MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Mary Black - Speaking with the Angel (1999)

poster
4,0
alhoewel er wat pop invloeden zijn, is dit een vrij traditioneel, modern klinkend folk album van de onvolprezen Ierse zangeres Mary Black, waarop die invloeden gelukkig niet overheersen.

sterk songmateriaal met o.a. 2 nummers "Turning Away" en "Broken Wings" van de Schotse singer/songwriter Dougie McLean, het sfeervolle, stemmige "Bless the Road" van Steve Cooney, 1 van haar vaste begeleiders en een fraaie, ingetogen cover van het Crowded House nummer "Fall at Your Feet" (Neil Finn) prachtig ingekleurd met o.a. accordeon en viool.

ook de Ron Sexsmith cover "Speaking with the Angel", "Big Trip to Brazil" (Noel Brazil), de kippenvel versie van de traditional "I Live Not Where I Love" en de bonus track, een intieme cover van het Sting nummer "Fields of Gold", ook bekend van de versie van de Amerikaanse zangeres Eva Cassidy, zijn nummers die stuk voor stuk beklijven.

het misplaatste up-tempo pop nummer "Message of Love" (Steve Cooney) is de enige dissonant op dit verder consistente album, waar een aantal nummers als "I Live Not Where I Love" haar hoogtijdagen in herinnering brengen.

een ander Iers folkicoon Donal Lunny die op meerdere nummers meespeelt, produceerde een aantal nummers, evenals Mary Black zelf en Steve Cooney. het album werd opgenomen in de Windmill Lane en Pulse Studios, Dublin.

Mary Black - Stories from the Steeples (2012)

poster
3,5
los van het album "Mary Black Orchestrated" (2019) met orkestrale versies van eerder verschenen nummers, dateert dit laatste reguliere album van de inmiddels 69-jarige Mary Black alweer 12 jaar terug.

Mary Black is een zangeres van de buitencategorie maar geen songwriter. op dit album ervaar ik het gemis van haar vaste liedjesschrijvers als Jimmy MacCarthy en Noel Brazil (beide prima songwriters), wat ten koste gaat van de kwaliteit en leidt tot minder memorabele liedjes.

van de 3 door haar zoon Danny O'Reilly geschreven nummers (4,8 en 10) bevalt de piano ballad "Wizard of Oz" het best. het matige "The Night Is on Our Side" is een "family affair" met dochter Roisin die meezingt en haar zonen Conor (bass, backing vocals) en Danny (acoustic guitar).

op "Mountains to the Sea", een nummer van de Australische folkzanger Shane Howard, deelt zij de vocalen met de Ierse pop zangeres Imelda May. iets wat zij ook doet op de 2 prijsnummers, het lieflijke "Walking With My Love" een nummer van en met zang van Finbar Furey, bekend van de Ierse folkgroep The Fureys en op het melodieuze "Lighthouse Light" (Ry Cavanaugh) met fraai accordeon spel van Pat Crowley, deelt zij de vocalen met de Amerikaanse singer/songwriter Janis Ian, bekend van hits als "At Seventeen".

ook de opener het mid-tempo "Marguerite and the Gambler" (Ricky Lynch) en de afsluitende ballad "One True Place" (Neil Murray) met wederom prachtige accordeon klanken, horen bij de sterkhouders.

ondanks de prachtige zang wil meer dan de helft van de nummers op dit wisselvallige album niet beklijven, zoals ook de bonus track "Fifi the Flea" (Graham Nash, Allan Clarke & Tony Hicks) een nummer van The Hollies uit 1966, dat niet doet.

Mary Black heeft vele prachtalbums gemaakt, maar zoals gezegd is dit laatste reguliere album n.m.m. haar minste. Zij komt 8 februari 2025 over naar Nederland voor een 1-malig optreden in Tivoli/Vredenburg. of dit ook ter promotie van een nieuw album is, is mij niet duidelijk.

Mary Black - The Best of Mary Black 1991-2001 (2001)

Alternatieve titel: The Best of Mary Black 1991-2001 / Hidden Harvest 

poster
4,5
de 2-cd bevat de "special edition bonus cd "Hidden Harvest".

cd 1 (tracks 1 t/m 16) is als volgt samengesteld en minder interessant voor de liefhebber, die deze albums al in huis had:

2 en 16 van "Babes In the Wood" (1991)
7,8,15 van "The Holy Ground" (1993)
1,4 en 13 van "Circus" (1995)
3,10 en 11 van "Shine" (1997)
1,5,9 en 12 van "Speaking With the Angel" (1999)

6) Wildest Dreams (Eileen Laverty) verscheen eerder als cd-single en 14) Just a Journey (Steve Cooney) is het enige niet eerder uitgebrachte nummer.

de bonus cd "Hidden Harvest" (tracks 17 t/m 30) met niet eerder uitgebrachte studio of live versies, bevat vele verborgen pareltjes die deze verzamelaar de moeite waard maken.

een aantal nummers daarvan o.a. "Into the Blue" (Tony Kerr) outtake van het album "Circus", "Ae Fond Kiss" (traditional, oorspronkelijk een gedicht van Robert Burns), "Who Knows Where the Time Goes" (Sandy Denny) en de in het Gaelic gezongen traditional "Bruach Na Carraige Baine" verschenen eerder alleen als cd-single. dit nummer met eveneens zang van de Ierse folkie/accordeonist wijlen Seamus Begley verscheen ook op het Iers Gaelic talige album "Eist" (songs in their native language).

het niet eerder uitgebrachte "Give a Little Now" (Shane Howard) is eveneens een outtake van het album "Speaking With the Angel".

de overige nummers zijn live opgenomen, waaronder vele prachtige versies, o.a. "Ring Them Bells" (Bob Dylan) een duet met Joan Baez, een kippenvel versie van "Across the Universe" (Lennon/McCartney) geweldig gezongen door Noel Bridgeman, "Once In a Very Blue Moon" (Alger/Levine) en "The Moon & St. Christopher (Mary Chapin Carpenter) samen met haar gezongen.

1 van de andere hoogtepunten, "Sonny" (Hynes) is "a sing alongside" met Emmylou Harris en Dolores Keane, afkomstig van het album "Bringing It All Back Home" (diverse artiesten)

met 4 sterren voor cd1 en 5 sterren voor de bonus cd waardeer ik deze verzamelaar met 4,5 sterren.

uit de liner notes van Mary Black:

"Hidden Harvest" is a collection of recordings which have accumulated over the years and have never featured on any of my albums. Compiling this album has brought back very happy memories of performing with some of the very best singers and musicians from around the world"

Mary Black - The Collection (1992)

poster
4,5
hoewel er altijd wel iets valt op te merken over de samenstelling, is dit op zich een prima compilatie van haar werk uit de 80's en begin 90's.

de nummers zijn afkomstig van de volgende albums:

1. The Moon and St. Christopher (Mary Chapin Carpenter) verscheen eerder als cd-single

2. No Frontiers (J. McCarthy), 4. Carolina Rua (T. Moore), 6. Columbus (N. Brazil) en 10. Vanities (N. Brazil)
van het album "No Frontiers" (1989)

3. Babes in the Wood (N. Brazil), 7. Adam at the Window (J. McCarthy) en 9. Bright Blue Rose (J. McCarthy) van het album "Babes in the Wood" (1991)

5. Katie (J. McCarthy) van het album "By the Time It Gets Dark" (1987)

8. Ellis Island (N. Brazil), 14. There's a Train That Leaves Tonight (D. Sinnott/T. Henderson) van het album "Without the Fanfare" (1985)

11. Only a Woman's Heart (E. McEvoy) een duet met Eleanor McEvoy van het album "A Woman's Heart" (diverse artiesten).

12. Song for Ireland (P. Colclough) van het album "Collected" (1984)

13. Tearing Up the Town (N. Brazil) verscheen niet eerder op 1 van haar albums

een fraai instapalbum met veel klassiekers uit haar oeuvre, waarbij de liedjes van haar favoriete (Ierse) liedjesschrijvers Jimmy McCarthy en wijlen Noel Brazil ruim vertegenwoordigd zijn.

vandaag geprobeerd tickets te kopen voor haar concert 8 februari a.s. in Tivoli/Vredenburg. helaas reeds uitverkocht dus maar hopen of er ruimte is voor een extra concert in NL.

