MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

mxmtoon - dawn (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - dawn - dekrentenuitdepop.blogspot.com

mxmtoon - dawn
De jonge Amerikaanse singer-songwriter mxmtoon brengt na haar uitstekende debuut van een paar maanden geleden nu een prima EP uit en ook deze smaakt naar meer

Het is dringen in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met op zijn minst een lichte voorkeur voor indie, maar mxmtoon sprong er voor mij een paar maanden geleden zeker uit. Na haar verrassend sterke debuut keert de piepjonge Californische singer-songwriter nu alweer terug met een EP. Het is een EP die laat horen dat de ontwikkeling van mxmtoon gewoon doorgaat. De songs op dawn zijn stuk voor stuk aangenaam, maar weten ook het meer op avontuur gerichte deel van het brein te prikkelen. Een mooi toetje na het zo goede debuut en een even mooie appetizer voor een volgend album.

Ik was vorig jaar zeer gecharmeerd van the masquerade, het debuut van singer-songwriter mxmtoon. Het alter ego van de uit Oakland, California, afkomstige Maia (achternaam onbekend) was op dat moment al een tijdje wereldberoemd op Youtube, maar daar had ik als muziekliefhebber oude stijl geen enkele weet van.

Ondanks de moordende concurrentie in het genre imponeerde de piepjonge mxmtoon op haar debuut met een serie geweldige popliedjes, die zowel aanstekelijk als avontuurlijk waren. Het zijn popliedjes die ze op de bij haar debuut gevoegde bonus-disc vervolgens ook nog eens aan een houdbaarheidstest onderwierp door ze ook nog eens volledig akoestisch uit te voeren met haar ukelele. Ook voor deze test slaagde mxmtoon glansrijk, waardoor ik haar onmiddellijk toevoegde aan mijn lijstje met jonge (vrouwelijke) singer-songwriters om in de gaten te houden.

Deze week verscheen een nieuw levensteken van mxmtoon in de vorm van de EP dawn. Ik doe normaal gesproken niet zoveel met EP’s op deze BLOG (er zijn immers al reguliere albums genoeg), maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de ontwikkeling die mxmtoon in de maanden sinds haar debuut heeft doorgemaakt. De nieuwe EP van de pas 19 jaar oude Maia bevat zeven nieuwe songs en is goed voor 20 minuten muziek, wat een acceptabele hoeveelheid nieuwe muziek is. De goede gewoonte om ook nog akoestische versies van de songs toe te voegen is dit keer helaas uitgebleven (zou ze er in moeten houden wat mij betreft), maar ik ben toch weer onder de indruk van de nieuwe verrichtingen van mxmtoon.

De EP dawn bevat zeven lekker in het gehoor liggende popliedjes die laten horen dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter het schrijven van nagenoeg perfecte popliedjes steeds beter gaat beheersen. Het zijn grotendeels dromerige en warm ingekleurde popliedjes die opvallen door uitstekende zang en, vergeleken met het debuut, een wat meer opgepoetste productie.

Dat laatste is niet per se in het voordeel van mxmtoon, want door de gepolijste klanken neemt haar onderscheidend vermogen net wat af. Dat onderscheidend vermogen is er nog steeds, want net als haar soortgenoot en bijna leeftijdsgenoot Clairo, slaagt mxmtoon er in om net zo aanstekelijk te klinken als de meest succesvolle popprinsessen maar in artistiek opzicht net wat interessanter te zijn.

Het is lastig te zeggen in hoeverre dawn inzicht geeft in de verdere ontwikkeling van mxmtoon. De songs en de zang zijn misschien net wat beter dan die op haar debuut, maar de eigenzinnigheid en puurheid van dit debuut worden wel wat gemist, al zijn de wat meer ingetogen en wat minder opgepoetste songs aan het eind van de EP weer wat eigenzinniger dan de instant hits waarmee dawn opent. Alle reden dus om uit te zien naar een nieuw album, want dawn smaakt uiteindelijk vooral naar meer. Erwin Zijleman

mxmtoon - liminal space (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - liminal space - dekrentenuitdepop.blogspot.com

mxmtoon - liminal space
Het vorige album van mxmtoon vond ik behoorlijk wisselvallig, maar op het deze week verschenen liminal space zet de Californische muzikante een reuzenstap en schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de indiepop

Je struikelt momenteel bijna over de jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indiefolk en ook ‘coming of age’ albums zijn er momenteel in overvloed. De Californische Maia is een jonge vrouwelijke singer-songwriter en heeft als mxmtoon een prachtig ‘coming of age’ album gemaakt, dat veel te mooi is om onder te sneeuwen in het enorme aanbod van het moment. Op haar vorige album koos mxmtoon wat mij betreft wat te veel voor de pop, maar op liminal space staat de singer-songwriter mxmtoon op en die blijkt in staat tot grootse daden. De songs van de Californische muzikante zijn prachtig ingekleurd en gezongen en het zijn songs die je stuk voor stuk wilt koesteren.

De Californische muzikante Maia (achternaam is volgens mij onbekend) is pas 24 jaar oud, maar maakt inmiddels al een jaar of zes muziek onder de naam mxmtoon. Dat deed ze in eerste instantie vooral op de sociale media, waarop ze vanuit de slaapkamer van haar ouders en slechts gewapend met een ukelele, de aandacht wist te trekken van een verrassend groot publiek.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van mxmtoon stamt uit 2019, toen ik haar debuutalbum the masquerade (ze houdt kennelijk niet van hoofdletters) na lang aarzelen een plekje op de krenten uit de pop gaf. Het debuutalbum van mxmtoon was vooral een charmant album met een aantal interessante maar nog niet heel erg goed uitgewerkte popsongs, die ze op de bonus-disc ook nog eens alleen met haar ukelele uitvoerde.

