Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Samia - Bloodless (2025)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2025, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Samia - Bloodless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Samia - Bloodless
De Amerikaanse muzikante Samia heeft al twee uitstekende albums op haar naam staan, die wat werden gehinderd door de coronapandemie, maar met Bloodless slaat ze haar vleugels op indrukwekkende wijze uit
Samia is nog niet zo bekend als de grote (indie)popsterren van het moment, maar dat ze veel te bieden heeft liet ze al horen op het in 2020 verschenen The Baby en het in 2023 uitgebrachte Honey. Op deze albums liet de jonge Amerikaanse muzikante zich nog stevig beïnvloeden door de grote namen binnen de indierock en de indiepop, maar op Bloodless horen we de eigen sound van Samia. Zeker in de wat meer ingetogen en warm klinkende songs valt op hoeveel beter ze is gaan zingen, maar ook in muzikaal opzicht en in de kwaliteit van de songs laat Samia enorme progressie horen op haar derde album, dat de belofte van haar eerste twee albums meer dan waar maakt.
De Amerikaanse muzikante Samia (Finnerty) dook op in de eerste zomer van de coronapandemie, waardoor ik haar eerste album nog altijd associeer met deze bijzondere periode. The Baby, het debuutalbum van Samia, roept bij zeker niet dezelfde gevoelens op als Cult Survivor van Sofie, dat wat mij betreft het album is dat de sfeer van de coronapandemie het best weet te vangen, maar Samia en de coronapandemie blijven voor mij voor altijd met elkaar verbonden.
Samia had de pech dat ze haar eerste album in deze periode uitbracht, want in betere tijden zou The Baby waarschijnlijk zijn uitgegroeid tot een van de grote albums in de indiepop en indierock. Ondanks de steun van de critici bleef de populariteit van de muzikante uit New York wat achter en dat blijft jammer.
Samia verruilde New York, de stad waarin ze opgegroeide, vervolgens voor Nashville en later voor North Carolina, waar ze het begin 2023 uitgebrachte Honey maakte. Met Honey bevestigde Samia wat mij betreft het talent dat ze liet horen op haar debuutalbum en op basis van het album voorspelde ik haar wederom een mooie toekomst in de indiepop en indierock en daar stond ik niet alleen in.
Deze week is het derde album van Samia verschenen en vanwege zijn twee voorgangers was Bloodless voor mij op voorhand een van de zekerheden tussen de nieuwe albums van deze week. De weer naar New York teruggekeerde muzikante heeft me zeker niet teleurgesteld, want ook het derde album van Samia is een album dat mee moet kunnen met het beste dat de indiepop en indierock van het moment te bieden heeft.
Op Bloodless werkt de jonge muzikante, Samia is nog altijd pas 28, wederom samen met vaste kompanen Caleb Wright en Jake Luppen, die ook op The Baby en Honey van de partij waren. Ik vond Honey in vrijwel alle opzichten beter dan The Baby en die groei zet door op Bloodless, dat in alle opzichten beter is dan Honey.
Wat je vooral hoort is dat Samia zich heeft ontwikkeld heeft als zangeres. De nog wat meisjesachtige en soms wat onvaste zang op haar debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een krachtiger, zelfverzekerder en mooier geluid. Ik vind de zang op Bloodless echt heel mooi en de stem van Samia heeft ook iets eigens, wat het onderscheidend vermogen van Bloodless vergroot.
Dat onderscheidend vermogen hoor je ook in de muziek. Het album opent na een intro met een indierock song die doet denken aan Phoebe Bridgers, maar op Bloodless heeft Samia ook gewerkt aan een meer eigen sound. Het album bevat voornamelijk wat meer ingetogen songs die warm en smaakvol zijn ingekleurd.
In een aantal songs schuift Samia wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, maar Bloodless bevat ook een aantal songs met een wat zwoeler en nostalgisch geluid dat wel wat doet denken aan het unieke geluid van Clairo, al verwerkt die meer invloeden uit de jaren 70 in haar muziek.
Ik geef al sinds 2020 hoog op over de kwaliteiten van Samia, maar met Bloodless heeft ze mijn verwachtingen wederom overtroffen. De Amerikaanse muzikante heeft met haar derde album niet alleen een album gemaakt dat niet onder doet voor de betere albums in de indiepop en indierock van het moment, maar is er bovendien in geslaagd om anders te klinken dan de andere smaakmakers in het genre en dat is knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Samia - Bloodless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Samia - Bloodless
De Amerikaanse muzikante Samia heeft al twee uitstekende albums op haar naam staan, die wat werden gehinderd door de coronapandemie, maar met Bloodless slaat ze haar vleugels op indrukwekkende wijze uit
Samia is nog niet zo bekend als de grote (indie)popsterren van het moment, maar dat ze veel te bieden heeft liet ze al horen op het in 2020 verschenen The Baby en het in 2023 uitgebrachte Honey. Op deze albums liet de jonge Amerikaanse muzikante zich nog stevig beïnvloeden door de grote namen binnen de indierock en de indiepop, maar op Bloodless horen we de eigen sound van Samia. Zeker in de wat meer ingetogen en warm klinkende songs valt op hoeveel beter ze is gaan zingen, maar ook in muzikaal opzicht en in de kwaliteit van de songs laat Samia enorme progressie horen op haar derde album, dat de belofte van haar eerste twee albums meer dan waar maakt.
De Amerikaanse muzikante Samia (Finnerty) dook op in de eerste zomer van de coronapandemie, waardoor ik haar eerste album nog altijd associeer met deze bijzondere periode. The Baby, het debuutalbum van Samia, roept bij zeker niet dezelfde gevoelens op als Cult Survivor van Sofie, dat wat mij betreft het album is dat de sfeer van de coronapandemie het best weet te vangen, maar Samia en de coronapandemie blijven voor mij voor altijd met elkaar verbonden.
Samia had de pech dat ze haar eerste album in deze periode uitbracht, want in betere tijden zou The Baby waarschijnlijk zijn uitgegroeid tot een van de grote albums in de indiepop en indierock. Ondanks de steun van de critici bleef de populariteit van de muzikante uit New York wat achter en dat blijft jammer.
Samia verruilde New York, de stad waarin ze opgegroeide, vervolgens voor Nashville en later voor North Carolina, waar ze het begin 2023 uitgebrachte Honey maakte. Met Honey bevestigde Samia wat mij betreft het talent dat ze liet horen op haar debuutalbum en op basis van het album voorspelde ik haar wederom een mooie toekomst in de indiepop en indierock en daar stond ik niet alleen in.
Deze week is het derde album van Samia verschenen en vanwege zijn twee voorgangers was Bloodless voor mij op voorhand een van de zekerheden tussen de nieuwe albums van deze week. De weer naar New York teruggekeerde muzikante heeft me zeker niet teleurgesteld, want ook het derde album van Samia is een album dat mee moet kunnen met het beste dat de indiepop en indierock van het moment te bieden heeft.
Op Bloodless werkt de jonge muzikante, Samia is nog altijd pas 28, wederom samen met vaste kompanen Caleb Wright en Jake Luppen, die ook op The Baby en Honey van de partij waren. Ik vond Honey in vrijwel alle opzichten beter dan The Baby en die groei zet door op Bloodless, dat in alle opzichten beter is dan Honey.
Wat je vooral hoort is dat Samia zich heeft ontwikkeld heeft als zangeres. De nog wat meisjesachtige en soms wat onvaste zang op haar debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een krachtiger, zelfverzekerder en mooier geluid. Ik vind de zang op Bloodless echt heel mooi en de stem van Samia heeft ook iets eigens, wat het onderscheidend vermogen van Bloodless vergroot.
Dat onderscheidend vermogen hoor je ook in de muziek. Het album opent na een intro met een indierock song die doet denken aan Phoebe Bridgers, maar op Bloodless heeft Samia ook gewerkt aan een meer eigen sound. Het album bevat voornamelijk wat meer ingetogen songs die warm en smaakvol zijn ingekleurd.
In een aantal songs schuift Samia wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, maar Bloodless bevat ook een aantal songs met een wat zwoeler en nostalgisch geluid dat wel wat doet denken aan het unieke geluid van Clairo, al verwerkt die meer invloeden uit de jaren 70 in haar muziek.
Ik geef al sinds 2020 hoog op over de kwaliteiten van Samia, maar met Bloodless heeft ze mijn verwachtingen wederom overtroffen. De Amerikaanse muzikante heeft met haar derde album niet alleen een album gemaakt dat niet onder doet voor de betere albums in de indiepop en indierock van het moment, maar is er bovendien in geslaagd om anders te klinken dan de andere smaakmakers in het genre en dat is knap. Erwin Zijleman
Samia - Honey (2023)

4,0
0
geplaatst: 31 januari 2023, 15:34 uur
Recensies op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samia - Honey - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samia - Honey
Samia leverde in 2020 met The Baby een op zijn minst veelbelovend indiepop en indierock album af en maakt de belofte wat mij betreft waar met het wat consistentere maar nog altijd veelzijdige Honey
Phoebe Bridgers is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een voorbeeld voor heel veel jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment. Ook Samia laat zich op haar tweede album Honey meer dan eens beïnvloeden door de muziek van Phoebe Bridgers, maar de jonge muzikante uit Nashville heeft genoeg te bieden voor een plekje naast de vaandeldrager van het genre. Zeker in de wat meer ingetogen en donker gekleurde songs op Honey laat Samia flink wat groei horen vergeleken met haar debuutalbum The Baby, maar ook met een aanstekelijk popdeuntje weet ze raad. Je moet een beetje van (indie)pop houden om te kunnen genieten van Honey, maar als je dit doet is dit een uitstekend album.
Ik was in de herfst van 2020 op zijn minst gecharmeerd van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Samia. De jonge muzikante uit New York liet op The Baby een opvallend veelkleurig geluid horen, dat flirtte met zowel (indie)pop als indierock. Samia moest met The Baby concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke muzikanten, maar kon deze concurrentie wat mij betreft prima aan. Hoewel de veelzijdigheid van het debuutalbum van Samia me zeker niet in de weg zat, was het werken met maar liefst vier producers misschien wat veel van het goede en had net wat meer focus het album mogelijk nog wat hoger opgetild.
Samia vond The Baby in 2021 nog een keer opnieuw uit met een aantal gastvocalisten, maar levert nu met Honey dan echt haar tweede album af. Samia Finnerty heeft New York inmiddels verruild voor Nashville, maar is de (indie)pop en indierock trouw gebleven. De Amerikaanse muzikante nam haar tweede album op in North Carolina, waar flink wat bevriende muzikanten langs kwamen, onder wie Phoebe Bridgers protegee Christian Lee Hutson, maar waar de productie vrijwel uitsluitend aan de mij onbekende Caleb Wright werd overgelaten.
Honey klinkt mede hierdoor wel wat consistenter dan het debuutalbum van Samia, al betekent dat niet dat de jonge muzikante zich dit keer op één genre laat vastpinnen. Ook Honey is een album dat meerdere kanten op kan gaan en zowel ruimte biedt aan uptempo als aan laidback tracks, die vooral elektronisch of juist organisch kunnen zijn ingekleurd. De meer ingetogen tracks zijn overigens flink in de meerderheid op het album.
In de wat donkerder getinte tracks op het album schuurt Samia dicht tegen Phoebe Bridgers aan, maar in de wat meer pop georiënteerde tracks op het album is ook de muziek van Olivia Rodrigo niet ver weg. Samia heeft met Honey een persoonlijk album gemaakt dat je meeneemt langs verbroken relaties, verslavingen en grensoverschrijdend gedrag, wat de vaak wat donkere sfeer op het album verklaart. Met name de uptempo, elektronische en meer pop georiënteerde tracks op het album vereisen flink wat liefde voor pure pop, maar zeker in de meer ingetogen songs, die zoals gezegd domineren op Honey, spreekt Samia ook muziekliefhebbers aan die niets hebben met hitgevoelige popsongs.
Ik hoorde in 2020 iets bijzonders in de muziek van Samia en dat bijzondere hoor ik nog veel duidelijker in de songs op Honey. Samia had met uitsluitend donkere en ingetogen songs, zoals de geweldige openingstrack Kill Her Freak Out, een verpletterend mooi album kunnen maken, maar de paar uitstapjes richting voller ingekleurde pop voorzien het album wel van dynamiek.
Er zijn momenteel heel veel muzikanten als Samia, maar zeker nu ik Honey een paar keer heb gehoord durf ik wel te concluderen dat de kersverse inwoner van Nashville nu al behoort of heel snel kan uitgroeien tot de interessantere muzikanten in het genre. Zeker in de meer organisch ingekleurde songs hoor je hier en daar al een vleugje Nashville en ook dit is een kant van Samia die nog wel eens goed kan uitpakken.
De persoonlijke songs op Honey zijn stuk voor stuk van een prima kwaliteit en ook in vocaal opzicht vind ik Samia sterk, al is dat waarschijnlijk deels een kwestie van smaak. Dat de zang een stuk beter is dan op The Baby is echter een feit. Honey is een prima album, maar maakt me ook nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de zeer talentvolle Samia. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samia - Honey - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samia - Honey
Samia leverde in 2020 met The Baby een op zijn minst veelbelovend indiepop en indierock album af en maakt de belofte wat mij betreft waar met het wat consistentere maar nog altijd veelzijdige Honey
Phoebe Bridgers is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een voorbeeld voor heel veel jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment. Ook Samia laat zich op haar tweede album Honey meer dan eens beïnvloeden door de muziek van Phoebe Bridgers, maar de jonge muzikante uit Nashville heeft genoeg te bieden voor een plekje naast de vaandeldrager van het genre. Zeker in de wat meer ingetogen en donker gekleurde songs op Honey laat Samia flink wat groei horen vergeleken met haar debuutalbum The Baby, maar ook met een aanstekelijk popdeuntje weet ze raad. Je moet een beetje van (indie)pop houden om te kunnen genieten van Honey, maar als je dit doet is dit een uitstekend album.
Ik was in de herfst van 2020 op zijn minst gecharmeerd van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Samia. De jonge muzikante uit New York liet op The Baby een opvallend veelkleurig geluid horen, dat flirtte met zowel (indie)pop als indierock. Samia moest met The Baby concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke muzikanten, maar kon deze concurrentie wat mij betreft prima aan. Hoewel de veelzijdigheid van het debuutalbum van Samia me zeker niet in de weg zat, was het werken met maar liefst vier producers misschien wat veel van het goede en had net wat meer focus het album mogelijk nog wat hoger opgetild.
Samia vond The Baby in 2021 nog een keer opnieuw uit met een aantal gastvocalisten, maar levert nu met Honey dan echt haar tweede album af. Samia Finnerty heeft New York inmiddels verruild voor Nashville, maar is de (indie)pop en indierock trouw gebleven. De Amerikaanse muzikante nam haar tweede album op in North Carolina, waar flink wat bevriende muzikanten langs kwamen, onder wie Phoebe Bridgers protegee Christian Lee Hutson, maar waar de productie vrijwel uitsluitend aan de mij onbekende Caleb Wright werd overgelaten.
Honey klinkt mede hierdoor wel wat consistenter dan het debuutalbum van Samia, al betekent dat niet dat de jonge muzikante zich dit keer op één genre laat vastpinnen. Ook Honey is een album dat meerdere kanten op kan gaan en zowel ruimte biedt aan uptempo als aan laidback tracks, die vooral elektronisch of juist organisch kunnen zijn ingekleurd. De meer ingetogen tracks zijn overigens flink in de meerderheid op het album.
In de wat donkerder getinte tracks op het album schuurt Samia dicht tegen Phoebe Bridgers aan, maar in de wat meer pop georiënteerde tracks op het album is ook de muziek van Olivia Rodrigo niet ver weg. Samia heeft met Honey een persoonlijk album gemaakt dat je meeneemt langs verbroken relaties, verslavingen en grensoverschrijdend gedrag, wat de vaak wat donkere sfeer op het album verklaart. Met name de uptempo, elektronische en meer pop georiënteerde tracks op het album vereisen flink wat liefde voor pure pop, maar zeker in de meer ingetogen songs, die zoals gezegd domineren op Honey, spreekt Samia ook muziekliefhebbers aan die niets hebben met hitgevoelige popsongs.
Ik hoorde in 2020 iets bijzonders in de muziek van Samia en dat bijzondere hoor ik nog veel duidelijker in de songs op Honey. Samia had met uitsluitend donkere en ingetogen songs, zoals de geweldige openingstrack Kill Her Freak Out, een verpletterend mooi album kunnen maken, maar de paar uitstapjes richting voller ingekleurde pop voorzien het album wel van dynamiek.
Er zijn momenteel heel veel muzikanten als Samia, maar zeker nu ik Honey een paar keer heb gehoord durf ik wel te concluderen dat de kersverse inwoner van Nashville nu al behoort of heel snel kan uitgroeien tot de interessantere muzikanten in het genre. Zeker in de meer organisch ingekleurde songs hoor je hier en daar al een vleugje Nashville en ook dit is een kant van Samia die nog wel eens goed kan uitpakken.
De persoonlijke songs op Honey zijn stuk voor stuk van een prima kwaliteit en ook in vocaal opzicht vind ik Samia sterk, al is dat waarschijnlijk deels een kwestie van smaak. Dat de zang een stuk beter is dan op The Baby is echter een feit. Honey is een prima album, maar maakt me ook nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de zeer talentvolle Samia. Erwin Zijleman
Samia - The Baby (2020)

4,0
1
geplaatst: 1 september 2020, 16:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samia - The Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samia - The Baby
Samia wordt al een tijdje genoemd als de volgende grote belofte in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters en wat mij betreft maakt ze dit waar op The Baby
Gooi de hengel uit in het enorme aanbod aan nieuwe muziek van het moment en de kans is groot dat je minstens een handvol jonge vrouwelijke singer-songwriters binnen haalt. Enig onderscheidend vermogen is dus noodzakelijk en de uit New York afkomstige Samia beschikt hier over. Samia deed een beroep op vier producers, die haar debuut hebben voorzien van een geluid dat meerdere kanten op kan. Samia is van de zweverige elektronische pop en van de stekelige gitaarsongs, maar ze kan ook uit de voeten met mooie akoestische luisterliedjes of pure pop en alles is even mooi ingekleurd. Persoonlijke teksten en een karakteristieke stem maken het fraaie debuut van Samia compleet.
Samia Finnerty is opgegroeid in New York als kind van actrice en stemacteur Kathy Najimy en acteur en muzikant Dan Finnerty; ik ken ze eerlijk gezegd allebei niet. Ze zocht in eerste instantie zelf ook haar heil op het toneel en op het witte doek, maar koos uiteindelijk toch voor de muziek.
De naam Samia zoemt al een tijdje rond op flink wat Amerikaanse muzieksites, die de jonge Amerikaanse muzikante eind vorig jaar al schaarden onder de grote beloften voor 2020. Nu is 2020 zeker voor debuterende muzikanten vooralsnog een hopeloos jaar, maar deze week verscheen dan toch het langverwachte debuut van Samia, The Baby.
Het is een debuut dat moet concurreren met de albums van hordes jonge vrouwelijke singer-songwriters, want die zijn momenteel niet aan te slepen. Het wordt zelfs mij, als groot liefhebber van het soort, wel eens wat teveel, maar het debuut van Samia bevalt me zeer.
The Baby is, net als bijvoorbeeld Punisher van Phoebe Bridgers, een album waarop een jonge twintiger inzicht geeft in alle drempels die tegenwoordig opduiken in het bestaan van jongvolwassenen. Samia neemt hierbij geen blad voor de mond, wat een mooi persoonlijk tintje geeft aan haar album.
De jonge singer-songwriter uit New York liet bij het maken van haar debuut niets aan het toeval over. The Baby werd gemaakt met maar liefst vier producers, onder wie twee leden van de band Hippo Campus en de met name van Soccer Mommy bekende Lars Stalfors. Het inschakelen van vier producers leek me op voorhand wat overdreven, maar de productie van The Baby is een van de dingen waarmee Samia zich kan onderscheiden van haar talloze concurrenten.
The Baby is voorzien van een mooi klinkend geluid en het is bovendien een gevarieerd geluid, dat moeiteloos schakelt tussen wolken vol zweverige elektronica, stekelige elektrische gitaren en warm klinkende akoestische gitaren. Het is bovendien een geluid dat zo nu en dan is voorzien van bijzondere accenten, waardoor de songs van Samia zich makkelijk opdringen en je bovendien nieuwsgierig maken.
Zeker in de wat stekeligere gitaarsongs is de muziek van Samia niet zo ver verwijderd van die van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers, maar het is een vergelijking die volledig vervaagt wanneer de singer-songwriter uit New York kiest voor wat meer elektronisch getinte songs, akoestische songs of songs die wat dichter tegen pure pop aan schuren.
The Baby schiet in de 36 minuten die het album duurt meerdere kanten op, maar het album klinkt zeker niet fragmentarisch. In productioneel en muzikaal opzicht gebeurt er van alles, maar de karakteristieke stem van Samia en haar persoonlijke verhalen maken er uiteindelijk toch een coherent geheel van.
The Baby komt misschien op een voor startende muzikanten lastig moment en dan zijn er ook nog de talloze soortgenoten, maar op basis van The Baby durf ik Samia wel een blijvertje te noemen. The Baby is een album met flink wat aansprekende songs en het is een album dat ook in muzikaal, productioneel, vocaal en tekstueel opzicht voldoende interessant is.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluisteringen nog wel wat aarzelingen had, maar hoe vaker ik naar The Baby van Samia luister, hoe leuker ik het album vind en hoe meer ik de bijzondere productie kan waarderen. Dit met dank aan alle muzieksites die haar al een tijdje bewieroken, want in Nederland krijgt het album nog niet heel veel aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samia - The Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samia - The Baby
Samia wordt al een tijdje genoemd als de volgende grote belofte in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters en wat mij betreft maakt ze dit waar op The Baby
Gooi de hengel uit in het enorme aanbod aan nieuwe muziek van het moment en de kans is groot dat je minstens een handvol jonge vrouwelijke singer-songwriters binnen haalt. Enig onderscheidend vermogen is dus noodzakelijk en de uit New York afkomstige Samia beschikt hier over. Samia deed een beroep op vier producers, die haar debuut hebben voorzien van een geluid dat meerdere kanten op kan. Samia is van de zweverige elektronische pop en van de stekelige gitaarsongs, maar ze kan ook uit de voeten met mooie akoestische luisterliedjes of pure pop en alles is even mooi ingekleurd. Persoonlijke teksten en een karakteristieke stem maken het fraaie debuut van Samia compleet.
Samia Finnerty is opgegroeid in New York als kind van actrice en stemacteur Kathy Najimy en acteur en muzikant Dan Finnerty; ik ken ze eerlijk gezegd allebei niet. Ze zocht in eerste instantie zelf ook haar heil op het toneel en op het witte doek, maar koos uiteindelijk toch voor de muziek.
De naam Samia zoemt al een tijdje rond op flink wat Amerikaanse muzieksites, die de jonge Amerikaanse muzikante eind vorig jaar al schaarden onder de grote beloften voor 2020. Nu is 2020 zeker voor debuterende muzikanten vooralsnog een hopeloos jaar, maar deze week verscheen dan toch het langverwachte debuut van Samia, The Baby.
Het is een debuut dat moet concurreren met de albums van hordes jonge vrouwelijke singer-songwriters, want die zijn momenteel niet aan te slepen. Het wordt zelfs mij, als groot liefhebber van het soort, wel eens wat teveel, maar het debuut van Samia bevalt me zeer.
The Baby is, net als bijvoorbeeld Punisher van Phoebe Bridgers, een album waarop een jonge twintiger inzicht geeft in alle drempels die tegenwoordig opduiken in het bestaan van jongvolwassenen. Samia neemt hierbij geen blad voor de mond, wat een mooi persoonlijk tintje geeft aan haar album.
De jonge singer-songwriter uit New York liet bij het maken van haar debuut niets aan het toeval over. The Baby werd gemaakt met maar liefst vier producers, onder wie twee leden van de band Hippo Campus en de met name van Soccer Mommy bekende Lars Stalfors. Het inschakelen van vier producers leek me op voorhand wat overdreven, maar de productie van The Baby is een van de dingen waarmee Samia zich kan onderscheiden van haar talloze concurrenten.
The Baby is voorzien van een mooi klinkend geluid en het is bovendien een gevarieerd geluid, dat moeiteloos schakelt tussen wolken vol zweverige elektronica, stekelige elektrische gitaren en warm klinkende akoestische gitaren. Het is bovendien een geluid dat zo nu en dan is voorzien van bijzondere accenten, waardoor de songs van Samia zich makkelijk opdringen en je bovendien nieuwsgierig maken.
Zeker in de wat stekeligere gitaarsongs is de muziek van Samia niet zo ver verwijderd van die van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers, maar het is een vergelijking die volledig vervaagt wanneer de singer-songwriter uit New York kiest voor wat meer elektronisch getinte songs, akoestische songs of songs die wat dichter tegen pure pop aan schuren.
The Baby schiet in de 36 minuten die het album duurt meerdere kanten op, maar het album klinkt zeker niet fragmentarisch. In productioneel en muzikaal opzicht gebeurt er van alles, maar de karakteristieke stem van Samia en haar persoonlijke verhalen maken er uiteindelijk toch een coherent geheel van.
The Baby komt misschien op een voor startende muzikanten lastig moment en dan zijn er ook nog de talloze soortgenoten, maar op basis van The Baby durf ik Samia wel een blijvertje te noemen. The Baby is een album met flink wat aansprekende songs en het is een album dat ook in muzikaal, productioneel, vocaal en tekstueel opzicht voldoende interessant is.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluisteringen nog wel wat aarzelingen had, maar hoe vaker ik naar The Baby van Samia luister, hoe leuker ik het album vind en hoe meer ik de bijzondere productie kan waarderen. Dit met dank aan alle muzieksites die haar al een tijdje bewieroken, want in Nederland krijgt het album nog niet heel veel aandacht. Erwin Zijleman
Sammy Brue - Crash Test Kid (2020)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2020, 17:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sammy Brue - Crash Test Kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sammy Brue - Crash Test Kid
Sammy Brue is pas 18, maar maakt met Crash Test Kid de voorzichtige belofte van zijn debuut meer dan waar met popsongs die alleen maar goed kunnen zijn voor een brede glimlach
Sammy Brue draait al een aantal jaren mee en is op zijn achttiende al toe aan zijn tweede album. Het is een album dat laat horen dat de jonge Amerikaanse muzikant zijn klassiekers kent, maar ook zijn wilde haren nog heeft. Een deel van Crash Test Kid is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar de jonge Amerikaan schuwt ook de ruwe of juist zonnige popliedjes niet. Crash Test Kid is een album om heel vrolijk van te worden en het is een album dat zomaar uit kan groeien tot een van de leukste soundtracks van een mooie zomer. Zijn debuut overtuigde me nog niet volledig, maar Crash Test Kid maakt de belofte meer dan waar.
Ik had tot voor kort nog nooit van Sammy Brue gehoord, maar sinds ik vorige week zijn tweede album Crash Test Kid in handen kreeg komt de muziek van de Amerikaanse muzikant met grote regelmaat uit de speakers.
Sammy Brue is een singer-songwriter uit Ogden, Utah, die in 2017, in ieder geval voor mij, onopvallend debuteerde met I Am Nice. Het is een album dat ik inmiddels ook heb beluisterd en het valt zeker niet tegen, zeker als je je bedenkt dat Sammy Brue zijn debuut maakte op 15-jarige (!) leeftijd.
De Amerikaanse muzikant is inmiddels 18, maar is zijn wilde haren gelukkig nog niet kwijt. De afgelopen jaren toerde Sammy Brue onder andere met Justin Lukas Nelson en Townes Earle, die hem ook nog liet poseren voor de cover van een van zijn albums, en ook Lucinda Williams is inmiddels fan. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Crash Test Kid, dat een stuk volwassener klinkt dan het debuut van Sammy Brue, al is de Amerikaanse singer-songwriter zijn jeugdige onbevangenheid gelukkig nog niet kwijt.
Waar Sammy Brue op zijn debuut werkte met de gelouterde rootsmuzikant John Paul White, werkt hij op zijn tweede album met de Ierse muzikant Iain Archer, die even deel uit maakte van Snow Patrol en nadien een aantal prima soloalbums maakte en twee albums met de gelegenheidsband Tired Pony. Toch ligt Crash Test Kid deels in het verlengde van het debuutalbum van Sammy Brue, zeker wanneer hij zich etaleert als troubadour.
Ik sprak eerder in deze recensie al over jeugdige onbevangenheid en wilde haren en die kom je tegen wanneer de muzikant uit Ogden, Utah, wild om zich heen grijpt in een goedgevulde platenkast. Gezien zijn leeftijd wordt Sammy Brue hier en daar al onthaald als wonderkind, maar daar ben ik voorzichtig mee, al is het maar omdat het vaak slecht afloopt met wonderkinderen en ik de jonge Amerikaanse muzikant alle goeds gun. Het gemak waarmee Sammy Brue schakelt tussen genres is echter razendknap en ook zijn gevoel voor even aanstekelijke als tijdloze popliedjes verdient alle lof.
Sammy Brue kan op Crash Test Kid uit de voeten als folky troubadour, maar schudt ook de zonnige gitaarpop bijna achteloos uit zijn mouw. De Amerikaanse muzikant is absoluut schatplichtig aan de folk en country van een aantal decennia geleden, maar Crash Test Kid bevat ook songs vol invloeden uit de rock ’n roll en ook voor een punky song of een meeslepende song met Britpop invloeden draait Sammy Brue zijn hand niet om. Naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van een tijd geleden, klinkt het tweede album ook zo fris als je van iemand van zijn leeftijd mag verwachten. Het levert muziek op die zowel bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als bij liefhebbers van frisse en zomerse gitaarpop in de smaak zal vallen.
Het is niet zo makkelijk om popsongs te schrijven die direct bij de eerste keer horen memorabel zijn, maar Sammy Brue levert er minstens een handvol af en de resterende songs op het album zijn niet veel minder. Crash Test Kid schakelt makkelijk tussen stijlen, maar is ook qua tempo een gevarieerd album, dat ook nog eens in positieve zin opvalt door de mooie instrumentatie en door de opvallende zang van de jonge Amerikaans muzikant. Grote belofte voor de toekomst? Absoluut! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sammy Brue - Crash Test Kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sammy Brue - Crash Test Kid
Sammy Brue is pas 18, maar maakt met Crash Test Kid de voorzichtige belofte van zijn debuut meer dan waar met popsongs die alleen maar goed kunnen zijn voor een brede glimlach
Sammy Brue draait al een aantal jaren mee en is op zijn achttiende al toe aan zijn tweede album. Het is een album dat laat horen dat de jonge Amerikaanse muzikant zijn klassiekers kent, maar ook zijn wilde haren nog heeft. Een deel van Crash Test Kid is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar de jonge Amerikaan schuwt ook de ruwe of juist zonnige popliedjes niet. Crash Test Kid is een album om heel vrolijk van te worden en het is een album dat zomaar uit kan groeien tot een van de leukste soundtracks van een mooie zomer. Zijn debuut overtuigde me nog niet volledig, maar Crash Test Kid maakt de belofte meer dan waar.
Ik had tot voor kort nog nooit van Sammy Brue gehoord, maar sinds ik vorige week zijn tweede album Crash Test Kid in handen kreeg komt de muziek van de Amerikaanse muzikant met grote regelmaat uit de speakers.
Sammy Brue is een singer-songwriter uit Ogden, Utah, die in 2017, in ieder geval voor mij, onopvallend debuteerde met I Am Nice. Het is een album dat ik inmiddels ook heb beluisterd en het valt zeker niet tegen, zeker als je je bedenkt dat Sammy Brue zijn debuut maakte op 15-jarige (!) leeftijd.
De Amerikaanse muzikant is inmiddels 18, maar is zijn wilde haren gelukkig nog niet kwijt. De afgelopen jaren toerde Sammy Brue onder andere met Justin Lukas Nelson en Townes Earle, die hem ook nog liet poseren voor de cover van een van zijn albums, en ook Lucinda Williams is inmiddels fan. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Crash Test Kid, dat een stuk volwassener klinkt dan het debuut van Sammy Brue, al is de Amerikaanse singer-songwriter zijn jeugdige onbevangenheid gelukkig nog niet kwijt.
Waar Sammy Brue op zijn debuut werkte met de gelouterde rootsmuzikant John Paul White, werkt hij op zijn tweede album met de Ierse muzikant Iain Archer, die even deel uit maakte van Snow Patrol en nadien een aantal prima soloalbums maakte en twee albums met de gelegenheidsband Tired Pony. Toch ligt Crash Test Kid deels in het verlengde van het debuutalbum van Sammy Brue, zeker wanneer hij zich etaleert als troubadour.
Ik sprak eerder in deze recensie al over jeugdige onbevangenheid en wilde haren en die kom je tegen wanneer de muzikant uit Ogden, Utah, wild om zich heen grijpt in een goedgevulde platenkast. Gezien zijn leeftijd wordt Sammy Brue hier en daar al onthaald als wonderkind, maar daar ben ik voorzichtig mee, al is het maar omdat het vaak slecht afloopt met wonderkinderen en ik de jonge Amerikaanse muzikant alle goeds gun. Het gemak waarmee Sammy Brue schakelt tussen genres is echter razendknap en ook zijn gevoel voor even aanstekelijke als tijdloze popliedjes verdient alle lof.
Sammy Brue kan op Crash Test Kid uit de voeten als folky troubadour, maar schudt ook de zonnige gitaarpop bijna achteloos uit zijn mouw. De Amerikaanse muzikant is absoluut schatplichtig aan de folk en country van een aantal decennia geleden, maar Crash Test Kid bevat ook songs vol invloeden uit de rock ’n roll en ook voor een punky song of een meeslepende song met Britpop invloeden draait Sammy Brue zijn hand niet om. Naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van een tijd geleden, klinkt het tweede album ook zo fris als je van iemand van zijn leeftijd mag verwachten. Het levert muziek op die zowel bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als bij liefhebbers van frisse en zomerse gitaarpop in de smaak zal vallen.
Het is niet zo makkelijk om popsongs te schrijven die direct bij de eerste keer horen memorabel zijn, maar Sammy Brue levert er minstens een handvol af en de resterende songs op het album zijn niet veel minder. Crash Test Kid schakelt makkelijk tussen stijlen, maar is ook qua tempo een gevarieerd album, dat ook nog eens in positieve zin opvalt door de mooie instrumentatie en door de opvallende zang van de jonge Amerikaans muzikant. Grote belofte voor de toekomst? Absoluut! Erwin Zijleman
Samson for President - Sisyphus (2015)

