Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mount Eerie - Lost Wisdom Pt. 2 (2019)

4,0
1
geplaatst: 22 november 2019, 20:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2
Mount Eerie gaat verder met rouwverwerking en een liefdesbreuk op het samen met Julie Doiron gemaakte en gitzwarte maar ook wonderschone Lost Wisdom pt. 2.
Phil Elverum maakte na de trieste dood van zijn vrouw twee gitzwarte albums. Lost Wisdom pt. 2 had na het hervonden liefdesgeluk wat minder donker moeten zijn, maar de nieuwe relatie liep al snel op de klippen. Ook het nieuwe album van Mount Eerie is daarom vooral donker gekleurd. Lost Wisdom pt. 2 valt op door een zeer spaarzame instrumentatie die hier en daar wordt gecontrasteerd door korte uitbarstingen, door de emotievolle zang van Phil Elverum en wat mij betreft zeker ook door de prachtige zang van Julie Doiron, die haar naam volkomen terecht zag toegevoegd naast die van Mount Eerie. Beklemmend album van een bijzondere schoonheid.
Mount Eerie kwam ooit voort uit de band The Microphones en is feitelijk het alter ego van de Amerikaanse muzikant Phil Elverum.
De albums van Mount Eerie waren altijd al wel wat zwaar op de hand, maar kregen nog wat extra emotionele lading op het in 2017 verschenen A Crow Looked At Me, waarop Phil Elverum op indringende wijze de trieste dood van zijn vrouw Geneviève Castrée verwerkte.
De rouwverwerking kreeg nog wat meer inhoud op het een jaar later verschenen Now Only, dat net als zijn voorganger bij beluistering bijna pijn deed.
Na deze twee loodzware albums leek het geluk Phil Elverum weer toe te lachen. Hij trouwde met actrice Michelle Williams, met wie hij de pijn van intense rouw deelde, en keek weer iets positiever naar het leven. Het was helaas maar tijdelijk, want de relatie met zijn nieuwe liefde liep snel op de klippen en de breuk was voer voor de Amerikaanse roddelpers, die Phil Elverum sinds het succes van A Crow Looked At Me in de gaten hield.
Na twee albums waarop de Amerikaanse muzikant de dood van zijn vrouw verwerkte, komt hij daarom nu op de proppen met een breakup album. Lost Wisdom pt. 2 is het vervolg op Lost Wisdom dat in 2008 verscheen. De belangrijkste overeenkomst tussen beide albums is de bijdrage van zangeres Julie Doiron. De bijdrage van Julie Doiron, die zelf overigens ook een aantal uitstekende albums op haar naam heeft staan, maar de laatste jaren niet al te productief is, is zo groot dat haar naam naast die van Mount Eerie prijkt. Ik hou meer van vrouwenstemmen dan van mannenstemmen en ben daarom zeer gecharmeerd van de bijdrage van Julie Doiron, wiens stem ook nog eens prachtig kleurt bij die van Phil Elverum.
Lost Wisdom pt. 2 is net als zijn twee voorgangers een sober en donker album. De songs op het album worden spaarzaam ingekleurd met een akoestische gitaar, maar hier en daar wordt de stilte prachtig doorbroken met stevige gitaaruithalen, drums of synths, zoals in het geweldige Widows.
Lost Wisdom pt. 2 is zeker niet alleen een album over de breuk met Michelle Williams, want ook Geneviève Castrée, de moeder van zijn kind, blijft opduiken in het leven van Phil Elverum door het enorme gat dat ze heeft achter gelaten. Lost Wisdom pt. 2 mag daarom best gezien worden als het derde album waarop Phil Elverum rouwt.
Het is wederom een album dat bij beluistering bijna pijn doet, maar het is ook een album van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Het is fraai hoe de beperkte muzikale uitbarstingen dynamiek toevoegen aan het album, maar het is nog fraaier hoe de prachtige stem van Julie Doiron aan schuurt tegen de al even karakteristieke stem van Phil Elverum.
Lost Wisdom pt. 2 is een album zonder enige opsmuk dat ruim een half uur dwars door de ziel snijdt. In tekstueel opzicht is het misschien net wat minder heftig dan het gitzwarte A Crow Looked At Me, maar ook Lost Wisdom pt. 2 is een album vol melancholie. Op hetzelfde moment is het een album van grote schoonheid, al is het maar vanwege de prachtige zang van Julie Doiron, maar ook de subtiele accenten in de instrumentatie en de weemoedige zang van Phil Elverum tillen de songs op Lost Wisdom pt. 2 een flink stuk op. Een prachtig album voor koude en donkere avonden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2
Mount Eerie gaat verder met rouwverwerking en een liefdesbreuk op het samen met Julie Doiron gemaakte en gitzwarte maar ook wonderschone Lost Wisdom pt. 2.
Phil Elverum maakte na de trieste dood van zijn vrouw twee gitzwarte albums. Lost Wisdom pt. 2 had na het hervonden liefdesgeluk wat minder donker moeten zijn, maar de nieuwe relatie liep al snel op de klippen. Ook het nieuwe album van Mount Eerie is daarom vooral donker gekleurd. Lost Wisdom pt. 2 valt op door een zeer spaarzame instrumentatie die hier en daar wordt gecontrasteerd door korte uitbarstingen, door de emotievolle zang van Phil Elverum en wat mij betreft zeker ook door de prachtige zang van Julie Doiron, die haar naam volkomen terecht zag toegevoegd naast die van Mount Eerie. Beklemmend album van een bijzondere schoonheid.
Mount Eerie kwam ooit voort uit de band The Microphones en is feitelijk het alter ego van de Amerikaanse muzikant Phil Elverum.
De albums van Mount Eerie waren altijd al wel wat zwaar op de hand, maar kregen nog wat extra emotionele lading op het in 2017 verschenen A Crow Looked At Me, waarop Phil Elverum op indringende wijze de trieste dood van zijn vrouw Geneviève Castrée verwerkte.
De rouwverwerking kreeg nog wat meer inhoud op het een jaar later verschenen Now Only, dat net als zijn voorganger bij beluistering bijna pijn deed.
Na deze twee loodzware albums leek het geluk Phil Elverum weer toe te lachen. Hij trouwde met actrice Michelle Williams, met wie hij de pijn van intense rouw deelde, en keek weer iets positiever naar het leven. Het was helaas maar tijdelijk, want de relatie met zijn nieuwe liefde liep snel op de klippen en de breuk was voer voor de Amerikaanse roddelpers, die Phil Elverum sinds het succes van A Crow Looked At Me in de gaten hield.
Na twee albums waarop de Amerikaanse muzikant de dood van zijn vrouw verwerkte, komt hij daarom nu op de proppen met een breakup album. Lost Wisdom pt. 2 is het vervolg op Lost Wisdom dat in 2008 verscheen. De belangrijkste overeenkomst tussen beide albums is de bijdrage van zangeres Julie Doiron. De bijdrage van Julie Doiron, die zelf overigens ook een aantal uitstekende albums op haar naam heeft staan, maar de laatste jaren niet al te productief is, is zo groot dat haar naam naast die van Mount Eerie prijkt. Ik hou meer van vrouwenstemmen dan van mannenstemmen en ben daarom zeer gecharmeerd van de bijdrage van Julie Doiron, wiens stem ook nog eens prachtig kleurt bij die van Phil Elverum.
Lost Wisdom pt. 2 is net als zijn twee voorgangers een sober en donker album. De songs op het album worden spaarzaam ingekleurd met een akoestische gitaar, maar hier en daar wordt de stilte prachtig doorbroken met stevige gitaaruithalen, drums of synths, zoals in het geweldige Widows.
Lost Wisdom pt. 2 is zeker niet alleen een album over de breuk met Michelle Williams, want ook Geneviève Castrée, de moeder van zijn kind, blijft opduiken in het leven van Phil Elverum door het enorme gat dat ze heeft achter gelaten. Lost Wisdom pt. 2 mag daarom best gezien worden als het derde album waarop Phil Elverum rouwt.
Het is wederom een album dat bij beluistering bijna pijn doet, maar het is ook een album van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Het is fraai hoe de beperkte muzikale uitbarstingen dynamiek toevoegen aan het album, maar het is nog fraaier hoe de prachtige stem van Julie Doiron aan schuurt tegen de al even karakteristieke stem van Phil Elverum.
Lost Wisdom pt. 2 is een album zonder enige opsmuk dat ruim een half uur dwars door de ziel snijdt. In tekstueel opzicht is het misschien net wat minder heftig dan het gitzwarte A Crow Looked At Me, maar ook Lost Wisdom pt. 2 is een album vol melancholie. Op hetzelfde moment is het een album van grote schoonheid, al is het maar vanwege de prachtige zang van Julie Doiron, maar ook de subtiele accenten in de instrumentatie en de weemoedige zang van Phil Elverum tillen de songs op Lost Wisdom pt. 2 een flink stuk op. Een prachtig album voor koude en donkere avonden. Erwin Zijleman
Mount Kimbie - The Sunset Violent (2024)

4,0
0
geplaatst: 11 april 2024, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mount Kimbie - The Sunset Violent - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mount Kimbie - The Sunset Violent
De Britse band Mount Kimbie gaat op haar albums echt alle kanten op en verrast nu met een behoorlijk toegankelijk maar ook avontuurlijk album vol invloeden uit de shoegaze, Krautrock en vooral postpunk
Ik had tot dusver niet zo heel veel met de muziek van Mount Kimbie, waardoor ik er van uit ging dat ik het nieuwe album van de band wel kon laten liggen. Ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want The Sunset Violent is niet alleen een verrassend toegankelijk album, maar ook een album dat goed aansluit op mijn muzikale voorkeuren. Mount Kimbie omarmt op haar nieuwe album de postpunk uit het verleden, maar geeft er ook een eigen draai aan. Het is een draai die het experiment niet schuwt, maar de songs op The Sunset Violent dringen zich verrassend makkelijk op. Ik ben vast niet de enige die niet veel had met de Britse band, maar schrijf het nieuwe album van Mount Kimbie niet te makkelijk af.
Er zijn de afgelopen week flink wat albums verschenen die in brede kring zijn bejubeld, maar die op mij bij eerste beluistering een nogal gezapige indruk maakten. Die mening veranderde in de meeste gevallen niet bij de volgende keer luisteren, maar bij mijn eerste oordeel over The Sunset Violent van Mount Kimbie zat ik flink mis.
Mount Kimbie bestaat inmiddels ruim vijftien jaar en was in eerste instantie een duo dat werd gevormd door Kai Campos en Dominic Maker. Het duo maakte in eerste instantie nogal experimentele elektronische muziek, die onder andere werd voorzien van het label ‘post dubstep’, maar er zijn meer hokjes bedacht voor de muziek van het Britse tweetal.
Ik ben er altijd van uit gegaan dat de muziek van Mount Kimbie niets voor mij was en sinds ik een paar dagen geleden de proef op de som heb genomen en in het oeuvre van de band ben gedoken weet ik dit vrij zeker, al kwam ik ook wel wat songs tegen die me wel aanspraken, met name op het uit 2017 stammende Love What Survives, waarna de twee leden van de band leken te kiezen voor hiphop en dance.
Kai Campos en Dominic Maker hebben op het deze week verschenen The Sunset Violent gezelschap gekregen van Andrea Balency-Béarn and Marc Pell en hebben een album gemaakt dat zich veel minder ver buiten mijn comfort zone begeeft. Mount Kimbie maakt nog altijd muziek die het experiment niet schuwt, maar The Sunset Violent is toch ook een behoorlijk toegankelijk album.
Het is een album dat ver verwijderd blijft van de elektronische muziek en dubstep die de band in het verleden maakte en dat flink opschuift richting rock. Synths spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Mount Kimbie, maar The Sunset Violent is uiteindelijk toch ook en misschien zelfs wel vooral een gitaaralbum.
Het wat staccato gitaarwerk op het album wordt gecombineerd met een strak spelende ritmesectie en ijle synths, wat een geluid oplevert dat met enige fantasie in het hokje postpunk is te duwen. De associatie met postpunk wordt versterkt door de wat monotoon en onderkoeld klinkende zang die bestaat uit een mannenstem en een vrouwenstem, terwijl in twee tracks King Krule opduikt als gastvocalist.
Het is een genre waarin het de laatste tijd weer erg druk is, maar Mount Kimbie weet zich te onderscheiden van de grauwe middelmaat, door het experiment te zoeken en er onder andere wat invloeden uit de Krautrock bij te slepen en ook uitstapjes richting shoegaze niet uit de weg te gaan. De songs van de band klinken hierdoor deels bekend, maar klinken ook avontuurlijk.
Persoonlijk vind ik vooral de vocale bijdragen van Andrea Balency-Béarn een aanwinst voor het geluid van Mount Kimbie, dat door de vrouwenstem wat minder donker en beklemmend klinkt dan het gemiddelde postpunk album en de zang op het album bovendien voorziet van de gewenste variatie.
Bij mijn wat oppervlakkige eerste beluistering was ik nog niet erg onder de indruk van The Sunset Violent en vond ik het album wat voortkabbelen. Dat was een totaal verkeerde inschatting, want inmiddels vind ik The Sunset Violent van Mount Kimbie juist een heel spannend album, waarop aangenaam klinkende songs vol echo’s uit het verleden worden voorzien van bijzondere ingrediënten en subtiele spanningsbogen, met hier en daar een ingehouden uitbarsting. Ik ben blij dat ik even heb doorgezet met de muziek van Mount Kimbie, want inmiddels kan ik niet meer zonder het buitengewoon knappe The Sunset Violent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mount Kimbie - The Sunset Violent - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mount Kimbie - The Sunset Violent
De Britse band Mount Kimbie gaat op haar albums echt alle kanten op en verrast nu met een behoorlijk toegankelijk maar ook avontuurlijk album vol invloeden uit de shoegaze, Krautrock en vooral postpunk
Ik had tot dusver niet zo heel veel met de muziek van Mount Kimbie, waardoor ik er van uit ging dat ik het nieuwe album van de band wel kon laten liggen. Ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want The Sunset Violent is niet alleen een verrassend toegankelijk album, maar ook een album dat goed aansluit op mijn muzikale voorkeuren. Mount Kimbie omarmt op haar nieuwe album de postpunk uit het verleden, maar geeft er ook een eigen draai aan. Het is een draai die het experiment niet schuwt, maar de songs op The Sunset Violent dringen zich verrassend makkelijk op. Ik ben vast niet de enige die niet veel had met de Britse band, maar schrijf het nieuwe album van Mount Kimbie niet te makkelijk af.
Er zijn de afgelopen week flink wat albums verschenen die in brede kring zijn bejubeld, maar die op mij bij eerste beluistering een nogal gezapige indruk maakten. Die mening veranderde in de meeste gevallen niet bij de volgende keer luisteren, maar bij mijn eerste oordeel over The Sunset Violent van Mount Kimbie zat ik flink mis.
Mount Kimbie bestaat inmiddels ruim vijftien jaar en was in eerste instantie een duo dat werd gevormd door Kai Campos en Dominic Maker. Het duo maakte in eerste instantie nogal experimentele elektronische muziek, die onder andere werd voorzien van het label ‘post dubstep’, maar er zijn meer hokjes bedacht voor de muziek van het Britse tweetal.
Ik ben er altijd van uit gegaan dat de muziek van Mount Kimbie niets voor mij was en sinds ik een paar dagen geleden de proef op de som heb genomen en in het oeuvre van de band ben gedoken weet ik dit vrij zeker, al kwam ik ook wel wat songs tegen die me wel aanspraken, met name op het uit 2017 stammende Love What Survives, waarna de twee leden van de band leken te kiezen voor hiphop en dance.
Kai Campos en Dominic Maker hebben op het deze week verschenen The Sunset Violent gezelschap gekregen van Andrea Balency-Béarn and Marc Pell en hebben een album gemaakt dat zich veel minder ver buiten mijn comfort zone begeeft. Mount Kimbie maakt nog altijd muziek die het experiment niet schuwt, maar The Sunset Violent is toch ook een behoorlijk toegankelijk album.
Het is een album dat ver verwijderd blijft van de elektronische muziek en dubstep die de band in het verleden maakte en dat flink opschuift richting rock. Synths spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Mount Kimbie, maar The Sunset Violent is uiteindelijk toch ook en misschien zelfs wel vooral een gitaaralbum.
Het wat staccato gitaarwerk op het album wordt gecombineerd met een strak spelende ritmesectie en ijle synths, wat een geluid oplevert dat met enige fantasie in het hokje postpunk is te duwen. De associatie met postpunk wordt versterkt door de wat monotoon en onderkoeld klinkende zang die bestaat uit een mannenstem en een vrouwenstem, terwijl in twee tracks King Krule opduikt als gastvocalist.
Het is een genre waarin het de laatste tijd weer erg druk is, maar Mount Kimbie weet zich te onderscheiden van de grauwe middelmaat, door het experiment te zoeken en er onder andere wat invloeden uit de Krautrock bij te slepen en ook uitstapjes richting shoegaze niet uit de weg te gaan. De songs van de band klinken hierdoor deels bekend, maar klinken ook avontuurlijk.
Persoonlijk vind ik vooral de vocale bijdragen van Andrea Balency-Béarn een aanwinst voor het geluid van Mount Kimbie, dat door de vrouwenstem wat minder donker en beklemmend klinkt dan het gemiddelde postpunk album en de zang op het album bovendien voorziet van de gewenste variatie.
Bij mijn wat oppervlakkige eerste beluistering was ik nog niet erg onder de indruk van The Sunset Violent en vond ik het album wat voortkabbelen. Dat was een totaal verkeerde inschatting, want inmiddels vind ik The Sunset Violent van Mount Kimbie juist een heel spannend album, waarop aangenaam klinkende songs vol echo’s uit het verleden worden voorzien van bijzondere ingrediënten en subtiele spanningsbogen, met hier en daar een ingehouden uitbarsting. Ik ben blij dat ik even heb doorgezet met de muziek van Mount Kimbie, want inmiddels kan ik niet meer zonder het buitengewoon knappe The Sunset Violent. Erwin Zijleman
Mountaineer - 1974 (2015)

4,5
0
geplaatst: 22 maart 2015, 13:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mountaineer - 1974 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marcel Hulst is de zanger en gitarist van de Amsterdamse band Maggie Brown en dat is op deze BLOG zeker geen onbekende.
Vrijwel precies een jaar geleden bejubelde ik het titelloze debuut van Maggie Brown en riep ik de plaat uit tot één van de betere gitaarplaten van dat moment. Dat vond ik aan het eind van het jaar nog steeds, waardoor het debuut van Maggie Brown ook opdook in mijn jaarlijstje.
Van Maggie Brown gaan we in de toekomst vast nog heel veel horen, maar een nieuwe plaat laat nog even op zich wachten. Momenteel gaat de aandacht van Marcel Hulst immers uit naar zijn soloproject Mountaineer, waarvan vandaag het prachtige 1974 is verschenen.
Ik heb 1974 al een tijdje als download in huis, maar inmiddels draait 1974 ook op vinyl zijn rondjes. Ik maak me normaal gesproken nooit zo heel druk om geluidskwaliteit, maar het moet gezegd worden dat 1974 op vinyl nog veel beter en vooral warmer klinkt dan op cd of als download. Maar dit terzijde. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek en die is prachtig.
1974 van Mountaineer is niet direct te vergelijken met het debuut van Maggie Brown. Het is een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestische plaat vol mooie en opvallend intieme popliedjes. Vaak folky, vaak ook met een wat psychedelische ondertoon.
Waarom de plaat de titel 1974 heeft meegekregen weet ik niet zeker, maar ik kan het wel bedenken. 1974 is een plaat die net zo goed had kunnen worden gemaakt in het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal het WK had moeten winnen, ABBA het songfestival won en Richard Nixon aftrad als president van de Verenigde Staten. Nu zijn ingetogen folky singer-songwriter songs natuurlijk van alle tijden, maar 1974 van Mountaineer mist het gejaagde van de huidige tijd en heeft daarom een heerlijk rustgevende uitwerking.
Ondertussen valt er ook heel veel te genieten. 1974 van Mountaineer bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaren en de mooie stem van Marcel Hulst, maar wanneer je goed luistert naar de plaat, valt op dat de instrumentatie veel rijker is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Spaarzame percussie, mooie baslijnen en hier en daar wat (uiteraard) analoge synths voorzien de songs van Mountaineer steeds weer van net wat andere kleuren en bovendien van diepgang.
Hoewel Mountaineer andere muziek maakt dan Maggie Brown, hoor ik ook wel wat overeenkomsten. 1974 laat net als het debuut van Maggie Brown prachtig gitaarwerk horen en net als bij Maggie Brown valt de muziek van Mountaineer op door een combinatie van dromerige klanken en onderhuidse spanning, waardoor je aan de ene kant wegdroomt en aan de andere kant geen noot wilt missen. Een andere constante factor is de prettige stem van Marcel Hulst, die er ook op deze plaat in slaagt om je zijn muziek in te zuigen, waardoor 1974 veel meer impact heeft dan de gemiddelde plaat.
1974 had zoals gezegd met een beetje fantasie ook best in de jaren 70 gemaakt kunnen worden (de plaat was destijds ergens tussen Donovan en het ingetogen werk van The Beatles terecht gekomen), maar aan de kant heeft de plaat ook raakvlakken met de alternatieve folk en Americana van veel recentere datum en hoor ik af en toe ook wat van Pink Floyd (maar dat zal aan mij liggen). Hiernaast duiken af en toe bijzondere ritmes op die men in 1974 nog niet had durven bedenken.
Net als het debuut van Maggie Brown is het debuut van Mountaineer een plaat om te koesteren. Omarm deze plaat en het ene na het andere popliedje wordt je dierbaar en uiteindelijk zijn het er tien. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Alle versies van 1974 zijn verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Mountaineer: 1974 | Mountaineer - mountaineer-music.bandcamp.com. Als het even kan zou ik gaan voor vinyl, want daarop klinkt de plaat net wat beter. Bovendien hadden we in 1974 alleen maar vinyl. En de download krijg je er gewoon bij.
De krenten uit de pop: Mountaineer - 1974 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marcel Hulst is de zanger en gitarist van de Amsterdamse band Maggie Brown en dat is op deze BLOG zeker geen onbekende.
Vrijwel precies een jaar geleden bejubelde ik het titelloze debuut van Maggie Brown en riep ik de plaat uit tot één van de betere gitaarplaten van dat moment. Dat vond ik aan het eind van het jaar nog steeds, waardoor het debuut van Maggie Brown ook opdook in mijn jaarlijstje.
Van Maggie Brown gaan we in de toekomst vast nog heel veel horen, maar een nieuwe plaat laat nog even op zich wachten. Momenteel gaat de aandacht van Marcel Hulst immers uit naar zijn soloproject Mountaineer, waarvan vandaag het prachtige 1974 is verschenen.
Ik heb 1974 al een tijdje als download in huis, maar inmiddels draait 1974 ook op vinyl zijn rondjes. Ik maak me normaal gesproken nooit zo heel druk om geluidskwaliteit, maar het moet gezegd worden dat 1974 op vinyl nog veel beter en vooral warmer klinkt dan op cd of als download. Maar dit terzijde. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek en die is prachtig.
1974 van Mountaineer is niet direct te vergelijken met het debuut van Maggie Brown. Het is een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestische plaat vol mooie en opvallend intieme popliedjes. Vaak folky, vaak ook met een wat psychedelische ondertoon.
Waarom de plaat de titel 1974 heeft meegekregen weet ik niet zeker, maar ik kan het wel bedenken. 1974 is een plaat die net zo goed had kunnen worden gemaakt in het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal het WK had moeten winnen, ABBA het songfestival won en Richard Nixon aftrad als president van de Verenigde Staten. Nu zijn ingetogen folky singer-songwriter songs natuurlijk van alle tijden, maar 1974 van Mountaineer mist het gejaagde van de huidige tijd en heeft daarom een heerlijk rustgevende uitwerking.
Ondertussen valt er ook heel veel te genieten. 1974 van Mountaineer bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaren en de mooie stem van Marcel Hulst, maar wanneer je goed luistert naar de plaat, valt op dat de instrumentatie veel rijker is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Spaarzame percussie, mooie baslijnen en hier en daar wat (uiteraard) analoge synths voorzien de songs van Mountaineer steeds weer van net wat andere kleuren en bovendien van diepgang.
Hoewel Mountaineer andere muziek maakt dan Maggie Brown, hoor ik ook wel wat overeenkomsten. 1974 laat net als het debuut van Maggie Brown prachtig gitaarwerk horen en net als bij Maggie Brown valt de muziek van Mountaineer op door een combinatie van dromerige klanken en onderhuidse spanning, waardoor je aan de ene kant wegdroomt en aan de andere kant geen noot wilt missen. Een andere constante factor is de prettige stem van Marcel Hulst, die er ook op deze plaat in slaagt om je zijn muziek in te zuigen, waardoor 1974 veel meer impact heeft dan de gemiddelde plaat.
1974 had zoals gezegd met een beetje fantasie ook best in de jaren 70 gemaakt kunnen worden (de plaat was destijds ergens tussen Donovan en het ingetogen werk van The Beatles terecht gekomen), maar aan de kant heeft de plaat ook raakvlakken met de alternatieve folk en Americana van veel recentere datum en hoor ik af en toe ook wat van Pink Floyd (maar dat zal aan mij liggen). Hiernaast duiken af en toe bijzondere ritmes op die men in 1974 nog niet had durven bedenken.
Net als het debuut van Maggie Brown is het debuut van Mountaineer een plaat om te koesteren. Omarm deze plaat en het ene na het andere popliedje wordt je dierbaar en uiteindelijk zijn het er tien. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Alle versies van 1974 zijn verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Mountaineer: 1974 | Mountaineer - mountaineer-music.bandcamp.com. Als het even kan zou ik gaan voor vinyl, want daarop klinkt de plaat net wat beter. Bovendien hadden we in 1974 alleen maar vinyl. En de download krijg je er gewoon bij.
Mountaineer - Lewis & Clark (2022)

