, overigens hele goede, playlist met 90s indierock, hoor ik op Welcome To My Blue Sky meer van Momma.
Ik was in de jaren 90 verslaafd aan indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld en ik heb nog altijd een enorm zwak voor het genre, dat door Etta Friedman en Allegra Weingarten en hun twee nieuwe bandgenoten op bijzonder aangename en ook knappe wijze het huidige millennium in wordt getild. Ook liefhebbers van de indierock van nu moeten dit album zeker eens proberen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Momma - Welcome To My Blue Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Momma - Welcome To My Blue Sky
De Amerikaanse band Momma maakte drie jaar geleden indruk met het door 90s indierock geïnspireerde Household Name, dat deze week wordt gevolgd door een nieuw album waarop dit geluid verder is geperfectioneerd
Momma werd geformeerd toen Etta Friedman en Allegra Weingarten nog piepjong waren, maar de muziek van het tweetal stond direct bol van de belofte. Het kwam er helemaal uit op het vorige album van Momma, maar het deze week verschenen Welcome To My Blue Sky is nog een stuk beter. Het geldt voor de songs, het geldt voor het heerlijke geluid, dat nog altijd schatplichtig is aan de indierock uit de jaren 90, en het geldt ook zeker voor de stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die nog wat mooier klinken. Het nieuwe album van Momma had maar heel weinig tijd nodig om mij te overtuigen en wordt alleen maar onweerstaanbaarder.
Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden hun band Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en braken door met hun derde album Household Name, dat verscheen toen ze de universiteit net achter zich hadden gelaten. Household Name kon in de zomer van 2022 rekenen op uitstekende recensies en daar was wat mij betreft niets op af te dingen.
Momma maakte op haar derde album immers behoorlijk lekker in het gehoor liggende indierock met fraaie contrasten tussen lekker stevig gitaarwerk en de meisjesachtige stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten en ook lekker veel hard-zacht dynamiek. De twee tekenden bovendien voor uitstekende songs, die het album ruim boven de middelmaat uit tilden.
Op basis van de leeftijd van Etta Friedman en Allegra Weingarten zou je verwachten dat de indierock van Momma zich vooral zou hebben laten beïnvloeden door de indierock helden van nu, maar op Household Name hoorde ik vooral invloeden van indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90. Denk aan Veruca Salt, The Breeders en Belly, maar ook zeker aan Liz Phair in haar jongere en wildere jaren en aan Juliana Hatfield.
Momma heeft deze week haar vierde album uitgebracht en laat op Welcome To My Blue Sky horen dat het zich verder heeft ontwikkeld. Momma is inmiddels een heuse band, want ook producer en multi-instrumentalist Aron Kobayashi Ritch, die ook Household Name produceerde, en drummer Preston Fulks mochten op de foto. Ook op Welcome To My Blue Sky draait echter nog alles om Etta Friedman en Allegra Weingarten, die tekenen voor het heerlijke gitaarwerk en de zeer verleidelijke vocalen.
Ook op het vierde album van Momma domineren de invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. Het lijstje namen dat ik hierboven noemde als inspiratiebronnen is ook van toepassing op Welcome To My Blue Sky, dat niet zou hebben misstaan tussen de indierock klassiekers uit de jaren 90. Etta Friedman en Allegra Weingarten slaan af en toe wel een bruggetje naar de indierock van het moment, maar eren ook op hun nieuwe album weer vooral de helden van een paar decennia geleden.
Welcome To My Blue Sky ligt absoluut in het verlengde van Household Name, maar Momma is nog wat beter geworden. Aron Kobayashi Ritch heeft het album voorzien van een nog wat voller geluid, waarin zowel de gitaarmuren als de zang prachtig uit komen en hier en daar keyboards opduiken. Momma vertrouwt nog altijd grotendeels op het vaste stramien van de 90s indierock, maar laat op haar nieuwe album ook een wat veelzijdiger geluid horen.
Ook de zang van Etta Friedman en Allegra Weingarten is nog net wat mooier dan op het vorige album van Momma, maar de meeste groei hoor ik in de songs van het tweetal. Waar Household Name nog vooral klonk als een, overigens hele goede, playlist met 90s indierock, hoor ik op Welcome To My Blue Sky meer van Momma.
Ik was in de jaren 90 verslaafd aan indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld en ik heb nog altijd een enorm zwak voor het genre, dat door Etta Friedman en Allegra Weingarten en hun twee nieuwe bandgenoten op bijzonder aangename en ook knappe wijze het huidige millennium in wordt getild. Ook liefhebbers van de indierock van nu moeten dit album zeker eens proberen. Erwin Zijleman
Mon Laferte - 1940 Carmen (2021)

4,0
0
geplaatst: 1 november 2021, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - 1940 Carmen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mon Laferte - 1940 Carmen
Mon Laferte imponeerde een half jaar geleden met het weergaloze SEIS en doet dit nu opnieuw met het totaal anders klinkende 1940 Carmen, dat zich laat inspireren door alles wat Los Angeles ons heeft geboden
Hoewel SEIS van Mon Laferte ver buiten mijn comfort zone zat, vond en vind ik het een imponerend album. Net een half jaar later is de Chileense muzikante en superster alweer terug met een nieuw album. 1940 Carmen verschilt van zijn voorganger als de dag van de nacht. Mon Laferte nam haar nieuwe album op in Los Angeles en heeft de traditionele Mexicaanse klanken van SEIS verruild voor invloeden uit de Amerikaanse muziekstad. Mon Laferte kijkt hierbij niet op een genre of decennium meer of minder en verloochent ook haar afkomst niet. Het levert een bijzonder klinkende popplaat op, waarvan ik maar geen genoeg kan krijgen. Een indrukwekkende prestatie.
De Chileense muzikante Mon Laferte heeft inmiddels al een aardig stapeltje albums op haar naam staan en is in Zuid- en Midden-Amerika een grootheid. In de lente van dit jaar kwam ik haar naam voor het eerst tegen en werd ik nieuwsgierig naar haar muziek door een aantal hele positieve recensies van haar album SEIS.
Op dit album liet Mon Laferte zich inspireren door de muziek die op het Mexicaanse platteland werd en wordt gemaakt. Het leverde een album op dat misschien wat ver van mijn bed was, maar dat de prille lentezon flink liet schijnen met authentieke klanken en een unieke stem vol passie. SEIS was mijlenver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister, maar maakte een verpletterende indruk, die tot op de dag van vandaag aanhoudt.
Hoewel SEIS pas net een half jaar oud is, verscheen er deze week alweer een nieuw album van Mon Laferte, 1940 Carmen. Mon Laferte nam haar nieuwe album de afgelopen lente en zomer op in Los Angeles en heeft dit keer ambities die ver voorbij de traditionele muziek van het Mexicaanse platteland reiken.
Op 1940 Carmen zingt Mon Laferte deels in het Spaans en deels in het Engels en kiest ze voor een opvallend breed muzikaal palet. Bij een Zuid-Amerikaanse superster die haar heil zoekt in Los Angeles moest ik onmiddellijk aan Shakira denken, maar de muziek die Mon Laferte opnam in Los Angeles is gelukkig een stuk interessanter dan die van haar Colombiaanse collega.
Mon Laferte schuift op 1940 Carmen op richting de Amerikaanse popmuziek, maar het is interessante popmuziek, die van de Chileense muzikante waarschijnlijk geen wereldster zal maken, maar die wel menig muziekliefhebber kan verrassen.
Het verschil met het eerder dit jaar verschenen SEIS is levensgroot. De traditionele Mexicaanse klanken zijn vervangen door een zwoel en gloedvol Californisch geluid, terwijl de bijzonder gepassioneerde vocalen van Mon Laferte plaats hebben gemaakt voor wat dromerige zang. Het album schiet alle kanten op, maar de Chileense muzikante slaagt er in iedere track in om te betoveren met prachtige klanken, bijzonder aangename zang en met songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook het nodige avontuur niet ontberen.
Mon Laferte heeft zich laten beïnvloeden door haar Californische omgeving, maar sluit net zo makkelijk aan bij de toegankelijke pop uit Los Angeles als bij de folk en psychedelica die er in de jaren 60 en 70 werden gemaakt, waarna de prachtig galmende gitaren en de deels Spaanse teksten zorgen voor een bijzonder eigen geluid. Door de nog altijd voorname rol voor het Spaans, slaat de Chileense muzikante ook een brug met de muziek die in Midden- en Zuid-Amerika wordt gemaakt.
Het past lang niet altijd in een hokje, maar 1940 Carmen betovert 10 songs en 40 minuten lang met fraai klinkende popliedjes die het oor op zijn aangenaamst strelen. Het is nauwelijks te geloven dat dit dezelfde muzikante is als de muzikante die maar net een half jaar geleden het Mexicaanse cultureel erfgoed eerde, maar het is echt zo.
Mon Laferte bulkt van het talent en heeft ook met 1940 Carmen een album gemaakt dat ik niet graag had gemist, al is het een totaal ander album dat het gepassioneerde SEIS eerder dit jaar. Mon Laferte is een grootheid in Midden- en Zuid-Amerika, maar de rest van de wereld moet er nu ook echt aan gaan geloven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mon Laferte - 1940 Carmen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mon Laferte - 1940 Carmen
Mon Laferte imponeerde een half jaar geleden met het weergaloze SEIS en doet dit nu opnieuw met het totaal anders klinkende 1940 Carmen, dat zich laat inspireren door alles wat Los Angeles ons heeft geboden
Hoewel SEIS van Mon Laferte ver buiten mijn comfort zone zat, vond en vind ik het een imponerend album. Net een half jaar later is de Chileense muzikante en superster alweer terug met een nieuw album. 1940 Carmen verschilt van zijn voorganger als de dag van de nacht. Mon Laferte nam haar nieuwe album op in Los Angeles en heeft de traditionele Mexicaanse klanken van SEIS verruild voor invloeden uit de Amerikaanse muziekstad. Mon Laferte kijkt hierbij niet op een genre of decennium meer of minder en verloochent ook haar afkomst niet. Het levert een bijzonder klinkende popplaat op, waarvan ik maar geen genoeg kan krijgen. Een indrukwekkende prestatie.
De Chileense muzikante Mon Laferte heeft inmiddels al een aardig stapeltje albums op haar naam staan en is in Zuid- en Midden-Amerika een grootheid. In de lente van dit jaar kwam ik haar naam voor het eerst tegen en werd ik nieuwsgierig naar haar muziek door een aantal hele positieve recensies van haar album SEIS.
Op dit album liet Mon Laferte zich inspireren door de muziek die op het Mexicaanse platteland werd en wordt gemaakt. Het leverde een album op dat misschien wat ver van mijn bed was, maar dat de prille lentezon flink liet schijnen met authentieke klanken en een unieke stem vol passie. SEIS was mijlenver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister, maar maakte een verpletterende indruk, die tot op de dag van vandaag aanhoudt.
Hoewel SEIS pas net een half jaar oud is, verscheen er deze week alweer een nieuw album van Mon Laferte, 1940 Carmen. Mon Laferte nam haar nieuwe album de afgelopen lente en zomer op in Los Angeles en heeft dit keer ambities die ver voorbij de traditionele muziek van het Mexicaanse platteland reiken.
Op 1940 Carmen zingt Mon Laferte deels in het Spaans en deels in het Engels en kiest ze voor een opvallend breed muzikaal palet. Bij een Zuid-Amerikaanse superster die haar heil zoekt in Los Angeles moest ik onmiddellijk aan Shakira denken, maar de muziek die Mon Laferte opnam in Los Angeles is gelukkig een stuk interessanter dan die van haar Colombiaanse collega.
Mon Laferte schuift op 1940 Carmen op richting de Amerikaanse popmuziek, maar het is interessante popmuziek, die van de Chileense muzikante waarschijnlijk geen wereldster zal maken, maar die wel menig muziekliefhebber kan verrassen.
Het verschil met het eerder dit jaar verschenen SEIS is levensgroot. De traditionele Mexicaanse klanken zijn vervangen door een zwoel en gloedvol Californisch geluid, terwijl de bijzonder gepassioneerde vocalen van Mon Laferte plaats hebben gemaakt voor wat dromerige zang. Het album schiet alle kanten op, maar de Chileense muzikante slaagt er in iedere track in om te betoveren met prachtige klanken, bijzonder aangename zang en met songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook het nodige avontuur niet ontberen.
Mon Laferte heeft zich laten beïnvloeden door haar Californische omgeving, maar sluit net zo makkelijk aan bij de toegankelijke pop uit Los Angeles als bij de folk en psychedelica die er in de jaren 60 en 70 werden gemaakt, waarna de prachtig galmende gitaren en de deels Spaanse teksten zorgen voor een bijzonder eigen geluid. Door de nog altijd voorname rol voor het Spaans, slaat de Chileense muzikante ook een brug met de muziek die in Midden- en Zuid-Amerika wordt gemaakt.
Het past lang niet altijd in een hokje, maar 1940 Carmen betovert 10 songs en 40 minuten lang met fraai klinkende popliedjes die het oor op zijn aangenaamst strelen. Het is nauwelijks te geloven dat dit dezelfde muzikante is als de muzikante die maar net een half jaar geleden het Mexicaanse cultureel erfgoed eerde, maar het is echt zo.
Mon Laferte bulkt van het talent en heeft ook met 1940 Carmen een album gemaakt dat ik niet graag had gemist, al is het een totaal ander album dat het gepassioneerde SEIS eerder dit jaar. Mon Laferte is een grootheid in Midden- en Zuid-Amerika, maar de rest van de wereld moet er nu ook echt aan gaan geloven. Erwin Zijleman
Mon Laferte - Autopoiética (2023)

