MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Lolita Terrorist Sounds - St. Lola (2023)

poster
4,5
De krochten van de hel worden in de jaren tachtig door indrukwekkende avantgardistische acts als Swans, The Birthday Party, Einstürzende Neubauten, Virgin Prunes, Christian Death en Foetus volledig uitgewoond. Door de zwaarte van de performance lopen zalen half leeg, en spreekt men er schande van. Ja, er wordt in de goede zin van het woord maar ook met afschuw over die intense zware voordracht gediscussieerd. Leef je leven alsof het je laatste dag is. Zonder deze mindsetting ontwikkelt de toekomst van de gothic doemdenkers, de industrial noise drones en zelfs de postpunk movement zich totaal anders. Door het gevaarlijke destructieve karakter sneuvelen er een aantal belangrijke randfiguren. Achteraf gezien wordt deze kunstvorm wel breder geaccepteerd, al blijven het platen die je niet bij een gezellige familiegelegenheid draait.

Maurizio Vitale heeft het allemaal prima begrepen en kijkt met bijna ziekelijk respect tegen de muziekhelden uit verleden tijden op. Die adoratie is zelfs zo sterk dat hij op Swans gitarist Kristof Hahn afstapt en hem uitnodigt om aan zijn shockerende Lolita Terrorist Sounds project deel te nemen. Het lukt hem zelfs om de hoogbejaarde Bob Rutman te strikken welke kort na die opnames komt te overlijden. Er is eigenlijk maar een persoon geschikt om dit alles te leiden en dat is producer Thomas Stern. Die weet als geen ander die Berlijnse underground scene een stem te geven, niet vreemd dus dat hij door regisseur Wim Wenders gevraagd wordt om samen met Crime and the City Solution een bijdrage voor de Until The End Of The World film te leveren. De visie van Thomas Stern zou namelijk ook prima de Himmel Uber Berlin grijsheid inkleuren, maar deze is dus niet van zijn hand.

Maurizio Vitale heeft Italiaanse roots, en zijn naam is net zo mysterieus als zijn transgender Lolita Terrorist Sounds alter ego. Door zijn angstaanjagend uiterlijk presenteert hij zich als het jongere bastaardneefje van Marilyn Manson uit zijn Antichrist Superstar tijdperk. Het is allemaal theater, allemaal schijn, maar deze lugubere gimmick spreekt wel een bepaald publiek aan. Er wordt gedweept met taboes, heilige huisjes worden omver geschopt, uiteindelijk is het toch allemaal een Great Rock & Roll Swindle. Amusant gezichtsbedrog, maar dan wel zeer vermakelijk. De achterdeur wereld van de glamour en roem met de seksschandalen, de drugsverslavingen en het nachtelijke straatleven. Een verlaten Oost-Berlijns spookhuis dat tijdens de koude oorlog door de geheime dienst bewoont wordt vormt hierbij het opnamedecor.

Met het opgewonden fetisjisme voor kaalgeschoren vrouwen hakt het indringende Shaved Girl er letterlijk hard in. Een unheimische geluidskakofonie waarbij Bob Rutman misschien wel voor de laatste keer de begrafenismars doodsklokken van zijn eigen requiem bespeeld. Lolita Terrorist Sounds haalt al het opgelegde slechte van de mensheid naar boven, de jeugdtrauma’s, het ziekelijke verlangen en de dromen die het daglicht nooit mogen aanschouwen. Natuurlijk is de impact niet zo groot als de verschrikkingen van de grondleggers, Maurizio Vitale komt er bangelijk dicht bij in de buurt. Toch staat Shaved Girl vooral voor de LGBTQ trots, een regenboogsong met vervaagde kleuren. Durven om jezelf te zijn en je niet als een melaatse kluizenaar van de maatschappij afzonderen.

Die sociale vervreemding staat tevens in het rockende Prison Song centraal. Is de celstraf het gevolg van het anders denken, of verliest iemand zich juist in de liefde, een crime passionnel tot gevolg. Kristof Hahn laat de gitaar stevig tegensputteren. Wat een geweldenaar is deze muzikant toch. Als Michael Gira het brein van de Swans formatie is, dan vormt Kristof Hahn tegenwoordig wel het hart welke de bloedsomloop in werking stelt. De piano en treurstrijkers staan voor het verdriet garant, maar worden door het krijsende industrial monster overstemd. Grootheidswaanzin hiërarchie centraliseert zich in het kritische Red Carpet. Waarom laat het individu zich vermorzelend vertrappen en stelt deze zich ondergeschikt aan de machtige wereldleiders op. Waarom bepalen die de richtlijnen van het rechtssysteem privilege waarbij je jezelf buitenspel plaatst.

Mind The Gap, imponeert met de herkenbare Kristof Hahn pedal steel gitaarsound. Overleef het leven door je hersenen te legen. Ontsnap aan de realiteit door deze te ontkennen. Forensisch grenzeloze nachtelijke romantiek op de achterbank van een taxi, schaamteloos ontremd. De drive van de song bepaald de snelheid van het ritje. Curse met de aan Joy Division schatplichtige drumpartijen, speelt op de behoefte van het heimelijke verlangen van volwassen 1.001 nacht sprookjes in. Curse heeft een hoog retro postpunk gehalte, met bezwerende tribal drums, machinale ritmes en een gejaagde licht Oosterse ondertoon. Gloria! En dan komen we uiteindelijk bij St. Lola uit. De beschermheilige van het uitschot welke het ziekelijke verlangen belichaamt. De zeven hoofdzondes herenigd in een goddelijk personage. Stelt hij hierbij de sensuele schoonheid van Marlene Dietrich centraal? Het geweten van Duitsland in al haar schoonheid en pracht, maar tevens de zwart gebrande geschiedenisbladzijdes.

Uiteindelijk verlangen we allemaal naar een harmonisch bestaan. In Living-In-Glory geven we ons aan de structurele rangschikking over. De leegte van het niets, met de oorverdovende herhalende oerknal. Hoe hard kan stilte binnenvallen, hoe fluisterend dichtbij kan het einde komen. Waarom is St. Lola zo goed? Het zet uitgesproken hedendaagse vraagstukken in een vintage doodgraversjasje centraal. De duisternis van het nu overstijgt de verzonnen legendes uit het verleden. De ziel verterende bloedzuigers staan aan de top van de maatschappij. Mindfulness voor de onwetende, die hun meningen en rechten voor een aantal likes opofferen. Hell Is Round the Corner, Welcome To Paradise.

Lolita Terrorist Sounds - St. Lola | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

London Grammar - Californian Soil (2021)

poster
4,0
Het is de herfst van 2013 als London Grammar de wereld eventjes tot stilstand dwingt met het bedwelmende donkere Strong. Deze derde single betekent de grote doorbrak van het uit Nottingham afkomstige gezelschap. Een zoektocht naar kracht, waarbij de kwetsbare Hannah Reid zich als een onzichtbaar middelpunt in haar eigen wereldje centraliseert.

Deze tegenstrijdigheid botst met het gegeven dat de getalenteerde frontvrouw opeens vol in the picture staat en dus als een sterke vrouwelijke persoonlijkheid gezien wordt. Juist door die herkenbaarheid krijgt ze de taak toegeëigend om zich uit te spreken, en telt haar mening wel mee. Op If You Wait plaatst ze zich naast Romy Madley Croft van The XX, die ook haar persoonlijke shit deelt om zelf een vervolgstap in het leven te maken. Daar ligt tevens de nadruk op de ijzersterke triphop achtige ondersteuning. Alleen ademt London Grammar vooral hoop uit, en treed Hannah Reid net wat minder introvert naar buiten.

Truth Is a Beautiful Thing voldoet aan de verwachtingen, en het fragiele heeft plaats gemaakt voor volwassen zekerheid, al blijft die aantrekkingskracht van de karakteriserende hemelse zang domineren. Toch blijft Hannah Reid moeite hebben met die aandacht en is ze er zich wel degelijk van bewust dat er van haar gevraagd wordt om deze om te zetten in een leiderspositie binnen London Grammar. Het lijkt mij een bewuste keuze om Hannah Reid nu als boegbeeld naar voren te schuiven om de vervlakking tegen te gaan.

Dat daardoor nog niet alles even pakkend uit de verf komt is een logische voortzetting. De kunst is het om je hierdoor niet teveel af te laten leiden. De frustraties en het gevecht met de demonen overheersen nog steeds op Californian Soil. De vocalist heeft zich al eerder openlijk uitgesproken over de benauwende positie van de zangeressen in het muziekklimaat en dat ze niet van plan is om die vrouwelijkheid aan de platenmaatschappij te verkopen om haar sexappeal tentoon te stellen.

Californian Soil opent ijzersterk met het filmische Intro, waarbij Hannah Reid de luisteraar meeneemt in haar rol als een verleidende Sirene die met dromerige klanken hypnotiseert en bemind. Er is gekozen voor een breed georkestreerde aanpak waarbij de strijkers eventjes die begeleiding van Dan Rothman en Dominic Major overnemen. Een meesterzet om zo af te trappen welke vervolgd wordt door de duistere dreampop van het titelstuk Californian Soil. Een gedurfde ontwikkeling, waarmee London Grammar uit die verstillende triphop sound stapt en meer kleur geeft aan de jaren tachtig. Dit alles in een hedendaags aarde donker Peaky Blinders getint sfeertje, omgeven door spookachtige vocale bijgeluiden.

Vanaf Missing is daar fragmentarisch die zekere hitgevoelige omslag, waarbij bijna vergeten wordt dat juist Hannah Reid zoveel diepere lagen toevoegt aan haar stem. Het is eventjes wennen nu ze die breekbare onzekerheid definitief verlaten heeft en ze haar twee collega’s dirigeert om dragende die positie als begeleidingsband op zich te nemen. Nog meer schud London Grammar die prachtige veilige eigenzinnigheid van zich af om op zoek te gaan naar nieuwe uitdagende invalshoeken. Ze lopen hiermee wel het risico dat de band vervreemd raakt met zichzelf en ze juist die beeldende sobere uitstraling opofferen voor solide uptempo beats.

Dit gaat ten koste van de nog steeds prachtige integere teksten. Het indringende Lord It’s a Feeling behoort tot die tekstuele hoogtepunten die Hannah Reid ooit beschreven heeft, en waarbij ze de private ellende publiekelijk deelt. Echter zonder het zorgvuldig gebruik maken van intimiteit en instrumentenkeuze wordt het een gehaast vluchtig liefdesliedje met halverwege pas de plek voor die gerijpte stem met een ruimtelijke postpunk kilheid. Zonde, want met het op zeer basic sprookjesgeluid terende All My love laat ze collega zangeressen vervagen tot nietszeggende schimmen, die al aarzelend een plek in haar schaduw innemen.

Het is een gewenningsproces, voor de luisteraar en de band, waarbij Hannah Reid de overige twee muzikale partners overstijgt. Op de tweede helft van Californian Soil is daar die beheerste somberheid, en treden de strijkers weer meer overwichtig op de voorgrond. I Need the Night leunt op dromerige retro new wave gitaarlijnen en pompende kletterbeats die de track pulserend uit de duisternis trekt. Dit overtreft London Grammar nogmaals met America, waarbij The American Dream de ultieme zoektocht naar het geluk symboliseert. Loslaten om weer verder te gaan. Misschien is dit ook wel de kern van Californian Soil. Het verleden laten rusten en je richten op de toekomst.

London Grammar - Californian Soil | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Lonnie Holley - Oh Me Oh My (2023)

poster
4,5
Het is te triest voor woorden dat je een trauma zestig jaar wegstopt, om deze nare gebeurtenis dan pas helend te delen. Een therapeutisch proces, welke in het geval van Lonnie Holley over zijn verschrikkelijke periode in de Alabama Industrial School for Negro Children te Mount Meigs handelt, waar ze hem als elfjarige verschoppeling plaatsen. Daar wordt hij als een slaaf in het hervormingsreservaat misbruikt, werkt hij de hele dag op katoenvelden, wordt hij met een riem afgeranseld, en als afgedankt vee behandeld. Zijn kansloze bestaan heeft al eerder de nodige deuken opgelopen. Schijnbaar mist hij binnen een gezin van zevenentwintig kinderen enige vorm van moederliefde en verkopen ze Lonnie op zeer jonge leeftijd voor een fles sterke drank. Als twee nichtjes door brand om het leven komen, maakt hij van beperkte middelen een indrukwekkende grafsteen, waarna hij zich als selfmade kunstenaar steeds verder ontwikkelt.

