MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Suki Waterhouse - I Can't Let Go (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suki Waterhouse - I Can't Let Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Suki Waterhouse - I Can't Let Go
Suki Waterhouse is een gerespecteerd model en actrice, maar op haar debuutalbum laat ze horen dat ze ook als muzikante uitstekend uit de voeten kan en zich zomaar kan scharen onder de smaakmakers in het genre

I Can’t Let Go, het debuutalbum van de Britse muzikante Suki Waterhouse, is wat mij betreft de grootste muzikale verrassing van deze week. Ik had nog geen noot muziek van haar gehoord, maar ben onder de indruk van haar debuutalbum, dat vooral past in het hokje indiepop met wat uitstapjes richting rock. Knap geproduceerd en ingekleurd door topproducer Brad Cook, maar Suki Waterhouse maakt ook zelf indruk met aangename maar ook veelzijdige vocalen en met songs die tot de verbeelding spreken. Tussen deze songs staan een aantal songs die horen bij het beste dat ik dit jaar gehoord heb, maar ook de rest is dik in orde. Wat mij betreft een sensationeel debuut van Suki Waterhouse.

Suki Waterhouse zag ik het afgelopen twee jaar met enige regelmaat voorbij komen op Instagram. Ik dacht eerlijk gezegd al die tijd dat ze een model was, tot vorige week haar debuutalbum I Can’t Let Go op de mat plofte. Het is een album dat is verschenen op het roemruchte Sub Pop label, wat me nog net wat nieuwsgieriger maakte naar haar muzikale verrichtingen.

Suki Waterhouse komt uit Londen, woont inmiddels in Los Angeles en timmerde de afgelopen jaren inderdaad aan de weg als model. Hier liet ze het niet bij, want ook haar carrière als actrice verloopt vooralsnog voorspoedig. Daar komt nu ook nog eens een carrière als muzikante bij, want het debuutalbum van Suki Waterhouse heeft me zeer aangenaam verrast.

I Can’t Let Go is een album dat zich goed thuis voelt in het hokje (indie)pop, maar het is zeker geen dertien in een dozijn (indie)pop die de van oorsprong Britse muzikante maakt, wat ik overigens ook niet had verwacht van een label als Sub Pop, dat een naam heeft hoog te houden wanneer het gaat om goede smaak.

Het roemruchte label koppelde de muzikante uit Londen aan de gerenommeerde Amerikaanse muzikante en producer Brad Cook, die eerder werkte met onder andere The War On Drugs, Hiss Golden Messenger, Big Red Machine, Waxahatchee, Whitney, Bon Iver, Kevin Morby, Ani DiFranco, Indigo De Souza, Snail Mail en Hurray For The Riff Raff, om maar eens de krenten uit zijn cv van de afgelopen vijf jaar te pikken.

Brad Cook heeft ook het debuutalbum van Suki Waterhouse voorzien van een bijzonder smaakvol geluid. Suki Waterhouse klinkt in haar meest zwoele momenten wel wat als Lana Del Rey, maar de Britse muzikante pint zich in vocaal opzicht zeker niet vast op één geluid. Ik vind de zang op I Can’t Let Go absoluut aangenaam en een stuk beter dan op het gemiddelde popalbum.

Suki Waterhouse varieert op haar debuutalbum flink met haar stem, maar ook in muzikaal opzicht is haar debuutalbum een gevarieerd album, dat een aantal lome popsongs bevat, maar ook een aantal wat stevigere tracks die wat opschuiven richting rock. Alle songs zijn voorzien van een mooi geluid waarin gitaren een voorname rol spelen, maar ook een batterij elektronica is ingezet.

Suki Waterhouse zal als succesvol model en actrice de schijn flink tegen hebben, maar objectief beschouwd is I Can’t Let Go een prima album, dat in brede kring tot de verbeelding moet kunnen spreken. Het debuutalbum van Suki Waterhouse bevat een aantal hitgevoelige tracks, maar het album past wat mij betreft beter bij de albums van de vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment dan bij die van de popprinsessen.

In muzikaal opzicht is het album zeer smaakvol ingekleurd, met hier en daar ook nog een vleugje roots en met name aan het eind een aantal fascinerende tracks, en ook in vocaal opzicht zoekt Suki Waterhouse haar eigen weg. Bovendien schreef ze de songs op het album en het zijn stuk voor stuk aansprekende songs.

Ik was direct bij eerste beluistering overtuigd van de kwaliteiten van de Britse muzikante, maar merk dat ik het album vervolgens ook weer vaak opzet en steeds meer songs hoor die er uit springen op het moment. Suki Waterhouse kon al kiezen tussen een bestaan als model en als actrice, maar ook een minder lucratief bestaan als muzikante behoort tot de mogelijkheden. Het is een bestaan waar ze wat mij betreft voor mag kiezen, want het talent is er absoluut. Erwin Zijleman

Suki Waterhouse - Memoir of a Sparklemuffin (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suki Waterhouse - Memoir Of A Sparklemuffin - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Suki Waterhouse - Memoir Of A Sparklemuffin
Suki Waterhouse trekt iedereen die nog twijfelde aan haar talent over de streep met een ijzersterk album, waarop de Britse muzikante laat horen dat ze met de besten binnen de indiepop en indierock mee kan

Op haar debuutalbum I Can’t Let Go liet Suki Waterhouse horen dat ze niet alleen een succesvol model en actrice is, maar ook een talentvolle muzikante. Hoe groot dat talent is, is nog veel duidelijker te horen op haar tweede album. Memoir Of A Sparklemuffin is een ambitieus album met bijna een uur muziek en in dat uur laat Suki Waterhouse niet alleen horen dat ze een prima zangeres is, maar ook een getalenteerd songwriter. Memoir Of A Sparklemuffin is een album dat aansluit bij de indiepop en indierock van het moment, maar Suki Waterhouse kent ook haar klassiekers, wat de veelzijdigheid van haar tweede album vergroot. Iedereen die nog twijfelt aan Suki Waterhouse moet maar eens naar Memoir Of A Sparklemuffin luisteren.

Suki Waterhouse heeft de schijn misschien wat tegen. Ze is immers niet alleen muzikante, maar ook een zeer succesvol model en een al even succesvolle actrice, die vorig jaar nog te zien was in de populaire tv-serie Daisy Jones & The Six. Haar debuutalbum I Can’t Let Go werd in het voorjaar van 2022 dan ook met de nodige argwaan bekeken, maar iedereen die onbevooroordeeld luisterde naar het album kon alleen maar concluderen dat het talent van Suki Waterhouse niet beperkt blijft tot haar uiterlijk, uitstraling en acteertalent.

Het album verscheen ook niet voor niets op het gerenommeerde Sub Pop label en ook producer Brad Cook leent zich niet voor elke klus die opduikt. I Can’t Let Go was een uitstekend indie album, dat zowel uit de voeten kon met pop als met rock en dat bovendien liet horen dat Suki Waterhouse een prima zangeres is. Ik keek daarom met hoge verwachtingen uit naar het tweede album van de Britse zangeres en dat album is deze week verschenen.

Ook Memoir Of A Sparklemuffin is verschenen op het aansprekende Sub Pop label en ook dit keer kon Suki Waterhouse een beroep doen op topproducer Brad Cook, die de credits dit keer wel moet delen met onder andere Jonathan Rado van Foxygen, Greg Gonzalez van Cigarettes After Sex's en de onder andere van Lana Del Rey bekende Rick Nowels.

Suki Waterhouse heeft met Memoir Of A Sparklemuffin een bijzonder ambitieus album gemaakt, want naast het inschakelen van meerdere gelouterde producers heeft de tegenwoordig in Los Angeles woonachtige muzikante ook nog eens maar liefst 18 songs en bijna een uur muziek afgeleverd.

Ook Memoir Of A Sparklemuffin zal wel weer met de nodige argwaan of scepsis worden bekeken, maar Suki Waterhouse laat op haar tweede album wat mij betreft nog wat nadrukkelijker horen dat ze heel veel in haar mars heeft. Het is direct te horen in de openingstrack, die opvalt door prachtige klanken, overtuigende zang en een song die niet zou misstaan op een album van Lana Del Rey, tot de gitaren los barsten.

Suki Waterhouse laat direct vanaf de eerste track horen dat haar hart bij de indiepop en de indierock ligt en dat ze zeker geen 13 in een dozijn popzangeres is. Alle producers die hebben bijgedragen aan het album drukken hun stempel op het fraai klinkende Memoir Of A Sparklemuffin, maar van overdaad is nergens sprake. Het geluid op het album klinkt op een of andere manier ruw en oorspronkelijk, zeker wanneer het gitaarwerk wat steviger is.

Nog meer dan op haar debuutalbum overtuigt Suki Waterhouse als zangeres en ze maakt bovendien indruk met de veelzijdigheid van haar songs. Memoir Of A Sparklemuffin past in hokjes als indiepop en indierock, maar Suki Waterhouse heeft zich voor haar nieuwe albums breed laten beïnvloeden en grijpt net zo makkelijk terug op popmuziek uit het verleden.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal fraai en ook de zang op het album is prima, maar vergeleken met haar debuutalbum laat Suki Waterhouse ook groei horen als songwriter, waarvoor ze overigens ook wat zwaargewichten inschakelde. Het songs die alle kanten van de succesvolle indiepop en indierock van het moment bestrijken en niet onder doen voor het beste dat in deze genres wordt gemaakt. Weg met de vooroordelen dus, want Suki Waterhouse is echt heel goed. Erwin Zijleman

Sumie - Lost in Light (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sumie - Lost in Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lost In Light van de Zweedse singer-songwriter Sumie roept vooralsnog gemengde reacties op, waarbij vooral de uitersten goed zijn vertegenwoordigd.

De een vindt de tweede plaat van het alter ego van Sandra Sumie Nagano (zus van Yukimi Nagano van Little Dragon) van een bijna onwerkelijke schoonheid en intimiteit, de ander vindt de plaat ondraaglijk saai en totaal kleurloos.

Lost In Light is mijn tweede kennismaking met de muziek van de Zweedse singer-songwriter met deels Japanse roots, want precies vier jaar geleden was ik al erg enthousiast over haar titelloze debuut, dat de muziekliefhebber overigens ook al in twee kampen verdeelde.

Laat ik er niet langer omheen draaien. Ik vind ook Lost In Light weer wonderschoon.

Ook op haar tweede plaat kiest Sumie voor uiterst ingetogen songs vol echo’s uit het verleden. De Zweedse singer-songwriter raakt nog altijd aan de pastorale Amerikaanse en Britse folkies uit de jaren 60(Linda Perhacs, Vashti Bunyan, Karen Dalton en noem ze maar op), maar schuurt ook stiekem tegen de muziek van het door mij bewonderde Mazzy Star aan en raakt heel af en toe ook aan een Portishead (maar dan wel een totaal gestripte versie van Portishead).

De songs van Sumie worden gedomineerd door haar prachtige stem, die een brug slaat tussen de folkies en psychedelische folkies uit het verleden en de zwoele en zweverige zangeressen uit het heden (onder wie uiteraard Mazzy Star’s Hope Sandoval en Portishead's Beth Gibbons).

De mooie, indringende en vaak wat pastoraal aandoende zang wordt net als op het debuut spaarzaam begeleid. De akoestische gitaar vormt hierbij de basis, maar laat je niet misleiden door de op het eerste gehoor uiterst sobere klanken op de tweede plaat van Sumie.

Op haar debuut wist de singer-songwriter uit Gothenburg pianist Dustin O’Halloran en muzikant en componist Nils Frahm te strikken voor bijzonder fraaie accenten en dit keer geven niemand minder dan Peter Broderick en een aantal Zweedse muzikanten de songs van Sumie veel meer glans dan je bij oppervlakkige beluistering zult horen en betovert de muziek van Sumie ook met strijkers, piano en hele mooie gitaarklanken.

Het gekke is dat ik Lost In Light na een aantal keren horen helemaal geen hele sobere plaat meer vind. De songs van Sumie zitten vol wonderschone details en worden gedomineerd door ingehouden en onderhuidse spanning.

De stem van Sumie klinkt op het eerste gehoor misschien wat vlak en plechtig, maar hoe vaker ik naar de muziek van de Zweedse singer-songwriter luister, hoe mooier en gevoeliger ik haar stem vind en hoe meer impact haar muziek heeft.

Het debuut van Sumie sneeuwde vier jaar geleden wat onder door een onhandig getimede release in december. Het vorige maand verschenen Lost In Light moest concurreren met stapels andere releases en komt hierdoor nog maar weinig aan de oppervlakte. Het is doodzonde, want ook de tweede plaat van Sumie is er een die bij voldoende aandacht naar grote hoogten kan stijgen en heel wat kleine of vroege uurtjes op bijzonder fraaie wijze kan inkleuren. Hele mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Summer Dean - The Biggest Life (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Summer Dean - The Biggest Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Summer Dean - The Biggest Life
De Texaanse muzikante Summer Dean heeft met The Biggest Life een behoorlijk traditioneel klinkend countryalbum gemaakt, dat herinnert aan vervlogen tijden, maar dat zeker niet oubollig klinkt

Ik ging er van uit dat Brennen Leigh een van de beste traditionele countryalbums van 2023 had gemaakt, maar Summer Dean kan er ook wat van. De muzikante uit Texas kreeg een paar jaar geleden positieve recensies voor haar debuutalbum Bad Romantic, maar het vorige maand verschenen The Biggest Life vind ik nog een stuk beter. Het album klinkt in muzikaal en productioneel opzicht zoals een traditioneel countryalbum moet klinken en Summer Dean beschikt over een stem die is gemaakt voor het genre. En omdat de Amerikaanse muzikante ook nog eens precies weet hoe traditionele countrysongs moeten klinken, is zo ongeveer iedere track op dit album raak.

Ik heb de laatste tijd opvallend vaak een zwak voor traditionele countrymuziek en dat is een genre dat ik tot voor kort maar zelden selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop. Zo draaien de recent verschenen albums van Kassi Valazza en Brennen Leigh momenteel overuren op de platenspeler en ook het vorige maand verschenen album van Summer Dean komt steeds vaker uit de speakers.

De Amerikaanse muzikante Summer Dean debuteerde in 2021 met Bad Romantic, dat ik destijds echt veel te traditioneel vond klinken, maar dat ik momenteel zeker serieus zou overwegen. Vorige maand verscheen het tweede album van Summer Dean en dat kwam door de ervaringen uit het verleden in eerste instantie op de verkeerde stapel terecht. Nadat The Biggest Life hier van af was gekomen ging het echter snel de goede kant op met het nieuwe album van de Texaanse muzikante.

The Biggest Life ligt in het verlengde van het debuutalbum van Summer Dean, maar ik vind haar tweede album nog een stuk overtuigender. Summer Dean nam The Biggest Life op in de Texaanse studio van muzikant en producer Bruce Robison, die het album analoog opnam. The Biggest Life klinkt door de opnametechniek al behoorlijk authentiek, maar ook de zang, de muziek en de songs op het album nemen je mee terug naar de countrymuziek van decennia geleden.

