Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ari & Mia - Sew the City (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 april 2019, 09:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ari & Mia - Sew The City - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ari & Mia - Sew The City
Ari & Mia hebben met een zeer beperkt aantal instrumenten en met twee stemmen een zeer traditioneel, maar ook spannend en mooi folk album gemaakt
In eerste instantie werd ik nog wat onrustig van de dominante banjoklanken op de nieuwe plaat van Ari & Mia, maar hoe vaker ik Sew The City hoor, hoe meer ik overtuigd raak van het talent van de zussen Ariel en Mia Friedman. Het tweetal uit Boston kiest voor zeer sobere klanken van met name banjo en cello, voegt hier mooie en bijzondere stemmen aan toe en laat zich in muzikaal opzicht vooral beïnvloedden door stokoude Appalachen folk. Het klinkt allemaal erg sober, maar luister net wat beter en je hoort alle mooie en bijzondere details op dit met veel gevoel gemaakte album.
Ariel en Mia Friedman, ook bekend als Ari & Mia, zijn twee zussen uit Boston. De afgelopen jaren brachten ze al een viertal albums uit, maar ik ken het tweetal pas sinds de release van hun vijfde album. Sew The City verscheen een paar weken geleden, maar duikt nu pas op bij de streaming media diensten.
Het is een album dat me niet direct te pakken had, al is het maar omdat ik vaak wat onrustig wordt van een banjo en dat instrument speelt een zeer voorname rol op het nieuwe album van Ari & Mia. Na enige gewenning vind ik dit album echter mooier en mooier en de rek is er nog niet uit.
De twee zussen lieten dit keer het mondaine Boston achter zich en sloten zich op in een boerderij op het platteland van Maine, waar in alle rust kon worden gewerkt aan het nieuwe album. Op het Amerikaanse platteland hadden de zussen Friedman niet veel nodig. Mia Friedman speelt banjo, viool en zingt, terwijl Ariel Friedman naast vocalen vooral cello en in twee tracks percussie toevoegt aan het geluid van Ari & Mia.
Het tweetal maakt op Sew The City traditioneel aandoende folk. Het is folk die je mee terugneemt naar de pioniersdagen van de Appalachen folk, maar ik hoor ook bluegrass invloeden in de muziek van het tweetal waardoor de veel gelezen vergelijking met Gillian Welch wat mij betreft maar ten dele op gaat.
De instrumentatie op het nieuwe album van Ari & Mia is uiterst sober. In de meeste tracks horen we vooral de banjo van Mia Friedman, waaraan fraaie accenten worden toegevoegd door de cello van Ariel Friedman. Ik hou persoonlijk wel van een wat vollere instrumentatie of productie en moest daarom wel even wennen aan het bijna kale geluid op Sew The City.
Bij beluistering van het nieuwe album van Ari & Mia blijkt echter maar weer eens dat the devil in the details zit. De zussen Friedman produceren met zeer beperkte middelen een geluid dat weliswaar sober klinkt, maar dat ook opvallend gevarieerd is. Hoewel vrijwel alle tracks worden gedomineerd door de banjo, klinkt geen enkele track precies hetzelfde. Ari & Mia variëren op subtiele wijze in hun geluid en slagen er steeds weer in om te betoveren met bijzondere accenten of variaties.
Betoveren doet het tweetal ook met de zang op Sew The City. Zowel Ari als Mia is voorzien van een bijzonder en expressief stemgeluid. De stemmen van de twee klinken individueel prachtig, maar wanneer de stemmen van de zussen samensmelten wordt het nog net wat mooier.
Sew The City is zeker geen makkelijk album en het is er een voor de liefhebbers van nogal traditionele muziek, maar voor de liefhebbers is het een plaat die steeds meer moois laat horen en die bovendien laat horen dat de zussen Friedman zeer getalenteerd zijn. Van mij hoeft het niet altijd zo traditioneel, maar na een paar keer horen was ook ik om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ari & Mia - Sew The City - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ari & Mia - Sew The City
Ari & Mia hebben met een zeer beperkt aantal instrumenten en met twee stemmen een zeer traditioneel, maar ook spannend en mooi folk album gemaakt
In eerste instantie werd ik nog wat onrustig van de dominante banjoklanken op de nieuwe plaat van Ari & Mia, maar hoe vaker ik Sew The City hoor, hoe meer ik overtuigd raak van het talent van de zussen Ariel en Mia Friedman. Het tweetal uit Boston kiest voor zeer sobere klanken van met name banjo en cello, voegt hier mooie en bijzondere stemmen aan toe en laat zich in muzikaal opzicht vooral beïnvloedden door stokoude Appalachen folk. Het klinkt allemaal erg sober, maar luister net wat beter en je hoort alle mooie en bijzondere details op dit met veel gevoel gemaakte album.
Ariel en Mia Friedman, ook bekend als Ari & Mia, zijn twee zussen uit Boston. De afgelopen jaren brachten ze al een viertal albums uit, maar ik ken het tweetal pas sinds de release van hun vijfde album. Sew The City verscheen een paar weken geleden, maar duikt nu pas op bij de streaming media diensten.
Het is een album dat me niet direct te pakken had, al is het maar omdat ik vaak wat onrustig wordt van een banjo en dat instrument speelt een zeer voorname rol op het nieuwe album van Ari & Mia. Na enige gewenning vind ik dit album echter mooier en mooier en de rek is er nog niet uit.
De twee zussen lieten dit keer het mondaine Boston achter zich en sloten zich op in een boerderij op het platteland van Maine, waar in alle rust kon worden gewerkt aan het nieuwe album. Op het Amerikaanse platteland hadden de zussen Friedman niet veel nodig. Mia Friedman speelt banjo, viool en zingt, terwijl Ariel Friedman naast vocalen vooral cello en in twee tracks percussie toevoegt aan het geluid van Ari & Mia.
Het tweetal maakt op Sew The City traditioneel aandoende folk. Het is folk die je mee terugneemt naar de pioniersdagen van de Appalachen folk, maar ik hoor ook bluegrass invloeden in de muziek van het tweetal waardoor de veel gelezen vergelijking met Gillian Welch wat mij betreft maar ten dele op gaat.
De instrumentatie op het nieuwe album van Ari & Mia is uiterst sober. In de meeste tracks horen we vooral de banjo van Mia Friedman, waaraan fraaie accenten worden toegevoegd door de cello van Ariel Friedman. Ik hou persoonlijk wel van een wat vollere instrumentatie of productie en moest daarom wel even wennen aan het bijna kale geluid op Sew The City.
Bij beluistering van het nieuwe album van Ari & Mia blijkt echter maar weer eens dat the devil in the details zit. De zussen Friedman produceren met zeer beperkte middelen een geluid dat weliswaar sober klinkt, maar dat ook opvallend gevarieerd is. Hoewel vrijwel alle tracks worden gedomineerd door de banjo, klinkt geen enkele track precies hetzelfde. Ari & Mia variëren op subtiele wijze in hun geluid en slagen er steeds weer in om te betoveren met bijzondere accenten of variaties.
Betoveren doet het tweetal ook met de zang op Sew The City. Zowel Ari als Mia is voorzien van een bijzonder en expressief stemgeluid. De stemmen van de twee klinken individueel prachtig, maar wanneer de stemmen van de zussen samensmelten wordt het nog net wat mooier.
Sew The City is zeker geen makkelijk album en het is er een voor de liefhebbers van nogal traditionele muziek, maar voor de liefhebbers is het een plaat die steeds meer moois laat horen en die bovendien laat horen dat de zussen Friedman zeer getalenteerd zijn. Van mij hoeft het niet altijd zo traditioneel, maar na een paar keer horen was ook ik om. Erwin Zijleman
Ariella - CryBaby (2024)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2024, 11:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ariella - CryBaby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ariella - CryBaby
Ariella is de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die probeert op te vallen met een mix van indiepop en indierock en wat mij slaagt ze hier in met een net wat anders klinkend geluid en een serie prima songs
Ariella maakte deel uit van de bloeiende indiepop en indierock scene van Los Angeles, maar besloot na haar opleiding eens een jaartje in Nashville te gaan kijken. Dat is een wijs besluit geweest, want de impulsen uit Nashville die zijn te horen op haar debuutalbum CryBaby zorgen er voor dat de jonge Amerikaanse muzikante zich weet te onderscheiden van al die andere indiepop zangeressen uit Los Angeles. CryBaby is in muzikaal en productioneel opzicht een prima album en ondanks het feit dat Ariella zingt zoals dat binnen de indiepop momenteel gewoon is, laat ook haar zang een goede indruk achter. Het wordt steeds drukker in het genre, maar deze laat ik toch niet liggen.
Ik las pas mijn recensie van het debuutalbum van Phoebe Bridgers nog eens door. Stranger In The Alps is inmiddels net iets meer dan zeven jaar oud en wat is er in die zeven jaar veel veranderd. Ik vergeleek Phoebe Bridgers zeven jaar geleden met een aantal muzikanten die ze inmiddels al lang en ook ver voorbij is gestreefd. Inmiddels is ze echter zelf zo ongeveer het meest genoemde vergelijkingsmateriaal voor jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop.
Ook bij beluistering van CryBaby, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ariella, moest ik onmiddellijk aan Phoebe Bridgers denken. De vergelijking met Phoebe Bridgers is voor mij zo langzamerhand overigens al lang geen pré meer, want ik heb inmiddels stapels albums gehoord die me aan de muziek van een van de indiepop iconen van het moment doen denken. Ook het debuutalbum van Ariella schoof ik daarom in eerste instantie opzij, maar CryBaby heeft iets bijzonders dat me toch steeds weer naar het album trok.
Bij oppervlakkige beluistering klinken zowel de muziek als de zang van Ariella bekend in de oren, maar luister wat beter en je hoort dat de muzikante uit Los Angeles wel degelijk iets nieuws te bieden heeft. Dat hoorde ik in eerste instantie vooral in de instrumentatie van het album. Ariella verwerkt meer dan eens invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en is ook niet vies van een net wat steviger gitaargeluid.
Ook Phoebe Bridgers is natuurlijk niet vies van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, maar CryBaby van Ariella klinkt toch anders. De in Los Angeles geboren en getogen muzikante verbleef een jaar in Nashville en dat hoor je op haar debuutalbum, dat met één been in Nashville en één been in Los Angeles staat.
Ik heb helaas nauwelijks informatie over CryBaby van Ariella en weet bijvoorbeeld niet wie het album heeft geproduceerd, maar ik ben wel onder de indruk van de productie van het album, dat in muzikaal opzicht veel spannender is dan in eerste instantie het geval lijkt en dat verschillende invloeden fraai combineert in een aansprekend maar ook voorzichtig eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat af en toe best stevig is aangezet, maar het is ook een geluid waarin de mooie stem van Ariella centraal staat. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die lijkt op die van flink wat van haar soortgenoten, maar die ook hier en daar het experiment zoekt en zo ongeveer het eerste experiment met elektronisch vervormde stemmen dat me bevalt laat horen. Als Ariella niet zingt mogen de prima muzikanten die op het album te horen zijn (helaas kan ik ook hier geen informatie over vinden) de ruimte pakken, wat fraaie passages oplevert.
Ariella is volgens mij nog piepjong, waardoor de persoonlijke songs op het album vooral gaan over relatie- en coming of age perikelen, maar de muzikante uit Los Angeles kreeg ook al het nodige leed voor haar kiezen, wat je terug hoort in de songs met net wat meer melancholie. Het album klinkt sowieso wat donker en bedompt voor een album uit het zonnige Los Angeles, maar dat geeft het debuutalbum van Ariella ook een eigen gezicht.
De aandacht van de Amerikaanse muziekpers heeft Ariella helaas nog niet getrokken en buiten de VS kom ik nog helemaal niets over haar tegen, maar liefhebbers van vrouwelijke indiepop en indierock moeten dit album zeker eens een kans geven. Ik raak zelf steeds meer gecharmeerd van de muziek van Ariella. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ariella - CryBaby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ariella - CryBaby
Ariella is de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die probeert op te vallen met een mix van indiepop en indierock en wat mij slaagt ze hier in met een net wat anders klinkend geluid en een serie prima songs
Ariella maakte deel uit van de bloeiende indiepop en indierock scene van Los Angeles, maar besloot na haar opleiding eens een jaartje in Nashville te gaan kijken. Dat is een wijs besluit geweest, want de impulsen uit Nashville die zijn te horen op haar debuutalbum CryBaby zorgen er voor dat de jonge Amerikaanse muzikante zich weet te onderscheiden van al die andere indiepop zangeressen uit Los Angeles. CryBaby is in muzikaal en productioneel opzicht een prima album en ondanks het feit dat Ariella zingt zoals dat binnen de indiepop momenteel gewoon is, laat ook haar zang een goede indruk achter. Het wordt steeds drukker in het genre, maar deze laat ik toch niet liggen.
Ik las pas mijn recensie van het debuutalbum van Phoebe Bridgers nog eens door. Stranger In The Alps is inmiddels net iets meer dan zeven jaar oud en wat is er in die zeven jaar veel veranderd. Ik vergeleek Phoebe Bridgers zeven jaar geleden met een aantal muzikanten die ze inmiddels al lang en ook ver voorbij is gestreefd. Inmiddels is ze echter zelf zo ongeveer het meest genoemde vergelijkingsmateriaal voor jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop.
Ook bij beluistering van CryBaby, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ariella, moest ik onmiddellijk aan Phoebe Bridgers denken. De vergelijking met Phoebe Bridgers is voor mij zo langzamerhand overigens al lang geen pré meer, want ik heb inmiddels stapels albums gehoord die me aan de muziek van een van de indiepop iconen van het moment doen denken. Ook het debuutalbum van Ariella schoof ik daarom in eerste instantie opzij, maar CryBaby heeft iets bijzonders dat me toch steeds weer naar het album trok.
Bij oppervlakkige beluistering klinken zowel de muziek als de zang van Ariella bekend in de oren, maar luister wat beter en je hoort dat de muzikante uit Los Angeles wel degelijk iets nieuws te bieden heeft. Dat hoorde ik in eerste instantie vooral in de instrumentatie van het album. Ariella verwerkt meer dan eens invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en is ook niet vies van een net wat steviger gitaargeluid.
Ook Phoebe Bridgers is natuurlijk niet vies van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, maar CryBaby van Ariella klinkt toch anders. De in Los Angeles geboren en getogen muzikante verbleef een jaar in Nashville en dat hoor je op haar debuutalbum, dat met één been in Nashville en één been in Los Angeles staat.
Ik heb helaas nauwelijks informatie over CryBaby van Ariella en weet bijvoorbeeld niet wie het album heeft geproduceerd, maar ik ben wel onder de indruk van de productie van het album, dat in muzikaal opzicht veel spannender is dan in eerste instantie het geval lijkt en dat verschillende invloeden fraai combineert in een aansprekend maar ook voorzichtig eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat af en toe best stevig is aangezet, maar het is ook een geluid waarin de mooie stem van Ariella centraal staat. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die lijkt op die van flink wat van haar soortgenoten, maar die ook hier en daar het experiment zoekt en zo ongeveer het eerste experiment met elektronisch vervormde stemmen dat me bevalt laat horen. Als Ariella niet zingt mogen de prima muzikanten die op het album te horen zijn (helaas kan ik ook hier geen informatie over vinden) de ruimte pakken, wat fraaie passages oplevert.
Ariella is volgens mij nog piepjong, waardoor de persoonlijke songs op het album vooral gaan over relatie- en coming of age perikelen, maar de muzikante uit Los Angeles kreeg ook al het nodige leed voor haar kiezen, wat je terug hoort in de songs met net wat meer melancholie. Het album klinkt sowieso wat donker en bedompt voor een album uit het zonnige Los Angeles, maar dat geeft het debuutalbum van Ariella ook een eigen gezicht.
De aandacht van de Amerikaanse muziekpers heeft Ariella helaas nog niet getrokken en buiten de VS kom ik nog helemaal niets over haar tegen, maar liefhebbers van vrouwelijke indiepop en indierock moeten dit album zeker eens een kans geven. Ik raak zelf steeds meer gecharmeerd van de muziek van Ariella. Erwin Zijleman
Arima Ederra - A Rush to Nowhere (2026)