Deze alternatieve werkwijze gebruikt hij ook op zijn albums. Hij is de zestig al gepasseerd als met Just Before Music debuteert. Lonnie Holley is niet echt ergens onder te brengen. Hij is een folky verhalenverteller, een ervaren observerende waarnemer, een geharde blueszanger, een gevoelige soulman, maar ook een bezwerende afrofunk sjamaan. Uniek in zijn excentrieke werkwijze, en zeer geliefd bij zijn muzikale collega’s die hem op zijn vijfde Oh Me Oh My studioplaat bijstaan. De albumhoes is tot een verscheurde gemeenschap te herleiden, met afsplitsende landsvlaggen en een kleine woongemeenschap in het midden geplaatst. Al zie ik er ook een kerk in, omgeven door graven. Het is in ieder geval een indrukwekkende schetstekening.

Er wordt daadwerkelijk op de Testing aftrap afgeteld. Door de futuristische inslag lijkt het alsof de gospelheerser met een ruimteschip vanuit de hemel op aarde getransporteerd wordt. Lonnie Holly test en beoordeeld de mensheid, trekt het boetekleed als een koningsmantel aan, en overtuigt met deze sprakeloze inleiding zijn volgelingen. De goedwillige soulzanger krijgt in de duistere I am a Part of the Wonder dagdroomnachtmerrie tegengas door de rituele begrafenis jazzblazers, de verdwalende doolhof jungleritmes en een fluisterende Moor Mother die zich als een verraderlijke Judas in het onheilspellend schouwspel mengt. Krijsend, exotisch, hypnotiserend onder een wolk van lichtroze acid dampen. Dan stelt Michael Stipe van R.E.M. zich in het bezinnende Oh Me Oh My titelstuk bijna schuchter bescheiden op. Zijn zalvende stem draagt de berustende evangelische mantra’s die als een verlichtende nevel de gesproken gekwelde Lonnie Holley woorden van voedende zoete honing voorzien.

Het drukkende dreigende Earth Will Be There is slechts een voorbede van de nooit verwerkte Mount Meigs geschiedvertelling, waarbij Lonnie Holly als een ernstig teleurgestelde machtige Isaac Hayes Black Moses personage de gesplitste Rode Zee in gevaarlijk snijdende ijsschotsen transformeert. Het intrigerende Mount Meigs roept die onverwerkte gruweldaden op, en misstaat zeker niet op de verharde Jesus Christ Superstar soundtrack. Lonnie Holly presenteert zichzelf als een afgedankt persoon, in een speelveld van afgedankt materiaal, in een afgedankte consumptiewereld. Het uitschot van de maatschappij, weggestopt in opvoedingskampen. Ondergeschikt ten opzichte van het ideale wereldbeeld, en het feit dat het Black Lives Matter discussiepunt van alle tijden is. Een zwaar industrial slagveld, en het onovertroffen Oh Me Oh My hoogtepunt, waar rondvliegende drones, kapotslaande gitaarexplosies en haastige jazzbeats een ware aftershock veroorzaken.

Door het swingende sensuele Better Get That Crop in Soon vervolg krijg je amper de tijd om die indrukken ze verwerken, en voelen deze wat onwennig onwerkelijk aan. We dansen op de vulkaan, waaronder het smeuïg verder broedt, en de volgende explosie nog maar een kwestie van tijd is. Justin Vernon drukt de kenmerkende verknipte electro folk Bon Iver stempel op Kindness Will Follow Your Tears, en schenkt tevens zijn hoge stempartijen aan de track, die daardoor niet meer als een Lonnie Holley song aanvoelt, maar waar hij wel als kerkelijke ceremoniemeester het geheel aan elkaar praat. Als we ons dan toch in die christelijke sferen bevinden, dan is None of Us Have but a Little While met het betere sobere Soulsavers werk vergelijkbaar en neemt Sharon Van Etten voortreffelijk die tranen doordringende engelenrol op zich. Soms is woordeloos biechtgehuil voldoende om indruk achter te laten, meer wordt er niet van de zangeres gevraagd.

If We Get Lost They Will Find Us. Volgens de vergevingsgezinde Lonnie Holley zijn we allemaal zoekers op het aardse paradijs. Soms nemen we de verkeerde afslag, maar de verlossende hand zal ons leiden. Wijze woorden van een oude geleefde man, die in de najaren van zijn bestaan zoveel ontroering opwekt. Toch steelt de verbitterende van Mali afkomstige Rokia Koné hier de show. Bij Sharon Van Etten ontbreken de woorden, hier zijn ze in een voor mij vreemde taal aanwezig, de emotie komt toch wel binnen. Heerlijke filmische omlijsting die bijna aan het prachtige Merry Christmas, Mr. Lawrence soundtrack van de onlangs overleden Ryuichi Sakamoto memoreert. Het zwaarmoedige deprimerende I Can’t Hush sluit op het eerder genoemde None of Us Have but a Little While aan. Een terugkijk op het leven en daardoor alleen al een betere albumafsluiter dan de verstillende Future Children cyberfunk. Maar de onnavolgbare eigenzinnige vocalist vaart zijn eigen koers, en dat is prima zo. Oh Me Oh My roept tot universele verbondenheid op, waarbij Lonnie Holley de gemaakte fouten uit het verleden niet vergeet, maar als vruchtbare bodem gebruikt.

Lonnie Holley - Oh Me Oh My | Soul | Written in Music - writteninmusic.com

Lord Huron - Vide Noir (2018)

poster
4,5
Lord Huton krijgt het voor de derde keer voor elkaar om een wanhopige trieste donkere plaat te maken. In eerste instantie klinkt Vide Noir als een onmogelijke liefdesalbum, waarbij de hoofdpersoon bij het ontwaken van de dag zijn geliefde telkens weer verlaat. Na meerdere luisterbeurten ervaar ik het totaal anders. Dit zou net zo goed het verslag kunnen zijn van een nachtelijke schaduw, die als de zon is verdwenen zich als een parasiet bindt aan een persoon, en al zijn duistere geheimen met hem deelt. Het verlangen om zo lang mogelijk zich te ontfermen en bijna ziekelijk te beminnen. Zelfs tot de eeuwige duisternis. Hoe Vide Noir ook binnenkomt, het is Ben Schneider weer gelukt om de luisteraar mee te slepen in de korte verhaaltjes, die nu wel minder sterk een lijn vormen dan op Lonesome Dreams en Strange Trails.

Het nachtleven staat in ieder geval centraal. De eenzame autoritjes in een David Lynch achtig decor. Waar zijn schaduw de rol als verslaggevende regisseur vervolgt en de momenten opslaat tot desperate songs. De sombere nasmaak maakt het tot een indie album die het verhalende omzet in een sterk Americana tintje. Het zich nergens thuis voelen en zich niet kunnen binden roept tevens het eenzame beeld op van een cowboy die aan de horizon verschijnt, zijn paard ingeruild voor een Chevrolet of andere Amerikaanse wagen. Zo ervaar ik het opnameproces. In het donker op stap gaan, jagend naar inspiratie, om deze overdag in thuisbasis Los Angeles te verwerken tot nummers.

Na de prachtig bespeelde harp van Allison Allport en Sacha Schneider in Lost in Time and Space wordt het daadwerkelijk startsignaal gegeven door de gitaaruithaal van Tom Renaud. De warme stem van Ben Schneider krijgt door de toevoegende echo effecten nog net wat meer rijpheid. Hij raakt hier direct al de kern van Vide Noir. De intimiteit waardoor je voor het komende drie kwartier gekluisterd en ademloos je laat meenemen in de zoektocht naar zijn innerlijke persoonlijke gevoelens. Om gelijk al aan het einde van de openingssong zo bombastisch grootst uit te pakken beloofd al wat voor het verloop.

Met de donkere bastonen van Miguel Briseño stappen ze in het waanzinnige sterke Never Ever echter pardoes het postpunk tijdperk binnen. Als er een periode donker en onzeker beschilderd wordt dan is het wel de decadente jaren tachtig. Niet zo vreemd dus dat deze twist hier plaats vind. wat is dit een heerlijke oppepper om gevuld met adrenaline een euforisch gevoel op te roepen. De misvormde tonen van Ancient Names, Pt. I worden de mond gesnoerd door lieve harpsnaren om al pompend verder te gaan in een zelfverzekerde spierballentrack. Mysterieuze surfrock akkoorden ontsnappen uit de klankkast van de gitaar om er een bedwelmend en bezwerende dimensie aan toe te voegen. Met het aansluitende Ancient Names, Pt. II wordt het tempo opgevoerd tot een heuse rock track, maar blijft de twijfel in de voordracht van Ben Schneider domineren. Het samenspel van potten en pannen geeft het een basic einde.

Het croonende Wait by the River gaat verder terug naar de rhythm and blues uit de jaren vijftig. De begeleidende piano bewoord de flonkerende sterren die vanuit de hemel naar ons staren. Het vluchtige Secret of Life gaat weer meer de diepte in, en is een stuk zwarter en beklemmender. De grimmige begeleiding gooit je fragmentarisch terug in de kille eighties. Het grote gebaar is weer meer op de voorgrond in het persoonlijke Back from the Edge. Ben Schneider overwint zijn angsten en krabbelt overeind. Het breakpunt van de plaat.

“I was nearly destroyed when I looked in her eyes
I got lost in the void as I pondered the size
I got black-brained to death, but I just wouldn’t die
I came back from the edge, I came back from the edge”

The Balancer’s Eye past door zijn positieve lading een stuk minder op Vide Noir. Maar dit is dan het enige smetpuntje. Het smerige gitaarspel maakt er wel een soepele gesmeerde iets wat honingzoete stroperige song van. Dat verwacht je ook van When the Night Is Over, al zorgt het typische volkse Amerikaanse storytelling van Ben Schneider ervoor dat de diepgang hier overheerst. Gelukkig is er op het einde weer plaats voor de schemerzone, die als een lang gerekte schaduw zijn intrede doet. Met meer gerichte elektronica worden er hedendaagse elementen verwerkt in Moonbeam. Helaas wil het niet genoeg spanning oproepen.

Het ritme van Vide Noir heeft iets kunstmatigs, maar weet je wil mee te voeren tot psychedelische kosmische hoogtes. De bas weet dit rechtlijnig te onderstrepen in een plichtmatig strak basisveld. Met het wanhopige georkestreerde Emerald Star wordt passend met schitterende spanningsbogen afgesloten. De cirkel lijkt zich na verschillende dwalingen weer te sluiten tot een passend geheel. Na het geweldige begin moet er geconcludeerd worden dat het tweede gedeelte dat niet helemaal waar weet te maken. Hierdoor is het net niet het gehoopte meesterwerk van Lord Huron geworden.

Lord Huron - Vide Noir | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Los Bitchos - Let the Festivities Begin! (2022)

poster
4,0
Lang genoeg getreurd, tijd om je op de toekomst te richten. Geen gezeur meer over de bewegingsbeperkingen, de visie verbreden met feestmuziek. Feestmuziek? Zijn we daar dan al aan toe? Als het aan het Londense dameskwartet Los Bitchos ligt wel. Let the Festivities Begin! Staan vrouwen dan zoveel nuchterder in deze heet gebakken maatschappij dan de opgefokte mannelijke collega’s? Ja, blijkbaar wel! Los Bitchos bewapent zich met verkwikkende frisheid, smeltkroes veelzijdigheid, catchy postpunk en het energieke verlangen om het publiek in een broeierige, zwetende massa te herenigen. Niet vreemd dus dat Franz Ferdinand voorman Alex Kapranos het gezelschap onder zijn hoede neemt, en de debuutplaat produceert. Niet de minste dus, veel beter kan je het niet treffen.

