Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Annahstasia - Tether (2025)

4,0
2
geplaatst: 19 juni 2025, 19:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annahstasia - Tether - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annahstasia - Tether
Annahstasia beschikt over een bijzondere stem, waaraan je misschien even moet wennen, maar eenmaal gewend blijkt het prachtig ingekleurde Tether zowel in muzikaal als vocaal opzicht een buitengewoon fascinerend album
De van oorsprong Nigeriaanse muzikante Annahstasia (Enuke) heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum en levert deze week met Tether een heel bijzonder album af. Het is een album met invloeden uit de folk, jazz en soul, dat in geen van deze hokjes precies past. De muziek op het album is subtiel, maar zit vol fraaie details. Hetzelfde geldt voor de bijzondere stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem waaraan ik even moest wennen, maar die ik inmiddels bijzonder mooi vind. Het is een stem vol gevoel, die net als de muziek op het album meerdere kanten op kan. Tether wordt momenteel stevig bewierookt en dat is echt volkomen terecht.
Nieuwsgierig geworden door een aantal hele positieve recensies begon ik aan de beluistering van Tether van Annahstasia. Al na een paar noten wist ik dat ik energie en tijd zou moeten steken in het album, want Annahstasia Enuke beschikt over een bijzondere stem en het is een stem waar je van moet houden.
Dat deed ik in eerste instantie niet, want de stem van de muzikante uit Los Angeles, California, die overigens Nigeriaanse wortels heeft, is niet het soort stem waar ik normaal gesproken voor val. Het is een doorleefde en wat ruwe stem, die niet goed past bij de leeftijd van Annahstasia (30) en die bij mij in eerste instantie wat tegen de haren in streek. Toch wel enigszins tot mijn verbazing duurde dat maar heel even, want na twee of drie tracks was ik gewend aan de bijzondere stem van Annahstasia Enuke en na Tether een paar keer gehoord te hebben vind ik het album echt prachtig.
Voor het album werd een beroep gedaan op meerdere producer, maar het debuutalbum van Annahstasia is voorzien van een behoorlijk sober geluid. De muzikante uit Los Angeles heeft in veel songs op het album genoeg aan een akoestische gitaar en wat pianoakkoorden, maar in een aantal andere tracks worden subtiele maar bijzonder mooie en trefzekere accenten van onder andere blazers toegevoegd.
Annahstasia wordt in een aantal recensies de grote belofte van de folk genoemd en daar is wat voor te zeggen wanneer ze kiest voor behoorlijk sober ingekleurde songs. Op hetzelfde moment is de stem van de Nigeriaanse muzikante geen stem die je makkelijk associeert met folk en ook de muziek klinkt lang niet altijd folky, zeker niet wanneer de klanken wat voller en atmosferischer worden.
Bij de stem van Annahstasia moet ik vooral denken aan een aantal grote jazz- en soulzangeressen, zonder direct namen te kunnen noemen, en dat zijn andere genres die hoorbaar zijn op Tether. Ik zou het debuutalbum van Annahstasia geen folkalbum noemen, maar ook niet direct een jazzalbum of een soulalbum. Laat ik het er maar op houden dat de muziek van Annahstasia een uniek karakter heeft.
Dat hoor je in de muziek en vooral in de zang, die soms in meerdere lagen zijn opgenomen, maar je hoort het ook zeker in de songs, die behoorlijk complex zijn, zeker wanneer Annahstasia kiest voor wat langere tracks. De Nigeriaanse muzikante kreeg al op haar zeventiende een platencontract en heeft lang gewerkt aan de songs op haar debuutalbum. Dat hoor je, want bij beluistering van Tether vallen continu mooie details op.
De muziek zit vol met dit soort details, maar je hoort het bijzondere vooral in de stem van Annahstasia. Het is een stem die alle kanten op kan en zowel zacht kan fluisteren als krachtig kan uithalen. Het is een wat ruwe stem, maar de zang van Annahstasia is bij vlagen ook alleen maar heel mooi. De Nigeriaanse muzikante zingt met veel souplesse en precisie, maar stopt ook heel veel gevoel in haar stem.
Heel even dacht ik dat het niets voor mij was, maar eenmaal gewend aan de zang is Tether in razend tempo gegroeid. Het blijft lastig om Tether in het juiste hokje te duwen, maar dat Annahstasia een grote belofte is voor de toekomst is ook wat mij betreft zeker. Neem vooral de tijd om even te wennen en door te bijten, je krijgt er een echt prachtig album voor terug. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Annahstasia - Tether - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annahstasia - Tether
Annahstasia beschikt over een bijzondere stem, waaraan je misschien even moet wennen, maar eenmaal gewend blijkt het prachtig ingekleurde Tether zowel in muzikaal als vocaal opzicht een buitengewoon fascinerend album
De van oorsprong Nigeriaanse muzikante Annahstasia (Enuke) heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum en levert deze week met Tether een heel bijzonder album af. Het is een album met invloeden uit de folk, jazz en soul, dat in geen van deze hokjes precies past. De muziek op het album is subtiel, maar zit vol fraaie details. Hetzelfde geldt voor de bijzondere stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem waaraan ik even moest wennen, maar die ik inmiddels bijzonder mooi vind. Het is een stem vol gevoel, die net als de muziek op het album meerdere kanten op kan. Tether wordt momenteel stevig bewierookt en dat is echt volkomen terecht.
Nieuwsgierig geworden door een aantal hele positieve recensies begon ik aan de beluistering van Tether van Annahstasia. Al na een paar noten wist ik dat ik energie en tijd zou moeten steken in het album, want Annahstasia Enuke beschikt over een bijzondere stem en het is een stem waar je van moet houden.
Dat deed ik in eerste instantie niet, want de stem van de muzikante uit Los Angeles, California, die overigens Nigeriaanse wortels heeft, is niet het soort stem waar ik normaal gesproken voor val. Het is een doorleefde en wat ruwe stem, die niet goed past bij de leeftijd van Annahstasia (30) en die bij mij in eerste instantie wat tegen de haren in streek. Toch wel enigszins tot mijn verbazing duurde dat maar heel even, want na twee of drie tracks was ik gewend aan de bijzondere stem van Annahstasia Enuke en na Tether een paar keer gehoord te hebben vind ik het album echt prachtig.
Voor het album werd een beroep gedaan op meerdere producer, maar het debuutalbum van Annahstasia is voorzien van een behoorlijk sober geluid. De muzikante uit Los Angeles heeft in veel songs op het album genoeg aan een akoestische gitaar en wat pianoakkoorden, maar in een aantal andere tracks worden subtiele maar bijzonder mooie en trefzekere accenten van onder andere blazers toegevoegd.
Annahstasia wordt in een aantal recensies de grote belofte van de folk genoemd en daar is wat voor te zeggen wanneer ze kiest voor behoorlijk sober ingekleurde songs. Op hetzelfde moment is de stem van de Nigeriaanse muzikante geen stem die je makkelijk associeert met folk en ook de muziek klinkt lang niet altijd folky, zeker niet wanneer de klanken wat voller en atmosferischer worden.
Bij de stem van Annahstasia moet ik vooral denken aan een aantal grote jazz- en soulzangeressen, zonder direct namen te kunnen noemen, en dat zijn andere genres die hoorbaar zijn op Tether. Ik zou het debuutalbum van Annahstasia geen folkalbum noemen, maar ook niet direct een jazzalbum of een soulalbum. Laat ik het er maar op houden dat de muziek van Annahstasia een uniek karakter heeft.
Dat hoor je in de muziek en vooral in de zang, die soms in meerdere lagen zijn opgenomen, maar je hoort het ook zeker in de songs, die behoorlijk complex zijn, zeker wanneer Annahstasia kiest voor wat langere tracks. De Nigeriaanse muzikante kreeg al op haar zeventiende een platencontract en heeft lang gewerkt aan de songs op haar debuutalbum. Dat hoor je, want bij beluistering van Tether vallen continu mooie details op.
De muziek zit vol met dit soort details, maar je hoort het bijzondere vooral in de stem van Annahstasia. Het is een stem die alle kanten op kan en zowel zacht kan fluisteren als krachtig kan uithalen. Het is een wat ruwe stem, maar de zang van Annahstasia is bij vlagen ook alleen maar heel mooi. De Nigeriaanse muzikante zingt met veel souplesse en precisie, maar stopt ook heel veel gevoel in haar stem.
Heel even dacht ik dat het niets voor mij was, maar eenmaal gewend aan de zang is Tether in razend tempo gegroeid. Het blijft lastig om Tether in het juiste hokje te duwen, maar dat Annahstasia een grote belofte is voor de toekomst is ook wat mij betreft zeker. Neem vooral de tijd om even te wennen en door te bijten, je krijgt er een echt prachtig album voor terug. Erwin Zijleman
Anne Buckle - WILDWOOD (2024)

4,5
0
geplaatst: 18 augustus 2024, 07:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anne Buckle - WILDWOOD - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anne Buckle - WILDWOOD
De Amerikaanse muzikante Anne Buckle heeft een verrassend mooi en eigenzinnig countrypop album gemaakt, dat in alle opzichten betovert, maar vooralsnog helaas schandalig weinig aandacht krijgt
WILDWOOD, het eerste album van Anne Buckle is een album vol bijzondere verleidingen. Zo is er een stem die wel wat aan Kacey Musgraves doet denken, zijn er de bijzonder aangenaam klinkende countrypopsongs en is er de bijzondere instrumentatie die subtiel maar altijd op fraaie wijze de grenzen opzoekt. Dat ik het debuutalbum van Anne Buckle heb ontdekt is puur toeval, maar wat is dit album me een kleine week later al dierbaar. Ik heb dit jaar niet te klagen over memorabele countrypop albums van persoonlijke favorieten, maar de mij tot voor kort totaal onbekende Anne Buckle levert met WILDWOOD een album op dat zeker niet onder doet voor mijn countrypop favorieten van 2024.
WILDWOOD, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Anne Buckle, ben ik vorige maand niet tegengekomen in de vele releaselijsten die ik raadpleeg ter inspiratie. Dat ik het album toch nog heb ontdekt heb ik te danken aan het Amerikaanse duo Steel Blossoms, dat is te horen in een van de tracks op het album en hiervan melding maakte op haar socials.
Het was overigens zo ongeveer het eerste levensteken van Steel Blossoms dat me opviel, sinds hun fantastische titelloze debuutalbum uit 2019, maar dit terzijde. Dat ik vervolgens ook nog ben gaan luisteren naar het eerste album van Anne Buckle heeft alles te maken met de slappe tijden van het moment, maar ik ben heel blij met dit bijzondere debuutalbum.
WILDWOOD opent met de track Appalachian Dream, waardoor ik er van uit ging dat Anne Buckle zich op haar debuutalbum zou richten op het maken van muziek die zich heeft laten inspireren door de folk zoals die aan het begin van de vorige eeuw in de Appalachen werd gemaakt. Dat is zeker niet het geval want de eerste track van WILDWOOD opent als een elektronische popsong van het moment, inclusief vervormde stemmen.
Dat duurt overigens maar dertien seconden, want hierna is duidelijk dat Anne Buckle niet voor niets Nashville als thuisbasis heeft gekozen. Appalachian Dream schuift al snel op richting country of countrypop, al duiken er met enige regelmaat eigenzinnige accenten op, die duidelijk maken dat Anne Buckle zich niet volledig laat vastsnoeren in het keurslijf van de Nashville countrypop.
De Amerikaanse muzikante heeft er overigens al een bijzondere carrière opzitten, want ze werkte eerder als diplomaat en is bovendien een geschoold violiste. Inmiddels bespeelt Anne Buckle een heel arsenaal aan instrumenten en heeft ze bovendien ontdekt dat ze een prima zangeres is.
Na de opvallende openingstrack was ik onder de indruk van de bijzondere touch die Anne Buckle geeft aan de op het moment zo populaire countrypop en die bijzondere touch gaat een album lang mee. De meeste songs op WILDWOOD bevatten alle ingrediënten die countrypop wat mij betreft aangenaam en interessant maken, maar Anne Buckle voegt er haar eigen ding aan toe en heeft als bonus ook nog eens een bijzonder aangenaam vleugje Kacey Musgraves in haar stem.
De countrypop songs op haar debuutalbum bevatten hier en daar een snufje pop, zijn incidenteel voller en steviger ingekleurd en worden hier en daar verrijkt met fraaie orkestraties, maar overdadig wordt het nooit. Anne Buckle weet de Nashville countrypop op subtiele wijze te verrijken en heeft hierdoor een album gemaakt dat zich weet te onderscheiden in het genre.
Omdat de stem van de muzikante uit Nashville zeer geschikt is voor countrypop en de songs buiten de instrumentatie redelijk dicht in de buurt blijven bij het stramien van de klassieke countrypop song zullen liefhebbers van Nashville countrypop onmiddellijk vallen voor het debuutalbum van Anne Buckle en pas hierna ontdekken hoe de Amerikaanse muzikante op fraaie en subtiele wijze de grenzen van het genre opzoekt.
WILDWOOD is echt in alle opzichten een uitstekend album en het verbaast me dan ook dat het album tot dusver zo weinig aandacht heeft gekregen. Het is ook doodzonde, want dit zo knap gemaakte en mooi uitgevoerde album verdient alle aandacht. Mijn hart heeft Anne Buckle in ieder geval gestolen met dit eigenzinnige countrypop album dat ook nog eens ruim een uur duurt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anne Buckle - WILDWOOD - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anne Buckle - WILDWOOD
De Amerikaanse muzikante Anne Buckle heeft een verrassend mooi en eigenzinnig countrypop album gemaakt, dat in alle opzichten betovert, maar vooralsnog helaas schandalig weinig aandacht krijgt
WILDWOOD, het eerste album van Anne Buckle is een album vol bijzondere verleidingen. Zo is er een stem die wel wat aan Kacey Musgraves doet denken, zijn er de bijzonder aangenaam klinkende countrypopsongs en is er de bijzondere instrumentatie die subtiel maar altijd op fraaie wijze de grenzen opzoekt. Dat ik het debuutalbum van Anne Buckle heb ontdekt is puur toeval, maar wat is dit album me een kleine week later al dierbaar. Ik heb dit jaar niet te klagen over memorabele countrypop albums van persoonlijke favorieten, maar de mij tot voor kort totaal onbekende Anne Buckle levert met WILDWOOD een album op dat zeker niet onder doet voor mijn countrypop favorieten van 2024.
WILDWOOD, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Anne Buckle, ben ik vorige maand niet tegengekomen in de vele releaselijsten die ik raadpleeg ter inspiratie. Dat ik het album toch nog heb ontdekt heb ik te danken aan het Amerikaanse duo Steel Blossoms, dat is te horen in een van de tracks op het album en hiervan melding maakte op haar socials.
Het was overigens zo ongeveer het eerste levensteken van Steel Blossoms dat me opviel, sinds hun fantastische titelloze debuutalbum uit 2019, maar dit terzijde. Dat ik vervolgens ook nog ben gaan luisteren naar het eerste album van Anne Buckle heeft alles te maken met de slappe tijden van het moment, maar ik ben heel blij met dit bijzondere debuutalbum.
WILDWOOD opent met de track Appalachian Dream, waardoor ik er van uit ging dat Anne Buckle zich op haar debuutalbum zou richten op het maken van muziek die zich heeft laten inspireren door de folk zoals die aan het begin van de vorige eeuw in de Appalachen werd gemaakt. Dat is zeker niet het geval want de eerste track van WILDWOOD opent als een elektronische popsong van het moment, inclusief vervormde stemmen.
Dat duurt overigens maar dertien seconden, want hierna is duidelijk dat Anne Buckle niet voor niets Nashville als thuisbasis heeft gekozen. Appalachian Dream schuift al snel op richting country of countrypop, al duiken er met enige regelmaat eigenzinnige accenten op, die duidelijk maken dat Anne Buckle zich niet volledig laat vastsnoeren in het keurslijf van de Nashville countrypop.
De Amerikaanse muzikante heeft er overigens al een bijzondere carrière opzitten, want ze werkte eerder als diplomaat en is bovendien een geschoold violiste. Inmiddels bespeelt Anne Buckle een heel arsenaal aan instrumenten en heeft ze bovendien ontdekt dat ze een prima zangeres is.
Na de opvallende openingstrack was ik onder de indruk van de bijzondere touch die Anne Buckle geeft aan de op het moment zo populaire countrypop en die bijzondere touch gaat een album lang mee. De meeste songs op WILDWOOD bevatten alle ingrediënten die countrypop wat mij betreft aangenaam en interessant maken, maar Anne Buckle voegt er haar eigen ding aan toe en heeft als bonus ook nog eens een bijzonder aangenaam vleugje Kacey Musgraves in haar stem.
De countrypop songs op haar debuutalbum bevatten hier en daar een snufje pop, zijn incidenteel voller en steviger ingekleurd en worden hier en daar verrijkt met fraaie orkestraties, maar overdadig wordt het nooit. Anne Buckle weet de Nashville countrypop op subtiele wijze te verrijken en heeft hierdoor een album gemaakt dat zich weet te onderscheiden in het genre.
Omdat de stem van de muzikante uit Nashville zeer geschikt is voor countrypop en de songs buiten de instrumentatie redelijk dicht in de buurt blijven bij het stramien van de klassieke countrypop song zullen liefhebbers van Nashville countrypop onmiddellijk vallen voor het debuutalbum van Anne Buckle en pas hierna ontdekken hoe de Amerikaanse muzikante op fraaie en subtiele wijze de grenzen van het genre opzoekt.
WILDWOOD is echt in alle opzichten een uitstekend album en het verbaast me dan ook dat het album tot dusver zo weinig aandacht heeft gekregen. Het is ook doodzonde, want dit zo knap gemaakte en mooi uitgevoerde album verdient alle aandacht. Mijn hart heeft Anne Buckle in ieder geval gestolen met dit eigenzinnige countrypop album dat ook nog eens ruim een uur duurt. Erwin Zijleman
Anne Chris - Just Kissed the Sun (2014)

4,0
0
geplaatst: 11 mei 2014, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anne Chris - Just Kissed The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zonnestralen, zonnestralen en nog meer zonnestralen. We moeten ze de afgelopen dagen helaas wat missen, maar ze komen in zeer ruime mate uit de speakers wanneer je de nieuwe plaat van Anne Chris in de cd-speler stopt.
Anne Chris is een Nederlandse jazzzangeres die inmiddels al een jaar of tien aan de weg timmert in jazz-kringen (ook buiten Nederland overigens), maar haar derde plaat, Just Kissed The Sun, is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want wat is Just Kissed The Sun een lekkere plaat.
De basis voor Just Kissed The Sun werd gelegd toen Anne Chris samen met pianist Daan Herweg de muziek mocht verzorgen op een cruiseschip. Het inspireerde beiden tot een plaat die in het teken staat van vakantie, zee, ontspanning, ontluikende liefde en vooral heel veel zon. Een feel good plaat dus, maar wel een met inhoud.
Anne Chris maakt jazz zoals Norah Jones die inmiddels al weer heel wat jaren geleden maakte. Jazz die is aangelengd met flink wat pop dus. Hier blijft het niet bij, want ook invloeden uit de soul en andere zwarte muziek hebben hun weg gevonden op Just Kissed The Sun. Anne Chris noemt zelf Gretchen Parlato, Esperanza Spalding, Jill Scott en Michael Jackson als inspiratiebronnen. De eerste ken ik niet en de laatste hoor ik niet, maar Just Kissed The Sun heeft inderdaad ook wel wat van de unieke muziek van Esperanza Spalding en de zwoele soul van Jill Scott, al hoor ik beduidend meer raakvlakken met de muziek van Norah Jones.
Just Kissed The Sun bevat vooral eigen songs, maar de twee covers op de plaat zullen in eerste instantie waarschijnlijk de meeste aandacht trekkers. Het zijn covers waarvoor we terug moeten naar de jaren 80, want uit dit decennium stammen Pat Benatar’s Love Is A Battlefield en Steppin’ Out van Joe Jackson. Het zijn allebei songs die ik al talloze keren heb gehoord, maar bij de versies van Anne Chris moest ik toch even nadenken wat het ook al weer was, wat betekent dat de Nederlandse zangeres haar eigen songs heeft gemaakt van de klassiekers van weleer, wat knap is.
De eigen songs van Anne Chris doen hier zeker niet voor onder. Wat de muziek van Anne Chris zo aangenaam en tegelijkertijd ook zo knap maakt, is dat ze er in slaagt om aanstekelijke jazzy deuntjes te maken zonder dat ze in muzikaal opzicht al te veel concessies doet. Just Kissed The Sun is een plaat om heel vrolijk van te worden, maar het is ook een plaat die nieuwsgierigheid opwekt en die steeds weer verrast en intrigeert.
Anne Chris laat zich op haar derde plaat bijstaan door een prima band die muzikale hoogstandjes niet uit de weg gaat, maar ook de soundtrack van een mooie zomerdag vol kan spelen. Het levert in combinatie met de bijzonder mooie en warme stem van Anne Chris, die uit vele klankkleuren bestaat, een plaat op die maar heel moeilijk te weerstaan is, zeker wanneer de zon hoog boven ons het even af laat weten.
Just Kissed The Sun is zeker niet de enige plaat vol zonnestralen op het moment, maar wel een van de meest aangename en een van de knapste. Zeer warm aanbevolen dus, ook aan een ieder die normaal niet zo heel gek is op jazzy muziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anne Chris - Just Kissed The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zonnestralen, zonnestralen en nog meer zonnestralen. We moeten ze de afgelopen dagen helaas wat missen, maar ze komen in zeer ruime mate uit de speakers wanneer je de nieuwe plaat van Anne Chris in de cd-speler stopt.
Anne Chris is een Nederlandse jazzzangeres die inmiddels al een jaar of tien aan de weg timmert in jazz-kringen (ook buiten Nederland overigens), maar haar derde plaat, Just Kissed The Sun, is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want wat is Just Kissed The Sun een lekkere plaat.
De basis voor Just Kissed The Sun werd gelegd toen Anne Chris samen met pianist Daan Herweg de muziek mocht verzorgen op een cruiseschip. Het inspireerde beiden tot een plaat die in het teken staat van vakantie, zee, ontspanning, ontluikende liefde en vooral heel veel zon. Een feel good plaat dus, maar wel een met inhoud.
Anne Chris maakt jazz zoals Norah Jones die inmiddels al weer heel wat jaren geleden maakte. Jazz die is aangelengd met flink wat pop dus. Hier blijft het niet bij, want ook invloeden uit de soul en andere zwarte muziek hebben hun weg gevonden op Just Kissed The Sun. Anne Chris noemt zelf Gretchen Parlato, Esperanza Spalding, Jill Scott en Michael Jackson als inspiratiebronnen. De eerste ken ik niet en de laatste hoor ik niet, maar Just Kissed The Sun heeft inderdaad ook wel wat van de unieke muziek van Esperanza Spalding en de zwoele soul van Jill Scott, al hoor ik beduidend meer raakvlakken met de muziek van Norah Jones.
Just Kissed The Sun bevat vooral eigen songs, maar de twee covers op de plaat zullen in eerste instantie waarschijnlijk de meeste aandacht trekkers. Het zijn covers waarvoor we terug moeten naar de jaren 80, want uit dit decennium stammen Pat Benatar’s Love Is A Battlefield en Steppin’ Out van Joe Jackson. Het zijn allebei songs die ik al talloze keren heb gehoord, maar bij de versies van Anne Chris moest ik toch even nadenken wat het ook al weer was, wat betekent dat de Nederlandse zangeres haar eigen songs heeft gemaakt van de klassiekers van weleer, wat knap is.
De eigen songs van Anne Chris doen hier zeker niet voor onder. Wat de muziek van Anne Chris zo aangenaam en tegelijkertijd ook zo knap maakt, is dat ze er in slaagt om aanstekelijke jazzy deuntjes te maken zonder dat ze in muzikaal opzicht al te veel concessies doet. Just Kissed The Sun is een plaat om heel vrolijk van te worden, maar het is ook een plaat die nieuwsgierigheid opwekt en die steeds weer verrast en intrigeert.
Anne Chris laat zich op haar derde plaat bijstaan door een prima band die muzikale hoogstandjes niet uit de weg gaat, maar ook de soundtrack van een mooie zomerdag vol kan spelen. Het levert in combinatie met de bijzonder mooie en warme stem van Anne Chris, die uit vele klankkleuren bestaat, een plaat op die maar heel moeilijk te weerstaan is, zeker wanneer de zon hoog boven ons het even af laat weten.
Just Kissed The Sun is zeker niet de enige plaat vol zonnestralen op het moment, maar wel een van de meest aangename en een van de knapste. Zeer warm aanbevolen dus, ook aan een ieder die normaal niet zo heel gek is op jazzy muziek. Erwin Zijleman
Anne Soldaat - Facts & Fears (2021)

