Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Malojian - Southlands (2015)

5,0
0
geplaatst: 11 oktober 2015, 11:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Malojian - Southlands - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ontvang wekelijks stapels nieuwe releases, waarvan het merendeel past in het hokje rootsmuziek of het hokje singer-songwriter.
Mede door het grote aanbod valt het niet mee om op te vallen in deze grote stapel, maar zo af en toe zit er een plaat tussen die onmiddellijk de aandacht weet te trekken. Southlands van Malojian is zo’n plaat.
Malojian is een band rond de uit het Noord-Ierse Belfast afkomstige Stevie Scullion. Malojian laat zich op Southlands zeker beïnvloeden door de Britse folk, maar de plaat klinkt bij vlagen ook heel Amerikaans.
Het valt niet mee om Southlands in het juiste hokje te duwen. Malojian maakt mooie en gloedvolle popmuziek die opvalt door de lome instrumentatie en de bijzondere stem van Stevie Scullion.
Het is stem die herinnert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en aan de folk- en countryrock uit dezelfde periode. Southlands staat vol met tijdloze popliedjes die uit diezelfde jaren 70 lijken te stammen, maar het zijn zeker geen popliedjes die alleen maar aangenaam voortkabbelen. Malojian sluit het ene moment aan bij de oude Britse folk, het volgende moment bij hedendaagse rootsmuziek, om vervolgens weer terug te keren naar de perfecte popliedjes uit de jaren 70.
Heerlijk wegdromen kan hierbij ruw worden verstoord door een gierende gitaar of juist worden versterkt door honingzoete melodieën. De songs van Malojian herinneren niet alleen aan folk, alt-country of 70s pop, maar doen ook wel wat denken aan de intieme en melancholische muziek van Elliott Smith; een volgende reden om eens naar Southlands te luisteren. Beatlesque accenten maken het veelkleurige karakter van Southlands compleet.
Zelf heb ik de plaat heel lang op de stapel laten liggen, maar toen de plaat voor het eerst uit de speakers kwam was ik verkocht. En dat ben ik nog steeds. Sterker nog, Southlands van Malojian wordt alleen maar leuker, mooier en dierbaarder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Malojian - Southlands - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ontvang wekelijks stapels nieuwe releases, waarvan het merendeel past in het hokje rootsmuziek of het hokje singer-songwriter.
Mede door het grote aanbod valt het niet mee om op te vallen in deze grote stapel, maar zo af en toe zit er een plaat tussen die onmiddellijk de aandacht weet te trekken. Southlands van Malojian is zo’n plaat.
Malojian is een band rond de uit het Noord-Ierse Belfast afkomstige Stevie Scullion. Malojian laat zich op Southlands zeker beïnvloeden door de Britse folk, maar de plaat klinkt bij vlagen ook heel Amerikaans.
Het valt niet mee om Southlands in het juiste hokje te duwen. Malojian maakt mooie en gloedvolle popmuziek die opvalt door de lome instrumentatie en de bijzondere stem van Stevie Scullion.
Het is stem die herinnert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en aan de folk- en countryrock uit dezelfde periode. Southlands staat vol met tijdloze popliedjes die uit diezelfde jaren 70 lijken te stammen, maar het zijn zeker geen popliedjes die alleen maar aangenaam voortkabbelen. Malojian sluit het ene moment aan bij de oude Britse folk, het volgende moment bij hedendaagse rootsmuziek, om vervolgens weer terug te keren naar de perfecte popliedjes uit de jaren 70.
Heerlijk wegdromen kan hierbij ruw worden verstoord door een gierende gitaar of juist worden versterkt door honingzoete melodieën. De songs van Malojian herinneren niet alleen aan folk, alt-country of 70s pop, maar doen ook wel wat denken aan de intieme en melancholische muziek van Elliott Smith; een volgende reden om eens naar Southlands te luisteren. Beatlesque accenten maken het veelkleurige karakter van Southlands compleet.
Zelf heb ik de plaat heel lang op de stapel laten liggen, maar toen de plaat voor het eerst uit de speakers kwam was ik verkocht. En dat ben ik nog steeds. Sterker nog, Southlands van Malojian wordt alleen maar leuker, mooier en dierbaarder. Erwin Zijleman
Malojian - This Is Nowhere (2016)

5,0
0
geplaatst: 22 januari 2017, 09:49 uur
Nog maar eens in de schijnwerpers gezet. Nu eindelijk wel op Spotify.
De krenten uit de pop: Malojian - This Is Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De krenten uit de pop: Malojian - This Is Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Malummí - The Universe Is Black (2023)

4,5
0
geplaatst: 26 januari 2024, 11:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Malummi - The Universe Is Black - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Malummi - The Universe Is Black
De Zwitserse band Malummi leverde eind vorig jaar met The Universe Is Black een ruw en eigenzinnig, maar ook mooi en fascinerend album af, dat helaas niet werd onthaald met de superlatieven die het zo verdient
De Braziliaanse zangeres Larissa Rapold en de Italiaanse muzikant en producer Giovanni Vicari maken vanuit het Zwitserse Basel muziek als Malummi. Het leverde eind vorig jaar een album op dat helaas wat tussen wal en schip is gevallen, maar dat echt de aandacht verdient. Het is een album dat opzien baart met songs vol invloeden, waarin vooral de eigenzinnige zang en het ruwe gitaarwerk de aandacht opeisen, maar waarin heel veel moois te ontdekken valt. De ene keer ontspoort de muziek van Malummi volledig, de volgende keer kiest de band voor subtiele schoonheid, maar altijd is er de verrassing. Als er één vergeten album uit 2023 een kans verdient is het dit album.
The Universe Is Black van Malummi verscheen halverwege november toen er door menigeen al druk werd gesleuteld aan de jaarlijstjes. Het album sneeuwde daarom flink onder en hoewel ik zelf pas een maand later aan mijn jaarlijstje begon ben ik het album destijds helaas ook niet tegen gekomen. Inmiddels focus ik mezelf volledig op het muziekjaar 2024, maar The Universe Is Black van Malummi is te mooi en te bijzonder om te laten liggen. Malummi komt uit Zwitserland en dat is een land dat niet bekend staat om goede popmuziek, al zijn er wel wat uitzonderingen. Malummi kan hier ook direct onder worden geschaard, want de band uit Basel heeft een bijzonder album gemaakt.
In Malummi draait veel om zangeres en songwriter Larissa Rapold. De van oorsprong Braziliaanse muzikante zocht haar geluk in eerste instantie in de jazz en bossa nova, maar tapt op het tweede album van Malummi uit een heel ander vaatje. Minstens even belangrijk in de band is de van oorsprong Italiaanse multi-instrumentalist en producer Giovanni Vicari, die de band heeft voorzien van een uniek geluid.
Larissa Rapold en Giovanni Vicari maken op The Universe Is Black muziek die zich lastig in woorden laat vangen. De muziek van Malummi schiet immers echt alle kanten op. Het album opent met ruimtelijke gitaarlijnen, triphop achtige ritmes en de bijzondere stem van Larissa Rapold, die nergens raakt aan de jazz en bossa nova die ze in het verleden kennelijk maakte. Naarmate de track vordert nemen de gitaren steeds meer ruimte in en worden de ritmes zwaarder aangezet. Malummi schuift op richting rock, maar het is geen rock die ik direct kan vergelijken met de muziek van anderen. In een aantal recensies wordt Big Thief genoemd, maar daar hoor ik niet zo veel of zelfs helemaal niets van.
Ook in de tweede track trekken het gitaarspel van Giovanni Vicari en de zang van Larissa Rapold de aandacht. Het gitaarspel is fraai en ruimtelijk, terwijl in de zang de grenzen wat worden opgezocht. Larissa Rapold doet dit zoals Björk dat vroeger wel eens deed, maar waar de zang van de IJslandse muzikante de afgelopen jaren enorm gekunsteld of zelfs kinderachtig klinkt, slaagt de frontvrouw van Malummi er in om de songs van de band te voorzien van een eigenzinnig maar zeer aansprekend geluid.
Malummi klinkt in alle tracks op The Universe Is Black anders dan andere bands die ik ken en zeker wanneer de band los gaat en met name de gitaren ontsporen is het prachtig wat de band uit Basel laat horen. De songs van de band bevatten flink wat invloeden uit de rock, maar ook pop, shoegaze, folk en postpunk dragen bij aan het bijzondere geluid van de Zwitserse band, die met zevenmijlslaarzen door de tijd en door genres loopt en alle inspiratie combineert in een uniek eigen geluid.
Het is een geluid dat door de bijzondere zang en het geweldige gitaarwerk makkelijk indruk maakt en dat doet Larissa Rapold ook met alle passie die ze in haar songs stopt. Het wordt af en toe behoorlijk wild op The Universe Is Black wat een geweldige luistertrip oplevert, maar ook als Malummi gas terug neemt maakt de Zwitserse band makkelijk indruk met intense muziek waarin nooit bij voorbaat duidelijk is welke kant het op gaat, al weet je na een aantal songs wel dat Malummi je blijft verrassen met songs die je niet makkelijk gaat vergeten. De muziek van Malummi kreeg helaas nauwelijks aandacht in 2023, maar wat een opzienbarend album is dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Malummi - The Universe Is Black - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Malummi - The Universe Is Black
De Zwitserse band Malummi leverde eind vorig jaar met The Universe Is Black een ruw en eigenzinnig, maar ook mooi en fascinerend album af, dat helaas niet werd onthaald met de superlatieven die het zo verdient
De Braziliaanse zangeres Larissa Rapold en de Italiaanse muzikant en producer Giovanni Vicari maken vanuit het Zwitserse Basel muziek als Malummi. Het leverde eind vorig jaar een album op dat helaas wat tussen wal en schip is gevallen, maar dat echt de aandacht verdient. Het is een album dat opzien baart met songs vol invloeden, waarin vooral de eigenzinnige zang en het ruwe gitaarwerk de aandacht opeisen, maar waarin heel veel moois te ontdekken valt. De ene keer ontspoort de muziek van Malummi volledig, de volgende keer kiest de band voor subtiele schoonheid, maar altijd is er de verrassing. Als er één vergeten album uit 2023 een kans verdient is het dit album.
The Universe Is Black van Malummi verscheen halverwege november toen er door menigeen al druk werd gesleuteld aan de jaarlijstjes. Het album sneeuwde daarom flink onder en hoewel ik zelf pas een maand later aan mijn jaarlijstje begon ben ik het album destijds helaas ook niet tegen gekomen. Inmiddels focus ik mezelf volledig op het muziekjaar 2024, maar The Universe Is Black van Malummi is te mooi en te bijzonder om te laten liggen. Malummi komt uit Zwitserland en dat is een land dat niet bekend staat om goede popmuziek, al zijn er wel wat uitzonderingen. Malummi kan hier ook direct onder worden geschaard, want de band uit Basel heeft een bijzonder album gemaakt.
In Malummi draait veel om zangeres en songwriter Larissa Rapold. De van oorsprong Braziliaanse muzikante zocht haar geluk in eerste instantie in de jazz en bossa nova, maar tapt op het tweede album van Malummi uit een heel ander vaatje. Minstens even belangrijk in de band is de van oorsprong Italiaanse multi-instrumentalist en producer Giovanni Vicari, die de band heeft voorzien van een uniek geluid.
Larissa Rapold en Giovanni Vicari maken op The Universe Is Black muziek die zich lastig in woorden laat vangen. De muziek van Malummi schiet immers echt alle kanten op. Het album opent met ruimtelijke gitaarlijnen, triphop achtige ritmes en de bijzondere stem van Larissa Rapold, die nergens raakt aan de jazz en bossa nova die ze in het verleden kennelijk maakte. Naarmate de track vordert nemen de gitaren steeds meer ruimte in en worden de ritmes zwaarder aangezet. Malummi schuift op richting rock, maar het is geen rock die ik direct kan vergelijken met de muziek van anderen. In een aantal recensies wordt Big Thief genoemd, maar daar hoor ik niet zo veel of zelfs helemaal niets van.
Ook in de tweede track trekken het gitaarspel van Giovanni Vicari en de zang van Larissa Rapold de aandacht. Het gitaarspel is fraai en ruimtelijk, terwijl in de zang de grenzen wat worden opgezocht. Larissa Rapold doet dit zoals Björk dat vroeger wel eens deed, maar waar de zang van de IJslandse muzikante de afgelopen jaren enorm gekunsteld of zelfs kinderachtig klinkt, slaagt de frontvrouw van Malummi er in om de songs van de band te voorzien van een eigenzinnig maar zeer aansprekend geluid.
Malummi klinkt in alle tracks op The Universe Is Black anders dan andere bands die ik ken en zeker wanneer de band los gaat en met name de gitaren ontsporen is het prachtig wat de band uit Basel laat horen. De songs van de band bevatten flink wat invloeden uit de rock, maar ook pop, shoegaze, folk en postpunk dragen bij aan het bijzondere geluid van de Zwitserse band, die met zevenmijlslaarzen door de tijd en door genres loopt en alle inspiratie combineert in een uniek eigen geluid.
Het is een geluid dat door de bijzondere zang en het geweldige gitaarwerk makkelijk indruk maakt en dat doet Larissa Rapold ook met alle passie die ze in haar songs stopt. Het wordt af en toe behoorlijk wild op The Universe Is Black wat een geweldige luistertrip oplevert, maar ook als Malummi gas terug neemt maakt de Zwitserse band makkelijk indruk met intense muziek waarin nooit bij voorbaat duidelijk is welke kant het op gaat, al weet je na een aantal songs wel dat Malummi je blijft verrassen met songs die je niet makkelijk gaat vergeten. De muziek van Malummi kreeg helaas nauwelijks aandacht in 2023, maar wat een opzienbarend album is dit. Erwin Zijleman
Mammal Hands - Captured Spirits (2020)

4,5
2
geplaatst: 16 september 2020, 16:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mammal Hands - Captured Spirits - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mammal Hands - Captured Spirits
De Britse band Mammal Hands wordt in het hoekje jazz geduwd, maar Captured Spirits is veel meer dan alleen een jazzalbum en imponeert met flink wat avontuur en muzikaal vuurwerk
Captured Spirits van Mammal Hands is een fascinerend album dat alle kanten op schiet. Van rustgevende en bijna ambient klanken tot eclectisch muzikaal vuurwerk. De band past in het hokje jazz, maar de pianist, saxofonist en de drummer van de band verkennen ook andere genres en spelen bovendien de sterren van de hemel. Captured Spirits is een beeldend album dat wegdromen toestaat, maar het is ook een intrigerend album dat je tot op de laatste noot wilt uitpluizen. Ik loop de bak met jazz meestal voorbij, maar wat ben ik blij dat ik het nieuwe album van Mammal Hands niet heb laten liggen. Wat een prachtplaat.
Van jazz kan ik erg nerveus worden, zeker als het van de hak op de tak springt, wat in het genre zeker niet ongebruikelijk is. Ik had Captured Spirits van de Britse band Mammal Hands daarom in eerste instantie aan de kant geschoven, maar toen ik het album voor de zekerheid toch even beluisterde, was ik direct verkocht.
Mammal Hands staat te boek als jazzband, maar de jazz op Captured Spirits is meestal niet van het gejaagde soort. Het album opent met fraaie en rustgevende pianoklanken en het zijn pianoklanken die je verwacht in de neoklassieke muziek en in de ambient. Het wordt gecombineerd met een al even mooie bijdrage van een blazer, in het geval van Mammal Hands een saxofoon. Alleen de drummer van de band voert het tempo wat op en verrast met geweldige en soms onnavolgbare ritmes.
Mat name door het fantastische drumwerk is de openingstrack van Captured Spirits er een vol dynamiek en hoewel de pianoklanken en de bijdragen van de saxofoon niet heel veel variëren, laten ze zich uiteindelijk toch wat opjagen door de fascinerende ritmes. Mammal Hands heeft op haar nieuwe album niet heel veel meer nodig dan piano, saxofoon en drums, maar toch verveelt Captured Spirits geen moment. Het album van de Britse band heeft zo nu een voorzichtig rustgevende uitwerking, maar op hetzelfde moment gebeurt er zoveel spannends in de muziek van de Britse band dat je wegdromen nog maar even uitstelt.
Het begint overigens bij een stel geweldige muzikanten, want de pianist, saxofonist en drummer van de band kunnen er wat van. Het leidt in de jazz met enige regelmaat tot ongeremd muzikaal spierballenvertoon, maar bij Mammal Hands staan de songs centraal. Het zijn songs die het prima doen op de achtergrond, maar die volledige aandacht verdienen. Het zijn ook songs die niet zouden misstaan op een soundtrack, want de instrumentale songs van Mammal Hands beschikken absoluut over beeldend vermogen.
Captured Spirits is zeker niet over de hele linie een ingetogen album. In Late Bloomer gaat de band volledig los en schieten met name de drummer en de saxofonist alle kanten op. Ik ben er in de jazzmuziek meestal niet gek op, maar dit is prachtig vuurwerk. De drummer van de band kan ook nog op de tabla uit de voeten, wat de muziek van Mammal Hands een zetje geeft richting wereldmuziek.
Het zorgt ervoor dat de muziek die bestaat uit drie hoofdingrediënten met hier en daar een snufje elektronica verrassend veelzijdig is en je steeds weer weet te verrassen met nieuwe invalshoeken. Van kabbelende beekjes, fluitende vogeltjes en bijpassende rustgevende klanken tot buitengewoon enerverend muzikaal vuurwerk vol dynamiek. Het steekt allemaal zo ongelooflijk knap in elkaar dat je ook na meerdere luisterbeurten nog lang niet alles gehord hebt, waardoor het album maar aan kracht blijft winnen.
Met jazz wil het bij mij lang niet altijd lukken, maar van Captured Spirits van Mammal Hands krijg ik vooralsnog geen genoeg. Het is een prachtig album voor de kleine uurtjes, al is het dan even schrikken wanneer het toch even losbarst, maar ook de rest van de dag fascineert de muziek van het Britse drietal meedogenloos. Het is smullen voor liefhebbers van dit soort jazz, maar ook een ieder die de bak met jazz normaal gesproken voorbij loopt, zou dit echt eens moeten proberen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mammal Hands - Captured Spirits - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mammal Hands - Captured Spirits
De Britse band Mammal Hands wordt in het hoekje jazz geduwd, maar Captured Spirits is veel meer dan alleen een jazzalbum en imponeert met flink wat avontuur en muzikaal vuurwerk
Captured Spirits van Mammal Hands is een fascinerend album dat alle kanten op schiet. Van rustgevende en bijna ambient klanken tot eclectisch muzikaal vuurwerk. De band past in het hokje jazz, maar de pianist, saxofonist en de drummer van de band verkennen ook andere genres en spelen bovendien de sterren van de hemel. Captured Spirits is een beeldend album dat wegdromen toestaat, maar het is ook een intrigerend album dat je tot op de laatste noot wilt uitpluizen. Ik loop de bak met jazz meestal voorbij, maar wat ben ik blij dat ik het nieuwe album van Mammal Hands niet heb laten liggen. Wat een prachtplaat.
Van jazz kan ik erg nerveus worden, zeker als het van de hak op de tak springt, wat in het genre zeker niet ongebruikelijk is. Ik had Captured Spirits van de Britse band Mammal Hands daarom in eerste instantie aan de kant geschoven, maar toen ik het album voor de zekerheid toch even beluisterde, was ik direct verkocht.
Mammal Hands staat te boek als jazzband, maar de jazz op Captured Spirits is meestal niet van het gejaagde soort. Het album opent met fraaie en rustgevende pianoklanken en het zijn pianoklanken die je verwacht in de neoklassieke muziek en in de ambient. Het wordt gecombineerd met een al even mooie bijdrage van een blazer, in het geval van Mammal Hands een saxofoon. Alleen de drummer van de band voert het tempo wat op en verrast met geweldige en soms onnavolgbare ritmes.
Mat name door het fantastische drumwerk is de openingstrack van Captured Spirits er een vol dynamiek en hoewel de pianoklanken en de bijdragen van de saxofoon niet heel veel variëren, laten ze zich uiteindelijk toch wat opjagen door de fascinerende ritmes. Mammal Hands heeft op haar nieuwe album niet heel veel meer nodig dan piano, saxofoon en drums, maar toch verveelt Captured Spirits geen moment. Het album van de Britse band heeft zo nu een voorzichtig rustgevende uitwerking, maar op hetzelfde moment gebeurt er zoveel spannends in de muziek van de Britse band dat je wegdromen nog maar even uitstelt.
Het begint overigens bij een stel geweldige muzikanten, want de pianist, saxofonist en drummer van de band kunnen er wat van. Het leidt in de jazz met enige regelmaat tot ongeremd muzikaal spierballenvertoon, maar bij Mammal Hands staan de songs centraal. Het zijn songs die het prima doen op de achtergrond, maar die volledige aandacht verdienen. Het zijn ook songs die niet zouden misstaan op een soundtrack, want de instrumentale songs van Mammal Hands beschikken absoluut over beeldend vermogen.
Captured Spirits is zeker niet over de hele linie een ingetogen album. In Late Bloomer gaat de band volledig los en schieten met name de drummer en de saxofonist alle kanten op. Ik ben er in de jazzmuziek meestal niet gek op, maar dit is prachtig vuurwerk. De drummer van de band kan ook nog op de tabla uit de voeten, wat de muziek van Mammal Hands een zetje geeft richting wereldmuziek.
Het zorgt ervoor dat de muziek die bestaat uit drie hoofdingrediënten met hier en daar een snufje elektronica verrassend veelzijdig is en je steeds weer weet te verrassen met nieuwe invalshoeken. Van kabbelende beekjes, fluitende vogeltjes en bijpassende rustgevende klanken tot buitengewoon enerverend muzikaal vuurwerk vol dynamiek. Het steekt allemaal zo ongelooflijk knap in elkaar dat je ook na meerdere luisterbeurten nog lang niet alles gehord hebt, waardoor het album maar aan kracht blijft winnen.
Met jazz wil het bij mij lang niet altijd lukken, maar van Captured Spirits van Mammal Hands krijg ik vooralsnog geen genoeg. Het is een prachtig album voor de kleine uurtjes, al is het dan even schrikken wanneer het toch even losbarst, maar ook de rest van de dag fascineert de muziek van het Britse drietal meedogenloos. Het is smullen voor liefhebbers van dit soort jazz, maar ook een ieder die de bak met jazz normaal gesproken voorbij loopt, zou dit echt eens moeten proberen. Erwin Zijleman
Mandolin Orange - Blindfaller (2016)

4,5
3
geplaatst: 13 november 2016, 12:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mandolin Orange - Blindfaller - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Meestal kan ik maar heel moeilijk kiezen uit de flinke stapel recente platen die wacht op beluistering, maar op de avond dat ik deze recensie schrijf kon eigenlijk niets me boeien. Zeker 30 platen kwamen voorbij, maar niets hield het langer dan een paar minuten vol.
Ik was inmiddels terecht gekomen bij de al bijna afgeschreven platen van een maand of twee geleden en wilde er eigenlijk mee gaan stoppen, toen er opeens toch een plaat voorbij kwam die me wel wist te raken.
Het was een plaat die me, ondanks de mooie cover, eigenlijk nog nooit was opgevallen, maar inmiddels vind ik hem prachtig en weet ik zeker dat ik er nog heel vaak naar ga luisteren.
Het gaat om Blindfaller van Mandolin Orange. Het was een naam die me helemaal niets zei, maar het blijkt een duo uit Chapel Hill, North Carolina, dat bestaat uit Andrew Marlin en Emily Frantz. Blindfaller is zeker niet hun eerste plaat, maar wel de eerste die mijn aandacht weet te trekken.
Beiden muzikanten kunnen op meerdere instrumenten uit de voeten en beiden beschikken bovendien over een bijzonder fraaie stem. Andrew Marlin en Emily Frantz kunnen waarschijnlijk prima in hun uppie uit de voeten, maar als ze samen muziek maken gebeurt er iets. Dat heeft vooral te maken met hun prachtig bij elkaar kleurende en elkaar versterkende stemmen, maar ook in muzikaal opzicht stuwen de twee elkaar naar grote hoogten.
Mandolin Orange maakt Amerikaanse rootsmuziek die meerdere richtingen op kan schieten. Een aantal tracks past uitstekend in het hokje bluegrass, maar de twee maken ook pure folk en country, muziek met invloeden uit de gospel of juist net wat lichtvoetigere songs met een vleugje pop.
Het is muziek die opvalt door een prachtige instrumentatie, met een hoofdrol voor akoestische en elektrische gitaren, de mandoline (uiteraard) en prachtig en zeer trefzeker vioolwerk. Andrew Marlin en Emily Frantz kunnen uitstekend uit de voeten in songs met een behoorlijk ingetogen instrumentatie, waarin hun stemmen voor het vuurwerk moeten zorgen, maar als je een instrument virtuoos kunt bespelen mag je dat natuurlijk ook best laten horen en dat doen ze dan ook.
Blindfaller van Mandolin Orange doet me afwisselend denken aan de platen van Alison Kraus, Nickel Creek, Gillian Welch en Dave Rawlings en hier en daar ook aan het al weer vergeten duo The Civil Wars, maar heeft ook een bijzonder eigen geluid, dat in iedere song weer net wat anders klinkt. Het levert een plaat op die iets met me doet en die dat bovendien in steeds sterkere mate doet.
Waaraan het precies ligt weet ik niet, maar vanavond weten alleen Andrew Marlin en Emily Frantz uit North Carolina me te raken met hun mooie en gloedvolle songs vol fraaie accenten en met stemmen die overlopen van emotie. Op een avond waarop eigenlijk geen enkele plaat me weet te boeien, vind ik Blindfaller van Mandolin Orange van de eerste tot de laatste noot prachtig; ik ben benieuwd wat ik er over een paar dagen van vind. Grote kans echter dat deze nieuwe plaat van Mandolin Orange een blijvertje is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mandolin Orange - Blindfaller - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Meestal kan ik maar heel moeilijk kiezen uit de flinke stapel recente platen die wacht op beluistering, maar op de avond dat ik deze recensie schrijf kon eigenlijk niets me boeien. Zeker 30 platen kwamen voorbij, maar niets hield het langer dan een paar minuten vol.
Ik was inmiddels terecht gekomen bij de al bijna afgeschreven platen van een maand of twee geleden en wilde er eigenlijk mee gaan stoppen, toen er opeens toch een plaat voorbij kwam die me wel wist te raken.
Het was een plaat die me, ondanks de mooie cover, eigenlijk nog nooit was opgevallen, maar inmiddels vind ik hem prachtig en weet ik zeker dat ik er nog heel vaak naar ga luisteren.
Het gaat om Blindfaller van Mandolin Orange. Het was een naam die me helemaal niets zei, maar het blijkt een duo uit Chapel Hill, North Carolina, dat bestaat uit Andrew Marlin en Emily Frantz. Blindfaller is zeker niet hun eerste plaat, maar wel de eerste die mijn aandacht weet te trekken.
Beiden muzikanten kunnen op meerdere instrumenten uit de voeten en beiden beschikken bovendien over een bijzonder fraaie stem. Andrew Marlin en Emily Frantz kunnen waarschijnlijk prima in hun uppie uit de voeten, maar als ze samen muziek maken gebeurt er iets. Dat heeft vooral te maken met hun prachtig bij elkaar kleurende en elkaar versterkende stemmen, maar ook in muzikaal opzicht stuwen de twee elkaar naar grote hoogten.
Mandolin Orange maakt Amerikaanse rootsmuziek die meerdere richtingen op kan schieten. Een aantal tracks past uitstekend in het hokje bluegrass, maar de twee maken ook pure folk en country, muziek met invloeden uit de gospel of juist net wat lichtvoetigere songs met een vleugje pop.
Het is muziek die opvalt door een prachtige instrumentatie, met een hoofdrol voor akoestische en elektrische gitaren, de mandoline (uiteraard) en prachtig en zeer trefzeker vioolwerk. Andrew Marlin en Emily Frantz kunnen uitstekend uit de voeten in songs met een behoorlijk ingetogen instrumentatie, waarin hun stemmen voor het vuurwerk moeten zorgen, maar als je een instrument virtuoos kunt bespelen mag je dat natuurlijk ook best laten horen en dat doen ze dan ook.
Blindfaller van Mandolin Orange doet me afwisselend denken aan de platen van Alison Kraus, Nickel Creek, Gillian Welch en Dave Rawlings en hier en daar ook aan het al weer vergeten duo The Civil Wars, maar heeft ook een bijzonder eigen geluid, dat in iedere song weer net wat anders klinkt. Het levert een plaat op die iets met me doet en die dat bovendien in steeds sterkere mate doet.
Waaraan het precies ligt weet ik niet, maar vanavond weten alleen Andrew Marlin en Emily Frantz uit North Carolina me te raken met hun mooie en gloedvolle songs vol fraaie accenten en met stemmen die overlopen van emotie. Op een avond waarop eigenlijk geen enkele plaat me weet te boeien, vind ik Blindfaller van Mandolin Orange van de eerste tot de laatste noot prachtig; ik ben benieuwd wat ik er over een paar dagen van vind. Grote kans echter dat deze nieuwe plaat van Mandolin Orange een blijvertje is. Erwin Zijleman
Mandolin Orange - Tides of a Teardrop (2019)

