Hier kun je zien welke berichten harm1985 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Neil & The Horse - Fu##in' Up (2024)

3,0
0
geplaatst: 27 april 2024, 18:58 uur
Ik mag mezelf toch wel tot de schare trouwe fans rekenen, maar ook ik zie de toegevoegde waarde van dit album niet, tenzij je per se een live album van Neil Young & Crazy Horse anno 2023 in huis wil hebben.
De performance is niet mega bijzonder, voor zijn standaard, her klinkt allemaal wat slordig en ook de opnamekwaliteit laat, in vergelijking met albums als Weld en Rust Bucket te wensen over. En met die twee albums heb je ook meteen veel betere live versies van de nummers van Ragged Glory, ook al staan ze niet in de juiste volgorde.
Sowieso vind ik het integraal spelen van een album zelden werken.
En dan te bedenken dat hier tijd, aandacht en productie capaciteit in is gestoken ten koste van albums als Early Daze, Alchemy (Crazy Horse anno 2013) of Mirrorball Live. Nogmaals: een release als timeline concert op zijn site had volstaan.
Oh. Take a Chance on Love zit dus niet in de tekst van Love and Only Love, maar in Love to Burn. Frappant dus dat track 9 zo heet. Had hem dan Overcoming Hate of Spirit Come Back to Me genoemd.
Een zesje voor de moeite. Ik ga deze ook niet fysiek aanschaffen, het heilige moeten hebben ben ik al 10 jaar overheen bij Neil Young.
De performance is niet mega bijzonder, voor zijn standaard, her klinkt allemaal wat slordig en ook de opnamekwaliteit laat, in vergelijking met albums als Weld en Rust Bucket te wensen over. En met die twee albums heb je ook meteen veel betere live versies van de nummers van Ragged Glory, ook al staan ze niet in de juiste volgorde.
Sowieso vind ik het integraal spelen van een album zelden werken.
En dan te bedenken dat hier tijd, aandacht en productie capaciteit in is gestoken ten koste van albums als Early Daze, Alchemy (Crazy Horse anno 2013) of Mirrorball Live. Nogmaals: een release als timeline concert op zijn site had volstaan.
Oh. Take a Chance on Love zit dus niet in de tekst van Love and Only Love, maar in Love to Burn. Frappant dus dat track 9 zo heet. Had hem dan Overcoming Hate of Spirit Come Back to Me genoemd.
Een zesje voor de moeite. Ik ga deze ook niet fysiek aanschaffen, het heilige moeten hebben ben ik al 10 jaar overheen bij Neil Young.
Neil Young - "I'm Happy That Y'all Came Down" (2022)
Alternatieve titel: Live at the Los Angeles Music Center Dorothy Chandler Pavilion February 1, 1971

4,5
1
geplaatst: 19 mei 2022, 10:45 uur
Meer van hetzelfde, dat klinkt zo negatief. Om het en essentiële release te noemen, is dat dan correct? Ja en nee. Tot op zekere hoogte zou je kunnen zeggen dat Massey Hall, Young Shakespeare, Royce Hall en Dorothy Chandler uitwisselbaar zijn. Maar ja, Massey Hall was nu eenmaal het eerste en 'dus' is de rest overbodig?
Ik ben het daar niet mee eens, wat mij betreft zitten er genoeg nuance verschillen tussen de vier concerten in om ze individueel de moeite waard te vinden. Zo is deze Sugar Mountain minstens net zoveel de moeite waard als die op Royce Hall en Young Shakespeare. Het is voor mij ook het moment dat Young los komt.
The Needle and the Damage Done lijkt ook wel met meer overtuiging gespeeld dan op Royce Hall.
Wat dit album en ook Royce Hall en Young Shakespeare aantonen is dat Massey Hall geen éénmalig ding was. Young opereerde de hele tour op zeer hoog niveau en als dit album of welke van de andere 3 dan ook destijds was uitgebracht had het een legendarische status gekregen. En als dit album was uitgebracht in plaats van Massey Hall, dan hadden we over Massey Hall gezegd wat we nu over de andere 3 zeggen.
Wat het ontbreken van de praatjes betreft, bij een dedicated luisterbeurt mét koptelefoon toegevoegde waarde, op CD, in de woonkamer met verstoring vanuit de omgeving, niet per se een gemis.
Waarom dan toch geen 5 sterren? Dat zit hem in de nuances, maar het is meer een 4.5 voor de vorm, want het verschil is geen 0.5 ster tussen deze en Massey Hall.
Ik ben het daar niet mee eens, wat mij betreft zitten er genoeg nuance verschillen tussen de vier concerten in om ze individueel de moeite waard te vinden. Zo is deze Sugar Mountain minstens net zoveel de moeite waard als die op Royce Hall en Young Shakespeare. Het is voor mij ook het moment dat Young los komt.
The Needle and the Damage Done lijkt ook wel met meer overtuiging gespeeld dan op Royce Hall.
Wat dit album en ook Royce Hall en Young Shakespeare aantonen is dat Massey Hall geen éénmalig ding was. Young opereerde de hele tour op zeer hoog niveau en als dit album of welke van de andere 3 dan ook destijds was uitgebracht had het een legendarische status gekregen. En als dit album was uitgebracht in plaats van Massey Hall, dan hadden we over Massey Hall gezegd wat we nu over de andere 3 zeggen.
Wat het ontbreken van de praatjes betreft, bij een dedicated luisterbeurt mét koptelefoon toegevoegde waarde, op CD, in de woonkamer met verstoring vanuit de omgeving, niet per se een gemis.
Waarom dan toch geen 5 sterren? Dat zit hem in de nuances, maar het is meer een 4.5 voor de vorm, want het verschil is geen 0.5 ster tussen deze en Massey Hall.
Neil Young - After the Gold Rush (1970)

5,0
1
geplaatst: 22 juli 2010, 14:47 uur
Deze plaat heeft een tijd lang op nummer 1 gestaan in mijn top 10, maar heeft nu toch moeten wijken ten faveure van Live at Massey Hall, die de sfeer van eenzaamheid net wat beter weet te pakken dan deze plaat.
Van de vier platen die de heren Crosby, Stills, Nash & Young hebben gemaakt na Déjà Vu en de daarop volgende tour, waarop het live album 4 Way Street is gebaseerd, is dit verreweg de beste van allemaal. Zowel Stills als Nash hebben teveel poespas gebruikt, dezelfde fout maakte Neil Young al 2 jaar eerder bij zijn debuut, en liet zich daardoor deze keer niet verleiden. Vrijwel alles is live opgenomen, met wat overdubs voor de vocalen hier en daar.
De wonderschone harmonie van Tell Me Why die live ten gehore werd gebracht met Crosby & Nash is hier prima in tact gebleven met denk aan Ralph Molina en de toen pas 18-jarige Nils Lofgren, die Neil Young om wat advies vroeg bij het oprichten van zijn band Grim en gelijk mocht meespelen op dit album.
Het volgende nummer, After the Goldrush kon mijn aanvankelijk maar niet bekoren, veel te hoog gezongen, maar inmiddels heb ik het op waarde weten te schatten, de groene boodschap is na al die jaren nog steeds niet belegen en valt niet in clichés. Voor de eerste keer dit album neemt Neil je ook me in zijn belevingswereld: elk couplet begint met een haast sprookjesachtige zin alvorens weer met beide voeten op de grond te belanden. Ondertussen draagt Bill Peterson op zijn flugelhorn ook een steentje bij.
Only Love... is geschreven voor Graham Nash als troost toen het uit ging met Joni Mitchell (als bedankje schreef Nash later het nummer Cowboy Of Dreams). Ook dit nummer werd met Crosby & Nash vaak live gezongen en net als bij Tell me Why is de vertaling naar de studio versie subliem, met Danny Whitten en Stephen Stills op zang. Het zijn dit soort harmonieën (tezamen met de prachtige teksten en melodieën) die dit album zo mooi maken.
Southern Man was ondertussen een legendarisch live nummer geworden, met een minuten lang durende jam tussen Stills en Young, een gitaargevecht welhaast. maar ja, hoe dat te vertalen naar een studio versie? In plaats van de bekende weg in te slaan en er een soort Cowgirl in the Sand of Down by the River van te maken krijgt hij hulp uit onverwachte hoek. Nils Lofgren zit een dag wat te pingelen in de studio als Neil Young binnenloopt en tegen hem zegt: 'dat klinkt goed, dat wordt het piano-stuk in Southern Man' en zo geschiedde het. Wat mij betreft een goede keuze, want als dit nummer een dikke 10 minuten had geduurd, dan was het album uit balans geweest. Overigens stond op de eerste persing van de LP een iets andere versie van dit nummer, de solo in het midden is met een seconde of 10 opgerekt. Bij latere persingen en de remaster is dit achterwege gelaten, en ten goede.
Till the Morning Comes (en zijn broertje Cripple Creek Ferry) zijn de vreemde eend in de bijt op deze plaat, beiden duren ongeveer anderhalve minuut en beiden de afsluiting van een LP kant. Het lijken overgebleven demos, maar je moet je bedenken dat deze plaat gebaseerd is op het script van de nooit gemaakte film met dezelfde titel, en in die context is een nummer zo kort als deze twee zo vreemd nog niet. Achteloos kijk je erover heen, maar er zit wel een bepaalde inventiviteit in de tekst.
Dan het volgende hoogtepunt op de plaat, Oh Lonesome Me, wat ooit een uptempo country liedje was van Don Gibson is nu een dipe treurige contry rock ballad van Neil Young, anders dan bijvoorbeeld de cover van Johnny Cash heeft Neil zich dit nummer eigen gemaakt en in zijn onmiskenbare falset-stem verzucht hij 'I can't get over how she set me free... Oh lonesome me'. Ondertussen snikken Molina en Whitten met hem mee... de opgedane ervaring in Danny & the Memories spreekt boekdelen.
Nu is Neil Young echt op stoom, want Don't Let it Bring You Down is toch echt een nummer dat je, ondanks de titel' behoorlijk droevig stemt. De ijle stem, ondersteund door de piano van Lofgren doet de rest. Wederom blijkt wat voor een groots verteller Young is, met fantastische beeldspraak: 'Blue Moon Sinking From the Weight of the Load as the Buildings Scrape the Sky'.
Had ik al gezegd dat ik kant twee de beste vond? Birds is het volgende bewijs waarom. Wederom een vrij kaal arrangement, enkel Young met zijn piano zoals beproeft bij live concerten, ondersteund door Whitten en Molina op zang. Het nummer verveelt gewoon nooit, elke keer als het couplet voorbij komt is er weer dat warme gelukzalige gevoel van binnen, dat ik mag genieten van zulke schoonheid, vastgelegd in 2:32. De alternatieve versie op de Archives mag er ook best wezen, maar de anderhalve minuut die dat nummer duurt is mij te kort.
Op When You Dance... kan Crazy Horse eindelijk haar kunstje doen, met hulp van Jack Nitzche. Vers terug van een live tournee zijn deze 5 heren inmiddels wel op elkaar ingespeeld en het resultaat is dit luchtige country rock nummer. Het klinkt welhaast te simplistisch om van Young's had te komen, maar juist dat is een teken van zijn kunde, alsof Wellfare Mothers zo diepzinnig is
De originele album versie is overigens een halve minuut korter dan de CD versie, die dan weer de titel verkeerd heeft. Het volume wordt echter gewoon eerder weggedraaid, verder geen verschil.
Ook I Believe in You is weer zo'n wonderschone balade, die je op meerdere manieren kan interpreteren, is het een ode aan de vrouw van wie hij houdt, of stelt hij haar gerust nadat de relatie juist is verbroken? Of twijfelt hij aan zichzelf of hij de liefde van de vrouw wel kan beantwoorden? Mocht het laatste het geval zinn, dan spreekt hier een immens verwarde en eenzame man die bijna vergeten is hoe een vrouw moet liefhebben.
De hoes is net zo mooi als de plaat, mysterieus en per ongeluk tot stand gekomen. Neil Young, Graham Nash en Joel Bernstein waren een dag op pad en juist toen Neil de oude vrouw passeerde legde Bernstein hem (en Graham Nash, die er vanaf is geknipt) vast op de gevoelige plaat (voor op de gevoelige plaat). Bernstein vond het resultaat maar niks, maar Young vond het geweldig. Past helemaal in zijn filosofie, je hebt één kans en daar moet je het mee doen, dat hoor je ook terug in zijn muziek. Niet honderden uren pielen, zoals je bij een schilderij doet, maar met de hele band de studio in en de beste take kiezen. Er was immers nog geen photoshop toen. Enfin, Neil zei tegen Bernstein dat hij de foto zou gebruiken voor zijn nieuwe plaat, en tot de dag dat hij zijn foto op de voorkant van deze plaat zag pronken toen hij een platenzaak binnenliep dacht hij dat Neil een grapje had gemaakt. Inmiddels weten we wel beter.
Van de vier platen die de heren Crosby, Stills, Nash & Young hebben gemaakt na Déjà Vu en de daarop volgende tour, waarop het live album 4 Way Street is gebaseerd, is dit verreweg de beste van allemaal. Zowel Stills als Nash hebben teveel poespas gebruikt, dezelfde fout maakte Neil Young al 2 jaar eerder bij zijn debuut, en liet zich daardoor deze keer niet verleiden. Vrijwel alles is live opgenomen, met wat overdubs voor de vocalen hier en daar.
De wonderschone harmonie van Tell Me Why die live ten gehore werd gebracht met Crosby & Nash is hier prima in tact gebleven met denk aan Ralph Molina en de toen pas 18-jarige Nils Lofgren, die Neil Young om wat advies vroeg bij het oprichten van zijn band Grim en gelijk mocht meespelen op dit album.
Het volgende nummer, After the Goldrush kon mijn aanvankelijk maar niet bekoren, veel te hoog gezongen, maar inmiddels heb ik het op waarde weten te schatten, de groene boodschap is na al die jaren nog steeds niet belegen en valt niet in clichés. Voor de eerste keer dit album neemt Neil je ook me in zijn belevingswereld: elk couplet begint met een haast sprookjesachtige zin alvorens weer met beide voeten op de grond te belanden. Ondertussen draagt Bill Peterson op zijn flugelhorn ook een steentje bij.
Only Love... is geschreven voor Graham Nash als troost toen het uit ging met Joni Mitchell (als bedankje schreef Nash later het nummer Cowboy Of Dreams). Ook dit nummer werd met Crosby & Nash vaak live gezongen en net als bij Tell me Why is de vertaling naar de studio versie subliem, met Danny Whitten en Stephen Stills op zang. Het zijn dit soort harmonieën (tezamen met de prachtige teksten en melodieën) die dit album zo mooi maken.
Southern Man was ondertussen een legendarisch live nummer geworden, met een minuten lang durende jam tussen Stills en Young, een gitaargevecht welhaast. maar ja, hoe dat te vertalen naar een studio versie? In plaats van de bekende weg in te slaan en er een soort Cowgirl in the Sand of Down by the River van te maken krijgt hij hulp uit onverwachte hoek. Nils Lofgren zit een dag wat te pingelen in de studio als Neil Young binnenloopt en tegen hem zegt: 'dat klinkt goed, dat wordt het piano-stuk in Southern Man' en zo geschiedde het. Wat mij betreft een goede keuze, want als dit nummer een dikke 10 minuten had geduurd, dan was het album uit balans geweest. Overigens stond op de eerste persing van de LP een iets andere versie van dit nummer, de solo in het midden is met een seconde of 10 opgerekt. Bij latere persingen en de remaster is dit achterwege gelaten, en ten goede.
Till the Morning Comes (en zijn broertje Cripple Creek Ferry) zijn de vreemde eend in de bijt op deze plaat, beiden duren ongeveer anderhalve minuut en beiden de afsluiting van een LP kant. Het lijken overgebleven demos, maar je moet je bedenken dat deze plaat gebaseerd is op het script van de nooit gemaakte film met dezelfde titel, en in die context is een nummer zo kort als deze twee zo vreemd nog niet. Achteloos kijk je erover heen, maar er zit wel een bepaalde inventiviteit in de tekst.
Dan het volgende hoogtepunt op de plaat, Oh Lonesome Me, wat ooit een uptempo country liedje was van Don Gibson is nu een dipe treurige contry rock ballad van Neil Young, anders dan bijvoorbeeld de cover van Johnny Cash heeft Neil zich dit nummer eigen gemaakt en in zijn onmiskenbare falset-stem verzucht hij 'I can't get over how she set me free... Oh lonesome me'. Ondertussen snikken Molina en Whitten met hem mee... de opgedane ervaring in Danny & the Memories spreekt boekdelen.
Nu is Neil Young echt op stoom, want Don't Let it Bring You Down is toch echt een nummer dat je, ondanks de titel' behoorlijk droevig stemt. De ijle stem, ondersteund door de piano van Lofgren doet de rest. Wederom blijkt wat voor een groots verteller Young is, met fantastische beeldspraak: 'Blue Moon Sinking From the Weight of the Load as the Buildings Scrape the Sky'.
Had ik al gezegd dat ik kant twee de beste vond? Birds is het volgende bewijs waarom. Wederom een vrij kaal arrangement, enkel Young met zijn piano zoals beproeft bij live concerten, ondersteund door Whitten en Molina op zang. Het nummer verveelt gewoon nooit, elke keer als het couplet voorbij komt is er weer dat warme gelukzalige gevoel van binnen, dat ik mag genieten van zulke schoonheid, vastgelegd in 2:32. De alternatieve versie op de Archives mag er ook best wezen, maar de anderhalve minuut die dat nummer duurt is mij te kort.
Op When You Dance... kan Crazy Horse eindelijk haar kunstje doen, met hulp van Jack Nitzche. Vers terug van een live tournee zijn deze 5 heren inmiddels wel op elkaar ingespeeld en het resultaat is dit luchtige country rock nummer. Het klinkt welhaast te simplistisch om van Young's had te komen, maar juist dat is een teken van zijn kunde, alsof Wellfare Mothers zo diepzinnig is
De originele album versie is overigens een halve minuut korter dan de CD versie, die dan weer de titel verkeerd heeft. Het volume wordt echter gewoon eerder weggedraaid, verder geen verschil.Ook I Believe in You is weer zo'n wonderschone balade, die je op meerdere manieren kan interpreteren, is het een ode aan de vrouw van wie hij houdt, of stelt hij haar gerust nadat de relatie juist is verbroken? Of twijfelt hij aan zichzelf of hij de liefde van de vrouw wel kan beantwoorden? Mocht het laatste het geval zinn, dan spreekt hier een immens verwarde en eenzame man die bijna vergeten is hoe een vrouw moet liefhebben.
De hoes is net zo mooi als de plaat, mysterieus en per ongeluk tot stand gekomen. Neil Young, Graham Nash en Joel Bernstein waren een dag op pad en juist toen Neil de oude vrouw passeerde legde Bernstein hem (en Graham Nash, die er vanaf is geknipt) vast op de gevoelige plaat (voor op de gevoelige plaat). Bernstein vond het resultaat maar niks, maar Young vond het geweldig. Past helemaal in zijn filosofie, je hebt één kans en daar moet je het mee doen, dat hoor je ook terug in zijn muziek. Niet honderden uren pielen, zoals je bij een schilderij doet, maar met de hele band de studio in en de beste take kiezen. Er was immers nog geen photoshop toen. Enfin, Neil zei tegen Bernstein dat hij de foto zou gebruiken voor zijn nieuwe plaat, en tot de dag dat hij zijn foto op de voorkant van deze plaat zag pronken toen hij een platenzaak binnenliep dacht hij dat Neil een grapje had gemaakt. Inmiddels weten we wel beter.
Neil Young - Archives Vol. II: 1972-1976 (2020)

5,0
5
geplaatst: 15 december 2020, 15:23 uur
Volgt nu het eindoordeel. Ik heb van de losse recensies (van de niet eerder uitgebrachte schijven) hyperlinks gemaakt.
Everybody’s Alone (1972-1973) – 4.5
Tuscaloosa (1973) – 4
Tonight’s the Night (1973) – 4.5
Roxy: Tonights the Night Live (1973) – 5
Walk On (1973-1974) – 5
The Old Homestead (1974) – 5
Homegrown (1974-1975) – 4
Dume (1975) – 5
Look Out for My Love (1975-1976) – 4.5
Odeon/Budokan (1976) – 4.5
Gemiddeld: 4.6; afgerond naar boven een 5, mede vanwege het sublieme geluid, het prachtige boekwerk boordevol informatie en foto’s, het artwork van de box en dat van de individuele CD’s.
In de breedte overtreft deze box Archives Vol. I ruimschoots, dat toch wel heel erg leunde op Everybody Knows, Gold Rush en Harvest. De individuele schijven van Vol. II hebben meer dan genoeg replay value, zelfs het wat lager beoordeelde Tuscaloosa en Homegrown.
Het zal lastig worden voor Young om dit nog te overtreffen met Vol. III, wat naar verwachting aan de voorkant erg zal gaan leunen op Comes a Time en Rust Never Sleeps. Hopelijk hoeven we daar geen 11 jaar op te wachten, maar slechts 2.
Everybody’s Alone (1972-1973) – 4.5
Tuscaloosa (1973) – 4
Tonight’s the Night (1973) – 4.5
Roxy: Tonights the Night Live (1973) – 5
Walk On (1973-1974) – 5
The Old Homestead (1974) – 5
Homegrown (1974-1975) – 4
Dume (1975) – 5
Look Out for My Love (1975-1976) – 4.5
Odeon/Budokan (1976) – 4.5
Gemiddeld: 4.6; afgerond naar boven een 5, mede vanwege het sublieme geluid, het prachtige boekwerk boordevol informatie en foto’s, het artwork van de box en dat van de individuele CD’s.
In de breedte overtreft deze box Archives Vol. I ruimschoots, dat toch wel heel erg leunde op Everybody Knows, Gold Rush en Harvest. De individuele schijven van Vol. II hebben meer dan genoeg replay value, zelfs het wat lager beoordeelde Tuscaloosa en Homegrown.
Het zal lastig worden voor Young om dit nog te overtreffen met Vol. III, wat naar verwachting aan de voorkant erg zal gaan leunen op Comes a Time en Rust Never Sleeps. Hopelijk hoeven we daar geen 11 jaar op te wachten, maar slechts 2.
Neil Young - Chrome Dreams II (2007)