4,5
1
geplaatst: 22 januari 2022, 14:03 uur
Recensie op de krenten uit de krenten de pop:
De krenten uit de pop: Mountaineer - Lewis & Clark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mountaineer - Lewis & Clark
De Nederlandse muzikant Marcel Hulst werkte jaren aan het tweede album van Mountaineer en levert een album af dat van de eerste tot en met de laatste noot betovert met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden
Marcel Hulst had met twee albums van de band Maggie Brown en het debuut van Mountaineer al drie parels uit de Nederlandse popmuziek op zijn naam staan, maar op Lewis & Clark legt hij de lat nog wat hoger. Het tweede album van Mountaineer is een zeer ambitieus album, waaraan de Nederlandse muzikant zich makkelijk had kunnen vertillen, maar het is geweldig album geworden. De vaak wat folky songs op het album worden steeds weer verrijkt met fraaie versiersels, stappen met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en kijken niet op een invloed meer of minder, maar Lewis & Clark is ook een fraaie eenheid en een album waarmee het heerlijk ontsnappen is aan de toch wat donkere wereld van het moment.
De naam Marcel Hulst zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar voor mij is hij de man achter twee van de beste Nederlandse gitaarplaten aller tijden. Die twee albums maakte Marcel Hulst met de band Maggie Brown. Het titelloze debuut van de band uit 2014 en Another Place uit 2017 kregen niet overdreven veel aandacht, maar ik trek ze nog met grote regelmaat uit de kast en ben iedere keer weer verrast door de schoonheid en veelzijdigheid van de muziek van Maggie Brown.
Het zijn niet de enige wapenfeiten van Marcel Hulst, want de Nederlandse muzikant maakte in 2015 als Mountaineer ook nog het prachtige 1974, dat het volle geluid van Maggie Brown verruilde voor zeer sfeervolle en voornamelijk ingetogen klanken. 1974 van Mountaineer is inmiddels bijna zeven jaar oud en krijgt deze week gezelschap van Lewis & Clark.
Marcel Hulst heeft jaren gewerkt aan het nieuwe album van Mountaineer en heeft inmiddels onderdak gevonden bij het sympathieke Concerto Records. Dat Marcel Hulst lang heeft gewerkt aan het tweede album van Mountaineer is direct vanaf de eerste noten duidelijk. Lewis & Clark is een ambitieus album dat start bij het debuutalbum van Mountaineer, maar vervolgens in alle richtingen grote stappen zet.
De meeste songs op het album hebben een vrij sobere basis die bestaat uit de akoestische gitaar en de stem van Marcel Hulst, maar die basis wordt keer op keer verrijkt met prachtige versiersels, waarbij de Nederlandse muzikant alles uit de kast trekt. De ene keer zijn het stemmige pianoakkoorden, de volgende keer fraaie koortjes, dromerige keyboards, een stemmige blaasinstrument of een vanuit de achtergrond opduikende pedal steel.
Net als op de albums van Maggie Brown en op het debuut van Mountaineer, is Marcel Hulst op Lewis & Clark een meester in het aan elkaar smeden van invloeden en de tijd. Lewis & Clark kan worden getypeerd als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is veel meer dan dat. Het is een album dat de inspiratie vaak zoekt in folk uit de jaren 60 en 70, maar net als de albums van Maggie Brown kan ook de muziek van Mountaineer zomaar opeens een aantal decennia vooruit schieten in de tijd.
Lewis & Clark is een album over jeugddromen, die zich in het geval van Marcel Hulst vooral in de Verenigde Staten afspeelden, maar de Nederlandse muzikant is ook niet blind voor de soms harde realiteit in het land. Lewis & Clark is niet alleen een album vol wonderschone popliedjes, die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren, maar Marcel Hulst is er ook in geslaagd om deze popliedjes aan elkaar te smeden tot een eenheid.
Lewis & Clark vertelt een verhaal dat je vasthoudt zoals bijvoorbeeld The Wall van Pink Floyd dat zo goed kan. Het is een verhaal dat steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar alles op het album is raak en ondanks de verschillen tussen de songs sluit alles naadloos op elkaar aan.
Het album is prachtig ingekleurd en fraai geproduceerd, maar ook de zeer aangename stem van de Nederlandse muzikant, die hier en daar herinnert aan die van Elliott Smith, draagt nadrukkelijk bij aan het prachtige eindresultaat.
De LP is tien songs lang betoverend mooi, op Spotify is het twaalf songs lang prachtig en de (spotgoedkope) cd of de bandcamp download houden je zelfs vijftien tracks lang gevangen in de muzikale schoonheid en overtuigingskracht van Mountaineer.
Lewis & Clark is naar eigen zeggen het album dat Marcel Hulst als twintig jaar wilde maken. Ik kan alleen maar concluderen dat hij het geflikt heeft, al hoop ik natuurlijk wel dat er naast de twee prachtalbums van Maggie Brown (check deze albums zeker eens) en de al even mooie twee van Mountaineer nog veel muziek van zijn hand bij komt de komende jaren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mountaineer - Lewis & Clark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mountaineer - Lewis & Clark
De Nederlandse muzikant Marcel Hulst werkte jaren aan het tweede album van Mountaineer en levert een album af dat van de eerste tot en met de laatste noot betovert met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden
Marcel Hulst had met twee albums van de band Maggie Brown en het debuut van Mountaineer al drie parels uit de Nederlandse popmuziek op zijn naam staan, maar op Lewis & Clark legt hij de lat nog wat hoger. Het tweede album van Mountaineer is een zeer ambitieus album, waaraan de Nederlandse muzikant zich makkelijk had kunnen vertillen, maar het is geweldig album geworden. De vaak wat folky songs op het album worden steeds weer verrijkt met fraaie versiersels, stappen met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en kijken niet op een invloed meer of minder, maar Lewis & Clark is ook een fraaie eenheid en een album waarmee het heerlijk ontsnappen is aan de toch wat donkere wereld van het moment.
De naam Marcel Hulst zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar voor mij is hij de man achter twee van de beste Nederlandse gitaarplaten aller tijden. Die twee albums maakte Marcel Hulst met de band Maggie Brown. Het titelloze debuut van de band uit 2014 en Another Place uit 2017 kregen niet overdreven veel aandacht, maar ik trek ze nog met grote regelmaat uit de kast en ben iedere keer weer verrast door de schoonheid en veelzijdigheid van de muziek van Maggie Brown.
Het zijn niet de enige wapenfeiten van Marcel Hulst, want de Nederlandse muzikant maakte in 2015 als Mountaineer ook nog het prachtige 1974, dat het volle geluid van Maggie Brown verruilde voor zeer sfeervolle en voornamelijk ingetogen klanken. 1974 van Mountaineer is inmiddels bijna zeven jaar oud en krijgt deze week gezelschap van Lewis & Clark.
Marcel Hulst heeft jaren gewerkt aan het nieuwe album van Mountaineer en heeft inmiddels onderdak gevonden bij het sympathieke Concerto Records. Dat Marcel Hulst lang heeft gewerkt aan het tweede album van Mountaineer is direct vanaf de eerste noten duidelijk. Lewis & Clark is een ambitieus album dat start bij het debuutalbum van Mountaineer, maar vervolgens in alle richtingen grote stappen zet.
De meeste songs op het album hebben een vrij sobere basis die bestaat uit de akoestische gitaar en de stem van Marcel Hulst, maar die basis wordt keer op keer verrijkt met prachtige versiersels, waarbij de Nederlandse muzikant alles uit de kast trekt. De ene keer zijn het stemmige pianoakkoorden, de volgende keer fraaie koortjes, dromerige keyboards, een stemmige blaasinstrument of een vanuit de achtergrond opduikende pedal steel.
Net als op de albums van Maggie Brown en op het debuut van Mountaineer, is Marcel Hulst op Lewis & Clark een meester in het aan elkaar smeden van invloeden en de tijd. Lewis & Clark kan worden getypeerd als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is veel meer dan dat. Het is een album dat de inspiratie vaak zoekt in folk uit de jaren 60 en 70, maar net als de albums van Maggie Brown kan ook de muziek van Mountaineer zomaar opeens een aantal decennia vooruit schieten in de tijd.
Lewis & Clark is een album over jeugddromen, die zich in het geval van Marcel Hulst vooral in de Verenigde Staten afspeelden, maar de Nederlandse muzikant is ook niet blind voor de soms harde realiteit in het land. Lewis & Clark is niet alleen een album vol wonderschone popliedjes, die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren, maar Marcel Hulst is er ook in geslaagd om deze popliedjes aan elkaar te smeden tot een eenheid.
Lewis & Clark vertelt een verhaal dat je vasthoudt zoals bijvoorbeeld The Wall van Pink Floyd dat zo goed kan. Het is een verhaal dat steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar alles op het album is raak en ondanks de verschillen tussen de songs sluit alles naadloos op elkaar aan.
Het album is prachtig ingekleurd en fraai geproduceerd, maar ook de zeer aangename stem van de Nederlandse muzikant, die hier en daar herinnert aan die van Elliott Smith, draagt nadrukkelijk bij aan het prachtige eindresultaat.
De LP is tien songs lang betoverend mooi, op Spotify is het twaalf songs lang prachtig en de (spotgoedkope) cd of de bandcamp download houden je zelfs vijftien tracks lang gevangen in de muzikale schoonheid en overtuigingskracht van Mountaineer.
Lewis & Clark is naar eigen zeggen het album dat Marcel Hulst als twintig jaar wilde maken. Ik kan alleen maar concluderen dat hij het geflikt heeft, al hoop ik natuurlijk wel dat er naast de twee prachtalbums van Maggie Brown (check deze albums zeker eens) en de al even mooie twee van Mountaineer nog veel muziek van zijn hand bij komt de komende jaren. Erwin Zijleman
Mourn - Self Worth (2020)

4,0
0
geplaatst: 2 november 2020, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mourn - Self Worth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mourn - Self Worth
Mourn strooit een stevige hoeveelheid punky energie over je heen, maar ondertussen zitten de songs van de Spaanse band veel knapper in elkaar dan je bij eerste beluistering dacht
Spanje heeft geen grote reputatie als muziekland, zeker niet wanneer het gaat om rockmuziek, maar de laatste tijd komt er veel moois uit het land. Na Melenas en Hinds is het nu Mourn dat met een geweldig album op de proppen komt. De voor driekwart uit vrouwen bestaande band gaat er lekker stevig tegenaan met muziek die wel wat aan die van Sleater-Kinney in betere jaren doet denken. De rauwe gitaarsongs van de band geven direct energie, maar als je wat beter luistert hoor je ook dat deze band kan spelen en bovendien oor heeft voor songs die je niet alleen omver blazen, maar die ook intrigeren. Heerlijk album van deze band uit Barcelona.
Ik heb het een paar keer eerder geprobeerd met de muziek van de Spaanse band Mourn, maar de vorige drie albums van de band uit Barcelona verdwenen na een veelbelovende start uiteindelijk toch weer op de stapel. Met het deze week verschenen Self Worth was het echter direct raak.
Spanje heeft de afgelopen jaren een aardige reputatie opgebouwd wanneer het gaat om vrouwenbands. Mourn voldoet niet helemaal aan de definitie van dat begrip, want het viertal uit Barcelona heeft ook een man in de gelederen, al mag die niet met zijn foto op de cover. Driekwart van de band is echter sowieso vrouw, wat de vergelijking met bands als Hinds uit Madrid en Melenas uit Pamplona rechtvaardigt.
Net als de twee genoemde bands maakt Mourn muziek die lekker recht voor zijn raap is, maar in muzikaal opzicht tappen alle drie de bands uit een ander vaatje. Bij beluistering van Self Worth van Mourn kwam bij mij direct één naam opzetten en dat is die van Sleater-Kinney. Het Amerikaanse drietal verraste het afgelopen jaar met een ware metamorfose, zowel wat betreft uitstraling als wat betreft muziek, maar persoonlijk hoor ik toch liever het rauwere werk van Sleater-Kinney. Voor dit werk ben je bij Mourn gelukkig nog altijd aan het juiste adres.
Self Worth is een album waarvoor ik lang niet altijd in de stemming ben, maar zo op zijn tijd is de muziek van Mourn een portie ruwe energie die nauwelijks te weerstaan is. Self Worth is een album zonder al teveel poespas, maar ondertussen klopt vrijwel alles op het nieuwe album van de Spaanse band.
Het gitaarwerk is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang op het album. Mourn verstaat verder de kunst van het schrijven van uitstekende songs en heeft ook een kundig producer, die het album heeft voorzien van een ruw maar ook helder geluid. Ook de nieuwe drummer van de band is een aanwinst, want de energievolle songs van de drie vrouwen van de band worden op knappe wijze aan elkaar geslagen.
De muziek op Self Worth lijkt op van alles en nog wat en lijkt met enige regelmaat te citeren uit de archieven van de riot grrl beweging uit de jaren 90, maar uiteindelijk hoor ik vooral veel van het rauwere werk van Sleater-Kinney en dat klinkt fantastisch. Self Worth is misschien een album zonder veel opsmuk en het is bovendien een album waarop de zangeres van de band het af en toe heerlijk uitschreeuwt, maar Mourn is een band die zeker niet onderschat moet worden.
De Spaanse band schrijft bovengemiddeld goede songs en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. Ik omarmde Self Worth in eerste instantie zelf vooral als een album om even stoom mee af te blazen in deze rare tijden, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Mourn luister, hoe beter het wordt. Met name het gitaarwerk is niet alleen recht voor zijn raap maar ook verrassend veelkleurig, maar ook de zang, de songs en de fraaie productie van het album springen steeds nadrukkelijker in het oor.
Er zijn heel wat jaren geweest waarin Spanje niet goed was voor drie geweldige rockalbums, maar na Melenas en Hinds heeft ook Mourn er een afgeleverd die de internationale concurrentie makkelijk aan kan en die absoluut een waardig alternatief vormt voor het wat uit koers geraakte Sleater-Kinney. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mourn - Self Worth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mourn - Self Worth
Mourn strooit een stevige hoeveelheid punky energie over je heen, maar ondertussen zitten de songs van de Spaanse band veel knapper in elkaar dan je bij eerste beluistering dacht
Spanje heeft geen grote reputatie als muziekland, zeker niet wanneer het gaat om rockmuziek, maar de laatste tijd komt er veel moois uit het land. Na Melenas en Hinds is het nu Mourn dat met een geweldig album op de proppen komt. De voor driekwart uit vrouwen bestaande band gaat er lekker stevig tegenaan met muziek die wel wat aan die van Sleater-Kinney in betere jaren doet denken. De rauwe gitaarsongs van de band geven direct energie, maar als je wat beter luistert hoor je ook dat deze band kan spelen en bovendien oor heeft voor songs die je niet alleen omver blazen, maar die ook intrigeren. Heerlijk album van deze band uit Barcelona.
Ik heb het een paar keer eerder geprobeerd met de muziek van de Spaanse band Mourn, maar de vorige drie albums van de band uit Barcelona verdwenen na een veelbelovende start uiteindelijk toch weer op de stapel. Met het deze week verschenen Self Worth was het echter direct raak.
Spanje heeft de afgelopen jaren een aardige reputatie opgebouwd wanneer het gaat om vrouwenbands. Mourn voldoet niet helemaal aan de definitie van dat begrip, want het viertal uit Barcelona heeft ook een man in de gelederen, al mag die niet met zijn foto op de cover. Driekwart van de band is echter sowieso vrouw, wat de vergelijking met bands als Hinds uit Madrid en Melenas uit Pamplona rechtvaardigt.
Net als de twee genoemde bands maakt Mourn muziek die lekker recht voor zijn raap is, maar in muzikaal opzicht tappen alle drie de bands uit een ander vaatje. Bij beluistering van Self Worth van Mourn kwam bij mij direct één naam opzetten en dat is die van Sleater-Kinney. Het Amerikaanse drietal verraste het afgelopen jaar met een ware metamorfose, zowel wat betreft uitstraling als wat betreft muziek, maar persoonlijk hoor ik toch liever het rauwere werk van Sleater-Kinney. Voor dit werk ben je bij Mourn gelukkig nog altijd aan het juiste adres.
Self Worth is een album waarvoor ik lang niet altijd in de stemming ben, maar zo op zijn tijd is de muziek van Mourn een portie ruwe energie die nauwelijks te weerstaan is. Self Worth is een album zonder al teveel poespas, maar ondertussen klopt vrijwel alles op het nieuwe album van de Spaanse band.
Het gitaarwerk is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang op het album. Mourn verstaat verder de kunst van het schrijven van uitstekende songs en heeft ook een kundig producer, die het album heeft voorzien van een ruw maar ook helder geluid. Ook de nieuwe drummer van de band is een aanwinst, want de energievolle songs van de drie vrouwen van de band worden op knappe wijze aan elkaar geslagen.
De muziek op Self Worth lijkt op van alles en nog wat en lijkt met enige regelmaat te citeren uit de archieven van de riot grrl beweging uit de jaren 90, maar uiteindelijk hoor ik vooral veel van het rauwere werk van Sleater-Kinney en dat klinkt fantastisch. Self Worth is misschien een album zonder veel opsmuk en het is bovendien een album waarop de zangeres van de band het af en toe heerlijk uitschreeuwt, maar Mourn is een band die zeker niet onderschat moet worden.
De Spaanse band schrijft bovengemiddeld goede songs en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. Ik omarmde Self Worth in eerste instantie zelf vooral als een album om even stoom mee af te blazen in deze rare tijden, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Mourn luister, hoe beter het wordt. Met name het gitaarwerk is niet alleen recht voor zijn raap maar ook verrassend veelkleurig, maar ook de zang, de songs en de fraaie productie van het album springen steeds nadrukkelijker in het oor.
Er zijn heel wat jaren geweest waarin Spanje niet goed was voor drie geweldige rockalbums, maar na Melenas en Hinds heeft ook Mourn er een afgeleverd die de internationale concurrentie makkelijk aan kan en die absoluut een waardig alternatief vormt voor het wat uit koers geraakte Sleater-Kinney. Erwin Zijleman
Mousey - My Friends (2022)