4,0
3
geplaatst: 5 februari 2019, 17:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mandolin Orange - Tides Of A Teardrop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mandolin Orange kiest dit keer voor totale onthaasting, wat absoluut wennen is, maar na enig wennen groeit de plaat snel
Mandolin Orange maakte ruim twee jaar geleden diepe indruk met het fraaie Blindfaller. Opvolger Tides Of A Teardrop klinkt op het eerste gehoor een stuk gezapiger, maar het is een plaat die zich steeds nadrukkelijker opdringt. De instrumentatie is subtiel, de zang is ingetogen en intiem, de songs zijn loom en warmbloedig. Hoe vaker ik naar de nieuwe plaat van Mandolin Orange luister, hoe mooier het allemaal wordt. Zeker op een koude winterochtend of kille winteravond slaat de muziek van Mandolin Orange zich als een warme deken om je heen en openbaart de schoonheid van de muziek van het Amerikaanse duo zich meer en meer.
Het Amerikaanse duo Mandolin Orange bestaat dit jaar tien jaar en debuteerde in 2010 met een in eigen beheer uitgebracht debuut.
Zelf ken ik het tweetal uit Chapel Hill, North Carolina, pas sinds de herfst van 2016, toen de vijfde plaat van Mandolin Orange verscheen. Blindfaller lag bij mij een tijd op de stapel, maar toen ik eenmaal kennis had gemaakt met de muziek van Mandolin Orange was ik direct verkocht.
Andrew Marlin en Emily Frantz maakten op Blindfaller indruk met een mix van bluegrass, folk en country, met een verzorgd klinkende instrumentatie en met prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Het riep bij mij associaties op met de muziek van onder andere Alison Kraus, Nickel Creek, Gillian Welch en Dave Rawlings en The Civil Wars, maar hier kan ik nog flink wat namen aan toevoegen.
Mandolin Orange is nog altijd een duo, maar net als op Blindfaller, hebben Andrew Marlin en Emily Frantz op de nieuwe plaat gekozen voor bijdragen van flink wat gastmuzikanten, waardoor de plaat vol en warm klinkt. Waar Blindfaller me onmiddellijk wist te overtuigen, deed Tides Of A Teardrop dat echter niet. De nieuwe plaat van Mandolin Orange vond ik op het eerste gehoor nogal gezapig klinken, waardoor de aandacht snel verslapte. Het feit dat de vocalen van Emily Frantz in de eerste twee tracks vrijwel afwezig waren versterkte de teleurstelling nog wat.
De zang van Emily Frantz duikt in de derde track gelukkig op en mijn enthousiasme over de nieuwe plaat van Mandolin Orange nam onmiddellijk toe. Toch bleef het gevoel hangen dat het allemaal wel erg loom of zelfs gezapig klonk. Mijn mening veranderde eigenlijk pas toen ik de plaat op een regenachtige zaterdagochtend uit de speakers liet komen. Tides Of A Teardrop sloeg zich opeens als een warme deken om me heen en de liefde voor de nieuwe plaat van het duo uit North Carolina is sindsdien alleen maar gegroeid.
Mandolin Orange kiest op haar nieuwe plaat voor een uiterst ingetogen en nogal loom geluid. Het is een geluid waarin de muzikale hoogstandjes zijn verruild voor uiterst subtiele bijdragen. Ook in vocaal opzicht is Tides Of A Teardrop een behoorlijk ingetogen plaat. Andrew Marlin en Emily Frantz nemen afwisselend de lead-vocalen voor hun rekening en kiezen wat minder vaak voor de fraaie harmonieën die hun vorige plaat zo bijzonder maakten. Zeker bij eerste beluistering klinkt de zang ingetogen en ingehouden, maar ook de zang groeit wanneer je wat vaker naar de plaat hebt geluisterd.
Tides Of A Teardrop is, net als zijn voorgangers, diep geworteld in de tradities van de Amerikaanse folk, country en bluegrass, maar Andrew Marlin en Emily Frantz hebben dit keer niet gekozen voor muzikale hoogstandjes en passievolle vocalen, maar voor subtiliteit en intimiteit. Luister met net wat meer aandacht naar Tides Of A Teardrop en de op het eerste gehoor wat gezapige klanken komen tot leven en de teksten over verlies blijken fraai en indringend.
De subtiele instrumentatie zit vol prachtige accenten, geweldig snarenwerk en fraaie vioolbijdragen en ook in vocaal opzicht is het vaak smullen. Om te kunnen genieten van de nieuwe plaat van Mandolin Orange moeten het lichaam en de geest echter wel tijdelijk in een lagere versnelling. Mandolin Orange heeft geen haast op haar nieuwe plaat en zorgt voor totale onthaasting. Sinds ik weet hoe ik naar de plaat moet luisteren, wordt Tides Of A Teardrop steeds beter en wordt de plaat me steeds dierbaarder. Zeker op een regenachtige ochtend is het genieten, maar ik weet zeker dat alle andere uren die ik reserveer voor het luisteren naar muziek snel zullen volgen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mandolin Orange - Tides Of A Teardrop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mandolin Orange kiest dit keer voor totale onthaasting, wat absoluut wennen is, maar na enig wennen groeit de plaat snel
Mandolin Orange maakte ruim twee jaar geleden diepe indruk met het fraaie Blindfaller. Opvolger Tides Of A Teardrop klinkt op het eerste gehoor een stuk gezapiger, maar het is een plaat die zich steeds nadrukkelijker opdringt. De instrumentatie is subtiel, de zang is ingetogen en intiem, de songs zijn loom en warmbloedig. Hoe vaker ik naar de nieuwe plaat van Mandolin Orange luister, hoe mooier het allemaal wordt. Zeker op een koude winterochtend of kille winteravond slaat de muziek van Mandolin Orange zich als een warme deken om je heen en openbaart de schoonheid van de muziek van het Amerikaanse duo zich meer en meer.
Het Amerikaanse duo Mandolin Orange bestaat dit jaar tien jaar en debuteerde in 2010 met een in eigen beheer uitgebracht debuut.
Zelf ken ik het tweetal uit Chapel Hill, North Carolina, pas sinds de herfst van 2016, toen de vijfde plaat van Mandolin Orange verscheen. Blindfaller lag bij mij een tijd op de stapel, maar toen ik eenmaal kennis had gemaakt met de muziek van Mandolin Orange was ik direct verkocht.
Andrew Marlin en Emily Frantz maakten op Blindfaller indruk met een mix van bluegrass, folk en country, met een verzorgd klinkende instrumentatie en met prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Het riep bij mij associaties op met de muziek van onder andere Alison Kraus, Nickel Creek, Gillian Welch en Dave Rawlings en The Civil Wars, maar hier kan ik nog flink wat namen aan toevoegen.
Mandolin Orange is nog altijd een duo, maar net als op Blindfaller, hebben Andrew Marlin en Emily Frantz op de nieuwe plaat gekozen voor bijdragen van flink wat gastmuzikanten, waardoor de plaat vol en warm klinkt. Waar Blindfaller me onmiddellijk wist te overtuigen, deed Tides Of A Teardrop dat echter niet. De nieuwe plaat van Mandolin Orange vond ik op het eerste gehoor nogal gezapig klinken, waardoor de aandacht snel verslapte. Het feit dat de vocalen van Emily Frantz in de eerste twee tracks vrijwel afwezig waren versterkte de teleurstelling nog wat.
De zang van Emily Frantz duikt in de derde track gelukkig op en mijn enthousiasme over de nieuwe plaat van Mandolin Orange nam onmiddellijk toe. Toch bleef het gevoel hangen dat het allemaal wel erg loom of zelfs gezapig klonk. Mijn mening veranderde eigenlijk pas toen ik de plaat op een regenachtige zaterdagochtend uit de speakers liet komen. Tides Of A Teardrop sloeg zich opeens als een warme deken om me heen en de liefde voor de nieuwe plaat van het duo uit North Carolina is sindsdien alleen maar gegroeid.
Mandolin Orange kiest op haar nieuwe plaat voor een uiterst ingetogen en nogal loom geluid. Het is een geluid waarin de muzikale hoogstandjes zijn verruild voor uiterst subtiele bijdragen. Ook in vocaal opzicht is Tides Of A Teardrop een behoorlijk ingetogen plaat. Andrew Marlin en Emily Frantz nemen afwisselend de lead-vocalen voor hun rekening en kiezen wat minder vaak voor de fraaie harmonieën die hun vorige plaat zo bijzonder maakten. Zeker bij eerste beluistering klinkt de zang ingetogen en ingehouden, maar ook de zang groeit wanneer je wat vaker naar de plaat hebt geluisterd.
Tides Of A Teardrop is, net als zijn voorgangers, diep geworteld in de tradities van de Amerikaanse folk, country en bluegrass, maar Andrew Marlin en Emily Frantz hebben dit keer niet gekozen voor muzikale hoogstandjes en passievolle vocalen, maar voor subtiliteit en intimiteit. Luister met net wat meer aandacht naar Tides Of A Teardrop en de op het eerste gehoor wat gezapige klanken komen tot leven en de teksten over verlies blijken fraai en indringend.
De subtiele instrumentatie zit vol prachtige accenten, geweldig snarenwerk en fraaie vioolbijdragen en ook in vocaal opzicht is het vaak smullen. Om te kunnen genieten van de nieuwe plaat van Mandolin Orange moeten het lichaam en de geest echter wel tijdelijk in een lagere versnelling. Mandolin Orange heeft geen haast op haar nieuwe plaat en zorgt voor totale onthaasting. Sinds ik weet hoe ik naar de plaat moet luisteren, wordt Tides Of A Teardrop steeds beter en wordt de plaat me steeds dierbaarder. Zeker op een regenachtige ochtend is het genieten, maar ik weet zeker dat alle andere uren die ik reserveer voor het luisteren naar muziek snel zullen volgen. Erwin Zijleman
Mapache - Swinging Stars (2023)

4,0
0
geplaatst: 12 december 2023, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mapache - Swinging Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mapache - Swinging Stars
De Amerikaanse band Mapache maakt op haar vijfde album Swinging Stars tijdloos klinkende Amerikaanse Westcoast rootsmuziek, die zo warm en aangenaam klinkt dat je maar naar dit album blijft luisteren\
Het zijn niet veel jaarlijstjes waarin Swinging Stars van Mapache is opgenomen, maar de lijstjes die wel een plek hebben ingeruimd voor de band uit Los Angeles hebben het bij het juiste eind. Swinging Stars laat een album lang tijdloze klanken horen, die afwisselend citeren uit de archieven van de Westcoast pop, de Laurel Canyon folk en de countryrock. Al deze invloeden komen samen in een aangenaam warm en laidback geluid. Het is ook een zeer smaakvol geluid, waarin vooral de gitaren en de zang de aandacht trekken. Swinging Stars klinkt op een of andere manier direct vertrouwd, maar pas na een paar keer horen hoe je hoe goed dit wat ondergesneeuwde album eigenlijk is.
In een aantal jaarlijstjes die vooral gevuld zijn met Amerikaanse rootsmuziek kom ik Swinging Stars van de band Mapache tegen. Het is een band die ik volgens mij nog niet eerder ben tegen gekomen, terwijl Swinging Stars toch al het vijfde album is van Mapache. Het is een album dat in de zomer positieve recensies kreeg, maar ook die zijn me niet opgevallen.
De band uit Los Angeles opent haar vijfde album met een Spaanstalige track, die opvalt door een subtiel en laidback geluid vol mooi gitaarwerk. Het deed me wel wat aan Los Lobos denken en dat was reden genoeg om verder te luisteren. De openingstrack van Swinging Stars blijkt een wat atypische track, want Mapache kiest verder vrijwel uitsluitend voor Engelstalige songs, die ook in muzikaal opzicht wat afwijken van de eerste track op het album.
Toch zijn er naarmate het album vordert ook flink wat overeenkomsten te horen met de openingstrack, want ook op de rest van het album maakt Mapache vooral laidback muziek en maakt het indruk met fraaie klanken. Ook in vocaal opzicht maakt de Amerikaanse band makkelijk indruk, want de zang klinkt al even aangenaam als de zeer smaakvolle muziek op Swinging Stars.
Mapache maakt op haar vijfde album vooral muziek zoals die in de jaren 60 en 70 wel vaker werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust. De muziek van de band uit Los Angeles wordt wel omschreven als Cosmic Westcoast pop en dat is een aardige omschrijving. Het is echter ook een omschrijving waarmee je de muziek van Mapache wat te kort doet.
Wanneer de band een pedal steel toevoegt aan haar songs, schuift de muziek op Swinging Stars immers makkelijk op richting 70s countryrock, maar in andere songs hoor ik ook flarden Laurel Canyon folk, terwijl Mapache de harmonieën van The Everly Brothers eert wanneer meerstemmige zang wordt ingezet. Laten we het er maar op houden dat de band uit Los Angeles zich breed laat beïnvloeden op haar vijfde album.
Los van de invloeden die domineren klinkt de muziek van de band altijd warm en laidback. Swinging Stars is een heerlijk album om bij te ontspannen en het is een album dat de ruimte vult met opvallend warme klanken. Dat ontspannen gaat zo makkelijk omdat Swinging Stars klinkt als een album dat je ook bij eerste beluistering al heel lang lijkt te kennen.
Mapache laat zich beïnvloeden door een flinke stapel albums uit het verleden, maar smeedt alle invloeden fraai samen in een bijzonder aangenaam geluid. Het is een geluid dat het heerlijk doet op de achtergrond, maar het vijfde album van Mapache verdient veel meer dan dat. De band strooit immers met prachtige klanken, waarin met name de gitaren uitblinken, maar de solide basis minstens even belangrijk is. Ook de zang op het album is echt prachtig, zeker wanneer de band meerdere stemmen in zet.
Swinging Stars is een album dat niet heel driftig op zoek is naar vernieuwing en ook best een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden. Mapache tikt hierbij telkens weer een opvallend hoog niveau aan, waardoor ik begrijp dat het album opduikt in een aantal jaarlijstjes. Aan de andere kant begrijp ik ook wel dat Swinging Stars makkelijk over het hoofd is gezien. Het aanbod aan dit soort retro albums is immers moordend groot en je moet wel even wat verder luisteren dan een paar tracks om de fraaie muziek van Mapache op de juiste waarde te kunnen schatten. Wanneer je dit eenmaal hebt gedaan heb je er, net als ik, een vaste metgezel voor kille winteravonden bij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mapache - Swinging Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mapache - Swinging Stars
De Amerikaanse band Mapache maakt op haar vijfde album Swinging Stars tijdloos klinkende Amerikaanse Westcoast rootsmuziek, die zo warm en aangenaam klinkt dat je maar naar dit album blijft luisteren\
Het zijn niet veel jaarlijstjes waarin Swinging Stars van Mapache is opgenomen, maar de lijstjes die wel een plek hebben ingeruimd voor de band uit Los Angeles hebben het bij het juiste eind. Swinging Stars laat een album lang tijdloze klanken horen, die afwisselend citeren uit de archieven van de Westcoast pop, de Laurel Canyon folk en de countryrock. Al deze invloeden komen samen in een aangenaam warm en laidback geluid. Het is ook een zeer smaakvol geluid, waarin vooral de gitaren en de zang de aandacht trekken. Swinging Stars klinkt op een of andere manier direct vertrouwd, maar pas na een paar keer horen hoe je hoe goed dit wat ondergesneeuwde album eigenlijk is.
In een aantal jaarlijstjes die vooral gevuld zijn met Amerikaanse rootsmuziek kom ik Swinging Stars van de band Mapache tegen. Het is een band die ik volgens mij nog niet eerder ben tegen gekomen, terwijl Swinging Stars toch al het vijfde album is van Mapache. Het is een album dat in de zomer positieve recensies kreeg, maar ook die zijn me niet opgevallen.
De band uit Los Angeles opent haar vijfde album met een Spaanstalige track, die opvalt door een subtiel en laidback geluid vol mooi gitaarwerk. Het deed me wel wat aan Los Lobos denken en dat was reden genoeg om verder te luisteren. De openingstrack van Swinging Stars blijkt een wat atypische track, want Mapache kiest verder vrijwel uitsluitend voor Engelstalige songs, die ook in muzikaal opzicht wat afwijken van de eerste track op het album.
Toch zijn er naarmate het album vordert ook flink wat overeenkomsten te horen met de openingstrack, want ook op de rest van het album maakt Mapache vooral laidback muziek en maakt het indruk met fraaie klanken. Ook in vocaal opzicht maakt de Amerikaanse band makkelijk indruk, want de zang klinkt al even aangenaam als de zeer smaakvolle muziek op Swinging Stars.
Mapache maakt op haar vijfde album vooral muziek zoals die in de jaren 60 en 70 wel vaker werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust. De muziek van de band uit Los Angeles wordt wel omschreven als Cosmic Westcoast pop en dat is een aardige omschrijving. Het is echter ook een omschrijving waarmee je de muziek van Mapache wat te kort doet.
Wanneer de band een pedal steel toevoegt aan haar songs, schuift de muziek op Swinging Stars immers makkelijk op richting 70s countryrock, maar in andere songs hoor ik ook flarden Laurel Canyon folk, terwijl Mapache de harmonieën van The Everly Brothers eert wanneer meerstemmige zang wordt ingezet. Laten we het er maar op houden dat de band uit Los Angeles zich breed laat beïnvloeden op haar vijfde album.
Los van de invloeden die domineren klinkt de muziek van de band altijd warm en laidback. Swinging Stars is een heerlijk album om bij te ontspannen en het is een album dat de ruimte vult met opvallend warme klanken. Dat ontspannen gaat zo makkelijk omdat Swinging Stars klinkt als een album dat je ook bij eerste beluistering al heel lang lijkt te kennen.
Mapache laat zich beïnvloeden door een flinke stapel albums uit het verleden, maar smeedt alle invloeden fraai samen in een bijzonder aangenaam geluid. Het is een geluid dat het heerlijk doet op de achtergrond, maar het vijfde album van Mapache verdient veel meer dan dat. De band strooit immers met prachtige klanken, waarin met name de gitaren uitblinken, maar de solide basis minstens even belangrijk is. Ook de zang op het album is echt prachtig, zeker wanneer de band meerdere stemmen in zet.
Swinging Stars is een album dat niet heel driftig op zoek is naar vernieuwing en ook best een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden. Mapache tikt hierbij telkens weer een opvallend hoog niveau aan, waardoor ik begrijp dat het album opduikt in een aantal jaarlijstjes. Aan de andere kant begrijp ik ook wel dat Swinging Stars makkelijk over het hoofd is gezien. Het aanbod aan dit soort retro albums is immers moordend groot en je moet wel even wat verder luisteren dan een paar tracks om de fraaie muziek van Mapache op de juiste waarde te kunnen schatten. Wanneer je dit eenmaal hebt gedaan heb je er, net als ik, een vaste metgezel voor kille winteravonden bij. Erwin Zijleman
Maple Glider - I Get Into Trouble (2023)

4,5
1
geplaatst: 29 december 2023, 15:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maple Glider - I Get Into Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maple Glider - I Get Into Trouble
De Australische muzikante Tori Zietsch maakte tweeënhalf jaar geleden flink wat indruk met haar debuutalbum als Maple Glider, maar overtreft dit debuut met haar tweede album echt op alle fronten
De meest succesvolle indiefolk wordt momenteel in Los Angeles gemaakt, maar qua schoonheid kunnen ze er in Australië ook wat van. De uit Melbourne afkomstige muzikante Tori Zietsch heeft als Maple Glider met I Get Into Trouble een album van een bijzondere schoonheid gemaakt. Het album borduurt voort op het debuutalbum van de Australische muzikante, maar laat ook op alle fronten groei horen. De songs zijn persoonlijk en indringend en de muziek klinkt prachtig, maar het is vooral de prachtige stem van Tori Zietsch die voor kippenvel zorgt. Ik kom I Get Into Trouble van Maple Glider maar in weinig jaarlijstjes tegen, maar het album hoort hier zeker in thuis.
Maple Glider, een project van de Australische muzikante Tori Zietsch, leverde in de zomer van 2021 met To Enjoy Is The Only Thing een zeer overtuigend debuutalbum af. Het is een album dat lang niet zo veel aandacht kreeg als de albums van de Britse en Amerikaanse muzikanten die actief zijn in de indiepop, indierock en met name de indiefolk, maar het eerste album van Maple Glider deed er zeker niet voor onder en was in vocaal opzicht de meeste albums in het genre de baas.
Op de cover van haar debuutalbum slingerde Tori Zietsch speels aan een boom. Op de cover van haar tweede album staat ze voor een struikgewas in een outfit die ik persoonlijk als wat ordinair zou bestempelen. De wat foute cover is maar een heel klein smetje, maar het was kennelijk genoeg om I Get Into Trouble net buiten mijn selectie te laten vallen medio oktober. Het is onrecht dat ik gelukkig nog voor het einde van het jaar recht kan zetten, want het tweede album van Maple Glider is buiten de cover nog een flink stuk beter dan het debuutalbum van de muzikante uit Melbourne.
Op To Enjoy is The Only Thing verwerkte Tori Zietsch haar streng christelijke opvoeding en sleepte ze er nog wat liefdeszeer bij. Het zijn twee thema’s die ook centraal staan op I Get Into Trouble, want met name de trauma’s uit haar jeugd hebben er stevig ingehakt bij de Australische muzikante. Het zorgt er voor dat ze haar songs met veel gevoel vertolkt, wat de impact van deze songs vergroot.
Het debuutalbum van Maple Glider bevatte vooral folky songs, met hier en daar hele voorzichtige uitstapjes richting indiepop en indierock. Het is een genre dat uitstekend past bij de bijzonder mooie stem van Tori Zietsch, die over het algemeen zacht, maar desondanks met veel variatie zingt. Het was met name de mooie zang die het debuutalbum van Maple Glider boven het maaiveld uit tilde en die zang maakt ook van I Get Into Trouble een onderscheidend album.
Ook op het tweede album kiest de Australische muzikante vooral voor folky songs, met hier en daar een subtiele indiepop twist. In muzikaal opzicht klinkt het tweede album van Maple Glider nog wat mooier dan het debuutalbum en ook de zang vind ik nog mooier dan op het debuutalbum. Tori Zietsch zingt op I Get Into Trouble met nog wat meer expressie en gevoel, waardoor de zware thematiek van het album nog wat indringender aan de oppervlakte komt.
Ik schaam me diep dat ik het album in eerste instantie aan de kant schoof vanwege de cover, want Maple Glider heeft met I Get Into Trouble een intiem en intens album van een bijzondere schoonheid gemaakt. Het is een album dat zoals gezegd in muzikaal en vocaal opzicht nog net wat meer indruk maakt dan zijn voorganger, maar dat doet Tori Zietsch ook met haar songs, die in tekstueel opzicht een verpletterende indruk maken, maar die ook vrijwel zonder uitzondering direct memorabel zijn.
Het tweede album van Maple Glider is helaas wat ondergesneeuwd in een extreem drukke release maand, maar het album heeft toch nog flink wat recensies gekregen, die vrijwel zonder uitzondering, extreem positief zijn. Het zijn recensies waar ik me volledig in kan vinden, want op I Get Into Trouble van Maple Glider klopt eigenlijk alles, buiten de cover misschien, al begin ik de boodschap hiervan inmiddels ook te begrijpen. Verpletterend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maple Glider - I Get Into Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maple Glider - I Get Into Trouble
De Australische muzikante Tori Zietsch maakte tweeënhalf jaar geleden flink wat indruk met haar debuutalbum als Maple Glider, maar overtreft dit debuut met haar tweede album echt op alle fronten
De meest succesvolle indiefolk wordt momenteel in Los Angeles gemaakt, maar qua schoonheid kunnen ze er in Australië ook wat van. De uit Melbourne afkomstige muzikante Tori Zietsch heeft als Maple Glider met I Get Into Trouble een album van een bijzondere schoonheid gemaakt. Het album borduurt voort op het debuutalbum van de Australische muzikante, maar laat ook op alle fronten groei horen. De songs zijn persoonlijk en indringend en de muziek klinkt prachtig, maar het is vooral de prachtige stem van Tori Zietsch die voor kippenvel zorgt. Ik kom I Get Into Trouble van Maple Glider maar in weinig jaarlijstjes tegen, maar het album hoort hier zeker in thuis.
Maple Glider, een project van de Australische muzikante Tori Zietsch, leverde in de zomer van 2021 met To Enjoy Is The Only Thing een zeer overtuigend debuutalbum af. Het is een album dat lang niet zo veel aandacht kreeg als de albums van de Britse en Amerikaanse muzikanten die actief zijn in de indiepop, indierock en met name de indiefolk, maar het eerste album van Maple Glider deed er zeker niet voor onder en was in vocaal opzicht de meeste albums in het genre de baas.
Op de cover van haar debuutalbum slingerde Tori Zietsch speels aan een boom. Op de cover van haar tweede album staat ze voor een struikgewas in een outfit die ik persoonlijk als wat ordinair zou bestempelen. De wat foute cover is maar een heel klein smetje, maar het was kennelijk genoeg om I Get Into Trouble net buiten mijn selectie te laten vallen medio oktober. Het is onrecht dat ik gelukkig nog voor het einde van het jaar recht kan zetten, want het tweede album van Maple Glider is buiten de cover nog een flink stuk beter dan het debuutalbum van de muzikante uit Melbourne.
Op To Enjoy is The Only Thing verwerkte Tori Zietsch haar streng christelijke opvoeding en sleepte ze er nog wat liefdeszeer bij. Het zijn twee thema’s die ook centraal staan op I Get Into Trouble, want met name de trauma’s uit haar jeugd hebben er stevig ingehakt bij de Australische muzikante. Het zorgt er voor dat ze haar songs met veel gevoel vertolkt, wat de impact van deze songs vergroot.
Het debuutalbum van Maple Glider bevatte vooral folky songs, met hier en daar hele voorzichtige uitstapjes richting indiepop en indierock. Het is een genre dat uitstekend past bij de bijzonder mooie stem van Tori Zietsch, die over het algemeen zacht, maar desondanks met veel variatie zingt. Het was met name de mooie zang die het debuutalbum van Maple Glider boven het maaiveld uit tilde en die zang maakt ook van I Get Into Trouble een onderscheidend album.
Ook op het tweede album kiest de Australische muzikante vooral voor folky songs, met hier en daar een subtiele indiepop twist. In muzikaal opzicht klinkt het tweede album van Maple Glider nog wat mooier dan het debuutalbum en ook de zang vind ik nog mooier dan op het debuutalbum. Tori Zietsch zingt op I Get Into Trouble met nog wat meer expressie en gevoel, waardoor de zware thematiek van het album nog wat indringender aan de oppervlakte komt.
Ik schaam me diep dat ik het album in eerste instantie aan de kant schoof vanwege de cover, want Maple Glider heeft met I Get Into Trouble een intiem en intens album van een bijzondere schoonheid gemaakt. Het is een album dat zoals gezegd in muzikaal en vocaal opzicht nog net wat meer indruk maakt dan zijn voorganger, maar dat doet Tori Zietsch ook met haar songs, die in tekstueel opzicht een verpletterende indruk maken, maar die ook vrijwel zonder uitzondering direct memorabel zijn.
Het tweede album van Maple Glider is helaas wat ondergesneeuwd in een extreem drukke release maand, maar het album heeft toch nog flink wat recensies gekregen, die vrijwel zonder uitzondering, extreem positief zijn. Het zijn recensies waar ik me volledig in kan vinden, want op I Get Into Trouble van Maple Glider klopt eigenlijk alles, buiten de cover misschien, al begin ik de boodschap hiervan inmiddels ook te begrijpen. Verpletterend album. Erwin Zijleman
Maple Glider - To Enjoy Is the Only Thing (2021)