Ik vind traditionele countrymuziek vaak wat oubollig klinken, maar dit waardeoordeel gaat zeker niet op voor de muziek van Summer Dean. The Biggest Life is voorzien van een authentiek klinkend, maar ook zeer smaakvol geluid, waarin de gitaren en de pedal steel domineren en waarin incidenteel een viool opduikt. Summer Dean maakte haar tweede album met een aantal gelouterde muzikanten, die behoorlijk ingetogen spelen, maar de ruimte ook vullen met prachtige klanken.

Het behoorlijk ingetogen geluid laat veel ruimte over voor de zang van Summer Dean en die ruimte pakt de Amerikaanse muzikante met veel overtuiging. Ze beschikt over een warm stemgeluid dat perfect past bij de countrysongs op The Biggest Life en dat herinnert aan de grote countryzangeressen uit het verleden als Tammy Wynette en Loretta Lynn. Summer Dean heeft een album gemaakt dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen zijn, maar desondanks klinkt het album verrassend fris.

Ik noemde eerder het album van Brennen Leigh als een van mijn favoriete wat traditionelere country albums van het moment en dat is een album dat niet zo ver is verwijderd van het nieuwe album van Summer Dean. Het zijn allebei albums die de redelijk platgetreden paden van de countrymuziek van weleer bewandelen. Dat doen ze in muzikaal en vocaal opzicht, maar ook de teksten die vaak gaan over ongelukkige liefdes sluiten aan bij wat een aantal decennia geleden gemeengoed was in het genre.

Net als Brennen Leigh zingt ook Summer Dean met zoveel emotie en spelen haar muzikanten met zoveel gevoel dat ik alleen maar als een blok kan vallen voor haar countrysongs. Zeker wat later op de avond is The Biggest Life van Summer Dean een aangenaam nostalgisch album, maar ik merk dat de muziek van de Texaanse muzikante op steeds meer delen van de dag uitstekend tot zijn recht komt. Aanrader dus. Erwin Zijleman

Summer Fiction - Himalaya (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Summer Fiction - Himalaya - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Summer Fiction is een project van de uit Philadelphia afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Brooklyn opererende, singer-songwriter Bill Ricchini.

Summer Fiction debuteerde een jaar of vier jaar geleden met een prima debuut, maar overtreft dit debuut nu vrij makkelijk met het onlangs verschenen Himalaya.

Bill Ricchini maakt op Himalaya geen geheim van zijn belangrijkste inspiratiebron. De tweede plaat van Summer Fiction citeert immers meer dan eens vrijwel letterlijk uit het oeuvre van The Beach Boys, waarbij Ricchini gelukkig een voorkeur heeft voor het betere werk van de Californische band.

Wanneer je wat beter naar Himalaya luistert hoor je echter dat de platenkast van de Amerikaan veel meer dan slechts platen van The Beach Boys of platen uit de jaren 60 bevat. Himalaya verbindt het geluid van The Beach Boys een aantal keren op knappe wijze aan dat van The Smiths, zeker wanneer Bill Ricchini in vocaal opzicht raakt aan Morrissey, en gooit ook haakjes uit naar het oeuvre van bijvoorbeeld Belle And Sebastian of Elvis Costello.

Het levert een plaat op die het net wat beter doet wanneer de zon schijnt. Himalaya staat vol met gitaarloopjes waarvan je de zomer in je kop krijgt, staat vol met melodieën die je na één keer horen wilt koesteren en strooit met enige regelmaat met harmonieën waarvan je als muziekliefhebber alleen maar heel blij kunt worden.

Bij vrijwel alles op Himalaya vraag je je af waar je dit ook al weer eerder hebt gehoord, maar op hetzelfde moment verleidt de muziek van Summer Fiction genadeloos en slaat het stiekem toch onverwachte wegen in. Himalaya is hierdoor een half uur 100% feelgood muziek, maar het is ook een half uur muziek dat de fantasie volop prikkelt.

Of het nog net zo leuk is als de zomer is verdreven door de herfst of de winter durf ik niet te voorspellen, maar vooralsnog is het alleen maar genieten van deze in muziek gegoten zonnestralen. Erwin Zijleman

Summer Flake - Hello Friends (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Summer Flake - Hello Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Summer Flake is een Australische band, die wat te makkelijk het etiket dreampop krijgt opgeplakt.

Hello Friends laat inderdaad heerlijk dromerige muziek horen met prachtige gitaarloopjes en mooie vrouwenvocalen, maar Summer Flake is zeker geen 13 in een dozijn dreampop band.

De band rond singer-songwriter Stephanie Crase laat zich op Hello Friends beïnvloeden door een breed spectrum aan stijlen.

Hieronder invloeden uit de dreampop en de shoegaze, maar Summer Flake vindt haar inspiratie ook in de psychedelica en folk uit de jaren 60, in de Westcoast pop uit dezelfde periode en in de indie-rock uit de jaren 90.

De muziek van Summer Flake maakt vaak een wat lome indruk, maar zit op hetzelfde moment vol dynamiek. De belangrijkste ingrediënten in de muziek van de Australische band zijn de mooie stem van Stephanie Crase en vooral het werkelijk geweldige gitaarwerk.

Het is gitaarwerk dat prachtig kan citeren uit de surf-rock en Westcoast pop van decennia geleden, dat kan aansluiten bij de hoogtijdagen van de dreampop en de shoegaze, maar dat ook op fascinerende wijze in het heden staat.

Het is gitaarwerk dat de ene keer warm en zonnig klinkt, de andere keer dromerig en onderkoeld en weer wat later vurig en bezwerend. Het kleurt prachtig bij de stem van Stephanie Crase die meer aansluit bij zangeressen als Kristin Hersh, Juliana Hatfield en af en toe Courtney Love dan bij de gemiddelde zangeres van een dreampop band.

Ook in muzikaal opzicht hoor ik meer overeenkomsten met de genoemde bands, waarbij vooral de overeenkomsten met de muziek van Hole opvallen. Gelukkig is Stephanie Crase een veel betere zangeres dan Courtney Love en ook in muzikaal opzicht maakt Summer Flake, vooral dankzij het veelkleurige gitaarwerk, veel meer indruk dan de Amerikaanse band die wel een stuk beter was dan de critici destijds deden vermoeden.

Het is bijzonder hoe Summer Flake steeds weer anders weet te klinken en het is verrassend hoe lang de plaat aan kracht blijft winnen. Summer Flake krijgt dit voor elkaar door aan de ene kant te grossieren in heerlijke popliedjes, maar aan de andere kant te zoeken naar muzikale diepgang. Het levert een plaat op die vrij makkelijk over het hoofd gezien zal worden, maar die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Sun June - Bad Dream Jaguar (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sun June - Bad Dream Jaguar - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sun June - Bad Dream Jaguar
Sun June uit Austin, Texas, maakte in kleine kring al behoorlijk wat indruk met haar eerste twee albums, maar het prachtig ingekleurde Bad Dream Jaguar is, mede door de stem van Laura Colwell, nog een stuk indrukwekkender

Direct bij eerste beluistering viel ik als een blok voor de prachtige songs op het nieuwe album van de Amerikaanse band Sun June. Dat was na de eerste twee albums van de band niet echt een verrassing, maar op Bad Dream Jaguar zet de band nog een aantal flinke stappen. Bad Dream Jaguar is nog wat subtieler, maar ook beeldend en fantasierijk ingekleurd en zangeres Laura Colwell zingt nog mooier dan op Years en Somewhere. Het derde album van Sun June streelt twaalf songs lang genadeloos het oor, maar prikkelt ook uitvoerig de fantasie met beeldende songs waarin een verrassing nooit heel ver weg is. Dit kan zomaar mijn soundtrack voor de donkere seizoenen worden.

De Amerikaanse band Sun June schuurde in 2018 met haar debuutalbum Years dicht tegen de muziek van Cowboy Junkies aan en liet bovendien af en toe een vleugje Mazzy Star horen. Daar is wat mij betreft helemaal niets mee, want het zijn twee van mijn favoriete bands, die veel vaker een inspiratiebron voor nieuwe bands mogen zijn. Ik had wel wat met het debuutalbum van Sun June, al kwam ik daar pas achter toen het tweede album van de band verscheen en ik ook kennis maakte met het debuutalbum.

Het aan het begin van 2021 verschenen Somewhere was nog een stuk beter dan het debuutalbum van Sun June en maakte indruk met fraaie ruimtelijke klanken, met mooie en interessante songs en vooral met de prachtige stem van zangeres Laura Colwell. Ook Somewhere deed me met enige regelmaat denken aan de muziek van Cowboy Junkies, maar Sun June liet ook voldoende van zichzelf horen op haar tweede album.

Ik kwam het deze week verschenen derde album van de band uit Austin, Texas, in eerste instantie niet tegen in de releaselijsten die ik raadpleeg, maar gelukkig is er op vrijdagvond altijd nog de selectie van Paste Magazine, dat het album wel schaarde onder de beste albums van deze week. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, want op Bad Dream Jaguar gaat Sun June verder waar Somewhere aan het begin van 2021 ophield, maar zet de band bovendien volgende stappen.

Het derde album van de Amerikaanse band opent direct prachtig met Eager. Het is een track die in eerste instantie zeer spaarzaam is ingekleurd, waardoor we het vooral moeten doen met de stem van Laura Colwell, die alleen maar mooier is gaan zingen. De instrumentatie wordt langzaam maar zeker verrijkt met subtiele en ook bijzondere accenten om een stuk voller, maar nog altijd wonderschoon te eindigen. Het is de eerste kennismaking met het derde album van Sun June, maar direct is duidelijk dat de band de lat nog een stukje hoger heeft gelegd dan op haar vorige twee albums.

De bijzonder fraaie openingstrack is zeker geen toevalstreffer, want ook de andere tracks op Bad Dream Jaguar zijn prachtig ingekleurd en voorzien van fraaie accenten van uiteenlopende instrumenten, waarna de prachtstem van Laura Colwell het album nog een flink stuk verder de hoogte in stuwt. Het klinkt allemaal prachtig en ondanks de veelheid aan instrumenten, waaronder veel gitaren, maar ook een glansrol voor de trompet, houtblazers en de pedal steel, blijft het geluid van Sun June behoorlijk ingetogen.

De Canadese band Cowboy Junkies draagt incidenteel nog relevant vergelijkingsmateriaal aan, maar Sun June klinkt op haar derde album vooral als zichzelf. Het geluid van de band uit Austin klinkt nog wat warmer en ruimtelijker dan op de eerste twee albums, wat Bad Dream Jaguar een uitstekende metgezel maakt tijdens de donkere en koude avonden die er aan zitten te komen.

Door het mooie geluid en de prachtige zang slaat het album zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen, maar Bad Dream Jaguar is ook een album dat nog een tijdje door groeit. Ik was direct onder de indruk van de sfeervolle songs op het album, maar inmiddels zijn ze me nog een stuk dierbaarder, wat zeker ook de verdienste is van de mooie verhalen in de teksten op het album. Met het prachtige Bad Dream Jaguar zou Sun June toch zo langzamerhand klaar moeten zijn voor de doorbraak naar een breder publiek. En voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Sun June - Somewhere (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sun June - Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sun June - Somewhere
Prachtig ingetogen, ruimtelijke en zeer smaakvolle klanken, dromerige fluisterzang en songs die de fantasie blijven prikkelen zijn de ingrediënten van een sterk tweede album van Sun June

Het debuut van de Texaanse band Sun June heb ik een paar jaar geleden om onduidelijke redenen gemist, maar opvolger Somewhere wist me direct te overtuigen. Laat Somewhere uit de speakers komen en de wereld draait even wat minder snel. Wegdromen is toegestaan, maar vergeet niet om goed te luisteren naar de wonderschone instrumentatie, naar de sterke songs en naar de onweerstaanbare fluisterzang van frontvrouw Laura Colwell. Smullen voor de liefhebbers van bands als Cowboy Junkies en Mazzy Star, maar laat ook genoeg van zichzelf om zich te kunnen ontworstelen aan al het vergelijkingsmateriaal. Een zeer aangename ontdekking.

Sun June is een band uit Austin, Texas, die in 2017 debuteerde met het album Years. Ik heb het album destijds niet opgemerkt helaas, maar inmiddels ben ik zeer gecharmeerd van het debuut van de Texaanse band, dat ik beluisterde bij de aankondiging van het nieuwe album van de band.

Sun June benevelt op Years met uiterst ingetogen klanken, een laag tempo en de dromerige zang van zangeres Laura Colwell. Het zit op het eerste gehoor ergens tussen Mazzy Star en Cowboy Junkies in en laten dat nu net twee van mijn favoriete bands aller tijden zijn. Aan de andere kant heeft Sun June ook een duidelijk eigen geluid, waardoor Years een debuut is dat ik vier jaar geleden zeker op had moeten pakken.

Deze week verscheen dus ook nog eens het tweede album van Sun June, waardoor ik in een keer twee uitstekende albums in handen heb. Somewhere ligt in het verlengde van het debuut van de band uit Austin, maar is in alle opzichten net wat beter.

Dat hoor je allereerst in de instrumentatie die net wat mooier en voller is. Het geluid van het debuut van de band is verrijkt met ruimtelijke gitaarlijnen, ijle synths en een vleugje Americana, die het dromerige geluid van Sun June alleen maar versterken.

Nu was alle ruimte in het geluid van de band ook direct de kracht van het debuutalbum van Sun June, maar die ruimte is er gelukkig nog steeds. Ook Somewhere is voorzien van een behoorlijk ingetogen geluid, waarin veel ruimte open is gelaten. Het geeft de muziek van Sune June niet alleen iets ruimtelijks en beeldends, maar zorgt er ook voor dat Somewhere een rustgevend album is, dat het vooral vroeg in de ochtend en laat in de avond uitstekend doet.

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang. Laura Colwell zingt nog wat mooier en helderder dan op het debuut van de Texaanse band en slaagt er steeds weer in om te verleiden met zachte en dromerige vocalen.

Ook wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs zet Sun June een flinke stap op haar tweede album. De songs op Somewhere zijn beter uitgewerkt en vallen vaker op door mooie details, zeker wanneer het tempo nog wat verder wordt verlaagd en de instrumentatie tot een minimum wordt beperkt.

In muzikaal opzicht hoor ik nog steeds raakvlakken met Mazzy Star en Cowboy Junkies, al is Sun June wel wat opgeschoven richting laatstgenoemde band, maar wanneer de muziek wat zweveriger wordt schuift ook de band rond Hope Sandoval en David Roback weer aan. Hiernaast beschikt Sun June ook absoluut over een eigentijds klinkend geluid dat mee kan met de beteren in het genre.

Somewhere van Sun June is gemaakt voor lange avonden, waarbij het niet zoveel uitmaakt of deze bloedheet of ijskoud zijn. Sun June sleept je langzaam of zeker haar wereld in en het is een wereld waarin het tempo wat lager ligt en wegdromen absoluut is toegestaan.