4,5
0
geplaatst: 28 mei 2015, 22:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samson For President - Sisyphus - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zweden en soul gaan in de praktijk maar zelden samen, maar dat ook het hoge Noorden garant kan staan voor soul van niveau bewijst Samson For President op Sisyphus.
Samson For President is het alter ego van de Zweedse muzikant Martin Wahlgren Bejarano, die is voorzien van lange rode lokken, maar gitzwarte stembanden.
Samson For President beschikt in vocaal opzicht weliswaar over een aantrekkelijk soul geluid, maar Sisyphus is zeker geen dertien in een dozijn soulplaat. De warme en broeierige klanken die in de soulmuziek domineren zijn op de tweede plaat van Samson For President vervangen door uiterst sobere en vaak wat onderkoelde klanken, die beter passen bij de Scandinavische winter dan bij de snikhete zomers in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Sisyphus is absoluut een soulplaat, maar het is een soulplaat die totaal anders klinkt dan vrijwel alle andere platen in het genre, waardoor de Zweden zelf de term indie-soul hebben verzonnen voor de muziek van Samson For President.
De instrumentatie op Sisyphus is zoals gezegd sober. Samson For President heeft genoeg aan een basis van piano, elektronica of akoestische gitaren en kleurt deze vervolgens incidenteel verder in met subtiele percussie of andere accenten. Sisyphus moet het doen zonder stuwende blazers, funky gitaren of pompende orgeltjes, maar kiest voor de subtiliteit.
Hierdoor ligt de nadruk op de bijzondere stem van Martin Wahlgren Bejarano, al is de dynamiek tussen de donkere instrumentatie en de indringende vocalen uiteindelijk bepalend voor het geluid van Samson For President.
De muziek van de Zweedse muzikant is zeker niet zo licht verteerbaar als de meeste andere soulmuziek. Het is muziek die zich nadrukkelijk opdringt en alle aandacht opeist. Daarom is het ook niet zo erg dat Sisyphus maar een half uur duurt, al wil je nadat dit half uur is verstreken weer snel meer Samson For President.
Soulmuziek moet uit het hart komen en moet overlopen van emotie en dat doet Sisyphus van Samson For President zeker. Martin Wahlgren Bejarano legt zijn ziel en zaligheid in zijn indringende songs en teksten en overtuigt met speels gemak.
Zeker wanneer de instrumentatie niet veel verder gaat dan een eenvoudig (maar prachtig opgenomen) gitaarakkoord zorgt Samson For President voor flink wat kippenvel en kun je alleen maar diep onder de indruk zijn van Sisyphus. Omdat Samson For President op Sisyphus nadrukkelijk de variatie zoekt, grijpt de plaat je niet continu bij de strot, maar ook de net wat lichtvoetigere tracks op de plaat maken indruk en stijgen moeiteloos boven de middelmaat uit.
Ik had op voorhand eerlijk gezegd niet heel veel vertrouwen in Zweedse soul, maar Samson For President heeft me verpletterd met deze indrukwekkende plaat. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samson For President - Sisyphus - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zweden en soul gaan in de praktijk maar zelden samen, maar dat ook het hoge Noorden garant kan staan voor soul van niveau bewijst Samson For President op Sisyphus.
Samson For President is het alter ego van de Zweedse muzikant Martin Wahlgren Bejarano, die is voorzien van lange rode lokken, maar gitzwarte stembanden.
Samson For President beschikt in vocaal opzicht weliswaar over een aantrekkelijk soul geluid, maar Sisyphus is zeker geen dertien in een dozijn soulplaat. De warme en broeierige klanken die in de soulmuziek domineren zijn op de tweede plaat van Samson For President vervangen door uiterst sobere en vaak wat onderkoelde klanken, die beter passen bij de Scandinavische winter dan bij de snikhete zomers in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Sisyphus is absoluut een soulplaat, maar het is een soulplaat die totaal anders klinkt dan vrijwel alle andere platen in het genre, waardoor de Zweden zelf de term indie-soul hebben verzonnen voor de muziek van Samson For President.
De instrumentatie op Sisyphus is zoals gezegd sober. Samson For President heeft genoeg aan een basis van piano, elektronica of akoestische gitaren en kleurt deze vervolgens incidenteel verder in met subtiele percussie of andere accenten. Sisyphus moet het doen zonder stuwende blazers, funky gitaren of pompende orgeltjes, maar kiest voor de subtiliteit.
Hierdoor ligt de nadruk op de bijzondere stem van Martin Wahlgren Bejarano, al is de dynamiek tussen de donkere instrumentatie en de indringende vocalen uiteindelijk bepalend voor het geluid van Samson For President.
De muziek van de Zweedse muzikant is zeker niet zo licht verteerbaar als de meeste andere soulmuziek. Het is muziek die zich nadrukkelijk opdringt en alle aandacht opeist. Daarom is het ook niet zo erg dat Sisyphus maar een half uur duurt, al wil je nadat dit half uur is verstreken weer snel meer Samson For President.
Soulmuziek moet uit het hart komen en moet overlopen van emotie en dat doet Sisyphus van Samson For President zeker. Martin Wahlgren Bejarano legt zijn ziel en zaligheid in zijn indringende songs en teksten en overtuigt met speels gemak.
Zeker wanneer de instrumentatie niet veel verder gaat dan een eenvoudig (maar prachtig opgenomen) gitaarakkoord zorgt Samson For President voor flink wat kippenvel en kun je alleen maar diep onder de indruk zijn van Sisyphus. Omdat Samson For President op Sisyphus nadrukkelijk de variatie zoekt, grijpt de plaat je niet continu bij de strot, maar ook de net wat lichtvoetigere tracks op de plaat maken indruk en stijgen moeiteloos boven de middelmaat uit.
Ik had op voorhand eerlijk gezegd niet heel veel vertrouwen in Zweedse soul, maar Samson For President heeft me verpletterd met deze indrukwekkende plaat. Ga dat horen. Erwin Zijleman
San Fermin - Jackrabbit (2015)

4,0
0
geplaatst: 8 mei 2015, 18:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: San Fermin - Jackrabbit - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
San Fermin verraste bijna twee jaar geleden met een plaat die met geen mogelijkheid in een hokje was te duwen.
Het alter ego van Ellis Ludwig-Leone, een klassiek geschoold muzikant uit New York met een voorliefde voor avant garde en elektronische popmuziek, schoot alle kanten op en verenigde werelden die over het algemeen niet met elkaar te verenigen zijn.
Op Jackrabbit gaat San Fermin verder waar het titelloze debuut ophield, maar zet Ellis Ludwig-Leone ook een flinke volgende stap.
Ook op Jackrabbit worden invloeden uit de barokke klassieke muziek vermengd met invloeden uit de avant garde en de elektronica, maar San Fermin is dit keer ook niet bang voor redelijk toegankelijke popmuziek.
Ellis Ludwig-Leone tekende ook dit keer voor de opvallende arrangementen waarin invloeden uit de klassieke muziek een voorname rol spelen, maar de tegendraadse component minstens even belangrijk is.
Voor de vocalen vertrouwt San Fermin nog steeds op de donkere vocalen van Allen Tate, die in vocaal opzicht steeds meer op Nick Cave gaat lijken (al hoor ik ook wel wat van Bill Callahan). De dames van Lucius, die schitterden op het debuut van San Fermin, timmeren inmiddels zelf aardig aan de weg en zijn daarom vervangen door zangeres Charlene Kaye, die er overigens ook in slaagt om de bijzondere muziek van San Fermin te voorzien van aansprekende vocalen.
Jackrabbit opent misschien nog wel heftiger dan het zo eclectische debuut van San Fermin, maar wanneer de eerste storm is gaan liggen, is er volop ruimte voor een aantal behoorlijk toegankelijke en heerlijk lome popsongs.
In deze popsongs domineren zwoele klanken en bijpassende vocalen en moet het klassieke en elektronische geweld genoegen nemen met een plek op de achtergrond. Ook wanneer Ellis Ludwig-Leone wat minder groots uitpakt blijft de muziek van San Fermin bijzonder of zelfs uniek, want ook de wat beperktere dreiging op de achtergrond geeft de muziek van San Fermin een geheel eigen dynamiek en lading.
San Fermin heeft de afgelopen twee jaar intensief getoerd en dat hoor je. De band klinkt hechter, de muziek is toegankelijker of op zijn minst minder gekunsteld. De criticus zal beweren dat Jackrabbit hierdoor wat minder avontuurlijk of spannend is dan zijn voorganger, maar persoonlijk vind ik Jackrabbit veel meer in balans en nog altijd voldoende spannend.
Het is knap hoe Ellis Ludwig-Leone steeds weer weet te schakelen tussen redelijk ingetogen en lome muziek en passages waarin de strijkers en de blazers of de elektronica flink mogen uitpakken. Het is knap hoe de overvolle en zwaar aangezette arrangementen combineren met popsongs met een kop en een staart.
Jackrabbit is zonder enige twijfel toegankelijker dan zijn voorganger, maar San Fermin maakt nog altijd geen conventionele popmuziek. Ook Jackrabbit is weer een plaat die tijd vraagt. Het is een plaat die je soms genadeloos zal verleiden en die soms nadrukkelijk tegen de haren in zal strijken, maar wanneer de stofwolken zijn opgetrokken blijft een plaat over die toegankelijk is maar ook buiten de gebaande paden durft te treden. Het is een bijzondere combinatie die wonderschone popmuziek oplevert maar die je ook steeds weer op het verkeerde been zet.
Misschien net wat minder verrassend dan het zo opmerkelijke debuut, maar uiteindelijk vind ik Jackrabbit de betere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: San Fermin - Jackrabbit - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
San Fermin verraste bijna twee jaar geleden met een plaat die met geen mogelijkheid in een hokje was te duwen.
Het alter ego van Ellis Ludwig-Leone, een klassiek geschoold muzikant uit New York met een voorliefde voor avant garde en elektronische popmuziek, schoot alle kanten op en verenigde werelden die over het algemeen niet met elkaar te verenigen zijn.
Op Jackrabbit gaat San Fermin verder waar het titelloze debuut ophield, maar zet Ellis Ludwig-Leone ook een flinke volgende stap.
Ook op Jackrabbit worden invloeden uit de barokke klassieke muziek vermengd met invloeden uit de avant garde en de elektronica, maar San Fermin is dit keer ook niet bang voor redelijk toegankelijke popmuziek.
Ellis Ludwig-Leone tekende ook dit keer voor de opvallende arrangementen waarin invloeden uit de klassieke muziek een voorname rol spelen, maar de tegendraadse component minstens even belangrijk is.
Voor de vocalen vertrouwt San Fermin nog steeds op de donkere vocalen van Allen Tate, die in vocaal opzicht steeds meer op Nick Cave gaat lijken (al hoor ik ook wel wat van Bill Callahan). De dames van Lucius, die schitterden op het debuut van San Fermin, timmeren inmiddels zelf aardig aan de weg en zijn daarom vervangen door zangeres Charlene Kaye, die er overigens ook in slaagt om de bijzondere muziek van San Fermin te voorzien van aansprekende vocalen.
Jackrabbit opent misschien nog wel heftiger dan het zo eclectische debuut van San Fermin, maar wanneer de eerste storm is gaan liggen, is er volop ruimte voor een aantal behoorlijk toegankelijke en heerlijk lome popsongs.
In deze popsongs domineren zwoele klanken en bijpassende vocalen en moet het klassieke en elektronische geweld genoegen nemen met een plek op de achtergrond. Ook wanneer Ellis Ludwig-Leone wat minder groots uitpakt blijft de muziek van San Fermin bijzonder of zelfs uniek, want ook de wat beperktere dreiging op de achtergrond geeft de muziek van San Fermin een geheel eigen dynamiek en lading.
San Fermin heeft de afgelopen twee jaar intensief getoerd en dat hoor je. De band klinkt hechter, de muziek is toegankelijker of op zijn minst minder gekunsteld. De criticus zal beweren dat Jackrabbit hierdoor wat minder avontuurlijk of spannend is dan zijn voorganger, maar persoonlijk vind ik Jackrabbit veel meer in balans en nog altijd voldoende spannend.
Het is knap hoe Ellis Ludwig-Leone steeds weer weet te schakelen tussen redelijk ingetogen en lome muziek en passages waarin de strijkers en de blazers of de elektronica flink mogen uitpakken. Het is knap hoe de overvolle en zwaar aangezette arrangementen combineren met popsongs met een kop en een staart.
Jackrabbit is zonder enige twijfel toegankelijker dan zijn voorganger, maar San Fermin maakt nog altijd geen conventionele popmuziek. Ook Jackrabbit is weer een plaat die tijd vraagt. Het is een plaat die je soms genadeloos zal verleiden en die soms nadrukkelijk tegen de haren in zal strijken, maar wanneer de stofwolken zijn opgetrokken blijft een plaat over die toegankelijk is maar ook buiten de gebaande paden durft te treden. Het is een bijzondere combinatie die wonderschone popmuziek oplevert maar die je ook steeds weer op het verkeerde been zet.
Misschien net wat minder verrassend dan het zo opmerkelijke debuut, maar uiteindelijk vind ik Jackrabbit de betere plaat. Erwin Zijleman
Sandy Denny - Sandy (1972)

4,5
3
geplaatst: 28 december 2025, 20:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sandy Denny - Sandy (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sandy Denny - Sandy (1972)
Het solowerk van de Britse zangeres Sandy Denny is vijf decennia na haar dood helaas wat vergeten, maar wat is het in 1972 verschenen Sandy een prachtig album en wat had Sandy Denny een fabelachtige stem
Sandy Denny werd slechts 31 jaar oud en was maar zo’n tien jaar actief in de muziek, maar in die tien jaar haalde ze de geschiedenisboeken met een van de mooiste stemmen uit de Britse (folk)rock. Ze is misschien wel het meest bekend als de zangeres van de Britse band The Fairport Convention, maar ook haar soloalbums mogen er zijn. Van deze soloalbums vind ik Sandy uit 1972 het meest indrukwekkend. Het is een album waarop de Britse zangeres meerdere genres verkent en zich heeft omringd met geweldige muzikanten. In alle songs zingt Sandy Denny de sterren van de hemel en laat ze nog maar eens horen dat ze niet voor niets wordt gerekend tot de mooiste stemmen uit de muziekgeschiedenis.
Ik noem Sandy Denny vaak als vergelijkingsmateriaal bij het bespreken van albums van jonge Britse folkies. Het is een oneerlijke vergelijking, want de stem van Sandy Denny moet worden gerekend tot de allermooiste stemmen uit de geschiedenis van de Britse folk en misschien is het zelfs wel de mooiste.
Het is een stem die ik overigens vooral ken van de albums van de Britse folkband The Fairport Convention en met name van het prachtige Liege And Lief uit 1969. Met haar soloalbums, die ze maakte na haar vertrek uit The Fairport Convention, was ik tot voor kort eigenlijk niet bekend. De Britse zangeres maakte uiteindelijk niet eens een handvol soloalbums, voordat ze in 1978 op slechts 31-jarige leeftijd overleed na een val van de trap.
Dat ik me nog niet eerder had verdiept in het oeuvre van Sandy Denny heeft alles te maken met het feit dat ik geen heel groot liefhebber ben van hele traditionele Britse folk en dat is het hokje waarin ik Sandy Denny op voorhand stopte. Dat dit niet helemaal terecht is, is te horen op het uit 1972 stammende Sandy, dat ik vooralsnog het beste soloalbum vind van de Britse muzikante.
Sandy, geproduceerd door haar latere echtgenoot Trevor Lucas, is een verrassend veelzijdig album, waarop Britse folk absoluut een rol van betekenis speelt, maar zeker niet de hoofdrol heeft gekregen. Het album werd opgenomen in Londen, maar Sandy klinkt in veel tracks verrassend Amerikaans.
Dat klinkt het album zeker wanneer invloeden uit de country een prominente rol spelen in de songs van Sandy Denny en dat is meer dan eens het geval. Ook wanneer de Britse muzikante opschuift richting folkrock klinkt haar muziek niet per se Brits en dat is ook niet het geval wanneer soulvolle blazers opduiken.
Sandy werd gemaakt met een aantal muzikanten van naam en faam, onder wie Richard en Linda Thompson, Sneaky Pete Kleinow en Allen Toussaint, maar er is maar één echte ster op het album en dat is Sandy Denny zelf. De stem van de Britse zangeres is op haar tweede soloalbum niet alleen verrassend veelzijdig maar vooral betoverend mooi.
Luister maar eens naar het grotendeels a capella gezongen Quiet Joys Of Brotherhood en je begrijpt wat ik bedoel. In een traditionele folksong klinkt de stem van Sandy Denny het meest bekend, want ze blijft toch in het geheugen gegrift als een Britse folkie, maar ook wanneer ze andere genres verkent vind ik de zang op Sandy van een bijzondere schoonheid.
Sandy is een album dat overduidelijk stamt uit de vroege jaren 70, want albums als dit album worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is een album dat flink wordt opgetild door de fantastische stem van Sandy Denny, maar ook in muzikaal opzicht vind ik het vooral door het gitaarspel van Richard Thompson en de pedal steel van Sneaky Pete Kleinow een interessant album en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs.
Sandy Denny wordt nog altijd in één adem genoemd met Fairport Convention, maar ook haar solowerk verdient alle lof. In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 70 kom ik Sandy van Sandy Denny over het algemeen niet tegen, maar wat mij betreft hoort het album wel thuis in deze lijstjes. Het blijft doodzonde dat Sandy Denny slechts 31 jaar oud is geworden, maar haar muzikale erfenis is prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sandy Denny - Sandy (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sandy Denny - Sandy (1972)
Het solowerk van de Britse zangeres Sandy Denny is vijf decennia na haar dood helaas wat vergeten, maar wat is het in 1972 verschenen Sandy een prachtig album en wat had Sandy Denny een fabelachtige stem
Sandy Denny werd slechts 31 jaar oud en was maar zo’n tien jaar actief in de muziek, maar in die tien jaar haalde ze de geschiedenisboeken met een van de mooiste stemmen uit de Britse (folk)rock. Ze is misschien wel het meest bekend als de zangeres van de Britse band The Fairport Convention, maar ook haar soloalbums mogen er zijn. Van deze soloalbums vind ik Sandy uit 1972 het meest indrukwekkend. Het is een album waarop de Britse zangeres meerdere genres verkent en zich heeft omringd met geweldige muzikanten. In alle songs zingt Sandy Denny de sterren van de hemel en laat ze nog maar eens horen dat ze niet voor niets wordt gerekend tot de mooiste stemmen uit de muziekgeschiedenis.
Ik noem Sandy Denny vaak als vergelijkingsmateriaal bij het bespreken van albums van jonge Britse folkies. Het is een oneerlijke vergelijking, want de stem van Sandy Denny moet worden gerekend tot de allermooiste stemmen uit de geschiedenis van de Britse folk en misschien is het zelfs wel de mooiste.
Het is een stem die ik overigens vooral ken van de albums van de Britse folkband The Fairport Convention en met name van het prachtige Liege And Lief uit 1969. Met haar soloalbums, die ze maakte na haar vertrek uit The Fairport Convention, was ik tot voor kort eigenlijk niet bekend. De Britse zangeres maakte uiteindelijk niet eens een handvol soloalbums, voordat ze in 1978 op slechts 31-jarige leeftijd overleed na een val van de trap.
Dat ik me nog niet eerder had verdiept in het oeuvre van Sandy Denny heeft alles te maken met het feit dat ik geen heel groot liefhebber ben van hele traditionele Britse folk en dat is het hokje waarin ik Sandy Denny op voorhand stopte. Dat dit niet helemaal terecht is, is te horen op het uit 1972 stammende Sandy, dat ik vooralsnog het beste soloalbum vind van de Britse muzikante.
Sandy, geproduceerd door haar latere echtgenoot Trevor Lucas, is een verrassend veelzijdig album, waarop Britse folk absoluut een rol van betekenis speelt, maar zeker niet de hoofdrol heeft gekregen. Het album werd opgenomen in Londen, maar Sandy klinkt in veel tracks verrassend Amerikaans.
Dat klinkt het album zeker wanneer invloeden uit de country een prominente rol spelen in de songs van Sandy Denny en dat is meer dan eens het geval. Ook wanneer de Britse muzikante opschuift richting folkrock klinkt haar muziek niet per se Brits en dat is ook niet het geval wanneer soulvolle blazers opduiken.
Sandy werd gemaakt met een aantal muzikanten van naam en faam, onder wie Richard en Linda Thompson, Sneaky Pete Kleinow en Allen Toussaint, maar er is maar één echte ster op het album en dat is Sandy Denny zelf. De stem van de Britse zangeres is op haar tweede soloalbum niet alleen verrassend veelzijdig maar vooral betoverend mooi.
Luister maar eens naar het grotendeels a capella gezongen Quiet Joys Of Brotherhood en je begrijpt wat ik bedoel. In een traditionele folksong klinkt de stem van Sandy Denny het meest bekend, want ze blijft toch in het geheugen gegrift als een Britse folkie, maar ook wanneer ze andere genres verkent vind ik de zang op Sandy van een bijzondere schoonheid.
Sandy is een album dat overduidelijk stamt uit de vroege jaren 70, want albums als dit album worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is een album dat flink wordt opgetild door de fantastische stem van Sandy Denny, maar ook in muzikaal opzicht vind ik het vooral door het gitaarspel van Richard Thompson en de pedal steel van Sneaky Pete Kleinow een interessant album en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs.
Sandy Denny wordt nog altijd in één adem genoemd met Fairport Convention, maar ook haar solowerk verdient alle lof. In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 70 kom ik Sandy van Sandy Denny over het algemeen niet tegen, maar wat mij betreft hoort het album wel thuis in deze lijstjes. Het blijft doodzonde dat Sandy Denny slechts 31 jaar oud is geworden, maar haar muzikale erfenis is prachtig. Erwin Zijleman
Sara Bareilles - Amidst the Chaos (2019)

