Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Moontype - Bodies of Water (2021)

4,0
0
geplaatst: 9 april 2021, 15:05 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moontype - Bodies Of Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt
Probeer maar eens op te vallen tussen alle nieuwe albums die momenteel verschijnen. De Amerikaanse band Moontype slaagt er wat mij betreft vrij makkelijk in. De band uit Chicago kiest voor een bescheiden instrumentarium, maar weet uiteenlopende klanken uit dit instrumentarium te krijgen en maakt bovendien muziek met flink wat dynamiek. Naast de instrumentatie springt ook zeker de zang van Margaret McCarthy in het oor en de band uit Chicago staat ook nog eens garant voor lekker in het gehoor liggende maar ook stekelige songs. Direct een leuk album, maar Bodies Of Water van Moontype wordt ook nog een tijd lang beter.
De krenten uit de pop: Moontype - Bodies Of Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt
Probeer maar eens op te vallen tussen alle nieuwe albums die momenteel verschijnen. De Amerikaanse band Moontype slaagt er wat mij betreft vrij makkelijk in. De band uit Chicago kiest voor een bescheiden instrumentarium, maar weet uiteenlopende klanken uit dit instrumentarium te krijgen en maakt bovendien muziek met flink wat dynamiek. Naast de instrumentatie springt ook zeker de zang van Margaret McCarthy in het oor en de band uit Chicago staat ook nog eens garant voor lekker in het gehoor liggende maar ook stekelige songs. Direct een leuk album, maar Bodies Of Water van Moontype wordt ook nog een tijd lang beter.
Moontype - I Let the Wind Push Down on Me (2025)

4,0
1
geplaatst: 30 mei 2025, 20:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me
Moontype leverde vier jaar geleden een heel aardig debuut af, maar heeft sindsdien een behoorlijke groeispurt gemaakt, wat met I Let The Wind Push Down On Me een mooi en fantasierijk album oplevert
Luister naar I Let The Wind Push Down On Me van de Amerikaanse band Moontype en je wordt in eerste instantie betoverd door de bijzonder mooie en bedwelmende stem van Margaret McCarthy. Na de mooie stem volgt het al even mooie gitaarwerk op het album en ook de rest van de muziek op I Let The Wind Push Down On Me is prachtig. Moontype maakte op haar debuutalbum al indruk met bijzondere songs, maar de wat complexere songs op het nieuwe album prikkelen de fantasie nog een stuk intenser. Met name de Amerikaanse muziekpers is heel enthousiast over het tweede album van de band uit Chicago, maar dit album mogen we hier ook niet laten liggen.
I Let The Wind Push Down On Me van Moontype stond de afgelopen week in flink wat lijstjes met de meest interessantste albums van deze week. Daar kon ik me bij beluistering wel in vinden, want het is inderdaad een erg leuk album. Ik dacht met Moontype een nieuwe band op het spoor te zijn, maar op Spotify zag ik vervolgens ook het album Bodies Of Water uit het voorjaar van 2021 en dat kwam me bekend voor.
Het is een album dat ik destijds inderdaad heb besproken op de krenten uit de pop en als volgt omschreef: “Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt”. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter sta, want toen ik Bodies Of Water eerder deze week weer eens beluisterde sprak het album me direct weer aan.
Dat ik het debuutalbum van Moontype in 2021 weer snel vergeten ben begrijp ik eerlijk gezegd ook wel, want de band uit Chicago, Illinois, maakt op haar debuutalbum de mix van indierock, indiepop en indiefolk die door heel veel bands wordt gemaakt. Het debuutalbum van Moontype viel ondanks een heel behoorlijk niveau dan ook niet op in 2021, maar ik schat de kansen van de Amerikaanse band vier jaar later hoger in.
Op I Let The Wind Push Down On Me laat Moontype immers een interessanter geluid horen en het is bovendien een geluid dat veel mooier klinkt dan het geluid op Bodies Of Water. De band is van een drietal een viertal geworden en heeft een extra gitarist in de gelederen. Bovendien voegen gastmuzikanten dit keer ook subtiele bijdragen van synths toe, wat het geluid van Moontype wat rijker en veelzijdiger maakt.
Het is een geluid dat direct vanaf de openingstrack ook wat complexer en avontuurlijker is, al verliest Moontype ook op I Let The Wind Push Down On Me de lekker in het gehoor liggende popsong niet uit het oog. Het klinkt af en toe wat minder ruw en juist wat melodieuzer dan op het debuutalbum, maar de scherpe randjes zijn zeker niet verdwenen.
Ook op I Let The Wind Push Down On Me valt vooral de stem van zangeres Margaret McCarthy op. Het is een stem die perfect zou passen bij wat zweverige dreampop of zelfs in het soort muziek dat Cocteau Twins ooit maakte, maar ook in de indierock songs van Moontype valt de stem van Margaret McCarthy in positieve zin op. Het is een hoge en geschoold klinkende stem, die zich in kwalitatief opzicht makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere stemmen van het moment.
Dat doet Moontype ook in muzikaal opzicht, want net als op het debuutalbum staat de band uit Chicago garant voor een veelkleurig geluid, dat zowel in de stevigere als in de meer ingetogen songs zeer aanspreekt. Het zit allemaal wat complexer in elkaar dan op het debuutalbum, waardoor je de songs op I Let The Wind Push Down On Me wat vaker moet horen voor ze helemaal geland zijn.
Dan hoor je ook nog wat beter hoe mooi en inventief de soms bijna proggy gitaarlijnen op het album zijn en hetzelfde geldt ook voor het baswerk van Margaret McCarthy en het drumwerk op het album. Moontype maakte met haar debuutalbum misschien net niet genoeg indruk om er uit te springen in het aanbod van dat moment, maar dat lukt de band wat mij betreft wel met het nog veel betere tweede album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moontype: I Let The Wind Push Down On Me
Moontype leverde vier jaar geleden een heel aardig debuut af, maar heeft sindsdien een behoorlijke groeispurt gemaakt, wat met I Let The Wind Push Down On Me een mooi en fantasierijk album oplevert
Luister naar I Let The Wind Push Down On Me van de Amerikaanse band Moontype en je wordt in eerste instantie betoverd door de bijzonder mooie en bedwelmende stem van Margaret McCarthy. Na de mooie stem volgt het al even mooie gitaarwerk op het album en ook de rest van de muziek op I Let The Wind Push Down On Me is prachtig. Moontype maakte op haar debuutalbum al indruk met bijzondere songs, maar de wat complexere songs op het nieuwe album prikkelen de fantasie nog een stuk intenser. Met name de Amerikaanse muziekpers is heel enthousiast over het tweede album van de band uit Chicago, maar dit album mogen we hier ook niet laten liggen.
I Let The Wind Push Down On Me van Moontype stond de afgelopen week in flink wat lijstjes met de meest interessantste albums van deze week. Daar kon ik me bij beluistering wel in vinden, want het is inderdaad een erg leuk album. Ik dacht met Moontype een nieuwe band op het spoor te zijn, maar op Spotify zag ik vervolgens ook het album Bodies Of Water uit het voorjaar van 2021 en dat kwam me bekend voor.
Het is een album dat ik destijds inderdaad heb besproken op de krenten uit de pop en als volgt omschreef: “Moontype heeft op haar debuut genoeg aan gitaar, bas, drums en zang, maar weet met bescheiden middelen een gevarieerd geluid te creëren, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt”. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter sta, want toen ik Bodies Of Water eerder deze week weer eens beluisterde sprak het album me direct weer aan.
Dat ik het debuutalbum van Moontype in 2021 weer snel vergeten ben begrijp ik eerlijk gezegd ook wel, want de band uit Chicago, Illinois, maakt op haar debuutalbum de mix van indierock, indiepop en indiefolk die door heel veel bands wordt gemaakt. Het debuutalbum van Moontype viel ondanks een heel behoorlijk niveau dan ook niet op in 2021, maar ik schat de kansen van de Amerikaanse band vier jaar later hoger in.
Op I Let The Wind Push Down On Me laat Moontype immers een interessanter geluid horen en het is bovendien een geluid dat veel mooier klinkt dan het geluid op Bodies Of Water. De band is van een drietal een viertal geworden en heeft een extra gitarist in de gelederen. Bovendien voegen gastmuzikanten dit keer ook subtiele bijdragen van synths toe, wat het geluid van Moontype wat rijker en veelzijdiger maakt.
Het is een geluid dat direct vanaf de openingstrack ook wat complexer en avontuurlijker is, al verliest Moontype ook op I Let The Wind Push Down On Me de lekker in het gehoor liggende popsong niet uit het oog. Het klinkt af en toe wat minder ruw en juist wat melodieuzer dan op het debuutalbum, maar de scherpe randjes zijn zeker niet verdwenen.
Ook op I Let The Wind Push Down On Me valt vooral de stem van zangeres Margaret McCarthy op. Het is een stem die perfect zou passen bij wat zweverige dreampop of zelfs in het soort muziek dat Cocteau Twins ooit maakte, maar ook in de indierock songs van Moontype valt de stem van Margaret McCarthy in positieve zin op. Het is een hoge en geschoold klinkende stem, die zich in kwalitatief opzicht makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere stemmen van het moment.
Dat doet Moontype ook in muzikaal opzicht, want net als op het debuutalbum staat de band uit Chicago garant voor een veelkleurig geluid, dat zowel in de stevigere als in de meer ingetogen songs zeer aanspreekt. Het zit allemaal wat complexer in elkaar dan op het debuutalbum, waardoor je de songs op I Let The Wind Push Down On Me wat vaker moet horen voor ze helemaal geland zijn.
Dan hoor je ook nog wat beter hoe mooi en inventief de soms bijna proggy gitaarlijnen op het album zijn en hetzelfde geldt ook voor het baswerk van Margaret McCarthy en het drumwerk op het album. Moontype maakte met haar debuutalbum misschien net niet genoeg indruk om er uit te springen in het aanbod van dat moment, maar dat lukt de band wat mij betreft wel met het nog veel betere tweede album. Erwin Zijleman
MOOON - Safari (2019)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2019, 10:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MOOON - Safari - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MOOON - Safari
Fascinerende luistertrip van de Nederlandse band MOOON klinkt als een vergeten meesterwerk uit de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek
Ik dacht heel even dat ik een vergeten klassieker uit vervolgen tijden in handen had gekregen, maar Safari van MOOON is gloednieuw. De Nederlandse band laat zich op Safari nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de late jaren 60, maar het is hierbij niet kieskeurig en het geeft bovendien een eigen draai aan alle invloeden uit de omgevallen platenkast van de band. Het levert een even aangename als bezwerende als fascinerende luistertrip op, waarin dromerige passages worden afgewisseld met muzikaal vuurwerk en waarin net zo makkelijk stevig gitaarwerk als een heuse sitar wordt ingezet. Heerlijk album.
Laat Safari van MOOON uit de speakers komen en het lijkt er op dat je een psychedelisch meesterwerk uit de late jaren 60 hebt opgedoken. Alles op het album ademt de psychedelica uit de hoogtijdagen van het genre. De geweldige gitaarsolo’s, de soms stuwende ritmes, het zeurende orgeltje, de zang en harmonieën en natuurlijk de van stal gehaalde sitar.
Safari van MOOON klinkt als The Beatles die net terug zijn uit India, als Pink Floyd dat Syd Barrett nog even binnenboord heeft gehouden, als Santana dat de psychedelica vol heeft omarmd, als The Doors met een flinke dosis valium en zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van grote bands uit een inmiddels ver verleden.
Safari van MOOON is echter geen verloren gewaand meesterwerk uit de jaren 60, maar een gloednieuw album van een Nederlandse band (googelen op dit album brengt je overigens vooral bij Air’s Moon Safari). MOOON uit Aarle-Rixtel (of all places) timmerde een paar jaar geleden al eens aan de weg, maar brengt haar nieuwe album uit op een Spaans label. Het is een album dat in een aantal maanden met heel veel nieuwe releases wat is ondergesneeuwd, maar het is ook een album dat absoluut aandacht verdient.
MOOON is zeker niet de enige band die zich laat inspireren door psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en het is ook niet de enige band die probeert om het geluid van een aantal decennia geleden nauwgezet te reproduceren. MOOON slaagt daar wel opvallend goed in. Safari klinkt veel authentieker dan alles albums die de afgelopen jaren in het hokje neo-psychedelica zijn geduwd en klinkt bovendien urgenter dan de meeste albums die de mosterd net als Safari bij een aantal grote bands uit de jaren 60 halen.
Safari klinkt als een album dat geen moment had misstaan tussen de grote psychedelische albums uit de jaren 60, maar klinkt geen moment als flauwe of overbodige retro. De Nederlandse band kent haar klassiekers uit de psychedelica, maar verkent ook omliggende genres. Safari klinkt hierdoor niet alleen psychedelisch, maar verrast ook met vleugjes blues, prog en Latin, om maar een aantal andere genres te noemen.
Door de flinke dosis psychedelica klinkt Safari van MOOON direct bekend, maar aan de andere kant is Safari ook een album dat in 1967 nog niet gemaakt kon worden, tenzij The Beatles, Pink Floyd, Santana en nog wat andere legendarische bands destijds de krachten hadden gebundeld.
Ik ben lang niet altijd in de stemming voor dit soort muziek, maar MOOON is op Safari goed voor een even aangename als fascinerende luistertrip. De band uit Aarle-Rixtel kan benevelen met lome harmonieën, maar de muziek van de band kan ook ontsporen met heerlijk gitaarwerk en door de ritmesectie die het tempo opeens zomaar flink kan opvoeren, waarna de bedwelmende sitar je weer in dromenland brengt.
De toegevoegde buitenopnamen versterken het gevoel dat je naar een aaneengesloten luistertrip van 40 minuten aan het luisteren bent. Het is een luistertrip waarin van alles gebeurt, zoveel dat het je soms duizelt, maar de muziek van de Nederlandse moment klinkt geen moment gekunsteld of loodzwaar. Safari van MOOON is al met al een muziekles over psychedelica van weleer, maar ook een album dat de fantasie voorlopig nog wel even blijft prikkelen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: MOOON - Safari - dekrentenuitdepop.blogspot.com
MOOON - Safari
Fascinerende luistertrip van de Nederlandse band MOOON klinkt als een vergeten meesterwerk uit de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek
Ik dacht heel even dat ik een vergeten klassieker uit vervolgen tijden in handen had gekregen, maar Safari van MOOON is gloednieuw. De Nederlandse band laat zich op Safari nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de late jaren 60, maar het is hierbij niet kieskeurig en het geeft bovendien een eigen draai aan alle invloeden uit de omgevallen platenkast van de band. Het levert een even aangename als bezwerende als fascinerende luistertrip op, waarin dromerige passages worden afgewisseld met muzikaal vuurwerk en waarin net zo makkelijk stevig gitaarwerk als een heuse sitar wordt ingezet. Heerlijk album.
Laat Safari van MOOON uit de speakers komen en het lijkt er op dat je een psychedelisch meesterwerk uit de late jaren 60 hebt opgedoken. Alles op het album ademt de psychedelica uit de hoogtijdagen van het genre. De geweldige gitaarsolo’s, de soms stuwende ritmes, het zeurende orgeltje, de zang en harmonieën en natuurlijk de van stal gehaalde sitar.
Safari van MOOON klinkt als The Beatles die net terug zijn uit India, als Pink Floyd dat Syd Barrett nog even binnenboord heeft gehouden, als Santana dat de psychedelica vol heeft omarmd, als The Doors met een flinke dosis valium en zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van grote bands uit een inmiddels ver verleden.
Safari van MOOON is echter geen verloren gewaand meesterwerk uit de jaren 60, maar een gloednieuw album van een Nederlandse band (googelen op dit album brengt je overigens vooral bij Air’s Moon Safari). MOOON uit Aarle-Rixtel (of all places) timmerde een paar jaar geleden al eens aan de weg, maar brengt haar nieuwe album uit op een Spaans label. Het is een album dat in een aantal maanden met heel veel nieuwe releases wat is ondergesneeuwd, maar het is ook een album dat absoluut aandacht verdient.
MOOON is zeker niet de enige band die zich laat inspireren door psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en het is ook niet de enige band die probeert om het geluid van een aantal decennia geleden nauwgezet te reproduceren. MOOON slaagt daar wel opvallend goed in. Safari klinkt veel authentieker dan alles albums die de afgelopen jaren in het hokje neo-psychedelica zijn geduwd en klinkt bovendien urgenter dan de meeste albums die de mosterd net als Safari bij een aantal grote bands uit de jaren 60 halen.
Safari klinkt als een album dat geen moment had misstaan tussen de grote psychedelische albums uit de jaren 60, maar klinkt geen moment als flauwe of overbodige retro. De Nederlandse band kent haar klassiekers uit de psychedelica, maar verkent ook omliggende genres. Safari klinkt hierdoor niet alleen psychedelisch, maar verrast ook met vleugjes blues, prog en Latin, om maar een aantal andere genres te noemen.
Door de flinke dosis psychedelica klinkt Safari van MOOON direct bekend, maar aan de andere kant is Safari ook een album dat in 1967 nog niet gemaakt kon worden, tenzij The Beatles, Pink Floyd, Santana en nog wat andere legendarische bands destijds de krachten hadden gebundeld.
Ik ben lang niet altijd in de stemming voor dit soort muziek, maar MOOON is op Safari goed voor een even aangename als fascinerende luistertrip. De band uit Aarle-Rixtel kan benevelen met lome harmonieën, maar de muziek van de band kan ook ontsporen met heerlijk gitaarwerk en door de ritmesectie die het tempo opeens zomaar flink kan opvoeren, waarna de bedwelmende sitar je weer in dromenland brengt.
De toegevoegde buitenopnamen versterken het gevoel dat je naar een aaneengesloten luistertrip van 40 minuten aan het luisteren bent. Het is een luistertrip waarin van alles gebeurt, zoveel dat het je soms duizelt, maar de muziek van de Nederlandse moment klinkt geen moment gekunsteld of loodzwaar. Safari van MOOON is al met al een muziekles over psychedelica van weleer, maar ook een album dat de fantasie voorlopig nog wel even blijft prikkelen. Erwin Zijleman
Moreish Idols - All in the Game (2025)

4,0
1
geplaatst: 20 maart 2025, 15:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Moreish Idols - All In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moreish Idols - All In The Game
Moreish Idols is het zoveelste nieuwe Britse bandje dat een link heeft met producer Dan Carey, maar op haar debuutalbum All In The Game laat de band een origineel geluid met een aantal verrassende invloeden horen
De Britse band Moreish Idols heeft zich op haar debuutalbum onder andere laten beïnvloeden door invloeden uit de Canterbury scene en dat zijn invloeden die niet al te vaak meer te horen zijn. Het zorgt er voor dat All In The Game anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De Britse band laat zich door veel meer beïnvloeden en laat een geluid horen dat zowel opwindend als rustgevend kan klinken. Het is een mooie tegenstelling die er voor zorgt dat het debuut van Moreish Idols het ene moment muziek bevat waarbij het heerlijk wegdromen is, waarna je het volgende moment weer op het puntje van je stoel zit. Het is een album waar wat mij betreft best wel wat drukker over gedaan mag worden.
De Britse producer Dan Carey begon ongeveer tien jaar geleden met de nodige ambitie het platenlabel Speedy Wunderground, dat sindsdien aardig aan de weg timmerde. Dan Carey timmerde nog veel steviger aan de weg als producer van albums van onder andere Kae Tempest, Bat For Lahes, Goat Girl, Fontaines D.C., Caroline Polachek, Wet Leg en Squid en is inmiddels een van de meest gevraagde producers van het moment.
De producer is ook van de partij op het debuutalbum van de Britse band Moreish Idols, die onderdak heeft gevonden bij het Speedy Wunderground label. Ik kwam de naam van de band tegen in de week van de release van All In The Game, dat op de website waarvan ik de naam ben vergeten het label postpunk kreeg opgeplakt. Omdat ik ben uitgekeken op alles dat de huidige postpunk golf heeft voortgebracht liet ik het album liggen, maar het debuutalbum van Moreish Idols heeft maar zeer zelden iets met postpunk te maken.
De muziek van de band uit Londen bevat in een enkele track misschien wel wat invloeden uit de postpunk, maar invloeden uit het genre spelen op All In The Game zeker geen voorname rol. Het is niet eens zo makkelijk om aan te geven welke invloeden dan wel een belangrijke rol spelen op het album.
Af en toe heeft het wel wat van de muziek die in de jaren 70 in de Canterbury scene werd gemaakt door bands als Caravan. In deze Canterbury scene werden invloeden uit de jazz, (prog-)rock en psychedelica vermengd tot een uniek geluid. Het is een geluid dat invloed heeft gehad op het geluid van Moreish Idols, dat echter ook wel raakt aan het geluid van bands van het moment als Black Country, New Road en Black Midi.
De muziek van Moreish Idols klinkt het opwindendst wanneer wat tegendraadse bijdragen van de saxofoon een voorname rol spelen, maar de muziek van de band uit Londen kan ook verrassend gezapig klinken. Aangenaam gezapig overigens, want ik ben zeer gecharmeerd van All In The Game.
Zeker wanneer de band een redelijk ingetogen en wat loom geluid neerzet zijn invloeden uit de jaren 70 belangrijker dan invloeden uit het heden. In dit geluid domineren fraaie gitaarakkoorden, die de muziek van de band ook een folky karakter geven. Het wordt gecombineerd met een wat psychedelisch spelende ritmesectie, jazzy saxofoonspel en synths die juist weer doen denken aan de progrock uit vervlogen tijden met hier en daar een vleugje uit de Berlijnse periode van Bowie. Het vloeit fraai samen met wat dromerige zang en op zijn tijd mooie harmonieën.
Omdat ik hectische postpunk met een irritante praatzanger had verwacht werd ik totaal verrast door de ingetogen en vaak wat dromerige klanken van Moreish Idols. All In The Game is sindsdien een graag geziene gast in de cd speler, zeker als ik even behoefte heb aan rust. Het betekent overigens zeker niet dat de muziek van de Britse band saai is, want het tempo wordt ook wel degelijk opgevoerd op het album, dat zich dan opeens beweegt richting de hoogtijdagen van een band als Pavement.
All In The Game heeft er overigens ook voor gezorgd dat ik me weer wat verdiept heb in de muziek van de inmiddels bijna vergeten Canterbury scene, wat een bonus is. Alles waar Dan Carey zijn naam onder zet wordt momenteel groot en wat mij betreft gebeurt dit ook met Moreish Idols, dat een aangenaam maar ook interessant klinkend album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Moreish Idols - All In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moreish Idols - All In The Game
Moreish Idols is het zoveelste nieuwe Britse bandje dat een link heeft met producer Dan Carey, maar op haar debuutalbum All In The Game laat de band een origineel geluid met een aantal verrassende invloeden horen
De Britse band Moreish Idols heeft zich op haar debuutalbum onder andere laten beïnvloeden door invloeden uit de Canterbury scene en dat zijn invloeden die niet al te vaak meer te horen zijn. Het zorgt er voor dat All In The Game anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De Britse band laat zich door veel meer beïnvloeden en laat een geluid horen dat zowel opwindend als rustgevend kan klinken. Het is een mooie tegenstelling die er voor zorgt dat het debuut van Moreish Idols het ene moment muziek bevat waarbij het heerlijk wegdromen is, waarna je het volgende moment weer op het puntje van je stoel zit. Het is een album waar wat mij betreft best wel wat drukker over gedaan mag worden.
De Britse producer Dan Carey begon ongeveer tien jaar geleden met de nodige ambitie het platenlabel Speedy Wunderground, dat sindsdien aardig aan de weg timmerde. Dan Carey timmerde nog veel steviger aan de weg als producer van albums van onder andere Kae Tempest, Bat For Lahes, Goat Girl, Fontaines D.C., Caroline Polachek, Wet Leg en Squid en is inmiddels een van de meest gevraagde producers van het moment.
De producer is ook van de partij op het debuutalbum van de Britse band Moreish Idols, die onderdak heeft gevonden bij het Speedy Wunderground label. Ik kwam de naam van de band tegen in de week van de release van All In The Game, dat op de website waarvan ik de naam ben vergeten het label postpunk kreeg opgeplakt. Omdat ik ben uitgekeken op alles dat de huidige postpunk golf heeft voortgebracht liet ik het album liggen, maar het debuutalbum van Moreish Idols heeft maar zeer zelden iets met postpunk te maken.
De muziek van de band uit Londen bevat in een enkele track misschien wel wat invloeden uit de postpunk, maar invloeden uit het genre spelen op All In The Game zeker geen voorname rol. Het is niet eens zo makkelijk om aan te geven welke invloeden dan wel een belangrijke rol spelen op het album.
Af en toe heeft het wel wat van de muziek die in de jaren 70 in de Canterbury scene werd gemaakt door bands als Caravan. In deze Canterbury scene werden invloeden uit de jazz, (prog-)rock en psychedelica vermengd tot een uniek geluid. Het is een geluid dat invloed heeft gehad op het geluid van Moreish Idols, dat echter ook wel raakt aan het geluid van bands van het moment als Black Country, New Road en Black Midi.
De muziek van Moreish Idols klinkt het opwindendst wanneer wat tegendraadse bijdragen van de saxofoon een voorname rol spelen, maar de muziek van de band uit Londen kan ook verrassend gezapig klinken. Aangenaam gezapig overigens, want ik ben zeer gecharmeerd van All In The Game.
Zeker wanneer de band een redelijk ingetogen en wat loom geluid neerzet zijn invloeden uit de jaren 70 belangrijker dan invloeden uit het heden. In dit geluid domineren fraaie gitaarakkoorden, die de muziek van de band ook een folky karakter geven. Het wordt gecombineerd met een wat psychedelisch spelende ritmesectie, jazzy saxofoonspel en synths die juist weer doen denken aan de progrock uit vervlogen tijden met hier en daar een vleugje uit de Berlijnse periode van Bowie. Het vloeit fraai samen met wat dromerige zang en op zijn tijd mooie harmonieën.
Omdat ik hectische postpunk met een irritante praatzanger had verwacht werd ik totaal verrast door de ingetogen en vaak wat dromerige klanken van Moreish Idols. All In The Game is sindsdien een graag geziene gast in de cd speler, zeker als ik even behoefte heb aan rust. Het betekent overigens zeker niet dat de muziek van de Britse band saai is, want het tempo wordt ook wel degelijk opgevoerd op het album, dat zich dan opeens beweegt richting de hoogtijdagen van een band als Pavement.
All In The Game heeft er overigens ook voor gezorgd dat ik me weer wat verdiept heb in de muziek van de inmiddels bijna vergeten Canterbury scene, wat een bonus is. Alles waar Dan Carey zijn naam onder zet wordt momenteel groot en wat mij betreft gebeurt dit ook met Moreish Idols, dat een aangenaam maar ook interessant klinkend album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
Morgan Delt - Phase Zero (2016)

3,5
0
geplaatst: 30 september 2016, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Delt - Phase Zero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morgan Delt is een muzikant uit Los Angeles, die twee jaar geleden opdook met een aardige plaat vol (neo-)psychedelica. Het leverde hem een contract op bij het roemruchte Sub Pop label, waarop een tijdje geleden Phase Zero is verschenen.
Laat Phase Zero uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 60. Morgan Delt maakt het soort muziek dat aan het eind van de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt.
Het is muziek die je het gevoel geeft dat je zwaar beneveld bent. Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert heeft de muziek van Morgan Delt een wat vervreemdende werking. Dit ligt deels aan het zweverige karakter van de muziek van de Amerikaan, maar ook de repeterende elementen in de muziek van Morgan Delt en de bijzondere wijze waarop de muziek is opgenomen dragen bij aan de bijzondere uitwerking van de muziek op Phase Zero.
Het is muziek die naadloos aansluit op de Amerikaanse psychedelische muziek uit de late jaren 60, maar de tweede plaat van Morgan Delt heeft ook raakvlakken met de muziek van Pink Floyd in haar psychedelische jaren en door de vocalen ook met de muziek van The Zombies.
Phase Zero is een lastige plaat om te beoordelen, want ik ben er lang niet altijd voor in de stemming. Wanneer je nog een paar uur helder van geest moet blijven komen de lome en dromerige klanken van de muzikant uit Los Angeles nauwelijks aan en klinkt Phase Zero zelfs behoorlijk zeurderig.
Wanneer je toe bent aan volledige ontspanning valt de plaat daarentegen heel anders. Phase Zero van Morgan Delt slaat zich dan als een warme deken om je heen en de dromerige en zweverige klanken toveren opeens de mooiste beelden op het netvlies.
Als je toe bent aan de muziek van Morgan Delt lukt het ook om goed te luisteren naar de plaat en merk je dat de muziek van de Amerikaan misschien met één been in de late jaren 60 is blijven steken, maar met het andere been wel degelijk in het heden staat, bijvoorbeeld door elektronische klanken toe te voegen die in de late jaren 60 nog niet waren te produceren.
Het zorgt ervoor dat de psychedelica van Morgan Delt uiteindelijk niet alleen aansluiting vindt bij die uit het verleden, maar ook kan raken aan het betere werk van de momenteel met een lichte vormcrisis kampende band The Flaming Lips.
Je moet echt even het juiste moment voor deze plaat gevonden hebben, maar als je dit moment hebt gevonden is het echt flink genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Delt - Phase Zero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morgan Delt is een muzikant uit Los Angeles, die twee jaar geleden opdook met een aardige plaat vol (neo-)psychedelica. Het leverde hem een contract op bij het roemruchte Sub Pop label, waarop een tijdje geleden Phase Zero is verschenen.
Laat Phase Zero uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 60. Morgan Delt maakt het soort muziek dat aan het eind van de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt.
Het is muziek die je het gevoel geeft dat je zwaar beneveld bent. Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert heeft de muziek van Morgan Delt een wat vervreemdende werking. Dit ligt deels aan het zweverige karakter van de muziek van de Amerikaan, maar ook de repeterende elementen in de muziek van Morgan Delt en de bijzondere wijze waarop de muziek is opgenomen dragen bij aan de bijzondere uitwerking van de muziek op Phase Zero.
Het is muziek die naadloos aansluit op de Amerikaanse psychedelische muziek uit de late jaren 60, maar de tweede plaat van Morgan Delt heeft ook raakvlakken met de muziek van Pink Floyd in haar psychedelische jaren en door de vocalen ook met de muziek van The Zombies.
Phase Zero is een lastige plaat om te beoordelen, want ik ben er lang niet altijd voor in de stemming. Wanneer je nog een paar uur helder van geest moet blijven komen de lome en dromerige klanken van de muzikant uit Los Angeles nauwelijks aan en klinkt Phase Zero zelfs behoorlijk zeurderig.
Wanneer je toe bent aan volledige ontspanning valt de plaat daarentegen heel anders. Phase Zero van Morgan Delt slaat zich dan als een warme deken om je heen en de dromerige en zweverige klanken toveren opeens de mooiste beelden op het netvlies.
Als je toe bent aan de muziek van Morgan Delt lukt het ook om goed te luisteren naar de plaat en merk je dat de muziek van de Amerikaan misschien met één been in de late jaren 60 is blijven steken, maar met het andere been wel degelijk in het heden staat, bijvoorbeeld door elektronische klanken toe te voegen die in de late jaren 60 nog niet waren te produceren.
Het zorgt ervoor dat de psychedelica van Morgan Delt uiteindelijk niet alleen aansluiting vindt bij die uit het verleden, maar ook kan raken aan het betere werk van de momenteel met een lichte vormcrisis kampende band The Flaming Lips.
Je moet echt even het juiste moment voor deze plaat gevonden hebben, maar als je dit moment hebt gevonden is het echt flink genieten. Erwin Zijleman
Morgan Harper-Jones - Up to the Glass (2024)