Er zijn momenteel meer bands die teruggrijpen op de erfenis van onder andere Mazzy Star, maar Sun June steekt er wat mij betreft wel wat bovenuit. Enerzijds vanwege de bijzonder fraaie klanken en de prachtige fluisterstem van Laura Colwell, maar ook absoluut door een serie songs die makkelijk verleiden, maar ook over de nodige groeipotentie beschikken. Absoluut een band om in de gaten te houden. Sun June dus. Erwin Zijleman

Sun Kil Moon - All the Artists (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sun Kil Moon - All The Artists - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sun Kil Moon - All The Artists
De muziek van Sun Kil Moon begon na een tijdje wat voort te kabbelen, maar op het deze week verschenen All The Artists weet de zo herkenbare stijl van de band rond Mark Kozelek me toch weer te overtuigen

Mark Kozelek maakte geweldige albums met zijn band Red House Painters, maakte een aantal uitstekende soloalbums en heeft inmiddels ook al flink wat prima albums met zijn band Sun Kil Moon op zijn naam staan. Na het fantastische Benji uit 2014 zakte het wat in en werd het wat mij betreft meer van hetzelfde of juist iets totaal anders, maar All The Artists bevalt me toch wel weer. Mark Kozelek laat zich dit keer vooral begeleiden door de piano en lijkt bij vluchtige beluistering bijna achteloos zijn verhalen te vertellen, maar de songs van Sun Kil Moon komen uiteindelijk toch tot leven, al is het maar door de mooie verhalen. Het is het niet zo goed als het totaal anders klinkende Benji, maar ik ben er wel blij mee.

Met het album Benji uit 2014 haalde Sun Kil Moon nog met heel veel overtuiging mijn jaarlijstje, maar hierna ben ik de Amerikaanse band redelijk snel uit het oog verloren, al besprak ik nog wel de albums die in 2015 en 2016 verschenen.

De band rond singer-songwriter Mark Kozelek, die ook een aantal geweldige soloalbums maakte en in de jaren 90 bovendien prachtalbums maakte met zijn band Red House Painters, maakte op een gegeven moment wel heel erg veel albums en het waren albums die wat mij betreft minder aansprekend waren of niet meer zoveel toevoegden aan alles dat er al was, waaronder het geweldige debuutalbum Ghosts Of The Great Highway uit 2003.

Ook als ik AllMusic.com moet geloven heb ik de afgelopen jaren een aantal wat mindere albums gemist, maar toen deze week een nieuw album van de band opdook, was ik toch wel weer nieuwsgierig. All The Artists is als ik goed geteld heb al het dertiende album van Sun Kil Moon, waardoor Mark Kozelek inmiddels een behoorlijk omvangrijk oeuvre heeft opgebouwd.

Ondanks het feit dat ik de afgelopen tien jaar nauwelijks meer naar de muziek van Sun Kil Moon heb geluisterd, klonk All The Artists direct vertrouwd. Sun Kil Moon heeft altijd wat zwaarmoedige of op zijn minste weemoedige muziek gemaakt en dat is op het nieuwe album niet anders.

All The Artists opent met een door piano gedomineerde track, waarin Mark Kozelek terug kijkt op zijn jeugd en zijn leven tot dusver. Het is een track die ook Nick Cave niet zou misstaan, maar door de herkenbare stem van Mark Kozelek is het onmiskenbaar Sun Kil Moon. De openingstrack met alleen piano en zang en incidenteel wat achtergrondzang klinkt als een tijdloze singer-songwriter song, maar dan wel met de donkere ondertoon en de bijzondere twist die al het werk van Mark Kozelek kenmerken.

De muziek van de band klinkt op het eerste gehoor altijd wat saai, maar de songs dringen zich uiteindelijk toch op, iets dat herkenbaar is van een aantal van de vorige albums. Het recept van de openingstrack blijft ook op de rest van het album een beproefd recept.

Ook op de rest van All The Artists horen we vooral vrij stevig aangezet pianospel en de mooie stem van Mark Kozelek, die mijmert over persoonlijke beslommeringen. Hier en daar worden wat keyboards en gitaren toegevoegd en verder is er af en toe de bijzondere achtergrondzang, maar over het algemeen genomen is de muziek op All The Artists vooral sober.

Mark Kozelek kan prachtige songs schrijven over de pieken en dalen in het leven of de problemen in de wereld, maar ook de serveerster bij Starbucks kan zomaar het onderwerp van een song zijn, al wordt een en ander dan wel weer mooi geplaatst in de coronapandemie.

Sun Kil Moon is nog altijd een band, maar All The Artists klinkt meer als een soloalbum van Mark Kozelek. Het is wat mij betreft geen probleem, want ik vind All The Artists een aansprekend album. Het is een album dat in de openingstrack misschien nog klinkt als Nick Cave, maar uiteindelijk hoor ik meer van Ben Folds, enerzijds vanwege de instrumentatie, maar ook zeker vanwege de prima songs en de donkere humor in de teksten.

Ik liet zoals gezegd de meeste albums van Sun Kil Moon liggen de afgelopen jaren, maar All The Artists gaat hier de komende tijd nog veel vaker voorbij komen. Bijzondere muzikant toch deze Mark Kozelek. Erwin Zijleman

Sun Kil Moon - Universal Themes (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sun Kil Moon - Universal Themes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De meningen waren vorig jaar zeer verdeeld, maar ik hoefde er bij het kiezen van mijn favoriete 14 platen van 2014 niet lang over na te denken. Sun Kil Moon maakte vorig jaar met Benji een prachtplaat, die niet alleen behoort tot het beste dat Sun Kil Moon tot dusver maakte, maar zich ook kan meten met alles dat Mark Kozelek in andere hoedanigheden maakte. Een onbetwiste jaarlijstjesplaat dus.

‘Mark Kozelek grijpt je bij de strot met songs die lezen als een roman en aan komen als een mokerslag’ schreef ik vorig jaar en dat vind ik nog altijd een treffende omschrijving van de muziek op Benji.

Het is een omschrijving die ook van toepassing is op de nieuwe plaat van Sun Kil Moon, Universal Themes. Ook op de nieuwe plaat van Sun Kil Moon vertelt Mark Kozelek immers weer prachtige, indringende en vaak van melancholie over lopende verhalen, waarbij het niet zoveel uit maakt of hij de grote thema’s van het leven aansnijdt of kleine huiselijke taferelen in detail beschrijft.

Voorganger Benji was al geen makkelijke plaat, maar op Universal Themes maakt Mark Kozelek het ons nog net wat lastiger. De nieuwe plaat van Sun Kil Moon bevat acht tracks, maar voor deze tracks heeft Sun Kil Moon maar liefst 70 minuten nodig, wat betekent dat de tracks gemiddeld zo’n negen minuten duren.

Net als op Benji bestaan deze tracks voor een belangrijk deel uit akoestisch gitaarspel en de indringende stem van Mark Kozelek, die vertelt en pas stopt met vertellen wanneer hij zijn hele verhaal gedaan heeft. Wanneer Mark Kozelek even geen verhaal vertelt is er ruimte voor wat elektronica en de vrij elementaire percussie van Sonic Youth drummer Steve Shelley, maar net als Benji is Universal Themes over het algemeen een behoorlijk ingetogen en sobere plaat, al bevat de plaat ook een aantal wat rauwere tracks.

Het valt niet mee om met dit soort muziek de aandacht vast te houden en al helemaal niet wanneer dit moet met songs van 9 minuten, maar Mark Kozelek slaagt er ook dit keer moeiteloos in. Als Mark Kozelek vertelt kun je alleen maar luisteren en word je langzaam maar zeker het verhaal in gezogen.

Wanneer dat gebeurt komt ook de muziek steeds meer tot leven. Het op het eerste gehoor eenvoudige getokkel van Mark Kozelek blijkt omgeven door meerdere lagen die allemaal bijdragen aan het bijzondere effect dat de plaat heeft op de luisteraar.

Benji was al geen vrolijke plaat, maar Universal Themes klinkt nog wat donkerder en desolater, wat nog beter tot uitdrukking komt wanneer Mark Kozelek incidenteel kiest voor rauwe en elektrische songs, die wel wat doet denken aan Neil Young in zijn rauwste dagen.

Iedereen die Benji vorig jaar te ruw en te lastig vond hoeft niet te beginnen aan Universal Themes, dat ruwer, complexer en donkerder is dan zijn voorganger. Iedereen die vorig jaar in de ban was van Benji en uitzag naar meer wordt echter op zijn of haar wenken bedient.

Universal Themes klinkt zo af en toe misschien of Mark Kozelek de plaat na een avondje stevig doorzakken heeft opgenomen op een deprimerende hotelkamer, maar het is ook een plaat vol diepgang en emotie. Of om aan te sluiten bij mijn recensie van Benji; Universal Themes staat vol met songs die lezen als een roman en aankomen als een mokerslag. De roman is dit keer nog wat intenser en meeslepender, de mokerslag nog wat meedogenlozer.

Dat Universal Themes ook dit jaar jaarlijstjes gaat halen lijkt me zeker, al zijn er waarschijnlijk meer muziekliefhebbers die hard weglopen voor deze plaat van het unieke talent Mark Kozelek. Ik weet inmiddels hoe ik er over denk. Erwin Zijleman

Sunday Wilde - He Digs Me (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunday Wilde - He Digs Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ruim een half jaar geleden was ik al eens flink in de ban van deze plaat, maar op de een of andere manier kwam het helaas niet tot een recensie. Dankzij een nieuw persoffensief van Sunday Wilde zelf zat haar laatste plaat He Digs Me vorige week echter toch weer in de cd speler en was ik eigenlijk alleen maar meer onder de indruk dan een half jaar geleden.

Sunday Wilde is een Canadese muzikante, die al een aantal jaren aan de weg timmert, maar tot dusver in Nederland nauwelijks aandacht krijgt. Dat is nauwelijks te begrijpen wanneer de eerste noten van He Digs Me uit de speakers komen.

Sunday Wilde heeft een rauwe soulstem die je binnen enkele seconden compleet van je sokken blaast. Heel even lijkt het of Amy Winehouse is opgestaan, maar Sunday Wilde is uiteindelijk toch meer dan de zoveelste goede of zelfs hele goede soulzangeres.

De rauwe soulstrot van Sunday Wilde is zonder enige twijfel één van haar sterkste wapens, maar op He Digs Me blijkt het arsenaal van de Canadese ook ruim gevuld met andere wapens. Zo laat Sunday Wilde zich in muzikaal opzicht inspireren door een opmerkelijk breed palet aan stijlen en genres. Dit varieert van soul en blues tot rock ’n roll en jazz, maar ook country en pop zijn bij Sunday Wilde in goede handen.

Sunday Wilde heeft hierbij een voorkeur voor wat traditioneel aandoende klanken en klanken die je mee terug nemen naar duistere nachtclubs uit vervlogen tijden. Sunday Wilde komt weliswaar uit het hoge Noorden van Canada, maar haar muziek is toch vooral gepositioneerd in het broeierige Zuiden van de Verenigde Staten.

Zeker wanneer Sunday Wilde gas terug neemt, is haar muziek opvallend beeldend. Luister naar de weemoedig klinkende trompet en saxofoon in een aantal tracks en je waant je midden in een film van David Lynch. Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die op He Digs Me te horen zijn. Met name de blazers trekken je steeds verder het Zuidelijke moeras in, maar ook het gitaarwerk op de plaat is van hoog niveau, zeker als de blazers even een stapje terug doen.

De geweldige instrumentatie is op zich al genoeg om de plaat keer op keer uit de speakers te laten komen, maar dan is er ook nog eens de geweldige stem van Sunday Wilde. In de eerste tracks moet ze nog even warm draaien, maar vervolgens stijgt Sunday Wilde in vocaal opzicht naar steeds grotere hoogten en kom je in een zoektocht naar vergelijkingsmateriaal uit bij de allergrootsten en hoor je flarden Patsy Cline, Bessie Smith en Billie Holiday. Geen misselijke namen.

Sunday Wilde heeft niet alleen een geweldige stem, maar kan haar songs ook op fascinerende wijze voordragen, waardoor de plaat enorme impact heeft. Het is een impact die groeit door de grote diversiteit van de plaat. Sunday Wilde gaat aan de haal met meerdere genres en varieert hiernaast stevig in tempo. He Digs Me is hierdoor een buitengewoon fascinerende roller-coaster ride met alleen maar hoogtepunten.

Luister met nog wat meer aandacht naar deze plaat en je hoort de prachtige wisselwerking tussen zang en instrumentatie. Luister met nog wat meer aandacht naar de stem van Sunday Wilde en het kippenvel is met geen mogelijkheid meer te onderdrukken.

Sunday Wilde heeft met He Digs Me een uitzonderlijk goede en ook nog eens heerlijk eigenzinnige plaat gemaakt. Het is een plaat die je mee terug neemt naar een ver verleden, maar het is een verleden dat in deze vorm niet heeft bestaan. Van de opeens wat koudere Nederlandse herfst zit je in één keer aan de oevers van de Mississippi, keer op keer. Ga op zijn minst luisteren. Het risico dat je voorlopig niet meer zonder wilt is echter volledig voor eigen rekening. Erwin Zijleman

Sunflower Bean - Mortal Primetime (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sunflower Bean - Mortal Primetime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sunflower Bean - Mortal Primetime
Ik ging er vorige maand van uit dat ik Mortal Primetime van Sunflower Bean best kon laten liggen, maar het vierde album van de Amerikaanse band blijkt een album vol met zeer smaakvolle en tijdloze pop en rock

Sunflower Bean uit New York wordt in de Verenigde Staten vooralsnog hoger ingeschat dan in Europa. Dat is ook wel logisch, want de band maakt wat gepolijste en zeer Amerikaans aandoende popmuziek met hier en daar wat rockinvloeden. Ik had er tot dusver niet zoveel mee, maar ik heb veel met het onlangs verschenen Mortal Primetime, dat vol staat met songs die doen verlangen naar zorgeloze en zonnige tijden. Sunflower Bean citeert stevig uit een aantal decennia popmuziek en mijdt de ruwe randjes en scherpe kantjes, maar het klinkt in muzikaal opzicht allemaal even mooi en Julia Cumming is een uitstekende zangeres. Ik dacht even aan een 'guilty pleasure', maar Mortal Primetime is meer dan dat.

Ik was de Amerikaanse website metacritic.com eerlijk gezegd een beetje uit het oog verloren. Het is een website waarop de oordelen van een aantal (vooraanstaande) critici worden gecombineerd tot een totaalscore voor een album. Op zich een interessant gegeven, maar de smaak van de verzamelde critici sluit kennelijk niet zo heel goed aan op mijn smaak, waardoor metacritic.com me in het verleden maar heel weinig echt interessante tips opleverde.

Ik kwam er van de week toch weer eens terecht en mijn oog viel op het album Mortal Primetime van Sunflower Bean. Ik heb de eerste twee albums van de Amerikaanse band, mede naar aanleiding van een aantal uitstekende recensies, wel eens beluisterd, maar vond de muziek van Sunflower Bean destijds aangenaam maar niet heel bijzonder en vaak zelfs wat saai. Door de opvallend hoge score (88/100) van metacritic.com voor het vierde album van de band uit New York ben ik toch eens gaan luisteren naar Mortal Primetime en ik had direct iets met het album.