4,0
0
geplaatst: 12 maart, 07:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere
De Amerikaans-Ethiopische muzikante Arima Ederra maakt muziek die (te) makkelijk in het hokje R&B zal worden geduwd, maar A Rush To Nowhere is echt in geen enkel opzicht een standaard of doorsnee R&B-album
Er zijn albums die bijna schreeuwen om beluistering met de koptelefoon en A Rush To Nowhere van Arima Ederra is zo’n album. Bij oppervlakkige beluistering hoor je lome beats en verleidelijke vocalen, maar de muzikante uit Los Angeles heeft veel meer te bieden. Ze heeft een album gemaakt dat in muzikaal opzicht blijft verrassen en betoveren en ook de stem van Arima Ederra wordt alleen maar mooier als je hem vaker hoort. Haar een paar jaar geleden verschenen debuutalbum was al interessant, maar A Rush To Nowhere is nog veel beter. Pak de koptelefoon erbij en je blijft je verbazen over alle muzikale wendingen op het album, dat me na een paar keer horen zeer dierbaar is.
Arima Ederra debuteerde in 2022 met het album An Orange Colored Day. De Amerikaanse muzikante met Ethiopische wortels kreeg destijds vooral het label R&B opgeplakt, maar haar debuutalbum was in geen enkel opzicht een standaard R&B album. Ik vond An Orange Colored Day een interessant album, maar vond het uiteindelijk net niet bijzonder of goed genoeg voor een recensie.
Toen ik het album deze week beluisterde, dacht ik daar overigens anders over, want An Orange Colored Day is een eigenzinnig album waar de muzikaliteit van af spat. Arima Ederra heeft het zo bijzondere geluid van haar debuutalbum geperfectioneerd op haar deze week verschenen tweede album A Rush To Nowhere.
Het is een album dat ik zeker had verwacht in de lijstjes met aanbevelingen van muziekwebsites als Pitchfork en Paste, maar die maakten in deze overvolle releaseweek andere keuzes. Zelf schaar ik het tweede album van de muzikante uit Los Angeles wel onder de beste albums van deze week.
Er is nog niet heel veel aandacht voor het nieuwe album van Arima Ederra, maar ook A Rush To Nowhere wordt hier en daar te makkelijk in het hokje R&B geduwd. Nog meer dan op haar debuutalbum verwerkt de Amerikaanse muzikante op haar tweede album echter zeer uiteenlopende invloeden.
Invloeden van de R&B maken hier zeker deel van uit, maar ook invloeden uit de soul, jazz, folk en pop hebben hun weg gevonden naar de muziek van Arima Ederra en hier blijft het niet bij. Het is muziek die vanaf de eerste noten van het album de fantasie prikkelt, want er gebeurt echt van alles op A Rush To Nowhere.
Het doet me qua geluid af en toe wel wat denken aan het briljante album van Mk.gee, die het geluid van Prince uit de jaren 80 het heden in haalde. Ook het album van Arima Ederra heeft soms een Prince vibe, al is het een vibe die het genie uit Minneapolis zelf niet meer heeft kunnen bedenken.
A Rush To Nowhere heeft een lekker loom en broeierig geluid, maar het is ook een geluid waarin van alles gebeurt. De ene keer komen de bijzondere accenten van bijzondere ritmes, de andere keer van bijzondere synths, maar er is altijd wel iets dat de aandacht trekt. Op hetzelfde moment is de muziek op het album bijzonder toegankelijk.
Arima Ederra deed voor haar tweede album een beroep op topproducers Teo Halm, Caleb Laven en Solomonphonic. Dat zijn producers die ik in mijn muzikale bubbel niet vaak tegenkom, maar ze hebben van A Rush To Nowhere een prachtig klinkend album gemaakt.
In muzikaal opzicht is het smullen, al is het maar omdat Arima Ederra niet alleen makkelijk schakelt tussen genres, maar ook makkelijk door de tijd beweegt, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem die zich uitstekend leent voor de wat meer pop en R&B georiënteerde songs op het album, maar het is ook een stem die behoorlijk eigenzinnig kan klinken.
Het zorgt ervoor dat A Rush To Nowhere zich niet alleen in muzikaal opzicht makkelijk weet te onderscheiden, maar dat ook in vocaal opzicht doet. Het zit allemaal net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar mede hierdoor intrigeert de muziek van Arima Ederra me continu. Wat zou het zonde zijn als dit bijzondere album in een week met net wat teveel nieuwe albums tussen wal en schip valt, want dit is een album dat echt iets toevoegt aan alles dat er al is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere
De Amerikaans-Ethiopische muzikante Arima Ederra maakt muziek die (te) makkelijk in het hokje R&B zal worden geduwd, maar A Rush To Nowhere is echt in geen enkel opzicht een standaard of doorsnee R&B-album
Er zijn albums die bijna schreeuwen om beluistering met de koptelefoon en A Rush To Nowhere van Arima Ederra is zo’n album. Bij oppervlakkige beluistering hoor je lome beats en verleidelijke vocalen, maar de muzikante uit Los Angeles heeft veel meer te bieden. Ze heeft een album gemaakt dat in muzikaal opzicht blijft verrassen en betoveren en ook de stem van Arima Ederra wordt alleen maar mooier als je hem vaker hoort. Haar een paar jaar geleden verschenen debuutalbum was al interessant, maar A Rush To Nowhere is nog veel beter. Pak de koptelefoon erbij en je blijft je verbazen over alle muzikale wendingen op het album, dat me na een paar keer horen zeer dierbaar is.
Arima Ederra debuteerde in 2022 met het album An Orange Colored Day. De Amerikaanse muzikante met Ethiopische wortels kreeg destijds vooral het label R&B opgeplakt, maar haar debuutalbum was in geen enkel opzicht een standaard R&B album. Ik vond An Orange Colored Day een interessant album, maar vond het uiteindelijk net niet bijzonder of goed genoeg voor een recensie.
Toen ik het album deze week beluisterde, dacht ik daar overigens anders over, want An Orange Colored Day is een eigenzinnig album waar de muzikaliteit van af spat. Arima Ederra heeft het zo bijzondere geluid van haar debuutalbum geperfectioneerd op haar deze week verschenen tweede album A Rush To Nowhere.
Het is een album dat ik zeker had verwacht in de lijstjes met aanbevelingen van muziekwebsites als Pitchfork en Paste, maar die maakten in deze overvolle releaseweek andere keuzes. Zelf schaar ik het tweede album van de muzikante uit Los Angeles wel onder de beste albums van deze week.
Er is nog niet heel veel aandacht voor het nieuwe album van Arima Ederra, maar ook A Rush To Nowhere wordt hier en daar te makkelijk in het hokje R&B geduwd. Nog meer dan op haar debuutalbum verwerkt de Amerikaanse muzikante op haar tweede album echter zeer uiteenlopende invloeden.
Invloeden van de R&B maken hier zeker deel van uit, maar ook invloeden uit de soul, jazz, folk en pop hebben hun weg gevonden naar de muziek van Arima Ederra en hier blijft het niet bij. Het is muziek die vanaf de eerste noten van het album de fantasie prikkelt, want er gebeurt echt van alles op A Rush To Nowhere.
Het doet me qua geluid af en toe wel wat denken aan het briljante album van Mk.gee, die het geluid van Prince uit de jaren 80 het heden in haalde. Ook het album van Arima Ederra heeft soms een Prince vibe, al is het een vibe die het genie uit Minneapolis zelf niet meer heeft kunnen bedenken.
A Rush To Nowhere heeft een lekker loom en broeierig geluid, maar het is ook een geluid waarin van alles gebeurt. De ene keer komen de bijzondere accenten van bijzondere ritmes, de andere keer van bijzondere synths, maar er is altijd wel iets dat de aandacht trekt. Op hetzelfde moment is de muziek op het album bijzonder toegankelijk.
Arima Ederra deed voor haar tweede album een beroep op topproducers Teo Halm, Caleb Laven en Solomonphonic. Dat zijn producers die ik in mijn muzikale bubbel niet vaak tegenkom, maar ze hebben van A Rush To Nowhere een prachtig klinkend album gemaakt.
In muzikaal opzicht is het smullen, al is het maar omdat Arima Ederra niet alleen makkelijk schakelt tussen genres, maar ook makkelijk door de tijd beweegt, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem die zich uitstekend leent voor de wat meer pop en R&B georiënteerde songs op het album, maar het is ook een stem die behoorlijk eigenzinnig kan klinken.
Het zorgt ervoor dat A Rush To Nowhere zich niet alleen in muzikaal opzicht makkelijk weet te onderscheiden, maar dat ook in vocaal opzicht doet. Het zit allemaal net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar mede hierdoor intrigeert de muziek van Arima Ederra me continu. Wat zou het zonde zijn als dit bijzondere album in een week met net wat teveel nieuwe albums tussen wal en schip valt, want dit is een album dat echt iets toevoegt aan alles dat er al is. Erwin Zijleman
Arlo Parks - Collapsed in Sunbeams (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 februari 2021, 15:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams
Arlo Parks wordt al een jaar of drie een van de grootste talenten van de Britse R&B genoemd en met haar heerlijk dromerige debuutalbum Collapsed In Sunbeams maakt ze de belofte helemaal waar
Flink teleurgesteld door het debuut van Celeste begon ik met angst en beven aan het debuutalbum van Arlo Parks, de andere jonge Britse R&B muzikante die al bij voorbaat de hemel in werd geprezen door de Britse media. Gelukkig valt het debuutalbum van Arlo Parks niet tegen, Collapsed In Sunbeams heeft mijn verwachtingen juist overtroffen. Enerzijds door de aangename zang die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van kracht en stembuigingen en anderzijds door de bijzonder mooie en aangename instrumentatie die ook flink buiten de lijntjes van de R&B pop kleurt. Bijzonder sterk album van de jonge Arlo Parks.
Het is deze week flink dringen binnen de Britse R&B scene. Als we de Britse media moeten geloven verschenen deze week immers de debuutalbums van de twee allergrootste nieuwe talenten in deze scene. Allereerst is er het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Celeste en hiernaast debuteert ook de in Londen geboren en getogen Arlo Parks.
Over het debuut van Celeste kan ik helaas kort zijn. Ze beschikt absoluut over een geweldige stem en veel talent, maar haar debuutalbum valt echt vies tegen met muziek die je van Adele verwacht, maar niet van de het afgelopen jaar zo uitvoerig bejubelde Celeste.
Het debuut van Arlo Parks is gelukkig een stuk beter. Arlo Parks (geboren als Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho) is zoals gezegd geboren en getogen in Londen, maar haar wortels liggen in Nigeria, Tsjaad en Frankrijk. Daar is niets van te horen op haar debuutalbum, want Collapsed In Sunbeams is een modern klinkend R&B album.
Daar hebben we er momenteel al heel erg veel van, maar Arlo Parks laat inmiddels al een jaar of drie horen dat ze eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat deed ze met twee goed ontvangen EP’s, die zorgden voor een plekje op de BBC lijst met nieuwe talenten die je in de gaten moet houden, en dat deed ze bovendien met een eigenzinnige maar ook wonderschone versie van Radiohead’s Creep.
Nu is er zoals gezegd Collapsed In Sunbeams, dat vol staat met lome, zwoele en broeierige R&B pop. Een ieder die na beluistering van het album vindt dat het nog wel wat lomer, zwoeler en broeieriger kan, moet absoluut de luxe-editie van het album op de kop tikken, want deze versie bevat lo-fi lounge remixes van een aantal songs van het album en songs die op de eerder uitgebrachte EP’s te vinden zijn. Een bijzonder lekkere bonus, maar in eerste instantie gaat het toch om het debuutalbum zelf.
Het is een debuutalbum van een opvallend hoog niveau voor een eerste album en voor een pas twintig jaar oude muzikante. Arlo Parks maakt lekker in het gehoor liggende en zoals gezegd lome, zwoele en broeierige muziek, die in de hokjes R&B en pop past, maar die binnen deze hokjes de grenzen opzoekt.
Hier en daar schuift Collapsed In Sunbeams op richting triphop, soms hoor je wat van de dromerige pop van Sade uit de jaren 80 en soms laat Arlo Parks horen dat ze ook niet vies is van net wat eigenzinnigere popmuziek of schuift ze op richting funky of jazzy popmuziek.
Net als op haar EP’s werkt Arlo Parks op haar debuutalbum samen met de Amerikaanse producer Gianluca Buccellati, die Collapsed In Sunbeams heeft voorzien van een bijzonder aangenaam, maar ook zeer smaakvol ingekleurd geluid. Het is een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de stem van Arlo Parks.
Het is een stem die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van orkaankracht of een overdaad aan stembuigingen, wat de kwaliteit van haar debuut enorm ten goede komt en het album een aangename metgezel voor de kleine uurtjes maakt.
Celeste viel voor mij helaas wat door de mand de afgelopen week, maar Collapsed In Sunbeams laat wat mij betreft horen dat alle lovende woorden over Arlo Parks niet overdreven waren. Integendeel zelfs. Een debuut om trots op te zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams
Arlo Parks wordt al een jaar of drie een van de grootste talenten van de Britse R&B genoemd en met haar heerlijk dromerige debuutalbum Collapsed In Sunbeams maakt ze de belofte helemaal waar
Flink teleurgesteld door het debuut van Celeste begon ik met angst en beven aan het debuutalbum van Arlo Parks, de andere jonge Britse R&B muzikante die al bij voorbaat de hemel in werd geprezen door de Britse media. Gelukkig valt het debuutalbum van Arlo Parks niet tegen, Collapsed In Sunbeams heeft mijn verwachtingen juist overtroffen. Enerzijds door de aangename zang die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van kracht en stembuigingen en anderzijds door de bijzonder mooie en aangename instrumentatie die ook flink buiten de lijntjes van de R&B pop kleurt. Bijzonder sterk album van de jonge Arlo Parks.
Het is deze week flink dringen binnen de Britse R&B scene. Als we de Britse media moeten geloven verschenen deze week immers de debuutalbums van de twee allergrootste nieuwe talenten in deze scene. Allereerst is er het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Celeste en hiernaast debuteert ook de in Londen geboren en getogen Arlo Parks.
Over het debuut van Celeste kan ik helaas kort zijn. Ze beschikt absoluut over een geweldige stem en veel talent, maar haar debuutalbum valt echt vies tegen met muziek die je van Adele verwacht, maar niet van de het afgelopen jaar zo uitvoerig bejubelde Celeste.
Het debuut van Arlo Parks is gelukkig een stuk beter. Arlo Parks (geboren als Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho) is zoals gezegd geboren en getogen in Londen, maar haar wortels liggen in Nigeria, Tsjaad en Frankrijk. Daar is niets van te horen op haar debuutalbum, want Collapsed In Sunbeams is een modern klinkend R&B album.
Daar hebben we er momenteel al heel erg veel van, maar Arlo Parks laat inmiddels al een jaar of drie horen dat ze eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat deed ze met twee goed ontvangen EP’s, die zorgden voor een plekje op de BBC lijst met nieuwe talenten die je in de gaten moet houden, en dat deed ze bovendien met een eigenzinnige maar ook wonderschone versie van Radiohead’s Creep.
Nu is er zoals gezegd Collapsed In Sunbeams, dat vol staat met lome, zwoele en broeierige R&B pop. Een ieder die na beluistering van het album vindt dat het nog wel wat lomer, zwoeler en broeieriger kan, moet absoluut de luxe-editie van het album op de kop tikken, want deze versie bevat lo-fi lounge remixes van een aantal songs van het album en songs die op de eerder uitgebrachte EP’s te vinden zijn. Een bijzonder lekkere bonus, maar in eerste instantie gaat het toch om het debuutalbum zelf.
Het is een debuutalbum van een opvallend hoog niveau voor een eerste album en voor een pas twintig jaar oude muzikante. Arlo Parks maakt lekker in het gehoor liggende en zoals gezegd lome, zwoele en broeierige muziek, die in de hokjes R&B en pop past, maar die binnen deze hokjes de grenzen opzoekt.
Hier en daar schuift Collapsed In Sunbeams op richting triphop, soms hoor je wat van de dromerige pop van Sade uit de jaren 80 en soms laat Arlo Parks horen dat ze ook niet vies is van net wat eigenzinnigere popmuziek of schuift ze op richting funky of jazzy popmuziek.
Net als op haar EP’s werkt Arlo Parks op haar debuutalbum samen met de Amerikaanse producer Gianluca Buccellati, die Collapsed In Sunbeams heeft voorzien van een bijzonder aangenaam, maar ook zeer smaakvol ingekleurd geluid. Het is een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de stem van Arlo Parks.
Het is een stem die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van orkaankracht of een overdaad aan stembuigingen, wat de kwaliteit van haar debuut enorm ten goede komt en het album een aangename metgezel voor de kleine uurtjes maakt.
Celeste viel voor mij helaas wat door de mand de afgelopen week, maar Collapsed In Sunbeams laat wat mij betreft horen dat alle lovende woorden over Arlo Parks niet overdreven waren. Integendeel zelfs. Een debuut om trots op te zijn. Erwin Zijleman
Arlo Parks - My Soft Machine (2023)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2023, 11:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arlo Parks - My Soft Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - My Soft Machine
Het debuutalbum van Arlo Parks werd ruim twee jaar geleden zeer enthousiast onthaald en dat verdient de Britse muzikante ook met haar tweede album, dat een wat gevarieerder geluid en meer pop laat horen
Collapsed In Sunbeams van Arlo Parks behoorde, zeker achteraf bezien, tot de muzikale verassingen van 2021. Er is sindsdien veel veranderd voor de Britse muzikante en dat heeft invloed gehad op haar tweede album. Je hoort het in de persoonlijke teksten, maar je hoort het ook in de songs, die een stuk veelzijdiger zijn dan die op het debuutalbum. De ruwe charme van dat debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een stevig aangezette productie en een veel elektronischer geluid, maar er valt ook dit keer veel te genieten en zeker voor muziekliefhebbers die niet vies zijn van pop en toe zijn aan de zomer, die met My Soft Machine een heerlijke soundtrack krijgt.
Arlo Parks werd al enkele jaren geschaard onder de grote beloften van de Britse R&B toen haar debuutalbum Collapsed In Sunbeams aan het begin van 2021 verscheen. Met haar debuutalbum maakte ze de belofte meer dan waar, want het buitengewoon knappe en aangename album liet de zomer al heel vroeg in het jaar beginnen.
Het succes van Collapsed In Sunbeams, dat uiteindelijk opdook in flink wat jaarlijstjes en Arlo Parks een Brit Award en de Mercury Price opleverde, heeft, in ieder geval bij mij, gezorgd voor hooggespannen verwachtingen rond het tweede album van de Britse muzikante. Dat album is deze week verschenen en laat horen dat het alter ego van Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho zich verder heeft ontwikkeld.
De Britse muzikante heeft twee loodzware jaren achter de rug en dat hoor je op My Soft Machine. Arlo Parks verruilde Londen voor Los Angeles, vond en verloor haar geluk in de liefde, ging op een slopende tournee en dan was er ook nog eens de coronapandemie, die het leven van een muzikante, zeker in 2021, niet makkelijker maakte. Het heeft samen met de grote wereldproblemen en de uiteenlopende problemen van een jong volwassene, allemaal een plekje gekregen op My Soft Machine, dat een ander geluid laat horen dan Collapsed In Sunbeams, al hoor ik ook voldoende raakvlakken tussen beide albums.
Op haar debuutalbum vermengde Arlo Parks op fraaie wijze invloeden uit de pop en de R&B met flink wat soul en een beetje jazz. Op My Soft Machine hebben invloeden uit de pop en de R&B aan terrein gewonnen en is het geluid van Arlo Parks elektronischer en zwaarder geproduceerd. Daar moet je van houden, maar persoonlijk kan ik wel uit de voeten met het geluid op het tweede album van Arlo Parks.
De Britse muzikante is misschien wat opgeschoven richting pop, maar ze heeft zich zeker niet in het keurslijf van de Amerikaanse popmuziek laten persen. My Soft Machine bevat veel ingrediënten die ook een belangrijke rol speelden op Collapsed In Sunbeams, waaronder natuurlijk de bijzondere stem van de Britse muzikante. Het is een stem die op het nieuwe album nog wat makkelijker verleidt en die de muziek van Arlo Parks voorziet van een karakteristiek eigen geluid.
Arlo Parks experimenteert op haar nieuwe album wat meer met ritmes en vindt haar inspiratie dit keer eerder in de hiphop dan in de triphop. Voor My Soft Machine werd een blik producers opengetrokken met onder andere de van Adele bekende Paul Epworth. Het albums is veel zwaarder geproduceerd dan zijn voorganger, maar persoonlijk vind ik de productie mooi. Arlo Parks is er wat mij betreft in geslaagd om de zonnige sfeer en het eigen geluid van haar debuutalbum te behouden met een nieuw geluid.
Het is een geluid dat steeds een net wat andere kant op wordt geduwd, de ene keer door stevigere gitaren of juist door zwaar aangezette synths of diepe bassen, de volgende keer door flirts met de dansvloer of juist wat meer introspectieve elementen. Ook My Soft Machine is een album dat onmiddellijk de zomer in huis haalt en dat, wanneer je houdt van of gevoelig bent voor het soort muziek dat Arlo Parks maakt, onmiddellijk zorgt voor een goed gevoel, zeker als Phoebe Bridgers opdraaft voor een duet. Prima album al met al. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arlo Parks - My Soft Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - My Soft Machine
Het debuutalbum van Arlo Parks werd ruim twee jaar geleden zeer enthousiast onthaald en dat verdient de Britse muzikante ook met haar tweede album, dat een wat gevarieerder geluid en meer pop laat horen
Collapsed In Sunbeams van Arlo Parks behoorde, zeker achteraf bezien, tot de muzikale verassingen van 2021. Er is sindsdien veel veranderd voor de Britse muzikante en dat heeft invloed gehad op haar tweede album. Je hoort het in de persoonlijke teksten, maar je hoort het ook in de songs, die een stuk veelzijdiger zijn dan die op het debuutalbum. De ruwe charme van dat debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een stevig aangezette productie en een veel elektronischer geluid, maar er valt ook dit keer veel te genieten en zeker voor muziekliefhebbers die niet vies zijn van pop en toe zijn aan de zomer, die met My Soft Machine een heerlijke soundtrack krijgt.
Arlo Parks werd al enkele jaren geschaard onder de grote beloften van de Britse R&B toen haar debuutalbum Collapsed In Sunbeams aan het begin van 2021 verscheen. Met haar debuutalbum maakte ze de belofte meer dan waar, want het buitengewoon knappe en aangename album liet de zomer al heel vroeg in het jaar beginnen.
Het succes van Collapsed In Sunbeams, dat uiteindelijk opdook in flink wat jaarlijstjes en Arlo Parks een Brit Award en de Mercury Price opleverde, heeft, in ieder geval bij mij, gezorgd voor hooggespannen verwachtingen rond het tweede album van de Britse muzikante. Dat album is deze week verschenen en laat horen dat het alter ego van Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho zich verder heeft ontwikkeld.
De Britse muzikante heeft twee loodzware jaren achter de rug en dat hoor je op My Soft Machine. Arlo Parks verruilde Londen voor Los Angeles, vond en verloor haar geluk in de liefde, ging op een slopende tournee en dan was er ook nog eens de coronapandemie, die het leven van een muzikante, zeker in 2021, niet makkelijker maakte. Het heeft samen met de grote wereldproblemen en de uiteenlopende problemen van een jong volwassene, allemaal een plekje gekregen op My Soft Machine, dat een ander geluid laat horen dan Collapsed In Sunbeams, al hoor ik ook voldoende raakvlakken tussen beide albums.
Op haar debuutalbum vermengde Arlo Parks op fraaie wijze invloeden uit de pop en de R&B met flink wat soul en een beetje jazz. Op My Soft Machine hebben invloeden uit de pop en de R&B aan terrein gewonnen en is het geluid van Arlo Parks elektronischer en zwaarder geproduceerd. Daar moet je van houden, maar persoonlijk kan ik wel uit de voeten met het geluid op het tweede album van Arlo Parks.
De Britse muzikante is misschien wat opgeschoven richting pop, maar ze heeft zich zeker niet in het keurslijf van de Amerikaanse popmuziek laten persen. My Soft Machine bevat veel ingrediënten die ook een belangrijke rol speelden op Collapsed In Sunbeams, waaronder natuurlijk de bijzondere stem van de Britse muzikante. Het is een stem die op het nieuwe album nog wat makkelijker verleidt en die de muziek van Arlo Parks voorziet van een karakteristiek eigen geluid.
Arlo Parks experimenteert op haar nieuwe album wat meer met ritmes en vindt haar inspiratie dit keer eerder in de hiphop dan in de triphop. Voor My Soft Machine werd een blik producers opengetrokken met onder andere de van Adele bekende Paul Epworth. Het albums is veel zwaarder geproduceerd dan zijn voorganger, maar persoonlijk vind ik de productie mooi. Arlo Parks is er wat mij betreft in geslaagd om de zonnige sfeer en het eigen geluid van haar debuutalbum te behouden met een nieuw geluid.
Het is een geluid dat steeds een net wat andere kant op wordt geduwd, de ene keer door stevigere gitaren of juist door zwaar aangezette synths of diepe bassen, de volgende keer door flirts met de dansvloer of juist wat meer introspectieve elementen. Ook My Soft Machine is een album dat onmiddellijk de zomer in huis haalt en dat, wanneer je houdt van of gevoelig bent voor het soort muziek dat Arlo Parks maakt, onmiddellijk zorgt voor een goed gevoel, zeker als Phoebe Bridgers opdraaft voor een duet. Prima album al met al. Erwin Zijleman
Arny Margret - I Miss You, I Do (2025)

4,5
1
geplaatst: 10 maart 2025, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Arny Margret - I Miss You, I Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arny Margret - I Miss You, I Do
De IJslandse muzikante Arny Margret verrijkt de intieme folk van haar debuutalbum met een vleugje Americana en wat IJslandse sfeer, wat wederom een zeer sfeervol en bijzonder mooi album oplevert
Arny Margret was de twintig pas net voorbij toen ze in de herfst van 2022 haar bijzonder mooie debuutalbum afleverde. Touren en reizen hebben de wereld van de IJslandse muzikante een stuk groter gemaakt en dat hoor je op het deze week verschenen I Miss You, I Do. Arny Margret werkt op dit album met een aantal Americana producers van naam en faam waardoor de ingetogen folk van haar debuutalbum is verrijkt met invloeden uit de Americana. I Miss You, I Do heeft echter ook nog altijd iets karakteristieks IJslands, waardoor het album anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De bijzonder mooie stem van Arny Margret doet ook dit keer de rest. Prachtig.
Een paar weken nadat ik in de herfst van 2022 vooral rode vlekken had gekregen van het op dat moment net verschenen nieuwe album van Björk, werd mijn vertrouwen in de IJslandse popmuziek gelukkig weer helemaal hersteld door het debuutalbum van Arny Margret. Met they only talk about the weather (geen hoofdletters) leverde de jonge muzikante uit Reykjavík een bijzonder intiem folkalbum af, dat door een aantal bijzondere details in de muziek toch nog een IJslands tintje kreeg.
Mijn liefde voor de IJslandse popmuziek werd vorig jaar verder aangewakkerd door een mooie reis over dit fascinerende eiland, waardoor ik het deze week verschenen tweede album van Arny Margret direct opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Dat dit terecht was bleek voor mij eigenlijk al toen de openingstrack van I Miss You, I Do door de speakers kwam, want was is het weer mooi.
Ook op haar tweede album maakt Arny Margret, officieel Árný Margrét Sævarsdóttir, muziek die is te omschrijven als folk en het is ook nog altijd folk van het intieme soort. Vergeleken met haar debuutalbum heeft de muzikante haar geluid op haar tweede album wel wat voller ingekleurd. De IJslandse muzikante maakte na de tour die volgde op haar debuutalbum een reis door de Verenigde Staten en werd verliefd op de muziek die op Americana albums is te horen.
Arny Margret is pas 23, maar ze ging zeker niet lichtvoetig om met het opnemen van haar tweede album. De muzikante uit Reykjavík deed in de Verenigde Staten een beroep op topproducers Josh Kaufman, Andrew Berlin en Brad Cook, waarvan met name de eerste en de laatste de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan een groot aantal albums die binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste albums mee kunnen.
I Miss You, I Do klinkt hierdoor inderdaad wel wat Amerikaanser dan they only talk about the weather, dat invloeden uit de Britse folk vermengde met een IJslandse sfeer. Door het toevoegen van alle in de Americana gangbare snareninstrumenten is het tweede album van Arny Margret in muzikaal opzicht niet heel ver verwijderd van de albums van andere vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar ze is haar IJslandse identiteit zeker niet vergeten.
I Miss You, I Do werd afgemaakt op IJsland, waarbij producer “Kiddi” Kristinn Jónsson aanschoof. Het tweede album van Arny Margret heeft hierdoor niet alleen een Americana kant, maar heeft ook nog altijd het atmosferische en licht mysterieuze dat muziek uit IJsland heeft. Het wordt versterkt door de bijzondere mooie stem van Arny Margret die nog wat mooier en rijker klinkt dan op haar debuutalbum. De IJslandse muzikante is zoals gezegd pas 23 jaar oud, maar als zangeres klinkt ze verrassend gelouterd en laat ze opvallend veel gevoel en precisie horen.
Ik schrijf deze recensie op een zonnige zondagochtend en dat is een uitstekend moment voor de weldadige klanken en de prachtige stem op het tweede album van Arny Margret. De muzikante uit Reykjavík had van mij best een album mogen maken dat naadloos aansluit op haar debuutalbum, en dat doet I Miss You, I Do zeker een aantal keer, maar het siert haar dat ze ook nieuwe wegen verkent. Het pakt allemaal prachtig uit, want het vleugje Americana maakt haar folky songs met een IJslandse touch alleen maar mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Arny Margret - I Miss You, I Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arny Margret - I Miss You, I Do
De IJslandse muzikante Arny Margret verrijkt de intieme folk van haar debuutalbum met een vleugje Americana en wat IJslandse sfeer, wat wederom een zeer sfeervol en bijzonder mooi album oplevert
Arny Margret was de twintig pas net voorbij toen ze in de herfst van 2022 haar bijzonder mooie debuutalbum afleverde. Touren en reizen hebben de wereld van de IJslandse muzikante een stuk groter gemaakt en dat hoor je op het deze week verschenen I Miss You, I Do. Arny Margret werkt op dit album met een aantal Americana producers van naam en faam waardoor de ingetogen folk van haar debuutalbum is verrijkt met invloeden uit de Americana. I Miss You, I Do heeft echter ook nog altijd iets karakteristieks IJslands, waardoor het album anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De bijzonder mooie stem van Arny Margret doet ook dit keer de rest. Prachtig.
Een paar weken nadat ik in de herfst van 2022 vooral rode vlekken had gekregen van het op dat moment net verschenen nieuwe album van Björk, werd mijn vertrouwen in de IJslandse popmuziek gelukkig weer helemaal hersteld door het debuutalbum van Arny Margret. Met they only talk about the weather (geen hoofdletters) leverde de jonge muzikante uit Reykjavík een bijzonder intiem folkalbum af, dat door een aantal bijzondere details in de muziek toch nog een IJslands tintje kreeg.
Mijn liefde voor de IJslandse popmuziek werd vorig jaar verder aangewakkerd door een mooie reis over dit fascinerende eiland, waardoor ik het deze week verschenen tweede album van Arny Margret direct opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Dat dit terecht was bleek voor mij eigenlijk al toen de openingstrack van I Miss You, I Do door de speakers kwam, want was is het weer mooi.
Ook op haar tweede album maakt Arny Margret, officieel Árný Margrét Sævarsdóttir, muziek die is te omschrijven als folk en het is ook nog altijd folk van het intieme soort. Vergeleken met haar debuutalbum heeft de muzikante haar geluid op haar tweede album wel wat voller ingekleurd. De IJslandse muzikante maakte na de tour die volgde op haar debuutalbum een reis door de Verenigde Staten en werd verliefd op de muziek die op Americana albums is te horen.
Arny Margret is pas 23, maar ze ging zeker niet lichtvoetig om met het opnemen van haar tweede album. De muzikante uit Reykjavík deed in de Verenigde Staten een beroep op topproducers Josh Kaufman, Andrew Berlin en Brad Cook, waarvan met name de eerste en de laatste de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan een groot aantal albums die binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste albums mee kunnen.
I Miss You, I Do klinkt hierdoor inderdaad wel wat Amerikaanser dan they only talk about the weather, dat invloeden uit de Britse folk vermengde met een IJslandse sfeer. Door het toevoegen van alle in de Americana gangbare snareninstrumenten is het tweede album van Arny Margret in muzikaal opzicht niet heel ver verwijderd van de albums van andere vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar ze is haar IJslandse identiteit zeker niet vergeten.
I Miss You, I Do werd afgemaakt op IJsland, waarbij producer “Kiddi” Kristinn Jónsson aanschoof. Het tweede album van Arny Margret heeft hierdoor niet alleen een Americana kant, maar heeft ook nog altijd het atmosferische en licht mysterieuze dat muziek uit IJsland heeft. Het wordt versterkt door de bijzondere mooie stem van Arny Margret die nog wat mooier en rijker klinkt dan op haar debuutalbum. De IJslandse muzikante is zoals gezegd pas 23 jaar oud, maar als zangeres klinkt ze verrassend gelouterd en laat ze opvallend veel gevoel en precisie horen.
Ik schrijf deze recensie op een zonnige zondagochtend en dat is een uitstekend moment voor de weldadige klanken en de prachtige stem op het tweede album van Arny Margret. De muzikante uit Reykjavík had van mij best een album mogen maken dat naadloos aansluit op haar debuutalbum, en dat doet I Miss You, I Do zeker een aantal keer, maar het siert haar dat ze ook nieuwe wegen verkent. Het pakt allemaal prachtig uit, want het vleugje Americana maakt haar folky songs met een IJslandse touch alleen maar mooier. Erwin Zijleman
Arny Margret - They Only Talk About the Weather (2022)

4,0
2
geplaatst: 28 oktober 2022, 11:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arny Margret - they only talk about the weather - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arny Margret - they only talk about the weather
De jonge IJslandse singer-songwriter Arny Margret debuteert op they only talk about the weather met intieme en behoorlijke sobere folksongs, die stiekem toch zijn voorzien van een IJslands tintje
Ik werd een paar weken geleden heel nerveus van het nieuwe album van de IJslandse muzikante Björk, maar ik word helemaal rustig van de muziek van haar landgenote Arny Margret. De jonge muzikante uit Reykjavík heeft met they only talk about the weather een fraai folkalbum afgeleverd. Arny Margret heeft een intiem ‘coming of age’ album gemaakt zonder opsmuk. De songs van de IJslandse muzikante bestaan vooral uit akoestische gitaar en de karakteristieke stem van Arny Margret, maar juist de subtiele accenten in de instrumentatie maken iets bijzonders van haar debuutalbum. Ik werd direct geraakt door dit album, dat vooralsnog alleen maar mooier wordt.
Ik begon een paar weken geleden met torenhoge verwachtingen aan het nieuwe album van Björk, maar ik kom er echt met geen mogelijkheid doorheen. Gelukkig heeft IJsland in muzikaal opzicht veel meer te bieden, zodat ik toch nog een album dat is gemaakt op het bijzondere eiland kan bespreken.
Arny Margret is in bijna alle opzichten de tegenpool van Björk, al hebben ze allebei Reykjavík als basis. Waar het laatste album van Björk wat mij betreft in vrijwel alle opzichten teveel is, houdt Arny Margret het op haar debuutalbum they only talk about the weather (geen hoofdletters) het in alle opzichten sober. Op het debuutalbum van de jonge IJslandse muzikante ontbreken gekunstelde vocalen en een overdadige en onnodig complexe instrumentatie en ook naar opeenvolgingen van even onverwachte als onnodige wendingen zul je tevergeefs zoeken in de songs van Arny Margret.
De IJslandse muzikante is pas 20 jaar oud en heeft met they only talk about the weather een fraai ‘coming of age’ album gemaakt. De jonge muzikante uit Reykjavík schreef als tiener haar eerste songs, zette met in haar slaapkamer opgenomen songs haar eerste stapjes in de muziek, maar mag zich inmiddels een fulltime muzikante noemen. Deze ontwikkeling en pieken en dalen in de liefde inspireerden Arny Margaret tot een fraaie serie songs, die samen haar debuutalbum vormen.
De muzikante uit Reykjavík maakt muziek die goed in het hokje folk past. De basis van alle songs op they only talk about the weather bestaat uit akoestische gitaar en de stem van Arny Margret. Het zijn sobere klanken die hier en daar gezelschap krijgen van stemmige pianoakkoorden en wat atmosferisch klinkende elektronica. Met name deze elektronica zorgt er voor dat de muziek van Arny Margret IJslands of Scandinavisch klinkt en niet als Britse of Amerikaanse folk.
De instrumentatie op they only talk about the weather is voornamelijk sober, maar ik vind het een heel sfeervol album, dat het met name goed doet in kleine en donkere uurtjes. Arny Margret heeft de songs op haar debuutalbum niet alleen mooi en stemmig ingekleurd, maar schrijft ook aansprekende songs die zich makkelijk opdringen en die eigenzinniger zijn dan je bij eerste beluistering zal vermoeden.
Het sterkste wapen van de IJslandse muzikante heb ik nog niet genoemd, want dat is haar stem. Arny Margret beschikt over een mooie heldere stem, die het goed doet in haar folky repertoire, maar de zang op they only talk about the weather heeft ook iets eigenzinnigs en iets ruws. De IJslandse singer-songwriter legt bovendien veel gevoel in haar zang, waardoor haar debuutalbum me direct in positieve zin opviel.
De songs op they only talk about the weather hebben door de sobere klanken en de prachtige zang iets vredigs en rustgevends, maar ook iets kwetsbaars en intiems, wat extra goed is te horen wanneer je de volumeknop open draait of het album met de koptelefoon beluistert. Dan valt bovendien op hoe mooi het album, dat hoogst waarschijnlijk is gemaakt met eenvoudige middelen, klinkt. Arny Margret heeft over concurrentie niet te klagen, waardoor het lastig is te voorspellen of ze een blijvertje is, maar op basis van het uitstekende debuutalbum geef ik haar een goede kans. Een hele goede kans zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arny Margret - they only talk about the weather - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arny Margret - they only talk about the weather
De jonge IJslandse singer-songwriter Arny Margret debuteert op they only talk about the weather met intieme en behoorlijke sobere folksongs, die stiekem toch zijn voorzien van een IJslands tintje
Ik werd een paar weken geleden heel nerveus van het nieuwe album van de IJslandse muzikante Björk, maar ik word helemaal rustig van de muziek van haar landgenote Arny Margret. De jonge muzikante uit Reykjavík heeft met they only talk about the weather een fraai folkalbum afgeleverd. Arny Margret heeft een intiem ‘coming of age’ album gemaakt zonder opsmuk. De songs van de IJslandse muzikante bestaan vooral uit akoestische gitaar en de karakteristieke stem van Arny Margret, maar juist de subtiele accenten in de instrumentatie maken iets bijzonders van haar debuutalbum. Ik werd direct geraakt door dit album, dat vooralsnog alleen maar mooier wordt.
Ik begon een paar weken geleden met torenhoge verwachtingen aan het nieuwe album van Björk, maar ik kom er echt met geen mogelijkheid doorheen. Gelukkig heeft IJsland in muzikaal opzicht veel meer te bieden, zodat ik toch nog een album dat is gemaakt op het bijzondere eiland kan bespreken.
Arny Margret is in bijna alle opzichten de tegenpool van Björk, al hebben ze allebei Reykjavík als basis. Waar het laatste album van Björk wat mij betreft in vrijwel alle opzichten teveel is, houdt Arny Margret het op haar debuutalbum they only talk about the weather (geen hoofdletters) het in alle opzichten sober. Op het debuutalbum van de jonge IJslandse muzikante ontbreken gekunstelde vocalen en een overdadige en onnodig complexe instrumentatie en ook naar opeenvolgingen van even onverwachte als onnodige wendingen zul je tevergeefs zoeken in de songs van Arny Margret.
De IJslandse muzikante is pas 20 jaar oud en heeft met they only talk about the weather een fraai ‘coming of age’ album gemaakt. De jonge muzikante uit Reykjavík schreef als tiener haar eerste songs, zette met in haar slaapkamer opgenomen songs haar eerste stapjes in de muziek, maar mag zich inmiddels een fulltime muzikante noemen. Deze ontwikkeling en pieken en dalen in de liefde inspireerden Arny Margaret tot een fraaie serie songs, die samen haar debuutalbum vormen.
De muzikante uit Reykjavík maakt muziek die goed in het hokje folk past. De basis van alle songs op they only talk about the weather bestaat uit akoestische gitaar en de stem van Arny Margret. Het zijn sobere klanken die hier en daar gezelschap krijgen van stemmige pianoakkoorden en wat atmosferisch klinkende elektronica. Met name deze elektronica zorgt er voor dat de muziek van Arny Margret IJslands of Scandinavisch klinkt en niet als Britse of Amerikaanse folk.
De instrumentatie op they only talk about the weather is voornamelijk sober, maar ik vind het een heel sfeervol album, dat het met name goed doet in kleine en donkere uurtjes. Arny Margret heeft de songs op haar debuutalbum niet alleen mooi en stemmig ingekleurd, maar schrijft ook aansprekende songs die zich makkelijk opdringen en die eigenzinniger zijn dan je bij eerste beluistering zal vermoeden.
Het sterkste wapen van de IJslandse muzikante heb ik nog niet genoemd, want dat is haar stem. Arny Margret beschikt over een mooie heldere stem, die het goed doet in haar folky repertoire, maar de zang op they only talk about the weather heeft ook iets eigenzinnigs en iets ruws. De IJslandse singer-songwriter legt bovendien veel gevoel in haar zang, waardoor haar debuutalbum me direct in positieve zin opviel.
De songs op they only talk about the weather hebben door de sobere klanken en de prachtige zang iets vredigs en rustgevends, maar ook iets kwetsbaars en intiems, wat extra goed is te horen wanneer je de volumeknop open draait of het album met de koptelefoon beluistert. Dan valt bovendien op hoe mooi het album, dat hoogst waarschijnlijk is gemaakt met eenvoudige middelen, klinkt. Arny Margret heeft over concurrentie niet te klagen, waardoor het lastig is te voorspellen of ze een blijvertje is, maar op basis van het uitstekende debuutalbum geef ik haar een goede kans. Een hele goede kans zelfs. Erwin Zijleman
Arooj Aftab - Night Reign (2024)