4,0
0
geplaatst: 6 januari 2011, 17:23 uur
Op Touch the Night van Landing on Water staat ook een kinderkoor, sterker nog, bij live concerten speelden ze vaak een bandje af van dat koor. Bij the Way gebeurde dat gelukkig niet, al is dat maar 1 of 2 keer live gespeeld, komt stukken beter uit de verf dan, maar in het kader van het album is het wel een passende afsluiting, beetje als When God Made Me en America the Beautiful.
Dan de rest van het album. Zoals Freedom is dit een beetje een allegaartje, niet eens in de zin dat het een paar oude nummers bevat, sommige heropgenomen, sommige niet en nieuwe nummers, maar qua stijl. Beautiful Bluebird stamt alweer uit midden jaren 80, en is oorspronkelijk opgenomen voor Old Ways, waar het behoorlijk corny klinkt, zoals de rest van het album, eigenlijk. Wat dat betreft is deze versie wel een verbetering, maar blijft een beetje de vreemde eend in de bijt.
Het volgende oude nummer is Boxcar, een nummer dat op Times Square stond, het inmiddels beruchte geschrapte album waar zowel de Eldorado EP als Freedom uit voortkwamen. In tegenstelling tot de wat softe aanpak met de Banjo, zoals op dit album begeleidde Young zich daar met Old Black en een Harmonica, solo dus, a la Le Noise. De Chrome Dreams II versie mist een beetje de 'spook' van de Times Square versie, maar blijft wel overeind. Het origineel is trouwens ook op YouTube te vinden.
Nummertje drie dan maar, en wederom eentje uit de oude doos. Een song van epische proporties, een dikke 18 minuten lang, de langste song op een studioalbum uit zijn lange oeuvre, zelfs Change Your Mind, met 14 minuten ook niet kort is zo'n 4 minuten korter! Op zich is het een dijk van een song, een outtake van een Blue Notes sessie (wie zei ook alweer dat de Blue Notes niet goed waren?) die hij in 1988 en 89 met enige regelmaat live ten gehore bracht. Ironisch genoeg kortte hij het nummer live juist in, waar hij normaal gesproken nummers oprekt (zie Down by the River op Live at Fillmore East bijvoorbeeld). Ook husselde hij wat coupletten om. De reden hierachter is niet helemaal duidelijk, maar ik geloof dat het wat te maken had met David Briggs, die dit lied sowieso al niets vond, na wat onenigheid paste Young de volgorde live in ieder geval aan en de blazers-intermezzo's werden ingekort. Als deel van het album werkt het echter niet. Zoals het geval was met Thriller op Michael Jackson's gelijknamige album, doorbreekt het gewoon de flow, het album luistert niet meer zo makkelijk weg. Je wordt helemaal in de song gezogen, 18 minuten lang en daarna klinkt het alsof er ineens een heel ander album wordt opgezet. Op Freedom stond overigens ook een Blue Notes outtake, Crime in the City (60 to 0 part 1), maar daar was Young wel zo wijs het in te korten van ruim 18 tot een dikke 8 minuten. Nog lang.
Al met al zijn we dus bij track 4 aangekomen, een dikke 25 minuten verder -ter vergelijking, Everybody's Rockin' uit 1983 duurt korter- voor we een echt 'nieuw' nummer horen. Qua stijl is het een beetje een voortzetting van de eerste twee nummers en albums als Prairie Wind en Silver & Gold. Het is een beetje een saai nummer en met bijna 5 minuten best een lange zit. Het klinkt een beetje futloos allemaal.
The Believer is een beetje hetzelfde laken een pak, maar veel korter, een erg teder nummer dat een beetje lijkt op Beautiful Bluebird. Helemaal niet onaardig eigenlijk, desalniettemin was ik niet erg teleurgesteld toen Neil dit nummer oversloeg in de Rai op 18 februari 2008 tijdens mijn eerste echte Neil Young-concert. Dat had echter meer te maken met wat we ervoor terugkregen (Powderfinger) dan met de song zelf.
Dan gaan we eindelijk echt los, met Spirit Road heeft ie een echte kraker te pakken, die het ook live erg goed doet (twee keer zelf getuige van geweest). Lekkere stevige riffs, goede tekst, beetje cryptisch, kortom, typisch Neil Young. Hetzelfde geldt, gek genoeg voor het volgende nummer Dirty Old Man. Soms schrijft Neil Young een nummer dat alle subtiliteit ontbeert, gewoon een lekkere harde rocker, waar je niet al te hard over hoeft na de denken. Den aan songs als Welfare Mothers of Piece of Crap (al had dat nog wel een onderliggende boodschap). Wederom erg goed, ook live.
Na 'Ever After', het broertje van Shining Light komen we uit bij het beste nummer van de plaat en misschien wel 1 van de beste nummers uit zijn carrière, in ieder geval van de laatste 15-20 jaar. Een epische rocker, genaamd No Hidden Path, die hij elke avond, zo'n 2 jaar lang vol overgave ten gehore bracht, aanvankelijk opgerekt tot een minuut of 17, later zelfs tot 20 minuten. Zoals elektrisch als akoestisch. Naarmate hij zich naar de solo heeft toegewerkt geeft hij zich helemaal over, als in trance plukt hij aan zijn gitaar, tijd bestaat niet, noten overigens ook niet meer, zo klinkt de ziel van Neil Young.
En dan is het alweer bijna voorbij, want met The Way geeft Neil Young je weer even de tijd om op adem te komen. Een album met twee gezichten (of drie of zelfs vier) dat pas na de derde track echt een geheel wordt. De goede nummers zijn beresterk en dragen dit album, maar nummers als Shining Light en Ever After doen me gewoon niet zoveel, ik skip ze nooit, maar met 65 minuten wordt dit album al snel een lange zit. Als je Ordinary People dan ook nog eens wegdenkt houd je 40 minuten over en een 5* plaat, maar zo werkt het helaas niet. Toch, op individuele klasse van de songs 4*.
Dan de rest van het album. Zoals Freedom is dit een beetje een allegaartje, niet eens in de zin dat het een paar oude nummers bevat, sommige heropgenomen, sommige niet en nieuwe nummers, maar qua stijl. Beautiful Bluebird stamt alweer uit midden jaren 80, en is oorspronkelijk opgenomen voor Old Ways, waar het behoorlijk corny klinkt, zoals de rest van het album, eigenlijk. Wat dat betreft is deze versie wel een verbetering, maar blijft een beetje de vreemde eend in de bijt.
Het volgende oude nummer is Boxcar, een nummer dat op Times Square stond, het inmiddels beruchte geschrapte album waar zowel de Eldorado EP als Freedom uit voortkwamen. In tegenstelling tot de wat softe aanpak met de Banjo, zoals op dit album begeleidde Young zich daar met Old Black en een Harmonica, solo dus, a la Le Noise. De Chrome Dreams II versie mist een beetje de 'spook' van de Times Square versie, maar blijft wel overeind. Het origineel is trouwens ook op YouTube te vinden.
Nummertje drie dan maar, en wederom eentje uit de oude doos. Een song van epische proporties, een dikke 18 minuten lang, de langste song op een studioalbum uit zijn lange oeuvre, zelfs Change Your Mind, met 14 minuten ook niet kort is zo'n 4 minuten korter! Op zich is het een dijk van een song, een outtake van een Blue Notes sessie (wie zei ook alweer dat de Blue Notes niet goed waren?) die hij in 1988 en 89 met enige regelmaat live ten gehore bracht. Ironisch genoeg kortte hij het nummer live juist in, waar hij normaal gesproken nummers oprekt (zie Down by the River op Live at Fillmore East bijvoorbeeld). Ook husselde hij wat coupletten om. De reden hierachter is niet helemaal duidelijk, maar ik geloof dat het wat te maken had met David Briggs, die dit lied sowieso al niets vond, na wat onenigheid paste Young de volgorde live in ieder geval aan en de blazers-intermezzo's werden ingekort. Als deel van het album werkt het echter niet. Zoals het geval was met Thriller op Michael Jackson's gelijknamige album, doorbreekt het gewoon de flow, het album luistert niet meer zo makkelijk weg. Je wordt helemaal in de song gezogen, 18 minuten lang en daarna klinkt het alsof er ineens een heel ander album wordt opgezet. Op Freedom stond overigens ook een Blue Notes outtake, Crime in the City (60 to 0 part 1), maar daar was Young wel zo wijs het in te korten van ruim 18 tot een dikke 8 minuten. Nog lang.
Al met al zijn we dus bij track 4 aangekomen, een dikke 25 minuten verder -ter vergelijking, Everybody's Rockin' uit 1983 duurt korter- voor we een echt 'nieuw' nummer horen. Qua stijl is het een beetje een voortzetting van de eerste twee nummers en albums als Prairie Wind en Silver & Gold. Het is een beetje een saai nummer en met bijna 5 minuten best een lange zit. Het klinkt een beetje futloos allemaal.
The Believer is een beetje hetzelfde laken een pak, maar veel korter, een erg teder nummer dat een beetje lijkt op Beautiful Bluebird. Helemaal niet onaardig eigenlijk, desalniettemin was ik niet erg teleurgesteld toen Neil dit nummer oversloeg in de Rai op 18 februari 2008 tijdens mijn eerste echte Neil Young-concert. Dat had echter meer te maken met wat we ervoor terugkregen (Powderfinger) dan met de song zelf.
Dan gaan we eindelijk echt los, met Spirit Road heeft ie een echte kraker te pakken, die het ook live erg goed doet (twee keer zelf getuige van geweest). Lekkere stevige riffs, goede tekst, beetje cryptisch, kortom, typisch Neil Young. Hetzelfde geldt, gek genoeg voor het volgende nummer Dirty Old Man. Soms schrijft Neil Young een nummer dat alle subtiliteit ontbeert, gewoon een lekkere harde rocker, waar je niet al te hard over hoeft na de denken. Den aan songs als Welfare Mothers of Piece of Crap (al had dat nog wel een onderliggende boodschap). Wederom erg goed, ook live.
Na 'Ever After', het broertje van Shining Light komen we uit bij het beste nummer van de plaat en misschien wel 1 van de beste nummers uit zijn carrière, in ieder geval van de laatste 15-20 jaar. Een epische rocker, genaamd No Hidden Path, die hij elke avond, zo'n 2 jaar lang vol overgave ten gehore bracht, aanvankelijk opgerekt tot een minuut of 17, later zelfs tot 20 minuten. Zoals elektrisch als akoestisch. Naarmate hij zich naar de solo heeft toegewerkt geeft hij zich helemaal over, als in trance plukt hij aan zijn gitaar, tijd bestaat niet, noten overigens ook niet meer, zo klinkt de ziel van Neil Young.
En dan is het alweer bijna voorbij, want met The Way geeft Neil Young je weer even de tijd om op adem te komen. Een album met twee gezichten (of drie of zelfs vier) dat pas na de derde track echt een geheel wordt. De goede nummers zijn beresterk en dragen dit album, maar nummers als Shining Light en Ever After doen me gewoon niet zoveel, ik skip ze nooit, maar met 65 minuten wordt dit album al snel een lange zit. Als je Ordinary People dan ook nog eens wegdenkt houd je 40 minuten over en een 5* plaat, maar zo werkt het helaas niet. Toch, op individuele klasse van de songs 4*.
Neil Young - Citizen Kane Jr. Blues (2022)

4,5
1
geplaatst: 17 mei 2022, 17:46 uur
Misschien wel het beste Neil Young solo concert ooit. Samen met Massey Hall 1971 dan. De concerten hebben met elkaar gemeen dat het publiek grotendeels nieuwe nummers voorgeschoteld kregen, ditmaal van On the Beach, maar ook Roll Another Number van TTN, Pardon my Heart van Zuma en Long May You Run van het gelijknamige album komen voorbij. Dance Dance Dance, Greensleeves en Pushed it Over the End zouden pas véél later met het verschijnen van de Archives box sets officieel uitgebracht worden.
Tussen de nummers door neemt Young de tijd om te vertellen over de diverse nummers, het opnemen van On the Beach, een voorval bij een concert in Oakland én geeft hij het recept voor honeyslides.
Nu is in die praatjes jammer genoeg flink gesneden op het geheel op één LP te laten passen, maar het hele concert is wél op zijn site te horen.
De geluidskwaliteit is niet te vergelijken met een professionele opname zoals de andere delen uit de Bootleg series, maar Young en zijn team hebben hun best gedaan het zo goed mogelijk te laten klinken. En dat doet het. Je kunt de sfeer van het concert beter proeven omdat je als het ware in het publiek zit. 'Iets is beter dan niets' doet dit album zéér tekort.
Je kunt betwisten hoe vaak je naar de praatjes tussen de nummers door gaat luisteren. Aan de ene kant een integraal onderdeel van het concert, dat met een koptelefoon een geweldige ervaring is, aan de andere kant, als je dit op de achtergrond op hebt staan, vallen de praatjes juist een beetje weg.
Al met al heeft Young de gulden middenweg gekozen. Een CD, of LP die eigenlijk niet mag ontbreken in de collectie.
Een multitrack van het complete concert was 5* geweest, maar ja het leven is een compromis.
Tussen de nummers door neemt Young de tijd om te vertellen over de diverse nummers, het opnemen van On the Beach, een voorval bij een concert in Oakland én geeft hij het recept voor honeyslides.
Nu is in die praatjes jammer genoeg flink gesneden op het geheel op één LP te laten passen, maar het hele concert is wél op zijn site te horen.
De geluidskwaliteit is niet te vergelijken met een professionele opname zoals de andere delen uit de Bootleg series, maar Young en zijn team hebben hun best gedaan het zo goed mogelijk te laten klinken. En dat doet het. Je kunt de sfeer van het concert beter proeven omdat je als het ware in het publiek zit. 'Iets is beter dan niets' doet dit album zéér tekort.
Je kunt betwisten hoe vaak je naar de praatjes tussen de nummers door gaat luisteren. Aan de ene kant een integraal onderdeel van het concert, dat met een koptelefoon een geweldige ervaring is, aan de andere kant, als je dit op de achtergrond op hebt staan, vallen de praatjes juist een beetje weg.
Al met al heeft Young de gulden middenweg gekozen. Een CD, of LP die eigenlijk niet mag ontbreken in de collectie.
Een multitrack van het complete concert was 5* geweest, maar ja het leven is een compromis.
Neil Young - Comes a Time (1978)

4,5
0
geplaatst: 19 april 2010, 11:53 uur
En dan nu eens een review van dit album. Het is een beetje het vergeten album, want na Zuma bracht Neil Young immers twee wat mindere albums uit, te weten Long May You Run met Stephen Stills en American Stars 'n' Bars, waarop dan weer één van zijn beste nummers staat Like a Hurricane. Met de drie-dubbelaar Decade en het Rust Never Sleeps spektakel werd dit album simpelweg ondergesneeuwd en vergeten, ondanks de live uitvoering van Comes a Time en Lotta Love op RNS. Ik heb ook pas gisteren voor het eerst een stem op dit album uitgebracht.
Het is nochtans één van zijn sterkste albums, ook al was de geboorte ervan wat moeizaam. The opnames begonnen in November 1975 met Lotta Love. Ter vergelijking, Like a Hurricane, White Line en Sedan Delivery van Chrome Dreams werden in dezelfde periode opgenomen. In 1976 volgde Look out for my Love, ook met Crazy Horse. Voor Field op Opportunity trok hij naar naar Nashville, we spreken inmiddels Mei 1977.
Niet lang hierna zou Neil met the Ducks in Santa Cruz gaan rondtouren, waar niet alleen nummers van Neil zouden worden gespeeld, maar a la CSNY ook nummers van de anderen. Nummers als Comes a Time en Four Strong Winds (dat een jaar eerder ook al bij the Last Waltz werd gespeeld) zouden live in een elektrisch jasje worden gestoken. Tegelijkertijd deed hij inspiratie op voor Hey Hey, My My.
De reden waarom the Ducks alleen maar in Santa Cruz opdtraden? Neil had een contract met Crazy Horse dat hij alleen maar met hun op tournee mocht. Niet gek natuurlijk, als je bedenkt dat ie na een tournee door Japan en Engeland begin 1976 ineens besloot om met Stills op tournee te gaan om daar weer uit te stappen en in het najaar van 76 toch maar weer met Crazy Horse te touren.
Comes A Time, Peace Of Mind, Already One, Motorcycle Mama en Four Strong Winds werden vervolgens allemaal in één sessie opgenomen, in Nashville. Maar niet voordat Neil Goin' Back en Human Highway had opgenomen in Florida, waar hij toch was voor een benefietconcert (en waar hij Sweet Home Alabama ten gehore bracht). Eigenlijk is Comes a Time dus een Field of Opportunity deel 2, niet andersom
Het album heette overigens nog steeds Give to the Wind. Bij proefpersingen bleek er echter een irritante 'tik' op kant 1 van de LP te zitten. Na een tweede proefpersing, waar dezelfde 'tik' inzat werd de naam ineens veranderd in Comes a Time, zonder aanwijsbare reden. Toen de fout eindelijk gevonden was (er zat een beschadiging op de master tape) zou het album eindelijk uitgebracht kunnen worden, zou je denken. Maar nee hoor, Lotta Love en Peace of Mind stonden verkeerd om en dit terwijl alle persingen al gereed waren. Hoe loste Neil dit op? Simpel, hij nam een Shotgun in de hand, knalde een paar schoten hagel door de dozen met LP's en er werd een nieuwe set LP's geperst. Met de hoezen was echter niks gedaan, dus daar moesten stickers op met de correcte tracklist.
Ondanks alle moeite, is het toch een sterke plaat, hij is simpelweg vergeten omdat Neil er door alle problemen geen enkele interesse meer in had om het te promoten, toen hij in Mei 1978 optrad met een paar solo-shows in California speelde hij meer nummers van het album Rust Never Sleeps dat toen ook nog moest uitkomen, dan van Comes a Time zelf.
Ik wil zelfs nog verder gaan dan het label 'sterke plaat', ik vind em qua niveau op gelijke hoogte staan met zijn andere top-werk van de jaren 70 en zeker beter dan Harvest, ook als is de samenstelling net zo divers. Misschien is het wel omdat ik geen live vergelijkingsmateriaal heb.
De harmonie van Nicolette Larson is werkelijk briljant, Lotta Love en Look out for my Love laten zien dat Crazy Horse ook akoestisch goed uit de voeten kan en Motorcycle Mama is, ondanks dat het een beetje de vreemde eend in de bijt is, een uniek nummer in Neil Young's oeuvre, ik ken geen ander nummer dat net zo klinkt. Er werd bijvoorbeeld ook niet voor de Nicolette Larson's beste take gekozen, maar voor degene met de meeste passie. Soms een tikje over het randje, maar zo ongelooflijk goed. Four Strong Winds is een afsluiter van een niveau Oh Lonesome Me en een instant-country-rock-klassieker.
Er deed een keur aan artiesten mee (ruim 30, waarvan de meeste strijkers) maar ook bijvoorbeeld JJ Cale en Country kanonnen als Carl Himmel en Rufus Thibodeaux (die in 1984-85 ook weer zouden meedoen op Old Ways).
Het is nochtans één van zijn sterkste albums, ook al was de geboorte ervan wat moeizaam. The opnames begonnen in November 1975 met Lotta Love. Ter vergelijking, Like a Hurricane, White Line en Sedan Delivery van Chrome Dreams werden in dezelfde periode opgenomen. In 1976 volgde Look out for my Love, ook met Crazy Horse. Voor Field op Opportunity trok hij naar naar Nashville, we spreken inmiddels Mei 1977.
Niet lang hierna zou Neil met the Ducks in Santa Cruz gaan rondtouren, waar niet alleen nummers van Neil zouden worden gespeeld, maar a la CSNY ook nummers van de anderen. Nummers als Comes a Time en Four Strong Winds (dat een jaar eerder ook al bij the Last Waltz werd gespeeld) zouden live in een elektrisch jasje worden gestoken. Tegelijkertijd deed hij inspiratie op voor Hey Hey, My My.
De reden waarom the Ducks alleen maar in Santa Cruz opdtraden? Neil had een contract met Crazy Horse dat hij alleen maar met hun op tournee mocht. Niet gek natuurlijk, als je bedenkt dat ie na een tournee door Japan en Engeland begin 1976 ineens besloot om met Stills op tournee te gaan om daar weer uit te stappen en in het najaar van 76 toch maar weer met Crazy Horse te touren.
Comes A Time, Peace Of Mind, Already One, Motorcycle Mama en Four Strong Winds werden vervolgens allemaal in één sessie opgenomen, in Nashville. Maar niet voordat Neil Goin' Back en Human Highway had opgenomen in Florida, waar hij toch was voor een benefietconcert (en waar hij Sweet Home Alabama ten gehore bracht). Eigenlijk is Comes a Time dus een Field of Opportunity deel 2, niet andersom

Het album heette overigens nog steeds Give to the Wind. Bij proefpersingen bleek er echter een irritante 'tik' op kant 1 van de LP te zitten. Na een tweede proefpersing, waar dezelfde 'tik' inzat werd de naam ineens veranderd in Comes a Time, zonder aanwijsbare reden. Toen de fout eindelijk gevonden was (er zat een beschadiging op de master tape) zou het album eindelijk uitgebracht kunnen worden, zou je denken. Maar nee hoor, Lotta Love en Peace of Mind stonden verkeerd om en dit terwijl alle persingen al gereed waren. Hoe loste Neil dit op? Simpel, hij nam een Shotgun in de hand, knalde een paar schoten hagel door de dozen met LP's en er werd een nieuwe set LP's geperst. Met de hoezen was echter niks gedaan, dus daar moesten stickers op met de correcte tracklist.
Ondanks alle moeite, is het toch een sterke plaat, hij is simpelweg vergeten omdat Neil er door alle problemen geen enkele interesse meer in had om het te promoten, toen hij in Mei 1978 optrad met een paar solo-shows in California speelde hij meer nummers van het album Rust Never Sleeps dat toen ook nog moest uitkomen, dan van Comes a Time zelf.
Ik wil zelfs nog verder gaan dan het label 'sterke plaat', ik vind em qua niveau op gelijke hoogte staan met zijn andere top-werk van de jaren 70 en zeker beter dan Harvest, ook als is de samenstelling net zo divers. Misschien is het wel omdat ik geen live vergelijkingsmateriaal heb.
De harmonie van Nicolette Larson is werkelijk briljant, Lotta Love en Look out for my Love laten zien dat Crazy Horse ook akoestisch goed uit de voeten kan en Motorcycle Mama is, ondanks dat het een beetje de vreemde eend in de bijt is, een uniek nummer in Neil Young's oeuvre, ik ken geen ander nummer dat net zo klinkt. Er werd bijvoorbeeld ook niet voor de Nicolette Larson's beste take gekozen, maar voor degene met de meeste passie. Soms een tikje over het randje, maar zo ongelooflijk goed. Four Strong Winds is een afsluiter van een niveau Oh Lonesome Me en een instant-country-rock-klassieker.
Er deed een keur aan artiesten mee (ruim 30, waarvan de meeste strijkers) maar ook bijvoorbeeld JJ Cale en Country kanonnen als Carl Himmel en Rufus Thibodeaux (die in 1984-85 ook weer zouden meedoen op Old Ways).
Neil Young - Freedom (1989)