4,0
0
geplaatst: 13 maart 2022, 10:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mousey - My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mousey - My Friends
Mousey is een Nieuw-Zeelandse muzikante, die met My Friends een veelzijdig en in kwalitatief opzicht hoogstaand album heeft afgeleverd, dat ook aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient
My Friends is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en het is een kennismaking die naar meer smaakt. Op het tweede album van het alter ego van de uit Christchurch afkomstige Sarena Close kan het meerdere kanten op. My Friends bevat een aantal zeer ingetogen songs, maar ook een aantal veel zwaarder aangezette songs, waardoor My Friends het hele spectrum van folk tot pop en rock bestrijkt. Zeker de meer ingetogen songs vallen op door de hoge intensiteit van de muziek van Mousey, die beter wordt naarmate je dit album meerdere keren hoort. Ik word met grote regelmaat verrast door Nieuw-Zeelands talent en ook deze Mousey is er weer een.
My Friends is het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en de opvolger van het in 2019 verschenen Lemon Law, dat in eigen land behoorlijk wat aandacht trok. Ook My Friends behoort deze week in Nieuw-Zeeland tot de belangrijkste nieuwe releases, maar het tweede album van Mousey is een album dat wat mij betreft ook buiten de eigen landsgrenzen aandacht verdient.
Mousey is het alter ego van de uit het Nieuw-Zeelandse Christchurch afkomstige Sarena Close, die op haar tweede album tekent voor alle songs, maar ook voor gitaren, keyboards, piano en zang en bovendien voor de coproductie van het album.
My Friends opent met een intieme en lieflijk klinkende folksong, maar wanneer Mousey in de tweede track kiest voor een uptempo popsong met wat rockinvloeden, is duidelijk dat de muziek van Sarena Close zich niet in één hokje laat vangen, wat nog wat duidelijker wordt wanneer ze zich in de derde track laat omgeven door overstuurde gitaren.
My Friends werd geproduceerd door Sarena Close en de Nieuw-Zeelandse producer Ben Edwards, die in zijn studio The Sitting Room in Lyttelton Harbour eerder werkte met onder andere Nadia Reid, Marlon Williams, Julia Jacklin en Aldous Harding. My Friends heeft zich in een aantal songs zeker laten beïnvloeden door de muziek van stadgenote Aldous Harding, maar het tweede album van Mousey schiet teveel kanten op om te spreken van vergelijkingsmateriaal dat langer dan een paar tracks mee gaat.
Mousey nam haar tweede album op tijdens de coronapandemie, die in Nieuw-Zeeland vaak zorgde voor strenge regels die continu opgebouwd en weer afgebouwd werden. Het heeft zijn weerslag gehad op My Friends, dat een vergelijkbare golfbeweging laat horen. My Friends bevat een aantal betrekkelijk lichtvoetige rocksongs waar het plezier van af spat, maar bevat ook een aantal meer ingetogen en meer folky songs waarin de melancholie juist weer regeert. Het zijn de ingetogen songs waarin Mousey wat mij betreft de meeste indruk maakt, al heeft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante ook zeker baat bij het variëren met zowel stijlen als intensiteit en emoties, wat het album voorziet van dynamiek en spanning.
De wereld is de afgelopen decennia een stuk kleiner geworden door de komst van het Internet, maar het is bijzonder hoe met name Australische en Nieuw-Zeelandse muzikanten nog altijd een duidelijk eigen identiteit hebben. Het is een identiteit die ik ook weer hoor op My Friends van Mousey. Vergeleken met de muziek van Europese en Amerikaanse muzikanten klinkt het tweede album van Sarena Close toch net wat eigenzinniger, waardoor het album interessanter is dan het gemiddelde album in het genre.
My Friends kleurt in alle opzichten net wat buiten de lijntjes, waardoor het net wat meer schuurt en waardoor relatief eenvoudig klinkende songs moeiteloos worden afgewisseld met songs vol diepgang. Hoe vaker ik naar het album luister, hoe knapper het wordt, want Sarena Close is niet alleen een uitstekend en zeer veelzijdig zangers, maar heeft haar album ook op bijzondere wijze ingekleurd en schrijft bovendien songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. Door de grote diversiteit is My Friends van Mousey een album waarover je niet te snel en makkelijk moet oordelen, maar dat uiteindelijk groeit tot flinke hoogten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mousey - My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mousey - My Friends
Mousey is een Nieuw-Zeelandse muzikante, die met My Friends een veelzijdig en in kwalitatief opzicht hoogstaand album heeft afgeleverd, dat ook aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient
My Friends is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en het is een kennismaking die naar meer smaakt. Op het tweede album van het alter ego van de uit Christchurch afkomstige Sarena Close kan het meerdere kanten op. My Friends bevat een aantal zeer ingetogen songs, maar ook een aantal veel zwaarder aangezette songs, waardoor My Friends het hele spectrum van folk tot pop en rock bestrijkt. Zeker de meer ingetogen songs vallen op door de hoge intensiteit van de muziek van Mousey, die beter wordt naarmate je dit album meerdere keren hoort. Ik word met grote regelmaat verrast door Nieuw-Zeelands talent en ook deze Mousey is er weer een.
My Friends is het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en de opvolger van het in 2019 verschenen Lemon Law, dat in eigen land behoorlijk wat aandacht trok. Ook My Friends behoort deze week in Nieuw-Zeeland tot de belangrijkste nieuwe releases, maar het tweede album van Mousey is een album dat wat mij betreft ook buiten de eigen landsgrenzen aandacht verdient.
Mousey is het alter ego van de uit het Nieuw-Zeelandse Christchurch afkomstige Sarena Close, die op haar tweede album tekent voor alle songs, maar ook voor gitaren, keyboards, piano en zang en bovendien voor de coproductie van het album.
My Friends opent met een intieme en lieflijk klinkende folksong, maar wanneer Mousey in de tweede track kiest voor een uptempo popsong met wat rockinvloeden, is duidelijk dat de muziek van Sarena Close zich niet in één hokje laat vangen, wat nog wat duidelijker wordt wanneer ze zich in de derde track laat omgeven door overstuurde gitaren.
My Friends werd geproduceerd door Sarena Close en de Nieuw-Zeelandse producer Ben Edwards, die in zijn studio The Sitting Room in Lyttelton Harbour eerder werkte met onder andere Nadia Reid, Marlon Williams, Julia Jacklin en Aldous Harding. My Friends heeft zich in een aantal songs zeker laten beïnvloeden door de muziek van stadgenote Aldous Harding, maar het tweede album van Mousey schiet teveel kanten op om te spreken van vergelijkingsmateriaal dat langer dan een paar tracks mee gaat.
Mousey nam haar tweede album op tijdens de coronapandemie, die in Nieuw-Zeeland vaak zorgde voor strenge regels die continu opgebouwd en weer afgebouwd werden. Het heeft zijn weerslag gehad op My Friends, dat een vergelijkbare golfbeweging laat horen. My Friends bevat een aantal betrekkelijk lichtvoetige rocksongs waar het plezier van af spat, maar bevat ook een aantal meer ingetogen en meer folky songs waarin de melancholie juist weer regeert. Het zijn de ingetogen songs waarin Mousey wat mij betreft de meeste indruk maakt, al heeft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante ook zeker baat bij het variëren met zowel stijlen als intensiteit en emoties, wat het album voorziet van dynamiek en spanning.
De wereld is de afgelopen decennia een stuk kleiner geworden door de komst van het Internet, maar het is bijzonder hoe met name Australische en Nieuw-Zeelandse muzikanten nog altijd een duidelijk eigen identiteit hebben. Het is een identiteit die ik ook weer hoor op My Friends van Mousey. Vergeleken met de muziek van Europese en Amerikaanse muzikanten klinkt het tweede album van Sarena Close toch net wat eigenzinniger, waardoor het album interessanter is dan het gemiddelde album in het genre.
My Friends kleurt in alle opzichten net wat buiten de lijntjes, waardoor het net wat meer schuurt en waardoor relatief eenvoudig klinkende songs moeiteloos worden afgewisseld met songs vol diepgang. Hoe vaker ik naar het album luister, hoe knapper het wordt, want Sarena Close is niet alleen een uitstekend en zeer veelzijdig zangers, maar heeft haar album ook op bijzondere wijze ingekleurd en schrijft bovendien songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. Door de grote diversiteit is My Friends van Mousey een album waarover je niet te snel en makkelijk moet oordelen, maar dat uiteindelijk groeit tot flinke hoogten. Erwin Zijleman
Møster! - States of Minds (2018)

4,0
1
geplaatst: 1 oktober 2018, 21:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Møster! - States Of Minds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noorse band maakt muziek die soms tegen de haren instrijkt, maar net zo vaak hopeloos intrigeert of overloopt van schoonheid
States Of Minds van Møster! is een plaat waar je even voor moet gaan zitten. Het is een plaat die het je zeker niet makkelijk maakt en die zeker in het begin alle kanten lijkt op te schieten. Op een gegeven moment valt echter alles op zijn plek en kun je alleen maar genieten van het opvallende muzikale universum dat de Noorse band creëert. Møster! heeft lak aan conventies en stijlen en gooit van alles en nog wat op een hoop. Het levert het ene moment een kakofonie van geluid op, maar de Noorse band tovert je net zo makkelijk zweverige soundscapes of wonderschone klanken voor. Buitengewoon fascinerende plaat.
Je hebt soms van die platen waar je bij eerste beluistering niet zo veel mee kunt, maar die op een of andere manier toch ook intrigeren. States Of Minds van de Noorse band Møster! is zo’n plaat.
Het is er in de bovenstaande categorie een in de overtreffende trap, want bij eerste beluistering kon ik echt helemaal niets met de muziek van de band rond de Noorse muzikant Kjetil Møster, maar intrigeerde de plaat me wel hopeloos.
Misschien vond ik van mezelf ook wel dat ik vol moest houden, want de band die Kjetil Møster heeft samengesteld bestaat onder andere uit leden van Motorpsycho en dat is een band die ik heel hoog heb zitten. Ik ben blij dat ik heb volgehouden, want wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de muziek van de Noorse band is loslaten geen optie meer.
Goed, laat ik beginnen bij het begin. States Of Minds van Møster! opent, om het de luisteraar makkelijk te maken, met een track van ruim 20 minuten. Het is een track die begint met duistere klanken, bijzondere geluiden en af en toe een opduikende saxofoon. Vooral door die saxofoon had ik wel wat associaties met Bowie’s Blackstar; een volgende reden om te blijven luisteren naar de muziek van de Noorse band.
De machine van Møster! draait vervolgens een aantal minuten warm. De geluiden worden intenser en spannender, terwijl de saxofoon een steeds wat voornamere rol opeist. Na vijf minuten is de machine warmgedraaid en ronken de motoren. Langzaam ontstaat iets dat herkenbaar is als een song. Het is een song met een groovy ritme, een breed palet aan geluiden en instrumenten, en nog steeds de saxofoon, die steeds melodieuzer en jazzier gaat spelen. Langzaam maar zeker veranderen de in eerste instantie zo donkere, ongrijpbare en zelfs wat unheimische klanken in muziek die iets met je doet. Dat kan zo weer omslaan, maar vanaf dat moment weet je waartoe Møster! in staat is en wil je blijven luisteren.
Møster! is de band van jazz saxofonist Kjetil Møster, dus het is niet zo gek dat zijn saxofoon vaak centraal staat, maar de Noor heeft niets voor niets een aantal aansprekende muzikanten uit andere genres gerekruteerd. De jazz van Kjetil Møster slaat hierdoor het ene moment om in dromerige en sprookjesachtige soundscapes uit het donkere bos, maar kan ook meer de kant van de blues of rock op gaan, waarbij ook uitstapjes richting de progrock van Yes in haar jonge jaren niet wordt geschuwd.
De muziek van Møster! is het ene moment bijna verstild, maar kan zomaar ontaarden in een kakofonie van geluid. Zeker in de tracks waarin de rol van de gitaren wat groter is worden interessante duels tussen deze gitaren en de saxofoon van Kjetil Møster uitgevochten. De associaties met Bowie’s Blackstar blijft bij mij terugkeren, maar het is wel Blackstar voor gevorderden.
Het heeft bij mij wel even geduurd voor het kwartje viel, maar inmiddels is alles dat in eerste instantie nog zo tegen de haren in streek bijzonder en functioneel en kan ik intens genieten van de fascinerende mix van stijlen en geluiden die Møster! uit de speakers laat komen. Waar de passages met betoverend mooie klanken in eerste instantie schaars waren, loopt de bijna anderhalf uur (!) durende plaat er nu van over. En ik ben nog lang niet klaar met States Of Minds. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Møster! - States Of Minds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noorse band maakt muziek die soms tegen de haren instrijkt, maar net zo vaak hopeloos intrigeert of overloopt van schoonheid
States Of Minds van Møster! is een plaat waar je even voor moet gaan zitten. Het is een plaat die het je zeker niet makkelijk maakt en die zeker in het begin alle kanten lijkt op te schieten. Op een gegeven moment valt echter alles op zijn plek en kun je alleen maar genieten van het opvallende muzikale universum dat de Noorse band creëert. Møster! heeft lak aan conventies en stijlen en gooit van alles en nog wat op een hoop. Het levert het ene moment een kakofonie van geluid op, maar de Noorse band tovert je net zo makkelijk zweverige soundscapes of wonderschone klanken voor. Buitengewoon fascinerende plaat.
Je hebt soms van die platen waar je bij eerste beluistering niet zo veel mee kunt, maar die op een of andere manier toch ook intrigeren. States Of Minds van de Noorse band Møster! is zo’n plaat.
Het is er in de bovenstaande categorie een in de overtreffende trap, want bij eerste beluistering kon ik echt helemaal niets met de muziek van de band rond de Noorse muzikant Kjetil Møster, maar intrigeerde de plaat me wel hopeloos.
Misschien vond ik van mezelf ook wel dat ik vol moest houden, want de band die Kjetil Møster heeft samengesteld bestaat onder andere uit leden van Motorpsycho en dat is een band die ik heel hoog heb zitten. Ik ben blij dat ik heb volgehouden, want wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de muziek van de Noorse band is loslaten geen optie meer.
Goed, laat ik beginnen bij het begin. States Of Minds van Møster! opent, om het de luisteraar makkelijk te maken, met een track van ruim 20 minuten. Het is een track die begint met duistere klanken, bijzondere geluiden en af en toe een opduikende saxofoon. Vooral door die saxofoon had ik wel wat associaties met Bowie’s Blackstar; een volgende reden om te blijven luisteren naar de muziek van de Noorse band.
De machine van Møster! draait vervolgens een aantal minuten warm. De geluiden worden intenser en spannender, terwijl de saxofoon een steeds wat voornamere rol opeist. Na vijf minuten is de machine warmgedraaid en ronken de motoren. Langzaam ontstaat iets dat herkenbaar is als een song. Het is een song met een groovy ritme, een breed palet aan geluiden en instrumenten, en nog steeds de saxofoon, die steeds melodieuzer en jazzier gaat spelen. Langzaam maar zeker veranderen de in eerste instantie zo donkere, ongrijpbare en zelfs wat unheimische klanken in muziek die iets met je doet. Dat kan zo weer omslaan, maar vanaf dat moment weet je waartoe Møster! in staat is en wil je blijven luisteren.
Møster! is de band van jazz saxofonist Kjetil Møster, dus het is niet zo gek dat zijn saxofoon vaak centraal staat, maar de Noor heeft niets voor niets een aantal aansprekende muzikanten uit andere genres gerekruteerd. De jazz van Kjetil Møster slaat hierdoor het ene moment om in dromerige en sprookjesachtige soundscapes uit het donkere bos, maar kan ook meer de kant van de blues of rock op gaan, waarbij ook uitstapjes richting de progrock van Yes in haar jonge jaren niet wordt geschuwd.
De muziek van Møster! is het ene moment bijna verstild, maar kan zomaar ontaarden in een kakofonie van geluid. Zeker in de tracks waarin de rol van de gitaren wat groter is worden interessante duels tussen deze gitaren en de saxofoon van Kjetil Møster uitgevochten. De associaties met Bowie’s Blackstar blijft bij mij terugkeren, maar het is wel Blackstar voor gevorderden.
Het heeft bij mij wel even geduurd voor het kwartje viel, maar inmiddels is alles dat in eerste instantie nog zo tegen de haren in streek bijzonder en functioneel en kan ik intens genieten van de fascinerende mix van stijlen en geluiden die Møster! uit de speakers laat komen. Waar de passages met betoverend mooie klanken in eerste instantie schaars waren, loopt de bijna anderhalf uur (!) durende plaat er nu van over. En ik ben nog lang niet klaar met States Of Minds. Erwin Zijleman
mui zyu - Nothing or Something to Die For (2024)

4,0
0
geplaatst: 29 mei 2024, 16:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mui zyu - nothing or something to die for - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mui zyu - nothing or something to die for
De Britse muzikante mui zyu maakt op nothing or something to die for muziek die het ene moment het oor genadeloos streelt, maar die het volgende moment onnavolgbaar of compleet ongrijpbaar is
Je hebt albums die je direct bij eerste beluistering benevelen met prachtige klanken en je hebt albums waar je ook na talloze keren horen nog maar moeilijk vat op krijgt. nothing or something to die for van mui zyu valt in beide categorieën. De muzikante uit Londen maakt aan de ene kant mooi ingekleurde en prachtig gezongen popsongs, maar het zijn ook popsongs die opeens alle kanten op kunnen schieten en kunnen vervallen in flink wat experiment. Het maakt van nothing or something to die for, dat ook nog eens uiteenlopende invloeden verwerkt, een vat vol tegenstrijdigheden, maar net zo goed een betoverend mooi album waarbij het heerlijk wegdromen is, tot mui zyu je weer ruw wakker schudt.
mui zyu (geen hoofdletters) is een project van de Britse muzikante Eva Liu, die wortels heeft in Hong Kong, werd geboren in Noord-Ierland en zich inmiddels heeft gevestigd in Londen. Vanuit de Britse hoofdstad debuteerde ze in 2021 met de EP A Wonderful Thing Vomits, die vorig jaar werd gevolgd door het album Rotten Bun For An Eggless Century. Zowel de EP als het album intrigeren door de titels, maar ook in muzikaal opzicht prikkelt mui zyu stevig de fantasie met haar muziek.
Zowel op haar eerste EP als op haar debuutalbum verrast mui zyu met zich langzaam voortslepende popliedjes, die worden gedragen door kabbelende pianoakkoorden, wolken lome synths en de wat dromerige stem van Eva Lui. Het zijn popliedjes die deels passen in het hokje ‘bedroom pop’, maar het is wel zeer avontuurlijke ‘bedroom pop’, waarin ook invloeden uit onder andere de Chinese muziek en de jazz worden verwerkt.
De popsongs van mui zyu kunnen verrassend toegankelijk klinken, maar de Britse muzikante is ook niet vies van flink wat experiment, wat met name van Rotten Bun For An Eggless Century een behoorlijk ongrijpbaar album maakt. Ik heb het allemaal overigens pas deze week ontdekt, toen ik het nieuwe album van mui zyu beluisterde en zo op het spoor kwam van haar eerdere werk. Rotten Bun For An Eggless Century had vorig jaar zeker niet misstaan op de krenten uit de pop, maar de aandacht kan nu worden gericht op nothing or something to die for (ook geen hoofdletters), dat in muzikaal opzicht nog wat interessanter is.
Het album opent met stemmige strijkers, waarna een minimalistisch ingekleurde song volgt. Het is een song waarin de stem van Eva Liu mooier en toegankelijker klinkt dan op haar debuutalbum. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam, maar door wat vervormde synths toe te voegen aan het geluid klinkt het ook direct bijzonder. Wat tegen de haren in strijkende passages worden afgewisseld met bijzonder mooie passages, waarin zowel de instrumentatie als de zang het oor strelen met dromerige klanken.
Ik weet zeker dat mui zyu een prachtig en zeer toegankelijk album zou kunnen maken, maar het siert haar dat ze het experiment zoekt en dit experiment maakt van nothing or something to die for een spannend album. Het doet me af en toe, en zeker wanneer de zang elektronisch wordt vervormd en beats worden ingezet, wel wat denken aan de muziek van yeule, die net als miu zyu muziek van de toekomst maakt.
Het is muziek die bestaat uit een toegankelijke en vaak atmosferisch klinkende onderlaag en een bijna minimalistische elektronische bovenlaag. Het zorgt er voor dat nothing or something to die for afwisselend ongrijpbaar en wonderschoon klinkt. Het zorgt er ook voor dat mui zyu ver blijft verwijderd van de grauwe middelmaat. Dit doet de muzikante uit Londen ook met haar teksten, waarin existentiële vragen centraal staan.
Makkelijk is het allemaal zeker niet, maar een echt moeilijk album vind ik nothing or something to die for toch ook weer niet. mui zyu heeft een album gemaakt dat continu van de hak op de tak springt, dat zeer uiteenlopende invloeden (van folk tot klassieke muziek en van elektronica tot jazz) verwerkt en dat de fantasie maar blijft prikkelen, hoe vaak je het album ook beluistert. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar dit is absoluut een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: mui zyu - nothing or something to die for - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mui zyu - nothing or something to die for
De Britse muzikante mui zyu maakt op nothing or something to die for muziek die het ene moment het oor genadeloos streelt, maar die het volgende moment onnavolgbaar of compleet ongrijpbaar is
Je hebt albums die je direct bij eerste beluistering benevelen met prachtige klanken en je hebt albums waar je ook na talloze keren horen nog maar moeilijk vat op krijgt. nothing or something to die for van mui zyu valt in beide categorieën. De muzikante uit Londen maakt aan de ene kant mooi ingekleurde en prachtig gezongen popsongs, maar het zijn ook popsongs die opeens alle kanten op kunnen schieten en kunnen vervallen in flink wat experiment. Het maakt van nothing or something to die for, dat ook nog eens uiteenlopende invloeden verwerkt, een vat vol tegenstrijdigheden, maar net zo goed een betoverend mooi album waarbij het heerlijk wegdromen is, tot mui zyu je weer ruw wakker schudt.
mui zyu (geen hoofdletters) is een project van de Britse muzikante Eva Liu, die wortels heeft in Hong Kong, werd geboren in Noord-Ierland en zich inmiddels heeft gevestigd in Londen. Vanuit de Britse hoofdstad debuteerde ze in 2021 met de EP A Wonderful Thing Vomits, die vorig jaar werd gevolgd door het album Rotten Bun For An Eggless Century. Zowel de EP als het album intrigeren door de titels, maar ook in muzikaal opzicht prikkelt mui zyu stevig de fantasie met haar muziek.
Zowel op haar eerste EP als op haar debuutalbum verrast mui zyu met zich langzaam voortslepende popliedjes, die worden gedragen door kabbelende pianoakkoorden, wolken lome synths en de wat dromerige stem van Eva Lui. Het zijn popliedjes die deels passen in het hokje ‘bedroom pop’, maar het is wel zeer avontuurlijke ‘bedroom pop’, waarin ook invloeden uit onder andere de Chinese muziek en de jazz worden verwerkt.
De popsongs van mui zyu kunnen verrassend toegankelijk klinken, maar de Britse muzikante is ook niet vies van flink wat experiment, wat met name van Rotten Bun For An Eggless Century een behoorlijk ongrijpbaar album maakt. Ik heb het allemaal overigens pas deze week ontdekt, toen ik het nieuwe album van mui zyu beluisterde en zo op het spoor kwam van haar eerdere werk. Rotten Bun For An Eggless Century had vorig jaar zeker niet misstaan op de krenten uit de pop, maar de aandacht kan nu worden gericht op nothing or something to die for (ook geen hoofdletters), dat in muzikaal opzicht nog wat interessanter is.
Het album opent met stemmige strijkers, waarna een minimalistisch ingekleurde song volgt. Het is een song waarin de stem van Eva Liu mooier en toegankelijker klinkt dan op haar debuutalbum. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam, maar door wat vervormde synths toe te voegen aan het geluid klinkt het ook direct bijzonder. Wat tegen de haren in strijkende passages worden afgewisseld met bijzonder mooie passages, waarin zowel de instrumentatie als de zang het oor strelen met dromerige klanken.
Ik weet zeker dat mui zyu een prachtig en zeer toegankelijk album zou kunnen maken, maar het siert haar dat ze het experiment zoekt en dit experiment maakt van nothing or something to die for een spannend album. Het doet me af en toe, en zeker wanneer de zang elektronisch wordt vervormd en beats worden ingezet, wel wat denken aan de muziek van yeule, die net als miu zyu muziek van de toekomst maakt.
Het is muziek die bestaat uit een toegankelijke en vaak atmosferisch klinkende onderlaag en een bijna minimalistische elektronische bovenlaag. Het zorgt er voor dat nothing or something to die for afwisselend ongrijpbaar en wonderschoon klinkt. Het zorgt er ook voor dat mui zyu ver blijft verwijderd van de grauwe middelmaat. Dit doet de muzikante uit Londen ook met haar teksten, waarin existentiële vragen centraal staan.
Makkelijk is het allemaal zeker niet, maar een echt moeilijk album vind ik nothing or something to die for toch ook weer niet. mui zyu heeft een album gemaakt dat continu van de hak op de tak springt, dat zeer uiteenlopende invloeden (van folk tot klassieke muziek en van elektronica tot jazz) verwerkt en dat de fantasie maar blijft prikkelen, hoe vaak je het album ook beluistert. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar dit is absoluut een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
Muireann Bradley - I Kept These Old Blues (2023)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2025, 20:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues
De Ierse muzikante Muireann Bradley is pas 18 jaar oud, maar vertolkt op haar debuutalbum I Kept These Old Blues stokoude bluessongs met werkelijk prachtig gitaarwerk en de doorleefde stem van een oude ziel
Muireann Bradley kwam de coronapandemie door met het luisteren naar stokoude bluessongs en het leren spelen van deze songs op haar gitaar. Op haar zestiende vertolkte ze een aantal van deze songs op haar debuutalbum, dat helaas niet de aandacht kreeg die het album verdiende. De opgepoetste versie van I Kept These Old Blues krijgt deze week een nieuwe kans en verdient absoluut een plekje in de spotlights. Muireann Bradley trekt de aandacht met fraai fingerpicking gitaarspel en met het gevoel dat ze in haar songs legt. De vertolkingen van de bluessongs uit het verre verleden zijn behoorlijk sober, maar I Kept These Old Blues verveelt echt geen moment en maakt steeds meer indruk.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik I Kept These Old Blues van Muireann Bradley tegen. Het is geen echt nieuw album, want het debuutalbum van de Ierse muzikante verscheen oorspronkelijk aan het eind van 2023, vlak voor haar zeventiende verjaardag, bij een klein Amerikaans label. Muireann Bradley maakte vervolgens indruk tijdens de jaarlijkse Hootenanny Nieuwjaar show van Jools Holland, maar echt breed opgepakt werd I Kept These Old Blues destijds niet.
Ik was eind 2023 zelf ook niet heel erg onder de indruk van het album, maar weet niet meer precies waarom de bijzondere songs van Muireann Bradley me destijds niet wisten te raken. Mogelijk had het te maken met de geluidskwaliteit, want het is waarschijnlijk niet voor niets dat het album deze week in een geremasterde versie is uitgebracht.
Muireann Bradley komt uit het Ierse County Donegal en is nog altijd pas achttien jaar oud. Ze perfectioneerde haar gitaarspel tijdens de coronapandemie en dit gitaarspel is een van de sterke punten van I Kept These Old Blues. Op het album moeten we het doen met de stem en het gitaarspel van de Ierse muzikante, maar beiden zijn prachtig. Muireann Bradley tekent op haar debuutalbum voor fraai akoestisch fingerpicking gitaarspel, dat zeker in de geremasterde versie de ruimte prachtig vult.
De Ierse muzikante heeft een zwak voor bluessongs zoals deze ruim honderd jaar geleden werden gemaakt. De oude blues op haar debuutalbum valt niet alleen op door het uitstekende gitaarspel van Muireann Bradley, maar ook door haar bijzondere stem. De Ierse muzikante was pas 16 jaar oud toen ze de songs op I Kept These Old Blues opnam. Dat hoor je met enige regelmaat, want de stem van Muireann Bradley kan behoorlijk jong klinken, maar aan de andere kant is de Ierse muzikante ook een oude ziel, die de stokoude bluessongs op het album met veel gevoel en doorleving vertolkt.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de vroege albums van Gillian Welch, die weliswaar songs uit een andere genre vertolkte, maar wel songs uit dezelfde tijd en dit bovendien deed met ongeveer dezelfde middelen. De stemmen van de twee lijken ook wel wat op elkaar, zeker wanneer de stem wat overslaat.
Muireann Bradley maakt op haar debuutalbum vijftig minuten muziek met slechts haar gitaar en haar stem, maar I Kept These Old Blues houdt de aandacht verrassend makkelijk vast en verslapt eigenlijk geen moment. Het album krijgt deze week een tweede kans met een geremasterde versie op de streaming media diensten en op vinyl en cd en wat mij betreft wordt het debuutalbum van de Ierse muzikante dit keer breed opgepakt.
I Kept These Old Blues blaast nieuw leven in honderd jaar oude songs en maakt dankzij het fraaie gitaarwerk en de overtuigende stem van Muireann Bradley makkelijk indruk. Ik ben lang niet altijd gek op dit soort akoestische blues en het fingerpicking gitaarwerk dat is te horen op I Kept These Old Blues, maar het album heeft wat mij betreft een bijzondere uitwerking op de luisteraar, zeker wanneer deze terecht komt in de ontspannende flow die het debuutalbum van Muireann Bradley heeft. Het is een album dat nog wat meer glans krijgt wanneer je je bedenkt dat de Ierse muzikante nog altijd pas 18 jaar oud is. We gaan nog veel van haar horen, dat is zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues
De Ierse muzikante Muireann Bradley is pas 18 jaar oud, maar vertolkt op haar debuutalbum I Kept These Old Blues stokoude bluessongs met werkelijk prachtig gitaarwerk en de doorleefde stem van een oude ziel
Muireann Bradley kwam de coronapandemie door met het luisteren naar stokoude bluessongs en het leren spelen van deze songs op haar gitaar. Op haar zestiende vertolkte ze een aantal van deze songs op haar debuutalbum, dat helaas niet de aandacht kreeg die het album verdiende. De opgepoetste versie van I Kept These Old Blues krijgt deze week een nieuwe kans en verdient absoluut een plekje in de spotlights. Muireann Bradley trekt de aandacht met fraai fingerpicking gitaarspel en met het gevoel dat ze in haar songs legt. De vertolkingen van de bluessongs uit het verre verleden zijn behoorlijk sober, maar I Kept These Old Blues verveelt echt geen moment en maakt steeds meer indruk.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik I Kept These Old Blues van Muireann Bradley tegen. Het is geen echt nieuw album, want het debuutalbum van de Ierse muzikante verscheen oorspronkelijk aan het eind van 2023, vlak voor haar zeventiende verjaardag, bij een klein Amerikaans label. Muireann Bradley maakte vervolgens indruk tijdens de jaarlijkse Hootenanny Nieuwjaar show van Jools Holland, maar echt breed opgepakt werd I Kept These Old Blues destijds niet.
Ik was eind 2023 zelf ook niet heel erg onder de indruk van het album, maar weet niet meer precies waarom de bijzondere songs van Muireann Bradley me destijds niet wisten te raken. Mogelijk had het te maken met de geluidskwaliteit, want het is waarschijnlijk niet voor niets dat het album deze week in een geremasterde versie is uitgebracht.
Muireann Bradley komt uit het Ierse County Donegal en is nog altijd pas achttien jaar oud. Ze perfectioneerde haar gitaarspel tijdens de coronapandemie en dit gitaarspel is een van de sterke punten van I Kept These Old Blues. Op het album moeten we het doen met de stem en het gitaarspel van de Ierse muzikante, maar beiden zijn prachtig. Muireann Bradley tekent op haar debuutalbum voor fraai akoestisch fingerpicking gitaarspel, dat zeker in de geremasterde versie de ruimte prachtig vult.
De Ierse muzikante heeft een zwak voor bluessongs zoals deze ruim honderd jaar geleden werden gemaakt. De oude blues op haar debuutalbum valt niet alleen op door het uitstekende gitaarspel van Muireann Bradley, maar ook door haar bijzondere stem. De Ierse muzikante was pas 16 jaar oud toen ze de songs op I Kept These Old Blues opnam. Dat hoor je met enige regelmaat, want de stem van Muireann Bradley kan behoorlijk jong klinken, maar aan de andere kant is de Ierse muzikante ook een oude ziel, die de stokoude bluessongs op het album met veel gevoel en doorleving vertolkt.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de vroege albums van Gillian Welch, die weliswaar songs uit een andere genre vertolkte, maar wel songs uit dezelfde tijd en dit bovendien deed met ongeveer dezelfde middelen. De stemmen van de twee lijken ook wel wat op elkaar, zeker wanneer de stem wat overslaat.
Muireann Bradley maakt op haar debuutalbum vijftig minuten muziek met slechts haar gitaar en haar stem, maar I Kept These Old Blues houdt de aandacht verrassend makkelijk vast en verslapt eigenlijk geen moment. Het album krijgt deze week een tweede kans met een geremasterde versie op de streaming media diensten en op vinyl en cd en wat mij betreft wordt het debuutalbum van de Ierse muzikante dit keer breed opgepakt.
I Kept These Old Blues blaast nieuw leven in honderd jaar oude songs en maakt dankzij het fraaie gitaarwerk en de overtuigende stem van Muireann Bradley makkelijk indruk. Ik ben lang niet altijd gek op dit soort akoestische blues en het fingerpicking gitaarwerk dat is te horen op I Kept These Old Blues, maar het album heeft wat mij betreft een bijzondere uitwerking op de luisteraar, zeker wanneer deze terecht komt in de ontspannende flow die het debuutalbum van Muireann Bradley heeft. Het is een album dat nog wat meer glans krijgt wanneer je je bedenkt dat de Ierse muzikante nog altijd pas 18 jaar oud is. We gaan nog veel van haar horen, dat is zeker. Erwin Zijleman
MUNA - MUNA (2022)

