MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Koos R. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tedeschi Trucks Band - I Am the Moon: I. Crescent (2022)

poster
4,0
Prachtig. Mooi hoe een boek uit oud Perzië met een warm gedicht de basis vormt voor vier albums. Dan wel een beetje zonder dat het vier albums van rond de 35 minuten worden in plaats van een dubbelalbum.

Southern rock vermengd met soul, keurig in een eigen stijl. Tedeschi zingt goed, maar soms mag de vibrato in de stem iets minder. Mooi dat andere zangers ook de solozang krijgen, bijv in Fall in. Trucks laat horen waarom hij wereldgitarist is: zuiver, spelend alsof het niets is. Zijn slidegitaarspel mooi afgewisseld met strakke slaggitaar.

Slotnummer Pasaquan: hemelsgeweldig goed instrumentaal nummer. Heerlijk de dubbele drums, heerlijk de stuwende organ, de bas leid de anderen, allerbest de gitaarpartij van Trucks. Een stuwende mix van southernrock, soul en een scheutje jazz. Heel strak hoe Trucks op het eind terugkeert in zijn ritme in het begin van het nummer.

Een heel mooi, warm en goed album.

Ten Years After - Alvin Lee & Company (1972)

poster
4,0
Om het album in de historie te kunnen plaatsen: De band was eerst ondergebracht bij Deram (fijne producer Mike Vernon!), om na een paar album over te stappen naar Chrysalis. Dus begin jaren zeventig bracht Deram deze LP uit met nog niet eerder uitgebrachte nummers. Dat decenia later in het CD-tijdperk de nummers her en der bij heruitgaven van de albums naar voren komen, deert de pret van dit album niet.

Ondanks dat het nummers zijn die blijkbaar niet de originele albums haalden, zijn het gewoon fijne bluesrocknummers. Het zachte Portable People is gewoon een lief nummer! Ook bij deze nummers komt naar voren dat Alvin Lee niet de standaard bluesrocknummer componist is, een element dat bij hem bijna altijd onderschat is. Openingsnummer The Sounds is daar een voorbeeld van.

Crossroads vind ik een hele fijne, snel gespeelde cover van Robert Johnson. Inderdaad van de Undead-sessies. Slotnummer Boogie On: heerlijk hoe iedere bandlid tijd en ruimte krijgt om zijn instrumentbeheersting aan ons te laten horen.

Ten Years After - Cricklewood Green (1970)

poster
4,5
Een periode waarin Ten Years After goed in vorm is. Cricklewood Green vind ik een prachtige tijdsopname: de bluesrock van de eind jaren zestig, begin jaren zeventig, waarbij de rauwe randjes eraf worden gehaald en steeds meer op de productie wordt gelet. Opvolger Watt (favoriet) en het latere Rock 'n Roll Music to the World (stiekume favoriet) schaar ik daar ook onder.

Openingsnummer Sugar the Road: een niet alledaags bluesrocknummer. Sterker nog, er zijn maar weinig nummers in die periode die op dit nummer lijk. Fris drumbegin, gitaar zet in, een semi-ingehoudende-gillende Lee op de zang, die vervolgens zijn stem goed onder controle houdt. Gevolgd door het vlotte Working on the Road, inclusief minuscul productiefoutje doordat er een kleine vertraging in zin. Favoriet is 50,000 Miles beneath my brain. Een langzame starter, die mooi in tempo en licht in stijl gaan versnellen en wisselen, dat mag ik wel.

Wat mij in de jaren negentig als tiener opviel en nu nog steeds opvalt: dit is geen standaard bluesrock. Dit is goede, doordachte bluesrock.

Ik vind het gitaarwerk puik. Alvin Lee speelt aardig wat gitaarsolo's, maar vaak in dienst van het nummer in plaats van het te uitgebreide soleerwerk. En wat ik in de laatste jaren me steeds meer realiseerde: Alvin Lee is een beetje ondergewaardeerd als tekstschrijver. Op sommige nummers in zijn catalogus kan het behoorlijk beter, doch hij heeft de nodige pareltjes. Op dit album het mooie ingetogen en rustig gehouden akoestische Circles en ietwat onheilvoorspellende As the Suns still burns away. Ook bij dit laatste nummer: als ik aandachtig let op de componeerstijl van dit nummer, valt me op dat er niet zo veel nummers met dit nummer zijn te vergelijken.

Vandaag weer gedraaid. Met veel plezier genoten, waardoor ik op het idee werd gebracht om deze recensie te schrijven.

Ten Years After - Live at the Fillmore East 1970 (2001)

poster
4,0
Het grote pluspunt van dit album is dat er een aantal nummers op staan die niet op de eerdere reguliere live albums staan. Recorded Live wekte de indruk dat het live repetoire van de band niet echt veranderde.

Live at the Fillmore East kwam in 2001 als een mooie positieve verrassing van de Ten Years After catalogus. Een sterke aanvulling, doch van mijn kant ook met een kanttekening. Grote opsteker is dat er goede uitvoeringen van nummers op staan, die nauwelijks live terug te vinden waren: Working on the Road en 50,000 miles beneath my brain. Heerlijke stuwend gitaarwerk van Alvin Lee, de rest van de band die eigenlijk ook goed aan het soleren is. CD2 heb ik wat gemengde gevoelens: Help Me is een heerlijke lange uitvoering, doch misschien net iets te lang. I'm going home niet de sterkste uitvoering, de twee covers van Chuck Berry zijn iets te schel, iets te langdradig. De vele gitaarsolo's in combinatie met het gitaargeluid zorgen bij mij dan voor een lichte vermoeidheid. Daardoor komen de laatste twee nummers iets minder goed binnen, terwijl I woke up this morning goed wordt gespeeld.

