MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sevdaliza - Ison (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sevdaliza - ISON - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

ISON van de Iraans-Nederlandse zangeres en kunstenares Sevdaliza (Sevda Alizadeh) verscheen een aantal maanden geleden al, maar is me toen echt compleet ontgaan, net als de EP’s die ze de afgelopen jaren heeft uitgebracht.

Omdat de plaat ter ere van de release op vinyl een week of twee geleden, de afgelopen weken nogmaals de hemel in werd geprezen, ben ik eindelijk maar eens gaan luisteren naar het debuut van Sevdaliza en wat is het een bijzondere en fascinerende plaat.

Daar zijn ze inmiddels ook ver buiten de Nederlandse landsgrenzen achter, want zelfs het invloedrijke Pitchfork heeft het debuut van Sevdaliza inmiddels overladen met superlatieven.

Daar valt echt helemaal niets op af te dingen, want Sevdaliza maakt bijzondere, nee unieke muziek. Het is muziek die tot dusver vooral het etiket triphop krijgt opgeplakt. Daar valt wel wat voor te zeggen, want de bijzondere instrumentatie op de plaat en de lome ritmes doen wel wat denken aan de muziek waarmee Portishead in de jaren 90 zoveel opzien baarde.

Als ik ISON vergelijk met het legendarische debuut van Portishead, valt op dat Sevdaliza haar debuut heeft voorzien van een moderner en gevarieerder geluid dan Portishead destijds deed. Het elektronische klankentapijt op ISON is zwaar aangezet en valt op door loodzware ritmes. Het is een behoorlijk experimenteel geluid, dat zeker bij eerste beluistering veel vraagt van de luisteraar.

Het geluid op het debuut van Sevdaliza is aan de ene kant zwaar aangezet, maar klinkt ook ruimtelijk. Het is een geluid dat uiteindelijk volledig in dienst staat van het fascinerende stemgeluid van Sevdaliza, die net zo doorleefd kan zingen als Portishead zangeres Beth Gibbons, maar ook moeiteloos kan opschuiven richting de moderne elektronische muziek of richting muziek die met enige fantasie in het hokje avant garde kan worden geduwd.

ISON is zoals gezegd een plaat die in eerste instantie veel vraagt van de luisteraar, maar na enige gewenning komt de plaat op fascinerende wijze tot leven. De fascinerende instrumentatie van Sevdaliza en producer Mucky zit vol dynamiek, avontuur en toverkracht. Wat het ene moment loodzwaar klinkt, kan het volgende moment opvallend lichtvoetig klinken, wat van ISON een vat vol tegenstrijdigheden maakt.

Het ene moment luister je naar loodzware beats of vervreemdende elektronische klanken, het volgende moment naar een aangenaam kabbelende piano en honingzoete strijkers. De bijzondere stem van Sevdaliza voegt alleen maar tegenstrijdigheden toe aan deze geweldige plaat. De Iraans-Nederlandse zangeres gebruikt haar stem op bijzondere wijze als instrument en kan zowel puur en eerlijk zingen als betoveren met zwaar vervormde stemmetjes.

Bij eerste beluistering is er op ISON zoveel te horen dat het je soms duizelt, maar hoe vaker je de plaat hoort, hoe meer er op zijn plek valt. Sevdaliza maakt het je zeker niet altijd makkelijk op ISON, maar staat ook garant voor songs die je afwisselend compleet van je sokken blazen of zwoel verleiden. Het levert een luistertrip op die qua avontuur en intensiteit niet vaak zal worden overtroffen dit jaar. Dat de plaat inmiddels wereldwijd wordt bejubeld is dan ook volkomen terecht.

Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom ik de plaat zelf eerder dit jaar heb gemist, want als je zoekt naar het debuut van Sevdaliza is de plaat opeens overal. Belangrijker is dat ik de plaat nu wel heb ontdekt, want ISON van Sevdaliza zal, wanneer aan het eind van het jaar de balans wordt opgemaakt, er een zijn die je echt niet mag missen. Erwin Zijleman

Sevdaliza - Shabrang (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sevdaliza - Shabrang - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sevdaliza - Shabrang
De Nederlandse muzikante Sevdaliza debuteerde drie jaar geleden al razend knap, maar zet op haar prachtig klinkende en uiterst veelzijdige tweede album nog een paar flinke stappen

Sevdaliza imponeerde in 2017 met een debuutalbum dat deels in het hokje triphop was te duwen, maar dat dit hokje ook continu probeerde te overstijgen. Dat is definitief gelukt op het razend knappe Shabrang, dat veel subtieler klinkt en dat bijzonder klinkende gitaren en vooral de piano alle ruimte geeft. Het wordt fraai gecombineerd met elektronica, subtiele beats en vooral met de zang van Sevdaliza, die mooier en gevoeliger klinkt dan op haar debuut. Soms doet Shabrang bijna klassiek aan, soms hoor je toch weer de triphop, maar de muziek van Sevdaliza past ook in talloze andere hokjes en op hetzelfde moment in geen enkele. Shabrang is een album waar je wat tijd en energie in moet investeren, maar het wordt dubbel en dwars terug betaald.

Ison, het debuut van de Iraans-Nederlandse muzikante Sevdaliza (Sevda Alizadeh), pakte ik in de zomer van 2017 pas op nadat het album werkelijk was bedolven onder de positieve recensies. Op die positieve recensies bleek gelukkig helemaal niets af te dingen. Het debuut van Sevdaliza bleek een buitengewoon fascinerend album, dat zelfs het altijd kritische Pitchfork wist te verleiden tot superlatieven. Ison haalde uiteindelijk de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2017 en is sindsdien alleen maar doorgegroeid.

Sevdaliza keert deze week terug met een nieuw album, Shabrang. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar het is ook een album dat het geluid van deze voorganger verder perfectioneert. Sevdaliza werkt ook dit keer samen met producer Mucky en heeft wederom gekozen voor een album met speelduur van meer dan een uur. Ison werd uiteindelijk vooral in het hokje triphop geduwd en ook Shabrang krijgt dit etiket nu al veelvuldig opgeplakt. Ison was echter zeker geen 13 in een dozijn triphop album en ook bij beluistering van Shrabang past het hokje triphop maar zeer ten dele.

Direct in de openingstrack Joanna valt op dat Sevdaliza weliswaar voortborduurt op haar debuut, maar ook kiest voor een wat ander geluid. De instrumentatie in de openingstrack schiet alle kanten op, maar is ook verrassend subtiel. Heldere gitaarlijnen, dromerige synths, fraai gearrangeerde strijkers, piano en hier en daar wat elektronische uithalen strijden afwisselend om de aandacht en zorgen voor een openingstrack die fascineert en betovert.

Dat doet deze openingstrack niet alleen met de spannende instrumentatie, maar ook met de mooie zang van Sevdaliza, die ingetogen zingt, maar ook prachtig aansluit bij de soms klassiek aandoende klanken. Het is een openingstrack die direct de toon zet en vrijwel alle ingrediënten bevat van de rest van het album.

Wanneer diepe bassen en springerige ritmes hun intrede doen, schuurt Sevdaliza weer wat dichter tegen de triphop aan en doet dan direct aan Portishead denken, maar de instrumentatie op Shrabang blijft vooral opvallen door subtiele klanken die afwisselend elektronisch en organisch zijn, waarbij de uitersten flink kunnen worden opgezocht.

Ook de zang van Sevdaliza is prachtig subtiel. Het is op hetzelfde moment zang waarin emotie nooit ver weg. Het is fraai hoe Sevdaliza haar gevoel in haar zang weet te leggen en de bijzondere instrumentatie op bijzondere wijze om deze zang heen draait.

Voor de productie deed Sevdaliza zoals gezegd wederom op producer Mucky en die is er niet alleen in geslaagd om het geluid van de Nederlandse muzikante vol te stoppen met bijzondere geluiden, maar deze geluiden ook fraai in balans te houden.

Mucky en Sevdaliza zijn er verder in geslaagd om een opvallend gevarieerd album te maken. Alle songs op het album gebruiken vergelijkbare ingrediënten, maar waar Ison over de hele linie consistent klonk, klinkt Shrabang steeds weer anders en is het album met geen mogelijkheid in een hokje te duwen. De ene keer domineren de hele bijzondere gitaarlijnen, de volgende keer serene pianoplanken of zweverige elektronische klanken, die zomaar flink uit kunnen pakken. Van triphop naar indie-rock, naar jazz, naar R&B naar pop, naar elektronica, maar wereldmuziek, naar avant garde, naar neoklassiek en naar wat eigenlijk niet.

Je moet de songs op het nieuwe album van Sevdaliza waarschijnlijk een paar keer horen, maar als je dat eenmaal gedaan hebt is Shrabang een album dat je niet snel los zal laten en dat uiteindelijk nog een flink stuk boven het zo bewierookte debuut uit stijgt. Erwin Zijleman

Sex Week - Upper Mezzanine (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sex Week - Upper Mezzanine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sex Week - Upper Mezzanine
Sex Week is een duo uit New York dat vorig jaar een mini-album uitbracht en deze week een EP en op beide releases indruk maakt met dromerige maar ook spannende muziek vol bijzondere invloeden en verrassende wendingen

Als de Amerikaanse muziekwebsite Paste zegt dat iets heel erg goed is, is dat meestal ook zo. Dat betekent nog niet direct dat het ook in mijn straatje past, want er zijn genres waar ik minder goed mee uit de voeten kan. Met de EP Upper Mezzanine van het New Yorkse duo Sex Week kan ik heel goed uit de voeten. Pearl Amanda Dickson en Richard Orofino vermaken op hun EP vijf tracks lang met dromerige, betoverend mooie en ook spannende klanken, die weer prachtig passen bij de dromerige en wat onderkoelde zang. Ik was direct verkocht, maar Upper Mezzanine wordt alleen maar beter en dat is er ook nog eens het mini-album van vorig jaar. Voor mij alle reden om Sex Week te koesteren als een grote ontdekking.

De Amerikaanse muziekwebsite Paste was vorige week heel erg positief over Upper Mezzanine van Sex Week. Het enthousiasme van een van mijn favoriete tipgevers deelde ik onmiddellijk, want het New Yorkse duo maakt het soort muziek waar ik van hou. De songs van Sex Week op Upper Mezzanine zijn loom en dromerig, liggen lekker in het gehoor, laten zich door van alles en nog wat beïnvloeden en zijn ook nog eens spannend.

Ik had eigenlijk maar één probleem met Upper Mezzanine van Sex Week en dat is dat er maar vijf tracks op staan. Met iets meer dan twintig minuten muziek is het dus meer een EP dan een album en EP’s laat ik meestal liggen. Ik maak voor de EP van Pearl Amanda Dickson en Richard Orofino een uitzondering. Het aantal nieuwe releases is deze week niet erg groot, maar de EP van het duo uit Brooklyn, New York, is vooral heel erg goed.

Bij eerste beluistering van de vijf tracks op Upper Mezzanine hoorde ik vooral invloeden uit de jaren 80 en 90 in de muziek van Sex Week. De muziek van het Amerikaanse tweetal heeft zowel het donkere als het dromerige van veel muziek uit de jaren 80, zeker wanneer een randje postpunk wordt toegevoegd aan de zang. Uit de jaren 90 komen de zachte vocalen van Pearl Amanda Dickson en het soms lekker gruizige gitaarwerk.

Sex Week is op de deze week verschenen EP echter zeker niet blijven hangen in de jaren 80 en 90. Invloeden uit de postpunk, slowcore, dreampop en nog wat meer worden vermengd met hedendaagse pop noir. Ik heb een enorm zwak voor de dromerige en tegelijkertijd wat onderkoelde zang van Pearl Amanda Dickson, maar de muziek op Upper Mezzanine is minstens even spannend.

De twee muzikanten uit New York hebben een avontuurlijk geluid in elkaar geknutseld dat direct vanaf de eerste noten aangenaam benevelt. Laat je echter niet teveel benevelen door de dromerige kant van Sex Week, want er gebeurt van alles in de muziek van het duo uit New York en dat wil je niet missen. Wanneer je met volledige aandacht naar de vijf tracks van Sex Week luistert blijf je je verbazen over de veelheid aan invloeden die het duo verwerkt en over de vele lagen in de muziek op Upper Mezzanine.

Upper Mezzanine klinkt af en toe als de muziek die Mazzy Star in het nu had kunnen maken en dat is zo ongeveer het grootste compliment dat ik een band kan geven. Het knappe van de vijf songs van Sex week is echter dat Pearl Amanda Dickson en Richard Orofino allerlei invloeden uit het verleden verwerken in songs die anders klinken dan alles dat er al is.

De vijf songs op de EP van Sex Week zijn vijf songs om heel blij van te worden, maar ze smaken vooral naar heel veel meer. Dat meer is er gelukkig, want vorig jaar bracht het tweetal een titelloos mini-album met zeven tracks en ruim 25 minuten muziek uit. Ik vind de tracks op de deze week verschenen EP net wat sterker dan die op het mini-album, maar ook de zeven tracks van vorig jaar zijn niet te versmaden en laten horen dat Sex Week een duo is om te koesteren.

Bij elkaar ligt er al met al zo’n 45 minuten muziek van een band waar ik tot deze week nog nooit van gehoord had, maar die ik vanaf nu zeer nauwlettend in de gaten ga houden. Het is de zoveelste geweldige tip van de Amerikaanse website Paste, die met een behoorlijk grote frequentie muziek onder de aandacht brengt die andere muzieksites laten liggen. Sex Week is een van de betere tips van Paste. Erwin Zijleman

Shalom - Sublimation (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shalom - Sublimation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shalom - Sublimation
Iedere week duiken weer nieuwe jonge vrouwelijke singer-songwriters met een zwak voor indierock op, maar Shalom is met haar ruwe en zeer persoonlijke debuutalbum wat mij betreft een blijvertje

Op basis van de achtergrond van Shalom had ik een totaal ander debuutalbum verwacht dan het deze week verschenen Sublimation, maar ik vind het een sterk album dat bol staat van de belofte. De jonge muzikante uit Brooklyn maakt vooral gruizige indierock, maar ze schakelt af en toe moeiteloos over naar meer elektronisch ingekleurde popsongs. Het zijn songs met een hoog lo-fi en DIY gehalte, maar zeker bij herhaalde beluistering hoor je dat Shalom weet hoe je een goede popsong moet schrijven. Het zijn ook nog eens zeer persoonlijke popsongs, waarin de jonge Amerikaanse muzikante zich volledig bloot geeft. Er is nog niet heel veel aandacht voor, maar dit is een bijzonder debuut.

Shalom is een jonge muzikante die werd geboren in Maryland, opgroeide in Johannesburg in Zuid-Afrika, studeerde in New Brunswick, New Jersey en nu vanuit Brooklyn, New York haar eerste stappen in de muziek zet. Naar verluidt schreef ze pas in 2020 haar eerste songs, maar deze week verscheen al haar debuutalbum Sublimation op het eigenzinnige maar ook prestigieuze Saddle Creek label.

