Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Alderson - Erinyes (2023)

4,5
2
geplaatst: 22 november 2023, 17:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alderson - Erinyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alderson - Erinyes
De Belgische muzikante Nel Ponsaers levert als Alderson een bijzonder mooi, maar ook avontuurlijk debuutalbum af, waarop beeldende klanken worden gecombineerd met een mooie en gevoelige stem
Voor aanstekelijke popsongs ben je bij Alderson aan het verkeerde adres, maar liefhebbers van stemmige en fantasierijke klanken en een mooie stem zijn bij het project van de Antwerpse muzikante Nel Ponsaers aan het juiste adres. Haar debuutalbum Erinyes is relatief sober ingekleurd, maar er gebeurt echt van alles in de muziek op het album. Dat geldt ook voor de zang, die aan de ene kant ingetogen en gevoelig is, maar aan de andere kant ook steeds de juiste snaar weet te raken. Erinyes is een album vol beeldende en bezwerende kracht en naarmate je het album vaker hoort wordt het alleen maar beter. Alderson is een enorme aanwinst voor de Belgische popmuziek.
Alderson is de artiestennaam van de Belgische muzikante Nel Ponsaers, die deze week prachtig debuteert met haar debuutalbum Erinyes. Het is een naam die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen, maar de muzikante uit Antwerpen is al enige tijd actief in de muziekscene van de stad, onder andere bij The Golden Glows en Stef Kamil Carlens, en probeert het nu solo. Een solocarrière lijkt me zeer kansrijk, want als Alderson heeft Nel Ponsaers een mooi en onderscheidend debuutalbum afgeleverd. Het is een album waarvan de basis twee jaar geleden al werd opgenomen, maar dat de afgelopen tijd nog wat is opgepoetst. En met resultaat, want Erinyes klinkt echt prachtig.
Het is een album dat om meerdere reden makkelijk overtuigt. Om te beginnen beschikt Nel Ponsaers over een mooie en aangename stem. Het is een stem die de ruimte op prachtige wijze vult, maar de Belgische muzikante zingt ook met veel gevoel en precisie. De zang op Erinyes is over het algemeen zacht, maar het debuutalbum van Alderson is zeker niet het zoveelste album dit jaar met standaard fluistervocalen. Wat ik persoonlijk erg mooi vind aan het debuutalbum van de muzikante uit Antwerpen is dat ze haar stem gedoseerd inzet. Erinyes is een ruimtelijk klinkend album en Nel Ponsaers vult lang niet alle ruimte in met haar stem, wat Erinyes voorziet van een bijzonder geluid. Ze zet haar stem bovendien veelzijdig in, want de zang op het album varieert van gesproken woord tot fluisterzachte zang tot veel expressievere zang.
De diversiteit in de zang hoor je terug in de muziek op het debuutalbum van Alderson. Nel Ponsaers en haar medemuzikanten kiezen over het algemeen genomen voor een behoorlijk ingetogen en sober of zelfs minimalistisch geluid, maar de klanken op het album zijn wel zeer gevarieerd. Er zijn flink wat instrumenten ingezet voor de inkleuring van de fraaie en vaak relatief lange songs op Erinyes, waaronder bijzondere instrumenten als de mellotron, de zingende zaag, het klokkenspel, de bouzouki, die fraai samenvloeien met de basis van gitaar, piano, bas, drums en synths. Bijdragen van cello en viool maken het rijke geluid op Erinyes compleet.
Nel Ponsaers koos voor de inkleuring van haar debuutalbum voor een aantal gelouterde muzikanten uit de Belgische muziekscene, wat een wonderschoon en avontuurlijk geluid oplevert. Alderson kiest vaak voor stemmige klanken die soms klassiek aandoen en soms atmosferisch klinken, maar heel af en toe ontspoort de muziek ook, wat het album voorziet van veel dynamiek, die overigens ook heel subtiel kan zijn. De bijzondere instrumentatie krijgt dankzij de gedoseerde zang alle ruimte, waardoor de songs op Erinyes een beeldend of zelfs hypnotiserend karakter krijgen.
De Belgische muzikante heeft voor haar debuutalbum een aantal net wat toegankelijkere songs geschreven, maar ook een aantal songs die wat verder zijn afgedreven van de popsong met een kop en een staart. Beide soorten songs weten vrij makkelijk te overtuigen omdat ze stuk voor stuk de fantasie prikkelen en zonder uitzondering wonderschoon zijn. Het zijn persoonlijke songs, die dankzij de zang intiem klinken.
Ik lees in Nederland nog niet heel veel over het debuutalbum van Alderson, maar in een jaar waarin de vrouwelijke muzikanten in Nederland tekenen voor een substantieel aantal jaarlijstjesalbums, doen ook onze zuiderburen een fraaie duit in het zakje. onder andere dankzij het prachtige debuutalbum van Alderson. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alderson - Erinyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alderson - Erinyes
De Belgische muzikante Nel Ponsaers levert als Alderson een bijzonder mooi, maar ook avontuurlijk debuutalbum af, waarop beeldende klanken worden gecombineerd met een mooie en gevoelige stem
Voor aanstekelijke popsongs ben je bij Alderson aan het verkeerde adres, maar liefhebbers van stemmige en fantasierijke klanken en een mooie stem zijn bij het project van de Antwerpse muzikante Nel Ponsaers aan het juiste adres. Haar debuutalbum Erinyes is relatief sober ingekleurd, maar er gebeurt echt van alles in de muziek op het album. Dat geldt ook voor de zang, die aan de ene kant ingetogen en gevoelig is, maar aan de andere kant ook steeds de juiste snaar weet te raken. Erinyes is een album vol beeldende en bezwerende kracht en naarmate je het album vaker hoort wordt het alleen maar beter. Alderson is een enorme aanwinst voor de Belgische popmuziek.
Alderson is de artiestennaam van de Belgische muzikante Nel Ponsaers, die deze week prachtig debuteert met haar debuutalbum Erinyes. Het is een naam die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen, maar de muzikante uit Antwerpen is al enige tijd actief in de muziekscene van de stad, onder andere bij The Golden Glows en Stef Kamil Carlens, en probeert het nu solo. Een solocarrière lijkt me zeer kansrijk, want als Alderson heeft Nel Ponsaers een mooi en onderscheidend debuutalbum afgeleverd. Het is een album waarvan de basis twee jaar geleden al werd opgenomen, maar dat de afgelopen tijd nog wat is opgepoetst. En met resultaat, want Erinyes klinkt echt prachtig.
Het is een album dat om meerdere reden makkelijk overtuigt. Om te beginnen beschikt Nel Ponsaers over een mooie en aangename stem. Het is een stem die de ruimte op prachtige wijze vult, maar de Belgische muzikante zingt ook met veel gevoel en precisie. De zang op Erinyes is over het algemeen zacht, maar het debuutalbum van Alderson is zeker niet het zoveelste album dit jaar met standaard fluistervocalen. Wat ik persoonlijk erg mooi vind aan het debuutalbum van de muzikante uit Antwerpen is dat ze haar stem gedoseerd inzet. Erinyes is een ruimtelijk klinkend album en Nel Ponsaers vult lang niet alle ruimte in met haar stem, wat Erinyes voorziet van een bijzonder geluid. Ze zet haar stem bovendien veelzijdig in, want de zang op het album varieert van gesproken woord tot fluisterzachte zang tot veel expressievere zang.
De diversiteit in de zang hoor je terug in de muziek op het debuutalbum van Alderson. Nel Ponsaers en haar medemuzikanten kiezen over het algemeen genomen voor een behoorlijk ingetogen en sober of zelfs minimalistisch geluid, maar de klanken op het album zijn wel zeer gevarieerd. Er zijn flink wat instrumenten ingezet voor de inkleuring van de fraaie en vaak relatief lange songs op Erinyes, waaronder bijzondere instrumenten als de mellotron, de zingende zaag, het klokkenspel, de bouzouki, die fraai samenvloeien met de basis van gitaar, piano, bas, drums en synths. Bijdragen van cello en viool maken het rijke geluid op Erinyes compleet.
Nel Ponsaers koos voor de inkleuring van haar debuutalbum voor een aantal gelouterde muzikanten uit de Belgische muziekscene, wat een wonderschoon en avontuurlijk geluid oplevert. Alderson kiest vaak voor stemmige klanken die soms klassiek aandoen en soms atmosferisch klinken, maar heel af en toe ontspoort de muziek ook, wat het album voorziet van veel dynamiek, die overigens ook heel subtiel kan zijn. De bijzondere instrumentatie krijgt dankzij de gedoseerde zang alle ruimte, waardoor de songs op Erinyes een beeldend of zelfs hypnotiserend karakter krijgen.
De Belgische muzikante heeft voor haar debuutalbum een aantal net wat toegankelijkere songs geschreven, maar ook een aantal songs die wat verder zijn afgedreven van de popsong met een kop en een staart. Beide soorten songs weten vrij makkelijk te overtuigen omdat ze stuk voor stuk de fantasie prikkelen en zonder uitzondering wonderschoon zijn. Het zijn persoonlijke songs, die dankzij de zang intiem klinken.
Ik lees in Nederland nog niet heel veel over het debuutalbum van Alderson, maar in een jaar waarin de vrouwelijke muzikanten in Nederland tekenen voor een substantieel aantal jaarlijstjesalbums, doen ook onze zuiderburen een fraaie duit in het zakje. onder andere dankzij het prachtige debuutalbum van Alderson. Erwin Zijleman
Aldous Harding - Aldous Harding (2014)

4,5
1
geplaatst: 1 december 2014, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Aldous Harding - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bijna alle nieuwe muziek is tegenwoordig snel en makkelijk te vinden op streaming media diensten als Spotify en Deezer. Persoonlijk vind ik dit een goede ontwikkeling. Via Spotify kun je goed luisteren naar een plaat voordat je besluit om hem aan te schaffen, net zoals je dat vroeger deed in de platenzaak (wat heb ik vaak met een ietwat smerige koptelefoon op mijn hoofd gestaan om te kunnen bepalen waaraan ik mijn zuur verdiende geld uit zou geven).
Het is dan bijna gek of op zijn minst heel verwarrend als een plaat niet te vinden is op de vertrouwde streaming media diensten. Het overkwam me onlangs met het debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding.
Ik moest dus overtuigd worden door de twee onderstaande songs, die wel op het Internet te vinden zijn, maar dat was meer dan genoeg. De digitale download van het debuut van Aldous Harding had ik een uur later in huis en fysiek lag hij een paar dagen later op de mat.
En wat ben ik er nog steeds blij mee, want Aldous Harding heeft een bijzonder intrigerend en ook bijzonder mooi debuut afgeleverd. Het is een debuut dat op het eerste gehoor niet van deze tijd lijkt. Aldous Harding maakt indringende folk, die herinnert aan illustere voorgangers als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill uit de jaren 60; stuk voor stuk vergeten folkzangeressen die in iedere platenkast te vinden zouden moeten zijn, maar helaas vaak ontbreken. Ook de inmiddels wel in brede kring gewaardeerde Vashti Bunyan is overigens zinvol vergelijkingsmateriaal.
Het debuut van Aldous Harding is een ingetogen plaat, maar het is zeker geen plaat die voortkabbelt. Akoestische gitaar vormt de basis van de meeste songs op de plaat, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter worden in een aantal gevallen verder ingekleurd met strijkers of donkere elektronica, waardoor de muziek van Aldous Harding zowel een vertrouwd als een tegendraads geluid heeft.
De songs krijgen vervolgens hun eigen geluid en karakter door de bijzondere stem van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse kan net zo pastoraal zingen als de grote folkies uit het verleden, maar doet dit nooit zonder emotie. Aldous Harding is hierdoor in staat om de luisteraar vast te grijpen en vast te houden met haar indringende songs, wat in dit genre een bijzonder groot goed is.
Stop het debuut van Aldous Harding in de cd speler en de meeste liefhebbers van folk zullen negen tracks lang ademloos luisteren naar de donkere en melancholische songs van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter. Het is een effect dat bij herhaalde beluistering niet meer zal verdwijnen.
Aldous Harding maakt, in tegenstelling tot de meeste van haar hedendaagse soortgenoten, geen folky popliedjes die aangenaam voortkabbelen, maar draagt verhalen voor waar je alleen maar heel aandachtig naar kunt luisteren.
Toen ik de plaat een paar keer had gehoord hoorde ik ook wel wat van Joanna Newsom terug op het debuut van Aldous Harding, maar gelukkig is Aldous Harding een veel betere zangeres en blijven haar songs beter hangen.
Het debuut van Aldous Harding dreigt door het ontbreken op de streaming media helaas een wat obscure parel te worden, maar dat is nergens voor nodig. Voor 12 Nieuw-Zeelandse dollar heb je een perfect klinkende download in handen, waarna de cd of LP gewoon in de Nederlandse platenzaak te vinden is. Ga op zijn minst luisteren, want dit is zo’n plaat die eigenlijk niemand mag missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Aldous Harding - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bijna alle nieuwe muziek is tegenwoordig snel en makkelijk te vinden op streaming media diensten als Spotify en Deezer. Persoonlijk vind ik dit een goede ontwikkeling. Via Spotify kun je goed luisteren naar een plaat voordat je besluit om hem aan te schaffen, net zoals je dat vroeger deed in de platenzaak (wat heb ik vaak met een ietwat smerige koptelefoon op mijn hoofd gestaan om te kunnen bepalen waaraan ik mijn zuur verdiende geld uit zou geven).
Het is dan bijna gek of op zijn minst heel verwarrend als een plaat niet te vinden is op de vertrouwde streaming media diensten. Het overkwam me onlangs met het debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding.
Ik moest dus overtuigd worden door de twee onderstaande songs, die wel op het Internet te vinden zijn, maar dat was meer dan genoeg. De digitale download van het debuut van Aldous Harding had ik een uur later in huis en fysiek lag hij een paar dagen later op de mat.
En wat ben ik er nog steeds blij mee, want Aldous Harding heeft een bijzonder intrigerend en ook bijzonder mooi debuut afgeleverd. Het is een debuut dat op het eerste gehoor niet van deze tijd lijkt. Aldous Harding maakt indringende folk, die herinnert aan illustere voorgangers als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill uit de jaren 60; stuk voor stuk vergeten folkzangeressen die in iedere platenkast te vinden zouden moeten zijn, maar helaas vaak ontbreken. Ook de inmiddels wel in brede kring gewaardeerde Vashti Bunyan is overigens zinvol vergelijkingsmateriaal.
Het debuut van Aldous Harding is een ingetogen plaat, maar het is zeker geen plaat die voortkabbelt. Akoestische gitaar vormt de basis van de meeste songs op de plaat, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter worden in een aantal gevallen verder ingekleurd met strijkers of donkere elektronica, waardoor de muziek van Aldous Harding zowel een vertrouwd als een tegendraads geluid heeft.
De songs krijgen vervolgens hun eigen geluid en karakter door de bijzondere stem van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse kan net zo pastoraal zingen als de grote folkies uit het verleden, maar doet dit nooit zonder emotie. Aldous Harding is hierdoor in staat om de luisteraar vast te grijpen en vast te houden met haar indringende songs, wat in dit genre een bijzonder groot goed is.
Stop het debuut van Aldous Harding in de cd speler en de meeste liefhebbers van folk zullen negen tracks lang ademloos luisteren naar de donkere en melancholische songs van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter. Het is een effect dat bij herhaalde beluistering niet meer zal verdwijnen.
Aldous Harding maakt, in tegenstelling tot de meeste van haar hedendaagse soortgenoten, geen folky popliedjes die aangenaam voortkabbelen, maar draagt verhalen voor waar je alleen maar heel aandachtig naar kunt luisteren.
Toen ik de plaat een paar keer had gehoord hoorde ik ook wel wat van Joanna Newsom terug op het debuut van Aldous Harding, maar gelukkig is Aldous Harding een veel betere zangeres en blijven haar songs beter hangen.
Het debuut van Aldous Harding dreigt door het ontbreken op de streaming media helaas een wat obscure parel te worden, maar dat is nergens voor nodig. Voor 12 Nieuw-Zeelandse dollar heb je een perfect klinkende download in handen, waarna de cd of LP gewoon in de Nederlandse platenzaak te vinden is. Ga op zijn minst luisteren, want dit is zo’n plaat die eigenlijk niemand mag missen. Erwin Zijleman
Aldous Harding - Designer (2019)

4,0
1
geplaatst: 28 april 2019, 09:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Designer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aldous Harding - Designer
Album nummer drie alweer van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding, die op Designer kiest voor een net wat zonniger maar nog altijd intrigerend geluid
In de laatste weken van 2014 maakte ik kennis met het op dat moment nog nauwelijks in Nederland verkrijgbare debuut van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter maakte op haar debuut indruk met aan psychedelische Amerikaanse folk uit de jaren 60 herinnerende muziek, die op opvolger Party uit 2017 werd voorzien van donkere en indringende klanken. Opvolger Designer klinkt een flink stuk opgewekter, maar Aldous Harding is nog altijd niet vies van een flinke dosis melancholie, die vooral in de meer ingetogen tracks aan de oppervlakte komt. Het zorgt er voor dat ook Designer weer flink onder de huid kruipt en bij iedere luisterbeurt weer net wat meer indruk maakt.
Het titelloze debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding ontdekte ik pas in de laatste weken van 2014, maar het album maakte zoveel indruk dat het niet veel later opdook in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar.
Het debuut van de singer-songwriter die werd geboren in Lyttelton, herinnerde nadrukkelijk aan de indringende en psychedelisch aandoende folk van illustere Amerikaanse voorgangers uit de jaren 60 als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar raakte ook aan eigenzinnige folkies uit het heden als Joanna Newson.
Het debuut van Aldous Harding was in eerste instantie alleen via het Internet verkrijgbaar in Nederland, maar het album van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter kreeg ook hier gelukkig al snel de waardering die het verdiende. Het in het voorjaar van 2017 verschenen Party trok hierdoor direct een wat breder publiek en terecht. Ook het door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish geproduceerde Party herinnerde aan psychedelische folk uit vervlogen tijden, maar klonk een stuk donkerder dan het debuut van de singer-songwriter uit Christchurch.
Ook voor het deze week verschenen Designer deed Aldous Harding een beroep op de productionele vaardigheden van John Parish, maar de Nieuw-Zeelandse klinkt op haar derde album toch weer anders dan op de donkere voorganger. Designer laat vergeleken met deze voorganger een wat lichtvoetiger en zonniger geluid horen, maar het gaat te ver om Designer direct een lentealbum of zomeralbum te noemen.
John Parish verdient ook dit keer waardering voor zijn productiewerk. Designer is voorzien van een warm geluid dat aan de ene kant herinnert aan de sobere folkies van weleer, maar dat ook is voorzien van allerlei fraaie accenten, waaronder accenten van gitaren, piano en strijkers. Het album schuift hierdoor wat op van psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 richting de Laurel Canyon singer-songwriter muziek uit dezelfde periode.
Designer klinkt, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, verrassend vrolijk en zonnig, maar een flinke dosis melancholie is nooit ver weg. Designer is in muzikaal opzicht een aantrekkelijk en interessant album en de warme klanken passen ook nog eens prachtig bij de vaak fluisterzachte vocalen van Aldous Harding, die nog altijd herinneren aan vergeten folkzangeressen uit het verleden.
Designer klinkt qua instrumentatie en productie voller dan zijn twee voorgangers, maar er is ook dit keert volop ruimte voor uiterst ingetogen passages, waarin alles aan komt op de opeens wat donkerder klinkende stem van Aldous Harding (die opschuift richting Nico) en de duisternis het toch even wint van het daglicht.
Het debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter en opvolger Party waren allebei albums die zich langzaam maar zeker steeds meer opdrongen en dat geldt ook weer voor Designer, dat ik inmiddels een aantal weken in mijn bezit heb en in die weken alleen maar mooier en indringender is geworden. Het onderstreept het talent van Aldous Harding die alleen maar beter lijkt te worden en een album aflevert dat er deze week flink uitspringt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Designer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aldous Harding - Designer
Album nummer drie alweer van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding, die op Designer kiest voor een net wat zonniger maar nog altijd intrigerend geluid
In de laatste weken van 2014 maakte ik kennis met het op dat moment nog nauwelijks in Nederland verkrijgbare debuut van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter maakte op haar debuut indruk met aan psychedelische Amerikaanse folk uit de jaren 60 herinnerende muziek, die op opvolger Party uit 2017 werd voorzien van donkere en indringende klanken. Opvolger Designer klinkt een flink stuk opgewekter, maar Aldous Harding is nog altijd niet vies van een flinke dosis melancholie, die vooral in de meer ingetogen tracks aan de oppervlakte komt. Het zorgt er voor dat ook Designer weer flink onder de huid kruipt en bij iedere luisterbeurt weer net wat meer indruk maakt.
Het titelloze debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding ontdekte ik pas in de laatste weken van 2014, maar het album maakte zoveel indruk dat het niet veel later opdook in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar.
Het debuut van de singer-songwriter die werd geboren in Lyttelton, herinnerde nadrukkelijk aan de indringende en psychedelisch aandoende folk van illustere Amerikaanse voorgangers uit de jaren 60 als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar raakte ook aan eigenzinnige folkies uit het heden als Joanna Newson.
Het debuut van Aldous Harding was in eerste instantie alleen via het Internet verkrijgbaar in Nederland, maar het album van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter kreeg ook hier gelukkig al snel de waardering die het verdiende. Het in het voorjaar van 2017 verschenen Party trok hierdoor direct een wat breder publiek en terecht. Ook het door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish geproduceerde Party herinnerde aan psychedelische folk uit vervlogen tijden, maar klonk een stuk donkerder dan het debuut van de singer-songwriter uit Christchurch.
Ook voor het deze week verschenen Designer deed Aldous Harding een beroep op de productionele vaardigheden van John Parish, maar de Nieuw-Zeelandse klinkt op haar derde album toch weer anders dan op de donkere voorganger. Designer laat vergeleken met deze voorganger een wat lichtvoetiger en zonniger geluid horen, maar het gaat te ver om Designer direct een lentealbum of zomeralbum te noemen.
John Parish verdient ook dit keer waardering voor zijn productiewerk. Designer is voorzien van een warm geluid dat aan de ene kant herinnert aan de sobere folkies van weleer, maar dat ook is voorzien van allerlei fraaie accenten, waaronder accenten van gitaren, piano en strijkers. Het album schuift hierdoor wat op van psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 richting de Laurel Canyon singer-songwriter muziek uit dezelfde periode.
Designer klinkt, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, verrassend vrolijk en zonnig, maar een flinke dosis melancholie is nooit ver weg. Designer is in muzikaal opzicht een aantrekkelijk en interessant album en de warme klanken passen ook nog eens prachtig bij de vaak fluisterzachte vocalen van Aldous Harding, die nog altijd herinneren aan vergeten folkzangeressen uit het verleden.
Designer klinkt qua instrumentatie en productie voller dan zijn twee voorgangers, maar er is ook dit keert volop ruimte voor uiterst ingetogen passages, waarin alles aan komt op de opeens wat donkerder klinkende stem van Aldous Harding (die opschuift richting Nico) en de duisternis het toch even wint van het daglicht.
Het debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter en opvolger Party waren allebei albums die zich langzaam maar zeker steeds meer opdrongen en dat geldt ook weer voor Designer, dat ik inmiddels een aantal weken in mijn bezit heb en in die weken alleen maar mooier en indringender is geworden. Het onderstreept het talent van Aldous Harding die alleen maar beter lijkt te worden en een album aflevert dat er deze week flink uitspringt. Erwin Zijleman
Aldous Harding - Party (2017)

4,5
0
geplaatst: 21 mei 2017, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Party - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Nieuw Zeeland afkomstige Aldous Harding maakte in de laatste maand van 2014 een onuitwisbare indruk met haar titelloze debuut, dat aankwam als een donderslag bij heldere hemel.
Het was een debuut vol aardedonkere en op bijzondere wijze ingekleurde songs, die door de bijzondere stem van Aldous Harding diep onder de huid kropen.
Inmiddels is de Nieuw Zeelandse singer-songwriter terug met haar tweede plaat, die de wat opvallende titel Party heeft meegekregen.
Het is een titel die mijlenver is verwijderd van de muziek op het debuut van Aldous Harding en (gelukkig) ook niets te maken heeft met de muziek op haar nieuwe plaat. The Guardian noemde Party eerder deze week “an eerie carnival of passion and paranoia” en dat dekt de lading een stuk beter dan het feestje dat de titel suggereert.
Ook op haar nieuwe plaat maakt Aldous Harding uiterst ingetogen en bijzonder donkere en indringende muziek. Het is muziek die nog wat subtieler is ingekleurd dan op het debuut en hierdoor de bijzondere stem van Aldous Harding nog wat meer ruimte geeft.
De muzikante uit Christchurch kiest dit keer voor een basis van zeer subtiele piano- en gitaarklanken en laat haar muziek vervolgens verder inkleuren met subtiele blazers en wat synths, wat een bijzonder en vaak wat broeierig geluid oplevert.
Party is geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en dat is een uitstekende keuze. De Brit heeft de tweede plaat van Aldous Harding voorzien van een geluid dat doet denken aan dat van mysterieuze folkies uit de jaren 70 als Vashti Bunyan, Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar heeft ook gezorgd voor eigentijdse elementen en wat meer dynamiek.
Aldous Harding zingt op Party vooral fluisterzacht en laat zich hierbij begeleiden door een al even zachte instrumentatie, maar het kan zomaar omslaan (bijvoorbeeld door de uithalen van de achtergrondzangeressen), waardoor Party van de eerste tot en met de laatste noot spannend blijft.
De muziek van Aldous Harding is nog altijd, en misschien nog wel meer dan op het debuut, muziek die volledige aandacht vraagt. De wonderschone maar ook emotievolle folksongs van de Nieuw Zeelandse muzikante komen het best tot zijn recht wanneer ze alle kans krijgen om zich op te dringen en ook de meest subtiele details aan de oppervlakte komen. Het zijn details die makkelijk vervliegen wanneer je de muziek van Aldous Harding niet ondergaat maar slechts vluchtig beluistert.
Party is zeker geen makkelijke plaat en strijkt hier en daar flink tegen de haren in, maar wanneer je de tijd neemt voor het slijpen van de ruwe diamanten op de tweede plaat van Aldous Harding heb je uiteindelijk een plaat vol betoverend mooie sieraden in handen.
Zelf heb ik inmiddels de nodige tijd geïnvesteerd in de tweede plaat van Aldous Harding en inmiddels is Party me minstens net zo dierbaar als de zo bijzondere voorganger, die in 2014 terecht opdook in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Party - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Nieuw Zeeland afkomstige Aldous Harding maakte in de laatste maand van 2014 een onuitwisbare indruk met haar titelloze debuut, dat aankwam als een donderslag bij heldere hemel.
Het was een debuut vol aardedonkere en op bijzondere wijze ingekleurde songs, die door de bijzondere stem van Aldous Harding diep onder de huid kropen.
Inmiddels is de Nieuw Zeelandse singer-songwriter terug met haar tweede plaat, die de wat opvallende titel Party heeft meegekregen.
Het is een titel die mijlenver is verwijderd van de muziek op het debuut van Aldous Harding en (gelukkig) ook niets te maken heeft met de muziek op haar nieuwe plaat. The Guardian noemde Party eerder deze week “an eerie carnival of passion and paranoia” en dat dekt de lading een stuk beter dan het feestje dat de titel suggereert.
Ook op haar nieuwe plaat maakt Aldous Harding uiterst ingetogen en bijzonder donkere en indringende muziek. Het is muziek die nog wat subtieler is ingekleurd dan op het debuut en hierdoor de bijzondere stem van Aldous Harding nog wat meer ruimte geeft.
De muzikante uit Christchurch kiest dit keer voor een basis van zeer subtiele piano- en gitaarklanken en laat haar muziek vervolgens verder inkleuren met subtiele blazers en wat synths, wat een bijzonder en vaak wat broeierig geluid oplevert.
Party is geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en dat is een uitstekende keuze. De Brit heeft de tweede plaat van Aldous Harding voorzien van een geluid dat doet denken aan dat van mysterieuze folkies uit de jaren 70 als Vashti Bunyan, Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar heeft ook gezorgd voor eigentijdse elementen en wat meer dynamiek.
Aldous Harding zingt op Party vooral fluisterzacht en laat zich hierbij begeleiden door een al even zachte instrumentatie, maar het kan zomaar omslaan (bijvoorbeeld door de uithalen van de achtergrondzangeressen), waardoor Party van de eerste tot en met de laatste noot spannend blijft.
De muziek van Aldous Harding is nog altijd, en misschien nog wel meer dan op het debuut, muziek die volledige aandacht vraagt. De wonderschone maar ook emotievolle folksongs van de Nieuw Zeelandse muzikante komen het best tot zijn recht wanneer ze alle kans krijgen om zich op te dringen en ook de meest subtiele details aan de oppervlakte komen. Het zijn details die makkelijk vervliegen wanneer je de muziek van Aldous Harding niet ondergaat maar slechts vluchtig beluistert.
Party is zeker geen makkelijke plaat en strijkt hier en daar flink tegen de haren in, maar wanneer je de tijd neemt voor het slijpen van de ruwe diamanten op de tweede plaat van Aldous Harding heb je uiteindelijk een plaat vol betoverend mooie sieraden in handen.
Zelf heb ik inmiddels de nodige tijd geïnvesteerd in de tweede plaat van Aldous Harding en inmiddels is Party me minstens net zo dierbaar als de zo bijzondere voorganger, die in 2014 terecht opdook in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Aldous Harding - Warm Chris (2022)

