MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Miya Folick - Erotica Veronica (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Miya Folick - Erotica Veronica - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Miya Folick - Erotica Veronica
Miya Folick maakte met Premonitions en ROACH al twee uitstekende popalbums, maar de Amerikaanse muzikante laat op Erotica Veronica horen dat ze ook binnen de indierock met de besten mee kan

Ik moest bij de naam Miya Folick diep graven in het geheugen, maar kwam uiteindelijk terecht bij haar uitstekende debuutalbum uit 2018. Dat debuutalbum was een mooi en eigenzinnig popalbum, dat zeker hier in Nederland wat onderbelicht is gebleven. Na opvolger ROACH uit 2023 keert Miya Folick deze week terug met Erotica Veronica dat vooralsnog ook nog niet is overladen met aandacht. Dat verdient het album wel, want de Amerikaanse muzikante heeft een indierock album gemaakt dat niet onder doet voor de beste albums in het genre. De songs van Miya Folick klinken organischer dan in het verleden en liggen nog altijd lekker in het gehoor, maar zijn ook zeker voldoende eigenzinnig. Echt een uitstekend album.

Ik was helemaal aan het eind van 2018 heel positief over Premonitions, het een paar maanden daarvoor verschenen debuutalbum van de Amerikaanse Miya Folick. Ik noemde haar in mijn recensie van het album wat oneerbiedig een popprinses, maar wel een heerlijk eigenwijze popprinses. Ik moet eerlijk toegeven dat ik na het typen van mijn recensie nooit meer naar de muziek van Miya Folick heb geluisterd, maar toen ik Premonitions vorige week weer eens beluisterde, was ik nog altijd onder de indruk van het album.

Het is een album waarop de muzikante uit Los Angeles makkelijk overtuigt met haar mooie stem, maar ook de muziek op Premonitions is fascinerend, zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Ik noemde het in 2018 een popalbum dat een stuk beter was dan de mainstream popalbums van dat moment en dat bovendien overliep van de belofte en dat zijn woorden waar ik nog steeds achter kan staan.

Het is dan ook jammer dat ik Miya Folick in de jaren die volgden heb genegeerd, want het in 2023 verschenen ROACH heb ik niet eens beluisterd. Ik heb het album inmiddels wel beluisterd en hoewel ik het minder interessant vind dan het debuutalbum van Miya Folick is ook ROACH een popalbum dat in 2023 zeker mijn aandacht had verdiend.

De muzikante uit Los Angeles heeft deze week met Erotica Veronica haar derde album afgeleverd en voor het eerst ben ik bij de release van een Miya Folick album direct bij de les. Dat is ook volkomen terecht, want met Erotica Veronica heeft de Amerikaanse muzikante een album gemaakt dat goed aansluit op mijn muzieksmaak en dat me nog beter bevalt dan haar eerste twee albums.

Waar de eerste twee albums van Miya Folick werden gedomineerd door synths, staan op Erotica Veronica de gitaren centraal. Het derde album van de muzikante uit Los Angeles is daarom meer een indierock album dan een popalbum, al is ze de pop zeker niet helemaal vergeten. Het is een koerswijziging die niet zonder risico is, want het aanbod binnen de indierock van het moment is enorm en de lat ligt al angstig hoog. Desondanks denk ik dat Miya Folick met haar nieuwe album hoge ogen kan gaan gooien.

De Amerikaanse muzikante bulkt immers in muzikaal en vocaal opzicht van het talent en beheerst bovendien de kunst van het schrijven van lekker in het gehoor liggende maar ook persoonlijke en eigenzinnige popsongs, waarin haar queer identiteit nadrukkelijk tot uitdrukking komt. Miya Folick produceerde haar nieuwe album samen met drummer Sam KS, die de afgelopen jaren een belangrijke rol speelde op de albums van onder andere Lizzy McAlpine, Youth Lagoon en Hozier.

Erotica Veronica is voorzien van een veel organischer geluid dan de eerste twee albums van Miya Folick en het is een geluid dat uitstekend past bij haar stem. De Amerikaanse muzikante kruipt af en toe dicht tegen de muziek van Phoebe Bridgers aan, maar heeft gelukkig ook haar eigenzinnige geluid behouden.

Ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van het nieuwe album van Miya Folick, die haar positie als eigenzinnige popzangeres heeft verruild voor die van een van de smaakmakers binnen de indierock van het moment, wat een bijzonder knappe prestatie is. Erotica Veronica is al met al een album dat echt veel te goed is om tussen wal en schip te vallen. Erwin Zijleman

Miya Folick - Premonitions (2018)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Miya Folick - Premonitions - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Miya Folick laat op haar debuut horen dat ze een veelbelovende popprinses is, maar het is wel een heerlijk eigenwijze popprinses

Paste heeft dit jaar niet alleen een mooi jaarlijstje, maar ook een lijstje met wat opvallend nieuw talent. Miya Folick hoort hier zeker bij. Op Premonitions hoor je aan de ene kant een zangeres met een voorliefde voor aanstekelijke popliedjes, maar het zijn aan de andere kant ook popliedjes die eigenwijs zijn ingekleurd en Miya Folick is ook nog eens een bovengemiddeld goede zangeres. Zeker niet alle tracks op dit debuut zijn even goed, maar er zitten een aantal parels tussen en die smaken echt naar veel en veel meer.

Ik ben in de verschillende jaarlijstjes dit jaar verrassend weinig interessante tips tegen gekomen. Op zich opvallend, want er waren dit jaar nogal wat jaarlijstjes waarin ik flink wat onbekende albums tegen kwam.

Het bleek in de meeste gevallen niets voor mij, wat ook wel een geruststelling is als je dagelijks je best doet om de krenten uit de pop te pikken.

Een lijstje dat me wel een aantal mooie tips heeft opgeleverd is het lijstje van Paste Magazine met nieuw talent. Uit dit lijstje haalden Shame, The Beths en Boygenius met gemak mijn jaarlijst, terwijl Snail Mail, Tomberlin en zeker Haley Heynderickx dicht in de buurt kwamen. In het lijstje van Paste staat echter nog veel meer moois; Premonitions van Miya Folick bijvoorbeeld.

Miya Folick is een jonge muzikante, die werd geboren in California, een paar jaar in New York studeerde en inmiddels is teruggekeerd naar Los Angeles. In de openingstrack van haar debuutalbum laat Miya Folick direct horen wat ze in huis heeft. Zweverige elektronische klanken worden gecombineerd met een laag vervormde stemmen op de achtergrond en geven alle ruimte aan de opvallende en bijzonder mooie stem van de Amerikaanse singer-songwriter.

Het is een track die indruk maakt en niet alleen vanwege de fraaie vocalen. Thingamajig is een toegankelijk popliedje, maar het is zeker geen 13 in een dozijn popliedje. De instrumentatie is anders, de songstructuur is anders en Miya Folick is ook zeker geen doorsnee zangeres.

Het is een lijn die wordt doorgetrokken op de rest van de plaat. Premonitions is een 100% popalbum met songs die absoluut hitpotentie hebben, maar op een of andere manier doet Miya Folick iets anders dan de meeste van haar soortgenoten. De instrumentatie is niet alleen aangenaam, maar zit ook vol leuke accenten, repeterende elementen en bijzondere vondsten, waardoor Premonitions de fantasie meer prikkelt dan de gemiddelde popplaat.

En dat is precies wat Miya Folick ook met haar stem doet. De singer-songwriter uit Los Angeles kan overweg in de hogere en lagere regionen, kan razendsnel schakelen en kan haar stem ook nog eens inzetten als instrument.

Enige liefde voor pop blijft noodzakelijk om te kunnen genieten van het debuut van Miya Folick, maar als popliefhebber ben je vervolgens wel spekkoper. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor ik steeds weer andere dingen in de voornamelijk door elektronica gedomineerde instrumentatie en klinkt de stem van Miya Folick mooier en mooier.

Op basis van Premonitions durf ik de singer-songwriter uit Los Angeles aan de ene kant een grote toekomst te voorspellen, maar aan de andere kant zou haar eigenzinnigheid haar wel eens in de weg kunnen zitten. Het is deze eigenzinnigheid die wat mij betreft zorgt voor een popplaat die in alle opzichten beter en leuker is dan in de mainstream momenteel wordt gemaakt. Natuurlijk klinkt het in een aantal tracks net wat te lichtvoetig of gewoontjes, maar minstens een handvol tracks op deze plaat lopen over van de belofte. Het intrigeert mij mateloos. Erwin Zijleman

MJ Lenderman - Boat Songs (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MJ Lenderman - Boat Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

MJ Lenderman - Boat Songs
Jake Lenderman maakte vorig jaar een jaarlijstjesalbum als lid van de Amerikaanse band Wednesday en herhaalt dit kunstje nu als MJ Lenderman met het briljante en onweerstaanbaar lekkere Boat Songs

Boat Songs van de Amerikaanse muzikant MJ Lenderman viel me een paar maanden geleden niet op, maar wat is het een briljant album. De muzikant uit Asheville, North Carolina, maakte vorig jaar diepe indruk met de band Wednesday, maar ook in zijn uppie schudt hij de geweldige songs uit zijn mouw. Het zijn songs die het gehele spectrum van Amerikaanse rootsmuziek tot en met indierock en lo-fi bestrijken en die in alle gevallen heerlijk ruw en gruizig klinken. Een hele waslijst aan relevant vergelijkingsmateriaal komt voorbij op een album dat maar niet wil verslappen. Een keer horen en je bent verkocht, waarna Boat Songs van MJ Lenderman alleen maar onweerstaanbaarder wordt.

In flink wat halfjaarlijstjes kwam ik Boat Songs van de Amerikaanse muzikant MJ Lenderman tegen en dat is een album dat me eerder dit jaar niet is opgevallen. Jake Lenderman maakt deel uit van de band Wednesday, die vorig jaar flink wat indruk maakte met het geweldige Twin Plagues, dat met veel overtuiging mijn jaarlijstje haalde, maar maakt ook in zijn uppie muziek als MJ Lenderman.

Boat Songs is het derde soloalbum van de muzikant uit Asheville, North Carolina, maar het eerste album dat werd opgenomen in een professionele studio. Boat Songs klinkt inderdaad wel wat beter dan de vorige twee albums van de Amerikaanse muzikant, al klinkt ook het nieuwe album van MJ Lenderman behoorlijk lo-fi.

Boat Songs bevat een aantal heerlijk ruwe songs en het zijn songs die verschillende kanten op kunnen. De muzikant uit North Carolina kan uit de voeten met zeer gruizige rocksongs, maar kiest op Boat Songs ook voor songs die juist dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aanleunen. Wanneer MJ Lenderman kiest voor de rock spreekt hij liefhebbers van gruizige indierock met invloeden uit de lo-fi aan, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek vinden veel van hun gading op Boat Songs, dat hier en daar onvervalste Americana bevat.

In muzikaal opzicht doet MJ Lenderman misschien geen hele bijzondere dingen op zijn derde soloalbum, want iedere song op het album doet me wel aan iets denken, maar de tien songs op Boat Songs laten wel een opvallend veelzijdig geluid horen. Boat Songs roept daarom net zo makkelijk associaties op met Neil Young als met Daniel Johnston, maar ook Jason Molina, Kurt Vile en Vic Chesnutt dragen relevant vergelijkingsmateriaal aan en zo kan ik nog wel even doorgaan, want er zijn ook nogal wat bands die opkomen bij beluistering van het album variërend van Dinosaur Jr. tot Drive-By Truckers.

MJ Lenderman vist met alle genres die hij aanraakt in overvolle vijvers, maar de songs van de Amerikaanse muzikant hebben wat. MJ Lenderman vertelt op Boat Songs mooie verhalen over zijn passies, waarvan basketbal een hele belangrijke is en vertolkt deze songs met veel gevoel. De Amerikaanse muzikant is geen heel groot zanger, maar de zang op Boat Songs spreekt me op een of andere manier erg aan.

Hetzelfde geldt voor de muziek op het album, die zoals gezegd varieert van rauw en gruizig tot melancholisch en rootsy, maar in beide uitersten de juiste snaar weet te raken. De songs van MJ Lenderman zijn ook nog eens van het soort dat zich genadeloos opdringt en dat vervolgens na één keer horen voorgoed in het geheugen wordt opgeslagen.

Na één keer horen was ik verslaafd aan dit heerlijke album vol geweldig gitaarwerk, fraaie rootsmuziek en steeds weer veel gevoel en sindsdien vind ik Boat Songs alleen maar beter worden, iets dat me vorig jaar overigens ook gebeurde met Twin Plagues van Wednesday, waarin Jake Lenderman de zang overigens laat aan Karly Hartzman.

Het is dan ook volkomen terecht dat Boat Songs van MJ Lenderman vaak wordt genoemd in lijstjes die terugblikken op de eerste zes maanden van 2022. Het zijn lijstjes die ik heel dankbaar ben, want na de jaarlijstjesnotering van de band van MJ Lenderman ga ik er van uit dat ook het soloalbum van de Amerikaanse muzikant wel eens hoge ogen kan gaan gooien. Boat Songs van MJ Lenderman is een doos vol ruwe diamanten die je zelf mag slijpen. Prachtig. Erwin Zijleman

MJ Lenderman - Manning Fireworks (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MJ Lenderman - Manning Fireworks - dekrentenuitdepop.blogspot.com

MJ Lenderman - Manning Fireworks
Na een jaarlijstjes soloalbum en een jaarlijstjes album met zijn band Wednesday keert de Amerikaanse muzikant MJ Lenderman terug met een soloalbum, dat ook zomaar kan opduiken in de jaarlijstjes dit jaar

Op het eerste gehoor hoor je misschien niet eens wat er zo goed is aan Manning Fireworks van MJ Lenderman. De Amerikaanse muzikant maakt door countryrock beïnvloede Amerikaanse rootsmuziek, die de ene keer ingetogen en de volgende keer wat steviger is. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal lekker en dat geldt ook voor de zang, maar hoe vaker je dit album hoort, hoe beter het wordt. De songs van de Amerikaanse muzikant dringen zich steeds makkelijker op en het geweldige gitaarwerk springt steeds meer in het oor. MJ Lenderman verdeelt zijn tijd over meerdere projecten, maar dat gaat gelukkig niet ten koste van de kwaliteit. Ook Manning Fireworks is weer een opvallend goed album.