3,5
0
geplaatst: 4 april 2024, 16:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
Up To The Glass | Morgan Harper-Jones - morganharper-jones.bandcamp.com
Morgan Harper-Jones - Up To The Glass
De Britse muzikante Morgan Harper-Jones lijkt te opereren in het kielzog van Phoebe Bridgers, maar laat naarmate haar debuutalbum Up To The Glass vordert een steeds interessanter eigen geluid horen
Verzadiging ligt nadrukkelijk op de loer wanneer het gaat om albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie. Het zou een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones te laten liggen, maar ik raak steeds meer onder de indruk van hetgeen dat de Britse muzikante te bieden heeft. Dat hoor je nog niet direct in de openingstracks, die waarschijnlijk makkelijker een groot publiek aanspreken, maar minder interessant zijn dan de songs op het tweede deel van het album. Morgan Harper-Jones kan in meerdere genres uit de voeten, heeft een bijzondere stem en schrijft interessante songs. Het levert een prima debuutalbum op.
Swimming Upstream, de openingstrack van het debuutalbum van Morgan Harper-Jones, doet me echt in alle opzichten aan Phoebe Bridgers denken. De gitaarlijnen, de atmosferische klanken op de achtergrond, de zang, de tekst, de spanningsboog en de sfeer zorgen er voor dat Swimming Upstream absoluut niet zou hebben misstaan op een van de albums van Phoebe Bridgers. Het had een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones opzij te leggen, maar de openingstrack van Up To The Glass is wel een hele sterke song, die me op een of andere manier nieuwsgierig maakte naar de rest van het album.
Ook op de rest van haar debuutalbum vist Morgan Harper-Jones deels in dezelfde vijver als Phoebe Bridgers en al haar volgelingen, maar Up To The Glass is een stuk aansprekender dan de steeds verder uitdijende grauwe middelmaat in het genre en bevat buiten de openingstrack geen songs die haar direct onder de volgelingen van Phoebe Bridgers schaart.
Morgan Harper-Jones doet met haar stem in eerste instantie denken aan Phoebe Bridgers, maar op het grootste deel van haar debuutalbum heeft de muzikante uit Manchester een duidelijker eigen geluid en is de vergelijking met Phoebe Bridgers nauwelijks meer relevant. De Britse muzikante kan met haar stem goed uit de voeten in de lome indiepop songs op het album, maar ook wanneer Up To The Glass opschuift richting wat uitbundigere indierock en pop of juist kiest voor wat meer ingetogen folksongs valt haar stem in positieve zin op.
Ik vind de zang op Up To The Glass zelf het mooist wanneer Morgan Harper-Jones kiest voor wat meer folky songs, die gelukkig in de meerderheid zijn op het album. Met name in deze songs zingt de muzikante uit Manchester met veel gevoel en heeft haar stem iets kwetsbaars. Die emotie en kwetsbaarheid hebben een reden, want Up To The Glass is een zeer persoonlijk album, waarop Morgan Harper-Jones stil staat bij haar mentale problemen en bovendien de dood van haar grootouders, die haar hebben opgevoed, probeert te verwerken.
De Britse muzikante, die zichzelf omschrijft als een oude ziel in een jong lichaam, heeft een serie sterke songs geschreven. Dat deed ze niet alleen, want de meeste songs op haar debuutalbum schreef ze uiteindelijk samen met de Noord-Ierse muzikant en producer Iain Archer, die deel uitmaakte van Snow Patrol en Tired Pony, een aantal geslaagde soloalbums maakte, maar de afgelopen jaren vooral werkte met andere muzikanten, onder wie Jake Bugg, Isaac Gracie en Lisa Hannigan. Ook de samenwerking met Morgan Harper-Jones pakt goed uit, want Up To The Glass is een sterk album met zeer aansprekende songs.
In muzikaal opzicht kan het zoals gezegd meerdere kanten op, wat een veelzijdig geluid oplevert. Persoonlijk vind ik het jammer dat de Britse muzikante juist in de openingstracks op het album wat tegen de toegankelijke indiepop en indierock aanleunt. Het is een genre waarin de concurrentie moordend is en waarin het momenteel lastig is om op te vallen. Dat opvallen doet de muzikante uit Manchester een stuk makkelijker met de songs waarin we meer van Morgan Harper-Jones zelf horen. Up To The Glass hinkt misschien wat op twee gedachten, maar is over de hele linie een sterk album, dat er absoluut toe doet. Erwin Zijleman
Up To The Glass | Morgan Harper-Jones - morganharper-jones.bandcamp.com
Morgan Harper-Jones - Up To The Glass
De Britse muzikante Morgan Harper-Jones lijkt te opereren in het kielzog van Phoebe Bridgers, maar laat naarmate haar debuutalbum Up To The Glass vordert een steeds interessanter eigen geluid horen
Verzadiging ligt nadrukkelijk op de loer wanneer het gaat om albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie. Het zou een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones te laten liggen, maar ik raak steeds meer onder de indruk van hetgeen dat de Britse muzikante te bieden heeft. Dat hoor je nog niet direct in de openingstracks, die waarschijnlijk makkelijker een groot publiek aanspreken, maar minder interessant zijn dan de songs op het tweede deel van het album. Morgan Harper-Jones kan in meerdere genres uit de voeten, heeft een bijzondere stem en schrijft interessante songs. Het levert een prima debuutalbum op.
Swimming Upstream, de openingstrack van het debuutalbum van Morgan Harper-Jones, doet me echt in alle opzichten aan Phoebe Bridgers denken. De gitaarlijnen, de atmosferische klanken op de achtergrond, de zang, de tekst, de spanningsboog en de sfeer zorgen er voor dat Swimming Upstream absoluut niet zou hebben misstaan op een van de albums van Phoebe Bridgers. Het had een reden kunnen zijn om het debuutalbum van Morgan Harper-Jones opzij te leggen, maar de openingstrack van Up To The Glass is wel een hele sterke song, die me op een of andere manier nieuwsgierig maakte naar de rest van het album.
Ook op de rest van haar debuutalbum vist Morgan Harper-Jones deels in dezelfde vijver als Phoebe Bridgers en al haar volgelingen, maar Up To The Glass is een stuk aansprekender dan de steeds verder uitdijende grauwe middelmaat in het genre en bevat buiten de openingstrack geen songs die haar direct onder de volgelingen van Phoebe Bridgers schaart.
Morgan Harper-Jones doet met haar stem in eerste instantie denken aan Phoebe Bridgers, maar op het grootste deel van haar debuutalbum heeft de muzikante uit Manchester een duidelijker eigen geluid en is de vergelijking met Phoebe Bridgers nauwelijks meer relevant. De Britse muzikante kan met haar stem goed uit de voeten in de lome indiepop songs op het album, maar ook wanneer Up To The Glass opschuift richting wat uitbundigere indierock en pop of juist kiest voor wat meer ingetogen folksongs valt haar stem in positieve zin op.
Ik vind de zang op Up To The Glass zelf het mooist wanneer Morgan Harper-Jones kiest voor wat meer folky songs, die gelukkig in de meerderheid zijn op het album. Met name in deze songs zingt de muzikante uit Manchester met veel gevoel en heeft haar stem iets kwetsbaars. Die emotie en kwetsbaarheid hebben een reden, want Up To The Glass is een zeer persoonlijk album, waarop Morgan Harper-Jones stil staat bij haar mentale problemen en bovendien de dood van haar grootouders, die haar hebben opgevoed, probeert te verwerken.
De Britse muzikante, die zichzelf omschrijft als een oude ziel in een jong lichaam, heeft een serie sterke songs geschreven. Dat deed ze niet alleen, want de meeste songs op haar debuutalbum schreef ze uiteindelijk samen met de Noord-Ierse muzikant en producer Iain Archer, die deel uitmaakte van Snow Patrol en Tired Pony, een aantal geslaagde soloalbums maakte, maar de afgelopen jaren vooral werkte met andere muzikanten, onder wie Jake Bugg, Isaac Gracie en Lisa Hannigan. Ook de samenwerking met Morgan Harper-Jones pakt goed uit, want Up To The Glass is een sterk album met zeer aansprekende songs.
In muzikaal opzicht kan het zoals gezegd meerdere kanten op, wat een veelzijdig geluid oplevert. Persoonlijk vind ik het jammer dat de Britse muzikante juist in de openingstracks op het album wat tegen de toegankelijke indiepop en indierock aanleunt. Het is een genre waarin de concurrentie moordend is en waarin het momenteel lastig is om op te vallen. Dat opvallen doet de muzikante uit Manchester een stuk makkelijker met de songs waarin we meer van Morgan Harper-Jones zelf horen. Up To The Glass hinkt misschien wat op twee gedachten, maar is over de hele linie een sterk album, dat er absoluut toe doet. Erwin Zijleman
Morgan Myles - Laced (2026)

4,0
0
geplaatst: 19 februari, 21:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Myles - Laced - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Myles - Laced
Morgan Myles is, zeker in Europa, nog niet heel bekend, maar met haar tweede album Laced heeft de muzikante uit Nashville een in kwalitatief opzicht hoogstaand album gemaakt met veel country, een vleugje pop en een geweldige stem
Het valt niet mee om bij te blijven in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, want wekelijks verschijnen stapels nieuwe albums. Albums in het genre vallen daarom makkelijk tussen wal en schip en er zitten albums tussen die echt veel te mooi zijn om direct weer vergeten te worden. Laced van Morgan Myles is absoluut zo’n album. Het is een album dat in muzikaal en productioneel opzicht staat als een huis en dat vol staat met songs die zich direct in het geheugen nestelen. Het zijn songs met veel Amerikaanse rootsmuziek en een beetje pop en het zijn songs die worden gedragen door de heerlijke stem van Morgan Myles, die met Laced echt een fantastisch album heeft gemaakt.
Ik heb de afgelopen jaren een stevig zwak ontwikkeld voor countrypop en ook in 2026 laat ik me vooralsnog makkelijk verleiden door albums in het genre. Morgen verschijnt het nieuwe album van Megan Moroney en dat is wat mij betreft een van de smaakmakers in het genre, maar gelukkig dient zich ook continu nieuw talent aan.
Het is dringen binnen de countrypop van het moment, maar ik ben wel redelijk kieskeurig in het genre. Ik hoor graag wat meer country dan pop (minimaal een verhouding 60-40), heb een zwak voor lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs en heb verder een voorkeur voor de meer karakteristieke en vaak wat ruwere stemmen. Dat er in tekstueel opzicht met clichés wordt gestrooid, en dat is redelijk gangbaar in het genre, maakt me dan weer niet zoveel uit.
Door deze criteria heb ik dit jaar al flink wat countrypop albums opzij gelegd, maar ik ben wel zeer gecharmeerd van Laced van Morgan Myles. Ik was haar naam nog niet eerder tegengekomen en omdat ik de ontwikkelingen binnen de countrypop redelijk goed volg ging ik uit van nieuw talent. Dat blijkt niet te kloppen, want Morgan Myles draait naar verluidt al een kleine twintig jaar mee en debuteerde in 2020 met het album Therapy.
Het is een album dat werd geïnspireerd door een aantal heftige gebeurtenissen in het leven van Morgan Myles, die opgroeide in Williamsport, Pennsylvania, maar inmiddels Nashville, Tennessee als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante, die eerder de aandacht trok met haar deelname aan de Amerikaanse versie van The Voice, gebruikte muziek als therapie, wat de titel van haar debuutalbum verklaart.
Ik heb Therapy in 2020 niet opgemerkt, maar met de kennis van nu zou ik Morgan Myles waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst hebben genoemd. Die belofte komt er uit op het deze week verschenen Laced, dat nog een stuk beter is dan het destijds in Europa nauwelijks opgemerkte debuutalbum.
Laced heeft wat mij betreft alles dat een goed countrypop album moet hebben. Het is een album met flink meer country dan pop, een album met aansprekende songs en Morgan Myles beschikt ook nog eens over een fantastischee stem, die niet lijkt op het gros van de stemmen in het genre. Dat haar teksten ook nog eens ergens over gaan is goed voor bonuspunten.
Laced is een album dat zich zeker niet beperkt tot de countrypop. Morgan Myles is niet vies van een wat steviger rockgeluid, maar voegt ook jazzy en andere accenten toe aan haar geluid. De competente muzikanten die haar begeleiden zetten een fraai geluid neer waarin de pop het echt verkiest van de country (en de rock) en dat klinkt geweldig, zeker als de gitaren het voortouw nemen.
Het mooist aan Laced van Morgan Myles vind ik echter de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die lekker ruw klinkt, maar ook voldoende emotie laat horen. Het is een behoorlijk krachtige stem, maar de Amerikaanse muzikante kan gelukkig ook doseren.
Ze doet dit in zeer aansprekende songs, die makkelijk blijven hangen en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Morgan Myles is zeker geen nieuwkomer en dat blijkt ook wel uit de uitstekende muzikanten en songwriters die ze om zich heen heeft verzameld, waaronder een aantal van naam en faam. De gloedvolle productie van de met een Grammy beloonde Ross Hogarth is de kers op de taart. Ik lees, zeker in Nederland, nog nauwelijksiets over Laced van Morgan Myles, maar dit is echt een uitstekend rootsalbum met veel rock en een subtiel randje pop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Morgan Myles - Laced - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Myles - Laced
Morgan Myles is, zeker in Europa, nog niet heel bekend, maar met haar tweede album Laced heeft de muzikante uit Nashville een in kwalitatief opzicht hoogstaand album gemaakt met veel country, een vleugje pop en een geweldige stem
Het valt niet mee om bij te blijven in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, want wekelijks verschijnen stapels nieuwe albums. Albums in het genre vallen daarom makkelijk tussen wal en schip en er zitten albums tussen die echt veel te mooi zijn om direct weer vergeten te worden. Laced van Morgan Myles is absoluut zo’n album. Het is een album dat in muzikaal en productioneel opzicht staat als een huis en dat vol staat met songs die zich direct in het geheugen nestelen. Het zijn songs met veel Amerikaanse rootsmuziek en een beetje pop en het zijn songs die worden gedragen door de heerlijke stem van Morgan Myles, die met Laced echt een fantastisch album heeft gemaakt.
Ik heb de afgelopen jaren een stevig zwak ontwikkeld voor countrypop en ook in 2026 laat ik me vooralsnog makkelijk verleiden door albums in het genre. Morgen verschijnt het nieuwe album van Megan Moroney en dat is wat mij betreft een van de smaakmakers in het genre, maar gelukkig dient zich ook continu nieuw talent aan.
Het is dringen binnen de countrypop van het moment, maar ik ben wel redelijk kieskeurig in het genre. Ik hoor graag wat meer country dan pop (minimaal een verhouding 60-40), heb een zwak voor lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs en heb verder een voorkeur voor de meer karakteristieke en vaak wat ruwere stemmen. Dat er in tekstueel opzicht met clichés wordt gestrooid, en dat is redelijk gangbaar in het genre, maakt me dan weer niet zoveel uit.
Door deze criteria heb ik dit jaar al flink wat countrypop albums opzij gelegd, maar ik ben wel zeer gecharmeerd van Laced van Morgan Myles. Ik was haar naam nog niet eerder tegengekomen en omdat ik de ontwikkelingen binnen de countrypop redelijk goed volg ging ik uit van nieuw talent. Dat blijkt niet te kloppen, want Morgan Myles draait naar verluidt al een kleine twintig jaar mee en debuteerde in 2020 met het album Therapy.
Het is een album dat werd geïnspireerd door een aantal heftige gebeurtenissen in het leven van Morgan Myles, die opgroeide in Williamsport, Pennsylvania, maar inmiddels Nashville, Tennessee als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante, die eerder de aandacht trok met haar deelname aan de Amerikaanse versie van The Voice, gebruikte muziek als therapie, wat de titel van haar debuutalbum verklaart.
Ik heb Therapy in 2020 niet opgemerkt, maar met de kennis van nu zou ik Morgan Myles waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst hebben genoemd. Die belofte komt er uit op het deze week verschenen Laced, dat nog een stuk beter is dan het destijds in Europa nauwelijks opgemerkte debuutalbum.
Laced heeft wat mij betreft alles dat een goed countrypop album moet hebben. Het is een album met flink meer country dan pop, een album met aansprekende songs en Morgan Myles beschikt ook nog eens over een fantastischee stem, die niet lijkt op het gros van de stemmen in het genre. Dat haar teksten ook nog eens ergens over gaan is goed voor bonuspunten.
Laced is een album dat zich zeker niet beperkt tot de countrypop. Morgan Myles is niet vies van een wat steviger rockgeluid, maar voegt ook jazzy en andere accenten toe aan haar geluid. De competente muzikanten die haar begeleiden zetten een fraai geluid neer waarin de pop het echt verkiest van de country (en de rock) en dat klinkt geweldig, zeker als de gitaren het voortouw nemen.
Het mooist aan Laced van Morgan Myles vind ik echter de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die lekker ruw klinkt, maar ook voldoende emotie laat horen. Het is een behoorlijk krachtige stem, maar de Amerikaanse muzikante kan gelukkig ook doseren.
Ze doet dit in zeer aansprekende songs, die makkelijk blijven hangen en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Morgan Myles is zeker geen nieuwkomer en dat blijkt ook wel uit de uitstekende muzikanten en songwriters die ze om zich heen heeft verzameld, waaronder een aantal van naam en faam. De gloedvolle productie van de met een Grammy beloonde Ross Hogarth is de kers op de taart. Ik lees, zeker in Nederland, nog nauwelijksiets over Laced van Morgan Myles, maar dit is echt een uitstekend rootsalbum met veel rock en een subtiel randje pop. Erwin Zijleman
Morgan Nagler - I've Got Nothing to Lose, and I'm Losing It (2026)

4,5
0
geplaatst: afgelopen woensdag om 20:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It
Het is overvol binnen de indierock van het moment, maar met het geweldige I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It levert Morgan Nagler een debuutalbum af dat haar in één klap schaart onder de smaakmakers in het genre
Dat Morgan Nagler goede songs kan schrijven bewees de muzikante uit Los Angeles al eerder met de songs die ze voor anderen schreef, maar ook haar debuutalbum I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It staat er vol mee. Het is een album dat zowel uit de voeten kan met indierock als met indiefolk en indiepop en het is een album dat vol staat met direct aansprekende songs. Het knappe van het debuutalbum van Morgan Nagler is ook dat ze volledig zichzelf blijft en songs kan schrijven die op hetzelfde moment hopeloos aanstekelijk en volstrekt eigenzinnig zijn. Zomaar een van de grote indie-albums van het moment, wat een verrassing.
Ik had tot vorige week nog nooit van Morgan Nagler gehoord. Dat is ook niet zo gek, want het deze week verschenen I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is haar debuutalbum. Toch timmert de muzikante uit Los Angeles al heel wat jaren aan de weg. Dat ik heb gemist dat ze als kind in een groot aantal films en tv-series speelde, vergeef ik mezelf, maar ook de muzikale verdiensten van Morgan Nagler mogen er zeker zijn.
Zo speelde ze in een aantal mij onbekende bands, maar ze schreef ook mee aan songs van onder andere HAIM, Margo Price, Madi Diaz en Phoebe Bridgers. Het meeschrijven aan de track Kyoto van Phoebe Bridgers leverde haar zelfs een Grammy-nominatie op. Het zette haar bij mij nog niet op de kaart, maar met haar deze week verschenen solodebuut I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It heeft de Amerikaanse muzikante ervoor gezorgd dat ik haar naam niet meer ga vergeten.
Als je door bovengenoemde muzikanten wordt gevraagd om mee te schrijven aan hun songs kun je iets, dus het wekt geen verbazing dat het debuutalbum van Morgan Nagler direct vanaf de openingstrack de aandacht trekt met uitstekende songs. Met openingstrack Cradle The Pain levert ze een indierocksong af waarop heel wat collega’s in het genre, inclusief die van naam en faam, stikjaloers zullen zijn.
Het is een track met lekker stevig gitaarwerk, maar het is ook een track met een melodie die blijft hangen en een refrein dat je na één keer horen bijblijft. I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It bevat veel meer uitstekende tracks, want met de songwriting skills van Morgan Nagler zit het wel goed. Die skills kregen extra inspiratie door een liefdesbreuk, die nog wat emotionele lading heeft toegevoegd aan de songs.
De openingstrack van het album past uitstekend in het hokje indierock, maar in de tweede track laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook met folky songs uit de voeten kan, al kunnen gruizige gitaren op ieder moment opduiken. Het zorgt ervoor dat I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It gevarieerder klinkt dan de meeste andere indie-albums van het moment.
Morgan Nagler schrijft toegankelijke songs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook eigenzinnige songs met scherpe kantjes en ruwe randjes. Die eigenzinnigheid hoor je ook in de zang op het album. De stem van Morgan Nagler is niet per se mooi, maar het is wel een stem die wat met je doet en een stem die eens anders klinkt dan al die fluisterzachte stemmen in het genre.
De combinatie van een bijzondere stem, een gevarieerde instrumentatie en ijzersterke songs zorgt ervoor dat ik I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het knappe van het album is dat alles klopt, maar tegelijkertijd ook ruw klinkt. Dat geldt ook voor de productie van Kyle Thomas (King Tuff), die fraai is, maar ook af en toe een heerlijk lo-fi sfeertje heeft.
Morgan Nagler nam als muzikante tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar haar debuutalbum is in alle opzichten goed genoeg om een plekje in de spotlights af te kunnen dwingen. In een hele drukke week trok het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante onmiddellijk mijn aandacht, maar I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is vervolgens snel uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het moment. Wat heeft Morgan Nagler een prachtig visitekaartje afgegeven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It
Het is overvol binnen de indierock van het moment, maar met het geweldige I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It levert Morgan Nagler een debuutalbum af dat haar in één klap schaart onder de smaakmakers in het genre
Dat Morgan Nagler goede songs kan schrijven bewees de muzikante uit Los Angeles al eerder met de songs die ze voor anderen schreef, maar ook haar debuutalbum I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It staat er vol mee. Het is een album dat zowel uit de voeten kan met indierock als met indiefolk en indiepop en het is een album dat vol staat met direct aansprekende songs. Het knappe van het debuutalbum van Morgan Nagler is ook dat ze volledig zichzelf blijft en songs kan schrijven die op hetzelfde moment hopeloos aanstekelijk en volstrekt eigenzinnig zijn. Zomaar een van de grote indie-albums van het moment, wat een verrassing.
Ik had tot vorige week nog nooit van Morgan Nagler gehoord. Dat is ook niet zo gek, want het deze week verschenen I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is haar debuutalbum. Toch timmert de muzikante uit Los Angeles al heel wat jaren aan de weg. Dat ik heb gemist dat ze als kind in een groot aantal films en tv-series speelde, vergeef ik mezelf, maar ook de muzikale verdiensten van Morgan Nagler mogen er zeker zijn.
Zo speelde ze in een aantal mij onbekende bands, maar ze schreef ook mee aan songs van onder andere HAIM, Margo Price, Madi Diaz en Phoebe Bridgers. Het meeschrijven aan de track Kyoto van Phoebe Bridgers leverde haar zelfs een Grammy-nominatie op. Het zette haar bij mij nog niet op de kaart, maar met haar deze week verschenen solodebuut I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It heeft de Amerikaanse muzikante ervoor gezorgd dat ik haar naam niet meer ga vergeten.
Als je door bovengenoemde muzikanten wordt gevraagd om mee te schrijven aan hun songs kun je iets, dus het wekt geen verbazing dat het debuutalbum van Morgan Nagler direct vanaf de openingstrack de aandacht trekt met uitstekende songs. Met openingstrack Cradle The Pain levert ze een indierocksong af waarop heel wat collega’s in het genre, inclusief die van naam en faam, stikjaloers zullen zijn.
Het is een track met lekker stevig gitaarwerk, maar het is ook een track met een melodie die blijft hangen en een refrein dat je na één keer horen bijblijft. I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It bevat veel meer uitstekende tracks, want met de songwriting skills van Morgan Nagler zit het wel goed. Die skills kregen extra inspiratie door een liefdesbreuk, die nog wat emotionele lading heeft toegevoegd aan de songs.
De openingstrack van het album past uitstekend in het hokje indierock, maar in de tweede track laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook met folky songs uit de voeten kan, al kunnen gruizige gitaren op ieder moment opduiken. Het zorgt ervoor dat I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It gevarieerder klinkt dan de meeste andere indie-albums van het moment.
Morgan Nagler schrijft toegankelijke songs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook eigenzinnige songs met scherpe kantjes en ruwe randjes. Die eigenzinnigheid hoor je ook in de zang op het album. De stem van Morgan Nagler is niet per se mooi, maar het is wel een stem die wat met je doet en een stem die eens anders klinkt dan al die fluisterzachte stemmen in het genre.
De combinatie van een bijzondere stem, een gevarieerde instrumentatie en ijzersterke songs zorgt ervoor dat ik I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het knappe van het album is dat alles klopt, maar tegelijkertijd ook ruw klinkt. Dat geldt ook voor de productie van Kyle Thomas (King Tuff), die fraai is, maar ook af en toe een heerlijk lo-fi sfeertje heeft.
Morgan Nagler nam als muzikante tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar haar debuutalbum is in alle opzichten goed genoeg om een plekje in de spotlights af te kunnen dwingen. In een hele drukke week trok het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante onmiddellijk mijn aandacht, maar I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is vervolgens snel uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het moment. Wat heeft Morgan Nagler een prachtig visitekaartje afgegeven. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Obsessed (2024)