4,5
0
geplaatst: 29 september 2010, 10:09 uur
Na een lange reeks van experimenten, sommigen geslaagd (Trans) anderen niet (Landing on Water), een overstap van Reprise naar Geffen, dat een rechtzaak tegen hem aanspande wegens het maken van on-karakteristieke muziek en de terugkeer naar Reprise kwam dit album.
Freedom is een beetje een allegaartje en dat bedoel ik allerminst negatief. Het talent en de veelzijdigheid van een artiest als Neil Young is nu eenmaal niet in een stijl samen te vatten, soms doet hij daar een poging toe, maar het gros van zijn beste albums zijn net zo veelzijdig als deze.
Nadat het Bluenotes project een beetje op zijn einde liep (maar nog wel en passant Crime in the City opleverde, dat live soms wel 19 minuten duurde) dook hij met de ritme sectie van die band, Rick Rosas en Chad Cromwell, die beiden ook te bewonderen zijn in de film Heart of Gold en de albums Prairie Wind, Living with War en Fork in the Road de studio in om zijn volgende plaat op te nemen, te weten Times Square.
Neil Young zou Neil Young niet zijn als er niet iets tussen zou komen. Het album was te ruw en ongepolijst naar zijn zin (al valt dat in het licht van zijn meest recente album Le Noise wel mee) en dus werd het album ingekort tot een EP, El Dorado, die alleen werd uitgebracht in Japan en Australië waar hij op Tournee was. Van die EP zouden uiteindelijk 4 nummers op dit album terechtkomen, No More in een ietwat aangepaste versie.
De rest van het album werd terloops opgenomen, met hulp van artiesten als Ben Keith, Frank Sampedro van Crazy Horse en Linda Ronstadt en dat levert soms spetterende resultaten op, zoals de instant-klassieker Rockin' in the Free World, wat hij nog steeds graag mag spelen bij live concerten.
No more is een oude bekende uit 1976 en doet zeker niet voor het origineel onder, evenals Ways of Love, dat al uit 78 stamt. Beiden klinken op dit album voor het eerst echt 'af'.
Die ingrediënten tezamen maken dit album de terugkeer van Neil Young na 10 jaar van relatieve anonimiteit. Dat het nog beter kan, bewees hij een jaar later met Ragged Glory. Met Harvest Moon beleefde hij in 1992 zijn grootste commerciële succes sinds Harvest, maar zonder dit album was dat zeker niet mogelijk geweest.
Voor mij was dit mijn vierde Neil Young album, na Harvest, Rust Never Sleeps en Zuma, en de reden dat ik dit album aanschafte was omdat ik Rockin' in the Free World op de radio hoorde. Ik heb er nooit spijt van gehad en het blijft een van mijn favoriete albums dat ik nog regelmatig in de CD speler schuif.
Vooral het nummer Crime in the City (Sixty to Zero Part 1) intrigeerde me mateloos destijds. Ik ben letterlijk jaren op zoek geweest naar Sixty to Zero zelf, droomde er werkelijk van, heb de tekst (alle 11 versen) regelmatig doorgelezen en toen ik nummer het eindelijk vond was ik het er roerend mee eens dat het bij deze 8:44 minuten is gebleven. 10 minuten extra had de flow van het album geen goed gedaan, zoals dat eigenlijk ook zo is met Ordinary People op Chrome Dreams II.
Freedom is een beetje een allegaartje en dat bedoel ik allerminst negatief. Het talent en de veelzijdigheid van een artiest als Neil Young is nu eenmaal niet in een stijl samen te vatten, soms doet hij daar een poging toe, maar het gros van zijn beste albums zijn net zo veelzijdig als deze.
Nadat het Bluenotes project een beetje op zijn einde liep (maar nog wel en passant Crime in the City opleverde, dat live soms wel 19 minuten duurde) dook hij met de ritme sectie van die band, Rick Rosas en Chad Cromwell, die beiden ook te bewonderen zijn in de film Heart of Gold en de albums Prairie Wind, Living with War en Fork in the Road de studio in om zijn volgende plaat op te nemen, te weten Times Square.
Neil Young zou Neil Young niet zijn als er niet iets tussen zou komen. Het album was te ruw en ongepolijst naar zijn zin (al valt dat in het licht van zijn meest recente album Le Noise wel mee) en dus werd het album ingekort tot een EP, El Dorado, die alleen werd uitgebracht in Japan en Australië waar hij op Tournee was. Van die EP zouden uiteindelijk 4 nummers op dit album terechtkomen, No More in een ietwat aangepaste versie.
De rest van het album werd terloops opgenomen, met hulp van artiesten als Ben Keith, Frank Sampedro van Crazy Horse en Linda Ronstadt en dat levert soms spetterende resultaten op, zoals de instant-klassieker Rockin' in the Free World, wat hij nog steeds graag mag spelen bij live concerten.
No more is een oude bekende uit 1976 en doet zeker niet voor het origineel onder, evenals Ways of Love, dat al uit 78 stamt. Beiden klinken op dit album voor het eerst echt 'af'.
Die ingrediënten tezamen maken dit album de terugkeer van Neil Young na 10 jaar van relatieve anonimiteit. Dat het nog beter kan, bewees hij een jaar later met Ragged Glory. Met Harvest Moon beleefde hij in 1992 zijn grootste commerciële succes sinds Harvest, maar zonder dit album was dat zeker niet mogelijk geweest.
Voor mij was dit mijn vierde Neil Young album, na Harvest, Rust Never Sleeps en Zuma, en de reden dat ik dit album aanschafte was omdat ik Rockin' in the Free World op de radio hoorde. Ik heb er nooit spijt van gehad en het blijft een van mijn favoriete albums dat ik nog regelmatig in de CD speler schuif.
Vooral het nummer Crime in the City (Sixty to Zero Part 1) intrigeerde me mateloos destijds. Ik ben letterlijk jaren op zoek geweest naar Sixty to Zero zelf, droomde er werkelijk van, heb de tekst (alle 11 versen) regelmatig doorgelezen en toen ik nummer het eindelijk vond was ik het er roerend mee eens dat het bij deze 8:44 minuten is gebleven. 10 minuten extra had de flow van het album geen goed gedaan, zoals dat eigenlijk ook zo is met Ordinary People op Chrome Dreams II.
Neil Young - Homegrown (2020)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2020, 18:04 uur
Interessant om nummers als Star of Bethlehem, Little Wing, Homegrown en Love is a Rose in hun originele context te horen, ook ben ik zeer content met Separate Ways, Try, Kansas, White Line en Vacancy.
We Dont Smoke it beklijft nog niet en Florida maakt dat dit album maximaal 4,5 scoort.
Zover is het nog niet, eerst nog een paar keert luisteren.
Beetje jammer van het ontbreken van o.a. Homefires en Barefoot Floors. Was deze tracklist in 1975 al vastgelegd of alsnog recent?
Qua sound is het typisch Neil Young. Ongepolijst, onaf hoe je het ook wil noemen. Verschilt niet wezenlijk van ander materiaal. Zodra en nummer het juiste gevoel heeft is het af. Zie ook motorcycle mama.
Maakt de hype niet helemaal waar, maar verdient een plaats in zijn oeuvre. Téveel moois om op de plank te laten liggen.
We Dont Smoke it beklijft nog niet en Florida maakt dat dit album maximaal 4,5 scoort.
Zover is het nog niet, eerst nog een paar keert luisteren.
Beetje jammer van het ontbreken van o.a. Homefires en Barefoot Floors. Was deze tracklist in 1975 al vastgelegd of alsnog recent?
Qua sound is het typisch Neil Young. Ongepolijst, onaf hoe je het ook wil noemen. Verschilt niet wezenlijk van ander materiaal. Zodra en nummer het juiste gevoel heeft is het af. Zie ook motorcycle mama.
Maakt de hype niet helemaal waar, maar verdient een plaats in zijn oeuvre. Téveel moois om op de plank te laten liggen.
Neil Young - Live at Massey Hall 1971 (2007)

5,0
0
geplaatst: 24 februari 2010, 14:47 uur
Het zit em vooral in de details bij AMNAM, hij zingt hier nog voornamelijk 'Afraid, a man feels afraid' wat het lied toch net in een ander licht zet. Domme mensen beschouwen dit nummer sowieso als seksistisch, maar daar is in deze versie geenszins sprake van.
Dit album is in alle opzichten beter dan Harvest, rauwe pure emotie en passie die er in de studio uitgegaan zijn (wat het Nashville gedeelte betreft dan). Zang is loepzuiver, teksten een voor een briljant, gitaarspel strak en ook al is het af en toe wat zwaarmoedig, want Neil schreeuwt zijn eenzaamheid hier haast uit, hij stuurt zijn publiek toch nog met een goed gevoel weg met Dance, Dance, Dance en I am a Child.
Ik geef het je maar te doen: je (soms elektrische) klassiekers in een nieuw jasje steken en je publiek tegelijkertijd een rits nieuwe nummers voorschotelen waar je U tegen zegt. Dit is Unplugged Avant la Lettre en geeft aan waarom Neil Young een van de meest invloedrijke artiesten ooit is. Of denken jullie soms dat Kurt Cobain anders zelf op zijn setlist was gekomen voor MTV Unplugged in New York?
OK, de DVD (of Blu-Ray) bevat geen beelden van het daadwerkelijke concert (ze zijn een paar dagen later opgenomen door Wim van der Linden voor een Duitse tv show, Swing In mit Neil Young) maar het geeft wel een mooi totaal plaatje waar we anders van verstoken waren geweest. Deze pure topvorm zou hij pas in 76 weer halen, en daarom smacht ik nu al naar Archives Vol. 2. Misschien zijn Harvest en After the Gold Rush wat toegankelijker als je niet bekend bent met het werk van Neil, maar als je eenmaal wat bekender bent met dat materiaal dan is dit echt smullen.
Dit album is in alle opzichten beter dan Harvest, rauwe pure emotie en passie die er in de studio uitgegaan zijn (wat het Nashville gedeelte betreft dan). Zang is loepzuiver, teksten een voor een briljant, gitaarspel strak en ook al is het af en toe wat zwaarmoedig, want Neil schreeuwt zijn eenzaamheid hier haast uit, hij stuurt zijn publiek toch nog met een goed gevoel weg met Dance, Dance, Dance en I am a Child.
Ik geef het je maar te doen: je (soms elektrische) klassiekers in een nieuw jasje steken en je publiek tegelijkertijd een rits nieuwe nummers voorschotelen waar je U tegen zegt. Dit is Unplugged Avant la Lettre en geeft aan waarom Neil Young een van de meest invloedrijke artiesten ooit is. Of denken jullie soms dat Kurt Cobain anders zelf op zijn setlist was gekomen voor MTV Unplugged in New York?
OK, de DVD (of Blu-Ray) bevat geen beelden van het daadwerkelijke concert (ze zijn een paar dagen later opgenomen door Wim van der Linden voor een Duitse tv show, Swing In mit Neil Young) maar het geeft wel een mooi totaal plaatje waar we anders van verstoken waren geweest. Deze pure topvorm zou hij pas in 76 weer halen, en daarom smacht ik nu al naar Archives Vol. 2. Misschien zijn Harvest en After the Gold Rush wat toegankelijker als je niet bekend bent met het werk van Neil, maar als je eenmaal wat bekender bent met dat materiaal dan is dit echt smullen.
Neil Young - Live at the Cellar Door (2013)

4,0
0
geplaatst: 2 december 2013, 16:27 uur
Mist een beetje de overtuigingskracht van Massey Hall, er zit gewoon wat minder lef in zijn zang. Ook maar weinig praatjes tussendoor, dus de inleiding van Flying on the Ground was wel een leuk intermezzo.
Ook al zit er maar een paar maanden tussen dit concert en Massey Hall, hij klinkt toch een stuk jonger, op de een of andere manier. Zang is door de bank genomen goed, alleen bij Expecting to Fly zit ie af en toe op het randje.
Als verzamelaar koop ik 'em uiteraard, maar ik kan me niet voorstellen dat deze net zo succesvol wordt als Massey Hall. Riekt toch een beetje naar gemakkelijk cashen. Download only via BD-live was meer gerechtvaardigd geweest. Echt veel replay value zie ik hier niet echt in...
Ook al zit er maar een paar maanden tussen dit concert en Massey Hall, hij klinkt toch een stuk jonger, op de een of andere manier. Zang is door de bank genomen goed, alleen bij Expecting to Fly zit ie af en toe op het randje.
Als verzamelaar koop ik 'em uiteraard, maar ik kan me niet voorstellen dat deze net zo succesvol wordt als Massey Hall. Riekt toch een beetje naar gemakkelijk cashen. Download only via BD-live was meer gerechtvaardigd geweest. Echt veel replay value zie ik hier niet echt in...
Neil Young - Oceanside Countryside (2025)

4,5
5
geplaatst: 10 maart 2025, 09:08 uur
(gretig citerend uit eigen werk, zie ook mijn reviews bij NYA Vol. II en III)
Over Oceanside/Countryside en het album wat er uiteindelijk uit voortkwam gaan de wildste verhalen rond. Volgens sommige mensen is Oceanside/Countryside simpelweg de oorspronkelijke titel van Comes a Time, voordat Young er 200.000 exemplaren van terugkocht van zijn platenmaatschappij omdat hij toch niet tevreden was met de volgorde van de nummers op de plaat. Een andere verhaal is dat de mastertapes beschadigd zijn geraakt bij het vervoer naar de perserij en dat Young daarom de platen terug kocht. Wat er daarna met de platen is gebeurd is maar net aan wie je het vraagt. Het ene verhaal is dat Young alle exemplaren met een shotgun kapot heeft geschoten, het andere dat hij het als dakpannen voor zijn schuur heeft gebruikt.
Oceanside/Countryside zou ook de titel zijn geweest van een album dat Young heeft aangeboden aan zijn platenmaatschappij, maar waarvan Mo Ostin tegen hem zei: ‘ik weet het niet Neil, maar de nummers hebben nog wat extra’s nodig, waarom speel je ze niet met een band, dan kijken we daarna wel wat het beste klinkt’. Omdat Young eigenlijk nooit kritiek kreeg op zijn albums, nam hij het dit keer ter harte en die overdubs resulteerden dus in Comes a Time.
Dat de gelijknamige schijf in Vol. III waarschijnlijk niet het albums was dat Young aanbood, vermoedde ik al, maar nu weten we het zeker. Want voor ons ligt dan eindelijk, na bijna 50 jaar Oceanside/Countryside.
De eerste opnames van Oceanside/Countryside vonden plaats in Mei 1977; dus nog voor hij met The Ducks op tournee ging en zelfs nog voor American Stars ’n Bars uitgebracht werd. De opnames vonden plaats in de studio van JJ Cale; Crazy Mama’s (Cale Speelt overigens niet mee op deze opnames, maar gek genoeg wél op Comes a Time, dat later in Woodland Studio’s opgenomen werd). De band die op deze nummers speelt is in feite een vroege incarnatie van The International Harvesters (Ben Keith op steel, Rufus Thibodeaux op viool en Karl Himmel op drums). Bassist Joe Osborn is de vreemde eend in de bijt.
Van deze sessie werd uiteindelijk alleen Field of Opportunity gebruikt voor het album Comes a Time (zij het met enkele overdubs). De mix die hier te horen is, zonder Nicolette Larson dus, is dus nieuw. Van de vier overige nummers die in Crazy Mama’s opgenomen zijn is er ééntje niet door Young geschreven, dat is namelijk You’ll Always Live Inside of Me van Bobby Charles; de opname is na afloop door Young aan Charles geschonken, resteren drie nummers, waarvan Everybody’s Alone in het archief is blijven zitten.
It Might Have Been kennen we al van Archives Vol. I (met Crazy Horse uit 1970) en van A Treasure (met the International Harvesters uit 1984). Op de versie van 1970 vertelt Neil dat hij dit nummer voor het eerst hoorde bij een feest van kerk, het was één van zijn favoriete nummers. Hij wist niet wie het geschreven had, maar na als het uit zou worden gebracht op plaat zou hij daar wel achter komen, dacht hij, als ze de royalties wilden bespreken. Inmiddels weten we dat Ronnie Green en Harriet Kane het nummer hebben geschreven en dat Joe London het in 1959 al eens had uitgebracht op single. Het nummer werd vooral gespeeld in 1984 en een paar keer in 1985, daarna verdween het weer uit zijn repertoire. De versie van Crazy Mama’s lijkt al behoorlijk op de live versie van A Treasure.
Dan nog Dance, Dance, Dance. Ik blijf het wonderlijk vinden hoe vaak Young probeert sommige nummers op te nemen. Dance, Dance, Dance is geenszins één van de populairste nummers van Young, echter naast de Crazy Horse versie uit 1969, liefst zes solo live versies uit 1970 en 1971, een versie met Graham Nash op Archives Vol. I, een versie met Tony Joe White op de Harvest 50th anniversary boxset, een live versie uit 1974 op Citizen Kane, Junior Blues is dit alweer de 11e versie van dit nummer op een officiële release. En dat staat op de schijf Union Hall nóg een live versie, gecombineerd met Love is a Rose, dat dezelfde melodie heeft. Op harmoniezang overigens Neil Young zelf. Deze versie lijkt dan weer op de Crazy Horse cover uit 1971. Maar blijkbaar was Young ook met deze versie niet tevreden, want hij bleef tot nu toe in het archief. Ik kan het nummer goed hebben, maar ik had véél liever een versie van Everybody’s Alone gehad.
Tot zover Crazy Mama's. Na afloop van de tour met The Ducks toog Young naar Florida (Oceanside dus), om daar in de Triiad studios verder te werken aan zijn volgende album. De opnames verliepen voorspoedig. ’s Middags naar de studio, 3 a 4 uurtjes werken, en de volgende dag hetzelfde recept. Young deed alle overdubs zelfs, gitaar, piano, harmoniezang, en na een krappe 2 weken had hij nog eens 7 nummers klaar. Van deze 7 nummers heeft slechts een kleine selectie dit album gehaald, tezamen met de 3 eerdergenoemde nummers van Crazy Mama’s.
Logischerwijs zou Pocahontas Oceanside moeten openen (California en Florida liggen immers aan de kust); hier is het echter de afsluiting van kant 2, Countryside dus. De basis voor dit nummer is al in 1976 gelegd; een versie zonder overdubs is te horen op de albums Hitchhiker en Chrome Dreams. Het is één van mijn favoriete Neil Young nummers en de overdubs zijn voor mij een integraal onderdeel van het nummer geworden. De manier hoe Young met zijn gitaar de akkoorden als het ware aanvalt is onovertroffen. Volgens de liner notes van Achives Vol.III is de mix iets anders dan op Rust Never Sleeps. Het verschil is niet significant.
The Old Homestead is een nummer dat Neil Young al in 1974 opnam en, waar hij, vermoedelijk, in 1977 dus overdubs voor heeft opgenomen in Florida. Het nummer zou in eerste instantie op Hawks ‘n’ Doves terechtkomen. Het nummer lijkt quasi-autobiografisch (met referenties naar Crazy Horse en CSNY) en is een typisch voorbeeld van een goed nummer weggestopt op een wat minder (populair) album. De zaag wordt bespeeld door Tom Scribner, Levon Helm heeft Himmel vervangen op drums. Op deze versie 'mist' 30 seconden die wel op Hawks 'n' Doves staan, de volgende zinnen zijn eruit ge-edit:
"You spout ideas from books that you read
Don't you care about this guy's head?"
"We'll say that the shadow is growin' dim
And we need some light to get back to him"
Dan Sail Away, de opener van Oceanside. Weeral een persoonlijk favoriet van het album Rust Never Sleeps. De overdubs die in de Woodland studios zijn zeer subtiel, een klein beetje bas, lichte touch op de drum. De grootste verandering is in feite het vervangen door Young’s harmoniezang door die van Nicolette Larson en daar wordt het nummer nóg beter van. Ik heb het al vaker gezegd als ik het over Rust Never Sleeps heb, maar Young’s teksten hebben in deze periode (77/78) hun hoogtepunt bereikt met prachtige beeldspraak als ‘there’s a road stretched out between us, like a ribbon on the high plane’. Of die weg nou metaforisch is of niet, het beeld dat geschept wordt met één zinssnede is ijzersterk.
Lost in Space is de versie die we kennen van Hawks & Doves. De mix is volgens de liner notes anders, maar wederom zijn de verschillen miniem. Het tape effect dat gebruikt is op ‘Out on the Ocean Floor’ is niet echt populair onder fans, maar het boekje van Hawks ’n Doves geeft hier uitsluitsel over, dit is de ‘Marine Munchkin’ die tot ons spreekt. Lost in Space ligt qua thematiek een beetje in het verlengde van Ride my Llama. Persoonlijk vind ik het een ondergewaardeerd nummer, waarvan ik maar wat blij was dat hij het speelde tijdens het concert in de Ahoy in 2009, slechts één van de 9 keren dat hij het überhaupt heeft gespeeld. Het feit dat het ‘weggestopt’ is op een wat minder populair album van Young zal ook niet helpen. Grappig weetje: het was ooit de bedoeling om het te gebruiken in de film Human Highway, waarvoor nog een soort ruimtescène gepland stond; voor degenen die de film niet hebben gezien, het is er niet van gekomen.
Captain Kennedy is dezelfde take als op Hawks 'n' Doves en net als de base track van Pocahontas opgenomen tijdens de Hictchhiker sessie in Indigo, in Augustus 1976.
Goin’ Back ligt qua sound ligt dicht tegen Lost in Space aan, mede door het gebruik van vibes. Ook thematisch gaat het nummer hand in hand met Lost in Space. Het was me nooit eerder opgevallen, maar nu ik het back to back hoor valt ineens het kwartje. Het nummer werkt in deze uitvoering zeer goed, ik heb niet het idee dat ik wat mis ten opzichte van de Comes a Time versie, ondanks de waslijst aan overdubs. Goin’ Back is overigens wél in de film Human Highway gebruikt, in een soort droom sequentie.
Human Highway is net als Dance, Dance, Dance een nummer dat Young maar niet voor elkaar leek te krijgen. Twee pogingen met CSN (op Vol. II) te horen, wat live solo uitvoeringen op Across the Water en Songs for Judy, solo opnames in de studio (in 1973 en in 1976, die laatste is te horen op Hitchhiker) en vervolgens nog een keer met The Ducks. Eindelijk schoot Young met deze versie raak, naar zijn mening dan. Voornaamste verschil met de versie op Comes a Time zijn wederom de harmonievocalen van Larson die Young’s eigen harmoniën vervangen, wat akkoorden op de banjo en uiteraard drum en bas. En eigenlijk heeft het nummer die opschmuck niet echt nodig, want het werkt prima in deze wat kalere uitvoering. Het nummer is wat minder luchtig en dat past het gewoon wat beter, de CSNY versies waren ook altijd wat zwaarmoedig in toon. Een zeer goede versie, maar haalt het nét niet bij de eerdere CSNY versies.
Al met al kom ik net iets lager uit dan de gelijknamige schijf van Vol. III. Daar staat net wat meer exclusief materiaal op, zoals Peace of Mind en Comes a Time. Dus 4,5*
Over Oceanside/Countryside en het album wat er uiteindelijk uit voortkwam gaan de wildste verhalen rond. Volgens sommige mensen is Oceanside/Countryside simpelweg de oorspronkelijke titel van Comes a Time, voordat Young er 200.000 exemplaren van terugkocht van zijn platenmaatschappij omdat hij toch niet tevreden was met de volgorde van de nummers op de plaat. Een andere verhaal is dat de mastertapes beschadigd zijn geraakt bij het vervoer naar de perserij en dat Young daarom de platen terug kocht. Wat er daarna met de platen is gebeurd is maar net aan wie je het vraagt. Het ene verhaal is dat Young alle exemplaren met een shotgun kapot heeft geschoten, het andere dat hij het als dakpannen voor zijn schuur heeft gebruikt.
Oceanside/Countryside zou ook de titel zijn geweest van een album dat Young heeft aangeboden aan zijn platenmaatschappij, maar waarvan Mo Ostin tegen hem zei: ‘ik weet het niet Neil, maar de nummers hebben nog wat extra’s nodig, waarom speel je ze niet met een band, dan kijken we daarna wel wat het beste klinkt’. Omdat Young eigenlijk nooit kritiek kreeg op zijn albums, nam hij het dit keer ter harte en die overdubs resulteerden dus in Comes a Time.
Dat de gelijknamige schijf in Vol. III waarschijnlijk niet het albums was dat Young aanbood, vermoedde ik al, maar nu weten we het zeker. Want voor ons ligt dan eindelijk, na bijna 50 jaar Oceanside/Countryside.
De eerste opnames van Oceanside/Countryside vonden plaats in Mei 1977; dus nog voor hij met The Ducks op tournee ging en zelfs nog voor American Stars ’n Bars uitgebracht werd. De opnames vonden plaats in de studio van JJ Cale; Crazy Mama’s (Cale Speelt overigens niet mee op deze opnames, maar gek genoeg wél op Comes a Time, dat later in Woodland Studio’s opgenomen werd). De band die op deze nummers speelt is in feite een vroege incarnatie van The International Harvesters (Ben Keith op steel, Rufus Thibodeaux op viool en Karl Himmel op drums). Bassist Joe Osborn is de vreemde eend in de bijt.
Van deze sessie werd uiteindelijk alleen Field of Opportunity gebruikt voor het album Comes a Time (zij het met enkele overdubs). De mix die hier te horen is, zonder Nicolette Larson dus, is dus nieuw. Van de vier overige nummers die in Crazy Mama’s opgenomen zijn is er ééntje niet door Young geschreven, dat is namelijk You’ll Always Live Inside of Me van Bobby Charles; de opname is na afloop door Young aan Charles geschonken, resteren drie nummers, waarvan Everybody’s Alone in het archief is blijven zitten.
It Might Have Been kennen we al van Archives Vol. I (met Crazy Horse uit 1970) en van A Treasure (met the International Harvesters uit 1984). Op de versie van 1970 vertelt Neil dat hij dit nummer voor het eerst hoorde bij een feest van kerk, het was één van zijn favoriete nummers. Hij wist niet wie het geschreven had, maar na als het uit zou worden gebracht op plaat zou hij daar wel achter komen, dacht hij, als ze de royalties wilden bespreken. Inmiddels weten we dat Ronnie Green en Harriet Kane het nummer hebben geschreven en dat Joe London het in 1959 al eens had uitgebracht op single. Het nummer werd vooral gespeeld in 1984 en een paar keer in 1985, daarna verdween het weer uit zijn repertoire. De versie van Crazy Mama’s lijkt al behoorlijk op de live versie van A Treasure.
Dan nog Dance, Dance, Dance. Ik blijf het wonderlijk vinden hoe vaak Young probeert sommige nummers op te nemen. Dance, Dance, Dance is geenszins één van de populairste nummers van Young, echter naast de Crazy Horse versie uit 1969, liefst zes solo live versies uit 1970 en 1971, een versie met Graham Nash op Archives Vol. I, een versie met Tony Joe White op de Harvest 50th anniversary boxset, een live versie uit 1974 op Citizen Kane, Junior Blues is dit alweer de 11e versie van dit nummer op een officiële release. En dat staat op de schijf Union Hall nóg een live versie, gecombineerd met Love is a Rose, dat dezelfde melodie heeft. Op harmoniezang overigens Neil Young zelf. Deze versie lijkt dan weer op de Crazy Horse cover uit 1971. Maar blijkbaar was Young ook met deze versie niet tevreden, want hij bleef tot nu toe in het archief. Ik kan het nummer goed hebben, maar ik had véél liever een versie van Everybody’s Alone gehad.
Tot zover Crazy Mama's. Na afloop van de tour met The Ducks toog Young naar Florida (Oceanside dus), om daar in de Triiad studios verder te werken aan zijn volgende album. De opnames verliepen voorspoedig. ’s Middags naar de studio, 3 a 4 uurtjes werken, en de volgende dag hetzelfde recept. Young deed alle overdubs zelfs, gitaar, piano, harmoniezang, en na een krappe 2 weken had hij nog eens 7 nummers klaar. Van deze 7 nummers heeft slechts een kleine selectie dit album gehaald, tezamen met de 3 eerdergenoemde nummers van Crazy Mama’s.
Logischerwijs zou Pocahontas Oceanside moeten openen (California en Florida liggen immers aan de kust); hier is het echter de afsluiting van kant 2, Countryside dus. De basis voor dit nummer is al in 1976 gelegd; een versie zonder overdubs is te horen op de albums Hitchhiker en Chrome Dreams. Het is één van mijn favoriete Neil Young nummers en de overdubs zijn voor mij een integraal onderdeel van het nummer geworden. De manier hoe Young met zijn gitaar de akkoorden als het ware aanvalt is onovertroffen. Volgens de liner notes van Achives Vol.III is de mix iets anders dan op Rust Never Sleeps. Het verschil is niet significant.
The Old Homestead is een nummer dat Neil Young al in 1974 opnam en, waar hij, vermoedelijk, in 1977 dus overdubs voor heeft opgenomen in Florida. Het nummer zou in eerste instantie op Hawks ‘n’ Doves terechtkomen. Het nummer lijkt quasi-autobiografisch (met referenties naar Crazy Horse en CSNY) en is een typisch voorbeeld van een goed nummer weggestopt op een wat minder (populair) album. De zaag wordt bespeeld door Tom Scribner, Levon Helm heeft Himmel vervangen op drums. Op deze versie 'mist' 30 seconden die wel op Hawks 'n' Doves staan, de volgende zinnen zijn eruit ge-edit:
"You spout ideas from books that you read
Don't you care about this guy's head?"
"We'll say that the shadow is growin' dim
And we need some light to get back to him"
Dan Sail Away, de opener van Oceanside. Weeral een persoonlijk favoriet van het album Rust Never Sleeps. De overdubs die in de Woodland studios zijn zeer subtiel, een klein beetje bas, lichte touch op de drum. De grootste verandering is in feite het vervangen door Young’s harmoniezang door die van Nicolette Larson en daar wordt het nummer nóg beter van. Ik heb het al vaker gezegd als ik het over Rust Never Sleeps heb, maar Young’s teksten hebben in deze periode (77/78) hun hoogtepunt bereikt met prachtige beeldspraak als ‘there’s a road stretched out between us, like a ribbon on the high plane’. Of die weg nou metaforisch is of niet, het beeld dat geschept wordt met één zinssnede is ijzersterk.
Lost in Space is de versie die we kennen van Hawks & Doves. De mix is volgens de liner notes anders, maar wederom zijn de verschillen miniem. Het tape effect dat gebruikt is op ‘Out on the Ocean Floor’ is niet echt populair onder fans, maar het boekje van Hawks ’n Doves geeft hier uitsluitsel over, dit is de ‘Marine Munchkin’ die tot ons spreekt. Lost in Space ligt qua thematiek een beetje in het verlengde van Ride my Llama. Persoonlijk vind ik het een ondergewaardeerd nummer, waarvan ik maar wat blij was dat hij het speelde tijdens het concert in de Ahoy in 2009, slechts één van de 9 keren dat hij het überhaupt heeft gespeeld. Het feit dat het ‘weggestopt’ is op een wat minder populair album van Young zal ook niet helpen. Grappig weetje: het was ooit de bedoeling om het te gebruiken in de film Human Highway, waarvoor nog een soort ruimtescène gepland stond; voor degenen die de film niet hebben gezien, het is er niet van gekomen.
Captain Kennedy is dezelfde take als op Hawks 'n' Doves en net als de base track van Pocahontas opgenomen tijdens de Hictchhiker sessie in Indigo, in Augustus 1976.
Goin’ Back ligt qua sound ligt dicht tegen Lost in Space aan, mede door het gebruik van vibes. Ook thematisch gaat het nummer hand in hand met Lost in Space. Het was me nooit eerder opgevallen, maar nu ik het back to back hoor valt ineens het kwartje. Het nummer werkt in deze uitvoering zeer goed, ik heb niet het idee dat ik wat mis ten opzichte van de Comes a Time versie, ondanks de waslijst aan overdubs. Goin’ Back is overigens wél in de film Human Highway gebruikt, in een soort droom sequentie.
Human Highway is net als Dance, Dance, Dance een nummer dat Young maar niet voor elkaar leek te krijgen. Twee pogingen met CSN (op Vol. II) te horen, wat live solo uitvoeringen op Across the Water en Songs for Judy, solo opnames in de studio (in 1973 en in 1976, die laatste is te horen op Hitchhiker) en vervolgens nog een keer met The Ducks. Eindelijk schoot Young met deze versie raak, naar zijn mening dan. Voornaamste verschil met de versie op Comes a Time zijn wederom de harmonievocalen van Larson die Young’s eigen harmoniën vervangen, wat akkoorden op de banjo en uiteraard drum en bas. En eigenlijk heeft het nummer die opschmuck niet echt nodig, want het werkt prima in deze wat kalere uitvoering. Het nummer is wat minder luchtig en dat past het gewoon wat beter, de CSNY versies waren ook altijd wat zwaarmoedig in toon. Een zeer goede versie, maar haalt het nét niet bij de eerdere CSNY versies.
Al met al kom ik net iets lager uit dan de gelijknamige schijf van Vol. III. Daar staat net wat meer exclusief materiaal op, zoals Peace of Mind en Comes a Time. Dus 4,5*
Neil Young - Prairie Wind (2005)

