MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Morgan Wade - The Party Is Over (recovered) (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Morgan Wade - The Party Is Over (recovered)
Minder dan een jaar na het uitstekende Obsessed komt de Amerikaanse muzikante Morgan Wade alweer op de proppen met een nieuw album, waarop ze ruwe demo’s uit een ver verleden omtovert tot fraai klinkende rootssongs

Morgan Wade verpletterde me een paar jaar geleden met het fantastische Reckless, waarop de jonge Amerikaanse muzikante indruk maakte met een heerlijk rauwe stem en met een serie uitstekende songs. Morgan Wade is inmiddels uitgegroeid tot een ster, wat het mogelijk maakt om een tussendoortje op te nemen, want zo zal The Party Is Over (recovered) vooral worden bestempeld. Ten onrechte trouwens, want het album klinkt geen moment als een tussendoortje. Morgan Wade heeft op haar nieuwe album een serie demo’s uit haar verleden verwerkt tot geweldige songs. Het zijn songs die vaak lekker stevig klinken en dat zijn songs waarin de geweldige stem van Morgen Wade nog wat beter tot zijn recht komt.

Het opnemen van nieuwe versies van oude songs is wat mij betreft maar zelden een goed idee, maar er zijn uitzonderingen zoals het deze week verschenen The Party Is Over (recovered) van Morgan Wade. De Amerikaanse muzikante vierde eind vorig jaar haar dertigste verjaardag en kon terugkijken op een heftig en wild leven. Het is een leven waarin drank vaak een belangrijke rol speelde, maar Morgan Wade groeide de afgelopen jaren ook uit tot een countryster.

Dat begon in 2018 met het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar ze brak pas echt door met het in 2021 verschenen en alleen onder haar eigen naam verschenen Reckless. Het album liet een lekker ruw geluid horen, maar wist met prima songs en een aansprekend stemgeluid ook een breed countrypubliek aan te spreken. Met Psychopath uit 2023 en het vorig jaar verschenen en wat meer ingetogen Obsessed bevestigde Morgan Wade haar status als een van de sterren van de country(pop) van het moment.

En nu is er dus The Party Is Over (recovered) met nieuwe versies van songs uit het verleden. Het is gelukkig geen album waarop Morgan Wade het werk van haar laatste albums opfrist, want dat is echt maar zelden een goed idee. The Party Is Over (recovered) bevat vooral songs die stammen uit de tijd dat Morgan Wade ver verwijderd was van het sterrendom in Nashville.

Morgan Wade groeide op in Floyd, Virginia, in de Appalachen, waar ze de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel kreeg ingegoten. Dat hoor je in een aantal songs op The Party Is Over (recovered), maar de meeste songs van Morgan Wade laten een moderner country(pop) geluid en vooral een steviger rockgeluid horen. De Amerikaanse muzikante werkte op haar geweldige debuutalbum samen met Sadler Vaden, vooral bekend als gitarist van Jason Isbell's band The 400 Unit. Sindsdien werkt ze vooral met haar bandlid Clint Wells, die ook The Party Is Over (recovered) produceerde.

Het is een album dat door het opnieuw vertolken van oude songs waarschijnlijk vooral gezien zal worden als een tussendoortje, maar zo klinkt The Party Is Over (recovered) wat mij betreft niet. De ruwe demo’s uit een ver verleden zijn omgetoverd tot mooi geproduceerde songs die nogmaals bevestigen dat Morgan Wade bulkt van het talent. Dat hoor je uiteraard in haar lekker ruwe stem, die stiekem profiteert van haar verleden met de fles, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is The Party Is Over (recovered) meer dan een tussendoortje.

Clint Wells heeft het album voorzien van een gloedvol geluid waarin invloeden uit de country, pop en rock centraal staan. Op een Amerikaanse website die vooral traditionelere countrymuziek bespreekt worden een aantal songs op The Party Is Over (recovered) omschreven als punk. Dat is zwaar overdreven, maar Morgan Wade kiest wel flink wat keren voor een lekker stevig rockgeluid. De wat stevigere songs worden gecombineerd met meer ingetogen songs en songs met wat meer invloeden uit de countrypop, maar alles klinkt wat mij betreft even smaakvol en worden opgetild door de krachtige stem van Morgan Wade, die ook in de meer ingetogen songs prachtig klinkt.

Morgan Wade ziet The Party Is Over (recovered) zelf als een ‘coming of age’ album, dat de moeizame weg naar volwassenheid beschrijft. Ik ben nu al heel benieuwd wat voor muziek de Amerikaanse muzikante in haar volwassen leven gaat maken, want The Party Is Over (recovered) is niet alleen bijna drie kwartier heel goed, maar smaakt bovendien naar veel meer. Erwin Zijleman

Morphine - Cure for Pain (1993)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morphine - Cure For Pain (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Morphine - Cure For Pain (1993)
De Amerikaanse band Morphine timmerde in de jaren 90 stevig aan de weg met een uniek eigen geluid, dat onder andere is te horen op Cure For Pain uit 1993, vooralsnog mijn favoriete album van de band rond Mark Sandman

Net toen de band Morphine zich aan de cultstatus begon te ontworstelen sloeg het noodlot toe. Met de dood van haar voorman kwam een einde aan het bestaan de Amerikaanse band, die gedurende de jaren 90 in groeiende kring indruk maakte met een uniek eigen geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de blues, maar dan wel blues zonder gitaren, want Morphine had genoeg aan bas, drums en saxofoon. Het werd gecombineerd met de donkere stem van Mark Sandman, die het al zo bijzondere geluid van zijn band nog wat verder optilde. Cure For Pain uit 1993 wordt gezien als het beste album van de band en vooralsnog kan ik mij daar zeker in vinden.

De Amerikaanse band Morphine werd in 1989 opgericht in Cambridge, Massachusetts, door bassist en zanger Mark Sandman en saxofonist Dana Colley. Met het toevoegen van een drummer was de band compleet. Gedurende de jaren 90 trok Morphine steeds meer aandacht en werd een stevige live-reputatie opgebouwd.

Ondanks zeer positieve recensies heb ik in de jaren 90 nooit naar de muziek van Morphine geluisterd. Dat klinkt nu misschien gek, maar in het tijdperk voor de komst van de streaming media diensten was het niet zo makkelijk om naar nieuwe muziek te luisteren. Ik ben Morphine op een of andere manier nooit tegen gekomen en mijn interesse voor de muziek van de Amerikaanse band werd kennelijk niet genoeg aangewakkerd door de recensies van de handvol albums die de band gedurende de jaren 90 maakte.

Morphine bouwde zoals gezegd een stevige live-reputatie op, maar het podium werd de band ook noodlottig. Mark Sandman kreeg in 1999 tijdens een concert van zijn band in Italië een hartaanval en overleefde het niet, waarmee een einde kwam aan het bestaan van Morphine, dat de cultstatus helaas nooit echt was ontstegen.

Ik kwam de naam van de band onlangs tegen in een lijstje met miskende albums uit de jaren 90 en zo maakte ik alsnog kennis met de muziek van Morphine. Ik denk niet dat ik de albums van de Amerikaanse band in de jaren 90 had kunnen waarderen, want het zat destijds wat ver buiten mijn comfort zone, maar drie decennia later kan ik zeker wat met de muziek van Morphine.

Van de albums die ik inmiddels heb beluisterd, vind ik het in 1993 uitgebrachte Cure For Pain vooralsnog de beste. Het is een album dat begint met ingetogen saxofoonspel, maar Morphine laat al snel haar ware gezicht zien. Cure For Pain is een behoorlijk ruw bluesalbum, maar het is een bluesalbum met een volstrekt eigen geluid. Het is een bluesalbum zonder gitaren, want Morphine had op Cure For Pain in de basis genoeg aan het stuwende drumwerk van Billy Conway en het unieke baswerk van Mark Sandman, die genoeg had aan een bas met slechts twee snaren.

De ruwe basis wordt gecombineerd met de soms ruwe maar altijd intense zang van Mark Sandman, waarna de saxofoons van Dana Colley voor de versiersels mogen zorgen. De muziek van Morphine klinkt door het geweldige saxofoonspel jazzy, maar invloeden uit de blues en de rock ’n roll spelen een minstens even belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band.

De critici waren in 1993 razend enthousiast over Cure For Pain en dat begrijp ik inmiddels volledig, want wat heeft Morphine een unieke sound en wat zijn de songs van de band sterk. Het zijn songs met een intensiteit om bang van te worden, maar het zijn ook songs waarin geweldig wordt gemusiceerd. De geweldige muziek op het album past perfect bij de stem van Mark Sandman die fantastisch zingt.

Ik ken eigenlijk geen andere bands die klinken als Morphine en ben in korte tijd behoorlijk gehecht geraakt aan het geweldige Cure For Pain. Natuurlijk vind ik het jammer dat ik Morphine niet in de jaren 90 heb opgepikt en op het podium heb kunnen zien, maar gelukkig heb ik de muziek ban de band dankzij een wat obscuur lijstje op het Internet wel alsnog ontdekt. Iedereen die Morphine niet kent kan ik alleen maar adviseren om eens te luisteren naar de muziek van de band, bijvoorbeeld naar het uitstekende Cure For Pain uit 1993. Erwin Zijleman

Morrissey - California Son (2019)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - California Son - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Morrissey - California Son
Morrissey vertolkt dit keer alleen werk van anderen en doet dit in de meeste gevallen met de glans die je van de Britse cultheld verwacht

Morrissey stelt de afgelopen jaren vooral teleur en komt na een aantal matige albums met een serie covers op de proppen. Dat klonk op voorhand niet erg hoopvol, maar California Son is voor het overgrote deel een aangenaam album, waarop Morrissey een aantal van zijn muzikale helden eert. De Brit heeft het album laten voorzien van een overvolle productie die hier en daar balanceert op het randje van kunst en kitsch, maar op een of andere manier passen de zoete klanken wel bij de songs die Morrissey heeft uitgekozen en bij zijn uit duizenden herkenbare vocalen. Geen Morrissey klassieker, maar wat mij betreft beter dan zijn laatste paar albums.

Morrissey heeft de afgelopen decennia zoveel krediet opgebouwd dat hij bij mij niet al te veel fout kan doen. Het opbouwen van dit krediet begon al in de jaren 80 met de albums van The Smiths, die stuk voor stuk bovengemiddeld goed waren.

Het solowerk van Morrissey was vanaf het begin minder consistent en constant. Onbetwiste klassiekers als Viva Hate en Vauxhall And I werden afgewisseld met veel mindere album en na 1997 werd het helemaal stil rond de Britse cultheld.

De comeback met You Are The Quarry was in 2004 glorieus, maar sindsdien stelt Morrissey mij vooral teleur en brokkelt het opgebouwde krediet langzaam af, wat nog eens wordt versterkt door onhandige of zelfs dubieuze uitspraken. Persoonlijk vind ik World Peace Is None Of Your Business uit 2014 nog het beste album dat Morrissey sinds You Are The Quarry heeft gemaakt, maar de Brit was er zelf zo ontevreden over dat het inmiddels nergens meer te vinden is.

California Son is de opvolger van het in 2017 verschenen en best aardige Low In High School en moet het vertrouwen in Morrissey weer een boost geven. Ik had er op voorhand niet al te veel vertrouwen in, want California Son is een album met louter covers. Bij eerste beluistering klonk het allemaal ook nog eens flink overgeproduceerd, maar langzaam maar zeker ben ik toch gecharmeerd geraakt van het nieuwe album van de muzikant uit Manchester.

Morrissey is altijd al een liefhebber geweest van het vertolken van songs van anderen en gooit er op het podium met enige regelmaat bijzondere covers doorheen. Ook California Son bevat een aantal bijzondere covers, waarbij werk van uit Californië opererende singer-songwriters uit de jaren 60 en 70 centraal staat.

Morrissey gaat op zijn nieuwe album aan de haal met songs van Jobriath, Joni Mitchell, Bob Dylan, Buffy Sainte Marie, Phil Ochs, Roy Orbison, Laura Nyro, Dionne Warwick, Gary Puckett, Carly Simon, Tim Hardin en Melanie en doet dat hoorbaar met veel liefde. Hier en daar schuift een gastmuzikant aan, maar in vocaal opzicht trekt Morrissey de kar.

California Son is voorzien van een behoorlijk vol geproduceerd, of zelfs overgeproduceerd geluid, dat vaak nogal braaf en zoetsappig aan doet. Daar kun je van alles van vinden, maar wat mij betreft past het prima bij de songs die Morrissey op zijn nieuwe album vertolkt. Het zijn vertolkingen die niet allemaal geslaagd zijn, want de Brit klinkt hier en daar wel erg over the top, maar over het algemeen genomen bevalt California Son me wel.

De volle, warme en zonnige klanken maken er een feelgood album van, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Morrissey die zich laat gelden als volleerd crooner. De Britse muzikant greep op vrijwel alle albums na You Are The Quarry vaak voor uit de bocht vliegende gitaren, maar ik heb een voorkeur voor het wat zoetere geluid van You Are The Quarry en California Son.

Het levert een album op dat zich uiteindelijk niet zal scharen onder de klassiekers uit het oeuvre van Morrissey, maar het bevalt me beter dan zijn laatste paar albums, waardoor California Son het krediet dat Morrissey sinds de jaren 80 heeft opgebouwd toch weer een beetje opvijzelt. Erwin Zijleman

Morrissey - I Am Not a Dog on a Chain (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Morrissey - I'm Not A Dog On A Chain
Morrissey is al jaren hopeloos uit vorm en maakt het zijn fans ook niet makkelijk met vreemde uitspraken, maar het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is een reuzenstap in de goede richting

Zeker achteraf bezien viel er de afgelopen jaren weinig te genieten op de albums van Morrissey. Hoe goed I’m Not A Dog On A Chain over een aantal weken bevalt zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog lijkt het nieuwe album van de Britse muzikant veel beter dan zijn voorgangers uit de afgelopen 15 jaar. Morrissey verrast met goede songs, een wat meer open geluid en met sterke vocalen. Hier en daar hoor je wat van The Smiths en zijn vroege solowerk, maar Morrissey verrijkt zijn geluid ook op trefzekere wijze met elektronische impulsen. Het levert een album op dat je song na song enthousiast doet opveren en dat was de laatste jaren wel anders.

Ik heb al sinds de begindagen van The Smiths een enorm zwak voor Morrissey, waardoor een nieuw album van de Britse muzikant voor mij nog steeds iets is om naar uit te kijken. Aan de andere kant maakt Morrissey het me de afgelopen jaren niet makkelijk om van hem te houden.

Hierbij gaat het niet direct over zijn dubieuze politieke uitspraken, want die heeft hij altijd al gedaan. Zo zal zijn wens om Margaret Thatcher onder de guillotine te leggen niet bij iedereen in goede aarde zijn gevallen en hetzelfde geldt voor zijn oproep om disco’s plat te branden en DJ’s op te hangen. Politieke uitspraken van Morrissey neem ik daarom met flinke korrel zout, maar ook in muzikaal opzicht was er de afgelopen jaren toch weinig om echt vrolijk van te worden.

Natuurlijk moeten we van Morrissey niet direct een album van het niveau van Vauxhall And I te verwachten en misschien ook geen Viva Hate, Your Arsenal of You Are The Quarry, maar de afgelopen jaren was het wel heel pover. Ik gaf zijn albums steeds het voordeel van de twijfel, maar achteraf bezien is You Are The Quarry het laatste Morrissey album dat ik echt met plezier uit de kast trek.

Het deze week verschenen I’m Not A Dog On A Chain is gestoken in een werkelijk spuuglelijke hoes en ook andere voortekenen waren niet best. Zo werkt Morrissey op zijn nieuwe album opnieuw met producer Joe Chiccarelli, vooralsnog geen echt gelukkige combinatie en lijkt de rol van rechterhand Boz Boorer, in ieder geval als songwriter, uitgespeeld (Boz Boorer is als muzikant nog wel nadrukkelijk aanwezig op het album).