4,5
0
geplaatst: 17 augustus 2024, 11:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Obsessed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Obsessed
Morgan Wade kiest op haar derde album Obsessed voor een wat meer ingetogen geluid waarin invloeden uit de country het ruimschoots winnen van invloeden uit de pop en laat wederom haar enorme talent horen
Nog geen jaar na het met veel verwachtingen gelanceerde Psychopath is de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer terug met een nieuw album. Ze doet het dit keer zonder een producer van naam en faam en zonder de ervaren songwriters uit Nashville, maar ook op eigen benen blijft Morgan Wade makkelijk overeind. Obsessed is een persoonlijk album, waarop Morgan Wade de countrymuziek omarmt en de invloeden uit de pop wat heeft teruggeschroefd. Toch ligt Obsessed in het verlengde van zijn twee voorgangers, al is het maar vanwege de uitstekende en subtiel ruwe stem van de Amerikaanse muzikante. Dat Morgan Wade mee kan met de besten in het genre is inmiddels wel duidelijk.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was 26 toen ze in 2021 haar solodebuut Reckless uitbracht. Het album volgde op een aantal wilde jaren, waarin de in de Appalachen opgegroeide muzikante onder andere te maken kreeg met verslavingen. Haar carrière in de muziek kreeg echter vleugels toen ze de mogelijkheid kreeg om samen te werken met de van Jason Isbell’s band The 400 Unit bekende gitarist Sadler Vaden.
Reckless zette Morgan Wade vervolgens op de kaart als een van de grote talenten binnen de Amerikaans rootsmuziek. Reckless klonk niet zo ruw en gruizig als de muziek die Morgan Wade een paar jaar eerder had gemaakt met haar band The Stepbrothers, maar vergeleken met veel andere countrypop uit Nashville klonk de combinatie van country, pop en rock op het album net wat rauwer dan gebruikelijk. Het was voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Morgan Wade, die ouder en doorleefder klonk dan haar leeftijd rechtvaardigde.
Morgan Wade maakte de belofte van het uitstekende Reckless wat mij betreft waar met het vorig jaar verschenen Psychopath, waarop de inmiddels naar Nashville verhuisde muzikante wederom samenwerkte met Sadler Vaden. Het tweede album van Morgan Wade paste misschien nog net wat makkelijker in het hokje countrypop dan zijn voorganger, maar ook op Psychopath klonk de Amerikaanse rootsmuziek van Morgen Wade oorspronkelijk en bij vlagen ruw.
Morgan Wade houdt de vaart er in, want nog geen jaar na Psychopath is haar derde album verschenen. Met Obsessed slaat Morgan Wade in een aantal opzichten een net wat andere weg is. De Amerikaanse muzikante deed dit keer geen beroep op Sadler Vaden en ook het legioen aan gerenommeerde Nashville songwriters dat bijdroeg aan het vorige album schittert door afwezigheid.
Obsessed kreeg grotendeels vorm tijdens de tour die volgde op Psychopath en werd geproduceerd door Clint Wells, de gitarist van de band van Morgan Wade, die het album heeft voorzien van een door gitaren en de pedal steel gedomineerd geluid. Obsessed is in tekstueel opzicht een zeer persoonlijk album en hoewel ook het derde album van Morgan Wade niet misstaat in het hokje countrypop, is de verhouding tussen country en pop anders dan op Psychopath, waarop invloeden uit de pop juist wat aan terrein hadden gewonnen.
Op Obsessed kiest Morgan Wade vooral voor meer roots georiënteerde songs, al is de aangename pop vibe in haar songs zeker niet verdwenen. Het is momenteel druk in dit genre met flink wat uitstekende albums, maar Morgan Wade beschikt met haar stem nog altijd over een ijzersterk wapen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem, maar het is ook nog altijd een stem met een ruw randje, wat de zeggingskracht van de zang vergroot.
Ik was er van overtuigd dat Morgan Wade met Psychopath zou uitgroeien tot de groten binnen de countrymuziek, maar dat viel toch wat tegen. Op Obsessed doet Morgan Wade wat nadrukkelijker haar eigen ding, waardoor de sterrenstatus misschien nog wat verder weg is, maar ik ben zelf heel blij met het album, dat nog wat meer dan zijn twee voorgangers laat horen wat Morgan Wade te bieden heeft. Als liefhebber van dit genre ben ik de laatste tijd al ongelooflijk verwend met meerdere topalbums, maar ook het ook nog eens bijna een uur durende Obsessed van Morgan Wade hoort zeker in dit rijtje thuis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Obsessed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Obsessed
Morgan Wade kiest op haar derde album Obsessed voor een wat meer ingetogen geluid waarin invloeden uit de country het ruimschoots winnen van invloeden uit de pop en laat wederom haar enorme talent horen
Nog geen jaar na het met veel verwachtingen gelanceerde Psychopath is de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer terug met een nieuw album. Ze doet het dit keer zonder een producer van naam en faam en zonder de ervaren songwriters uit Nashville, maar ook op eigen benen blijft Morgan Wade makkelijk overeind. Obsessed is een persoonlijk album, waarop Morgan Wade de countrymuziek omarmt en de invloeden uit de pop wat heeft teruggeschroefd. Toch ligt Obsessed in het verlengde van zijn twee voorgangers, al is het maar vanwege de uitstekende en subtiel ruwe stem van de Amerikaanse muzikante. Dat Morgan Wade mee kan met de besten in het genre is inmiddels wel duidelijk.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was 26 toen ze in 2021 haar solodebuut Reckless uitbracht. Het album volgde op een aantal wilde jaren, waarin de in de Appalachen opgegroeide muzikante onder andere te maken kreeg met verslavingen. Haar carrière in de muziek kreeg echter vleugels toen ze de mogelijkheid kreeg om samen te werken met de van Jason Isbell’s band The 400 Unit bekende gitarist Sadler Vaden.
Reckless zette Morgan Wade vervolgens op de kaart als een van de grote talenten binnen de Amerikaans rootsmuziek. Reckless klonk niet zo ruw en gruizig als de muziek die Morgan Wade een paar jaar eerder had gemaakt met haar band The Stepbrothers, maar vergeleken met veel andere countrypop uit Nashville klonk de combinatie van country, pop en rock op het album net wat rauwer dan gebruikelijk. Het was voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Morgan Wade, die ouder en doorleefder klonk dan haar leeftijd rechtvaardigde.
Morgan Wade maakte de belofte van het uitstekende Reckless wat mij betreft waar met het vorig jaar verschenen Psychopath, waarop de inmiddels naar Nashville verhuisde muzikante wederom samenwerkte met Sadler Vaden. Het tweede album van Morgan Wade paste misschien nog net wat makkelijker in het hokje countrypop dan zijn voorganger, maar ook op Psychopath klonk de Amerikaanse rootsmuziek van Morgen Wade oorspronkelijk en bij vlagen ruw.
Morgan Wade houdt de vaart er in, want nog geen jaar na Psychopath is haar derde album verschenen. Met Obsessed slaat Morgan Wade in een aantal opzichten een net wat andere weg is. De Amerikaanse muzikante deed dit keer geen beroep op Sadler Vaden en ook het legioen aan gerenommeerde Nashville songwriters dat bijdroeg aan het vorige album schittert door afwezigheid.
Obsessed kreeg grotendeels vorm tijdens de tour die volgde op Psychopath en werd geproduceerd door Clint Wells, de gitarist van de band van Morgan Wade, die het album heeft voorzien van een door gitaren en de pedal steel gedomineerd geluid. Obsessed is in tekstueel opzicht een zeer persoonlijk album en hoewel ook het derde album van Morgan Wade niet misstaat in het hokje countrypop, is de verhouding tussen country en pop anders dan op Psychopath, waarop invloeden uit de pop juist wat aan terrein hadden gewonnen.
Op Obsessed kiest Morgan Wade vooral voor meer roots georiënteerde songs, al is de aangename pop vibe in haar songs zeker niet verdwenen. Het is momenteel druk in dit genre met flink wat uitstekende albums, maar Morgan Wade beschikt met haar stem nog altijd over een ijzersterk wapen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem, maar het is ook nog altijd een stem met een ruw randje, wat de zeggingskracht van de zang vergroot.
Ik was er van overtuigd dat Morgan Wade met Psychopath zou uitgroeien tot de groten binnen de countrymuziek, maar dat viel toch wat tegen. Op Obsessed doet Morgan Wade wat nadrukkelijker haar eigen ding, waardoor de sterrenstatus misschien nog wat verder weg is, maar ik ben zelf heel blij met het album, dat nog wat meer dan zijn twee voorgangers laat horen wat Morgan Wade te bieden heeft. Als liefhebber van dit genre ben ik de laatste tijd al ongelooflijk verwend met meerdere topalbums, maar ook het ook nog eens bijna een uur durende Obsessed van Morgan Wade hoort zeker in dit rijtje thuis. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Psychopath (2023)

4,5
1
geplaatst: 26 augustus 2023, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Psychopath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Psychopath
Morgan Wade verraste in 2021 met het uitstekende Reckless en laat ook op opvolger Psychopath horen dat ze aanstekelijke countrypop kan maken die ook ruw en oorspronkelijk klinkt
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade is een opkomende ster in Nashville, maar ze is daar ook een buitenbeentje. Haar tweede album Psychopath flirt hier en daar stevig met de wat gladde Nashville countrypop, maar bij Morgan Wade klinkt het op een of andere manier nooit echt glad. Als ze kiest voor muziek die wat dichter tegen de wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek aanleunt hoor je goed dat ze een geweldige zangeres is, maar ook de meer pop georiënteerde songs op Psychopath mogen er zijn. Ook op Psychopath werkt Morgan Wade weer samen met Jason Isbell gitarist Sadler Vaden en ook die laat zich horen op dit uitstekende album.
Liefhebbers van countrypop worden stevig verwend op het moment. Een week na het uitstekende debuutalbum van Alana Springsteen en na de prachtalbums van Megan Moroney en Ashley Cooke eerder dit jaar, duikt Morgan Wade op met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2018 nog wat anoniem met Puppets With My Heart, het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar drie jaar later was het wel raak met Reckless, het eerste album met alleen haar naam op de cover.
Het door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden geproduceerde Reckless misstond zeker niet in het hokje countrypop, maar het debuutalbum van Morgan Wade was zeker geen dertien in een dozijn countrypop album. Morgan Wade ziet er met al haar tattoos wat ruwer uit dan de gemiddelde countrypop zangeres en zo klonk haar muziek ook. Ook de levenswandel van de muzikante uit Floyd, Virginia, was wat wilder dan die van haar soortgenoten, waardoor Reckless voor een countrypop album verrassend doorleefd klonk.
Op het deze week verschenen Psychopath trekt de jonge muzikante, die inmiddels naar Nashville, Tennessee is verkast, de lijn van haar debuutalbum door. Ook voor Psychopath deed Morgan Wade weer een beroep op The 400 Unit gitarist Sadler Vaden. De opnamesessies voor het album liepen in eerste instantie op niets uit, maar bij een nieuwe poging viel alles op zijn plek.
Ook op haar tweede album slaagt Morgan Wade er in om countrypop te maken die anders klinkt dan die van haar concurrenten. Psychopath leunt, zeker op de eerste helft van het album, meer dan zijn voorganger tegen de pop aan en bevat een aantal songs die bij de gemiddelde countrypop zangeres suikerzoet zouden klinken, maar Morgan Wade geeft er met haar bij vlagen heerlijk rauwe stem een eigen draai aan.
Sadler Vaden tekent ook dit keer voor een fraaie productie en zorgde bovendien voor prima muzikanten in de studio, maar om niets aan het toeval over te laten werd ook een beroep gedaan op een aantal van de meest succesvolle songwriters in Nashville, onder wie Julia Michaels, Natalie Hemby, Butch Walker en Lori McKenna, om de songs van Morgan Wade naar een nog wat hoger plan te tillen. Dat is gelukt, want Psychopath bevat een serie uitstekende songs.
Het zijn songs die bij liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk net wat minder in de smaak zullen vallen dan die op het debuutalbum van Morgan Wade, maar liefhebbers van het genre die ook niet vies zijn van hier en daar wat pop en rock krijgen met Psychopath een uitstekend album in handen. Ik heb zelf dit jaar een enorm zwak voor countrypop en ook het nieuwe album van Morgan Wade gaat er weer in als koek.
Vergeleken met de eerder genoemde countrypop favorieten van 2023 kleurt Morgan Wade in een deel van de tracks het verst buiten de lijntjes van de traditionelere countrymuziek, maar de songs zijn zo goed dat ik er niet om treur. Overigens kruipt de muzikante uit Nashville op de tweede helft van het album een stuk dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, want ook dat kan ze. Als ik de Amerikaanse muziekpers mag geloven is Morgan Wade op het moment een van de grootste opkomende talenten in Nashville en na beluistering van Psychopath kan ik alleen maar concluderen dat dit echt volkomen terecht is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Psychopath - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Psychopath
Morgan Wade verraste in 2021 met het uitstekende Reckless en laat ook op opvolger Psychopath horen dat ze aanstekelijke countrypop kan maken die ook ruw en oorspronkelijk klinkt
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade is een opkomende ster in Nashville, maar ze is daar ook een buitenbeentje. Haar tweede album Psychopath flirt hier en daar stevig met de wat gladde Nashville countrypop, maar bij Morgan Wade klinkt het op een of andere manier nooit echt glad. Als ze kiest voor muziek die wat dichter tegen de wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek aanleunt hoor je goed dat ze een geweldige zangeres is, maar ook de meer pop georiënteerde songs op Psychopath mogen er zijn. Ook op Psychopath werkt Morgan Wade weer samen met Jason Isbell gitarist Sadler Vaden en ook die laat zich horen op dit uitstekende album.
Liefhebbers van countrypop worden stevig verwend op het moment. Een week na het uitstekende debuutalbum van Alana Springsteen en na de prachtalbums van Megan Moroney en Ashley Cooke eerder dit jaar, duikt Morgan Wade op met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2018 nog wat anoniem met Puppets With My Heart, het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar drie jaar later was het wel raak met Reckless, het eerste album met alleen haar naam op de cover.
Het door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden geproduceerde Reckless misstond zeker niet in het hokje countrypop, maar het debuutalbum van Morgan Wade was zeker geen dertien in een dozijn countrypop album. Morgan Wade ziet er met al haar tattoos wat ruwer uit dan de gemiddelde countrypop zangeres en zo klonk haar muziek ook. Ook de levenswandel van de muzikante uit Floyd, Virginia, was wat wilder dan die van haar soortgenoten, waardoor Reckless voor een countrypop album verrassend doorleefd klonk.
Op het deze week verschenen Psychopath trekt de jonge muzikante, die inmiddels naar Nashville, Tennessee is verkast, de lijn van haar debuutalbum door. Ook voor Psychopath deed Morgan Wade weer een beroep op The 400 Unit gitarist Sadler Vaden. De opnamesessies voor het album liepen in eerste instantie op niets uit, maar bij een nieuwe poging viel alles op zijn plek.
Ook op haar tweede album slaagt Morgan Wade er in om countrypop te maken die anders klinkt dan die van haar concurrenten. Psychopath leunt, zeker op de eerste helft van het album, meer dan zijn voorganger tegen de pop aan en bevat een aantal songs die bij de gemiddelde countrypop zangeres suikerzoet zouden klinken, maar Morgan Wade geeft er met haar bij vlagen heerlijk rauwe stem een eigen draai aan.
Sadler Vaden tekent ook dit keer voor een fraaie productie en zorgde bovendien voor prima muzikanten in de studio, maar om niets aan het toeval over te laten werd ook een beroep gedaan op een aantal van de meest succesvolle songwriters in Nashville, onder wie Julia Michaels, Natalie Hemby, Butch Walker en Lori McKenna, om de songs van Morgan Wade naar een nog wat hoger plan te tillen. Dat is gelukt, want Psychopath bevat een serie uitstekende songs.
Het zijn songs die bij liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk net wat minder in de smaak zullen vallen dan die op het debuutalbum van Morgan Wade, maar liefhebbers van het genre die ook niet vies zijn van hier en daar wat pop en rock krijgen met Psychopath een uitstekend album in handen. Ik heb zelf dit jaar een enorm zwak voor countrypop en ook het nieuwe album van Morgan Wade gaat er weer in als koek.
Vergeleken met de eerder genoemde countrypop favorieten van 2023 kleurt Morgan Wade in een deel van de tracks het verst buiten de lijntjes van de traditionelere countrymuziek, maar de songs zijn zo goed dat ik er niet om treur. Overigens kruipt de muzikante uit Nashville op de tweede helft van het album een stuk dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, want ook dat kan ze. Als ik de Amerikaanse muziekpers mag geloven is Morgan Wade op het moment een van de grootste opkomende talenten in Nashville en na beluistering van Psychopath kan ik alleen maar concluderen dat dit echt volkomen terecht is. Erwin Zijleman
Morgan Wade - Reckless (2021)

4,0
2
geplaatst: 23 maart 2021, 15:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Reckless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Reckless
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade maakt op haar solodebuut Reckless indruk met prima songs, persoonlijke teksten, een mooi gitaargeluid en vooral met een bijzonder lekkere rauwe stem
Iedere week verschijnen stapels nieuwe albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Het valt niet mee om je nog te onderscheiden, maar de jonge Amerikaanse muzikante Morgan Wade slaagt er wat mij betreft in. Dat doet ze vooral met een uitstekende stem met een aangenaam rauw randje, maar ook de persoonlijke songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Het zijn songs die bestaan uit gelijke delen Americana en pop en het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met een gitaar georiënteerd geluid, dat fraai werd geproduceerd door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden. Absoluut een aanwinst voor het genre deze Morgan Wade.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was drie jaar geleden te horen op Puppets With My Heart, het debuut van Morgan Wade & The Stepbrothers. Het is een album dat mij drie jaar geleden eerlijk gezegd niet is opgevallen, maar het is een heerlijk ruw rootsalbum met een hoofdrol voor de rauwe strot van de jonge Morgan Wade. Het is echt een album dat veel meer aandacht had verdiend, maar helaas niet heeft gekregen.
Deze week krijgt de Amerikaanse een nieuwe kans met de release van haar solodebuut Reckless. Morgan Wade is pas 26, maar heeft een ruig leven achter zich, waarin de fles vaak goed gezelschap was. Die fles heeft de muzikante uit Floyd, Virginia, inmiddels afgezworen, al is het maar om haar carrière in de muziek van de grond te kunnen krijgen. Die muziek kreeg de jonge Amerikaanse op het platteland in Virginia overigens met de paplepel ingegoten, maar een carrière in de muziek prefereerde ze lange tijd niet.
Op Reckless wordt ze bijgestaan door Sadler Vaden, de gitarist van Jason Isbell. Het in Nashville opgenomen album klinkt niet zo ruw als het album dat Morgan Wade drie jaar geleden maakte met The Stepbrothers en ook haar stembanden klinken wat minder gruizig. In muzikaal opzicht heeft Morgan Wade een balans gevonden tussen country en pop, met hier en daar een vleugje rock.
Reckless sluit hiermee aan op de countrypop die in Nashville de afgelopen jaren zo succesvol is, maar Morgan Wade is zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop zangeres. Hiervoor is haar verleden toch wat te wild, heeft ze wat teveel tatoeages en heeft ze een stem die rauwer is dan gebruikelijk in het genre. Het is een stem die desondanks verrassend goed past bij de songs op Reckless, die stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor liggen.
Het zijn songs die soms flink tegen de country aan schuren, maar ook uit de voeten kunnen met meer pop georiënteerde songs. Het zijn songs die makkelijk een breed publiek moeten kunnen aanspreken, maar het zijn ook songs vol persoonlijke teksten, waarin de singer-songwriter uit Virginia geen blad voor de mond neemt.
Ik heb persoonlijk een zwak voor countrypop en was dan ook vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van Reckless, dat uiteindelijk toch meer roots dan pop is. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. Morgan Wade sleept er over het algemeen niet al teveel instrumenten bij en overtuigt met een geluid waarin de gitaren mogen domineren, maar nooit uit de bocht vliegen.
Het sterkste wapen van Morgan Wade is echter haar stem. Het is een stem die bij haar eerste stappen in de muziek vaak als te rauw werd ervaren, maar op Reckless klinkt het alleen maar bijzonder lekker, met het rauwe randje op de stembanden van Morgan Wade als aantrekkelijk ingrediënt. Het is een stem die goed uit de voeten kan met aanstekelijke countrypop, maar ook in de wat meer doorleefde rootssongs op het album blijft Morgan Wade bijzonder makkelijk overeind.
De jonge Amerikaanse muzikante opereert in een genre waarin het al jaren dringen is en waarin de lat inmiddels behoorlijk hoog ligt, maar Reckless van Morgan Wade is wat mij betreft een album dat bol staat van de belofte en zich zomaar tussen de gevestigde orde in het genre kan dringen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morgan Wade - Reckless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morgan Wade - Reckless
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade maakt op haar solodebuut Reckless indruk met prima songs, persoonlijke teksten, een mooi gitaargeluid en vooral met een bijzonder lekkere rauwe stem
Iedere week verschijnen stapels nieuwe albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Het valt niet mee om je nog te onderscheiden, maar de jonge Amerikaanse muzikante Morgan Wade slaagt er wat mij betreft in. Dat doet ze vooral met een uitstekende stem met een aangenaam rauw randje, maar ook de persoonlijke songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Het zijn songs die bestaan uit gelijke delen Americana en pop en het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met een gitaar georiënteerd geluid, dat fraai werd geproduceerd door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden. Absoluut een aanwinst voor het genre deze Morgan Wade.
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade was drie jaar geleden te horen op Puppets With My Heart, het debuut van Morgan Wade & The Stepbrothers. Het is een album dat mij drie jaar geleden eerlijk gezegd niet is opgevallen, maar het is een heerlijk ruw rootsalbum met een hoofdrol voor de rauwe strot van de jonge Morgan Wade. Het is echt een album dat veel meer aandacht had verdiend, maar helaas niet heeft gekregen.
Deze week krijgt de Amerikaanse een nieuwe kans met de release van haar solodebuut Reckless. Morgan Wade is pas 26, maar heeft een ruig leven achter zich, waarin de fles vaak goed gezelschap was. Die fles heeft de muzikante uit Floyd, Virginia, inmiddels afgezworen, al is het maar om haar carrière in de muziek van de grond te kunnen krijgen. Die muziek kreeg de jonge Amerikaanse op het platteland in Virginia overigens met de paplepel ingegoten, maar een carrière in de muziek prefereerde ze lange tijd niet.
Op Reckless wordt ze bijgestaan door Sadler Vaden, de gitarist van Jason Isbell. Het in Nashville opgenomen album klinkt niet zo ruw als het album dat Morgan Wade drie jaar geleden maakte met The Stepbrothers en ook haar stembanden klinken wat minder gruizig. In muzikaal opzicht heeft Morgan Wade een balans gevonden tussen country en pop, met hier en daar een vleugje rock.
Reckless sluit hiermee aan op de countrypop die in Nashville de afgelopen jaren zo succesvol is, maar Morgan Wade is zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop zangeres. Hiervoor is haar verleden toch wat te wild, heeft ze wat teveel tatoeages en heeft ze een stem die rauwer is dan gebruikelijk in het genre. Het is een stem die desondanks verrassend goed past bij de songs op Reckless, die stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor liggen.
Het zijn songs die soms flink tegen de country aan schuren, maar ook uit de voeten kunnen met meer pop georiënteerde songs. Het zijn songs die makkelijk een breed publiek moeten kunnen aanspreken, maar het zijn ook songs vol persoonlijke teksten, waarin de singer-songwriter uit Virginia geen blad voor de mond neemt.
Ik heb persoonlijk een zwak voor countrypop en was dan ook vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van Reckless, dat uiteindelijk toch meer roots dan pop is. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. Morgan Wade sleept er over het algemeen niet al teveel instrumenten bij en overtuigt met een geluid waarin de gitaren mogen domineren, maar nooit uit de bocht vliegen.
Het sterkste wapen van Morgan Wade is echter haar stem. Het is een stem die bij haar eerste stappen in de muziek vaak als te rauw werd ervaren, maar op Reckless klinkt het alleen maar bijzonder lekker, met het rauwe randje op de stembanden van Morgan Wade als aantrekkelijk ingrediënt. Het is een stem die goed uit de voeten kan met aanstekelijke countrypop, maar ook in de wat meer doorleefde rootssongs op het album blijft Morgan Wade bijzonder makkelijk overeind.
De jonge Amerikaanse muzikante opereert in een genre waarin het al jaren dringen is en waarin de lat inmiddels behoorlijk hoog ligt, maar Reckless van Morgan Wade is wat mij betreft een album dat bol staat van de belofte en zich zomaar tussen de gevestigde orde in het genre kan dringen. Erwin Zijleman
Morgan Wade - The Party Is Over (recovered) (2025)

4,0
0
geplaatst: 5 augustus 2025, 22:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered)
Minder dan een jaar na het uitstekende Obsessed komt de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer op de proppen met een nieuw album, waarop ze ruwe demo’s uit een ver verleden omtovert tot fraai klinkende rootssongs
Morgan Wade verpletterde me een paar jaar geleden met het fantastische Reckless, waarop de jonge Amerikaanse muzikante indruk maakte met een heerlijk rauwe stem en met een serie uitstekende songs. Morgan Wade is inmiddels uitgegroeid tot een ster, wat het mogelijk maakt om een tussendoortje op te nemen, want zo zal The Party Is Over (recovered) vooral worden bestempeld. Ten onrechte trouwens, want het album klinkt geen moment als een tussendoortje. Morgan Wade heeft op haar nieuwe album een serie demo’s uit haar verleden verwerkt tot geweldige songs. Het zijn songs die vaak lekker stevig klinken en dat zijn songs waarin de geweldige stem van Morgen Wade nog wat beter tot zijn recht komt.
Het opnemen van nieuwe versies van oude songs is wat mij betreft maar zelden een goed idee, maar er zijn uitzonderingen zoals het deze week verschenen The Party Is Over (recovered) van Morgan Wade. De Amerikaanse muzikante vierde eind vorig jaar haar dertigste verjaardag en kon terugkijken op een heftig en wild leven. Het is een leven waarin drank vaak een belangrijke rol speelde, maar Morgan Wade groeide de afgelopen jaren ook uit tot een countryster.
Dat begon in 2018 met het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar ze brak pas echt door met het in 2021 verschenen en alleen onder haar eigen naam verschenen Reckless. Het album liet een lekker ruw geluid horen, maar wist met prima songs en een aansprekend stemgeluid ook een breed countrypubliek aan te spreken. Met Psychopath uit 2023 en het vorig jaar verschenen en wat meer ingetogen Obsessed bevestigde Morgan Wade haar status als een van de sterren van de country(pop) van het moment.
En nu is er dus The Party Is Over (recovered) met nieuwe versies van songs uit het verleden. Het is gelukkig geen album waarop Morgan Wade het werk van haar laatste albums opfrist, want dat is echt maar zelden een goed idee. The Party Is Over (recovered) bevat vooral songs die stammen uit de tijd dat Morgan Wade ver verwijderd was van het sterrendom in Nashville.
Morgan Wade groeide op in Floyd, Virginia, in de Appalachen, waar ze de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel kreeg ingegoten. Dat hoor je in een aantal songs op The Party Is Over (recovered), maar de meeste songs van Morgan Wade laten een moderner country(pop) geluid en vooral een steviger rockgeluid horen. De Amerikaanse muzikante werkte op haar geweldige debuutalbum samen met Sadler Vaden, vooral bekend als gitarist van Jason Isbell's band The 400 Unit. Sindsdien werkt ze vooral met haar bandlid Clint Wells, die ook The Party Is Over (recovered) produceerde.
Het is een album dat door het opnieuw vertolken van oude songs waarschijnlijk vooral gezien zal worden als een tussendoortje, maar zo klinkt The Party Is Over (recovered) wat mij betreft niet. De ruwe demo’s uit een ver verleden zijn omgetoverd tot mooi geproduceerde songs die nogmaals bevestigen dat Morgan Wade bulkt van het talent. Dat hoor je uiteraard in haar lekker ruwe stem, die stiekem profiteert van haar verleden met de fles, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is The Party Is Over (recovered) meer dan een tussendoortje.
Clint Wells heeft het album voorzien van een gloedvol geluid waarin invloeden uit de country, pop en rock centraal staan. Op een Amerikaanse website die vooral traditionelere countrymuziek bespreekt worden een aantal songs op The Party Is Over (recovered) omschreven als punk. Dat is zwaar overdreven, maar Morgan Wade kiest wel flink wat keren voor een lekker stevig rockgeluid. De wat stevigere songs worden gecombineerd met meer ingetogen songs en songs met wat meer invloeden uit de countrypop, maar alles klinkt wat mij betreft even smaakvol en worden opgetild door de krachtige stem van Morgan Wade, die ook in de meer ingetogen songs prachtig klinkt.
Morgan Wade ziet The Party Is Over (recovered) zelf als een ‘coming of age’ album, dat de moeizame weg naar volwassenheid beschrijft. Ik ben nu al heel benieuwd wat voor muziek de Amerikaanse muzikante in haar volwassen leven gaat maken, want The Party Is Over (recovered) is niet alleen bijna drie kwartier heel goed, maar smaakt bovendien naar veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered)
Minder dan een jaar na het uitstekende Obsessed komt de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer op de proppen met een nieuw album, waarop ze ruwe demo’s uit een ver verleden omtovert tot fraai klinkende rootssongs
Morgan Wade verpletterde me een paar jaar geleden met het fantastische Reckless, waarop de jonge Amerikaanse muzikante indruk maakte met een heerlijk rauwe stem en met een serie uitstekende songs. Morgan Wade is inmiddels uitgegroeid tot een ster, wat het mogelijk maakt om een tussendoortje op te nemen, want zo zal The Party Is Over (recovered) vooral worden bestempeld. Ten onrechte trouwens, want het album klinkt geen moment als een tussendoortje. Morgan Wade heeft op haar nieuwe album een serie demo’s uit haar verleden verwerkt tot geweldige songs. Het zijn songs die vaak lekker stevig klinken en dat zijn songs waarin de geweldige stem van Morgen Wade nog wat beter tot zijn recht komt.
Het opnemen van nieuwe versies van oude songs is wat mij betreft maar zelden een goed idee, maar er zijn uitzonderingen zoals het deze week verschenen The Party Is Over (recovered) van Morgan Wade. De Amerikaanse muzikante vierde eind vorig jaar haar dertigste verjaardag en kon terugkijken op een heftig en wild leven. Het is een leven waarin drank vaak een belangrijke rol speelde, maar Morgan Wade groeide de afgelopen jaren ook uit tot een countryster.
Dat begon in 2018 met het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar ze brak pas echt door met het in 2021 verschenen en alleen onder haar eigen naam verschenen Reckless. Het album liet een lekker ruw geluid horen, maar wist met prima songs en een aansprekend stemgeluid ook een breed countrypubliek aan te spreken. Met Psychopath uit 2023 en het vorig jaar verschenen en wat meer ingetogen Obsessed bevestigde Morgan Wade haar status als een van de sterren van de country(pop) van het moment.
En nu is er dus The Party Is Over (recovered) met nieuwe versies van songs uit het verleden. Het is gelukkig geen album waarop Morgan Wade het werk van haar laatste albums opfrist, want dat is echt maar zelden een goed idee. The Party Is Over (recovered) bevat vooral songs die stammen uit de tijd dat Morgan Wade ver verwijderd was van het sterrendom in Nashville.
Morgan Wade groeide op in Floyd, Virginia, in de Appalachen, waar ze de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel kreeg ingegoten. Dat hoor je in een aantal songs op The Party Is Over (recovered), maar de meeste songs van Morgan Wade laten een moderner country(pop) geluid en vooral een steviger rockgeluid horen. De Amerikaanse muzikante werkte op haar geweldige debuutalbum samen met Sadler Vaden, vooral bekend als gitarist van Jason Isbell's band The 400 Unit. Sindsdien werkt ze vooral met haar bandlid Clint Wells, die ook The Party Is Over (recovered) produceerde.
Het is een album dat door het opnieuw vertolken van oude songs waarschijnlijk vooral gezien zal worden als een tussendoortje, maar zo klinkt The Party Is Over (recovered) wat mij betreft niet. De ruwe demo’s uit een ver verleden zijn omgetoverd tot mooi geproduceerde songs die nogmaals bevestigen dat Morgan Wade bulkt van het talent. Dat hoor je uiteraard in haar lekker ruwe stem, die stiekem profiteert van haar verleden met de fles, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is The Party Is Over (recovered) meer dan een tussendoortje.
Clint Wells heeft het album voorzien van een gloedvol geluid waarin invloeden uit de country, pop en rock centraal staan. Op een Amerikaanse website die vooral traditionelere countrymuziek bespreekt worden een aantal songs op The Party Is Over (recovered) omschreven als punk. Dat is zwaar overdreven, maar Morgan Wade kiest wel flink wat keren voor een lekker stevig rockgeluid. De wat stevigere songs worden gecombineerd met meer ingetogen songs en songs met wat meer invloeden uit de countrypop, maar alles klinkt wat mij betreft even smaakvol en worden opgetild door de krachtige stem van Morgan Wade, die ook in de meer ingetogen songs prachtig klinkt.
Morgan Wade ziet The Party Is Over (recovered) zelf als een ‘coming of age’ album, dat de moeizame weg naar volwassenheid beschrijft. Ik ben nu al heel benieuwd wat voor muziek de Amerikaanse muzikante in haar volwassen leven gaat maken, want The Party Is Over (recovered) is niet alleen bijna drie kwartier heel goed, maar smaakt bovendien naar veel meer. Erwin Zijleman
Morphine - Cure for Pain (1993)