4,0
0
geplaatst: 6 juli 2021, 17:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maple Glider - To Enjoy Is The Only Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maple Glider - To Enjoy Is The Only Thing
Wat van ver komt is niet altijd lekkerder, maar het debuutalbum van de Australische muzikante Maple Glider is wonderschoon, al is het maar vanwege de prachtige vocalen op het album
Het debuut van Maple Glider bleef vorige week nog even liggen vanwege het enorme aanbod, maar langzaam maar zeker viel ik voor de charmes van To Enjoy Is The Only Thing. Die charmes komen vooral van de prachtige stem van Tori Zietsch, de vrouw achter Maple Glider. Het is een stem die het geluid op het album voor een belangrijk deel bepaalt en dat is geen straf. Integendeel. De prachtige zang wordt omgeven met al even mooie klanken, waarna de persoonlijke songs en teksten van de Australische muzikante het album nog wat verder optillen. Het is nog steeds flink dringen in dit genre, maar dit album pik ik er absoluut uit en het wordt alleen maar mooier.
Hoewel het aanbod uit Noord-Amerika en Europa momenteel al groot genoeg is, hou ik ook de nieuwe releases uit Australië en Nieuw-Zeeland nauwlettend in de gaten. Ook aan het andere eind van de wereld verschijnt de laatste jaren immers heel veel moois en nu afstanden er niet meer zo toe doen in de muziek, is alles ook direct binnen ons bereik. Vorige week verscheen het debuutalbum van Maple Glider uit Australië en het is een album dat ik schaar onder mijn persoonlijke favorieten van het moment.
Achter Maple Glider gaat de uit Melbourne afkomstige singer-songwriter Tori Zietsch schuil. Deze Tori Zietsch groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Australië, trok op jonge leeftijd naar Melbourne en verbleef vervolgens een tijd in Europa. Liefdes kwamen en gingen en eenzaamheid was vaak een metgezel tijdens het verblijf van Tori Zietsch in Europa. Het inspireerde haar tot het schrijven van een heleboel songs en een aantal van deze songs zijn terecht gekomen op haar debuutalbum To Enjoy Is The Only Thing.
Op haar debuutalbum rekent de Australische muzikante af met de strenge opvoeding die haar zo beperkte en met de liefdes die haar lieten zitten. Gezien de thematiek is het niet zo gek dat To Enjoy Is The Only Thing een album vol melancholie is, maar het is ook een album dat makkelijk betovert. Dat doet Maple Glider direct in de eerste noten van de openingstrack van haar debuutalbum, waarin stemmige pianoklanken worden gecombineerd met de prachtige stem van de Australische muzikante.
Het is een stem die alle aandacht opeist en daarom geen hele volle instrumentatie nodig heeft. Die instrumentatie wordt wel een stuk voller wanneer de openingstrack vordert, maar ook dan staat alles in dienst van de bijzondere stem van Tori Zietsch. Het is een wat hoge stem die misschien niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind het erg mooi.
De instrumentatie op To Enjoy Is The Only Thing staat zoals gezegd in dienst van de stem van de singer-songwriter uit Melbourne, maar is zeer smaakvol. Het debuutalbum van Maple Glider werd geproduceerd door Tom Iansek, die ook flink wat instrumenten bespeelt op het album. Het klinkt allemaal erg mooi, ook wanneer het wat zwaarder word aangezet met flink wat bassen, want ook dan is Tori Zietsch de instrumentatie de baas.
Zowel de instrumentatie als de zang op To Enjoy Is The Only Thing klinkt wat melancholisch, maar het debuut van Maple Glider is zeker geen tranendal. Je hoort de emotie in de stem van Tori Zietsch, maar de muziek van de Australische muzikante nodigt ook uit tot achterover leunen of zelfs wegdromen. In de laatste gevallen klinkt de zang op het album nog net wat mooier, maar To Enjoy Is The Only Thing is wat mij betreft toch vooral een album om zeer aandachtig te beluisteren.
De persoonlijke songs van de muzikante uit Melbourne zitten vol mooie accenten, die er samen met de prachtige zang voor zorgen dat het debuutalbum van Maple Glider steeds interessanter wordt. Ik vind persoonlijk de sober ingekleurde songs het mooist, al is het maar omdat de stem van Tori Zietsch daarin het hardst binnenkomt, maar ook de net wat uitbundiger ingekleurde songs op het album zijn erg mooi. Fraai debuut van deze Australische muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maple Glider - To Enjoy Is The Only Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maple Glider - To Enjoy Is The Only Thing
Wat van ver komt is niet altijd lekkerder, maar het debuutalbum van de Australische muzikante Maple Glider is wonderschoon, al is het maar vanwege de prachtige vocalen op het album
Het debuut van Maple Glider bleef vorige week nog even liggen vanwege het enorme aanbod, maar langzaam maar zeker viel ik voor de charmes van To Enjoy Is The Only Thing. Die charmes komen vooral van de prachtige stem van Tori Zietsch, de vrouw achter Maple Glider. Het is een stem die het geluid op het album voor een belangrijk deel bepaalt en dat is geen straf. Integendeel. De prachtige zang wordt omgeven met al even mooie klanken, waarna de persoonlijke songs en teksten van de Australische muzikante het album nog wat verder optillen. Het is nog steeds flink dringen in dit genre, maar dit album pik ik er absoluut uit en het wordt alleen maar mooier.
Hoewel het aanbod uit Noord-Amerika en Europa momenteel al groot genoeg is, hou ik ook de nieuwe releases uit Australië en Nieuw-Zeeland nauwlettend in de gaten. Ook aan het andere eind van de wereld verschijnt de laatste jaren immers heel veel moois en nu afstanden er niet meer zo toe doen in de muziek, is alles ook direct binnen ons bereik. Vorige week verscheen het debuutalbum van Maple Glider uit Australië en het is een album dat ik schaar onder mijn persoonlijke favorieten van het moment.
Achter Maple Glider gaat de uit Melbourne afkomstige singer-songwriter Tori Zietsch schuil. Deze Tori Zietsch groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Australië, trok op jonge leeftijd naar Melbourne en verbleef vervolgens een tijd in Europa. Liefdes kwamen en gingen en eenzaamheid was vaak een metgezel tijdens het verblijf van Tori Zietsch in Europa. Het inspireerde haar tot het schrijven van een heleboel songs en een aantal van deze songs zijn terecht gekomen op haar debuutalbum To Enjoy Is The Only Thing.
Op haar debuutalbum rekent de Australische muzikante af met de strenge opvoeding die haar zo beperkte en met de liefdes die haar lieten zitten. Gezien de thematiek is het niet zo gek dat To Enjoy Is The Only Thing een album vol melancholie is, maar het is ook een album dat makkelijk betovert. Dat doet Maple Glider direct in de eerste noten van de openingstrack van haar debuutalbum, waarin stemmige pianoklanken worden gecombineerd met de prachtige stem van de Australische muzikante.
Het is een stem die alle aandacht opeist en daarom geen hele volle instrumentatie nodig heeft. Die instrumentatie wordt wel een stuk voller wanneer de openingstrack vordert, maar ook dan staat alles in dienst van de bijzondere stem van Tori Zietsch. Het is een wat hoge stem die misschien niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind het erg mooi.
De instrumentatie op To Enjoy Is The Only Thing staat zoals gezegd in dienst van de stem van de singer-songwriter uit Melbourne, maar is zeer smaakvol. Het debuutalbum van Maple Glider werd geproduceerd door Tom Iansek, die ook flink wat instrumenten bespeelt op het album. Het klinkt allemaal erg mooi, ook wanneer het wat zwaarder word aangezet met flink wat bassen, want ook dan is Tori Zietsch de instrumentatie de baas.
Zowel de instrumentatie als de zang op To Enjoy Is The Only Thing klinkt wat melancholisch, maar het debuut van Maple Glider is zeker geen tranendal. Je hoort de emotie in de stem van Tori Zietsch, maar de muziek van de Australische muzikante nodigt ook uit tot achterover leunen of zelfs wegdromen. In de laatste gevallen klinkt de zang op het album nog net wat mooier, maar To Enjoy Is The Only Thing is wat mij betreft toch vooral een album om zeer aandachtig te beluisteren.
De persoonlijke songs van de muzikante uit Melbourne zitten vol mooie accenten, die er samen met de prachtige zang voor zorgen dat het debuutalbum van Maple Glider steeds interessanter wordt. Ik vind persoonlijk de sober ingekleurde songs het mooist, al is het maar omdat de stem van Tori Zietsch daarin het hardst binnenkomt, maar ook de net wat uitbundiger ingekleurde songs op het album zijn erg mooi. Fraai debuut van deze Australische muzikante. Erwin Zijleman
Marble Sounds - Marble Sounds (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2022, 17:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marble Sounds - Marble Sounds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marble Sounds - Marble Sounds
De Belgische band Marble Sounds levert een zeer sfeervolle en veelzijdige soundtrack voor de donkerste dagen van het jaar af, die terecht hoog scoort in flink wat Nederlandse en Belgische jaarlijstjes
De naam Marble Sounds had ik wel eens gehoord, maar naar de muziek van de Belgische band had ik tot voor kort nog nooit geluisterd. Daar heb ik inmiddels flinke spijt van, want het laatste album van de band rond de Brusselse muzikant Pieter van Dessel is echt prachtig. Marble Sounds staat op haar een paar maanden geleden verschenen album garant voor zeer sfeervolle klanken, maar de band schuwt ook het avontuur niet. Een aantal songs op het album doet dankzij de hoofdrol voor de piano en strijkers neoklassiek aan, maar een aantal andere songs schuift op richting pop, mede dankzij elektronische impulsen. Zelfs de autotune klinkt prachtig op dit bijzondere album. Dat moet genoeg zeggen.
In een aantal Nederlandse en Belgische jaarlijstjes kwam ik het titelloze album van Marble Sounds tegen. Marble Sounds ken ik wel van naam, maar ik heb eerder dit jaar niet naar het nieuwe album van de Belgische band geluisterd. Ook de vorige vier albums van de band uit Brussel ken ik overigens niet. Of ik daar veel aan mis weet ik nog niet, maar het een paar maanden geleden verschenen titelloze album is een album van een bijzondere schoonheid.
In Marble Sounds draait alles om de Belgische muzikant Pieter van Dessel, die dit keer een bijzonder sfeervol album heeft afgeleverd. De openingstrack verwarmt direct de ruimte met fraaie pianoklanken en flink wat strijkers. Het combineert prachtig met de mooie en bijzondere stem van Pieter van Dessel, die nog beter tot zijn recht komt wanneer subtiele vrouwenstemmen worden toegevoegd.
Het titelloze album van Marble Sounds bevat een aantal tracks waarin piano en strijkers domineren, maar Pieter van Dessel kleurt zijn songs net zo makkelijk met elektronica in. Hier en daar grijpt hij zelfs naar de autotune, maar waar dit bij mij normaal gesproken een allergische reactie oproept, kan ik de experimenten met de autotune in de muziek van Marble Sounds wel waarderen.
De warme klanken op het album doen het uitstekend op de dagen waarin het daglicht zich maar een beperkt aantal uren per dag laat zien en de zon meestal afwezig is, maar de songs van Pieter van Dessel zijn veel meer dan sfeervol muzikaal behang voor donkere dagen. De muziek van Marble Sounds bestrijkt bijna stiekem een breed palet dat begint bij pop en eindigt bij atmosferische of zelfs neoklassieke klanken.
In muzikaal opzicht heeft het nieuwe album van Marble Sounds niet veel tijd nodig om te overtuigen en ook de zang op het album vond ik direct sterk. Het zijn met name de songs op het album die iets meer tijd nodig hebben om te kunnen groeien van mooie en stemmige songs tot wonderschone songs die over het vermogen beschikken om diep onder de huid te kruipen. Het zijn bovendien songs die vol zitten met bijzondere accenten en verrassende wendingen. Songs die op het eerste gehoor vooral mooi en sfeervol lijken, blijken ook verrassend avontuurlijk.
Het nieuwe album van de Belgische band is een album dat zich genadeloos opdringt op een donkere en gure avond, maar iedere keer dat je naar het album luistert hoor je weer nieuwe dingen. Het verbaast me inmiddels al lang niet meer dat Humo het album de maximale score gaf en dat een meerdere gerenommeerde Nederlandse en Belgische jaarlijstjes een plek hebben gereserveerd voor het titelloze album van Marble Sounds.
Het is een album dat me op een of andere manier aan van alles en nog wat doet denken, maar ik kan er de vinger niet goed opleggen. Met alle strijkers en hier en daar ook nog een uit de kluiten gewassen koor klinkt de muziek van Marble Sounds groots en meeslepend, maar pompeus wordt het nooit. En als de Belgische band haar muziek even net wat zwaarder aanzet volgt er altijd wel een ingetogen en intieme song of grijpt de band naar verrassende middelen als meer elektronica of zelfs de autotune. Voor mijn jaarlijstje is het inmiddels te laat, maar muziekliefhebbers met wat meer geduld moeten dit album misschien nog even checken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marble Sounds - Marble Sounds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marble Sounds - Marble Sounds
De Belgische band Marble Sounds levert een zeer sfeervolle en veelzijdige soundtrack voor de donkerste dagen van het jaar af, die terecht hoog scoort in flink wat Nederlandse en Belgische jaarlijstjes
De naam Marble Sounds had ik wel eens gehoord, maar naar de muziek van de Belgische band had ik tot voor kort nog nooit geluisterd. Daar heb ik inmiddels flinke spijt van, want het laatste album van de band rond de Brusselse muzikant Pieter van Dessel is echt prachtig. Marble Sounds staat op haar een paar maanden geleden verschenen album garant voor zeer sfeervolle klanken, maar de band schuwt ook het avontuur niet. Een aantal songs op het album doet dankzij de hoofdrol voor de piano en strijkers neoklassiek aan, maar een aantal andere songs schuift op richting pop, mede dankzij elektronische impulsen. Zelfs de autotune klinkt prachtig op dit bijzondere album. Dat moet genoeg zeggen.
In een aantal Nederlandse en Belgische jaarlijstjes kwam ik het titelloze album van Marble Sounds tegen. Marble Sounds ken ik wel van naam, maar ik heb eerder dit jaar niet naar het nieuwe album van de Belgische band geluisterd. Ook de vorige vier albums van de band uit Brussel ken ik overigens niet. Of ik daar veel aan mis weet ik nog niet, maar het een paar maanden geleden verschenen titelloze album is een album van een bijzondere schoonheid.
In Marble Sounds draait alles om de Belgische muzikant Pieter van Dessel, die dit keer een bijzonder sfeervol album heeft afgeleverd. De openingstrack verwarmt direct de ruimte met fraaie pianoklanken en flink wat strijkers. Het combineert prachtig met de mooie en bijzondere stem van Pieter van Dessel, die nog beter tot zijn recht komt wanneer subtiele vrouwenstemmen worden toegevoegd.
Het titelloze album van Marble Sounds bevat een aantal tracks waarin piano en strijkers domineren, maar Pieter van Dessel kleurt zijn songs net zo makkelijk met elektronica in. Hier en daar grijpt hij zelfs naar de autotune, maar waar dit bij mij normaal gesproken een allergische reactie oproept, kan ik de experimenten met de autotune in de muziek van Marble Sounds wel waarderen.
De warme klanken op het album doen het uitstekend op de dagen waarin het daglicht zich maar een beperkt aantal uren per dag laat zien en de zon meestal afwezig is, maar de songs van Pieter van Dessel zijn veel meer dan sfeervol muzikaal behang voor donkere dagen. De muziek van Marble Sounds bestrijkt bijna stiekem een breed palet dat begint bij pop en eindigt bij atmosferische of zelfs neoklassieke klanken.
In muzikaal opzicht heeft het nieuwe album van Marble Sounds niet veel tijd nodig om te overtuigen en ook de zang op het album vond ik direct sterk. Het zijn met name de songs op het album die iets meer tijd nodig hebben om te kunnen groeien van mooie en stemmige songs tot wonderschone songs die over het vermogen beschikken om diep onder de huid te kruipen. Het zijn bovendien songs die vol zitten met bijzondere accenten en verrassende wendingen. Songs die op het eerste gehoor vooral mooi en sfeervol lijken, blijken ook verrassend avontuurlijk.
Het nieuwe album van de Belgische band is een album dat zich genadeloos opdringt op een donkere en gure avond, maar iedere keer dat je naar het album luistert hoor je weer nieuwe dingen. Het verbaast me inmiddels al lang niet meer dat Humo het album de maximale score gaf en dat een meerdere gerenommeerde Nederlandse en Belgische jaarlijstjes een plek hebben gereserveerd voor het titelloze album van Marble Sounds.
Het is een album dat me op een of andere manier aan van alles en nog wat doet denken, maar ik kan er de vinger niet goed opleggen. Met alle strijkers en hier en daar ook nog een uit de kluiten gewassen koor klinkt de muziek van Marble Sounds groots en meeslepend, maar pompeus wordt het nooit. En als de Belgische band haar muziek even net wat zwaarder aanzet volgt er altijd wel een ingetogen en intieme song of grijpt de band naar verrassende middelen als meer elektronica of zelfs de autotune. Voor mijn jaarlijstje is het inmiddels te laat, maar muziekliefhebbers met wat meer geduld moeten dit album misschien nog even checken. Erwin Zijleman
Marc Almond - Chaos and a Dancing Star (2020)

4,0
1
geplaatst: 3 februari 2020, 16:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marc Almond - Chaos And A Dancing Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marc Almond - Chaos And A Dancing Star
Marc Almond kiest voor een wat gepolijster geluid met een beetje prog, maar steekt ook weer in een prima vorm op een typisch Marc Almond album
Marc Almond dook precies 40 jaar geleden voor het eerst op met Soft Cell en heeft inmiddels een imposant oeuvre opgebouwd. Zijn sterkste albums maakte de Brit in de jaren 80 en vroege jaren 90, maar ook in het huidige millennium maakte hij nog een aantal prima platen. Ook Chaos And A Dancing Star is er weer een. Marc Almond kiest dit keer voor een zwaar geproduceerd en hier en daar wat gepolijst geluid met incidenteel een progrock injectie, maar het is ook een vintage Marc Almond album met flink wat bombast, drama en natuurlijk de uit duizenden herkenbare stem van dit Britse icoon.
Marc Almond rekende ik in de jaren 80 en vroege jaren 90 tot mijn muzikale helden. Eerst met Soft Cell, later met zijn soloalbums en zeker ook vanwege een imposante serie geweldige optredens. Gedurende de jaren 90 raakte de Britse muzikant wat uit vorm om vervolgens in het nieuwe millennium weer op te duiken met nogal verschillende albums, die bovendien van zeer wisselende kwaliteit waren.
Marc Almond leverde twee jaar geleden nog een album met Jools Holland af (A Lovely Life To Live) en een jaar eerder het met covers gevulde Shadows & Reflections, maar het deze week verschenen Chaos And A Dancing Star is voor mij de logische opvolger van het uit 2015 stammende The Velvet Trail, dat de Britse muzikant in een ouderwets goede vorm liet horen.
Ook op Chaos And A Dancing Star horen we Marc Almond in goede doen. Het nieuwe album werd gemaakt met pianist en producer Chris Braide, die ook achter de knoppen zat bij The Velvet Trail. Het was naar verluidt het plan om een progrock album te maken, maar Chaos And A Dancing Star klinkt over het algemeen toch als een vintage Marc Almond album met hier en daar wat bijzondere accenten. Dat betekent dat het nieuwe album van de Britse muzikant is voorzien van een groots en meeslepend geluid, dat het drama niet uit de weg wordt gegaan en dat we zoals altijd een groot zanger aan het werk horen.
In de rijke instrumentatie op het album hoor je overigens wel degelijk dat Marc Almond en Chris Braide zich door progrock hebben laten inspireren. De synths zwellen net wat bombastischer aan dan we van Marc Almond gewend zijn en ook de arrangementen laten hier en daar elementen uit de progrock horen, zeker als een gitaarsolo opduikt. Het misstaat zeker niet in het verder uit duizenden herkenbare Marc Almond geluid, dat op Chaos And A Dancing ook wordt verrijkt met een beetje glamrock, een beetje Bowie en hier en daar flink wat pop. Bij de meeste singer-songwriters zou de keuze voor een bombastisch geluid als op dit album compleet over the top zijn, maar het past prima bij de stem van Marc Almond.
Chaos And A Dancing Star laat zich niet altijd makkelijk in een hokje duwen. De openingstrack klinkt misschien als 90s Pink Floyd met Marc Almond als zanger, maar in de twaalf tracks die volgen laat de Britse muzikant horen dat hij meerdere kanten op kan. Marc Almond is nog altijd op zijn best in piano ballads met flink wat strijkers en stevig aangezette vocalen en hiervan staan er meerdere op zijn nieuwe album (met de lange slottrack als hoogtepunt).
Ik kan me voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de zang van Marc Almond, maar als fan van het eerste uur vind ik het nog altijd prachtig en hoor ik ook nog veel van de zanger die 30 jaar geleden de wereld aan zijn voeten had. Dit was de afgelopen jaren ook wel eens flink minder overigens. Het incidentele gebruik van autotune vergeven we hem maar.
Chaos And A Dancing Star is zelfs voor Marc Almond begrippen een behoorlijk zwaar geproduceerd en wat gepolijst album, maar wat mij betreft blijft de Brits gedurende het grootste deel van het een uur durende album aan de goede kant van de streep. Hier en daar glijdt het album net wat te ver weg richting lichtvoetige pop, maar er staan flink wat geweldige songs tegenover, waarin Marc Almond weer flink wat drama en melancholie over ons uit stort.
Chaos And A Dancing Star hoort al met al misschien niet bij de allerbeste albums van Marc Almond, maar zeker bij zijn albums die ik niet had willen missen en ook dat zijn er inmiddels heel wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marc Almond - Chaos And A Dancing Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marc Almond - Chaos And A Dancing Star
Marc Almond kiest voor een wat gepolijster geluid met een beetje prog, maar steekt ook weer in een prima vorm op een typisch Marc Almond album
Marc Almond dook precies 40 jaar geleden voor het eerst op met Soft Cell en heeft inmiddels een imposant oeuvre opgebouwd. Zijn sterkste albums maakte de Brit in de jaren 80 en vroege jaren 90, maar ook in het huidige millennium maakte hij nog een aantal prima platen. Ook Chaos And A Dancing Star is er weer een. Marc Almond kiest dit keer voor een zwaar geproduceerd en hier en daar wat gepolijst geluid met incidenteel een progrock injectie, maar het is ook een vintage Marc Almond album met flink wat bombast, drama en natuurlijk de uit duizenden herkenbare stem van dit Britse icoon.
Marc Almond rekende ik in de jaren 80 en vroege jaren 90 tot mijn muzikale helden. Eerst met Soft Cell, later met zijn soloalbums en zeker ook vanwege een imposante serie geweldige optredens. Gedurende de jaren 90 raakte de Britse muzikant wat uit vorm om vervolgens in het nieuwe millennium weer op te duiken met nogal verschillende albums, die bovendien van zeer wisselende kwaliteit waren.
Marc Almond leverde twee jaar geleden nog een album met Jools Holland af (A Lovely Life To Live) en een jaar eerder het met covers gevulde Shadows & Reflections, maar het deze week verschenen Chaos And A Dancing Star is voor mij de logische opvolger van het uit 2015 stammende The Velvet Trail, dat de Britse muzikant in een ouderwets goede vorm liet horen.
Ook op Chaos And A Dancing Star horen we Marc Almond in goede doen. Het nieuwe album werd gemaakt met pianist en producer Chris Braide, die ook achter de knoppen zat bij The Velvet Trail. Het was naar verluidt het plan om een progrock album te maken, maar Chaos And A Dancing Star klinkt over het algemeen toch als een vintage Marc Almond album met hier en daar wat bijzondere accenten. Dat betekent dat het nieuwe album van de Britse muzikant is voorzien van een groots en meeslepend geluid, dat het drama niet uit de weg wordt gegaan en dat we zoals altijd een groot zanger aan het werk horen.
In de rijke instrumentatie op het album hoor je overigens wel degelijk dat Marc Almond en Chris Braide zich door progrock hebben laten inspireren. De synths zwellen net wat bombastischer aan dan we van Marc Almond gewend zijn en ook de arrangementen laten hier en daar elementen uit de progrock horen, zeker als een gitaarsolo opduikt. Het misstaat zeker niet in het verder uit duizenden herkenbare Marc Almond geluid, dat op Chaos And A Dancing ook wordt verrijkt met een beetje glamrock, een beetje Bowie en hier en daar flink wat pop. Bij de meeste singer-songwriters zou de keuze voor een bombastisch geluid als op dit album compleet over the top zijn, maar het past prima bij de stem van Marc Almond.
Chaos And A Dancing Star laat zich niet altijd makkelijk in een hokje duwen. De openingstrack klinkt misschien als 90s Pink Floyd met Marc Almond als zanger, maar in de twaalf tracks die volgen laat de Britse muzikant horen dat hij meerdere kanten op kan. Marc Almond is nog altijd op zijn best in piano ballads met flink wat strijkers en stevig aangezette vocalen en hiervan staan er meerdere op zijn nieuwe album (met de lange slottrack als hoogtepunt).
Ik kan me voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de zang van Marc Almond, maar als fan van het eerste uur vind ik het nog altijd prachtig en hoor ik ook nog veel van de zanger die 30 jaar geleden de wereld aan zijn voeten had. Dit was de afgelopen jaren ook wel eens flink minder overigens. Het incidentele gebruik van autotune vergeven we hem maar.
Chaos And A Dancing Star is zelfs voor Marc Almond begrippen een behoorlijk zwaar geproduceerd en wat gepolijst album, maar wat mij betreft blijft de Brits gedurende het grootste deel van het een uur durende album aan de goede kant van de streep. Hier en daar glijdt het album net wat te ver weg richting lichtvoetige pop, maar er staan flink wat geweldige songs tegenover, waarin Marc Almond weer flink wat drama en melancholie over ons uit stort.
Chaos And A Dancing Star hoort al met al misschien niet bij de allerbeste albums van Marc Almond, maar zeker bij zijn albums die ik niet had willen missen en ook dat zijn er inmiddels heel wat. Erwin Zijleman
Marc Almond - The Dancing Marquis (2014)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2014, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marc Almond - The Dancing Marquis - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marc Almond dook voor het eerst op in 1981, toen hij als lid van Soft Cell indruk maakte met zijn vocalen op de eerste single van het duo, Tainted Love. Soft Cell leverde de nodige niemendalletjes af, maar maakte in vocaal opzicht toch meer dan eens diepe indruk (denk aan Torch en Say Hello, Wave Goodbye).
Dat bleef Marc Almond doen toen Soft Cell drie jaar later uit elkaar viel. Eerst als voorman van Marc & The Mambas, later als zeer gerespecteerd en ook zeer succesvol soloartiest.
Marc Almond debuteerde in 1984 met het prachtige Vermin in Ermine en bleef tot het begin van de jaren 90 prima platen maken. Hierna zakte Marc Almond wat mij betreft ver terug. Veel van zijn latere platen waren veel te pretentieus, te zwaar aangezet en vooral ook te ver verwijderd van de popliedjes die ik zo van hem waardeerde.
Een zwaar motorongeval leek een jaar of tien geleden het einde van de carrière van Marc Almond, maar hij krabbelde overeind en maakte met Stardom Road in 2007 één van zijn betere platen. Sindsdien is het wat mij betreft helaas weer wisselvalligheid troef. De flirts met Russische muziek konden mij niet bekoren en ook het eerder dit jaar verschenen Ten Plagues: A Song Cycle vond ik weer veel te dramatisch, veel te pretentieus en veel te ver verwijderd van de popmuziek.
Het ook dit jaar verschenen The Dancing Marquis heb ik bijna over het hoofd gezien, maar gelukkig tipte Spotify me eindelijk weer eens trefzeker. The Dancing Marquis is, zeker vergeleken met de andere platen die Marc Almond de afgelopen jaren of zelfs decennia heeft uitgebracht, een behoorlijk lichtvoetige plaat.
Het is een plaat met de popliedjes die Almond ook in zijn hoogtijdagen maakte. Dat zijn popliedjes die best wat pompeus mogen zijn, vaak een dansbare component bevatten en boven alles laten horen dat Marc Almond nog altijd een geweldige zanger is.
Het mooist vind ik de wat meer ingetogen songs waarin Marc Almond los mag gaan als een ouderwetse crooner, maar ook de wat vollere songs en de meer dansbare songs overtuigen opvallend makkelijk.
Nu helpt het natuurlijk wel dat ik de muziek van Marc Almond inmiddels al meer dan 30 jaar een warm hart toedraag. Zonder liefde voor de muziek en vooral ook de stem van Marc Almond ligt The Dancing Marquis waarschijnlijk wat zwaarder op de maag.
Aan de andere kant valt er op The Dancing Marquis veel te genieten. De plaat bevat bijdragen van onder andere producer Tony Visconti (vooral bekend van David Bowie) en Pulp voorman Jarvis Cocker. Dat is een mooi gegeven, want The Dancing Marquis laat meer dan eens horen dat Marc Almond nog altijd verder gaat waar Bowie ergens halverwege de jaren 70 ophield en laat bovendien horen hoe groot de invloed van Almond op bands als Pulp is geweest.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar de meeste indruk maakt Marc Almond toch in vocaal opzicht. The Dancing Marquis laat een zanger horen die op de toppen van zijn kunnen presteert. Dat is gezien de lange staat van dienst van Marc Almond een prestatie van formaat. Na Stardom Road vindt Marc Almond als je het mij vraagt ook met deze plaat aansluiting bij zijn beste werk. Dat had ik eerlijk gezegd niet meer van hem verwacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marc Almond - The Dancing Marquis - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marc Almond dook voor het eerst op in 1981, toen hij als lid van Soft Cell indruk maakte met zijn vocalen op de eerste single van het duo, Tainted Love. Soft Cell leverde de nodige niemendalletjes af, maar maakte in vocaal opzicht toch meer dan eens diepe indruk (denk aan Torch en Say Hello, Wave Goodbye).
Dat bleef Marc Almond doen toen Soft Cell drie jaar later uit elkaar viel. Eerst als voorman van Marc & The Mambas, later als zeer gerespecteerd en ook zeer succesvol soloartiest.
Marc Almond debuteerde in 1984 met het prachtige Vermin in Ermine en bleef tot het begin van de jaren 90 prima platen maken. Hierna zakte Marc Almond wat mij betreft ver terug. Veel van zijn latere platen waren veel te pretentieus, te zwaar aangezet en vooral ook te ver verwijderd van de popliedjes die ik zo van hem waardeerde.
Een zwaar motorongeval leek een jaar of tien geleden het einde van de carrière van Marc Almond, maar hij krabbelde overeind en maakte met Stardom Road in 2007 één van zijn betere platen. Sindsdien is het wat mij betreft helaas weer wisselvalligheid troef. De flirts met Russische muziek konden mij niet bekoren en ook het eerder dit jaar verschenen Ten Plagues: A Song Cycle vond ik weer veel te dramatisch, veel te pretentieus en veel te ver verwijderd van de popmuziek.
Het ook dit jaar verschenen The Dancing Marquis heb ik bijna over het hoofd gezien, maar gelukkig tipte Spotify me eindelijk weer eens trefzeker. The Dancing Marquis is, zeker vergeleken met de andere platen die Marc Almond de afgelopen jaren of zelfs decennia heeft uitgebracht, een behoorlijk lichtvoetige plaat.
Het is een plaat met de popliedjes die Almond ook in zijn hoogtijdagen maakte. Dat zijn popliedjes die best wat pompeus mogen zijn, vaak een dansbare component bevatten en boven alles laten horen dat Marc Almond nog altijd een geweldige zanger is.
Het mooist vind ik de wat meer ingetogen songs waarin Marc Almond los mag gaan als een ouderwetse crooner, maar ook de wat vollere songs en de meer dansbare songs overtuigen opvallend makkelijk.
Nu helpt het natuurlijk wel dat ik de muziek van Marc Almond inmiddels al meer dan 30 jaar een warm hart toedraag. Zonder liefde voor de muziek en vooral ook de stem van Marc Almond ligt The Dancing Marquis waarschijnlijk wat zwaarder op de maag.
Aan de andere kant valt er op The Dancing Marquis veel te genieten. De plaat bevat bijdragen van onder andere producer Tony Visconti (vooral bekend van David Bowie) en Pulp voorman Jarvis Cocker. Dat is een mooi gegeven, want The Dancing Marquis laat meer dan eens horen dat Marc Almond nog altijd verder gaat waar Bowie ergens halverwege de jaren 70 ophield en laat bovendien horen hoe groot de invloed van Almond op bands als Pulp is geweest.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar de meeste indruk maakt Marc Almond toch in vocaal opzicht. The Dancing Marquis laat een zanger horen die op de toppen van zijn kunnen presteert. Dat is gezien de lange staat van dienst van Marc Almond een prestatie van formaat. Na Stardom Road vindt Marc Almond als je het mij vraagt ook met deze plaat aansluiting bij zijn beste werk. Dat had ik eerlijk gezegd niet meer van hem verwacht. Erwin Zijleman
Marc Almond - The Velvet Trail (2015)