Het sterke van het album is dat het heel goed de bluesrockscene van eind jaren zestig en begin jaren zeventig weergeeft: nummers die uitgerekt worden om in een soort bluesjamsessie te belanden. Zo speelden de bluesrockbands in die jaren.

Ten Years After - Rock & Roll Music to the World (1972)

poster
4,5
Stiekum een dijk van een bluesrockplaat. Behalve het onstuimige deel in het tweede gedeelte van "Standing at the station" speelt Alvin Lee voor zijn doen behoorlijk ingetogen. Dat komt de kwaliteit ten goede. Het album blijft fris en heeft wat van het standaard bluesrock afwijkende nummers. "You give me loving" heeft een mooi traag opbouwend begin, gevolgd door een fijne afsluiter. "Convention Prevention", hier is Alvin Lee tekstueel op dreef en kiest hij voor een songstructuur die we zelden in de bluesrock horen. "Turned Off TV blues", een nummer waar ik altijd aan moet denken bij slecht weer en er gewoon niets interessants op de TV te zien is. "Standing at the Station", het nummer waarin Alvin zijn live-gitaarkunsten-op-een-snaar in de studio laat horen. Het nummer is mooi opbouwend, lijkt te ontsporen, maar komt gierend toch goed terecht.

"Religion", een langzaam nummer waar Alvin tekstueel compact een omschrijving geeft, die nog steeds als een huis staat:
I never really understood religion//Except it seems a good excuse to kill
I never really could make a decision//I don't surpose I ever really will

I can't relate to any power structure//Where ego is the driving energy
I let mine go long, long time ago, now//When I decided that I would be free

Only thing I understand is living//The biggest sacrifice to make is death
Once you're dead, there's noting left for giving//The life means fighting your every breath"
Al soloënd neemt hij de luisteraar mee. Rustig, fijn spelend, onverstoorbaar alsof de klagers geef vat op hem hebben.

Ten Years After - Ssssh. (1969)

poster
4,5
Een frisse, fijne bluesrockplaat. Geen standaard bluesrockwerk, doch enige verrassende wendingen in de nummers verwerkt. Openingsnummer Bad Scene kent een piepende start, vlot in tempo en stijl omhoog gegooid. Het is bluesrock, maar niet zoals we gewend zijn. Two Time Mama is een vlot, redelijk snel akoestisch nummer, die overgaat in het enigszins stompende Stoned Woman. Korte gitaarsolo's worden afgewisseld door kreten of de drums. De cover Good Morning Little Schoolgirl: niet te snel gespeeld, mooi vlot en ingetogen. I Don't Know That You Don't Know My Name: een verrassende beschrijving van de hippystijl van de eind jaren zestig. Compact beschrijft Alvin Lee hoe de hippystijl min of meer was. The stomp: wat een fijn nummer. Heel erg orgineel, mooi ritme, erg leuke wisseling tussen de ritmegitaar en het orgelspel.

Dit album is er niet om stil te zijn. Dit album is een sterke weergave van een verfrissende bluesrockstijl uit de jaren zestig.

Ten Years After - Stonedhenge (1969)

poster
4,0
Mogelijk een typische studio bluesjazzrock album uit de jaren zestig. Gitarist Alvin Lee vindt zijn inspritatie in de blues en rock 'n roll, de ritmesectie meer in de jazz. Dat komt tot uiting in dit fijne studioalbum. Geen overdreven gitaarsolo's of wilde uitspattingen, maar meer gedetailleerde, fijnere soms zelfs subtiele samenwerking.

De korte nummers: ieder bandlid heeft daar zijn eigen korte soloruimte. Voor de een zal dit overbodig klinken, voor de ander zijn het leuke intermezzo's. Going to try, een verfrissend, voor de bluesrocktijd van uit 1969 nog steeds experimenteel. Niet een standaard bluesrocksong door zijn wisselingen in tempo. Woman Trouble is een fijn, zachter sympathiek gezongen bluesnummer, terwijl de tekst minder sympathiek is. De sterkste nummers vind ik A sad Song en No Title. De eerste door de indringende opbouw gecombineerd met de zeer bijpassende zang. De tweede door zijn bijzonder arrangement, het zachte begin, de prangende gitaarsolo gevolgd door opzwepende bass/drumritme. De jazzinvloeden komen zichtbaar naar voren, zonder dat het echt jazz is.

Het album is best experimenteel, maar blijft mij boeien. Menig hedendaags bluesrockalbum legt het af tegen de kwaliteit van Stonedhenge.

Ten Years After - Undead (1968)

poster
5,0
Vermoedelijk mijn introductie in deze fraaie bluesrockband geweest. Mijn vader had op een cassette een afgebroken versie van I'm going Home op woodstock en had Undead in zijn platenkast. Begin jaren negentig als tiener de plaat opgezet en redelijk snel verkocht.

Op de originele LP-versie: Briliant hoe de band wordt aangekondigd "If I speak like a cockney, it sounds so forced. But they allowed me to say TEN YEARS AFTER". Vervolgens word ik al luisteraar in een overheerlijke bluesrockjazzy livesfeer meegenomen. De ingetogen, niet te snel gespeelde versie van I may be wrong but won't be wrong always laat direct de band in vorm horen: jazzy drums, strakke bass, bluesrockgitaar (niet te luid, niet te snel), stuwende orgel, bandleden die elkaar afwisselen. Drumsolo's, ik ben er niet zo fan van, maar in Shantung Cabbage klinkt het juist heel goed. I'm going home, de UNDEAD versie is mijn favoriete versie: met energie en enthousiasme gespeeld, nog niet te uitgesponnen en nog niet te snel gespeeld. Heerlijk.