4,5
3
geplaatst: 1 juni 2024, 10:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arooj Aftab - Night Reign - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arooj Aftab - Night Reign
Arooj Aftab was een van de grote verrassingen van 2021 met haar album Vulture Prince, maar laat met het deze week verschenen en minstens even mooie Night Reign horen dat haar vorige album zeker geen toevalstreffer was
Voor 2021 was de muziek van de Pakistaanse muzikante Arooj Aftab slechts in kleine kring bekend, maar met Vulture Prince bewees de muzikante uit New York dat je ook met muziek die zich absoluut niet in hokjes laat vangen een breed publiek kunt bereiken. Dat deed Arooj Aftab niet alleen met bijzondere en vaak wat ongrijpbare muziek, maar ook met betoverend mooie klanken, een prachtige stem en songs die de fantasie uitvoerig prikkelden. Het zijn allemaal ingrediënten die terugkeren op het deze week verschenen Night Reign dat zeker niet onder doet voor het nog altijd wonderschone Vulture Prince. Night Reign is een net wat ander album, maar de pracht en betovering zijn gebleven.
De van oorsprong Pakistaanse muzikante Arooj Aftab maakte met Vulture Prince een van de meest bijzondere, een van de mooiste en een van de meest ongrijpbare albums van 2021. Op het album verwerkte de vanuit Brooklyn, New York, werkende muzikante zeer uiteenlopende invloeden, variërend van folk en jazz tot new age en klassieke muziek tot ambient en Pakistaanse muziek. Ook met deze invloeden kon je de unieke muziek van Arooj Aftab nog niet volledig vangen.
Het album maakte niet alleen indruk door de vele invloeden en de werklijk wonderschone muziek die op het album was te horen, maar betoverde ook met de prachtige stem van Arooj Aftab en intrigeerde met haar grotendeels in het Urdu gezongen teksten. Vulture Prince was met geen mogelijkheid in een hokje te duwen, maar de schoonheid van het album wist uiteindelijk een verrassend breed publiek aan te spreken en leverde Arooj Aftab uiteindelijk zelfs een Grammy op. Deze week keert de Pakistaanse muzikante terug met de echte opvolger van Vulture Prince (vorig jaar verscheen een album dat ze samen maakte met Vijay Iyer en Shahzad Ismaily) en ook Night Reign blijkt onmiddellijk een prachtig album.
Arooj Aftab werkt ook op haar nieuwe album samen met een aantal muzikanten die ze ontmoette toen ze studeerde aan het prestigieuze Berklee College Of Music in Boston en vervolgens weer tegen het lijf liep in de jazz scene van New York, onder wie gitarist Gyan Riley, harpist Maeve Gilchrist, fluitist Nadje Noordhuis en multi-instrumentalist Shahzad Ismaily. Voor haar nieuwe album deed Arooj Aftab bovendien een beroep op een aantal aansprekende gastmuzikanten als Moor Mother, Chocolate Genius, Kaki King, Cautious Clay, Joel Ross, James Francies en Elvis Costello.
In muzikaal opzicht ligt Night Reign voor een belangrijk deel in het verlengde van Vulture Prince, al is de combinatie van invloeden wel net iets anders en klinkt het album door alle gastmuzikanten in muzikaal opzicht nog wat veelzijdiger. Op haar nieuwe album, dat een ode brengt aan de nacht, verwerkt de Pakistaanse muzikante ook net wat meer invloeden uit de jazz, maar het is zeker geen jazzalbum, al is het maar omdat ook alle andere invloeden die van Vulture Prince zo’n uniek album maakten zijn gebleven.
Je hoort ook dit keer onmiddellijk dat Arooj Aftab kan werken met topmuzikanten, want alles op Night Reign klinkt even mooi en bijzonder en zelfs van een uitgekauwde jazzklassieker als Autumn Leaves maakt Arooj Aftab iets heel bijzonders. De instrumentatie op het album is over het algemeen redelijk subtiel en slaagt er in op een bijzondere sfeer te creëren. Het is een sfeer die de muziek van Arooj Aftab een uniek eigen geluid geeft.
Dat geluid wordt verrijkt door de karakteristieke maar ook bijzonder mooie stem van Arooj Aftab, die ook dit keer in het merendeel van de songs kiest voor teksten in het Urdu. De zang vind ik persoonlijk nog wat mooier dan op het vorige album en ondanks de bijzondere taal klinkt het zeker niet ontoegankelijk. In de Engelstalige songs op het album klinkt de muziek van de New Yorkse muzikante net wat conventioneler, maar de unieke sfeer blijft.
Ik heb Night Reign al een aantal weken in mijn bezit en heb al vaak naar het album geluisterd, maar ook het nieuwe album van Arooj Aftab is weer een album waarop je nieuwe dingen blijft horen, zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Night Reign is natuurlijk niet de sensationele verrassing die Vulture Prince drie jaar geleden was, maar ik vind het nieuwe album van Arooj Aftab persoonlijk nog net wat mooier dan zijn voorganger.
Night Reign is wat consistenter van sfeer dan Vulture Prince en het is bovendien een album dat in muzikaal en vocaal opzicht nog net wat mooier is, terwijl de songs zeker niet onder doen voor die op Vulture Prince. Het is een album dat zich niet laat vergelijken met andere albums die deze week zijn verschenen en dat qua schoonheid en betovering de meeste albums die dit jaar zijn verschenen het nakijken geeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arooj Aftab - Night Reign - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arooj Aftab - Night Reign
Arooj Aftab was een van de grote verrassingen van 2021 met haar album Vulture Prince, maar laat met het deze week verschenen en minstens even mooie Night Reign horen dat haar vorige album zeker geen toevalstreffer was
Voor 2021 was de muziek van de Pakistaanse muzikante Arooj Aftab slechts in kleine kring bekend, maar met Vulture Prince bewees de muzikante uit New York dat je ook met muziek die zich absoluut niet in hokjes laat vangen een breed publiek kunt bereiken. Dat deed Arooj Aftab niet alleen met bijzondere en vaak wat ongrijpbare muziek, maar ook met betoverend mooie klanken, een prachtige stem en songs die de fantasie uitvoerig prikkelden. Het zijn allemaal ingrediënten die terugkeren op het deze week verschenen Night Reign dat zeker niet onder doet voor het nog altijd wonderschone Vulture Prince. Night Reign is een net wat ander album, maar de pracht en betovering zijn gebleven.
De van oorsprong Pakistaanse muzikante Arooj Aftab maakte met Vulture Prince een van de meest bijzondere, een van de mooiste en een van de meest ongrijpbare albums van 2021. Op het album verwerkte de vanuit Brooklyn, New York, werkende muzikante zeer uiteenlopende invloeden, variërend van folk en jazz tot new age en klassieke muziek tot ambient en Pakistaanse muziek. Ook met deze invloeden kon je de unieke muziek van Arooj Aftab nog niet volledig vangen.
Het album maakte niet alleen indruk door de vele invloeden en de werklijk wonderschone muziek die op het album was te horen, maar betoverde ook met de prachtige stem van Arooj Aftab en intrigeerde met haar grotendeels in het Urdu gezongen teksten. Vulture Prince was met geen mogelijkheid in een hokje te duwen, maar de schoonheid van het album wist uiteindelijk een verrassend breed publiek aan te spreken en leverde Arooj Aftab uiteindelijk zelfs een Grammy op. Deze week keert de Pakistaanse muzikante terug met de echte opvolger van Vulture Prince (vorig jaar verscheen een album dat ze samen maakte met Vijay Iyer en Shahzad Ismaily) en ook Night Reign blijkt onmiddellijk een prachtig album.
Arooj Aftab werkt ook op haar nieuwe album samen met een aantal muzikanten die ze ontmoette toen ze studeerde aan het prestigieuze Berklee College Of Music in Boston en vervolgens weer tegen het lijf liep in de jazz scene van New York, onder wie gitarist Gyan Riley, harpist Maeve Gilchrist, fluitist Nadje Noordhuis en multi-instrumentalist Shahzad Ismaily. Voor haar nieuwe album deed Arooj Aftab bovendien een beroep op een aantal aansprekende gastmuzikanten als Moor Mother, Chocolate Genius, Kaki King, Cautious Clay, Joel Ross, James Francies en Elvis Costello.
In muzikaal opzicht ligt Night Reign voor een belangrijk deel in het verlengde van Vulture Prince, al is de combinatie van invloeden wel net iets anders en klinkt het album door alle gastmuzikanten in muzikaal opzicht nog wat veelzijdiger. Op haar nieuwe album, dat een ode brengt aan de nacht, verwerkt de Pakistaanse muzikante ook net wat meer invloeden uit de jazz, maar het is zeker geen jazzalbum, al is het maar omdat ook alle andere invloeden die van Vulture Prince zo’n uniek album maakten zijn gebleven.
Je hoort ook dit keer onmiddellijk dat Arooj Aftab kan werken met topmuzikanten, want alles op Night Reign klinkt even mooi en bijzonder en zelfs van een uitgekauwde jazzklassieker als Autumn Leaves maakt Arooj Aftab iets heel bijzonders. De instrumentatie op het album is over het algemeen redelijk subtiel en slaagt er in op een bijzondere sfeer te creëren. Het is een sfeer die de muziek van Arooj Aftab een uniek eigen geluid geeft.
Dat geluid wordt verrijkt door de karakteristieke maar ook bijzonder mooie stem van Arooj Aftab, die ook dit keer in het merendeel van de songs kiest voor teksten in het Urdu. De zang vind ik persoonlijk nog wat mooier dan op het vorige album en ondanks de bijzondere taal klinkt het zeker niet ontoegankelijk. In de Engelstalige songs op het album klinkt de muziek van de New Yorkse muzikante net wat conventioneler, maar de unieke sfeer blijft.
Ik heb Night Reign al een aantal weken in mijn bezit en heb al vaak naar het album geluisterd, maar ook het nieuwe album van Arooj Aftab is weer een album waarop je nieuwe dingen blijft horen, zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Night Reign is natuurlijk niet de sensationele verrassing die Vulture Prince drie jaar geleden was, maar ik vind het nieuwe album van Arooj Aftab persoonlijk nog net wat mooier dan zijn voorganger.
Night Reign is wat consistenter van sfeer dan Vulture Prince en het is bovendien een album dat in muzikaal en vocaal opzicht nog net wat mooier is, terwijl de songs zeker niet onder doen voor die op Vulture Prince. Het is een album dat zich niet laat vergelijken met andere albums die deze week zijn verschenen en dat qua schoonheid en betovering de meeste albums die dit jaar zijn verschenen het nakijken geeft. Erwin Zijleman
Arooj Aftab - Vulture Prince (2021)

4,0
2
geplaatst: 28 april 2021, 16:30 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arooj Aftab - Vulture Prince - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arooj Aftab vermengt op Vulture Prince invloeden uit de klassieke muziek, new age, Pakistaanse muziek, minimal music, jazz en nog veel meer en tekent voor een buitengewoon fascinerende luistertrip
Het Amerikaanse Paste Magazine is voor mij een belangrijke bron van nieuwe muziek, al is het maar omdat het ook buiten mijn comfort zone opereert. Van buiten deze comfort zone komt zeker Vulture Prince van Arooj Aftab, dat ik zonder de aanbeveling van Paste waarschijnlijk nooit zou hebben beluisterd. Ik ben blij dat ik dit wel heb gedaan, want het is een prachtig album, dat de ruimte keer op keer op unieke wijze inkleurt. Arooj Aftab doet dat met een bonte mix van invloeden, mysterieus klinkende vocalen en een werkelijk prachtige instrumentatie, die net zo makkelijk citeert uit de klassieke muziek en de new age, als uit de wereldmuziek of de jazz (of zelfs reggae). Betoverend.
De krenten uit de pop: Arooj Aftab - Vulture Prince - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arooj Aftab vermengt op Vulture Prince invloeden uit de klassieke muziek, new age, Pakistaanse muziek, minimal music, jazz en nog veel meer en tekent voor een buitengewoon fascinerende luistertrip
Het Amerikaanse Paste Magazine is voor mij een belangrijke bron van nieuwe muziek, al is het maar omdat het ook buiten mijn comfort zone opereert. Van buiten deze comfort zone komt zeker Vulture Prince van Arooj Aftab, dat ik zonder de aanbeveling van Paste waarschijnlijk nooit zou hebben beluisterd. Ik ben blij dat ik dit wel heb gedaan, want het is een prachtig album, dat de ruimte keer op keer op unieke wijze inkleurt. Arooj Aftab doet dat met een bonte mix van invloeden, mysterieus klinkende vocalen en een werkelijk prachtige instrumentatie, die net zo makkelijk citeert uit de klassieke muziek en de new age, als uit de wereldmuziek of de jazz (of zelfs reggae). Betoverend.
Art Moore - Art Moore (2022)

3,5
0
geplaatst: 19 augustus 2022, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Art Moore - Art Moore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Art Moore - Art Moore
Art Moore is een nieuw project van de Amerikaanse muzikante Taylor Vick, die met het debuutalbum van de band haar albums als Boy Scouts weet te overtreffen met een bijzonder mooi dreampop geluid
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Art Moore klinkt hier en daar als een wat benevelde versie van Beach House en dat klinkt prachtig. De Amerikaanse singer-songwriter Taylor Vick maakte de afgelopen jaren muziek onder de naam Boy Scouts, maar samen met twee nieuwe muzikanten kiest ze als Art Moore voor een andere weg. De indierock van Boy Scouts heeft plaatsgemaakt voor rijk ingekleurde muziek vol invloeden uit de dreampop en het is muziek die prachtig combineert met de dromerige zang van Taylor Vick. De songs van Art Moore zijn zo nu en dan bijna overdadig ingekleurd, maar de Amerikaanse band zoekt op dit fraaie album ook de subtiliteit en het avontuur.
Art Moore is de nieuwe band van de Amerikaanse singer-songwriter Taylor Vick, die de afgelopen jaren vier albums uitbracht onder de naam Boy Scouts. Van die vier albums vond ik met name de laatste, het eind vorig jaar verschenen Wayfinder, de moeite waard, al haalde Boy Scouts nog niet het niveau van de vaandeldragers binnen de indierock van het moment.
In haar nieuwe band werkt Taylor Vick samen met Sam Durkes en Trevor Brooks, die eerder samenwerkten met Ezra Furman. Art Moore leek in eerste instantie geen heel serieus project van Taylor Vick, tot de coronapandemie het openbare leven grotendeels stil legde en er opeens alle tijd was voor het opnemen van een debuutalbum. Dat debuutalbum verscheen vorige week en heeft geen titel meegekregen.
Het debuut van Art Moore verschijnt nog geen jaar na het laatste album van Boy Scouts, maar laat een duidelijk ander geluid horen. De muziek van Boy Scouts klonk in de loop der jaren steeds wat voller en schoof op richting indierock, maar Art Moore doet er nog een flinke schep bovenop en beweegt zich bovendien in andere genres.
De openingstrack van het debuutalbum van de band schuift op richting bijna bombastisch ingekleurde dreampop en dat is een geluid dat aan mij wel is besteed, al is het maar omdat het prachtig past bij de dromerige zang van Taylor Vick. De songs van Art Moore klinken hier en daar erg vol, maar het geluid van de Amerikaanse band is ook ruimtelijk en beeldend. Art Moore klinkt hier en daar als Beach House met flink wat valium en dat klinkt verrassend aangenaam.
Taylor Vick en haar medemuzikanten namen het album op tijdens de verschillende lockdowns en dat is te horen, want ondanks de prachtige en hier en daar zelfs sprookjesachtige klanken heeft het debuut van Art Moore een wat melancholische en hier en daar zelfs desolate sfeer, die wordt versterkt door subtiel gruis en wat vervorming.
Met Boy Scouts speelde Taylor Vick hooguit in de subtop, maar met Art Moore kan ze wat mij betreft hoger op. De Amerikaanse band slaagt er op haar debuut in om een bijzonder mooi geluid te creëren, de zang komt veel beter tot zijn recht dan bij Boy Scouts en vooral de songs van Art Moore zijn veel beter dan die van het vorige project van Taylor Vick.
De muziek op het album is overigens een stuk gevarieerder dan het bovenstaande misschien suggereert. De combinatie van organische klanken en flink wat elektronica wordt steeds net wat anders ingevuld en is op zijn mooist wanneer het voorzichtige bombast wordt verruild voor subtiele of zelfs atmosferische klanken, die ook fraai kleuren bij de mooie stem van Taylor Vick.
Taylor Vick heeft aangegeven dat het debuut van Art Moore zeker niet het einde betekent van Boy Scouts, maar persoonlijk hoop ik dat de nieuwe band van de Amerikaanse muzikante na dit debuut niet op een laag pitje komt te staan. Het debuut van Art Moore is immers een wonderschoon album dat maar blijft betoveren met mooie klanken en de fantasie blijft prikkelen met mooie wendingen.
De wat kille en onderkoelde klanken op het album en het wat lage tempo van de songs blijken het bovendien verrassend goed te doen bij de zomerse temperaturen van het moment en laten een koel briesje uit de speakers komen. Ik lees er tot dusver veel te weinig over, maar dit is echt een mooi album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Art Moore - Art Moore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Art Moore - Art Moore
Art Moore is een nieuw project van de Amerikaanse muzikante Taylor Vick, die met het debuutalbum van de band haar albums als Boy Scouts weet te overtreffen met een bijzonder mooi dreampop geluid
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Art Moore klinkt hier en daar als een wat benevelde versie van Beach House en dat klinkt prachtig. De Amerikaanse singer-songwriter Taylor Vick maakte de afgelopen jaren muziek onder de naam Boy Scouts, maar samen met twee nieuwe muzikanten kiest ze als Art Moore voor een andere weg. De indierock van Boy Scouts heeft plaatsgemaakt voor rijk ingekleurde muziek vol invloeden uit de dreampop en het is muziek die prachtig combineert met de dromerige zang van Taylor Vick. De songs van Art Moore zijn zo nu en dan bijna overdadig ingekleurd, maar de Amerikaanse band zoekt op dit fraaie album ook de subtiliteit en het avontuur.
Art Moore is de nieuwe band van de Amerikaanse singer-songwriter Taylor Vick, die de afgelopen jaren vier albums uitbracht onder de naam Boy Scouts. Van die vier albums vond ik met name de laatste, het eind vorig jaar verschenen Wayfinder, de moeite waard, al haalde Boy Scouts nog niet het niveau van de vaandeldragers binnen de indierock van het moment.
In haar nieuwe band werkt Taylor Vick samen met Sam Durkes en Trevor Brooks, die eerder samenwerkten met Ezra Furman. Art Moore leek in eerste instantie geen heel serieus project van Taylor Vick, tot de coronapandemie het openbare leven grotendeels stil legde en er opeens alle tijd was voor het opnemen van een debuutalbum. Dat debuutalbum verscheen vorige week en heeft geen titel meegekregen.
Het debuut van Art Moore verschijnt nog geen jaar na het laatste album van Boy Scouts, maar laat een duidelijk ander geluid horen. De muziek van Boy Scouts klonk in de loop der jaren steeds wat voller en schoof op richting indierock, maar Art Moore doet er nog een flinke schep bovenop en beweegt zich bovendien in andere genres.
De openingstrack van het debuutalbum van de band schuift op richting bijna bombastisch ingekleurde dreampop en dat is een geluid dat aan mij wel is besteed, al is het maar omdat het prachtig past bij de dromerige zang van Taylor Vick. De songs van Art Moore klinken hier en daar erg vol, maar het geluid van de Amerikaanse band is ook ruimtelijk en beeldend. Art Moore klinkt hier en daar als Beach House met flink wat valium en dat klinkt verrassend aangenaam.
Taylor Vick en haar medemuzikanten namen het album op tijdens de verschillende lockdowns en dat is te horen, want ondanks de prachtige en hier en daar zelfs sprookjesachtige klanken heeft het debuut van Art Moore een wat melancholische en hier en daar zelfs desolate sfeer, die wordt versterkt door subtiel gruis en wat vervorming.
Met Boy Scouts speelde Taylor Vick hooguit in de subtop, maar met Art Moore kan ze wat mij betreft hoger op. De Amerikaanse band slaagt er op haar debuut in om een bijzonder mooi geluid te creëren, de zang komt veel beter tot zijn recht dan bij Boy Scouts en vooral de songs van Art Moore zijn veel beter dan die van het vorige project van Taylor Vick.
De muziek op het album is overigens een stuk gevarieerder dan het bovenstaande misschien suggereert. De combinatie van organische klanken en flink wat elektronica wordt steeds net wat anders ingevuld en is op zijn mooist wanneer het voorzichtige bombast wordt verruild voor subtiele of zelfs atmosferische klanken, die ook fraai kleuren bij de mooie stem van Taylor Vick.
Taylor Vick heeft aangegeven dat het debuut van Art Moore zeker niet het einde betekent van Boy Scouts, maar persoonlijk hoop ik dat de nieuwe band van de Amerikaanse muzikante na dit debuut niet op een laag pitje komt te staan. Het debuut van Art Moore is immers een wonderschoon album dat maar blijft betoveren met mooie klanken en de fantasie blijft prikkelen met mooie wendingen.
De wat kille en onderkoelde klanken op het album en het wat lage tempo van de songs blijken het bovendien verrassend goed te doen bij de zomerse temperaturen van het moment en laten een koel briesje uit de speakers komen. Ik lees er tot dusver veel te weinig over, maar dit is echt een mooi album. Erwin Zijleman
Arthur - Dreams and Images (1968)

4,5
0
geplaatst: 11 februari 2015, 17:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arthur - Dreams And Images - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoewel er volop wordt geklaagd over de malaise in de muziekindustrie zijn er nog altijd platenlabels die brood zien in het opnieuw uitbrengen van vergeten en buitengewoon obscure meesterwerken uit een heel ver verleden. Dreams And Images van Arthur is er zo een.
Arthur Lee Harper trok in de Summer Of Love van Florida naar California om zijn geluk te beproeven in de muziekindustrie. In tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten slaagde hij hier nog in ook. In 1968 tekende hij een contract bij het LHI label van niemand minder dan Lee Hazlewood, die vervolgens ook als producer aanschoof bij de opname van Arthur’s debuut Dreams And Images.
Het is een plaat die uiteindelijk nauwelijks iets deed, waardoor de carrière van Arthur Lee Harper net zo snel eindigde als hij was begonnen. Arthur Lee Harper zou een jaar later nog één, al helemaal niet opgemerkte, plaat maken en kreeg zijn carrière nooit meer op de rails. In 2002 overleed zijn vrouw aan de gevolgen van een auto ongeluk. Diezelfde avond overleed Arthur Lee Harper aan de gevolgen van een hartaanval.
In 1968 leek het leven Arthur Lee Harper nog toe te lachen. Zijn onder de naam Arthur uitgebrachte debuut is een hele sterke plaat. Het is zo’n plaat waarvan het nu heel moeilijk is voor te stellen dat hij in 1968 niet veel deed.
Arthur verrast op Dreams And Images met mooi ingetogen akoestisch gitaarspel en een hele bijzondere stem. Het is een wat hoge en bijzonder emotievolle stem, die de songs op zijn debuut een hele bijzondere lading geeft. De wat klassiek en barok aandoende orkestratie van de plaat versterkt het effect van de bijzondere songs van Arthur Lee Harper.
Het zijn songs die zijn geworteld in de Amerikaanse folk van dat moment, maar Arthur klinkt toch duidelijk anders dan zijn soortgenoten. Dreams And Images klinkt ontegenzeggelijk als een plaat uit een heel ver verleden, maar de fraaie reissue van het debuut van Arthur, voegt toch wel iets toe aan alles dat ik uit de late jaren 60 al in de kast heb staan.
Dreams And Images is folkie en klassiek, maar bevat ook invloeden uit de psychedelica en barokke pop. Het is muziek zonder veel opsmuk. Het gitaarspel is mooi maar uitermate sober en ook de klassiek aandoende blazers- en strijkersarrangementen zijn nooit overdadig. Alle aandacht gaat daarom uit naar de stem van Arthur en die is bijzonder.
Direct bij eerste beluistering van Dreams And Images was ik geboeid door deze plaat en raakte Arthur me en sindsdien is het een baken van rust, dat maar aan kracht blijft winnen.
Het siert het label Light in the Attic dat het de moeite heeft genomen om deze vergeten parel opnieuw uit te brengen. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat men er veel van gaat verkopen, maar iedere plaat die wordt verkocht krijgt een gelukkige eigenaar. Dreams And Images van Arthur is misschien nooit een klassieker geworden, maar de plaat is er zeker goed genoeg voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arthur - Dreams And Images - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoewel er volop wordt geklaagd over de malaise in de muziekindustrie zijn er nog altijd platenlabels die brood zien in het opnieuw uitbrengen van vergeten en buitengewoon obscure meesterwerken uit een heel ver verleden. Dreams And Images van Arthur is er zo een.
Arthur Lee Harper trok in de Summer Of Love van Florida naar California om zijn geluk te beproeven in de muziekindustrie. In tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten slaagde hij hier nog in ook. In 1968 tekende hij een contract bij het LHI label van niemand minder dan Lee Hazlewood, die vervolgens ook als producer aanschoof bij de opname van Arthur’s debuut Dreams And Images.
Het is een plaat die uiteindelijk nauwelijks iets deed, waardoor de carrière van Arthur Lee Harper net zo snel eindigde als hij was begonnen. Arthur Lee Harper zou een jaar later nog één, al helemaal niet opgemerkte, plaat maken en kreeg zijn carrière nooit meer op de rails. In 2002 overleed zijn vrouw aan de gevolgen van een auto ongeluk. Diezelfde avond overleed Arthur Lee Harper aan de gevolgen van een hartaanval.
In 1968 leek het leven Arthur Lee Harper nog toe te lachen. Zijn onder de naam Arthur uitgebrachte debuut is een hele sterke plaat. Het is zo’n plaat waarvan het nu heel moeilijk is voor te stellen dat hij in 1968 niet veel deed.
Arthur verrast op Dreams And Images met mooi ingetogen akoestisch gitaarspel en een hele bijzondere stem. Het is een wat hoge en bijzonder emotievolle stem, die de songs op zijn debuut een hele bijzondere lading geeft. De wat klassiek en barok aandoende orkestratie van de plaat versterkt het effect van de bijzondere songs van Arthur Lee Harper.
Het zijn songs die zijn geworteld in de Amerikaanse folk van dat moment, maar Arthur klinkt toch duidelijk anders dan zijn soortgenoten. Dreams And Images klinkt ontegenzeggelijk als een plaat uit een heel ver verleden, maar de fraaie reissue van het debuut van Arthur, voegt toch wel iets toe aan alles dat ik uit de late jaren 60 al in de kast heb staan.
Dreams And Images is folkie en klassiek, maar bevat ook invloeden uit de psychedelica en barokke pop. Het is muziek zonder veel opsmuk. Het gitaarspel is mooi maar uitermate sober en ook de klassiek aandoende blazers- en strijkersarrangementen zijn nooit overdadig. Alle aandacht gaat daarom uit naar de stem van Arthur en die is bijzonder.
Direct bij eerste beluistering van Dreams And Images was ik geboeid door deze plaat en raakte Arthur me en sindsdien is het een baken van rust, dat maar aan kracht blijft winnen.
Het siert het label Light in the Attic dat het de moeite heeft genomen om deze vergeten parel opnieuw uit te brengen. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat men er veel van gaat verkopen, maar iedere plaat die wordt verkocht krijgt een gelukkige eigenaar. Dreams And Images van Arthur is misschien nooit een klassieker geworden, maar de plaat is er zeker goed genoeg voor. Erwin Zijleman
Arthur Buck - Arthur Buck (2018)