Mary Black - The Holy Ground (1993)

poster
4,5
naar mijn bescheiden mening het beste album uit de 90's van de onvolprezen Ierse zangeres Mary Black.

een fraaie mix waarop de meer traditionele folk sound van haar vroege albums en de iets moderner uitgevoerde folk prima in balans is. de niet al te dominante accenten van de saxofoon van Carol Geraghty duiken hier en daar op, maar ervaar ik niet als storend.

de kwaliteit van de songs is dik in orde met o.a. 3 prachtige nummers "Summer Sent You", "The Loving Time" en "Dockland" van de jong overleden songwriter Noel Brazil, die met alcohol problemen kampte en ook 2 solo albums maakte, 1 nummer "Flesh and Blood" van de Australische singer/songwriter Shane Howard, de prachtige ballad "Poison Words" van de Ierse singer/songwriter Paul Doran, van wie de Ierse band Moving Hearts (met Christy Moore) ook 2 songs opnamen.

daarnaast o.a. een traditional "The Holy Ground", "Golden Thread" van de Amerikaanse singer/songwriter met Ierse roots Thom Moore, een cover van het Sandy Denny nummer "One Way Donkey Ride" en 2 verrassende covers "Treasure Island" (John Gorka) en "Lay Down Your Burden" (Jesse Winchester).

teveel hoogtepunten op dit album om op te noemen, maar ook "The Holy Ground" (Gerry O'Beirne) valt hieronder.

Album werd geproduceerd door Declan Sinnott
Recorded at Windmill Lane Studios, Dublin, Ireland

de band ten tijde van dit album:

Declan Sinnott: guitars, lap steel, mandola, backing vocals
Pat Crowley: accordion, piano, backing vocals
Garvan Gallagher: double bass
Carl Geraghty: saxophones
Dave Early: drums, percussion
Frank Gallagher: fiddle, synths, whistle

Mary Black - Without the Fanfare (1985)

poster
4,0
de opvolger van haar gelijknamige debuut klinkt wat minder authentiek met iets minder traditionele folk.

op enkele nummers, zoals "There's a Train That Leaves Tonight" (Declan Sinnott/Tony Henderspn) met sax spel en "State of Heart" (JImmy McCarthy) neigt de muziek naar easy listening zonder dat dit storend is.

"Night Time" en "Greatest Dream" beide liedjes van de Ierse songwriter Donagh Long, en "Strange Thing", een mindere track van Jimmy McCarthy, zijn popliedjes die minder beklijven.

gelukkig staat daar genoeg moois tegenover met o.a. het melancholische "The Crow On the Cradle" van de Engelse dichter/folkie Sydney Carter en het prijsnummer "Ellis Island" (Noel Brazil), beide melodisch sterke nummers en 2 prachtige folky ballads van master songwriter Jimmy McCarthy "As I Leave Behind Neidin" en "Diamond Days".

ook de traditional "The Water is Wide" met prachtig accordeonspel van Noel Bridgeman, het weemoedige titelnummer "Without the Fanfare" (Mick Hanly) en het melodieuze "Going Gone" (Pat Alger/Bill Dale/Fred Koller) behoren bij de sterkhouders.

hoor Mary Black het liefst al dan niet traditionele ballads zingen en die zijn op dit album iets minder talrijk dan op haar debuut. vandaar 4 sterren.

Album werd geproduceerd door Declan Sinnott (assisted by Philip Begley)
Recorded at Landsdown Studios & Westland Studios, Dublin

Mary Black: vocals & harmonies
Declan Sinnott: guitars, harmonies & synthesizers
Philip Begley: synthesizers
Noel Bridgeman: percussion, drums, accordeon
Eoghan O'Neill: bass
Donal Lunny: bouzouki on "Neidin" & "Ellis Island"
Carl Geraghty: alto sax (track 1)
Caroline Lavelle: cello on "Night Time"

Mary Chapin Carpenter - Come On Come On (1992)

poster
4,0
"Come On, Come On" werd het best verkochte album van de uit New Jersey afkomstige singer/songwriter Mary Chapin Carpenter waarvan in de U.S.A. liefst 7 singles werden uitgebracht.

10 eigen nummers waarvan 4 co-written met Don Schlitz plus 2 covers "The Bug" (Mark Knopfler) met honky tonk ritme en een fraaie Lucinda Williams cover "Passionate Kisses" dat een grote hit voor haar werd, waarbij ik een voorkeur heb voor het wat rauwere origineel.

relatief veel mid/up-tempo beschaafd rockende nummers met "The Hard Way", "He Thinks He'll Keep Her" en "I Feel Lucky" als uitschieters. op "The Hard Way" en het eveneens mid-tempo "Walking Through Fire" zijn de backing vocals van Amy Ray en Emily Saliers (The Indigo Girls) en Shawn Colvin te horen.

van de ballads steekt "Rhythm of the Blues" met backing vocals van Rosanne Cash er bovenuit. de 2 piano ballads "Only a Dream" en "I Am a Town" maken minder indruk. de afsluitende ballad "Come On Come On" doet dat wel.

"Not Too Much to Ask" is een fraai duet met country zanger (wijlen) Joe Diffie die in 2020 overleed aan de gevolgen van het coronavirus. het honky tonk ritme van dit nummer doet aan de sound van Johnny Cash denken.

"Come On Come On" is het beluisteren waard. wat voller en rijker geïnstrumenteerd dan 1 van haar vroegere iets onder geproduceerde album "State of the Heart" (1989) dat daardoor wat meer naturel en onbevangen overkomt dan dit professionele, volwassen "Come On Come On".

onder de sessiemuzikanten bevinden zich vele klasbakken, o.a. Paul Franklin (pedal steel), Jerry Douglas (dobro), John Jennings/John Jorgensen (guitars), John Jarvis (piano), Benmont Tench (Hammond organ), Bob Glaub (bass) en Andy Newmark (drums).

Album werd geproduceerd door John Jennings & Mary Chapin-Carpenter
Recorded at Bias Studios, Springfield, Virginia & The Doghouse, Nashville, Tennessee

Mary Chapin Carpenter - State of the Heart (1989)

poster
4,0
bijzonder fraai 2e album van de uit Princeton, New Jersey afkomstige singer/songwriter Mary Chapin Carpenter. waar haar 1e album commercieel flopte werd dit album een bescheiden doorbraak op de Amerikaanse thuismarkt.

de muziek op dit album is het best te omschrijven als country/folk met lichte rock invloeden. 10 prima door haar zelf geschreven liedjes waaronder het met John Jennings co-written "Never Had It So Good" plus "Quittin' Time" van songwriters Robb Royner en Roger Linn. prachtig door haar gezongen nummers met sterke melodieën.

de up-tempo honky tonk van "How Do" zet meteen de toon gevolgd door de prachtige melodie van het mid-tempo "Something of a Dreamer". in die stijl zijn ook "Read My Lips" en "Quittin' Time" aansprekende songs met de ene na de andere fraaie gitaar riffs.

de prachtige love ballads "This Shirt", "Goodbye Again" en "It Don't Bring You" worden verder afgewisseld met het folky "Down in Mary's Land" met zijn fiddle en mandoline klanken 1 van de vele hoogtepunten en de country wals "Slow Country Dance".

een aanrader voor de liefhebbers van o.a. Nanci Griffith, Linda Ronstadt, Patty Griffin en het rustigere werk van Lucinda Williams. de inmiddels 67-jarige Mary Chapin Carpenter maakte in dit genre met "Personal History" 1 van de betere albums uit 2025.

los van haar band zijn de "special guests" Mike Auldridge (dobro, pedal steel op "Slow Country Dance"), Tommy Hannum (pedal steel op "How Do"), Rickie Simpkins (fiddle, mandolin) en Shawn Colvin (background vocals).

