MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sarah Shook & The Disarmers - Revelations (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Shook & The Disarmers - Revelations - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sarah Shook & The Disarmers - Revelations
Sarah Shook & The Disarmers zijn nog relatief onbekend, maar na een verdienstelijk debuut, twee weergaloze albums en het nu verschenen en nog betere Revelations moet dat maar eens heel snel gaan veranderen

Toen ik in 2018 Years van Sarah Shook & The Disarmers beluisterde was ik direct verkocht. Het was niet anders met Nightroamer uit 2022 en ook het deze week verschenen Revelations had maar heel weinig tijd nodig om me te overtuigen. Op het nieuwe album zetten Sarah Shook & The Revelations indrukwekkende stappen. De zang van Sarah Shook klinkt nog net zo doorleefd, maar wel iets verzorgder en ook het rijke gitaargeluid op het album ademt kwaliteit. De vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs op het album zijn al even aansprekend en vertellen ook nog eens indringende persoonlijke verhalen. Sarah Shook heeft het niet makkelijk gehad in haar leven, maar nu is het tijd om te oogsten met dit uitstekende album.

In het voorjaar van 2018 verscheen Years, het tweede album van Sarah Shook & The Disarmers. Het album greep me direct bij eerste beluistering bij de strot en toen ik aan het eind van 2018 de balans op maakte zette ik Years in de top 3 van mijn jaarlijstje. Het was vooral de verdienste van de zang van Sarah Shook, die misschien niet beschikt over de mooiste stem in het genre, maar de teksten van de songs op het album wel met zo veel gevoel vertolkt dat deze songs aan komen als een mokerslag.

De Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon en zichzelf tegenwoordig River noemt, groeide op in een streng religieus gezien waar een rebels karakter en afwijkende opvattingen over onder andere seksualiteit niet werden getolereerd. Sarah Shook greep uiteindelijk naar de fles, waardoor de zang op Years veel ruwer en doorleefder klonk dan de leeftijd van de muzikant uit Chapel Hill, North Carolina, rechtvaardigde. De oorspronkelijk klinkende Amerikaanse rootsmuziek van The Disarmers maakte het aansprekende geluid op Years compleet.

Na de trieste ondergang van het ooit fameuze Bloodshot Records uit Chicago moesten Sarah Shook & The Disarmers op zoek naar een nieuw label, waarna de coronapandemie de muziekwereld lam legde. In 2022 verscheen het uitstekende Nightroamer, dat in het verlengde lag van Years en niet onder deed voor dit album. Omdat er tijdens de coronapandemie alle tijd was voor het opnemen van muziek, maakte Sarah Shook ook nog een soloalbum onder de naam Mightmare dat opschoof richting pop en rock en dat me destijds niet erg aansprak. Inmiddels kan ik het soloalbum van Sarah Shook meer waarderen, maar ik ben toch heel blij dat er deze week weer een nieuw album van Sarah Shook & The Disarmers is verschenen.

Sarah Shook laat de drank en drugs inmiddels staan, maar op Revelations klinkt de zang nog altijd aangenaam ruw en doorleefd. Sarah Shook & The Disarmers maken op Revelations nog altijd Amerikaanse rootsmuziek en het is Amerikaanse rootsmuziek die wordt gedomineerd door gitaren. De gitaren buitelen op het album over elkaar heen en dit combineert prachtig met de stem van Sarah Shook, die beter is gaan zingen.

Vergeleken met Years hebben invloeden uit de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek iets aan terrein verloren en zijn invloeden uit de rootsrock en incidenteel de indierock iets prominenter aanwezig, maar dit is niet in alle songs op het album het geval en zeker wanneer de pedal steel het voortouw neemt domineert nog altijd de country in de muziek van Sarah Shook & The Disarmers.

Net als op de vorige albums tekent Sarah Shook voor persoonlijke teksten, die zonder blad voor de mond en met hart en ziel worden vertolkt. Op het soloalbum van Sarah Shook miste ik het heilige vuur van Years en Nightroamer, maar op Revelations brandt dit vuur weer in alle hevigheid. Revelations klinkt net wat verzorgder dan het door mij zo geliefde Years, maar ook het nieuwe album van Sarah Shook & The Disarmers klinkt ruwer en urgenter dan de meeste andere albums in het genre.

Naast de geweldige zang van Sarah Shook vind ik ook de kwaliteit van de songs net wat hoger dan op de vorige albums en ook het gitaargeluid op het album spreekt net wat meer aan. Sarah Shook lag lang overhoop met zichzelf en met de gevolgen van een zwaar en ruig leven, maar focust nu volledig op de muziek en dat hoor je. Sarah Shook & The Disarmers gaan heel groot worden, let maar op. Erwin Zijleman

Sarah Shook & The Disarmers - Years (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Shook & The Disarmers - Years - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn momenteel nogal wat jonge countryzangeressen die opgroeiden in een liefdevol en inspirerend nest vol goede muziek en die al op jonge leeftijd warm werden onthaald in Nashville om daar vervolgens ook direct succes te oogsten.

Sarah Shook is uit totaal ander hout gesneden. Ze groeide op in een streng religieus gezin op het platteland van North Carolina, waar rebelse types als Sarah Shook niet werden getolereerd, zeker niet als ze er andere ideeën op nahielden over religie en seksualiteit en van deze ideeën geen geheim maakten.

Via een huwelijk kon ze ontsnappen aan het strakke keurslijf en zich richten op haar passie: de muziek.

Sarah Shook is inmiddels meerdere relaties verder en heeft nu al een ruig en niet altijd even makkelijk leven achter de rug, waarin de fles vaak troost bracht. In 2015 formeerde Sarah Shook in Pittsboro, North Carolina, haar begeleidingsband The Disarmers, wat in hetzelfde jaar het in eigen beheer uitgebrachte en niet heel breed opgepikte Sidelong opleverde.

Het is een plaat die nu wordt opgevolgd door Years, dat een aantal flinke stappen in de goede richting zet en met name in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is onthaald met positieve recensies. Dat verbaast me niet, want Years is een erg sterke plaat.

Het is een plaat die ver blijft verwijderd van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt en vol kiest voor de meer traditionele Amerikaanse countrymuziek. Het is countrymuziek vol invloeden uit de rock ’n roll en de honky tonk en het is countrymuziek die onmiddellijk beelden op het netvlies tovert van duistere clubs waarin het podium met kippengaas van de over het algemeen wat rauwe bezoekers is afgeschermd.

Het is muziek zoals die al een aantal decennia wordt gemaakt en die op zeer vakkundige wijze wordt vertolkt door The Disarmers. De band van Sarah Shook biedt plaats aan een lekker energieke ritmesectie, maar ook de gitarist van de band kan er wat van en tovert zowel countryloopjes als rauwe rock ’n roll riffs uit zijn gitaren.

Het levert muziek op vol passie en temperament en het is muziek die de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek in ere houdt. Ik vind het allemaal bijzonder lekker klinken, maar het meest ben ik toch gecharmeerd van de stem van Sarah Shook. De Amerikaanse muzikanten heeft op zich geen hele mooie of bijzondere stem, maar het is wel een stem vol gevoel en doorleving, die flink wat ellende over je heen spuugt.

Het doet me allemaal wel wat denken aan de geweldige platen van de helaas wat in de vergetelheid geraakt Sarah Borges, maar Sarah Shook heeft vast ook talloze voorbeelden uit een verder verleden.

Ik laat me normaal gesproken sneller verleiden tot wat moderne countrymuziek, maar de traditionele country van Sarah Shook & The Disarmers grijpt je vanaf de eerste noten van Years bij de strot en laat voorlopig echt niet meer los. Of, hoe de band zich zelf introduceert op haar bandcamp pagina" Sarah Shook & The Disarmers are a country band with a sneer, a bite, and no apologies. Shook's original songs take on the usual country spin on shitty relationships, bad decisions, and excessive alcohol consumption for damn good reasons". Prachtig. Erwin Zijleman

Sarah Siskind - Modern Appalachia (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarah Siskind - Modern Appalachia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sarah Siskind - Modern Appalachia
Sarah Siskind levert, na de reissue van het geweldige Covered, weer een uitstekend album af, dat door een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek omarmd kan, nee moet worden

Sarah Siskind viel me nooit zo op tot de reissue van haar geweldige debuut Covered al weer heel wat jaren geleden. Het nu verschenen Modern Appalachia is wat mij betreft nog beter. Het album imponeert met geweldig gitaarwerk, maar ook met een fantastische stem, aansprekende songs en een broeierige instrumentatie en productie die zo nu en dan van de hand van Daniel Lanois hadden kunnen zijn. Modern Appalachia is een zelfverzekerd album waarmee Sarah Siskind weer ver boven zichzelf uitstijgt en zomaar een toekomstige klassieker in het genre kan hebben afgeleverd. Met name binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het aanbod van nieuwe muziek nog heel groot, maar dit album behoort tot de uitschieters.

De Amerikaanse singer-songwriter Sarah Siskind brengt inmiddels al heel wat jaren albums uit, maar deze albums maakten op mij maar in beperkte mate indruk, totdat zeven jaar geleden haar debuut Covered opnieuw werd uitgebracht.

Waar haar latere albums voor mij weinig onderscheidend waren, was Covered een ware voltreffer, maar helaas was het in de jaren die volgden stil rond Sarah Siskind.

Haar nieuwe album, Modern Appalachia, maakt direct bij eerste beluistering zo mogelijk nog meer indruk dan de reissue van gaar debuut.

De singer-songwriter die op jonge leeftijd naar Nashville vertrok, maar een paar jaar geleden terugkeerde naar de plek in North Carolina waar ze opgroeide, kiest op haar nieuwe album voor een geluid dat direct opvalt en dat zich makkelijk weet te onderscheiden van al het andere dat momenteel binnen de Amerikaanse rootsmuziek wordt uitgebracht. Sarah Siskind blijft op Modern Appalachia redelijk ver verwijderd van de doorsnee folk en country uit Nashville, maar kiest voor een broeierig en atmosferisch geluid, waarin prachtig gitaarwerk centraal staat.

De Amerikaanse singer-songwriter groeide op in de Appalachen en kreeg de folkmuziek die in de vorige eeuw in de langgerekte bergstreek ontstond met de paplepel ingegoten. Na haar terugkeer in North-Carolina leerde Sarah Siskind de Appalachen folk weer te waarderen en begon ze te werken aan een eigentijdse variant. Modern Appalachia doet qua sfeer en tempo wel wat denken aan de oude Appalachen folk, maar de muziek van Sarah Siskind staat met beide benen in het heden, al is het maar vanwege de dominante rol die elektrische gitaren hebben gekregen op haar nieuwe album.

Modern Appalachia, dat gastbijdragen kent van meestergitarist Bill Frisell, Justin Vernon (Bon Iver)en Rose Cousins, maakt indruk met een atmosferisch en wat broeierig geluid waarin prachtige elektrische gitaarlijnen de hoofdrol opeisen. Het zijn gitaarlijnen die de ruimtelijke klanken steeds prachtig doorsnijden en zorgen voor een bijzondere onderhuidse spanning in het geluid van Sarah Siskind.

Het is een geluid dat van de hand van Daniel Lanois had kunnen zijn en het is een geluid dat zich genadeloos opdringt. De wat steviger aangezette gitaarlijnen combineren prachtig met de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem die ik in een zeer ingetogen geluid wat te scherp vind, maar die in het broeierige geluid vol aansprekende en soms stevige gitaarlijnen uitstekend gedijt.

Het geluid op Modern Appalachia is prachtig en komt het best tot zijn recht in de wat breder uitwaaiende songs op het album, al zijn de wat meer uptempo songs weer lekker stevig. Sarah Siskind heeft niet alleen een geluid gevonden dat afwijkt van het gemiddelde Amerikaanse rootsgeluid van het moment, maar heeft ook de juiste ondergrond voor haar stem gevonden. Het is een stem die mooie verhalen vertelt, want Sarah Siskind toont zich ook op Modern Appalachia een uitstekend songwriter.

Het levert een album op dat direct bij de eerste noten de aandacht grijpt en dat deze aandacht vrij makkelijk bijna een uur lang vast weet te houden. Ik was zoals gezegd niet altijd onder de indruk van de muziek van Sarah Siskind, maar met Modern Appalachia heeft ze een prachtig album afgeleverd, dat de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek meer dan verdient. Erwin Zijleman

Sarasara - Orgone (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sarasara - Orgone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sarasara - Orgone
Sarasara maakte het me met haar debuut drie jaar geleden net wat te lastig, maar haar tweede album is een muzikale ontdekkingsreis die zijn weerga niet kent

Wanneer de zon gaat schijnen grijp ik graag naar de muziek van Franse zuchtmeisjes, die de kunst van het zwoel muzikaal verleiden als geen ander beheersen. De muziek van de Française Sarasara verleidt in ieder geval minder snel, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de muziek van Sarasara wil je niet meer zonder. De zang op Orgone is fluisterzacht en krijgt gezelschap van even zachte akoestische klanken, die vervolgens worden gecontrasteerd met tegendraadse elektronica en bijzondere ritmes. Zeker niet het makkelijkste album dat je momenteel in huis kunt halen, maar wel een album dat bij iedere beluistering weer nieuwe en verrassende dingen laat horen.

Sarasara is het alter ego van de Franse muzikante Sarah Filleur, die met haar in 2016 verschenen debuut Amor Fati, een onuitwisbare indruk maakte op de critici, die het album stuk voor stuk bejubelden met de nodige superlatieven.

Ik vond de muziek van de Française in eerste instantie ook fascinerend, maar uiteindelijk bood het album me net te weinig houvast. Het tweede album van Sarasara, Orgone, opent een stuk toegankelijker.

Flatline is een zwoel popliedje dat in eerste instantie wordt gedragen door eenvoudige klanken en de zwoele vocalen van de Franse muzikante, die nu overigens in het Verenigd Koninkrijk woont. In eerste instantie strijkt alleen de subtiel toegevoegde elektronica wat tegen de haren in, totdat ook de rol van complexe ritmes belangrijk wordt.