4,5
1
geplaatst: 20 juli 2025, 19:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morphine - Cure For Pain (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morphine - Cure For Pain (1993)
De Amerikaanse band Morphine timmerde in de jaren 90 stevig aan de weg met een uniek eigen geluid, dat onder andere is te horen op Cure For Pain uit 1993, vooralsnog mijn favoriete album van de band rond Mark Sandman
Net toen de band Morphine zich aan de cultstatus begon te ontworstelen sloeg het noodlot toe. Met de dood van haar voorman kwam een einde aan het bestaan de Amerikaanse band, die gedurende de jaren 90 in groeiende kring indruk maakte met een uniek eigen geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de blues, maar dan wel blues zonder gitaren, want Morphine had genoeg aan bas, drums en saxofoon. Het werd gecombineerd met de donkere stem van Mark Sandman, die het al zo bijzondere geluid van zijn band nog wat verder optilde. Cure For Pain uit 1993 wordt gezien als het beste album van de band en vooralsnog kan ik mij daar zeker in vinden.
De Amerikaanse band Morphine werd in 1989 opgericht in Cambridge, Massachusetts, door bassist en zanger Mark Sandman en saxofonist Dana Colley. Met het toevoegen van een drummer was de band compleet. Gedurende de jaren 90 trok Morphine steeds meer aandacht en werd een stevige live-reputatie opgebouwd.
Ondanks zeer positieve recensies heb ik in de jaren 90 nooit naar de muziek van Morphine geluisterd. Dat klinkt nu misschien gek, maar in het tijdperk voor de komst van de streaming media diensten was het niet zo makkelijk om naar nieuwe muziek te luisteren. Ik ben Morphine op een of andere manier nooit tegen gekomen en mijn interesse voor de muziek van de Amerikaanse band werd kennelijk niet genoeg aangewakkerd door de recensies van de handvol albums die de band gedurende de jaren 90 maakte.
Morphine bouwde zoals gezegd een stevige live-reputatie op, maar het podium werd de band ook noodlottig. Mark Sandman kreeg in 1999 tijdens een concert van zijn band in Italië een hartaanval en overleefde het niet, waarmee een einde kwam aan het bestaan van Morphine, dat de cultstatus helaas nooit echt was ontstegen.
Ik kwam de naam van de band onlangs tegen in een lijstje met miskende albums uit de jaren 90 en zo maakte ik alsnog kennis met de muziek van Morphine. Ik denk niet dat ik de albums van de Amerikaanse band in de jaren 90 had kunnen waarderen, want het zat destijds wat ver buiten mijn comfort zone, maar drie decennia later kan ik zeker wat met de muziek van Morphine.
Van de albums die ik inmiddels heb beluisterd, vind ik het in 1993 uitgebrachte Cure For Pain vooralsnog de beste. Het is een album dat begint met ingetogen saxofoonspel, maar Morphine laat al snel haar ware gezicht zien. Cure For Pain is een behoorlijk ruw bluesalbum, maar het is een bluesalbum met een volstrekt eigen geluid. Het is een bluesalbum zonder gitaren, want Morphine had op Cure For Pain in de basis genoeg aan het stuwende drumwerk van Billy Conway en het unieke baswerk van Mark Sandman, die genoeg had aan een bas met slechts twee snaren.
De ruwe basis wordt gecombineerd met de soms ruwe maar altijd intense zang van Mark Sandman, waarna de saxofoons van Dana Colley voor de versiersels mogen zorgen. De muziek van Morphine klinkt door het geweldige saxofoonspel jazzy, maar invloeden uit de blues en de rock ’n roll spelen een minstens even belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band.
De critici waren in 1993 razend enthousiast over Cure For Pain en dat begrijp ik inmiddels volledig, want wat heeft Morphine een unieke sound en wat zijn de songs van de band sterk. Het zijn songs met een intensiteit om bang van te worden, maar het zijn ook songs waarin geweldig wordt gemusiceerd. De geweldige muziek op het album past perfect bij de stem van Mark Sandman die fantastisch zingt.
Ik ken eigenlijk geen andere bands die klinken als Morphine en ben in korte tijd behoorlijk gehecht geraakt aan het geweldige Cure For Pain. Natuurlijk vind ik het jammer dat ik Morphine niet in de jaren 90 heb opgepikt en op het podium heb kunnen zien, maar gelukkig heb ik de muziek ban de band dankzij een wat obscuur lijstje op het Internet wel alsnog ontdekt. Iedereen die Morphine niet kent kan ik alleen maar adviseren om eens te luisteren naar de muziek van de band, bijvoorbeeld naar het uitstekende Cure For Pain uit 1993. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Morphine - Cure For Pain (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morphine - Cure For Pain (1993)
De Amerikaanse band Morphine timmerde in de jaren 90 stevig aan de weg met een uniek eigen geluid, dat onder andere is te horen op Cure For Pain uit 1993, vooralsnog mijn favoriete album van de band rond Mark Sandman
Net toen de band Morphine zich aan de cultstatus begon te ontworstelen sloeg het noodlot toe. Met de dood van haar voorman kwam een einde aan het bestaan de Amerikaanse band, die gedurende de jaren 90 in groeiende kring indruk maakte met een uniek eigen geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de blues, maar dan wel blues zonder gitaren, want Morphine had genoeg aan bas, drums en saxofoon. Het werd gecombineerd met de donkere stem van Mark Sandman, die het al zo bijzondere geluid van zijn band nog wat verder optilde. Cure For Pain uit 1993 wordt gezien als het beste album van de band en vooralsnog kan ik mij daar zeker in vinden.
De Amerikaanse band Morphine werd in 1989 opgericht in Cambridge, Massachusetts, door bassist en zanger Mark Sandman en saxofonist Dana Colley. Met het toevoegen van een drummer was de band compleet. Gedurende de jaren 90 trok Morphine steeds meer aandacht en werd een stevige live-reputatie opgebouwd.
Ondanks zeer positieve recensies heb ik in de jaren 90 nooit naar de muziek van Morphine geluisterd. Dat klinkt nu misschien gek, maar in het tijdperk voor de komst van de streaming media diensten was het niet zo makkelijk om naar nieuwe muziek te luisteren. Ik ben Morphine op een of andere manier nooit tegen gekomen en mijn interesse voor de muziek van de Amerikaanse band werd kennelijk niet genoeg aangewakkerd door de recensies van de handvol albums die de band gedurende de jaren 90 maakte.
Morphine bouwde zoals gezegd een stevige live-reputatie op, maar het podium werd de band ook noodlottig. Mark Sandman kreeg in 1999 tijdens een concert van zijn band in Italië een hartaanval en overleefde het niet, waarmee een einde kwam aan het bestaan van Morphine, dat de cultstatus helaas nooit echt was ontstegen.
Ik kwam de naam van de band onlangs tegen in een lijstje met miskende albums uit de jaren 90 en zo maakte ik alsnog kennis met de muziek van Morphine. Ik denk niet dat ik de albums van de Amerikaanse band in de jaren 90 had kunnen waarderen, want het zat destijds wat ver buiten mijn comfort zone, maar drie decennia later kan ik zeker wat met de muziek van Morphine.
Van de albums die ik inmiddels heb beluisterd, vind ik het in 1993 uitgebrachte Cure For Pain vooralsnog de beste. Het is een album dat begint met ingetogen saxofoonspel, maar Morphine laat al snel haar ware gezicht zien. Cure For Pain is een behoorlijk ruw bluesalbum, maar het is een bluesalbum met een volstrekt eigen geluid. Het is een bluesalbum zonder gitaren, want Morphine had op Cure For Pain in de basis genoeg aan het stuwende drumwerk van Billy Conway en het unieke baswerk van Mark Sandman, die genoeg had aan een bas met slechts twee snaren.
De ruwe basis wordt gecombineerd met de soms ruwe maar altijd intense zang van Mark Sandman, waarna de saxofoons van Dana Colley voor de versiersels mogen zorgen. De muziek van Morphine klinkt door het geweldige saxofoonspel jazzy, maar invloeden uit de blues en de rock ’n roll spelen een minstens even belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band.
De critici waren in 1993 razend enthousiast over Cure For Pain en dat begrijp ik inmiddels volledig, want wat heeft Morphine een unieke sound en wat zijn de songs van de band sterk. Het zijn songs met een intensiteit om bang van te worden, maar het zijn ook songs waarin geweldig wordt gemusiceerd. De geweldige muziek op het album past perfect bij de stem van Mark Sandman die fantastisch zingt.
Ik ken eigenlijk geen andere bands die klinken als Morphine en ben in korte tijd behoorlijk gehecht geraakt aan het geweldige Cure For Pain. Natuurlijk vind ik het jammer dat ik Morphine niet in de jaren 90 heb opgepikt en op het podium heb kunnen zien, maar gelukkig heb ik de muziek ban de band dankzij een wat obscuur lijstje op het Internet wel alsnog ontdekt. Iedereen die Morphine niet kent kan ik alleen maar adviseren om eens te luisteren naar de muziek van de band, bijvoorbeeld naar het uitstekende Cure For Pain uit 1993. Erwin Zijleman
Morrissey - California Son (2019)

3,5
1
geplaatst: 27 mei 2019, 18:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - California Son - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - California Son
Morrissey vertolkt dit keer alleen werk van anderen en doet dit in de meeste gevallen met de glans die je van de Britse cultheld verwacht
Morrissey stelt de afgelopen jaren vooral teleur en komt na een aantal matige albums met een serie covers op de proppen. Dat klonk op voorhand niet erg hoopvol, maar California Son is voor het overgrote deel een aangenaam album, waarop Morrissey een aantal van zijn muzikale helden eert. De Brit heeft het album laten voorzien van een overvolle productie die hier en daar balanceert op het randje van kunst en kitsch, maar op een of andere manier passen de zoete klanken wel bij de songs die Morrissey heeft uitgekozen en bij zijn uit duizenden herkenbare vocalen. Geen Morrissey klassieker, maar wat mij betreft beter dan zijn laatste paar albums.
Morrissey heeft de afgelopen decennia zoveel krediet opgebouwd dat hij bij mij niet al te veel fout kan doen. Het opbouwen van dit krediet begon al in de jaren 80 met de albums van The Smiths, die stuk voor stuk bovengemiddeld goed waren.
Het solowerk van Morrissey was vanaf het begin minder consistent en constant. Onbetwiste klassiekers als Viva Hate en Vauxhall And I werden afgewisseld met veel mindere album en na 1997 werd het helemaal stil rond de Britse cultheld.
De comeback met You Are The Quarry was in 2004 glorieus, maar sindsdien stelt Morrissey mij vooral teleur en brokkelt het opgebouwde krediet langzaam af, wat nog eens wordt versterkt door onhandige of zelfs dubieuze uitspraken. Persoonlijk vind ik World Peace Is None Of Your Business uit 2014 nog het beste album dat Morrissey sinds You Are The Quarry heeft gemaakt, maar de Brit was er zelf zo ontevreden over dat het inmiddels nergens meer te vinden is.
California Son is de opvolger van het in 2017 verschenen en best aardige Low In High School en moet het vertrouwen in Morrissey weer een boost geven. Ik had er op voorhand niet al te veel vertrouwen in, want California Son is een album met louter covers. Bij eerste beluistering klonk het allemaal ook nog eens flink overgeproduceerd, maar langzaam maar zeker ben ik toch gecharmeerd geraakt van het nieuwe album van de muzikant uit Manchester.
Morrissey is altijd al een liefhebber geweest van het vertolken van songs van anderen en gooit er op het podium met enige regelmaat bijzondere covers doorheen. Ook California Son bevat een aantal bijzondere covers, waarbij werk van uit Californië opererende singer-songwriters uit de jaren 60 en 70 centraal staat.
Morrissey gaat op zijn nieuwe album aan de haal met songs van Jobriath, Joni Mitchell, Bob Dylan, Buffy Sainte Marie, Phil Ochs, Roy Orbison, Laura Nyro, Dionne Warwick, Gary Puckett, Carly Simon, Tim Hardin en Melanie en doet dat hoorbaar met veel liefde. Hier en daar schuift een gastmuzikant aan, maar in vocaal opzicht trekt Morrissey de kar.
California Son is voorzien van een behoorlijk vol geproduceerd, of zelfs overgeproduceerd geluid, dat vaak nogal braaf en zoetsappig aan doet. Daar kun je van alles van vinden, maar wat mij betreft past het prima bij de songs die Morrissey op zijn nieuwe album vertolkt. Het zijn vertolkingen die niet allemaal geslaagd zijn, want de Brit klinkt hier en daar wel erg over the top, maar over het algemeen genomen bevalt California Son me wel.
De volle, warme en zonnige klanken maken er een feelgood album van, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Morrissey die zich laat gelden als volleerd crooner. De Britse muzikant greep op vrijwel alle albums na You Are The Quarry vaak voor uit de bocht vliegende gitaren, maar ik heb een voorkeur voor het wat zoetere geluid van You Are The Quarry en California Son.
Het levert een album op dat zich uiteindelijk niet zal scharen onder de klassiekers uit het oeuvre van Morrissey, maar het bevalt me beter dan zijn laatste paar albums, waardoor California Son het krediet dat Morrissey sinds de jaren 80 heeft opgebouwd toch weer een beetje opvijzelt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - California Son - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - California Son
Morrissey vertolkt dit keer alleen werk van anderen en doet dit in de meeste gevallen met de glans die je van de Britse cultheld verwacht
Morrissey stelt de afgelopen jaren vooral teleur en komt na een aantal matige albums met een serie covers op de proppen. Dat klonk op voorhand niet erg hoopvol, maar California Son is voor het overgrote deel een aangenaam album, waarop Morrissey een aantal van zijn muzikale helden eert. De Brit heeft het album laten voorzien van een overvolle productie die hier en daar balanceert op het randje van kunst en kitsch, maar op een of andere manier passen de zoete klanken wel bij de songs die Morrissey heeft uitgekozen en bij zijn uit duizenden herkenbare vocalen. Geen Morrissey klassieker, maar wat mij betreft beter dan zijn laatste paar albums.
Morrissey heeft de afgelopen decennia zoveel krediet opgebouwd dat hij bij mij niet al te veel fout kan doen. Het opbouwen van dit krediet begon al in de jaren 80 met de albums van The Smiths, die stuk voor stuk bovengemiddeld goed waren.
Het solowerk van Morrissey was vanaf het begin minder consistent en constant. Onbetwiste klassiekers als Viva Hate en Vauxhall And I werden afgewisseld met veel mindere album en na 1997 werd het helemaal stil rond de Britse cultheld.
De comeback met You Are The Quarry was in 2004 glorieus, maar sindsdien stelt Morrissey mij vooral teleur en brokkelt het opgebouwde krediet langzaam af, wat nog eens wordt versterkt door onhandige of zelfs dubieuze uitspraken. Persoonlijk vind ik World Peace Is None Of Your Business uit 2014 nog het beste album dat Morrissey sinds You Are The Quarry heeft gemaakt, maar de Brit was er zelf zo ontevreden over dat het inmiddels nergens meer te vinden is.
California Son is de opvolger van het in 2017 verschenen en best aardige Low In High School en moet het vertrouwen in Morrissey weer een boost geven. Ik had er op voorhand niet al te veel vertrouwen in, want California Son is een album met louter covers. Bij eerste beluistering klonk het allemaal ook nog eens flink overgeproduceerd, maar langzaam maar zeker ben ik toch gecharmeerd geraakt van het nieuwe album van de muzikant uit Manchester.
Morrissey is altijd al een liefhebber geweest van het vertolken van songs van anderen en gooit er op het podium met enige regelmaat bijzondere covers doorheen. Ook California Son bevat een aantal bijzondere covers, waarbij werk van uit Californië opererende singer-songwriters uit de jaren 60 en 70 centraal staat.
Morrissey gaat op zijn nieuwe album aan de haal met songs van Jobriath, Joni Mitchell, Bob Dylan, Buffy Sainte Marie, Phil Ochs, Roy Orbison, Laura Nyro, Dionne Warwick, Gary Puckett, Carly Simon, Tim Hardin en Melanie en doet dat hoorbaar met veel liefde. Hier en daar schuift een gastmuzikant aan, maar in vocaal opzicht trekt Morrissey de kar.
California Son is voorzien van een behoorlijk vol geproduceerd, of zelfs overgeproduceerd geluid, dat vaak nogal braaf en zoetsappig aan doet. Daar kun je van alles van vinden, maar wat mij betreft past het prima bij de songs die Morrissey op zijn nieuwe album vertolkt. Het zijn vertolkingen die niet allemaal geslaagd zijn, want de Brit klinkt hier en daar wel erg over the top, maar over het algemeen genomen bevalt California Son me wel.
De volle, warme en zonnige klanken maken er een feelgood album van, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Morrissey die zich laat gelden als volleerd crooner. De Britse muzikant greep op vrijwel alle albums na You Are The Quarry vaak voor uit de bocht vliegende gitaren, maar ik heb een voorkeur voor het wat zoetere geluid van You Are The Quarry en California Son.
Het levert een album op dat zich uiteindelijk niet zal scharen onder de klassiekers uit het oeuvre van Morrissey, maar het bevalt me beter dan zijn laatste paar albums, waardoor California Son het krediet dat Morrissey sinds de jaren 80 heeft opgebouwd toch weer een beetje opvijzelt. Erwin Zijleman
Morrissey - I Am Not a Dog on a Chain (2020)

4,0
2
geplaatst: 23 maart 2020, 16:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain
Morrissey is al jaren hopeloos uit vorm en maakt het zijn fans ook niet makkelijk met vreemde uitspraken, maar het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is een reuzenstap in de goede richting
Zeker achteraf bezien viel er de afgelopen jaren weinig te genieten op de albums van Morrissey. Hoe goed I’m Not A Dog On A Chain over een aantal weken bevalt zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog lijkt het nieuwe album van de Britse muzikant veel beter dan zijn voorgangers uit de afgelopen 15 jaar. Morrissey verrast met goede songs, een wat meer open geluid en met sterke vocalen. Hier en daar hoor je wat van The Smiths en zijn vroege solowerk, maar Morrissey verrijkt zijn geluid ook op trefzekere wijze met elektronische impulsen. Het levert een album op dat je song na song enthousiast doet opveren en dat was de laatste jaren wel anders.
Ik heb al sinds de begindagen van The Smiths een enorm zwak voor Morrissey, waardoor een nieuw album van de Britse muzikant voor mij nog steeds iets is om naar uit te kijken. Aan de andere kant maakt Morrissey het me de afgelopen jaren niet makkelijk om van hem te houden.
Hierbij gaat het niet direct over zijn dubieuze politieke uitspraken, want die heeft hij altijd al gedaan. Zo zal zijn wens om Margaret Thatcher onder de guillotine te leggen niet bij iedereen in goede aarde zijn gevallen en hetzelfde geldt voor zijn oproep om disco’s plat te branden en DJ’s op te hangen. Politieke uitspraken van Morrissey neem ik daarom met flinke korrel zout, maar ook in muzikaal opzicht was er de afgelopen jaren toch weinig om echt vrolijk van te worden.
Natuurlijk moeten we van Morrissey niet direct een album van het niveau van Vauxhall And I te verwachten en misschien ook geen Viva Hate, Your Arsenal of You Are The Quarry, maar de afgelopen jaren was het wel heel pover. Ik gaf zijn albums steeds het voordeel van de twijfel, maar achteraf bezien is You Are The Quarry het laatste Morrissey album dat ik echt met plezier uit de kast trek.
Het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is gestoken in een werkelijk spuuglelijke hoes en ook andere voortekenen waren niet best. Zo werkt Morrissey op zijn nieuwe album opnieuw met producer Joe Chiccarelli, vooralsnog geen echt gelukkige combinatie en lijkt de rol van rechterhand Boz Boorer, in ieder geval als songwriter, uitgespeeld (Boz Boorer is als muzikant nog wel nadrukkelijk aanwezig op het album).
I’m Not A Dog On A Chain opent echter veelbelovend. Jim Jim Falls valt op door wat ouderwets aandoende elektronica, heerlijk scheurend gitaarwerk en natuurlijk de uit duizenden herkenbare zang van Morrissey, maar het is vooral een hele goede popsong. Het is het soort popsong dat ik al een tijd niet meer van Morrissey had gehoord en het is zeker niet de enige track waar Morrissey verrast met de grandeur die zijn oudere werk kenmerkt.
Ik was tot dusver niet zo onder de indruk van het werk van Joe Chiccarelli, maar voor I’m Not A Dog On A Chain heeft hij degelijk werk afgeleverd. Het geluid op het nieuwe Morrissey album borduurt aan de ene kant voort op zijn vroege werk, maar is ook voorzien van een elektronische impuls die gelukkig niet te modern en klinkt, wat in het geval van Morrissey wat kunstmatig over zou komen.
Jim Jim Falls wordt gevolgd door het eveneens uitstekende Love Is On Its Way Out, waarin Morrissey ook in vocaal opzicht weer excelleert. Na een duet met disco-queen Thema Houston dat in muzikaal opzicht interessant is, maar qua zang wat over de top, volgen een aantal songs die zich laten beluisteren als vintage Morrissey, waarbij zowel flarden van zijn solowerk als flarden van The Smiths opduiken.
Ook in de wat meer ingetogen songs valt op hoe mooi het allemaal is ingekleurd en hoe de instrumentatie toch vooral in dienst staat van de stem van Morrissey. Hier en daar duikt een randje kitsch of bombast op in de muziek van de muzikant uit Manchester, maar de meeste songs op I’m Not A Dog On A Chain blijven toch vrij makkelijk aan de goede kant van de streep.
Hoe goed het album echt is zal de tijd moeten leren, maar de eerste dagen valt I’m Not A Dog On A Chain me zeker niet tegen. Natuurlijk geen Vauxhall And I en ook geen You Are The Quarry, maar veel beter dan alles dat Morrissey de afgelopen 15 jaar heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain
Morrissey is al jaren hopeloos uit vorm en maakt het zijn fans ook niet makkelijk met vreemde uitspraken, maar het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is een reuzenstap in de goede richting
Zeker achteraf bezien viel er de afgelopen jaren weinig te genieten op de albums van Morrissey. Hoe goed I’m Not A Dog On A Chain over een aantal weken bevalt zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog lijkt het nieuwe album van de Britse muzikant veel beter dan zijn voorgangers uit de afgelopen 15 jaar. Morrissey verrast met goede songs, een wat meer open geluid en met sterke vocalen. Hier en daar hoor je wat van The Smiths en zijn vroege solowerk, maar Morrissey verrijkt zijn geluid ook op trefzekere wijze met elektronische impulsen. Het levert een album op dat je song na song enthousiast doet opveren en dat was de laatste jaren wel anders.
Ik heb al sinds de begindagen van The Smiths een enorm zwak voor Morrissey, waardoor een nieuw album van de Britse muzikant voor mij nog steeds iets is om naar uit te kijken. Aan de andere kant maakt Morrissey het me de afgelopen jaren niet makkelijk om van hem te houden.
Hierbij gaat het niet direct over zijn dubieuze politieke uitspraken, want die heeft hij altijd al gedaan. Zo zal zijn wens om Margaret Thatcher onder de guillotine te leggen niet bij iedereen in goede aarde zijn gevallen en hetzelfde geldt voor zijn oproep om disco’s plat te branden en DJ’s op te hangen. Politieke uitspraken van Morrissey neem ik daarom met flinke korrel zout, maar ook in muzikaal opzicht was er de afgelopen jaren toch weinig om echt vrolijk van te worden.
Natuurlijk moeten we van Morrissey niet direct een album van het niveau van Vauxhall And I te verwachten en misschien ook geen Viva Hate, Your Arsenal of You Are The Quarry, maar de afgelopen jaren was het wel heel pover. Ik gaf zijn albums steeds het voordeel van de twijfel, maar achteraf bezien is You Are The Quarry het laatste Morrissey album dat ik echt met plezier uit de kast trek.
Het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is gestoken in een werkelijk spuuglelijke hoes en ook andere voortekenen waren niet best. Zo werkt Morrissey op zijn nieuwe album opnieuw met producer Joe Chiccarelli, vooralsnog geen echt gelukkige combinatie en lijkt de rol van rechterhand Boz Boorer, in ieder geval als songwriter, uitgespeeld (Boz Boorer is als muzikant nog wel nadrukkelijk aanwezig op het album).
I’m Not A Dog On A Chain opent echter veelbelovend. Jim Jim Falls valt op door wat ouderwets aandoende elektronica, heerlijk scheurend gitaarwerk en natuurlijk de uit duizenden herkenbare zang van Morrissey, maar het is vooral een hele goede popsong. Het is het soort popsong dat ik al een tijd niet meer van Morrissey had gehoord en het is zeker niet de enige track waar Morrissey verrast met de grandeur die zijn oudere werk kenmerkt.
Ik was tot dusver niet zo onder de indruk van het werk van Joe Chiccarelli, maar voor I’m Not A Dog On A Chain heeft hij degelijk werk afgeleverd. Het geluid op het nieuwe Morrissey album borduurt aan de ene kant voort op zijn vroege werk, maar is ook voorzien van een elektronische impuls die gelukkig niet te modern en klinkt, wat in het geval van Morrissey wat kunstmatig over zou komen.
Jim Jim Falls wordt gevolgd door het eveneens uitstekende Love Is On Its Way Out, waarin Morrissey ook in vocaal opzicht weer excelleert. Na een duet met disco-queen Thema Houston dat in muzikaal opzicht interessant is, maar qua zang wat over de top, volgen een aantal songs die zich laten beluisteren als vintage Morrissey, waarbij zowel flarden van zijn solowerk als flarden van The Smiths opduiken.
Ook in de wat meer ingetogen songs valt op hoe mooi het allemaal is ingekleurd en hoe de instrumentatie toch vooral in dienst staat van de stem van Morrissey. Hier en daar duikt een randje kitsch of bombast op in de muziek van de muzikant uit Manchester, maar de meeste songs op I’m Not A Dog On A Chain blijven toch vrij makkelijk aan de goede kant van de streep.
Hoe goed het album echt is zal de tijd moeten leren, maar de eerste dagen valt I’m Not A Dog On A Chain me zeker niet tegen. Natuurlijk geen Vauxhall And I en ook geen You Are The Quarry, maar veel beter dan alles dat Morrissey de afgelopen 15 jaar heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Morrissey - Low in High School (2017)