4,0
1
geplaatst: 11 juli 2021, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anne Soldaat - Facts & Fears - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anne Soldaat - Facts & Fears
De beste retro albums van 2021 komen uit Nederland, want na Bertolf is er nu Anne Soldaat met een album dat klinkt als een vergeten klassieker uit de late jaren 60 of vroege jaren 70
Anne Soldaat verdient alleen met zijn bijdrage aan het oeuvre van Daryll-Ann al een standbeeld, maar hij heeft nog veel meer mooie muziek gemaakt. Ook zijn deze week verschenen nieuwe soloalbum Facts & Fears mag er weer zijn. Anne Soldaat laat zich dit keer stevig inspireren door muziek uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en richt zijn blik hierbij zowel op de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk. De invloeden zijn af en toe heel duidelijk hoorbaar, maar de Nederlandse muzikant is er ook in geslaagd om een herkenbaar eigen geluid neer te zetten. Facts & Fears klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een zeer smaakvol samengestelde platenkast.
De carrière van de Nederlandse muzikant Anne Soldaat is een zeer indrukwekkende. Hij maakte tussen 1991 en 2004 furore met Daryll-Ann, dat moet worden gerekend tot de beste bands uit de Nederlandse muziekgeschiedenis, hij maakte een uitstekend album met de gelegenheidsband Do-The-Undo en leverde bovendien tussen 2009 en 2015 drie prima soloalbums af. De afgelopen jaren werkte de Nederlandse gitarist, zanger, songwriter en producer onder andere met Clean Pete en Tim Knol en maakte hij samen met Yorick van Norden twee zeer succesvolle theatershows, waarin wat minder bekende muzikale helden uit het verre verleden werden geëerd (Unsung Heroes).
Na zes jaar is het gelukkig ook weer eens tijd voor een nieuw soloalbum van Anne Soldaat en Facts & Fears is een uitstekend album geworden. De eveneens uit eigen land afkomstige muzikant Bertolf maakte een aantal weken geleden een album dat zich liet beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 70 en ook het nieuwe album van Anne Soldaat is een topalbum dat zo lijkt weggelopen uit een ver verleden en dan met name uit de late jaren 60 en vroege jaren 70.
Net als Bertolf laat Anne Soldaat zich zowel door Britse als Amerikaanse muziek uit deze periode beïnvloeden, maar Facts & Fears is uiteindelijk toch een flink ander album dan Happy In Hindsight van Bertolf. Dat ligt deels aan de herkenbare stem van Anne Soldaat en aan zijn karakteristieke gitaarspel, maar ook de muzikale helden van de twee Nederlandse muzikanten verschillen.
Anne Soldaat prefereert The Kinks boven The Beatles en kiest voor Amerikaanse rockmuziek met een flinke scheut psychedelica in plaats van bluegrass of country. Wanneer de Britse rockmuziek wordt verruild voor Amerikaanse rockmuziek uit de late jaren 60, hoor je de invloed van producer Pablo van de Poel, die als voorman van DeWolff precies weet hoe dit soort muziek moet klinken. Het is nog lang niet alles, want het album bevat ook folky, jazzy of funky tracks.
Anne Soldaat eerde met Yorick van Norden flink wat obscure muzikale helden uit de jaren 60 en 70 en ook Facts & Fears klinkt hier en daar als een verrassend veelzijdige verzameling pareltjes uit deze periode. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, met een hoofdrol het gitaarspel van Anne Soldaat en een enkele keer een aangenaam orgeltje, maar ook de andere muzikanten op het album spelen geweldig.
Facts & Fears is een album vol bijzonder lekkere retro, maar misschien nog wel meer dan Bertolf slaagt Anne Soldaat er in om niet alleen te putten uit het verleden, maar ook een duidelijk eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat bijzonder makkelijk overtuigt, wat van Facts & Fears zomaar een soundtrack van de zomer van 2021 kan maken, waarbij het niet zoveel uitmaakt of het een zorgeloze of zorgelijke zomer wordt.
De Nederlandse muzikant laat zich op zijn nieuwe album door van alles en nog wat beïnvloeden, maar alles dat Anne Soldaat aanraakt op zijn vierde soloalbum verandert razendsnel in goud. Ik heb absoluut mijn favorieten op het album, maar ook de rest luistert bijzonder lekker weg en etaleert nadrukkelijk het enorme talent van Anne Soldaat. De Nederlandse muzikant speelde de afgelopen jaren vaak in dienst van anderen, maar de briljante popliedjes op Facts & Fears laten horen dat hij absoluut zijn eigen plekje in de spotlights verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anne Soldaat - Facts & Fears - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anne Soldaat - Facts & Fears
De beste retro albums van 2021 komen uit Nederland, want na Bertolf is er nu Anne Soldaat met een album dat klinkt als een vergeten klassieker uit de late jaren 60 of vroege jaren 70
Anne Soldaat verdient alleen met zijn bijdrage aan het oeuvre van Daryll-Ann al een standbeeld, maar hij heeft nog veel meer mooie muziek gemaakt. Ook zijn deze week verschenen nieuwe soloalbum Facts & Fears mag er weer zijn. Anne Soldaat laat zich dit keer stevig inspireren door muziek uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en richt zijn blik hierbij zowel op de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk. De invloeden zijn af en toe heel duidelijk hoorbaar, maar de Nederlandse muzikant is er ook in geslaagd om een herkenbaar eigen geluid neer te zetten. Facts & Fears klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een zeer smaakvol samengestelde platenkast.
De carrière van de Nederlandse muzikant Anne Soldaat is een zeer indrukwekkende. Hij maakte tussen 1991 en 2004 furore met Daryll-Ann, dat moet worden gerekend tot de beste bands uit de Nederlandse muziekgeschiedenis, hij maakte een uitstekend album met de gelegenheidsband Do-The-Undo en leverde bovendien tussen 2009 en 2015 drie prima soloalbums af. De afgelopen jaren werkte de Nederlandse gitarist, zanger, songwriter en producer onder andere met Clean Pete en Tim Knol en maakte hij samen met Yorick van Norden twee zeer succesvolle theatershows, waarin wat minder bekende muzikale helden uit het verre verleden werden geëerd (Unsung Heroes).
Na zes jaar is het gelukkig ook weer eens tijd voor een nieuw soloalbum van Anne Soldaat en Facts & Fears is een uitstekend album geworden. De eveneens uit eigen land afkomstige muzikant Bertolf maakte een aantal weken geleden een album dat zich liet beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 70 en ook het nieuwe album van Anne Soldaat is een topalbum dat zo lijkt weggelopen uit een ver verleden en dan met name uit de late jaren 60 en vroege jaren 70.
Net als Bertolf laat Anne Soldaat zich zowel door Britse als Amerikaanse muziek uit deze periode beïnvloeden, maar Facts & Fears is uiteindelijk toch een flink ander album dan Happy In Hindsight van Bertolf. Dat ligt deels aan de herkenbare stem van Anne Soldaat en aan zijn karakteristieke gitaarspel, maar ook de muzikale helden van de twee Nederlandse muzikanten verschillen.
Anne Soldaat prefereert The Kinks boven The Beatles en kiest voor Amerikaanse rockmuziek met een flinke scheut psychedelica in plaats van bluegrass of country. Wanneer de Britse rockmuziek wordt verruild voor Amerikaanse rockmuziek uit de late jaren 60, hoor je de invloed van producer Pablo van de Poel, die als voorman van DeWolff precies weet hoe dit soort muziek moet klinken. Het is nog lang niet alles, want het album bevat ook folky, jazzy of funky tracks.
Anne Soldaat eerde met Yorick van Norden flink wat obscure muzikale helden uit de jaren 60 en 70 en ook Facts & Fears klinkt hier en daar als een verrassend veelzijdige verzameling pareltjes uit deze periode. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, met een hoofdrol het gitaarspel van Anne Soldaat en een enkele keer een aangenaam orgeltje, maar ook de andere muzikanten op het album spelen geweldig.
Facts & Fears is een album vol bijzonder lekkere retro, maar misschien nog wel meer dan Bertolf slaagt Anne Soldaat er in om niet alleen te putten uit het verleden, maar ook een duidelijk eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat bijzonder makkelijk overtuigt, wat van Facts & Fears zomaar een soundtrack van de zomer van 2021 kan maken, waarbij het niet zoveel uitmaakt of het een zorgeloze of zorgelijke zomer wordt.
De Nederlandse muzikant laat zich op zijn nieuwe album door van alles en nog wat beïnvloeden, maar alles dat Anne Soldaat aanraakt op zijn vierde soloalbum verandert razendsnel in goud. Ik heb absoluut mijn favorieten op het album, maar ook de rest luistert bijzonder lekker weg en etaleert nadrukkelijk het enorme talent van Anne Soldaat. De Nederlandse muzikant speelde de afgelopen jaren vaak in dienst van anderen, maar de briljante popliedjes op Facts & Fears laten horen dat hij absoluut zijn eigen plekje in de spotlights verdient. Erwin Zijleman
Annie & The Caldwells - Can't Lose My (Soul) (2025)

4,0
0
geplaatst: 8 januari, 17:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul)
Annie Caldwell maakt al decennia lang muziek, maar het samen met haar band The Caldwells gemaakte Can't Lose My (Soul) is het eerste album dat de aandacht van een breed publiek weet te trekken en terecht
Annie Caldwell draait al heel lang mee in de muziek en zal waarschijnlijk niet verwacht hebben dat haar dit jaar verschenen album met haar band The Caldwells zo succesvol zou zijn. De Amerikaanse muzikante doet immers geen moment een poging om aan te sluiten bij de trends van dit moment. De mix van soul, gospel, funk en disco die is te horen op Can't Lose My (Soul) zou ook heel veel jaren geleden gemaakt kunnen zijn, maar komt als geroepen. Annie Caldwell is een geweldige soulzangeres en haar band weet haar prachtig te ondersteunen met geweldige koortjes en soulvolle klanken. Dit alles in soms hele lange tracks, die alle ruimte bieden aan de zangeres en haar band. Heerlijk album.
Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells is vaste prik in de jaarlijstjes van 2025. Dat is best bijzonder, want Annie Caldwell draait als sinds de jaren 70 mee en maakte tot dusver vooral muziek die lang niet zo uitvoerig werd bejubeld door de critici als het laatste album van de Amerikaanse soul- en gospelzangeres en haar band.
Toen het album begin vorig jaar opdook hoorde ik op het eerste gehoor eerlijk gezegd ook niet zo veel bijzonders. Een geweldige soulstem, fraaie koortjes, een authentiek klinkend soulgeluid en flink wat invloeden uit de gospelmuziek. Het is natuurlijk niet niks, maar het is allemaal eerder gedaan, waardoor ik niet direct overeind sprong bij eerste beluistering van het album en het uiteindelijk zelfs liet liggen.
Dat laatste was een flinke misser moet ik nu toegeven. Er is misschien niet veel nieuws te horen op Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells, maar het niveau op het album ligt wel hoog. Heel hoog zelfs. Annie Caldwell is om te beginnen een geweldige zangeres. De Amerikaanse zangeres timmerde decennia geleden al aan de weg met de Staples Jr Singers en heeft de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt, maar wat klinkt haar ruwe maar ook zuivere stem nog geweldig.
Het is een stem die de vloer aanveegt met een heel legioen aan jonge soulzangeressen, die minder soul in hun hele lijf hebben dan Annie Caldwell in haar pink. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op vocale acrobatiek, maar de vele stembuigingen van Annie Caldwell komen met zoveel gevoel en passie uit de speakers dat ze nauwelijks of eigenlijk niet te weerstaan zijn.
Gelukkig weet ze ook te doseren, waardoor niet alles op orkaankracht uit de speakers komt, al had ik persoonlijk liever nog net wat meer ingetogen passages gehoord. De stem van Annie Caldwell krijgt alle ruimte op Can't Lose My (Soul), dat maar zes tracks bevat, maar toch bijna 36 minuten duurt.
De zang op het album is echt weergaloos en dat geldt ook voor de koortjes. The Caldwells bestaat uit een aantal familieleden van Annie Caldwell en de dochters van de Amerikaanse muzikante tekenen voor de koortjes, die de stem van Annie Caldwell fraai ondersteunen. Het zijn koortjes die meerdere kanten op kunnen. In een aantal tracks gaan de koortjes de kant van de gospel op, maar de jongere Caldwell telgen kunnen ook uit de voeten met soul en disco.
Het wordt allemaal fraai ondersteund door de band, waarin ook flink wat leden van de familie Caldwell een rol hebben. De lange tracks op het album worden vooral gedragen door de soulvolle strot van de frontvrouw, maar de muzikanten op het album zorgen voor een zeer solide basis. Het is een basis waarin invloeden uit de soul centraal staan, maar ook in muzikaal opzicht worden de omliggende genres en zeker de disco en de funk niet vergeten. Heerlijke baslijnen, uitstekend gitaarspel, ook in muzikaal opzicht is Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells dik in orde.
Het levert een album op dat wat mij betreft terecht in zoveel jaarlijstjes is opgedoken. Niet alleen vanwege de vocale en muzikale kwaliteiten, maar zeker ook vanwege het spelplezier dat echt van het album af spat. Ik ben er met name door de vocale krachtpatserij niet altijd voor in de stemming, maar zo op zijn tijd is dit een heerlijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul)
Annie Caldwell maakt al decennia lang muziek, maar het samen met haar band The Caldwells gemaakte Can't Lose My (Soul) is het eerste album dat de aandacht van een breed publiek weet te trekken en terecht
Annie Caldwell draait al heel lang mee in de muziek en zal waarschijnlijk niet verwacht hebben dat haar dit jaar verschenen album met haar band The Caldwells zo succesvol zou zijn. De Amerikaanse muzikante doet immers geen moment een poging om aan te sluiten bij de trends van dit moment. De mix van soul, gospel, funk en disco die is te horen op Can't Lose My (Soul) zou ook heel veel jaren geleden gemaakt kunnen zijn, maar komt als geroepen. Annie Caldwell is een geweldige soulzangeres en haar band weet haar prachtig te ondersteunen met geweldige koortjes en soulvolle klanken. Dit alles in soms hele lange tracks, die alle ruimte bieden aan de zangeres en haar band. Heerlijk album.
Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells is vaste prik in de jaarlijstjes van 2025. Dat is best bijzonder, want Annie Caldwell draait als sinds de jaren 70 mee en maakte tot dusver vooral muziek die lang niet zo uitvoerig werd bejubeld door de critici als het laatste album van de Amerikaanse soul- en gospelzangeres en haar band.
Toen het album begin vorig jaar opdook hoorde ik op het eerste gehoor eerlijk gezegd ook niet zo veel bijzonders. Een geweldige soulstem, fraaie koortjes, een authentiek klinkend soulgeluid en flink wat invloeden uit de gospelmuziek. Het is natuurlijk niet niks, maar het is allemaal eerder gedaan, waardoor ik niet direct overeind sprong bij eerste beluistering van het album en het uiteindelijk zelfs liet liggen.
Dat laatste was een flinke misser moet ik nu toegeven. Er is misschien niet veel nieuws te horen op Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells, maar het niveau op het album ligt wel hoog. Heel hoog zelfs. Annie Caldwell is om te beginnen een geweldige zangeres. De Amerikaanse zangeres timmerde decennia geleden al aan de weg met de Staples Jr Singers en heeft de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt, maar wat klinkt haar ruwe maar ook zuivere stem nog geweldig.
Het is een stem die de vloer aanveegt met een heel legioen aan jonge soulzangeressen, die minder soul in hun hele lijf hebben dan Annie Caldwell in haar pink. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op vocale acrobatiek, maar de vele stembuigingen van Annie Caldwell komen met zoveel gevoel en passie uit de speakers dat ze nauwelijks of eigenlijk niet te weerstaan zijn.
Gelukkig weet ze ook te doseren, waardoor niet alles op orkaankracht uit de speakers komt, al had ik persoonlijk liever nog net wat meer ingetogen passages gehoord. De stem van Annie Caldwell krijgt alle ruimte op Can't Lose My (Soul), dat maar zes tracks bevat, maar toch bijna 36 minuten duurt.
De zang op het album is echt weergaloos en dat geldt ook voor de koortjes. The Caldwells bestaat uit een aantal familieleden van Annie Caldwell en de dochters van de Amerikaanse muzikante tekenen voor de koortjes, die de stem van Annie Caldwell fraai ondersteunen. Het zijn koortjes die meerdere kanten op kunnen. In een aantal tracks gaan de koortjes de kant van de gospel op, maar de jongere Caldwell telgen kunnen ook uit de voeten met soul en disco.
Het wordt allemaal fraai ondersteund door de band, waarin ook flink wat leden van de familie Caldwell een rol hebben. De lange tracks op het album worden vooral gedragen door de soulvolle strot van de frontvrouw, maar de muzikanten op het album zorgen voor een zeer solide basis. Het is een basis waarin invloeden uit de soul centraal staan, maar ook in muzikaal opzicht worden de omliggende genres en zeker de disco en de funk niet vergeten. Heerlijke baslijnen, uitstekend gitaarspel, ook in muzikaal opzicht is Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells dik in orde.
Het levert een album op dat wat mij betreft terecht in zoveel jaarlijstjes is opgedoken. Niet alleen vanwege de vocale en muzikale kwaliteiten, maar zeker ook vanwege het spelplezier dat echt van het album af spat. Ik ben er met name door de vocale krachtpatserij niet altijd voor in de stemming, maar zo op zijn tijd is dit een heerlijk album. Erwin Zijleman
Annie Blackman - All of It (2022)

4,0
0
geplaatst: 22 april 2022, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Annie Blackman - All Of It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Annie Blackman - All Of It
Je moet vatbaar zijn voor de charmes van de persoonlijke maar ook betrekkelijk eenvoudige folksongs van Annie Blackman, maar als je er vatbaar voor bent is de verleiding van All Of It al snel meedogenloos
Bij eerste beluistering van het tweede album van de New Yorkse muzikante Annie Blackman vroeg ik me vooral af of het album wel bijzonder genoeg is. De intieme en folky popliedjes van de muzikante uit Brooklyn zijn betrekkelijk eenvoudig en Annie Blackman moet het ook niet hebben van muzikaal of vocaal spierballenvertoon. Juist de eenvoud is echter de charme van dit album en die charme wordt versterkt door de persoonlijke teksten, die gaan over alledaagse worstelingen rond het volwassen worden. Annie Blackman doet geen hele spannende dingen op All Of It en juist dat maakt haar nieuwe album zo puur en oprecht. En uiteindelijk vrijwel niet te weerstaan.
Ook de afgelopen week kon ik weer kiezen uit een stapeltje nieuwe albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters. Zoals eerder gezegd dreigt zo langzamerhand verzadiging in dit genre, waardoor ik tegenwoordig meer albums laat liggen, maar er zitten toch ook altijd albums tussen die me wel weten te verrassen of te raken, zoals All Of It van Annie Blackman.
Annie Blackman is een jonge singer-songwriter uit Brooklyn, New York, die een jaar of zes geleden, toen ze nog op de middelbare school zat, haar debuutalbum uitbracht en nu terugkeert met haar tweede album, nadat ze via Tik Tok de aandacht had getrokken van een platenmaatschappij.
All Of It is een album dat zich uiteindelijk flink wist op te dringen, maar daar zag het in eerste instantie niet naar uit. Op het eerste gehoor hoorde ik een serie aangename popliedjes, maar hoorde ik nog niet direct wat de muziek van Annie Blackman bijzonder en/of onderscheidend maakt. Dat blijft, ook nu ik wel onder de indruk ben van het album, lastig uit te leggen, dus laat ik het er maar op houden dat de songs van de New Yorkse muzikante iets hebben.
Dat iets zit niet in de instrumentatie, die betrekkelijk eenvoudig is. Daar is overigens niets mis mee, want door de betrekkelijk sobere inkleuring van de songs, krijgen de zang van Annie Blackman en haar teksten alle ruimte. Ook de stem van de muzikante uit New York is op zich niet heel bijzonder, maar ik vind de zang wel aangenaam en zeker wanneer Annie Blackman wat nonchalanter zingt, hebben de vocalen ook iets charmants.
Dat charmante hoor je ook in de teksten. Annie Blackman groeide op in New Jersey, studeerde in Ohio en toog na haar studie naar New York, een keuze die volgens de song Drive werd ingegeven door haar angst voor autorijden. Het laatste weetje komt de Wikipedia over Annie Blackman, die ook nog weet te melden dat de New Yorkse muzikante op de middelbare school fan was van Taylor Swift en haar leven destijds werd gedomineerd door onbeantwoorde liefdes.
Op All Of It komen nog wat persoonlijke verhalen voorbij, die allemaal te maken hebben met de worstelingen rond het volwassen worden en met loslaten en weer verder gaan. Het zijn verhalen die met enige humor worden verteld, wat ook weer bijdraagt aan de charme van de songs van Annie Blackman.
Objectief beschouwd doet Annie Blackman op All Of It redelijk eenvoudige dingen. Ze schrijft eenvoudige folksongs, die eenvoudig worden ingekleurd. Van muzikaal of vocaal vuurwerk is geen sprake, maar de popliedjes van de muzikante uit New York zijn wel puur en authentiek, waardoor ik ze eigenlijk niet kan weerstaan.
Iedere keer als ik naar het album van Annie Blackman luister, vind ik All Of It nog wat leuker, charmanter en onweerstaanbaarder. Iedere keer als ik naar haar teksten luister vind ik ze grappiger en oorspronkelijker. Annie Blackman heeft een album gemaakt zonder pretenties. Gewoon zingen over dingen die je mee hebt gemaakt en waar je mee worstelt en als het even kan in aanstekelijke deuntjes. Het lijkt misschien eenvoudig wat Annie Blackman doet op haar tweede album, maar ik vind het echt heel knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Annie Blackman - All Of It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Annie Blackman - All Of It
Je moet vatbaar zijn voor de charmes van de persoonlijke maar ook betrekkelijk eenvoudige folksongs van Annie Blackman, maar als je er vatbaar voor bent is de verleiding van All Of It al snel meedogenloos
Bij eerste beluistering van het tweede album van de New Yorkse muzikante Annie Blackman vroeg ik me vooral af of het album wel bijzonder genoeg is. De intieme en folky popliedjes van de muzikante uit Brooklyn zijn betrekkelijk eenvoudig en Annie Blackman moet het ook niet hebben van muzikaal of vocaal spierballenvertoon. Juist de eenvoud is echter de charme van dit album en die charme wordt versterkt door de persoonlijke teksten, die gaan over alledaagse worstelingen rond het volwassen worden. Annie Blackman doet geen hele spannende dingen op All Of It en juist dat maakt haar nieuwe album zo puur en oprecht. En uiteindelijk vrijwel niet te weerstaan.
Ook de afgelopen week kon ik weer kiezen uit een stapeltje nieuwe albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters. Zoals eerder gezegd dreigt zo langzamerhand verzadiging in dit genre, waardoor ik tegenwoordig meer albums laat liggen, maar er zitten toch ook altijd albums tussen die me wel weten te verrassen of te raken, zoals All Of It van Annie Blackman.
Annie Blackman is een jonge singer-songwriter uit Brooklyn, New York, die een jaar of zes geleden, toen ze nog op de middelbare school zat, haar debuutalbum uitbracht en nu terugkeert met haar tweede album, nadat ze via Tik Tok de aandacht had getrokken van een platenmaatschappij.
All Of It is een album dat zich uiteindelijk flink wist op te dringen, maar daar zag het in eerste instantie niet naar uit. Op het eerste gehoor hoorde ik een serie aangename popliedjes, maar hoorde ik nog niet direct wat de muziek van Annie Blackman bijzonder en/of onderscheidend maakt. Dat blijft, ook nu ik wel onder de indruk ben van het album, lastig uit te leggen, dus laat ik het er maar op houden dat de songs van de New Yorkse muzikante iets hebben.
Dat iets zit niet in de instrumentatie, die betrekkelijk eenvoudig is. Daar is overigens niets mis mee, want door de betrekkelijk sobere inkleuring van de songs, krijgen de zang van Annie Blackman en haar teksten alle ruimte. Ook de stem van de muzikante uit New York is op zich niet heel bijzonder, maar ik vind de zang wel aangenaam en zeker wanneer Annie Blackman wat nonchalanter zingt, hebben de vocalen ook iets charmants.
Dat charmante hoor je ook in de teksten. Annie Blackman groeide op in New Jersey, studeerde in Ohio en toog na haar studie naar New York, een keuze die volgens de song Drive werd ingegeven door haar angst voor autorijden. Het laatste weetje komt de Wikipedia over Annie Blackman, die ook nog weet te melden dat de New Yorkse muzikante op de middelbare school fan was van Taylor Swift en haar leven destijds werd gedomineerd door onbeantwoorde liefdes.
Op All Of It komen nog wat persoonlijke verhalen voorbij, die allemaal te maken hebben met de worstelingen rond het volwassen worden en met loslaten en weer verder gaan. Het zijn verhalen die met enige humor worden verteld, wat ook weer bijdraagt aan de charme van de songs van Annie Blackman.
Objectief beschouwd doet Annie Blackman op All Of It redelijk eenvoudige dingen. Ze schrijft eenvoudige folksongs, die eenvoudig worden ingekleurd. Van muzikaal of vocaal vuurwerk is geen sprake, maar de popliedjes van de muzikante uit New York zijn wel puur en authentiek, waardoor ik ze eigenlijk niet kan weerstaan.
Iedere keer als ik naar het album van Annie Blackman luister, vind ik All Of It nog wat leuker, charmanter en onweerstaanbaarder. Iedere keer als ik naar haar teksten luister vind ik ze grappiger en oorspronkelijker. Annie Blackman heeft een album gemaakt zonder pretenties. Gewoon zingen over dingen die je mee hebt gemaakt en waar je mee worstelt en als het even kan in aanstekelijke deuntjes. Het lijkt misschien eenvoudig wat Annie Blackman doet op haar tweede album, maar ik vind het echt heel knap. Erwin Zijleman
Annie DiRusso - Super Pedestrian (2025)

4,0
0
geplaatst: 23 december 2025, 16:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian
Het was weer dringen in de (indie)pop en (indie)rock het afgelopen jaar, maar het aanstekelijke Super Pedestrian van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso zou ik uiteindelijk toch niet laten liggen
Ik denk niet dat ik eerder dit jaar heb geluisterd naar het debuutalbum van Anni DiRusso uit Nashville, maar haar debuutalbum is wat mij betreft goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Anni DiRusso beschikt om te beginnen over een prima stem en ze schrijft ook nog eens prima songs. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs die passen in de huidige tijd, maar het zijn ook songs die zich hebben laten beïnvloeden door de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt. Dat zijn invloeden die je momenteel veel vaker hoort, maar na een paar keer horen vind ik de songs van Anni DiRusso er zeker uit springen en volgens mij kan ze nog veel beter.
Super Pedestrian is het eerder dit jaar verschenen debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso. Het is een album dat met name in de Verenigde Staten goed is ontvangen, maar in Nederland heb ik er niet veel over gelezen. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com in het hokje Social Media Pop wordt gestopt. Dat is een hokje dat ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar ik kan me goed voorstellen dat de songs van Annie DiRusso het goed doen op de sociale media platforms.
Zelfs vind ik Super Pedestrian overigens prima passen in de hokjes indiepop en indierock, die ik net wat respectvoller vind klinken dan het door Allmusic.com verzonnen label. De Amerikaanse muzikante weet beide hokjes overigens goed te combineren, want ze maakt op haar debuutalbum bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs met een subtiel ruw randje.
Ik ben momenteel de jaarlijstjes met popalbums aan het uitpluizen en hierin kwam ik Super Pedestrian van Annie DiRusso ook een paar keer tegen. Eerlijk gezegd vind ik de oogst aan popalbums dit jaar wat tegenvallen, want ik heb nogal wat popalbums beluisterd die ik weinig onderscheidend en ook niet overdreven aanstekelijk vond. Ik was ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Super Pedestrian, maar uiteindelijk vind ik dit toch een album dat de grauwe middelmaat makkelijk ontstijgt.
Dat dankt Anni DiRusso aan een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en aan een prima stem, die makkelijk overeind blijft in de vaak wat stevige songs op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat deels aansluit bij de alternatieve pop- en rockmuziek van het moment, maar Anni DiRusso is ook zeker schatplichtig aan de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands die door vrouwen werden aangevoerd. Super Pedestrian neemt je makkelijk mee terug naar een aantal albums van persoonlijke favorieten uit de jaren 90, variërend van Veruca Salt tot Liz Phair in haar wilde jaren.
Annie DiRusso werd geboren in New York, maar woont en werkt tegenwoordig in Nashville. Buiten een duet met Ruston Kelly hoor ik nog niet veel Nashville in haar geluid, maar dat maakt het misschien wel makkelijker om zich te onderscheiden in de Amerikaanse muziekhoofdstad. Het duet met Ruston Kelly laat overigens wel horen dat Annie DiRusso beschikt over het nodige singer-songwriter talent, want ook wanneer de gruizige gitaren in de koffer blijven maakt ze makkelijk indruk met haar muziek.
Er waren het afgelopen jaar ongetwijfeld momenten waarop ik Super Pedestrian van Annie DiRusso zou hebben laten liggen vanwege het overweldigende aanbod aan meer onderscheidende albums, maar nu ik wat vaker heb geluisterd naar het debuutalbum van de muzikante uit Nashville ben ik een stuk positiever over het album.
Zeker de tracks met voorzichtige invloeden uit de punk waaien bij mij redelijk snel over, maar als Annie DiRusso wat gas terugneemt heeft ze me keer op keer te pakken. Als ik luister naar Super Pedestrian denk ik dat de Amerikaanse muzikante nog veel beter kan en denk ik dat het verstandig is om haar in de gaten te gaan houden, maar ook dit debuutalbum verdient wat mij betreft een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian
Het was weer dringen in de (indie)pop en (indie)rock het afgelopen jaar, maar het aanstekelijke Super Pedestrian van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso zou ik uiteindelijk toch niet laten liggen
Ik denk niet dat ik eerder dit jaar heb geluisterd naar het debuutalbum van Anni DiRusso uit Nashville, maar haar debuutalbum is wat mij betreft goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Anni DiRusso beschikt om te beginnen over een prima stem en ze schrijft ook nog eens prima songs. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs die passen in de huidige tijd, maar het zijn ook songs die zich hebben laten beïnvloeden door de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt. Dat zijn invloeden die je momenteel veel vaker hoort, maar na een paar keer horen vind ik de songs van Anni DiRusso er zeker uit springen en volgens mij kan ze nog veel beter.
Super Pedestrian is het eerder dit jaar verschenen debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso. Het is een album dat met name in de Verenigde Staten goed is ontvangen, maar in Nederland heb ik er niet veel over gelezen. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com in het hokje Social Media Pop wordt gestopt. Dat is een hokje dat ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar ik kan me goed voorstellen dat de songs van Annie DiRusso het goed doen op de sociale media platforms.
Zelfs vind ik Super Pedestrian overigens prima passen in de hokjes indiepop en indierock, die ik net wat respectvoller vind klinken dan het door Allmusic.com verzonnen label. De Amerikaanse muzikante weet beide hokjes overigens goed te combineren, want ze maakt op haar debuutalbum bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs met een subtiel ruw randje.
Ik ben momenteel de jaarlijstjes met popalbums aan het uitpluizen en hierin kwam ik Super Pedestrian van Annie DiRusso ook een paar keer tegen. Eerlijk gezegd vind ik de oogst aan popalbums dit jaar wat tegenvallen, want ik heb nogal wat popalbums beluisterd die ik weinig onderscheidend en ook niet overdreven aanstekelijk vond. Ik was ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Super Pedestrian, maar uiteindelijk vind ik dit toch een album dat de grauwe middelmaat makkelijk ontstijgt.
Dat dankt Anni DiRusso aan een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en aan een prima stem, die makkelijk overeind blijft in de vaak wat stevige songs op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat deels aansluit bij de alternatieve pop- en rockmuziek van het moment, maar Anni DiRusso is ook zeker schatplichtig aan de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands die door vrouwen werden aangevoerd. Super Pedestrian neemt je makkelijk mee terug naar een aantal albums van persoonlijke favorieten uit de jaren 90, variërend van Veruca Salt tot Liz Phair in haar wilde jaren.
Annie DiRusso werd geboren in New York, maar woont en werkt tegenwoordig in Nashville. Buiten een duet met Ruston Kelly hoor ik nog niet veel Nashville in haar geluid, maar dat maakt het misschien wel makkelijker om zich te onderscheiden in de Amerikaanse muziekhoofdstad. Het duet met Ruston Kelly laat overigens wel horen dat Annie DiRusso beschikt over het nodige singer-songwriter talent, want ook wanneer de gruizige gitaren in de koffer blijven maakt ze makkelijk indruk met haar muziek.
Er waren het afgelopen jaar ongetwijfeld momenten waarop ik Super Pedestrian van Annie DiRusso zou hebben laten liggen vanwege het overweldigende aanbod aan meer onderscheidende albums, maar nu ik wat vaker heb geluisterd naar het debuutalbum van de muzikante uit Nashville ben ik een stuk positiever over het album.
Zeker de tracks met voorzichtige invloeden uit de punk waaien bij mij redelijk snel over, maar als Annie DiRusso wat gas terugneemt heeft ze me keer op keer te pakken. Als ik luister naar Super Pedestrian denk ik dat de Amerikaanse muzikante nog veel beter kan en denk ik dat het verstandig is om haar in de gaten te gaan houden, maar ook dit debuutalbum verdient wat mij betreft een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman
Annie Oakley - Words We Mean (2018)