4,5
0
geplaatst: 12 juli 2015, 09:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marc Almond - The Velvet Trail - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marc Almond dook aan het begin van de jaren 80 op als zanger van het duo Soft Cell. Samen met Dave Ball maakte hij een synthpop klassieker (Non-Stop Erotic Cabaret uit 1981), waarna het doek vrij snel viel voor het tweetal.
Marc Almond begon vervolgens aan een succesvolle solocarrière, die met name in de jaren 80 een stapeltje uitstekende platen opleverde (Stories Of Johnny uit 1985, Mother Fist And Her Five Daughters uit 1987, The Stars We Are uit 1988 en het met Jacques Brel covers gevulde Jacques uit 1989 schaar ik onder de klassiekers uit de jaren 80).
In de jaren 90 raakte Marc Almond, mede door wat mindere platen, vrijwel volledig uit beeld, waarna een zwaar verkeersongeluk in 2004 hem bijna het leven ontnam.
De afgelopen tien jaar timmert Marc Almond gelukkig weer stevig aan de weg. Dat doet hij met platen waar ik met geen mogelijkheid doorheen kom, maar gelukkig ook met platen die herinneringen oproepen aan zijn beste werk. Stardom Road uit 2007 was zo’n plaat, de vorig jaar verschenen ‘restjesverzamelaar’ The Dancing Marquis was er een en ook het onlangs verschenen The Velvet Trail is een plaat die Marc Almond in een ouderwetse vorm laat horen.
The Velvet Trail opent met een klassiek intro, maar wanneer de violen plaats maken voor synths is de plaat direct het warme bad waarop ik gehoopt had. Marc Almond creëerde in de jaren 80 een uniek eigen geluid en borduurt hier nog altijd op voort. The Velvet Trail is licht theatraal, flirt met synthpop en beats en wordt gedragen door de gloedvolle vocalen van Marc Almond. Het zijn elementen die vrijwel al zijn platen domineren, maar het zijn ook elementen die pas kleur krijgen wanneer ze worden omgeven door goede songs.
Deze goede songs zijn op The Velvet Trail in ruime mate aanwezig. Het zijn vooral toegankelijke songs die in het hokje pop passen; een hokje waarin Marc Almond zich in het verleden ook al meer dan eens als een vis in het water voelde.
The Velvet Trail werd geproduceerd door producer Chris Braide, die tot dusver vooral werkte met popdiva’s als Britney Spears, Beyoncé en Lana Del Rey en DJ’s als David Guetta en Afrojack. Het is een opvallende keuze, maar het is een keuze die verrassend goed uitpakt. Chris Braide heeft The Velvet Trail voorzien van een warm organisch geluid met wat voorzichtige elektronische impulsen. Het is een geluid waarin Marc Almond volop kan schitteren met zijn nog altijd bijzonder mooi klinkende stem.
The Velvet Trail klinkt eigentijds, maar raakt gelukkig ook nog altijd aan het werk dat Marc Almond in de jaren 80 uitbracht en is bovendien niet bang voor de van de Brit bekende uitstapjes richting jaren 30 cabaret.
De hoogtijdagen van Marc Almond liggen inmiddels een tijdje achter ons, maar met The Velvet Trail is de Brit terug op de hoogste trede. Zomaar één van de betere platen van Marc Almond; dat had ik persoonlijk niet meer verwacht, maar ik ben er wel heel blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marc Almond - The Velvet Trail - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marc Almond dook aan het begin van de jaren 80 op als zanger van het duo Soft Cell. Samen met Dave Ball maakte hij een synthpop klassieker (Non-Stop Erotic Cabaret uit 1981), waarna het doek vrij snel viel voor het tweetal.
Marc Almond begon vervolgens aan een succesvolle solocarrière, die met name in de jaren 80 een stapeltje uitstekende platen opleverde (Stories Of Johnny uit 1985, Mother Fist And Her Five Daughters uit 1987, The Stars We Are uit 1988 en het met Jacques Brel covers gevulde Jacques uit 1989 schaar ik onder de klassiekers uit de jaren 80).
In de jaren 90 raakte Marc Almond, mede door wat mindere platen, vrijwel volledig uit beeld, waarna een zwaar verkeersongeluk in 2004 hem bijna het leven ontnam.
De afgelopen tien jaar timmert Marc Almond gelukkig weer stevig aan de weg. Dat doet hij met platen waar ik met geen mogelijkheid doorheen kom, maar gelukkig ook met platen die herinneringen oproepen aan zijn beste werk. Stardom Road uit 2007 was zo’n plaat, de vorig jaar verschenen ‘restjesverzamelaar’ The Dancing Marquis was er een en ook het onlangs verschenen The Velvet Trail is een plaat die Marc Almond in een ouderwetse vorm laat horen.
The Velvet Trail opent met een klassiek intro, maar wanneer de violen plaats maken voor synths is de plaat direct het warme bad waarop ik gehoopt had. Marc Almond creëerde in de jaren 80 een uniek eigen geluid en borduurt hier nog altijd op voort. The Velvet Trail is licht theatraal, flirt met synthpop en beats en wordt gedragen door de gloedvolle vocalen van Marc Almond. Het zijn elementen die vrijwel al zijn platen domineren, maar het zijn ook elementen die pas kleur krijgen wanneer ze worden omgeven door goede songs.
Deze goede songs zijn op The Velvet Trail in ruime mate aanwezig. Het zijn vooral toegankelijke songs die in het hokje pop passen; een hokje waarin Marc Almond zich in het verleden ook al meer dan eens als een vis in het water voelde.
The Velvet Trail werd geproduceerd door producer Chris Braide, die tot dusver vooral werkte met popdiva’s als Britney Spears, Beyoncé en Lana Del Rey en DJ’s als David Guetta en Afrojack. Het is een opvallende keuze, maar het is een keuze die verrassend goed uitpakt. Chris Braide heeft The Velvet Trail voorzien van een warm organisch geluid met wat voorzichtige elektronische impulsen. Het is een geluid waarin Marc Almond volop kan schitteren met zijn nog altijd bijzonder mooi klinkende stem.
The Velvet Trail klinkt eigentijds, maar raakt gelukkig ook nog altijd aan het werk dat Marc Almond in de jaren 80 uitbracht en is bovendien niet bang voor de van de Brit bekende uitstapjes richting jaren 30 cabaret.
De hoogtijdagen van Marc Almond liggen inmiddels een tijdje achter ons, maar met The Velvet Trail is de Brit terug op de hoogste trede. Zomaar één van de betere platen van Marc Almond; dat had ik persoonlijk niet meer verwacht, maar ik ben er wel heel blij mee. Erwin Zijleman
Marc Broussard - A Life Worth Living (2014)

3,5
0
geplaatst: 25 augustus 2014, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marc Broussard - A Life Worth Living - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De wat zoetsappige cover van Marc Broussard’s A Life Worth Living riep bij mij onmiddellijk associaties op met een moderne remake van The Sound Of Music, maar gelukkig verdwenen deze associaties als sneeuw voor de zon toen de muziek van de muzikant uit Lafayette, Louisiana, eenmaal uit de speakers kwam.
Marc Broussard timmert inmiddels al een jaar of twaalf aan de weg, maar tot dusver deden zijn platen me niet zoveel. Teveel clichés, te weinig doorleving en songs die net wat teveel voor de grote Amerikaanse radiostations leken gemaakt, waarmee Marc Broussard voor mij in dezelfde categorie viel als bijvoorbeeld Gavin DeGraw; aardig, maar slechts beperkt houdbaar.
Dat lijkt ook weer op te gaan voor A Life Worth Living wanneer, de tegenwoordig van een flinke rossige baard voorziene, Broussard in de (weliswaar buitengewoon lekker in het gehoor liggende) openingstrack met referenties naar klassieke songs uit het verleden een dikke hit in de dop te pakken lijkt te hebben.
Na de openingstrack van de plaat, waarvoor Broussard overigens terugkeerde naar zijn oude, kleiner, platenmaatschappij, gaat het roer echter om en pakt Marc Broussard flink uit met rauwe blues. Opeens valt alles op zijn plaats. Broussard klinkt opeens geïnspireerd en doorleefd, maakt indruk met zijn rauwe soulstem en levert nu ook een song af die je niet alleen vermaakt maar ook raakt.
Hoewel Marc Broussard de rauwe blues in de derde track weer verwisselt voor een meer toegankelijke folky rocksong, slaagt hij er in om het hoge niveau vast te houden. Dat doet hij ook in de tracks die volgen en waarin Marc Broussard nog een paar keer andere wegen in slaat.
Het maakt van A Life Worth Living een bijzonder veelzijdige plaat. Persoonlijk hou ik wel van een lekker consistent geluid, maar als je rauwe blues en soul kunt vertolken als Marc Broussard en ook nog eens uit de voeten kunt in prachtig ingetogen folksongs zoals de Amerikaan dit kan, moet je dit niet laten.
Het zijn vooral deze ingetogen songs, die overigens verreweg in de meerderheid zijn op A Life Worth Living, die uiteindelijk de meeste indruk op me maken. Marc Broussard put in deze songs uit de rijke muzikale erfenis van het Zuiden van de Verenigde Staten, die de jonge Broussard grotendeels door vader en muzikant Ted Broussard met de paplepel kreeg ingegoten.
De songs van Marc Broussard liggen nog steeds lekker in het gehoor, maar zijn nu voorzien van de diepgang en emotie die in het verleden nog wel eens ontbrak. De instrumentatie is keer op keer stemmig en verzorgd, of rauw wanneer dat moet, maar het is de stem van Marc Broussard die de meeste indruk maakt. Broussard kan prachtig ingetogen zingen, maar kan ook een heerlijke soulstrot open trekken, wat zijn songs voorziet van flink wat dynamiek.
Met een stem als die van Marc Broussard is de verleiding waarschijnlijk groot om continu voluit te gaan, maar Marc Broussard laat op A Life Worth Living goed horen hoe groot de kracht van doseren is.
Ik begon, zeker naar het zien van de zoetsappige cover, met de nodige scepsis aan de beluistering van de nieuwe plaat van Marc Broussard, maar inmiddels ben ik helemaal om. Met A Life Worth Living treedt Broussard wat mij betreft toe tot de grotere singer-songwriters is het genre en is hij, pas 32 jaren jong, nu echt een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marc Broussard - A Life Worth Living - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De wat zoetsappige cover van Marc Broussard’s A Life Worth Living riep bij mij onmiddellijk associaties op met een moderne remake van The Sound Of Music, maar gelukkig verdwenen deze associaties als sneeuw voor de zon toen de muziek van de muzikant uit Lafayette, Louisiana, eenmaal uit de speakers kwam.
Marc Broussard timmert inmiddels al een jaar of twaalf aan de weg, maar tot dusver deden zijn platen me niet zoveel. Teveel clichés, te weinig doorleving en songs die net wat teveel voor de grote Amerikaanse radiostations leken gemaakt, waarmee Marc Broussard voor mij in dezelfde categorie viel als bijvoorbeeld Gavin DeGraw; aardig, maar slechts beperkt houdbaar.
Dat lijkt ook weer op te gaan voor A Life Worth Living wanneer, de tegenwoordig van een flinke rossige baard voorziene, Broussard in de (weliswaar buitengewoon lekker in het gehoor liggende) openingstrack met referenties naar klassieke songs uit het verleden een dikke hit in de dop te pakken lijkt te hebben.
Na de openingstrack van de plaat, waarvoor Broussard overigens terugkeerde naar zijn oude, kleiner, platenmaatschappij, gaat het roer echter om en pakt Marc Broussard flink uit met rauwe blues. Opeens valt alles op zijn plaats. Broussard klinkt opeens geïnspireerd en doorleefd, maakt indruk met zijn rauwe soulstem en levert nu ook een song af die je niet alleen vermaakt maar ook raakt.
Hoewel Marc Broussard de rauwe blues in de derde track weer verwisselt voor een meer toegankelijke folky rocksong, slaagt hij er in om het hoge niveau vast te houden. Dat doet hij ook in de tracks die volgen en waarin Marc Broussard nog een paar keer andere wegen in slaat.
Het maakt van A Life Worth Living een bijzonder veelzijdige plaat. Persoonlijk hou ik wel van een lekker consistent geluid, maar als je rauwe blues en soul kunt vertolken als Marc Broussard en ook nog eens uit de voeten kunt in prachtig ingetogen folksongs zoals de Amerikaan dit kan, moet je dit niet laten.
Het zijn vooral deze ingetogen songs, die overigens verreweg in de meerderheid zijn op A Life Worth Living, die uiteindelijk de meeste indruk op me maken. Marc Broussard put in deze songs uit de rijke muzikale erfenis van het Zuiden van de Verenigde Staten, die de jonge Broussard grotendeels door vader en muzikant Ted Broussard met de paplepel kreeg ingegoten.
De songs van Marc Broussard liggen nog steeds lekker in het gehoor, maar zijn nu voorzien van de diepgang en emotie die in het verleden nog wel eens ontbrak. De instrumentatie is keer op keer stemmig en verzorgd, of rauw wanneer dat moet, maar het is de stem van Marc Broussard die de meeste indruk maakt. Broussard kan prachtig ingetogen zingen, maar kan ook een heerlijke soulstrot open trekken, wat zijn songs voorziet van flink wat dynamiek.
Met een stem als die van Marc Broussard is de verleiding waarschijnlijk groot om continu voluit te gaan, maar Marc Broussard laat op A Life Worth Living goed horen hoe groot de kracht van doseren is.
Ik begon, zeker naar het zien van de zoetsappige cover, met de nodige scepsis aan de beluistering van de nieuwe plaat van Marc Broussard, maar inmiddels ben ik helemaal om. Met A Life Worth Living treedt Broussard wat mij betreft toe tot de grotere singer-songwriters is het genre en is hij, pas 32 jaren jong, nu echt een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman
Marcus King - El Dorado (2020)

4,0
5
geplaatst: 17 januari 2020, 17:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marcus King - El Dorado - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marcus King - El Dorado
Marcus King is pas 25, maar zingt als een doorleefde soulzanger en speelt ook nog eens geweldig gitaar, waarna Dan Auerbach de rest doet
Na drie albums met de Marcus King Band is het tijd voor het eerste echte soloalbum van Marcus King. De jonge Amerikaanse muzikant werkt hierop samen met topproducer Dan Auerbach, die El Dorado natuurlijk heeft voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid. Op zijn eerste soloalbum gaat Marcus King wat meer de kant van de laid-back soul op. Op zich een verstandige keuze, want het soulgeluid van Dan Auerbach slaat zich als een warme deken om je heen terwijl Marcus King de sterren van de hemel zingt. Ook jammer, want wat is Marcus King ook een geweldige bluesgitarist; een kwaliteit die hij dan maar moet bewaren voor zijn volgende album.
De Amerikaanse muzikant Marcus King maakte de afgelopen jaren indruk met zijn Marcus King Band, die drie albums met een tijdloze mix van onder andere soul, blues, rock en jazz uitbracht.
Het nieuwe album van de muzikant uit Greenville, South Carolina, verschijnt niet onder de naam Marcus King Band, maar alleen onder zijn eigen naam. El Dorado is hiermee het eerste soloalbum van Marcus King en het is een soloalbum dat voortborduurt op het werk van zijn band.
Voor El Dorado toog Marcus King naar Nashville, Tennessee, waar hij de studio in dook van Dan Auerbach (The Black Keys) die het album ook produceerde.
Iedereen die de albums van de Marc King Band kent, weet de jonge Amerikaanse muzikant een verdienstelijk gitarist is en dat hij bovendien is gezegend met een opvallend soulvolle strot. Dan Auerbach weet de sterke punten van de pas 25 jaar oude muzikant nog wat beter te benadrukken en heeft El Dorado voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid.
Het is een retro geluid waarin Marcus King nog altijd invloeden uit de blues(rock), Southern rock en soul verwerkt. Invloeden uit de soul hebben wat aan terrein gewonnen op El Dorado en worden meestal gegoten in soulvolle ballads. Het is een begrijpelijke keuze van Dan Auerbach, want de geweldige stem van Marcus King gedijt uitstekend in het warmbloedige soulgeluid op het album. Het is een soulgeluid dat wat aan de zoete kant is, al blijft alles door de rauwe strot van Marcus King makkelijk aan de goede kant van de streep.
In een aantal songs kiest de muzikant uit South Carolina voor een wat rauwer en meer bluesy geluid en dat bevalt mij persoonlijk beter dan de zoete soul. In deze tracks mag Marcus King laten horen wat een geweldige gitarist hij is, maar de meeste tracks op El Dorado zijn betrekkelijk ingetogen. Dan Auerbach heeft op het eerste soloalbum van Marcus King vooral gestuurd in de richting van zwoele soul, maar heeft het geluid op het album ook voorzien van accenten uit onder andere de gospel en de country.
Marcus King mag misschien niet altijd laten horen wat hij als gitarist in huis heeft, maar in vocaal opzicht is El Dorado een groots album. De jonge Amerikaanse muzikant herinnert aan de grote soulzangers uit een ver verleden en stop veel gevoel in zijn zang, die ook nog eens prachtig gedoseerd wordt.
Door alle muzikale invloeden en de aan grote soulzangers herinnerende zang heeft El Dorado een 70s feel, maar overbodige retro is het geen moment. Ik was bij eerste beluistering best gecharmeerd van de albums van de Marcus King Band, maar vond het na een paar keer horen net wat te weinig onderscheidend. Dat onderscheidende hoor ik wel op het eerste soloalbum van de Amerikaanse muzikant, al was hij misschien beter af geweest met een producer die wat meer had gefocust op het rauwere werk. Aan de andere kant is de pure soul op El Dorado ook bijzonder lekker.
Wanneer het volume wat wordt opgeschroefd en de gitaren aan terrein winnen, maakt Marcus King op mij net wat meer indruk en klinkt hij als een grote soulzanger uit het verleden, begeleid door ZZ Top. Marcus King is pas 25 en heeft nu al een viertal albums gemaakt waar het talent van af spat. Toch denk ik dat de Amerikaanse muzikant nog veel beter kan, wat gezien het hoge niveau van El Dorado een prestatie van formaat zou zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marcus King - El Dorado - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marcus King - El Dorado
Marcus King is pas 25, maar zingt als een doorleefde soulzanger en speelt ook nog eens geweldig gitaar, waarna Dan Auerbach de rest doet
Na drie albums met de Marcus King Band is het tijd voor het eerste echte soloalbum van Marcus King. De jonge Amerikaanse muzikant werkt hierop samen met topproducer Dan Auerbach, die El Dorado natuurlijk heeft voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid. Op zijn eerste soloalbum gaat Marcus King wat meer de kant van de laid-back soul op. Op zich een verstandige keuze, want het soulgeluid van Dan Auerbach slaat zich als een warme deken om je heen terwijl Marcus King de sterren van de hemel zingt. Ook jammer, want wat is Marcus King ook een geweldige bluesgitarist; een kwaliteit die hij dan maar moet bewaren voor zijn volgende album.
De Amerikaanse muzikant Marcus King maakte de afgelopen jaren indruk met zijn Marcus King Band, die drie albums met een tijdloze mix van onder andere soul, blues, rock en jazz uitbracht.
Het nieuwe album van de muzikant uit Greenville, South Carolina, verschijnt niet onder de naam Marcus King Band, maar alleen onder zijn eigen naam. El Dorado is hiermee het eerste soloalbum van Marcus King en het is een soloalbum dat voortborduurt op het werk van zijn band.
Voor El Dorado toog Marcus King naar Nashville, Tennessee, waar hij de studio in dook van Dan Auerbach (The Black Keys) die het album ook produceerde.
Iedereen die de albums van de Marc King Band kent, weet de jonge Amerikaanse muzikant een verdienstelijk gitarist is en dat hij bovendien is gezegend met een opvallend soulvolle strot. Dan Auerbach weet de sterke punten van de pas 25 jaar oude muzikant nog wat beter te benadrukken en heeft El Dorado voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid.
Het is een retro geluid waarin Marcus King nog altijd invloeden uit de blues(rock), Southern rock en soul verwerkt. Invloeden uit de soul hebben wat aan terrein gewonnen op El Dorado en worden meestal gegoten in soulvolle ballads. Het is een begrijpelijke keuze van Dan Auerbach, want de geweldige stem van Marcus King gedijt uitstekend in het warmbloedige soulgeluid op het album. Het is een soulgeluid dat wat aan de zoete kant is, al blijft alles door de rauwe strot van Marcus King makkelijk aan de goede kant van de streep.
In een aantal songs kiest de muzikant uit South Carolina voor een wat rauwer en meer bluesy geluid en dat bevalt mij persoonlijk beter dan de zoete soul. In deze tracks mag Marcus King laten horen wat een geweldige gitarist hij is, maar de meeste tracks op El Dorado zijn betrekkelijk ingetogen. Dan Auerbach heeft op het eerste soloalbum van Marcus King vooral gestuurd in de richting van zwoele soul, maar heeft het geluid op het album ook voorzien van accenten uit onder andere de gospel en de country.
Marcus King mag misschien niet altijd laten horen wat hij als gitarist in huis heeft, maar in vocaal opzicht is El Dorado een groots album. De jonge Amerikaanse muzikant herinnert aan de grote soulzangers uit een ver verleden en stop veel gevoel in zijn zang, die ook nog eens prachtig gedoseerd wordt.
Door alle muzikale invloeden en de aan grote soulzangers herinnerende zang heeft El Dorado een 70s feel, maar overbodige retro is het geen moment. Ik was bij eerste beluistering best gecharmeerd van de albums van de Marcus King Band, maar vond het na een paar keer horen net wat te weinig onderscheidend. Dat onderscheidende hoor ik wel op het eerste soloalbum van de Amerikaanse muzikant, al was hij misschien beter af geweest met een producer die wat meer had gefocust op het rauwere werk. Aan de andere kant is de pure soul op El Dorado ook bijzonder lekker.
Wanneer het volume wat wordt opgeschroefd en de gitaren aan terrein winnen, maakt Marcus King op mij net wat meer indruk en klinkt hij als een grote soulzanger uit het verleden, begeleid door ZZ Top. Marcus King is pas 25 en heeft nu al een viertal albums gemaakt waar het talent van af spat. Toch denk ik dat de Amerikaanse muzikant nog veel beter kan, wat gezien het hoge niveau van El Dorado een prestatie van formaat zou zijn. Erwin Zijleman
Maren Morris - D R E A M S I C L E (2025)