4,0
0
geplaatst: 23 december 2023, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - Autopoiética - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mon Laferte - Autopoiética
De Chileense muzikante Mon Laferte leverde in 2021 twee totaal verschillende albums af en laat op het vorige maand verschenen en deels door elektronica gedomineerde Autopoiética horen dat ze nog meer kanten op kan
Mon Laferte zette tussen het voorjaar en het najaar van 2021 een reuzenstap van traditioneel klinkende Mexicaanse volksmuziek naar Amerikaanse pop. Op het onlangs verschenen Autopoiética kiest de Chileense muzikante weer een andere weg. Elektronica heeft flink aan terrein gewonnen, maar Mon Laferte is ook haar Zuid-Amerikaanse wortels zeker niet vergeten. Het levert een album van uitersten op, maar op een of andere manier klinken de grote stappen op Autopoiética volkomen logisch. In de beste tracks op het album combineert Mon Laferte twee totaal verschillende werelden en maakt ze niet alleen indruk met muzikaal avontuur, maar ook met haar zeer expressieve zang.
In 2021 besprak ik op de krenten uit de pop twee albums van de Chileense muzikante Mon Laferte. Op SEIS maakte Mon Laferte indruk met door traditionele Mexicaanse volksmuziek geïnspireerde songs, terwijl ze op het later dat jaar verschenen 1940 Carmen koos voor folk, psychedelica en pop. Voor 1940 Carmen verruilde Mon Laferte het sobere Mexicaanse platteland voor de blinkende stadslichten van Los Angeles, maar net als op SEIS slaagde ze er in om ook veel van zichzelf in haar bijzondere muziek te stoppen.
Na mijn liefde voor het zevende en achtste album van Mon Laferte had het eerder dit jaar verschenen Autopoiética een zekerheid moeten zijn, maar in de drukke releaseweken van november viel het album tot twee keer toe net buiten de boot. Dat had ook wel wat met het album zelf te maken, want Autopoiética klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Het is op hetzelfde moment een album dat teruggrijpt op de eerste acht albums van de Chileense muzikante, die Autopoiética thuis opnam tijdens de lockdowns van de coronapandemie.
Autopoiética opent met sfeervolle strijkers, die al snel worden vervangen door elektronica. Het is elektronica die in combinatie met de triphop achtige ritmes associaties oproept met de muziek van Portishead, waardoor we weer een nieuwe kant van Mon Laferte te horen krijgen. Door de Spaanse taal en de expressiever zang van de Chileense muzikante geeft Mon Laferte ook dit keer een eigen draai aan de invloeden die ze verwerkt.
Die eigen draai hoor je in alle songs op het album, want ook als Autopoiética opschuift richting wat traditioneler klinkende Zuid-Amerikaanse muziek, is er altijd wel een bijzondere twist. De ene keer zijn de vocalen op bijzondere wijze vervormt, de volgende keer worden traditioneel klinkende instrumenten gecombineerd met moderne elektronica en zo is er iedere keer wel iets dat de muziek van Mon Laferte voorziet van een flinke dosis eigenzinnigheid en avontuur.
Misschien vond ik het album in november net wat te wispelturig of tweeslachtig, of vielen de experimenten met elektronica niet direct op zijn plek, maar inmiddels ben ik toch ook weer verknocht aan Autopoiética, dat ik toch een stuk interessanter vind dan de andere albums die opdoken in jaarlijstjes met Latin albums. Met het predicaat Latin doe je de muziek van Mon Laferte ook flink te kort, want ook op haar negende album verwerkt ze zeer uiteenlopende invloeden en doet ze dingen die binnen de Latin zeker geen gemeengoed zijn.
In muzikaal opzicht is Autopoiética, met name door de mix van Latijns-Amerikaanse muziek en elektronica een fascinerend album en ook de songs zijn, zeker na enige gewenning, van het niveau dat we van de Chileense muzikante gewend zijn. Mon Laferte maakt echter ook dit keer de meeste indruk met haar stem, die alle kanten op kan. Het is een stem die ik het mooist vind wanneer ze met veel emotie en drama zingt, maar ook de meer ingetogen zang is prachtig.
De diversiteit op Autopoiética is zo groot dat er tussen de 14 tracks ook wel twee of drie songs te vinden zijn die me wat minder aanspreken, maar over het algemeen genomen is ook Autopoiética weer een sterk album van de bijzondere Chileense muzikante, die niet voor niet flink wat Latin Grammy’s in de wacht wist te slepen en ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mon Laferte - Autopoiética - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mon Laferte - Autopoiética
De Chileense muzikante Mon Laferte leverde in 2021 twee totaal verschillende albums af en laat op het vorige maand verschenen en deels door elektronica gedomineerde Autopoiética horen dat ze nog meer kanten op kan
Mon Laferte zette tussen het voorjaar en het najaar van 2021 een reuzenstap van traditioneel klinkende Mexicaanse volksmuziek naar Amerikaanse pop. Op het onlangs verschenen Autopoiética kiest de Chileense muzikante weer een andere weg. Elektronica heeft flink aan terrein gewonnen, maar Mon Laferte is ook haar Zuid-Amerikaanse wortels zeker niet vergeten. Het levert een album van uitersten op, maar op een of andere manier klinken de grote stappen op Autopoiética volkomen logisch. In de beste tracks op het album combineert Mon Laferte twee totaal verschillende werelden en maakt ze niet alleen indruk met muzikaal avontuur, maar ook met haar zeer expressieve zang.
In 2021 besprak ik op de krenten uit de pop twee albums van de Chileense muzikante Mon Laferte. Op SEIS maakte Mon Laferte indruk met door traditionele Mexicaanse volksmuziek geïnspireerde songs, terwijl ze op het later dat jaar verschenen 1940 Carmen koos voor folk, psychedelica en pop. Voor 1940 Carmen verruilde Mon Laferte het sobere Mexicaanse platteland voor de blinkende stadslichten van Los Angeles, maar net als op SEIS slaagde ze er in om ook veel van zichzelf in haar bijzondere muziek te stoppen.
Na mijn liefde voor het zevende en achtste album van Mon Laferte had het eerder dit jaar verschenen Autopoiética een zekerheid moeten zijn, maar in de drukke releaseweken van november viel het album tot twee keer toe net buiten de boot. Dat had ook wel wat met het album zelf te maken, want Autopoiética klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Het is op hetzelfde moment een album dat teruggrijpt op de eerste acht albums van de Chileense muzikante, die Autopoiética thuis opnam tijdens de lockdowns van de coronapandemie.
Autopoiética opent met sfeervolle strijkers, die al snel worden vervangen door elektronica. Het is elektronica die in combinatie met de triphop achtige ritmes associaties oproept met de muziek van Portishead, waardoor we weer een nieuwe kant van Mon Laferte te horen krijgen. Door de Spaanse taal en de expressiever zang van de Chileense muzikante geeft Mon Laferte ook dit keer een eigen draai aan de invloeden die ze verwerkt.
Die eigen draai hoor je in alle songs op het album, want ook als Autopoiética opschuift richting wat traditioneler klinkende Zuid-Amerikaanse muziek, is er altijd wel een bijzondere twist. De ene keer zijn de vocalen op bijzondere wijze vervormt, de volgende keer worden traditioneel klinkende instrumenten gecombineerd met moderne elektronica en zo is er iedere keer wel iets dat de muziek van Mon Laferte voorziet van een flinke dosis eigenzinnigheid en avontuur.
Misschien vond ik het album in november net wat te wispelturig of tweeslachtig, of vielen de experimenten met elektronica niet direct op zijn plek, maar inmiddels ben ik toch ook weer verknocht aan Autopoiética, dat ik toch een stuk interessanter vind dan de andere albums die opdoken in jaarlijstjes met Latin albums. Met het predicaat Latin doe je de muziek van Mon Laferte ook flink te kort, want ook op haar negende album verwerkt ze zeer uiteenlopende invloeden en doet ze dingen die binnen de Latin zeker geen gemeengoed zijn.
In muzikaal opzicht is Autopoiética, met name door de mix van Latijns-Amerikaanse muziek en elektronica een fascinerend album en ook de songs zijn, zeker na enige gewenning, van het niveau dat we van de Chileense muzikante gewend zijn. Mon Laferte maakt echter ook dit keer de meeste indruk met haar stem, die alle kanten op kan. Het is een stem die ik het mooist vind wanneer ze met veel emotie en drama zingt, maar ook de meer ingetogen zang is prachtig.
De diversiteit op Autopoiética is zo groot dat er tussen de 14 tracks ook wel twee of drie songs te vinden zijn die me wat minder aanspreken, maar over het algemeen genomen is ook Autopoiética weer een sterk album van de bijzondere Chileense muzikante, die niet voor niet flink wat Latin Grammy’s in de wacht wist te slepen en ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Mon Laferte - Seis (2021)
Alternatieve titel: 8 April 2021

4,0
0
geplaatst: 16 april 2021, 12:46 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - SEIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Voor een ieder die toe is aan even een andere omgeving, neemt de Chileense muzikante Mon Laferte je mee naar het Mexicaanse platteland, waarop ze vol passie lokale volksmuziek vertolkt
Ik begin iedere week weer met een flinke stapel nieuwe releases, maar weet meestal op voorhand wel welke albums ik uiteindelijk ga bespreken en welke niet. SEIS van Mon Laferte zag ik geen moment aankomen, maar het is een album dat bij de eerste noten iets met me deed. Eerst vanwege de zonnige Mexicaanse klanken, later door de intense en gepassioneerde vocalen van de Chileense muzikanten en het bonte klanken- en stijlen palet op het album. Mon Laferte laat horen hoe rijk de Mexicaanse volksmuziek is en zorgt op hetzelfde moment voor verrassend vaak terugkerend kippenvel. Absoluut buiten mijn comfort zone, maar ook zeer indrukwekkend.
De krenten uit de pop: Mon Laferte - SEIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Voor een ieder die toe is aan even een andere omgeving, neemt de Chileense muzikante Mon Laferte je mee naar het Mexicaanse platteland, waarop ze vol passie lokale volksmuziek vertolkt
Ik begin iedere week weer met een flinke stapel nieuwe releases, maar weet meestal op voorhand wel welke albums ik uiteindelijk ga bespreken en welke niet. SEIS van Mon Laferte zag ik geen moment aankomen, maar het is een album dat bij de eerste noten iets met me deed. Eerst vanwege de zonnige Mexicaanse klanken, later door de intense en gepassioneerde vocalen van de Chileense muzikanten en het bonte klanken- en stijlen palet op het album. Mon Laferte laat horen hoe rijk de Mexicaanse volksmuziek is en zorgt op hetzelfde moment voor verrassend vaak terugkerend kippenvel. Absoluut buiten mijn comfort zone, maar ook zeer indrukwekkend.
MONEY - Suicide Songs (2016)

4,5
1
geplaatst: 28 februari 2016, 09:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MONEY - Suicide Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Shadow Of Heaven van de Britse band MONEY noemde ik zo’n tweeënhalf jaar geleden een jaarlijstjesplaat, maar desondanks zag ik de onlangs verschenen tweede plaat van de band uit Manchester bijna over het hoofd.
Dat zou doodzonde zijn geweest, want Suicide Songs vind ik nog een flink stuk beter dan het al zo sterke debuut van de band.
De plaat opent direct imponerend met het prachtige I Am The Lord, dat alles heeft wat een klassieke popsong moet hebben. De lome psychedelische klanken en de geweldige zang van voorman Jamie Lee herinneren aan het beste van The Verve, terwijl de Indiaase klanken doen denken aan de psychedelische platen van The Beatles en aan de eerste soloplaat van George Harrison.
In de tracks die volgen roept de muziek van MONEY veel vaker de vergelijking met de beste muziek van The Verve op, maar telkens schuiven ook andere grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek aan. MONEY kiest hierbij lang niet altijd voor de makkelijkste weg, maar overtuigt uiteindelijk makkelijk met haar bijzondere songs.
Het zijn songs die aanmoedigen tot flink wegdromen, maar de muziek van MONEY straalt ook continu urgentie uit. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de zang van Jamie Lee, die er continu in slaagt om je als luisteraar te raken met zijn emotievolle vocalen en zijn vaak wat zwaarmoedige teksten. Het zijn teksten vol leed en ellende, maar Suicide Songs vind ik desondanks zeker geen deprimerende plaat.
De intense songs van de band zijn immers stuk voor stuk wonderschoon. Die schoonheid hoor je in de prachtige instrumentatie waarin fraaie blazers en strijkers opduiken, die schoonheid hoor je in de prachtige overvolle productie waarin steeds weer naar een climax wordt toegewerkt en die schoonheid hoor je in de prachtige songs waarin meer gebeurt dan je in één keer kunt bevatten. De stem van Jamie Lee snijdt dwars door al deze schoonheid heen en voorziet de muziek van MONEY van een donkere ziel.
Suicide Songs is direct bij eerste beluistering een indrukwekkende plaat, maar de ware schoonheid van de muziek van de Britse band moet zich dan nog openbaren. Het debuut van de band noemde ik terecht een jaarlijstjesplaat, maar Suicide Songs is nog vele klassen beter en schaart zich onder het prachtige stapeltje meesterwerken van 2016 (dat nog geen twee maanden oud is). Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: MONEY - Suicide Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Shadow Of Heaven van de Britse band MONEY noemde ik zo’n tweeënhalf jaar geleden een jaarlijstjesplaat, maar desondanks zag ik de onlangs verschenen tweede plaat van de band uit Manchester bijna over het hoofd.
Dat zou doodzonde zijn geweest, want Suicide Songs vind ik nog een flink stuk beter dan het al zo sterke debuut van de band.
De plaat opent direct imponerend met het prachtige I Am The Lord, dat alles heeft wat een klassieke popsong moet hebben. De lome psychedelische klanken en de geweldige zang van voorman Jamie Lee herinneren aan het beste van The Verve, terwijl de Indiaase klanken doen denken aan de psychedelische platen van The Beatles en aan de eerste soloplaat van George Harrison.
In de tracks die volgen roept de muziek van MONEY veel vaker de vergelijking met de beste muziek van The Verve op, maar telkens schuiven ook andere grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek aan. MONEY kiest hierbij lang niet altijd voor de makkelijkste weg, maar overtuigt uiteindelijk makkelijk met haar bijzondere songs.
Het zijn songs die aanmoedigen tot flink wegdromen, maar de muziek van MONEY straalt ook continu urgentie uit. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de zang van Jamie Lee, die er continu in slaagt om je als luisteraar te raken met zijn emotievolle vocalen en zijn vaak wat zwaarmoedige teksten. Het zijn teksten vol leed en ellende, maar Suicide Songs vind ik desondanks zeker geen deprimerende plaat.
De intense songs van de band zijn immers stuk voor stuk wonderschoon. Die schoonheid hoor je in de prachtige instrumentatie waarin fraaie blazers en strijkers opduiken, die schoonheid hoor je in de prachtige overvolle productie waarin steeds weer naar een climax wordt toegewerkt en die schoonheid hoor je in de prachtige songs waarin meer gebeurt dan je in één keer kunt bevatten. De stem van Jamie Lee snijdt dwars door al deze schoonheid heen en voorziet de muziek van MONEY van een donkere ziel.
Suicide Songs is direct bij eerste beluistering een indrukwekkende plaat, maar de ware schoonheid van de muziek van de Britse band moet zich dan nog openbaren. Het debuut van de band noemde ik terecht een jaarlijstjesplaat, maar Suicide Songs is nog vele klassen beter en schaart zich onder het prachtige stapeltje meesterwerken van 2016 (dat nog geen twee maanden oud is). Erwin Zijleman
Monotales - Kiss the Money and Run (2018)

