MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Emitt Rhodes - Rainbow Ends (2016)

poster
4,5
Al op zijn vierentwintigste houdt Emitt Rhodes zijn solocarrière, na het aflopen van zijn platencontract, voor gezien. Het dispuut met zijn platenlabel ABC/Dunhill had een zware wissel op hem getrokken. Op dat moment had hij er een professionele muziekcarrière van tien jaar opzitten.

Op zijn veertiende werd hij drummer bij The Emerals, gevolgd door zijn toetreding als drummer van The Palace Guard, die een bescheiden hit hadden met het folkrocknummer Falling Sugar. Nadat hij gitaar had leren spelen formeerde hij met een paar schoolvrienden The Merry-Go-Round, die in 1967 een goed ontvangen album uitbracht. Een album dat ook door de vroege Beatles gemaakt had kunnen zijn.

In 1970 verscheen zijn klassiek geworden solodebuut. Hierop werd alle liedjes door hemzelf geschreven, gezongen, uitgevoerd, opgenomen en geproduceerd in zijn eigen studio. Ook hierop zijn de nodige Beatles invloeden te horen. Billboard magazine noemde hem na deze release een van de beste artiesten uit de muziekscene van dat moment.

Na het opgeven van zijn solocarrière ging hij als geluidstechnicus werken voor Elektra Records. Zowel in 1980 als in 2000 nam hij een nieuw solo album op. Om verschillende redenen gingen beide releases niet door.

De enige echte wapenfeiten volgden pas vorig jaar, toen hij de liedjes, What’s a Man to Do, Just Me and You (beiden met Richard Thompson) en This Wall Between Us (met Richard Thompson en The Bangles) uitbracht. En nu verschijnt een dag na zijn zesenzestigste verjaardag eindelijk, na 43 jaar, een echte opvolger van zijn vierde solo album Farewell to Paradise.

Rainbow Ends is nauwelijks te vergelijken met zijn oude albums. Begrijpelijk, we zijn ruim vier decennia verder. Zijn klankkleur is wat veranderd en hij heeft natuurlijk veel meer levenservaring. Verdwenen zijn de duidelijke invloeden van The Beatles.

Wel hoor je dat hij een kind van de jaren zestig en zeventig is. Zo wordt er bijvoorbeeld van een mellotron en een analoge synthesizer gebruik gemaakt. En van die typische koortjes uit die tijd. Er zijn nu iets meer rockinvloeden te vinden.

Rainbow Ends is een heus conceptalbum geworden over een relatie die ten einde komt en de pijnlijke nasleep ervan. Mijn vermoeden is dat de teksten volledig autobiografisch zijn, maar heb dat vermoeden tot nu toe nergens kunnen staven. Ze zijn in ieder geval erg geloofwaardig en zullen voor menigeen herkenbaar zijn.

Er werd door ervaren krachten als Aimee Mann, Susanna Hoffs, Nels Cline van Wilco en Jason Falkner van Jellyfish medewerking verleend. Dit bijzonder fraaie conceptalbum kan misschien eindelijk leiden tot een grotere bekendheid van deze bijna vergeten cultheld.

Endless Boogie - Admonitions (2021)

poster
4,0
De foto op hun beginpagina op Facebook laat zien wat de band Endless Boogie het liefst doet, bier drinken. Deze rockband werd in 1997 opgericht in Brooklyn, New York en zou pas in 2008 hun goed ontvangen debuutalbum Focus Level uitbrengen. Hun groepsnaam is ontleend aan John Lee Hookers gelijknamige album uit 1971. De groep repeteert alleen als de andere leden hun frontman Paul Major zijn huis uit kunnen krijgen. Major is vooral bekend als zeldzame platenhandelaar. Nog een bijkomend probleem is dat de leden nu verspreid over de hele wereld wonen. De dubbel-lp Admonitions (in het Nederlands waarschuwingen) is opgenomen in twee sessies. De eerste was in de landelijke rust van de Stockholmse archipel in 2018, de tweede in een krappe kelderstudio in Brooklyn in februari 2020. Het album duurt maar liefst 83 minuten en telt slechts zeven nummers. De meer dan 22 minuten durende opener The Offender zet meteen de toon, de zang is bezwerend, de muziek energiek en ongepolijst en heeft een duidelijk live gevoel. Wat meer ingetogener van aard is het andere meer dan 22 minuten durende Jim Tully. Op dit nummer zingt Kurt Vile mee en speelt tevens synthesizer en resonator slide gitaar. Zolang deze heren ongepolijste platen blijven maken als Adminitions, mogen ze van mij weer een aantal jaren besteden aan hun favoriete bezigheid, bier drinken.

Equal Idiots - Adolescence Blues Community (2020)

poster
Equal Idiots bestaat uit zanger/gitarist Thibault Christiaensen en drummer Pieter Bruurs. Het duo is afkomstig uit Hoogstraten, een plaatsje gelegen net over de Nederlandse grens. Om diverse redenen ben ik er goed bekend en kom er al meer dan veertig jaar.

Op muzikaal gebied is Hoogstraten internationaal vermaard om de Antilliaanse Feesten, het grootste festival op het gebied van Caribische muziek in de wereld. Maar ook Equal Idiots timmert al sinds 2012 hard aan de weg om internationale roem te vergaren.

Hun debuutsingle Salmon Pink kon meteen rekenen op veel airplay op Studio Brussel. Spoedig gevolgd door een jaar lang intensief toeren. De volledige doorbraak volgde toen ze in 2016 “De Nieuwe Lichting” van 2016 wonnen en daarnaast de finale van Humo’s Rock Rally haalde. Hun debuutalbum Eagle Castle BBQ verscheen in 2017 en vertoonde hier en daar invloeden van The Hives en Arctic Monkeys.

