MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Adna - Run, Lucifer (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adna - Run, Lucifer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Adna (Kadic) is een piepjonge Zweedse singer-songwriter en van piepjonge Zweedse singer-songwriters verwacht je in dit jaargetijde aardedonkere platen vol weemoed.

Dat is ook precies wat je krijgt bij beluistering van Run, Lucifer. Met de Zweedse winter heeft dat overigens weinig of zelfs helemaal niets te maken, want Adna nam haar tweede plaat (haar debuut heb ik vorig jaar ten onrechte over het hoofd gezien) op in het hippe Berlijn, dat ze vorig jaar koos als haar nieuwe thuisbasis.

Run, Lucifer staat vol met mooie en eigenzinnige popliedjes. Het zijn popliedjes die over het algemeen worden gedragen door vol klinkend pianospel of mooie gitaarloopjes en hiernaast de bijzonder klinkende stem van Adna, die vaak in meerdere lagen lijkt opgenomen.

In de meest intieme songs op Run, Lucifer roept Adna associaties op met de Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg, die als Soap & Skin twee gitzwarte maar ook wonderschone platen uitbracht (de derde komt er aan).

Over het algemeen genomen pakt Adna echter wat meer uit in haar muziek. Het fraaie pianospel wordt vaak omgeven door subtiel tot zwaar aangezette elektronica. Die elektronica kan meerdere kanten op schieten. In een aantal wat meer atmosferische tracks raakt Adna aan de muziek van de Cocteau Twins, terwijl een aantal wat dromerige songs klinken als een avontuurlijke versie van Enya. Hiernaast flirt de Zweedse singer-songwriter een paar keer voorzichtig met grootse elektropop en stevige ritmes, maar haar meeste songs zijn toch behoorlijk ingetogen en intiem.

Adna beschikt over een bijzonder stemgeluid, dat heel af en toe aan dat van Sinead O’Connor doet denken en qua intensiteit iets heeft van Laura Marling, maar meestal toch als uniek kan worden omschreven. Het is een stem die uitstekend gedijt in de stemmige, donkere maar ook volle instrumentatie van Run, Lucifer en het is bovendien een stem die iets met je doet.

Wat voor de stem van Adna geldt, geldt in nog veel sterkere mate voor haar songs. Ik vond Run, Lucifer direct bij eerste beluistering een mooie en bij vlagen indrukwekkende plaat, maar wanneer je de tweede plaat van Adna wat vaker hoort, krijgen de songs op haar plaat meer kleur, meer diepgang en wat bezwerends en blijken het bovendien songs die nog lange tijd beter worden of knapper in elkaar steken dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.

Een paar weken geleden had ik Run, Lucifer van Adna waarschijnlijk nog aangeprezen als een mooie plaat van een Scandinavische ijsprinses, maar inmiddels vind ik de nieuwe plaat van Adna toch veel meer dan dat.

Run, Lucifer is een intieme en indringende plaat. De intimiteit komt waarschijnlijk deels voort uit het feit dat Adna de plaat opnam in haar eigen slaapkamer, terwijl de impact van haar songs vooral kan worden verklaard door de intensiteit van de instrumentatie en de vocalen van Adna.

Run, Lucifer is uiteindelijk een plaat die steeds meer geheimen prijs geeft en gedurende dit proces maar blijft groeien. Run, Lucifer bevat in bijna een half uur negen popliedjes en het zijn 9 popliedjes om te koesteren. Oordeel vooral niet te snel, want Adna zet je makkelijk op het verkeerde been. De ware betovering komt pas later, maar wil je niet missen. Erwin Zijleman

Adrian Crowley - Measure of Joy (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Adrian Crowley - Measure Of Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Adrian Crowley - Measure Of Joy
De vanuit Ierland opererende muzikant Adrian Crowley heeft met Measure Of Joy een uiterst stemmig en zich langzaam voortslepend album gemaakt dat het uitstekend doet op de koude en donkere avonden van het moment

Ik luister niet heel vaak naar de muziek van Adrian Crowley, maar toen ik eenmaal was begonnen aan zijn nieuwe album Measure Of Joy liet het me niet meer los. Het door niemand minder dan John Parish geproduceerde album is donker maar sfeervol. Er is veel zorg besteed aan de arrangementen en de klankentapijten in de verschillende songs en ze passen keer op keer perfect bij de donkere stem van de Ierse muzikant, die zijn teksten soms bijna voordraagt maar blijft zingen. Measure Of Joy is een album dat een bepaalde sfeer oproept en het is een sfeer die perfect past bij het huidige seizoen en de toestand in de wereld. Het was even geleden dat ik naar een Adrian Crowley album had geluisterd, maar dit nieuwe album is echt prachtig.

De op Malta geboren maar in Ierland opgegroeide singer-songwriter Adrian Crowley maakt inmiddels meer dan vijfentwintig jaar albums. Mijn eerste kennismaking met zijn muziek stamt echter pas uit 2014, toen het prachtige Some Blue Morning verscheen, een album waar ik elf jaar geleden behoorlijk van onder de indruk was. Het was tot dusver het enige album dat ik van de Ierse muzikant heb besproken op de krenten uit de pop en ik kan me ook niet herinneren dat ik intensief heb geluisterd naar de twee albums die hij hierna uitbracht.

De naam van Adrian Crowley kwam op de krenten uit de pop alleen nog terug in de bespreking van het album van de Libanese singer-songwriter Nadine Khouri, die in een aantal tracks werd bijgestaan door de Ierse muzikant. Onlangs verscheen een nieuw album van Adrian Crowley en ook Measure Of Joy liet ik in eerste instantie liggen. Na het lezen van heel veel positieve recensies heb ik het album er echter toch weer bij gepakt en op een koude winteravond raakte ik alsnog onder de indruk van de buitengewoon stemmige muziek van Adrian Crowley.

Op Measure Of Joy werkt Adrian Crowley samen met de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en ook de eerder genoemde Nadine Khouri is van de partij, zij het op subtiele wijze. Measure Of Joy kwam bij mij tot leven in de avond en dat is ook niet zo gek want het is een album voor de avond en de nacht. De muziek op het album is sfeervol, de arrangementen zijn klein en de klanken warm en donker.

Het past allemaal prachtig bij de donkere stem van Adrian Crowley, die nog wat extra sfeer, warmte en melancholie toevoegt aan de songs op het album. Measure Of Joy doet wel wat denken aan de muziek die Leonard Cohen aan het eind van zijn carrière maakte of wanneer de gesproken teksten domineren zeker ook aan Lou Reed, maar de stem van Adrian Crowley heeft ook een duidelijk eigen geluid en dat geldt ook voor zijn muziek.

Het is allemaal prachtig geproduceerd door de gelouterde John Parish, die precies weet hoe een sfeervol album als dit moet klinken. Zeker wanneer je de volumeknop niet al te ver open draait hoor je vooral de donkere stem van de Ierse muzikant, maar het is absoluut de moeite waard om met volledige aandacht te luisteren naar de muziek op het album.

De arrangementen op Measure Of Joy zijn subtiel en de muziek klinkt behoorlijk ingetogen, maar de arrangementen zijn echt heel erg mooi en hetzelfde geldt voor de bijdragen van uiteenlopende instrumenten, waaronder strijker en blazers maar ook synths. De muzikale pracht hoor je vooral wanneer je de koptelefoon op zet en alle details in de muziek van Adrian Crowley tot leven komen.

De muziek van de Ierse muzikant klinkt vooral stemmig, maar hier en daar ook verrassend zwoel en opgewekt of juist kil met sobere klanken van een drummachine. Persoonlijk vind ik de tracks met donkere en atmosferische klanken het mooist. Het zijn tracks die zich in een uiterst laag tempo voortslepen en waarin Adrian Crowley zijn teksten bijna voordraagt, maar hij blijft wat mij betreft zingen.

Measure Of Joy is de perfecte soundtrack voor de koude winteravonden van dit moment, maar het zou me niet eens verbazen als het album ook op een broeierige zomeravond wonderen gaat doen. De tijd zal het leren. Erwin Zijleman

Adrian Crowley - Some Blue Morning (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adrian Crowley - Some Blue Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Adrian Crowley is een Ierse singer-songwriter die inmiddels al een aantal jaren kan rekenen op zeer positieve recensies van met name de Britse muziekpers. Desondanks had ik nog nooit naar de muziek van de muzikant uit Dublin geluisterd, tot het recent verschenen Some Blue Morning uit de speakers kwam.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van Adrian Crowley maakte meteen diepe indruk, want Some Blue Morning is een hele bijzondere plaat.

Adrian Crowley is voorzien van een donker stemgeluid, wat bij velen associaties oproept met de stem van Leonard Cohen. Die associaties heb ik ook wel, al is het dan wel de stem van een veel jongere Leonard Cohen. Wanneer ik zoek naar vergelijkingsmateriaal van recentere datum kom ik uit bij namen als Bill Callahan, Richard Hawley en Nick Cave, terwijl uit het verleden zeker Lee Hazlewood moet worden aangedragen.

Ook in muzikaal opzicht sluit de stem van Adrian Crowley aan bij het genoemde vergelijkingsmateriaal. Some Blue Morning is een stemmige en donkere plaat waarin het geluid van met name een akoestische gitaar wordt aangevuld met flink wat strijkers. De instrumentatie op Some Blue Morning is zonder uitzondering prachtig, mede omdat de soms bijna ambient achtige instrumentatie veel ruimte open laat voor de indringende vocalen van Adrian Crowley, wat de plaat een bijzondere sfeer geeft.