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2018, 12:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Annie Oakley - Words We Mean - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trio uit Oklahoma City verrast met een mooie mix van roots en pop en stemmen om te koesteren
Het debuut van Annie Oakley heb ik al een tijdje in huis en het is een debuut dat me snel dierbaar is geworden. Het drietal uit Oklahoma City, Oklahoma, overtuigt op haar debuut met lekker in het gehoor liggende songs, een warm en organisch klinkende instrumentatie vol fraaie details en vooral met drie prachtige stemmen. Het zijn stemmen die elkaar fraai versterken in geweldige harmonieën, maar ook solo blijven de drie zangeressen uit de band makkelijk overeind. Annie Oakley schotelt ons op haar debuut een aangename mix van roots en pop voor en het is een mix die al snel naar veel en veel meer smaakt.
Annie Oakley is een legendarische figuur uit de geschiedenis van het Amerikaanse Wilde Westen. Aan het eind van de 19e eeuw maakte deze Annie Oakley furore als scherpschutter. Haar schietkunsten vertoonde ze niet op het slagveld, maar tijdens shows als de Wild West shows van de al even legendarische Buffalo Bill, die werden bezocht door alles en iedereen tussen boeren en presidenten.
Annie Oakley is ook de naam van een band en deze band bracht deze week haar debuut uit. Het is een band uit Oklahoma City, Oklahoma, die bestaat uit de zussen Grace en Sophia Babb en Nia Personette. De zussen Babb spelen akoestische gitaar en zingen, terwijl Nia Personette zingt en viool speelt.
Het zijn drie jonge vrouwen die zich een paar jaar geleden in de kijker speelden op folkfestivals in het mid-Westen van de Verenigde Staten en vervolgens de tijd hebben genomen voor hun debuut. Words We Mean werd opgenomen in Oklahoma City waar piano, steel gitaar, banjo en bas en drums werden toegevoegd door een stel prima muzikanten.
Oklahoma City bracht ons eerder de geweldige Carter Sampson en ook de muziek van Annie Oakley zal waarschijnlijk zeer in de smaak vallen bij de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Alleen al door het instrumentarium heeft de muziek van Annie Oakley veel raakvlakken met de Amerikaanse folk en country, maar ook in vocaal opzicht voelen de drie zangeressen van Annie Oakley zich als een vis in het water in deze genres.
Aan de release van Words We Mean ging een uitgebreide crowdfunding campagne vooraf en het blijkt zinvol besteed geld. Annie Oakley maakt op haar debuut vooral ingetogen en akoestische rootsmuziek, maar door het grote aantal instrumenten klinkt de muziek van het drietal mooi vol en bovendien afwisselend.
De instrumentatie op Words We Mean is mooi verzorgd en zal niet alleen gewaardeerd worden door de liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek, maar ook door muziekliefhebbers die folk en country het liefst zien aangelengd met wat pop. Het zorgt er voor dat het debuut van Annie Oakley buitengewoon aangenaam voortkabbelt, maar ook in artistiek opzicht interessant is.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook zeker voor de vocalen. Grace, Nia en Sophia zingen als de beste rootsprinsessen, maar ze zoeken ook met enige regelmaat de pop op. Zeker in de bijzonder fraaie harmonieën op de plaat roept dit associaties met de geweldige eerste plaat van Wilson Phillips uit 1990, wat ik persoonlijk zeer kan waarderen. Ook in vocaal opzicht is Words We Mean van Annie Oakley overigens een zeer gevarieerde plaat. De drie zangeressen vertrouwen niet alleen op de bijzonder fraaie harmonieën, maar maken ook solo indruk met mooi verzorgde vocalen vol gevoel.
Al met al ben ik zeer te spreken over het debuut van Annie Oakley. Het is niet alleen een hele lekkere plaat, maar ook een knappe plaat en een plaat die op fraaie wijze bruggen slaat tussen roots en pop. En ik ga het debuut van Annie Oakley alleen maar leuker vinden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Annie Oakley - Words We Mean - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trio uit Oklahoma City verrast met een mooie mix van roots en pop en stemmen om te koesteren
Het debuut van Annie Oakley heb ik al een tijdje in huis en het is een debuut dat me snel dierbaar is geworden. Het drietal uit Oklahoma City, Oklahoma, overtuigt op haar debuut met lekker in het gehoor liggende songs, een warm en organisch klinkende instrumentatie vol fraaie details en vooral met drie prachtige stemmen. Het zijn stemmen die elkaar fraai versterken in geweldige harmonieën, maar ook solo blijven de drie zangeressen uit de band makkelijk overeind. Annie Oakley schotelt ons op haar debuut een aangename mix van roots en pop voor en het is een mix die al snel naar veel en veel meer smaakt.
Annie Oakley is een legendarische figuur uit de geschiedenis van het Amerikaanse Wilde Westen. Aan het eind van de 19e eeuw maakte deze Annie Oakley furore als scherpschutter. Haar schietkunsten vertoonde ze niet op het slagveld, maar tijdens shows als de Wild West shows van de al even legendarische Buffalo Bill, die werden bezocht door alles en iedereen tussen boeren en presidenten.
Annie Oakley is ook de naam van een band en deze band bracht deze week haar debuut uit. Het is een band uit Oklahoma City, Oklahoma, die bestaat uit de zussen Grace en Sophia Babb en Nia Personette. De zussen Babb spelen akoestische gitaar en zingen, terwijl Nia Personette zingt en viool speelt.
Het zijn drie jonge vrouwen die zich een paar jaar geleden in de kijker speelden op folkfestivals in het mid-Westen van de Verenigde Staten en vervolgens de tijd hebben genomen voor hun debuut. Words We Mean werd opgenomen in Oklahoma City waar piano, steel gitaar, banjo en bas en drums werden toegevoegd door een stel prima muzikanten.
Oklahoma City bracht ons eerder de geweldige Carter Sampson en ook de muziek van Annie Oakley zal waarschijnlijk zeer in de smaak vallen bij de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Alleen al door het instrumentarium heeft de muziek van Annie Oakley veel raakvlakken met de Amerikaanse folk en country, maar ook in vocaal opzicht voelen de drie zangeressen van Annie Oakley zich als een vis in het water in deze genres.
Aan de release van Words We Mean ging een uitgebreide crowdfunding campagne vooraf en het blijkt zinvol besteed geld. Annie Oakley maakt op haar debuut vooral ingetogen en akoestische rootsmuziek, maar door het grote aantal instrumenten klinkt de muziek van het drietal mooi vol en bovendien afwisselend.
De instrumentatie op Words We Mean is mooi verzorgd en zal niet alleen gewaardeerd worden door de liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek, maar ook door muziekliefhebbers die folk en country het liefst zien aangelengd met wat pop. Het zorgt er voor dat het debuut van Annie Oakley buitengewoon aangenaam voortkabbelt, maar ook in artistiek opzicht interessant is.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook zeker voor de vocalen. Grace, Nia en Sophia zingen als de beste rootsprinsessen, maar ze zoeken ook met enige regelmaat de pop op. Zeker in de bijzonder fraaie harmonieën op de plaat roept dit associaties met de geweldige eerste plaat van Wilson Phillips uit 1990, wat ik persoonlijk zeer kan waarderen. Ook in vocaal opzicht is Words We Mean van Annie Oakley overigens een zeer gevarieerde plaat. De drie zangeressen vertrouwen niet alleen op de bijzonder fraaie harmonieën, maar maken ook solo indruk met mooi verzorgde vocalen vol gevoel.
Al met al ben ik zeer te spreken over het debuut van Annie Oakley. Het is niet alleen een hele lekkere plaat, maar ook een knappe plaat en een plaat die op fraaie wijze bruggen slaat tussen roots en pop. En ik ga het debuut van Annie Oakley alleen maar leuker vinden. Erwin Zijleman
ANOHNI and the Johnsons - My Back Was a Bridge for You to Cross (2023)

4,0
2
geplaatst: 9 juli 2023, 12:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: ANOHNI And The Johnsons - My Back Was A Bridge For You To Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.com
ANOHNI And The Johnsons - My Back Was A Bridge For You To Cross
AHNOHNI klinkt op haar eerste album met The Johnsons, dat werd geïnspireerd door Marvin Gaye’s klassieke album What’s Going On, verrassend toegankelijk, maar ook indrukwekkend soulvol
De soloalbums van ANOHNI deden me een stuk minder dan de beste albums van Antony And The Johnsons, waardoor het eerste album van ANOHNI And The Johnsons er een was om naar uit te kijken. Het album stelt me zeker niet teleur, want de muzikante uit New York steekt op My Back Was A Bridge For You To Cross in een uitstekende vorm. Waar de muziek van ANOHNI tot dusver was ondergedompeld in een flinke bak elektronica, klinkt My Back Was A Bridge For You To Cross aangenaam organisch, jazzy en soulvol. Het is een toegankelijk album, al is het experiment nooit heel ver weg, en het is uiteraard een album vol vocaal vuurwerk van ANOHNI, die alleen maar beter is gaan zingen.
Antony Hegarty maakte in 2005 een verpletterende indruk met I’m A Bird Now van Antony And The Johnsons. Het was het tweede album van de van oorsprong Britse maar in de Verenigde Staten opgegroeide muzikant en het werd, in tegenstelling tot het nauwelijks opgemerkte titelloze album van de band, overladen met superlatieven. I’m A Bird Now was in muzikaal opzicht een fascinerend album van uitersten met bijna verstilde en behoorlijk pompeuze passages, maar de superlatieven waren vooral geadresseerd aan de bijzondere en verrassend soulvolle stem van Antony Hegarty.
Antony & The Johnsons leverden in 2009 met The Crying Light een zo mogelijk nog beter album af, maar hierna raakte ik persoonlijk wat uitgekeken op de muziek van Antony Hegarty, al bleven de albums van de band van een heel behoorlijk niveau. Antony Hegarty besloot in 2015 om voortaan als vrouw door het leven te gaan en noemde zich vanaf dat moment ANOHNI. De soloplaten van ANOHNI, die een vooral met elektronica ingekleurd geluid lieten horen, spraken mij persoonlijk niet zo aan, maar toen ANOHNI een maand of twee geleden aankondigde dat er een nieuw album met The Johnsons aan zat te komen, werd ik toch weer nieuwsgierig.
Het deze week verschenen My Back Was A Bridge For You To Cross van ANOHNI And The Johnsons blijkt een verrassend sterk album, dat mijn best hoge verwachtingen makkelijk heeft overtroffen. My Back Was A Bridge For You To Cross opent met een lekker soulvolle track, die zich vooral heeft laten beïnvloeden door de soulmuziek uit de jaren 60 en 70. Het soulvolle geluid past prachtig bij de stem van AHNOHNI, die niet alleen het beste van jeugdhelden Marc Almond, Boy George en David Bowie weet te verenigen, maar ook een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid heeft.
My Back Was A Bridge For You To Cross bevat flink wat soulvolle tracks en het zijn deze tracks die zich het makkelijkst opdringen. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van ANOHNI And The Johnsons vooral subtiel ingekleurd, met een hoofdrol voor warme gitaarlijnen, die vooraan in de mix staan. ANOHNI verwerkt zeker niet alleen invloeden uit de soul, maar kiest ook voor folky songs en voor songs waarin wat meer het experiment wordt gezocht, maar het belangrijkste bestanddeel naast soul is jazz.
Ondanks het feit dat ANOHNI tegenwoordig als vrouw door het leven gaat, klinkt haar stem lager dan op de vroege albums van Antony And The Johnsons, al kan ze nog altijd sensationeel uithalen. Vergeleken met de albums van Antony And The Johnsons vind ik My Back Was A Bridge For You To Cross een stuk toegankelijker, al maakt het album in artistiek opzicht volop interessante keuzes. De zang op het album is echt prachtig, al moet je houden van de stem van de muzikante uit New York.
My Back Was A Bridge For You To Cross is naar verluidt stevig geïnspireerd door What’s Going On van Marvin Gaye en dat hoor je, ook al klinkt het album zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flink anders. In beide opzichten leveren ANOHNI And The Johnsons een topprestatie. Het album is subtiel, maar ook warm en zeer smaakvol ingekleurd met mooie versieringen van blazers en strijkers en ANOHNI levert in vocaal opzicht een topprestatie, die de prestaties uit het verleden wat mij betreft overtreft. Een onverwacht topalbum van deze eigenzinnige muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: ANOHNI And The Johnsons - My Back Was A Bridge For You To Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.com
ANOHNI And The Johnsons - My Back Was A Bridge For You To Cross
AHNOHNI klinkt op haar eerste album met The Johnsons, dat werd geïnspireerd door Marvin Gaye’s klassieke album What’s Going On, verrassend toegankelijk, maar ook indrukwekkend soulvol
De soloalbums van ANOHNI deden me een stuk minder dan de beste albums van Antony And The Johnsons, waardoor het eerste album van ANOHNI And The Johnsons er een was om naar uit te kijken. Het album stelt me zeker niet teleur, want de muzikante uit New York steekt op My Back Was A Bridge For You To Cross in een uitstekende vorm. Waar de muziek van ANOHNI tot dusver was ondergedompeld in een flinke bak elektronica, klinkt My Back Was A Bridge For You To Cross aangenaam organisch, jazzy en soulvol. Het is een toegankelijk album, al is het experiment nooit heel ver weg, en het is uiteraard een album vol vocaal vuurwerk van ANOHNI, die alleen maar beter is gaan zingen.
Antony Hegarty maakte in 2005 een verpletterende indruk met I’m A Bird Now van Antony And The Johnsons. Het was het tweede album van de van oorsprong Britse maar in de Verenigde Staten opgegroeide muzikant en het werd, in tegenstelling tot het nauwelijks opgemerkte titelloze album van de band, overladen met superlatieven. I’m A Bird Now was in muzikaal opzicht een fascinerend album van uitersten met bijna verstilde en behoorlijk pompeuze passages, maar de superlatieven waren vooral geadresseerd aan de bijzondere en verrassend soulvolle stem van Antony Hegarty.
Antony & The Johnsons leverden in 2009 met The Crying Light een zo mogelijk nog beter album af, maar hierna raakte ik persoonlijk wat uitgekeken op de muziek van Antony Hegarty, al bleven de albums van de band van een heel behoorlijk niveau. Antony Hegarty besloot in 2015 om voortaan als vrouw door het leven te gaan en noemde zich vanaf dat moment ANOHNI. De soloplaten van ANOHNI, die een vooral met elektronica ingekleurd geluid lieten horen, spraken mij persoonlijk niet zo aan, maar toen ANOHNI een maand of twee geleden aankondigde dat er een nieuw album met The Johnsons aan zat te komen, werd ik toch weer nieuwsgierig.
Het deze week verschenen My Back Was A Bridge For You To Cross van ANOHNI And The Johnsons blijkt een verrassend sterk album, dat mijn best hoge verwachtingen makkelijk heeft overtroffen. My Back Was A Bridge For You To Cross opent met een lekker soulvolle track, die zich vooral heeft laten beïnvloeden door de soulmuziek uit de jaren 60 en 70. Het soulvolle geluid past prachtig bij de stem van AHNOHNI, die niet alleen het beste van jeugdhelden Marc Almond, Boy George en David Bowie weet te verenigen, maar ook een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid heeft.
My Back Was A Bridge For You To Cross bevat flink wat soulvolle tracks en het zijn deze tracks die zich het makkelijkst opdringen. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van ANOHNI And The Johnsons vooral subtiel ingekleurd, met een hoofdrol voor warme gitaarlijnen, die vooraan in de mix staan. ANOHNI verwerkt zeker niet alleen invloeden uit de soul, maar kiest ook voor folky songs en voor songs waarin wat meer het experiment wordt gezocht, maar het belangrijkste bestanddeel naast soul is jazz.
Ondanks het feit dat ANOHNI tegenwoordig als vrouw door het leven gaat, klinkt haar stem lager dan op de vroege albums van Antony And The Johnsons, al kan ze nog altijd sensationeel uithalen. Vergeleken met de albums van Antony And The Johnsons vind ik My Back Was A Bridge For You To Cross een stuk toegankelijker, al maakt het album in artistiek opzicht volop interessante keuzes. De zang op het album is echt prachtig, al moet je houden van de stem van de muzikante uit New York.
My Back Was A Bridge For You To Cross is naar verluidt stevig geïnspireerd door What’s Going On van Marvin Gaye en dat hoor je, ook al klinkt het album zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flink anders. In beide opzichten leveren ANOHNI And The Johnsons een topprestatie. Het album is subtiel, maar ook warm en zeer smaakvol ingekleurd met mooie versieringen van blazers en strijkers en ANOHNI levert in vocaal opzicht een topprestatie, die de prestaties uit het verleden wat mij betreft overtreft. Een onverwacht topalbum van deze eigenzinnige muzikante. Erwin Zijleman
Anthony D'Amato - Cold Snap (2016)

4,5
0
geplaatst: 9 september 2016, 13:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anthony D'Amato - Cold Snap - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was bijna twee jaar geleden zeer enthousiast over The Shipwreck From The Shore van de Amerikaanse singer-songwriter Anthony D'Amato.
De muzikant uit New Jersey greep nadrukkelijk terug op een aantal decennia popmuziek, maar kwam op de proppen met zulke geweldige songs dat je hem de soms duidelijke citaten uit de geschiedenis van de popmuziek onmiddellijk vergaf.
Ik voorspelde Anthony D'Amato na alle lovende woorden over The Shipwreck From The Shore een grote toekomst, maar daar is het helaas nog niet van gekomen. Bijna geruisloos is immers een nieuwe plaat van de Amerikaan verschenen.
Het goede nieuws is dat Cold Snap minstens net zo goed is als zijn voorganger en misschien zelfs wel beter. De nieuwe plaat van Anthony D'Amato ligt ook in het verlengde van deze voorganger, wat betekent dat je bij beluistering van de platen talloze associaties hebt met de muziek van helden uit de geschiedenis van de popmuziek. Het betekent ook dat je wederom van de sokken wordt geblazen door een serie geweldige en volstrekt onweerstaanbare songs.
Net als op zijn vorige plaat laat Anthony D'Amato ook dit keer invloeden horen van Springsteen en zijn E-Street Band (met name in de eerste twee tracks), hoor ik wat van Paul McCartney en Paul Simon, maar de Amerikaan raakt dit keer ook vaker aan de muziek van Tom Petty en maakt bovendien met grote regelmaat muziek die stevig is verankerd in de (psychedelische) folkrock uit de jaren 70.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door topproducer Mike Mogis, die flink wat muzikanten uit de Omaha, Nebraska, scene meenam, onder wie leden van Cursive en The Faint en uiteraard Connor Oberst.
Net als bij The Shipwreck From The Shore heb je ook bij Cold Snap het idee dat je luistert naar een vergeten klassieker. De plaat staat vol met songs die je al jaren lijkt te kennen en bovendien al jaren lijkt te koesteren. Het maakt hierbij niet zoveel uit of wordt gekozen voor lekker in het gehoor liggende rocksongs of voor songs waarin het experiment niet wordt geschuwd.
Nog meer dan zijn voorganger springt Cold Snap kris kras door een aantal decennia popmuziek en de plaat doet dit zonder ook maar een moment te verslappen. De vorige plaat van Anthony D'Amato bleek al heel snel een blijvertje. Het nog net iets betere Cold Snap schrijf ik nu alvast op voor de jaarlijstjes. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anthony D'Amato - Cold Snap - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was bijna twee jaar geleden zeer enthousiast over The Shipwreck From The Shore van de Amerikaanse singer-songwriter Anthony D'Amato.
De muzikant uit New Jersey greep nadrukkelijk terug op een aantal decennia popmuziek, maar kwam op de proppen met zulke geweldige songs dat je hem de soms duidelijke citaten uit de geschiedenis van de popmuziek onmiddellijk vergaf.
Ik voorspelde Anthony D'Amato na alle lovende woorden over The Shipwreck From The Shore een grote toekomst, maar daar is het helaas nog niet van gekomen. Bijna geruisloos is immers een nieuwe plaat van de Amerikaan verschenen.
Het goede nieuws is dat Cold Snap minstens net zo goed is als zijn voorganger en misschien zelfs wel beter. De nieuwe plaat van Anthony D'Amato ligt ook in het verlengde van deze voorganger, wat betekent dat je bij beluistering van de platen talloze associaties hebt met de muziek van helden uit de geschiedenis van de popmuziek. Het betekent ook dat je wederom van de sokken wordt geblazen door een serie geweldige en volstrekt onweerstaanbare songs.
Net als op zijn vorige plaat laat Anthony D'Amato ook dit keer invloeden horen van Springsteen en zijn E-Street Band (met name in de eerste twee tracks), hoor ik wat van Paul McCartney en Paul Simon, maar de Amerikaan raakt dit keer ook vaker aan de muziek van Tom Petty en maakt bovendien met grote regelmaat muziek die stevig is verankerd in de (psychedelische) folkrock uit de jaren 70.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door topproducer Mike Mogis, die flink wat muzikanten uit de Omaha, Nebraska, scene meenam, onder wie leden van Cursive en The Faint en uiteraard Connor Oberst.
Net als bij The Shipwreck From The Shore heb je ook bij Cold Snap het idee dat je luistert naar een vergeten klassieker. De plaat staat vol met songs die je al jaren lijkt te kennen en bovendien al jaren lijkt te koesteren. Het maakt hierbij niet zoveel uit of wordt gekozen voor lekker in het gehoor liggende rocksongs of voor songs waarin het experiment niet wordt geschuwd.
Nog meer dan zijn voorganger springt Cold Snap kris kras door een aantal decennia popmuziek en de plaat doet dit zonder ook maar een moment te verslappen. De vorige plaat van Anthony D'Amato bleek al heel snel een blijvertje. Het nog net iets betere Cold Snap schrijf ik nu alvast op voor de jaarlijstjes. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Anthony D'Amato - The Shipwreck from the Shore (2014)

4,5
0
geplaatst: 6 november 2014, 17:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anthony D'Amato - The Shipwreck From The Shore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn heel veel singer-songwriters die teruggrijpen op de grote singer-songwriters uit het verre verleden, maar er zijn er niet veel die vervolgens overeind blijven en voorkomen dat je uiteindelijk toch maar weer een klassieker uit de platenkast trekt.
Luister naar The Shipwreck From The Shore van de uit Blairstown, New Jersey, afkomstige Anthony D’Amato en je hoort aan de ene kant echo’s uit een inmiddels ver verleden, maar aan de andere kant ook een eigentijds geluid dat zo fris is als een lentebriesje.
In de echo’s uit het verleden hoor ik heel veel van Paul Simon en Paul McCartney (in beide gevallen het gevoel voor memorabele popliedjes) en ook flink wat van staatgenoot Bruce Springsteen (het gevoel voor grootse en meeslepende popsongs). Hiernaast hoor ik veel van grote en minder grote namen uit de 70s waar ik maar niet op kan komen, wat ook kan betekenen dat de echo’s uit het verleden subtieler zijn dan het bovenstaande doet vermoeden.
Hier blijft het echter niet bij, want The Shipwreck From The Shore schiet meerdere kanten op. De songs van Anthony D’Amato zijn in een aantal gevallen groots en aanstekelijk, maar de Amerikaan is ook niet bang voor behoorlijk ingetogen folksongs, die zowel een tijdloos als eigentijds karakter kunnen hebben.
De grootse en aanstekelijke songs van Anthony D’Amato zijn voorzien van een stevige popinjectie en een flinke dosis E-Street Band, terwijl de meer ingetogen songs beginnen bij Bob Dylan en Leonard Cohen en eindigen bij Bon Iver. Een aantal muzikanten uit de band van laatstgenoemde dragen overigens, samen met leden van Megafaun, bij aan het opvallende geluid op The Shipwreck From The Shore.
Het is een geluid dat varieert van ingetogen akoestische gitaren tot zwaar aangezette blazers, waardoor The Shipwreck From The Shore een opvallend veelzijdige plaat is. Het is een plaat die mij in eerste instantie inspireerde tot het associëren met de betere platen uit mijn platenkast, maar inmiddels kan ik het officiële debuut van Anthony D’Amato (hij bracht in eigen beheer al eens een aantal platen uit) ook zonder de associaties met de muziek van anderen waarderen en hoor ik dat de Amerikaan ook een bijzondere eigen inbreng heeft.
The Shipwreck From The Shore is een plaat met bijzonder knap gemaakte maar ook buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het is een plaat die het uitstekend doet wanneer je even achterover wilt leunen, maar Anthony D’Amato heeft ook genoeg te bieden om de nauwkeurigere en meer diepgaande luistertest te doorstaan.
In eerste instantie vond ik het een leuke en vooral hele lekkere plaat, maar wanneer een debuterend singer-songwriter steeds weer opnieuw weet te imponeren met tien geweldige en soms zelfs bijna perfecte popliedjes moet er meer aan de hand zijn. Anthony D’Amato zou met The Shipwreck From The Shore zomaar eens heel groot kunnen worden. Of dat ook echt gaat lukken moeten we natuurlijk afwachten, maar dit debuut is er zeker goed genoeg voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anthony D'Amato - The Shipwreck From The Shore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn heel veel singer-songwriters die teruggrijpen op de grote singer-songwriters uit het verre verleden, maar er zijn er niet veel die vervolgens overeind blijven en voorkomen dat je uiteindelijk toch maar weer een klassieker uit de platenkast trekt.
Luister naar The Shipwreck From The Shore van de uit Blairstown, New Jersey, afkomstige Anthony D’Amato en je hoort aan de ene kant echo’s uit een inmiddels ver verleden, maar aan de andere kant ook een eigentijds geluid dat zo fris is als een lentebriesje.
In de echo’s uit het verleden hoor ik heel veel van Paul Simon en Paul McCartney (in beide gevallen het gevoel voor memorabele popliedjes) en ook flink wat van staatgenoot Bruce Springsteen (het gevoel voor grootse en meeslepende popsongs). Hiernaast hoor ik veel van grote en minder grote namen uit de 70s waar ik maar niet op kan komen, wat ook kan betekenen dat de echo’s uit het verleden subtieler zijn dan het bovenstaande doet vermoeden.
Hier blijft het echter niet bij, want The Shipwreck From The Shore schiet meerdere kanten op. De songs van Anthony D’Amato zijn in een aantal gevallen groots en aanstekelijk, maar de Amerikaan is ook niet bang voor behoorlijk ingetogen folksongs, die zowel een tijdloos als eigentijds karakter kunnen hebben.
De grootse en aanstekelijke songs van Anthony D’Amato zijn voorzien van een stevige popinjectie en een flinke dosis E-Street Band, terwijl de meer ingetogen songs beginnen bij Bob Dylan en Leonard Cohen en eindigen bij Bon Iver. Een aantal muzikanten uit de band van laatstgenoemde dragen overigens, samen met leden van Megafaun, bij aan het opvallende geluid op The Shipwreck From The Shore.
Het is een geluid dat varieert van ingetogen akoestische gitaren tot zwaar aangezette blazers, waardoor The Shipwreck From The Shore een opvallend veelzijdige plaat is. Het is een plaat die mij in eerste instantie inspireerde tot het associëren met de betere platen uit mijn platenkast, maar inmiddels kan ik het officiële debuut van Anthony D’Amato (hij bracht in eigen beheer al eens een aantal platen uit) ook zonder de associaties met de muziek van anderen waarderen en hoor ik dat de Amerikaan ook een bijzondere eigen inbreng heeft.
The Shipwreck From The Shore is een plaat met bijzonder knap gemaakte maar ook buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het is een plaat die het uitstekend doet wanneer je even achterover wilt leunen, maar Anthony D’Amato heeft ook genoeg te bieden om de nauwkeurigere en meer diepgaande luistertest te doorstaan.
In eerste instantie vond ik het een leuke en vooral hele lekkere plaat, maar wanneer een debuterend singer-songwriter steeds weer opnieuw weet te imponeren met tien geweldige en soms zelfs bijna perfecte popliedjes moet er meer aan de hand zijn. Anthony D’Amato zou met The Shipwreck From The Shore zomaar eens heel groot kunnen worden. Of dat ook echt gaat lukken moeten we natuurlijk afwachten, maar dit debuut is er zeker goed genoeg voor. Erwin Zijleman
Anya Hinkle - Eden and Her Borderlands (2021)