4,5
0
geplaatst: 8 januari 2019, 15:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Monotales - Kiss The Money And Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com
“The Jayhawks meet The Beatles”, oftewel Amerikaanse rootsmuziek met Beatlesque refreinen, volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt
Het rijtje popmuziek uit Zwitserland in mijn platenkast is zeer bescheiden, maar eindelijk wordt er weer eens een plaat aan toegevoegd. De Zwitserse band Monotales strooit op Kiss The Money And Run met honingzoete melodieën en refreinen die absoluut ‘Beatlesque’ mogen worden genoemd en combineert dit met vooral invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country. Het levert een plaat op die de zon laat schijnen, associaties oproept met klassiekers uit het verleden, maar ook op bijzondere wijze invloeden combineert. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Zwitserland en popmuziek is de afgelopen decennia een lastige combinatie gebleken. Veel verder dan Andreas Vollenweider en Yello kom ik niet en de eerste past net zo goed in het hokje klassieke muziek als in het hokje popmuziek.
Dat er in Zwitserland wel vaker goede popmuziek wordt gemaakt is te horen op Kiss The Money And Run van de uit Luzern afkomstige band Monotales.
Kiss The Money And Run is niet de eerste plaat van de Zwitserse band, maar wel de plaat waarmee zomaar de sprong naar een groter publiek kan worden gemaakt.
De muziek van Monotales werd me ergens aangeprezen als “The Jayhawks meet The Beatles” en dat is een goede eerste omschrijving van de muziek op Kiss The Money And Run. De plaat staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer melodieuze popliedjes. Het zijn popliedjes die het predicaat ‘Beatlesque’ zeker verdienen. Met name de refreinen van de songs en de koortjes in de songs doen vaak denken aan toegankelijke popsongs van de Fab Four, maar Monotales slaat wegen in die The Beatles nooit ingeslagen zijn.
Kiss The Money And Run heeft niet alleen een voorkeur voor genadeloos aanstekelijke en Beatlesque popliedjes, maar heeft ook absoluut een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek. Wanneer Monotales put uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik vooral veel invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 en uit de alt-country uit de jaren 90, waarmee ook de naam van The Jayhawks als vergelijkingsmateriaal verklaard is.
Monotales laat het echter niet bij The Beatles en The Jayhawks, maar stopt hier en daar ook wat blues in haar muziek, waardoor de band uit Luzern ook wat rauwer en steviger kan klinken. Af en toe doet het me wat denken aan de briljante platen van de Amerikaanse band Cotton Mather, maar Monotales kruipt in haar muziek dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en laat de invloeden van The Beatles af en toe achterwege.
In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op Kiss The Money And Run. Integendeel. De plaat klinkt warm en gloedvol en vrijwel altijd onweerstaanbaar lekker, waarbij vooral het veelkleurige gitaarwerk er voor mij uitspringt. Het is muziek die aanzet tot associëren, want steeds duiken andere invloeden uit de archieven op.
Ook in vocaal opzicht is de muziek van Monotales dik in orde. De leadzanger beschikt over een bijzonder aangename stem en ook de koortjes op de plaat zijn uitstekend en herinneren hier en daar aan de vocale duels die Gary Louris en Mark Olson van The Jayhawks uitvochten.
Het is al genoeg om een prima plaat af te leveren, maar Kiss The Money And Run schat ik uiteindelijk nog wat hoger in. Dat is de verdienste van de geweldige songs op de plaat. Kiss The Money And Run staat vol met songs die je na één keer horen wilt koesteren en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een warm gevoel.
Na één keer horen hield ik van de nieuwe plaat van de Zwitserse band, maar Kiss The Money And Run is sindsdien alleen maar mooier, warmer en stemmiger geworden. Ook behoefte aan warme klanken en songs vol echo’s uit een mooi verleden? Zet Kiss The Money And Run van Monotales eens op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Monotales - Kiss The Money And Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com
“The Jayhawks meet The Beatles”, oftewel Amerikaanse rootsmuziek met Beatlesque refreinen, volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt
Het rijtje popmuziek uit Zwitserland in mijn platenkast is zeer bescheiden, maar eindelijk wordt er weer eens een plaat aan toegevoegd. De Zwitserse band Monotales strooit op Kiss The Money And Run met honingzoete melodieën en refreinen die absoluut ‘Beatlesque’ mogen worden genoemd en combineert dit met vooral invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country. Het levert een plaat op die de zon laat schijnen, associaties oproept met klassiekers uit het verleden, maar ook op bijzondere wijze invloeden combineert. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Zwitserland en popmuziek is de afgelopen decennia een lastige combinatie gebleken. Veel verder dan Andreas Vollenweider en Yello kom ik niet en de eerste past net zo goed in het hokje klassieke muziek als in het hokje popmuziek.
Dat er in Zwitserland wel vaker goede popmuziek wordt gemaakt is te horen op Kiss The Money And Run van de uit Luzern afkomstige band Monotales.
Kiss The Money And Run is niet de eerste plaat van de Zwitserse band, maar wel de plaat waarmee zomaar de sprong naar een groter publiek kan worden gemaakt.
De muziek van Monotales werd me ergens aangeprezen als “The Jayhawks meet The Beatles” en dat is een goede eerste omschrijving van de muziek op Kiss The Money And Run. De plaat staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer melodieuze popliedjes. Het zijn popliedjes die het predicaat ‘Beatlesque’ zeker verdienen. Met name de refreinen van de songs en de koortjes in de songs doen vaak denken aan toegankelijke popsongs van de Fab Four, maar Monotales slaat wegen in die The Beatles nooit ingeslagen zijn.
Kiss The Money And Run heeft niet alleen een voorkeur voor genadeloos aanstekelijke en Beatlesque popliedjes, maar heeft ook absoluut een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek. Wanneer Monotales put uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik vooral veel invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 en uit de alt-country uit de jaren 90, waarmee ook de naam van The Jayhawks als vergelijkingsmateriaal verklaard is.
Monotales laat het echter niet bij The Beatles en The Jayhawks, maar stopt hier en daar ook wat blues in haar muziek, waardoor de band uit Luzern ook wat rauwer en steviger kan klinken. Af en toe doet het me wat denken aan de briljante platen van de Amerikaanse band Cotton Mather, maar Monotales kruipt in haar muziek dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en laat de invloeden van The Beatles af en toe achterwege.
In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op Kiss The Money And Run. Integendeel. De plaat klinkt warm en gloedvol en vrijwel altijd onweerstaanbaar lekker, waarbij vooral het veelkleurige gitaarwerk er voor mij uitspringt. Het is muziek die aanzet tot associëren, want steeds duiken andere invloeden uit de archieven op.
Ook in vocaal opzicht is de muziek van Monotales dik in orde. De leadzanger beschikt over een bijzonder aangename stem en ook de koortjes op de plaat zijn uitstekend en herinneren hier en daar aan de vocale duels die Gary Louris en Mark Olson van The Jayhawks uitvochten.
Het is al genoeg om een prima plaat af te leveren, maar Kiss The Money And Run schat ik uiteindelijk nog wat hoger in. Dat is de verdienste van de geweldige songs op de plaat. Kiss The Money And Run staat vol met songs die je na één keer horen wilt koesteren en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een warm gevoel.
Na één keer horen hield ik van de nieuwe plaat van de Zwitserse band, maar Kiss The Money And Run is sindsdien alleen maar mooier, warmer en stemmiger geworden. Ook behoefte aan warme klanken en songs vol echo’s uit een mooi verleden? Zet Kiss The Money And Run van Monotales eens op. Erwin Zijleman
Moon Bros. - These Stars (2016)

4,0
0
geplaatst: 14 juli 2016, 14:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moon Bros - These Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Moon Bros is de band rond de Amerikaanse muzikant Matt Schneider. Schneider heeft een verleden in de postrock uit Chicago, maar maakt als Moon Bros muziek met vooral invloeden uit de folk en de alt-country.
Samen met leden van onder andere Tortoise, Iron & Wine en Cairo Gang heeft Matt Schneider een plaat van een enorme schoonheid gemaakt, die vooral aan het einde van de dag goed tot zijn recht komt.
De 35 minuten muziek op These Stars worden gedomineerd door inventief akoestisch gitaarspel, een prachtig weemoedig klinkende pedal steel en subtiele bijdragen van onder andere mondharmonica en percussie.
Zang speelt lang niet altijd een dominante rol op de plaat en heel erg is dat niet, want Matt Schneider is geen groot zanger. Als gitarist maakt hij aanzienlijk meer indruk, want het fingerpicking gitaarspel is meer dan eens onnavolgbaar.
Zeker als de muzikanten mogen experimenteren en de song met een kop en een staart even uit het oog wordt verloren, valt er veel te genieten op These Stars en creëert Moon Bros een hele bijzondere sfeer. Wanneer vocalen worden ingezet doet de muziek van Moon Bros af en toe denken aan die van Calexico, maar dan wel Calexico met een postrock injectie.
Bij eerste beluistering moest ik nog wel wat wennen aan de zang en aan het soms wat rommelige geluid op These Stars, maar wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de muziek van Moon Bros slagen Matt Schneider en zijn medemuzikanten er in om je mee te nemen naar een andere wereld. Het is wereld zonder haast en zonder afleiding, waarin je kunt genieten van iedere noot.
Het bovenstaande suggereert misschien dat These Stars een plaat is vol hoogstaande muziek, maar dat is zeker niet het geval. Moon Bros maakt immers muziek die niet alleen muzikaal vuurwerk laat horen, maar die ook heerlijk kan rammelen, waarmee de band het hokje lo-fi alt-country heeft uitgevonden. Het rammelende karakter van These Stars geeft de plaat extra charme, maar draagt ook nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer die Moon Bros weet te creëren.
Mijn advies: wacht even tot de zon onder is en geniet dan van de bijzondere muziek op These Stars van Moon Bros. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Moon Bros - These Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Moon Bros is de band rond de Amerikaanse muzikant Matt Schneider. Schneider heeft een verleden in de postrock uit Chicago, maar maakt als Moon Bros muziek met vooral invloeden uit de folk en de alt-country.
Samen met leden van onder andere Tortoise, Iron & Wine en Cairo Gang heeft Matt Schneider een plaat van een enorme schoonheid gemaakt, die vooral aan het einde van de dag goed tot zijn recht komt.
De 35 minuten muziek op These Stars worden gedomineerd door inventief akoestisch gitaarspel, een prachtig weemoedig klinkende pedal steel en subtiele bijdragen van onder andere mondharmonica en percussie.
Zang speelt lang niet altijd een dominante rol op de plaat en heel erg is dat niet, want Matt Schneider is geen groot zanger. Als gitarist maakt hij aanzienlijk meer indruk, want het fingerpicking gitaarspel is meer dan eens onnavolgbaar.
Zeker als de muzikanten mogen experimenteren en de song met een kop en een staart even uit het oog wordt verloren, valt er veel te genieten op These Stars en creëert Moon Bros een hele bijzondere sfeer. Wanneer vocalen worden ingezet doet de muziek van Moon Bros af en toe denken aan die van Calexico, maar dan wel Calexico met een postrock injectie.
Bij eerste beluistering moest ik nog wel wat wennen aan de zang en aan het soms wat rommelige geluid op These Stars, maar wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de muziek van Moon Bros slagen Matt Schneider en zijn medemuzikanten er in om je mee te nemen naar een andere wereld. Het is wereld zonder haast en zonder afleiding, waarin je kunt genieten van iedere noot.
Het bovenstaande suggereert misschien dat These Stars een plaat is vol hoogstaande muziek, maar dat is zeker niet het geval. Moon Bros maakt immers muziek die niet alleen muzikaal vuurwerk laat horen, maar die ook heerlijk kan rammelen, waarmee de band het hokje lo-fi alt-country heeft uitgevonden. Het rammelende karakter van These Stars geeft de plaat extra charme, maar draagt ook nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer die Moon Bros weet te creëren.
Mijn advies: wacht even tot de zon onder is en geniet dan van de bijzondere muziek op These Stars van Moon Bros. Erwin Zijleman
Moon Moon Moon - Help! Help! (2017)