0
geplaatst: 10 mei 2025, 11:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maren Morris - D R E A M S I C L E - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maren Morris - D R E A M S I C L E
Met D R E A M S I C L E moet Maren Morris zich definitief gaan scharen onder de groten binnen de countrypop van het moment en dit doet ze met een fris en modern klinkend album met een flinke dosis pop
Ik heb de afgelopen jaren een ongelooflijk zwak voor countrypop en dan bij voorkeur countrypop met meer country dan pop. Maren Morris kiest op haar nieuwe album vaak voor meer pop dan country, maar D R E A M S I C L E is absoluut een countrypop album. Het is een album dat is voorzien van een blinkende productie en dat bol staat van de invloeden. Het is het soort countrypop waar ik niet altijd gek op ben, maar Maren Morris overtuigt op haar nieuwe album met geweldige en zeer aanstekelijke songs, met een fris en eigentijds geluid en natuurlijk met haar uitstekende stem. Ze had van mij ook best een puur countryalbum mogen maken, want dat kan ze ook, maar D R E A M S I C L E is ook heerlijk en wordt alleen maar beter.
Maren Morris is in Nederland misschien nog niet heel bekend, maar iedereen die de countrypop een beetje volgt, weet dat ze in de Verenigde Staten inmiddels is uitgegroeid tot een van de meest succesvolle zangeressen in het genre en het zou me niet verbazen als ook Nederland binnenkort aan haar voeten ligt.
De in Texas opgegroeide muzikante maakte als tiener al twee best aardige albums en streek vervolgens neer in Nashville, Tennessee. Daar kreeg ze het in eerste instantie zeker niet voor niets, maar met de single My Church kreeg ze uiteindelijk toch haar zo verdiende plekje in de spotlights. Met het door de eigenzinnige busbee geproduceerde HERO leverde Maren Morris vervolgens een van de beste countrypop albums van 2016 af en wist ze, net als Kacey Musgraves, een verrassend breed publiek aan te spreken.
Op het in 2019 verschenen GIRL nam Maren Morris de afslag richting af en toe wel erg gladde pop, wat een wat teleurstellend album opleverde. De revanche kwam in 2022 met het wederom uitstekende Humble Quest. Het door Greg Kurstin geproduceerde album liet wel weer horen wat Maren Morris in haar mars heeft. Het album moet worden gerekend tot de betere countrypop albums van de afgelopen jaren en laat goed horen wat een getalenteerde zangeres en songwriter Maren Morris is.
Met het deze week verschenen D R E A M S I C L E moet Maren Morris zich gaan scharen onder de allergrootsten binnen de countrypop van het moment en ik acht de kans groot dat dit gaat lukken. De Amerikaanse muzikante heeft niets aan het toeval over gelaten en heeft een goed gevuld blik met producers open getrokken, onder wie topkrachten als Greg Kurstin en de onvolprezen Jack Antonoff.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op albums waar meerdere producers aan gesleuteld hebben, maar D R E A M S I C L E klinkt echt fantastisch. Maren Morris flirtte een paar jaar geleden nog opzichtig met mainstream pop, maar op D R E A M S I C L E blijft ze de countrypop wat mij betreft redelijk trouw, maar dat zal niet iedereen met me eens zijn.
Het is wel countrypop waarin flink wat ruimte is voor invloeden uit andere genres en voor invloeden uit andere tijden, want Maren Morris laat zich op haar nieuwe album opvallend breed beïnvloeden. Op D R E A M S I C L E is het aandeel pop wat groter dan ik graag hoor binnen de countrypop, maar Maren Morris blijft, in ieder geval voor mij, wel aan de goede kant van de streep.
Het levert een eigentijds klinkend countrypop album op met een opvallend grote rol voor synths, die het album hier en daar ook een 80s of 90s vibe geven. Het nieuwe album van Maren Morris lijkt me daarom minder geschikt voor liefhebbers van traditionele countrymuziek, maar als een zwak hebt voor countrypop met een flinke dosis pop valt er op het nieuwe album van Maren Morris echt heel veel te genieten.
De muzikante uit Nashville laat horen dat ze een prima zangeres is, zeker in de wat meer ingetogen songs, en bovendien een zangeres met een eigen geluid, dat zich de afgelopen jaren nog flink heeft ontwikkeld. In muzikaal opzicht klinkt D R E A M S I C L E misschien wat clean, maar de muzikanten en producers die hebben gewerkt aan het album hebben vakwerk afgeleverd.
Maren Morris zag haar huwelijk op de klippen lopen, maar heeft zeker geen breakup album gemaakt, al hoor je hier en daar wel wat melancholie in de songs die vooral plezier uitstralen. Ik heb de afgelopen jaren een flink zwak ontwikkeld voor Maren Morris en met haar nieuwe album overtuigt ze me weer verassend makkelijk. In november staat ze in de Melkweg, dat zou wel eens heel goed kunnen gaan worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Maren Morris - D R E A M S I C L E - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maren Morris - D R E A M S I C L E
Met D R E A M S I C L E moet Maren Morris zich definitief gaan scharen onder de groten binnen de countrypop van het moment en dit doet ze met een fris en modern klinkend album met een flinke dosis pop
Ik heb de afgelopen jaren een ongelooflijk zwak voor countrypop en dan bij voorkeur countrypop met meer country dan pop. Maren Morris kiest op haar nieuwe album vaak voor meer pop dan country, maar D R E A M S I C L E is absoluut een countrypop album. Het is een album dat is voorzien van een blinkende productie en dat bol staat van de invloeden. Het is het soort countrypop waar ik niet altijd gek op ben, maar Maren Morris overtuigt op haar nieuwe album met geweldige en zeer aanstekelijke songs, met een fris en eigentijds geluid en natuurlijk met haar uitstekende stem. Ze had van mij ook best een puur countryalbum mogen maken, want dat kan ze ook, maar D R E A M S I C L E is ook heerlijk en wordt alleen maar beter.
Maren Morris is in Nederland misschien nog niet heel bekend, maar iedereen die de countrypop een beetje volgt, weet dat ze in de Verenigde Staten inmiddels is uitgegroeid tot een van de meest succesvolle zangeressen in het genre en het zou me niet verbazen als ook Nederland binnenkort aan haar voeten ligt.
De in Texas opgegroeide muzikante maakte als tiener al twee best aardige albums en streek vervolgens neer in Nashville, Tennessee. Daar kreeg ze het in eerste instantie zeker niet voor niets, maar met de single My Church kreeg ze uiteindelijk toch haar zo verdiende plekje in de spotlights. Met het door de eigenzinnige busbee geproduceerde HERO leverde Maren Morris vervolgens een van de beste countrypop albums van 2016 af en wist ze, net als Kacey Musgraves, een verrassend breed publiek aan te spreken.
Op het in 2019 verschenen GIRL nam Maren Morris de afslag richting af en toe wel erg gladde pop, wat een wat teleurstellend album opleverde. De revanche kwam in 2022 met het wederom uitstekende Humble Quest. Het door Greg Kurstin geproduceerde album liet wel weer horen wat Maren Morris in haar mars heeft. Het album moet worden gerekend tot de betere countrypop albums van de afgelopen jaren en laat goed horen wat een getalenteerde zangeres en songwriter Maren Morris is.
Met het deze week verschenen D R E A M S I C L E moet Maren Morris zich gaan scharen onder de allergrootsten binnen de countrypop van het moment en ik acht de kans groot dat dit gaat lukken. De Amerikaanse muzikante heeft niets aan het toeval over gelaten en heeft een goed gevuld blik met producers open getrokken, onder wie topkrachten als Greg Kurstin en de onvolprezen Jack Antonoff.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op albums waar meerdere producers aan gesleuteld hebben, maar D R E A M S I C L E klinkt echt fantastisch. Maren Morris flirtte een paar jaar geleden nog opzichtig met mainstream pop, maar op D R E A M S I C L E blijft ze de countrypop wat mij betreft redelijk trouw, maar dat zal niet iedereen met me eens zijn.
Het is wel countrypop waarin flink wat ruimte is voor invloeden uit andere genres en voor invloeden uit andere tijden, want Maren Morris laat zich op haar nieuwe album opvallend breed beïnvloeden. Op D R E A M S I C L E is het aandeel pop wat groter dan ik graag hoor binnen de countrypop, maar Maren Morris blijft, in ieder geval voor mij, wel aan de goede kant van de streep.
Het levert een eigentijds klinkend countrypop album op met een opvallend grote rol voor synths, die het album hier en daar ook een 80s of 90s vibe geven. Het nieuwe album van Maren Morris lijkt me daarom minder geschikt voor liefhebbers van traditionele countrymuziek, maar als een zwak hebt voor countrypop met een flinke dosis pop valt er op het nieuwe album van Maren Morris echt heel veel te genieten.
De muzikante uit Nashville laat horen dat ze een prima zangeres is, zeker in de wat meer ingetogen songs, en bovendien een zangeres met een eigen geluid, dat zich de afgelopen jaren nog flink heeft ontwikkeld. In muzikaal opzicht klinkt D R E A M S I C L E misschien wat clean, maar de muzikanten en producers die hebben gewerkt aan het album hebben vakwerk afgeleverd.
Maren Morris zag haar huwelijk op de klippen lopen, maar heeft zeker geen breakup album gemaakt, al hoor je hier en daar wel wat melancholie in de songs die vooral plezier uitstralen. Ik heb de afgelopen jaren een flink zwak ontwikkeld voor Maren Morris en met haar nieuwe album overtuigt ze me weer verassend makkelijk. In november staat ze in de Melkweg, dat zou wel eens heel goed kunnen gaan worden. Erwin Zijleman
Maren Morris - GIRL (2019)

3,5
0
geplaatst: 8 januari 2020, 16:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maren Morris - GIRL - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maren Morris - GIRL
Maren Morris schuift op GIRL wel erg op richting hitgevoelige pop, maar haar geweldige stem kan ze niet verbergen waardoor het album toch stiekem groeit
GIRL van Maren Morris heb ik vorig jaar laten liggen vanwege een te hoge dosis pop, maar na haar prachtrol binnen The Highwomen en het feit dat GIRL in meerdere country jaarlijstjes is te vinden, heb ik het toch nog eens geprobeerd met het album. Ik blijf er bij dat Maren Morris veel beter kan wanneer bijvoorbeeld T-Bone Burnett of Dave Cobb zich over haar zou ontfermen, maar pik de krenten er uit op GIRL en het is bij vlagen een prima album. Maren Morris redt zich vooral door haar uitstekende stem, maar ook op de songs op GIRL is weinig aan te merken. Ze verdient het voordeel van de twijfel wat mij betreft.
Ik was in de zomer van 2016 behoorlijk onder de indruk van HERO van de Amerikaanse singer-songwriter Maren Morris. De 26-jaar oude muzikant verbleef op dat moment al zo’n zes jaar in Nashville, Tennessee, waar een carrière in de muziek maar niet van de grond leek te komen.
Twee in eigen beheer uitgebrachte albums hadden weinig tot niets gedaan, maar met haar major debuut HERO veranderde alles voor de jonge singer-songwriter, die werd geboren in Dallas, Texas.
Aan de hand van de legendarische Nashville producer Michael James Ryan, beter bekend als Busbee, vond Maren Morris een geluid waarmee ze met veel succes aan de weg kon timmeren en dat deed ze dan ook. HERO putte vooral uit de archieven van de countrypop en sloot aan op de albums van bijvoorbeeld Kacey Musgraves, maar Maren Morris kon op haar major debuut net zo makkelijk uit de voeten met invloeden uit de country, countryrock, de pop of zelfs de R&B.
Vorig jaar keerde Maren Morris terug met haar tweede album GIRL. Ze kon dit keer geen beroep doen op de ernstig zieke en in het voorjaar van 2019 overleden Busbee, maar koos voor Greg Kurstin, die we kennen van The Bird & The Bee, maar die ook als producer actief was voor onder andere Adele en Beck. Ik had hoge verwachtingen, maar GIRL beviel me vorig jaar maar matig. Op het eerste gehoorde hoorde ik net wat teveel pop en te weinig country en leek Maren Morris de kant van Taylor Swift op te gaan, zonder haar niveau te halen.
De belofte van HERO werd wel waar gemaakt op het debuut van The Highwomen, waarin Maren Morris zich staande hield tussen geweldige zangeressen als uit Brandi Carlile, Amanda Shires en Natalie Hemby. Een week of twee geleden zag ik GIRL bovendien opduiken in een aantal country jaarlijstjes, waarin ik verder alleen maar albums zag die ik hoog heb zitten. Ik heb het daarom nog eens geprobeerd met GIRL en ditmaal beviel het album me een stuk beter.
Natuurlijk bevat het album een aantal tracks die wat mij betreft net wat teveel doorslaan richting zouteloze pop, maar er staan flink wat songs tegenover die niet onder doen voor de countrypop van Kacey Musgraves of die raken aan de smaakvolle country van met name Miranda Lambert, Gretchen Wilson en Brandy Clark.
Greg Kurstin heeft het geluid op GIRL hier en daar van net wat teveel glitters en glans voorzien, maar voorziet het album ook van een warme onderlaag. Het is een onderlaag die uitstekend past bij de stem van Maren Morris, die ook op GIRL weer laat horen dat ze geweldig kan zingen. De jonge Amerikaanse singer-songwriter heeft een stem die uitstekend uit de voeten kan in de country, maar het is ook een stem waarop menig popprinses jaloers zal zijn.
Zeker als de productie van het album even net wat soberder is, maakt Maren Morris indruk met haar krachtige stem, maar ook in de songs die van net wat teveel pop zijn voorzien blijft het dankzij de vocalen aan de goede kant van de streep.
Net als Miranda Lambert heeft Maren Morris vorig jaar een album afgeleverd dat in de Verenigde Staten zeer enthousiast is ontvangen, maar dat voor onze Europese oren net wat te gelikt klinkt. Luister net wat meer onbevangen en GIRL is een prima album dat de status van Maren Morris als een van de countrypop prinsessen van het moment bevestigt. En nu een album met Dave Cobb of T-Bone Burnett. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maren Morris - GIRL - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maren Morris - GIRL
Maren Morris schuift op GIRL wel erg op richting hitgevoelige pop, maar haar geweldige stem kan ze niet verbergen waardoor het album toch stiekem groeit
GIRL van Maren Morris heb ik vorig jaar laten liggen vanwege een te hoge dosis pop, maar na haar prachtrol binnen The Highwomen en het feit dat GIRL in meerdere country jaarlijstjes is te vinden, heb ik het toch nog eens geprobeerd met het album. Ik blijf er bij dat Maren Morris veel beter kan wanneer bijvoorbeeld T-Bone Burnett of Dave Cobb zich over haar zou ontfermen, maar pik de krenten er uit op GIRL en het is bij vlagen een prima album. Maren Morris redt zich vooral door haar uitstekende stem, maar ook op de songs op GIRL is weinig aan te merken. Ze verdient het voordeel van de twijfel wat mij betreft.
Ik was in de zomer van 2016 behoorlijk onder de indruk van HERO van de Amerikaanse singer-songwriter Maren Morris. De 26-jaar oude muzikant verbleef op dat moment al zo’n zes jaar in Nashville, Tennessee, waar een carrière in de muziek maar niet van de grond leek te komen.
Twee in eigen beheer uitgebrachte albums hadden weinig tot niets gedaan, maar met haar major debuut HERO veranderde alles voor de jonge singer-songwriter, die werd geboren in Dallas, Texas.
Aan de hand van de legendarische Nashville producer Michael James Ryan, beter bekend als Busbee, vond Maren Morris een geluid waarmee ze met veel succes aan de weg kon timmeren en dat deed ze dan ook. HERO putte vooral uit de archieven van de countrypop en sloot aan op de albums van bijvoorbeeld Kacey Musgraves, maar Maren Morris kon op haar major debuut net zo makkelijk uit de voeten met invloeden uit de country, countryrock, de pop of zelfs de R&B.
Vorig jaar keerde Maren Morris terug met haar tweede album GIRL. Ze kon dit keer geen beroep doen op de ernstig zieke en in het voorjaar van 2019 overleden Busbee, maar koos voor Greg Kurstin, die we kennen van The Bird & The Bee, maar die ook als producer actief was voor onder andere Adele en Beck. Ik had hoge verwachtingen, maar GIRL beviel me vorig jaar maar matig. Op het eerste gehoorde hoorde ik net wat teveel pop en te weinig country en leek Maren Morris de kant van Taylor Swift op te gaan, zonder haar niveau te halen.
De belofte van HERO werd wel waar gemaakt op het debuut van The Highwomen, waarin Maren Morris zich staande hield tussen geweldige zangeressen als uit Brandi Carlile, Amanda Shires en Natalie Hemby. Een week of twee geleden zag ik GIRL bovendien opduiken in een aantal country jaarlijstjes, waarin ik verder alleen maar albums zag die ik hoog heb zitten. Ik heb het daarom nog eens geprobeerd met GIRL en ditmaal beviel het album me een stuk beter.
Natuurlijk bevat het album een aantal tracks die wat mij betreft net wat teveel doorslaan richting zouteloze pop, maar er staan flink wat songs tegenover die niet onder doen voor de countrypop van Kacey Musgraves of die raken aan de smaakvolle country van met name Miranda Lambert, Gretchen Wilson en Brandy Clark.
Greg Kurstin heeft het geluid op GIRL hier en daar van net wat teveel glitters en glans voorzien, maar voorziet het album ook van een warme onderlaag. Het is een onderlaag die uitstekend past bij de stem van Maren Morris, die ook op GIRL weer laat horen dat ze geweldig kan zingen. De jonge Amerikaanse singer-songwriter heeft een stem die uitstekend uit de voeten kan in de country, maar het is ook een stem waarop menig popprinses jaloers zal zijn.
Zeker als de productie van het album even net wat soberder is, maakt Maren Morris indruk met haar krachtige stem, maar ook in de songs die van net wat teveel pop zijn voorzien blijft het dankzij de vocalen aan de goede kant van de streep.
Net als Miranda Lambert heeft Maren Morris vorig jaar een album afgeleverd dat in de Verenigde Staten zeer enthousiast is ontvangen, maar dat voor onze Europese oren net wat te gelikt klinkt. Luister net wat meer onbevangen en GIRL is een prima album dat de status van Maren Morris als een van de countrypop prinsessen van het moment bevestigt. En nu een album met Dave Cobb of T-Bone Burnett. Erwin Zijleman
Maren Morris - Hero (2016)

4,0
0
geplaatst: 2 juli 2016, 09:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maren Morris - Hero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Maren Morris werd op 10 april 1990 geboren in Dallas, Texas, maar debuteerde desondanks al ruim tien jaar geleden met haar eerste plaat en staat ook al een decennium op het podium.
Het is ervaring die goed van pas kwam toen ze eerder dit jaar de studio indook voor het opnemen van haar major debuut. Hero is een plaat waar in de Verenigde Staten heel druk over wordt gedaan en daar valt niet zoveel op af te dingen.
Maren Morris heeft immers samen met producer Busbee en flink wat uitstekende muzikanten een plaat gemaakt waarop smaakvolle invloeden uit de country en een goed gevoel voor perfecte popliedjes prachtig in harmonie zijn.
Hero sluit hierdoor naadloos aan op het geweldige Pageant Material van Kacey Musgraves (voor mij nog altijd een van de beste platen van 2015), maar raakt ook aan de onlangs verschenen plaat van Brandy Clark en het pionierswerk van Miranda Lambert en Gretchen Wilson.
De naam Busbee deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de Amerikaan blijkt een enorme staat van dienst te hebben als songwriter en producer en kan tot dusver zowel uit de voeten in het popsegment als in de Nashville country. Op Hero van Maren Morris vallen beide werelden prachtig samen en blijkt Busbee verantwoordelijk voor een kunststukje.
Hero is een prachtig klinkende plaat die vol kan gaan voor gloedvolle pop, maar ook de meer ingetogen en met meer emotie doorspekte countrypop zeker niet schuwt. En waar veel van de soort- en leeftijdgenoten van Maren Morris kiezen voor de pop, wint op Hero uiteindelijk de country.
De instrumentatie op en productie van Hero zijn van zeer hoog niveau, maar Maren Morris kan er zelf ook wat van. Ze heeft een krachtige stem die het goed doet in het countrysegment, maar ook uitstekend overweg kan met radiovriendelijke popmuziek. Net als Kacey Musgraves maakt Maren Morris countrypop die bijzonder lekker in het gehoor ligt en die vrijwel continu goed is voor een glimlach.
Vergeleken met Kacey Musgraves maakt Maren Morris muziek die wat minder stevig verankerd is in de country en ook voorzichtige invloeden uit de soul en R&B niet schuwt. Hero is hierdoor wat lichtvoetiger dan de gemiddelde countrypop plaat uit Nashville en lijkt minder geschikt voor countrypuristen of een ieder die alleen alternatieve country tot zich neemt.
Wanneer je, net als ik, niet vies bent van country met flink wat invloeden uit de pop en niet alleen ontvankelijk bent voor tranen maar ook voor zonnestralen, is Hero echter een heerlijke plaat. Maren Morris laat zich op Hero in vocaal opzicht gelden, maar schreef ook mee aan alle songs. Alle reden dus om deze dame vanaf nu nauwlettend in de gaten te gaan houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maren Morris - Hero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Maren Morris werd op 10 april 1990 geboren in Dallas, Texas, maar debuteerde desondanks al ruim tien jaar geleden met haar eerste plaat en staat ook al een decennium op het podium.
Het is ervaring die goed van pas kwam toen ze eerder dit jaar de studio indook voor het opnemen van haar major debuut. Hero is een plaat waar in de Verenigde Staten heel druk over wordt gedaan en daar valt niet zoveel op af te dingen.
Maren Morris heeft immers samen met producer Busbee en flink wat uitstekende muzikanten een plaat gemaakt waarop smaakvolle invloeden uit de country en een goed gevoel voor perfecte popliedjes prachtig in harmonie zijn.
Hero sluit hierdoor naadloos aan op het geweldige Pageant Material van Kacey Musgraves (voor mij nog altijd een van de beste platen van 2015), maar raakt ook aan de onlangs verschenen plaat van Brandy Clark en het pionierswerk van Miranda Lambert en Gretchen Wilson.
De naam Busbee deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de Amerikaan blijkt een enorme staat van dienst te hebben als songwriter en producer en kan tot dusver zowel uit de voeten in het popsegment als in de Nashville country. Op Hero van Maren Morris vallen beide werelden prachtig samen en blijkt Busbee verantwoordelijk voor een kunststukje.
Hero is een prachtig klinkende plaat die vol kan gaan voor gloedvolle pop, maar ook de meer ingetogen en met meer emotie doorspekte countrypop zeker niet schuwt. En waar veel van de soort- en leeftijdgenoten van Maren Morris kiezen voor de pop, wint op Hero uiteindelijk de country.
De instrumentatie op en productie van Hero zijn van zeer hoog niveau, maar Maren Morris kan er zelf ook wat van. Ze heeft een krachtige stem die het goed doet in het countrysegment, maar ook uitstekend overweg kan met radiovriendelijke popmuziek. Net als Kacey Musgraves maakt Maren Morris countrypop die bijzonder lekker in het gehoor ligt en die vrijwel continu goed is voor een glimlach.
Vergeleken met Kacey Musgraves maakt Maren Morris muziek die wat minder stevig verankerd is in de country en ook voorzichtige invloeden uit de soul en R&B niet schuwt. Hero is hierdoor wat lichtvoetiger dan de gemiddelde countrypop plaat uit Nashville en lijkt minder geschikt voor countrypuristen of een ieder die alleen alternatieve country tot zich neemt.
Wanneer je, net als ik, niet vies bent van country met flink wat invloeden uit de pop en niet alleen ontvankelijk bent voor tranen maar ook voor zonnestralen, is Hero echter een heerlijke plaat. Maren Morris laat zich op Hero in vocaal opzicht gelden, maar schreef ook mee aan alle songs. Alle reden dus om deze dame vanaf nu nauwlettend in de gaten te gaan houden. Erwin Zijleman
Maren Morris - Humble Quest (2022)

4,0
1
geplaatst: 30 maart 2022, 17:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maren Morris - Humble Quest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maren Morris - Humble Quest
Na het geweldige HERO uit 2016 viel het wel erg lichtvoetige en poppy GIRL uit 2019 wat tegen, maar met het deze week verschenen Humble Quest is Maren Morris weer helemaal op de goede weg
Met HERO haalde Maren Morris in 2016 mijn jaarlijstje en schaarde ik haar onder de grote beloften van de country(pop). Zonder producer busbee klonk ze drie jaar later helaas een stuk minder overtuigend. GIRL had zijn momenten, maar was toch wat te veel lichtvoetige pop en te weinig country. Op het wederom door Greg Kurstin geproduceerde Humble Quest valt alles gelukkig weer de goede kant op. Country en pop zijn dit keer meer in balans, de productie is prachtig en de songs van Maren Morris graven niet alleen dieper, maar worden ook met meer gevoel vertolkt. Als lid van The Highwomen is Maren Morris de belofte al een tijdje voorbij, wat nog eens wordt onderstreept met dit prima album.
Na HERO uit 2016 en GIRL uit 2019 is Humble Quest het derde album van de Amerikaanse muzikante Maren Morris, althans wanneer we de drie albums die ze in haar tienerjaren maakte maar even vergeten. Met name het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Dallas, Texas, beviel me zeer. Op dit door de in 2019 overleden busbee (het alter ego van Michael James Ryan Busbee) geproduceerde album waren country en pop perfect in balans, net als dit op de eerste drie albums van Kacey Musgraves het geval was.
HERO vond ik uiteindelijk zelfs goed genoeg voor mijn jaarlijstje over 2016, maar opvolger GIRL beviel me wat minder. Op haar tweede album sloeg de muziek van Maren Morris, die op dat moment ook was toegetreden tot de ‘supergroep’ The Highwomen, wat mij betreft net wat te ver door richting pop. GIRL had zeker zijn momenten, maar over de hele linie vond ik het door Greg Kurstin geproduceerde album, die het werk van busbee af mocht maken, toch een stuk minder dan het debuut van Maren Morris of haar werk met The Highwomen.
Deze week keert Maren Morris terug met haar derde album en krijgen we een antwoord op de vraag of de Amerikaanse muzikante kiest voor de country of de pop. Het antwoord is dat Maren Morris op Humble Quest terugkeert naar de perfecte balans tussen country en pop van haar debuutalbum HERO. Het was een balans die prachtig werd bewaakt door producer busbee, die nog steeds wordt gemist.
Maren Morris deed, net als voor haar vorige album, een beroep op topproducer Greg Kurstin, die op Humble Quest een stevige vinger in de pap heeft en niet alleen tekent voor de productie, maar ook flink wat instrumenten bespeelt en meeschreef aan een groot deel van de songs. Op GIRL was ik niet erg gecharmeerd van de productie van deze Greg Kurstin, die we niet alleen kennen als producer van onder andere Adele, Paul McCartney en Beck, maar ook als lid van het duo The Bird And The Bee. Op de productie van Humble Quest heb ik echter niet zoveel aan te merken. Integendeel zelfs, het album klinkt prachtig en bevat een aangename jaren 70 vibe.
Op Humble Quest verwerkt Maren Morris over het algemeen gelijke delen pop en country in haar songs, al slaat de balans soms wat door richting country of juist richting pop. Humble Quest is daarom minder geschikt voor rootspuristen, maar muziekliefhebbers met een zwak voor goed gemaakte countrypop hebben aan het nieuwe album van Maren Morris echt een prima album.
Zowel de productie als de instrumentatie klinken zeer verzorgd en met name de songs met net wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek klinken prachtig. Maren Morris heeft, samen met flink wat aansprekende songwriters uit de Nashville scene, een serie prima songs geschreven en ze is ook nog eens een uitstekend zangeres, met een stem die gemaakt is voor de countrypop.
Vergeleken met voorganger GIRL zijn op Humble Quest niet alleen country en pop meer in balans, maar laat Maren Morris bovendien meer diepgang en meer emotie horen. Op basis van HERO voorspelde ik Maren Morris in 2016 een grote toekomst. De belofte maakte ze op GIRL wat mij betreft niet waar, maar het succes kwam desondanks. Op haar nieuwe album maakt Maren Morris ook de artistieke belofte waar met een album dat vooral niet te vroeg moet worden afgeserveerd als popalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maren Morris - Humble Quest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maren Morris - Humble Quest
Na het geweldige HERO uit 2016 viel het wel erg lichtvoetige en poppy GIRL uit 2019 wat tegen, maar met het deze week verschenen Humble Quest is Maren Morris weer helemaal op de goede weg
Met HERO haalde Maren Morris in 2016 mijn jaarlijstje en schaarde ik haar onder de grote beloften van de country(pop). Zonder producer busbee klonk ze drie jaar later helaas een stuk minder overtuigend. GIRL had zijn momenten, maar was toch wat te veel lichtvoetige pop en te weinig country. Op het wederom door Greg Kurstin geproduceerde Humble Quest valt alles gelukkig weer de goede kant op. Country en pop zijn dit keer meer in balans, de productie is prachtig en de songs van Maren Morris graven niet alleen dieper, maar worden ook met meer gevoel vertolkt. Als lid van The Highwomen is Maren Morris de belofte al een tijdje voorbij, wat nog eens wordt onderstreept met dit prima album.
Na HERO uit 2016 en GIRL uit 2019 is Humble Quest het derde album van de Amerikaanse muzikante Maren Morris, althans wanneer we de drie albums die ze in haar tienerjaren maakte maar even vergeten. Met name het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Dallas, Texas, beviel me zeer. Op dit door de in 2019 overleden busbee (het alter ego van Michael James Ryan Busbee) geproduceerde album waren country en pop perfect in balans, net als dit op de eerste drie albums van Kacey Musgraves het geval was.
HERO vond ik uiteindelijk zelfs goed genoeg voor mijn jaarlijstje over 2016, maar opvolger GIRL beviel me wat minder. Op haar tweede album sloeg de muziek van Maren Morris, die op dat moment ook was toegetreden tot de ‘supergroep’ The Highwomen, wat mij betreft net wat te ver door richting pop. GIRL had zeker zijn momenten, maar over de hele linie vond ik het door Greg Kurstin geproduceerde album, die het werk van busbee af mocht maken, toch een stuk minder dan het debuut van Maren Morris of haar werk met The Highwomen.
Deze week keert Maren Morris terug met haar derde album en krijgen we een antwoord op de vraag of de Amerikaanse muzikante kiest voor de country of de pop. Het antwoord is dat Maren Morris op Humble Quest terugkeert naar de perfecte balans tussen country en pop van haar debuutalbum HERO. Het was een balans die prachtig werd bewaakt door producer busbee, die nog steeds wordt gemist.
Maren Morris deed, net als voor haar vorige album, een beroep op topproducer Greg Kurstin, die op Humble Quest een stevige vinger in de pap heeft en niet alleen tekent voor de productie, maar ook flink wat instrumenten bespeelt en meeschreef aan een groot deel van de songs. Op GIRL was ik niet erg gecharmeerd van de productie van deze Greg Kurstin, die we niet alleen kennen als producer van onder andere Adele, Paul McCartney en Beck, maar ook als lid van het duo The Bird And The Bee. Op de productie van Humble Quest heb ik echter niet zoveel aan te merken. Integendeel zelfs, het album klinkt prachtig en bevat een aangename jaren 70 vibe.
Op Humble Quest verwerkt Maren Morris over het algemeen gelijke delen pop en country in haar songs, al slaat de balans soms wat door richting country of juist richting pop. Humble Quest is daarom minder geschikt voor rootspuristen, maar muziekliefhebbers met een zwak voor goed gemaakte countrypop hebben aan het nieuwe album van Maren Morris echt een prima album.
Zowel de productie als de instrumentatie klinken zeer verzorgd en met name de songs met net wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek klinken prachtig. Maren Morris heeft, samen met flink wat aansprekende songwriters uit de Nashville scene, een serie prima songs geschreven en ze is ook nog eens een uitstekend zangeres, met een stem die gemaakt is voor de countrypop.
Vergeleken met voorganger GIRL zijn op Humble Quest niet alleen country en pop meer in balans, maar laat Maren Morris bovendien meer diepgang en meer emotie horen. Op basis van HERO voorspelde ik Maren Morris in 2016 een grote toekomst. De belofte maakte ze op GIRL wat mij betreft niet waar, maar het succes kwam desondanks. Op haar nieuwe album maakt Maren Morris ook de artistieke belofte waar met een album dat vooral niet te vroeg moet worden afgeserveerd als popalbum. Erwin Zijleman
Margaret Glaspy - Devotion (2020)