4,0
0
geplaatst: 21 juni 2018, 16:35 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arthur Buck - Arthur Buck - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Peter Buck kennen we natuurlijk vooral als gitarist van het roemruchte R.E.M., maar de Amerikaanse muzikant maakte ook een aantal behoorlijk obscure maar zeker interessante soloplaten.
Bovendien werkte Peter Buck de afgelopen decennia samen met minstens een dozijn grote muzikanten, onder wie Steve Wynn (The Baseball Project), Warren Zevon (Hindu Love Gods), Robyn Hitchcock, Mark Eitzel en vorig jaar nog Sleater-Kinney frontvrouw Corin Tucker (Filthy Friends).
De naam van Peter Buck kom je in de meeste gevallen pas tegen bij het bestuderen van de informatie op de hoes, maar voor de afwisseling prijkt zijn naam dit keer eens prominent op de cover. Op het debuut van Arthur Buck werkt Peter Buck samen met de Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur.
Dat is een naam die helaas niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikant uit Akron, Ohio, maakt al meer dan 20 jaar platen en heeft inmiddels een relatief onbekend, maar bijzonder fraai oeuvre op zijn naam staan. Joseph Arthur heeft inmiddels zo’n 15 platen gemaakt en er zitten een aantal bescheiden meesterwerken tussen, waaronder Our Shadows Will Remain uit 2004 (mijn favoriet binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant) en het twee jaar geleden verschenen The Family, dat op deze BLOG terecht werd bejubeld.
Ook op de eerste plaat van Arthur Buck laat Joseph Arthur horen dat hij een geweldig songwriter is. Alle songs op de plaat zijn geschreven door Joseph Arthur en Peter Buck, maar de meeste songs klinken wat mij betreft als Joseph Arthur songs.
Het debuut van Arthur Buck laat zich hierdoor beluisteren als de opvolger van het twee jaar oude The Family en dat is geen slecht nieuws. Integendeel. Joseph Arthur schrijft immers songs die buitengewoon lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die niet zo makkelijk in een hokje zijn te duwen en die bovendien wat dieper graven dan die van collega muzikanten.
De samenwerking tussen Joseph Arthur en Peter Buck kreeg vorig jaar gestalte in de huisstudio van de Amerikaanse gitarist, waar met bescheiden middelen en in een betrekkelijk korte tijd een plaat uit de grond werd gestampt. De eerste plaat van Arthur Buck klinkt hierdoor vaak wat ruw en onaf, maar dit geeft de songs ook energie en kracht.
Iedereen die de platen van Joseph Arthur kent, hoort direct dat hij op Arthur Buck het voortouw heeft genomen, maar de geweldige gitaarimpulsen van Peter Buck geven de songs nog net wat meer glans.
Het debuut van Arthur Buck is een plaat die naar veel meer smaakt, want er is duidelijk sprake van chemie tussen de twee gelouterde muzikanten. Het is hiernaast te hopen dat de plaat de aandacht en liefde voor het werk van Joseph Arthur aanwakkert, want dat het prachtige oeuvre van de Amerikaan zo onbekend is, is een schande. Er valt dus veel te ontdekken, waarbij uiteindelijk concludeert kan worden dat de samenwerking met Peter Buck fraai past en niet uit de toon valt in het bijzondere oeuvre van Joseph Arthur en ook kan worden gerekend tot het beste dat Peter Buck heeft gemaakt buiten R.E.M.. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arthur Buck - Arthur Buck - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Peter Buck kennen we natuurlijk vooral als gitarist van het roemruchte R.E.M., maar de Amerikaanse muzikant maakte ook een aantal behoorlijk obscure maar zeker interessante soloplaten.
Bovendien werkte Peter Buck de afgelopen decennia samen met minstens een dozijn grote muzikanten, onder wie Steve Wynn (The Baseball Project), Warren Zevon (Hindu Love Gods), Robyn Hitchcock, Mark Eitzel en vorig jaar nog Sleater-Kinney frontvrouw Corin Tucker (Filthy Friends).
De naam van Peter Buck kom je in de meeste gevallen pas tegen bij het bestuderen van de informatie op de hoes, maar voor de afwisseling prijkt zijn naam dit keer eens prominent op de cover. Op het debuut van Arthur Buck werkt Peter Buck samen met de Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur.
Dat is een naam die helaas niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikant uit Akron, Ohio, maakt al meer dan 20 jaar platen en heeft inmiddels een relatief onbekend, maar bijzonder fraai oeuvre op zijn naam staan. Joseph Arthur heeft inmiddels zo’n 15 platen gemaakt en er zitten een aantal bescheiden meesterwerken tussen, waaronder Our Shadows Will Remain uit 2004 (mijn favoriet binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant) en het twee jaar geleden verschenen The Family, dat op deze BLOG terecht werd bejubeld.
Ook op de eerste plaat van Arthur Buck laat Joseph Arthur horen dat hij een geweldig songwriter is. Alle songs op de plaat zijn geschreven door Joseph Arthur en Peter Buck, maar de meeste songs klinken wat mij betreft als Joseph Arthur songs.
Het debuut van Arthur Buck laat zich hierdoor beluisteren als de opvolger van het twee jaar oude The Family en dat is geen slecht nieuws. Integendeel. Joseph Arthur schrijft immers songs die buitengewoon lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die niet zo makkelijk in een hokje zijn te duwen en die bovendien wat dieper graven dan die van collega muzikanten.
De samenwerking tussen Joseph Arthur en Peter Buck kreeg vorig jaar gestalte in de huisstudio van de Amerikaanse gitarist, waar met bescheiden middelen en in een betrekkelijk korte tijd een plaat uit de grond werd gestampt. De eerste plaat van Arthur Buck klinkt hierdoor vaak wat ruw en onaf, maar dit geeft de songs ook energie en kracht.
Iedereen die de platen van Joseph Arthur kent, hoort direct dat hij op Arthur Buck het voortouw heeft genomen, maar de geweldige gitaarimpulsen van Peter Buck geven de songs nog net wat meer glans.
Het debuut van Arthur Buck is een plaat die naar veel meer smaakt, want er is duidelijk sprake van chemie tussen de twee gelouterde muzikanten. Het is hiernaast te hopen dat de plaat de aandacht en liefde voor het werk van Joseph Arthur aanwakkert, want dat het prachtige oeuvre van de Amerikaan zo onbekend is, is een schande. Er valt dus veel te ontdekken, waarbij uiteindelijk concludeert kan worden dat de samenwerking met Peter Buck fraai past en niet uit de toon valt in het bijzondere oeuvre van Joseph Arthur en ook kan worden gerekend tot het beste dat Peter Buck heeft gemaakt buiten R.E.M.. Erwin Zijleman
Asaf Avidan - Gold Shadow (2015)

4,0
0
geplaatst: 3 februari 2015, 15:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Asaf Avidan - Gold Shadow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Asaf Avidan is een Israëlische muzikant die inmiddels, al dan niet met zijn band The Mojos, al een aantal jaren muziek maakt, maar mij nog niet eerder tot beluistering van zijn platen wist te verleiden.
Nieuwsgierig geworden door de opvallend hoge positie op de rotatielijst van Musicmeter.nl heb ik Gold Shadow toch maar eens een kans gegeven.
Vervolgens heb ik enige tijd getwijfeld tussen de plaat direct weer uit zetten of toch maar verder luisteren. Dat heeft alles te maken met de bijzondere stem van de Israëliër. Asaf Avidan klinkt op het eerste gehoor als Amy Winehouse op één van haar mindere dagen of als Bob Dylan die aan een helium ballon heeft zitten lurken en dat is op zijn minst even wennen.
Ik raad echter iedereen aan om even de tijd te nemen om te wennen aan het bijzondere stemgeluid, want na enige gewenning is er niet zoveel mis met de stem van Asaf Avidan, al blijft de stem moeilijk te rijmen met zijn verschijning.
Ook in muzikaal opzicht zet Asaf Avidan je makkelijk op het verkeerde been. Flink wat tracks lijken, net als de muziek van de eerder genoemde Amy Winehouse, flink te leunen op de muziek van Motown, maar als je wat beter luistert hoor je toch vooral veel andere invloeden. Gold Shadow bestaat voor een deel uit oude soul, maar haakt ook aan bij de platen van Phil Spector, de folk van Bob Dylan, het cabaret uit de jaren 30, onvervalste country, moderne elektronica, rauwe blues, georkestreerde indiepop of noem het maar op. Het is muziek die je even op je in moet laten werken, maar die vervolgens grootse vormen aanneemt.
Ik weet nog goed dat ik bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Asaf Avidan en dan met name de eerste kennismaking met zijn stemgeluid, keek alsof ik water zag branden, maar wanneer ik nu luister naar Gold Shadow hoor ik een geweldige zanger, die hier en daar herinnert aan Shirley Bassey. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de songs. Wat in eerste instantie nog simpele deuntjes zijn of beter gezegd lijken, groeit al snel uit tot een serie songs vol diepgang, bezieling en avontuur.
Gold Shadow klinkt aan de ene kant als een volstrekt tijdloze plaat van een aantal decennia geleden, maar aan de andere kant hoor je dingen die alleen maar uit het heden lijken te stammen. Steeds weer kiest Asaf Avidan voor een net wat andere invalshoek en steeds weer zet hij je in eerste instantie op het verkeerde been, om pas bij hernieuwde beluistering te overtuigen.
De ene keer is het aanstekelijk en lichtvoetig, de volgende keer behoorlijk zwaar aangezet en behoorlijk dramatisch, maar altijd weet Asaf Avidan te verrassen met onverwachte wendingen, speelse invloeden of een plotselinge bak emotie die vol over je heen wordt gestort. Het ene moment sta je nog op de dansvloer, het volgende moment doet Asaf Avidan een redelijk geslaagde poging om songwriter Leonard Cohen naar de kroon te steken. Het is illustratief voor de veelzijdigheid en het niveau va deze plaat.
Drie kwartier lang slingert de muziek van Asaf Avidan je alle kanten op, maar uiteindelijk is een diepe buiging op zijn plaats. Wat een mooie en bijzondere, nee unieke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Asaf Avidan - Gold Shadow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Asaf Avidan is een Israëlische muzikant die inmiddels, al dan niet met zijn band The Mojos, al een aantal jaren muziek maakt, maar mij nog niet eerder tot beluistering van zijn platen wist te verleiden.
Nieuwsgierig geworden door de opvallend hoge positie op de rotatielijst van Musicmeter.nl heb ik Gold Shadow toch maar eens een kans gegeven.
Vervolgens heb ik enige tijd getwijfeld tussen de plaat direct weer uit zetten of toch maar verder luisteren. Dat heeft alles te maken met de bijzondere stem van de Israëliër. Asaf Avidan klinkt op het eerste gehoor als Amy Winehouse op één van haar mindere dagen of als Bob Dylan die aan een helium ballon heeft zitten lurken en dat is op zijn minst even wennen.
Ik raad echter iedereen aan om even de tijd te nemen om te wennen aan het bijzondere stemgeluid, want na enige gewenning is er niet zoveel mis met de stem van Asaf Avidan, al blijft de stem moeilijk te rijmen met zijn verschijning.
Ook in muzikaal opzicht zet Asaf Avidan je makkelijk op het verkeerde been. Flink wat tracks lijken, net als de muziek van de eerder genoemde Amy Winehouse, flink te leunen op de muziek van Motown, maar als je wat beter luistert hoor je toch vooral veel andere invloeden. Gold Shadow bestaat voor een deel uit oude soul, maar haakt ook aan bij de platen van Phil Spector, de folk van Bob Dylan, het cabaret uit de jaren 30, onvervalste country, moderne elektronica, rauwe blues, georkestreerde indiepop of noem het maar op. Het is muziek die je even op je in moet laten werken, maar die vervolgens grootse vormen aanneemt.
Ik weet nog goed dat ik bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Asaf Avidan en dan met name de eerste kennismaking met zijn stemgeluid, keek alsof ik water zag branden, maar wanneer ik nu luister naar Gold Shadow hoor ik een geweldige zanger, die hier en daar herinnert aan Shirley Bassey. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de songs. Wat in eerste instantie nog simpele deuntjes zijn of beter gezegd lijken, groeit al snel uit tot een serie songs vol diepgang, bezieling en avontuur.
Gold Shadow klinkt aan de ene kant als een volstrekt tijdloze plaat van een aantal decennia geleden, maar aan de andere kant hoor je dingen die alleen maar uit het heden lijken te stammen. Steeds weer kiest Asaf Avidan voor een net wat andere invalshoek en steeds weer zet hij je in eerste instantie op het verkeerde been, om pas bij hernieuwde beluistering te overtuigen.
De ene keer is het aanstekelijk en lichtvoetig, de volgende keer behoorlijk zwaar aangezet en behoorlijk dramatisch, maar altijd weet Asaf Avidan te verrassen met onverwachte wendingen, speelse invloeden of een plotselinge bak emotie die vol over je heen wordt gestort. Het ene moment sta je nog op de dansvloer, het volgende moment doet Asaf Avidan een redelijk geslaagde poging om songwriter Leonard Cohen naar de kroon te steken. Het is illustratief voor de veelzijdigheid en het niveau va deze plaat.
Drie kwartier lang slingert de muziek van Asaf Avidan je alle kanten op, maar uiteindelijk is een diepe buiging op zijn plaats. Wat een mooie en bijzondere, nee unieke plaat. Erwin Zijleman
Ashe - Ashlyn (2021)

4,0
0
geplaatst: 14 mei 2021, 15:26 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashe - Ashlyn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashlyn van de Amerikaanse muzikante Ashe is een album dat overloopt of zelfs bijna uit elkaar spat van alle goede ideeën, maar hoe vaker ik het album hoor hoe briljanter ik het vind
Bij eerste beluistering van Ashlyn van Ashe uit San Jose wist ik echt niet wat ik met het album aan moest. Het is een album dat rijkelijk citeert uit de jaren 70, dat de bijna pompeuze arrangementen niet schuwt en dat soms over the top klinkt. Het is op hetzelfde moment een album dat niet alleen tijdloos maar ook eigentijds klinkt, dat steeds weer opzien weet te baren met fascinerende arrangementen en dat in vocaal opzicht ook nog eens staat als een huis. Ik moest er erg aan wennen, heel erg aan wennen zelfs, maar hoe vaker ik naar Ashlyn van Ashe luister, hoe meer ik overtuigd raak van haar volkomen unieke talent. Fascinerend album.
De krenten uit de pop: Ashe - Ashlyn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashlyn van de Amerikaanse muzikante Ashe is een album dat overloopt of zelfs bijna uit elkaar spat van alle goede ideeën, maar hoe vaker ik het album hoor hoe briljanter ik het vind
Bij eerste beluistering van Ashlyn van Ashe uit San Jose wist ik echt niet wat ik met het album aan moest. Het is een album dat rijkelijk citeert uit de jaren 70, dat de bijna pompeuze arrangementen niet schuwt en dat soms over the top klinkt. Het is op hetzelfde moment een album dat niet alleen tijdloos maar ook eigentijds klinkt, dat steeds weer opzien weet te baren met fascinerende arrangementen en dat in vocaal opzicht ook nog eens staat als een huis. Ik moest er erg aan wennen, heel erg aan wennen zelfs, maar hoe vaker ik naar Ashlyn van Ashe luister, hoe meer ik overtuigd raak van haar volkomen unieke talent. Fascinerend album.
Ashe - Rae (2022)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2022, 19:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashe - Rae - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashe - Rae
Ashe baarde vorig jaar in kleine kring opzien met het uitstekende en verrassend veelzijdige Ashlyn en laat op het onlangs verschenen Rae horen dat het vorige album van de Amerikaanse muzikante geen toevalstreffer was
Rae van de Californische muzikante Ashe is een album met meerdere gezichten. Het is een album vol tijdloze jaren 70 pop, maar het is ook een album met subtiele invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en een album dat af en toe uit de voeten kan met eigentijdse pop. Door het veelzijdige karakter van Rae zal Ashe niet in één adem worden genoemd met de erkende popprinsessen van het moment, maar het nieuwe album van het alter ego van Ashlyn Williams is een in kwalitatief opzicht uitstekend album. Het is bovendien een album dat zeer aangenaam vermaakt met goed gemaakte en tijdloze popliedjes, die ook nog eens prachtig gezongen worden.
Ashlyn, het tweede album van de Amerikaanse muzikante Ashe, vond ik in het voorjaar van 2021 een bijzonder fascinerend album. Het is ook een album dat, zeker in Nederland, helaas slechts in kleine kring werd opgepikt. Ashe, het alter ego van Ashlyn Willson, sprong op dit album van de hak op de tak en strooide met songs die bol stonden van de goede ideeën. Dat is lang niet altijd een garantie voor een geslaagd album, maar Ashlyn bleek, zeker na enige gewenning, een uitstekend album.
Een paar weken geleden verscheen het nieuwe album van Ashe, maar Rae is om onduidelijke redenen wat langer op de stapel blijven liggen. Het heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want ook op haar nieuwe album laat Ashe weer horen dat ze een zeer talentvolle muzikante is.
Ook Rae is weer een album waarop het etiket pop niet misstaat, maar de muziek van Ashe is niet te vergelijken met die van de gemiddelde popprinses van het moment. Ook Rae staat weer met minstens één been in de jaren 70, maar net als op Ashlyn bestrijkt Ashe ook dit keer een breed palet, al klinkt Rae wel wat consistenter dan zijn voorganger. De Californische muzikante kan uit de voeten met tijdloze popsongs die zich onmiddellijk tegen je aan vlijen, maar Rae bevat ook een aantal net wat minder toegankelijke songs die je wat vaker moet horen.
Net als op haar vorige album overtuigt Ashe makkelijk met ingetogen en vaak wat zwoel klinkende songs, waarin de Amerikaanse muzikante indruk maakt met haar soepele stem. Het is weer smullen voor muziekliefhebbers met een zwak voor zwoele 70s pop, maar Rae is ook zeker een album van deze tijd. Ashe verwerkt, net als op haar vorige album, bovendien invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs, maar ook in deze songs is goed te horen dat haar thuisbasis het zonnige California is en niet de countryhoofdstad Nashville.
Zeker wanneer je de muziek van Ashe nog niet kent, klinkt Rae behoorlijk vol geproduceerd en hier en daar zelfs wat aan de gladde kant, maar dat valt uiteindelijk erg mee. Ashe maakt weliswaar vooral songs die zich als een warme deken om je heen slaan en die herinneringen oproepen aan de meest aangename pop uit de jaren 70, maar het zijn ook songs vol subtiele verrassingen en het zijn bovendien songs waarin de Amerikaanse muzikante de persoonlijke thema’s niet schuwt.
Vanwege de duidelijke hang naar de jaren 70 pop, zal Rae niet direct een bedreiging vormen voor de popprinsessen van het moment, maar als ik het album vergelijk met de eerder dit jaar verschenen albums van gerespecteerde popprinsessen, kan ik alleen maar concluderen dat het nieuwe album van Ashe in muzikaal opzicht beter is en qua aanstekelijkheid niet onder doet voor de in brede kring geprezen popalbums.
Ook in vocaal opzicht maakt de Californische muzikante makkelijk indruk met een stem die gemaakt is voor tijdloze jaren 70 singer-songwriter pop, maar ook in andere genres goed uit de voeten kan. Net als voorganger Ashlyn is ook Rae weer een album dat echt veel meer aandacht verdient dan het album recent heeft gekregen en momenteel krijgt. Ik heb het album zelf ook even laten liggen, maar het is inmiddels een steeds aangenamer wordende metgezel op donkere en koude winteravonden, waarvan er vast nog veel gaan komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashe - Rae - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashe - Rae
Ashe baarde vorig jaar in kleine kring opzien met het uitstekende en verrassend veelzijdige Ashlyn en laat op het onlangs verschenen Rae horen dat het vorige album van de Amerikaanse muzikante geen toevalstreffer was
Rae van de Californische muzikante Ashe is een album met meerdere gezichten. Het is een album vol tijdloze jaren 70 pop, maar het is ook een album met subtiele invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en een album dat af en toe uit de voeten kan met eigentijdse pop. Door het veelzijdige karakter van Rae zal Ashe niet in één adem worden genoemd met de erkende popprinsessen van het moment, maar het nieuwe album van het alter ego van Ashlyn Williams is een in kwalitatief opzicht uitstekend album. Het is bovendien een album dat zeer aangenaam vermaakt met goed gemaakte en tijdloze popliedjes, die ook nog eens prachtig gezongen worden.
Ashlyn, het tweede album van de Amerikaanse muzikante Ashe, vond ik in het voorjaar van 2021 een bijzonder fascinerend album. Het is ook een album dat, zeker in Nederland, helaas slechts in kleine kring werd opgepikt. Ashe, het alter ego van Ashlyn Willson, sprong op dit album van de hak op de tak en strooide met songs die bol stonden van de goede ideeën. Dat is lang niet altijd een garantie voor een geslaagd album, maar Ashlyn bleek, zeker na enige gewenning, een uitstekend album.
Een paar weken geleden verscheen het nieuwe album van Ashe, maar Rae is om onduidelijke redenen wat langer op de stapel blijven liggen. Het heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want ook op haar nieuwe album laat Ashe weer horen dat ze een zeer talentvolle muzikante is.
Ook Rae is weer een album waarop het etiket pop niet misstaat, maar de muziek van Ashe is niet te vergelijken met die van de gemiddelde popprinses van het moment. Ook Rae staat weer met minstens één been in de jaren 70, maar net als op Ashlyn bestrijkt Ashe ook dit keer een breed palet, al klinkt Rae wel wat consistenter dan zijn voorganger. De Californische muzikante kan uit de voeten met tijdloze popsongs die zich onmiddellijk tegen je aan vlijen, maar Rae bevat ook een aantal net wat minder toegankelijke songs die je wat vaker moet horen.
Net als op haar vorige album overtuigt Ashe makkelijk met ingetogen en vaak wat zwoel klinkende songs, waarin de Amerikaanse muzikante indruk maakt met haar soepele stem. Het is weer smullen voor muziekliefhebbers met een zwak voor zwoele 70s pop, maar Rae is ook zeker een album van deze tijd. Ashe verwerkt, net als op haar vorige album, bovendien invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs, maar ook in deze songs is goed te horen dat haar thuisbasis het zonnige California is en niet de countryhoofdstad Nashville.
Zeker wanneer je de muziek van Ashe nog niet kent, klinkt Rae behoorlijk vol geproduceerd en hier en daar zelfs wat aan de gladde kant, maar dat valt uiteindelijk erg mee. Ashe maakt weliswaar vooral songs die zich als een warme deken om je heen slaan en die herinneringen oproepen aan de meest aangename pop uit de jaren 70, maar het zijn ook songs vol subtiele verrassingen en het zijn bovendien songs waarin de Amerikaanse muzikante de persoonlijke thema’s niet schuwt.
Vanwege de duidelijke hang naar de jaren 70 pop, zal Rae niet direct een bedreiging vormen voor de popprinsessen van het moment, maar als ik het album vergelijk met de eerder dit jaar verschenen albums van gerespecteerde popprinsessen, kan ik alleen maar concluderen dat het nieuwe album van Ashe in muzikaal opzicht beter is en qua aanstekelijkheid niet onder doet voor de in brede kring geprezen popalbums.
Ook in vocaal opzicht maakt de Californische muzikante makkelijk indruk met een stem die gemaakt is voor tijdloze jaren 70 singer-songwriter pop, maar ook in andere genres goed uit de voeten kan. Net als voorganger Ashlyn is ook Rae weer een album dat echt veel meer aandacht verdient dan het album recent heeft gekregen en momenteel krijgt. Ik heb het album zelf ook even laten liggen, maar het is inmiddels een steeds aangenamer wordende metgezel op donkere en koude winteravonden, waarvan er vast nog veel gaan komen. Erwin Zijleman
Asher White - Jessica Pratt (2026)

4,0
0
geplaatst: 11 februari, 12:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Asher White - Jessica Pratt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Asher White - Jessica Pratt
Een album uit het verleden integraal vertolken is meestal voorbehouden aan klassiekers uit een ver verleden, maar Asher White doet het met een prachtalbum van recentere datum en slaagt wat mij betreft glansrijk
Asher White heeft al heel wat albums op haar naam staan, maar mijn aandacht voor haar muziek werd deze week voor het eerst getrokken. Een album met de titel Jessica Pratt valt op en dat is ook de Amerikaanse muziekmedia niet ontgaan. Asher White heeft haar eigen versie gemaakt van het debuutalbum van Jessica Pratt en heeft er haar op bijzondere wijze haar eigen album van gemaakt. Ik had niet verwacht dat ik het zo geslaagd zou vinden, want het eerste album van Jessica Pratt is me zeer dierbaar, maar Asher White slaagt er in om de sfeer van de songs van de Amerikaanse folkie te behouden, maar er tegelijkertijd ook andere en veel voller ingekleurde songs van te maken. Knap.
Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Asher White staat echt een enorme stapel releases en ook op Spotify tel ik meer dan tien albums van de singer-songwriter uit Providence, Rhode Island. Ik kan me niet herinneren dat ik haar naam voor deze week eerder had gehoord, maar het deze week verschenen nieuwe album van Asher White krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht.
Het is dan ook een opvallend album, dat luistert naar de nog wat opvallendere titel Jessica Pratt. Dat is op zich niet zo gek, want op haar nieuwe album vertolkt Asher White alle songs van het titelloze debuutalbum van Jessica Pratt. Ook de cover art van het nieuwe album van Asher White is stevig geïnspireerd door het inmiddels ruim dertien jaar oude debuutalbum van Jessica Pratt.
Mede hierdoor verwachte ik een min of meer exacte kopie van het debuutalbum van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat ik sinds de dag van de release hoog heb zitten. Zo’n exacte kopie zou ik behoorlijk overbodig hebben gevonden, want Jessica Pratt is gelukkig nog gewoon onder ons en zo oud is haar debuutalbum nu ook weer niet. Asher White dacht er waarschijnlijk hetzelfde over, want haar versie van het titelloze debuut van Jessica Pratt klinkt flink of zelfs totaal anders dan het origineel.
Terug naar het debuutalbum van Jessica Pratt uit 2013. Het is een album dat ik destijds vergeleek met de albums die door de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60 werden gemaakt, waarbij ik dacht aan singer-songwriters als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs. Het is een album dat genoeg heeft aan relatief sober akoestisch gitaarspel en de zeer karakteristieke stem van Jessica Pratt.
Eenvoud is wat mij betreft de kracht van het album, dat vol staat met songs die me inmiddels al heel wat jaren dierbaar zijn. Asher White kiest niet voor de eenvoud, want de Amerikaanse muzikante heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor haar remake van het eerste album van Jessica Pratt. Ze kan uit de voeten met akoestische en elektrische gitaren, banjo, bas, drums, percussie, piano, geprogrammeerde strijkers en synths en voegt dit allemaal toe aan de van origine zo sobere songs van Jessica Pratt.
Net als Jessica Pratt beschikt ook Asher White over een karakteristieke stem, maar het is een stem die in een aantal gevallen in meerdere lagen is opgenomen, waardoor ook de zang flink anders klinkt dan op het originele album. Asher White heeft een bij vlagen behoorlijk ruwe versie van het debuutalbum van Jessica Pratt gemaakt en dat hoor je vooral wanneer ze naar haar elektrische gitaar grijpt en zeker wanneer het snarenwerk flink gruizig mag klinken of zelfs mag ontsporen.
Op hetzelfde moment zou ook de versie van Asher White met enige fantasie uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse psychedelische folk kunnen stammen, waardoor de twee versies van het album toch net iets meer met elkaar gemeen hebben dan alleen de songs en de album cover.
De verschillen overheersen echter, waardoor Asher White er wat mij betreft in is geslaagd om haar eigen versies te maken van de songs van de muzikante die ze bewondert. Ik vind zelfs dat ze hier glansrijk in is geslaagd, want inmiddels vind ik een paar songs op het album van Asher White zelfs interessanter dan die op het glorieuze debuut van Jessica Pratt en dat is best bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Asher White - Jessica Pratt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Asher White - Jessica Pratt
Een album uit het verleden integraal vertolken is meestal voorbehouden aan klassiekers uit een ver verleden, maar Asher White doet het met een prachtalbum van recentere datum en slaagt wat mij betreft glansrijk
Asher White heeft al heel wat albums op haar naam staan, maar mijn aandacht voor haar muziek werd deze week voor het eerst getrokken. Een album met de titel Jessica Pratt valt op en dat is ook de Amerikaanse muziekmedia niet ontgaan. Asher White heeft haar eigen versie gemaakt van het debuutalbum van Jessica Pratt en heeft er haar op bijzondere wijze haar eigen album van gemaakt. Ik had niet verwacht dat ik het zo geslaagd zou vinden, want het eerste album van Jessica Pratt is me zeer dierbaar, maar Asher White slaagt er in om de sfeer van de songs van de Amerikaanse folkie te behouden, maar er tegelijkertijd ook andere en veel voller ingekleurde songs van te maken. Knap.
Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Asher White staat echt een enorme stapel releases en ook op Spotify tel ik meer dan tien albums van de singer-songwriter uit Providence, Rhode Island. Ik kan me niet herinneren dat ik haar naam voor deze week eerder had gehoord, maar het deze week verschenen nieuwe album van Asher White krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht.
Het is dan ook een opvallend album, dat luistert naar de nog wat opvallendere titel Jessica Pratt. Dat is op zich niet zo gek, want op haar nieuwe album vertolkt Asher White alle songs van het titelloze debuutalbum van Jessica Pratt. Ook de cover art van het nieuwe album van Asher White is stevig geïnspireerd door het inmiddels ruim dertien jaar oude debuutalbum van Jessica Pratt.
Mede hierdoor verwachte ik een min of meer exacte kopie van het debuutalbum van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat ik sinds de dag van de release hoog heb zitten. Zo’n exacte kopie zou ik behoorlijk overbodig hebben gevonden, want Jessica Pratt is gelukkig nog gewoon onder ons en zo oud is haar debuutalbum nu ook weer niet. Asher White dacht er waarschijnlijk hetzelfde over, want haar versie van het titelloze debuut van Jessica Pratt klinkt flink of zelfs totaal anders dan het origineel.
Terug naar het debuutalbum van Jessica Pratt uit 2013. Het is een album dat ik destijds vergeleek met de albums die door de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60 werden gemaakt, waarbij ik dacht aan singer-songwriters als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs. Het is een album dat genoeg heeft aan relatief sober akoestisch gitaarspel en de zeer karakteristieke stem van Jessica Pratt.
Eenvoud is wat mij betreft de kracht van het album, dat vol staat met songs die me inmiddels al heel wat jaren dierbaar zijn. Asher White kiest niet voor de eenvoud, want de Amerikaanse muzikante heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor haar remake van het eerste album van Jessica Pratt. Ze kan uit de voeten met akoestische en elektrische gitaren, banjo, bas, drums, percussie, piano, geprogrammeerde strijkers en synths en voegt dit allemaal toe aan de van origine zo sobere songs van Jessica Pratt.
Net als Jessica Pratt beschikt ook Asher White over een karakteristieke stem, maar het is een stem die in een aantal gevallen in meerdere lagen is opgenomen, waardoor ook de zang flink anders klinkt dan op het originele album. Asher White heeft een bij vlagen behoorlijk ruwe versie van het debuutalbum van Jessica Pratt gemaakt en dat hoor je vooral wanneer ze naar haar elektrische gitaar grijpt en zeker wanneer het snarenwerk flink gruizig mag klinken of zelfs mag ontsporen.
Op hetzelfde moment zou ook de versie van Asher White met enige fantasie uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse psychedelische folk kunnen stammen, waardoor de twee versies van het album toch net iets meer met elkaar gemeen hebben dan alleen de songs en de album cover.
De verschillen overheersen echter, waardoor Asher White er wat mij betreft in is geslaagd om haar eigen versies te maken van de songs van de muzikante die ze bewondert. Ik vind zelfs dat ze hier glansrijk in is geslaagd, want inmiddels vind ik een paar songs op het album van Asher White zelfs interessanter dan die op het glorieuze debuut van Jessica Pratt en dat is best bijzonder. Erwin Zijleman
Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen (2025)