Album werd geproduceerd door Mary Chapin Carpenter & John Jennings
Recorded at Bias Studios, Springfield, Virginia

The Band:

Robbie Magruder: drums, percussion
Rico Petruccellli: bass, fretless bass
Jon Carroll: acoustic piano, organ, keyboards
Peter Bonta: acoustic guitar, accordian, keyboards
John Jennings: electric & acoustic guitars, synthesizer, bass, piano, background vocals
Mary Chapin Carpenter: acoustic guitar & vocals

Mary Gauthier - Between Daylight and Dark (2007)

poster
4,0
veel ballads op dit wat desolaat, behoorlijk kaal klinkende album van Mary Gauthier met 10 eigen songs waarvan 6 co-written.

producer/multi-instrumentalist Gurf Morlix prominent aanwezig op de sterke voorganger "Mercy Now" heeft het veld geruimd en is vervangen door producer Joe Henry en de vermaarde sessiemuzikant/gitarist Greg Leisz.

favoriete tracks "Can't Find the Way", het titelnummer "Between Daylight and Dark" dat zij samen met singer/songwriter Fred Eaglesmith schreef, het treurige "Before You Leave" over het laat zich raden liefdesverdriet (Tell me that you love me one more time, before you leave, wrap your arms around me, hold me tight, before you leave), het gemis van en verlangen naar liefde in "Please" met de regels "Four nights alone in Amsterdam, and I missed you every one, I wish this trip was over and it's only just begun", "I Ain't Leaving" (co-written Travis Meadows) met fraaie pedal steel van Greg Leisz en het intense slotnummer "Thanksgiving".

"Snakepit" (co-written Hayes Carll)" met een wederom prominente pedal steel en haar eigen "Last of the Hobo Kings" zijn eveneens sterkhouders.

over de hele linie genomen opnieuw een prima album van Mary Gauthier, maar n.m.m. zijn de liedjes net iets minder sterk dan op voorgangers "Filth & Fire" en "Mercy Now".

Album werd geproduceerd door Joe Henry
Recorded at The Garfield House, South Pasadena, California

Mary Gauthier: vocals, acoustic guitar
Jay Bellerose: drums, percussion
Greg Leisz: 6 & 12 string acoustic guitar, tenor guitar, pedal & lap steel, Weissenborn, dobro, mandolin
David Piltch: acoustic & electric bass
Patrick Warren: piano, chamberlin, pump organ, keyboards

Loudon Wainwright: backing vocals (tracks 8 & 9)
Sally Dworksy: backing vocals (tracks 7,8 & 9)
Van Dyke Parks: piano (track 2)

Mary Gauthier - Dark Enough to See the Stars (2022)

poster
4,5
heb dezelfde ervaring als Tonio. de eerste 2 nummers beloofden in 1e instantie niet veel goeds en vind ik nog steeds niet memorabel, maar gelukkig volgen er daarna 8 ijzersterke liedjes die je als luisteraar bij de keel grijpen, waarvan met name "How Could You Be Gone", het titelnummer en "Truckers & Troubadours" indruk maken, maar feitelijk doen de overige 5 liedjes er niet voor onder. haar liefdesverklaring "Thank God for You" werd mede geschreven door Caleb Elliott en Peter Case.

opvallend is haar samenwerking met Ben Glover, die voornamelijk actief is in het schrijven en maken van christelijke muziek, met wie zij voor dit album liefst 4 nummers (1,5,7 en 10) samen schreef.

Allison Moorer is op een 3-tal nummers met haar zang te horen en verder spelen o.a. Juan Solorzano (diverse gitaren), Michele Gazich op viool en multi-instrumentalist Fats Kaplin (pedal steel, viola) mee. de laatste is een veelgevraagd sessiemuzikant die o.a. op albums van Nanci Griffith en John Prine meespeelde en lange tijd deel uitmaakte van de Tom Russell Band.

muzikant/producer Neilson Hubbard is een grootheid in het roots/americana genre en produceerde ook de voorganger van dit album "Rifles & Rosary Beads" en vele andere albums o.a. "Land of Doubt" van Sam Baker.

zoals gezegd na een mindere start van dit album, volgen er 8 sterke, memorabele liedjes die dit ruimschoots compenseren, prachtig muzikaal omlijst en gezongen met de authentieke, doorleefde stem van Mary Gauthier. dit laatste album van haar uit 2022, dat 5 jaar na "Rifles & Rosary Beads" verscheen, doet uitzien naar nieuw werk.

Album werd geproduceerd door Neilson Hubbard
Recorded at Skinny Elephant Recording Studio, Nashville, Tennessee

Mary Gauthier - Drag Queens in Limousines (1999)

poster
4,5
indrukwekkend tweede album van Mary Gauthier (spreek uit Go-Shay). haar levensgeschiedenis is al eerder hierboven goed verwoord. in mijn beleving heeft haar muziek weinig van doen met roots rock of country rock. zou het eerder alt.country of folk met wat country invloeden of omgekeerd noemen.

op dit album staan 10 eigen liedjes, waarvan 1 "Lucky Stars" (co-written Wayne Lawrence) en 5 co-written met de Amerikaanse songwriter/producer Crit Harmon, die dit album produceerde en ook albums produceerde van o.a. Martin Sexton en Lori McKenna. zijn songs werden o.a. door Tim McGraw en Bobby Bare opgenomen.

haar uit het leven gegrepen teksten worden op dit album prachtig ingekleurd, met de ene keer mandoline zoals in "Our Lady of the Shooting Stars", de andere keer accordeon in het kippenvel veroorzakende "Karla Faye", dan weer fiddle, accordeon en mandoline in "Lifetime", samen met "Jackie's Train" het enige mid-tempo nummer.

hoewel velen het iets bekendere "I Drink" als het prijsnummer beschouwen, doen stemmige, klein gehouden nummers als "Karla Faye", "Lucky Stars", "Different Kind of Gone" en "Lifetime" er nauwelijks voor onder.

3 nummers, het voornoemde "Karla Faye" met een hartverscheurende tekst over de lotgevallen van een drugsverslaafde vrouw die in de gevangenis beland, "Evangeline" en "Jackie's Train" krijgen een extra dimensie door de achtergrondzang van het muzikale gezelschap The Austin Lounge Lizards. Crit Harmon excelleert met zijn elektrische gitaarspel op het titelnummer en "Evangeline".

met recht een "roots" klassieker met 10 stuk voor stuk sterke liedjes die onder de huid kruipen met teksten die je als luisteraar raken, als je daar tenminste voor open sta. zo niet, dan blijft de prachtig uitgevoerde muziek een lust voor het oor.

deelcitaat uit de liner notes:

"I've gone from the Netherlands to New Orleans, Germany to Manhattan singing and writing the songs on this recording. All along the way there have been people who have helped in so many ways by offering me a bed to sleep in, calling the local DJ to request my music on the radio, sharing their stories with me, cooking for me, and simply being kind to me, the songwriting stranger they just met. I want to thank you all"

Mary Gauthier - Filth & Fire (2002)

poster
4,5
het derde album van de inmiddels 62-jarige uit New Orleans, Louisiana afkomstige singer/songwriter, dat verscheen na het veel geprezen "Drag Queens in Limousines".

10 eigen songs waarvan 1 "Sugar Cane" co-written met folkzangeres Catie Curtis, 1 "Camelot Motel" met roots rock zangeres Kerri Powers en 3 (tracks 4,7 en 9) met songwriter/producer Crit Harmon plus 1 song "For Rose" van Jonathan Pointer.

alt.country of americana die op dit album vooral op folk is gebaseerd en een enkele keer meer op country, zoals op "After You're Gone" met geweldig steel gitaar spel van multi-instrumentalist Gurf Morlix, die een groot aandeel had met zijn muzikale bijdragen en het album tevens produceerde.

de instrumentatie op dit album is vrij spaarzaam, de rustige, ingetogen liedjes worden prachtig omlijst met o.a. fiddle, harmonium en mandoline. miniatuurtjes van veelal verstilde melancholische pracht gezongen met haar op dit album nog jonge, frisse, heldere stem, een stem met af en toe een snik die op haar latere albums nog meer doorleefd zou klinken en aan kracht zou winnen, maar de zeggingskracht van haar teksten is hier al volop aanwezig.