4,0
0
geplaatst: 1 april 2020, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Devotion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaret Glaspy - Devotion
Margaret Glaspy overtuigt met een verrassend veelkleurig album vol lekker in het gehoor liggende, maar ook razend knap in elkaar stekende songs, die worden gedragen door haar mooie stem
De Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy debuteerde in de zomer van 2016 knap met het stekelige Emotions And Math. Opvolger Devotion klinkt een stuk gepolijster en vooral een stuk elektronischer. Het rafelige gitaarwerk op het debuut van Margaret Glaspy wordt zeker gemist, maar ook haar nieuwe geluid is aansprekend. Het bijzonder fraai geproduceerde Devotion staat vol met songs die de songwriting skills van Margaret Glaspy nog maar eens onderstrepen, maar de singer-songwriter uit New York is ook veel beter gaan zingen. Prima opvolger van het terecht zo geprezen debuut derhalve.
Ik kwam in de zomer van 2016 op het spoor van de Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy. Enerzijds omdat haar debuut Emotions And Math uitstekende recensies kreeg van de Amerikaanse muziekpers en anderzijds omdat het debuut van Margaret Glaspy werd vergeleken met de muziek van Fiona Apple.
Nu moet je met vergelijken met de muziek Fiona Apple wat mij betreft altijd uiterst voorzichtig zijn. De singer-songwriter uit New York is immers niet alleen een uniek talent, maar verschiet bovendien in muzikaal opzicht vaker van kleur dan de gemiddelde kameleon.
De uitstekende recensies van het debuut van Margaret Glaspy bleken overigens volkomen terecht en net als de muziek van Fiona Apple viel ook de muziek op Emotions And Math op door flink wat eigenzinnigheid en vaak een wat donkere ondertoon. Ook in de zang hoorde ik wel wat overeenkomsten, zodat de vergelijking met Fiona Apple niet helemaal uit de lucht was gegrepen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Margaret Glaspy inmiddels al weer vergeten was, toen vorige week haar nieuwe album op de mat plofte. Met Devotion laat de in Sacramento, California, maar inmiddels in Brooklyn, New York woonachtige Margaret Glaspy horen dat ze net als Fiona Apple in muzikaal opzicht flink kan kleur kan verschieten. Devotion klinkt flink anders dan voorganger Emotions And Math en roept nog maar zelden associaties op met de muziek van Fiona Apple, zodat we die vergelijking los kunnen laten.
Vanaf nu draait het dus om Margaret Glaspy en die heeft weer een prima album afgeleverd. Waar ze op haar debuut koos voor een gitaar georiënteerd en wat hoekig geluid, hoor je op Devotion veel meer elektronica en lijken de ruwe kantjes wat weg gevijld. Devotion is een toegankelijker album dan zijn voorganger, maar het is ook een album dat eigenzinniger is dan de eerste indruk doet vermoeden.
Devotion is misschien een stuk minder stekelig dan zijn voorganger, maar de songs op het nieuwe album van Margaret Glaspy zijn inventief opgebouwd en zitten vol fraaie details. Devotion is in productioneel opzicht een razend knap album. Het samen met Tyler Chester geproduceerde album laat een veelzijdig klankentapijt horen en het is en klankentapijt waarin steeds weer andere accenten opduiken.
Een groot deel van deze accenten komen van elektronica, maar Margaret Glaspy is er in geslaagd om haar geluid warm en toch ook organisch te houden. Het is een geluid dat prachtig past bij de stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die veel beter en veel melodieuzer is gaan zingen.
Waar het debuut van Margaret Glaspy wat ruw en stekelig aanvoelde, slaat Devotion zich vanaf de eerste noten als een warme deken om je heen. Het blijkt een bonte lappendeken, want Devotion is een uiterst veelzijdig album, waarop Margaret Glaspy zowel flirt met moderne elektronische popmuziek als met de tijdloze singer-songwriter muziek waarmee ze ooit opgroeide.
Ik heb persoonlijk een voorkeur voor de organisch klinkende en rootsy popliedjes op het album die het moeten doen met subtiele bijdragen van elektronica, maar ook als de elektronica het even wint, blijft de muziek van Margaret Glaspy makkelijk aan de goede kant van de streep. Het levert een uitstekend album op dat het talent van Margaret Glaspy nog maar eens stevig onderstreept. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Devotion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaret Glaspy - Devotion
Margaret Glaspy overtuigt met een verrassend veelkleurig album vol lekker in het gehoor liggende, maar ook razend knap in elkaar stekende songs, die worden gedragen door haar mooie stem
De Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy debuteerde in de zomer van 2016 knap met het stekelige Emotions And Math. Opvolger Devotion klinkt een stuk gepolijster en vooral een stuk elektronischer. Het rafelige gitaarwerk op het debuut van Margaret Glaspy wordt zeker gemist, maar ook haar nieuwe geluid is aansprekend. Het bijzonder fraai geproduceerde Devotion staat vol met songs die de songwriting skills van Margaret Glaspy nog maar eens onderstrepen, maar de singer-songwriter uit New York is ook veel beter gaan zingen. Prima opvolger van het terecht zo geprezen debuut derhalve.
Ik kwam in de zomer van 2016 op het spoor van de Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy. Enerzijds omdat haar debuut Emotions And Math uitstekende recensies kreeg van de Amerikaanse muziekpers en anderzijds omdat het debuut van Margaret Glaspy werd vergeleken met de muziek van Fiona Apple.
Nu moet je met vergelijken met de muziek Fiona Apple wat mij betreft altijd uiterst voorzichtig zijn. De singer-songwriter uit New York is immers niet alleen een uniek talent, maar verschiet bovendien in muzikaal opzicht vaker van kleur dan de gemiddelde kameleon.
De uitstekende recensies van het debuut van Margaret Glaspy bleken overigens volkomen terecht en net als de muziek van Fiona Apple viel ook de muziek op Emotions And Math op door flink wat eigenzinnigheid en vaak een wat donkere ondertoon. Ook in de zang hoorde ik wel wat overeenkomsten, zodat de vergelijking met Fiona Apple niet helemaal uit de lucht was gegrepen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Margaret Glaspy inmiddels al weer vergeten was, toen vorige week haar nieuwe album op de mat plofte. Met Devotion laat de in Sacramento, California, maar inmiddels in Brooklyn, New York woonachtige Margaret Glaspy horen dat ze net als Fiona Apple in muzikaal opzicht flink kan kleur kan verschieten. Devotion klinkt flink anders dan voorganger Emotions And Math en roept nog maar zelden associaties op met de muziek van Fiona Apple, zodat we die vergelijking los kunnen laten.
Vanaf nu draait het dus om Margaret Glaspy en die heeft weer een prima album afgeleverd. Waar ze op haar debuut koos voor een gitaar georiënteerd en wat hoekig geluid, hoor je op Devotion veel meer elektronica en lijken de ruwe kantjes wat weg gevijld. Devotion is een toegankelijker album dan zijn voorganger, maar het is ook een album dat eigenzinniger is dan de eerste indruk doet vermoeden.
Devotion is misschien een stuk minder stekelig dan zijn voorganger, maar de songs op het nieuwe album van Margaret Glaspy zijn inventief opgebouwd en zitten vol fraaie details. Devotion is in productioneel opzicht een razend knap album. Het samen met Tyler Chester geproduceerde album laat een veelzijdig klankentapijt horen en het is en klankentapijt waarin steeds weer andere accenten opduiken.
Een groot deel van deze accenten komen van elektronica, maar Margaret Glaspy is er in geslaagd om haar geluid warm en toch ook organisch te houden. Het is een geluid dat prachtig past bij de stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die veel beter en veel melodieuzer is gaan zingen.
Waar het debuut van Margaret Glaspy wat ruw en stekelig aanvoelde, slaat Devotion zich vanaf de eerste noten als een warme deken om je heen. Het blijkt een bonte lappendeken, want Devotion is een uiterst veelzijdig album, waarop Margaret Glaspy zowel flirt met moderne elektronische popmuziek als met de tijdloze singer-songwriter muziek waarmee ze ooit opgroeide.
Ik heb persoonlijk een voorkeur voor de organisch klinkende en rootsy popliedjes op het album die het moeten doen met subtiele bijdragen van elektronica, maar ook als de elektronica het even wint, blijft de muziek van Margaret Glaspy makkelijk aan de goede kant van de streep. Het levert een uitstekend album op dat het talent van Margaret Glaspy nog maar eens stevig onderstreept. Erwin Zijleman
Margaret Glaspy - Echo the Diamond (2023)

4,0
0
geplaatst: 20 augustus 2023, 10:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Echo The Diamond - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaret Glaspy - Echo The Diamond
Margaret Glaspy heeft op Echo The Diamond de synths van haar vorige album weer verruild voor haar gitaar en dat levert een lekker ruw en gruizig album op, dat uitblinkt door een serie ijzersterke songs
Margaret Glaspy is een naam die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikante uit New York levert na Emotions And Math uit 2016 en Devotion uit 2020 met het deze week verschenen Echo The Diamond haar derde uitstekende album af. Het is een album dat dichter bij haar door gitaren gedomineerde debuutalbum dan bij de vooral met synths ingekleurde opvolger ligt en dat vind ik persoonlijk goed nieuws. Echo The Diamond is vrij elementair ingekleurd, maar zowel het gitaarwerk als de zang op het album overtuigen bijzonder makkelijk. Ook de songs van Margaret Glaspy doen het zonder al te veel opsmuk, maar ze zijn stuk voor stuk raak.
Deze week is het derde album van de Amerikaanse muzikante Margaret Glaspy verschenen en dat is een album waar ik met torenhoge verwachtingen naar uit keek. De muzikante uit Brooklyn, New York, maakte immers diepe indruk met haar eerste twee albums. Margaret Glaspy debuteerde in de zomer van 2016 prachtig met Emotions And Math, dat ik vanwege de intensiteit en het donkere karakter van het album vergeleek met het werk van Fiona Apple. Het betekende overigens niet dat Emotions And Math klonk als een Fiona Apple album, want Margaret Glaspy vertrouwde op haar debuutalbum niet op de piano, maar op indringend en behoorlijk gruizig gitaarwerk.
Tot mijn verbazing dook Emotions And Math niet op in mijn jaarlijstje over 2016, maar het album hoort hier achteraf bezien zeker in thuis. Ook het in 2020 verschenen Devotion haalde overigens mijn jaarlijstje niet, maar ook het tweede album van Margaret Glaspy was van een hoog niveau. Op dit tweede album klonk de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter wat minder intens en donker en bovendien was het ruwe gitaarwerk voor een belangrijk deel verdrongen door wolken synths.
Margaret Glaspy staat op de cover van het deze week verschenen Echo The Diamond afgebeeld met een gitaar in haar handen en dat is niet voor niets. Op haar derde album heeft de gitaar het weer gewonnen van de synths en net als op Emotions And Math is het gitaarwerk op Echo The Diamond lekker gruizig. Het is gitaarwerk dat vooraan staat in de mix, wat het nieuwe album van Margaret Glaspy voorziet van een bijzonder geluid.
Ik was best te spreken over het vooral met elektronica ingekleurde en wat gepolijster klinkende Devotion, maar ik ben toch blij dat Margaret Glaspy op haar nieuwe album terugkeert naar het geluid van haar debuutalbum, al legt de muzikante uit Brooklyn dit keer wel andere accenten. Margaret Glaspy kiest op haar derde album vooral voor rocksongs zonder al te veel poespas. De songs op het album hebben genoeg aan de drie-eenheid gitaar, bas en drums en klinken vaak redelijk rechttoe rechtaan.
Dat klinkt misschien niet heel interessant, maar Margaret Glaspy heeft een serie aantrekkelijke songs geschreven en voert ze uit met veel passie. Het gitaarwerk op het album is lekker ruw en gruizig en dat past uitstekend bij de stem van Margaret Glaspy, die wat expressiever maar ook beter is gaan zingen. De associaties met de muziek van Fiona Apple zijn volledig verdwenen en in plaats hiervan hoor ik wel een heel klein beetje van het debuutalbum van Alanis Morissette of van het album waarmee Tracy Bonham doorbrak, maar Echo The Diamond is geen album vol hitsingles.
Het is wel een album met een serie hele goede songs, die ook herinneren aan de indierock uit de jaren 90, maar ik hoor ook wel wat van Big Thief. Het gitaarwerk is heerlijk ruw en bij vlagen stevig, maar Echo The Diamond bevat zowel uptempo songs als songs die zich langzaam voortslepen en met name aan het eind van het album wordt het gitaarwerk bluesier en subtieler.
In de vrouwelijke indierock en indiepop van het moment hoor ik momenteel heel veel albums die erg op elkaar lijken, maar Margaret Glaspy kiest op Echo The Diamond voor een duidelijk andere weg, wat een interessant en onderscheidend album oplevert. De lat lag zoals gezegd hoog, maar ik vind Echo The Diamond inmiddels beter dan zijn twee voorgangers en dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Echo The Diamond - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaret Glaspy - Echo The Diamond
Margaret Glaspy heeft op Echo The Diamond de synths van haar vorige album weer verruild voor haar gitaar en dat levert een lekker ruw en gruizig album op, dat uitblinkt door een serie ijzersterke songs
Margaret Glaspy is een naam die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikante uit New York levert na Emotions And Math uit 2016 en Devotion uit 2020 met het deze week verschenen Echo The Diamond haar derde uitstekende album af. Het is een album dat dichter bij haar door gitaren gedomineerde debuutalbum dan bij de vooral met synths ingekleurde opvolger ligt en dat vind ik persoonlijk goed nieuws. Echo The Diamond is vrij elementair ingekleurd, maar zowel het gitaarwerk als de zang op het album overtuigen bijzonder makkelijk. Ook de songs van Margaret Glaspy doen het zonder al te veel opsmuk, maar ze zijn stuk voor stuk raak.
Deze week is het derde album van de Amerikaanse muzikante Margaret Glaspy verschenen en dat is een album waar ik met torenhoge verwachtingen naar uit keek. De muzikante uit Brooklyn, New York, maakte immers diepe indruk met haar eerste twee albums. Margaret Glaspy debuteerde in de zomer van 2016 prachtig met Emotions And Math, dat ik vanwege de intensiteit en het donkere karakter van het album vergeleek met het werk van Fiona Apple. Het betekende overigens niet dat Emotions And Math klonk als een Fiona Apple album, want Margaret Glaspy vertrouwde op haar debuutalbum niet op de piano, maar op indringend en behoorlijk gruizig gitaarwerk.
Tot mijn verbazing dook Emotions And Math niet op in mijn jaarlijstje over 2016, maar het album hoort hier achteraf bezien zeker in thuis. Ook het in 2020 verschenen Devotion haalde overigens mijn jaarlijstje niet, maar ook het tweede album van Margaret Glaspy was van een hoog niveau. Op dit tweede album klonk de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter wat minder intens en donker en bovendien was het ruwe gitaarwerk voor een belangrijk deel verdrongen door wolken synths.
Margaret Glaspy staat op de cover van het deze week verschenen Echo The Diamond afgebeeld met een gitaar in haar handen en dat is niet voor niets. Op haar derde album heeft de gitaar het weer gewonnen van de synths en net als op Emotions And Math is het gitaarwerk op Echo The Diamond lekker gruizig. Het is gitaarwerk dat vooraan staat in de mix, wat het nieuwe album van Margaret Glaspy voorziet van een bijzonder geluid.
Ik was best te spreken over het vooral met elektronica ingekleurde en wat gepolijster klinkende Devotion, maar ik ben toch blij dat Margaret Glaspy op haar nieuwe album terugkeert naar het geluid van haar debuutalbum, al legt de muzikante uit Brooklyn dit keer wel andere accenten. Margaret Glaspy kiest op haar derde album vooral voor rocksongs zonder al te veel poespas. De songs op het album hebben genoeg aan de drie-eenheid gitaar, bas en drums en klinken vaak redelijk rechttoe rechtaan.
Dat klinkt misschien niet heel interessant, maar Margaret Glaspy heeft een serie aantrekkelijke songs geschreven en voert ze uit met veel passie. Het gitaarwerk op het album is lekker ruw en gruizig en dat past uitstekend bij de stem van Margaret Glaspy, die wat expressiever maar ook beter is gaan zingen. De associaties met de muziek van Fiona Apple zijn volledig verdwenen en in plaats hiervan hoor ik wel een heel klein beetje van het debuutalbum van Alanis Morissette of van het album waarmee Tracy Bonham doorbrak, maar Echo The Diamond is geen album vol hitsingles.
Het is wel een album met een serie hele goede songs, die ook herinneren aan de indierock uit de jaren 90, maar ik hoor ook wel wat van Big Thief. Het gitaarwerk is heerlijk ruw en bij vlagen stevig, maar Echo The Diamond bevat zowel uptempo songs als songs die zich langzaam voortslepen en met name aan het eind van het album wordt het gitaarwerk bluesier en subtieler.
In de vrouwelijke indierock en indiepop van het moment hoor ik momenteel heel veel albums die erg op elkaar lijken, maar Margaret Glaspy kiest op Echo The Diamond voor een duidelijk andere weg, wat een interessant en onderscheidend album oplevert. De lat lag zoals gezegd hoog, maar ik vind Echo The Diamond inmiddels beter dan zijn twee voorgangers en dat zegt wat. Erwin Zijleman
Margaret Glaspy - Emotions and Math (2016)

4,5
1
geplaatst: 4 juli 2016, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Emotions And Math - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Emotions And Math van de Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy krijgt hele goede recensies in de Verenigde Staten en wordt bovendien meer dan eens vergeleken met het werk van één van mijn muzikale helden, Fiona Apple.
Het eerste is genoeg om mijn voorzichtige interesse te wekken, het tweede zorgt voor onmiddellijke aandacht.
Na beluistering van de plaat werd me vrijwel onmiddellijk duidelijk dat de goede recensies voor Emotions And Math volkomen terecht zijn en dat de vergelijking met Fiona Apple niet helemaal uit de lucht is gegrepen.
Laat ik met het laatste beginnen. Het debuut van de vanuit New York afkomstige Margaret Glaspy valt op door de intensiteit die ook het werk van Fiona Apple kenmerkt en is ook net zo donker en duister. De intensiteit komt deels uit de stevig aangezette instrumentatie en de productie die uit de speakers beukt en deels uit de stem van Margaret Glaspy die rauw en gepassioneerd klinkt en in de teksten geen blad voor haar mond neemt.
Helemaal vergelijkbaar zijn Fiona Apple en Margaret Glaspy echter niet. Margaret Glaspy vertrouwt niet op de piano maar op fraaie en opvallend rauwe gitaarakkoorden, laat zich vooral beïnvloeden door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en kan misschien grommen als Fiona Apple, maar laat zich minstens net zo vaak inspireren door Joni Mitchell. Wanneer de gitaren mogen rocken heeft het debuut van de Amerikaanse bovendien iets van Alanis Morissette, maar dan met een flinke blues injectie.
Emotions And Math is bij vlagen folky en bluesy, maar kan zoals gezegd ook behoorlijk stevig rocken, waardoor de muziek van Margaret Glaspy zich uiteindelijk niet zo makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. Het is muziek die nadrukkelijk de aandacht vraagt, maar als je Emotions And Math deze aandacht geeft, dringt de plaat zich vervolgens makkelijk op.
Margaret Glaspy heeft door het heerlijk rauwe gitaarwerk en haar bijzondere stem een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat me zeer bevalt. In eerste instantie vond ik het allemaal wel erg intens en rauw en vond ik de vocalen niet altijd even aangenaam, maar het geeft de muziek van de singer-songwriter uit New York een bijzondere dynamiek en heel veel zeggingskracht. Als de stem van de Amerikaanse eenmaal binnen komt is de liefde voor haar muziek onvoorwaardelijk.
De vijver met jonge en talentvolle singer-songwriters zit op het moment echt overvol, maar deze bijzondere vis zou ik er zeker uit halen. Margaret Glaspy; onthouden die naam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margaret Glaspy - Emotions And Math - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Emotions And Math van de Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy krijgt hele goede recensies in de Verenigde Staten en wordt bovendien meer dan eens vergeleken met het werk van één van mijn muzikale helden, Fiona Apple.
Het eerste is genoeg om mijn voorzichtige interesse te wekken, het tweede zorgt voor onmiddellijke aandacht.
Na beluistering van de plaat werd me vrijwel onmiddellijk duidelijk dat de goede recensies voor Emotions And Math volkomen terecht zijn en dat de vergelijking met Fiona Apple niet helemaal uit de lucht is gegrepen.
Laat ik met het laatste beginnen. Het debuut van de vanuit New York afkomstige Margaret Glaspy valt op door de intensiteit die ook het werk van Fiona Apple kenmerkt en is ook net zo donker en duister. De intensiteit komt deels uit de stevig aangezette instrumentatie en de productie die uit de speakers beukt en deels uit de stem van Margaret Glaspy die rauw en gepassioneerd klinkt en in de teksten geen blad voor haar mond neemt.
Helemaal vergelijkbaar zijn Fiona Apple en Margaret Glaspy echter niet. Margaret Glaspy vertrouwt niet op de piano maar op fraaie en opvallend rauwe gitaarakkoorden, laat zich vooral beïnvloeden door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en kan misschien grommen als Fiona Apple, maar laat zich minstens net zo vaak inspireren door Joni Mitchell. Wanneer de gitaren mogen rocken heeft het debuut van de Amerikaanse bovendien iets van Alanis Morissette, maar dan met een flinke blues injectie.
Emotions And Math is bij vlagen folky en bluesy, maar kan zoals gezegd ook behoorlijk stevig rocken, waardoor de muziek van Margaret Glaspy zich uiteindelijk niet zo makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. Het is muziek die nadrukkelijk de aandacht vraagt, maar als je Emotions And Math deze aandacht geeft, dringt de plaat zich vervolgens makkelijk op.
Margaret Glaspy heeft door het heerlijk rauwe gitaarwerk en haar bijzondere stem een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat me zeer bevalt. In eerste instantie vond ik het allemaal wel erg intens en rauw en vond ik de vocalen niet altijd even aangenaam, maar het geeft de muziek van de singer-songwriter uit New York een bijzondere dynamiek en heel veel zeggingskracht. Als de stem van de Amerikaanse eenmaal binnen komt is de liefde voor haar muziek onvoorwaardelijk.
De vijver met jonge en talentvolle singer-songwriters zit op het moment echt overvol, maar deze bijzondere vis zou ik er zeker uit halen. Margaret Glaspy; onthouden die naam. Erwin Zijleman
Margaux - Inside the Marble (2024)

4,5
0
geplaatst: 14 juni 2024, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margaux - Inside The Marble - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaux - Inside The Marble
Margaux moet concurreren met hele hordes jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar haar debuutalbum Inside The Marble weet zich op alle fronten verrassend makkelijk te onderscheiden
Inside The Marble van Margaux (Bouchegnies) begint als een redelijk standaard indiepop en indierock album, maar naarmate het album vordert maakt de muzikante uit Brooklyn, New York, steeds meer indruk met een fascinerende instrumentatie, mooie zang en songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. In muzikaal opzicht slaat Inside The Marble steeds weer andere wegen in, maar de klanken van Margaux en haar medemuzikanten blijven ook bijzonder aangenaam. Het is flink dringen in het genre waarin Margaux opduikt met haar debuutalbum, maar Inside The Marble is een album dat absoluut opvalt in het enorme aanbod van het moment.
De wijk Brooklyn in New York moet inmiddels zo ongeveer op elke straathoek een talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock hebben rondlopen, want de albums van nieuwkomers in het genre blijven maar komen. Ik heb er de afgelopen tijd zo veel gehoord en de lat ligt inmiddels zo hoog dat ik niet meer zo snel onder de indruk ben van het volgende nieuwe talent in de genoemde genres, maar zo af en toe zit er een album tussen dat flink boven het maaiveld uitsteekt. Inside The Marble van Margaux is wat mij betreft zo’n album.
Margaux is de Amerikaanse singer-songwriter Margaux Bouchegnies, die werd geboren in Seattle en na haar studie psychologie in New York terecht is gekomen in de florerende muziekscene van Brooklyn. Haar debuutalbum Inside The Marble opent ijzersterk met DNA, dat vooral een hele goede popsong is. In muzikaal opzicht klinkt het aangenaam en ook de zang van Margaux is uitstekend, maar in deze opzichten onderscheidt de openingstrack zich nog niet heel nadrukkelijk van alles dat er al is. Uiteindelijk draait er echter veel om de goede popsong en Margaux laat direct horen dat ze deze kunst uitstekend beheerst.
Dat ze ook in muzikaal en vocaal opzicht niet alleen binnen de lijntjes van de indiepop en indierock van het moment kleurt wordt vervolgens ook snel duidelijk. De muzikante heeft haar debuutalbum samen met de mij onbekende producer Sahil Ansari voorzien van een bijzonder mooi geluid, waar naar verluidt jaren aan is gewerkt. Dat is ook wel te horen, want Inside The Marble is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Margaux Bouchegnies kan zelf uit de voeten op flink wat instrumenten, waaronder gitaren, bas en uiteenlopende keyboards, terwijl Sahil Ansari vooral drums, percussie en ritmes toevoegt aan de songs. Gastmuzikanten vullen het geluid op Inside The Marble verder aan met strijkers, blazers en de pedal steel.
Waar ik bij beluistering van de openingstrack vooral werd gegrepen door een verbluffend goede popsong, raakte ik bij verdere beluistering van het album vooral onder de indruk van de bijzondere instrumentatie. Margaux heeft haar songs volgestopt met instrumenten en creëert een geluid dat soms raakt aan de indiepop en indierock van het moment, maar er soms ook flink ver van verwijderd is. Het is een geluid dat een deel van de tijd bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond en dat, zeker in de meest dromerige tracks, doet verlangen naar broeierige zomeravonden, maar de muziek op Inside The Marble kan ook bont en complex zijn.
Ook met haar stem maakt Margaux makkelijk indruk. Ze zingt, net als zoveel van haar collega’s in het genre, vrij zacht, maar de zang op Inside The Marble is mooier en beter dan op de meeste andere albums die ik de laatste tijd heb gehoord. Zeker voor een debuutalbum is de kwaliteit van de muziek en de zang verrassend hoog en ook de songs van de New Yorkse muzikante zijn van hoog niveau. Dat de teksten vooral over het volwassen worden gaan is misschien niet heel origineel, maar de songs zijn verrassend complex en avontuurlijk.
Het zijn songs die zich breed hebben laten beïnvloeden en die zich, met name wanneer de instrumenten de ruimte krijgen, ver buiten de kaders van de indierock en indiepop van het moment bewegen, met uitstapjes richting de klassieke muziek en hierbij zelfs een subtiel laagje progrock. Het levert een bijzonder album op van een wat mij betreft zeer interessant nieuw talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margaux - Inside The Marble - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margaux - Inside The Marble
Margaux moet concurreren met hele hordes jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar haar debuutalbum Inside The Marble weet zich op alle fronten verrassend makkelijk te onderscheiden
Inside The Marble van Margaux (Bouchegnies) begint als een redelijk standaard indiepop en indierock album, maar naarmate het album vordert maakt de muzikante uit Brooklyn, New York, steeds meer indruk met een fascinerende instrumentatie, mooie zang en songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. In muzikaal opzicht slaat Inside The Marble steeds weer andere wegen in, maar de klanken van Margaux en haar medemuzikanten blijven ook bijzonder aangenaam. Het is flink dringen in het genre waarin Margaux opduikt met haar debuutalbum, maar Inside The Marble is een album dat absoluut opvalt in het enorme aanbod van het moment.
De wijk Brooklyn in New York moet inmiddels zo ongeveer op elke straathoek een talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock hebben rondlopen, want de albums van nieuwkomers in het genre blijven maar komen. Ik heb er de afgelopen tijd zo veel gehoord en de lat ligt inmiddels zo hoog dat ik niet meer zo snel onder de indruk ben van het volgende nieuwe talent in de genoemde genres, maar zo af en toe zit er een album tussen dat flink boven het maaiveld uitsteekt. Inside The Marble van Margaux is wat mij betreft zo’n album.
Margaux is de Amerikaanse singer-songwriter Margaux Bouchegnies, die werd geboren in Seattle en na haar studie psychologie in New York terecht is gekomen in de florerende muziekscene van Brooklyn. Haar debuutalbum Inside The Marble opent ijzersterk met DNA, dat vooral een hele goede popsong is. In muzikaal opzicht klinkt het aangenaam en ook de zang van Margaux is uitstekend, maar in deze opzichten onderscheidt de openingstrack zich nog niet heel nadrukkelijk van alles dat er al is. Uiteindelijk draait er echter veel om de goede popsong en Margaux laat direct horen dat ze deze kunst uitstekend beheerst.
Dat ze ook in muzikaal en vocaal opzicht niet alleen binnen de lijntjes van de indiepop en indierock van het moment kleurt wordt vervolgens ook snel duidelijk. De muzikante heeft haar debuutalbum samen met de mij onbekende producer Sahil Ansari voorzien van een bijzonder mooi geluid, waar naar verluidt jaren aan is gewerkt. Dat is ook wel te horen, want Inside The Marble is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Margaux Bouchegnies kan zelf uit de voeten op flink wat instrumenten, waaronder gitaren, bas en uiteenlopende keyboards, terwijl Sahil Ansari vooral drums, percussie en ritmes toevoegt aan de songs. Gastmuzikanten vullen het geluid op Inside The Marble verder aan met strijkers, blazers en de pedal steel.
Waar ik bij beluistering van de openingstrack vooral werd gegrepen door een verbluffend goede popsong, raakte ik bij verdere beluistering van het album vooral onder de indruk van de bijzondere instrumentatie. Margaux heeft haar songs volgestopt met instrumenten en creëert een geluid dat soms raakt aan de indiepop en indierock van het moment, maar er soms ook flink ver van verwijderd is. Het is een geluid dat een deel van de tijd bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond en dat, zeker in de meest dromerige tracks, doet verlangen naar broeierige zomeravonden, maar de muziek op Inside The Marble kan ook bont en complex zijn.
Ook met haar stem maakt Margaux makkelijk indruk. Ze zingt, net als zoveel van haar collega’s in het genre, vrij zacht, maar de zang op Inside The Marble is mooier en beter dan op de meeste andere albums die ik de laatste tijd heb gehoord. Zeker voor een debuutalbum is de kwaliteit van de muziek en de zang verrassend hoog en ook de songs van de New Yorkse muzikante zijn van hoog niveau. Dat de teksten vooral over het volwassen worden gaan is misschien niet heel origineel, maar de songs zijn verrassend complex en avontuurlijk.
Het zijn songs die zich breed hebben laten beïnvloeden en die zich, met name wanneer de instrumenten de ruimte krijgen, ver buiten de kaders van de indierock en indiepop van het moment bewegen, met uitstapjes richting de klassieke muziek en hierbij zelfs een subtiel laagje progrock. Het levert een bijzonder album op van een wat mij betreft zeer interessant nieuw talent. Erwin Zijleman
Margo Cilker - Pohorylle (2021)