Ik was direct zeer gecharmeerd van het debuutalbum van Shalom, al zijn niet alle songs op het album even goed. Sublimation laat echter horen dat de jonge Amerikaanse muzikante een grote belofte is voor de toekomst. Shalom laat op Sublimation horen dat ze de kunst van het schrijven van aansprekende popliedjes goed beheerst en ze laat bovendien horen dat ze zich niet laat vastpinnen op één genre.

Sublimation opent met een behoorlijk gruizige en bovendien wat lo-fi achtige rocksong. Het is niet het genre dat je verwacht bij een jonge zwarte vrouw, maar Shalom is wars van het denken in hokjes en gelijk heeft ze. Sublimation bevat meer gruizige indierock songs, maar wanneer de gitaren deels plaats maken voor elektronica, kan Shalom ook de kant van de indiepop op. In een aantal wat soberder ingekleurde songs komt hier ook nog een folky kant bij, waardoor Sublimation absoluut een veelzijdig en veelkleurig album mag worden genoemd.

Shalom werkt op haar debuutalbum samen met de Canadese producer Ryan Hemsworth, die de muzikante uit Brooklyn al volgt sinds haar eerste stappen in de muziek. Het is een naam die ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar dat heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat de Canadese muzikant en producer tot dusver vooral actief is in de hiphop en de elektronische muziek. Het zijn twee genres die hooguit subtiel hun invloed hebben nagelaten op het debuutalbum van Shalom, dat uiteindelijk nog het dichtst aan schuurt tegen de muziek van bijvoorbeeld Lucy Dacus en Phoebe Bridgers.

In muzikaal opzicht rammelt de muziek van Shalom aangenaam en ook in vocaal opzicht zijn niet alle plooien gladgestreken. De jonge Amerikaanse muzikante is in technisch opzicht geen hele goede zangeres, maar de wat ruwe zang past prima bij haar songs. In muzikaal en vocaal opzicht doet Shalom haar eigen ding en dat doet ze ook in haar teksten die persoonlijk en verrassend eerlijk zijn. Sublimation is een ‘coming of age’ album van een jonge en zwarte queer vrouw en het is een ‘coming of age’ album met zowel ups als downs.

Naar verluidt schudt Shalom de popliedjes uit haar mouw wanneer ze even gaat zitten met haar basgitaar. In een aantal songs hoor je dat ook wel, maar Sublimation bevat ook een aantal songs die overlopen van de belofte en een aantal echt goede songs. Bijna altijd zitten de songs van de jonge Amerikaanse muzikante veel beter in elkaar dan je bij vluchtige beluistering kunt vermoeden.

Ook wanneer het me net wat teveel rammelt of wanneer ik het idee heb dat er een betere song in had gezeten door net wat meer rust te nemen, vind ik het debuutalbum van Shalom een interessant en zeker ook charmant album. Het is al jaren flink dringen in de wereld van de jonge vrouwelijke singer-songwriters met liefde voor indierock en indiepop, maar Shalom is wat mij betreft een aanwinst. Erwin Zijleman

shame - Drunk Tank Pink (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shame - Drunk Tank Pink - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shame - Drunk Tank Pink
Shame heeft zeker geen last van het “lastige tweede album syndroom”, want album nummer twee is nog een stuk indrukwekkender en spannender dan het drie jaar geleden terecht zo geprezen debuut

Voor het beluisteren van Drunk Tank Pink van Shame is een waarschuwing wel op zijn plaats. Het tweede album van de band uit Londen raast immers met orkaankracht over je heen en vermorzelt het al zo goede debuut van de band. In muzikaal opzicht is enorme groei te horen en die hoor je ook in de songs, die stevig kunnen uithalen, maar ook kunnen verrassen door alle nieuwe invloeden die Shame heeft verwerkt op haar tweede album. Gelukkig hoor je nog steeds een stel jonge honden aan het werk, maar het zijn inmiddels wel jonge honden die weten hoe een baanbrekend album moet klinken. Het debuut van Shame was heel erg goed, Drunk Tank Pink is nog veel beter.

De Britse Shame bracht helemaal aan het begin van 2018 haar debuut Songs Of Praise uit en zag het album aan het eind van het jaar opduiken in menig jaarlijstje, waaronder die van mij. Songs Of Praise was dan ook een geweldig debuut van een stel jonge honden uit het Londense Brixton.

Het was een debuut dat begon bij de Britse punk uit de tweede helft van de jaren 70, vervolgens uitkwam bij de Britse postpunk uit de vroege jaren 80, om vervolgens nog te reiken tot de Britpop van de vroege jaren 90.

Het leverde een waslijst aan vergelijkingsmateriaal op, variërend van Gang Of Four tot Joy Division, van The Fall tot The Stranglers en nog veel en veel meer, maar Shame slaagde er ook in om een eigen geluid neer te zetten.

Precies drie jaar na het terecht zo geprezen debuut is Shame terug met een nieuw album, het altijd moeilijke tweede album na een stevig bewierookt debuut. Shame blijkt weinig last te hebben van dit “lastige tweede album syndroom”, want Drunk Tank Pink maakt de enorm hoge verwachtingen vrij makkelijk waar.

Songs Of Praise kwam drie jaar geleden aan als een goed gemikte vuistslag, maar Drunk Tank Pink is de spreekwoordelijke mokerslag. Shame was waarschijnlijk goed weggekomen met Songs Of Praise deel 2, maar dat is Drunk Tank Pink zeker niet en dat is knap.

Ook op haar tweede album put Shame uit de archieven van de punk en de postpunk, maar het slaat ook nadrukkelijk de vleugels uit. Twee namen die nog niet bij me op kwamen bij beluistering van het debuut van de band uit Londen, kwamen nu nadrukkelijk als eerste op en het zijn de namen van Talking Heads en The Clash, hier en daar aangevuld met King Crimson Mk II.

Hier blijft het zeker niet bij, want ook Drunk Tank Pink is een album dat uitnodigt tot het noemen van namen, al blijft er uiteindelijk maar één naam over: Shame. Het is indrukwekkend hoe de Britse band de afgelopen drie jaar is gegroeid. Het geluid van de band heeft op Drunk Tank Pink enorm aan kracht gewonnen, maar ook qua muzikaliteit is de band er enorm op vooruit gegaan.

In veel tracks op het album klinkt Shame een stuk volwassener dan op het debuut, maar gelukkig zijn de jonge honden van dit debuut niet helemaal verdwenen. De teksten worden nog steeds met veel venijn uitgespuugd en ook Drunk Tank Pink bevat nog altijd flink wat rauwe en tegendraadse tracks vol energie.

Het zijn rauwe momenten die worden afgewisseld met flink wat diepgang en met een geluid dat Shame op de kaart zet als een van de belangrijkste Britse bands van het moment. Het is een geluid dat overigens prachtig is geproduceerd door James Ford, die eerder werkte met onder andere Arctic Monkeys, Florence and the Machine en Depeche Mode.

Drunk Tank Pink komt zoals gezegd aan als een mokerslag. Die mokerslag wordt in eerste instantie gedomineerd door de rauwe postpunk songs die de band heeft gemaakt, maar ontleent de kracht in tweede instantie toch vooral aan de enorme groei die Shame laat horen op haar tweede album.

Drunk Tank Pink van Shame komt 11 songs en 41 minuten lang als een stoomwals over je heen en slurpt alle energie op, maar wat is het allemaal goed, zeker als er in de slottrack nog een tandje bij wordt geschakeld. Fontaines DC legde de lat vorig jaar hoog met haar tweede album, maar wat mij betreft gaat Shame er met het bijzonder indrukwekkende Drunk Tank Pink weer overheen. Wat een plaat. Erwin Zijleman

shame - Songs of Praise (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shame - Songs Of Praise - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

2017 was zeker niet het jaar van de leuke jonge gitaarbandjes (of ik heb de verkeerde kant op gekeken), maar in het nieuwe jaar vliegen ze me werkelijk om de oren.

Nog maar net bekomen van het vrijwel onweerstaanbare debuut van de Ierse band The Academic, ben ik nu al weer in de ban van het debuut van de Britse band Shame.

Net als bij The Academic zijn de leden van de uit het Londense Brixton afkomstige band Shame de schoolbanken nog maar net ontgroeid en spelen gitaren de hoofdrol in hun muziek, maar hiermee hebben we de belangrijkste overeenkomsten tussen de beide bands wel gehad.

Waar The Academic kiest voor schaamteloos aanstekelijke en vooral zonnige klinkende popliedjes die zijn geïnspireerd door de meest succesvolle bands uit de geschiedenis van de Britse en Amerikaanse gitaarmuziek, graaft Shame dieper, strijkt het meer tegen de haren in en zoekt het haar inspiratie bij in artistiek opzicht interessante maar in commercieel opzicht minder succesvolle bands als The Fall, Television Personalities en Gang Of Four.

Songs Of Praise is stevig beïnvloed door de muziek die in de hoogtijdagen van de punk en vooral de eerste postpunk golf werd gemaakt en klinkt wat minder groots dan de muziek uit de tweede en derde postpunk golf. De meeste songs op het debuut van Shame zijn rauw, donker en stekelig, maar op een of andere manier verliest de band uit Londen de toegankelijke gitaarsong nergens helemaal uit het oog.

De band laat zich hierbij stevig beïnvloeden door van alles en nog wat, want naast de hierboven genoemde namen hoor ik op Songs Of Praise ook veel van Joy Division, flink wat van The Stranglers, verrassend veel van The Cult en ook wel wat van de bravoure van het jonge U2, maar ook voorzichtige flirts met jaren 90 Britpop iconen Blur en Oasis blijven niet uit.

Het debuut van Shame bevat een aantal zich wat langzamer voortslepende songs en met name deze songs zijn donker gekleurd. Wanneer het tempo wordt opgevoerd en de gitaarwolken breder uitwaaien wordt het voorzichtig wel wat lichter in het muzikale landschap van Shame en duiken hier en daar zelf behoorlijk toegankelijke melodieën en refreinen op.

Shame overtuigt dan opeens net zo makkelijk als de eerder genoemde tijdgenoten The Academic, maar over het algemeen genomen vraagt de muziek van Shame net wat meer tijd. Ik heb Songs Of Praise deze tijd gegund en raak steeds meer onder de indruk van het heerlijke gitaarwerk, dat varieert van loodzwaar tot lichtvoetig, en van de goede songs van de band uit Londen.

De criticus zal beweren dat er niets nieuws onder de zon is. Dat is misschien waar, maar aan de andere kant klinkt Songs Of Praise van Shame anders dan vrijwel alle andere gitaarplaten van het moment. Boven alles is het debuut van Shame een gitaarplaat die je vastgrijpt en pas weer loslaat als de laatste noten wegsterven. Dat is knap. En ook in dit geval bijzonder aangenaam. Erwin Zijleman

Shana Cleveland - Manzanita (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shana Cleveland - Manzanita - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shana Cleveland - Manzanita
La Luz frontvrouw Shana Cleveland zet op haar derde soloalbum een reuzenstap en imponeert met bijzonder mooie arrangementen, wonderschone klanken, erg fraaie zang en een serie geweldige songs

Ik was in 2019 enthousiast over het tweede soloalbum van de van La Luz bekende Shana Cleveland, maar werd pas een jaar later verliefd op dit album. Ondanks mijn liefde voor Night Of The Worm Moon, vind ik het deze week verschenen Manzanita nog veel mooier. De Amerikaanse muzikante heeft haar folky songs dit keer verrassend rijk maar bijzonder smaakvol ingekleurd. Manzanita bevat flarden Laurel Canyon folk en psychedelische folk uit het verleden, maar door de unieke inkleuring en arrangementen kan het album alleen maar uit het heden komen. In muzikaal opzicht is het prachtig, maar de zang van Shana Cleveland is nog mooier. Jaarlijstjesmateriaal.

De Amerikaanse muzikante Shana Cleveland houdt er twee carrières in de muziek op na. Allereerst timmert ze al een jaar of tien aan de weg als frontvrouw van de oorspronkelijk uit Seattle, Washington, afkomstige en uiteindelijk naar Los Angeles, California, verhuisde band La Luz, maar hiernaast maakt ze ook al een aantal jaren soloalbums.

Met La Luz maakt Shana Cleveland muziek die je onmiddellijk het Californië van de jaren 60 in sleurt met een mix van surfrock, garagerock en psychedelica, maar op haar soloalbums maakt de Amerikaanse muzikante juist vrij ingetogen folk met hier en daar een psychedelisch randje.

Het in 2015 verschenen solodebuut van Shana Cleveland maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk, maar het in het voorjaar van 2019 verschenen Night Of The Worm Moon vind ik een prachtig album, dat ik overigens pas in de jaren na het jaar van de release echt ben gaan waarderen.

Ik was dan ook heel nieuwsgierig naar het deze week dan eindelijk verschenen derde soloalbum van Shana Cleveland, zeker nadat het album in de Britse muziektijdschriften ruim voor de releasedatum al de hemel in werd geprezen. Manzanita is inderdaad een prachtig album, dat de lijn van Night Of The Worm Moon door trekt, maar ook flink voller klinkt.

Direct in de openingstrack maakt Shana Cleveland indruk met even mooie als bijzondere klanken. De akoestische gitaar van de Amerikaanse muzikante vormt nog altijd de basis van haar folky songs, maar door de bijdragen van onder andere de Mellotron klinkt Manzanita direct vanaf de eerste track anders dan een gemiddeld folkalbum.

Manzanita is een album dat opvalt door bijzondere maar ook wonderschone arrangementen en het gebruik van voor het genre bijzondere instrumenten als flink wat synthesizers, de pedal steel en exotische instrumenten als de dulcimer, het glockenspiel en een klavecimbel, wat rijke en fascinerende klankentapijten oplevert.

De songs van Shana Cleveland hadden op haar eerste twee albums al hier en daar een psychedelisch tintje, maar invloeden uit de psychedelica hebben aan terrein gewonnen op Manzanita, dat vaak een bezwerend karakter heeft en ook meer dan op het vorige album van Shana Cleveland invloeden uit de Laurel Canyon folk en de psychedelische folk uit de jaren 60 verwerkt.

Door de bijzondere klanken en fraaie arrangementen trekt Manzanita in muzikaal opzicht makkelijk de aandacht, maar ook de zang op het album is prachtig. De stem van Shana Cleveland is nog wat mooier dan op haar vorige album en staat bovendien wat prominenter in de mix, waardoor de zang er meer uitspringt.