Als hoofddoel stelt hij zichzelf de opdracht om dat energieke livegevoel op de plaat te transformeren. Het publiek moet de indruk krijgen dat er hier sprake is van een ervaren partyband, die na het corona gebeuren rechtstreeks op de festivalweides losgelaten kan worden. Vanaf die eerste minuut moet het gelijk raak zijn. Los Bitchos heeft het allemaal in zich; de overlevingsdrang van het straatleven, opgewekte zomerse jaren tachtig ska, ouderwetse gothic wave en vooral een overdosis aan het Zuid Amerikaanse feestgevoel. Mardi Gras meligheid naast het zwaardere Día de Muertos, verpakt in tegen de stroming in zwemmende surfpunk. Vamos A Jugar Por La Playa, laten we lekker op het strand spelen! We hebben die vitaminerijke buitenlucht lang genoeg gemist!

Los Bitchos, geraffineerde puntigheid met een heerlijke zomerse mellow ondertoon. Een stoer dameskwartet die het eighties new wave adorerende mysterieuze oosterse klankenpalet aandikt door hier perfect gedoseerde hitsige gepeperde exotica ingrediënten aan toe te voegen. Het is zo retro als maar zijn kan; Agustina Ruiz krijgt het voor elkaar om het uncoolste instrument uit de jaren tachtig, de keytar (soort van keyboardgitaar) weer cool te laten klinken. Daarnaast zorgt Nic Crawshaw voor die opzwepende ritmische drumdynamiek, gooit Josefine Jonsson er de nodige duidelijk door Tina Weymouth (Talking Heads, Tom Tom Club) beïnvloede luie funkbas overheen en maakt het psychedelische aan Robert Smith (The Cure) memorerende gitaarspel van Serra Petale het helemaal af.

Het is allemaal niet zo serieus. Het vintage futuristische The Link Is About to Die is zomerse postpunk zonder de antidepressiva, waarbij de verslavende medicijnen vervangen zijn door een gelukkig makend XTC pilletje. Deze energiestoot werkt door in het oppompende punkende I Enjoy It, waarna ze probleemloos naar oversized luchtig zittende infiltrerende Pista (Fresh Start) gangster ska overschakelen en daar de nodige sleazy straatvuil overheen kieperen. Josefine Jonsson creëert herkenbare Italodisco baslijnen welke de fundering vormen voor de explosieve swingende uptempo soulwave van Las Panteras. Met gemak wijken ze met het Caribische discosoundmachine Change of Heart geluid naar de andere kant van de wereld uit.

Sergio Leone mystiek blaast voldoende leven in de seventies western sound van het filmische Good to Go!. The Magnificent Four cowboyladies van Los Bitchos vervullen het muzikale horizondecor met uithuilende stemmige gitaarakkoorden en broeierige Latin percussie. En op het moment dat de ondergaande zon zichzelf in de verslindende zee werpt is de tijd aangebroken voor de duistere satanische voodoo maandans van Try the Circle! Dat duistere horrorscenario houden ze vast in het teveel aan ouzo cocktails afsluitende Lindsay Goes to Mykonos. Los Bitchos overdoseert de postpunk depressies met een flinke injectie aan lol trappende zonnesteek waanzin.

Los Bitchos - Let the Festivities Begin! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Los Bitchos - Talkie Talkie (2024)

poster
3,5
Talkie Talkie, nou op wat aanstekelijke kreten en een paar zinnen na in Hi! komt er niet echt een waterval aan woorden voorbij. Instrumentale muziek als communicatiemiddel om voortbewegend indruk te maken. Muziek als communicatiemiddel om helemaal los te gaan. Muziek is passie, emotie, en misschien wel de meest duidelijke manier om je gevoel weer te geven. Alleen in het westen hebben wij dat niet goed begrepen, terwijl het in de Zuidelijke landen een onderdeel van rouw is, en zelfs bij een opruiende opstand maakt men gebruik van de kracht van klanken. Dat de leden van Los Bitchos uit alle windrichtingen van de wereld vandaan komen, valt zeer zeker in het voordeel uit.

Talkie Talkie overrompeld minder dan Let the Festivities Begin! en is stukken berekender. Die feministische punkattitude is wat naar de achtergrond verdwenen. Bij het enthousiaste debuut voegt Los Bitchos echt iets toe, daar heerste de hoera stemming om weer op te treden en de clubs onveilig te maken. Bij Talkie Talkie verschuift de aandacht nog meer naar de postpunk, en dan verslapt de concentratie, waardoor het net te vaak als achtergrondmuziek aanvoelt. Let the Festivities Begin! is een ritmisch swingend feestje met het opzwepende percussiewerk van Nic Crawshaw, die daar nog het tempo aangeeft. Agustina Ruiz gaat tegenwoordig los op het toetsenwerk en verruilt de keytar met regelmaat voor een ouderwetse keyboard.

Het geraffineerde zomerse Hi! mengt Oosterse psychedelica met een hoge dosis aan Italodisco en is de soundtrack van de vroegere zonovergoten dagen. Onbevangen, minder bewust van ultraviolette straling en de nadelige gevolgen daarvan. Broeierige stranden waar tot midden in de nacht gefeest wordt. Bij de Talkie Talkie, Charlie Charlie roes vallen de hypnotiserende riffs in herhaling, een gimmick die zich vervolgens doorzet en welke op het debuut minder sterk opvalt. Serra Petale laat haar gitaar sporadisch vlammen, het vuur van de eersteling is veelal gedoofd. Don’t Change bevestigd het al, verander nooit een winning mood. Toch is dat nou net een te zelfverzekerde houding die hier wat zorgeloos voorbij kabbelt. Nic Crawshaw doet haar best en pakt met haar exotische drumpartijen zeker haar momenten, al dreunt de kille synthesizersound daar hard doorheen.

Met de donkere Kiki, You Complete Me gangster ska verbreden ze hun werkveld en bezoeken ze het multiraciale geluid van de Londense achterstandswijken. Hier blijven ze dicht bij hun veelzijdige straat roots, waar kansloze jongeren alle middelen aangrijpen om zichzelf te vermaken. Misschien moet Los Bitchos niet succesvoller worden, want daar horen ze thuis, daar wonen de lotgenoten die amper rondkomen. Daar zijn ze eigen, en daar zijn ze eigendom van een groepering die verder bijna niks bezit. De vluchtigheid zit hem in de gejaagde postpunk uitspattingen, een warboel aan escapisme welke zich uiteindelijk van de realiteit loswringt.

Het goedkoop scorende Road is een flinke stap teug. Liftmuziek van een toestel welke vanwege een storing tot stilstand komt. Verveeld, tijdrovend, zonder enige vooruitgang. Wat is het een genot als uiteindelijk weer alles in beweging komt. 1K! is lui, met af en toe een vreugdeschreeuw. Een snelkookpanrecept waar de ingrediënten onvoldoende op smaak gebracht worden. Is mis de peper en specerijen, het is ook nog eens een zouteloos geheel. Ideaal voor de zorgvuldige fijnproever, die het zo natuurlijk mogelijk wil houden. Het vrolijke La Bomba discodeuntje revancheert zich, een klein vuurwerkbommetje welke twee minuten aan genot oplevert, maar wel eentje welke als een sisser dooft.

Het Open the Bunny, Wasting My Time niemendalletje is inderdaad tijdverspilling, en ook Josefine Jonsson stoort zich aan dit saaie intermezzo. Ze trekt de basgitaarsnaren strak streng aan en gooit een dosis aan vintage punk stoeigeweld over It’s About Time heen. Is dit een sollicitatie bij de hedendaagse postpunkgeweldenaars die wel van wat meer pit houden. De rest van het gezelschap zakt in een hoop lichtvoetige fushion gefröbel weg, en daar lijkt de muzikant zich van te distantiëren. Naughty Little Clove, de dames ontwaken, hier heerst vooral het mosterd na de maaltijd gevoel. Met deze swingende track gaan ze verder met waarmee ze zich met Let the Festivities Begin! op de kaart zetten; aanstekelijke popdeuntjes, al vervalt het nu weer in repeterende jamsessies.

Juist op het moment dat ze het tempo vertragen volgt de overtuiging. Het filmische Tango & Twirl herplaatst zich helemaal in de jaren tachtig, met bijna Simple Minds achtig keyboardpartijen. Heerlijk vroeger was alles beter spel. Met het feelgood surfwestern geluid van Let Me Cook You eindigen ze dit gezellige vrouwenonderonsje. Talkie Talkie is zeker sprankelend, maar dan wel zo sprankelend als een blikje cola welke net te lang in de zon heeft gelegen. De plaat begint veelbelovend met Hi! en bevestigt daar dat zang zeker iets toevoegt. Hopelijk maken ze daar in het vervolg meer gebruik van.

Los Bitchos - Talkie Talkie | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Lou Reed - Transformer (1972)

poster
4,0
Bowie was een groot liefhebber van Lou Reed tijdens zijn The Velvet Underground periode, en vond het waarschijnlijk een eer dat hij voor hem een album mocht produceren.
Lou Reed wist met zijn eerste solo album niet te overtuigen, dus was de hulp van Bowie mooi mee genomen.
Reed putte hier voornamelijk zijn inspiratie uit zijn periode in The Factory; de studio van Andy Warhol.
Andy’s Chest gaat over de aanslag op Warhol door een doorgedraaide vrouwelijke fan.
Bij Walk on the Wild Side maken we kennis met een aantal personages die min of meer in The Factory leefden.
Bowie wist het chaotische van Reed te arrangeren, wat een meesterwerk opleverde.
Perfect Day, Walk on the Wild Side, Vicious en Satellite of Love behoren nog steeds tot de top van wat hij heeft uitgebracht.
New York Telephone Conversation behoort tot de dieptepunten, een flauw gebeuren.
Ongelofelijk dat iemand die zo op het randje leeft dit kan maken; speed, heroïne en alcohol maakten toen al van hem een wrak; eigenlijk is het bijzonder dat hij nog 71 jaar heeft mogen worden.
De kracht zit ook in hoe Lou Reed momenten en karakters kan beschrijven; ondanks dat hij regelmatig de weg kwijt was, laat dat stuk geheugen hem niet in de steek.
Transformer klinkt eigenlijk nog best fris; opvolger Berlin is duidelijk hoorbaar een album waarbij drugs de controle over het leven over hebben genomen.
En Bowie?
Die herhaalt het kunstje een paar jaar later bij Iggy Pop; ook iemand die hij bewonderd, en Lust For Life heeft ook dat frisse van Transformer.
Opvolger The Idiot heeft weer raakvlakken met Berlin.

Lou Rhodes - Beloved One (2006)

poster
3,0
Prima album van de frontvrouw van Lamb, warm, en het geeft mij hetzelfde prettige gevoel wat ik bij de eerste Suzanne Vega albums ervaar.
Misschien komt het wel 10 jaar te laat uit, zou prima passen tussen Jewel, Lisa Loeb en Tori Amos.
Soms hoor je zelfs het rauwe van Beth Hart terug; kortom een overtuigend solo debuut.

LOVATARAXX - Hébéphrénie (2019)

poster
4,0
Door op de albumhoes gebruik makend van groot lettertype, geplakte zwartwit fotografie en een enkele felle kleur ga je er vanuit dat Hébéphrénie een vergeten postpunk pareltje is die zijn oorsprong heeft in de beginperiode van dit genre van omstreeks begin jaren tachtig. Het uit het Franse Grenoble afkomstige Lovataraxx timmert met hun postpunk getinte synthwave pas zes jaar aan de weg. Na voorzichtig de wereld te verwelkomen met de EP Kairoshas verschijnt nu de eerste volbloed plaat Hébéphrénie.

Hélène Triboulet & Julien Hoes plaatsen zich dus inderdaad in de technische wereld van de Roland synthesizers en drumcomputers. Met dit vintage speelgoed en soortgelijk aangewand materiaal reanimeren ze de hit gevoeligheid van de jaren tachtig. Waarbij de instrumenten in die periode vanwege de dure aanschaf in het begin zelfs in bruikleen genomen werden door de uitvoerende artiesten.