MJ Lenderman is een druk baasje. De Amerikaanse muzikant maakte de afgelopen vijf jaar vijf soloalbums (waaronder een live-album), timmerde stevig aan de weg met de band Wednesday en was de afgelopen maanden te horen op albums van onder andere Horse Jumper Of Love, Waxahatchee en Squirrel Flower.

Al die productiviteit ging niet ten koste van de kwaliteit, want de muzikant uit Asheville, North Carolina, haalde in 2022 mijn jaarlijstje met zijn soloalbum Boat Songs en deed vorig jaar hetzelfde met het geweldige Rat Saw God van Wednesday. Dit jaar kan de Amerikaanse muzikante een nieuwe poging doen om mijn jaarlijstje te halen, want deze week is het vijfde soloalbum van MJ Lenderman verschenen.

Manning Fireworks bevat negen tracks, waaronder de tien minuten durende slottrack. Het album opent uiterst ingetogen met akoestische gitaar en de stem van MJ Lenderman, maar naarmate de track vordert worden steeds meer instrumenten toegevoegd aan het fraaie rootsgeluid van de Amerikaanse muzikant.

MJ Lenderman produceerde zijn nieuwe album samen met de onder andere van Wednesday bekende Alex Farrar en kreeg in de studio gezelschap van een aantal prima gastmuzikanten en zangeressen Indigo de Souza, in wiens band hij vroeger speelde, en Wednesday zangeres Karly Hartzman, die allebei tekenen voor een subtiele maar wonderschone bijdrage.

Manning Fireworks is een heerlijk laidback klinkend album met muziek die zich onder andere heeft laten beïnvloeden door countryrock uit het verleden. Laidback betekent overigens niet dat de muziek op het album ingetogen is, want de gitaren kunnen af en toe flink tekeer gaan en hier en daar zelfs uit de bocht vliegen.

De muziek op het nieuwe album van MJ Lenderman doet wel wat denken aan sommige albums van Neil Young, aan het werk van Jason Molina en zeker ook aan Ryan Adams, die tegenwoordig vooral doodgezwegen wordt en daarom nauwelijks wordt genoemd als vergelijkingsmateriaal. Pitchfork noemt tenslotte Warren Zevon als vergelijkingsmateriaal en ook dat is zeker niet onzinnig.

Manning Fireworks overtuigt in muzikaal opzicht makkelijk. Het rootsgeluid met veel gitaarwerk, de onmisbare pedal steel en hier en daar de viool klinkt erg lekker en ook het ruwe en bij vlagen zeer ruwe karakter van de muziek zal bij veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de smaak vallen.

De stem van de Amerikaanse muzikant overtuigde tot dusver misschien net wat minder, maar de zang op het nieuwe album van MJ Lenderman is wat mij betreft prima. De muzikant uit North Carolina mist wel eens een noot, maar dat misstaat niet in de muziek die hij maakt en heeft wat mij betreft alleen maar een positief effect op de kwaliteit van de songs.

Manning Fireworks klinkt met name bij eerste beluistering als een degelijk maar niet heel opzienbarend rootsalbum, maar net als bij Boat Songs van twee jaar geleden hoor je pas na een paar keer hoe goed de songs van de Amerikaanse muzikant zijn en hoe genadeloos ze zich opdringen.

Na een paar keer horen ben ik behoorlijk verknocht aan het fraaie gitaargeluid op Manning Fireworks, aan de uitstekende songs en aan de wijze waarop MJ Lenderman ze vertolkt. “Joyously weird alt-Americana” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het, maar in een tijd waarin het begrip weird wordt gereserveerd voor een volslagen idioot als Donald Trump noem ik het persoonlijk liever ruwe en eigenzinnige Americana. Het is ruwe en eigenzinnige Americana die me steeds dierbaarder wordt. Erwin Zijleman

Mk.gee - Two Star & the Dream Police (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mk.gee - Two Star & The Dream Police - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mk.gee - Two Star & The Dream Police
Mk.gee heeft met Two Star & The Dream Police een lastig te doorgronden album gemaakt, dat dankzij een bijzondere Prince vibe steeds interessanter wordt en zich ook steeds nadrukkelijker opdringt

Zonder een tip van Pitchfork was ik deze week nooit op het spoor van Two Star & The Dream Police van Mk.gee gekomen en het is ook nog eens een album dat ik bij eerste beluistering heel makkelijk terzijde had kunnen schuiven. Het is een complex en wat vervreemdend klinkend album dat even funky als minimalistische gitaarakkoorden combineert met bijzondere ritmes en wat elektronica. Ik kon er lange tijd geen chocolade van maken, tot ik er opeens iets van Prince in hoorde en sindsdien intrigeert het album van Mk.gee me hopeloos. Het is een bij vlagen behoorlijk ontoegankelijk album, maar dat kan zomaar omslaan. Pitchfork voorspelt Mk.gee een grote toekomst en ze zouden best wel eens gelijk kunnen hebben.

De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork selecteerde Two Star & The Dream Police van Mk.gee voor het lijstje van de interessantste albums van deze week. Het is een naam die ik niet eerder ben tegen gekomen, maar Mk.gee, dat wordt uitgesproken als McGee, is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Michael Gordon. Pitchfork noemt Two Star & The Dream Police het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles, maar op Spotify zie ik ook al twee eerdere albums. Hoe dat precies zit weet ik niet, maar na beluistering weet ik wel dat Two Star & The Dream Police klassen beter is dan zijn voorgangers.

Het nieuwe album van Mk.gee is een bijzonder intrigerend album en het is een album dat tijd vraagt. Van de openingstrack met vervormde zang en zenuwachtige ritmes werd ik vooral heel nerveus, maar het maakte me ook nieuwsgierig genoeg om verder te luisteren. Al snel raakte ik onder de indruk van de bijzondere muziek van Mk.gee, die vooral wordt bestempeld als R&B en funk. Dat zijn vlaggen die de lading maar in beperkte mate dekken. De ritmes passen hier en daar wel bij de R&B en hetzelfde geldt voor de zang van Mk.gee. De Amerikaanse muzikante speelt verder voorzichtig funky gitaarloopjes, maar met alleen de etiketten R&B en funk, doe je de bijzondere muziek op Two Star & The Dream Police echt flink te kort.

Mk.gee heeft zijn muziek vrij minimalistisch ingekleurd. Buiten de ritmes en de gitaarlijnen hoor je hier en daar wat elektronica, die zowel de muziek als de zang op het album wat vervormt. Two Star & The Dream Police valt hierdoor makkelijk op in het aanbod van het moment, maar het duurt (of het duurde in ieder geval bij mij) zoals gezegd even voordat alles op zijn plek valt.

Ik kan niet direct albums noemen die lijken op dit album van Mk.gee, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe meer associaties ik heb met de muziek van Prince. We gaan er helaas nooit achter komen hoe de muziek van Prince in 2024 zou hebben geklonken, maar mogelijk zou het hebben geklonken als Two Star & The Dream Police van Mk.gee. Met name de ritmes doen we wel eens denken aan songs die Prince ooit heeft opgenomen en ook de zang kruipt af en toe tegen die van het genie uit Minneapolis aan, zonder dat het sprekend lijkt op de muziek van Prince.

Ook de klanken van de keyboards en de prominente rol voor de gitaar zouden niet hebben misstaan op een album van Prince, maar de Amerikaanse muzikant is helaas al bijna acht jaar niet meer onder ons en de ontwikkelingen binnen de muziek hebben destijds niet stil gestaan. Mk.gee bouwt wat mij betreft op knappe wijze voort op de erfenis van Prince en verdient respect voor het maken van een behoorlijk complex en bij vlagen ook behoorlijk ontoegankelijk album met vaak wat korte songs.

Het is een album waarvoor je in de stemming moet zijn en vervolgens ook voor in de stemming moet komen, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere vibe en bijzondere flow van dit album, wordt Two Star & The Dream Police van Mk.gee steeds interessanter. Dat de Amerikaanse muzikant ook popliedjes met een kop en een staart kan maken laat hij overigens horen in het aanstekelijke maar ook nog steeds experimentele Candy, dat niet alleen een hoog Prince gehalte heeft, maar ook citeert uit de blue-eyed soul van Hall & Oates. Het is in Nederland nog stil rond Mk.gee, maar hij kan wel eens heel groot gaan worden. Ik zou zeker eens luisteren naar dit bijzondere album. Erwin Zijleman

ML Buch - Suntub (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: ML Buch - Suntub (2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

ML Buch - Suntub (2023)
De Deense muzikante ML Buch leverde een jaar geleden een fascinerend album af dat met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen en dat deze week terecht nog eens wordt uitgelicht door de Amerikaanse website Paste

Suntub van ML Buch is me vorig jaar volledig ontgaan, maar het is een bijzonder album, dat mooier en interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Centraal op het album staat het bijzondere spel op de 7-snarige gitaar van ML Buch. Het is de basis van een wat experimenteel maar ook mooi en ruimtelijk geluid, dat wordt aangevuld met afwisselend experimentele en atmosferische klanken van synths. Wanneer de Deense muzikante zang toevoegt worden de songs van ML Buch net wat toegankelijker en folkier, maar het geluid op Suntub blijft uniek. Er was een jaar geleden niet veel aandacht voor, maar dit fascinerende album verdient een herkansing.

De Amerikaanse website Paste publiceerde de afgelopen week een lijst met de honderd beste albums van de jaren 2020. Ik besprak ruim de helft van deze albums op de krenten uit de pop en omdat Paste een van mijn wekelijkse tipgevers is, kwam ik ook flink wat andere albums tegen die ik op advies van de Amerikaanse website wel heb beluisterd, maar die niet aansloten bij mijn smaak, bijvoorbeeld omdat het ging om genres die me minder goed liggen als metal, avant garde, filmmuziek of rap.

Ik vond uiteindelijk dan ook maar één album dat ik niet graag had willen missen, maar met dat album ben ik heel blij. Het gaat om Suntub van ML Buch. Het is het tweede album van de Deense muzikante Marie Louise Buch, die deze week toevallig ook opduikt op het album van de eveneens uit Denemarken opererende Rebecca Maria Stougaard, die interessante muziek maakt onder de naam Molina.

Suntub verscheen ongeveer een jaar geleden en ik kan niet herinneren dat ik destijds naar het album heb geluisterd. Het is een album dat vooral zeer positieve recensies kreeg en het zijn recensies waarin het niet goed lukt om een label te plakken op de muziek van ML Buch. Dat levert vaak creatieve vergelijkingen op en die waren er ook voor Suntub, dat ergens werd omschreven als “middle-period Joni Mitchell covering Talk Talk and run through a computer made of jelly”. Zo bijzonder kan ik ze niet verzinnen en ik ga dan ook geen poging wagen.

Het ruim 55 minuten durende album begint met op een bijzondere manier vervormde synths en een eenvoudig ritme, maar na ongeveer een minuut komt er wat meer lijn in de openingstrack van Suntub, zeker wanneer fraai elektrisch gitaarspel opduikt en uiteindelijk ook de stem van Marie Louise Buch invalt. De zang van de Deense muzikante en haar ruimtelijke en veelkleurige gitaarspel op haar 7-snarige gitaar (Andy Summers wordt ergens genoemd als referentie en daar zit wat in) zijn uiteindelijk de belangrijkste ingrediënten in de songs van ML Buch, terwijl de synths vooral op de achtergrond uitwaaien.

Het hierboven genoemde citaat is buiten de van gelei gemaakte computer niet eens zo gek, want de songs van de Deense muzikante hebben in vocaal opzicht een folky karakter en zijn in muzikaal opzicht vooral sfeervol. Het leuke van Suntub is dat het een album is dat totaal anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment, zonder dat het erg tegen de haren in strijkt.

Zeker in muzikaal opzicht heeft het album een wat experimenteel karakter, wat je vooral hoort in de passages waarin de zang ontbreekt, maar ik hoor ook intro’s die juist zeer toegankelijk zijn. Wanneer vocalen worden toegevoegd klinkt de muziek van ML Buch nog wat toegankelijker, maar het geluid van de muzikante uit Kopenhagen blijft heel apart. Suntub werd overigens opgenomen op bijzondere plekken, want de zang werd vooral in de auto opgenomen, terwijl de gitaren overal en nergens op de band werden gezet en het geluid verder werd versterkt in sauna’s en zwembaden.

ML Buch maakt op Suntub zeker geen doorsnee popsongs, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe mooier en hoe minder tegendraads ik het vind. Zeker wanneer de muziek repeteert hoor ik wel wat van de muziek waarmee Tash Sultana ooit begon, maar dan met een koele Scandinavische in plaats van een broeierige Australische touch, waarmee ik dan toch nog tot een cryptische omschrijving van het album ben gekomen. Erwin Zijleman

Modern Nature - How to Live (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Modern Nature - How To Live - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Modern Nature betovert en verwondert met een bijzonder en wonderschoon geluid dat zich niet in een hokje laat duwen of in de tijd laat plaatsen

Het zijn de Britse jaarlijstjes die mij op het spoor hebben gezet van How To Live van Modern Nature. De uit gelouterde Britse muzikanten bestaande band heeft zich naar eigen zeggen laten beïnvloeden door folk en jazz, maar sleept er nog veel meer bij op dit fascinerende debuutalbum. De beeldende muziek van de Britse band betovert en bezweert en nodigt uit tot dagdromen, waarbij lome en ingetogen klanken voorzichtig kunnen ontsporen. Het levert een album van een bijzondere of zelfs unieke schoonheid op en het is een album dat alleen maar beter en indrukwekkender wordt.

Modern Nature is een project van de Britse muzikant Jack Cooper, die eerder aan de weg timmerde met Mazes en vooral Ultimate Painting. Voor zijn nieuwe project zocht hij de samenwerking met Will Young, die een aantal fraaie albums met de band Beak op zijn naam heeft staan. Aangevuld met een cellist, een saxofonist en een drummer was Modern Nature geboren en debuteerde de band eerder dit jaar met How To Live.

Het is een album dat in Nederland niet overdreven veel aandacht heeft gekregen, maar dat de afgelopen weken terecht opdook in een aantal gerenommeerde Britse jaarlijstjes.