4,0
0
geplaatst: 27 maart 2022, 10:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Warm Chris - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aldous Harding - Warm Chris
Ook op haar vierde album doet de Nieuw-Zeelandse muzikante Aldous Harding continu dingen die je niet verwacht, maar betovert ze ook tien tracks lang met songs die de fantasie genadeloos prikkelen
Aldous Harding brak aan het eind van 2014 door met een sensationeel goed debuutalbum, waarop ze vooral aansloot bij de Amerikaanse psychedelische folk uit de jaren 60 en 70. Op de twee albums die volgden verlegde ze haar muzikale koers en koos ze voor een wat voller en veelzijdiger geluid. Ook voor het deze week verschenen Warm Chris heeft Aldous Harding weer een beroep gedaan op de Britse producer John Parish, die het album heeft voorzien van een mooi en gevarieerd geluid. Aldous Harding voegt minstens even gevarieerde vocalen toe. Niet iedereen is gecharmeerd van haar stem, maar ik vind het ook dit keer indrukwekkend hoe ze er in slaagt om steeds weer totaal anders maar altijd interessant te klinken.
Aan het eind van 2014 kwam ik bij toeval in aanraking met het eerder dat jaar verschenen titelloze debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante Aldous Harding. Het album was op dat moment nog niet te vinden op de streaming media diensten, maar na de aanschaf van een digitale versie van het album bleek het liefde op het eerste gezicht.
Op haar debuutalbum klonk de muzikante uit Lyttleton als de boegbeelden van de Amerikaanse psychedelische folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar ze voorzag haar muziek ook van een eigentijds tintje door onder andere de inzet van elektronica. Het debuut van Aldous Harding dook twee weken na mijn ontdekking van het album hoog op in mijn jaarlijstje en daarin kwamen ook de twee volgende albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante terecht.
Op Party uit 2017 en Designer uit 2019 koos Aldous Harding, samen met producer John Parish, voor een wat voller geluid en verkende ze bovendien invloeden buiten de Amerikaanse psychedelische folk uit het verleden. Deze week duikt Aldous Harding op met haar vierde album en ook Warm Chris is weer geproduceerd door John Parish, die vooral bekend is van zijn werk met PJ Harvey.
Warm Chris is, net als zijn twee voorgangers, fraai ingekleurd en knap geproduceerd, wat we John Parish inmiddels wel toe kunnen vertrouwen. In de meeste songs op Warm Chris staat de piano centraal, maar dat betekent niet dat het album eenvormig klinkt. Integendeel zelfs, want de muziek van Aldous Harding klonk nog niet eerder zo veelzijdig.
Invloeden uit de psychedelische folk van illustere voorgangers als Linda Perhacs, Karen Dalton, Vashti Bunyan en Judee Sill klinkt nog altijd door in de muziek van Aldous Harding, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante is zeker geen doorsnee folkie meer. In een aantal songs op Warm Chris zijn jazzy invloeden te horen, zeker wanneer blazers worden ingezet, maar Aldous Harding kan ook uit de voeten met tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70, met verrassend zonnige popmuziek, maar ook met wat stekeligere songs. Die laatste songs doen af en toe wel wat denken aan de muziek van PJ Harvey, maar voor de meeste songs op Warm Chris gaat deze vergelijking totaal niet op.
Na mijn eerste jubelrecensie van het debuut van Aldous Harding kreeg ik vaak terug dat het lastig wennen was aan de bijzondere stem van Aldous Harding en dat is niet veranderd denk ik. Ook op Warm Chris laat de Nieuw-Zeelandse muzikante weer horen dat ze haar stem op meerdere manieren kan gebruiken en alledaags klinkt het maar zelden. Ik kan me eerlijk gezegd wel voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van de stem van Aldous Harding, maar voor mij persoonlijk zijn het juist de bijzondere stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar bijzondere stemgebruik die haar muziek zo bijzonder maken.
Ook op Warm Chris kan het weer alle kanten op. De instrumentatie klinkt in iedere track weer net wat anders en Aldous Harding zoekt er in iedere track de best passende vocalen bij. Ik zeg het vaak, maar ook dit is een album dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met een goede koptelefoon. Ik begin inmiddels voor de zoveelste keer aan Warm Chris en vind het weer prachtig. Natuurlijk ontbreekt de sensatie van het onverwachte debuut, maar ook album nummer vier is er een vol verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Aldous Harding - Warm Chris - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Aldous Harding - Warm Chris
Ook op haar vierde album doet de Nieuw-Zeelandse muzikante Aldous Harding continu dingen die je niet verwacht, maar betovert ze ook tien tracks lang met songs die de fantasie genadeloos prikkelen
Aldous Harding brak aan het eind van 2014 door met een sensationeel goed debuutalbum, waarop ze vooral aansloot bij de Amerikaanse psychedelische folk uit de jaren 60 en 70. Op de twee albums die volgden verlegde ze haar muzikale koers en koos ze voor een wat voller en veelzijdiger geluid. Ook voor het deze week verschenen Warm Chris heeft Aldous Harding weer een beroep gedaan op de Britse producer John Parish, die het album heeft voorzien van een mooi en gevarieerd geluid. Aldous Harding voegt minstens even gevarieerde vocalen toe. Niet iedereen is gecharmeerd van haar stem, maar ik vind het ook dit keer indrukwekkend hoe ze er in slaagt om steeds weer totaal anders maar altijd interessant te klinken.
Aan het eind van 2014 kwam ik bij toeval in aanraking met het eerder dat jaar verschenen titelloze debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante Aldous Harding. Het album was op dat moment nog niet te vinden op de streaming media diensten, maar na de aanschaf van een digitale versie van het album bleek het liefde op het eerste gezicht.
Op haar debuutalbum klonk de muzikante uit Lyttleton als de boegbeelden van de Amerikaanse psychedelische folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar ze voorzag haar muziek ook van een eigentijds tintje door onder andere de inzet van elektronica. Het debuut van Aldous Harding dook twee weken na mijn ontdekking van het album hoog op in mijn jaarlijstje en daarin kwamen ook de twee volgende albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante terecht.
Op Party uit 2017 en Designer uit 2019 koos Aldous Harding, samen met producer John Parish, voor een wat voller geluid en verkende ze bovendien invloeden buiten de Amerikaanse psychedelische folk uit het verleden. Deze week duikt Aldous Harding op met haar vierde album en ook Warm Chris is weer geproduceerd door John Parish, die vooral bekend is van zijn werk met PJ Harvey.
Warm Chris is, net als zijn twee voorgangers, fraai ingekleurd en knap geproduceerd, wat we John Parish inmiddels wel toe kunnen vertrouwen. In de meeste songs op Warm Chris staat de piano centraal, maar dat betekent niet dat het album eenvormig klinkt. Integendeel zelfs, want de muziek van Aldous Harding klonk nog niet eerder zo veelzijdig.
Invloeden uit de psychedelische folk van illustere voorgangers als Linda Perhacs, Karen Dalton, Vashti Bunyan en Judee Sill klinkt nog altijd door in de muziek van Aldous Harding, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante is zeker geen doorsnee folkie meer. In een aantal songs op Warm Chris zijn jazzy invloeden te horen, zeker wanneer blazers worden ingezet, maar Aldous Harding kan ook uit de voeten met tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70, met verrassend zonnige popmuziek, maar ook met wat stekeligere songs. Die laatste songs doen af en toe wel wat denken aan de muziek van PJ Harvey, maar voor de meeste songs op Warm Chris gaat deze vergelijking totaal niet op.
Na mijn eerste jubelrecensie van het debuut van Aldous Harding kreeg ik vaak terug dat het lastig wennen was aan de bijzondere stem van Aldous Harding en dat is niet veranderd denk ik. Ook op Warm Chris laat de Nieuw-Zeelandse muzikante weer horen dat ze haar stem op meerdere manieren kan gebruiken en alledaags klinkt het maar zelden. Ik kan me eerlijk gezegd wel voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van de stem van Aldous Harding, maar voor mij persoonlijk zijn het juist de bijzondere stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar bijzondere stemgebruik die haar muziek zo bijzonder maken.
Ook op Warm Chris kan het weer alle kanten op. De instrumentatie klinkt in iedere track weer net wat anders en Aldous Harding zoekt er in iedere track de best passende vocalen bij. Ik zeg het vaak, maar ook dit is een album dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met een goede koptelefoon. Ik begin inmiddels voor de zoveelste keer aan Warm Chris en vind het weer prachtig. Natuurlijk ontbreekt de sensatie van het onverwachte debuut, maar ook album nummer vier is er een vol verrassing. Erwin Zijleman
Alejandro Escovedo - Burn Something Beautiful (2016)

4,5
0
geplaatst: 20 november 2016, 10:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alejandro Escovedo - Burn Something Special - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alejandro Escovedo is een bekende naam in de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Hij werd geboren in San Antonio, Texas, maar zette zijn eerste stappen als muzikant vanuit Los Angeles en San Francisco. Hij trok vervolgens naar New York, waar hij niet alleen terecht kwam in de punkscene, maar ook in aanraking kwam met hard drugs.
Vervolgens begon hij samen met zijn broer Javier en rootsmuzikant Jon Dee Graham de cultband True Believers.
Sindsdien maakt Alejandro Escovedo vooral rootsmuziek, al is hij nog altijd niet vies van een flinke portie rock ’n roll. Escovedo maakt soloplaten sinds 1992, maar ondanks het feit dat ze altijd kunnen rekenen op positieve recensies heb ik er maar twee in mijn bezit (A Man Under The Influence uit 2001 en het door John Cale geproduceerde The Boxing Mirror uit 2006). Allebei overigens zeer indrukwekkende platen, maar er moeten er meer zijn, zeker nu ik weet dat Escovedo het afgelopen decennium een aantal platen maakte met muzikant Chuck Prophet en David Bowie producer Tony Visconti.
Desondanks veerde ik niet direct enthousiast op toen onlangs Burn Something Beautiful verscheen. Dat enthousiasme was er echter onmiddellijk toen onlangs dan toch de eerste noten van de plaat uit de speaker kwamen, want wat is dit een lekkere en ook bijzondere plaat.
Alejandro Escovedo is inmiddels 65 en heeft al lange tijd een wat broze gezondheid, maar op zijn nieuwe plaat gaat hij tekeer als een jonge god. Dat doet hij niet alleen, want de gastenlijst op Burn Something Special is even indrukwekkend als de plaat zelf.
Escovedo toerde de afgelopen jaren met R.E.M. gitarist Peter Buck en Scott McCaughey van The Minus 5. Beiden staan op de gastenlijst, waarop verder de namen van onder andere John Moen (The Decemberists), Corin Tucker (Sleater-Kinney), Steve Berlin (Los Lobos) en Kelly Hogan (Neko Case) prijken.
Escovedo levert, zeker gezien zijn leeftijd een verrassend energieke en gedreven plaat af, waarop invloeden uit de rock domineren en de gitaren heerlijk mogen janken. Burn Something Special doet me meer dan eens aan de muziek van David Bowie (en af en toe ook aan Roxy Music of Lou Reed), maar raakt ook aan de rootsrock zoals die in de huidige thuisstaat van Alejandro Escovedo wordt gemaakt (hij werkt tegenwoordig vanuit Dallas, Texas) en citeert hiernaast uit de punk en de rock ’n roll die Escovedo in zijn jongere jaren in New York omarmde.
Met name het gitaarwerk van Peter Buck, die er vrolijk op los soleert, is geweldig, maar ook de rest van de band heeft er zin in en dan zijn er natuurlijk ook nog de fraaie psychedelische invloeden en de geweldige strot van Alejandro Escovedo, die zingt als in zijn beste jaren.
Keer op keer ben ik Alejandro Escovedo uit het oog verloren, maar na het fantastische Burn Something Special heb ik mezelf beloofd om dat niet meer te doen. Burn Something Special is immers een vijfsterrenplaat. Niets meer, maar zeker niet minder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alejandro Escovedo - Burn Something Special - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alejandro Escovedo is een bekende naam in de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Hij werd geboren in San Antonio, Texas, maar zette zijn eerste stappen als muzikant vanuit Los Angeles en San Francisco. Hij trok vervolgens naar New York, waar hij niet alleen terecht kwam in de punkscene, maar ook in aanraking kwam met hard drugs.
Vervolgens begon hij samen met zijn broer Javier en rootsmuzikant Jon Dee Graham de cultband True Believers.
Sindsdien maakt Alejandro Escovedo vooral rootsmuziek, al is hij nog altijd niet vies van een flinke portie rock ’n roll. Escovedo maakt soloplaten sinds 1992, maar ondanks het feit dat ze altijd kunnen rekenen op positieve recensies heb ik er maar twee in mijn bezit (A Man Under The Influence uit 2001 en het door John Cale geproduceerde The Boxing Mirror uit 2006). Allebei overigens zeer indrukwekkende platen, maar er moeten er meer zijn, zeker nu ik weet dat Escovedo het afgelopen decennium een aantal platen maakte met muzikant Chuck Prophet en David Bowie producer Tony Visconti.
Desondanks veerde ik niet direct enthousiast op toen onlangs Burn Something Beautiful verscheen. Dat enthousiasme was er echter onmiddellijk toen onlangs dan toch de eerste noten van de plaat uit de speaker kwamen, want wat is dit een lekkere en ook bijzondere plaat.
Alejandro Escovedo is inmiddels 65 en heeft al lange tijd een wat broze gezondheid, maar op zijn nieuwe plaat gaat hij tekeer als een jonge god. Dat doet hij niet alleen, want de gastenlijst op Burn Something Special is even indrukwekkend als de plaat zelf.
Escovedo toerde de afgelopen jaren met R.E.M. gitarist Peter Buck en Scott McCaughey van The Minus 5. Beiden staan op de gastenlijst, waarop verder de namen van onder andere John Moen (The Decemberists), Corin Tucker (Sleater-Kinney), Steve Berlin (Los Lobos) en Kelly Hogan (Neko Case) prijken.
Escovedo levert, zeker gezien zijn leeftijd een verrassend energieke en gedreven plaat af, waarop invloeden uit de rock domineren en de gitaren heerlijk mogen janken. Burn Something Special doet me meer dan eens aan de muziek van David Bowie (en af en toe ook aan Roxy Music of Lou Reed), maar raakt ook aan de rootsrock zoals die in de huidige thuisstaat van Alejandro Escovedo wordt gemaakt (hij werkt tegenwoordig vanuit Dallas, Texas) en citeert hiernaast uit de punk en de rock ’n roll die Escovedo in zijn jongere jaren in New York omarmde.
Met name het gitaarwerk van Peter Buck, die er vrolijk op los soleert, is geweldig, maar ook de rest van de band heeft er zin in en dan zijn er natuurlijk ook nog de fraaie psychedelische invloeden en de geweldige strot van Alejandro Escovedo, die zingt als in zijn beste jaren.
Keer op keer ben ik Alejandro Escovedo uit het oog verloren, maar na het fantastische Burn Something Special heb ik mezelf beloofd om dat niet meer te doen. Burn Something Special is immers een vijfsterrenplaat. Niets meer, maar zeker niet minder. Erwin Zijleman
Alela Diane - Cusp (2018)

4,5
0
geplaatst: 10 februari 2018, 11:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alela Diane - Cusp - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alela Diane dook een jaar of 15 geleden op in het kielzog van de op dat moment volop geprezen stadgenote Joanna Newsom.
Het leverde de singer-songwriter uit Nevada City, California, een vliegende start op, al werd Alela Diane ook tegen wil en dank in het hokje psych-folk geduwd.
Sinds haar debuut The Pirate’s Gospel, dat Europa in 2006 wist te bereiken, heeft Alela Diane een aantal wonderschone platen gemaakt en het zijn platen die niet alleen opvielen door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook zeker door haar songwriting skills.
De afgelopen jaren was het helaas redelijk stil rond Alela Diane. Haar laatste soloplaat kwam tot voor kort uit 2013 (About Farewell), terwijl het in 2015 en samen met singer-songwriter Ryan Francesconi gemaakte Cold Moon wat mij betreft wat tegenviel. Deze week verscheen Cusp, maar ik heb de plaat al een aantal weken in mijn bezit. Het was voldoende tijd om compleet verliefd te worden op de nieuwe plaat van Alela Diane.
De songs op Cusp maken vrijwel onmiddellijk duidelijk waarom het een tijd stil is geweest rond Alela Diane. De tegenwoordig vanuit Portland, Oregon, opererende singer-songwriter is moeder geworden, wat niet alleen een compleet ander leven heeft opgeleverd, maar Alela Diane ook weer herinnerde aan de moeizame relatie die ze had met haar eigen moeder.
Het moederschap in al haar facetten vormt de basis voor een persoonlijke plaat, die in the middle of nowhere werd opgenomen. In the middle of nowhere had Alela Diane wel de beschikking over een piano en deze staat centraal in vrijwel alle songs op de plaat.
Alela Diane werd in het verleden zoals gezegd vrij makkelijk in het hokje psych-folk (of in een van de vele beschikbare synoniemen) geduwd, maar heeft met Cusp een plaat gemaakt die vooral herinnert aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Cusp ademt de sfeer van de platen van met name Carole King en Joni Mitchell, al verwerkt Alela Diane ook nog wel wat invloeden uit de traditionele folk in haar muziek.
Door de grote rol van de piano en de intieme en persoonlijke songs maakt Cusp een tijdloze indruk, wat nog eens wordt verstrekt door het feit dat Alela Diane de sfeer van de afgelegen berghut waar ze plaat heeft opgenomen heeft weten te vangen op de plaat, die een bijna rustgevende uitwerking heeft.
Cusp betovert met prachtige pianoklanken en hier en daar wat accenten van strijkers, gitaren en de instrumenten van meerdere gastmuzikanten, maar de meeste indruk maakt Alela Diane ook dit keer met haar stem. De vocalen op Cusp strelen intens het oor, maar weten je door de persoonlijke teksten en emotievolle voordracht van Alela Diane ook makkelijk te raken.
Een afwezigheid van bijna vijf jaar is tegenwoordig voldoende om vrijwel volledig vergeten te worden en ik moet toegeven dat ik de afgelopen jaren nooit naar de muziek van Alela Diane heb geluisterd. Cusp zal de komende tijd heel vaak uit de speakers komen en heeft ook mijn interesse voor het oudere werk van Alela Diane weer opgewekt. Alela Diane is gelukkig terug en heeft wat mij betreft haar beste plaat tot dusver afgeleverd. Iedereen die haar vorige platen kent, weet wat dit zegt over het niveau van de plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alela Diane - Cusp - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alela Diane dook een jaar of 15 geleden op in het kielzog van de op dat moment volop geprezen stadgenote Joanna Newsom.
Het leverde de singer-songwriter uit Nevada City, California, een vliegende start op, al werd Alela Diane ook tegen wil en dank in het hokje psych-folk geduwd.
Sinds haar debuut The Pirate’s Gospel, dat Europa in 2006 wist te bereiken, heeft Alela Diane een aantal wonderschone platen gemaakt en het zijn platen die niet alleen opvielen door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook zeker door haar songwriting skills.
De afgelopen jaren was het helaas redelijk stil rond Alela Diane. Haar laatste soloplaat kwam tot voor kort uit 2013 (About Farewell), terwijl het in 2015 en samen met singer-songwriter Ryan Francesconi gemaakte Cold Moon wat mij betreft wat tegenviel. Deze week verscheen Cusp, maar ik heb de plaat al een aantal weken in mijn bezit. Het was voldoende tijd om compleet verliefd te worden op de nieuwe plaat van Alela Diane.
De songs op Cusp maken vrijwel onmiddellijk duidelijk waarom het een tijd stil is geweest rond Alela Diane. De tegenwoordig vanuit Portland, Oregon, opererende singer-songwriter is moeder geworden, wat niet alleen een compleet ander leven heeft opgeleverd, maar Alela Diane ook weer herinnerde aan de moeizame relatie die ze had met haar eigen moeder.
Het moederschap in al haar facetten vormt de basis voor een persoonlijke plaat, die in the middle of nowhere werd opgenomen. In the middle of nowhere had Alela Diane wel de beschikking over een piano en deze staat centraal in vrijwel alle songs op de plaat.
Alela Diane werd in het verleden zoals gezegd vrij makkelijk in het hokje psych-folk (of in een van de vele beschikbare synoniemen) geduwd, maar heeft met Cusp een plaat gemaakt die vooral herinnert aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Cusp ademt de sfeer van de platen van met name Carole King en Joni Mitchell, al verwerkt Alela Diane ook nog wel wat invloeden uit de traditionele folk in haar muziek.
Door de grote rol van de piano en de intieme en persoonlijke songs maakt Cusp een tijdloze indruk, wat nog eens wordt verstrekt door het feit dat Alela Diane de sfeer van de afgelegen berghut waar ze plaat heeft opgenomen heeft weten te vangen op de plaat, die een bijna rustgevende uitwerking heeft.
Cusp betovert met prachtige pianoklanken en hier en daar wat accenten van strijkers, gitaren en de instrumenten van meerdere gastmuzikanten, maar de meeste indruk maakt Alela Diane ook dit keer met haar stem. De vocalen op Cusp strelen intens het oor, maar weten je door de persoonlijke teksten en emotievolle voordracht van Alela Diane ook makkelijk te raken.
Een afwezigheid van bijna vijf jaar is tegenwoordig voldoende om vrijwel volledig vergeten te worden en ik moet toegeven dat ik de afgelopen jaren nooit naar de muziek van Alela Diane heb geluisterd. Cusp zal de komende tijd heel vaak uit de speakers komen en heeft ook mijn interesse voor het oudere werk van Alela Diane weer opgewekt. Alela Diane is gelukkig terug en heeft wat mij betreft haar beste plaat tot dusver afgeleverd. Iedereen die haar vorige platen kent, weet wat dit zegt over het niveau van de plaat. Erwin Zijleman
Alela Diane - Looking Glass (2022)

4,5
3
geplaatst: 17 oktober 2022, 16:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alela Diane - Looking Glass - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alela Diane - Looking Glass
Alela Diane heeft de tijd genomen voor haar eerste studioalbum in ruim vierenhalf jaar tijd, maar het persoonlijke en bijzonder fraaie Looking Glass was het lange wachten echt meer dan waard
De carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane kwam een kleine twintig jaar geleden wat moeizaam van start, maar inmiddels weten we dat ieder nieuw album van een zeer hoge kwaliteit is. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Looking Glass, dat gemaakt werd met een topproducer en een aantal topmuzikanten. Desondanks is het Alela Diane zelf die de aandacht opeist met intieme en persoonlijke songs en natuurlijk met haar prachtige stem, die de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante met veel gevoel vertolkt. Alela Diane kan nog altijd uit de voeten met ingetogen folksongs, maar ook de rijker georkestreerde songs op het album komen hard binnen.
De Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane debuteerde een kleine twintig jaar geleden met een in eigen beheer uitgebracht album (Forest Parade) dat helaas nauwelijks aandacht trok. De muzikante uit Nevada City, California, trok wat meer aandacht met haar officiële debuut, het oorspronkelijk in 2004 uitgebrachte, maar in 2006 opnieuw verschenen The Pirate’s Gospel, dat terecht zeer positieve kritieken kreeg.
De naam van Alela Diane begon echter nadrukkelijker rond te zingen nadat ze in 2008 als zangeres was te horen op het eerste en enige album van de gelegenheidsband Headless Heroes. Van deze band is sinds het prachtige The Silence Of Love helaas niets meer vernomen, maar de carrière van Alela Diane kwam na dit uitstapje goed van de grond.
Met The Pirate’s Gospel uit 2006, To Be Still uit 2009, About Farewell uit 2013 en Cusp uit 2018 heeft Alela Diane inmiddels vier uitstekende soloalbums op haar naam staan. Voor deze vier albums had de Amerikaanse muzikante wel flink wat tijd nodig, wat misschien de conclusie rechtvaardigt dat Alela Diane niet erg productief is.
Die conclusie moet echter direct wat genuanceerd worden, want ook het minialbum dat ze in 2009 maakte met Alina Hardin onder de naam Alela & Alina, het album van Alela Diane & Wild Divine uit 2011, het in 2015 verschenen Cold Moon dat ze maakte met collega folkie Ryan Francesconi (Joanne Newsom) en het vorig jaar verschenen live-album Live At The Map Room moeten tot haar oeuvre worden gerekend. Feit blijft dat we al sinds het begin van 2018 wachten op nieuw studiowerk van de Amerikaanse muzikante, maar dit wachten wordt deze week beloond met de release van Looking Glass.
De inmiddels al een aantal jaren vanuit Portland, Oregon, opererende muzikante stond op het intieme en persoonlijke Cusp ruim vier jaar geleden stil bij verschillende aspecten van het moederschap, variërend van de bijzondere ervaring van het moeder worden tot de relatie met haar eigen moeder en de bevallingscomplicaties die haar bijna het leven kostten.
Ook Looking Glass is weer een persoonlijk album dat nog altijd stil staat bij het moederschap, maar ook bij verloren en hervonden liefde, natuurrampen in de directe omgeving en zeker ook de verkoop van het huis dat Alela Diane kost van haar eerste royalties en waarin ze zoveel pieken maar ook dalen beleefde.
Looking Glass is prachtig geproduceerd door topproducer Tucker Martine en kent verder bijdragen van onder andere arrangeur Heather Woods Broderick en muzikanten Carl Broemel (My Morning Jacket), Scott Avett (The Avett Brothers) en Ryan Francesconi (Joanna Newsom).
Looking Glass klinkt prachtig en bij vlagen aangenaam vol, maar het is ook dit keer vooral de krachtige maar ook emotievolle stem van Alela Diane die de meeste indruk maakt. De muzikante Portland vertolkt haar persoonlijke songs met veel gevoel en passie en de mooie stem van Alela Diane blijkt het ook nog eens prachtig te doen in de vollere en wat steviger aangezette orkestraties op het album.
Looking Glass is een logische volgende stap in het prachtige oeuvre van Alela Diane, maar, misschien mede door het lange wachten, ben ik nog wat extra onder de indruk van dit nieuwe album, dat me elf songs en veertig minuten lang in een wurggreep houdt. Dat Alela Diane inmiddels behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek wordt steeds duidelijker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alela Diane - Looking Glass - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alela Diane - Looking Glass
Alela Diane heeft de tijd genomen voor haar eerste studioalbum in ruim vierenhalf jaar tijd, maar het persoonlijke en bijzonder fraaie Looking Glass was het lange wachten echt meer dan waard
De carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane kwam een kleine twintig jaar geleden wat moeizaam van start, maar inmiddels weten we dat ieder nieuw album van een zeer hoge kwaliteit is. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Looking Glass, dat gemaakt werd met een topproducer en een aantal topmuzikanten. Desondanks is het Alela Diane zelf die de aandacht opeist met intieme en persoonlijke songs en natuurlijk met haar prachtige stem, die de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante met veel gevoel vertolkt. Alela Diane kan nog altijd uit de voeten met ingetogen folksongs, maar ook de rijker georkestreerde songs op het album komen hard binnen.
De Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane debuteerde een kleine twintig jaar geleden met een in eigen beheer uitgebracht album (Forest Parade) dat helaas nauwelijks aandacht trok. De muzikante uit Nevada City, California, trok wat meer aandacht met haar officiële debuut, het oorspronkelijk in 2004 uitgebrachte, maar in 2006 opnieuw verschenen The Pirate’s Gospel, dat terecht zeer positieve kritieken kreeg.
De naam van Alela Diane begon echter nadrukkelijker rond te zingen nadat ze in 2008 als zangeres was te horen op het eerste en enige album van de gelegenheidsband Headless Heroes. Van deze band is sinds het prachtige The Silence Of Love helaas niets meer vernomen, maar de carrière van Alela Diane kwam na dit uitstapje goed van de grond.
Met The Pirate’s Gospel uit 2006, To Be Still uit 2009, About Farewell uit 2013 en Cusp uit 2018 heeft Alela Diane inmiddels vier uitstekende soloalbums op haar naam staan. Voor deze vier albums had de Amerikaanse muzikante wel flink wat tijd nodig, wat misschien de conclusie rechtvaardigt dat Alela Diane niet erg productief is.
Die conclusie moet echter direct wat genuanceerd worden, want ook het minialbum dat ze in 2009 maakte met Alina Hardin onder de naam Alela & Alina, het album van Alela Diane & Wild Divine uit 2011, het in 2015 verschenen Cold Moon dat ze maakte met collega folkie Ryan Francesconi (Joanne Newsom) en het vorig jaar verschenen live-album Live At The Map Room moeten tot haar oeuvre worden gerekend. Feit blijft dat we al sinds het begin van 2018 wachten op nieuw studiowerk van de Amerikaanse muzikante, maar dit wachten wordt deze week beloond met de release van Looking Glass.
De inmiddels al een aantal jaren vanuit Portland, Oregon, opererende muzikante stond op het intieme en persoonlijke Cusp ruim vier jaar geleden stil bij verschillende aspecten van het moederschap, variërend van de bijzondere ervaring van het moeder worden tot de relatie met haar eigen moeder en de bevallingscomplicaties die haar bijna het leven kostten.
Ook Looking Glass is weer een persoonlijk album dat nog altijd stil staat bij het moederschap, maar ook bij verloren en hervonden liefde, natuurrampen in de directe omgeving en zeker ook de verkoop van het huis dat Alela Diane kost van haar eerste royalties en waarin ze zoveel pieken maar ook dalen beleefde.
Looking Glass is prachtig geproduceerd door topproducer Tucker Martine en kent verder bijdragen van onder andere arrangeur Heather Woods Broderick en muzikanten Carl Broemel (My Morning Jacket), Scott Avett (The Avett Brothers) en Ryan Francesconi (Joanna Newsom).
Looking Glass klinkt prachtig en bij vlagen aangenaam vol, maar het is ook dit keer vooral de krachtige maar ook emotievolle stem van Alela Diane die de meeste indruk maakt. De muzikante Portland vertolkt haar persoonlijke songs met veel gevoel en passie en de mooie stem van Alela Diane blijkt het ook nog eens prachtig te doen in de vollere en wat steviger aangezette orkestraties op het album.
Looking Glass is een logische volgende stap in het prachtige oeuvre van Alela Diane, maar, misschien mede door het lange wachten, ben ik nog wat extra onder de indruk van dit nieuwe album, dat me elf songs en veertig minuten lang in een wurggreep houdt. Dat Alela Diane inmiddels behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek wordt steeds duidelijker. Erwin Zijleman
Alex Culbreth - The High Country (2016)