4,0
0
geplaatst: 1 juni 2025, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen
De Amerikaanse muzikante Ashland Craft debuteerde bijna vier jaar geleden zeer verdienstelijk met Travelin’ Kind en laat op het deze week verschenen Dive Bar Beauty Queen horen dat dit zeker geen toevalstreffer was
Het is dringen binnen de country(pop) scene van Nashville, waarin de ene na de andere talentvolle countrymuzikant opduikt. Ashland Craft had de pech dat ze haar debuutalbum uitbracht tijdens de coronapandemie, niet de gelukkigste tijd voor een debuut in de muziek. De revanche komt met Dive Bar Beauty Queen, dat de belofte van haar uitstekende debuutalbum meer dan waar maakt. Ashland Craft maakt ook op haar tweede album country met een dun laagje pop. Het is country met lekker veel gitaren en het is country die is verpakt in geweldige songs. De wat ruwe en voor country gemaakte stem van Ashland Craft doet de rest op dit uitstekende album.
Ashland Craft deed op haar eenentwintigste mee aan het dertiende seizoen van de Amerikaanse versie van The Voice en schopte het uiteindelijk tot de top 10. Net als in Nederland is het succesvol meedoen aan een talentenjacht ook in de Verenigde Staten zeker geen garantie op succes, maar Ashland Craft trok met haar optredens de aandacht van de platenbazen in Nashville.
Ze kreeg een platencontract, verhuisde naar de Amerikaanse muziekhoofdstad en bracht in 2021, zeven jaar na haar deelname aan The Voice, haar debuutalbum Travelin’ Kind uit. Het is een album dat me in de herfst van 2021 in positieve zin opviel en waarover ik een lovende recensie schreef. Op Travelin’ Kind laat Ashland Craft een typisch Nashville countrygeluid horen, maar het is geluk niet de gepolijste maar de ruwe variant van dit geluid.
Ashland Craft koos in de The Voice niet voor niets voor het vertolken van een song van de geweldige Gretchen Wilson en omringde zich op haar debuutalbum met lekker veel en bij vlagen stevig klinkende gitaren, die perfect passen bij haar wat rauwe stem. Toen ik van de week nog eens luisterde naar Travelin’ Kind moest ik direct denken aan Megan Moroney, een van mijn favoriete countryzangeressen van het moment en in 2021 nog niet begonnen aan haar carrière in de muziek.
Megan Moroney heeft inmiddels twee fantastische albums op haar naam staan en sinds deze week staat Ashland Craft op hetzelfde aantal. Ik was Ashland Craft eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar na de herontdekking van haar debuutalbum eerder deze week, begon ik met behoorlijk hoge verwachtingen aan de beluistering van Dive Bar Beauty Queen.
Ook op haar tweede album vertrouwt de muzikante uit Nashville op een aantal gelouterde muzikanten uit de Nashville countryscene en werkt ze bovendien samen met een aantal ervaren songwriters uit de stad. Net als zijn voorganger klinkt Dive Bar Beauty Queen als een typisch Nashville countryalbum. Het is een album dat hier en daar wat ingrediënten uit de countrypop bevat, maar net als Travelin’ Kind is ook Dive Bar Beauty Queen dat veel dichter tegen de wat traditioneler klinkende country dan tegen de countrypop aan zit.
Ashland Craft omringt zich ook dit keer met lekker veel gitaren wat een lekker stevig en soms wat ruw geluid oplevert. Megan Moroney is zeker relevant vergelijkingsmateriaal, maar ook de vroege albums van Gretchen Wilson en Miranda Lambert zijn niet heel ver weg. Het klinkt allemaal misschien net wat steviger dan de countrypop die momenteel zo populair is, maar Ashland Craft en de gelouterde songwriters die haar bij hebben gestaan hebben wel 24 karaat countrypop songs geschreven.
Ashland Craft onderscheidt zich met haar net wat authentieker en ook net wat ruwer klinkende geluid van de bulk van de albums in het genre en dat doet ze nog net wat meer met haar stem. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die gemaakt is voor de muziek die ze maakt, maar ze zingt ook met heel veel gevoel en voorziet haar songs van het authentieke dat ontbreekt in de gladdere countrypop die in Nashville wordt gemaakt.
Er wordt de afgelopen jaren heel veel goede country(pop) gemaakt in Nashville, maar een aantal zangeressen steekt er wat mij betreft net uit. Ashland Craft is er, zeker na het uitstekende Dive Bar Beauty Queen, een van. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen
De Amerikaanse muzikante Ashland Craft debuteerde bijna vier jaar geleden zeer verdienstelijk met Travelin’ Kind en laat op het deze week verschenen Dive Bar Beauty Queen horen dat dit zeker geen toevalstreffer was
Het is dringen binnen de country(pop) scene van Nashville, waarin de ene na de andere talentvolle countrymuzikant opduikt. Ashland Craft had de pech dat ze haar debuutalbum uitbracht tijdens de coronapandemie, niet de gelukkigste tijd voor een debuut in de muziek. De revanche komt met Dive Bar Beauty Queen, dat de belofte van haar uitstekende debuutalbum meer dan waar maakt. Ashland Craft maakt ook op haar tweede album country met een dun laagje pop. Het is country met lekker veel gitaren en het is country die is verpakt in geweldige songs. De wat ruwe en voor country gemaakte stem van Ashland Craft doet de rest op dit uitstekende album.
Ashland Craft deed op haar eenentwintigste mee aan het dertiende seizoen van de Amerikaanse versie van The Voice en schopte het uiteindelijk tot de top 10. Net als in Nederland is het succesvol meedoen aan een talentenjacht ook in de Verenigde Staten zeker geen garantie op succes, maar Ashland Craft trok met haar optredens de aandacht van de platenbazen in Nashville.
Ze kreeg een platencontract, verhuisde naar de Amerikaanse muziekhoofdstad en bracht in 2021, zeven jaar na haar deelname aan The Voice, haar debuutalbum Travelin’ Kind uit. Het is een album dat me in de herfst van 2021 in positieve zin opviel en waarover ik een lovende recensie schreef. Op Travelin’ Kind laat Ashland Craft een typisch Nashville countrygeluid horen, maar het is geluk niet de gepolijste maar de ruwe variant van dit geluid.
Ashland Craft koos in de The Voice niet voor niets voor het vertolken van een song van de geweldige Gretchen Wilson en omringde zich op haar debuutalbum met lekker veel en bij vlagen stevig klinkende gitaren, die perfect passen bij haar wat rauwe stem. Toen ik van de week nog eens luisterde naar Travelin’ Kind moest ik direct denken aan Megan Moroney, een van mijn favoriete countryzangeressen van het moment en in 2021 nog niet begonnen aan haar carrière in de muziek.
Megan Moroney heeft inmiddels twee fantastische albums op haar naam staan en sinds deze week staat Ashland Craft op hetzelfde aantal. Ik was Ashland Craft eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar na de herontdekking van haar debuutalbum eerder deze week, begon ik met behoorlijk hoge verwachtingen aan de beluistering van Dive Bar Beauty Queen.
Ook op haar tweede album vertrouwt de muzikante uit Nashville op een aantal gelouterde muzikanten uit de Nashville countryscene en werkt ze bovendien samen met een aantal ervaren songwriters uit de stad. Net als zijn voorganger klinkt Dive Bar Beauty Queen als een typisch Nashville countryalbum. Het is een album dat hier en daar wat ingrediënten uit de countrypop bevat, maar net als Travelin’ Kind is ook Dive Bar Beauty Queen dat veel dichter tegen de wat traditioneler klinkende country dan tegen de countrypop aan zit.
Ashland Craft omringt zich ook dit keer met lekker veel gitaren wat een lekker stevig en soms wat ruw geluid oplevert. Megan Moroney is zeker relevant vergelijkingsmateriaal, maar ook de vroege albums van Gretchen Wilson en Miranda Lambert zijn niet heel ver weg. Het klinkt allemaal misschien net wat steviger dan de countrypop die momenteel zo populair is, maar Ashland Craft en de gelouterde songwriters die haar bij hebben gestaan hebben wel 24 karaat countrypop songs geschreven.
Ashland Craft onderscheidt zich met haar net wat authentieker en ook net wat ruwer klinkende geluid van de bulk van de albums in het genre en dat doet ze nog net wat meer met haar stem. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die gemaakt is voor de muziek die ze maakt, maar ze zingt ook met heel veel gevoel en voorziet haar songs van het authentieke dat ontbreekt in de gladdere countrypop die in Nashville wordt gemaakt.
Er wordt de afgelopen jaren heel veel goede country(pop) gemaakt in Nashville, maar een aantal zangeressen steekt er wat mij betreft net uit. Ashland Craft is er, zeker na het uitstekende Dive Bar Beauty Queen, een van. Erwin Zijleman
Ashland Craft - Travelin' Kind (2021)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2021, 16:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashland Craft - Travelin' Kind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashland Craft - Travelin' Kind
Het is flink dringen in de muziekscene van Nashville, maar de jonge singer-songwriter Ashland Craft slaagt er wat mij betreft in om zich te onderscheiden met een gloedvol debuutalbum
Iedere week verschijnen er stapels albums in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, dus probeer je maar eens te onderscheiden. De pas twee jaar vanuit Nashville opererende Ashland Craft slaagt daar wat mij betreft in met een bijzonder aangenaam debuutalbum. Travelin’ Kind bevat alle ingrediënten van de countrymuziek zoals die in Nashville wordt genaakt, maar het album klinkt ook net wat ruwer en steviger. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en Ashland Craft is ook nog eens een zelfverzekerd zangeres, die zowel in meer ingetogen als in wat stevigere tracks indruk maakt. Het levert een debuutalbum op dat wat mij betreft bol staat van de belofte.
In 2019 verruilde Ashland Craft haar thuisbasis in Piedmont, South Carolina, om haar geluk te zoeken in de muziekscene van Nashville, Tennessee. Dat zal, zeker de afgelopen anderhalf jaar, niet makkelijk zijn geweest, maar deze week verscheen Travelin’ Kind, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.
Dit debuutalbum is er redelijk snel gekomen, maar in de muziekscene van Nashville is het nog altijd flink dringen, waardoor Ashland Craft moet concurreren met een flink peloton soortgenoten. Alleen de afgelopen maand heb ik al een aardig stapeltje albums van vrouwelijke muzikanten uit Nashville verzameld, maar Travelin’ Kind sprong er voor mij vrij snel uit.
Net als de meeste van haar soortgenoten blijft Ashland Craft redelijk dicht bij het zo karakteristieke countrygeluid uit Nashville, maar waar dit vaak nogal zoetsappig klinkt, is Travelin’ Kind een net wat ruwer en gevarieerder album.
Het is een album dat me meer dan eens doet denken aan het in de lente van 2020 verschenen debuutalbum van Ashley McBryde, Never Will. Dat is een album dat in Nederland helaas weinig deed, maar een beter lot had verdiend. Ook Travelin’ Kind van Ashland Craft verdient in Nederland alle aandacht.
Ashland Craft maakt zoals gezegd de countrymuziek zoals die in Nashville wel vaker wordt gemaakt, maar de net wat stevigere gitaren krijgen meer dan eens de ruimte en mogen fraaie duels uitvechten met de prominent aanwezige viool.
Travelin’ Kind doet niet alleen denken aan het genoemde album van Ashley McBryde, maar ook wel wat aan de albums die Miranda Lambert en Gretchen Wilson in hun jongere jaren maakten en die stijl bevalt me persoonlijk wel.
Ashland Craft had haar schaapjes in Nashville opvallend snel op het droge en heeft voor haar debuut ook nog eens een aantal prima muzikanten en producer en songwriter Jonathan Singleton weten te strikken. Travelin’ Kind is voorzien van een blinkende Nashville productie en voorzien van flink wat muzikaal vuurwerk, maar het debuutalbum van Ashland Craft klinkt gelukkig niet zo glad als veel van haar collega’s.
De songs van de Amerikaanse muzikante komen met veel energie uit de speakers, hier en daar onderbroken door een wat stemmigere ballad. In vocaal opzicht kan Ashland Craft zowel in uptempo songs als in ballads uit de voeten. Ze beschikt over een krachtige stem met een rauw randje en het is een stem die gemaakt is voor de countrymuziek.
Ik ben lang niet altijd gek op dit soort countryalbums, maar het debuut van Ashland Craft is in alle opzichten een geslaagd album. In muzikaal opzicht staat het als een huis, de zang is over de hele linie aansprekend en samen met een aantal gelouterde songwriters heeft de muzikante uit Nashville een aantal prima songs geschreven, die stuk voor stuk mooie verhalen vertellen.
Travelin’ Kind is wat mij betreft een album waar Ashland Craft alle kanten mee op kan. Ik zie haar zomaar een suikerzoet album vol hitgevoelige countrypop maken, maar het zou me ook niet verbazen als ze op haar volgende album een stuk rauwer en steviger uitpakt. Het kan natuurlijk ook een album zijn dat in het directe verlengde licht van dit debuutalbum en ook daar zou niets mis mee zijn. Ashland Craft laat op haar debuut horen dat ze bulkt van het talent en zomaar kan uitgroeien tot een hele grote. Van mij mag ze. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashland Craft - Travelin' Kind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashland Craft - Travelin' Kind
Het is flink dringen in de muziekscene van Nashville, maar de jonge singer-songwriter Ashland Craft slaagt er wat mij betreft in om zich te onderscheiden met een gloedvol debuutalbum
Iedere week verschijnen er stapels albums in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, dus probeer je maar eens te onderscheiden. De pas twee jaar vanuit Nashville opererende Ashland Craft slaagt daar wat mij betreft in met een bijzonder aangenaam debuutalbum. Travelin’ Kind bevat alle ingrediënten van de countrymuziek zoals die in Nashville wordt genaakt, maar het album klinkt ook net wat ruwer en steviger. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en Ashland Craft is ook nog eens een zelfverzekerd zangeres, die zowel in meer ingetogen als in wat stevigere tracks indruk maakt. Het levert een debuutalbum op dat wat mij betreft bol staat van de belofte.
In 2019 verruilde Ashland Craft haar thuisbasis in Piedmont, South Carolina, om haar geluk te zoeken in de muziekscene van Nashville, Tennessee. Dat zal, zeker de afgelopen anderhalf jaar, niet makkelijk zijn geweest, maar deze week verscheen Travelin’ Kind, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.
Dit debuutalbum is er redelijk snel gekomen, maar in de muziekscene van Nashville is het nog altijd flink dringen, waardoor Ashland Craft moet concurreren met een flink peloton soortgenoten. Alleen de afgelopen maand heb ik al een aardig stapeltje albums van vrouwelijke muzikanten uit Nashville verzameld, maar Travelin’ Kind sprong er voor mij vrij snel uit.
Net als de meeste van haar soortgenoten blijft Ashland Craft redelijk dicht bij het zo karakteristieke countrygeluid uit Nashville, maar waar dit vaak nogal zoetsappig klinkt, is Travelin’ Kind een net wat ruwer en gevarieerder album.
Het is een album dat me meer dan eens doet denken aan het in de lente van 2020 verschenen debuutalbum van Ashley McBryde, Never Will. Dat is een album dat in Nederland helaas weinig deed, maar een beter lot had verdiend. Ook Travelin’ Kind van Ashland Craft verdient in Nederland alle aandacht.
Ashland Craft maakt zoals gezegd de countrymuziek zoals die in Nashville wel vaker wordt gemaakt, maar de net wat stevigere gitaren krijgen meer dan eens de ruimte en mogen fraaie duels uitvechten met de prominent aanwezige viool.
Travelin’ Kind doet niet alleen denken aan het genoemde album van Ashley McBryde, maar ook wel wat aan de albums die Miranda Lambert en Gretchen Wilson in hun jongere jaren maakten en die stijl bevalt me persoonlijk wel.
Ashland Craft had haar schaapjes in Nashville opvallend snel op het droge en heeft voor haar debuut ook nog eens een aantal prima muzikanten en producer en songwriter Jonathan Singleton weten te strikken. Travelin’ Kind is voorzien van een blinkende Nashville productie en voorzien van flink wat muzikaal vuurwerk, maar het debuutalbum van Ashland Craft klinkt gelukkig niet zo glad als veel van haar collega’s.
De songs van de Amerikaanse muzikante komen met veel energie uit de speakers, hier en daar onderbroken door een wat stemmigere ballad. In vocaal opzicht kan Ashland Craft zowel in uptempo songs als in ballads uit de voeten. Ze beschikt over een krachtige stem met een rauw randje en het is een stem die gemaakt is voor de countrymuziek.
Ik ben lang niet altijd gek op dit soort countryalbums, maar het debuut van Ashland Craft is in alle opzichten een geslaagd album. In muzikaal opzicht staat het als een huis, de zang is over de hele linie aansprekend en samen met een aantal gelouterde songwriters heeft de muzikante uit Nashville een aantal prima songs geschreven, die stuk voor stuk mooie verhalen vertellen.
Travelin’ Kind is wat mij betreft een album waar Ashland Craft alle kanten mee op kan. Ik zie haar zomaar een suikerzoet album vol hitgevoelige countrypop maken, maar het zou me ook niet verbazen als ze op haar volgende album een stuk rauwer en steviger uitpakt. Het kan natuurlijk ook een album zijn dat in het directe verlengde licht van dit debuutalbum en ook daar zou niets mis mee zijn. Ashland Craft laat op haar debuut horen dat ze bulkt van het talent en zomaar kan uitgroeien tot een hele grote. Van mij mag ze. Erwin Zijleman
Ashley Campbell - Goodnight Nashville (2025)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2025, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville
De Amerikaanse muzikante Ashley Campbell maakte al twee albums, maar met haar derde album Goodnight Nashville maakt de dochter van countrylegende Glenn Campbell flink wat indruk met een bijzonder geluid
Heel af en toe hoor ik wat van Kacey Musgraves op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Ashley Campbell en dat klinkt echt bijzonder aangenaam. De muziek op Goodnight Nashville heeft vaak een wat nostalgisch tintje, maar kan ook zeker eigentijds klinken. Ashley Campbell groeide op met traditionele countrymuziek en dat hoor je, maar ook subtiele invloeden uit de countrypop zijn hoorbaar op een album dat in muzikaal opzicht makkelijk overtuigt. Dat doet Ashley Campbell wat mij betreft ook met haar stem en met haar songs. Ik had nog niet eerder van haar gehoord, maar Goodnight Nashville is een erg sterk album dat absoluut naar meer smaakt.
Ashley Campbell kreeg de countrymuziek thuis met de paplepel ingegoten, want ze is de dochter van countrylegende Glenn Campbell, die in 2017 overleed. Dat kinderen van beroemde muzikanten het meestal niet voor niets krijgen blijkt maar weer eens, want Ashley Campbell is een zeer getalenteerd bespeler van de banjo, die een jaar of vijftien geleden al stevig aan de weg timmerde. Daar stopt het verhaal dat de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com over haar getypt heeft ook direct en sindsdien probeert Ashley Campbell, die ook werk vond als actrice, een voet tussen de deur te krijgen in Nashville.
Dat is haar een paar jaar geleden kennelijk gelukt, want ik zie op Spotify inmiddels drie albums van de Amerikaanse muzikante. De eerste twee albums van Ashley Campbell zijn me echt volledig ontgaan, terwijl ik een aantal volledig op countrymuziek gerichte Amerikaanse muziekwebsites op de voet volg, maar het deze week verschenen Goodnight Nashville trok niet alleen mijn aandacht, maar beviel me bij eerste beluistering ook nog eens uitstekend.
Het is een album waar ik helaas maar weinig informatie over kan vinden, maar gelukkig spreekt de muziek van Ashley Campbell voor zichzelf. Ik heb de afgelopen jaren een zwak ontwikkeld voor countrypop, maar dat is niet direct het hokje waar ik Goodnight Nashville van Ashley Campbell in zou duwen. De muzikante uit Nashville maakt op haar derde album muziek die dichter tegen de country van weleer dan tegen de countrypop van het moment aan schuurt, al heeft het album zeker zijn poppy momenten. H
et album opent met heel veel strijkers en de mooie stem van Ashley Campbell, die niet beschikt over het soort stem dat gangbaar is in het genre. Af en toe doet de zang op Goodnight Nashville me erg aan Kacey Musgraves denken, zeker als het album ook in muzikaal opzicht wat opschuift richting net wat meer pop. Nu ben ik gek op Kacey Musgraves, dus de associaties met haar muziek zijn voor mij alleen maar een pre. Er zit wel net wat meer country in de stem van Ashley Campbell en dat hoor je ook in de muziek.
Ik heb geen idee hoe bekend de jonge Campbell telg inmiddels in de Verenigde Staten is, maar als je luistert naar Goodnight Nashville is al snel duidelijk dat Ashley Campbell in Music City kon beschikken over uitstekende muzikanten. Dat is ze overigens zelf ook, maar op haar nieuwe album horen we ook een prima zangeres met een karakteristiek stemgeluid.
De songs op Goodnight Nashville zijn over het algemeen ingetogen en hebben in de meeste gevallen een wat lager tempo. Het zijn songs die meestal een wat nostalgisch karakter hebben, maar het zijn ook songs die wat afwijken van de andere country en countrypop die momenteel in Nashville wordt gemaakt.
Ik hoopte bij eerste beluistering van het album eerlijk gezegd vurig op een nieuwe countrypop verrassing, maar Goodnight Nashville zal het waarschijnlijk vooral goed doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die de tradities van het genre prefereren boven de pop. Zelf ben ik niet vies van countrypop, maar de wat oorspronkelijker klinkende muziek van Ashley Campbell heeft me vrij makkelijk overtuigd.
Ik heb haar eerste twee albums inmiddels ook beluisterd en daar twijfel ik nog wat over, maar op Goodnight Nashville laat Ashley Campbell horen dat ze van haar vader de juiste muziekgenen heeft meegekregen. Ik ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville
De Amerikaanse muzikante Ashley Campbell maakte al twee albums, maar met haar derde album Goodnight Nashville maakt de dochter van countrylegende Glenn Campbell flink wat indruk met een bijzonder geluid
Heel af en toe hoor ik wat van Kacey Musgraves op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Ashley Campbell en dat klinkt echt bijzonder aangenaam. De muziek op Goodnight Nashville heeft vaak een wat nostalgisch tintje, maar kan ook zeker eigentijds klinken. Ashley Campbell groeide op met traditionele countrymuziek en dat hoor je, maar ook subtiele invloeden uit de countrypop zijn hoorbaar op een album dat in muzikaal opzicht makkelijk overtuigt. Dat doet Ashley Campbell wat mij betreft ook met haar stem en met haar songs. Ik had nog niet eerder van haar gehoord, maar Goodnight Nashville is een erg sterk album dat absoluut naar meer smaakt.
Ashley Campbell kreeg de countrymuziek thuis met de paplepel ingegoten, want ze is de dochter van countrylegende Glenn Campbell, die in 2017 overleed. Dat kinderen van beroemde muzikanten het meestal niet voor niets krijgen blijkt maar weer eens, want Ashley Campbell is een zeer getalenteerd bespeler van de banjo, die een jaar of vijftien geleden al stevig aan de weg timmerde. Daar stopt het verhaal dat de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com over haar getypt heeft ook direct en sindsdien probeert Ashley Campbell, die ook werk vond als actrice, een voet tussen de deur te krijgen in Nashville.
Dat is haar een paar jaar geleden kennelijk gelukt, want ik zie op Spotify inmiddels drie albums van de Amerikaanse muzikante. De eerste twee albums van Ashley Campbell zijn me echt volledig ontgaan, terwijl ik een aantal volledig op countrymuziek gerichte Amerikaanse muziekwebsites op de voet volg, maar het deze week verschenen Goodnight Nashville trok niet alleen mijn aandacht, maar beviel me bij eerste beluistering ook nog eens uitstekend.
Het is een album waar ik helaas maar weinig informatie over kan vinden, maar gelukkig spreekt de muziek van Ashley Campbell voor zichzelf. Ik heb de afgelopen jaren een zwak ontwikkeld voor countrypop, maar dat is niet direct het hokje waar ik Goodnight Nashville van Ashley Campbell in zou duwen. De muzikante uit Nashville maakt op haar derde album muziek die dichter tegen de country van weleer dan tegen de countrypop van het moment aan schuurt, al heeft het album zeker zijn poppy momenten. H
et album opent met heel veel strijkers en de mooie stem van Ashley Campbell, die niet beschikt over het soort stem dat gangbaar is in het genre. Af en toe doet de zang op Goodnight Nashville me erg aan Kacey Musgraves denken, zeker als het album ook in muzikaal opzicht wat opschuift richting net wat meer pop. Nu ben ik gek op Kacey Musgraves, dus de associaties met haar muziek zijn voor mij alleen maar een pre. Er zit wel net wat meer country in de stem van Ashley Campbell en dat hoor je ook in de muziek.
Ik heb geen idee hoe bekend de jonge Campbell telg inmiddels in de Verenigde Staten is, maar als je luistert naar Goodnight Nashville is al snel duidelijk dat Ashley Campbell in Music City kon beschikken over uitstekende muzikanten. Dat is ze overigens zelf ook, maar op haar nieuwe album horen we ook een prima zangeres met een karakteristiek stemgeluid.
De songs op Goodnight Nashville zijn over het algemeen ingetogen en hebben in de meeste gevallen een wat lager tempo. Het zijn songs die meestal een wat nostalgisch karakter hebben, maar het zijn ook songs die wat afwijken van de andere country en countrypop die momenteel in Nashville wordt gemaakt.
Ik hoopte bij eerste beluistering van het album eerlijk gezegd vurig op een nieuwe countrypop verrassing, maar Goodnight Nashville zal het waarschijnlijk vooral goed doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die de tradities van het genre prefereren boven de pop. Zelf ben ik niet vies van countrypop, maar de wat oorspronkelijker klinkende muziek van Ashley Campbell heeft me vrij makkelijk overtuigd.
Ik heb haar eerste twee albums inmiddels ook beluisterd en daar twijfel ik nog wat over, maar op Goodnight Nashville laat Ashley Campbell horen dat ze van haar vader de juiste muziekgenen heeft meegekregen. Ik ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman
Ashley Cooke - ace (2025)