Niet voor niets is Lovataraxx ondergebracht bij Unknown Pleasures, een label welke dezelfde naam draagt als het debuutalbum van Joy Division. Die zwartgallige invloed hoor je sporadisch terug, hoofdzakelijk ligt in de lijn van hun succesvolle nazaat New Order. Donkere deprimerende beats vormen als mechanische treurnis de perfecte basis op het merendeel van de songs.

De nostalgische retro waarde is soms een stuk hoger dan de kwalitatieve score. Bij Prostration klinkt een metaalmoeheid door welke gecreëerd lijkt in stoffige zolders en winst beluste antiquairs. Met alleen maar mooie aanschaffen red je het niet, het beestje moet ook nog getemd en gestemd worden. Met typerende Franse slag werken ze zich door de song heen.

Gelukkig is er verder geen sprake van grote misstappen en wil het duo verder meer dan genoeg overtuigen. Het is een spacend geheel geworden waarbij het gevoel opgewekt wordt dat de futuristische kijk op een beter leven op andere planeten centraal staat. In comic book achtige stijl worden korte verhaaltjes gepresenteerd met genoeg ruimte voor de eigen fantasie.

Niet voor niets is er gekozen voor Hebe, de symbolische Griekse godin van de jeugd als albumtitel. Het gothic publiek hecht veel waarde in deze mythologie, welke terug te vinden in bloedzuigende vampiers die het eeuwige leven adoreren. Doordat het muzikaal allemaal mooi conservatief perfect in elkaar steekt, vergeet je bijna de dromerige zangpartijen. Hierbij is er goed geluisterd naar de voorbeeldfuncties van de voorgangers, die ondertussen zijn opgenomen in het museum der vergaande glorie.

Met een heerlijke melancholische galm over zijn stem weet Julien Hoes te ontroeren om vervolgens afgewisseld te worden door de zacht sensuele vocalen van Hélène Triboulet. Dit zijn de momenten dat het allemaal een stuk swingender en toegankelijker over komt. Doordat de band sterk afwijkt van de nieuwe postpunk lichting, is de gemeende waardering voor dit geslaagde gebeuren weg te cijferen. Ze zitten te dicht bij het heilige vuur, en staan daarbij minder open voor vernieuwingsdrang. Echt iets toe voegen doen ze niet, het is hun eigen interpretatie van een muzikale geschiedenisles.

LOVATARAXX - Hébéphrénie | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Love-Songs - Nicht Nicht (2020)

poster
4,0
Met de bandnaam Love-Songs loop je wel het risico dat deze al snel in een gemiddelde platenzaak in een bak tussen de romantische Knuffelrock albums belandt. KuschelRock zouden ze in Duitsland zeggen. Dit uit Hamburg afkomstige trio maakt echter donkere elektronica waarbij een plek is vrijgehouden voor exotische ritmes en panfluitachtige begeleiding. Het bezwerende wat opgeroepen wordt heeft iets beangstigends in zich wat eerder in de lijn ligt van demonische rituele uitdrijvingen en ver van de gangbare dansmuziek verwijderd is. Er staan dus zeker geen liefdesliedjes op dit vrijwel ontastbare debuut.

Proxy I is de onbekende eerste stap in de oneindige diepte. Een betoverende achtbaan van golvende drones die zich in het donker langzaam voortbeweegt. Die gekte wordt nogmaals versterkt door de indrukwekkende duistere clip van Selbstauflöser Teil 2. Het veelvoud aan fluorescerende kleuren met een grauwe achtergrond staat symmetrisch gelijk aan Nicht Nicht, welke schittert in het muzikale evenbeeld. De combinatie tussen geluid en beeld geeft het een caleidoscopisch psychedelisch trance opwekkend effect waardoor het ironisch genoeg ook op clubavonden te draaien is. Zo krom loopt het lijntje, en zo gemakkelijk duikel je er overheen.

De onheilspellende aardskreten geven al aan dat bestaande woorden hierbij van minder belang zijn. Feitelijk gaan ze daarmee terug naar het oergevoel van de onwetendheid. Er zit geen logica in de excentrieke wereld van Love-Songs. Met organische tribals en prehistorische cyberpunk plaatsen ze zich ergens tussen de absurde dadaïsme beweging en de uitgelijnde Krautrock patronen. En als de droefgeestige zangstemmen zich toch monotoon inmengen krijgt het een zwart postpunk randje. De funkvariant daarvan domineert in de baspartijen van het zwevende new wave werkstuk Tisch mit Drei Weinen.

Het gruwelijke afsluitende OG is met zijn onaardse percussie klanken geschikt voor een horrorsoundtrack. De bevrijdende Zuid Amerikaanse geblazen jazzgeluiden maken het net wat toegankelijker, al ligt de dreiging klaar om op het juiste punt toe te slaan. Nergens krijgt ze namelijk tegengas van de voorspelbaarheid.

Love-Songs lijkt de Berlijnse Muur handmatig met arbeidershanden op te bouwen en weer met anarchistische industriële precisie opnieuw af te breken en grijpt hierbij terug naar doodse klanken die de staatsveiligheid van het geborgen conservatisme oproepen. En dit staat weer zo haaks op de dromerige experimenteerdrift die ze op Nicht Nicht uitstralen. Het is hierdoor stukken doordachter dan wat de eerste indruk opwekt.

Ondanks de Duitse invloeden is Nicht Nicht duidelijk universeler. Het straalt wat van de geheimzinnige Scandinavische folklore uit, terwijl de percussie raakvlakken heeft met Aziatische klankschalen en Afrikaanse trommels. Toch zorgt de ontwapende tegendraadsheid ervoor dat Love-Songs zich niet in een hokje laat plaatsen en met Nicht Nicht een overtuigend visitekaartje aflevert.

Love-Songs - Nicht Nicht | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Love-Songs & U. Schütte - Spannende Musik (2021)

poster
3,5
De kruistocht van de onvermoeibare pelgrims die het Hamburgse trio Love-Songs vormen zet zich voort. Onbekende paden slaan een weg in het digitale geluidsgolvenveld, de exotische heuvellandschappendrones en donkere mediterende Midden-Aardse Tolkien geheimzinnigheid. De rondtrekkende nomaden van de vernieuwende elektronica gaan wederom op zoek naar, zoals ze het duidelijk zelf verwoorden, spannende muziek. Ze sluiten met de experimentele geluidsgoeroe Ulf Schütte van het Tape Tektoniks label een compromis om de gezamenlijke bevindingen vast te leggen in de opvolger van Nicht Nicht.

Het eenmalige project verslecht nog sterker die oorspronkelijke Duitse achtergrond, al zweven er wel genoeg psychedelische spacerock stofdeeltjes in rond die te herleiden zijn tot de krautrock. Ook wordt er lichtelijk gememoriseerd aan de Berlijnse rebelse noise die vanuit de anarchistische kraakbeweging de jaren tachtig onveilig maakt. Hedendaagse herkenbare klanken keren zich demonstratief tegen de burgerlijke truttige gangbaarheid en krijgen een nieuwe dimensie door deze in een andere dreigende context te plaatsen. De ware kakofonische cultuurshock [Spannende Musik] is nog primitiever dan de voorganger.

Ulf Schütte is de hypnotiserende in trance rakende sjamaan die de mechanisch gestuurde geesten verlost van de eeuwenoude demonen. Nog meer wordt de grens van traditionele Zuid-Amerikaanse volksmuziek en Tibetaanse zen overschreden door een denkbeeldige soundtrack samen te stellen waarin vergeten of vergaande subculturen centraal staan. Illusies die door de alchemisten van de post-krautrock gesmeed worden tot occultistisch gehoorbedrog. Fata Morganisme van de zintuigelijke waarneming in muterende soundcollages.

Was Nicht Nicht nog vriendelijk, onderzoekend en onschuldig. Met het strategische [Spannende Musik] verbreden ze hun kwaadaardige territorium. Vanuit de kaalheid van het niets definiëren ze in zeven huiverige geluidscollages hun eigen voltooide wereld. De vredelievende tracks die nog wat onwennig hulpeloos op Nicht Nicht rondscharrelden zijn volgroeid en geëvalueerd tot de nachtelijke heersers van de jungle. Dierlijke ritmes snuffelen aan elkander, tasten de omgeving af om in een paringsdans van voodoo rituelen samen te smelten. Ze laten strak gecoördineerde hongerige baspartijen los om de explosieve doortikkende tijdsklokken in het gareel te brengen.

[Spannende Muzik] heeft een helende werking, een bovennatuurlijke onaardse trip die zijn druggy climax bereikt in Langgezogener Hoher Ton. Twintig minuten lang wordt je gegrepen door deze extase oproepende track die de duistere cold turkey escapisme combineert met de gelukzalige verslavingsdrang. Een verwarrend eindspel met koortsige hoofdpijn veroorzakende tribals en hemelse geluidsdrones. [Spannende Musik] roept nog meer vragen op dan het raadselachtige Nicht Nicht. De ziel is gereinigd van alle onzekerheden, al blijft het onduidelijk wat het langdurige effect van deze unieke waarneming zal zijn.

Love-Songs & U. Schütte - [Spannende Musik] | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Low - Double Negative (2018)

poster
4,0
Ik kan mij goed voorstellen dat je op vinyl bij opener Quorum denkt dat je met een miskoop van doen hebt; heel experimenteel allemaal met dat gekraak en die weg draaiende zang, maar van mij had dit achterwege mogen blijven.
Nee, voor mij begint Double Negative pas echt met Dancing and Blood, wat is dit goed zeg!
Bij het begin denk ik even, weer zo vaag, en daar veranderd de zang niet direct wat in, maar vanaf de 2 minuten gaat het los; bijna verstild Nine Inch Nails achtig.
Het is allemaal weer langgerekt en traag; Low wordt vaak voor de grap Slow genoemd, en ook die naam is hier van toepassing.
Voor mij de reden dat het een aantal jaren heeft geduurd voordat deze band mij wist te overtuigen, maar er gebeurd behoorlijk veel in de muziek, als je er maar de tijd voor neemt.
De overgang naar Fly verloopt soepel, en er is een mooie toevoeging van instrumenten, de sound heeft meer Underworld en Massive Attack invloeden.
Mimi Parker is geen Elizabeth Fraser of Tracey Thorn, maar Fly zou prima op een plaat als Protection passen.
Tempest is weer heel vaag; de geluidslandschappen zijn te dik vorm gegeven; alsof er met een dikke viltstift een mooi schilderij van een stilleven wordt aangepast tot een woestenij, wat volgt een is een gevecht tussen het dominerende zwaar aangezette noise en het lieve rustgevende; welke de laatste helaas verliest.
Bij Always Up moet ik al snel denken aan de folk sound van Fleet Foxes, maar dan met I’m Not In Love van 10cc op de achtergrond, het nodigt weer erg uit om je gedachtes tot rust te laten komen, maar slaapverwekkend wordt het absoluut niet, een soort van prettige meditatiemuziek.
Always Trying to Work It Out zet grootst aan, maar de muzikale begeleiding is hier ook niet helemaal mijn ding, de kwaliteit wordt er niet beter op, want de zang is wel weer sterk.
Bij The Son, the Sun komt het wel over, beelden van een allesvernietigende felle zon; je ziet jonge plantjes bijna smeken om regen.
Dancing and Fire is weer net zo goed als Dancing and Blood en Fly, de zang is adembenemend mooi.
Het hoge niveau wordt wel doorgezet in het dromerige Enya achtige Poor Sucker, welke sterk tegen de New Age aanleunt.
Rome (Always in the Dark) overstijgt deze zelfs, grootst aangezet, als je het totaal niet verwacht; sluit ook aan bij de band Enigma, in hun meer experimentele periode.
Afsluiter Disarray is weer niet mijn ding, weer door de eerder al aangehaalde elementen.
Een gewaagde, wat duistere plaat, passend in het heden, al denk ik dat mijn muzikale voorkeur vaker in het verleden past.
De nummers hadden met een andere begeleiding waarschijnlijk nog meer impact bij mij gehad; al met al wel een geslaagde nieuwe van Low.