4,5
0
geplaatst: 6 februari 2016, 10:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alex Culbreth - The High Country - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Op zaterdag besteed ik geregeld aandacht aan minder bekend of zelfs miskend talent in het bootssegment.
Wanneer ik de plaat moet kiezen die me in deze rubriek het meest dierbaar is geworden de afgelopen jaren, zou ik best wel eens uit kunnen komen bij When The Dust Settles van The Parlor Soldiers.
Het duo uit Fredericksburg, Virginia, bestaande uit Karen Jonas en Alex Culbreth leverde in 2012 een alt-country plaat af die wat mij betreft nog steeds behoort tot het beste dat in dit genre is verschenen de afgelopen jaren.
Alex Culbreth dook later dat jaar ook nog eens op met het samen met zijn band The Dead Country Stars gemaakte en een stuk rauwere Heart In A Mason Jar en keert nu solo terug met The High Country.
Ook The High Country is weer een fantastische plaat. Alex Culbreth kiest op The High Country voor wat traditionelere countrymuziek, maar voorziet deze van een geheel eigen geluid.
De nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant bevat een aantal rauwe en up-tempo songs en een aantal meer ingetogen songs. De uptempo songs haken aan bij rauwe countryrock, maar hebben ook wel wat van de magistrale muziek die Bob Dylan op Tempest maakte. In de meer ingetogen songs staat de uitstekende stem van Alex Culbreth centraal en het is een stem die me, meer dan in het verleden, doet denken aan Johnny Cash. Zeker in de zeer spaarzaam geïnstrumenteerde tracks is kippenvel gegarandeerd.
Alex Culbreth vertelt op The High Country mooie en indringende verhalen en vertolkt ze met hart en ziel. De songs zijn van hoog niveau, de zang is geweldig, maar ook de instrumentatie op de soloplaat van Alex Culbreth valt in positieve zin op. De muzikanten die de Amerikaan omringen kunnen stevig uitpakken, maar verrassen ook meer dan eens met een subtiel geluid, waarin met name de viool indruk maakt.
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van de nieuwe plaat van Alex Culbreth, maar het passionele The High Country blijft ook maar groeien. Indrukwekkend weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alex Culbreth - The High Country - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Op zaterdag besteed ik geregeld aandacht aan minder bekend of zelfs miskend talent in het bootssegment.
Wanneer ik de plaat moet kiezen die me in deze rubriek het meest dierbaar is geworden de afgelopen jaren, zou ik best wel eens uit kunnen komen bij When The Dust Settles van The Parlor Soldiers.
Het duo uit Fredericksburg, Virginia, bestaande uit Karen Jonas en Alex Culbreth leverde in 2012 een alt-country plaat af die wat mij betreft nog steeds behoort tot het beste dat in dit genre is verschenen de afgelopen jaren.
Alex Culbreth dook later dat jaar ook nog eens op met het samen met zijn band The Dead Country Stars gemaakte en een stuk rauwere Heart In A Mason Jar en keert nu solo terug met The High Country.
Ook The High Country is weer een fantastische plaat. Alex Culbreth kiest op The High Country voor wat traditionelere countrymuziek, maar voorziet deze van een geheel eigen geluid.
De nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant bevat een aantal rauwe en up-tempo songs en een aantal meer ingetogen songs. De uptempo songs haken aan bij rauwe countryrock, maar hebben ook wel wat van de magistrale muziek die Bob Dylan op Tempest maakte. In de meer ingetogen songs staat de uitstekende stem van Alex Culbreth centraal en het is een stem die me, meer dan in het verleden, doet denken aan Johnny Cash. Zeker in de zeer spaarzaam geïnstrumenteerde tracks is kippenvel gegarandeerd.
Alex Culbreth vertelt op The High Country mooie en indringende verhalen en vertolkt ze met hart en ziel. De songs zijn van hoog niveau, de zang is geweldig, maar ook de instrumentatie op de soloplaat van Alex Culbreth valt in positieve zin op. De muzikanten die de Amerikaan omringen kunnen stevig uitpakken, maar verrassen ook meer dan eens met een subtiel geluid, waarin met name de viool indruk maakt.
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van de nieuwe plaat van Alex Culbreth, maar het passionele The High Country blijft ook maar groeien. Indrukwekkend weer. Erwin Zijleman
Alex G - God Save the Animals (2022)

4,0
0
geplaatst: 9 december 2022, 16:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alex G - God Save The Animals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex G - God Save The Animals
De Amerikaanse website Paste zet God Save The Animals van Alex G heel hoog (op 2) in haar jaarlijstje en daar valt echt niets of af te dingen, want wat zitten de songs van Alexander Giannascoli knap in elkaar
Ik heb God Save The Animals van Alex G eind september laten liggen en waarschijnlijk niet eens beluisterd, maar werd nieuwsgierig toen ik het jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste bekeek. Ik volg de tips van Paste over het algemeen op de voet, maar het negende album van Alex G heb ik laten liggen, net als de vorige acht. Ten onrechte, want God Save The Animals van Alex G is een knap album. De Amerikaanse muzikant schrijft geweldige songs, die lekker in het gehoor liggen, maar die ook keer op keer dingen doen die je niet verwacht. De Amerikaanse muzikant heeft dit keer optimaal gebruik gemaakt van alle faciliteiten en heeft een prachtig klinkend album gemaakt dat alleen maar beter wordt.
De komende weken zal ik met enige regelmaat albums bespreken die ik tegen ben gekomen in de jaarlijstjes van anderen. Het eerste album dat ik uit een jaarlijstje heb opgepikt is direct een bijzondere, want God Save The Animals van Alex G komt niet alleen uit het jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste, die ik heel hoog heb zitten, maar het album bereikte bovendien in dit jaarlijstje de tweede plek en staat tussen een aantal albums die ook in mijn jaarlijstje zeer hoge ogen gaan gooien volgende week.
Ik kan me niet herinneren dat ik eerder dit jaar naar het album heb geluisterd, terwijl ik de tips van Paste meestal erg serieus neem. Ik heb sowieso geen actieve herinneringen aan de muziek die de Amerikaanse muzikant Alexander Giannascoli tot dusver heeft gemaakt als (Sandy) Alex G en het is inmiddels een flink stapeltje met negen albums.
Het is bijzonder dat God Save The Animals me eind september is ontgaan, want ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd en bij vlagen ook diep onder de indruk van het nieuwe album van Alex G. Direct in de openingstrack is dat deels de verdienste van de gastvocalen van Jessica Lea Mayfield, maar After All is ook een knap in elkaar stekende en fraai ingekleurde popsong.
Ik weet inmiddels dat Alexander Giannascoli zijn eerste albums bij voorkeur thuis opnam met betrekkelijk eenvoudige middelen, maar de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, heeft inmiddels de studio ontdekt en maakt er op God Save The Animals flink gebruik van. Het album werd gemaakt met een aantal gastmuzikanten en is zeker geen thuis in elkaar geknutseld lo-fi album meer. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je uit hoeveel lagen de muziek van de Amerikaanse muzikant bestaat en hoe knap al deze lagen samenvloeien.
Alex G laat de vocalen in de openingstrack aan Jessica Lea Mayfield, maar in de tweede track staat hij zelf achter de microfoon. Ook in deze tweede track verrast de Amerikaanse muzikant met een tijdloze maar ook razend knappe popsong en God Save The Animals staat vol met dit soort popsongs. Het zijn songs die op meerdere manieren kwaliteit ademen. De instrumentatie is altijd smaakvol met glansrollen voor gitaren en synths en de productie is echt prachtig. Alex G is verder een prima zanger en de Amerikaanse muzikant schrijft songs die aan de ene kant logisch en vertrouwd klinken, maar die ook vol zitten met bijzondere vondsten.
Het zijn van die songs die de allergrootsten bijna achteloos uit de mouw schudden, maar waarvan de meeste muzikanten alleen maar kunnen dromen. Alex G behoort nog niet tot de allergrootsten, maar met songs als een aantal songs op God Save The Animals is hij aardig op weg. Het zijn songs die in de basis in het hokje singer-songwriter pop of folkrock passen met hier en daar een vleugje Elliott Smith, maar de muzikant uit Philadelphia blijft er maar bijzondere dingen bijslepen, wat zijn muziek een psychedelisch of hier en daar zelfs een futuristisch tintje geeft.
Hier en daar mogen deze songs doorslaan in experiment, maar de Amerikaanse muzikant schrijft ook compacte popsongs die zelfs enige hitpotentie niet ontzegd mogen worden. Ik was zoals gezegd direct bij eerste beluistering gecharmeerd van dit album, maar vervolgens ben ik begonnen aan een muzikale ontdekkingsreis die alleen maar spannender wordt. Weer een rake tip van Paste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alex G - God Save The Animals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex G - God Save The Animals
De Amerikaanse website Paste zet God Save The Animals van Alex G heel hoog (op 2) in haar jaarlijstje en daar valt echt niets of af te dingen, want wat zitten de songs van Alexander Giannascoli knap in elkaar
Ik heb God Save The Animals van Alex G eind september laten liggen en waarschijnlijk niet eens beluisterd, maar werd nieuwsgierig toen ik het jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste bekeek. Ik volg de tips van Paste over het algemeen op de voet, maar het negende album van Alex G heb ik laten liggen, net als de vorige acht. Ten onrechte, want God Save The Animals van Alex G is een knap album. De Amerikaanse muzikant schrijft geweldige songs, die lekker in het gehoor liggen, maar die ook keer op keer dingen doen die je niet verwacht. De Amerikaanse muzikant heeft dit keer optimaal gebruik gemaakt van alle faciliteiten en heeft een prachtig klinkend album gemaakt dat alleen maar beter wordt.
De komende weken zal ik met enige regelmaat albums bespreken die ik tegen ben gekomen in de jaarlijstjes van anderen. Het eerste album dat ik uit een jaarlijstje heb opgepikt is direct een bijzondere, want God Save The Animals van Alex G komt niet alleen uit het jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste, die ik heel hoog heb zitten, maar het album bereikte bovendien in dit jaarlijstje de tweede plek en staat tussen een aantal albums die ook in mijn jaarlijstje zeer hoge ogen gaan gooien volgende week.
Ik kan me niet herinneren dat ik eerder dit jaar naar het album heb geluisterd, terwijl ik de tips van Paste meestal erg serieus neem. Ik heb sowieso geen actieve herinneringen aan de muziek die de Amerikaanse muzikant Alexander Giannascoli tot dusver heeft gemaakt als (Sandy) Alex G en het is inmiddels een flink stapeltje met negen albums.
Het is bijzonder dat God Save The Animals me eind september is ontgaan, want ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd en bij vlagen ook diep onder de indruk van het nieuwe album van Alex G. Direct in de openingstrack is dat deels de verdienste van de gastvocalen van Jessica Lea Mayfield, maar After All is ook een knap in elkaar stekende en fraai ingekleurde popsong.
Ik weet inmiddels dat Alexander Giannascoli zijn eerste albums bij voorkeur thuis opnam met betrekkelijk eenvoudige middelen, maar de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, heeft inmiddels de studio ontdekt en maakt er op God Save The Animals flink gebruik van. Het album werd gemaakt met een aantal gastmuzikanten en is zeker geen thuis in elkaar geknutseld lo-fi album meer. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je uit hoeveel lagen de muziek van de Amerikaanse muzikant bestaat en hoe knap al deze lagen samenvloeien.
Alex G laat de vocalen in de openingstrack aan Jessica Lea Mayfield, maar in de tweede track staat hij zelf achter de microfoon. Ook in deze tweede track verrast de Amerikaanse muzikant met een tijdloze maar ook razend knappe popsong en God Save The Animals staat vol met dit soort popsongs. Het zijn songs die op meerdere manieren kwaliteit ademen. De instrumentatie is altijd smaakvol met glansrollen voor gitaren en synths en de productie is echt prachtig. Alex G is verder een prima zanger en de Amerikaanse muzikant schrijft songs die aan de ene kant logisch en vertrouwd klinken, maar die ook vol zitten met bijzondere vondsten.
Het zijn van die songs die de allergrootsten bijna achteloos uit de mouw schudden, maar waarvan de meeste muzikanten alleen maar kunnen dromen. Alex G behoort nog niet tot de allergrootsten, maar met songs als een aantal songs op God Save The Animals is hij aardig op weg. Het zijn songs die in de basis in het hokje singer-songwriter pop of folkrock passen met hier en daar een vleugje Elliott Smith, maar de muzikant uit Philadelphia blijft er maar bijzondere dingen bijslepen, wat zijn muziek een psychedelisch of hier en daar zelfs een futuristisch tintje geeft.
Hier en daar mogen deze songs doorslaan in experiment, maar de Amerikaanse muzikant schrijft ook compacte popsongs die zelfs enige hitpotentie niet ontzegd mogen worden. Ik was zoals gezegd direct bij eerste beluistering gecharmeerd van dit album, maar vervolgens ben ik begonnen aan een muzikale ontdekkingsreis die alleen maar spannender wordt. Weer een rake tip van Paste. Erwin Zijleman
Alex Lahey - The Best of Luck Club (2019)

4,0
0
geplaatst: 20 mei 2019, 16:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alex Lahey - The Best Of Luck Club - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex Lahey - The Best Of Luck Club
Alex Lahey transformeert van een katje om niet zonder handschoenen aan te pakken in een heuse popprinses, maar dit album heeft uiteindelijk iets bijzonder lekkers
Alex Lahey had op haar twee jaar geleden verschenen debuut nog punk en garagerock ambities, wat haar eerste album op zijn minst leuk maakte. Punk en garagerock zijn op haar tweede album grotendeels verruild voor pop, maar het is pop met een licht eigenwijze twist. Het is bovendien pop die zich genadeloos opdringt en die na een paar keer horen deels is opgeslagen in het lange termijn geheugen. Vraag is of Alex Lahey zich met haar debuut schaart onder de kleurloze popprinsessen of blijft behoren tot het legioen van de talentvolle en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter in het indie-segment. Ik kies absoluut voor het laatste.
I Love You Like A Brother, het debuut van de Australische singer-songwriter Alex Lahey, beviel me in eerste instantie wel, maar na een paar keer horen bleven de songs van de singer-songwriter uit Melbourne toch onvoldoende hangen om van het album veel meer te maken dan een guilty pleasure.
Op haar debuut wisselde Alex Lahey stekelige rocksongs met een PJ Harvey twist af met zonnige popliedjes, die herinnerden aan bands als The Go-Go’s, maar dan met een punky attitude, waardoor het ook wel had van Blondie. De jonge Australische singer-songwriter schuwde hierbij het ruwere gitaarwerk niet, wat haar debuut absoluut een zekere charme gaf.
Op The Best Of Luck Club kiest Alex Lahey voor een net wat minder rauw en stevig geluid en laat ze meer invloeden uit de pop toe in haar muziek. Het zal er ongetwijfeld voor zorgen dat liefhebbers van de rauwere kant van Alex Lahey af zullen haken, maar ik hou persoonlijk wel van het nieuwe geluid van de Australische singer-songwriter, die de inspiratie voor haar nieuwe album op deed tijdens een road trip door de Verenigde Staten en het album uiteindelijk opnam in Nashville met de bekende producer Catherine Marks (Local Natives, Wolf Alice).
Tijdens haar road trip heeft Alex Lahey ongetwijfeld geluisterd naar de Amerikaanse radiostations met een voorliefde voor groots klinkende pop en rock. The Go-Go’s zijn deels verruild voor het solowerk van Belinda Carlisle en hier en daar zelfs een vleugje Kim Wilde, maar Alex Lahey is haar wilde haren gelukkig niet helemaal kwijt.
The Best Of Luck Club klinkt hier en daar nog rauw en stekelig en op een of andere manier contrasteert dit best mooi met de popliedjes die de ambitie hebben om na één keer in je hoofd te zitten. Dat zal Alex Lahey zeker niet bij iedereen lukken, maar ik heb absoluut een zwak voor de rijkelijk ingekleurde popliedjes van de Australische.
Het debuut van Alex Lahey noemde ik uiteindelijk een guilty pleasure vanwege de charmante eigenwijsheid en rauwheid van Alex Lahey maar een gebrek aan echt goede songs. The Best Of Luck Club brengt de belofte van de betere songs, maar omdat het tweede album van Alex Lahey wel erg nadrukkelijk flirt met radiovriendelijke pop, was ook het nieuwe album van de muzikante uit Melbourne voor mij niet direct veel meer dan een guilty pleasure.
Met een guilty pleasure is op zich niets mis en ik moet zeggen dat het tweede album van Alex Lahey me toch langzaam maar zeker heeft veroverd. Ik heb wel wat met popliedjes die je na één keer horen vast weet te houden en ik hou ook wel van de stem en de bravoure van de Australische muzikante. Alex Lahey heeft de punky pop van haar debuut niet helemaal losgelaten maar ingepakt met een flinke laag synths en gitaren. Het levert een album op dat een popprinses met voorzichtige rockambities graag gemaakt zou hebben, maar het is ook een album dat interessanter is wanneer je net wat beter luistert.
Alex Lahey kent haar klassiekers in de popmuziek en smeedt van alles en nog wat samen in een geluid dat vooral bedoeld is om genadeloos te verleiden. The Best Of Luck Club is een popalbum dat vraagt om een open dak, zonnestralen en een eindeloze weg. Het is een popalbum dat doet verlangen naar zomeravonden die niet zouden moeten eindigen. Het is misschien niet meer dan suikerzoete pop in een leren jasje, maar Alex Lahey beheerst dit kunstje wel verdomd goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alex Lahey - The Best Of Luck Club - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex Lahey - The Best Of Luck Club
Alex Lahey transformeert van een katje om niet zonder handschoenen aan te pakken in een heuse popprinses, maar dit album heeft uiteindelijk iets bijzonder lekkers
Alex Lahey had op haar twee jaar geleden verschenen debuut nog punk en garagerock ambities, wat haar eerste album op zijn minst leuk maakte. Punk en garagerock zijn op haar tweede album grotendeels verruild voor pop, maar het is pop met een licht eigenwijze twist. Het is bovendien pop die zich genadeloos opdringt en die na een paar keer horen deels is opgeslagen in het lange termijn geheugen. Vraag is of Alex Lahey zich met haar debuut schaart onder de kleurloze popprinsessen of blijft behoren tot het legioen van de talentvolle en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter in het indie-segment. Ik kies absoluut voor het laatste.
I Love You Like A Brother, het debuut van de Australische singer-songwriter Alex Lahey, beviel me in eerste instantie wel, maar na een paar keer horen bleven de songs van de singer-songwriter uit Melbourne toch onvoldoende hangen om van het album veel meer te maken dan een guilty pleasure.
Op haar debuut wisselde Alex Lahey stekelige rocksongs met een PJ Harvey twist af met zonnige popliedjes, die herinnerden aan bands als The Go-Go’s, maar dan met een punky attitude, waardoor het ook wel had van Blondie. De jonge Australische singer-songwriter schuwde hierbij het ruwere gitaarwerk niet, wat haar debuut absoluut een zekere charme gaf.
Op The Best Of Luck Club kiest Alex Lahey voor een net wat minder rauw en stevig geluid en laat ze meer invloeden uit de pop toe in haar muziek. Het zal er ongetwijfeld voor zorgen dat liefhebbers van de rauwere kant van Alex Lahey af zullen haken, maar ik hou persoonlijk wel van het nieuwe geluid van de Australische singer-songwriter, die de inspiratie voor haar nieuwe album op deed tijdens een road trip door de Verenigde Staten en het album uiteindelijk opnam in Nashville met de bekende producer Catherine Marks (Local Natives, Wolf Alice).
Tijdens haar road trip heeft Alex Lahey ongetwijfeld geluisterd naar de Amerikaanse radiostations met een voorliefde voor groots klinkende pop en rock. The Go-Go’s zijn deels verruild voor het solowerk van Belinda Carlisle en hier en daar zelfs een vleugje Kim Wilde, maar Alex Lahey is haar wilde haren gelukkig niet helemaal kwijt.
The Best Of Luck Club klinkt hier en daar nog rauw en stekelig en op een of andere manier contrasteert dit best mooi met de popliedjes die de ambitie hebben om na één keer in je hoofd te zitten. Dat zal Alex Lahey zeker niet bij iedereen lukken, maar ik heb absoluut een zwak voor de rijkelijk ingekleurde popliedjes van de Australische.
Het debuut van Alex Lahey noemde ik uiteindelijk een guilty pleasure vanwege de charmante eigenwijsheid en rauwheid van Alex Lahey maar een gebrek aan echt goede songs. The Best Of Luck Club brengt de belofte van de betere songs, maar omdat het tweede album van Alex Lahey wel erg nadrukkelijk flirt met radiovriendelijke pop, was ook het nieuwe album van de muzikante uit Melbourne voor mij niet direct veel meer dan een guilty pleasure.
Met een guilty pleasure is op zich niets mis en ik moet zeggen dat het tweede album van Alex Lahey me toch langzaam maar zeker heeft veroverd. Ik heb wel wat met popliedjes die je na één keer horen vast weet te houden en ik hou ook wel van de stem en de bravoure van de Australische muzikante. Alex Lahey heeft de punky pop van haar debuut niet helemaal losgelaten maar ingepakt met een flinke laag synths en gitaren. Het levert een album op dat een popprinses met voorzichtige rockambities graag gemaakt zou hebben, maar het is ook een album dat interessanter is wanneer je net wat beter luistert.
Alex Lahey kent haar klassiekers in de popmuziek en smeedt van alles en nog wat samen in een geluid dat vooral bedoeld is om genadeloos te verleiden. The Best Of Luck Club is een popalbum dat vraagt om een open dak, zonnestralen en een eindeloze weg. Het is een popalbum dat doet verlangen naar zomeravonden die niet zouden moeten eindigen. Het is misschien niet meer dan suikerzoete pop in een leren jasje, maar Alex Lahey beheerst dit kunstje wel verdomd goed. Erwin Zijleman
Alex the Astronaut - How to Grow a Sunflower Underwater (2022)

4,0
1
geplaatst: 25 juli 2022, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alex The Astronaut - How To Grow A Sunflower Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex The Astronaut - How To Grow A Sunflower Underwater
Alex The Astronaut verrast op haar tweede album How To Grow A Sunflower Underwater met persoonlijke en eigenzinnige popsongs, die na enige gewenning ook bijzonder aangenaam en aanstekelijk blijken
De Australische muzikante Alexandra Lynn maakt inmiddels een aantal jaren muziek als Alex The Astronaut. Dat leverde twee jaar geleden een veelbelovend debuutalbum op, dat nu een vervolg krijgt met het wat mij betreft veel betere How To Grow A Sunflower Underwater. Op haar tweede album maakt de muzikante uit Sydney indruk met persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die een breed publiek aan moet kunnen spreken, al is How To Grow A Sunflower Underwater meer indie dan mainstream. Ik moest even wennen aan de zang, maar het is uiteindelijk juist deze zang waarmee Alex The Astronaut zich weet te onderscheiden van al haar concurrenten.
Alex The Astronaut, het alter ego van de Australische muzikante Alexandra Lynn, draait inmiddels een aantal jaren mee. Twee EP’s uit 2017 werden gevolgd door een live-album in 2019 en het debuutalbum The Theory Of Absolutely Nothing in 2020. Zeker het laatste album was goed genoeg om mijn aandacht te trekken, maar echt overtuigd werd ik nog niet door de muziek van Alex The Astronaut.
Ook het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit het Australische Sydney had me niet onmiddellijk te pakken. Dat is op zich best bijzonder, want How To Grow A Sunflower Underwater is een geweldig album met een eigenzinnig geluid en een serie ijzersterke songs.
Ik denk dat ik de zang op het album in eerste instantie misschien net wat te eigenzinnig vond, want de bijzondere manier van zingen en het bijzondere accent van de Australische muzikante zaten me bij eerste beluisteringen van het album wat in de weg. Uiteindelijk is het deze zang waarmee Alexandra Lynn zich juist weet te onderscheiden en het accent hoor ik inmiddels nauwelijks meer.
How To Grow A Sunflower Underwater is een heel persoonlijk album waarop de muzikante uit Sydney je deelgenoot maakt van haar worstelingen met haar seksualiteit en de diagnose autisme en je bovendien mee terug neemt naar haar kindertijd, die ze deels in Londen en New York doorbracht.
De bijzondere manier van zingen versterkt het persoonlijke karakter van het album en na enige gewenning vind ik de zang op How To Grow A Sunflower Underwater alleen maar heel mooi. Alex The Astronaut raakt misschien niet alle noten op haar tweede album, maar ze zingt ze wel met veel gevoel en kan bovendien knap variëren met haar stem. De soms bijna gesproken teksten versterken het verhalende karakter van haar songs, maar de Australische muzikante durft ook voluit te zingen. Even wennen dus, maar uiteindelijk bevalt de zang me zeer.
In muzikaal opzicht en met haar songs werpt Alex The Astronaut minder hoge drempels op. How To Grow A Sunflower Underwater bevat tien uitstekende popliedjes en het zijn ook nog eens zeer gevarieerde popliedjes. Alex The Astronaut kan op haar tweede album uit de voeten met betrekkelijk ingetogen en stemmig ingekleurde indie folksongs, maar ze maakt ook grootser klinkende popliedjes met flink wat zonnestralen, die het uitstekend doen in het huidige seizoen.
Op haar tweede album werkt Alexandra Lynn samen met de Australische band Ball Park Music, die haar songs afwisselend lekker vol en stemmig inkleurt. Het sluit allemaal goed aan bij de muziek van de grote popprinsessen van het moment, maar de muziek van Alex The Astronaut is wel wat eigenzinniger en vindt ook aansluiting bij de vrouwelijke singer-songwriters in de indie hoek, van wie ze Phoebe Bridgers noemt als voorbeeld in een van de songs op het album.
De meeste songs op How To Grow A Sunflower Underwater klinken aangenaam en aanstekelijk, maar het zijn ook songs die knapper in elkaar zitten dan bij snelle beluistering het geval lijkt. Twee jaar geleden heb ik het een paar keer geprobeerd met het debuutalbum van de Australische muzikante, maar wilde het uiteindelijk maar niet klikken. Met How To Grow A Sunflower Underwater klikte het uiteindelijk verrassend makkelijk en goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alex The Astronaut - How To Grow A Sunflower Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alex The Astronaut - How To Grow A Sunflower Underwater
Alex The Astronaut verrast op haar tweede album How To Grow A Sunflower Underwater met persoonlijke en eigenzinnige popsongs, die na enige gewenning ook bijzonder aangenaam en aanstekelijk blijken
De Australische muzikante Alexandra Lynn maakt inmiddels een aantal jaren muziek als Alex The Astronaut. Dat leverde twee jaar geleden een veelbelovend debuutalbum op, dat nu een vervolg krijgt met het wat mij betreft veel betere How To Grow A Sunflower Underwater. Op haar tweede album maakt de muzikante uit Sydney indruk met persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die een breed publiek aan moet kunnen spreken, al is How To Grow A Sunflower Underwater meer indie dan mainstream. Ik moest even wennen aan de zang, maar het is uiteindelijk juist deze zang waarmee Alex The Astronaut zich weet te onderscheiden van al haar concurrenten.
Alex The Astronaut, het alter ego van de Australische muzikante Alexandra Lynn, draait inmiddels een aantal jaren mee. Twee EP’s uit 2017 werden gevolgd door een live-album in 2019 en het debuutalbum The Theory Of Absolutely Nothing in 2020. Zeker het laatste album was goed genoeg om mijn aandacht te trekken, maar echt overtuigd werd ik nog niet door de muziek van Alex The Astronaut.
Ook het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit het Australische Sydney had me niet onmiddellijk te pakken. Dat is op zich best bijzonder, want How To Grow A Sunflower Underwater is een geweldig album met een eigenzinnig geluid en een serie ijzersterke songs.
Ik denk dat ik de zang op het album in eerste instantie misschien net wat te eigenzinnig vond, want de bijzondere manier van zingen en het bijzondere accent van de Australische muzikante zaten me bij eerste beluisteringen van het album wat in de weg. Uiteindelijk is het deze zang waarmee Alexandra Lynn zich juist weet te onderscheiden en het accent hoor ik inmiddels nauwelijks meer.
How To Grow A Sunflower Underwater is een heel persoonlijk album waarop de muzikante uit Sydney je deelgenoot maakt van haar worstelingen met haar seksualiteit en de diagnose autisme en je bovendien mee terug neemt naar haar kindertijd, die ze deels in Londen en New York doorbracht.
De bijzondere manier van zingen versterkt het persoonlijke karakter van het album en na enige gewenning vind ik de zang op How To Grow A Sunflower Underwater alleen maar heel mooi. Alex The Astronaut raakt misschien niet alle noten op haar tweede album, maar ze zingt ze wel met veel gevoel en kan bovendien knap variëren met haar stem. De soms bijna gesproken teksten versterken het verhalende karakter van haar songs, maar de Australische muzikante durft ook voluit te zingen. Even wennen dus, maar uiteindelijk bevalt de zang me zeer.
In muzikaal opzicht en met haar songs werpt Alex The Astronaut minder hoge drempels op. How To Grow A Sunflower Underwater bevat tien uitstekende popliedjes en het zijn ook nog eens zeer gevarieerde popliedjes. Alex The Astronaut kan op haar tweede album uit de voeten met betrekkelijk ingetogen en stemmig ingekleurde indie folksongs, maar ze maakt ook grootser klinkende popliedjes met flink wat zonnestralen, die het uitstekend doen in het huidige seizoen.
Op haar tweede album werkt Alexandra Lynn samen met de Australische band Ball Park Music, die haar songs afwisselend lekker vol en stemmig inkleurt. Het sluit allemaal goed aan bij de muziek van de grote popprinsessen van het moment, maar de muziek van Alex The Astronaut is wel wat eigenzinniger en vindt ook aansluiting bij de vrouwelijke singer-songwriters in de indie hoek, van wie ze Phoebe Bridgers noemt als voorbeeld in een van de songs op het album.
De meeste songs op How To Grow A Sunflower Underwater klinken aangenaam en aanstekelijk, maar het zijn ook songs die knapper in elkaar zitten dan bij snelle beluistering het geval lijkt. Twee jaar geleden heb ik het een paar keer geprobeerd met het debuutalbum van de Australische muzikante, maar wilde het uiteindelijk maar niet klikken. Met How To Grow A Sunflower Underwater klikte het uiteindelijk verrassend makkelijk en goed. Erwin Zijleman
Alexa Rose - Headwaters (2021)