4,0
1
geplaatst: 11 april 2019, 17:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sara Bareilles - Amidst The Chaos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sara Bareilles - Amidst The Chaos
Sara Bareilles maakte een aantal acceptabele popalbums, maar overtreft nu zichzelf met dit geweldige singer-songwriter album
Een producer van naam en faam en een aantal geweldige muzikanten tillen het nieuwe album van Sara Bareilles een flink stuk omhoog, maar de Amerikaanse singer-songwriter zorgt zelf voor de grootste sprong voorwaarts door een serie geweldige songs af te leveren en door te imponeren als zangeres. Het levert een tijdloos singer-songwriter album af dat net zo makkelijk flirt met pop en rock als met soul en roots. Het is zo’n album dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het is ook een album dat steeds leuker en beter wordt. Ik was nooit zo gek op Sara Bareilles, maar dit album is echt geweldig.
Van Sara Bareilles herinner ik me eigenlijk alleen haar eerste twee albums. Deze in 2004 en 2007 verschenen albums lieten een aangenaam, maar uiteindelijk toch niet heel bijzonder popgeluid horen.
Sindsdien heb ik eerlijk gezegd niet meer geluisterd naar de albums van de Amerikaanse singer-songwriter, al is het maar omdat ze niet zo stevig gepromoot werden als met name Little Voice uit 2007 en ik ze daarom deels simpelweg gemist heb. Terecht of niet? Ik heb eerlijk gezegd geen idee.
Ik had hier waarschijnlijk geen verandering in gebracht wanneer ik niet had gelezen dat haar nieuwe album, het vorige week verschenen Amidst The Chaos, is geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett.
Deze Amerikaanse muzikant en producer verbond zijn naam de afgelopen decennia niet alleen aan de allergrootsten, maar stond bovendien garant voor een mooi, vaak wat traditioneel en organisch aandoend geluid. Alle reden dus om te luisteren naar het nieuwe album van Sara Bareilles. Het is me zeker niet tegengevallen.
T-Bone Burnett heeft de songs op Amidst The Chaos, zoals verwacht, voorzien van een organischer, meer roots georiënteerd en minder blinkend geluid dan we van Sara Bareilles gewend zijn. Bovendien lokte de topproducer flink wat topmuzikanten naar de studio, onder wie grootheden als Jim Keltner, Dennis Crouch, Blake Mills, Patrick Warren, Jay Bellerose en Marc Ribot.
Met zo’n producer en zulke muzikanten maak je al bijna geen slecht album meer, maar ook Sara Bareilles heeft flink bijgedragen aan de kwaliteit van Amidst The Chaos. Vergeleken met haar vorige albums hebben invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan terrein gewonnen, maar de pop is zeker niet helemaal verdwenen uit de muziek van Sara Bareilles.
Amidst The Chaos staat vol met popsongs die zich hebben laten inspireren door de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar het nieuwe album van Sara Bareilles klinkt ook eigentijds, zeker wanneer de Amerikaanse singer-songwriter opschuift richting pop en rock, of juist een opvallend soulvol geluid laat horen. In muzikaal opzicht is het smullen, alleen al vanwege de aanwezigheid van meesterdrummers Jim Keltner en Jay Belleros en een topgitarist als Blake Mills, maar ook in vocaal opzicht is Amidst The Chaos een indrukwekkend album.
Sara Bareilles liet als popzangeres al wel horen dat ze kan zingen, maar de zang op haar nieuwe album is nog een flink stuk beter. Het draagt stevig bij aan de kwaliteit van dit album, dat in de meest toegankelijke momenten doet denken aan de albums van Paula Cole, maar in de meest lome en jazzy momenten ook doet denken aan Norah Jones en hier en daar ook nog eens laat horen hoe Fiona Apple zou kunnen klinken als ze een aantal van haar demonen zou afschudden. Een vleugje Barbara Streisand maakt het af.
T-Bone Burnett heeft de muzikanten voor het uitzoeken en gaat alleen met de besten in zee. Dat Sara Bareilles over de potentie beschikt om tot de besten te behoren heeft de Amerikaan goed gehoord. Verrassend sterk album dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sara Bareilles - Amidst The Chaos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sara Bareilles - Amidst The Chaos
Sara Bareilles maakte een aantal acceptabele popalbums, maar overtreft nu zichzelf met dit geweldige singer-songwriter album
Een producer van naam en faam en een aantal geweldige muzikanten tillen het nieuwe album van Sara Bareilles een flink stuk omhoog, maar de Amerikaanse singer-songwriter zorgt zelf voor de grootste sprong voorwaarts door een serie geweldige songs af te leveren en door te imponeren als zangeres. Het levert een tijdloos singer-songwriter album af dat net zo makkelijk flirt met pop en rock als met soul en roots. Het is zo’n album dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het is ook een album dat steeds leuker en beter wordt. Ik was nooit zo gek op Sara Bareilles, maar dit album is echt geweldig.
Van Sara Bareilles herinner ik me eigenlijk alleen haar eerste twee albums. Deze in 2004 en 2007 verschenen albums lieten een aangenaam, maar uiteindelijk toch niet heel bijzonder popgeluid horen.
Sindsdien heb ik eerlijk gezegd niet meer geluisterd naar de albums van de Amerikaanse singer-songwriter, al is het maar omdat ze niet zo stevig gepromoot werden als met name Little Voice uit 2007 en ik ze daarom deels simpelweg gemist heb. Terecht of niet? Ik heb eerlijk gezegd geen idee.
Ik had hier waarschijnlijk geen verandering in gebracht wanneer ik niet had gelezen dat haar nieuwe album, het vorige week verschenen Amidst The Chaos, is geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett.
Deze Amerikaanse muzikant en producer verbond zijn naam de afgelopen decennia niet alleen aan de allergrootsten, maar stond bovendien garant voor een mooi, vaak wat traditioneel en organisch aandoend geluid. Alle reden dus om te luisteren naar het nieuwe album van Sara Bareilles. Het is me zeker niet tegengevallen.
T-Bone Burnett heeft de songs op Amidst The Chaos, zoals verwacht, voorzien van een organischer, meer roots georiënteerd en minder blinkend geluid dan we van Sara Bareilles gewend zijn. Bovendien lokte de topproducer flink wat topmuzikanten naar de studio, onder wie grootheden als Jim Keltner, Dennis Crouch, Blake Mills, Patrick Warren, Jay Bellerose en Marc Ribot.
Met zo’n producer en zulke muzikanten maak je al bijna geen slecht album meer, maar ook Sara Bareilles heeft flink bijgedragen aan de kwaliteit van Amidst The Chaos. Vergeleken met haar vorige albums hebben invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan terrein gewonnen, maar de pop is zeker niet helemaal verdwenen uit de muziek van Sara Bareilles.
Amidst The Chaos staat vol met popsongs die zich hebben laten inspireren door de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar het nieuwe album van Sara Bareilles klinkt ook eigentijds, zeker wanneer de Amerikaanse singer-songwriter opschuift richting pop en rock, of juist een opvallend soulvol geluid laat horen. In muzikaal opzicht is het smullen, alleen al vanwege de aanwezigheid van meesterdrummers Jim Keltner en Jay Belleros en een topgitarist als Blake Mills, maar ook in vocaal opzicht is Amidst The Chaos een indrukwekkend album.
Sara Bareilles liet als popzangeres al wel horen dat ze kan zingen, maar de zang op haar nieuwe album is nog een flink stuk beter. Het draagt stevig bij aan de kwaliteit van dit album, dat in de meest toegankelijke momenten doet denken aan de albums van Paula Cole, maar in de meest lome en jazzy momenten ook doet denken aan Norah Jones en hier en daar ook nog eens laat horen hoe Fiona Apple zou kunnen klinken als ze een aantal van haar demonen zou afschudden. Een vleugje Barbara Streisand maakt het af.
T-Bone Burnett heeft de muzikanten voor het uitzoeken en gaat alleen met de besten in zee. Dat Sara Bareilles over de potentie beschikt om tot de besten te behoren heeft de Amerikaan goed gehoord. Verrassend sterk album dit. Erwin Zijleman
Sara Bug - Sara Bug (2021)

4,0
1
geplaatst: 17 mei 2021, 17:01 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sara Bug - Sara Bug - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sara Bug is de zoveelste singer-songwriter uit Nashville, maar haar titelloze debuut is geen moment een typisch Nashville album, maar een aangenaam en bijzonder vat vol tegenstrijdigheden
Sara Bug schiet op haar deze week verschenen debuut alle kanten op. Het ene moment is het lieflijke folkpop, het volgende moment eigenzinnige indierock of indiepop, maar ook de rootsmuziek van haar thuisbasis wordt niet verloochend. De instrumentatie is keer op keer bijzonder, zeker wanneer de Amerikaanse muzikante strijkers of blazers in zet, en ook haar stem is niet alledaags, zeker niet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is daarom even wennen, maar ik was persoonlijk direct gecharmeerd van het bijzondere debuut van Sara Bug, dat vervolgens ook nog een stuk beter is geworden en dat zich makkelijk weet te onderscheiden van alles dat er al is.
De krenten uit de pop: Sara Bug - Sara Bug - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sara Bug is de zoveelste singer-songwriter uit Nashville, maar haar titelloze debuut is geen moment een typisch Nashville album, maar een aangenaam en bijzonder vat vol tegenstrijdigheden
Sara Bug schiet op haar deze week verschenen debuut alle kanten op. Het ene moment is het lieflijke folkpop, het volgende moment eigenzinnige indierock of indiepop, maar ook de rootsmuziek van haar thuisbasis wordt niet verloochend. De instrumentatie is keer op keer bijzonder, zeker wanneer de Amerikaanse muzikante strijkers of blazers in zet, en ook haar stem is niet alledaags, zeker niet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is daarom even wennen, maar ik was persoonlijk direct gecharmeerd van het bijzondere debuut van Sara Bug, dat vervolgens ook nog een stuk beter is geworden en dat zich makkelijk weet te onderscheiden van alles dat er al is.
Sara Noelle - Do I Have to Feel Everything (2023)

4,5
1
geplaatst: 15 december 2024, 20:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sara Noelle - Do I Have To Feel Everything (2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sara Noelle - Do I Have To Feel Everything (2023)
We maken momenteel de balans op over het muziekjaar 2024, maar het al in 2023 verschenen Do I Have To Feel Everything van de Amerikaanse muzikante Sara Noelle is te bijzonder om definitief te vergeten
Ook als je de ontwikkelingen in de popmuziek goed bij denkt te houden en wekelijks stapels nieuwe albums beluistert, kan er altijd wel eens een album tussendoor glippen. Het is me vorig jaar overkomen met het derde album van de uit Los Angeles, California, opererende Sara Noelle. Bij toeval kwam ik het album toch nog tegen en sindsdien raak ik steeds meer onder de indruk van dit bijzondere album. Het is een album met muziek die raakt aan ambient en soms new age, maar op een of andere manier verliest Sara Noelle de toegankelijke popsong nooit helemaal uit het oog. Haar zachte maar bijzonder mooie stem maakt de betovering op Do I Have To Feel Everything compleet.
Bij het bestuderen van de talloze jaarlijstjes van het moment, kwam ik ook een oud lijstje tegen met albums die in 2023 over het hoofd zijn gezien en dit jaar een nieuwe kans hadden verdiend. Albums uit 2024 staan bij mij centraal op het moment, al is het maar om te voorkomen dat ik verborgen parels uit 2024 over het hoofd zie, maar een van de albums uit het lijstje met miskende albums uit 2023 liet me niet meer los.
Het gaat om Do I Have To Feel Everything van Sara Noelle. Het is al het derde album van de muzikante uit Los Angeles, die tot dusver nog niet heel veel aandacht trekt met haar muziek. Dat is doodzonde, want Do I Have To Feel Everything is een werkelijk wonderschoon album, dat in 2023 een veel beter lot had verdiend.
Op de bandcamp pagina van Sara Noelle is maar weinig informatie over het album te vinden, maar er staat wel dat het derde album is geproduceerd door Dan Duszynski, die we kennen als lid van de band Loma (dit jaar te vinden in mijn jaarlijstje met het prachtige How Will I Live Without a Body?) en als producer van twee albums van Jess Williamson. Het derde album van Sara Noelle was vast geen makkelijk album om te produceren, want is een subtiel album waarop alles draait om de details.
Centraal op het album staat de stem van Sara Noelle, die zacht en helder klinkt en een wat dromerig karakter heeft. Het zorgt er voor dat Do I Have To Feel Everything een album is dat uitnodigt tot ontspannen en wegdromen en het is een album dat vaak een wat zweverig en sprookjesachtig karakter heeft.
De zang van de muzikante uit Los Angeles is niet heel uitgesproken, maar ondanks de af en toe wat zweverige aard van de songs is Do I Have To Feel Everything zeker geen vaag new age album. De stem van Sara Noelle is wat mij betreft erg mooi en zorgt er in ieder geval bij mij voor dat ik blijf luisteren naar het derde album van de Amerikaanse muzikante.
De zachte maar mooie zang wordt gecombineerd met subtiele klanken. Het zijn deels organische en deels elektronische klanken, die samen zorgen voor wat bezwerende klankentapijten. De muziek van Sara Noelle is zweverig en sprookjesachtig, maar Do I Have To Feel Everything is zeker geen album dat maar wat voortkabbelt. Daarvoor zit de muziek op het album te knap in elkaar.
Sara Noelle kiest op haar derde album vooral voor zeer subtiele klanken, die ze vervolgens in meerdere lagen heeft opgestapeld. Albums in deze categorie zijn vaak wat eentonig, maar Sara Noelle slaagt er in om de muziek in haar songs steeds weer een net wat andere kant op te duwen, waardoor het album 11 tracks lang mooi en interessant is. Do I Have To Feel Everything is voorzien van een beeldend, atmosferisch en zoals gezegd wat zweverig geluid, maar Sara Noelle dwaalt nooit heel ver af van de popsong met een kop en een staart, wat voor dit soort albums ook bijzonder is.
Zeker wanneer de zon onder is, hebben de prachtige klanken op het derde album van Sara Noelle een bijna hypnotiserende uitwerking en hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de subtiele schoonheid van Do I Have To Feel Everything. Het album verscheen in de eerste maand van 2023, is dus bijna twee jaar oud en lijkt inmiddels volledig vergeten. Ik heb het album zelf ook niet opgemerkt tot ik tegen een oud lijstje op het Internet aan liep, maar vanaf nu koester ik de bijzondere muziek van Sara Noelle. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sara Noelle - Do I Have To Feel Everything (2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sara Noelle - Do I Have To Feel Everything (2023)
We maken momenteel de balans op over het muziekjaar 2024, maar het al in 2023 verschenen Do I Have To Feel Everything van de Amerikaanse muzikante Sara Noelle is te bijzonder om definitief te vergeten
Ook als je de ontwikkelingen in de popmuziek goed bij denkt te houden en wekelijks stapels nieuwe albums beluistert, kan er altijd wel eens een album tussendoor glippen. Het is me vorig jaar overkomen met het derde album van de uit Los Angeles, California, opererende Sara Noelle. Bij toeval kwam ik het album toch nog tegen en sindsdien raak ik steeds meer onder de indruk van dit bijzondere album. Het is een album met muziek die raakt aan ambient en soms new age, maar op een of andere manier verliest Sara Noelle de toegankelijke popsong nooit helemaal uit het oog. Haar zachte maar bijzonder mooie stem maakt de betovering op Do I Have To Feel Everything compleet.
Bij het bestuderen van de talloze jaarlijstjes van het moment, kwam ik ook een oud lijstje tegen met albums die in 2023 over het hoofd zijn gezien en dit jaar een nieuwe kans hadden verdiend. Albums uit 2024 staan bij mij centraal op het moment, al is het maar om te voorkomen dat ik verborgen parels uit 2024 over het hoofd zie, maar een van de albums uit het lijstje met miskende albums uit 2023 liet me niet meer los.
Het gaat om Do I Have To Feel Everything van Sara Noelle. Het is al het derde album van de muzikante uit Los Angeles, die tot dusver nog niet heel veel aandacht trekt met haar muziek. Dat is doodzonde, want Do I Have To Feel Everything is een werkelijk wonderschoon album, dat in 2023 een veel beter lot had verdiend.
Op de bandcamp pagina van Sara Noelle is maar weinig informatie over het album te vinden, maar er staat wel dat het derde album is geproduceerd door Dan Duszynski, die we kennen als lid van de band Loma (dit jaar te vinden in mijn jaarlijstje met het prachtige How Will I Live Without a Body?) en als producer van twee albums van Jess Williamson. Het derde album van Sara Noelle was vast geen makkelijk album om te produceren, want is een subtiel album waarop alles draait om de details.
Centraal op het album staat de stem van Sara Noelle, die zacht en helder klinkt en een wat dromerig karakter heeft. Het zorgt er voor dat Do I Have To Feel Everything een album is dat uitnodigt tot ontspannen en wegdromen en het is een album dat vaak een wat zweverig en sprookjesachtig karakter heeft.
De zang van de muzikante uit Los Angeles is niet heel uitgesproken, maar ondanks de af en toe wat zweverige aard van de songs is Do I Have To Feel Everything zeker geen vaag new age album. De stem van Sara Noelle is wat mij betreft erg mooi en zorgt er in ieder geval bij mij voor dat ik blijf luisteren naar het derde album van de Amerikaanse muzikante.
De zachte maar mooie zang wordt gecombineerd met subtiele klanken. Het zijn deels organische en deels elektronische klanken, die samen zorgen voor wat bezwerende klankentapijten. De muziek van Sara Noelle is zweverig en sprookjesachtig, maar Do I Have To Feel Everything is zeker geen album dat maar wat voortkabbelt. Daarvoor zit de muziek op het album te knap in elkaar.
Sara Noelle kiest op haar derde album vooral voor zeer subtiele klanken, die ze vervolgens in meerdere lagen heeft opgestapeld. Albums in deze categorie zijn vaak wat eentonig, maar Sara Noelle slaagt er in om de muziek in haar songs steeds weer een net wat andere kant op te duwen, waardoor het album 11 tracks lang mooi en interessant is. Do I Have To Feel Everything is voorzien van een beeldend, atmosferisch en zoals gezegd wat zweverig geluid, maar Sara Noelle dwaalt nooit heel ver af van de popsong met een kop en een staart, wat voor dit soort albums ook bijzonder is.
Zeker wanneer de zon onder is, hebben de prachtige klanken op het derde album van Sara Noelle een bijna hypnotiserende uitwerking en hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de subtiele schoonheid van Do I Have To Feel Everything. Het album verscheen in de eerste maand van 2023, is dus bijna twee jaar oud en lijkt inmiddels volledig vergeten. Ik heb het album zelf ook niet opgemerkt tot ik tegen een oud lijstje op het Internet aan liep, maar vanaf nu koester ik de bijzondere muziek van Sara Noelle. Erwin Zijleman
Sara Watkins - Young in All the Wrong Ways (2016)

4,5
0
geplaatst: 10 juli 2016, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sara Watkins - Young In All The Wrong Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het cv van Sara Watkins is zo langzamerhand behoorlijk indrukwekkend. Ze maakte op jonge leeftijd deel uit van de met name in de Verenigde Staten zeer succesvolle (progressive) bluegrass band Nickel Creek, imponeerde met het hobbyproject Mutual Admiration Society, leverde twee prima soloplaten af en verraste vorig jaar nog met de plaat van de gelegenheidsband Watkins Family Hour (waarop onder andere Fiona Apple act de présence gaf).
Met haar derde soloplaat Young In All The Wrong Ways zet de singer-songwriter uit California een volgende stap en het is wederom een flinke stap geworden.
Sara Watkins heeft de bluegrass die ze in haar tienerjaren zo liefdevol omarmde zeker niet afgezworen, maar laat ook op haar nieuwe plaat weer horen dat ze op een zeer breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan.
In de uitstekende titeltrack en openingstrack laat ze de gitaren scheuren om vervolgens indruk te maken met een zeer ingetogen song waarin haar stem alle aandacht opeist. Pas in de derde track winnen invloeden uit de country en de bluegrass aan terrein en laat Sara Watkins horen dat ze ook in dit genre tot de absolute top behoort. Andere invloeden overheersen echter op de plaat, waarmee de lijn van voorganger Sun Midnight Sun uit 2012 wordt doorgetrokken.
Sara Watkins heeft Young In All The Wrong Ways zeker niet in haar uppie gemaakt. Voor haar derde soloplaat kon ze een beroep doen op topkrachten als onder andere Jay Bellerose (die ook dit keer goed is voor geweldig drumwerk), Jon Brion, Jim James, Sarah Jarosz, Aoife O’Donovan, Benmont Tench, broer Sean Watkins en de zeer getalenteerde producer Gabe Witcher. Young In All The Wrong Ways klinkt hierdoor fantastisch en loopt over van muzikaal vuurwerk, waarin vooral de af en toe stevig rockende gitaren opvallen.
Sara Watkins voelt zich in het wat stevigere instrumentarium als een vis in het water. Waar haar stem vroeger vooral puur en lieflijk klonk, kan ze nu zo nu en dan stevig uithalen, waardoor het ook in vocaal opzicht smullen is.
Sara Watkins heeft al flink wat uitstekende platen op haar naam staan, maar op Young In All The Wrong Ways hebben haar songs flink aan kracht gewonnen, mede door de door een liefdesbreuk toegevoegde emotionele lading.
Het klinkt allemaal zo goed en steekt zo knap in elkaar dat één keer horen eigenlijk al voldoende is om te vallen voor deze plaat. Laat het hier zeker niet bij, want de nieuwe plaat van Sara Watkins groeit nog lang door en laat steeds meer schoonheid en bezieling horen. Young In All The Wrong Ways krijgt nog niet veel aandacht in Nederland, maar is echt een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sara Watkins - Young In All The Wrong Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het cv van Sara Watkins is zo langzamerhand behoorlijk indrukwekkend. Ze maakte op jonge leeftijd deel uit van de met name in de Verenigde Staten zeer succesvolle (progressive) bluegrass band Nickel Creek, imponeerde met het hobbyproject Mutual Admiration Society, leverde twee prima soloplaten af en verraste vorig jaar nog met de plaat van de gelegenheidsband Watkins Family Hour (waarop onder andere Fiona Apple act de présence gaf).
Met haar derde soloplaat Young In All The Wrong Ways zet de singer-songwriter uit California een volgende stap en het is wederom een flinke stap geworden.
Sara Watkins heeft de bluegrass die ze in haar tienerjaren zo liefdevol omarmde zeker niet afgezworen, maar laat ook op haar nieuwe plaat weer horen dat ze op een zeer breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan.
In de uitstekende titeltrack en openingstrack laat ze de gitaren scheuren om vervolgens indruk te maken met een zeer ingetogen song waarin haar stem alle aandacht opeist. Pas in de derde track winnen invloeden uit de country en de bluegrass aan terrein en laat Sara Watkins horen dat ze ook in dit genre tot de absolute top behoort. Andere invloeden overheersen echter op de plaat, waarmee de lijn van voorganger Sun Midnight Sun uit 2012 wordt doorgetrokken.
Sara Watkins heeft Young In All The Wrong Ways zeker niet in haar uppie gemaakt. Voor haar derde soloplaat kon ze een beroep doen op topkrachten als onder andere Jay Bellerose (die ook dit keer goed is voor geweldig drumwerk), Jon Brion, Jim James, Sarah Jarosz, Aoife O’Donovan, Benmont Tench, broer Sean Watkins en de zeer getalenteerde producer Gabe Witcher. Young In All The Wrong Ways klinkt hierdoor fantastisch en loopt over van muzikaal vuurwerk, waarin vooral de af en toe stevig rockende gitaren opvallen.
Sara Watkins voelt zich in het wat stevigere instrumentarium als een vis in het water. Waar haar stem vroeger vooral puur en lieflijk klonk, kan ze nu zo nu en dan stevig uithalen, waardoor het ook in vocaal opzicht smullen is.
Sara Watkins heeft al flink wat uitstekende platen op haar naam staan, maar op Young In All The Wrong Ways hebben haar songs flink aan kracht gewonnen, mede door de door een liefdesbreuk toegevoegde emotionele lading.
Het klinkt allemaal zo goed en steekt zo knap in elkaar dat één keer horen eigenlijk al voldoende is om te vallen voor deze plaat. Laat het hier zeker niet bij, want de nieuwe plaat van Sara Watkins groeit nog lang door en laat steeds meer schoonheid en bezieling horen. Young In All The Wrong Ways krijgt nog niet veel aandacht in Nederland, maar is echt een prachtplaat. Erwin Zijleman
Sarabeth Tucek - Joan of All (2023)

4,0
2
geplaatst: 21 mei 2023, 11:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarabeth Tucek (SBT) - Joan Of All - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarabeth Tucek (SBT) - Joan Of All
Sarabeth Tucek (SBT) keert na een lange stilte terug met een nieuw album vol uitstekende songs en de diepgang, emotie en intensiteit die nog wel eens ontbreekt in het enorme aanbod van het moment
Joan Of All is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante Sarabeth Tucek, ook bekend onder de naam SBT. Het is een album dat is verschenen na een stilte van ruim twaalf jaar, maar in die twaalf jaar heeft Sarabeth Tucek een aantal uitstekende songs geschreven. Het zijn songs die variëren van ingetogen en bezwerende folksongs tot meer uptempo indierock songs en van meer introspectieve tot meer extraverte songs. De muziek van de Amerikaanse muzikante zit vol echo’s uit het verleden en doet vaak wat psychedelisch en donker aan, maar ondertussen is Joan Of All een album dat alleen maar beter wordt en Sarabeth Tucek alsnog op de kaart zet als een zeer getalenteerd singer-songwriter.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam Sarabeth Tucek tot deze week nog niet was tegengekomen. Dat is ook niet zo gek, want de afgelopen twaalf jaar was het stil rond de Amerikaanse muzikante. Voor deze periode van stilte bracht ze twee albums uit, een titelloos debuutalbum in 2007 en het album Get Well Soon in 2011. Het zijn twee albums die ik destijds best op had kunnen pikken, want beide albums sluiten goed aan op mijn smaak. Het zijn albums met vooral folky songs met zowel een donker als een psychedelisch randje en het zijn albums die af en toe associaties oproepen met de muziek van Mazzy Star, wat voor mij altijd een aanbeveling is.
Ik heb in het verleden misschien niet goed opgelet, maar bij beluistering van het nieuwe album van Sarabeth Tucek wist ik direct zeker dat ik dit album wilde bespreken op de krenten uit de pop. Ook op het deze week verschenen Joan Of All heeft Sarabeth Tucek in een aantal songs een voorliefde voor folky songs met een psychedelische inslag, maar het album bevat ook wat ruwere en meer uptempo songs die wat zijn opgeschoven richting indierock.
In vroeg verschenen recensies van Joan Of All wordt melding gemaakt van het feit dat Sarabeth Tucek op haar nieuwe album het alter ego SBT gebruikt, maar op de streaming media diensten is haar muziek nog altijd onder haar eigen naam te vinden. Joan Of All verschijnt zoals gezegd na een lange stilte, maar helemaal stilgezeten heeft de Amerikaanse muzikante niet, want het nieuwe album bevat maar liefst vijftien songs en ruim 70 minuten muziek.
In de openingstrack zet Sarabeth Tucek direct de toon met een ingetogen klanken die je mee terugnemen naar de folkmuziek zoals deze aan het eind van de jaren 60 in de Verenigde Staten werd gemaakt. De eerste noten bezweren met mooie klanken, maar het is de stem van Sarabeth Tucek die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante zingt met nog wat meer gevoel en doorleving dan op haar eerste twee albums en weet zich meteen te onderscheiden van alle jonge folkies, die op het moment als paddenstoelen uit de grond schieten.
De muziek van Sarabeth Tucek is nog altijd voorzien van een snufje psychedelica en is nog altijd donker getint, maar is ook veelzijdiger geworden. Na de ingetogen opening schuift de openingstrack van Joan Of All in het tweede deel op richting indierock en roep Sarabeth Tucek met gesproken teksten associaties op met Patti Smith in haar jonge jaren en misschien nog wel meer met de muziek van Lou Reed.
Joan Of All herinnert veel vaker aan muziek uit een heel ver verleden, maar door alle dynamiek en het verwerken van uiteenlopende invloeden, blijft het derde album van Sarabeth Tucek nooit lang op één plek hangen. Het album weet je daarom track na track te verrassen met intense en emotievolle songs.
Joan Of All laat zich lastig vergelijken met andere recent verschenen albums en het is een album dat je bij voorkeur meerdere keren moet beluisteren voor je een oordeel velt. Zeker de wat meer uptempo songs met flink wat invloeden uit de 90s indierock dringen zich makkelijk op, maar met name de wat meer ingetogen en zich langzaam voortslepende songs maken uiteindelijk de meeste indruk. Joan Of All is mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarabeth Tucek en ik ben echt onder de indruk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarabeth Tucek (SBT) - Joan Of All - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarabeth Tucek (SBT) - Joan Of All
Sarabeth Tucek (SBT) keert na een lange stilte terug met een nieuw album vol uitstekende songs en de diepgang, emotie en intensiteit die nog wel eens ontbreekt in het enorme aanbod van het moment
Joan Of All is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante Sarabeth Tucek, ook bekend onder de naam SBT. Het is een album dat is verschenen na een stilte van ruim twaalf jaar, maar in die twaalf jaar heeft Sarabeth Tucek een aantal uitstekende songs geschreven. Het zijn songs die variëren van ingetogen en bezwerende folksongs tot meer uptempo indierock songs en van meer introspectieve tot meer extraverte songs. De muziek van de Amerikaanse muzikante zit vol echo’s uit het verleden en doet vaak wat psychedelisch en donker aan, maar ondertussen is Joan Of All een album dat alleen maar beter wordt en Sarabeth Tucek alsnog op de kaart zet als een zeer getalenteerd singer-songwriter.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam Sarabeth Tucek tot deze week nog niet was tegengekomen. Dat is ook niet zo gek, want de afgelopen twaalf jaar was het stil rond de Amerikaanse muzikante. Voor deze periode van stilte bracht ze twee albums uit, een titelloos debuutalbum in 2007 en het album Get Well Soon in 2011. Het zijn twee albums die ik destijds best op had kunnen pikken, want beide albums sluiten goed aan op mijn smaak. Het zijn albums met vooral folky songs met zowel een donker als een psychedelisch randje en het zijn albums die af en toe associaties oproepen met de muziek van Mazzy Star, wat voor mij altijd een aanbeveling is.
Ik heb in het verleden misschien niet goed opgelet, maar bij beluistering van het nieuwe album van Sarabeth Tucek wist ik direct zeker dat ik dit album wilde bespreken op de krenten uit de pop. Ook op het deze week verschenen Joan Of All heeft Sarabeth Tucek in een aantal songs een voorliefde voor folky songs met een psychedelische inslag, maar het album bevat ook wat ruwere en meer uptempo songs die wat zijn opgeschoven richting indierock.
In vroeg verschenen recensies van Joan Of All wordt melding gemaakt van het feit dat Sarabeth Tucek op haar nieuwe album het alter ego SBT gebruikt, maar op de streaming media diensten is haar muziek nog altijd onder haar eigen naam te vinden. Joan Of All verschijnt zoals gezegd na een lange stilte, maar helemaal stilgezeten heeft de Amerikaanse muzikante niet, want het nieuwe album bevat maar liefst vijftien songs en ruim 70 minuten muziek.
In de openingstrack zet Sarabeth Tucek direct de toon met een ingetogen klanken die je mee terugnemen naar de folkmuziek zoals deze aan het eind van de jaren 60 in de Verenigde Staten werd gemaakt. De eerste noten bezweren met mooie klanken, maar het is de stem van Sarabeth Tucek die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante zingt met nog wat meer gevoel en doorleving dan op haar eerste twee albums en weet zich meteen te onderscheiden van alle jonge folkies, die op het moment als paddenstoelen uit de grond schieten.
De muziek van Sarabeth Tucek is nog altijd voorzien van een snufje psychedelica en is nog altijd donker getint, maar is ook veelzijdiger geworden. Na de ingetogen opening schuift de openingstrack van Joan Of All in het tweede deel op richting indierock en roep Sarabeth Tucek met gesproken teksten associaties op met Patti Smith in haar jonge jaren en misschien nog wel meer met de muziek van Lou Reed.
Joan Of All herinnert veel vaker aan muziek uit een heel ver verleden, maar door alle dynamiek en het verwerken van uiteenlopende invloeden, blijft het derde album van Sarabeth Tucek nooit lang op één plek hangen. Het album weet je daarom track na track te verrassen met intense en emotievolle songs.
Joan Of All laat zich lastig vergelijken met andere recent verschenen albums en het is een album dat je bij voorkeur meerdere keren moet beluisteren voor je een oordeel velt. Zeker de wat meer uptempo songs met flink wat invloeden uit de 90s indierock dringen zich makkelijk op, maar met name de wat meer ingetogen en zich langzaam voortslepende songs maken uiteindelijk de meeste indruk. Joan Of All is mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarabeth Tucek en ik ben echt onder de indruk. Erwin Zijleman
Sarah Blasko - I Just Need to Conquer This Mountain (2024)