Zoals de titel Adolescence Blues Community al doet vermoeden handelt hun tweede album over volwassen worden. Echter nog steeds bruist hun muziek volop van de energie en hanteren ze regelmatig een hoge versnelling.

Maar naast hun catchy hard-boiled garage punk, hoor je wat spaghettiwestern invloeden in Cowboy Mambo’s Desert Dream. Het zou me niet verbazen mocht de titel een verwijzing zijn naar de eerder genoemde Antilliaanse Feesten en de regel “Hey, you wanna take us to the saloon?” verwijzen naar de als saloon ingerichte bar tegenover de Sint-Katharinakerk, gelegen in het centrum van Hoogstraten.

Adolescence Blues verraadt dat Thibault niet meer in Hoogstraten woont, maar mist wel zijn familie. Bovendien zingt hij hier over het onzekere artiestenbestaan en de druk die dat met zich meebrengt en financiële perikelen ( “And how am I supposed to pay the rent?”). Het nummer wordt trouwens opgefleurd door kinderkoor Jubilate uit Hoogstraten.

Ook Nederland kon al kennismaken met Equal Idiots, ze waren vorig jaar zomer nog te zien op het Into the Great Wide Open Festival op Vlieland. Binnenkort keren ze hier terug, ongetwijfeld met een spetterend liveoptreden.

Equal Idiots live:

20-02 BRUSSEL: AB
02-04 UTRECHT: Ekko

Eric Devries - Song & Dance Man (2021)

poster
4,0
Gepokt en gemazeld is de Amsterdamse Americana singer-songwriter Eric Devries. Al op zijn achttiende vormde hij in Hoorn zijn eerste band Dance Stance, die in Paradiso het voorprogramma van The Jam mocht verzorgen. Na het uiteenvallen van de band in 1997 speelde Devries als gitarist bij Bengels, de band van collega singer-songwriter en producer BJ Baartmans. Een samenwerking die tot nu toe nog steeds doorloopt. Samen maken de twee deel uit van Matthews Southern Comfort, die de afgelopen jaren de fraaie albums Like a Radio en The New Mine uitbracht.

Het zou voor de hand hebben gelegen als Eric voor BJ zou hebben gekozen als producer voor zijn vierde soloalbum Song & Dance Man. Die rol is nu in handen van de opkomende producer en, net als BJ, multi-instrumentalist Janos Koolen. Janos heeft reeds de nodige muzikale sporen liggen in de folk- en Americanawereld. Het album werd, net als eerder jaar Hummingbird van Ninalynn en daarvoor al het prachtige Undone van The Lasses, opgenomen in de studio van Koolen in Doornenburg, rustiek gelegen aan de Waal. Ook deze keer zijn de fraaie vocalen van Sophie Janna van The Lasses te horen op Song & Dance Man. En net als op Hummingbird het fraaie vioolspel van maestro Joost van Es. Contrabassist Lucas Beukers completeert het gezelschap.

Het album ademt een live gevoel uit, wat al meteen duidelijk wordt bij de aanstekelijke en opgewekte bluegrass opener Little White Lies, wat trouwens ook als single is uitgebracht. Er worden alleen overdubs gebruikt wanneer Joost meerdere vioolpartijen moest inspelen. Eric is net, als zijn grote voorbeelden Townes van Zandt en Guy Clark, een echte verhalenverteller. Vooral over mensen aan de zijlijn van de maatschappij, die al het nodige hebben meegemaakt. Thema’s als menselijk onvermogen, verbroken relaties, drank en depressie.

Veelal zijn de songs doordrenkt door bluegrass. Maar soms ook meer ingetogener en gevoeliger, meer neigend richting singer-songwriter, zoals in het fraaie As I Know How to Do. Afwijkend en nostalgisch is afsluiter en prijsnummer Sunday Eve in Amsterdam. De warme klarinet van Jonas aan het begin zet meteen de toon. Eric noemt het een “walk down memory lane”. Hierin denkt hij terug aan de tijd dat hij in de wijk de Baarsjes bij de Admiraal de Ruyterbrug woonde , daar waar vroeger de bootsman de tol betaalde in een klomp aan de hengel van de brugwachter. Vooral het samenspel tussen de strijkers en de klarinet maken van Sunday Eve in Amsterdam een van de fraaiste songs, die ik dit jaar hoorde.

Overigens verhuisde Eric heel vaak binnen en daarna buiten Amsterdam, zijn bijnaam is niet voor niets The Amsterdam Rambler. Eric schreef alle liedjes zelf, op Soften the Ground na, wat hij met vrouwlief Mo van Hal schreef. Met dank aan zijn fantastische begeleiders heeft Eric met Song & Dance Man misschien wel zijn mooiste soloalbum afgeleverd. Hij bewijst wederom tot de belangrijkste Americana muzikanten van onze tijd te horen.

Eric Devries live :

03-11 BERGHEM : Café Roots
18-11 ASSENDELFT : De Watertoren
24-11 EINDHOVEN : De Rozenknop
04-01 DEN BOSCH : Blue Room Sessions, Verkadefabriek
27-01 TERHEIJDEN : Witte Kerkje
06-02 CULEMBORG : Theater aan de slag
27-03 AALST : Herberg Koning Ezel
02-05 EINDHOVEN : Meneer Frits

Eriksson Delcroix - Heart Out of Its Mind (2016)

poster
4,5
Eriksson Delcroix is zowel op de bühne als in het dagelijkse leven een duo. Beiden zullen intussen genoegzaam bekend zijn. Bjorn Eriksson werd vooral bekend door de groep Zita Swoon, waar hij tot 2001 van deel uitmaakte. Minder bekend is dat hij onder de artiestennamen Blitzzega en Maxon Blewitt een viertal solo albums uitbracht.