1
geplaatst: 24 september 2021, 12:35 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alexa Rose - Headwaters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexa Rose - Headwaters
Alexa Rose valt binnen het enorme aanbod van het moment op met een bijzondere stem, een fraaie mix van traditionele en moderne rootsmuziek en een aantal geweldige muzikanten
De muziek van Alexa Rose was me tot voor kort nog niet opgevallen, maar de muzikante uit North Carolina kan met haar nieuwe album Headwaters zomaar uitgroeien tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het helpt haar absoluut dat ze flink wat geweldige muzikanten wist te verzamelen in de studio in Memphis, maar het vermogen om invloeden uit de Appalachen folk en eigentijdse rootsmuziek aan elkaar te smeden en de prachtige zang op het album komen toch echt van Alexa Rose zelf. Headwaters is een album dat zich zowel in muzikaal als in vocaal opzicht steeds genadelozer opdringt en de rek is er nog lang niet uit.
Het deze week verschenen Headwaters is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Alexa Rose, maar het blijkt zeker niet haar eerste wapenfeit. De muzikante uit Asheville, North Carolina, bracht in de eerste jaren van haar carrière twee albums in eigen beheer uit, maar kwam twee jaar geleden met haar officiële debuut Medicine For Living op de proppen.
Het is een album dat me destijds niet is opgevallen, maar het is een geweldig album, dat veel meer aandacht had verdiend dan het heeft gekregen. Dat is helaas niet meer terug te draaien, maar gelukkig verscheen deze week een nieuw album van Alexa Rose en ook dit is een album dat om aandacht schreeuwt.
Op het in Memphis, Tennessee, opgenomen Medicine For Living werd Alexa Rose bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten en baarde ze zelf opzien met een bijzondere stem en de wijze waarop ze een brug sloeg tussen stokoude folk uit de Appalachen en hedendaagse rootsmuziek en popmuziek.
Goed, zoals gezegd is er nu Headwaters en dat is een album dat deels anders klinkt dan zijn voorganger, maar ook deels in het verlengde ligt van deze voorganger. Ook het nieuwe album van Alexa Rose werd opgenomen in Memphis en ook dit keer deed ze een beroep op een aantal gelouterde muzikanten, die voor het overgrote deel ook acte de présence gaven op haar vorige album.
Dankzij muzikanten als Will Sexton, Mark Stuart, George Sluppick , Clay Jones en Al Gamble klinkt ook Headwaters geweldig. In de openingstrack worden de gitaren nog overstemd door elektronica, maar in de tweede track horen we weer het geluid dat ook het vorige album van de Amerikaanse muzikante zo mooi maakte. Het is een geluid dat op Headwaters vaak net wat moderner klinkt en dat ook wat voller is ingekleurd met flink wat strijkers.
Alexa Rose sloeg op haar vorige album een brug tussen muziek uit een ver verleden en muziek uit het heden en dat doet ze ook op haar nieuwe album. Headwaters herinnert zo nu en dan aan de folk zoals die een eeuw geleden al in de Appalachen werd gemaakt, maar de muzikante uit Asheville kan ook met eigentijdse pop en rock uit de voeten.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch en ook de stem van Alexa Rose springt er weer uit, net als op het prachtige Medicine For Living. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie heldere stem, maar het is ook een stem vol expressie en gevoel.
Het zijn de wat meer roots georiënteerde en wat traditioneler klinkende songs op Headwaters die mij persoonlijk het meest aanspreken, maar de uitstapjes richting wat modernere klanken, die overigens wel flink in de minderheid zijn op het album, zorgen er wel voor dat Alexa Rose weet op te vallen in het enorme aanbod van het moment.
Het moderne tintje dat aan de songs wordt gegeven is overigens vaak behoorlijk subtiel, maar het levert wel een duidelijk ander geluid op dat we gewend zijn van muzikanten die muziek uit een ver verleden hebben omarmd.
Headwaters van Alexa Rose is vanwege de bijzondere klanken en de al even bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante even wennen, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe mooier het wordt, waarbij uiteindelijk ook het vorige album wordt gepasseerd. Absoluut een aanwinst deze Alexa Rose. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alexa Rose - Headwaters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexa Rose - Headwaters
Alexa Rose valt binnen het enorme aanbod van het moment op met een bijzondere stem, een fraaie mix van traditionele en moderne rootsmuziek en een aantal geweldige muzikanten
De muziek van Alexa Rose was me tot voor kort nog niet opgevallen, maar de muzikante uit North Carolina kan met haar nieuwe album Headwaters zomaar uitgroeien tot een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het helpt haar absoluut dat ze flink wat geweldige muzikanten wist te verzamelen in de studio in Memphis, maar het vermogen om invloeden uit de Appalachen folk en eigentijdse rootsmuziek aan elkaar te smeden en de prachtige zang op het album komen toch echt van Alexa Rose zelf. Headwaters is een album dat zich zowel in muzikaal als in vocaal opzicht steeds genadelozer opdringt en de rek is er nog lang niet uit.
Het deze week verschenen Headwaters is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Alexa Rose, maar het blijkt zeker niet haar eerste wapenfeit. De muzikante uit Asheville, North Carolina, bracht in de eerste jaren van haar carrière twee albums in eigen beheer uit, maar kwam twee jaar geleden met haar officiële debuut Medicine For Living op de proppen.
Het is een album dat me destijds niet is opgevallen, maar het is een geweldig album, dat veel meer aandacht had verdiend dan het heeft gekregen. Dat is helaas niet meer terug te draaien, maar gelukkig verscheen deze week een nieuw album van Alexa Rose en ook dit is een album dat om aandacht schreeuwt.
Op het in Memphis, Tennessee, opgenomen Medicine For Living werd Alexa Rose bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten en baarde ze zelf opzien met een bijzondere stem en de wijze waarop ze een brug sloeg tussen stokoude folk uit de Appalachen en hedendaagse rootsmuziek en popmuziek.
Goed, zoals gezegd is er nu Headwaters en dat is een album dat deels anders klinkt dan zijn voorganger, maar ook deels in het verlengde ligt van deze voorganger. Ook het nieuwe album van Alexa Rose werd opgenomen in Memphis en ook dit keer deed ze een beroep op een aantal gelouterde muzikanten, die voor het overgrote deel ook acte de présence gaven op haar vorige album.
Dankzij muzikanten als Will Sexton, Mark Stuart, George Sluppick , Clay Jones en Al Gamble klinkt ook Headwaters geweldig. In de openingstrack worden de gitaren nog overstemd door elektronica, maar in de tweede track horen we weer het geluid dat ook het vorige album van de Amerikaanse muzikante zo mooi maakte. Het is een geluid dat op Headwaters vaak net wat moderner klinkt en dat ook wat voller is ingekleurd met flink wat strijkers.
Alexa Rose sloeg op haar vorige album een brug tussen muziek uit een ver verleden en muziek uit het heden en dat doet ze ook op haar nieuwe album. Headwaters herinnert zo nu en dan aan de folk zoals die een eeuw geleden al in de Appalachen werd gemaakt, maar de muzikante uit Asheville kan ook met eigentijdse pop en rock uit de voeten.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch en ook de stem van Alexa Rose springt er weer uit, net als op het prachtige Medicine For Living. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie heldere stem, maar het is ook een stem vol expressie en gevoel.
Het zijn de wat meer roots georiënteerde en wat traditioneler klinkende songs op Headwaters die mij persoonlijk het meest aanspreken, maar de uitstapjes richting wat modernere klanken, die overigens wel flink in de minderheid zijn op het album, zorgen er wel voor dat Alexa Rose weet op te vallen in het enorme aanbod van het moment.
Het moderne tintje dat aan de songs wordt gegeven is overigens vaak behoorlijk subtiel, maar het levert wel een duidelijk ander geluid op dat we gewend zijn van muzikanten die muziek uit een ver verleden hebben omarmd.
Headwaters van Alexa Rose is vanwege de bijzondere klanken en de al even bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante even wennen, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe mooier het wordt, waarbij uiteindelijk ook het vorige album wordt gepasseerd. Absoluut een aanwinst deze Alexa Rose. Erwin Zijleman
Alexandra Alden - Leads to Love (2021)

4,5
0
geplaatst: 10 november 2021, 15:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alexandra Alden - Leads To Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexandra Alden - Leads To Love
De uit Malta afkomstige singer-songwriter Alexandra Alden heeft met een aantal Nederlandse muzikanten een album van wereldklasse gemaakt, dat vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender wordt
Leads To Love is mijn eerste kennismaking met de muziek van Alexandra Alden en het is een verpletterende kennismaking. Leads To Love is een album waarop alles klopt, maar het is ook een album dat je steeds weer weet te verrassen. In muzikaal opzicht staat het als een huis, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Alexandra Alden kiest voor ingetogen of uitbundige songs. Alles klinkt even lekker, maar de instrumentatie zit ook vol avontuur en verleiding. Nog veel meer verleiding komt van de stem van Alexandra Alden, die prachtig zingt en meer dan eens garant staat voor kippenvel. Leads To Love is een razendknap album dat voorlopig ook nog wel even door groeit.
Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar vestigde zich een paar jaar geleden in Rotterdam. De singer-songwriter, die in eigen land vooral bekend is als jurylid bij een populaire tv-talenjacht, timmerde de afgelopen jaren al aan de weg op de Nederlandse podia en maakte in kleine kring indruk met haar debuutalbum Wild Honey, dat in 2018 verscheen. Deze week verscheen het tweede album van Alexandra Alden en Leads To Love heeft, in ieder geval op mij, een verpletterende indruk gemaakt. Leads To Love is een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt.
Dat begint bij de prachtige zang van Alexandra Alden, die beschikt over een warm en helder stemgeluid, dat op het album ook nog eens flink kan variëren. De stem van de muzikante uit Malta heeft een prominente plek gekregen in de mix, waardoor het lijkt of de zang niet door de speakers komt, maar dat Alexandra Alden live bij jou thuis is komen zingen. Het is een stem die vaak wat zacht is, maar die op hetzelfde moment krachtig klinkt. Het is bovendien een stem die niet direct lijkt op een stem die ik al ken, wat van Leads To Love een origineel klinkend album maakt.
Alexandra Alden beschikt over een stem die met name in folky songs uitstekend tot zijn recht komt, maar Leads To Love is zeker geen dertien in een dozijn folkalbum. Zeker wanneer het tempo op het album laag ligt, zingt Alexandra Alden prachtig en speelt ze alleen op basis van de zang al een gewonnen wedstrijd.
Leads To Love heeft, zoals gezegd, echter nog veel meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is Leads To Love een fascinerend album. Alexandra Alden heeft een aantal uitstekende Nederlandse muzikanten om zich heen verzameld en heeft in Ocki Klootwijk een getalenteerde producer gevonden.
In een aantal tracks kiest Alexandra Alden voor betrekkelijk ingetogen klanken van vooral de akoestische gitaar als basis, maar ook in de meest ingetogen tracks op het album duurt het niet lang voordat het geluid op het album bont wordt ingekleurd met onder andere strijkers, pedal steel, keyboards, percussie en meerdere lagen vocalen.
In de wat uitbundigere tracks op het album is het geluid van Alexandra Alden een stuk steviger, zeker wanneer de elektrische gitaren harder worden aangezet, maar in de prachtige productie van het album blijft de geweldige stem van de muzikante uit Malta altijd een rustpunt.
De instrumentatie op Leads To Love is zo rijk dat ik iedere keer dat ik naar het album luister weer nieuwe dingen hoor en steeds wat meer onder de indruk raak van de fascinerende songs van Alexandra Alden, die schakelt tussen de uitersten van een introverte folkie en een extraverte Scandinavische ijsprinses of sprookjesprinses.
Zowel qua zang als qua instrumentatie is Leads To Love een album dat een stuk dieper graaft dat het gemiddelde album dat momenteel verschijnt en dat dieper graven keert terug in de songstructuren op Leads To Love en in de teksten van Alexandra Alden, die ingaan op de belangrijke wereldthema's, maar ook op persoonlijke groei.
De vanuit Rotterdam opererende muzikante heeft de pech dat haar album verschijnt in een van de drukste en ook meest interessante releaseweken van 2021, maar Alexandra Alden kan met Leads To Love echt met de allerbesten mee. Ik was eigenlijk direct gecharmeerd van de zowel intieme als uitbundige popsongs op Leads To Love, maar sinds mijn eerste beluistering is het album nog een paar klassen beter geworden en de groei is er nog lang niet uit. Alexandra Alden heeft met Leads To Love een sensationeel goed album afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alexandra Alden - Leads To Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexandra Alden - Leads To Love
De uit Malta afkomstige singer-songwriter Alexandra Alden heeft met een aantal Nederlandse muzikanten een album van wereldklasse gemaakt, dat vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender wordt
Leads To Love is mijn eerste kennismaking met de muziek van Alexandra Alden en het is een verpletterende kennismaking. Leads To Love is een album waarop alles klopt, maar het is ook een album dat je steeds weer weet te verrassen. In muzikaal opzicht staat het als een huis, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Alexandra Alden kiest voor ingetogen of uitbundige songs. Alles klinkt even lekker, maar de instrumentatie zit ook vol avontuur en verleiding. Nog veel meer verleiding komt van de stem van Alexandra Alden, die prachtig zingt en meer dan eens garant staat voor kippenvel. Leads To Love is een razendknap album dat voorlopig ook nog wel even door groeit.
Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar vestigde zich een paar jaar geleden in Rotterdam. De singer-songwriter, die in eigen land vooral bekend is als jurylid bij een populaire tv-talenjacht, timmerde de afgelopen jaren al aan de weg op de Nederlandse podia en maakte in kleine kring indruk met haar debuutalbum Wild Honey, dat in 2018 verscheen. Deze week verscheen het tweede album van Alexandra Alden en Leads To Love heeft, in ieder geval op mij, een verpletterende indruk gemaakt. Leads To Love is een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt.
Dat begint bij de prachtige zang van Alexandra Alden, die beschikt over een warm en helder stemgeluid, dat op het album ook nog eens flink kan variëren. De stem van de muzikante uit Malta heeft een prominente plek gekregen in de mix, waardoor het lijkt of de zang niet door de speakers komt, maar dat Alexandra Alden live bij jou thuis is komen zingen. Het is een stem die vaak wat zacht is, maar die op hetzelfde moment krachtig klinkt. Het is bovendien een stem die niet direct lijkt op een stem die ik al ken, wat van Leads To Love een origineel klinkend album maakt.
Alexandra Alden beschikt over een stem die met name in folky songs uitstekend tot zijn recht komt, maar Leads To Love is zeker geen dertien in een dozijn folkalbum. Zeker wanneer het tempo op het album laag ligt, zingt Alexandra Alden prachtig en speelt ze alleen op basis van de zang al een gewonnen wedstrijd.
Leads To Love heeft, zoals gezegd, echter nog veel meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is Leads To Love een fascinerend album. Alexandra Alden heeft een aantal uitstekende Nederlandse muzikanten om zich heen verzameld en heeft in Ocki Klootwijk een getalenteerde producer gevonden.
In een aantal tracks kiest Alexandra Alden voor betrekkelijk ingetogen klanken van vooral de akoestische gitaar als basis, maar ook in de meest ingetogen tracks op het album duurt het niet lang voordat het geluid op het album bont wordt ingekleurd met onder andere strijkers, pedal steel, keyboards, percussie en meerdere lagen vocalen.
In de wat uitbundigere tracks op het album is het geluid van Alexandra Alden een stuk steviger, zeker wanneer de elektrische gitaren harder worden aangezet, maar in de prachtige productie van het album blijft de geweldige stem van de muzikante uit Malta altijd een rustpunt.
De instrumentatie op Leads To Love is zo rijk dat ik iedere keer dat ik naar het album luister weer nieuwe dingen hoor en steeds wat meer onder de indruk raak van de fascinerende songs van Alexandra Alden, die schakelt tussen de uitersten van een introverte folkie en een extraverte Scandinavische ijsprinses of sprookjesprinses.
Zowel qua zang als qua instrumentatie is Leads To Love een album dat een stuk dieper graaft dat het gemiddelde album dat momenteel verschijnt en dat dieper graven keert terug in de songstructuren op Leads To Love en in de teksten van Alexandra Alden, die ingaan op de belangrijke wereldthema's, maar ook op persoonlijke groei.
De vanuit Rotterdam opererende muzikante heeft de pech dat haar album verschijnt in een van de drukste en ook meest interessante releaseweken van 2021, maar Alexandra Alden kan met Leads To Love echt met de allerbesten mee. Ik was eigenlijk direct gecharmeerd van de zowel intieme als uitbundige popsongs op Leads To Love, maar sinds mijn eerste beluistering is het album nog een paar klassen beter geworden en de groei is er nog lang niet uit. Alexandra Alden heeft met Leads To Love een sensationeel goed album afgeleverd. Erwin Zijleman
Alexandra Alden - When Is It Too Late? (2025)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2025, 12:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Alden - when is it too late? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alexandra Alden - when is it too late?
De muziek van de Maltese singer-songwriter Alexandra Alden is helaas nog altijd een goed bewaard geheim, maar haar nieuwe en echt prachtige album when is it too late? moet daar verandering in gaan brengen
Vier jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van Alexandra Alden en het was liefde op het eerste gehoor. De Maltese maar destijds in Nederland woonachtige muzikante verraste met tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en imponeerde met haar bijzonder mooie stem. Het zijn ingrediënten die terugkeren op haar nieuwe album when is it too late?, dat minstens net zo mooi is als voorganger Leads To Love. De songs van Alexandra Alden klinken nog altijd tijdloos, maar ook absoluut eigentijds. De songs zijn sterk, de muziek prachtig, maar zodra Alexandra gaat zingen ben je definitief verkocht. Het is een nog wat anonieme release helaas, maar ach wat is het weer mooi.
Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar studeerde een paar jaar geleden in Rotterdam aan het prestigieuze CODARTS. Ze debuteerde in 2018 met het album Wild Honey, maar ik maakte kennis met haar muziek toen ze in 2021 het met Nederlandse muzikanten gemaakte Leads To Love uitbracht. Het is een album dat volgens mij niet heel veel deed, maar het blijft een fantastisch album vol tijdloze popsongs.
Het zijn popsongs die zich absoluut hebben laten beïnvloeden door de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Leads To Love bevat ook invloeden uit de jaren 80, zeker wanneer de songs op het album wat steviger klinken. Met de uitstekende songs en de fraaie inkleuring heeft Leads To Love al veel om van te houden, maar de meeste indruk maakt de waanzinnig mooie en zeer karakteristieke stem van de Maltese muzikante.
Leads To Love dook eind 2021 dan ook volkomen terecht op in mijn jaarlijstje en sindsdien heb ik nog vaak genoten van een album dat niet alleen zorgt voor totale ontspanning, maar ook voor heel veel muzikaal genot. Ik weet eigenlijk niet of Alexandra Alden nog steeds in Rotterdam woont en heb ook niet heel veel informatie over haar vorige week verschenen nieuwe album, maar gelukkig spreekt de muziek ook dit keer voor zich.
Het derde album van Alexandra Alden luistert naar de titel when is it too late? en het is net als zijn voorganger een album dat veel te bieden heeft. Misschien niet in kwantitatief opzicht, want het album bevat helaas slechts acht tracks en net iets meer dan een half uur muziek, maar in kwalitatief opzicht blinkt Alexandra opnieuw uit.
Openingstrack stone fruit (de Maltese muzikante houdt kennelijk niet van hoofdletters) is direct van een betoverende schoonheid. Het is in eerste instantie een betrekkelijk sober maar zeer smaakvol ingekleurde song met vooral invloeden uit de folk, maar de muziek klinkt naarmate de track vordert steeds wat voller.
Alexandra Alden slaagt er direct in om de aandacht te trekken met haar muziek, maar natuurlijk is er ook de stem die vier jaar geleden zoveel indruk maakte. Ook de zang op when is it too late? is weer bijzonder mooi en wist mij in ieder geval onmiddellijk te verleiden. Alexandra Alden zingt zacht, maar ook met veel expressie. Haar zuivere stem klinkt geschoold en is dat ook, maar de zang op het derde album van Alexandra Alden klinkt ook puur en oprecht.
De Maltese muzikante beschikt over een stem die er uit springt, maar ook haar songs zijn van hoog niveau. Het zijn, net als op het vorige album, songs die vaak herinneren aan singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar Alexandra geeft ook een eigen draai aan haar songs. Het zijn songs die mij heel makkelijk wisten te veroveren, want wat klinkt when is it too late? lekker, maar de songs van Alexandra Alden zijn ook knap in elkaar zittende pareltjes, die prachtig zijn ingekleurd door getalenteerde muzikanten.
Het album duurt misschien maar iets meer dan een half uur, maar blijft maar verrassen met prachtige muziek, fraaie vondsten en de wonderschone stem van de Maltese muzikante. Ik was meteen zeer gesteld op de nieuwe songs van Alexandra Alden, maar haar songs zijn ook songs die alleen maar beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ze is eind januari te zien op een drietal kleine Nederlandse podia, maar een prachtalbum als when is it too late? verdient echt een veel groter podium. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Alden - when is it too late? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alexandra Alden - when is it too late?
De muziek van de Maltese singer-songwriter Alexandra Alden is helaas nog altijd een goed bewaard geheim, maar haar nieuwe en echt prachtige album when is it too late? moet daar verandering in gaan brengen
Vier jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van Alexandra Alden en het was liefde op het eerste gehoor. De Maltese maar destijds in Nederland woonachtige muzikante verraste met tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en imponeerde met haar bijzonder mooie stem. Het zijn ingrediënten die terugkeren op haar nieuwe album when is it too late?, dat minstens net zo mooi is als voorganger Leads To Love. De songs van Alexandra Alden klinken nog altijd tijdloos, maar ook absoluut eigentijds. De songs zijn sterk, de muziek prachtig, maar zodra Alexandra gaat zingen ben je definitief verkocht. Het is een nog wat anonieme release helaas, maar ach wat is het weer mooi.
Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar studeerde een paar jaar geleden in Rotterdam aan het prestigieuze CODARTS. Ze debuteerde in 2018 met het album Wild Honey, maar ik maakte kennis met haar muziek toen ze in 2021 het met Nederlandse muzikanten gemaakte Leads To Love uitbracht. Het is een album dat volgens mij niet heel veel deed, maar het blijft een fantastisch album vol tijdloze popsongs.
Het zijn popsongs die zich absoluut hebben laten beïnvloeden door de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Leads To Love bevat ook invloeden uit de jaren 80, zeker wanneer de songs op het album wat steviger klinken. Met de uitstekende songs en de fraaie inkleuring heeft Leads To Love al veel om van te houden, maar de meeste indruk maakt de waanzinnig mooie en zeer karakteristieke stem van de Maltese muzikante.
Leads To Love dook eind 2021 dan ook volkomen terecht op in mijn jaarlijstje en sindsdien heb ik nog vaak genoten van een album dat niet alleen zorgt voor totale ontspanning, maar ook voor heel veel muzikaal genot. Ik weet eigenlijk niet of Alexandra Alden nog steeds in Rotterdam woont en heb ook niet heel veel informatie over haar vorige week verschenen nieuwe album, maar gelukkig spreekt de muziek ook dit keer voor zich.
Het derde album van Alexandra Alden luistert naar de titel when is it too late? en het is net als zijn voorganger een album dat veel te bieden heeft. Misschien niet in kwantitatief opzicht, want het album bevat helaas slechts acht tracks en net iets meer dan een half uur muziek, maar in kwalitatief opzicht blinkt Alexandra opnieuw uit.
Openingstrack stone fruit (de Maltese muzikante houdt kennelijk niet van hoofdletters) is direct van een betoverende schoonheid. Het is in eerste instantie een betrekkelijk sober maar zeer smaakvol ingekleurde song met vooral invloeden uit de folk, maar de muziek klinkt naarmate de track vordert steeds wat voller.
Alexandra Alden slaagt er direct in om de aandacht te trekken met haar muziek, maar natuurlijk is er ook de stem die vier jaar geleden zoveel indruk maakte. Ook de zang op when is it too late? is weer bijzonder mooi en wist mij in ieder geval onmiddellijk te verleiden. Alexandra Alden zingt zacht, maar ook met veel expressie. Haar zuivere stem klinkt geschoold en is dat ook, maar de zang op het derde album van Alexandra Alden klinkt ook puur en oprecht.
De Maltese muzikante beschikt over een stem die er uit springt, maar ook haar songs zijn van hoog niveau. Het zijn, net als op het vorige album, songs die vaak herinneren aan singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar Alexandra geeft ook een eigen draai aan haar songs. Het zijn songs die mij heel makkelijk wisten te veroveren, want wat klinkt when is it too late? lekker, maar de songs van Alexandra Alden zijn ook knap in elkaar zittende pareltjes, die prachtig zijn ingekleurd door getalenteerde muzikanten.
Het album duurt misschien maar iets meer dan een half uur, maar blijft maar verrassen met prachtige muziek, fraaie vondsten en de wonderschone stem van de Maltese muzikante. Ik was meteen zeer gesteld op de nieuwe songs van Alexandra Alden, maar haar songs zijn ook songs die alleen maar beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ze is eind januari te zien op een drietal kleine Nederlandse podia, maar een prachtalbum als when is it too late? verdient echt een veel groter podium. Erwin Zijleman
Alexandra Savior - Belladonna of Sadness (2017)

4,0
2
geplaatst: 11 april 2017, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alexandra Savior - Belladonna Of Sadness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam van Alexandra Savior zingt, ondanks haar jonge leeftijd, al een tijdje rond, maar tot dusver moesten we het doen met een paar zeer veelbelovende singles.
Het debuut van de uit Portland, Oregon, afkomstige, maar tegenwoordig vanuit het zonnige Los Angeles opererende singer-songwriter, brengt daar verandering in en laat horen dat Alexandra Savior iemand is om rekening mee te houden.
De Amerikaanse werkte vorig jaar al met Alex Turner, die we natuurlijk kennen van The Arctic Monkeys, maar die op het debuut van Alexandra Savior vooral invloeden van één van zijn andere muzikale projecten laat doorklinken.
Op Belladonna Of Sadness maakt Alexandra Savior immers muziek die meer dan eens doet denken aan die van The Last Shadow Puppets. De songs van de Amerikaanse zangeres lijken geregeld weggelopen uit een ver verleden, net zoals de muziek van de tweede band van Alex Turner dat doet.
Belladonna Of Sadness is voorzien van een stemmig geluid dat soms doet denken aan muziek uit de jaren 50, 60 en 70, maar Alexandra Savior kan ook verrassend eigentijds klinken en vindt met haar debuut aansluiting bij het betere werk van bijvoorbeeld Lana Del Rey.
Alex Turner weet inmiddels prima hoe wat nostalgisch aandoende muziek moet klinken en het is muziek die met de mooie stem van Alexandra Savior nog net wat verleidelijker klinkt dan die van zijn eigen bandje.
Het debuut van Alexandra Savior werd overigens ook deels geproduceerd door James Ford, die eerder mooie dingen deed voor Haim en Florence & The Machine en verantwoordelijk lijkt voor de wat meer eigentijdse klanken op Belladonna Of Sadness.
Alexandra Savior is nog piepjong, maar dat hoor je eigenlijk niet op haar debuut. De Amerikaanse maakt indruk met even verleidelijke als onderkoelde vocalen en beweegt zich soepel door het fraaie en veelzijdige muzikale landschap van haar gelouterde producers.
Natuurlijk mist de pas 21-jarige Amerikaanse zangeres de doorleving van bijvoorbeeld Beth Gibbons, maar ook als haar muziek de kant opschuift van Portishead blijft Alexandra Savior verrassend makkelijk overeind.
Met de stem, het talent en de looks van Alexandra Savior is het een fluitje van een cent om als popprinses aan de weg te timmeren, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft gelukkig gekozen voor een wat eigenzinniger geluid.Dat siert haar.
Het is een geluid dat op Belladonna Of Sadness meerdere kanten op schiet, variërend van nostalgische klanken tot stuwende pop, maar het is ook een geluid dat altijd aan de goede kant van de streep blijft. Omdat Belladonna Of Sadness ook nog eens een plaat is die nog een tijd lang beter wordt, durf ik inmiddels best te concluderen dat Alexandra Savior met haar debuut ruimschoots voldoet aan de hoge verwachtingen. En er zit echt nog veel meer in. In de gaten houden dus deze Alexandra Savior. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alexandra Savior - Belladonna Of Sadness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam van Alexandra Savior zingt, ondanks haar jonge leeftijd, al een tijdje rond, maar tot dusver moesten we het doen met een paar zeer veelbelovende singles.
Het debuut van de uit Portland, Oregon, afkomstige, maar tegenwoordig vanuit het zonnige Los Angeles opererende singer-songwriter, brengt daar verandering in en laat horen dat Alexandra Savior iemand is om rekening mee te houden.
De Amerikaanse werkte vorig jaar al met Alex Turner, die we natuurlijk kennen van The Arctic Monkeys, maar die op het debuut van Alexandra Savior vooral invloeden van één van zijn andere muzikale projecten laat doorklinken.
Op Belladonna Of Sadness maakt Alexandra Savior immers muziek die meer dan eens doet denken aan die van The Last Shadow Puppets. De songs van de Amerikaanse zangeres lijken geregeld weggelopen uit een ver verleden, net zoals de muziek van de tweede band van Alex Turner dat doet.
Belladonna Of Sadness is voorzien van een stemmig geluid dat soms doet denken aan muziek uit de jaren 50, 60 en 70, maar Alexandra Savior kan ook verrassend eigentijds klinken en vindt met haar debuut aansluiting bij het betere werk van bijvoorbeeld Lana Del Rey.
Alex Turner weet inmiddels prima hoe wat nostalgisch aandoende muziek moet klinken en het is muziek die met de mooie stem van Alexandra Savior nog net wat verleidelijker klinkt dan die van zijn eigen bandje.
Het debuut van Alexandra Savior werd overigens ook deels geproduceerd door James Ford, die eerder mooie dingen deed voor Haim en Florence & The Machine en verantwoordelijk lijkt voor de wat meer eigentijdse klanken op Belladonna Of Sadness.
Alexandra Savior is nog piepjong, maar dat hoor je eigenlijk niet op haar debuut. De Amerikaanse maakt indruk met even verleidelijke als onderkoelde vocalen en beweegt zich soepel door het fraaie en veelzijdige muzikale landschap van haar gelouterde producers.
Natuurlijk mist de pas 21-jarige Amerikaanse zangeres de doorleving van bijvoorbeeld Beth Gibbons, maar ook als haar muziek de kant opschuift van Portishead blijft Alexandra Savior verrassend makkelijk overeind.
Met de stem, het talent en de looks van Alexandra Savior is het een fluitje van een cent om als popprinses aan de weg te timmeren, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft gelukkig gekozen voor een wat eigenzinniger geluid.Dat siert haar.
Het is een geluid dat op Belladonna Of Sadness meerdere kanten op schiet, variërend van nostalgische klanken tot stuwende pop, maar het is ook een geluid dat altijd aan de goede kant van de streep blijft. Omdat Belladonna Of Sadness ook nog eens een plaat is die nog een tijd lang beter wordt, durf ik inmiddels best te concluderen dat Alexandra Savior met haar debuut ruimschoots voldoet aan de hoge verwachtingen. En er zit echt nog veel meer in. In de gaten houden dus deze Alexandra Savior. Erwin Zijleman
Alexandra Savior - Beneath the Lilypad (2025)