4,0
3
geplaatst: 8 november 2024, 16:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Blasko - I Just Need To Conquer This Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Blasko - I Just Need To Conquer This Mountain
Het was een tijdje stil rond de Australische singer-songwriter Sarah Blasko, maar met I Just Need To Conquer This Mountain levert ze een prachtig album af dat in muzikaal opzicht indruk maakt en in vocaal opzicht imponeert
Sarah Blasko zette alweer flink wat jaren geleden haar versies van een aantal songs van anderen op YouTube en maakte indruk met haar prachtige stem. Die stem staat ook weer centraal op het deze week verschenen I Just Need To Conquer This Mountain, het zevende studioalbum van de Australische muzikante. Het is een album waarop de zang echt wonderschoon is, maar ook de kwaliteit van de songs, de muziek en de productie valt in positieve zin op. Ik had lang niet geluisterd naar de muziek van Sarah Blasko, maar I Just Need To Conquer This Mountain had nauwelijks tijd nodig om me te overtuigen van de talenten van een van de betere zangeressen van het moment.
De Australische singer-songwriter Sarah Blasko brengt inmiddels al twintig jaar albums uit en komt deze week met haar zevende studioalbum op de proppen. Ze is misschien nog wel het bekendst van haar versies van songs van anderen, maar ook de albums met haar eigen songs zijn stuk voor stuk de moeite waard.
Het laatste wapenfeit van de muzikante uit Sydney kwam tot voor kort uit 2018, maar zelf moet ik terug naar 2012 voor het laatste album van Sarah Blasko dat ik besprak op de krenten uit de pop. Desondanks schreef ik haar nieuwe album I Just Need To Conquer This Mountain vrijwel direct op voor een recensie deze week. Daar heb ik geen spijt van gekregen, wat Sarah Blasko laat op haar nieuwe album wederom dat ze een getalenteerde songwriter en een uitstekende zangeres is.
De Australische editie van Rolling Stone omschrijft het prachtig: “Sarah Blasko’s vinyl-icon voice is like a flame: unique, mesmerising to observe, and, when caught up close, has the ability to cause tears”. Een ander Australisch tijdschrift noemt haar stem “heaven-sent”. Je hoort het direct in de openingstrack, waarin Sarah Blasko in eerste instantie genoeg heeft aan subtiele pianoklanken en vervolgens de sterren van de hemel zingt.
I Just Need To Conquer This Mountain opent met flink wat melancholie en die melancholie domineert ook op de rest van het album. Sarah Blasko heeft een album gemaakt over verdriet en verlies en dat voorziet haar indringende zang van nog wat extra lading. Die extra lading komt in de openingstrack van haar nieuwe album ook van een aantal achtergrondvocalisten, die de track voorzien van een subtiel laagje gospel. Later op het album duikt ook nog een mannenstem op die de stem van Sarah Blasko versterkt.
Het was zoals gezegd best lang geleden dat ik voor het laatst naar de muziek van Sarah Blasko had geluisterd, maar I Just Need To Conquer This Mountain voelde eigenlijk direct als het spreekwoordelijke warme bad. Dat ligt vooral aan de prachtige en vaak soulvolle stem van Sarah Blasko, die op haar nieuwe album nog wat doorleefder klinkt, wat haar stem alleen maar mooier maakt, maar ook in muzikaal opzicht is I Just Need To Conquer This Mountain een mooi album.
Sarah Blasko varieert op haar album tussen sober klinkende en wat voller klinkende songs, maar de muziek is zeer sfeervol en staat altijd in dienst van haar stem. Met een stem als die van Sarah Blasko kun je bijna geen slecht album maken, maar de Australische muzikante laat op haar nieuwe album ook nog eens horen dat ze een geweldig songwriter is. De songs op I Just Need To Conquer This Mountain klinken tijdloos, maar het nieuwe album van Sarah Blasko klinkt zeker niet hetzelfde als al die andere tijdloze singer-songwriter albums van het moment. De muzikante uit Sydney heeft bovendien een veelzijdig album afgeleverd, dat binnen de singer-songwriter muziek een breed spectrum bestrijkt.
Sarah Blasko is zoals gezegd zeker geen nieuwkomer, maar ik vind haar zevende album een stuk indrukwekkender dan de albums uit het verleden, waarvan ik vooral de eerste vier hoog heb zitten. Sarah Blasko trekt op YouTube veel kijkers met een aantal fraaie vertolkingen van songs van anderen, maar de prachtige songs op I Just Need To Conquer This Mountain zijn wat mij betreft minstens net zo interessant en nog net wat mooier gezongen. Prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Blasko - I Just Need To Conquer This Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Blasko - I Just Need To Conquer This Mountain
Het was een tijdje stil rond de Australische singer-songwriter Sarah Blasko, maar met I Just Need To Conquer This Mountain levert ze een prachtig album af dat in muzikaal opzicht indruk maakt en in vocaal opzicht imponeert
Sarah Blasko zette alweer flink wat jaren geleden haar versies van een aantal songs van anderen op YouTube en maakte indruk met haar prachtige stem. Die stem staat ook weer centraal op het deze week verschenen I Just Need To Conquer This Mountain, het zevende studioalbum van de Australische muzikante. Het is een album waarop de zang echt wonderschoon is, maar ook de kwaliteit van de songs, de muziek en de productie valt in positieve zin op. Ik had lang niet geluisterd naar de muziek van Sarah Blasko, maar I Just Need To Conquer This Mountain had nauwelijks tijd nodig om me te overtuigen van de talenten van een van de betere zangeressen van het moment.
De Australische singer-songwriter Sarah Blasko brengt inmiddels al twintig jaar albums uit en komt deze week met haar zevende studioalbum op de proppen. Ze is misschien nog wel het bekendst van haar versies van songs van anderen, maar ook de albums met haar eigen songs zijn stuk voor stuk de moeite waard.
Het laatste wapenfeit van de muzikante uit Sydney kwam tot voor kort uit 2018, maar zelf moet ik terug naar 2012 voor het laatste album van Sarah Blasko dat ik besprak op de krenten uit de pop. Desondanks schreef ik haar nieuwe album I Just Need To Conquer This Mountain vrijwel direct op voor een recensie deze week. Daar heb ik geen spijt van gekregen, wat Sarah Blasko laat op haar nieuwe album wederom dat ze een getalenteerde songwriter en een uitstekende zangeres is.
De Australische editie van Rolling Stone omschrijft het prachtig: “Sarah Blasko’s vinyl-icon voice is like a flame: unique, mesmerising to observe, and, when caught up close, has the ability to cause tears”. Een ander Australisch tijdschrift noemt haar stem “heaven-sent”. Je hoort het direct in de openingstrack, waarin Sarah Blasko in eerste instantie genoeg heeft aan subtiele pianoklanken en vervolgens de sterren van de hemel zingt.
I Just Need To Conquer This Mountain opent met flink wat melancholie en die melancholie domineert ook op de rest van het album. Sarah Blasko heeft een album gemaakt over verdriet en verlies en dat voorziet haar indringende zang van nog wat extra lading. Die extra lading komt in de openingstrack van haar nieuwe album ook van een aantal achtergrondvocalisten, die de track voorzien van een subtiel laagje gospel. Later op het album duikt ook nog een mannenstem op die de stem van Sarah Blasko versterkt.
Het was zoals gezegd best lang geleden dat ik voor het laatst naar de muziek van Sarah Blasko had geluisterd, maar I Just Need To Conquer This Mountain voelde eigenlijk direct als het spreekwoordelijke warme bad. Dat ligt vooral aan de prachtige en vaak soulvolle stem van Sarah Blasko, die op haar nieuwe album nog wat doorleefder klinkt, wat haar stem alleen maar mooier maakt, maar ook in muzikaal opzicht is I Just Need To Conquer This Mountain een mooi album.
Sarah Blasko varieert op haar album tussen sober klinkende en wat voller klinkende songs, maar de muziek is zeer sfeervol en staat altijd in dienst van haar stem. Met een stem als die van Sarah Blasko kun je bijna geen slecht album maken, maar de Australische muzikante laat op haar nieuwe album ook nog eens horen dat ze een geweldig songwriter is. De songs op I Just Need To Conquer This Mountain klinken tijdloos, maar het nieuwe album van Sarah Blasko klinkt zeker niet hetzelfde als al die andere tijdloze singer-songwriter albums van het moment. De muzikante uit Sydney heeft bovendien een veelzijdig album afgeleverd, dat binnen de singer-songwriter muziek een breed spectrum bestrijkt.
Sarah Blasko is zoals gezegd zeker geen nieuwkomer, maar ik vind haar zevende album een stuk indrukwekkender dan de albums uit het verleden, waarvan ik vooral de eerste vier hoog heb zitten. Sarah Blasko trekt op YouTube veel kijkers met een aantal fraaie vertolkingen van songs van anderen, maar de prachtige songs op I Just Need To Conquer This Mountain zijn wat mij betreft minstens net zo interessant en nog net wat mooier gezongen. Prachtalbum. Erwin Zijleman
Sarah Borges & The Broken Singles - Love's Middle Name (2018)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2018, 15:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Borges and The Broken Singles - Love's Middle Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Borges lijkt dit keer voor de rock te kiezen, maar als de roots er in sluipt stijgt ze naar grote hoogten
Het is al weer een tijd geleden dat Sarah Borges voor het eerst overtuigde met een rauwe en energieke mix van roots en rock ’n roll. Sindsdien verschijnt er af en toe een plaat van de Amerikaanse muzikante en ze zijn allemaal goed. Het geldt ook weer voor Love’s Middle Name dat in eerste instantie vol voor de rock lijkt te kiezen, maar de roots sluipt er langzaam in. Het levert een plaat op met geweldige songs en het is een plaat met ballen. Als rockchick grijpt Sarah Borges je makkelijk bij de strot, als de country in haar muziek sluipt komt de emotie.
Sarah Borges debuteerde in 2005 met het verbluffend goede Silver City. Op haar debuut vermengde de singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, invloeden uit de Americana met flink wat rock ’n roll en rockabilly, wat haar muziek voorzag van veel passie en energie en bovendien van een heerlijk rauw randje.
Silver City werd twee jaar later gevolgd door het al even goede en misschien zelfs wel nog wat betere Diamonds In The Dark. De plaat deed, net als het zo goede debuut, helaas weinig, waarna de Amerikaanse muzikante op het in 2009 verschenen The Stars Are Out opschoof richting rock.
Na een paar jaar tijd te hebben gestoken in het moederschap keerde Sarah Borges op het in 2014 verschenen Radio Sweetheart weer wat terug naar de roots en nu is er dan Love’s Middle Name.
Het debuut van Sarah Borges en de plaat die ze vier jaar geleden uitbracht werden onder haar eigen naam uitgebracht, terwijl op de andere platen ook de naam van haar band The Broken Singles prijkt, wat zorgt voor een wat versnipperd bestaan op Spotify. Voor Love’s Middle Name zoek je op Sarah Borges and The Broken Singles en de plaat is sinds afgelopen week te vinden op de streaming dienst.
In de openingstrack lijkt Sarah Borges direct duidelijk te maken welke kant het dit keer op gaat. Love’s Middle Name opent met een lekker stevigere rocktrack, die het goed zal doen op de Amerikaanse radiostations die zijn gespecialiseerd in rock. Lekker rauwe gitaarriffs kleuren prachtig bij de nog altijd uitstekende stem van Sarah Borges, die sinds haar debuut langzaam maar zeker is voorzien van een laagje gruis.
Sarah Borges liet in het verleden al vaker horen dat ze uitstekend uit de voeten kan in de rock en Love’s Middle Name laat horen dat ze hier alleen maar beter in is geworden. The Broken Singles spelen hecht en grossieren in riffs die er lekker in hakken. Het zijn riffs die Sarah Borges in vocaal opzicht makkelijk aan kan, zodat haar krachtige stem er vrij makkelijk boven uit steekt.
Persoonlijk vond ik de balans tussen Americana en rock ’n roll en rockabilly in de songs van Sarah Borges een van haar sterkste wapens en het is een wapen dat op Love’s Middle Name pas na verloop van tijd wordt ingezet. Naarmate de plaat vordert winnen invloeden uit de roots aan kracht en overtuigt Sarah Borges me nog wat meer dan in de overigens bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs.
Wanneer Sarah Borges wat gas terug neemt hoor je dat ze een geweldig (alt-)country album zou kunnen maken en Lucinda Williams naar de kroon kan steken, maar als ze rockt veegt ze de vloer aan met heel wat rockbands en imponeert ze met bluesy rocksongs vol energie en kracht. De cover van een song van The J. Geils Band verraadt al wat de ouders van Sarah Borges in de kast hadden staan en ik weet zeker dat er een flink rijtje Rolling Stones naast stond.
Love’s Middle Name schiet na een rauwe start alle kanten op, met hier en daar flink wat invloeden uit de roots, en overtuigt uiteindelijk nog net wat meer dan de laatste paar platen van Sarah Borges. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Borges and The Broken Singles - Love's Middle Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Borges lijkt dit keer voor de rock te kiezen, maar als de roots er in sluipt stijgt ze naar grote hoogten
Het is al weer een tijd geleden dat Sarah Borges voor het eerst overtuigde met een rauwe en energieke mix van roots en rock ’n roll. Sindsdien verschijnt er af en toe een plaat van de Amerikaanse muzikante en ze zijn allemaal goed. Het geldt ook weer voor Love’s Middle Name dat in eerste instantie vol voor de rock lijkt te kiezen, maar de roots sluipt er langzaam in. Het levert een plaat op met geweldige songs en het is een plaat met ballen. Als rockchick grijpt Sarah Borges je makkelijk bij de strot, als de country in haar muziek sluipt komt de emotie.
Sarah Borges debuteerde in 2005 met het verbluffend goede Silver City. Op haar debuut vermengde de singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, invloeden uit de Americana met flink wat rock ’n roll en rockabilly, wat haar muziek voorzag van veel passie en energie en bovendien van een heerlijk rauw randje.
Silver City werd twee jaar later gevolgd door het al even goede en misschien zelfs wel nog wat betere Diamonds In The Dark. De plaat deed, net als het zo goede debuut, helaas weinig, waarna de Amerikaanse muzikante op het in 2009 verschenen The Stars Are Out opschoof richting rock.
Na een paar jaar tijd te hebben gestoken in het moederschap keerde Sarah Borges op het in 2014 verschenen Radio Sweetheart weer wat terug naar de roots en nu is er dan Love’s Middle Name.
Het debuut van Sarah Borges en de plaat die ze vier jaar geleden uitbracht werden onder haar eigen naam uitgebracht, terwijl op de andere platen ook de naam van haar band The Broken Singles prijkt, wat zorgt voor een wat versnipperd bestaan op Spotify. Voor Love’s Middle Name zoek je op Sarah Borges and The Broken Singles en de plaat is sinds afgelopen week te vinden op de streaming dienst.
In de openingstrack lijkt Sarah Borges direct duidelijk te maken welke kant het dit keer op gaat. Love’s Middle Name opent met een lekker stevigere rocktrack, die het goed zal doen op de Amerikaanse radiostations die zijn gespecialiseerd in rock. Lekker rauwe gitaarriffs kleuren prachtig bij de nog altijd uitstekende stem van Sarah Borges, die sinds haar debuut langzaam maar zeker is voorzien van een laagje gruis.
Sarah Borges liet in het verleden al vaker horen dat ze uitstekend uit de voeten kan in de rock en Love’s Middle Name laat horen dat ze hier alleen maar beter in is geworden. The Broken Singles spelen hecht en grossieren in riffs die er lekker in hakken. Het zijn riffs die Sarah Borges in vocaal opzicht makkelijk aan kan, zodat haar krachtige stem er vrij makkelijk boven uit steekt.
Persoonlijk vond ik de balans tussen Americana en rock ’n roll en rockabilly in de songs van Sarah Borges een van haar sterkste wapens en het is een wapen dat op Love’s Middle Name pas na verloop van tijd wordt ingezet. Naarmate de plaat vordert winnen invloeden uit de roots aan kracht en overtuigt Sarah Borges me nog wat meer dan in de overigens bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs.
Wanneer Sarah Borges wat gas terug neemt hoor je dat ze een geweldig (alt-)country album zou kunnen maken en Lucinda Williams naar de kroon kan steken, maar als ze rockt veegt ze de vloer aan met heel wat rockbands en imponeert ze met bluesy rocksongs vol energie en kracht. De cover van een song van The J. Geils Band verraadt al wat de ouders van Sarah Borges in de kast hadden staan en ik weet zeker dat er een flink rijtje Rolling Stones naast stond.
Love’s Middle Name schiet na een rauwe start alle kanten op, met hier en daar flink wat invloeden uit de roots, en overtuigt uiteindelijk nog net wat meer dan de laatste paar platen van Sarah Borges. Erwin Zijleman
Sarah Jarosz - Blue Heron Suite (2021)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2021, 16:58 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Blue Heron Suite - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blue Heron Suite lijkt misschien een tussendoortje van Sarah Jarosz, maar het is een wonderschoon en emotievol album dat absoluut iets toevoegt aan haar zo mooie oeuvre
In 2017 kreeg Sarah Jarosz een beurs voor het maken van een muziek suite. Een paar maanden later vertolkte ze Blue Heron Suite op de planken. In 2018 nam ze de muziek ook in de studio op en nu kunnen we genieten van een emotioneel beladen album. Het is een album dat aansluit op de andere albums van de nog altijd jonge maar inmiddels al gelouterde muzikante, maar het is ook een album dat wat ruwer en energieker klinkt, wat deels te maken heeft met de bijdragen van de gitarist en deels met het feit dat het album in een paar dagen nagenoeg live werd opgenomen. Het lijkt een tussendoortje of extraatje, maar het is wel een hele mooie. Precies zoals we dat inmiddels van Sarah Jarosz verwachten.
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Blue Heron Suite - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Blue Heron Suite lijkt misschien een tussendoortje van Sarah Jarosz, maar het is een wonderschoon en emotievol album dat absoluut iets toevoegt aan haar zo mooie oeuvre
In 2017 kreeg Sarah Jarosz een beurs voor het maken van een muziek suite. Een paar maanden later vertolkte ze Blue Heron Suite op de planken. In 2018 nam ze de muziek ook in de studio op en nu kunnen we genieten van een emotioneel beladen album. Het is een album dat aansluit op de andere albums van de nog altijd jonge maar inmiddels al gelouterde muzikante, maar het is ook een album dat wat ruwer en energieker klinkt, wat deels te maken heeft met de bijdragen van de gitarist en deels met het feit dat het album in een paar dagen nagenoeg live werd opgenomen. Het lijkt een tussendoortje of extraatje, maar het is wel een hele mooie. Precies zoals we dat inmiddels van Sarah Jarosz verwachten.
Sarah Jarosz - Polaroid Lovers (2024)

4,0
1
geplaatst: 29 januari 2024, 16:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Polaroid Lovers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Jarosz - Polaroid Lovers
De Amerikaanse muzikante Sarah Jarosz heeft New York verruild voor Nashville en dat hoor je op het wat gepolijster en poppier klinkende Polaroid Lovers, dat echter nog altijd kwaliteit ademt
Op haar 32e is Sarah Jarosz al toe aan haar zevende soloalbum. Op de vorige zes liet ze een voorkeur voor wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek en een liefde voor bluegrass horen, maar op het met Nashville producer Daniel Tashian gemaakte Polaroid Lovers klinkt de muziek van Sarah Jarosz een stuk moderner. Het album neigt hier en daar richting countrypop met een vleugje rock, maar bevat ook een aantal tracks die dichter tegen de vorige albums van de Amerikaanse muzikante aanleunen. Die songs betoveren wat mij betreft het makkelijkst, maar ook in de wat moderner klinkende songs blijft Sarah Jarosz wat mij betreft heel makkelijk overeind. Ik ben nog steeds fan, dat is zeker.
Sarah Jarosz bleek als kind een zeer getalenteerde muzikante en stond al op haar twaalfde op het podium in haar geboortestad Austin, Texas, waar ze indruk maakte met haar mandoline, banjo en gitaar. Toen ze vervolgens ook nog bleek te beschikken over een hele mooie stem stonden de platenmaatschappijen voor haar in de rij. Ze kreeg op haar zestiende een platencontract en debuteerde op haar achttiende met het uitstekende Song Up In Her Head, waarop haar songs stevig verankerd waren in de bluegrass.
Toen ze haar studie aan het New England Conservatory Of Music voltooide had ze al drie albums op haar naam staan en ook Follow Me Down uit 2011 en Build Me Up From Bones uit 2013 waren ijzersterke albums, waarop de inmiddels naar New York uitgeweken Sarah Jarosz liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kon, al verloor ze haar eerste liefde, de bluegrass, nooit helemaal uit het oog.
Met Undercurrent uit 2016, World On The Ground uit 2020 en het bijzondere Blue Heron Suite uit 2021 bleef Sarah Jarosz strooien met uitstekende albums, die vooral werden gekoesterd door liefhebbers van wat traditionelere Americana en in de tussentijd maakte ze samen met Sara Watkins en Aoife O'Donovan ook nog een geweldig album met het gelegenheidstrio I’m With Her.
Sindsdien was het wat stil rond Sarah Jarosz, die echter wel was te horen op flink wat albums van anderen. De Amerikaanse muzikante, die nog altijd pas 32 jaar oud is, heeft New York inmiddels verruild voor Nashville, Tennessee, en levert deze week met Polaroid Lovers dan eindelijk haar zevende album af.
Voor de productie van dit album deed Sarah Jarosz een beroep op de zeer gewilde Nashville producer Daniel Tashian, die vooral bekend is voor zijn werk met Kacey Musgraves (hij produceerde zowel het briljante Golden Hour als het toch wat tegenvallende Star-Crossed), maar ook werkte met onder andere Lily & Madeleine, Birdy, Natalie Hemby en recent nog met Brittney Spencer.
De producties van Daniel Tashian bevinden zich meestal op het snijvlak van country en pop en dat is een gebied waarin Sarah Jarosz zich tot dusver niet bewoog. Polaroid Lovers laat direct horen dat het deze keer anders is, want het album opent met een behoorlijk gepolijste pop en rocksong met een vleugje roots. Sarah Jarosz heeft haar akoestische snareninstrumenten in deze openingstrack in de koffer gelaten en zingt ook wat poppier dan we van haar gewend zijn.
Het is even slikken, maar als liefhebber van Nashville countrypop kan ik er wel tegen en ook de wat gepolijstere muziek van Sarah Jarosz klinkt nog altijd zeer smaakvol, Polaroid Lovers hinkt een beetje op twee gedachten, want het album bevat ook flink wat songs die dichter aan zitten tegen de muziek die Sarah Jarosz op haar vorige albums maakte, maar dan met een dun laagje Nashville polijst. In de wat meer ingetogen songs vind ik de stem van Sarah Jarosz persoonlijk mooier en als dan ook het snarenwerk wat meer ruimte krijgt haalt de Amerikaanse muzikante ook met deze net wat andere koers een zeer hoog niveau.
Ook als Polaroid Lovers wat doorbuigt richting Nashville countrypop blijft het bijzonder lekker klinken, wat niet alleen de verdienste is van de geweldige muzikanten op het album en de mooie stem van Sarah Jarosz, maar ook van de productionele vaardigheden van Daniel Tashian. Polaroid Lovers is misschien niet zo consistent als de vorige albums van Sarah Jarosz, maar ik ga ook dit keer genadeloos voor de bijl. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Polaroid Lovers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Jarosz - Polaroid Lovers
De Amerikaanse muzikante Sarah Jarosz heeft New York verruild voor Nashville en dat hoor je op het wat gepolijster en poppier klinkende Polaroid Lovers, dat echter nog altijd kwaliteit ademt
Op haar 32e is Sarah Jarosz al toe aan haar zevende soloalbum. Op de vorige zes liet ze een voorkeur voor wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek en een liefde voor bluegrass horen, maar op het met Nashville producer Daniel Tashian gemaakte Polaroid Lovers klinkt de muziek van Sarah Jarosz een stuk moderner. Het album neigt hier en daar richting countrypop met een vleugje rock, maar bevat ook een aantal tracks die dichter tegen de vorige albums van de Amerikaanse muzikante aanleunen. Die songs betoveren wat mij betreft het makkelijkst, maar ook in de wat moderner klinkende songs blijft Sarah Jarosz wat mij betreft heel makkelijk overeind. Ik ben nog steeds fan, dat is zeker.
Sarah Jarosz bleek als kind een zeer getalenteerde muzikante en stond al op haar twaalfde op het podium in haar geboortestad Austin, Texas, waar ze indruk maakte met haar mandoline, banjo en gitaar. Toen ze vervolgens ook nog bleek te beschikken over een hele mooie stem stonden de platenmaatschappijen voor haar in de rij. Ze kreeg op haar zestiende een platencontract en debuteerde op haar achttiende met het uitstekende Song Up In Her Head, waarop haar songs stevig verankerd waren in de bluegrass.
Toen ze haar studie aan het New England Conservatory Of Music voltooide had ze al drie albums op haar naam staan en ook Follow Me Down uit 2011 en Build Me Up From Bones uit 2013 waren ijzersterke albums, waarop de inmiddels naar New York uitgeweken Sarah Jarosz liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kon, al verloor ze haar eerste liefde, de bluegrass, nooit helemaal uit het oog.
Met Undercurrent uit 2016, World On The Ground uit 2020 en het bijzondere Blue Heron Suite uit 2021 bleef Sarah Jarosz strooien met uitstekende albums, die vooral werden gekoesterd door liefhebbers van wat traditionelere Americana en in de tussentijd maakte ze samen met Sara Watkins en Aoife O'Donovan ook nog een geweldig album met het gelegenheidstrio I’m With Her.
Sindsdien was het wat stil rond Sarah Jarosz, die echter wel was te horen op flink wat albums van anderen. De Amerikaanse muzikante, die nog altijd pas 32 jaar oud is, heeft New York inmiddels verruild voor Nashville, Tennessee, en levert deze week met Polaroid Lovers dan eindelijk haar zevende album af.
Voor de productie van dit album deed Sarah Jarosz een beroep op de zeer gewilde Nashville producer Daniel Tashian, die vooral bekend is voor zijn werk met Kacey Musgraves (hij produceerde zowel het briljante Golden Hour als het toch wat tegenvallende Star-Crossed), maar ook werkte met onder andere Lily & Madeleine, Birdy, Natalie Hemby en recent nog met Brittney Spencer.
De producties van Daniel Tashian bevinden zich meestal op het snijvlak van country en pop en dat is een gebied waarin Sarah Jarosz zich tot dusver niet bewoog. Polaroid Lovers laat direct horen dat het deze keer anders is, want het album opent met een behoorlijk gepolijste pop en rocksong met een vleugje roots. Sarah Jarosz heeft haar akoestische snareninstrumenten in deze openingstrack in de koffer gelaten en zingt ook wat poppier dan we van haar gewend zijn.
Het is even slikken, maar als liefhebber van Nashville countrypop kan ik er wel tegen en ook de wat gepolijstere muziek van Sarah Jarosz klinkt nog altijd zeer smaakvol, Polaroid Lovers hinkt een beetje op twee gedachten, want het album bevat ook flink wat songs die dichter aan zitten tegen de muziek die Sarah Jarosz op haar vorige albums maakte, maar dan met een dun laagje Nashville polijst. In de wat meer ingetogen songs vind ik de stem van Sarah Jarosz persoonlijk mooier en als dan ook het snarenwerk wat meer ruimte krijgt haalt de Amerikaanse muzikante ook met deze net wat andere koers een zeer hoog niveau.
Ook als Polaroid Lovers wat doorbuigt richting Nashville countrypop blijft het bijzonder lekker klinken, wat niet alleen de verdienste is van de geweldige muzikanten op het album en de mooie stem van Sarah Jarosz, maar ook van de productionele vaardigheden van Daniel Tashian. Polaroid Lovers is misschien niet zo consistent als de vorige albums van Sarah Jarosz, maar ik ga ook dit keer genadeloos voor de bijl. Erwin Zijleman
Sarah Jarosz - Undercurrent (2016)