4,0
1
geplaatst: 24 februari 2021, 00:35 uur
Vandaag de 'Making Of' DVD bekeken, beelden vanuit de studio met de muziek eronder. Dit album heeft even moeten rijpen, maar weet het nu beter op waarde te schatten.
Neil's brush with mortality levert een zeer goed geproduceerd en gemusiceerd album op. In tegenstelling tot recente albums is er uitgebreid de tijd genomen om de nummers te fine tunen, met, onkarakteristiek, aardig wat overdubs, van strijkers tot blazers en een achtergrond koortje met onder andere Pegi Young en Emmylou Harris.
Het album klinkt rijk en warm, maar nergens te vol, dit omdat bovengenoemde elementen elkaar afwisselen, er wordt haast geschilderd met muziek. Enige echte minpunt is het afsluitende nummer waarvoor het album en beetje als een nachtkaars uitgaat. Ander klein puntje van kritiek is dat It's a Dream en het titelnummer net iets te lang duren. De 36 jarige ik kan dit alvast veel beter waarderen dan de 20 jarige ik.
Een verhoging naar 4* is op zijn plaats.
Neil's brush with mortality levert een zeer goed geproduceerd en gemusiceerd album op. In tegenstelling tot recente albums is er uitgebreid de tijd genomen om de nummers te fine tunen, met, onkarakteristiek, aardig wat overdubs, van strijkers tot blazers en een achtergrond koortje met onder andere Pegi Young en Emmylou Harris.
Het album klinkt rijk en warm, maar nergens te vol, dit omdat bovengenoemde elementen elkaar afwisselen, er wordt haast geschilderd met muziek. Enige echte minpunt is het afsluitende nummer waarvoor het album en beetje als een nachtkaars uitgaat. Ander klein puntje van kritiek is dat It's a Dream en het titelnummer net iets te lang duren. De 36 jarige ik kan dit alvast veel beter waarderen dan de 20 jarige ik.
Een verhoging naar 4* is op zijn plaats.
Neil Young - Roxy: Tonight's the Night Live (2018)

5,0
0
geplaatst: 24 april 2018, 17:19 uur
Inmiddels een paar keer beluisterd. Ik vind het lastig deze live cd te beoordelen. Aan de ene kant klinkt het als een beter gerepeteerde versie van het studio album, al swingt het wat meer her en der. De zang is vergelijkbaar qua niveau met dat van het album. Out of key, but still in tune.
Aan de andere kant verwacht je van een live album dat het wat meer afwijkt vande studio versie. Maar dat is wellicht inherent aan het opname proces van het origineel.
Per saldo denk ik dat dit live album qua sfeer dichter ligt bij wat de bedoeling was van het originele album, mede door de raps tussendoor. Lookout Joe, uit eind 72 met de Stray Gators en Come on Baby Let's Go Downtown met Crazy Horse uit 1970 waren toch een beetje de vreemde eend in de bijt op het studio album.
Al met al raak ik hoe langer ik er over nadenk overtugd dat dit 5 sterren waard is. Geweldig live document en wat mij betreft ook beter dan het studio album. Meer dan 'the sum of its parts'.
Aan de andere kant verwacht je van een live album dat het wat meer afwijkt vande studio versie. Maar dat is wellicht inherent aan het opname proces van het origineel.
Per saldo denk ik dat dit live album qua sfeer dichter ligt bij wat de bedoeling was van het originele album, mede door de raps tussendoor. Lookout Joe, uit eind 72 met de Stray Gators en Come on Baby Let's Go Downtown met Crazy Horse uit 1970 waren toch een beetje de vreemde eend in de bijt op het studio album.
Al met al raak ik hoe langer ik er over nadenk overtugd dat dit 5 sterren waard is. Geweldig live document en wat mij betreft ook beter dan het studio album. Meer dan 'the sum of its parts'.
Neil Young - Royce Hall (2022)

4,5
0
geplaatst: 19 mei 2022, 10:47 uur
Wat ik bij Neil Young - "I'm Happy That Y'all Came Down" (2022) - MusicMeter.nl schreef gaat hier net zo goed op. Ik vind Royce Hall qua sound wel wat warmte missen, met name in het begin.
Desondanks ook een 4.5*
Er kan er van de concerten van 1971 maar eentje de beste zijn, maar eindconclusie is dat Young in de winter van 1970-71 op eenzame hoogte stond.
Desondanks ook een 4.5*
Er kan er van de concerten van 1971 maar eentje de beste zijn, maar eindconclusie is dat Young in de winter van 1970-71 op eenzame hoogte stond.
Neil Young - Songs for Judy (2018)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2018, 19:15 uur
Leuke toevoeging aan de NYA collectie maar niet direct ondersteboven ervan. Gelukkig eindelijk een officiële release van No One Seems to Know, al is dit niet per se de beste versie (die van Yesteryear of the Horse is mijn favoriet, dus moeten we wachten op Odeon Budokan).
Dat gevoel dat het niet overal de beste versie is die we horen blijft beklijven, want hoeveel toegevoegde waarde zit er nu in de zoveelste uitvoering van Heart of Gold of Needle and the Damage Done?
Prijsnummers voor mij zijn de wat minder vaak gespeelde nummers, zoals Give me Strength, Campaigner, Love is a Rose, White Line en Here We Are in the Years. Maar tóch voelt het wat uit balans, ik blijf maar wachten op die elektrische set. Maar dat zal voorlopig nog wel even duren.
Dat gevoel dat het niet overal de beste versie is die we horen blijft beklijven, want hoeveel toegevoegde waarde zit er nu in de zoveelste uitvoering van Heart of Gold of Needle and the Damage Done?
Prijsnummers voor mij zijn de wat minder vaak gespeelde nummers, zoals Give me Strength, Campaigner, Love is a Rose, White Line en Here We Are in the Years. Maar tóch voelt het wat uit balans, ik blijf maar wachten op die elektrische set. Maar dat zal voorlopig nog wel even duren.
Neil Young - The Times (2020)

3,0
0
geplaatst: 2 november 2020, 11:53 uur
De stem van Neil Young begint nu wel erg dun te worden, bij Alabama raakt hij zelfs even de tekst kwijt. Niet slecht, maar voegt weinig toe. Vooral interessant vanwege het titelnummer, Looking for a Leader en Little Wing, al is de geluidskwaliteit bij die laatste song nogal mager.
Neil Young - Young Shakespeare (2021)

5,0
1
geplaatst: 25 maart 2021, 09:33 uur
Ik twijfelde tussen 4.5 en 5*.
Op het eerste oog een compleet overbodige release met Massey Hall in het achterhoofd én omdat het niet een compleet concert is (On the Way Home en Love in Mind ontbreken). Echter, Sugar Mountain staat niet op Massey Hall en de volgorde van de nummers is omgegooid ten opzichte van de gespeelde volgorde, waardoor het anders aanvoelt. Komt bij dat Neil over het algemeen wat ontspannener klinkt dan op Massey Hall en zijn nummers uitgebreid introduceert (Sugar Mountain duurt dus niet krap 4 minuten, maar ruim 8,5). Komt bij dat deze versie van A Man Needs a Maid / Heart of Gold superieur is aan de Massey Hall versie. Zo ook Journey Through the Past.
De geluidskwaliteit is IETS minder, iets meer ruis, wat clicks en pops en wat vervorming op hoog volume. Deze opname is duidelijk minder zorgvuldig bewaard dan Massey Hall. Ook raakt één van de snaren van zijn gitaar ietwat 'out of tune' tijdens Needle & the Damage Done.
Hadden we Massey Hall niet gehad, dan was dit een essentiële release geweest (en was niet Massey Hall, maar dit concert uitgekomen in 2007 en Massey Hall in 2021, dan hadden we hetzelfde geroepen over Massey Hall als wat we nu over Young Shakespeare zeggen).
Steengoed, maar denk dat buiten de die-hard fans weinig mensen dit zullen kopen.
Om nog even de meester zelf te quoten:
Daar kan ik het niet mee oneens zijn. 5*
Op het eerste oog een compleet overbodige release met Massey Hall in het achterhoofd én omdat het niet een compleet concert is (On the Way Home en Love in Mind ontbreken). Echter, Sugar Mountain staat niet op Massey Hall en de volgorde van de nummers is omgegooid ten opzichte van de gespeelde volgorde, waardoor het anders aanvoelt. Komt bij dat Neil over het algemeen wat ontspannener klinkt dan op Massey Hall en zijn nummers uitgebreid introduceert (Sugar Mountain duurt dus niet krap 4 minuten, maar ruim 8,5). Komt bij dat deze versie van A Man Needs a Maid / Heart of Gold superieur is aan de Massey Hall versie. Zo ook Journey Through the Past.
De geluidskwaliteit is IETS minder, iets meer ruis, wat clicks en pops en wat vervorming op hoog volume. Deze opname is duidelijk minder zorgvuldig bewaard dan Massey Hall. Ook raakt één van de snaren van zijn gitaar ietwat 'out of tune' tijdens Needle & the Damage Done.
Hadden we Massey Hall niet gehad, dan was dit een essentiële release geweest (en was niet Massey Hall, maar dit concert uitgekomen in 2007 en Massey Hall in 2021, dan hadden we hetzelfde geroepen over Massey Hall als wat we nu over Young Shakespeare zeggen).
Steengoed, maar denk dat buiten de die-hard fans weinig mensen dit zullen kopen.
Om nog even de meester zelf te quoten:
Young Shakespeare is a more calm performance, without the celebratory atmosphere of Massey Hall, captured live on 16mm. Young Shakespeare is a very special event. To my fans, I say this is the best ever…one of the most pure-sounding acoustic performances we have in the Archive.
Daar kan ik het niet mee oneens zijn. 5*
Neil Young / Crazy Horse - Zuma (1975)

5,0
0
geplaatst: 29 juli 2010, 14:45 uur
Toen ik dit album voor het eerst hoorde, voelde ik me misleid. Ik had tot dan toe alleen Harvest en Rust Never Sleeps (de 1989 versie, met liner notes achterin het boekje) en in die liner notes werd dit album als 'Hard Rocking' gecategoriseerd. Ik verwachtte dus een soort Deep Purple of Led Zeppelin, maar in plaats daarvan kreeg ik country rock, met een liedje van CSNY als afsluiter nota bene!
Inmiddels weet ik wel beter, en schaar ik dit album onder mijn favorieten. Het is ook het eerste album na de Ditch Trilogy en de eerste met Frank Sampedro, die Whitten niet helemaal kan doen laten vergeten, maar toch verdomde dichtbij komt. Het album komt deels voort uit een soort jam sessie, met nummers die Young schreef ten tijde van zijn herstel van een keel operatie (waarschijnlijk door de inspanningen van 1973-74). Om maar een voorbeeld te noemen, tijdens de opnames van Cortez the Killer viel de stroom meerdere malen uit, waardoor hele stukken van dit nummer niet zijn opgenomen. Maar Young is zoals hij is en aangezien dit de beste take was (die nog steeds 7:31 duurt!) werd er met wat knip en plakwerk het nummer gemaakt dat we nu allemaal wel kunnen dromen.
Maar goed, we lopen op de zaken vooruit. He eerste nummer, dat ook live ten gehore werd gebracht in de RAI, tijdens mijn eerste concert van deze levende legende is eigenlijk al een ouwetje. De basis van dit nummer is namelijk I Wonder, van the Squires en stamt al uit 1965 en gek genoeg is er in de tussentijd nauwelijks wat aan veranderd.
Danger bird is een heel donker nummer, dat mijns inziens deels gaat over de breuk tussen Young en Carrie Snodgress, en als ik me niet vergis zijn ook delen van een nummer van Homegrown hergebruikt, waardoor het als twee nummers ineen klinkt, temeer omdat Young en Crazy Horse beiden wat anders spelen.
Daarna volgt een volgend nummer van Homegrown, pardon my Heart, waarvan ik eerst dacht dat Talbot en Molina het zongen, omdat het met zo'n lage raspende stem is gezongen, haast praatzingen lijkt het wel. Ik heb ook een live versie uit 1974 gehoord, met een zeer toepasselijke aankondiging: Next, I'm gonna play a lovesong I learded recently... I wrote it too! ...if this is a lovesong, it's the saddest damn lovesong I ever heard... Dat is weer de eenzame Young zoals we em kennen van voor Harvest! Waar liefdesverdriet niet allemaal goed voor is... ook in NYA Vol. 2 kunnen we van dit soort nummers verwachten, zoals Give Me Strength.
Looking for a Love is dan de Heart of Gold van dit album, een uptempo country rock nummer, Crazy Horse voor het eerst ècht op harmony en voor je het weet is het weer voorbij.
Dan komen we aan bij één van mijn favorieten, en als ik dit nummer hoor moet ik altijd aan de uitspraak 'out of key, but always in tune' denken, lekker hoog, bij tijd en wijle vals, maar altijd goed. De cryptische tekst is ook typisch Young:
I have seen you in the movies
And in those magazines at night
I saw you on the barstool when
You held that glass so tight.
Een soort, het was warm en druk, en naast mij stond een lege kruk, maar dan anders, duisterder, net als de rest van het nummer.
De volgende twee nummers zijn rechttoe rechtaan country rockers, van Drive Back heb ik ook een live versie uit 1976 die behoorlijk swingt, dus als ie op de aangekondigde live CD Odeon-Budokan staat valt er zeker wat te genieten.
Dan het magnum opus van deze plaat, Cortez the Killer. Zoals al eerder gezegd was het nummer oorspronkelijk veel langer, maar moest er noodgedwongen in geknipt worden, vanwege stroomuitval. De eerste 3,5 minuut zijn gewoon pure magie, een op zich zelf staand nummer haast, en neemt je mee van het heden terug naar de tijd van Cortez, alwaar Young zijn beklag doet over de kolonisatiedrang van de Spanjaarden ten koste van de Inca's. Het is tegelijkertijd ook het eerste nummer in een drieluik, de andere twee zijn Like an Inca en Inca Queen. Ook dit nummer is weer typisch Neil Young, met een paar simpele akkoorden en treffende woordkeus neemt hij je mee naar een door hem zorgvuldig geconstrueerde (fantasie-)wereld. Misschien is hij technisch niet de meest begaafde gitarist, maar ik kan er maar weinig opnoemen die dit kunnen, elke noot is raak. Ook dit nummer heb ik live mogen horen, in de Ahoy in 2009. Toen werd, bijna zoals gebruikelijk, de intro ingekort, hetgeen weer werd gecompenseerd door een langere solo later in het nummer. Dit nummer leent zich daar, net als Like a Hurricane, Down by the River, Cowgirl in the Sand en tegenwoordig ook No Hidden Path prima voor, in 2001 speelde hij zelfs een versie die dik 20 minuten duurde...
De afsluiter is ook een juweeltje; een overblijfsel van de Human Highway sessies en een glimp van wat had kunnen zijn. Wat is het eigenlijk ongelooflijk jammer dat de ego's zo clashten, want het had een prachtalbum kunnen worden, afgaand op dit nummer.
Dit album wordt vaak over het hoofd gezien, het zijn vaak Harvest en After the Gold Rush die de aandacht krijgen bij de mainstream en the Ditch Tilogy bij de die-hards, maar tussendoor, in zijn meest productieve periode heeft ie er dit pareltje ook nog uitgeperst, daarom met recht 5 sterren.
Inmiddels weet ik wel beter, en schaar ik dit album onder mijn favorieten. Het is ook het eerste album na de Ditch Trilogy en de eerste met Frank Sampedro, die Whitten niet helemaal kan doen laten vergeten, maar toch verdomde dichtbij komt. Het album komt deels voort uit een soort jam sessie, met nummers die Young schreef ten tijde van zijn herstel van een keel operatie (waarschijnlijk door de inspanningen van 1973-74). Om maar een voorbeeld te noemen, tijdens de opnames van Cortez the Killer viel de stroom meerdere malen uit, waardoor hele stukken van dit nummer niet zijn opgenomen. Maar Young is zoals hij is en aangezien dit de beste take was (die nog steeds 7:31 duurt!) werd er met wat knip en plakwerk het nummer gemaakt dat we nu allemaal wel kunnen dromen.
Maar goed, we lopen op de zaken vooruit. He eerste nummer, dat ook live ten gehore werd gebracht in de RAI, tijdens mijn eerste concert van deze levende legende is eigenlijk al een ouwetje. De basis van dit nummer is namelijk I Wonder, van the Squires en stamt al uit 1965 en gek genoeg is er in de tussentijd nauwelijks wat aan veranderd.
Danger bird is een heel donker nummer, dat mijns inziens deels gaat over de breuk tussen Young en Carrie Snodgress, en als ik me niet vergis zijn ook delen van een nummer van Homegrown hergebruikt, waardoor het als twee nummers ineen klinkt, temeer omdat Young en Crazy Horse beiden wat anders spelen.
Daarna volgt een volgend nummer van Homegrown, pardon my Heart, waarvan ik eerst dacht dat Talbot en Molina het zongen, omdat het met zo'n lage raspende stem is gezongen, haast praatzingen lijkt het wel. Ik heb ook een live versie uit 1974 gehoord, met een zeer toepasselijke aankondiging: Next, I'm gonna play a lovesong I learded recently... I wrote it too! ...if this is a lovesong, it's the saddest damn lovesong I ever heard... Dat is weer de eenzame Young zoals we em kennen van voor Harvest! Waar liefdesverdriet niet allemaal goed voor is... ook in NYA Vol. 2 kunnen we van dit soort nummers verwachten, zoals Give Me Strength.
Looking for a Love is dan de Heart of Gold van dit album, een uptempo country rock nummer, Crazy Horse voor het eerst ècht op harmony en voor je het weet is het weer voorbij.
Dan komen we aan bij één van mijn favorieten, en als ik dit nummer hoor moet ik altijd aan de uitspraak 'out of key, but always in tune' denken, lekker hoog, bij tijd en wijle vals, maar altijd goed. De cryptische tekst is ook typisch Young:
I have seen you in the movies
And in those magazines at night
I saw you on the barstool when
You held that glass so tight.
Een soort, het was warm en druk, en naast mij stond een lege kruk, maar dan anders, duisterder, net als de rest van het nummer.
De volgende twee nummers zijn rechttoe rechtaan country rockers, van Drive Back heb ik ook een live versie uit 1976 die behoorlijk swingt, dus als ie op de aangekondigde live CD Odeon-Budokan staat valt er zeker wat te genieten.
Dan het magnum opus van deze plaat, Cortez the Killer. Zoals al eerder gezegd was het nummer oorspronkelijk veel langer, maar moest er noodgedwongen in geknipt worden, vanwege stroomuitval. De eerste 3,5 minuut zijn gewoon pure magie, een op zich zelf staand nummer haast, en neemt je mee van het heden terug naar de tijd van Cortez, alwaar Young zijn beklag doet over de kolonisatiedrang van de Spanjaarden ten koste van de Inca's. Het is tegelijkertijd ook het eerste nummer in een drieluik, de andere twee zijn Like an Inca en Inca Queen. Ook dit nummer is weer typisch Neil Young, met een paar simpele akkoorden en treffende woordkeus neemt hij je mee naar een door hem zorgvuldig geconstrueerde (fantasie-)wereld. Misschien is hij technisch niet de meest begaafde gitarist, maar ik kan er maar weinig opnoemen die dit kunnen, elke noot is raak. Ook dit nummer heb ik live mogen horen, in de Ahoy in 2009. Toen werd, bijna zoals gebruikelijk, de intro ingekort, hetgeen weer werd gecompenseerd door een langere solo later in het nummer. Dit nummer leent zich daar, net als Like a Hurricane, Down by the River, Cowgirl in the Sand en tegenwoordig ook No Hidden Path prima voor, in 2001 speelde hij zelfs een versie die dik 20 minuten duurde...
De afsluiter is ook een juweeltje; een overblijfsel van de Human Highway sessies en een glimp van wat had kunnen zijn. Wat is het eigenlijk ongelooflijk jammer dat de ego's zo clashten, want het had een prachtalbum kunnen worden, afgaand op dit nummer.
Dit album wordt vaak over het hoofd gezien, het zijn vaak Harvest en After the Gold Rush die de aandacht krijgen bij de mainstream en the Ditch Tilogy bij de die-hards, maar tussendoor, in zijn meest productieve periode heeft ie er dit pareltje ook nog uitgeperst, daarom met recht 5 sterren.
Neil Young & Cra·zy Horse - Re·ac·tor (1981)
Alternatieve titel: Reactor