Die goed uitgewerkte popsongs hoorde ik wel op de EP’s Dawn en Dusk, die in 2020 werden gecombineerd tot het album Dawn & Dusk. Het is al tijden dringen binnen de indiepop van het moment, waardoor mxmtoon te maken heeft met stevige concurrentie. Het zorgde er voor dat ik haar vorige album, het in 2022 uitgebrachte en wat mij betreft toch ook wat tegenvallende rising, uiteindelijk liet liggen.

Ook mxmtoon heeft de afgelopen jaren een publiek aangeboord op TikTok, waardoor ze opeens grotere zalen kan vullen (volgend jaar staat ze in de grote zaal van de Melkweg). Dat verdient ze ook, want met liminal space heeft de jonge Amerikaanse muzikante met afstand haar beste album tot dusver gemaakt.

Op haar vorige album domineerde de pop, maar op liminal space horen we weer wat meer de songwriter mxmtoon. Het album opent ingetogen met alleen een gitaarloopje en de mooie stem van Maia. De Amerikaanse muzikante kreeg te maken met hoge pieken maar door de ziekte van haar moeder zeker ook met diepe dalen in haar leven en dat heeft er voor gezorgd dat liminal space een wat donkerder album is dan zijn voorganger en absoluut een ‘coming of age’ album mag worden genoemd.

De zachte maar emotievolle stem van Maia verzoop op het vorige album wat in teveel elektronica, maar gedijt uitstekend in het wat soberdere geluid op haar nieuwe album. Het is een geluid vol mooie versiersels, waardoor liminal space zeker geen sober folkalbum is geworden. Ik zou het album eerder in het hokje indiepop duwen, maar het is indiepop met een hoog singer-songwriter gehalte en een aantal folky songs.

Op haar debuutalbum liet Maia al horen dat ze beschikt over veel talent en dat komt er wat mij betreft helemaal uit op haar nieuwe album. Op liminal space maakt mxmtoon indruk met een serie uitstekende popsongs, die met veel gevoel worden vertolkt. Ik heb niet veel info over de muzikanten die op het album zijn te horen en weet ook niet wie het album produceerde. Ik weet wel dat mxmtoon werkte met een volledig uit vrouwen bestaand team en dat team heeft vakwerk afgeleverd.

In muzikaal opzicht is liminal space een rijk album, maar de muziek zit de zang van de Californische muzikante nergens in de weg. Haar vorige album schatte ik wat lager in dan de betere albums binnen de indiepop van het moment, maar met liminal space vindt mxmtoon aansluiting bij de toppers in het genre, waarbij het niet zoveel uitmaakt of je het album ziet als een indiepop album of als een folky singer-songwriter album, want beide kanten van mxmtoon maken indruk op dit uitstekende nieuwe album. Erwin Zijleman

mxmtoon - the masquerade (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - the masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com

mxmtoon - the masquerade
Mxmtoon is nog piepjong maar heeft op YouTube al een flinke fanbase, die ze nu kan uitbreiden met dit uitstekende album vol intieme en persoonlijke maar ook zeer aanstekelijke popliedjes

Ik had nog nooit van mxmtoon gehoord, maar op YouTube is de Californische Maia inmiddels een legende. Deze Maia is nog piepjong, maar toont zich op The Masquerade een buitengewoon getalenteerd songwriter. De charmante popliedjes op het debuut van mxmtoon dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en zijn niet alleen aanstekelijk, maar ook intiem en persoonlijk. Het zijn sober maar zeer smaakvol ingekleurde popliedjes met een randje folk en lo-fi en flink wat pop. Het zijn popliedjes die bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en indrukwekkender worden en die ook in de compleet uitgeklede bonusversies opvallend makkelijk overeind blijven.

De promo cd van the masquerade van mxmtoon lag al heel wat weken op de stapel en ontdekte ik eigenlijk pas toen ik deze stapel in het weekend flink wilde kortwieken.

De naam mxmtoon zei me eerlijk gezegd niets, maar het alter ego van de in Oakland, California, woonachtige Maia (achternaam onbekend) schijnt wereldberoemd te zijn op YouTube.

De pas 19 jaar oude muzikante nam een paar jaar geleden in de slaapkamer van haar ouders met slechts een ukelele en de Garageband software op haar MacBook een aantal songs op, die uiteindelijk miljoenen keren werden bekeken.

Het debuut van mxmtoon, the masquerade, klinkt wat voller dan de eerste songs die de Californische singer-songwriter aan de wereld toevertrouwde, maar het zijn nog altijd intieme en persoonlijke popliedjes. De teksten van mxmtoon, die vooral gaan over het complexe leven als tiener, zullen vooral haar leeftijdgenoten aanspreken, maar de songs op the masquerade hebben mij inmiddels ook te pakken.

mxmtoon maakt op haar debuut indruk met tien even intieme als charmante popliedjes. Het zijn popliedjes die nog steeds wat lo-fi klinken, maar de songs van mxmtoon klinken ook bijzonder aanstekelijk en verraden flink wat songwriter talent.

De stem van Maia en haar ukelele vormen de basis van de meeste songs op het album, maar zijn vervolgens op subtiele en trefzekere wijze verder ingekleurd. Het doet me af en toe wel wat denken aan de akoestische EP die Lily Allen ooit maakte, maar the masquerade klinkt ook folky en sluit bovendien aan bij de hedendaagse pop. Zeker wanneer de instrumentatie eenvoudig wordt gehouden overtuigt mxmtoon als zangeres en slaagt ze er in om ondanks de eenvoudige middelen een gevarieerd geluid neer te zetten.

mxmtoon heeft de pech dat de vijver met jonge en getalenteerde singer-songwriters en popprinsessen momenteel overvol is, maar hoe vaker ik naar the masquerade luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat mxmtoon is voorzien van net wat meer talent dan de meeste van haar soortgenoten. In haar songs zijn op subtiele wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verstopt, waardoor de songs van Maia wat dieper graven dan gebruikelijk in het genre.

the masquerade klinkt bij eerste beluistering vooral charmant, maar inmiddels hoor ik tien geweldige popliedjes. Het zijn popliedjes waarin Maia van haar hart geen moordkuil maakt, maar het zijn ook popliedjes vol prachtige vondsten en geniale wendingen. En ondanks de bescheiden middelen is the masquerade, dankzij de fraaie inkleuring, een lekker afwisselend album met popleidjes die zich stuk voor stuk nadrukkelijker opdringen.