Low - HEY WHAT (2021)

poster
5,0
Door het afschrikkende Quorum van voorganger Double Negative koste het vele luisterbeurten om de plaat met het gezonde verstand te beoordelen. Natuurlijk heeft het uit Duluth afkomstige echtpaar niet het profetische vermogen van Nostradamus om de toekomst te voorspellen, al lijkt het bijna Gods werk om op de vooravond van de aardse duisternis met zo’n heftige stijlverandering de vastgelopen maatschappij voor het dreigende gevaar te waarschuwen. En als je dan eenmaal de juiste waarde daarvan ingeschat hebt, komt Low vervolgens met de overtreffende trap met het nog heftiger binnenkomende HEY WHAT.

Als aanhangers van de mormonenkerk staat de Apocalyps centraal op HEY WHAT. Het einde van de aarde in de huidige vorm komt in zicht als deze door een overvloed aan opvolgende plagen getroffen wordt. Zonder het milieuproblematiek en de corona ellende te benoemen kondigt de plaat de ondergang van de ooit zo groene planeet aan. De ijskappen schuiven al krakend en schurend richting de overige continenten toe en het is juist die dominante wanorder welke zich ook hier op HEY WHAT zo vernietigend manifesteert. Alan Sparhawk en Mimi Parker vertikken het om de kapot geslagen muziek als professionele reparateurs op te lappen en op te offeren. Er is weinig fantasie voor nodig om juist die ongemakkelijke dreiging als beginsel te gebruiken om de schoonheid van de verwoestende drones en explosieve ruis vorm te geven.

In een chaos aan zelfvernietigende geluidsgolven, haperende beats en opgeblazen gitaarversterkers dringt de volkse samenzang van het euforische duo zich op. Mimi Parker overstijgt zichzelf door in de rol van de in twijfel verkerende aardsengel te kruipen. Het geweten klampt zich in de vorm van de afwijzende dienaar Alan Sparhawk aan haar vast. Het geluid verslindende monster is getemd en laat zich als een trouw huisdier kunstjes aanleren. Strijdlustige White Horses die het hemelse koninkrijk beschermen en de slapende passagiers al galopperend door de stille nacht op hun laatste reis naar de eeuwigheid vervoeren.

De sterke geloofsovertuiging van Alan Sparhawk geven zijn woorden iets mythisch evangelisch, en daardoor zijn ze aan de ene kant bijna fysiek tastbaar maar tevens onzichtbaar onbereikbaar. Als schipper van de ark van Noach beschermt hij de hulpeloze wezens als de hel zich ontkiemt ten midden van het hemelse paradijs. De apocalyptische wereld is een tikkende tijdbom welke overgaat in fragmentarische flashbacks van het bestaan in het huiveringwekkende pompende I Can Wait en de magische biechtdoop te ondergaan in het kerkelijke Days Like These. Een reinigende brainwashing van de ziel die je de diepte inzuigt om herboren uit het harmonieuze symfonische All Night te ontsnappen. Nergens wordt er een compromis afgesloten om die loeizware vervormende dreiging te verlaten, omdat dit een onderdeel is van de onomkeerbare toekomst. HEY WHAT is pijnlijk betoverend, realistisch heavy, bedrieglijk vredig en met volle overtuiging de beste plaat die ik ooit van Low gehoord heb.

Low - HEY WHAT | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Low - I Could Live in Hope (1994)

poster
4,0
Low kende ik alleen vanwege hun bijdrage op een Joy Division tribute album; genaamd A Means To An End, waar ze een saaie versie van Transmission uitvoeren.
Dat vond ik al 20 jaar geleden, en dat vind ik nog steeds, iets waar waarschijnlijk nooit verandering in zal komen.
De band met een lied genaamd Lullaby, uitgaande van mijn eerste ervaring, leek het mij niet de moeite om meer van deze band te luisteren.
Totdat ze het afgelopen week bijzonder goed doen met datzelfde Lullaby bij het Song Van Het Jaar Topic.
Lullaby blijkt een pareltje, muzikaal klinkt het als een vertraagde The Cure, tijdens de Disintegration periode, maar wat ik er nog veel meer uit haal is The Black Crow van Songs: Ohia.
Disintegration van The Cure hoor je verder eigenlijk wel in het hele album terug.
Zo af en toe heb je een nummer welke je gelijk betoverd, en dat had ik dus ook bij The Black Crow, en nu ook bij Lullaby.
Is de rest ook zo goed?
Nee, dat niet, maar het is een stuk beter dan wat ik verwachtte.
Nu er waarschijnlijk dit jaar een vervolg op de Twin Peaks serie komt, zou dit een prima soundtrack zijn.
Iedereen is daar 20 jaar ouder, en de cast bestaat uit veel 50 plussers, waardoor het allemaal een stuk trager zal gaan lopen.
Ik luister het album nu voor de derde keer, en ik kan nog niet helemaal verklaren wat mij trekt aan het hele gebeuren.
Een vreemde combinatie, van aan de ene kant saaie uitgerekte muziek, maar anderzijds met zoveel spanning gebracht dat het wel blijft boeien.

Lucero - Should've Learned by Now (2023)

poster
4,0
Ben Nichols bezit een vocale doorleefde emotionele rauwheid, waardoor Lucero in de volksmond als countrypunk geëtiketteerd wordt. De onverschillige schijt aan de wereld houding van Johnny Cash is misschien zelfs wel meer punk dan de opgelegde Johnny Rotten rol binnen Sex Pistols, die discussie wil ik hier niet voeren, wel iets om over na te denken. Zo ver ligt het allemaal niet van elkaar verwijdert. Toch heeft deze uit Memphis afkomstige rootsband misschien nog wel meer raakvlakken met de kale unplugged grunge sound, waarmee MTV haar status als prominente muziekzender in de jaren negentig verzilvert. De tijdsgeest haalt Lucero in, de scherpe karakteriserende randjes zijn vakkundig weg gevijld. Ben Nichols heeft zijn scherpe tekst schrijverschap en overtuigende zangkwaliteiten zodanig doorontwikkeld en zet zichzelf als een overtuigende frontman op de kaart. Lucero heeft voor een flink bedrag hun aan de duivel uitgeleende ziel teruggekocht, presenteren zich als stevig doortrappende Southern rockband, maar wel als een hele goede stevig doortrappende Southern rockband.

Toch zorgt een gevoel van onvrede ervoor dat ze in ieder geval nog een keer ouderwets willen knallen. Should’ve Learned by Now is een dankjewel, gericht aan de trouwe alsmaar volgende aanhang. Met het krachtige door koeienbellen aangekondigde One Last F.U. wijzen ze met een opgestoken middelvinger naar de critici, waarbij ze dus welgemeend de punkgitaar het duel met een solerende gitaar laten uitvechten. Het is niet verkeerd om in een goed huwelijk te stoken, een beetje uitdaging voorkomt dat een relatie in een dagelijkse sleur belandt, bij Lucero is dit niet anders. De op leeftijd zijnde rockers tekenen niet voor een live fast die young punkattitude, maar twijfelen wel aan de gegarandeerde zekerheid van het muzikantenleven. Kondigt One Last F.U. het definitieve afscheid aan, een last goodbye, en daarna is het klaar?

Should’ve Learned by Now is een verslaglegging van de on the road levensstijl, een verbittert zwaarwegend dagboek, eerlijk en puur. Het continu touren en de liters drank om de heimwee en weemoed te verdrinken. Ups en downs worden in het trieste uitzichtloze Raining for Weeks pianotranen en de donkere Drunken Moon nachtglans schaduwen bezongen. Zelfs stoere rockers hebben een ziel, maar het risicovolle bestaan is tevens een verslaving. Is een band als Lucero in staat om daarvan af te kicken? Ik vraag het mij af. Het doeltreffende At the Show belicht tevens de mooie kanten van het rondtrekkende nomadenleven, een familiare eenheidsgevoel van tolerantie en respect voor bevriende gelijkgezinde bands.

Ben Nichols ruimt de achtergebleven rotzooi op, ordent de chaos in zijn hoofd, en rangschikt niet uitgewerkte ideeën tot vlammende wedergeboortes. Persoonlijke momenten koesteren, maar ook kwetsbare momenten vastleggen. Ergens in dat nostalgische achterkamertje liggen de overblijfsels van de jaren tachtig hardrock verborgen, die zich vooral in het uitsprekende Buy a Little Time openbaren. Should’ve Learned by Now komt zo sterk uit de verf, omdat de overige bandleden de ruwe kwaststrepen tot een beeldend panorama inkleuren. Het spirituele She Leads Me is een sfeervol eerbetoon aan de geboortegrond, het verlangen naar de countryroots, de Americana soul en accordeon melancholiek van het vertrouwde Time to Go Home thuiskomen. Uiteindelijk ligt daar de kern, en zet countryhoofdstad Memphis als gids zijnde de verdere lijnen uit.

Lucero - Should've Learned by Now | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Lucette - Deluxe Hotel Room (2019)

poster
3,5
Lucette is het alter ego van de beeldige jongedame Lauren Gillis, een veelbelovende zangeres uit Canada. Met Deluxe Hotel Room laat ze voor de tweede keer van zich horen, na vijf jaar geleden Black Is the Color als debuut uitgebracht te hebben. Lag daar nog nadrukkelijk het accent op wat steviger alt-country werk, dat heeft ze nu grotendeels achter zich gelaten. De muzikale omlijsting is een stuk soulvoller van toon wat alleen daarom al een totaal andere plaat oplevert. Hierdoor is het wel een stuk lastiger om Lucette te peilen, hopelijk heeft ze nu haar definitieve richting gevonden.

Het titelstuk Deluxe Hotel Room lijkt te verhalen over een dure escortdame die de eenzaamheid van haar bestaan bezingt. Wachtend op haar klant voor een nieuwe liefdeloze nacht. De trieste situatie wordt stijlvol opgevangen door prachtige pianospel en op de achtergrond gemixte vocalen. Je ruikt de hotelkamer en ervaart de pijn, en dat is precies wat de desperate zangeres hierbij hoopt op te roepen. Samen met Ben Stevenson weet ze de aandacht te trekken op het verhalende element wat een net zo treurig vervolg krijgt.

Met de broeierige slepende bastonen van Out Of The Rain wordt ze gedwongen om het tempo laag te houden. Soulvolle orgelklanken en de hemelse saxofoonpartijen van de uit jazz hoofdstad New Orleans afkomstige Brad Walker leiden haar stap voor stap verder naar een stukje persoonlijke verlichting. Die samenwerking is er ook in het nog ernstiger van toon klinkende Fly To Heaven. Toevallig net de twee sombere songs waaraan Charlie Pate mee geschreven heeft. Deze stemmige drie-eenheid wil het sterkste op de plaat domineren. Het zou niet verkeerd zijn als het trio zich zou concentreren op een verder vervolg. Hier halen ze het beste van elkaar naar boven.

Het is niet een en al ellende wat we voorgeschoteld krijgen. Soms wil de zon toch nog schijnen, wat dan brutale popliedjes oplevert in het ritmische naar de popkant gaande Full Moon Town en het door Motown beïnvloedde sixties oriënterende Angel waarbij Brad Walker fel uitblazend zich mag uitleven. Als Ben Stevenson alleen aan de slag mag gaan levert het een track als California op, waar de minimalistische vormgeving verder al het credit aan Lucette laat toe eigenen. Het weirde Crazy Bird heeft zelfs een heus postpunk ritme wat de zang en vreemde keyboardklanken meedraagt. Op deze basis legt Lucette een dragende soulsong neer. Hierbij mag Lucas Chaisson zijn songsmeedkracht laten gelden. Om haar vervolgens ook live bij te staan tijdens de concerten.

Lucette lijkt volledig in haar element met de gerust stellende soul aanpak van Deluxe Hotel Room. Afrondend gooit ze er met de gospelsoul van Talk To Myself en het warme Lover Don’t Give Up On Me nog twee prima in het gehoor liggende songs uit. Zou ze het solo niet redden, dan bied haar stem genoeg mogelijkheden om zich te verlenen aan een grotere band als zuivere achtergrondzangeres. Daar moet ze zich met deze kwaliteiten zich staande kunnen houden.