3,5
0
geplaatst: 4 februari 2010, 19:35 uur
Maar een puntje erbij, want laten we eerlijk zijn, ook al is dit album een beetje een allegaartje, zoals Hawks & Doves dat ook was, er zijn veel slechtere Neil Young albums dan deze.
Sommige nummers zijn op het absurde af, zoals Opera Star, waar Crazy Horse opera zingt. De onderwerpen lijken zoms uit niets gegrepen, zoals Surfer Joe en Moe the Sleaze, en op geen enkele wijze lijken ze iets uit Neil's privéleven te reflecteren, op T-bone na dan, maar dan moet je het verhaal erachter weten. je moet trouwens maar durven, om zo'n nummer op een plaat te zetten, 9 minuten lang twee zinnetjes en hetzelfde riffje herhalen. Echt ballen had ie toen ie het eind 1990 in Santa Cruz live speelde tijdens een paar concerten die als opwarmertje dienden voor de Weld tournee ban 1991.
Je zou het vanaf Get back on It bijna een concept album kunnen noemen, want vanaf dan gaat het over auto's en treinen, twee van Young's grote passies, maar wie verder kijkt hoort een Young die terugkijkt op zijn jeugd waar hij als kleine jongen soms urenlang langs de rails kon staan, hopend dat de Southern Pacific langs zou komen.
Motor City zou je kunnen zien als een vroege versie van Ordinary en Fork in the Road People. We horen een Young die zich afzet tegen de massale afkeer tegen het Amerikaanse product, een vrij rechtse insteek, waar op Hawks & Doves ook al sprake van was. Rapid Transit lijkt me een eerste stap richting New Wave, met invloeden van Punk.
Het afsluitende Shots is uiteraard het meesterwerk. Hij trad al op met het nummer in 78 maar geeft het hier de 'Crazy Horse treatment'. Ook goochelt hij hier voor het eerst met de Synclavier, waar hij op het album Trans veel drastischer gebruik van zou maken. Het doet een beetje afbreuk aan het nummer, temeer omdat het laatste couplet wordt geschrapt, hetgeen de boodschap van het nummer danig veranderd. Wat een liefdeslied was verteld in metaforen, is nu haast een waarschuwing voor de apocalyps.
But I'll never use your love,
You know I'm not that kind
And so if you give your heart away
I promise to you
Whatever we do
That I will always be true.
Hoe gek het ook klinkt, dit album heeft Neil Young gered. Niet muzikaal, want dit album flopte gigantisch en dreef hem en Warner verder uiteen, en na een ruzie over een driehoekig geperste single stapte hij zelfs op. Nee, dit album redde Neil als mens, toen hij dit album schreef en maakte, werd hij zich bewust van de situatie waar hij inzat en ontdeed hij zich van de kettingen die hem vasthielden. Het bood hem een ontsnapping uit de zware dagelijkse sleur van de therapie waar hij en Pegi samen met hun zoontje Ben aan deelnamen. Kort daarna stopten ze daar ook mee, kreeg zijn werk weer een creatief, maar dit keer meer experimenteel karakter en ging hij weer op tournee, voor het eerst in bijna 4 jaar.
Sommige nummers zijn op het absurde af, zoals Opera Star, waar Crazy Horse opera zingt. De onderwerpen lijken zoms uit niets gegrepen, zoals Surfer Joe en Moe the Sleaze, en op geen enkele wijze lijken ze iets uit Neil's privéleven te reflecteren, op T-bone na dan, maar dan moet je het verhaal erachter weten. je moet trouwens maar durven, om zo'n nummer op een plaat te zetten, 9 minuten lang twee zinnetjes en hetzelfde riffje herhalen. Echt ballen had ie toen ie het eind 1990 in Santa Cruz live speelde tijdens een paar concerten die als opwarmertje dienden voor de Weld tournee ban 1991.
Je zou het vanaf Get back on It bijna een concept album kunnen noemen, want vanaf dan gaat het over auto's en treinen, twee van Young's grote passies, maar wie verder kijkt hoort een Young die terugkijkt op zijn jeugd waar hij als kleine jongen soms urenlang langs de rails kon staan, hopend dat de Southern Pacific langs zou komen.
Motor City zou je kunnen zien als een vroege versie van Ordinary en Fork in the Road People. We horen een Young die zich afzet tegen de massale afkeer tegen het Amerikaanse product, een vrij rechtse insteek, waar op Hawks & Doves ook al sprake van was. Rapid Transit lijkt me een eerste stap richting New Wave, met invloeden van Punk.
Het afsluitende Shots is uiteraard het meesterwerk. Hij trad al op met het nummer in 78 maar geeft het hier de 'Crazy Horse treatment'. Ook goochelt hij hier voor het eerst met de Synclavier, waar hij op het album Trans veel drastischer gebruik van zou maken. Het doet een beetje afbreuk aan het nummer, temeer omdat het laatste couplet wordt geschrapt, hetgeen de boodschap van het nummer danig veranderd. Wat een liefdeslied was verteld in metaforen, is nu haast een waarschuwing voor de apocalyps.
But I'll never use your love,
You know I'm not that kind
And so if you give your heart away
I promise to you
Whatever we do
That I will always be true.
Hoe gek het ook klinkt, dit album heeft Neil Young gered. Niet muzikaal, want dit album flopte gigantisch en dreef hem en Warner verder uiteen, en na een ruzie over een driehoekig geperste single stapte hij zelfs op. Nee, dit album redde Neil als mens, toen hij dit album schreef en maakte, werd hij zich bewust van de situatie waar hij inzat en ontdeed hij zich van de kettingen die hem vasthielden. Het bood hem een ontsnapping uit de zware dagelijkse sleur van de therapie waar hij en Pegi samen met hun zoontje Ben aan deelnamen. Kort daarna stopten ze daar ook mee, kreeg zijn werk weer een creatief, maar dit keer meer experimenteel karakter en ging hij weer op tournee, voor het eerst in bijna 4 jaar.
Neil Young & Crazy Horse - Dume (2024)

5,0
5
geplaatst: 6 januari 2024, 13:15 uur
Zoals ik eerder al schreef bij Neil Young Archives Vol. II:
Na het zeer productieve 1974, waarin Young, live opnames niet meegerekend, zo’n 40 nummers opnam (waarvan sommige nummers meerdere keren) nam hij na afronding van de Homegrown sessies begin 1975, een pauze van vier maanden. Niet dat hij in die periode stil zat; in tegendeel, toen hij met Crazy Horse 2.0 in mei 1975 naar Point Dume toog om daar zijn nieuwe album op te nemen had hij alweer een aantal nieuwe nummers geschreven.
De opnames begonnen op 19 mei, met Pocahontas, die net als Sedan Delivery van 22 mei de 8e schijf van Archives Vol. II, genaamd Dume, niet zouden halen. Het eerste nummer van Dume is zodoende Ride My Llama, voorzien van harmoniezang van Crazy Horse en hand claps, die gezien het feit dat de heren ook nog gitaar, drum en bas bespeelden ongetwijfeld zijn geoverdubd, tezamen met de zang. Het nummer klinkt ongebruikelijk gepolijst, wat wellicht de voornaamste reden is dat het niet op Zuma terecht is gekomen. Neil Young zou het nummer in 1976 nog eens opnemen in Indigo, dit keer solo, voor het album Hitchhiker, voordat een live versie opgenomen in 1978 in The Boarding House, wederom met overdubs, op Rust Never Sleeps terecht zou komen. Het is opmerkelijk hoe dicht deze versie op Dume qua gevoel bij de Rust Never Sleeps versie komt.
We vervolgen met Cortez The Killer, net als Ride my Llama en Sedan Delivery opgenomen op 22 mei. De opname van dit nummer was niet zonder problemen, de stroom viel uit, waardoor het laatste couplet niet op band stond. Geen probleem, aldus Young; ik vond dat couplet toch al niks. En zo eindigt Cortez dus met een fade-out; het laatste couplet werd ook live nooit gespeeld. Cortez werd al snel een ‘Live Staple’, het nummer is te vinden op o.a. Odeon-Budokan, Live Rust (compleet met ‘Inca accent’) en Weld. Deze versies blijven allen onder de 10 minuten, in latere jaren zijn versies van 20+ minuten geen uitzondering. In 1996 beweerde Young dat hij het nummer al op de middelbare school zou hebben geschreven na het eten van zes hamburgers en het lezen van een geschiedenisboek. Hij voelde zicht daarna zo beroerd dat hij op tijd naar bed ging. De volgende ochtend werd hij wakker en schreef hij het nummer.
Het werktempo lag in 1975 significant lager dan in 1974, want pas op 1 juni werd het volgende nummer op band vastgelegd, Don’t Cry No Tears, dat de opener van het album Zuma zou worden. Het nummer is een bewerking van I Wonder, dat Neil al in 1963 schreef en opname met The Squires en op Archives Vol. I staat. Dit nummer is net als Cortez veel meer basic, geen overdubs, gewoon twee gitaren, bas en drums en zang.
Born to Run, niet te verwarren met het gelijknamige nummer van Bruce Springsteen, is een lekkere stamper. Net als enkele andere nummers uit deze periode (Country Home en White Line) heeft Neil dit nummer later nog eens opgenomen ten tijde van de Ragged Glory sessies, die versie zwerft al jaren rond op diverse bootlegs, maar hij nam het dus al in 1975 voor het eerst op, op 3 juni 1975 wel te verstaan.
Op dezelfde dag werd ook Barstool Blues opgenomen; één van mijn persoonlijk favorieten van Zuma. Heerlijk zwalkend gespeeld en gezongen, het nummer begint zo ongeveer in een noot, alsof de heren aan het jammen waren en hier de knip is gelegd bij het samenstellen van het album. Het nummer is overigens geschreven na een avondje doorhalen in de kroeg. De volgende ochtend kon Neil zich echter niet meer herinneren dat hij het geschreven had.
Waar ik eerder opmerkingen had over het arbeidsethos van Young aan het begin van de sessie, lijkt hij begin juni echt op stoom te zijn gekomen. Nummertje drie van 3 juni is Danger Bird. Danger Bird is een combinatie van twee nummers; het eerder al geroemde L.A. Girls & Ocean Boys en Danger Bird zelf. De tekst van L.A. Girls is half verborgen onder het gitaarspel en de teksten van Danger Bird. Het is met 6:55 na Cortez het langste nummer van het album. Briggs was niet echt tevreden over de mix van dit nummer, maar Young vond het juist te gek, juist omdat L.A. Girls erin verstopt zit: soms komt een nummer er niet helemaal uit en dan schrijf ik een ander en dan blijkt dat de twee perfect in elkaar passen!
Na een pauze van een dag of vijf wordt Stupid Girl opgenomen, een duidelijk sneer naar Carrie Snodgress. Young zingt hier in een opmerkelijk laag regime van zijn stem, maar overdubt later nog een hoge falsetzang. Het nummer werd opgenomen nadat Neil een hele berg coke had gesnoven, tot verbazing van Frank Sampedro (de leverancier): Neil was zo high dat hij niet eens wist wat hij deed. Terwijl Young zijn falsetzang overdubde ging Sampedro maar een tukkie doen.
Kansas is de derde grote verrassing van Dume. Het nummer was al eerder opgenomen in 1975 voor Homegrown, waar het in een akoestische versie opstaat en werd ook live uitsluitend akoestisch gespeeld (slechts acht keer overigens). Dus dat hier een elektrische versie te horen is verbaast me toch wel. Van Archives Vol. I wisten we ongeveer wel wat te verwachten, maar Vol. II overtreft alle verwachtingen die ik had. Zowel de akoestische als de elektrische versie hebben hun eigen kwaliteiten, ik heb geen sterke voorkeur voor één van beide versies.
Op 12 juni nam Neil met Crazy Horse naast Kansas ook Powderfinger op. Wéér een verrasing, want ik was in de veronderstelling dat dit nummer medio 1976 geschreven was en dat de akoestische versie op Hitchhiker de eerste opname ervan was. Blijkt het nummer dus ook op Dume te staan en te zijn opgenomen met Crazy Horse. Het is duidelijk nog een vroege versie, de teksten zijn in de jaren daarna nog wet verder opgepoetst en de karakteristieke gitaar riff van Rust Never Sleeps ontbreekt hier nog. De groove die Talbot hier neerlegt is al wel erg lekker hoor. Blijkbaar vond Neil het nummer zelf ook nog niet af, want het werd pas in 1978 voor het eerst gespeeld, in eerste instantie akoestisch, later met Crazy Horse.
Ook van Hawaii kenden we al een akoestische versie, net als Powderfinger opgenomen in Indigo, in augustus 1976 voor het album Hitchhiker. Deze elektrische versie overtreft de akoestische, ik was destijds blij met een nieuw nummer, maar de uitvoering viel me wat tegen. Dat wordt hier goedgemaakt. Het nummer eindigt in een lange feedback note.
Op drive Back, van 22 juni, speelt Billy Talbot naast de bas ook nog een koekenpan. De live versie van Odeon Budokan knalt net iets meer, maar ook de studioversie is een meer dan prima rocker. Neil Young heeft overigens nog een piano partij ge-overdubd. Dat maakt dit nummer, net als diverse andere nummers van Dume vrij bijzonder, want inmiddels zijn we vrij gewoon dat Neil alles live speelt en dan van drie takes de beste kiest, op Dume wordt er opvallend veel ge-overdubd. Dit nummer lijkt net als Stupid Girl een sneer naar Carrie.
Zo zit er op Dume (Zuma) toch stiekem veel Carrie verstopt, wat je in eerste instantie niet zou opvallen. Zou lijkt Looking for a Love zonder de context te weten een luchtig liefdesliedje, ondanks de wat duistere teksten (when she starts to see the darker side of me). Binnen de context van Vol. II en met The Old Homestead en Homegrown in het achterhoofd krijgt dit nummer toch een wat andere lading. Na een korte flirt met Nicolette Larson zou hij zijn ‘love’ pas in 1978 vinden in de persoon van Pegi Morton met wie hij niet lang daarna trouwt.
Pardon My Heart stamt uit 1974, reeds op 16 juni nam hij het op met Tim Drummond. Hier is het verrijkt met extra gitaar, piano (heel subtiel) en de harmoniezang van Molina en Talbot. Een vergeten pareltje in het oeuvre van Neil Young.
We sluiten Dume af met drie nummers die net als Looking for a Love en de overdubs van Pardon My Heart zijn opgenomen op Neil’s Ranch in september 1975. Wat mij betreft hadden de akoestische nummers beter gepast op Look Out For My Love, het zou ook zomaar kunnen dat er nog een Special Release Series album aan zit te komen met alleen de Point Dume nummers, al dan niet aangevuld met de Pocahontas en Sedan Delivery van 19 en 22 mei. Zelf gaf Neil aan dat Sedan Delivery in ieder geval zal worden toegevoegd aan Zuma, als outtake.
Op Too Far Gone horen we Young, met Frank Sampedro op mandoline. Dit nummer zou ook live worden gespeeld in 1976 en staat in die hoedanigheid ook op Odeon/Budokan en Songs for Judy, maar dan zonder Sampedro. Dit is best een gemis, want de mandoline voegt echt wat toe. Toen Young voor een korte akoestische tour door de VS en Europa dit nummer weer uit de kast haalde kwam Sampedro (samen met Ben Beith) dan ook mee en speelde hij alsnog mee. Het nummer werd overigens in 1989 opnieuw opgenomen voor Freedom, dit keer aangevuld met drums, bas, pedal steel en elektrische gitaar in de overdub. De tekst is ook licht anders op de 1975 versie; hier zingt hij nog: ‘we met in my favorite bar and we drove in my favorite car’, in 1989 zingt hij echter ‘took a ride in my old car’, dat laatste zinnetje loopt net even wat beter, maar alle extra opsmuk heeft het nummer niet nodig, dus ik ben blij dat we nu alsnog het ‘origineel’ krijgen.
Het één na laatste nummer van Dume is een elektrische versie van Pocahontas. Sowieso bevat dit nummer zo ongeveer mijn favoriete openings-couplet ('Aurora borealis, The icy sky at night, Paddles cut the water, In a long and hurried flight'). Qua stijl past dit perfect bij de Dume nummers. Het nummer klinkt behoorlijk gepolijst, zoals Ride My Llama, er is elektrische gitaar ge-overdubd en ook de zangpartijtjes klinken ongewoon glad voor een Crazy Horse album. Misschien dat het daarom ook niet op Zuma stond. Uiteindelijk zou Neil het nummer krap een jaar later opnieuw opnemen in Indigo voor het album Hitchhiker. Aan die opname zou hij dan weer overdubs toevoegen die uiteindelijk terecht zou komen op Rust Never Sleeps. Wat mij betreft is die versie nog steeds onovertroffen.
We sluiten Dume af met No One Seems to Know. Hij heeft dit nummer in 1976, 1983 en vooral 2007 erg vaak gespeeld, totaal 71 keer. Deze versie heeft nog ietwat afwijkende teksten, in plaats van het bekende ‘Don’t say you lose, don’t say you win’ als onderdeel van het refrein zingt hij hier nog:
‘now i’m not so sure what I’m looking for, or what I want. And everywhere I go, no one seems to know’. Een variatie van dit refrein is te horen na het tweede couplet: ‘oh it’s hardly real, the way it changes time and feel. And everywhere I go, no one seems to know’. Kennelijk was Neil ook niet zo tevreden over de tekst, want op Songs for Judy zingt hij al de versie die we zo goed kennen. Ook in Japan, een paar maanden na deze opname (zoals te zien op Yesteryear of the Horse) heeft hij dit stukje tekst al laten vallen.
Al met al staat Dume vol verrassingen, ook al bestaat de bulk van deze schijf uit nummers van het album Zuma. Sterker nog, op Through My Sails met CSNY na (dat in zijn geheel ontbreekt op Vol. II) staan alle nummers van Zuma op Dume. Maar vooral de vroege versies van Ride My Llama, Powderfinger en Pocahontas, aangevuld met elektrische versies van Kansas en Hawaii én het nog niet eerder uitgebrachte Born to Run maakt dat deze schijf de volle mep krijgt. 5
Na het zeer productieve 1974, waarin Young, live opnames niet meegerekend, zo’n 40 nummers opnam (waarvan sommige nummers meerdere keren) nam hij na afronding van de Homegrown sessies begin 1975, een pauze van vier maanden. Niet dat hij in die periode stil zat; in tegendeel, toen hij met Crazy Horse 2.0 in mei 1975 naar Point Dume toog om daar zijn nieuwe album op te nemen had hij alweer een aantal nieuwe nummers geschreven.
De opnames begonnen op 19 mei, met Pocahontas, die net als Sedan Delivery van 22 mei de 8e schijf van Archives Vol. II, genaamd Dume, niet zouden halen. Het eerste nummer van Dume is zodoende Ride My Llama, voorzien van harmoniezang van Crazy Horse en hand claps, die gezien het feit dat de heren ook nog gitaar, drum en bas bespeelden ongetwijfeld zijn geoverdubd, tezamen met de zang. Het nummer klinkt ongebruikelijk gepolijst, wat wellicht de voornaamste reden is dat het niet op Zuma terecht is gekomen. Neil Young zou het nummer in 1976 nog eens opnemen in Indigo, dit keer solo, voor het album Hitchhiker, voordat een live versie opgenomen in 1978 in The Boarding House, wederom met overdubs, op Rust Never Sleeps terecht zou komen. Het is opmerkelijk hoe dicht deze versie op Dume qua gevoel bij de Rust Never Sleeps versie komt.
We vervolgen met Cortez The Killer, net als Ride my Llama en Sedan Delivery opgenomen op 22 mei. De opname van dit nummer was niet zonder problemen, de stroom viel uit, waardoor het laatste couplet niet op band stond. Geen probleem, aldus Young; ik vond dat couplet toch al niks. En zo eindigt Cortez dus met een fade-out; het laatste couplet werd ook live nooit gespeeld. Cortez werd al snel een ‘Live Staple’, het nummer is te vinden op o.a. Odeon-Budokan, Live Rust (compleet met ‘Inca accent’) en Weld. Deze versies blijven allen onder de 10 minuten, in latere jaren zijn versies van 20+ minuten geen uitzondering. In 1996 beweerde Young dat hij het nummer al op de middelbare school zou hebben geschreven na het eten van zes hamburgers en het lezen van een geschiedenisboek. Hij voelde zicht daarna zo beroerd dat hij op tijd naar bed ging. De volgende ochtend werd hij wakker en schreef hij het nummer.
Het werktempo lag in 1975 significant lager dan in 1974, want pas op 1 juni werd het volgende nummer op band vastgelegd, Don’t Cry No Tears, dat de opener van het album Zuma zou worden. Het nummer is een bewerking van I Wonder, dat Neil al in 1963 schreef en opname met The Squires en op Archives Vol. I staat. Dit nummer is net als Cortez veel meer basic, geen overdubs, gewoon twee gitaren, bas en drums en zang.
Born to Run, niet te verwarren met het gelijknamige nummer van Bruce Springsteen, is een lekkere stamper. Net als enkele andere nummers uit deze periode (Country Home en White Line) heeft Neil dit nummer later nog eens opgenomen ten tijde van de Ragged Glory sessies, die versie zwerft al jaren rond op diverse bootlegs, maar hij nam het dus al in 1975 voor het eerst op, op 3 juni 1975 wel te verstaan.
Op dezelfde dag werd ook Barstool Blues opgenomen; één van mijn persoonlijk favorieten van Zuma. Heerlijk zwalkend gespeeld en gezongen, het nummer begint zo ongeveer in een noot, alsof de heren aan het jammen waren en hier de knip is gelegd bij het samenstellen van het album. Het nummer is overigens geschreven na een avondje doorhalen in de kroeg. De volgende ochtend kon Neil zich echter niet meer herinneren dat hij het geschreven had.
Waar ik eerder opmerkingen had over het arbeidsethos van Young aan het begin van de sessie, lijkt hij begin juni echt op stoom te zijn gekomen. Nummertje drie van 3 juni is Danger Bird. Danger Bird is een combinatie van twee nummers; het eerder al geroemde L.A. Girls & Ocean Boys en Danger Bird zelf. De tekst van L.A. Girls is half verborgen onder het gitaarspel en de teksten van Danger Bird. Het is met 6:55 na Cortez het langste nummer van het album. Briggs was niet echt tevreden over de mix van dit nummer, maar Young vond het juist te gek, juist omdat L.A. Girls erin verstopt zit: soms komt een nummer er niet helemaal uit en dan schrijf ik een ander en dan blijkt dat de twee perfect in elkaar passen!
Na een pauze van een dag of vijf wordt Stupid Girl opgenomen, een duidelijk sneer naar Carrie Snodgress. Young zingt hier in een opmerkelijk laag regime van zijn stem, maar overdubt later nog een hoge falsetzang. Het nummer werd opgenomen nadat Neil een hele berg coke had gesnoven, tot verbazing van Frank Sampedro (de leverancier): Neil was zo high dat hij niet eens wist wat hij deed. Terwijl Young zijn falsetzang overdubde ging Sampedro maar een tukkie doen.
Kansas is de derde grote verrassing van Dume. Het nummer was al eerder opgenomen in 1975 voor Homegrown, waar het in een akoestische versie opstaat en werd ook live uitsluitend akoestisch gespeeld (slechts acht keer overigens). Dus dat hier een elektrische versie te horen is verbaast me toch wel. Van Archives Vol. I wisten we ongeveer wel wat te verwachten, maar Vol. II overtreft alle verwachtingen die ik had. Zowel de akoestische als de elektrische versie hebben hun eigen kwaliteiten, ik heb geen sterke voorkeur voor één van beide versies.
Op 12 juni nam Neil met Crazy Horse naast Kansas ook Powderfinger op. Wéér een verrasing, want ik was in de veronderstelling dat dit nummer medio 1976 geschreven was en dat de akoestische versie op Hitchhiker de eerste opname ervan was. Blijkt het nummer dus ook op Dume te staan en te zijn opgenomen met Crazy Horse. Het is duidelijk nog een vroege versie, de teksten zijn in de jaren daarna nog wet verder opgepoetst en de karakteristieke gitaar riff van Rust Never Sleeps ontbreekt hier nog. De groove die Talbot hier neerlegt is al wel erg lekker hoor. Blijkbaar vond Neil het nummer zelf ook nog niet af, want het werd pas in 1978 voor het eerst gespeeld, in eerste instantie akoestisch, later met Crazy Horse.
Ook van Hawaii kenden we al een akoestische versie, net als Powderfinger opgenomen in Indigo, in augustus 1976 voor het album Hitchhiker. Deze elektrische versie overtreft de akoestische, ik was destijds blij met een nieuw nummer, maar de uitvoering viel me wat tegen. Dat wordt hier goedgemaakt. Het nummer eindigt in een lange feedback note.
Op drive Back, van 22 juni, speelt Billy Talbot naast de bas ook nog een koekenpan. De live versie van Odeon Budokan knalt net iets meer, maar ook de studioversie is een meer dan prima rocker. Neil Young heeft overigens nog een piano partij ge-overdubd. Dat maakt dit nummer, net als diverse andere nummers van Dume vrij bijzonder, want inmiddels zijn we vrij gewoon dat Neil alles live speelt en dan van drie takes de beste kiest, op Dume wordt er opvallend veel ge-overdubd. Dit nummer lijkt net als Stupid Girl een sneer naar Carrie.
Zo zit er op Dume (Zuma) toch stiekem veel Carrie verstopt, wat je in eerste instantie niet zou opvallen. Zou lijkt Looking for a Love zonder de context te weten een luchtig liefdesliedje, ondanks de wat duistere teksten (when she starts to see the darker side of me). Binnen de context van Vol. II en met The Old Homestead en Homegrown in het achterhoofd krijgt dit nummer toch een wat andere lading. Na een korte flirt met Nicolette Larson zou hij zijn ‘love’ pas in 1978 vinden in de persoon van Pegi Morton met wie hij niet lang daarna trouwt.
Pardon My Heart stamt uit 1974, reeds op 16 juni nam hij het op met Tim Drummond. Hier is het verrijkt met extra gitaar, piano (heel subtiel) en de harmoniezang van Molina en Talbot. Een vergeten pareltje in het oeuvre van Neil Young.
We sluiten Dume af met drie nummers die net als Looking for a Love en de overdubs van Pardon My Heart zijn opgenomen op Neil’s Ranch in september 1975. Wat mij betreft hadden de akoestische nummers beter gepast op Look Out For My Love, het zou ook zomaar kunnen dat er nog een Special Release Series album aan zit te komen met alleen de Point Dume nummers, al dan niet aangevuld met de Pocahontas en Sedan Delivery van 19 en 22 mei. Zelf gaf Neil aan dat Sedan Delivery in ieder geval zal worden toegevoegd aan Zuma, als outtake.
Op Too Far Gone horen we Young, met Frank Sampedro op mandoline. Dit nummer zou ook live worden gespeeld in 1976 en staat in die hoedanigheid ook op Odeon/Budokan en Songs for Judy, maar dan zonder Sampedro. Dit is best een gemis, want de mandoline voegt echt wat toe. Toen Young voor een korte akoestische tour door de VS en Europa dit nummer weer uit de kast haalde kwam Sampedro (samen met Ben Beith) dan ook mee en speelde hij alsnog mee. Het nummer werd overigens in 1989 opnieuw opgenomen voor Freedom, dit keer aangevuld met drums, bas, pedal steel en elektrische gitaar in de overdub. De tekst is ook licht anders op de 1975 versie; hier zingt hij nog: ‘we met in my favorite bar and we drove in my favorite car’, in 1989 zingt hij echter ‘took a ride in my old car’, dat laatste zinnetje loopt net even wat beter, maar alle extra opsmuk heeft het nummer niet nodig, dus ik ben blij dat we nu alsnog het ‘origineel’ krijgen.
Het één na laatste nummer van Dume is een elektrische versie van Pocahontas. Sowieso bevat dit nummer zo ongeveer mijn favoriete openings-couplet ('Aurora borealis, The icy sky at night, Paddles cut the water, In a long and hurried flight'). Qua stijl past dit perfect bij de Dume nummers. Het nummer klinkt behoorlijk gepolijst, zoals Ride My Llama, er is elektrische gitaar ge-overdubd en ook de zangpartijtjes klinken ongewoon glad voor een Crazy Horse album. Misschien dat het daarom ook niet op Zuma stond. Uiteindelijk zou Neil het nummer krap een jaar later opnieuw opnemen in Indigo voor het album Hitchhiker. Aan die opname zou hij dan weer overdubs toevoegen die uiteindelijk terecht zou komen op Rust Never Sleeps. Wat mij betreft is die versie nog steeds onovertroffen.
We sluiten Dume af met No One Seems to Know. Hij heeft dit nummer in 1976, 1983 en vooral 2007 erg vaak gespeeld, totaal 71 keer. Deze versie heeft nog ietwat afwijkende teksten, in plaats van het bekende ‘Don’t say you lose, don’t say you win’ als onderdeel van het refrein zingt hij hier nog:
‘now i’m not so sure what I’m looking for, or what I want. And everywhere I go, no one seems to know’. Een variatie van dit refrein is te horen na het tweede couplet: ‘oh it’s hardly real, the way it changes time and feel. And everywhere I go, no one seems to know’. Kennelijk was Neil ook niet zo tevreden over de tekst, want op Songs for Judy zingt hij al de versie die we zo goed kennen. Ook in Japan, een paar maanden na deze opname (zoals te zien op Yesteryear of the Horse) heeft hij dit stukje tekst al laten vallen.
Al met al staat Dume vol verrassingen, ook al bestaat de bulk van deze schijf uit nummers van het album Zuma. Sterker nog, op Through My Sails met CSNY na (dat in zijn geheel ontbreekt op Vol. II) staan alle nummers van Zuma op Dume. Maar vooral de vroege versies van Ride My Llama, Powderfinger en Pocahontas, aangevuld met elektrische versies van Kansas en Hawaii én het nog niet eerder uitgebrachte Born to Run maakt dat deze schijf de volle mep krijgt. 5
Neil Young & The Bluenotes - This Note's for You (1988)