Pas door de Bonustrack CD-versie erachter gekomen dat Rock your mama de originele opener is. Via de LP Alvin Lee & Company altijd al het gevoel gehad dat de fijne variant van Crossroads (heerlijke stuwende ritme, fijn hoe Lee hier de slagpartij voor zijn rekening neemt) bij Undead thuishoorde, via de Bonustrack CD de bevestiging.

Voor mij is UNDEAD een prachtvoorbeeld van hoe een Britse bluesrockband medio jaren zestig in clubs geklonken moet hebben. Een standaardwerk die de tand des tijds makkelijk doorstaat. Het is en blijft goed.

Ten Years After - Watt (1970)

poster
4,5
Een van mijn favoriete bluesrockplaten uit de Britse bluesboom. Mijn vader introduceerde de band, ik heb de LP als tiener vaak gedraaid. Inmiddels al vele jaren op CD. De schone, zuivere en heerlijk opgebouwde gitaarsolo in openingsnummer "I'm coming on" blijft een van mijn favoriete gitaarsolo's allterijden. Ik krijg er geen genoeg van.

De mix aan stijlen in nummers op dit alubm, waarbij het licht experimentele aan de bluesrock is toegevoegd werkt voor mij heel goed. De nummers zijn vlot, de band speelt goed. Het is alsof Alvin Lee meer de tijd had genomen om aandacht te besteden aan de opbouw van de nummers zelf in plaats van nummers voor een live-repetoire te schrijven. Alhoewel Alvin Lee zeker niet de beste zanger is, zingt hij op dit album voor zijn doen behoorlijk goed. De cover van Chuck Berry is inderdaad misplaatst.

The Alan Parsons Project - Tales of Mystery and Imagination - Edgar Allan Poe (1976)

Alternatieve titel: Tales of Mystery and Imagination

poster
5,0
Destijds nog omschreven als progressieve rock, nu decenia later valt dat mee. Wat wel overeind blijft is de klasse van het album. Ontzettend goede popmuziek. Een album met een verhaal, namelijk de verhalen van Edgar Allan Poe.

De diversiteit in de popnummers van het album is best groot. De eerste nummers laten gewoon een verschil horen, waarbij gek genoeg na de vijf nummers een gevoel van samenhang is. The Tell-Tale heart met zijn wegdraaiende om dan weer luider terug te komen drumbassritme, overgenomen door de opkomende gitaarsolo: het blijft een fijne compositie. De via klassieke orchestrale muziekinterpretatie in The Fall of the House of User is spannend, de regenachtige overgang naar het schitterende arrival, gevolg door het evenzo sterk Pavane is een zeer sterk instrumentaal stuk. Zelfs als bluesrockliefhebber is kan genieten van het zuivere, meer zachtere gitaarspel in deze stukken.

The tales, het blijft een album dat ik regelmatig opzet.

The Allman Brothers Band - Brothers and Sisters (1973)

poster
4,0
Het album is een mooi voorbeeld van hoe een rootsrockcountryblues album mag klinken. Geen zoetsappige country, maar rockerige country. Geen zware blues, maar meer de rockstijl van de blues, zonder dat de stevige rock de overhand neemt. Er is meer oog voor de melodie dan voor de scherpe kant. Door anderen reeds opgemerkt: eens met het mooie volle geluid. Ondanks het verlies van slidegitarist Duane en bassist Oakley staat de muziek sterk. De tijdloosheid van het album: moderne americana-albums kunnen nog steeds veel leren van de composities van dit album.

Niet dat ik loop te juichen voor alle nummers. Akkoestische countryblues afsluiter Pony Boy is niet helemaal mijn stijl. En Jelly Jelly gaat vaak voorbij zonder dat ik er echt aandacht aan besteed. Daar staat tegenover dat Dicky Betts enorm op dreef is en uitstekende de vele gitaarpartijen voor zijn rekening neemt. Omdat hij aandacht besteed aan de melodie, lijkt het alsof de nummers veel meer glijden. Het vlotte Ramblin' Man en de klassieker en instrumentale Jessica zijn daar voorbeelden van.

Scherp en baanbrekend is het album niet. Trendsetter voor Americanamuziek juist wel.

The Americans - I'll Be Yours (2017)

poster
4,5
Doordat ik hun album 'Stand true' dit jaar op nr. 1 heb in mijn eindlijst, werd ik toch getriggerd om hun debuut uit 2017 te gaan beluisteren. Destijds kon het album mij niet direct bekoren, nu valt het helemaal op zijn plaats. Uitstekende, zeer goed rootsrockmuziek met soms een ruw randje. Dat mag ik wel.

De zang is strak goed: volle, krachtige stem die regelmatig ook ingetogen intiem weet te zingen. Ritmes die best doordrenkt zijn van tradidities, maar onmiddelijk eigentijds klinken. Heel mooi hoe de band de inspiratie uit 'oude' muziek haalt, maar dat goed weet te vertalen in een eigen stijl. Rauw, fris, krachtig, waar nodig intiem.

Openingsnummer Nevada is ook bij mij een zwaar favoriet. Alsof er een duidelijk muziekstatement mocht worden afgegeven. Het vlotte The Right Stuff heeft een lekkere voorstuwende ritme waar de zang prima op gedijt. I'll be yours is verrassend mooi intiem na de drie voorafgaande krachtige nummers.

Dit album is rootsrockmuziek van een hoog niveau.

The Americans - Stand True (2022)

poster
5,0
Een heerlijk verfrissende stijlvolle rockende rootsrock album, zonder dat het allemaal standaard rootsrock is. Dat doet me goed. Het openingsnummer Stand True is heerlijk alternatief, goed gezongen. De kracht wordt doorgezet in het tweede nummer.