4,0
0
geplaatst: 19 november 2025, 15:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Cooke - ace - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Cooke - ace
De Amerikaanse muzikante Ashley Cooke schaarde zich met haar debuutalbum onder de smaakmakers binnen de countrypop van het moment en bevestigt deze status met het wat korte maar wel erg goede ace
Er verschijnen wekelijks meerdere countrypop albums, maar er is uiteindelijk maar een klein stapeltje albums dat in 2025 mee kan met de beste albums in het genre. In 2023 kwam a shot in the dark van Ashley Cooke op dit stapeltje terecht en na flink wat persoonlijke ellende keert ze deze week terug met ace. Het is gezien de speelduur misschien maar een mini-album, maar omdat ace 27 minuten goed is doet het wat mij betreft niet onder voor een volwaardig album. Ashley Cooke maakt nog altijd countrypop waarin country en pop op de juiste wijze in balans zijn, maar ze is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht gegroeid. De samenwerking met een aantal grootheden uit Nashville tilt het album nog wat verder op.
Sinds mijn liefde voor countrypop een paar jaar geleden werd aangewakkerd en sindsdien alleen maar groter is geworden, heb ik stapels albums in het genre beluisterd. Een deel van deze albums ben ik inmiddels alweer vergeten, maar dat geldt zeker niet voor shot in the dark van Ashley Cooke. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante is wat mij betreft een van de beste countrypop albums uit 2023 en het album haalde bovendien mijn jaarlijstje.
Op het succes van shot in the dark volgde een zwaar jaar voor Ashley Cooke. Ze moest afscheid nemen van haar twee oma’s en in haar familie stapelden de gezondheidsproblemen zich op. Ze kreeg ook zelf te maken met gezondheidsproblemen, nadat bij haar een serieuze hartafwijking werd geconstateerd. Veel tijd om nieuwe muziek te maken was er de afgelopen twee jaar dan ook niet, maar met ace is er in ieder geval nieuwe muziek van Ashley Cooke.
Het deze week verschenen ace is met negen tracks en bijna 27 minuten muziek misschien meer een mini-album dan een album, maar ik ben blij met de nieuwe songs van Ashley Cooke. Alle persoonlijke misère heeft natuurlijk zijn sporen nagelaten op de nieuwe songs van de Amerikaanse muzikante, maar ze is de countrypop gelukkig trouw gebleven.
Mijn liefde voor countrypop is zeker niet blind, want ik ben kieskeurig wanneer het gaat om de verhouding tussen country en pop. Die verhouding is ook op ace weer precies zoals ik het graag hoor. De songs op ace bevatten flink wat invloeden uit de wat traditioneler klinkende countrymuziek, maar het zijn ook buitengewoon lekker in het gehoor liggende en modern klinkende popsongs.
Het zijn popsongs die laten horen dat Ashley Cooke zich sinds haar debuutalbum verder heeft ontwikkeld. Ik vind de nieuwe songs van de Amerikaanse muzikante in muzikaal opzicht een stuk beter klinken dan de songs op haar debuutalbum, die bij vlagen wel erg gepolijst klonken. De muziek op ace is net wat ruwer en heeft bovendien een aangename country vibe uit het verleden.
De stem van Ashley Cooke was op shot in the dark al mooi, maar op ace zingt ze nog wat beter. De zang op ace is net wat meer ingehouden, maar ook wat emotioneler dan op het debuutalbum. Dat kan ook bijna niet anders, want hoe ga je om met alle persoonlijke misère die Ashley Cooke trof en ook nog eens de wetenschap dat ze moet leven met een levensbedreigende hartafwijking.
Ashley Cooke blijft hiernaast ook een echte countrypop zangeres, wat betekent dat ook de nodige slechte ervaringen in de liefde moeten worden bezongen. Ook ace bevat de nodige country clichés, maar net als bijvoorbeeld Megan Moroney slaagt Ashley Cooke er in om ondanks een aantal gebaande paden haar songs fris en eigentijds te laten klinken.
Ik weet niet zo goed hoe ik ace moet beoordelen. Is het een tussendoortje in afwachting van een volwaardig album, of moeten we het doen met de 27 minuten die ace te bieden heeft. Ik kom de laatste tijd wel meer hele korte albums tegen dus ik sluit het laatste niet uit. Ik heb absoluut een voorkeur voor wat langere albums, maar ace bevalt me wel heel goed en kan wat mij betreft mee met het meest interessante dat de countrypop in 2025 te bieden heeft. Ik schrijf ace daarom op voor mijn jaarlijstje, mini-album of niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Cooke - ace - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Cooke - ace
De Amerikaanse muzikante Ashley Cooke schaarde zich met haar debuutalbum onder de smaakmakers binnen de countrypop van het moment en bevestigt deze status met het wat korte maar wel erg goede ace
Er verschijnen wekelijks meerdere countrypop albums, maar er is uiteindelijk maar een klein stapeltje albums dat in 2025 mee kan met de beste albums in het genre. In 2023 kwam a shot in the dark van Ashley Cooke op dit stapeltje terecht en na flink wat persoonlijke ellende keert ze deze week terug met ace. Het is gezien de speelduur misschien maar een mini-album, maar omdat ace 27 minuten goed is doet het wat mij betreft niet onder voor een volwaardig album. Ashley Cooke maakt nog altijd countrypop waarin country en pop op de juiste wijze in balans zijn, maar ze is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht gegroeid. De samenwerking met een aantal grootheden uit Nashville tilt het album nog wat verder op.
Sinds mijn liefde voor countrypop een paar jaar geleden werd aangewakkerd en sindsdien alleen maar groter is geworden, heb ik stapels albums in het genre beluisterd. Een deel van deze albums ben ik inmiddels alweer vergeten, maar dat geldt zeker niet voor shot in the dark van Ashley Cooke. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante is wat mij betreft een van de beste countrypop albums uit 2023 en het album haalde bovendien mijn jaarlijstje.
Op het succes van shot in the dark volgde een zwaar jaar voor Ashley Cooke. Ze moest afscheid nemen van haar twee oma’s en in haar familie stapelden de gezondheidsproblemen zich op. Ze kreeg ook zelf te maken met gezondheidsproblemen, nadat bij haar een serieuze hartafwijking werd geconstateerd. Veel tijd om nieuwe muziek te maken was er de afgelopen twee jaar dan ook niet, maar met ace is er in ieder geval nieuwe muziek van Ashley Cooke.
Het deze week verschenen ace is met negen tracks en bijna 27 minuten muziek misschien meer een mini-album dan een album, maar ik ben blij met de nieuwe songs van Ashley Cooke. Alle persoonlijke misère heeft natuurlijk zijn sporen nagelaten op de nieuwe songs van de Amerikaanse muzikante, maar ze is de countrypop gelukkig trouw gebleven.
Mijn liefde voor countrypop is zeker niet blind, want ik ben kieskeurig wanneer het gaat om de verhouding tussen country en pop. Die verhouding is ook op ace weer precies zoals ik het graag hoor. De songs op ace bevatten flink wat invloeden uit de wat traditioneler klinkende countrymuziek, maar het zijn ook buitengewoon lekker in het gehoor liggende en modern klinkende popsongs.
Het zijn popsongs die laten horen dat Ashley Cooke zich sinds haar debuutalbum verder heeft ontwikkeld. Ik vind de nieuwe songs van de Amerikaanse muzikante in muzikaal opzicht een stuk beter klinken dan de songs op haar debuutalbum, die bij vlagen wel erg gepolijst klonken. De muziek op ace is net wat ruwer en heeft bovendien een aangename country vibe uit het verleden.
De stem van Ashley Cooke was op shot in the dark al mooi, maar op ace zingt ze nog wat beter. De zang op ace is net wat meer ingehouden, maar ook wat emotioneler dan op het debuutalbum. Dat kan ook bijna niet anders, want hoe ga je om met alle persoonlijke misère die Ashley Cooke trof en ook nog eens de wetenschap dat ze moet leven met een levensbedreigende hartafwijking.
Ashley Cooke blijft hiernaast ook een echte countrypop zangeres, wat betekent dat ook de nodige slechte ervaringen in de liefde moeten worden bezongen. Ook ace bevat de nodige country clichés, maar net als bijvoorbeeld Megan Moroney slaagt Ashley Cooke er in om ondanks een aantal gebaande paden haar songs fris en eigentijds te laten klinken.
Ik weet niet zo goed hoe ik ace moet beoordelen. Is het een tussendoortje in afwachting van een volwaardig album, of moeten we het doen met de 27 minuten die ace te bieden heeft. Ik kom de laatste tijd wel meer hele korte albums tegen dus ik sluit het laatste niet uit. Ik heb absoluut een voorkeur voor wat langere albums, maar ace bevalt me wel heel goed en kan wat mij betreft mee met het meest interessante dat de countrypop in 2025 te bieden heeft. Ik schrijf ace daarom op voor mijn jaarlijstje, mini-album of niet. Erwin Zijleman
Ashley Cooke - shot in the dark (2023)

0
geplaatst: 26 juli 2023, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Cooke - shot in the dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Cooke - shot in the dark
Ashley Cooke pakt op shot in the dark uit met maar liefst 24 songs, maar houdt zich makkelijk staande met mooi verzorgde en gloedvolle countrypop, die altijd aan de goede kant van de kwaliteitsstreep blijft
Mijn liefde voor countrypop is dit jaar stevig aangewakkerd, onder andere door het ijzersterke album van Megan Moroney. Ook Ashley Cooke maakt indruk met een sterk countrypop album, dat niet alleen liefhebbers van countrypop zal aanspreken. In muzikaal opzicht schuurt de Amerikaanse muzikante dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en in vocaal opzicht maakt ze makkelijk indruk met een aangename stem met een dun laagje gruis. Het debuutalbum van Ashley Cooke bevat maar liefst 24 songs, wat misschien wat veel van het goede is, maar de muzikante uit Nashville houdt een behoorlijk hoog niveau vast en schaart zich met shot in the dark onder de beteren in het genre.
Ik durf inmiddels wel toe te geven dat ik een enorm zwak heb voor Nashville countrypop. Ik ben het stadium dat ik countrypop albums hooguit ‘guilty pleasures’ noemde al lang voorbij en heb dit jaar al een aantal albums in het genre beluisterd die het zomaar zouden kunnen schoppen tot mijn jaarlijstje. Lucky van Megan Moroney is vooralsnog mijn favoriete countrypop album van 2023, maar dit album zou wel eens flinke concurrentie kunnen gaan krijgen van shot in the dark (geen hoofdletters) van Ashley Cooke.
Ik had nog nooit van deze Ashley Cooke gehoord, maar shot in the dark is haar tweede album na het vorig jaar verschenen Already Drank That Beer, al zou dat met negen songs en een kleine 28 minuten muziek ook een minialbum kunnen worden genoemd. shot in the dark wordt hier en daar dan ook een debuutalbum genoemd, onder andere op de website van Ashley Cooke zelf, en het is een zeer ambitieus debuutalbum. Het album van Ashley Cooke bevat immers maar liefst 24 songs en heeft een speelduur van bijna vijf kwartier.
Ik noemde eerder Lucky van Megan Moroney mijn voorlopig favoriete countrypop album van 2023 en dat is een album waarmee shot in the dark van Ashley Cooke zich makkelijk laat vergelijken. Megan Moroney en Ashley Cooke zijn in vocaal opzicht bijna tweelingzusjes en ook in muzikaal opzicht zitten Lucky en shot in the dark dicht tegen elkaar aan en hier en daar zelfs zo dicht dat ik bij blinde beluistering beide albums aan Megan Moroney zou hebben toegeschreven.
Ik ben zeer gecharmeerd van de stem van Megan Moroney en het is dan ook niet zo gek dat ook Ashley Cooke me in vocaal opzicht heel makkelijk overtuigt. Ook Ashley Cooke, die via Wisconsin, California en Florida in Nashville is terecht gekomen, heeft een soepele stem met een aangenaam rauw randje. Het is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek die ze maakt, maar die wegblijft van de zoete countrypop stemmen of van de karakteristieke countrysnik uit het verleden.
Ashley Cooke maakt absoluut muziek die het etiket countrypop verdient, maar het is gelukkig niet het soort countrypop waarvan het glazuur spontaan van je tanden springt. Net als Megan Moroney blijft Ashley Cooke vrij dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan zitten en zijn de invloeden uit de pop vooral subtiel.
Ik heb helaas weinig informatie over de muzikanten die op shot in the dark zijn te horen en heb ook nog niet kunnen vinden wie het album heeft geproduceerd, maar ik hoor wel dat er veel aandacht is besteed aan de instrumentatie op en de productie van het debuutalbum van Ashley Cooke. De Amerikaanse muzikante schreef mee aan vrijwel alle songs op het album, maar aan alle songs is ook meegeschreven door een aantal gelouterde Nashville songwriters en dat hoor je. Ashley Cooke wist ook nog een aantal gastmuzikanten te strikken, wat duetten oplevert met Nate Smith, Colbie Caillat, Jackson Dean en Brett Young.
Natuurlijk is 24 songs wat veel van het goede, maar ik ben absoluut onder de indruk van shot in the dark, dat laat horen dat Ashley Cooke meerdere kanten op kan. Net als Megan Moroney zal ook deze muzikante waarschijnlijk niet veel gehoor vinden in Nederland, waar een countrypop allergie helaas een veel voorkomende kwaal is, maar ook dit is echt een prima album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Cooke - shot in the dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Cooke - shot in the dark
Ashley Cooke pakt op shot in the dark uit met maar liefst 24 songs, maar houdt zich makkelijk staande met mooi verzorgde en gloedvolle countrypop, die altijd aan de goede kant van de kwaliteitsstreep blijft
Mijn liefde voor countrypop is dit jaar stevig aangewakkerd, onder andere door het ijzersterke album van Megan Moroney. Ook Ashley Cooke maakt indruk met een sterk countrypop album, dat niet alleen liefhebbers van countrypop zal aanspreken. In muzikaal opzicht schuurt de Amerikaanse muzikante dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en in vocaal opzicht maakt ze makkelijk indruk met een aangename stem met een dun laagje gruis. Het debuutalbum van Ashley Cooke bevat maar liefst 24 songs, wat misschien wat veel van het goede is, maar de muzikante uit Nashville houdt een behoorlijk hoog niveau vast en schaart zich met shot in the dark onder de beteren in het genre.
Ik durf inmiddels wel toe te geven dat ik een enorm zwak heb voor Nashville countrypop. Ik ben het stadium dat ik countrypop albums hooguit ‘guilty pleasures’ noemde al lang voorbij en heb dit jaar al een aantal albums in het genre beluisterd die het zomaar zouden kunnen schoppen tot mijn jaarlijstje. Lucky van Megan Moroney is vooralsnog mijn favoriete countrypop album van 2023, maar dit album zou wel eens flinke concurrentie kunnen gaan krijgen van shot in the dark (geen hoofdletters) van Ashley Cooke.
Ik had nog nooit van deze Ashley Cooke gehoord, maar shot in the dark is haar tweede album na het vorig jaar verschenen Already Drank That Beer, al zou dat met negen songs en een kleine 28 minuten muziek ook een minialbum kunnen worden genoemd. shot in the dark wordt hier en daar dan ook een debuutalbum genoemd, onder andere op de website van Ashley Cooke zelf, en het is een zeer ambitieus debuutalbum. Het album van Ashley Cooke bevat immers maar liefst 24 songs en heeft een speelduur van bijna vijf kwartier.
Ik noemde eerder Lucky van Megan Moroney mijn voorlopig favoriete countrypop album van 2023 en dat is een album waarmee shot in the dark van Ashley Cooke zich makkelijk laat vergelijken. Megan Moroney en Ashley Cooke zijn in vocaal opzicht bijna tweelingzusjes en ook in muzikaal opzicht zitten Lucky en shot in the dark dicht tegen elkaar aan en hier en daar zelfs zo dicht dat ik bij blinde beluistering beide albums aan Megan Moroney zou hebben toegeschreven.
Ik ben zeer gecharmeerd van de stem van Megan Moroney en het is dan ook niet zo gek dat ook Ashley Cooke me in vocaal opzicht heel makkelijk overtuigt. Ook Ashley Cooke, die via Wisconsin, California en Florida in Nashville is terecht gekomen, heeft een soepele stem met een aangenaam rauw randje. Het is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek die ze maakt, maar die wegblijft van de zoete countrypop stemmen of van de karakteristieke countrysnik uit het verleden.
Ashley Cooke maakt absoluut muziek die het etiket countrypop verdient, maar het is gelukkig niet het soort countrypop waarvan het glazuur spontaan van je tanden springt. Net als Megan Moroney blijft Ashley Cooke vrij dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan zitten en zijn de invloeden uit de pop vooral subtiel.
Ik heb helaas weinig informatie over de muzikanten die op shot in the dark zijn te horen en heb ook nog niet kunnen vinden wie het album heeft geproduceerd, maar ik hoor wel dat er veel aandacht is besteed aan de instrumentatie op en de productie van het debuutalbum van Ashley Cooke. De Amerikaanse muzikante schreef mee aan vrijwel alle songs op het album, maar aan alle songs is ook meegeschreven door een aantal gelouterde Nashville songwriters en dat hoor je. Ashley Cooke wist ook nog een aantal gastmuzikanten te strikken, wat duetten oplevert met Nate Smith, Colbie Caillat, Jackson Dean en Brett Young.
Natuurlijk is 24 songs wat veel van het goede, maar ik ben absoluut onder de indruk van shot in the dark, dat laat horen dat Ashley Cooke meerdere kanten op kan. Net als Megan Moroney zal ook deze muzikante waarschijnlijk niet veel gehoor vinden in Nederland, waar een countrypop allergie helaas een veel voorkomende kwaal is, maar ook dit is echt een prima album. Erwin Zijleman
Ashley McBryde - Girl Going Nowhere (2018)

4,0
0
geplaatst: 9 april 2018, 16:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - Girl Going Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De enorme stroom albums van vrouwelijke singer-songwriters wekt bij mij al lang geen verbazing meer, maar deze stroom veranderde vorige week opeens in een heuse vloedgolf.
De mannen komen er daarom al even niet meer aan te pas op de krenten uit de pop en dat gaat ook vandaag niet veranderen. Enigszins in de schaduw van een aantal grote namen verscheen vorige week immers ook het debuut van ene Ashley McBryde.
Deze Ashley McBryde werd een jaar geleden door Rolling Stone al eens genoemd in een lijstje met veelbelovende countrymuzikanten en werd toen als volgt geïntroduceerd: “An Arkansas red-clay badass, with the swagger of Hank Jr. and the songwriting of Miranda Lambert”.
Het is een veelbelovende introductie, die me samen met de foto op de cover van Girl Going Nowhere hadden voorbereid op een portie lekkere stevige countryrock, maar de plaat opent fraai ingetogen.
In de akoestische openingstrack hoor je direct dat Ashley McBryde beschikt over een lekker rauw en doorleefd countrygeluid en dat is een geluid dat ook uitstekend van pas komt wanneer de gitaren in de tweede track alsnog mogen rocken. Girl Going Nowhere van Ashley McBryde raakt dan inderdaad aan de muziek van zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert in haar wildere jaren en dat is muziek die ik zeer kan waarderen.
De singer-songwriter uit Mammoth Spring, Arkansas, houdt absoluut van een wat steviger geluid, maar kiest op haar debuut uiteindelijk toch vooral voor meer ingetogen tracks. Het zijn tracks die netter binnen de lijntjes kleuren dan ik op basis van de informatie die ik had voor beluistering van de plaat had verwacht. Girl Going Nowhere is ondanks de hier en daar gierende gitaren en de rauwe vocalen betrekkelijk conventioneel ingekleurd en past binnen de kaders van de Nashville country, pop en rock.
Toch vind ik het debuut van Ashley McBryde veel beter dan de meeste platen die vanuit Nashville tot me komen en dat heeft alles te maken met de stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem met enorm veel power, gevoel en doorleving, waardoor de zang op de plaat lekker binnen komt.
Het is een stem die ook prima uit de voeten kan in de tracks waarin de country vrijwel volledig verdwijnt uit de muziek van Ashley McBryde en ze opschuift richting de broeierige rock en ook in de tracks met een randje soul maakt de singer-songwriter uit Arkansas makkelijk indruk. Het doet me af en toe wel wat denken aan Melissa Etheridge in haar jonge jaren, maar Ashley McBryde heeft ook overduidelijk de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten gekregen.
Ik geef eerlijk toe dat ik het bij eerste beluistering allemaal net wat te braaf vond, maar de prachtstem van Ashley McBryde heeft me uiteindelijk toch knock-out gekregen, waarna de plaat is begonnen aan een indrukwekkend groeiproces, dat nog niet tot stilstand is gekomen. Heerlijke plaat van het zoveelste vrouwelijke talent dit jaar. En het is pas april. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - Girl Going Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De enorme stroom albums van vrouwelijke singer-songwriters wekt bij mij al lang geen verbazing meer, maar deze stroom veranderde vorige week opeens in een heuse vloedgolf.
De mannen komen er daarom al even niet meer aan te pas op de krenten uit de pop en dat gaat ook vandaag niet veranderen. Enigszins in de schaduw van een aantal grote namen verscheen vorige week immers ook het debuut van ene Ashley McBryde.
Deze Ashley McBryde werd een jaar geleden door Rolling Stone al eens genoemd in een lijstje met veelbelovende countrymuzikanten en werd toen als volgt geïntroduceerd: “An Arkansas red-clay badass, with the swagger of Hank Jr. and the songwriting of Miranda Lambert”.
Het is een veelbelovende introductie, die me samen met de foto op de cover van Girl Going Nowhere hadden voorbereid op een portie lekkere stevige countryrock, maar de plaat opent fraai ingetogen.
In de akoestische openingstrack hoor je direct dat Ashley McBryde beschikt over een lekker rauw en doorleefd countrygeluid en dat is een geluid dat ook uitstekend van pas komt wanneer de gitaren in de tweede track alsnog mogen rocken. Girl Going Nowhere van Ashley McBryde raakt dan inderdaad aan de muziek van zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert in haar wildere jaren en dat is muziek die ik zeer kan waarderen.
De singer-songwriter uit Mammoth Spring, Arkansas, houdt absoluut van een wat steviger geluid, maar kiest op haar debuut uiteindelijk toch vooral voor meer ingetogen tracks. Het zijn tracks die netter binnen de lijntjes kleuren dan ik op basis van de informatie die ik had voor beluistering van de plaat had verwacht. Girl Going Nowhere is ondanks de hier en daar gierende gitaren en de rauwe vocalen betrekkelijk conventioneel ingekleurd en past binnen de kaders van de Nashville country, pop en rock.
Toch vind ik het debuut van Ashley McBryde veel beter dan de meeste platen die vanuit Nashville tot me komen en dat heeft alles te maken met de stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem met enorm veel power, gevoel en doorleving, waardoor de zang op de plaat lekker binnen komt.
Het is een stem die ook prima uit de voeten kan in de tracks waarin de country vrijwel volledig verdwijnt uit de muziek van Ashley McBryde en ze opschuift richting de broeierige rock en ook in de tracks met een randje soul maakt de singer-songwriter uit Arkansas makkelijk indruk. Het doet me af en toe wel wat denken aan Melissa Etheridge in haar jonge jaren, maar Ashley McBryde heeft ook overduidelijk de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten gekregen.
Ik geef eerlijk toe dat ik het bij eerste beluistering allemaal net wat te braaf vond, maar de prachtstem van Ashley McBryde heeft me uiteindelijk toch knock-out gekregen, waarna de plaat is begonnen aan een indrukwekkend groeiproces, dat nog niet tot stilstand is gekomen. Heerlijke plaat van het zoveelste vrouwelijke talent dit jaar. En het is pas april. Erwin Zijleman
Ashley McBryde - Never Will (2020)

4,0
0
geplaatst: 4 april 2020, 10:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - Never Will - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley McBryde - Never Will
Het debuut van singer-songwriter Ashley McBryde bleef in Nederland vooral onopgemerkt, maar haar tweede album verdient echt alle aandacht van liefhebbers van rootsmuziek
Met haar debuut Girl Going Nowhere was Ashley McBryde twee jaar geleden een vreemde eend in de muziekbusiness van Nashville. Haar muziek klonk puur en eerlijk, haar teksten waren rauw en haar stem verpletterde de countrypopprinsessen uit Nashville. Never Will ligt in het verlengde van het debuut van Ashley McBryde, maar klinkt voller en zelfverzekerder. Het is wederom de stem van de Amerikaanse singer-songwriter die de meeste indruk maakt, maar ook het fraaie geluid op het album, de mooie verhalen en de ijzersterke songs tillen Never Will een flink stuk boven het maaiveld uit. Zeer warm aanbevolen voor liefhebbers van lekker vol en stevig klinkende rootsmuziek.
Ashley McBryde dook in het voorjaar van 2018 vrijwel uit het niets op. De singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die werd geïntroduceerd als “An Arkansas red-clay badass, with the swagger of Hank Jr. and the songwriting of Miranda Lambert”, leek in niets op de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters die op dat moment aan de weg timmerden in de Amerikaanse muziekhoofdstad.
Girl Going Nowhere was een debuutalbum zonder al teveel opsmuk. Zowel de meer ingetogen als de wat stevigere songs op het album werden gedomineerd door gitaren en vertrouwden op de krachtige en hier en daar flink soulvolle stem van Ashley McBryde. In Nederland deed het album helaas niet veel, maar in de Verenigde Staten werd de muziek van Ashley McBryde wel op de juiste waarde geschat. In de Amerikaanse muziekpers is er daarom behoorlijk wat aandacht voor het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville, dat deze week ook in Nederland is verschenen.
Ook op Never Will doet Ashley McBryde nadrukkelijk haar eigen ding en maakt ze muziek die het waarschijnlijk in het Texaanse Austin beter doet dan in haar thuisbasis Nashville, al is het maar vanwege de verhalen die ze vertelt in haar songs. Ook Never Will werd weer geproduceerd door topproducer Jay Joyce (Miranda Lambert, Brandy Clark, Eric Church), die het nieuwe album van Ashley McBryde heeft voorzien van een net wat voller geluid.
Never Will ligt absoluut in het verlengde van voorganger Girl Going Nowhere, maar legt net wat andere accenten. Het geluid op het album is zoals gezegd wat voller, maar het is ook net wat meer opgepoetst, zonder dat dit ten koste gaat van de kracht van de muziek van Ashley McBryde.
De singer-songwriter uit Nashville klinkt op Never Will nog wat zelfverzekerder dan op haar debuutalbum. Dat hoor je in de gloedvolle instrumentatie, dat hoor je in de blinkende productie en dat hoor je vooral in de songs en in de zang van Ashley McBryde. Op haar debuut waren de songs van de Amerikaanse muzikante nog lang niet allemaal even sterk, maar Never Will blinkt uit door een serie songs die je direct bij de eerste beluistering overtuigen. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en het goed zullen doen op de Amerikaanse country radiostations, maar het zijn ook songs die zich niet zomaar conformeren aan de standaarden in Nashville.
Net als het debuut van Ashley McBryde ontleent ook Never Will weer een belangrijk deel van zijn kracht aan haar geweldige stem. De vocalen knallen uit de speakers en kunnen het gevecht met de hier en daar stevig uithalende gitaren makkelijk aan. Ashley McBryde heeft een stem die gemaakt is voor de country, wat je hoort wanneer ze even kiest voor wat meer ingetogen klanken, maar het is ook een stem die uit de voeten kan met stevigere tracks en die nog altijd een randje soul heeft.
Het is, samen met de fraaie instrumentatie, de constante factor op een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek meerdere kanten op kan schieten. Van traditioneel aandoende country naar stevige rootsrock; Ashley McBryde beheerst het hele spectrum. Met een album als Never Will lijkt succes in de Verenigde Staten verzekerd, maar ook in Nederland moeten we toch uit de voeten kunnen met een album als dit. Ik kan het in ieder geval wel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - Never Will - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley McBryde - Never Will
Het debuut van singer-songwriter Ashley McBryde bleef in Nederland vooral onopgemerkt, maar haar tweede album verdient echt alle aandacht van liefhebbers van rootsmuziek
Met haar debuut Girl Going Nowhere was Ashley McBryde twee jaar geleden een vreemde eend in de muziekbusiness van Nashville. Haar muziek klonk puur en eerlijk, haar teksten waren rauw en haar stem verpletterde de countrypopprinsessen uit Nashville. Never Will ligt in het verlengde van het debuut van Ashley McBryde, maar klinkt voller en zelfverzekerder. Het is wederom de stem van de Amerikaanse singer-songwriter die de meeste indruk maakt, maar ook het fraaie geluid op het album, de mooie verhalen en de ijzersterke songs tillen Never Will een flink stuk boven het maaiveld uit. Zeer warm aanbevolen voor liefhebbers van lekker vol en stevig klinkende rootsmuziek.
Ashley McBryde dook in het voorjaar van 2018 vrijwel uit het niets op. De singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die werd geïntroduceerd als “An Arkansas red-clay badass, with the swagger of Hank Jr. and the songwriting of Miranda Lambert”, leek in niets op de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters die op dat moment aan de weg timmerden in de Amerikaanse muziekhoofdstad.
Girl Going Nowhere was een debuutalbum zonder al teveel opsmuk. Zowel de meer ingetogen als de wat stevigere songs op het album werden gedomineerd door gitaren en vertrouwden op de krachtige en hier en daar flink soulvolle stem van Ashley McBryde. In Nederland deed het album helaas niet veel, maar in de Verenigde Staten werd de muziek van Ashley McBryde wel op de juiste waarde geschat. In de Amerikaanse muziekpers is er daarom behoorlijk wat aandacht voor het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville, dat deze week ook in Nederland is verschenen.
Ook op Never Will doet Ashley McBryde nadrukkelijk haar eigen ding en maakt ze muziek die het waarschijnlijk in het Texaanse Austin beter doet dan in haar thuisbasis Nashville, al is het maar vanwege de verhalen die ze vertelt in haar songs. Ook Never Will werd weer geproduceerd door topproducer Jay Joyce (Miranda Lambert, Brandy Clark, Eric Church), die het nieuwe album van Ashley McBryde heeft voorzien van een net wat voller geluid.
Never Will ligt absoluut in het verlengde van voorganger Girl Going Nowhere, maar legt net wat andere accenten. Het geluid op het album is zoals gezegd wat voller, maar het is ook net wat meer opgepoetst, zonder dat dit ten koste gaat van de kracht van de muziek van Ashley McBryde.
De singer-songwriter uit Nashville klinkt op Never Will nog wat zelfverzekerder dan op haar debuutalbum. Dat hoor je in de gloedvolle instrumentatie, dat hoor je in de blinkende productie en dat hoor je vooral in de songs en in de zang van Ashley McBryde. Op haar debuut waren de songs van de Amerikaanse muzikante nog lang niet allemaal even sterk, maar Never Will blinkt uit door een serie songs die je direct bij de eerste beluistering overtuigen. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en het goed zullen doen op de Amerikaanse country radiostations, maar het zijn ook songs die zich niet zomaar conformeren aan de standaarden in Nashville.
Net als het debuut van Ashley McBryde ontleent ook Never Will weer een belangrijk deel van zijn kracht aan haar geweldige stem. De vocalen knallen uit de speakers en kunnen het gevecht met de hier en daar stevig uithalende gitaren makkelijk aan. Ashley McBryde heeft een stem die gemaakt is voor de country, wat je hoort wanneer ze even kiest voor wat meer ingetogen klanken, maar het is ook een stem die uit de voeten kan met stevigere tracks en die nog altijd een randje soul heeft.
Het is, samen met de fraaie instrumentatie, de constante factor op een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek meerdere kanten op kan schieten. Van traditioneel aandoende country naar stevige rootsrock; Ashley McBryde beheerst het hele spectrum. Met een album als Never Will lijkt succes in de Verenigde Staten verzekerd, maar ook in Nederland moeten we toch uit de voeten kunnen met een album als dit. Ik kan het in ieder geval wel. Erwin Zijleman
Ashley McBryde - The Devil I Know (2023)