Misschien nog bekender is Bjorn’s eega Natalie Delcroix, die al twintig jaar deel uitmaakt van de folkgroep Laïs. Een groep, die ik als folkliefhebber, diverse malen live zag optreden. Natalie maakte dan altijd veel indruk op mij, met haar geweldige zangcapaciteiten.

Als duo brachten ze in 2007 hun eerste album onder de naam The Partchesz (lees fonetisch de pardjes) uit. Het is een countryalbum met experimentele, elektronische bewerkingen van countryklassiekers. Het tweede album liet vervolgens zeven jaar op zich wachten, maar dat was het meer dan waard.

For Ever kreeg terecht zeer veel lovende kritieken. Het bevat country/bluegrass en folk in de traditionele stijl uit de Appalachen. Veel optredens waren het gevolg, een ervan was zelfs in het befaamde L’Olympia in Parijs.

Heart Out of It’s Mind laat een nog frivoler geluid horen. Er is meer ruimte voor experiment, zonder dat het in gefreak uitmondt. Snakebite is een goed voorbeeld hiervan. Er bevinden zich ook meer pop getinte liedjes op het album, zoals Baby Blue, wat een zeer memorabele melodie heeft.

Maar ook fraaie, ingetogen liedjes als Silver Dagger en afsluiter Dead Bird. Het songmateriaal is zeer hoogstaand en bevat geen enkele misser. Hun zang is uiteraard weer voortreffelijk. Heart Out of It’s Mind kruipt langzaam onder de huid.

Het is nog wel begin januari, maar ik verwacht dat het bij menigeen een kandidaat voor het eindejaarslijstje gaat worden. In ieder geval voor mij.

Eriksson Delcroix - The Riverside Hotel (2019)

poster
4,5
The Riverside Hotel heet het nieuwe album van het avontuurlijke Kalmthoutse duo Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson. Vernoemd naar het gelijknamige, beroemde hotel in Clarksdale, Mississippi. Oorspronkelijk was het een hospitaal voor zwarte patiënten. Blues legende Bessie Smith overleed er op 26 september 1937 na een auto ongeluk.

Tegenwoordig dus een hotel, volgens de nodige bezoekers waart er nog steeds een speciale sfeer. Ooit sliepen er bekende muzikanten als Duke Ellington en John Lee Hooker. Hooker werd trouwens in Clarksdale geboren, net als Muddy Waters en soullegende Sam Cooke. Clarksdale wordt dan ook gezien als de bakermat van de blues. Ook doet het verhaal de ronde dat het de plaats is waar blues legende Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht.

Clarksdale trok ook de aandacht van Nathalie en Bjorn, tien jaar na elkaar bezochten zij afzonderlijk The Riverside Hotel. Bjorn kreeg er vorig jaar de Howlin’ Wolf-kamer en kon vanwege de speciale sfeer, die er hing, bijna niet slapen. Hij schreef er enkele teksten. De titelsong gaat er ook over, zoals de regel “The ghost of Ike Turner appeared in my soup plate” duidelijk maakt.

De vorige twee albums waren donkere, emotionele platen veroorzaakt door het verlies van twee dierbare vrienden. De liedjes voor het nieuwe album kwamen via jam sessies tot stand. Regels vooraf voor de jamsessies waren dat het uptempo , niet melancholisch moest worden en dat er zo weinig mogelijk gebruik van mineur akkoorden mocht worden. En dit alles met de bedoeling om tijdens de live concerten zichzelf ongelofelijk te kunnen amuseren.

De bluegrass en country noir is ingeruild voor cajun en delta blues. De cajun zit Bjorn in de genen, want zijn vader Karl bezocht ooit als matroos Louisiana en New Orleans en raakte daar gefascineerd door de cajun en schafte vervolgens een accordeon aan. In de jaren negentig maakte Bjorn samen met vader Karl en zus Eva deel uit van de familiegroep Hank van Damme. Daarmee brachten ze uiteraard cajun, maar ook bluegrass en tex-mex ten gehore.

In het repertoire probeert men een broeierige sfeer neer te zetten, soms door achtergrond geluiden opgenomen in een moeras. Uiteraard klinken er soms invloeden van de muziek uit het zuiden van Amerika door. Naast eigen werk worden de twee heuse cajun klassiekers J’ai Ete Au Bal en La Danse de Mardi Gras vertolkt. Die overigens al jaren op hun live-repertoire staan. Regelmatig levert het aanstekelijke dansbare muziek op, zoals Snap Off the Pearl Snap.

Het fraaie artwork is van de hand van de bassist van dienst, Peter Pask. The Riverside Hotel is andermaal een waardevolle aanvulling op hun reeds prachtige oeuvre. Uiteraard volgt binnenkort een tournee ter promotie van het album. Ook zullen ze 24 augustus te zien zijn op het Once in a blue moon festival in het Amsterdamse Bos, wat vorig jaar voor het eerst georganiseerd werd en een groot succes was. De kaartverkoop hiervoor start zaterdag morgen om tien uur en zal ongetwijfeld in korte tijd uitverkocht zijn.

Eriksson Delcroix live:

08-03 OUDENAARDE: GC De Woeker
09-03 BRASSCHAAT: Hemelhoeve
14-03 BORGERHOUT: De Roma
17-03 LEOPOLDSBURG: CC
23-03 BRUSSEL: AB
28-03 HERENT: CC De Wildeman
05-04 AALST: CC De Werf
10-04 ST NIKLAAS: Casino
11-04 ST TRUIDEN: CC De Bogaard
09-05 DIEST: CC Den Amer
10-05 KOKSIJDE: CC Casino
11-05 LINT: OC Witte Merel
17-05 ZEMST: CC Melkerij
25-05 LOMMEL: CC Adelberg
29-05 DILBEEK: CC
24-08 AMSTERDAM: Once in a blue moon festival

Eriksson Delcroix & Sun Sun Sun Orchestra - Magic Marker Love (2017)

poster
4,5
De afgelopen jaren is de populariteit van het muzikale echtpaar Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson gestaag gegroeid. Debet daaraan waren de albums For Ever en Heart Out of Its Mind. Avontuurlijke countryalbums, ver verwijderd van de hedendaagse mainstream country acts uit Nashville.