De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt Manzanita “a perfectly woven tapestry of musical delight” en dat is een mooie omschrijving. De Amerikaanse muzikante heeft op papier gekozen voor een behoorlijk bonte mix van klanken, maar ik de praktijk loopt alles prachtig in elkaar over en blijken alle instrumenten die zijn gebruikt functioneel.

De fraaie muziek op het album en de betoverend mooie stem van Shana Cleveland zijn al voldoende om je in vervoering te brengen, maar de Amerikaanse muzikante heeft voor haar derde album ook nog eens een serie uitstekende songs geschreven en deze bovendien voorzien van persoonlijke teksten over de ups en downs in haar leven en een terugkeer naar de natuur.

Op de lovende woorden van onder andere gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut valt dan ook niets af te dingen en ik denk dat ik persoonlijk nog iets enthousiaster ben over het nieuwe album van Shana Cleveland, dat ik met veel overtuiging schaar onder de voorlopige hoogtepunten van het muziekjaar 2023. Erwin Zijleman

Shana Cleveland - Night of the Worm Moon (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shana Cleveland - Night Of The Worm Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shana Cleveland - Night Of The Worm Moon
Shana Cleveland imponeerde vorig jaar met de band La Luz en doet nu solo hetzelfde, al is het wel op totaal andere wijze

De al zo mooie zomer van 2018 werd nog veel mooier toen Floating Features van La Luz verscheen. Bandlid Shana Cleveland duikt nu op met een album dat totaal anders klinkt dan het album van haar band. Night Of The Worm Moon is een akoestische en vooral folk georienteerd album, dat direct indruk maakt, maar vervolgens pas alle geheimen prijsgeeft. De instrumentatie zit vol fraai akoestisch gitaarspel en mooie details, de songs maken uitstapjes richting country en vooral psychedelica en Shana Cleveland overtuigt met prachtig dromerige vocalen die het wonderschone album naar een nog hoger plan tillen. Verrassend mooi album.

Shana Cleveland kende ik tot voor kort uitsluitend van de uit Seattle, Washington, afkomstige band La Luz. Deze voor haar laatste album tijdelijk naar het zonnige California uitgeweken band blies me nog geen jaar geleden compleet van mijn sokken met het uitstekende, door niemand minder dan Dan Auberbach geproduceerde, Floating Features.

Op het derde album van La Luz imponeerden Shana Cleveland en haar bandgenoten met een buitengewoon opwindende mix van garagerock, psychedelische rock, Westcoast pop en dreampop, met een flinke dosis Surf als bijzondere bonus. La Luz klonk op het geweldige Floating Features als het geslaagde huwelijk van Mazzy Star en The Mamas & The Papas, ingezegend door de onlangs overleden Dick Dale, aka The King of Surf.

Het andere werk van Shana Cleveland kende ik tot voor kort niet, maar blijkt zeer de moeite waard. Met de band The Curious Mystery maakte de singer-songwriter uit Seattle twee albums die zich ergens tussen Cowboy Junkies en Mazzy Star manouvreerden, terwijl ze een jaar of vrier geleden met The Sandcastles het uiterst sobere en tegen psych-folk aanleunende Oh Man, Cover the Ground maakte.

En nu is er dus het uitsluitend onder haar eigen naam verschenen Night Of The Worm Moon, waarop Shana Cleveland zich wederom manifesteert als een zeer getalenteerd folkie. Op haar eerste echte soloalbum strooit Shana Cleveland driftig met mooie ingetogen folksongs. Het zijn songs die zijn gebouwd op een basis van akoestische gitaren, die vervolgens verder is ingekleurd met wonderschone en vaak wat sprookjesachtig aandoende klanken.

Het past allemaal prachtig bij de dromerige zang van Shana Cleveland, die laat horen dat haar stem het ook in dit genre uitstekend doet. Night Of The Worm Moon sluit aan bij de alternatieve folkplaten die Devendra Banhart en zijn soortgenoten aan het begin van het millennium maakten, maar is hierdoor ook niet ver verwijderd van de psychologische folk uit de jaren 60. Zeker wanneer de instrumentatie wordt aangevuld met breed uitwaaiende gitaren doet ook dit album van Shana Cleveland wat denken aan Mazzy Star, maar invloeden uit de folk domineren dit keer.

Zeker op het eerste gehoor is Night Of The Worm Moon een uitermate sobere plaat, maar de instrumentatie blijkt bij herhaalde beluistering veel rijker te zijn dan je in eerste instantie vermoedt. Het akoestische gitaarspel is soms eenvoudig, maar kan zomaar omslaan in complex fingerpicking spel, wat de muziek van Shana Cleveland een bezwerend karakter geeft. Het zijn klanken die in een aantal tracks worden aangevuld met een voorzichtig jankende pedal steel, met melancholisch klinkende strijkers of met donkere en dreigende klanken, waardoor Night Of The Worm Moon een gevarieerde plaat is.

De instrumentatie wordt bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en hetzelfde geldt eigenlijk voor de stem van Shana Cleveland, die kan klinken als een zweverige folkie of als een bezwerende priesteres. Het levert een plaat op die direct intrigeert en voorzichtig vermaakt, maar die pas na meerdere keren horen haar ware schoonheid prijsgeeft. Na de prachtplaat van La Luz de tweede grote verrassing van Shana Cleveland binnen een jaar. Erwin Zijleman

Shane Smith & the Saints - Norther (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shane Smith & The Saints - Norther - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shane Smith & The Saints - Norther
De Texaanse muzikant Shane Smith en zijn band The Saints opereren vooralsnog wat in de marge, maar het zowel door Amerikaanse rootsrock als door Keltische rockmuziek beïnvloede Norther is echt een prachtalbum

Zeker bij eerste beluistering knalt de muziek van Shane Smith & The Saints uit de speakers en vormen zowel de zang als de muziek een muur van geluid, maar de songs van de Amerikaanse band zijn subtieler dan bij eerste beluistering het geval lijkt. De muziek van de Texaanse band is stevig verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, maar krijgt door het gitaarwerk en vooral door het vioolspel ook een Keltisch tintje met hier en daar flarden uit de Keltische rockmuziek uit de jaren 80. Het is een bijzonder geluid dat opvalt binnen het enorme rootsaanbod van het moment en het is een geluid dat zowel in vocaal als in muzikaal opzicht alleen maar indrukwekkender wordt.

Shane Smith is geboren en getogen in Texas en verruilde het platteland van de Lone Star State na de middelbare school voor Austin, waar hij al snel verzeild raakte in de bloeiende muziekscene van de Texaanse stad. Hij maakt inmiddels al flink wat jaren muziek met zijn band The Saints, wat de afgelopen vijftien jaar een handvol albums opleverde. Ik had volgens mij nog niet eerder naar zijn muziek geluisterd en als ik het nieuwe album van de band niet op de deurmat had gevonden, had ik waarschijnlijk ook het deze week uitgebrachte Norther gemist.

Het is een album dat ik bij eerste beluistering behoorlijk overweldigend en niet per se mooi vond, maar ik ben blij dat ik even heb doorgebeten, want inmiddels vind ik Norther een uitstekend en bovendien mooi en onderscheidend album. Bij eerste beluistering vond ik het album zoals gezegd wat overweldigend en dat heeft zowel met de zang als met de muziek op het album te maken.

Shane Smith beschikt over een krachtige en wat donkere stem en zingt met veel gevoel. Met name in de meer uptempo tracks op het album vond ik de zang in eerste instantie wat te zwaar aangezet, wat de muziek van Shane Smith & The Saints een bijna bombastisch karakter geeft. Het wordt versterkt door de muziek op het album, die ook behoorlijk zwaar is aangezet.

In de openingstrack hoor je beukende drums en bassen, flink wat gitaren en vervolgens ook nog eens een hoofdrol voor de viool, waardoor er bij vlagen een muur van geluid door de speakers komt. Het is makkelijk teveel van het goede, maar als je wat beter luistert naar de songs op Northern hoor je dat Shane Smith & The Saints ook gas terug nemen, iets dat de band naarmate het album vordert steeds vaker doet. Ook de meer uptempo tracks op het album gaan niet alleen maar voluit, maar bevatten fraaie rustpunten, zowel in de zang als in de muziek.

Shane Smith & The Saints wordt op Allmusic.com een ‘red dirt country band’ genoemd, maar ik vind het persoonlijk best lastig om de muziek van de band in een hokje te duwen. Norther staat bol van de invloeden uit de rootsrock zoals die in Austin wordt gemaakt, maar de muziek van Shane Smith & The Saints ook een Keltisch karakter. Dat ligt vooral aan de zeer prominente rol van de viool in de muziek op Norther, maar ook wanneer de gitaren domineren hoor ik flarden van de Keltische rockmuziek zoals die in de jaren 80 in het Verenigd Koninkrijk en Ierland werd gemaakt.

Op MusicMeter wordt Big Country als vergelijkingsmateriaal genoemd en dat is wat mij betreft een zeer rake vergelijking. Net als Big Country heeft de muziek van Shane Smith & The Saints de impact van een muur van geluid en ook in de zang hoor ik wel wat van de Schotse band, die in de jaren 80 ten onrechte niet zo groot werd als bijvoorbeeld Simple Minds of U2. Norther klinkt echter wel als een Big Country album dat is opgenomen in Nashville of Austin, want invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineren op het album, zeker als de band wat gas terug neemt.

Ik had bij eerste beluistering nog mijn twijfels, maar die zijn echt volledig verdwenen. Het gekke is dat ik het in eerste instantie wat overweldigende karakter van Norther inmiddels helemaal niet meer ervaar. Shane Smith & The Saints doen het misschien wat anders dan de meeste andere bands in het genre, maar als gewend bent aan de muziek van de band is Norther echt prachtig. Erwin Zijleman

Shannen Moser - The Sun Still Seems to Move (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannen Moser - The Sun Still Seems To Move - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannen Moser - The Sun Still Seems To Move
Shannen Moser kleurt op The Sun Still Seems To Move op zeer fraaie wijze buiten de lijntjes van de traditionele folk, wat een bijzonder mooi en intiem album oplevert, dat zich steeds nadrukkelijker opdringt

De vorige twee albums van Shannen Moser (die overigens ook zeer de moeite waard zijn) zijn me niet opgevallen, maar het deze week verschenen The Sun Still Seems To Move is prachtig. Het is een album dat past in het hokje folk of zelfs wat traditioneel klinkende folk, maar het is zeker geen 13 in een dozijn folkalbum. Het is een album dat opvalt door een bijzondere en ook bijzonder mooie instrumentatie, door zang met veel emotie en zeggingskracht en door veelzijdige songs die zich stuk voor stuk flink opdringen. Het is behoorlijk dringen in het genre waarin Shannen Moser zich beweegt, maar The Sun Still Seems To Move springt er in dit genre flink uit.

We hebben momenteel zeker geen gebrek aan wat traditioneel aandoende folkalbums. Het zijn albums in een genre dat ik absoluut kan waarderen, al vind ik het onderscheidend vermogen van de wat traditioneler klinkende folkalbums meestal beperkt, waardoor ik niet heel veel van dit soort albums oppik.

The Sun Still Seems To Move van Shannen Moser heeft wat mij betreft echter niet te klagen over onderscheidend vermogen, want ik was al na een paar tracks diep onder de indruk van het nieuwe album van de muzikant, die zichzelf ziet als een non-binair persoon en daarom wil worden aangesproken met they/them, wat ik in grammaticaal opzicht nog steeds een uitdaging vind.

The Sun Still Seems To Move is het derde album van de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, die me tot voor kort eerlijk gezegd niet was opgevallen. Met The Sun Still Seems To Move valt Shannen Moser wel op en dat doet de Amerikaanse muzikant in meerdere opzichten.

Het derde album van Shannen Moser is allereerst prachtig ingekleurd. Bij een traditioneel aandoend folkalbum verwacht je een redelijk sobere instrumentatie met een hoofdrol voor de akoestische gitaar. The Sun Still Seems To Move is op zich een redelijk sober ingekleurd album, maar met enige regelmaat klinken de songs van Shannen Moser wat voller en bovendien zet de Amerikaanse muzikant veel instrumenten in op het nieuwe album.

De meeste songs hebben een sobere basis met akoestische gitaar en/of piano, maar de muziek van Shannen Moser wordt op fraaie wijze verder ingekleurd met elektrische gitaren, banjo, lap steel, elektronica en een flink assortiment strijkers (cello, viool) en blazers (klarinet, saxofoon). The Sun Still Seems To Move klinkt hierdoor anders dan het gemiddelde folkalbum van het moment, al is de inkleuring van de songs van Shannen Moser wel subtiel en akoestisch genoeg om voor folk door te gaan.

Ook in vocaal opzicht onderscheidt het derde album van de muzikant uit Philadelphia zich makkelijk van de concurrentie in het genre. Shannen Moser heeft een mooie stem, die gemaakt is voor folk, maar vertolkt de songs op het album ook met veel gevoel en expressie, waardoor het niet moeilijk is om direct van het album te houden. De incidenteel ingezette en fraaie achtergrondzang vergroot de impact van de lead zang alleen maar.

Een flinke dosis melancholie doet de rest en voorziet de songs van Shannen Moser van een persoonlijk en intiem karakter. Hiermee zijn we er nog niet, want ook de songs op The Sun Still Seems To Move spreken me meer aan dan die op het gemiddelde folkalbum. Mede door de bijzondere instrumentatie en de sterke zang gebeurt er van alles in de songs van Shannen Moser, die zich ook makkelijk ontworstelen aan het vaste stramien van de traditionele folk.

Het zijn songs met een hang naar het verleden, Shannen Moser vond de inspiratie naar verluidt na het beluisteren van All Things Must Pass van George Harrison, maar het album klinkt nergens gedateerd. The Sun Still Seems To Move is bovendien een behoorlijk afwisselend album en dat mankeert er binnen de wat traditionele folk ook wel eens aan. Het is een album dat ik op voorhand vanwege het genre op de reservestapel had gelegd, maar al snel uitgroeide tot een van de grote verrassingen van deze week. Erwin Zijleman

Shannon LaBrie - War & Peace (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon LaBrie - War & Peace - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Shannon LaBrie is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die een jaar of wat geleden het uitstekende, maar nauwelijks opgemerkte Just Be Honest uitbracht.

Ook haar nieuwe plaat War & Peace heeft de Nederlandse platenzaak helaas nog niet bereikt en dat is echt een gemis. Shannon LaBrie heeft met War & Peace immers een hele sterke plaat gemaakt en het is een plaat die ook het Nederlandse publiek aan moet kunnen spreken.

Shannon LaBrie komt uit Nashville, maar maakt zeker niet de muziek die iedereen associeert met de hoofdstad van de country. Het live opgenomen War & Peace bevat nauwelijks invloeden uit de country, maar verwerkt vooral invloeden uit de rootsrock en voegt hier invloeden uit de soul en de pop aan toe.