Als je na beluistering van de tien smaakvolle popliedjes op the masquerade nog twijfelt aan de talenten van mxmtoon, blijf dan vooral doorluisteren op Spotify. Waar mijn cd stopt na 10 tracks komen alle tracks op Spotify nog eens voorbij, maar dan in een uitgeklede versie met alleen de stem en de ukelele van Maia. In een dergelijk sobere setting houden alleen de beste songs zich staande en wat mij betreft doen de songs van mxmtoon het zonder enige moeite. Het is een fraai toetje na een album dat ook buiten de YouTube volgers van mxmtoon alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

My Baby - Mounaiki ~ By the Bright of Night (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com

My Baby evolueert in een wat lager tempo dan voorheen, maar voegt toch weer heel wat invloeden toe aan haar zo unieke geluid
Op voorhand was ik een beetje bang dat ik last zou gaan krijgen van My Baby moeheid, maar zeker toen ik wat vaker naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night had geluisterd was ik toch weer diep onder de indruk. My Baby zet wat kleinere stapjes dan in het verleden, maar voegt stiekem toch weer wat invloeden aan haar zo bijzondere geluid toe. De band klinkt bovendien wat subtieler en bezwerender en durft vergeleken met het zo energieke live-geluid flink gas terug te nemen. Het is zo langzamerhand een bijzonder fascinerend oeuvre waaraan My Baby bouwt en ook deze plaat is er weer een om te koesteren.

Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat het debuut van My Baby verscheen. My Baby Loves Voodoo! is een plaat die wat mij betreft zo langzamerhand mag worden toegevoegd aan de klassiekers uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek.

Ik heb de plaat eerder deze week nog eens beluisterd en was direct weer onder de indruk van de heerlijk broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en vooral blues.

My Baby groeide de afgelopen jaren niet alleen uit tot één van de beste live-bands van het land, maar slaagde er ook in om haar geluid verder te laten evolueren op Shamanaid uit 2015 en Prehistoric Rhythm uit 2017.

Op deze platen verdween de blues wat naar de achtergrond en werd het geluid van My Baby aangevuld met invloeden uit de psychedelica, de wereldmuziek, de elektronica en de dance. Het is een geluid dat inmiddels redelijk is uitgekristalliseerd, waardoor de vierde plaat van de Amsterdamse band, zeker op het eerste gehoor, wat minder nieuwe invloeden laat horen dan zijn voorgangers.

MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night is soms mysterieus en bezwerend door flink wat invloeden uit de wereldmuziek en met name Oosterse klanken, maar de plaat kan ook zweterig en funky klinken of opschuiven richting de dansvloer.

De vierde plaat van de band laat een grotendeels bekend geluid horen, maar als je goed luistert hoor je dat My Baby zich ook op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night weer heeft vernieuwd. De invloeden die de band verwerkt zijn voor een belangrijk deel gelijk gebleven, maar My Baby heeft al deze invloeden wel wat meer samengesmolten tot een eigen geluid. Het is een geluid dat mij vooral bevalt wanneer de band lekker loom klinkt en zo nu en dan wat mysterieuze klanken uit de speakers komen.

Alles wat de muziek van My Baby zo goed en onweerstaanbaar maakte op de eerste platen is nog aanwezig op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night, maar de band speelt wel wat subtieler. De zo kenmerkende gitaarlijnen van de band worden spaarzamer ingezet en ook de overweldigende beats komen minder vaak uit de speakers. Het is een geluid dat me wel bevalt. Op het podium mag My Baby over me heen walsen met meedogenloze beats en een dosis energie om bang van te worden, maar op de plaat hoor ik het liever wat subtieler.

MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night laat veel subtiele accenten horen en ook de zang van Cato van Dijck is net wat subtieler en zeker ook soulvolle en vooral jazzier. De vierde plaat van de Amsterdamse band laat sowieso meer invloeden uit de jazz horen en voegt daarom toch weer een invloed toe aan het al zo rijke geluid. Ook invloeden uit de swamp rock zijn overigens dominanter aanwezig dan op de vorige plaat en ook de liefde voor voodoo is de band gelukkig nog niet kwijt en aan het eind van de plaat duikt ook nog een vleugje triphop op.

Het zijn misschien wat kleinere stapjes die My Baby zet op haar vierde plaat, maar het zijn wel kleine stapjes die het geluid van de band flink verrijken. Iedere keer dat ik naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night luister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer bevalt de plaat me weer net wat beter. Bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal bekend, maar uiteindelijk vind ik het toch een wereld van verschil, waardoor ook de vierde plaat van My Baby weer groei laat horen en diepe, diepe indruk maakt. Erwin Zijleman

My Baby - Prehistoric Rhythm (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - Prehistoric Rhythm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Eind 2013 verscheen My Baby Loves Voodoo! van de Nederlandse band My Baby. Ik was zo onder de indruk van deze plaat dat hij een week later opdook in mijn jaarlijstje over 2013.

Ik heb de plaat voor de gelegenheid maar weer eens opgezet en werd direct weer weggeblazen door de broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues. Het is een mix die ik destijds vergeleek met de muziek uit de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dat is nogal wat voor een debuut (van een Nederlandse band).