Eigenzinnig vaart dit duo met succes haar eigen koers. Een aantal van de arrangementen op Heart Out of Its Mind werden verzorgd door Tim Vandenbergh van Sun*Sun*Sun Orchestra. Bij de cd-presentatie van dat album in de Antwerpse Roma werden Nathalie en Bjorn door dit strijkensemble begeleid. De reacties van het publiek waren zeer enthousiast en was aanleiding voor hun samenwerking op Magic Marker Love.

De titelsong is een fraai eerbetoon aan een goede vriend van het duo, Lenn Dauphin. Dauphin overleed net als folklegende Sandy Denny na een ongelukkige val. Magic Marker was de bijnaam die Bjorn zijn vriend ooit gaf. Dauphin was naast een geweldig muzikant ook fotograaf en graficus.

Naast rouw vormt ook het geloof soms een thema op het album. Muzikaal gezien geeft het vijfkoppig strijkensemble een heel nieuwe dimensie aan de muziek van het duo. Net als op voorgaande twee albums grossiert het duo wederom in eigenzinnige en spannende arrangementen.

Bovendien ontginnen ze samen met het Sun*Sun*Sun Orchestra nieuwe wegen, die gelukkig volgend jaar een vervolg zal krijgen. Voor mij is deze combinatie de meest interessante act die in dit genre te vinden is.

Eriksson Delcroix and Sun Sun Sun Orchestra - Three Sisters (Official Audio) - YouTube
ERIKSSON DELCROIX & SUN SUN SUN ORCHESTRA - NEW ALBUM - YouTube

Erin Costelo - Sweet Marie (2018)

poster
4,5
Haar talenten zijn veelzijdig. De uit Nova Scotia, Canada afkomstige Erin Costelo begon haar muzikale carrière in de klassieke muziek. Ze componeerde voor Symphony Nova Scotia en voor Blue Engine String Quartet en verdiepte zich tevens in elektronische muziek.

Ze veranderde van muzikale koers nadat ze merkte, dat ze met haar muziek geen gemakkelijke klik met haar publiek kreeg. Een goede keuze, zoals blijkt bij beluistering van Sweet Marie, een r&b en soul album.

Costelo blijkt over een bijzondere stem en manier van zingen te beschikken, wat opener Introducing Sweet Marie direct duidelijk maakt. Ze zingt ook met opvallend gemak. De strijkers, die hier te horen zijn, arrangeerde ze zelf. Dat geldt tevens voor alle blazerarrangementen.

Ze weet exact wat ieder liedje nodig heeft, Lights Down Low, is bijvoorbeeld voorzien van een onweerstaanbaar koortje. Dansbaar en uptempo is All in Your Head, met excellerende blazers. En zo heeft iedere song wel iets uitzonderlijks. Ook blijkt regelmatig, dat ze op een meer dan een uitstekende wijze de toetsen weet te beroeren.

Haar teksten zijn erg persoonlijk en mysterieus. Naast eigen composities ook een cover, I’ll Be Home van Randy Newman, een van haar grote inspiratiebronnen. In de loop der jaren heeft Costelo een behoorlijke reputatie aan de andere kant van de oceaan opgebouwd. Ze opende al voor legendes als Mavis Staples, Dr. John, Bettye Lavette en Levon Helm’s Midnight Ramble Band.

Het album werd in slechts tien dagen tijd opgenomen in een houten studio in Little Harbour, een plaatsje gelegen aan de oceaan. Ze wordt omringd door uitstekende muzikanten als drummer Glenn Milchem (Blue Rodeo), Anna Ruddick op bas (Randy Bachman, Ben Caplan), Leith Fleming-Smith op orgel (Matt Mays, Hawksley Workman) en natuurlijk haar vaste kracht Clive MacNutt op gitaar.

Van het hele proces van het tot stand komen van het album werd een documentaire gemaakt. Maker is singer-songwriter Amelia Curran, die tegenwoordig ook filmmaker is. Volgend jaar komt Costelo naar Europa, maar helaas (nog) niet naar Nederland. Officiële Nederlandse release wordt 1 februari volgend jaar, maar is reeds via diverse andere kanalen te koop.

Sweet Marie maakt veel indruk op mij en ik zal vast niet de enige zijn, bij wie dat zal gaan gebeuren.

Erin Rae - Lighten Up (2022)

poster
4,0
Helaas bezorgden haar eerste twee albums Soon Enough en Putting on Airs Erin Rae McKaskle niet de doorbraak, die ik verwachtte. Erin Rae’s prachtige, melancholische stem wist mij van meet af aan te bekoren. Die eerste twee albums bevatten een mix van traditionele folk, indie-folk en af en toe indie-rock.

Haar nieuwe album Lighten Up is een stuk ambitieuzer van opzet en gaat ze hier een samenwerking aan met de bekende producer Jonathan Wilson. Iemand die erg beïnvloed is door late jaren zestig West Coast psychedelica en door de Laurel Canyon singer-songwriter scene van de jaren zeventig. Bovendien is Wilson niet vies van vaak rijkelijk georkestreerde muziek. Al die ingrediënten zijn hier zeker terug te horen in de amalgaam van pop, kosmische country en indie rock.