I’m Not A Dog On A Chain opent echter veelbelovend. Jim Jim Falls valt op door wat ouderwets aandoende elektronica, heerlijk scheurend gitaarwerk en natuurlijk de uit duizenden herkenbare zang van Morrissey, maar het is vooral een hele goede popsong. Het is het soort popsong dat ik al een tijd niet meer van Morrissey had gehoord en het is zeker niet de enige track waar Morrissey verrast met de grandeur die zijn oudere werk kenmerkt.

Ik was tot dusver niet zo onder de indruk van het werk van Joe Chiccarelli, maar voor I’m Not A Dog On A Chain heeft hij degelijk werk afgeleverd. Het geluid op het nieuwe Morrissey album borduurt aan de ene kant voort op zijn vroege werk, maar is ook voorzien van een elektronische impuls die gelukkig niet te modern en klinkt, wat in het geval van Morrissey wat kunstmatig over zou komen.

Jim Jim Falls wordt gevolgd door het eveneens uitstekende Love Is On Its Way Out, waarin Morrissey ook in vocaal opzicht weer excelleert. Na een duet met disco-queen Thema Houston dat in muzikaal opzicht interessant is, maar qua zang wat over de top, volgen een aantal songs die zich laten beluisteren als vintage Morrissey, waarbij zowel flarden van zijn solowerk als flarden van The Smiths opduiken.

Ook in de wat meer ingetogen songs valt op hoe mooi het allemaal is ingekleurd en hoe de instrumentatie toch vooral in dienst staat van de stem van Morrissey. Hier en daar duikt een randje kitsch of bombast op in de muziek van de muzikant uit Manchester, maar de meeste songs op I’m Not A Dog On A Chain blijven toch vrij makkelijk aan de goede kant van de streep.

Hoe goed het album echt is zal de tijd moeten leren, maar de eerste dagen valt I’m Not A Dog On A Chain me zeker niet tegen. Natuurlijk geen Vauxhall And I en ook geen You Are The Quarry, maar veel beter dan alles dat Morrissey de afgelopen 15 jaar heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Morrissey - Low in High School (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - Low In High School - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut deelde vorige maand een zeer zeldzame of zelfs ongekende 5 uit aan Low In High School, de nieuwe plaat van Morrissey.

“Sham 69 meets David Icke! The work of an artist in blinkered decline” was de conclusie van Uncut, waarop vreemd genoeg een recensie volgde die deed vermoeden dat de nieuwe plaat van de voormalige held van de muziekcritici helemaal niet zo slecht is.

Het al even gerenommeerde Mojo was ook al niet scheutig met waardering en kopte met “B+ for music, but a C- for attitude”.

De negatieve waardering van de nieuwe plaat van Steven Patrick Morrissey zal voor een belangrijk deel samenhangen met een aantal opmerkelijke en in een aantal gevallen zeer dubieuze uitspraken die de Brit het afgelopen jaar deed. Morrissey lijkt wat opgeschoven naar de rechterkant van het Britse politieke spectrum en dat komt hier en daar hard aan.

Persoonlijk was ik het lang niet altijd eens met de uitspraken die Morrissey aan de linkerkant van het politieke spectrum deed en dat geldt in nog veel sterkere mate voor een aantal dubieuze uitspraken die hij het afgelopen jaar deed. Is het voor mij reden om ook de muzikant Morrissey af te serveren? Nee!

Ik was drie jaar geleden niet zo heel positief over World Peace Is None Of Your Business, maar de inmiddels van de aardbodem verdwenen plaat bleek wel een groeiplaat. Ik was daarom heel nieuwsgierig naar Low In High School en die nieuwsgierigheid is beloond. Ik heb de nieuwe plaat ruim een week in huis en schaar het nieuwe werk van Morrissey inmiddels onder zijn betere platen. Misschien nog niet zo goed als Viva Hate, Your Arsenal, Vauxhall And I of You Are The Quarry, maar ook niet veel minder en wat mij betreft beter dan de rest.

In de openingstrack pakt de Brit direct uit met een verassend stevig aangezet en vol geluid, waarin naast gitaren ook nog blazers opduiken. Het klinkt in muzikaal opzicht net wat anders dan we van Morrissey gewend zijn, maar natuurlijk is er de uit duizenden herkenbare stem. Het is een stem die het afgelopen decennium wat aan slijtage onderhevig leek, maar op Low In High School zingt Morrissey echt geweldig.

Low In High School bevat meer tracks met een vol geluid vol invloeden uit de glamrock en scheurende gitaren (van de briljante metgezel Boz Boorer), maar naast de al genoemde blazers spelen ook elektronica en strijkers een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Morrissey en is er ook ruimte voor meer ingetogen momenten.

Low In High School is een persoonlijke plaat die ook dit keer de politieke thema’s niet schuwt, maar Morrissey neemt je ook mee terug naar de schooldagen die hij als de hel op aarde heeft ervaren. De politieke standpunten van de Brit moeten we momenteel misschien met een flinke korrel zout nemen, maar zijn humor is Morrissey nog niet kwijt, waardoor ook Low In High School weer goed is voor menige glimlach.

Morrissey maakte het afgelopen decennium een aantal platen die ik als wat minder toegankelijk heb ervaren, maar op Low In High School domineren de melodieuze popsongs die zich heel makkelijk opdringen, wat mede de verdienste is van de fantastische productie van Joe Chiccarelli, die ook op de vorige plaat al mooi werk deed.

Het zijn popsongs vol flarden uit het roemruchte verleden van de Brit en het zijn popsongs die hier en daar grotesk en theatraal klinken, waardoor de muziek van Morrissey zo nu en dan dicht tegen die van Marc Almond aankruipt (zeker als de castagnetten van stal worden gehaald), wat voor mij zeker geen straf is.

De plaat opent met een serie songs die behoren tot het beste dat Morrissey gemaakt heeft, maar na de wat pompeuze maar ook hele mooie piano ballade In Your Lap zakt de plaat even wat in (wat gezien het groeivermogen van veel Morrissey platen nog best goed kan komen). Het slotakkoord Israel is gelukkig weer groots.

Morrissey verdient misschien een tik op de vingers voor een aantal van zijn recente uitspraken, maar in muzikaal opzicht verdient de Brit, die de afgelopen jaren leek uitgerangeerd als muzikant, alleen maar lof. Low In High School is een hele sterke plaat van de man die de Britse popmuziek zowel met zijn band The Smiths als met zijn soloplaten kleur heeft gegeven en dat gelukkig nog steeds op indrukwekkende wijze doet. Erwin Zijleman

Morrissey - Vauxhall and I (1994)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - Vauxhall And I, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In de augustus (!) edities van Mojo en Uncut, die de afgelopen week op de mat vielen, komen de twee gerenommeerde Britse muziektijdschriften superlatieven te kort bij het recenseren van de nieuwe cd van Morrissey, World Peace Is None Of Your Business (de titel is in ieder geval alvast een echte Morrissey titel).

Of de nieuwe Morrissey echt zo goed is als Mojo en Uncut beweren weet ik nog niet, maar binnen een week of twee lees je er ongetwijfeld meer over op deze BLOG.

Dat Morrissey mogelijk terugkeert met een hele goede plaat is overigens opvallend. Sinds zijn geweldige comeback met You Are The Quarry in 2004. kwakkelde Morrissey niet alleen veelvuldig met zijn gezondheid, maar bracht hij ook net wat minder memorabele platen uit dan we van hem gewend waren, waardoor hij uiteindelijk ook zonder platencontract kwam te zitten. Dat laatste was overigens niet helemaal terecht, want na het tegenvallende Ringleader Of The Tormentors en het ook niet heel erg goede Swords, was Years Of Refusal al weer vijf jaar geleden een voorzichtige stap in de goede richting.

De afgelopen jaren moesten we het noodgedwongen doen met reissues van de eerste platen van Morrissey. Na reissues van Viva Hate, Kill Uncle en Your Arsenal, verscheen onlangs de 20th Anniversary Edition van Vauxhall And I, zeker achteraf bezien een van de betere platen van Morrissey, al volgen Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry op zeer bescheiden afstand.

Vauxhall And I is in het oeuvre van Morrissey de plaat die waarschijnlijk het dichtst bij de briljante platen van The Smiths komt. Waar Morrissey op zijn voorgaande soloplaten nog voorzichtig experimenteerde met een wat ander geluid (vooral goed te horen op het vooral verguisde Kill Uncle) en bovendien koos voor steeds meer cynisme en bitterheid, koos hij op Vauxhall And I weer nadrukkelijk voor de aanstekelijke maar tegelijkertijd messscherpe gitaarpop die ook het oeuvre van The Smiths typeerde. Ook op Vauxhall And I was enig cynisme Morrissey niet vreemd, maar de zon mocht af en toe ook best schijnen.

Vauxhall And I was, vergeleken met zijn voorgangers, zoals gezegd een redelijk ingetogen en ook persoonlijke plaat. Morrissey kon de neiging tot steviger rocken op zijn vorige platen nauwelijks onderdrukken, maar koos aan de hand van power-producer Steve Lillywhite toch wel enigszins verrassend voor een subtieler geluid.

Vauxhall And I kreeg destijds helaas niet de waardering die de plaat zo verdiende. De Morrissey magie was voor de critici al een tijdje uitgewerkt en nieuwe helden domineerden het muzikale landschap. Het zou niet lang meer duren voordat Morrissey compleet uit beeld zou verdwijnen en pas na zeven hele magere jaren zou terugkeren met You Are The Quarry, maar op Vauxhall And I stak de Brit nog in grootse vorm.

Vauxhall And I kreeg overigens ook van mij in 2004 niet de aandacht die de plaat zo verdiende en bij beluistering van de onlangs verschenen reissue was ik dan ook aangenaam verrast door het hoge niveau van de plaat. Vauxhall And I bevat de scherpzinnige gitaarsongs die je van Morrissey verwacht en heeft de instrumentale en vocale invulling waar je op hoopt.

Dat Morrissey ook live nog uitstekend presteerde hoor je op de bijgevoegde bonus-disc, maar de hoofdschotel die wordt geserveerd bestaat uit de prachtig klinkende reissue van Vauxhall And I.

Ook op zijn nieuwe plaat World Peace Is None Of Your Business kiest Morrissey naar verluid weer voor een wat meer ingetogen geluid, maar of de plaat het niveau van Vauxhall And I gaat halen is voorlopig nog een vraag. Gezien het niveau van de vergeten klassieker uit 1994 krijgt Morrissey er nog een hele kluif aan. Erwin Zijleman

Morrissey - World Peace Is None of Your Business (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - World Peace Is None Of Your Business - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Morrissey stak de afgelopen jaren in fysiek opzicht niet in geweldige vorm. De voormalige voorman van The Smiths had last van de nodige kwaaltjes, waardoor de nodige concerten werden gecanceld en er maar weinig kwam van het maken van nieuwe muziek.

Ook in muzikaal opzicht ging het Morrissey overigens niet voor de wind. De man die in 2004 zo glorieus terugkeerde met You Are The Quarry slaagde er niet in om deze zo goede plaat een passend vervolg te geven, waardoor hij in 2009, na de release van het wederom wat tegenvallende Years Of Refusal, zelfs zonder platencontract kwam te zitten.

Het doet allemaal wat denken aan de creatieve impasse waarin Morrissey in de tweede helft van de jaren 90 terecht kwam en die uiteindelijk zou leiden tot zeven jaren stilte. De stilte heeft dit keer slechts vijf jaar geduurd, want bijna uit het niets verscheen vorige week World Peace Is None Of Your Business.

Bijna uit het niets, want de Britse muziektijdschriften kwamen een paar weken geleden al met lyrische recensies. World Peace Is None Of Your Business zou volgens deze Britse tijdschriften een ouderwetse Morrissey plaat zijn en ook nog eens een Morrissey plaat van een ouderwets hoog niveau.

Ik begon daarom met bijna onrealistisch hoge verwachtingen aan de beluistering van de nieuwe plaat van één van de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek en één van mijn persoonlijke favorieten.

Deze verwachtingen worden in eerste instantie helemaal waar gemaakt met de monumentale titeltrack die in alle opzichten als ‘vintage Morrissey’ kan worden bestempeld. Alleen deze geweldige titeltrack geeft World Peace Is None Of Your Business wat mij betreft al bestaansrecht, maar de luisteraar heeft vervolgens nog een lange weg te gaan, zeker wanneer deze kiest voor de Deluxe Edition van de plaat die nog eens zes tracks toevoegt aan het dozijn tracks van de reguliere versie.

In de tracks die volgen laat Morrissey horen dat hij zijn eigen muzikale erfenis weliswaar eert, maar dat hij nog steeds niet bang is om nieuwe wegen in te slaan. Waar de titeltrack van de plaat op iedere Morrissey klassieker had kunnen staan, laten de meeste andere tracks op de plaat een ander Morrissey geluid horen.

Het is een geluid waarin de instrumentatie varieert van sferisch en atmosferisch tot behoorlijk bombastisch. Wat rustig begint met lastig te plaatsen achtergrondgeluiden, stemmige gitaren en ijle synths, kan zo maar omslaan in een geluid dat wordt bepaald door hoge gitaarmuren (waarvoor Morrissey nog steeds een beroep doet op oudgediende Boz Boorer) of zelfs een kakafonie van geluid. Hiertegenover staan songs die teruggrijpen op het geluid van The Smiths, al liggen ook in deze tracks de muzikale uitbarstingen constant op de loer. Het meest opvallend zijn echter de invloeden uit de Spaanse en Mexicaanse muziek, die steeds prachtig contrasteren met het wat zwaarder aangezette geluid.

In eerste instantie ligt het allemaal wat zwaar op de maag en vraag je je af wie deze plaat heeft voorzien van een bij vlagen overvolle productie. Dit blijkt ervaren rot Joe Chiccarelli, die werkte met iedereen tussen Frank Zappa en The White Stripes. Joe Chiccarelli staat zeker niet bekend als subtiele producer, maar op World Peace Is None Of Your Business lijken af en toe alle schuiven open te staan en lijkt, zeker bij eerste beluistering, sprake van overdaad, die soms zelfs pijn doet aan de oren.

Inmiddels ben ik wat meer gewend aan de nieuwe Morrissey plaat en volgen toch steeds meer tracks de weg die de titeltrack al direct bij eerste beluistering mocht doorlopen. Morrissey kiest op World Peace Is None Of Your Business af en toe misschien wel voor een erg vol geluid, maar de levende legende klinkt op zijn nieuwe plaat van de eerste tot de laatste noot geïnspireerd en dat was de afgelopen jaren wel eens anders.

World Peace Is None Of Your Business blijkt na enige gewenning een plaat vol memorabele Morrissey songs, die lijntjes uitwerpen naar alle uithoeken van zijn prachtige oeuvre. Het zijn songs vol prachtige gitaarlijnen, songs met de uit duizenden herkenbare vocalen van een uitstekend bij stem zijnde Morrissey en uiteraard songs met heerlijk bijtende en cynische teksten. De enorme bak muzikale versiersels die vervolgens is toegevoegd zal je voor lief moeten nemen, al overtuigen met name de exotische invloeden op de plaat steeds meer.

In eerste instantie stond de overvolle productie me vooral tegen, maar uiteindelijk blijkt deze toch voor een belangrijk deel functioneel. De volle instrumentatie en de grote verschillen tussen hard en zacht dragen bij aan het dynamische karakter van de plaat en geven de songs in een aantal gevallen kracht waar dat nodig is. Zeker wanneer je met aandacht naar de plaat luistert blijkt het allemaal bijzonder knap in elkaar te zitten en verandert een kakafonie van geluid steeds vaker in een eigenzinnig muzikaal landschap vol onverwachte maar vaak trefzekere details.