4,0
0
geplaatst: 23 mei 2025, 12:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Savior - Beneath The Lilypad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alexandra Savior - Beneath The Lilypad
De Amerikaanse muzikante Alexandra Savior keert na een afwezigheid van vijf jaar terug met het mooie en zeer sfeervolle Beneath The Lilypad waarop ze zichzelf onderdompelt in een flinke bak nostalgie
Alexandra Savior leverde met Belladonna Of Sadness uit 2017 en The Archer uit 2020 twee uitstekende albums af. Het zijn albums die je deels mee terug nemen naar vervlogen tijden, maar het zijn ook albums die in de smaak zouden moeten vallen bij de fans van bijvoorbeeld Lana Del Rey. Alexandra Savior keert deze week terug met haar derde album en ook Beneath The Lilypad is weer een mooi album. Het is een album dat door alle strijkers nog wat nostalgischer klinkt en door de productie van Drew Erickson nog wat meer lijntjes heeft met de muziek van Lana Del Rey, maar Alexandra Savior laat ook op haar derde album weer horen hoe goed ze is.
Het deze week verschenen derde album van Alexandra Savior had ik bijna over het hoofd gezien, want er is vooralsnog maar heel weinig aandacht voor Beneath The Lilypad. Dat is jammer, want de Amerikaanse muzikante maakte in het verleden twee uitstekende albums.
Alexandra Savior debuteerde in 2017 op 21-jarige leeftijd met het bijzondere Belladonna Of Sadness, dat af en toe zo leek weggelopen uit de jaren 50 of 60. Het door Alex Turner (Arctic Monkeys, The Last Shadow Puppets) en James Ford (Florence And The Machine, HAIM, Jessie Ware) geproduceerde album had een aangename nostalgische sfeer, maar bleek ook een buitengewoon interessant album vol aansprekende songs.
Het helemaal aan het begin van 2020 verschenen The Archer vond ik nog een stuk beter. Het is een album dat ik in 2020 omschreef als een logisch vervolg op Lana Del Rey’s Norman Fucking Rockwell, misschien wel het beste album van 2019, en dat is nogal een compliment. Ook op haar tweede album kon de muziek van Alexandra Savior behoorlijk nostalgisch klinken, met hier en daar een vleugje Twin Peaks, maar de songs, de muziek en de zang op het album waren ook zo goed dat ik een plekje in mijn jaarlijstje reserveerde voor The Archer.
Er zijn sinds The Archer ruim vijf jaren verstreken, waardoor Alexandra Savior helaas wat uit beeld is verdwenen. Haar derde album Beneath The Lilypad is echter veel te goed om tussen wal en schip te vallen. De muziek van Alexandra Savior leek op de vorige albums al weggelopen uit een heel ver verleden, maar in de openingstrack van haar nieuwe album doet de Amerikaanse muzikante er nog een schepje bovenop.
De verleidelijke stem van de muzikante uit Los Angeles wordt in het fraaie Unforgivable omgeven door subtiele blazers en stevig aangezette strijkers en neemt je mee terug naar de jaren 50 en 60. Het klinkt bijzonder sfeervol en het past perfect bij de stem van Alexandra Savior, die net als Lana Del Rey beschikt over een stem vol nostalgie en melancholie.
De naam van Lana Del Rey komt vaker voorbij tijdens de beluistering van Beneath The Lilypad. Zo werd het nieuwe album van Alexandra Savior geproduceerd door Drew Erickson, die prachtig werk leverde voor onder andere Mitski, Angel Olsen en Weyes Blood, maar ook een aandeel had in de productie van Lana Del Rey’s Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd.
Beneath The Lilypad zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van de muziek van Lana Del Rey, maar Alexandra Savior laat op haar derde album ook zeker een eigen geluid horen. Het is een geluid dat ondanks alle strijkers en nostalgie ook past in het heden en in dit heden zorgt voor een bijzonder sfeervol en aangenaam rustpunt. Het is een rustpunt dat helaas maar net wat meer dan een half uur duurt, maar het is wel een half uur mooi en bijzonder.
Ook Beneath The Lilypad is weer een album dat het beter doet wanneer je het met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoeveel aandacht er is besteed aan de arrangementen, de muziek en de productie en je hoort bovendien hoe mooi de zang van Alexandra Savior is. Het is jammer dat door het enorme aanbod van het moment een muzikante die vijf jaar niets van zich laat horen alweer bijna vergeten is, maar laat dit album zeker niet liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Savior - Beneath The Lilypad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alexandra Savior - Beneath The Lilypad
De Amerikaanse muzikante Alexandra Savior keert na een afwezigheid van vijf jaar terug met het mooie en zeer sfeervolle Beneath The Lilypad waarop ze zichzelf onderdompelt in een flinke bak nostalgie
Alexandra Savior leverde met Belladonna Of Sadness uit 2017 en The Archer uit 2020 twee uitstekende albums af. Het zijn albums die je deels mee terug nemen naar vervlogen tijden, maar het zijn ook albums die in de smaak zouden moeten vallen bij de fans van bijvoorbeeld Lana Del Rey. Alexandra Savior keert deze week terug met haar derde album en ook Beneath The Lilypad is weer een mooi album. Het is een album dat door alle strijkers nog wat nostalgischer klinkt en door de productie van Drew Erickson nog wat meer lijntjes heeft met de muziek van Lana Del Rey, maar Alexandra Savior laat ook op haar derde album weer horen hoe goed ze is.
Het deze week verschenen derde album van Alexandra Savior had ik bijna over het hoofd gezien, want er is vooralsnog maar heel weinig aandacht voor Beneath The Lilypad. Dat is jammer, want de Amerikaanse muzikante maakte in het verleden twee uitstekende albums.
Alexandra Savior debuteerde in 2017 op 21-jarige leeftijd met het bijzondere Belladonna Of Sadness, dat af en toe zo leek weggelopen uit de jaren 50 of 60. Het door Alex Turner (Arctic Monkeys, The Last Shadow Puppets) en James Ford (Florence And The Machine, HAIM, Jessie Ware) geproduceerde album had een aangename nostalgische sfeer, maar bleek ook een buitengewoon interessant album vol aansprekende songs.
Het helemaal aan het begin van 2020 verschenen The Archer vond ik nog een stuk beter. Het is een album dat ik in 2020 omschreef als een logisch vervolg op Lana Del Rey’s Norman Fucking Rockwell, misschien wel het beste album van 2019, en dat is nogal een compliment. Ook op haar tweede album kon de muziek van Alexandra Savior behoorlijk nostalgisch klinken, met hier en daar een vleugje Twin Peaks, maar de songs, de muziek en de zang op het album waren ook zo goed dat ik een plekje in mijn jaarlijstje reserveerde voor The Archer.
Er zijn sinds The Archer ruim vijf jaren verstreken, waardoor Alexandra Savior helaas wat uit beeld is verdwenen. Haar derde album Beneath The Lilypad is echter veel te goed om tussen wal en schip te vallen. De muziek van Alexandra Savior leek op de vorige albums al weggelopen uit een heel ver verleden, maar in de openingstrack van haar nieuwe album doet de Amerikaanse muzikante er nog een schepje bovenop.
De verleidelijke stem van de muzikante uit Los Angeles wordt in het fraaie Unforgivable omgeven door subtiele blazers en stevig aangezette strijkers en neemt je mee terug naar de jaren 50 en 60. Het klinkt bijzonder sfeervol en het past perfect bij de stem van Alexandra Savior, die net als Lana Del Rey beschikt over een stem vol nostalgie en melancholie.
De naam van Lana Del Rey komt vaker voorbij tijdens de beluistering van Beneath The Lilypad. Zo werd het nieuwe album van Alexandra Savior geproduceerd door Drew Erickson, die prachtig werk leverde voor onder andere Mitski, Angel Olsen en Weyes Blood, maar ook een aandeel had in de productie van Lana Del Rey’s Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd.
Beneath The Lilypad zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van de muziek van Lana Del Rey, maar Alexandra Savior laat op haar derde album ook zeker een eigen geluid horen. Het is een geluid dat ondanks alle strijkers en nostalgie ook past in het heden en in dit heden zorgt voor een bijzonder sfeervol en aangenaam rustpunt. Het is een rustpunt dat helaas maar net wat meer dan een half uur duurt, maar het is wel een half uur mooi en bijzonder.
Ook Beneath The Lilypad is weer een album dat het beter doet wanneer je het met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoeveel aandacht er is besteed aan de arrangementen, de muziek en de productie en je hoort bovendien hoe mooi de zang van Alexandra Savior is. Het is jammer dat door het enorme aanbod van het moment een muzikante die vijf jaar niets van zich laat horen alweer bijna vergeten is, maar laat dit album zeker niet liggen. Erwin Zijleman
Alexandra Savior - The Archer (2020)

4,5
0
geplaatst: 13 januari 2020, 16:19 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alexandra Savior - The Archer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexandra Savior - The Archer
Alexandra Savior trekt de lijn van haar debuut door, maar zet ook stappen op haar prachtig klinkende tweede album, waarop nog meer invloeden worden verwerkt en ze ook nog eens veel beter is gaan zingen
Luister oppervlakkig naar The Archer van Alexandra Savior en je hoort een album dat voortborduurt op Lana Del Rey’s Norman Fucking Rockwell, dat waarschijnlijk meer jaarlijstjes aanvoerde dan elk ander album uit 2019. Alexandra Savior raakt hier en daar aan de muziek van Lana Del Rey, maar kan ook nog heel veel andere kanten op. The Archer laat zich inspireren door meerdere genres en loopt met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Het klinkt allemaal prachtig en opvallend beeldend, maar ook de zang van de jonge Amerikaanse singer-songwriter is van een bijzondere schoonheid. Prachtplaat.
Alexandra Savior debuteerde alweer bijna drie jaar geleden met het door Alex Turner (Arctic Monkeys) geproduceerde Belladonna Of Sadness. De piepjonge singer-songwriter had net Portland, Oregon, verruild voor Los Angeles, California, en maakte indruk met een geluid dat invloeden uit een aantal decennia popmuziek bevatte.
De invloeden, die teruggingen tot de jaren 50, zorgden voor een bijzonder klankentapijt, waarin de bijzondere stem van Alexandra Savior uitstekend gedijde. Belladonna Of Sadness was niet alleen een album vol invloeden, maar ook een filmisch album dat het uitstekend had gedaan bij een obscure film of serie.
Op het deze week verschenen The Archer heeft Alexandra Savior Alex Turner verruild voor muzikant en producer Sam Cohen, die als producer vooral bekend is vanwege zijn werk voor Kevin Morby, Andrew Combs en Curtis Harding. Het heeft niet eens zo heel veel gevolgen gehad voor haar geluid. Ook The Archer springt kriskras door een aantal decennia popmuziek en citeert net zo makkelijk uit de jaren 50 als uit het heden.
Zeker wanneer de Amerikaanse singer-songwriter kiest voor nostalgische klanken en voor wat lome en melancholische zang is de vergelijking met Lana Del Rey nauwelijks te onderdrukken, maar Alexandra Savior blijft nooit lang in een bepaald geluid hangen. Wanneer de muzikante uit Los Angeles kiest voor bezwerende en meer psychedelische klanken hoor ik ineens minder van Lana Del Rey en meer van Mazzy Star en Portishead, maar The Archer kan ook opschuiven richting de avontuurlijke muziek van Fiona Apple of juist verrassen met lichtvoetige Motown achtige klanken.
The Archer schiet alle kanten op, maar het is ook een album vol beeldende klanken en hierdoor een album dat zich als een filmsoundtrack laat beluisteren. Vergeleken met haar debuut is het geluid van Alexandra Savior op haar tweede album verzorgder en veelzijdiger en vergeleken met dit debuut is ze ook veel beter gaan zingen.
Een enkeling zal zich misschien storen aan de zich af en toe wel erg nadrukkelijk opdringende vergelijking met Lana Del Rey, maar persoonlijk hoor ik ook een duidelijk eigen geluid, waarin de singer-songwriter uit Los Angeles ook andere kanten van zichzelf laat horen.
Zeker wanneer The Archer betovert met klanken die zo lijken weggelopen uit een ver verleden, lijk je hier en daar de hand van Danger Mouse te horen, op wiens label het nieuwe album van Alexandra Savior is verschenen. De psychedelisch aandoende klanken passen prachtig bij de hoge, dromerige en zachte zang van Alexandra Savior, die als zangeres zoals gezegd flinke stappen heeft gemaakt.
Zowel de zang als de instrumentatie op The Archer nodigen uit tot zeer aandachtige beluistering. In de instrumentatie zijn wonderschone gitaarlijnen verstopt, maar ook het volle elektronische klankentapijt is van een bijzondere schoonheid en hetzelfde geldt voor de fraai gearrangeerde strijkers en blazers.Maar ook de zang op het album wordt mooier en mooier en sleurt je langzaam maar zeker mee naar dromenland.
The Archer is een album dat prachtige beelden op het netvlies tovert, maar het is ook een album dat zich steeds nadrukkelijker opdringt en je zomaar net zo dierbaar zou kunnen worden als het album van Lana Del Rey, dat vorig jaar nogal wat jaarlijstjes aanvoerde. 2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste vijfsterren plaat is wat mij betreft daar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alexandra Savior - The Archer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alexandra Savior - The Archer
Alexandra Savior trekt de lijn van haar debuut door, maar zet ook stappen op haar prachtig klinkende tweede album, waarop nog meer invloeden worden verwerkt en ze ook nog eens veel beter is gaan zingen
Luister oppervlakkig naar The Archer van Alexandra Savior en je hoort een album dat voortborduurt op Lana Del Rey’s Norman Fucking Rockwell, dat waarschijnlijk meer jaarlijstjes aanvoerde dan elk ander album uit 2019. Alexandra Savior raakt hier en daar aan de muziek van Lana Del Rey, maar kan ook nog heel veel andere kanten op. The Archer laat zich inspireren door meerdere genres en loopt met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Het klinkt allemaal prachtig en opvallend beeldend, maar ook de zang van de jonge Amerikaanse singer-songwriter is van een bijzondere schoonheid. Prachtplaat.
Alexandra Savior debuteerde alweer bijna drie jaar geleden met het door Alex Turner (Arctic Monkeys) geproduceerde Belladonna Of Sadness. De piepjonge singer-songwriter had net Portland, Oregon, verruild voor Los Angeles, California, en maakte indruk met een geluid dat invloeden uit een aantal decennia popmuziek bevatte.
De invloeden, die teruggingen tot de jaren 50, zorgden voor een bijzonder klankentapijt, waarin de bijzondere stem van Alexandra Savior uitstekend gedijde. Belladonna Of Sadness was niet alleen een album vol invloeden, maar ook een filmisch album dat het uitstekend had gedaan bij een obscure film of serie.
Op het deze week verschenen The Archer heeft Alexandra Savior Alex Turner verruild voor muzikant en producer Sam Cohen, die als producer vooral bekend is vanwege zijn werk voor Kevin Morby, Andrew Combs en Curtis Harding. Het heeft niet eens zo heel veel gevolgen gehad voor haar geluid. Ook The Archer springt kriskras door een aantal decennia popmuziek en citeert net zo makkelijk uit de jaren 50 als uit het heden.
Zeker wanneer de Amerikaanse singer-songwriter kiest voor nostalgische klanken en voor wat lome en melancholische zang is de vergelijking met Lana Del Rey nauwelijks te onderdrukken, maar Alexandra Savior blijft nooit lang in een bepaald geluid hangen. Wanneer de muzikante uit Los Angeles kiest voor bezwerende en meer psychedelische klanken hoor ik ineens minder van Lana Del Rey en meer van Mazzy Star en Portishead, maar The Archer kan ook opschuiven richting de avontuurlijke muziek van Fiona Apple of juist verrassen met lichtvoetige Motown achtige klanken.
The Archer schiet alle kanten op, maar het is ook een album vol beeldende klanken en hierdoor een album dat zich als een filmsoundtrack laat beluisteren. Vergeleken met haar debuut is het geluid van Alexandra Savior op haar tweede album verzorgder en veelzijdiger en vergeleken met dit debuut is ze ook veel beter gaan zingen.
Een enkeling zal zich misschien storen aan de zich af en toe wel erg nadrukkelijk opdringende vergelijking met Lana Del Rey, maar persoonlijk hoor ik ook een duidelijk eigen geluid, waarin de singer-songwriter uit Los Angeles ook andere kanten van zichzelf laat horen.
Zeker wanneer The Archer betovert met klanken die zo lijken weggelopen uit een ver verleden, lijk je hier en daar de hand van Danger Mouse te horen, op wiens label het nieuwe album van Alexandra Savior is verschenen. De psychedelisch aandoende klanken passen prachtig bij de hoge, dromerige en zachte zang van Alexandra Savior, die als zangeres zoals gezegd flinke stappen heeft gemaakt.
Zowel de zang als de instrumentatie op The Archer nodigen uit tot zeer aandachtige beluistering. In de instrumentatie zijn wonderschone gitaarlijnen verstopt, maar ook het volle elektronische klankentapijt is van een bijzondere schoonheid en hetzelfde geldt voor de fraai gearrangeerde strijkers en blazers.Maar ook de zang op het album wordt mooier en mooier en sleurt je langzaam maar zeker mee naar dromenland.
The Archer is een album dat prachtige beelden op het netvlies tovert, maar het is ook een album dat zich steeds nadrukkelijker opdringt en je zomaar net zo dierbaar zou kunnen worden als het album van Lana Del Rey, dat vorig jaar nogal wat jaarlijstjes aanvoerde. 2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste vijfsterren plaat is wat mij betreft daar. Erwin Zijleman
Algiers - Algiers (2015)

4,0
0
geplaatst: 12 juni 2015, 16:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Algiers - Algiers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoewel pas aan het eind van het jaar de balans wordt opgemaakt, duikt er zo af en toe een plaat op die ik direct in één van de toekomstige jaarlijstjes wil duwen. Een plaat die wat mij betreft zeker op zal duiken in de lijst met de meest memorabele en bijzondere debuten van 2015 is het debuut van de band Algiers.
Algiers bestaat uit drie muzikanten die elkaar tegen het lijf liepen in Atlanta, Georgia, maar inmiddels vanuit diverse wereldsteden opereren. Het titelloze debuut van de band valt direct op door een even bijzondere als krachtige mix van stijlen.
Het is een mix van stijlen die door iedereen op een andere manier wordt omschreven, maar de omschrijving van AllMusic.com is wat mij betreft de mooiste illustratie van de onmogelijkheid om de muziek van Algiers in een hokje te duwen: “Algiers' sound is rife with references that smear together in a soundscape that reasserts (not recombines) musical traditions in a visceral, militant, spiritual way: the striated post-punk of a Certain Ratio, the agit-prop funk attack of the Pop Group, angular, elastic guitar screes à la Gang of Four, the pulsing industrial crunch of Suicide, the hard psychedelic soul of the Temptations, raw Georgia gospel circa the Elders of Zion, John Lee Hooker's early boogie, and the lonesome wails of chain gangs and field hollers”.
Het is een omschrijving waarvan waarschijnlijk niemand direct chocolade kan maken, maar wanneer je het debuut van Algiers wat beter kent blijkt het ook een omschrijving die wel degelijk hout snijdt.
Zelf hoor ik overigens nog 1001 andere dingen in de muziek van Algiers en dit varieert van Moby en de Fine Young Cannibals tot The Birthday Party en Nina Simone, maar ik vrees dat ik deze hele recensie zou kunnen vullen met namen, zonder dat er ook maar één de lading volledig dekt.
De muziek van Algiers heeft een diepe onderlaag van stokoude blues en gospel. Het is een laag die wordt gedragen door de geweldige vocalen van Franklin James Fisher, die zijn teksten voordraagt als een voodoo-priester.
De soulvolle en bluesy onderlaag van de muziek van Algiers wordt gecombineerd met een nog niet eerder vertoonde mix van stijlen. De muziek van Algiers heeft absoluut wortels in de donkere postpunk van de late jaren 70, maar grijpt ook terug op de industrial van de jaren 80 en 90 of op de muziek die Moby maakte op basis van blues samples.
Het is bijzondere combinatie van invloeden, maar het is ook een combinatie die uitstekend blijkt te werken. De muziek van Algiers is soms sober en soms overvol, maar bijna altijd donker en dreigend. Het is muziek die is gevangen in een productie met ongelooflijk veel diepte en dynamiek. De vocalen van Franklin James Fisher zijn soms heel ver weg en spuwen je niet veel later recht in je gezicht. Hetzelfde geldt voor de soms ontsporende gitaren, de diepe en duistere ritmes (of juist subtiel tikkende ritmeboxen) of het bijzondere tapijt aan elektronica, dat soms inderdaad aan Suicide doet denken.
Algiers maakt ook nog eens muziek waar de urgentie van af spat. Het trio is niet bang voor politieke thema’s en stookt het vuurtje niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in tekstueel opzicht zo nu en dan flink op. Het debuut van Algiers is hierdoor een plaat die flink aankomt. Zeker in het begin kon ik de donkere en intense muziek van de band slechts in kleinere doseringen tot me nemen, maar inmiddels beluister ik de hele plaat als het meesterwerk dat het is.
Algiers maakt het de luisteraar zeker niet makkelijk, maar een ieder die enthousiast opveert bij bevlogen muziek die durft te experimenteren haalt met het debuut van Algiers een hele indrukwekkende plaat in huis. Een plaat die zoals gezegd wel haast moet gaan opduiken in de lijstjes met de meest opzienbarende debuten van 2015. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Algiers - Algiers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoewel pas aan het eind van het jaar de balans wordt opgemaakt, duikt er zo af en toe een plaat op die ik direct in één van de toekomstige jaarlijstjes wil duwen. Een plaat die wat mij betreft zeker op zal duiken in de lijst met de meest memorabele en bijzondere debuten van 2015 is het debuut van de band Algiers.
Algiers bestaat uit drie muzikanten die elkaar tegen het lijf liepen in Atlanta, Georgia, maar inmiddels vanuit diverse wereldsteden opereren. Het titelloze debuut van de band valt direct op door een even bijzondere als krachtige mix van stijlen.
Het is een mix van stijlen die door iedereen op een andere manier wordt omschreven, maar de omschrijving van AllMusic.com is wat mij betreft de mooiste illustratie van de onmogelijkheid om de muziek van Algiers in een hokje te duwen: “Algiers' sound is rife with references that smear together in a soundscape that reasserts (not recombines) musical traditions in a visceral, militant, spiritual way: the striated post-punk of a Certain Ratio, the agit-prop funk attack of the Pop Group, angular, elastic guitar screes à la Gang of Four, the pulsing industrial crunch of Suicide, the hard psychedelic soul of the Temptations, raw Georgia gospel circa the Elders of Zion, John Lee Hooker's early boogie, and the lonesome wails of chain gangs and field hollers”.
Het is een omschrijving waarvan waarschijnlijk niemand direct chocolade kan maken, maar wanneer je het debuut van Algiers wat beter kent blijkt het ook een omschrijving die wel degelijk hout snijdt.
Zelf hoor ik overigens nog 1001 andere dingen in de muziek van Algiers en dit varieert van Moby en de Fine Young Cannibals tot The Birthday Party en Nina Simone, maar ik vrees dat ik deze hele recensie zou kunnen vullen met namen, zonder dat er ook maar één de lading volledig dekt.
De muziek van Algiers heeft een diepe onderlaag van stokoude blues en gospel. Het is een laag die wordt gedragen door de geweldige vocalen van Franklin James Fisher, die zijn teksten voordraagt als een voodoo-priester.
De soulvolle en bluesy onderlaag van de muziek van Algiers wordt gecombineerd met een nog niet eerder vertoonde mix van stijlen. De muziek van Algiers heeft absoluut wortels in de donkere postpunk van de late jaren 70, maar grijpt ook terug op de industrial van de jaren 80 en 90 of op de muziek die Moby maakte op basis van blues samples.
Het is bijzondere combinatie van invloeden, maar het is ook een combinatie die uitstekend blijkt te werken. De muziek van Algiers is soms sober en soms overvol, maar bijna altijd donker en dreigend. Het is muziek die is gevangen in een productie met ongelooflijk veel diepte en dynamiek. De vocalen van Franklin James Fisher zijn soms heel ver weg en spuwen je niet veel later recht in je gezicht. Hetzelfde geldt voor de soms ontsporende gitaren, de diepe en duistere ritmes (of juist subtiel tikkende ritmeboxen) of het bijzondere tapijt aan elektronica, dat soms inderdaad aan Suicide doet denken.
Algiers maakt ook nog eens muziek waar de urgentie van af spat. Het trio is niet bang voor politieke thema’s en stookt het vuurtje niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in tekstueel opzicht zo nu en dan flink op. Het debuut van Algiers is hierdoor een plaat die flink aankomt. Zeker in het begin kon ik de donkere en intense muziek van de band slechts in kleinere doseringen tot me nemen, maar inmiddels beluister ik de hele plaat als het meesterwerk dat het is.
Algiers maakt het de luisteraar zeker niet makkelijk, maar een ieder die enthousiast opveert bij bevlogen muziek die durft te experimenteren haalt met het debuut van Algiers een hele indrukwekkende plaat in huis. Een plaat die zoals gezegd wel haast moet gaan opduiken in de lijstjes met de meest opzienbarende debuten van 2015. Erwin Zijleman
Algiers - The Underside of Power (2017)