3,0
0
geplaatst: 4 februari 2010, 16:17 uur
Het probleem met dit album is, is dat het allemaal een beetje steriel en gelikt klinkt, in tegenstelling tot het live werk. Er was ooit een plan om een dubbel live album uit te brengen, maar dat is er nooit van gekomen. Wat leftovers zijn op Lucky 13 gekomen, Ain't it the Truth en dat klinkt al een stuk beter. Ik was ooit in het bezit van een hoop bootlegs uit 87 en 88 (zelfs toen de Bluenotes Crazy Horse waren met een blazerssectie) en dat is echt een verademing.
Wat frappant is aan de live periode is dat het, samen met zijn International Harvesters tijd, de enige is waar hij een heel concert in de zelfde, voor Neil Young afwijkende, stijl doet. Ga maar na, Solo Trans en Trans World Tour (zie ook de in Berlin DVD) speelde hij maar een paar nummers in Trans Style. Met de Shockin' Pinks deed hij alleen een toegift (al zongen leden van deze band wel als de Redwood Boys in het achtergrond koortje bij de solo set). Ook met Booker T, in 93 en 2002 werd de sound niet zo drastisch aangepakt.
Wie een beetje handig is met internet, moet maar eens op zoek gaan naar het concert dat Neil Young gaf met the Bluenotes in Jones Beach, 27 Augustus 1988. Daar speelt hij niet alleen een vroege versie van Crime in the City, maar ook Days that Used to Be en Ordinary People, met de coupletten in een andere volgorde. Als 'filler' staat er ook de complete versie van 60-0 op van een ander concert, maar dat terzijde.
Dit album is wederom een typisch voorbeeld van de vreemde logica die Neil Young er op nahoud. Als je nagaat hoe sterk de live uitvoering van Ain't it the Truth is en dat de boodschap van This Note's for You in de langere versie (van Lucky 13) beter tot zijn recht komt, kun je afvragen waarom die ingodsnaam niet op het album terecht zijn gekomen. Hetzelfde geld voor het ontbreken van Ordinary People, waarvan hij vond dat de boodschap niet gepast was voor die tijd (maar vervolgens wel op Chrome Dreams 2 wordt gezet, 19 jaar later). Daarnaast zijn er nog talloze outtakes die de moeite waard zijn, het eerder genoemde 19 minuten durende 60-0, maar ook echte blues nummers als Don't take Your Love Away From Me, dat ie ook al in 83 had proberen op te nemen, maar wat niet mocht van Geffen. Het is echt een hele rits nummers: Bad News, Doghouse, Find Another Shoulder, Hello Lonely Woman, High Heels, Soul Of A Woman, Walking After Midnight, Welcome To The Big Room, Fool For Your Love, Box Car en Your Love Is Good To Me.
Je kan hem haten hierom, of van hem houden. Ik ben juist fan van Neil Young omdat ie dit soort dingen doet (plotselinge stijl-verandering en dan het beste achterwege laten). Want wat overblijft is best te pruimen, en zonder al te elitair over te komen, ik voel me best 'uitverkoren' dat ik de live kant van deze Neil Young wél heb mogen horen.
Overigens is er nu ook een 3CD bootleg compilatie Kind of Blue, van Neil's Bluenote periode. Moet ik maar eens achterheen gaan, al heb ik de meeste nummers al op Archives be Damned en vergelijkbare compilaties.
Wat frappant is aan de live periode is dat het, samen met zijn International Harvesters tijd, de enige is waar hij een heel concert in de zelfde, voor Neil Young afwijkende, stijl doet. Ga maar na, Solo Trans en Trans World Tour (zie ook de in Berlin DVD) speelde hij maar een paar nummers in Trans Style. Met de Shockin' Pinks deed hij alleen een toegift (al zongen leden van deze band wel als de Redwood Boys in het achtergrond koortje bij de solo set). Ook met Booker T, in 93 en 2002 werd de sound niet zo drastisch aangepakt.
Wie een beetje handig is met internet, moet maar eens op zoek gaan naar het concert dat Neil Young gaf met the Bluenotes in Jones Beach, 27 Augustus 1988. Daar speelt hij niet alleen een vroege versie van Crime in the City, maar ook Days that Used to Be en Ordinary People, met de coupletten in een andere volgorde. Als 'filler' staat er ook de complete versie van 60-0 op van een ander concert, maar dat terzijde.
Dit album is wederom een typisch voorbeeld van de vreemde logica die Neil Young er op nahoud. Als je nagaat hoe sterk de live uitvoering van Ain't it the Truth is en dat de boodschap van This Note's for You in de langere versie (van Lucky 13) beter tot zijn recht komt, kun je afvragen waarom die ingodsnaam niet op het album terecht zijn gekomen. Hetzelfde geld voor het ontbreken van Ordinary People, waarvan hij vond dat de boodschap niet gepast was voor die tijd (maar vervolgens wel op Chrome Dreams 2 wordt gezet, 19 jaar later). Daarnaast zijn er nog talloze outtakes die de moeite waard zijn, het eerder genoemde 19 minuten durende 60-0, maar ook echte blues nummers als Don't take Your Love Away From Me, dat ie ook al in 83 had proberen op te nemen, maar wat niet mocht van Geffen. Het is echt een hele rits nummers: Bad News, Doghouse, Find Another Shoulder, Hello Lonely Woman, High Heels, Soul Of A Woman, Walking After Midnight, Welcome To The Big Room, Fool For Your Love, Box Car en Your Love Is Good To Me.
Je kan hem haten hierom, of van hem houden. Ik ben juist fan van Neil Young omdat ie dit soort dingen doet (plotselinge stijl-verandering en dan het beste achterwege laten). Want wat overblijft is best te pruimen, en zonder al te elitair over te komen, ik voel me best 'uitverkoren' dat ik de live kant van deze Neil Young wél heb mogen horen.
Overigens is er nu ook een 3CD bootleg compilatie Kind of Blue, van Neil's Bluenote periode. Moet ik maar eens achterheen gaan, al heb ik de meeste nummers al op Archives be Damned en vergelijkbare compilaties.
Neil Young & The International Harvesters - A Treasure (2011)

4,5
0
geplaatst: 9 juni 2011, 10:27 uur
Dat past denk ik niet in het format van NYA Performance Series, maar we zullen het maar niet hebben over wat er allemaal niet op dit album staat, dat deden we bij Live at Fillmore East immers ook niet. Daar ontbrak namelijk de akoestische set en (geheel terecht overigens) Cinnamon Girl van de elektrische set. Ik blijf erbij dat dit, samen met de Bluenotes periode van 1987-88 de meest creatieve periode is van Neil Young in de jaren 80. Naast de vijf niet eerder uitgebrachte nummers (voor het gemak tel ik daar Nothing is Perfect, wat al op de Live Aid DVD staat, even bij) zijn er nog genoeg andere nummers over om nog een album mee te vullen, denk hierbij aan Comes a Time, Field of Opportunity, Old Man, Heart of Gold, Powderfinger, Down by the River en Helpless. Als ik de mensen van Neil's team mag geloven hadden ze best twee of zelfs drie cd's kunnen vullen met International Harvesters materiaal. Maar er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden, en je kunt beter verlangen naar meer dan verzadigd raken, nietwaar?
Dus blijven de twaalf nummers over die op 'A Treasure' staan. De naam is bedacht door (wijlen) co-producer Ben Keith, die bij het horen van dit materiaal opperde dat het 'a Treasure' was en gelijk heeft hij. Zoals gezegd zijn er vij niet eerder uitgebrachte nummers op dit album te horen, te weten Amber Jean, Let Your Fingers Do The Walking (ook wel bekend bij bootleggers als Good Phone), Soul of a Woman, Nothing is Perfect en Grey Riders. Daarnaast hoorden we It Might Have Been pas voor het eerst op Neil Young Archives Vol. 1, live met Crazy Horse en staan nummers als Motor City en Southern Pacific op het relatief onbekende album Re-Ac-Tor en is het arrangement dusdanig omgegooid dat ze bijna onherkenbaar zijn; hetzelfde geldt voor Flying on the Ground is Wrong, een Buffalo Springfield song. De twee Old Ways nummers uit deze periode zijn dan weer met de passie gespeeld die op het album ontbrak.
Datzelfde Old Ways, dat nogal een moeilijke geboorte had (zie ook mijn commentaar bij Everybody's Rockin') is nou niet een van Neil's beste albums, zwaar overgeproduceerd en wars van alle passie van de live shows uit die periode. Ik roep dit al jaren, maar behalve een selecte kring mede fans gelooft niemand me, denk ik. Ik riep bij de aankondiging van dit album dan ook al dat ik er wel eens vijf sterren aan zou kunnen gaan uitdelen, en dat was niet eens heel voorbarig. Deze periode is een van mijn favoriete periodes van Neil Young en dit album bewijst (ook al is het feitelijk incompleet) waarom. De 'nieuwe' nummers zijn minstens zo sterk als zijn beste materiaal, zeker in deze live setting en de andere nummers barsten van de energie die zijn platen uit de jaren 80 ontbeerden.
Zoals ik al eerder zei ga ik dit album beoordelen op de nummers die erop staan en niet wat er ontbreekt, al had dat voor de score niets uitgemaakt, want ook al zijn nummers een tikje fout (Let Your Fingers Do The Walking), ze zijn gewoon zo ontzettend lekker om naar te luisteren, om maar te zwijgen over de laatste drie nummers van deze CD. Als een stoomlocomotief raast hij erdoorheen. Southern Pacific is hier te horen in de definitieve versie, Nothing is Perfect is zo 'in your face' dat je er niet omheen kunt en Grey Riders, met die fantastische solo in het midden is een instant klassieker. Het samenspel tussen Rufus Thibodeaux, Young, Ben Keith en Anthony Crawford is werkelijk geweldig, van begin tot eind. Amber Jean is een gevoelig nummer, geschreven voor zijn dochtertje en It Might Have Been, in welke uitvoering dan ook, is een dijk van een nummer, ook al heeft hij het zelf niet geschreven. En de opening van Are You Ready for the Country? Om je vingers bij af te likken!
Krijgt dit dan 5 sterren? Niet meteen. Ik vind het jammer dat de prachtige harmonica solo van Amber Jean die het liedje opent eraf is gehaald. Ook vind ik Let Your Fingers do the Walking niet per se de beste versie die er is, maar dat kan ook gewoon zijn omdat ik nu eenmaal gewend ben aan de bootleg versies, van onder andere Austin City Limits, die ik al jaren heb. De editing had ook net wat strakker gekund, dat gepingel aan het begin van Are You Ready for the Country had niet perse gehoeven, verder wel een leuke uitvoering, waar hij wat lyrics van Waylon Jennings overneemt.
Waar ik overigens wel zeer over te spreken ben is de mix. Daar is veel aandacht aan besteedt. Zelfs bij de Austin City Limits bootleg is de mix nog gitaar-heavy, hier komen drum, bas, viool en steel veel meer naar voren. Verder staat dit album bol van de kleine kippenvel momentjes, zoals de piano-solo van Spooner Oldham op Amber Jean en de harmoniezang van Anthony Crawford op Flying on the Ground is Wrong.
Maar goed, zijn die paar puntjes van kritiek nu zo groot dat er een half punt af moet? Omgerekend naar de schaal van 10 zou dat een vol punt schelen en dat is misschien wel erg drastisch, een 10- is misschien wat realistischer. Ik kan me erger storen aan de mix van Weld op CD dan aan het feit dat de nummers op deze CD wel een goede impressie geven van de ontwikkeling van de International Harvesters als Band, maar niet per se van een typisch concert. Daar opende Neil Young meestal met Are You Ready for the Country en kwam Amber Jean wat later aan bod. Dit is nu eenmaal het format waar Neil voor gekozen heeft. De nummers staan namelijk chronologisch op CD en van elk nummer is dit, volgens Neil Young, de beste uitvoering, zo ging het met Dreamin' Man en hier dus ook.
Dus nu ben ik een luisterbeurt of 7 verder (heb mijn MP3 speler heen en weer naar Utrecht opgehad) en gezien de geweldige kwaliteit die hier tentoongespreid wordt, op het gebied van geluidskwaliteit (en dan zijn dit nog maar MP3-tjes!), performance en songwriting is 5* gewoon niet meer dan terecht.
Kom maar op met die Blu-Ray (weten we ook wat die NYA Trailer inhoudt!)
Dus blijven de twaalf nummers over die op 'A Treasure' staan. De naam is bedacht door (wijlen) co-producer Ben Keith, die bij het horen van dit materiaal opperde dat het 'a Treasure' was en gelijk heeft hij. Zoals gezegd zijn er vij niet eerder uitgebrachte nummers op dit album te horen, te weten Amber Jean, Let Your Fingers Do The Walking (ook wel bekend bij bootleggers als Good Phone), Soul of a Woman, Nothing is Perfect en Grey Riders. Daarnaast hoorden we It Might Have Been pas voor het eerst op Neil Young Archives Vol. 1, live met Crazy Horse en staan nummers als Motor City en Southern Pacific op het relatief onbekende album Re-Ac-Tor en is het arrangement dusdanig omgegooid dat ze bijna onherkenbaar zijn; hetzelfde geldt voor Flying on the Ground is Wrong, een Buffalo Springfield song. De twee Old Ways nummers uit deze periode zijn dan weer met de passie gespeeld die op het album ontbrak.
Datzelfde Old Ways, dat nogal een moeilijke geboorte had (zie ook mijn commentaar bij Everybody's Rockin') is nou niet een van Neil's beste albums, zwaar overgeproduceerd en wars van alle passie van de live shows uit die periode. Ik roep dit al jaren, maar behalve een selecte kring mede fans gelooft niemand me, denk ik. Ik riep bij de aankondiging van dit album dan ook al dat ik er wel eens vijf sterren aan zou kunnen gaan uitdelen, en dat was niet eens heel voorbarig. Deze periode is een van mijn favoriete periodes van Neil Young en dit album bewijst (ook al is het feitelijk incompleet) waarom. De 'nieuwe' nummers zijn minstens zo sterk als zijn beste materiaal, zeker in deze live setting en de andere nummers barsten van de energie die zijn platen uit de jaren 80 ontbeerden.
Zoals ik al eerder zei ga ik dit album beoordelen op de nummers die erop staan en niet wat er ontbreekt, al had dat voor de score niets uitgemaakt, want ook al zijn nummers een tikje fout (Let Your Fingers Do The Walking), ze zijn gewoon zo ontzettend lekker om naar te luisteren, om maar te zwijgen over de laatste drie nummers van deze CD. Als een stoomlocomotief raast hij erdoorheen. Southern Pacific is hier te horen in de definitieve versie, Nothing is Perfect is zo 'in your face' dat je er niet omheen kunt en Grey Riders, met die fantastische solo in het midden is een instant klassieker. Het samenspel tussen Rufus Thibodeaux, Young, Ben Keith en Anthony Crawford is werkelijk geweldig, van begin tot eind. Amber Jean is een gevoelig nummer, geschreven voor zijn dochtertje en It Might Have Been, in welke uitvoering dan ook, is een dijk van een nummer, ook al heeft hij het zelf niet geschreven. En de opening van Are You Ready for the Country? Om je vingers bij af te likken!
Krijgt dit dan 5 sterren? Niet meteen. Ik vind het jammer dat de prachtige harmonica solo van Amber Jean die het liedje opent eraf is gehaald. Ook vind ik Let Your Fingers do the Walking niet per se de beste versie die er is, maar dat kan ook gewoon zijn omdat ik nu eenmaal gewend ben aan de bootleg versies, van onder andere Austin City Limits, die ik al jaren heb. De editing had ook net wat strakker gekund, dat gepingel aan het begin van Are You Ready for the Country had niet perse gehoeven, verder wel een leuke uitvoering, waar hij wat lyrics van Waylon Jennings overneemt.
Waar ik overigens wel zeer over te spreken ben is de mix. Daar is veel aandacht aan besteedt. Zelfs bij de Austin City Limits bootleg is de mix nog gitaar-heavy, hier komen drum, bas, viool en steel veel meer naar voren. Verder staat dit album bol van de kleine kippenvel momentjes, zoals de piano-solo van Spooner Oldham op Amber Jean en de harmoniezang van Anthony Crawford op Flying on the Ground is Wrong.
Maar goed, zijn die paar puntjes van kritiek nu zo groot dat er een half punt af moet? Omgerekend naar de schaal van 10 zou dat een vol punt schelen en dat is misschien wel erg drastisch, een 10- is misschien wat realistischer. Ik kan me erger storen aan de mix van Weld op CD dan aan het feit dat de nummers op deze CD wel een goede impressie geven van de ontwikkeling van de International Harvesters als Band, maar niet per se van een typisch concert. Daar opende Neil Young meestal met Are You Ready for the Country en kwam Amber Jean wat later aan bod. Dit is nu eenmaal het format waar Neil voor gekozen heeft. De nummers staan namelijk chronologisch op CD en van elk nummer is dit, volgens Neil Young, de beste uitvoering, zo ging het met Dreamin' Man en hier dus ook.
Dus nu ben ik een luisterbeurt of 7 verder (heb mijn MP3 speler heen en weer naar Utrecht opgehad) en gezien de geweldige kwaliteit die hier tentoongespreid wordt, op het gebied van geluidskwaliteit (en dan zijn dit nog maar MP3-tjes!), performance en songwriting is 5* gewoon niet meer dan terecht.
Kom maar op met die Blu-Ray (weten we ook wat die NYA Trailer inhoudt!)
Neil Young + Crazy Horse - Ragged Glory (1990)
Alternatieve titel: Smell the Horse