War & Peace klinkt in eerste instantie vooral bijzonder aangenaam. De competent spelende band zorgt voor een warm en lekker vol geluid, waarin vooral het heerlijk klinkende gitaarspel en de toetsen indruk maken.

Het gloedvolle geluid van de band past perfect bij de warme en heldere stem van Shannon LaBrie (die me af en toe flink aan de al lang vergeten Judie Tzuke doet denken). Het is een stem die ver is verwijderd van de stemmen die in Nashville domineren en het is een stem die indruk maakt met kracht, warmte en verleiding.

Shannon LaBrie beschikt over een bijzonder aangename stem en schrijft lekker in het gehoor liggende maar niet erg voorspelbare songs en het zijn songs die ook nog ergens over gaan. Het thema volwassen worden staat centraal, waarbij zowel positieve als negatieve ervaringen kleur en gevoel geven aan de mooie songs op de plaat. Shannon LaBrie schuwt hiernaast het politieke thema niet en voorziet de American Dream van enkele kritische observaties.

War & Peace is een plaat die redelijk netjes binnen de lijnen kleurt, maar het is ook een plaat vol diepgang die me steeds dierbaarder wordt. Dat de plaat in Nederland niet eens wordt uitgebracht en in de Verenigde Staten ook zeker niet in de spotlights staat is voor mij dan ook onbegrijpelijk.

Shannon LaBrie heeft met War & Peace een prachtplaat gemaakt die zomaar een breed publiek moet kunnen veroveren. Het zou mooi zijn als Nederland hierbij het voortouw neemt. Ik ben alvast helemaal om en inmiddels stevig fan van deze bijzondere Amerikaanse muzikante. Erwin Zijleman

Shannon Lay - August (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Lay - August - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon Lay - August
Shannon Lay overtuigt met een tijdloos en introspectief folk album met hier en daar bijzondere accenten en steeds een gevoel van urgentie

Shannon Lay maakte al soloalbums en speelde in een rockband toen ze besloot om haar baan op te zeggen en vol te kiezen voor de muziek. Het leverde twee jaar geleden het fraaie Living Water op en dat album wordt nu overtroffen door het nog net wat betere August. Het samen met Ty Segall geproduceerde August valt hier en daar op door fraaie accenten van orgel, viool en saxofoon, maar over het algemeen moeten we het toch doen met de akoestische gitaar van Shannon Lay en met haar fluisterzachte stem. August herinnert aan de platen van de alternatieve folkies uit de jaren 60 en 70, maar gedateerd klinkt het geen moment. Een fraai rustpunt binnen het snelgroeiende aanbod van het moment.

Shannon Lay viel me bijna twee jaar geleden voor het eerst op. Haar derde album, Living Water, bleek een heel bijzonder en aardedonker folk album, dat zowel kon worden vergeleken met de albums van eigenzinnige folkies uit de jaren 60 als met de hippe soortgenoten van deze tijd.

Op het deze week verschenen August heeft de singer-songwriter uit Los Angeles haar geluid nog wat verder vervolmaakt. August, niet alleen vernoemd naar de maand van de release, maar ook naar de maand in 2017 waarin Shannon Lay besloot om fulltime muzikant te worden, ligt in het verlengde van het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter, maar is wat minder beklemmend en in muzikaal en vocaal opzicht net wat interessanter.

De songs op August werden geschreven tijdens de tour die volgde op Living Water en vervolgens in korte tijd opgenomen in de thuisstudio van Ty Segall, die ook tekende voor de co-productie van het album. Van dat laatste moet je je niet al te veel voorstellen, want in de meeste songs op August horen we alleen de stem van Shannon Lay en haar akoestische gitaar.

De Californische singer-songwriter maakt nog altijd muziek die herinnert aan illustere voorgangers als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill, om er eens drie te noemen, maar ook de interessantere folkies van dit moment zijn niet ver weg, terwijl ook flarden van Joni Mitchell en Nick Drake doorklinken op het album. De songs van Shannon Lay zijn uiterst sober en doen soms wat pastoraal aan. Het akoestische gitaarspel op August is ingetogen maar trefzeker en hetzelfde geldt voor de vaak fluisterzachte vocalen van Shannon Lay.

Net als op haar debuut is de muziek van Shannon Lay op August slechts spaarzaam versiert met hier en daar wat strijkers, drums, gitaar of een saxofoon, terwijl Tye Segall een keer uitpakt met zijn orgel. Het zijn de uitbundige momenten op een album dat toch vooral introvert en introspectief is.

De fraaie accenten in de instrumentatie voorzien het album van de gewenste variatie en dynamiek, al is Shannon Lay een singer-songwriter van het soort dat met minimale middelen een maximaal effect weet te sorteren.

Shannon Lay houdt je op August net iets meer dan een half uur op het puntje van de stoel. Dat is voor een album aan de korte kant, maar voor het soort muziek dat Shannon Lay maakt is het wat mij betreft genoeg. Het is bovendien een half uur muziek van een grote schoonheid en een bijzondere intimiteit. Shannon Lay laat zich in haar teksten beïnvloeden door haar favoriete schrijvers en dichters, maar ook persoonlijke verhalen hebben een plek gevonden in haar teksten.

Er zijn in dit genre het afgelopen jaar al heel veel albums verschenen, maar August van Shannon Lay is een album dat er voor mij net wat uitspringt. Nu maar hopen dat liefhebbers van dit soort folk het album er uit pikken, want Sub Pop is geen label met een folk traditie en Shannon Lay ziet er niet uit als een folkie. Het verandert uiteraard niets aan de schoonheid van dit album. Erwin Zijleman

Shannon Lay - Covers Vol. 1 (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Lay - Covers Vol. 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon Lay - Covers Vol. 1
Shannon Lay vindt het tijd voor wat tussendoortjes en gaat aan de slag met het ‘shannonizen’ van de songs van anderen, wat in ieder geval een geslaagd eerste deel van de serie Covers oplevert

Albums met covers laat ik meestal liggen. Enerzijds omdat er momenteel wel erg veel verschijnen en anderzijds omdat de meeste albums met covers niet zo interessant zijn, al is het maar omdat te vaak wordt gekozen voor songs die niet te overtreffen of zelfs maar te benaderen zijn. De Amerikaanse singer-songwriter Shannon Lay is wel goed in het vertolken van songs van anderen en is bovendien zo slim om te kiezen voor een serie wat minder bekende songs. Die vertolkt ze met vooral haar akoestische gitaar en haar stem en het resultaat is wat mij betreft zeer geslaagd. Hoe lang het leuk blijft zal de tijd leren, maar het eerste deel van Covers van Shannon Lay smaakt naar meer.

De Amerikaanse singer-songwriter Shannon Lay kondigt op haar bandcamp pagina aan dat ze de komende tijd een aantal digitale albums gaat uitbrengen die zijn gevuld met louter covers. Dit doet ze om tegemoet te komen aan haar obsessie: ‘shannonizing songs’. Om de daad bij het woord te voegen is het eerste deel direct verschenen met de titel Covers Vol. 1.

Nu zijn albums met covers lang niet altijd interessant en het zijn er momenteel bovendien zoveel dat verzadiging ernstig op de loer ligt. Shannon Lay beheerst echter de kunst van het eigen songs maken van de songs van anderen en verdient na de uitstekende albums Living Water (2017), August (2019) en Geist (2021) wel een tussendoortje. Op het laatste album vertolkte ze overigens op zeer fraaie wijze Syd Barrett’s Late Night en dat smaakte wat mij betreft naar meer.

Het belangrijkste probleem met albums met covers is dat ze vaak vrijwel uitsluitend de platgetreden paden bewandelen en kiezen voor songs waar je echt maar beter van af kunt blijven. Shannon Lay trapt op het eerste deel van haar covers serie gelukkig niet in deze valkuil en heeft gekozen voor een zeer interessante serie songs.

Met Angeles (Elliott Smith), From The Morning (Nick Drake), Blues Run The Game (Jackson C. Frank), Close My Eyes (Arthur Russel), The Keepers (Ty Segall), I Lost Something In The Hills (Sibylle Baier), Glow Worms (Vashti Bunyan), I’m Set Free (The Velvet Underground) en I Am Slow (OCS) komen songs voorbij die niet iedereen direct zal kunnen meezingen en van een deel van de songs ken ik de originelen zelfs niet. Ik moet toegeven dat ik zelfs de uitvoerenden van de originelen niet allemaal ken, waardoor Covers Vol 1. niet direct aanvoelt als een album met covers.

Het levert een half uur mooie muziek op, want Shannon Lay vertolkt de songs van anderen met veel gevoel. Dat doet ze op behoorlijk sobere wijze, want in de meeste tracks moeten we het doen met de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikante. Hier en daar zijn nog wat keyboards toegevoegd, maar ook in de net wat extra versierde tracks is de instrumentatie sober te noemen.

Het herinnert aan folkies uit vervlogen tijden, waardoor Covers Vol. 1 oorspronkelijk, puur en eerlijk klinkt. Ik heb de originelen er ook eens bij gepakt en kan concluderen dat het proces van ‘shannonizing songs’ goed gelukt is. Shannon Lay heeft haar eigen songs gemaakt van de songs van anderen, maar doet nog steeds recht aan de originelen, die uit flink verschillende hoeken komen.

De combinatie van akoestische gitaar en zang klinkt in het geval van Shannon Lay prachtig. Het gitaarspel is warm en vol en Shannon Lay varieert voldoende met haar stem om de songs spannend te houden. Al met al vind ik het eerste deel uit deze Covers serie zeer geslaagd. De songkeuze is verrassend en de uitvoering keer op keer prachtig.

Of Shannon Lay het hoge niveau van dit eerste deel vast kan houden zal de tijd leren, maar naar het tweede deel ben ik op zijn minst heel nieuwsgierig. Dat tweede deel kunnen we als het goed is zeer binnenkort tegemoet zien, al hoop ik dat Shannon Lay ook energie gaat steken in de opvolger van het uitstekende Geist uit 2021, want ik hoor toch nog net wat liever de eigen songs van de muzikante uit Los Angeles. Erwin Zijleman

Shannon Lay - Geist (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Lay - Geist - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon Lay - Geist
Shannon Lay nam tijdens de Amerikaanse lockdown een sober folkalbum op, dat vervolgens prachtig werd ingekleurd door flink wat muzikanten en dat al snel haar geweldige vorige albums overtreft

De Amerikaanse singer-songwriter Shannon Lay liet op haar vorige albums al horen dat ze niet alleen een geweldige zangeres, maar ook een uitstekend songwriter is. Je hoort het nog wat duidelijker op het deze week verschenen Geist. Het is een album met een sobere akoestische basis, die op zeer smaakvolle wijze is ingekleurd door een aantal gastmuzikanten. Het levert een warmbloedig en tijdloos geluid op, dat fraai kleurt bij de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante. Geist borduurt voort op de vorige twee albums van de muzikante uit Los Angeles, maar maakt nog wat meer indruk. Jaarlijstjesmateriaal voor liefhebbers van eigentijdse folk met hier en daar een hang naar het verleden.

Na All This Life Goin Down uit 2016, Living Water uit 2017 en August uit 2019 is het deze week verschenen Geist alweer het vierde album van de Amerikaanse muzikante Shannon Lay. Het eerste album heb ik zelf niet opgemerkt, en dat geldt zeker niet alleen voor mij, maar sinds het prachtige Living Water koester ik de muziek van Shannon Lay.

Het is muziek die op Living Water herinnerde aan illustere Amerikaanse folkzangeressen uit een ver verleden als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill, maar ik hoorde ook wel wat van Joni Mitchell. Het knappe van de muziek van Shannon Lay was echter dat ze je het ene moment mee terug nam naar het verre verleden, maar het volgende moment eigenzinnig en eigentijds klonk.

Het is een lijn die werd doorgetrokken op het door Tye Segall geproduceerde August, dat hooguit wat voller klonk dan zijn voorganger. Het deze week verschenen Geist is weer een logisch vervolg op dat album, al is de muziek van Shannon Lay dit keer nog wat mooier ingekleurd.

De muzikante uit Los Angeles, California, begon vanwege de lockdown in haar eentje aan haar nieuwe album in de studio van Jarvis Tavinere van de band Woods. De opgenomen basis van akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikante is prachtig, maar werd uiteindelijk door flink wat muzikanten verder ingekleurd, onder wie multi-instrumentalisten Ben Boye (Bonnie Prince Billy) en Devin Hoff (Sharon Van Etten), die onder andere strijkers toevoegden. Vervolgens werden nog wat keyboards toegevoegd en mocht Tye Segall een gitaarsolo inspelen.

Ondanks alle toevoegingen is Geist een behoorlijk sober klinkend album, waarop de door Shannon Lay ingespeelde basis nog altijd domineert. Ook op Geist herinnert de muziek van de Amerikaanse muzikante nog aan folkzangeressen uit een ver verleden, maar het album klinkt wat eigentijdser dan zijn voorgangers en bevat een enkele keert ook nog wat invloeden uit de Keltische muziek.

Ik hield persoonlijk wel van het hele sobere geluid van Shannon Lay, maar de accenten die zijn aangebracht door de bovengenoemde muzikanten zijn bijzonder smaakvol en voorzien het album bovendien van een speciale sfeer en onderhuidse spanning. Net als op haar vorige album tekent Shannon Lay voor mooie maar ook avontuurlijke songs, waaraan ze een over van Syd Barrett’s Late Night aan toevoegt.

Geist klinkt dankzij de veelzijdige maar toch relatief sobere instrumentatie werkelijk prachtig, maar ook dit keer is de stem van Shannon Lay, die af en toe in meerdere lagen uit de speakers komt, het mooist van alles.

Zeker als de dag heeft plaatsgemaakt voor de avond en de nacht, vult de warmbloedige muziek van de Amerikaanse muzikante op zeer fraaie wijze de ruimte en wordt je makkelijk betovert door de bijzondere songs van Shannon Lay.

De muzikante uit Los Angeles leverde twee jaar geleden met August een hoogstaand album af, maar Geist bevalt me persoonlijk nog iets beter, vooral omdat het album wat minder leunt op het verleden en volstrekt tijdloos klinkt.

Door de mooie klanken en de geweldige zang is Geist een album dat direct bij eerste beluistering volledig overtuigt, maar door de bijzondere accenten en wendingen in de instrumentatie en de fantasierijke songs is het ook een album dat nog lang beter en interessanter wordt. Het regent momenteel dan ook vijfsterren recensies voor de Amerikaanse muzikante en daar valt echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman

Shannon Lay - Living Water (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Lay - Living Water - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het Woodsist label van Kevin Morby bracht onlangs niet alleen het zeer veelbelovende en eveneens vandaag op deze BLOG besproken debuut van Anna St. Louis uit, maar is ook het label van Shannon Lay.