Favoriete tracks, maar dat zijn ze feitelijk allemaal, de prachtige ballad "Long Way to Fall" met harmony vocals van Slaid Cleaves en Peter Rowan, het hartverscheurende "Good-Bye" over haar verleden met o.a. de tekst:

"Born a bastard child in New Orleans, to a woman I've never seen, I don't now if she ever held me, All I know is that she let go of me, Good-bye could have been my family name"

het schrijnende "Camelot Motel", het weemoedige "Christmas in Paradise" met prachtig fiddle spel en op de achtergrond steel drum klanken, een tearjerker van de eerste orde, zoals ook de tekst van de afsluiter "The Sun Fades the Color of Everything" diep raakt.

wellicht net geen vrouwelijke songwriter van de buitencategorie als bij voorbeeld Joni Mitchell, Nanci Griffith, Lucinda Williams of de McGarrigle Sisters, maar Mary Gauthier komt er zeer dicht bij in de buurt. het zegt genoeg, dat veel van haar songs werden gecoverd door andere artiesten.

Mary Gauthier heeft er zojuist vanaf 2 t/m 24 november een tournee in Nederland opzitten, die mij helaas is ontgaan. gelukkig mocht ik jaren geleden een concert van haar bijwonen met in het voorprogramma haar collega Diana Jones, eveneens een begenadigde songwriter en met wie zij later samen het podium deelde. een zeer indrukwekkend optreden, waarbij zij ondanks het stempel "country-noir" ook over de nodige humor bleek te beschikken.

Album werd geproduceerd door Gurf Morlix
Recorded at Rootball Studios, Austin, Texas

Mary Gauthier: acoustic guitar, harmonica
Gurf Morlix: bass, acoustic guitar, electric guitar, harmonium, mandocello, Weissenborn, slide guitar, lap steel guitar, percussion, harmony & back up vocals
Ian (Mac) MacLagan: Hammond B-3
Rick Richards: drums
Darcie Deaville: fiddle
Peter Rowan: mandolin, harmony vocals (track 2)
Rich Britherton: acoustic guitar
Courtney Audain: steel drum
Slaid Cleaves: harmony vocals (track 2)

Mary Gauthier - Live at Blue Rock (2012)

poster
4,0
Mary Gauthier had er 6 reguliere albums opzitten, waarna dit fraaie live album van haar verscheen.

10 nummers die in studio versies eerder op de volgende albums werden uitgebracht:

5,7,8 en 10 van "Drag Queens In Limousines"
1, 11 en de bonustrack 12 No Mercy van het gelijknamige album
9 van "Filth and Fire"
2 van "Between Daylight and Dark"
3 van "The Foundling"

aangevuld met 2 niet eerder uitgebrachte "nieuwe" nummers van singer/songwriter Fred Eaglesmith, de Canadees van Friese afkomst Fred Elgersma, track 4) Cigarette Machine en 6) The Rocket, waarvan de laatste de meeste indruk maakt

mooi, intiem uitgevoerd met "kale" versies, waarbij haar stem en akoestische gitaarspel spaarzaam wordt aangevuld met uitsluitend fiddle en percussie, waardoor dit album inderdaad als een huiskamerconcert aanvoelt.

less is more. meer moet dat niet zijn, zoals men dat in Vlaanderen pleegt te zeggen, maar toch ervaar ik dit live album als geheel iets minder dan haar voorgaande 4,5 sterren albums "Filth & Fire", "No Mercy" en "The Foundling".

Album werd geproduceerd door Patrick Granado
Recorded at Blue Rock Artists Ranch, Wimberly, Texas
("the finest live music listening room in a private home in America")

Mary Gauthier: guitar, harmonica, vocals
Tania Elizabeth: fiddle, vocals, percussion
Mike Meadows: percussion

Mary Gauthier - Mercy Now (2005)

poster
4,5
het vierde album van Mary Gauthier verscheen 3 jaar na het uitstekende "Filth and Fire'.

8 zelf geschreven songs, waarvan een aantal co-written en 2 nummers van anderen "Just Say She's a Rhymer van Harlan Howard en "Your Sister Cried" een geweldige song van de singer/songwriter met Nederlandse roots Fred Eaglesmith.

wederom een zeer sterk album met uit het leven gegrepen teksten die van licht naar donker gaan, intens, meeslepend gezongen met die authentieke, doorleefde stem van Mary Gauthier die met ieder album alleen maar beter lijkt te worden.

de veelal rustige, ingetogen nummers worden prachtig ingekleurd, zoals op het tedere, intieme "Mercy Now" met accenten van pedal steel en cello, een bloedstollend mooi eigen lied, een nieuwe versie van haar klassieker "I Drink" (co-written Crit Harmon) dat eerder verscheen op haar album "Drag Queens in Limousines", het melancholische "Empty Spaces" wederom vergezeld van weemoedige cello klanken en "Drop in a Bucket" met het refrein "a year, that ain't nothing, when you lose someone you love, a year is a drop in a bucket, when you lose someone you love", een smartlap over verloren liefde, beide met fraaie backing vocals van Patty Griffin.

af en toe gaat het tempo iets omhoog, zoals het honky-tonk ritme van "Prayer Without Words" en de licht rockende afsluiter "It Ain't the Wind, It's the Rain".

wederom een zeer consistent album zonder zwakke plekken. kan me vergissen, maar ik heb in het roots/americana genre dit jaar (2024) geen betere albums dan deze voorbij horen komen. Mary Gauthier bleef ook na "Mercy Now" dat zij opdroeg aan "Michael, my brother" met ieder album vakwerk afleveren.

de glansrollen, naast die van Mary Gauthier zelf, zijn hier weggelegd voor producer en multi-instrumentalist Gurf Morlix, bekend van zijn werk met Lucinda Williams, maar ook (wijlen) Ian McLagan draagt in belangrijke mate bij met zijn spel op Hammond B-3 organ.

Mary Gauthier is in Nederland bekender dan in haar thuisland, hoewel zij daar wel erkenning krijgt als begenadigd songwriter. Zij maakte in November 2024 een tournee langs het kleinere clubcircuit van NL met haar partner singer/songwriter Jaimee Harris.

Album werd geproduceerd door Gurf Morlix
Recorded at Rootball Studio, Austin, Texas

Mary Gauthier: acoustic guitar
Gurf Morlix: bass, electric guitar, acoustic guitar, lap steel, pedal steel guitar, mandocello, octotone, percussion, background vocals
Rick Richards: drums
Ray Bonneville: harmonica
Rich Brotherton: acoustic guitar, banjo
Brian Standefer: cello
Ian "Mac" McLagan: Hammond B3
Paul Mills: background vocals
Eamon McLoughlin: fiddle, viola
Patty Griffin: background vocals (tracks 8 & 9)

Mary Gauthier - The Foundling (2010)

poster
4,5
wil niet teveel in herhalingen vallen, want vrijwel alles wat er over dit conceptalbum te melden valt is hierboven al eerder goed verwoord. sleutelwoorden: emotievol, hartverscheurend, intens, kwetsbaar.

de melancholische, zwierige opener "The Foundling" waarvan de weemoed wordt versterkt door de klanken van accordeon en viool zet meteen de toon van dit album.

de liedjes die volgen zijn merendeels folky langzaam uitgevoerde songs die op dezelfde wijze prachtig worden ingekleurd met door merg en been gaande teksten en muziek met slechts 1 mid-tempo nummer "Another Day Borrowed".

teveel hoogtepunten om hier op te noemen, maar het titelnummer, "Mama Here, Mama Gone", "Goodbye", "Walk in the Water" en "Sweet Words" vallen wat mij betreft hier zeker onder.

onder de gastmuzikanten bevinden zich o.a. Garth Hudson van het legendarische gezelschap The Band en Margo en Michael Timmins van The Cowboy Junkies.

inderdaad een prachtig album dat je als luisteraar raakt.