Af en toe is haar muziek nu zelfs aanstekelijk te noemen, zoals het heerlijk voort meanderende Can’t See Stars, een duet met Kevin Morby. Ook erg aanstekelijk is Modern Woman, niet voor niets gekozen als eerste single. Soms ook zwelgt ze in nostalgie en melancholie, Cosmic Sigh is voorzien van een strijkersarrangement uit de jaren vijftig. Maar in True Love’s Face klinkt ze buitengewoon opgewekt. Opvallend, want van huis uit is Erin Rae bepaald geen lachebekje.

Op Lighten Up wordt ze omringd door uitstekende muzikanten als Drew Erickson op toetsen, Jake Blanton (bas), Meg Duffy (Hand Habits) en Ny Oh. Lighten Up is iets gevarieerder dan de voorgangers en zal waarschijnlijk meer luisteraars aanspreken.

Erin Rae - Putting on Airs (2018)

poster
4,5
Eind 2015 bracht Erin Rae McKaskle in eigen beheer haar fraaie debuutalbum Soon Enough uit. Een album wat ze zelf omschreef als nieuwe muziek voor oude zielen. Het album werd niet alleen door mij omarmd, maar ook door bijvoorbeeld Rolling Stone en de BBC. Ook kreeg het terecht snel een Nederlandse release op Continental Records.

Niet alleen wist Erin Rae me met haar fraaie, melancholische stem te raken, maar ook tekstueel, zoals het ontroerende Sleep Away over haar vader. Soon Enough wist toen langzaam maar heel zeker onder mijn huid te kruipen en behoorde dat jaar tot mijn grote favorieten (nog steeds!).

Op Putting on Airs borduurt ze verder op haar ingeslagen weg, een mix van traditionele folk, indie-folk en spaarzaam indie-rock. Ook deze keer houdt ze haar liedjes klein, maar weten ze andermaal onder de huid te kruipen. Ze wordt slechts begeleid op bekwame wijze door Jerry Bernardt en Dom Billett.

Met name het subtiele gitaarspel van Jerry is regelmatig om je vingers bij af te likken. In Like the First Time dacht ik overigens eerst in het iets stevigere gitaarspel de bekende Canadese singer-songwriter Avie Jurvanen (Bahamas) te herkennen.

Erin Rae maakt trouwens geregeld op meesterlijke wijze gebruik van herhaling. Zo is bijvoorbeeld het refrein van Bad Mind niet uit je geheugen te branden. Toch blijft haar melancholische stem haar grootste troef, balsem voor de ziel. Putting on Airs zal haar rijzende ster ongetwijfeld nog vergroten.

Erin Rae and the Meanwhiles - Soon Enough (2015)

poster
4,5
Mijn recensie uit 2015, volgende week vrijdag verschijnt haar nieuwe album :

De 25-jarige Erin Rae McKaskle met Ierse en Schotse roots komt uit Jackson, maar woont tegenwoordig in Nashville. Haar groep bestaat sinds 2010 en bracht tot nu toe enkel een EP uit in het jaar van oprichting, getiteld Crazy Talk. Ondanks haar nog jeugdige leeftijd heeft ze reeds een schat aan ervaring, want ze zingt al sinds haar vijfde. Haar ouders waren beiden parttime muzikanten, die geregeld optraden. Al op haar vijfde mocht ze dan tijdens optredens met een of twee nummers meezingen van het roots repertoire, wat haar ouders brachten. Erin Rae heeft een buitengewoon prettige en herkenbare stem, met een melancholische inslag. Al het gebodene op Soon enough is ingetogen van aard.

De onderwerpen in haar songs zijn erg gevarieerd. De veranderingen die het leven met zich meebrengen als je muzikant bent. En de uitdagingen ervan. Maar ook over de liefde, maar bijvoorbeeld ook een onderwerp als problemen met de geestelijke gesteldheid. Ondanks het ingetogen karakter van de songs, blijft het album van begin tot eind boeien. De prachtige zang wordt vaak op subtiele wijze op gitaar begeleid. En in enkele gevallen door een cello. Het album werd in slechts twee dagen live in de studio opgenomen. Men heeft getracht zoveel mogelijk het bühnegeluid te benaderen. Het album werd door Erin Rae samen met Michael Rinne (bassist van Rodney Crowell) geproduceerd. Volgens Erin Rae is het nieuwe muziek voor oude zielen. Voor mij is het een debuutalbum met prachtige luistermuziek, die nog veel te weinig aandacht heeft gekregen in de pers.

Erwin Java - Keepin' It Real... (2017)

poster
4,5
Twee dagen geleden stond Erwin Java nog in Ahoy, als afsluiter van de door Johan Derksen georganiseerde Pioniers van de Nederpoptournee. Daarnaast had hij een druk jaar met zijn band King of the World. Veel rust zal hij de komende tijd niet krijgen, want hij maakt ook deel uit van het volgende project van Johan Derksen, Keeps the Blues Alive, waarmee hij tot begin juni in veel theaters te zien zal zijn.

De eenenzestigjarige Java heeft een imposante staat van dienst, waaronder vijfentwintig jaar als bandlid van Cuby & The Blizzards. Daarnaast is hij medeoprichter en docent aan het Noorder Muziekinstituut in Groningen.

Wellicht is de titel van zijn soloalbum Keepin’ it Real… een verwijzing naar de komende tournee met Johan Derksen. Op 1 december kwam het album in eigen beheer uit, maar er schijnt in januari een reguliere release te volgen.

Op zijn eerste, zelf geproduceerde soloalbum covert Java tien songs uit het blues-, jazz-, soulgenre, die tekstueel en/of muzikaal een speciale betekenis voor hem hebben. Hij weet de geselecteerde nummers op voortreffelijke wijze van een nieuw jasje te voorzien.