In het voorjaar van 2015 verscheen de tweede plaat van My Baby, Shamanaid. Weer was ik diep onder de indruk en wederom werd het jaarlijstje gehaald, maar de tweede van My Baby was zeker geen herhalingsoefening. My Baby koos dit keer voor wat minder feest en wat meer bezwering en stopte bovendien meer invloeden uit de swamp-blues, dub en wereldmuziek in haar muziek en dat klonk fantastisch.

Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde van My Baby. Op Prehistoric Rhythm verlegt de band wederom haar grenzen. De derde van My Baby borduurt absoluut voort op zijn twee voorgangers, maar legt ook weer flink andere accenten. Zo is er op Prehistoric Rhythm meer ruimte voor elektronica en zijn de invloeden uit de funk en de soul verrijkt met invloeden uit de moderne dansmuziek. Vergeleken met Shamanaid hebben de invloeden uit de wereldmuziek flink aan terrein gewonnen en hiernaast heeft My Baby de trippy psychedelica omarmd.

Het levert een uniek geluid op. Het bijzondere aan het geluid op Prehistoric Rhythm is dat My Baby werkelijk van alles door elkaar gooit en van de hak op de tak springt, maar het uiteindelijk nergens een zooitje wordt. Het ene moment word je beneveld door psychedelische klanken vol Oosterse en Arabische mystiek, het volgende moment zijn er de harde en stuwende beats van de westerse dansvloer.

Ondertussen strooit de Nieuw Zeelandse gitarist Daniel 'Dafreez' Johnston nog altijd volop met heerlijke bluesy gitaarriffs, zijn de ritmes van Joost van Dijck inventief en doeltreffend en imponeert Cato van Dijck met soulvolle vocalen die als een orkaan op je af kunnen komen, maar ook lieflijk kunnen strelen.

Persoonlijk vind ik Prehistoric Rhythm het interessantst wanneer het tempo wat lager ligt, de muziek flink bezwerend is, heel af en toe wordt geput uit de archieven van de triphop en vooral stevig wordt geëxperimenteerd met exotische invloeden, waaronder hier en daar ook nog een flinke impuls uit de Afrikaanse woestijnrock. Maar ook als My Baby kiest voor stuwende beats of moderne elektronica, blijft de muziek van de Amsterdamse band interessant en anders.

My Baby wist op Shamanaid de sterke punten van het debuut te behouden, maar wist ook te groeien en te vernieuwen. Met Prehistoric Rhythm herhaalt de band dit kunstje. Alles dat My Baby Loves Voodoo! en Shamanaid zo mooi en bijzonder maakte is ook te horen op de derde plaat van de band, maar wederom is My Baby gegroeid en heeft het haar al zo bijzondere geluid nog wat unieker gemaakt. Het plekje in mijn jaarlijstje is gereserveerd, maar een plaat als deze moet wat mij betreft ook de rest van de wereld gaan veroveren.

Er is de laatste weken veel gezeurd over de Nederlandse identiteit. Daarbij denk ik vooral aan spruitjes en “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”. Geef mij de smeltkroes van My Baby maar. Wat een heerlijke plaat weer. Erwin Zijleman

My Baby - Shamanaid (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - Shamanaid - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!.

Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan.

In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.

My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.

Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.

Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.

Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.

De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.

Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.

De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.

Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet. Erwin Zijleman

My Bubba - Big Bad Good (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Bubba - Big Bad Good - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het Zweeds-IJslandse duo My Bubba dook begin vorig jaar eindelijk op in Nederland en verraste met het bijzondere en na enige gewenning zwaar bezwerende Goes Abroader.

De Zweedse My Larsdotter en de uit IJsland afkomstige Guðbjörg (Bubba) Tómasdóttir keerden onlangs terug met een nieuwe plaat en het is wederom een hele opvallende plaat geworden.

Voor de productie werd dit keer een beroep gedaan op Shahzad Ismaily, die eerder werkte met onder andere Laura Veirs, Jolie Holland en Will Oldham.

Ismaily koos samen met My en Bubba voor een bijzondere aanpak. De songs voor Big Bad Good werden ter plekke geschreven en opgenomen, wat de plaat een bijzondere lading en een opvallend intieme sfeer geeft.

My Bubba maakt ook op haar nieuwe plaat weer unieke muziek. Het is muziek die vrijwel volledig vertrouwt op de mooie stemmen van My en Bubba, die over het algemeen fluisterzacht zingen en zich absoluut hebben laten inspireren door de stokoude folk uit de Amerikaanse Appalachen.

De stemmen van het tweetal worden begeleid door een sobere of zelfs minimalistische instrumentatie. Deze bestaat in de openingstrack slechts uit percussie, maar is meestal net iets voller ingekleurd met banjo, gitaar en een Noorse harp, al blijft het geluid van My Bubba in alle gevallen uiterst ingetogen.

De sfeervolle instrumentatie kleurt bijzonder fraai bij de stemmen van het Scandinavische tweetal. Zelfs als de instrumenten helemaal ontbreken maken deze stemmen diepe indruk en dat is knap.

Het is bijzonder hoeveel gevoel en emotie My en Bubba in hun uiterst sobere muziek kunnen leggen. Het is bijzonder hoe de songs die allemaal een vergelijkbaar recept volgen van elkaar verschillen. En het is bijzonder hoe My Bubba ook dit keer muziek weet te maken die een bezwerende uitwerking heeft.

Big Bad Good komt het best tot zijn recht wanneer je er met volledige aandacht naar kunt luisteren en kunt wegdromen op de subtiele en wonderschone klanken. Big Bad Good is uiteindelijk nog wat beter dan zijn voorganger en dat mag gezien de kwaliteit en verrassing van deze voorganger best een prestatie van formaat worden genoemd. Erwin Zijleman

My Bubba - Goes Abroader (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Bubba - Goes Abroader - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Goes Abroader van My Bubba verscheen al in het voorjaar van 2014, maar kreeg hier tot voor kort geen voet aan de grond. Sinds de plaat wordt gedistribueerd door het prachtige Excelsior label lees ik echter veel meer positieve woorden over de plaat en dat is volkomen terecht.