Lucette - Deluxe Hotel Room | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Lucidvox - That's What Remained (2023)

poster
4,0
Het uit Moskou afkomstige Lucidvox zet zichzelf met een bikkelharde mix van het in het rood reflecterende nineties rock, vintage postpunk, duistere ethereal wave en seventies psychedelica op de kaart. Oorverdovende hallucinerende riffs waardoorheen hun veelzijdige etnische achtergrond verweven zit. Vooruitstrevend, maar dan zonder die traditionele achtergrond te verloochenen. Met debuutplaat Моя Твоя Земля, wat min of meer My Country Is Your Country betekent, richten ze zich voornamelijk nog op het thuisfront. Na de release van het breder opgepakte We Are ligt de internationale doorbraak in het verschiet. Het loopt echter anders als het damesgezelschap in het begin van het oorlogsconflict tussen Oekraïne en Rusland naar het buitenland uitwijkt, en versplintert in verschillende woonplaatsen in Europa en het Midden-Oosten de draad weer oppakt om in alle stilte aan That’s What Remained te werken.

De verslechterde omstandigheden maken het rebelse geluid van Lucidvox krachtiger en essentiëler. Het versterkt hun trots alleen maar, met het grote verschil dat ze zich nog cultureel bewuster presenteren. Juist die versplintering maakt van de onbereikbare hereniging van het kunstzinnige zustercollectief een onbreekbaar fundament. Je hoort dat de opnametechnieken beperkt zijn, wat in het geval van Lucidvox alleen maar in het voordeel werkt. Hierdoor krijg je een impressie van hoe de band live zonder een veelvoud aan hulpmiddelen klinkt.

Het alarmerende There Ahead trapt met mistige retro postpunk-gitaarecho’s van huurkracht Dmitry Chesnov af en pakt vervolgens groots werelds uit en voegt daar nog meer conventionele folkelementen in de prachtige samenzang toe. De kern blijft vocalist Alina Evseeva, bassist Anna Moskvitina, drummer Nadya Samodurova en gitarist Galla Gintovt. Alina Evseeva creëert met haar geschoolde fluitpartijen al de nodige indruk, nu maken gastmuzikanten als de eerder genoemde gitarist Dmitry Chesnov, violist Dasha Avramova, multi-instrumentalist en tevens achtergrondzangeres Ella Bayisbaeva en trompettist Timur Mizinov nog meer het verschil. Ze doorbreken de democratische eenheid van het viertal, maar onderbreken niet dat intense kettinggenootschap.

Toch eist trompettist Timur Mizinov de hoofdrol bij het melancholische spaghetti western drama Naidiya op. In de noise trance van het zeer politieke Don’t Look Away weerklinkt de agressiviteit van het vroege Smashing Pumpkins werk. Sluit je ogen niet voor de overwoekerende angsten, maar houd deze juist bewust geopend. Een wervelwind aan emoties, versmolten in een geladen krachtexplosie. Als een klaroenblazer van de cavalerie stelt trompettist Timur Mizinov zich weer passend op de voorgrond op. Zonder zijn aandeel zou het dromerige treurig gestemde Wandering niet tot zijn recht komen. Als een muzikaal kaartenhuis stort de hoopvolle toekomst in een storm aan kletterend geweld in elkaar.

Die puurheid staat op de hele That’s What Remained plaat centraal. Hoop is het codewoord. That’s What Remained, wat blijft er over als de asresten van het bestaan door tranen weggespoeld zijn. That’s What Remained, het toekomstgerichte cyberdance positivisme in de titeltrack, de verbroedering met gemiste vrienden, een nieuwe lente is in aantocht. Het functioneert allemaal nog beter als de dames hun samenzang bundelen en gezamenlijk een track als het kille All Frozen laten versmelten en ontdooien. Alina Evseeva laat zich niet meer overschreeuwen en geeft het prachtige filmisch beeldende Naidiya een romantische twist. Nog steeds heerst de psychedelica, al nemen ze directer de afslag naar de Amerikaanse jaren negentig gitaarrock en verleggen de maatschappelijke donkere gebeurtenissen het accent meer naar de deprimerende kansloze postpunk-zwaarte.

Het huwelijk tussen de vrije Westerse krautrock die voor het meer dogmatische Oosterse gedachtengoed de deuren opent. Het ontregelde synthpop Hold Me schouwspel zoekt de nostalgische bescherming van het conservatisme op. Soms is het verlangen mooier dan de daadwerkelijke uitkomst. Hold Me memoreert aan de betere Miranda Sex Garden elektronoise, waar hemelse vrouwenzang er een klassieke traditionele oer-impuls aan toevoegen. Het is een triomfantelijke voortzetting van het dromerige Lucidvox geluid, dat vooral het verlangen naar een betere hoopvolle toekomst oproept. Strijdkrachtig On The Way.

Lucidvox - That's What Remained | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Lucius - Second Nature (2022)

poster
3,5
Het geniale The War On Drugs heb ik langere tijd verweten dat ze die prachtige Americana met overheersende jaren tachtig gitaarlijnen niet in een compacte single kunnen samenbrengen. Het titelstuk van I Don’t Live Here Anymore overstijgt mijn verwachtingen, en heeft een hoog Cock Robin gehalte. Adam Granduciel schakelt de voor mij totaal onbekende Lucius hulplijn in. Twee dames welke zich onderhand vanwege identieke haardracht, kledingstijl en in elkaar overvloeiende vocalen als zussen kunnen presenteren. Toch zijn Jess Wolfe en Holly Laessig geen zussen, laat staan familie van elkaar.

Het Lucius tweetal geeft verrassend veel albumtracks van collega’s kleur. Vol verbazing luister ik naar Treat People With Kindness van Harry Style, You and Me on the Rock van Brandi Carlile en Don’t van Sheryl Crow. Toch niet de minste artiesten dus. Leg daar dan nog de Roger Waters comebackplaat Is This the Life We Really Want? en zelfs Ordinary Man van Ozzy Osbourne naast, en je mag voorzichtig concluderen dat ze hierop tevens een prominente rol spelen. Een handvol voorbeelden, welke je gemakkelijk tot een avondvullende setlist van overige rasmuzikanten kan uitbreiden.

Het prachtige in 2013 verschenen Wildewoman blinkt in de veelzijdigheid van uitgespeelde folkcountry juweeltjes, indiesoul samenzang en gedurfde aan The B-52’s verwante new wave gekte uit. Met Good Grief openen ze in 2016 de clubdeuren en laten ze meer dansbare elektropop en retro glamspace binnen, waarna ze de zesjarige stilte dus voornamelijk met aantrekkelijke samenwerkingsverbanden opvullen. Eindelijk is er nu dan het langverwachte Second Nature waarmee ze op het The War On Drugs succesverhaal kunnen inhaken. Ze vertikken het, en gaan gewoon met drummer Dan Molad en gitarist Peter Lalish op de ingeslagen Good Grief weg verder.

Goedkoop ogende kitsch, zwoele R&B uitbarstingen, maar oh zo doeltreffend rakend. Mineur stemmende harmonieuze diepgang, verliefde bakvissen new wave en powerballad samenzang. Een hoog jaren negentig meidengroep gehalte met sensueel hijgende koortjes, hemelse maagdelijkheid en vocale perfectie. Wat moet het voor Brandi Carlile en Sheryl Crow een genot zijn om zo out of the box te gaan en zich heerlijk als gastzangeressen in Dance Around It uit te leven. De kracht van het girlpower statement volbracht in een vriendschappelijk gebaar voor de eerder verleende zangdiensten.

Het Second Nature titelstuk is retro seventies bling bling schittering met een donkere funkgroove glans. Los Angeles Summer Of Love romantiek volgens de New Yorkse Saturday Night Fever basisprincipes. Zo chique hoe ze die cleane droge baspartijen doodleuk in Next to Normal als geteugeld losgeslagen wild losjes laten paraderen. Hedendaagse discokoninginnen, klaar om de dansvloer te verslinden, te veroveren, te domineren. Eigenlijk spelen de twee dames de spraakmakende ABBA hologrammen simpelweg van het podium, want daar is de tweestemmigheid en de vereenzaamde relatietriestheid inclusief het echtscheidingsdrama van Dan Molad en Jess Wolfe nog het beste mee te vergelijken.

Het nieuwe nu met het Songfestival getinte Heartbursts. Groots uitpakken, het roze regenboogpubliek omarmen, nog meer kleur en verbroedering. Waar Arcade Fire genadeloos faalde met Everything Now, weet Lucius wel die vintage danceconnectie op te roepen. Die behoefte aan bewegingsvrijheid overstijgt al het voorgaande. Duisternisschimmen worden op Second Nature weer flamboyante feestvierders, na het geïsoleerd thuiswijnen weer gezamenlijk een drankje benutten.

Lucius - Second Nature | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Luis Francesco Arena - High Five (2019)

poster
3,0
De prachtige Italiaans klinkende naam Luis Francesco Arena is niet degene die zijn ouders aan Pierre-Louis François hebben meegegeven. Al maakt deze Fransman wel verschillende platen onder dit natuurlijk klinkend alter ego. Voor zijn vijfde plaat High Five heeft hij de hulp ingeroepen van Nicolas Cueille. Je kan daardoor niet meer spreken van een solo project, maar wel degelijk van een groepsverband. Het kenmerkende geniale gitaarspel van Cueille maakt hier plaats voor zijn plek achter het drumstel en synthesizer. Zijn wonderbaarlijke muzikale kwaliteiten komen daar ook goed tot zijn recht. Pierre-Louis François presenteert met trots zijn nieuwe speeltje, de Fender Bass VI. Dit klassieke rockinstrument komt stijlvol in alle songs in een prominente rol naar voren. De warmte in de nummers wordt voornamelijk gecreëerd door de donkere dragende sound die subtiel vanuit de dikkere snaren weet te ontsnappen.

High Five laat zich lezen als een muzikaal geboortekaartje, met op de achterkant in kleine letters de gebruiksaanwijzingen voor het ouderschap. De impact van het vernieuwde gezinsleven wordt in al zijn facetten toegelicht en zelfs verklaard. De pauze van zes jaar heeft de singer-songwriter nodig gehad om zich voor te bereiden en uitvoeren van een nieuwe fase in zijn leven, namelijk die van ouder. Uit eigen ervaring kan ik gerust zeggen dat er een leven voor het vaderschap is, en een totaal andere invulling als die kleine eenmaal geboren is. Alles waar je jezelf voorheen druk over maakte vervaagd. Daarvoor in de plaats komt een wereld van andere zorgen, problematiek en angsten. Het kind blijft over het algemeen altijd centraal staan.

De meerwaarde van vinyl is dat er daardoor sprake is van een a en b kant. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om aan beide zijdes een andere sfeer te creëren. Willen de eerste vrolijke songs nog vol staan met vreugdevol enthousiasme wat de gezinsuitbreiding van de frontman met zich mee brengt. In al zijn gelukzaligheid neemt hij de luisteraar mee in zijn bestaan. Een wervelwind aan weidse instrumentatie volgt elkaar in groot tempo op. Gedurende de plaat komen de slapeloze nachten vol vermoeidheid en onzekerheden ook aan bod. De drang om een nazaat in alle veiligheid op te laten groeien, en te behoeden voor het gevaar wat de grote wereld voort brengt.

High Five is een klein gehouden luisterplaat geworden. Na de zielsblije start lijkt het net alsof er in alle stilte in de avonduren aan de plaat is gewerkt, zich bewust wordend dat de jongeling rust nodig heeft, en niet hoort te ontwaken. Na tederheid en onschuld vervolgt breekbaarheid en kwetsbaarheid. De impact van de verandering verwoord in tekst en muziek. De duidelijk voelbare intieme kenteling maakt van High Five een bovengemiddelde droomplaat, en moet Luis Francesco Arena zich tevreden stellen met deze positie in de subtop.