Deze Shannon Lay zal een enkeling kennen van de garagepunk band Feels of van haar vorige twee platen, maar met haar derde plaat Living Water zet deze Shannon Lay een enorme stap voorwaarts.

In het persbericht bij de plaat wordt vooral het volstrekt tijdloze karakter van de muziek van Shannon Lay benoemd en geroemd. Dat is volkomen terecht.

Luister naar Living Water en je hoort een plaat die net zo makkelijk in de jaren 60 als in het heden kan zijn gemaakt. Shannon Lay maakt soms de pastoraal aandoende folk zoals singer-songwriters als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill die ooit maakten, maar vindt ook aansluiting bij de folkies van deze tijd als Julie Byrne, Jessica Pratt en Kathryn Williams.

Wanneer de gitaren nog net wat moderner klinken zijn zelfs gekwelde singer-songwriters als Phoebe Bridgers en Julien Baker niet heel ver weg, maar over het algemeen kiest Shannon Lay toch voor de traditioneel aandoende folk vol echo’s uit het verleden, waaronder echo’s van grootheden als Joni Mitchell en Nick Drake.

Het is folk die meestal genoeg heeft aan een gitaar en een stem, maar producer Emmet Kelly (The Cairo Gang, Will Oldham) heeft het folky geluid van Shannon Lay ook incidenteel voorzien van wat mysterieus aandoende accenten en van bijzonder stemmige strijkers.

Living Water werd bij de producer thuis in Los Angeles opgenomen, wat een intiem en warm geluid heeft opgeleverd. Het is een geluid dat opvalt door ingetogen maar bijzonder mooi en ook opvallend veelkleurig gitaarspel en door de prachtig heldere stem van Shannon Fay, die beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor de licht dromerige folk die domineert op Living Water.

Het is muziek die af en toe wat spanning nodig heeft en deze vervolgens ontleent aan de fraai gearrangeerde strijkers, aan de wat zweverige accenten die aan de muziek zijn toegevoegd of aan de net wat bezwerender klinkende zang van de singer-songwriter uit Los Angeles.

Het is knap hoe Shannon Lay samen met Emmet Kelly een uiterst sober geluid neerzet dat ook ruimtelijk en atmosferisch klinkt en het is minstens even knap hoe de Amerikaanse muzikante ondanks het beperkte instrumentarium variatie weet aan te brengen in haar muziek. Waar dit soort akoestische folk helaas vaak wat vlak klinkt, hebben Shannon Lay en de gelouterde producer met wie ze heeft samengewerkt de plaat bovendien voorzien van dynamiek en spanning.

Deze dynamiek en spanning worden gecreëerd met subtiele middelen. Een lichte stemverheffing of een net wat steviger aangeslagen akkoord zorgen in de songs van Shannon Lay voor een flinke stroomversnelling, waardoor de plaat makkelijk blijft boeien en groeien.

Shannon Lay zingt op Living Water vaak fluisterzacht, maar wat legt ze veel emotie en expressie in haar zang. Het zorgt ervoor dat de songs op de derde plaat van Shannon Lay zich genadeloos opdringen en al heel snel geen genoegen meer nemen met een rol op de achtergrond.

Living Water doet wat melancholisch aan, wat wordt versterkt door de wat somber klinkende strijkers. Het zorgt er voor dat de derde plaat van Shannon Lay het uitstekend doen in het huidige seizoen en het seizoen dat er aan komt en bijna smeekt om een open haard en een fles wijn. Laat al die donkere avonden maar komen; er ligt een mooie soundtrack klaar. Erwin Zijleman

Shannon McNally - Black Irish (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon McNally - Black Irish - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb de Amerikaanse singer-songwriter Shannon McNally een jaar of vijftien geleden meerdere keren een blinkende toekomst in de Amerikaanse rootsmuziek voorspeld.

Met platen als Jukebox Sparrows (2002), Run For Cover (2004), Geronimo (2005) en North American Ghost Music (2006) liet de singer-songwriter uit New York immers horen dat ze met de allerbesten mee kon en de rek was er op deze platen nog lang niet uit.

De afgelopen tien jaar was het helaas heel erg stil rond Shannon McNally. Ze verhuisde van New York naar New Orleans en later naar Oxford, Mississippi, werd moeder, zag haar huwelijk stranden en nam de zorg voor haar ernstig zieke moeder op zich. Shannon McNally had daarom nauwelijks tijd om muziek te maken en verdween vrijwel volledig uit het zicht. Niet zo heel lang geleden keerde de ooit zo veelbelovende singer-songwriter gelukkig terug met een nieuwe plaat en Black Irish is nu eindelijk ook in Nederland verkrijgbaar.

De afgelopen jaren hield Shannon McNally contact met collega rootsmuzikant Rodney Crowell en toen Shannon McNally weer toe was aan het maken van een nieuwe plaat, trommelde deze ouwe rot niet alleen een leger topmuzikanten op, maar besloot hij bovendien om de nieuwe plaat van Shannon McNally te produceren.

Het valt niet mee om na een afwezigheid van bijna tien jaar terug te keren, maar Shannon McNally doet het en ze doet het bovendien met een geweldige plaat. Met Rodney Crowell achter de knoppen en topmuzikanten als Beth Nielsen Chapman, Emmylou Harris, Colin Linden, Jim Hoke, Elizabeth Cook en nog flink wat sessiemuzikanten van naam en faam in de studio is een mooie basis gelegd, maar het is Shannon McNally die met afstand de meeste indruk maakt op Black Irish.

De singer-songwriter uit Mississippi kon op haar prachtplaten uit het verleden al uit de voeten op een opvallend breed terrein, maar bestrijkt op Black Irish een nog breder palet. Op haar nieuwe plaat vertolkt Shannon McNally een aantal eigen songs en een aantal smaakvolle covers en alle songs trekt ze op indrukwekkende wijze naar zich toe.

Natuurlijk is de instrumentatie met zoveel topmuzikanten en de hand van Rodney Crowell prachtig, maar het is de stem van Shannon McNally die het meest ontroert en de meeste indruk maakt. De emotionele roller-coaster van de afgelopen tien jaar heeft een rauw en doorleefd randje achtergelaten op de stembanden van de Amerikaanse singer-songwriter, maar dat maakt haar stem alleen maar mooier.

Shannon McNally gaat op Black Irish aan de haal met folk, country, soul, rock en flink wat blues en kan in alle genres uitstekend uit de voeten, maar met name in de wat meer ingetogen songs zingt ze de sterren van de hemel en is kippenvel niet te onderdrukken.

Zo monumentaal als op bijvoorbeeld Geronimo is het misschien nog niet, maar Shannon McNally is terug en is haar talent gelukkig niet kwijtgeraakt. Het doet uitzien naar veel meer platen, want met slechts 44 jaren op de teller kan Shannon McNally nog wel even mee. Erwin Zijleman

Shannon McNally - The Waylon Sessions (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon McNally - The Waylon Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon McNally eert op The Waylon Sessions de songs van Waylon Jennings, een van haar muzikale helden, en doet dat, samen met een aantal geweldige muzikanten, met hart en ziel

De Amerikaanse singer-songwriter Shannon McNally is nog niet wereldberoemd, maar maakt echt alleen maar hele goede albums. Op The Waylon Sessions eert ze de songs van de legendarische Waylon Jennings. De muzikante uit Nashville doet dit met een aantal gastmuzikanten van naam en faam en een geweldig spelende band, die hier en daar de veters uit je schoenen speelt. Shannon McNally vertolkt de songs van Waylon Jennings vol vuur en emotie en beschikt over de rauwe strot die je verwacht bij de songs van de countrymuzikant. Het is misschien maar een tussendoortje, maar het is wel een heel erg goed en aangenaam tussendoortje.

Shannon Shaw - In Nashville (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Shaw - Shannon In Nashville - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon Shaw timmerde de afgelopen jaren in kleine kring aan de weg als frontvrouw van Shannon & The Clams en speelde bovendien bas in Hunx & His Punx. Beide bands hebben een voorliefde voor garagerock, maar Shannon & The Clams voegt hier bovendien nog een flinke dosis 50s en 60s retro aan toe.

Shannon Shaw groeide op in een streng religieus Mormoons gezin, waarin popmuziek eigenlijk niet werd getolereerd. Alleen voor een radiostation dat zich concentreerde op hits uit de jaren 50 en 60 werd een uitzondering gemaakt en dit is dan ook de muziek die Shannon Shaw met de paplepel kreeg ingegoten en vormde als muzikant.

Met Shannon & The Clams moest Shannon Shaw het vooralsnog doen met bescheiden aandacht, tot de band werd ontdekt door The Black Keys voorman Dan Auerbach, die direct onder de indruk was van de zangeres van de band. Auerbach nodigde Shannon Shaw uit in zijn studio en rekruteerde direct een flink uit de kluiten gewassen band.

Shannon In Nashville is een ambitieus klinkende plaat, maar het is ook een plaat die vaak bijna over the top is. Ik zeg bijna, want het bewaken van de grens tussen kunst en kitsch is een kunstje dat we inmiddels wel aan Dan Auerbach toe kunnen vertrouwen.

De Amerikaanse muzikant en producer is net als Shannon Shaw niet vies van een beetje retro en zet een geluid neer dat je direct de jaren 60 in sleurt. Met de invloeden uit dit decennium bestrijkt Shannon In Nashville vervolgens een breed palet. Shannon Shaw gaat op haar eerste soloplaat aan de haal met Phil Spector girlpop, met emotievolle country en met soulvolle klanken, maar sleept er ook gerust wat Mariachi trompetten bij. En dit is slechts de top van de ijsberg.

Het knappe van de productie van Dan Auerbach is dat Shannon In Nashville over de hele linie authentiek klinkt, maar op hetzelfde moment nergens gedateerd. In productioneel en muzikaal opzicht is het smullen met een productie die niet alleen Phil Spector maar ook alle grote soul studio’s uit de jaren 60 eert.

Het past allemaal perfect bij de geweldige stem van Shannon Shaw, die absoluut in de smaak zou zijn gevallen bij Phil Spector, maar ook aan de bak had gekund bij Motown of Stax. De Amerikaanse zangeres beschikt over een stem die geweldig los kan gaan, maar die ook verrassend ingetogen en gevoelig kan zingen, waardoor iedere noot op Shannon In Nashville raak is. Ik ben niet altijd gek op platen met een zo hoog retro gehalte, maar Shannon In Nashville is een vrijwel onweerstaanbare plaat vol prachtige klanken en een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten.

Met Shannon In Nashville heeft Dan Auerbach zijn eigen Dusty In Memphis (Dusty Springfield) afgeleverd, maar direct ook zijn eigen Nightout (Ellen Foley) en Back To Black (Amy Winehouse). Het is deels de verdienste van de productionele skills van Dan Auerbach en van de geweldige muzikanten op de plaat, maar de grote ster op de plaat is Shannon Shaw die als een wervelstorm uit de speakers knalt, maar ook goed is voor kippenvel. Op voorhand leek het me teveel van het goede, maar wat is dit een fantastische plaat. Erwin Zijleman

Shannon Wright - Providence (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shannon Wright - Providence - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shannon Wright - Providence
Shannon Wright maakt alleen maar prachtplaten en ook het sobere Providence met alleen piano en zang is er weer een die vrijwel onmiddellijk diepe indruk maakt

Shannon Wright dook halverwege de jaren 90 op met de zwaar onderschatte band Crowsdell en heeft sindsdien gewerkt aan een in kwalitatief opzicht hoogstaand oeuvre. Na flink wat gitaar georiënteerde albums, kiest de Amerikaanse singer-songwriter dit keer voor een combinatie van wonderschone pianoklanken en fluisterzachte zang. Het komt, zeker bij eerste beluistering, wat zwaar en weemoedig over, maar duik wat dieper in de pianosongs op Providence en het album groeit en groeit. Providence is een puur en persoonlijk album dat weer wat bijzonders toevoegt aan het unieke oeuvre van Shannon Wright.

In 1995 kwam Shannon Wright voor het eerst op mijn pad. Door puur toeval kreeg ik het debuut van de Amerikaanse band Crowsdell in handen en dit bleek een debuut om te koesteren. Het door Stephen Malkmus (Pavement) geproduceerde Dreamette hoort wat mij betreft bij de beste vijf platen van de jaren 90, maar helaas werd mijn liefde voor de muziek van Crowsdell niet breed gedeeld.

Het zal er waarschijnlijk ook niet meer van komen, want het debuut van de Amerikaanse band, waarin alles draaide om frontvrouw Shannon Wright, is niet te vinden op de streaming media diensten en alleen met veel geluk op cd te scoren.

In 1997 lag een tweede album van de band klaar, maar de platenmaatschappij zag er geen heil meer in, liet het album op de plank liggen en stuurde Crowsdell de laan uit. Within The Curve Of An Arm dook later alsnog op en bleek bijna net zo mooi als het geweldige debuut van de band uit Jackson, Florida.

Na het mislukte avontuur met Crowsdell begon Shannon Wright aan een solocarrière. Deze heeft inmiddels een elftal albums opgeleverd en ze zijn allemaal even mooi en bijzonder. Af en toe leek het er op dat de door de critici altijd geprezen Shannon Wright de sprong zou kunnen maken naar een wat breder publiek, bijvoorbeeld door haar samenwerking met de Franse muzikant Yann Tiersen, maar de afgelopen jaren krijgen haar albums helaas nauwelijks aandacht.

Hierdoor ben ik Shannon Wright ook wat uit het oog verloren, maar dankzij een bijzonder jaarlijstje kwam ik alsnog op het spoor van het dit haar verschenen Providence. Providence is een uiterst sober album. In de zeven tracks op het album horen we alleen de stem van Shannon Wright en haar pianospel. Toch houdt Shannon Wright de aandacht moeiteloos 32 minuten vast.

De wat weemoedig klinkende songs op Providence klinken zo urgent dat onvoorwaardelijke aandacht wordt afgedwongen, waarna Shannon Wright diep onder de huid kruipt met haar intense songs. De fraaie pianoklanken en de fluisterzachte zang van de Amerikaanse singer-songwriter vloeien steeds weer prachtig samen en versterken elkaar.

Shannon Wright was in het verleden niet vies van rauwe gitaarklanken, maar haar pianospel is van een bijzondere schoonheid en intensiteit en brengt haar persoonlijke songs op fraaie wijze tot leven. Shannon Wright heeft het de luisteraar nooit heel makkelijk gemaakt en ook Providence is bij eerste beluistering wat zware kost. Wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de prachtige pianoklanken en de gevoelige vocalen op het album worden de zeven tracks op het album echter alleen maar mooier en indringender.