4,5
0
geplaatst: 17 juni 2016, 11:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Undercurrent - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Austin, Texas, geboren muzikante Sarah Jarosz werd vorige maand pas 25, maar heeft inmiddels al een heel muziekleven achter zich.
Op haar twaalfde stond ze als snarenwonder al op het podium met diverse grootheden uit de bluegrass, op haar zestiende debuteerde ze zeer verdienstelijk met het op het gerenommeerde Sugar Hill label uitgebrachte en zeer fraaie Song Up In Hear Head en ook met het in 2011 verschenen Follow Me Down en het uit 2013 stammende Build Me Up From Bones maakte de jonge Sarah Jarosz veel indruk. Heel veel indruk zelfs.
Inmiddels zijn we weer drie jaar verder en mogen we spreken van een gelouterde muzikante. De tegenwoordig in New York woonachtige Sarah Jarosz liet op het geweldige Build Me Up From Bones al horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en dat terrein is op Undercurrent alleen maar breder geworden.
Dat betekent overigens niet dat er heel veel veranderd is. Ook op Undercurrent laat Sarah Jarosz weer horen dat ze meerdere snareninstrumenten (banjo, mandoline, gitaar) tot in de perfectie beheerst en dat ze ook nog eens beschikt over een geweldige stem. De Amerikaanse singer-songwriter omringt zich inmiddels al een aantal jaren met dezelfde muzikanten en deze zijn ook op Undercurrent van de partij.
Op de plaat zijn wat minder gastmuzikanten te horen dan op de vorige plaat, maar met bijdragen van onder andere Sara Watkins, Aoife O'Donovan, Luke Reynolds, Parker Millsap en Jedd Hughes valt er voor de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek niets te klagen. Persoonlijk hoor ik Sarah Jarosz misschien nog wel het liefst in haar duppie, zoals in de mooiste songs op de plaat (Early Morning Light, Everything to Hide, Take Another Turn en Jacqueline).
Bluegrass was de eerste liefde van Sarah Jarosz en die liefde houdt de Amerikaanse ook op Undercurrent in ere, al hebben invloeden uit de folk en country zeker aan invloed gewonnen en duiken er ook wat jazzy invloeden op.
De instrumentatie op de plaat is ingetogen maar echt wonderschoon. In de instrumentatie staan de snareninstrumenten centraal, maar ook de subtiele bijdragen van andere instrumenten zijn bijzonder trefzeker.
Het past allemaal prachtig bij de stem van Sarah Jarosz, die de afgelopen drie jaar zeker aan kracht en doorleving heeft gewonnen. In een aantal songs op Undercurrent steekt Sarah Jarosz de helaas weinig productieve Gillian Welch naar de kroon met prachtige bijna verstilde songs, maar op haar nieuwe plaat vindt de jonge Amerikaanse muzikante ook aansluiting bij andere genres binnen de Americana.
Undercurrent is wel een plaat die je met volledige aandacht moet beluisteren, maar als je dit doet valt er verschrikkelijk veel moois te ontdekken en is kippenvel zeker niet uit te sluiten. Sarah Jarosz zal wel een keer stoppen met groeien, maar vooralsnog is de groei die ze ook op Undercurrent weer laat horen bijzonder indrukwekkend. Voor mij een jaarlijstjesplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - Undercurrent - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Austin, Texas, geboren muzikante Sarah Jarosz werd vorige maand pas 25, maar heeft inmiddels al een heel muziekleven achter zich.
Op haar twaalfde stond ze als snarenwonder al op het podium met diverse grootheden uit de bluegrass, op haar zestiende debuteerde ze zeer verdienstelijk met het op het gerenommeerde Sugar Hill label uitgebrachte en zeer fraaie Song Up In Hear Head en ook met het in 2011 verschenen Follow Me Down en het uit 2013 stammende Build Me Up From Bones maakte de jonge Sarah Jarosz veel indruk. Heel veel indruk zelfs.
Inmiddels zijn we weer drie jaar verder en mogen we spreken van een gelouterde muzikante. De tegenwoordig in New York woonachtige Sarah Jarosz liet op het geweldige Build Me Up From Bones al horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en dat terrein is op Undercurrent alleen maar breder geworden.
Dat betekent overigens niet dat er heel veel veranderd is. Ook op Undercurrent laat Sarah Jarosz weer horen dat ze meerdere snareninstrumenten (banjo, mandoline, gitaar) tot in de perfectie beheerst en dat ze ook nog eens beschikt over een geweldige stem. De Amerikaanse singer-songwriter omringt zich inmiddels al een aantal jaren met dezelfde muzikanten en deze zijn ook op Undercurrent van de partij.
Op de plaat zijn wat minder gastmuzikanten te horen dan op de vorige plaat, maar met bijdragen van onder andere Sara Watkins, Aoife O'Donovan, Luke Reynolds, Parker Millsap en Jedd Hughes valt er voor de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek niets te klagen. Persoonlijk hoor ik Sarah Jarosz misschien nog wel het liefst in haar duppie, zoals in de mooiste songs op de plaat (Early Morning Light, Everything to Hide, Take Another Turn en Jacqueline).
Bluegrass was de eerste liefde van Sarah Jarosz en die liefde houdt de Amerikaanse ook op Undercurrent in ere, al hebben invloeden uit de folk en country zeker aan invloed gewonnen en duiken er ook wat jazzy invloeden op.
De instrumentatie op de plaat is ingetogen maar echt wonderschoon. In de instrumentatie staan de snareninstrumenten centraal, maar ook de subtiele bijdragen van andere instrumenten zijn bijzonder trefzeker.
Het past allemaal prachtig bij de stem van Sarah Jarosz, die de afgelopen drie jaar zeker aan kracht en doorleving heeft gewonnen. In een aantal songs op Undercurrent steekt Sarah Jarosz de helaas weinig productieve Gillian Welch naar de kroon met prachtige bijna verstilde songs, maar op haar nieuwe plaat vindt de jonge Amerikaanse muzikante ook aansluiting bij andere genres binnen de Americana.
Undercurrent is wel een plaat die je met volledige aandacht moet beluisteren, maar als je dit doet valt er verschrikkelijk veel moois te ontdekken en is kippenvel zeker niet uit te sluiten. Sarah Jarosz zal wel een keer stoppen met groeien, maar vooralsnog is de groei die ze ook op Undercurrent weer laat horen bijzonder indrukwekkend. Voor mij een jaarlijstjesplaat. Erwin Zijleman
Sarah Jarosz - World on the Ground (2020)

4,5
1
geplaatst: 6 juni 2020, 10:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - World On The Ground - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Jarosz - World On The Ground
Sarah Jarosz is alweer toe aan haar vijfde soloalbum en slaagt er in om weer een flinke stap vooruit te zetten op een bijzonder mooi en uiterst veelzijdig rootsalbum
Sarah Jarosz debuteerde op haar 17e en heeft op haar 29e al een vijftal fraaie albums op haar naam staan. World On The Ground is wat mij betreft de beste van het stel. Sarah Jarosz begon ooit in de bluegrass, maar tekent inmiddels voor een verrassend veelzijdig rootsgeluid, waarin ook plaats is voor invloeden uit de folk, country, jazz en pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar Sarah Jarosz maakt op haar nieuwe album de meeste indruk met haar zang en vooral met haar songs. Het zijn intieme en persoonlijke songs die terugkeren naar het kleine Texaanse dorp waarin ze opgroeide. Geweldig album van de altijd nog jonge Amerikaanse muzikante.
Sarah Jarosz vierde een week of twee geleden pas haar 29e verjaardag, maar draait inmiddels toch al heel wat jaren mee in de muziek. Op haar tiende kon ze met de besten mee op de mandoline (en later ook op de banjo) en stond ze op het podium met oude bluegrass helden, op haar zestiende tekende ze haar eerste platencontract bij het aansprekende Sugar Hill Records, om vervolgens op haar zeventiende te debuteren.
Song Up in Her Head (2009), Follow Me Down (2011), Build Me Up from Bones (2013) en Undercurrent (2016) waren stuk voor stuk uitstekende albums, waarop Sarah Jarosz langzaam opschoof van bluegrass naar breder georiënteerde Amerikaanse rootsmuziek. Deze week verscheen World On The Ground en ook het vijfde album van de muzikante, die werd geboren in Texas maar inmiddels al weer een tijd in New York woont, is van een bijzonder hoog niveau.
Sarah Jarosz heeft flink de tijd genomen voor haar nieuwe album, maar zat de afgelopen jaren zeker niet stil. Zo vormde ze samen met Sara Watkins en Aoife O'Donovan het trio I’m With Her, dat de afgelopen twee jaar stevig aan de weg timmerde en een uitstekend debuut afleverde. Op World On The Ground werkt de singer-songwriter uit New York samen met de gelouterde muzikant, songwriter en producer John Leventhal, die de afgelopen decennia een indrukwekkend CV heeft opgebouwd. Sarah Jarosz en John Leventhal hebben het album voor een belangrijk deel samen gemaakt, waarbij het natuurlijk helpt dat beiden op flink wat instrumenten uit de voeten kunnen.
Op World On The Ground keert Sarah Jarosz terug naar de plek waar ze opgroeide, Wimberley, een dorp onder de rook van Austin, Texas. Het album staat vol mooie persoonlijke verhalen en al even mooie songs, die vaak een ingetogen karakter hebben. Sarah Jarosz schuurde met haar eerste albums nog dicht tegen de traditionele bluegrass aan, maar bestreek op haar laatste albums zoals eerder gezegd al een veel breder palet. World On The Ground trekt deze lijn door en kan uit de voeten met folk, country, jazz, pop en hier en daar een vleugje bluegrass.
Dat bredere palet hoor je in de instrumentatie waarin gitaren domineren en de banjo wat aan terrein heeft verloren, al eist het instrument de hoofdrol op in de traditioneel aandoende slottrack. Het klinkt allemaal prachtig, met een hoofdrol voor prachtig gitaarwerk en fraaie accenten van andere instrumenten.
Ook in de zang hoor je dat Sarah Jarosz haar hele jonge jaren achter zich heeft gelaten. Haar stem klinkt warmer en volwassener en draagt de mooie songs op het album met speels gemak. Het levert een fraai album op, dat misschien nog wel het meest opvalt door de uitstekende songs op het album. Sarah Jarosz is gegroeid als zangeres, maar heeft als songwriter nog veel grotere stappen gezet. De persoonlijke songs op het album steken knap in elkaar en hebben een fraai evenwicht gevonden tussen traditie, aanstekelijkheid en diepgang.
Ik was altijd al zeer gecharmeerd van de muziek van Sarah Jarosz, maar met World On The Ground laat de nog altijd jonge Amerikaanse muzikante de status van belofte definitief achter zich. Sarah Jarosz behoort ook met haar vijfde album weer tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Jarosz - World On The Ground - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Jarosz - World On The Ground
Sarah Jarosz is alweer toe aan haar vijfde soloalbum en slaagt er in om weer een flinke stap vooruit te zetten op een bijzonder mooi en uiterst veelzijdig rootsalbum
Sarah Jarosz debuteerde op haar 17e en heeft op haar 29e al een vijftal fraaie albums op haar naam staan. World On The Ground is wat mij betreft de beste van het stel. Sarah Jarosz begon ooit in de bluegrass, maar tekent inmiddels voor een verrassend veelzijdig rootsgeluid, waarin ook plaats is voor invloeden uit de folk, country, jazz en pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar Sarah Jarosz maakt op haar nieuwe album de meeste indruk met haar zang en vooral met haar songs. Het zijn intieme en persoonlijke songs die terugkeren naar het kleine Texaanse dorp waarin ze opgroeide. Geweldig album van de altijd nog jonge Amerikaanse muzikante.
Sarah Jarosz vierde een week of twee geleden pas haar 29e verjaardag, maar draait inmiddels toch al heel wat jaren mee in de muziek. Op haar tiende kon ze met de besten mee op de mandoline (en later ook op de banjo) en stond ze op het podium met oude bluegrass helden, op haar zestiende tekende ze haar eerste platencontract bij het aansprekende Sugar Hill Records, om vervolgens op haar zeventiende te debuteren.
Song Up in Her Head (2009), Follow Me Down (2011), Build Me Up from Bones (2013) en Undercurrent (2016) waren stuk voor stuk uitstekende albums, waarop Sarah Jarosz langzaam opschoof van bluegrass naar breder georiënteerde Amerikaanse rootsmuziek. Deze week verscheen World On The Ground en ook het vijfde album van de muzikante, die werd geboren in Texas maar inmiddels al weer een tijd in New York woont, is van een bijzonder hoog niveau.
Sarah Jarosz heeft flink de tijd genomen voor haar nieuwe album, maar zat de afgelopen jaren zeker niet stil. Zo vormde ze samen met Sara Watkins en Aoife O'Donovan het trio I’m With Her, dat de afgelopen twee jaar stevig aan de weg timmerde en een uitstekend debuut afleverde. Op World On The Ground werkt de singer-songwriter uit New York samen met de gelouterde muzikant, songwriter en producer John Leventhal, die de afgelopen decennia een indrukwekkend CV heeft opgebouwd. Sarah Jarosz en John Leventhal hebben het album voor een belangrijk deel samen gemaakt, waarbij het natuurlijk helpt dat beiden op flink wat instrumenten uit de voeten kunnen.
Op World On The Ground keert Sarah Jarosz terug naar de plek waar ze opgroeide, Wimberley, een dorp onder de rook van Austin, Texas. Het album staat vol mooie persoonlijke verhalen en al even mooie songs, die vaak een ingetogen karakter hebben. Sarah Jarosz schuurde met haar eerste albums nog dicht tegen de traditionele bluegrass aan, maar bestreek op haar laatste albums zoals eerder gezegd al een veel breder palet. World On The Ground trekt deze lijn door en kan uit de voeten met folk, country, jazz, pop en hier en daar een vleugje bluegrass.
Dat bredere palet hoor je in de instrumentatie waarin gitaren domineren en de banjo wat aan terrein heeft verloren, al eist het instrument de hoofdrol op in de traditioneel aandoende slottrack. Het klinkt allemaal prachtig, met een hoofdrol voor prachtig gitaarwerk en fraaie accenten van andere instrumenten.
Ook in de zang hoor je dat Sarah Jarosz haar hele jonge jaren achter zich heeft gelaten. Haar stem klinkt warmer en volwassener en draagt de mooie songs op het album met speels gemak. Het levert een fraai album op, dat misschien nog wel het meest opvalt door de uitstekende songs op het album. Sarah Jarosz is gegroeid als zangeres, maar heeft als songwriter nog veel grotere stappen gezet. De persoonlijke songs op het album steken knap in elkaar en hebben een fraai evenwicht gevonden tussen traditie, aanstekelijkheid en diepgang.
Ik was altijd al zeer gecharmeerd van de muziek van Sarah Jarosz, maar met World On The Ground laat de nog altijd jonge Amerikaanse muzikante de status van belofte definitief achter zich. Sarah Jarosz behoort ook met haar vijfde album weer tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder (2019)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2019, 10:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder
Het valt niet mee om je te onderscheiden binnen het enorme aanbod aan rootsmuziek van het moment, maar Sarah Lee Langford doet het met haar debuut
Een bijzondere stem, sterke songs, indringende persoonlijke verhalen en een vol geluid vol prachtig gitaar- en pedal steel werk. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van het debuut van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, put vooral uit de archieven van de country, maar voegt er een subtiel randje rootsrock aan toe. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van Sarah Lee Langford, maar als je je raakt, raakt Two Hearted Rounder je ook goed. Een van de betere debuten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit jaar.
Sarah Lee Langford is een singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, die deze week debuteert met Two Hearted Rounder. Het is momenteel dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en zeker wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar Sarah Lee Langford heeft wat mij betreft een debuut afgeleverd dat zich om een aantal redenen voldoende weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment.
De singer-songwriter uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten beschikt allereerst over een bijzonder stemgeluid. In de recensies die ik tot dusver heb gelezen worden heel wat namen genoemd, waaronder die van Joni Mitchell, Emmylou Harris, Lucinda Williams en Gillian Welch. Ik vind het lastig om een van deze namen er uit te pikken, want ik hoor van alle bovengenoemde zangeressen wel wat in de stem van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Alabama heeft een emotievolle stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar het is ook een stem die een wat onvast karakter en een wat onderkoeld randje heeft.
Het is een stem waarvan waarschijnlijk niet iedereen gecharmeerd zal zijn, maar ik heb wel wat met de stem van Sarah Lee Langford. De hier en daar licht schurende vocalen voorzien de songs van de Amerikaanse singer-songwriter van emotie, zeggingskracht en urgentie en dat is een groot goed voor een singer-songwriter.
De bijzondere zang is niet het enige dat opvalt bij beluistering van Two Hearted Rounder. Sarah Lee Langford maakt op haar debuut op zich vrij ingetogen muziek, maar die heeft ze prachtig vol laten inkleuren. Ze deed voor haar debuut een beroep op twee bands uit de muziekscene van Birmingham, Alabama, en die leveren vakwerk af.
Leden van de mij onbekende band Vulture Whale en leden van de uiteraard wel bekende band The Dexateens hebben Two Hearted Rounder voorzien van een vol geluid waarin de gitaren domineren en de pedal steel de hoofdrol mag spelen. Het zorgt voor een net wat steviger en vaak wat broeierig klinkend rootsgeluid, dat niet alleen uitstekend past bij de bijzondere stem van Sarah Lee Langford, maar dat haar debuut ook anders laat klinken dan de albums van haar soortgenoten, al doet het wel wat denken aan het debuut van Sarah Shook & The Disarmers, dat vorig jaar toch wel wat verrassend de top 3 van mijn jaarlijstje haalde.
Ook hiermee zijn we er nog niet, want het debuut van de singer-songwriter uit Alabama staat ook nog eens vol met sterke songs, waarin indringende verhalen worden verteld over de pieken maar zeker ook de dalen in het leven van Sarah Lee Langford, wat het album voorziet van een donker randje en flink wat doorleving.
Het is momenteel zoals gezegd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar iedere keer dat ik naar Two Hearted Rounder luister, ben ik wat meer gecharmeerd van het debuut van Sarah Lee Langford, van haar persoonlijke songs en van haar bijzondere stem. En wanneer deze stem even inhoudt is er het geweldige snarenwerk op het album. Het gitaarwerk is lekker vol, waarna de pedal steel de ruimte volledig inkleurt met broeierige klanken. Het zorgt niet alleen voor een bijzonder fraai geluid, maar ook voor voldoende variatie op dit sterke album.
Het zal Sarah Lee Langford waarschijnlijk niet meevallen om binnen het enorme aanbod van het moment de aandacht te trekken, maar Two Hearted Rounder is een debuut dat echt alle aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder
Het valt niet mee om je te onderscheiden binnen het enorme aanbod aan rootsmuziek van het moment, maar Sarah Lee Langford doet het met haar debuut
Een bijzondere stem, sterke songs, indringende persoonlijke verhalen en een vol geluid vol prachtig gitaar- en pedal steel werk. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van het debuut van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, put vooral uit de archieven van de country, maar voegt er een subtiel randje rootsrock aan toe. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van Sarah Lee Langford, maar als je je raakt, raakt Two Hearted Rounder je ook goed. Een van de betere debuten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit jaar.
Sarah Lee Langford is een singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, die deze week debuteert met Two Hearted Rounder. Het is momenteel dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en zeker wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar Sarah Lee Langford heeft wat mij betreft een debuut afgeleverd dat zich om een aantal redenen voldoende weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment.
De singer-songwriter uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten beschikt allereerst over een bijzonder stemgeluid. In de recensies die ik tot dusver heb gelezen worden heel wat namen genoemd, waaronder die van Joni Mitchell, Emmylou Harris, Lucinda Williams en Gillian Welch. Ik vind het lastig om een van deze namen er uit te pikken, want ik hoor van alle bovengenoemde zangeressen wel wat in de stem van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Alabama heeft een emotievolle stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar het is ook een stem die een wat onvast karakter en een wat onderkoeld randje heeft.
Het is een stem waarvan waarschijnlijk niet iedereen gecharmeerd zal zijn, maar ik heb wel wat met de stem van Sarah Lee Langford. De hier en daar licht schurende vocalen voorzien de songs van de Amerikaanse singer-songwriter van emotie, zeggingskracht en urgentie en dat is een groot goed voor een singer-songwriter.
De bijzondere zang is niet het enige dat opvalt bij beluistering van Two Hearted Rounder. Sarah Lee Langford maakt op haar debuut op zich vrij ingetogen muziek, maar die heeft ze prachtig vol laten inkleuren. Ze deed voor haar debuut een beroep op twee bands uit de muziekscene van Birmingham, Alabama, en die leveren vakwerk af.
Leden van de mij onbekende band Vulture Whale en leden van de uiteraard wel bekende band The Dexateens hebben Two Hearted Rounder voorzien van een vol geluid waarin de gitaren domineren en de pedal steel de hoofdrol mag spelen. Het zorgt voor een net wat steviger en vaak wat broeierig klinkend rootsgeluid, dat niet alleen uitstekend past bij de bijzondere stem van Sarah Lee Langford, maar dat haar debuut ook anders laat klinken dan de albums van haar soortgenoten, al doet het wel wat denken aan het debuut van Sarah Shook & The Disarmers, dat vorig jaar toch wel wat verrassend de top 3 van mijn jaarlijstje haalde.
Ook hiermee zijn we er nog niet, want het debuut van de singer-songwriter uit Alabama staat ook nog eens vol met sterke songs, waarin indringende verhalen worden verteld over de pieken maar zeker ook de dalen in het leven van Sarah Lee Langford, wat het album voorziet van een donker randje en flink wat doorleving.
Het is momenteel zoals gezegd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar iedere keer dat ik naar Two Hearted Rounder luister, ben ik wat meer gecharmeerd van het debuut van Sarah Lee Langford, van haar persoonlijke songs en van haar bijzondere stem. En wanneer deze stem even inhoudt is er het geweldige snarenwerk op het album. Het gitaarwerk is lekker vol, waarna de pedal steel de ruimte volledig inkleurt met broeierige klanken. Het zorgt niet alleen voor een bijzonder fraai geluid, maar ook voor voldoende variatie op dit sterke album.
Het zal Sarah Lee Langford waarschijnlijk niet meevallen om binnen het enorme aanbod van het moment de aandacht te trekken, maar Two Hearted Rounder is een debuut dat echt alle aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman
Sarah Lee Langford & Will Stewart - Bad Luck & Love (2022)