4,5
0
geplaatst: 4 februari 2010, 12:01 uur
Ik kocht deze plaat pas na, en naar aanleiding van, Weld. Ik was toen ik em voor het eerst hoorde een tikkeltje teleurgesteld, in vergelijking met Weld vond ik het net iets te tam, ook al liggen de uitvoeringen niet heel dicht op elkaar. Uiteraard ben ik daar grotendeels van terug gekomen.
Twee van mijn favoriete nummers op deze plaat zijn Love to Burn en Love and Only Love, mijn eerste echte introductie met de harde, lange nummers van Neil, samen met Like a Hurricane op Weld. Cortez the Killer op Zuma is namelijk veel melodischer en langzamer. Dit is veel minder gepolijst.
Daarnaast vind ik ook Days That Used To Be erg goed, dat rechtstreeks is geïnspireerd door My Back Pages van Bob Dylan. Neil introduceerde dit nummer echter al in 1988, tijdens concerten met the Bluenotes. Destijds speelde hij het nummer akoestisch en dan heeft het net wat meer impact.
Ook Country Home en White Line zijn al oude nummers, zoals Stijn al eerder aanhaalde nam Neil dit al in 1976 op met Crazy Horse voor het album Chrome Dreams. Destijds heette het nog River of Pride (Neil 'vergat' simpelweg het zinnetje White Line te zingen) en was het een stuk gruizger. Hoe gek het ook klinkt op deze plaat, de Ragged Glory versie is een stuk gepolijster. Maar ja, tot in hoeverre de opname van de Chrome Dreams bootleg af is, is maar de vraag.
Van Country Home ken ik alleen maar live opnames uit de jaren 70, hij speelde het tijdens zijn tour met Crazy Horse in 76 en deze versie wijkt niet veel af van die van toen. Al was het toen wat meer country rock dan nu.
Ook het nummer F*!#in' Up heb ik al eens in akoestische uitvoering gehoord, op een bootleg van zijn concert in de Stopera in 89. Het gruizige gitaarwerk van Neil met Crazy Horse doet het geheel veel goed, want dit is toch echt een nummer dat gebruld moet worden, niet voor niks speelde hij dit nummer ook een paar keer tijdens zijn laatste tour, waar het soms flink werd opgerekt.
Het laatste nummer dat ik wil aanstippen is Mother Earth. Mijn boekje zegt dat dit live is opgenomen en dat er later overdubs aan zijn toegevoegd. Typisch Neil, in de studio speelt hij alles live, praktisch nooit meer dan 3 takes, overdubt niks en dit alles met vrij minimale productie in korte tijd. Live opnames worden soms tot in den treure geoverdubd, zoals op Life, Natural Beauty en dit nummer. Gezien het onderwerp pas de semi-akoestische setting op het pomporgel dat hij gebruikte bij zijn laatste tour wel beter bij het nummer, maar wie de live versie op het Nelson Mandela Tribute Concert in het Wembely Stadium uit 1990 kent, waar hij enkel Old Black hanteert en hem er flink van langs geeft weet wel beter.
Neil benaderd muziek als fotografie, je hebt één shot, en als je er dan een prachtige foto met een klein schoonheidsfoutje aan overhoud, dan is dat maar jammer. Het is tenslotte geen schilderen, waar je laag op laag kunt aanbrengen om elke plooi glad te strijken. Beter kan ik dit album eigenlijk niet omschrijven. Het is er geen waar ik vaak naar luister, maar wel ééntje die ik koester. Wel jammer dat mijn hond er niet zo goed tegen kan als ik de muziek hard zet
Misschien dat ik eens een live compilatie van dit album maak, gebruik makend van bootlegs en Weld...
Twee van mijn favoriete nummers op deze plaat zijn Love to Burn en Love and Only Love, mijn eerste echte introductie met de harde, lange nummers van Neil, samen met Like a Hurricane op Weld. Cortez the Killer op Zuma is namelijk veel melodischer en langzamer. Dit is veel minder gepolijst.
Daarnaast vind ik ook Days That Used To Be erg goed, dat rechtstreeks is geïnspireerd door My Back Pages van Bob Dylan. Neil introduceerde dit nummer echter al in 1988, tijdens concerten met the Bluenotes. Destijds speelde hij het nummer akoestisch en dan heeft het net wat meer impact.
Ook Country Home en White Line zijn al oude nummers, zoals Stijn al eerder aanhaalde nam Neil dit al in 1976 op met Crazy Horse voor het album Chrome Dreams. Destijds heette het nog River of Pride (Neil 'vergat' simpelweg het zinnetje White Line te zingen) en was het een stuk gruizger. Hoe gek het ook klinkt op deze plaat, de Ragged Glory versie is een stuk gepolijster. Maar ja, tot in hoeverre de opname van de Chrome Dreams bootleg af is, is maar de vraag.
Van Country Home ken ik alleen maar live opnames uit de jaren 70, hij speelde het tijdens zijn tour met Crazy Horse in 76 en deze versie wijkt niet veel af van die van toen. Al was het toen wat meer country rock dan nu.
Ook het nummer F*!#in' Up heb ik al eens in akoestische uitvoering gehoord, op een bootleg van zijn concert in de Stopera in 89. Het gruizige gitaarwerk van Neil met Crazy Horse doet het geheel veel goed, want dit is toch echt een nummer dat gebruld moet worden, niet voor niks speelde hij dit nummer ook een paar keer tijdens zijn laatste tour, waar het soms flink werd opgerekt.
Het laatste nummer dat ik wil aanstippen is Mother Earth. Mijn boekje zegt dat dit live is opgenomen en dat er later overdubs aan zijn toegevoegd. Typisch Neil, in de studio speelt hij alles live, praktisch nooit meer dan 3 takes, overdubt niks en dit alles met vrij minimale productie in korte tijd. Live opnames worden soms tot in den treure geoverdubd, zoals op Life, Natural Beauty en dit nummer. Gezien het onderwerp pas de semi-akoestische setting op het pomporgel dat hij gebruikte bij zijn laatste tour wel beter bij het nummer, maar wie de live versie op het Nelson Mandela Tribute Concert in het Wembely Stadium uit 1990 kent, waar hij enkel Old Black hanteert en hem er flink van langs geeft weet wel beter.
Neil benaderd muziek als fotografie, je hebt één shot, en als je er dan een prachtige foto met een klein schoonheidsfoutje aan overhoud, dan is dat maar jammer. Het is tenslotte geen schilderen, waar je laag op laag kunt aanbrengen om elke plooi glad te strijken. Beter kan ik dit album eigenlijk niet omschrijven. Het is er geen waar ik vaak naar luister, maar wel ééntje die ik koester. Wel jammer dat mijn hond er niet zo goed tegen kan als ik de muziek hard zet

Misschien dat ik eens een live compilatie van dit album maak, gebruik makend van bootlegs en Weld...
Neil Young + Promise of the Real - Noise & Flowers (2022)

4,0
1
geplaatst: 17 augustus 2022, 10:57 uur
Nu ook beluisterd op mijn koptelefoon. Ik kan me niet vinden in klachten wat betreft de geluidskwaliteit, dit klinkt veel beter dan een publieksopname (bootleg).
Ja, er zit wat meer echo/reverb op de drums en de bas is wat minder gedefinieerd dan op een album als A Treasure, maar dit heeft niet dat tweedehands geluid dat bootlegs hebben. De balans tussen de sfeer van de zaal en detail is goed gelukt, Young's stem en gitaar staan op de voorgrond en POTR zorgen voor de muzikale omlijsting. De congas zijn slechts subtiel aanwezig. Enige wat mindere nummer is misschien Field of Opportunity, dat klinkt wat gezapig.
De elektrische nummers komen beter uit de verf, Rocking in the Free World klinkt beter dan ik me herinner. Maar ook F*ckin' Up, On the Beach, I've Been Waiting For You en Throw Your Hatred Down mogen er zijn!
Wat mij betreft een waardig document van wat misschien wel zijn laatste (Europese) tour ooit was. En ja, natuurlijk is een live album cherry picking, maar het is wel het zoveelste bewijs dat Neil Young live eigenlijk nooit teleurstelt. Ook niet op zijn 73e. Een meester in zijn vak, die zijn beperkingen en sterke punten kent, geen uitdaging uit de weg gaat en er zelden met de pet naar gooit.
Twijfel nog tussen 4 en 4,5*.
Ja, er zit wat meer echo/reverb op de drums en de bas is wat minder gedefinieerd dan op een album als A Treasure, maar dit heeft niet dat tweedehands geluid dat bootlegs hebben. De balans tussen de sfeer van de zaal en detail is goed gelukt, Young's stem en gitaar staan op de voorgrond en POTR zorgen voor de muzikale omlijsting. De congas zijn slechts subtiel aanwezig. Enige wat mindere nummer is misschien Field of Opportunity, dat klinkt wat gezapig.
De elektrische nummers komen beter uit de verf, Rocking in the Free World klinkt beter dan ik me herinner. Maar ook F*ckin' Up, On the Beach, I've Been Waiting For You en Throw Your Hatred Down mogen er zijn!
Wat mij betreft een waardig document van wat misschien wel zijn laatste (Europese) tour ooit was. En ja, natuurlijk is een live album cherry picking, maar het is wel het zoveelste bewijs dat Neil Young live eigenlijk nooit teleurstelt. Ook niet op zijn 73e. Een meester in zijn vak, die zijn beperkingen en sterke punten kent, geen uitdaging uit de weg gaat en er zelden met de pet naar gooit.
Twijfel nog tussen 4 en 4,5*.
Neil Young + Promise of the Real - The Monsanto Years (2015)

2,0
0
geplaatst: 22 juli 2015, 08:39 uur
In eerste instantie was ik best enthousiast over de samenwerking met Promise of the Real. Het album dat hij met Pearl Jam maakte viel ook niet bepaald tegen.
Totdat ik de titel van het album hoorde... nu vind ik Farm Aid een goed initiatief, maar het is zijn initiële doel compleet voorbij geschoten en vervallen in cliché gezeur over GMO's en grote bedrijven die de kleine boeren verdrukken. Maar tot nu toe beperkte zich dat in één keer per jaar een boze speach in september, of een verdwaald nummer op een album. Dit keer besloot Neil Young dat er maar een heel album aan gewijd moest worden. Daar heeft hij wel vaker last van de laatste tijd, of eigenlijk zijn hele carrière, hij vindt iets interessant en slaat daarin volledig door. Denk aan treintjes, digitaal versus analoog, elektrische auto's en nu dus biologisch voedsel.
Nadeel is dat hij zo ongeveer een Carte Blanche heeft van zijn platenmaatschappij, waardoor we de afgelopen 10 jaar hebben kunnen 'genieten' van albums als Fork in the Road, Americana, A Letter Home en nu de Monsanto Years. Zelfs op zijn betere albums van de laatste tijd, zoals Le Noise en Psychedelic Pill staan enkele dubieuze teksten, over de geluidskwalitiet van MP3's bijvoorbeeld.
Mijn verwachtingen was dus niet al te hoog. Dat het onderwerp me niet aanstond en dat de teksten niet van bijzonder hoog niveau waren (de subtiliteit van de jaren 70 is allang voorbij, hij lijkt af en toe een lettergreep 'over' te hebben) was voor mij een gegeven. Echt jammer vind ik dat Promise of the Real echt niks toevoegt aan het album. Ze spelen niet slecht, best goed eigenlijk, maar als je had gezegd dat Crazy Horse de begeleiding deed, had ik het ook geloofd. Qua sound zit deze plaat dicht tegen Re-Ac-Tor en Ragged Glory aan. Soms lijkt het zelfs alsof er wat melodielijnen van Crazy Horse zijn geleend (Motor City meen ik sowieso ergens te horen). Neil Young zingt ook goed, in de lijn van zijn laatste paar albums is het niveau behoorlijk stabiel, met af en toe een missertje, vooral in de eerste paar nummers.
Ik denk niet dat ik nog veel luisterbeurten ga wijden aan dit album. Het spreekt me totaal niet aan. Ik zie mezelf niet meezingen met dit album bij een concert. Gelukkig zijn we waarschijnlijk weer binnen een jaar of twee hiervan af. Want van zijn albums van de afgelopen 20 jaar (vanaf Sleeps with Angels zelfs) speelt hij de nummers maar 1 a 2 jaar na het uitbrengen. Van sommige nummers is dit jammer (No Hidden Path om maar wat te noemen), van dit album totaal niet.
Promise of the Real mag voor mij wel in de herkansing. Misschien dat Neil dan toch nog een waardige opvolger kan geven aan Le Noise en Psychedelic Pill.
Totdat ik de titel van het album hoorde... nu vind ik Farm Aid een goed initiatief, maar het is zijn initiële doel compleet voorbij geschoten en vervallen in cliché gezeur over GMO's en grote bedrijven die de kleine boeren verdrukken. Maar tot nu toe beperkte zich dat in één keer per jaar een boze speach in september, of een verdwaald nummer op een album. Dit keer besloot Neil Young dat er maar een heel album aan gewijd moest worden. Daar heeft hij wel vaker last van de laatste tijd, of eigenlijk zijn hele carrière, hij vindt iets interessant en slaat daarin volledig door. Denk aan treintjes, digitaal versus analoog, elektrische auto's en nu dus biologisch voedsel.
Nadeel is dat hij zo ongeveer een Carte Blanche heeft van zijn platenmaatschappij, waardoor we de afgelopen 10 jaar hebben kunnen 'genieten' van albums als Fork in the Road, Americana, A Letter Home en nu de Monsanto Years. Zelfs op zijn betere albums van de laatste tijd, zoals Le Noise en Psychedelic Pill staan enkele dubieuze teksten, over de geluidskwalitiet van MP3's bijvoorbeeld.
Mijn verwachtingen was dus niet al te hoog. Dat het onderwerp me niet aanstond en dat de teksten niet van bijzonder hoog niveau waren (de subtiliteit van de jaren 70 is allang voorbij, hij lijkt af en toe een lettergreep 'over' te hebben) was voor mij een gegeven. Echt jammer vind ik dat Promise of the Real echt niks toevoegt aan het album. Ze spelen niet slecht, best goed eigenlijk, maar als je had gezegd dat Crazy Horse de begeleiding deed, had ik het ook geloofd. Qua sound zit deze plaat dicht tegen Re-Ac-Tor en Ragged Glory aan. Soms lijkt het zelfs alsof er wat melodielijnen van Crazy Horse zijn geleend (Motor City meen ik sowieso ergens te horen). Neil Young zingt ook goed, in de lijn van zijn laatste paar albums is het niveau behoorlijk stabiel, met af en toe een missertje, vooral in de eerste paar nummers.
Ik denk niet dat ik nog veel luisterbeurten ga wijden aan dit album. Het spreekt me totaal niet aan. Ik zie mezelf niet meezingen met dit album bij een concert. Gelukkig zijn we waarschijnlijk weer binnen een jaar of twee hiervan af. Want van zijn albums van de afgelopen 20 jaar (vanaf Sleeps with Angels zelfs) speelt hij de nummers maar 1 a 2 jaar na het uitbrengen. Van sommige nummers is dit jammer (No Hidden Path om maar wat te noemen), van dit album totaal niet.
Promise of the Real mag voor mij wel in de herkansing. Misschien dat Neil dan toch nog een waardige opvolger kan geven aan Le Noise en Psychedelic Pill.
Neil Young + Stray Gators - Tuscaloosa (2019)

4,0
1
geplaatst: 7 juni 2019, 09:33 uur
This is what it sounds like when it's all falling apart. Nee, dit is geen Massey Hall 1971 of Fillmore East 1970, maar dat is ook niet de intentie van deze release. Deze tour is door de slechte herinnering eraan onderbelicht gebleven. Geen CD release, niks op Decade of andere verzamelaars. We horen hier een uiterst breekbare Young én voor het eerst de akoestische Stray Gators live. De Harvest nummers staan alvast bol van de interessante licks en ad-lipjes van de band. Alleen de drummer drumt niet hard genoeg 
Dit is Neil Young in zijn essentie, of althans we horen hier zijn beste levensles. Want na het succes van Harvest liet hij zich in een keurslijf stoppen, de tour die er moest komen en dat hij daar geen trek in had hoor je. Het tweede deel is dan ook een middelvinger, een statement van 'Dit nooit weer'; en als een fenix herrezen kwam hij met Tonight's the Night. Een interessant document, a la CSNY 1974.

Dit is Neil Young in zijn essentie, of althans we horen hier zijn beste levensles. Want na het succes van Harvest liet hij zich in een keurslijf stoppen, de tour die er moest komen en dat hij daar geen trek in had hoor je. Het tweede deel is dan ook een middelvinger, een statement van 'Dit nooit weer'; en als een fenix herrezen kwam hij met Tonight's the Night. Een interessant document, a la CSNY 1974.
Neil Young and The Chrome Hearts - Talkin to the Trees (2025)

2,5
3
geplaatst: 13 juni 2025, 11:05 uur
Het is niet dat ik Neil Young heb opgegeven, maar het is meer dat hij na een carrière van 60+ jaar me al zoveel goede muziek heeft gegeven dat ik niet meer razend enthousiast word als er een nieuw album aangekondigd wordt, zeker kijkend naar de output van de afgelopen 10 a 15 jaar. Dat hij muziek blijft maken omdat hij dat leuk vindt, het hem gelukkig maakt én hij vindt dat hij nog wat te melden heeft, geef ik hem groot gelijk in, maar het is gewoon steeds minder voor mij.
De eerste singles stemden niet echt hoopvol en het album is een beetje een mixed bag. De elektrische nummers missen de finesse en hebben geen mooie lange solo's als redeeming factor (zoals bijvoorbeeld een Welcome Back op Barn of Chevrolet op World Record), dus moeten we het hebben van het akoestische werk.
Daarvan blijven Familiy Life, Silver Eagle (al is het eigenlijk een Woody Guthrie rip-off, net als Let's Roll Again), Talking To The Trees en het Beach Boys (Pet Sounds) achtige Bottle of Love over.
Leuk voor op een playlist, maar niet genoeg om tot aanschaf over te gaan.
PS: de sneer naar dochter Amber op Dark Mirage gaat me persoonlijk wat te ver. Blijkbaar heeft hij schroom die hij had rondom de breuk met Carrie (o.a. te horen op Vacancy) en zijn huwelijkscrisis met Pegi (o.a. te horen op Toast) allang van zich afgeworpen. In plaats van dat 20+ jaar in de archieven te laten zitten zet hij zijn frustratie maar meteen op band.
De eerste singles stemden niet echt hoopvol en het album is een beetje een mixed bag. De elektrische nummers missen de finesse en hebben geen mooie lange solo's als redeeming factor (zoals bijvoorbeeld een Welcome Back op Barn of Chevrolet op World Record), dus moeten we het hebben van het akoestische werk.
Daarvan blijven Familiy Life, Silver Eagle (al is het eigenlijk een Woody Guthrie rip-off, net als Let's Roll Again), Talking To The Trees en het Beach Boys (Pet Sounds) achtige Bottle of Love over.
Leuk voor op een playlist, maar niet genoeg om tot aanschaf over te gaan.
PS: de sneer naar dochter Amber op Dark Mirage gaat me persoonlijk wat te ver. Blijkbaar heeft hij schroom die hij had rondom de breuk met Carrie (o.a. te horen op Vacancy) en zijn huwelijkscrisis met Pegi (o.a. te horen op Toast) allang van zich afgeworpen. In plaats van dat 20+ jaar in de archieven te laten zitten zet hij zijn frustratie maar meteen op band.
Neil Young with Crazy Horse - Everybody Knows This Is Nowhere (1969)

5,0
0
geplaatst: 2 juli 2010, 10:40 uur
Mja, strak geproduceerd wil ik het ook niet noemen... ik denk dar de nummers Cowgirl in the Sand en Down by the River het dichtste bij een live ervaring van Neil Young & Crazy Horse anny 1969-70 komt. Wel werd er gebruik gemaakt van overdubs voor de zang, maar dat zou na After the Gold Rush ook afgelopen zijn.
Persoonlijk vind ik dit een van de beste platen van Neil Young, die met behulp van the Rockets een heel andere weg insloeg na zijn debuutalbum Neil Young, waar hij meer voortborduurde op de stijl van nummers als Broken Arrow en Expecting to Fly. In Whitten zag hij een nieuwe Stills, alleen dan zonder de ego-clash.
Zoals wellicht bekend schreef Neil Cowgirl in the Sand en Down by the River op één dag terwijl hij ziek op bed lag. Wat dat betreft had hij wat vaker ziek mogen zijn. Cinnamon Girl gaat dan weer over een meisje dat voorbij kwam lopen terwijl hij op een stoeprandje zat te chillen... hoe hij dat ooit aan zijn vrouw heeft weten uit te leggen is me nog steeds niet duidelijk.
Met datzelfde Cinnamon Girl heeft het album meteen een ijzersterke opener, met een riffje dat je uit duizenden herkent. Prachtig in al zijn eenvoud en elke noot is raak. Overigens is dit nummer ook als 45rpm uitgebracht, maar dan met een andere vocal mix, de stemmen van Whitten en Young zijn daarbij omgedraaid zeg maar. Ik geef de voorkeur aan de album versie.
De titeltrack kan zo in het canon voor Country Rock, samen met Sweetheart of the Rodeo, Pickin' up the Pieces en Gilded Palace of Sin. Round & Round, wat samen met Robin Lane gezongen wordt, ook een ex van Neil is alweer een oldie, want dat schreef hij al toen hij nog bij Buffalo Springfield zat (het staat ook op de box set uit 2001).
Down by the River is vervolgens gitaar solo heaven! Wat Buffalo Springfield nooit lukte om op plaat vast te leggen, en wat tijdens live concerten maar al te vaak gebeured: een guitar battle. Dit keer niet tussen Stills en Young, maar tussen Whitten en Young, ook al is het verschil qua stijl tussen de twee minder groot dan tussen zijn Buffalo Springfield collega. Young vraagt, Whitten antwoord, en dat een dikke 9 minuten lang. Wederom blinkt dit nummer uit in zijn eenvoud, want de opening zijn feitelijk maar twee noten ofzo, tig keer herhaald, maar wederom is elke noot raak. Wat met de mysterieuze tekst bedoeld wordt: Be on My Side, I'll be on Your Side, is nooit duidelijk geworden, maar het geeft wel goed aan hoe sterk de verbeelding van Young is.
Losing End is vervolgens weer een country-rocker a la Everybody Knows, maar het is stiekem Running Dry dat de show steelt. Crazy Horse wordt bijgestaan door Bobby Notkoff, hun oud bandlid van the Rockets (vandaar ook de titel) die een stevig potje elektrisch viool kan spelen. Het is precies wat het nummer nodig heeft, dat druipt van de melancholie en berouw. Het botert al een tijdje niet zo tussen Young en zijn vriendin en de zin 'I left my love with ribbons on and water in her eyes' legt die emotie perfect vast.
Ook de afsluiter is er een van formaat, persoonlijk vind ik die net wat beter dan Down by the River, de tekst is (iets) minder cryptisch, want over wie gaat het nummer nu eigenlijk, maar melodieus is het een stuk sterker. Ook al zijn de harmonieën van de heren Crazy Horse niet altijd prefect, die van the Grateful Dead waren dat tenslotte ook niet en het kan me niet schelen ook!
Persoonlijk vind ik dit een van de beste platen van Neil Young, die met behulp van the Rockets een heel andere weg insloeg na zijn debuutalbum Neil Young, waar hij meer voortborduurde op de stijl van nummers als Broken Arrow en Expecting to Fly. In Whitten zag hij een nieuwe Stills, alleen dan zonder de ego-clash.
Zoals wellicht bekend schreef Neil Cowgirl in the Sand en Down by the River op één dag terwijl hij ziek op bed lag. Wat dat betreft had hij wat vaker ziek mogen zijn. Cinnamon Girl gaat dan weer over een meisje dat voorbij kwam lopen terwijl hij op een stoeprandje zat te chillen... hoe hij dat ooit aan zijn vrouw heeft weten uit te leggen is me nog steeds niet duidelijk.
Met datzelfde Cinnamon Girl heeft het album meteen een ijzersterke opener, met een riffje dat je uit duizenden herkent. Prachtig in al zijn eenvoud en elke noot is raak. Overigens is dit nummer ook als 45rpm uitgebracht, maar dan met een andere vocal mix, de stemmen van Whitten en Young zijn daarbij omgedraaid zeg maar. Ik geef de voorkeur aan de album versie.
De titeltrack kan zo in het canon voor Country Rock, samen met Sweetheart of the Rodeo, Pickin' up the Pieces en Gilded Palace of Sin. Round & Round, wat samen met Robin Lane gezongen wordt, ook een ex van Neil is alweer een oldie, want dat schreef hij al toen hij nog bij Buffalo Springfield zat (het staat ook op de box set uit 2001).
Down by the River is vervolgens gitaar solo heaven! Wat Buffalo Springfield nooit lukte om op plaat vast te leggen, en wat tijdens live concerten maar al te vaak gebeured: een guitar battle. Dit keer niet tussen Stills en Young, maar tussen Whitten en Young, ook al is het verschil qua stijl tussen de twee minder groot dan tussen zijn Buffalo Springfield collega. Young vraagt, Whitten antwoord, en dat een dikke 9 minuten lang. Wederom blinkt dit nummer uit in zijn eenvoud, want de opening zijn feitelijk maar twee noten ofzo, tig keer herhaald, maar wederom is elke noot raak. Wat met de mysterieuze tekst bedoeld wordt: Be on My Side, I'll be on Your Side, is nooit duidelijk geworden, maar het geeft wel goed aan hoe sterk de verbeelding van Young is.
Losing End is vervolgens weer een country-rocker a la Everybody Knows, maar het is stiekem Running Dry dat de show steelt. Crazy Horse wordt bijgestaan door Bobby Notkoff, hun oud bandlid van the Rockets (vandaar ook de titel) die een stevig potje elektrisch viool kan spelen. Het is precies wat het nummer nodig heeft, dat druipt van de melancholie en berouw. Het botert al een tijdje niet zo tussen Young en zijn vriendin en de zin 'I left my love with ribbons on and water in her eyes' legt die emotie perfect vast.
Ook de afsluiter is er een van formaat, persoonlijk vind ik die net wat beter dan Down by the River, de tekst is (iets) minder cryptisch, want over wie gaat het nummer nu eigenlijk, maar melodieus is het een stuk sterker. Ook al zijn de harmonieën van de heren Crazy Horse niet altijd prefect, die van the Grateful Dead waren dat tenslotte ook niet en het kan me niet schelen ook!
Neil Young with Crazy Horse - Odeon Budokan (2023)