4,0
0
geplaatst: 20 juli 2021, 16:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anya Hinkle - Eden And Her Borderlands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anya Hinkle - Eden And Her Borderlands
Anya Hinkle verrast op haar solodebuut Eden And Her Borderlands met fantastisch snarenwerk, maar ze maakt misschien nog wel meer indruk met de geweldige zang op dit fraaie rootsalbum
Probeer momenteel maar eens op te vallen met een nieuw album dat in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past. Anya Hinkle doet het dankzij het gerenommeerde muziektijdschrift No Depression, maar imponeren doet ze op eigen kracht. Eden And Her Borderlands maakt indruk met een bijzonder fraai geluid, waarin de nodige snareninstrumenten opduiken, maar ook de vocalen van de Amerikaanse muzikante zijn van een bijzonder hoog niveau. De instrumentatie en de zang op het album komen samen in aansprekende songs die oog hebben voor de rijke muzikale tradities van de Appalachen, maar die ook zeker in het heden staan. Bijzonder fraai album van deze Anya Hinkle.
Ik heb over nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek sowieso niet te klagen de laatste maanden, maar het Amerikaanse muziektijdschrift No Depression weet er bijna iedere week nog wel een gouden tip aan toe te voegen. Dat is deze week Eden And Her Borderlands van de Amerikaanse singer-songwriter Anya Hinkle.
Het is het solodebuut van de muzikante uit Asheville, North Carolina, maar Anya Hinkle is zeker geen nieuwkomer. Ze speelde de afgelopen jaren in, mij overigens onbekende, rootsbands als Dehlia Low en Tellico en die ervaring hoor je op Eden And Her Borderlands.
Bij beluistering van het album vallen een aantal dingen op. Direct bij eerste beluistering van het album werd ik gegrepen door de uitstekende zang van Anya Hinkle. De Amerikaanse muzikante vertolkt haar songs met veel passie en emotie, maar ook met veel precisie, waardoor de zang direct binnen komt. De muzikante uit Asheville, North Carolina, beschikt over een krachtige maar ook heldere stem, die zowel binnen de country als de folk uitstekend uit de voeten kan en ook nog eens is voorzien van een randje Natalie Merchant. Het is een stem die persoonlijke verhalen vertelt en die uitstekend past bij het vaak wat traditionele geluid op het album.
Asheville is een stad in de Appalachen en dat hoor je op Eden And Her Borderlands, dat met enige regelmaat terug grijpt op de oude folk uit deze regio. In de songs die het dichtst tegen de Appalachen folk aan kruipen doet de muziek van Anya Hinkle wel wat denken aan die van Gillian Welch, maar het is een vergelijking die lang niet voor alle songs op het album op gaat.
Anya Hinkle maakt op haar solodebuut makkelijk indruk met haar zang, maar ook in muzikaal opzicht is Eden And Het Borderlands een uitstekend album. Ik heb geen informatie over de muzikanten op het album, maar het vioolwerk is prachtig. Nog veel indrukwekkender zijn het gitaarwerk en het andere snarenwerk op het album. Het is snarenwerk dat alle ruimte krijgt in de verder redelijk sobere instrumentatie op het album en daar weten de snarenwonders op het album wel raad mee, waarbij het tempo ook nog eens wordt opgevoerd tot duizelingwekkende snelheden.
Het is allemaal prachtig opgenomen en ook de balans tussen de instrumentatie en de zang op het album verdient een pluim. Eden And Her Borderlands zal vooral in de smaak vallen bij liefhebbers van traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar die hebben er ook direct een prachtalbum bij. Van mij mag het over het algemeen wel wat moderner, maar ik heb geen enkele moeite met de traditionele country en vooral folk op het solodebuut van Anya Hinkle.
De instrumentatie is keer op keer prachtig en in vocaal opzicht blijft de Amerikaanse muzikante de meest van haar soortgenoten makkelijk voor. Net als bijvoorbeeld Gillian Welch slaagt Anya Hinkle er bovendien in om muziek uit een heel ver verleden eigentijds te laten klinken, wat in het genre van de Appalachen folk ook wel eens anders is.
Anya Hinkle verdiende haar sporen zoals gezegd met twee voor mij onbekende bands, maar met het uitstekende Eden And Her Borderlands zet ze zichzelf wat mij betreft nadrukkelijk op de kaart als solomuzikant. Het is wederom een uitstekende tip van het helaas wat in de marge opererende maar kwalitatief hoogstaande No Depression. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anya Hinkle - Eden And Her Borderlands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anya Hinkle - Eden And Her Borderlands
Anya Hinkle verrast op haar solodebuut Eden And Her Borderlands met fantastisch snarenwerk, maar ze maakt misschien nog wel meer indruk met de geweldige zang op dit fraaie rootsalbum
Probeer momenteel maar eens op te vallen met een nieuw album dat in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past. Anya Hinkle doet het dankzij het gerenommeerde muziektijdschrift No Depression, maar imponeren doet ze op eigen kracht. Eden And Her Borderlands maakt indruk met een bijzonder fraai geluid, waarin de nodige snareninstrumenten opduiken, maar ook de vocalen van de Amerikaanse muzikante zijn van een bijzonder hoog niveau. De instrumentatie en de zang op het album komen samen in aansprekende songs die oog hebben voor de rijke muzikale tradities van de Appalachen, maar die ook zeker in het heden staan. Bijzonder fraai album van deze Anya Hinkle.
Ik heb over nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek sowieso niet te klagen de laatste maanden, maar het Amerikaanse muziektijdschrift No Depression weet er bijna iedere week nog wel een gouden tip aan toe te voegen. Dat is deze week Eden And Her Borderlands van de Amerikaanse singer-songwriter Anya Hinkle.
Het is het solodebuut van de muzikante uit Asheville, North Carolina, maar Anya Hinkle is zeker geen nieuwkomer. Ze speelde de afgelopen jaren in, mij overigens onbekende, rootsbands als Dehlia Low en Tellico en die ervaring hoor je op Eden And Her Borderlands.
Bij beluistering van het album vallen een aantal dingen op. Direct bij eerste beluistering van het album werd ik gegrepen door de uitstekende zang van Anya Hinkle. De Amerikaanse muzikante vertolkt haar songs met veel passie en emotie, maar ook met veel precisie, waardoor de zang direct binnen komt. De muzikante uit Asheville, North Carolina, beschikt over een krachtige maar ook heldere stem, die zowel binnen de country als de folk uitstekend uit de voeten kan en ook nog eens is voorzien van een randje Natalie Merchant. Het is een stem die persoonlijke verhalen vertelt en die uitstekend past bij het vaak wat traditionele geluid op het album.
Asheville is een stad in de Appalachen en dat hoor je op Eden And Her Borderlands, dat met enige regelmaat terug grijpt op de oude folk uit deze regio. In de songs die het dichtst tegen de Appalachen folk aan kruipen doet de muziek van Anya Hinkle wel wat denken aan die van Gillian Welch, maar het is een vergelijking die lang niet voor alle songs op het album op gaat.
Anya Hinkle maakt op haar solodebuut makkelijk indruk met haar zang, maar ook in muzikaal opzicht is Eden And Het Borderlands een uitstekend album. Ik heb geen informatie over de muzikanten op het album, maar het vioolwerk is prachtig. Nog veel indrukwekkender zijn het gitaarwerk en het andere snarenwerk op het album. Het is snarenwerk dat alle ruimte krijgt in de verder redelijk sobere instrumentatie op het album en daar weten de snarenwonders op het album wel raad mee, waarbij het tempo ook nog eens wordt opgevoerd tot duizelingwekkende snelheden.
Het is allemaal prachtig opgenomen en ook de balans tussen de instrumentatie en de zang op het album verdient een pluim. Eden And Her Borderlands zal vooral in de smaak vallen bij liefhebbers van traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar die hebben er ook direct een prachtalbum bij. Van mij mag het over het algemeen wel wat moderner, maar ik heb geen enkele moeite met de traditionele country en vooral folk op het solodebuut van Anya Hinkle.
De instrumentatie is keer op keer prachtig en in vocaal opzicht blijft de Amerikaanse muzikante de meest van haar soortgenoten makkelijk voor. Net als bijvoorbeeld Gillian Welch slaagt Anya Hinkle er bovendien in om muziek uit een heel ver verleden eigentijds te laten klinken, wat in het genre van de Appalachen folk ook wel eens anders is.
Anya Hinkle verdiende haar sporen zoals gezegd met twee voor mij onbekende bands, maar met het uitstekende Eden And Her Borderlands zet ze zichzelf wat mij betreft nadrukkelijk op de kaart als solomuzikant. Het is wederom een uitstekende tip van het helaas wat in de marge opererende maar kwalitatief hoogstaande No Depression. Erwin Zijleman
Anya Hinkle - Oceania (2024)

4,0
1
geplaatst: 17 mei 2024, 22:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anya Hinkle - Oceania - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anya Hinkle - Oceania
De nog vrij onbekende Amerikaanse singer-songwriter Anya Hinkle leverde drie jaar geleden met Eden And Her Borderlands een prachtig rootsalbum af en doet dit nu nog eens met het minstens even mooie Oceania
De Amerikaanse muzikante Anya Hinkle beschikt over een prachtige stem, die er voor zorgt dat haar nieuwe album Oceania zich onmiddellijk opdringt. Het is een stem vol gevoel en het is een stem die afwijkt van de gemiddelde stem in het genre, waardoor Oceania blijft opvallen. Dat doet het album ook door de bijdragen van twee geweldige gitaristen, die de ruimte die Anya Hinkle open laat vullen met prachtige versiersels. Dat doen ze steeds op net iets andere wijze, waardoor Oceania blijft verrassen met een veelkleurig geluid. Dat verrassen doet het album ook nog eens met een serie aansprekende en tijdloze songs. Anya Hinkle heeft een topalbum gemaakt, mis het niet.
De naam Anya Hinkle, van wie deze week het album Oceania verscheen, deed bij mij geen belletje rinkelen, maar ik bleek bijna drie jaar geleden erg enthousiast over haar album Eden And Her Borderlands. Het is een album dat volgens mijn recensie makkelijk indruk maakte met de karakteristieke en emotievolle stem van de Amerikaanse muzikante en zeker ook met het weergaloze snarenwerk op het album.
Vanwege de positieve recensie uit 2021 heb ik Oceania direct op de stapel met mogelijk te bespreken albums gelegd en daar heb ik zeker geen spijt van gekregen. Mijn lovende woorden over Eden And Her Borderlands blijken immers ook op te gaan voor Oceania, dat zeker niet onder doet voor zijn voorganger. Het zijn lovende woorden die ik deels kan herhalen, want ook op haar nieuwe album trekt Anya Hinkle vooral de aandacht met haar bijzondere stem en met het fraaie gitaarwerk op het album.
Laat ik beginnen bij de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die af en toe wel wat doet denken aan die van Natalie Merchant, die een paar dagen geleden ook al opdook als vergelijkingsmateriaal in mijn recensie van het nieuwe album van Abigail Lapell. Net als Natalie Merchant heeft Anya Hinkle een zeer karakteristiek stemgeluid, zingt ze met veel gevoel en heeft haar stem ook een ruw en doorleefd randje. Het is een stem die veel doet voor de songs op Oceania, dat me eigenlijk direct goed beviel en dat in eerste instantie vooral deed door de zang van de Amerikaanse muzikante.
Na de zang trekt vrijwel onmiddellijk het gitaarwerk op het album de aandacht. Net als op Eden And Her Borderlands krijgt Anya Hinkle op haar nieuwe album gezelschap van twee geweldige gitaristen. De gerenommeerde Ierse gitarist John Doyle en slide gitaar virtuoos Billy Cardine voorzien alle songs op het album van prachtig snarenwerk en het is ook nog een snarenwerk dat bijzonder mooi kleurt bij de stem van Anya Hinkle.
De muzikante uit Asheville, North Carolina, doet in vocaal opzicht zoals gezegd denken aan Natalie Merchant en dat doet Oceania ook in muzikaal opzicht. Het album schakelt makkelijk tussen tijdloze singer-songwriter muziek en invloeden uit de folk en de country, maar Anya Hinkle is ook niet vies van een vleugje pop of uitstapjes richting Tex Mex of Keltische muziek. Het zorgt er voor dat Oceania een lekker gevarieerd album is, met het geweldige snarenwerk en de uitstekende zang als constanten.
Oceania is ook nog eens knap geproduceerd door de van oorsprong Ierse producer Kevin Moloney, die een paar jaar geleden in Asheville, North Carolina, is neergestreken. De Ierse producer zat in de jaren 80 en 90 achter de knoppen voor legendarische albums als The First Of A Million Kisses van Fairground Attraction, The Lion And The Cobra van Sinéad O'Connor en Mirmama van Eddi Reader, maar laat op Oceania van Anya Hinkle horen dat hij de kunst van het produceren nog niet is verleerd.
Met haar nieuwe album moet de singer-songwriter uit Asheville opboksen tegen een heel legioen aan concurrenten, waaronder concurrenten van naam en faam, maar net als Eden And Her Borderlands is ook Oceania een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en liefhebbers van mooie vrouwenstemmen in het genre in het bijzonder zeer aangenaam zal verrassen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anya Hinkle - Oceania - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anya Hinkle - Oceania
De nog vrij onbekende Amerikaanse singer-songwriter Anya Hinkle leverde drie jaar geleden met Eden And Her Borderlands een prachtig rootsalbum af en doet dit nu nog eens met het minstens even mooie Oceania
De Amerikaanse muzikante Anya Hinkle beschikt over een prachtige stem, die er voor zorgt dat haar nieuwe album Oceania zich onmiddellijk opdringt. Het is een stem vol gevoel en het is een stem die afwijkt van de gemiddelde stem in het genre, waardoor Oceania blijft opvallen. Dat doet het album ook door de bijdragen van twee geweldige gitaristen, die de ruimte die Anya Hinkle open laat vullen met prachtige versiersels. Dat doen ze steeds op net iets andere wijze, waardoor Oceania blijft verrassen met een veelkleurig geluid. Dat verrassen doet het album ook nog eens met een serie aansprekende en tijdloze songs. Anya Hinkle heeft een topalbum gemaakt, mis het niet.
De naam Anya Hinkle, van wie deze week het album Oceania verscheen, deed bij mij geen belletje rinkelen, maar ik bleek bijna drie jaar geleden erg enthousiast over haar album Eden And Her Borderlands. Het is een album dat volgens mijn recensie makkelijk indruk maakte met de karakteristieke en emotievolle stem van de Amerikaanse muzikante en zeker ook met het weergaloze snarenwerk op het album.
Vanwege de positieve recensie uit 2021 heb ik Oceania direct op de stapel met mogelijk te bespreken albums gelegd en daar heb ik zeker geen spijt van gekregen. Mijn lovende woorden over Eden And Her Borderlands blijken immers ook op te gaan voor Oceania, dat zeker niet onder doet voor zijn voorganger. Het zijn lovende woorden die ik deels kan herhalen, want ook op haar nieuwe album trekt Anya Hinkle vooral de aandacht met haar bijzondere stem en met het fraaie gitaarwerk op het album.
Laat ik beginnen bij de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die af en toe wel wat doet denken aan die van Natalie Merchant, die een paar dagen geleden ook al opdook als vergelijkingsmateriaal in mijn recensie van het nieuwe album van Abigail Lapell. Net als Natalie Merchant heeft Anya Hinkle een zeer karakteristiek stemgeluid, zingt ze met veel gevoel en heeft haar stem ook een ruw en doorleefd randje. Het is een stem die veel doet voor de songs op Oceania, dat me eigenlijk direct goed beviel en dat in eerste instantie vooral deed door de zang van de Amerikaanse muzikante.
Na de zang trekt vrijwel onmiddellijk het gitaarwerk op het album de aandacht. Net als op Eden And Her Borderlands krijgt Anya Hinkle op haar nieuwe album gezelschap van twee geweldige gitaristen. De gerenommeerde Ierse gitarist John Doyle en slide gitaar virtuoos Billy Cardine voorzien alle songs op het album van prachtig snarenwerk en het is ook nog een snarenwerk dat bijzonder mooi kleurt bij de stem van Anya Hinkle.
De muzikante uit Asheville, North Carolina, doet in vocaal opzicht zoals gezegd denken aan Natalie Merchant en dat doet Oceania ook in muzikaal opzicht. Het album schakelt makkelijk tussen tijdloze singer-songwriter muziek en invloeden uit de folk en de country, maar Anya Hinkle is ook niet vies van een vleugje pop of uitstapjes richting Tex Mex of Keltische muziek. Het zorgt er voor dat Oceania een lekker gevarieerd album is, met het geweldige snarenwerk en de uitstekende zang als constanten.
Oceania is ook nog eens knap geproduceerd door de van oorsprong Ierse producer Kevin Moloney, die een paar jaar geleden in Asheville, North Carolina, is neergestreken. De Ierse producer zat in de jaren 80 en 90 achter de knoppen voor legendarische albums als The First Of A Million Kisses van Fairground Attraction, The Lion And The Cobra van Sinéad O'Connor en Mirmama van Eddi Reader, maar laat op Oceania van Anya Hinkle horen dat hij de kunst van het produceren nog niet is verleerd.
Met haar nieuwe album moet de singer-songwriter uit Asheville opboksen tegen een heel legioen aan concurrenten, waaronder concurrenten van naam en faam, maar net als Eden And Her Borderlands is ook Oceania een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en liefhebbers van mooie vrouwenstemmen in het genre in het bijzonder zeer aangenaam zal verrassen. Erwin Zijleman
Aoife Nessa Frances - Land of No Junction (2020)

4,5
0
geplaatst: 20 januari 2020, 16:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aoife Nessa Frances - Land Of No Junction - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife Nessa Frances - Land Of No Junction
Bijzonder debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances, die een bijzonder eigen geluid weet te creëren dat steeds weer weet te verrassen en te bezweren
Er komt momenteel veel moois uit Dublin. Het is ook de thuisbasis van Aoife Nessa Frances, die met Land Of No Junction een ijzersterk debuut heeft afgeleverd. De Ierse singer-songwriter maakt op haar debuut indruk met folky muziek vol bijzondere accenten. Het is muziek die vaak wat psychedelisch aan doet, maar het is ook muziek die op bijzondere wijze verschillende instrumenten combineert. Het past allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van de Ierse singer-songwriter. Aoife Nessa Frances overtuigt makkelijk met haar debuut, maar het is ook een debuut dat nog lang beter en indrukwekkender wordt.
Land Of No Junction is het debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances. Het debuut van de uit Dublin afkomstige muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, verschijnt in een week met heel veel nieuwe releases, waardoor een album onmiddellijk indruk moet maken om niet op de stapel te belanden.
Aoife Nessa Frances doet dit op Land Of No Junction onmiddellijk in de openingstrack. Mooi gitaarwerk wordt in deze openingstrack gecombineerd met licht vervreemdende elektronica en een drummachine, waardoor de muziek van de singer-songwriter uit Dublin anders klinkt dan die van de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van het moment.
Hier blijft het niet bij, want ook de stem van de jonge Ierse muzikante is bijzonder. Het is een wat donkere stem die zich vrijwel onmiddellijk opdringt en die verrassend goed past in het bijzondere geluid op het debuut van Aoife Nessa Frances.
Dit bijzondere geluid blijft zeker niet beperkt tot de openingstrack. De instrumentatie op Land Of No Junction bestaat steeds uit klanken die in eerste instantie niet zo goed bij elkaar lijken te passen, maar als je er eenmaal aan gewend bent, zijn het steeds klanken die elkaar versterken.
Aoife Nessa Frances speelt op haar debuut met contrasten. Het zijn contrasten tussen akoestische instrumenten en elektronica, maar ook contrasten tussen betrekkelijk spaarzame klanken en een overvol en stevig aangezet geluid. Het doet vaak wat psychedelisch aan, maar over het algemeen genomen is Land Of No Junction toch een album dat ik in het hokje folk zou stoppen.
Het bovenstaande suggereert misschien dat de muziek van Aoife Nessa Frances niet heel toegankelijk is, maar dat valt reuze mee. De singer-songwriter uit Dublin maakt lekker in het gehoor liggende songs die zijn voorzien van een subtiele twist, die maar zelden tegen de haren in strijkt. Het ene moment kiest ze voor zwaar aangezette strijkers, het volgende moment voor zweverige elektronica of juist voor mooie gitaarlijnen.
Het zorgt er voor dat het samen met producer en in multi-instrumentalist Cian Nugent gemaakte Land Of No Junction steeds net wat anders klinkt en ook steeds weet te verrassen. Op hetzelfde moment beschikt de jonge Ierse singer-songwriter over een consistent eigen geluid dat afwisselend aards en zweverig is.
Aoife Nessa Frances raakt met haar debuut aan de eigenzinnige folkies van het moment (denk aan Aldous Harding en Cate Le Bon), maar haar debuut heeft ook passages die zo lijken weggelopen uit de jaren 60 en herinneren aan de psychedelische folkzangeressen uit deze periode (onder wie Karen Dalton, Linda Perhacs).
Land Of No Junction heeft vaak iets looms en bezwerends, maar vergeet zeker niet te luisteren naar de prachtige gitaarlijnen op het album of naar de fraaie gitaarsolo in het fraaie Heartbreak, voor mij een van de prijsnummers op het album.
Het debuut van Aoife Nessa Frances is door de bijzondere instrumentatie en de indringende vocalen geen album dat je rustig op de achtergrond kunt laten voortkabbelen, maar is een album dat de aandacht nadrukkelijk opeist. Ik was er op voorhand niet van overtuigt dat het album ook bij tweede en derde beluistering leuk en interessant zou blijven, maar dat is zeker het geval.
De gerenommeerde Britse muziektijdschriften schaarden het album eind vorig jaar al onder de memorabele debuten van 2020 en daar valt niet zo gek veel op af te dingen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aoife Nessa Frances - Land Of No Junction - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife Nessa Frances - Land Of No Junction
Bijzonder debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances, die een bijzonder eigen geluid weet te creëren dat steeds weer weet te verrassen en te bezweren
Er komt momenteel veel moois uit Dublin. Het is ook de thuisbasis van Aoife Nessa Frances, die met Land Of No Junction een ijzersterk debuut heeft afgeleverd. De Ierse singer-songwriter maakt op haar debuut indruk met folky muziek vol bijzondere accenten. Het is muziek die vaak wat psychedelisch aan doet, maar het is ook muziek die op bijzondere wijze verschillende instrumenten combineert. Het past allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van de Ierse singer-songwriter. Aoife Nessa Frances overtuigt makkelijk met haar debuut, maar het is ook een debuut dat nog lang beter en indrukwekkender wordt.
Land Of No Junction is het debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances. Het debuut van de uit Dublin afkomstige muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, verschijnt in een week met heel veel nieuwe releases, waardoor een album onmiddellijk indruk moet maken om niet op de stapel te belanden.
Aoife Nessa Frances doet dit op Land Of No Junction onmiddellijk in de openingstrack. Mooi gitaarwerk wordt in deze openingstrack gecombineerd met licht vervreemdende elektronica en een drummachine, waardoor de muziek van de singer-songwriter uit Dublin anders klinkt dan die van de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van het moment.
Hier blijft het niet bij, want ook de stem van de jonge Ierse muzikante is bijzonder. Het is een wat donkere stem die zich vrijwel onmiddellijk opdringt en die verrassend goed past in het bijzondere geluid op het debuut van Aoife Nessa Frances.
Dit bijzondere geluid blijft zeker niet beperkt tot de openingstrack. De instrumentatie op Land Of No Junction bestaat steeds uit klanken die in eerste instantie niet zo goed bij elkaar lijken te passen, maar als je er eenmaal aan gewend bent, zijn het steeds klanken die elkaar versterken.
Aoife Nessa Frances speelt op haar debuut met contrasten. Het zijn contrasten tussen akoestische instrumenten en elektronica, maar ook contrasten tussen betrekkelijk spaarzame klanken en een overvol en stevig aangezet geluid. Het doet vaak wat psychedelisch aan, maar over het algemeen genomen is Land Of No Junction toch een album dat ik in het hokje folk zou stoppen.
Het bovenstaande suggereert misschien dat de muziek van Aoife Nessa Frances niet heel toegankelijk is, maar dat valt reuze mee. De singer-songwriter uit Dublin maakt lekker in het gehoor liggende songs die zijn voorzien van een subtiele twist, die maar zelden tegen de haren in strijkt. Het ene moment kiest ze voor zwaar aangezette strijkers, het volgende moment voor zweverige elektronica of juist voor mooie gitaarlijnen.
Het zorgt er voor dat het samen met producer en in multi-instrumentalist Cian Nugent gemaakte Land Of No Junction steeds net wat anders klinkt en ook steeds weet te verrassen. Op hetzelfde moment beschikt de jonge Ierse singer-songwriter over een consistent eigen geluid dat afwisselend aards en zweverig is.
Aoife Nessa Frances raakt met haar debuut aan de eigenzinnige folkies van het moment (denk aan Aldous Harding en Cate Le Bon), maar haar debuut heeft ook passages die zo lijken weggelopen uit de jaren 60 en herinneren aan de psychedelische folkzangeressen uit deze periode (onder wie Karen Dalton, Linda Perhacs).
Land Of No Junction heeft vaak iets looms en bezwerends, maar vergeet zeker niet te luisteren naar de prachtige gitaarlijnen op het album of naar de fraaie gitaarsolo in het fraaie Heartbreak, voor mij een van de prijsnummers op het album.
Het debuut van Aoife Nessa Frances is door de bijzondere instrumentatie en de indringende vocalen geen album dat je rustig op de achtergrond kunt laten voortkabbelen, maar is een album dat de aandacht nadrukkelijk opeist. Ik was er op voorhand niet van overtuigt dat het album ook bij tweede en derde beluistering leuk en interessant zou blijven, maar dat is zeker het geval.
De gerenommeerde Britse muziektijdschriften schaarden het album eind vorig jaar al onder de memorabele debuten van 2020 en daar valt niet zo gek veel op af te dingen. Erwin Zijleman
Aoife Nessa Frances - Protector (2022)