The day I let you down, een slow rootsrocker, doch door de manier van zingen wellicht niet helemaal de ballad die iedereen voor in eerste instantie voor ogen zal hebben. Gezien de tekst en de latere iets stevigere versnelling te begrijpen dat hier weer een uit het leven gegrepen het-zit-me-niet-mee-levensverhaal wordt verteld. In Guest of Honor komt de akoestische gitaar sterk naar voren. Klassiek singer-songwriterstijl ondersteund door een minimale ondersteuning aan instrumenten.

Het is erg prettig om weer eens een rootsrock album te horen, waarbij de ritmes iets alternatief zijn, de kracht duidelijk hoorbaar is, er sterk wordt gezongen en het zeker geen doorsnee album is. Fijn!

The Artisanals - Zia (2021)

poster
4,0
Een heerlijk plaatje! Eén van de recencisten van website altcountry.nl kon met zijn eigen sterk countryvoorkeur dit album niet zo waarderen. Dus ik had het album eerst even links laten liggen. Totdat ik besloot om toch even de track te luisteren. Dat smaakte naar meer. Op die manier ontdekte ik dit lekkere rootsrockpop album. Best wel vernuftigd en aanstekelijk.

Het opent met een klassiek singer-songwriter nummer, mooi gezongen. Vervolgens komt er vlotte muziek langs. Alsof het een mix is van rootrock met een vleugje Treetopflyers en vleugje van het betere U2. Het langere Driftwood met zijn tempowisselingen en heerlijke gierende slotgitaarsolo is de persoonlijke favoriet, direct gevolg door het hoger gezongen 'plant the seed'. Muziek die blijft hangen, een album om veel vaker te beluisteren. Het verveelt mij niet, integendeel!

The Bright Light Social Hour - Space Is Still the Place (2015)

poster
4,5
Heerlijke popspacedancerock van deze strakke band uit Austin. Op het spoor gekomen doordat rootsrocker Israel Nash met deze band een tof nummer had opgenomen, "Lupita". Wist ik veel wie ze waren, even de tijd genomen om de twee reeds uitgebrachte albums te beluisteren.

Spacerock, dancerock, beetje mysterieus, lekkere rock, soms licht zweverig met de ondersteuning van de keyboards. Heerlijk hoe de eerst drie nummers vloeiend in elkaar overlopen, uitkomend in het dromerige tempoverhogende in licht hogere sferende brengende Dreamlove. Een licht emotionele "Sea of Edge" en de vlotte, strakke aanklacht tegen anti-migraten-opvattingen in "Infinite Cities". Een album waar ik al zittend achter het bureau steeds meer door begin te bewegen.

The Electric Light Orchestra - Eldorado (1974)

Alternatieve titel: A Symphony by the Electric Light Orchestra

poster
4,5
Wanneer ik aan de term symfonische rock denk, schiet mij altijd heel snel het album Eldorado te binnen. Als er een album is dat heel goed klassieke muziek in de rockmuziek verwerkt, dan is dat Eldorado. Diversen willen het nog wel eens vergeten: dit is niet een album waarin nummers worden gecoverd waarbij populair een orkest is gebruikt. Dit is een album waarin op originele wijze voor nieuwe nummers een compleet orkest 'ter ondersteuning' wordt gebruikt. De verwevenheid van klassieke muziek met de rockmuziek.

Het klinkt zo makkelijk. Gewoon klassieke muziek achter de rockmuziek 'plakken'. Je zult het maar 'in je hoofd' hebben gehad en het vervolgens stapsgewijs daadwerkelijk als muziek tot leven hebben gebracht. Probeer het zelf eens om te ontdekken hoe moelijk dat is.

De overture gaat heel mooi over in Cant' Get it out of my head. Deze ballade vind ik mooi, maar niet top. Het is alsof het nummer een heel klein beetje zeurderig wordt gezongen. Daar staat tegenover dat het een mooi dromerig, bijna sprookjesachtig sfeer lijkt te hebben. Die toon wordt heel goed voortgezet in Boy Blue. Het is alsof ik enthousiast naar een Middeleeuws Kasteel of Middeleeuws dorp wordt teruggeworpen. De boodschapper is weer teruggekeerd en hij heeft iets mooi te vertellen! Laat de hoorns klinken! Dat sfeertje komt heel goed naar voren.

De wat dromerige sfeer trekt zich door het hele album. Op het eind worden we via de rock 'n roll in Illusion in G Major nog even licht wakker geschud. Een uitstekend symfonische rock album.

The Electric Light Orchestra - ELO 2 (1973)

Alternatieve titel: Electric Light Orchestra II

poster
4,0
Van de ELO albums het laatste album dat ik aan mijn ELO-collectie toevoegde, simpelweg omdat destijds het lang duurde voordat ELO 2 officieel op CD werd uitgebracht. Enerzijds is het album een soort vreemde eend in de bijt van de Lynne ELO periode, anderzijds terugkijkend is ELO 2 de passende schakel tussen het debuut en On the Third Day.

Vreemde eend, omdat het album louter uit lange nummers bestaat. Ondanks dat lange nummers niet echt Lynne zijn ding zijn, weet hij zich er prima mee te redden. De passend schakel, omdat ELO 2 al beduidend meer symfonischer is dan het debuut. Alsof het een soort proefstuk is voor het latere werk.

Ik vind dat er de nodige kracht van het album uitgaat. In old England Town wordt best robuust neergezet. Lynne werkt nog met overdubs van de strijkersectie. Dat maakt dat het minder vloeiend klinkt, doch ook dat het soms even scherp klinkt. Momma is een mooie balade, waar het geluid van de strijkers al veel zachter is. De cover van Roll over Beethoven, ik vind 'm goed. Wel merk ik dat sommige deeltjes iets te vaak worden herhaald, voordat het nummer weer verder gaat. Dat lijkt zo af en toe de vaart eruit te halen. Doch door op deze wijze de rock 'n roll met klassieke muziek te vermengen, zo hoort het. Dat is symfonische rock 'n roll.