My Bubba is een duo dat bestaat uit de Zweedse My en de IJslandse Bubba, wat direct de naam van het duo verklaart. De twee debuteerden een paar jaar geleden al met het door mij niet opgemerkte Feverish en gaven deze plaat dus al weer bijna een jaar geleden een vervolg met Goes Abroader.

De songs voor Goes Abroader werden opgenomen tijdens een lange Scandinavische winter, maar opgenomen in het zonnige California, waar de onder andere van Devendra Banhart en Joanna Newson bekende Noah Georgeson tekende voor de productie.

Op basis van deze informatie verwacht je misschien alternatieve folk, maar dat genre is inmiddels echt uitgestorven. In de openingstrack nemen My en Bubba je mee terug naar de tijd van de Appalachen folk en de hoogtijdagen van The Carter Sisters en blijven ze ver verwijderd van de muziek van Devendra Banhart en zijn volgelingen.

De instrumentatie in de openingstrack is met alleen wat getokkel uiterst sober en staat volledig in dienst van de stemmen van de Zweedse en de IJslandse. Het zijn fluisterzachte stemmen die werkelijk prachtig bij elkaar passen.

De songs op Goes Abroader werden misschien geschreven tijdens een Scandinavische winter, maar luister naar de plaat en je waant je in een Appalachen dorp uit vervlogen tijden op of een veranda ergens in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten.

De openingstrack van de plaat zou zo op een plaat van de op het moment helaas weinig productieve Gillian Welch kunnen staan, maar in de tracks die volgen laten de dames van My Bubba horen dat ze meer kunnen dan het vertolken van op het oor stokoude folksongs.

Dit doen ze door de toch al vrij minimalistische instrumentatie van de openingstrack verder terug te brengen tot de essentie, bijvoorbeeld door de mooie stemmen te combineren met uitsluitend handgeklap. Je moet vervolgens van goede huize te komen om overeind te blijven, maar het lukt My Bubba op Goes Abroader moeiteloos.

Goes Abroader begon weliswaar in een ijskoude Scandinavische winter, maar hoe langer de tweede plaat van My Bubba uit de speakers komt, hoe hoger de temperatuur wordt. Wat begint als onderkoelde folk wordt al snel broeierige fluisterfolk, die opvalt door heerlijke vocalen en een altijd smaakvolle instrumentatie met hier en daar een exotische tintje en hier en daar gevoel voor traditie.

Heel even moest ik wennen aan de muziek van My Bubba, maar hierna groeide de liefde voor deze bijzondere plaat heel snel. Inmiddels kan ik me niet meer voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die niet zullen smelten voor de vocale charmes van My en Bubba en de bijzondere songs van het tweetal.

Het siert Excelsior dat het deze plaat in Nederland onder de aandacht heeft gebracht, maar het is nog lang niet genoeg. My Bubba heeft met Goes Abroader een plaat gemaakt van een bijna onwerkelijke schoonheid en het is ook nog eens een plaat die je plaats en tijd doet vergeten. Nog even wegdromen aan het begin van het jaar? Beter dan met deze prachtplaat lukt het niet. Erwin Zijleman

My Idea - CRY MFER (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Idea - CRY MFER - dekrentenuitdepop.blogspot.com

My Idea - CRY MFER
De muziek van Lily Konigsberg is tot dusver wat wisselvallig, weinig consistent en vrij melig, maar het debuutalbum van het samen met Nate Amos gevormde duo My Idea overtuigt me veel meer

My Idea is een duo dat bestaat uit Nate Amos en Lily Konigsberg. Laatstgenoemde kennen we als solomuzikant en als frontvrouw van de band Palberta en inmiddels van flink wat albums die overlopen van goede ideeën en maar niet kunnen kiezen tussen genres. Ook van albums die wat inconsistent en wisselvallig zijn overigens. Op het debuut van My Idea valt echter veel de goede kant op. CRY MFER is niet volledig constant wanneer het gaat om de kwaliteit, maar bevat een flink aantal aantrekkelijke popsongs. Het zijn popsongs die eigenzinnig en avontuurlijk zijn, maar ook lichtvoetig en aanstekelijk. Je moet er even in komen, maar iedere keer valt er meer op zijn plek op dit aangename album.

In de herfst van 2021 verscheen Lily We Need To Talk Now van de Amerikaanse muzikante Lily Konigsberg. Aan het begin van 2021 dook deze Lily Konigsberg ook al op met haar band Palberta, die met Palberta5000 een prima album afleverde. Het was overigens al het zesde album van de band uit New York, maar pas het eerste album dat me echt wist te overtuigen.

De muziek van Palberta springt op alle albums van de band nogal van de hak op de tak en loopt te vaak over van goede ideeën. Dat gold ook voor Lily We Need To Talk Now van Lily Konigsberg, dat alle kanten op schoot en niet de tijd leek te nemen om songs goed uit te werken. Lily Konigsberg maakte in een aantal tracks flink wat indruk, maar minstens net zo vaak leek ze maar wat te doen of slaagde ze er in ieder geval niet in om indruk op mij te maken.

Ik moet zeggen dat ik het laatste soloalbum van de muzikante uit New York sindsdien wel meer ben gaan waarderen, maar ik heb ook nog steeds het idee dat er veel meer in zit. Dat idee had ik ook toen ik het debuutalbum van het Amerikaanse duo My Idea voor het eerst beluisterde.