4,5
1
geplaatst: 30 oktober 2022, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aoife Nessa Frances - Protector - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife Nessa Frances - Protector
Aoife Nessa Frances legde de lat helemaal aan het begin van 2020 hoog met haar prachtige debuutalbum Land Of No Junction, maar opvolger Protector gaat er verrassend makkelijk overheen
Het valt niet mee om als folky singer-songwriter nog enigszins origineel te zijn, maar de Ierse muzikante Aoife Nessa Frances slaagde er in op haar debuutalbum Land Of No Junction, door zowel in muzikaal als in vocaal opzicht buiten de lijntjes te kleuren. Ze doet dit nog wat nadrukkelijker op haar tweede album Protector, waarop de instrumentatie nog wat mooier is en vooral steviger is aangezet. Ook de zang op het album is nog wat mooier en bezwerender dan op het debuutalbum, terwijl de songs op Protector aan kracht en mysterie hebben gewonnen. Het levert een prachtig album op, waarop bij iedere luisterbeurt meer moois en bijzonders te ontdekken valt.
Na het prachtige Land Of No Junction uit 2020 vervolgt de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances haar weg met het deze week verschenen Protector. Land Of No Junction verscheen in de eerste weken van 2020, toen het woord coronapandemie nog niet in het woordenboek stond, en was een bijzonder album. De muziek van Aoife Nessa Frances was op haar debuutalbum vooral folky, maar de muzikante uit Dublin kleurde haar muziek op bijzondere wijze in met flink wat instrumenten. Land Of No Junction viel niet alleen op door de fraaie instrumentatie, maar ook door de bijzonder mooie stem van de Ierse muzikante, die haar songs vooral fluisterzacht vertolkte.
Na de release van haar debuutalbum wilde Aoife Nessa Frances haar muziek naar het podium brengen, maar de inmiddels uitgebroken coronapandemie gooide roet in het eten. De Ierse muzikante verruilde Dublin voor het Ierse platteland, waar ze vooral op haar eigen familie was aangewezen. Samen met multi-instrumentalist en producer Brendan Jenkinson en drummer Brendan Doherty legde ze, nog altijd op het Ierse platteland, de basis voor haar tweede album.
Protector ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het terecht geprezen debuutalbum van Aoife Nessa Frances, maar ze doet er op haar tweede album wel in meerdere opzichten een schepje bovenop. Ook Protector valt direct vanaf de eerste noten op door bijzonder fraaie klanken, waarvoor ook dit keer flink wat instrumenten worden ingezet. De Ierse singer-songwriter en haar medemuzikanten verrijken de folky basis ook dit keer met flink wat elektronica en strijkers en blazers, waarna ook nog een harp wordt ingezet.
Protector klinkt nog wat voller dan het debuutalbum van Aoife Nessa Frances, maar het geluid is vooral uitgesprokener en warmer. Protector is hierdoor, nog minder dan Land Of No Junction, een standaard folkabum, waardoor de Ierse muzikante er ook met haar tweede album makkelijk uitspringt. Het is een album dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, maar zich ook niet makkelijk in de tijd laat plaatsen. De songs op Protector passen prachtig in het heden, maar de muziek van Aoife Nessa Frances zit ook vol nostalgische elementen, die ook dit keer vooral raken aan de Amerikaanse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70.
De echo's uit het verleden komen vooral van de bezwerende en hier en daar licht psychedelische klanken op Protector, maar ook de zang van Aoife Nessa Frances herinnert aan vergeten albums uit een ver verleden. De Ierse singer-songwriter zingt nog altijd vooral fluisterzacht, maar desondanks hebben haar vocalen veel impact en zijn het vocalen die je makkelijk bedwelmen en betoveren.
Protector is een album dat makkelijk indruk maakt met prachtige klanken, mooie zang en sterke en sprankelende songs vol verrassing en mysterie, maar het is ook een album dat veel beter wordt wanneer je het wat vaker beluistert. Land Of No Junction werd bijna drie jaar geleden terecht bewierookt, maar ik vind Protector in alle opzichten beter. Veel beter zelfs. Zeker in de wat langere songs op het album inspireren Aoife Nessa Frances en haar medemuzikanten elkaar tot steeds grootsere daden en maken ze muziek van een bijna onwaarschijnlijke schoonheid. Een onbetwist jaarlijstjesalbum als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aoife Nessa Frances - Protector - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife Nessa Frances - Protector
Aoife Nessa Frances legde de lat helemaal aan het begin van 2020 hoog met haar prachtige debuutalbum Land Of No Junction, maar opvolger Protector gaat er verrassend makkelijk overheen
Het valt niet mee om als folky singer-songwriter nog enigszins origineel te zijn, maar de Ierse muzikante Aoife Nessa Frances slaagde er in op haar debuutalbum Land Of No Junction, door zowel in muzikaal als in vocaal opzicht buiten de lijntjes te kleuren. Ze doet dit nog wat nadrukkelijker op haar tweede album Protector, waarop de instrumentatie nog wat mooier is en vooral steviger is aangezet. Ook de zang op het album is nog wat mooier en bezwerender dan op het debuutalbum, terwijl de songs op Protector aan kracht en mysterie hebben gewonnen. Het levert een prachtig album op, waarop bij iedere luisterbeurt meer moois en bijzonders te ontdekken valt.
Na het prachtige Land Of No Junction uit 2020 vervolgt de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances haar weg met het deze week verschenen Protector. Land Of No Junction verscheen in de eerste weken van 2020, toen het woord coronapandemie nog niet in het woordenboek stond, en was een bijzonder album. De muziek van Aoife Nessa Frances was op haar debuutalbum vooral folky, maar de muzikante uit Dublin kleurde haar muziek op bijzondere wijze in met flink wat instrumenten. Land Of No Junction viel niet alleen op door de fraaie instrumentatie, maar ook door de bijzonder mooie stem van de Ierse muzikante, die haar songs vooral fluisterzacht vertolkte.
Na de release van haar debuutalbum wilde Aoife Nessa Frances haar muziek naar het podium brengen, maar de inmiddels uitgebroken coronapandemie gooide roet in het eten. De Ierse muzikante verruilde Dublin voor het Ierse platteland, waar ze vooral op haar eigen familie was aangewezen. Samen met multi-instrumentalist en producer Brendan Jenkinson en drummer Brendan Doherty legde ze, nog altijd op het Ierse platteland, de basis voor haar tweede album.
Protector ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het terecht geprezen debuutalbum van Aoife Nessa Frances, maar ze doet er op haar tweede album wel in meerdere opzichten een schepje bovenop. Ook Protector valt direct vanaf de eerste noten op door bijzonder fraaie klanken, waarvoor ook dit keer flink wat instrumenten worden ingezet. De Ierse singer-songwriter en haar medemuzikanten verrijken de folky basis ook dit keer met flink wat elektronica en strijkers en blazers, waarna ook nog een harp wordt ingezet.
Protector klinkt nog wat voller dan het debuutalbum van Aoife Nessa Frances, maar het geluid is vooral uitgesprokener en warmer. Protector is hierdoor, nog minder dan Land Of No Junction, een standaard folkabum, waardoor de Ierse muzikante er ook met haar tweede album makkelijk uitspringt. Het is een album dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, maar zich ook niet makkelijk in de tijd laat plaatsen. De songs op Protector passen prachtig in het heden, maar de muziek van Aoife Nessa Frances zit ook vol nostalgische elementen, die ook dit keer vooral raken aan de Amerikaanse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70.
De echo's uit het verleden komen vooral van de bezwerende en hier en daar licht psychedelische klanken op Protector, maar ook de zang van Aoife Nessa Frances herinnert aan vergeten albums uit een ver verleden. De Ierse singer-songwriter zingt nog altijd vooral fluisterzacht, maar desondanks hebben haar vocalen veel impact en zijn het vocalen die je makkelijk bedwelmen en betoveren.
Protector is een album dat makkelijk indruk maakt met prachtige klanken, mooie zang en sterke en sprankelende songs vol verrassing en mysterie, maar het is ook een album dat veel beter wordt wanneer je het wat vaker beluistert. Land Of No Junction werd bijna drie jaar geleden terecht bewierookt, maar ik vind Protector in alle opzichten beter. Veel beter zelfs. Zeker in de wat langere songs op het album inspireren Aoife Nessa Frances en haar medemuzikanten elkaar tot steeds grootsere daden en maken ze muziek van een bijna onwaarschijnlijke schoonheid. Een onbetwist jaarlijstjesalbum als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Aoife O'Donovan - Age of Apathy (2022)

4,0
0
geplaatst: 13 januari 2023, 16:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aoife O'Donovan - Age Of Apathy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife O'Donovan - Age Of Apathy
Aoife O’Donovan slaat op Age Of Apathy net wat andere wegen in, wat een complex maar ook mooi en interessant album oplevert, met uiteraard een hoofdrol voor de geweldige stem van de Amerikaanse muzikante
Ik kan me niet herinneren of ik Age Of Apathy van Aoife O’Donovan vorig jaar heel intensief heb beluisterd, maar feit is dat ik het album uiteindelijk niet selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop. De jaarlijst van het gerenommeerde No Depression bracht het album opnieuw onder mijn aandacht en dit keer liet ik me wel overtuigen door het derde album van de Amerikaanse muzikante. Het is een wat complexer album dan we van Aoife O’Donovan gewend zijn en het is bovendien een album dat wat opschuift richting Laurel Canyon folk met jazzy accenten. Het is even wennen, maar de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse singer-songwriter overtuigt nog altijd bijzonder makkelijk. De rest volgt vanzelf.
Age of Apathy, het vorig jaar verschenen derde studioalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Aoife O’Donovan haalde vorige maand, toch wel enigszins tot mijn verbazing, de top 5 van de jaarlijst van No Depression, het voormalige lijfblad van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album dat in mijn herinnering verder wat lauw is ontvangen en zelf was ik alweer bijna een jaar geleden volgens mij ook niet heel positief over het album, terwijl ik de eerste twee albums van de muzikante uit New York hoog heb zitten.
Omdat ik geen herinnering had aan het album heb ik het er toch maar weer eens bij gepakt, al is het maar omdat Age Of Apathy is geproduceerd door niemand minder dan muzikant en producer Joe Henry (Rhiannon Giddens, Bettye LaVette, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Over The Rhine) en onder andere Madison Cunningham, Allison Russell, Patrick Waren, Jay Bellerose en Joni Mitchell, die meeschreef aan een van de songs, gastbijdragen hebben geleverd.
Aoife O’Donovan beschikt verder over een van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, dus wat kan er nou eigenlijk mis gaan? Niet zo heel veel denk ik en dat blijkt ook, want Age Of Apathy is een erg mooi album. Het is een album dat, net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, in eerste instantie vooral de aandacht trekt door de zang van Aoife O’Donovan. De muzikante uit New York beschikt over een heldere en warme stem die makkelijk verleidt. Het is een stem die het beste van Joni Mitchell, Sandy Denny en Alison Krauss combineert, maar het is ook een expressieve stem, die de songs op het album voorziet van dynamiek.
Age Of Apathy is verder een behoorlijk introspectief album, dat is getekend door de perioden van isolement die werden veroorzaakt door de coronapandemie. Het is een periode waarin Aoife O’Donovan haar thuis in Brooklyn verruilde voor de bossen van Florida. In muzikaal opzicht gaat schuift het derde album van Aoife O’Donovan wat op richting de jaren 70. Invloeden uit de Laurel Canyon folk hebben stevig aan terrein gewonnen en dat mag een stijlbreuk genoemd worden.
Op de vorige twee soloalbum van de Amerikaanse muzikante speelden invloeden uit de (progressive) bluegrass een veel grotere rol, net als op de albums van de bands waar Aoife O’Donovan voor de start van haar solocarrière deel van uit maakte (Crooked Still, Sometymes Why) en en het gelegenheidstrio dat ze een paar jaar geleden vormde met Sara Watkins en Sarah Jarosz (I'm with Her). Age Of Apathy bevat niet alleen meer invloeden uit de Laurel Canyon folk, maar bevat ook complexere songs met hier en daar flink wat invloeden uit de jazz.
De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, is sfeervol en avontuurlijk en is bovendien buitengewoon knap in elkaar gesleuteld door Joe Henry, terwijl de songs keer op keer dingen doen die je eigenlijk niet verwacht. Misschien stond dit me bij eerste beluistering van het album een jaar geleden nog wat tegen, maar nu vind ik het derde album van Aoife O’Donovan alleen maar mooi en interessant. Het is niet het makkelijkste album, maar zeker als je vaker naar de songs luistert winnen ze aan kracht. Ik was misschien wat sceptisch toen ik de jaarlijst van No Depression zag, maar uiteindelijk blijkt de hoge notering voor Age Of Apathy zeer terecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aoife O'Donovan - Age Of Apathy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aoife O'Donovan - Age Of Apathy
Aoife O’Donovan slaat op Age Of Apathy net wat andere wegen in, wat een complex maar ook mooi en interessant album oplevert, met uiteraard een hoofdrol voor de geweldige stem van de Amerikaanse muzikante
Ik kan me niet herinneren of ik Age Of Apathy van Aoife O’Donovan vorig jaar heel intensief heb beluisterd, maar feit is dat ik het album uiteindelijk niet selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop. De jaarlijst van het gerenommeerde No Depression bracht het album opnieuw onder mijn aandacht en dit keer liet ik me wel overtuigen door het derde album van de Amerikaanse muzikante. Het is een wat complexer album dan we van Aoife O’Donovan gewend zijn en het is bovendien een album dat wat opschuift richting Laurel Canyon folk met jazzy accenten. Het is even wennen, maar de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse singer-songwriter overtuigt nog altijd bijzonder makkelijk. De rest volgt vanzelf.
Age of Apathy, het vorig jaar verschenen derde studioalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Aoife O’Donovan haalde vorige maand, toch wel enigszins tot mijn verbazing, de top 5 van de jaarlijst van No Depression, het voormalige lijfblad van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album dat in mijn herinnering verder wat lauw is ontvangen en zelf was ik alweer bijna een jaar geleden volgens mij ook niet heel positief over het album, terwijl ik de eerste twee albums van de muzikante uit New York hoog heb zitten.
Omdat ik geen herinnering had aan het album heb ik het er toch maar weer eens bij gepakt, al is het maar omdat Age Of Apathy is geproduceerd door niemand minder dan muzikant en producer Joe Henry (Rhiannon Giddens, Bettye LaVette, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Over The Rhine) en onder andere Madison Cunningham, Allison Russell, Patrick Waren, Jay Bellerose en Joni Mitchell, die meeschreef aan een van de songs, gastbijdragen hebben geleverd.
Aoife O’Donovan beschikt verder over een van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, dus wat kan er nou eigenlijk mis gaan? Niet zo heel veel denk ik en dat blijkt ook, want Age Of Apathy is een erg mooi album. Het is een album dat, net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, in eerste instantie vooral de aandacht trekt door de zang van Aoife O’Donovan. De muzikante uit New York beschikt over een heldere en warme stem die makkelijk verleidt. Het is een stem die het beste van Joni Mitchell, Sandy Denny en Alison Krauss combineert, maar het is ook een expressieve stem, die de songs op het album voorziet van dynamiek.
Age Of Apathy is verder een behoorlijk introspectief album, dat is getekend door de perioden van isolement die werden veroorzaakt door de coronapandemie. Het is een periode waarin Aoife O’Donovan haar thuis in Brooklyn verruilde voor de bossen van Florida. In muzikaal opzicht gaat schuift het derde album van Aoife O’Donovan wat op richting de jaren 70. Invloeden uit de Laurel Canyon folk hebben stevig aan terrein gewonnen en dat mag een stijlbreuk genoemd worden.
Op de vorige twee soloalbum van de Amerikaanse muzikante speelden invloeden uit de (progressive) bluegrass een veel grotere rol, net als op de albums van de bands waar Aoife O’Donovan voor de start van haar solocarrière deel van uit maakte (Crooked Still, Sometymes Why) en en het gelegenheidstrio dat ze een paar jaar geleden vormde met Sara Watkins en Sarah Jarosz (I'm with Her). Age Of Apathy bevat niet alleen meer invloeden uit de Laurel Canyon folk, maar bevat ook complexere songs met hier en daar flink wat invloeden uit de jazz.
De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, is sfeervol en avontuurlijk en is bovendien buitengewoon knap in elkaar gesleuteld door Joe Henry, terwijl de songs keer op keer dingen doen die je eigenlijk niet verwacht. Misschien stond dit me bij eerste beluistering van het album een jaar geleden nog wat tegen, maar nu vind ik het derde album van Aoife O’Donovan alleen maar mooi en interessant. Het is niet het makkelijkste album, maar zeker als je vaker naar de songs luistert winnen ze aan kracht. Ik was misschien wat sceptisch toen ik de jaarlijst van No Depression zag, maar uiteindelijk blijkt de hoge notering voor Age Of Apathy zeer terecht. Erwin Zijleman
Aoife O'Donovan - In the Magic Hour (2016)

4,0
0
geplaatst: 28 januari 2016, 14:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aoife O'Donovan - In The Magic Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vier platen die de Amerikaanse (progressive) bluegrass band Crooked Still tussen 2005 en 2010 maakte zijn in Nederland niet heel bekend, maar iedereen die ze kent (en koestert) weet dat ze stuk voor stuk worden gedragen door de prachtige vocalen van Aoife O’Donovan.
Deze Aoife O’Donovan debuteerde in de zomer van 2013 met het al even mooie Fossils, dat helaas maar weinig aandacht kreeg.
Ook het afgelopen week verschenen In The Magic Hour wordt niet in één adem genoemd met de andere grote releases van het moment, maar behoort wat mij betreft wel degelijk tot de betere platen die tot dusver in 2016 zijn verschenen.
In The Magic Hour borduurt voort op zijn mooie maar helaas ondergewaardeerde voorganger, werd wederom geproduceerd door topproducer Tucker Martine en opgenomen in diens studio in Portland, Oregon.
Aoife O’Donovan krijgt op haar nieuwe plaat hulp van een aantal sterren uit de progressive bluegrass scene, onder wie Chris Thile, Sara Watkins en Sarah Jarosz, maar net als op Fossils slaat Aoife O’Donovan ook op haar nieuwe plaat weer haar vleugels uit richting andere genres.
Ook In The Magic Hour is weer lichtvoetiger dan de op bluegrass georiënteerde muziek van Crooked Still en verrast ook volop met lekker in het gehoor liggende folkpop. Hiernaast eert Aoife O’Donovan op In The Magic Hour haar tijdens het opnemen van de plaat overleden grootvader door op zoek te gaan naar haar Ierse roots en is er ruimte voor experiment.
In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, de productie van Tucker Martine is zoals altijd trefzeker en Aoife O’Donovan beschikt over een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten. Het is een stem die nog steeds doet denken aan die van Alison Krauss, al herken ik inmiddels ook de eigen klankkleur van Aoife O’Donovan.
Omdat In The Magic Hour ook nog eens vol staat met even knappe als mooie songs, is In The Magic Hour voor mij inmiddels een plaat om te koesteren. Wie volgt? Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aoife O'Donovan - In The Magic Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vier platen die de Amerikaanse (progressive) bluegrass band Crooked Still tussen 2005 en 2010 maakte zijn in Nederland niet heel bekend, maar iedereen die ze kent (en koestert) weet dat ze stuk voor stuk worden gedragen door de prachtige vocalen van Aoife O’Donovan.
Deze Aoife O’Donovan debuteerde in de zomer van 2013 met het al even mooie Fossils, dat helaas maar weinig aandacht kreeg.
Ook het afgelopen week verschenen In The Magic Hour wordt niet in één adem genoemd met de andere grote releases van het moment, maar behoort wat mij betreft wel degelijk tot de betere platen die tot dusver in 2016 zijn verschenen.
In The Magic Hour borduurt voort op zijn mooie maar helaas ondergewaardeerde voorganger, werd wederom geproduceerd door topproducer Tucker Martine en opgenomen in diens studio in Portland, Oregon.
Aoife O’Donovan krijgt op haar nieuwe plaat hulp van een aantal sterren uit de progressive bluegrass scene, onder wie Chris Thile, Sara Watkins en Sarah Jarosz, maar net als op Fossils slaat Aoife O’Donovan ook op haar nieuwe plaat weer haar vleugels uit richting andere genres.
Ook In The Magic Hour is weer lichtvoetiger dan de op bluegrass georiënteerde muziek van Crooked Still en verrast ook volop met lekker in het gehoor liggende folkpop. Hiernaast eert Aoife O’Donovan op In The Magic Hour haar tijdens het opnemen van de plaat overleden grootvader door op zoek te gaan naar haar Ierse roots en is er ruimte voor experiment.
In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, de productie van Tucker Martine is zoals altijd trefzeker en Aoife O’Donovan beschikt over een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten. Het is een stem die nog steeds doet denken aan die van Alison Krauss, al herken ik inmiddels ook de eigen klankkleur van Aoife O’Donovan.
Omdat In The Magic Hour ook nog eens vol staat met even knappe als mooie songs, is In The Magic Hour voor mij inmiddels een plaat om te koesteren. Wie volgt? Erwin Zijleman
April Marmara - New Home (2018)

4,5
0
geplaatst: 4 augustus 2018, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: April Marmara - New Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hoe ik er aan kom weet ik eerlijk gezegd niet precies meer, maar sinds de digitale versie van New Home van April Marmara hier voor het eerst uit de speakers kwam, intrigeert deze plaat me hopeloos.
New Home van April Marmara ligt niet in de winkel, is ook niet beschikbaar via streaming media diensten als Spotify en Apple Music, maar is wel te beluisteren en aan te schaffen via de bandcamp pagina van April Marmara.
Via deze bandcamp pagina weet ik dat ze uit het Portugese Lissabon (over de bijzondere geschiedenis van deze stad is onlangs overigens het uitstekende boek De Witte Stad van Jule Hinrichs verschenen) komt en dat er op New Home vier muzikanten zijn te horen.
Het ingetogen geluid op New Home wordt bepaald door akoestische gitaren en wordt aangevuld met organisch klinkende keyboards, een harmonium, wat eenvoudige percussie en een incidenteel prominent aanwezige viool. Ene Beatriz Diniz schreef alle songs en neemt de belangrijkste vocalen voor haar rekenen en dankzij de kunsten van Google Translate weet ik inmiddels dat April Marmara het alter ego is van deze Beatriz Diniz.
Bij Lissabon denk ik in eerste instantie aan fado, maar met fado heeft de muziek van April Marmara helemaal niets te maken. New Home heeft zich vooral laten beïnvloeden door de psychedelische folk zoals deze in de jaren 60 werd gemaakt door de afgelopen jaren herontdekte folkzangeressen als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill.
De singer-songwriter uit Lissabon slaat met haar bijzondere stem echter ook een brug naar de gepassioneerde voordracht van Patti Smith en vindt bovendien aansluiting bij alternatieve folkies van deze tijd, waarvan met name Marissa Nadler, Beth Orton en Josephine Foster relevant vergelijkingsmateriaal aandragen.
New Home bevat tien songs, waarvan er vier meer dan vijf minuten duren. Met name in de wat langere tracks maakt April Marmara indruk met atmosferische en bezwerende klanken die je langzaam maar zeker het muzikale universum van Beatriz Diniz in trekken. Het zijn klanken waarin veel herhaling zit, maar waarin ook op fascinerende wijze naar een climax wordt toegewerkt.
De zang van Beatriz Diniz is even bezwerend en dynamisch als de instrumentatie op New Home, waarvan vooral het gitaarwerk steeds meer indruk maakt. De Portugese singer-songwriter kan aansluiten bij de eigenzinnige folkies uit het verre verleden of hun soortgenoten uit het verleden, maar kan ook fel uithalen, waarbij zoals gezegd flarden Patti Smith, maar zeker ook flarden Grace Slick opduiken.
New Home is zeker geen makkelijke plaat, maar wanneer je vatbaar bent voor de even ingetogen als meeslepende klanken van April Marmara en gevoelig bent voor de indringende zang van Beatriz Diniz, is het een plaat die steeds weer geheimen prijs geeft en steeds mooier en indrukwekkender wordt. Zeker bij eerste beluistering is het debuut van de Portugese muzikante een behoorlijk ruwe diamant, maar iedere keer dat je je laat betoveren door de bijzondere songs op de plaat gaat deze diamant wat feller fonkelen.
Ik kan persoonlijk lang niet alle alternatieve folkies van het moment verdragen, maar New Home van April Marmara is een plaat van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Het is bovendien een plaat met een hypnotiserend karakter, die de warme stad verruilt voor donkere bossen waarin het niet alleen koel is, maar ook bijzondere dingen gebeuren. Zoals eerder gezegd een plaat die hopeloos intrigeert en echt veel meer verdient dan een bestaan als betrekkelijk anonieme bandcamp release. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: April Marmara - New Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hoe ik er aan kom weet ik eerlijk gezegd niet precies meer, maar sinds de digitale versie van New Home van April Marmara hier voor het eerst uit de speakers kwam, intrigeert deze plaat me hopeloos.
New Home van April Marmara ligt niet in de winkel, is ook niet beschikbaar via streaming media diensten als Spotify en Apple Music, maar is wel te beluisteren en aan te schaffen via de bandcamp pagina van April Marmara.
Via deze bandcamp pagina weet ik dat ze uit het Portugese Lissabon (over de bijzondere geschiedenis van deze stad is onlangs overigens het uitstekende boek De Witte Stad van Jule Hinrichs verschenen) komt en dat er op New Home vier muzikanten zijn te horen.
Het ingetogen geluid op New Home wordt bepaald door akoestische gitaren en wordt aangevuld met organisch klinkende keyboards, een harmonium, wat eenvoudige percussie en een incidenteel prominent aanwezige viool. Ene Beatriz Diniz schreef alle songs en neemt de belangrijkste vocalen voor haar rekenen en dankzij de kunsten van Google Translate weet ik inmiddels dat April Marmara het alter ego is van deze Beatriz Diniz.
Bij Lissabon denk ik in eerste instantie aan fado, maar met fado heeft de muziek van April Marmara helemaal niets te maken. New Home heeft zich vooral laten beïnvloeden door de psychedelische folk zoals deze in de jaren 60 werd gemaakt door de afgelopen jaren herontdekte folkzangeressen als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill.
De singer-songwriter uit Lissabon slaat met haar bijzondere stem echter ook een brug naar de gepassioneerde voordracht van Patti Smith en vindt bovendien aansluiting bij alternatieve folkies van deze tijd, waarvan met name Marissa Nadler, Beth Orton en Josephine Foster relevant vergelijkingsmateriaal aandragen.
New Home bevat tien songs, waarvan er vier meer dan vijf minuten duren. Met name in de wat langere tracks maakt April Marmara indruk met atmosferische en bezwerende klanken die je langzaam maar zeker het muzikale universum van Beatriz Diniz in trekken. Het zijn klanken waarin veel herhaling zit, maar waarin ook op fascinerende wijze naar een climax wordt toegewerkt.
De zang van Beatriz Diniz is even bezwerend en dynamisch als de instrumentatie op New Home, waarvan vooral het gitaarwerk steeds meer indruk maakt. De Portugese singer-songwriter kan aansluiten bij de eigenzinnige folkies uit het verre verleden of hun soortgenoten uit het verleden, maar kan ook fel uithalen, waarbij zoals gezegd flarden Patti Smith, maar zeker ook flarden Grace Slick opduiken.
New Home is zeker geen makkelijke plaat, maar wanneer je vatbaar bent voor de even ingetogen als meeslepende klanken van April Marmara en gevoelig bent voor de indringende zang van Beatriz Diniz, is het een plaat die steeds weer geheimen prijs geeft en steeds mooier en indrukwekkender wordt. Zeker bij eerste beluistering is het debuut van de Portugese muzikante een behoorlijk ruwe diamant, maar iedere keer dat je je laat betoveren door de bijzondere songs op de plaat gaat deze diamant wat feller fonkelen.
Ik kan persoonlijk lang niet alle alternatieve folkies van het moment verdragen, maar New Home van April Marmara is een plaat van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Het is bovendien een plaat met een hypnotiserend karakter, die de warme stad verruilt voor donkere bossen waarin het niet alleen koel is, maar ook bijzondere dingen gebeuren. Zoals eerder gezegd een plaat die hopeloos intrigeert en echt veel meer verdient dan een bestaan als betrekkelijk anonieme bandcamp release. Erwin Zijleman
Aquadolls - Stoked on You (2014)

4,0
0
geplaatst: 18 december 2014, 08:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Aquadolls - Stoked On You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt niet te ontkennen dat de winter (of in ieder geval een periode met donkere dagen) inmiddels zijn intrede heeft gedaan in Nederland, maar volgens mijn speakers mag het nog best even zomer zijn. Dat is het geval wanneer Stoked On You van The Aquadolls uit deze speakers komt.
The Aquadolls is een band uit Los Angeles die muziek maakt die Phil Spector een aantal decennia geleden heel graag zou hebben geproduceerd. Stoked On You van The Aquadolls sluit aan bij de girlpop van Phil Spector, maar pikt uit dezelfde periode ook wat invloeden uit de surf en doo-wop mee.
Hier laat de band het niet bij, want ook invloeden uit de rammelpop en Riot Grrl muziek uit de jaren 90 en invloeden uit de garagerock van alle tijden hebben hun weg gevonden naar het debuut van The Aquadolls. Een vleugje shoegaze maakt het vervolgens af.
Stoked On You van The Aquadolls is zeker geen plaat vol muzikale hoogstandjes. Het is een plaat die aan alle kanten rammelt en regelmatig uit de bocht vliegt, maar dit is direct ook de charme en de kracht van de muziek van The Aquadolls.
Het sterkste wapen van de band is zonder enige twijfel zangeres Melissa Brooks. Dat hoor je het duidelijkst in de track waarin ze de vocalen moet laten aan één van haar mannelijke bandleden. The Aquadolls maakt op dat moment totaal geen indruk, maar hoe anders is dat wanneer Melissa Brooks de vocalen voor haar rekening neemt.
Melissa Brooks is zo’n zangeres die lui en ongeïnspireerd kan zingen, maar desondanks tot op het bot weet te verleiden. Het maakt vervolgens niet meer uit dat de muziek van The Aquadolls aan alle kanten rammelt en lijkt opgenomen met apparatuur die voor een prikkie op de kop is getikt. Wanneer Melissa Brooks gaat zingen gebeurt er iets met de muziek van The Aquadolls en groeit iedere track op de plaat (behalve die ene zonder haar zang dan) uit tot een perfecte popsong. En er staan maar liefst 15 tracks op deze plaat.
Natuurlijk zijn er veel meer bands die de inspiratie halen waar The Aquadolls hem heeft gevonden, maar op één of andere manier klinkt de muziek van The Aquadolls toch net wat anders. Losser, energieker, rauwer en vooral verleidelijker.
Stoked On You van The Aquadolls is zo’n plaat die energie geeft na een lange dag of die je aan het begin van de dag ruw maar aangenaam wakker schudt. De band van Melissa Brooks maakt muziek zonder enige pretentie. Stoked On You is een plaat waar de lol van af spat en deze lol maakt zich vervolgens meester van de luisteraar.
Een aantal decennia geleden had Phil Spector goud in handen gehad met dit bandje en vooral met deze geweldige zangeres. Nu is het vooral leuk voor de enkeling die deze plaat oppakt. Dat zijn er naar aanleiding van deze recensie hopelijk net wat meer dan normaal, maar mijn dag is na de zoveelste beluistering van Stoked On You van The Aquadolls al lang goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Aquadolls - Stoked On You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt niet te ontkennen dat de winter (of in ieder geval een periode met donkere dagen) inmiddels zijn intrede heeft gedaan in Nederland, maar volgens mijn speakers mag het nog best even zomer zijn. Dat is het geval wanneer Stoked On You van The Aquadolls uit deze speakers komt.
The Aquadolls is een band uit Los Angeles die muziek maakt die Phil Spector een aantal decennia geleden heel graag zou hebben geproduceerd. Stoked On You van The Aquadolls sluit aan bij de girlpop van Phil Spector, maar pikt uit dezelfde periode ook wat invloeden uit de surf en doo-wop mee.
Hier laat de band het niet bij, want ook invloeden uit de rammelpop en Riot Grrl muziek uit de jaren 90 en invloeden uit de garagerock van alle tijden hebben hun weg gevonden naar het debuut van The Aquadolls. Een vleugje shoegaze maakt het vervolgens af.
Stoked On You van The Aquadolls is zeker geen plaat vol muzikale hoogstandjes. Het is een plaat die aan alle kanten rammelt en regelmatig uit de bocht vliegt, maar dit is direct ook de charme en de kracht van de muziek van The Aquadolls.
Het sterkste wapen van de band is zonder enige twijfel zangeres Melissa Brooks. Dat hoor je het duidelijkst in de track waarin ze de vocalen moet laten aan één van haar mannelijke bandleden. The Aquadolls maakt op dat moment totaal geen indruk, maar hoe anders is dat wanneer Melissa Brooks de vocalen voor haar rekening neemt.
Melissa Brooks is zo’n zangeres die lui en ongeïnspireerd kan zingen, maar desondanks tot op het bot weet te verleiden. Het maakt vervolgens niet meer uit dat de muziek van The Aquadolls aan alle kanten rammelt en lijkt opgenomen met apparatuur die voor een prikkie op de kop is getikt. Wanneer Melissa Brooks gaat zingen gebeurt er iets met de muziek van The Aquadolls en groeit iedere track op de plaat (behalve die ene zonder haar zang dan) uit tot een perfecte popsong. En er staan maar liefst 15 tracks op deze plaat.
Natuurlijk zijn er veel meer bands die de inspiratie halen waar The Aquadolls hem heeft gevonden, maar op één of andere manier klinkt de muziek van The Aquadolls toch net wat anders. Losser, energieker, rauwer en vooral verleidelijker.
Stoked On You van The Aquadolls is zo’n plaat die energie geeft na een lange dag of die je aan het begin van de dag ruw maar aangenaam wakker schudt. De band van Melissa Brooks maakt muziek zonder enige pretentie. Stoked On You is een plaat waar de lol van af spat en deze lol maakt zich vervolgens meester van de luisteraar.
Een aantal decennia geleden had Phil Spector goud in handen gehad met dit bandje en vooral met deze geweldige zangeres. Nu is het vooral leuk voor de enkeling die deze plaat oppakt. Dat zijn er naar aanleiding van deze recensie hopelijk net wat meer dan normaal, maar mijn dag is na de zoveelste beluistering van Stoked On You van The Aquadolls al lang goed. Erwin Zijleman
Arab Strap - As Days Get Dark (2021)