Met Flatline blijft Sarasara natuurlijk ver verwijderd van de Franse zuchtmeisjes die vooral de zwoele verleiding nastreven, maar klinkt ze toegankelijker dan op haar debuut. Blood Brothers, de tweede track van het album contrasteert donkere pianoklanken met bijzondere elektronische ritmes en wederom wat ongrijpbare elektronica, waarna Sarasara de songs naar zich toetrekt met afwisselend spoken word en mooie zang. Sarasara wisselt Engels en Frans af in haar songs en doet dat op een manier die natuurlijk klinkt, al is het maar omdat ze haar Engels opvalt door een stevig Frans accent.

Het debuut van Sarasara vond ik drie jaar geleden zoals gezegd een spannend album, maar het was ook een album waarop ik geen vat kreeg. Het is anders bij beluistering van Orgone. Orgone laat ontegenzeggelijk spannende en bij vlagen zeer experimentele klanken horen, maar ik hoor dit keer ook songs met een kop en een staart. Het zorgt ervoor dat Orgone minstens net zo intrigeert als zijn voorganger, maar uiteindelijk meer blijft hangen.

Er gebeurt op het tweede album (de acapella versie van haar debuut tel ik maar even niet mee) van Sarasara zo veel dat het wel even duurt voor je niet meer mateloos wordt verrast door de intrigerende songs van de Française, maar in tegenstelling tot bij beluistering van het debuut, valt nu uiteindelijk alles op zijn plek.

Orgone is bijzonder fraai geproduceerd door Liam Howe, die eerder werkte met onder andere Hannah Peel, Lana Del Rey, Marina And The Diamonds, Ellie Goulding en onze eigen Kovacs. Liam Howe heeft ervoor gezorgd dat Sarasara haar bijzondere geluid kon behouden, maar op hetzelfde moment net wat conventionelere songs kon maken. Orgone is een album dat, zeker in eerste instantie, energie slurpt, maar naarmate er meer op zijn plek valt dringen de songs van de Franse muzikante zich steeds makkelijker op.

Orgone is een zeer persoonlijk album dat volgt op roerige jaren in het leven van Sarasara en het is een album dat een behoorlijk introspectief en intiem geluid laat horen en het is een geluid dat maar aan kracht blijft winnen. Bijzondere gast op Orgone is Pete Doherty (The Libertines) die opduikt op een van de tracks, maar volledig wordt meegezogen in het unieke geluid van Sarasara.

Nu de zomer nadert doen de albums van de zwoele Franse zuchtmeisjes het uitstekend, maar Orgone van Sarasara. Zie het als het tijdelijk verruilen van een ijskoud biertje voor een avontuurlijke cocktail met bijzondere en niet direct bij elkaar passende ingrediënten. Het is misschien even wennen, maar wanneer de smaakpapillen optimaal geprikkeld worden is het uiteindelijk toch genieten. Erwin Zijleman

SASAMI - SASAMI (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SASAMI - SASAMI - dekrentenuitdepop.blogspot.com

SASAMI - SASAMI
Jonge muzikante uit Los Angeles levert een persoonlijk, avontuurlijk en sprankelend debuut af dat overloopt van de belofte

Er zijn momenteel nogal wat albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar het debuut van de Amerikaanse SASAMI is er een om te koesteren. De jonge Amerikaanse verwerkt invloeden uit de folk en de dreampop en shoegaze in een eigenzinnig geluid dat steeds weer net een andere kant op schiet en dat opvalt door de emotionele lading en onderhuidse spanning. De fluisterzachte zang op de plaat is mooi en dromerig, maar het intrigerende gitaarwerk op de plaat schudt je steeds weer ruw wakker. Ondanks het veelkleurige geluid is het debuut van SASAMI een consistente plaat, die je steeds verder meesleept in de wereld van deze jonge Amerikaanse singer-songwriter.

SASAMI is het alter ego van de uit Los Angeles afkomstige singer-songwriter Sasami Ashworth. De klassiek geschoolde muzikante maakte een tijdje deel uit van de band Cherry Glazier en droeg de afgelopen jaren op meerdere manieren bij aan albums van anderen (zo arrangeerde ze de strijkers op het laatste album van Curtis Harding).

Haar eerste soloplaat nam ze op met haar broer en een aantal bevriende muzikanten en volgt op het einde van een liefdesrelatie. Breakup albums zijn momenteel in overvloed beschikbaar, maar ook dit is weer een hele mooie.

Het titelloze debuut van SASAMI wordt over het algemeen in het hokje shoegaze of dreampop geduwd en dat kon ik niet goed plaatsen bij het beluisteren van de openingstrack. Allmusic.com beschrijft de muziek van SASAMI als “Aimee Mann met Robert Fripp als gitarist” en dat is bijzonder trefzeker voor de openingstrack. Ingetogen en wat nasale vocalen vloeien in deze openingstrack prachtig samen met klanken die herinneren aan de “Frippertronics” van Robert Fripp uit de vroege jaren 80 (helaas niet te vinden op de streaming media diensten). Het smaakt onmiddellijk naar meer.

In de tweede track blijkt het etiket dreampop of shoegaze toch niet helemaal uit de lucht gegrepen, want in deze track combineert SASAMI gruizige gitaarmuren met dromerige en wat zweverige vocalen. Uiteindelijk schiet het gitaarwerk ook in deze track alle kanten op, waardoor SASAMI haar eigen geluid weet te behouden.

De derde track klinkt weer anders en doet wel wat denken aan het 80s geluid van Wendy & Lisa. Het wekt misschien de indruk dat SASAMI op haar debuut van de hak op de tak springt, maar dat is toch niet het geval. Haar fluisterzachte zang en fascinerend gitaarwerk duiken in iedere track op en ook invloeden uit de dreampop blijken hardnekkiger dan de openingstrack deed vermoeden.

Het past allemaal prachtig bij de wat melancholische sfeer in de muziek van SASAMI, wat vast alles te maken heeft met het liefdesverdriet dat de opnamesessies domineerde. Ondanks de emotionele lading en de vaak ingetogen klanken, vervalt de muziek van de Amerikaanse gelukkig nergens in navelstaarderij.

Ik hou wel van mooie gitaarlijnen en fluisterzachte vrouwenstemmen en ik ben ook zeker niet vies van dreampop en van muziek die ook buiten de lijntjes durft te kleuren. Het komt allemaal prachtig samen op het debuut van SASAMI dat betovert, sprankelt en intrigeert. De popliedjes van de singer-songwriter uit Los Angeles zijn heerlijk melodieus, maar hebben ook altijd iets eigenzinnigs en avontuurlijks.

Na drie nogal verschillende tracks duikt in de vierde track de wat uit beeld geraakte Devendra Banhart aan voor een duet dat net wat meer folky klinkt, maar ook weer opvalt door bijzonder gitaarwerk, dat constant lijkt te ontsporen, maar dat uiteindelijk niet echt doet. Dit soort onderhuidse spanning hoor je veel vaker in de muziek van SASAMI en het geeft de muziek van de Amerikaanse muzikante een bijzondere lading.

SASAMI blijft op haar debuut maar verrassen met bijzondere wendingen en flirts met folk, elektronica en jazz, en dit zonder haar herkenbare geluid geweld aan te doen, en klinkt minstens net zo veelbelovend als de jonge vrouwelijke singer-songwriters die ik de afgelopen twee à drie jaar de hemel in heb geprezen. De vijver met talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol en hetzelfde geldt voor de vijver met muzikanten met een zwak voor dreampop. Het debuut van SASAMI zou ik er echter absoluut uitvissen. Erwin Zijleman

Sasha and The Valentines - So You Think You Found Love? (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sasha And The Valentines - So You Think You Found Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sasha And The Valentines heeft een album gemaakt waarop de zon nadrukkelijk mag schijnen en waarop de Texaanse band verrast met honingzoete popliedjes met een vleugje dreampop

Bij de eerste noten van So You Think You Found Love? van Sasha And The Valentines was ik er van overtuigd dat ik met een Britse band te maken had, maar de band rond Sasha Addi komt echt uit de Verenigde Staten. Uit Austin, Texas, zelfs, maar met Texaanse rootsrock heeft het niets te maken. Het debuut van Sasha And The Valentines staat vol met zonnige en vaak wat zoete popliedjes die hier en daar citeren uit de dreampop, maar ook raken aan een band als Belle And Sebastian. De ritmesectie speelt avontuurlijk, de gitaarloopjes zijn keer op keer onweerstaanbaar en hetzelfde geldt voor de heerlijke stem van de frontvrouw van de band. De zomer komt er aan.

Savages - Adore Life (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Savages - Adore Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Silence Yourself, het debuut van de uit Londen afkomstige band Savages, sloeg al weer bijna drie jaar geleden in als de spreekwoordelijke bom.

Het vrouwelijke viertal borduurde op haar debuut voort op de postpunk erfenis van Joy Division en alle volgelingen van deze band, maar deed dit met veel meer fantasie en vooral ook veel meer lef dan de meeste van haar tijdgenoten.

Savages maakte op haar debuut postpunk zoals die in de late jaren 70 werd gemaakt, maar sloot ook aan bij onder andere de noiserock uit de jaren 90, de new wave uit de jaren 80, de punk uit de jaren 70 en de psychedelica uit de jaren 60.

Het leverde een sensationele, maar inmiddels ook al weer bijna vergeten plaat op. Tot nu dan, want met Adore Life slaat Savages wederom meedogenloos toe. De tweede plaat van Savages gaat verder waar Silence Yourself drie jaar geleden ophield, maar het is ook een andere plaat.

In muzikaal opzicht klinkt het een stuk hechter en veelzijdiger, de zang van Jehnny Beth is nog indringender en tenslotte graven de songs van de band dieper en is er meer ruimte voor ingetogen momenten maar ook meer ruimte voor experiment.

Door de zang van Jehnny Beth ontkom je ook dit keer niet aan de vergelijking met de platen van Siouxsie & The Banshees, al laat de zangeres van Savages ook zang horen die raakt aan die van Patti Smith of P.J. Harvey.

De donkere bassen en ritmes doen in combinatie met de zang nog altijd flink denken aan de hoogtijdagen van de postpunk, maar ook dit keer slaat het gitaarwerk bruggen naar alle hier boven genoemde andere genres.

Adore Life biedt zoals gezegd meer ruimte aan ingetogen passages, maar dit is niet ten koste gegaan van de intensiteit van de muziek van Savages. Ook Adore Life grijpt je met de eerste gitaarriff bij de strot en laat pas los wanneer de laatste noten wegebben.

Savages had de lat met Silence Yourself erg hoog gelegd voor zichzelf, maar Adore Life gaat er met gemak overheen. 2016 is pas een week of drie oud, maar ik heb al een handvol platen in handen die ik meesterwerken durf te noemen. Adore Life van Savages is er een van. Erwin Zijleman

Savannah Conley - Playing the Part of You Is Me (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Savannah Conley - Playing The Part Of You Is Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Savannah Conley - Playing The Part Of You Is Me
Savannah Conley kreeg de countrymuziek uit Nashville met de paplepel ingegoten, maar kiest op haar debuutalbum Playing The Part Of You Is Me voor een veelzijdiger geluid met veel ruimte voor pop

Ik vond het debuutalbum van Savannah Conley in het hokje pop en dat is een hokje waarin de muzikante uit Nashville zich nog niet zo lang thuis voelt. Ze begon ooit als countrymuzikante, maar kiest op Playing The Part Of You Is Me voor een veelzijdiger geluid, waarin vooral plaats is voor invloeden uit de pop en de rock. Binnen beide genres bestrijkt Savannah Conley een breed palet, waarop zeer incidenteel ook nog wel wat ruimte is voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het levert een album op met een mooi vol geluid, prima zang en songs die niet alleen lekker blijven hangen, maar je ook nog een paar keer op het verkeerde been zetten. Opvallend debuut wat mij betreft.

Ik had nog niet eerder van de Amerikaanse muzikante Savannah Conley gehoord. Dat is ook niet zo gek, want het deze week verschenen Playing The Part Of You Is Me is het debuutalbum van de jonge singer-songwriter uit Nashville, Tennessee. Het is zeker niet het enige album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter dat deze week verschijnt, maar het debuut van Savannah Conley viel me direct in positieve zin op.

De jonge Amerikaanse muzikante maakt op haar debuutalbum muziek die is te omschrijven als popmuziek met een vleugje Amerikaanse rootsmuziek of als Amerikaanse rootsmuziek met een flinke dosis pop. Savannah Conley groeide op in Nashville als kind van twee ouders die werkzaam waren in de muziekindustrie van de countryhoofdstad. Dat Savannah Conley zou kiezen voor een carrière in de countrymuziek zat er dan ook al jong in, (ze maakte ook twee albums die helaas op de plank bleven liggen), maar op een gegeven moment heeft de Amerikaanse muzikante een andere afslag genomen, zonder de muziek die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten volledig te vergeten.

Playing The Part Of You Is Me maakte op mij zoals gezegd makkelijk indruk en dat deed het album om een aantal redenen. Allereerst ben ik zeer gecharmeerd van de zang van Savannah Conley. De muzikante uit Nashville heeft een aangename stem, maar ze zingt ook met veel gevoel en expressie, waardoor haar debuutalbum anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre.

Savannah Conley schrijft bovendien uitstekende songs. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en die in een aantal gevallen opvallend aanstekelijk zijn. Het zijn songs waarvoor de grote popprinsessen van het moment zich niet zouden schamen, maar het zijn ook songs met hier en daar wat scherpe randjes en songs die zich niet laten beperken door het strakke keurslijf van de mainstream pop.

Playing The Part Of You Is Me is tenslotte een bijzonder mooi ingekleurd album. Het zowel uit gitaren als synths bestaande geluid van Savannah Conley klinkt vaak zo vol en gepolijst als je verwacht van een popalbum van het moment, maar de songs van de Amerikaanse muzikante kunnen ook wat steviger klinken of toch nog wat van het countryverleden van Savannah Conley naar boven brengen, al domineert de pop op Playing The Part Of You Is Me.

Als de muzikante uit Nashville de blinkende pop tijdelijk verruild voor een meer ingetogen geluid met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, hoor je dat ze ook dit uitstekend beheerst. Ook in de songs die wat buiten de lijntjes van de pop kleuren weet Savannah Conley op te vallen met prima zang, aansprekende songs en een prachtig geluid. Het is een geluid vol dynamiek, want wanneer ze na een aantal tracks lijkt te kiezen voor een intieme folksong slaat deze al snel om in een song met verrassend hoge gitaarmuren.