Album werd geproduceerd door Michael Timmins
Recorded at The Clubhouse, Toronto, Canada

All songs by Mary Gauthier, except "Sideshow" & "March 11, 1962" co-written Liz Rose, "The Orphan King" c/w Ed Romanoff, "Blood Is Blood" c/w Crit Harmon & "Another Day Borrowed" c/w Darrell Scott

Mary Gauthier: vocals, acoustic guitar
Jaro Czerwinec: accordion
Tania Elizabeth: fiddle
Danny Ellis: trombone
Josh Finlayson: bass, high string guitar, piano (track 2), acoustic guitar (track 3)
Ray Ferrugia: drums, percussion
Garth Hudson: keyboards (track 5 & 9), piano (track 4), accordion (track 5 & 9)
Jessie O'Brien: Wurlitzer & organ
Ed Romanoff: acoustic guitar, background vocals
Margo Timmins: background vocals
Michael Timmins: acoustic guitar (track 7), slide guitar (track 7 &

The record is dedicated to all adoptees, birth mothers, birth fathers and adoptive parents who still suffer. May you find peace.

onder Mary's dankzeggingen bevind zich er o.a. 1 aan haar collega singer/songwriter Diana Jones, eveneens een adoptiekind, 'I want to thank fellow adoptee Diana Jones for helping me to see my own story"

Mary Gauthier - Trouble & Love (2014)

poster
4,0
het zevende album van Mary Gauthier. zij was in 2014 52 jaar oud, een door het leven gepokt en gemazeld adoptiekind. dit is een soort van "break up" album vol met hartzeer van deze "tough lady" met een groot hart, waarop zij zich op een prachtige manier kwetsbaar opstelt wat ook een kracht is.

8 eigen nummers waarvan:

"When a Woman Goes Cold", "Walking Each Other Home" en "How You Learn to Live Alone" co-written met de Amerikaanse singer/songwriter Gretchen Peters

"False from True" en "Worthy" co-written met de Amerikaanse singer/songwriter Beth Nielsen Chapman

"Trouble and Love" co-written met de Canadese muzikant Scott Nolan en "Another Train" co-written met de Amerikaanse producer/songwriter Ben Glover, die talloze hits schreef zowel in het country genre als in het christelijke pop/rock genre.

haar eigen, intieme "Oh Soul" met fraaie extra zang van Darrell Scott ervaar ik als het hoogtepunt van dit album. zeg maar het "Mercy Now" van haar gelijknamige album uit 2005.

de opener "When a Woman Goes Cold" zou je nog mid-tempo kunnen noemen. daarna volgen er 7 langzame stukken die tegen het eind van het album wat eenvormig gaan klinken, en waarbij de nummers "Worthy" en "Another Train" minder beklijven dan de overige 6 nummers.

er staat weliswaar fraai gitaarwerk op dit album, maar toch mis ik de bijdragen van multi-instrumentalist Gurf Morlix op o.a. dobro, pedal steel en de enkele fiddle klanken van haar vorige albums.

deel de euforie hierboven over "Trouble & Love" niet helemaal. aangezien een 4,25 (cijfer 8,5) niet mogelijk is en waar ik veel van haar albums met 4,5 sterren waardeerde, waardeer ik dit album met 4 sterren.

Album werd geproduceerd door Mary Gauthier & Patrick Granado
Recorded at Skaggs Place, Nashville Tennessee

Mary Gauthier: acoustic guitar, vocals
Guthrie Trapp: acoustic & electric guitar
Viktor Krauss: upright bass
Lynn Williams: drums
Jimmy Wallace: hammond organ, piano
Darrell Scott: slide guitar, harmonium, vocals, background vocals
Beth Nielsen Chapman, Ashley Cleveland, McCrary Sisters, Siobhan Kennedy: background vocals

Matraca Berg - Lying to the Moon (1990)

poster
4,0
prima debuut album van de inmiddels 61-jarige uit Nashville afkomstige singer/songwriter Matraca Berg die vele hits voor anderen schreef met name in het country genre. haar muziek laat zich moeilijk in een hokje plaatsen, n.m.m. zit het ergens tussen americana (country/folk) en country pop in.

op dit album staan 10 eigen nummers alle co-written. zij wisselt fraaie ballads als "Lying to the Moon", "You Are the Storm" en "Appalachian Rain" een hoogtepunt met het koortje van o.a. Emmylou Harris en Tracy Nelson af met meer up-tempo songs als "The Things You Left Undone" en het catchy, melodieuze "Walk On" beide nummers leverden haar destijds hits op in de Amerikaanse country charts.

ook een andere ballad "Alice in the Looking Glass" met fraai vioolspel van Mark O'Connor reken ik tot de sterkhouders. haar teksten gaan veel over relatie problematiek en een enkele keer over iets anders, zoals de herinneringen aan haar moeder op "Appalachian Rain".

Matraca Berg (Hanna) is sinds 1993 getrouwd met Jeff Hanna van de Nitty Gritty Dirt Band. de connectie met die band is duidelijk. zo schreef zij "I Got It Bad" samen met singer/songwriter Jim Photoglo, die lang samenwerkte met Dan Fogelberg en vanaf 2016 als "sideman" fungeert van de NGDB. co-producer Wendy Waldman schreef mee aan de hit "Fishin' in the Dark" van deze band.

Album werd geproduceerd door Wendy Waldman & Josh Leo
Recorded at Sound Emporium & Recording Arts, Nashville, Tennessee

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a.:

Willie Weeks: bass, fretless bass
Bernie Leadon: acoustic guitar, banjo, mandolin, mandola, mandocello
Bruce Bouton, Dan Dugmore: steel guitar
Mark O'Connor: violin, viola
Sam Bush: fiddle, mandolin
John D. Willis: electric guitar

Matt Berninger - Serpentine Prison (2020)

poster
3,5
mooi, ingetogen, sfeervol album, maar maakt het dit ook tot een goed album? lastig. er staan geen slechte songs op, het album is smaakvol geproduceerd, maar de muziek doet mij weinig. het komt niet echt binnen (althans niet bij mij). mis hier bevlogenheid, emotie, intensiteit, passie of hoe je het ook wil noemen. kan aan mij liggen, maar nummers zoals "About Today" (van de soundtrack Warrior) of pak em beet "Runaway" (van High Violet) raakten mij wel, maar dergelijke tracks vind ik hier niet op dit album. al met al een fijne luisterplaat, in die zin snap ik de hoge score wel, maar niet meer dan dat.

Matt Harlan - Raven Hotel (2014)

poster
4,0
"Raven Hotel" is het derde album van de uit Houston, Texas afkomstige singer/songwriter Matt Harlan.
was reeds onder de indruk van zijn fraaie debuut "Tips and Compliments" en dit album doet er zeker niet voor onder. 12 bovengemiddeld goede eigen liedjes voorzien van prachtige melodieën en sterke, verhalende teksten in het americana genre overwegend folk met vleugjes country (rock), blues en jazz.

het schitterende met vioolspel ingeleide "Old Spanish Moss", het ingetogen "Half Developed Song", het melancholische "Old Allen Road" met fraaie accordeon accenten of "Slow Moving Train" met de heerlijke harmonica klanken van Mickey Raphael (bekend van zijn werk met Willie Nelson), zijn een aantal van de vele pareltjes op dit album. zijn vrouw Rachel Jones verzorgt de lead zang op het prachtige "Riding with the Wind".

een enkele keer wordt er bescheiden gerockt op "Rock & Roll" en het door orgel gedragen "The Optimist", nummers die samen met "Burgundy & Blue" met jazzy accenten van de saxofoon en de slow blues van "Slow Moving Train" een fraai duet met Rachel Jones, voor variatie zorgen op dit sfeervolle album.

behalve Matt Harlan (vocals, acoustic guitars) spelen o.a. mee Bukka Allen (accordion, organ, piano), Maddy Brotherton (violin), Rich Brotherton (acoustic & electric guitars, banjo, lap steel, dobro, bass, synth, vocals) en Glenn Fukunaga (upright & electric bass).

"Raven Hotel" bevalt mij net iets beter dan zijn debuut. een aanrader voor liefhebbers van singer/songwriters zoals Guy Clark, John Gorka, Doug Paisley, John Prine, Richard Shindell etc.