4,0
2
geplaatst: 9 maart 2021, 18:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arab Strap - As Days Get Dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arab Strap - As Days Get Dark
Arab Strap keert na een afwezigheid van 16 jaar terug met een ijzersterk album dat het uit duizenden herkenbare geluid van de Schotse band bevat, maar dat ook iets toevoegt
Wat is het aangenaam om de combinatie van de mooie klanken van Malcolm Middleton en de bijzondere teksten van Aidan Moffat weer eens te horen. As Days Get Dark klinkt vanaf de eerste noten vertrouwd, maar het is zeker geen overbodige herhalingsoefening van de twee muzikanten uit Glasgow, die 16 jaar geleden hun laatste album uitbrachten. Arab Strap maakt nog altijd donkere muziek, maar ook donkere tinten gaan prima samen met schoonheid en humor. Als je de Schotse band niet kent zal het even wennen zijn, maar voor de fans van weleer is de terugkeer van Arab Strap 11 songs en 47 minuten lang goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs.
Als ik denk aan Arab Strap moet ik twintig jaar terug in de tijd. Terug naar het geweldige The Red Threat, waarmee de Schotse band de kroon op haar werk zette. Na The Red Threat verschenen nog twee albums, maar de afgelopen 16 jaar was het stil rond Arab Strap en moesten we het doen met het solowerk van Aidan Moffat en Malcolm Middleton, dat bij vlagen ook prima was.
Deze week keert de band uit Glasgow terug met een gloednieuw album, As Days Get Dark. Een comeback na lange afwezigheid is niet zonder risico of zelfs gedoemd te mislukken, maar vanaf de eerste noten is duidelijk dat het met de comeback van Arab Strap wel goed zit. De combinatie van multi-instrumentalist Malcolm Middleton en zanger Aidan Moffat werkte in het verleden uitstekend en doet dat nog steeds.
De openingstrack The Turning of Our Bones is direct geweldig. Malcolm Middleton zorgt voor fraaie klanken die variëren van ingetogen tot dansbaar en die vrijwel onmiddellijk een wat desolate sfeer oproepen. Die duistere sfeer wordt nog wat verder verstrekt door de zang van Aidan Moffat, die zijn teksten vaak meer uitspreekt dan zingt en beschikt over een indrukwekkende Schotse tongval.
De muziek is prachtig, de zang bijna bezwerend. Het is na 16 jaar stilte nog altijd typisch Arab Strap en wat is het goed nieuws dat de band uit Glasgow terug is. De combinatie van bijzonder fraaie klanken van Malcolm Middleton en de zo kenmerkende zang van Aidan Moffat keert terug in alle andere songs op het album, maar bij Arab Strap kan het meerdere kanten op.
Waar in de openingstrack gitaren, zweverige elektronica, strijkers en dansbare beats om de aandacht vechten, vervolgt As Days Get Dark met een behoorlijk ingetogen track met alleen wat gitaren en de afwisselend gesproken en gezongen teksten, tot aan het eind de instrumentatie toch weer een stuk voller wordt met onder andere een dwarse saxofoon. Het klinkt, zoals we ook wel van Arab Strap gewend zijn, behoorlijk donker en melancholisch, maar deprimerend is het zeker niet.
Nadeel van muziek met bijna gesproken teksten is dat het, in ieder geval voor mij, niet heel geschikt is voor beluistering op de achtergrond. Dat geldt ook weer voor As Days Get Dark, hoe mooi de instrumentatie ook is, maar erg is het niet. Malcolm Middleton heeft het album immers prachtig ingekleurd en laat in iedere tracks weer net wat andere kleuren opdoemen.
Van gesproken zang moet je houden, maar Aidan Moffat beheerst het kunstje als geen ander en is ook nog eens een woordkunstenaar, die echt alle aandacht verdient voor zijn donkere maar ook humoristische teksten. Hier en daar klinkt het bijna als Leonard Cohen in zijn latere jaren, maar dan wel Leonard Cohen met een Schotse tongval en hier en daar een voorliefde voor postpunk, zoals in het ijzersterke Here Comes Comus!, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 80.
Arab Strap komt 16 jaar na het laatste album van de band uit Glasgow op de proppen met een nieuw album dat voortborduurt op de albums uit het verleden, maar dat ook nieuwe stappen durft te zetten. Het beviel me eigenlijk direct uitstekend, maar net als alle vorige albums van de Schotse band is ook As Days Get Dark weer een album dat je een paar keer moet horen voordat alles op zijn plek is gevallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arab Strap - As Days Get Dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arab Strap - As Days Get Dark
Arab Strap keert na een afwezigheid van 16 jaar terug met een ijzersterk album dat het uit duizenden herkenbare geluid van de Schotse band bevat, maar dat ook iets toevoegt
Wat is het aangenaam om de combinatie van de mooie klanken van Malcolm Middleton en de bijzondere teksten van Aidan Moffat weer eens te horen. As Days Get Dark klinkt vanaf de eerste noten vertrouwd, maar het is zeker geen overbodige herhalingsoefening van de twee muzikanten uit Glasgow, die 16 jaar geleden hun laatste album uitbrachten. Arab Strap maakt nog altijd donkere muziek, maar ook donkere tinten gaan prima samen met schoonheid en humor. Als je de Schotse band niet kent zal het even wennen zijn, maar voor de fans van weleer is de terugkeer van Arab Strap 11 songs en 47 minuten lang goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs.
Als ik denk aan Arab Strap moet ik twintig jaar terug in de tijd. Terug naar het geweldige The Red Threat, waarmee de Schotse band de kroon op haar werk zette. Na The Red Threat verschenen nog twee albums, maar de afgelopen 16 jaar was het stil rond Arab Strap en moesten we het doen met het solowerk van Aidan Moffat en Malcolm Middleton, dat bij vlagen ook prima was.
Deze week keert de band uit Glasgow terug met een gloednieuw album, As Days Get Dark. Een comeback na lange afwezigheid is niet zonder risico of zelfs gedoemd te mislukken, maar vanaf de eerste noten is duidelijk dat het met de comeback van Arab Strap wel goed zit. De combinatie van multi-instrumentalist Malcolm Middleton en zanger Aidan Moffat werkte in het verleden uitstekend en doet dat nog steeds.
De openingstrack The Turning of Our Bones is direct geweldig. Malcolm Middleton zorgt voor fraaie klanken die variëren van ingetogen tot dansbaar en die vrijwel onmiddellijk een wat desolate sfeer oproepen. Die duistere sfeer wordt nog wat verder verstrekt door de zang van Aidan Moffat, die zijn teksten vaak meer uitspreekt dan zingt en beschikt over een indrukwekkende Schotse tongval.
De muziek is prachtig, de zang bijna bezwerend. Het is na 16 jaar stilte nog altijd typisch Arab Strap en wat is het goed nieuws dat de band uit Glasgow terug is. De combinatie van bijzonder fraaie klanken van Malcolm Middleton en de zo kenmerkende zang van Aidan Moffat keert terug in alle andere songs op het album, maar bij Arab Strap kan het meerdere kanten op.
Waar in de openingstrack gitaren, zweverige elektronica, strijkers en dansbare beats om de aandacht vechten, vervolgt As Days Get Dark met een behoorlijk ingetogen track met alleen wat gitaren en de afwisselend gesproken en gezongen teksten, tot aan het eind de instrumentatie toch weer een stuk voller wordt met onder andere een dwarse saxofoon. Het klinkt, zoals we ook wel van Arab Strap gewend zijn, behoorlijk donker en melancholisch, maar deprimerend is het zeker niet.
Nadeel van muziek met bijna gesproken teksten is dat het, in ieder geval voor mij, niet heel geschikt is voor beluistering op de achtergrond. Dat geldt ook weer voor As Days Get Dark, hoe mooi de instrumentatie ook is, maar erg is het niet. Malcolm Middleton heeft het album immers prachtig ingekleurd en laat in iedere tracks weer net wat andere kleuren opdoemen.
Van gesproken zang moet je houden, maar Aidan Moffat beheerst het kunstje als geen ander en is ook nog eens een woordkunstenaar, die echt alle aandacht verdient voor zijn donkere maar ook humoristische teksten. Hier en daar klinkt het bijna als Leonard Cohen in zijn latere jaren, maar dan wel Leonard Cohen met een Schotse tongval en hier en daar een voorliefde voor postpunk, zoals in het ijzersterke Here Comes Comus!, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 80.
Arab Strap komt 16 jaar na het laatste album van de band uit Glasgow op de proppen met een nieuw album dat voortborduurt op de albums uit het verleden, maar dat ook nieuwe stappen durft te zetten. Het beviel me eigenlijk direct uitstekend, maar net als alle vorige albums van de Schotse band is ook As Days Get Dark weer een album dat je een paar keer moet horen voordat alles op zijn plek is gevallen. Erwin Zijleman
Arbouretum - Let It All In (2020)

4,5
0
geplaatst: 21 maart 2020, 10:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Arbouretum - Let It All In - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arbouretum - Let It All In
Arbouretum heeft al een flinke stapel geweldige albums op haar naam staan, maar het bijzonder indrukwekkende en bezwerende Let It All In is als je het mij vraagt de beste van het stel
In Nederland hoor je helaas nog niet heel veel over de Amerikaanse band Arbouretum en dat ondanks een aantal geweldige albums. Het moet dan maar gaan gebeuren met het deze week verschenen Let It All In, dat imponeert met een mix van onder andere folkrock, psychedelica en Americana. Arbouretum heeft een zeer melodieus en vaak benevelend album gemaakt vol flarden uit een ver verleden, maar de muziek van de Amerikaanse band klinkt op een of andere manier ook eigentijds. Het levert een album op waarop weer geweldig wordt gemusiceerd, dat je vrijwel onmiddellijk te pakken heeft, maar dat dan nog moet beginnen met groeien.
Met name de Amerikaanse en de Britse muziekpers zijn al een aantal jaren zeer enthousiast over de albums van de Amerikaanse band Arbouretum. Ondanks een flinke stapel uitstekende albums is de band uit Baltimore, Maryland, in Nederland helaas nog altijd vrij onbekend en daar moet maar eens verandering in komen, want ook het nieuwe album van de band is weer uitstekend.
Arbouretum werd opgericht in 2002 en brengt sinds 2006 albums uit. Zelf ken ik de band sinds het in 2009 verschenen Song Of The Pearl, dat vooral countryrock à la Neil Young & Crazy Horse liet horen. Sindsdien weet de band uit Baltimore me iedere keer weer te verrassen met een net wat anders klinkend geluid.
Arbouretum heeft inmiddels negen albums op haar naam staan en met name de laatste paar albums verwerken nogal verschillende invloeden. Naast verschillen zijn er ook zeker overeenkomsten, want de muziek van Arbouretum grijpt vrijwel altijd terug op muziek uit het verleden met een voorkeur voor de 70s. Zo greep de band de afgelopen jaren niet alleen terug op de gloriedagen van de countryrock, maar vonden ook invloeden uit de folkrock, hardrock, progrock, Britse folk en psychedelica hun weg naar het geluid van Arbouretum.
De band krijgt door het verwerken van flink wat invloeden uit het verleden nogal makkelijk het etiket “retro” opgeplakt, maar hiermee doe je de albums van Arbouretum flink tekort. Naast invloeden uit het verleden zijn er immers ook altijd eigentijdse accenten te horen in de muziek van de band en bovendien vermengt Arbouretum invloeden die in het verleden niet vermengd werden.
Het gaat ook weer op voor het deze week verschenen Let It All In, dat de afgelopen weken al uitvoerig werd bejubeld in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften. En terecht. Het in 2017 verschenen Song Of The Rose, tot voor kort het laatste wapenfeit van de band, leunde voor Arbouretum begrippen wat zwaar op Britse folk, hardrock en progrock uit de jaren 70. Het zijn invloeden die ook hoorbaar zijn op Let It All In, maar het nieuwe album van de band uit Baltimore klinkt toch ook weer flink anders dan zijn voorganger.
De band rond Dave Heumann had de afgelopen albums een hoorbaar zwak voor Britse muziek, maar klinkt op Let It All In weer wat Amerikaanser. Invloeden uit de psychedelica hebben flink aan terrein gewonnen, maar ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek spelen een belangrijkere rol dan op het vorige album van de band.
Arbouretum vermaakt ook op Let It All In weer met melodieuze songs vol muzikaal vuurwerk. Zeker het gitaarwerk op het album, dat varieert van zweverig tot rauw is van hoog niveau, maar ook de andere muzikanten van de band hebben weer het beste uit zichzelf gehaald.
Door de lange tracks en de invloeden uit de psychedelica is er volop ruimte voor jam-achtige stukken, maar Arbouretum verliest de song met een kop en een staart nooit uit het oog, beschikt in de persoon van Dave Heumann ook nog eens over een uitstekend zanger en weet bovendien wat rocken is, zoals in de ruim 11 minuten durende titeltrack. Let It All In is een even tijdloos als eigentijds album waarbij het vaak heerlijk wegdromen is, maar waarvan je ook geen noot wilt missen. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Arbouretum - Let It All In - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arbouretum - Let It All In
Arbouretum heeft al een flinke stapel geweldige albums op haar naam staan, maar het bijzonder indrukwekkende en bezwerende Let It All In is als je het mij vraagt de beste van het stel
In Nederland hoor je helaas nog niet heel veel over de Amerikaanse band Arbouretum en dat ondanks een aantal geweldige albums. Het moet dan maar gaan gebeuren met het deze week verschenen Let It All In, dat imponeert met een mix van onder andere folkrock, psychedelica en Americana. Arbouretum heeft een zeer melodieus en vaak benevelend album gemaakt vol flarden uit een ver verleden, maar de muziek van de Amerikaanse band klinkt op een of andere manier ook eigentijds. Het levert een album op waarop weer geweldig wordt gemusiceerd, dat je vrijwel onmiddellijk te pakken heeft, maar dat dan nog moet beginnen met groeien.
Met name de Amerikaanse en de Britse muziekpers zijn al een aantal jaren zeer enthousiast over de albums van de Amerikaanse band Arbouretum. Ondanks een flinke stapel uitstekende albums is de band uit Baltimore, Maryland, in Nederland helaas nog altijd vrij onbekend en daar moet maar eens verandering in komen, want ook het nieuwe album van de band is weer uitstekend.
Arbouretum werd opgericht in 2002 en brengt sinds 2006 albums uit. Zelf ken ik de band sinds het in 2009 verschenen Song Of The Pearl, dat vooral countryrock à la Neil Young & Crazy Horse liet horen. Sindsdien weet de band uit Baltimore me iedere keer weer te verrassen met een net wat anders klinkend geluid.
Arbouretum heeft inmiddels negen albums op haar naam staan en met name de laatste paar albums verwerken nogal verschillende invloeden. Naast verschillen zijn er ook zeker overeenkomsten, want de muziek van Arbouretum grijpt vrijwel altijd terug op muziek uit het verleden met een voorkeur voor de 70s. Zo greep de band de afgelopen jaren niet alleen terug op de gloriedagen van de countryrock, maar vonden ook invloeden uit de folkrock, hardrock, progrock, Britse folk en psychedelica hun weg naar het geluid van Arbouretum.
De band krijgt door het verwerken van flink wat invloeden uit het verleden nogal makkelijk het etiket “retro” opgeplakt, maar hiermee doe je de albums van Arbouretum flink tekort. Naast invloeden uit het verleden zijn er immers ook altijd eigentijdse accenten te horen in de muziek van de band en bovendien vermengt Arbouretum invloeden die in het verleden niet vermengd werden.
Het gaat ook weer op voor het deze week verschenen Let It All In, dat de afgelopen weken al uitvoerig werd bejubeld in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften. En terecht. Het in 2017 verschenen Song Of The Rose, tot voor kort het laatste wapenfeit van de band, leunde voor Arbouretum begrippen wat zwaar op Britse folk, hardrock en progrock uit de jaren 70. Het zijn invloeden die ook hoorbaar zijn op Let It All In, maar het nieuwe album van de band uit Baltimore klinkt toch ook weer flink anders dan zijn voorganger.
De band rond Dave Heumann had de afgelopen albums een hoorbaar zwak voor Britse muziek, maar klinkt op Let It All In weer wat Amerikaanser. Invloeden uit de psychedelica hebben flink aan terrein gewonnen, maar ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek spelen een belangrijkere rol dan op het vorige album van de band.
Arbouretum vermaakt ook op Let It All In weer met melodieuze songs vol muzikaal vuurwerk. Zeker het gitaarwerk op het album, dat varieert van zweverig tot rauw is van hoog niveau, maar ook de andere muzikanten van de band hebben weer het beste uit zichzelf gehaald.
Door de lange tracks en de invloeden uit de psychedelica is er volop ruimte voor jam-achtige stukken, maar Arbouretum verliest de song met een kop en een staart nooit uit het oog, beschikt in de persoon van Dave Heumann ook nog eens over een uitstekend zanger en weet bovendien wat rocken is, zoals in de ruim 11 minuten durende titeltrack. Let It All In is een even tijdloos als eigentijds album waarbij het vaak heerlijk wegdromen is, maar waarvan je ook geen noot wilt missen. Erwin Zijleman
Arbouretum - Song of the Rose (2017)

4,5
0
geplaatst: 26 maart 2017, 10:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arbouretum - Song Of The Rose - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Baltimore, Maryland, afkomstige band Arbouretum kwam ik een jaar of zeven geleden voor het eerst tegen.
Op het fraaie Song Of The Pearl uit 2009 stak de band Neil Young en zijn Crazy Horse naar de kroon, terwijl op het 2011 stammende The Gathering werd gekozen voor een mix van psychedelica en behoorlijk stevige rock met zelfs een vleugje Stoner rock.
De twee platen die Arbouretum maakte tussen The Gathering en het nu verschenen Song Of The Rose ken ik niet (maar ga ik gezien de zeer positieve recensies nog wel beluisteren), maar de nieuwe plaat van de band is weer zeer de moeite waard.
Op Song Of The Rose klinkt Arbouretum weer anders dan op de twee al zo verschillende platen die ik van de band ken. Song Of The Rose opent met pastoraal aandoende folkrock, maar flirt direct in de openingstrack ook al opzichtig met 70s hardrock en invloeden uit de progrock. Dat lijkt niet alleen een bijzondere combinatie, maar dat is het ook.
Song Of The Rose neemt me direct mee terug naar de muziek waarmee ik ooit opgroeide, maar laat zich niet vergelijken met één, twee of zelfs een handvol platen uit mijn jeugd. Song Of The Rose springt kris kras door een aantal decennia rockmuziek en smeedt alle invloeden vervolgens op geheel eigen wijze aan elkaar.
Arbouretum vermengt op haar nieuwe plaat niet alleen op eigenzinnige wijze invloeden uit de bovengenoemde genres, maar voegt ook nog flink wat psychedelica en stiekem ook een beetje classic rock toe. Door de dominante invloeden roept Song Of The Rose absoluut associaties op met muziek uit de jaren 70, maar de muziek van Arbouretum klinkt voor mij geen moment gedateerd.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de verfijnde wijze waarop Arbouretum op Song Of The Rose muziek maakt. Voorman Dave Heumann bepaalt voor een belangrijk deel het geluid van de band met zijn prachtig melodieuze gitaarwerk en zijn bijzondere vocalen, maar ook de vaak wat zwaar aangezette ritmesectie en de heerlijk benevelende keyboards verdienen alle lof.
Zeker wanneer Arbouretum het tempo laag houdt en invloeden uit de psychedelica alle ruimte geeft, is Song Of The Rose een bezwerende plaat, wat met name aan het begin van de plaat nog eens wordt versterkt door songs die boven de 6 minuten klokken. Het zijn songs met inhoud, want Dave Heumann is niet alleen een geweldig gitarist (met hier en daar een duidelijk hoorbare bewondering voor Neil Young), maar heeft ook wat te melden.
Omdat Song Of The Rose ook nog eens fantastisch klinkt, is de nieuwe plaat van Arbouretum maar moeilijk te weerstaan. Song Of The Rose is smullen voor een ieder van wie de muzikale wieg in de jaren 70 stond, maar ook voor liefhebbers van de rockmuziek van dit moment kan de nieuwe plaat van Arbouretum best eens een aangename verrassing zijn. Voor mij is Song Of The Rose een van de meest bijzondere rockplaten van het moment en de nieuwe van Arbouretum is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arbouretum - Song Of The Rose - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Baltimore, Maryland, afkomstige band Arbouretum kwam ik een jaar of zeven geleden voor het eerst tegen.
Op het fraaie Song Of The Pearl uit 2009 stak de band Neil Young en zijn Crazy Horse naar de kroon, terwijl op het 2011 stammende The Gathering werd gekozen voor een mix van psychedelica en behoorlijk stevige rock met zelfs een vleugje Stoner rock.
De twee platen die Arbouretum maakte tussen The Gathering en het nu verschenen Song Of The Rose ken ik niet (maar ga ik gezien de zeer positieve recensies nog wel beluisteren), maar de nieuwe plaat van de band is weer zeer de moeite waard.
Op Song Of The Rose klinkt Arbouretum weer anders dan op de twee al zo verschillende platen die ik van de band ken. Song Of The Rose opent met pastoraal aandoende folkrock, maar flirt direct in de openingstrack ook al opzichtig met 70s hardrock en invloeden uit de progrock. Dat lijkt niet alleen een bijzondere combinatie, maar dat is het ook.
Song Of The Rose neemt me direct mee terug naar de muziek waarmee ik ooit opgroeide, maar laat zich niet vergelijken met één, twee of zelfs een handvol platen uit mijn jeugd. Song Of The Rose springt kris kras door een aantal decennia rockmuziek en smeedt alle invloeden vervolgens op geheel eigen wijze aan elkaar.
Arbouretum vermengt op haar nieuwe plaat niet alleen op eigenzinnige wijze invloeden uit de bovengenoemde genres, maar voegt ook nog flink wat psychedelica en stiekem ook een beetje classic rock toe. Door de dominante invloeden roept Song Of The Rose absoluut associaties op met muziek uit de jaren 70, maar de muziek van Arbouretum klinkt voor mij geen moment gedateerd.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de verfijnde wijze waarop Arbouretum op Song Of The Rose muziek maakt. Voorman Dave Heumann bepaalt voor een belangrijk deel het geluid van de band met zijn prachtig melodieuze gitaarwerk en zijn bijzondere vocalen, maar ook de vaak wat zwaar aangezette ritmesectie en de heerlijk benevelende keyboards verdienen alle lof.
Zeker wanneer Arbouretum het tempo laag houdt en invloeden uit de psychedelica alle ruimte geeft, is Song Of The Rose een bezwerende plaat, wat met name aan het begin van de plaat nog eens wordt versterkt door songs die boven de 6 minuten klokken. Het zijn songs met inhoud, want Dave Heumann is niet alleen een geweldig gitarist (met hier en daar een duidelijk hoorbare bewondering voor Neil Young), maar heeft ook wat te melden.
Omdat Song Of The Rose ook nog eens fantastisch klinkt, is de nieuwe plaat van Arbouretum maar moeilijk te weerstaan. Song Of The Rose is smullen voor een ieder van wie de muzikale wieg in de jaren 70 stond, maar ook voor liefhebbers van de rockmuziek van dit moment kan de nieuwe plaat van Arbouretum best eens een aangename verrassing zijn. Voor mij is Song Of The Rose een van de meest bijzondere rockplaten van het moment en de nieuwe van Arbouretum is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
Arc Iris - Arc Iris (2014)