Het duo uit Brooklyn, New York, bestaat uit Nate Amos van de band Water From Your Eyes en …. ja ja …. Lily Konigsberg, die hiermee in een jaar tijd in drie gedaantes opduikt. CRY MFER (het moet weer eens met hoofdletters) van My Idea is niet heel ver verwijderd van de muziek die Lily Konigsberg in haar uppie maakt.

Zeker bij eerste beluistering had het debuut van My Idea op mij precies dezelfde uitwerking als alle andere muziek die Lily Konigsberg heeft gemaakt. Zo nu en dan hoor je een briljant popliedje, maar het gaat ook wel veel kanten op, waarbij een flinke uitglijder nooit heel ver weg is.

Wanneer ik CRY MFER vergelijk met Lily We Need To Talk Now (dat overigens werd geproduceerd door Nate Amos) hoor ik echter wel een wat consistenter niveau. Ik hoor ook wat minder diepe dalen, terwijl de pieken op het debuut van Nate Amos en Lily Konigsberg net wat hoger zijn.

Toch doet ook het debuut van My Idea zo nu en dan de wenkbrauwen fronsen. Lily Konigsberg zingt op het debuut van My Idea beter dan op haar soloalbum, maar ze zit er ook wel eens flink naast en na een zeer memorabel en prachtig klinkend popliedje kan ook zomaar een song volgen die zo vals of vervormd klinkt dat je gaat twijfelen aan de apparatuur waarmee je het album afspeelt of krijg je de vreselijke auto-tune voor je kiezen.

Ik kon bij Palberta vaak niet aan wennen aan het wisselende niveau en ook het solowerk van Lily Konigsberg kwam bij mij niet direct door de selectie, maar CRY MFER van My Idea dringt zich, zeker na enige gewenning, steeds meer op. Nate Amos en Lily Konigsberg laten zich niet vangen in een hokje en doen precies waar ze zelf zin in hebben.

Het levert een album op dat de plank incidenteel mis slaat, maar er staan heel veel geweldige popliedjes tegenover. Het zijn lekker eigenzinnige popliedjes die alle kanten op kunnen en die op van alles en nog wat lijken, maar aan de andere kant op helemaal niets. De platenmaatschappij van het tweetal houdt het op “a beautiful mess of different sounds, completely and effortlessly genreless” en dat is een mooie omschrijving. CRY MFER zal bij eerste beluistering flink tegen de haren in strijken, maar de ruwe diamanten op dit album beginnen langzaam maar zeker steeds meer te schitteren. Erwin Zijleman

My Morning Jacket - The Waterfall II (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Morning Jacket - The Waterfall II - dekrentenuitdepop.blogspot.com

My Morning Jacket - The Waterfall II
Vijf jaar na deel 1 verschijnt dan ook eindelijk deel 2 van The Waterfall van My Morning Jacket en de mooie en veelzijdige klanken vol echo’s uit de jaren 70 vallen direct op zijn plek

My Morning Jacket stond de afgelopen jaren op een laag pitje, maar natuurlijk waren er nog de goed gevulde archieven van The Waterfall sessies, die in 2015 slechts één album opleverden. Deel 2 is er nu en ik vind het een stuk beter dan deel 1. My Morning Jacket put op The Waterfall II stevig uit de archieven van de jaren 70 en beperkt zich zeker niet tot één genre. De songs worden allemaal prachtig ingekleurd, liggen bijzonder lekker in het gehoor, zijn heerlijk loom, zonnig en dromerig en worden vervolgens ook nog eens een flink stuk opgetild door de prachtige zang van Jim James. Het is het eerste wapenfeit van My Morning Jacket in vijf jaar tijd en het is echt een hele mooie.

The Waterfall was in 2015 vooralsnog het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band My Morning Jacket. De band uit Louisville, Kentucky, nam het album, samen met producer Tucker Martine, op in de Panoramic House studio in Stinson Beach, California, op een steenworp afstand van de imposante Muir Woods.

De indrukwekkende natuur inspireerde de band tot de ene na de andere song, waardoor het plan ontstond om een dubbelalbum of zelfs een triple-album op te nemen. Uiteindelijk moesten we het echter doen met drie kwartier muziek, in de luxe editie van het album opgerekt tot iets meer dan een uur.

Op The Waterfall klonk My Morning Jacket weer net wat anders dan op de albums die er aan vorig gingen en grossierde de band in tijdloze, sfeervolle, dromerige en licht psychedelische songs. Het maakte nieuwsgierig naar het restant van de sessies in Californië, maar de afgelopen albums moesten we het doen met wat wisselvallige soloalbums van voorman Jim James en uitstekend soloalbum van Carl Broemel.

Deze week was het echter toch tijd voor de tweede helft van The Waterfall sessies, die zijn verschenen als The Waterfall II. Ik was vijf jaar geleden niet eens zo heel erg onder de indruk van het eerste deel van The Waterfall, maar het tweede deel bevalt me uitstekend. Ook The Waterfall II bevat drie kwartier muziek en persoonlijk vind ik het niveau net wat hoger dan op het album van vijf jaar geleden.

Op Waterfall II komen tien songs voorbij en het zijn stuk voor stuk bijzonder sfeervol ingekleurde en zeer melodieuze songs. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de productie, want The Waterfall II klinkt echt prachtig. My Morning Jacket kiest op het album voor de beproefde combinatie van prachtig gitaarwerk en zweverige synths. Het past prachtig bij de uitstekende zang van Jim James en bij de fraaie koortjes op het album.

Zeker in de wat meer psychedelische passages is de muziek van een band als Mercury Rev niet heel ver weg, maar The Waterfall II raakt ook aan de folkpop van Fleet Foxes. Op hetzelfde moment slaagt My Morning Jacket er in om een brug te slaan naar het verleden. Ver verwijderd van de bewoonde wereld maakte My Morning Jacket in de afgelegen studio in Noord-Californië muziek vol invloeden uit de 70s psychedelica, 70s countryrock, 70s folkrock en de classic-rock die in de jaren 70 veel op de Amerikaanse radiostations te horen was.