Some Blue Morning valt direct op door de bijzondere en uiterst fraaie instrumentatie, maar het is de stem van Adrian Crowley die de plaat een uniek geluid geeft. De Ier zingt over het algemeen in een laag tempo, wat absoluut een positief effect heeft op de zeggingskracht van zijn vocalen. Adrian Crowley beschikt over een stem waarnaar je moet luisteren. Ik luister lang niet altijd goed naar de teksten op een plaat, maar die van Some Blue Morning komen ongemerkt binnen. Nu vind ik platen waarop de vocalen soms bijna worden voorgedragen over het algemeen snel saai, maar Some Blue Morning is een uitzondering. Zelfs als Adrian Crowley aan het eind van de plaat een lang verhaal vertelt, houdt hij de aandacht moeiteloos vast en dat is knap.

Met name de stem van Adrian Crowley en de vele strijkers zijn op het eerste moment sfeerbepalend, maar bij herhaalde beluistering verdient ook zeker de achtergrondzang van Katie Kim een eervolle vermelding, al is het maar omdat ze zorgt voor variatie in het geluid.

Naast de fraaie instrumentatie en de mooie en bijzondere vocalen, draagt ook de kwaliteit van de songs nadrukkelijk bij aan de impact die Some Blue Morning heeft. Adrian Crowley heeft voor zijn nieuwe plaat een serie grootse songs geschreven. Het zijn songs die klinken als klassiekers en het zijn bovendien songs die je na één keer horen dierbaar zijn.

Natuurlijk doet de stemmige muziek van Adrian Crowley het geweldig nu de dagen korter en de avonden langer en kouder worden, maar ik ben er ook van overtuigd dat deze plaat een blijvertje is. En zo zorgt Adrian Crowley met Some Blue Morning op de valreep nog voor een volgend hoogtepunt in een wat mij betreft heel mooi muziekjaar 2014. Erwin Zijleman

Adrianne Lenker - Abysskiss (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adrianne Lenker - abysskiss - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Big Thief zangeres komt met uiterst sobere en bij vlagen ook uiterst sombere plaat die zijn schoonheid pas na een tijd prijsgeeft
Adrianne Lenker maakte met haar band Big Thief twee geweldige platen met indie-rock vol invloeden, maar duikt nu op met een soloplaat. Het is een grotendeels akoestische soloplaat met intieme folksongs geworden. Het zijn songs die het je niet altijd makkelijk maken, al is het maar omdat Adrianne Lenker geen groot zangeres is, maar het zijn ook songs die je uiteindelijk diep kunnen raken omdat de singer-songwriter uit New York je op intieme en indringende wijze deelgenoot maakt van haar leven, dat niet altijd over rozen ging. Een ruwe, eerlijke en pure plaat die na enige gewenning groeit en groeit.



Adrianne Lenker kennen we als boegbeeld van de Amerikaanse band Big Thief, die met Masterpiece uit 2016 en Capacity uit 2017 twee geweldige platen afleverde.

Het zijn platen die allebei openen met een uiterst ingetogen akoestische folksong, maar hierna uitbarsten in een aangenaam rammelende mix van onder andere indie-rock, shoegaze, dreampop, noiserock en psychedelica.

Helaas kregen de platen van de band uit Brooklyn, New York, maar weinig aandacht, maar ik vind het zelf nog altijd twee platen om te koesteren, waardoor ik absoluut nieuwsgierig was naar de soloplaat van de frontvrouw van de band.

Het deze week verschenen abysskiss is niet de eerste soloplaat van Adrianne Lenker, maar de opvolger van het in 2014 verschenen titelloze debuut Hours Were The Birds, dat op bandcamp is te vinden en verscheen voordat Adrianne Lenker toetrad tot Big Thief. Ook abysskiss opent met een uiterst sobere folksong, maar waar de platen van Big Thief na de openingstrack kiezen voor de rock, blijft Adrianne Lenker op abysskiss de zeer ingetogen akoestische folk trouw.

Nu overtuigde de muziek van Big Thief me vrijwel direct, maar moest ik wel wat wennen aan de soms wat onvaste stem van de frontvrouw van de band. Op abysskiss moeten we het vooral doen met deze stem, die meestal wordt begeleid door een akoestische gitaar, al duiken hier en daar ook een elektrische gitaar, een piano en wat zeer spaarzaam ingezette synths op.

De songs op abysskiss klinken relatief eenvoudig en bij eerste beluistering ook zeker niet heel gevarieerd. Adrianne Lenker is verder zoals gezegd geen groot zangeres. Ze klinkt wat onvast en in een van de tracks lijkt ze er af en toe zelfs flink naast te zitten, maar abysskiss is gelukkig gemaakt zonder de steeds vaker opduikende Auto Tune technologie, die alle plooien glad strijkt, maar ook de emotie uit de vocalen haalt.

De soloplaat van Adrianne Lenker klinkt ruw, puur en eerlijk en dit zorgt er voor dat ik na wat eerste aarzelingen toch ben gaan houden van de soloplaat van de Big Thief zangeres. abysskiss werd geproduceerd door Luke Temple, die ook wat aan de instrumentatie toevoegt, maar de plaat klinkt alsof Adrianne Lenker hem op haar slaapkamer heeft opgenomen, wat bijdraagt aan de intimiteit van de plaat.

De tweede soloplaat van de singer-songwriter uit New York bevat songs die gedurende een aantal jaren werden geschreven en dat verklaart dat het songs zijn vol diepe dalen, maar ook een enkel lichtpuntje. Op abysskiss mogen we diep in de ziel kijken van Adrianne Lenker en het is een ziel die het aardse bestaan niet altijd makkelijk vindt. Het geeft een bijzondere lading aan een plaat waaraan bijna iedereen zal moeten wennen, maar die over het vermogen beschikt om je diep te raken en dat blijft een schaars goed. Ik ben nu al benieuwd naar de nieuwe plaat van Big Thief, maar ook deze soloplaat van Adrianne Lenker had ik zeker niet willen missen. Erwin Zijleman

Adrianne Lenker - Bright Future (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adrianne Lenker - Bright Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Adrianne Lenker - Bright Future
Big Thief zangeres Adrianne Lenker kiest ook op haar nieuwe soloalbum voor uiterst sobere en wat ruwe songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en ze komen stuk voor stuk hard binnen

Naast de albums van Big Thief zijn ook zeker de soloalbums van zangeres Adrianne Lenker de moeite waard. De Amerikaanse muzikante maakte met Songs en Instrumentals twee uiterst sobere lockdown albums, maar ook het deze week uitgebrachte Bright Future is een album zonder enige opsmuk. De instrumentatie, waarvoor dit keer een paar gastmuzikanten werden uitgenodigd, is over het algemeen ingetogen en ruw en put vooral uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek. Het combineert prachtig met de emotievolle zang van Adrianne Lenker, die nog altijd beschikt over een stem waar je van moet houden, maar die ook hoorbaar beter is gaan zingen.

Dragon New Warm Mountain I Believe In You, het meest recente album van de Amerikaanse band Big Thief is inmiddels ruim twee jaar oud. Vorig jaar bracht Big Thief gitarist Buck Meek een heel aardig soloalbum uit en deze week is het de beurt aan zangeres Adrianne Lenker. Bright Future is de opvolger van de in de herfst van 2020 verschenen albums Songs en Instrumentals. Op deze tijdens de coronapandemie opgenomen albums klonk de muziek van Adrianne Lenker uiterst sober, waarmee de Amerikaanse muzikante de sfeer van de verschillende lockdowns goed wist te vangen.

Adrianne Lenker nam haar vorige albums op in een berghut ergens in de ‘middle of nowhere’, waarbij ze slechts gezelschap had van geluidstechnicus en producer Philip Weinrobe. Ook Bright Future werd opgenomen op een afgelegen plek in een uithoek van de Verenigde Staten, maar dit keer was er naast Philip Weinrobe ook ruimte voor een drietal gastmuzikanten. Bright Future klinkt hierdoor iets voller dan de vorige albums, maar ook het nieuwe soloalbum van Adrianne Lenker klinkt behoorlijk sober.

Iedereen die op basis van de titel van het album een aantal zonnige songs verwacht van Adrianne Lenker, wordt direct in de openingstrack teleurgesteld. Het alleen uit piano en zang bestaande Real House is een zwaar melancholische of zelfs desolaat klinkende song, waarin het hondje uit de kinderjaren van Adrianne Lenker het loodje legt, maar ook wat andere illusies uit de kindertijd bij het grofvuil kunnen.

De meeste songs op Bright Future zijn ingekleurd met sober maar mooi gitaarspel en naast de piano duikt hier en daar ook een viool op, maar de songs van Adrianne Lenker zijn in vrijwel alle gevallen zeer ingetogen en zijn niet ver verwijderd op de naar Amerikaanse rootsmuziek neigende songs op Big Thief’s Dragon New Warm Mountain I Believe In You. Het zijn over het algemeen donkere songs, maar het zijn wel songs die makkelijk blijven hangen en die ook qua schoonheid makkelijk aanspreken.