Savannah Conley is ook het avontuur niet vergeten op haar debuutalbum, want wanneer ze kiest voor wat lome en dromerige klanken, weet ze ook te verrassen met bijzondere klanken en contrasten. Playing The Part Of You Is Me zal vanwege een aantal aanstekelijke tracks op het album vermoedelijk in het hokje mainstream pop worden geduwd, maar daar doe je de jonge singer-songwriter uit Nashville flink mee te kort. Oordeel pas over het album wanneer je alle tracks gehoord hebt en de kans is groot dat het debuut van Savannah Conley een prima rapportcijfer scoort. Erwin Zijleman

Saya Gray - SAYA (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Saya Gray - SAYA - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Saya Gray - SAYA
Saya Gray trok drie jaar geleden de aandacht met het zeer eigenzinnige 19 MASTERS, maar de hooggespannen verwachtingen die dat album opleverde worden met het deze week verschenen SAYA ruimschoots overtroffen

Het is dringen in de indiepop van het moment, maar met de Canadese muzikante Saya Gray heeft het genre er weer een talent bij waar we niet omheen kunnen. De muzikante uit Toronto maakte al indruk met de tot dusver uitgebrachte muziek, maar op SAYA heeft ze haar eigenzinnige popsongs geperfectioneerd. Het zijn popsongs die zich door van alles en nog wat hebben laten beïnvloeden en al deze invloeden worden gecombineerd in een eigenzinnig geluid. Het is een mooi geluid dat meer dan eens folky klinkt, maar een verrassende wending is bij Saya Gray nooit ver weg. Een voor een worden de bijzondere popsongs van Saya Gray je dierbaar en wordt SAYA een popklassieker in de dop.

Saya Gray wordt op de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com met één zin omschreven als “Canadian singer/bassist/multi-instrumentalist known for her cross-pollinated blend of psychedelic pop and alternative R&B”. Het is op zich een aardige omschrijving, maar het is er een die maar een klein deel van het verhaal van Saya Gray vertelt.

De Canadese muzikante, die naast Canadese ook Japanse wortels heeft, groeide op in een muzikaal gezin en schreef al op jonge leeftijd haar eerste songs. Het leverde in 2022 het album 19 MASTERS op. Het was een nogal ruw en fragmentarisch klinkend album met een collage van songs en flarden van songs, maar als je goed luisterde naar de eerste muzikale verrichtingen van Saya Gray hoorde je een album dat bol stond van de belofte.

Die belofte maakte ze vervolgens waar op twee uitstekende EP’s, maar de voorlopige kroon op haar werk is het deze week verschenen SAYA dat moet worden gezien als het echte debuutalbum van de Canadese muzikante. Op 19 MASTERS viel al op dat Saya Gray zich met haar songs geen moment in een hokje laat duwen en ook het deze week verschenen album bevat wat mij betreft behoorlijk ongrijpbare muziek.

Saya Gray maakt indiepop, maar het is indiepop die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden. De songs van de muzikante uit Toronto klinken folky, maar door de pedal steel hoor je ook flarden country. Het past soms in het hokje indiepop, maar Saya Gray is ook niet vies van rock, van R&B, van soul, van pure pop en van wat eigenlijk niet.

Ik heb af en toe associaties met de geniale muziek van Naaz en af en toe ook wel met Billie Eilish, maar Saya Gray heeft ook een bijzondere eigen stijl. Op haar nieuwe album omringt ze haar stem vaak met fraai akoestisch gitaarspel, dat het folky karakter van haar muziek versterkt, maar het is folk die je nog niet eerder hebt gehoord.

De arrangementen en instrumentatie blijven je maar verrassen en klinken zowel aangenaam als razend spannend. Het zijn op zich kleine popliedjes die Saya Gray maakt, maar ze klinken allemaal even groots. Het is ook de verdienste van haar stem, die op zich past binnen de popmuziek van dit moment, maar die ook het unieke karakter van de muziek van Saya Gray versterkt.

Het is muziek die continu van kleur verschiet, want net als je denkt een eigenzinnig folkpop album te beluisteren, geeft de Canadese muzikante haar muziek een elektronische en wat broeierige R&B impuls en weer terug. Het is aan te bevelen om SAYA met de koptelefoon te beluisteren, want dan hoor je pas goed uit hoeveel lagen de muziek van Saya Gray bestaat en hoe knap het allemaal in elkaar zit.

Al die lagen zitten vol muzikale hoogstandjes, maar alles dat Saya Gray doet is functioneel en draagt bij aan haar unieke sound. Zeker de folky passages zijn oorstrelend mooi, maar eigenlijk is iedere richting die Saya Gray op gaat raak. SAYA bevat een aantal songs die je direct wilt koesteren en een aantal songs die wat meer tijd nodig hebben, maar waar ik 19 MASTERS nog wat teveel van alles en van wisselend niveau vond, is het nieuwe album van Saya Gray voor mij inmiddels een album zonder zwakke momenten.

Het is een album dat wanneer je het ontleedt vol staat met flarden uit muziekgeschiedenis, wat van SAYA een mooi zoekplaatje maakt, maar door de unieke songs die Saya Gray er van heeft gesmeed is SAYA wat mij betreft een van de leukste en meest originele popalbums van het moment. Erwin Zijleman

Scarce - Demos 1993 (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Scarce - Demos 1993 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Scarce - Demos 1993
Hoe groot Scarce had kunnen worden hoor je op de verzameling demo’s uit 1993. Het mocht helaas niet zo zijn
De Amerikaanse band Scarce leek verzekerd van een gouden toekomst, maar het noodlot besloot anders. Het verhaal van de band eindige echter niet na de release van het geweldige debuutalbum Deadsexy, maar kreeg een vervolg vanaf 2008. Op bandcamp verscheen onlangs een verzameling demo’s die goed laat horen hoe groot de belofte van Scarce was. Het inspireerde Menno Pot tot een prachtig verhaal in de Volkskrant, dat nieuwsgierig maakt naar de muziek van de band inclusief de vroege demo’s. Het is muziek die ondanks het verstrijken van 27 jaren nog altijd staat als een huis en de grote belofte die Scarce ook was onderstreept.

Op AllMusic.com staat een kort stukje over de Amerikaanse band Scarce. De band rond Chick Graning en Joyce Raskin werd in 1993 begeerd door alle grote platenmaatschappijen en leek verzekerd van een rooskleurige toekomst in de muziek. Het liep anders. Chick Graning werd vlak voor de geplande release van de band getroffen door een ernstige hersenbloeding, die hem bijna het leven kostte en veroordeelde tot lang en intensief revalideren.

De Amerikaanse muzikant moest niet alleen opnieuw leren lopen en gitaar leren spelen, maar moest ook de songs van zijn band leren spelen. Na de lange revalidatie verscheen eindelijk Deadsexy, het debuut van de band. Het album werd goed ontvangen, maar de muzikale chemie tussen Chick Graning en Joyce Raskin bleek verdwenen, waardoor de band uit elkaar viel voor het avontuur van Scarce echt was begonnen.

Het verhaal stopt hier bij AllMusic.com, maar het verhaal van Scarce ging wel degelijk verder. Het wordt mooi verteld in het boek Aching To Be: A Girl’s True Rock And Roll Story van Joyce Raskin uit 2007 en werd onlangs verder uitgeplozen door Volkskrant journalist Menno Pot (hier terug te lezen).

De opkomst en Scarce is mij medio jaren 90 ontgaan, maar nieuwsgierig geworden door het verhaal van Menno Pot ben ik op zoek gegaan naar Deadsexy, dat helaas niet meer te vinden is op de streaming media, maar nog wel tweedehands op de kop kan worden getikt. Het is een sensationeel album, zeker als je het plaatst in de tijd waarin het werd uitgebracht. Ik ben cd's aan het uitbannen (ik doe vinyl of streaming), maar het debuut van Scarce koester ik vanaf nu.

Na het boek van Joyce Raskin, die overigens meerdere interessante boeken schreef werd Scarce weer tot leven gebracht, wat drie EP’s opleverde. Onlangs werd hier een fraaie verzameling demo’s aan toegevoegd. Het zijn demo’s die in 1993 werden opgenomen en die fraai laten horen hoe goed Scarce was.

De songs kwamen uiteindelijk terecht op Deadsexy, maar ook in de wat ruwere vorm hoor je goed hoe veelbelovend Scarce in 1993 was. In muzikaal opzicht positioneert de band zich ergens tussen de Pixies en Nirvana met flink wat sterke wapens. De gruizige strot van Chick Granning, de zwoele achtergrondzang van Joyce Raskin, de dwingende baslijnen, het energieke drumwerk en de fraaie gitaarlijnen. Het wordt allemaal versterkt door de geweldige songs, die je ondanks de ruwe vorm onmiddellijk dierbaar zijn. Het is misschien maar een verzameling demo’s, maar het is een redelijk alternatief voor Deadsexy en bovendien is het bijzonder om een band aan het werk te horen in de periode voor haar debuut.

Het is na beluistering van de demo's niet moeilijk om je voor te stellen hoe groot Scarce had kunnen worden wanneer dit debuut gewoon in 1994 was verschenen en de band was blijven bestaan, maar het liep helaas anders. Ook het heropgerichte Scarce is echter de moeite waard. De belofte van Deadsexy gaat de band nooit meer vervullen, maar de drie EP’s die na 2008 verschenen zijn prima. Je haalt ze voor iets meer dan 12 dollar op bij bandcamp en krijgt dan ook de fraaie verzameling demo’s er nog bij. Het boek van Joyce Raskin en een tweedehands exemplaar van Deadsexy (bij Discogs zijn er nog flink wat te vinden) maken de verzameling Scarce materiaal nagenoeg compleet. Erwin Zijleman

School Fair - Bird the Kid (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: School Fair - bird the kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: School Fair - bird the kid
Praatzang is helaas weer helemaal terug de afgelopen jaren, maar op het fascinerende en bijzonder mooie debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band School Fair zit het me voor de afwisseling eens totaal niet in de weg

Er is het afgelopen jaar niet veel geschreven over het helemaal aan het begin van 2025 verschenen album van School Fair. Dat is bijzonder, want met bird the kid heeft de band een origineel klinkend en wat mij betreft hoogstaand album afgeleverd. Het is een album waarop poëtische praatzang wordt gecombineerd met een verrassend veelkleurig geluid, dat bol staat van de invloeden. De songs van School Fair schieten alle kanten op en zijn niet bang voor het experiment, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse band zijn ook melodieus en bedwelmend. Je zou verwachten dat bird the kid zeker in eigen land stevig zou zijn bewierookt, maar dat is vreemd genoeg niet het geval. Zeer ten onrechte.

Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekscene behoorlijk goed in de gaten via twee fantastische nieuwsbrieven, maar heb toch een geweldig album gemist het afgelopen jaar. Het gaat om bird the kid (geen hoofdletters) van de Nieuw-Zeelandse band School Fair. Dat ik het album heb gemist is niet zo gek want het album komt vreemd genoeg niet voor in de catalogus van Flying Out Records en Flying Nun Records, die normaal gesproken toch vrijwel het gehele Nieuw-Zeelandse muzieklandschap bestrijken.

Als het album wel aan bod was gekomen in de nieuwsbrieven uit Auckland die ik wekelijks uitpluis, was de kans absoluut aanwezig geweest dat ik niet had geluisterd naar het tweede album van de band uit ÅŒtepoti, ook bekend als Dunedin. Op bird the kid wordt immers weinig gezongen en veel gesproken en praatzang is normaal gesproken niet iets waar ik gek op ben.

Op het album van School Fair zit de praatzang me echter niet in de weg. Waar de praatzang bij de gemiddelde postpunk band behoorlijk opgefokt klinkt, komt de praatzang op het album van School Fair ontspannen of zelfs dromerig over. Bovendien wordt er ook wel degelijk gezongen op bird the kid, dat hier en daar ook nog is voorzien van een subtiele vrouwenstem, die zich ook vooral beperkt tot voordragen.

De gesproken teksten klinken voor de afwisseling ook nog eens niet boos, maar zijn fraai poëtisch, waardoor ik me er geen moment door heb laten afschrikken bij beluistering van het tweede album van School Fair. De band nam haar tweede album op in een studio, waardoor het album een stuk beter klinkt dan het wel erg ruw klinkende debuutalbum uit 2021.

De bijzondere zang voorziet bird the kid ook nog eens van onderscheidend vermogen, want ik ken geen andere albums die zo klinken als dit album. Dat heeft ook alles te maken met de muziek van School Fair, want die kan alle kanten op. Het album opent met een track waarin de gitaren even gruizig als rootsy klinken. Het doet wat denken aan de muziek die werd gemaakt binnen de stroming American Underground, maar in de tweede track op bird the kid hoor je toch ook weer invloeden uit de postpunk die ik associeer met gesproken zang.

Via een gitaarsong die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 komt School Fair in de vierde track met zeer subtiele klanken, die de song voorzien van een beeldend karakter. En zo weet de Nieuw-Zeelandse band song na song te verrassen met steeds weer een net wat ander geluid. Het is een geluid dat ook absoluut invloeden uit de postrock en de indierock bevat en het experiment zeker niet schuwt, maar de muziek van School Fair heeft ook iets rustgevends.

Ik vind de songs van de Nieuw-Zeelandse band het mooist wanneer wordt ingezet op dromerige en melodieuze klanken met prachtige wolken gitaren en een gruizige onderlaag en dat doet de band met grote regelmaat. Ik begrijp er eerlijk gezegd dan ook niets van dat mijn vaste tipgevers uit Auckland nooit iets hebben geschreven over het bijzondere album van School Fair, dat het vooralsnog moet doen met een cultstatus.

Dat moet wat mij betreft gaan veranderen, want de Nieuw-Zeelandse band klinkt niet alleen anders dan andere bands, maar weet ook nog eens een bijzonder hoog niveau aan te tikken op het bijzondere bird the kid. Erwin Zijleman

School of Seven Bells - SVIIB (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: School Of Seven Bells - SVIIB - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

School Of Seven Bells begon in 2007 als trio en wist me met haar debuut Alpinism te verleiden tot het schrijven van de allereerste recensie op de krenten uit de pop.