World Peace Is None Of Your Business is zeker niet zo goed als platen als Vauxhall And I, Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry, maar persoonlijk vind ik de plaat, zeker na enige gewenning, veel beter dan de platen die Morrissey de afgelopen jaren maakte. Verder blijft het natuurlijk zo dat zelfs een middelmatige Morrissey plaat nog veel beter is dan het meeste andere dat verschijnt. World Peace Is None Of Your Business is zeker niet middelmatig en behoort daarom tot de beste releases van het moment. Erwin Zijleman

Morrissey - You Are the Quarry (2004)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Morrissey - You Are The Quarry (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Morrissey - You Are The Quarry (2004)
Morrissey werd in de tweede helft van de jaren 90 min of meer afgeschreven, maar zorgde met You Are The Quarry voor een glorieus comeback album, dat ook twintig jaar na de release nog altijd staat als een huis

Morrissey was in 2004 vooral een icoon uit de jaren 80 en 90, maar met zijn comeback album You Are The Quarry liet hij horen dat hij er ook in het nieuwe millennium nog toe deed. You Are The Quarry is in tekstueel opzicht een fantastisch album en ook de zang van Morrissey klinkt geweldig. In muzikaal opzicht is het een verrassend melodieus album, maar de grootste kracht van You Are The Quarry schuilt in de songs op het album. De albums van Morrissey worden vaak gekenmerkt door hoge pieken en flinke dalen, maar op You Are The Quarry houdt de Britse muzikant een zeer hoog niveau vast. Ik luister niet heel vaak meer naar de muziek van The Smiths of Morrissey, maar voor You Are The Quarry maak ik nog altijd graag een uitzondering.

Morrissey is de afgelopen jaren meer in het nieuws met omstreden politieke uitspraken dan met zijn muziek. Zijn laatste albums waren weinig indrukwekkend en de opvolger van het in 2020 verschenen I Am Not A Dog On A Chain wil er ondanks meerdere aankondigingen maar niet komen. Het is niet de eerste keer dat de carrière van Morrissey in het slop raakt, want ook halverwege de jaren 90 bevond Morrissey zich in creatief opzicht in een diep dal. Hij zou daar op indrukwekkende wijze uit komen, maar eerst terug naar 1982.

Steven Patrick Morrissey formeerde in dat jaar samen met gitarist Johnny Marr een band, The Smiths. De Britse band zou maar vijf jaar bestaan, maar leverde en handvol geweldige albums af en moet worden gezien als een van de belangrijkste Britse bands uit de jaren 80. Morrissey kwam na het uit elkaar vallen van de band goed uit de startblokken met het indrukwekkende Viva Hate uit 1988. Vervolgens was het wisselvalligheid troef, maar Your Arsenal (1992) en Vauxhall And I (1994) waren uitstekende albums.

Na het zeer matige Maladjusted uit 1997 was de rek er echter wel uit en verdween Morrissey uit beeld. Na zeven magere jaren keerde de Britse muzikant in 2004 terug met het vooral in Los Angeles gemaakte You Are The Quarry. Het bleek, toch wat tegen de verwachting in, een uitstekend album en het is nog altijd met afstand mijn favoriete Morrissey album.

De Britse muzikant heeft door zijn uit duizenden herkenbare stem een zeer karakteristiek geluid, waardoor You Are The Quarry direct bij eerste beluistering klonk als vintage Morrissey. Samen met zijn vaste kompanen en gitaristen Alain Whyte en Boz Boorer tekende Morrissey op zijn overigens zeer succesvolle comeback album voor een serie geweldige songs, die hij bovendien voorzag van vlijmscherpe en met zwarte humor en cynisme doorspekte teksten.

Voor de productie werd een beroep gedaan op de redelijk onbekende Jerry Finn, die daarvoor vooral wat punkbandjes produceerde, maar die You Are The Quarry heeft voorzien van een aansprekend geluid waarin de gitaren maar zeker ook de synths opvallen. Het album maakt echter vooral indruk door de zang van Morrissey en door de serie hele sterke en zeer melodieuze songs.

De Britse muzikant zingt op You Are The Quarry naar mijn mening beter dan op zijn andere soloalbums en You Are The Quarry is wat mij betreft ook het Morrissey album met het grootste aantal aansprekende songs. America Is Not The World, Irish Blood English Heart, I Have Forgiven Jesus, Come Back To Camden, I'm Not Sorry, The World Is Full Of Crashing Bores, How Could Anybody Possibly Know How I Feel?, First Of The Gang To Die, Let Me Kiss You, All The Lazy Dykes, I Like You en You Know I Couldn't Last zou ik bijna allemaal toevoegen aan mijn ultieme Morrissey playlist, terwijl ik van de meeste andere albums van de Britse muzikant hooguit een aantal tracks zou selecteren. De luxe editie die van het album is verschenen laat horen dat ook het restmateriaal van een uitstekende kwaliteit was.

You Are The Quarry viert dit jaar alweer zijn twintigste verjaardag, maar het album staat nog altijd als een huis. Grappig om na twintig jaar de Pitchfork recensie nog eens door te lezen, die zowel met een 8,9 als rapportcijfers als met de beschouwing van het album de spijker op zijn kop slaat. Ik zie de Britse muzikant eerlijk gezegd nog niet keer zo’n glorieuze comeback maken, maar met Morrissey weet je het maar nooit. Erwin Zijleman

Moss - HX (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - HX - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Moss - HX
Het was ruim vijf jaar stil rond de Nederlandse band Moss, maar de band rond Marien Dorleijn keert deze week terug met het bijzonder sterke HX, dat het zo karakteristieke Moss geluid voorziet van nieuw elan

Moss heeft me met haar eerste vijf albums geen moment teleurgesteld en doet dat ook niet met het na vijf lange jaren wachten verschenen HX. Ook op HX is Moss zeer bedreven in het maken van lekker in het gehoor liggende, maar ook inventieve popliedjes. HX is een album met flink wat melancholie, maar Moss maakt ook nog altijd muziek die de zon net wat aangenamer laat schijnen. HX is een typisch Moss album, maar het is ook een album waarop de band af en toe buiten haar eigen lijntjes kleurt. HX werd opgenomen in een Limburgs klooster dat meerdere malen als een feniks uit de as herrees. Moss doet hetzelfde op haar ijzersterke zesde album.

De Nederlandse band Moss debuteerde vijftien jaar geleden met The Long Way Back. Het is een album waarop de band grossierde in de zonnige popliedjes waarop het Excelsior label inmiddels al ruim vijfentwintig jaar het patent heeft. De band rond Marien Dorleijn is sindsdien met al haar albums opgedoken op de krenten uit de pop en daarom had ik bij voorbaat al een plekje gereserveerd voor het deze week verschenen nieuwe album van de Nederlandse band. Het is een album waarop we lang hebben moeten wachten, want HX is de opvolger van het inmiddels al ruim vijf jaar oude Strike.

HX is het zesde album van de Nederlandse band en het is net als al zijn voorgangers een uitstekend album. De titel van het album verwijst naar het Limburgse klooster Hoogcruts, waarin het album werd opgenomen. Het is een klooster dat meerdere malen werd verwoest, maar steeds weer terugkeerde en ook nog eens sterker dan tevoren. Het is ook een beetje het verhaal van Moss, dat met HX terugkeert na lange afwezigheid en dit doet met een van haar sterkste albums tot dusver.

Moss debuteerde ooit met louter zonnige popliedjes, maar de band klinkt op HX een stuk melancholischer dan op haar debuut. HX is een album over verlies, tegenslag en afscheid, maar na donkere wolken komt ook altijd de zon bij Moss. HX is daarom zeker geen aardedonker album, maar een album waarop donkere wolken en blauwe hemels elkaar steeds afwisselen.

Moss ontwikkelde zich op haar eerste vijf albums tot een veelzijdige band die steeds weer anders wist te klinken en ook HX laat weer een net wat ander geluid horen. Één ding is Moss in al die jaren niet verleerd en dat is het schrijven van tijdloze en vrijwel onmiddellijk memorabele popliedjes. Ook HX staat weer vol met songs die je na één keer horen voorgoed wilt omarmen, maar het zijn ook popliedjes die na een paar keer horen nog een stuk leuker zijn dan bij eerste beluistering.

Moss was, zeker in haar beginjaren, vooral een project van singer-songwriter Marien Dorleijn, maar op HX klinkt Moss als een band. Het is hecht en geïnspireerd klinkende band die zich soepel beweegt door het rijke muzikale universum van Moss. Zeker het gitaarwerk op het album is sterk, maar de andere instrumenten draaien hier steeds prachtig omheen.

Moss had variatie altijd al hoog in het vaandel staan, maar HX klinkt nog net wat veelzijdiger dan zijn voorgangers. Moss kan uitstekend uit de voeten met uptempo gitaarsongs, maar op HX kan de band ook prachtig gas terugnemen met vaak een hoofdrol voor keyboards. Het klinkt allemaal prachtig en het kleurt steeds weer fraai bij de stem van Marien Dorleijn, die nog wat beter is gaan zingen dan op de vorige albums van de band.

Moss verdiende met haar vorige albums al een plekje op de eregalerij van de Nederlandse popmuziek, maar HX is niet alleen een album dat er in Nederland uitspringt. Met HX heeft Moss een album gemaakt met internationale allure, dat het verdient om te worden opgepikt door de Pitchforks van deze wereld.

Zeker de typische Moss songs op het album zijn wat mij betreft vrijwel onweerstaanbaar en behoren bij het beste dat de band gemaakt heeft, maar Moss slaat ook vijftien jaar na haar debuut en bijna twintig jaar na de oprichting van de band nog zo af en toe haar vleugels uit, wat de band siert. De lente wordt al ruim 25 jaar ingekleurd door releases van Excelsior en ook HX van Moss is weer zo’n Excelsior klassieker. Erwin Zijleman

Moss - Strike (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Nederlandse band Moss debuteerde precies tien jaar geleden met The Long Way Back.

Het was een plaat die naadloos aansloot bij een aantal andere platen op het Nederlandse Excelsior label en het was een plaat die, net als die andere Excelsior klassiekers, goed was voor een bijzonder aangenaam lentegevoel.

Ook de drie platen die volgden vond ik bovengemiddeld goed, ook al maakten de gitaren steeds meer plaats voor elektronica en werden de genadeloos aanstekelijke gitaarliedjes van de eerste twee platen voorzien van steeds meer experiment.

Na een stilte van precies drie jaar is Moss nu terug met Strike. Het is een plaat die door de critici is ontvangen met louter superlatieven. De Volkskrant noemde het op de dag van de release een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek (in de tekst gerelativeerd tot een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek van de laatste vijf jaar) en ook in de meeste andere recensies domineren de hele mooie woorden en maakt Strike bovendien gehakt van zijn vier voorgangers.

Omdat deze voorgangers me zo dierbaar zijn en ik de woorden van de Volkskrant wel erg groot vind, begon ik met enige argwaan aan de beluistering van Strike, maar direct bij eerste beluistering had de plaat me te pakken.

Moss grijpt op haar nieuwe plaat weer wat vaker naar de gitaren en strooit ook weer wat driftiger met aanstekelijke popliedjes. Op hetzelfde moment valt Strike ook op door fraaie elektronische accenten en is het een plaat die nergens fantasieloos binnen de lijntjes kleurt.

Strike laat zich hierdoor beluisteren als een plaat waarop Moss het beste van haar vorige vier platen combineert. Strike bevat dertien songs en ze zijn alle dertien goed. Ze zijn ook alle dertien anders.

Strike is een plaat die aangenaam vermaakt met frisse gitaarpop, maar het is ook een plaat die verrast, benevelt en betovert. Strike zet je hierdoor met enige regelmaat op het verkeerde been, maar het is ook een plaat die de zon laat schijnen, net zoals het debuut van de band dat al weer tien jaar geleden deed, of die het hart doet smelten met wonderschone klanken en een glasheldere productie.

In de meest aanstekelijke momenten steekt Moss Coldplay naar de kroon met songs die 100 keer beter zijn dan die van de Britse huilebalken, maar Strike kan ook buitengewoon avontuurlijk of heerlijk stekelig klinken. In iedere song prikkelt Moss de fantasie met weer andere ingrediënten, maar op hetzelfde moment krijg je de songs op de plaat na één keer horen al niet meer uit je hoofd.

Of Strike een hoogtepunt is in de Nederlandse rockmuziek durf ik niet direct te zeggen. Of de plaat veel beter is dan de ook al zo goede voorgangers ook niet, maar dat Moss met Strike een hele knappe plaat heeft gemaakt is absoluut zeker. Erwin Zijleman

Moss - We Both Know the Rest Is Noise (2014)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Moss - We Both Know The Rest Is Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er komt de laatste tijd zo idioot veel moois uit dat het missen van een plaat die hoog boven het maaiveld uit steekt zeer realistisch is. Het was me bijna overkomen, want de laatste plaat van Moss leek lange tijd veroordeeld tot een plekje op de stapel met ooit nog eens te beluisteren platen (waarbij de kans op beluistering in de praktijk uiterst klein is). Het was nota bene Spotify die me er op moest wijzen dat de nieuwe plaat van Moss wel eens iets voor mij zou kunnen zijn. Dat had ik zelf ook kunnen bedenken, want de vorige drie platen van de Nederlandse band heb ik stuk voor stuk de hemel in geprezen. Nadat ik me door Spotify had laten verleiden tot het beluisteren van We Both Know The Rest Was Noise, wist ik al heel snel dat ik ook voor het beschrijven van de vierde plaat van Moss superlatieven te kort zou gaan komen. Moss betoverde op haar debuut The Long Way Back uit 2007 met perfecte Beatlesque popliedjes, maar koos op opvolgers Never Be Scared/Don’t Be A Hero (2009) en met name Ornaments (2012) voor een veel lastiger te doorgronden en ook veel donkerder geluid waarin de gitaren uiteindelijk wat naar de achtergrond werden gedrongen. Op We Both Know The Rest Was Noise is Moss naar verluid teruggekeerd naar een toegankelijker en meer gitaar georiënteerd geluid, maar wat mij betreft is dit maar ten dele het geval. We Both Know The Rest Was Noise klink inderdaad net wat zonniger en toegankelijker dan Ornaments en geven de gitaren inderdaad wat meer ruimte, maar de vierde plaat van Moss is zeker geen makkelijke plaat en ook geen plaat die het moet doen zonder donkere en dreigende synths. Op We Both Know The Rest Was Noise klinkt Moss daarom weer anders dan we van de band gewend zijn. Het enige dat is gebleven, zijn de inmiddels herkenbare zang van voorman Marien Dorleijn en de bijzonder hoge kwaliteit van de songs van Moss. We Both Know The Rest Was Noise schiet vervolgens alle kanten op. Na een nog redelijk toegankelijk maar ook stekelig gitaarpopliedje kiest Moss voor een rauwe uptempo song, waarin gitaren de strijd aan gaan met synths en de naam Radiohead meerdere keren op zal duiken als referentiemateriaal. Ook de tracks die volgen variëren van uptempo tot ingetogen en maken net zo makkelijk gebruik van donkere, dreigende en overstuurde elektronica als van gitaren die de lente in huis halen. Sinds Never Be Scared/Don’t Be A Hero weten we al dat Moss het de luisteraar niet altijd even makkelijk maakt en ook op We Both Know The Rest Was Noise wordt deze luisteraar met enige regelmaat op de proef gesteld. De associatie met Radiohead duikt hierbij meerdere keren op, al heb ik Radiohead al lange tijd niet meer zo goed en gedreven gehoord en slaagt Moss er bovendien in om de donkere wolken te combineren met net voldoende zonnestralen, wat van beluistering van We Both Know The Rest Was Noise een allesbehalve deprimerende ervaring maakt. We Both Know The Rest Was Noise is een plaat vol dynamiek. De wat meer uptempo songs maken een gejaagde en vaak wat stekelige indruk, terwijl de meer ingetogen songs loom en ontspannen zijn. Moss slingert je daarom steeds heen en weer tussen uitersten, wat van beluistering van de vierde plaat van de band een bijzonder enerverende gebeurtenis maakt. Er zijn meer bands die hier in slagen (ik zal het al eerder genoemde Radiohead nog maar een keer noemen), maar in tegenstelling tot de meeste andere bands verliest Moss het popliedje nooit uit het oog. Het maakt We Both Know The Rest Was Noise tot een onwaarschijnlijk knappe plaat, die niet onder doet voor zijn al even briljante voorgangers. Erwin Zijleman

Motorists - Surrounded (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorists - Surrounded - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Motorists - Surrounded
De Canadese band Motorists gaat op haar debuutalbum aan de haal met nogal verschillende invloeden, maar slaagt er in om er een mooi en aanstekelijk, maar ook interessant geheel van te maken

Wat krijg je als je invloeden uit de jangle pop, power pop en postpunk met elkaar vermengt en vervolgens op smaak brengt met een beetje Krautrock, een snufje new wave en een lepeltje willekeurige invloeden uit een aantal decennia rockmuziek? Het antwoord is sinds deze week bekend: dan krijg je Surrounded van Motorists. Het debuutalbum van de band uit het Canadese Toronto klinkt anders dan je gewend bent maar toch bekend, is avontuurlijk maar ook aanstekelijk en slaagt er ondanks de nieuwe combinatie van invloeden glansrijk in om je direct vanaf de eerste noten te verleiden. Motorists krijgt nog niet veel aandacht, maar dit is een band om in de gaten te houden.