Luis Francesco Arena - High Five | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

LUMP - Animal (2021)

poster
4,0
De yeti die als mascotte staat afgebeeld op de albumhoes van LUMP is minder prominent aanwezig op Animal, al is deze wel triomfantelijk in beeld gebracht tijdens de clipshoot van We Cannot Resist. Strijdbaar als een winnaar van een colour run danst deze door de bewoonde wereld om vervolgens te verdwijnen in zijn natuurlijke habitat. Het goedaardige vriendelijke wezentje heeft een voedingsbodem nodig om te overleven. Zijn scheppers werken tussendoor ook aan andere projecten. Laura Marling brengt een jaar geleden Songs for our Daughter uit, Mike Lindsey duikt onder andere met Dana Gavanski en Douglas Dare de studio in.

God werd gek op de zevende dag dat hij de aarde in elkaar zette en ook Laura Marling en Mike Lindsey zitten met hun handen in het haar als de wereld teruggebracht wordt tot dat ijkpunt. Het begin van de corona crisis en tevens een belangrijke kernzin die in de koude ijswolkjes uitademende openingstrack Bloom at Night voorkomt. It took one god seven days to go insane. Laura Marling verwerkt haar wetenschappelijke psychoanalytische kennis in haar teksten die daardoor enigszins verklaarbaar maar ook spiritueel vaag blijven. Het is absurd om LUMP met haar warme singer-songwriter folksongs te vergelijken, dit staat er muzikaal helemaal los van. In de losgebroken elektronische sterrenregen van Bloom at Night openbaart zich daar die hemelse stijlbreuk van een van de grootste zangeressen van deze tijd. Laura Marling overstijgt het aardse door zich symbolisch naast haar goddelijke schepper te plaatsen en om die ongeloofwaardigheid later nogmaals een schop na te geven in We Cannot Resist.

Mike Lindsey hoeft aan die magische aantrekkingskracht alleen maar dat magnetische veldspel te koppelen. Het klinkt allemaal zo vanzelfsprekend, en waarschijnlijk is dit het ook wel. Toch denk ik dat door de pandemie de rollen binnen LUMP beter verdeeld zijn. Bij het debuut werd het raamwerk al door de van TUNNG bekende producer geweven en werd de zangeres ingezet om de lijntjes bordurend aan elkaar te knopen. De twee muzikanten zijn overduidelijk naar elkaar toegegroeid. Het unieke bijzondere project LUMP loopt hierdoor wel het risico om een echte Laura Marling plaat te worden, minder spontaan met Mike Lindsey in de rol van arrangeur, maar dan wel als een verdomd goede arrangeur.

Op Animal krijg ik de indruk dat Laura Marling veel meer als een spin in het web actief is, centraal en haar teksten doorspelend naar het prooidier Mike Lindsey die daar vervolgens het muzikale zandkasteel omheen bouwt. Een eb en vloed beweging van aanspoelende en wegdrijvende klanken die zich in Gamma Ray sterk verplaatsen in de hedendaagse eighties revival van synthpop en ritmische drumbeats. Een mechanische slow motion tribaldance die eindigt in beangstigende stemcollages die als verbaasde vreemdelingen de song binnen wandelen. Gevoelsmatig haakt het experimentele duo hier in op de vrijgekomen ruimte tussen het onbegrepen meesterwerk The Dreaming en het stukken commerciëlere The Hounds of Love van Kate Bush zonder hierbij het eigen gezicht te verliezen.

Knipperende avondstraatlicht songs als Climb Every Wall en We Cannot Resist worden afgewisseld met de verstillende pianodramatiek van Red Snakes en het vragend klaagspel in Oberon. De doodsangst die haar tienerjaren belemmerde vormt hierbij de leidraad en komt ook sterk naar voren in het overspannen intro van het b-filmische Paradise. Hoe persoonlijker en dieper de lyrics, hoe meer de zwaardere trage mineurstemming in de vocalen overheerst. Het geintje om bij het debuut als afsluiting alle gastmuzikanten persoonlijk te benoemen werkte daar in het voordeel, om hier op het einde van Phantom Limb hetzelfde te doen met de gebruikte instrumentatie komt wat flauw over. Als men bij de vorige plaat de knipoog naar het massaproduct muziek niet begreep, verwacht ik dat nu ook die boodschap niet over zal komen.

LUMP - Animal | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Lungbutter - Honey (2019)

poster
4,0
Voor de liefhebbers van compromisloze manische gekte is het chaotische Lungbutter een verademing. Alsof Kim Gordon zichzelf na het opdoeken van Sonic Youth gekloond heeft en haar drie nazaten nu genoeg gerijpt vind om ze kennis te laten maken met The World Of Noise. De verhalende performance van punk poëet Ky Brooks wordt bijna gewelddadig begeleid door haar twee partners in crime. Kaity Zozula, die de gitaar in bedwang probeert te houden en haar berijd als een ontembare galopperende hengst. Drummer Joni Sadler, die met vakkenvullende precisie de ene na de andere stevige slagen op elkaar stapelt of het blikken voedingsmiddelen zijn. Met Honey lukt het om dit stoere rockchick trio afkomstig uit het Canadese Montréal hun hedendaagse kijk op de punkbeweging te etaleren. Het is absoluut geen vlekkeloze plaat geworden, maar wel eentje die een groot charme offensief weet op te roepen door de aantrekkingskracht van deze jeugdige onverschilligheid.

Titelstuk Honey trotseert zichzelf door de geluidsbarrières heen als een hoestende Vespa scooter waarbij het kickstartpedaal weigert. Na ruim een minuut ontstaat er pas voor Ky Brooks de mogelijkheid om haar teksten tot de luisteraar te richten. Gedurende het af te leggen slachtveld wordt het haar lastig gemaakt door de noise om zich verstaanbaar te maken. De bijna schizofrene emoties staan centraal op deze gedurfde plaat, waar woorden al schreeuwend en gevangen in druggy mistwolken zich openbaren. Sporadisch horen we een echt liedje terug, zoals in het lekker groovende Flat White. Het tegen de hysterie grenzende voordracht geeft je een kijk in het complexe gedachtekronkels van de niet altijd even zuivere vocalist. Is haar verhaal te volgen? Nee, dat belang mag achterwege gelaten worden. Daar ligt ook niet de kracht van Lungbutter. Voor een hedendaagse hipster zal het allemaal vernieuwend en artistiek verantwoord klinken.

Deze band gaat verder terug in de tijd, en zit meer in het verlengde van de opkomende No Wave artpunk die rond 1980 zich vanuit New York als tegenreactie van de New Wave zichzelf op de kaart zette. Minder origineel en provocerend als wat de eerste indruk oproept, wel een waardige ode aan deze vergeten shockerende subcultuur. Met iets meer dan een half uur weet Lungbutter na vijf jaar ploeteren een geslaagd energiek eindresultaat af te leveren. Zonder de experimenteerdrift van hun voorouders zou het muzikale klimaat er tegenwoordig totaal anders uitgezien hebben. De opkomst van eigenzinnige gitaarbands die vanaf de jaren negentig als een plaag zich verspreiden, toonden vrijwel allemaal hun respect voor deze explosieve stroming. Honey weet het weer allemaal terug te herleiden tot de kern, en deze zoetstof als rauw onverteerde bedrieglijke voedselbron op ons bordje te presenteren. Geen ruwe diamant, maar een brok graniet.

Lungbutter - Honey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Lunt - Phantom Solids (2019)

poster
4,0
Wat kan je het beste doen als je als muzikant ontevreden bent over het heersende muzikale klimaat. Lekker zeuren en overal tegenaan schoppen, of juist een verandering teweeg brengen. Het eerste is de gemakkelijkste methode, de tweede de meest boeiendste. Gilles Deles kiest voor het laatste. Als mede oprichter van het Franse We Are Unique label geeft hij een breed scala aan artiesten de kans om zich te presenteren, zonder dat dit ten koste gaat aan hun eigen unieke geluid. Precies, We Are Unique. Zo onafhankelijk mogelijk worden muzikanten begeleid in hun eigen mogelijkheden om met een plaat op de markt te komen, waarmee ze zichzelf kunnen identificeren. Gilles Deles heeft vaak een productionele rol in het geheel. Ook wil hij bands ondersteunen door als regisseur op te treden om de songs van mooie beelden te voorzien. Een creatief druk baasje dus, die onder de naam Lunt tijd vrijmaakt om zelf platen uit te brengen.

Phantom Solids is de vierde plaat van Lunt. Deze keer haalt Deles zijn inspiratie uit de Amerikaanse gitaarrock wat resulteert in een rauw noisy geheel. Het is zowat ongeloofwaardig te noemen dat hiervoor maar een enkele persoon verantwoordelijk is. Harde gitaarerupties worden verstoord door sierlijk kindvriendelijke slaapliedjes welke zich moeiteloos weten te binden tot een eenheid. En het past allemaal prima, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. It Started with a Climax, inderdaad. Waar een normale artiest mee zou afsluiten wordt hiermee geopend. Gilles Deles is alles behalve een normale artiest. Die tegendraadse benadering siert hem. Vanwege zijn productionele achtergrond heeft hij een getraind gehoor ontwikkeld en beseft hij donders goed wat wel en wat niet wil werken.

Lunt vermijd de gemakkelijke weg, maar weet een overeenkomst te sluiten tussen hard en zacht. Dat de volgroeide zanger verder ook nog in het bezit is van een prachtig warm stemgeluid is een gelukkige bijkomstigheid. De folky singer-songwriter kunsten vertalen zich in diepgang met een beladen emotioneel randje. Repeterende in herhaling vallende drumslagen worden afgewisseld door een rustgevende wiegend klankenpakket. De variatie wordt berijkt in lo-fi met blikken percussie en gedempte zang tot uitwaaiende vernietigende drones. Ook hierin wordt de contrast en de grenzen daarin opgezocht. Trage meditatieve concentratie wordt met gemak afgewisseld door explosieve tussenstukken welke als een komeet inslaan.

Bij het langgerekte naspel An Untitled End, Eventually… mag collega zanger Mickaël Mottet van labelgenoot Anvil de tekst bij hem afleveren en tot uitvoering brengen. Het levert een broeierige spoken word track op met de nodige jazz invloeden welke nogmaals versterkt worden door de saxofoonsignalen van Jerome Gillet. Deze voordracht heeft het schimmige van een ouderwets hoorspel inclusief dreigende geluidscollages en andere plotwendingen. Phantom Solids is een merkwaardige plaat met dappere koppige kronkelingen welke over het algemeen goed uitvallen. Met spannende mutilatie wordt de schoonheid begrensd en mag het soms zelfs lelijk klinken, zonder dat het ten koste gaat van het resultaat.

Lunt - Phantom Solids | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

LUWTEN - Draft (2021)

poster
4,0
Een klein glimpje licht onthult op de albumhoes van Draft het silhouet van Tessa Douwstra. Er is weer een stukje meer ruimte voor de culturele sector nu de concertenreeks weer langzaam op gang komen. Ook ruimte dus voor de intieme elektronische popliedjes van LUWTEN die met Draft haar tweede plaat onder deze naam uitbrengt. De zangeres welke omstreeks 2012 al een goede start maakte met het tientallige folkpop muzikantencollectief Wooden Saints en haar eigen band Orlando werd toen al door Written in Music in Who’s Next opgepakt.

De lawaaierige maatschappij sterft af en LUWTEN gaat vanuit dit nulpunt te werk. Hierdoor heeft de instrumentatie een stapje terug gedaan, en is deze nog lichtvoetiger aanwezig. Ruim een jaar nadat LUWTEN het overnameproces heeft afgerond verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger van de veelbelovende debuutalbum. Tessa Douwstra klinkt zelfverzekerd en sensitief alsof ze zichzelf de opdracht heeft gegeven om vooral vocaal Draft te dragen.

De aarde verkeerd in een nieuwe lente die lang op zich heeft laten wachten. Uiteindelijk breken daadwerkelijk de opbeurende zonnestralen door en wordt de duisternis vriendelijk verzocht om plaats te maken voor positivisme. Blijkbaar is die behoefte aan dit soort kleinschalige wereldverbreders erg groot. Wat al blijkt uit die massale omarming van een artiest als Eefje de Visser, die door haar beeldende samenzang waarschijnlijk onbewust invloed uitoefent op het enigzins vergelijkbare Sleeveless.