De muziek van Modern Nature laat zich lastig omschrijven. De band zocht naar verluidt een mix van de folk van Bert Jansch en de jazz van Alice Coltrane, maar met een mix van folk en jazz ben je er bij de beschrijving van het debuut van Modern Nature nog niet. De Britse band heeft absoluut elementen uit de folk en jazz toegevoegd aan haar muziek, maar verwerkt ook invloeden uit onder andere de indie-rock en de psychedelica.

De band doet dit in beeldende of bijna filmische klanken, die een bijzondere sfeer oproepen. Zeker wanneer de folky invloeden domineren in het geluid van Modern Nature, trekt de Britse band de aandacht met prachtige gitaarlijnen en ingetogen vocalen. Pure folk wordt het nooit, want Modern Nature verrijkt haar ingetogen songs met atmosferische elektronische klanken en met invloeden die variëren van psychedelica tot een vleugje progrock.

De wat meer ingetogen songs op het album zijn wonderschoon en overtuigen makkelijk, maar de muziek van Modern Nature kan ook ontsporen met net wat experimentelere passages waarin de instrumenten subtiel los mogen gaan.

Door de mix van stijlen en geluiden is How To Live niet makkelijk of zelfs helemaal niet in een hokje te duwen en kom je net zo makkelijk uit bij folkhelden uit de jaren 70 als bij bands uit de Canterbury scene uit dezelfde periode of zelfs bij een band als Radiohead. Uiteindelijk is vergelijken zinloos. Modern Nature klinkt op How To Live vooral als zichzelf en heeft een album van een bijzondere schoonheid afgeleverd.

Het is af en toe heerlijk wegdromen bij de muziek van de band, zeker wanneer akoestische gitaren worden gecombineerd met atmosferische synths en lome zang. De muziek van de band heeft dan een bijna hypnotiserend karakter, maar het avontuur is nooit ver weg. De rustig voortkabbelende gitaarlijnen kunnen opeens repeteren of op hol slaan, de ritmes kunnen van loom in springerig veranderen en de synths op de achtergrond kunnen zomaar een rol op de voorgrond opeisen.

De muziek van Modern Nature blijft redelijk ingetogen en laidback, maar het is ook muziek die je bij de les houdt. How To Live van Modern Nature is niet goed te vangen in een hokje wanneer het gaat om stijlen en genres, maar het is evenmin een album dat zich makkelijk in de tijd laat plaatsen. Zeker de wat meer psychedelische songs op het album herinneren aan de jaren 60 en 70, maar de muziek van de Britten zit ook vol elementen die alleen maar in het heden passen.

How To Live van Modern Nature is een album dat alle aandacht verdient en dat de fantasie lang blijft prikkelen met verassende wendingen. Zoals gezegd opgedoken in meerdere Britse jaarlijstjes en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman

Modern Nature - No Fixed Point in Space (2023)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Modern Nature - No Fixed Point In Space - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Modern Nature - No Fixed Point In Space
De Britse band Modern Nature maakte het de luisteraar al niet makkelijk op haar vorige albums, maar neemt op haar derde album No Fixed Point In Space nog wat meer afstand van de popsong met een kop en een staart

De Britse band Modern Nature kan ook met haar nieuwe album No Fixed Point In Space weer rekenen op zeer positieve recensies van de kwaliteitspers in het Verenigd Koninkrijk, maar in Nederland blijft de band vrij onbekend. Dat zal niet zomaar veranderen met het nieuwe album van de band, want No Fixed Point In Space is zeker geen makkelijk album. Modern Nature neemt definitief afstand van de pop, zoals Talk Talk dat ooit deed met Spirit Of Eden. Het is flink wennen aan de niet-alledaagse songstructuren, aan de bijzondere klanken en aan het lage tempo, maar als je open staat voor de bijzondere muziek van Modern Nature valt er steeds meer op zijn plek op dit intrigerende album.

De gerenommeerde Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut zijn in hun november nummer bijzonder enthousiast over No Fixed Point In Space van de Britse band Modern Nature. Uncut heeft het deze week verschenen album zelfs uitgeroepen tot album van de maand en dat is niet de eerste keer dat het tijdschrift superlatieven te kort komt bij het beschrijven van de muziek van de band uit Cambridge.

Dat gebeurde in 2019 voor het eerst, toen met How To Live het debuutalbum van Modern Nature verscheen. Het album kreeg buiten het Verenigd Koninkrijk nauwelijks aandacht, maar ik kon na beluistering alleen maar concluderen dat er niets was af te dingen op de mooie woorden van Mojo en Uncut. How To Live was zeker geen lichte kost, maar haalde uiteindelijk verrassend mijn jaarlijstje over 2019.

Het project van Jack Cooper (Mazes, Ultimate Painting) en Will Young (Beak) keerde vorig jaar terug met Island Of Noise, dat ik, ondanks de wederom lovende recensies van de Britse muziektijdschriften, niet op de juiste waarde wist te schatten. Dat het album destijds verscheen in een week vol nieuwe releases hielp zeker niet, want Island Of Noise is, nog meer dan het debuutalbum van de Britse band, een album waarvoor je de tijd moet nemen.

Dat geldt in nog veel sterkere mate voor het deze week verschenen No Fixed Point In Space, dat nog wat zwaardere kost is dan zijn twee voorgangers. Zonder de superlatieven van Uncut was ik waarschijnlijk niet eens begonnen aan het album, of had ik het snel terzijde gelegd. Het is een album dat pas tot zijn recht komt wanneer je het meerdere keren heb beluisterd en ook dan is het nog flink wennen aan het bijzonder lage tempo en de bijzonder subtiele klanken op het album.

Bij eerste beluistering van het album had ik hetzelfde gevoel dat ik gehad moet hebben bij eerste beluistering van Spirit Of Eden van Talk Talk. De popsongs met een kop en een staart die Modern Nature nog maakte op haar debuutalbum zijn vervangen door uiterst subtiele klanken, die geïmproviseerd lijken en misschien wel zijn.

Jack Cooper omschrijft de muziek van zijn band als volgt: “With this record, I wanted the music to reflect nature: beginnings and endings, arrivals and departures, process and chance. I wanted the music and the words to feel like roots, branches, mycelium, the intricacies of a dawn chorus, neurons firing, the unknown”. Het levert een zich langzaam voortslepend geluid op dat bestaat uit mooie gitaarlijnen, jazzy baslijnen en bijzondere percussie met hier en daar bijdragen van blazers en strijkers en wat zachte vocalen.

Popmuziek is het nauwelijks meer te noemen, maar toch is No Fixed Point In Space geen heel ontoegankelijk album. De mooie klanken hebben een bijzondere uitwerking op de luisteraar, die heen en weer wordt geslingerd tussen ontspanning en onrust. De songs op het album bevatten invloeden uit de jazz en de chamber pop, maar ook avant garde is een etiket dat niet misstaat op de muziek van de Britse band.

Het is zoals gezegd een album waarvoor je de tijd moet nemen en ook dan is er geen garantie dat alles op zijn plek valt. Zelf ben ik inmiddels geïntrigeerd door de bijzondere klanken en de al even bijzondere songstructuren op het album en vind ik de klanken bij vlagen prachtig, maar of dit nu voor mij een meesterwerk is zal de tijd moeten leren. Erwin Zijleman

Modern Nature - The Heat Warps (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Modern Nature - The Heat Warps - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Modern Nature - The Heat Warps
De muziek van de Britse band Modern Nature werd er de afgelopen jaren niet makkelijker op, maar op The Heat Warps slaat de band uit Cambridge een wat toegankelijkere weg in, met een bijzonder mooi album als resultaat

No Fixed Point In Space van de Britse band Modern Nature kon twee jaar geleden rekenen op positieve woorden van de critici, maar het was ook een lastig te doorgronden album, waarvan, in ieder geval bij mij, uiteindelijk maar weinig bleef hangen. Dat de band op haar nieuwe album The Heat Warps kiest voor een veel toegankelijker geluid is wat mij betreft dan ook goed nieuws. De muziek van Modern Nature klinkt op het nieuwe album bijzonder aangenaam, maar de band heeft haar eigenzinnigheid en muzikaliteit zeker behouden. Het levert een album op vol prachtige momenten, maar het is ook een album met songs die zich dit keer wel makkelijk in het geheugen nestelen.

Op een of andere manier wordt de naam van de band Modern Nature niet in mijn geheugen opgeslagen. De band uit het Britse Cambridge bracht deze week met The Heat Warps haar vijfde album uit, maar er ging bij mij niet direct een belletje rinkelen toen ik de naam van de band zag in de releaselijsten.

Dat is best opmerkelijk, want How To Live, het debuutalbum van Modern Nature, haalde in 2019 met overtuiging mijn jaarlijstje en nadat ik de twee volgende albums van de Britse band had gemist, was ik in 2023 ook weer heel enthousiast over No Fixed Point In Space, het vierde album van Modern Nature.

Dat ik de naam van de band steeds vergeet staat niet helemaal los van de muziek op de tot dusver verschenen albums, want Modern Nature maakt op haar eerste vier albums muziek die zich niet direct opdringt en die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laat horen.

Het is muziek die niet zo heel makkelijk te omschrijven is, wat ook wel is te merken aan mijn recensie van het debuutalbum van de band, waarin ik How To Live omschreef als een mix van folk, jazz, indierock, psychedelica en progrock, de songs van de band afwisselend beeldend en experimenteel noemde en ik Modern Nature omschreef als een kruising tussen bands uit de Britse Canterbury scene uit de jaren 70 en Radiohead.

No Fixed Point In Space was twee jaar geleden een nog wat lastiger te doorgronden album, want waar Modern Nature op haar debuutalbum nog wel enigszins in de buurt bleef van popsongs met een kop en een staart, liet de band deze popsongs helemaal los op haar behoorlijk experimentele vierde album. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met de muziek die Talk Talk maakte in haar nadagen, wat een bij vlagen mooi en bijzonder album opleverde, maar ook wel wat zware kost.

No Fixed Point In Space lag bij Modern Nature zelf kennelijk ook wat zwaar op de maag, want het deze week verschenen The Heat Warps klink direct vanaf de eerste noten een stuk toegankelijker dan zijn voorganger. De band is door de komst van gitariste en zangeres Tara Cunningham van een trio een kwartet geworden en klinkt deels als een andere band.

Waar Modern Nature op haar vorige album wel erg nadrukkelijk aan het navelstaren was, verrast de band uit Cambridge op haar nieuwe album met frisse popsongs, die zich een stuk makkelijker opdringen dan de songs uit het verleden. Ondanks de flinke koerswijziging heeft Modern Nature echter ook een aantal van haar sterke punten uit het verleden behouden.

Ook de songs op The Heat Warps zijn niet zomaar in een hokje te duwen en zijn spannend genoeg om de fantasie te blijven prikkelen. De mix van invloeden is niet eens zo heel verschillend van die op het debuutalbum, met af en toe een vleugje countryrock als bonus, maar toch horen we een nieuwe versie van Modern Nature.

De vorige versie van de band vond ik absoluut interessant en bij vlagen zelfs fascinerend, maar op een of andere manier beklijfde het toch niet echt. The Heat Warps kan daarentegen wel eens een hele trouwe metgezel worden tijdens wandelingen in de nazomer, herfst en winter. Het is waarschijnlijk een metgezel die niet snel gaat vervelen, want ondanks de wat toegankelijkere songs heeft Modern Nature ook op The Heat Warps weer heel veel moois en bijzonders verstopt in haar muziek. Ik heb zomaar het idee dat ik de naam van de band nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman

Modern Studies - We Are There (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Modern Studies - We Are There - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Modern Studies - We Are There
We Are There van Modern Studies is zeker niet het makkelijkste album van het moment, maar wanneer de songs van de band je eenmaal te pakken hebben, groeit het snel uit tot een bescheiden meesterwerk

Ik heb wel even geworsteld met het vijfde album van de Schots/Engelse band Modern Studies, maar inmiddels blijf ik naar het album luisteren en wordt het alleen maar mooier en indrukwekkender. The Modern Studies maakt muziek met flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar de band ontworstelt zich op fascinerende wijze aan het strakke keurslijf van dit genre en verwerkt ook invloeden uit de chamber pop, Laurel Canyon folk en psychedelica. Het levert een album op vol verrassende wendingen, maar ook een album met een werkelijk prachtige instrumentatie en al even mooie vocalen van met name zangeres Emily Scott. Fascinerend album.

Ik ben er meestal behoorlijk snel uit wanneer ik op vrijdag een selectie maak uit de over het algemeen flinke stapel nieuwe releases, maar deze week was er een album dat het me heel lang erg lastig maakte. We Are There van de deels Engelse en deels Schotse band Modern Studies heb ik meerdere keren terzijde geschoven en er vervolgens toch steeds weer bij gepakt.

Het is een album waar ik maar lastig vat op kon krijgen en dat me maar heen en weer bleef slingeren tussen latente interesse en diepe bewondering. Het is een album dat ik in eerste instantie te Brits, te traditioneel en wat te stijfjes of zelfs te plechtig vond. We Are There is echter ook een album dat vol zit met verborgen schatten, een album dat snel groeit en een album dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen als ik bij eerste beluistering dacht.

Na de eerste noten duwde ik We Are There in het hokje Britse folk en dan in het bijzonder Britse folk van het pastorale soort. Het vijfde album van Modern Studies past vaak in dit hokje, maar minstens even vaak ook helemaal niet. De Britse band kan goed uit de voeten met wat traditioneel aandoende Britse folk, maar We Are There verwerkt ook volop invloeden uit de Britse chamber pop en uit de psychedelica. Ook invloeden uit de Amerikaanse folk zoals die in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt hebben hun weg gevonden naar het album, dat qua invloeden kris kras door de ruimte en tijd schiet.

Modern Studies verwerkt niet alleen invloeden uit meerdere genres, maar maakt ook muziek die continu van kleur verschiet en steeds weer dingen doet die je niet verwacht. Het ene moment is de muziek van de band zacht en sfeervol, het volgende moment opeens zwaarder aangezet, waardoor het album op bijzondere wijze heen en weer golft.