4,5
1
geplaatst: 4 juli 2017, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Algiers - The Underside Of Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vanuit Atlanta, Georgia, opererende band Algiers was wat mij betreft goed voor een van de meest sensationele debuten van 2015.
De Brits/Amerikaanse band imponeerde op haar titelloze debuut met een nog niet eerder gebruikte combinatie van invloeden en met een urgentie die je genadeloos bij de strot greep.
Voor het omschrijven van de unieke combinatie van invloeden vertrouwde ik twee jaar geleden op een prachtig citaat van AllMusic.com, dat nog steeds relevant is: “Algiers' sound is rife with references that smear together in a soundscape that reasserts (not recombines) musical traditions in a visceral, militant, spiritual way: the striated post-punk of a Certain Ratio, the agit-prop funk attack of the Pop Group, angular, elastic guitar screes à la Gang of Four, the pulsing industrial crunch of Suicide, the hard psychedelic soul of the Temptations, raw Georgia gospel circa the Elders of Zion, John Lee Hooker's early boogie, and the lonesome wails of chain gangs and field hollers”.
Het is een citaat dat ik twee jaar geleden aanvulde met namen variërend van Moby en de Fine Young Cannibals tot The Birthday Party en Nina Simone, maar met het noemen van namen deed je het debuut van Algiers altijd tekort.
Op het onlangs verschenen tweede album van de band bouwt Algiers nadrukkelijk voort op het zo imponerende debuut. The Underside Of Power mist hierdoor misschien de sensatie van de totale verrassing van het debuut, maar wat is het weer een goede plaat.
Op The Underside Of Power heeft Algiers de tegenstrijdigheden in haar muzikale universum nog wat verder vergroot. De beats, industriële klanken en invloeden uit de postpunk zijn nog wat zwaarder, koeler, donkerder en dreigender, terwijl de met blues, soul en gospel doorspekte vocalen van Franklin James Fisher nog meer passie, emotie en woede laten horen.
Omdat alles op de tweede plaat van Algiers net wat zwaarder is aangezet, is The Underside Of Power net wat minder toegankelijk dan het ook al als een mokerslag aan komende debuut, maar als je eenmaal gewend bent aan het behoorlijk overweldigende geluid van de band, valt er op de nieuwe plaat van Algiers ontzettend veel te genieten.
In muzikaal opzicht heeft de band haar geluid verrijkt met nog wat extra invloeden, waaronder filmische klanken die hier en daar aan Ennio Morricone doen denken, en heeft het zoals gezegd de contrasten benadrukt. Het voorziet de muziek van Algiers van heel veel dynamiek en zeggingskracht en dat past vervolgens weer prachtig bij de geweldige zang van Franklin James Fisher die de emotie weer uit zijn tenen haalt.
Zeker op een warme zomerdag maakt Algiers muziek om bang van te worden, maar wanneer de zon ondergaat en het onweer losbarst zorgen hogepriester Franklin James Fisher en zijn kompanen voor een geluid dat je zo stevig bij de strot grijpt dat je je alleen maar kunt overgeven.
Bij eerste beluistering vond ik het allemaal wel heel heftig, maar inmiddels kan ik alleen maar concluderen dat Algiers haar zo bijzondere debuut met The Underside Of Power heeft overtroffen en dat mag een prestatie van formaat genoemd worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Algiers - The Underside Of Power - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De vanuit Atlanta, Georgia, opererende band Algiers was wat mij betreft goed voor een van de meest sensationele debuten van 2015.
De Brits/Amerikaanse band imponeerde op haar titelloze debuut met een nog niet eerder gebruikte combinatie van invloeden en met een urgentie die je genadeloos bij de strot greep.
Voor het omschrijven van de unieke combinatie van invloeden vertrouwde ik twee jaar geleden op een prachtig citaat van AllMusic.com, dat nog steeds relevant is: “Algiers' sound is rife with references that smear together in a soundscape that reasserts (not recombines) musical traditions in a visceral, militant, spiritual way: the striated post-punk of a Certain Ratio, the agit-prop funk attack of the Pop Group, angular, elastic guitar screes à la Gang of Four, the pulsing industrial crunch of Suicide, the hard psychedelic soul of the Temptations, raw Georgia gospel circa the Elders of Zion, John Lee Hooker's early boogie, and the lonesome wails of chain gangs and field hollers”.
Het is een citaat dat ik twee jaar geleden aanvulde met namen variërend van Moby en de Fine Young Cannibals tot The Birthday Party en Nina Simone, maar met het noemen van namen deed je het debuut van Algiers altijd tekort.
Op het onlangs verschenen tweede album van de band bouwt Algiers nadrukkelijk voort op het zo imponerende debuut. The Underside Of Power mist hierdoor misschien de sensatie van de totale verrassing van het debuut, maar wat is het weer een goede plaat.
Op The Underside Of Power heeft Algiers de tegenstrijdigheden in haar muzikale universum nog wat verder vergroot. De beats, industriële klanken en invloeden uit de postpunk zijn nog wat zwaarder, koeler, donkerder en dreigender, terwijl de met blues, soul en gospel doorspekte vocalen van Franklin James Fisher nog meer passie, emotie en woede laten horen.
Omdat alles op de tweede plaat van Algiers net wat zwaarder is aangezet, is The Underside Of Power net wat minder toegankelijk dan het ook al als een mokerslag aan komende debuut, maar als je eenmaal gewend bent aan het behoorlijk overweldigende geluid van de band, valt er op de nieuwe plaat van Algiers ontzettend veel te genieten.
In muzikaal opzicht heeft de band haar geluid verrijkt met nog wat extra invloeden, waaronder filmische klanken die hier en daar aan Ennio Morricone doen denken, en heeft het zoals gezegd de contrasten benadrukt. Het voorziet de muziek van Algiers van heel veel dynamiek en zeggingskracht en dat past vervolgens weer prachtig bij de geweldige zang van Franklin James Fisher die de emotie weer uit zijn tenen haalt.
Zeker op een warme zomerdag maakt Algiers muziek om bang van te worden, maar wanneer de zon ondergaat en het onweer losbarst zorgen hogepriester Franklin James Fisher en zijn kompanen voor een geluid dat je zo stevig bij de strot grijpt dat je je alleen maar kunt overgeven.
Bij eerste beluistering vond ik het allemaal wel heel heftig, maar inmiddels kan ik alleen maar concluderen dat Algiers haar zo bijzondere debuut met The Underside Of Power heeft overtroffen en dat mag een prestatie van formaat genoemd worden. Erwin Zijleman
Algiers - There Is No Year (2020)

4,0
0
geplaatst: 23 januari 2020, 17:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Algiers - There Is No Year - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Algiers - There Is No Year
Algiers kiest ook op haar derde album weer voor een bijzondere mix van invloeden en smeedt deze aan elkaar in een geluid met een energie en intensiteit om bang van te worden
Het debuut van Algiers moet, zeker achteraf bezien, worden gerekend tot de meest opzienbarende debuten van 2015. De band uit Atlanta vermengde op dit debuut een groot aantal invloeden met gospel en postpunk als uitersten. Het geluid van Algiers is op het derde album van de band nog wat veelzijdiger en op hetzelfde moment wat toegankelijker dan we gewend zijn. There Is No Year schuift bovendien wat meer op richting soul, maar Algiers is nog altijd lang geen doorsnee soulband. De muziek van de band kan makkelijk ontsporen en valt bovendien op door een bijna beangstigende portie passie, intensiteit en bezwering. Een fascinerend album dat alleen maar beter wordt.
There Is No Year is het derde album van de Amerikaanse band Algiers. De vorige twee albums van de band uit Atlanta, Georgia, verpletterden de nietsvermoedende luisteraar en ook het derde album van de Amerikaanse band komt weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag.
Bij beluistering van het debuut in 2015 was er nog de verbazing over de bijzondere mix van stijlen. Algiers smeedde op haar debuut invloeden uit onder andere de blues, funk, soul, gospel, rock, industrial en postpunk aan elkaar en deed dat ook nog eens met heel veel energie. Het leverde een opvallend intens album op waar de urgentie van af spatte.
Het tweede album van de band was misschien niet zo verrassend als het debuut, maar het geluid van Algiers was nog wat beter uitgewerkt. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op album nummer drie.
Ook There Is No Year is een album dat je onmiddellijk bij de strot grijpt. Het is wederom vooral de verdienste van zanger Franklin James Fisher, die niet alleen beschikt over een heerlijk soulvolle strot, maar zijn teksten ook nog eens over je uitstort zoals een in trance verkerende voodoo-priester dat zou doen. Ook de instrumentatie op het derde album van Algiers is echter weer van een bijzondere intensiteit en schoonheid.
Vergeleken met de vorige twee albums klinkt de band uit Atlanta net wat toegankelijker en is het bovendien wat opgeschoven richting de soul. Hier en daar klinkt Algiers als een rauwe en experimentele versie van Black Pumas, wat mij betreft de soulsensatie van 2019. Gelukkig mag de muziek van Algiers ook nog met enige regelmaat ontsporen en schuift de band toch weer op richting het donkere rockgeluid van de vorige twee albums.
De band loopt hiermee het risico dat het muziek maakt die te duister en experimenteel is voor de liefhebbers van pure soul, maar ook wat teveel binnen de lijntjes kleurt voor een ieder voor wie muziek niet experimenteel genoeg kan zijn. Ik zit kennelijk precies in het midden, want ik vind There Is No Year een geweldig album. Algiers klinkt wat minder militant, waardoor het album je niet zo op de hielen zit als met name het debuut, maar ook in het wat subtielere geluid valt veel moois te ontdekken.
Franklin James Fisher zingt ook dit keer de sterren van de hemel, terwijl de afwisselend subtiele en overweldigende instrumentatie keer op keer weet te verrassen. Ook de songs op het derde album van Algiers zijn van een hoog niveau en dringen zich makkelijk op.
Algiers maakt nog altijd muziek die uitnodigt tot het noemen van namen, maar net als bij beluistering van de vorige albums zijn het namen die maar in beperkte mate relevant zijn. Vergeleken met deze vorige albums zijn het namen die wat meer zullen opschuiven richting soul, maar Algiers is geen moment een 13 in een dozijn soulband. Hiervoor klinkt het geluid van de band te dreigend en te vol en hoor je bovendien teveel andere invloeden, waaronder nog steeds invloeden uit de postpunk.
Algiers klinkt hier en daar als de Fine Young Cannibals die door de duivel op de hielen worden gezeten, maar There Is No Year klinkt ook als een oude soulzanger die in de studio is opgezadeld met een postpunk band.
Hoe vaker ik er naar luister, hoe duidelijker mijn conclusie dat ook het derde album van Algiers een indrukwekkend en meer dan eens verpletterend album is, dat uiteindelijk een stuk minder voorspelbaar is dan het lijkt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Algiers - There Is No Year - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Algiers - There Is No Year
Algiers kiest ook op haar derde album weer voor een bijzondere mix van invloeden en smeedt deze aan elkaar in een geluid met een energie en intensiteit om bang van te worden
Het debuut van Algiers moet, zeker achteraf bezien, worden gerekend tot de meest opzienbarende debuten van 2015. De band uit Atlanta vermengde op dit debuut een groot aantal invloeden met gospel en postpunk als uitersten. Het geluid van Algiers is op het derde album van de band nog wat veelzijdiger en op hetzelfde moment wat toegankelijker dan we gewend zijn. There Is No Year schuift bovendien wat meer op richting soul, maar Algiers is nog altijd lang geen doorsnee soulband. De muziek van de band kan makkelijk ontsporen en valt bovendien op door een bijna beangstigende portie passie, intensiteit en bezwering. Een fascinerend album dat alleen maar beter wordt.
There Is No Year is het derde album van de Amerikaanse band Algiers. De vorige twee albums van de band uit Atlanta, Georgia, verpletterden de nietsvermoedende luisteraar en ook het derde album van de Amerikaanse band komt weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag.
Bij beluistering van het debuut in 2015 was er nog de verbazing over de bijzondere mix van stijlen. Algiers smeedde op haar debuut invloeden uit onder andere de blues, funk, soul, gospel, rock, industrial en postpunk aan elkaar en deed dat ook nog eens met heel veel energie. Het leverde een opvallend intens album op waar de urgentie van af spatte.
Het tweede album van de band was misschien niet zo verrassend als het debuut, maar het geluid van Algiers was nog wat beter uitgewerkt. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op album nummer drie.
Ook There Is No Year is een album dat je onmiddellijk bij de strot grijpt. Het is wederom vooral de verdienste van zanger Franklin James Fisher, die niet alleen beschikt over een heerlijk soulvolle strot, maar zijn teksten ook nog eens over je uitstort zoals een in trance verkerende voodoo-priester dat zou doen. Ook de instrumentatie op het derde album van Algiers is echter weer van een bijzondere intensiteit en schoonheid.
Vergeleken met de vorige twee albums klinkt de band uit Atlanta net wat toegankelijker en is het bovendien wat opgeschoven richting de soul. Hier en daar klinkt Algiers als een rauwe en experimentele versie van Black Pumas, wat mij betreft de soulsensatie van 2019. Gelukkig mag de muziek van Algiers ook nog met enige regelmaat ontsporen en schuift de band toch weer op richting het donkere rockgeluid van de vorige twee albums.
De band loopt hiermee het risico dat het muziek maakt die te duister en experimenteel is voor de liefhebbers van pure soul, maar ook wat teveel binnen de lijntjes kleurt voor een ieder voor wie muziek niet experimenteel genoeg kan zijn. Ik zit kennelijk precies in het midden, want ik vind There Is No Year een geweldig album. Algiers klinkt wat minder militant, waardoor het album je niet zo op de hielen zit als met name het debuut, maar ook in het wat subtielere geluid valt veel moois te ontdekken.
Franklin James Fisher zingt ook dit keer de sterren van de hemel, terwijl de afwisselend subtiele en overweldigende instrumentatie keer op keer weet te verrassen. Ook de songs op het derde album van Algiers zijn van een hoog niveau en dringen zich makkelijk op.
Algiers maakt nog altijd muziek die uitnodigt tot het noemen van namen, maar net als bij beluistering van de vorige albums zijn het namen die maar in beperkte mate relevant zijn. Vergeleken met deze vorige albums zijn het namen die wat meer zullen opschuiven richting soul, maar Algiers is geen moment een 13 in een dozijn soulband. Hiervoor klinkt het geluid van de band te dreigend en te vol en hoor je bovendien teveel andere invloeden, waaronder nog steeds invloeden uit de postpunk.
Algiers klinkt hier en daar als de Fine Young Cannibals die door de duivel op de hielen worden gezeten, maar There Is No Year klinkt ook als een oude soulzanger die in de studio is opgezadeld met een postpunk band.
Hoe vaker ik er naar luister, hoe duidelijker mijn conclusie dat ook het derde album van Algiers een indrukwekkend en meer dan eens verpletterend album is, dat uiteindelijk een stuk minder voorspelbaar is dan het lijkt. Erwin Zijleman
Ali Holder - Uncomfortable Truths (2020)

4,5
0
geplaatst: 12 april 2020, 11:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ali Holder - Uncomfortable Truths - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ali Holder - Uncomfortable Truths
Ali Holder debuteerde zeven jaar geleden zeer veelbelovend, raakte in de vergetelheid, maar keert op indrukwekkende wijze terug met een verrassend veelzijdig (roots)album
Ali Holder kon op haar debuut al binnen vele genres uit de voeten en beheerst dit kunstje ook op haar uitstekende nieuwe album. Ook Uncomfortable Truths bevat een aantal fraaie rootssongs, maar de muzikante uit Austin, Texas, kan ook vrij stevig uithalen op haar tweede album en betovert met een bijzonder geluid. Het nieuwe album van Ali Holder is een album met een prachtig vol en atmosferisch klinkend geluid, vol schitterend gitaarwerk, met ijzersterke songs, met mooie verhalen en met een stem die bijna alles dat Ali Holder aanraakt in goud verandert. Een waardig opvolger van het in 2013 en 2014 terecht zo bewierookte debuut.
In de zomer van 2013 bracht de uit Austin, Texas, afkomstige singer-songwriter Ali Holder haar debuut In Preparation For Saturn’s Return uit. Ik ontdekte het album zelf pas in het voorjaar van 2014 en was diep onder de indruk. Het debuut van Ali Holder behoorde wat mij betreft tot de betere rootsalbums van het betreffende jaar en daar stond ik niet alleen in.
Dit was deels de verdienste van de mooie en krachtige stem van Ali Holder, maar ook haar veelzijdige geluid tilde In Preparation For Saturn’s Return een flink stuk boven het maaiveld uit. Het was een geluid dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met zo ongeveer alles uit de voeten kon en schakelde tussen folk, country, blues, soul, jazz, bluegrass en zuidelijke rhythm & blues.
Sinds de release van haar debuut was het helaas vrijwel stil rond Ali Holder, al bracht ze wel twee EP’s uit. Deze week verscheen dan eindelijk het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter. Natuurlijk is de release van Uncomfortable Truths wat ongelukkig getimed, maar aan de andere kant ben ik blij dat de muzikante uit Austin, Texas, eindelijk weer eens een album heeft gemaakt.
Het is een album dat maar ten dele lijkt op het inmiddels bijna zeven jaar oude debuut van Ali Holder. Uncomfortable Truths opent met een combinatie van galmende gitaarlijnen, zwaar aangezette bas en drums en de stem van Ali Holder. Het doet wel wat denken aan het geluid dat Eleni Mandell vorig jaar liet horen op haar jaarlijstjesplaat Wake Up Again, al is het geluid van Ali Holder net wat donkerder en dreigender. Het is een geluid dat goed past hij haar krachtige stem, die ook dit keer onmiddellijk de aandacht naar zich toe trekt.
Uncomfortable Truths bevat een aantal songs die nauwelijks in het hokje Amerikaanse rootsmuziek zijn te duwen en flink opschuiven richting pop of rock, al hoor je in de meeste songs ook wel een paar rootsy accenten. Anders songs omarmen de Amerikaanse rootsmuziek daarentegen volledig. Uncomfortable Truths klinkt al met al wel wat anders dan het terecht zo geprezen debuut van Ali Holder, maar ook het nieuwe geluid bevalt me wel.
Haar stem gedijt uitstekend in het wat broeierige maar ook ruimtelijk klinkende geluid, waarin mooi ruimtelijk gitaarwerk de hoofdrol speelt. Ali Holder wilde op haar debuut niets weten van grenzen en ook Uncomfortable Truths heeft er lak aan. Een met flink wat elektronische strijkers ingekleurde song vol drama wordt moeiteloos gevolgd door een rauwe rocksong, maar Ali Holder is gelukkig ook de Amerikaanse rootsmuziek niet vergeten en overtuigt niet alleen met geweldige vocalen, maar ook met persoonlijke en maatschappij kritische verhalen, waarin vaak de positie van de vrouw en onrecht dat vrouwen wordt aangedaan centraal staat.
Ali Holder bijt niet alleen in haar teksten van zich af, maar doet dit ook met heerlijk venijnig gitaarspel, waarmee ze opvallend ver buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe mooi en veelzijdig de instrumentatie op het album is. De warme en broeierige klanken zijn prachtig stemmig en ondersteunen de stem van Ali Holder optimaal. Het is een stem die overigens ook indruk maakt in de net wat meer ingetogen en roots georiënteerde songs op het album, want ook als rootsmuzikant kan Ali Holder uitstekend uit de voeten.
We hebben lang moeten wachten op het tweede album van de singer-songwriter uit Austin, maar het uiterst veelzijdige Uncomfortable Truths maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ali Holder - Uncomfortable Truths - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ali Holder - Uncomfortable Truths
Ali Holder debuteerde zeven jaar geleden zeer veelbelovend, raakte in de vergetelheid, maar keert op indrukwekkende wijze terug met een verrassend veelzijdig (roots)album
Ali Holder kon op haar debuut al binnen vele genres uit de voeten en beheerst dit kunstje ook op haar uitstekende nieuwe album. Ook Uncomfortable Truths bevat een aantal fraaie rootssongs, maar de muzikante uit Austin, Texas, kan ook vrij stevig uithalen op haar tweede album en betovert met een bijzonder geluid. Het nieuwe album van Ali Holder is een album met een prachtig vol en atmosferisch klinkend geluid, vol schitterend gitaarwerk, met ijzersterke songs, met mooie verhalen en met een stem die bijna alles dat Ali Holder aanraakt in goud verandert. Een waardig opvolger van het in 2013 en 2014 terecht zo bewierookte debuut.
In de zomer van 2013 bracht de uit Austin, Texas, afkomstige singer-songwriter Ali Holder haar debuut In Preparation For Saturn’s Return uit. Ik ontdekte het album zelf pas in het voorjaar van 2014 en was diep onder de indruk. Het debuut van Ali Holder behoorde wat mij betreft tot de betere rootsalbums van het betreffende jaar en daar stond ik niet alleen in.
Dit was deels de verdienste van de mooie en krachtige stem van Ali Holder, maar ook haar veelzijdige geluid tilde In Preparation For Saturn’s Return een flink stuk boven het maaiveld uit. Het was een geluid dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met zo ongeveer alles uit de voeten kon en schakelde tussen folk, country, blues, soul, jazz, bluegrass en zuidelijke rhythm & blues.
Sinds de release van haar debuut was het helaas vrijwel stil rond Ali Holder, al bracht ze wel twee EP’s uit. Deze week verscheen dan eindelijk het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter. Natuurlijk is de release van Uncomfortable Truths wat ongelukkig getimed, maar aan de andere kant ben ik blij dat de muzikante uit Austin, Texas, eindelijk weer eens een album heeft gemaakt.
Het is een album dat maar ten dele lijkt op het inmiddels bijna zeven jaar oude debuut van Ali Holder. Uncomfortable Truths opent met een combinatie van galmende gitaarlijnen, zwaar aangezette bas en drums en de stem van Ali Holder. Het doet wel wat denken aan het geluid dat Eleni Mandell vorig jaar liet horen op haar jaarlijstjesplaat Wake Up Again, al is het geluid van Ali Holder net wat donkerder en dreigender. Het is een geluid dat goed past hij haar krachtige stem, die ook dit keer onmiddellijk de aandacht naar zich toe trekt.
Uncomfortable Truths bevat een aantal songs die nauwelijks in het hokje Amerikaanse rootsmuziek zijn te duwen en flink opschuiven richting pop of rock, al hoor je in de meeste songs ook wel een paar rootsy accenten. Anders songs omarmen de Amerikaanse rootsmuziek daarentegen volledig. Uncomfortable Truths klinkt al met al wel wat anders dan het terecht zo geprezen debuut van Ali Holder, maar ook het nieuwe geluid bevalt me wel.
Haar stem gedijt uitstekend in het wat broeierige maar ook ruimtelijk klinkende geluid, waarin mooi ruimtelijk gitaarwerk de hoofdrol speelt. Ali Holder wilde op haar debuut niets weten van grenzen en ook Uncomfortable Truths heeft er lak aan. Een met flink wat elektronische strijkers ingekleurde song vol drama wordt moeiteloos gevolgd door een rauwe rocksong, maar Ali Holder is gelukkig ook de Amerikaanse rootsmuziek niet vergeten en overtuigt niet alleen met geweldige vocalen, maar ook met persoonlijke en maatschappij kritische verhalen, waarin vaak de positie van de vrouw en onrecht dat vrouwen wordt aangedaan centraal staat.
Ali Holder bijt niet alleen in haar teksten van zich af, maar doet dit ook met heerlijk venijnig gitaarspel, waarmee ze opvallend ver buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe mooi en veelzijdig de instrumentatie op het album is. De warme en broeierige klanken zijn prachtig stemmig en ondersteunen de stem van Ali Holder optimaal. Het is een stem die overigens ook indruk maakt in de net wat meer ingetogen en roots georiënteerde songs op het album, want ook als rootsmuzikant kan Ali Holder uitstekend uit de voeten.
We hebben lang moeten wachten op het tweede album van de singer-songwriter uit Austin, maar het uiterst veelzijdige Uncomfortable Truths maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Erwin Zijleman
Alice Boman - Dream On (2020)

4,0
0
geplaatst: 22 januari 2020, 12:19 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Boman - Dream On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Boman - Dream On
Alice Boman komt met haar langverwachte debuut en het is een debuut dat mooier en mooier wordt wanneer je de tijd neemt om het te ontdekken
Alice Boman maakt al jaren EP’s en is bovendien te horen in populaire films en series, maar van een debuutalbum kwam het tot dusver nog niet. Tot nu dan, want eindelijk is het debuut van de Zweedse singer-songwriter verschenen. Dream On klinkt op het eerste gehoor vooral zoet en zweverig, maar het is een album waarvoor je de tijd moet nemen en dat je bovendien met volledige aandacht moet beluisteren. Dan hoor je hoe mooi en veelzijdig de instrumentatie op het album is en hoor je hoe mooi Alice Boman zingt. Al met al een perfecte soundtrack voor de winter die van mij nog wel even mag duren.
Alice Boman is een singer-songwriter uit het Zweedse Malmö, die aan het eind van 2013 opdook met haar eerste EP, die min of meer per ongeluk in handen van een platenmaatschappij kwam en onbedoeld werd uitgebracht.
Sindsdien maakte de Zweedse singer-songwriter nog een aantal EP’s en zag ze haar songs bovendien opduiken in een aantal populaire tv-series en films.
Ruim 6 jaar na de release van haar eerste EP verscheen deze week dan eindelijk het debuut van Alice Boman, Dream On.
Iedereen die de muziek van Alice Boman kent, weet dat de muzikante uit Malmö een voorkeur heeft voor mooie luisterliedjes. De meeste songs op Dream On zijn ingetogen en beginnen vaak betrekkelijk sober met subtiele klanken en de fluisterzachte zang van Alice Boman. De ingetogen instrumentatie heeft over het algemeen een wat atmosferisch, psychedelisch en Scandinavisch karakter en het is een instrumentatie die ook eenvoudig kan worden uitgebouwd naar volle en breed uitwaaiende klanken. Het is een instrumentatie die makkelijk betovert, maar die ook knap in elkaar steekt.
Het past allemaal prachtig bij de zachte stem van Alice Boman, die wat heeft van Ane Brun en Agnes Obel, maar die me persoonlijk vooral doet denken aan de eveneens uit Zweden afkomstige Sophie Zelmani, die ik overigens reken tot mijn persoonlijke favorieten. Net als Sophie Zelmani heeft Alice Boman een prachtige fluisterstem en kan ze prima overweg met flink wat melancholie, waarmee Dream On de sfeer van de eindeloze Scandinavische winter ademt.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering wel wat kriegel werd van de fluisterzang en de teksten over verloren liefdes en dat ik Dream On bovendien wat te zoet vond klinken, maar bij herhaalde beluistering werd het album alleen maar beter. Alice Boman maakte haar debuut in samenwerking met een aantal producers. Dat viel me bij eerste beluistering niet zo op, maar het klankentapijt op het album wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Ook de stem van de Zweedse singer-songwriter dringt zich steeds wat meer op en bovendien laat Dream On telkens meer invloeden horen, want naast invloeden uit de pop, hoor ik ook invloeden uit de folk, dreampop, psychedelica en ambient in de muziek van de Zweedse singer-songwriter.
Dream On doet het uitstekend op de achtergrond, zeker wat later op de avond, maar pas toen ik het album met de koptelefoon beluisterde hoorde ik de vele lagen in de instrumentatie en hoorde ik bovendien hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Ook de zang van Alice Boman is met de koptelefoon overigens mooier en vooral warmer dan bij vluchtige beluistering op de achtergrond.
Ik begrijp inmiddels overigens wel waarom de muziek van Alice Boman zo geliefd is bij filmmakers en makers van tv-series. De muziek van de Zweedse singer-songwriter is ruimtelijk, emotievol en ook nog eens beeldend, waardoor het een film of tv-serie eerder verrijkt dan in de weg zit.
Ik luister zelf maar zelden naar EP’s en Dream On is daarom mijn eerste kennismaking met de muziek van Alice Boman. Het is een kennismaking die me na enige gewenning zeer goed is bevallen, zeker toen ik er met volledige aandacht naar luisterde, waardoor het album nog vaak voorbij gaat komen, zeker zolang de lente nog niet is begonnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Boman - Dream On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Boman - Dream On
Alice Boman komt met haar langverwachte debuut en het is een debuut dat mooier en mooier wordt wanneer je de tijd neemt om het te ontdekken
Alice Boman maakt al jaren EP’s en is bovendien te horen in populaire films en series, maar van een debuutalbum kwam het tot dusver nog niet. Tot nu dan, want eindelijk is het debuut van de Zweedse singer-songwriter verschenen. Dream On klinkt op het eerste gehoor vooral zoet en zweverig, maar het is een album waarvoor je de tijd moet nemen en dat je bovendien met volledige aandacht moet beluisteren. Dan hoor je hoe mooi en veelzijdig de instrumentatie op het album is en hoor je hoe mooi Alice Boman zingt. Al met al een perfecte soundtrack voor de winter die van mij nog wel even mag duren.
Alice Boman is een singer-songwriter uit het Zweedse Malmö, die aan het eind van 2013 opdook met haar eerste EP, die min of meer per ongeluk in handen van een platenmaatschappij kwam en onbedoeld werd uitgebracht.
Sindsdien maakte de Zweedse singer-songwriter nog een aantal EP’s en zag ze haar songs bovendien opduiken in een aantal populaire tv-series en films.
Ruim 6 jaar na de release van haar eerste EP verscheen deze week dan eindelijk het debuut van Alice Boman, Dream On.
Iedereen die de muziek van Alice Boman kent, weet dat de muzikante uit Malmö een voorkeur heeft voor mooie luisterliedjes. De meeste songs op Dream On zijn ingetogen en beginnen vaak betrekkelijk sober met subtiele klanken en de fluisterzachte zang van Alice Boman. De ingetogen instrumentatie heeft over het algemeen een wat atmosferisch, psychedelisch en Scandinavisch karakter en het is een instrumentatie die ook eenvoudig kan worden uitgebouwd naar volle en breed uitwaaiende klanken. Het is een instrumentatie die makkelijk betovert, maar die ook knap in elkaar steekt.
Het past allemaal prachtig bij de zachte stem van Alice Boman, die wat heeft van Ane Brun en Agnes Obel, maar die me persoonlijk vooral doet denken aan de eveneens uit Zweden afkomstige Sophie Zelmani, die ik overigens reken tot mijn persoonlijke favorieten. Net als Sophie Zelmani heeft Alice Boman een prachtige fluisterstem en kan ze prima overweg met flink wat melancholie, waarmee Dream On de sfeer van de eindeloze Scandinavische winter ademt.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering wel wat kriegel werd van de fluisterzang en de teksten over verloren liefdes en dat ik Dream On bovendien wat te zoet vond klinken, maar bij herhaalde beluistering werd het album alleen maar beter. Alice Boman maakte haar debuut in samenwerking met een aantal producers. Dat viel me bij eerste beluistering niet zo op, maar het klankentapijt op het album wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Ook de stem van de Zweedse singer-songwriter dringt zich steeds wat meer op en bovendien laat Dream On telkens meer invloeden horen, want naast invloeden uit de pop, hoor ik ook invloeden uit de folk, dreampop, psychedelica en ambient in de muziek van de Zweedse singer-songwriter.
Dream On doet het uitstekend op de achtergrond, zeker wat later op de avond, maar pas toen ik het album met de koptelefoon beluisterde hoorde ik de vele lagen in de instrumentatie en hoorde ik bovendien hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Ook de zang van Alice Boman is met de koptelefoon overigens mooier en vooral warmer dan bij vluchtige beluistering op de achtergrond.
Ik begrijp inmiddels overigens wel waarom de muziek van Alice Boman zo geliefd is bij filmmakers en makers van tv-series. De muziek van de Zweedse singer-songwriter is ruimtelijk, emotievol en ook nog eens beeldend, waardoor het een film of tv-serie eerder verrijkt dan in de weg zit.
Ik luister zelf maar zelden naar EP’s en Dream On is daarom mijn eerste kennismaking met de muziek van Alice Boman. Het is een kennismaking die me na enige gewenning zeer goed is bevallen, zeker toen ik er met volledige aandacht naar luisterde, waardoor het album nog vaak voorbij gaat komen, zeker zolang de lente nog niet is begonnen. Erwin Zijleman
Alice Boman - The Space Between (2022)