Album werd geproduceerd door Rich Brotherton & Matt Harlan
Recorded at Ace Recording, Austin, Texas

Matt Harlan - Tips & Compliments (2010)

poster
4,0
fraai debuutalbum van de uit Houston, Texas afkomstige troubadour Matt Harland. zijn muziek beweegt zich op het kruisvlak van folk en country en zijn verhalende teksten gaan voornamelijk over "life on the road" en "everyday life".

vond de kwaliteit van zijn nummers bij eerste beluistering wat ondermaats, maar na meerdere luisterbeurten blijkt de man toch veel goede songs in zich te hebben.

hoogtepunten zijn o.a. "Driving Song" en "You're Just Drunk" beide fraai ingekleurd met pedal steel klanken, het folky akoestische "Waiting For Godot" met een heerlijk invallende fiddle partij, het aanstekelijke met cajun klanken opgesierde "Over the Bridge" en het weemoedige "Walter" wederom omlijst met fraaie fiddle klanken. "Dresses" is een waardige afsluiter met prachtig, ingetogen akoestisch "fingerpicking" gitaarspel.

het titelnummer verhaalt over het moeilijke bestaan van de rondreizende muzikant "I'm just living on tips and compliments, in a dive on the eastside of town". op "Everybody Else" 1 van de weinige up-tempo nummers soleert Rich Brotherton er op elektrische gitaar lekker op los.

het is niet voor niets dat Matt Harlan reeds diverse Awards won vanwege zijn songwriter's talent, hoewel niet alle 13 nummers even raak zijn.

Album werd geproduceerd door Rich Brotherton (co-produced Michael Mikulka & Matt Harlan)
Recorded at Lucky Run Studio, Richmond, Texas
All songs by Matt Harlan (except "Over the Bridge" co-written Paul Quebodeaux)

Matt Harlan: vocals, acoustic guitar, banjo
Rich Brotherton: vocals, acoustic & electric guitars, lap steel, mandolin, cittern & percussion
Rankin Peters: upright & eelctric bass
Mike Mizma: drums & percussion
Warren Hood: fiddle
Marty Muse: pedal steel
Riley Osbourn: keyboards
Phoebe Hunt: vocals (tracks 5 & 11)
Tom van Schaik: percussion (track 2)

Matthews Southern Comfort - Best Of (1974)

poster
4,0
de inmiddels 77 jarige singer/songwriter Ian Matthews is de man die op de 1e 2 albums van het folkrock gezelschap Fairport Convention meezong en de groep tijdens de opname van hun 3e album verliet. de man ging solo en heeft daarna nog een enorme reeks albums gemaakt, al dan niet in samenwerking met anderen, zoals het jazz album uit 2008 met het "Searing Quartet". verder zullen de liefhebbers hem kennen van zijn albums met de band Plainsong.

deze verzamelaar bevat nummers van de volgende albums:
3 tracks (6,13 en 14) van zijn 1e solo album "Ian Matthews" "Matthews Southern Comfort (1969)
5 tracks (3,4,5,8 en 11) van het album "Second Spring" (1970)
7 tracks ( 1,2,7,9,10,12 en 15) van het album "Later That Same Year" (1970)

de minste tracks op deze verzamelaar zijn de nummers afkomstig van zijn 1e solo album, waar reeds een aantal leden van de "Matthews Southern Comfort" band op meespeelden.

de 13 overige nummers van de prima albums "Second Spring" en "Later That Same Year" kunnen mij na al die jaren nog steeds bekoren. prachtige covers van "Tell Me Why" (Neil Young), "Something in the Way She Moves (James Taylor), de a-capella "shanty" song "Blood Red Roses", zijn eerbetoon aan de bluegrass "Ballad of Obray Ramsey", het rustige naar een climax toewerkende "Southern Comfort", zijn nummers die de tand des tijds hebben doorstaan. de door een ander lid van de band, de Amerikaanse songwriter Carl Barnwell, geschreven ballads als "Even As" en "Sylvie" zijn fijne composities en worden prachtig gezongen door Ian Matthews. hij verliet daarna de groep en maakte in 1971 zijn mijns inziens beste solo album "If You Saw Thro' My Eyes". een klassieker uit de seventies.

de in Limburg woonachtige Ian Matthews doet deze maand een tour in het kleine clubcircuit met de "nieuwe" Nederlandse versie van de band (B.J. Baartmans, Bart de Win en Eric de Vries), waarbij zij voornamelijk nummers zullen spelen van het dit jaar verschenen "The Woodstock Album".

de originele line up van de band was:
Ian Matthews: vocals
Ray Duffy: drums
Andy Leigh: bass
Carl Barnwell: guitar
Mark Griffiths: lead guitar
Gordon Huntley: steel guitar

also featured on some tracks:
Gerry Conway: drums
Ashley Hutchings: bass guitar
Richard Thompson: electric & acoustic guitar
Roger Coulam: keyboards

citaat uit de liner notes: (van Jerry Gilbert)
"Ian left the band shortly before the release of the third album "Later That Same Year". The most influential factor in his decision had clearly been the overwhelming success of the song "Woodstock" which went straight to No. 1 in the chart and remained there for some weeks. For it marked a pinnacle that he found both fulfilling and restricting. Thus Matthews quit the band while they were at the top, and although he subsequently satisfied his need to follow new paths, divided the two factions failed to enjoy the same degree of commercial success"

Maura O'Connell - Don't I Know (2005)

poster
3,0
de uit Ennis, County Clare afkomstige Ierse zangeres Maura O'Connell leerde ik kennen via haar prachtige bijdragen aan de vermaarde Transatlantic Sessions, muzikale bijeenkomsten met muzikanten uit Engeland, Ierland, Schotland en Amerika. deze geweldige sessies zijn zowel op cd als dvd uitgebracht.

zij begon ooit als lead zangeres van de Ierse traditionele folkgroep De Dannan, maakte een flinke hoeveelheid solo albums en droeg bij aan albums van o.a. The Chieftains, Van Morrison, Mary Black, John Prine, John Gorka, Dolly Parton, Robert Earl Keen, etc.
met Dolores Keane en Mary Black behoort zij tot de grootste folkzangeressen die Ierland heeft voortgebracht. een zangeres met een geweldig stembereik en een enorme staat van dienst.

in het begin van haar carrière nam zij meer op folk gebaseerde muziek op. later na haar verhuizing naar de U.S.A. koos zij voor mij meer pop georiënteerde muziek, zoals ook op dit album het geval is.
voor mij het bewijs dat een geweldige stem en goede muzikanten, waar het op dit album niet aan ontbreekt, niet automatisch in een goed album resulteren, als de kwaliteit van de songs te wensen over laat.
de muziek op dit onevenwichtige album neigt nogal naar mainstream en er staan naar mijn mening iets teveel middelmatige songs op. iets wat helaas ook op de latere albums van collega zangeres Mary Black het geval was.

hoogtepunten zijn de piano ballad "Going Down in Flames" een nummer van Mindy Smith, de love ballad "When Being Who You Are" (van Jim Lauderdale & Leslie Satcher) met een heerlijke lapsteel partij van Jerry Douglas en fraaie background vocalen van Carmellia Ramsey en Cheryl White, "Up and Flying" (van Gary Burr & Patti Griffin) met een mooie akoestische gitaar van Bryan Sutton en de rustige, ingetogen afsluiter "Time to Learn" een nummer van Tom O'Brien en Pat Alger, met Jerry Douglas op dobro. helaas willen de overige nummers niet of nauwelijks beklijven.

de al lange tijd in Californië woonachtige Maura O'Connell besloot in 2013 te stoppen met haar solo carrière. haar laatste album was een a-capella album dat zij in 2009 maakte genaamd "Naked With Friends" met o.a. Paul Brady, Alison Krauss, Kate Rusby en Darrell Scott. een album dat ik niet ken.
een leuk weetje is verder, dat zij een klein rolletje had als Ierse straatzangeres in de Martin Scorsese film "Gangs of New York".