Ik heb het nog niet gehad over de zang van Adrianne Lenker en dat is voor velen een lastig punt. Ik noemde de zang van de Amerikaanse muzikante in het verleden vaak onvast, maar in mijn omgeving werd de zang van Adrianne Lenker ook meer dan eens als vals omschreven. Het is bovendien zang die als wat zwaar of zelfs deprimerend wordt ervaren, waardoor niet iedereen gecharmeerd is van de zang van de Big Thief zangeres.

Zelf vond ik de stem van Adrianne Lenker niet per definitie mooi, maar wel bijzonder. Ook de zang op Bright Future is onmiddellijk herkenbaar, maar ik hoor wel dat de zang op het album beter is dan op de vorige albums. Adrianne Lenker beschikt nog altijd over een bijzonder stemgeluid en heeft bovendien een bijzondere manier van zingen, maar in de meeste songs weet ze de noten wat mij betreft uitstekend te raken en als ze dit niet doet loopt haar zang over van emotie.

Zeker wanneer de karakteristieke wordt gecombineerd met een net wat uitbundigere en wat ruwe instrumentatie klinken de songs van Adrianne Lenker rauw en urgent, wat nog eens wordt versterkt door de wat lo-fi achtige opnamekwaliteit. Het siert de Amerikaanse muzikante dat ze soms wat ruw klinkende versies van songs op het album heeft gezet, al draagt dit ook zeker bij aan de bijzondere sfeer op dit album, dat mij echt steeds makkelijker weet te raken. Erwin Zijleman

Adrianne Lenker - Songs (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adrianne Lenker - Songs / Instrumentals - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Adrianne Lenker - Songs / Instrumentals
Adrianne Lenker moest haar zegetocht met Big Thief begin dit jaar afbreken vanwege de corona pandemie, maar keert nu terug met twee bijzondere en vaak wonderschone albums

Wat doe je als muzikant als de tour van je band wordt geannuleerd en je relatie ook nog eens op de klippen loopt? Big Thief’s Adrianne Lenker koos voor de afzondering en nam uiteindelijk twee albums op. Instrumentals bevat sfeervolle improvisaties, die aan het einde van de dag werden opgenomen en de soundtrack van een lockdown zijn, maar het mooiste staat toch op Songs waarop Adrianne Lenker ontroert en imponeert met uiterst sobere songs. Het zijn songs zonder opsmuk, maar met heel veel emotie en het zijn songs die worden gezongen op een manier waarop alleen Adrianne Lenker dit kan. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt is het 40 minuten lang goed voor kippenvel.

Op 8 maart stond Adrianne Lenker met haar band Big Thief in een uitverkocht Paradiso. Het was de eerste fase van een wereldtour die een zegetocht had moeten worden, maar er lag een virus op de loer en dit virus zou binnen een paar dagen korte metten maken met de tour van Big Thief. Adrianne Lenker sloot zich vervolgens op in een berghut in Massachusetts, waar ze niet alleen de pandemie probeerde te ontvluchten, maar ook een verbroken relatie wilde verwerken.

Toen de songs in haar hoofd serieuzer werden vroeg ze Philip Weinrobe, een bevriend geluidstechnicus, aan te sluiten met een karrevracht aan apparatuur en werden twee albums opgenomen. De twee albums, Songs en Instrumentals, zijn deze week verschenen en het zijn albums waarvan de vlag de lading uitstekend dekt.

Songs is voor mij het interessantste album van de twee. Ik heb Adrianne Lenker immers hoog zitten als zangeres en als songwriter. De albums van Big Thief duiken inmiddels enkele jaren op in mijn jaarlijstjes, met als hoogtepunt de dubbelslag van vorig jaar, en ook het twee jaar geleden verschenen soloalbum van Adrianne Lenker, Abysskiss, vond ik erg mooi.

Helemaal onomstreden zijn de zangkwaliteiten van Adrianne Lenker niet. Hier thuis jaagt ze, mij uitgezonderd, echt iedereen de gordijnen in met haar stem en manier van zingen en ik lees wel vaker kritiek op de vocale prestaties van de Amerikaanse singer-songwriter. Het zal niet veranderen bij beluistering van Songs, dat ik van de eerste tot en met de laatste noot prachtig vind.

Songs is gemaakt met eenvoudige middelen. Een akoestische gitaar, een stem en bescheiden opnameapparatuur waren het enige dat Adrianne Lenker in de berghut tot haar beschikking had, maar het is genoeg. Met bescheiden middelen heeft Adrianne Lenker immers de meeste impact, dat bewees ze al eerder.

Songs grijpt je onmiddellijk bij de strot als je vatbaar bent voor de muziek van Adrianne Lenker. Het herinnert in muzikaal opzicht aan het vroege werk van bijvoorbeeld Joni Mitchell. Geen opsmuk, alleen pure klanken en heel veel emotie. Ondanks de bescheiden middelen weet de frontvrouw van Big Thief bijna veertig minuten indruk te maken en verveelt Songs geen seconde.

Adrianne Lenker varieert met het tempo, varieert met het geluid van haar akoestische gitaar en varieert met haar stem, waardoor Songs zeker geen eenvormig album is. Het is overigens bijzonder hoe geluiden uit de omringende natuur vrijwel rimpelloos worden opgenomen in de intieme songs op het album en bijna klinken als instrumenten.

Het is zo intiem en zo melancholisch dat het bijna pijn doet, maar de songs op het album zijn ook van een bijzondere en ruwe schoonheid. Songs zorgt bijna veertig minuten lang voor kippenvel en bevestigt voor mij voor de zoveelste keer het enorme talent van Adrianne Lenker, die met haar persoonlijke songs steeds dieper onder de huid kruipt.

We zijn dan pas op de helft, want wanneer Songs eindigt begint Instrumentals. Adrianne Lenker sloot de dag in de berghut af met getokkel op haar akoestische gitaar, dat samenvloeide met geluiden uit de natuur en de windgongen in de berghut. Het lijkt soms wat vrijblijvend getokkel, maar Adrianne Lenker slaagt er in om een bijzondere sfeer te creëren, die haar gemoedstoestand in de berghut in Massachussetts misschien wel net zo goed typeert als haar songs.

Instrumentals is aan het eind van de dag verrassend fraai muzikaal behang dat je even uit de krankzinnige wereld van het moment haalt, maar als ik echt geraakt wil worden door Adrianne Lenker, kies ik toch voor het wonderschone Songs dat het credo “less is more” nog maar eens zeer nadrukkelijk onderschrijft. Erwin Zijleman

Adult Mom - Driver (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adult Mom - Driver - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Adult Mom - Driver
Albums vol worstelingen van jong volwassenen zijn er momenteel in overvloed, maar ze klinken niet vaak zo zonnig, aangenaam en veelzijdig als het derde album van de Amerikaanse band Adult Mom

Driver is mijn eerste kennismaking met de muziek van Adult Mom en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. De band uit upstate New York grossiert op haar derde album in bijzonder aangename popliedjes die in meerdere genres uit de voeten kunnen. Het album is hierdoor niet zo makkelijk in een hokje te duwen als de albums van de meeste soortgenoten van de band en valt ook nog eens op door een combinatie van persoonlijke teksten en voor de afwisseling eens niet aardedonkere klanken. Driver is een bijzonder aangenaam album, maar het is ook een persoonlijk album dat niet altijd de makkelijkste weg kiest. Een bijzonder aangename verrassing.

Adult Mom begon ooit als een soloproject van de Amerikaanse muzikant Stevie Knipe, maar is inmiddels een echte band. Dat laatste maakt het schrijven van deze recensie net wat eenvoudiger, want ik worstel nog wat met het gebruik van meervoud voor personen die zich, net als Stevie Knipe, als non-binair persoon zien. Het gebruik van de pluralis majestatis kan dus achterwege blijven in deze recensie, maar genoeg over grammatica en snel aandacht voor de muziek.

Adult Mom bracht de afgelopen jaren al twee albums uit, die me door het grote aanbod in het genre zijn ontgaan. Welk genre dat precies is, is overigens niet zo duidelijk, want het kan op Driver meerdere kanten op. In de openingstrack schuurt Adult Mom dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek van bijvoorbeeld Waxahatchee aan, maar de band rond Stevie Knipe kan ook opschuiven richting de indie-rock of indie-pop van Phoebe Bridgers en al haar soortgenoten.

Als Adult Mom zich in de laatste richting beweegt klinkt de muziek van de band vaak wel wat zonniger en hoor ik ook flarden van roemruchte bands als The Sundays, Edie Brickell & The New Bohemians en The Cranberries. Die associaties heb ik vooral vanwege de zang van Stevie Knipe, die beschikt over een zeer aangenaam en helder stemgeluid, maar die de songs op Driver ook met veel gevoel en expressie vertolkt.

Het zijn songs die makkelijk in het gehoor liggen en heerlijk melodieus zijn, wat van beluistering van Driver een bijzonder prettige ervaring maakt, zeker als het zonnetje uitbundig schijnt. Het is een ervaring die enigszins vergelijkbaar is met de ervaring die ik twee weken geleden had bij beluistering van het debuut van Claude, al zijn beide albums behoorlijk verschillend.

Driver klinkt zoals gezegd zonnig, maar net als op de eerdere albums van Adult Mom, die nog op de slaapkamer van Stevie Knipe in Purchase, New York, werden opgenomen, spelen in de teksten op het album de worstelingen van jong volwassenen een belangrijke rol. Het zijn worstelingen die een stuk heftiger zijn geworden door de corona pandemie en ook in de nabije toekomst liggen er nog wel wat grote problemen in het verschiet. Dat leidt wel eens tot op zijn minst licht deprimerende albums, maar Driver laat vooral bijzonder lekkere popliedjes horen, al trekken er incidenteel ook donkere wolken over.