4,0
0
geplaatst: 15 juli 2022, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MUNA - MUNA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MUNA - MUNA
MUNA is al jaren een grote belofte, maar op haar derde album maakt het damesdrietal uit Los Angeles de belofte dan eindelijk meer dan waar met een serie geweldige en bovendien verrassend veelzijdige popsongs
Bij eerste beluistering was ik wel geboeid door de muziek van MUNA, maar het drietal uit Los Angeles wist me nog niet volledig te overtuigen. Dit gold ook voor de eerste twee albums van de band, maar het titelloze derde album, dat is uitgebracht op het platenlabel van Phoebe Bridgers, is echt een stuk beter dan zijn voorgangers. MUNA maakt op haar nieuwe album pure pop, maar het is wel pure pop vol invloeden en bovendien pure pop die het avontuur niet schuwt. De elektronische inkleuring is hier en daar wat teveel van het goede, maar de zang is geweldig en de songs op het album zijn nog beter. Iedere keer dat ik dit album hoor is het weer wat beter en dat gaat inmiddels al een aantal weken zo.
MUNA is een drietal uit Los Angeles dat negen jaar geleden werd geformeerd en een aantal jaren lang opbokste tegen torenhoge verwachtingen. Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kwamen elkaar tegen op de universiteit van Southern California, begonnen met het maken van muziek en kregen al snel een lucratief platencontract aangeboden.
Dat platencontract leverde twee prima albums op. Het zijn albums die bol stonden van de belofte, die hier en daar flink piekten en die ook redelijk succesvol waren, maar uiteindelijk maakte MUNA de hoge verwachtingen toch nooit helemaal waar. De band tekende vorig jaar een contract bij Saddest Factory, het platenlabel van Phoebe Bridgers, en maakt met het onlangs verschenen titelloze album een nieuwe start.
Platenbaas Phoebe Bridgers duikt direct in de openingstrack van het album op, maar op de rest van het album staan de drie dames van MUNA er alleen voor. Dat kun je best aan ze overlaten, want ook het derde album van Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin is een uitstekend album.
Het is echter ook een album dat ik na eerste beluistering opzij schoof. MUNA maakt ook op haar derde album vooral elektronisch ingekleurde en hier en daar zwaar aangezette popmuziek. Bij vluchtige beluistering vond ik het weliswaar een feest van herkenning, maar maakte MUNA geen overweldigende indruk. Dat kwam eigenlijk pas toen ik bij een nieuwe poging aan kwam bij een aantal net wat meer ingetogen songs, waarin de Pop met een hoofdletter P gezelschap krijgt van subtiele invloeden uit andere genres, waaronder een snufje country en een beetje indie.
Binnen MUNA draait veel om Katie Gavin, die niet alleen vrijwel alle songs op het album schreef, maar bovendien tekent voor de leadzang. Het nieuwe album van MUNA laat horen dat deze Katie Gavin een getalenteerd songwriter en een uitstekend zangeres is. De zang op het titelloze album van het drietal uit Los Angeles is eigenlijk altijd goed, maar zeker in de wat minder vol ingekleurde songs maakt Katie Gavin indruk.
In muzikaal opzicht is het nieuwe album van MUNA een wat lastig in te delen album. Het trio uit Los Angeles maakt absoluut de popmuziek van dit moment, al varieert die wel van de muziek van de gelouterde popprinsessen tot de countrypop van Kacey Musgravces, maar het album heeft hier en daar toch ook een jaren 80 en 90 vibe.
Het is een jaren 80 en 90 vibe die ook weer alle kanten op kan en varieert van invloeden van Propaganda tot de muziek van Wendy & Lisa tot de succesvolle jaren 90 albums van Janet Jackson en hier en daar een uitschieter richting Wilson Phillips, zeker wanneer Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kiezen voor harmonieën, iets wat ze wat mij betreft veel vaker mogen doen.
Het derde album van MUNA wist me door de dominante rol voor elektronica en het wel erg veelzijdige geluid niet onmiddellijk te veroveren, maar inmiddels ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van het drietal uit Los Angeles en valt er steeds meer op zijn plek op het album, dat bij iedere luisterbeurt beter en memorabeler wordt. Phoebe Bridgers zag MUNA een paar jaar geleden na het horen van het debuut van het drietal als de gedroomde band voor haar eigen label. Dat had de eigenzinnige Amerikaanse muzikante weer goed gezien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: MUNA - MUNA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MUNA - MUNA
MUNA is al jaren een grote belofte, maar op haar derde album maakt het damesdrietal uit Los Angeles de belofte dan eindelijk meer dan waar met een serie geweldige en bovendien verrassend veelzijdige popsongs
Bij eerste beluistering was ik wel geboeid door de muziek van MUNA, maar het drietal uit Los Angeles wist me nog niet volledig te overtuigen. Dit gold ook voor de eerste twee albums van de band, maar het titelloze derde album, dat is uitgebracht op het platenlabel van Phoebe Bridgers, is echt een stuk beter dan zijn voorgangers. MUNA maakt op haar nieuwe album pure pop, maar het is wel pure pop vol invloeden en bovendien pure pop die het avontuur niet schuwt. De elektronische inkleuring is hier en daar wat teveel van het goede, maar de zang is geweldig en de songs op het album zijn nog beter. Iedere keer dat ik dit album hoor is het weer wat beter en dat gaat inmiddels al een aantal weken zo.
MUNA is een drietal uit Los Angeles dat negen jaar geleden werd geformeerd en een aantal jaren lang opbokste tegen torenhoge verwachtingen. Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kwamen elkaar tegen op de universiteit van Southern California, begonnen met het maken van muziek en kregen al snel een lucratief platencontract aangeboden.
Dat platencontract leverde twee prima albums op. Het zijn albums die bol stonden van de belofte, die hier en daar flink piekten en die ook redelijk succesvol waren, maar uiteindelijk maakte MUNA de hoge verwachtingen toch nooit helemaal waar. De band tekende vorig jaar een contract bij Saddest Factory, het platenlabel van Phoebe Bridgers, en maakt met het onlangs verschenen titelloze album een nieuwe start.
Platenbaas Phoebe Bridgers duikt direct in de openingstrack van het album op, maar op de rest van het album staan de drie dames van MUNA er alleen voor. Dat kun je best aan ze overlaten, want ook het derde album van Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin is een uitstekend album.
Het is echter ook een album dat ik na eerste beluistering opzij schoof. MUNA maakt ook op haar derde album vooral elektronisch ingekleurde en hier en daar zwaar aangezette popmuziek. Bij vluchtige beluistering vond ik het weliswaar een feest van herkenning, maar maakte MUNA geen overweldigende indruk. Dat kwam eigenlijk pas toen ik bij een nieuwe poging aan kwam bij een aantal net wat meer ingetogen songs, waarin de Pop met een hoofdletter P gezelschap krijgt van subtiele invloeden uit andere genres, waaronder een snufje country en een beetje indie.
Binnen MUNA draait veel om Katie Gavin, die niet alleen vrijwel alle songs op het album schreef, maar bovendien tekent voor de leadzang. Het nieuwe album van MUNA laat horen dat deze Katie Gavin een getalenteerd songwriter en een uitstekend zangeres is. De zang op het titelloze album van het drietal uit Los Angeles is eigenlijk altijd goed, maar zeker in de wat minder vol ingekleurde songs maakt Katie Gavin indruk.
In muzikaal opzicht is het nieuwe album van MUNA een wat lastig in te delen album. Het trio uit Los Angeles maakt absoluut de popmuziek van dit moment, al varieert die wel van de muziek van de gelouterde popprinsessen tot de countrypop van Kacey Musgravces, maar het album heeft hier en daar toch ook een jaren 80 en 90 vibe.
Het is een jaren 80 en 90 vibe die ook weer alle kanten op kan en varieert van invloeden van Propaganda tot de muziek van Wendy & Lisa tot de succesvolle jaren 90 albums van Janet Jackson en hier en daar een uitschieter richting Wilson Phillips, zeker wanneer Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kiezen voor harmonieën, iets wat ze wat mij betreft veel vaker mogen doen.
Het derde album van MUNA wist me door de dominante rol voor elektronica en het wel erg veelzijdige geluid niet onmiddellijk te veroveren, maar inmiddels ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van het drietal uit Los Angeles en valt er steeds meer op zijn plek op het album, dat bij iedere luisterbeurt beter en memorabeler wordt. Phoebe Bridgers zag MUNA een paar jaar geleden na het horen van het debuut van het drietal als de gedroomde band voor haar eigen label. Dat had de eigenzinnige Amerikaanse muzikante weer goed gezien. Erwin Zijleman
Mustafa - Dunya (2024)

4,5
0
geplaatst: 30 september 2024, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mustafa - Dunya - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mustafa - Dunya
De Canadees-Soedanese muzikant Mustafa heeft met Dunya een album gemaakt dat deels klinkt als een ingetogen folkalbum, maar dat door allerlei bijzondere toevoegingen anders klinkt dan alle andere albums in het genre
De uit het Canadese Toronto afkomstige Mustafa heeft op zijn 28e al van alles gedaan, maar laat met zijn debuutalbum Dunya horen dat hij ook een uitstekend folkalbum af kan leveren. Het is een folkalbum dat deels authentiek klinkt, maar Mustafa voegt op subtiele wijze allerlei bijzondere invloeden toe aan zijn songs, waardoor Dunya anders klinkt dan alle andere nieuwe albums van het moment. De Canadees-Soedanese muzikant schrijft ook nog eens prachtige teksten, die de ene keer heel dicht bij hemzelf blijven, maar ook de grote maatschappelijke thema’s niet schuwen. Het levert een fascinerend album op dat naarmate je er vaker naar luistert alleen maar mooier en bijzonderder wordt.
Een van de meest bijzondere albums van deze week is Dunya van Mustafa. Het is een album dat eigenlijk direct iets met me deed, maar het is ook een album waar ik flink aan moest wennen, waardoor ik het meerdere keren opzij heb gelegd.
Mustafa (Ahmed) groeide op in een arme buurt in het Canadese Toronto als kind van Soedanese ouders. Het is een buurt waarin straatbendes de dienst uit maakten en geweld aan de orde van de dag was. De jonge Mustafa koos niet voor misdaad en geweld, maar begon al op jonge leeftijd met het schrijven van gedichten.
Als Mustafa The Poet werd Mustafa al op jonge leeftijd een gerespecteerd dichter en later ook filmmaker. Hij timmerde bovendien aan de weg als modeontwerper, maakte deel uit van de hiphop band Halal Gang en begon met succes met het schrijven van songs voor anderen, onder wie The Weekend, Taylor Swift en Justin Bieber. Mustafa heeft er inmiddels al een hele carrière op zitten, maar is nog altijd pas 28 jaar oud.
Drie jaar geleden bracht de Canadees-Soedanese muzikant een mini-album uit met folky songs en dat mini-album krijgt nu een vervolg met het volwaardige debuutalbum Dunya. Op dit album werkt Mustafa samen met de Zweedse producer Simon Hessman, die ook werkte met onder andere James Blake, maar Mustafa wist ook een aantal muzikanten van naam en faam naar de studio te halen, onder wie Aaron Dessner, Rosalía, Nicolás Jaar en Clairo (die is te horen in het werkelijk prachtige duet Hope Is A Knife).
Dunya is een intiem album dat zoals gezegd direct iets met me deed, maar het is ook een album dat in eerste instantie wat lastig te plaatsen is. Het debuutalbum van Mustafa laat zich deels beluisteren als een folkalbum zoals deze ook decennia geleden al werden gemaakt, maar het is ook een album dat op subtiele wijze invloeden uit met name de Arabische wereld en het land van de ouders van Mustafa verwerkt. Dat doet Mustafa deels met samples, maar ook met het gebruik van bijzondere instrumenten, die de folk op Dunya subtiel een andere wereld in slepen.
Ik moest niet alleen wennen aan de muziek op Dunya, maar zeker ook aan de stem en manier van zingen van Mustafa. De Canadees-Soedanese muzikant beschikt over een bijzondere stem en gebruikt zijn stem op in de Westerse folkmuziek niet heel gangbare wijze. Het was voor mij even wennen, maar inmiddels vind ik zowel de zang als de muziek op Dunya prachtig.
Zeker wanneer ik het album met de koptelefoon beluister blijf ik me verbazen over de vele subtiele toevoegingen in de muziek op het album, dat folkmuziek en muziek uit de Arabische wereld op fraaie wijze met elkaar weet te verbinden en er hier en daar ook nog wat hiphop in fietst. Ook de zang van Mustafa is aansprekender wanneer ik het album met de koptelefoon beluister en de teksten op het album beter kan verstaan.
Mustafa is als dichter zeer bedreven in het schrijven van bijzondere teksten. Het zijn deels persoonlijke teksten over het bendegeweld in Toronto dat zijn broer het leven kostte, maar Mustafa staat ook stil bij brandhaarden in de wereld als Gaza en Sudan. Het is allemaal verpakt in uiterst ingetogen folksongs die mooier worden naarmate je ze vaker hoort en je bewust wordt van alle bijzondere details. Het is een genre waarin momenteel stapels albums verschijnen, maar Dunya van Mustafa klinkt als geen enkel ander folkalbum van het moment of uit het verleden. Echt prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mustafa - Dunya - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mustafa - Dunya
De Canadees-Soedanese muzikant Mustafa heeft met Dunya een album gemaakt dat deels klinkt als een ingetogen folkalbum, maar dat door allerlei bijzondere toevoegingen anders klinkt dan alle andere albums in het genre
De uit het Canadese Toronto afkomstige Mustafa heeft op zijn 28e al van alles gedaan, maar laat met zijn debuutalbum Dunya horen dat hij ook een uitstekend folkalbum af kan leveren. Het is een folkalbum dat deels authentiek klinkt, maar Mustafa voegt op subtiele wijze allerlei bijzondere invloeden toe aan zijn songs, waardoor Dunya anders klinkt dan alle andere nieuwe albums van het moment. De Canadees-Soedanese muzikant schrijft ook nog eens prachtige teksten, die de ene keer heel dicht bij hemzelf blijven, maar ook de grote maatschappelijke thema’s niet schuwen. Het levert een fascinerend album op dat naarmate je er vaker naar luistert alleen maar mooier en bijzonderder wordt.
Een van de meest bijzondere albums van deze week is Dunya van Mustafa. Het is een album dat eigenlijk direct iets met me deed, maar het is ook een album waar ik flink aan moest wennen, waardoor ik het meerdere keren opzij heb gelegd.
Mustafa (Ahmed) groeide op in een arme buurt in het Canadese Toronto als kind van Soedanese ouders. Het is een buurt waarin straatbendes de dienst uit maakten en geweld aan de orde van de dag was. De jonge Mustafa koos niet voor misdaad en geweld, maar begon al op jonge leeftijd met het schrijven van gedichten.
Als Mustafa The Poet werd Mustafa al op jonge leeftijd een gerespecteerd dichter en later ook filmmaker. Hij timmerde bovendien aan de weg als modeontwerper, maakte deel uit van de hiphop band Halal Gang en begon met succes met het schrijven van songs voor anderen, onder wie The Weekend, Taylor Swift en Justin Bieber. Mustafa heeft er inmiddels al een hele carrière op zitten, maar is nog altijd pas 28 jaar oud.
Drie jaar geleden bracht de Canadees-Soedanese muzikant een mini-album uit met folky songs en dat mini-album krijgt nu een vervolg met het volwaardige debuutalbum Dunya. Op dit album werkt Mustafa samen met de Zweedse producer Simon Hessman, die ook werkte met onder andere James Blake, maar Mustafa wist ook een aantal muzikanten van naam en faam naar de studio te halen, onder wie Aaron Dessner, Rosalía, Nicolás Jaar en Clairo (die is te horen in het werkelijk prachtige duet Hope Is A Knife).
Dunya is een intiem album dat zoals gezegd direct iets met me deed, maar het is ook een album dat in eerste instantie wat lastig te plaatsen is. Het debuutalbum van Mustafa laat zich deels beluisteren als een folkalbum zoals deze ook decennia geleden al werden gemaakt, maar het is ook een album dat op subtiele wijze invloeden uit met name de Arabische wereld en het land van de ouders van Mustafa verwerkt. Dat doet Mustafa deels met samples, maar ook met het gebruik van bijzondere instrumenten, die de folk op Dunya subtiel een andere wereld in slepen.
Ik moest niet alleen wennen aan de muziek op Dunya, maar zeker ook aan de stem en manier van zingen van Mustafa. De Canadees-Soedanese muzikant beschikt over een bijzondere stem en gebruikt zijn stem op in de Westerse folkmuziek niet heel gangbare wijze. Het was voor mij even wennen, maar inmiddels vind ik zowel de zang als de muziek op Dunya prachtig.
Zeker wanneer ik het album met de koptelefoon beluister blijf ik me verbazen over de vele subtiele toevoegingen in de muziek op het album, dat folkmuziek en muziek uit de Arabische wereld op fraaie wijze met elkaar weet te verbinden en er hier en daar ook nog wat hiphop in fietst. Ook de zang van Mustafa is aansprekender wanneer ik het album met de koptelefoon beluister en de teksten op het album beter kan verstaan.
Mustafa is als dichter zeer bedreven in het schrijven van bijzondere teksten. Het zijn deels persoonlijke teksten over het bendegeweld in Toronto dat zijn broer het leven kostte, maar Mustafa staat ook stil bij brandhaarden in de wereld als Gaza en Sudan. Het is allemaal verpakt in uiterst ingetogen folksongs die mooier worden naarmate je ze vaker hoort en je bewust wordt van alle bijzondere details. Het is een genre waarin momenteel stapels albums verschijnen, maar Dunya van Mustafa klinkt als geen enkel ander folkalbum van het moment of uit het verleden. Echt prachtig. Erwin Zijleman
mxmtoon - dawn (2020)