De Amerikaanse muziekwebsite Paste Magazine tipt iedere vrijdag welke nieuw verschenen albums de moeite waard zijn om te beluisteren. Ik gebruik het lijstje meestal ter bevestiging van de keuzes die ik op dat moment zelf al heb gemaakt, maar het lijstje van Paste Magazine levert ook met enige regelmaat een interessante tip op.

Afgelopen vrijdag tipte de Amerikaanse website het debuutalbum van de Canadese band Motorists en omschreef het dit debuutalbum als “a wildly enjoyable debut” en bovendien als een album waarop invloeden uit de jangle pop, de power pop en de post punk hand in hand gaan. Vooral dat laatste maakte me nieuwsgierig naar het album, want ik ben bekend met jangle pop, met power pop en met postpunk, maar niet direct van de combinatie van deze drie genres.

De beschrijving van Paste Magazine blijkt echter zeer accuraat, want alle drie de genres zijn hoorbaar op Surrounded en ik hoor hier en daar ook nog een vleugje Krautrock en new wave. Dat klinkt waarschijnlijk niet erg toegankelijk, maar de band slaagt er in om alle genoemde invloeden te verwerken in even toegankelijke als aanstekelijke songs.

Op papier klinkt de combinatie van invloeden waarschijnlijk erg exotisch, maar in de praktijk blijkt het allemaal prachtig bij elkaar te passen. Motorists laat zich op Surrounded beïnvloeden door de diepe bassen, de stekelige gitaarpartijen en de wat onderkoelde zang uit de postpunk, maar de gitaren mogen hiernaast ook net zo aangenaam jengelen als in de jangle pop, terwijl powerpop achtige koortjes wat zonnestralen toevoegen aan de donkere wolken van de postpunk.

Hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar duiken wat experimentelere passages met een vleugje Krautrock op, of neemt Motorists je mee naar de pioniersjaren van de new wave. De muziek van de Canadese band zit vol ingrediënten die bekend in de oren klinken, wat een hele waslijst aan relevant vergelijkingsmateriaal op zou kunnen leveren, maar het is ook vergelijkingsmateriaal dat binnen een paar noten kan vervliegen.

Ik laat alle namen dit keer daarom maar achterwege en focus me op de muziek. Die klinkt bijzonder lekker, maar Surrounded steekt ook knap in elkaar en slaagt er bovendien in om met bekende ingrediënten een geheel nieuw recept te creëren. Het debuut van Motorists is geen postpunk, geen powerpop, geen jangle pop, geen Krautrock en geen new wave, maar een bijzondere mix van al dit moois.

Het grappige is dat de muziek van de Canadese band ondanks de bijzondere mix van invloeden onmiddellijk overtuigt en op een of andere manier bekend in de oren klinkt. Soms zelfs zo bekend dat je je afvraagt of er echt niet eerder een band was die met precies deze invloeden aan de haal ging, maar ik kan het me niet herinneren.

Zeker als de gitaren heerlijk mogen jengelen is Surrounded een prachtige soundtrack voor de zomerdagen die ons momenteel nog gegund zijn, maar wanneer de invloeden uit de postpunk het winnen, weet je dat ook de soundtrack voor de donkere dagen klaar ligt. Zonder de treffende omschrijving van Paste Magazine had ik dit album waarschijnlijk nooit opgepikt, want in Nederland lees ik helemaal niets over dit album, dat mij inmiddels in ieder geval volledig heeft overtuigd. Erwin Zijleman

Motorpsycho - Ancient Astronauts (2022)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Ancient Astronauts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Motorpsycho - Ancient Astronauts
Motorpsycho beperkt zich op Ancient Astronauts tot ruim veertig minuten muziek, maar citeert weer driftig uit met name de jazzrock, psychedelica en symfonische rock, wat wederom een fascinerende luistertrip oplevert

Heel even overheerste de teleurstelling toen bleek dat Motorpsycho dit keer geen anderhalf uur muziek voor ons in petto heeft, maar ook op het relatief korte Ancient Astronauts gebeurt er meer dan genoeg. De leden van de Noorse band spelen ook dit keer de pannen van het dak, waarbij vooral de drummer en de gitaristen van de band indruk maken en ook dit keer vindt Motorpsycho de inspiratie vooral in de jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en symfonische rock zoals die vooral in de jaren 70 werd gemaakt. Met name wanneer alle registers open gaan is het smullen, maar ook de rustpunten op het album zijn prachtig. Het zoveelste uitstekende album van deze unieke band.

De Noorse band Motorpsycho werd opgericht in 1989 en heeft inmiddels ruim dertig albums op haar naam staan. Het zijn albums die zich niet in een hokje laten duwen en die de afgelopen decennia alle kanten op schoten. De band uit Trondheim verkeert de afgelopen jaren in een blakende vorm, wat heeft geresulteerd in een aantal fantastische albums, die flink anders klinken dan de albums die er aan vooraf gingen.

Het deze week verschenen Ancient Astronauts is de opvolger van het vorig jaar uitgebrachte Kingdom Of Oblivion, dat maar liefst zeventig minuten muziek bevatte en overweldigde met een mix van jazzrock, psychedelica, spacerock, hardrock en vooral symfonische rock. Het is een mix van invloeden die ook was te horen op The All Is One uit 2020, dat je maar liefst anderhalf uur aan de speakers gekluisterd hield en op The Tower uit 2017, dat net zo lang duurde.

Ancient Astronauts is met slechts vier tracks en ruim veertig minuten muziek aan de korte kant en lijkt qua speelduur op The Crucible uit 2019, dat drie songs in veertig minuten propte. Ik moet zeggen dat ik bij eerste beluistering van Ancient Astronauts, niet zo onder de indruk was als bij de vorige albums van de Noorse band. Na zoveel muziek in een paar jaar tijd ligt verzadiging wat op de loer en door de wat kortere speelduur en het beperkte aantal tracks op het nieuwe album van Motorpsycho, krijgt de band niet de tijd om even in te zakken. Mijn mening over Ancient Astronauts is inmiddels wel flink bijgesteld, want na een paar keer horen was ook het nieuwe album van de band uit Trondheim weer bijna volledig geland.

Ancient Astronauts opent met een typische Motorpsycho track met alle hierboven genoemde invloeden en zeker in muzikaal opzicht een vleugje of eigenlijk veel meer dan een vleugje Yes en King Crimson. Het is een track met veel bombast en nog meer muzikaal vuurwerk, maar Motorpsycho houdt de aandacht moeiteloos vast. De openingstrack heeft ook een aangenaam soort ruwe energie, wat mogelijk het resultaat is van het vrijwel live inspelen van het album.

Met het korte intermezzo dat volgt kan ik niet zoveel, maar ach het zijn maar twee minuten. Ancient Astronauts vervolgt met een lange track, die zeer ingetogen opent, maar uiteindelijk toch weer explodeert met tempowisselingen en veel muzikaal vuurwerk, waarbij de gitaren en de drums er uit springen en hier en daar een fraai wolkje mellotron opduikt. De slottrack duurt met ruim twintig minuten nog wat langer en bevat relatief veel rustpunten, maar ook een explosie die nogmaals herinnert aan Yes in haar beste en meest eclectische dagen.

Het levert een album op van een soort dat in de hoogtijdagen van de symfonische rock gemeengoed was, maar dat inmiddels nauwelijks meer wordt gemaakt. Motorpsycho doet het nog wel en de Noorse band doet het nog steeds goed, ook al is Ancient Astronauts misschien niet zo verpletterend als zijn voorgangers. Het verpletterende karakter van de muziek van Motorpsycho neemt overigens wel toe wanneer je Ancient Astronauts met flink volume of beter nog met de koptelefoon beluistert, zodat geen van de fraaie details je ontgaat. Blijft toch een fascinerende band deze band uit Trondheim en dat al ruim dertig jaar lang. Erwin Zijleman

Motorpsycho - Here Be Monsters (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Here Be Monsters - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn tijden geweest dat ik iedere release van de Noorse band Motorpsyche koesterde (in de jaren 90 was het zelfs een van mijn favoriete bands), maar de laatste jaren blijven de platen van de band wat langer liggen en dat bleek achteraf bezien niet altijd onterecht.

Ook het vorige maand verschenen Here Be Monsters heeft een tijdje op de stapel gelegen, maar dit blijkt weer zo’n Motorpsycho plaat die je na één keer horen niet meer wilt missen.

Het in een aan Bowie's Blackstar herinnerende hoes gestoken Here Be Monsters was oorspronkelijk een samenwerkingsproject met de toetsenist Ståle Storløkken, maar deze haakte uiteindelijk door een gebrek aan tijd af.

Of het met de oorsprong van het project te maken heeft weet ik niet, maar duidelijk is wel dat Here Be Monsters, zeker aan het begin van de plaat, wat minder stevig rockt dan veel andere platen van de Noren.

Here Be Monsters opent met een piano riedel, maar pakt vervolgens direct uit met een meeslepende en bijna 10 minuten durende track. Het is een track met volop invloeden uit de psychedelica en de prog-rock, die vervolgens zijn overgoten met de melancholie die over je wordt uitgestort wanneer het in de winter een aantal maanden nauwelijks licht wordt.

Het doet wel wat denken aan de muziek die Pink Floyd zo vaak heeft gemaakt, maar dan net wat donkerder en met meer ruimte voor experiment (mede hierdoor doet het ook wel wat aan Yes denken, maar dan zonder het muzikale spierballenwerk).

Na 10 minuten zweven op de mooie volle klanken van Lacuna/Sunrise is duidelijk dat Here Be Monsters een blijvertje is, maar Motorpsycho is dan natuurlijk nog lang niet klaar. Ook de tracks die volgen zijn langer dan gemiddeld en hebben invloeden uit de psychedelica en de prog-rock hoog in het vaandel staan. De ene track is wat steviger en lichtvoetiger, de volgende track gaat aan de haal met een beetje Westcoast pop (CSNY), maar het blijft allemaal prachtig zweverig of zelfs benevelend.

Na een volgend piano intermezzo sluit Here Be Monsters af met het bijna 18 minuten durende Black Dog, dat ingetogen opent, maar wanneer de donkere wolken verschijnen weet je dat het onweer vol Mouwai achtig gitaarwerk gaat losbarsten, waarna aan het eind toch nog even de zon doorbreekt. Het is een mooi slot van een volgende waardevolle toevoeging aan het imposante oeuvre van Motorpsycho. Erwin Zijleman

Motorpsycho - Kingdom of Oblivion (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - Kingdom Of Oblivion - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Noorse band Motorpsycho heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen, want een half jaar nadat het een lijvige trilogie voltooide liggen er al weer 70 geweldige minuten muziek op je te wachten

Laat Kingdom Of Oblivion van Motorpsycho uit de speakers komen en je krijgt de geschiedenis van in ieder geval de rockmuziek uit de jaren 70 in een notendop gepresenteerd. Dat deed de band ook al op de prachtige Gullvåg trilogie, maar de inspiratie was nog niet op kennelijk. Ook Kingdom Of Oblivion neemt je mee terug naar de psychedelische rock, hardrock, jazzrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar de Noorse band legt dit keer net wat andere accenten en voegt er ook dit keer veel van zichzelf aan toe. Kingdom Of Oblivion gaat van fluisterzacht naar behoorlijk hard en houdt je met gemak 70 minuten op het puntje van je stoel. Wat een band.

Motorpsycho - Motorpsycho (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Motorpsycho - Motorpsycho - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Motorpsycho - Motorpsycho
De Noorse band Motorpsycho weet van geen ophouden en gooit er nog maar eens een album tegenaan met een bijna anderhalf uur durende luistertrip met een bonte mix aan invloeden en een hang naar de jaren 70

Motorpsycho overtrof zichzelf wat mij betreft met de Gullvåg Trilogy, die drie geweldige albums opleverde. De laatste twee albums van de band uit Trondheim, die al enkele decennia mee gaat, vond ik wat minder, maar op het deze week verschenen titelloze album steekt Motorpsycho weer in een uitstekende vorm. Net als op de albums uit de trilogie verwerkt de Noorse band op haar nieuwe album invloeden uit onder andere de progrock, de hardrock, de psychedelica, de folk en de Krautrock in songs die soms zo weggelopen lijken uit de jaren 70 en die niet hadden misstaan op een aantal vroege albums van Yes. Het is stevige kost, maar wat valt er weer veel te genieten op het nieuwe album van Motorpsycho.

De Noorse band Motorpsycho heeft inmiddels meer dan dertig studioalbums op haar naam staan en het zijn albums die bijna zonder uitzondering van zeer hoge kwaliteit zijn. Het valt dan ook niet mee om de pieken in het oeuvre van de band uit Trondheim aan te wijzen, maar als het echt moet kom ik vooral uit bij de briljante Gullvåg Trilogy, die bestaat uit de albums The Tower (2017), The Crucible (2019) en The All Is One (2020). Het was goed voor drieënhalf uur fascinerende muziek, die mij deels deed denken aan de muziek die de band Yes in haar hoogtijdagen maakte, maar die ook onmiskenbaar klonk als Motorpsycho.

De geweldige trilogie werd gevolgd door twee uitstekende albums, Kingdom Of Oblivion (2021) en Ancient Astronauts (2022), die misschien niet zo indrukwekkend waren als de drie voorgangers, maar nog altijd veel te bieden hadden. Yay! (2023) en Neigh!! (2024) vielen mij vervolgens wat tegen, waardoor ik de albums niet eens besproken heb, maar bij Motorpsycho laat het volgende meesterwerk gelukkig nooit lang op zich wachten. Deze week keert de Noorse band, die in de basis is gereduceerd tot het duo Bent Sæther en Hans Magnus Ryan, terug met een titelloos album dat je bijna anderhalf uur lang aan de speakers gekluisterd houdt.

Het is een album met een behoorlijk aantal redelijk compacte tracks, maar er zijn ook dit keer langere tracks, met het ruim 21 minuten durende Neotzar (The Second Coming) als uitschieter. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan de geniale trilogie van een paar jaar geleden, al vind ik het niveau op het nieuwe album net wat minder consistent. Het nieuwe album van Motorpsycho laat echter ook met grote regelmaat de muziek horen die ik het liefst van de band hoor.