4,5
0
geplaatst: 18 november 2017, 10:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - Low In High School - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut deelde vorige maand een zeer zeldzame of zelfs ongekende 5 uit aan Low In High School, de nieuwe plaat van Morrissey.
“Sham 69 meets David Icke! The work of an artist in blinkered decline” was de conclusie van Uncut, waarop vreemd genoeg een recensie volgde die deed vermoeden dat de nieuwe plaat van de voormalige held van de muziekcritici helemaal niet zo slecht is.
Het al even gerenommeerde Mojo was ook al niet scheutig met waardering en kopte met “B+ for music, but a C- for attitude”.
De negatieve waardering van de nieuwe plaat van Steven Patrick Morrissey zal voor een belangrijk deel samenhangen met een aantal opmerkelijke en in een aantal gevallen zeer dubieuze uitspraken die de Brit het afgelopen jaar deed. Morrissey lijkt wat opgeschoven naar de rechterkant van het Britse politieke spectrum en dat komt hier en daar hard aan.
Persoonlijk was ik het lang niet altijd eens met de uitspraken die Morrissey aan de linkerkant van het politieke spectrum deed en dat geldt in nog veel sterkere mate voor een aantal dubieuze uitspraken die hij het afgelopen jaar deed. Is het voor mij reden om ook de muzikant Morrissey af te serveren? Nee!
Ik was drie jaar geleden niet zo heel positief over World Peace Is None Of Your Business, maar de inmiddels van de aardbodem verdwenen plaat bleek wel een groeiplaat. Ik was daarom heel nieuwsgierig naar Low In High School en die nieuwsgierigheid is beloond. Ik heb de nieuwe plaat ruim een week in huis en schaar het nieuwe werk van Morrissey inmiddels onder zijn betere platen. Misschien nog niet zo goed als Viva Hate, Your Arsenal, Vauxhall And I of You Are The Quarry, maar ook niet veel minder en wat mij betreft beter dan de rest.
In de openingstrack pakt de Brit direct uit met een verassend stevig aangezet en vol geluid, waarin naast gitaren ook nog blazers opduiken. Het klinkt in muzikaal opzicht net wat anders dan we van Morrissey gewend zijn, maar natuurlijk is er de uit duizenden herkenbare stem. Het is een stem die het afgelopen decennium wat aan slijtage onderhevig leek, maar op Low In High School zingt Morrissey echt geweldig.
Low In High School bevat meer tracks met een vol geluid vol invloeden uit de glamrock en scheurende gitaren (van de briljante metgezel Boz Boorer), maar naast de al genoemde blazers spelen ook elektronica en strijkers een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Morrissey en is er ook ruimte voor meer ingetogen momenten.
Low In High School is een persoonlijke plaat die ook dit keer de politieke thema’s niet schuwt, maar Morrissey neemt je ook mee terug naar de schooldagen die hij als de hel op aarde heeft ervaren. De politieke standpunten van de Brit moeten we momenteel misschien met een flinke korrel zout nemen, maar zijn humor is Morrissey nog niet kwijt, waardoor ook Low In High School weer goed is voor menige glimlach.
Morrissey maakte het afgelopen decennium een aantal platen die ik als wat minder toegankelijk heb ervaren, maar op Low In High School domineren de melodieuze popsongs die zich heel makkelijk opdringen, wat mede de verdienste is van de fantastische productie van Joe Chiccarelli, die ook op de vorige plaat al mooi werk deed.
Het zijn popsongs vol flarden uit het roemruchte verleden van de Brit en het zijn popsongs die hier en daar grotesk en theatraal klinken, waardoor de muziek van Morrissey zo nu en dan dicht tegen die van Marc Almond aankruipt (zeker als de castagnetten van stal worden gehaald), wat voor mij zeker geen straf is.
De plaat opent met een serie songs die behoren tot het beste dat Morrissey gemaakt heeft, maar na de wat pompeuze maar ook hele mooie piano ballade In Your Lap zakt de plaat even wat in (wat gezien het groeivermogen van veel Morrissey platen nog best goed kan komen). Het slotakkoord Israel is gelukkig weer groots.
Morrissey verdient misschien een tik op de vingers voor een aantal van zijn recente uitspraken, maar in muzikaal opzicht verdient de Brit, die de afgelopen jaren leek uitgerangeerd als muzikant, alleen maar lof. Low In High School is een hele sterke plaat van de man die de Britse popmuziek zowel met zijn band The Smiths als met zijn soloplaten kleur heeft gegeven en dat gelukkig nog steeds op indrukwekkende wijze doet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - Low In High School - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut deelde vorige maand een zeer zeldzame of zelfs ongekende 5 uit aan Low In High School, de nieuwe plaat van Morrissey.
“Sham 69 meets David Icke! The work of an artist in blinkered decline” was de conclusie van Uncut, waarop vreemd genoeg een recensie volgde die deed vermoeden dat de nieuwe plaat van de voormalige held van de muziekcritici helemaal niet zo slecht is.
Het al even gerenommeerde Mojo was ook al niet scheutig met waardering en kopte met “B+ for music, but a C- for attitude”.
De negatieve waardering van de nieuwe plaat van Steven Patrick Morrissey zal voor een belangrijk deel samenhangen met een aantal opmerkelijke en in een aantal gevallen zeer dubieuze uitspraken die de Brit het afgelopen jaar deed. Morrissey lijkt wat opgeschoven naar de rechterkant van het Britse politieke spectrum en dat komt hier en daar hard aan.
Persoonlijk was ik het lang niet altijd eens met de uitspraken die Morrissey aan de linkerkant van het politieke spectrum deed en dat geldt in nog veel sterkere mate voor een aantal dubieuze uitspraken die hij het afgelopen jaar deed. Is het voor mij reden om ook de muzikant Morrissey af te serveren? Nee!
Ik was drie jaar geleden niet zo heel positief over World Peace Is None Of Your Business, maar de inmiddels van de aardbodem verdwenen plaat bleek wel een groeiplaat. Ik was daarom heel nieuwsgierig naar Low In High School en die nieuwsgierigheid is beloond. Ik heb de nieuwe plaat ruim een week in huis en schaar het nieuwe werk van Morrissey inmiddels onder zijn betere platen. Misschien nog niet zo goed als Viva Hate, Your Arsenal, Vauxhall And I of You Are The Quarry, maar ook niet veel minder en wat mij betreft beter dan de rest.
In de openingstrack pakt de Brit direct uit met een verassend stevig aangezet en vol geluid, waarin naast gitaren ook nog blazers opduiken. Het klinkt in muzikaal opzicht net wat anders dan we van Morrissey gewend zijn, maar natuurlijk is er de uit duizenden herkenbare stem. Het is een stem die het afgelopen decennium wat aan slijtage onderhevig leek, maar op Low In High School zingt Morrissey echt geweldig.
Low In High School bevat meer tracks met een vol geluid vol invloeden uit de glamrock en scheurende gitaren (van de briljante metgezel Boz Boorer), maar naast de al genoemde blazers spelen ook elektronica en strijkers een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Morrissey en is er ook ruimte voor meer ingetogen momenten.
Low In High School is een persoonlijke plaat die ook dit keer de politieke thema’s niet schuwt, maar Morrissey neemt je ook mee terug naar de schooldagen die hij als de hel op aarde heeft ervaren. De politieke standpunten van de Brit moeten we momenteel misschien met een flinke korrel zout nemen, maar zijn humor is Morrissey nog niet kwijt, waardoor ook Low In High School weer goed is voor menige glimlach.
Morrissey maakte het afgelopen decennium een aantal platen die ik als wat minder toegankelijk heb ervaren, maar op Low In High School domineren de melodieuze popsongs die zich heel makkelijk opdringen, wat mede de verdienste is van de fantastische productie van Joe Chiccarelli, die ook op de vorige plaat al mooi werk deed.
Het zijn popsongs vol flarden uit het roemruchte verleden van de Brit en het zijn popsongs die hier en daar grotesk en theatraal klinken, waardoor de muziek van Morrissey zo nu en dan dicht tegen die van Marc Almond aankruipt (zeker als de castagnetten van stal worden gehaald), wat voor mij zeker geen straf is.
De plaat opent met een serie songs die behoren tot het beste dat Morrissey gemaakt heeft, maar na de wat pompeuze maar ook hele mooie piano ballade In Your Lap zakt de plaat even wat in (wat gezien het groeivermogen van veel Morrissey platen nog best goed kan komen). Het slotakkoord Israel is gelukkig weer groots.
Morrissey verdient misschien een tik op de vingers voor een aantal van zijn recente uitspraken, maar in muzikaal opzicht verdient de Brit, die de afgelopen jaren leek uitgerangeerd als muzikant, alleen maar lof. Low In High School is een hele sterke plaat van de man die de Britse popmuziek zowel met zijn band The Smiths als met zijn soloplaten kleur heeft gegeven en dat gelukkig nog steeds op indrukwekkende wijze doet. Erwin Zijleman
Morrissey - Vauxhall and I (1994)

4,5
0
geplaatst: 2 juli 2014, 15:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - Vauxhall And I, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de augustus (!) edities van Mojo en Uncut, die de afgelopen week op de mat vielen, komen de twee gerenommeerde Britse muziektijdschriften superlatieven te kort bij het recenseren van de nieuwe cd van Morrissey, World Peace Is None Of Your Business (de titel is in ieder geval alvast een echte Morrissey titel).
Of de nieuwe Morrissey echt zo goed is als Mojo en Uncut beweren weet ik nog niet, maar binnen een week of twee lees je er ongetwijfeld meer over op deze BLOG.
Dat Morrissey mogelijk terugkeert met een hele goede plaat is overigens opvallend. Sinds zijn geweldige comeback met You Are The Quarry in 2004. kwakkelde Morrissey niet alleen veelvuldig met zijn gezondheid, maar bracht hij ook net wat minder memorabele platen uit dan we van hem gewend waren, waardoor hij uiteindelijk ook zonder platencontract kwam te zitten. Dat laatste was overigens niet helemaal terecht, want na het tegenvallende Ringleader Of The Tormentors en het ook niet heel erg goede Swords, was Years Of Refusal al weer vijf jaar geleden een voorzichtige stap in de goede richting.
De afgelopen jaren moesten we het noodgedwongen doen met reissues van de eerste platen van Morrissey. Na reissues van Viva Hate, Kill Uncle en Your Arsenal, verscheen onlangs de 20th Anniversary Edition van Vauxhall And I, zeker achteraf bezien een van de betere platen van Morrissey, al volgen Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry op zeer bescheiden afstand.
Vauxhall And I is in het oeuvre van Morrissey de plaat die waarschijnlijk het dichtst bij de briljante platen van The Smiths komt. Waar Morrissey op zijn voorgaande soloplaten nog voorzichtig experimenteerde met een wat ander geluid (vooral goed te horen op het vooral verguisde Kill Uncle) en bovendien koos voor steeds meer cynisme en bitterheid, koos hij op Vauxhall And I weer nadrukkelijk voor de aanstekelijke maar tegelijkertijd messscherpe gitaarpop die ook het oeuvre van The Smiths typeerde. Ook op Vauxhall And I was enig cynisme Morrissey niet vreemd, maar de zon mocht af en toe ook best schijnen.
Vauxhall And I was, vergeleken met zijn voorgangers, zoals gezegd een redelijk ingetogen en ook persoonlijke plaat. Morrissey kon de neiging tot steviger rocken op zijn vorige platen nauwelijks onderdrukken, maar koos aan de hand van power-producer Steve Lillywhite toch wel enigszins verrassend voor een subtieler geluid.
Vauxhall And I kreeg destijds helaas niet de waardering die de plaat zo verdiende. De Morrissey magie was voor de critici al een tijdje uitgewerkt en nieuwe helden domineerden het muzikale landschap. Het zou niet lang meer duren voordat Morrissey compleet uit beeld zou verdwijnen en pas na zeven hele magere jaren zou terugkeren met You Are The Quarry, maar op Vauxhall And I stak de Brit nog in grootse vorm.
Vauxhall And I kreeg overigens ook van mij in 2004 niet de aandacht die de plaat zo verdiende en bij beluistering van de onlangs verschenen reissue was ik dan ook aangenaam verrast door het hoge niveau van de plaat. Vauxhall And I bevat de scherpzinnige gitaarsongs die je van Morrissey verwacht en heeft de instrumentale en vocale invulling waar je op hoopt.
Dat Morrissey ook live nog uitstekend presteerde hoor je op de bijgevoegde bonus-disc, maar de hoofdschotel die wordt geserveerd bestaat uit de prachtig klinkende reissue van Vauxhall And I.
Ook op zijn nieuwe plaat World Peace Is None Of Your Business kiest Morrissey naar verluid weer voor een wat meer ingetogen geluid, maar of de plaat het niveau van Vauxhall And I gaat halen is voorlopig nog een vraag. Gezien het niveau van de vergeten klassieker uit 1994 krijgt Morrissey er nog een hele kluif aan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - Vauxhall And I, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de augustus (!) edities van Mojo en Uncut, die de afgelopen week op de mat vielen, komen de twee gerenommeerde Britse muziektijdschriften superlatieven te kort bij het recenseren van de nieuwe cd van Morrissey, World Peace Is None Of Your Business (de titel is in ieder geval alvast een echte Morrissey titel).
Of de nieuwe Morrissey echt zo goed is als Mojo en Uncut beweren weet ik nog niet, maar binnen een week of twee lees je er ongetwijfeld meer over op deze BLOG.
Dat Morrissey mogelijk terugkeert met een hele goede plaat is overigens opvallend. Sinds zijn geweldige comeback met You Are The Quarry in 2004. kwakkelde Morrissey niet alleen veelvuldig met zijn gezondheid, maar bracht hij ook net wat minder memorabele platen uit dan we van hem gewend waren, waardoor hij uiteindelijk ook zonder platencontract kwam te zitten. Dat laatste was overigens niet helemaal terecht, want na het tegenvallende Ringleader Of The Tormentors en het ook niet heel erg goede Swords, was Years Of Refusal al weer vijf jaar geleden een voorzichtige stap in de goede richting.
De afgelopen jaren moesten we het noodgedwongen doen met reissues van de eerste platen van Morrissey. Na reissues van Viva Hate, Kill Uncle en Your Arsenal, verscheen onlangs de 20th Anniversary Edition van Vauxhall And I, zeker achteraf bezien een van de betere platen van Morrissey, al volgen Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry op zeer bescheiden afstand.
Vauxhall And I is in het oeuvre van Morrissey de plaat die waarschijnlijk het dichtst bij de briljante platen van The Smiths komt. Waar Morrissey op zijn voorgaande soloplaten nog voorzichtig experimenteerde met een wat ander geluid (vooral goed te horen op het vooral verguisde Kill Uncle) en bovendien koos voor steeds meer cynisme en bitterheid, koos hij op Vauxhall And I weer nadrukkelijk voor de aanstekelijke maar tegelijkertijd messscherpe gitaarpop die ook het oeuvre van The Smiths typeerde. Ook op Vauxhall And I was enig cynisme Morrissey niet vreemd, maar de zon mocht af en toe ook best schijnen.
Vauxhall And I was, vergeleken met zijn voorgangers, zoals gezegd een redelijk ingetogen en ook persoonlijke plaat. Morrissey kon de neiging tot steviger rocken op zijn vorige platen nauwelijks onderdrukken, maar koos aan de hand van power-producer Steve Lillywhite toch wel enigszins verrassend voor een subtieler geluid.
Vauxhall And I kreeg destijds helaas niet de waardering die de plaat zo verdiende. De Morrissey magie was voor de critici al een tijdje uitgewerkt en nieuwe helden domineerden het muzikale landschap. Het zou niet lang meer duren voordat Morrissey compleet uit beeld zou verdwijnen en pas na zeven hele magere jaren zou terugkeren met You Are The Quarry, maar op Vauxhall And I stak de Brit nog in grootse vorm.
Vauxhall And I kreeg overigens ook van mij in 2004 niet de aandacht die de plaat zo verdiende en bij beluistering van de onlangs verschenen reissue was ik dan ook aangenaam verrast door het hoge niveau van de plaat. Vauxhall And I bevat de scherpzinnige gitaarsongs die je van Morrissey verwacht en heeft de instrumentale en vocale invulling waar je op hoopt.
Dat Morrissey ook live nog uitstekend presteerde hoor je op de bijgevoegde bonus-disc, maar de hoofdschotel die wordt geserveerd bestaat uit de prachtig klinkende reissue van Vauxhall And I.
Ook op zijn nieuwe plaat World Peace Is None Of Your Business kiest Morrissey naar verluid weer voor een wat meer ingetogen geluid, maar of de plaat het niveau van Vauxhall And I gaat halen is voorlopig nog een vraag. Gezien het niveau van de vergeten klassieker uit 1994 krijgt Morrissey er nog een hele kluif aan. Erwin Zijleman
Morrissey - World Peace Is None of Your Business (2014)

4,5
0
geplaatst: 14 juli 2014, 13:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - World Peace Is None Of Your Business - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morrissey stak de afgelopen jaren in fysiek opzicht niet in geweldige vorm. De voormalige voorman van The Smiths had last van de nodige kwaaltjes, waardoor de nodige concerten werden gecanceld en er maar weinig kwam van het maken van nieuwe muziek.
Ook in muzikaal opzicht ging het Morrissey overigens niet voor de wind. De man die in 2004 zo glorieus terugkeerde met You Are The Quarry slaagde er niet in om deze zo goede plaat een passend vervolg te geven, waardoor hij in 2009, na de release van het wederom wat tegenvallende Years Of Refusal, zelfs zonder platencontract kwam te zitten.
Het doet allemaal wat denken aan de creatieve impasse waarin Morrissey in de tweede helft van de jaren 90 terecht kwam en die uiteindelijk zou leiden tot zeven jaren stilte. De stilte heeft dit keer slechts vijf jaar geduurd, want bijna uit het niets verscheen vorige week World Peace Is None Of Your Business.
Bijna uit het niets, want de Britse muziektijdschriften kwamen een paar weken geleden al met lyrische recensies. World Peace Is None Of Your Business zou volgens deze Britse tijdschriften een ouderwetse Morrissey plaat zijn en ook nog eens een Morrissey plaat van een ouderwets hoog niveau.
Ik begon daarom met bijna onrealistisch hoge verwachtingen aan de beluistering van de nieuwe plaat van één van de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek en één van mijn persoonlijke favorieten.
Deze verwachtingen worden in eerste instantie helemaal waar gemaakt met de monumentale titeltrack die in alle opzichten als ‘vintage Morrissey’ kan worden bestempeld. Alleen deze geweldige titeltrack geeft World Peace Is None Of Your Business wat mij betreft al bestaansrecht, maar de luisteraar heeft vervolgens nog een lange weg te gaan, zeker wanneer deze kiest voor de Deluxe Edition van de plaat die nog eens zes tracks toevoegt aan het dozijn tracks van de reguliere versie.
In de tracks die volgen laat Morrissey horen dat hij zijn eigen muzikale erfenis weliswaar eert, maar dat hij nog steeds niet bang is om nieuwe wegen in te slaan. Waar de titeltrack van de plaat op iedere Morrissey klassieker had kunnen staan, laten de meeste andere tracks op de plaat een ander Morrissey geluid horen.
Het is een geluid waarin de instrumentatie varieert van sferisch en atmosferisch tot behoorlijk bombastisch. Wat rustig begint met lastig te plaatsen achtergrondgeluiden, stemmige gitaren en ijle synths, kan zo maar omslaan in een geluid dat wordt bepaald door hoge gitaarmuren (waarvoor Morrissey nog steeds een beroep doet op oudgediende Boz Boorer) of zelfs een kakafonie van geluid. Hiertegenover staan songs die teruggrijpen op het geluid van The Smiths, al liggen ook in deze tracks de muzikale uitbarstingen constant op de loer. Het meest opvallend zijn echter de invloeden uit de Spaanse en Mexicaanse muziek, die steeds prachtig contrasteren met het wat zwaarder aangezette geluid.
In eerste instantie ligt het allemaal wat zwaar op de maag en vraag je je af wie deze plaat heeft voorzien van een bij vlagen overvolle productie. Dit blijkt ervaren rot Joe Chiccarelli, die werkte met iedereen tussen Frank Zappa en The White Stripes. Joe Chiccarelli staat zeker niet bekend als subtiele producer, maar op World Peace Is None Of Your Business lijken af en toe alle schuiven open te staan en lijkt, zeker bij eerste beluistering, sprake van overdaad, die soms zelfs pijn doet aan de oren.
Inmiddels ben ik wat meer gewend aan de nieuwe Morrissey plaat en volgen toch steeds meer tracks de weg die de titeltrack al direct bij eerste beluistering mocht doorlopen. Morrissey kiest op World Peace Is None Of Your Business af en toe misschien wel voor een erg vol geluid, maar de levende legende klinkt op zijn nieuwe plaat van de eerste tot de laatste noot geïnspireerd en dat was de afgelopen jaren wel eens anders.
World Peace Is None Of Your Business blijkt na enige gewenning een plaat vol memorabele Morrissey songs, die lijntjes uitwerpen naar alle uithoeken van zijn prachtige oeuvre. Het zijn songs vol prachtige gitaarlijnen, songs met de uit duizenden herkenbare vocalen van een uitstekend bij stem zijnde Morrissey en uiteraard songs met heerlijk bijtende en cynische teksten. De enorme bak muzikale versiersels die vervolgens is toegevoegd zal je voor lief moeten nemen, al overtuigen met name de exotische invloeden op de plaat steeds meer.
In eerste instantie stond de overvolle productie me vooral tegen, maar uiteindelijk blijkt deze toch voor een belangrijk deel functioneel. De volle instrumentatie en de grote verschillen tussen hard en zacht dragen bij aan het dynamische karakter van de plaat en geven de songs in een aantal gevallen kracht waar dat nodig is. Zeker wanneer je met aandacht naar de plaat luistert blijkt het allemaal bijzonder knap in elkaar te zitten en verandert een kakafonie van geluid steeds vaker in een eigenzinnig muzikaal landschap vol onverwachte maar vaak trefzekere details.
World Peace Is None Of Your Business is zeker niet zo goed als platen als Vauxhall And I, Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry, maar persoonlijk vind ik de plaat, zeker na enige gewenning, veel beter dan de platen die Morrissey de afgelopen jaren maakte. Verder blijft het natuurlijk zo dat zelfs een middelmatige Morrissey plaat nog veel beter is dan het meeste andere dat verschijnt. World Peace Is None Of Your Business is zeker niet middelmatig en behoort daarom tot de beste releases van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - World Peace Is None Of Your Business - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Morrissey stak de afgelopen jaren in fysiek opzicht niet in geweldige vorm. De voormalige voorman van The Smiths had last van de nodige kwaaltjes, waardoor de nodige concerten werden gecanceld en er maar weinig kwam van het maken van nieuwe muziek.
Ook in muzikaal opzicht ging het Morrissey overigens niet voor de wind. De man die in 2004 zo glorieus terugkeerde met You Are The Quarry slaagde er niet in om deze zo goede plaat een passend vervolg te geven, waardoor hij in 2009, na de release van het wederom wat tegenvallende Years Of Refusal, zelfs zonder platencontract kwam te zitten.
Het doet allemaal wat denken aan de creatieve impasse waarin Morrissey in de tweede helft van de jaren 90 terecht kwam en die uiteindelijk zou leiden tot zeven jaren stilte. De stilte heeft dit keer slechts vijf jaar geduurd, want bijna uit het niets verscheen vorige week World Peace Is None Of Your Business.
Bijna uit het niets, want de Britse muziektijdschriften kwamen een paar weken geleden al met lyrische recensies. World Peace Is None Of Your Business zou volgens deze Britse tijdschriften een ouderwetse Morrissey plaat zijn en ook nog eens een Morrissey plaat van een ouderwets hoog niveau.
Ik begon daarom met bijna onrealistisch hoge verwachtingen aan de beluistering van de nieuwe plaat van één van de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek en één van mijn persoonlijke favorieten.
Deze verwachtingen worden in eerste instantie helemaal waar gemaakt met de monumentale titeltrack die in alle opzichten als ‘vintage Morrissey’ kan worden bestempeld. Alleen deze geweldige titeltrack geeft World Peace Is None Of Your Business wat mij betreft al bestaansrecht, maar de luisteraar heeft vervolgens nog een lange weg te gaan, zeker wanneer deze kiest voor de Deluxe Edition van de plaat die nog eens zes tracks toevoegt aan het dozijn tracks van de reguliere versie.
In de tracks die volgen laat Morrissey horen dat hij zijn eigen muzikale erfenis weliswaar eert, maar dat hij nog steeds niet bang is om nieuwe wegen in te slaan. Waar de titeltrack van de plaat op iedere Morrissey klassieker had kunnen staan, laten de meeste andere tracks op de plaat een ander Morrissey geluid horen.
Het is een geluid waarin de instrumentatie varieert van sferisch en atmosferisch tot behoorlijk bombastisch. Wat rustig begint met lastig te plaatsen achtergrondgeluiden, stemmige gitaren en ijle synths, kan zo maar omslaan in een geluid dat wordt bepaald door hoge gitaarmuren (waarvoor Morrissey nog steeds een beroep doet op oudgediende Boz Boorer) of zelfs een kakafonie van geluid. Hiertegenover staan songs die teruggrijpen op het geluid van The Smiths, al liggen ook in deze tracks de muzikale uitbarstingen constant op de loer. Het meest opvallend zijn echter de invloeden uit de Spaanse en Mexicaanse muziek, die steeds prachtig contrasteren met het wat zwaarder aangezette geluid.
In eerste instantie ligt het allemaal wat zwaar op de maag en vraag je je af wie deze plaat heeft voorzien van een bij vlagen overvolle productie. Dit blijkt ervaren rot Joe Chiccarelli, die werkte met iedereen tussen Frank Zappa en The White Stripes. Joe Chiccarelli staat zeker niet bekend als subtiele producer, maar op World Peace Is None Of Your Business lijken af en toe alle schuiven open te staan en lijkt, zeker bij eerste beluistering, sprake van overdaad, die soms zelfs pijn doet aan de oren.
Inmiddels ben ik wat meer gewend aan de nieuwe Morrissey plaat en volgen toch steeds meer tracks de weg die de titeltrack al direct bij eerste beluistering mocht doorlopen. Morrissey kiest op World Peace Is None Of Your Business af en toe misschien wel voor een erg vol geluid, maar de levende legende klinkt op zijn nieuwe plaat van de eerste tot de laatste noot geïnspireerd en dat was de afgelopen jaren wel eens anders.
World Peace Is None Of Your Business blijkt na enige gewenning een plaat vol memorabele Morrissey songs, die lijntjes uitwerpen naar alle uithoeken van zijn prachtige oeuvre. Het zijn songs vol prachtige gitaarlijnen, songs met de uit duizenden herkenbare vocalen van een uitstekend bij stem zijnde Morrissey en uiteraard songs met heerlijk bijtende en cynische teksten. De enorme bak muzikale versiersels die vervolgens is toegevoegd zal je voor lief moeten nemen, al overtuigen met name de exotische invloeden op de plaat steeds meer.
In eerste instantie stond de overvolle productie me vooral tegen, maar uiteindelijk blijkt deze toch voor een belangrijk deel functioneel. De volle instrumentatie en de grote verschillen tussen hard en zacht dragen bij aan het dynamische karakter van de plaat en geven de songs in een aantal gevallen kracht waar dat nodig is. Zeker wanneer je met aandacht naar de plaat luistert blijkt het allemaal bijzonder knap in elkaar te zitten en verandert een kakafonie van geluid steeds vaker in een eigenzinnig muzikaal landschap vol onverwachte maar vaak trefzekere details.
World Peace Is None Of Your Business is zeker niet zo goed als platen als Vauxhall And I, Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry, maar persoonlijk vind ik de plaat, zeker na enige gewenning, veel beter dan de platen die Morrissey de afgelopen jaren maakte. Verder blijft het natuurlijk zo dat zelfs een middelmatige Morrissey plaat nog veel beter is dan het meeste andere dat verschijnt. World Peace Is None Of Your Business is zeker niet middelmatig en behoort daarom tot de beste releases van het moment. Erwin Zijleman
Morrissey - You Are the Quarry (2004)