4,0
0
geplaatst: 1 mei 2020, 14:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - dawn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - dawn
De jonge Amerikaanse singer-songwriter mxmtoon brengt na haar uitstekende debuut van een paar maanden geleden nu een prima EP uit en ook deze smaakt naar meer
Het is dringen in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met op zijn minst een lichte voorkeur voor indie, maar mxmtoon sprong er voor mij een paar maanden geleden zeker uit. Na haar verrassend sterke debuut keert de piepjonge Californische singer-songwriter nu alweer terug met een EP. Het is een EP die laat horen dat de ontwikkeling van mxmtoon gewoon doorgaat. De songs op dawn zijn stuk voor stuk aangenaam, maar weten ook het meer op avontuur gerichte deel van het brein te prikkelen. Een mooi toetje na het zo goede debuut en een even mooie appetizer voor een volgend album.
Ik was vorig jaar zeer gecharmeerd van the masquerade, het debuut van singer-songwriter mxmtoon. Het alter ego van de uit Oakland, California, afkomstige Maia (achternaam onbekend) was op dat moment al een tijdje wereldberoemd op Youtube, maar daar had ik als muziekliefhebber oude stijl geen enkele weet van.
Ondanks de moordende concurrentie in het genre imponeerde de piepjonge mxmtoon op haar debuut met een serie geweldige popliedjes, die zowel aanstekelijk als avontuurlijk waren. Het zijn popliedjes die ze op de bij haar debuut gevoegde bonus-disc vervolgens ook nog eens aan een houdbaarheidstest onderwierp door ze ook nog eens volledig akoestisch uit te voeren met haar ukelele. Ook voor deze test slaagde mxmtoon glansrijk, waardoor ik haar onmiddellijk toevoegde aan mijn lijstje met jonge (vrouwelijke) singer-songwriters om in de gaten te houden.
Deze week verscheen een nieuw levensteken van mxmtoon in de vorm van de EP dawn. Ik doe normaal gesproken niet zoveel met EP’s op deze BLOG (er zijn immers al reguliere albums genoeg), maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de ontwikkeling die mxmtoon in de maanden sinds haar debuut heeft doorgemaakt. De nieuwe EP van de pas 19 jaar oude Maia bevat zeven nieuwe songs en is goed voor 20 minuten muziek, wat een acceptabele hoeveelheid nieuwe muziek is. De goede gewoonte om ook nog akoestische versies van de songs toe te voegen is dit keer helaas uitgebleven (zou ze er in moeten houden wat mij betreft), maar ik ben toch weer onder de indruk van de nieuwe verrichtingen van mxmtoon.
De EP dawn bevat zeven lekker in het gehoor liggende popliedjes die laten horen dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter het schrijven van nagenoeg perfecte popliedjes steeds beter gaat beheersen. Het zijn grotendeels dromerige en warm ingekleurde popliedjes die opvallen door uitstekende zang en, vergeleken met het debuut, een wat meer opgepoetste productie.
Dat laatste is niet per se in het voordeel van mxmtoon, want door de gepolijste klanken neemt haar onderscheidend vermogen net wat af. Dat onderscheidend vermogen is er nog steeds, want net als haar soortgenoot en bijna leeftijdsgenoot Clairo, slaagt mxmtoon er in om net zo aanstekelijk te klinken als de meest succesvolle popprinsessen maar in artistiek opzicht net wat interessanter te zijn.
Het is lastig te zeggen in hoeverre dawn inzicht geeft in de verdere ontwikkeling van mxmtoon. De songs en de zang zijn misschien net wat beter dan die op haar debuut, maar de eigenzinnigheid en puurheid van dit debuut worden wel wat gemist, al zijn de wat meer ingetogen en wat minder opgepoetste songs aan het eind van de EP weer wat eigenzinniger dan de instant hits waarmee dawn opent. Alle reden dus om uit te zien naar een nieuw album, want dawn smaakt uiteindelijk vooral naar meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: mxmtoon - dawn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - dawn
De jonge Amerikaanse singer-songwriter mxmtoon brengt na haar uitstekende debuut van een paar maanden geleden nu een prima EP uit en ook deze smaakt naar meer
Het is dringen in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met op zijn minst een lichte voorkeur voor indie, maar mxmtoon sprong er voor mij een paar maanden geleden zeker uit. Na haar verrassend sterke debuut keert de piepjonge Californische singer-songwriter nu alweer terug met een EP. Het is een EP die laat horen dat de ontwikkeling van mxmtoon gewoon doorgaat. De songs op dawn zijn stuk voor stuk aangenaam, maar weten ook het meer op avontuur gerichte deel van het brein te prikkelen. Een mooi toetje na het zo goede debuut en een even mooie appetizer voor een volgend album.
Ik was vorig jaar zeer gecharmeerd van the masquerade, het debuut van singer-songwriter mxmtoon. Het alter ego van de uit Oakland, California, afkomstige Maia (achternaam onbekend) was op dat moment al een tijdje wereldberoemd op Youtube, maar daar had ik als muziekliefhebber oude stijl geen enkele weet van.
Ondanks de moordende concurrentie in het genre imponeerde de piepjonge mxmtoon op haar debuut met een serie geweldige popliedjes, die zowel aanstekelijk als avontuurlijk waren. Het zijn popliedjes die ze op de bij haar debuut gevoegde bonus-disc vervolgens ook nog eens aan een houdbaarheidstest onderwierp door ze ook nog eens volledig akoestisch uit te voeren met haar ukelele. Ook voor deze test slaagde mxmtoon glansrijk, waardoor ik haar onmiddellijk toevoegde aan mijn lijstje met jonge (vrouwelijke) singer-songwriters om in de gaten te houden.
Deze week verscheen een nieuw levensteken van mxmtoon in de vorm van de EP dawn. Ik doe normaal gesproken niet zoveel met EP’s op deze BLOG (er zijn immers al reguliere albums genoeg), maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de ontwikkeling die mxmtoon in de maanden sinds haar debuut heeft doorgemaakt. De nieuwe EP van de pas 19 jaar oude Maia bevat zeven nieuwe songs en is goed voor 20 minuten muziek, wat een acceptabele hoeveelheid nieuwe muziek is. De goede gewoonte om ook nog akoestische versies van de songs toe te voegen is dit keer helaas uitgebleven (zou ze er in moeten houden wat mij betreft), maar ik ben toch weer onder de indruk van de nieuwe verrichtingen van mxmtoon.
De EP dawn bevat zeven lekker in het gehoor liggende popliedjes die laten horen dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter het schrijven van nagenoeg perfecte popliedjes steeds beter gaat beheersen. Het zijn grotendeels dromerige en warm ingekleurde popliedjes die opvallen door uitstekende zang en, vergeleken met het debuut, een wat meer opgepoetste productie.
Dat laatste is niet per se in het voordeel van mxmtoon, want door de gepolijste klanken neemt haar onderscheidend vermogen net wat af. Dat onderscheidend vermogen is er nog steeds, want net als haar soortgenoot en bijna leeftijdsgenoot Clairo, slaagt mxmtoon er in om net zo aanstekelijk te klinken als de meest succesvolle popprinsessen maar in artistiek opzicht net wat interessanter te zijn.
Het is lastig te zeggen in hoeverre dawn inzicht geeft in de verdere ontwikkeling van mxmtoon. De songs en de zang zijn misschien net wat beter dan die op haar debuut, maar de eigenzinnigheid en puurheid van dit debuut worden wel wat gemist, al zijn de wat meer ingetogen en wat minder opgepoetste songs aan het eind van de EP weer wat eigenzinniger dan de instant hits waarmee dawn opent. Alle reden dus om uit te zien naar een nieuw album, want dawn smaakt uiteindelijk vooral naar meer. Erwin Zijleman
mxmtoon - liminal space (2024)

4,0
0
geplaatst: 7 november 2024, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - liminal space - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - liminal space
Het vorige album van mxmtoon vond ik behoorlijk wisselvallig, maar op het deze week verschenen liminal space zet de Californische muzikante een reuzenstap en schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de indiepop
Je struikelt momenteel bijna over de jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indiefolk en ook ‘coming of age’ albums zijn er momenteel in overvloed. De Californische Maia is een jonge vrouwelijke singer-songwriter en heeft als mxmtoon een prachtig ‘coming of age’ album gemaakt, dat veel te mooi is om onder te sneeuwen in het enorme aanbod van het moment. Op haar vorige album koos mxmtoon wat mij betreft wat te veel voor de pop, maar op liminal space staat de singer-songwriter mxmtoon op en die blijkt in staat tot grootse daden. De songs van de Californische muzikante zijn prachtig ingekleurd en gezongen en het zijn songs die je stuk voor stuk wilt koesteren.
De Californische muzikante Maia (achternaam is volgens mij onbekend) is pas 24 jaar oud, maar maakt inmiddels al een jaar of zes muziek onder de naam mxmtoon. Dat deed ze in eerste instantie vooral op de sociale media, waarop ze vanuit de slaapkamer van haar ouders en slechts gewapend met een ukelele, de aandacht wist te trekken van een verrassend groot publiek.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van mxmtoon stamt uit 2019, toen ik haar debuutalbum the masquerade (ze houdt kennelijk niet van hoofdletters) na lang aarzelen een plekje op de krenten uit de pop gaf. Het debuutalbum van mxmtoon was vooral een charmant album met een aantal interessante maar nog niet heel erg goed uitgewerkte popsongs, die ze op de bonus-disc ook nog eens alleen met haar ukelele uitvoerde.
Die goed uitgewerkte popsongs hoorde ik wel op de EP’s Dawn en Dusk, die in 2020 werden gecombineerd tot het album Dawn & Dusk. Het is al tijden dringen binnen de indiepop van het moment, waardoor mxmtoon te maken heeft met stevige concurrentie. Het zorgde er voor dat ik haar vorige album, het in 2022 uitgebrachte en wat mij betreft toch ook wat tegenvallende rising, uiteindelijk liet liggen.
Ook mxmtoon heeft de afgelopen jaren een publiek aangeboord op TikTok, waardoor ze opeens grotere zalen kan vullen (volgend jaar staat ze in de grote zaal van de Melkweg). Dat verdient ze ook, want met liminal space heeft de jonge Amerikaanse muzikante met afstand haar beste album tot dusver gemaakt.
Op haar vorige album domineerde de pop, maar op liminal space horen we weer wat meer de songwriter mxmtoon. Het album opent ingetogen met alleen een gitaarloopje en de mooie stem van Maia. De Amerikaanse muzikante kreeg te maken met hoge pieken maar door de ziekte van haar moeder zeker ook met diepe dalen in haar leven en dat heeft er voor gezorgd dat liminal space een wat donkerder album is dan zijn voorganger en absoluut een ‘coming of age’ album mag worden genoemd.
De zachte maar emotievolle stem van Maia verzoop op het vorige album wat in teveel elektronica, maar gedijt uitstekend in het wat soberdere geluid op haar nieuwe album. Het is een geluid vol mooie versiersels, waardoor liminal space zeker geen sober folkalbum is geworden. Ik zou het album eerder in het hokje indiepop duwen, maar het is indiepop met een hoog singer-songwriter gehalte en een aantal folky songs.
Op haar debuutalbum liet Maia al horen dat ze beschikt over veel talent en dat komt er wat mij betreft helemaal uit op haar nieuwe album. Op liminal space maakt mxmtoon indruk met een serie uitstekende popsongs, die met veel gevoel worden vertolkt. Ik heb niet veel info over de muzikanten die op het album zijn te horen en weet ook niet wie het album produceerde. Ik weet wel dat mxmtoon werkte met een volledig uit vrouwen bestaand team en dat team heeft vakwerk afgeleverd.
In muzikaal opzicht is liminal space een rijk album, maar de muziek zit de zang van de Californische muzikante nergens in de weg. Haar vorige album schatte ik wat lager in dan de betere albums binnen de indiepop van het moment, maar met liminal space vindt mxmtoon aansluiting bij de toppers in het genre, waarbij het niet zoveel uitmaakt of je het album ziet als een indiepop album of als een folky singer-songwriter album, want beide kanten van mxmtoon maken indruk op dit uitstekende nieuwe album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: mxmtoon - liminal space - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - liminal space
Het vorige album van mxmtoon vond ik behoorlijk wisselvallig, maar op het deze week verschenen liminal space zet de Californische muzikante een reuzenstap en schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de indiepop
Je struikelt momenteel bijna over de jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indiefolk en ook ‘coming of age’ albums zijn er momenteel in overvloed. De Californische Maia is een jonge vrouwelijke singer-songwriter en heeft als mxmtoon een prachtig ‘coming of age’ album gemaakt, dat veel te mooi is om onder te sneeuwen in het enorme aanbod van het moment. Op haar vorige album koos mxmtoon wat mij betreft wat te veel voor de pop, maar op liminal space staat de singer-songwriter mxmtoon op en die blijkt in staat tot grootse daden. De songs van de Californische muzikante zijn prachtig ingekleurd en gezongen en het zijn songs die je stuk voor stuk wilt koesteren.
De Californische muzikante Maia (achternaam is volgens mij onbekend) is pas 24 jaar oud, maar maakt inmiddels al een jaar of zes muziek onder de naam mxmtoon. Dat deed ze in eerste instantie vooral op de sociale media, waarop ze vanuit de slaapkamer van haar ouders en slechts gewapend met een ukelele, de aandacht wist te trekken van een verrassend groot publiek.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van mxmtoon stamt uit 2019, toen ik haar debuutalbum the masquerade (ze houdt kennelijk niet van hoofdletters) na lang aarzelen een plekje op de krenten uit de pop gaf. Het debuutalbum van mxmtoon was vooral een charmant album met een aantal interessante maar nog niet heel erg goed uitgewerkte popsongs, die ze op de bonus-disc ook nog eens alleen met haar ukelele uitvoerde.
Die goed uitgewerkte popsongs hoorde ik wel op de EP’s Dawn en Dusk, die in 2020 werden gecombineerd tot het album Dawn & Dusk. Het is al tijden dringen binnen de indiepop van het moment, waardoor mxmtoon te maken heeft met stevige concurrentie. Het zorgde er voor dat ik haar vorige album, het in 2022 uitgebrachte en wat mij betreft toch ook wat tegenvallende rising, uiteindelijk liet liggen.
Ook mxmtoon heeft de afgelopen jaren een publiek aangeboord op TikTok, waardoor ze opeens grotere zalen kan vullen (volgend jaar staat ze in de grote zaal van de Melkweg). Dat verdient ze ook, want met liminal space heeft de jonge Amerikaanse muzikante met afstand haar beste album tot dusver gemaakt.
Op haar vorige album domineerde de pop, maar op liminal space horen we weer wat meer de songwriter mxmtoon. Het album opent ingetogen met alleen een gitaarloopje en de mooie stem van Maia. De Amerikaanse muzikante kreeg te maken met hoge pieken maar door de ziekte van haar moeder zeker ook met diepe dalen in haar leven en dat heeft er voor gezorgd dat liminal space een wat donkerder album is dan zijn voorganger en absoluut een ‘coming of age’ album mag worden genoemd.
De zachte maar emotievolle stem van Maia verzoop op het vorige album wat in teveel elektronica, maar gedijt uitstekend in het wat soberdere geluid op haar nieuwe album. Het is een geluid vol mooie versiersels, waardoor liminal space zeker geen sober folkalbum is geworden. Ik zou het album eerder in het hokje indiepop duwen, maar het is indiepop met een hoog singer-songwriter gehalte en een aantal folky songs.
Op haar debuutalbum liet Maia al horen dat ze beschikt over veel talent en dat komt er wat mij betreft helemaal uit op haar nieuwe album. Op liminal space maakt mxmtoon indruk met een serie uitstekende popsongs, die met veel gevoel worden vertolkt. Ik heb niet veel info over de muzikanten die op het album zijn te horen en weet ook niet wie het album produceerde. Ik weet wel dat mxmtoon werkte met een volledig uit vrouwen bestaand team en dat team heeft vakwerk afgeleverd.
In muzikaal opzicht is liminal space een rijk album, maar de muziek zit de zang van de Californische muzikante nergens in de weg. Haar vorige album schatte ik wat lager in dan de betere albums binnen de indiepop van het moment, maar met liminal space vindt mxmtoon aansluiting bij de toppers in het genre, waarbij het niet zoveel uitmaakt of je het album ziet als een indiepop album of als een folky singer-songwriter album, want beide kanten van mxmtoon maken indruk op dit uitstekende nieuwe album. Erwin Zijleman
mxmtoon - the masquerade (2019)