De prachtig bij elkaar kleurende mannen- en vrouwenstem, met een hoofdrol voor de prachtige stem van Emily Scott, geven We Are There het folky en ook het wat pastorale karakter, maar de instrumentatie weigert zich te conformeren aan het keurslijf van de traditionele Britse folk. Modern Studies slaat steeds weer net wat andere wegen in en doet dit met wonderschone klanken en arrangementen met flink wat strijkers.

Ik ken geen band als Modern Studies en als het me al ergens aan doet denken is het aan de minst zweverige muziek die de Ierse band Clannad ooit maakte, al gaat de vergelijking tussen de twee bands maar zeer ten dele op. We Are There van Modern Studies is een album waar je de tijd voor moet nemen. Bij vluchtige beluistering trok ik keer op keer de verkeerde conclusies, maar nadat ik het album helemaal had gehoord en alles nog eens op me in liet werken, was ik verkocht.

Modern Studies is er in geslaagd om een album te maken dat noot na noot spannend klinkt, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat je ook enorm vermaakt met een wonderschone instrumentatie, bijzondere arrangementen en zeer fraaie zang. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt, dat ook niet bang is voor een uptempo popsong en ondertussen wordt het mooier en mooier.

We Are There is zoals gezegd het vijfde album van Modern Studies, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. Het maakt me nieuwsgierig naar de vorige vier albums van de band, die ik absoluut ga ontdekken, maar minstens even nieuwsgierig naar alles dat nog komen gaat. Erwin Zijleman

Mogwai - As the Love Continues (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mogwai - As The Love Continues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mogwai - As The Love Continues
De Schotse band Mogwai bouwt op As The Love Continues de spanning een uur lang op en af en imponeert met wonderschone klanken, torenhoge spanningsbogen en indringende geluidsmuren

De Schotse band Mogwai draait inmiddels al zo’n 25 jaar mee en heeft een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Er zat er nog geen een tussen die ik koester, maar het deze week verschenen As The Love Continues zou hier wel eens verandering in kunnen brengen. Het is een typisch Mogwai album, maar waar ik in het verleden vrij snel afhaakte, luister ik keer op keer ademloos naar het nieuwe album van de band uit Glasgow. Hier en daar zijn de geluidsmuren angstvallig hoog, maar minstens net zo vaak zijn de klanken sprookjesachtig mooi. As The Love Continues is een prachtig album en het wordt alleen maar mooier wanneer je het vaker hoort.

Ik was tot dusver geen heel groot fan van de Schotse band Mogwai. Ik heb wel wat albums van de band uit Glasgow in de kast staan, maar ze komen er eerlijk gezegd nooit uit. Ik had daarom geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen As The Love Continues, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies ben ik toch gaan luisteren, om vervolgens al snel te concluderen dat Mogwai een geweldig album heeft gemaakt.

Het album opent prachtig met het beeldende To The Bin My Friend, Tonight We Vacate Earth, dat opent met zweverige klanken, maar langzaam wordt de spanning steeds verder opgebouwd en wordt het geluid steeds grootser en steviger. Het is muziek zoals Mogwai die al eerder maakte, maar zo mooi als dit hoorde ik het nog niet vaak.

In Here We, Here We, Here We Go Forever klinkt de Schotse band wat elektronischer en directer, maar wederom is Mogwai een meester in zowel het opbouwen van de spanning als in het van kleur laten verschieten van haar muziek. Het is ook in de tweede track typisch Mogwai, maar op een of andere manier pakt het me meer dan het oudere werk van de band en hoor ik ook meer de schoonheid in de soms behoorlijk overweldigende klanken.

Ook Dry Fantasy combineert wonderschone elektronische klanken met spanning die genadeloos wordt opgebouwd en ook dit keer combineert Mogwai breed uitwaaiende en beeldende klanken met flarden van toegankelijke popsongs. Die toegankelijke popsong komt er vervolgens met Ritchie Sacramento, dat zo op een indie-rock album uit de jaren 90 had kunnen staan.

Met Drive The Nail volgt een lange track waarin ijle synths en mooie gitaarlijnen elkaar prachtig versterken en waarin Mogwai nog maar een keer tekent voor fraaie spanningsbogen die eindigen in hoge gitaarmuren. As The Love Continues is dan inmiddels een klein half uur onderweg en heeft al driftig gestrooid met betoverend mooie muziek en songs die je direct vastgrijpen en pas weer los laten als de laatste noot weg ebt.

Er volgt nog een ruim half uur muziek die minstens even mooi is. Het is knap hoe Mogwai in iedere track weer kiest voor een net wat andere invalshoek en hoe lekker in het gehoor liggende songs en alle kanten op schieten geluidsexplosies en implosies elkaar nooit al te ver uit het oog verliezen.

Mogwai maakte in het verleden meerdere filmsoundtracks en ook As The Love Continues zou hier en daar prima als soundtrack dienst kunnen doen, al is de muziek van de Schotse band ook vaak behoorlijk heftig en is alle aandacht voor de muziek vereist om bij de les te kunnen blijven.

Typisch Mogwai lees ik op de diverse muziekfora, maar ik vind As The Love Continues echt veel beter dan andere albums die ik ken van de band. Zeker bij beluistering met enig volume of met de koptelefoon schotelt de band uit Glasgow je een wonderschone luistrip voor, die steeds weer fascineert en je nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaan.

Dit varieert van sprookjesachtige elektronische soundscapes waarin plotseling een spookachtig onweer losbarst, tot meer gitaar georiënteerde songs waarin de spanning al even fraai wordt opgebouwd, dit alles prachtig geproduceerd door Dave Fridmann. “Extremely loud and incredibly close” noemt The Guardian het. Het mag typisch Mogwai zijn, maar zo mooi als op dit album hoorde ik het toch nog niet vaak van de Schotse band. Erwin Zijleman

Molly Burch - First Flower (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - First Flower - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Burch slingert je ook dit keer heen en weer tussen verleden en heden op een plaat vol diepgang en verleiding
Molly Burch wist met haar debuut op te vallen dankzij een bijzondere stem en het op knappe wijze laten samenvloeien van invloeden uit het verre verleden en het heden. Op haar tweede plaat heeft ze het recept van haar debuut vervolmaakt. De gitaren galmen en zweven nog wat mooier, Molly Burch zingt nog wat nonchalanter en zwoeler, de songs spreken nog net wat meer aan en in de teksten durft Molly Burch meer van zichzelf te laten zien, wat zorgt voor meer diepgang en emotie. Het levert een plaat op die deze week mee kan met de grote en met de betere releases. Knappe plaat.


De Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch debuteerde zo’n anderhalf jaar geleden met Please Be Mine. Het was een plaat die zich wat mij betreft vrij makkelijk wist te onderscheiden van al die andere platen die momenteel verschijnen binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

De singer-songwriter uit Austin, Texas, slaagde hier in door uiteenlopende invloeden te verwerken in haar muziek, door een bijzondere sfeer te creëren en vooral door haar bijzondere stemgeluid. Please Be Mine kleurde hierdoor veelvuldig buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en sloeg bovendien op knappe wijze een brug tussen het verleden en het heden.

Eerder deze week verscheen het tweede album van Molly Burch en First Flower laat horen dat Molly Burch het geluid van haar debuut heeft vervolmaakt en heeft voorzien van diepgang. Op haar tweede plaat gebruikt Molly Burch voor een belangrijk deel dezelfde ingrediënten als op haar debuut. Haar muziek zit nog altijd vol echo’s uit een ver verleden, waarbij de singer-songwriter uit Austin vaak terug gaat naar de late jaren 50 en vroege jaren 60. Molly Burch put uit de archieven van countrymuziek uit deze periode en uit die van de Phil Spector girlpop, wat een warm en authentiek klinkend geluid oplevert.

Het knappe van de muziek van Molly Burch is dat de Amerikaanse singer-songwriter de invloeden uit het verleden prachtig laat samenvloeien met invloeden uit het heden, waardoor ze net zo makkelijk aansluit bij Patsy Cline en Dusty Springfield als bij Angel Olsen en Cat Power, om maar eens een paar namen te noemen.

First Flower borduurt nadrukkelijk voort op het debuut van Molly Burch en is hierdoor iets minder verrassend dan dit debuut, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft haar geluid wel geperfectioneerd. Met name de gitaarlijnen vol galm voorzien haar geluid nog altijd van een unieke sfeer. Het is een sfeer die niet zou misstaan in een film van David Lynch en ook de stem van Molly Burch zou niet misstaan in deze films.

Molly Burch zingt makkelijk en kan met haar stem meerdere kanten op, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. Ook in haar vocalen slaat ze een brug tussen verleden en heden, waardoor First Flower het ene moment zwoel en nostalgisch en het volgende moment urgent en eigentijds klinkt.

Ik moest anderhalf jaar geleden nog wel even wennen aan het bijzondere geluid van Molly Burch, maar dit keer was ik vrijwel onmiddellijk overtuigd. Hierna wint de plaat nog wel even aan kracht, bijvoorbeeld omdat de gitaarlijnen alleen maar mooier en zweveriger worden en omdat de singer-songwriter uit Austin haar songs heeft voorzien van meer diepgang door in haar teksten dieper in haar eigen persoonlijkheid te graven. Haar debuut liep anderhalf jaar geleden vooral over van belofte, maar die belofte maakt Molly Burch met First Flower echt meer dan waar. Erwin Zijleman

Molly Burch - Please Be Mine (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - Please Be Mine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het aanbod van platen van vrouwelijke singer-songwriters is momenteel zo enorm groot dat zelfs een ware liefhebber van het genre als ik heel veel platen moet laten liggen.

Dat gold in eerste instantie ook voor Please Be Mine van de mij onbekende Molly Burch, maar wat ben ik blij dat ik deze plaat toch maar even heb beluisterd voor hij op de kansloze stapel zou verdwijnen.

Met haar debuut weet de Amerikaanse singer-songwriter zich immers moeiteloos te onderscheiden van de grauwe middelmaat.

Molly Burch groeide op in Los Angeles, studeerde jazz aan de universiteit van Asheville in North Carolina en woont tegenwoordig in Austin, Texas. In Austin nam ze in slechts één dag haar debuut op en wat is het een mooi debuut geworden.

Please Be Mine onderscheidt zich in muzikaal opzicht van de meeste andere platen die momenteel verschijnen. De instrumentatie van de plaat roept herinneringen op aan de country en rock’ n roll van decennia geleden, heeft iets van de producties van Phil Spector, maar raakt op een of andere manier ook aan de dreampop van veel latere datum. Een Twin Peaks achtige sfeer is de kers op de taart.

Het klinkt allemaal bijzonder lekker en oorspronkelijk, maar toch ook fris, waarbij ik persoonlijk vooral wordt geroerd door het werkelijk prachtige gitaarwerk op de plaat dat imponeert met prachtige loopjes en heel veel subtiliteit.

In muzikaal opzicht houdt de band van Molly Burch je vrij eenvoudig bij de les, maar over het sterkste wapen van de singer-songwriter uit Austin heb ik het nog niet gehad. Dat sterkste wapen is de stem van Molly Burch.

Het is een heldere, warme en krachtige stem die hoorbaar is beïnvloedt door de zangeressen voor wie Molly Burch in haar jeugd een zwak had. Flarden Billie Holiday, Dusty Springfield, Nina Simone en met name Patsy Cline zijn absoluut hoorbaar, maar in de prachtige stem van Molly Burch hoor je ook flarden Angel Olsen en Hope Sandoval om nog maar eens wat namen te noemen.

Met haar geweldige stem en alle emotie in deze stem tilt Molly Burch alle songs op haar debuut op indrukwekkende wijze naar een hoger plan. Als ze gaat zingen is alles om haar heen even stil en houdt ook haar band in. Het voorziet Please Be Mine van een bijzondere sfeer en wat mij betreft van magie.

Ik was bij eerste beluisteringen van de plaat bang dat de retro klanken op Please Be Mine snel zouden gaan vervelen, maar eigenlijk is het debuut van Molly Birch me alleen maar dierbaarder geworden en staat de plaat steeds vaker garant voor kippenvel. Interessante nieuwe aanwinst voor de Amerikaanse rootsmuziek als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album (2019)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Burch - The Molly Burch Christmas Album
Molly Burch verloochent haar country roots niet op een vooral in vocaal opzicht indrukwekkend, maar ook suikerzoet, kerstalbum

Na twee uitstekende albums komt Molly Burch nu op de proppen met een kerstalbum. Het is een kerstalbum waarop de Amerikaanse singer-songwriter haar country roots niet verloochent, maar waarop ze ook de zoetsappige kerstsongs niet uit de weg gaat en ze hier en daar kiest voor een bijzondere interpretatie. Zeker wanneer The Molly Burch Christmas Album tegen de country leunt valt er in muzikaal en vooral in vocaal opzicht veel te genieten op dit album, maar het blijft natuurlijk een kerstalbum. Een prima kerstalbum, maar net niet zo goed als die van Kacey Musgraves van een paar jaar geleden.

In tegenstelling tot Los Lobos heeft de Amerikaanse singer-songwriter Molly Burch wel een behoorlijk traditioneel kerstalbum gemaakt. De jonge singer-songwriter die Los Angeles inmiddels heeft verruild voor Austin, Texas, debuteerde in 2017 uitstekend met het fraaie Please Be Mine en bevestigde de belofte van haar debuut met het een jaar later verschenen First Flower.

Dit jaar moeten we het helaas doen zonder een regulier Molly Burch album, maar is er wel het kerstalbum The Molly Burch Christmas Album. Het is een album dat vooral in vocaal opzicht indruk maakt, al zal ik het buiten de kerstdagen waarschijnlijk niet snel uit de speakers laten komen.

The Molly Burch Christmas Album opent zo zoet dat het glazuur bijna van je tanden springt, maar in de tweede track komen ook de country roots van Molly Burch aan de oppervlakte in zowel de instrumentatie als in de zang. De singer-songwriter uit Austin gaat op haar kerstalbum aan de haal met een aantal minder bekende kerstsongs, maar schuwt ook de platgetreden paden niet, bijvoorbeeld met de wat cheesy maar ook wel weer geestige versie van Wham’s Last Christmas, die het net wint van de rauwe versie van Lucy Dacus.

Voor een aantal songs heeft Molly Burch een mannelijke partner gevonden, maar in de meeste tracks moet ze het vocale werk zelf opknappen. Dat gaat haar uitstekend af, want ze is een zeer getalenteerd zangeres en bovendien een zangeres die verrassend goed uit de voeten kan met het zoete kerstrepertoire.