Providence werd in Frankrijk enthousiast ontvangen, maar heeft verder maar heel weinig aandacht gekregen helaas. Het maakt het voor Shannon Wright steeds lastiger om als muzikant overeind te blijven, wat gezien haar enorme talent op zijn minst wrang is. Ik was de Amerikaanse singer-songwriter zelf ook even kwijt (het in 2017 verschenen Division, dat als dag en nacht verschilt van haar nieuwe album, heb ik ook nu pas ontdekt), maar het zware maar wonderschone Providence heb ik na één keer horen omarmd en ga ik voorlopig niet meer los laten. Erwin Zijleman

Shannon Wright - Reservoir of Love (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love
Shannon Wright is al zo’n 30 jaar een cultheld en het is er een die maar bijzondere albums blijft maken, want ook het na een stilte van zes jaar gemaakte Reservoir Of Love is er wat mij betreft weer een om in te lijsten

Het is een inmiddels vrij omvangrijk maar helaas ook redelijk onbekend oeuvre dat de Amerikaanse muzikante Shannon Wright op haar naam heeft staan. Het begon dertig jaar geleden met twee albums van haar band Crowsdell en inmiddels zijn er ook elf soloalbums. Alles dat Shannon Wright maakt is goed en dat geldt ook weer voor het eerder dit jaar verschenen Reservoir Of Love, dat helaas nauwelijks werd opgemerkt. Met de kwaliteit van het album heeft het niets te maken, want ook op haar nieuwe album maakt Shannon Wright weer indruk met songs die haar unieke stempel bevatten. Ik had het album zelf ook gemist, maar ook Reservoir Of Love is er weer een om te koesteren.

Ik kwam er nota bene via een jaarlijstje achter dat Shannon Wright het afgelopen jaar een nieuw album heeft uitgebracht. En dat terwijl ik haar inmiddels al zo’n 30 jaar volg en zo ongeveer alles dat ze heeft gemaakt koester. Dat begon in 1995 toen het debuutalbum van Shannon Wright’s band Crowsdell verscheen.

Het door Stephen Malkmus van Pavement geproduceerde Dreamette hoort wat mij betreft bij de beste albums uit de jaren 90 en als ik een lijstje met mijn favoriete albums aller tijden zou maken, zou ik het debuutalbum van Crowsdell ook zeker overwegen. Het is een album dat volgens mij in 1995 kon rekenen op positieve recensies, maar de muziek van Crowsdell werd snel vergeten, waardoor het in 1997 uitgebrachte Within The Curve Of An Arm helemaal niet werd opgemerkt.

Het zijn albums die tot op de dag van vandaag niet zijn te vinden op de streaming media platforms en dat is echt doodzonde. Na het uit elkaar vallen van Crowsdell begon Shannon Wright aan het eind van de jaren 90 aan een solocarrière. Het leverde tussen 1999 en 2019 tien albums op en ik vind ze echt allemaal goed.

Het zijn albums met songs die variëren van rock tot folk en van psychedelica tot pop en het zijn allemaal albums die opvallen door een wat donker karakter en de nodige eigenzinnigheid. Het zijn albums die in eerste instantie konden rekenen op de sympathie van de critici, zeker toen Shannon Wright werkte met producer Steve Albini, maar ook die zijn de Amerikaanse muzikante langzaam maar zeker vergeten.

Dat ik het dit jaar verschenen Reservoir Of Love niet tegen ben gekomen is dus niet zo gek. Het is bovendien een album dat is verschenen na een aantal jaren van afwezigheid, want het in 2019 verschenen Providence, dat ik overigens ook ontdekte via een jaarlijstje, was tot het begin van dit jaar het laatste wapenfeit van de muzikante die volgens mij momenteel Atlanta, Georgia, als thuisbasis heeft.

Ook het aan het begin van dit jaar verschenen Reservoir Of Love is weer uitgebracht op het kleine Franse label Vicious Circle, dat gelukkig nog steeds heil ziet in het uitbrengen van de muziek van Shannon Wright. En terecht, want Shannon Wright heeft veel te bieden.

De Amerikaanse muzikante deed op haar nieuwe album vrijwel alles zelf en vertrouwde alleen voor de drums en strijkers op Kevin Ratterman. Op Providence hoorden we zes jaar geleden alleen het pianospel en de stem van Shannon Wright, maar op haar meest recente album kiest ze weer wat vaker voor een meer gitaar georiënteerd geluid.

In de openingstrack en titeltrack hoor je de beproefde combinatie van gruizige gitaren en de karakteristieke stem van Shannon Wright. Het lijkt wat op de indierock die ze maakte op de albums die door Steve Albini werden geproduceerd, maar het is geen moment doorsnee indierock.

Shannon Wright is een meester in het creëren van fraaie spanningsbogen in haar songs en slaagt er ook dit keer weer in om een eigen draai te geven aan uiteenlopende invloeden uit het verleden. Ik was zeer gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Georgia, maar op Reservoir Of Love hoor ik de Shannon Wright die ik het liefst hoor.

Ze maakt ook op haar nieuwe album weer muziek die bol staat van de klasse en het is ook muziek die een uniek eigen geluid laat horen. Het is soms ingetogen en sfeervol en soms wat ruwer en gruizig, maar het is ook altijd bijzonder. Shannon Wright maakte 30 jaar geleden een wereldalbum met haar band Crowsdell, maar ook 30 jaar later is alles dat ze maakt goed. Erwin Zijleman

Shantell Ogden - Ghost in the Field (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shantell Ogden - Ghost In The Field - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Begin vorig jaar liep ik bij toeval tegen Better At Goodbye van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige singer-songwriter Shantell Ogden aan. Het bleek een plaat die me snel heel dierbaar was.

Shantell Ogden maakte op Better At Goodbye indruk met lekker in het gehoor liggende songs, waarin invloeden uit de pop en rock even belangrijk waren als invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.

Ik was dan ook blij verrast toen ik een week of twee geleden een nieuwe plaat van Shantell Ogden in mijn mailbox vond.

Ghost In The Field bevat acht songs en duurt nog geen half uur. Dat is wat kort, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de kwaliteit en die is ook dit keer hoog. Torenhoog.

Ook op Ghost In The Field laat Shantell Ogden horen dat ze in muzikaal opzicht op een breed terrein uit de voeten kan. De nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Nashville bevat een aantal songs waarin invloeden uit de hoofdstad van de countrymuziek domineren, maar Ghost In The Field bevat ook een aantal songs met veel invloeden uit de pop.

Net als op de vorige plaat van Shantell Ogden springen ook dit keer de fraaie instrumentatie en de bijzonder trefzekere productie in het oor. Het is een productie die het goed zal doen op de radiostations uit Nashville en omstreken, wat overigens niet betekent dat Shantell Ogden een traditionele Nashville plaat heeft gemaakt. Ghost In The Field klinkt fris en modern, maar op hetzelfde moment zeer verzorgd en heeft ook nog eens gevoel voor traditie.

Ook de instrumentatie waarin in Nashville gangbare instrumenten als de banjo en de mandoline worden gecombineerd met flink wat elektrische gitaren valt in positieve zin op en onderscheidt zich van de meeste andere platen in dit genre.

De kwaliteiten van Shantell Ogden zelf zijn nog nauwelijks aan bod gekomen en ook deze mogen er zijn. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een warme en krachtige stem, die in uiteenlopende songs uit de voeten kan. Shantell Ogden heeft voldoende power om de pop- en rocksongs op de plaat tot een goed einde te brengen, maar legt ook meer dan voldoende emotie in haar stem om te overtuigen in de wat meer ingetogen en van meer rootsinvloeden voorziene songs of in een heuse gospelsong.

In vocaal opzicht zit het allemaal wel goed, maar ook in tekstueel opzicht is Ghost In The Field een interessante plaat. Shantell Ogden beschikt tenslotte ook nog eens over het vermogen om songs te schrijven die na één keer horen in het geheugen zitten, maar ook op de wat langere termijn blijven boeien.

Het zijn songs die een brug slaan tussen een nieuwe generatie zangeressen in de Amerikaanse country-scene en de wat oudere garde, waarbij Shantell Ogden de nagenoeg perfecte balans vindt tussen traditionele countrymuziek en moderne popmuziek. Een Amerikaanse recensent noemt haar de ontbrekende schakel tussen Roseanne Cash en Kacey Musgraves (die nu overigens een hele goede plaat heeft gemaakt) en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

Better At Goodbye was me anderhalf jaar horen na een paar keer horen zeer dierbaar en voor Ghost In The Field geldt precies hetzelfde. Knappe plaat van een singer-songwriter die ook buiten de Nashville scene alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Sharon Jones & The Dap-Kings - It's a Holiday Soul Party (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Jones & The Dap-Kings - It's A Holiday Soul Party - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ook voor deze tweede kerstdag heb ik een prima kerstplaat gevonden en dat is me nog niet heel vaak overkomen.

Op It's a Holiday Soul Party overgieten Sharon Jones en haar geweldige band The Dap-Kings een aantal kerstkrakers met een moddervette soul saus en dat smaakt naar veel meer.

Sharon Jones en haar band behoren inmiddels al een aantal jaren tot de smaakmakers binnen de soulmuziek, maar Sharon Jones leverde ook een stevig gevecht met kanker (eerder dit jaar prachtig vastgelegd in de film Miss Sharon Jones!).

Naar verluid is dit gevecht nog zeker niet ten einde, maar op It's a Holiday Soul Party is het tijd voor andere zaken. Sharon Jones & The Dap-Kings hebben een aantal kerstklassiekers geselecteerd en vertolken deze op een plaat waarop de tijd stil lijkt te hebben gestaan.

It's a Holiday Soul Party neemt je mee terug naar de soulmuziek uit de jaren 60 en omdat het kerst is klinkt deze soulmuziek net wat stemmiger en feestelijker dan gebruikelijk. Sharon Jones kiest op haar kerstplaat voor een aantal uitgekauwde kerstklassiekers (waaronder zelfs White Christmas) en een aantal minder bekende kerstsongs. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit welke songs Sharon Jones & The Dap-Kings aanpakken, want het worden allemaal onvervalste soulsongs met hier en daar een vleugje blues.

Ook It's a Holiday Soul Party laat weer horen wat een geweldige band Sharon Jones om zich heen heeft verzameld. De band (die ook Back To Black van Amy Winehouse zo meedogenloos inkleurde) klinkt strak, swingend en gloedvol en biedt de perfecte basis voor de heerlijke soulstem van Sharon Jones. Sharon Jones kan geweldig uithalen, maar op haar kerstplaat houdt ze het voor haar doen redelijk ingetogen. Ingetogen of niet, de passie en emotie spatten er van af en als Sharon Jones af en toe los gaat, komt het ook direct uit haar tenen.

It's a Holiday Soul Party is niet alleen een van de beste kerstplaten van 2015, maar het is ook een heerlijke soulplaat, die in 2016 hopelijk een vlammend vervolg krijgt met een nieuwe plaat van Sharon Jones en haar Dap-Kings. Erwin Zijleman

Sharon Jones & The Dap-Kings - Soul of a Woman (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Jones & The Dap-Kings - Soul Of A Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Iets meer dan een jaar geleden overleed soulzangeres Sharon Jones.

Sharon Jones was een laatbloeier. Ze maakte weliswaar vanaf hele jonge leeftijd muziek, maar het succes kwam pas toen ze aan het begin van het huidige millennium opdook met haar band The Dap-Kings, overigens ook het geheim achter Back To Black van Amy Winehouse.

Sharon Jones en haar band maakten direct indruk met dampende retro soul en stonden in de jaren die volgden niet alleen garant voor een aantal uitstekende platen, maar ook voor geweldige optredens die voorgoed in het geheugen zijn gegrift.

In 2013 werd voor het eerst kanker geconstateerd bij Sharon Jones. Na een aantal zware operaties en behandelingen leek de soulzangeres hersteld, maar helaas kwam de ziekte terug en dit keer werd het Sharon Jones fataal. Een jaar geleden overleed ze, op slechts 60-jarige leeftijd.

De vocalen voor een laatste album stonden toen gelukkig al op de band en dit album verscheen vorige week; precies een jaar na haar dood. Soul Of A Woman is hierdoor een eerbetoon aan Sharon Jones, maar het is ook een hele goede soulplaat.

Soul Of A Woman ziet er uit als een oude soulplaat en klinkt ook zo. Wanneer The Dap-Kings beginnen te spelen wordt je onmiddellijk teruggeworpen naar de hoogtijdagen van de soulmuziek. De band zet een moddervet geluid neer vol blazers, maar The Dap-Kings kunnen ook prachtig ingetogen spelen en verleiden met subtiele gitaarlijnen.

Alles dat de band speelt staat volledig in dienst van de zang van Sharon Jones, die ook op Soul Of A Woman weer de sterren van de hemel zingt. Sharon Jones was tijdens de opnames van haar laatste plaat al ernstig ziek, maar haar zang straalt op Soul Of A Woman alleen maar kracht en energie uit.

Soul Of A Woman is hierdoor, in tegenstelling tot een aantal andere platen van muzikanten die het einde zagen naderen, geen plaat van een aangekondigde dood. Sharon Jones en The Dap-Kings vieren op Soul Of A Woman het leven en maken er nog één keer een feestje van.

Dat levert flink wat dampende soulmuziek op, maar de Amerikaanse soulzangeres en haar band nemen op het tweede deel van de plaat ook flink gas terug en schuwen hier en daar een vleugje jazz niet in een geluid dat is verrijkt met orgels en strijkers.

Sharon Jones legde op al haar platen haar ziel en zaligheid in haar zang en doet dat ook dit keer. Dat hoor je natuurlijk in de uptempo songs op de plaat, waarin de zangeres uit Brooklyn stevig aan de bak moet, maar je hoort het misschien nog wel beter in de wat meer ingetogen songs, waarin Sharon Jones garant staat voor kippenvel. Het is een nieuwe kant van Sharon Jones en ook in deze wat meer ingetogen songs met een vleugje gospel imponeert ze makkelijk.

Haar sympathieke label Daptone Records, dat eerder dit jaar ook nog Sharon Jones’ collega laatbloeier Charles Bradley verloor, heeft van de laatste release van Sharon Jones en haar Dap-Kings een hele mooie release gemaakt. Het is een release die nogmaals onderstreept hoe zeer we Sharon Jones gaan missen. Erwin Zijleman

Sharon Robinson - Caffeine (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Robinson - Caffeine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sharon Robinson vervult inmiddels al vele jaren een glansrol naast Leonard Cohen. Tijdens de eindeloze tour van Leonard Cohen maakt ze diepe indruk als achtergrondzangeres, maar Sharon Robinson heeft ook in compositorisch opzicht bijgedragen aan vrijwel alle studioplaten die Leonard Cohen sinds de late jaren 80 heeft gemaakt, met een uitschieter op Ten New Songs waarop ze meeschreef aan alle songs.