De band rond gitarist Benjamin Curtis en de zingende zusjes Alejandra en Claudia Deheza verraste op haar debuut met een mix van shoegaze en dreampop en verruilde deze mix op het ruim anderhalf jaar later verschenen Disconnect From Desire voor een geluid waarin 80s synthpop domineerde.

Op het in 2012 verschenen Ghostory was School Of Seven Bells door het vertrek van Claudia Deheza gereduceerd tot een duo, maar maakte de band wederom indruk met een nog veelzijdiger geluid met invloeden uit de 70s, 80s en 90s.

2013 werd een gitzwart jaar voor School Of Seven Bells. Benjamin Curtis werd ernstig ziek en overleed nog voor het einde van het jaar. De vierde School Of Seven Bells plaat was op dat moment al klaar en is vorig jaar door Alejandra Deheza en producer Justin Meldal-Johnsen afgemaakt.

SVIIB is de zwanenzang van School Of Seven Bells en een mooi eerbetoon aan Brian Curtis. Het is een plaat die de carrière van de band, die met haar hele oeuvre op deze BLOG staat, fraai samenvat, maar ook nog een volgende stap zet.

SVIIB is net als zijn twee voorgangers elektronischer en moderner dan het debuut van de band, maar invloeden uit de dreampop zijn zeker niet afwezig op de plaat. Het zijn invloeden die fraai zijn geïntegreerd in een geluid dat anders klinkt dan dat van de meeste soortgenoten van de band, waardoor School Of Seven Bells zich nadrukkelijk weet te onderscheiden van deze soortgenoten. Dat doet de band ook wanneer wordt aangehaakt bij 80s synthpop of moderner klinkende dansmuziek of elektropop.

De muziek van School Of Seven Bells is op SVIIB deels aanstekelijk, maar heeft ook een donkere en soms zelfs wat dreigende onderlaag. Het past prachtig bij de mooie stem van Alejandra Deheza, die ook dit keer flink wat indruk maakt met heldere, onderkoelde maar ook emotievolle vocalen.

SVIIB zal helaas de laatste plaat zijn van School Of Seven Bells, maar het is gelukkig wel een hele mooie geworden. Erwin Zijleman

Scout Gillett - no roof no floor (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Scout Gillett - no roof no floor - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Scout Gillett - no roof no floor
De Amerikaanse muzikante Scout Gillett verrast met een ruw en zeer persoonlijk album dat op bijzondere wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, punk en indierock met elkaar verbindt

Scout Gillett verbleef de afgelopen jaren in meerdere werelden. Ze groeide op het platteland van Missouri op, werd volwassen in de punkscene van Kansas City en werd fulltime muzikante in New York. Al deze werelden komen samen op het fascinerende no roof no floor, dat op bijzondere wijze een brug slaat tussen Amerikaanse rootsmuziek en indierock met een ‘punky attitude’. In muzikaal opzicht klinkt het vooral anders dan je gewend bent, maar in vocaal opzicht grijpt Scout Gillett je bij de strot met haar persoonlijke teksten en ruwe voordracht. Het is even wennen misschien, maar no roof no floor van Scout Gillett is al snel een album dat je niet meer los laat.

Toen ik de releaselijst van de afgelopen week bestudeerde viel no roof no floor van Scout Gillett me onmiddellijk op. Iets later besefte ik me dat ik Scout Gillett had verward met de Britse singer-songwriter Scout Niblett, van wie we de afgelopen negen jaar helaas helemaal niets meer hebben vernomen. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Scout Gillett trok misschien de aandacht om de verkeerde reden, maar no roof no floor verdient deze aandacht absoluut.

Scout Gillet is een jonge Amerikaanse singer-songwriter die opgroeide op het platteland in Missouri en die via de punkscene van Kansas City in Brooklyn, New York, is terecht gekomen. Op no roof no floor komen alle werelden waarin Scout Gillett de afgelopen jaren heeft vertoefd samen. Het debuutalbum van de muzikante uit Brooklyn bevat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek waarmee ze op het platteland in Missouri vooral in aanraking kwam, heeft het rauwe van de punkscene waar ze vervolgens in Kansas City in terecht kwam en heeft het mondaine van de grote stad waarin ze momenteel woont.

Dat no roof no floor een wat donker klinkend album is geworden is ook niet zo gek, want de Amerikaanse muzikante zag bij terugkeer op haar geboortegrond in Missouri dat alcohol- en drugsverslavingen een zware tol eisen in de gemeenschap waarin ze was opgegroeid, verloor een geliefde aan een overdosis drugs en kwam bij terugkeer in New York ook nog eens terecht in de coronapandemie die het openbare leven lam legde.

Het zijn zware jaren die Scout Gillett hebben getekend, maar het zijn ook zware jaren die een bijzonder indrukwekkend debuutalbum hebben opgeleverd. Het is een album dat me meer dan eens doet denken aan de muziek van een jonge PJ Harvey, maar dan wel een PJ Harvey waarvan de wieg op het Amerikaanse platteland heeft gestaan en niet in het chique Britse Dorset.

Het debuutalbum van Scout Gillett bevat zoals gezegd flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, wat je niet alleen terug hoort in de instrumentatie, maar ook in de songs. Aan de andere kant is no roof no floor uiteindelijk meer een rauw rockalbum dan een rootsalbum. Het is een bijzondere combinatie die verrassend goed uitpakt. De muziek van de muzikante uit New York klinkt vaak ruw en recht voor zijn raap, maar Scout Gillett kan ook flink gas terugnemen en kiezen voor uiterst ingetogen songs.

De instrumentatie op no roof no floor is verrassend, maar Scout Gillett trekt de meeste aandacht met haar zang. Ook de vocalen op het album zijn soms aan de ruwe kant, maar de singer-songwriter uit Brooklyn kan ook meer ingehouden zingen. Het is zang vol gevoel en doorleving, die de persoonlijke teksten op het album en de wat sombere thematiek meer lading geeft. Zeker wanneer Scout Gillett het subtiel uitschreeuwt neemt no roof no floor je mee terug naar de late jaren 70 in New York, waarin de punk en new wave floreerden, maar de Amerikaanse muzikante is ook haar wortels in de country niet vergeten.

Het debuutalbum van Scout Gillett is een album dat me aan van alles doet denken, maar als ik de vinger er op probeer te leggen, kom ik niet veel verder dan de eerder genoemde PJ Harvey en dat is een vergelijking die maar een enkele keer op gaat. Ondertussen raak ik wel steeds meer in de ban van dit bijzondere album dat steeds ruwer en nadrukkelijker onder de huid weet te kruipen. Erwin Zijleman

Scram C Baby - Give Us A Kiss (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Scram C Baby - Give Us A Kiss - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Acht jaar stilte wordt gevolgd door een mokerslag vol briljante gitaarsongs met het eigenzinnige stempel van Scram C Baby
Wat kun je nog verwachten van een band die acht jaar stil is geweest en inmiddels haar 25e verjaardag viert. Meestal niet zo veel of helemaal niets, maar het kan ook anders. Het Amsterdamse Scram C Baby levert na een stilte van acht jaar een beest van een gitaarplaat af. Give Us A Kiss is twaalf songs lang raak en schiet ook nog eens alle kanten op. Soms rauw en meedogenloos, soms melodieus en aanstekelijk, maar altijd verrassend en uitermate trefzeker. Hun laatste wapenfeit van acht jaar geleden vond ik tot dusver hun beste, maar de nieuwe plaat gaat er overheen en niet zo’n klein beetje ook.

Iets meer dan acht jaar geleden, was ik op deze BLOG, die toen nog in de kinderschoenen stond, zeer positief over Slow Mirror, Wicked Chair van de Nederlandse band Scram C Baby.

Scram C Baby bestond op dat moment al een jaar of 18 en had een handvol platen op haar naam staan, waarvan The Thing That Wears My Ring uit 2007 op dat moment mijn favoriet was. Het zijn platen waarop de geest van Pavement altijd rond waarde, maar Scram C Baby ontwikkelde ook een steeds meer eigen geluid.

Het kwam allemaal samen op Slow Mirror, Wicked Chair, dat vrijwel onmiddellijk mijn favoriete Scram C Baby plaat werd en deed verlangen naar veel en veel meer. Op dat meer hebben we net iets meer dan acht jaar moeten wachten en dat is lang, heel lang. Er zijn niet veel bands die na een stilte van meer dan vijf jaar nog op enigszins interessante wijze tot leven komen, maar Scram C Baby heeft altijd al verrast en doet dat nu nog eens.

Laat ik maar met de deur in huis vallen. Give Us A Kiss is wat mij betreft de beste plaat van de Amsterdamse band tot dusver en vat ook nog eens mooi samen waartoe Scram C Baby de afgelopen 25 jaar in staat was. Give Us A Kiss bevat flink wat van de rammelende rocksongs, die nog steeds associaties oproepen met de muziek van Pavement, maar de Amsterdammers komen dit keer op de proppen met songs die beter zijn uitgewerkt en ook nog een stuk aanstekelijker zijn dan die van hun voormalige Amerikaanse voorbeeld.

Een andere naam die opkomt bij beluistering van Give Us A Kiss is de naam van dEUS. Net als de Belgische band, die in de jaren 90 haar beste platen maakte, kan Scram C Baby een aanstekelijk popliedje opeens tegendraads laten klinken of een tegendraads popliedje transformeren in een bijzonder aanstekelijke rocksong. Uiteindelijk doet bij beluistering en beoordeling van Give Us A Kiss er maar één naam toe en dat is die van Scram C Baby. De band heeft na acht jaar stilte een fantastische gitaarplaat afgeleverd, die je 12 songs en 35 minuten lang in een wurggreep houdt.

De Amsterdamse band maakt het je nog lang niet altijd makkelijk en blijft ver verwijderd van de collega bands op het Excelsior label die in het verleden tekenden voor een mooie lente of Indian Summer. Scram C Baby maakt af en toe een gitaarliedje dat de zon opeens weer doet schijnen, maar de band kan je ook van de sokken blazen met opvallend rauwe en ontsporende gitaarsongs of met gitaarsongs die de fantasie meedogenloos prikkelen.

Het zijn songs die deels citeren uit het decennium waarin de wieg van de band stond, maar de muziek van Scram C Baby klinkt 25 jaar later nog altijd verrassend fris en urgent en laat op hetzelfde moment invloeden uit de new wave van de late jaren 70 of flarden Rocy Music uit haar meest creatieve periode horen.

Laat Give Us A Kiss uit de speakers komen en de ene na de andere briljante gitaarsong komt voorbij. Er zijn in 2018 gelukkig weer wat meer goede gitaarplaten gemaakt dan in de afgelopen jaren en deze van Scram C Baby kan wat mij betreft met de allerbesten mee. Wat een comeback. Erwin Zijleman

Screaming Females - All at Once (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Screaming Females - All At Once - dekrentenuitdepop.blogspot.nl


Precies twee jaar geleden pikte ik Rose Mountain van de Amerikaanse band Screaming Females op.

Het trio uit New Brunswick, New Jersey, had op dat moment al een aantal platen op haar naam staan, maar Rose Mountain was mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek van de band en het was een kennismaking die vooral naar veel meer smaakte.

Rose Mountain omschreef ik als de perfecte combinatie van Dinosaur Jr. en Sleater-Kinney en imponeerde met stekelige rocksongs die al vrij snel onweerstaanbaar bleken en ook nog flarden van Pixies en zelfs Blondie lieten horen.

De band rond zangeres en gitariste Marissa Paternoster had de lijn van Rose Mountain van mij best nog een aantal platen door mogen trekken, maar laat op het vorige week verschenen All At Once een wat ambitieuzer geluid horen.

Ook op haar nieuwe plaat maakt Screaming Females muziek die doet denken aan die van de inmiddels bekende inspiratiebronnen als Sleater-Kinney en Dinosaur Jr., maar het trio uit New Jersey slaat ook nadrukkelijk haar vleugels uit.

All At Once bevat flink wat van de rauwe en stekelige songs die we kennen van de band en het zijn songs waarin zo nu en dan indrukwekkend hoge gitaarmuren worden opgeworpen. Op hetzelfde moment klinkt de muziek van Screaming Females op de nieuwe plaat melodieuzer en veelzijdiger dan de band tot dusver heeft laten horen.

De in de studio van Steve Albini opgenomen en door Matt Bayles (Minus The Bear) geproduceerde plaat, biedt ruimte aan een aantal voor de band nieuwe invloeden en neemt ook vaker gas terug dan we van Screaming Females gewend zijn. Het geeft het geweldige gitaarwerk op de plaat nog net wat meer glans en kleur, maar ook de songs van de band krijgen een duw in de goede richting.

All At Once leent in een aantal tracks de energie van de punk, citeert nadrukkelijk uit de archieven van de 90s indie-rock, kan uit de voeten met metal en noise-rock en is ook niet bang voor pop en new wave. All At Once is hierdoor een stuk veelzijdiger dan het twee jaar geleden verschenen Rose Mountain, wat er voor zorgt dat de plaat net wat meer tijd vraagt dan zijn voorganger. Uiteindelijk bevallen de nieuwe wegen die de Amerikaanse band bewandelt me wel.

Screaming Females laat op haar nieuwe plaat een rijker en volwassener geluid horen, maar heeft gelukkig ook haar jeugdige onbevangenheid behouden. Waar het vorige keer makkelijk genieten was van iedere keer ongeveer hetzelfde, laat de band rond stergitarist Marissa Paternoster dit keer steeds weer iets anders horen, maar wat is het allemaal goed.