Zeker wanneer de instrumentatie tijdloos is en invloeden uit de country verwerkt, klinkt The Molly Burch Christmas Album op zijn minst aangenaam en imponeert de Amerikaanse muzikante hier en daar met haar stem. Het levert een kerstalbum op dat een stuk beter is dan nagenoeg alle andere kerstalbums van dit jaar, al blijft het atypische kerstalbum van Los Lobos er wat mij betreft bovenuit steken.

Molly Sarlé - Karaoke Angel (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Sarlé - Karaoke Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Sarlé - Karaoke Angel

Mountain Man zangeres Molly Sarlé schuift de Appalachen folk op haar debuut terzijde en verrast met een bijzonder klinkend folk album vol uiteenlopende verleidingen
De naam Molly Sarlé zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar met haar debuut Karaoke Angel zet de Amerikaanse singer-songwriter, die een enkeling zal kennen van het trio Mountain Man, zich op indrukwekkende wijze op de kaart. Het debuut van Molly Sarlé is een zelfverzekerd klinkend folkalbum dat opvalt door een veelkleurige instrumentatie, een bijzonder fraaie productie en een bijzonder stemgeluid. Karaoke Angel is soms uitbundig en zonnig, maar minstens net zo vaak ingetogen en melancholisch. Warm aanbevolen aan een ieder met een zwak voor folk uit het verleden en het heden, maar ook fans van Cowboy Junkies zullen makkelijk vallen voor dit uitstekende album.


Molly Sarlé maakt als Molly Erin Sarle deel uit van het trio Mountain Man, dat de afgelopen jaren twee albums met zeer traditionele Appalachen folk uitbracht.

De muziek van Mountain Man was me uiteindelijk net wat te traditioneel, waardoor ik het vorig jaar verschenen Magic Ship heb laten liggen, maar het eerste soloalbum van Molly Sarlé bevalt me een stuk beter.

Karaoke Angel werd overal en nergens in de Verenigde Staten opgenomen en laat een brede kijk op de folk horen. De stokoude Appalachen folk heeft beperkt invloed gehad op de songs van Molly Sarlé, maar de Amerikaanse singer-songwriter kies op haar debuut toch vooral voor een veel minder traditioneel geluid.

Human, de openingstrack van het album, laat direct horen wat Molly Sarlé in huis heeft. Warmbloedige akoestische klanken worden gecombineerd met een bijzondere stem, die herinnert aan de expressieve folkies uit de jaren 60 en 70, maar ook wat van de verleiding van Hope Sandoval bevat.

Het is momenteel dringen in het genre, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter zorgt wat mij betreft voor voldoende onderscheidend vermogen. Het is overigens niet alleen de stem van de singer-songwriter uit Durham, North Carolina, die Karaoke Angel voorziet van een eigen geluid. De instrumentatie op het album is vaak net wat voller dan gebruikelijk in het genre, waardoor de muziek van Molly Sarlé wat moderner klinkt. Het is aan de andere kant ook een instrumentatie vol in het genre niet heel gebruikelijke accenten, terwijl ook een bijna verstilde song zeker niet wordt geschuwd.

In de opvallende instrumentatie zijn de gitaarlijnen vaak stevig aangezet en voorin de mix gezet en de songs op het album worden bovendien vaak gekenmerkt door atmosferische wolken synths die overwaaien. Het klinkt prachtig bij de expressieve stem van Molly Sarlé, die zich in het fraaie geluid van producer Sam Evian als een vis in het water voelt en imponeert met zang vol gevoel.

Aan het begin van deze recensie gaf ik al aan dat het debuut van Molly Sarlé een brede kijk op de folk heeft. In veel van de songs duiken flarden uit de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 op, maar Karaoke Angel laat ook flarden Appalachen folk en psychedelische folk uit de jaren 60 horen. Op hetzelfde moment sluit Molly Sarlé met haar debuut makkelijk aan bij de folkies van het heden en hoor ik ook nog wat van Mazzy Star en nog veel meer van Cowboy Junkies in haar muziek.

Het is bijzonder aangenaam wegdromen bij de aangename klanken op het debuut van Molly Sarlé, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter en interessanter het wordt. Karaoke Angel is in muzikaal en vocaal opzicht een verrassend divers album en ook in tekstueel opzicht kan het bij de singer-songwriter uit Durham alle kanten op en worden humor en weemoed afgewisseld.

Na herhaalde beluistering ben ik behoorlijk onder de indruk van dit album en is duidelijke dat folkies uit het heden als Laura Marling, Angel Olsen, Jessica Pratt en Aldous Harding er met deze Molly Sarlé een zeer geduchte concurrent bij hebben. Erwin Zijleman

Molly Tuttle - ...but I'd Rather Be with You (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Tuttle - ..But I'd Rather Be With You
Molly Tuttle debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend en maakt de belofte nu waar met een bijzondere set covers die op bijzonder fraaie en eigenzinnige wijze worden vertolkt

Van mij hoeven de tussendoortjes met uitsluitend songs van anderen niet zo, maar zo af en toe zit er een album tussen dat ik niet had willen missen. ...But I'd Rather Be With You van Molly Tuttle is zo’n album. De singer-songwriter uit Nashville wist zich vorig jaar al te onderscheiden van haar soortgenoten met haar buitengewoon fraaie debuut When You’re Ready en ook op haar nieuwe album etaleert Molly Tuttle haar talenten op indrukwekkende wijze. Allereerst heeft ze een aantal bijzondere songs geselecteerd, die vervolgens op fraaie wijze worden uitgevoerd, waarbij het fraaie gitaarspel en de prachtige stem van Molly Tuttle goed van pas komen. Prima album!

De Amerikaanse singer-songwriter Molly Tuttle debuteerde vorig jaar prachtig met het uitstekende When You’re Ready. Met haar debuut wist de jonge singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zich moeiteloos te onderscheiden van de toch stevige concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze deed dit met een aangename mix van countrypop en bluegrass, met geweldig akoestisch gitaarspel en vooral met haar stem, die volgens mijn recensie van het debuut van Molly Tuttle net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en ook nog eens over de fraaie snik van Jewel beschikt.

Molly Tuttle deed vorig jaar niet alleen van zich spreken als muzikant, maar ook als ambassadeur van Alopecia areata patiënten; een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, waardoor ze meestal een pruik draagt. Iets meer dan een jaar na haar terecht in brede kring geprezen debuut is de singer-songwriter uit Nashville terug met een tweede album.

...But I'd Rather Be With You zal waarschijnlijk een tussendoortje genoemd worden, want op haar nieuwe album vertolkt Molly Tuttle uitsluitend songs van anderen. Een verzameling covers bestempel ik zelf ook meestal als tussendoortje, maar de verzameling van Molly Tuttle is echt een hele fraaie. Op ...But I'd Rather Be With You gaat de jonge Amerikaanse muzikante aan de haal met songs van anderen en die komen, in ieder geval voor mij, vooral uit onverwachte hoek.

Op ...But I'd Rather Be With You kom je songs tegen van achtereenvolgens The National, The Rolling Stones, Arthur Russell, Karen Dalton, FKA Twigs, Rancid, Grateful Dead, Yeah Yeah Yeahs, Harry Styles en Cat Stevens. Het zijn songs die ik, misschien op twee of drie na, niet achter Molly Tuttle zou hebben gezocht, maar het maakt ...But I'd Rather Be With You direct een stuk spannender dan het gemiddelde album met covers.

Met de selectie songs onderscheidt Molly Tuttle zich al direct van het gemiddelde tussendoortje met songs van anderen, maar dat doet de Amerikaanse singer-songwriter ook op andere manieren. Zo deed ze voor de productie een beroep op de gerenommeerde producer Tony Berg, die vooral mooie dingen deed voor Phoebe Bridgers. Molly Tuttle nam haar nieuwe album tijdens de corona lockdown en sleutelde de meeste songs thuis in Nashville in elkaar met Pro Tools. Tony Berg ging er vervolgens bijna 3.000 kilometer verderop in Nashville mee aan de slag en heeft het album voorzien van een mooi en bijzonder geluid, dat een extra dimensie toevoegt aan de muziek van Molly Tuttle.

De singer-songwriter uit Nashville is er bovendien in geslaagd om van de songs van anderen haar eigen songs te maken. Ondanks de zeer verschillende originelen, is ...But I'd Rather Be With You een consistent klinkend album, dat aansluit op het terecht geprezen debuut van Molly Tuttle. Ook in haar bewerkingen van songs van anderen maakt de Amerikaanse singer-songwriter indruk met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel, met haar prachtige heldere stem en met een gloedvolle voordracht.

Het zorgt er voor dat ...But I'd Rather Be With You wat mij betreft meer is dan een tussendoortje, maar een album dat de grote belofte van het debuut van Molly Tuttle meer dan waar maakt. Erwin Zijleman

Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Molly Tuttle - So Long Little Miss Sunshine
Molly Tuttle was op haar debuutalbum niet vies van invloeden uit de pop, ging op de albums met haar band vervolgens vol voor de bluegrass, maar kiest op So Long Little Miss Sunshine weer voor pop zonder de bluegrass te vergeten

Molly Tuttle liet de afgelopen jaren horen dat ze in meerdere opzichten zeer getalenteerd is. Ze is een bluegrass snarenwonder, maar ook een zeer getalenteerd songwriter, die ook nog eens beschikt over een hele mooie stem. Op haar vorige albums domineerde de bluegrass waarmee ze opgroeide, maar invloeden uit de bluegrass krijgen op So Long Little Miss Sunshine gezelschap van invloeden uit de pop. Molly Tuttle overtuigt nog wat meer als zangeres en heeft een serie aansprekende songs geschreven, maar samen met een aantal topmuzikanten uit Nashville is ze ook de bluegrass niet vergeten. Het levert een bijzonder klinkend en zeer overtuigend album op.

Molly Tuttle is in iets meer dan vijf jaar tijd uitgegroeid tot een van de vaste waarden binnen de hedendaagse bluegrass muziek. Met dit stempel doe je de Amerikaanse muzikante overigens wel wat tekort, want Molly Tuttle heeft op de albums die ze inmiddels op haar naam heeft staan laten horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan.

De liefde voor bluegrass kreeg ze van huis uit mee en al op hele jonge leeftijd kon ze uitstekend overweg op de gitaar, de mandoline en de banjo. Molly Tuttle sleepte met haar snarenspel een aantal aansprekende prijzen in de wacht, maar bleek niet alleen een geweldige muzikante, maar ook een getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres.

Ik hoorde het voor het eerst in het voorjaar van 2019 toen haar debuutalbum When You're Ready verscheen. Het is een album dat het hele palet van bluegrass tot en met countrypop bestrijkt en laat horen dat Molly Tuttle bulkt van het talent. Sindsdien is Molly Tuttle alleen maar beter geworden, wat is te horen op het met bijzondere covers gevulde ...But I'd Rather Be With You uit 2020 en op de twee albums die ze maakte met haar band Golden Highway, Crooked Tree uit 2022 en City Of Gold uit 2023.

Zeker op de laatste twee albums domineren invloeden uit de bluegrass en maken Molly Tuttle, de leden van haar band en de uitgenodigde gastmuzikanten indruk met muzikaal vuurwerk. Op het deze week verschenen So Long Little Miss Sunshine doet Molly Tuttle het voor de afwisseling weer eens zonder haar band Golden Highway. Op de cover van het nieuwe album zie je de Amerikaanse muzikante met een aantal verschillende pruiken en eenmaal zonder pruik. Molly Tuttle lijdt immers aan de ziekte Alopecia, waardoor ze geen haargroei heeft.

Op So Long Little Miss Sunshine kiest Molly Tuttle voor een net wat ander geluid. De invloeden uit de (country)pop stonden sinds haar debuutalbum op een laag pitje, maar zijn terug op het nieuwe album. Het is waarschijnlijk even slikken voor de bluegrass puristen onder haar fans, maar liefhebbers van wat breder ingestoken Amerikaanse rootsmuziek horen op So Long Little Miss Sunshine heel veel moois.

De muzikante uit Nashville neemt op haar nieuwe album misschien de afslag richting (country)pop, maar de liefde voor de bluegrass is zeker niet helemaal verdwenen. Je hoort absoluut meer pop op So Long Little Miss Sunshine, maar het razendsnelle snarenwerk uit de bluegrass is zeker niet verdwenen en ook de bijdragen van de viool herinneren aan het oude geluid van de muzikante uit Nashville.

Het zorgt er voor dat de muziek van Molly Tuttle toch anders klinkt dan de muziek van andere populaire (country)pop zangeressen. So Long Little Miss Sunshine legt wat minder de nadruk op muzikale virtuositeit, maar verlegt de aandacht naar de songs en de zang. De stem van Molly Tuttle klinkt echt prachtig op haar nieuwe album en ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn zeer aansprekend.

Het zijn songs die me meer dan eens aan Taylor Swift doen denken, maar het is dan wel Taylor Swift die haar oude liefde voor country heeft teruggevonden en de bluegrass er bij pakt. De stem van Molly Tuttle vind ik persoonlijk mooier dan die van Taylor Swift, maar het is maar de vraag of een pop minnend publiek uit de voeten kan met de bluegrass invloeden op So Long Little Miss Sunshine. Ik ben zelf al wel helemaal om en vind dit echt een geweldig album. Erwin Zijleman

Molly Tuttle - When You're Ready (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle - When You're Ready - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Tuttle - When You're Ready
De vijver met talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol, maar het talent van Molly Tuttle komt makkelijk aan de oppervlakte drijven om vervolgens diepe indruk te maken

Molly Tuttle maakt al haar hele leven muziek en blonk als kind al uit op de banjo, maar sinds ze is gaan zingen en zich vestigde in Nashville is wereldfaam slechts een kwestie van tijd. Haar debuut maakt direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk en blijkt zwaar verslavend. Het is een debuut dat op fraaie wijze een brug slaat tussen zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en de frisse countrypop van het moment. Het is een debuut dat overtuigt met een gloedvolle productie en muzikanten van naam en faam, maar het is vooral een debuut dat overtuigt met geweldige songs en een stem die alles laat smelten. Met dit droomdebuut kan Molly Tuttle wel eens hele hoge ogen gaan gooien.