4,5
0
geplaatst: 7 april 2017, 15:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moon Moon Moon - Help! Help! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Moon Moon Moon is de band van de Nederlandse muzikant Mark Lohman. De band oogstte vooral positieve recensies voor haar eerste twee platen en dat is voor de derde plaat van de band niet anders.
Help! Help! is mijn eerste kennismaking met de muziek van Moon Moon Moon en had niet veel tijd nodig om indruk te maken.
De plaat opent met lome, dromerige en soms zelfs sprookjesachtige klanken, die bij mij associaties oproepen met de muziek van Mercury Rev, The Flaming Lips en Sparklehorse en dan met name met de platen die deze bands aan het eind van de jaren 90 maakten.
De derde plaat van Moon Moon Moon heeft het betoverende van Mercury Rev, het zweverige van The Flaming Lips, de intimiteit van Sparklehorse en voegt vervolgens zelf nog het nodige moois toe.
Help! Help! is een plaat die nadrukkelijk uitnodigt tot luieren en wegdromen. De songs van Moon Moon Moon moeten het niet hebben van aanstekelijke refreinen, maar benevelen langzaam met atmosferische klanken, lome ritmes en dromerige vocalen. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt, valt er op de derde plaat van Moon Moon Moon heel veel te genieten.
Mark Lohman heeft zijn blik overigens niet uitsluitend op de navel gericht. In een aantal wat kortere tracks duiken een aantal mooie luisterliedjes op, die me wel wat doen denken aan de miskende meesterwerken van Elliott Smith.
Het zijn grote namen die opduiken bij beluistering van Help! Help!, maar Mark Lohman doet uiteindelijk vooral zijn eigen ding met de mooie invloeden uit het verleden. De derde plaat van Moon Moon Moon klinkt daarom anders dan de meeste andere platen die momenteel worden uitgebracht en klinkt vooral een stuk subtieler.
Help! Help! is ingekleurd met flink wat instrumenten en is absoluut een plaat die vol klinkt, maar overdadig is het nergens. De basis van de muziek van Moon Moon Moon is zelfs vaak betrekkelijk sober en wordt vervolgens bijzonder fraai ingekleurd met zweverige of juist zeer trefzekere accenten, bijvoorbeeld van bij vlagen licht gruizig gitaarwerk of juist met rijk georkestreerde muziek die herinnert aan een band als Sigur Rós.
De derde van Moon Moon Moon doet het uitstekend als muzikaal behang bij het aangename lentezonnetje van de laatste dagen, maar de ware kracht van het derde album van de band komt pas aan de oppervlakte wanneer je de muziek op Help! Help! zeer aandachtig beluisterd. Moon Moon Moon verrast en verbaast dan met een fascinerende luistertrip die 45 minuten duurt en je 45 minuten op het puntje van de stoel houdt.
Het is bovendien een plaat die nog heel lang mooie nieuwe dingen laat horen, waardoor Help! Help! ook na vele luisterbeurten nog net zo betovert en intrigeert als bij de eerste kennismaking.
Heel veel aandacht krijgt de derde plaat van Moon Moon Moon niet, maar iedereen die hem wel beluistert, kan uiteindelijk alleen maar concluderen dat het een plaat is die behoort tot het beste dat het muziekjaar 2017 ons vooralsnog heeft gebracht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Moon Moon Moon - Help! Help! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Moon Moon Moon is de band van de Nederlandse muzikant Mark Lohman. De band oogstte vooral positieve recensies voor haar eerste twee platen en dat is voor de derde plaat van de band niet anders.
Help! Help! is mijn eerste kennismaking met de muziek van Moon Moon Moon en had niet veel tijd nodig om indruk te maken.
De plaat opent met lome, dromerige en soms zelfs sprookjesachtige klanken, die bij mij associaties oproepen met de muziek van Mercury Rev, The Flaming Lips en Sparklehorse en dan met name met de platen die deze bands aan het eind van de jaren 90 maakten.
De derde plaat van Moon Moon Moon heeft het betoverende van Mercury Rev, het zweverige van The Flaming Lips, de intimiteit van Sparklehorse en voegt vervolgens zelf nog het nodige moois toe.
Help! Help! is een plaat die nadrukkelijk uitnodigt tot luieren en wegdromen. De songs van Moon Moon Moon moeten het niet hebben van aanstekelijke refreinen, maar benevelen langzaam met atmosferische klanken, lome ritmes en dromerige vocalen. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt, valt er op de derde plaat van Moon Moon Moon heel veel te genieten.
Mark Lohman heeft zijn blik overigens niet uitsluitend op de navel gericht. In een aantal wat kortere tracks duiken een aantal mooie luisterliedjes op, die me wel wat doen denken aan de miskende meesterwerken van Elliott Smith.
Het zijn grote namen die opduiken bij beluistering van Help! Help!, maar Mark Lohman doet uiteindelijk vooral zijn eigen ding met de mooie invloeden uit het verleden. De derde plaat van Moon Moon Moon klinkt daarom anders dan de meeste andere platen die momenteel worden uitgebracht en klinkt vooral een stuk subtieler.
Help! Help! is ingekleurd met flink wat instrumenten en is absoluut een plaat die vol klinkt, maar overdadig is het nergens. De basis van de muziek van Moon Moon Moon is zelfs vaak betrekkelijk sober en wordt vervolgens bijzonder fraai ingekleurd met zweverige of juist zeer trefzekere accenten, bijvoorbeeld van bij vlagen licht gruizig gitaarwerk of juist met rijk georkestreerde muziek die herinnert aan een band als Sigur Rós.
De derde van Moon Moon Moon doet het uitstekend als muzikaal behang bij het aangename lentezonnetje van de laatste dagen, maar de ware kracht van het derde album van de band komt pas aan de oppervlakte wanneer je de muziek op Help! Help! zeer aandachtig beluisterd. Moon Moon Moon verrast en verbaast dan met een fascinerende luistertrip die 45 minuten duurt en je 45 minuten op het puntje van de stoel houdt.
Het is bovendien een plaat die nog heel lang mooie nieuwe dingen laat horen, waardoor Help! Help! ook na vele luisterbeurten nog net zo betovert en intrigeert als bij de eerste kennismaking.
Heel veel aandacht krijgt de derde plaat van Moon Moon Moon niet, maar iedereen die hem wel beluistert, kan uiteindelijk alleen maar concluderen dat het een plaat is die behoort tot het beste dat het muziekjaar 2017 ons vooralsnog heeft gebracht. Erwin Zijleman
Moontype - Bodies of Water (2021)

4,0
0
geplaatst: 9 april 2021, 15:05 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moontype - Bodies Of Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt
Probeer maar eens op te vallen tussen alle nieuwe albums die momenteel verschijnen. De Amerikaanse band Moontype slaagt er wat mij betreft vrij makkelijk in. De band uit Chicago kiest voor een bescheiden instrumentarium, maar weet uiteenlopende klanken uit dit instrumentarium te krijgen en maakt bovendien muziek met flink wat dynamiek. Naast de instrumentatie springt ook zeker de zang van Margaret McCarthy in het oor en de band uit Chicago staat ook nog eens garant voor lekker in het gehoor liggende maar ook stekelige songs. Direct een leuk album, maar Bodies Of Water van Moontype wordt ook nog een tijd lang beter.
De krenten uit de pop: Moontype - Bodies Of Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt
Probeer maar eens op te vallen tussen alle nieuwe albums die momenteel verschijnen. De Amerikaanse band Moontype slaagt er wat mij betreft vrij makkelijk in. De band uit Chicago kiest voor een bescheiden instrumentarium, maar weet uiteenlopende klanken uit dit instrumentarium te krijgen en maakt bovendien muziek met flink wat dynamiek. Naast de instrumentatie springt ook zeker de zang van Margaret McCarthy in het oor en de band uit Chicago staat ook nog eens garant voor lekker in het gehoor liggende maar ook stekelige songs. Direct een leuk album, maar Bodies Of Water van Moontype wordt ook nog een tijd lang beter.
Moontype - I Let the Wind Push Down on Me (2025)