Rolling Stone noemt het derde album van Adult Mom “A Coming-of-Age Indie-Pop Masterpiece” en daar kan ik me wel in vinden. Het is knap hoe de Amerikaanse band steeds weer iets anders maar altijd bijzonder fraai weet te klinken en ook iedere keer op de proppen komt met een popsong die je onmiddellijk wilt omarmen.

Adult Mom heeft het perfecte evenwicht gevonden tussen tijdloze en opvallend melodieuze popliedjes en popliedjes met inhoud en een bite. Dat evenwicht komt terug in de fraaie instrumentatie, in de prima zang en in de songs die aangenaam en aanstekelijk klinken, maar ook stekelig kunnen zijn.

Het aanbod in de genres waarin Adult Mom zich beweegt is momenteel idioot groot, maar met Driver moet de band uit Purchase, New York, zich makkelijk kunnen onderscheiden. Ik heb zelf wel wat albums in het genre laten liggen de afgelopen weken, maar dit album is er echt een om te koesteren. Erwin Zijleman

Aeon Station - Observatory (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aeon Station - Observatory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aeon Station - Observatory
De Amerikaanse cultband The Wrens leverde 18 jaar geleden haar zwanenzang af, maar een deel van de band staat nu op als Aeon Station en levert met Observatory een instant klassieker af

De Amerikaanse muzikant Kevin Whelan was een van de twee songwriters van de band The Wrens, die met The Meadowlands een van de mooiste albums van 2003 afleverde. Een opvolger hing lange tijd in de lucht, maar Kevin Whelan wacht er niet meer op en heeft zijn songs voor het album dat nooit kwam nu opgenomen met zijn nieuwe band Aeon Station. Iedereen die in 2003 beweerde dat The Wrens nog eens een wereldalbum zouden afleveren, krijgt nu nog een beetje gelijk. Observatory van Aeon Station is immers dat wereldalbum en het is er een vol wonderschone en tijdloze songs, die je bij iedere beluistering nog wat dierbaarder worden. The Wrens zijn nu echt dood, leve Aeon Station.

Allmusic.com noemt ze “one of the best bands with the worst luck”. Ik heb over de Amerikaanse band The Wrens, die in de jaren 90 twee prima albums uitbracht, maar met het in 2003 verschenen The Meadowlands klaar leek voor de verovering van de wereld. Het liep helaas anders.

Het maken van The Meadowlands was al een zware bevalling voor de band, maar het opnemen van een opvolger bleek nog veel lastiger. De band viel vervolgens uit elkaar en bleef steken op drie albums en de cultstatus. Daar leek een jaar of acht geleden verandering in te komen toen het vierde album van The Wrens alsnog werd opgenomen, maar op het allerlaatste moment trok Charles Bissel, een van de twee songwriters van de band, alsnog de stekker uit het project.

De andere songwriter van The Wrens, Kevin Whelan, heeft zijn songs die bestemd waren voor het vierde album van The Wrens nu alsnog nieuw leven in geblazen. Hij deed dit samen met een aantal voormalige leden van de band, maar zonder de eerder genoemde Charles Bissel, waardoor de naam The Wrens niet beschikbaar was voor het deze week verschenen Observatory.

Het album is daarom verschenen onder de naam Aeon Station en het is een uitstekend album geworden. Bij beluistering van Observatory hoor ik absoluut flarden van de zwanenzang van The Wrens, maar Aeon Station is een andere band en niet alleen door het gat van 18 jaar tussen The Meadowlands en Observatory.

Waar de muziek van The Wrens zo nu en dan flink rammelde of rauw en gruizig klonk, is het eerste album van Aeon Station een album vol mooi verzorgde rocksongs. Observatory klinkt bovendien veel warmer en sfeervoller dan de zwanenzang van The Wrens. Verwacht bij Aeon Station geen gruizige rocksongs, maar vooral mooi ingekleurde rocksongs met een vaak wat introspectief karakter. Observatory moeten we dan ook niet al te nadrukkelijk vergelijken met de muziek van The Wrens, al kan wel worden geconcludeerd dat de muzikale talenten van Kevin Whelan niet zijn verdampt de afgelopen achttien jaar.

Observatory is een warm en sfeervol klinkend album, maar het is ook een intiem en tijdloos klinkend album. Kevin Whelan laat zich op het debuut van Aeon Station inspireren door van alles en nog wat uit een aantal decennia popmuziek, maar nergens kan ik de vinger er precies op leggen en als het al lukt kan het vaak maar heel even. De muziek van Aeon Station is soms groots en meeslepend, maar net zo makkelijk ingetogen en zelfs breekbaar.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal onweerstaanbaar lekker en de zang is prima. Grootste verdienste van Observatory van Aeon Station is echter het feit dat Kevin Whelan songs schrijft die alle grote rockbands van de afgelopen twee decennia heel graag zelf geschreven zouden hebben. Observatory laat zich hierdoor beluisteren als een indierock klassieker.

Een album uitbrengen in de tweede week van december is over het algemeen helaas commerciële zelfmoord en ook op een plek in de grote jaarlijstjes hoeft Aeon Station niet te rekenen, want die liggen inmiddels allemaal vast. Ik ben heel blij dat ik mijn jaarlijstje nog niet heb gepubliceerd, maar boven alles ben ik zielsgelukkig met een album dat bij iedere nieuwe beluistering weer wat mooier, indrukwekkender en zeker ook memorabeler is. Ga dat horen! Erwin Zijleman

Aerial East - Try Harder (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aerial East - Try Harder - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aerial East - Try Harder
Het is een tijd stil geweest rond de Amerikaanse singer-songwriter Aerial East, maar vijf jaar na haar debuut keert ze terug met een bijzonder fraai en spannend klinkend album

Op haar debuut Rooms leek de Amerikaanse singer-songwriter Aerial East zo weggelopen uit de jaren 60. De fraai gearrangeerde songs van dit debuut hebben plaatsgemaakt voor een veel soberder, maar nog altijd bijzonder geluid. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de ingetogen en heldere zang van de muzikante uit New York. Try Harder maakt het je niet altijd makkelijk, maar neem de titel van het album serieus en er valt steeds meer op zijn plek. Aerial East voegt invloeden uit onder andere de dreampop en de Amerikaanse rootsmuziek samen in een geluid waarmee ze zich absoluut kan onderscheiden, iets dat ze met haar debuut overigens ook al deed.

De Amerikaanse singer-songwriter Aerial East debuteerde vijf jaar geleden met het album Rooms. Het is een album dat me destijds niet is opgevallen, maar dat ik inmiddels best een vergeten parel durf te noemen. Op haar debuut betovert de singer-songwriter uit Brooklyn, New York, met intieme, dromerige en folky songs, die enerzijds opvallen door haar bijzonder mooie stem en anderzijds door de bijzonder fraaie arrangementen van onder andere strijkers en blazers.

Rooms klinkt als een vergeten folkalbum uit de jaren 60 en vult de ruimte met prachtig nostalgische klanken. Het is een kunstje dat Aerial East van mij best nog eens had mogen herhalen, maar haar deze week verschenen tweede album klinkt flink anders. Waar de Amerikaanse singer-songwriter haar geluid op Rooms nog flink vol inkleurde, kiest ze op het deze week verschenen Try Harder voor een behoorlijk sober maar ook spanend geluid.

Met de openingstrack en titeltrack solliciteert Aerial East met donkere en wat mysterieuze klanken nadrukkelijk naar een plekje op de volgende Twin Peaks soundtrack, maar ze laat ook direct horen dat ze flink afstand heeft genomen van het geluid op haar debuutalbum. Try Harder is voorzien van een behoorlijk sobere instrumentatie, maar het is er wel een die zich flink opdringt. Het is het effect van de “less is more" aanpak op het album, die er voor zorgt dat uiterst subtiele accenten een maximaal effect hebben.

In muzikaal opzicht kan het meerdere kanten op. In de openingstrack moest ik nog vooral denken aan dreampop uit de jaren 90, maar in de tweede track klinkt de muzikante uit New York toch meer als een rootsmuzikante, al is het prachtige The Things We Build wel een atypische rootssong.

Met dreampop en Amerikaanse rootsmuziek hebben we twee uitersten van het geluid op Try Harder te pakken. Aerial East schakelt opvallend makkelijk tussen organische akoestische klanken en wat zweverige elektronische soundscapes en laat beide werelden een aantal maal prachtig samenvloeien.

Het verleidt misschien niet zo snel en makkelijk als de nostalgische klanken van haar debuut, maar na een paar keer horen heb je zoveel moois gehoord in het geluid op het tweede album van Aerial East dat je weet dat Try Harder een album is om te koesteren.

De instrumentatie is verrassend subtiel maar ook opvallend trefzeker en hetzelfde geldt voor de zang van Aerial East die zachter en introverter is dan die op haar debuutalbum. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante liet al horen dat ze een uitstekend zangeres is en dat hoor je nog wat duidelijker op Try Harder.

Het past allemaal bijzonder fraai bij de songs op het album. Het zijn songs die steeds weer andere wegen in slaan en die zich zeker niet allemaal direct opdringen, maar na een paar keer horen valt er veel op zijn plek.