4,0
1
geplaatst: 15 september 2023, 17:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - The Devil I Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley McBryde - The Devil I Know
Na de misstap met het te pretentieuze en niet echt op gang komende Lindeville, slaat Ashley McBryde terug met haar vierde album The Devil I Know, dat misschien niet klinkt als een countrypop album maar er wel een is
De Amerikaanse muzikante Ashley McBryde had in 2018 een vliegende start met Girl Going Nowhere, dat ik persoonlijk goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Het deze week verschenen The Devil I Know is, net als het in 2020 uitgebrachte Never Will, een album dat in het verlengde ligt van het debuutalbum van Ashley McBryde. Net als op haar debuutalbum maakt de Amerikaanse muzikante bij vlagen aangenaam rauwe Amerikaanse rootsmuziek, maar heeft ze deze verpakt in songs die net zo makkelijk kunnen worden gekoesterd door liefhebbers van de wat meer gepolijste countrypop uit Nashville. Ik kan met beide kanten van het spectrum uit de voeten en vind ook The Devil I Know weer erg goed.
Ashley McBryde is in Nederland nog niet heel bekend, maar in Nashville werd de Amerikaanse muzikante een paar jaar geleden al geschaard onder de grote beloften van de muziekscene van de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de countrypop in het bijzonder. Zelf kwam ik in 2018 bij toeval in aanraking met haar debuutalbum Girl Going Nowhere en het album maakte zoveel indruk dat het uiteindelijk terecht kwam in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar.
Girl Going Nowhere was een album dat niet heel ver was verwijderd van de countrypop albums van dat moment, maar de muziek van Ashley McBryde klonk net wat ruwer, verwerkte duidelijk meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek dan uit de pop en trok flink de aandacht met de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante. Girl Going Nowhere deed hier niet zo heel veel, maar zelf keek ik na het album met hooggespannen verwachtingen uit naar de verdere verrichtingen van Ashley McBryde.
Het in 2020 verschenen Never Will moest het doen zonder de verrassing van haar debuutalbum, maar was net als het debuutalbum van Ashley McBryde een uitstekend album dat zowel bij liefhebbers van Nashville countrypop als bij liefhebbers van wat oorspronkelijker klinkende Amerikaanse rootsmuziek in de smaak viel. De Amerikaanse muzikante vertilde zich vorig jaar wat mij betreft flink aan het wat pretentieuze conceptalbum Lindeville. Het met flink wat gastmuzikanten gemaakte album kwam maar moeilijk tot leven en bleef nog minder goed hangen, waardoor ik er uiteindelijk maar weinig mee kon.
Na de teleurstelling van Lindeville keert Ashley McBryde deze week terug met haar vierde album The Devil I Know. Het is, zeker na zijn wat pretentieuze voorganger, een album waarop Ashley McBryde vertrouwt op de kracht van haar eerste twee albums. Bijgestaan door een aantal gelouterde muzikanten en songwriters heeft Ashley McBryde een album gemaakt waar iedere jonge countrypop ster in Nashville een moord voor zou doen, maar net als op haar eerste twee albums slaagt de Amerikaanse muzikante er in om een countrypop album te maken dat niet klinkt zoals al die andere countrypop albums die in Nashville worden gemaakt.
Het heeft deels te maken met de krachtige stem van Ashley McBryde, maar ook het feit dat ze net wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek dan tegen de pop aan kruipt helpt. In muzikaal opzicht klinkt ook The Devil I Know weer bijzonder lekker en Ashley McBryde is echt een uitstekende zangeres. Er zijn in Nashville zoals gezegd hordes jonge countrypop zangeressen die goed uit de voeten zouden kunnen met de songs van Ashley McBryde, maar er zijn er niet veel die ze kunnen laten klinken als Ashley McBryde dat kan, al kan ik er nog steeds niet de vinger op leggen waarom ik zo’n zwak heb voor de songs van de Amerikaanse muzikante.
Ik ben dit jaar sowieso erg gek op countrypop en kan dus uitstekend uit de voeten met The Devil I Know, maar waar rootspuristen niet uit de voeten kunnen met de echte countrypop, verwacht ik dat ze best gecharmeerd kunnen zijn van het vierde album van Ashley McBryde, die in Nederland zo langzamerhand ook wel wat meer aandacht verdient met haar muziek, die inmiddels drie albums heel goed is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley McBryde - The Devil I Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley McBryde - The Devil I Know
Na de misstap met het te pretentieuze en niet echt op gang komende Lindeville, slaat Ashley McBryde terug met haar vierde album The Devil I Know, dat misschien niet klinkt als een countrypop album maar er wel een is
De Amerikaanse muzikante Ashley McBryde had in 2018 een vliegende start met Girl Going Nowhere, dat ik persoonlijk goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Het deze week verschenen The Devil I Know is, net als het in 2020 uitgebrachte Never Will, een album dat in het verlengde ligt van het debuutalbum van Ashley McBryde. Net als op haar debuutalbum maakt de Amerikaanse muzikante bij vlagen aangenaam rauwe Amerikaanse rootsmuziek, maar heeft ze deze verpakt in songs die net zo makkelijk kunnen worden gekoesterd door liefhebbers van de wat meer gepolijste countrypop uit Nashville. Ik kan met beide kanten van het spectrum uit de voeten en vind ook The Devil I Know weer erg goed.
Ashley McBryde is in Nederland nog niet heel bekend, maar in Nashville werd de Amerikaanse muzikante een paar jaar geleden al geschaard onder de grote beloften van de muziekscene van de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de countrypop in het bijzonder. Zelf kwam ik in 2018 bij toeval in aanraking met haar debuutalbum Girl Going Nowhere en het album maakte zoveel indruk dat het uiteindelijk terecht kwam in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar.
Girl Going Nowhere was een album dat niet heel ver was verwijderd van de countrypop albums van dat moment, maar de muziek van Ashley McBryde klonk net wat ruwer, verwerkte duidelijk meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek dan uit de pop en trok flink de aandacht met de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante. Girl Going Nowhere deed hier niet zo heel veel, maar zelf keek ik na het album met hooggespannen verwachtingen uit naar de verdere verrichtingen van Ashley McBryde.
Het in 2020 verschenen Never Will moest het doen zonder de verrassing van haar debuutalbum, maar was net als het debuutalbum van Ashley McBryde een uitstekend album dat zowel bij liefhebbers van Nashville countrypop als bij liefhebbers van wat oorspronkelijker klinkende Amerikaanse rootsmuziek in de smaak viel. De Amerikaanse muzikante vertilde zich vorig jaar wat mij betreft flink aan het wat pretentieuze conceptalbum Lindeville. Het met flink wat gastmuzikanten gemaakte album kwam maar moeilijk tot leven en bleef nog minder goed hangen, waardoor ik er uiteindelijk maar weinig mee kon.
Na de teleurstelling van Lindeville keert Ashley McBryde deze week terug met haar vierde album The Devil I Know. Het is, zeker na zijn wat pretentieuze voorganger, een album waarop Ashley McBryde vertrouwt op de kracht van haar eerste twee albums. Bijgestaan door een aantal gelouterde muzikanten en songwriters heeft Ashley McBryde een album gemaakt waar iedere jonge countrypop ster in Nashville een moord voor zou doen, maar net als op haar eerste twee albums slaagt de Amerikaanse muzikante er in om een countrypop album te maken dat niet klinkt zoals al die andere countrypop albums die in Nashville worden gemaakt.
Het heeft deels te maken met de krachtige stem van Ashley McBryde, maar ook het feit dat ze net wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek dan tegen de pop aan kruipt helpt. In muzikaal opzicht klinkt ook The Devil I Know weer bijzonder lekker en Ashley McBryde is echt een uitstekende zangeres. Er zijn in Nashville zoals gezegd hordes jonge countrypop zangeressen die goed uit de voeten zouden kunnen met de songs van Ashley McBryde, maar er zijn er niet veel die ze kunnen laten klinken als Ashley McBryde dat kan, al kan ik er nog steeds niet de vinger op leggen waarom ik zo’n zwak heb voor de songs van de Amerikaanse muzikante.
Ik ben dit jaar sowieso erg gek op countrypop en kan dus uitstekend uit de voeten met The Devil I Know, maar waar rootspuristen niet uit de voeten kunnen met de echte countrypop, verwacht ik dat ze best gecharmeerd kunnen zijn van het vierde album van Ashley McBryde, die in Nederland zo langzamerhand ook wel wat meer aandacht verdient met haar muziek, die inmiddels drie albums heel goed is. Erwin Zijleman
Ashley Monroe - Sparrow (2018)

4,5
0
geplaatst: 22 april 2018, 21:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Monroe - Sparrow - dekrentenuitdepop.blogspot.hr
De carrières van Kacey Musgraves en Ashley Monroe gaan tot dusver redelijk gelijk op. Ze maakten allebei al op hele jonge leeftijd een aantal platen die niet heel veel deden, werden beide een jaar of vijf geleden uitgeroepen tot grote belofte binnen de Nashville country(pop) en maakten in 2015 allebei een plaat die niet alleen in commercieel, maar ook in artistiek opzicht zeer geslaagd was.
Ashley Monroe maakte voor het eerst indruk met het eind 2012 verschenen Like A Rose, maakte de belofte waar met het in 2015 verschenen The Rose en keert nu, een maand na de glorieuze terugkeer van Kacey Musgraves, terug met Sparrow.
Kacey Musgraves en Ashley Monroe volgden ook in muzikaal opzicht lange tijd dezelfde weg, maar hebben op hun nieuwe albums verschillende keuzes gemaakt. Kacey Musgraves gaat op Golden Hour vol voor de pop, maar Ashley Monroe blijft op Sparrow de country trouw. Dat betekent overigens niet dat de plaat geen popinvloeden bevat, maar het countrygehalte ligt op Sparrow aanzienlijk hoger dan op de nieuwe plaat van Kacey Musgraves.
Het is deels de verdienste van producer Dave Cobb, momenteel absoluut de meest gevraagde producer in Nashville en verantwoordelijk voor prachtplaten van onder andere Chris Stapleton, Amanda Shires, Jason Isbell en Mary Chapin Carpenter. Dave Cobb heeft Sparrow voorzien van een wat retro aandoend countrygeluid, dat af en toe zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar dat ook raakvlakken heeft met de Nashville countrypop van het moment.
Het is een voornamelijk ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin flink wat strijkers worden ingezet, maar waarin ook bijzonder mooi en subtiel wordt gemusiceerd. Het staat allemaal in dienst van de mooie en heldere stem van Ashley Monroe, die op Sparrow laat horen dat ze behoort tot de beste zangeressen die Nashville momenteel rijk is. Omdat ze ook nog eens veel gevoel in haar stem legt zijn het bovendien vocalen die aankomen.
De oorspronkelijk uit Texas afkomstige singer-songwriter overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter. Sparrow staat vol met even tijdloze als eigentijdse songs, die zich makkelijk opdringen en al even makkelijk blijven hangen en die ook in tekstueel opzicht interessant zijn. Ashley Monroe kijkt op Sparrow terug op een jeugd die niet altijd makkelijk was door het op jonge leeftijd overlijden van haar moeder en vergeet de emotie niet.
Door de inzet van heel veel strijkers doet het op het eerste gehoor misschien wat zoet en romantisch aan, maar de songs op de plaat winnen al snel aan kracht en blijven dit doen. Ashley Monroe is in Nederland misschien nog niet zo bekend als de inmiddels ook hier omarmde Kacey Musgraves, maar heeft een plaat gemaakt die alle aandacht verdient en die liefhebbers van country waarschijnlijk net wat beter zal bevallen dan die van haar tijdgenoot. Zelf ga ik nog een stap verder: Sparrow van Ashley Monroe is absoluut een van de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Monroe - Sparrow - dekrentenuitdepop.blogspot.hr
De carrières van Kacey Musgraves en Ashley Monroe gaan tot dusver redelijk gelijk op. Ze maakten allebei al op hele jonge leeftijd een aantal platen die niet heel veel deden, werden beide een jaar of vijf geleden uitgeroepen tot grote belofte binnen de Nashville country(pop) en maakten in 2015 allebei een plaat die niet alleen in commercieel, maar ook in artistiek opzicht zeer geslaagd was.
Ashley Monroe maakte voor het eerst indruk met het eind 2012 verschenen Like A Rose, maakte de belofte waar met het in 2015 verschenen The Rose en keert nu, een maand na de glorieuze terugkeer van Kacey Musgraves, terug met Sparrow.
Kacey Musgraves en Ashley Monroe volgden ook in muzikaal opzicht lange tijd dezelfde weg, maar hebben op hun nieuwe albums verschillende keuzes gemaakt. Kacey Musgraves gaat op Golden Hour vol voor de pop, maar Ashley Monroe blijft op Sparrow de country trouw. Dat betekent overigens niet dat de plaat geen popinvloeden bevat, maar het countrygehalte ligt op Sparrow aanzienlijk hoger dan op de nieuwe plaat van Kacey Musgraves.
Het is deels de verdienste van producer Dave Cobb, momenteel absoluut de meest gevraagde producer in Nashville en verantwoordelijk voor prachtplaten van onder andere Chris Stapleton, Amanda Shires, Jason Isbell en Mary Chapin Carpenter. Dave Cobb heeft Sparrow voorzien van een wat retro aandoend countrygeluid, dat af en toe zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar dat ook raakvlakken heeft met de Nashville countrypop van het moment.
Het is een voornamelijk ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin flink wat strijkers worden ingezet, maar waarin ook bijzonder mooi en subtiel wordt gemusiceerd. Het staat allemaal in dienst van de mooie en heldere stem van Ashley Monroe, die op Sparrow laat horen dat ze behoort tot de beste zangeressen die Nashville momenteel rijk is. Omdat ze ook nog eens veel gevoel in haar stem legt zijn het bovendien vocalen die aankomen.
De oorspronkelijk uit Texas afkomstige singer-songwriter overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter. Sparrow staat vol met even tijdloze als eigentijdse songs, die zich makkelijk opdringen en al even makkelijk blijven hangen en die ook in tekstueel opzicht interessant zijn. Ashley Monroe kijkt op Sparrow terug op een jeugd die niet altijd makkelijk was door het op jonge leeftijd overlijden van haar moeder en vergeet de emotie niet.
Door de inzet van heel veel strijkers doet het op het eerste gehoor misschien wat zoet en romantisch aan, maar de songs op de plaat winnen al snel aan kracht en blijven dit doen. Ashley Monroe is in Nederland misschien nog niet zo bekend als de inmiddels ook hier omarmde Kacey Musgraves, maar heeft een plaat gemaakt die alle aandacht verdient en die liefhebbers van country waarschijnlijk net wat beter zal bevallen dan die van haar tijdgenoot. Zelf ga ik nog een stap verder: Sparrow van Ashley Monroe is absoluut een van de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman
Ashley Monroe - Tennessee Lightning (2025)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2025, 13:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashley Monroe - Tennessee Lightning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashley Monroe - Tennessee Lightning
Ashley Monroe won na een wat mislukt album uit 2021 de strijd met een ernstige ziekte en laat op haar nieuwe album Tennessee Lightning een gevarieerd een in kwalitatief opzicht zeer geslaagd geluid horen
Het was een paar jaar geleden ook al behoorlijk dringen in de countrypop, maar Ashley Monroe had wat mij betreft goede papieren, tot ze in 2021 wel heel erg nadrukkelijk en wat ongelukkig de afslag richting pop nam. Op het deze week verschenen Tennessee Lightning zijn invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek gelukkig weer een stuk prominenter aanwezig. De invloeden uit de country die we kennen van Ashley Monroe hebben gezelschap gekregen van invloeden uit de gospel en de soul, maar er is ook nog ruimte voor een beetje pop hier en daar. Het levert een net wat anders klinkend en wat mij betreft zeer geslaagd album op. Ashley Monroe is terug en dat is uitstekend nieuws.
Ashley Monroe probeerde op jonge leeftijd door te breken in Nashville, maar was met haar debuutalbum weinig succesvol. Ze leek veroordeeld tot een bestaan als songwriter voor anderen, maar de doorbraak kwam er uiteindelijk toch nadat ze door Miranda Lambert werd gevraagd voor het trio Piston Annies, dat werd gecompleteerd door Angaleena Presley.
Het succes van Pistol Annies gaf de gewenste solocarrière van Ashley Monroe een boost en met het in 2012 verschenen Like A Rose schaarde de Amerikaanse muzikante zich wat mij betreft onder de beloften van de countryscene in Nashville. Die belofte maakte Ashley Monroe meer dan waar met het uitstekende The Blade, dat in 2015 verscheen. Het album sloot aan bij de countrypop van dat moment, maar bevatte ruim voldoende ingrediënten uit de traditionele countrymuziek om ook liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek aan te spreken.
Met het in 2018 verschenen en door Dave Cobb geproduceerde Sparrow bevestigde Ashley Monroe haar status en leverde ze wederom een uitstekend album af. Getriggerd door het succes van Kacey Musgraves gooide Ashley Monroe het vervolgens over een andere boeg op het met veel elektronica en heel veel pop ingekleurde Rosegold uit 2021. Ik hoorde er destijds helemaal niets in, maar inmiddels is mijn mening over het album wel iets milder.
Deze week verscheen na een afwezigheid van een paar jaar door een ernstige ziekte een nieuw album van Ashley Monroe, waar ik zonder al te veel verwachtingen aan begon. Ashley Monroe heeft de ernstige ziekte inmiddels gelukkig overwonnen en laat op Tennessee Lightning horen dat iedereen die haar op basis van Rosegold al had afgeschreven hier wat te vroeg mee was.
Tennessee Lightning opent echt prachtig met I’m Gonna Run, wat wordt gedragen door het bijzondere gitaarspel van T-Bone Burnett. Het is een broeierige track met invloeden uit de gospel en die keren vaker terug op het nieuwe album van Ashley Monroe. Zeker in de wat lome tracks met invloeden uit de gospel en de soul hoor je dat de stem van de Amerikaanse muzikante zeker niet alleen is gemaakt voor countrymuziek.
Ashley Monroe had zich wat mij betreft kunnen beperken tot het soul-, country- en gospelgeluid van de eerste twee tracks, maar in de derde track duiken toch weer elektronica en wat pop op. De meeste songs op Tennessee Lightning bevatten echter vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn songs die vaak zijn voorzien van spaarzame maar zeer trefzekere klanken, die zijn ingespeeld door flijk wat fantastische muzikanten.
De stem van Ashley Monroe blijft makkelijk overeind bij alleen wat gitaarakkoorden en klinkt dan zelfs beter dan ik van haar gewend ben. Ook in de wat voller klinkende songs slaagt Ashley Monroe er in om anders te klinken dan haar meeste collega’s, ook wanneer ze toch weer wat meer pop toelaat in haar songs, en overtuigt ze als songwriter en zangeres.
Door aan de ene kant te kiezen voor ingetogen songs met een randje gospel en aan de andere kant toch ook weer een voller popgeluid te verkennen hinkt Tennessee Lightning wat op twee gedachten, maar waar Rosegold me vier jaar geleden totaal niet pakte, vond ik vrijwel alle songs op Tennessee Lightning direct mooi. Het siert Ashley Monroe dat ze haar eigen ding doet. Dat is niet zonder risico, maar op haar nieuwe album pakt het wat mij betreft uitstekend uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ashley Monroe - Tennessee Lightning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashley Monroe - Tennessee Lightning
Ashley Monroe won na een wat mislukt album uit 2021 de strijd met een ernstige ziekte en laat op haar nieuwe album Tennessee Lightning een gevarieerd een in kwalitatief opzicht zeer geslaagd geluid horen
Het was een paar jaar geleden ook al behoorlijk dringen in de countrypop, maar Ashley Monroe had wat mij betreft goede papieren, tot ze in 2021 wel heel erg nadrukkelijk en wat ongelukkig de afslag richting pop nam. Op het deze week verschenen Tennessee Lightning zijn invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek gelukkig weer een stuk prominenter aanwezig. De invloeden uit de country die we kennen van Ashley Monroe hebben gezelschap gekregen van invloeden uit de gospel en de soul, maar er is ook nog ruimte voor een beetje pop hier en daar. Het levert een net wat anders klinkend en wat mij betreft zeer geslaagd album op. Ashley Monroe is terug en dat is uitstekend nieuws.
Ashley Monroe probeerde op jonge leeftijd door te breken in Nashville, maar was met haar debuutalbum weinig succesvol. Ze leek veroordeeld tot een bestaan als songwriter voor anderen, maar de doorbraak kwam er uiteindelijk toch nadat ze door Miranda Lambert werd gevraagd voor het trio Piston Annies, dat werd gecompleteerd door Angaleena Presley.
Het succes van Pistol Annies gaf de gewenste solocarrière van Ashley Monroe een boost en met het in 2012 verschenen Like A Rose schaarde de Amerikaanse muzikante zich wat mij betreft onder de beloften van de countryscene in Nashville. Die belofte maakte Ashley Monroe meer dan waar met het uitstekende The Blade, dat in 2015 verscheen. Het album sloot aan bij de countrypop van dat moment, maar bevatte ruim voldoende ingrediënten uit de traditionele countrymuziek om ook liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek aan te spreken.
Met het in 2018 verschenen en door Dave Cobb geproduceerde Sparrow bevestigde Ashley Monroe haar status en leverde ze wederom een uitstekend album af. Getriggerd door het succes van Kacey Musgraves gooide Ashley Monroe het vervolgens over een andere boeg op het met veel elektronica en heel veel pop ingekleurde Rosegold uit 2021. Ik hoorde er destijds helemaal niets in, maar inmiddels is mijn mening over het album wel iets milder.
Deze week verscheen na een afwezigheid van een paar jaar door een ernstige ziekte een nieuw album van Ashley Monroe, waar ik zonder al te veel verwachtingen aan begon. Ashley Monroe heeft de ernstige ziekte inmiddels gelukkig overwonnen en laat op Tennessee Lightning horen dat iedereen die haar op basis van Rosegold al had afgeschreven hier wat te vroeg mee was.
Tennessee Lightning opent echt prachtig met I’m Gonna Run, wat wordt gedragen door het bijzondere gitaarspel van T-Bone Burnett. Het is een broeierige track met invloeden uit de gospel en die keren vaker terug op het nieuwe album van Ashley Monroe. Zeker in de wat lome tracks met invloeden uit de gospel en de soul hoor je dat de stem van de Amerikaanse muzikante zeker niet alleen is gemaakt voor countrymuziek.
Ashley Monroe had zich wat mij betreft kunnen beperken tot het soul-, country- en gospelgeluid van de eerste twee tracks, maar in de derde track duiken toch weer elektronica en wat pop op. De meeste songs op Tennessee Lightning bevatten echter vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn songs die vaak zijn voorzien van spaarzame maar zeer trefzekere klanken, die zijn ingespeeld door flijk wat fantastische muzikanten.
De stem van Ashley Monroe blijft makkelijk overeind bij alleen wat gitaarakkoorden en klinkt dan zelfs beter dan ik van haar gewend ben. Ook in de wat voller klinkende songs slaagt Ashley Monroe er in om anders te klinken dan haar meeste collega’s, ook wanneer ze toch weer wat meer pop toelaat in haar songs, en overtuigt ze als songwriter en zangeres.
Door aan de ene kant te kiezen voor ingetogen songs met een randje gospel en aan de andere kant toch ook weer een voller popgeluid te verkennen hinkt Tennessee Lightning wat op twee gedachten, maar waar Rosegold me vier jaar geleden totaal niet pakte, vond ik vrijwel alle songs op Tennessee Lightning direct mooi. Het siert Ashley Monroe dat ze haar eigen ding doet. Dat is niet zonder risico, maar op haar nieuwe album pakt het wat mij betreft uitstekend uit. Erwin Zijleman
Ashley Monroe - The Blade (2015)