4,0
0
geplaatst: 23 oktober 2022, 10:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Boman - The Space Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Boman - The Space Between
De Zweedse muzikante Alice Boman perfectioneert op The Space Between het sfeervolle en intieme geluid van haar debuutalbum en verleidt ook dit keer meedogenloos met haar mooie fluisterzang
Alice Boman dook bijna drie jaar geleden op met haar debuutalbum Dream On, dat ik na enige aarzeling omarmde. Op dit album verraste de muzikante uit Malmö met zeer sfeervol ingekleurde songs en intieme fluisterzang. Op haar nieuwe album The Space Between heeft de Zweedse muzikante haar geluid vervolmaakt. Alice Boman heeft haar songs nog wat mooier, maar ook avontuurlijker ingekleurd en overtuigt ook nog meer als zangeres. Omdat ook de songs aan kwaliteit hebben gewonnen, is The Space Between een album dat zich makkelijk weet te onderscheiden en bovendien zomaar kan uitgroeien tot een van de mooiste soundtracks van deze herfst en winter.
Alice Boman debuteerde helemaal aan het begin van 2020 met Dream On. Op de cover van haar debuutalbum keek de Zweedse singer-songwriter wat onzeker uit haar ogen, maar daar was geen enkele reden toe. Dream On was immers een prachtig album, waarop vooral de fraaie inkleuring van de songs de aandacht trok, maar ook de fluisterstem van Alice Boman mocht er zijn.
Het album deed me door de fluisterzachte zang wel wat denken van de muziek van de eveneens uit Zweden afkomstige Sophie Zelmani, maar in muzikaal opzicht won Alice Boman het wat mij betreft makkelijk van het recentere werk haar landgenote. Dream On was overigens wel een album waarvoor je in de stemming moest zijn, want er waren ook wel momenten dat ik kriegel werd van al het gefluister.
Deze week keert Alice Boman terug met haar tweede album, The Space Between. De muzikante uit Malmö geeft haar blik dit keer niet prijs, maar in muzikaal opzicht borduurt The Space Between voort op het inmiddels bijna drie jaar oude Dream On. Ook op haar tweede album maakt Alice Boman indruk met prachtig ingekleurde songs en met fluisterzachte vocalen, die het album voorzien van een intieme sfeer.
The Space Between ligt absoluut in het verlengde van het debuutalbum, maar ik vind het nieuwe album van Alice Boman nog een stuk beter. De Zweedse muzikante heeft haar songs ook dit keer voorzien van zeer sfeervolle klanken, maar ik vind ze nog wat mooier en spannender dan op het vorige album.
De songs van Alice Boman klinken ook dit keer behoorlijk vol, maar de muziek op The Space Between heeft ook iets ruimtelijks. De vooral ingetogen mix van organische en elektronische klanken verspreidt zich op fraaie wijze door de ruimte en maakt de muziek van Alice Boman niet alleen heel sfeervol, maar ook intiem.
De muziek op het tweede album van Alice Boman past ook dit keer prachtig bij haar mooie en over het algemeen fluisterzachte stem. Door deze stem heb ik nog steeds wel wat associaties met de muziek van Sophie Zelmani, maar in muzikaal opzicht tapt Alice Boman uit een ander vaatje en raken haar songs meer aan die van een muzikante als Agnes Obel.
Ook The Space Between is weer een album uit het hoge noorden dat uitstekend gedijt bij een beperkte hoeveelheid daglicht en wat lagere temperaturen. Zeker wanneer de zon onder is en de temperatuur daalt, sorteren de mooie klanken en zachte vocalen op het album een maximaal effect en maakt Alice Boman muziek waarin je je volledig kunt onderdompelen.
Op Dream On vond ik de muziek van de Zweedse muzikante nog wel wat eenvormig, maar The Space Between is een veelkleurig album, waarop steeds net wat andere accenten worden gelegd en waarop de muzikante uit Malmö bovendien net wat nadrukkelijker het avontuur zoekt, met hier en daar een vleugje Kate Bush al bonus.
The Space Between bevat een fraai duet met Perfume Genius en profiteert absoluut van de productionele vaardigheden van de Zweedse producer Patrik Berger (Carly Rae Jepsen, Sigrid, Lana Del Rey), maar het is toch vooral Alice Boman die indruk maakt met een bijzonder fraaie serie songs, die de komende maanden nog heel wat koude en donkere herfst- en winteravonden gaan verwarmen met muzikale en vocale pracht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Boman - The Space Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Boman - The Space Between
De Zweedse muzikante Alice Boman perfectioneert op The Space Between het sfeervolle en intieme geluid van haar debuutalbum en verleidt ook dit keer meedogenloos met haar mooie fluisterzang
Alice Boman dook bijna drie jaar geleden op met haar debuutalbum Dream On, dat ik na enige aarzeling omarmde. Op dit album verraste de muzikante uit Malmö met zeer sfeervol ingekleurde songs en intieme fluisterzang. Op haar nieuwe album The Space Between heeft de Zweedse muzikante haar geluid vervolmaakt. Alice Boman heeft haar songs nog wat mooier, maar ook avontuurlijker ingekleurd en overtuigt ook nog meer als zangeres. Omdat ook de songs aan kwaliteit hebben gewonnen, is The Space Between een album dat zich makkelijk weet te onderscheiden en bovendien zomaar kan uitgroeien tot een van de mooiste soundtracks van deze herfst en winter.
Alice Boman debuteerde helemaal aan het begin van 2020 met Dream On. Op de cover van haar debuutalbum keek de Zweedse singer-songwriter wat onzeker uit haar ogen, maar daar was geen enkele reden toe. Dream On was immers een prachtig album, waarop vooral de fraaie inkleuring van de songs de aandacht trok, maar ook de fluisterstem van Alice Boman mocht er zijn.
Het album deed me door de fluisterzachte zang wel wat denken van de muziek van de eveneens uit Zweden afkomstige Sophie Zelmani, maar in muzikaal opzicht won Alice Boman het wat mij betreft makkelijk van het recentere werk haar landgenote. Dream On was overigens wel een album waarvoor je in de stemming moest zijn, want er waren ook wel momenten dat ik kriegel werd van al het gefluister.
Deze week keert Alice Boman terug met haar tweede album, The Space Between. De muzikante uit Malmö geeft haar blik dit keer niet prijs, maar in muzikaal opzicht borduurt The Space Between voort op het inmiddels bijna drie jaar oude Dream On. Ook op haar tweede album maakt Alice Boman indruk met prachtig ingekleurde songs en met fluisterzachte vocalen, die het album voorzien van een intieme sfeer.
The Space Between ligt absoluut in het verlengde van het debuutalbum, maar ik vind het nieuwe album van Alice Boman nog een stuk beter. De Zweedse muzikante heeft haar songs ook dit keer voorzien van zeer sfeervolle klanken, maar ik vind ze nog wat mooier en spannender dan op het vorige album.
De songs van Alice Boman klinken ook dit keer behoorlijk vol, maar de muziek op The Space Between heeft ook iets ruimtelijks. De vooral ingetogen mix van organische en elektronische klanken verspreidt zich op fraaie wijze door de ruimte en maakt de muziek van Alice Boman niet alleen heel sfeervol, maar ook intiem.
De muziek op het tweede album van Alice Boman past ook dit keer prachtig bij haar mooie en over het algemeen fluisterzachte stem. Door deze stem heb ik nog steeds wel wat associaties met de muziek van Sophie Zelmani, maar in muzikaal opzicht tapt Alice Boman uit een ander vaatje en raken haar songs meer aan die van een muzikante als Agnes Obel.
Ook The Space Between is weer een album uit het hoge noorden dat uitstekend gedijt bij een beperkte hoeveelheid daglicht en wat lagere temperaturen. Zeker wanneer de zon onder is en de temperatuur daalt, sorteren de mooie klanken en zachte vocalen op het album een maximaal effect en maakt Alice Boman muziek waarin je je volledig kunt onderdompelen.
Op Dream On vond ik de muziek van de Zweedse muzikante nog wel wat eenvormig, maar The Space Between is een veelkleurig album, waarop steeds net wat andere accenten worden gelegd en waarop de muzikante uit Malmö bovendien net wat nadrukkelijker het avontuur zoekt, met hier en daar een vleugje Kate Bush al bonus.
The Space Between bevat een fraai duet met Perfume Genius en profiteert absoluut van de productionele vaardigheden van de Zweedse producer Patrik Berger (Carly Rae Jepsen, Sigrid, Lana Del Rey), maar het is toch vooral Alice Boman die indruk maakt met een bijzonder fraaie serie songs, die de komende maanden nog heel wat koude en donkere herfst- en winteravonden gaan verwarmen met muzikale en vocale pracht. Erwin Zijleman
Alice Di Micele - Every Seed We Plant (2022)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2022, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Di Micele - Every Seed We Plant - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Di Micele - Every Seed We Plant
Every Seed We Plant is al het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Alice Di Micele, maar het is een zeer geïnspireerd klinkend album met geweldige muziek, sterke songs en zeer overtuigende vocalen
Alice Di Micele timmert al heel wat jaren aan de weg, maar heeft met het deze week verschenen Every Seed We Plant een verrassend sterk album afgeleverd. De Amerikaanse muzikante kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten, heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld, schrijft sterke songs en indringende verhalen en beschikt ook nog eens over een geweldige stem, die niet alleen warm en krachtig klinkt, maar ook beschikt over een flink bereik en er bovendien in slaagt om de songs op het album met veel gevoel te vertolken. Het levert een tijdloos klinkend album op dat alle respect en waardering verdient.
Alice Di Micele is een Amerikaanse singer-songwriter die al sinds de tweede helft van de jaren 80 muziek uitbrengt en daarom inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam heeft staan. Van die albums ken ik alleen het album Swim uit 2015, dat me in mijn herinnering best aansprak, maar dat het destijds toch niet wist te schoppen tot krent uit de pop.
Het deze week verschenen Every Seed We Plant is dat wel gelukt, want de muzikante uit Medford, Oregon, heeft een uitstekend rootsalbum afgeleverd. Ik was eigenlijk al overtuigd door de heerlijk bluesy openingstrack For Granted, die niet alleen fantastisch klinkt dankzij spetterend gitaarwerk en orgelspel, maar waarin Alice Di Micele ook nog eens imponeert als zangeres. Every Seed We Plant imponeert in muzikaal en vocaal opzicht ruim vijftig minuten en elf songs lang.
Ik heb niet heel veel informatie over de muzikanten op het album en zag ook niet direct bekende namen, maar het nieuwe album van Alice Di Micele klinkt fantastisch. De Amerikaanse muzikante heeft haar nieuwe album voorzien van een lekker vol en warm geluid. Het is een geluid waarin gitaren en keyboards een zeer voorname rol spelen, maar ondanks het ontbreken van de geijkte instrumenten uit de Amerikaanse rootsmuziek, past Every Seed We Plant wat mij betreft prima in dit hokje.
Het is een hokje waarin de muzikante uit Oregon een breed palet bestrijkt. Alice Di Micele kan uit de voeten met onder andere blues, folk, soul, rootsrock en jazz en incorporeert al deze invloeden in haar opvallende geluid, dat ook raakt aan de klassieke singer-songwriter albums uit de jaren 70. Het is knap hoe de muzikanten op het album steeds weer net wat andere accenten leggen. Omdat het gaat om subtiele accenten klinkt Every Seed We Plant veelzijdig, maar ook consistent.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch en ook de songs en teksten van Alice Di Micele steken ruimschoots boven het maaiveld uit. De Amerikaanse muzikante heeft een serie even tijdloze als eigenzinnige songs geschreven, die op een of andere manier direct bekend klinken, maar toch ook net anders. Ook in tekstueel opzicht is het nieuwe album van Alice Di Micele een interessant album. De Amerikaanse muzikante vertelt zeer persoonlijke verhalen, maar is ook niet bang voor het aan de kaak stellen van misstanden in de Amerikaanse samenleving.
Het sterkste wapen van Alice Di Micele is echter haar stem. Ze beschikt over een warm maar ook zeer krachtig stemgeluid. Het is een stemgeluid dat het bijzondere geluid van Alice Di Micele voor een belangrijk deel bepaalt en dat alle songs op het album een flinke kwaliteitsimpuls geeft. De stem van Alice Di Micele is niet alleen warm en krachtig, maar ook emotievol. De muzikante uit Oregon beschikt ook nog eens over een flink bereik, waardoor ze zowel behoorlijk laag als behoorlijk hoog kan zingen.
Ik laat albums als Every Seed We Plant meestal liggen omdat ik ze niet onderscheidend genoeg vind. Ook Every Seed We Plant van Alice Di Micele klinkt als een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden (buiten de soms actuele teksten), maar met name door de bijzondere vocalen en de gevarieerde instrumentatie zit het met het onderscheidend vermogen van het nieuwe album van Alice Di Micele wel goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Di Micele - Every Seed We Plant - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Di Micele - Every Seed We Plant
Every Seed We Plant is al het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Alice Di Micele, maar het is een zeer geïnspireerd klinkend album met geweldige muziek, sterke songs en zeer overtuigende vocalen
Alice Di Micele timmert al heel wat jaren aan de weg, maar heeft met het deze week verschenen Every Seed We Plant een verrassend sterk album afgeleverd. De Amerikaanse muzikante kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten, heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld, schrijft sterke songs en indringende verhalen en beschikt ook nog eens over een geweldige stem, die niet alleen warm en krachtig klinkt, maar ook beschikt over een flink bereik en er bovendien in slaagt om de songs op het album met veel gevoel te vertolken. Het levert een tijdloos klinkend album op dat alle respect en waardering verdient.
Alice Di Micele is een Amerikaanse singer-songwriter die al sinds de tweede helft van de jaren 80 muziek uitbrengt en daarom inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam heeft staan. Van die albums ken ik alleen het album Swim uit 2015, dat me in mijn herinnering best aansprak, maar dat het destijds toch niet wist te schoppen tot krent uit de pop.
Het deze week verschenen Every Seed We Plant is dat wel gelukt, want de muzikante uit Medford, Oregon, heeft een uitstekend rootsalbum afgeleverd. Ik was eigenlijk al overtuigd door de heerlijk bluesy openingstrack For Granted, die niet alleen fantastisch klinkt dankzij spetterend gitaarwerk en orgelspel, maar waarin Alice Di Micele ook nog eens imponeert als zangeres. Every Seed We Plant imponeert in muzikaal en vocaal opzicht ruim vijftig minuten en elf songs lang.
Ik heb niet heel veel informatie over de muzikanten op het album en zag ook niet direct bekende namen, maar het nieuwe album van Alice Di Micele klinkt fantastisch. De Amerikaanse muzikante heeft haar nieuwe album voorzien van een lekker vol en warm geluid. Het is een geluid waarin gitaren en keyboards een zeer voorname rol spelen, maar ondanks het ontbreken van de geijkte instrumenten uit de Amerikaanse rootsmuziek, past Every Seed We Plant wat mij betreft prima in dit hokje.
Het is een hokje waarin de muzikante uit Oregon een breed palet bestrijkt. Alice Di Micele kan uit de voeten met onder andere blues, folk, soul, rootsrock en jazz en incorporeert al deze invloeden in haar opvallende geluid, dat ook raakt aan de klassieke singer-songwriter albums uit de jaren 70. Het is knap hoe de muzikanten op het album steeds weer net wat andere accenten leggen. Omdat het gaat om subtiele accenten klinkt Every Seed We Plant veelzijdig, maar ook consistent.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch en ook de songs en teksten van Alice Di Micele steken ruimschoots boven het maaiveld uit. De Amerikaanse muzikante heeft een serie even tijdloze als eigenzinnige songs geschreven, die op een of andere manier direct bekend klinken, maar toch ook net anders. Ook in tekstueel opzicht is het nieuwe album van Alice Di Micele een interessant album. De Amerikaanse muzikante vertelt zeer persoonlijke verhalen, maar is ook niet bang voor het aan de kaak stellen van misstanden in de Amerikaanse samenleving.
Het sterkste wapen van Alice Di Micele is echter haar stem. Ze beschikt over een warm maar ook zeer krachtig stemgeluid. Het is een stemgeluid dat het bijzondere geluid van Alice Di Micele voor een belangrijk deel bepaalt en dat alle songs op het album een flinke kwaliteitsimpuls geeft. De stem van Alice Di Micele is niet alleen warm en krachtig, maar ook emotievol. De muzikante uit Oregon beschikt ook nog eens over een flink bereik, waardoor ze zowel behoorlijk laag als behoorlijk hoog kan zingen.
Ik laat albums als Every Seed We Plant meestal liggen omdat ik ze niet onderscheidend genoeg vind. Ook Every Seed We Plant van Alice Di Micele klinkt als een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden (buiten de soms actuele teksten), maar met name door de bijzondere vocalen en de gevarieerde instrumentatie zit het met het onderscheidend vermogen van het nieuwe album van Alice Di Micele wel goed. Erwin Zijleman
Alice Phoebe Lou - Child's Play (2021)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2021, 15:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Child's Play - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Child's Play
Alice Phoebe Lou maakte eerder dit jaar met Glow al een van de betere albums van 2021, maar voegt er met het intieme, sfeervolle en warm klinkende Child’s Play nog een prachtalbum aan toe
Orbit van de Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou was voor mij een van de allermooiste albums van 2016 en alles wat de muzikante uit Berlijn sindsdien heeft gemaakt doet er niet voor onder. Het leverde eerder dit jaar het prachtige Glow op, dat deze week, voor mij uit het niets, gezelschap heeft gekregen van Child’s Play. Het is een album dat in het verlengde ligt van zijn voorganger, wat betekent dat Alice Phoebe Lou het ene na het andere prachtige popliedje uit de hoge hoed tovert. Soms uiterst ingetogen, soms net wat uitbundiger, maar altijd voorzien van het unieke stempel van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die ook met dit album weer betovert met haar bijzondere stem en muziek.
Alice Phoebe Lou is een van oorsprong Zuid-Afrikaanse muzikante, die een paar jaar geleden is neergestreken in Berlijn, waar ze ook met enige regelmaat is te zien als straatmuzikant (vooral bij het metrostation Warschauer Strasse). Met haar debuutalbum Orbit uit 2016 haalde Alice Phoebe Lou de top 10 van mijn jaarlijstje, waarna ze haar talent bevestigde op het in 2018 verschenen Paper Castles, dat misschien minder verrassend klonk dan Orbit, maar wel degelijk de nodige groei liet horen.
Eerder dit jaar keerde de Zuid-Afrikaanse muzikante terug met het prachtige Glow, waarop haar songs nog wat intiemer en broeieriger klonken en werden voorzien van jazzy accenten. Ik schreef Glow een paar dagen geleden alvast op voor mijn jaarlijstje, maar uit het niets is deze week ook nog een nieuw album van Alice Phoebe Lou verschenen. Child’s Play is het tweede album van Alice Phoebe Lou dit jaar, iets dat overigens meer muzikanten dit jaar hebben gepresteerd, en voegt nog tien songs toe aan het bijzondere oeuvre van de muzikante uit Berlijn.
Vergeleken met het ingetogen en melancholische Glow, opent Child’s Play opgewekt met Underworld. Het is een uptempo popliedje met zwierige gitaarlijnen, die helemaal aan het eind van het album nog een keer terugkomen in de titeltrack. De rest van het album klinkt vertrouwder en ligt in het verlengde van Glow.
Er zijn twee tracks waarin Alice Phoebe Lou genoeg heeft aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar in de meeste tracks is gekozen voor het warme geluid dat we kennen van Glow en dat bestaat uit een elektrische gitaar, bas, drums en wat subtiele keyboards. Er zijn momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die vooral vertrouwen op een gitaar en een stem, maar Alice Phoebe Lou slaagt er op een of andere manier altijd weer in om bijzonder of zelfs uniek te klinken.
Haar gitaarspel kleurt altijd net wat buiten de lijntjes en ook de stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante heeft iets bijzonders. Op Orbit was het vooral het zweverige karakter van de muziek dat mij aanspraak, maar sinds Glow is de muziek van Alice Phoebe Lou vooral intiem en persoonlijk. Waar Glow nog werd getekend door de kleine en beperkte wereld van de lockdowns en verloren liefdes, gloort er op Child’s Play weer wat hoop, al blijft de muziek van Alice Phoebe Lou vaak wat melancholisch.
Op Child’s Play laat Alice Phoebe Lou uiteindelijk vooral horen wat ze ook al op Glow deed, wat gezien de beperkte tijd tussen de albums en het werken met hetzelfde team ook niet zo gek is, en ook dit keer ontroert ze met persoonlijke popliedjes vol gevoel. Ik heb sinds de eerste noten van Orbit ruim vijf jaar geleden een enorm zwak voor de muziek van de singer-songwriter uit Berlijn en dat zwak is door Child’s Play alleen maar groter en sterker geworden.
Ook Child’s Play is weer een album vol mooie, warme, intieme en persoonlijke popliedjes, die makkelijk verleiden, maar die ook de fantasie prikkelen. Child’s Play werd in slechts tien dagen en met eenvoudige middelen opgenomen. Alice Phoebe Lou liet zich bijstaan door bassist Dekel Adin, drummer en toetsenist Ziv Yamin en producer David Parry, die ook mooie dingen deden op Glow.
Het levert een sober maar ook zeer sfeervol album op, dat in iedere track weer net wat anders klinkt, maar tien tracks lang onmiskenbaar als Alice Phoebe Lou. Net als op Glow zijn de meeste songs op het album ingetogen, maar er gebeurt van alles op het album. De warme en soepele stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante draagt hier overigens stevig aan bij.
Ik heb Glow zoals gezegd al opgeschreven voor mijn jaarlijstje, maar het deze week verschenen tweelingzusje van het album doet er niet voor onder. Alice Phoebe Lou vind ik sinds mijn eerste beluistering van Orbit een uniek talent en sindsdien koester ik alle muziek die ze maakt. Het is niet anders voor Child’s Play, dat weer een aantal nieuwe favoriete Alice Phoebe Lou songs heeft toegevoegd aan een inmiddels prachtige playlist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Child's Play - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Child's Play
Alice Phoebe Lou maakte eerder dit jaar met Glow al een van de betere albums van 2021, maar voegt er met het intieme, sfeervolle en warm klinkende Child’s Play nog een prachtalbum aan toe
Orbit van de Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou was voor mij een van de allermooiste albums van 2016 en alles wat de muzikante uit Berlijn sindsdien heeft gemaakt doet er niet voor onder. Het leverde eerder dit jaar het prachtige Glow op, dat deze week, voor mij uit het niets, gezelschap heeft gekregen van Child’s Play. Het is een album dat in het verlengde ligt van zijn voorganger, wat betekent dat Alice Phoebe Lou het ene na het andere prachtige popliedje uit de hoge hoed tovert. Soms uiterst ingetogen, soms net wat uitbundiger, maar altijd voorzien van het unieke stempel van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die ook met dit album weer betovert met haar bijzondere stem en muziek.
Alice Phoebe Lou is een van oorsprong Zuid-Afrikaanse muzikante, die een paar jaar geleden is neergestreken in Berlijn, waar ze ook met enige regelmaat is te zien als straatmuzikant (vooral bij het metrostation Warschauer Strasse). Met haar debuutalbum Orbit uit 2016 haalde Alice Phoebe Lou de top 10 van mijn jaarlijstje, waarna ze haar talent bevestigde op het in 2018 verschenen Paper Castles, dat misschien minder verrassend klonk dan Orbit, maar wel degelijk de nodige groei liet horen.
Eerder dit jaar keerde de Zuid-Afrikaanse muzikante terug met het prachtige Glow, waarop haar songs nog wat intiemer en broeieriger klonken en werden voorzien van jazzy accenten. Ik schreef Glow een paar dagen geleden alvast op voor mijn jaarlijstje, maar uit het niets is deze week ook nog een nieuw album van Alice Phoebe Lou verschenen. Child’s Play is het tweede album van Alice Phoebe Lou dit jaar, iets dat overigens meer muzikanten dit jaar hebben gepresteerd, en voegt nog tien songs toe aan het bijzondere oeuvre van de muzikante uit Berlijn.
Vergeleken met het ingetogen en melancholische Glow, opent Child’s Play opgewekt met Underworld. Het is een uptempo popliedje met zwierige gitaarlijnen, die helemaal aan het eind van het album nog een keer terugkomen in de titeltrack. De rest van het album klinkt vertrouwder en ligt in het verlengde van Glow.
Er zijn twee tracks waarin Alice Phoebe Lou genoeg heeft aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar in de meeste tracks is gekozen voor het warme geluid dat we kennen van Glow en dat bestaat uit een elektrische gitaar, bas, drums en wat subtiele keyboards. Er zijn momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die vooral vertrouwen op een gitaar en een stem, maar Alice Phoebe Lou slaagt er op een of andere manier altijd weer in om bijzonder of zelfs uniek te klinken.
Haar gitaarspel kleurt altijd net wat buiten de lijntjes en ook de stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante heeft iets bijzonders. Op Orbit was het vooral het zweverige karakter van de muziek dat mij aanspraak, maar sinds Glow is de muziek van Alice Phoebe Lou vooral intiem en persoonlijk. Waar Glow nog werd getekend door de kleine en beperkte wereld van de lockdowns en verloren liefdes, gloort er op Child’s Play weer wat hoop, al blijft de muziek van Alice Phoebe Lou vaak wat melancholisch.
Op Child’s Play laat Alice Phoebe Lou uiteindelijk vooral horen wat ze ook al op Glow deed, wat gezien de beperkte tijd tussen de albums en het werken met hetzelfde team ook niet zo gek is, en ook dit keer ontroert ze met persoonlijke popliedjes vol gevoel. Ik heb sinds de eerste noten van Orbit ruim vijf jaar geleden een enorm zwak voor de muziek van de singer-songwriter uit Berlijn en dat zwak is door Child’s Play alleen maar groter en sterker geworden.
Ook Child’s Play is weer een album vol mooie, warme, intieme en persoonlijke popliedjes, die makkelijk verleiden, maar die ook de fantasie prikkelen. Child’s Play werd in slechts tien dagen en met eenvoudige middelen opgenomen. Alice Phoebe Lou liet zich bijstaan door bassist Dekel Adin, drummer en toetsenist Ziv Yamin en producer David Parry, die ook mooie dingen deden op Glow.
Het levert een sober maar ook zeer sfeervol album op, dat in iedere track weer net wat anders klinkt, maar tien tracks lang onmiskenbaar als Alice Phoebe Lou. Net als op Glow zijn de meeste songs op het album ingetogen, maar er gebeurt van alles op het album. De warme en soepele stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante draagt hier overigens stevig aan bij.
Ik heb Glow zoals gezegd al opgeschreven voor mijn jaarlijstje, maar het deze week verschenen tweelingzusje van het album doet er niet voor onder. Alice Phoebe Lou vind ik sinds mijn eerste beluistering van Orbit een uniek talent en sindsdien koester ik alle muziek die ze maakt. Het is niet anders voor Child’s Play, dat weer een aantal nieuwe favoriete Alice Phoebe Lou songs heeft toegevoegd aan een inmiddels prachtige playlist. Erwin Zijleman
Alice Phoebe Lou - Glow (2021)