Opener en ontzettend vaak gecoverde Sweet Georgia Brown krijgt hier een heerlijk swingende instrumentale versie. Ook de fraaie afsluiter A Change Is Gonna Come is instrumentaal. Java brengt het bijzonder relaxt.

Voor de overige acht tracks doet Java een beroep op twee geweldige vocalisten, Tineke Schoemaker (Barrelhouse) en Ralph de Jongh. Het titelnummer van het comebackalbum van Solomon Burke, Don’t Give Up On Me, wordt zeer beklijvend gezongen door Schoemaker.

Zelfs een vaak afgekloven nummer als I Put a Spell On You van Screamin’ Jay Hawkins, weet Java spitsvondig om te toveren tot een slowblues. Overigens fantastisch gezongen door Ralph en één van de hoogtepunten op het album.

Erg blij ben ik met de aanwezigheid van Ain’t No Love in the Heart of the City, bekend geworden in de jaren zeventig door Bobby “Blue” Bland. Het staat trouwens op zijn fantastische album Dreamer, een absolute aanrader. Ook vermeldenswaard is Red House van Jimi Hendrix.

Met zulke fraaie interpretaties door de vocalisten en inventief gitaarspel en arrangementen van Java worden de vertolkte klassiekers absoluut levend gehouden!

Etan Huijs - Dreams in Multicolor (2022)

poster
4,0
Door zijn fraaie albums The Secret Us en The Monochrome Veil vergrootte Etan Huijs snel zijn populariteit. Helaas gooide Corona roet in het eten om veel live te gaan spelen. Etan besloot niet bij de pakken neer te gaan zitten en wilde een album met uitsluitend akoestische herbewerkingen van nummers van The Monochrome Veil op gaan nemen.

Gelukkig kreeg hij financiële steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds en begonnen er weer wat nieuwe nummers uit zijn pen te vloeien. Die liedjes liggen duidelijk in het verlengde van de voorganger, dus Americana en folk doordrenkt met invloeden van muziek uit de jaren zeventig.

De korte, instrumentale opener Octarine schreef hij met vaste producer BJ Baartmans, die ook deze keer weer de nodige instrumenten ter hand neemt. The Lake laat meteen het vertrouwde geluid horen, met dank aan het zeer herkenbare vioolspel van Alex Akela, die hier tevens zorg draagt voor het warme accordeonspel.

Het meest hoopvolle nummer is Marigold Sun, “the old friend passing by” is hier de metafoor voor de reden voor het kiezen voor het muzikantenbestaan ; het brengen van je repertoire op de bühne.

Het hoogtepunt is voor mij Bobby, wat hij samen schreef met vaste begeleider Jori van Gemert. Het kan gezien worden als het vervolg op de murder ballad Josephine. Met name het door Jori gezongen slot is schitterend, waarop ze zichzelf begeleid op piano en waar verder alleen het sublieme cellospel te horen is van Renee van Wijnhoven (Clean Pete), thuis opgenomen door haar partner Anne Soldaat.

Het hele opnameproces werd gefilmd door Cissy van der Meer, beelden hiervan zullen te zien zijn in de bijbehorende video’s die uit zullen komen. Het fraaie album telt zes nummers met een speelduur van ruim 21 minuten. Het bijzonder fraaie artwork is weer van Douwe Dijkstra. Dreams in Multicolor zal op 20 januari met volledige band gepresenteerd worden in Schouwburg Cuyk.

Etan Huijs - The Monochrome Veil (2021)

poster
4,5
Zijn in 2008 vershenen debuutalbum Telescopes onder de artiestennaam Etan wist nog geen potten te breken. Het vervolgalbum The Battle Of Everything uit 2016 werd wel opgepikt door Radio 2 en leverde hem maar liefst 128 optredens op. De definitieve doorbraak volgde met het door BJ Baartmans geproduceerde album The Secret Us. De rode lijn van dit album was, wat maakt je tot wie je bent en wie zou je zijn zonder de invloeden van buitenaf. Door het succes gesterkt besloot hij zich volledig op het onzekere bestaan van singer-songwriter te storten.

Nog meer dan de voorganger vormt het nieuwe album The Monochrone Veil tekstueel samen een geheel. Etan licht zijn bedoelingen als volgt toe : “The Monochrome Veil stelt de polarisatie aan de kaak. Verhalende songs in de geest van Johnny Cash, Neil Young, Bob Dylan en Leonard Cohen. Over ons onvermijdelijke gebrek aan subjectiviteit en de belemmeringen om samen te kunnen leven in liefde, begrip en tolerantie. We kijken allemaal gekleurd en gesluierd naar de werkelijkheid”. Hierdoor is het een urgent album geworden, want door de Coronapandemie was de polarisatie wereldwijd nog nooit zo groot, met de Verenigde Staten als het meest trieste voorbeeld. Ook is het migratieprobleem groter dan ooit, wat ook niet helpt om een vredelievende samenleving te creëren.

De uptempo opener Ghost Town handelt over mensen die vastgeroest zitten in prehistorische denkbeelden. Niet in de gaten hebbende dat de wereld om hun heen evolueert tot iets nieuws en als geesten blijven hangen in een metaforisch stadje dat allang vergaan is.

Josephine is een heuse murder ballad, het enige liedje wat hij niet alleen schreef maar samen met Jori van Gemert. Het is een prachtig duet geworden met hier en een fluwelen trompet op de achtergrond. Etan reist veel met de trein, recht tegenover het station staat allang een villa leeg die “Josephine” als opschrift draagt. Tijdens een van zijn treinreizen bedacht hij het verhaal rondom dat huis en een trein. Het werd een verhaal over een echtpaar met een baby en over hun groeiende onderlinge achterdocht en jaloezie. Het loopt zo hoog op dat beide partijen een moord plannen. Hoe het verhaal uiteindelijk afloopt blijf open.