Album werd geproduceerd door Jerry Douglas
Recorded at The House of David, Nashville, Tennessee
except "Time to Learn" recorded at Mountainside Studio

Maura O'Connell - Wandering Home (1997)

poster
4,0
de inmiddels 67-jarige uit Ennis, Ierland afkomstige maar al vele jaren in de U.S.A. woonachtige Maura O'Connell behoort samen met Mary Black en Dolores Keane tot de buitencategorie van de oude garde Ierse zangeressen. Zij leverde ook prachtige bijdragen aan de vermaarde "Transatlantic Sessions".

met "Wandering Home" keerde zij terug naar haar Ierse roots en leverde zij 1 van haar beste albums af.
7 traditionals, 1 op muziek gezet gedicht plus een 3-tal fraaie covers "West Coast of Clare" (Andy Irvine) bekend van de Ierse folkband Planxty, waarvan het origineel zich niet laat overtreffen, een versie van "Down Where the Drunkards Roll" (Richard Thompson) met prachtige Uillean pipes en de weemoedige ballad "The Shades of Gloria" een nummer van gitarist Gerry O'Beirne met fraaie "tin whistle" accenten van Paul Brady.

veel ballads met een enkel up-tempo liedje zoals de traditional "Down the Moor" met bouzouki spel van Donal Lunny, 1 van de hoogtepunten op dit album. zoals de traditional met het op muziek gezette gedicht "Down by the Salley Gardens" van de Ierse dichter W.B. Yeats eveneens een hoogtepunt is. een nummer dat ook prachtig werd gecoverd door de Waterboys op het album "Room to Roam".

het aloude "A Stor Mo Chroi" (treasure of my heart) zingt zij solo a capella, van dit nummer staat eveneens een mooie versie op het Chieftains album "Tears of Stone" met zang van Bonnie Raitt, "Dun Do Shuil" zingt zij in Iers Gaelic en de afsluiter "The Singer's House" bevat haar "spoken words" van een gedicht van de Noord-Ierse dichter Seamus Heaney spaarzaam begeleid door fiddle klanken.

jammer dat haar volgende albums meer gepolijste country/pop met een vleugje folk zouden bevatten.

Album werd geproduceerd door Jerry Douglas
Recorded at Windmill Lane, Dublin (mixed at Masterlink, Nashville)

Ciaran Tourish: fiddle, violins
Dave Francis: bass
Liam Bradley: drums, percussion
Arty McGlynn, Gerry O'Beirne: guitars
Jerry Douglas: dobro, lap steel
Donal Lunny: bouzouki
John MacSherry: low whistle, Uillean pipes
Aine Derrane, Dave Francis, Liam Bradley: backing vocals

Mavis Staples - We'll Never Turn Back (2007)

poster
4,5
van classic soul muziek is er n.m.m. weinig sprake op dit album, maar eerder rootsy gospelblues songs gezongen met de machtige, soulvolle stem van Mavis Staples in een lekker ongepolijste, rauwe productie.

7 traditionals plus covers van o.a. "Down in Mississippi" (J.B. Lenoir) een ijzersterke opener dat meteen de toon zet, "In the Mississippi River" (Marshall Jones) en enkele nieuwe songs "My Own Eyes" (tekst David Bartlett/Mavis Staples, muziek Ry Cooder) en "I'll Be Rested" (tekst Mavis Staples/Ry Cooder, muziek Joachim Cooder) die naadloos aansluiten bij de overige nummers, waarop Mavis Staples "explores the legacy of the Civil Rights Movement through the lens of her own experiences through reinterpretations of classic Freedom Songs".

muziek is beleving en die is volop aanwezig op dit album met een broeierige, intense sound waar de bezieling en passie van afdruipt, of het nu de gospel ballads als "On My Way" en "We'll Never Turn Back" of de meer up-tempo nummers als "This Little Light of Mine" of "99 and 1/2" betreft.

"My Own Eyes" is een indringend persoonlijk relaas van Mavis Staples over de rassenscheiding waartegen de Civil Rights Movement protesteerde. "Turn Me Around" laat schitterend mandoline spel van Ry Cooder horen.

helaas zijn deze "Freedom Songs" in het huidige sterk gepolariseerde Amerika nog steeds hard nodig om een tegengeluid te laten horen. triest om dat in 2025 te moeten constateren.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
(except 1,7 & 11 RC & Joachim Cooder)
Recorded at Sound City Studio, Van Nuys, California

Mavis Staples: vocals
Ry Cooder: guitars, mandolin
Mike Elizondo: bass, piano
Jim Keltner: drums
Joachim Cooder: percussion
Rutha Harris, Charles Neblett, Bettie-Mae Fikes, Ladysmith Black Mambazo: background vocals

deelcitaat uit de liner notes (Rep. John Lewis)

"It is my hope that when you hear Mavis Staples, when you hear the Freedom Singers, and the other artists on this cd, that you will be inspired. I hope this music will help you find the courage to stand up, speak up, and speak out and answer the call of your own conscience. It is my hope that this music will help you see what ordinary people with extraordinary vision can do when they decide they will never turn back"

Melissa McClelland - Victoria Day (2009)

poster
3,0
het vierde en laatste solo album van de vanuit Toronto, Canada opererende Melissa McLelland (Amerikaanse van geboorte), waarop een mix van o.a. blues, folk, country en pop te horen valt.

Melissa McLelland beschikt over een kristalheldere stem die qua intonatie en klankkleur wel iets weg heeft van Norah Jones. zij schreef zelf alle songs van dit album, uitgezonderd tracks 1 (co-written Luke Doucet) en 12.

favoriete tracks de bluesy opener "A Girl Can Dream", de piano ballad met strijkers "Segovia", het in 2 gedeelten opgesplitste "Victoria Day" voorzien van een fraaie blazerssectie, een song die handelt over de federale Canadese feestdag ter ere van de Britse koningin Victoria, "Seasoned Lovers" een duet met Ron Sexsmith en het stevige bluesy gitaarspel in de up-tempo afsluiter "Money Shot", een nummer van de Canadese singer/songwriter JD Ormond.

helaas wil de kwaliteit van de overige 6 nummers niet overtuigen en ontstijgen die de middelmaat niet.

dit album werd opgenomen "at The Canterbury Music Company, Toronto" en geproduceerd door haar man Luke Doucet, eveneens een Canadese singer/songwriter met wie zij als folk/country duo onder de naam Whitehorse een hele reeks albums heeft gemaakt

Merle Haggard & Willie Nelson - Pancho & Lefty (1982)

poster
3,5
de eerste van 3 albums die country iconen (wijlen) Merle Haggard en Willie Nelson samen zouden maken.

Willie Nelson behoeft geen introductie, maar de wellicht (niet bij liefhebbers) iets minder bekende Merle Haggard schreef ook vele klassiekers als "Life In Prison" gecoverd door The Byrds op "Sweetheart of the Rodeo", "Sing Me Back Home" gecoverd door de Everly Brothers op hun "Roots" album, "Today I Started Loving You Again" o.a. gecoverd door de Blue Ridge Rangers (John Fogerty) en het veel gecoverde "Okie to Muskogee".

Merle Haggard droeg voor dit album 3 nummers aan, zijn eigen "Reasons to Quit", "No Reasons to Quit" (Dean Holloway) en "All the Soft Places to Fall" van zijn ex vrouw Leona Williams. de 2 Willie Nelson nummers zijn nieuwe opnames van "Half a Man" waarmee hij in 1963 een hit had en "Opportunity to Cry" uit 1964.

de overige 4 nummers kozen zij gezamenlijk "It's My Lazy Day" een nummer van Western movie komiek Smiley Burnette, "My Mary" een nummer van Stuart Hamblen "the transplanted Texan who helped launch California's country music scene in the 1930's, a hommage to a Texas Girl He Left Behind when he moved West in 1928".

"Still Water Runs the Deepest" en "My Life's Been a Pleasure" zijn beide nummers van Texas fiddler Jesse Ashlock, die bekend werden in de versies van "King of Western Swing" zanger/bandleider Bob Wills.

uiteindelijk had men deze 9 nummers klaar en kwam men een nummer tekort. het was Willie Nelson's dochter Lana die suggereerde om de song "Pancho and Lefty" van Townes Van Zandt op te nemen. dit nummer werd de katalysator van dit album en werd in 1983 in hun versie een nummer 1 hit in de Billboard country chart. een frappant detail is dat beide mannen dit nummer niet kenden, dat eerder verscheen op het Townes album "The Late Great Townes Van Zandt" (1972).