Sunflower Bean bestaat uit zangeres en bassiste Julia Cumming, zanger en gitarist Nick Kivlen en drummer Olive Faber en bestaat inmiddels al een jaar of twaalf. Mortal Primetime, dat eerder dit voorjaar verscheen, is het vierde album van de Amerikaanse band en het is een album dat opent met een mooie mix van rock en pop. Redelijk stevige gitaren worden gecombineerd met melodieuze klanken en de prima zang van Julia Cumming.

Op het eerste gehoor klinkt het misschien nog steeds niet heel onderscheidend, maar de muziek van Sunflower Beam zit knap in elkaar en combineert op fraaie wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek. Zo maakt de band uit New York geen geheim van haar liefde voor rockmuziek uit de jaren 70, maar is het ook hoorbaar geïnspireerd door indierock uit de jaren 90.

Naast invloeden uit de rockmuziek is de inspiratie uit de pop nog een stuk belangrijker voor het geluid van Sunflower Bean. Het is vooral het soort melodieuze popmuziek dat al decennia wordt gemaakt aan de Amerikaanse westkust met hier en daar Fleetwood Mac als duidelijk maar zeker niet als enige voorbeeld. De muziek van Sunflower Bean is op Mortal Primetime wel vaker een zoekplaatje, waarin talloze invloeden uit de jaren 70, 80 en 90 zijn te ontdekken.

Ik vond het ten tijde van de eerste twee albums van de band niet onderscheidend genoeg, maar Sunflower Bean heeft haar geluid geperfectioneerd. Het klinkt allemaal behoorlijk geproduceerd en ik kan me voorstellen dat liefhebbers van indie het wat te glad vinden, maar zelf werd ik vrij makkelijk gegrepen door de mooie klanken van Sunflower Bean, door de uitstekende zang van met name Julia Cumming en door de aansprekende songs op het album.

Het zijn songs waarin flink wat clichés uit de pop en de rock voorbij komen en waarbij Sunflower Bean af en toe vrij dicht tegen de inspiratiebronnen aan schuurt, maar het zijn ook tijdloze songs die zich stuk voor stuk als een warme deken om je heen slaan en die je ondanks alle perfectie ook weten te raken.

Ik kan me dan ook helemaal vinden in de score die metacritic.com heeft samengesteld. Het is een score die flink hoger ligt dan die van de Europese critici, die nog maar weinig aandacht hebben besteed aan het album, maar ga eens luisteren en laat je overtuigen door deze Amerikaanse band. Erwin Zijleman

Sunn O))) - Life Metal (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunn O))) - Life Metal - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sunn O))) - Life Metal
De drones van Sunn O))) denderen weer over je heen, maar wat is er dit keer veel moois verstopt in al het geweld

Sunn O))) maakt al jaren muziek die vooral bestaat uit door elektrische gitaren gegenereerde drones. Dat is over het algemeen genomen zware kost en uitsluitend geschikt voor de echte liefhebber, maar het onlangs verschenen Life Metal klinkt net wat minder duister dan de vorige albums van de band. Het album werd prachtig opgenomen door topproducer Steve Albini, die ieder detail wist te vangen, en verder verrijkt door een aantal gastmuzikanten. Geef je over aan de drones van Sunn O))) en de muziek van de Amerikaanse band neemt bezit van je, om je vervolgens pas na 70 minuten weer los te laten. Het levert een luisterervaring op die zijn weerga niet kent.

Ik heb me in het verleden slechts een paar keer gewaagd aan de albums van de Amerikaanse band Sunn O))). De band uit Seattle, Washington, ooit begonnen als een Earth tribute band, bestaat al sinds het eind van de jaren 90 uit de gitaristen Stephen O'Malley en Greg Anderson en heeft inmiddels een stapeltje albums op haar naam staan.

Het zijn albums die niet makkelijk in een hokje zijn te duwen, wat een vreemde mengelmoes aan bestaande en nieuw gecreëerde hokjes heeft opgeleverd. De albums van Sunn O))) krijgen net zo makkelijk etiketten als avant garde en ambient als labels als noise en metal opgeplakt, waarbij het laatste nog wordt voorzien van voorvoegsels als doom, experimental of alternative.

Het is allemaal niet voldoende om de muziek van Sunn O))) in een hokje te duwen dat de muziek van de band recht doet of dat de lading enigszins dekt. De muziek van de band uit Seattle bestaat voornamelijk uit zogenaamde drones. Drones zijn tonen of geluiden die lang worden aangehouden en in het geval van Sunn O))) worden ze gemaakt met elektrische gitaren. Stephen O'Malley en Greg Anderson spelen niet al te veel akkoorden, maar alles dat ze spelen wordt lang uitgerekt, waardoor de muziek van Sunn O))) vaak duister en bezwerend klinkt.

Ik heb de muziek van Sunn O))) in het verleden wel eens donkerder gehoord dan op het onlangs verschenen Life Metal, maar verwacht geen zonnige of lichtvoetige deuntjes van Stephen O'Malley en Greg Anderson. Life Metal, dat in eerste instantie alleen op Record Store Day verkrijgbaar was, maar nu gelukkig toch nog binnen ieders bereik komt, bevat slechts vier tracks die in lengte variëren van bijna 12 tot ruim 25 minuten muziek. In totaal krijg je bijna 70 minuten drones voor de kiezen en dat zal niet iedereen als lichte kost ervaren.

Life Metal werd niet alleen door Stephen O'Malley en Greg Anderson gemaakt, want in de studio kreeg het tweetal onder andere gezelschap van zangeres en celliste Hildur Guðnadóttir van de IJslandse band Múm, van bassist Tim Midyett en van de Australische geluidskunstenaar Anthony Pateras en zijn Nederlandse evenknie Tos Nieuwenhuizen. Minstens even belangrijk was het aanschuiven van levende legende Steve Albini als producer.

Steve Albini, die een CV heeft om bang van te worden, nam de drones van Sunn O))) analoog op en is er in geslaagd om de muziek van de Amerikaanse band wat minder duister te laten klinken dan in het verleden. Makkelijk is het allemaal niet, maar stel je open voor de muziek op Life Metal en de drones van Sunn O))) doen iets met je. De lang aanhoudende gitaarakkoorden hebben bij voldoende aandacht een bijna benevelende werking op de luisteraar en transformeren langzaam maar zeker van een bak herrie in klanken van een bijzondere schoonheid.

Steve Albini heeft de gitaarakkoorden prachtig opgenomen en vervolgens op subtiele wijze verrijkt met onder andere de stem of de cello van Hildur Guðnadóttir of de pianoklanken en elektronica van Anthony Pateras en Tos Nieuwenhuizen. Zeker bij beluistering met flink volume of bij beluistering met de koptelefoon heeft de muziek van Sunn O))) razendsnel een bijzonder effect. De zich langzaam voortslepende gitaar drones brengen je vrijwel onmiddellijk in een andere gemoedstoestand, waarna de in eerste instantie als ruis ervaren klanken tot leven komen en steeds weer net wat andere tonen aan de oppervlakte brengen.

Steve Albini verdient een standbeeld voor de wijze waarop hij de muziek van Sunn O))) heeft opgenomen, want iedere keer hoor je weer andere details of subtiele accenten in het gitaargeweld dat als een tsunami over je heen blijft denderen. Ik kan me voorstellen dat lang niet iedereen met de muziek op Life Metal uit de voeten kan, maar geef de muziek van Sunn O)) de tijd om te groeien en de bezwerende klanken worden mooier en mooier. Stephen O'Malley en Greg Anderson, Steve Albini en de gastmuzikanten namen overigens nog een album op, dat later dit jaar zal verschijnen. Nu al iets om naar uit te kijken. Erwin Zijleman

Sunn O))) - Pyroclasts (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunn O))) - Pyroclasts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sunn O))) - Pyroclasts
Nauwelijks bekomen van de vorige portie gitaar drones komt Sunn O))) alweer op de proppen met een nieuwe en even bezwerende portie gitaargeweld vol schoonheid

Twee albums maken in een jaar is kennelijk in op het moment, want nauwelijks een half jaar na het geweldige Life Metal komt Sunn O))) alweer op de proppen met een nieuw album. Pyroclasts werd opgenomen tijdens de sessies die ook Life Metal opleverden en klinkt hooguit nog wat ruwer en experimenteler. Ook Pyroclasts werd prachtig opgenomen door meesterproducer Steve Albini, die ervoor heeft gezorgd dat alle schoonheid in de muziek van de Amerikaanse band meedogenloos aan de oppervlakte komt. Zeker voor het niet geoefende oor is het zware kost, maar geef je over aan de unieke muziek van Sunn O))) en Pyroclasts wordt steeds mooier, indringender en bezwerender.

Ik had in het verleden vaak de grootste moeite om de schoonheid te horen in de muziek van de Amerikaanse band Sunn O)), maar bij beluistering van het eerder dit jaar verschenen Life Metal lukte het opeens wel.

De band rond Greg Anderson en Stephen O'Malley werkte op dit album niet alleen samen met een aantal gastmuzikanten (Hildur Guðnadóttir, Tim Midyett, Anthony Pateras en Tos Nieuwenhuizen), maar ook met de legendarische producer Steve Albini. Steve Albini schepte wat orde in de chaos, terwijl de gastmuzikanten, stuk voor stuk geluidskunstenaars, de drones van Sunn O))) verrijkten met bijzondere en subtiele accenten.

Desondanks deden Greg Anderson en Stephen O'Malley geen concessies. Eindeloos aanhoudende gitaar drones bepaalden ook op Life Metal het geluid van de band uit Seattle. Ik moest er absoluut aan wennen en ook voor gaan zitten, maar uiteindelijk hoorde ik steeds meer moois en bijzonders in de drones van de band en was Life Metal uiteindelijk goed voor bijna 70 minuten bedwelmende muziek.

Nog geen half jaar na de release van Life Metal is Sunn O))) terug met een nieuw album, Pyroclasts. Pyroclasts is net als zijn voorganger gestoken in een hoes die de fantasie eindeloos prikkelt en dat doet ook de muziek op het album. Pyroclasts werd opgenomen tijdens de sessies die ook Life Metal opleverden, wat betekent dat ook dit keer Hildur Guðnadóttir, Tim Midyett, Tos Nieuwenhuizen en producer Steve Albini van de partij zijn (alleen het orgel van Anthony Pateras ontbreekt).

Pyroclasts is echter geen verzameling restmateriaal, want er werd in de studio van Steve Albini in Chicago bewust gewerkt aan twee albums. Het levert dit keer vier tracks van net iets meer dan tien minuten en in totaal zo’n drie kwartier muziek op.

Stephen O'Malley gaf in een recent interview aan dat Life Metal bestaat uit van te voren bedachte en uitgewerkte composities, terwijl de tracks op Pyroclasts via improvisaties in de studio tot stand kwamen. Allmusic.com komt met een diepgravende analyse, die leuk is om te lezen, maar waar ik bij beluistering van het album niet zoveel mee kan.

Ik vind zelf de verschillen tussen beide albums niet zo groot. Ook Pyroclasts bestaat uit eindeloos durende gitaar drones die hier en daar op subtiele wijze zijn ingekleurd. Iedereen die niet bekend is met de muziek van Sunn O))) zal vooral een bak herrie of een aanhoudende ruis horen, maar net als op Life Metal komen de drones ook op Pyroclasts op fraaie wijze tot leven.

Als je vatbaar bent voor de bijzondere muziek van de band uit Seattle transformeert een bak herrie of ruis vervolgens in een subtiel klankentapijt waarin van alles gebeurt. Pyroclasts is net als zijn voorganger een beeldende plaat die je meesleept naar de afbeelding op de cover, die vervolgens eindeloos van kleuren en vormen blijft veranderen.

Ik kan me heel goed voorstellen dat er veel muziekliefhebbers zijn die hier helemaal niets in horen. Het is een kamp waartoe ik zelf ook lange tijd behoorde, maar sinds de drones op Life Metal me hebben bekeerd ben ik om. Pyroclasts is nog net wat ruwer dan zijn voorganger, maar de schoonheid komt ook dit keer makkelijk aan de oppervlakte. Het levert een unieke luistertrip op van 45 minuten, die je vervolgens nogmaals kunt ondergaan om iets totaal anders te horen. Unieke band, prachtige plaat. Erwin Zijleman

Sunny Day Real Estate - The Rising Tide (2000)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunny Day Real Estate - The Rising Tide (2000) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sunny Day Real Estate - The Rising Tide (2000)
De Amerikaanse band Sunny Day Real Estate schopte het in 2000 tot flink wat jaarlijstjes met haar laatste album, maar The Rising Tide is inmiddels een grotendeels vergeten album, wat zeker niet terecht is

In lijstjes met invloedrijke rockbands uit de jaren 90 kom je de naam van Sunny Day Real Estate nog wel eens tegen, maar net als zoveel andere bands die destijds het etiket emo kregen opgeplakt is de band een kleine 25 jaar later grotendeels vergeten. Dat is jammer, want Sunny Day Real Estate maakte een aantal interessante albums, waarvan ik zelf het slotakkoord The Rising Tide uit 2000 het beste vind. Het is een album dat ook prima in het hokje indierock past, maar de muziek van Sunny Day Real Estate klonk door een vleugje prog, nog wat extra dynamiek en de bijzondere stem van voorman Jeremy Enigk ook duidelijk anders. Ik had er heel lang niet meer naar geluisterd, maar ben toch weer onder de indruk.

Eerder dit jaar was er opeens weer een levensteken van de Amerikaanse band Sunny Day Real Estate. Op het in het voorjaar verschenen Diary At London Bridge Studio deed de band haar precies dertig jaar verschenen debuutalbum Diary nog eens dunnetjes over. Het deed me allemaal niet zo gek veel, terwijl ik met name aan het eind van de jaren 90 en het begin van dit millennium behoorlijk enthousiast was over de muziek van de Amerikaanse band.

Sunny Day Real Estate debuteerde zoals gezegd in 1994 met Diary, bracht een jaar later LP2 uit en kwam in 1998 op de proppen met haar volgens mij meest succesvolle album How It Feels To Be Something On. Na een live-album volgde in 2000 nog mijn favoriete Sunny Day Real Estate album, waarna de band uit elkaar viel, om een paar jaar later weer in deels dezelfde samenstelling op te duiken als The Fire Theft.

Voorman Jeremy Enigk maakte vervolgens nog een aantal soloalbums, die in vrijwel alle gevallen ver achter bleven bij de albums van Sunny Day Real Estate, maar laten we terug gaan naar het jaar 2000, toen Sunny Day Real Estate het album The Rising Tide uitbracht. Het is een album dat destijds zeer hoog moet zijn geëindigd in mijn jaarlijstje, als ik dat toen gemaakt heb.