4,5
2
geplaatst: 17 maart 2024, 19:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - You Are The Quarry (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - You Are The Quarry (2004)
Morrissey werd in de tweede helft van de jaren 90 min of meer afgeschreven, maar zorgde met You Are The Quarry voor een glorieus comeback album, dat ook twintig jaar na de release nog altijd staat als een huis
Morrissey was in 2004 vooral een icoon uit de jaren 80 en 90, maar met zijn comeback album You Are The Quarry liet hij horen dat hij er ook in het nieuwe millennium nog toe deed. You Are The Quarry is in tekstueel opzicht een fantastisch album en ook de zang van Morrissey klinkt geweldig. In muzikaal opzicht is het een verrassend melodieus album, maar de grootste kracht van You Are The Quarry schuilt in de songs op het album. De albums van Morrissey worden vaak gekenmerkt door hoge pieken en flinke dalen, maar op You Are The Quarry houdt de Britse muzikant een zeer hoog niveau vast. Ik luister niet heel vaak meer naar de muziek van The Smiths of Morrissey, maar voor You Are The Quarry maak ik nog altijd graag een uitzondering.
Morrissey is de afgelopen jaren meer in het nieuws met omstreden politieke uitspraken dan met zijn muziek. Zijn laatste albums waren weinig indrukwekkend en de opvolger van het in 2020 verschenen I Am Not A Dog On A Chain wil er ondanks meerdere aankondigingen maar niet komen. Het is niet de eerste keer dat de carrière van Morrissey in het slop raakt, want ook halverwege de jaren 90 bevond Morrissey zich in creatief opzicht in een diep dal. Hij zou daar op indrukwekkende wijze uit komen, maar eerst terug naar 1982.
Steven Patrick Morrissey formeerde in dat jaar samen met gitarist Johnny Marr een band, The Smiths. De Britse band zou maar vijf jaar bestaan, maar leverde en handvol geweldige albums af en moet worden gezien als een van de belangrijkste Britse bands uit de jaren 80. Morrissey kwam na het uit elkaar vallen van de band goed uit de startblokken met het indrukwekkende Viva Hate uit 1988. Vervolgens was het wisselvalligheid troef, maar Your Arsenal (1992) en Vauxhall And I (1994) waren uitstekende albums.
Na het zeer matige Maladjusted uit 1997 was de rek er echter wel uit en verdween Morrissey uit beeld. Na zeven magere jaren keerde de Britse muzikant in 2004 terug met het vooral in Los Angeles gemaakte You Are The Quarry. Het bleek, toch wat tegen de verwachting in, een uitstekend album en het is nog altijd met afstand mijn favoriete Morrissey album.
De Britse muzikant heeft door zijn uit duizenden herkenbare stem een zeer karakteristiek geluid, waardoor You Are The Quarry direct bij eerste beluistering klonk als vintage Morrissey. Samen met zijn vaste kompanen en gitaristen Alain Whyte en Boz Boorer tekende Morrissey op zijn overigens zeer succesvolle comeback album voor een serie geweldige songs, die hij bovendien voorzag van vlijmscherpe en met zwarte humor en cynisme doorspekte teksten.
Voor de productie werd een beroep gedaan op de redelijk onbekende Jerry Finn, die daarvoor vooral wat punkbandjes produceerde, maar die You Are The Quarry heeft voorzien van een aansprekend geluid waarin de gitaren maar zeker ook de synths opvallen. Het album maakt echter vooral indruk door de zang van Morrissey en door de serie hele sterke en zeer melodieuze songs.
De Britse muzikant zingt op You Are The Quarry naar mijn mening beter dan op zijn andere soloalbums en You Are The Quarry is wat mij betreft ook het Morrissey album met het grootste aantal aansprekende songs. America Is Not The World, Irish Blood English Heart, I Have Forgiven Jesus, Come Back To Camden, I'm Not Sorry, The World Is Full Of Crashing Bores, How Could Anybody Possibly Know How I Feel?, First Of The Gang To Die, Let Me Kiss You, All The Lazy Dykes, I Like You en You Know I Couldn't Last zou ik bijna allemaal toevoegen aan mijn ultieme Morrissey playlist, terwijl ik van de meeste andere albums van de Britse muzikant hooguit een aantal tracks zou selecteren. De luxe editie die van het album is verschenen laat horen dat ook het restmateriaal van een uitstekende kwaliteit was.
You Are The Quarry viert dit jaar alweer zijn twintigste verjaardag, maar het album staat nog altijd als een huis. Grappig om na twintig jaar de Pitchfork recensie nog eens door te lezen, die zowel met een 8,9 als rapportcijfers als met de beschouwing van het album de spijker op zijn kop slaat. Ik zie de Britse muzikant eerlijk gezegd nog niet keer zo’n glorieuze comeback maken, maar met Morrissey weet je het maar nooit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Morrissey - You Are The Quarry (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Morrissey - You Are The Quarry (2004)
Morrissey werd in de tweede helft van de jaren 90 min of meer afgeschreven, maar zorgde met You Are The Quarry voor een glorieus comeback album, dat ook twintig jaar na de release nog altijd staat als een huis
Morrissey was in 2004 vooral een icoon uit de jaren 80 en 90, maar met zijn comeback album You Are The Quarry liet hij horen dat hij er ook in het nieuwe millennium nog toe deed. You Are The Quarry is in tekstueel opzicht een fantastisch album en ook de zang van Morrissey klinkt geweldig. In muzikaal opzicht is het een verrassend melodieus album, maar de grootste kracht van You Are The Quarry schuilt in de songs op het album. De albums van Morrissey worden vaak gekenmerkt door hoge pieken en flinke dalen, maar op You Are The Quarry houdt de Britse muzikant een zeer hoog niveau vast. Ik luister niet heel vaak meer naar de muziek van The Smiths of Morrissey, maar voor You Are The Quarry maak ik nog altijd graag een uitzondering.
Morrissey is de afgelopen jaren meer in het nieuws met omstreden politieke uitspraken dan met zijn muziek. Zijn laatste albums waren weinig indrukwekkend en de opvolger van het in 2020 verschenen I Am Not A Dog On A Chain wil er ondanks meerdere aankondigingen maar niet komen. Het is niet de eerste keer dat de carrière van Morrissey in het slop raakt, want ook halverwege de jaren 90 bevond Morrissey zich in creatief opzicht in een diep dal. Hij zou daar op indrukwekkende wijze uit komen, maar eerst terug naar 1982.
Steven Patrick Morrissey formeerde in dat jaar samen met gitarist Johnny Marr een band, The Smiths. De Britse band zou maar vijf jaar bestaan, maar leverde en handvol geweldige albums af en moet worden gezien als een van de belangrijkste Britse bands uit de jaren 80. Morrissey kwam na het uit elkaar vallen van de band goed uit de startblokken met het indrukwekkende Viva Hate uit 1988. Vervolgens was het wisselvalligheid troef, maar Your Arsenal (1992) en Vauxhall And I (1994) waren uitstekende albums.
Na het zeer matige Maladjusted uit 1997 was de rek er echter wel uit en verdween Morrissey uit beeld. Na zeven magere jaren keerde de Britse muzikant in 2004 terug met het vooral in Los Angeles gemaakte You Are The Quarry. Het bleek, toch wat tegen de verwachting in, een uitstekend album en het is nog altijd met afstand mijn favoriete Morrissey album.
De Britse muzikant heeft door zijn uit duizenden herkenbare stem een zeer karakteristiek geluid, waardoor You Are The Quarry direct bij eerste beluistering klonk als vintage Morrissey. Samen met zijn vaste kompanen en gitaristen Alain Whyte en Boz Boorer tekende Morrissey op zijn overigens zeer succesvolle comeback album voor een serie geweldige songs, die hij bovendien voorzag van vlijmscherpe en met zwarte humor en cynisme doorspekte teksten.
Voor de productie werd een beroep gedaan op de redelijk onbekende Jerry Finn, die daarvoor vooral wat punkbandjes produceerde, maar die You Are The Quarry heeft voorzien van een aansprekend geluid waarin de gitaren maar zeker ook de synths opvallen. Het album maakt echter vooral indruk door de zang van Morrissey en door de serie hele sterke en zeer melodieuze songs.
De Britse muzikant zingt op You Are The Quarry naar mijn mening beter dan op zijn andere soloalbums en You Are The Quarry is wat mij betreft ook het Morrissey album met het grootste aantal aansprekende songs. America Is Not The World, Irish Blood English Heart, I Have Forgiven Jesus, Come Back To Camden, I'm Not Sorry, The World Is Full Of Crashing Bores, How Could Anybody Possibly Know How I Feel?, First Of The Gang To Die, Let Me Kiss You, All The Lazy Dykes, I Like You en You Know I Couldn't Last zou ik bijna allemaal toevoegen aan mijn ultieme Morrissey playlist, terwijl ik van de meeste andere albums van de Britse muzikant hooguit een aantal tracks zou selecteren. De luxe editie die van het album is verschenen laat horen dat ook het restmateriaal van een uitstekende kwaliteit was.
You Are The Quarry viert dit jaar alweer zijn twintigste verjaardag, maar het album staat nog altijd als een huis. Grappig om na twintig jaar de Pitchfork recensie nog eens door te lezen, die zowel met een 8,9 als rapportcijfers als met de beschouwing van het album de spijker op zijn kop slaat. Ik zie de Britse muzikant eerlijk gezegd nog niet keer zo’n glorieuze comeback maken, maar met Morrissey weet je het maar nooit. Erwin Zijleman
Moss - HX (2022)

4,0
1
geplaatst: 3 mei 2022, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - HX - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moss - HX
Het was ruim vijf jaar stil rond de Nederlandse band Moss, maar de band rond Marien Dorleijn keert deze week terug met het bijzonder sterke HX, dat het zo karakteristieke Moss geluid voorziet van nieuw elan
Moss heeft me met haar eerste vijf albums geen moment teleurgesteld en doet dat ook niet met het na vijf lange jaren wachten verschenen HX. Ook op HX is Moss zeer bedreven in het maken van lekker in het gehoor liggende, maar ook inventieve popliedjes. HX is een album met flink wat melancholie, maar Moss maakt ook nog altijd muziek die de zon net wat aangenamer laat schijnen. HX is een typisch Moss album, maar het is ook een album waarop de band af en toe buiten haar eigen lijntjes kleurt. HX werd opgenomen in een Limburgs klooster dat meerdere malen als een feniks uit de as herrees. Moss doet hetzelfde op haar ijzersterke zesde album.
De Nederlandse band Moss debuteerde vijftien jaar geleden met The Long Way Back. Het is een album waarop de band grossierde in de zonnige popliedjes waarop het Excelsior label inmiddels al ruim vijfentwintig jaar het patent heeft. De band rond Marien Dorleijn is sindsdien met al haar albums opgedoken op de krenten uit de pop en daarom had ik bij voorbaat al een plekje gereserveerd voor het deze week verschenen nieuwe album van de Nederlandse band. Het is een album waarop we lang hebben moeten wachten, want HX is de opvolger van het inmiddels al ruim vijf jaar oude Strike.
HX is het zesde album van de Nederlandse band en het is net als al zijn voorgangers een uitstekend album. De titel van het album verwijst naar het Limburgse klooster Hoogcruts, waarin het album werd opgenomen. Het is een klooster dat meerdere malen werd verwoest, maar steeds weer terugkeerde en ook nog eens sterker dan tevoren. Het is ook een beetje het verhaal van Moss, dat met HX terugkeert na lange afwezigheid en dit doet met een van haar sterkste albums tot dusver.
Moss debuteerde ooit met louter zonnige popliedjes, maar de band klinkt op HX een stuk melancholischer dan op haar debuut. HX is een album over verlies, tegenslag en afscheid, maar na donkere wolken komt ook altijd de zon bij Moss. HX is daarom zeker geen aardedonker album, maar een album waarop donkere wolken en blauwe hemels elkaar steeds afwisselen.
Moss ontwikkelde zich op haar eerste vijf albums tot een veelzijdige band die steeds weer anders wist te klinken en ook HX laat weer een net wat ander geluid horen. Één ding is Moss in al die jaren niet verleerd en dat is het schrijven van tijdloze en vrijwel onmiddellijk memorabele popliedjes. Ook HX staat weer vol met songs die je na één keer horen voorgoed wilt omarmen, maar het zijn ook popliedjes die na een paar keer horen nog een stuk leuker zijn dan bij eerste beluistering.
Moss was, zeker in haar beginjaren, vooral een project van singer-songwriter Marien Dorleijn, maar op HX klinkt Moss als een band. Het is hecht en geïnspireerd klinkende band die zich soepel beweegt door het rijke muzikale universum van Moss. Zeker het gitaarwerk op het album is sterk, maar de andere instrumenten draaien hier steeds prachtig omheen.
Moss had variatie altijd al hoog in het vaandel staan, maar HX klinkt nog net wat veelzijdiger dan zijn voorgangers. Moss kan uitstekend uit de voeten met uptempo gitaarsongs, maar op HX kan de band ook prachtig gas terugnemen met vaak een hoofdrol voor keyboards. Het klinkt allemaal prachtig en het kleurt steeds weer fraai bij de stem van Marien Dorleijn, die nog wat beter is gaan zingen dan op de vorige albums van de band.
Moss verdiende met haar vorige albums al een plekje op de eregalerij van de Nederlandse popmuziek, maar HX is niet alleen een album dat er in Nederland uitspringt. Met HX heeft Moss een album gemaakt met internationale allure, dat het verdient om te worden opgepikt door de Pitchforks van deze wereld.
Zeker de typische Moss songs op het album zijn wat mij betreft vrijwel onweerstaanbaar en behoren bij het beste dat de band gemaakt heeft, maar Moss slaat ook vijftien jaar na haar debuut en bijna twintig jaar na de oprichting van de band nog zo af en toe haar vleugels uit, wat de band siert. De lente wordt al ruim 25 jaar ingekleurd door releases van Excelsior en ook HX van Moss is weer zo’n Excelsior klassieker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Moss - HX - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Moss - HX
Het was ruim vijf jaar stil rond de Nederlandse band Moss, maar de band rond Marien Dorleijn keert deze week terug met het bijzonder sterke HX, dat het zo karakteristieke Moss geluid voorziet van nieuw elan
Moss heeft me met haar eerste vijf albums geen moment teleurgesteld en doet dat ook niet met het na vijf lange jaren wachten verschenen HX. Ook op HX is Moss zeer bedreven in het maken van lekker in het gehoor liggende, maar ook inventieve popliedjes. HX is een album met flink wat melancholie, maar Moss maakt ook nog altijd muziek die de zon net wat aangenamer laat schijnen. HX is een typisch Moss album, maar het is ook een album waarop de band af en toe buiten haar eigen lijntjes kleurt. HX werd opgenomen in een Limburgs klooster dat meerdere malen als een feniks uit de as herrees. Moss doet hetzelfde op haar ijzersterke zesde album.
De Nederlandse band Moss debuteerde vijftien jaar geleden met The Long Way Back. Het is een album waarop de band grossierde in de zonnige popliedjes waarop het Excelsior label inmiddels al ruim vijfentwintig jaar het patent heeft. De band rond Marien Dorleijn is sindsdien met al haar albums opgedoken op de krenten uit de pop en daarom had ik bij voorbaat al een plekje gereserveerd voor het deze week verschenen nieuwe album van de Nederlandse band. Het is een album waarop we lang hebben moeten wachten, want HX is de opvolger van het inmiddels al ruim vijf jaar oude Strike.
HX is het zesde album van de Nederlandse band en het is net als al zijn voorgangers een uitstekend album. De titel van het album verwijst naar het Limburgse klooster Hoogcruts, waarin het album werd opgenomen. Het is een klooster dat meerdere malen werd verwoest, maar steeds weer terugkeerde en ook nog eens sterker dan tevoren. Het is ook een beetje het verhaal van Moss, dat met HX terugkeert na lange afwezigheid en dit doet met een van haar sterkste albums tot dusver.
Moss debuteerde ooit met louter zonnige popliedjes, maar de band klinkt op HX een stuk melancholischer dan op haar debuut. HX is een album over verlies, tegenslag en afscheid, maar na donkere wolken komt ook altijd de zon bij Moss. HX is daarom zeker geen aardedonker album, maar een album waarop donkere wolken en blauwe hemels elkaar steeds afwisselen.
Moss ontwikkelde zich op haar eerste vijf albums tot een veelzijdige band die steeds weer anders wist te klinken en ook HX laat weer een net wat ander geluid horen. Één ding is Moss in al die jaren niet verleerd en dat is het schrijven van tijdloze en vrijwel onmiddellijk memorabele popliedjes. Ook HX staat weer vol met songs die je na één keer horen voorgoed wilt omarmen, maar het zijn ook popliedjes die na een paar keer horen nog een stuk leuker zijn dan bij eerste beluistering.
Moss was, zeker in haar beginjaren, vooral een project van singer-songwriter Marien Dorleijn, maar op HX klinkt Moss als een band. Het is hecht en geïnspireerd klinkende band die zich soepel beweegt door het rijke muzikale universum van Moss. Zeker het gitaarwerk op het album is sterk, maar de andere instrumenten draaien hier steeds prachtig omheen.
Moss had variatie altijd al hoog in het vaandel staan, maar HX klinkt nog net wat veelzijdiger dan zijn voorgangers. Moss kan uitstekend uit de voeten met uptempo gitaarsongs, maar op HX kan de band ook prachtig gas terugnemen met vaak een hoofdrol voor keyboards. Het klinkt allemaal prachtig en het kleurt steeds weer fraai bij de stem van Marien Dorleijn, die nog wat beter is gaan zingen dan op de vorige albums van de band.
Moss verdiende met haar vorige albums al een plekje op de eregalerij van de Nederlandse popmuziek, maar HX is niet alleen een album dat er in Nederland uitspringt. Met HX heeft Moss een album gemaakt met internationale allure, dat het verdient om te worden opgepikt door de Pitchforks van deze wereld.
Zeker de typische Moss songs op het album zijn wat mij betreft vrijwel onweerstaanbaar en behoren bij het beste dat de band gemaakt heeft, maar Moss slaat ook vijftien jaar na haar debuut en bijna twintig jaar na de oprichting van de band nog zo af en toe haar vleugels uit, wat de band siert. De lente wordt al ruim 25 jaar ingekleurd door releases van Excelsior en ook HX van Moss is weer zo’n Excelsior klassieker. Erwin Zijleman
Moss - Strike (2017)

4,0
1
geplaatst: 20 februari 2017, 16:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Nederlandse band Moss debuteerde precies tien jaar geleden met The Long Way Back.
Het was een plaat die naadloos aansloot bij een aantal andere platen op het Nederlandse Excelsior label en het was een plaat die, net als die andere Excelsior klassiekers, goed was voor een bijzonder aangenaam lentegevoel.
Ook de drie platen die volgden vond ik bovengemiddeld goed, ook al maakten de gitaren steeds meer plaats voor elektronica en werden de genadeloos aanstekelijke gitaarliedjes van de eerste twee platen voorzien van steeds meer experiment.
Na een stilte van precies drie jaar is Moss nu terug met Strike. Het is een plaat die door de critici is ontvangen met louter superlatieven. De Volkskrant noemde het op de dag van de release een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek (in de tekst gerelativeerd tot een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek van de laatste vijf jaar) en ook in de meeste andere recensies domineren de hele mooie woorden en maakt Strike bovendien gehakt van zijn vier voorgangers.
Omdat deze voorgangers me zo dierbaar zijn en ik de woorden van de Volkskrant wel erg groot vind, begon ik met enige argwaan aan de beluistering van Strike, maar direct bij eerste beluistering had de plaat me te pakken.
Moss grijpt op haar nieuwe plaat weer wat vaker naar de gitaren en strooit ook weer wat driftiger met aanstekelijke popliedjes. Op hetzelfde moment valt Strike ook op door fraaie elektronische accenten en is het een plaat die nergens fantasieloos binnen de lijntjes kleurt.
Strike laat zich hierdoor beluisteren als een plaat waarop Moss het beste van haar vorige vier platen combineert. Strike bevat dertien songs en ze zijn alle dertien goed. Ze zijn ook alle dertien anders.
Strike is een plaat die aangenaam vermaakt met frisse gitaarpop, maar het is ook een plaat die verrast, benevelt en betovert. Strike zet je hierdoor met enige regelmaat op het verkeerde been, maar het is ook een plaat die de zon laat schijnen, net zoals het debuut van de band dat al weer tien jaar geleden deed, of die het hart doet smelten met wonderschone klanken en een glasheldere productie.
In de meest aanstekelijke momenten steekt Moss Coldplay naar de kroon met songs die 100 keer beter zijn dan die van de Britse huilebalken, maar Strike kan ook buitengewoon avontuurlijk of heerlijk stekelig klinken. In iedere song prikkelt Moss de fantasie met weer andere ingrediënten, maar op hetzelfde moment krijg je de songs op de plaat na één keer horen al niet meer uit je hoofd.
Of Strike een hoogtepunt is in de Nederlandse rockmuziek durf ik niet direct te zeggen. Of de plaat veel beter is dan de ook al zo goede voorgangers ook niet, maar dat Moss met Strike een hele knappe plaat heeft gemaakt is absoluut zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Moss - Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Nederlandse band Moss debuteerde precies tien jaar geleden met The Long Way Back.
Het was een plaat die naadloos aansloot bij een aantal andere platen op het Nederlandse Excelsior label en het was een plaat die, net als die andere Excelsior klassiekers, goed was voor een bijzonder aangenaam lentegevoel.
Ook de drie platen die volgden vond ik bovengemiddeld goed, ook al maakten de gitaren steeds meer plaats voor elektronica en werden de genadeloos aanstekelijke gitaarliedjes van de eerste twee platen voorzien van steeds meer experiment.
Na een stilte van precies drie jaar is Moss nu terug met Strike. Het is een plaat die door de critici is ontvangen met louter superlatieven. De Volkskrant noemde het op de dag van de release een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek (in de tekst gerelativeerd tot een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek van de laatste vijf jaar) en ook in de meeste andere recensies domineren de hele mooie woorden en maakt Strike bovendien gehakt van zijn vier voorgangers.
Omdat deze voorgangers me zo dierbaar zijn en ik de woorden van de Volkskrant wel erg groot vind, begon ik met enige argwaan aan de beluistering van Strike, maar direct bij eerste beluistering had de plaat me te pakken.
Moss grijpt op haar nieuwe plaat weer wat vaker naar de gitaren en strooit ook weer wat driftiger met aanstekelijke popliedjes. Op hetzelfde moment valt Strike ook op door fraaie elektronische accenten en is het een plaat die nergens fantasieloos binnen de lijntjes kleurt.
Strike laat zich hierdoor beluisteren als een plaat waarop Moss het beste van haar vorige vier platen combineert. Strike bevat dertien songs en ze zijn alle dertien goed. Ze zijn ook alle dertien anders.
Strike is een plaat die aangenaam vermaakt met frisse gitaarpop, maar het is ook een plaat die verrast, benevelt en betovert. Strike zet je hierdoor met enige regelmaat op het verkeerde been, maar het is ook een plaat die de zon laat schijnen, net zoals het debuut van de band dat al weer tien jaar geleden deed, of die het hart doet smelten met wonderschone klanken en een glasheldere productie.
In de meest aanstekelijke momenten steekt Moss Coldplay naar de kroon met songs die 100 keer beter zijn dan die van de Britse huilebalken, maar Strike kan ook buitengewoon avontuurlijk of heerlijk stekelig klinken. In iedere song prikkelt Moss de fantasie met weer andere ingrediënten, maar op hetzelfde moment krijg je de songs op de plaat na één keer horen al niet meer uit je hoofd.
Of Strike een hoogtepunt is in de Nederlandse rockmuziek durf ik niet direct te zeggen. Of de plaat veel beter is dan de ook al zo goede voorgangers ook niet, maar dat Moss met Strike een hele knappe plaat heeft gemaakt is absoluut zeker. Erwin Zijleman
Moss - We Both Know the Rest Is Noise (2014)

1
geplaatst: 27 maart 2014, 14:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - We Both Know The Rest Is Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komt de laatste tijd zo idioot veel moois uit dat het missen van een plaat die hoog boven het maaiveld uit steekt zeer realistisch is. Het was me bijna overkomen, want de laatste plaat van Moss leek lange tijd veroordeeld tot een plekje op de stapel met ooit nog eens te beluisteren platen (waarbij de kans op beluistering in de praktijk uiterst klein is). Het was nota bene Spotify die me er op moest wijzen dat de nieuwe plaat van Moss wel eens iets voor mij zou kunnen zijn. Dat had ik zelf ook kunnen bedenken, want de vorige drie platen van de Nederlandse band heb ik stuk voor stuk de hemel in geprezen. Nadat ik me door Spotify had laten verleiden tot het beluisteren van We Both Know The Rest Was Noise, wist ik al heel snel dat ik ook voor het beschrijven van de vierde plaat van Moss superlatieven te kort zou gaan komen. Moss betoverde op haar debuut The Long Way Back uit 2007 met perfecte Beatlesque popliedjes, maar koos op opvolgers Never Be Scared/Don’t Be A Hero (2009) en met name Ornaments (2012) voor een veel lastiger te doorgronden en ook veel donkerder geluid waarin de gitaren uiteindelijk wat naar de achtergrond werden gedrongen. Op We Both Know The Rest Was Noise is Moss naar verluid teruggekeerd naar een toegankelijker en meer gitaar georiënteerd geluid, maar wat mij betreft is dit maar ten dele het geval. We Both Know The Rest Was Noise klink inderdaad net wat zonniger en toegankelijker dan Ornaments en geven de gitaren inderdaad wat meer ruimte, maar de vierde plaat van Moss is zeker geen makkelijke plaat en ook geen plaat die het moet doen zonder donkere en dreigende synths. Op We Both Know The Rest Was Noise klinkt Moss daarom weer anders dan we van de band gewend zijn. Het enige dat is gebleven, zijn de inmiddels herkenbare zang van voorman Marien Dorleijn en de bijzonder hoge kwaliteit van de songs van Moss. We Both Know The Rest Was Noise schiet vervolgens alle kanten op. Na een nog redelijk toegankelijk maar ook stekelig gitaarpopliedje kiest Moss voor een rauwe uptempo song, waarin gitaren de strijd aan gaan met synths en de naam Radiohead meerdere keren op zal duiken als referentiemateriaal. Ook de tracks die volgen variëren van uptempo tot ingetogen en maken net zo makkelijk gebruik van donkere, dreigende en overstuurde elektronica als van gitaren die de lente in huis halen. Sinds Never Be Scared/Don’t Be A Hero weten we al dat Moss het de luisteraar niet altijd even makkelijk maakt en ook op We Both Know The Rest Was Noise wordt deze luisteraar met enige regelmaat op de proef gesteld. De associatie met Radiohead duikt hierbij meerdere keren op, al heb ik Radiohead al lange tijd niet meer zo goed en gedreven gehoord en slaagt Moss er bovendien in om de donkere wolken te combineren met net voldoende zonnestralen, wat van beluistering van We Both Know The Rest Was Noise een allesbehalve deprimerende ervaring maakt. We Both Know The Rest Was Noise is een plaat vol dynamiek. De wat meer uptempo songs maken een gejaagde en vaak wat stekelige indruk, terwijl de meer ingetogen songs loom en ontspannen zijn. Moss slingert je daarom steeds heen en weer tussen uitersten, wat van beluistering van de vierde plaat van de band een bijzonder enerverende gebeurtenis maakt. Er zijn meer bands die hier in slagen (ik zal het al eerder genoemde Radiohead nog maar een keer noemen), maar in tegenstelling tot de meeste andere bands verliest Moss het popliedje nooit uit het oog. Het maakt We Both Know The Rest Was Noise tot een onwaarschijnlijk knappe plaat, die niet onder doet voor zijn al even briljante voorgangers. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Moss - We Both Know The Rest Is Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komt de laatste tijd zo idioot veel moois uit dat het missen van een plaat die hoog boven het maaiveld uit steekt zeer realistisch is. Het was me bijna overkomen, want de laatste plaat van Moss leek lange tijd veroordeeld tot een plekje op de stapel met ooit nog eens te beluisteren platen (waarbij de kans op beluistering in de praktijk uiterst klein is). Het was nota bene Spotify die me er op moest wijzen dat de nieuwe plaat van Moss wel eens iets voor mij zou kunnen zijn. Dat had ik zelf ook kunnen bedenken, want de vorige drie platen van de Nederlandse band heb ik stuk voor stuk de hemel in geprezen. Nadat ik me door Spotify had laten verleiden tot het beluisteren van We Both Know The Rest Was Noise, wist ik al heel snel dat ik ook voor het beschrijven van de vierde plaat van Moss superlatieven te kort zou gaan komen. Moss betoverde op haar debuut The Long Way Back uit 2007 met perfecte Beatlesque popliedjes, maar koos op opvolgers Never Be Scared/Don’t Be A Hero (2009) en met name Ornaments (2012) voor een veel lastiger te doorgronden en ook veel donkerder geluid waarin de gitaren uiteindelijk wat naar de achtergrond werden gedrongen. Op We Both Know The Rest Was Noise is Moss naar verluid teruggekeerd naar een toegankelijker en meer gitaar georiënteerd geluid, maar wat mij betreft is dit maar ten dele het geval. We Both Know The Rest Was Noise klink inderdaad net wat zonniger en toegankelijker dan Ornaments en geven de gitaren inderdaad wat meer ruimte, maar de vierde plaat van Moss is zeker geen makkelijke plaat en ook geen plaat die het moet doen zonder donkere en dreigende synths. Op We Both Know The Rest Was Noise klinkt Moss daarom weer anders dan we van de band gewend zijn. Het enige dat is gebleven, zijn de inmiddels herkenbare zang van voorman Marien Dorleijn en de bijzonder hoge kwaliteit van de songs van Moss. We Both Know The Rest Was Noise schiet vervolgens alle kanten op. Na een nog redelijk toegankelijk maar ook stekelig gitaarpopliedje kiest Moss voor een rauwe uptempo song, waarin gitaren de strijd aan gaan met synths en de naam Radiohead meerdere keren op zal duiken als referentiemateriaal. Ook de tracks die volgen variëren van uptempo tot ingetogen en maken net zo makkelijk gebruik van donkere, dreigende en overstuurde elektronica als van gitaren die de lente in huis halen. Sinds Never Be Scared/Don’t Be A Hero weten we al dat Moss het de luisteraar niet altijd even makkelijk maakt en ook op We Both Know The Rest Was Noise wordt deze luisteraar met enige regelmaat op de proef gesteld. De associatie met Radiohead duikt hierbij meerdere keren op, al heb ik Radiohead al lange tijd niet meer zo goed en gedreven gehoord en slaagt Moss er bovendien in om de donkere wolken te combineren met net voldoende zonnestralen, wat van beluistering van We Both Know The Rest Was Noise een allesbehalve deprimerende ervaring maakt. We Both Know The Rest Was Noise is een plaat vol dynamiek. De wat meer uptempo songs maken een gejaagde en vaak wat stekelige indruk, terwijl de meer ingetogen songs loom en ontspannen zijn. Moss slingert je daarom steeds heen en weer tussen uitersten, wat van beluistering van de vierde plaat van de band een bijzonder enerverende gebeurtenis maakt. Er zijn meer bands die hier in slagen (ik zal het al eerder genoemde Radiohead nog maar een keer noemen), maar in tegenstelling tot de meeste andere bands verliest Moss het popliedje nooit uit het oog. Het maakt We Both Know The Rest Was Noise tot een onwaarschijnlijk knappe plaat, die niet onder doet voor zijn al even briljante voorgangers. Erwin Zijleman
Motorists - Surrounded (2021)