4,0
0
geplaatst: 8 november 2021, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Cilker - Pohorylle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Cilker - Pohorylle
Margo Cilker debuteert na jaren ‘on the road’ met een sfeervol klinkend Americana album vol aansprekende songs, een mooi en authentiek geluid en een stem die is gemaakt voor dit genre
Er verschijnt de laatste veel moois in het hokje van de Amerikaanse rootsmuziek, maar het debuutalbum van Margo Cilker hoort wat mij betreft tot de uitschieters. De muzikante uit Oregon beschikt over een geweldige stem, schrijft lekker in het gehoor liggende songs en vertelt mooie verhalen. Pohorylle is verder mooi geproduceerd door de getalenteerde Sera Cahoone, die in de studio ook nog eens de beschikking had over een aantal zeer getalenteerde muzikanten. Margo Cilker komt voor de afwisseling eens niet uit Nashville en voegt absoluut iets toe aan alle Americana die daar wordt gemaakt. Op basis van dit debuut kan ze wat mij betreft direct worden geschaard onder de grote beloften in het genre.
In het heftige releasegeweld van deze week debuteert de Amerikaanse singer-songwriter Margo Cilker met het sfeervolle Pohorylle. Het lijkt geen hele handige week voor een debuterende muzikante, maar het debuutalbum van Margo Cilker kwam uiteindelijk vrij makkelijk boven drijven.
Margo Cilker opereert voor de afwisseling eens niet vanuit Nashville, Tennessee, maar vanuit Enterprise, Oregon. In Oregon loop je wat minder makkelijk aansprekende producers of muzikanten uit het rootssegment tegen, maar met producer Sera Cahoone en een aantal prima muzikanten met ervaring bij onder andere The Decemberists, Jesse Sykes, Son Volt, Beirut, Joanna Newsom en Neko Case, heeft Margo Cilker het zeker niet slecht getroffen.
In de vorige zin heb ik al verklapt dat Margo Cilker Amerikaanse rootsmuziek maakt en het is rootsmuziek die goed past in subhokjes als Americana en alt-country. In deze genres kiest de Amerikaanse muzikante voor een behoorlijk puur geluid, dat de Americana trouw blijft en niet opschuift richting pop of rock.
Pohorylle is voorzien van een authentiek klinkend Americana geluid, waarin de gitaren en de piano centraal staan, maar waarin de fraaie bijdragen van onder andere de viool, het orgel en de pedal steel niet ontbreken. Het is een geluid dat me uitstekend bevalt en dat met name de avond zeer sfeervol en stemmig inkleurt. Je hoort dat Margo Cilker in de studio gezelschap heeft gekregen van een aantal prima muzikanten en ook op de warme productie van Sera Cahoone heb ik niets aan te merken.
Margo Cilker heeft op haar debuutalbum een voorkeur voor zich vrij langzaam voortslepende songs en het zijn songs die zeer smaakvol maar ook betrekkelijk sober zijn ingekleurd. Dat is een goede keuze, want de geweldige stem van Margo Cilker verdient alle ruimte. Het is een stem die gemaakt is voor dit soort muziek en die de songs op Pohorylle met veel aandacht en gevoel vertolkt.
Het is een krachtige stem die uitstekend uit de voeten kan in uptempo songs, maar persoonlijk vind ik de meer ingetogen songs op het album het best. Dit zijn gelukkig ook de songs die domineren op het debuut van Margo Cilker.
Ik heb de afgelopen weken nogal wat albums in het genre besproken, maar Margo Cilker weet zich wat mij betreft te onderscheiden van de concurrentie met een puur Americana geluid, met een steeds weer net wat anders klinkende instrumentatie en met een stem die je direct bij eerste beluistering grijpt. Pohorylle is een album dat voor de afwisseling eens niet in een van de keurslijven uit Nashville is geperst, waardoor Margo Cilker net wat anders klinkt dan de vele collega’s in het genre.
In muzikaal en vocaal opzicht speelt Pohorylle al vrij snel een gewonnen wedstrijd, maar Margo Cilker, die in vocaal opzicht hier en daar wordt bijgestaan door haar zus Sarah, laat op haar debuut ook horen dat ze een getalenteerd songwriter en verhalenverteller is. Pohorylle is een gevarieerd maar ook consistent klinkend album dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van net wat traditioneler klinkende Americana en is een album dat bij herhaalde beluistering zeker niet minder wordt, integendeel.
Het is druk in dit genre, maar ik heb op basis van het uitstekende debuutalbum van Margo Cilker het gevoel dat we de komende jaren nog heel veel plezier gaan hebben van deze Amerikaanse muzikante. Dit uitstekende debuut neemt alvast niemand haar meer af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Cilker - Pohorylle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Cilker - Pohorylle
Margo Cilker debuteert na jaren ‘on the road’ met een sfeervol klinkend Americana album vol aansprekende songs, een mooi en authentiek geluid en een stem die is gemaakt voor dit genre
Er verschijnt de laatste veel moois in het hokje van de Amerikaanse rootsmuziek, maar het debuutalbum van Margo Cilker hoort wat mij betreft tot de uitschieters. De muzikante uit Oregon beschikt over een geweldige stem, schrijft lekker in het gehoor liggende songs en vertelt mooie verhalen. Pohorylle is verder mooi geproduceerd door de getalenteerde Sera Cahoone, die in de studio ook nog eens de beschikking had over een aantal zeer getalenteerde muzikanten. Margo Cilker komt voor de afwisseling eens niet uit Nashville en voegt absoluut iets toe aan alle Americana die daar wordt gemaakt. Op basis van dit debuut kan ze wat mij betreft direct worden geschaard onder de grote beloften in het genre.
In het heftige releasegeweld van deze week debuteert de Amerikaanse singer-songwriter Margo Cilker met het sfeervolle Pohorylle. Het lijkt geen hele handige week voor een debuterende muzikante, maar het debuutalbum van Margo Cilker kwam uiteindelijk vrij makkelijk boven drijven.
Margo Cilker opereert voor de afwisseling eens niet vanuit Nashville, Tennessee, maar vanuit Enterprise, Oregon. In Oregon loop je wat minder makkelijk aansprekende producers of muzikanten uit het rootssegment tegen, maar met producer Sera Cahoone en een aantal prima muzikanten met ervaring bij onder andere The Decemberists, Jesse Sykes, Son Volt, Beirut, Joanna Newsom en Neko Case, heeft Margo Cilker het zeker niet slecht getroffen.
In de vorige zin heb ik al verklapt dat Margo Cilker Amerikaanse rootsmuziek maakt en het is rootsmuziek die goed past in subhokjes als Americana en alt-country. In deze genres kiest de Amerikaanse muzikante voor een behoorlijk puur geluid, dat de Americana trouw blijft en niet opschuift richting pop of rock.
Pohorylle is voorzien van een authentiek klinkend Americana geluid, waarin de gitaren en de piano centraal staan, maar waarin de fraaie bijdragen van onder andere de viool, het orgel en de pedal steel niet ontbreken. Het is een geluid dat me uitstekend bevalt en dat met name de avond zeer sfeervol en stemmig inkleurt. Je hoort dat Margo Cilker in de studio gezelschap heeft gekregen van een aantal prima muzikanten en ook op de warme productie van Sera Cahoone heb ik niets aan te merken.
Margo Cilker heeft op haar debuutalbum een voorkeur voor zich vrij langzaam voortslepende songs en het zijn songs die zeer smaakvol maar ook betrekkelijk sober zijn ingekleurd. Dat is een goede keuze, want de geweldige stem van Margo Cilker verdient alle ruimte. Het is een stem die gemaakt is voor dit soort muziek en die de songs op Pohorylle met veel aandacht en gevoel vertolkt.
Het is een krachtige stem die uitstekend uit de voeten kan in uptempo songs, maar persoonlijk vind ik de meer ingetogen songs op het album het best. Dit zijn gelukkig ook de songs die domineren op het debuut van Margo Cilker.
Ik heb de afgelopen weken nogal wat albums in het genre besproken, maar Margo Cilker weet zich wat mij betreft te onderscheiden van de concurrentie met een puur Americana geluid, met een steeds weer net wat anders klinkende instrumentatie en met een stem die je direct bij eerste beluistering grijpt. Pohorylle is een album dat voor de afwisseling eens niet in een van de keurslijven uit Nashville is geperst, waardoor Margo Cilker net wat anders klinkt dan de vele collega’s in het genre.
In muzikaal en vocaal opzicht speelt Pohorylle al vrij snel een gewonnen wedstrijd, maar Margo Cilker, die in vocaal opzicht hier en daar wordt bijgestaan door haar zus Sarah, laat op haar debuut ook horen dat ze een getalenteerd songwriter en verhalenverteller is. Pohorylle is een gevarieerd maar ook consistent klinkend album dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van net wat traditioneler klinkende Americana en is een album dat bij herhaalde beluistering zeker niet minder wordt, integendeel.
Het is druk in dit genre, maar ik heb op basis van het uitstekende debuutalbum van Margo Cilker het gevoel dat we de komende jaren nog heel veel plezier gaan hebben van deze Amerikaanse muzikante. Dit uitstekende debuut neemt alvast niemand haar meer af. Erwin Zijleman
Margo Cilker - Valley of Heart's Delight (2023)

4,0
0
geplaatst: 19 september 2023, 17:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Cilker - Valley Of Heart’s Delight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Cilker - Valley Of Heart’s Delight
De Amerikaanse muzikante maakte in 2021 indruk met haar fraaie debuutalbum Pohorylle en herhaalt dit kunstje met het uitstekende Valley Of Heart’s Delight, dat in het verlengde van zijn uitstekende voorganger ligt
Ver weg van Nashville maakt Margo Cilker haar muziek. Het is muziek die wat traditioneler klinkt dan de countrypop die in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt, maar Valley Of Heart’s Delight is een sprankelend en veelzijdig album. Margo Cilker heeft in de persoon van Sera Cahoone een uitstekende producer gerekruteerd en ook de muzikanten die zijn te horen op haar album behoren zeker niet tot de minsten. Dat behoort Margo Cilker zelf ook zeker niet, want ook op haar tweede album laat de muzikante uit Washington State weer horen dat ze een getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres is. Absoluut een van de beste Amerikaanse rootsalbums van het moment.
Margo Cilker debuteerde aan het eind van 2021 prachtig met het sterke Pohorylle, dat zeker achteraf bezien moet worden gerekend tot de betere debuutalbums in het genre dat jaar. Op het door Sera Cahoone geproduceerde Pohorylle koos Margo Cilker voor een authentiek en puur klinkend rootsgeluid, dat bijzonder fraai werd ingekleurd door muzikanten die hun sporen hadden verdiend bij onder andere The Decemberists, Jesse Sykes, Son Volt, Beirut, Joanna Newsom en Neko Case.
Pohorylle trok niet alleen de aandacht door de mooie klanken op het album, maar zeker ook door de emotievolle zang van Margo Cilker, van wie je ieder woord op het album geloofde. Margo Cilker koos voor de afwisseling bovendien eens niet voor een thuisbasis in Nashville, Tennessee, waardoor haar debuutalbum zich buiten het Nashville keurslijf kon bewegen.
De Amerikaanse muzikante keert deze week terug met haar tweede album Valley Of Heart’s Delight, dat voor een belangrijk deel in het verlengde ligt in het terecht bewierookte debuutalbum. Margo Cilker heeft zich nog steeds niet laten verleiden door de mooie beloften van Nashville en woont nog altijd ver van de Amerikaanse muziekhoofdstad in Goldendale, Washington.
Valley Of Heart’s Delight, een verwijzing naar de Californische roots van Margo Cilker, neemt ook in andere opzichten niet al teveel afstand van het debuutalbum uit 2021. Voor de productie van het album werd wederom een beroep gedaan op Sera Cahoone en ook de meeste muzikanten die waren te horen op het debuutalbum van Margo Cilker keren terug op Valley Of Heart’s Delight.
Ook op haar tweede album kiest de muzikante uit Washington State vooral voor oorspronkelijk klinkende Amerikaanse rootsmuziek, maar binnen het genre bestrijkt ze een breed palet. Invloeden uit de country domineren op het album, maar in het fraaie Keep It On A Burner klinkt Margo Cilker dankzij fraaie bijdragen van blazers ook heerlijk soulvol, terwijl een vleugje honky tonk ook nooit ver weg is.
Valley Of Heart’s Delight blijft ver verwijderd van de Nashville countrypop en bevat vooral wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klinkt nergens gedateerd of gezapig. Integendeel zelfs. In muzikaal opzicht heeft het album een bijzonder aangename flow en ook in vocaal opzicht houdt Margo Cilker de vaart er in. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die is gemaakt voor de Amerikaanse rootsmuziek en zingt met veel gevoel en doorleving, waardoor de songs op Valley Of Heart’s Delight zich makkelijk opdringen.
Gitaren en verwante snareninstrumenten domineren op het nieuwe album van Margo Cilker, maar door ook incidenteel naar de accordeon, de piano, het orgel en de viool te grijpen bieden de songs op het album voldoende variatie. De warme klanken op het album kleuren bovendien prachtig bij de emotievolle zang van Margo Cilker, die mij weer onmiddellijk te pakken had met haar stem.
Pohorylle was twee jaar geleden een album dat op zich makkelijk indruk maakte, maar dat pas na een tijdje zijn ware schoonheid prijs gaf. Het zou ook zomaar kunnen gelden voor Valley Of Heart’s Delight, dat op het eerste gehoor vooral aangenaam en degelijk klinkt, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe mooier en indringender het wordt en hoe harder de prachtige stem van Margo Cilker binnen komt. De Amerikaanse muzikante krijgt lang niet zo veel aandacht als haar collega’s in Nashville, maar haar nieuwe album geeft de meeste concurrenten absoluut het nakijken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Cilker - Valley Of Heart’s Delight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Cilker - Valley Of Heart’s Delight
De Amerikaanse muzikante maakte in 2021 indruk met haar fraaie debuutalbum Pohorylle en herhaalt dit kunstje met het uitstekende Valley Of Heart’s Delight, dat in het verlengde van zijn uitstekende voorganger ligt
Ver weg van Nashville maakt Margo Cilker haar muziek. Het is muziek die wat traditioneler klinkt dan de countrypop die in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt, maar Valley Of Heart’s Delight is een sprankelend en veelzijdig album. Margo Cilker heeft in de persoon van Sera Cahoone een uitstekende producer gerekruteerd en ook de muzikanten die zijn te horen op haar album behoren zeker niet tot de minsten. Dat behoort Margo Cilker zelf ook zeker niet, want ook op haar tweede album laat de muzikante uit Washington State weer horen dat ze een getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres is. Absoluut een van de beste Amerikaanse rootsalbums van het moment.
Margo Cilker debuteerde aan het eind van 2021 prachtig met het sterke Pohorylle, dat zeker achteraf bezien moet worden gerekend tot de betere debuutalbums in het genre dat jaar. Op het door Sera Cahoone geproduceerde Pohorylle koos Margo Cilker voor een authentiek en puur klinkend rootsgeluid, dat bijzonder fraai werd ingekleurd door muzikanten die hun sporen hadden verdiend bij onder andere The Decemberists, Jesse Sykes, Son Volt, Beirut, Joanna Newsom en Neko Case.
Pohorylle trok niet alleen de aandacht door de mooie klanken op het album, maar zeker ook door de emotievolle zang van Margo Cilker, van wie je ieder woord op het album geloofde. Margo Cilker koos voor de afwisseling bovendien eens niet voor een thuisbasis in Nashville, Tennessee, waardoor haar debuutalbum zich buiten het Nashville keurslijf kon bewegen.
De Amerikaanse muzikante keert deze week terug met haar tweede album Valley Of Heart’s Delight, dat voor een belangrijk deel in het verlengde ligt in het terecht bewierookte debuutalbum. Margo Cilker heeft zich nog steeds niet laten verleiden door de mooie beloften van Nashville en woont nog altijd ver van de Amerikaanse muziekhoofdstad in Goldendale, Washington.
Valley Of Heart’s Delight, een verwijzing naar de Californische roots van Margo Cilker, neemt ook in andere opzichten niet al teveel afstand van het debuutalbum uit 2021. Voor de productie van het album werd wederom een beroep gedaan op Sera Cahoone en ook de meeste muzikanten die waren te horen op het debuutalbum van Margo Cilker keren terug op Valley Of Heart’s Delight.
Ook op haar tweede album kiest de muzikante uit Washington State vooral voor oorspronkelijk klinkende Amerikaanse rootsmuziek, maar binnen het genre bestrijkt ze een breed palet. Invloeden uit de country domineren op het album, maar in het fraaie Keep It On A Burner klinkt Margo Cilker dankzij fraaie bijdragen van blazers ook heerlijk soulvol, terwijl een vleugje honky tonk ook nooit ver weg is.
Valley Of Heart’s Delight blijft ver verwijderd van de Nashville countrypop en bevat vooral wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klinkt nergens gedateerd of gezapig. Integendeel zelfs. In muzikaal opzicht heeft het album een bijzonder aangename flow en ook in vocaal opzicht houdt Margo Cilker de vaart er in. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die is gemaakt voor de Amerikaanse rootsmuziek en zingt met veel gevoel en doorleving, waardoor de songs op Valley Of Heart’s Delight zich makkelijk opdringen.
Gitaren en verwante snareninstrumenten domineren op het nieuwe album van Margo Cilker, maar door ook incidenteel naar de accordeon, de piano, het orgel en de viool te grijpen bieden de songs op het album voldoende variatie. De warme klanken op het album kleuren bovendien prachtig bij de emotievolle zang van Margo Cilker, die mij weer onmiddellijk te pakken had met haar stem.
Pohorylle was twee jaar geleden een album dat op zich makkelijk indruk maakte, maar dat pas na een tijdje zijn ware schoonheid prijs gaf. Het zou ook zomaar kunnen gelden voor Valley Of Heart’s Delight, dat op het eerste gehoor vooral aangenaam en degelijk klinkt, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe mooier en indringender het wordt en hoe harder de prachtige stem van Margo Cilker binnen komt. De Amerikaanse muzikante krijgt lang niet zo veel aandacht als haar collega’s in Nashville, maar haar nieuwe album geeft de meeste concurrenten absoluut het nakijken. Erwin Zijleman
Margo Price - All American Made (2017)

4,5
1
geplaatst: 21 oktober 2017, 10:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - All American Made - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Margo Price maakte vorig jaar met hulp van haar ontdekker Jack White een countryplaat die zowel aansloot bij de tijdloze countrymuziek uit de jaren 70 als bij de Nashville countrypop uit het heden.
Margo Price manoeuvreerde zich met het uitstekende Midwest Farmer’s Daughter ergens tussen aan de ene kant Tammy Wynette, Dolly Parton en Loretta Lynn en aan de andere kant Lydia Loveless, Brandy Clark en Kacey Musgraves en maakte indruk met haar voor het genre gemaakte stem en haar hoorbare liefde voor de countrymuziek uit het verleden en het heden.
Op haar tweede plaat All American Made trekt Margo Price de lijn van haar debuut door, maar profiteert ze ook van alle extra opties die ze dit keer had.
Die extra opties komen uit verschillende richtingen. Door het succes van het debuut was het dit keer een stuk makkelijker om flink wat hele goede muzikanten naar de studio te lokken en was zelfs ouwe rot Willie Nelson te porren voor een duet. Hiernaast begon Margo Price aan het opnemen van haar tweede plaat toen net ene Donald Trump zijn plek in het Witte Huis had verzekerd, wat flink wat voer voor de teksten op de nieuwe plaat heeft opgeleverd.
Door alle muzikale bijstand klinkt All American Made werkelijk fantastisch. De vele topmuzikanten op de plaat leggen een gloedvol rootsgeluid neer, waarin de heerlijke stem van Margo Price uitstekend gedijt.
Het is een rootsgeluid dat een stuk veelzijdiger is dan dat op het debuut van Margo Price. De country uit de jaren 70 blijft de grote liefde van en de belangrijkste inspiratiebron voor Margo Price, maar All American Made bestrijkt een veel breder palet en verkent ook de uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en naastliggende genres als de rock ’n roll, de soul en de 50’s en 60’s girlpop.
De door haar man Jeremy Ivey geleide band legt een prachtige basis met een glansrol voor de ritmesectie, waarna een heel arsenaal aan instrumenten zorgt voor de fraaie versiersels. Het mooiste versiersel op Alle American Made is echter de stem van Margo Price. De Amerikaanse singer-songwriter kan ontroeren met een ongeëvenaard mooie snik, maar kan ook subtiel verleiden of ruw uithalen.
De fantastisch klinkende instrumentatie vol haakjes naar het roemruchte verleden van de Amerikaanse rootsmuziek en voldoende raakvlakken met het heden en de fantastische stem van Margo Price maken van All American Made al een betere plaat dan het ook al uitstekende debuut, maar ook in tekstueel opzicht graaft Margo Price dit keer dieper.
All American Made beschrijft de toestand waarin grote delen van de Verenigde Staten en met name het Amerikaanse platteland verkeren en het is een toestand die flink afwijkt van het beeld dat de nieuw gekozen man in het Witte Huis schetst.
Hier en daar schopt Margo Price voorzichtig tegen Trump, maar All American Made is vooral een empathische plaat die de vinger op de zere plek legt, ook wanneer het gaat om rechten van vrouwen. Margo Price doet dat met songs die je heerlijk mee terug nemen naar vervlogen tijden, maar ook af en toe met beide benen in het heden zetten en ze doet het op een manier die maar weinigen gegeven is, waardoor ze wat mij betreft kan worden geschaard onder de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - All American Made - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Margo Price maakte vorig jaar met hulp van haar ontdekker Jack White een countryplaat die zowel aansloot bij de tijdloze countrymuziek uit de jaren 70 als bij de Nashville countrypop uit het heden.
Margo Price manoeuvreerde zich met het uitstekende Midwest Farmer’s Daughter ergens tussen aan de ene kant Tammy Wynette, Dolly Parton en Loretta Lynn en aan de andere kant Lydia Loveless, Brandy Clark en Kacey Musgraves en maakte indruk met haar voor het genre gemaakte stem en haar hoorbare liefde voor de countrymuziek uit het verleden en het heden.
Op haar tweede plaat All American Made trekt Margo Price de lijn van haar debuut door, maar profiteert ze ook van alle extra opties die ze dit keer had.
Die extra opties komen uit verschillende richtingen. Door het succes van het debuut was het dit keer een stuk makkelijker om flink wat hele goede muzikanten naar de studio te lokken en was zelfs ouwe rot Willie Nelson te porren voor een duet. Hiernaast begon Margo Price aan het opnemen van haar tweede plaat toen net ene Donald Trump zijn plek in het Witte Huis had verzekerd, wat flink wat voer voor de teksten op de nieuwe plaat heeft opgeleverd.
Door alle muzikale bijstand klinkt All American Made werkelijk fantastisch. De vele topmuzikanten op de plaat leggen een gloedvol rootsgeluid neer, waarin de heerlijke stem van Margo Price uitstekend gedijt.
Het is een rootsgeluid dat een stuk veelzijdiger is dan dat op het debuut van Margo Price. De country uit de jaren 70 blijft de grote liefde van en de belangrijkste inspiratiebron voor Margo Price, maar All American Made bestrijkt een veel breder palet en verkent ook de uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en naastliggende genres als de rock ’n roll, de soul en de 50’s en 60’s girlpop.
De door haar man Jeremy Ivey geleide band legt een prachtige basis met een glansrol voor de ritmesectie, waarna een heel arsenaal aan instrumenten zorgt voor de fraaie versiersels. Het mooiste versiersel op Alle American Made is echter de stem van Margo Price. De Amerikaanse singer-songwriter kan ontroeren met een ongeëvenaard mooie snik, maar kan ook subtiel verleiden of ruw uithalen.
De fantastisch klinkende instrumentatie vol haakjes naar het roemruchte verleden van de Amerikaanse rootsmuziek en voldoende raakvlakken met het heden en de fantastische stem van Margo Price maken van All American Made al een betere plaat dan het ook al uitstekende debuut, maar ook in tekstueel opzicht graaft Margo Price dit keer dieper.
All American Made beschrijft de toestand waarin grote delen van de Verenigde Staten en met name het Amerikaanse platteland verkeren en het is een toestand die flink afwijkt van het beeld dat de nieuw gekozen man in het Witte Huis schetst.
Hier en daar schopt Margo Price voorzichtig tegen Trump, maar All American Made is vooral een empathische plaat die de vinger op de zere plek legt, ook wanneer het gaat om rechten van vrouwen. Margo Price doet dat met songs die je heerlijk mee terug nemen naar vervlogen tijden, maar ook af en toe met beide benen in het heden zetten en ze doet het op een manier die maar weinigen gegeven is, waardoor ze wat mij betreft kan worden geschaard onder de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman
Margo Price - Hard Headed Woman (2025)