Het is de bonte mix van met name progrock, jazzrock, folk, bluesrock, psychedelica, hardrock en Krautrock en een stevige jaren 70 vibe die ook op een aantal recente albums uit het verleden was te horen en het is een mix die vol zit met muzikaal vuurwerk. Door de complexiteit, maar ook zeker door het gitaarwerk en de zang doet ook het nieuwe album van Motorpsycho me weer denken aan de muziek die de Britse band Yes in haar beste dagen maakte, maar de Noorse band verwerkt deels andere invloeden en voegt ook eigen ingrediënten toe aan haar muziek.

Voor de liefhebber van compacte en toegankelijke rocksongs is ook het nieuwe album van Motorpsycho weer zware kost, al bevat het album er wel een paar, maar ik had zelf geen enkele moeite met de bijna anderhalf uur durende luistertrip, waarin de band ook heerlijk kan jammen. Het is een luistertrip waarin geweldig en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk domineert, maar ook de ritmesectie speelt fantastisch, terwijl de keyboards en met name de Mellotron de muziek van Motorpsycho voorzien van een extra randje prog.

Op het eerste gehoor schat ik het nieuwe album net wat minder hoog in dan The Tower, The Crucible en The All Is One, waarop de band uit Trondheim net wat meer experimenteerde dan op het nieuwe album en natuurlijk ook een idioot hoog niveau bereikte, maar vergeleken met de laatste twee albums vind ik het titelloze nieuwe album van de band weer een enorme stap vooruit.

Motorpsycho werd geformeerd in 1989, maar is ook ruim 35 jaar later nog een band die muziek maakt die er toe doet. Het is een razend knappe prestatie, die nog wat meer glans krijgt door het zoveelste uitstekende album. Erwin Zijleman

Motorpsycho - The All Is One (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The All Is One - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Motorpsycho - The All Is One
Volop muzikaal vuurwerk weer op het nieuwe Motorpsycho album, waarop de hoogtijdagen van Yes herleven, maar ook ruimte is voor invloeden uit de jazzrock en de psychedelica

The All Is One is het laatste deel van de zogenaamde Gullvåg trilogie en Motorpsycho haalt nog een keer alles uit de kast. Bijna anderhalf uur lang word je bedolven onder muzikaal vuurwerk, waarin in eerste instantie vooral flarden uit de hoogtijdagen van Yes opduiken, maar naast de archieven van de symfonische rock worden ook de archieven van de 70s jazzrock en psychedelische rock geleegd. Het gitaarwerk is keer op keer fantastisch, maar ook de keyboards, bassen en drums klinken geweldig en dat geldt ook voor alle andere instrumenten en invloeden die de Noorse band er bij sleept. Je moet er tegen kunnen, maar als je er tegen kunt is het bijna anderhalf uur lang flink genieten.

De Noorse band Motorpsycho strooit inmiddels al 30 jaar met albums en is met het deze week verschenen The All Is One toe aan studioalbum nummer 22. Het werk van de band uit Trondheim schiet al dertig jaar alle kanten op, maar de laatste twee albums van de band klonken verrassend consistent. Dat is ook niet zo gek, want The Tower uit 2017 en The Crucible uit 2019 vormen, samen met het deze week verschenen The All Is One, de zogenaamde Gullvåg trilogie. Het is een eerbetoon aan de Noorse kunstenaar Håkon Gullvåg, die overigens ook tekende voor de fraaie covert art van de drie albums.

The Tower en The Crucible waren respectievelijk goed voor bijna anderhalf uur en veertig minuten muziek, over het algemeen gegoten in lange en hele lange tracks. Het is muziek die bij mij vooral herinneringen opriep aan de muziek van Yes uit de jaren 70, waarmee ik een jeugdliefde te pakken heb. Het is bij beluistering van The All Is One niet anders. Het gitaarwerk, de bassen, de keyboards, de songstructuren en zelfs een deel van de zang doen mij vrijwel onmiddellijk aan de hoogtijdagen van Yes denken, al sleept Motorpsycho er naarmate het album vordert ook nog flink wat andere invloeden bij en blijft het natuurlijk ook zichzelf.

The All Is One voegt nog eens bijna anderhalf uur muziek toe aan de trilogie die Motorpsycho met dit album heeft voltooid en doet dit met 13 tracks. Het zijn tracks die in lengte variëren van maar net twee minuten tot ruim 15 minuten, maar het album bevat ook een uit 5 tracks bestaande suite.

De openingstrack van het album claimt de eerste negen minuten en laat direct horen wat we kunnen verwachten van The All Is One. Het is een openingstrack vol tempowisselingen en vol muzikaal vuurwerk. Het is een track waar Yes zich halverwege de jaren 70 niet zou hebben geschaamd en dat geldt zoals gezegd voor meer tracks op het nieuwe album van Motorpsycho. De Noorse band put ook dit keer stevig uit de archieven van de symfonische rock uit de vroege jaren 70, maar ook invloeden uit de jazzrock, hardrock en psychedelische rock hebben hun weg gevonden naar de songs op The All Is One, waardoor het een typisch Motorpsycho album is.

Motorpsycho verwerkt hier en daar sprookjesachtige elementen in haar muziek en is ook niet vies van wat zweverigheid, maar vergeleken de symfonische rockbands uit de vroege jaren 70, klinkt de muziek van de band uit Trondheim vaak wel wat aardser en steviger. Het is absoluut smullen voor een ieder die de beste albums van Yes en zeker ook King Crimson heeft verslonden, maar ook een ieder die zijn of haar muziek liever wat psychedelischer had komt ruimschoots aan zijn of haar trekken.

Ook beluistering van The All Is One roept bij mij weer nostalgische gevoelens op en ze zijn misschien nog wel sterker dan bij beluistering van The Tower en The Crucible, want het is af en toe net of ik een nooit eerder uitgebracht meesterwerk van Yes aan het beluisteren ben. Het zit me geen moment in de weg en dat is best bijzonder, want ik luister niet al te vaak meer naar symfonische rock of progrock, De laatste albums van Motorpsycho gaan er echter in als koek en The All Is One durf ik na een paar keer horen al de beste van het stel te noemen en dat zegt wat.

De eerste tracks zijn geweldig, maar in de in totaal 40 minuten durende N.O.X suite gaan alle remmen los en verwerkt de band zoveel invloeden dat het je soms duizelt. Motorpsycho is dan al lang weer Motorpsycho en imponeert, net als op de vorige twee albums in deze geweldige trilogie. Erwin Zijleman

Motorpsycho - The Crucible (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Crucible - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Motorpsycho - The Crucible
Motorpsycho neemt je mee op een fascinerende tijdreis langs een aantal decennia rockmuziek, met een voorkeur voor 70s symfonische rock

Ik heb twee jaar geleden enorm genoten van The Tower van Motorpsycho en niet alleen omdat de plaat me deed denken aan het beste van mijn jeugdliefde Yes. Ook The Crucible herinnert met grote regelmaat aan de platen die Yes in de jaren 70 maakte, maar wat sleept de Noorse band er weer veel bij. Het is zoveel dat het je soms duizelt, maar The Crucible staat ook vol met wonderschone en opvallend melodieuze passages, die weer worden afgewisseld met een bijzonder indrukwekkend muzikaal machtsvertoon. Zonder een zwak voor progrock is The Crucible waarschijnlijk een zwaar op de maag liggende plaat, maar met dit zwak is het genieten, 40 minuten lang.

De Noorse band Motorpsycho bouwt al sinds 1990 aan een bijzonder oeuvre. De band uit Trondheim schiet hierbij alle kanten op en heeft een productiviteit om bang van te worden.

De afgelopen twee jaar verschenen twee live-albums, maar het deze week verschenen The Crucible is wat mij betreft de logische opvolger van het in 2017 verschenen The Tower.

Op The Tower nam de Noorse band ons mee op een tijdreis door een aantal decennia rockmuziek. Het was een tijdreis die relatief veel tijd doorbracht in de jaren 70 en een voorliefde voor 70s hardrock en symfonische rock etaleerde. Motorpsycho leunde echter zeker niet volledig op al het moois uit het verleden, maar verrijkte de klanken uit de inmiddels wat stoffige archieven van de hardrock en de symfonische rock uit de jaren 70 met flink wat stonerrock en een vleugje metal.

The Tower bevatte maar liefst anderhalf uur muziek en stond vol met songs die ruim de rijd namen voor het verkennen van de uithoeken van de archieven van de rockmuziek. Op The Crucible moeten we het doen met 40 minuten muziek en in die 40 minuten komen er slechts drie tracks uit de speakers, variërend in tijd van ruim 8 tot bijna 21 minuten.

Bij beluistering van The Tower had ik meer dan eens associaties met het werk van Yes en dat is een band die ik, ondanks mijn afgenomen liefde voor symfonische rock of progrock, nog altijd hoog heb zitten. Invloeden uit het werk van Yes zijn ook op The Crucible dominant aanwezig, net als invloeden van tijdgenoten King Crimson.

Dat hoor je vooral wanneer Motorpsycho groots en meeslepend of zelfs wat bombastische klinkt en kiest voor sprookjesachtige klanken. Je hoort het ook wanneer de muziek van de Noorse band omslaat in muzikaal spierballenvertoon en de muzikale hoogstandjes elkaar in snel tempo afwisselen. Het wordt allemaal bijzonder vakkundig aan elkaar geslagen door de drummer van de band, die een prestatie van formaat levert.

Ook dit keer blijft Motorpsycho niet eindeloos steken in de betere en interessantere symfonische rock uit de jaren 70. Invloeden uit de stonerrock en metal stuwen de band uit Trondheim de kan op van stadgenoten Soup, maar The Crucible gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de psychedelica en de jazzrock. Het wordt fraai gecombineerd met zang, die ook al doet denken aan Yes en King Crimson, maar mij ook af en toe doet (en dan heel even) denken aan Simon & Garfunkel.

Het levert een bijzondere plaat op, maar het is absoluut een plaat voor bijzondere gelegenheden. Motorpsycho maakt geen muziek voor op de achtergrond en maakt evenmin muziek voor een etentje, een feestje of een goed gesprek. The Crucible is een plaat die je het beste alleen kunt ondergaan en als het even kan met flink volume.

Vervolgens word je 40 minuten lang alle kanten op geslingerd en afwisselend betoverd door sprookjesachtig mooie of volstrekt onnavolgbare passages. The Crucible zit vol flarden uit het verleden, maar net als op The Tower, maakt de Noorse band haar eigen ding van al deze invloeden.

Liefhebbers van tracks met een kop en een staart zijn bij Motorpsycho ook dit keer aan het verkeerde adres, maar muziekliefhebbers met een zwak voor progrock en bij voorkeur ook wat liefde voor hardrock, psychedelica en jazzrock, zullen smullen van de nieuwste muzikale uitspatting van Motorpsycho. The Crucible ligt stevig in het verlengde van The Tower, maar ook dit keer voegt Motorpsycho nieuwe dimensies toe aan haar muziek. Het verrijkt het unieke oeuvre van de Noorse band met een volgende prachtplaat. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman

Motorpsycho - The Tower (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Motorpsycho - The Tower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Noorse band Motorpsycho is sinds haar oprichting in 1989 enorm productief en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre opgebouwd. The Tower wordt hier en daar de 31e plaat van de band uit Trondheim genoemd en ik ga er maar even van uit dat het klopt.

De band bracht eerder dit jaar nog de soundtrack bij een fictief toneelstuk uit, maar The Tower is wat mij betreft de echte opvolger van het vorig jaar verschenen Here Be Monsters.

Voor The Tower koos Motorpsycho voor de afwisseling eens voor een studio ver van huis, want de plaat werd opgenomen in Los Angeles en Joshua Tree. Heel veel invloed op het geluid van de Noorse band heeft het niet gehad, want Motorpsycho doet nog altijd heel nadrukkelijk haar eigen ding.

The Tower opent met de bijna 9 minuten durende titeltrack, waarin een stevige stonerrock achtige riff wordt gecombineerd met invloeden uit de psychedelica en vooral de progrock. Ik heb bij beluistering van de platen van Motorpsycho wel vaker associaties met de platen van Yes uit de jaren 70, maar zo duidelijk als in de openingstrack van The Tower hoorde ik invloeden van Yes nog niet vaak. Het zijn invloeden die ook in de andere tracks op de plaat een belangrijke rol spelen en persoonlijk vind ik dat een pre.

Motorpsycho doet vervolgens haar eigen ding met de invloeden uit het verleden en combineert de zweverige sfeer en het muzikaal spierballenvertoon waarvoor Yes zich niet zou hebben geschaamd met redelijk rechttoe rechtaan rock ’n roll, waardoor de energie werkelijk uit de speakers knalt.

Motorpsycho heeft zoveel platen gemaakt die ik koester, dat iedere nieuwe plaat moet opboksen tegen heel veel moois, maar The Tower had me dankzij de ijzersterke openingstrack onmiddellijk te pakken. Hierna moet er nog heel veel moois komen, want zoals gewoonlijk neemt de Noorse band de tijd voor haar muziek en krijgen we dit keer bijna anderhalf uur muziek voor de kiezen. Dat is bijna altijd teveel, maar iedereen die de platen van Motorpsycho koestert, weet dat de Noren met hun muziek niet snel vervelen.

De loodzware en zoals gezegd bijna aan de stonerrock ontleende riffs uit de openingstrack keren met grote regelmaat terug op The Tower wat veel dynamiek toevoegt aan de plaat. Motorpsycho heeft een lekker stevige rockplaat afgeleverd en het is een rockplaat die kan vermaken met meedogenloze riffs maar ook kan betoveren met muziek die alle kanten op schiet.

Het is een plaat die je mee terugneemt naar de hardrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar Motorpsycho staat ook met minstens één been in het heden en voorziet haar muziek ook van allerlei accenten uit de rockmuziek uit de afgelopen decennia. Een aantal songs op de plaat is verrassend toegankelijk, maar The Tower kan ook flink ontsporen in psychedelische klanken die zorgen voor fascinerende beelden op het netvlies.

Muziekliefhebbers die niets hebben met moeilijkdoenerij zullen The Tower waarschijnlijk wat teveel van het goede vinden, maar liefhebbers van muziek die net zo makkelijk betovert als overweldigt, horen op The Tower verschrikkelijk veel moois. The Tower is daarmee het zoveelste voorbeeld van het bijzondere of zelfs unieke muzikale universum dat Motorpsycho de afgelopen twee decennia heeft gecreëerd. Erwin Zijleman

Mount Eerie - Lost Wisdom Pt. 2 (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mount Eerie with Julie Doiron - Lost Wisdom pt. 2
Mount Eerie gaat verder met rouwverwerking en een liefdesbreuk op het samen met Julie Doiron gemaakte en gitzwarte maar ook wonderschone Lost Wisdom pt. 2.
Phil Elverum maakte na de trieste dood van zijn vrouw twee gitzwarte albums. Lost Wisdom pt. 2 had na het hervonden liefdesgeluk wat minder donker moeten zijn, maar de nieuwe relatie liep al snel op de klippen. Ook het nieuwe album van Mount Eerie is daarom vooral donker gekleurd. Lost Wisdom pt. 2 valt op door een zeer spaarzame instrumentatie die hier en daar wordt gecontrasteerd door korte uitbarstingen, door de emotievolle zang van Phil Elverum en wat mij betreft zeker ook door de prachtige zang van Julie Doiron, die haar naam volkomen terecht zag toegevoegd naast die van Mount Eerie. Beklemmend album van een bijzondere schoonheid.

Mount Eerie kwam ooit voort uit de band The Microphones en is feitelijk het alter ego van de Amerikaanse muzikant Phil Elverum.