4,5
0
geplaatst: 23 november 2022, 17:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Lee Langford & Will Stewart - Bad Luck & Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Lee Langford & Will Stewart - Bad Luck & Love
Drie jaar na haar geweldige debuutalbum, keert Sarah Lee Langford, dit keer samen met Will Stewart, terug met Bad Luck & Love dat al net zo imponeert met geweldig gitaarwerk en uitstekende zang
Two Hearted Rounder van Sarah Lee Langford was voor mij een van de grootste roots verrassingen van 2019. We hebben even moeten wachten op een nieuw album van de Amerikaanse muzikante, maar deze week duikt ze op met het samen met Will Stewart gemaakte Bad Luck & Love. In vocaal opzicht klinkt het album door de bijdragen van Will Stewart net wat anders, maar alle sterke punten van Two Hearted Rounder zijn gelukkig behouden. Ook dit keer domineren invloeden uit de country en is gekozen voor een door gitaren bepaald geluid, waarin de stemmen van Will Stewart en Sarah Lee Langford mogen schitteren. Ik vind het weer prachtig.
Sarah Lee Langford zorgde aan het eind van 2019 voor een daverende verrassing met haar debuutalbum Two Hearted Rounder. De muzikante uit Birmingham, Alabama, maakte wat mij betreft behoorlijk wat indruk met een mooie mix van country en rootsrock, met een geweldig geluid vol uitstekend snarenwerk, met uitstekende songs en met een overtuigende stem, die veel emotie en doorleving toevoegde aan haar countrysongs. Dat Two Hearted Rounder hoog eindigde in mijn jaarlijstje over 2019 was voor mij dan ook geen verrassing, maar het album had veel meer waardering verdiend.
Deze week keert Sarah Lee Langford eindelijk terug met de opvolger van het verrassend sterke debuutalbum. Op Bad Luck & Love prijkt niet alleen de naam van Sarah Lee Langford, maar ook die van de eveneens uit Birmingham, Alabama, afkomstige Will Stewart. Bad Luck & Love klinkt door de aanwezigheid van Will Stewart anders dan het zo goede Two Hearted Rounder, maar de verschillen tussen beide albums moeten niet overdreven worden.
Ook op Bad Luck & Love domineren country en rootsrock en zijn de songs zonder uitzondering sterk. Net als op haar debuutalbum imponeert Sarah Lee Langford met haar stem, die met enige regelmaat fraai samenvloeit met die van Will Stewart. Net als op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante domineren op Bad Luck & Love de gitaren en de pedal steel, waarvoor wederom een beroep is gedaan op muzikanten van de bands The Dexateens en Vulture Whale.
Bad Luck & Love is hierdoor een logische opvolger van Two Hearted Rounder, met een paar fraaie duetten als bonus. Wanneer het gaat om duetten in de country en countryrock ligt de lat hoog, maar ook Sarah Lee Langford en Will Stewart kunnen er wat van. Het zijn overigens duetten waarin Sarah Lee Langford meestal de hoofdrol opeist en Will Stewart vooral ondersteunt, maar het resultaat mag er zijn, overigens ook wanneer de rollen worden omgedraaid.
Op Bad Luck & Love ben je bij Sarah Lee Langford en Will Stewart aan het verkeerde adres voor muzikale vernieuwing. Het album van de twee muzikanten uit Alabama is vooral een degelijk rootsalbum, maar daar is in dit geval niets mis mee. Met name het snarenwerk op het album is prachtig en ook in vocaal opzicht stellen Sarah Lee Langford en Will Stewart geen moment teleur.
Het komt allemaal ook nog eens prachtig door de speakers, maar belangrijker is nog het feit dat de twee Amerikaanse muzikanten zeer aansprekende songs hebben geschreven. Het zijn songs die stuk voor stuk vanaf de eerste beluistering vertrouwd aanvoelen en het zijn bovendien songs die binnen de bandbreedte van de genres waarbinnen Sarah Lee Langford en Will Stewart opereren voldoende gevarieerd klinken.
Two Hearted Rounder wist me uiteindelijk volledig in te pakken en wist het tot jaarlijstjesalbum te schoppen en ik sluit niet uit dat dit ook Bad Luck & Love gaat lukken. Zeker wanneer prachtig gitaarwerk wordt gecombineerd met de prachtige stem van Sarah Lee Langford zorgt ook dit nieuwe album immers makkelijk voor kippenvel en bereiken de twee Amerikaanse muzikanten een niveau dat wat mij betreft niet onder doet voor dat van de beste rootsalbums die 2022 ons tot dusver heeft opgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Lee Langford & Will Stewart - Bad Luck & Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Lee Langford & Will Stewart - Bad Luck & Love
Drie jaar na haar geweldige debuutalbum, keert Sarah Lee Langford, dit keer samen met Will Stewart, terug met Bad Luck & Love dat al net zo imponeert met geweldig gitaarwerk en uitstekende zang
Two Hearted Rounder van Sarah Lee Langford was voor mij een van de grootste roots verrassingen van 2019. We hebben even moeten wachten op een nieuw album van de Amerikaanse muzikante, maar deze week duikt ze op met het samen met Will Stewart gemaakte Bad Luck & Love. In vocaal opzicht klinkt het album door de bijdragen van Will Stewart net wat anders, maar alle sterke punten van Two Hearted Rounder zijn gelukkig behouden. Ook dit keer domineren invloeden uit de country en is gekozen voor een door gitaren bepaald geluid, waarin de stemmen van Will Stewart en Sarah Lee Langford mogen schitteren. Ik vind het weer prachtig.
Sarah Lee Langford zorgde aan het eind van 2019 voor een daverende verrassing met haar debuutalbum Two Hearted Rounder. De muzikante uit Birmingham, Alabama, maakte wat mij betreft behoorlijk wat indruk met een mooie mix van country en rootsrock, met een geweldig geluid vol uitstekend snarenwerk, met uitstekende songs en met een overtuigende stem, die veel emotie en doorleving toevoegde aan haar countrysongs. Dat Two Hearted Rounder hoog eindigde in mijn jaarlijstje over 2019 was voor mij dan ook geen verrassing, maar het album had veel meer waardering verdiend.
Deze week keert Sarah Lee Langford eindelijk terug met de opvolger van het verrassend sterke debuutalbum. Op Bad Luck & Love prijkt niet alleen de naam van Sarah Lee Langford, maar ook die van de eveneens uit Birmingham, Alabama, afkomstige Will Stewart. Bad Luck & Love klinkt door de aanwezigheid van Will Stewart anders dan het zo goede Two Hearted Rounder, maar de verschillen tussen beide albums moeten niet overdreven worden.
Ook op Bad Luck & Love domineren country en rootsrock en zijn de songs zonder uitzondering sterk. Net als op haar debuutalbum imponeert Sarah Lee Langford met haar stem, die met enige regelmaat fraai samenvloeit met die van Will Stewart. Net als op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante domineren op Bad Luck & Love de gitaren en de pedal steel, waarvoor wederom een beroep is gedaan op muzikanten van de bands The Dexateens en Vulture Whale.
Bad Luck & Love is hierdoor een logische opvolger van Two Hearted Rounder, met een paar fraaie duetten als bonus. Wanneer het gaat om duetten in de country en countryrock ligt de lat hoog, maar ook Sarah Lee Langford en Will Stewart kunnen er wat van. Het zijn overigens duetten waarin Sarah Lee Langford meestal de hoofdrol opeist en Will Stewart vooral ondersteunt, maar het resultaat mag er zijn, overigens ook wanneer de rollen worden omgedraaid.
Op Bad Luck & Love ben je bij Sarah Lee Langford en Will Stewart aan het verkeerde adres voor muzikale vernieuwing. Het album van de twee muzikanten uit Alabama is vooral een degelijk rootsalbum, maar daar is in dit geval niets mis mee. Met name het snarenwerk op het album is prachtig en ook in vocaal opzicht stellen Sarah Lee Langford en Will Stewart geen moment teleur.
Het komt allemaal ook nog eens prachtig door de speakers, maar belangrijker is nog het feit dat de twee Amerikaanse muzikanten zeer aansprekende songs hebben geschreven. Het zijn songs die stuk voor stuk vanaf de eerste beluistering vertrouwd aanvoelen en het zijn bovendien songs die binnen de bandbreedte van de genres waarbinnen Sarah Lee Langford en Will Stewart opereren voldoende gevarieerd klinken.
Two Hearted Rounder wist me uiteindelijk volledig in te pakken en wist het tot jaarlijstjesalbum te schoppen en ik sluit niet uit dat dit ook Bad Luck & Love gaat lukken. Zeker wanneer prachtig gitaarwerk wordt gecombineerd met de prachtige stem van Sarah Lee Langford zorgt ook dit nieuwe album immers makkelijk voor kippenvel en bereiken de twee Amerikaanse muzikanten een niveau dat wat mij betreft niet onder doet voor dat van de beste rootsalbums die 2022 ons tot dusver heeft opgeleverd. Erwin Zijleman
Sarah Lou Richards - The Woman Behind the Curtain (2014)

4,0
0
geplaatst: 14 december 2014, 19:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Lou Richards - The Woman Behind The Curtain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Woman Behind The Curtain is de derde cd van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige singer-songwriter Sarah Lou Richards.
Nashville wordt in Nederland vooral geassocieerd met countrymuziek die keurig binnen de lijntjes kleurt en vooral gericht is op een breed Amerikaans publiek, maar hiermee doe je de muziek scene van Nashville flink tekort. Nashville is al heel lang één van de hoofdsteden van Amerikaanse rootsmuziek en de thuisbasis van heel veel legendarische rootsmuzikanten.
The Woman Behind The Curtain van Sarah Lou Richards is overigens een plaat die niet heel nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en volgens mij een breed Amerikaans publiek moet kunnen aanspreken, maar de derde plaat van de Amerikaanse singer-songwriter is ook zeker interessant voor een ieder die zijn of haar dagelijkse portie country liever wat alternatiever of op Texaanse wijze op smaak gebracht heeft.
Sarah Lou Richards beschikt over een heldere en krachtige stem met een lichte snik. Het is een stem die gemaakt lijkt voor het vertolken van countrymuziek en dat doet Sarah Lou Richards dan ook met verve.
Voor haar derde plaat kon ze bovendien voor het eerst beschikken over een volledige band en over een producer die vaker met dit bijltje heeft gehakt. Ene Gary Nichols (naar verluid in het bezit van een Grammy nominatie) heeft de plaat voorzien van een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de krachtige en emotievolle stem van Sarah Lou Richards.
The Woman Behind The Curtain klinkt verzorgd, maar heeft zeker niet het gepolijste geluid van zoveel platen die in Nashville zijn opgenomen. Dat kan ook wel kloppen, want de plaat werd niet in Nashville opgenomen, maar in het roemruchte Muscle Shoals; de bakermat van de Southern soul. Dit voorziet de plaat van net wat meer warmte en soul vergeleken met de gemiddelde plaat uit de Nashville country scene.
In eerste instantie vond ik The Woman Behind The Curtain en aangename plaat, maar hoorde ik niet direct hoe Sarah Lou Richards zich zou moeten onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre. Inmiddels maak ik me hier minder zorgen over, want The Woman Behind The Curtain blijkt een plaat die vrij makkelijk uitgroeit tot een aangename metgezel op kille winteravonden of troosteloze zondagochtenden.
De derde plaat van Sarah Lou Richards is zo’n plaat die prachtig klinkt en ook goed tot zijn recht komt wanneer de muziek zich niet heel erg opdringt. Ook als The Woman Behind The Curtain dat wel doet houdt Sarah Lou Richards zich echter makkelijk staande. Haar derde plaat is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht net wat beter dan die van de meeste van haar concurrenten en ook met de songs van de singer-songwriter uit Nashville is helemaal niets mis.
Zeker als het geluid net wat steviger is en zich een rauw randje vormt op de stembanden van Sarah Lou Richards ontworstelt de Amerikaanse zich vrij makkelijk aan het strakke Nashville keurslijf en sluit ze aan bij haar in Nederland interessanter geachte soortgenoten uit de Austin scene. Knappe plaat dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Lou Richards - The Woman Behind The Curtain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Woman Behind The Curtain is de derde cd van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige singer-songwriter Sarah Lou Richards.
Nashville wordt in Nederland vooral geassocieerd met countrymuziek die keurig binnen de lijntjes kleurt en vooral gericht is op een breed Amerikaans publiek, maar hiermee doe je de muziek scene van Nashville flink tekort. Nashville is al heel lang één van de hoofdsteden van Amerikaanse rootsmuziek en de thuisbasis van heel veel legendarische rootsmuzikanten.
The Woman Behind The Curtain van Sarah Lou Richards is overigens een plaat die niet heel nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en volgens mij een breed Amerikaans publiek moet kunnen aanspreken, maar de derde plaat van de Amerikaanse singer-songwriter is ook zeker interessant voor een ieder die zijn of haar dagelijkse portie country liever wat alternatiever of op Texaanse wijze op smaak gebracht heeft.
Sarah Lou Richards beschikt over een heldere en krachtige stem met een lichte snik. Het is een stem die gemaakt lijkt voor het vertolken van countrymuziek en dat doet Sarah Lou Richards dan ook met verve.
Voor haar derde plaat kon ze bovendien voor het eerst beschikken over een volledige band en over een producer die vaker met dit bijltje heeft gehakt. Ene Gary Nichols (naar verluid in het bezit van een Grammy nominatie) heeft de plaat voorzien van een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de krachtige en emotievolle stem van Sarah Lou Richards.
The Woman Behind The Curtain klinkt verzorgd, maar heeft zeker niet het gepolijste geluid van zoveel platen die in Nashville zijn opgenomen. Dat kan ook wel kloppen, want de plaat werd niet in Nashville opgenomen, maar in het roemruchte Muscle Shoals; de bakermat van de Southern soul. Dit voorziet de plaat van net wat meer warmte en soul vergeleken met de gemiddelde plaat uit de Nashville country scene.
In eerste instantie vond ik The Woman Behind The Curtain en aangename plaat, maar hoorde ik niet direct hoe Sarah Lou Richards zich zou moeten onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre. Inmiddels maak ik me hier minder zorgen over, want The Woman Behind The Curtain blijkt een plaat die vrij makkelijk uitgroeit tot een aangename metgezel op kille winteravonden of troosteloze zondagochtenden.
De derde plaat van Sarah Lou Richards is zo’n plaat die prachtig klinkt en ook goed tot zijn recht komt wanneer de muziek zich niet heel erg opdringt. Ook als The Woman Behind The Curtain dat wel doet houdt Sarah Lou Richards zich echter makkelijk staande. Haar derde plaat is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht net wat beter dan die van de meeste van haar concurrenten en ook met de songs van de singer-songwriter uit Nashville is helemaal niets mis.
Zeker als het geluid net wat steviger is en zich een rauw randje vormt op de stembanden van Sarah Lou Richards ontworstelt de Amerikaanse zich vrij makkelijk aan het strakke Nashville keurslijf en sluit ze aan bij haar in Nederland interessanter geachte soortgenoten uit de Austin scene. Knappe plaat dus. Erwin Zijleman
Sarah Mary Chadwick - Me and Ennui Are Friends, Baby (2021)

4,0
0
geplaatst: 12 februari 2021, 14:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Mary Chadwick - Me And Ennui Are Friends, Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Mary Chadwick - Me And Ennui Are Friends, Baby
Sarah Mary Chadwick zingt met veel passie, woede en melancholie een relatiebreuk van zich af, wat niet het makkelijkste album oplevert, maar als het je grijpt laat het voorlopig niet meer los
Sarah Mary Chadwick heeft al flink wat muziek op haar naam staan, maar ik ken haar pas sinds het vorig jaar verschenen Please Daddy, een prachtig ingekleurd album vol zeer expressieve vocalen. Op Me And Ennui Are Friends, Baby zit er nog wat meer kracht en emotie in de zang, terwijl de instrumentatie een stuk soberder is. Het levert een album op dat een stuk minder toegankelijk is dan zijn voorganger, maar het is ook een ruw en intens album dat je steeds dieper meesleurt in de relatiebreuk die Sarah Mary Chadwick tot het album inspireerde. Niet geschikt voor iedereen, maar geef het album een kans en de schoonheid komt vanzelf aan de oppervlakte.
Please Daddy was net iets meer dan een jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van de in Nieuw-Zeeland geboren, maar al enige tijd vanuit het Australische Melbourne opererende singer-songwriter Sarah Mary Chadwick. Het was zeker niet haar eerste wapenfeit, want Please Daddy werd vooraf gegaan door vijf soloalbums en twee albums met de band Batrider.
Ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteit van Please Daddy, want Sarah Mary Chadwick heeft een stem vol vuur en expressie. Het is een stem die ik vorig jaar vergeleek met die van Patti Smith, PJ Harvey, Sinéad O’Connor, Siouxsie Sioux en Torres, maar dan aangevuld met een flinke bak woede en melancholie.
Toen de stem van Sarah Mary Chadwick me eenmaal te pakken had liet Please Daddy me echter niet meer los, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan haar deze week verschenen nieuwe album Me And Ennui Are Friends, Baby.
Ook op haar nieuwe album vallen de zeer expressieve vocalen van Sarah Mary Chadwick onmiddellijk op, maar waar deze vocalen vorig jaar werden omgeven door een volle en zeer sfeervolle instrumentatie, moeten we het dit keer doen met slechts de piano van de muzikante uit Melbourne, iets dat overigens ook op de vroege soloalbums van Sarah Mary Chadwick gebruikelijk was.
Me And Ennui Are Friends, Baby is hierdoor een stuk minder toegankelijk dan zijn voorganger, zeker omdat Sarah Mary Chadwick haar teksten met nog wat meer venijn en melancholie uitspuugt. Emotie wint het hierbij soms van de zuivere noten, waardoor Me And Ennui Are Friends, Baby niet heel geschikt is als eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante.
Wanneer je Please Daddy eenmaal op de juiste waarde weet te schatten, komt er een moment dat ook Me And Ennui Are Friends, Baby in de smaak zal vallen. Sarah Mary Chadwick heeft een ruw en eerlijk album gemaakt waarop ze haar muziek terug brengt tot de essentie. Dat is even wennen, maar na twee keer horen was ik gewend aan het uiterst sobere karakter van Me And Ennui Are Friends, Baby en raakte ik toch weer snel onder de indruk van de intense songs, de zeer persoonlijke teksten en de expressieve voordracht.
Het van melancholie overlopende album klinkt als een typisch post-corona album, maar Me And Ennui Are Friends, Baby werd voor de uitbraak van de pandemie opgenomen en moet worden gezien als een breakup album. Sarah Mary Chadwick zingt op haar nieuwe album het stranden van een lange relatie van zich af en schreeuwt het af en toe uit, waarbij melancholie en woede elkaar binnen een paar seconden af kunnen wisselen.
Het is hier en daar zware kost, maar Sarah Mary Chadwick heeft ook een zeer gepassioneerd, intens en intiem afgeleverd. Je voelt je af en toe bijna ongewild toeschouwer van haar persoonlijke ellende, maar de emotie in de zang maakt van Me And Ennui Are Friends, Baby ook een bijzonder album.
Het is misschien soms wat veel van het goede, maar ik vond het direct indrukwekkend en hoe vaker ik naar dit album luister hoe mooier en intenser het wordt. Sarah Mary Chadwick zal met Me And Ennui Are Friends, Baby minder zieltjes winnen dan met Please Daddy, maar daar is het haar natuurlijk niet om te doen. Eerst al die demonen maar eens wegslaan en dat doet ze op indrukwekkende wijze. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Mary Chadwick - Me And Ennui Are Friends, Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Mary Chadwick - Me And Ennui Are Friends, Baby
Sarah Mary Chadwick zingt met veel passie, woede en melancholie een relatiebreuk van zich af, wat niet het makkelijkste album oplevert, maar als het je grijpt laat het voorlopig niet meer los
Sarah Mary Chadwick heeft al flink wat muziek op haar naam staan, maar ik ken haar pas sinds het vorig jaar verschenen Please Daddy, een prachtig ingekleurd album vol zeer expressieve vocalen. Op Me And Ennui Are Friends, Baby zit er nog wat meer kracht en emotie in de zang, terwijl de instrumentatie een stuk soberder is. Het levert een album op dat een stuk minder toegankelijk is dan zijn voorganger, maar het is ook een ruw en intens album dat je steeds dieper meesleurt in de relatiebreuk die Sarah Mary Chadwick tot het album inspireerde. Niet geschikt voor iedereen, maar geef het album een kans en de schoonheid komt vanzelf aan de oppervlakte.
Please Daddy was net iets meer dan een jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van de in Nieuw-Zeeland geboren, maar al enige tijd vanuit het Australische Melbourne opererende singer-songwriter Sarah Mary Chadwick. Het was zeker niet haar eerste wapenfeit, want Please Daddy werd vooraf gegaan door vijf soloalbums en twee albums met de band Batrider.
Ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteit van Please Daddy, want Sarah Mary Chadwick heeft een stem vol vuur en expressie. Het is een stem die ik vorig jaar vergeleek met die van Patti Smith, PJ Harvey, Sinéad O’Connor, Siouxsie Sioux en Torres, maar dan aangevuld met een flinke bak woede en melancholie.
Toen de stem van Sarah Mary Chadwick me eenmaal te pakken had liet Please Daddy me echter niet meer los, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan haar deze week verschenen nieuwe album Me And Ennui Are Friends, Baby.
Ook op haar nieuwe album vallen de zeer expressieve vocalen van Sarah Mary Chadwick onmiddellijk op, maar waar deze vocalen vorig jaar werden omgeven door een volle en zeer sfeervolle instrumentatie, moeten we het dit keer doen met slechts de piano van de muzikante uit Melbourne, iets dat overigens ook op de vroege soloalbums van Sarah Mary Chadwick gebruikelijk was.
Me And Ennui Are Friends, Baby is hierdoor een stuk minder toegankelijk dan zijn voorganger, zeker omdat Sarah Mary Chadwick haar teksten met nog wat meer venijn en melancholie uitspuugt. Emotie wint het hierbij soms van de zuivere noten, waardoor Me And Ennui Are Friends, Baby niet heel geschikt is als eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante.
Wanneer je Please Daddy eenmaal op de juiste waarde weet te schatten, komt er een moment dat ook Me And Ennui Are Friends, Baby in de smaak zal vallen. Sarah Mary Chadwick heeft een ruw en eerlijk album gemaakt waarop ze haar muziek terug brengt tot de essentie. Dat is even wennen, maar na twee keer horen was ik gewend aan het uiterst sobere karakter van Me And Ennui Are Friends, Baby en raakte ik toch weer snel onder de indruk van de intense songs, de zeer persoonlijke teksten en de expressieve voordracht.
Het van melancholie overlopende album klinkt als een typisch post-corona album, maar Me And Ennui Are Friends, Baby werd voor de uitbraak van de pandemie opgenomen en moet worden gezien als een breakup album. Sarah Mary Chadwick zingt op haar nieuwe album het stranden van een lange relatie van zich af en schreeuwt het af en toe uit, waarbij melancholie en woede elkaar binnen een paar seconden af kunnen wisselen.
Het is hier en daar zware kost, maar Sarah Mary Chadwick heeft ook een zeer gepassioneerd, intens en intiem afgeleverd. Je voelt je af en toe bijna ongewild toeschouwer van haar persoonlijke ellende, maar de emotie in de zang maakt van Me And Ennui Are Friends, Baby ook een bijzonder album.
Het is misschien soms wat veel van het goede, maar ik vond het direct indrukwekkend en hoe vaker ik naar dit album luister hoe mooier en intenser het wordt. Sarah Mary Chadwick zal met Me And Ennui Are Friends, Baby minder zieltjes winnen dan met Please Daddy, maar daar is het haar natuurlijk niet om te doen. Eerst al die demonen maar eens wegslaan en dat doet ze op indrukwekkende wijze. Erwin Zijleman
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy (2020)

4,0
1
geplaatst: 27 januari 2020, 16:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Sarah Mary Chadwick - Please Daddy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy
Sarah Mary Chadwick levert een ruw en intens album af, dat overloopt van pijn en melancholie, maar dat ook van een bijzondere schoonheid is
Een ieder die het leven uitsluitend met een roze bril wil bekijken, loopt bij voorkeur met een grote boog om Please Daddy van Sarah Mary Chadwick heen. De vanuit het Australische Melbourne opererende maar vanuit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter heeft immers een aardedonker album gemaakt. Het is een intens en indringend album, maar het is ook een album met een bijzonder fraaie instrumentatie waarin vooral de bijdragen van fluit en trompet opvallen. Het combineert allemaal prachtig met de expressieve en emotievolle vocalen van Sarah Mary Chadwick, die met haar zang diep onder de huid kruipt. Bijzonder indrukwekkend.
Sarah Mary Chadwick is een uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter, die tegenwoordig vanuit het Australische Melbourne opereert. Ze heeft al een aantal goed ontvangen albums op haar naam staan, waaronder het vorig jaar verschenen The Queen Who Stole The Sky, maar desondanks is Please Daddy pas mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Mary Chadwick.
Het is gek dat ik niet eerder in aanraking ben gekomen met de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, want Please Daddy had maar heel even nodig om een onuitwisbare indruk te maken en dat geldt inmiddels ook voor haar andere albums.
Sarah Mary Chadwick maakt donkere en wat dramatisch aandoende muziek. Het is muziek die bij mij associaties oproept met Patti Smith, PJ Harvey en Siouxsie Sioux, terwijl uit het heden vooral de naam van Torres opduikt. Please Daddy klinkt wat conventioneler dan zijn voorganger, waarop Sarah Mary Chadwick zich liet begeleiden door een imposant kerkorgel, maar de intensiteit van de muziek van de voorganger is gebleven.
Please Daddy opent met door piano gedragen en verder subtiel met toetsen versierde klanken en het zijn klanken die overlopen van weemoed en melancholie. Sarah Mary Chadwick heeft het leven nooit door een roze bril bekeken en doet dit ook op haar nieuwe album niet. Dat hoor je in de instrumentatie op het album, maar je hoort het vooral in de zang.
De zang op het nieuwe album van Sarah Mary Chadwick is opvallend intens en komt flink aan, zeker wanneer de singer-songwriter uit Melbourne het uitschreeuwt. Zeker wanneer de muziek uitermate donker klinkt en Sarah Mary Chadwick van haar hart geen moordkuil maakt heeft Please Daddy wel wat van de donkere albums van Nick Cave, maar ook Mazzy Star draagt meer dan eens relevant vergelijkingsmateriaal aan.
Op haar vorige album trok de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter nadrukkelijk de aandacht met een imposant kerkorgel, maar ook de instrumentatie op haar nieuwe album is indrukwekkend. Please Daddy klinkt uiterst donker of zelfs gitzwart, maar de instrumentatie is hier en daar ook van een bijzondere schoonheid, bijvoorbeeld wanneer donkere en sobere klanken gezelschap krijgen van een trompet of een fluit die prachtig door de muziek snijdt en deze muziek voorziet van nog wat meer weemoed.
In muzikaal opzicht is Please Daddy van Sarah Mary Chadwick donker maar prachtig en deze kwalificatie is ook van toepassing op de zang op het album. De zang van de singer-songwriter uit Melbourne snijdt hier en daar dwars door de ziel en voorziet de songs van Sarah Mary Chadwick van een bijzondere intensiteit en lading.
Het zijn songs waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent maakt Please Daddy diepe, diepe indruk. Please Daddy is een rauw en hier en daar flink rammelend album, maar het is ook een album zonder opsmuk dat puur en eerlijk klinkt. Zeker geen album om vrolijk van te worden, want er wordt nogal wat melancholie over je uitgestort, maar wel een album dat je weet te raken door alle emotie en intensiteit. Wereldberoemd gaat Sarah Mary Chadwick er vast niet mee worden, maar ik ben vanaf nu fan. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Sarah Mary Chadwick - Please Daddy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy
Sarah Mary Chadwick levert een ruw en intens album af, dat overloopt van pijn en melancholie, maar dat ook van een bijzondere schoonheid is
Een ieder die het leven uitsluitend met een roze bril wil bekijken, loopt bij voorkeur met een grote boog om Please Daddy van Sarah Mary Chadwick heen. De vanuit het Australische Melbourne opererende maar vanuit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter heeft immers een aardedonker album gemaakt. Het is een intens en indringend album, maar het is ook een album met een bijzonder fraaie instrumentatie waarin vooral de bijdragen van fluit en trompet opvallen. Het combineert allemaal prachtig met de expressieve en emotievolle vocalen van Sarah Mary Chadwick, die met haar zang diep onder de huid kruipt. Bijzonder indrukwekkend.
Sarah Mary Chadwick is een uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter, die tegenwoordig vanuit het Australische Melbourne opereert. Ze heeft al een aantal goed ontvangen albums op haar naam staan, waaronder het vorig jaar verschenen The Queen Who Stole The Sky, maar desondanks is Please Daddy pas mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Mary Chadwick.
Het is gek dat ik niet eerder in aanraking ben gekomen met de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, want Please Daddy had maar heel even nodig om een onuitwisbare indruk te maken en dat geldt inmiddels ook voor haar andere albums.
Sarah Mary Chadwick maakt donkere en wat dramatisch aandoende muziek. Het is muziek die bij mij associaties oproept met Patti Smith, PJ Harvey en Siouxsie Sioux, terwijl uit het heden vooral de naam van Torres opduikt. Please Daddy klinkt wat conventioneler dan zijn voorganger, waarop Sarah Mary Chadwick zich liet begeleiden door een imposant kerkorgel, maar de intensiteit van de muziek van de voorganger is gebleven.
Please Daddy opent met door piano gedragen en verder subtiel met toetsen versierde klanken en het zijn klanken die overlopen van weemoed en melancholie. Sarah Mary Chadwick heeft het leven nooit door een roze bril bekeken en doet dit ook op haar nieuwe album niet. Dat hoor je in de instrumentatie op het album, maar je hoort het vooral in de zang.
De zang op het nieuwe album van Sarah Mary Chadwick is opvallend intens en komt flink aan, zeker wanneer de singer-songwriter uit Melbourne het uitschreeuwt. Zeker wanneer de muziek uitermate donker klinkt en Sarah Mary Chadwick van haar hart geen moordkuil maakt heeft Please Daddy wel wat van de donkere albums van Nick Cave, maar ook Mazzy Star draagt meer dan eens relevant vergelijkingsmateriaal aan.
Op haar vorige album trok de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter nadrukkelijk de aandacht met een imposant kerkorgel, maar ook de instrumentatie op haar nieuwe album is indrukwekkend. Please Daddy klinkt uiterst donker of zelfs gitzwart, maar de instrumentatie is hier en daar ook van een bijzondere schoonheid, bijvoorbeeld wanneer donkere en sobere klanken gezelschap krijgen van een trompet of een fluit die prachtig door de muziek snijdt en deze muziek voorziet van nog wat meer weemoed.
In muzikaal opzicht is Please Daddy van Sarah Mary Chadwick donker maar prachtig en deze kwalificatie is ook van toepassing op de zang op het album. De zang van de singer-songwriter uit Melbourne snijdt hier en daar dwars door de ziel en voorziet de songs van Sarah Mary Chadwick van een bijzondere intensiteit en lading.
Het zijn songs waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent maakt Please Daddy diepe, diepe indruk. Please Daddy is een rauw en hier en daar flink rammelend album, maar het is ook een album zonder opsmuk dat puur en eerlijk klinkt. Zeker geen album om vrolijk van te worden, want er wordt nogal wat melancholie over je uitgestort, maar wel een album dat je weet te raken door alle emotie en intensiteit. Wereldberoemd gaat Sarah Mary Chadwick er vast niet mee worden, maar ik ben vanaf nu fan. Erwin Zijleman
Sarah McLachlan - Better Broken (2025)