All At Once heeft alles wat een goede rockplaat moet hebben. De gitaren moeten hun gang kunnen gaan en de songs moeten hier en daar kunnen ontsporen maar moeten ook aanstekelijk of zelfs verslavend zijn, maar een goede rockplaat moet ook rauw en eerlijk klinken. Screaming Females heeft het allemaal en zet op haar nieuwe plaat een reuzenstap. Natuurlijk is het jammer dat het vermaak niet zo makkelijk is als twee jaar geleden, maar daar zet ik gewoon Rose Mountain nog eens voor op. Erwin Zijleman

Screaming Females - Rose Mountain (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Screaming Females - Rose Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Screaming Females is een trio uit New Brunswick, New Jersey, dat in 2006 werd opgericht. Het debuut van de uit twee mannen en één vrouw bestaande band vermengde op haar in 2007 verschenen debuut What If Someone Is Watching Their T.V.? invloeden van twee andere roemruchte trio’s: Dinosaur Jr. en Sleater-Kinney.

Het was een mooi gekozen moment voor een eerbetoon aan deze twee roemruchte bands. Sleater-Kinney leek in 2005 met The Woods haar zwanenzang te hebben afgeleverd, terwijl Dinosaur Jr. op dat moment al een tijd geen platen meer had uitgebracht en er al een tijdje werd gewacht op een comeback plaat.

Het debuut van Screaming Females deed echter niet veel en als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik alle platen van de band tot dusver heb gemist. Heel erg is dat overigens niet. De platen die Screaming Females de afgelopen acht jaar uitbracht klonken bij vlagen lekker, maar waren ook wel wat wisselvallig. Pas op in het 2012 verschenen Ugly (overigens geproduceerd door niemand minder dan Steve Albini) hoor ik een band die tot grootse dingen in staat moet worden geacht en pas op het onlangs verschenen Rose Mountain hoor ik deze dingen ook.

Rose Mountain had ik een half jaar geleden nog kunnen omschrijven als een perfect alternatief voor Sleater-Kinney, maar nu het trio uit Olympia, Washington, zich sinds het begin van dit jaar weer onder de levenden bevindt, bestaat daar geen behoefte meer aan.

Het is alleen maar goed nieuws, want Rose Mountain is veel te goed om alleen maar te dienen als surrogaat voor iets dat er niet meer is. Op Rose Mountain maakt Screaming Females de stekelige rocksongs die we ook van Sleater-Kinney gewend zijn, maar het zijn stekelige rocksongs met een eigen gezicht. De muziek van Sleater-Kinney klinkt absoluut door op de nieuwe plaat van Screaming Females, maar het is slechts één van vele invloeden (die verder variëren van Dinosaur Jr. tot de Pixies of zelfs Blondie).

Frontvrouw van de band is Marissa Paternoster, die niet alleen de vocalen voor haar rekening neemt, maar ook verantwoordelijk is voor het gitaarwerk. Het is veelzijdig gitaarwerk dat varieert van puntige en vlijmscherpe hooks tot gitaarmuren die zo uit de metal lijken weggelopen.

De diversiteit van het gitaarwerk hoor je ook terug in de rest van de muziek van Screaming Females. De band geeft vaak flink gas, maar kiest minstens even vaak voor songs die zich in een veel lager tempo voortslepen. Met name in deze tracks hoor je dat Marissa Paternoster een uitstekende zangeres is, die een stuk minder gejaagd klinkt dan de zangeressen van Sleater-Kinney (wat overigens bij Sleater-Kinney nadrukkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de songs).

Rose Mountain bevat bovendien een groot aantal prima songs en het zijn songs die een stuk veelzijdiger zijn dan die op de punk voorganger Ugly. Het zijn songs die door de stevige gitaarriffs behoorlijk overweldigend kunnen zijn, maar op hetzelfde moment klinken ze als perfecte popliedjes.

Het levert een plaat op die al weken behoorlijk verslavend blijkt en de prima comeback-plaat van Sleater-Kinney keer op keer uit de cd-speler weet te houden. Beluistering is vanwege het verslavende karakter van Rose Mountain op eigen risico, want als de geweldige songs op deze plaat eenmaal in je kop zitten komen ze er echt niet meer uit. Met geen mogelijkheid. Erwin Zijleman

Sea Lemon - Diving for a Prize (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sea Lemon - Diving For A Prize - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sea Lemon - Diving For A Prize
Sea Lemon, een project van de Amerikaanse muzikante Natalie Lew, maakt op Diving For A Prize geen geheim van alle inspiratie uit het verleden, maar levert desondanks een album af dat maar moeilijk is te weerstaan

Ik heb een enorm zwak voor dreampop uit de jaren 90 en kan ook prima overweg met bands uit het heden die zich laten inspireren door de muzikale helden uit het verleden. Verzadiging ligt hier echter wel op de loer, zeker wanneer dreampop uit het verleden in alle opzichten beter is. Ik begon daarom met enige reserves aan het debuutalbum van Sea Lemon, maar wat heeft de band rond de Amerikaanse muzikante Natalie Lew een heerlijk album gemaakt. Het is een album vol referenties naar de dreampop uit de jaren 90, maar Sea Lemon doet op haar debuutalbum echt alles goed en geeft ook een eigenzinnige draai aan al die prachtige invloeden uit het verleden.

Diving For A Prize van Sea Lemon komt deze week misschien niet in aanmerking voor de originaliteitsprijs, maar ik kan het album echt met geen mogelijkheid weerstaan. Het is ook nog eens een album dat alleen maar beter wordt, waardoor ik maar blijf luisteren naar het eerste album van Sea Lemon.

Sea Lemon is een project van de Amerikaanse muzikante Natalie Lew, die momenteel Seattle, Washington, als thuisbasis heeft. Ze maakte Diving For A Prize samen met producer en muzikant Andy Park, die ik vooral ken van Noah Gundersen en Death Cab For Cutie.

Het in de studio van Andy Park gemaakte debuutalbum van Sea Lemon maakt zeker geen geheim van de belangrijkste inspiratiebronnen. Wanneer de eerste noten van het album uit de speakers komen ben je onmiddellijk terug in de jaren 90 en om precies te zijn in de hoogtijdagen van de shoegaze en met name de dreampop.

Het debuutalbum van het project van Natalie Lew bevat alle ingrediënten die albums in de genoemde genres zo aangenaam maakten. Dat betekent dat wonderschone en zeer melodieuze gitaarakkoorden de ruimte prachtig vullen, dat hier en daar subtiele gitaarmuren worden opgebouwd, dat atmosferische en wat kille synths zorgen voor een dun laagje nevel en dat bas en drums tekenen voor een zeer solide basis.

Het betekent bovendien dat de zang dromerig en verleidelijk klinkt, maar op hetzelfde moment ook wat onderkoeld. Het is een inmiddels bekend recept, dat sinds de jaren 90 op talloze albums is gebruikt, maar ik hoor het niet vaak zo mooi als op Diving For A Prize van Sea Lemon.

Het debuutalbum van Sea Lemon is een album dat continu herinneringen oproept aan de bands die ik in de jaren 90 hoog had zitten, maar het project van Natalie Lew laat zich uiteindelijk toch niet één op één vergelijken met de kroonjuwelen van de dreampop en dat is knap.

Natalie Lew schreef niet alleen de songs op het album en tekende voor een deel van de muziek, maar ze bepaalt met haar stem ook voor een belangrijk deel het geluid van Sea Lemon. Het is een zachte en dromerige stem die gemaakt is voor dreampop, maar hoe vaker ik naar Diving For A Prize luister, hoe mooier ik de zang op het album vind.

Ook in muzikaal opzicht maakt Sea Lemon makkelijk indruk, want alles klinkt even mooi, waarbij vooral de gitaarlijnen een compliment verdienen. Natuurlijk blijven Natalie Lew en Andy Park dicht bij het inmiddels bekende recept van de dreampop, maar ze hebben de receptuur wel op subtiele wijze gemoderniseerd, waardoor Diving For A Prize frisser en net wat eigenzinniger klinkt dan andere recent verschenen dreampop albums. De songs van de muzikante uit Seattle klinken door alle bekende ingrediënten onmiddellijk vertrouwd, maar Natalie Lew durft ook buiten de lijntjes van de dreampop en de shoegaze te kleuren, al doet ze dat op subtiele wijze.

Door mijn enorme zwak voor dreampop speelde de Amerikaanse muzikante bij mij vrijwel direct een gewonnen wedstrijd en dat zal bij veel liefhebbers van het genre niet anders zijn. Ook een ieder die denkt dat er alleen in de jaren 90 goede dreampop werd gemaakt of juist helemaal niet bekend is met het genre kan ik zeker aanraden om eens naar Diving For A Prize van Sea Lemon te luisteren, bij voorkeur op de lome momenten van de dag. Erwin Zijleman

Sea Oleena - Shallow (2014)

poster
4,5
Nu wel de goede recensie:
De krenten uit de pop: Sea Oleena - Shallow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese muzikante Charlotte Oleena (de achternaam Loseth kom ik ook tegen) maakt inmiddels een aantal jaren muziek als Sea Oleena. Dat leverde tot voor kort twee bijzondere EP’s op, maar een paar maanden geleden verscheen dan ook haar volwaardige debuut: Shallow.

Het is een debuut dat liefhebbers van de muziek van Grouper, Julia Holter en Julianna Barwick zeker aan zal spreken, maar ook muziekliefhebbers met een zwak voor de muziek van een roemruchte band als The Cocteau Twins en al haar soortgenoten zullen Shallow op de juiste waarde weten te schatten.

Sea Oleena maakt op haar debuut donkere en atmosferische muziek die uitstekend past bij het huidige seizoen. Mooie ingetogen pianoklanken en al even mooie en bijzondere gitaarlijnen worden gecombineerd met zweverige elektronische geluidstapijten en de engelachtige stem van Charlotte Oleena, die hier en daar wel wat doet denken aan die van Julee Cruise en hierdoor meteen het lugubere Twin Peaks sfeertje oproept.

Het is muziek die heerlijk voortkabbelt, maar de ware schoonheid van het debuut van Sea Oleena ontdek je pas wanneer je met veel aandacht naar deze plaat luistert. Dan hoor je hoe knap de lome klankentapijten in elkaar steken en hoeveel lagen er zijn verstopt in de bijna bedwelmende muziek van Sea Oleena, die heel af en toe ook wel wat heeft van de muziek van Portishead.

De instrumentatie op Shallow bestaat uit een laag organische instrumenten en een laag elektronische instrumenten en het zijn twee lagen die op bijzondere wijze samenvloeien. Soms versterken ze elkaar en soms zijn ze elkaars tegenpolen wat een heel bijzonder geluid oplevert. Het is een geluid om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een geluid waarvan je geen detail wilt missen. Het is aan de ene kant vol en gloedvol en aan de andere kant bijna minimalistisch. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. De bijzonder fraaie instrumentatie past weer perfect bij de prachtige stem van Sea Oleena, die haar teksten in meerdere lagen tegen het zo stemmige instrumentarium aan legt.

Liefhebbers van uptempo songs zijn bij Sea Oleena aan het verkeerde adres, want Shallow is een plaat die zich uiterst langzaam voortsleept. Shallow sluit hierdoor ook aan bij de slowcore uit de jaren 90, maar de 4AD muziek uit de jaren 80 biedt uiteindelijk het beste vergelijkingsmateriaal. Het is vergelijkingsmateriaal dat vervolgens op geheel eigen wijze het huidige millennium in wordt getrokken door Sea Oleena.

Ik gebruikte Shallow tot voor kort vooral als plaat om de dag mee af te sluiten, maar hiermee doe je het debuut van Sea Oleena te kort. De prachtige klanken op Shallow brengen je misschien zo in dromenland, maar zijn ook van een soms bijna huiveringwekkend intense schoonheid. Mijn advies: laat je eerst een paar keer in slaap zingen door deze prachtige plaat, maar ontdek vervolgens de toverkracht van deze prachtplaat. Ik voeg Shallow van Sea Oleena alsnog toe aan de lijst met de meest memorabele debuten van 2014. Erwin Zijleman

Sea Power - Everything Was Forever (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sea Power - Everything Was Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sea Power - Everything Was Forever
British Sea Power heet sinds vorig jaar Sea Power, maar het verlies van een deel van de naam wordt gecompenseerd door de muziek, die het vorige werk van de band wat mij betreft overtreft

Ik was eerlijk gezegd een beetje uitgekeken op de albums van British Sea Power, maar sinds de band als Sea Power door het leven gaat, heeft de muziek van de band een flinke boost gekregen. Everything Was Forever klinkt melodieuzer, grootser, dromeriger en toegankelijker dan veel van de vorige albums van de band. Het album bevat flink wat echo’s uit de jaren 80 en 90, maar de voorbeelden liggen er nooit te dik bovenop. British Sea Power bleef altijd een cultband, maar Sea Power klinkt op haar eerste album als een grote band, die een breed publiek moet kunnen aanspreken. Everything Was Forever is een album dat mij enorm verrast heeft en dat nog steeds doet.

De Britse band British Sea Power veranderde vorig jaar haar naam in Sea Power. De band wilde niet langer geassocieerd worden met het groeiende nationalisme in de wereld in het algemeen en in het Verenigd Koninkrijk in het bijzonder, waardoor het eerste woord van de naam sneuvelde. Everything Was Forever is hierdoor het debuutalbum van Sea Power, maar het volgt wel op zeven albums van British Sea Power, waarvan de laatste overigens alweer vijf jaar oud is (de soundtrack bij een computergame niet meegerekend).

Ik was absoluut gecharmeerd van de eerste paar albums van British Sea Power, maar ben de band in de loop der jaren steeds meer uit het oog verloren en heb de laatste drie albums van de band niet eens meer beluisterd (wat overigens niet helemaal terecht was). Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van de eerste worp van Sea Power, maar Everything Was Forever is een geweldig album, dat zich kan meten met alle albums van British Sea Power.

Net als op de vorige albums van de band is duidelijk hoorbaar dat Sea Power een zwak heeft voor postpunk. Everything Was Forever blijft echter ver verwijderd van de nieuwe generatie Britse postpunk bands. Gelukkig horen we op het eerste album van Sea Power geen overdreven springerige of tegendraadse ritmes en ook geen irritante praatzang.

De Britse band kiest op Everything Was Forever vooral voor de mooi ingekleurde en groots klinkende songs met een vleugje postpunk. Het zijn songs waarin een flink deel van de Britse rockmuziek tussen de jaren 80 en het heden voorbij komt, maar ik hoor veel meer Echo & The Bunnymen dan U2, om maar eens twee namen te noemen die opduiken in recensies van het album. Ik hoor ook meer The Arcade Fire dan U2 overigens.