De muziek van Sunny Day Real Estate kreeg destijds vooral het etiket emo opgeplakt, waarin volgens de definitie invloeden uit de punk en hardcore werden gecombineerd met melodieuzere rockmuziek. Ik heb nooit zoveel gehad met het label emo en omschrijf de muziek van Sunny Day Real Estate zelf als indierock.

The Rising Tide sluit wat mij betreft goed aan bij flink wat andere indierock albums uit de jaren 90, al klinkt de muziek van Sunny Day Real Estate wel wat grootser of zelfs bombastischer. Op The Rising Tide hoor je goed de dynamiek die zo bepalend was voor de indierock uit de jaren 90. Sunny Day Real Estate doet er nog een schepje bovenop met flink wat muzikaal spierballenvertoon, waarbij ook invloeden uit de progrock opduiken.

De muziek van Sunny Day Real Estate klonk in 2000 ook flink anders dan de meeste andere indierock van dat moment. Het heeft vooral te maken met de zang van Jeremy Enigk, die beschikt over een hoge en bijzonder klinkende stem. Het zat me destijds kennelijk niet in de weg, maar toen ik The Rising Tide eerder deze week na minstens een jaar of twintig weer eens beluisterde moest ik flink wennen aan de zang.

Uiteindelijk bloeide de oude liefde voor het wat mij betreft beste album van Sunny Day Real Estate toch weer op. Het album bevat een aantal tijdloze rocksongs, maar flirt ook opzichtiger dan ik destijds door had met invloeden uit de progrock, zeker in de songs waarin wat gas terug wordt genomen. De stem van Jereny Enigk klinkt absoluut bijzonder, maar draagt uiteindelijk stevig bij aan het onderscheidende vermogen van de muziek van Sunny Day Real Estate.

Het is grappig dat een album waaraan ik echt twintig jaar niet meer heb gedacht en waarvan ik zelfs de bandnaam en de titel was vergeten na al die jaren nog zo bekend klinkt. The Rising Tide is voor iedereen die het album destijds koesterde maar er ook lang niet meer naar heeft geluisterd een mooie tijdreis naar het verleden, maar liefhebbers van 90s indierock die de band niet kennen zouden ook eens moeten luisteren naar de muziek van het destijds als zeer invloedrijk bestempelde maar vervolgens helaas vergeten Sunny Day Real Estate. Erwin Zijleman

Sunny Sweeney - Rhinestone Requiem (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sunny Sweeney - Rhinestone Requiem - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sunny Sweeney - Rhinestone Requiem
Sunny Sweeney draait inmiddels al heel wat jaren mee in de Amerikaanse country scene en keert na een aantal countrypop albums op haar nieuwe album Rhinestone Requiem terug naar de country en honky tonk waarmee ze opgroeide

Ik volg de Amerikaanse countrymuziek volgens mij redelijk goed, maar desondanks had ik nog nooit naar de muziek van Sunny Sweeney geluisterd. Ik had haar kennelijk ingedeeld in het kamp van de countryzangeressen die naar mijn smaak wat te gladde country of countrypop maken, maar in dit kamp hoort Sunny Sweeney in ieder geval met haar laatste album niet thuis. Op Rhinestone Requiem kiest de Amerikaanse muzikante voor lekker ruwe country en honky tonk zoals die in haar thuisstaat Texas al decennia wordt gemaakt. Het levert een energiek klinkend album op waarop Sunny Sweeney indruk maakt met haar stem en de muzikanten die haar omringen keer op keer de pannen van het dak spelen. Heerlijk album.

De muziek van de Amerikaanse countryzangeres Sunny Sweeney is tot dusver echt compleet langs me heen gegaan. De oorspronkelijk uit Texas afkomstige muzikante heeft al een ruime handvol albums op haar naam staan, maar ik weet bijna zeker of het deze week verschenen Rhinestone Requiem mijn eerste kennismaking is met haar muziek.

Waar mijn onbekendheid met de muziek van Sunny Sweeney vandaan komt weet ik niet. Ik heb al veel langer een zwak voor country en countrypop en dat zijn genres waarin Sunny Sweeney in de Verenigde Staten met redelijk succes aan de weg timmert, dus daar kan het niet aan liggen.

In Nederland is er tot dusver sowieso weinig aandacht voor haar muziek, wat ook blijkt uit het feit dat er op het interessante muziekplatform Musicmeter.nl nog geen letter is geschreven over de albums van Sunny Sweeney. Ik ben daarom zelf maar eens in het oeuvre van de Texaanse muzikante gedoken. Het is een oeuvre waarin de Amerikaanse muzikante laat horen dat ze zowel uit de voeten kan met traditionele countrymuziek als met modernere countrypop. Op Rhinestone Requiem lijkt Sunny Sweeney de countrypop weer wat achter zich te hebben gelaten, want haar nieuwe album kiest vooral voor wat traditionelere en lekker ruwe Amerikaanse rootsmuziek.

Dat vind ik aan de ene kant jammer, want ik kan de afgelopen jaren erg goed uit de voeten met de betere countrypop en heb vaak wat minder met hele traditionele countrymuziek. Aan de andere kant vind ik de countrypop die Sunny Sweeney een paar jaar geleden maakte aan de gladde kant, terwijl de wat traditionelere rootsmuziek op Rhinestone Requiem echt bijzonder aangenaam klinkt.

Op haar nieuwe album keert Sunny Sweeney terug naar haar muzikale wortels. Ze heeft de countrypop uit Nashville achter zich gelaten en keert terug naar de ruwere honky tonk zoals die in Austin, Texas, werd en wordt gemaakt. Sunny Sweeney werkt op haar nieuwe album samen met haar vaste gitarist Harley Husbands en het is een samenwerking die geweldig uitpakt.

Rhinestone Requiem klinkt vaak als een album uit de jaren 70, maar het is zeker geen overbodig retro album. In tekstueel opzicht komen eens niet de geijkte thema’s voorbij, want het nieuwe album van Sunny Sweeney is naar eigen zeggen haar eerste album dat niet werd gemaakt in een tijd met relatieperikelen.

Het levert een serie sterke songs op, die deels werden geschreven met gelouterde songwriters uit het genre, onder wie topkrachten als Brennen Leigh en Erin Enderlin. Hiernaast vertolkt Sunny Sweeney op fraaie wijze Last Hard Bible van Kasey Chambers, van wie ik het oeuvre wel goed in de smiezen heb.

Op haar nieuwe album maakt Sunny Sweeney makkelijk indruk als zangeres met een stem die traditionele countrymuziek ademt. Vaste kompaan Harley Husbands schudt de ene na de andere prima gitaarsolo uit de mouw en ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album spelen de pannen van het dak, waarbij de nadruk ligt op fantastisch snarenwerk, maar ook de af en toe voorbij komen scheurende mondharmonica, de stuwende piano en uiteraard de pedal steel mogen niet onvermeld mag blijven.

Ook in de meer ingetogen songs op het album wordt overigens geweldig gespeeld. Ik heb de laatste tijd echt een enorm zwak voor goede countrypop, maar ook deze portie dampende country en honky tonk van Sunny Sweeney gaat er bij mij prima in. Ik had tot dusver een blinde vlek voor de muziek van de Texaanse muzikante, maar heb haar vanaf nu absoluut op het netvlies. Erwin Zijleman

Sunny War - Anarchist Gospel (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunny War - Anarchist Gospel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sunny War - Anarchist Gospel
Sunny War kan op Anarchist Gospel uit de voeten met veel genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en heeft haar muziek ook wat voller ingekleurd, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe emotie

Sunny War koos na een aantal behoorlijk Spartaanse albums op Simple Syrup uit 2021 voor een voller geluid, waarmee ze klaar leek voor een breder publiek. Dat is ze met het deze week verschenen Anarchist Gospel, dat nog wat voller klinkt en bovendien een gevarieerder geluid laat horen. Het is een geluid dat alle hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt en mede door de samenwerking met een aantal gelouterde muzikanten echt fantastisch klinkt. Op hetzelfde moment blijven de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante ruw en intiem. Met Anarchist Gospel is Sunny War de cultstatus definitief ontgroeid en kan ze mee met een aantal aansprekende soortgenoten in het genre.

Ik had niet zo heel veel met de eerste paar albums van Sunny War, maar het in 2021 verschenen Simple Syrup wist me wel flink te overtuigen. Daar stond ik niet alleen in, want het album kreeg louter lovende recensies. Achter Sunny War gaat de Amerikaanse muzikante Sydney Lyndella Ward schuil. Deze Sydney Lyndella Ward werd geboren in Nashville, Tennessee, maar groeide overal en nergens en bijna uitsluitend in armoede op, om uiteindelijk neer te strijken in Los Angeles.

Ze kreeg de muziek al vanaf jonge leeftijd met de paplepel ingegoten en was hierbij niet bepaald kieskeurig. Dat is nog altijd te horen in de muziek van Sunny War, die een bonte mix van genres en stijlen laat horen. Net als Simple Syrup bestrijkt ook het deze week verschenen Anarchist Gospel ongeveer het hele spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek met een hoofdrol voor invloeden uit de folk, soul, blues en gospel. Dat Sunny War een carrière in de muziek van de grond heeft gekregen is overigens een klein wonder, want ze leefde lange tijd op straat en leek meer dan eens ten prooi te vallen aan alcohol en drugs.

Met het in 2021 verschenen Simple Syrup kreeg ze definitief voet aan de grond, wat heeft gezorgd voor een wat ruimer budget voor Anarchist Gospel, dat is verschenen op het gerenommeerde New West label. Waar de eerste albums van Sunny War wat mij betreft te Spartaans en te weinig onderscheidend klonken, liet de Amerikaanse muzikante op Simple Syrup een wat voller en wat mij betreft ook aansprekender geluid horen. Op haar vierde album heeft Sunny War dit geluid nog wat verder verrijkt, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe emotie in haar muziek.

Dat deed ze overigens niet in haar eentje, want de lijst met gastmuzikanten die kwamen opdraven voor Anarchist Gospel is indrukwekkend. Allison Russell, David Rawlings en Chris Pierce spelen een prominente rol op het album, maar zijn zeker niet de enige muzikanten van naam en faam die op het album te horen zijn. Voor het album keerde Sunny War terug naar haar geboortegrond in Nashville, Tennessee, waar ze Anarchist Gospel opnam in de studio The Bomb Shelter van Andrija Tokic (Alabama Shakes, Hurray For The Riff Raff, Benjamin Booker, The Deslondes, Margo Price en Ian Noe), die het album ook produceerde. Het is een knappe productie die er aan de ene kant voor zorgt dat de muziek van Sunny War redelijk sober klinkt, maar aan de andere kant maar mooie details uit de speakers laat komen.

De stem van Sunny War doet me nog altijd wat denken aan die van Tracy Chapman, maar ook Joan Armatrading is relevant vergelijkingsmateriaal, terwijl ze in muzikaal opzicht in ongeveer dezelfde vijver vist als Allison Russell, Valerie June, Brittany Howard, Rhiannon Giddens en Leyla McCalla, met hier en daar een uitstapje richting Gillian Welch.

Sunny War zette met haar vorige album een flinke stap, maar doet er nog een flinke schep bovenop op Anarchist Gospel, dat in muzikaal opzicht rijker en veelzijdiger klinkt, dat in vocaal opzicht makkelijker overtuigt, maar dat vooral betere songs bevat. Het zijn nog altijd zeer persoonlijke songs, die de muziek van Sunny War ook nog eens voorzien van een emotionele lading. Hoogste tijd dus om de cultheld Sunny War te scharen onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dan specifiek in het segment waarin niet wordt gekeken op een invloed meer of minder. Erwin Zijleman

Sunny War - Armageddon in a Summer Dress (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sunny War - Armageddon In A Summer Dress - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sunny War - Armageddon In A Summer Dress
De Amerikaanse muzikante Sunny War heeft inmiddels een imposant stapeltje albums op haar naam staan en op Armageddon In A Summer Dress lijkt haar muziek alleen maar veelzijdiger en aansprekender te worden

Sunny War maakt inmiddels al elf jaar albums en het zijn albums die een indrukwekkend groeipad laten horen. Het begon ooit met akoestische folk, waar steeds meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan werden toegevoegd. Op het deze week verschenen Armageddon In A Summer Dress voegt Sunny War nog wat invloeden toe aan haar al zo brede muzikale palet. Gebleven zijn de persoonlijke songs en de emotievolle zang, waardoor ook het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles weer een hoogstaand album is, dat hopelijk een nog breder publiek gaat aanspreken. Sunny War kreeg het in het leven niet voor niets, maar verdient met haar nieuwe album heel veel lof.

In eerste instantie was ik niet bekend met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Sunny War, maar het in 2021 verschenen Simple Syrup wist me makkelijk te overtuigen, waarna opvolger Anarchist Gospel uit 2023 me definitief over de streep trok. Inmiddels ben ik ook gecharmeerd van de eerdere albums van de muzikante uit Los Angeles, die ondanks een zwaar leven vol armoede en andere ellende een muzikale carrière van de grond kreeg.

Net als de twee genoemde albums zijn ook Worthless (2015), Red, White & Blue (2016), With The Sun (2018) en Shell Of A Girl (2019) albums waarop de Amerikaanse muzikante haar songs met hart en ziel vertolkt en in deze songs een breed palet aan invloeden binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt. Deze week keert het alter ego van Sydney Lyndella Ward terug met een nieuw album en ook Armageddon In A Summer Dress is een uitstekend album.

Sunny War werkte op haar vorige album samen met de van Alabama Shakes, Hurray For The Riff Raff, Benjamin Booker, The Deslondes en Margo Price bekende Andrija Tokic en deze samenwerking wordt gecontinueerd op het nieuwe album. Op Anarchist Gospel waren bovendien gastmuzikanten van naam en faam als Allison Russell en David Rawlings te horen en ook deze keer schuiven in de persoon van Valerie June, Tré Burt, Steve Ignorant, Kyshona Armstrong en John Doe bekende gastmuzikanten aan.

Ook op Armageddon In A Summer Dress is Sunny War weer van vele markten thuis en slaat ze ook nog wat nieuwe wegen in. De Amerikaanse muzikante citeert rijkelijk uit verschillende hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek, maar het nieuwe album laat ook een aantal wat stevigere en elektrisch ingekleurde tracks met invloeden uit de pop en rock horen, wat een stijlbreuk is met haar akoestische verleden. Ook akoestisch ingekleurde songs hebben overigens een plek gekregen op Armageddon In A Summer Dress.

Het maakt het geluid van Sunny War nog wat veelzijdiger dan het al was en het is een geluid dat mij zeer aanspreekt. Ondanks flirts met wat toegankelijker klinkende songs is ook Armageddon In A Summer Dress weer een puur en oorspronkelijk klinkend album, waarop Sunny War nog altijd een eigenzinnig geluid laat horen.