Zeker in de tracks waarin blazers en strijkers opduiken hoor je flarden van het zo mooie debuutalbum van Aerial East, maar over het algemeen genomen is het toch een flink ander album, wat knap is. Try Harder is zeker geen album voor ieder moment, maar zo op zijn tijd is het een album dat bezit van je neemt en dat bezweert met prachtige klanken en een misschien nog wel mooiere stem. Absoluut een album om te ontdekken deze tweede van Aerial East. Erwin Zijleman

Afterpartees - Glitter Lizard (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Afterpartees - Glitter Lizard - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Excelsior had lange tijd het patent op onweerstaanbare popliedjes van eigen bodem, maar de afgelopen jaren sloeg het label haar vleugels uit en inmiddels is het van vele markten thuis.

Dat bands die garant staat voor onweerstaanbare popliedjes ook nog altijd welkom zijn op het bijzondere Nederlandse label, wordt perfect geïllustreerd door Glitter Lizard van de Limburgse band Afterpartees.

Het debuut van de Limburgers bevat twaalf popliedjes, die nooit veel langer dan drieënhalve minuut duren en meestal minder tijd nodig hebben voor popliedjes die je na één keer horen niet meer vergeet.

Afterpartees sluit hiermee goed aan op het debuut van labelgenoten Traumahelikopter, dat op haar tweede plaat overigens voor een net wat andere geluid koos. Op het debuut van Afterpartees domineren invloeden uit de garagerock, de Britse rock uit de jaren 60, de power pop, de new wave en de punk.

Garagerock en punk zorgen voor het ruwe randje, new wave voor het eigenzinnige tintje en de Britse rock uit de jaren 60 en de powerpop voor de voorliefde voor songs die de perfecte popsong keer op keer benaderen.

Het is muziek zonder poespas en zonder pretenties, maar ondertussen klopt vrijwel alles op Glitter Lizard van Afterpartees. Het gitaarwerk wordt gedomineerd door zwaar verslavende riffs, briljante loopjes en hier en daar een uithaal, de zang is lekker rauw en punky, maar hier en daar ook voorzien van hemelse koortjes, terwijl de refreinen en de melodieën keer op keer citeren uit de rijke historie van de rockmuziek.

Glitter Lizard klinkt uiteindelijk als een mix van The Kinks, The Sex Pistols, The Undertones en The Strokes, maar deze namen kunnen moeiteloos worden vervangen door de namen van talloze andere bands die de Britse en Amerikaanse rockmuziek de afgelopen decennia kleur hebben gegeven.

Toch voegt het debuut van Afterpartees wel degelijk wat toe aan alles wat er al is, want het zijn nogal wat invloeden waar de Limburgers mee aan de haal gaan en wat wezen deze invloeden elkaar te versterken.

Het zijn inmiddels al heel wat woorden die ik heb besteed aan het Glitter Lizard van Afterpartees, maar op zich is dit een plaat waar je niet al te veel veel woorden aan vuil hoeft te maken. Het debuut van Afterpartees knalt uit de speakers en vermaakt 12 tracks lang meedogenloos. Na 37 minuten zit het er op en wil je eigenlijk maar één ding: nog een keer Glitter Lizard van Afterpartees. Wat een heerlijke plaat. Het lijkt zo makkelijk, maar doe het ze maar eens na. Hulde. Erwin Zijleman

Agnes Obel - Myopia (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Agnes Obel - Myopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Agnes Obel - Myopia
Na een paar jaar stilte keert Agnes Obel terug met haar inmiddels zo herkenbare geluid, maar de Deense muzikante zet ook bijzondere stappen op haar nieuwe album

Wie was tien jaar geleden niet in de ban van Philharmonics van Agnes Obel, maar hierna werd het al snel meer van hetzelfde. Ook Myopia borduurt voort op het legendarische debuut van Agnes Obel, maar het album klinkt ook anders. Minder sprookjesachtig, minder gekunsteld, maar nog altijd rijk en betoverend. Luister naar Myopia en je hoort de muziek die Kate Bush in de jaren 80 niet gemaakt heeft, maar waarvoor ze zich zeker niet had hoeven schamen. Myopia sleurt je een aardedonker bos in, maar er blijkt van alles te zien en te horen. Ik was wat uitgekeken op Agnes Obel, maar dit album intrigeert steeds wat meer.

Vorige week verscheen Myopia van Agnes Obel. Het is een album dat ik in eerste instantie even heb laten liggen, want ik heb de laatste jaren niet zo heel veel met de muziek van de Deense muzikante.

Natuurlijk was Philharmonics alweer tien jaar geleden een uniek en baanbrekend album, dat ook ik heb gekoesterd, maar bij Aventine uit 2013 nam de liefde voor de muziek van Agnes Obel al wat af en aan Citizen Of Glass ben ik in 2016 niet eens meer begonnen.

Myopia verschijnt daarom voor mij na een stilte van een jaar of zeven, maar toch wist ik direct bij de eerste noten van het album weer wat ik zo goed vind aan de muziek van Agnes Obel en wat me tegenstaat in haar muziek.

Ook Myopia laat weer het unieke Agnes Obel geluid horen. De arrangementen en instrumentatie combineren de werelden van de klassieke muziek en de new age en beide werelden worden door de Deense muzikante verrijkt met een beetje folk, een beetje gothic en een beetje avant garde.

Ook Myopia valt weer op door kabbelende piano’s en prachtige beeldende klanken, die het wat saaie Deense landschap verruilen voor de mystiek van het hoge noorden. Agnes Obel zou met haar muziek zo een Scandinavische ijsprinses kunnen zijn, maar hiervoor zijn haar songs toch net wat te ongrijpbaar. Het zijn songs die het experiment niet schuwen, maar die hierdoor ook wel wat gekunsteld kunnen klinken. Het wordt gecombineerd met de vaak lastig te volgen zang van Agnes Obel, die haar stem meer gebruikt als instrument en daarom vaak genoeg heeft aan oe’s en ah’s.

Zeker in de beeldende en klassiek aandoende stukken heb ik flink wat associaties met de muziek van bijvoorbeeld Philip Glass en Michael Nyman, maar waar deze muzikanten je heerlijk laten wegdromen, schudt Agnes Obel je steeds weer ruw wakker.

Myopia werd opgenomen in de nieuwe thuisbasis van Agnes Obel, Berlijn, maar het album ademt zeker niet de sfeer van de grote stad. Luister naar Myopia en je verdwaalt in donkere bossen, Middeleeuwse kastelen of duistere kloosters (zeker wanneer de toegevoegde vocalen bijna Gregoriaans klinken).

Myopia heeft alles wat me na verloop van tijd tegen begon te staan in de muziek van Agnes Obel, maar geheel tegen mijn verwachting in, raakte ik vrij snel in de ban van dit album. De beeldende klanken zijn dit keer van een bijzondere schoonheid, maar Myopia ontleent zijn kracht vooral aan de vele verrassende wendingen in de muziek van Agnes Obel.

Myopia wijkt op zich niet heel ver af van de vorige albums van de Deense muzikante, maar waar ik die albums nog wel eens wat gekunsteld vond klinken, lijkt op Myopia alles op zijn plek te vallen. Prachtige klassiek aandoende klanken worden fraai gecombineerd met bijzondere vervormde vocalen of avontuurlijke elektronica en iedere keer zit je weer op het puntje van de stoel.

Ik heb in mijn recensies van de eerste twee albums van Agnes Obel de naam Kate Bush niet genoemd, maar bij beluistering van Myopia duikt de naam van Kate Bush met zeer grote regelmaat op. Agnes Obel maakt op Myopia de muziek die Kate Bush halverwege de jaren 80 had kunnen maken wanneer ze de elektronica in handen had gehad waarover Agnes Obel nu kan beschikken. Myopia is een album dat betovert met wonderschone klanken en tegen de haren instrijkt met verrassende wendingen, maar uiteindelijk is alles in balans. Erwin Zijleman

Agnesz Anna - Agnesz Anna (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna
De Nederlandse muzikante Agnesz Anna maakte tien jaar geleden indruk met een eigenzinnige EP en dat doet ze op nog veel overtuigendere wijze met een nieuw album, dat flink anders klinkt dan alle andere muziek van het moment

Als Agnesz Anna haar nieuwe album niet persoonlijk had gepromoot naar aanleiding van een recensie die ik tien jaar geleden schreef, was ik haar vorige maand verschenen titelloze album waarschijnlijk nooit tegen gekomen. Ik ben blij dat ik het album wel heb ontdekt, want ik word echt heel vrolijk van de nieuwe muziek van Agnesz Anna. Dat word ik omdat haar muziek duidelijk anders klinkt dan de andere popmuziek van dit moment. Ik word het ook omdat de songs van de Rotterdamse muzikante bijzonder lekker klinken en dan hebben ze ook nog eens een zeer aangename jaren 70 vibe. De muziek van Agnesz Anna laat zich niet zomaar in een hokje duwen, maar als je er vatbaar voor bent laat dit album je voorlopig niet meer los.

Net iets meer dan tien jaar geleden besprak ik de EP Cruel World van de Nederlandse muzikante Agnesz Anna. Ook destijds liet ik EP’s standaard links liggen, maar Agnesz Anna liet wat mij betreft een bijzonder eigen geluid horen dat een recensie rechtvaardigde. Hoe bijzonder dat geluid was bleek ook wel uit mijn recensie, waarin ik achtereenvolgens Throwing Muses en Belly, Joni Mitchell en PJ Harvey aandroeg als vergelijkingsmateriaal.