Sea Power klinkt over het algemeen melodieuzer en aanstekelijker dan op de meeste albums van British Sea Power, waardoor het een betrekkelijk toegankelijk album is geworden. Zeker de vooral mooi en sfeervol ingekleurde songs op het album verleiden makkelijk en laten horen dat Sea Power ook hitgevoelige songs kan schrijven.

Everything Was Forever bevat ook net wat stekeligere songs, waarmee de band net wat meer opschuift richting postpunk, maar het is postpunk van het vriendelijke en grootse soort. Sea Power is het verleden van de band zeker niet vergeten, maar het laten vallen van een deel van de naam, heeft de band ook verlost van wat ballast en heeft gezorgd voor nieuwe energie.

Direct bij eerste beluistering was het eerste album met de naam Sea Power op de cover een album waar ik heel vrolijk van werd. Het is een album dat me ook weer eens heeft geïnspireerd tot het uit de kast trekken van de briljante eerste vier albums van Echo & The Bunnymen, maar niet voordat Everything Was Forever flink wat keren voorbij was gekomen.

Het album van Sea Power wordt bij herhaalde beluistering alleen maar beter. De grootse en meeslepende songs op het album verleiden steeds meedogenlozer, maar bij herhaalde beluistering hoor je ook steeds beter hoe mooi de muziek van de Britse band in elkaar steekt. Ik was zoals gezegd wat uitgekeken op de muziek van British Sea Power, maar het eerste album van Sea Power is een daverende verrassing en zeker in de meest dromerige tracks op het album een album van een enorme schoonheid en veelzijdigheid. British Sea Power is dood, leve Sea Power. Erwin Zijleman

Sean Rowe - Madman (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sean Rowe - Madman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Sean Rowe maakte precies twee jaar geleden met The Salesman And The Shark zo’n zeldzame plaat die onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt en dat vervolgens tot in de lengte van dagen blijft doen.

Dat legt flink wat druk op de nieuwe plaat van Sean Rowe, maar daar is de Amerikaan waarschijnlijk niet van onder de indruk. Enerzijds omdat hij in 2010 met Magic ook al een plaat afleverde die een vrijwel onuitwisbare indruk maakte en anderzijds omdat Sean Rowe de muziek maakt die hij wil maken en dat vervolgens met heel veel passie en gedrevenheid doet.

Toen de eerste noten van Madman uit de speakers kwamen wist ik dan ook vrijwel onmiddellijk dat Sean Rowe het ook met zijn derde plaat (een niet opgemerkt debuut uit 2003 vergeet ik maar even) weer geflikt heeft. Daar zal niet iedereen het mee eens zijn, want name de donkere stem van Sean Rowe werpt voor menigeen een net wat te hoge barrière op. Persoonlijk vind ik deze stem juist een van de belangrijkste wapens van Sean Rowe en het is een wapen dat op Madman bijzonder deeltreffend wordt ingezet.

Madman is toch weer een wat andere plaat dan The Salesman And The Shark; in flink wat tracks zelfs een hele andere plaat. Meerdere tracks op de plaat klinken meer ingetogen dan we van Sean Rowe gewend zijn, terwijl een aantal andere tracks juist opvallend lichtvoetig klinken.

In vrijwel alle songs op Madman staan gitaarlijnen centraal. Het zijn gitaarlijnen die met name op het eerste deel van de plaat opvallend vaak soulvol of zelfs funky klinken en dat kleurt, als je het mij vraagt, bijzonder fraai bij de donkere stem van Sean Rowe, die zich in de meest toegankelijke en funky tracks op de plaat ergens tussen Prince en Barry White posteert.

Sean Rowe is op Madman ook niet vies van lekkere bluesy songs en ook voor deze songs geldt dat de wat meer ingetogen instrumentatie met een belangrijke rol voor de gitaar de stem van Sean Rowe meer overtuiging geeft, al mogen de gitaren aan het eind van de plaat ook wat vaker ontsporen en is er ook ruimte voor wat soberdere en meer folie tracks.

Het bovenstaande wekt misschien de indruk dat Sean Rowe een bij vlagen verstilde singer-songwriter heeft gemaakt, maar dat is absoluut niet het geval. Madman is immers een bij vlagen heerlijk uitbundige plaat, waarop zowel de instrumentatie als de vocalen de zon mogen laten schijnen, maar donkere wolken altijd op de loer liggen.

Het gitaarwerk is met name op het eerste deel van de plaat goed voor deze zonnestralen, maar ook de hier en daar opduikende blazers dragen bij aan het goede gevoel dat Madman in eerste instantie nuitstraalt. Sean Rowe kan hier met zijn donkere stemgeluid heerlijk tegenaan schuren en doet dat met meer kleuren dan we van hem gewend zijn.

Het maakt Madman minder monotoon dan zijn vorige platen, maar hierdoor ook minder indringend, al zijn er ook op deze plaat voldoende uitzonderingen. Sean Rowe maakt nog altijd muziek die niemand onberoerd zal laten (in positieve of in negatieve zin), maar het is dit keer geen plaat die in emotioneel opzicht een stempel drukt, althans niet over de hele linie. Dit is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant hadden we al een The Salesman And The Shark en nog geen Madman.

Sean Rowe werd in het verleden vergeleken met grootheden als Leonard Cohen, Van Morrison en tijdgenoten als Stuart Staples en Ray LaMontagne. Het zijn allemaal namen die ook opduiken bij beluistering van Madman, maar Sean Rowe voegt er dit keer ook nieuwe namen en vooral zijn eigen stempel aan toe. Knappe plaat die ook nog wel even door zal groeien ook. Erwin Zijleman

Seasick Steve - Can U Cook? (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Seasick Steve - Can U Cook? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Seasick Steve werd misschien ontmaskerd als fantast, maar zijn muziek is nog altijd even lekker
Oké, Seasick Steve is misschien een iets minder ouwe rot dan we dachten en zijn levensverhaal is ook niet het jongensboek dat ons eerder werd voorgeschoteld, maar zegt dat ook wat over zijn muziek? Nee, wat mij betreft niet. Ook Can U Cook? bevat weer flink wat heerlijke uptempo bluesrock tracks en wat meer ingetogen tracks met invloeden uit de blues en de country. Can U Cook? staat vol met gitaarwerk om je vingers bij af te likken en met songs die direct blijven hangen en die garant staan voor een goed gevoel. Ik doe het er nog altijd voor.



Seasick Steve behoorde lange tijd tot de lievelingen van de critici, tot een jaar of twee geleden bleek dat de Amerikaanse muzikant niet alleen een jaar of tien jonger was dan hij altijd had beweerd, maar dat hij bovendien zijn bijzondere en vaak wat trieste levensverhaal grotendeels had verzonnen.

Keepin' The Horse Between Me And The Ground werd, mede hierom, twee jaar geleden verrassend lauw ontvangen en ook het vorige week verschenen Can U Cook? wordt niet vaak genoemd in de lijstjes met de belangrijkste releases van de week.

Het is op zich bijzonder, want hoe mooi en indrukwekkend het verzonnen levensverhaal van Seasick Steve ook was, het had verder niet heel veel invloed op zijn muziek. Hetzelfde geldt voor zijn leeftijd, want Seasick Steve is dan misschien niet dik in de 70, maar nadert inmiddels toch wel de pensioengerechtigde leeftijd. Ik vond Keepin' The Horse Between Me And The Ground twee jaar geleden bovendien een uitstekende en ook verrassende plaat en was dus wél nieuwsgierig naar de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant.

Seasick Steve kwam twee jaar geleden met bijna twee uur muziek op de proppen, wat echt teveel van het goede was, en beperkt zich nu tot bijna een uur, wat een betere dosering is. De plaat opent met een typische Seasick Steve bluesrock stamper met gierende gitaren, moddervette drums en de hedendaagse variant op de Delta blues die we inmiddels van hem kennen. Het klinkt direct weer lekker.

Ook op Can U Cook? laat Seasick Steve zich weer bijstaan door zijn vertrouwde metgezellen drummer Dan Magnusson en gitarist Luther Dickinson en horen we een voor belangrijk deel bekend en vertrouwd geluid. Dat Seasick Steve ook meer kan dan bluesy stampers afleveren liet hij al horen op het tweede deel van Keepin' The Horse Between Me And The Ground en ook op zijn nieuwe plaat neemt hij met grote regelmaat gas terug.

Direct in de tweede track moeten we het doen met een akoestische gitaar, een weemoedig klinkende mondharmonica en doorleefde vocalen en Can U Cook? bevat meer van dit soort songs. Het bevalt me wel, al is het maar omdat de toch niet zo hele ouwe rot met dit soort akoestische blues en country nog wel even vooruit kan.

In ongeveer de helft van de tracks op de plaat ligt het tempo wat hoger en pakken Seasick Steve en zijn medemuzikanten lekker stevig uit. Hier en daar schuift het dicht tegen de muziek van The Black Keys of The White Stripes aan, maar het zo karakteristieke Seasick Steve geluid, al dan niet voortgebracht op uit afval gemaakte gitaren, is absoluut behouden gebleven.

De term bluesy stamper klinkt misschien wat denigrerend, maar het is knap hoe Seasick Steve steeds weer weet te overtuigen met songs die buitengewoon lekker klinken, maar ook blijven hangen. 13 van dit soort tracks zou wat veel zijn en dus is het goed dat Seasick Steve op Can U Cook? ook met enige regelmaat kiest voor meer ingetogen songs, die heerlijk authentiek en doorleefd klinken. Totaal genomen misschien niet echt iets nieuws van Seasick Steve, maar wel gewoon weer een prima plaat. Erwin Zijleman

Seasick Steve - Keepin' the Horse Between Me and the Ground (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Seasick Steve - Keepin' The Horse Between Me And The Ground - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De muziekpers viel eerder dit jaar over Seasick Steve heen, toen bleek dat de Amerikaan zijn levensverhaal flink had gedramatiseerd en bovendien tien jaar jonger bleek dan tot op dat moment werd aangenomen.

De leugentjes van Seasick Steve hebben er mede voor gezorgd dat de nieuwe plaat van de Amerikaan net wat minder wordt bejubeld dan zijn voorgangers of zelfs compleet de grond in wordt gestampt, maar dat is natuurlijk onzin.

De muziek van Seasick Steve ontleende zijn kracht immers niet aan de leeftijd van de man, de ontberingen die hij heeft moeten doorstaan in zijn jongere jaren of aan het knutselgehalte van zijn instrumenten.

De muziek van Seasick Steve viel op door zijn eenvoud en rauwe emotie en daar is niets aan veranderd nu Seasick Steve opeens geen ouwe bok of een arme sloeber blijkt te zijn.

De jonge versie van Seasick Steve pakt meteen flink uit met een plaat die maar liefst 80 minuten muziek en 20 songs bevat. Keepin' The Horse Between Me And The Ground bestaat eigenlijk uit twee platen want de eerste helft klinkt flink anders dan de tweede helft van de plaat.

Zeker op het eerste deel is er in de meeste tracks niet veel nieuws onder de zon. Seasick Steve komt op de proppen met de inmiddels bekende elementaire bluesy riffs en al even elementaire vocalen. Het is muziek zonder opsmuk, maar zoals altijd klinkt het bijzonder lekker.

Het eerste deel van Keepin' The Horse Between Me And The Ground voegt in de meeste tracks misschien niet heel veel toe aan de andere platen van de Amerikaan, maar klinkt wel gevarieerder. Seasick Steve put dit keer uit meerdere genres, waaronder de country, en neemt bovendien vaker gas terug, wat zorgt voor beklemmende songs met een bijzondere lading (Shipwreck Love zou met een beetje fantasie van Nick Cave kunnen zijn).

Dat gas terug nemen doet Seasick Steve helemaal op het tweede deel van de plaat, waarop de muzikant uit California volledig akoestische songs serveert. Het zijn songs waarin we weer een andere kant van Seasick Steve te horen krijgen en het is een kant die mij ook zeker bevalt.

Het is uiteindelijk wel zo dat 80 minuten Seasick Steve wel erg veel van het goede is. Seasick Steve komt zowel in muzikaal als tekstueel opzicht niet in aanmerking voor een Nobelprijs en moet het hebben van het goede gevoel. Dat goede gevoel zakt na een minuut of 40 wel wat weg. In kleinere porties is Keepin' The Horse Between Me And The Ground echter weer een prima Seasick Steve plaat en het is een plaat die laat horen dat de man nog steeds goed is in de dingen die we van hem kennen, maar ook in andere richtingen uit de voeten kan. Erwin Zijleman

Seasick Steve - Sonic Soul Surfer (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Seasick Steve - Sonic Soul Surfer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn muzikanten van wie je hoopt dat ze zich op iedere nieuwe plaat weer weten te vernieuwen, maar er zijn ook muzikanten bij wie je heel tevreden bent wanneer ze op een nieuwe plaat weer ongeveer hetzelfde doen als op de vorige plaat. Seasick Steve valt wat mij betreft in de laatste categorie.

Natuurlijk speelt hier mee dat de Amerikaan al aardig op leeftijd was toen zijn debuut in 2004 verscheen en daarom nog niet zo heel lang meedraait, maar in het geval van Seasick Steve speelt er meer.

Zijn muziek moet het hebben van rauwe emotie en bijpassend gitaarspel. Huur een fancy producer in die de muziek van de Amerikaan oppoetst en er blijft niets van over.

De volgende quote uit een interview stelde me gerust voor ik ook maar een noot van de plaat gehoord had: “The whole record is mostly me and Dan (Magnusson) sitting there drinking and playing. There ain’t a whole lot of producing going on! But I know what I’m doing and I know what I want”. Ook Sonic Soul Surfer is daarom weer een echte Seasick Steve plaat en het is wederom een hele goede.

Seasick Steve en drummer Dan Magnusson waren misschien niet helemaal broodnuchter tijdens het opnemen van de plaat, maar wat klinkt het weer fantastisch. Omdat de gitaren van Seasick Steve het wel eens moeten doen met minder dan de gangbare zes snaren, klinkt zijn gitaarwerk ook op deze plaat weer rauw en meedogenloos.