4,0
0
geplaatst: 31 augustus 2025, 14:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hard Headed Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hard Headed Woman
Margo Price debuteerde negen jaar geleden met een tijdloos countryalbum, ging vervolgens meerdere kanten op, maar keert op Hard Headed Woman terug naar haar liefde voor de countrymuziek, wat een uitstekend album oplevert
Margo Price zocht al op jonge leeftijd haar geluk in Nashville, Tennessee, maar nam er nog nooit een album op. Na twee in Memphis en twee in California opgenomen albums streek ze voor haar nieuwe album wel neer in Music City. Het is vast geen toeval dat Margo Price in de studio in Nashville weer vol koos voor de traditionele countrymuziek, die ook op haar geweldige debuutalbum zo’n voorname rol speelde. Het is een genre dat uitstekend past bij de stem van de Amerikaanse muzikante. Verwacht overigens zeker geen gezapige countrymuziek, want Margo Price en haar medemuzikanten zetten een lekker stevig geluid neer, waarin de gitaren centraal staan. Het zorgt er voor dat Hard Headed Woman fantastisch klinkt.
Het is fascinerend om je te realiseren dat we tien jaar geleden nog nooit van Margo Price hadden gehoord. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een fraai stapeltje albums op haar naam staan, schreef een bijzonder indringende autobiografie en mag wat mij betreft inmiddels worden gerekend tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit moment.
Margo Price levert tot dusver niet alleen kwaliteit maar ook variëteit. Haar door Jack White geproduceerde debuutalbum Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 greep terug op countryalbums uit de jaren 70, terwijl het politiek getinte en met geweldige muzikanten gemaakte All American Made uit 2017 een veelzijdiger countrygeluid vol invloeden liet horen.
Het door Sturgill Simpson geproduceerde That's How Rumors Get Started flirtte vervolgens met pop en rock met hier en daar een vleugje 80s country, maar op Strays uit 2023, later aangevuld tot Strays II, maakte Margo Price juist weer indruk met een door Jonathan Wilson geproduceerd geluid dat kon worden omschreven als ‘kosmische en psychedelische country’.
En dan was er ook nog de uitstekende autobiografie Maybe We'll Make It en het meer dan aardige live-album Perfectly Imperfect At The Ryman en dat allemaal in negen jaar tijd. Het oeuvre van Margo Price wordt deze week verder verrijkt met haar nieuwe album Hard Headed Woman, de opvolger van Strays (II).
De Amerikaanse muzikante woont al vele jaren in Nashville, maar nam er nog nooit een album op. Hard Headed Woman werd wel opgenomen in een van de fameuze studio’s van de Amerikaanse muziekhoofdstad en dat is niet voor niets. Margo Price begon negen jaar geleden bij de traditionele countrymuziek en keert na enige omzwervingen terug naar dit genre.
Hard Headed Woman sluit in muzikaal opzicht het meest aan bij het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en klinkt direct vanaf de eerste noten bijzonder lekker. Ik was zeer gecharmeerd van de muzikale uitstapjes van Margo Price, maar wat valt er veel te genieten op haar nieuwe album.
Producer Matt Ross-Spang , die op zijn zestiende al als technicus in de fameuze Sun Studio in Memphis, Tennessee, werkte, weet precies hoe een wat traditioneler countryalbum moet klinken en dat ook het legioen muzikanten dat is aangerukt voor het album weet dit.
In het geluid op Hard Headed Woman spelen gitaren de hoofdrol en deze zorgen ervoor dat het countrygeluid van Margo Price niet alleen authentiek maar ook lekker ruw klinkt. Haar stem is gemaakt voor wat traditionelere countrymuziek en beweegt zich soepel over een album vol aansprekende songs, die vooral bij liefhebbers van traditionele countrymuziek met een beetje rock ’n roll zeer in de smaak zullen vallen.
De zang van Margo Price is echt geweldig, maar ze laat zich in enkele songs ook fraai ondersteunen door grootheden als Rodney Crowell, Shannon McNally en Tyler Childers, een volgend punt dat opvalt bij beluistering van het album. De door gitaren gedomineerde country op Hard Headed Woman bevat tenslotte ook zeker invloeden uit de honky tonk, terwijl de songs met lekker stevig gitaarwerk ook niet ver verwijderd zijn van het hokje countryrock.
Margo Price zocht na haar debuutalbum de grenzen van de countrymuziek op, wat een drietal uitstekende albums opleverde, maar ook als ze de country weer volledig omarmd staat de Amerikaanse muzikante garant voor topkwaliteit, want wat is Hard Headed Woman een goed en ook nog eens lekker album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Hard Headed Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hard Headed Woman
Margo Price debuteerde negen jaar geleden met een tijdloos countryalbum, ging vervolgens meerdere kanten op, maar keert op Hard Headed Woman terug naar haar liefde voor de countrymuziek, wat een uitstekend album oplevert
Margo Price zocht al op jonge leeftijd haar geluk in Nashville, Tennessee, maar nam er nog nooit een album op. Na twee in Memphis en twee in California opgenomen albums streek ze voor haar nieuwe album wel neer in Music City. Het is vast geen toeval dat Margo Price in de studio in Nashville weer vol koos voor de traditionele countrymuziek, die ook op haar geweldige debuutalbum zo’n voorname rol speelde. Het is een genre dat uitstekend past bij de stem van de Amerikaanse muzikante. Verwacht overigens zeker geen gezapige countrymuziek, want Margo Price en haar medemuzikanten zetten een lekker stevig geluid neer, waarin de gitaren centraal staan. Het zorgt er voor dat Hard Headed Woman fantastisch klinkt.
Het is fascinerend om je te realiseren dat we tien jaar geleden nog nooit van Margo Price hadden gehoord. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een fraai stapeltje albums op haar naam staan, schreef een bijzonder indringende autobiografie en mag wat mij betreft inmiddels worden gerekend tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit moment.
Margo Price levert tot dusver niet alleen kwaliteit maar ook variëteit. Haar door Jack White geproduceerde debuutalbum Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 greep terug op countryalbums uit de jaren 70, terwijl het politiek getinte en met geweldige muzikanten gemaakte All American Made uit 2017 een veelzijdiger countrygeluid vol invloeden liet horen.
Het door Sturgill Simpson geproduceerde That's How Rumors Get Started flirtte vervolgens met pop en rock met hier en daar een vleugje 80s country, maar op Strays uit 2023, later aangevuld tot Strays II, maakte Margo Price juist weer indruk met een door Jonathan Wilson geproduceerd geluid dat kon worden omschreven als ‘kosmische en psychedelische country’.
En dan was er ook nog de uitstekende autobiografie Maybe We'll Make It en het meer dan aardige live-album Perfectly Imperfect At The Ryman en dat allemaal in negen jaar tijd. Het oeuvre van Margo Price wordt deze week verder verrijkt met haar nieuwe album Hard Headed Woman, de opvolger van Strays (II).
De Amerikaanse muzikante woont al vele jaren in Nashville, maar nam er nog nooit een album op. Hard Headed Woman werd wel opgenomen in een van de fameuze studio’s van de Amerikaanse muziekhoofdstad en dat is niet voor niets. Margo Price begon negen jaar geleden bij de traditionele countrymuziek en keert na enige omzwervingen terug naar dit genre.
Hard Headed Woman sluit in muzikaal opzicht het meest aan bij het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en klinkt direct vanaf de eerste noten bijzonder lekker. Ik was zeer gecharmeerd van de muzikale uitstapjes van Margo Price, maar wat valt er veel te genieten op haar nieuwe album.
Producer Matt Ross-Spang , die op zijn zestiende al als technicus in de fameuze Sun Studio in Memphis, Tennessee, werkte, weet precies hoe een wat traditioneler countryalbum moet klinken en dat ook het legioen muzikanten dat is aangerukt voor het album weet dit.
In het geluid op Hard Headed Woman spelen gitaren de hoofdrol en deze zorgen ervoor dat het countrygeluid van Margo Price niet alleen authentiek maar ook lekker ruw klinkt. Haar stem is gemaakt voor wat traditionelere countrymuziek en beweegt zich soepel over een album vol aansprekende songs, die vooral bij liefhebbers van traditionele countrymuziek met een beetje rock ’n roll zeer in de smaak zullen vallen.
De zang van Margo Price is echt geweldig, maar ze laat zich in enkele songs ook fraai ondersteunen door grootheden als Rodney Crowell, Shannon McNally en Tyler Childers, een volgend punt dat opvalt bij beluistering van het album. De door gitaren gedomineerde country op Hard Headed Woman bevat tenslotte ook zeker invloeden uit de honky tonk, terwijl de songs met lekker stevig gitaarwerk ook niet ver verwijderd zijn van het hokje countryrock.
Margo Price zocht na haar debuutalbum de grenzen van de countrymuziek op, wat een drietal uitstekende albums opleverde, maar ook als ze de country weer volledig omarmd staat de Amerikaanse muzikante garant voor topkwaliteit, want wat is Hard Headed Woman een goed en ook nog eens lekker album. Erwin Zijleman
Margo Price - Midwest Farmer's Daughter (2016)

4,5
0
geplaatst: 27 maart 2016, 10:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - Midwest Farmer's Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan jonge en talentvolle countryzangeressen hebben we momenteel geen gebrek. Nieuwste ster aan het firmament is Margo Price, die met haar debuut Midwest Farmer’s Daughter wel eens hele hoge ogen zou kunnen gaan gooien dit jaar.
Het feit dat deze Margo Price een protegee is van niemand minder dan Jack White gaat hierbij zeker helpen, maar Margo Price heeft zelf ook heel wat in huis.
De jonge zangeres komt uit het traditionele Middenwesten van de Verenigde Staten en kreeg hier de traditionele countrymuziek met de paplepel ingegoten.
Inmiddels woont ze al een tijd in Nashville, waar ze de aandacht trok van Jack White, die haar meenam naar de legendarische Sun Studios in Memphis.
Het in deze legendarische studio opgenomen Midwest Farmer’s Daughter is een plaat die het verleden ademt. Margo Price zoekt op haar debuut geen aansluiting bij de jonge en succesvolle countrypop zangeressen van het moment, maar grijpt terug op de platen van Tammy Wynette, Dolly Parton, Loretta Lynn en in iets mindere mate Emmylou Harris. Midwest Farmer’s Daughter klinkt als een countryplaat die in de jaren 70 is gemaakt en het is een hele goede countryplaat.
Over de band van Margo Price heb ik niet veel informatie kunnen vinden, maar het is een competent spelende band, die het 70s countrygeluid uitstekend weet te reproduceren, maar het geluid van Margo Price ook voorziet van invloeden uit de honky tonk en soul en van bravoure. Midwest Farmer’s Daughter klinkt hierdoor een stuk minder gepolijst dan de meeste andere platen in dit genre en/of uit Nashville, ook als de strijkers mogen aanzwellen.
De veelkleurige instrumentatie op de plaat roept al volop herinneringen op aan countrymuziek uit het verleden en deze herinneringen worden nog veel sterker wanneer Margo Price begint te zingen. De Amerikaanse heeft een stem die gemaakt is voor countrymuziek en het is een stem die zowel krachtig uit kan halen als weemoedig kan snikken; precies zoals dat hoort in dit genre.
Omdat Midwest Farmer’s Daughter ook nog eens vol staat met songs die direct blijven hangen en weten te ontroeren, ben ik inmiddels volledig overtuigd van de talenten van Margo Price en mag ze wat mij betreft in de voetsporen treden van de steeds beter wordende Kacey Musgraves. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - Midwest Farmer's Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan jonge en talentvolle countryzangeressen hebben we momenteel geen gebrek. Nieuwste ster aan het firmament is Margo Price, die met haar debuut Midwest Farmer’s Daughter wel eens hele hoge ogen zou kunnen gaan gooien dit jaar.
Het feit dat deze Margo Price een protegee is van niemand minder dan Jack White gaat hierbij zeker helpen, maar Margo Price heeft zelf ook heel wat in huis.
De jonge zangeres komt uit het traditionele Middenwesten van de Verenigde Staten en kreeg hier de traditionele countrymuziek met de paplepel ingegoten.
Inmiddels woont ze al een tijd in Nashville, waar ze de aandacht trok van Jack White, die haar meenam naar de legendarische Sun Studios in Memphis.
Het in deze legendarische studio opgenomen Midwest Farmer’s Daughter is een plaat die het verleden ademt. Margo Price zoekt op haar debuut geen aansluiting bij de jonge en succesvolle countrypop zangeressen van het moment, maar grijpt terug op de platen van Tammy Wynette, Dolly Parton, Loretta Lynn en in iets mindere mate Emmylou Harris. Midwest Farmer’s Daughter klinkt als een countryplaat die in de jaren 70 is gemaakt en het is een hele goede countryplaat.
Over de band van Margo Price heb ik niet veel informatie kunnen vinden, maar het is een competent spelende band, die het 70s countrygeluid uitstekend weet te reproduceren, maar het geluid van Margo Price ook voorziet van invloeden uit de honky tonk en soul en van bravoure. Midwest Farmer’s Daughter klinkt hierdoor een stuk minder gepolijst dan de meeste andere platen in dit genre en/of uit Nashville, ook als de strijkers mogen aanzwellen.
De veelkleurige instrumentatie op de plaat roept al volop herinneringen op aan countrymuziek uit het verleden en deze herinneringen worden nog veel sterker wanneer Margo Price begint te zingen. De Amerikaanse heeft een stem die gemaakt is voor countrymuziek en het is een stem die zowel krachtig uit kan halen als weemoedig kan snikken; precies zoals dat hoort in dit genre.
Omdat Midwest Farmer’s Daughter ook nog eens vol staat met songs die direct blijven hangen en weten te ontroeren, ben ik inmiddels volledig overtuigd van de talenten van Margo Price en mag ze wat mij betreft in de voetsporen treden van de steeds beter wordende Kacey Musgraves. Erwin Zijleman
Margo Price - Perfectly Imperfect at the Ryman (2020)

3,5
0
geplaatst: 11 december 2020, 13:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - Perfectly Imperfect At The Ryman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Perfectly Imperfect At The Ryman
Margo Price bracht Perfectly Imperfect At The Ryman eerder dit jaar uit als tussendoortje, maar dit gloedvolle live-album bleek al snel meer dan dat en is nu gelukkig ook officieel uitgebracht
Margo Price debuteerde pas vier jaar geleden, maar heeft zich, mede dankzij drie uitstekende albums, inmiddels ontwikkeld tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Binnen de rootsmuziek beperkte de Amerikaanse singer-songwriter zich lange tijd tot de country, maar op haar eerder dit jaar verschenen derde album liet ze horen dat ze nog veel meer kan. Op het eerder dit jaar als tussendoortje uitgebrachte en nu dan officieel verschenen Perfectly Imperfect At The Ryman laat Margo Price horen dat ze ook op het podium met de besten mee kan. Het zal wel even duren voor we het zelf kunnen zien, maar dit prima live-album is een waardig alternatief.
Naast de onvermijdelijke en over het algemeen niet al te interessante kerstalbums zijn de afgelopen weken verrassend veel live-albums verschenen. Daar moet je van houden en ik moet toegeven dat ik er tegenwoordig niet meer zoveel mee heb. Dit in tegenstelling tot vroeger, toen ik live-albums vaak interessanter vond dan het studiomateriaal.
Nu hadden live-albums vroeger iets magisch, want alternatieven waren er buiten het bezoeken van concerten niet en hoe vaak was je in de gelegenheid om een hele grote band live aan het werk te zien? Tegenwoordig ligt dat anders. Bands touren veel intensiever (oké, nu even niet) omdat hiermee het geld wordt verdiend en hiernaast zijn er alleen via YouTube van iedere band of muzikant al talloze live-registraties te bekijken (en dan zijn er ook nog de professionele concertfilms).
Kortom, de magie van het live-album is wat weg en daarom bespreek ik ze nog maar zelden. Een live-album dat me de afgelopen week wel wist te raken is Perfectly Imperfect At The Ryman van Margo Price. De Amerikaanse singer-songwriter is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en heeft met Midwest Farmer’s Daughter, All American Made en het dit jaar verschenen That’s How Rumors Get Started inmiddels drie geweldige albums op haar naam staan.
Perfectly Imperfect At The Ryman lag al een tijdje op de plank en staat ook al geruime tijd op de bandcamp pagina van Margo Price (volgens mij om het uitstel van de release van haar laatste album wat te compenseren). De live-opnamen komen uit 2018, wat ook goed nieuws is, want als er de afgelopen negen maanden nog concerten zijn, zijn ze een stuk minder sfeervol.
Perfectly Imperfect At The Ryman doet verslag van een gloedvol optreden dat bewijst dat Margo Price ook live met de besten mee kan. De Amerikaanse muzikante beperkte zich op haar eerste albums nog vooral tot de country, maar bestrijkt inmiddels een breder palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Dat hoor je ook op het live-album dat naast country ook een flinke dosis soul bevat.
Margo Price werd in The Ryman bijgestaan door een uit de kluiten gewassen band en ontving bovendien een aantal aansprekende gasten, onder wie Emmylou Harris, Sturgill Simpson en Jack White. De band speelt keer op keer de pannen van het dak, terwijl Margo Price de sterren van de hemel zingt. Het maakt van het beluisteren van Perfectly Imperfect At The Ryman een waar feestje.
Margo Price en haar band vertolken een aantal eigen songs en een aantal covers en alles wordt even gloedvol vertolkt. Bovendien spat het plezier er af, waardoor het album je direct een goed gevoel geeft. Perfectly Imperfect At The Ryman was eerder dit jaar vooral een tussendoortje, maar was direct meer dan dat. Het is daarom goed nieuws dat het album nu ook fysiek verkrijgbaar is.
Mijn oude liefde voor live-albums krijg ik waarschijnlijk nooit meer terug, maar zo af en toe duikt er toch nog een op die niet alleen goed is voor een glimlach, maar die ook terug blijft keren op de platenspeler. Perfectly Imperfect At The Ryman is er een en het is bovendien een live-album dat het enorme talent van Margo Price nogmaals onderstreept. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - Perfectly Imperfect At The Ryman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Perfectly Imperfect At The Ryman
Margo Price bracht Perfectly Imperfect At The Ryman eerder dit jaar uit als tussendoortje, maar dit gloedvolle live-album bleek al snel meer dan dat en is nu gelukkig ook officieel uitgebracht
Margo Price debuteerde pas vier jaar geleden, maar heeft zich, mede dankzij drie uitstekende albums, inmiddels ontwikkeld tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Binnen de rootsmuziek beperkte de Amerikaanse singer-songwriter zich lange tijd tot de country, maar op haar eerder dit jaar verschenen derde album liet ze horen dat ze nog veel meer kan. Op het eerder dit jaar als tussendoortje uitgebrachte en nu dan officieel verschenen Perfectly Imperfect At The Ryman laat Margo Price horen dat ze ook op het podium met de besten mee kan. Het zal wel even duren voor we het zelf kunnen zien, maar dit prima live-album is een waardig alternatief.
Naast de onvermijdelijke en over het algemeen niet al te interessante kerstalbums zijn de afgelopen weken verrassend veel live-albums verschenen. Daar moet je van houden en ik moet toegeven dat ik er tegenwoordig niet meer zoveel mee heb. Dit in tegenstelling tot vroeger, toen ik live-albums vaak interessanter vond dan het studiomateriaal.
Nu hadden live-albums vroeger iets magisch, want alternatieven waren er buiten het bezoeken van concerten niet en hoe vaak was je in de gelegenheid om een hele grote band live aan het werk te zien? Tegenwoordig ligt dat anders. Bands touren veel intensiever (oké, nu even niet) omdat hiermee het geld wordt verdiend en hiernaast zijn er alleen via YouTube van iedere band of muzikant al talloze live-registraties te bekijken (en dan zijn er ook nog de professionele concertfilms).
Kortom, de magie van het live-album is wat weg en daarom bespreek ik ze nog maar zelden. Een live-album dat me de afgelopen week wel wist te raken is Perfectly Imperfect At The Ryman van Margo Price. De Amerikaanse singer-songwriter is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en heeft met Midwest Farmer’s Daughter, All American Made en het dit jaar verschenen That’s How Rumors Get Started inmiddels drie geweldige albums op haar naam staan.
Perfectly Imperfect At The Ryman lag al een tijdje op de plank en staat ook al geruime tijd op de bandcamp pagina van Margo Price (volgens mij om het uitstel van de release van haar laatste album wat te compenseren). De live-opnamen komen uit 2018, wat ook goed nieuws is, want als er de afgelopen negen maanden nog concerten zijn, zijn ze een stuk minder sfeervol.
Perfectly Imperfect At The Ryman doet verslag van een gloedvol optreden dat bewijst dat Margo Price ook live met de besten mee kan. De Amerikaanse muzikante beperkte zich op haar eerste albums nog vooral tot de country, maar bestrijkt inmiddels een breder palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Dat hoor je ook op het live-album dat naast country ook een flinke dosis soul bevat.
Margo Price werd in The Ryman bijgestaan door een uit de kluiten gewassen band en ontving bovendien een aantal aansprekende gasten, onder wie Emmylou Harris, Sturgill Simpson en Jack White. De band speelt keer op keer de pannen van het dak, terwijl Margo Price de sterren van de hemel zingt. Het maakt van het beluisteren van Perfectly Imperfect At The Ryman een waar feestje.
Margo Price en haar band vertolken een aantal eigen songs en een aantal covers en alles wordt even gloedvol vertolkt. Bovendien spat het plezier er af, waardoor het album je direct een goed gevoel geeft. Perfectly Imperfect At The Ryman was eerder dit jaar vooral een tussendoortje, maar was direct meer dan dat. Het is daarom goed nieuws dat het album nu ook fysiek verkrijgbaar is.
Mijn oude liefde voor live-albums krijg ik waarschijnlijk nooit meer terug, maar zo af en toe duikt er toch nog een op die niet alleen goed is voor een glimlach, maar die ook terug blijft keren op de platenspeler. Perfectly Imperfect At The Ryman is er een en het is bovendien een live-album dat het enorme talent van Margo Price nogmaals onderstreept. Erwin Zijleman
Margo Price - Strays (2023)

4,5
0
geplaatst: 15 januari 2023, 10:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - Strays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Strays
Mede door ‘magic mushrooms’ vervolgt de Amerikaanse muzikante Margo Price op Strays haar muzikale weg met flink wat nieuwe invloeden, maar de magie van haar bijzondere stem is natuurlijk gebleven
Het is nauwelijks te geloven dat Margo Price pas zeven jaar geleden debuteerde met het fraaie Midwest Farmer’s Daughter. Sindsdien heeft de muzikante uit Nashville zich stormachtig ontwikkeld. De countrymuziek die zo leek weggelopen uit de jaren 70 werd in 2020 verruild voor een veelzijdiger geluid en op het deze week verschenen Strays doet Margo Price er nog een schepje bovenop. Na een lange paddenstoelentrip dook Margo Price de studio in met producer Jonathan Wilson, wat een buitengewoon veelzijdige en fascinerende luistertrip oplevert. Margo Price slaat op Strays haar vleugels nog wat verder uit en schaart zich definitief onder de grote singer-songwriters van het moment.
Bijna zeven jaar geleden dook de Amerikaanse muzikante Margo Price op. Gesteund door niemand minder dan Jack White leverde ze met Midwest Farmer’s Daughter een ontroerend mooi countryalbum af. Het was een countryalbum dat herinnerde aan de muziek van de groten in het genre, met Loretta Lynn, het idool van zowel Margo Price als Jack White, als ijkpunt. Het duurde even voordat het debuutalbum van Margo Price de aandacht kreeg die het album verdiende, maar vervolgens was er geen houden aan. De Amerikaanse muzikante bevestigde haar status met het een jaar later verschenen All American Made, waarop ze kon profiteren van de bijdragen van een aantal gelouterde muzikanten en bovendien verraste met messcherpe teksten, waarin ze de op dat moment kersverse president Donald Trump fileerde.
Margo Price had wat mij betreft eindeloos countryalbums met een hang naar de jaren 70 mogen blijven maken, maar op het in de zomer van 2020 verschenen That's How Rumors Get Started sloeg de muzikante uit Nashville, Tennessee, samen met topproducer Sturgill Simpson, haar vleugels uit. Invloeden uit de countrymuziek uit de jaren 70 verloren terrein aan invloeden uit de countrymuziek van latere datum en Margo Price verwerkte bovendien meer invloeden uit de pop en de rock, met hier en daar een vleugje Fleetwood Mac.
Het veranderde niets aan de kwaliteit van de muziek en de magie van de stem van Margo Price, waardoor ik met hoge verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Op het deze week verschenen Strays slaat Margo Price, die vorig jaar een droevige en indringende autobiografie afleverde, weer andere wegen in. De inspiratie voor het album werd naar verluidt gevonden tijdens een zes dagen durende ‘magic mushroom trip’ van Margo Price en haar echtgenoot en muzikant Jeremy Ivey, waarna de Californische studio van producer Jonathan Wilson werd opgezocht.
Strays bevat nadrukkelijk het stempel van Jonathan Wilson, die de muziek van Margo Price in de richting van kosmische country en psychedelica duwt, maar ook de muzikanten die Margo Price en Jeremy Ivey gezelschap hielden tijdens hun paddenstoelentrip hebben invloed gehad op het geluid op Strays. Strays bevat flarden Patti Smith en leunt hier en daar zwaar tegen de Amerikaanse rockmuziek van Tom Petty aan, maar Margo Price verloochent haar wortels in e country niet. De Amerikaanse muzikante verwerkt hiernaast invloeden uit de indierock van het moment en heeft ook nog eens een aantal gasten van naam en faam uitgenodigd, onder wie Sharon Van Etten en Lucius.
Strays is mijlenver verwijderd van de eerste twee albums van Margo Price, maar natuurlijk is er nog altijd de stem die wonderen kan verrichten. Het was door het veelzijdige karakter en de nieuwe wegen heel even wennen, maar wat mij betreft is ook Strays weer een geweldig album van de muzikante uit Nashville. Margo Price heeft haar blik, mede door de magische paddenstoelen, nog wat verder verruimd en heeft een tijdloos album gemaakt dat meerdere decennia popmuziek bestrijkt. De belofte van haar debuut van zeven jaar geleden is ze inmiddels ver voorbij met dit imponerende album, dat voorlopig nog wel even door groeit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - Strays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Strays
Mede door ‘magic mushrooms’ vervolgt de Amerikaanse muzikante Margo Price op Strays haar muzikale weg met flink wat nieuwe invloeden, maar de magie van haar bijzondere stem is natuurlijk gebleven
Het is nauwelijks te geloven dat Margo Price pas zeven jaar geleden debuteerde met het fraaie Midwest Farmer’s Daughter. Sindsdien heeft de muzikante uit Nashville zich stormachtig ontwikkeld. De countrymuziek die zo leek weggelopen uit de jaren 70 werd in 2020 verruild voor een veelzijdiger geluid en op het deze week verschenen Strays doet Margo Price er nog een schepje bovenop. Na een lange paddenstoelentrip dook Margo Price de studio in met producer Jonathan Wilson, wat een buitengewoon veelzijdige en fascinerende luistertrip oplevert. Margo Price slaat op Strays haar vleugels nog wat verder uit en schaart zich definitief onder de grote singer-songwriters van het moment.
Bijna zeven jaar geleden dook de Amerikaanse muzikante Margo Price op. Gesteund door niemand minder dan Jack White leverde ze met Midwest Farmer’s Daughter een ontroerend mooi countryalbum af. Het was een countryalbum dat herinnerde aan de muziek van de groten in het genre, met Loretta Lynn, het idool van zowel Margo Price als Jack White, als ijkpunt. Het duurde even voordat het debuutalbum van Margo Price de aandacht kreeg die het album verdiende, maar vervolgens was er geen houden aan. De Amerikaanse muzikante bevestigde haar status met het een jaar later verschenen All American Made, waarop ze kon profiteren van de bijdragen van een aantal gelouterde muzikanten en bovendien verraste met messcherpe teksten, waarin ze de op dat moment kersverse president Donald Trump fileerde.
Margo Price had wat mij betreft eindeloos countryalbums met een hang naar de jaren 70 mogen blijven maken, maar op het in de zomer van 2020 verschenen That's How Rumors Get Started sloeg de muzikante uit Nashville, Tennessee, samen met topproducer Sturgill Simpson, haar vleugels uit. Invloeden uit de countrymuziek uit de jaren 70 verloren terrein aan invloeden uit de countrymuziek van latere datum en Margo Price verwerkte bovendien meer invloeden uit de pop en de rock, met hier en daar een vleugje Fleetwood Mac.
Het veranderde niets aan de kwaliteit van de muziek en de magie van de stem van Margo Price, waardoor ik met hoge verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Op het deze week verschenen Strays slaat Margo Price, die vorig jaar een droevige en indringende autobiografie afleverde, weer andere wegen in. De inspiratie voor het album werd naar verluidt gevonden tijdens een zes dagen durende ‘magic mushroom trip’ van Margo Price en haar echtgenoot en muzikant Jeremy Ivey, waarna de Californische studio van producer Jonathan Wilson werd opgezocht.
Strays bevat nadrukkelijk het stempel van Jonathan Wilson, die de muziek van Margo Price in de richting van kosmische country en psychedelica duwt, maar ook de muzikanten die Margo Price en Jeremy Ivey gezelschap hielden tijdens hun paddenstoelentrip hebben invloed gehad op het geluid op Strays. Strays bevat flarden Patti Smith en leunt hier en daar zwaar tegen de Amerikaanse rockmuziek van Tom Petty aan, maar Margo Price verloochent haar wortels in e country niet. De Amerikaanse muzikante verwerkt hiernaast invloeden uit de indierock van het moment en heeft ook nog eens een aantal gasten van naam en faam uitgenodigd, onder wie Sharon Van Etten en Lucius.
Strays is mijlenver verwijderd van de eerste twee albums van Margo Price, maar natuurlijk is er nog altijd de stem die wonderen kan verrichten. Het was door het veelzijdige karakter en de nieuwe wegen heel even wennen, maar wat mij betreft is ook Strays weer een geweldig album van de muzikante uit Nashville. Margo Price heeft haar blik, mede door de magische paddenstoelen, nog wat verder verruimd en heeft een tijdloos album gemaakt dat meerdere decennia popmuziek bestrijkt. De belofte van haar debuut van zeven jaar geleden is ze inmiddels ver voorbij met dit imponerende album, dat voorlopig nog wel even door groeit. Erwin Zijleman