From the Sun to the world, een wat gemegd gevoel. Piano-klassiek begin, vlot de hele band erbij, verrassende tempowisselingen, een rustig tussenstuk op de piano om af te sluiten met een iets te schel kinkende gitaarsolo. Kuiama, ik vind het een prachtig nummer. De eerste 4,5 minuut hadden ze gewoon als singel mogen uitbrengen. Een nummer met een fijne gitaarrif, de nodige drama, goed tot zeer goed gezongen (vooral de emotie) en een fijne tekst. Ik reken dit nummer tot een van mijn persoonlijke favoriere ELO-nummers.

Ik luister het album niet vaak. Maar als ik het doe, is het met plezier en met een goed gevoel.

The Electric Light Orchestra - The Electric Light Orchestra (1971)

Alternatieve titel: No Answer

poster
3,5
Heerlijk, bizar, vreemd, sterk, raar, niet te geloven, hoe hebben zit dit kunnen doen en nog een paar diverse woorden die bij mij opkomen als ik aan dit album denk. Eigenlijk een bizarre, soms hilarisch, doch ook een krachtige mix aan nummers.

10538 Overture, ik denk dat het mijn favoriete ELO nummer allertijden is. Simpelweg door de gitaarrif, de kracht van het nummer en de rauwe cello- en vioolgeluiden, die in de tweede helft van het nummers sterk tegen elkaar opboksen. Voor mij een beetje magisch. Mooi dat Paul Weller in de jaren negentig de gitaarloop heeft gebruikt voor twee van zijn sterke nummers (o.a. Changing Man). Nellie Takes her Bow: enerzijds bizar hoe ze hier klassiekachtige muziek met popmuziek hebben verweven. Plots komt er een militair drumritme opzetten en gaat er eigenlijk een opbouw naar een soort climax plaatsvinden. Een nummer waarvan ik me afvraag: hoe zou dit klinken met een vol orkest. Eigenlijk een nummer waar pop met klassiek voor een theaterpubliek is gemixt.

The Battle of Marston Moor (July 2nd 1644), de eerste keren dat ik dit nummer beluisterde wist ik niet wat me overkwam. Mijn gedachte was "hoe hebben ze in vredesnaam dit nummer op het album kunnen zetten. Vreselijk hoe die zware overdub van de cello's klinken." Echter, gaandeweg veranderde dat naar een hilarisch gevoel: dat ze dit vol trots hebben opgenomen en met de borts vooruit, rechtopstaand met trots presenteerden als "Luister nou eens naar wat wij hier gecompneerd hebben." Met een brede glimlach zit ik soms hoofdschuddend naar dit nummer te luisteren. Hoe is het toch mogelijk geweest.

De verandering naar 1st Movement is dan best radicaal. Ik vind het een sterk, mooi intstrumentaal nummer, met een hoofdrol voor de vlotte akkoestische gitaar van Wood. Mr. Radio is dan weer een mooi symfopoprocknummer, waarin Lynne een mooie ode schrijft aan het fenomeen radio.

Het debuut van ELO is een bijzondere een. Wie had dan kunnen bedenken dat uit dit album later vloeiende symforock zou volgen.

The Hanging Stars - A New Kind of Sky (2020)

poster
4,0
Ik heb de band pas in 2022 ontdekt via het jaarlijkse Take Root Festival in Groningen. Een band die het goede vermengt van singersongwriters bands zoals CSN&Y, Flying Burito's, Israel Nash en Buffalo Springfield. Met name dit verrekt leuke album A new Kind of Sky lijkt door de sterke elementen van Buffalo Springfield te zijn geïnspireerd.

De kracht ligt in de samenzang en het fijne spel binnen de band. Ik hou van het nodige gitaarwerk, maar vind het ook prettig dat er niet onnodig wordt gesoleerd. Dat de solo ter ondersteuning van het nummer is in plaats van primair op de voorgrond. Dat komt op dit album goed naar voren. Gitarist Patrick Ralla beheerst zijn gitaar zeer goed. Richard Olson is als liedjesschrijver en zanger een prima aanwinst voor de rootsrockmuziek. De herfstige sferen die ik dan hoor, dat lijkt vooral te komen door het goede gebruik van de steel-gitaar.

Het slechts drie minuten durende Heavy Blue is een persoonlijk favoriet. Het vrolijke, luchtige en speelse van de muziek van Buffalo Springfield komt hier goed naar voren. Een nummer knap compact gehouden, passende solo, en als nummer boeiend van begin tot eind. Een nummer dat uitnodigt om op herhaling te drukken. I will Please you: aanstekelijke pa-ba-ba-ba-ba-ba-refrein waarbij gitarist Patrick Ralla een vrolijke keyboarddeun weet neer te leggen.Op het album: zijn eigen zuivere gitaarspel valt mooi samen met de steelgitaar van Joe Harvey-Whyte en de slaggitaar van frontman Olson.

De band is een mooie aanwinst voor de rootsrockmuziek. De kracht ligt in het kneden van leuke, goede nummers waarin met zorg aandacht is besteed aan de (samen)zang. Fijn! Op naar meer!

The Hanging Stars - Hollow Heart (2022)

poster
4,5
Het Take Root festival programmeerde deze band voor haar 2022 editie. Gelukkig maar, anders had het nog langer geduurd voordat ik deze zeer fijne band zou hebben ontdekt. Een Engelse band uit Londen, die cosmische jaren zeventig rock in mooie, fijne nummers naar voren laat komen. Inspiratiebronnen lijken te komen van CSN&Y, Buffalo Springfield, Israel Nash, Ryan Adams & Cardinals en Flying Burito's. Dit komt vooral door het fijne, goede gebruik van de steelgitaar.