4,0
0
geplaatst: 10 juni 2014, 08:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arc Iris - Arc Iris - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Arc Iris zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, tot je weet wie er achter dit project zit. Arc Iris is immers het nieuwe project van Jocie Adams, die tot vorig jaar in de band The Low Anthem speelde.
Jocie Adams heeft zich in Arc Iris omringd met een aantal bijzonder veelzijdige muzikanten en maakt op het titelloze debuut van de band muziek die maar zeer ten dele in het hokje roots past. Rootspuristen zijn daarom bij deze gewaarschuwd.
In de openingstrack lijkt er in eerste instantie nog niet zoveel aan de hand. De plaat opent heerlijk traditioneel en folky met wat vocale stembuigingen en een ongrijpbaar ritme als enige uitstapjes buiten de gebaande paden. Dat verandert echter snel, want aan het eind van de track neemt het aantal experimenten toe en in de tweede track gaat Arc Iris helemaal los. De band strooit dan driftig met bijna klassiek aandoende instrumenten en klinkt als Kate Bush in haar meest avontuurlijke dagen.
Arc Iris heeft een aantal multi-instrumentalisten in de gelederen en dat hoor je. Het geluid is vol en veelzijdig en biedt meer dan eens ruimte aan klassieke intermezzo’s vol strijkers en blazers. Jocie Adams voelt zich in deze setting als een vis in het water. Haar stem is niet altijd even vast, maar dat weerhoudt haar er niet van om flink wat vocale capriolen uit te halen en meestal brengt ze het er uitstekend af. Het zal een aantal luisteraars waarschijnlijk flink op de zenuwen werken, maar met mij doet het wel wat.
Het debuut van Arc Iris springt niet alleen van genre naar genre en van de hak op de tak, maar verbaast ook keer op keer met een prachtige instrumentatie en flink wat verrassende wendingen. Arc Iris bevalt mij het best als Jocie Adams kiest voor redelijk traditionele folk en de instrumentatie niet al te uitbundig is (al is dat in het geval van Arc Iris maar relatief). Aan de andere kant weet ik dat juist de variatie en de incidentele gekte de plaat zo levendig en fris houden.
Het debuut van Arc Iris doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Joanna Newsom (ook niet voor iedereen een aanbeveling), maar over het algemeen creëert de band uit Massachusetts toch haar eigen muzikale universum. Het is een universum waarin Joanne Newsom kan worden verruild voor Björk, maar deze onmiddellijk weer plaats moet maken voor Andrew Bird en zo kan ik nog wel wat namen noemen.
Op het debuut van Arc Iris gebeurt zoveel dat het je soms duizelt. Ook na heel veel luisterbeurten zijn nog lang niet alle puzzelstukjes op hun plek gevallen wat resulteert in een bont kunstwerk zonder al teveel houvast. Het ene moment waan je je in een Amerikaanse nachtclub ten tijde van de drooglegging, het volgende moment maakt Arc Iris muziek van de toekomst.
Jocie Adams en haar medemuzikanten verdienen absoluut respect voor het getoonde muzikale lef, maar verdienen ook geduld. Alleen geduld gaat er immers voor zorgen dat het kwartje gaat vallen, waardoor deze opzienbarende plaat na enige tijd beter en toegankelijker begint te worden en steeds meer schoonheid zich aan de oppervlakte openbaart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arc Iris - Arc Iris - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Arc Iris zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, tot je weet wie er achter dit project zit. Arc Iris is immers het nieuwe project van Jocie Adams, die tot vorig jaar in de band The Low Anthem speelde.
Jocie Adams heeft zich in Arc Iris omringd met een aantal bijzonder veelzijdige muzikanten en maakt op het titelloze debuut van de band muziek die maar zeer ten dele in het hokje roots past. Rootspuristen zijn daarom bij deze gewaarschuwd.
In de openingstrack lijkt er in eerste instantie nog niet zoveel aan de hand. De plaat opent heerlijk traditioneel en folky met wat vocale stembuigingen en een ongrijpbaar ritme als enige uitstapjes buiten de gebaande paden. Dat verandert echter snel, want aan het eind van de track neemt het aantal experimenten toe en in de tweede track gaat Arc Iris helemaal los. De band strooit dan driftig met bijna klassiek aandoende instrumenten en klinkt als Kate Bush in haar meest avontuurlijke dagen.
Arc Iris heeft een aantal multi-instrumentalisten in de gelederen en dat hoor je. Het geluid is vol en veelzijdig en biedt meer dan eens ruimte aan klassieke intermezzo’s vol strijkers en blazers. Jocie Adams voelt zich in deze setting als een vis in het water. Haar stem is niet altijd even vast, maar dat weerhoudt haar er niet van om flink wat vocale capriolen uit te halen en meestal brengt ze het er uitstekend af. Het zal een aantal luisteraars waarschijnlijk flink op de zenuwen werken, maar met mij doet het wel wat.
Het debuut van Arc Iris springt niet alleen van genre naar genre en van de hak op de tak, maar verbaast ook keer op keer met een prachtige instrumentatie en flink wat verrassende wendingen. Arc Iris bevalt mij het best als Jocie Adams kiest voor redelijk traditionele folk en de instrumentatie niet al te uitbundig is (al is dat in het geval van Arc Iris maar relatief). Aan de andere kant weet ik dat juist de variatie en de incidentele gekte de plaat zo levendig en fris houden.
Het debuut van Arc Iris doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Joanna Newsom (ook niet voor iedereen een aanbeveling), maar over het algemeen creëert de band uit Massachusetts toch haar eigen muzikale universum. Het is een universum waarin Joanne Newsom kan worden verruild voor Björk, maar deze onmiddellijk weer plaats moet maken voor Andrew Bird en zo kan ik nog wel wat namen noemen.
Op het debuut van Arc Iris gebeurt zoveel dat het je soms duizelt. Ook na heel veel luisterbeurten zijn nog lang niet alle puzzelstukjes op hun plek gevallen wat resulteert in een bont kunstwerk zonder al teveel houvast. Het ene moment waan je je in een Amerikaanse nachtclub ten tijde van de drooglegging, het volgende moment maakt Arc Iris muziek van de toekomst.
Jocie Adams en haar medemuzikanten verdienen absoluut respect voor het getoonde muzikale lef, maar verdienen ook geduld. Alleen geduld gaat er immers voor zorgen dat het kwartje gaat vallen, waardoor deze opzienbarende plaat na enige tijd beter en toegankelijker begint te worden en steeds meer schoonheid zich aan de oppervlakte openbaart. Erwin Zijleman
Arc Iris - Moon Saloon (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 oktober 2016, 09:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arc Iris - Moon Saloon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was ruim twee jaar geleden best te spreken over het titelloze debuut van Arc Iris, maar moet bekennen dat ik de plaat sinds het schrijven van de recensie nooit meer heb gedraaid.
Opvolger Moon Saloon heb ik daarom een tijdje laten liggen, maar uiteindelijk werd ik toch weer nieuwsgierig.
Op het debuut van het alter ego van Jocie Adams gebeurde immers zoveel dat het me met enige regelmaat duizelde en zo op zijn tijd heeft dat wel wat.
Jocie Adams speelde in het verleden in The Low Anthem en kan op flink wat instrumenten uit de voeten. Dat geldt ook voor de muzikanten die haar op Moon Saloon begeleiden, waardoor de plaat, zeker bij de beluistering met de koptelefoon, opvalt door een rijk en gevarieerd instrumentarium.
Het is een instrumentarium dat soms klassiek aandoet, maar Jocie Adams is op haar nieuwe plaat ook niet vies van gitaren en elektronica. Het levert een bont en bij vlagen overvol of zelfs kaleidoscopisch (de openingstrack heet niet voor niets Kaleidoscope) geluid op dat niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar mij bevalt het wel.
Op het debuut van Arc Iris waren nog flink wat invloeden uit de folk te horen, maar deze zijn op Moon Saloon vrijwel afwezig. Op de tweede plaat van Arc Iris domineert de experimentele popmuziek, zoals Kate Bush die maakte in haar meest avontuurlijke dagen. Ander vergelijkingsmateriaal wordt aangedragen door Joanna Newsom en Joanna Newsom, al vind ik het stemgeluid van Jocie Adams aangenamer en in ieder geval toegankelijker dan dat van de drie genoemde dames.
Door al het experiment valt niet alles direct op zijn plek, zodat er bij herhaalde beluistering van de plaat nog lang nieuwe dingen zijn te horen. Het zijn zeker niet de makkelijkste dingen, want Jocie Adams kiest op haar nieuwe plaat voor vrij complexe songstructuren en overvolle arrangementen, waarin vooral de blazers en strijkers alle kanten op schieten.
Haar songs strijken soms nadrukkelijk tegen de haren in, maar verrassen en betoveren ook continu met bijzondere keuzes en verrassende wendingen. Moon Saloon is een plaat die je na tien minuten vol afgrijzen terzijde schuift of die je van de eerste tot de laatste noot wilt ontdekken.
Ik geef eerlijk toe dat ik het soms ook wel wat te vol en wispelturig vind, maar net als ik af wil haken overtuigt Moon Saloon weer met een geweldig popliedje of met experiment dat smeekt om aandacht, waardoor ik Moon Saloon toch steeds weer verkies boven de nieuwe Agnes Obel.
Of ik de plaat nog heel vaak ga draaien durf ik niet te voorspellen, maar hoe meer ik er naar luister hoe meer ik onder de indruk ben van de bijzondere capriolen van Jocie Adams. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arc Iris - Moon Saloon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was ruim twee jaar geleden best te spreken over het titelloze debuut van Arc Iris, maar moet bekennen dat ik de plaat sinds het schrijven van de recensie nooit meer heb gedraaid.
Opvolger Moon Saloon heb ik daarom een tijdje laten liggen, maar uiteindelijk werd ik toch weer nieuwsgierig.
Op het debuut van het alter ego van Jocie Adams gebeurde immers zoveel dat het me met enige regelmaat duizelde en zo op zijn tijd heeft dat wel wat.
Jocie Adams speelde in het verleden in The Low Anthem en kan op flink wat instrumenten uit de voeten. Dat geldt ook voor de muzikanten die haar op Moon Saloon begeleiden, waardoor de plaat, zeker bij de beluistering met de koptelefoon, opvalt door een rijk en gevarieerd instrumentarium.
Het is een instrumentarium dat soms klassiek aandoet, maar Jocie Adams is op haar nieuwe plaat ook niet vies van gitaren en elektronica. Het levert een bont en bij vlagen overvol of zelfs kaleidoscopisch (de openingstrack heet niet voor niets Kaleidoscope) geluid op dat niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar mij bevalt het wel.
Op het debuut van Arc Iris waren nog flink wat invloeden uit de folk te horen, maar deze zijn op Moon Saloon vrijwel afwezig. Op de tweede plaat van Arc Iris domineert de experimentele popmuziek, zoals Kate Bush die maakte in haar meest avontuurlijke dagen. Ander vergelijkingsmateriaal wordt aangedragen door Joanna Newsom en Joanna Newsom, al vind ik het stemgeluid van Jocie Adams aangenamer en in ieder geval toegankelijker dan dat van de drie genoemde dames.
Door al het experiment valt niet alles direct op zijn plek, zodat er bij herhaalde beluistering van de plaat nog lang nieuwe dingen zijn te horen. Het zijn zeker niet de makkelijkste dingen, want Jocie Adams kiest op haar nieuwe plaat voor vrij complexe songstructuren en overvolle arrangementen, waarin vooral de blazers en strijkers alle kanten op schieten.
Haar songs strijken soms nadrukkelijk tegen de haren in, maar verrassen en betoveren ook continu met bijzondere keuzes en verrassende wendingen. Moon Saloon is een plaat die je na tien minuten vol afgrijzen terzijde schuift of die je van de eerste tot de laatste noot wilt ontdekken.
Ik geef eerlijk toe dat ik het soms ook wel wat te vol en wispelturig vind, maar net als ik af wil haken overtuigt Moon Saloon weer met een geweldig popliedje of met experiment dat smeekt om aandacht, waardoor ik Moon Saloon toch steeds weer verkies boven de nieuwe Agnes Obel.
Of ik de plaat nog heel vaak ga draaien durf ik niet te voorspellen, maar hoe meer ik er naar luister hoe meer ik onder de indruk ben van de bijzondere capriolen van Jocie Adams. Erwin Zijleman
Arcade Fire - WE (2022)

4,5
1
geplaatst: 7 mei 2022, 11:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arcade Fire - WE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arcade Fire - WE
Ook WE kan niet opboksen tegen het briljante debuutalbum van Arcade Fire uit 2004, maar ik ben zelf behoorlijk onder de indruk van het nieuwe album van de Canadese band, dat mij 40 minuten betovert
Het is vijf jaar stil geweest rond Arcade Fire, dat deze week terugkeert met WE. Het is een album dat wat wisselend wordt ontvangen en uiteraard wordt vergeleken met Funeral, het alweer 18 jaar oude debuutalbum van de band. Ik was zelf onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van WE en sindsdien is het album, dat ik al een tijdje kon beluisteren, alleen maar beter geworden. Het nieuwe album van Arcade Fire bevat een aantal uptempo en een aantal meer ingetogen tracks en het zijn stuk voor stuk tracks die ook op de andere albums van de band hadden kunnen staan, al hoor ik dit keer weer de magie die ik ook hoorde op het debuut van de band. Ik had het niet verwacht, maar ik vind dit echt een fantastisch album.
Bij ieder nieuw album van Arcade Fire vraag ik me af of ik de vergelijking met het debuutalbum van de Canadese band moet gaan maken. Aan de ene kant is het relevant om een nieuw album te kunnen plaatsen in het oeuvre van de band, maar aan de andere kant heeft Funeral uit 2004 de lat zo ontiegelijk hoog gelegd, dat de kans dat Arcade Fire het niveau van haar debuut niet weet te benaderen levensgroot is.
Funeral is zo’n album waarvan je direct bij eerste beluistering zeker weet dat het een klassieker gaat worden en het bijzondere is dat de magie van het album nooit is verdwenen. Nu ik er over ben begonnen ontsnap ik er niet aan om het deze week verschenen WE te vergelijken met het 18 jaar oude Funeral en concludeer ik maar direct dat ook het zesde album van de band uit Montreal niet zo buitenaards goed is als het debuutalbum.
WE is op hetzelfde moment wel een album dat me direct bij eerste beluistering het gevoel gaf dat ik naar een heel bijzonder album aan het luisteren was. Inmiddels heb ik WE veel vaker beluisterd en ik vind het een briljant album, waarvan de gemiddelde band alleen maar kan dromen.
WE is de opvolger van het alweer vijf jaar oude Everything Now en bestaat uit twee delen. De songs die onder de noemer “I” vallen staan in het teken van angst, eenzaamheid en isolatie, wat ongetwijfeld verwijst naar de coronapandemie, terwijl de “WE” songs gaan over vreugde en het opnieuw zoeken van verbinding, waar we nu hopelijk aan toe gaan komen.
WE werd in meerdere sessies en in meerdere studio’s opgenomen en werd geproduceerd door Arcade Fire leden Win Butler en Régine Chassagne en door Nigel Godrich, die prachtplaten van onder andere Radiohead, Paul McCartney, Travis, Thom Yorke en Beck op zijn naam heeft staan. Ik hou persoonlijk erg van de producties van Nigel Godrich en ook met WE heeft hij wat mij betreft vakwerk afgeleverd.
WE opent met Age Of Anxiety I dat ingetogen opent met piano en zang, maar uiteindelijk steeds voller en uiteindelijk zelfs bijna bombastisch wordt ingekleurd. Ook Age Of Anxiety II opent ingetogen, maar draait uiteindelijk alle synthpop registers open. Het is typisch Arcade Fire, maar zo urgent als in de openingstracks van WE had ik de band toch al lang niet meer gehoord.
End Of The Empire I-III laat de inmiddels bekende opening van piano en zang horen, maar dit keer nemen de synths het niet direct over en verrast Arcade Fire met een bijna Beatlesque track, die nadrukkelijk het stempel van Nigel Godrich bevat, zeker wanneer strijkers worden toegevoegd. Bij eerste beluistering vond ik het al prachtig, maar inmiddels vind ik het een van de tracks op WE die toch echt niet heel ver verwijderd is van het bijna onwerkelijk hoge niveau van Funeral.
Het is een niveau dat wordt vastgehouden in End Of The Empire IV, dat nog wat Beatlesquer klinkt en een bijna monumentaal karakter heeft, dat weer wordt gecontrasteerd met avontuurlijke vrouwenstemmen, die de track toch weer een bijzondere twist gevn. WE vervolgt met The Lightning I en The Lightning II, die aan het album vooraf gingen.
The Lightning I, dat prachtig overweldigend opent, is een volgende song die alles heeft om uit te groeien tot een klassieker in het oeuvre van Arcade Fire. De meeste bands zouden plat op hun bek gaan met zoveel bombast, maar The Arcade Fire walst als een stoomtrein over je heen.
Unconditional I en Unconditional II (met Peter Gabriel) hebben niet zoveel impact als de eerdere songs op het album, maar ze misstaan ook zeker niet op het album, dat ingetogen en stemmig afsluit met de titeltrack en 40 minuten prachtige muziek vol maakt. Conclusie: WE is misschien niet zo imponerend als Funeral, maar het is absoluut een fantastisch album, dat behoort bij de allerbeste albums van 2022 tot dusver. Wat mij betreft een enorme verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arcade Fire - WE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arcade Fire - WE
Ook WE kan niet opboksen tegen het briljante debuutalbum van Arcade Fire uit 2004, maar ik ben zelf behoorlijk onder de indruk van het nieuwe album van de Canadese band, dat mij 40 minuten betovert
Het is vijf jaar stil geweest rond Arcade Fire, dat deze week terugkeert met WE. Het is een album dat wat wisselend wordt ontvangen en uiteraard wordt vergeleken met Funeral, het alweer 18 jaar oude debuutalbum van de band. Ik was zelf onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van WE en sindsdien is het album, dat ik al een tijdje kon beluisteren, alleen maar beter geworden. Het nieuwe album van Arcade Fire bevat een aantal uptempo en een aantal meer ingetogen tracks en het zijn stuk voor stuk tracks die ook op de andere albums van de band hadden kunnen staan, al hoor ik dit keer weer de magie die ik ook hoorde op het debuut van de band. Ik had het niet verwacht, maar ik vind dit echt een fantastisch album.
Bij ieder nieuw album van Arcade Fire vraag ik me af of ik de vergelijking met het debuutalbum van de Canadese band moet gaan maken. Aan de ene kant is het relevant om een nieuw album te kunnen plaatsen in het oeuvre van de band, maar aan de andere kant heeft Funeral uit 2004 de lat zo ontiegelijk hoog gelegd, dat de kans dat Arcade Fire het niveau van haar debuut niet weet te benaderen levensgroot is.
Funeral is zo’n album waarvan je direct bij eerste beluistering zeker weet dat het een klassieker gaat worden en het bijzondere is dat de magie van het album nooit is verdwenen. Nu ik er over ben begonnen ontsnap ik er niet aan om het deze week verschenen WE te vergelijken met het 18 jaar oude Funeral en concludeer ik maar direct dat ook het zesde album van de band uit Montreal niet zo buitenaards goed is als het debuutalbum.
WE is op hetzelfde moment wel een album dat me direct bij eerste beluistering het gevoel gaf dat ik naar een heel bijzonder album aan het luisteren was. Inmiddels heb ik WE veel vaker beluisterd en ik vind het een briljant album, waarvan de gemiddelde band alleen maar kan dromen.
WE is de opvolger van het alweer vijf jaar oude Everything Now en bestaat uit twee delen. De songs die onder de noemer “I” vallen staan in het teken van angst, eenzaamheid en isolatie, wat ongetwijfeld verwijst naar de coronapandemie, terwijl de “WE” songs gaan over vreugde en het opnieuw zoeken van verbinding, waar we nu hopelijk aan toe gaan komen.
WE werd in meerdere sessies en in meerdere studio’s opgenomen en werd geproduceerd door Arcade Fire leden Win Butler en Régine Chassagne en door Nigel Godrich, die prachtplaten van onder andere Radiohead, Paul McCartney, Travis, Thom Yorke en Beck op zijn naam heeft staan. Ik hou persoonlijk erg van de producties van Nigel Godrich en ook met WE heeft hij wat mij betreft vakwerk afgeleverd.
WE opent met Age Of Anxiety I dat ingetogen opent met piano en zang, maar uiteindelijk steeds voller en uiteindelijk zelfs bijna bombastisch wordt ingekleurd. Ook Age Of Anxiety II opent ingetogen, maar draait uiteindelijk alle synthpop registers open. Het is typisch Arcade Fire, maar zo urgent als in de openingstracks van WE had ik de band toch al lang niet meer gehoord.
End Of The Empire I-III laat de inmiddels bekende opening van piano en zang horen, maar dit keer nemen de synths het niet direct over en verrast Arcade Fire met een bijna Beatlesque track, die nadrukkelijk het stempel van Nigel Godrich bevat, zeker wanneer strijkers worden toegevoegd. Bij eerste beluistering vond ik het al prachtig, maar inmiddels vind ik het een van de tracks op WE die toch echt niet heel ver verwijderd is van het bijna onwerkelijk hoge niveau van Funeral.
Het is een niveau dat wordt vastgehouden in End Of The Empire IV, dat nog wat Beatlesquer klinkt en een bijna monumentaal karakter heeft, dat weer wordt gecontrasteerd met avontuurlijke vrouwenstemmen, die de track toch weer een bijzondere twist gevn. WE vervolgt met The Lightning I en The Lightning II, die aan het album vooraf gingen.
The Lightning I, dat prachtig overweldigend opent, is een volgende song die alles heeft om uit te groeien tot een klassieker in het oeuvre van Arcade Fire. De meeste bands zouden plat op hun bek gaan met zoveel bombast, maar The Arcade Fire walst als een stoomtrein over je heen.
Unconditional I en Unconditional II (met Peter Gabriel) hebben niet zoveel impact als de eerdere songs op het album, maar ze misstaan ook zeker niet op het album, dat ingetogen en stemmig afsluit met de titeltrack en 40 minuten prachtige muziek vol maakt. Conclusie: WE is misschien niet zo imponerend als Funeral, maar het is absoluut een fantastisch album, dat behoort bij de allerbeste albums van 2022 tot dusver. Wat mij betreft een enorme verrassing. Erwin Zijleman
Archie Bronson Outfit - Wild Crush (2014)

3,5
0
geplaatst: 3 juni 2014, 14:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Archie Bronson Outfit - Wild Crush - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Archie Bronson Outfit? Als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat ik alleen het debuut van de band uit Londen ken. Fur was al weer bijna tien jaar geleden een hele leuke plaat met ouderwets klinkende psychedelische rock.
Na Fur verloor ik Archie Bronson Outfit echter uit het oog. De band maakte met Derdang Derdang (2006) en Coconut (2010) nog twee door de critici geprezen platen, maar ze zijn mij volledig ontgaan.
Het onlangs verschenen Wild Crush trok weer wel mijn aandacht, waarbij het opvallende artwork zeker een rol van betekenis heeft gespeeld. Wild Crush blijkt echter ook in muzikaal opzicht een interessante en aangename plaat.
Archie Bronson Outfit haalt haar belangrijkste inspiratie nog altijd uit de psychedelische rock uit de jaren 60 en 70, maar voegt hier invloeden uit de bluesrock en alternatieve rock aan toe. Wild Crush klinkt hierdoor afwisselend als vergeten werk van Pink Floyd (uiteraard de jaren met Syd Barrett), Cream en The Velvet Underground, maar verwerkt de invloeden van deze grote bands wel op geheel eigen wijze.
De band uit Londen zoekt hierbij nadrukkelijk het experiment. De songs op Wild Crush herinneren duidelijk aan de psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar voegen hier volop verrassende elementen aan toe. Zo creëert Archie Bronson Outfit meerdere malen een verrassend geluid door het toevoegen van een saxofoon, maar ook de bijna garagerock achtige uitbarstingen zorgen ervoor dat de muziek van Archie Bronson Outfit op Wild Crush zich nooit te makkelijk laat vergelijken met de muziek van voorbeelden uit het verleden.
Wild Crush is een plaat die overloopt van de goede ideeën. Een aantal decennia popmuziek trekt aan je voorbij. Dit begint bij de al genoemde bands uit de jaren 60 en eindigt in het heden bij neopsychedelische bands als The Flaming Lips en een Britse band als Temples. Archie Bronson outfit staat op Wild Crush met minstens één been in het verleden, maar blijft hier in tegenstelling tot de meeste soortgenoten niet in hangen.
Het levert een bruisende en opwindende psychedelische mix op. Hierin gebeurt zoveel dat het je soms duizelt, maar Wild Crush is ook een plaat die je lekker op de achtergrond kunt laten uitrazen. De kracht van de band schuilt vooral in het feit dat Wild Crush zowel heerlijk toegankelijk of zelfs hitgevoelig kan zijn, maar op hetzelfde moment geen compromissen doet en naar hartenlust experimenteert.
Veel van de bands in het genre dat we maar even samenvatten onder de noemer 'psychedelica' zijn uiteindelijk one-trick-pony's. Archie Bronson Outfit beheerst een heel arsenaal aan trucs en blijft met deze trucs maar verrassen en vermaken.
Ik was de band zoals gezegd na het debuut Fur uit het oog verloren, maar na het geweldige Wild Crush staat Archie Bronson Outfit weer helder op het netvlies als een van de beste bands in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Archie Bronson Outfit - Wild Crush - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Archie Bronson Outfit? Als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat ik alleen het debuut van de band uit Londen ken. Fur was al weer bijna tien jaar geleden een hele leuke plaat met ouderwets klinkende psychedelische rock.
Na Fur verloor ik Archie Bronson Outfit echter uit het oog. De band maakte met Derdang Derdang (2006) en Coconut (2010) nog twee door de critici geprezen platen, maar ze zijn mij volledig ontgaan.
Het onlangs verschenen Wild Crush trok weer wel mijn aandacht, waarbij het opvallende artwork zeker een rol van betekenis heeft gespeeld. Wild Crush blijkt echter ook in muzikaal opzicht een interessante en aangename plaat.
Archie Bronson Outfit haalt haar belangrijkste inspiratie nog altijd uit de psychedelische rock uit de jaren 60 en 70, maar voegt hier invloeden uit de bluesrock en alternatieve rock aan toe. Wild Crush klinkt hierdoor afwisselend als vergeten werk van Pink Floyd (uiteraard de jaren met Syd Barrett), Cream en The Velvet Underground, maar verwerkt de invloeden van deze grote bands wel op geheel eigen wijze.
De band uit Londen zoekt hierbij nadrukkelijk het experiment. De songs op Wild Crush herinneren duidelijk aan de psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar voegen hier volop verrassende elementen aan toe. Zo creëert Archie Bronson Outfit meerdere malen een verrassend geluid door het toevoegen van een saxofoon, maar ook de bijna garagerock achtige uitbarstingen zorgen ervoor dat de muziek van Archie Bronson Outfit op Wild Crush zich nooit te makkelijk laat vergelijken met de muziek van voorbeelden uit het verleden.
Wild Crush is een plaat die overloopt van de goede ideeën. Een aantal decennia popmuziek trekt aan je voorbij. Dit begint bij de al genoemde bands uit de jaren 60 en eindigt in het heden bij neopsychedelische bands als The Flaming Lips en een Britse band als Temples. Archie Bronson outfit staat op Wild Crush met minstens één been in het verleden, maar blijft hier in tegenstelling tot de meeste soortgenoten niet in hangen.
Het levert een bruisende en opwindende psychedelische mix op. Hierin gebeurt zoveel dat het je soms duizelt, maar Wild Crush is ook een plaat die je lekker op de achtergrond kunt laten uitrazen. De kracht van de band schuilt vooral in het feit dat Wild Crush zowel heerlijk toegankelijk of zelfs hitgevoelig kan zijn, maar op hetzelfde moment geen compromissen doet en naar hartenlust experimenteert.
Veel van de bands in het genre dat we maar even samenvatten onder de noemer 'psychedelica' zijn uiteindelijk one-trick-pony's. Archie Bronson Outfit beheerst een heel arsenaal aan trucs en blijft met deze trucs maar verrassen en vermaken.
Ik was de band zoals gezegd na het debuut Fur uit het oog verloren, maar na het geweldige Wild Crush staat Archie Bronson Outfit weer helder op het netvlies als een van de beste bands in het genre. Erwin Zijleman
Arctic Monkeys - The Car (2022)