De albums van Mount Eerie waren altijd al wel wat zwaar op de hand, maar kregen nog wat extra emotionele lading op het in 2017 verschenen A Crow Looked At Me, waarop Phil Elverum op indringende wijze de trieste dood van zijn vrouw Geneviève Castrée verwerkte.

De rouwverwerking kreeg nog wat meer inhoud op het een jaar later verschenen Now Only, dat net als zijn voorganger bij beluistering bijna pijn deed.

Na deze twee loodzware albums leek het geluk Phil Elverum weer toe te lachen. Hij trouwde met actrice Michelle Williams, met wie hij de pijn van intense rouw deelde, en keek weer iets positiever naar het leven. Het was helaas maar tijdelijk, want de relatie met zijn nieuwe liefde liep snel op de klippen en de breuk was voer voor de Amerikaanse roddelpers, die Phil Elverum sinds het succes van A Crow Looked At Me in de gaten hield.

Na twee albums waarop de Amerikaanse muzikant de dood van zijn vrouw verwerkte, komt hij daarom nu op de proppen met een breakup album. Lost Wisdom pt. 2 is het vervolg op Lost Wisdom dat in 2008 verscheen. De belangrijkste overeenkomst tussen beide albums is de bijdrage van zangeres Julie Doiron. De bijdrage van Julie Doiron, die zelf overigens ook een aantal uitstekende albums op haar naam heeft staan, maar de laatste jaren niet al te productief is, is zo groot dat haar naam naast die van Mount Eerie prijkt. Ik hou meer van vrouwenstemmen dan van mannenstemmen en ben daarom zeer gecharmeerd van de bijdrage van Julie Doiron, wiens stem ook nog eens prachtig kleurt bij die van Phil Elverum.

Lost Wisdom pt. 2 is net als zijn twee voorgangers een sober en donker album. De songs op het album worden spaarzaam ingekleurd met een akoestische gitaar, maar hier en daar wordt de stilte prachtig doorbroken met stevige gitaaruithalen, drums of synths, zoals in het geweldige Widows.

Lost Wisdom pt. 2 is zeker niet alleen een album over de breuk met Michelle Williams, want ook Geneviève Castrée, de moeder van zijn kind, blijft opduiken in het leven van Phil Elverum door het enorme gat dat ze heeft achter gelaten. Lost Wisdom pt. 2 mag daarom best gezien worden als het derde album waarop Phil Elverum rouwt.

Het is wederom een album dat bij beluistering bijna pijn doet, maar het is ook een album van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Het is fraai hoe de beperkte muzikale uitbarstingen dynamiek toevoegen aan het album, maar het is nog fraaier hoe de prachtige stem van Julie Doiron aan schuurt tegen de al even karakteristieke stem van Phil Elverum.

Lost Wisdom pt. 2 is een album zonder enige opsmuk dat ruim een half uur dwars door de ziel snijdt. In tekstueel opzicht is het misschien net wat minder heftig dan het gitzwarte A Crow Looked At Me, maar ook Lost Wisdom pt. 2 is een album vol melancholie. Op hetzelfde moment is het een album van grote schoonheid, al is het maar vanwege de prachtige zang van Julie Doiron, maar ook de subtiele accenten in de instrumentatie en de weemoedige zang van Phil Elverum tillen de songs op Lost Wisdom pt. 2 een flink stuk op. Een prachtig album voor koude en donkere avonden. Erwin Zijleman

Mount Kimbie - The Sunset Violent (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mount Kimbie - The Sunset Violent - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mount Kimbie - The Sunset Violent
De Britse band Mount Kimbie gaat op haar albums echt alle kanten op en verrast nu met een behoorlijk toegankelijk maar ook avontuurlijk album vol invloeden uit de shoegaze, Krautrock en vooral postpunk

Ik had tot dusver niet zo heel veel met de muziek van Mount Kimbie, waardoor ik er van uit ging dat ik het nieuwe album van de band wel kon laten liggen. Ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want The Sunset Violent is niet alleen een verrassend toegankelijk album, maar ook een album dat goed aansluit op mijn muzikale voorkeuren. Mount Kimbie omarmt op haar nieuwe album de postpunk uit het verleden, maar geeft er ook een eigen draai aan. Het is een draai die het experiment niet schuwt, maar de songs op The Sunset Violent dringen zich verrassend makkelijk op. Ik ben vast niet de enige die niet veel had met de Britse band, maar schrijf het nieuwe album van Mount Kimbie niet te makkelijk af.

Er zijn de afgelopen week flink wat albums verschenen die in brede kring zijn bejubeld, maar die op mij bij eerste beluistering een nogal gezapige indruk maakten. Die mening veranderde in de meeste gevallen niet bij de volgende keer luisteren, maar bij mijn eerste oordeel over The Sunset Violent van Mount Kimbie zat ik flink mis.

Mount Kimbie bestaat inmiddels ruim vijftien jaar en was in eerste instantie een duo dat werd gevormd door Kai Campos en Dominic Maker. Het duo maakte in eerste instantie nogal experimentele elektronische muziek, die onder andere werd voorzien van het label ‘post dubstep’, maar er zijn meer hokjes bedacht voor de muziek van het Britse tweetal.

Ik ben er altijd van uit gegaan dat de muziek van Mount Kimbie niets voor mij was en sinds ik een paar dagen geleden de proef op de som heb genomen en in het oeuvre van de band ben gedoken weet ik dit vrij zeker, al kwam ik ook wel wat songs tegen die me wel aanspraken, met name op het uit 2017 stammende Love What Survives, waarna de twee leden van de band leken te kiezen voor hiphop en dance.

Kai Campos en Dominic Maker hebben op het deze week verschenen The Sunset Violent gezelschap gekregen van Andrea Balency-Béarn and Marc Pell en hebben een album gemaakt dat zich veel minder ver buiten mijn comfort zone begeeft. Mount Kimbie maakt nog altijd muziek die het experiment niet schuwt, maar The Sunset Violent is toch ook een behoorlijk toegankelijk album.

Het is een album dat ver verwijderd blijft van de elektronische muziek en dubstep die de band in het verleden maakte en dat flink opschuift richting rock. Synths spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Mount Kimbie, maar The Sunset Violent is uiteindelijk toch ook en misschien zelfs wel vooral een gitaaralbum.

Het wat staccato gitaarwerk op het album wordt gecombineerd met een strak spelende ritmesectie en ijle synths, wat een geluid oplevert dat met enige fantasie in het hokje postpunk is te duwen. De associatie met postpunk wordt versterkt door de wat monotoon en onderkoeld klinkende zang die bestaat uit een mannenstem en een vrouwenstem, terwijl in twee tracks King Krule opduikt als gastvocalist.

Het is een genre waarin het de laatste tijd weer erg druk is, maar Mount Kimbie weet zich te onderscheiden van de grauwe middelmaat, door het experiment te zoeken en er onder andere wat invloeden uit de Krautrock bij te slepen en ook uitstapjes richting shoegaze niet uit de weg te gaan. De songs van de band klinken hierdoor deels bekend, maar klinken ook avontuurlijk.

Persoonlijk vind ik vooral de vocale bijdragen van Andrea Balency-Béarn een aanwinst voor het geluid van Mount Kimbie, dat door de vrouwenstem wat minder donker en beklemmend klinkt dan het gemiddelde postpunk album en de zang op het album bovendien voorziet van de gewenste variatie.

Bij mijn wat oppervlakkige eerste beluistering was ik nog niet erg onder de indruk van The Sunset Violent en vond ik het album wat voortkabbelen. Dat was een totaal verkeerde inschatting, want inmiddels vind ik The Sunset Violent van Mount Kimbie juist een heel spannend album, waarop aangenaam klinkende songs vol echo’s uit het verleden worden voorzien van bijzondere ingrediënten en subtiele spanningsbogen, met hier en daar een ingehouden uitbarsting. Ik ben blij dat ik even heb doorgezet met de muziek van Mount Kimbie, want inmiddels kan ik niet meer zonder het buitengewoon knappe The Sunset Violent. Erwin Zijleman

Mountaineer - 1974 (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mountaineer - 1974 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Marcel Hulst is de zanger en gitarist van de Amsterdamse band Maggie Brown en dat is op deze BLOG zeker geen onbekende.

Vrijwel precies een jaar geleden bejubelde ik het titelloze debuut van Maggie Brown en riep ik de plaat uit tot één van de betere gitaarplaten van dat moment. Dat vond ik aan het eind van het jaar nog steeds, waardoor het debuut van Maggie Brown ook opdook in mijn jaarlijstje.

Van Maggie Brown gaan we in de toekomst vast nog heel veel horen, maar een nieuwe plaat laat nog even op zich wachten. Momenteel gaat de aandacht van Marcel Hulst immers uit naar zijn soloproject Mountaineer, waarvan vandaag het prachtige 1974 is verschenen.

Ik heb 1974 al een tijdje als download in huis, maar inmiddels draait 1974 ook op vinyl zijn rondjes. Ik maak me normaal gesproken nooit zo heel druk om geluidskwaliteit, maar het moet gezegd worden dat 1974 op vinyl nog veel beter en vooral warmer klinkt dan op cd of als download. Maar dit terzijde. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek en die is prachtig.

1974 van Mountaineer is niet direct te vergelijken met het debuut van Maggie Brown. Het is een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestische plaat vol mooie en opvallend intieme popliedjes. Vaak folky, vaak ook met een wat psychedelische ondertoon.

Waarom de plaat de titel 1974 heeft meegekregen weet ik niet zeker, maar ik kan het wel bedenken. 1974 is een plaat die net zo goed had kunnen worden gemaakt in het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal het WK had moeten winnen, ABBA het songfestival won en Richard Nixon aftrad als president van de Verenigde Staten. Nu zijn ingetogen folky singer-songwriter songs natuurlijk van alle tijden, maar 1974 van Mountaineer mist het gejaagde van de huidige tijd en heeft daarom een heerlijk rustgevende uitwerking.

Ondertussen valt er ook heel veel te genieten. 1974 van Mountaineer bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaren en de mooie stem van Marcel Hulst, maar wanneer je goed luistert naar de plaat, valt op dat de instrumentatie veel rijker is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Spaarzame percussie, mooie baslijnen en hier en daar wat (uiteraard) analoge synths voorzien de songs van Mountaineer steeds weer van net wat andere kleuren en bovendien van diepgang.

Hoewel Mountaineer andere muziek maakt dan Maggie Brown, hoor ik ook wel wat overeenkomsten. 1974 laat net als het debuut van Maggie Brown prachtig gitaarwerk horen en net als bij Maggie Brown valt de muziek van Mountaineer op door een combinatie van dromerige klanken en onderhuidse spanning, waardoor je aan de ene kant wegdroomt en aan de andere kant geen noot wilt missen. Een andere constante factor is de prettige stem van Marcel Hulst, die er ook op deze plaat in slaagt om je zijn muziek in te zuigen, waardoor 1974 veel meer impact heeft dan de gemiddelde plaat.

1974 had zoals gezegd met een beetje fantasie ook best in de jaren 70 gemaakt kunnen worden (de plaat was destijds ergens tussen Donovan en het ingetogen werk van The Beatles terecht gekomen), maar aan de kant heeft de plaat ook raakvlakken met de alternatieve folk en Americana van veel recentere datum en hoor ik af en toe ook wat van Pink Floyd (maar dat zal aan mij liggen). Hiernaast duiken af en toe bijzondere ritmes op die men in 1974 nog niet had durven bedenken.

Net als het debuut van Maggie Brown is het debuut van Mountaineer een plaat om te koesteren. Omarm deze plaat en het ene na het andere popliedje wordt je dierbaar en uiteindelijk zijn het er tien. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Alle versies van 1974 zijn verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Mountaineer: 1974 | Mountaineer - mountaineer-music.bandcamp.com. Als het even kan zou ik gaan voor vinyl, want daarop klinkt de plaat net wat beter. Bovendien hadden we in 1974 alleen maar vinyl. En de download krijg je er gewoon bij.

Mountaineer - Lewis & Clark (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de krenten de pop:
De krenten uit de pop: Mountaineer - Lewis & Clark - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mountaineer - Lewis & Clark
De Nederlandse muzikant Marcel Hulst werkte jaren aan het tweede album van Mountaineer en levert een album af dat van de eerste tot en met de laatste noot betovert met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden

Marcel Hulst had met twee albums van de band Maggie Brown en het debuut van Mountaineer al drie parels uit de Nederlandse popmuziek op zijn naam staan, maar op Lewis & Clark legt hij de lat nog wat hoger. Het tweede album van Mountaineer is een zeer ambitieus album, waaraan de Nederlandse muzikant zich makkelijk had kunnen vertillen, maar het is geweldig album geworden. De vaak wat folky songs op het album worden steeds weer verrijkt met fraaie versiersels, stappen met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en kijken niet op een invloed meer of minder, maar Lewis & Clark is ook een fraaie eenheid en een album waarmee het heerlijk ontsnappen is aan de toch wat donkere wereld van het moment.

De naam Marcel Hulst zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar voor mij is hij de man achter twee van de beste Nederlandse gitaarplaten aller tijden. Die twee albums maakte Marcel Hulst met de band Maggie Brown. Het titelloze debuut van de band uit 2014 en Another Place uit 2017 kregen niet overdreven veel aandacht, maar ik trek ze nog met grote regelmaat uit de kast en ben iedere keer weer verrast door de schoonheid en veelzijdigheid van de muziek van Maggie Brown.

Het zijn niet de enige wapenfeiten van Marcel Hulst, want de Nederlandse muzikant maakte in 2015 als Mountaineer ook nog het prachtige 1974, dat het volle geluid van Maggie Brown verruilde voor zeer sfeervolle en voornamelijk ingetogen klanken. 1974 van Mountaineer is inmiddels bijna zeven jaar oud en krijgt deze week gezelschap van Lewis & Clark.

Marcel Hulst heeft jaren gewerkt aan het nieuwe album van Mountaineer en heeft inmiddels onderdak gevonden bij het sympathieke Concerto Records. Dat Marcel Hulst lang heeft gewerkt aan het tweede album van Mountaineer is direct vanaf de eerste noten duidelijk. Lewis & Clark is een ambitieus album dat start bij het debuutalbum van Mountaineer, maar vervolgens in alle richtingen grote stappen zet.

De meeste songs op het album hebben een vrij sobere basis die bestaat uit de akoestische gitaar en de stem van Marcel Hulst, maar die basis wordt keer op keer verrijkt met prachtige versiersels, waarbij de Nederlandse muzikant alles uit de kast trekt. De ene keer zijn het stemmige pianoakkoorden, de volgende keer fraaie koortjes, dromerige keyboards, een stemmige blaasinstrument of een vanuit de achtergrond opduikende pedal steel.

Net als op de albums van Maggie Brown en op het debuut van Mountaineer, is Marcel Hulst op Lewis & Clark een meester in het aan elkaar smeden van invloeden en de tijd. Lewis & Clark kan worden getypeerd als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is veel meer dan dat. Het is een album dat de inspiratie vaak zoekt in folk uit de jaren 60 en 70, maar net als de albums van Maggie Brown kan ook de muziek van Mountaineer zomaar opeens een aantal decennia vooruit schieten in de tijd.

Lewis & Clark is een album over jeugddromen, die zich in het geval van Marcel Hulst vooral in de Verenigde Staten afspeelden, maar de Nederlandse muzikant is ook niet blind voor de soms harde realiteit in het land. Lewis & Clark is niet alleen een album vol wonderschone popliedjes, die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren, maar Marcel Hulst is er ook in geslaagd om deze popliedjes aan elkaar te smeden tot een eenheid.

Lewis & Clark vertelt een verhaal dat je vasthoudt zoals bijvoorbeeld The Wall van Pink Floyd dat zo goed kan. Het is een verhaal dat steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar alles op het album is raak en ondanks de verschillen tussen de songs sluit alles naadloos op elkaar aan.