Het klinkt onmiskenbaar als My Morning Jacket, al is het maar vanwege de herkenbare vocalen van Jim James, maar The Waterfall klinkt ook als een willekeurige maar zeer geslaagde greep uit een platenkast vol klassiekers uit de jaren 70, waarin stiekem ook nog wat soul voorbij komt.

The Waterfall is een verrassend veelzijdig album. Enerzijds vanwege de instrumentatie, waarin net zo makkelijk een pedal steel als een batterij synths uit de kast worden getrokken en anderzijds door flink te variëren met het tempo en de verwerkte invloeden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bijna nooit meer luister naar de oudere albums van de band uit Kentucky, maar het bijzonder aangename, veelzijdige, knappe en gedreven The Waterfall II is absoluut een blijvertje, al is het maar omdat het klinkt als een jaren 70 album dat destijds niet gemaakt is. Erwin Zijleman

Myles Sanko - Forever Dreaming (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Forever Dreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Aan jonge soulzangers (en zangeressen) hebben we momenteel geen gebrek, maar er zijn er maar heel weinig die kiezen voor een lekker ontspannen soulgeluid dat herinnert aan de grote soulzangers (en zangeressen) uit de jaren 60 en 70. Moderne of hedendaagse soul zit vol vocaal en instrumentaal geweld en dat bevalt me lang niet altijd even goed.

Ook de Britse soulzanger Myles Sanko kan heerlijk uithalen en kiest zo nu en dan voor een moddervette instrumentatie vol blazers, maar het grootste deel van de tijd kiest de Brit voor een meer ingetogen en meer ontspannen soulgeluid.

Zeker wanneer de blazers ontbreken is het soul-geluid van Myles Sanko heerlijk laid-back, maar het is ook een geluid dat bijzonder knap in elkaar steekt. In dit geluid valt in eerste instantie het mooie heldere, soms ook wat bluesy en jazzy, gitaarspel op, maar al snel weten ook het heerlijke orgeltje en de subtiele pianoklanken genadeloos te verleiden.

In de songs met een wat meer ingetogen geluid kan ook Myles Sanko het ook in vocaal opzicht wat rustiger aan doen en klinkt hij relaxed maar toch soulvol. Zeker in de meer ingetogen songs maakt Myles Sanko lome muziek waarbij het heerlijk ontspannen is. Het is op hetzelfde moment muziek die maximale aandacht vereist, want zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht gebeurt er van alles op Forever Dreaming.

Iedere keer dat de instrumentatie het lome pad verlaat en kiest voor een net wat kruidiger geluid gaat Myles Sanko mee en verrast hij met vocalen die het ene moment nog uit het hart, maar het volgende moment uit de tenen komen. Forever Dreaming sluit, veel meer dan de meeste andere soulplaten van het moment, aan op de klassieke soulplaten uit het verleden, maar verrijkt deze vervolgens met een snufje jazz en een vleugje blues.

Vanwege de invloeden die Myles Sanko in zijn muziek verwerkt, zijn voorkeur voor lome en meer ingetogen songs en zijn warme en tegelijkertijd soulvolle geluid, doet Forever Dreaming me misschien nog wel het meest denken aan de onderschatte platen van Bill Withers, die in de jaren 70 een stapeltje klassiekers afleverde dat helaas nog altijd in menige platenkast ontbreekt. Een groter compliment kan ik een debuterend soulzanger niet maken.

Ook Myles Sanko zal vanwege zijn net wat afwijkende geluid waarschijnlijk niet onmiddellijk de harten van de liefhebbers van moderne soulmuziek veroveren, maar ik hoop dat dit snel gaat veranderen. Myles Sanko heeft met Forever Dreaming immers niet alleen een hele lekkere, maar ook een hele knappe soulplaat gemaakt. Forever Dreaming staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende soulsongs, maar het zijn ook nog eens soulsongs waarin van alles gebeurt, zodat de fantasie volop wordt geprikkeld.

Forever Dreaming was voor mij in eerste instantie vooral een lekker plaatjes voor de late avond, maar inmiddels beschouw ik het als één van de meest interessante soulplaten van het moment. Forever Dreaming verdient daarom de aandacht van iedere liefhebber van de betere soulmuziek. Uit het verleden, maar ook zeker uit het heden. Erwin Zijleman

Myles Sanko - Just Being Me (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Just Being Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De vijver met talentvolle jonge soulzangers is al jaren overvol, dus probeer die ene zanger met net wat extra talent er maar eens uit te vissen.

Ik ging er twee jaar geleden van uit dat dit me gelukt was na de vangst van Forever Dreaming van de Brit Myles Sanko, die nu met zijn nieuwe plaat Just Being Me mijn gelijk bewijst.

Just Being Me zou de titel van een plaat van Bill Withers kunnen zijn en de naam van Bill Withers is een naam die ook bij beluistering van de nieuwe plaat van Myles Sanko veelvuldig opduikt.

Net als Bill Withers is Myles Sanko immers geen dertien in een dozijn soulzanger, maar is het een soulzanger die continu bruggen naar andere genres bouwt.

De nieuwe plaat van Myles Sanko bevat flink wat songs die nauw aansluiten bij de vintage soul uit de jaren 70, maar vergeleken met zijn voorganger bevat Just Being Me ook meer invloeden uit de jazz.

Soulmuziek moet wat mij warm of zelfs broeierig klinken en dat heeft Myles Sanko goed begrepen. De talentvolle muzikanten die hem omringen zetten een warmbloedig geluid neer dat de temperatuur minstens met een paar graden doet stijgen. Dat is welkome warmte de komende maanden en de temperatuur loopt nog wat verder op door de stem van Myles Sanko, die kan aansluiten bij de grote soulzangers uit het verleden, maar, net als Bill Withers, ook een bijzonder eigen geluid heeft.