4,5
1
geplaatst: 26 september 2025, 16:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sarah McLachlan - Better Broken - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sarah McLachlan - Better Broken
Een succesvolle comeback van Sarah McLachlan leek me op voorhand een lastige missie, maar met het echt prachtige Better Broken brengt de Canadese muzikante een in alle opzichten ijzersterk en ook wonderschoon album uit
Sarah McLachlan was aan het eind van de jaren 90 een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Die status dankte ze aan een aantal geweldige albums, maar ook aan haar initiatieven om vrouwelijke muzikanten op de kaart te zetten. Helaas ging de carrière van de Canadese muzikante aan het begin van dit millennium als een nachtkaars uit. De albums die ze maakte waren weinig succesvol en vielen ook in muzikaal opzicht tegen, maar met Better Broken is er toch nog de misschien wel niet meer verwachte glorieuze comeback van Sarah McLachlan. Better Broken klinkt, mede door de prachtige zang, direct vertrouwd, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op het verleden.
De Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan debuteerde in 1988 met het vooral in Canada zeer goed ontvangen Touch. De rest van de wereld leerde haar kennen in de jaren 90, waarin ze uitgroeide tot een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Ze werd een van de vaandeldragers van deze vrouwelijke muzikanten door het organiseren van Lilith Fair, een rondreizend muziekfestival met alleen vrouwelijke muzikanten op het programma.
Met Solace uit 1991, Fumbling Towards Ecstasy uit 1993 en Surfacing uit 1997 maakte Sarah McLachlan bovendien drie geweldige albums, die terecht in brede kring werden geprezen en omarmd. Na Lilith Fair nam Sarah McLachlan even de tijd voor zichzelf, maar dit had geen positief effect op haar carrière. Het in 2003 verschenen Afterglow was nog redelijk succesvol, maar kan in kwalitatief opzicht wat mij betreft niet tippen aan de hierboven genoemde albums.
Na Afterglow verdween Sarah McLachlan voor mij volledig uit beeld, al maakte ze nog wel een aantal albums. Sinds het kerstalbum uit 2016 was het echter helemaal stil rond de ooit zo succesvolle Canadese muzikante. Tot deze week dan, want met het deze week verschenen Better Broken keert Sarah McLachlan terug.
Ik geef eerlijk toe dat ik echt hele lage verwachtingen had van het album, dat ik dan ook zo ongeveer als laatste beluisterde bij de keuze van mijn krenten uit de pop voor deze week. Better Broken heeft me echter zeer aangenaam verrast en kan zomaar uitgroeien tot een favoriet album voor in de kleine uurtjes, zeker de komende herfst en winter.
Ik had de afgelopen 25 jaar nauwelijks geluisterd naar de muziek van Sarah McLachlan en de afgelopen 15 jaar echt helemaal niet, maar Better Broken klinkt direct vanaf de eerste noten vertrouwd. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de zeer herkenbare en karakteristieke stem van de Canadese muzikante, maar ook de muziek op Better Broken neemt je direct mee terug naar de jaren 90 in het algemeen en de pieken in de carrière van Sarah McLachlan in het bijzonder.
Allmusic.com omschrijft het treffend door het album te typeren als “a warm hug from a cherished friend”. Toch is Better Broken zeker geen overbodige herhalingsoefening, want het album voegt wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Sarah McLachlan. Ik vind haar albums uit de jaren 90 echt prachtig, maar ze zijn ook wel wat steriel. Op Better Broken hoor ik meer gevoel en doorleving in de stem van Sarah McLachlan, waardoor het album me misschien nog wel meer raakt dan de perfectie van bijvoorbeeld Fumbling Towards Ecstasy of Surfacing. Better Broken is bovendien een album dat niet is blijven steken in de jaren 90, maar met twee benen in het nu staat.
De stem van Sarah McLachlan is goed voor de meeste betovering op het album, want wat zingt ze mooi, maar Better Broken maakt eigenlijk op alle terreinen indruk. De productie van Tony Berg en Will Maclellan (beiden bekend van boygenius) is feilloos en bijdragen van topmuzikanten als Greg Leisz, Wendy Melvoin en Matt Chamberlain zorgen er voor dat het ook in muzikaal opzicht smullen is.
En dan zijn er ook nog eens de songs op Better Broken. Aan de songs schortte het misschien nog wel het meest op de albums die Sarah McLachlan na haar creatieve piek maakte, maar de songs op haar nieuwe album zijn prachtig. Wat een glorieuze comeback van deze grootheid uit de jaren 90. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sarah McLachlan - Better Broken - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sarah McLachlan - Better Broken
Een succesvolle comeback van Sarah McLachlan leek me op voorhand een lastige missie, maar met het echt prachtige Better Broken brengt de Canadese muzikante een in alle opzichten ijzersterk en ook wonderschoon album uit
Sarah McLachlan was aan het eind van de jaren 90 een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Die status dankte ze aan een aantal geweldige albums, maar ook aan haar initiatieven om vrouwelijke muzikanten op de kaart te zetten. Helaas ging de carrière van de Canadese muzikante aan het begin van dit millennium als een nachtkaars uit. De albums die ze maakte waren weinig succesvol en vielen ook in muzikaal opzicht tegen, maar met Better Broken is er toch nog de misschien wel niet meer verwachte glorieuze comeback van Sarah McLachlan. Better Broken klinkt, mede door de prachtige zang, direct vertrouwd, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op het verleden.
De Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan debuteerde in 1988 met het vooral in Canada zeer goed ontvangen Touch. De rest van de wereld leerde haar kennen in de jaren 90, waarin ze uitgroeide tot een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Ze werd een van de vaandeldragers van deze vrouwelijke muzikanten door het organiseren van Lilith Fair, een rondreizend muziekfestival met alleen vrouwelijke muzikanten op het programma.
Met Solace uit 1991, Fumbling Towards Ecstasy uit 1993 en Surfacing uit 1997 maakte Sarah McLachlan bovendien drie geweldige albums, die terecht in brede kring werden geprezen en omarmd. Na Lilith Fair nam Sarah McLachlan even de tijd voor zichzelf, maar dit had geen positief effect op haar carrière. Het in 2003 verschenen Afterglow was nog redelijk succesvol, maar kan in kwalitatief opzicht wat mij betreft niet tippen aan de hierboven genoemde albums.
Na Afterglow verdween Sarah McLachlan voor mij volledig uit beeld, al maakte ze nog wel een aantal albums. Sinds het kerstalbum uit 2016 was het echter helemaal stil rond de ooit zo succesvolle Canadese muzikante. Tot deze week dan, want met het deze week verschenen Better Broken keert Sarah McLachlan terug.
Ik geef eerlijk toe dat ik echt hele lage verwachtingen had van het album, dat ik dan ook zo ongeveer als laatste beluisterde bij de keuze van mijn krenten uit de pop voor deze week. Better Broken heeft me echter zeer aangenaam verrast en kan zomaar uitgroeien tot een favoriet album voor in de kleine uurtjes, zeker de komende herfst en winter.
Ik had de afgelopen 25 jaar nauwelijks geluisterd naar de muziek van Sarah McLachlan en de afgelopen 15 jaar echt helemaal niet, maar Better Broken klinkt direct vanaf de eerste noten vertrouwd. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de zeer herkenbare en karakteristieke stem van de Canadese muzikante, maar ook de muziek op Better Broken neemt je direct mee terug naar de jaren 90 in het algemeen en de pieken in de carrière van Sarah McLachlan in het bijzonder.
Allmusic.com omschrijft het treffend door het album te typeren als “a warm hug from a cherished friend”. Toch is Better Broken zeker geen overbodige herhalingsoefening, want het album voegt wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Sarah McLachlan. Ik vind haar albums uit de jaren 90 echt prachtig, maar ze zijn ook wel wat steriel. Op Better Broken hoor ik meer gevoel en doorleving in de stem van Sarah McLachlan, waardoor het album me misschien nog wel meer raakt dan de perfectie van bijvoorbeeld Fumbling Towards Ecstasy of Surfacing. Better Broken is bovendien een album dat niet is blijven steken in de jaren 90, maar met twee benen in het nu staat.
De stem van Sarah McLachlan is goed voor de meeste betovering op het album, want wat zingt ze mooi, maar Better Broken maakt eigenlijk op alle terreinen indruk. De productie van Tony Berg en Will Maclellan (beiden bekend van boygenius) is feilloos en bijdragen van topmuzikanten als Greg Leisz, Wendy Melvoin en Matt Chamberlain zorgen er voor dat het ook in muzikaal opzicht smullen is.
En dan zijn er ook nog eens de songs op Better Broken. Aan de songs schortte het misschien nog wel het meest op de albums die Sarah McLachlan na haar creatieve piek maakte, maar de songs op haar nieuwe album zijn prachtig. Wat een glorieuze comeback van deze grootheid uit de jaren 90. Erwin Zijleman
Sarah McLachlan - Fumbling Towards Ecstacy (1993)

4,5
0
geplaatst: 8 september 2024, 20:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah McLachlan - Fumbling Towards Ecstasy (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah McLachlan - Fumbling Towards Ecstasy (1993)
Sarah McLachlan was een van de bekendste en meest invloedrijke vrouwelijke muzikanten uit de jaren 90 en leverde in 1993 met het uitstekende Fumbling Towards Ecstasy haar meest memorabele album af
De Canadese muzikante Sarah McLachlan is inmiddels bijna vergeten en dat is best bijzonder. In de tweede helft van de jaren 90 was ze immers een van de bekendste vrouwelijke muzikanten en vaandeldrager van de beweging die de ongelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke muzikanten aan de kaak stelde. Het zal deels te maken hebben met het afnemende niveau van haar albums, want zo goed als Sarah McLachlan was op haar doorbraakalbum Fumbling Towards Ecstasy uit 1993 werd ze nooit meer. Het is een album dat totaal anders klinkt dan de albums van vrouwelijke popsterren van het moment, maar het album heeft nog steeds wat en is bovendien van hoge kwaliteit.
Sarah McLachlan was in de tweede helft van de jaren 90 een van de initiatiefnemers van Lilith Fair, een rondreizend muziekfestival waarop alleen vrouwelijke artiesten te zien waren. Dat was niet voor niets, want een aantal hele grote sterren uitgezonderd, opereerden vrouwelijke muzikanten destijds in de schaduw van hun mannelijke collega’s.
Van de vrouwelijke muzikanten die op het affiche van Lilith Fair stonden was de Canadese Sarah McLachlan een van de bekendste en meest invloedrijke. Dat is nu nauwelijks meer voor te stellen, want de albums die Sarah McLachlan de afgelopen 30 jaar maakte stonden in de schaduw van haar eerdere albums en inmiddels is het ook al geruime tijd stil rond de Canadese muzikante.
Sarah McLachlan debuteerde in 1988 vrij anoniem en niet heel bijzonder, maar met het in 1991 verschenen Solace zette ze zichzelf op de kaart als singer-songwriter. Het album werd in 1993 gevolgd door Fumbling Towards Ecstasy, waarmee Sarah McLachlan doorbrak naar het grote publiek. De albums die volgden op Fumbling Towards Ecstasy waren in commercieel opzicht succesvoller, maar in het oeuvre van Sarah McLachlan is Fumbling Towards Ecstasy wat mij betreft de creatieve piek.
Ik was in de tweede helft van de jaren 90 zeer gesteld op de muziek van Sarah McLachlan, maar ik denk niet dat ik de afgelopen twintig jaar nog naar haar muziek heb geluisterd. Fumbling Towards Ecstasy bleek echter direct weer het warme bad dat het ook in de jaren na 1993 was.
Bij beluistering van het album met de oren van nu vielen me een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is de mooie maar ook bijzondere stem van Sarah McLachlan. Het is een stem die nogal nadrukkelijk aanwezig is in haar songs, maar ik vind de zang van de Canadese muzikante nog altijd prachtig.
Het tweede dat opvalt is dat Fumbling Towards Ecstasy zwaar leunt op de tijdloze singer-songwriter muziek van eerdere datum en zeker het soort waarin plek was voor invloeden uit de folk, jazz en pop. Het geeft de songs van Sarah McLachlan een tijdloos karakter, al hoor je ook zeker invloeden uit de muziek die in de jaren 90 werd gemaakt op het album.
Het derde dat opvalt bij beluistering van Fumbling Towards Ecstasy is de fraaie productie. Daar was ik in de jaren 90 nog niet erg alert op, maar toen ik het album onlangs weer eens beluisterde heb ik onmiddellijk opgezocht wie het album heeft geproduceerd. Het blijkt de Canadese producer Pierre Marchand, die een leerling en volgeling was van Daniel Lanois. Het klinkt met de oren van nu misschien wat vol en gepolijst, maar ik heb ook wel wat met het zeer smaakvolle geluid op Fumbling Towards Ecstasy.
Het is tenslotte een album waarvoor Sarah McLachlan haar beste songs schreef. Na het album werden de songs van de Canadese muzikante wat toegankelijker en wonnen invloeden uit de pop aan terrein, maar op Fumbling Towards Ecstasy zijn de songs van de Canadese muzikante nog behoorlijk complex en gevarieerd.
Op voorhand kon ik me weinig herinneren van het album, maar Fumbling Towards Ecstasy bleek noot voor noot bekend en bevat heel veel songs die me dierbaar waren en inmiddels ook weer zijn. Roem bleek zeer vergankelijk voor Sarah McLachlan, maar haar beste albums zijn veel te goed om vergeten te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah McLachlan - Fumbling Towards Ecstasy (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah McLachlan - Fumbling Towards Ecstasy (1993)
Sarah McLachlan was een van de bekendste en meest invloedrijke vrouwelijke muzikanten uit de jaren 90 en leverde in 1993 met het uitstekende Fumbling Towards Ecstasy haar meest memorabele album af
De Canadese muzikante Sarah McLachlan is inmiddels bijna vergeten en dat is best bijzonder. In de tweede helft van de jaren 90 was ze immers een van de bekendste vrouwelijke muzikanten en vaandeldrager van de beweging die de ongelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke muzikanten aan de kaak stelde. Het zal deels te maken hebben met het afnemende niveau van haar albums, want zo goed als Sarah McLachlan was op haar doorbraakalbum Fumbling Towards Ecstasy uit 1993 werd ze nooit meer. Het is een album dat totaal anders klinkt dan de albums van vrouwelijke popsterren van het moment, maar het album heeft nog steeds wat en is bovendien van hoge kwaliteit.
Sarah McLachlan was in de tweede helft van de jaren 90 een van de initiatiefnemers van Lilith Fair, een rondreizend muziekfestival waarop alleen vrouwelijke artiesten te zien waren. Dat was niet voor niets, want een aantal hele grote sterren uitgezonderd, opereerden vrouwelijke muzikanten destijds in de schaduw van hun mannelijke collega’s.
Van de vrouwelijke muzikanten die op het affiche van Lilith Fair stonden was de Canadese Sarah McLachlan een van de bekendste en meest invloedrijke. Dat is nu nauwelijks meer voor te stellen, want de albums die Sarah McLachlan de afgelopen 30 jaar maakte stonden in de schaduw van haar eerdere albums en inmiddels is het ook al geruime tijd stil rond de Canadese muzikante.
Sarah McLachlan debuteerde in 1988 vrij anoniem en niet heel bijzonder, maar met het in 1991 verschenen Solace zette ze zichzelf op de kaart als singer-songwriter. Het album werd in 1993 gevolgd door Fumbling Towards Ecstasy, waarmee Sarah McLachlan doorbrak naar het grote publiek. De albums die volgden op Fumbling Towards Ecstasy waren in commercieel opzicht succesvoller, maar in het oeuvre van Sarah McLachlan is Fumbling Towards Ecstasy wat mij betreft de creatieve piek.
Ik was in de tweede helft van de jaren 90 zeer gesteld op de muziek van Sarah McLachlan, maar ik denk niet dat ik de afgelopen twintig jaar nog naar haar muziek heb geluisterd. Fumbling Towards Ecstasy bleek echter direct weer het warme bad dat het ook in de jaren na 1993 was.
Bij beluistering van het album met de oren van nu vielen me een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is de mooie maar ook bijzondere stem van Sarah McLachlan. Het is een stem die nogal nadrukkelijk aanwezig is in haar songs, maar ik vind de zang van de Canadese muzikante nog altijd prachtig.
Het tweede dat opvalt is dat Fumbling Towards Ecstasy zwaar leunt op de tijdloze singer-songwriter muziek van eerdere datum en zeker het soort waarin plek was voor invloeden uit de folk, jazz en pop. Het geeft de songs van Sarah McLachlan een tijdloos karakter, al hoor je ook zeker invloeden uit de muziek die in de jaren 90 werd gemaakt op het album.
Het derde dat opvalt bij beluistering van Fumbling Towards Ecstasy is de fraaie productie. Daar was ik in de jaren 90 nog niet erg alert op, maar toen ik het album onlangs weer eens beluisterde heb ik onmiddellijk opgezocht wie het album heeft geproduceerd. Het blijkt de Canadese producer Pierre Marchand, die een leerling en volgeling was van Daniel Lanois. Het klinkt met de oren van nu misschien wat vol en gepolijst, maar ik heb ook wel wat met het zeer smaakvolle geluid op Fumbling Towards Ecstasy.
Het is tenslotte een album waarvoor Sarah McLachlan haar beste songs schreef. Na het album werden de songs van de Canadese muzikante wat toegankelijker en wonnen invloeden uit de pop aan terrein, maar op Fumbling Towards Ecstasy zijn de songs van de Canadese muzikante nog behoorlijk complex en gevarieerd.
Op voorhand kon ik me weinig herinneren van het album, maar Fumbling Towards Ecstasy bleek noot voor noot bekend en bevat heel veel songs die me dierbaar waren en inmiddels ook weer zijn. Roem bleek zeer vergankelijk voor Sarah McLachlan, maar haar beste albums zijn veel te goed om vergeten te worden. Erwin Zijleman
Sarah McQuaid - If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous (2018)

4,0
1
geplaatst: 26 februari 2018, 20:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah McQuaid - If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het aanbod van nieuwe muziek is momenteel zo groot dat er iedere week stapels platen buiten de boot vallen op deze BLOG. Het zijn soms platen die ik na beluisteren en eventueel wikken en wegen toch net wat minder vond dan de platen die wel aan bod zijn gekomen of het zijn platen die ik niet eens heb kunnen beluisteren.
Platen in de laatste categorie krijgen soms maanden later alsnog een kans, maar voor een plekje op deze BLOG is het dan meestal te laat. Het geldt gelukkig niet voor If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous van Sarah McQuaid, want deze plaat is pas een paar weken oud.
Dat Sarah McQuaid een paar weken geleden buiten de boot viel is ongelukkig, al is het maar omdat haar vorige plaat, Walking Into White uit 2012, ten onrechte, hetzelfde lot beschoren was. Het is bovendien zonde, want Sarah McQuaid is een zeer getalenteerd singer-songwriter. Toch begrijp ik het wel dat ik niet direct overtuigd was van de kwaliteit van de nieuwe plaat van de tegenwoordig vanuit Engeland opererende singer-songwriter, want Sarah McQuaid maakt muziek die dieper graaft dan gebruikelijk en die stevig is verankerd in de traditionele (Keltische) folk en dat is een genre waar je me niet altijd voor wakker kunt maken.
Op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous werkt Sarah McQuaid samen met levende Britse folklegende Michael Chapman, die ze een paar jaar geleden tegen het lijf liep op een festival en die al snel aanbood om haar nieuwe plaat te produceren.
Het bleek een botsing van twee werkwijzen, want waar Michael Chapman graag improviseert, houdt Sarah McQuaid van een gedegen voorbereiding. Zo te horen heeft die laatste werkwijze uiteindelijk gedomineerd, want de muziek van Sarah McQuaid klinkt ook op haar nieuwe album weer zeer verzorgd.
In de openingstrack domineren fraaie elektrische gitaarlijnen en een stemmige trompet, maar Sarah McQuaid heeft op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous vaak genoeg aan een akoestische gitaar of een piano. De songs op de plaat zijn met veel precisie gemaakt, wat je hoort in de instrumentatie die vaak eenvoudig maar ook uitermate trefzeker is.
Het grotendeels akoestische geluid op de plaat past prachtig bij de stem van Sarah McQuaid. Het is een warm en bijzonder stemgeluid dat vol gevoel en emotie zit. Het is een stem die me wel wat doet denken aan die van Carly Simon, al zit Sarah McQuaid ook tegen een aantal folkstemmen aan en hoor ik bovendien wat van Judie Tzuke.
Het klinkt allemaal erg mooi en aangenaam, maar Sarah McQuaid maakt muziek die meer doet dan een aangenaam klankentapijt bieden. Haar songs zitten vol verrassende wendingen en altijd is er de stem die de songs op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous voorziet van veel emotionele lading. Bij eerste beluistering was het me op een of andere manier net te heftig, maar inmiddels kan ik alleen maar genieten van de nieuwe plaat van Sarah McQuaid, die de ene na de andere prachtsong uit de speakers laat komen. Het zijn voornamelijk eigen songs, maar ook in de knappe cover van Forever Autumn, dat Jeff Wayne ooit schreef voor de soundtrack bij The War Of The Worlds, hoor je hoe bijzonder Sarah McQuaid te werk gaat.
Voor de liefhebber van zonnige luisterliedjes is het vast wat te donker, maar liefhebbers van knap in elkaar stekende en prachtig gezongen folk met wat Keltische invloeden horen het op het moment echt nergens mooier dan op de platen van Sarah McQuaid in het algemeen en op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous in het bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah McQuaid - If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het aanbod van nieuwe muziek is momenteel zo groot dat er iedere week stapels platen buiten de boot vallen op deze BLOG. Het zijn soms platen die ik na beluisteren en eventueel wikken en wegen toch net wat minder vond dan de platen die wel aan bod zijn gekomen of het zijn platen die ik niet eens heb kunnen beluisteren.
Platen in de laatste categorie krijgen soms maanden later alsnog een kans, maar voor een plekje op deze BLOG is het dan meestal te laat. Het geldt gelukkig niet voor If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous van Sarah McQuaid, want deze plaat is pas een paar weken oud.
Dat Sarah McQuaid een paar weken geleden buiten de boot viel is ongelukkig, al is het maar omdat haar vorige plaat, Walking Into White uit 2012, ten onrechte, hetzelfde lot beschoren was. Het is bovendien zonde, want Sarah McQuaid is een zeer getalenteerd singer-songwriter. Toch begrijp ik het wel dat ik niet direct overtuigd was van de kwaliteit van de nieuwe plaat van de tegenwoordig vanuit Engeland opererende singer-songwriter, want Sarah McQuaid maakt muziek die dieper graaft dan gebruikelijk en die stevig is verankerd in de traditionele (Keltische) folk en dat is een genre waar je me niet altijd voor wakker kunt maken.
Op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous werkt Sarah McQuaid samen met levende Britse folklegende Michael Chapman, die ze een paar jaar geleden tegen het lijf liep op een festival en die al snel aanbood om haar nieuwe plaat te produceren.
Het bleek een botsing van twee werkwijzen, want waar Michael Chapman graag improviseert, houdt Sarah McQuaid van een gedegen voorbereiding. Zo te horen heeft die laatste werkwijze uiteindelijk gedomineerd, want de muziek van Sarah McQuaid klinkt ook op haar nieuwe album weer zeer verzorgd.
In de openingstrack domineren fraaie elektrische gitaarlijnen en een stemmige trompet, maar Sarah McQuaid heeft op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous vaak genoeg aan een akoestische gitaar of een piano. De songs op de plaat zijn met veel precisie gemaakt, wat je hoort in de instrumentatie die vaak eenvoudig maar ook uitermate trefzeker is.
Het grotendeels akoestische geluid op de plaat past prachtig bij de stem van Sarah McQuaid. Het is een warm en bijzonder stemgeluid dat vol gevoel en emotie zit. Het is een stem die me wel wat doet denken aan die van Carly Simon, al zit Sarah McQuaid ook tegen een aantal folkstemmen aan en hoor ik bovendien wat van Judie Tzuke.
Het klinkt allemaal erg mooi en aangenaam, maar Sarah McQuaid maakt muziek die meer doet dan een aangenaam klankentapijt bieden. Haar songs zitten vol verrassende wendingen en altijd is er de stem die de songs op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous voorziet van veel emotionele lading. Bij eerste beluistering was het me op een of andere manier net te heftig, maar inmiddels kan ik alleen maar genieten van de nieuwe plaat van Sarah McQuaid, die de ene na de andere prachtsong uit de speakers laat komen. Het zijn voornamelijk eigen songs, maar ook in de knappe cover van Forever Autumn, dat Jeff Wayne ooit schreef voor de soundtrack bij The War Of The Worlds, hoor je hoe bijzonder Sarah McQuaid te werk gaat.
Voor de liefhebber van zonnige luisterliedjes is het vast wat te donker, maar liefhebbers van knap in elkaar stekende en prachtig gezongen folk met wat Keltische invloeden horen het op het moment echt nergens mooier dan op de platen van Sarah McQuaid in het algemeen en op If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous in het bijzonder. Erwin Zijleman
Sarah Morris - Hearts in Need of Repair (2017)