Het album is prachtig ingekleurd en fraai geproduceerd, maar ook de zeer aangename stem van de Nederlandse muzikant, die hier en daar herinnert aan die van Elliott Smith, draagt nadrukkelijk bij aan het prachtige eindresultaat.

De LP is tien songs lang betoverend mooi, op Spotify is het twaalf songs lang prachtig en de (spotgoedkope) cd of de bandcamp download houden je zelfs vijftien tracks lang gevangen in de muzikale schoonheid en overtuigingskracht van Mountaineer.

Lewis & Clark is naar eigen zeggen het album dat Marcel Hulst als twintig jaar wilde maken. Ik kan alleen maar concluderen dat hij het geflikt heeft, al hoop ik natuurlijk wel dat er naast de twee prachtalbums van Maggie Brown (check deze albums zeker eens) en de al even mooie twee van Mountaineer nog veel muziek van zijn hand bij komt de komende jaren. Erwin Zijleman

Mourn - Self Worth (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mourn - Self Worth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mourn - Self Worth
Mourn strooit een stevige hoeveelheid punky energie over je heen, maar ondertussen zitten de songs van de Spaanse band veel knapper in elkaar dan je bij eerste beluistering dacht
Spanje heeft geen grote reputatie als muziekland, zeker niet wanneer het gaat om rockmuziek, maar de laatste tijd komt er veel moois uit het land. Na Melenas en Hinds is het nu Mourn dat met een geweldig album op de proppen komt. De voor driekwart uit vrouwen bestaande band gaat er lekker stevig tegenaan met muziek die wel wat aan die van Sleater-Kinney in betere jaren doet denken. De rauwe gitaarsongs van de band geven direct energie, maar als je wat beter luistert hoor je ook dat deze band kan spelen en bovendien oor heeft voor songs die je niet alleen omver blazen, maar die ook intrigeren. Heerlijk album van deze band uit Barcelona.

Ik heb het een paar keer eerder geprobeerd met de muziek van de Spaanse band Mourn, maar de vorige drie albums van de band uit Barcelona verdwenen na een veelbelovende start uiteindelijk toch weer op de stapel. Met het deze week verschenen Self Worth was het echter direct raak.

Spanje heeft de afgelopen jaren een aardige reputatie opgebouwd wanneer het gaat om vrouwenbands. Mourn voldoet niet helemaal aan de definitie van dat begrip, want het viertal uit Barcelona heeft ook een man in de gelederen, al mag die niet met zijn foto op de cover. Driekwart van de band is echter sowieso vrouw, wat de vergelijking met bands als Hinds uit Madrid en Melenas uit Pamplona rechtvaardigt.

Net als de twee genoemde bands maakt Mourn muziek die lekker recht voor zijn raap is, maar in muzikaal opzicht tappen alle drie de bands uit een ander vaatje. Bij beluistering van Self Worth van Mourn kwam bij mij direct één naam opzetten en dat is die van Sleater-Kinney. Het Amerikaanse drietal verraste het afgelopen jaar met een ware metamorfose, zowel wat betreft uitstraling als wat betreft muziek, maar persoonlijk hoor ik toch liever het rauwere werk van Sleater-Kinney. Voor dit werk ben je bij Mourn gelukkig nog altijd aan het juiste adres.

Self Worth is een album waarvoor ik lang niet altijd in de stemming ben, maar zo op zijn tijd is de muziek van Mourn een portie ruwe energie die nauwelijks te weerstaan is. Self Worth is een album zonder al teveel poespas, maar ondertussen klopt vrijwel alles op het nieuwe album van de Spaanse band.

Het gitaarwerk is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang op het album. Mourn verstaat verder de kunst van het schrijven van uitstekende songs en heeft ook een kundig producer, die het album heeft voorzien van een ruw maar ook helder geluid. Ook de nieuwe drummer van de band is een aanwinst, want de energievolle songs van de drie vrouwen van de band worden op knappe wijze aan elkaar geslagen.

De muziek op Self Worth lijkt op van alles en nog wat en lijkt met enige regelmaat te citeren uit de archieven van de riot grrl beweging uit de jaren 90, maar uiteindelijk hoor ik vooral veel van het rauwere werk van Sleater-Kinney en dat klinkt fantastisch. Self Worth is misschien een album zonder veel opsmuk en het is bovendien een album waarop de zangeres van de band het af en toe heerlijk uitschreeuwt, maar Mourn is een band die zeker niet onderschat moet worden.

De Spaanse band schrijft bovengemiddeld goede songs en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. Ik omarmde Self Worth in eerste instantie zelf vooral als een album om even stoom mee af te blazen in deze rare tijden, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Mourn luister, hoe beter het wordt. Met name het gitaarwerk is niet alleen recht voor zijn raap maar ook verrassend veelkleurig, maar ook de zang, de songs en de fraaie productie van het album springen steeds nadrukkelijker in het oor.

Er zijn heel wat jaren geweest waarin Spanje niet goed was voor drie geweldige rockalbums, maar na Melenas en Hinds heeft ook Mourn er een afgeleverd die de internationale concurrentie makkelijk aan kan en die absoluut een waardig alternatief vormt voor het wat uit koers geraakte Sleater-Kinney. Erwin Zijleman

Mousey - My Friends (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mousey - My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mousey - My Friends
Mousey is een Nieuw-Zeelandse muzikante, die met My Friends een veelzijdig en in kwalitatief opzicht hoogstaand album heeft afgeleverd, dat ook aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient

My Friends is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en het is een kennismaking die naar meer smaakt. Op het tweede album van het alter ego van de uit Christchurch afkomstige Sarena Close kan het meerdere kanten op. My Friends bevat een aantal zeer ingetogen songs, maar ook een aantal veel zwaarder aangezette songs, waardoor My Friends het hele spectrum van folk tot pop en rock bestrijkt. Zeker de meer ingetogen songs vallen op door de hoge intensiteit van de muziek van Mousey, die beter wordt naarmate je dit album meerdere keren hoort. Ik word met grote regelmaat verrast door Nieuw-Zeelands talent en ook deze Mousey is er weer een.

My Friends is het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mousey en de opvolger van het in 2019 verschenen Lemon Law, dat in eigen land behoorlijk wat aandacht trok. Ook My Friends behoort deze week in Nieuw-Zeeland tot de belangrijkste nieuwe releases, maar het tweede album van Mousey is een album dat wat mij betreft ook buiten de eigen landsgrenzen aandacht verdient.

Mousey is het alter ego van de uit het Nieuw-Zeelandse Christchurch afkomstige Sarena Close, die op haar tweede album tekent voor alle songs, maar ook voor gitaren, keyboards, piano en zang en bovendien voor de coproductie van het album.

My Friends opent met een intieme en lieflijk klinkende folksong, maar wanneer Mousey in de tweede track kiest voor een uptempo popsong met wat rockinvloeden, is duidelijk dat de muziek van Sarena Close zich niet in één hokje laat vangen, wat nog wat duidelijker wordt wanneer ze zich in de derde track laat omgeven door overstuurde gitaren.

My Friends werd geproduceerd door Sarena Close en de Nieuw-Zeelandse producer Ben Edwards, die in zijn studio The Sitting Room in Lyttelton Harbour eerder werkte met onder andere Nadia Reid, Marlon Williams, Julia Jacklin en Aldous Harding. My Friends heeft zich in een aantal songs zeker laten beïnvloeden door de muziek van stadgenote Aldous Harding, maar het tweede album van Mousey schiet teveel kanten op om te spreken van vergelijkingsmateriaal dat langer dan een paar tracks mee gaat.

Mousey nam haar tweede album op tijdens de coronapandemie, die in Nieuw-Zeeland vaak zorgde voor strenge regels die continu opgebouwd en weer afgebouwd werden. Het heeft zijn weerslag gehad op My Friends, dat een vergelijkbare golfbeweging laat horen. My Friends bevat een aantal betrekkelijk lichtvoetige rocksongs waar het plezier van af spat, maar bevat ook een aantal meer ingetogen en meer folky songs waarin de melancholie juist weer regeert. Het zijn de ingetogen songs waarin Mousey wat mij betreft de meeste indruk maakt, al heeft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante ook zeker baat bij het variëren met zowel stijlen als intensiteit en emoties, wat het album voorziet van dynamiek en spanning.

De wereld is de afgelopen decennia een stuk kleiner geworden door de komst van het Internet, maar het is bijzonder hoe met name Australische en Nieuw-Zeelandse muzikanten nog altijd een duidelijk eigen identiteit hebben. Het is een identiteit die ik ook weer hoor op My Friends van Mousey. Vergeleken met de muziek van Europese en Amerikaanse muzikanten klinkt het tweede album van Sarena Close toch net wat eigenzinniger, waardoor het album interessanter is dan het gemiddelde album in het genre.

My Friends kleurt in alle opzichten net wat buiten de lijntjes, waardoor het net wat meer schuurt en waardoor relatief eenvoudig klinkende songs moeiteloos worden afgewisseld met songs vol diepgang. Hoe vaker ik naar het album luister, hoe knapper het wordt, want Sarena Close is niet alleen een uitstekend en zeer veelzijdig zangers, maar heeft haar album ook op bijzondere wijze ingekleurd en schrijft bovendien songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. Door de grote diversiteit is My Friends van Mousey een album waarover je niet te snel en makkelijk moet oordelen, maar dat uiteindelijk groeit tot flinke hoogten. Erwin Zijleman

Møster! - States of Minds (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Møster! - States Of Minds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Noorse band maakt muziek die soms tegen de haren instrijkt, maar net zo vaak hopeloos intrigeert of overloopt van schoonheid
States Of Minds van Møster! is een plaat waar je even voor moet gaan zitten. Het is een plaat die het je zeker niet makkelijk maakt en die zeker in het begin alle kanten lijkt op te schieten. Op een gegeven moment valt echter alles op zijn plek en kun je alleen maar genieten van het opvallende muzikale universum dat de Noorse band creëert. Møster! heeft lak aan conventies en stijlen en gooit van alles en nog wat op een hoop. Het levert het ene moment een kakofonie van geluid op, maar de Noorse band tovert je net zo makkelijk zweverige soundscapes of wonderschone klanken voor. Buitengewoon fascinerende plaat.



Je hebt soms van die platen waar je bij eerste beluistering niet zo veel mee kunt, maar die op een of andere manier toch ook intrigeren. States Of Minds van de Noorse band Møster! is zo’n plaat.

Het is er in de bovenstaande categorie een in de overtreffende trap, want bij eerste beluistering kon ik echt helemaal niets met de muziek van de band rond de Noorse muzikant Kjetil Møster, maar intrigeerde de plaat me wel hopeloos.

Misschien vond ik van mezelf ook wel dat ik vol moest houden, want de band die Kjetil Møster heeft samengesteld bestaat onder andere uit leden van Motorpsycho en dat is een band die ik heel hoog heb zitten. Ik ben blij dat ik heb volgehouden, want wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de muziek van de Noorse band is loslaten geen optie meer.

Goed, laat ik beginnen bij het begin. States Of Minds van Møster! opent, om het de luisteraar makkelijk te maken, met een track van ruim 20 minuten. Het is een track die begint met duistere klanken, bijzondere geluiden en af en toe een opduikende saxofoon. Vooral door die saxofoon had ik wel wat associaties met Bowie’s Blackstar; een volgende reden om te blijven luisteren naar de muziek van de Noorse band.

De machine van Møster! draait vervolgens een aantal minuten warm. De geluiden worden intenser en spannender, terwijl de saxofoon een steeds wat voornamere rol opeist. Na vijf minuten is de machine warmgedraaid en ronken de motoren. Langzaam ontstaat iets dat herkenbaar is als een song. Het is een song met een groovy ritme, een breed palet aan geluiden en instrumenten, en nog steeds de saxofoon, die steeds melodieuzer en jazzier gaat spelen. Langzaam maar zeker veranderen de in eerste instantie zo donkere, ongrijpbare en zelfs wat unheimische klanken in muziek die iets met je doet. Dat kan zo weer omslaan, maar vanaf dat moment weet je waartoe Møster! in staat is en wil je blijven luisteren.

Møster! is de band van jazz saxofonist Kjetil Møster, dus het is niet zo gek dat zijn saxofoon vaak centraal staat, maar de Noor heeft niets voor niets een aantal aansprekende muzikanten uit andere genres gerekruteerd. De jazz van Kjetil Møster slaat hierdoor het ene moment om in dromerige en sprookjesachtige soundscapes uit het donkere bos, maar kan ook meer de kant van de blues of rock op gaan, waarbij ook uitstapjes richting de progrock van Yes in haar jonge jaren niet wordt geschuwd.

De muziek van Møster! is het ene moment bijna verstild, maar kan zomaar ontaarden in een kakofonie van geluid. Zeker in de tracks waarin de rol van de gitaren wat groter is worden interessante duels tussen deze gitaren en de saxofoon van Kjetil Møster uitgevochten. De associaties met Bowie’s Blackstar blijft bij mij terugkeren, maar het is wel Blackstar voor gevorderden.

Het heeft bij mij wel even geduurd voor het kwartje viel, maar inmiddels is alles dat in eerste instantie nog zo tegen de haren in streek bijzonder en functioneel en kan ik intens genieten van de fascinerende mix van stijlen en geluiden die Møster! uit de speakers laat komen. Waar de passages met betoverend mooie klanken in eerste instantie schaars waren, loopt de bijna anderhalf uur (!) durende plaat er nu van over. En ik ben nog lang niet klaar met States Of Minds. Erwin Zijleman

mui zyu - Nothing or Something to Die For (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: mui zyu - nothing or something to die for - dekrentenuitdepop.blogspot.com

mui zyu - nothing or something to die for
De Britse muzikante mui zyu maakt op nothing or something to die for muziek die het ene moment het oor genadeloos streelt, maar die het volgende moment onnavolgbaar of compleet ongrijpbaar is

Je hebt albums die je direct bij eerste beluistering benevelen met prachtige klanken en je hebt albums waar je ook na talloze keren horen nog maar moeilijk vat op krijgt. nothing or something to die for van mui zyu valt in beide categorieën. De muzikante uit Londen maakt aan de ene kant mooi ingekleurde en prachtig gezongen popsongs, maar het zijn ook popsongs die opeens alle kanten op kunnen schieten en kunnen vervallen in flink wat experiment. Het maakt van nothing or something to die for, dat ook nog eens uiteenlopende invloeden verwerkt, een vat vol tegenstrijdigheden, maar net zo goed een betoverend mooi album waarbij het heerlijk wegdromen is, tot mui zyu je weer ruw wakker schudt.

mui zyu (geen hoofdletters) is een project van de Britse muzikante Eva Liu, die wortels heeft in Hong Kong, werd geboren in Noord-Ierland en zich inmiddels heeft gevestigd in Londen. Vanuit de Britse hoofdstad debuteerde ze in 2021 met de EP A Wonderful Thing Vomits, die vorig jaar werd gevolgd door het album Rotten Bun For An Eggless Century. Zowel de EP als het album intrigeren door de titels, maar ook in muzikaal opzicht prikkelt mui zyu stevig de fantasie met haar muziek.

Zowel op haar eerste EP als op haar debuutalbum verrast mui zyu met zich langzaam voortslepende popliedjes, die worden gedragen door kabbelende pianoakkoorden, wolken lome synths en de wat dromerige stem van Eva Lui. Het zijn popliedjes die deels passen in het hokje ‘bedroom pop’, maar het is wel zeer avontuurlijke ‘bedroom pop’, waarin ook invloeden uit onder andere de Chinese muziek en de jazz worden verwerkt.