De Brit is zo’n soulzanger die met speels gemak de sterren van de hemel lijkt te zingen en dat geeft Just Being Me een bijzondere sfeer, die varieert van euforisch tot zeer intens. Op zijn vorige plaat liet Myles Sanko al horen dat hij soulmuziek kan maken die goed is voor een positieve boost van je gemoedstoestand, maar dat hij ook wat dieper en avontuurlijker kan graven. Ook op Just Being Me slaagt hij er weer in om op beide terreinen indruk te maken. Met name de uptempo songs zijn goed voor een brede glimlach, maar Myles Sanko durft dit keer ook nog wat meer te experimenteren, waardoor zijn songs niet alleen aan warmte, maar ook aan diepgang hebben gewonnen.

Bij de vangst van Forever Dreaming was ik er al van overtuigd dat ik de beste vis uit de overvolle vijver had gevangen, maar met deze plaat blijft Myles Sanko zijn concurrenten nog wat verder voor. Waar de meeste soulzangers van het moment aansluiten bij tradities of vernieuwen, doet Myles Sanko allebei en hij doet dit ook nog eens op imponerende en bijzonder fraaie wijze. Een ieder die op zoek is naar de perfecte soulplaat om de herfst en winter mee door te komen, kan bij deze stoppen met zoeken. Erwin Zijleman

Myrkur - Folkesange (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myrkur - Folkesange - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Myrkur - Folkesange
Myrkur laat de donkere metal dit keer volledig achterwege en intrigeert met een album vol traditionele folk en Scandinavische folklore, dat anders klinkt dan andere albums in deze genres

Ik ben wel eens begonnen aan de muziek van Myrkur, maar werd samen met de rest van het gezin en de kat de gordijnen ingejaagd toen de Deense muzikante haar folksongs voorzag van onvervalste death metal. Op Folkesange is gitaargeweld geheel afwezig en kiest Myrkur voor traditionele Scandinavische folk. Ook dat is even wennen, maar al snel intrigeert en bezweert het enorm en word je meegezogen in de bijzondere muzikale wereld van Myrkur. Folkesange past op een of andere manier wel bij deze bijzondere tijd, maar het is ook muziek van een andere wereld. Bijzonder album.

Ik heb het wel eens geprobeerd met de vorige albums van de Deense muzikante Myrkur. Het zijn albums met mooie folksongs waarin donkere klanken worden gecombineerd met even mooie en heldere zang. Het zijn albums vol beeldende muziek die je meeneemt naar de donkere bossen in de noordelijker gelegen delen van Scandinavië. Prachtig, totdat Myrkur haar folksongs combineert met een ongelooflijke bak herrie.

Nu ben ik helemaal niet vies van een beetje gitaargeweld, maar de combinatie van traditioneel klinkende folksongs en alles verzengende death metal op de albums van Myrkur was me net wat teveel van het goede. Het ene moment luister je naar een vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje, het volgende moment naar een woest schreeuwende wolf, die het aan stukken gescheurde en met bloed besmeurde jurkje van Roodkapje voor zover het kan heeft omgeslagen. Ik hou best van contrast en van dynamiek, maar je kunt het overdrijven en dat is precies wat Myrkur deed op haar vorige albums. Naar mijn mening dan natuurlijk.

Op Folkesange heeft Myrkur, het alter ego van de Deense singer-songwriter, multi-instrumentalist, model en actrice Amalie Bruun, de metal (tijdelijk) afgezworen. Op de cover van het album zie je de vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje en de wolf is dit keer gelukkig nergens te bekennen. Het levert direct een totaal ander album op dan zijn voorgangers.

Folkesange is, zoals de titel misschien al wel aangeeft, een betrekkelijk traditioneel aandoend folk album, maar het is zeker niet het traditioneel aandoende folk album waarvan je er al stapels in de kast hebt staan. De folk van Myrkur is nog altijd Scandinavisch en folkloristisch en is betrekkelijk donker van aard. Dat moet ook haast wel wanneer je als alter-ego het IJslandse woord voor “darkness” hebt gekozen. Door het ontbreken van de metal gitaren, die vervangen zijn door traditionele akoestische instrumenten uit Scandinavië, klinkt Folkesange niet zo extreem donker als de vorige albums van Myrkur, maar het is nog steeds geen album dat het goed doet bij een aangenaam lentezonnetje.

Myrkur loopt met Folkesange het gevaar dat ze in het hokje Scandinavische folklore of, erger nog, in het hokje bij Enya en haar new age volgelingen, wordt geduwd. Het zou niet terecht zijn. De liefhebbers van de metal van haar vorige albums kunnen waarschijnlijk niet uit de voeten met het nieuwe album van Myrkur, maar een ieder die bij beluistering van de vorige albums geïnteresseerd opkeek, tot de apocalyptische gitaarmuren invielen, moeten Folkesange zeker eens proberen.

Ik ben normaal gesproken niet zo gek op traditionele folkmuziek en al helemaal niet op folklore, maar Folkesange van Myrkur is een interessant album, dat steeds weer een bijzondere sfeer weet op te roepen. Het is een sfeer die goed pas bij deze bijzondere tijden, maar Myrkur maakt ook muziek die zich langzaam opdringt, maar die de fantasie vervolgens steeds intenser prikkelt.

Het is een album dat is gemaakt met vooral traditionele muziekinstrumenten. Het zijn instrumenten die prachtig passen bij de mooie stem van Amalie Bruun, maar het zijn ook instrumenten die er voor zorgen dat dit fascinerende album zowel stokoud als modern klinkt. Een beetje anders dan je gewend bent waarschijnlijk, maar zeer interessant. Erwin Zijleman