Dat is een bijzonder rijtje namen met muzikanten die heel weinig of zelfs niets gemeen hebben, maar ik hoorde ze kennelijk allemaal terug op Cruel World van Agnesz Anna. Ik heb de EP eerder deze week nog eens beluisterd, maar eerlijk gezegd hoorde ik niets meer van de namen die ik tien jaar geleden noemde. Ik vind Cruel World nog altijd wel een hele bijzondere EP, met een geluid dat afwijkt van andere muziek die destijds werd gemaakt.

Ik ben ook onder de indruk van het album dat Agnesz Anna vorige maand heeft uitgebracht en ook op dit album maakt ze muziek die anders klinkt dan de meeste andere muziek van het moment. Ik ga dit keer geen poging doen om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen, want dat is ook bij beluistering van het nieuwe en titelloze album van Agnesz Anna een bijna onmogelijke opgave.

Als ik naar relevant vergelijkingsmateriaal zou zoeken zou ik dat waarschijnlijk doen in de jaren 70, want de nieuwe songs van de Rotterdamse muzikante herinneren me op een of andere manier aan de muziek die ik als kind hoorde, zonder dat de songs van Agnesz Anna ergens op lijken. (al heb ik heel af en toe een echt hele subtiele associaties met de beste songs van de bijzondere Schotse band Middle Of The Road).

Als ik het album in een hokje moet duwen, kom ik absoluut uit bij pop, maar ik hoor eigenlijk geen raakvlakken met de popmuziek van dit moment. Dat zit hem deels in de muziek, waarin gitaren domineren en moderne elektronica geen rol van betekenis speelt. Het gitaarwerk duwt de songs van Agnesz Anna wat de kant van de rock op en soms duiken er opeens meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op, maar het blijft wat mij betreft uiteindelijk toch pure pop, wat ik overigens een aanbeveling vind.

Zeker door het gitaarwerk, dat sons ook bluesy klinkt, krijg ik jaren 70 vibes bij beluistering van het titelloze album van Agnesz Anna, maar het zit hem zeker niet alleen in de muziek. Ook de zang van de Rotterdamse muzikante en zeker de heerlijke koortjes herinneren aan muziek uit een ver verleden, zeker als ook nog een wolkje psychedelica overdrijft.

Als je mij van tevoren zou hebben verteld dat het nieuwe album van Agnesz Anna een vergeten album uit de jaren 70 was, zou ik het zeker hebben geloofd. Het is een compliment voor Agnesz Anna en haar muzikale metgezel Tim van Elten, die naar verluidt lang hebben gesleuteld aan de nieuwe songs van de Nederlandse muzikante en dat is te horen.

Het levert een album op dat wat lastig is te plaatsen in het heden en niet aansluit op de meeste popmuziek van het moment, maar ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van het bijzondere geluid op het album, van de originele songs van Agnesz Anna en zeker ook van haar aangename stem, die het bijzondere geluid op haar nieuwe album nog wat unieker maakt.

De Rotterdamse muzikante maakt haar nieuwe muziek in eerste instantie uitsluitend beschikbaar via bandcamp, wat een sympathiek platform is, maar niet de reikwijdte heeft van de grote streaming media platforms. Het maakt de kans dat dit album in brede kring wordt opgepikt nog wat kleiner, maar iedereen die het album wel gaat ontdekken gaat er vast heel vrolijk van worden, net als ik. En luister nog wat vaker en je hoort ook nog eens hoe goed het allemaal in elkaar zit. Klasse. Erwin Zijleman

Aidan Moffat & RM Hubbert - Ghost Stories for Christmas (2018)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aidan Moffat & RM Hubbert - Ghost Stories For Christmas - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Goede kerstplaten zijn dit jaar een zeer schaars goed, maar gelukkig heeft de van Arab Strab bekende Aidan Moffat er een gemaakt

Het is dit jaar kommer en kwel met de kerstplaten. Zelfs muzikanten van naam en faam hebben zich laten verleiden tot het maken van zoetsappige en totaal overbodige kerstplaten. Lichtpuntje is de aardedonkere plaat van de Schotten Aidan Moffat en RM Hubbert. Ghost Stories For Christmas bevat een aantal gitzwarte kerstsprookjes, maar ook als de twee aan de haal gaan met een kerstklassieker en een wereldhit gebeurt er iets bijzonders. Kerstbelletjes zijn schaars op de plaat van de twee Schotten, mooie verhalen en stemmige klanken zijn er in overvloed. Met afstand de beste kerstplaat van 2018.

Ook dit jaar zijn er weer stapels kerstplaten verschenen. Kerstplaten waarvan je onmiddellijk weet dat je er met een grote boog omheen moet lopen, maar ook kerstplaten van muzikanten van naam en faam, die normaal gesproken toch heel behoorlijke platen maken maar op hun kerstplaat de plank echt volledig misslaan.

Ik ben er ieder jaar weer van overtuigd dat er tussen al die bagger toch ook twee kerstplaten moeten zitten die het beluisteren wel waard zijn, maar het blijkt ieder jaar weer een zoektocht die zich laat omschrijven als de spreekwoordelijke zoektocht naar een speld in een hooiberg.

Het was een zoektocht die dit jaar nog een stuk lastiger was dan in de afgelopen jaren, want wat zijn er dit jaar slechte kerstplaten gemaakt, maar net toen ik dit jaar maar terug wilde grijpen naar de klassieke kerstplaat van Phil Spector, die inmiddels al weer ruim negen jaar achter de tralies zit, of naar de prima kerstplaat van Kacey Musgraves van twee jaar geleden, vond ik toch nog twee kerstplaten die wel de moeite waard zijn.

De eerste komt van Aidan Moffat, die we natuurlijk kennen van de Schotse cultband Arab Strab, en multi-instrumentalist RM Hubbert. Op Ghost Stories For Christmas hoor je af en toe kerstbelletjes, kinderstemmen, een knipperend haardvuur en warme en stemmige klanken, maar verder is het een atypische kerstplaat die RM Hubbert en Aidan Moffat hebben gemaakt.

Iedereen die bekend is met de muziek van Arab Strab, weet dat Aidan Moffat een voorkeur heeft voor donkere verhalen, maar de donkerste heeft hij bewaard voor zijn kerstplaat. Het zijn verhalen die hij vertelt met een stevig Schots accent, wat de bijzondere sfeer op Ghost Stories For Christmas nog wat verder versterkt.

De donkere stem en het fraaie accent van Aidan Moffat worden door multi-instrumentalist RM Hubbert omgeven door bijzondere klanken. Het zijn voor een deel de klanken die je verwacht op een kerstplaat, maar de klanken op Ghost Stories For Christmas zijn net wat donkerder en melancholischer.

Aidan Moffat draagt een deel van de teksten voor, wat het verhalende karakter van de plaat versterkt. Hier en daar duiken flarden Arab Strab op, bijvoorbeeld wanneer een kille ritmebox de warme akoestische klanken voorziet van wat extra weemoed. Ghost Stories For Christmas bevat een aantal atypische kerstliedjes, maar ook wanneer Aidan Moffat en RM Hubbert aan de haal gaan met een echte kersthit, waarvan Aidan Moffat er ook nog een aantal noemt in het stemmige Weihnachtsstimmung, maken ze er iets bijzonders van.

Het pompeuze Lonely This Christmas van eendagsvlieg Mud wordt opeens een aardedonker en hemeltergende song over de zoveelste kerst zonder Elvis en zo hebben alle songs op de plaat wat bijzonders. De stemmige verhalen van Aidan Moffat, die klinken als sinistere sprookjes, doen het vooral goed in de donkere dagen rond kerstmis, maar de bijzonder fraaie cover van Yazoo’s Only You, verder ingekleurd met weemoedige strijkers en de engelachtige vocalen van Jenny Reeve en Emma Pollock, kan echt het hele jaar mee.

Vrijwel alle kerstplaten kunnen me worden gestolen dit jaar, maar Ghost Stories For Christmas van Aidan Moffat en RM Hubbert is bij vlagen wonderschoon. Erwin Zijleman

Ailbhe Reddy - Personal History (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ailbhe Reddy - Personal History - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ailbhe Reddy - Personal History
De jonge Ierse singer-songwriter Ailbhe Reddy levert een rauw, puur en eerlijk debuut af vol persoonlijke verhalen, hier en daar een randje folk en flink wat Ierse passie

Het is al vaker gezegd dat er momenteel wel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters opduiken, maar met de uit Dublin opererende Ailbhe Reddy moet zeker rekening worden gehouden. De jonge Ierse muzikante krijgt het etiket folkpop opgeplakt, maar de meeste tracks op Personal History zijn een stuk rauwer dan je op basis van dit etiket zou verwachten. Ailbhe Reddy heeft een persoonlijk album afgeleverd waarop flarden folk opduiken, maar waarop ook de ruwe gitaaruitbarstingen niet worden geschuwd. Het wordt gecombineerd met indringende persoonlijke verhalen en expressieve vocalen vol emotie. Het levert een bijzonder sterk debuutalbum op.