4,0
0
geplaatst: 4 oktober 2019, 17:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mxmtoon - the masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - the masquerade
Mxmtoon is nog piepjong maar heeft op YouTube al een flinke fanbase, die ze nu kan uitbreiden met dit uitstekende album vol intieme en persoonlijke maar ook zeer aanstekelijke popliedjes
Ik had nog nooit van mxmtoon gehoord, maar op YouTube is de Californische Maia inmiddels een legende. Deze Maia is nog piepjong, maar toont zich op The Masquerade een buitengewoon getalenteerd songwriter. De charmante popliedjes op het debuut van mxmtoon dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en zijn niet alleen aanstekelijk, maar ook intiem en persoonlijk. Het zijn sober maar zeer smaakvol ingekleurde popliedjes met een randje folk en lo-fi en flink wat pop. Het zijn popliedjes die bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en indrukwekkender worden en die ook in de compleet uitgeklede bonusversies opvallend makkelijk overeind blijven.
De promo cd van the masquerade van mxmtoon lag al heel wat weken op de stapel en ontdekte ik eigenlijk pas toen ik deze stapel in het weekend flink wilde kortwieken.
De naam mxmtoon zei me eerlijk gezegd niets, maar het alter ego van de in Oakland, California, woonachtige Maia (achternaam onbekend) schijnt wereldberoemd te zijn op YouTube.
De pas 19 jaar oude muzikante nam een paar jaar geleden in de slaapkamer van haar ouders met slechts een ukelele en de Garageband software op haar MacBook een aantal songs op, die uiteindelijk miljoenen keren werden bekeken.
Het debuut van mxmtoon, the masquerade, klinkt wat voller dan de eerste songs die de Californische singer-songwriter aan de wereld toevertrouwde, maar het zijn nog altijd intieme en persoonlijke popliedjes. De teksten van mxmtoon, die vooral gaan over het complexe leven als tiener, zullen vooral haar leeftijdgenoten aanspreken, maar de songs op the masquerade hebben mij inmiddels ook te pakken.
mxmtoon maakt op haar debuut indruk met tien even intieme als charmante popliedjes. Het zijn popliedjes die nog steeds wat lo-fi klinken, maar de songs van mxmtoon klinken ook bijzonder aanstekelijk en verraden flink wat songwriter talent.
De stem van Maia en haar ukelele vormen de basis van de meeste songs op het album, maar zijn vervolgens op subtiele en trefzekere wijze verder ingekleurd. Het doet me af en toe wel wat denken aan de akoestische EP die Lily Allen ooit maakte, maar the masquerade klinkt ook folky en sluit bovendien aan bij de hedendaagse pop. Zeker wanneer de instrumentatie eenvoudig wordt gehouden overtuigt mxmtoon als zangeres en slaagt ze er in om ondanks de eenvoudige middelen een gevarieerd geluid neer te zetten.
mxmtoon heeft de pech dat de vijver met jonge en getalenteerde singer-songwriters en popprinsessen momenteel overvol is, maar hoe vaker ik naar the masquerade luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat mxmtoon is voorzien van net wat meer talent dan de meeste van haar soortgenoten. In haar songs zijn op subtiele wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verstopt, waardoor de songs van Maia wat dieper graven dan gebruikelijk in het genre.
the masquerade klinkt bij eerste beluistering vooral charmant, maar inmiddels hoor ik tien geweldige popliedjes. Het zijn popliedjes waarin Maia van haar hart geen moordkuil maakt, maar het zijn ook popliedjes vol prachtige vondsten en geniale wendingen. En ondanks de bescheiden middelen is the masquerade, dankzij de fraaie inkleuring, een lekker afwisselend album met popleidjes die zich stuk voor stuk nadrukkelijker opdringen.
Als je na beluistering van de tien smaakvolle popliedjes op the masquerade nog twijfelt aan de talenten van mxmtoon, blijf dan vooral doorluisteren op Spotify. Waar mijn cd stopt na 10 tracks komen alle tracks op Spotify nog eens voorbij, maar dan in een uitgeklede versie met alleen de stem en de ukelele van Maia. In een dergelijk sobere setting houden alleen de beste songs zich staande en wat mij betreft doen de songs van mxmtoon het zonder enige moeite. Het is een fraai toetje na een album dat ook buiten de YouTube volgers van mxmtoon alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: mxmtoon - the masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
mxmtoon - the masquerade
Mxmtoon is nog piepjong maar heeft op YouTube al een flinke fanbase, die ze nu kan uitbreiden met dit uitstekende album vol intieme en persoonlijke maar ook zeer aanstekelijke popliedjes
Ik had nog nooit van mxmtoon gehoord, maar op YouTube is de Californische Maia inmiddels een legende. Deze Maia is nog piepjong, maar toont zich op The Masquerade een buitengewoon getalenteerd songwriter. De charmante popliedjes op het debuut van mxmtoon dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en zijn niet alleen aanstekelijk, maar ook intiem en persoonlijk. Het zijn sober maar zeer smaakvol ingekleurde popliedjes met een randje folk en lo-fi en flink wat pop. Het zijn popliedjes die bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en indrukwekkender worden en die ook in de compleet uitgeklede bonusversies opvallend makkelijk overeind blijven.
De promo cd van the masquerade van mxmtoon lag al heel wat weken op de stapel en ontdekte ik eigenlijk pas toen ik deze stapel in het weekend flink wilde kortwieken.
De naam mxmtoon zei me eerlijk gezegd niets, maar het alter ego van de in Oakland, California, woonachtige Maia (achternaam onbekend) schijnt wereldberoemd te zijn op YouTube.
De pas 19 jaar oude muzikante nam een paar jaar geleden in de slaapkamer van haar ouders met slechts een ukelele en de Garageband software op haar MacBook een aantal songs op, die uiteindelijk miljoenen keren werden bekeken.
Het debuut van mxmtoon, the masquerade, klinkt wat voller dan de eerste songs die de Californische singer-songwriter aan de wereld toevertrouwde, maar het zijn nog altijd intieme en persoonlijke popliedjes. De teksten van mxmtoon, die vooral gaan over het complexe leven als tiener, zullen vooral haar leeftijdgenoten aanspreken, maar de songs op the masquerade hebben mij inmiddels ook te pakken.
mxmtoon maakt op haar debuut indruk met tien even intieme als charmante popliedjes. Het zijn popliedjes die nog steeds wat lo-fi klinken, maar de songs van mxmtoon klinken ook bijzonder aanstekelijk en verraden flink wat songwriter talent.
De stem van Maia en haar ukelele vormen de basis van de meeste songs op het album, maar zijn vervolgens op subtiele en trefzekere wijze verder ingekleurd. Het doet me af en toe wel wat denken aan de akoestische EP die Lily Allen ooit maakte, maar the masquerade klinkt ook folky en sluit bovendien aan bij de hedendaagse pop. Zeker wanneer de instrumentatie eenvoudig wordt gehouden overtuigt mxmtoon als zangeres en slaagt ze er in om ondanks de eenvoudige middelen een gevarieerd geluid neer te zetten.
mxmtoon heeft de pech dat de vijver met jonge en getalenteerde singer-songwriters en popprinsessen momenteel overvol is, maar hoe vaker ik naar the masquerade luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat mxmtoon is voorzien van net wat meer talent dan de meeste van haar soortgenoten. In haar songs zijn op subtiele wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verstopt, waardoor de songs van Maia wat dieper graven dan gebruikelijk in het genre.
the masquerade klinkt bij eerste beluistering vooral charmant, maar inmiddels hoor ik tien geweldige popliedjes. Het zijn popliedjes waarin Maia van haar hart geen moordkuil maakt, maar het zijn ook popliedjes vol prachtige vondsten en geniale wendingen. En ondanks de bescheiden middelen is the masquerade, dankzij de fraaie inkleuring, een lekker afwisselend album met popleidjes die zich stuk voor stuk nadrukkelijker opdringen.
Als je na beluistering van de tien smaakvolle popliedjes op the masquerade nog twijfelt aan de talenten van mxmtoon, blijf dan vooral doorluisteren op Spotify. Waar mijn cd stopt na 10 tracks komen alle tracks op Spotify nog eens voorbij, maar dan in een uitgeklede versie met alleen de stem en de ukelele van Maia. In een dergelijk sobere setting houden alleen de beste songs zich staande en wat mij betreft doen de songs van mxmtoon het zonder enige moeite. Het is een fraai toetje na een album dat ook buiten de YouTube volgers van mxmtoon alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
My Baby - Mounaiki ~ By the Bright of Night (2018)

4,0
2
geplaatst: 9 oktober 2018, 17:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Baby evolueert in een wat lager tempo dan voorheen, maar voegt toch weer heel wat invloeden toe aan haar zo unieke geluid
Op voorhand was ik een beetje bang dat ik last zou gaan krijgen van My Baby moeheid, maar zeker toen ik wat vaker naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night had geluisterd was ik toch weer diep onder de indruk. My Baby zet wat kleinere stapjes dan in het verleden, maar voegt stiekem toch weer wat invloeden aan haar zo bijzondere geluid toe. De band klinkt bovendien wat subtieler en bezwerender en durft vergeleken met het zo energieke live-geluid flink gas terug te nemen. Het is zo langzamerhand een bijzonder fascinerend oeuvre waaraan My Baby bouwt en ook deze plaat is er weer een om te koesteren.
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat het debuut van My Baby verscheen. My Baby Loves Voodoo! is een plaat die wat mij betreft zo langzamerhand mag worden toegevoegd aan de klassiekers uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek.
Ik heb de plaat eerder deze week nog eens beluisterd en was direct weer onder de indruk van de heerlijk broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en vooral blues.
My Baby groeide de afgelopen jaren niet alleen uit tot één van de beste live-bands van het land, maar slaagde er ook in om haar geluid verder te laten evolueren op Shamanaid uit 2015 en Prehistoric Rhythm uit 2017.
Op deze platen verdween de blues wat naar de achtergrond en werd het geluid van My Baby aangevuld met invloeden uit de psychedelica, de wereldmuziek, de elektronica en de dance. Het is een geluid dat inmiddels redelijk is uitgekristalliseerd, waardoor de vierde plaat van de Amsterdamse band, zeker op het eerste gehoor, wat minder nieuwe invloeden laat horen dan zijn voorgangers.
MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night is soms mysterieus en bezwerend door flink wat invloeden uit de wereldmuziek en met name Oosterse klanken, maar de plaat kan ook zweterig en funky klinken of opschuiven richting de dansvloer.
De vierde plaat van de band laat een grotendeels bekend geluid horen, maar als je goed luistert hoor je dat My Baby zich ook op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night weer heeft vernieuwd. De invloeden die de band verwerkt zijn voor een belangrijk deel gelijk gebleven, maar My Baby heeft al deze invloeden wel wat meer samengesmolten tot een eigen geluid. Het is een geluid dat mij vooral bevalt wanneer de band lekker loom klinkt en zo nu en dan wat mysterieuze klanken uit de speakers komen.
Alles wat de muziek van My Baby zo goed en onweerstaanbaar maakte op de eerste platen is nog aanwezig op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night, maar de band speelt wel wat subtieler. De zo kenmerkende gitaarlijnen van de band worden spaarzamer ingezet en ook de overweldigende beats komen minder vaak uit de speakers. Het is een geluid dat me wel bevalt. Op het podium mag My Baby over me heen walsen met meedogenloze beats en een dosis energie om bang van te worden, maar op de plaat hoor ik het liever wat subtieler.
MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night laat veel subtiele accenten horen en ook de zang van Cato van Dijck is net wat subtieler en zeker ook soulvolle en vooral jazzier. De vierde plaat van de Amsterdamse band laat sowieso meer invloeden uit de jazz horen en voegt daarom toch weer een invloed toe aan het al zo rijke geluid. Ook invloeden uit de swamp rock zijn overigens dominanter aanwezig dan op de vorige plaat en ook de liefde voor voodoo is de band gelukkig nog niet kwijt en aan het eind van de plaat duikt ook nog een vleugje triphop op.
Het zijn misschien wat kleinere stapjes die My Baby zet op haar vierde plaat, maar het zijn wel kleine stapjes die het geluid van de band flink verrijken. Iedere keer dat ik naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night luister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer bevalt de plaat me weer net wat beter. Bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal bekend, maar uiteindelijk vind ik het toch een wereld van verschil, waardoor ook de vierde plaat van My Baby weer groei laat horen en diepe, diepe indruk maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Baby - MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Baby evolueert in een wat lager tempo dan voorheen, maar voegt toch weer heel wat invloeden toe aan haar zo unieke geluid
Op voorhand was ik een beetje bang dat ik last zou gaan krijgen van My Baby moeheid, maar zeker toen ik wat vaker naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night had geluisterd was ik toch weer diep onder de indruk. My Baby zet wat kleinere stapjes dan in het verleden, maar voegt stiekem toch weer wat invloeden aan haar zo bijzondere geluid toe. De band klinkt bovendien wat subtieler en bezwerender en durft vergeleken met het zo energieke live-geluid flink gas terug te nemen. Het is zo langzamerhand een bijzonder fascinerend oeuvre waaraan My Baby bouwt en ook deze plaat is er weer een om te koesteren.
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat het debuut van My Baby verscheen. My Baby Loves Voodoo! is een plaat die wat mij betreft zo langzamerhand mag worden toegevoegd aan de klassiekers uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek.
Ik heb de plaat eerder deze week nog eens beluisterd en was direct weer onder de indruk van de heerlijk broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en vooral blues.
My Baby groeide de afgelopen jaren niet alleen uit tot één van de beste live-bands van het land, maar slaagde er ook in om haar geluid verder te laten evolueren op Shamanaid uit 2015 en Prehistoric Rhythm uit 2017.
Op deze platen verdween de blues wat naar de achtergrond en werd het geluid van My Baby aangevuld met invloeden uit de psychedelica, de wereldmuziek, de elektronica en de dance. Het is een geluid dat inmiddels redelijk is uitgekristalliseerd, waardoor de vierde plaat van de Amsterdamse band, zeker op het eerste gehoor, wat minder nieuwe invloeden laat horen dan zijn voorgangers.
MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night is soms mysterieus en bezwerend door flink wat invloeden uit de wereldmuziek en met name Oosterse klanken, maar de plaat kan ook zweterig en funky klinken of opschuiven richting de dansvloer.
De vierde plaat van de band laat een grotendeels bekend geluid horen, maar als je goed luistert hoor je dat My Baby zich ook op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night weer heeft vernieuwd. De invloeden die de band verwerkt zijn voor een belangrijk deel gelijk gebleven, maar My Baby heeft al deze invloeden wel wat meer samengesmolten tot een eigen geluid. Het is een geluid dat mij vooral bevalt wanneer de band lekker loom klinkt en zo nu en dan wat mysterieuze klanken uit de speakers komen.
Alles wat de muziek van My Baby zo goed en onweerstaanbaar maakte op de eerste platen is nog aanwezig op MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night, maar de band speelt wel wat subtieler. De zo kenmerkende gitaarlijnen van de band worden spaarzamer ingezet en ook de overweldigende beats komen minder vaak uit de speakers. Het is een geluid dat me wel bevalt. Op het podium mag My Baby over me heen walsen met meedogenloze beats en een dosis energie om bang van te worden, maar op de plaat hoor ik het liever wat subtieler.
MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night laat veel subtiele accenten horen en ook de zang van Cato van Dijck is net wat subtieler en zeker ook soulvolle en vooral jazzier. De vierde plaat van de Amsterdamse band laat sowieso meer invloeden uit de jazz horen en voegt daarom toch weer een invloed toe aan het al zo rijke geluid. Ook invloeden uit de swamp rock zijn overigens dominanter aanwezig dan op de vorige plaat en ook de liefde voor voodoo is de band gelukkig nog niet kwijt en aan het eind van de plaat duikt ook nog een vleugje triphop op.
Het zijn misschien wat kleinere stapjes die My Baby zet op haar vierde plaat, maar het zijn wel kleine stapjes die het geluid van de band flink verrijken. Iedere keer dat ik naar MOUNAIKI ~ By The Bright Of Night luister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer bevalt de plaat me weer net wat beter. Bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal bekend, maar uiteindelijk vind ik het toch een wereld van verschil, waardoor ook de vierde plaat van My Baby weer groei laat horen en diepe, diepe indruk maakt. Erwin Zijleman
My Baby - Prehistoric Rhythm (2017)

4,5
1
geplaatst: 21 maart 2017, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - Prehistoric Rhythm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eind 2013 verscheen My Baby Loves Voodoo! van de Nederlandse band My Baby. Ik was zo onder de indruk van deze plaat dat hij een week later opdook in mijn jaarlijstje over 2013.
Ik heb de plaat voor de gelegenheid maar weer eens opgezet en werd direct weer weggeblazen door de broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues. Het is een mix die ik destijds vergeleek met de muziek uit de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dat is nogal wat voor een debuut (van een Nederlandse band).
In het voorjaar van 2015 verscheen de tweede plaat van My Baby, Shamanaid. Weer was ik diep onder de indruk en wederom werd het jaarlijstje gehaald, maar de tweede van My Baby was zeker geen herhalingsoefening. My Baby koos dit keer voor wat minder feest en wat meer bezwering en stopte bovendien meer invloeden uit de swamp-blues, dub en wereldmuziek in haar muziek en dat klonk fantastisch.
Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde van My Baby. Op Prehistoric Rhythm verlegt de band wederom haar grenzen. De derde van My Baby borduurt absoluut voort op zijn twee voorgangers, maar legt ook weer flink andere accenten. Zo is er op Prehistoric Rhythm meer ruimte voor elektronica en zijn de invloeden uit de funk en de soul verrijkt met invloeden uit de moderne dansmuziek. Vergeleken met Shamanaid hebben de invloeden uit de wereldmuziek flink aan terrein gewonnen en hiernaast heeft My Baby de trippy psychedelica omarmd.
Het levert een uniek geluid op. Het bijzondere aan het geluid op Prehistoric Rhythm is dat My Baby werkelijk van alles door elkaar gooit en van de hak op de tak springt, maar het uiteindelijk nergens een zooitje wordt. Het ene moment word je beneveld door psychedelische klanken vol Oosterse en Arabische mystiek, het volgende moment zijn er de harde en stuwende beats van de westerse dansvloer.
Ondertussen strooit de Nieuw Zeelandse gitarist Daniel 'Dafreez' Johnston nog altijd volop met heerlijke bluesy gitaarriffs, zijn de ritmes van Joost van Dijck inventief en doeltreffend en imponeert Cato van Dijck met soulvolle vocalen die als een orkaan op je af kunnen komen, maar ook lieflijk kunnen strelen.
Persoonlijk vind ik Prehistoric Rhythm het interessantst wanneer het tempo wat lager ligt, de muziek flink bezwerend is, heel af en toe wordt geput uit de archieven van de triphop en vooral stevig wordt geëxperimenteerd met exotische invloeden, waaronder hier en daar ook nog een flinke impuls uit de Afrikaanse woestijnrock. Maar ook als My Baby kiest voor stuwende beats of moderne elektronica, blijft de muziek van de Amsterdamse band interessant en anders.
My Baby wist op Shamanaid de sterke punten van het debuut te behouden, maar wist ook te groeien en te vernieuwen. Met Prehistoric Rhythm herhaalt de band dit kunstje. Alles dat My Baby Loves Voodoo! en Shamanaid zo mooi en bijzonder maakte is ook te horen op de derde plaat van de band, maar wederom is My Baby gegroeid en heeft het haar al zo bijzondere geluid nog wat unieker gemaakt. Het plekje in mijn jaarlijstje is gereserveerd, maar een plaat als deze moet wat mij betreft ook de rest van de wereld gaan veroveren.
Er is de laatste weken veel gezeurd over de Nederlandse identiteit. Daarbij denk ik vooral aan spruitjes en “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”. Geef mij de smeltkroes van My Baby maar. Wat een heerlijke plaat weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Baby - Prehistoric Rhythm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eind 2013 verscheen My Baby Loves Voodoo! van de Nederlandse band My Baby. Ik was zo onder de indruk van deze plaat dat hij een week later opdook in mijn jaarlijstje over 2013.
Ik heb de plaat voor de gelegenheid maar weer eens opgezet en werd direct weer weggeblazen door de broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues. Het is een mix die ik destijds vergeleek met de muziek uit de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dat is nogal wat voor een debuut (van een Nederlandse band).
In het voorjaar van 2015 verscheen de tweede plaat van My Baby, Shamanaid. Weer was ik diep onder de indruk en wederom werd het jaarlijstje gehaald, maar de tweede van My Baby was zeker geen herhalingsoefening. My Baby koos dit keer voor wat minder feest en wat meer bezwering en stopte bovendien meer invloeden uit de swamp-blues, dub en wereldmuziek in haar muziek en dat klonk fantastisch.
Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde van My Baby. Op Prehistoric Rhythm verlegt de band wederom haar grenzen. De derde van My Baby borduurt absoluut voort op zijn twee voorgangers, maar legt ook weer flink andere accenten. Zo is er op Prehistoric Rhythm meer ruimte voor elektronica en zijn de invloeden uit de funk en de soul verrijkt met invloeden uit de moderne dansmuziek. Vergeleken met Shamanaid hebben de invloeden uit de wereldmuziek flink aan terrein gewonnen en hiernaast heeft My Baby de trippy psychedelica omarmd.
Het levert een uniek geluid op. Het bijzondere aan het geluid op Prehistoric Rhythm is dat My Baby werkelijk van alles door elkaar gooit en van de hak op de tak springt, maar het uiteindelijk nergens een zooitje wordt. Het ene moment word je beneveld door psychedelische klanken vol Oosterse en Arabische mystiek, het volgende moment zijn er de harde en stuwende beats van de westerse dansvloer.
Ondertussen strooit de Nieuw Zeelandse gitarist Daniel 'Dafreez' Johnston nog altijd volop met heerlijke bluesy gitaarriffs, zijn de ritmes van Joost van Dijck inventief en doeltreffend en imponeert Cato van Dijck met soulvolle vocalen die als een orkaan op je af kunnen komen, maar ook lieflijk kunnen strelen.
Persoonlijk vind ik Prehistoric Rhythm het interessantst wanneer het tempo wat lager ligt, de muziek flink bezwerend is, heel af en toe wordt geput uit de archieven van de triphop en vooral stevig wordt geëxperimenteerd met exotische invloeden, waaronder hier en daar ook nog een flinke impuls uit de Afrikaanse woestijnrock. Maar ook als My Baby kiest voor stuwende beats of moderne elektronica, blijft de muziek van de Amsterdamse band interessant en anders.
My Baby wist op Shamanaid de sterke punten van het debuut te behouden, maar wist ook te groeien en te vernieuwen. Met Prehistoric Rhythm herhaalt de band dit kunstje. Alles dat My Baby Loves Voodoo! en Shamanaid zo mooi en bijzonder maakte is ook te horen op de derde plaat van de band, maar wederom is My Baby gegroeid en heeft het haar al zo bijzondere geluid nog wat unieker gemaakt. Het plekje in mijn jaarlijstje is gereserveerd, maar een plaat als deze moet wat mij betreft ook de rest van de wereld gaan veroveren.
Er is de laatste weken veel gezeurd over de Nederlandse identiteit. Daarbij denk ik vooral aan spruitjes en “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”. Geef mij de smeltkroes van My Baby maar. Wat een heerlijke plaat weer. Erwin Zijleman
My Baby - Shamanaid (2015)

4,5
0
geplaatst: 22 maart 2015, 10:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Baby - Shamanaid - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!.
Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan.
In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.
My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.
Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.
Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.
Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.
De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.
Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.
De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.
Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Baby - Shamanaid - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!.
Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan.
In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.
My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.
Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.
Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.
Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.
De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.
Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.
De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.
Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet. Erwin Zijleman
My Bubba - Big Bad Good (2016)

4,0
0
geplaatst: 6 mei 2016, 19:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Bubba - Big Bad Good - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Zweeds-IJslandse duo My Bubba dook begin vorig jaar eindelijk op in Nederland en verraste met het bijzondere en na enige gewenning zwaar bezwerende Goes Abroader.
De Zweedse My Larsdotter en de uit IJsland afkomstige Guðbjörg (Bubba) Tómasdóttir keerden onlangs terug met een nieuwe plaat en het is wederom een hele opvallende plaat geworden.
Voor de productie werd dit keer een beroep gedaan op Shahzad Ismaily, die eerder werkte met onder andere Laura Veirs, Jolie Holland en Will Oldham.
Ismaily koos samen met My en Bubba voor een bijzondere aanpak. De songs voor Big Bad Good werden ter plekke geschreven en opgenomen, wat de plaat een bijzondere lading en een opvallend intieme sfeer geeft.
My Bubba maakt ook op haar nieuwe plaat weer unieke muziek. Het is muziek die vrijwel volledig vertrouwt op de mooie stemmen van My en Bubba, die over het algemeen fluisterzacht zingen en zich absoluut hebben laten inspireren door de stokoude folk uit de Amerikaanse Appalachen.
De stemmen van het tweetal worden begeleid door een sobere of zelfs minimalistische instrumentatie. Deze bestaat in de openingstrack slechts uit percussie, maar is meestal net iets voller ingekleurd met banjo, gitaar en een Noorse harp, al blijft het geluid van My Bubba in alle gevallen uiterst ingetogen.
De sfeervolle instrumentatie kleurt bijzonder fraai bij de stemmen van het Scandinavische tweetal. Zelfs als de instrumenten helemaal ontbreken maken deze stemmen diepe indruk en dat is knap.
Het is bijzonder hoeveel gevoel en emotie My en Bubba in hun uiterst sobere muziek kunnen leggen. Het is bijzonder hoe de songs die allemaal een vergelijkbaar recept volgen van elkaar verschillen. En het is bijzonder hoe My Bubba ook dit keer muziek weet te maken die een bezwerende uitwerking heeft.
Big Bad Good komt het best tot zijn recht wanneer je er met volledige aandacht naar kunt luisteren en kunt wegdromen op de subtiele en wonderschone klanken. Big Bad Good is uiteindelijk nog wat beter dan zijn voorganger en dat mag gezien de kwaliteit en verrassing van deze voorganger best een prestatie van formaat worden genoemd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Bubba - Big Bad Good - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Zweeds-IJslandse duo My Bubba dook begin vorig jaar eindelijk op in Nederland en verraste met het bijzondere en na enige gewenning zwaar bezwerende Goes Abroader.
De Zweedse My Larsdotter en de uit IJsland afkomstige Guðbjörg (Bubba) Tómasdóttir keerden onlangs terug met een nieuwe plaat en het is wederom een hele opvallende plaat geworden.
Voor de productie werd dit keer een beroep gedaan op Shahzad Ismaily, die eerder werkte met onder andere Laura Veirs, Jolie Holland en Will Oldham.
Ismaily koos samen met My en Bubba voor een bijzondere aanpak. De songs voor Big Bad Good werden ter plekke geschreven en opgenomen, wat de plaat een bijzondere lading en een opvallend intieme sfeer geeft.
My Bubba maakt ook op haar nieuwe plaat weer unieke muziek. Het is muziek die vrijwel volledig vertrouwt op de mooie stemmen van My en Bubba, die over het algemeen fluisterzacht zingen en zich absoluut hebben laten inspireren door de stokoude folk uit de Amerikaanse Appalachen.
De stemmen van het tweetal worden begeleid door een sobere of zelfs minimalistische instrumentatie. Deze bestaat in de openingstrack slechts uit percussie, maar is meestal net iets voller ingekleurd met banjo, gitaar en een Noorse harp, al blijft het geluid van My Bubba in alle gevallen uiterst ingetogen.
De sfeervolle instrumentatie kleurt bijzonder fraai bij de stemmen van het Scandinavische tweetal. Zelfs als de instrumenten helemaal ontbreken maken deze stemmen diepe indruk en dat is knap.
Het is bijzonder hoeveel gevoel en emotie My en Bubba in hun uiterst sobere muziek kunnen leggen. Het is bijzonder hoe de songs die allemaal een vergelijkbaar recept volgen van elkaar verschillen. En het is bijzonder hoe My Bubba ook dit keer muziek weet te maken die een bezwerende uitwerking heeft.
Big Bad Good komt het best tot zijn recht wanneer je er met volledige aandacht naar kunt luisteren en kunt wegdromen op de subtiele en wonderschone klanken. Big Bad Good is uiteindelijk nog wat beter dan zijn voorganger en dat mag gezien de kwaliteit en verrassing van deze voorganger best een prestatie van formaat worden genoemd. Erwin Zijleman
My Bubba - Goes Abroader (2014)