Seasick Steve put voor zijn gitaarloopjes vooral uit de archieven van de blues, maar desondanks is hij er in geslaagd om een geheel eigen geluid te ontwikkelen. Bij dat geluid hoort ook zijn doorleefde stem. Seasick Steve was nooit een groot zanger, maar op zijn oude dag begint hij het toch te leren.

Drummer Dan Magnusson opereert inmiddels al heel wat jaren aan de zijde van Seasick Steve en blijkt ook op Sonic Soul Surfer weer een geheim wapen. Het drumwerk op de plaat lijkt misschien niet heel opzienbarend, maar Dan Magnusson slaat alles knap aan elkaar, net zoals de ondergewaardeerde Meg White dat deed bij The White Stripes.

Op Sonic Soul Surfer maakt Seasick Steve vooral blues, maar ook dit keer zijn er uitstapjes richting omliggende genres als country, rock en zelfs een akoestische folksong.

De muziek van Seasick Steve wordt over het algemeen omschreven als simpel en eenzijdig, maar als je goed naar Sonic Soul Surfer luistert blijkt dat wel mee te vallen. Sonic Soul Surfer is een behoorlijk gevarieerde plaat met verschillend klinkende songs, maar ook binnen de songs zorgt Seasick Steve voor flink wat variatie. Zo combineert hij in het ruim vijf minuten durende prijsnummer Dog Gonna Play rauwe uithalen op de gitaar met bijna bezwerende ingetogen passages. Het zijn gelukkig slechts subtiele aanpassingen aan het zo herkenbare Seasick Steve geluid.

Sonic Soul Surfer doet het het best wanneer je met een biertje achterover kan leunen. Geen pretenties, geen opsmuk, maar lekkere rauwe muziek met zang en gitaarspel die uit het hart komen. Seasick Steve doet het inmiddels meer dan 10 jaar, maar op zijn platen uitgekeken ben ik nog lang niet. Seasick Steve zet (gelukkig) geen grote stappen, maar Sonic Soul Surfer overtuigt me weer net wat meer dan zijn voorganger. Van mij mag Seasick Steve dus nog wel even doorgaan met het maken van platen, bij voorkeur met gebruik van het recept dat inmiddels ruim tien jaar met succes mee gaat. Erwin Zijleman

Sedona - Getting Into Heaven (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sedona - Getting Into Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sedona - Getting Into Heaven
Sedona valt met haar debuutalbum Getting Into Heaven op binnen de indiepop en indierock van het moment, maar kleurt ook op fraaie en aangename wijze ver buiten de hokjes van deze momenteel overvolle genres

Getting Into Heaven van Sedona is een album dat zich makkelijk opdringt, maar dat interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Het project van de Amerikaanse muzikante Rachel Stewart klinkt fris en eigentijds, maar laat ook zeker flarden horen van muziek uit de jaren 90. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal mooi en interessant en de songs op Getting Into Heaven trekken makkelijk de aandacht. Het sterkste wapen van Sedona is echter de stem van Rachel Stewart, die wat mij betreft indruk maakt als zangeres. De Amerikaanse muzikante beschikt over een karakteristiek maar ook veelzijdig stemgeluid, dat van Getting Into Heaven een uitstekend album maakt.

Getting Into Heaven van Sedona werd vorige week aangeprezen door de Amerikaanse muziekwebsite Paste, die nog altijd goed overweg kan met jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indierock. Ik ben ondanks het enorme aanbod zelf ook nog niet uitgekeken op albums in het genre en ik kan wel wat met het tweede album van Sedona.

Sedona is een project van de Amerikaanse muzikante Rachel Stewart, die aan het begin van de coronapandemie haar eerste EP uitbracht, maar haar net opgestarte carrière vervolgens snel tot stilstand zag komen. Die carrière krijgt deze week een vervolg met Getting Into Heaven en ik vind het een interessant album.

Ik noemde Sedona hierboven al een exponent van de indiepop en indierock van het moment en dat is niet voor niets. In een aantal tracks op haar debuutalbum (luister maar eens naar She's So Pretty) maakt de muzikante uit Los Angeles muziek die aansluit bij die van de smaakmakers in het genre, overigens zonder dat ik vind dat de muziek van Sedona ergens erg op lijkt.

Dat laatste heeft alles te maken met het feit dat Sedona ook muziek maakt die herinnert aan de indierock uit de jaren 90. Rachel Stewart is naar verluidt gek op Exile In Guyville van Liz Phair. Dat is goed te horen op Getting Into Heaven, dat af en toe klinkt als een album uit de jaren 90. Met Exile In Guyville van Liz Phair heeft Sedona wat mij betreft een van de beste albums uit de jaren 90 te pakken en bovendien een van de albums die mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters ooit hebben aangewakkerd.

Met de inspiratiebronnen van Sedona, die in een recent interview ook nog Fiona Apple noemde als muzikale held, zit het dus wel goed, maar ze heeft zelf ook het nodige te bieden. Ik ben zeer gecharmeerd van de zang van Rachel Stewart, die met veel expressie en gevoel zingt. Wanneer ze wat zachter zingt sluit ze aan bij veel zangeressen uit de indiepop van het moment, maar Getting Into Heaven biedt ook ruimte aan songs met meer uitgesproken zang en ook die is bij de Amerikaanse muzikante in goede handen.

Het is zang met een eigenzinnig randje, waardoor Sedona uiteindelijk toch net wat anders klinkt dan de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop en indierock van het moment. Ook in muzikaal opzicht is Sedona wat veelzijdiger dan de meeste andere jonge vrouwen uit deze genres. Ze kan uit de voeten met ingetogen folksongs maar ook met vol klinkende pop en rock, wat een verrassend veelzijdig album oplevert. Het is een album dat door die veelzijdigheid misschien ook wat makkelijker tussen wal en schip valt, al kan ik me ook voorstellen dat Sedona met een paar goede video’s op TikTok snel uitgroeit tot een muzikante die moeiteloos grotere zalen vult.

Ik was in eerste instantie zelf vooral gecharmeerd van de songs die vooral aansluiten bij de indiepop en indierock van het moment, maar inmiddels heb ik een voorkeur voor de songs die juist verder verwijderd zijn van de muziek die momenteel al in grote aantallen wordt gemaakt. Ik heb verder niet veel gelezen over het debuutalbum van Sedona de afgelopen week, maar wat mij betreft had Paste het weer bij het juiste eind met de selectie van Getting Into Heaven als een van de interessante albums van de afgelopen week. Erwin Zijleman

Selah Sue - Reason (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Selah Sue - Reason - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

België heeft een naam hoog te houden wanneer het gaat om goede indie-bands, maar het afgelopen jaar vallen wat mij betreft toch vooral de bijzondere zangeressen op.

Melanie de Biasio was voor mij absoluut één van de sensaties van 2014, terwijl de nog onbekende Reymer (een paar dagen geleden nog op deze BLOG) wel eens uit zou kunnen groeien tot één van de meest aansprekende debutanten van 2015. En dan hebben we natuurlijk ook nog Selah Sue.

Het debuut van de Vlaamse zangeres vond ik al weer vier jaar geleden een bijzonder aangename verrassing en ik was zeker niet de enige. Selah Sue leunde op dit debuut tegen mainstream pop en r&b aan, maar bleef steeds aan de goede kant van de streep.

Dit deed ze door op eigenzinnige wijze zeer uiteenlopende invloeden te verwerken in haar muziek (variërend van dampende soul, hiphop en reggae tot jazz, Caraïbische muziek, funk en pure pop), waardoor de muziek van Selah Sue altijd goed was voor een glimlach en een zonnestraal.

Door het onverwacht grote succes van het debuut hebben we heel lang moeten wachten op Reason, maar eindelijk is de plaat dan verschenen. Op Reason is goed te horen dat Selah Sue met haar debuut stevig aan de weg heeft getimmerd, want er is flink wat geld in de nieuwe plaat van de Vlaamse zangeres gestoken.

Dat heeft gezorgd voor een werkelijk geweldige productie van topproducers Robin Hannibal en Ludwig Goransson. Reason klinkt hierdoor echt fantastisch. Luister met aandacht en bij voorkeur ook nog met de koptelefoon naar de nieuwe plaat van Selah Sue en je hoort hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Dat geldt niet alleen voor de productie, maar zeker ook voor de bij vlagen bijzonder knappe instrumentatie. Reason klinkt hiernaast ook nog eens opvallend warm, wat bij het maar uitblijven van de lente een zeer welkome traktatie is.

Ook in vocaal opzicht blijkt Selah Sue de afgelopen jaren flink gegroeid. Reason klinkt een stuk soulvoller dan het debuut van de Belgische zangeres en laat vocalen horen die zeker in de meest soulvolle momenten op de plaat nog altijd doen denken aan Amy Winehouse, maar in de meeste tracks is Selah Sue deze vergelijking inmiddels ontgroeid.

In muzikaal, vocaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal uitstekend en dus blijven alleen de songs over. Zeker op het eerste gehoor is Reason wat meer mainstream dan het debuut, hetgeen verklaart dat Selah Sue in eigen land inmiddels is neergesabeld door een deel van de critici (Humo riep haar vorige week zelfs uit tot de meest overschatte Vlaamse muzikant van het moment).

Toch is nuance hier op zijn plaats. In een aantal tracks vindt Selah Sue op Reason inderdaad aansluiting bij de Amerikaanse pop en r&b prinsessen, maar Reason bevat ook nog genoeg songs die een wat spannender en/of avontuurlijker geluid of juist een mooi doorleefd soulgeluid laten horen. Op Reason begeeft Selah Sue zich een deel van de tijd nadrukkelijk buiten mijn comfort zone, maar toch weet ze me te overtuigen met een plaat die naast misschien net wat teveel mainstream pop ook heel veel moois te bieden heeft. Erwin Zijleman

September Girls - Age of Indignation (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The September Girls - Age Of Indignation - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Natuurlijk verdiende de Ierse band The September Girls in 2014 niet de originaliteitsprijs met Cursing The Sea. De band uit Dublin liet zich op haar debuut nadrukkelijk beïnvloeden door de girlpop van Phil Spector en citeerde hiernaast vol overgave uit de archieven van de dreampop en de shoegaze.

De uit vijf vrouwen bestaande band klonk daarom als talloze andere bands, zodat bij beluistering van Cursing The Sea een flinke waslijst met vergelijkingsmateriaal voorbij kwam.

Dat klinkt allemaal niet heel positief, maar toch vond ik Cursing The Sea een geweldige plaat. De onvoldoende voor originaliteit werd immers met gemak gecompenseerd door de werkelijk fantastische songs op de plaat.

Cursing The Sea was niet alleen een feest van herkenning, maar ook een plaat vol songs die je na één keer horen niet meer wilde vergeten. Een echte krent uit de pop dus en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de al weer een aantal weken geleden opvolger, die ik om onduidelijke redenen even over het hoofd had gezien.

Ook op Age Of Indignation maken The September Girls weer geen geheim van hun inspiratiebronnen, maar het zijn er dit keer nog veel meer dan op het debuut van de band. Ook op de nieuwe plaat put de band uit Dublin uit de archieven van de 60s girlpop, de 60s garagerock, de dreampop en de shoegaze, maar deze invloeden krijgen dit keer gezelschap van invloeden uit onder andere de psychedelica en de indoe-rock.

Het levert een fascinerende roller coaster ride op, die je heen en weer slingert tussen Lush, The Velvet Underground, The Jesus And Mary Chain, Ride, Savages, The Bangles en My Bloody Valentine. En dit is echt nog maar het topje van de ijsberg.

Net als op haar debuut grossiert de band uit Dublin ook op haar tweede plaat weer in geweldige songs, maar het zijn songs met meer diepgang, zeer uiteenlopende kleurenpaletten en een avontuurlijke en bijzonder aansprekende instrumentatie, waarin keyboards en gitaren elkaar continu versterken en prachtig samenvloeien met de fraaie (soms meerstemmige) vrouwenvocalen.

The September Girls kon een jaar of twee geleden nog in één adem worden genoemd met namen als Vivian Girls, Dum Dum Girls en Veronica Falls, maar met Age Of Indignation zet de band een reuzenstap vooruit en voegt het iets toe aan alles dat er al is.

Net als het debuut krijgt ook de tweede plaat van The September Girls helaas niet heel veel aandacht, maar terecht is dat zeker niet. Sterker nog, met Age Of Indignation hebben The September Girls een plaat gemaakt die flink boven het maaiveld uitsteekt. Erwin Zijleman

Sera Cahoone - From Where I Started (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sera Cahoone - From Where I Started - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sera Cahoone neemt de tijd voor haar platen. De oorspronkelijk uit Denver, Colorado, afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Seattle, Washington, opererende singer-songwriter trok in 2008 voor het eerst de aandacht met de mooie rootsplaat Only As The Day Is Long en dook hierna pas in 2012 weer op met het nog veel betere Deer Creek Canyon.

Laatstgenoemde plaat dook zelfs op in mijn jaarlijstje over 2012 en toen ik de prachtige folk en country songs van Sera Cahoone eerder deze week weer eens uit de cd speler liet komen, begreep ik direct weer waarom dat zo was.

Na Deer Creek Canyon is het vijf jaar stil geweest, maar met From Where I Started is Sera Cahoone gelukkig weer terug. Dat ze de tijd heeft genomen voor haar nieuwe plaat zie je niet terug in de wel erg eenvoudige covert art, maar het is gelukkig wel te horen in haar muziek.

De titel suggereert misschien dat Sera Cahoone op haar nieuwe plaat terug keert naar de wortels van haar nauwelijks opgemerkte debuut uit 2006, maar dat is niet het geval. From Where I Started borduurt voort op zijn twee voorgangers, maar kiest wel voor een net wat lichtvoetiger of luchtiger geluid.

Ook op haar vierde plaat verwerkt Sera Cahoone vooral invloeden uit de folk en de country in haar muziek. Waar deze muziek op de vorige twee platen nog behoorlijk donker was, is From Where I Started een verrassend zonnige plaat.

De akoestische folk en countrysongs van Sera Cahoone zijn dit keer voorzien van een warm en vaak sprankelend geluid. Verder bevatten de songs ook vaak een vleugje pop, al zal het niet voldoende zijn om roots puristen af te schrikken.