Ailbhe Reddy is een jonge Ierse singer-songwriter, die deze week debuteert met Personal History. Het is een ambitieus debuut geworden, waarop de jonge muzikante uit Dublin een poging doet om zichzelf te begrijpen. Ailbhe Reddy ging hierbij niet over één nacht ijs. Personal History is niet gebaseerd op psychologie van de koude grond, maar werd vooraf gegaan door een jaar durende studie op het terrein van psychotherapie. Het levert een intiem album op, waarop de jonge Ierse muzikante zichzelf zeker niet spaart.

Personal History heeft het etiket folkpop opgeplakt gekregen, maar voor lieflijk of pastoraal klinkende folksongs met zachte vocalen ben je bij Ailbhe Reddy aan het verkeerde adres. Het album opent met rauw gitaargeluid, waarna stevig aangezette gitaarlijnen en het expressieve stemgeluid van Ailbhe Reddy het overnemen. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan landgenote Sinéad O'Connor in haar jonge jaren, maar de openingstrack van Personal History laat zich ook vergelijken met de muziek van jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment als Phoebe Bridgers en Julien Baker om maar eens twee namen te noemen.

Het is een krachtig statement waarmee Ailbhe Reddy haar debuut opent, maar in de tweede track van het album laat ze heel even horen dat ze het label folk niet voor niets opgeplakt heeft gekregen. Het gitaarwerk blijft echter te ruw voor pure folk en ook de stem van de muzikante uit Dublin laat zich nooit volledig in het keurslijf van het genre passen, waarna steviger gitaarwerk en wat elektronica ook de tweede track op het album laten afdwalen van de folk en aan het eind met flink wat gitaargeweld de rock wordt opgezocht.

Na de eerste twee tracks was ik al overtuigd van de kwaliteit van het debuut van Ailbhe Reddy. Personal History combineert invloeden uit de indie-rock met een beetje folk, met veel passie en emotie in de zang, met hier en daar een woeste uitbarsting, met een vleugje Ierland en met mooie persoonlijke songs, die een inkijkje geven in het leven van de Ierse muzikante, die vooral worstelde met haar seksualiteit in het conservatieve Ierland.

Het is knap hoe Ailbhe Reddy variatie aanbrengt in haar muziek. Folky gitaarlijnen worden afgewisseld met rauwer gitaarwerk, maar ook voor een piano georiënteerde song ben je bij de Ierse muzikante aan het juiste adres. Wat het nog knapper maakt is dat de zang van Ailbhe Reddy zich onmiddellijk aanpast aan het geluid in haar songs. Het ene moment hoor je een pastoraal klinkende folkie, het volgende moment een angry young woman die ruw van zich afbijt, dan weer een popprinses die de fraaie noten met speels gemak aan elkaar knoopt.

Door alle variatie, de enorme dynamiek en het persoonlijke karakter van de songs van de Ierse muzikante maakt Personal History makkelijk een onuitwisbare indruk en wordt je al even makkelijk gegrepen door de intieme songs van Ailbhe Reddy, die uiteindelijk toch een stuk ruwer en indringender klinken dan die van de genoemde indie-rock boegbeelden en opschuiven richting de muziek van bijvoorbeeld SOAK of een jonge PJ Harvey. Tien songs en 35 minuten lang raast Ailbhe Reddy als een wervelwind over je heen, waarna duidelijk is dat we serieus rekening moeten gaan houden met dit Ierse talent. Erwin Zijleman

Aimee Mann - Bachelor No. 2 or, The Last Remains of the Dodo (2000)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aimee Mann - Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo (2000) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aimee Mann - Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo (2000)
De songs voor Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann lagen lang op de plank, maar het album groeide uiteindelijk uit tot haar beste album en tot een van de meest memorabele singer-songwriter albums aller tijden

Aimee Mann had met haar band ‘Til Tuesday kunnen uitgroeien tot de grote sterren van de eerste MTV generatie, maar de band bleek uiteindelijk toch net wat te eigenzinnig. Die eigenzinnigheid brak haar in haar solocarrière bijna op, maar na het succes van de film Magnolia werd de lancering van Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo in het voorjaar van 2000 gelukkig een succesvolle. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van het album, want de songs, de vocalen en de muziek zijn op het album van een zeer hoog niveau. Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo bevat de blauwdruk voor de Aimee Mann albums die zouden volgen, maar is ook een schoolvoorbeeld van een volstrekt tijdloos singer-songwriter album.

Aimee Mann heeft inmiddels een respectabel aantal soloalbums op haar naam staan en behoort binnen de groep van vrouwelijke singer-songwriters tot de smaakmakers, maar zeker aan het eind van de jaren 90 was het maar de vraag of haar carrière, die vijftien jaar eerder zo glansrijk was gestart, nog een vervolg zou krijgen.

Aimee Mann dook halverwege de jaren 80 op als frontvrouw van de Amerikaanse new wave band ‘Til Tuesday. De band wist met haar debuutalbum Voices Carry uit 1985 direct een breed publiek te bereiken en werd omarmd door het op dat moment piepjonge MTV. Op het in 1986 verschenen Welcome Home koos de band voor een net wat ander en meer ingetogen geluid, wat minder aansloeg, maar in artistiek opzicht een stuk interessanter was (luister hier maar eens naar: https://www.youtube.com/watch?v=wtOgwFzhlyw).

Het is en blijft een album om te koesteren, maar het grote publiek dacht hier helaas anders over en haakte volledig af toen in 1988 het eveneens prachtige maar nog wat meer ingetogen Everything's Different Now verscheen. Aimee Mann begon vervolgens aan een solocarrière, die in 2003 ijzersterk begon met Whatever.

In commercieel opzicht deed het album het echter veel minder goed en het werd alleen maar slechter toen in 2006 het in artistiek opzicht ook nog eens wat mindere I’m With Stupid verscheen. Aimee Mann kreeg ook nog eens gedoe met haar platenmaatschappij en lange tijd leek het er op dat niemand meer geïnteresseerd was in nieuw werk van de Amerikaanse muzikante, waardoor de songs voor een nieuw album lang op de plank bleven liggen.

Het keerpunt kwam met de in 1999 verschenen film Magnolia. Het is nog altijd een briljante film, maar het is ook de film die Aimee Mann weer op de kaart zette. Aimee Mann was verantwoordelijk voor het grootste deel van de soundtrack bij de film, waardoor de interesse voor het album dat ze al op de plank had liggen en waarvan een aantal tracks ook op de Magnolia soundtrack staan weer toenam.

In het voorjaar van 2000 verscheen daarom eindelijk Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo. Het is een album dat met een beetje pech nooit was verschenen, maar het is ook mijn favoriete album van Aimee Mann en een van mijn favoriete albums aller tijden, dat hoog op de lijst staat van de albus die ik mee zou nemen na verbanning naar een onbewoond eiland.

Op Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo komt al het talent van Aimee Mann aan de oppervlakte. Het album laat horen hoe getalenteerd Aimee Mann is als songwriter en zangeres. Het unieke Aimee Mann geluid dat al was te horen op haar eerste twee soloalbums, maar daar nog niet altijd uit de verf kwam, komt op Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo tot volle wasdom.

Het is niet alleen de verdienste van Aimee Mann zelf, want het album maakt ook diepe indruk door de fraaie productie van Jon Brion, de mix van Bob Clearmountain en de muzikale bijdragen van topmuzikanten als Patrick Warren, Benmont Tench, Michael Penn, Brendan O’Brien, Michael Lockwood en nogmaals Jon Brion.

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo was in 2000 een prachtige verzameling tijdloze popsongs en dat is het ruim twintig jaar later nog steeds. Het album was ook de start van de solocarrière die Aimee Mann verdiende en die sinds 2000 een ruime handvol prachtige albums heeft opgeleverd, maar het album waarmee het allemaal begon steekt er wat mij betreft nog altijd flink bovenuit.

Wanneer mij wordt gevraagd naar mijn favoriete singer-songwriter platen aller tijden kom ook ik met geijkte albums als Tapestry van Carole King op de proppen, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann zit er ook altijd tussen. Briljant album. Erwin Zijleman

Aimee Mann - Mental Illness (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aimee Mann - Mental Illness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is gelukkig een hypothetische vraag, maar ik stel hem mezelf geregeld. Wat neem ik mee als ik word verbannen naar een onbewoond eiland en slechts 10 platen mee mag nemen?

De samenstelling van het denkbeeldige koffertje varieert uiteraard over de tijd, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann zit er bijna altijd in.

Aimee Mann liet in de jaren 80 met haar band ‘Til Tuesday zo nu en dan al horen dat ze een bijzonder talent is en dat deed ze ook op de twee soloplaten die ze in de jaren 90 uitbracht.

Op het in 2000 verschenen Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo viel echter alles op zijn plaats. Aimee Mann had de muziekindustrie een paar jaar eerder de rug toegekeerd, maar stond nu op eigen benen en imponeerde met een plaat vol songs die ik na één keer horen echt nooit meer wilde vergeten.

Omdat Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo me zo enorm dierbaar is, gaat Aimee Mann de inmiddels 17 jaar oude plaat waarschijnlijk nooit meer overtreffen, maar ook de vier soloplaten die ze de afgelopen 17 jaar heeft uitgebracht waren van een bijzonder hoog niveau. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Mental Illness, dat ik na een paar keer horen al wel net wat beter vind dan zijn vier voorgangers.