4,0
1
geplaatst: 22 november 2017, 16:54 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Morris - Hearts In Need Of Repair - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Morris dateert van iets meer dan een jaar geleden. In de zomer van 2016 kreeg ik immers de derde plaat van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, in handen en Ordinary Things beviel me wel.
Na een geslaagde crowdfunding campagne is inmiddels ook de vierde plaat van Sarah Morris verschenen en ook Hearts In Need Of Repair is weer een prima plaat.
Haar vorige plaat maakte vooral indruk met de vocalen en ook op Hearts In Need Of Repair is haar stem het sterkste wapen van Sarah Morris.
De Amerikaanse singer-songwriter luisterde het afgelopen jaar veel naar de vele door Dave Cobb geproduceerde platen en wilde geïnspireerd door het bijzondere geluid van deze platen een album maken waarop de vocalen centraal staan. De momenteel zeer gewilde Dave Cobb kon Sarah Morris natuurlijk niet betalen, maar ze is er wel in geslaagd om een plaat te maken waarop ze het beste uit haar stem haalt.
Op een Amerikaanse countrysite wordt Hearts In Need Of Repair omschreven als de plaat die Taylor Swift zou hebben gemaakt als ze de country trouw was gebleven. Het geeft aan dat de songs van Sarah Morris aangenaam in het gehoor liggen en niet bang zijn voor wat invloeden uit de pop.
Hearts In Need Of Repair doet me ook wel wat denken aan de platen van Jewel, al is de stem van Sarah Morris net wat aangenamer. De countrysnik in haar stem is bescheiden en krijgt gezelschap van een soulvol en jazzy timbre, waardoor ik op haar vorige plaat iets van Norah Jones hoorde. Dat hoor ik op het richting country opgeschoven Hearts In Need Of Repair wat minder, maar dat er helemaal niets mis is met de zang op de nieuwe plaat van Sarah Morris zal inmiddels duidelijk zijn.
De vierde plaat van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, zet op alle fronten een stap in de goede richting. De plaat is voorzien van een aangenaam klinkend rootsgeluid dat de liefhebbers van meer traditioneel ingestelde rootsmuziek niet gaat verjagen, maar ook in de smaak zal vallen bij muziekliefhebbers die best wat pop door de country willen mengen.
Het is een geluid vol dynamiek en vol fraaie versiersels van met name gitaren en het is een geluid waarin de mooie stem van Sarah Morris uitstekend tot zijn recht komt. Die stem is trouwens het mooist wanneer het tempo wat lager ligt en de hoeveelheid pop wordt teruggeschroefd. Stiekem duikt dan toch weer wat van Norah Jones op en daar hoor je mij niet over klagen. Integendeel.
Ook als songwriter laat Sarah Morris op Hearts In Need Of Repair groei horen. De songs op de plaat liggen niet alleen erg lekker in het gehoor, maar beschikken ook over het vermogen om je net wat meer te raken en te verbazen dan die uit de Nashville countrypop en variëren bovendien flink, waardoor Sarah Morris de aandacht makkelijk vast houdt.
Het blijft voor nog relatief onbekende singer-songwriters als Sarah Morris erg lastig om met succes aan de weg te timmeren met een nieuwe plaat, maar wanneer kwaliteit uiteindelijk boven komt drijven geef ik Hearts In Need Of Repair een hele goede kans. Ik ben zelf inmiddels best verslingerd geraakt aan deze aangename rootsplaat met prachtvocalen en ik ben vast niet de enige die gevoelig is voor de muzikale charmes van Sarah Morris. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Morris - Hearts In Need Of Repair - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Morris dateert van iets meer dan een jaar geleden. In de zomer van 2016 kreeg ik immers de derde plaat van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, in handen en Ordinary Things beviel me wel.
Na een geslaagde crowdfunding campagne is inmiddels ook de vierde plaat van Sarah Morris verschenen en ook Hearts In Need Of Repair is weer een prima plaat.
Haar vorige plaat maakte vooral indruk met de vocalen en ook op Hearts In Need Of Repair is haar stem het sterkste wapen van Sarah Morris.
De Amerikaanse singer-songwriter luisterde het afgelopen jaar veel naar de vele door Dave Cobb geproduceerde platen en wilde geïnspireerd door het bijzondere geluid van deze platen een album maken waarop de vocalen centraal staan. De momenteel zeer gewilde Dave Cobb kon Sarah Morris natuurlijk niet betalen, maar ze is er wel in geslaagd om een plaat te maken waarop ze het beste uit haar stem haalt.
Op een Amerikaanse countrysite wordt Hearts In Need Of Repair omschreven als de plaat die Taylor Swift zou hebben gemaakt als ze de country trouw was gebleven. Het geeft aan dat de songs van Sarah Morris aangenaam in het gehoor liggen en niet bang zijn voor wat invloeden uit de pop.
Hearts In Need Of Repair doet me ook wel wat denken aan de platen van Jewel, al is de stem van Sarah Morris net wat aangenamer. De countrysnik in haar stem is bescheiden en krijgt gezelschap van een soulvol en jazzy timbre, waardoor ik op haar vorige plaat iets van Norah Jones hoorde. Dat hoor ik op het richting country opgeschoven Hearts In Need Of Repair wat minder, maar dat er helemaal niets mis is met de zang op de nieuwe plaat van Sarah Morris zal inmiddels duidelijk zijn.
De vierde plaat van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, zet op alle fronten een stap in de goede richting. De plaat is voorzien van een aangenaam klinkend rootsgeluid dat de liefhebbers van meer traditioneel ingestelde rootsmuziek niet gaat verjagen, maar ook in de smaak zal vallen bij muziekliefhebbers die best wat pop door de country willen mengen.
Het is een geluid vol dynamiek en vol fraaie versiersels van met name gitaren en het is een geluid waarin de mooie stem van Sarah Morris uitstekend tot zijn recht komt. Die stem is trouwens het mooist wanneer het tempo wat lager ligt en de hoeveelheid pop wordt teruggeschroefd. Stiekem duikt dan toch weer wat van Norah Jones op en daar hoor je mij niet over klagen. Integendeel.
Ook als songwriter laat Sarah Morris op Hearts In Need Of Repair groei horen. De songs op de plaat liggen niet alleen erg lekker in het gehoor, maar beschikken ook over het vermogen om je net wat meer te raken en te verbazen dan die uit de Nashville countrypop en variëren bovendien flink, waardoor Sarah Morris de aandacht makkelijk vast houdt.
Het blijft voor nog relatief onbekende singer-songwriters als Sarah Morris erg lastig om met succes aan de weg te timmeren met een nieuwe plaat, maar wanneer kwaliteit uiteindelijk boven komt drijven geef ik Hearts In Need Of Repair een hele goede kans. Ik ben zelf inmiddels best verslingerd geraakt aan deze aangename rootsplaat met prachtvocalen en ik ben vast niet de enige die gevoelig is voor de muzikale charmes van Sarah Morris. Erwin Zijleman
Sarah Morris - Here's to You (2023)

4,0
0
geplaatst: 16 mei 2023, 21:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Morris - Here's To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Morris - Here's To You
Here’s To You van Sarah Morris is een album dat zich bij eerste beluistering niet heel makkelijk weet te onderscheiden van het enorme aanbod in het genre, maar dat al snel mooier en interessanter wordt
Ik ken inmiddels flink wat albums van de Amerikaanse muzikante Sarah Morris, maar haar naam blijft op een of andere manier niet hangen, waardoor ik steeds weer opnieuw moet beginnen met het ontdekken van haar muziek. Ook het onlangs verschenen Here’s To You viel hierdoor bijna tussen wal en schip, maar de muziek van Sarah Morris verdient echt een beter lot. Zeker wanneer je haar albums wat vaker hoort, komt de kwaliteit van deze albums nadrukkelijker aan de oppervlakte. Ook Here’s To You maakt dan weer indruk met mooie en sfeervolle klanken, uitstekende zang en tijdloze songs die je steeds wat dierbaarder worden. Mooi album weer.
Here’s To You van de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Morris bleef vorige week op de stapel liggen, maar toen ik het album deze week een nieuwe kans gaf, wist het album me wel vrijwel onmiddellijk te overtuigen. Vervolgens kwam ik er achter dat Here’s To You niet mijn eerste kennismaking is met de muziek van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, want ik besprak op de krenten uit de pop al twee van haar eerdere albums en kwam er ook nog twee tegen die ik wel heb beluisterd maar uiteindelijk niet selecteerde.
Here’s To You is het zesde album van Sarah Morris en het is, net als zijn voorgangers, een album in een genre waarin de concurrentie momenteel moordend is. Sarah Morris heeft vervolgens de pech dat haar albums op het eerste gehoor niet heel onderscheidend klinken. Ook Here’s To You is weer een warm klinkend album met vooral organische klanken en het is een album waarop invloeden uit onder andere de folk, country en jazz worden vermengd. Het klinkt absoluut aangenaam, maar je zit niet direct op het puntje van je stoel wanneer je het nieuwe album van Sarah Morris door de speakers laat komen.
Wat geldt voor de mix van invloeden en het geluid op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, geldt eigenlijk ook voor haar stem en haar songs. Sarah Morris beschikt over een mooie en aangename stem, die af en toe doet denken aan die van Norah Jones. Het is een stem die direct bij eerste beluistering een dikke voldoende scoort, maar met alle concurrentie in het genre is er meer nodig. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de songs op Here’s To You, die stuk voor stuk mooi en aangenaam klinken, maar ook niet direct de fantasie intens prikkelen.
Here’s To You van Sarah Morris is op het eerste gehoor een aardig maar weinig onderscheidend album en is daarom een album dat wel vaker aan de kant zal worden geschoven. Dit is echter niet terecht. Ik was zoals gezegd bij mijn hernieuwde kennismaking wel direct overtuigd van de kwaliteiten van het nieuwe album van Sarah Morris en heb mijn mening sindsdien niet meer herzien.
Naarmate ik Here’s To You vaker hoorde raakte ik steeds meer onder de indruk van het geluid van Sarah Morris, dat de ruimte aangenaam verwarmt en binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet bestrijken. Ook de instrumentatie op het album is interessanter dan bij eerste beluistering het geval lijkt. De ritmesectie speelt prachtig subtiel en het gitaarwerk is rijker en veelkleuriger dan opvalt bij de eerste kennismaking met het album.
Wat voor de instrumentatie en het geluid geldt, geldt ook voor de stem van Sarah Morris, die je tekort doet wanneer je slechts het vleugje Norah Jones benoemt. De stem van Sarah Morris is bij herhaalde beluistering mooi en karakteristiek en het is bovendien een stem die de songs op het album met veel gevoel vertolkt.
Omdat ook de songs van de muzikante uit Minneapolis, Minnesota, interessanter zijn wanneer je ze wat vaker hoort, ben ik er inmiddels wel van overtuigd dat Sarah Morris met Here’s To You weer een knap album heeft gemaakt, wat consistent is met hetgeen dat ik schreef over haar eerdere albums. Zeker wat later op de avond komen de songs van de Amerikaanse muzikante uitstekend tot zijn recht en dringen de warme klanken en de mooie stem van Sarah Morris zich steeds nadrukkelijker op. Oordeel echter vooral niet na één keer horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Morris - Here's To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Morris - Here's To You
Here’s To You van Sarah Morris is een album dat zich bij eerste beluistering niet heel makkelijk weet te onderscheiden van het enorme aanbod in het genre, maar dat al snel mooier en interessanter wordt
Ik ken inmiddels flink wat albums van de Amerikaanse muzikante Sarah Morris, maar haar naam blijft op een of andere manier niet hangen, waardoor ik steeds weer opnieuw moet beginnen met het ontdekken van haar muziek. Ook het onlangs verschenen Here’s To You viel hierdoor bijna tussen wal en schip, maar de muziek van Sarah Morris verdient echt een beter lot. Zeker wanneer je haar albums wat vaker hoort, komt de kwaliteit van deze albums nadrukkelijker aan de oppervlakte. Ook Here’s To You maakt dan weer indruk met mooie en sfeervolle klanken, uitstekende zang en tijdloze songs die je steeds wat dierbaarder worden. Mooi album weer.
Here’s To You van de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Morris bleef vorige week op de stapel liggen, maar toen ik het album deze week een nieuwe kans gaf, wist het album me wel vrijwel onmiddellijk te overtuigen. Vervolgens kwam ik er achter dat Here’s To You niet mijn eerste kennismaking is met de muziek van de singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, want ik besprak op de krenten uit de pop al twee van haar eerdere albums en kwam er ook nog twee tegen die ik wel heb beluisterd maar uiteindelijk niet selecteerde.
Here’s To You is het zesde album van Sarah Morris en het is, net als zijn voorgangers, een album in een genre waarin de concurrentie momenteel moordend is. Sarah Morris heeft vervolgens de pech dat haar albums op het eerste gehoor niet heel onderscheidend klinken. Ook Here’s To You is weer een warm klinkend album met vooral organische klanken en het is een album waarop invloeden uit onder andere de folk, country en jazz worden vermengd. Het klinkt absoluut aangenaam, maar je zit niet direct op het puntje van je stoel wanneer je het nieuwe album van Sarah Morris door de speakers laat komen.
Wat geldt voor de mix van invloeden en het geluid op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, geldt eigenlijk ook voor haar stem en haar songs. Sarah Morris beschikt over een mooie en aangename stem, die af en toe doet denken aan die van Norah Jones. Het is een stem die direct bij eerste beluistering een dikke voldoende scoort, maar met alle concurrentie in het genre is er meer nodig. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de songs op Here’s To You, die stuk voor stuk mooi en aangenaam klinken, maar ook niet direct de fantasie intens prikkelen.
Here’s To You van Sarah Morris is op het eerste gehoor een aardig maar weinig onderscheidend album en is daarom een album dat wel vaker aan de kant zal worden geschoven. Dit is echter niet terecht. Ik was zoals gezegd bij mijn hernieuwde kennismaking wel direct overtuigd van de kwaliteiten van het nieuwe album van Sarah Morris en heb mijn mening sindsdien niet meer herzien.
Naarmate ik Here’s To You vaker hoorde raakte ik steeds meer onder de indruk van het geluid van Sarah Morris, dat de ruimte aangenaam verwarmt en binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet bestrijken. Ook de instrumentatie op het album is interessanter dan bij eerste beluistering het geval lijkt. De ritmesectie speelt prachtig subtiel en het gitaarwerk is rijker en veelkleuriger dan opvalt bij de eerste kennismaking met het album.
Wat voor de instrumentatie en het geluid geldt, geldt ook voor de stem van Sarah Morris, die je tekort doet wanneer je slechts het vleugje Norah Jones benoemt. De stem van Sarah Morris is bij herhaalde beluistering mooi en karakteristiek en het is bovendien een stem die de songs op het album met veel gevoel vertolkt.
Omdat ook de songs van de muzikante uit Minneapolis, Minnesota, interessanter zijn wanneer je ze wat vaker hoort, ben ik er inmiddels wel van overtuigd dat Sarah Morris met Here’s To You weer een knap album heeft gemaakt, wat consistent is met hetgeen dat ik schreef over haar eerdere albums. Zeker wat later op de avond komen de songs van de Amerikaanse muzikante uitstekend tot zijn recht en dringen de warme klanken en de mooie stem van Sarah Morris zich steeds nadrukkelijker op. Oordeel echter vooral niet na één keer horen. Erwin Zijleman
Sarah Morris - Say Yes (2025)

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2025, 14:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sarah Morris - Say Yes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sarah Morris - Say Yes
Sarah Morris is nog niet heel bekend, maar maakt inmiddels al heel wat jaren uitstekende albums en ook het deze week verschenen Say Yes is weer een album dat er uit springt in het overvolle genre van de Amerikaanse rootsmuziek
De Amerikaanse muzikante Sarah Morris heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums die niet heel veel aandacht trekken, maar deze aandacht zeker verdienen. Sarah Morris schrijft immers aansprekende songs en verwerkt in deze songs uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De muzikante uit Minneapolis, Minnesota, is bovendien een uitstekende zangeres en beschikt over een karakteristieke stem. Ook Say Yes is weer een album dat zich in eerste instantie bescheiden opdringt, maar het is net als zijn voorgangers een album dat snel beter wordt en dat zich uiteindelijk in het genre kan meten met de betere albums van het moment.
Ik ken de Amerikaanse muzikante Sarah Morris inmiddels al een kleine tien jaar en iedere keer als een nieuw album van haar verschijnt gebeurt ongeveer hetzelfde. In eerste instantie vind ik de albums van de muzikante uit Minneapolis, Minnesota, aangenaam en mooi, maar op hetzelfde moment ook niet heel onderscheidend, waardoor het album moet concurreren met stapels andere albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek, het genre waarin Sarah Morris vooral opereert.
Vervolgens kunnen er twee dingen gebeuren. Door het snelle oordeel kan het album op de stapel belanden en vervolgens uit beeld verdwijnen, maar ik kan de albums van de Amerikaanse muzikante ook een nieuwe kans geven, waarna in het verleden meestal bleek dat de albums van Sarah Morris toch onderscheidender zijn dan ze op het eerste gehoor lijken. Dat laatste gebeurde met de albums Ordinary Things (2015), Hearts In Need Of Repair (2017) en Here's To You (2023), terwijl alleen het in Nederlands nauwelijks opgemerkte All Mine uit 2020 ook bij mij in de anonimiteit verdween.
Deze week verscheen een nieuw album van Sarah Morris en ook bij beluistering van Say Yes was het weer het vertrouwde recept. Op een of andere manier kan ik de naam van Sarah Morris niet onthouden, waardoor ze iedere keer weer bij nul begint, en ook dit keer vond ik de songs van de Amerikaanse muzikante direct mooi, maar twijfelde ik wel of ik Say Yes bijzonder genoeg vond.
Gelukkig was ik dit keer wel zo verstandig om haar naam even te googelen, waardoor ik direct bij mijn recensies uit het verleden terecht kwam en wist dat enig geduld wonderen doet. Sarah Morris behoort tot het legioen muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek die het niet voor niets krijgen, maar samen met producer Dave Mehling levert de muzikante uit Minneapolis ook op haar nieuwe album weer kwaliteit.
Die kwaliteit hoor je in eerste instantie in de zang op het album. Sarah Morris beschikt over een mooie en expressieve stem, die geen genoegen neemt met een rol op de achtergrond. De zang staat op Say Yes vooraan in de mix en dat is een wijs besluit. De stem van Sarah Morris is niet alleen mooi, bijzonder en veelzijdig, maar slaagt er ook in om haar songs met veel gevoel te vertolken. Het is een stem die het prachtig doet in relatief sober ingekleurde songs met vooral invloeden uit de folk en de country en dat zijn de songs die domineren op Say Yes.
Het budget voor het maken van het album zal ook dit keer bescheiden zijn geweest, maar dat is niet te horen. Say Yes is voorzien van een rijk en warm klinkend geluid met onder andere prachtige bijdragen van de pedal steel en hier en daar geweldig vioolwerk. Het is een geluid waarin invloeden uit de folk en country zoals gezegd centraal staan, maar Sarah Morris verwerkt ook wel wat invloeden uit de pop in haar muziek en laat zich bovendien beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, waardoor de Amerikaanse muzikante je af en toe mee terug neemt naar een ver verleden.
Say Yes is een met veel aandacht en goede smaak gemaakt album, dat net als de vorige albums van Sarah Morris goed genoeg is om op te vallen binnen het overvolle genre waarin ze opereert. Ik hoorde het ook dit keer niet direct, maar na een paar keer horen kan ik Say Yes, net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, alleen maar zeer warm aanbevelen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sarah Morris - Say Yes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sarah Morris - Say Yes
Sarah Morris is nog niet heel bekend, maar maakt inmiddels al heel wat jaren uitstekende albums en ook het deze week verschenen Say Yes is weer een album dat er uit springt in het overvolle genre van de Amerikaanse rootsmuziek
De Amerikaanse muzikante Sarah Morris heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums die niet heel veel aandacht trekken, maar deze aandacht zeker verdienen. Sarah Morris schrijft immers aansprekende songs en verwerkt in deze songs uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De muzikante uit Minneapolis, Minnesota, is bovendien een uitstekende zangeres en beschikt over een karakteristieke stem. Ook Say Yes is weer een album dat zich in eerste instantie bescheiden opdringt, maar het is net als zijn voorgangers een album dat snel beter wordt en dat zich uiteindelijk in het genre kan meten met de betere albums van het moment.
Ik ken de Amerikaanse muzikante Sarah Morris inmiddels al een kleine tien jaar en iedere keer als een nieuw album van haar verschijnt gebeurt ongeveer hetzelfde. In eerste instantie vind ik de albums van de muzikante uit Minneapolis, Minnesota, aangenaam en mooi, maar op hetzelfde moment ook niet heel onderscheidend, waardoor het album moet concurreren met stapels andere albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek, het genre waarin Sarah Morris vooral opereert.
Vervolgens kunnen er twee dingen gebeuren. Door het snelle oordeel kan het album op de stapel belanden en vervolgens uit beeld verdwijnen, maar ik kan de albums van de Amerikaanse muzikante ook een nieuwe kans geven, waarna in het verleden meestal bleek dat de albums van Sarah Morris toch onderscheidender zijn dan ze op het eerste gehoor lijken. Dat laatste gebeurde met de albums Ordinary Things (2015), Hearts In Need Of Repair (2017) en Here's To You (2023), terwijl alleen het in Nederlands nauwelijks opgemerkte All Mine uit 2020 ook bij mij in de anonimiteit verdween.
Deze week verscheen een nieuw album van Sarah Morris en ook bij beluistering van Say Yes was het weer het vertrouwde recept. Op een of andere manier kan ik de naam van Sarah Morris niet onthouden, waardoor ze iedere keer weer bij nul begint, en ook dit keer vond ik de songs van de Amerikaanse muzikante direct mooi, maar twijfelde ik wel of ik Say Yes bijzonder genoeg vond.
Gelukkig was ik dit keer wel zo verstandig om haar naam even te googelen, waardoor ik direct bij mijn recensies uit het verleden terecht kwam en wist dat enig geduld wonderen doet. Sarah Morris behoort tot het legioen muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek die het niet voor niets krijgen, maar samen met producer Dave Mehling levert de muzikante uit Minneapolis ook op haar nieuwe album weer kwaliteit.
Die kwaliteit hoor je in eerste instantie in de zang op het album. Sarah Morris beschikt over een mooie en expressieve stem, die geen genoegen neemt met een rol op de achtergrond. De zang staat op Say Yes vooraan in de mix en dat is een wijs besluit. De stem van Sarah Morris is niet alleen mooi, bijzonder en veelzijdig, maar slaagt er ook in om haar songs met veel gevoel te vertolken. Het is een stem die het prachtig doet in relatief sober ingekleurde songs met vooral invloeden uit de folk en de country en dat zijn de songs die domineren op Say Yes.
Het budget voor het maken van het album zal ook dit keer bescheiden zijn geweest, maar dat is niet te horen. Say Yes is voorzien van een rijk en warm klinkend geluid met onder andere prachtige bijdragen van de pedal steel en hier en daar geweldig vioolwerk. Het is een geluid waarin invloeden uit de folk en country zoals gezegd centraal staan, maar Sarah Morris verwerkt ook wel wat invloeden uit de pop in haar muziek en laat zich bovendien beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, waardoor de Amerikaanse muzikante je af en toe mee terug neemt naar een ver verleden.
Say Yes is een met veel aandacht en goede smaak gemaakt album, dat net als de vorige albums van Sarah Morris goed genoeg is om op te vallen binnen het overvolle genre waarin ze opereert. Ik hoorde het ook dit keer niet direct, maar na een paar keer horen kan ik Say Yes, net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, alleen maar zeer warm aanbevelen. Erwin Zijleman
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 februari 2022, 15:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer
Vier jaar na het geweldige en terecht bejubelde Years keren Sarah Shook & The Disarmers terug met een nieuw album en ook het deze week verschenen Nightroamer is weer een ijzersterk rootsalbum
Years was drie jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Shook & The Disarmers en het was een buitengewoon indrukwekkende kennismaking. Na worstelingen met drank, drugs en seksualiteit en de ondergang van hun label keert de band deze week terug met Nightroamer. Ook het nieuwe album van de Amerikaanse band is weer een album zonder opsmuk. De wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek van de band weet zich echter makkelijk te onderscheiden door het twangy gitaargeluid, de ruwe emotie en de ruwe en doorleefde strot van Sarah Shook. Ik was diep onder de indruk van Years en Nightroamer is niets minder.
Nightroamer is het derde album van Sarah Shook & The Disarmers en de opvolger van het in 2018 verschenen en zeer goed ontvangen Years, dat uiteindelijk zelfs de top drie van mijn jaarlijstje bereikte. Years verscheen op het fameuze Bloodshot Records uit Chicago, dat vorig jaar definitief ten onder ging na een #MeToo zaak en een aantal financiële schandalen. De ondergang van het eens zo mooie label had ook gevolgen voor Sarah Shook & The Disarmers, maar gelukkig vond de band onderdak bij het Thirty Tigers label.
Sarah Shook groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Rochester, New York, maar ontworstelde zich, na een kort huwelijk, uiteindelijk aan het strakke keurslijf van deze gemeenschap. Sarah Shook worstelde de afgelopen jaren stevig met drank en drugs en met haar seksualiteit. Inmiddels ziet de Amerikaanse muzikant zichzelf als non-binair persoon, wat binnen de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek helaas nog altijd een curiositeit is.
Ik had het vier jaar geleden verschenen Years zoals gezegd zeer hoog zitten, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan het deze week verschenen Nightroamer. Ook dit keer hebben Sarah Shook & The Disarmers me niet teleurgesteld, want Nightroamer is een prima rootsalbum. Net als op Years maakt de band Chapel Hill, North Carolina, wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek en net als op het vorige album bestrijkt de band binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, met een voorliefde voor countrymuziek.
Het geluid van de band is nog altijd gitaar georiënteerd. Sarah Shook en gitarist Eric Peterson tekenen voor fraaie gitaarpartijen, waarna het geluid van de band nog wat verder wordt ingekleurd door de pedal steel van Adam Kurtz. Nu ik toch namen aan het noemen ben, mogen de namen van bassist Aaron Oliva en drummer Jack Foster niet onvermeld blijven, want ook de ritmesectie speelt prachtig op Nightroamer. Het gitaargeluid van de band is prachtig geproduceerd door Pete Anderson, die hier in de jaren dat hij werkte met Dwight Yoakam al het patent op had.
Net als Years klinkt ook Nightroamer bijzonder aangenaam en voorziet de band het wat traditioneel aandoende rootsgeluid van voldoende scherpe kantjes. Die scherpe kantjes komen ook van de stem van Sara Shook, die ook op Nightroamer weer ruw en doorleefd klinkt. Nightroamer is een album zonder al teveel opsmuk en dat is ook direct de kracht van het album.
Sarah Shook & The Disarmers kleuren op zich redelijk binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en ook in tekstueel opzicht begeeft de band zich op het bekende terrein van de ongelukkige liefdes. Desondanks weet de Amerikaanse band zich ook dit keer redelijk makkelijk te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre.
De muziek van de band is zoals gezegd muziek zonder al teveel opsmuk, maar veel meer dan een hecht spelende ritmesectie, twangy gitaarwerk, een pedal steel voor de versiersels en een doorleefde strot is ook niet nodig voor een goed rootsalbum. Sarah Shook & The Disarmers maken bovendien muziek die recht uit het hart komt, waardoor het album zich, in ieder geval bij mij, weer genadeloos opdringt. Het zijn een paar heftige jaren geweest voor Sarah Shook, maar Nightroamer staat weer als een huis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer
Vier jaar na het geweldige en terecht bejubelde Years keren Sarah Shook & The Disarmers terug met een nieuw album en ook het deze week verschenen Nightroamer is weer een ijzersterk rootsalbum
Years was drie jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Shook & The Disarmers en het was een buitengewoon indrukwekkende kennismaking. Na worstelingen met drank, drugs en seksualiteit en de ondergang van hun label keert de band deze week terug met Nightroamer. Ook het nieuwe album van de Amerikaanse band is weer een album zonder opsmuk. De wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek van de band weet zich echter makkelijk te onderscheiden door het twangy gitaargeluid, de ruwe emotie en de ruwe en doorleefde strot van Sarah Shook. Ik was diep onder de indruk van Years en Nightroamer is niets minder.
Nightroamer is het derde album van Sarah Shook & The Disarmers en de opvolger van het in 2018 verschenen en zeer goed ontvangen Years, dat uiteindelijk zelfs de top drie van mijn jaarlijstje bereikte. Years verscheen op het fameuze Bloodshot Records uit Chicago, dat vorig jaar definitief ten onder ging na een #MeToo zaak en een aantal financiële schandalen. De ondergang van het eens zo mooie label had ook gevolgen voor Sarah Shook & The Disarmers, maar gelukkig vond de band onderdak bij het Thirty Tigers label.
Sarah Shook groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Rochester, New York, maar ontworstelde zich, na een kort huwelijk, uiteindelijk aan het strakke keurslijf van deze gemeenschap. Sarah Shook worstelde de afgelopen jaren stevig met drank en drugs en met haar seksualiteit. Inmiddels ziet de Amerikaanse muzikant zichzelf als non-binair persoon, wat binnen de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek helaas nog altijd een curiositeit is.
Ik had het vier jaar geleden verschenen Years zoals gezegd zeer hoog zitten, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan het deze week verschenen Nightroamer. Ook dit keer hebben Sarah Shook & The Disarmers me niet teleurgesteld, want Nightroamer is een prima rootsalbum. Net als op Years maakt de band Chapel Hill, North Carolina, wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek en net als op het vorige album bestrijkt de band binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, met een voorliefde voor countrymuziek.
Het geluid van de band is nog altijd gitaar georiënteerd. Sarah Shook en gitarist Eric Peterson tekenen voor fraaie gitaarpartijen, waarna het geluid van de band nog wat verder wordt ingekleurd door de pedal steel van Adam Kurtz. Nu ik toch namen aan het noemen ben, mogen de namen van bassist Aaron Oliva en drummer Jack Foster niet onvermeld blijven, want ook de ritmesectie speelt prachtig op Nightroamer. Het gitaargeluid van de band is prachtig geproduceerd door Pete Anderson, die hier in de jaren dat hij werkte met Dwight Yoakam al het patent op had.
Net als Years klinkt ook Nightroamer bijzonder aangenaam en voorziet de band het wat traditioneel aandoende rootsgeluid van voldoende scherpe kantjes. Die scherpe kantjes komen ook van de stem van Sara Shook, die ook op Nightroamer weer ruw en doorleefd klinkt. Nightroamer is een album zonder al teveel opsmuk en dat is ook direct de kracht van het album.
Sarah Shook & The Disarmers kleuren op zich redelijk binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en ook in tekstueel opzicht begeeft de band zich op het bekende terrein van de ongelukkige liefdes. Desondanks weet de Amerikaanse band zich ook dit keer redelijk makkelijk te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre.
De muziek van de band is zoals gezegd muziek zonder al teveel opsmuk, maar veel meer dan een hecht spelende ritmesectie, twangy gitaarwerk, een pedal steel voor de versiersels en een doorleefde strot is ook niet nodig voor een goed rootsalbum. Sarah Shook & The Disarmers maken bovendien muziek die recht uit het hart komt, waardoor het album zich, in ieder geval bij mij, weer genadeloos opdringt. Het zijn een paar heftige jaren geweest voor Sarah Shook, maar Nightroamer staat weer als een huis. Erwin Zijleman