From Where I Started bevat van die popliedjes die ervoor zorgen dat je direct nog wat lekkerder in je vel zit. Het zijn popliedjes die gemaakt lijken voor een mooie roadtrip, al is From Where I Started net zo goed een plaat om lekker bij te luieren.

Het doet af en toe wel wat denken aan de betere platen van Sarah McLachlan, al blijft Sera Cahoone door de instrumentatie en met name door de fraaie pedal steel wel wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek.

Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en je hoort dat de plaat is volgespeeld door topmuzikanten, maar de meeste kracht ontleend de muziek van Sera Cahoone toch aan haar prachtige stem. Het is een stem vol warmte, maar wanneer er toch wat melancholie opduikt in de songs van Sera Cahoone, hoor je ook de emotie.

Ik had From Where I Started al een paar keer gehoord toen ik merkte dat de songs op de plaat me steeds dierbaarder werden. De akoestische popliedjes van Sera Cahoone laten niet alleen de zon schijnen, maar doen uiteindelijk ook iets met de luisteraar. Of ik vooral lentekriebels heb van de aangename popliedjes van Sera Cahoone zal de tijd leren, maar vooralsnog schaar ik deze plaat toch onder mijn (lente)favorieten van het moment. Erwin Zijleman

Serebii - Dime (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Serebii - Dime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Serebii - Dime
De Nieuw-Zeelandse muziekscene is er een vol bijzondere verrassingen, wat ook weer blijkt bij beluistering van het heerlijk lome en dromerige maar ook bijzonder interessante Dime van Serebii

Ik volg de popmuziek uit Nieuw-Zeeland behoorlijk goed, maar mijn tipgevers van Flying Out en Flying Nun waren in het begin van het jaar kennelijk niet enthousiast genoeg over de muziek die Callum Joshua Mower maakt onder de naam Serebii. De muzikant uit Auckland kreeg de erkenning wel in een aantal jaarlijstjes en dat begrijp ik wel. Met Dime heeft Serebii immers een heel aangenaam maar ook interessant album gedaan. Het is een album waar ik niet direct een label op kan plakken, maar het is een album dat het uitstekend doet op koude winteravonden. Dime slaat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen, maar blijkt vervolgens in alle opzichten een uitstekend album.

Serebii is een project van de Nieuw-Zeelandse muzikant Callum Joshua Mower, die in de eerste maanden van het jaar met Dime het derde album van zijn project afleverde. Het is een album dat opdook in een aantal jaarlijstjes die ik de afgelopen week tegen kwam en het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat het Nieuw-Zeelandse jaarlijstjes waren.

Op basis van de omschrijvingen in deze jaarlijstjes had ik echt nog geen idee hoe de muziek van Serebii klinkt, maar op basis van de omschrijvingen klonk het wel aangenaam. Inmiddels weet ik dat Dime een album is dat het met name wat later op de avond uitstekend doet en het is een album dat me absoluut dierbaar is geworden.

Ik vind het nog steeds lastig om de muziek van Serebii te omschrijven, want het album past niet goed in een van de gangbare hokjes. Ik ben niet de enige die het lastig vindt om de muziek van Callum Joshua Mower goed te omschrijven, want ook in de recensies die ik tot dusver heb gelezen worstelt de schrijver met de labels die op Dime kunnen worden geplakt.

In een aantal gevallen worden deze labels angstvallig vermeden, maar er is ook een criticus die het niet in een hokje kunnen duwen van het album uitvoerig benoemt. Ik ga maar niet proberen om Dime van Serebii in een hokje te duwen, maar kan de muziek van de singer-songwriter uit Auckland wel beschrijven.

Dime is naar verluidt het eerste album van Callum Joshua Mower waarop hij zelf zingt. In het verleden vertrouwde hij vooral op zangeressen, die ook nog wel opduiken op Dime, maar de Nieuw-Zeelandse muzikant zingt dit keer vooral zelf. Dat is geen onverstandig besluit, want Callum Joshua Mower beschikt over een aangename stem, die zijn songs voorziet van een aangenaam laidback geluid, dat vaak loom en dromerig klinkt.

In een aantal tracks duikt een zangeres op en ook die beschikken over stemmen die rust brengen. Dat brengen van rust doet de muzikant uit Auckland ook met de muziek op Dime. De muziek van Serebii is over het algemeen net zo laidback als de zang op het album. Het is muziek die over het algemeen dromerig en organisch klinkt, maar Callum Joshua Mower kan ook opeens elektronica tevoorschijn halen.

Wanneer de muziek op Dime vooral ingetogen en akoestisch is, klinken de popsongs van Serebii voorzichtig jazzy, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse muzikant hebben ook iets eigenzinnigs. Het klinkt op het eerste gehoor door de wat dromerige klanken vooral aangenaam, maar de muziek van Serebii bestaat uit een aantal lagen die met veel gevoel en precisie zijn ingespeeld.

Hier en daar klinkt het onweerstaanbaar zwoel en zomers en zo af en toe hoor ik zelfs een Zuid-Amerikaanse vibe, maar de songs van de muzikant uit Auckland kunnen ook wat onderkoelder en atmosferischer klinken. Ik krijg het niet in een hokje gepropt, maar het is ook nog eens muziek van een soort waar ik niet heel vaak of eigenlijk nooit naar luister.

Desondanks was ik direct gecharmeerd van de muziek van Serebii en was het eigenlijk meteen muziek waar ik naar wilde blijven luisteren. Een van de tracks op Dime spreekt me niet aan, maar de andere negen tracks op het album voorzien met name de avond van een zeer aangenaam rustpunt. In Nieuw-Zeeland weten ze de muziek van Serebii inmiddels op de juiste waarde te schatten, maar Dime kan volgens mij ook hier wonderen verrichten, zeker op koude en donkere avonden. Erwin Zijleman

Serge Gainsbourg - Histoire de Melody Nelson (1971)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Serge Gainsbourg - Histoire de Melody Nelson (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Serge Gainsbourg - Histoire de Melody Nelson (1971)
Serge Gainsbourg heeft een onuitwisbare invloed gehad op de ontwikkeling van de (Franse) popmuziek en heeft een aantal geweldige albums op zijn naam staan, met Histoire de Melody Nelson uit 1971 als onbetwist meesterwerk

Luister naar Histoire de Melody Nelson van Serge Gainsbourg en je hoort een album dat in 1971 zijn tijd ver vooruit was. Het is echter ook een album van een soort dat nu niet meer gemaakt wordt. De Franse muzikant zou in 2023 niet weg zijn gekomen met de thematiek van het conceptalbum, maar ook in muzikaal opzicht kom ik geen albums als dit album meer tegen. Serge Gainsbourg combineert op zijn meesterwerk rock vol uiteenlopende invloeden met rijk georkestreerde en beeldende klanken en voegt hier zijn fluisterzang aan toe, hier en daar bijgestaan door de fluisterstem van zijn muze Jane Birkin. Het levert een uniek maar ook verschrikkelijk goed album op.

De in 1991 overleden muzikant Serge Gainsbourg heeft niet alleen enorm veel invloed gehad op de ontwikkeling van de Franse popmuziek, maar wordt inmiddels ook buiten de Franse landsgrenzen gezien als een van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek. En terecht. De muzikant uit Parijs heeft ons een flinke stapel albums nagelaten, maar ik vind het nog altijd een lastig te duiden oeuvre. Het is een oeuvre dat op zijn minst wisselvallig is, maar ook de mindere albums van de Franse muzikant hebben hun geniale momenten.

Serge Gainsbourg maakte zijn beste albums tussen 1967, toen de soundtrack bij de film Anna verscheen, en 1976, het jaar waarin het album L'Homme à Tête de Chou werd uitgebracht. Voor dat laatste album heb ik altijd een enorm zwak gehad, maar als ik het beste album van Serge Gainsbourg moet kiezen kom ik zonder enige twijfel uit bij Histoire de Melody Nelson uit 1971.

Dat is op zich geen verrassende keuze, want het album wordt over het algemeen gezien als het onbetwiste meesterwerk van de Franse muzikant, al verkocht het in 1971 voor geen meter. Het is een album dat zich heeft laten inspireren door het werk van de Russische schrijver Vladimir Nabokov in het algemeen en zijn roman Lolita in het bijzonder. Histoire de Melody Nelson vertelt het verhaal van de piepjonge Britse Melody Nelson die in Parijs wordt aangereden door de Rolls Royce van een volwassen man, wat uiteindelijk resulteert in een romance, die eindigt met de trieste dood va de jonge vrouw.

Ik weet niet of de thematiek van het conceptalbum in 1971 stof deed opwaaien, maar dat zou in 2023 ongetwijfeld anders zijn. Histoire de Melody Nelson is overigens niet alleen een eerbetoon aan het werk van Vladimir Nabokov, maar het is er vooral een aan Serge Gainsbourg’s toenmalige muze Jane Birkin, die ook tekent voor de vrouwenstem op het album.

Het verhaal van Histoire de Melody Nelson is in het perspectief van het heden misschien wat discutabel, maar in muzikaal opzicht is het nog altijd een geweldig album. Op Histoire de Melody Nelson werkt Serge Gainsbourg samen met de componist en arrangeur Jean-Claude Vannier, die tekent voor rijke orkestraties met veel strijkers en af en toe een koor. Deze rijke orkestraties bepalen voor slechts een deel het geluid op het album, want Histoire de Melody Nelson heeft ook een meer gitaar georiënteerd geluid met invloeden uit de rock, psychedelica, blues, funk en jazz.

Op het album maakt Serge Gainsbourg met enige regelmaat gebruik van repeterende passages, waardoor het album een eenheid wordt. Het contrast tussen de filmische strijkerspartijen en de als jams klinkende passages met een hoofdrol voor gitaren maken van Histoire de Melody Nelson een razend spannend album en het is een album van een soort die momenteel niet meer gemaakt wordt.

Serge Gainsbourg stond aan de basis van de Franse zuchtmeisjes pop, maar op Histoire de Melody Nelson moeten we het vooral doen met de grotendeels gesproken zang van de Franse muzikant, die hier en daar wordt bijgestaan door de fluisterzang van Jane Birkin. Het originele album bevat slechts 28 minuten muziek, maar het is 28 minuten lang een fascinerende roller coaster ride. Het is een album dat stiekem veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek en het is nog altijd een mooi startpunt voor het ontdekken van het unieke oeuvre van Serge Gainsbourg. Erwin Zijleman

Seth Avett & Jessica Lea Mayfield - Sing Elliott Smith (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Seth Avett And Jessica Lea Mayfield - Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jessica Lea Mayfield maakte de afgelopen jaren indruk met drie platen die stuk voor stuk hun eigen weg kozen. Van toegankelijke singer-songwriter muziek op With Blasphemy So Heartfelt uit 2009 tot donkere en veelzijdige rootsmuziek met diepgang op Tell Me uit 2011 tot bij vlagen behoorlijk zwaar aangezette rockmuziek op Make My Head Sing… uit 2014.

Met deze enorme veelzijdigheid deed Jessica Lea Mayfield lang niet alle liefhebbers van haar muziek een plezier, maar persoonlijk kon ik alle drie de platen zeer waarderen.

Op plaat nummer vier moeten we nog even wachten, maar er is nu wel het als tussendoortje bestempelde Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith.

Seth Avett kennen we natuurlijk van The Avett Brothers, maar hij maakte inmiddels ook al een aantal prima soloplaten. Zoals de titel van de plaat al doet vermoeden eren Jessica Lea Mayfield en Seth Avett op hun gezamenlijke plaat het werk van de zo triest aan zijn eind gekomen Elliott Smith.

Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith springt kriskras door het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter, wiens dood overigens nog steeds door mysterie omgeven is, en laat een aantal dingen horen.

Boven alles hoor je op deze plaat hoe mooi de songs van Elliott Smith waren en nog steeds zijn. Elliott Smith propte nogal wat leed in zijn songs, maar had hiernaast het patent op zeer melodieuze en soms bijna lichtvoetige songs, wat een serie geweldige platen heeft opgeleverd. Het zijn songs die stuk voor stuk unieke vertolkingen hebben gekregen op de platen van Elliott Smith zelf, waardoor het niet meevalt om er iets aan toe te voegen. Jessica Lea Mayfield en Seth Avett hebben dit toch geprobeerd en zijn er als je het mij vraagt in geslaagd.

In muzikaal opzicht blijven de twee vaak dicht bij de originelen van Elliott Smith. In een aantal gevallen krijgen de songs wat meer invloeden uit de rootsmuziek mee en heel soms wordt gekozen voor een wat steviger geluid, maar over het algemeen zijn de verschillen met de uitvoeringen van Elliott Smith in muzikaal opzicht niet zo groot.

Jessica Lea Mayfield en Seth Avett voegen wel iets toe wanneer het gaat om de vocalen. Elliott Smith nam zijn vocalen meer dan eens in een aantal lagen op, maar twee totaal verschillende stemmen leveren toch weer een heel ander geluid op. De stemmen van Jessica Lea Mayfield en Seth Avett zijn individueel sterk, maar de magie komt aan de oppervlakte wanneer de twee elkaar in vocaal opzicht versterken in bijzonder fraaie harmonieën. Nu komen harmonieën lang niet altijd tot zijn recht, maar in de songs van Elliott Smith gedijen ze uitstekend.

Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith doet (gelukkig) nergens een poging om het werk van Elliott Smith opnieuw uit te vinden. De plaat is vooral een eerbetoon aan de muzikant die tijdens zijn leven lang niet altijd op de juiste waarde werd geschat en inmiddels vrijwel vergeten lijkt. Het is een eerbetoon met glans.

Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith is misschien maar een tussendoortje, maar het is een tussendoortje dat naar meer smaakt. Elliott Smith’s oeuvre is door zijn veel te korte leven niet heel omvangrijk, maar er zijn nog genoeg songs over voor minstens drie volgende delen Seth Avett And Jessica Lea Mayfield Sing Elliott Smith. Doen zou ik zeggen, maar eerst een nieuwe plaat van Jessica Lea Mayfield, wat mij betreft weer een totaal andere dan zijn drie voorgangers. Erwin Zijleman