Arc is een allegorisch verhaal over een alien invasie in Noord-Amerika, maar verwijst eigenlijk naar kolonisatie door de eeuwen heen. Het lekkere Cautionary Tales is de oudste song van de plaat, een song in de alt-coutry stijl van Neil Young begin jaren zeventig. “De song gaat over mijn grote stap van 2,5 jaar geleden. Ik werd fulltime muzikant. Mensen om je heen proberen je te waarschuwen. Maar uiteindelijk moet je toch je hart volgen. Je weet echt wel waar je mee bezig bent. Dat zeg ik in de song. Anno nu heeft de song een dubbele laag, want we brengen hem rond de album release uit met de boodschap: we zijn er weer klaar voor en kunnen niet wachten om weer op het podium te staan! "I am ready for the big one" zing ik in het refrein. Een positieve vibe en een duidelijke boodschap.”, aldus Etan.

Het donkere Wild Are the Waves stelt ons de vraag : wat is wild en wat is beschaafd? Maar handelt ook over de angst voor het onbekende en over xenofobie. De laatste tijd verdiepte Etan zich erg in het levensverhaal van Johnny Cash. Last Train Home is een ode geworden aan Cash, met veel tekstuele verwijzingen naar diens leven. Een wat ouder nummer is Veil Of Love, wat gaat over personen die meer verliefd zijn op het gevoel van verliefdheid dan daadwerkelijk op de persoon, waarmee ze een relatie hebben.

Volgens Etan is The Passenger thematisch gezien de perfecte afsluiter. “Een grijze reiziger reist door tijd en ruimte, langs alle continenten in verschillende tijden in de geschiedenis, om uiteindelijk tot de conclusie te komen: het komt allemaal op hetzelfde neer. Mens leeft met mens. Mens aanbidt goden. Nieuwe goden komen op. Oud vecht tegen nieuw. Mens wil meer land. Mens vecht om land. Mens doodt mens. Mens oordeelt over andere mens, maar doet eigenlijk zelf hetzelfde. De song eindigt in het westen, in het hier en nu. Met de conclusie van de grijze reiziger: het heeft nu allemaal nieuwe namen, maar het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer.”.

Muzikaal gezien staat The Monochrome Veil weer als een huis. Wederom vakkundig geproduceerd door BJ Baartmans, die ook deze keer weer de nodige instrumenten bespeeld. Deze keer gastoptredens van trompettist Nando van Westrienen en de klassiek getrainde violist Alex Akela, die tevens op accordeon te horen is. Overigens zijn recent de twee singles Ghost Town en Josphine verschenen. Zoals al eerder gememoreerd is door de thematiek The Monochrome Veil een brandend actueel en urgent album geworden. Bovendien bevalt het mij nog net een tikkeltje beter dan de opvolger.

Etan Huijs - The Road and the Wilderness (2024)

poster
4,5
Als fulltime muzikant had singer-songwriter Etan Huijs uit Venray het de afgelopen, financieel magere jaren niet gemakkelijk. Eigenlijk stond zijn hoofd nog niet naar het maken van een nieuw album. Ook waren er veranderingen binnen zijn band, zo besloot Jori van Gemert solo te gaan als Cloud Cukkoo. Echter de nieuwe songs bleven zich opdringen. Songs die een behoorlijk nieuw, regelmatig stevig terrein (lees meer elektrische gitaren) verkennen. Dus koos Etan naar eigen zeggen “voor de wildernis”, voor de onzekerheid. En startte hij vervolgens voor het opnemen van The Road and the Wilderness een succesvolle crowdfunding via voordekunst.

Het album werd andermaal, net als de succesvolle voorgangers The Secret Us en The Monochrome Veil, geproduceerd door BJ Baartmans en opgenomen in diens studio. De urgente voorganger The Monochrome Veil had als rode draad polarisatie, deze keer is dat volgens Etan ambitie in al zijn vormen. De stevige opener Ghost in the Machine maakt meteen duidelijk dat Etan nieuwe wegen is ingeslagen. Het gaat over A.I., een technologische ontwikkeling die steeds slimmer en menselijker wordt. Kan dat een probleem gaan worden? Etan zingt het lied vanuit het perspectief van A.I. : “There’s a revolution and it’s me in the middle”. Etan schreef het nummer op dobro, omdat hij een bluesy feel wilde creëren.

Het meest afwijkende liedje is het jazzy City of Sinners. Het fraaie, Chet Baker achtige trompetspel is van Nando van Westrienen. Het liedje werd overigens pas in de studio voltooid. Zoals altijd vertelt Etan interessante verhalen. Harlow’s Blues gaat volgens hem over een schrijfster van avonturenromans die voor de liefde verhuist van een bergdorpje naar de grote stad. Haar vriend/man beperkt haar echter steeds meer en isoleert haar zelfs. Als oudere vrouw verlaat ze hem en plant ze wraak middels een autobiografische roman.

Restless Bones is Etan’s versie van het "deal met de duivel" verhaal. Hij combineert het hier met de wens van de mens om steeds jong te blijven. De hoofdpersoon heeft eeuwige jeugd gekocht maar is in het liedje geestelijk en lichamelijk op. De prijs/winst van de duivel is dat hij de man in kwestie ziet lijden, en alles wat hij heeft ziet verliezen. Het is een allegorisch verhaal; we willen steeds meer, maar alles heeft een prijs. The Overachiever handelt over altijd het beste in alles willen zijn. Je wilt dat het gras bij jou het groenst is. Je wilt de mooiste partner, het beste werk, de slimste kinderen... Stel dat je dat ooit allemaal bereikt, heb je dan als "overachiever" nog een doel in je leven?