4,5
0
geplaatst: 8 januari 2015, 17:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Bubba - Goes Abroader - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Goes Abroader van My Bubba verscheen al in het voorjaar van 2014, maar kreeg hier tot voor kort geen voet aan de grond. Sinds de plaat wordt gedistribueerd door het prachtige Excelsior label lees ik echter veel meer positieve woorden over de plaat en dat is volkomen terecht.
My Bubba is een duo dat bestaat uit de Zweedse My en de IJslandse Bubba, wat direct de naam van het duo verklaart. De twee debuteerden een paar jaar geleden al met het door mij niet opgemerkte Feverish en gaven deze plaat dus al weer bijna een jaar geleden een vervolg met Goes Abroader.
De songs voor Goes Abroader werden opgenomen tijdens een lange Scandinavische winter, maar opgenomen in het zonnige California, waar de onder andere van Devendra Banhart en Joanna Newson bekende Noah Georgeson tekende voor de productie.
Op basis van deze informatie verwacht je misschien alternatieve folk, maar dat genre is inmiddels echt uitgestorven. In de openingstrack nemen My en Bubba je mee terug naar de tijd van de Appalachen folk en de hoogtijdagen van The Carter Sisters en blijven ze ver verwijderd van de muziek van Devendra Banhart en zijn volgelingen.
De instrumentatie in de openingstrack is met alleen wat getokkel uiterst sober en staat volledig in dienst van de stemmen van de Zweedse en de IJslandse. Het zijn fluisterzachte stemmen die werkelijk prachtig bij elkaar passen.
De songs op Goes Abroader werden misschien geschreven tijdens een Scandinavische winter, maar luister naar de plaat en je waant je in een Appalachen dorp uit vervlogen tijden op of een veranda ergens in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten.
De openingstrack van de plaat zou zo op een plaat van de op het moment helaas weinig productieve Gillian Welch kunnen staan, maar in de tracks die volgen laten de dames van My Bubba horen dat ze meer kunnen dan het vertolken van op het oor stokoude folksongs.
Dit doen ze door de toch al vrij minimalistische instrumentatie van de openingstrack verder terug te brengen tot de essentie, bijvoorbeeld door de mooie stemmen te combineren met uitsluitend handgeklap. Je moet vervolgens van goede huize te komen om overeind te blijven, maar het lukt My Bubba op Goes Abroader moeiteloos.
Goes Abroader begon weliswaar in een ijskoude Scandinavische winter, maar hoe langer de tweede plaat van My Bubba uit de speakers komt, hoe hoger de temperatuur wordt. Wat begint als onderkoelde folk wordt al snel broeierige fluisterfolk, die opvalt door heerlijke vocalen en een altijd smaakvolle instrumentatie met hier en daar een exotische tintje en hier en daar gevoel voor traditie.
Heel even moest ik wennen aan de muziek van My Bubba, maar hierna groeide de liefde voor deze bijzondere plaat heel snel. Inmiddels kan ik me niet meer voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die niet zullen smelten voor de vocale charmes van My en Bubba en de bijzondere songs van het tweetal.
Het siert Excelsior dat het deze plaat in Nederland onder de aandacht heeft gebracht, maar het is nog lang niet genoeg. My Bubba heeft met Goes Abroader een plaat gemaakt van een bijna onwerkelijke schoonheid en het is ook nog eens een plaat die je plaats en tijd doet vergeten. Nog even wegdromen aan het begin van het jaar? Beter dan met deze prachtplaat lukt het niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Bubba - Goes Abroader - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Goes Abroader van My Bubba verscheen al in het voorjaar van 2014, maar kreeg hier tot voor kort geen voet aan de grond. Sinds de plaat wordt gedistribueerd door het prachtige Excelsior label lees ik echter veel meer positieve woorden over de plaat en dat is volkomen terecht.
My Bubba is een duo dat bestaat uit de Zweedse My en de IJslandse Bubba, wat direct de naam van het duo verklaart. De twee debuteerden een paar jaar geleden al met het door mij niet opgemerkte Feverish en gaven deze plaat dus al weer bijna een jaar geleden een vervolg met Goes Abroader.
De songs voor Goes Abroader werden opgenomen tijdens een lange Scandinavische winter, maar opgenomen in het zonnige California, waar de onder andere van Devendra Banhart en Joanna Newson bekende Noah Georgeson tekende voor de productie.
Op basis van deze informatie verwacht je misschien alternatieve folk, maar dat genre is inmiddels echt uitgestorven. In de openingstrack nemen My en Bubba je mee terug naar de tijd van de Appalachen folk en de hoogtijdagen van The Carter Sisters en blijven ze ver verwijderd van de muziek van Devendra Banhart en zijn volgelingen.
De instrumentatie in de openingstrack is met alleen wat getokkel uiterst sober en staat volledig in dienst van de stemmen van de Zweedse en de IJslandse. Het zijn fluisterzachte stemmen die werkelijk prachtig bij elkaar passen.
De songs op Goes Abroader werden misschien geschreven tijdens een Scandinavische winter, maar luister naar de plaat en je waant je in een Appalachen dorp uit vervlogen tijden op of een veranda ergens in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten.
De openingstrack van de plaat zou zo op een plaat van de op het moment helaas weinig productieve Gillian Welch kunnen staan, maar in de tracks die volgen laten de dames van My Bubba horen dat ze meer kunnen dan het vertolken van op het oor stokoude folksongs.
Dit doen ze door de toch al vrij minimalistische instrumentatie van de openingstrack verder terug te brengen tot de essentie, bijvoorbeeld door de mooie stemmen te combineren met uitsluitend handgeklap. Je moet vervolgens van goede huize te komen om overeind te blijven, maar het lukt My Bubba op Goes Abroader moeiteloos.
Goes Abroader begon weliswaar in een ijskoude Scandinavische winter, maar hoe langer de tweede plaat van My Bubba uit de speakers komt, hoe hoger de temperatuur wordt. Wat begint als onderkoelde folk wordt al snel broeierige fluisterfolk, die opvalt door heerlijke vocalen en een altijd smaakvolle instrumentatie met hier en daar een exotische tintje en hier en daar gevoel voor traditie.
Heel even moest ik wennen aan de muziek van My Bubba, maar hierna groeide de liefde voor deze bijzondere plaat heel snel. Inmiddels kan ik me niet meer voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die niet zullen smelten voor de vocale charmes van My en Bubba en de bijzondere songs van het tweetal.
Het siert Excelsior dat het deze plaat in Nederland onder de aandacht heeft gebracht, maar het is nog lang niet genoeg. My Bubba heeft met Goes Abroader een plaat gemaakt van een bijna onwerkelijke schoonheid en het is ook nog eens een plaat die je plaats en tijd doet vergeten. Nog even wegdromen aan het begin van het jaar? Beter dan met deze prachtplaat lukt het niet. Erwin Zijleman
My Idea - CRY MFER (2022)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2022, 20:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Idea - CRY MFER - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Idea - CRY MFER
De muziek van Lily Konigsberg is tot dusver wat wisselvallig, weinig consistent en vrij melig, maar het debuutalbum van het samen met Nate Amos gevormde duo My Idea overtuigt me veel meer
My Idea is een duo dat bestaat uit Nate Amos en Lily Konigsberg. Laatstgenoemde kennen we als solomuzikant en als frontvrouw van de band Palberta en inmiddels van flink wat albums die overlopen van goede ideeën en maar niet kunnen kiezen tussen genres. Ook van albums die wat inconsistent en wisselvallig zijn overigens. Op het debuut van My Idea valt echter veel de goede kant op. CRY MFER is niet volledig constant wanneer het gaat om de kwaliteit, maar bevat een flink aantal aantrekkelijke popsongs. Het zijn popsongs die eigenzinnig en avontuurlijk zijn, maar ook lichtvoetig en aanstekelijk. Je moet er even in komen, maar iedere keer valt er meer op zijn plek op dit aangename album.
In de herfst van 2021 verscheen Lily We Need To Talk Now van de Amerikaanse muzikante Lily Konigsberg. Aan het begin van 2021 dook deze Lily Konigsberg ook al op met haar band Palberta, die met Palberta5000 een prima album afleverde. Het was overigens al het zesde album van de band uit New York, maar pas het eerste album dat me echt wist te overtuigen.
De muziek van Palberta springt op alle albums van de band nogal van de hak op de tak en loopt te vaak over van goede ideeën. Dat gold ook voor Lily We Need To Talk Now van Lily Konigsberg, dat alle kanten op schoot en niet de tijd leek te nemen om songs goed uit te werken. Lily Konigsberg maakte in een aantal tracks flink wat indruk, maar minstens net zo vaak leek ze maar wat te doen of slaagde ze er in ieder geval niet in om indruk op mij te maken.
Ik moet zeggen dat ik het laatste soloalbum van de muzikante uit New York sindsdien wel meer ben gaan waarderen, maar ik heb ook nog steeds het idee dat er veel meer in zit. Dat idee had ik ook toen ik het debuutalbum van het Amerikaanse duo My Idea voor het eerst beluisterde.
Het duo uit Brooklyn, New York, bestaat uit Nate Amos van de band Water From Your Eyes en …. ja ja …. Lily Konigsberg, die hiermee in een jaar tijd in drie gedaantes opduikt. CRY MFER (het moet weer eens met hoofdletters) van My Idea is niet heel ver verwijderd van de muziek die Lily Konigsberg in haar uppie maakt.
Zeker bij eerste beluistering had het debuut van My Idea op mij precies dezelfde uitwerking als alle andere muziek die Lily Konigsberg heeft gemaakt. Zo nu en dan hoor je een briljant popliedje, maar het gaat ook wel veel kanten op, waarbij een flinke uitglijder nooit heel ver weg is.
Wanneer ik CRY MFER vergelijk met Lily We Need To Talk Now (dat overigens werd geproduceerd door Nate Amos) hoor ik echter wel een wat consistenter niveau. Ik hoor ook wat minder diepe dalen, terwijl de pieken op het debuut van Nate Amos en Lily Konigsberg net wat hoger zijn.
Toch doet ook het debuut van My Idea zo nu en dan de wenkbrauwen fronsen. Lily Konigsberg zingt op het debuut van My Idea beter dan op haar soloalbum, maar ze zit er ook wel eens flink naast en na een zeer memorabel en prachtig klinkend popliedje kan ook zomaar een song volgen die zo vals of vervormd klinkt dat je gaat twijfelen aan de apparatuur waarmee je het album afspeelt of krijg je de vreselijke auto-tune voor je kiezen.
Ik kon bij Palberta vaak niet aan wennen aan het wisselende niveau en ook het solowerk van Lily Konigsberg kwam bij mij niet direct door de selectie, maar CRY MFER van My Idea dringt zich, zeker na enige gewenning, steeds meer op. Nate Amos en Lily Konigsberg laten zich niet vangen in een hokje en doen precies waar ze zelf zin in hebben.
Het levert een album op dat de plank incidenteel mis slaat, maar er staan heel veel geweldige popliedjes tegenover. Het zijn lekker eigenzinnige popliedjes die alle kanten op kunnen en die op van alles en nog wat lijken, maar aan de andere kant op helemaal niets. De platenmaatschappij van het tweetal houdt het op “a beautiful mess of different sounds, completely and effortlessly genreless” en dat is een mooie omschrijving. CRY MFER zal bij eerste beluistering flink tegen de haren in strijken, maar de ruwe diamanten op dit album beginnen langzaam maar zeker steeds meer te schitteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Idea - CRY MFER - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Idea - CRY MFER
De muziek van Lily Konigsberg is tot dusver wat wisselvallig, weinig consistent en vrij melig, maar het debuutalbum van het samen met Nate Amos gevormde duo My Idea overtuigt me veel meer
My Idea is een duo dat bestaat uit Nate Amos en Lily Konigsberg. Laatstgenoemde kennen we als solomuzikant en als frontvrouw van de band Palberta en inmiddels van flink wat albums die overlopen van goede ideeën en maar niet kunnen kiezen tussen genres. Ook van albums die wat inconsistent en wisselvallig zijn overigens. Op het debuut van My Idea valt echter veel de goede kant op. CRY MFER is niet volledig constant wanneer het gaat om de kwaliteit, maar bevat een flink aantal aantrekkelijke popsongs. Het zijn popsongs die eigenzinnig en avontuurlijk zijn, maar ook lichtvoetig en aanstekelijk. Je moet er even in komen, maar iedere keer valt er meer op zijn plek op dit aangename album.
In de herfst van 2021 verscheen Lily We Need To Talk Now van de Amerikaanse muzikante Lily Konigsberg. Aan het begin van 2021 dook deze Lily Konigsberg ook al op met haar band Palberta, die met Palberta5000 een prima album afleverde. Het was overigens al het zesde album van de band uit New York, maar pas het eerste album dat me echt wist te overtuigen.
De muziek van Palberta springt op alle albums van de band nogal van de hak op de tak en loopt te vaak over van goede ideeën. Dat gold ook voor Lily We Need To Talk Now van Lily Konigsberg, dat alle kanten op schoot en niet de tijd leek te nemen om songs goed uit te werken. Lily Konigsberg maakte in een aantal tracks flink wat indruk, maar minstens net zo vaak leek ze maar wat te doen of slaagde ze er in ieder geval niet in om indruk op mij te maken.
Ik moet zeggen dat ik het laatste soloalbum van de muzikante uit New York sindsdien wel meer ben gaan waarderen, maar ik heb ook nog steeds het idee dat er veel meer in zit. Dat idee had ik ook toen ik het debuutalbum van het Amerikaanse duo My Idea voor het eerst beluisterde.
Het duo uit Brooklyn, New York, bestaat uit Nate Amos van de band Water From Your Eyes en …. ja ja …. Lily Konigsberg, die hiermee in een jaar tijd in drie gedaantes opduikt. CRY MFER (het moet weer eens met hoofdletters) van My Idea is niet heel ver verwijderd van de muziek die Lily Konigsberg in haar uppie maakt.
Zeker bij eerste beluistering had het debuut van My Idea op mij precies dezelfde uitwerking als alle andere muziek die Lily Konigsberg heeft gemaakt. Zo nu en dan hoor je een briljant popliedje, maar het gaat ook wel veel kanten op, waarbij een flinke uitglijder nooit heel ver weg is.
Wanneer ik CRY MFER vergelijk met Lily We Need To Talk Now (dat overigens werd geproduceerd door Nate Amos) hoor ik echter wel een wat consistenter niveau. Ik hoor ook wat minder diepe dalen, terwijl de pieken op het debuut van Nate Amos en Lily Konigsberg net wat hoger zijn.
Toch doet ook het debuut van My Idea zo nu en dan de wenkbrauwen fronsen. Lily Konigsberg zingt op het debuut van My Idea beter dan op haar soloalbum, maar ze zit er ook wel eens flink naast en na een zeer memorabel en prachtig klinkend popliedje kan ook zomaar een song volgen die zo vals of vervormd klinkt dat je gaat twijfelen aan de apparatuur waarmee je het album afspeelt of krijg je de vreselijke auto-tune voor je kiezen.
Ik kon bij Palberta vaak niet aan wennen aan het wisselende niveau en ook het solowerk van Lily Konigsberg kwam bij mij niet direct door de selectie, maar CRY MFER van My Idea dringt zich, zeker na enige gewenning, steeds meer op. Nate Amos en Lily Konigsberg laten zich niet vangen in een hokje en doen precies waar ze zelf zin in hebben.
Het levert een album op dat de plank incidenteel mis slaat, maar er staan heel veel geweldige popliedjes tegenover. Het zijn lekker eigenzinnige popliedjes die alle kanten op kunnen en die op van alles en nog wat lijken, maar aan de andere kant op helemaal niets. De platenmaatschappij van het tweetal houdt het op “a beautiful mess of different sounds, completely and effortlessly genreless” en dat is een mooie omschrijving. CRY MFER zal bij eerste beluistering flink tegen de haren in strijken, maar de ruwe diamanten op dit album beginnen langzaam maar zeker steeds meer te schitteren. Erwin Zijleman
My Morning Jacket - The Waterfall II (2020)

4,0
1
geplaatst: 17 juli 2020, 15:53 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: My Morning Jacket - The Waterfall II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Morning Jacket - The Waterfall II
Vijf jaar na deel 1 verschijnt dan ook eindelijk deel 2 van The Waterfall van My Morning Jacket en de mooie en veelzijdige klanken vol echo’s uit de jaren 70 vallen direct op zijn plek
My Morning Jacket stond de afgelopen jaren op een laag pitje, maar natuurlijk waren er nog de goed gevulde archieven van The Waterfall sessies, die in 2015 slechts één album opleverden. Deel 2 is er nu en ik vind het een stuk beter dan deel 1. My Morning Jacket put op The Waterfall II stevig uit de archieven van de jaren 70 en beperkt zich zeker niet tot één genre. De songs worden allemaal prachtig ingekleurd, liggen bijzonder lekker in het gehoor, zijn heerlijk loom, zonnig en dromerig en worden vervolgens ook nog eens een flink stuk opgetild door de prachtige zang van Jim James. Het is het eerste wapenfeit van My Morning Jacket in vijf jaar tijd en het is echt een hele mooie.
The Waterfall was in 2015 vooralsnog het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band My Morning Jacket. De band uit Louisville, Kentucky, nam het album, samen met producer Tucker Martine, op in de Panoramic House studio in Stinson Beach, California, op een steenworp afstand van de imposante Muir Woods.
De indrukwekkende natuur inspireerde de band tot de ene na de andere song, waardoor het plan ontstond om een dubbelalbum of zelfs een triple-album op te nemen. Uiteindelijk moesten we het echter doen met drie kwartier muziek, in de luxe editie van het album opgerekt tot iets meer dan een uur.
Op The Waterfall klonk My Morning Jacket weer net wat anders dan op de albums die er aan vorig gingen en grossierde de band in tijdloze, sfeervolle, dromerige en licht psychedelische songs. Het maakte nieuwsgierig naar het restant van de sessies in Californië, maar de afgelopen albums moesten we het doen met wat wisselvallige soloalbums van voorman Jim James en uitstekend soloalbum van Carl Broemel.
Deze week was het echter toch tijd voor de tweede helft van The Waterfall sessies, die zijn verschenen als The Waterfall II. Ik was vijf jaar geleden niet eens zo heel erg onder de indruk van het eerste deel van The Waterfall, maar het tweede deel bevalt me uitstekend. Ook The Waterfall II bevat drie kwartier muziek en persoonlijk vind ik het niveau net wat hoger dan op het album van vijf jaar geleden.
Op Waterfall II komen tien songs voorbij en het zijn stuk voor stuk bijzonder sfeervol ingekleurde en zeer melodieuze songs. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de productie, want The Waterfall II klinkt echt prachtig. My Morning Jacket kiest op het album voor de beproefde combinatie van prachtig gitaarwerk en zweverige synths. Het past prachtig bij de uitstekende zang van Jim James en bij de fraaie koortjes op het album.
Zeker in de wat meer psychedelische passages is de muziek van een band als Mercury Rev niet heel ver weg, maar The Waterfall II raakt ook aan de folkpop van Fleet Foxes. Op hetzelfde moment slaagt My Morning Jacket er in om een brug te slaan naar het verleden. Ver verwijderd van de bewoonde wereld maakte My Morning Jacket in de afgelegen studio in Noord-Californië muziek vol invloeden uit de 70s psychedelica, 70s countryrock, 70s folkrock en de classic-rock die in de jaren 70 veel op de Amerikaanse radiostations te horen was.
Het klinkt onmiskenbaar als My Morning Jacket, al is het maar vanwege de herkenbare vocalen van Jim James, maar The Waterfall klinkt ook als een willekeurige maar zeer geslaagde greep uit een platenkast vol klassiekers uit de jaren 70, waarin stiekem ook nog wat soul voorbij komt.
The Waterfall is een verrassend veelzijdig album. Enerzijds vanwege de instrumentatie, waarin net zo makkelijk een pedal steel als een batterij synths uit de kast worden getrokken en anderzijds door flink te variëren met het tempo en de verwerkte invloeden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bijna nooit meer luister naar de oudere albums van de band uit Kentucky, maar het bijzonder aangename, veelzijdige, knappe en gedreven The Waterfall II is absoluut een blijvertje, al is het maar omdat het klinkt als een jaren 70 album dat destijds niet gemaakt is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: My Morning Jacket - The Waterfall II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
My Morning Jacket - The Waterfall II
Vijf jaar na deel 1 verschijnt dan ook eindelijk deel 2 van The Waterfall van My Morning Jacket en de mooie en veelzijdige klanken vol echo’s uit de jaren 70 vallen direct op zijn plek
My Morning Jacket stond de afgelopen jaren op een laag pitje, maar natuurlijk waren er nog de goed gevulde archieven van The Waterfall sessies, die in 2015 slechts één album opleverden. Deel 2 is er nu en ik vind het een stuk beter dan deel 1. My Morning Jacket put op The Waterfall II stevig uit de archieven van de jaren 70 en beperkt zich zeker niet tot één genre. De songs worden allemaal prachtig ingekleurd, liggen bijzonder lekker in het gehoor, zijn heerlijk loom, zonnig en dromerig en worden vervolgens ook nog eens een flink stuk opgetild door de prachtige zang van Jim James. Het is het eerste wapenfeit van My Morning Jacket in vijf jaar tijd en het is echt een hele mooie.
The Waterfall was in 2015 vooralsnog het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band My Morning Jacket. De band uit Louisville, Kentucky, nam het album, samen met producer Tucker Martine, op in de Panoramic House studio in Stinson Beach, California, op een steenworp afstand van de imposante Muir Woods.
De indrukwekkende natuur inspireerde de band tot de ene na de andere song, waardoor het plan ontstond om een dubbelalbum of zelfs een triple-album op te nemen. Uiteindelijk moesten we het echter doen met drie kwartier muziek, in de luxe editie van het album opgerekt tot iets meer dan een uur.
Op The Waterfall klonk My Morning Jacket weer net wat anders dan op de albums die er aan vorig gingen en grossierde de band in tijdloze, sfeervolle, dromerige en licht psychedelische songs. Het maakte nieuwsgierig naar het restant van de sessies in Californië, maar de afgelopen albums moesten we het doen met wat wisselvallige soloalbums van voorman Jim James en uitstekend soloalbum van Carl Broemel.
Deze week was het echter toch tijd voor de tweede helft van The Waterfall sessies, die zijn verschenen als The Waterfall II. Ik was vijf jaar geleden niet eens zo heel erg onder de indruk van het eerste deel van The Waterfall, maar het tweede deel bevalt me uitstekend. Ook The Waterfall II bevat drie kwartier muziek en persoonlijk vind ik het niveau net wat hoger dan op het album van vijf jaar geleden.
Op Waterfall II komen tien songs voorbij en het zijn stuk voor stuk bijzonder sfeervol ingekleurde en zeer melodieuze songs. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de productie, want The Waterfall II klinkt echt prachtig. My Morning Jacket kiest op het album voor de beproefde combinatie van prachtig gitaarwerk en zweverige synths. Het past prachtig bij de uitstekende zang van Jim James en bij de fraaie koortjes op het album.
Zeker in de wat meer psychedelische passages is de muziek van een band als Mercury Rev niet heel ver weg, maar The Waterfall II raakt ook aan de folkpop van Fleet Foxes. Op hetzelfde moment slaagt My Morning Jacket er in om een brug te slaan naar het verleden. Ver verwijderd van de bewoonde wereld maakte My Morning Jacket in de afgelegen studio in Noord-Californië muziek vol invloeden uit de 70s psychedelica, 70s countryrock, 70s folkrock en de classic-rock die in de jaren 70 veel op de Amerikaanse radiostations te horen was.
Het klinkt onmiskenbaar als My Morning Jacket, al is het maar vanwege de herkenbare vocalen van Jim James, maar The Waterfall klinkt ook als een willekeurige maar zeer geslaagde greep uit een platenkast vol klassiekers uit de jaren 70, waarin stiekem ook nog wat soul voorbij komt.
The Waterfall is een verrassend veelzijdig album. Enerzijds vanwege de instrumentatie, waarin net zo makkelijk een pedal steel als een batterij synths uit de kast worden getrokken en anderzijds door flink te variëren met het tempo en de verwerkte invloeden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bijna nooit meer luister naar de oudere albums van de band uit Kentucky, maar het bijzonder aangename, veelzijdige, knappe en gedreven The Waterfall II is absoluut een blijvertje, al is het maar omdat het klinkt als een jaren 70 album dat destijds niet gemaakt is. Erwin Zijleman
Myles Sanko - Forever Dreaming (2014)