Door het vele werken met de veeleisende Leonard Cohen schiet de solocarrière van Sharon Robinson er tot dusver flink bij in en dat is jammer. Heel jammer zelfs. Zeven jaar na het uitstekende, maar helaas nauwelijks opgemerkte Everybody Knows, is Sharon Robinson terug met Caffeine.

Het blijkt een buitengewoon knappe plaat, al moet je wel even de tijd nemen voor de plaat voor je dit goed door hebt. Op het eerste gehoor maakt Sharon Robinson op haar nieuwe soloplaat immers vooral lekker in het gehoor liggende laid-back soulpop, die het vooral uitstekend doet op de late avond. Buitengewoon lekkere muziek vol aangename klanken, makkelijk in het gehoor liggende songs en uiteraard prima vocalen, maar zeker geen plaat die wijst op hoge artistieke pieken.

Het doet af en toe wel wat denken aan de platen van Sade uit de jaren 80 en 90; ook van die platen die vooral op de late avond uitstekend tot zijn recht komen (en platen die bij aandachtige beluistering veel beter blijken dan ze op het eerste gehoor doen vermoeden).

Toch blijkt ook Caffeine al snel veel meer dan een aardige soulpop plaat voor de kleine uurtjes. De instrumentatie op de plaat is bijzonder stemmig en aangenaam, maar Sharon Robinson heeft ook flink wat opgestoken van haar leermeester Leonard Cohen, die inmiddels een meester is in het fraai aankleden van zijn songs. De songs op Caffeine klinken op het eerste gehoor homogeen en consistent, maar ga op zoek naar de geheimen van de instrumentatie van de plaat en je hoort dat iedere song op Caffeine anders klinkt en dat iedere song weet te verrassen met fraaie details.

Ook de songs van Sharon Robinson (waarvan er overigens één mede door Leonard Cohen werd geschreven) blijken bijzonder knap in elkaar te steken en doen uiteindelijk veel meer dan oppervlakkig vermaken. Zeker als je met veel aandacht luistert naar Caffeine, blijken de songs van Sharon Robinson niet alleen buitengewoon aangenaam, maar hoor je ook dat er van alles gebeurt in de songs van de zangeres uit San Francisco, waardoor Caffeine je ook na vele luisterbeurten nog weet te verrassen.

Ik heb het nog niet gehad over de vocalen, maar deze vocalen zijn uiteraard het sterkste wapen van Sharon Robinson. Ook voor de vocalen geldt dat ze bij aandachtige beluistering pas echt tot hun recht komen. Sharon Robinson zorgt bij de concerten van Leonard Cohen meer dan eens voor kippenvel, maar doet dat ook op Caffeine vele malen.

Caffeine van Sharon Robinson is al met al een plaat die makkelijk over het hoofd wordt gezien, maar hiermee doen we de inmiddels 57 jaar oude Sharon Robinson toch echt flink te kort. Caffeine is immers een prachtige plaat van een vrouw die hopelijk nog lang mag schitteren naast Leonard Cohen, maar die ook haar eigen plekje in de spotlights meer dan verdient. Caffeine sneeuwt momenteel wat onder, maar verdient aandacht in brede kring. Ik weet zeker dat niemand die naar deze plaat luistert daar spijt van krijgt. Erwin Zijleman

Sharon Van Etten - Are We There (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Van Etten - Are We There - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Met het in 2012 verschenen Tramp schaarde de Amerikaanse singer-songwriter Sharon Van Etten zich definitief onder de smaakmakers in het genre. Helemaal als een verrassing kwam dat niet, want ook haar eerste twee platen, Because I Was In Love uit 2009 en Epic uit 2010, vielen al in zeer positieve zin op.

Op haar platen blijkt de Amerikaanse singer-songwriter met Nederlandse voorouders tot dusver van vele markten thuis. Waar ze zich op haar debuut nog beperkte tot bijzonder ingetogen of zelfs bijna Spartaans uitgevoerde folk, liet Sharon op haar volgende twee platen horen dat ze ook uit de voeten kan met veel voller klinkende songs, die ook rauw en stevig kunnen zijn. Tramp werd daarom vooral vergeleken met het werk van PJ Harvey, maar dat had wat mij betreft slechts betrekking op een van de vele gezichten van Sharon Van Etten.

Waar Sharon Van Etten op Tramp nog leunde op de productionele vaardigheden van The National’s Aaron Dessner, deed ze dit keer de productie grotendeels zelf, al schoof de onder andere van Elvis Costello, Antony & The Johnsons en St. Vincent bekende Stewart Lerman aan als co producer. Net als op Tramp laat Sharon Van Etten zich ook op haar nieuwe plaat weer bijstaan door flink wat muzikale vrienden, onder wie dit keer leden van The War On Drugs en Shearwater en Jana Hunter, Peter Broderick en Torres. Desondanks is Are We There uiteindelijk een hele persoonlijke plaat die vooral het stempel van Sharon Van Etten bevat.

Wanneer ik Are We There vergelijk met Tramp valt vooral op dat de gitaren een stapje terug hebben moeten doen. Synths en opvallende drumcomputers hebben aan terrein gewonnen, net als de piano, maar net als je denkt dat de gitaren genoegen moeten nemen met een plekje op de achtergrond eist The War On Drugs gitarist Adam Granduciel toch weer even nadrukkelijk de aandacht op.

Dat Sharon Van Etten en de liefde een lastige combinatie vormen weet iedereen die zich ook maar enigszins heeft verdiept in de teksten van haar vorige platen. Ook op Are We There komt weer het nodige relatieleed voorbij, maar meer dan ooit grijpt Sharon Van Etten je bij de strot met haar indringende teksten en haar intense, emotievolle en expressieve manier van zingen.

Ook in muzikaal opzicht is Are We There een indringende plaat. Zwart en donkergrijs overheersen en slechts heel af en toe laat Sharon Van Etten andere kleuren toe in haar soms bijna beklemmende geluid. De arrangementen en de instrumentatie zijn misschien nog wel mooier dan op Tramp. Sharon Van Etten is ook dit keer een meester in het met toch redelijk veel instrumenten creëren van een warm en intiem geluid vol onderhuidse spanning. De ene keer doet ze dit alleen met piano, de volgende keer met fraaie blazersarrangementen, dan weer met donkere synths of een voller rockgeluid vol mooie gitaarloopjes.

Het levert een opvallend intense plaat op. De instrumentatie speelt hierin een belangrijke rol, maar het meeste effect wordt toch gesorteerd door de geweldige vocalen van Sharon Van Etten. Op Are We There voel je elk woord dat Sharon Van Etten zingt en maakt ze je deelgenoot van haar pijn, angst, woede, haat en spaarzame geluk.

Wat verder opvalt is dat Sharon Van Etten met haar muziek zo langzamerhand haar eigen hokje heeft gecreëerd, waarin folk, rock en soul zijn versmolten tot een uniek eigen geluid. Het levert een plaat op die nog intenser en indrukwekkender is dan zijn drie voorgangers. Jaarlijstjesplaat? Ik denk dat bijna niemand er onder uit kan en wil. Erwin Zijleman

Sharon Van Etten - Remind Me Tomorrow (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Van Etten - Remind Me Tomorrow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sharon Van Etten kiest voor een elektronischer en zwaarder aangezet geluid, maar blijft gelukkig ook gewoon Sharon Van Etten
Ik lees nogal wat kritische woorden over de productie van de nieuwe plaat van Sharon van Etten, maar persoonlijk kan ik zwaar aangezette en veel elektronischere geluid van topproducer John Congleton wel waarderen. Remind Me Tomorrow klinkt anders dan zijn voorgangers, maar is desondanks een echte Sharon van Etten plaat met emotievolle en gepassioneerde vocalen en bloedstollend mooie songs, die vaak een voorkeur voor donkere of zelfs duistere tinten lijken te hebben. De nieuwe van Sharon Van Etten is bovendien een plaat die steeds nieuwe dingen laat horen en daarom lang aan kracht wint.

Remind Me Tomorrow, de nieuwe plaat van Sharon Van Etten, roept de eerste dagen na de release nogal gemengde reacties op. De een vindt het fantastisch, de ander vindt het zwaar tegenvallen; een tussenweg lijkt er niet te zijn.

Direct bij eerste beluistering heb ik gekozen voor het eerste kamp en ook na flink wat keren horen vind ik de nieuwe plaat van Sharon Van Etten erg goed. Heel erg goed zelfs.

Nu was ik ook wel toe aan een nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikante, want haar tot voor kort laatste wapenfeit, Are We There, stamt uit het voorjaar van 2014. Sharon Van Etten werd sinds die behoorlijk donkere plaat moeder en ontdekte dat de liefde ook mooi kan zijn.

Overigens verscheen vorig jaar een reissue van Sharon Van Etten’s debuut Because I Was In Love uit 2009. Het was een plaat die destijds nauwelijks aandacht trok, maar het is een hele mooie plaat, die het talent van de Amerikaanse al nadrukkelijk laat horen. Het is ook een plaat die mijlenver is verwijderd van het deze week verschenen Remind Me Tomorrow. Waar het debuut van Sharon Van Etten een uiterst ingetogen en zeer spaarzaam geproduceerde plaat is, valt Remind Me Tomorrow op door een vol en bij vlagen zwaar aangezet geluid.

Het is een geluid waarvoor de zeer ervaren producer John Congleton heeft getekend. Deze John Congleton heeft een CV om bang van te worden en is onder andere bekend van het zwaar aangezette elektronische geluid waarmee St. Vincent de wereld heeft veroverd de afgelopen jaren. Een aantal tracks op Remind Me Tomorrow doet wel wat denken aan de zwaar aangezette elektronische muziek van St. Vincent en het is in deze tracks dat Sharon Van Etten het verst is afgedwaald van haar zo bijzondere eigen geluid.

Het zijn ook deze tracks die waarschijnlijk de meeste weerstand oproepen bij een ieder die Epic uit 2010, Tramp uit 2012 of Are We There uit 2014 in zijn of haar jaarlijstje zette, maar het zijn ook tracks die op Remind Me Tomorrow in de minderheid zijn. Veel tracks op de plaat zijn wat mij betreft niet eens zo heel ver verwijderd van de Sharon Van Etten die we kennen. Natuurlijk heeft John Congleton de nodige elektronica toegevoegd aan het geluid van Sharon Van Etten, maar de donkere sfeer en de onderhuidse spanning die haar vorige plaat zo mooi en bijzonder maakte zijn gebleven, net als de subtiliteit.

Sharon van Etten heeft zich bij het schrijven van de songs van haar nieuwe plaat naar verluidt laten beïnvloeden door Nick Cave en Portishead en met name invloeden van de laatste band zijn goed hoorbaar. Ik kan daar van alles aan toevoegen (variërend van PJ Harvey tot Florence + The Machine), maar uiteindelijk hoor ik toch vooral Sharon Van Etten.

Ik kan me voorstellen dat het vollere en elektronischere geluid van Sharon Van Etten niet bij iedereen in de smaak valt, maar aan de andere kant is het een bijzonder smaakvol en avontuurlijk geluid, dat steeds weer bijzondere dingen laat horen en prima past bij de emotievolle en gepassioneerde vocalen van Sharon Van Etten en haar intense songs. Het zijn vocalen die een extra lading krijgen door de vaak duistere en zwaar aangezette klanken, wat weer flink gecontrasteerd met de toch net wat toegankelijkere popsongs van de Amerikaanse muzikante, maar ook fraai tegenwicht geeft aan de enkele wat meer ingetogen songs op de plaat.

Uiteindelijk vind ik het verschil met de vorige platen van Sharon Van Etten niet eens zo groot en zijn haar bijzondere zang, haar vaak wat beklemmende en opvallend intense songs (het is niet zo gek dat ze mocht bijdragen aan Twin Peaks) en het hoge niveau van deze songs vaste waarden. Het levert een plaat op die wat mij betreft alleen maar mooier wordt, die me in een steeds stevigere wurggreep houdt en die zeker niet misstaat naast de terecht zo bejubelde voorgangers. Erwin Zijleman

Sharon Van Etten - We've Been Going About This All Wrong (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sharon Van Etten - We’ve Been Going About This All Wrong - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sharon Van Etten - We’ve Been Going About This All Wrong
Sharon Van Etten trekt de lijn van haar vorige album door en kiest wederom voor een vol geluid dat hier en daar het bombast niet schuwt, maar overtuigt ook met een serie zeer sterke en persoonlijke songs

Sharon Van Etten verruilde haar ingetogen folksongs twaalf jaar geleden al voor een voller geluid, maar op het in 2019 verschenen Remind Me Tomorrow ging ze los met een vol en elektronisch geluid. Het viel niet overal in de smaak, maar het album haalde ook flink wat jaarlijstjes. Op haar nieuwe album gaat Sharon Van Etten verder waar ze drie jaar geleden ophield. Ook We’ve Been Going About This All Wrong klinkt vol en soms zelfs bombastisch, maar Sharon Van Etten overtuigt ook met een serie geweldige songs, die ze op de inmiddels van haar bekende wijze vertolkt. De meningen zullen wederom verdeeld zijn, maar ik vind het een erg sterk album.

Er is wel eens drukker gedaan over een nieuw album van Sharon Van Etten, maar persoonlijk was ik erg nieuwsgierig naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, dat deze week is verschenen. Ik vond het in 2019 verschenen Remind Me Tomorrow immers een geweldig album en misschien wel het beste Sharon Van Etten album tot dat moment. Het is een album dat, mede dankzij het wat vollere en elektronischere geluid van producer John Congleton, kon rekenen op zeer gemengde reacties, maar ik reserveerde een plekje in mijn jaarlijstje voor het album.

Het deze week verschenen We’ve Been Going About This All Wrong is de echte opvolger van Remind Me Tomorrow, want het vorig jaar verschenen Epic Ten, met originele en door anderen gecoverde versies van de songs van het album Epic uit 2010, voelde voor mij toch echt als een (redelijk overbodig) tussendoortje.

Sinds Remind Me Tomorrow zijn drie jaren verstreken, maar in het leven van Sharon Van Etten is veel veranderd. Ze verruilde New York voor Los Angeles, startte een gezin en kwam, net aangekomen in haar nieuwe thuisbasis, midden in een pandemie terecht. We’ve Been Going About This All Wrong heeft daarom wat langer op zich laten wachten dan gepland, maar het album is wat mij betreft het wachten waard.

Sharon Van Etten moet het dit keer zonder topproducer John Congleton doen, maar in muzikaal opzicht ligt het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante in het verlengde van zijn voorganger. Dat is knap, zeker als je je bedenkt dat Sharon Van Etten dit keer een groot deel van de instrumenten voor haar rekening nam en tekende voor de coproductie.