Die eigenzinnigheid zit deels in de uiteenlopende invloeden die worden verwerkt op het album, maar het zit vooral in de persoonlijke songs en teksten en het bijzondere stemgeluid van de Amerikaanse muzikante. Het is een stemgeluid dat wordt omgeven door de prachtige productie van Andrija Tokic, die het album heeft voorzien van een vol en warm geluid, waarin de zang van de muzikante uit Los Angeles alleen maar aansprekender is geworden.

Zeker met haar eerste albums bereikte Sunny War vooral een cultpubliek, maar het veelzijdige en prachtig klinkende Armageddon In A Summer Dress is wat mij betreft een album dat een breed publiek aan moet kunnen spreken. Het is een album dat nog altijd in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker folk, blues en soul, maar het is ook een album dat liefhebbers van pop en rock zal weten te overtuigen. Het duurde bij mij even voor ik fan was van Sunny War, maar Armageddon In A Summer Dress maakt mijn liefde voor haar muziek nog wat groter. Erwin Zijleman

Sunny War - Simple Syrup (2021)

poster
4,0
volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sunny War - Simple Syrup - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Amerikaanse muzikante Sunny War wist me twee keer net niet te overtuigen, maar met het prachtig klinkende en met prima songs gevulde Simple Syrup zet ze een aantal flinke stappen

Dat Sunny War viel te bieden heeft wist ik al, maar wat mij betreft kwam het er tot dusver nog niet helemaal uit. Het is veranderd op het deze week verschenen Simple Syrup dat in vocaal, muzikaal en compositorisch opzicht beter is dan zijn twee voorgangers. De muzikante uit Los Angeles verleidt met een prachtig klinkend album vol invloeden, met een prima stem, met uitstekende songs en met teksten die ergens over gaan. Ik heb nog even afgewacht of het album aan kracht zou verliezen bij herhaalde beluistering, maar ook dat is niet het geval. Wat mij betreft met afstand het beste album van Sunny War tot dusver.

Supertramp - Crime of the Century (1974)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Supertramp - Crime Of The Century, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Op het stapeltje reissues dat mogelijk nog een plekje verdient op mijn BLOG, ligt al een tijdje de luxe editie van Crime Of The Century van Supertramp.

Dat de plaat er nog steeds ligt heeft alles te maken met de moeizame relatie die ik altijd met Supertramp heb gehad. Toen ik in mijn jongere jaren verzot was op het genre dat toen nog werd aangeduid met symfonische rock, haalde ik de platen van Supertramp wel in huis, maar konden ze niet in de schaduw staan van de platen van mijn echte favorieten in het genre.

Vergeleken met deze favorieten maakte Supertramp relatief eenvoudige muziek met heel veel invloeden uit de pop. Waar mijn favorieten op de proppen kwamen met songs die makkelijk een hele plaatkant konden duren, vermaakte Supertramp met toegankelijke popliedjes van hooguit een minuut of zeven.

Crime Of The Century uit 1974 heb ik daarom zeker niet grijs gedraaid, al ken ik de meeste tracks op de plaat natuurlijk wel. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de muziek van Supertramp de tand des tijd niet goed zou hebben doorstaan, maar de beluistering van de inmiddels precies 40 jaar oude klassieker is me verrassend goed bevallen.

Net als alle andere platen van Supertramp bevat Crime Of The Century een aantal songs van Rodger Hodson en een aantal songs van Rick Davies, al schreven ze alles volgens de credits samen (net als Lennon en McCartney dat deden). De songs van Roger Hodson waren over het algemeen succesvoller, terwijl de songs van Rick Davies vaak wat interessanter waren. Het geldt ook weer voor de songs op Crime Of The Century.

Hodgson tekent voor Supertramp wereldhits als School en Dreamer, terwijl Davies het moet doen met de betere album tracks van de band. Eerlijk gezegd klinken songs van beiden nog veel beter dan ik had verwacht. De popsongs van Roger Hodson zijn heerlijk melodieus en na al die jaren nog net zo verleidelijk als 40 jaar geleden. De vaak wat meer jazzy songs van Rick Davies klinken net zo memorabel en zijn nu spannender dan ik ze 40 jaar geleden vond.

School, Bloody Well Right, Hide in Your Shell, Asylum, Dreamer, Rudy, If Everyone Was Listening en Crime of the Century; het is een imposant rijtje songs en het is een rijtje songs dat zoals gezegd nog verrassend lekker klinkt. Waar ik van de meeste symfonische rock platen uit de jaren 70 nu horendol wordt, vermaakt Supertramp met redelijk toegankelijke songs, maar op hetzelfde moment met songs die vol verrassende of fraaie wendingen zitten.

Voor het eerst hoor ik hoeveel invloeden van The Beatles zijn verstopt in de muziek van Supertramp, voor het eerst hoor ik hoe mooi het pianospel van Rick Davies is, voor het eerst hoor ik de waardevolle bijdrage van de saxofoon in de muziek van de Britse band en voor het eerst hoor ik de overeenkomsten met Pink Floyd’s Dark Side Of The Moon, dat een jaar eerder verscheen.

De nieuwe versie van Crime Of The Century klinkt fantastisch en bevat als bonus een extra schijf met al even overtuigende live-opnamen. Ik had zoals gezegd niet veel verwacht van deze reissue, maar wat heeft hij nu al veel luisterplezier opgeleverd. Geldt vast niet alleen voor mij. Erwin Zijleman

Superviolet - Infinite Spring (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Superviolet - Infinite Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Superviolet - Infinite Spring
De Amerikaanse muzikant Steve Ciolek timmerde aan de weg met zijn band The Sidekicks, maar laat op het zeer overtuigende Infinite Spring van Superviolet horen dat hij ook een eigenzinnig singer-songwriter is

In de Verenigde Staten haalt Infinite Spring van Superviolet een aantal jaarlijstjes, maar hier heeft het album nauwelijks aandacht gekregen. Dat is niet terecht, want Steve Ciolek heeft met zijn nieuwe project een bijzonder overtuigend album afgeleverd. Het is een album dat niet lijkt op de rockmuziek die de Amerikaanse muzikant eerder maakte. Infinite Spring is meer een singer-songwriter album, maar wel een eigenzinnig singer-songwriter album dat uiteenlopende invloeden verwerkt. Je hoort misschien niet direct hoe goed dit album is, maar als de bijzondere songs van Steve Ciolek blijven hangen ben je snel verkocht en wordt dit album alleen maar interessanter.

Infinite Spring van Superviolet ben ik het afgelopen jaar een paar keer tegen gekomen in met name de Amerikaanse muziekmedia, maar het was er nog niet van gekomen om naar het album te luisteren. Toen ik het album zag opduiken in een aantal aansprekende jaarlijstjes heb ik dat wel gedaan en het album is me zeker niet tegen gevallen.

Superviolet is een project van de Amerikaanse muzikant Steve Ciolek, die in het verleden deel uit maakte van de naar verluidt zwaar onderschatte band The Sidekicks. Ondanks vijf albums had ik nog nooit van deze band gehoord en ook Superviolet heeft in Nederland nauwelijks aandacht getrokken het afgelopen jaar. Dat is jammer, want Steve Ciolek laat op het debuutalbum van zijn nieuwe project horen dat hij een zeer getalenteerde muzikant is.

Waar The Sidekicks vooral een rockband was kiest de muzikant uit Columbus, Ohio, op het eerste album van Superviolet vooral voor singer-songwriter materiaal en dat gaat hem uitstekend af. Infinite Spring werd gemaakt met een aantal voormalige bandleden en met collega muzikant Zac Little (Saintseneca), die het album ook produceerde. Infinite Spring van Superviolet kan worden omschreven als een singer-songwriter album, maar het is zeker geen doorsnee singer-songwriter album geworden.

Steve Ciolek is zijn verleden als rockmuzikant zeker niet vergeten en heeft zijn rocksongs als Superviolet in een afwijkend jasje gestoken. De instrumentatie is vooral akoestisch, met fraaie versiersels van onder andere keyboards en incidenteel blazers, maar de songs op Infinite Spring hebben ook een rauw en lo-fi randje.

Steve Ciolek springt in een aantal songs ver over zijn recente rockverleden heen en voorziet zijn songs van invloeden uit de jaren 60 en 70, wat weer goed past bij het singer-songwriter karakter van het album. Superviolet bevat een aantal heerlijk zonnige songs met dito koortjes, maar ook als de zon uitbundig schijnt in de songs van de Amerikaanse muzikant kan zomaar een donkere wolk overdrijven.

Het is knap hoe Superviolet invloeden uit flink wat genres verwerkt, met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek springt en bijzonder mooie arrangementen combineert met nog altijd wat stekelig klinkende songs. Ik moest zeker even wennen aan het album, maar inmiddels begrijp ik de zeer lovende recensies die het album heeft gekregen zeker. Ook de lof voor de cultband The Sidekicks begrijp ik inmiddels, wat het extra zonde zou maken als ook het nieuwe project van Steve Ciolek niet de aandacht krijgt die het verdient.

Infinite Spring van Superviolet is een album met een duidelijk eigen geluid, maar wat echo’s van alles tussen The Beatles en Wilco voorzien de songs op het album van een aangename nostalgische twist. Het tijdens de pandemie jaren 2020 en 2021 in een oud huis opgenomen album is bovendien voorzien van een bijzondere sfeer, wat de songs op het album voorziet van extra glans.

Het is een album dat de tijd moet krijgen om te groeien, want de songs van Superviolet beschikken over veel meer potentie dan ze op het eerste gehoor laten horen. Het verklaart misschien waarom het album, zeker in Nederland tussen wal en schip is gevallen, maar Infinite Spring verdient echt een veel beter lot. Erwin Zijleman

Surfer Blood - Carefree Theatre (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Surfer Blood - Carefree Theatre - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Surfer Blood - Carefree Theatre
Surfer Blood stelt de lente met haar nieuwe album Carefree Theatre nog 35 minuten uit en vermaakt met aanstekelijke en zonnige gitaarsongs die je humeur een flinke boost geven

Ik was Surfer Blood na haar debuut van tien jaar geleden al lang weer vergeten, maar het nieuwe album van de band uit West Palm Beach bevalt me zeer. In een week waarin de herfst definitief de zomer lijkt te hebben verdreven, strooit Surfer Blood met aanstekelijke en zonnige gitaarsongs die zich makkelijk opdringen en goed zijn voor een brede glimlach. Het geweldige gitaarwerk op het album trekt je definitief over de streep. Het lijkt op van alles en nog wat, maar ondanks de hang naar het verleden en de vele echo’s uit het verleden klinkt Carefree Theatre van Surfer Blood zo fris als het eerste herfstbuitje. Bijzonder lekker album.

Bijna tien jaar geleden haalde ik Astro Coast, het debuut van de Amerikaanse band Surfer Blood, uit het jaarlijstje van de gerenommeerde muziekwebsite PopMatters.com. Het debuutalbum van de band uit West Palm Beach, Florida, werd me aangeprezen als een mix van The Beach Boys, The Shins en The Feelies, al hoorde ik zelf minstens net zoveel Pavement, Weezer en The Pixies of van bands van dat moment als Vampire Weekend, Real Estate en The Drums.

Nu ben ik albums die ik uit de jaarlijstjes van anderen vis, uitzonderingen daargelaten, meestal alweer vergeten wanneer de eerste releases van het nieuwe jaar opduiken en dat gold ook zeker voor het debuut van Surfer Blood, dat niet vaak meer voorbij is gekomen na mijn recensie van het album. Sindsdien is de band me eerlijk gezegd niet opgevallen en zijn albums nummer 2, 3 en 4 geruisloos aan me voorbij gegaan. De afgelopen week viel het na maanden uitstel toch uitgebrachte Carefree Theatre me wel op, overigens zonder dat de naam Surfer Blood bij mij een belletje deed rinkelen.

Met Carefree Theatre maakte de band uit Florida dan ook een frisse start en zorgde het voor zonnestralen in een herfstachtige week. De hierboven genoemde namen kwamen bij de hernieuwde kennismaking met Surfer Blood misschien niet allemaal voorbij, maar de meeste wel. Surfer Blood combineert op Carefree Theatre, vernoemd naar de enige plek van vertier in de jeugd van voorman John Paul Pitts, gruizige gitaren met honingzoete melodieën en onweerstaanbare koortjes. Gooi de zonnige klanken van The Beach Boys, de geweldige melodieën van Pavement en het goede gevoel voor gruizige popliedjes van Weezer bij elkaar in de blender en je krijgt Carefree Theatre van Surfer Blood.

De criticus zal beweren dat de Amerikaanse band op haar nieuwe album geen opzienbarende dingen doet en het eigenzinnig snufje van het eerder aangedragen vergelijkingsmateriaal The Feelies mist. Deze criticus heeft gelijk. De songs van de band blinken nergens uit door genialiteit, de zang is prima maar ook niet meer dan dat en ook de koortjes heb ik absoluut beter gehoord, maar Carefree Theatre is wel een album waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en dat de boel aardig opfleurt, zeker nu buiten de blaadjes beginnen te vallen.

Een ding is overigens wel bovengemiddeld goed op het nieuwe album van Surfer Blood en dat is het gitaarwerk op het album. Het is gitaarwerk dat stevig en gruizig maar ook melodieus is en het is gitaarwerk dat de songs keer op keer net dat beetje optilt om de middelmaat ruimschoots te ontstijgen en me persoonlijk herinnert aan Dinosaur Jr., een groot compliment.

Ook Carefree Theatre van Surfer Blood is weer een album dat klinkt als een omgevallen platenkast. Daar heb ik er de laatste tijd veel meer van gehad, maar waar deze omgevallen platenkasten vooral waren gevuld met albums uit de jaren 70, bevat de platenkast van Surfer Blood vooral albums uit de jaren 90, maar hier en daar een album uit de jaren 60, 70 en 80.

Ook ik ga echt niet beweren dat Surfer Blood een baanbrekend album heeft gemaakt en Carefree Theatre zal waarschijnlijk ook niet opduiken in mijn jaarlijstje, maar iedere keer als ik naar het vierde album van Surfer Blood luister krijgt mijn humeur een enorme boost en zijn het 35 buitengewoon aangename minuten die de Amerikaanse band me voorschotelt. Soms verlang ik veel meer van een album, maar soms is een portie zonnestralen als dit gewoon goed genoeg. Heerlijk. Erwin Zijleman

Susanna - Baudelaire & Piano (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Susanna - Baudelaire & Piano - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Susanna - Baudelaire & Piano
De Noorse muzikante Susanna eert op fraaie wijze de Franse dichter Baudelaire op een sober en intens album zonder enige opsmuk, maar vol gevoel en emotie

Susanna maakt het je nooit echt makkelijk, maar haar muziek integreert wel. Soms is het me wat te zweverig, maar daar is op Baudelaire & Piano geen sprake van. Het is een puur en uiterst sober ingekleurd album. Susanna heeft op haar nieuwe album genoeg aan haar piano, haar stem en de gedichten van Baudelaire en het is genoeg. De teksten en het pianospel zijn prachtig, maar het is de bezwerende voordracht van de Noorse muzikante die de meeste indruk maakt en die er voor zorgt dat Baudelaire & Piano niet zo kaal klinkt als het op basis van het bovenstaande misschien lijkt. Susanna brengt haar muziek terug tot de essentie en overtuigt met speels gemak.