4,0
1
geplaatst: 30 mei 2025, 20:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me
Moontype leverde vier jaar geleden een heel aardig debuut af, maar heeft sindsdien een behoorlijke groeispurt gemaakt, wat met I Let The Wind Push Down On Me een mooi en fantasierijk album oplevert
Luister naar I Let The Wind Push Down On Me van de Amerikaanse band Moontype en je wordt in eerste instantie betoverd door de bijzonder mooie en bedwelmende stem van Margaret McCarthy. Na de mooie stem volgt het al even mooie gitaarwerk op het album en ook de rest van de muziek op I Let The Wind Push Down On Me is prachtig. Moontype maakte op haar debuutalbum al indruk met bijzondere songs, maar de wat complexere songs op het nieuwe album prikkelen de fantasie nog een stuk intenser. Met name de Amerikaanse muziekpers is heel enthousiast over het tweede album van de band uit Chicago, maar dit album mogen we hier ook niet laten liggen.
I Let The Wind Push Down On Me van Moontype stond de afgelopen week in flink wat lijstjes met de meest interessantste albums van deze week. Daar kon ik me bij beluistering wel in vinden, want het is inderdaad een erg leuk album. Ik dacht met Moontype een nieuwe band op het spoor te zijn, maar op Spotify zag ik vervolgens ook het album Bodies Of Water uit het voorjaar van 2021 en dat kwam me bekend voor.
Het is een album dat ik destijds inderdaad heb besproken op de krenten uit de pop en als volgt omschreef: “Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt”. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter sta, want toen ik Bodies Of Water eerder deze week weer eens beluisterde sprak het album me direct weer aan.
Dat ik het debuutalbum van Moontype in 2021 weer snel vergeten ben begrijp ik eerlijk gezegd ook wel, want de band uit Chicago, Illinois, maakt op haar debuutalbum de mix van indierock, indiepop en indiefolk die door heel veel bands wordt gemaakt. Het debuutalbum van Moontype viel ondanks een heel behoorlijk niveau dan ook niet op in 2021, maar ik schat de kansen van de Amerikaanse band vier jaar later hoger in.
Op I Let The Wind Push Down On Me laat Moontype immers een interessanter geluid horen en het is bovendien een geluid dat veel mooier klinkt dan het geluid op Bodies Of Water. De band is van een drietal een viertal geworden en heeft een extra gitarist in de gelederen. Bovendien voegen gastmuzikanten dit keer ook subtiele bijdragen van synths toe, wat het geluid van Moontype wat rijker en veelzijdiger maakt.
Het is een geluid dat direct vanaf de openingstrack ook wat complexer en avontuurlijker is, al verliest Moontype ook op I Let The Wind Push Down On Me de lekker in het gehoor liggende popsong niet uit het oog. Het klinkt af en toe wat minder ruw en juist wat melodieuzer dan op het debuutalbum, maar de scherpe randjes zijn zeker niet verdwenen.
Ook op I Let The Wind Push Down On Me valt vooral de stem van zangeres Margaret McCarthy op. Het is een stem die perfect zou passen bij wat zweverige dreampop of zelfs in het soort muziek dat Cocteau Twins ooit maakte, maar ook in de indierock songs van Moontype valt de stem van Margaret McCarthy in positieve zin op. Het is een hoge en geschoold klinkende stem, die zich in kwalitatief opzicht makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere stemmen van het moment.
Dat doet Moontype ook in muzikaal opzicht, want net als op het debuutalbum staat de band uit Chicago garant voor een veelkleurig geluid, dat zowel in de stevigere als in de meer ingetogen songs zeer aanspreekt. Het zit allemaal wat complexer in elkaar dan op het debuutalbum, waardoor je de songs op I Let The Wind Push Down On Me wat vaker moet horen voor ze helemaal geland zijn.
Dan hoor je ook nog wat beter hoe mooi en inventief de soms bijna proggy gitaarlijnen op het album zijn en hetzelfde geldt ook voor het baswerk van Margaret McCarthy en het drumwerk op het album. Moontype maakte met haar debuutalbum misschien net niet genoeg indruk om er uit te springen in het aanbod van dat moment, maar dat lukt de band wat mij betreft wel met het nog veel betere tweede album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me
Moontype leverde vier jaar geleden een heel aardig debuut af, maar heeft sindsdien een behoorlijke groeispurt gemaakt, wat met I Let The Wind Push Down On Me een mooi en fantasierijk album oplevert
Luister naar I Let The Wind Push Down On Me van de Amerikaanse band Moontype en je wordt in eerste instantie betoverd door de bijzonder mooie en bedwelmende stem van Margaret McCarthy. Na de mooie stem volgt het al even mooie gitaarwerk op het album en ook de rest van de muziek op I Let The Wind Push Down On Me is prachtig. Moontype maakte op haar debuutalbum al indruk met bijzondere songs, maar de wat complexere songs op het nieuwe album prikkelen de fantasie nog een stuk intenser. Met name de Amerikaanse muziekpers is heel enthousiast over het tweede album van de band uit Chicago, maar dit album mogen we hier ook niet laten liggen.
I Let The Wind Push Down On Me van Moontype stond de afgelopen week in flink wat lijstjes met de meest interessantste albums van deze week. Daar kon ik me bij beluistering wel in vinden, want het is inderdaad een erg leuk album. Ik dacht met Moontype een nieuwe band op het spoor te zijn, maar op Spotify zag ik vervolgens ook het album Bodies Of Water uit het voorjaar van 2021 en dat kwam me bekend voor.
Het is een album dat ik destijds inderdaad heb besproken op de krenten uit de pop en als volgt omschreef: “Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt”. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter sta, want toen ik Bodies Of Water eerder deze week weer eens beluisterde sprak het album me direct weer aan.
Dat ik het debuutalbum van Moontype in 2021 weer snel vergeten ben begrijp ik eerlijk gezegd ook wel, want de band uit Chicago, Illinois, maakt op haar debuutalbum de mix van indierock, indiepop en indiefolk die door heel veel bands wordt gemaakt. Het debuutalbum van Moontype viel ondanks een heel behoorlijk niveau dan ook niet op in 2021, maar ik schat de kansen van de Amerikaanse band vier jaar later hoger in.
Op I Let The Wind Push Down On Me laat Moontype immers een interessanter geluid horen en het is bovendien een geluid dat veel mooier klinkt dan het geluid op Bodies Of Water. De band is van een drietal een viertal geworden en heeft een extra gitarist in de gelederen. Bovendien voegen gastmuzikanten dit keer ook subtiele bijdragen van synths toe, wat het geluid van Moontype wat rijker en veelzijdiger maakt.
Het is een geluid dat direct vanaf de openingstrack ook wat complexer en avontuurlijker is, al verliest Moontype ook op I Let The Wind Push Down On Me de lekker in het gehoor liggende popsong niet uit het oog. Het klinkt af en toe wat minder ruw en juist wat melodieuzer dan op het debuutalbum, maar de scherpe randjes zijn zeker niet verdwenen.
Ook op I Let The Wind Push Down On Me valt vooral de stem van zangeres Margaret McCarthy op. Het is een stem die perfect zou passen bij wat zweverige dreampop of zelfs in het soort muziek dat Cocteau Twins ooit maakte, maar ook in de indierock songs van Moontype valt de stem van Margaret McCarthy in positieve zin op. Het is een hoge en geschoold klinkende stem, die zich in kwalitatief opzicht makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere stemmen van het moment.
Dat doet Moontype ook in muzikaal opzicht, want net als op het debuutalbum staat de band uit Chicago garant voor een veelkleurig geluid, dat zowel in de stevigere als in de meer ingetogen songs zeer aanspreekt. Het zit allemaal wat complexer in elkaar dan op het debuutalbum, waardoor je de songs op I Let The Wind Push Down On Me wat vaker moet horen voor ze helemaal geland zijn.
Dan hoor je ook nog wat beter hoe mooi en inventief de soms bijna proggy gitaarlijnen op het album zijn en hetzelfde geldt ook voor het baswerk van Margaret McCarthy en het drumwerk op het album. Moontype maakte met haar debuutalbum misschien net niet genoeg indruk om er uit te springen in het aanbod van dat moment, maar dat lukt de band wat mij betreft wel met het nog veel betere tweede album. Erwin Zijleman
MOOON - Safari (2019)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2019, 10:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MOOON - Safari - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MOOON - Safari
Fascinerende luistertrip van de Nederlandse band MOOON klinkt als een vergeten meesterwerk uit de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek
Ik dacht heel even dat ik een vergeten klassieker uit vervolgen tijden in handen had gekregen, maar Safari van MOOON is gloednieuw. De Nederlandse band laat zich op Safari nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de late jaren 60, maar het is hierbij niet kieskeurig en het geeft bovendien een eigen draai aan alle invloeden uit de omgevallen platenkast van de band. Het levert een even aangename als bezwerende als fascinerende luistertrip op, waarin dromerige passages worden afgewisseld met muzikaal vuurwerk en waarin net zo makkelijk stevig gitaarwerk als een heuse sitar wordt ingezet. Heerlijk album.
Laat Safari van MOOON uit de speakers komen en het lijkt er op dat je een psychedelisch meesterwerk uit de late jaren 60 hebt opgedoken. Alles op het album ademt de psychedelica uit de hoogtijdagen van het genre. De geweldige gitaarsolo’s, de soms stuwende ritmes, het zeurende orgeltje, de zang en harmonieën en natuurlijk de van stal gehaalde sitar.
Safari van MOOON klinkt als The Beatles die net terug zijn uit India, als Pink Floyd dat Syd Barrett nog even binnenboord heeft gehouden, als Santana dat de psychedelica vol heeft omarmd, als The Doors met een flinke dosis valium en zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van grote bands uit een inmiddels ver verleden.
Safari van MOOON is echter geen verloren gewaand meesterwerk uit de jaren 60, maar een gloednieuw album van een Nederlandse band (googelen op dit album brengt je overigens vooral bij Air’s Moon Safari). MOOON uit Aarle-Rixtel (of all places) timmerde een paar jaar geleden al eens aan de weg, maar brengt haar nieuwe album uit op een Spaans label. Het is een album dat in een aantal maanden met heel veel nieuwe releases wat is ondergesneeuwd, maar het is ook een album dat absoluut aandacht verdient.
MOOON is zeker niet de enige band die zich laat inspireren door psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en het is ook niet de enige band die probeert om het geluid van een aantal decennia geleden nauwgezet te reproduceren. MOOON slaagt daar wel opvallend goed in. Safari klinkt veel authentieker dan alles albums die de afgelopen jaren in het hokje neo-psychedelica zijn geduwd en klinkt bovendien urgenter dan de meeste albums die de mosterd net als Safari bij een aantal grote bands uit de jaren 60 halen.
Safari klinkt als een album dat geen moment had misstaan tussen de grote psychedelische albums uit de jaren 60, maar klinkt geen moment als flauwe of overbodige retro. De Nederlandse band kent haar klassiekers uit de psychedelica, maar verkent ook omliggende genres. Safari klinkt hierdoor niet alleen psychedelisch, maar verrast ook met vleugjes blues, prog en Latin, om maar een aantal andere genres te noemen.
Door de flinke dosis psychedelica klinkt Safari van MOOON direct bekend, maar aan de andere kant is Safari ook een album dat in 1967 nog niet gemaakt kon worden, tenzij The Beatles, Pink Floyd, Santana en nog wat andere legendarische bands destijds de krachten hadden gebundeld.
Ik ben lang niet altijd in de stemming voor dit soort muziek, maar MOOON is op Safari goed voor een even aangename als fascinerende luistertrip. De band uit Aarle-Rixtel kan benevelen met lome harmonieën, maar de muziek van de band kan ook ontsporen met heerlijk gitaarwerk en door de ritmesectie die het tempo opeens zomaar flink kan opvoeren, waarna de bedwelmende sitar je weer in dromenland brengt.
De toegevoegde buitenopnamen versterken het gevoel dat je naar een aaneengesloten luistertrip van 40 minuten aan het luisteren bent. Het is een luistertrip waarin van alles gebeurt, zoveel dat het je soms duizelt, maar de muziek van de Nederlandse moment klinkt geen moment gekunsteld of loodzwaar. Safari van MOOON is al met al een muziekles over psychedelica van weleer, maar ook een album dat de fantasie voorlopig nog wel even blijft prikkelen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: MOOON - Safari - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MOOON - Safari
Fascinerende luistertrip van de Nederlandse band MOOON klinkt als een vergeten meesterwerk uit de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek
Ik dacht heel even dat ik een vergeten klassieker uit vervolgen tijden in handen had gekregen, maar Safari van MOOON is gloednieuw. De Nederlandse band laat zich op Safari nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de late jaren 60, maar het is hierbij niet kieskeurig en het geeft bovendien een eigen draai aan alle invloeden uit de omgevallen platenkast van de band. Het levert een even aangename als bezwerende als fascinerende luistertrip op, waarin dromerige passages worden afgewisseld met muzikaal vuurwerk en waarin net zo makkelijk stevig gitaarwerk als een heuse sitar wordt ingezet. Heerlijk album.
Laat Safari van MOOON uit de speakers komen en het lijkt er op dat je een psychedelisch meesterwerk uit de late jaren 60 hebt opgedoken. Alles op het album ademt de psychedelica uit de hoogtijdagen van het genre. De geweldige gitaarsolo’s, de soms stuwende ritmes, het zeurende orgeltje, de zang en harmonieën en natuurlijk de van stal gehaalde sitar.
Safari van MOOON klinkt als The Beatles die net terug zijn uit India, als Pink Floyd dat Syd Barrett nog even binnenboord heeft gehouden, als Santana dat de psychedelica vol heeft omarmd, als The Doors met een flinke dosis valium en zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van grote bands uit een inmiddels ver verleden.
Safari van MOOON is echter geen verloren gewaand meesterwerk uit de jaren 60, maar een gloednieuw album van een Nederlandse band (googelen op dit album brengt je overigens vooral bij Air’s Moon Safari). MOOON uit Aarle-Rixtel (of all places) timmerde een paar jaar geleden al eens aan de weg, maar brengt haar nieuwe album uit op een Spaans label. Het is een album dat in een aantal maanden met heel veel nieuwe releases wat is ondergesneeuwd, maar het is ook een album dat absoluut aandacht verdient.
MOOON is zeker niet de enige band die zich laat inspireren door psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en het is ook niet de enige band die probeert om het geluid van een aantal decennia geleden nauwgezet te reproduceren. MOOON slaagt daar wel opvallend goed in. Safari klinkt veel authentieker dan alles albums die de afgelopen jaren in het hokje neo-psychedelica zijn geduwd en klinkt bovendien urgenter dan de meeste albums die de mosterd net als Safari bij een aantal grote bands uit de jaren 60 halen.
Safari klinkt als een album dat geen moment had misstaan tussen de grote psychedelische albums uit de jaren 60, maar klinkt geen moment als flauwe of overbodige retro. De Nederlandse band kent haar klassiekers uit de psychedelica, maar verkent ook omliggende genres. Safari klinkt hierdoor niet alleen psychedelisch, maar verrast ook met vleugjes blues, prog en Latin, om maar een aantal andere genres te noemen.
Door de flinke dosis psychedelica klinkt Safari van MOOON direct bekend, maar aan de andere kant is Safari ook een album dat in 1967 nog niet gemaakt kon worden, tenzij The Beatles, Pink Floyd, Santana en nog wat andere legendarische bands destijds de krachten hadden gebundeld.
Ik ben lang niet altijd in de stemming voor dit soort muziek, maar MOOON is op Safari goed voor een even aangename als fascinerende luistertrip. De band uit Aarle-Rixtel kan benevelen met lome harmonieën, maar de muziek van de band kan ook ontsporen met heerlijk gitaarwerk en door de ritmesectie die het tempo opeens zomaar flink kan opvoeren, waarna de bedwelmende sitar je weer in dromenland brengt.
De toegevoegde buitenopnamen versterken het gevoel dat je naar een aaneengesloten luistertrip van 40 minuten aan het luisteren bent. Het is een luistertrip waarin van alles gebeurt, zoveel dat het je soms duizelt, maar de muziek van de Nederlandse moment klinkt geen moment gekunsteld of loodzwaar. Safari van MOOON is al met al een muziekles over psychedelica van weleer, maar ook een album dat de fantasie voorlopig nog wel even blijft prikkelen. Erwin Zijleman
Moreish Idols - All in the Game (2025)

4,0
1
geplaatst: 20 maart 2025, 15:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Moreish Idols - All In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moreish Idols - All In The Game
Moreish Idols is het zoveelste nieuwe Britse bandje dat een link heeft met producer Dan Carey, maar op haar debuutalbum All In The Game laat de band een origineel geluid met een aantal verrassende invloeden horen
De Britse band Moreish Idols heeft zich op haar debuutalbum onder andere laten beïnvloeden door invloeden uit de Canterbury scene en dat zijn invloeden die niet al te vaak meer te horen zijn. Het zorgt er voor dat All In The Game anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De Britse band laat zich door veel meer beïnvloeden en laat een geluid horen dat zowel opwindend als rustgevend kan klinken. Het is een mooie tegenstelling die er voor zorgt dat het debuut van Moreish Idols het ene moment muziek bevat waarbij het heerlijk wegdromen is, waarna je het volgende moment weer op het puntje van je stoel zit. Het is een album waar wat mij betreft best wel wat drukker over gedaan mag worden.
De Britse producer Dan Carey begon ongeveer tien jaar geleden met de nodige ambitie het platenlabel Speedy Wunderground, dat sindsdien aardig aan de weg timmerde. Dan Carey timmerde nog veel steviger aan de weg als producer van albums van onder andere Kae Tempest, Bat For Lahes, Goat Girl, Fontaines D.C., Caroline Polachek, Wet Leg en Squid en is inmiddels een van de meest gevraagde producers van het moment.
De producer is ook van de partij op het debuutalbum van de Britse band Moreish Idols, die onderdak heeft gevonden bij het Speedy Wunderground label. Ik kwam de naam van de band tegen in de week van de release van All In The Game, dat op de website waarvan ik de naam ben vergeten het label postpunk kreeg opgeplakt. Omdat ik ben uitgekeken op alles dat de huidige postpunk golf heeft voortgebracht liet ik het album liggen, maar het debuutalbum van Moreish Idols heeft maar zeer zelden iets met postpunk te maken.
De muziek van de band uit Londen bevat in een enkele track misschien wel wat invloeden uit de postpunk, maar invloeden uit het genre spelen op All In The Game zeker geen voorname rol. Het is niet eens zo makkelijk om aan te geven welke invloeden dan wel een belangrijke rol spelen op het album.
Af en toe heeft het wel wat van de muziek die in de jaren 70 in de Canterbury scene werd gemaakt door bands als Caravan. In deze Canterbury scene werden invloeden uit de jazz, (prog-)rock en psychedelica vermengd tot een uniek geluid. Het is een geluid dat invloed heeft gehad op het geluid van Moreish Idols, dat echter ook wel raakt aan het geluid van bands van het moment als Black Country, New Road en Black Midi.
De muziek van Moreish Idols klinkt het opwindendst wanneer wat tegendraadse bijdragen van de saxofoon een voorname rol spelen, maar de muziek van de band uit Londen kan ook verrassend gezapig klinken. Aangenaam gezapig overigens, want ik ben zeer gecharmeerd van All In The Game.
Zeker wanneer de band een redelijk ingetogen en wat loom geluid neerzet zijn invloeden uit de jaren 70 belangrijker dan invloeden uit het heden. In dit geluid domineren fraaie gitaarakkoorden, die de muziek van de band ook een folky karakter geven. Het wordt gecombineerd met een wat psychedelisch spelende ritmesectie, jazzy saxofoonspel en synths die juist weer doen denken aan de progrock uit vervlogen tijden met hier en daar een vleugje uit de Berlijnse periode van Bowie. Het vloeit fraai samen met wat dromerige zang en op zijn tijd mooie harmonieën.
Omdat ik hectische postpunk met een irritante praatzanger had verwacht werd ik totaal verrast door de ingetogen en vaak wat dromerige klanken van Moreish Idols. All In The Game is sindsdien een graag geziene gast in de cd speler, zeker als ik even behoefte heb aan rust. Het betekent overigens zeker niet dat de muziek van de Britse band saai is, want het tempo wordt ook wel degelijk opgevoerd op het album, dat zich dan opeens beweegt richting de hoogtijdagen van een band als Pavement.
All In The Game heeft er overigens ook voor gezorgd dat ik me weer wat verdiept heb in de muziek van de inmiddels bijna vergeten Canterbury scene, wat een bonus is. Alles waar Dan Carey zijn naam onder zet wordt momenteel groot en wat mij betreft gebeurt dit ook met Moreish Idols, dat een aangenaam maar ook interessant klinkend album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Moreish Idols - All In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moreish Idols - All In The Game
Moreish Idols is het zoveelste nieuwe Britse bandje dat een link heeft met producer Dan Carey, maar op haar debuutalbum All In The Game laat de band een origineel geluid met een aantal verrassende invloeden horen
De Britse band Moreish Idols heeft zich op haar debuutalbum onder andere laten beïnvloeden door invloeden uit de Canterbury scene en dat zijn invloeden die niet al te vaak meer te horen zijn. Het zorgt er voor dat All In The Game anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De Britse band laat zich door veel meer beïnvloeden en laat een geluid horen dat zowel opwindend als rustgevend kan klinken. Het is een mooie tegenstelling die er voor zorgt dat het debuut van Moreish Idols het ene moment muziek bevat waarbij het heerlijk wegdromen is, waarna je het volgende moment weer op het puntje van je stoel zit. Het is een album waar wat mij betreft best wel wat drukker over gedaan mag worden.
De Britse producer Dan Carey begon ongeveer tien jaar geleden met de nodige ambitie het platenlabel Speedy Wunderground, dat sindsdien aardig aan de weg timmerde. Dan Carey timmerde nog veel steviger aan de weg als producer van albums van onder andere Kae Tempest, Bat For Lahes, Goat Girl, Fontaines D.C., Caroline Polachek, Wet Leg en Squid en is inmiddels een van de meest gevraagde producers van het moment.
De producer is ook van de partij op het debuutalbum van de Britse band Moreish Idols, die onderdak heeft gevonden bij het Speedy Wunderground label. Ik kwam de naam van de band tegen in de week van de release van All In The Game, dat op de website waarvan ik de naam ben vergeten het label postpunk kreeg opgeplakt. Omdat ik ben uitgekeken op alles dat de huidige postpunk golf heeft voortgebracht liet ik het album liggen, maar het debuutalbum van Moreish Idols heeft maar zeer zelden iets met postpunk te maken.
De muziek van de band uit Londen bevat in een enkele track misschien wel wat invloeden uit de postpunk, maar invloeden uit het genre spelen op All In The Game zeker geen voorname rol. Het is niet eens zo makkelijk om aan te geven welke invloeden dan wel een belangrijke rol spelen op het album.
Af en toe heeft het wel wat van de muziek die in de jaren 70 in de Canterbury scene werd gemaakt door bands als Caravan. In deze Canterbury scene werden invloeden uit de jazz, (prog-)rock en psychedelica vermengd tot een uniek geluid. Het is een geluid dat invloed heeft gehad op het geluid van Moreish Idols, dat echter ook wel raakt aan het geluid van bands van het moment als Black Country, New Road en Black Midi.
De muziek van Moreish Idols klinkt het opwindendst wanneer wat tegendraadse bijdragen van de saxofoon een voorname rol spelen, maar de muziek van de band uit Londen kan ook verrassend gezapig klinken. Aangenaam gezapig overigens, want ik ben zeer gecharmeerd van All In The Game.
Zeker wanneer de band een redelijk ingetogen en wat loom geluid neerzet zijn invloeden uit de jaren 70 belangrijker dan invloeden uit het heden. In dit geluid domineren fraaie gitaarakkoorden, die de muziek van de band ook een folky karakter geven. Het wordt gecombineerd met een wat psychedelisch spelende ritmesectie, jazzy saxofoonspel en synths die juist weer doen denken aan de progrock uit vervlogen tijden met hier en daar een vleugje uit de Berlijnse periode van Bowie. Het vloeit fraai samen met wat dromerige zang en op zijn tijd mooie harmonieën.
Omdat ik hectische postpunk met een irritante praatzanger had verwacht werd ik totaal verrast door de ingetogen en vaak wat dromerige klanken van Moreish Idols. All In The Game is sindsdien een graag geziene gast in de cd speler, zeker als ik even behoefte heb aan rust. Het betekent overigens zeker niet dat de muziek van de Britse band saai is, want het tempo wordt ook wel degelijk opgevoerd op het album, dat zich dan opeens beweegt richting de hoogtijdagen van een band als Pavement.
All In The Game heeft er overigens ook voor gezorgd dat ik me weer wat verdiept heb in de muziek van de inmiddels bijna vergeten Canterbury scene, wat een bonus is. Alles waar Dan Carey zijn naam onder zet wordt momenteel groot en wat mij betreft gebeurt dit ook met Moreish Idols, dat een aangenaam maar ook interessant klinkend album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
Morgan Delt - Phase Zero (2016)