Aan jonge en zeer talentvolle vrouwelijke singer-songwriters absoluut geen gebrek deze week. Onder hen ook Molly Tuttle, die zeker niet uit de lucht komt vallen. Ze groeide op in Palo Alto, California, waar ze haar eerste stapjes in de muziek zette en maakte indruk als student aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston, waar ze haar virtuositeit op de akoestische gitaar en banjo etaleerde.

Haar carrière in de muziek kreeg echter pas een vliegende start toen ze zich vestigde in Nashville en ook haar stem ontdekte. De afgelopen jaren maakte ze vanuit Boston al muziek met The Goodbye Girls en verdiende ze de titel “Instrumentalist of the Year” bij de 2018 editie van de Americana Music Awards met haar eerste EP Rise, maar haar debuutalbum moet gaan zorgen voor haar definitieve doorbraak.

Molly Tuttle kreeg thuis de bluegrass met de paplepel ingegoten en speelde al op jonge leeftijd in de bluegrass band van haar vader, maar de afgelopen jaren verbreedde ze haar blik en verwerkte ze ook steeds meer invloeden uit de folk en country en een vleugje pop in haar muziek.

Haar debuut When You're Ready is geproduceerd door Ryan Hewitt, die eerder werkte met onder andere The Avett Brothers en The Lumineers. De openingstrack is direct opvallend, want Million Miles is een track waarvan de basis lang geleden werd geschreven door Steve Poltz en een nog piepjonge Jewel. De twee maakten de track nooit af, maar dat is nu wel gedaan door Molly Tuttle en Steve Poltz, die de Amerikaanse singer-songwriter nog een paar keer bijstaat op haar debuut.

Million Miles is een bijzonder aangename track met vooral invloeden uit de countrypop en doet wel wat denken aan Jewel, maar misschien nog wel meer aan Suzanne Vega. Molly Tuttle flirt af en toe met countrypop, maar ze blijft ook de bluegrass trouw in flink wat tracks. In deze tracks, waarin de banjo net wat nadrukkelijker aanwezig is dan de akoestische gitaar, schuift Molly Tuttle in muzikaal, maar ook in vocaal opzicht op richting Alison Krauss en ook in dit segment maakt de jonge Amerikaanse singer-songwriter flink wat indruk.

Molly Tuttle schrijft songs die afwisselend in de smaak zullen vallen bij rootspuristen en rootsliefhebber die net wat minder strikt in de leer zijn en maakt indruk met lekker in het gehoor liggende songs die meestal de zon laten schijnen.

In muzikaal opzicht is het smullen, wat ook niet anders kan gezien de imposante lijst met muzikanten die bijdroegen aan het album, de productie van Ryan Hewitt klinkt prachtig, maar de meeste indruk maakt Molly Tuttle met haar zang. De singer-songwriter uit Nahsville beschikt over een stem die net zo helder klinkt als die van Alison Krauss, die net zo verleidelijk is als die van Suzanne Vega en die ook nog eens de twang van Jewel toevoegt.

When You're Ready voelt net zo aangenaam als de eerste lentezon en overtuigt daarom bijzonder makkelijk. Ook wanneer je het debuut van Molly Tuttle veel vaker beluistert, blijft het album echter sprankelen. Molly Tuttle bestrijkt het hele gebied tussen Gillian Welch en Kacey Musgraves en doet dit met de authenticiteit en muzikaliteit van de eerste en de verleidingskracht en het gevoel voor perfecte popliedjes van de tweede. Het levert een debuut op dat van de eerste tot de laatste noot imponeert en je humeur ook nog eens een positieve boost geeft. Erwin Zijleman

Molly Tuttle & Golden Highway - City of Gold (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold
Maar net een jaar na het uitstekende Crooked Tree keren Molly Tuttle en haar band Golden Highway terug met City Of Gold, dat net als zijn voorganger imponeert met muzikaal en vocaal vuurwerk

Molly Tuttle is deze week alweer toe aan haar vierde album en het tweede met haar band Golden Highway. Op Crooked Tree koos ze vorig jaar vol voor de bluegrass en dat doet ze ook weer op City Of Gold. Het live in de studio ingespeelde en wederom door Jerry Douglas geproduceerde album put stevig uit de archieven van de bluegrass waarmee Molly Tuttle werd grootgebracht, maar klinkt ook fris. Molly Tuttle en haar band spelen de pannen van het dak en de Amerikaanse muzikante is ook nog eens een uitstekende zangeres. City Of Gold is smullen voor de liefhebbers van traditionele bluegrass en onderstreept nogmaals het enorme talent van Molly Tuttle.

Molly Tuttle vierde eerder dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft ondanks haar jonge leeftijd al een mooi rijtje albums op haar naam staan. De Amerikaanse muzikante was al op jonge leeftijd virtuoos op de banjo en de gitaar en kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten door haar vader die de bluegrass band The Tuttles aanvoerde. Molly Tuttle verrijkte haar muzikale vaardigheden aan het prestigieuze Berklee College of Music en debuteerde in 2017 met de EP Rise.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van Molly Tuttle was haar debuutalbum When You’re Ready uit 2019, waarop de jonge Amerikaanse muzikante niet alleen indruk maakte met de banjo en de gitaar, maar ook verraste met een uitstekende stem, die het beste van Alison Krauss en Suzanne Vega verenigde. Molly Tuttle werd thuis in California grootgebracht met bluegrass en dat hoorde je op haar debuutalbum, dat echter ook opzichtig flirtte met toegankelijke countrypop.

Molly Tuttle, ook ambassadeur van Alopecia Areata patiënten, een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, bracht na haar debuutalbum het met covers gevulde ..But I'd Rather Be With You uit, waarop ze indruk maakte met eigenzinnige vertolkingen van songs van anderen, die in veel gevallen uit een onverwachte hoek kwamen.

Vorig jaar verscheen het door niemand minder dan Jerry Douglas geproduceerde Crooked Tree, waarop naast de naam van Molly Tuttle ook de naam van haar band Golden Highway prijkte. Op Crooked Tree liet de muzikante uit Nashville de flirts met countrypop achter zich en koos ze vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide.

Het uitstekende Crooked Tree, waarop Molly Tuttle werd bijgestaan door een aantal aansprekende gasten, wordt deze week alweer gevolgd door City Of Gold, dat ook weer werd gemaakt met Golden Highway, dat bestaat uit Bronwyn Keith-Hynes op de viool, Dominick Leslie op de mandoline, Shelby Means op de staande bas en Kyle Tuttle op de banjo. Ook op haar nieuwe album kiezen Molly Tuttle en haar geweldige band vol voor de bluegrass.

City Of Gold imponeert vanaf de eerste noten met muzikaal vuurwerk van gitaren, mandoline, bas, banjo en viool, want kunnen Molly Tuttle en haar band spelen. De Amerikaanse muzikante is bovendien een geweldige zangeres en slaagt er bovendien in om een eigen draai te geven aan de invloeden uit de stokoude bluegrass muziek die domineert op het album.

Ik was zelf best gecharmeerd van de wat lichtvoetigere countrypop die Molly Tuttle maakte op haar debuutalbum en ben lang niet altijd gek op de traditionele bluegrass, maar City Of Gold is, net als voorganger Crooked Tree, niet te weerstaan. Ook het nieuwe album van Molly Tuttle & Golden Highway is weer geproduceerd door de legendarische Jerry Douglas, die af en toe zijn dobro uit de koffer haalt.

City Of Gold werd live in de studio opgenomen en moet het doen zonder de indrukwekkende gastenlijst van zijn voorganger, al draaft Dave Matthews op voor een fraai duet (Yosemite). De gasten worden overigens niet gemist, want Golden Highway speelt de pannen van het dak. Het levert wederom een geweldig album op, dat zal worden verslonden door liefhebbers van bluegrass, maar ook liefhebbers van andere genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek moeten hier zeker naar luisteren. Erwin Zijleman

Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Molly Tuttle & Golden Highway - Crooked Tree
De Amerikaanse muzikante Molly Tuttle kiest op haar nieuwe album vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide, wat een album vol muzikaal vuurwerk, sterke songs en prachtige vocalen oplevert

Molly Tuttle bouwt inmiddels een aantal jaren aan een zeer interessant oeuvre. De muzikante uit Nashville leunde op haar vorige twee albums wat tegen de countrypop aan, maar op Crooked Tree, kiest ze, samen met haar band Golden Highway, voor de bluegrass die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Molly Tuttle is zelf een snarenwonder, maar heeft zich op haar nieuwe album ook nog eens omringd met een aantal geweldige muzikanten, met topproducer Jerry Douglas en met een aantal gastmuzikanten van naam en faam. Het levert een bluegrass album op waar de vonken van af vliegen en dat betovert door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die maar blijft verbazen.

Molly Tuttle vierde begin dit jaar pas haar 29e verjaardag, maar staat inmiddels ook al bijna twintig jaar op het podium. De in Santa Clara, California, geboren muzikante kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en kon al op jonge leeftijd met de gitaar, de mandoline en de banjo uit de voeten. Ze speelde op haar elfde voor het eerst mee met haar vader Jack’s bluegrass band The Tuttles en begon rond haar twintigste haar eigen bluegrass band, The Goodbye Girls.

In 2017 bracht ze met de EP Rise haar solodebuut uit, dat werd gevolgd door haar volwaardige debuutalbum When You’re Ready in 2019 en het met covers gevulde ...But I'd Rather Be With You in 2020. Op haar soloalbums verloochende Molly Tuttle haar wortels in de bluegrass zeker niet, maar schoof ze ook wat op richting country en countrypop, waarmee ze ook uitstekend uit de voeten bleek te kunnen.

Deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met een nieuw album, Crooked Tree. Op de naam van het album prijkt niet alleen de naam van Molly Tuttle, maar ook die van haar band Golden Highway. Op haar vorige albums nam Molly Tuttle wat afstand van de traditionele bluegrass muziek waarmee ze opgroeide, maar op Crooked Tree omarmt ze deze muziek weer stevig. De invloeden uit de countrypop zijn op het album vrijwel volledig verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor de invloeden die de jonge Molly Tuttle thuis met de paplepel kreeg ingegoten.

Voor de productie van haar bluegrass album koos Molly Tuttle voor de legendarische (bluegrass) producer Jerry Douglas, die het album bovendien voorziet van fraaie dobro klanken. Molly Tuttle is zelf virtuoos op de gitaar, banjo en mandoline, zodat het met het snarenwerk wel goed zit op het album.

Het muzikale vuurwerk op het album wordt verder versterkt door een uit de kluiten gewassen band, die nog flink wat extra snarenwerk en de in de bluegrass onmisbare viool toevoegt aan het geluid op Crooked Tree. Molly Tuttle vond het kennelijk nog niet genoeg, want ook de gastenlijst voor het album werd goed gevuld met klinkende namen als Gillian Welch, Margo Price, Billy Strings, Old Crow Medicine Show en Sierra Hull.

Ondanks de uit de kluiten gewassen band en alle grote namen die aanschoven klinkt het nieuwe album van Molly Tuttle en haar band verrassend los en ontspannen, wat ongetwijfeld het resultaat is van de keuze om het album live op te nemen in de Oceanway Studios in Nashville, Tennessee.

Als ik moet kiezen tussen countrypop en bluegrass zal ik in de meeste gevallen kiezen voor countrypop, maar Crooked Tree van Molly Tuttle en Golden Highway is een fantastisch album. Dankzij alle invloeden uit de bluegrass klinkt het natuurlijk behoorlijk traditioneel, maar de muzikanten spelen stuk voor stuk de pannen van het dak en houden de vaart er lekker in.

Molly Tuttle is hiernaast een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe album wel wat aan Alison Krauss doet denken, wat voor mij een van de mooiste stemmen in de bluegrass is. Molly Tuttle doet er niet voor onder en excelleert op haart nieuwe album niet alleen als zangeres en muzikante, maar ook als songwriter, want de songs op haar bluegrass album klinken stuk voor stuk als klassiekers in het genre.

Het is nu even de vraag of Crooked Tree in muzikaal opzicht een tussendoortje is of dat Molly Tuttle de countrypop definitief heeft verruild voor de bluegrass. In beide gevallen ben ik tevreden en heel benieuwd naar haar volgende werk. Erwin Zijleman

Momma - Household Name (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Momma - Household Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Momma - Household Name
Het Amerikaanse duo Momma vindt haar inspiratie in de jaren 90 en overtuigt op Household Name met hoge gitaarmuren, veel dynamiek, heerlijk melodieuze songs en aangenaam meisjesachtige vocalen

Etta Friedman en Allegra Weingarten zijn nog piepjong, maar kennen hun klassiekers uit de jaren 90. Het levert een gitaarplaat op die het in het betreffende decennium zonder enige twijfel fantastisch zou hebben gedaan, maar ook in het heden is Household Name een ijzersterk album. Het Amerikaanse duo tekent op haar derde album voor stevige maar ook bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs vol dynamiek. Het gitaarwerk is mooi en de songs zijn goed, waarna de wat lieflijk klinkende stemmen van de twee Amerikaanse muzikanten het afmaken. Alles wat Momma doet is eerder gedaan, maar Momma verdient een pluim voor de uitvoering, waardoor Household Name zich toch vrij makkelijk opdringt.

Momma is een duo uit Los Angeles, California, dat bestaat uit Etta Friedman en Allegra Weingarten, die allebei gitaar spelen en zingen. Omdat ik echt nog nooit van Momma had gehoord, ging ik er van uit dat het deze week verschenen Household Name het debuutalbum is van het Amerikaanse tweetal, maar het blijkt al het derde album van Momma.

Dat ik met name het vorige album niet heb opgemerkt is best bijzonder, want het in 2020 verschenen Two Of Me heeft met name in de Verenigde Staten best wat positieve aandacht gekregen en bovendien maken Etta Friedman en Allegra Weingarten muziek waar ik normaal gesproken wel voor ben te porren. Heel erg is het overigens niet dat ik de vorige twee albums van Momma heb gemist, want Household Name is een flink stuk beter dan zijn twee voorgangers.

Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en hebben nog maar net de universiteit achter zich gelaten. Gezien hun leeftijd zou je verwachten dat ze hun inspiratie zoeken bij de jonge vrouwelijke indierock helden van het moment, maar de muzikale helden van Etta Friedman en Allegra Weingarten komen vooral uit de jaren 90, een decennium waarin de twee nog niet eens waren geboren.

Momma trok zoals gezegd de aandacht met haar vorige album en kon Household Name daarom opnemen in een goede studio, waarin muzikant en producer Aron Kobayashi-Ritch aanschoof. Het levert een perfect klinkend album op, dat in de jaren 90 ongetwijfeld hoge ogen zou hebben gegooid, maar dat er ook drie decennia later toe doet.

Momma laat zich op Household Name inspireren door grote jaren 90 bands als Nirvana en The Smashing Pumpkins, maar het album laat vooral invloeden horen van bands waarin vrouwen de hoofdrol speelden, als Veruca Salt, The Breeders en Belly. De meeste inspiratie komt echter van Liz Phair (in haar jongere jaren) en vooral Juliana Hatfield. Het zijn flink wat persoonlijke favorieten en het is dan ook niet zo gek dat ik Household Name van Momma direct vanaf de eerste beluistering koester.

Het nieuwe album van het tweetal uit Los Angeles staat vol met lekker in het gehoor liggende rocksongs. Het zijn vaak behoorlijk stevige rocksongs met hoge gitaarmuren, maar de songs van Momma zitten ook vol met de in de jaren 90 zo vaak gebruikte hard-zacht dynamiek. De gitaarmuren contrasteren prachtig met de meisjesachtige en vaak wat lieflijk klinkende vocalen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die ook nog eens beschikken over prachtig bij elkaar kleurende stemmen.

Veel songs op Household Name volgen hetzelfde stramien, maar eenvormig vind ik het nieuwe album van Momma zeker niet. De songs op Household Name maken steeds weer indruk met fraai en melodieus gitaarwerk en ook in vocaal opzicht zijn Etta Friedman en Allegra Weingarten zeker geen one-trick ponies.

De twee zijn er bovendien in geslaagd om een dozijn bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer aanstekelijke songs te schrijven, maar het zijn ook songs die verschillende invloeden uit de jaren 90 op trefzekere wijze combineren met een eigentijds randje. Je moet er van houden, maar als je van dit soort muziek houdt, is Household Name van Momma een topalbum. Het zou me dan ook niet verbazen als Momma behoorlijk groot gaat worden de komende maanden. We gaan het zien. Erwin Zijleman

Momma - Welcome to My Blue Sky (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Momma - Welcome To My Blue Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Momma - Welcome To My Blue Sky
De Amerikaanse band Momma maakte drie jaar geleden indruk met het door 90s indierock geïnspireerde Household Name, dat deze week wordt gevolgd door een nieuw album waarop dit geluid verder is geperfectioneerd

Momma werd geformeerd toen Etta Friedman en Allegra Weingarten nog piepjong waren, maar de muziek van het tweetal stond direct bol van de belofte. Het kwam er helemaal uit op het vorige album van Momma, maar het deze week verschenen Welcome To My Blue Sky is nog een stuk beter. Het geldt voor de songs, het geldt voor het heerlijke geluid, dat nog altijd schatplichtig is aan de indierock uit de jaren 90, en het geldt ook zeker voor de stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten, die nog wat mooier klinken. Het nieuwe album van Momma had maar heel weinig tijd nodig om mij te overtuigen en wordt alleen maar onweerstaanbaarder.

Etta Friedman en Allegra Weingarten formeerden hun band Momma toen ze nog op de middelbare school zaten en braken door met hun derde album Household Name, dat verscheen toen ze de universiteit net achter zich hadden gelaten. Household Name kon in de zomer van 2022 rekenen op uitstekende recensies en daar was wat mij betreft niets op af te dingen.

Momma maakte op haar derde album immers behoorlijk lekker in het gehoor liggende indierock met fraaie contrasten tussen lekker stevig gitaarwerk en de meisjesachtige stemmen van Etta Friedman en Allegra Weingarten en ook lekker veel hard-zacht dynamiek. De twee tekenden bovendien voor uitstekende songs, die het album ruim boven de middelmaat uit tilden.

Op basis van de leeftijd van Etta Friedman en Allegra Weingarten zou je verwachten dat de indierock van Momma zich vooral zou hebben laten beïnvloeden door de indierock helden van nu, maar op Household Name hoorde ik vooral invloeden van indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90. Denk aan Veruca Salt, The Breeders en Belly, maar ook zeker aan Liz Phair in haar jongere en wildere jaren en aan Juliana Hatfield.

Momma heeft deze week haar vierde album uitgebracht en laat op Welcome To My Blue Sky horen dat het zich verder heeft ontwikkeld. Momma is inmiddels een heuse band, want ook producer en multi-instrumentalist Aron Kobayashi Ritch, die ook Household Name produceerde, en drummer Preston Fulks mochten op de foto. Ook op Welcome To My Blue Sky draait echter nog alles om Etta Friedman en Allegra Weingarten, die tekenen voor het heerlijke gitaarwerk en de zeer verleidelijke vocalen.

Ook op het vierde album van Momma domineren de invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. Het lijstje namen dat ik hierboven noemde als inspiratiebronnen is ook van toepassing op Welcome To My Blue Sky, dat niet zou hebben misstaan tussen de indierock klassiekers uit de jaren 90. Etta Friedman en Allegra Weingarten slaan af en toe wel een bruggetje naar de indierock van het moment, maar eren ook op hun nieuwe album weer vooral de helden van een paar decennia geleden.

Welcome To My Blue Sky ligt absoluut in het verlengde van Household Name, maar Momma is nog wat beter geworden. Aron Kobayashi Ritch heeft het album voorzien van een nog wat voller geluid, waarin zowel de gitaarmuren als de zang prachtig uit komen en hier en daar keyboards opduiken. Momma vertrouwt nog altijd grotendeels op het vaste stramien van de 90s indierock, maar laat op haar nieuwe album ook een wat veelzijdiger geluid horen.

Ook de zang van Etta Friedman en Allegra Weingarten is nog net wat mooier dan op het vorige album van Momma, maar de meeste groei hoor ik in de songs van het tweetal. Waar Household Name nog vooral klonk als een, overigens hele goede, playlist met 90s indierock, hoor ik op Welcome To My Blue Sky meer van Momma.

Ik was in de jaren 90 verslaafd aan indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld en ik heb nog altijd een enorm zwak voor het genre, dat door Etta Friedman en Allegra Weingarten en hun twee nieuwe bandgenoten op bijzonder aangename en ook knappe wijze het huidige millennium in wordt getild. Ook liefhebbers van de indierock van nu moeten dit album zeker eens proberen. Erwin Zijleman

Momoko Gill - Momoko (2026)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Momoko Gill - Momoko - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Momoko Gill - Momoko
Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af

Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.

De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres.

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd.

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank.

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen.

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg.

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt.

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill.

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album. Erwin Zijleman

Mon Laferte - 1940 Carmen (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - 1940 Carmen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mon Laferte - 1940 Carmen
Mon Laferte imponeerde een half jaar geleden met het weergaloze SEIS en doet dit nu opnieuw met het totaal anders klinkende 1940 Carmen, dat zich laat inspireren door alles wat Los Angeles ons heeft geboden

Hoewel SEIS van Mon Laferte ver buiten mijn comfort zone zat, vond en vind ik het een imponerend album. Net een half jaar later is de Chileense muzikante en superster alweer terug met een nieuw album. 1940 Carmen verschilt van zijn voorganger als de dag van de nacht. Mon Laferte nam haar nieuwe album op in Los Angeles en heeft de traditionele Mexicaanse klanken van SEIS verruild voor invloeden uit de Amerikaanse muziekstad. Mon Laferte kijkt hierbij niet op een genre of decennium meer of minder en verloochent ook haar afkomst niet. Het levert een bijzonder klinkende popplaat op, waarvan ik maar geen genoeg kan krijgen. Een indrukwekkende prestatie.

De Chileense muzikante Mon Laferte heeft inmiddels al een aardig stapeltje albums op haar naam staan en is in Zuid- en Midden-Amerika een grootheid. In de lente van dit jaar kwam ik haar naam voor het eerst tegen en werd ik nieuwsgierig naar haar muziek door een aantal hele positieve recensies van haar album SEIS.

Op dit album liet Mon Laferte zich inspireren door de muziek die op het Mexicaanse platteland werd en wordt gemaakt. Het leverde een album op dat misschien wat ver van mijn bed was, maar dat de prille lentezon flink liet schijnen met authentieke klanken en een unieke stem vol passie. SEIS was mijlenver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister, maar maakte een verpletterende indruk, die tot op de dag van vandaag aanhoudt.

Hoewel SEIS pas net een half jaar oud is, verscheen er deze week alweer een nieuw album van Mon Laferte, 1940 Carmen. Mon Laferte nam haar nieuwe album de afgelopen lente en zomer op in Los Angeles en heeft dit keer ambities die ver voorbij de traditionele muziek van het Mexicaanse platteland reiken.

Op 1940 Carmen zingt Mon Laferte deels in het Spaans en deels in het Engels en kiest ze voor een opvallend breed muzikaal palet. Bij een Zuid-Amerikaanse superster die haar heil zoekt in Los Angeles moest ik onmiddellijk aan Shakira denken, maar de muziek die Mon Laferte opnam in Los Angeles is gelukkig een stuk interessanter dan die van haar Colombiaanse collega.

Mon Laferte schuift op 1940 Carmen op richting de Amerikaanse popmuziek, maar het is interessante popmuziek, die van de Chileense muzikante waarschijnlijk geen wereldster zal maken, maar die wel menig muziekliefhebber kan verrassen.

Het verschil met het eerder dit jaar verschenen SEIS is levensgroot. De traditionele Mexicaanse klanken zijn vervangen door een zwoel en gloedvol Californisch geluid, terwijl de bijzonder gepassioneerde vocalen van Mon Laferte plaats hebben gemaakt voor wat dromerige zang. Het album schiet alle kanten op, maar de Chileense muzikante slaagt er in iedere track in om te betoveren met prachtige klanken, bijzonder aangename zang en met songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook het nodige avontuur niet ontberen.

Mon Laferte heeft zich laten beïnvloeden door haar Californische omgeving, maar sluit net zo makkelijk aan bij de toegankelijke pop uit Los Angeles als bij de folk en psychedelica die er in de jaren 60 en 70 werden gemaakt, waarna de prachtig galmende gitaren en de deels Spaanse teksten zorgen voor een bijzonder eigen geluid. Door de nog altijd voorname rol voor het Spaans, slaat de Chileense muzikante ook een brug met de muziek die in Midden- en Zuid-Amerika wordt gemaakt.

Het past lang niet altijd in een hokje, maar 1940 Carmen betovert 10 songs en 40 minuten lang met fraai klinkende popliedjes die het oor op zijn aangenaamst strelen. Het is nauwelijks te geloven dat dit dezelfde muzikante is als de muzikante die maar net een half jaar geleden het Mexicaanse cultureel erfgoed eerde, maar het is echt zo.

Mon Laferte bulkt van het talent en heeft ook met 1940 Carmen een album gemaakt dat ik niet graag had gemist, al is het een totaal ander album dat het gepassioneerde SEIS eerder dit jaar. Mon Laferte is een grootheid in Midden- en Zuid-Amerika, maar de rest van de wereld moet er nu ook echt aan gaan geloven. Erwin Zijleman

Mon Laferte - Autopoiética (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - Autopoiética - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mon Laferte - Autopoiética
De Chileense muzikante Mon Laferte leverde in 2021 twee totaal verschillende albums af en laat op het vorige maand verschenen en deels door elektronica gedomineerde Autopoiética horen dat ze nog meer kanten op kan

Mon Laferte zette tussen het voorjaar en het najaar van 2021 een reuzenstap van traditioneel klinkende Mexicaanse volksmuziek naar Amerikaanse pop. Op het onlangs verschenen Autopoiética kiest de Chileense muzikante weer een andere weg. Elektronica heeft flink aan terrein gewonnen, maar Mon Laferte is ook haar Zuid-Amerikaanse wortels zeker niet vergeten. Het levert een album van uitersten op, maar op een of andere manier klinken de grote stappen op Autopoiética volkomen logisch. In de beste tracks op het album combineert Mon Laferte twee totaal verschillende werelden en maakt ze niet alleen indruk met muzikaal avontuur, maar ook met haar zeer expressieve zang.

In 2021 besprak ik op de krenten uit de pop twee albums van de Chileense muzikante Mon Laferte. Op SEIS maakte Mon Laferte indruk met door traditionele Mexicaanse volksmuziek geïnspireerde songs, terwijl ze op het later dat jaar verschenen 1940 Carmen koos voor folk, psychedelica en pop. Voor 1940 Carmen verruilde Mon Laferte het sobere Mexicaanse platteland voor de blinkende stadslichten van Los Angeles, maar net als op SEIS slaagde ze er in om ook veel van zichzelf in haar bijzondere muziek te stoppen.

Na mijn liefde voor het zevende en achtste album van Mon Laferte had het eerder dit jaar verschenen Autopoiética een zekerheid moeten zijn, maar in de drukke releaseweken van november viel het album tot twee keer toe net buiten de boot. Dat had ook wel wat met het album zelf te maken, want Autopoiética klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Het is op hetzelfde moment een album dat teruggrijpt op de eerste acht albums van de Chileense muzikante, die Autopoiética thuis opnam tijdens de lockdowns van de coronapandemie.

Autopoiética opent met sfeervolle strijkers, die al snel worden vervangen door elektronica. Het is elektronica die in combinatie met de triphop achtige ritmes associaties oproept met de muziek van Portishead, waardoor we weer een nieuwe kant van Mon Laferte te horen krijgen. Door de Spaanse taal en de expressiever zang van de Chileense muzikante geeft Mon Laferte ook dit keer een eigen draai aan de invloeden die ze verwerkt.

Die eigen draai hoor je in alle songs op het album, want ook als Autopoiética opschuift richting wat traditioneler klinkende Zuid-Amerikaanse muziek, is er altijd wel een bijzondere twist. De ene keer zijn de vocalen op bijzondere wijze vervormt, de volgende keer worden traditioneel klinkende instrumenten gecombineerd met moderne elektronica en zo is er iedere keer wel iets dat de muziek van Mon Laferte voorziet van een flinke dosis eigenzinnigheid en avontuur.