4,0
0
geplaatst: 15 september 2014, 16:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Forever Dreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan jonge soulzangers (en zangeressen) hebben we momenteel geen gebrek, maar er zijn er maar heel weinig die kiezen voor een lekker ontspannen soulgeluid dat herinnert aan de grote soulzangers (en zangeressen) uit de jaren 60 en 70. Moderne of hedendaagse soul zit vol vocaal en instrumentaal geweld en dat bevalt me lang niet altijd even goed.
Ook de Britse soulzanger Myles Sanko kan heerlijk uithalen en kiest zo nu en dan voor een moddervette instrumentatie vol blazers, maar het grootste deel van de tijd kiest de Brit voor een meer ingetogen en meer ontspannen soulgeluid.
Zeker wanneer de blazers ontbreken is het soul-geluid van Myles Sanko heerlijk laid-back, maar het is ook een geluid dat bijzonder knap in elkaar steekt. In dit geluid valt in eerste instantie het mooie heldere, soms ook wat bluesy en jazzy, gitaarspel op, maar al snel weten ook het heerlijke orgeltje en de subtiele pianoklanken genadeloos te verleiden.
In de songs met een wat meer ingetogen geluid kan ook Myles Sanko het ook in vocaal opzicht wat rustiger aan doen en klinkt hij relaxed maar toch soulvol. Zeker in de meer ingetogen songs maakt Myles Sanko lome muziek waarbij het heerlijk ontspannen is. Het is op hetzelfde moment muziek die maximale aandacht vereist, want zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht gebeurt er van alles op Forever Dreaming.
Iedere keer dat de instrumentatie het lome pad verlaat en kiest voor een net wat kruidiger geluid gaat Myles Sanko mee en verrast hij met vocalen die het ene moment nog uit het hart, maar het volgende moment uit de tenen komen. Forever Dreaming sluit, veel meer dan de meeste andere soulplaten van het moment, aan op de klassieke soulplaten uit het verleden, maar verrijkt deze vervolgens met een snufje jazz en een vleugje blues.
Vanwege de invloeden die Myles Sanko in zijn muziek verwerkt, zijn voorkeur voor lome en meer ingetogen songs en zijn warme en tegelijkertijd soulvolle geluid, doet Forever Dreaming me misschien nog wel het meest denken aan de onderschatte platen van Bill Withers, die in de jaren 70 een stapeltje klassiekers afleverde dat helaas nog altijd in menige platenkast ontbreekt. Een groter compliment kan ik een debuterend soulzanger niet maken.
Ook Myles Sanko zal vanwege zijn net wat afwijkende geluid waarschijnlijk niet onmiddellijk de harten van de liefhebbers van moderne soulmuziek veroveren, maar ik hoop dat dit snel gaat veranderen. Myles Sanko heeft met Forever Dreaming immers niet alleen een hele lekkere, maar ook een hele knappe soulplaat gemaakt. Forever Dreaming staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende soulsongs, maar het zijn ook nog eens soulsongs waarin van alles gebeurt, zodat de fantasie volop wordt geprikkeld.
Forever Dreaming was voor mij in eerste instantie vooral een lekker plaatjes voor de late avond, maar inmiddels beschouw ik het als één van de meest interessante soulplaten van het moment. Forever Dreaming verdient daarom de aandacht van iedere liefhebber van de betere soulmuziek. Uit het verleden, maar ook zeker uit het heden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Forever Dreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan jonge soulzangers (en zangeressen) hebben we momenteel geen gebrek, maar er zijn er maar heel weinig die kiezen voor een lekker ontspannen soulgeluid dat herinnert aan de grote soulzangers (en zangeressen) uit de jaren 60 en 70. Moderne of hedendaagse soul zit vol vocaal en instrumentaal geweld en dat bevalt me lang niet altijd even goed.
Ook de Britse soulzanger Myles Sanko kan heerlijk uithalen en kiest zo nu en dan voor een moddervette instrumentatie vol blazers, maar het grootste deel van de tijd kiest de Brit voor een meer ingetogen en meer ontspannen soulgeluid.
Zeker wanneer de blazers ontbreken is het soul-geluid van Myles Sanko heerlijk laid-back, maar het is ook een geluid dat bijzonder knap in elkaar steekt. In dit geluid valt in eerste instantie het mooie heldere, soms ook wat bluesy en jazzy, gitaarspel op, maar al snel weten ook het heerlijke orgeltje en de subtiele pianoklanken genadeloos te verleiden.
In de songs met een wat meer ingetogen geluid kan ook Myles Sanko het ook in vocaal opzicht wat rustiger aan doen en klinkt hij relaxed maar toch soulvol. Zeker in de meer ingetogen songs maakt Myles Sanko lome muziek waarbij het heerlijk ontspannen is. Het is op hetzelfde moment muziek die maximale aandacht vereist, want zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht gebeurt er van alles op Forever Dreaming.
Iedere keer dat de instrumentatie het lome pad verlaat en kiest voor een net wat kruidiger geluid gaat Myles Sanko mee en verrast hij met vocalen die het ene moment nog uit het hart, maar het volgende moment uit de tenen komen. Forever Dreaming sluit, veel meer dan de meeste andere soulplaten van het moment, aan op de klassieke soulplaten uit het verleden, maar verrijkt deze vervolgens met een snufje jazz en een vleugje blues.
Vanwege de invloeden die Myles Sanko in zijn muziek verwerkt, zijn voorkeur voor lome en meer ingetogen songs en zijn warme en tegelijkertijd soulvolle geluid, doet Forever Dreaming me misschien nog wel het meest denken aan de onderschatte platen van Bill Withers, die in de jaren 70 een stapeltje klassiekers afleverde dat helaas nog altijd in menige platenkast ontbreekt. Een groter compliment kan ik een debuterend soulzanger niet maken.
Ook Myles Sanko zal vanwege zijn net wat afwijkende geluid waarschijnlijk niet onmiddellijk de harten van de liefhebbers van moderne soulmuziek veroveren, maar ik hoop dat dit snel gaat veranderen. Myles Sanko heeft met Forever Dreaming immers niet alleen een hele lekkere, maar ook een hele knappe soulplaat gemaakt. Forever Dreaming staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende soulsongs, maar het zijn ook nog eens soulsongs waarin van alles gebeurt, zodat de fantasie volop wordt geprikkeld.
Forever Dreaming was voor mij in eerste instantie vooral een lekker plaatjes voor de late avond, maar inmiddels beschouw ik het als één van de meest interessante soulplaten van het moment. Forever Dreaming verdient daarom de aandacht van iedere liefhebber van de betere soulmuziek. Uit het verleden, maar ook zeker uit het heden. Erwin Zijleman
Myles Sanko - Just Being Me (2016)

4,5
0
geplaatst: 1 november 2016, 17:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Just Being Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vijver met talentvolle jonge soulzangers is al jaren overvol, dus probeer die ene zanger met net wat extra talent er maar eens uit te vissen.
Ik ging er twee jaar geleden van uit dat dit me gelukt was na de vangst van Forever Dreaming van de Brit Myles Sanko, die nu met zijn nieuwe plaat Just Being Me mijn gelijk bewijst.
Just Being Me zou de titel van een plaat van Bill Withers kunnen zijn en de naam van Bill Withers is een naam die ook bij beluistering van de nieuwe plaat van Myles Sanko veelvuldig opduikt.
Net als Bill Withers is Myles Sanko immers geen dertien in een dozijn soulzanger, maar is het een soulzanger die continu bruggen naar andere genres bouwt.
De nieuwe plaat van Myles Sanko bevat flink wat songs die nauw aansluiten bij de vintage soul uit de jaren 70, maar vergeleken met zijn voorganger bevat Just Being Me ook meer invloeden uit de jazz.
Soulmuziek moet wat mij warm of zelfs broeierig klinken en dat heeft Myles Sanko goed begrepen. De talentvolle muzikanten die hem omringen zetten een warmbloedig geluid neer dat de temperatuur minstens met een paar graden doet stijgen. Dat is welkome warmte de komende maanden en de temperatuur loopt nog wat verder op door de stem van Myles Sanko, die kan aansluiten bij de grote soulzangers uit het verleden, maar, net als Bill Withers, ook een bijzonder eigen geluid heeft.
De Brit is zo’n soulzanger die met speels gemak de sterren van de hemel lijkt te zingen en dat geeft Just Being Me een bijzondere sfeer, die varieert van euforisch tot zeer intens. Op zijn vorige plaat liet Myles Sanko al horen dat hij soulmuziek kan maken die goed is voor een positieve boost van je gemoedstoestand, maar dat hij ook wat dieper en avontuurlijker kan graven. Ook op Just Being Me slaagt hij er weer in om op beide terreinen indruk te maken. Met name de uptempo songs zijn goed voor een brede glimlach, maar Myles Sanko durft dit keer ook nog wat meer te experimenteren, waardoor zijn songs niet alleen aan warmte, maar ook aan diepgang hebben gewonnen.
Bij de vangst van Forever Dreaming was ik er al van overtuigd dat ik de beste vis uit de overvolle vijver had gevangen, maar met deze plaat blijft Myles Sanko zijn concurrenten nog wat verder voor. Waar de meeste soulzangers van het moment aansluiten bij tradities of vernieuwen, doet Myles Sanko allebei en hij doet dit ook nog eens op imponerende en bijzonder fraaie wijze. Een ieder die op zoek is naar de perfecte soulplaat om de herfst en winter mee door te komen, kan bij deze stoppen met zoeken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Myles Sanko - Just Being Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vijver met talentvolle jonge soulzangers is al jaren overvol, dus probeer die ene zanger met net wat extra talent er maar eens uit te vissen.
Ik ging er twee jaar geleden van uit dat dit me gelukt was na de vangst van Forever Dreaming van de Brit Myles Sanko, die nu met zijn nieuwe plaat Just Being Me mijn gelijk bewijst.
Just Being Me zou de titel van een plaat van Bill Withers kunnen zijn en de naam van Bill Withers is een naam die ook bij beluistering van de nieuwe plaat van Myles Sanko veelvuldig opduikt.
Net als Bill Withers is Myles Sanko immers geen dertien in een dozijn soulzanger, maar is het een soulzanger die continu bruggen naar andere genres bouwt.
De nieuwe plaat van Myles Sanko bevat flink wat songs die nauw aansluiten bij de vintage soul uit de jaren 70, maar vergeleken met zijn voorganger bevat Just Being Me ook meer invloeden uit de jazz.
Soulmuziek moet wat mij warm of zelfs broeierig klinken en dat heeft Myles Sanko goed begrepen. De talentvolle muzikanten die hem omringen zetten een warmbloedig geluid neer dat de temperatuur minstens met een paar graden doet stijgen. Dat is welkome warmte de komende maanden en de temperatuur loopt nog wat verder op door de stem van Myles Sanko, die kan aansluiten bij de grote soulzangers uit het verleden, maar, net als Bill Withers, ook een bijzonder eigen geluid heeft.
De Brit is zo’n soulzanger die met speels gemak de sterren van de hemel lijkt te zingen en dat geeft Just Being Me een bijzondere sfeer, die varieert van euforisch tot zeer intens. Op zijn vorige plaat liet Myles Sanko al horen dat hij soulmuziek kan maken die goed is voor een positieve boost van je gemoedstoestand, maar dat hij ook wat dieper en avontuurlijker kan graven. Ook op Just Being Me slaagt hij er weer in om op beide terreinen indruk te maken. Met name de uptempo songs zijn goed voor een brede glimlach, maar Myles Sanko durft dit keer ook nog wat meer te experimenteren, waardoor zijn songs niet alleen aan warmte, maar ook aan diepgang hebben gewonnen.
Bij de vangst van Forever Dreaming was ik er al van overtuigd dat ik de beste vis uit de overvolle vijver had gevangen, maar met deze plaat blijft Myles Sanko zijn concurrenten nog wat verder voor. Waar de meeste soulzangers van het moment aansluiten bij tradities of vernieuwen, doet Myles Sanko allebei en hij doet dit ook nog eens op imponerende en bijzonder fraaie wijze. Een ieder die op zoek is naar de perfecte soulplaat om de herfst en winter mee door te komen, kan bij deze stoppen met zoeken. Erwin Zijleman
Myrkur - Folkesange (2020)

4,0
0
geplaatst: 27 maart 2020, 16:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Myrkur - Folkesange - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Myrkur - Folkesange
Myrkur laat de donkere metal dit keer volledig achterwege en intrigeert met een album vol traditionele folk en Scandinavische folklore, dat anders klinkt dan andere albums in deze genres
Ik ben wel eens begonnen aan de muziek van Myrkur, maar werd samen met de rest van het gezin en de kat de gordijnen ingejaagd toen de Deense muzikante haar folksongs voorzag van onvervalste death metal. Op Folkesange is gitaargeweld geheel afwezig en kiest Myrkur voor traditionele Scandinavische folk. Ook dat is even wennen, maar al snel intrigeert en bezweert het enorm en word je meegezogen in de bijzondere muzikale wereld van Myrkur. Folkesange past op een of andere manier wel bij deze bijzondere tijd, maar het is ook muziek van een andere wereld. Bijzonder album.
Ik heb het wel eens geprobeerd met de vorige albums van de Deense muzikante Myrkur. Het zijn albums met mooie folksongs waarin donkere klanken worden gecombineerd met even mooie en heldere zang. Het zijn albums vol beeldende muziek die je meeneemt naar de donkere bossen in de noordelijker gelegen delen van Scandinavië. Prachtig, totdat Myrkur haar folksongs combineert met een ongelooflijke bak herrie.
Nu ben ik helemaal niet vies van een beetje gitaargeweld, maar de combinatie van traditioneel klinkende folksongs en alles verzengende death metal op de albums van Myrkur was me net wat teveel van het goede. Het ene moment luister je naar een vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje, het volgende moment naar een woest schreeuwende wolf, die het aan stukken gescheurde en met bloed besmeurde jurkje van Roodkapje voor zover het kan heeft omgeslagen. Ik hou best van contrast en van dynamiek, maar je kunt het overdrijven en dat is precies wat Myrkur deed op haar vorige albums. Naar mijn mening dan natuurlijk.
Op Folkesange heeft Myrkur, het alter ego van de Deense singer-songwriter, multi-instrumentalist, model en actrice Amalie Bruun, de metal (tijdelijk) afgezworen. Op de cover van het album zie je de vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje en de wolf is dit keer gelukkig nergens te bekennen. Het levert direct een totaal ander album op dan zijn voorgangers.
Folkesange is, zoals de titel misschien al wel aangeeft, een betrekkelijk traditioneel aandoend folk album, maar het is zeker niet het traditioneel aandoende folk album waarvan je er al stapels in de kast hebt staan. De folk van Myrkur is nog altijd Scandinavisch en folkloristisch en is betrekkelijk donker van aard. Dat moet ook haast wel wanneer je als alter-ego het IJslandse woord voor “darkness” hebt gekozen. Door het ontbreken van de metal gitaren, die vervangen zijn door traditionele akoestische instrumenten uit Scandinavië, klinkt Folkesange niet zo extreem donker als de vorige albums van Myrkur, maar het is nog steeds geen album dat het goed doet bij een aangenaam lentezonnetje.
Myrkur loopt met Folkesange het gevaar dat ze in het hokje Scandinavische folklore of, erger nog, in het hokje bij Enya en haar new age volgelingen, wordt geduwd. Het zou niet terecht zijn. De liefhebbers van de metal van haar vorige albums kunnen waarschijnlijk niet uit de voeten met het nieuwe album van Myrkur, maar een ieder die bij beluistering van de vorige albums geïnteresseerd opkeek, tot de apocalyptische gitaarmuren invielen, moeten Folkesange zeker eens proberen.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op traditionele folkmuziek en al helemaal niet op folklore, maar Folkesange van Myrkur is een interessant album, dat steeds weer een bijzondere sfeer weet op te roepen. Het is een sfeer die goed pas bij deze bijzondere tijden, maar Myrkur maakt ook muziek die zich langzaam opdringt, maar die de fantasie vervolgens steeds intenser prikkelt.
Het is een album dat is gemaakt met vooral traditionele muziekinstrumenten. Het zijn instrumenten die prachtig passen bij de mooie stem van Amalie Bruun, maar het zijn ook instrumenten die er voor zorgen dat dit fascinerende album zowel stokoud als modern klinkt. Een beetje anders dan je gewend bent waarschijnlijk, maar zeer interessant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Myrkur - Folkesange - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Myrkur - Folkesange
Myrkur laat de donkere metal dit keer volledig achterwege en intrigeert met een album vol traditionele folk en Scandinavische folklore, dat anders klinkt dan andere albums in deze genres
Ik ben wel eens begonnen aan de muziek van Myrkur, maar werd samen met de rest van het gezin en de kat de gordijnen ingejaagd toen de Deense muzikante haar folksongs voorzag van onvervalste death metal. Op Folkesange is gitaargeweld geheel afwezig en kiest Myrkur voor traditionele Scandinavische folk. Ook dat is even wennen, maar al snel intrigeert en bezweert het enorm en word je meegezogen in de bijzondere muzikale wereld van Myrkur. Folkesange past op een of andere manier wel bij deze bijzondere tijd, maar het is ook muziek van een andere wereld. Bijzonder album.
Ik heb het wel eens geprobeerd met de vorige albums van de Deense muzikante Myrkur. Het zijn albums met mooie folksongs waarin donkere klanken worden gecombineerd met even mooie en heldere zang. Het zijn albums vol beeldende muziek die je meeneemt naar de donkere bossen in de noordelijker gelegen delen van Scandinavië. Prachtig, totdat Myrkur haar folksongs combineert met een ongelooflijke bak herrie.
Nu ben ik helemaal niet vies van een beetje gitaargeweld, maar de combinatie van traditioneel klinkende folksongs en alles verzengende death metal op de albums van Myrkur was me net wat teveel van het goede. Het ene moment luister je naar een vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje, het volgende moment naar een woest schreeuwende wolf, die het aan stukken gescheurde en met bloed besmeurde jurkje van Roodkapje voor zover het kan heeft omgeslagen. Ik hou best van contrast en van dynamiek, maar je kunt het overdrijven en dat is precies wat Myrkur deed op haar vorige albums. Naar mijn mening dan natuurlijk.
Op Folkesange heeft Myrkur, het alter ego van de Deense singer-songwriter, multi-instrumentalist, model en actrice Amalie Bruun, de metal (tijdelijk) afgezworen. Op de cover van het album zie je de vrolijk rondhuppelende en zingende roodkapje en de wolf is dit keer gelukkig nergens te bekennen. Het levert direct een totaal ander album op dan zijn voorgangers.
Folkesange is, zoals de titel misschien al wel aangeeft, een betrekkelijk traditioneel aandoend folk album, maar het is zeker niet het traditioneel aandoende folk album waarvan je er al stapels in de kast hebt staan. De folk van Myrkur is nog altijd Scandinavisch en folkloristisch en is betrekkelijk donker van aard. Dat moet ook haast wel wanneer je als alter-ego het IJslandse woord voor “darkness” hebt gekozen. Door het ontbreken van de metal gitaren, die vervangen zijn door traditionele akoestische instrumenten uit Scandinavië, klinkt Folkesange niet zo extreem donker als de vorige albums van Myrkur, maar het is nog steeds geen album dat het goed doet bij een aangenaam lentezonnetje.
Myrkur loopt met Folkesange het gevaar dat ze in het hokje Scandinavische folklore of, erger nog, in het hokje bij Enya en haar new age volgelingen, wordt geduwd. Het zou niet terecht zijn. De liefhebbers van de metal van haar vorige albums kunnen waarschijnlijk niet uit de voeten met het nieuwe album van Myrkur, maar een ieder die bij beluistering van de vorige albums geïnteresseerd opkeek, tot de apocalyptische gitaarmuren invielen, moeten Folkesange zeker eens proberen.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op traditionele folkmuziek en al helemaal niet op folklore, maar Folkesange van Myrkur is een interessant album, dat steeds weer een bijzondere sfeer weet op te roepen. Het is een sfeer die goed pas bij deze bijzondere tijden, maar Myrkur maakt ook muziek die zich langzaam opdringt, maar die de fantasie vervolgens steeds intenser prikkelt.
Het is een album dat is gemaakt met vooral traditionele muziekinstrumenten. Het zijn instrumenten die prachtig passen bij de mooie stem van Amalie Bruun, maar het zijn ook instrumenten die er voor zorgen dat dit fascinerende album zowel stokoud als modern klinkt. Een beetje anders dan je gewend bent waarschijnlijk, maar zeer interessant. Erwin Zijleman