3,5
0
geplaatst: 30 september 2016, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Delt - Phase Zero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morgan Delt is een muzikant uit Los Angeles, die twee jaar geleden opdook met een aardige plaat vol (neo-)psychedelica. Het leverde hem een contract op bij het roemruchte Sub Pop label, waarop een tijdje geleden Phase Zero is verschenen.
Laat Phase Zero uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 60. Morgan Delt maakt het soort muziek dat aan het eind van de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt.
Het is muziek die je het gevoel geeft dat je zwaar beneveld bent. Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert heeft de muziek van Morgan Delt een wat vervreemdende werking. Dit ligt deels aan het zweverige karakter van de muziek van de Amerikaan, maar ook de repeterende elementen in de muziek van Morgan Delt en de bijzondere wijze waarop de muziek is opgenomen dragen bij aan de bijzondere uitwerking van de muziek op Phase Zero.
Het is muziek die naadloos aansluit op de Amerikaanse psychedelische muziek uit de late jaren 60, maar de tweede plaat van Morgan Delt heeft ook raakvlakken met de muziek van Pink Floyd in haar psychedelische jaren en door de vocalen ook met de muziek van The Zombies.
Phase Zero is een lastige plaat om te beoordelen, want ik ben er lang niet altijd voor in de stemming. Wanneer je nog een paar uur helder van geest moet blijven komen de lome en dromerige klanken van de muzikant uit Los Angeles nauwelijks aan en klinkt Phase Zero zelfs behoorlijk zeurderig.
Wanneer je toe bent aan volledige ontspanning valt de plaat daarentegen heel anders. Phase Zero van Morgan Delt slaat zich dan als een warme deken om je heen en de dromerige en zweverige klanken toveren opeens de mooiste beelden op het netvlies.
Als je toe bent aan de muziek van Morgan Delt lukt het ook om goed te luisteren naar de plaat en merk je dat de muziek van de Amerikaan misschien met één been in de late jaren 60 is blijven steken, maar met het andere been wel degelijk in het heden staat, bijvoorbeeld door elektronische klanken toe te voegen die in de late jaren 60 nog niet waren te produceren.
Het zorgt ervoor dat de psychedelica van Morgan Delt uiteindelijk niet alleen aansluiting vindt bij die uit het verleden, maar ook kan raken aan het betere werk van de momenteel met een lichte vormcrisis kampende band The Flaming Lips.
Je moet echt even het juiste moment voor deze plaat gevonden hebben, maar als je dit moment hebt gevonden is het echt flink genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Delt - Phase Zero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morgan Delt is een muzikant uit Los Angeles, die twee jaar geleden opdook met een aardige plaat vol (neo-)psychedelica. Het leverde hem een contract op bij het roemruchte Sub Pop label, waarop een tijdje geleden Phase Zero is verschenen.
Laat Phase Zero uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 60. Morgan Delt maakt het soort muziek dat aan het eind van de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt.
Het is muziek die je het gevoel geeft dat je zwaar beneveld bent. Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert heeft de muziek van Morgan Delt een wat vervreemdende werking. Dit ligt deels aan het zweverige karakter van de muziek van de Amerikaan, maar ook de repeterende elementen in de muziek van Morgan Delt en de bijzondere wijze waarop de muziek is opgenomen dragen bij aan de bijzondere uitwerking van de muziek op Phase Zero.
Het is muziek die naadloos aansluit op de Amerikaanse psychedelische muziek uit de late jaren 60, maar de tweede plaat van Morgan Delt heeft ook raakvlakken met de muziek van Pink Floyd in haar psychedelische jaren en door de vocalen ook met de muziek van The Zombies.
Phase Zero is een lastige plaat om te beoordelen, want ik ben er lang niet altijd voor in de stemming. Wanneer je nog een paar uur helder van geest moet blijven komen de lome en dromerige klanken van de muzikant uit Los Angeles nauwelijks aan en klinkt Phase Zero zelfs behoorlijk zeurderig.
Wanneer je toe bent aan volledige ontspanning valt de plaat daarentegen heel anders. Phase Zero van Morgan Delt slaat zich dan als een warme deken om je heen en de dromerige en zweverige klanken toveren opeens de mooiste beelden op het netvlies.
Als je toe bent aan de muziek van Morgan Delt lukt het ook om goed te luisteren naar de plaat en merk je dat de muziek van de Amerikaan misschien met één been in de late jaren 60 is blijven steken, maar met het andere been wel degelijk in het heden staat, bijvoorbeeld door elektronische klanken toe te voegen die in de late jaren 60 nog niet waren te produceren.
Het zorgt ervoor dat de psychedelica van Morgan Delt uiteindelijk niet alleen aansluiting vindt bij die uit het verleden, maar ook kan raken aan het betere werk van de momenteel met een lichte vormcrisis kampende band The Flaming Lips.
Je moet echt even het juiste moment voor deze plaat gevonden hebben, maar als je dit moment hebt gevonden is het echt flink genieten. Erwin Zijleman
Morgan Harper-Jones - Up to the Glass (2024)

3,5
0
geplaatst: 4 april 2024, 16:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
Up To The Glass | Morgan Harper-Jones - morganharper-jones.bandcamp.com
Morgan Harper-Jones - Up To The Glass
De Britse muzikante Morgan Harper-Jones lijkt te opereren in het kielzog van Phoebe Bridgers, maar laat naarmate haar debuutalbum Up To The Glass vordert een steeds interessanter eigen geluid horen
Verzadiging ligt nadrukkelijk op de loer wanneer het gaat om albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie. Het zou een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones te laten liggen, maar ik raak steeds meer onder de indruk van hetgeen dat de Britse muzikante te bieden heeft. Dat hoor je nog niet direct in de openingstracks, die waarschijnlijk makkelijker een groot publiek aanspreken, maar minder interessant zijn dan de songs op het tweede deel van het album. Morgan Harper-Jones kan in meerdere genres uit de voeten, heeft een bijzondere stem en schrijft interessante songs. Het levert een prima debuutalbum op.
Swimming Upstream, de openingstrack van het debuutalbum van Morgan Harper-Jones, doet me echt in alle opzichten aan Phoebe Bridgers denken. De gitaarlijnen, de atmosferische klanken op de achtergrond, de zang, de tekst, de spanningsboog en de sfeer zorgen er voor dat Swimming Upstream absoluut niet zou hebben misstaan op een van de albums van Phoebe Bridgers. Het had een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones opzij te leggen, maar de openingstrack van Up To The Glass is wel een hele sterke song, die me op een of andere manier nieuwsgierig maakte naar de rest van het album.
Ook op de rest van haar debuutalbum vist Morgan Harper-Jones deels in dezelfde vijver als Phoebe Bridgers en al haar volgelingen, maar Up To The Glass is een stuk aansprekender dan de steeds verder uitdijende grauwe middelmaat in het genre en bevat buiten de openingstrack geen songs die haar direct onder de volgelingen van Phoebe Bridgers schaart.
Morgan Harper-Jones doet met haar stem in eerste instantie denken aan Phoebe Bridgers, maar op het grootste deel van haar debuutalbum heeft de muzikante uit Manchester een duidelijker eigen geluid en is de vergelijking met Phoebe Bridgers nauwelijks meer relevant. De Britse muzikante kan met haar stem goed uit de voeten in de lome indiepop songs op het album, maar ook wanneer Up To The Glass opschuift richting wat uitbundigere indierock en pop of juist kiest voor wat meer ingetogen folksongs valt haar stem in positieve zin op.
Ik vind de zang op Up To The Glass zelf het mooist wanneer Morgan Harper-Jones kiest voor wat meer folky songs, die gelukkig in de meerderheid zijn op het album. Met name in deze songs zingt de muzikante uit Manchester met veel gevoel en heeft haar stem iets kwetsbaars. Die emotie en kwetsbaarheid hebben een reden, want Up To The Glass is een zeer persoonlijk album, waarop Morgan Harper-Jones stil staat bij haar mentale problemen en bovendien de dood van haar grootouders, die haar hebben opgevoed, probeert te verwerken.
De Britse muzikante, die zichzelf omschrijft als een oude ziel in een jong lichaam, heeft een serie sterke songs geschreven. Dat deed ze niet alleen, want de meeste songs op haar debuutalbum schreef ze uiteindelijk samen met de Noord-Ierse muzikant en producer Iain Archer, die deel uitmaakte van Snow Patrol en Tired Pony, een aantal geslaagde soloalbums maakte, maar de afgelopen jaren vooral werkte met andere muzikanten, onder wie Jake Bugg, Isaac Gracie en Lisa Hannigan. Ook de samenwerking met Morgan Harper-Jones pakt goed uit, want Up To The Glass is een sterk album met zeer aansprekende songs.
In muzikaal opzicht kan het zoals gezegd meerdere kanten op, wat een veelzijdig geluid oplevert. Persoonlijk vind ik het jammer dat de Britse muzikante juist in de openingstracks op het album wat tegen de toegankelijke indiepop en indierock aanleunt. Het is een genre waarin de concurrentie moordend is en waarin het momenteel lastig is om op te vallen. Dat opvallen doet de muzikante uit Manchester een stuk makkelijker met de songs waarin we meer van Morgan Harper-Jones zelf horen. Up To The Glass hinkt misschien wat op twee gedachten, maar is over de hele linie een sterk album, dat er absoluut toe doet. Erwin Zijleman
Up To The Glass | Morgan Harper-Jones - morganharper-jones.bandcamp.com
Morgan Harper-Jones - Up To The Glass
De Britse muzikante Morgan Harper-Jones lijkt te opereren in het kielzog van Phoebe Bridgers, maar laat naarmate haar debuutalbum Up To The Glass vordert een steeds interessanter eigen geluid horen
Verzadiging ligt nadrukkelijk op de loer wanneer het gaat om albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie. Het zou een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones te laten liggen, maar ik raak steeds meer onder de indruk van hetgeen dat de Britse muzikante te bieden heeft. Dat hoor je nog niet direct in de openingstracks, die waarschijnlijk makkelijker een groot publiek aanspreken, maar minder interessant zijn dan de songs op het tweede deel van het album. Morgan Harper-Jones kan in meerdere genres uit de voeten, heeft een bijzondere stem en schrijft interessante songs. Het levert een prima debuutalbum op.
Swimming Upstream, de openingstrack van het debuutalbum van Morgan Harper-Jones, doet me echt in alle opzichten aan Phoebe Bridgers denken. De gitaarlijnen, de atmosferische klanken op de achtergrond, de zang, de tekst, de spanningsboog en de sfeer zorgen er voor dat Swimming Upstream absoluut niet zou hebben misstaan op een van de albums van Phoebe Bridgers. Het had een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones opzij te leggen, maar de openingstrack van Up To The Glass is wel een hele sterke song, die me op een of andere manier nieuwsgierig maakte naar de rest van het album.
Ook op de rest van haar debuutalbum vist Morgan Harper-Jones deels in dezelfde vijver als Phoebe Bridgers en al haar volgelingen, maar Up To The Glass is een stuk aansprekender dan de steeds verder uitdijende grauwe middelmaat in het genre en bevat buiten de openingstrack geen songs die haar direct onder de volgelingen van Phoebe Bridgers schaart.
Morgan Harper-Jones doet met haar stem in eerste instantie denken aan Phoebe Bridgers, maar op het grootste deel van haar debuutalbum heeft de muzikante uit Manchester een duidelijker eigen geluid en is de vergelijking met Phoebe Bridgers nauwelijks meer relevant. De Britse muzikante kan met haar stem goed uit de voeten in de lome indiepop songs op het album, maar ook wanneer Up To The Glass opschuift richting wat uitbundigere indierock en pop of juist kiest voor wat meer ingetogen folksongs valt haar stem in positieve zin op.
Ik vind de zang op Up To The Glass zelf het mooist wanneer Morgan Harper-Jones kiest voor wat meer folky songs, die gelukkig in de meerderheid zijn op het album. Met name in deze songs zingt de muzikante uit Manchester met veel gevoel en heeft haar stem iets kwetsbaars. Die emotie en kwetsbaarheid hebben een reden, want Up To The Glass is een zeer persoonlijk album, waarop Morgan Harper-Jones stil staat bij haar mentale problemen en bovendien de dood van haar grootouders, die haar hebben opgevoed, probeert te verwerken.
De Britse muzikante, die zichzelf omschrijft als een oude ziel in een jong lichaam, heeft een serie sterke songs geschreven. Dat deed ze niet alleen, want de meeste songs op haar debuutalbum schreef ze uiteindelijk samen met de Noord-Ierse muzikant en producer Iain Archer, die deel uitmaakte van Snow Patrol en Tired Pony, een aantal geslaagde soloalbums maakte, maar de afgelopen jaren vooral werkte met andere muzikanten, onder wie Jake Bugg, Isaac Gracie en Lisa Hannigan. Ook de samenwerking met Morgan Harper-Jones pakt goed uit, want Up To The Glass is een sterk album met zeer aansprekende songs.
In muzikaal opzicht kan het zoals gezegd meerdere kanten op, wat een veelzijdig geluid oplevert. Persoonlijk vind ik het jammer dat de Britse muzikante juist in de openingstracks op het album wat tegen de toegankelijke indiepop en indierock aanleunt. Het is een genre waarin de concurrentie moordend is en waarin het momenteel lastig is om op te vallen. Dat opvallen doet de muzikante uit Manchester een stuk makkelijker met de songs waarin we meer van Morgan Harper-Jones zelf horen. Up To The Glass hinkt misschien wat op twee gedachten, maar is over de hele linie een sterk album, dat er absoluut toe doet. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Obsessed (2024)