Door de bewegingsarmoede in een maatschappij waarin social media een steeds grotere rol speelt veranderen buitensporige levensgenieters in geïsoleerde kluizenaars. Vreemdelingen dringen je veilige huishaven binnen en vormen een onaantastbare nieuwe vriendengroep. Koortsig wordt in de nachtelijke uren die lege stoel opgezocht om contact te zoeken in het duistere Don’t Be a Stranger. Ongenodigde gasten schuiven aan en doen inbreuk op de privacy, omdat die hunkering naar gelegenheid zo gigantisch groot is.

De zwoel erotische sfeer die als een mistige wolk om dit nummer heen hangt is te herleiden tot hedendaagse prostitutie. Alleen wordt niet het fysieke lichaam te koop aangeboden. Via platforms als Facebook en Instagram stelt men de innerlijke ziel en openbare gedachtegang bloot aan de omgeving. Het is tijd om dit controle verlies los te laten en weer opzoek te gaan naar fysieke relaties. Bevecht die verstikkende eenzaamheid door weer opnieuw naar buiten te treden. Tessa Douwstra komt direct bij het speelse The Thought of You tot de kern.

Check your phone for the time
All these people in line
Wait to say goodbye

Ondanks dat de sobere grijsblauwe hoes anders doet vermoeden overheersen de deprimerende beklagen op Draft niet en is het een mooie bewandelbare tussenweg waarbij ook zeker die hunkerende optimisme een belangrijke rol vervult. Het is geweldig hoe zo’n typerend eerste levensbehoefte vrouwending als de kapper centraal staat voor de weg naar volwassenheid in Haircut. Prachtige luchtigheid gezien vanuit het standpunt van een dame.

Ga uit van de stabiele basis van Airport en laat alle idealistische verwachtingen heel eventjes los. Standstill is het ontsnappen uit het haperende tandwiel van de vastgelopen motor die het dagelijkse leven beheerst. Het hokjes gebonden meelopen met de menigte wordt verstoord door de afgedwongen stilstand welke langzaam weer tot leven komt. Een optimistische boodschap waarmee je de angst van de overheersende sleur slim mee ontwijkt.

Thought we all ran on a treadmill
I thought it all went down the same hill
I didn’t know things could come to a standstill

Draft is werk in uitvoering, een schetstekening met weggegumde grijstinten.

LUWTEN - Draft | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Lyenn - Adrift (2020)

poster
4,0
Nog steeds heeft men de neiging om te veel in hokjes te denken. Hoe lastig blijft het dan om bands die daar zelfverzekerd van afwijken ergens onder te plaatsen. Juist die eigenzinnigheid welke artiesten onderscheiden van de gezamenlijke vastgestelde normen en waarden wordt terug gedrongen tot gemakkelijk te etiketteren genres en sub genres.

In België leeft dat veel minder. De schijt aan de wereld houding leverde T.C. Matic en dEUS al naamsbekendheid op, waar de daarop aansluitende artiesten van profiteerden. De basis wordt, om het toch maar een naam te geven, gevonden in de free jazz. Niet zozeer muzikaal, maar voornamelijk de denkwijze om juist buiten die hokjes te treden staat op de voorgrond.

Dit wordt zeker begrepen in de scene rondom de Queens Of The Stone Age frontman Josh Homme. De Desert Sessions platen zijn veredelde hobby projecten waarbij geobserveerd wordt hoe muzikanten vervolgens een onderschikte rol in zijn imperium kunnen verrichten.

Veelal wordt er gebruik gemaakt van die unieke onbuigzaamheid van de Antwerpse en Brusselse kunstenaarsbolwerken, waar nog steeds genoeg talent te vinden is. Zo is het niet onlogisch dat Mark Lanegan de van Dans Dans bekende bassist Frederic Lyenn Jacques inlijft voor Gargoyle, en hem goedkeurend met extra bagage terug stuurt om te werken aan zijn derde soloplaat.

Adrift is een logisch vervolg op de ingeslagen weg van Slow Healer. De nadruk ligt nog steeds bij de melancholische folksongs, die omgeven worden door een breed scala aan natuurlijke eenvoud in de sobere sfeervolle begeleiding. Hoe bewust is Lyenn of zoek gegaan naar die innerlijke kwetsbaarheid, om deze te vinden in de aardse sirene schoonheid van het mysterieuze IJsland.

De bassist wil niet de geheimen van dit schitterende land verklaren, maar ze wel deel laten nemen in zijn waarneming, als inspirerende reisgids. Het is een mooi schetsboek geworden, waarbij het niet van belang is of de stukken tot in de puntjes uitgewerkt zijn. Vaak is de voorstudie veel interessanter dan het eindresultaat.

Morning Sun laat je als een toeristische indringer ontwaken in een vreemd land. De klemtoon ligt nadrukkelijk op het pianospel en de herhalende drumslagen die als dreigende ijsschotsen steeds dichterbij komen. Wat voor de inheemse bevolking voelt als herkenbaar ritueel krijgt voor buitenstaander een andere dimensie. Gewapend met alleen zijn vertrouwde basgitaar zoekt Lyenn de confrontatie op.

Hoe verwoord je stilte eigenlijk? De aarzeling die Deliverance uitstraalt is nog het beste te vergelijken met wezens die vervroegd ontwaken uit een winterslaap. De sneeuwwitte omgeving wordt voorzichtig in je opgenomen, door middel van instrumenten wordt er gezocht naar een plek om zich te settelen.

Bij Until We Blend is het vertrouwen gewonnen en volgt een weerkaatsing van een lichte vorm van vreugde. Deze vervroegde single mag beschouwd worden als sleuteltrack van Adrift, waarbij de krachtige zang dominant de ruimte opeist.

De ingetogen kilte smelt beetje bij beetje weg vanaf het rondcirkelende Night, waarbij de jazz achtergrond van Frederic Lyenn Jacques overduidelijk terug te horen zijn. De dreiging neemt het over van de song die zich als wispelturige milieu omstandigheden als een verraderlijk schouwspel ontwikkeld. Onheilspellend samenspel tussen de muzikanten kondigt een ontvlambaar dreampop eindakkoord aan.

Met Give In wordt de trombone van Aaron Roche geïntroduceerd, die er als een gevaarlijke sneeuwschuiver doorheen walst. Staggering Heights zal zeker de goedkeuring verdienen van de prominente autochtone muzikanten die succesvol buiten IJsland naam gemaakt hebben. Op indrukwekkende wijze worden de diepste emoties geraakt en ademen ze de koude sprookjeswereld uit die zo kenmerkend is voor het land.

Een sensitiviteit die zijn vervolg krijgt in het vanuit het oer gevoel opbouwende Pedestal waar Frederic zijn volwassen stemkunsten een passende sensuele dromerige laagte mee geeft, die perfect aansluit bij de ingehouden gepassioneerde geïmproviseerde jazzbegeleiding. Wat moet het heerlijk zijn om voor de afwisseling de basgitaar links te laten liggen om je volledig op de piano te concentreren.

Hissing Fire kondigt de terugreis aan naar het bekende thuisfront. De maniakale gekte in de basakkoorden zijn weer aanwezig. Vluchtig werpen ze een dansbare schaduw over het lugubere orgelspel heen van een ruim acht minuten durende passage die in een laatste ademhaling tot stilstand komt.

Een verplichte vakantie naar een onbekende bestemming zou een goede remedie zijn voor vastgelopen muzikanten. De inspiratie die Lyenn weet om te zetten tot wat uiteindelijk Adrift heeft gevormd is daar een treffend voorbeeld van.

Lyenn - Adrift | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Lynn Cassiers - Yun (2020)

poster
4,0
Nadat in 2006 de Antwerpse Lynn Cassiers afstudeerde op het conservatorium in Den Haag vervolgt ze als betrokken docente op het Leuvense Lemmensinstituut haar loopbaan. Verbonden met de jonge gepassioneerde muzikanten die dezelfde ambities en inspiratiebronnen delen blijft de veelzijdige vocalist getriggerd om ook buiten de school om haar vrije improvisaties op het podium te representeren. Haar rol als vocalist in de dromerige experimentele supergroep Tape Cuts Tape, waarbij ze vergezeld wordt met de van dEUS afkomstige Rudy Trouvé en jazzdrummer Eric Thielemans, opent hierbij voor haar genoeg nieuwe deuren naar andere prachtige projecten.

Onder haar eigen naam brengt ze na The Bird, the Fish and the Ball en Imaginary Band nu het derde solo album Yun uit, al is dat toch wel tekort door de bocht. Met de tevens in Nederland afgestudeerde baritonsaxofonist Bo van der Werf, Manolo Cabras op contrabas, drummer Marek Patrman pianist Erik Vermeulen en Jozef Dumoulin op de overige toetsen mag je gerust spreken van een geschoolde geoliede volwaardige band die als eenheid grotendeels op de vorige plaat voor de omlijsting van de geschetste schilderachtige songs verantwoordelijk waren.

Er wordt vrij geïmproviseerd op Yun, wat in het Chinees wolk betekent. Een continu een beweging zijnde benaming die perfect weergeeft waar de plaat voor staat. De inspiratie wordt grotendeels gehaald uit het nog steeds voor genoeg bezieling zorgend American Song Book werk van componisten Cole Porter en George Gershwin. Als geen ander weten Belgische muzikanten de grauwe kilte van de grijze arbeiderssteden op te roepen. De jazz scene is daar zo ingeburgerd dat er waarschijnlijk zelfs in het gereinigde drinkwater nog sporen van de in het zweet spelende artiesten terug te vinden zijn.

Mistige flarden elektronica en luid geschetste samplers kruizen de doorrookte kroegpiano partijen van Erik Vermeulen in het gedurfde donkere I You We. Een spannend tien minuten durend schouwspel waarbij de leegte van het nachtleven afgewisseld wordt door de verbroederende klanken die het rakende samenspel tussen saxofonist Bo Van der Werf en vocalist Lynn Cassiers bespoedigen. De koperen saxofoon roestplekken worden uit de vijftiger jaren sound geblazen en wat weet Lynn Cassiers zich hier weer geweldig te introduceren zeg! De natuurlijke temperamentvolle slaperigheid in haar stem hitst de overige muzikanten zo daadwerkelijk op, waardoor er een heerlijk laidback sfeertje ontstaat, precies zoals het in een nachtelijk achterafzaaltje hoort over te komen.

Na de ritmische donder en bliksem in het regenachtige All en het mistroostent door Bo van der Werf stuk geblazen Move Them Mountains is het toch vechten om de langste adem bij het indrukwekkende gestructureerde Call It Off. De swing in Lynn Cassiers vocalen wordt even door de ijverige energieke muzikanten ruw verstoord om er vervolgens tegen het einde aan er een hard soulvol accent aan mee te geven. Het speelse heen en weer wiegende Seemin’Easy is het troetelkindje van Yun, een speelballetje welke door de timbre in de zang en luchtige lichte instrumentatie de hoogte in getild wordt.

De elektronica in Nebula zorgt voor een onaards hemels sfeertje, waarna al piepend en steunend de metrologische gejaagdheid van wereldstad Antwerpen terugkomt in het vluchtige Far Deep Blue Skies. Na het scheurende tegendraadse Nube Mechanica komt de cooling down met het meesterlijke But, waar dromerige sensitiviteit en het alsmaar voortlevende schemerige stadsgevoel elkaar vinden. Een prachtige eindklus die zich laat ontkiemen tot een bloeiend gedragen verhaallijn.

Yun is soms vertederend, soms anarchistisch en soms ook beklemmend. Een veelvoud aan invalshoeken waarmee niet alleen de grote componerende namen geëerd worden, maar waarmee nogmaals het improvisatievermogen van de Belgische school tot zijn recht komt. Door moderne technieken toe te voegen aan klassiekers in het genre maakt Lynn Cassiers en het om haar heen gevormde gezelschap er iets eigens en bijzonders van.

Lynn Cassiers - Yun | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com