Muzikaal gezien schiet het alle kanten uit, van country, naar bluesrock, 70’s Westcoast pop, jazz, met daarnaast summiere uitstapjes naar diverse andere genres. De songs worden onder andere voorbeeldig ingekleurd door Alex Akela (viool) en Renée van Wijnhoven (cello) en uiteraard BJ Baartmans, die de nodige instrumenten ter hand nam en de nodige arrangementen verzorgde. De master werd gemaakt door Darius van Helfteren. Voor releaseshows zie hier. The Road and the Wilderness is een gedurfde en geslaagde stap van het inslaan van nieuwe wegen.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Etan Huijs - The Secret Us (2018)

poster
4,5
Op 1 september begint de meteorologische herfst en het is ook traditiegetrouw het startsein voor het weer op volle stoom komen van de releasestroom. Als je als artiest geluk hebt, dan heb je een platenlabel, dat je promotie verzorgt of kun je een promotor inhuren om dat te laten doen.

En dan heb je nog een groep, die alles zelf moeten regelen. Tot die laatste groep behoort Etan Huijs, een singer-songwriter uit Venray, die zelf zijn cd’s rondstuurt inclusief een handgeschreven briefje met toelichting. En daarnaast erg veel optreedt om zijn muziek onder de aandacht te brengen.

Zijn nieuwe album The Secret Us werd voorafgegaan door de single Little Bird, die terecht al door Dolf Jansen omschreven werd als een heel fijn liedje en vandaag nog door hem gedraaid werd op NPO2. Een liedje met een heerlijk ritme, ijzersterk refrein en prachtige samenzang tussen Etan en Jori van Gemert.

Jori is een zeer talentvolle zangeres van tweeëntwintig lentes, die ook de vocale arrangementen op het album verzorgde. Ook speelt ze de piano in één van de hoogtepunten, Silhouette Dancer, wat verder opgesierd is met fraaie strijkers, welke afzonderlijk werden opgenomen door cellist Jonas Pap in Kytopia.

De overige opnames vonden plaats in Boxmeer, in studio Wild Verband van multi-instrumentalist BJ Baartmans. Hij lijkt hier wel onderhand Mike Oldfield op Tubular Bells, want hij neemt maar liefst zestien instrumenten ter hand.

Opener van het album is het nog geen minuut durend, instrumentale Forleikur (IJslands voor voorspel) en is een soort preview, wat gaat volgen. Opvallend is de gebruikte dynamiek in Isaac and the Fallen Temple.

Vergelijkbaar met het eerder gememoreerde Little Bird is Lonesome Traveller, eveneens met een ijzersterk refrein, zij het dat dit nummer mij nog meer weet te beklijven, absoluut een van mijn grote favorieten op het album. Ook het stevigere, uptemponummer Nocturnal Overdrive bevalt meer dan prima.

De strijkers duiken weer op in een ander hoogtepunt, The Islander, de ingetogen zang is hier de spreekwoordelijke kers op de taart. Ingenieuzer van opbouw is Counterweight, waarin ook de trombone van Pieter van Vliet opduikt. Overigens bevalt mij het drumwerk van Jesper Albers mij erg goed. Waardige afsluiter is The River’s Flow.

De tekstuele rode lijn op The Secret Us is, wat maakt je tot wie je bent en wie zou je zijn zonder de invloeden van buitenaf (vandaar de titel). De productie van Baartmans is bijzonder warm. Zowel Baartmans als Jori van Gemert waren een gouden greep.

Etan had voor ogen om een rijk geproduceerde, tijdloze plaat te maken. Naar mijn bescheiden mening is hij daarin geslaagd. Volgende week vrijdag is de releaseshow in Odapark, centrum voor hedendaagse kunst in Venray. De entree is slechts vijf schamele eurootjes. Kaarten zijn eventueel nog verkrijgbaar via zijn e-mailadres, [email protected].

Eurythmics - Touch (1983)

poster
5,0
Hun eerste album In the Garden deed nog niet veel, mede door het ontbreken van een hitsingle. Die kwam met de titelsong van hun tweede album Sweet Dreams (Are Made of This), wat ondermeer in de Verenigde Staten een nummer 1-hit werd. Aan creativiteit geen gebrek in 1983, want datzelfde jaar verscheen hun album Touch.

Sinds jaar en dag mijn favoriete album van hen. Ook op dit album geen gebrek aan hitsingles, Here Comes the Rain Again, Right by Your Side en Who’s That Girl?. Ondanks dat ik over het algemeen weinig van synthesizers moet hebben, wist de muziek van het duo Annie Lennox en David A. Stewart me vooral op de eerste albums toch te beklijven. Bovendien is Lennox voor mij een zangeres van de buitencategorie.

Met name de tweede kant van Touch heeft voor mij de tand des tijd moeiteloos doorstaan. Duidelijk songs die minder hitgevoelig waren. Zoals de zeven en een half minuut durende trance disco van Paint a Rumour. En natuurlijk het meeslepende The First Cut en het ijzige, betoverende en spaarzame No Fear No Hate No Pain (No Broken Hearts). Laatstgenoemde song vormt voor mij het absolute hoogtepunt van Touch.

Ook opvolger Be Yourself Tonight was nog ijzersterk. Een meer rock en soul georiënteerd album, met nog meer hitsingles dan de twee voorgaande albums. Hieronder Sisters Are Doin' It for Themselves, waarop Aretha Franklin meezong en Adrian waaraan Elvis Costello zijn medewerking verleende. Helaas werden de albums hierna een stuk minder en werd er in 2005 definitief de stekker uit het duo getrokken.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com