De popsongs van mui zyu kunnen verrassend toegankelijk klinken, maar de Britse muzikante is ook niet vies van flink wat experiment, wat met name van Rotten Bun For An Eggless Century een behoorlijk ongrijpbaar album maakt. Ik heb het allemaal overigens pas deze week ontdekt, toen ik het nieuwe album van mui zyu beluisterde en zo op het spoor kwam van haar eerdere werk. Rotten Bun For An Eggless Century had vorig jaar zeker niet misstaan op de krenten uit de pop, maar de aandacht kan nu worden gericht op nothing or something to die for (ook geen hoofdletters), dat in muzikaal opzicht nog wat interessanter is.

Het album opent met stemmige strijkers, waarna een minimalistisch ingekleurde song volgt. Het is een song waarin de stem van Eva Liu mooier en toegankelijker klinkt dan op haar debuutalbum. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam, maar door wat vervormde synths toe te voegen aan het geluid klinkt het ook direct bijzonder. Wat tegen de haren in strijkende passages worden afgewisseld met bijzonder mooie passages, waarin zowel de instrumentatie als de zang het oor strelen met dromerige klanken.

Ik weet zeker dat mui zyu een prachtig en zeer toegankelijk album zou kunnen maken, maar het siert haar dat ze het experiment zoekt en dit experiment maakt van nothing or something to die for een spannend album. Het doet me af en toe, en zeker wanneer de zang elektronisch wordt vervormd en beats worden ingezet, wel wat denken aan de muziek van yeule, die net als miu zyu muziek van de toekomst maakt.

Het is muziek die bestaat uit een toegankelijke en vaak atmosferisch klinkende onderlaag en een bijna minimalistische elektronische bovenlaag. Het zorgt er voor dat nothing or something to die for afwisselend ongrijpbaar en wonderschoon klinkt. Het zorgt er ook voor dat mui zyu ver blijft verwijderd van de grauwe middelmaat. Dit doet de muzikante uit Londen ook met haar teksten, waarin existentiële vragen centraal staan.

Makkelijk is het allemaal zeker niet, maar een echt moeilijk album vind ik nothing or something to die for toch ook weer niet. mui zyu heeft een album gemaakt dat continu van de hak op de tak springt, dat zeer uiteenlopende invloeden (van folk tot klassieke muziek en van elektronica tot jazz) verwerkt en dat de fantasie maar blijft prikkelen, hoe vaak je het album ook beluistert. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar dit is absoluut een indrukwekkend album. Erwin Zijleman

Muireann Bradley - I Kept These Old Blues (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues
De Ierse muzikante Muireann Bradley is pas 18 jaar oud, maar vertolkt op haar debuutalbum I Kept These Old Blues stokoude bluessongs met werkelijk prachtig gitaarwerk en de doorleefde stem van een oude ziel

Muireann Bradley kwam de coronapandemie door met het luisteren naar stokoude bluessongs en het leren spelen van deze songs op haar gitaar. Op haar zestiende vertolkte ze een aantal van deze songs op haar debuutalbum, dat helaas niet de aandacht kreeg die het album verdiende. De opgepoetste versie van I Kept These Old Blues krijgt deze week een nieuwe kans en verdient absoluut een plekje in de spotlights. Muireann Bradley trekt de aandacht met fraai fingerpicking gitaarspel en met het gevoel dat ze in haar songs legt. De vertolkingen van de bluessongs uit het verre verleden zijn behoorlijk sober, maar I Kept These Old Blues verveelt echt geen moment en maakt steeds meer indruk.

Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik I Kept These Old Blues van Muireann Bradley tegen. Het is geen echt nieuw album, want het debuutalbum van de Ierse muzikante verscheen oorspronkelijk aan het eind van 2023, vlak voor haar zeventiende verjaardag, bij een klein Amerikaans label. Muireann Bradley maakte vervolgens indruk tijdens de jaarlijkse Hootenanny Nieuwjaar show van Jools Holland, maar echt breed opgepakt werd I Kept These Old Blues destijds niet.

Ik was eind 2023 zelf ook niet heel erg onder de indruk van het album, maar weet niet meer precies waarom de bijzondere songs van Muireann Bradley me destijds niet wisten te raken. Mogelijk had het te maken met de geluidskwaliteit, want het is waarschijnlijk niet voor niets dat het album deze week in een geremasterde versie is uitgebracht.

Muireann Bradley komt uit het Ierse County Donegal en is nog altijd pas achttien jaar oud. Ze perfectioneerde haar gitaarspel tijdens de coronapandemie en dit gitaarspel is een van de sterke punten van I Kept These Old Blues. Op het album moeten we het doen met de stem en het gitaarspel van de Ierse muzikante, maar beiden zijn prachtig. Muireann Bradley tekent op haar debuutalbum voor fraai akoestisch fingerpicking gitaarspel, dat zeker in de geremasterde versie de ruimte prachtig vult.

De Ierse muzikante heeft een zwak voor bluessongs zoals deze ruim honderd jaar geleden werden gemaakt. De oude blues op haar debuutalbum valt niet alleen op door het uitstekende gitaarspel van Muireann Bradley, maar ook door haar bijzondere stem. De Ierse muzikante was pas 16 jaar oud toen ze de songs op I Kept These Old Blues opnam. Dat hoor je met enige regelmaat, want de stem van Muireann Bradley kan behoorlijk jong klinken, maar aan de andere kant is de Ierse muzikante ook een oude ziel, die de stokoude bluessongs op het album met veel gevoel en doorleving vertolkt.

Het doet me met grote regelmaat denken aan de vroege albums van Gillian Welch, die weliswaar songs uit een andere genre vertolkte, maar wel songs uit dezelfde tijd en dit bovendien deed met ongeveer dezelfde middelen. De stemmen van de twee lijken ook wel wat op elkaar, zeker wanneer de stem wat overslaat.

Muireann Bradley maakt op haar debuutalbum vijftig minuten muziek met slechts haar gitaar en haar stem, maar I Kept These Old Blues houdt de aandacht verrassend makkelijk vast en verslapt eigenlijk geen moment. Het album krijgt deze week een tweede kans met een geremasterde versie op de streaming media diensten en op vinyl en cd en wat mij betreft wordt het debuutalbum van de Ierse muzikante dit keer breed opgepakt.

I Kept These Old Blues blaast nieuw leven in honderd jaar oude songs en maakt dankzij het fraaie gitaarwerk en de overtuigende stem van Muireann Bradley makkelijk indruk. Ik ben lang niet altijd gek op dit soort akoestische blues en het fingerpicking gitaarwerk dat is te horen op I Kept These Old Blues, maar het album heeft wat mij betreft een bijzondere uitwerking op de luisteraar, zeker wanneer deze terecht komt in de ontspannende flow die het debuutalbum van Muireann Bradley heeft. Het is een album dat nog wat meer glans krijgt wanneer je je bedenkt dat de Ierse muzikante nog altijd pas 18 jaar oud is. We gaan nog veel van haar horen, dat is zeker. Erwin Zijleman

MUNA - MUNA (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MUNA - MUNA - dekrentenuitdepop.blogspot.com

MUNA - MUNA
MUNA is al jaren een grote belofte, maar op haar derde album maakt het damesdrietal uit Los Angeles de belofte dan eindelijk meer dan waar met een serie geweldige en bovendien verrassend veelzijdige popsongs

Bij eerste beluistering was ik wel geboeid door de muziek van MUNA, maar het drietal uit Los Angeles wist me nog niet volledig te overtuigen. Dit gold ook voor de eerste twee albums van de band, maar het titelloze derde album, dat is uitgebracht op het platenlabel van Phoebe Bridgers, is echt een stuk beter dan zijn voorgangers. MUNA maakt op haar nieuwe album pure pop, maar het is wel pure pop vol invloeden en bovendien pure pop die het avontuur niet schuwt. De elektronische inkleuring is hier en daar wat teveel van het goede, maar de zang is geweldig en de songs op het album zijn nog beter. Iedere keer dat ik dit album hoor is het weer wat beter en dat gaat inmiddels al een aantal weken zo.

MUNA is een drietal uit Los Angeles dat negen jaar geleden werd geformeerd en een aantal jaren lang opbokste tegen torenhoge verwachtingen. Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kwamen elkaar tegen op de universiteit van Southern California, begonnen met het maken van muziek en kregen al snel een lucratief platencontract aangeboden.

Dat platencontract leverde twee prima albums op. Het zijn albums die bol stonden van de belofte, die hier en daar flink piekten en die ook redelijk succesvol waren, maar uiteindelijk maakte MUNA de hoge verwachtingen toch nooit helemaal waar. De band tekende vorig jaar een contract bij Saddest Factory, het platenlabel van Phoebe Bridgers, en maakt met het onlangs verschenen titelloze album een nieuwe start.

Platenbaas Phoebe Bridgers duikt direct in de openingstrack van het album op, maar op de rest van het album staan de drie dames van MUNA er alleen voor. Dat kun je best aan ze overlaten, want ook het derde album van Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin is een uitstekend album.

Het is echter ook een album dat ik na eerste beluistering opzij schoof. MUNA maakt ook op haar derde album vooral elektronisch ingekleurde en hier en daar zwaar aangezette popmuziek. Bij vluchtige beluistering vond ik het weliswaar een feest van herkenning, maar maakte MUNA geen overweldigende indruk. Dat kwam eigenlijk pas toen ik bij een nieuwe poging aan kwam bij een aantal net wat meer ingetogen songs, waarin de Pop met een hoofdletter P gezelschap krijgt van subtiele invloeden uit andere genres, waaronder een snufje country en een beetje indie.

Binnen MUNA draait veel om Katie Gavin, die niet alleen vrijwel alle songs op het album schreef, maar bovendien tekent voor de leadzang. Het nieuwe album van MUNA laat horen dat deze Katie Gavin een getalenteerd songwriter en een uitstekend zangeres is. De zang op het titelloze album van het drietal uit Los Angeles is eigenlijk altijd goed, maar zeker in de wat minder vol ingekleurde songs maakt Katie Gavin indruk.

In muzikaal opzicht is het nieuwe album van MUNA een wat lastig in te delen album. Het trio uit Los Angeles maakt absoluut de popmuziek van dit moment, al varieert die wel van de muziek van de gelouterde popprinsessen tot de countrypop van Kacey Musgravces, maar het album heeft hier en daar toch ook een jaren 80 en 90 vibe.

Het is een jaren 80 en 90 vibe die ook weer alle kanten op kan en varieert van invloeden van Propaganda tot de muziek van Wendy & Lisa tot de succesvolle jaren 90 albums van Janet Jackson en hier en daar een uitschieter richting Wilson Phillips, zeker wanneer Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin kiezen voor harmonieën, iets wat ze wat mij betreft veel vaker mogen doen.

Het derde album van MUNA wist me door de dominante rol voor elektronica en het wel erg veelzijdige geluid niet onmiddellijk te veroveren, maar inmiddels ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van het drietal uit Los Angeles en valt er steeds meer op zijn plek op het album, dat bij iedere luisterbeurt beter en memorabeler wordt. Phoebe Bridgers zag MUNA een paar jaar geleden na het horen van het debuut van het drietal als de gedroomde band voor haar eigen label. Dat had de eigenzinnige Amerikaanse muzikante weer goed gezien. Erwin Zijleman

Mustafa - Dunya (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mustafa - Dunya - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mustafa - Dunya
De Canadees-Soedanese muzikant Mustafa heeft met Dunya een album gemaakt dat deels klinkt als een ingetogen folkalbum, maar dat door allerlei bijzondere toevoegingen anders klinkt dan alle andere albums in het genre

De uit het Canadese Toronto afkomstige Mustafa heeft op zijn 28e al van alles gedaan, maar laat met zijn debuutalbum Dunya horen dat hij ook een uitstekend folkalbum af kan leveren. Het is een folkalbum dat deels authentiek klinkt, maar Mustafa voegt op subtiele wijze allerlei bijzondere invloeden toe aan zijn songs, waardoor Dunya anders klinkt dan alle andere nieuwe albums van het moment. De Canadees-Soedanese muzikant schrijft ook nog eens prachtige teksten, die de ene keer heel dicht bij hemzelf blijven, maar ook de grote maatschappelijke thema’s niet schuwen. Het levert een fascinerend album op dat naarmate je er vaker naar luistert alleen maar mooier en bijzonderder wordt.

Een van de meest bijzondere albums van deze week is Dunya van Mustafa. Het is een album dat eigenlijk direct iets met me deed, maar het is ook een album waar ik flink aan moest wennen, waardoor ik het meerdere keren opzij heb gelegd.

Mustafa (Ahmed) groeide op in een arme buurt in het Canadese Toronto als kind van Soedanese ouders. Het is een buurt waarin straatbendes de dienst uit maakten en geweld aan de orde van de dag was. De jonge Mustafa koos niet voor misdaad en geweld, maar begon al op jonge leeftijd met het schrijven van gedichten.

Als Mustafa The Poet werd Mustafa al op jonge leeftijd een gerespecteerd dichter en later ook filmmaker. Hij timmerde bovendien aan de weg als modeontwerper, maakte deel uit van de hiphop band Halal Gang en begon met succes met het schrijven van songs voor anderen, onder wie The Weekend, Taylor Swift en Justin Bieber. Mustafa heeft er inmiddels al een hele carrière op zitten, maar is nog altijd pas 28 jaar oud.

Drie jaar geleden bracht de Canadees-Soedanese muzikant een mini-album uit met folky songs en dat mini-album krijgt nu een vervolg met het volwaardige debuutalbum Dunya. Op dit album werkt Mustafa samen met de Zweedse producer Simon Hessman, die ook werkte met onder andere James Blake, maar Mustafa wist ook een aantal muzikanten van naam en faam naar de studio te halen, onder wie Aaron Dessner, Rosalía, Nicolás Jaar en Clairo (die is te horen in het werkelijk prachtige duet Hope Is A Knife).

Dunya is een intiem album dat zoals gezegd direct iets met me deed, maar het is ook een album dat in eerste instantie wat lastig te plaatsen is. Het debuutalbum van Mustafa laat zich deels beluisteren als een folkalbum zoals deze ook decennia geleden al werden gemaakt, maar het is ook een album dat op subtiele wijze invloeden uit met name de Arabische wereld en het land van de ouders van Mustafa verwerkt. Dat doet Mustafa deels met samples, maar ook met het gebruik van bijzondere instrumenten, die de folk op Dunya subtiel een andere wereld in slepen.

Ik moest niet alleen wennen aan de muziek op Dunya, maar zeker ook aan de stem en manier van zingen van Mustafa. De Canadees-Soedanese muzikant beschikt over een bijzondere stem en gebruikt zijn stem op in de Westerse folkmuziek niet heel gangbare wijze. Het was voor mij even wennen, maar inmiddels vind ik zowel de zang als de muziek op Dunya prachtig.

Zeker wanneer ik het album met de koptelefoon beluister blijf ik me verbazen over de vele subtiele toevoegingen in de muziek op het album, dat folkmuziek en muziek uit de Arabische wereld op fraaie wijze met elkaar weet te verbinden en er hier en daar ook nog wat hiphop in fietst. Ook de zang van Mustafa is aansprekender wanneer ik het album met de koptelefoon beluister en de teksten op het album beter kan verstaan.

Mustafa is als dichter zeer bedreven in het schrijven van bijzondere teksten. Het zijn deels persoonlijke teksten over het bendegeweld in Toronto dat zijn broer het leven kostte, maar Mustafa staat ook stil bij brandhaarden in de wereld als Gaza en Sudan. Het is allemaal verpakt in uiterst ingetogen folksongs die mooier worden naarmate je ze vaker hoort en je bewust wordt van alle bijzondere details. Het is een genre waarin momenteel stapels albums verschijnen, maar Dunya van Mustafa klinkt als geen enkel ander folkalbum van het moment of uit het verleden. Echt prachtig. Erwin Zijleman