Favoriete tracks "Pancho and Lefty" hoewel deze country/pop versie niet kan tippen aan het origineel, "Half a Man", "Reasons to Quit", "No Reason to Quit" en "All the Soft Places to Fall".

op dit album speelden zowel muzikanten uit de bands van Willie Nelson en Merle Haggard mee plus 6 sessiemuzikanten van een Nashville studio band die door producer Chips Moman werden aangebracht.

de re-issue uit 2003 bevat 2 bonus tracks van Willie Nelson, een niet eerder uitgebrachte versie van "Half a Man" en een opname uit 1982 van "My Own Peculiar Way", dat hij eerder in 1965 voor RCA opnam.

Album werd geproduceerd door Merle Haggard, Willie Nelson & Chips Moman
Recorded at Pedernales Studio, Spicewood, Texas and Moman's Recording Studio, Nashville, Tennessee

Bobby Emmons, Bobby Wood: keyboards
Reggie Young, Willie Nelson, Merle Haggard, Johnny Christopher, Grady Martin, Chips Moman, Lewis Talley: guitars
Mike Leech: bass
Gene Chrisman: drums
Johnny Gimble: mandolin, fiddle
Mickey Raphael: harmonica
Don Markham: saxophone

Michael Barnett - One Song Romance (2014)

poster
3,0
Michael (Mike) Barnett is een uit Nashville, Tennessee afkomstige fiddler actief in het bluegrass/roots genre en hij speelde als sessiemuzikant o.a. mee op albums van Ricky Skaggs.

op dit debuut solo album staan 12 zelfgeschreven liedjes waaronder 5 vrij complexe instrumentale nummers (3,6,8,9 en 11). de muziek vliegt een beetje alle kanten op met de rag time/Western Swing van "More Strangs", instrumentale jazz "Raindrops and Puddles" of de instrumentale bluegrass "New Barnes", een nummer met de inmiddels niet meer actieve progressieve bluegrass band The Deadly Gentlemen.

sterkhouders zijn de liedjes "Change Her Mind" met een lead vocal van Tim O'Brien en harmoniezang van Aoife O'Donovan, "Little Darling" wederom met zang van Tim O'Brien en de afsluitende ballad "One Song Romance" met leadzang van Aoife O'Donovan. op het matige "Light Me a Lantern" verzorgt Sarah Jarosz de harmony vocal.

Michael Barnett werd in 2021 getroffen door een hersen aneurysma en was lange tijd niet meer actief in de muziek, waarna hij weer ging optreden als lid van Kentucky Thunder, de band van Ricky Skaggs.

Album werd geproduceerd door Michael Barnett
Recorded at Grand Street Recording, Brooklyn, New York

Michael Franks - Dragonfly Summer (1993)

poster
3,0
toch eens 1 van de latere albums van Michael Franks uitgeprobeerd. tenslotte maakte de man in de 70's een aantal prima albums, o.a. "The Art of Tea" en "Sleeping Gypsy".

zoals altijd is de muzikale omlijsting uiterst verzorgd en is zijn muziek perfect gearrangeerd en wordt deze perfect uitgevoerd en geproduceerd. helaas beweegt zijn muziek zich op dit album op een hellend vlak, van glad, gladder tot gladst. het schiet door naar zoetsappige mainstream, wat dit ook moge zijn, maar zoals ik het als luisteraar ervaar in dit geval geen goede mainstream muziek.

in combinatie met de "over the top" romantische teksten, zoals in het tenenkrommende "I Love Lucy" met regels als "I love Lucy and she loves me, we're as happy as two can be, Lucy kisses as no one can, She's my missis and I'm her man", leidt dit tot muziek met een hoog suikerspin gehalte. tel daarbij op dat de meeste composities niet willen beklijven en dan kom je uit op muzikaal behang voor in de supermarkt.

ook de 2 nummers waarop hij duetten zingt "Keeping My Eye on You" met Dan Hicks en "You Were Meant for Me" met Peggy Lee hebben een hoog glazuur gehalte.

met enige moeite kom ik tot 3 lichtpuntjes, de opener "Coming to Life", het funky "Practice Makes Perfect" en het melodieuze mid-tempo "The Dream". na dit album haakte ik af.

bij de productie van "Dragonfly Summer" waren liefst 4 producers betrokken, t.w. Jeff Lorber, Yellowjackets, Gil Goldstein en Ben Sidran

Michael Franks - Objects of Desire (1982)

poster
3,5
album nummer 7 van MIchael Franks, die muziek maakt in het genre crossover/pop jazz, iets wat hij meesterlijk deed op het album "The Art of Tea" (1975) met de hit "Popsicle Toes".

9 eigen composities, alle perfect gearrangeerd en op de vertrouwde wijze perfect uitgevoerd, met hulp van vele klasbakken/sessiemuzikanten o.a. Larry Carlton/Hugh McCracken (gitaar), Harvey Mason/Andy Newmark (drums) en saxofonisten Michael & Randy Brecker en David Sanborn.

vanwege de "perfecte" muziek schijnt deze bij sommigen associaties op te roepen met die van Steely Dan, maar dat is een beetje appels met peren vergelijken, want zijn muziek is veel meer "laid back" en mist het avontuurlijke en de diversiteit van het werk van Steely Dan.

helaas haalt deze niet het niveau van voorgangers als "Sleeping Gypsy" en "The Art of Tea", hoewel de eerste 6 nummers "Jealousy" t/m "Tahitian Moon" daar kwalitatief niet of nauwelijks voor onder doen.
op het fraaie "Ladies Night" deelt hij de lead vocalen met zangeres Bonnie Raitt.

het album zakt vanaf nummer 7) "Flirtation" flink in, gevolgd door 2 andere nummers "Love Duet" en "No One But You" , waarbij het glazuur van je tanden dreigt af te springen. kan de "gladde" muziek van Michael Franks goed hebben, maar dit trio nummers klinkt serieus "over the top". jammer.

Favoriete tracks "Jealousy", "Wonderland" en Tahitian Moon".

Album werd geproduceerd door Michael Colina & Ray Bardani
Recorded at Minot Sounds, White Plains, New York
( additional recording at Warner Bros. Recording Studios, North Hollywood, California)

deelcitaat uit de liner notes:

"Franks began his musical career in his native La Jolia, California, where he played in a variety of high school folk and rock bands. He continued to perform and write during his college tenure at UCLA and in the late 60's relocated to Canada to complete his education. While there he opened shows for Gordon Lightfoot and worked with the Canadian folkgroup, Lighthouse.

Franks used a Polynesian palette to paint a rich musical portrait on "Objects of Desire", reflecting his longstanding interest in the French impressionist painter Paul Gauguin"

Michael Franks - Sleeping Gypsy (1977)

poster
4,0
de opvolger van zijn klassieker "The Art of Tea" is wederom een album met fraaie crossover/pop jazz.
je kunt het ook aangename "lounge" muziek noemen voor op de achtergrond, maar dan doe je de muziek op dit album met 8 eigen nummers van Michael Franks tekort, want zijn composities steken razendknap in elkaar en luisteren lekker weg.

gezongen met zijn aangename, warme "smooth" voice en m.m.v. top sessiemuzikanten als o.a. Joe Sample (piano), Wilton Felder (bass), Larry Carlton (gitaar) alle 3 ooit lid van de vermaarde band The Crusaders, John Guerin (drums), Michael Brecker (tenor saxofoon) en David Sanborn (alto saxofoon) worden zijn songs geweldig uitgevoerd.

wat betreft de "gladde" muziek, blijft Michael Franks naar mijn mening op dit album aan de goede kant van de streep. net iets minder dan "The Art of Tea", maar van al zijn andere albums komt deze kwalitatief het dichtst in de buurt.

Album werd geproduceerd door Tommy Lipuma
Recorded at Capitol Records, Hollywood, California
except "B'wana, He No Home" recorded in Rio de Janeiro

(deel) citaat uit de liner notes:

"Sleeping Gypsy" was released in early 1977. Produced by Tommy Lipuma, it highlights eight Franks originals showcasing a spacious, lifting jazz/pop sound. The album's musical motive was inspired by Franks' continuing interest in Brazilian music, resulting in such standout cuts as "Down in Brazil" and "Antonio's Song".