4,0
0
geplaatst: 10 september 2021, 15:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorists - Surrounded - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorists - Surrounded
De Canadese band Motorists gaat op haar debuutalbum aan de haal met nogal verschillende invloeden, maar slaagt er in om er een mooi en aanstekelijk, maar ook interessant geheel van te maken
Wat krijg je als je invloeden uit de jangle pop, power pop en postpunk met elkaar vermengt en vervolgens op smaak brengt met een beetje Krautrock, een snufje new wave en een lepeltje willekeurige invloeden uit een aantal decennia rockmuziek? Het antwoord is sinds deze week bekend: dan krijg je Surrounded van Motorists. Het debuutalbum van de band uit het Canadese Toronto klinkt anders dan je gewend bent maar toch bekend, is avontuurlijk maar ook aanstekelijk en slaagt er ondanks de nieuwe combinatie van invloeden glansrijk in om je direct vanaf de eerste noten te verleiden. Motorists krijgt nog niet veel aandacht, maar dit is een band om in de gaten te houden.
De Amerikaanse muziekwebsite Paste Magazine tipt iedere vrijdag welke nieuw verschenen albums de moeite waard zijn om te beluisteren. Ik gebruik het lijstje meestal ter bevestiging van de keuzes die ik op dat moment zelf al heb gemaakt, maar het lijstje van Paste Magazine levert ook met enige regelmaat een interessante tip op.
Afgelopen vrijdag tipte de Amerikaanse website het debuutalbum van de Canadese band Motorists en omschreef het dit debuutalbum als “a wildly enjoyable debut” en bovendien als een album waarop invloeden uit de jangle pop, de power pop en de post punk hand in hand gaan. Vooral dat laatste maakte me nieuwsgierig naar het album, want ik ben bekend met jangle pop, met power pop en met postpunk, maar niet direct van de combinatie van deze drie genres.
De beschrijving van Paste Magazine blijkt echter zeer accuraat, want alle drie de genres zijn hoorbaar op Surrounded en ik hoor hier en daar ook nog een vleugje Krautrock en new wave. Dat klinkt waarschijnlijk niet erg toegankelijk, maar de band slaagt er in om alle genoemde invloeden te verwerken in even toegankelijke als aanstekelijke songs.
Op papier klinkt de combinatie van invloeden waarschijnlijk erg exotisch, maar in de praktijk blijkt het allemaal prachtig bij elkaar te passen. Motorists laat zich op Surrounded beïnvloeden door de diepe bassen, de stekelige gitaarpartijen en de wat onderkoelde zang uit de postpunk, maar de gitaren mogen hiernaast ook net zo aangenaam jengelen als in de jangle pop, terwijl powerpop achtige koortjes wat zonnestralen toevoegen aan de donkere wolken van de postpunk.
Hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar duiken wat experimentelere passages met een vleugje Krautrock op, of neemt Motorists je mee naar de pioniersjaren van de new wave. De muziek van de Canadese band zit vol ingrediënten die bekend in de oren klinken, wat een hele waslijst aan relevant vergelijkingsmateriaal op zou kunnen leveren, maar het is ook vergelijkingsmateriaal dat binnen een paar noten kan vervliegen.
Ik laat alle namen dit keer daarom maar achterwege en focus me op de muziek. Die klinkt bijzonder lekker, maar Surrounded steekt ook knap in elkaar en slaagt er bovendien in om met bekende ingrediënten een geheel nieuw recept te creëren. Het debuut van Motorists is geen postpunk, geen powerpop, geen jangle pop, geen Krautrock en geen new wave, maar een bijzondere mix van al dit moois.
Het grappige is dat de muziek van de Canadese band ondanks de bijzondere mix van invloeden onmiddellijk overtuigt en op een of andere manier bekend in de oren klinkt. Soms zelfs zo bekend dat je je afvraagt of er echt niet eerder een band was die met precies deze invloeden aan de haal ging, maar ik kan het me niet herinneren.
Zeker als de gitaren heerlijk mogen jengelen is Surrounded een prachtige soundtrack voor de zomerdagen die ons momenteel nog gegund zijn, maar wanneer de invloeden uit de postpunk het winnen, weet je dat ook de soundtrack voor de donkere dagen klaar ligt. Zonder de treffende omschrijving van Paste Magazine had ik dit album waarschijnlijk nooit opgepikt, want in Nederland lees ik helemaal niets over dit album, dat mij inmiddels in ieder geval volledig heeft overtuigd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorists - Surrounded - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorists - Surrounded
De Canadese band Motorists gaat op haar debuutalbum aan de haal met nogal verschillende invloeden, maar slaagt er in om er een mooi en aanstekelijk, maar ook interessant geheel van te maken
Wat krijg je als je invloeden uit de jangle pop, power pop en postpunk met elkaar vermengt en vervolgens op smaak brengt met een beetje Krautrock, een snufje new wave en een lepeltje willekeurige invloeden uit een aantal decennia rockmuziek? Het antwoord is sinds deze week bekend: dan krijg je Surrounded van Motorists. Het debuutalbum van de band uit het Canadese Toronto klinkt anders dan je gewend bent maar toch bekend, is avontuurlijk maar ook aanstekelijk en slaagt er ondanks de nieuwe combinatie van invloeden glansrijk in om je direct vanaf de eerste noten te verleiden. Motorists krijgt nog niet veel aandacht, maar dit is een band om in de gaten te houden.
De Amerikaanse muziekwebsite Paste Magazine tipt iedere vrijdag welke nieuw verschenen albums de moeite waard zijn om te beluisteren. Ik gebruik het lijstje meestal ter bevestiging van de keuzes die ik op dat moment zelf al heb gemaakt, maar het lijstje van Paste Magazine levert ook met enige regelmaat een interessante tip op.
Afgelopen vrijdag tipte de Amerikaanse website het debuutalbum van de Canadese band Motorists en omschreef het dit debuutalbum als “a wildly enjoyable debut” en bovendien als een album waarop invloeden uit de jangle pop, de power pop en de post punk hand in hand gaan. Vooral dat laatste maakte me nieuwsgierig naar het album, want ik ben bekend met jangle pop, met power pop en met postpunk, maar niet direct van de combinatie van deze drie genres.
De beschrijving van Paste Magazine blijkt echter zeer accuraat, want alle drie de genres zijn hoorbaar op Surrounded en ik hoor hier en daar ook nog een vleugje Krautrock en new wave. Dat klinkt waarschijnlijk niet erg toegankelijk, maar de band slaagt er in om alle genoemde invloeden te verwerken in even toegankelijke als aanstekelijke songs.
Op papier klinkt de combinatie van invloeden waarschijnlijk erg exotisch, maar in de praktijk blijkt het allemaal prachtig bij elkaar te passen. Motorists laat zich op Surrounded beïnvloeden door de diepe bassen, de stekelige gitaarpartijen en de wat onderkoelde zang uit de postpunk, maar de gitaren mogen hiernaast ook net zo aangenaam jengelen als in de jangle pop, terwijl powerpop achtige koortjes wat zonnestralen toevoegen aan de donkere wolken van de postpunk.
Hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar duiken wat experimentelere passages met een vleugje Krautrock op, of neemt Motorists je mee naar de pioniersjaren van de new wave. De muziek van de Canadese band zit vol ingrediënten die bekend in de oren klinken, wat een hele waslijst aan relevant vergelijkingsmateriaal op zou kunnen leveren, maar het is ook vergelijkingsmateriaal dat binnen een paar noten kan vervliegen.
Ik laat alle namen dit keer daarom maar achterwege en focus me op de muziek. Die klinkt bijzonder lekker, maar Surrounded steekt ook knap in elkaar en slaagt er bovendien in om met bekende ingrediënten een geheel nieuw recept te creëren. Het debuut van Motorists is geen postpunk, geen powerpop, geen jangle pop, geen Krautrock en geen new wave, maar een bijzondere mix van al dit moois.
Het grappige is dat de muziek van de Canadese band ondanks de bijzondere mix van invloeden onmiddellijk overtuigt en op een of andere manier bekend in de oren klinkt. Soms zelfs zo bekend dat je je afvraagt of er echt niet eerder een band was die met precies deze invloeden aan de haal ging, maar ik kan het me niet herinneren.
Zeker als de gitaren heerlijk mogen jengelen is Surrounded een prachtige soundtrack voor de zomerdagen die ons momenteel nog gegund zijn, maar wanneer de invloeden uit de postpunk het winnen, weet je dat ook de soundtrack voor de donkere dagen klaar ligt. Zonder de treffende omschrijving van Paste Magazine had ik dit album waarschijnlijk nooit opgepikt, want in Nederland lees ik helemaal niets over dit album, dat mij inmiddels in ieder geval volledig heeft overtuigd. Erwin Zijleman
Motorpsycho - Ancient Astronauts (2022)

3,5
0
geplaatst: 26 augustus 2022, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Ancient Astronauts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - Ancient Astronauts
Motorpsycho beperkt zich op Ancient Astronauts tot ruim veertig minuten muziek, maar citeert weer driftig uit met name de jazzrock, psychedelica en symfonische rock, wat wederom een fascinerende luistertrip oplevert
Heel even overheerste de teleurstelling toen bleek dat Motorpsycho dit keer geen anderhalf uur muziek voor ons in petto heeft, maar ook op het relatief korte Ancient Astronauts gebeurt er meer dan genoeg. De leden van de Noorse band spelen ook dit keer de pannen van het dak, waarbij vooral de drummer en de gitaristen van de band indruk maken en ook dit keer vindt Motorpsycho de inspiratie vooral in de jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en symfonische rock zoals die vooral in de jaren 70 werd gemaakt. Met name wanneer alle registers open gaan is het smullen, maar ook de rustpunten op het album zijn prachtig. Het zoveelste uitstekende album van deze unieke band.
De Noorse band Motorpsycho werd opgericht in 1989 en heeft inmiddels ruim dertig albums op haar naam staan. Het zijn albums die zich niet in een hokje laten duwen en die de afgelopen decennia alle kanten op schoten. De band uit Trondheim verkeert de afgelopen jaren in een blakende vorm, wat heeft geresulteerd in een aantal fantastische albums, die flink anders klinken dan de albums die er aan vooraf gingen.
Het deze week verschenen Ancient Astronauts is de opvolger van het vorig jaar uitgebrachte Kingdom Of Oblivion, dat maar liefst zeventig minuten muziek bevatte en overweldigde met een mix van jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en vooral symfonische rock. Het is een mix van invloeden die ook was te horen op The All Is One uit 2020, dat je maar liefst anderhalf uur aan de speakers gekluisterd hield en op The Tower uit 2017, dat net zo lang duurde.
Ancient Astronauts is met slechts vier tracks en ruim veertig minuten muziek aan de korte kant en lijkt qua speelduur op The Crucible uit 2019, dat drie songs in veertig minuten propte. Ik moet zeggen dat ik bij eerste beluistering van Ancient Astronauts, niet zo onder de indruk was als bij de vorige albums van de Noorse band. Na zoveel muziek in een paar jaar tijd ligt verzadiging wat op de loer en door de wat kortere speelduur en het beperkte aantal tracks op het nieuwe album van Motorpsycho, krijgt de band niet de tijd om even in te zakken. Mijn mening over Ancient Astronauts is inmiddels wel flink bijgesteld, want na een paar keer horen was ook het nieuwe album van de band uit Trondheim weer bijna volledig geland.
Ancient Astronauts opent met een typische Motorpsycho track met alle hierboven genoemde invloeden en zeker in muzikaal opzicht een vleugje of eigenlijk veel meer dan een vleugje Yes en King Crimson. Het is een track met veel bombast en nog meer muzikaal vuurwerk, maar Motorpsycho houdt de aandacht moeiteloos vast. De openingstrack heeft ook een aangenaam soort ruwe energie, wat mogelijk het resultaat is van het vrijwel live inspelen van het album.
Met het korte intermezzo dat volgt kan ik niet zoveel, maar ach het zijn maar twee minuten. Ancient Astronauts vervolgt met een lange track, die zeer ingetogen opent, maar uiteindelijk toch weer explodeert met tempowisselingen en veel muzikaal vuurwerk, waarbij de gitaren en de drums er uit springen en hier en daar een fraai wolkje mellotron opduikt. De slottrack duurt met ruim twintig minuten nog wat langer en bevat relatief veel rustpunten, maar ook een explosie die nogmaals herinnert aan Yes in haar beste en meest eclectische dagen.
Het levert een album op van een soort dat in de hoogtijdagen van de symfonische rock gemeengoed was, maar dat inmiddels nauwelijks meer wordt gemaakt. Motorpsycho doet het nog wel en de Noorse band doet het nog steeds goed, ook al is Ancient Astronauts misschien niet zo verpletterend als zijn voorgangers. Het verpletterende karakter van de muziek van Motorpsycho neemt overigens wel toe wanneer je Ancient Astronauts met flink volume of beter nog met de koptelefoon beluistert, zodat geen van de fraaie details je ontgaat. Blijft toch een fascinerende band deze band uit Trondheim en dat al ruim dertig jaar lang. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Ancient Astronauts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - Ancient Astronauts
Motorpsycho beperkt zich op Ancient Astronauts tot ruim veertig minuten muziek, maar citeert weer driftig uit met name de jazzrock, psychedelica en symfonische rock, wat wederom een fascinerende luistertrip oplevert
Heel even overheerste de teleurstelling toen bleek dat Motorpsycho dit keer geen anderhalf uur muziek voor ons in petto heeft, maar ook op het relatief korte Ancient Astronauts gebeurt er meer dan genoeg. De leden van de Noorse band spelen ook dit keer de pannen van het dak, waarbij vooral de drummer en de gitaristen van de band indruk maken en ook dit keer vindt Motorpsycho de inspiratie vooral in de jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en symfonische rock zoals die vooral in de jaren 70 werd gemaakt. Met name wanneer alle registers open gaan is het smullen, maar ook de rustpunten op het album zijn prachtig. Het zoveelste uitstekende album van deze unieke band.
De Noorse band Motorpsycho werd opgericht in 1989 en heeft inmiddels ruim dertig albums op haar naam staan. Het zijn albums die zich niet in een hokje laten duwen en die de afgelopen decennia alle kanten op schoten. De band uit Trondheim verkeert de afgelopen jaren in een blakende vorm, wat heeft geresulteerd in een aantal fantastische albums, die flink anders klinken dan de albums die er aan vooraf gingen.
Het deze week verschenen Ancient Astronauts is de opvolger van het vorig jaar uitgebrachte Kingdom Of Oblivion, dat maar liefst zeventig minuten muziek bevatte en overweldigde met een mix van jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en vooral symfonische rock. Het is een mix van invloeden die ook was te horen op The All Is One uit 2020, dat je maar liefst anderhalf uur aan de speakers gekluisterd hield en op The Tower uit 2017, dat net zo lang duurde.
Ancient Astronauts is met slechts vier tracks en ruim veertig minuten muziek aan de korte kant en lijkt qua speelduur op The Crucible uit 2019, dat drie songs in veertig minuten propte. Ik moet zeggen dat ik bij eerste beluistering van Ancient Astronauts, niet zo onder de indruk was als bij de vorige albums van de Noorse band. Na zoveel muziek in een paar jaar tijd ligt verzadiging wat op de loer en door de wat kortere speelduur en het beperkte aantal tracks op het nieuwe album van Motorpsycho, krijgt de band niet de tijd om even in te zakken. Mijn mening over Ancient Astronauts is inmiddels wel flink bijgesteld, want na een paar keer horen was ook het nieuwe album van de band uit Trondheim weer bijna volledig geland.
Ancient Astronauts opent met een typische Motorpsycho track met alle hierboven genoemde invloeden en zeker in muzikaal opzicht een vleugje of eigenlijk veel meer dan een vleugje Yes en King Crimson. Het is een track met veel bombast en nog meer muzikaal vuurwerk, maar Motorpsycho houdt de aandacht moeiteloos vast. De openingstrack heeft ook een aangenaam soort ruwe energie, wat mogelijk het resultaat is van het vrijwel live inspelen van het album.
Met het korte intermezzo dat volgt kan ik niet zoveel, maar ach het zijn maar twee minuten. Ancient Astronauts vervolgt met een lange track, die zeer ingetogen opent, maar uiteindelijk toch weer explodeert met tempowisselingen en veel muzikaal vuurwerk, waarbij de gitaren en de drums er uit springen en hier en daar een fraai wolkje mellotron opduikt. De slottrack duurt met ruim twintig minuten nog wat langer en bevat relatief veel rustpunten, maar ook een explosie die nogmaals herinnert aan Yes in haar beste en meest eclectische dagen.
Het levert een album op van een soort dat in de hoogtijdagen van de symfonische rock gemeengoed was, maar dat inmiddels nauwelijks meer wordt gemaakt. Motorpsycho doet het nog wel en de Noorse band doet het nog steeds goed, ook al is Ancient Astronauts misschien niet zo verpletterend als zijn voorgangers. Het verpletterende karakter van de muziek van Motorpsycho neemt overigens wel toe wanneer je Ancient Astronauts met flink volume of beter nog met de koptelefoon beluistert, zodat geen van de fraaie details je ontgaat. Blijft toch een fascinerende band deze band uit Trondheim en dat al ruim dertig jaar lang. Erwin Zijleman
Motorpsycho - Here Be Monsters (2016)

4,5
0
geplaatst: 9 maart 2016, 09:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Here Be Monsters - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest dat ik iedere release van de Noorse band Motorpsyche koesterde (in de jaren 90 was het zelfs een van mijn favoriete bands), maar de laatste jaren blijven de platen van de band wat langer liggen en dat bleek achteraf bezien niet altijd onterecht.
Ook het vorige maand verschenen Here Be Monsters heeft een tijdje op de stapel gelegen, maar dit blijkt weer zo’n Motorpsycho plaat die je na één keer horen niet meer wilt missen.
Het in een aan Bowie's Blackstar herinnerende hoes gestoken Here Be Monsters was oorspronkelijk een samenwerkingsproject met de toetsenist Ståle Storløkken, maar deze haakte uiteindelijk door een gebrek aan tijd af.
Of het met de oorsprong van het project te maken heeft weet ik niet, maar duidelijk is wel dat Here Be Monsters, zeker aan het begin van de plaat, wat minder stevig rockt dan veel andere platen van de Noren.
Here Be Monsters opent met een piano riedel, maar pakt vervolgens direct uit met een meeslepende en bijna 10 minuten durende track. Het is een track met volop invloeden uit de psychedelica en de prog-rock, die vervolgens zijn overgoten met de melancholie die over je wordt uitgestort wanneer het in de winter een aantal maanden nauwelijks licht wordt.
Het doet wel wat denken aan de muziek die Pink Floyd zo vaak heeft gemaakt, maar dan net wat donkerder en met meer ruimte voor experiment (mede hierdoor doet het ook wel wat aan Yes denken, maar dan zonder het muzikale spierballenwerk).
Na 10 minuten zweven op de mooie volle klanken van Lacuna/Sunrise is duidelijk dat Here Be Monsters een blijvertje is, maar Motorpsycho is dan natuurlijk nog lang niet klaar. Ook de tracks die volgen zijn langer dan gemiddeld en hebben invloeden uit de psychedelica en de prog-rock hoog in het vaandel staan. De ene track is wat steviger en lichtvoetiger, de volgende track gaat aan de haal met een beetje Westcoast pop (CSNY), maar het blijft allemaal prachtig zweverig of zelfs benevelend.
Na een volgend piano intermezzo sluit Here Be Monsters af met het bijna 18 minuten durende Black Dog, dat ingetogen opent, maar wanneer de donkere wolken verschijnen weet je dat het onweer vol Mouwai achtig gitaarwerk gaat losbarsten, waarna aan het eind toch nog even de zon doorbreekt. Het is een mooi slot van een volgende waardevolle toevoeging aan het imposante oeuvre van Motorpsycho. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Here Be Monsters - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest dat ik iedere release van de Noorse band Motorpsyche koesterde (in de jaren 90 was het zelfs een van mijn favoriete bands), maar de laatste jaren blijven de platen van de band wat langer liggen en dat bleek achteraf bezien niet altijd onterecht.
Ook het vorige maand verschenen Here Be Monsters heeft een tijdje op de stapel gelegen, maar dit blijkt weer zo’n Motorpsycho plaat die je na één keer horen niet meer wilt missen.
Het in een aan Bowie's Blackstar herinnerende hoes gestoken Here Be Monsters was oorspronkelijk een samenwerkingsproject met de toetsenist Ståle Storløkken, maar deze haakte uiteindelijk door een gebrek aan tijd af.
Of het met de oorsprong van het project te maken heeft weet ik niet, maar duidelijk is wel dat Here Be Monsters, zeker aan het begin van de plaat, wat minder stevig rockt dan veel andere platen van de Noren.
Here Be Monsters opent met een piano riedel, maar pakt vervolgens direct uit met een meeslepende en bijna 10 minuten durende track. Het is een track met volop invloeden uit de psychedelica en de prog-rock, die vervolgens zijn overgoten met de melancholie die over je wordt uitgestort wanneer het in de winter een aantal maanden nauwelijks licht wordt.
Het doet wel wat denken aan de muziek die Pink Floyd zo vaak heeft gemaakt, maar dan net wat donkerder en met meer ruimte voor experiment (mede hierdoor doet het ook wel wat aan Yes denken, maar dan zonder het muzikale spierballenwerk).
Na 10 minuten zweven op de mooie volle klanken van Lacuna/Sunrise is duidelijk dat Here Be Monsters een blijvertje is, maar Motorpsycho is dan natuurlijk nog lang niet klaar. Ook de tracks die volgen zijn langer dan gemiddeld en hebben invloeden uit de psychedelica en de prog-rock hoog in het vaandel staan. De ene track is wat steviger en lichtvoetiger, de volgende track gaat aan de haal met een beetje Westcoast pop (CSNY), maar het blijft allemaal prachtig zweverig of zelfs benevelend.
Na een volgend piano intermezzo sluit Here Be Monsters af met het bijna 18 minuten durende Black Dog, dat ingetogen opent, maar wanneer de donkere wolken verschijnen weet je dat het onweer vol Mouwai achtig gitaarwerk gaat losbarsten, waarna aan het eind toch nog even de zon doorbreekt. Het is een mooi slot van een volgende waardevolle toevoeging aan het imposante oeuvre van Motorpsycho. Erwin Zijleman
Motorpsycho - Kingdom of Oblivion (2021)

4,0
1
geplaatst: 19 april 2021, 15:57 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Kingdom Of Oblivion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Noorse band Motorpsycho heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen, want een half jaar nadat het een lijvige trilogie voltooide liggen er al weer 70 geweldige minuten muziek op je te wachten
Laat Kingdom Of Oblivion van Motorpsycho uit de speakers komen en je krijgt de geschiedenis van in ieder geval de rockmuziek uit de jaren 70 in een notendop gepresenteerd. Dat deed de band ook al op de prachtige Gullvåg trilogie, maar de inspiratie was nog niet op kennelijk. Ook Kingdom Of Oblivion neemt je mee terug naar de psychedelische rock, hardrock, jazzrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar de Noorse band legt dit keer net wat andere accenten en voegt er ook dit keer veel van zichzelf aan toe. Kingdom Of Oblivion gaat van fluisterzacht naar behoorlijk hard en houdt je met gemak 70 minuten op het puntje van je stoel. Wat een band.
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Kingdom Of Oblivion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Noorse band Motorpsycho heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen, want een half jaar nadat het een lijvige trilogie voltooide liggen er al weer 70 geweldige minuten muziek op je te wachten
Laat Kingdom Of Oblivion van Motorpsycho uit de speakers komen en je krijgt de geschiedenis van in ieder geval de rockmuziek uit de jaren 70 in een notendop gepresenteerd. Dat deed de band ook al op de prachtige Gullvåg trilogie, maar de inspiratie was nog niet op kennelijk. Ook Kingdom Of Oblivion neemt je mee terug naar de psychedelische rock, hardrock, jazzrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar de Noorse band legt dit keer net wat andere accenten en voegt er ook dit keer veel van zichzelf aan toe. Kingdom Of Oblivion gaat van fluisterzacht naar behoorlijk hard en houdt je met gemak 70 minuten op het puntje van je stoel. Wat een band.
Motorpsycho - Motorpsycho (2025)

4,0
4
geplaatst: 28 februari 2025, 11:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Motorpsycho - Motorpsycho - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Motorpsycho - Motorpsycho
De Noorse band Motorpsycho weet van geen ophouden en gooit er nog maar eens een album tegenaan met een bijna anderhalf uur durende luistertrip met een bonte mix aan invloeden en een hang naar de jaren 70
Motorpsycho overtrof zichzelf wat mij betreft met de Gullvåg Trilogy, die drie geweldige albums opleverde. De laatste twee albums van de band uit Trondheim, die al enkele decennia mee gaat, vond ik wat minder, maar op het deze week verschenen titelloze album steekt Motorpsycho weer in een uitstekende vorm. Net als op de albums uit de trilogie verwerkt de Noorse band op haar nieuwe album invloeden uit onder andere de progrock, de hardrock, de psychedelica, de folk en de Krautrock in songs die soms zo weggelopen lijken uit de jaren 70 en die niet hadden misstaan op een aantal vroege albums van Yes. Het is stevige kost, maar wat valt er weer veel te genieten op het nieuwe album van Motorpsycho.
De Noorse band Motorpsycho heeft inmiddels meer dan dertig studioalbums op haar naam staan en het zijn albums die bijna zonder uitzondering van zeer hoge kwaliteit zijn. Het valt dan ook niet mee om de pieken in het oeuvre van de band uit Trondheim aan te wijzen, maar als het echt moet kom ik vooral uit bij de briljante Gullvåg Trilogy, die bestaat uit de albums The Tower (2017), The Crucible (2019) en The All Is One (2020). Het was goed voor drieënhalf uur fascinerende muziek, die mij deels deed denken aan de muziek die de band Yes in haar hoogtijdagen maakte, maar die ook onmiskenbaar klonk als Motorpsycho.
De geweldige trilogie werd gevolgd door twee uitstekende albums, Kingdom Of Oblivion (2021) en Ancient Astronauts (2022), die misschien niet zo indrukwekkend waren als de drie voorgangers, maar nog altijd veel te bieden hadden. Yay! (2023) en Neigh!! (2024) vielen mij vervolgens wat tegen, waardoor ik de albums niet eens besproken heb, maar bij Motorpsycho laat het volgende meesterwerk gelukkig nooit lang op zich wachten. Deze week keert de Noorse band, die in de basis is gereduceerd tot het duo Bent Sæther en Hans Magnus Ryan, terug met een titelloos album dat je bijna anderhalf uur lang aan de speakers gekluisterd houdt.
Het is een album met een behoorlijk aantal redelijk compacte tracks, maar er zijn ook dit keer langere tracks, met het ruim 21 minuten durende Neotzar (The Second Coming) als uitschieter. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan de geniale trilogie van een paar jaar geleden, al vind ik het niveau op het nieuwe album net wat minder consistent. Het nieuwe album van Motorpsycho laat echter ook met grote regelmaat de muziek horen die ik het liefst van de band hoor.
Het is de bonte mix van met name progrock, jazzrock, folk, bluesrock, psychedelica, hardrock en Krautrock en een stevige jaren 70 vibe die ook op een aantal recente albums uit het verleden was te horen en het is een mix die vol zit met muzikaal vuurwerk. Door de complexiteit, maar ook zeker door het gitaarwerk en de zang doet ook het nieuwe album van Motorpsycho me weer denken aan de muziek die de Britse band Yes in haar beste dagen maakte, maar de Noorse band verwerkt deels andere invloeden en voegt ook eigen ingrediënten toe aan haar muziek.
Voor de liefhebber van compacte en toegankelijke rocksongs is ook het nieuwe album van Motorpsycho weer zware kost, al bevat het album er wel een paar, maar ik had zelf geen enkele moeite met de bijna anderhalf uur durende luistertrip, waarin de band ook heerlijk kan jammen. Het is een luistertrip waarin geweldig en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk domineert, maar ook de ritmesectie speelt fantastisch, terwijl de keyboards en met name de Mellotron de muziek van Motorpsycho voorzien van een extra randje prog.
Op het eerste gehoor schat ik het nieuwe album net wat minder hoog in dan The Tower, The Crucible en The All Is One, waarop de band uit Trondheim net wat meer experimenteerde dan op het nieuwe album en natuurlijk ook een idioot hoog niveau bereikte, maar vergeleken met de laatste twee albums vind ik het titelloze nieuwe album van de band weer een enorme stap vooruit.
Motorpsycho werd geformeerd in 1989, maar is ook ruim 35 jaar later nog een band die muziek maakt die er toe doet. Het is een razend knappe prestatie, die nog wat meer glans krijgt door het zoveelste uitstekende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Motorpsycho - Motorpsycho - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Motorpsycho - Motorpsycho
De Noorse band Motorpsycho weet van geen ophouden en gooit er nog maar eens een album tegenaan met een bijna anderhalf uur durende luistertrip met een bonte mix aan invloeden en een hang naar de jaren 70
Motorpsycho overtrof zichzelf wat mij betreft met de Gullvåg Trilogy, die drie geweldige albums opleverde. De laatste twee albums van de band uit Trondheim, die al enkele decennia mee gaat, vond ik wat minder, maar op het deze week verschenen titelloze album steekt Motorpsycho weer in een uitstekende vorm. Net als op de albums uit de trilogie verwerkt de Noorse band op haar nieuwe album invloeden uit onder andere de progrock, de hardrock, de psychedelica, de folk en de Krautrock in songs die soms zo weggelopen lijken uit de jaren 70 en die niet hadden misstaan op een aantal vroege albums van Yes. Het is stevige kost, maar wat valt er weer veel te genieten op het nieuwe album van Motorpsycho.
De Noorse band Motorpsycho heeft inmiddels meer dan dertig studioalbums op haar naam staan en het zijn albums die bijna zonder uitzondering van zeer hoge kwaliteit zijn. Het valt dan ook niet mee om de pieken in het oeuvre van de band uit Trondheim aan te wijzen, maar als het echt moet kom ik vooral uit bij de briljante Gullvåg Trilogy, die bestaat uit de albums The Tower (2017), The Crucible (2019) en The All Is One (2020). Het was goed voor drieënhalf uur fascinerende muziek, die mij deels deed denken aan de muziek die de band Yes in haar hoogtijdagen maakte, maar die ook onmiskenbaar klonk als Motorpsycho.
De geweldige trilogie werd gevolgd door twee uitstekende albums, Kingdom Of Oblivion (2021) en Ancient Astronauts (2022), die misschien niet zo indrukwekkend waren als de drie voorgangers, maar nog altijd veel te bieden hadden. Yay! (2023) en Neigh!! (2024) vielen mij vervolgens wat tegen, waardoor ik de albums niet eens besproken heb, maar bij Motorpsycho laat het volgende meesterwerk gelukkig nooit lang op zich wachten. Deze week keert de Noorse band, die in de basis is gereduceerd tot het duo Bent Sæther en Hans Magnus Ryan, terug met een titelloos album dat je bijna anderhalf uur lang aan de speakers gekluisterd houdt.
Het is een album met een behoorlijk aantal redelijk compacte tracks, maar er zijn ook dit keer langere tracks, met het ruim 21 minuten durende Neotzar (The Second Coming) als uitschieter. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan de geniale trilogie van een paar jaar geleden, al vind ik het niveau op het nieuwe album net wat minder consistent. Het nieuwe album van Motorpsycho laat echter ook met grote regelmaat de muziek horen die ik het liefst van de band hoor.
Het is de bonte mix van met name progrock, jazzrock, folk, bluesrock, psychedelica, hardrock en Krautrock en een stevige jaren 70 vibe die ook op een aantal recente albums uit het verleden was te horen en het is een mix die vol zit met muzikaal vuurwerk. Door de complexiteit, maar ook zeker door het gitaarwerk en de zang doet ook het nieuwe album van Motorpsycho me weer denken aan de muziek die de Britse band Yes in haar beste dagen maakte, maar de Noorse band verwerkt deels andere invloeden en voegt ook eigen ingrediënten toe aan haar muziek.
Voor de liefhebber van compacte en toegankelijke rocksongs is ook het nieuwe album van Motorpsycho weer zware kost, al bevat het album er wel een paar, maar ik had zelf geen enkele moeite met de bijna anderhalf uur durende luistertrip, waarin de band ook heerlijk kan jammen. Het is een luistertrip waarin geweldig en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk domineert, maar ook de ritmesectie speelt fantastisch, terwijl de keyboards en met name de Mellotron de muziek van Motorpsycho voorzien van een extra randje prog.
Op het eerste gehoor schat ik het nieuwe album net wat minder hoog in dan The Tower, The Crucible en The All Is One, waarop de band uit Trondheim net wat meer experimenteerde dan op het nieuwe album en natuurlijk ook een idioot hoog niveau bereikte, maar vergeleken met de laatste twee albums vind ik het titelloze nieuwe album van de band weer een enorme stap vooruit.
Motorpsycho werd geformeerd in 1989, maar is ook ruim 35 jaar later nog een band die muziek maakt die er toe doet. Het is een razend knappe prestatie, die nog wat meer glans krijgt door het zoveelste uitstekende album. Erwin Zijleman
Motorpsycho - The All Is One (2020)