De Noorse muzikante Susanna (Wallumrød) brengt inmiddels al ruim 15 jaar muziek uit en heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan. Ik was persoonlijk erg onder de indruk van haar eerste paar albums, die verschenen tussen 2004 en 2008 en dus voor het bestaan van deze BLOG, en was minder gecharmeerd van de albums die de Noorse muzikante de afgelopen jaren heeft uitgebracht, al moet ik eerlijk toegeven dat ik deze niet allemaal even goed heb beluisterd.

Echt heel toegankelijk is de muziek van Susanna nooit geweest, maar de afgelopen jaren maakte ze het mij in ieder geval wel wat moeilijker dan in haar vroegere jaren. Dat doet Susanna ook weer met Baudelaire & Piano, al doet ze het dit keer niet met complexe muziek, maar met pure eenvoud.

Baudelaire & Piano is een vlag die de lading behoorlijk goed dekt. Susanna heeft zich dit keer voor haar teksten laten inspireren door de poëzie van de Franse dichter Charles Pierre Baudelaire, die in de tweede helft van de 19e eeuw zijn belangrijkste werk schreef. Naast de gedichten van Baudelaire (overigens zeer geliefd in popkringen, onder andere Jim Morrison had meestal een dichtbundel van Baudelaire binnen handbereik en ook Bob Dylan is een liefhebber van het werk van de Franse dichter) is er een hoofdrol voor de piano van Susanna, die volledig verantwoordelijk is voor de instrumentatie op Baudelaire & Piano. Baudelaire, Voice & Piano was overigens een nog betere titel geweest voor het album, want uiteraard is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de stem van de Noorse muzikante.

Susanna kleurde haar muziek ook in het verleden betrekkelijk sober in, maar op Baudelaire & Piano kan het nog net wat soberder, door elektronica achterwege te laten. Het zorgt er voor dat Susanna op haar nieuwe album net wat minder klinkt als een Scandinavische ijsprinses en wat meer als een klassieke singer-songwriter, al hoort de Britse kwaliteitskrant The Guardian nog altijd “a cool breath of Nordic autumn” en daar is wel wat voor te zeggen.

In muzikaal opzicht heeft Susanna haar muziek teruggebracht tot de essentie. Het pianospel op het album is prachtig, maar het vraagt wel wat van de zang. Die is bij Susanna in goede handen, want ze vertolkt de woorden van Baudelaire vol gevoel en emotie. Ik heb wel meer albums van vrouwelijke singer-songwriters die genoeg hebben aan een piano en een stem, maar Baudelaire & Piano is toch net een wat ander soort album.

Het heeft alles te maken met het voordragen van gedichten, maar ook de bezwerende stem van Susanna is zeker niet alledaags. Het is een stem die je makkelijk meesleept in de wereld van Baudelaire en het is een stem die er voor zorgt dat de uiterst sober ingekleurde songs op het album niet snel gaan vervelen en het album de hele speelduur de volledige aandacht opeist.

Het is natuurlijk ook een album dat past in deze tijd, want Susanna maakte Baudelaire & Piano in isolement, wat haar interpretatie van de donkere teksten van Baudelaire nog wat meer lading geeft. Door de goede ervaringen met Baudelaire & Piano ben ik overigens ook in Susanna’s albums van de afgelopen jaren gedoken en kan inmiddels wel concluderen dat die bij mij een beter lot hadden verdiend. Gelukkig heb ik het fraaie Baudelaire & Piano direct opgepikt. Erwin Zijleman

Susanna - Meditations on Love (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Susanna - Meditations On Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Susanna - Meditations On Love
Susanna bouwt al twintig jaar aan een eigenzinnig oeuvre dat zich niet in een hokje laat duwen en dat steeds weer weet te verrassen, zoals ook weer op het voor Susanna begrippen toegankelijke Meditations On Love

Ik ben lang niet altijd positief over de muziek van Susanna, maar de muzikante uit Oslo kan altijd op mijn aandacht rekenen. Op de albums van de Noorse muzikante gebeurt immers altijd wat en meer dan eens levert dit bijzondere songs op. Er staan er flink wat op Meditations On Love, dat een typisch Susanna album is, maar dat wat mij betreft net wat toegankelijker is dan een aantal van haar vorige albums. Het betekent niet dat Susanna opeens met standaard popsongs op de proppen komt, want haar songs blijven eigenzinnig en zitten vol met bijzondere klanken en opvallende wendingen, wederom gecombineerd met de bijzondere stem van deze unieke muzikante.

De Noorse muzikante Susanna (volledige naam: Susanna Karolina Wallumrød) brengt inmiddels twintig jaar albums uit en heeft een dozijn albums op haar naam staan. Het oeuvre van de muzikante uit Oslo is absoluut fascinerend te noemen, maar persoonlijk vind ik zeker niet al haar albums goed.

In eerste instantie vertolkte Susanna met haar band The Magical Orchestra songs van anderen en dat deed ze op fascinerende wijze. Op het alleen onder haar eigen naam uitgebrachte Sonata Mix Dwarf Cosmos uit 2007 vertolkte ze vervolgens haar eigen songs en dit leverde een geweldig album op, dat ik persoonlijk haar sterkste album vind tot dusver.

Vervolgens werd de muziek van Susanna wat jazzier en experimenteler en raakte ik de Noorse muzikante ook veelvuldig kwijt. Van de albums die sinds 2009 zijn verschenen besprak ik alleen het in 2020 uitgebrachte Baudelaire & Piano, waarop Susanna teksten van de dichter Baudelaire op muziek zette. Dat ik veel albums van Susanna niet heb besproken zegt niet alles, want een aantal albums van de Noorse muzikante wist ik pas een tijd na de release op de juiste waarde te schatten en zou ik met de kennis van nu absoluut recensiewaardig vinden.

Door deze ervaring heb ik wat meer tijd genomen voor het deze week verschenen Meditations On Love, dat ik inmiddels al een aantal weken in mijn bezit heb. Susanna heeft overigens zelf ook de tijd genomen voor dit album, want volgens haar eigen informatie werkte ze ruim vijf jaar aan de songs op het album.

Meditations On Love is een typisch Susanna album geworden. Dat betekent dat de Noorse muzikante het de luisteraar af en toe niet makkelijk maakt met haar muziek, maar het betekent ook dat er heel veel moois en bijzonders te ontdekken valt in haar songs. Ik had zoals gezegd wel wat moeite met een aantal van de laatste albums van Susanna, maar op Meditations On Love kiest ze voor een behoorlijk toegankelijk geluid. Dat is in het geval van de Noorse muzikante overigens wel een zeer relatief begrip, want als je haar muziek niet kent vraagt Meditations On Love zeker om enige gewenning.

De openingstrack van het album opent jazzy met blazers, een bijzonder ritme en de zeer karakteristieke stem van Susanna en haar licht Noorse tongval. Wanneer de blazers beginnen te ontsporen wordt het wat complexer, maar de muzikante uit Oslo heeft het me wel eens lastiger gemaakt.

Het is wel nog altijd zo dat Susanna bijzondere songs schrijft, die lak hebben aan de conventies van een toegankelijke popsongs. Het zijn songs zonder direct te identificeren refreinen en melodieën en het zijn songs die steeds kiezen voor net wat andere wegen dan je zou verwachten. In een aantal tracks worden blazers ingezet om de muziek van Susanna een uniek karakter te geven, maar ze zet ook met enige regelmaat synths in. Dat doet ze de ene keer subtiel en de andere keer een stuk minder subtiel, wat Meditations On Love voorziet van flink wat dynamiek.

Het levert een album op dat continu van kleur verschiet, precies zoals we dit inmiddels van Susanna verwachten. Toch is er dit keer iets anders, want de songs op het nieuwe album zijn grijpbaarder en memorabeler dan op een aantal van de vorige albums. Lichte kost zal ik het zeker niet noemen, maar dit album verdient het absoluut om beluisterd te worden, ook als vorige albums minder in de smaak vielen. Erwin Zijleman

Susanne Sundfør - blómi (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Susanne Sundfør - blómi - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Susanne Sundfør - blómi
Na een lange stilte keert de Noorse singer-songwriter Susanne Sundfør terug met een album dat laat horen dat ze een groot maar ook eigenzinnig talent is en ook dit keer zeer nadrukkelijk haar eigen weg kiest

Inmiddels weten we dat het bij Susanne Sundfør meerdere kanten op kan, maar het deze week verschenen blómi weet toch weer te verrassen en te verbazen. Dat laatste doet de Noorse muzikante met een aantal wel erg zweverige tracks, waarvan er een aantal kiezen voor het gesproken woord. Susanne Sundfør laat de elektronica dit keer grotendeels achterwege, maar laat wel weer horen dat ze zich aan de ene kant heeft laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar vervolgens een eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden. Met blómi heeft de Noorse muzikante een veelzijdig en soms ongrijpbaar album gemaakt, waarop steeds meer op zijn plek valt.

Bij de Noorse muzikante Susanne Sundfør weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent. Haar eerste album vond ik aangenaam folky maar misschien wat weinig onderscheidend, maar van haar vooral elektronisch ingekleurde tweede album werd ik vooral heel erg onrustig. Het in 2012 verschenen The Silicone Veil vond ik juist weer prachtig, waarna het met heel veel elektronica ingekleurde Ten Love Songs mij weer enorm tegenviel. Het in 2017 verschenen Music For People In Trouble was daarentegen weer een enigszins conventioneel en erg mooi singer-songwriter album.

Sindsdien was het stil rond de Noorse muzikante, maar deze week keert ze terug met blómi. Het is een album dat je direct op het verkeerde been zet, want het album begint met bijna vier minuten gesproken woord. In eerste instantie is het een wat filosofische beschouwing, maar uiteindelijk lijkt het wel een meditatieve sessie, zeker wanneer bijzondere klanken worden toegevoegd aan de gesproken teksten. Ik moet eerlijk toegeven dat ik er niet heel zen van werd en me vooral afvroeg wat Susanne Sundfør nu weer voor album had gemaakt.

Gelukkig staat vanaf de tweede track de muzikante Susanne Sundfør weer op en laat ze het zweverige gesproken woord op de rest van het album vrijwel achterwege, al zijn er nog wel wat tracks die me door een gebrek aan echte zang minder goed bevallen. De songs die overblijven leveren een misschien wat kort, maar wel erg goed album op. Het zijn songs die alle elementen bevatten die de goede albums van de Noorse muzikante zo interessant maakten.

Zo strooit Susanne Sundfør met sprookjesachtige klanken, die de Scandinavische winter over je uitstorten, maar ook op blómi laat ze horen dat ze uit de voeten kan met redelijk conventionele singer-songwriter muziek. Zeker in combinatie met de sprookjesachtige en afwisselend klassiek, folky en jazzy klanken maakt de Noorse muzikante indruk als zangeres, maar ook in de wat toegankelijkere songs met op het album met wat invloeden uit de soul en de gospel is de stem van Susanne Sundfør mooi en expressief.

Net als de vorige albums van Susanne Sundfør is blómi een album dat het je lang niet altijd makkelijk maakt, maar dit is ook juist de kracht van de eigenzinnige albums van de Noorse muzikante. Persoonlijk mag ze van mij wel wat vaker verleiden met wat conventioneler klinkende songs, met emotievolle vocalen en stemmige bijdragen van bijvoorbeeld blazers, maar bij Susanne Sundfør weet je dat haar songs nooit lang hetzelfde blijven.

Buiten de songs met gesproken woord overtuigt blómi echter redelijk makkelijk, net zoals het fraaie Music For People In Trouble dat bijna zes jaar geleden deed. De songs op het nieuwe album van Susanne Sundfør zijn veelzijdig en veelkleurig, maar het zijn ook persoonlijke songs waarin de Noorse muzikante zowel haar familiegeschiedenis in duikt als stilstaat bij het moederschap dat haar leven heeft veranderd.

De sterkste songs maken van blómi een prachtalbum en deze sterke songs compenseren wat mij betreft de paar smetjes waar ik persoonlijk niet zoveel mee kan ruimschoots. Zonder die smetjes had blómi zich kunnen meten met het briljante The Silicone Veil uit 2012, nu is het, net als enkele van zijn voorgangers een fascinerend album van een muzikante die precies doet waar ze zelf zin in heeft en ook wel eens dingen doet die niet voor iedereen werken. Ik heb er vrede mee. Erwin Zijleman

Susanne Sundfør - Music for People in Trouble (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Susanne Sundfør - Music For People In Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Noorse singer-songwriter Susanne Sundfør heeft de afgelopen jaren een wat wispelturig oeuvre opgebouwd.

Ik was zelf behoorlijk overdonderd door het in 2012 verschenen The Silicone Veil, dat volgens mijn eigen recensie continu schakelde van sereen naar bombastisch en van sprookjesachtig naar spookachtig en hierdoor hopeloos intrigeerde.

Opvolger Ten Love Songs deed me daarentegen weinig tot niets, maar was wel veel succesvoller dan zijn voorganger. Ik heb de extraverte synthpop van de plaat onlangs nog een nieuwe kans gegeven, maar Ten Love Songs was en is aan mij helaas niet besteed.

Een ieder die had verwacht dat Susanne Sundfør na het succes van haar vorige plaat zou blijven hangen in de uptempo synthpop komt (gelukkig) bedrogen uit. Op Music For People In Trouble (mooi verzonnen) maakt de Noorse singer-songwriter vooral uiterst ingetogen muziek.

Music For People In Trouble kiest voor een basis van piano en gitaar en klinkt daarom conventioneler dan we van Susanne Sundfør gewend zijn. De Noorse zingt even ingetogen als de instrumentatie op de plaat en schuurt met haar muziek dicht tegen de folk en de jazz aan. Het is een verrassende stap voor een muzikante die tot dusver zeer nadrukkelijk kiest voor uitstapjes buiten de gebaande paden, al is Music For People In Trouble niet zo conventioneel als de plaat op het eerste gehoor lijkt.

Susanne Sundfør is nog altijd een meester in het opbouwen van de spanning in haar songs, maar doet dat dit keer met subtiele middelen (het bombastische slot uitgezonderd). Ingetogen songs met een kop en een staart staan centraal op de nieuwe plaat van Susanne Sundfør. Het zijn songs met stemmige pianoklanken, ondersteunende gitaren en de werkelijk prachtige zang van de Noorse singer-songwriter.

Het is al meer dan voldoende voor een hele mooie plaat, maar Susanne Sundfør heeft ook dit keer haar geheime wapens. Music For People In Trouble is voorzien van flink wat uiterst subtiele accenten. De ene keer is het een prachtige pedal steel die een song voorziet van breed uitwaaierende klanken, de volgende keer zijn het al even fraaie blazers, geluiden uit de natuur of stiekem toch weer behoorlijk spookachtige soundscapes die de songs van Susanne Sundfør op fascinerende wijze tot leven brengen.