4,5
0
geplaatst: 17 augustus 2024, 11:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Obsessed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Obsessed
Morgan Wade kiest op haar derde album Obsessed voor een wat meer ingetogen geluid waarin invloeden uit de country het ruimschoots winnen van invloeden uit de pop en laat wederom haar enorme talent horen
Nog geen jaar na het met veel verwachtingen gelanceerde Psychopath is de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer terug met een nieuw album. Ze doet het dit keer zonder een producer van naam en faam en zonder de ervaren songwriters uit Nashville, maar ook op eigen benen blijft Morgan Wade makkelijk overeind. Obsessed is een persoonlijk album, waarop Morgan Wade de countrymuziek omarmt en de invloeden uit de pop wat heeft teruggeschroefd. Toch ligt Obsessed in het verlengde van zijn twee voorgangers, al is het maar vanwege de uitstekende en subtiel ruwe stem van de Amerikaanse muzikante. Dat Morgan Wade mee kan met de besten in het genre is inmiddels wel duidelijk.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was 26 toen ze in 2021 haar solodebuut Reckless uitbracht. Het album volgde op een aantal wilde jaren, waarin de in de Appalachen opgegroeide muzikante onder andere te maken kreeg met verslavingen. Haar carrière in de muziek kreeg echter vleugels toen ze de mogelijkheid kreeg om samen te werken met de van Jason Isbell’s band The 400 Unit bekende gitarist Sadler Vaden.
Reckless zette Morgan Wade vervolgens op de kaart als een van de grote talenten binnen de Amerikaans rootsmuziek. Reckless klonk niet zo ruw en gruizig als de muziek die Morgan Wade een paar jaar eerder had gemaakt met haar band The Stepbrothers, maar vergeleken met veel andere countrypop uit Nashville klonk de combinatie van country, pop en rock op het album net wat rauwer dan gebruikelijk. Het was voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Morgan Wade, die ouder en doorleefder klonk dan haar leeftijd rechtvaardigde.
Morgan Wade maakte de belofte van het uitstekende Reckless wat mij betreft waar met het vorig jaar verschenen Psychopath, waarop de inmiddels naar Nashville verhuisde muzikante wederom samenwerkte met Sadler Vaden. Het tweede album van Morgan Wade paste misschien nog net wat makkelijker in het hokje countrypop dan zijn voorganger, maar ook op Psychopath klonk de Amerikaanse rootsmuziek van Morgen Wade oorspronkelijk en bij vlagen ruw.
Morgan Wade houdt de vaart er in, want nog geen jaar na Psychopath is haar derde album verschenen. Met Obsessed slaat Morgan Wade in een aantal opzichten een net wat andere weg is. De Amerikaanse muzikante deed dit keer geen beroep op Sadler Vaden en ook het legioen aan gerenommeerde Nashville songwriters dat bijdroeg aan het vorige album schittert door afwezigheid.
Obsessed kreeg grotendeels vorm tijdens de tour die volgde op Psychopath en werd geproduceerd door Clint Wells, de gitarist van de band van Morgan Wade, die het album heeft voorzien van een door gitaren en de pedal steel gedomineerd geluid. Obsessed is in tekstueel opzicht een zeer persoonlijk album en hoewel ook het derde album van Morgan Wade niet misstaat in het hokje countrypop, is de verhouding tussen country en pop anders dan op Psychopath, waarop invloeden uit de pop juist wat aan terrein hadden gewonnen.
Op Obsessed kiest Morgan Wade vooral voor meer roots georiënteerde songs, al is de aangename pop vibe in haar songs zeker niet verdwenen. Het is momenteel druk in dit genre met flink wat uitstekende albums, maar Morgan Wade beschikt met haar stem nog altijd over een ijzersterk wapen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem, maar het is ook nog altijd een stem met een ruw randje, wat de zeggingskracht van de zang vergroot.
Ik was er van overtuigd dat Morgan Wade met Psychopath zou uitgroeien tot de groten binnen de countrymuziek, maar dat viel toch wat tegen. Op Obsessed doet Morgan Wade wat nadrukkelijker haar eigen ding, waardoor de sterrenstatus misschien nog wat verder weg is, maar ik ben zelf heel blij met het album, dat nog wat meer dan zijn twee voorgangers laat horen wat Morgan Wade te bieden heeft. Als liefhebber van dit genre ben ik de laatste tijd al ongelooflijk verwend met meerdere topalbums, maar ook het ook nog eens bijna een uur durende Obsessed van Morgan Wade hoort zeker in dit rijtje thuis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Obsessed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Obsessed
Morgan Wade kiest op haar derde album Obsessed voor een wat meer ingetogen geluid waarin invloeden uit de country het ruimschoots winnen van invloeden uit de pop en laat wederom haar enorme talent horen
Nog geen jaar na het met veel verwachtingen gelanceerde Psychopath is de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer terug met een nieuw album. Ze doet het dit keer zonder een producer van naam en faam en zonder de ervaren songwriters uit Nashville, maar ook op eigen benen blijft Morgan Wade makkelijk overeind. Obsessed is een persoonlijk album, waarop Morgan Wade de countrymuziek omarmt en de invloeden uit de pop wat heeft teruggeschroefd. Toch ligt Obsessed in het verlengde van zijn twee voorgangers, al is het maar vanwege de uitstekende en subtiel ruwe stem van de Amerikaanse muzikante. Dat Morgan Wade mee kan met de besten in het genre is inmiddels wel duidelijk.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was 26 toen ze in 2021 haar solodebuut Reckless uitbracht. Het album volgde op een aantal wilde jaren, waarin de in de Appalachen opgegroeide muzikante onder andere te maken kreeg met verslavingen. Haar carrière in de muziek kreeg echter vleugels toen ze de mogelijkheid kreeg om samen te werken met de van Jason Isbell’s band The 400 Unit bekende gitarist Sadler Vaden.
Reckless zette Morgan Wade vervolgens op de kaart als een van de grote talenten binnen de Amerikaans rootsmuziek. Reckless klonk niet zo ruw en gruizig als de muziek die Morgan Wade een paar jaar eerder had gemaakt met haar band The Stepbrothers, maar vergeleken met veel andere countrypop uit Nashville klonk de combinatie van country, pop en rock op het album net wat rauwer dan gebruikelijk. Het was voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Morgan Wade, die ouder en doorleefder klonk dan haar leeftijd rechtvaardigde.
Morgan Wade maakte de belofte van het uitstekende Reckless wat mij betreft waar met het vorig jaar verschenen Psychopath, waarop de inmiddels naar Nashville verhuisde muzikante wederom samenwerkte met Sadler Vaden. Het tweede album van Morgan Wade paste misschien nog net wat makkelijker in het hokje countrypop dan zijn voorganger, maar ook op Psychopath klonk de Amerikaanse rootsmuziek van Morgen Wade oorspronkelijk en bij vlagen ruw.
Morgan Wade houdt de vaart er in, want nog geen jaar na Psychopath is haar derde album verschenen. Met Obsessed slaat Morgan Wade in een aantal opzichten een net wat andere weg is. De Amerikaanse muzikante deed dit keer geen beroep op Sadler Vaden en ook het legioen aan gerenommeerde Nashville songwriters dat bijdroeg aan het vorige album schittert door afwezigheid.
Obsessed kreeg grotendeels vorm tijdens de tour die volgde op Psychopath en werd geproduceerd door Clint Wells, de gitarist van de band van Morgan Wade, die het album heeft voorzien van een door gitaren en de pedal steel gedomineerd geluid. Obsessed is in tekstueel opzicht een zeer persoonlijk album en hoewel ook het derde album van Morgan Wade niet misstaat in het hokje countrypop, is de verhouding tussen country en pop anders dan op Psychopath, waarop invloeden uit de pop juist wat aan terrein hadden gewonnen.
Op Obsessed kiest Morgan Wade vooral voor meer roots georiënteerde songs, al is de aangename pop vibe in haar songs zeker niet verdwenen. Het is momenteel druk in dit genre met flink wat uitstekende albums, maar Morgan Wade beschikt met haar stem nog altijd over een ijzersterk wapen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem, maar het is ook nog altijd een stem met een ruw randje, wat de zeggingskracht van de zang vergroot.
Ik was er van overtuigd dat Morgan Wade met Psychopath zou uitgroeien tot de groten binnen de countrymuziek, maar dat viel toch wat tegen. Op Obsessed doet Morgan Wade wat nadrukkelijker haar eigen ding, waardoor de sterrenstatus misschien nog wat verder weg is, maar ik ben zelf heel blij met het album, dat nog wat meer dan zijn twee voorgangers laat horen wat Morgan Wade te bieden heeft. Als liefhebber van dit genre ben ik de laatste tijd al ongelooflijk verwend met meerdere topalbums, maar ook het ook nog eens bijna een uur durende Obsessed van Morgan Wade hoort zeker in dit rijtje thuis. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Psychopath (2023)