Ook op We’ve Been Going About This All Wrong kiest de Amerikaanse muzikante voor een behoorlijk vol geluid en speelt elektronica een belangrijke rol, waardoor ook dit album weer ver is verwijderd van het folky geluid van haar eerste albums. Veel songs op het nieuwe album van Sharon Van Etten openen nog behoorlijk ingetogen, maar uiteindelijk wint de groots aandoende instrumentatie het altijd van de ingetogen klanken.

Verder maakt Sharon Van Etten nog altijd de muziek die we inmiddels een jaar of twaalf van haar kennen. Ook de rijk ingekleurde songs op We’ve Been Going About This All Wrong slepen zich in een relatief laag tempo voort en zijn over het algemeen aan de donkere kant. Die donkere kant komt dit keer vooral uit de coronapandemie die de Amerikaanse muzikante aan huis kluisterde, wat niet altijd een genoegen was. Het wordt gecombineerd met de karakteristieke zang van de Amerikaanse muzikante. Het is zang die bij menigeen een allergische reactie oproept, maar ik ben persoonlijk wel gecharmeerd van de bijzondere manier van zingen van Sharon Van Etten.

Ik vind We’ve Been Going About This All Wrong nog niet beter dan het geweldige Remind Me Tomorrow, maar weet uit ervaring dat albums van Sharon Van Etten de kans moeten krijgen om te groeien. Ik ga er van uit dat ook We’ve Been Going About This All Wrong gemengde reacties zal uitlokken, maar ik ben zelf absoluut tevreden met dit nieuwe album, dat voortborduurt op zijn voorganger, maar ook weer nieuwe stappen zet, met name wanneer het gaat om de kwaliteit van de zang en de opbouw van de songs. Alle reden dus om wel druk te doen over het nieuwe album van Sharon Van Etten. Erwin Zijleman

Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory
Sharon Van Etten heeft met The Attachment Theory een wat voller klinkend bandalbum gemaakt, dat opvalt door verrassend toegankelijke songs, die nog wel altijd het kwaliteitsstempel van de Amerikaanse muzikante dragen

Wanneer je het hele oeuvre van Sharon Van Etten beluistert hoor je dat de Amerikaanse muzikante een interessante ontwikkeling heeft doorgemaakt. Van haar folky debuutalbum, naar een door gitaren gedomineerd indierock geluid, naar een veelzijdiger en mede door synths ingekleurd geluid. Het komt allemaal samen op het samen met haar band The Attachment Theory gemaakte album. Het is een album met een wat steviger aangezet geluid en ook wat expressievere zang, maar het is ook een album met toegankelijke en in kwalitatief opzicht uitstekende songs, die meerdere kanten op kunnen. Het oeuvre van Sharon Van Etten is inmiddels ruim vijftien jaar interessant en ook dit nieuwe album draagt hier weer aan bij.

Sharon Van Etten begon ruim vijftien jaar geleden als pure folkie op haar debuutalbum Because I Was In Love. Wanneer je naar dit album luistert en vervolgens naar het deze week verschenen album van Sharon Van Etten & The Attachment Theory is het nauwelijks te geloven dat het om dezelfde muzikante gaat. Voor iedereen die de Amerikaanse muzikante de afgelopen vijftien jaar heeft gevolgd is het nieuwe album van Sharon Van Etten echter een logisch vervolg op het fraaie stapeltje albums dat ze na haar debuutalbum heeft gemaakt.

Na Because I Was In Love begon Sharon Van Etten immers te experimenteren met een wat voller en steviger geluid en werd haar stem ook een stuk expressiever. Het is het geluid dat is te horen op Epic uit 2010 en Tramp uit 2012, vooralsnog mijn favoriete albums van de muzikante uit New York. Op het in 2014 verschenen Are We There werd het geluid van Sharon Van Etten wat bezwerender, waarna op Remind Me Tomorrow uit 2019 en met name op We’ve Been Going About This All Wrong uit 2022 synths een veel prominentere plek kregen in het geluid van de Amerikaanse muzikante.

Met Sharon Van Etten & The Attachment Theory zet Sharon Van Etten een volgende stap. Het is een album dat moet worden gezien als een bandalbum, want waar Sharon Van Etten op haar vorige album zelf alle touwtjes in handen had, werd het nieuwe album gemaakt met haar band The Attachment Theory. Deze band bestaande uit Jorge Balbi (drums, machines), Devra Hoff (bas, zang) en Teeny Lieberson (synths, piano, gitaar, zang) bepaalt mede het geluid op het titelloze album van Sharon Van Etten en haar band, waardoor het album weer wat anders klinkt dan zijn voorgangers.

Dat roept hier en daar heftige reacties op, maar persoonlijk vind ik de verschillen met Remind Me Tomorrow en We’ve Been Going About This All Wrong wel meevallen. Het album trekt het geluid van deze albums, die een grotere rol voor synths lieten horen, wat mij betreft door, maar op Sharon Van Etten & The Attachment Theory is alles wel wat steviger aangezet.

Het album laat een wat hechter en ook wat steviger bandgeluid horen, waarin met name de synths een stuk dominanter zijn, maar ook de rol van de gitaren is zeker niet uitgespeeld. Het heeft wanneer de synths domineren af en toe een jaren 80 vibe en wanneer de gitaren de hoofdrol opeisen ook wel een jaren 90 sfeer, maar wanneer de elektronica wat moderner klinkt maken Sharon Van Etten & The Attachment Theory vooral muziek van deze tijd.

Het is in muzikaal opzicht allemaal net wat steviger aangezet en hetzelfde hoor je in de zang van Sharon Van Etten, die nog wat krachtiger en expressiever zingt. Dat valt niet overal in de smaak, maar ik vind de zang op het nieuwe album echt verrassend mooi. De muzikante uit New York speelt al een tijd samen met haar nieuwe band en dat hoor je op het album, want wat klinken Sharon Van Etten en haar medemuzikanten op het album goed ingespeeld en hecht.

Voor Sharon Van Etten begrippen klinken de songs op haar nieuwe bandalbum wat toegankelijker of zelfs aanstekelijker dan we van haar gewend zijn, maar de kwaliteit van de songs valt me zeker niet tegen. Het ligt allemaal lekker in het gehoor met hier en daar een aangenaam vleugje nostalgie, maar de nieuwe songs beschikken ook zeker over diepgang en avontuur. Al met al een zeer geslaagd experiment deze nieuwe zet van Sharon Van Etten. Erwin Zijleman

Shawn Lee - Rides Again (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shawn Lee - Rides Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shawn Lee - Rides Again
Shawn Lee verdrijft de herfst en winter met heerlijk zonnige klanken die je mee terug nemen naar de zwoele, zonnige en soulvolle softrock uit de jaren 70

Shawn Lee heeft stapels muziek op zijn naam staan, maar ik kende de Amerikaanse muzikant tot voor kort alleen van de vorig jaar verschenen jaarlijstjesplaat van Young Gun Silver Fox. Het deze week verschenen soloalbum van Shawn Lee voeg ik er graag aan toe. Ook Rides Again neemt je mee terug naar de zwoele Californische softrock uit de jaren 70 en geeft je humeur een enorme boost. Vergeleken met de muziek van Young Gun Silver Fox bevat het soloalbum van de Amerikaanse muzikant net wat meer invloeden uit de rootsmuziek, maar voor zwoele verleiding ben je ook bij Shawn Lee aan het juiste adres.

De Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee heeft een staat van dienst om bang van te worden. Hij werkte als producer met een jonge Jeff Buckley en leverde met bands als Shawn Lee's Ping Pong Orchestra, AM en The Electric Peanut Butter Company en onder zijn eigen naam flinke stapels albums, gamescores en filmscores af.

Zelf ken ik de muzikant die werd geboren in Wichita, Kansas, overigens alleen van het vorig jaar verschenen tweede album van de band Young Gun Silver Fox, die naast Shawn Lee bestaat uit de Britse muzikant Andy Platts, die ook de band Mamas Gun aanvoert.

AM Waves van Young Gun Silver Fox was dankzij de portie volstrekt onweerstaanbare en even tijdloze 70s softrock met een flinke dosis Californische zonnestralen voor mij jaarlijstjeswaardig, waardoor ik erg nieuwsgierig was naar het deze week verschenen soloalbum van Shawn Lee. Rides Again borduurt deels voort op het album van Young Gun Silver Fox en is minstens net zo onweerstaanbaar en tijdloos.

Terwijl buiten de temperatuur daalt tot winterse waarden, wordt de ruimte binnen gevuld met zonnige klanken die doen verlangen naar roadtrips door het zuiden van de Verenigde Staten met de klanken van een Amerikaans softrock radiostation door de autospeakers. Net als het album van Young Gun Silver Fox herinnert ook Rides Again van Shawn Lee met grote regelmaat aan de serie geweldige albums die Steely Dan gedurende de jaren 70 afleverde, maar Shawn Lee stopt net wat meer roots in zijn muziek en schuwt ook een vleugje disco en een snufje Hot Chocolate en Bee Gees niet.

Rides Again klinkt net zo loom en soulvol als het zo goede album van zijn band, maar klinkt ook wat meer ingetogen en laid-back. Shawn Lee kleurt zijn muziek fraai in met warme gitaren en broeierige orgeltjes en voegt er hier en daar een wat atypische ritmebox en strijkers aan toe.

De warme en zwoele klanken worden fraai gecombineerd met de stem van Shawn Lee. De Amerikaanse muzikant is op zich geen heel groot zanger, maar kan wel alle kanten op met zijn stem, waardoor ik Rides Again in vocaal opzicht toch een knap album vind. De Amerikaanse muzikant kan bedwelmen met lome en donkere vocalen, maar voorziet zijn muziek ook van pit door zijn falsetstem op te zetten.

Rides Again bevat zoals gezegd wat meer invloeden uit de rootsmuziek dan het terecht geprezen album van Young Gun Silver Fox. Hier en daar hoor je wat meer folk en country in de muziek van Shawn Lee en ook in tekstueel opzicht is Rides Again wat meer een rootsalbum, met teksten die terugkeren naar de jeugd van de muzikant.

Ook Rides Again is weer zo’n album waarbij het bijzonder aangenaam luieren is. Laat het album lekker op de achtergrond voortkabbelen en de Californische zon neemt bezit van je. Rides Again slaagt er echter ook in om meer dan eens de fantasie te prikkelen met verrassende wendingen en geweldige vondsten. Dat Shawn Lee de heerlijke songs op het album achteloos uit de mouw lijkt te schudden maakt Rides Again alleen maar knapper.

Iedereen die vorig jaar heeft genoten van het onweerstaanbaar lekkere album van Young Gun Silver Fox, moet ook zeker eens naar het buitengewoon knappe en minstens even aangename soloalbum van Shawn Lee luisteren. Erwin Zijleman

Shaye Zadravec - Now and Then (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shaye Zadravec - Now And Then - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shaye Zadravec - Now And Then
Shaye Zadravec is een jonge Canadese muzikante, maar op haar debuutalbum Now And Then klinkt ze als een grote countryzangeres die haar songs vol gevoel en doorleving vertolkt

Now And Then verscheen vorig jaar al eens en werd met name in Scandinavië warm onthaald. Nu is het tijd voor de rest van de wereld en om te beginnen Nederland. Shaye Zadravec heeft immers een prachtig debuutalbum afgeleverd dat het verdient om gehoord te worden. Now And Then is zo goed vanwege de prima songs van een aantal ouwe rotten en vanwege de fraaie en zeer trefzekere instrumentatie, maar het sterkste wapen van Shaye Zadravec is haar geweldige stem. De Canadese muzikante is piepjong, maar klinkt als een oude countryzangeres die nog één keer terugkijkt op een leven vol ellende. Het levert een bijzonder indrukwekkend rootsalbum en een grote belofte voor de toekomst op.

Now And Then, het debuutalbum van de Canadese singer-songwriter Shaye Zadravec, verscheen oorspronkelijk in 2020, maar deze week krijgt het album een nieuwe kans en een Nederlandse release. Het is een goed getimede nieuwe kans, want het is, na de stortvloed van vorige week, deze week betrekkelijk rustig met nieuwe releases, waardoor het album prominent opduikt in de releaselijsten van deze week.

De singer-songwriter uit Calgary, Alberta, nam het album aan het begin van 2020 op in haar thuisbasis. In de studio in de buurt van Calgary werd ze bijgestaan door een aantal ervaren Canadese muzikanten en door de Noorse muzikant en producer Goran Grini, die vooral bekend is van zijn werk met Chip Taylor. In slechts vijf dagen werd Now And Then opgenomen en het is een album waarmee Shaye Zadravec zichzelf op imponerende wijze op de kaart zet.

Shaye Zadravec komt zoals gezegd uit Canada, maar op haar debuutalbum klinkt ze als een countryzangeres uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. De Canadese muzikanten die het album inspeelden klinken al even Amerikaans en zetten een geluid neer dat herinnert aan de grote countryalbums uit de jaren 60 en 70. Het is een geluid vol geweldig gitaarwerk en natuurlijk de onmisbare pedal steel. Het is een geluid dat onmiddellijk bekend klinkt en dat zich als een warme deken om de stem van Shaye Zadravec heen slaat.

Ik noemde de Canadese muzikante hierboven een singer-songwriter, maar haar talenten als songwriter bewaart Shaye Zadravec voor haar volgende album. Op Now And Then vertolkt ze songs van anderen, waaronder songs van Jesse Winchester, Lynn Miles, Paul Westerberg en Jay Farrar. Het vertolken van songs van anderen gaat haar uitstekend af, want Now And Then klinkt geen moment als een coveralbum. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal behoorlijk consistent, waardoor Shaye Zadravec er keer op keer in slaagt om haar eigen songs te maken van het werk van anderen.

Direct bij eerste beluistering van Now And Then maakt het album indruk met een mooi en oorspronkelijk geluid, waarin invloeden uit de country domineren, maar hier en daar ook invloeden uit de folk opduiken. Het is een geluid dat je mee terug neemt in de tijd, vaak naar de jaren 60 en 70, maar een enkele keer nog wat verder terug. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en erg lekker, maar er is iets anders dat er uit springt op Now And Then.

Shaye Zadravec is een twintiger, maar ze klinkt op haar debuutalbum als een oude ziel met een geweldige stem. De zang op het album klinkt vanaf de eerste noten zelfverzekerd en wordt hierna alleen maar mooier en indrukwekkender. Het is een stem die de juiste noten weet te raken, maar de jonge Canadese muzikante legt ook veel gevoel in haar zang en klinkt verrassend doorleefd.

Het is een flinke uitdaging om als jonge muzikant aan de haal te gaan met songs van ervaren en vaak grote muzikanten, maar Shaye Zadravec lijkt er geen enkele moeite mee te hebben. Now And Then klinkt als een album van een grote countryzangeres die in haar leven pieken en vooral dalen heeft gekend en er met veel gevoel over verteld. Het is een knappe prestatie die zeer doet uitzien naar de volgende verrichtingen van Shaye Zadravec. Erwin Zijleman