4,5
5
geplaatst: 2 september 2020, 16:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The All Is One - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - The All Is One
Volop muzikaal vuurwerk weer op het nieuwe Motorpsycho album, waarop de hoogtijdagen van Yes herleven, maar ook ruimte is voor invloeden uit de jazzrock en de psychedelica
The All Is One is het laatste deel van de zogenaamde Gullvåg trilogie en Motorpsycho haalt nog een keer alles uit de kast. Bijna anderhalf uur lang word je bedolven onder muzikaal vuurwerk, waarin in eerste instantie vooral flarden uit de hoogtijdagen van Yes opduiken, maar naast de archieven van de symfonische rock worden ook de archieven van de 70s jazzrock en psychedelische rock geleegd. Het gitaarwerk is keer op keer fantastisch, maar ook de keyboards, bassen en drums klinken geweldig en dat geldt ook voor alle andere instrumenten en invloeden die de Noorse band er bij sleept. Je moet er tegen kunnen, maar als je er tegen kunt is het bijna anderhalf uur lang flink genieten.
De Noorse band Motorpsycho strooit inmiddels al 30 jaar met albums en is met het deze week verschenen The All Is One toe aan studioalbum nummer 22. Het werk van de band uit Trondheim schiet al dertig jaar alle kanten op, maar de laatste twee albums van de band klonken verrassend consistent. Dat is ook niet zo gek, want The Tower uit 2017 en The Crucible uit 2019 vormen, samen met het deze week verschenen The All Is One, de zogenaamde Gullvåg trilogie. Het is een eerbetoon aan de Noorse kunstenaar Håkon Gullvåg, die overigens ook tekende voor de fraaie covert art van de drie albums.
The Tower en The Crucible waren respectievelijk goed voor bijna anderhalf uur en veertig minuten muziek, over het algemeen gegoten in lange en hele lange tracks. Het is muziek die bij mij vooral herinneringen opriep aan de muziek van Yes uit de jaren 70, waarmee ik een jeugdliefde te pakken heb. Het is bij beluistering van The All Is One niet anders. Het gitaarwerk, de bassen, de keyboards, de songstructuren en zelfs een deel van de zang doen mij vrijwel onmiddellijk aan de hoogtijdagen van Yes denken, al sleept Motorpsycho er naarmate het album vordert ook nog flink wat andere invloeden bij en blijft het natuurlijk ook zichzelf.
The All Is One voegt nog eens bijna anderhalf uur muziek toe aan de trilogie die Motorpsycho met dit album heeft voltooid en doet dit met 13 tracks. Het zijn tracks die in lengte variëren van maar net twee minuten tot ruim 15 minuten, maar het album bevat ook een uit 5 tracks bestaande suite.
De openingstrack van het album claimt de eerste negen minuten en laat direct horen wat we kunnen verwachten van The All Is One. Het is een openingstrack vol tempowisselingen en vol muzikaal vuurwerk. Het is een track waar Yes zich halverwege de jaren 70 niet zou hebben geschaamd en dat geldt zoals gezegd voor meer tracks op het nieuwe album van Motorpsycho. De Noorse band put ook dit keer stevig uit de archieven van de symfonische rock uit de vroege jaren 70, maar ook invloeden uit de jazzrock, hardrock en psychedelische rock hebben hun weg gevonden naar de songs op The All Is One, waardoor het een typisch Motorpsycho album is.
Motorpsycho verwerkt hier en daar sprookjesachtige elementen in haar muziek en is ook niet vies van wat zweverigheid, maar vergeleken de symfonische rockbands uit de vroege jaren 70, klinkt de muziek van de band uit Trondheim vaak wel wat aardser en steviger. Het is absoluut smullen voor een ieder die de beste albums van Yes en zeker ook King Crimson heeft verslonden, maar ook een ieder die zijn of haar muziek liever wat psychedelischer had komt ruimschoots aan zijn of haar trekken.
Ook beluistering van The All Is One roept bij mij weer nostalgische gevoelens op en ze zijn misschien nog wel sterker dan bij beluistering van The Tower en The Crucible, want het is af en toe net of ik een nooit eerder uitgebracht meesterwerk van Yes aan het beluisteren ben. Het zit me geen moment in de weg en dat is best bijzonder, want ik luister niet al te vaak meer naar symfonische rock of progrock, De laatste albums van Motorpsycho gaan er echter in als koek en The All Is One durf ik na een paar keer horen al de beste van het stel te noemen en dat zegt wat.
De eerste tracks zijn geweldig, maar in de in totaal 40 minuten durende N.O.X suite gaan alle remmen los en verwerkt de band zoveel invloeden dat het je soms duizelt. Motorpsycho is dan al lang weer Motorpsycho en imponeert, net als op de vorige twee albums in deze geweldige trilogie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The All Is One - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - The All Is One
Volop muzikaal vuurwerk weer op het nieuwe Motorpsycho album, waarop de hoogtijdagen van Yes herleven, maar ook ruimte is voor invloeden uit de jazzrock en de psychedelica
The All Is One is het laatste deel van de zogenaamde Gullvåg trilogie en Motorpsycho haalt nog een keer alles uit de kast. Bijna anderhalf uur lang word je bedolven onder muzikaal vuurwerk, waarin in eerste instantie vooral flarden uit de hoogtijdagen van Yes opduiken, maar naast de archieven van de symfonische rock worden ook de archieven van de 70s jazzrock en psychedelische rock geleegd. Het gitaarwerk is keer op keer fantastisch, maar ook de keyboards, bassen en drums klinken geweldig en dat geldt ook voor alle andere instrumenten en invloeden die de Noorse band er bij sleept. Je moet er tegen kunnen, maar als je er tegen kunt is het bijna anderhalf uur lang flink genieten.
De Noorse band Motorpsycho strooit inmiddels al 30 jaar met albums en is met het deze week verschenen The All Is One toe aan studioalbum nummer 22. Het werk van de band uit Trondheim schiet al dertig jaar alle kanten op, maar de laatste twee albums van de band klonken verrassend consistent. Dat is ook niet zo gek, want The Tower uit 2017 en The Crucible uit 2019 vormen, samen met het deze week verschenen The All Is One, de zogenaamde Gullvåg trilogie. Het is een eerbetoon aan de Noorse kunstenaar Håkon Gullvåg, die overigens ook tekende voor de fraaie covert art van de drie albums.
The Tower en The Crucible waren respectievelijk goed voor bijna anderhalf uur en veertig minuten muziek, over het algemeen gegoten in lange en hele lange tracks. Het is muziek die bij mij vooral herinneringen opriep aan de muziek van Yes uit de jaren 70, waarmee ik een jeugdliefde te pakken heb. Het is bij beluistering van The All Is One niet anders. Het gitaarwerk, de bassen, de keyboards, de songstructuren en zelfs een deel van de zang doen mij vrijwel onmiddellijk aan de hoogtijdagen van Yes denken, al sleept Motorpsycho er naarmate het album vordert ook nog flink wat andere invloeden bij en blijft het natuurlijk ook zichzelf.
The All Is One voegt nog eens bijna anderhalf uur muziek toe aan de trilogie die Motorpsycho met dit album heeft voltooid en doet dit met 13 tracks. Het zijn tracks die in lengte variëren van maar net twee minuten tot ruim 15 minuten, maar het album bevat ook een uit 5 tracks bestaande suite.
De openingstrack van het album claimt de eerste negen minuten en laat direct horen wat we kunnen verwachten van The All Is One. Het is een openingstrack vol tempowisselingen en vol muzikaal vuurwerk. Het is een track waar Yes zich halverwege de jaren 70 niet zou hebben geschaamd en dat geldt zoals gezegd voor meer tracks op het nieuwe album van Motorpsycho. De Noorse band put ook dit keer stevig uit de archieven van de symfonische rock uit de vroege jaren 70, maar ook invloeden uit de jazzrock, hardrock en psychedelische rock hebben hun weg gevonden naar de songs op The All Is One, waardoor het een typisch Motorpsycho album is.
Motorpsycho verwerkt hier en daar sprookjesachtige elementen in haar muziek en is ook niet vies van wat zweverigheid, maar vergeleken de symfonische rockbands uit de vroege jaren 70, klinkt de muziek van de band uit Trondheim vaak wel wat aardser en steviger. Het is absoluut smullen voor een ieder die de beste albums van Yes en zeker ook King Crimson heeft verslonden, maar ook een ieder die zijn of haar muziek liever wat psychedelischer had komt ruimschoots aan zijn of haar trekken.
Ook beluistering van The All Is One roept bij mij weer nostalgische gevoelens op en ze zijn misschien nog wel sterker dan bij beluistering van The Tower en The Crucible, want het is af en toe net of ik een nooit eerder uitgebracht meesterwerk van Yes aan het beluisteren ben. Het zit me geen moment in de weg en dat is best bijzonder, want ik luister niet al te vaak meer naar symfonische rock of progrock, De laatste albums van Motorpsycho gaan er echter in als koek en The All Is One durf ik na een paar keer horen al de beste van het stel te noemen en dat zegt wat.
De eerste tracks zijn geweldig, maar in de in totaal 40 minuten durende N.O.X suite gaan alle remmen los en verwerkt de band zoveel invloeden dat het je soms duizelt. Motorpsycho is dan al lang weer Motorpsycho en imponeert, net als op de vorige twee albums in deze geweldige trilogie. Erwin Zijleman
Motorpsycho - The Crucible (2019)

4,5
0
geplaatst: 17 februari 2019, 10:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Crucible - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - The Crucible
Motorpsycho neemt je mee op een fascinerende tijdreis langs een aantal decennia rockmuziek, met een voorkeur voor 70s symfonische rock
Ik heb twee jaar geleden enorm genoten van The Tower van Motorpsycho en niet alleen omdat de plaat me deed denken aan het beste van mijn jeugdliefde Yes. Ook The Crucible herinnert met grote regelmaat aan de platen die Yes in de jaren 70 maakte, maar wat sleept de Noorse band er weer veel bij. Het is zoveel dat het je soms duizelt, maar The Crucible staat ook vol met wonderschone en opvallend melodieuze passages, die weer worden afgewisseld met een bijzonder indrukwekkend muzikaal machtsvertoon. Zonder een zwak voor progrock is The Crucible waarschijnlijk een zwaar op de maag liggende plaat, maar met dit zwak is het genieten, 40 minuten lang.
De Noorse band Motorpsycho bouwt al sinds 1990 aan een bijzonder oeuvre. De band uit Trondheim schiet hierbij alle kanten op en heeft een productiviteit om bang van te worden.
De afgelopen twee jaar verschenen twee live-albums, maar het deze week verschenen The Crucible is wat mij betreft de logische opvolger van het in 2017 verschenen The Tower.
Op The Tower nam de Noorse band ons mee op een tijdreis door een aantal decennia rockmuziek. Het was een tijdreis die relatief veel tijd doorbracht in de jaren 70 en een voorliefde voor 70s hardrock en symfonische rock etaleerde. Motorpsycho leunde echter zeker niet volledig op al het moois uit het verleden, maar verrijkte de klanken uit de inmiddels wat stoffige archieven van de hardrock en de symfonische rock uit de jaren 70 met flink wat stonerrock en een vleugje metal.
The Tower bevatte maar liefst anderhalf uur muziek en stond vol met songs die ruim de rijd namen voor het verkennen van de uithoeken van de archieven van de rockmuziek. Op The Crucible moeten we het doen met 40 minuten muziek en in die 40 minuten komen er slechts drie tracks uit de speakers, variërend in tijd van ruim 8 tot bijna 21 minuten.
Bij beluistering van The Tower had ik meer dan eens associaties met het werk van Yes en dat is een band die ik, ondanks mijn afgenomen liefde voor symfonische rock of progrock, nog altijd hoog heb zitten. Invloeden uit het werk van Yes zijn ook op The Crucible dominant aanwezig, net als invloeden van tijdgenoten King Crimson.
Dat hoor je vooral wanneer Motorpsycho groots en meeslepend of zelfs wat bombastische klinkt en kiest voor sprookjesachtige klanken. Je hoort het ook wanneer de muziek van de Noorse band omslaat in muzikaal spierballenvertoon en de muzikale hoogstandjes elkaar in snel tempo afwisselen. Het wordt allemaal bijzonder vakkundig aan elkaar geslagen door de drummer van de band, die een prestatie van formaat levert.
Ook dit keer blijft Motorpsycho niet eindeloos steken in de betere en interessantere symfonische rock uit de jaren 70. Invloeden uit de stonerrock en metal stuwen de band uit Trondheim de kan op van stadgenoten Soup, maar The Crucible gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de psychedelica en de jazzrock. Het wordt fraai gecombineerd met zang, die ook al doet denken aan Yes en King Crimson, maar mij ook af en toe doet (en dan heel even) denken aan Simon & Garfunkel.
Het levert een bijzondere plaat op, maar het is absoluut een plaat voor bijzondere gelegenheden. Motorpsycho maakt geen muziek voor op de achtergrond en maakt evenmin muziek voor een etentje, een feestje of een goed gesprek. The Crucible is een plaat die je het beste alleen kunt ondergaan en als het even kan met flink volume.
Vervolgens word je 40 minuten lang alle kanten op geslingerd en afwisselend betoverd door sprookjesachtig mooie of volstrekt onnavolgbare passages. The Crucible zit vol flarden uit het verleden, maar net als op The Tower, maakt de Noorse band haar eigen ding van al deze invloeden.
Liefhebbers van tracks met een kop en een staart zijn bij Motorpsycho ook dit keer aan het verkeerde adres, maar muziekliefhebbers met een zwak voor progrock en bij voorkeur ook wat liefde voor hardrock, psychedelica en jazzrock, zullen smullen van de nieuwste muzikale uitspatting van Motorpsycho. The Crucible ligt stevig in het verlengde van The Tower, maar ook dit keer voegt Motorpsycho nieuwe dimensies toe aan haar muziek. Het verrijkt het unieke oeuvre van de Noorse band met een volgende prachtplaat. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Crucible - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Motorpsycho - The Crucible
Motorpsycho neemt je mee op een fascinerende tijdreis langs een aantal decennia rockmuziek, met een voorkeur voor 70s symfonische rock
Ik heb twee jaar geleden enorm genoten van The Tower van Motorpsycho en niet alleen omdat de plaat me deed denken aan het beste van mijn jeugdliefde Yes. Ook The Crucible herinnert met grote regelmaat aan de platen die Yes in de jaren 70 maakte, maar wat sleept de Noorse band er weer veel bij. Het is zoveel dat het je soms duizelt, maar The Crucible staat ook vol met wonderschone en opvallend melodieuze passages, die weer worden afgewisseld met een bijzonder indrukwekkend muzikaal machtsvertoon. Zonder een zwak voor progrock is The Crucible waarschijnlijk een zwaar op de maag liggende plaat, maar met dit zwak is het genieten, 40 minuten lang.
De Noorse band Motorpsycho bouwt al sinds 1990 aan een bijzonder oeuvre. De band uit Trondheim schiet hierbij alle kanten op en heeft een productiviteit om bang van te worden.
De afgelopen twee jaar verschenen twee live-albums, maar het deze week verschenen The Crucible is wat mij betreft de logische opvolger van het in 2017 verschenen The Tower.
Op The Tower nam de Noorse band ons mee op een tijdreis door een aantal decennia rockmuziek. Het was een tijdreis die relatief veel tijd doorbracht in de jaren 70 en een voorliefde voor 70s hardrock en symfonische rock etaleerde. Motorpsycho leunde echter zeker niet volledig op al het moois uit het verleden, maar verrijkte de klanken uit de inmiddels wat stoffige archieven van de hardrock en de symfonische rock uit de jaren 70 met flink wat stonerrock en een vleugje metal.
The Tower bevatte maar liefst anderhalf uur muziek en stond vol met songs die ruim de rijd namen voor het verkennen van de uithoeken van de archieven van de rockmuziek. Op The Crucible moeten we het doen met 40 minuten muziek en in die 40 minuten komen er slechts drie tracks uit de speakers, variërend in tijd van ruim 8 tot bijna 21 minuten.
Bij beluistering van The Tower had ik meer dan eens associaties met het werk van Yes en dat is een band die ik, ondanks mijn afgenomen liefde voor symfonische rock of progrock, nog altijd hoog heb zitten. Invloeden uit het werk van Yes zijn ook op The Crucible dominant aanwezig, net als invloeden van tijdgenoten King Crimson.
Dat hoor je vooral wanneer Motorpsycho groots en meeslepend of zelfs wat bombastische klinkt en kiest voor sprookjesachtige klanken. Je hoort het ook wanneer de muziek van de Noorse band omslaat in muzikaal spierballenvertoon en de muzikale hoogstandjes elkaar in snel tempo afwisselen. Het wordt allemaal bijzonder vakkundig aan elkaar geslagen door de drummer van de band, die een prestatie van formaat levert.
Ook dit keer blijft Motorpsycho niet eindeloos steken in de betere en interessantere symfonische rock uit de jaren 70. Invloeden uit de stonerrock en metal stuwen de band uit Trondheim de kan op van stadgenoten Soup, maar The Crucible gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de psychedelica en de jazzrock. Het wordt fraai gecombineerd met zang, die ook al doet denken aan Yes en King Crimson, maar mij ook af en toe doet (en dan heel even) denken aan Simon & Garfunkel.
Het levert een bijzondere plaat op, maar het is absoluut een plaat voor bijzondere gelegenheden. Motorpsycho maakt geen muziek voor op de achtergrond en maakt evenmin muziek voor een etentje, een feestje of een goed gesprek. The Crucible is een plaat die je het beste alleen kunt ondergaan en als het even kan met flink volume.
Vervolgens word je 40 minuten lang alle kanten op geslingerd en afwisselend betoverd door sprookjesachtig mooie of volstrekt onnavolgbare passages. The Crucible zit vol flarden uit het verleden, maar net als op The Tower, maakt de Noorse band haar eigen ding van al deze invloeden.
Liefhebbers van tracks met een kop en een staart zijn bij Motorpsycho ook dit keer aan het verkeerde adres, maar muziekliefhebbers met een zwak voor progrock en bij voorkeur ook wat liefde voor hardrock, psychedelica en jazzrock, zullen smullen van de nieuwste muzikale uitspatting van Motorpsycho. The Crucible ligt stevig in het verlengde van The Tower, maar ook dit keer voegt Motorpsycho nieuwe dimensies toe aan haar muziek. Het verrijkt het unieke oeuvre van de Noorse band met een volgende prachtplaat. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
Motorpsycho - The Tower (2017)

4,5
2
geplaatst: 12 september 2017, 12:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Tower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Noorse band Motorpsycho is sinds haar oprichting in 1989 enorm productief en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre opgebouwd. The Tower wordt hier en daar de 31e plaat van de band uit Trondheim genoemd en ik ga er maar even van uit dat het klopt.
De band bracht eerder dit jaar nog de soundtrack bij een fictief toneelstuk uit, maar The Tower is wat mij betreft de echte opvolger van het vorig jaar verschenen Here Be Monsters.
Voor The Tower koos Motorpsycho voor de afwisseling eens voor een studio ver van huis, want de plaat werd opgenomen in Los Angeles en Joshua Tree. Heel veel invloed op het geluid van de Noorse band heeft het niet gehad, want Motorpsycho doet nog altijd heel nadrukkelijk haar eigen ding.
The Tower opent met de bijna 9 minuten durende titeltrack, waarin een stevige stonerrock achtige riff wordt gecombineerd met invloeden uit de psychedelica en vooral de progrock. Ik heb bij beluistering van de platen van Motorpsycho wel vaker associaties met de platen van Yes uit de jaren 70, maar zo duidelijk als in de openingstrack van The Tower hoorde ik invloeden van Yes nog niet vaak. Het zijn invloeden die ook in de andere tracks op de plaat een belangrijke rol spelen en persoonlijk vind ik dat een pre.
Motorpsycho doet vervolgens haar eigen ding met de invloeden uit het verleden en combineert de zweverige sfeer en het muzikaal spierballenvertoon waarvoor Yes zich niet zou hebben geschaamd met redelijk rechttoe rechtaan rock ’n roll, waardoor de energie werkelijk uit de speakers knalt.
Motorpsycho heeft zoveel platen gemaakt die ik koester, dat iedere nieuwe plaat moet opboksen tegen heel veel moois, maar The Tower had me dankzij de ijzersterke openingstrack onmiddellijk te pakken. Hierna moet er nog heel veel moois komen, want zoals gewoonlijk neemt de Noorse band de tijd voor haar muziek en krijgen we dit keer bijna anderhalf uur muziek voor de kiezen. Dat is bijna altijd teveel, maar iedereen die de platen van Motorpsycho koestert, weet dat de Noren met hun muziek niet snel vervelen.
De loodzware en zoals gezegd bijna aan de stonerrock ontleende riffs uit de openingstrack keren met grote regelmaat terug op The Tower wat veel dynamiek toevoegt aan de plaat. Motorpsycho heeft een lekker stevige rockplaat afgeleverd en het is een rockplaat die kan vermaken met meedogenloze riffs maar ook kan betoveren met muziek die alle kanten op schiet.
Het is een plaat die je mee terugneemt naar de hardrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar Motorpsycho staat ook met minstens één been in het heden en voorziet haar muziek ook van allerlei accenten uit de rockmuziek uit de afgelopen decennia. Een aantal songs op de plaat is verrassend toegankelijk, maar The Tower kan ook flink ontsporen in psychedelische klanken die zorgen voor fascinerende beelden op het netvlies.
Muziekliefhebbers die niets hebben met moeilijkdoenerij zullen The Tower waarschijnlijk wat teveel van het goede vinden, maar liefhebbers van muziek die net zo makkelijk betovert als overweldigt, horen op The Tower verschrikkelijk veel moois. The Tower is daarmee het zoveelste voorbeeld van het bijzondere of zelfs unieke muzikale universum dat Motorpsycho de afgelopen twee decennia heeft gecreëerd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Tower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Noorse band Motorpsycho is sinds haar oprichting in 1989 enorm productief en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre opgebouwd. The Tower wordt hier en daar de 31e plaat van de band uit Trondheim genoemd en ik ga er maar even van uit dat het klopt.
De band bracht eerder dit jaar nog de soundtrack bij een fictief toneelstuk uit, maar The Tower is wat mij betreft de echte opvolger van het vorig jaar verschenen Here Be Monsters.
Voor The Tower koos Motorpsycho voor de afwisseling eens voor een studio ver van huis, want de plaat werd opgenomen in Los Angeles en Joshua Tree. Heel veel invloed op het geluid van de Noorse band heeft het niet gehad, want Motorpsycho doet nog altijd heel nadrukkelijk haar eigen ding.
The Tower opent met de bijna 9 minuten durende titeltrack, waarin een stevige stonerrock achtige riff wordt gecombineerd met invloeden uit de psychedelica en vooral de progrock. Ik heb bij beluistering van de platen van Motorpsycho wel vaker associaties met de platen van Yes uit de jaren 70, maar zo duidelijk als in de openingstrack van The Tower hoorde ik invloeden van Yes nog niet vaak. Het zijn invloeden die ook in de andere tracks op de plaat een belangrijke rol spelen en persoonlijk vind ik dat een pre.
Motorpsycho doet vervolgens haar eigen ding met de invloeden uit het verleden en combineert de zweverige sfeer en het muzikaal spierballenvertoon waarvoor Yes zich niet zou hebben geschaamd met redelijk rechttoe rechtaan rock ’n roll, waardoor de energie werkelijk uit de speakers knalt.
Motorpsycho heeft zoveel platen gemaakt die ik koester, dat iedere nieuwe plaat moet opboksen tegen heel veel moois, maar The Tower had me dankzij de ijzersterke openingstrack onmiddellijk te pakken. Hierna moet er nog heel veel moois komen, want zoals gewoonlijk neemt de Noorse band de tijd voor haar muziek en krijgen we dit keer bijna anderhalf uur muziek voor de kiezen. Dat is bijna altijd teveel, maar iedereen die de platen van Motorpsycho koestert, weet dat de Noren met hun muziek niet snel vervelen.
De loodzware en zoals gezegd bijna aan de stonerrock ontleende riffs uit de openingstrack keren met grote regelmaat terug op The Tower wat veel dynamiek toevoegt aan de plaat. Motorpsycho heeft een lekker stevige rockplaat afgeleverd en het is een rockplaat die kan vermaken met meedogenloze riffs maar ook kan betoveren met muziek die alle kanten op schiet.
Het is een plaat die je mee terugneemt naar de hardrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar Motorpsycho staat ook met minstens één been in het heden en voorziet haar muziek ook van allerlei accenten uit de rockmuziek uit de afgelopen decennia. Een aantal songs op de plaat is verrassend toegankelijk, maar The Tower kan ook flink ontsporen in psychedelische klanken die zorgen voor fascinerende beelden op het netvlies.
Muziekliefhebbers die niets hebben met moeilijkdoenerij zullen The Tower waarschijnlijk wat teveel van het goede vinden, maar liefhebbers van muziek die net zo makkelijk betovert als overweldigt, horen op The Tower verschrikkelijk veel moois. The Tower is daarmee het zoveelste voorbeeld van het bijzondere of zelfs unieke muzikale universum dat Motorpsycho de afgelopen twee decennia heeft gecreëerd. Erwin Zijleman