4,5
1
geplaatst: 21 maart 2021, 10:02 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Glow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Glow
De Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou heeft al twee prachtige albums op haar naam staan, maar voegt er met Glow een nog mooier, intenser, intiemer en broeieriger album aan toe
De vanuit Berlijn opererende Alice Phoebe Lou maakte in 2016 diepe indruk met haar debuutalbum Orbit en herhaalde dit kunstje in 2019 met Paper Castles. Wereldberoemd werd ze er vooralsnog niet mee, maar ik schaar de Zuid-Afrikaanse muzikante inmiddels vijf jaar onder mijn persoonlijke favorieten. Met Glow doet Alice Phoebe Lou er nog een schepje bovenop. De instrumentatie is nog wat mooier en veelzijdiger, maar het grootste verschil zit in de songs en de zang. Alice Phoebe Lou heeft een persoonlijk album gemaakt, dat intiem en broeierig klinkt en laat horen dat ze meerdere kanten op kan. Glow wordt al snel de perfecte metgezel voor de donkere tijden van het moment en wordt echt alleen maar mooier.
De van oorsprong uit Kommetjie in Zuid-Afrika afkomstige, maar al geruime tijd vanuit Berlijn opererende muzikante Alice Phoebe Lou, dook in 2016 op met het wonderschone Orbit, dat ik aan het eind van 2016 onder de allerbeste albums van het jaar schaarde. Orbit werd in 2019 gevolgd door Paper Castles, dat minstens net zo mooi was al het debuut van Alice Phoebe Lou.
Ondanks twee geweldige albums is de Zuid-Afrikaanse muzikante helaas nog altijd onbekend bij een groot publiek, waardoor ze nog regelmatig als straatmuzikant is te bewonderen bij metrostations in haar thuisbasis Berlijn, wanneer de coronaregels dit toelaten natuurlijk.
Deze week verscheen Glow, het derde album van Alice Phoebe Lou. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat het album deels voortborduurt op de vorige twee albums, maar dat er ook absoluut nieuwe wegen worden verkend.
Ook op Glow is het weer genieten van de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Berlijn en van haar bijzondere geluid. Het is een geluid dat op Orbit afwisselend folky en sprookjesachtig klonk en fascineerde door de fraaie en bijzondere accenten in de instrumentatie. Op Paper Castles was dit geluid nog wat veelzijdiger en werden meer jazzy accenten toegevoegd aan de muziek van Alice Phoebe Lou.
Het volledig analoog opgenomen Glow klinkt weer net wat anders. Alle eerder genoemde invloeden zijn gebleven, maar het album klinkt warmer en intiemer. In plaats van warmer en intiemer had ik ook termen als lomer en broeieriger kunnen gebruiken, want deze zijn even trefzeker voor het beschrijven van de sfeer op Glow.
Alice Phoebe Lou houdt het tempo dit keer behoorlijk laag en kiest voor warme en aardse klanken. Het zijn klanken die de ruimte prachtig vullen, maar het zijn ook klanken die uitstekend passen bij de prachtige stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante.
Vergeleken met de vorige twee albums is Glow ook een zeer persoonlijk album. Mede door de coronapandemie was de wereld van Alice Phoebe Lou het afgelopen jaar behoorlijk klein en dat hoor je in haar songs, die intiemer en introspectiever zijn dan we van haar gewend waren en die de hoge pieken en diepe dalen van de liefde verkennen.
In muzikaal opzicht kan het net als op Paper Castles alle kanten op. In de meest broeierige songs hoor je invloeden uit de soul en R&B, maar Glow bevat ook een aantal sober ingekleurde songs, die met name invloeden uit de jazz, folk en country verwerken.
Zeker wanneer Alice Phoebe Lou zich alleen laat begeleiden door een handvol gitaarakkoorden, als in het indrukwekkende How To Get Out Of Love, hoor je hoe mooi en krachtig haar stem is, maar ook in de veel voller ingekleurde tracks trekt deze stem makkelijk de aandacht.
De vorige twee albums van Alice Phoebe Lou zijn zoals gezegd persoonlijke favorieten en ook Glow wil ik na een paar keer horen alleen maar koesteren. Het is een album dat de schoonheid van de twee voorgangers makkelijk evenaart, maar ook weer iets toevoegt aan het oeuvre van deze bijzondere muzikante.
Bij mij zit het dus wel goed met Alice Phoebe Lou, maar als ik naar haar muziek luister ben ik er ook van overtuigd dat Glow in veel bredere kring de aandacht moet kunnen trekken. Alice Phoebe Lou betovert op haar derde album immers drie kwartier lang met wonderschone klanken, geweldige zang en persoonlijke songs die je zomaar diep kunnen raken. Wat een prachtig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Glow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Glow
De Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou heeft al twee prachtige albums op haar naam staan, maar voegt er met Glow een nog mooier, intenser, intiemer en broeieriger album aan toe
De vanuit Berlijn opererende Alice Phoebe Lou maakte in 2016 diepe indruk met haar debuutalbum Orbit en herhaalde dit kunstje in 2019 met Paper Castles. Wereldberoemd werd ze er vooralsnog niet mee, maar ik schaar de Zuid-Afrikaanse muzikante inmiddels vijf jaar onder mijn persoonlijke favorieten. Met Glow doet Alice Phoebe Lou er nog een schepje bovenop. De instrumentatie is nog wat mooier en veelzijdiger, maar het grootste verschil zit in de songs en de zang. Alice Phoebe Lou heeft een persoonlijk album gemaakt, dat intiem en broeierig klinkt en laat horen dat ze meerdere kanten op kan. Glow wordt al snel de perfecte metgezel voor de donkere tijden van het moment en wordt echt alleen maar mooier.
De van oorsprong uit Kommetjie in Zuid-Afrika afkomstige, maar al geruime tijd vanuit Berlijn opererende muzikante Alice Phoebe Lou, dook in 2016 op met het wonderschone Orbit, dat ik aan het eind van 2016 onder de allerbeste albums van het jaar schaarde. Orbit werd in 2019 gevolgd door Paper Castles, dat minstens net zo mooi was al het debuut van Alice Phoebe Lou.
Ondanks twee geweldige albums is de Zuid-Afrikaanse muzikante helaas nog altijd onbekend bij een groot publiek, waardoor ze nog regelmatig als straatmuzikant is te bewonderen bij metrostations in haar thuisbasis Berlijn, wanneer de coronaregels dit toelaten natuurlijk.
Deze week verscheen Glow, het derde album van Alice Phoebe Lou. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat het album deels voortborduurt op de vorige twee albums, maar dat er ook absoluut nieuwe wegen worden verkend.
Ook op Glow is het weer genieten van de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Berlijn en van haar bijzondere geluid. Het is een geluid dat op Orbit afwisselend folky en sprookjesachtig klonk en fascineerde door de fraaie en bijzondere accenten in de instrumentatie. Op Paper Castles was dit geluid nog wat veelzijdiger en werden meer jazzy accenten toegevoegd aan de muziek van Alice Phoebe Lou.
Het volledig analoog opgenomen Glow klinkt weer net wat anders. Alle eerder genoemde invloeden zijn gebleven, maar het album klinkt warmer en intiemer. In plaats van warmer en intiemer had ik ook termen als lomer en broeieriger kunnen gebruiken, want deze zijn even trefzeker voor het beschrijven van de sfeer op Glow.
Alice Phoebe Lou houdt het tempo dit keer behoorlijk laag en kiest voor warme en aardse klanken. Het zijn klanken die de ruimte prachtig vullen, maar het zijn ook klanken die uitstekend passen bij de prachtige stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante.
Vergeleken met de vorige twee albums is Glow ook een zeer persoonlijk album. Mede door de coronapandemie was de wereld van Alice Phoebe Lou het afgelopen jaar behoorlijk klein en dat hoor je in haar songs, die intiemer en introspectiever zijn dan we van haar gewend waren en die de hoge pieken en diepe dalen van de liefde verkennen.
In muzikaal opzicht kan het net als op Paper Castles alle kanten op. In de meest broeierige songs hoor je invloeden uit de soul en R&B, maar Glow bevat ook een aantal sober ingekleurde songs, die met name invloeden uit de jazz, folk en country verwerken.
Zeker wanneer Alice Phoebe Lou zich alleen laat begeleiden door een handvol gitaarakkoorden, als in het indrukwekkende How To Get Out Of Love, hoor je hoe mooi en krachtig haar stem is, maar ook in de veel voller ingekleurde tracks trekt deze stem makkelijk de aandacht.
De vorige twee albums van Alice Phoebe Lou zijn zoals gezegd persoonlijke favorieten en ook Glow wil ik na een paar keer horen alleen maar koesteren. Het is een album dat de schoonheid van de twee voorgangers makkelijk evenaart, maar ook weer iets toevoegt aan het oeuvre van deze bijzondere muzikante.
Bij mij zit het dus wel goed met Alice Phoebe Lou, maar als ik naar haar muziek luister ben ik er ook van overtuigd dat Glow in veel bredere kring de aandacht moet kunnen trekken. Alice Phoebe Lou betovert op haar derde album immers drie kwartier lang met wonderschone klanken, geweldige zang en persoonlijke songs die je zomaar diep kunnen raken. Wat een prachtig album. Erwin Zijleman
Alice Phoebe Lou - Oblivion (2025)

0
geplaatst: 26 oktober 2025, 11:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alice Phoebe Lou - Oblivion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alice Phoebe Lou - Oblivion
Alice Phoebe Lou begon een jaar of twaalf geleden als straatmuzikant in Berlijn, maar heeft inmiddels een stapel prachtalbums op haar naam staan, waaraan deze week het uiterst sobere maar zeer intieme Oblivion wordt toegevoegd
Ik hou altijd wel van bijzondere vergelijkingen en wat te denken van deze: “Oblivion takes the confessional poetry of artists like Joni Mitchell, the vocal tenderness of Billie Eilish and combines those with the calm, collected lament of storytellers like Leonard Cohen”. Is het een onzinnige vergelijking? Nee, al blijft Alice Phoebe Lou wel een unieke en bijzonder eigenzinnige muzikante. Op haar nieuwe albums doet de Zuid-Afrikaanse voor de afwisseling eens alles zelf. Het levert een behoorlijk ingetogen geluid op, waarin alles draait om de stem van Alice Phoebe Lou en die is zoals altijd prachtig. Oblivion is het zesde album van de muzikante uit Berlijn en het zesde prachtalbum op rij.
Alice Phoebe Lou werd geboren in Zuid-Afrika, maar vertrok op haar 19e naar Europa om zich eerst in Amsterdam en later in Berlijn te vestigen. Ze verdiende in eerste instantie haar geld met straattheater, maar koos uiteindelijk voor de muziek. Ze timmerde als straatmuzikant aan de weg bij het metrostation Warschauer Straße, maar kreeg als snel de kans om haar muziek uit te brengen.
Het resulteerde in 2016 in haar debuutalbum Orbit, dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Alice Phoebe Lou laat op Orbit een bijzonder eigen geluid horen. Het is een geluid dat opvalt door sprookjesachtige muziek met invloeden uit de folk en de jazz, maar het is vooral de stem van Alice Phoebe Lou die opzien baart. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen en het is bovendien een stem die je direct de wereld van Alice Phoebe Lou in sleurt.
Met Orbit maakte Alice Phoebe Lou een niet of nauwelijks te overtreffen album, maar ook alle andere albums die ze tot dusver maakte zijn van hoog niveau en laten een zeer karakteristiek geluid horen. Ik heb niet alleen een enorm zwak voor Orbit, maar koester ook Paper Castles (2019), Glow (2021), Child's Play (2021) en Shelter (2023). Niet zo gek dus dat het deze week verschenen Oblivion het album is waar ik het meest naar uit keek deze week.
Alice Phoebe Lou doet sinds haar debuutalbum precies waar ze zelf zin in heeft en dat siert haar. Voor het deze week verschenen Oblivion liet de Zuid-Afrikaanse muzikante haar band maar eens thuis en koos ze voor het in haar eentje muziek maken. Dat is niet makkelijk, maar het is een kunst die Alice Phoebe Lou als voormalig straatmuzikant uitstekend beheerst.
Oblivion is een stuk soberder ingekleurd dan de vorige albums van de muzikante uit Berlijn. Alice Phoebe Lou heeft op haar nieuwe album genoeg aan haar akoestische gitaar of de piano en voegt incidenteel nog wat synths toe. Het album herinnert aan singer-songwriter albums uit een ver verleden, maar bevat ook de unieke handtekening van Alice Phoebe Lou.
Oblivion laat vooral invloeden uit de folk en de jazz horen en mist het sprookjesachtige karakter van bijvoorbeeld Orbit. De muziek speelt op het nieuwe album van Alice Phoebe Lou een bijrol, want alles draait om haar stem. Dat is zeker geen straf, want het is de stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die haar vorige albums zo’n uniek karakter gaven. Ook op Oblivion zingt Alice Phoebe Lou prachtig en weet ze de luisteraar aan de speakers te kluisteren.
De zang op het album is vooral zacht, maar heeft het bezwerende karakter dat ook de zang op de vorige albums kenmerkte. Alice Phoebe Lou kan flink variëren met haar stem, waardoor Oblivion een sober maar zeker geen eenvormig album is geworden. Af en toe verlang ik wel naar de bijzondere muziek die de vorige albums van Alice Phoebe Lou zo betoverend mooi maakte, maar Oblivion maakt op een andere manier indruk. Het album straalt een bijzondere rust uit, maar wordt ook gekenmerkt door een hoge mate van intimiteit.
Zeker als je het album met volledige aandacht en enig volume beluistert lijkt het wel of Alice Phoebe Lou naast je staat, wat met grote regelmaat zorgt voor kippenvel. Alice Phoebe Lou gaat de afgelopen twaalf jaar op bijzondere en ook succesvolle wijze haar eigen weg en doet ook op Oblivion weer op fraaie wijze haar eigen ding. Het dwingt wederom heel veel respect af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Alice Phoebe Lou - Oblivion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alice Phoebe Lou - Oblivion
Alice Phoebe Lou begon een jaar of twaalf geleden als straatmuzikant in Berlijn, maar heeft inmiddels een stapel prachtalbums op haar naam staan, waaraan deze week het uiterst sobere maar zeer intieme Oblivion wordt toegevoegd
Ik hou altijd wel van bijzondere vergelijkingen en wat te denken van deze: “Oblivion takes the confessional poetry of artists like Joni Mitchell, the vocal tenderness of Billie Eilish and combines those with the calm, collected lament of storytellers like Leonard Cohen”. Is het een onzinnige vergelijking? Nee, al blijft Alice Phoebe Lou wel een unieke en bijzonder eigenzinnige muzikante. Op haar nieuwe albums doet de Zuid-Afrikaanse voor de afwisseling eens alles zelf. Het levert een behoorlijk ingetogen geluid op, waarin alles draait om de stem van Alice Phoebe Lou en die is zoals altijd prachtig. Oblivion is het zesde album van de muzikante uit Berlijn en het zesde prachtalbum op rij.
Alice Phoebe Lou werd geboren in Zuid-Afrika, maar vertrok op haar 19e naar Europa om zich eerst in Amsterdam en later in Berlijn te vestigen. Ze verdiende in eerste instantie haar geld met straattheater, maar koos uiteindelijk voor de muziek. Ze timmerde als straatmuzikant aan de weg bij het metrostation Warschauer Straße, maar kreeg als snel de kans om haar muziek uit te brengen.
Het resulteerde in 2016 in haar debuutalbum Orbit, dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Alice Phoebe Lou laat op Orbit een bijzonder eigen geluid horen. Het is een geluid dat opvalt door sprookjesachtige muziek met invloeden uit de folk en de jazz, maar het is vooral de stem van Alice Phoebe Lou die opzien baart. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen en het is bovendien een stem die je direct de wereld van Alice Phoebe Lou in sleurt.
Met Orbit maakte Alice Phoebe Lou een niet of nauwelijks te overtreffen album, maar ook alle andere albums die ze tot dusver maakte zijn van hoog niveau en laten een zeer karakteristiek geluid horen. Ik heb niet alleen een enorm zwak voor Orbit, maar koester ook Paper Castles (2019), Glow (2021), Child's Play (2021) en Shelter (2023). Niet zo gek dus dat het deze week verschenen Oblivion het album is waar ik het meest naar uit keek deze week.
Alice Phoebe Lou doet sinds haar debuutalbum precies waar ze zelf zin in heeft en dat siert haar. Voor het deze week verschenen Oblivion liet de Zuid-Afrikaanse muzikante haar band maar eens thuis en koos ze voor het in haar eentje muziek maken. Dat is niet makkelijk, maar het is een kunst die Alice Phoebe Lou als voormalig straatmuzikant uitstekend beheerst.
Oblivion is een stuk soberder ingekleurd dan de vorige albums van de muzikante uit Berlijn. Alice Phoebe Lou heeft op haar nieuwe album genoeg aan haar akoestische gitaar of de piano en voegt incidenteel nog wat synths toe. Het album herinnert aan singer-songwriter albums uit een ver verleden, maar bevat ook de unieke handtekening van Alice Phoebe Lou.
Oblivion laat vooral invloeden uit de folk en de jazz horen en mist het sprookjesachtige karakter van bijvoorbeeld Orbit. De muziek speelt op het nieuwe album van Alice Phoebe Lou een bijrol, want alles draait om haar stem. Dat is zeker geen straf, want het is de stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die haar vorige albums zo’n uniek karakter gaven. Ook op Oblivion zingt Alice Phoebe Lou prachtig en weet ze de luisteraar aan de speakers te kluisteren.
De zang op het album is vooral zacht, maar heeft het bezwerende karakter dat ook de zang op de vorige albums kenmerkte. Alice Phoebe Lou kan flink variëren met haar stem, waardoor Oblivion een sober maar zeker geen eenvormig album is geworden. Af en toe verlang ik wel naar de bijzondere muziek die de vorige albums van Alice Phoebe Lou zo betoverend mooi maakte, maar Oblivion maakt op een andere manier indruk. Het album straalt een bijzondere rust uit, maar wordt ook gekenmerkt door een hoge mate van intimiteit.
Zeker als je het album met volledige aandacht en enig volume beluistert lijkt het wel of Alice Phoebe Lou naast je staat, wat met grote regelmaat zorgt voor kippenvel. Alice Phoebe Lou gaat de afgelopen twaalf jaar op bijzondere en ook succesvolle wijze haar eigen weg en doet ook op Oblivion weer op fraaie wijze haar eigen ding. Het dwingt wederom heel veel respect af. Erwin Zijleman
Alice Phoebe Lou - Orbit (2016)

4,5
0
geplaatst: 22 mei 2016, 09:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Orbit - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alice Phoebe Lou werd 21 jaar geleden geboren in Zuid-Afrika en kreeg de muziek dankzij de goedgevulde platenkast van haar ouders met de paplepel ingegoten.
Op haar 16e reisde ze voor het eerst naar Europa en raakte ze in Amsterdam en Parijs geïnteresseerd in het muzikantenbestaan.
Na het voltooien van haar opleiding verruilde Alice Phoebe Lou het kleine Kommetjie in Zuid Afrika voor het dynamische Berlijn en begon ze te schaven aan een eigen geluid.
Dat eigen geluid heeft vorm gekregen op het deels in Berlijn en deels in Kaapstad opgenomen debuut van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter. Het is een debuut om te koesteren.
Op Orbit verrast de jonge Alice Phoebe Lou met een eigenzinnig en volwassen geluid dat 9 songs en 37 minuten intrigeert en imponeert. Op Orbit maakte Alice Phoebe Lou allereerst indruk met een uiterst subtiele instrumentatie. Het is een instrumentatie die op geheel eigen wijze citeert uit de folk, blues en jazz.
De intieme songs van Alice Phoebe Lou zijn uiterst subtiel maar ook bijzonder smaakvol ingekleurd. De instrumentatie is loom en dromerig, blijft meestal wat op de achtergrond, maar is ook bijzonder trefzeker.
Hetzelfde kan gezegd worden over de vocalen van de jonge Zuid-Afrikaanse. Alice Phoebe Lou kan prachtig fluisterzacht zingen, maar kan ook jazzy verleiden of emotioneel uithalen. De variëteit in de vocalen keert terug in de instrumentatie, waarin net zo makkelijk gitaren, strijkers, blazers of toetsen zorgen voor buitengewoon smaakvolle accenten.
Alice Phoebe Lou is misschien pas 21, maar dat hoor je niet af aan haar songs die knap in elkaar steken en nergens de makkelijkste weg kiezen. Orbit is hierdoor een plaat die je even op je in moet laten werken (al strijkt de plaat ook bij eerste beluistering niet tegen de haren in), maar vervolgens snel een onuitwisbare indruk maakt.
Zelf ben ik inmiddels behoorlijk gehecht geraakt aan de bijzondere popliedjes van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter. Orbit is een plaat vol lef, avontuur en emotie. Het is een plaat die buiten de bestaande hokjes durft te denken en waarop gevoel en muzikaliteit overheersen.
Heel jammer dat ze een paar weken geleden niet op haar vaste plekje stond bij het WarschauerStrasse S-Bahn station in Berlijn, waar ik tijdens mijn recente verblijf in Berlijn geregeld kwam, maar beluistering van het prachtige Orbit maakt alles goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Orbit - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Alice Phoebe Lou werd 21 jaar geleden geboren in Zuid-Afrika en kreeg de muziek dankzij de goedgevulde platenkast van haar ouders met de paplepel ingegoten.
Op haar 16e reisde ze voor het eerst naar Europa en raakte ze in Amsterdam en Parijs geïnteresseerd in het muzikantenbestaan.
Na het voltooien van haar opleiding verruilde Alice Phoebe Lou het kleine Kommetjie in Zuid Afrika voor het dynamische Berlijn en begon ze te schaven aan een eigen geluid.
Dat eigen geluid heeft vorm gekregen op het deels in Berlijn en deels in Kaapstad opgenomen debuut van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter. Het is een debuut om te koesteren.
Op Orbit verrast de jonge Alice Phoebe Lou met een eigenzinnig en volwassen geluid dat 9 songs en 37 minuten intrigeert en imponeert. Op Orbit maakte Alice Phoebe Lou allereerst indruk met een uiterst subtiele instrumentatie. Het is een instrumentatie die op geheel eigen wijze citeert uit de folk, blues en jazz.
De intieme songs van Alice Phoebe Lou zijn uiterst subtiel maar ook bijzonder smaakvol ingekleurd. De instrumentatie is loom en dromerig, blijft meestal wat op de achtergrond, maar is ook bijzonder trefzeker.
Hetzelfde kan gezegd worden over de vocalen van de jonge Zuid-Afrikaanse. Alice Phoebe Lou kan prachtig fluisterzacht zingen, maar kan ook jazzy verleiden of emotioneel uithalen. De variëteit in de vocalen keert terug in de instrumentatie, waarin net zo makkelijk gitaren, strijkers, blazers of toetsen zorgen voor buitengewoon smaakvolle accenten.
Alice Phoebe Lou is misschien pas 21, maar dat hoor je niet af aan haar songs die knap in elkaar steken en nergens de makkelijkste weg kiezen. Orbit is hierdoor een plaat die je even op je in moet laten werken (al strijkt de plaat ook bij eerste beluistering niet tegen de haren in), maar vervolgens snel een onuitwisbare indruk maakt.
Zelf ben ik inmiddels behoorlijk gehecht geraakt aan de bijzondere popliedjes van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter. Orbit is een plaat vol lef, avontuur en emotie. Het is een plaat die buiten de bestaande hokjes durft te denken en waarop gevoel en muzikaliteit overheersen.
Heel jammer dat ze een paar weken geleden niet op haar vaste plekje stond bij het WarschauerStrasse S-Bahn station in Berlijn, waar ik tijdens mijn recente verblijf in Berlijn geregeld kwam, maar beluistering van het prachtige Orbit maakt alles goed. Erwin Zijleman
Alice Phoebe Lou - Paper Castles (2019)

4,5
2
geplaatst: 9 maart 2019, 11:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Paper Castles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Paper Castles
Alice Phoebe Lou maakte voor mij een van de beste platen van 2016 en doet het drie jaar later nog eens dunnetjes over met een nog betere tweede plaat
Orbit kwam drie jaar geleden als een donderslag bij heldere hemel en wat was ik onder de indruk van het debuut van de in Zuid-Afrika geboren maar al jaren in Berlijn woonachtige Alice Phoebe Lou. Na Orbit, dat hoog opdook in mijn jaarlijstje over 2016, is er Paper Castles en wat is het een prachtige plaat geworden. Alice Phoebe Lou borduurt voort op het geluid van haar debuut, maar verrijkt dit geluid ook op subtiele en avontuurlijke wijze. Het levert een dromerige en sprookjesachtige plaat op die niet van deze wereld is, maar je even meeneemt naar een plek waar alles mooi maar ook breekbaar is.
De in Zuid-Afrika geboren Alice Phoebe Lou debuteerde bijna drie jaar geleden op 21-jarige leeftijd met het werkelijk prachtige Orbit. Het debuut van de singer-songwriter, die zich op dat moment in Berlijn had gevestigd en daar ook regelmatig als straatmuzikant was te zien, groeide uiteindelijk uit tot een van mijn favoriete platen van 2016.
Orbit kreeg een aantal zeer lovende recensies, maar het succes van Alice Phoebe Lou was uiteindelijk bescheiden, waardoor haar tweede plaat een wat unanieme plek inneemt tussen de nieuwe releases van deze week. Voor mij was het echter de release waar ik met afstand het meest naar heb uitgekeken de afgelopen maanden.
Ik heb Paper Castles inmiddels al een tijdje in huis en hoewel de plaat niet de mokerslag uitdeelt die het zo verrassende Orbit uitdeelde, is het een plaat waarvan ik de afgelopen weken intens ben gaan houden. Paper Castles deelt geen mokerslag uit omdat de plaat duidelijk voortborduurt op Orbit en hierdoor minder verrast, maar dat zegt niets over de schoonheid van de plaat.
Alice Phoebe Lou kiest ook dit keer voor een sprookjesachtig en vaak wat bedwelmend en bezwerend geluid, waarin op bijzondere wijze invloeden uit met name de folk en de jazz zijn verwerkt. Het is een wat zweverig maar ook sprankelend geluid, dat prachtig kleurt bij de vaak fluisterzachte zang van Alice Phoebe Lou, die overigens veel beter is gaan zingen en dit keer ook zwoel en jazzy kan klinken.
Paper Castles voelt voor iedereen die Orbit drie jaar geleden heeft omarmd onmiddellijk als een warm bad, maar de vanuit Berlijn opererende singer-songwriter, die wereldwijd toerde de afgelopen jaren, laat ook flink wat groei horen. Alice Phoebe Lou zingt met meer overtuiging en komt hiernaast op de proppen met een veelkleuriger, avontuurlijker en ook zelfverzekerder geluid dat absoluut als een geheel eigen geluid kan worden bestempeld.
Soms domineert de folk, soms de jazz, maar de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter gaat op haar nieuwe plaat net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de psychedelica, funk en soul, pop en wat eigenlijk niet, waardoor haar muziek met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Ook Paper Castles klinkt weer subtiel en vaak wat sprookjesachtig, maar wat zit er nog veel ander moois verstopt in de bijzondere muziek van Alice Phoebe Lou, die net wat voller en rijker klinkt dan op haar debuut.
Ik heb de plaat zoals gezegd al een tijdje in mijn bezit, maar hoor toch steeds weer andere dingen in de wonderschone muziek op Paper Castles. De bijzondere klanken nemen je steeds weer mee naar een andere wereld, waarna Alice Phoebe Lou de bezwering compleet maakt met haar bijzondere zang.
Orbit was voor mij een onbetwiste jaarlijstjesplaat, maar Paper Castles gaat er dik overheen. Misschien net wat minder verrassing, maar verder is de plaat op alle fronten mooier en beter. En dat van een muzikante die nog 25 moet worden. Zeer indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Paper Castles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Alice Phoebe Lou - Paper Castles
Alice Phoebe Lou maakte voor mij een van de beste platen van 2016 en doet het drie jaar later nog eens dunnetjes over met een nog betere tweede plaat
Orbit kwam drie jaar geleden als een donderslag bij heldere hemel en wat was ik onder de indruk van het debuut van de in Zuid-Afrika geboren maar al jaren in Berlijn woonachtige Alice Phoebe Lou. Na Orbit, dat hoog opdook in mijn jaarlijstje over 2016, is er Paper Castles en wat is het een prachtige plaat geworden. Alice Phoebe Lou borduurt voort op het geluid van haar debuut, maar verrijkt dit geluid ook op subtiele en avontuurlijke wijze. Het levert een dromerige en sprookjesachtige plaat op die niet van deze wereld is, maar je even meeneemt naar een plek waar alles mooi maar ook breekbaar is.
De in Zuid-Afrika geboren Alice Phoebe Lou debuteerde bijna drie jaar geleden op 21-jarige leeftijd met het werkelijk prachtige Orbit. Het debuut van de singer-songwriter, die zich op dat moment in Berlijn had gevestigd en daar ook regelmatig als straatmuzikant was te zien, groeide uiteindelijk uit tot een van mijn favoriete platen van 2016.
Orbit kreeg een aantal zeer lovende recensies, maar het succes van Alice Phoebe Lou was uiteindelijk bescheiden, waardoor haar tweede plaat een wat unanieme plek inneemt tussen de nieuwe releases van deze week. Voor mij was het echter de release waar ik met afstand het meest naar heb uitgekeken de afgelopen maanden.
Ik heb Paper Castles inmiddels al een tijdje in huis en hoewel de plaat niet de mokerslag uitdeelt die het zo verrassende Orbit uitdeelde, is het een plaat waarvan ik de afgelopen weken intens ben gaan houden. Paper Castles deelt geen mokerslag uit omdat de plaat duidelijk voortborduurt op Orbit en hierdoor minder verrast, maar dat zegt niets over de schoonheid van de plaat.
Alice Phoebe Lou kiest ook dit keer voor een sprookjesachtig en vaak wat bedwelmend en bezwerend geluid, waarin op bijzondere wijze invloeden uit met name de folk en de jazz zijn verwerkt. Het is een wat zweverig maar ook sprankelend geluid, dat prachtig kleurt bij de vaak fluisterzachte zang van Alice Phoebe Lou, die overigens veel beter is gaan zingen en dit keer ook zwoel en jazzy kan klinken.
Paper Castles voelt voor iedereen die Orbit drie jaar geleden heeft omarmd onmiddellijk als een warm bad, maar de vanuit Berlijn opererende singer-songwriter, die wereldwijd toerde de afgelopen jaren, laat ook flink wat groei horen. Alice Phoebe Lou zingt met meer overtuiging en komt hiernaast op de proppen met een veelkleuriger, avontuurlijker en ook zelfverzekerder geluid dat absoluut als een geheel eigen geluid kan worden bestempeld.
Soms domineert de folk, soms de jazz, maar de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter gaat op haar nieuwe plaat net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de psychedelica, funk en soul, pop en wat eigenlijk niet, waardoor haar muziek met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Ook Paper Castles klinkt weer subtiel en vaak wat sprookjesachtig, maar wat zit er nog veel ander moois verstopt in de bijzondere muziek van Alice Phoebe Lou, die net wat voller en rijker klinkt dan op haar debuut.
Ik heb de plaat zoals gezegd al een tijdje in mijn bezit, maar hoor toch steeds weer andere dingen in de wonderschone muziek op Paper Castles. De bijzondere klanken nemen je steeds weer mee naar een andere wereld, waarna Alice Phoebe Lou de bezwering compleet maakt met haar bijzondere zang.
Orbit was voor mij een onbetwiste jaarlijstjesplaat, maar Paper Castles gaat er dik overheen. Misschien net wat minder verrassing, maar verder is de plaat op alle fronten mooier en beter. En dat van een muzikante die nog 25 moet worden. Zeer indrukwekkend. Erwin Zijleman