Geen oeverloos gepiel, maar nummers waarin zorg is besteed aan de opbouw, de ondersteunende harmoniezang, de sfeerige steelgitaar en fijne, puntige gitaarsolo's. Dit album Hollow Heart is (blijkbaar) hun vierde album (al). Openingsnummer Ava is direct een topnummer. Het open traag, licht mysterieus om dan in het ritme te komen. Mooi geluid, mooi samenspel. Vele nummers zitten eigenlijk verrekte goed inelkaar, waarbij de band veel in dienst van het nummer stelt. Hollow Eyes, Hollow heart is een mooi voorbeeld. In iets meer dan vier minuten komt het samenspel, de lichte versnelling, korte fijne gitaarsolo op een goed ritme allemaal te samen. In het daaropvolgende drie minuten durende You're so Free komt de zang/solozang/samenzang heel goed samen.

Hollow Heart is een sterk, zeer fijn album. Die ademt nu al naar veel meer. Top.

The Hanging Stars - On a Golden Shore (2024)

poster
4,0
Een prima rootsrockalbum uit Groot-Brittannië. Een band met jonge gasten die op een goede manier door Buffalo Springfield en CSN&Y geïnspireerd zijn, zonder dat ze een kopie zijn van die muziek. Een band die bezig is om de eigen stijl steeds te versterken. Een evenwichtig, sterk album.

Het album bestaat uit louter compact gehouden rootsrock-alt.country nummers. Een basis van drum-bas, akoestische slag gitaar, sologitarist, steelgitaar en een goede dosis samenzang. Niet een overdaad aan 'oe-oe-oes' en 'aa-aa-aa-aas', maar passend bij de nummers. Alhoewel de muziek zich leent om nummers via jams langer te maken, doet de band dat juist niet. De nummers klinken af, compleet, met soms toch het gevoel: Dat het ook iets langer gemogen! Gitarist Patrick Ralla speelt fijn gitaar, zorgt er voor dat zijn partijen in dienst van het nummer staan. Mooi voorbeeld is het "I need a Good Day". Een nummer rijk aan details, diverse subtiele wisselingen.

Favoriet is geworden "Sweet light". In eerste instantie deed het nummer mij niet zo veel, doch gaandeweg de dagen bleef het nummer steeds beter en beter hangen. Mede doordat ook dit nummer behoorlijk rijk is aan details, kleine veranderingen, mooie wisselingen, goed samenspel en in-dienst-van-het-nummer, kort gehouden solo's. Een nummer dat op een positieve manier in mijn hoofd blijft hangen.

Een fijn album.

The Jeff Healey Band - Feel This (1992)

poster
4,0
Een album dat ik verrassend genoeg goed verteer. Het geluid lijkt iets te veel 'glad' te zijn geproduceerd, de drums klinken misschien iets te hard: alsof de drums helemaal achteraan een gebouw zijn geplaatst en de drummer toch nog duidelijk te horen was. Doch uiteindelijk heb ik daar geen problemen mee. Jeff Healey heeft hier een fris album gemaakt en blijft niet hangen in de klassieke bluesrockmuziek. Ook weet hij zich gesterkt door prettige achtergrond zangeressen.

Heerlijk hoe her en der het orgelgeluid doorkomt. Laat dat Paul Shaffer zijn, die bij het grote publeik bekend werd bij de Late Night en de Late Show. Leave the light on heeft verstopt in de achtergrond het orgelgeluid, de gitaarsolo is mooi beheersd. Baby's looking hot heeft gewoon prima gitaarspel. Lost is your eyes is een prachtige ballad-achtige cover van Tom Petty. House that love built is een kraker van een nummer: de orgel zet in, de gitaar komt steeds zwaarder inzetten om te komen tot het ritme van dit rockende nummer. Een nummer met een verhaal! Goed gevolgd door het rauwe, stevige Evil and here to stay, waar Healey met name in zijn gitaarsolo goed te keer gaat. Menigeen zal gruwelen van de rap in If you can't feel anything else, ik vind het gewoon top dat hij dat gedaan heeft. Vooral het strakke gitaarspel dat hij tegenover de rap plaatst doet het erg goed.

Op z'n tijd zet ik dit album op. Ik merk dan dat ik van begin tot eind plezier heb van dit album.

The Minutes - Marcata (2011)

poster
3,5
Een-schop-onder-de-kont-muziek. Stevige rock vanuit Ierland: lichte roots in de blues, nadrukkelijk in de rock en lichte elementen van punk. Een album dat behoorlijk energiek is, sterke nummers heeft en een enkel minder momentje.

Muziek waar je niet stil van gaat zitten. Drums die nadrukkelijk aanwezig zijn, stuwende bas en zwaar aangezet klinkende slaggitaar. Niet de beste gitaarsolo's, maar wel stuwende rocknummers. De eerste vier nummers vormen daar een mooi voorbeeld van: Een heerlijk direct-ben-je-wakker kort instrumentaal begin, gevolgd door de iets zwaarde Black Keys, gevolgd door een stuwende stevige Fix D, gevolgd door een vlotte drijvende Fleetwood. Met name deze laatste loopt lekker: de drums die al cirkelend voor een mooie krachtige kadans zorgen, de slaggitaar luid en zwaar ronkend om het tot een zeer leuk nummer te maken. Het is geen hardrock dat je hoort, maar dat de rock hard is, dat is zeker. Het is geen punk, maar dat je punkelementen hoort, best wel. Het is geen blues, maar dat via de ritmes blueselementen aanwezig zijn, dat is een bevestiging.

Met andere woorden: heb je even energie nodig of een goede kick, dan is dit album zeer geschikit!

Baanbrekend is het album niet. Pittige tot zware rock met enige rustmomenten is het wel.