Misschien vond ik het album in november net wat te wispelturig of tweeslachtig, of vielen de experimenten met elektronica niet direct op zijn plek, maar inmiddels ben ik toch ook weer verknocht aan Autopoiética, dat ik toch een stuk interessanter vind dan de andere albums die opdoken in jaarlijstjes met Latin albums. Met het predicaat Latin doe je de muziek van Mon Laferte ook flink te kort, want ook op haar negende album verwerkt ze zeer uiteenlopende invloeden en doet ze dingen die binnen de Latin zeker geen gemeengoed zijn.

In muzikaal opzicht is Autopoiética, met name door de mix van Latijns-Amerikaanse muziek en elektronica een fascinerend album en ook de songs zijn, zeker na enige gewenning, van het niveau dat we van de Chileense muzikante gewend zijn. Mon Laferte maakt echter ook dit keer de meeste indruk met haar stem, die alle kanten op kan. Het is een stem die ik het mooist vind wanneer ze met veel emotie en drama zingt, maar ook de meer ingetogen zang is prachtig.

De diversiteit op Autopoiética is zo groot dat er tussen de 14 tracks ook wel twee of drie songs te vinden zijn die me wat minder aanspreken, maar over het algemeen genomen is ook Autopoiética weer een sterk album van de bijzondere Chileense muzikante, die niet voor niet flink wat Latin Grammy’s in de wacht wist te slepen en ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Mon Laferte - Seis (2021)

Alternatieve titel: 8 April 2021

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mon Laferte - SEIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Voor een ieder die toe is aan even een andere omgeving, neemt de Chileense muzikante Mon Laferte je mee naar het Mexicaanse platteland, waarop ze vol passie lokale volksmuziek vertolkt

Ik begin iedere week weer met een flinke stapel nieuwe releases, maar weet meestal op voorhand wel welke albums ik uiteindelijk ga bespreken en welke niet. SEIS van Mon Laferte zag ik geen moment aankomen, maar het is een album dat bij de eerste noten iets met me deed. Eerst vanwege de zonnige Mexicaanse klanken, later door de intense en gepassioneerde vocalen van de Chileense muzikanten en het bonte klanken- en stijlen palet op het album. Mon Laferte laat horen hoe rijk de Mexicaanse volksmuziek is en zorgt op hetzelfde moment voor verrassend vaak terugkerend kippenvel. Absoluut buiten mijn comfort zone, maar ook zeer indrukwekkend.

MONEY - Suicide Songs (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MONEY - Suicide Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Shadow Of Heaven van de Britse band MONEY noemde ik zo’n tweeënhalf jaar geleden een jaarlijstjesplaat, maar desondanks zag ik de onlangs verschenen tweede plaat van de band uit Manchester bijna over het hoofd.

Dat zou doodzonde zijn geweest, want Suicide Songs vind ik nog een flink stuk beter dan het al zo sterke debuut van de band.

De plaat opent direct imponerend met het prachtige I Am The Lord, dat alles heeft wat een klassieke popsong moet hebben. De lome psychedelische klanken en de geweldige zang van voorman Jamie Lee herinneren aan het beste van The Verve, terwijl de Indiaase klanken doen denken aan de psychedelische platen van The Beatles en aan de eerste soloplaat van George Harrison.

In de tracks die volgen roept de muziek van MONEY veel vaker de vergelijking met de beste muziek van The Verve op, maar telkens schuiven ook andere grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek aan. MONEY kiest hierbij lang niet altijd voor de makkelijkste weg, maar overtuigt uiteindelijk makkelijk met haar bijzondere songs.

Het zijn songs die aanmoedigen tot flink wegdromen, maar de muziek van MONEY straalt ook continu urgentie uit. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de zang van Jamie Lee, die er continu in slaagt om je als luisteraar te raken met zijn emotievolle vocalen en zijn vaak wat zwaarmoedige teksten. Het zijn teksten vol leed en ellende, maar Suicide Songs vind ik desondanks zeker geen deprimerende plaat.

De intense songs van de band zijn immers stuk voor stuk wonderschoon. Die schoonheid hoor je in de prachtige instrumentatie waarin fraaie blazers en strijkers opduiken, die schoonheid hoor je in de prachtige overvolle productie waarin steeds weer naar een climax wordt toegewerkt en die schoonheid hoor je in de prachtige songs waarin meer gebeurt dan je in één keer kunt bevatten. De stem van Jamie Lee snijdt dwars door al deze schoonheid heen en voorziet de muziek van MONEY van een donkere ziel.

Suicide Songs is direct bij eerste beluistering een indrukwekkende plaat, maar de ware schoonheid van de muziek van de Britse band moet zich dan nog openbaren. Het debuut van de band noemde ik terecht een jaarlijstjesplaat, maar Suicide Songs is nog vele klassen beter en schaart zich onder het prachtige stapeltje meesterwerken van 2016 (dat nog geen twee maanden oud is). Erwin Zijleman

Monotales - Kiss the Money and Run (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Monotales - Kiss The Money And Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com

“The Jayhawks meet The Beatles”, oftewel Amerikaanse rootsmuziek met Beatlesque refreinen, volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt

Het rijtje popmuziek uit Zwitserland in mijn platenkast is zeer bescheiden, maar eindelijk wordt er weer eens een plaat aan toegevoegd. De Zwitserse band Monotales strooit op Kiss The Money And Run met honingzoete melodieën en refreinen die absoluut ‘Beatlesque’ mogen worden genoemd en combineert dit met vooral invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country. Het levert een plaat op die de zon laat schijnen, associaties oproept met klassiekers uit het verleden, maar ook op bijzondere wijze invloeden combineert. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.

Zwitserland en popmuziek is de afgelopen decennia een lastige combinatie gebleken. Veel verder dan Andreas Vollenweider en Yello kom ik niet en de eerste past net zo goed in het hokje klassieke muziek als in het hokje popmuziek.

Dat er in Zwitserland wel vaker goede popmuziek wordt gemaakt is te horen op Kiss The Money And Run van de uit Luzern afkomstige band Monotales.

Kiss The Money And Run is niet de eerste plaat van de Zwitserse band, maar wel de plaat waarmee zomaar de sprong naar een groter publiek kan worden gemaakt.

De muziek van Monotales werd me ergens aangeprezen als “The Jayhawks meet The Beatles” en dat is een goede eerste omschrijving van de muziek op Kiss The Money And Run. De plaat staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer melodieuze popliedjes. Het zijn popliedjes die het predicaat ‘Beatlesque’ zeker verdienen. Met name de refreinen van de songs en de koortjes in de songs doen vaak denken aan toegankelijke popsongs van de Fab Four, maar Monotales slaat wegen in die The Beatles nooit ingeslagen zijn.

Kiss The Money And Run heeft niet alleen een voorkeur voor genadeloos aanstekelijke en Beatlesque popliedjes, maar heeft ook absoluut een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek. Wanneer Monotales put uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik vooral veel invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 en uit de alt-country uit de jaren 90, waarmee ook de naam van The Jayhawks als vergelijkingsmateriaal verklaard is.

Monotales laat het echter niet bij The Beatles en The Jayhawks, maar stopt hier en daar ook wat blues in haar muziek, waardoor de band uit Luzern ook wat rauwer en steviger kan klinken. Af en toe doet het me wat denken aan de briljante platen van de Amerikaanse band Cotton Mather, maar Monotales kruipt in haar muziek dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en laat de invloeden van The Beatles af en toe achterwege.

In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op Kiss The Money And Run. Integendeel. De plaat klinkt warm en gloedvol en vrijwel altijd onweerstaanbaar lekker, waarbij vooral het veelkleurige gitaarwerk er voor mij uitspringt. Het is muziek die aanzet tot associëren, want steeds duiken andere invloeden uit de archieven op.

Ook in vocaal opzicht is de muziek van Monotales dik in orde. De leadzanger beschikt over een bijzonder aangename stem en ook de koortjes op de plaat zijn uitstekend en herinneren hier en daar aan de vocale duels die Gary Louris en Mark Olson van The Jayhawks uitvochten.

Het is al genoeg om een prima plaat af te leveren, maar Kiss The Money And Run schat ik uiteindelijk nog wat hoger in. Dat is de verdienste van de geweldige songs op de plaat. Kiss The Money And Run staat vol met songs die je na één keer horen wilt koesteren en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een warm gevoel.

Na één keer horen hield ik van de nieuwe plaat van de Zwitserse band, maar Kiss The Money And Run is sindsdien alleen maar mooier, warmer en stemmiger geworden. Ook behoefte aan warme klanken en songs vol echo’s uit een mooi verleden? Zet Kiss The Money And Run van Monotales eens op. Erwin Zijleman

Moon Bros. - These Stars (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moon Bros - These Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Moon Bros is de band rond de Amerikaanse muzikant Matt Schneider. Schneider heeft een verleden in de postrock uit Chicago, maar maakt als Moon Bros muziek met vooral invloeden uit de folk en de alt-country.

Samen met leden van onder andere Tortoise, Iron & Wine en Cairo Gang heeft Matt Schneider een plaat van een enorme schoonheid gemaakt, die vooral aan het einde van de dag goed tot zijn recht komt.

De 35 minuten muziek op These Stars worden gedomineerd door inventief akoestisch gitaarspel, een prachtig weemoedig klinkende pedal steel en subtiele bijdragen van onder andere mondharmonica en percussie.

Zang speelt lang niet altijd een dominante rol op de plaat en heel erg is dat niet, want Matt Schneider is geen groot zanger. Als gitarist maakt hij aanzienlijk meer indruk, want het fingerpicking gitaarspel is meer dan eens onnavolgbaar.

Zeker als de muzikanten mogen experimenteren en de song met een kop en een staart even uit het oog wordt verloren, valt er veel te genieten op These Stars en creëert Moon Bros een hele bijzondere sfeer. Wanneer vocalen worden ingezet doet de muziek van Moon Bros af en toe denken aan die van Calexico, maar dan wel Calexico met een postrock injectie.

Bij eerste beluistering moest ik nog wel wat wennen aan de zang en aan het soms wat rommelige geluid op These Stars, maar wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de muziek van Moon Bros slagen Matt Schneider en zijn medemuzikanten er in om je mee te nemen naar een andere wereld. Het is wereld zonder haast en zonder afleiding, waarin je kunt genieten van iedere noot.

Het bovenstaande suggereert misschien dat These Stars een plaat is vol hoogstaande muziek, maar dat is zeker niet het geval. Moon Bros maakt immers muziek die niet alleen muzikaal vuurwerk laat horen, maar die ook heerlijk kan rammelen, waarmee de band het hokje lo-fi alt-country heeft uitgevonden. Het rammelende karakter van These Stars geeft de plaat extra charme, maar draagt ook nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer die Moon Bros weet te creëren.

Mijn advies: wacht even tot de zon onder is en geniet dan van de bijzondere muziek op These Stars van Moon Bros. Erwin Zijleman

Moon Moon Moon - Help! Help! (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moon Moon Moon - Help! Help! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Moon Moon Moon is de band van de Nederlandse muzikant Mark Lohman. De band oogstte vooral positieve recensies voor haar eerste twee platen en dat is voor de derde plaat van de band niet anders.

Help! Help! is mijn eerste kennismaking met de muziek van Moon Moon Moon en had niet veel tijd nodig om indruk te maken.

De plaat opent met lome, dromerige en soms zelfs sprookjesachtige klanken, die bij mij associaties oproepen met de muziek van Mercury Rev, The Flaming Lips en Sparklehorse en dan met name met de platen die deze bands aan het eind van de jaren 90 maakten.

De derde plaat van Moon Moon Moon heeft het betoverende van Mercury Rev, het zweverige van The Flaming Lips, de intimiteit van Sparklehorse en voegt vervolgens zelf nog het nodige moois toe.

Help! Help! is een plaat die nadrukkelijk uitnodigt tot luieren en wegdromen. De songs van Moon Moon Moon moeten het niet hebben van aanstekelijke refreinen, maar benevelen langzaam met atmosferische klanken, lome ritmes en dromerige vocalen. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt, valt er op de derde plaat van Moon Moon Moon heel veel te genieten.

Mark Lohman heeft zijn blik overigens niet uitsluitend op de navel gericht. In een aantal wat kortere tracks duiken een aantal mooie luisterliedjes op, die me wel wat doen denken aan de miskende meesterwerken van Elliott Smith.

Het zijn grote namen die opduiken bij beluistering van Help! Help!, maar Mark Lohman doet uiteindelijk vooral zijn eigen ding met de mooie invloeden uit het verleden. De derde plaat van Moon Moon Moon klinkt daarom anders dan de meeste andere platen die momenteel worden uitgebracht en klinkt vooral een stuk subtieler.

Help! Help! is ingekleurd met flink wat instrumenten en is absoluut een plaat die vol klinkt, maar overdadig is het nergens. De basis van de muziek van Moon Moon Moon is zelfs vaak betrekkelijk sober en wordt vervolgens bijzonder fraai ingekleurd met zweverige of juist zeer trefzekere accenten, bijvoorbeeld van bij vlagen licht gruizig gitaarwerk of juist met rijk georkestreerde muziek die herinnert aan een band als Sigur Rós.

De derde van Moon Moon Moon doet het uitstekend als muzikaal behang bij het aangename lentezonnetje van de laatste dagen, maar de ware kracht van het derde album van de band komt pas aan de oppervlakte wanneer je de muziek op Help! Help! zeer aandachtig beluisterd. Moon Moon Moon verrast en verbaast dan met een fascinerende luistertrip die 45 minuten duurt en je 45 minuten op het puntje van de stoel houdt.

Het is bovendien een plaat die nog heel lang mooie nieuwe dingen laat horen, waardoor Help! Help! ook na vele luisterbeurten nog net zo betovert en intrigeert als bij de eerste kennismaking.

Heel veel aandacht krijgt de derde plaat van Moon Moon Moon niet, maar iedereen die hem wel beluistert, kan uiteindelijk alleen maar concluderen dat het een plaat is die behoort tot het beste dat het muziekjaar 2017 ons vooralsnog heeft gebracht. Erwin Zijleman