4,5
2
geplaatst: 22 juli 2023, 23:17 uur
Zoals ik eerder al schreef bij Neil Young - Archives Vol. II: 1972 - 1976 (2020) - MusicMeter.nl
Alhoewel deze schijf chronologisch gezien past in het midden van Look Out For My Love, heeft Neil ervoor gekozen om Odeon/Budokan afsluiter van Vol. II te laten zijn. Het verbaasde me in eerste instantie dat er maar tien nummers op deze plaat staan, temeer omdat de bootleg DVD Yesteryear of the Horse er veertien bevat. Opvallend genoeg is de entry op de timeline op Neil’s site voor Odeon/Budokan nog niet verdwenen, Neil zelf gaf aan middels zijn Letters to the Editor dat er nog gewerkt wordt aan een film en een ‘extended’ edition van het album.
Sowieso was het wellicht wat opportuun om te verwachten dat deze schijf een heel concert zou bevatten, ten eerste omdat de concerten minimaal 90 minuten duurden en ten tweede omdat het in1976 in tegenstelling tot tegenwoordig niet ongewoon was om een live album tot één LP van ca. 40 minuten in te korten. Binnen Young’s eigen oeuvre zijn Live at the Fillmore East (alhoewel later uitgebracht) en Time Fades Away daar goede voorbeelden van. Maar ook The Who’s legendarische album Live at Leeds omvatte maar één LP. Bovendien staan er twee nummers van deze tour, Mellow My Mind en Midnight on the Bay op Look Out For My Love.
Het album is, vergelijkbaar met het semi-live album Rust Never Sleeps, opkenipt in twee delen; op vinyl was kant één akoestisch geweest en kant twee elektrisch. De naam van deze schijf, Odeon/Budokan, verraad ook al een klein beetje de volgorde waarop deze nummers worden gepresenteerd. De akoestische nummers zijn allen opgenomen op 31 maart 1976 in Hammersmith Odeon.
Voor Old Laughing Lady was het de eerste keer in ruim 6 jaar dat hij het weer eens speelde. Voor de gelegenheid heeft hij er een coda aan vastgeplakt, Guilty Train. Deze versie zou ook in het najaar gespeeld worden en in die hoedanigheid op Songs for Judy terechtkomen. Hoe dan ook, het is een ijzersterk gespeelde uitvoering van dit nummer, naar mijn mening beter dat de versie van Songs for Judy en de album versie. Aan het eind van het nummer hoor je het publiek diverse verzoekjes schreeuwen, waaronder Flying on the Ground (tot twee keer toe zelfs), Homefires en iemand die verzoekt of Neil ze kan vragen hun mond te houden. ‘You’ll have to elect a leader among you’, zegt hij alvorens hij After the Gold Rush inzet.
Nu heb ik Gold Rush al honderden keren gehoord, zowel live als de studioversie, waardoor je de nuances er zo uitpikt. Deze versie ligt dicht tegen de studioversie aan, de Franse hoorn is vervangen door harmonica (niet voor het laatst), maar de crux zit hem in het burned-out basement gedeelte, waar hij net even wat meer emotie in sommige zinsneden legt en de outro, een gevoelig stukje pianospel, waarbij hij het leitmotiv als basis heeft gebruikt.
Ook Too Far Gone verschilt niet veel van de live versie op Songs for Judy, en helaas ontbreekt net als op Songs for Judy de mandoline van Sampedro die de studio-versie wel had. Het nummer kan op waardering rekenen van het publiek, zeker bij zinsneden als ‘we had drugs and we had booze’. Al met al prima gespeeld, maar liever had ik No One Seems to Know gehoord. Ook hier horen we na afloop een verzoekje, I am a Child. Zou hij overigens geen gehoor aan geven. In plaats daarvan speelt hij Old Man.
Ook bij Old Man draait het om de nuances, het nummer wordt met net iets minder overgave gespeeld dan bijvoorbeeld op Live at Massey Hall, maar soms houdt hij een noot wat langer vast, zoals bij ‘you can tell that it’s true’, waardoor het net iets melancholischer wordt. Ook de emotie die hij in het laatste refrein legt is erg mooi. Het is natuurlijk best wrang, ruim 5 jaar eerder schreef hij dit nummer vlak voor hij Carrie zou ontmoeten, inmiddels was de relatie alweer twee jaar voorbij, waardoor het nummer weer 'klopt': 'live along in paradise'. De cirkel des levens.
Met Stringman sluiten we het akoestische deel van dit album af. De geluidskwaliteit is hier iets beter dan op Look Out for My Love, het toevoegen van de overdubs een dag na dit concert bracht wat ruis met zich mee. Ik kan niet genoeg de loftrompet blazen wat dit nummer betreft. Het is gewoon spot-on, qua zang, emotie, pianospel. Ook zonder de overdubs staat het nummer als een huis. Het publiek is muisstil tijdens de eerste uitvoering ooit van dit nummer.
Maar goed, een akoestisch Neil Young album uit 1976 hadden we natuurlijk al, en ondanks de twee ‘nieuwe’ nummers ten opzichte van die Songs For Judy; Old Man en Stringman horen we hier eindelijk voor het eerst op een officiële release hoe goed Crazy Horse anno 1976 klonk. We gaan het ook niet hebben over de outtakes, zoals Country Home, dat tot mijn grote spijt ontbreekt, ook al is het wat ‘losjes’ gespeeld op Yesteryear of the Horse, en Like a Hurricane, waarvan de live versie in Hammersmith Odeon uiteindelijk als bonus op de DVD-A van American Stars ’n Bars zou komen en zelfs met enige regelmaat op VH1 classic voorbij is gekomen. Neen, we moeten het doen met wat er is. En dat is verdomde goed.
Op Cowgirl in the Sand na, dat op 11 maart opgenomen is, zijn alle nummers afkomstig van het concert van 10 maart in de Nippon Budokan Hall in Tokyo. Toen Neil met Crazy Horse landde in Japan werden ontvangen door een zee van jongeren; het leek wel alsof we The Beatles waren, aldus de nieuwe gitarist van de band, Frank Sampedro. Eén van de concerten in Tokyo zou gefilmd worden voor een documentaire; hieraan wordt nog gewerkt, deze zou in 2021 uit moeten komen, maar ja, dat hebben we eerder gehoord.
Enfin, Sampedro had samen met Billy Talbot LSD genomen, zonder dat mede te delen aan de rest van de band. Tijdens Cowgirl in the Sand liepen ze naar de microfoon om hun harmoniezang te verzorgen en toen ze hun ogen open deden zagen reusachtige mandala’s uit hun achterhoofd komen; ze waren blijkbaar zo high dat ze hun hoofd niet eens rechtop konden houden. Neil merkte droogjes op: jongens, het is echt een psychedelische avond vandaag. Wist hij veel. De rest van de avond zou foutloos verlopen, althans in de ogen van Sampedro.
Het vertrek richting Europa ging niet zonder slag of stoot. Op het vliegveld ontstond een woordenwisseling tussen Young en een Japanse meneer die hem een pakketje probeerde te overhandigen. In een moment van helderheid realiseerde Sampedro zich dat het hun paspoorten en tickets waren. Nog steeds high als een konijn zien ze ineens mannen met machinegeweren staan, waarop Sampedro rechtsomkeert maakte, zo het vliegveld uit. Het kostte wat tijd om hem te overtuigen dat het cameramensen waren, die beelden aan het schieten waren voor de docu.
Eenmaal geland in Amsterdam werd er een flinke hoeveelheid has gescoord, die nog niet op pas tegen de tijd dat ze van Duitsland naar Frankrijk vlogen. Toen ze goed en wel aan boord zaten en ze dus dachten het spul succesvol door de douane te hebben gemokkeld, werden ze van boord gehaald, door bewakers, dit keer wél met geweren. Bleek dat ze alleen een handtekening wilden…
De Drive back die werd opgenomen op 10 Maart, had bijna al op Decade gestaan, evenals Pushed it Over the End van de CSNY 1974 tour. Op het laatste moment besliste Neil echter anders. We moesten het tot 2020 dus doen met de album versie, die op Zuma stond. Jammer, want deze Drive Back overtreft de studio versie ruimschoots. De manier waarom de drums erin komen na de eerste noten van Neil Young op gitaar is geweldig.
Dat de heren zeker niet nuchter op het podium stonden is te horen bij het intro van Don’t Cry No Tears, waar Neil na het gehuil van een hond na te hebben gedaan vraagt of er ‘hounds in the house’ zijn. Deze bewerking van I Wonder doet het ook live erg goed, de harmoniezang van Talbot, Sampedro en Molina is niet van het niveau CSN, maar werkt goed. Ook de groove die Molina en Talbot neerleggen is meer dan prima, vooral de funky bas van Talbot. Het nummer is net als de rest opvallend compact gespeeld (in tegenstelling tot concerten van recenter jaren), zo duurt ook Cowgirl in the Sand maar 4:55, nog niet de helft van de album versie. Kwaliteit over kwantiteit.
Lotta Love was in die tijd een Live Staple, ook op Live Rust én de concertfilm Rust Never Sleeps zou het nummer staan. Op het nummer is piano te horen, de credits op de info card geven echter aan dat zowel Young als Sampedro gitaar spelen. Dit lijkt een foutje, want op de beelden van het concert zit Poncho aan een keyboard. De gitaar die Young gebruikt is zijn witte Gretch, met een stereo pick-up, wat kan verklaren dat de gitaar ‘dubbel’ klinkt, op Live Rust gebruikt hij een akoestische gitaar. De harmoniezang is overigens van Talbot en Molina. Het blijft een A-typisch Crazy Horse nummer, wat maar eens aangeeft hoezeer de band in vorm was in deze tijd, ook al moest Young als gevolg van het wat beperktere gitaarspel van Sampedro wat meer ‘simpele’ nummers schrijven.
We sluiten Odeon/Budokan af met Cortez the Killer. Net als Cowgirl in the Sand korter dan de album versie, hetgeen zeer ongewoon is voor Young, al is het verschil hier slechts 30 seconden. Voornaamste verschil is het inkorten van het intro met ruim 1,5 minuut, wat hem de ruimte geeft om de solo in het midden van het nummer wat uit te breiden. Hier valt het snerpende gitaarspel op, hij soleert redelijk vrij. Dit is één van de vroegst bekende uitvoeringen van het nummer ooit, anno 2020 heeft hij het nummer zeker 542 keer gespeeld, dit is voor zover bekend pas de zesde keer. Het gepluk aan zijn gitaar op het einde zou hij later veel uitgebreider doen, onder andere op Live Rust. De harmoniezang is hier nog niet zo uitbundig als latere jaren, maar het door sommigen zo verfoeide ‘Inca-accent’ laat hij hier achterwege.
Ook al is het slechts een beknopte weergave van een live concert en is de akoestische kant, hoe goed ook (met name Old Laughing Lady en Stringman) een beetje dubbelop, de Crazy Horse nummers maken dit meer dan goed. Toch is het jammer dat we niet direct een uitgebreide versie krijgen met ook Like a Hurricane, Country Home en No One Seems to Know. Laten we hopen dat Neil de belofte van een concertfilm waar maakt. Al met al kom ik voor deze schijf uit op een 4,5*.
Alhoewel deze schijf chronologisch gezien past in het midden van Look Out For My Love, heeft Neil ervoor gekozen om Odeon/Budokan afsluiter van Vol. II te laten zijn. Het verbaasde me in eerste instantie dat er maar tien nummers op deze plaat staan, temeer omdat de bootleg DVD Yesteryear of the Horse er veertien bevat. Opvallend genoeg is de entry op de timeline op Neil’s site voor Odeon/Budokan nog niet verdwenen, Neil zelf gaf aan middels zijn Letters to the Editor dat er nog gewerkt wordt aan een film en een ‘extended’ edition van het album.
Sowieso was het wellicht wat opportuun om te verwachten dat deze schijf een heel concert zou bevatten, ten eerste omdat de concerten minimaal 90 minuten duurden en ten tweede omdat het in1976 in tegenstelling tot tegenwoordig niet ongewoon was om een live album tot één LP van ca. 40 minuten in te korten. Binnen Young’s eigen oeuvre zijn Live at the Fillmore East (alhoewel later uitgebracht) en Time Fades Away daar goede voorbeelden van. Maar ook The Who’s legendarische album Live at Leeds omvatte maar één LP. Bovendien staan er twee nummers van deze tour, Mellow My Mind en Midnight on the Bay op Look Out For My Love.
Het album is, vergelijkbaar met het semi-live album Rust Never Sleeps, opkenipt in twee delen; op vinyl was kant één akoestisch geweest en kant twee elektrisch. De naam van deze schijf, Odeon/Budokan, verraad ook al een klein beetje de volgorde waarop deze nummers worden gepresenteerd. De akoestische nummers zijn allen opgenomen op 31 maart 1976 in Hammersmith Odeon.
Voor Old Laughing Lady was het de eerste keer in ruim 6 jaar dat hij het weer eens speelde. Voor de gelegenheid heeft hij er een coda aan vastgeplakt, Guilty Train. Deze versie zou ook in het najaar gespeeld worden en in die hoedanigheid op Songs for Judy terechtkomen. Hoe dan ook, het is een ijzersterk gespeelde uitvoering van dit nummer, naar mijn mening beter dat de versie van Songs for Judy en de album versie. Aan het eind van het nummer hoor je het publiek diverse verzoekjes schreeuwen, waaronder Flying on the Ground (tot twee keer toe zelfs), Homefires en iemand die verzoekt of Neil ze kan vragen hun mond te houden. ‘You’ll have to elect a leader among you’, zegt hij alvorens hij After the Gold Rush inzet.
Nu heb ik Gold Rush al honderden keren gehoord, zowel live als de studioversie, waardoor je de nuances er zo uitpikt. Deze versie ligt dicht tegen de studioversie aan, de Franse hoorn is vervangen door harmonica (niet voor het laatst), maar de crux zit hem in het burned-out basement gedeelte, waar hij net even wat meer emotie in sommige zinsneden legt en de outro, een gevoelig stukje pianospel, waarbij hij het leitmotiv als basis heeft gebruikt.
Ook Too Far Gone verschilt niet veel van de live versie op Songs for Judy, en helaas ontbreekt net als op Songs for Judy de mandoline van Sampedro die de studio-versie wel had. Het nummer kan op waardering rekenen van het publiek, zeker bij zinsneden als ‘we had drugs and we had booze’. Al met al prima gespeeld, maar liever had ik No One Seems to Know gehoord. Ook hier horen we na afloop een verzoekje, I am a Child. Zou hij overigens geen gehoor aan geven. In plaats daarvan speelt hij Old Man.
Ook bij Old Man draait het om de nuances, het nummer wordt met net iets minder overgave gespeeld dan bijvoorbeeld op Live at Massey Hall, maar soms houdt hij een noot wat langer vast, zoals bij ‘you can tell that it’s true’, waardoor het net iets melancholischer wordt. Ook de emotie die hij in het laatste refrein legt is erg mooi. Het is natuurlijk best wrang, ruim 5 jaar eerder schreef hij dit nummer vlak voor hij Carrie zou ontmoeten, inmiddels was de relatie alweer twee jaar voorbij, waardoor het nummer weer 'klopt': 'live along in paradise'. De cirkel des levens.
Met Stringman sluiten we het akoestische deel van dit album af. De geluidskwaliteit is hier iets beter dan op Look Out for My Love, het toevoegen van de overdubs een dag na dit concert bracht wat ruis met zich mee. Ik kan niet genoeg de loftrompet blazen wat dit nummer betreft. Het is gewoon spot-on, qua zang, emotie, pianospel. Ook zonder de overdubs staat het nummer als een huis. Het publiek is muisstil tijdens de eerste uitvoering ooit van dit nummer.
Maar goed, een akoestisch Neil Young album uit 1976 hadden we natuurlijk al, en ondanks de twee ‘nieuwe’ nummers ten opzichte van die Songs For Judy; Old Man en Stringman horen we hier eindelijk voor het eerst op een officiële release hoe goed Crazy Horse anno 1976 klonk. We gaan het ook niet hebben over de outtakes, zoals Country Home, dat tot mijn grote spijt ontbreekt, ook al is het wat ‘losjes’ gespeeld op Yesteryear of the Horse, en Like a Hurricane, waarvan de live versie in Hammersmith Odeon uiteindelijk als bonus op de DVD-A van American Stars ’n Bars zou komen en zelfs met enige regelmaat op VH1 classic voorbij is gekomen. Neen, we moeten het doen met wat er is. En dat is verdomde goed.
Op Cowgirl in the Sand na, dat op 11 maart opgenomen is, zijn alle nummers afkomstig van het concert van 10 maart in de Nippon Budokan Hall in Tokyo. Toen Neil met Crazy Horse landde in Japan werden ontvangen door een zee van jongeren; het leek wel alsof we The Beatles waren, aldus de nieuwe gitarist van de band, Frank Sampedro. Eén van de concerten in Tokyo zou gefilmd worden voor een documentaire; hieraan wordt nog gewerkt, deze zou in 2021 uit moeten komen, maar ja, dat hebben we eerder gehoord.
Enfin, Sampedro had samen met Billy Talbot LSD genomen, zonder dat mede te delen aan de rest van de band. Tijdens Cowgirl in the Sand liepen ze naar de microfoon om hun harmoniezang te verzorgen en toen ze hun ogen open deden zagen reusachtige mandala’s uit hun achterhoofd komen; ze waren blijkbaar zo high dat ze hun hoofd niet eens rechtop konden houden. Neil merkte droogjes op: jongens, het is echt een psychedelische avond vandaag. Wist hij veel. De rest van de avond zou foutloos verlopen, althans in de ogen van Sampedro.
Het vertrek richting Europa ging niet zonder slag of stoot. Op het vliegveld ontstond een woordenwisseling tussen Young en een Japanse meneer die hem een pakketje probeerde te overhandigen. In een moment van helderheid realiseerde Sampedro zich dat het hun paspoorten en tickets waren. Nog steeds high als een konijn zien ze ineens mannen met machinegeweren staan, waarop Sampedro rechtsomkeert maakte, zo het vliegveld uit. Het kostte wat tijd om hem te overtuigen dat het cameramensen waren, die beelden aan het schieten waren voor de docu.
Eenmaal geland in Amsterdam werd er een flinke hoeveelheid has gescoord, die nog niet op pas tegen de tijd dat ze van Duitsland naar Frankrijk vlogen. Toen ze goed en wel aan boord zaten en ze dus dachten het spul succesvol door de douane te hebben gemokkeld, werden ze van boord gehaald, door bewakers, dit keer wél met geweren. Bleek dat ze alleen een handtekening wilden…
De Drive back die werd opgenomen op 10 Maart, had bijna al op Decade gestaan, evenals Pushed it Over the End van de CSNY 1974 tour. Op het laatste moment besliste Neil echter anders. We moesten het tot 2020 dus doen met de album versie, die op Zuma stond. Jammer, want deze Drive Back overtreft de studio versie ruimschoots. De manier waarom de drums erin komen na de eerste noten van Neil Young op gitaar is geweldig.
Dat de heren zeker niet nuchter op het podium stonden is te horen bij het intro van Don’t Cry No Tears, waar Neil na het gehuil van een hond na te hebben gedaan vraagt of er ‘hounds in the house’ zijn. Deze bewerking van I Wonder doet het ook live erg goed, de harmoniezang van Talbot, Sampedro en Molina is niet van het niveau CSN, maar werkt goed. Ook de groove die Molina en Talbot neerleggen is meer dan prima, vooral de funky bas van Talbot. Het nummer is net als de rest opvallend compact gespeeld (in tegenstelling tot concerten van recenter jaren), zo duurt ook Cowgirl in the Sand maar 4:55, nog niet de helft van de album versie. Kwaliteit over kwantiteit.
Lotta Love was in die tijd een Live Staple, ook op Live Rust én de concertfilm Rust Never Sleeps zou het nummer staan. Op het nummer is piano te horen, de credits op de info card geven echter aan dat zowel Young als Sampedro gitaar spelen. Dit lijkt een foutje, want op de beelden van het concert zit Poncho aan een keyboard. De gitaar die Young gebruikt is zijn witte Gretch, met een stereo pick-up, wat kan verklaren dat de gitaar ‘dubbel’ klinkt, op Live Rust gebruikt hij een akoestische gitaar. De harmoniezang is overigens van Talbot en Molina. Het blijft een A-typisch Crazy Horse nummer, wat maar eens aangeeft hoezeer de band in vorm was in deze tijd, ook al moest Young als gevolg van het wat beperktere gitaarspel van Sampedro wat meer ‘simpele’ nummers schrijven.
We sluiten Odeon/Budokan af met Cortez the Killer. Net als Cowgirl in the Sand korter dan de album versie, hetgeen zeer ongewoon is voor Young, al is het verschil hier slechts 30 seconden. Voornaamste verschil is het inkorten van het intro met ruim 1,5 minuut, wat hem de ruimte geeft om de solo in het midden van het nummer wat uit te breiden. Hier valt het snerpende gitaarspel op, hij soleert redelijk vrij. Dit is één van de vroegst bekende uitvoeringen van het nummer ooit, anno 2020 heeft hij het nummer zeker 542 keer gespeeld, dit is voor zover bekend pas de zesde keer. Het gepluk aan zijn gitaar op het einde zou hij later veel uitgebreider doen, onder andere op Live Rust. De harmoniezang is hier nog niet zo uitbundig als latere jaren, maar het door sommigen zo verfoeide ‘Inca-accent’ laat hij hier achterwege.
Ook al is het slechts een beknopte weergave van een live concert en is de akoestische kant, hoe goed ook (met name Old Laughing Lady en Stringman) een beetje dubbelop, de Crazy Horse nummers maken dit meer dan goed. Toch is het jammer dat we niet direct een uitgebreide versie krijgen met ook Like a Hurricane, Country Home en No One Seems to Know. Laten we hopen dat Neil de belofte van een concertfilm waar maakt. Al met al kom ik voor deze schijf uit op een 4,5*.