The War on Drugs - I Don't Live Here Anymore (2021)

poster
4,0
Een mooi album die inderdaad goed in het verlengde ligt van de voorgangers, met name natuurlijk Lost in a Dream en A deeper understanding. In die zin is het een band geworden die gaat behoren bij de categorie 'je doet het ook nooit goed'. Een deel wil graag dat de band onafhankelijk blijft, dat ze underground blijven. Een ander deel van de luisteraars geniet juist van het opschuiven richting mainstream.

Een nadeel van 'in het verlengde van' is dat de band muziek maakt, die de luisteraar meent al gehoord te hebben. Sommige luisteraars vinden dat niet kunnen vanuit de gedachte dat een band zich altijd dient te vernieuwen. Een voordeel van 'in het verlengde van' is dat je mooi vergelijkingsmateriaal hebt en dat je je kan richten op de details en de verschillen tussen de albums.

Het is een goed geproduceerd album, waarbij Adam Granduciel wederom zorg heeft besteed aan het componeren van de nummers. Dat vind ik zeer prettig. Geen simpele nummertjes. De gitaarsolo's zijn dit keer minder prominent aanwezig, daarentegen zijn er vele mooie details aan gitaargeluiden en keyboardloopjes. In vele nummers zitten leuke details, mooie opvullingen om de nummers. Sommige recensisten op deze website hebben al de tip gegeven om eens aandachtig met koptelefoon te luisteren, dat kan ik onderschrijven. Aan details: Bijv in Old Skin komt plots even de mondharmonica te voorschijn. Een frisse opvulling in het nummer. Persoonlijk favoriet is geworden I don't Live here anymore. Een fris rocknummer met duidelijke inspiratie van de jaren tachtig, doch geheel op zijn plaats in deze jaren twintig.

De verrassing met dit album is minder groot, de kwaliteit is even 'groot' als de voorgangers.

The Wild Feathers - Alvarado (2021)

poster
4,5
Verrekt lekkere stevigere, in het juiste tempo rootsrockmuziek. Ik heb de band wat laat ontdekt via hun 2024 album Sirens. Daarna duurde het even voordat de klik met Alvarado viel. Misschien dat het digitaal luisteren het album niet helemaal recht deed, eenmaal thuis op de goede boxen ben ik helemaal om. Eenmaal gevallen, is die klik heel goed gevallen. Een ongedwongen, enthousiast album: een goed tempo (niet te snel, niet te langzaam)., voor ik het weet zit al hoofd-blij-meeschuddend bij het vierde nummer. Een fijne, volle drumsound op vele nummers, wisseling in zang, zowel in de nummers als tussen de nummers, dubbel gitaarwerk. Leuke teksten, laat de liefde jou zoeken in plaats van dat jij op zoek gaat naar de liefde in Ain't Lookin'. Sterke, stevige harmoniezang op bijvoorbeeld het zeer fijne Off your shoulder.

The Wild Feathers - Sirens (2024)

poster
4,0
Poeh! Verrassend goed. Sterk! Balans! Goede rootsrock! Lekker! Het rockt! De laatste paar dagen veel digitaal aan het draaien, om zeker weten over te gaan tot aankoop van dit album.

Een zeer evenwichtig, heel goed in balans zijnde rootsrockalbum. Een rootsrockmuziek een tikje stevig, zonder dat het te stevig of te luid/hard wordt. Twee tot drie gitaren: het rockt zonder overdaad, het rockt op een zeer prettige manier. Een lichte popinvloed zoals het fijne openingsnummer Stereo zonder dat het te poppie wordt. Fijne melodieën, goed tot zeer goede zang ondersteund door krachtige harmoniezang. De band heeft meerder zangers, dus de zanger van een nummer wisselt zich steeds af. Goede afwisseling tussen de nummers, mij vervelen ze niet. Na 40 minuten fijne rootsrockluistermuziek heb ik het gevoel: hé, nog een keer!

Wat mij te beginnen schiet, mede met behulp van de recensie van writteninmusic.nl: "Voor de opvolger reisden ze vanuit Nashville af naar Los Angeles met dertig songschetsen die tijdens de studiosessies onder hoede van Shooter Jennings ontkiemden en verder uitgewerkt tot volwaardige songs (...)". Daar waar Ryan Adams de laatste jaren te veel matige nummers heeft uitgebracht, kiest The Wild Feathers er duidelijk voor om alleen de goede nummers op plaat te zetten. Waarvan akte met Sirens.

Thee Sacred Souls - Got a Story to Tell (2024)

poster
4,0
Omdat ik hun debuutalbum erg goed vind, was daar een beetje koudwatervrees voor de opvolger Got a Story to tell. Want hoe maak je als groep een vervolg, waarbij je niet een kopie wil maken, maar ook niet te veel in de stijl wilt afwijken. Dat is de groep prima gelukt.

Bij de eerste draaibeurten was er misschien lichte heimwee naar het debuut, maar dat is snel overgegaan. De band heeft een album afgeleverd dat lekker in het verlengde licht, maar nog steeds op eigen benen staat. De ritmesectie van bass/drums blijft voorop staan, daarop leunend kan Josh Lane zijn soulzang kwijt.

De band zorgt voor een mooie ode aan de sterke soul van Marvin Gaye en Sam Cooke, zonder een kopie van de vroegere meesters te zijn. De oude soulmeesters dienen als inspiratie.

Het vlotte Live for you, het licht weemoedige Losing side of love (met sterke achtergrondzang die steunend is voor het verhaal van Lane) en het jaren zeventig soulstijl One and the same zijn voor mij de sterkste nummers. Een soulalbum dat goed uitgebalanceerd is. Lekker.

Thee Sacred Souls - Thee Sacred Souls (2022)

poster
4,5
Hoei! Wat een aangename verrassing. Take Root Festival te Groningen maakte medio april de eerste artiesten voor haar editie van 2023 bekend. Daar stond de naam 'Thee Sacred Souls' tussen.