3,5
2
geplaatst: 23 december 2022, 15:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arctic Monkeys - The Car - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arctic Monkeys - The Car
Arctic Monkeys neemt op The Car nog wat meer afstand van haar rockverleden en overtuigt met sfeervol ingekleurde songs met een hoog jaren 70 gehalte en de zeer geslaagde crooner escapades van zanger Alex Turner
Ik heb The Car van Arctic Monkeys in eerste instantie laten liggen, maar de uitstekende recensies en de notering in heel veel jaarlijstjes maakten me toch nieuwsgierig naar het nieuwe album van de Britse band. Ik hou persoonlijk wel van songs met flink wat invloeden uit de jaren 70 en ben ook niet vies van zangers met crooner ambities of van violen. Ik kan daarom verrassend goed uit de voeten met The Car, dat ik een stuk overtuigender vind dan de albums van Last Shadow Puppets. Deze albums hebben wel heel veel invloed gehad op het geluid dat Arctic Monkeys laat horen op The Car, dat het met name na zonsondergang en in het huidige seizoen heel erg goed doet.
Ik ben geen heel groot fan van de Britse band Arctic Monkeys. Whatever People Say I Am, That's What I'm Not, het debuutalbum van de band uit Sheffield uit 2006, vond ik echt een geweldig album en ook AM uit 2013 stak wat mij betreft ruimschoots boven het maaiveld uit, maar beide albums beluister ik eerlijk gezegd nauwelijks meer, of eerlijk gezegd helemaal niet. De andere albums van de band ken ik wel, waarschijnlijk met uitzondering van het in 2018 verschenen Tranquility Base Hotel & Casino waar ik geen enkele herinnering aan heb, maar deze albums vond ik minder interessant dan de twee hoogtepunten in het oeuvre van de Britse band.
Ook met Last Shadow Puppets, het soloproject van Arctic Monkeys zanger Alex Turner, heb ik niet zo veel, waardoor ik er van uit ging dat ik het eind oktober verschenen nieuwe album van Arctic Monkeys best kon laten liggen. Ik deed dit zonder naar het album te luisteren, want in de betreffende week verschenen er nogal wat interessante nieuwe albums. Nieuwsgierig geworden door een groot deel van de jaarlijstjes die ik heb gezien de afgelopen weken, heb ik The Car er toch maar eens bij gepakt en ik moet zeggen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van het nieuwe album van Arctic Monkeys.
Op The Car kruipt de Britse band behoorlijk dicht tegen het geluid van Last Shadow Puppets aan, wat naar verluidt overigens ook al het geval was op het vier jaar geleden uitgebrachte Tranquility Base Hotel & Casino. Op The Car klinkt Arctic Monkeys niet meer als de indierock band die het in het verleden was, maar laat Alex Turner horen dat hij het liefst een groot crooner is. Dat gaat hem op The Car verrassend makkelijk af.
Ik vond de muziek van Last Shadow Puppets altijd net wat teveel van alles, maar het nieuwe album van Arctic Monkeys weet wat mij betreft wel de juiste snaar te raken. The Car bevat vooral ingetogen en over het algemeen zeer smaakvol ingekleurde tracks. Zeker wanneer strijkers worden ingezet kan het wat zoetsappig klinken, maar het zit me minder in de weg dan op de albums van Last Shadow Puppets.
In muzikaal opzicht heeft The Car een hoog jaren 70 gehalte, met flink wat uitstapjes richting met name de muziek van David Bowie en Elton John. In vocaal opzicht kruipt Alex Turner hier en daar dicht tegen David Bowie aan, terwijl veel songs herinneren aan de songs die Elton John in de jaren 70 maakte met Bernie Taupin. Uit een net wat recenter verleden hoor ik flarden van Marc Almond en Gavin Friday.
Er zijn momenteel nogal wat bands die de inspiratie bij de grote muzikanten uit de jaren 70 en 80 zoeken en vinden, maar Arctic Monkeys blijft op The Car makkelijk overeind. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar er gebeurt ook genoeg spannends in de songs op The Car, die flink wat interessante muzikale uitstapjes bevatten. Het past allemaal prachtig bij de zang van Alex Turner, die nog meer dan in het verleden onderstreept dat zijn crooner ambities realistisch zijn.
Verder is The Car een album vol uitstekende songs. Het zijn songs die in de jaren 70 ook prima hadden meegekund, maar het zijn ook songs die in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw fris klinken. The Car heeft echt niets te maken met de muziek van de band die in 2006 opdook met het jaarlijstjesalbum Whatever People Say I Am, That's What I'm Not, maar iedereen die de andere kant van Arctic Monkeys kan waarderen heeft er met The Car echt een prachtalbum bij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arctic Monkeys - The Car - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arctic Monkeys - The Car
Arctic Monkeys neemt op The Car nog wat meer afstand van haar rockverleden en overtuigt met sfeervol ingekleurde songs met een hoog jaren 70 gehalte en de zeer geslaagde crooner escapades van zanger Alex Turner
Ik heb The Car van Arctic Monkeys in eerste instantie laten liggen, maar de uitstekende recensies en de notering in heel veel jaarlijstjes maakten me toch nieuwsgierig naar het nieuwe album van de Britse band. Ik hou persoonlijk wel van songs met flink wat invloeden uit de jaren 70 en ben ook niet vies van zangers met crooner ambities of van violen. Ik kan daarom verrassend goed uit de voeten met The Car, dat ik een stuk overtuigender vind dan de albums van Last Shadow Puppets. Deze albums hebben wel heel veel invloed gehad op het geluid dat Arctic Monkeys laat horen op The Car, dat het met name na zonsondergang en in het huidige seizoen heel erg goed doet.
Ik ben geen heel groot fan van de Britse band Arctic Monkeys. Whatever People Say I Am, That's What I'm Not, het debuutalbum van de band uit Sheffield uit 2006, vond ik echt een geweldig album en ook AM uit 2013 stak wat mij betreft ruimschoots boven het maaiveld uit, maar beide albums beluister ik eerlijk gezegd nauwelijks meer, of eerlijk gezegd helemaal niet. De andere albums van de band ken ik wel, waarschijnlijk met uitzondering van het in 2018 verschenen Tranquility Base Hotel & Casino waar ik geen enkele herinnering aan heb, maar deze albums vond ik minder interessant dan de twee hoogtepunten in het oeuvre van de Britse band.
Ook met Last Shadow Puppets, het soloproject van Arctic Monkeys zanger Alex Turner, heb ik niet zo veel, waardoor ik er van uit ging dat ik het eind oktober verschenen nieuwe album van Arctic Monkeys best kon laten liggen. Ik deed dit zonder naar het album te luisteren, want in de betreffende week verschenen er nogal wat interessante nieuwe albums. Nieuwsgierig geworden door een groot deel van de jaarlijstjes die ik heb gezien de afgelopen weken, heb ik The Car er toch maar eens bij gepakt en ik moet zeggen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van het nieuwe album van Arctic Monkeys.
Op The Car kruipt de Britse band behoorlijk dicht tegen het geluid van Last Shadow Puppets aan, wat naar verluidt overigens ook al het geval was op het vier jaar geleden uitgebrachte Tranquility Base Hotel & Casino. Op The Car klinkt Arctic Monkeys niet meer als de indierock band die het in het verleden was, maar laat Alex Turner horen dat hij het liefst een groot crooner is. Dat gaat hem op The Car verrassend makkelijk af.
Ik vond de muziek van Last Shadow Puppets altijd net wat teveel van alles, maar het nieuwe album van Arctic Monkeys weet wat mij betreft wel de juiste snaar te raken. The Car bevat vooral ingetogen en over het algemeen zeer smaakvol ingekleurde tracks. Zeker wanneer strijkers worden ingezet kan het wat zoetsappig klinken, maar het zit me minder in de weg dan op de albums van Last Shadow Puppets.
In muzikaal opzicht heeft The Car een hoog jaren 70 gehalte, met flink wat uitstapjes richting met name de muziek van David Bowie en Elton John. In vocaal opzicht kruipt Alex Turner hier en daar dicht tegen David Bowie aan, terwijl veel songs herinneren aan de songs die Elton John in de jaren 70 maakte met Bernie Taupin. Uit een net wat recenter verleden hoor ik flarden van Marc Almond en Gavin Friday.
Er zijn momenteel nogal wat bands die de inspiratie bij de grote muzikanten uit de jaren 70 en 80 zoeken en vinden, maar Arctic Monkeys blijft op The Car makkelijk overeind. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar er gebeurt ook genoeg spannends in de songs op The Car, die flink wat interessante muzikale uitstapjes bevatten. Het past allemaal prachtig bij de zang van Alex Turner, die nog meer dan in het verleden onderstreept dat zijn crooner ambities realistisch zijn.
Verder is The Car een album vol uitstekende songs. Het zijn songs die in de jaren 70 ook prima hadden meegekund, maar het zijn ook songs die in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw fris klinken. The Car heeft echt niets te maken met de muziek van de band die in 2006 opdook met het jaarlijstjesalbum Whatever People Say I Am, That's What I'm Not, maar iedereen die de andere kant van Arctic Monkeys kan waarderen heeft er met The Car echt een prachtalbum bij. Erwin Zijleman
Ari & Mia - Sew the City (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 april 2019, 09:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ari & Mia - Sew The City - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ari & Mia - Sew The City
Ari & Mia hebben met een zeer beperkt aantal instrumenten en met twee stemmen een zeer traditioneel, maar ook spannend en mooi folk album gemaakt
In eerste instantie werd ik nog wat onrustig van de dominante banjoklanken op de nieuwe plaat van Ari & Mia, maar hoe vaker ik Sew The City hoor, hoe meer ik overtuigd raak van het talent van de zussen Ariel en Mia Friedman. Het tweetal uit Boston kiest voor zeer sobere klanken van met name banjo en cello, voegt hier mooie en bijzondere stemmen aan toe en laat zich in muzikaal opzicht vooral beïnvloedden door stokoude Appalachen folk. Het klinkt allemaal erg sober, maar luister net wat beter en je hoort alle mooie en bijzondere details op dit met veel gevoel gemaakte album.
Ariel en Mia Friedman, ook bekend als Ari & Mia, zijn twee zussen uit Boston. De afgelopen jaren brachten ze al een viertal albums uit, maar ik ken het tweetal pas sinds de release van hun vijfde album. Sew The City verscheen een paar weken geleden, maar duikt nu pas op bij de streaming media diensten.
Het is een album dat me niet direct te pakken had, al is het maar omdat ik vaak wat onrustig wordt van een banjo en dat instrument speelt een zeer voorname rol op het nieuwe album van Ari & Mia. Na enige gewenning vind ik dit album echter mooier en mooier en de rek is er nog niet uit.
De twee zussen lieten dit keer het mondaine Boston achter zich en sloten zich op in een boerderij op het platteland van Maine, waar in alle rust kon worden gewerkt aan het nieuwe album. Op het Amerikaanse platteland hadden de zussen Friedman niet veel nodig. Mia Friedman speelt banjo, viool en zingt, terwijl Ariel Friedman naast vocalen vooral cello en in twee tracks percussie toevoegt aan het geluid van Ari & Mia.
Het tweetal maakt op Sew The City traditioneel aandoende folk. Het is folk die je mee terugneemt naar de pioniersdagen van de Appalachen folk, maar ik hoor ook bluegrass invloeden in de muziek van het tweetal waardoor de veel gelezen vergelijking met Gillian Welch wat mij betreft maar ten dele op gaat.
De instrumentatie op het nieuwe album van Ari & Mia is uiterst sober. In de meeste tracks horen we vooral de banjo van Mia Friedman, waaraan fraaie accenten worden toegevoegd door de cello van Ariel Friedman. Ik hou persoonlijk wel van een wat vollere instrumentatie of productie en moest daarom wel even wennen aan het bijna kale geluid op Sew The City.
Bij beluistering van het nieuwe album van Ari & Mia blijkt echter maar weer eens dat the devil in the details zit. De zussen Friedman produceren met zeer beperkte middelen een geluid dat weliswaar sober klinkt, maar dat ook opvallend gevarieerd is. Hoewel vrijwel alle tracks worden gedomineerd door de banjo, klinkt geen enkele track precies hetzelfde. Ari & Mia variëren op subtiele wijze in hun geluid en slagen er steeds weer in om te betoveren met bijzondere accenten of variaties.
Betoveren doet het tweetal ook met de zang op Sew The City. Zowel Ari als Mia is voorzien van een bijzonder en expressief stemgeluid. De stemmen van de twee klinken individueel prachtig, maar wanneer de stemmen van de zussen samensmelten wordt het nog net wat mooier.
Sew The City is zeker geen makkelijk album en het is er een voor de liefhebbers van nogal traditionele muziek, maar voor de liefhebbers is het een plaat die steeds meer moois laat horen en die bovendien laat horen dat de zussen Friedman zeer getalenteerd zijn. Van mij hoeft het niet altijd zo traditioneel, maar na een paar keer horen was ook ik om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ari & Mia - Sew The City - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ari & Mia - Sew The City
Ari & Mia hebben met een zeer beperkt aantal instrumenten en met twee stemmen een zeer traditioneel, maar ook spannend en mooi folk album gemaakt
In eerste instantie werd ik nog wat onrustig van de dominante banjoklanken op de nieuwe plaat van Ari & Mia, maar hoe vaker ik Sew The City hoor, hoe meer ik overtuigd raak van het talent van de zussen Ariel en Mia Friedman. Het tweetal uit Boston kiest voor zeer sobere klanken van met name banjo en cello, voegt hier mooie en bijzondere stemmen aan toe en laat zich in muzikaal opzicht vooral beïnvloedden door stokoude Appalachen folk. Het klinkt allemaal erg sober, maar luister net wat beter en je hoort alle mooie en bijzondere details op dit met veel gevoel gemaakte album.
Ariel en Mia Friedman, ook bekend als Ari & Mia, zijn twee zussen uit Boston. De afgelopen jaren brachten ze al een viertal albums uit, maar ik ken het tweetal pas sinds de release van hun vijfde album. Sew The City verscheen een paar weken geleden, maar duikt nu pas op bij de streaming media diensten.
Het is een album dat me niet direct te pakken had, al is het maar omdat ik vaak wat onrustig wordt van een banjo en dat instrument speelt een zeer voorname rol op het nieuwe album van Ari & Mia. Na enige gewenning vind ik dit album echter mooier en mooier en de rek is er nog niet uit.
De twee zussen lieten dit keer het mondaine Boston achter zich en sloten zich op in een boerderij op het platteland van Maine, waar in alle rust kon worden gewerkt aan het nieuwe album. Op het Amerikaanse platteland hadden de zussen Friedman niet veel nodig. Mia Friedman speelt banjo, viool en zingt, terwijl Ariel Friedman naast vocalen vooral cello en in twee tracks percussie toevoegt aan het geluid van Ari & Mia.
Het tweetal maakt op Sew The City traditioneel aandoende folk. Het is folk die je mee terugneemt naar de pioniersdagen van de Appalachen folk, maar ik hoor ook bluegrass invloeden in de muziek van het tweetal waardoor de veel gelezen vergelijking met Gillian Welch wat mij betreft maar ten dele op gaat.
De instrumentatie op het nieuwe album van Ari & Mia is uiterst sober. In de meeste tracks horen we vooral de banjo van Mia Friedman, waaraan fraaie accenten worden toegevoegd door de cello van Ariel Friedman. Ik hou persoonlijk wel van een wat vollere instrumentatie of productie en moest daarom wel even wennen aan het bijna kale geluid op Sew The City.
Bij beluistering van het nieuwe album van Ari & Mia blijkt echter maar weer eens dat the devil in the details zit. De zussen Friedman produceren met zeer beperkte middelen een geluid dat weliswaar sober klinkt, maar dat ook opvallend gevarieerd is. Hoewel vrijwel alle tracks worden gedomineerd door de banjo, klinkt geen enkele track precies hetzelfde. Ari & Mia variëren op subtiele wijze in hun geluid en slagen er steeds weer in om te betoveren met bijzondere accenten of variaties.
Betoveren doet het tweetal ook met de zang op Sew The City. Zowel Ari als Mia is voorzien van een bijzonder en expressief stemgeluid. De stemmen van de twee klinken individueel prachtig, maar wanneer de stemmen van de zussen samensmelten wordt het nog net wat mooier.
Sew The City is zeker geen makkelijk album en het is er een voor de liefhebbers van nogal traditionele muziek, maar voor de liefhebbers is het een plaat die steeds meer moois laat horen en die bovendien laat horen dat de zussen Friedman zeer getalenteerd zijn. Van mij hoeft het niet altijd zo traditioneel, maar na een paar keer horen was ook ik om. Erwin Zijleman
Ariella - CryBaby (2024)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2024, 11:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ariella - CryBaby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ariella - CryBaby
Ariella is de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die probeert op te vallen met een mix van indiepop en indierock en wat mij slaagt ze hier in met een net wat anders klinkend geluid en een serie prima songs
Ariella maakte deel uit van de bloeiende indiepop en indierock scene van Los Angeles, maar besloot na haar opleiding eens een jaartje in Nashville te gaan kijken. Dat is een wijs besluit geweest, want de impulsen uit Nashville die zijn te horen op haar debuutalbum CryBaby zorgen er voor dat de jonge Amerikaanse muzikante zich weet te onderscheiden van al die andere indiepop zangeressen uit Los Angeles. CryBaby is in muzikaal en productioneel opzicht een prima album en ondanks het feit dat Ariella zingt zoals dat binnen de indiepop momenteel gewoon is, laat ook haar zang een goede indruk achter. Het wordt steeds drukker in het genre, maar deze laat ik toch niet liggen.
Ik las pas mijn recensie van het debuutalbum van Phoebe Bridgers nog eens door. Stranger In The Alps is inmiddels net iets meer dan zeven jaar oud en wat is er in die zeven jaar veel veranderd. Ik vergeleek Phoebe Bridgers zeven jaar geleden met een aantal muzikanten die ze inmiddels al lang en ook ver voorbij is gestreefd. Inmiddels is ze echter zelf zo ongeveer het meest genoemde vergelijkingsmateriaal voor jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop.
Ook bij beluistering van CryBaby, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ariella, moest ik onmiddellijk aan Phoebe Bridgers denken. De vergelijking met Phoebe Bridgers is voor mij zo langzamerhand overigens al lang geen pré meer, want ik heb inmiddels stapels albums gehoord die me aan de muziek van een van de indiepop iconen van het moment doen denken. Ook het debuutalbum van Ariella schoof ik daarom in eerste instantie opzij, maar CryBaby heeft iets bijzonders dat me toch steeds weer naar het album trok.
Bij oppervlakkige beluistering klinken zowel de muziek als de zang van Ariella bekend in de oren, maar luister wat beter en je hoort dat de muzikante uit Los Angeles wel degelijk iets nieuws te bieden heeft. Dat hoorde ik in eerste instantie vooral in de instrumentatie van het album. Ariella verwerkt meer dan eens invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en is ook niet vies van een net wat steviger gitaargeluid.
Ook Phoebe Bridgers is natuurlijk niet vies van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, maar CryBaby van Ariella klinkt toch anders. De in Los Angeles geboren en getogen muzikante verbleef een jaar in Nashville en dat hoor je op haar debuutalbum, dat met één been in Nashville en één been in Los Angeles staat.
Ik heb helaas nauwelijks informatie over CryBaby van Ariella en weet bijvoorbeeld niet wie het album heeft geproduceerd, maar ik ben wel onder de indruk van de productie van het album, dat in muzikaal opzicht veel spannender is dan in eerste instantie het geval lijkt en dat verschillende invloeden fraai combineert in een aansprekend maar ook voorzichtig eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat af en toe best stevig is aangezet, maar het is ook een geluid waarin de mooie stem van Ariella centraal staat. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die lijkt op die van flink wat van haar soortgenoten, maar die ook hier en daar het experiment zoekt en zo ongeveer het eerste experiment met elektronisch vervormde stemmen dat me bevalt laat horen. Als Ariella niet zingt mogen de prima muzikanten die op het album te horen zijn (helaas kan ik ook hier geen informatie over vinden) de ruimte pakken, wat fraaie passages oplevert.
Ariella is volgens mij nog piepjong, waardoor de persoonlijke songs op het album vooral gaan over relatie- en coming of age perikelen, maar de muzikante uit Los Angeles kreeg ook al het nodige leed voor haar kiezen, wat je terug hoort in de songs met net wat meer melancholie. Het album klinkt sowieso wat donker en bedompt voor een album uit het zonnige Los Angeles, maar dat geeft het debuutalbum van Ariella ook een eigen gezicht.
De aandacht van de Amerikaanse muziekpers heeft Ariella helaas nog niet getrokken en buiten de VS kom ik nog helemaal niets over haar tegen, maar liefhebbers van vrouwelijke indiepop en indierock moeten dit album zeker eens een kans geven. Ik raak zelf steeds meer gecharmeerd van de muziek van Ariella. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ariella - CryBaby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ariella - CryBaby
Ariella is de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die probeert op te vallen met een mix van indiepop en indierock en wat mij slaagt ze hier in met een net wat anders klinkend geluid en een serie prima songs
Ariella maakte deel uit van de bloeiende indiepop en indierock scene van Los Angeles, maar besloot na haar opleiding eens een jaartje in Nashville te gaan kijken. Dat is een wijs besluit geweest, want de impulsen uit Nashville die zijn te horen op haar debuutalbum CryBaby zorgen er voor dat de jonge Amerikaanse muzikante zich weet te onderscheiden van al die andere indiepop zangeressen uit Los Angeles. CryBaby is in muzikaal en productioneel opzicht een prima album en ondanks het feit dat Ariella zingt zoals dat binnen de indiepop momenteel gewoon is, laat ook haar zang een goede indruk achter. Het wordt steeds drukker in het genre, maar deze laat ik toch niet liggen.
Ik las pas mijn recensie van het debuutalbum van Phoebe Bridgers nog eens door. Stranger In The Alps is inmiddels net iets meer dan zeven jaar oud en wat is er in die zeven jaar veel veranderd. Ik vergeleek Phoebe Bridgers zeven jaar geleden met een aantal muzikanten die ze inmiddels al lang en ook ver voorbij is gestreefd. Inmiddels is ze echter zelf zo ongeveer het meest genoemde vergelijkingsmateriaal voor jonge vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop.
Ook bij beluistering van CryBaby, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ariella, moest ik onmiddellijk aan Phoebe Bridgers denken. De vergelijking met Phoebe Bridgers is voor mij zo langzamerhand overigens al lang geen pré meer, want ik heb inmiddels stapels albums gehoord die me aan de muziek van een van de indiepop iconen van het moment doen denken. Ook het debuutalbum van Ariella schoof ik daarom in eerste instantie opzij, maar CryBaby heeft iets bijzonders dat me toch steeds weer naar het album trok.
Bij oppervlakkige beluistering klinken zowel de muziek als de zang van Ariella bekend in de oren, maar luister wat beter en je hoort dat de muzikante uit Los Angeles wel degelijk iets nieuws te bieden heeft. Dat hoorde ik in eerste instantie vooral in de instrumentatie van het album. Ariella verwerkt meer dan eens invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en is ook niet vies van een net wat steviger gitaargeluid.
Ook Phoebe Bridgers is natuurlijk niet vies van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, maar CryBaby van Ariella klinkt toch anders. De in Los Angeles geboren en getogen muzikante verbleef een jaar in Nashville en dat hoor je op haar debuutalbum, dat met één been in Nashville en één been in Los Angeles staat.
Ik heb helaas nauwelijks informatie over CryBaby van Ariella en weet bijvoorbeeld niet wie het album heeft geproduceerd, maar ik ben wel onder de indruk van de productie van het album, dat in muzikaal opzicht veel spannender is dan in eerste instantie het geval lijkt en dat verschillende invloeden fraai combineert in een aansprekend maar ook voorzichtig eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat af en toe best stevig is aangezet, maar het is ook een geluid waarin de mooie stem van Ariella centraal staat. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die lijkt op die van flink wat van haar soortgenoten, maar die ook hier en daar het experiment zoekt en zo ongeveer het eerste experiment met elektronisch vervormde stemmen dat me bevalt laat horen. Als Ariella niet zingt mogen de prima muzikanten die op het album te horen zijn (helaas kan ik ook hier geen informatie over vinden) de ruimte pakken, wat fraaie passages oplevert.
Ariella is volgens mij nog piepjong, waardoor de persoonlijke songs op het album vooral gaan over relatie- en coming of age perikelen, maar de muzikante uit Los Angeles kreeg ook al het nodige leed voor haar kiezen, wat je terug hoort in de songs met net wat meer melancholie. Het album klinkt sowieso wat donker en bedompt voor een album uit het zonnige Los Angeles, maar dat geeft het debuutalbum van Ariella ook een eigen gezicht.
De aandacht van de Amerikaanse muziekpers heeft Ariella helaas nog niet getrokken en buiten de VS kom ik nog helemaal niets over haar tegen, maar liefhebbers van vrouwelijke indiepop en indierock moeten dit album zeker eens een kans geven. Ik raak zelf steeds meer gecharmeerd van de muziek van Ariella. Erwin Zijleman
Arlo Parks - Collapsed in Sunbeams (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 februari 2021, 15:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams
Arlo Parks wordt al een jaar of drie een van de grootste talenten van de Britse R&B genoemd en met haar heerlijk dromerige debuutalbum Collapsed In Sunbeams maakt ze de belofte helemaal waar
Flink teleurgesteld door het debuut van Celeste begon ik met angst en beven aan het debuutalbum van Arlo Parks, de andere jonge Britse R&B muzikante die al bij voorbaat de hemel in werd geprezen door de Britse media. Gelukkig valt het debuutalbum van Arlo Parks niet tegen, Collapsed In Sunbeams heeft mijn verwachtingen juist overtroffen. Enerzijds door de aangename zang die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van kracht en stembuigingen en anderzijds door de bijzonder mooie en aangename instrumentatie die ook flink buiten de lijntjes van de R&B pop kleurt. Bijzonder sterk album van de jonge Arlo Parks.
Het is deze week flink dringen binnen de Britse R&B scene. Als we de Britse media moeten geloven verschenen deze week immers de debuutalbums van de twee allergrootste nieuwe talenten in deze scene. Allereerst is er het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Celeste en hiernaast debuteert ook de in Londen geboren en getogen Arlo Parks.
Over het debuut van Celeste kan ik helaas kort zijn. Ze beschikt absoluut over een geweldige stem en veel talent, maar haar debuutalbum valt echt vies tegen met muziek die je van Adele verwacht, maar niet van de het afgelopen jaar zo uitvoerig bejubelde Celeste.
Het debuut van Arlo Parks is gelukkig een stuk beter. Arlo Parks (geboren als Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho) is zoals gezegd geboren en getogen in Londen, maar haar wortels liggen in Nigeria, Tsjaad en Frankrijk. Daar is niets van te horen op haar debuutalbum, want Collapsed In Sunbeams is een modern klinkend R&B album.
Daar hebben we er momenteel al heel erg veel van, maar Arlo Parks laat inmiddels al een jaar of drie horen dat ze eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat deed ze met twee goed ontvangen EP’s, die zorgden voor een plekje op de BBC lijst met nieuwe talenten die je in de gaten moet houden, en dat deed ze bovendien met een eigenzinnige maar ook wonderschone versie van Radiohead’s Creep.
Nu is er zoals gezegd Collapsed In Sunbeams, dat vol staat met lome, zwoele en broeierige R&B pop. Een ieder die na beluistering van het album vindt dat het nog wel wat lomer, zwoeler en broeieriger kan, moet absoluut de luxe-editie van het album op de kop tikken, want deze versie bevat lo-fi lounge remixes van een aantal songs van het album en songs die op de eerder uitgebrachte EP’s te vinden zijn. Een bijzonder lekkere bonus, maar in eerste instantie gaat het toch om het debuutalbum zelf.
Het is een debuutalbum van een opvallend hoog niveau voor een eerste album en voor een pas twintig jaar oude muzikante. Arlo Parks maakt lekker in het gehoor liggende en zoals gezegd lome, zwoele en broeierige muziek, die in de hokjes R&B en pop past, maar die binnen deze hokjes de grenzen opzoekt.
Hier en daar schuift Collapsed In Sunbeams op richting triphop, soms hoor je wat van de dromerige pop van Sade uit de jaren 80 en soms laat Arlo Parks horen dat ze ook niet vies is van net wat eigenzinnigere popmuziek of schuift ze op richting funky of jazzy popmuziek.
Net als op haar EP’s werkt Arlo Parks op haar debuutalbum samen met de Amerikaanse producer Gianluca Buccellati, die Collapsed In Sunbeams heeft voorzien van een bijzonder aangenaam, maar ook zeer smaakvol ingekleurd geluid. Het is een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de stem van Arlo Parks.
Het is een stem die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van orkaankracht of een overdaad aan stembuigingen, wat de kwaliteit van haar debuut enorm ten goede komt en het album een aangename metgezel voor de kleine uurtjes maakt.
Celeste viel voor mij helaas wat door de mand de afgelopen week, maar Collapsed In Sunbeams laat wat mij betreft horen dat alle lovende woorden over Arlo Parks niet overdreven waren. Integendeel zelfs. Een debuut om trots op te zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Arlo Parks - Collapsed In Sunbeams
Arlo Parks wordt al een jaar of drie een van de grootste talenten van de Britse R&B genoemd en met haar heerlijk dromerige debuutalbum Collapsed In Sunbeams maakt ze de belofte helemaal waar
Flink teleurgesteld door het debuut van Celeste begon ik met angst en beven aan het debuutalbum van Arlo Parks, de andere jonge Britse R&B muzikante die al bij voorbaat de hemel in werd geprezen door de Britse media. Gelukkig valt het debuutalbum van Arlo Parks niet tegen, Collapsed In Sunbeams heeft mijn verwachtingen juist overtroffen. Enerzijds door de aangename zang die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van kracht en stembuigingen en anderzijds door de bijzonder mooie en aangename instrumentatie die ook flink buiten de lijntjes van de R&B pop kleurt. Bijzonder sterk album van de jonge Arlo Parks.
Het is deze week flink dringen binnen de Britse R&B scene. Als we de Britse media moeten geloven verschenen deze week immers de debuutalbums van de twee allergrootste nieuwe talenten in deze scene. Allereerst is er het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide Celeste en hiernaast debuteert ook de in Londen geboren en getogen Arlo Parks.
Over het debuut van Celeste kan ik helaas kort zijn. Ze beschikt absoluut over een geweldige stem en veel talent, maar haar debuutalbum valt echt vies tegen met muziek die je van Adele verwacht, maar niet van de het afgelopen jaar zo uitvoerig bejubelde Celeste.
Het debuut van Arlo Parks is gelukkig een stuk beter. Arlo Parks (geboren als Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho) is zoals gezegd geboren en getogen in Londen, maar haar wortels liggen in Nigeria, Tsjaad en Frankrijk. Daar is niets van te horen op haar debuutalbum, want Collapsed In Sunbeams is een modern klinkend R&B album.
Daar hebben we er momenteel al heel erg veel van, maar Arlo Parks laat inmiddels al een jaar of drie horen dat ze eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat deed ze met twee goed ontvangen EP’s, die zorgden voor een plekje op de BBC lijst met nieuwe talenten die je in de gaten moet houden, en dat deed ze bovendien met een eigenzinnige maar ook wonderschone versie van Radiohead’s Creep.
Nu is er zoals gezegd Collapsed In Sunbeams, dat vol staat met lome, zwoele en broeierige R&B pop. Een ieder die na beluistering van het album vindt dat het nog wel wat lomer, zwoeler en broeieriger kan, moet absoluut de luxe-editie van het album op de kop tikken, want deze versie bevat lo-fi lounge remixes van een aantal songs van het album en songs die op de eerder uitgebrachte EP’s te vinden zijn. Een bijzonder lekkere bonus, maar in eerste instantie gaat het toch om het debuutalbum zelf.
Het is een debuutalbum van een opvallend hoog niveau voor een eerste album en voor een pas twintig jaar oude muzikante. Arlo Parks maakt lekker in het gehoor liggende en zoals gezegd lome, zwoele en broeierige muziek, die in de hokjes R&B en pop past, maar die binnen deze hokjes de grenzen opzoekt.
Hier en daar schuift Collapsed In Sunbeams op richting triphop, soms hoor je wat van de dromerige pop van Sade uit de jaren 80 en soms laat Arlo Parks horen dat ze ook niet vies is van net wat eigenzinnigere popmuziek of schuift ze op richting funky of jazzy popmuziek.
Net als op haar EP’s werkt Arlo Parks op haar debuutalbum samen met de Amerikaanse producer Gianluca Buccellati, die Collapsed In Sunbeams heeft voorzien van een bijzonder aangenaam, maar ook zeer smaakvol ingekleurd geluid. Het is een warm en gloedvol geluid, dat uitstekend past bij de stem van Arlo Parks.
Het is een stem die het voor de afwisseling eens niet moet hebben van orkaankracht of een overdaad aan stembuigingen, wat de kwaliteit van haar debuut enorm ten goede komt en het album een aangename metgezel voor de kleine uurtjes maakt.
Celeste viel voor mij helaas wat door de mand de afgelopen week, maar Collapsed In Sunbeams laat wat mij betreft horen dat alle lovende woorden over Arlo Parks niet overdreven waren. Integendeel zelfs. Een debuut om trots op te zijn. Erwin Zijleman