4,5
1
geplaatst: 26 augustus 2023, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Psychopath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Psychopath
Morgan Wade verraste in 2021 met het uitstekende Reckless en laat ook op opvolger Psychopath horen dat ze aanstekelijke countrypop kan maken die ook ruw en oorspronkelijk klinkt
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade is een opkomende ster in Nashville, maar ze is daar ook een buitenbeentje. Haar tweede album Psychopath flirt hier en daar stevig met de wat gladde Nashville countrypop, maar bij Morgan Wade klinkt het op een of andere manier nooit echt glad. Als ze kiest voor muziek die wat dichter tegen de wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek aanleunt hoor je goed dat ze een geweldige zangeres is, maar ook de meer pop georiënteerde songs op Psychopath mogen er zijn. Ook op Psychopath werkt Morgan Wade weer samen met Jason Isbell gitarist Sadler Vaden en ook die laat zich horen op dit uitstekende album.
Liefhebbers van countrypop worden stevig verwend op het moment. Een week na het uitstekende debuutalbum van Alana Springsteen en na de prachtalbums van Megan Moroney en Ashley Cooke eerder dit jaar, duikt Morgan Wade op met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2018 nog wat anoniem met Puppets With My Heart, het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar drie jaar later was het wel raak met Reckless, het eerste album met alleen haar naam op de cover.
Het door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden geproduceerde Reckless misstond zeker niet in het hokje countrypop, maar het debuutalbum van Morgan Wade was zeker geen dertien in een dozijn countrypop album. Morgan Wade ziet er met al haar tattoos wat ruwer uit dan de gemiddelde countrypop zangeres en zo klonk haar muziek ook. Ook de levenswandel van de muzikante uit Floyd, Virginia, was wat wilder dan die van haar soortgenoten, waardoor Reckless voor een countrypop album verrassend doorleefd klonk.
Op het deze week verschenen Psychopath trekt de jonge muzikante, die inmiddels naar Nashville, Tennessee is verkast, de lijn van haar debuutalbum door. Ook voor Psychopath deed Morgan Wade weer een beroep op The 400 Unit gitarist Sadler Vaden. De opnamesessies voor het album liepen in eerste instantie op niets uit, maar bij een nieuwe poging viel alles op zijn plek.
Ook op haar tweede album slaagt Morgan Wade er in om countrypop te maken die anders klinkt dan die van haar concurrenten. Psychopath leunt, zeker op de eerste helft van het album, meer dan zijn voorganger tegen de pop aan en bevat een aantal songs die bij de gemiddelde countrypop zangeres suikerzoet zouden klinken, maar Morgan Wade geeft er met haar bij vlagen heerlijk rauwe stem een eigen draai aan.
Sadler Vaden tekent ook dit keer voor een fraaie productie en zorgde bovendien voor prima muzikanten in de studio, maar om niets aan het toeval over te laten werd ook een beroep gedaan op een aantal van de meest succesvolle songwriters in Nashville, onder wie Julia Michaels, Natalie Hemby, Butch Walker en Lori McKenna, om de songs van Morgan Wade naar een nog wat hoger plan te tillen. Dat is gelukt, want Psychopath bevat een serie uitstekende songs.
Het zijn songs die bij liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk net wat minder in de smaak zullen vallen dan die op het debuutalbum van Morgan Wade, maar liefhebbers van het genre die ook niet vies zijn van hier en daar wat pop en rock krijgen met Psychopath een uitstekend album in handen. Ik heb zelf dit jaar een enorm zwak voor countrypop en ook het nieuwe album van Morgan Wade gaat er weer in als koek.
Vergeleken met de eerder genoemde countrypop favorieten van 2023 kleurt Morgan Wade in een deel van de tracks het verst buiten de lijntjes van de traditionelere countrymuziek, maar de songs zijn zo goed dat ik er niet om treur. Overigens kruipt de muzikante uit Nashville op de tweede helft van het album een stuk dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, want ook dat kan ze. Als ik de Amerikaanse muziekpers mag geloven is Morgan Wade op het moment een van de grootste opkomende talenten in Nashville en na beluistering van Psychopath kan ik alleen maar concluderen dat dit echt volkomen terecht is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Psychopath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Psychopath
Morgan Wade verraste in 2021 met het uitstekende Reckless en laat ook op opvolger Psychopath horen dat ze aanstekelijke countrypop kan maken die ook ruw en oorspronkelijk klinkt
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade is een opkomende ster in Nashville, maar ze is daar ook een buitenbeentje. Haar tweede album Psychopath flirt hier en daar stevig met de wat gladde Nashville countrypop, maar bij Morgan Wade klinkt het op een of andere manier nooit echt glad. Als ze kiest voor muziek die wat dichter tegen de wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek aanleunt hoor je goed dat ze een geweldige zangeres is, maar ook de meer pop georiënteerde songs op Psychopath mogen er zijn. Ook op Psychopath werkt Morgan Wade weer samen met Jason Isbell gitarist Sadler Vaden en ook die laat zich horen op dit uitstekende album.
Liefhebbers van countrypop worden stevig verwend op het moment. Een week na het uitstekende debuutalbum van Alana Springsteen en na de prachtalbums van Megan Moroney en Ashley Cooke eerder dit jaar, duikt Morgan Wade op met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2018 nog wat anoniem met Puppets With My Heart, het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar drie jaar later was het wel raak met Reckless, het eerste album met alleen haar naam op de cover.
Het door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden geproduceerde Reckless misstond zeker niet in het hokje countrypop, maar het debuutalbum van Morgan Wade was zeker geen dertien in een dozijn countrypop album. Morgan Wade ziet er met al haar tattoos wat ruwer uit dan de gemiddelde countrypop zangeres en zo klonk haar muziek ook. Ook de levenswandel van de muzikante uit Floyd, Virginia, was wat wilder dan die van haar soortgenoten, waardoor Reckless voor een countrypop album verrassend doorleefd klonk.
Op het deze week verschenen Psychopath trekt de jonge muzikante, die inmiddels naar Nashville, Tennessee is verkast, de lijn van haar debuutalbum door. Ook voor Psychopath deed Morgan Wade weer een beroep op The 400 Unit gitarist Sadler Vaden. De opnamesessies voor het album liepen in eerste instantie op niets uit, maar bij een nieuwe poging viel alles op zijn plek.
Ook op haar tweede album slaagt Morgan Wade er in om countrypop te maken die anders klinkt dan die van haar concurrenten. Psychopath leunt, zeker op de eerste helft van het album, meer dan zijn voorganger tegen de pop aan en bevat een aantal songs die bij de gemiddelde countrypop zangeres suikerzoet zouden klinken, maar Morgan Wade geeft er met haar bij vlagen heerlijk rauwe stem een eigen draai aan.
Sadler Vaden tekent ook dit keer voor een fraaie productie en zorgde bovendien voor prima muzikanten in de studio, maar om niets aan het toeval over te laten werd ook een beroep gedaan op een aantal van de meest succesvolle songwriters in Nashville, onder wie Julia Michaels, Natalie Hemby, Butch Walker en Lori McKenna, om de songs van Morgan Wade naar een nog wat hoger plan te tillen. Dat is gelukt, want Psychopath bevat een serie uitstekende songs.
Het zijn songs die bij liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk net wat minder in de smaak zullen vallen dan die op het debuutalbum van Morgan Wade, maar liefhebbers van het genre die ook niet vies zijn van hier en daar wat pop en rock krijgen met Psychopath een uitstekend album in handen. Ik heb zelf dit jaar een enorm zwak voor countrypop en ook het nieuwe album van Morgan Wade gaat er weer in als koek.
Vergeleken met de eerder genoemde countrypop favorieten van 2023 kleurt Morgan Wade in een deel van de tracks het verst buiten de lijntjes van de traditionelere countrymuziek, maar de songs zijn zo goed dat ik er niet om treur. Overigens kruipt de muzikante uit Nashville op de tweede helft van het album een stuk dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, want ook dat kan ze. Als ik de Amerikaanse muziekpers mag geloven is Morgan Wade op het moment een van de grootste opkomende talenten in Nashville en na beluistering van Psychopath kan ik alleen maar concluderen dat dit echt volkomen terecht is. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Reckless (2021)

4,0
2
geplaatst: 23 maart 2021, 15:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Reckless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Reckless
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade maakt op haar solodebuut Reckless indruk met prima songs, persoonlijke teksten, een mooi gitaargeluid en vooral met een bijzonder lekkere rauwe stem
Iedere week verschijnen stapels nieuwe albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Het valt niet mee om je nog te onderscheiden, maar de jonge Amerikaanse muzikante Morgan Wade slaagt er wat mij betreft in. Dat doet ze vooral met een uitstekende stem met een aangenaam rauw randje, maar ook de persoonlijke songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Het zijn songs die bestaan uit gelijke delen Americana en pop en het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met een gitaar georiënteerd geluid, dat fraai werd geproduceerd door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden. Absoluut een aanwinst voor het genre deze Morgan Wade.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was drie jaar geleden te horen op Puppets With My Heart, het debuut van Morgan Wade & The Stepbrothers. Het is een album dat mij drie jaar geleden eerlijk gezegd niet is opgevallen, maar het is een heerlijk ruw rootsalbum met een hoofdrol voor de rauwe strot van de jonge Morgan Wade. Het is echt een album dat veel meer aandacht had verdiend, maar helaas niet heeft gekregen.
Deze week krijgt de Amerikaanse een nieuwe kans met de release van haar solodebuut Reckless. Morgan Wade is pas 26, maar heeft een ruig leven achter zich, waarin de fles vaak goed gezelschap was. Die fles heeft de muzikante uit Floyd, Virginia, inmiddels afgezworen, al is het maar om haar carrière in de muziek van de grond te kunnen krijgen. Die muziek kreeg de jonge Amerikaanse op het platteland in Virginia overigens met de paplepel ingegoten, maar een carrière in de muziek prefereerde ze lange tijd niet.
Op Reckless wordt ze bijgestaan door Sadler Vaden, de gitarist van Jason Isbell. Het in Nashville opgenomen album klinkt niet zo ruw als het album dat Morgan Wade drie jaar geleden maakte met The Stepbrothers en ook haar stembanden klinken wat minder gruizig. In muzikaal opzicht heeft Morgan Wade een balans gevonden tussen country en pop, met hier en daar een vleugje rock.
Reckless sluit hiermee aan op de countrypop die in Nashville de afgelopen jaren zo succesvol is, maar Morgan Wade is zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop zangeres. Hiervoor is haar verleden toch wat te wild, heeft ze wat teveel tatoeages en heeft ze een stem die rauwer is dan gebruikelijk in het genre. Het is een stem die desondanks verrassend goed past bij de songs op Reckless, die stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor liggen.
Het zijn songs die soms flink tegen de country aan schuren, maar ook uit de voeten kunnen met meer pop georiënteerde songs. Het zijn songs die makkelijk een breed publiek moeten kunnen aanspreken, maar het zijn ook songs vol persoonlijke teksten, waarin de singer-songwriter uit Virginia geen blad voor de mond neemt.
Ik heb persoonlijk een zwak voor countrypop en was dan ook vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van Reckless, dat uiteindelijk toch meer roots dan pop is. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. Morgan Wade sleept er over het algemeen niet al teveel instrumenten bij en overtuigt met een geluid waarin de gitaren mogen domineren, maar nooit uit de bocht vliegen.
Het sterkste wapen van Morgan Wade is echter haar stem. Het is een stem die bij haar eerste stappen in de muziek vaak als te rauw werd ervaren, maar op Reckless klinkt het alleen maar bijzonder lekker, met het rauwe randje op de stembanden van Morgan Wade als aantrekkelijk ingrediënt. Het is een stem die goed uit de voeten kan met aanstekelijke countrypop, maar ook in de wat meer doorleefde rootssongs op het album blijft Morgan Wade bijzonder makkelijk overeind.
De jonge Amerikaanse muzikante opereert in een genre waarin het al jaren dringen is en waarin de lat inmiddels behoorlijk hoog ligt, maar Reckless van Morgan Wade is wat mij betreft een album dat bol staat van de belofte en zich zomaar tussen de gevestigde orde in het genre kan dringen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Reckless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Reckless
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade maakt op haar solodebuut Reckless indruk met prima songs, persoonlijke teksten, een mooi gitaargeluid en vooral met een bijzonder lekkere rauwe stem
Iedere week verschijnen stapels nieuwe albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Het valt niet mee om je nog te onderscheiden, maar de jonge Amerikaanse muzikante Morgan Wade slaagt er wat mij betreft in. Dat doet ze vooral met een uitstekende stem met een aangenaam rauw randje, maar ook de persoonlijke songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Het zijn songs die bestaan uit gelijke delen Americana en pop en het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met een gitaar georiënteerd geluid, dat fraai werd geproduceerd door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden. Absoluut een aanwinst voor het genre deze Morgan Wade.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was drie jaar geleden te horen op Puppets With My Heart, het debuut van Morgan Wade & The Stepbrothers. Het is een album dat mij drie jaar geleden eerlijk gezegd niet is opgevallen, maar het is een heerlijk ruw rootsalbum met een hoofdrol voor de rauwe strot van de jonge Morgan Wade. Het is echt een album dat veel meer aandacht had verdiend, maar helaas niet heeft gekregen.
Deze week krijgt de Amerikaanse een nieuwe kans met de release van haar solodebuut Reckless. Morgan Wade is pas 26, maar heeft een ruig leven achter zich, waarin de fles vaak goed gezelschap was. Die fles heeft de muzikante uit Floyd, Virginia, inmiddels afgezworen, al is het maar om haar carrière in de muziek van de grond te kunnen krijgen. Die muziek kreeg de jonge Amerikaanse op het platteland in Virginia overigens met de paplepel ingegoten, maar een carrière in de muziek prefereerde ze lange tijd niet.
Op Reckless wordt ze bijgestaan door Sadler Vaden, de gitarist van Jason Isbell. Het in Nashville opgenomen album klinkt niet zo ruw als het album dat Morgan Wade drie jaar geleden maakte met The Stepbrothers en ook haar stembanden klinken wat minder gruizig. In muzikaal opzicht heeft Morgan Wade een balans gevonden tussen country en pop, met hier en daar een vleugje rock.
Reckless sluit hiermee aan op de countrypop die in Nashville de afgelopen jaren zo succesvol is, maar Morgan Wade is zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop zangeres. Hiervoor is haar verleden toch wat te wild, heeft ze wat teveel tatoeages en heeft ze een stem die rauwer is dan gebruikelijk in het genre. Het is een stem die desondanks verrassend goed past bij de songs op Reckless, die stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor liggen.
Het zijn songs die soms flink tegen de country aan schuren, maar ook uit de voeten kunnen met meer pop georiënteerde songs. Het zijn songs die makkelijk een breed publiek moeten kunnen aanspreken, maar het zijn ook songs vol persoonlijke teksten, waarin de singer-songwriter uit Virginia geen blad voor de mond neemt.
Ik heb persoonlijk een zwak voor countrypop en was dan ook vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van Reckless, dat uiteindelijk toch meer roots dan pop is. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. Morgan Wade sleept er over het algemeen niet al teveel instrumenten bij en overtuigt met een geluid waarin de gitaren mogen domineren, maar nooit uit de bocht vliegen.
Het sterkste wapen van Morgan Wade is echter haar stem. Het is een stem die bij haar eerste stappen in de muziek vaak als te rauw werd ervaren, maar op Reckless klinkt het alleen maar bijzonder lekker, met het rauwe randje op de stembanden van Morgan Wade als aantrekkelijk ingrediënt. Het is een stem die goed uit de voeten kan met aanstekelijke countrypop, maar ook in de wat meer doorleefde rootssongs op het album blijft Morgan Wade bijzonder makkelijk overeind.
De jonge Amerikaanse muzikante opereert in een genre waarin het al jaren dringen is en waarin de lat inmiddels behoorlijk hoog ligt, maar Reckless van Morgan Wade is wat mij betreft een album dat bol staat van de belofte en zich zomaar tussen de gevestigde orde in het genre kan dringen. Erwin Zijleman