Het zal even schrikken zijn voor een ieder die de Noorse op basis van Ten Love Songs omarmde, maar ik vind Music For People In Trouble een prachtige plaat. Het is bovendien een plaat die steeds meer schoonheid prijs geeft.

Waar ik bij eerste beluistering vooral redelijk conventionele songs met invloeden uit de folk en de jazz hoorde, hoor ik nu songs vol emotie en onderhuidse spanning. De arrangementen op de plaat zijn in vrijwel alle gevallen wonderschoon en passen prachtig bij de indrukwekkende stem van Susanne Sundfør, die goed is voor heel veel kippenvel.

Zeker bij beluistering op wat hoger volume valt op hoe mooi het geluid op Music For People In Trouble is en hoe knap het in elkaar steekt. Wanneer je je eenmaal verliest in de bijzondere songs op de plaat, is de nieuwe plaat van Susanne Sundfør er snel een die minstens net zo intrigeert als het veelkleurige en dynamische The Silicone Veil van een paar jaar geleden.

Of Music For People In Trouble net zoveel aandacht gaat trekken als zijn voorganger durf ik te betwijfelen, maar ik ben inmiddels zelf compleet betoverd door deze wonderschone en fascinerende plaat. Erwin Zijleman

Sussex - Parade Day (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sussex - Parade Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rob Lutes is een Canadese singer-songwriter, die inmiddels een handvol uitstekende platen op zijn naam heeft staan. Het zijn platen die ik stuk voor stuk hoog heb zitten, waardoor Rob Lutes inmiddels een graag geziene gast is op deze BLOG.

Parade Day verschijnt niet onder zijn eigen naam, maar onder de naam Sussex. Parade Day is dan ook geen soloplaat, maar een bandplaat die Rob Lutes samen met de Canadese multi-instrumentalist Michael Emenau (ook bekend als MNO) en een aantal gelouterde muzikanten uit Montreal heeft gemaakt. Het is een bijzondere combinatie die ook bijzondere muziek oplevert.

Rob Lutes maakt normaal gesproken muziek die past in het hokje ‘Amerikaanse rootsmuziek’ en gebruikt een instrumentarium dat in dit genre gebruikelijk is. Michael Emenau komt daarentegen uit de hoek van de jazz en de wereldmuziek en heeft bovendien een aantal soundtracks op zijn naam staan.

Op Parade Day van Sussex komen beide werelden samen en het resultaat is prachtig. In een aantal van de songs op Parade blijft Rob Lutes de Amerikaanse rootsmuziek (en met name de folk en blues) trouw, maar het is wel Amerikaanse rootsmuziek die opvalt door een hele bijzondere instrumentatie met onder andere de vibrafoon van Michael Ebenau, fraai vioolspel van Josh Sublot en de nodige blazers.

Parade Day bevat echter ook een aantal tracks waarin invloeden uit de jazz en ragtime domineren en ook hierin komen de doorleefde vocalen van Rob Lutes uitstekend tot zijn recht.

Parade Day van Sussex is een plaat vol muzikale hoogstandjes, maar het is ook een plaat vol songs die iets met he doen. Rob Lutes is een singer-songwriter die in staat is om je diep onder te huid te raken met zijn songs en dat doet hij ook weer op deze plaat.

Het zijn songs die me vaak doen denken aan die van John Hiatt, maar Rob Lutes slaat op Parade Day ook bruggen naar de vroege platen van uiteenlopende muzikanten als Tom Waits en Randy Newman (wiens Dayton, Ohio – 1903 bijzonder fraai wordt vertolkt).

De eigenzinnige inbreng van Michael Emenau en de andere topmuzikanten op Parade Day geeft de plaat een eigen geluid en het is een eigen geluid om van te smullen. Rob Lutes staat al jaren garant voor platen van het allerhoogste niveau, maar op de bandplaat van Sussex zet hij nog een volgende stap. Een must voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor een beetje avontuur. Erwin Zijleman

SUSTO - My Entire Life (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SUSTO - My Entire Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

SUSTO - My Entire Life
SUSTO voorman Justin Osborne heeft een aantal zware jaren achter de rug, die hem inspireerden tot een aantal uitstekende songs, wat My Entire Life flink boven de andere albums van zijn band uit tilt

De Amerikaanse band SUSTO draait inmiddels een aantal jaren mee, maar met haar nieuwe album kan de band uit Charleston, South Carolina, wel eens flinke stappen gaan zetten. Direct vanaf de eerste noten maakt de band immers indruk met een stevig geluid met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en omliggende genres. Zeker het gitaarwerk op het album is van hoge kwaliteit, maar ook op de zang heb ik niets aan te merken. SUSTO maakt al wat langer prima muziek, maar op My Entire Life zijn de songs wat mij betreft een stuk beter en aansprekender, waardoor het nieuwe album van SUSTO direct zorgt voor een goed gevoel. Dit zou zomaar de doorbraak kunnen zijn van deze band uit Charleston.

De Amerikaanse band SUSTO bestaat tien jaar en heeft inmiddels een handvol albums op haar naam staan. Van deze albums ken ik alleen het in 2021 verschenen Time In The Sun en dat vond ik best een aardig album, maar ook niet veel meer dan dat. Het deze week verschenen My Entire Life stond dan ook zeker niet op het lijstje van de zekerheden voor deze week, maar op haar nieuwe album klinkt SUSTO buitengewoon geïnspireerd, wat een prima album oplevert.

Het is een album waarop de lekker stevige rootsrocksongs domineren. Het zijn songs die, mede dankzij het verwerken van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de Southern Rock in het bijzonder, de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten ademen. Het zijn ook nog eens songs waar de urgentie van af spat, want Justin Osborne, de voorman van de Amerikaanse band, kreeg de afgelopen jaren nogal wat voor zijn kiezen, wat zeker invloed heeft gehad op de nieuwe songs van SUSTO.

Zo liep zijn huwelijk op de klippen, zag hij zijn directe omgeving nogal wat mensen worstelen met mentale problemen en ernstige verslavingen en viel het bovendien niet mee om SUSTO weer op de rails te krijgen na de coronapandemie, die er stevig inhakte bij muzikanten met een niet heel goed gevulde bankrekening. Het heeft gezorgd voor een intens en geïnspireerd klinkend album, maar My Entire Life is ook een album vol zeer aansprekende songs, die ook nog eens zeer aangenaam klinken.

De band uit Charleston, South Carolina, verwerkt op haar nieuwe album uiteenlopende invloeden, die allemaal aan elkaar worden gesmeed in een lekker stevig geluid, dat uit de speakers knalt. Het was misschien niet makkelijk om na de coronapandemie weer uit de startblokken te komen, maar daar is niets van te horen, want klinkt SUSTO hecht en gedreven. Met name gitarist Johnny Delaware, die ook nog wat andere snareninstrumenten uit de kast heeft getrokken, steelt continu de show met fantastisch gitaarwerk, maar ook de ritmesectie en de toetsenist van de band steken in een uitstekende vorm.

Het is allemaal fraai vastgelegd door producer Wolfgang Zimmerman, die vooral bekend is van zijn werk voor Band of Horses, maar inmiddels ook meerdere albums van SUSTO produceerde. Het klinkt allemaal fantastisch, waarna frontman en zanger Justin Osborne het af kan maken met zijn zang. De Amerikaanse muzikant is een zeer verdienstelijk zanger, die zowel in de wat stevigere rocksongs als in de net wat meer ingetogen songs op het album uitstekend uit de voeten kan.

Er ging nogal wat ellende vooraf aan de songs op My Entire Life, wat je terug hoort in de soms behoorlijk donkere teksten, maar in muzikaal opzicht is My Entire Life van SUSTO een album waar ik alleen maar heel vrolijk kan worden. De band uit South Carolina laat de ene na de andere memorabele song uit de speakers knallen en alles klinkt even lekker en memorabel.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de uit Raleigh, North Carolina, afkomstige noorderburen American Aquarium, die inmiddels ook al een aantal jaren ontzettend goede albums afleveren, maar ik hoor ook wel wat van Wilco. Ik hoorde het tot dusver nog niet zo in SUSTO, maar My Entire Life is een uitstekend album, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van wat stevigere en/of wat voller klinkende Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman

Suuns - Hold / Still (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suuns - Hold/Still - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wat maakte de Canadese band Suuns drie jaar geleden met Images Du Futur een verpletterende plaat.

Makkelijk was het zeker niet. Ik omschreef de plaat destijds als een mix van Radiohead, Neu!, Godspeed You Black Emperor en Underworld, maar dan met een flinke bak extra gitaren en heel veel experiment.

Ook opvolger Hold/Still is zeker geen makkelijke plaat. Suuns opent haar nieuwe plaat met een aardedonkere track vol overstuurde gitaren, loodzware drums en licht deprimerende vocalen. Het is zo’n track die flink wat luisteraars en hun huisdieren onmiddellijk de gordijnen injaagt, maar het is voor mij ook een track die nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat.

In de tweede track neemt Suuns gas terug en neemt de elektronica het even over van de gitaren. De bak herrie uit de openingstrack maakt plaats voor bijna minimalistische klanken van een enorme schoonheid. Het is een ingetogen geluid dat subtiel wordt ingekleurd door onderkoelde elektronica, een voorzichtig spelende ritmesectie en ingetogen mannen- en vrouwenvocalen. De dynamiek komt van het geweldige gitaarspel, dat bijzonder subtiel kan zijn, maar ook fors kan uithalen of kan verzanden in feedback en vervorming.

Zeker wanneer Suuns kiest voor bijna minimalistische klanken vol herhaling heeft de muziek van de band een bijna bezwerende uitwerking. Het is aardedonkere en behoorlijk experimentele muziek, maar toch vind ik de muziek van Suuns niet heel ontoegankelijk. Suuns stopt haar muziek vol met passages die tegen de haren instrijken, maar bevat nog veel meer passages die het oor strelen.

Ik moet toegeven dat ik er bij eerste beluistering wel wat moeite mee had, want de muziek van Suuns voelt af en toe wat ongemakkelijk, maar als je Hold/Still wat vaker hebt gehoord beginnen de puzzelstukjes op hun plek te vallen en domineert de schoonheid over vervreemding.

Grootste kracht van de band blijft de enorme dynamiek in het geluid van de band. Het ene moment moet je aandachtig luisteren om niets te missen, het volgende moment volgt een aanslag op de trommelvliezen.

Hold/Still mist natuurlijk het sensationeel nieuwe van Images Du Futur, maar het is absoluut een waardig opvolger van deze zwaar onderschatte plaat. Zeker niet voor alle momenten, maar als het moment daar is komt ook Hold/Still weer stevig binnen. Erwin Zijleman

Suuns - The Witness (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SUUNS - The Witness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

SUUNS - The Witness
SUUNS komt na een aantal behoorlijk heftige albums op de proppen met een meer ingetogen, dromerige en bezwerende, maar ook buitengewoon fascinerende luistertrip vol bijzondere invloeden

De Canadese band SUUNS maakte acht jaar geleden een onuitwisbare indruk met het prachtige Images Du Futur, dat het je geen moment makkelijk maakte, maar langzaam maar zeker het muzikale hart wist te veroveren. Vergeleken met de vorige drie albums is The Witness een stuk toegankelijker, maar verwacht geen lekker in het gehoor liggende deuntjes van de band uit Montreal. Ook The Witness is een fascinerende luistertrip, waarin SUUNS een uniek geluid laat horen. Het is een geluid dat zich door van alles en nog wat uit het verleden heeft laten beïnvloeden, maar de Canadese band maakt muziek die alleen maar uit het heden kan komen. Fantastisch album.

Je hebt albums die na één keer horen alle geheimen prijs geven, waarna je er direct een waardeoordeel op kunt plakken. Je hebt ook albums die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laten horen en die je, zeker bij de eerste beluisteringen, continu heen en weer slingeren tussen diepe haat en intense liefde. De uit het Canadese Montreal afkomstige band SUUNS maakt albums in de laatste categorie en heeft er inmiddels een aantal op haar naam staan.

Het in 2013 verschenen Images Du Futur, het tweede album van de band, vond ik uiteindelijk prachtig, net als het uit 2016 stammende Hold/Still, maar bij het in 2018 verschenen Felt wilde het kwartje maar niet vallen. Het deze week verschenen The Witness is het vijfde album van SUUNS, de samenwerking met Jerusalem In My Heart niet meegerekend, en het is wederom een album dat je meerdere keren moet horen voor je er een goed oordeel over kunt vellen.

Het is een album dat voor een belangrijk deel flink anders klinkt dan zijn voorgangers, al zijn ook op The Witness flink wat ingrediënten van het unieke SUUNS geluid te horen. Vergeleken met Images Du Futur valt op dat de gitaren aan terrein hebben verloren, terwijl The Witness vergeleken met Hold/Still en Felt een stuk minder heftig klinkt en zich bovendien in een veel langzamer tempo voortsleept.

The Witness opent met subtiele gitaarlijnen, waarna de elektronica het overneemt en afwisselend Oosterse klanken, atmosferische klankentapijten en klassiek aandoende arrangementen uit de speakers laat komen. Waar de muziek van SUUNS in het verleden vaak flink tegen de haren in streek, opent The Witness met betoverend mooie en bezwerende klanken, die goed combineren met de vervormde en met de auto-tune bewerkte vocalen.

Het is muziek die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden, maar de zoektocht naar relevant vergelijkingsmateriaal blijft lastig. Radiohead, Portishead, Can en Talk Talk worden frequent aangedragen als vergelijkingsmateriaal, maar echt treffend vind ik ze geen van allen. Zeker wanneer de elektronica domineert moet Kraftwerk genoemd worden als invloed, maar SUUNS doet vervolgens wel haar eigen ding met de muziek van de Duitse elektronica pioniers en sleept er ook invloeden uit de Krautrock en progrock bij.

Vergeleken met de vorige albums is de muziek van SUUNS op The Witness een stuk toegankelijker geworden, al is dat in het geval van de Canadese band een zeer relatief begrip. Het zorgt er wel voor dat ik dit keer wel bijna onmiddellijk onder de indruk was van de muziek van SUUNS, al is ook The Witness een album dat je heel vaak moet horen voor alles op zijn plek is gevallen.

Vergeleken met de vorige albums van de band kiest SUUNS op haar nieuwe album voor ingetogen en dromerige klanken, al zal ingetogen en dromerig toch niet de eerste associatie zijn voor muziekliefhebbers die nog niet eerder kennis maakten met de muziek van SUUNS, want wat is het een opwindend en avontuurlijk album.

Niet alle fans van het eerste gehoor zullen gecharmeerd zijn van het nieuwe geluid van SUUNS, maar ik vind The Witness uiteindelijk nog beter dan de vorige albums van de band. SUUNS streelt op haar nieuwe album wat frequenter het oor en klinkt bovendien een stuk consistenter, maar de band uit Montreal maakt nog altijd muziek waarin zoveel gebeurt dat het je met grote regelmaat duizelt. Ik heb het album al een tijdje in huis en ben steeds meer onder de indruk van deze bezwerende luistertrip. Erwin Zijleman