Hun debuutalbum is een prachtig soulalbum in de stijl van de soulmuziek van de jaren zeventig. Ja, het kan zijn dat het niet vernieuwend is. Maar wanneer hebben we nog met echt vernieuwende muziek te maken als er al zoveel muziek is gemaakt. Zanger Josh Lane doet met zijn stem Marvin Gay eer aan, zonder hier te maken te hebben met een kopie. Maar ook elementen van Terence Trent D'arby hoor ik terugkomen (sorrow for Tomorrow). Voorts lijkt Josh Lane schatplichtig te zijn aan Sam Cooke zijn manier van zingen: zuiver, geen overbodige 'oetjes' en 'aaahtjes', waar vele zangers en zangeressen nog al eens de fout in gaan. Josh Lane zingt ontzettend puur en zeer zuiver. Dat is wel heel erg fijn, om zo'n zanger te horen. Het is alsof hij rechtstreeks met je communiceert.

Wat Thee Scarde Souls heel goed doet is de zangstem op de voorgrond stellen, waarbij de ritmemuziek sterk ondersteunend is. NIet overheersende, waar wel aanwezige drumpartijen, geen overdonderende gitaarsolo's, strak ritmewerk van de drum/bas en zeer passende ritmegitaar. Hun debuutalbum is een mooie mix van de zwoelere, aangename kwalitatieve soulmuziek. Liefdesliedjes, spijtliedjes genoeg op dit album. Persoonlijke favorieren "Can I call you Rose", "Easier said than done" en "Weak for your Love".

These Wild Plains - Thrilled to Be Here (2019)

poster
4,0
Destijds in 2019 via een mooie recensie op altcountry.nl dit album met plezier mogen ontdekken.
Sterke, uitgebalanceerd countryrootsrock, die het goed zal doen in Nederland, zoals bijvoorbeeld Take Root! Ruigere rootsrock, echter zonder het al te ruig te maken, maar zeker niet het zachte of zoetsappige. Openingsnummer Voices komt met zijn openingsakkoordenschema direct lekker binnen. De manier van zingen in combinatie met de lichte wijzigingen in het nummer zelf maken het een topnummer. Goed gebruik van de steelguitar, o.a. op The Quiter. Een ander fijn nummer met subtiele tempowisselingen binnen de lichte stevigheid is It is what it is. Dat het daarop volgend nummer Stick Around door de melodie en tekst een berustend gevoel geeft, dat is fijn. Voor rootsrockbeggrippen enigszins stevig, doch zeker ook ingehouden en gecontroleerd gespeeld. Liefhebbers van de kracht van Whiskeytown, ga dit album zeker proberen.

Toby Lee - House on Fire (2024)

poster
4,0
Veelbelovende jonge Brit die met House on Fire zijn inspiratie zowel uit de Brits Blues Boom van de jaren zestig uit de 20e eeuw haalt (zonder daar direct een copy-paste van te maken) als van de moderne bluesrock. Toby Lee brengt de nodige soul in zijn bluesrock. Op het album is het geen oeverloos of overdaad aan gitaarsolo's, veel meer dat de kortere solo's in dienst van de nummers staan. Bovendien heeft Toby Lee de nodige kracht in zijn stem, dat helpt.
Het pakkende, enthousiaste openingsnummer House on Fire lijkt geïnspireerd op een iets tragere variant van "Ain't Messin' Round' van Gary Clark Jr. De blazers zorgen voor het bluessoulgevoel. Het vervolgnummmer is een beetje standaard stevigere bluesrock (de o yeah is niet aan te komen). Het derde nummer Count on me is vervolgens weer subtieler met een fijn ritmegitaartje, zijn stem leunend tegen de blazersectie.
Met 35 minuten is het geen land album Dat is niet erg. Ten Years After's debuutalbum en tweede studioalbum tikten ook maar net rond de 35 minuten aan.

Todd Sharpville - The Meaning of Life (2001)

poster
4,0
Een album dat ik destijds ontdekte, enkel en alleen doordat Todd Sharpville op de Groningse Rhythm & Blues Night kwam te spelen. Een modern bluesalbum dat de oude stijl respecteert. Todd Sharpville komt uit een financieel goed milieu. Dat houdt hem gelukkig niet tegen om een goede bluesrock album af te leveren, waarbij de nadruk veel meer op de blues dan op de rock ligt. Ja, de blues is veel elektrisch, maar niet tegen het harde aan.

Todd maakt gebruik van verschillende gastzangers en gastartiesten. Zelf zing hij alleen het slotnummer, maar dan ook direct met verve. Het nummer The Meaning of Life is een prachtig langzaam bluesnummer, die zeer sferisch is.

De stijl van het gehele album is eentje van respect voor de oude blueshelden. Todd Sharpville heeft leuke, fijne, grappige, krachtige bluesnummers geschreven, waarbij de gevarieerde electrische blues van de jaren vijftig en zestig naar voren komt. De eerste drie nummers (het vlotte I Can't Stop It, het iets langzamere Losin' This Woman en het tragere heb-medelijden-met-mezelf Ordinary Fool) laten dat horen. Baanbrekend vernieuwend is het zeker niet, maar wat opvalt is de puurheid. Todd kopieert niet, maar probeert heel goed zijn eigen stempel op de stijl te drukken.

Willow is een schoon, mooi instrumentaal nummer. In Doghouse komt een strakke slidegitaarpartij naar voren, Mick Taylor is daar de gastgitarist. Blaffende honden maken mooi onderdeel uit van het nummer.

Alles bijelkaar: een zeer goed uitgebalanceerd bluesalbum. Goed werk van deze Todd Sharpville>