4,0
0
geplaatst: 9 december 2015, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Monroe - The Blade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ashley Monroe behoort in de Verenigde Staten tot de populaire countrypop zangeressen van het moment.
Het is een in de Verenigde Staten zeer populair genre, maar in Nederland moeten we er niet zo heel veel van hebben en komt het succes meestal pas als volledig voor de pop wordt gekozen (zoals Taylor Swift inmiddels heeft gedaan).
Net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves maakt Ashley Monroe echter countrypop die is voorzien van zoveel invloeden uit de rootsmuziek, dat haar platen het verdienen om ook door liefhebbers van meer traditionele rootsmuziek gehoord te worden.
The Blade is in de Verenigde Staten inmiddels een grote plaat, maar hier in Nederland heeft de plaat tot dusver nauwelijks aandacht gekregen (en is de plaat zelfs niet officieel uitgebracht).
Dat is jammer, want op haar nieuwe plaat maakt Ashley Monroe muziek met meer invloeden uit de interessante rootsmuziek dan uit de gladde Nashville pop. The Blade schuift hierdoor op in de richting van country zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert en dat zijn zangeressen die over het algemeen wel een gewillig oor vinden bij Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. En terecht.
The Blade bevat vooral lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs vol met de emotie die de Amerikaanse rootsmuziek vaak zo mooi maakt. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en ook in vocaal opzicht is er niets aan te merken op The Blade.
Ashley Monroe is een uitstekend zangeres en schrijft ook nog eens sterke songs, die net zo makkelijk aansluiten bij de country uit de jaren dat ze nog in de luiers zat (de jaren 80) als bij de moderne countrypop of de meer doorleefde rootsmuziek. De songs zijn niet allemaal sterk, maar er zitten er flink wat tussen die van grote klasse getuigen.
The Blade is misschien niet zo sterk als de laatste van Kacey Musgraves, maar dat is wat mij betreft ook een top jaarlijstjesplaat, maar kan stevig concurreren met de meeste platen van zangeressen in het countrypop en het meer alternatieve of traditionele rootssegment. Een aantal songs zijn zo mooi dat haar volgende plaat best wel eens sensationeel goed zou kunnen worden, maar ook The Blade mag er zeker zijn. Ik ben, zeker na een paar keer luisteren, onder de indruk en heb het idee dat The Blade nog wel even kan groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Monroe - The Blade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ashley Monroe behoort in de Verenigde Staten tot de populaire countrypop zangeressen van het moment.
Het is een in de Verenigde Staten zeer populair genre, maar in Nederland moeten we er niet zo heel veel van hebben en komt het succes meestal pas als volledig voor de pop wordt gekozen (zoals Taylor Swift inmiddels heeft gedaan).
Net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves maakt Ashley Monroe echter countrypop die is voorzien van zoveel invloeden uit de rootsmuziek, dat haar platen het verdienen om ook door liefhebbers van meer traditionele rootsmuziek gehoord te worden.
The Blade is in de Verenigde Staten inmiddels een grote plaat, maar hier in Nederland heeft de plaat tot dusver nauwelijks aandacht gekregen (en is de plaat zelfs niet officieel uitgebracht).
Dat is jammer, want op haar nieuwe plaat maakt Ashley Monroe muziek met meer invloeden uit de interessante rootsmuziek dan uit de gladde Nashville pop. The Blade schuift hierdoor op in de richting van country zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert en dat zijn zangeressen die over het algemeen wel een gewillig oor vinden bij Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. En terecht.
The Blade bevat vooral lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs vol met de emotie die de Amerikaanse rootsmuziek vaak zo mooi maakt. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en ook in vocaal opzicht is er niets aan te merken op The Blade.
Ashley Monroe is een uitstekend zangeres en schrijft ook nog eens sterke songs, die net zo makkelijk aansluiten bij de country uit de jaren dat ze nog in de luiers zat (de jaren 80) als bij de moderne countrypop of de meer doorleefde rootsmuziek. De songs zijn niet allemaal sterk, maar er zitten er flink wat tussen die van grote klasse getuigen.
The Blade is misschien niet zo sterk als de laatste van Kacey Musgraves, maar dat is wat mij betreft ook een top jaarlijstjesplaat, maar kan stevig concurreren met de meeste platen van zangeressen in het countrypop en het meer alternatieve of traditionele rootssegment. Een aantal songs zijn zo mooi dat haar volgende plaat best wel eens sensationeel goed zou kunnen worden, maar ook The Blade mag er zeker zijn. Ik ben, zeker na een paar keer luisteren, onder de indruk en heb het idee dat The Blade nog wel even kan groeien. Erwin Zijleman
Ashley Ray - Pauline (2020)

4,0
0
geplaatst: 19 augustus 2020, 17:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Ray - Pauline - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Ray - Pauline
Ashley Ray boekte vooralsnog slechts bescheiden succes, maar met het uitstekende Pauline kan ze zomaar uitgroeien tot de smaakmakers van de Nashville country scene van het moment
Het eerste dat opvalt bij beluistering van Pauline van Ashley Ray is de stem van de singer-songwriter uit Nashville. Het is een stem waar je absoluut van moet houden, maar als je er van houdt is het direct ook een ijzersterk wapen op Pauline en is het een wapen dat het album flink optilt. Ashley Ray maakt hiernaast indruk met lekker in het gehoor liggende, maar ook zeer persoonlijke rootssongs en verpakt deze afwisselend in wat meer ingetogen en stemmig geluid of juist in behoorlijk stevige klanken. Het levert een veelzijdig album op dat Ashley Ray wat mij betreft schaart onder de grote beloften binnen de huidige country scene in Nashville.
Het is absoluut de week van de vrouwelijke muzikanten in het rootssegment, maar het is ook de week van de bijzondere stemmen in het genre. Het zijn deels stemmen die heel makkelijk verleiden, maar het zijn ook stemmen die zo nu en dan flink tegen de haren in strijken en die lang niet door iedereen gewaardeerd zullen worden. De stem van de Amerikaanse singer-songwriter Ashley Ray valt absoluut in de laatste categorie.
Ashley Ray werd geboren en groeide op in Lawrence, Kansas, waar haar ouders het zeker niet breed hadden. Direct na de middelbare school vertrok de jonge Ashley Ray naar het beloofde land voor een ieder met ambities in de countrymuziek: Nashville, Tennessee. In de hoofdstad van de countrymuziek probeerde ze voet aan de grond te krijgen als songwriter en als muzikant en dat lukte uiteraard niet direct.
Ashley Ray is inmiddels toe aan haar derde album en tot dusver is het succes beperkt. Met Pauline kan de Amerikaanse singer-songwriter echter wel eens een flinke stap gaan zetten, want het is in meerdere opzichten een uitstekend album. Pauline is een autobiografisch album waarop Ashley Ray de nodige tegenslagen in haar leven probeert te vertalen naar levenslessen. Het persoonlijke karakter van de teksten voorziet de songs van de singer-songwriter uit Nashville van extra lading en de nodige emotie, wat in de countrymuziek altijd een groot goed is.
Ook in muzikaal opzicht is Pauline een interessant album. Ashley Ray kiest op haar nieuwe album afwisselend voor een degelijk akoestisch rootsgeluid of voor een al even degelijk maar flink steviger en elektrisch rootsgeluid. In het stevigere geluid mogen de gitaren flink klanken, terwijl het akoestische geluid wordt voorzien van fraaie gitaarklanken en de in het genre onmisbare pedal steel.
Het sterkste, maar waarschijnlijk ook meest omstreden wapen van Ashley Ray is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar het is ook een stem die wat scherp en geknepen kan klinken. Iedereen die niet tegen de stem van bijvoorbeeld Kasey Chambers kan, zal ook moeite hebben met de stem van Ashley Ray, maar persoonlijk vind ik haar zang geweldig. Zowel in de meer ingetogen songs als in de wat stevigere songs kan de singer-songwriter uit Nashville geweldig uithalen en haalt ze een deel van de noten uit haar tenen. Het is zoals gezegd een stem die gemaakt is voor de country, maar Pauline klinkt bij vlagen ook heerlijk soulvol.
Door ingetogen songs af te wisselen met songs waarin de gitaren stevig uit mogen pakken, is Pauline ook nog eens een afwisselend album en het is een album met songs van hoog niveau. Ashley Ray had met haar eigen albums tot dusver nog niet al te veel succes, maar ze is in Nashville inmiddels een gewaardeerd songwriter en na beluistering van Pauline begrijp ik waarom.
Net als bij de albums van de eerder genoemde Kasey Chambers moest ik bij eerste beluistering van het nieuwe album van Ashley Ray wel even omschakelen, maar hoe vaker ik naar Pauline luister, hoe mooier ik het album vind. Het is momenteel dringen in het rootssegment, maar Ashley Ray weet zich wat mij betreft voldoende te onderscheiden om uit het enorme aanbod van het moment te worden gepikt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Ray - Pauline - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Ray - Pauline
Ashley Ray boekte vooralsnog slechts bescheiden succes, maar met het uitstekende Pauline kan ze zomaar uitgroeien tot de smaakmakers van de Nashville country scene van het moment
Het eerste dat opvalt bij beluistering van Pauline van Ashley Ray is de stem van de singer-songwriter uit Nashville. Het is een stem waar je absoluut van moet houden, maar als je er van houdt is het direct ook een ijzersterk wapen op Pauline en is het een wapen dat het album flink optilt. Ashley Ray maakt hiernaast indruk met lekker in het gehoor liggende, maar ook zeer persoonlijke rootssongs en verpakt deze afwisselend in wat meer ingetogen en stemmig geluid of juist in behoorlijk stevige klanken. Het levert een veelzijdig album op dat Ashley Ray wat mij betreft schaart onder de grote beloften binnen de huidige country scene in Nashville.
Het is absoluut de week van de vrouwelijke muzikanten in het rootssegment, maar het is ook de week van de bijzondere stemmen in het genre. Het zijn deels stemmen die heel makkelijk verleiden, maar het zijn ook stemmen die zo nu en dan flink tegen de haren in strijken en die lang niet door iedereen gewaardeerd zullen worden. De stem van de Amerikaanse singer-songwriter Ashley Ray valt absoluut in de laatste categorie.
Ashley Ray werd geboren en groeide op in Lawrence, Kansas, waar haar ouders het zeker niet breed hadden. Direct na de middelbare school vertrok de jonge Ashley Ray naar het beloofde land voor een ieder met ambities in de countrymuziek: Nashville, Tennessee. In de hoofdstad van de countrymuziek probeerde ze voet aan de grond te krijgen als songwriter en als muzikant en dat lukte uiteraard niet direct.
Ashley Ray is inmiddels toe aan haar derde album en tot dusver is het succes beperkt. Met Pauline kan de Amerikaanse singer-songwriter echter wel eens een flinke stap gaan zetten, want het is in meerdere opzichten een uitstekend album. Pauline is een autobiografisch album waarop Ashley Ray de nodige tegenslagen in haar leven probeert te vertalen naar levenslessen. Het persoonlijke karakter van de teksten voorziet de songs van de singer-songwriter uit Nashville van extra lading en de nodige emotie, wat in de countrymuziek altijd een groot goed is.
Ook in muzikaal opzicht is Pauline een interessant album. Ashley Ray kiest op haar nieuwe album afwisselend voor een degelijk akoestisch rootsgeluid of voor een al even degelijk maar flink steviger en elektrisch rootsgeluid. In het stevigere geluid mogen de gitaren flink klanken, terwijl het akoestische geluid wordt voorzien van fraaie gitaarklanken en de in het genre onmisbare pedal steel.
Het sterkste, maar waarschijnlijk ook meest omstreden wapen van Ashley Ray is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar het is ook een stem die wat scherp en geknepen kan klinken. Iedereen die niet tegen de stem van bijvoorbeeld Kasey Chambers kan, zal ook moeite hebben met de stem van Ashley Ray, maar persoonlijk vind ik haar zang geweldig. Zowel in de meer ingetogen songs als in de wat stevigere songs kan de singer-songwriter uit Nashville geweldig uithalen en haalt ze een deel van de noten uit haar tenen. Het is zoals gezegd een stem die gemaakt is voor de country, maar Pauline klinkt bij vlagen ook heerlijk soulvol.
Door ingetogen songs af te wisselen met songs waarin de gitaren stevig uit mogen pakken, is Pauline ook nog eens een afwisselend album en het is een album met songs van hoog niveau. Ashley Ray had met haar eigen albums tot dusver nog niet al te veel succes, maar ze is in Nashville inmiddels een gewaardeerd songwriter en na beluistering van Pauline begrijp ik waarom.
Net als bij de albums van de eerder genoemde Kasey Chambers moest ik bij eerste beluistering van het nieuwe album van Ashley Ray wel even omschakelen, maar hoe vaker ik naar Pauline luister, hoe mooier ik het album vind. Het is momenteel dringen in het rootssegment, maar Ashley Ray weet zich wat mij betreft voldoende te onderscheiden om uit het enorme aanbod van het moment te worden gepikt. Erwin Zijleman
Ashley Shadow - Only the End (2021)

4,5
1
geplaatst: 1 oktober 2021, 16:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashley Shadow - Only The End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Shadow - Only The End
Ashley Shadow overbrugt op fraaie wijze de kloof tussen Amerikaanse rootsmuziek en indierock op een album dat in beide hokjes past en zich steeds nadrukkelijker opdringt
Only The End is het tweede album van de Canadese muzikante Ashley Webber AKA Ashley Shadow en het is een album dat alle aandacht verdient. Het is een wat donker en vooral gitaar georiënteerd album dat in eerste instantie vooral associaties oproept met de smaakmakers uit de indierock, maar Only The End is net zo makkelijk een rootsalbum van het gruizige soort. De instrumentatie is donker, maar ook sfeervol, maar het is de stem van de Canadese muzikante die op mij de meeste indruk maakt. Only The End is een fraai melancholisch album waaraan je misschien even moet wennen, maar dat vervolgens snel uitgroeit tot een album dat je eindeloos wilt koesteren.
De Canadese muzikante Ashley Shadow debuteerde vijf jaar geleden met een titelloos album. Ik vond het debuut van het alter ego van de uit Vancouver afkomstige Ashley Webber een bijzonder album, maar het bleef uiteindelijk helaas toch op de stapel liggen. Deze week keert Ashley Shadow terug met haar tweede album, Only The End, dat zich wel direct voldoende opdrong voor een plekje op deze BLOG.
Voordat Ashley Webber aan haar solocarrière begon was ze actief in de postpunk band The Organ, die helaas is blijven steken bij één zeer memorabel album (het album Grab That Gun, dat in 2004 terecht mijn jaarlijstje haalde). Hierna werkte ze onder andere met The Cave Singers, The Pink Mountaintops en Bonnie “Prince” Billy. Laatstgenoemde tekent op Only The End voor een fraai duet met Ashley Shadow, wat zeker zal bijdragen aan de aandacht die het album krijgt.
Only The End werd, net als het debuutalbum van Ashley Shadow, geproduceerd door Joshua Wells, die we kennen van de band Black Mountain en het duo Lightning Dust, dat hij overigens vormt met Ashley’s zus Amber Webber. Joshua Wells tekent samen met Ashley Webber en gitarist Ryan Beattie voor het grootste deel van de instrumentatie op Only The End, dat hier en daar wordt versierd met bijdragen van de pedal steel en de mandoline van Paul Rigby.
De muziek van Ashley Webber is vooral gitaar georiënteerd en is over het algemeen genomen vrij sober, al is het gitaarwerk echt prachtig. Door de vaak wat gruizige gitaarklanken en de accenten die er aan zijn toegevoegd is Only The End een behoorlijk donker album, wat wordt versterkt door de wat melancholisch klinkende stem van de muzikante uit Vancouver.
Only The End van Ashley Shadow zal in de smaak vallen bij liefhebbers van Sharon Van Etten, Lady Lamb, Lucy Dacus en Torres, om maar een paar namen te noemen, maar ook een ieder die deze week zeer aangenaam is verrast door het tweede album van Ada Lea zal gecharmeerd zijn van het nieuwe album van Ashley Shadow, die hier en daar ook wel wat heeft van PJ Harvey, maar die vooral een eigen geluid laat horen.
Ik noem hierboven vooral vrouwelijke singer-songwriters die in het hokje indierock worden geduwd, maar Only The End van Ashley Shadow past misschien wel beter in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. Zeker als de pedal steel of de weemoedige stem van Will Oldham opduikt, zijn invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek dominant aanwezig, maar het album heeft toch ook altijd iets donkers en ruws, wat me hier en daar ook weer doet denken aan Mazzy Star of Cowboy Junkies, waarmee het vergelijkingsmateriaal voor het tweede album van Ashley Shadow volloopt met persoonlijke favorieten.
Het zal zo langzamerhand duidelijk zijn waar we Only The End in muzikaal opzicht moeten plaatsen, maar de stem van de muzikante uit Vancouver mag niet onvermeld blijven. Het is een stem die bij eerste beluistering niet eens zo opvalt, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik de stem van Ashley Shadow vind. Het is een stem die de persoonlijke teksten op het album voorziet van een bijzondere en vaak wat donkere lading, waardoor Only The End vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is. Heel veel aandacht krijgt het album van Ashley Shadow nog niet, maar het is echt heel erg mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashley Shadow - Only The End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashley Shadow - Only The End
Ashley Shadow overbrugt op fraaie wijze de kloof tussen Amerikaanse rootsmuziek en indierock op een album dat in beide hokjes past en zich steeds nadrukkelijker opdringt
Only The End is het tweede album van de Canadese muzikante Ashley Webber AKA Ashley Shadow en het is een album dat alle aandacht verdient. Het is een wat donker en vooral gitaar georiënteerd album dat in eerste instantie vooral associaties oproept met de smaakmakers uit de indierock, maar Only The End is net zo makkelijk een rootsalbum van het gruizige soort. De instrumentatie is donker, maar ook sfeervol, maar het is de stem van de Canadese muzikante die op mij de meeste indruk maakt. Only The End is een fraai melancholisch album waaraan je misschien even moet wennen, maar dat vervolgens snel uitgroeit tot een album dat je eindeloos wilt koesteren.
De Canadese muzikante Ashley Shadow debuteerde vijf jaar geleden met een titelloos album. Ik vond het debuut van het alter ego van de uit Vancouver afkomstige Ashley Webber een bijzonder album, maar het bleef uiteindelijk helaas toch op de stapel liggen. Deze week keert Ashley Shadow terug met haar tweede album, Only The End, dat zich wel direct voldoende opdrong voor een plekje op deze BLOG.
Voordat Ashley Webber aan haar solocarrière begon was ze actief in de postpunk band The Organ, die helaas is blijven steken bij één zeer memorabel album (het album Grab That Gun, dat in 2004 terecht mijn jaarlijstje haalde). Hierna werkte ze onder andere met The Cave Singers, The Pink Mountaintops en Bonnie “Prince” Billy. Laatstgenoemde tekent op Only The End voor een fraai duet met Ashley Shadow, wat zeker zal bijdragen aan de aandacht die het album krijgt.
Only The End werd, net als het debuutalbum van Ashley Shadow, geproduceerd door Joshua Wells, die we kennen van de band Black Mountain en het duo Lightning Dust, dat hij overigens vormt met Ashley’s zus Amber Webber. Joshua Wells tekent samen met Ashley Webber en gitarist Ryan Beattie voor het grootste deel van de instrumentatie op Only The End, dat hier en daar wordt versierd met bijdragen van de pedal steel en de mandoline van Paul Rigby.
De muziek van Ashley Webber is vooral gitaar georiënteerd en is over het algemeen genomen vrij sober, al is het gitaarwerk echt prachtig. Door de vaak wat gruizige gitaarklanken en de accenten die er aan zijn toegevoegd is Only The End een behoorlijk donker album, wat wordt versterkt door de wat melancholisch klinkende stem van de muzikante uit Vancouver.
Only The End van Ashley Shadow zal in de smaak vallen bij liefhebbers van Sharon Van Etten, Lady Lamb, Lucy Dacus en Torres, om maar een paar namen te noemen, maar ook een ieder die deze week zeer aangenaam is verrast door het tweede album van Ada Lea zal gecharmeerd zijn van het nieuwe album van Ashley Shadow, die hier en daar ook wel wat heeft van PJ Harvey, maar die vooral een eigen geluid laat horen.
Ik noem hierboven vooral vrouwelijke singer-songwriters die in het hokje indierock worden geduwd, maar Only The End van Ashley Shadow past misschien wel beter in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. Zeker als de pedal steel of de weemoedige stem van Will Oldham opduikt, zijn invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek dominant aanwezig, maar het album heeft toch ook altijd iets donkers en ruws, wat me hier en daar ook weer doet denken aan Mazzy Star of Cowboy Junkies, waarmee het vergelijkingsmateriaal voor het tweede album van Ashley Shadow volloopt met persoonlijke favorieten.
Het zal zo langzamerhand duidelijk zijn waar we Only The End in muzikaal opzicht moeten plaatsen, maar de stem van de muzikante uit Vancouver mag niet onvermeld blijven. Het is een stem die bij eerste beluistering niet eens zo opvalt, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik de stem van Ashley Shadow vind. Het is een stem die de persoonlijke teksten op het album voorziet van een bijzondere en vaak wat donkere lading, waardoor Only The End vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is. Heel veel aandacht krijgt het album van Ashley Shadow nog niet, maar het is echt heel erg mooi. Erwin Zijleman
Ashtyn Barbaree - Better Luck Next Time (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 oktober 2023, 16:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ashtyn Barbaree - Better Luck Next Time (2022) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashtyn Barbaree - Better Luck Next Time (2022)
Ashtyn Barbaree debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend met het fraaie Better Luck Next Time, dat helaas flink ondersneeuwde, maar de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker verdient
De uit Fayetteville, Arkansas, afkomstige Ashtyn Barbaree wist voor haar debuutalbum een aantal uitstekende muzikanten te strikken in Nashville, wat een prachtig klinkend album opleverde. Het is een album dat bovendien opviel door sterke songs en door de bijzondere stem van Ashtyn Barbaree. Better Luck Next Time beschikte hierdoor over alle ingrediënten die nodig zijn om hoge ogen te gooien in Nashville, maar het album deed tot dusver helaas niet heel veel. Hoogste tijd om hier verandering in te brengen, want het album van de jonge Amerikaanse singer-songwriter staat bol van de belofte en klinkt bovendien zo aangenaam dat je er naar blijft luisteren.
Eenmaal per week sta ik stil bij albums uit het verleden en meestal gaat het om albums uit een ver of zelfs heel ver verleden. Deze week sta ik voor de afwisseling eens stil bij een album dat pas net iets meer dan een jaar geleden is verschenen. Het is een album dat vorig jaar niet veel aandacht heeft gekregen, maar dat deze aandacht zeker had verdiend. Het album krijgt binnenkort een nieuwe kans, maar verdient nu al alle aandacht, zeker van een ieder die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedraagt.
Het gaat om Better Luck Next Time, achteraf bezien een profetische titel, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Ashtyn Barbaree. Ashtyn Barbaree is een jonge muzikante uit Fayetteville, Arkansas, die in haar thuisstaat de nodige awards in de wacht sleepte en vervolgens voet aan de grond probeerde te krijgen in Nashville. Dat leverde in 2018 een veelbelovende titelloze EP op, die in de zomer van 2022 werd gevolgd door het debuutalbum van Ashtyn Barbaree.
Het album werd gemaakt in Nashville, samen met een aantal gelouterde muzikanten, onder wie bassist en gitarist Chris Scruggs, die speelde met Sierra Ferrell, Kacey Musgraves en Amanda Shires en die het album samen met Ashtyn Barbaree produceerde. Ook drummer Jeffrey Clemens, gitarist Jacob Campbell en pedal en lapsteel virtuoos Tommy Hannum hebben hun sporen in de muziek ruimschoots verdiend en dat is te horen op Better Luck Next Time, dat is voorzien van een mooi en warm geluid, waaraan Ashtyn Barbaree zelf ook nog een handvol instrumenten bijdraagt. Het is een zeer aansprekend geluid dat de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek trouw blijft, maar zeker niet heel traditioneel klinkt. Het klinkt een stuk authentieker dan de meeste countrypop albums uit Nashville, maar minstens net zo fris.
Het vooral met invloeden uit de country en folk (en wat rock in de slottrack) gevulde album valt direct op door het aansprekende geluid, maar ook de songs van Ashtyn Barbaree ademen kwaliteit. Het zijn tijdloze songs die direct vertrouwd klinken, maar de songs van de Amerikaanse muzikante verslappen zeker niet wanneer je ze vaker hoort, waardoor Better Luck Next Time een album is waar je naar blijft luisteren.
Ik heb het nog niet gehad over de stem van Ashtyn Barbaree en ook die draagt stevig bij aan de kwaliteit van haar debuutalbum. Het is een stem waar ik bij de eerste noten even aan moest wennen, net zoals ik dat ook altijd moet wanneer ik luister naar de albums van Kasey Chambers, maar eenmaal gewend aan de stem van Ashtyn Barbaree wint deze, mede door de mooie achtergrondvocalen, snel aan kracht.
Met een zeer smaakvol en niet te traditioneel maar ook niet te lichtvoetig of teveel naar pop leunend rootsgeluid, tijdloze songs en een karakteristieke stem heeft Better Luck Next Time van Ashtyn Barbaree alles wat een Amerikaans rootsalbum voor mij aantrekkelijk maakt en ik vind het dan ook geweldig nieuws dat het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, die volgend jaar ook in Nederland zal touren, een nieuwe kans krijgt.
Ik luister iedere week naar een flinke stapel albums die in dezelfde vijver vissen als Ashtyn Barbaree doet op haar debuutalbum, maar een album van het niveau van Better Luck Next Time kom ik niet heel vaak tegen. Hoogste tijd dus dat dit prachtige album alsnog aandacht gaat krijgen. Om te beginnen in Nederland, maar vervolgens ook in de Verenigde Staten, waar Better Luck Next Time van Ashtyn Barbaree helaas ook niet op de juiste waarde is geschat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ashtyn Barbaree - Better Luck Next Time (2022) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ashtyn Barbaree - Better Luck Next Time (2022)
Ashtyn Barbaree debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend met het fraaie Better Luck Next Time, dat helaas flink ondersneeuwde, maar de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker verdient
De uit Fayetteville, Arkansas, afkomstige Ashtyn Barbaree wist voor haar debuutalbum een aantal uitstekende muzikanten te strikken in Nashville, wat een prachtig klinkend album opleverde. Het is een album dat bovendien opviel door sterke songs en door de bijzondere stem van Ashtyn Barbaree. Better Luck Next Time beschikte hierdoor over alle ingrediënten die nodig zijn om hoge ogen te gooien in Nashville, maar het album deed tot dusver helaas niet heel veel. Hoogste tijd om hier verandering in te brengen, want het album van de jonge Amerikaanse singer-songwriter staat bol van de belofte en klinkt bovendien zo aangenaam dat je er naar blijft luisteren.
Eenmaal per week sta ik stil bij albums uit het verleden en meestal gaat het om albums uit een ver of zelfs heel ver verleden. Deze week sta ik voor de afwisseling eens stil bij een album dat pas net iets meer dan een jaar geleden is verschenen. Het is een album dat vorig jaar niet veel aandacht heeft gekregen, maar dat deze aandacht zeker had verdiend. Het album krijgt binnenkort een nieuwe kans, maar verdient nu al alle aandacht, zeker van een ieder die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedraagt.
Het gaat om Better Luck Next Time, achteraf bezien een profetische titel, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Ashtyn Barbaree. Ashtyn Barbaree is een jonge muzikante uit Fayetteville, Arkansas, die in haar thuisstaat de nodige awards in de wacht sleepte en vervolgens voet aan de grond probeerde te krijgen in Nashville. Dat leverde in 2018 een veelbelovende titelloze EP op, die in de zomer van 2022 werd gevolgd door het debuutalbum van Ashtyn Barbaree.
Het album werd gemaakt in Nashville, samen met een aantal gelouterde muzikanten, onder wie bassist en gitarist Chris Scruggs, die speelde met Sierra Ferrell, Kacey Musgraves en Amanda Shires en die het album samen met Ashtyn Barbaree produceerde. Ook drummer Jeffrey Clemens, gitarist Jacob Campbell en pedal en lapsteel virtuoos Tommy Hannum hebben hun sporen in de muziek ruimschoots verdiend en dat is te horen op Better Luck Next Time, dat is voorzien van een mooi en warm geluid, waaraan Ashtyn Barbaree zelf ook nog een handvol instrumenten bijdraagt. Het is een zeer aansprekend geluid dat de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek trouw blijft, maar zeker niet heel traditioneel klinkt. Het klinkt een stuk authentieker dan de meeste countrypop albums uit Nashville, maar minstens net zo fris.
Het vooral met invloeden uit de country en folk (en wat rock in de slottrack) gevulde album valt direct op door het aansprekende geluid, maar ook de songs van Ashtyn Barbaree ademen kwaliteit. Het zijn tijdloze songs die direct vertrouwd klinken, maar de songs van de Amerikaanse muzikante verslappen zeker niet wanneer je ze vaker hoort, waardoor Better Luck Next Time een album is waar je naar blijft luisteren.
Ik heb het nog niet gehad over de stem van Ashtyn Barbaree en ook die draagt stevig bij aan de kwaliteit van haar debuutalbum. Het is een stem waar ik bij de eerste noten even aan moest wennen, net zoals ik dat ook altijd moet wanneer ik luister naar de albums van Kasey Chambers, maar eenmaal gewend aan de stem van Ashtyn Barbaree wint deze, mede door de mooie achtergrondvocalen, snel aan kracht.
Met een zeer smaakvol en niet te traditioneel maar ook niet te lichtvoetig of teveel naar pop leunend rootsgeluid, tijdloze songs en een karakteristieke stem heeft Better Luck Next Time van Ashtyn Barbaree alles wat een Amerikaans rootsalbum voor mij aantrekkelijk maakt en ik vind het dan ook geweldig nieuws dat het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, die volgend jaar ook in Nederland zal touren, een nieuwe kans krijgt.
Ik luister iedere week naar een flinke stapel albums die in dezelfde vijver vissen als Ashtyn Barbaree doet op haar debuutalbum, maar een album van het niveau van Better Luck Next Time kom ik niet heel vaak tegen. Hoogste tijd dus dat dit prachtige album alsnog aandacht gaat krijgen. Om te beginnen in Nederland, maar vervolgens ook in de Verenigde Staten, waar Better Luck Next Time van Ashtyn Barbaree helaas ook niet op de juiste waarde is geschat. Erwin Zijleman