Mental Illness focust op alle ellende die in een menselijk leven voorbij kan komen, waaronder uiteraard de ellende in de liefde. Het is ellende die in het leven van Aimee Mann kennelijk in ruime mate voorbij is gekomen, want Mental Illness is in tekstueel opzicht een behoorlijk donkere plaat.

In muzikaal opzicht valt dat (gelukkig) nog wel mee. Vergeleken met de vorige platen van Aimee Mann is Mental Illness een verrassend ingetogen plaat. Aimee Mann kiest op haar nieuwe plaat voor grotendeels akoestische en over het algemeen vrij langzame songs, die vaak stemmig zijn ingekleurd met strijkers en verder worden gedomineerd door akoestische gitaar en piano. Het zijn songs waarin melancholie nadrukkelijk doorklinkt, maar ook in de lentezon doet Mental Illness het uitstekend.

Aimee Mann werkt ook op haar nieuwe plaat weer samen met producer Paul Bryan en deze verdient alle lof voor het geluid op de plaat. Mental Illness klinkt warm en ruimtelijk en dit past goed bij de bijzondere, maar volgens de critici wat vlakke stem van Aimee Mann.

Mental Illness is misschien wat meer ingetogen dan zijn voorgangers, maar ligt toch ook duidelijk in het verlengde van alle platen die Aimee Mann sinds Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo heeft gemaakt.

Net als op dit miskende meesterwerk uit 2000 komt de Amerikaanse singer-songwriter op Mental Illness op de proppen met songs die je raken, verleiden en betoveren. Bij de vorige platen verlangde ik toch vrijwel onmiddellijk naar de plaat uit 2000, maar Mental Illness komt momenteel heel vaak voorbij en verveelt geen moment.

Mental Illness zal Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo niet verdringen uit het koffertje voor het onbewoonde eiland, maar is in het aanbod van dit moment voor mij een klasse apart. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Aimee Mann - Queens of the Summer Hotel (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aimee Mann - Queens Of The Summer Hotel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aimee Mann - Queens Of The Summer Hotel
Aimee Mann begeeft zich met het wat theatrale Queens Of The Summer Hotel wat buiten mijn comfort zone, maar als groot liefhebber van haar muziek viel ik uiteindelijk ook gemakkelijk voor dit bijzondere album

Aimee Mann bouwt al sinds het begin van de jaren 90 aan een prachtig oeuvre. Een slecht album heeft ze nog nooit gemaakt, maar geweldige albums volop. Het deze week verschenen Queens Of The Summer Hotel, dat bedoeld is voor een theaterbewerking van het boek Girl, Interrupted, lijkt een wat atypisch album in het bijzondere oeuvre van de Amerikaanse muzikante, maar een groot deel van de tracks op het album klinkt uiteindelijk toch als ‘vintage Aimee Mann’. Ik moest net wat langer wennen aan de wat klassieker en theatraler aandoende tracks, maar door haar uit duizenden herkenbare stem en haar vaardigheden als songwriter, overtuigde Aimee Mann me ook met dit album weer snel.

Aimee Mann schaar ik inmiddels al heel wat jaren onder mijn favoriete singer-songwriters. Haar album Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo uit 2000 reken ik tot mijn favoriete albums aller tijden, maar het is uiteindelijk een flink stapeltje Aimee Mann albums dat ik koester.

Deze week verscheen een nieuw album van de Amerikaanse muzikante, Queens Of The Summer Hotel. Het is de opvolger van het in 2017 uitgebrachte Mental Illness, dat ik persoonlijk een van de beste albums van Aimee Mann vind. Queens Of The Summer Hotel is in het oeuvre van Aimee Mann een wat vreemde eend in de bijt, al sluit het in thematisch opzicht aan op zijn voorganger.

Aimee Mann werkte de afgelopen jaren mee aan een project dat was bedoeld om het boek Girl, Interrupted van Susanna Kaysen op het toneel te vertolken. In Girl, Interrupted vertelt Susanna Kaysen hoe ze in 1967 na een kort gesprek met een psychiater in een taxi werd gezet, naar een psychiatrische inrichting werd gebracht en daar vervolgens twee jaar opgesloten zat. Het is een verhaal dat ruim twintig jaar geleden al eens prachtig werd verfilmd en terecht een Oscar binnen sleepte.

De volgende stap is een toneelstuk (hier en daar wordt gesproken over een musical, maar dat is het niet), dat overigens door de coronapandemie flinke vertraging heeft opgelopen. Aimee Mann wilde hier niet eindeloos op wachten en heeft de songs die ze schreef voor het theaterstuk nu alvast op haar nieuwe en tiende soloalbum gezet.

Nu heb ik alles met de muziek van Aimee Mann, maar veel minder met muziek die in het theater is te horen en nog minder met de hele theatrale variant van deze muziek. Ik begon daarom met angst aan beven aan Queens Of The Summer Hotel, maar het blijkt gelukkig een redelijk gewoon Aimee Mann album, al doe je het werk van de Amerikaanse muzikante flink tekort met het predicaat ‘gewoon’.

Aimee Mann maakte ooit eens geweldige muziek voor de eveneens geweldige film Magnolia en dat is hier en daar relevant vergelijkingsmateriaal voor Queens Of The Summer Hotel. Bij beluistering van het album merk je dat Aimee Mann een verhaal probeert te vertellen en daarom in muzikaal opzicht een wat breder palet bestrijkt, maar de meeste songs op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante hadden niet misstaan op een van haar andere albums.

Dat heeft alles te maken met het uit duizenden herkenbare stemgeluid van Aimee Mann, dat me ook op Queens Of The Summer Hotel weer genadeloos betovert, maar ook de productie van Paul Bryan klinkt na een samenwerking die inmiddels vijftien jaar duurt redelijk bekend in de oren.

Natuurlijk zijn er ook wel wat verschillen met de vorige albums van Aimee Mann. De instrumentatie doet wat organischer en door de rijke arrangementen van strijkers en blazers ook veel klassieker aan dan het meer rock georiënteerde geluid van Aimee Mann en de meeste songs klinken ook wat theatraler dan we van Aimee Mann gewend zijn, maar het zit me nergens echt in de weg.

Queens Of The Summer Hotel is, zeker na enige gewenning, een typisch Aimee Mann album, maar dan net een wat ander album dan we van haar gewend zijn. In vocaal en muzikaal opzicht is het genieten, maar ook in tekstueel opzicht heeft Aimee Mann een knap album afgeleverd. De volgende keer mag de Amerikaanse muzikante wat mij betreft weer een regulier album uitbrengen, maar dit uitstapje richting het theater maakt haar oeuvre alleen maar interessanter. Erwin Zijleman

Air - Moon Safari (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Air - Moon Safari (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Air - Moon Safari (1998)
Net iets meer dan 25 jaar geleden verscheen Moon Safari van Air, dat nooit meer zou worden overtroffen door Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel en terecht in de boeken is gekomen als meesterwerk

Moon Safari van Air kwam in 1998 als een donderslag bij heldere hemel en zorgde ervoor dat Parijs weer serieus werd genomen als muziekstad. Het album klonk in 1998 als geen enkel ander album en doet dat nog steeds niet. Het album heeft de tand des tijd verrassend goed doorstaan en is net als 25 jaar geleden van de eerste tot en met de laatste noot een zwoele en betoverende luistertrip. Invloeden uit de Franse filmmuziek en psychedelica vloeien prachtig samen met af en toe een flinke dosis Kraftwerk en met een aangename hoeveelheid folktronica, lounge en jazzy pop uit de jaren 90. Moon Safari was in 1998 een muzikale warme deken en dat is het album nog steeds.

Voor het laatste wapenfeit van het Franse duo Air moeten we inmiddels zo’n elf jaar terug in de tijd, want toen verscheen de door Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel gemaakte soundtrack bij de film Le Voyage Dans La Lune. Zelfs was ik overigens al veel eerder afgehaakt, want alleen voor de eerste twee albums van Air tastte ik in de buidel (destijds nog de enige manier om een album te bemachtigen of zelfs te kunnen beluisteren).

Naar de soundtrack bij The Virgin Suicides uit 2000 luister ik eigenlijk nooit meer, maar het debuutalbum van Air trek ik nog altijd met enige regelmaat uit de kast en vind ik nog altijd een geweldig album. Moon Safari verscheen in de eerste weken van 1998 en sloeg in als de spreekwoordelijke bom. Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel maakten op het debuutalbum van Air op zich geen groot geheim van hun inspiratiebronnen, maar Moon Safari klonk in 1998 duidelijk anders dan de meeste andere albums van dat moment en is wat mij betreft nog altijd een album met een uniek eigen geluid.

Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel slaagden er op Moon Safari in om al hun inspiratiebronnen met elkaar te vermengen op een album dat aan de ene kant klinkt als een bonte lappendeken en aan de andere kant als één geheel. De belangrijkste inspiratiebron van de twee muzikanten uit Parijs was ongetwijfeld de Parijse legende Serge Gainsbourg, die in verschillende gedaanten terug komt op het album. Moon Safari laat hiernaast flink wat invloeden van Kraftwerk horen, bevat hier en daar sporen van de zwoele Franse filmmuziek uit de jaren 70, kan uit de voeten met nachtclub jazz en heeft ook nog wat geleend van de zoete melodieën van Burt Bacharach.

Het komt allemaal samen in tien songs, die allemaal op net wat andere wijze het oor strelen. Van het filmische en instrumentale La Femme d’argent naar het zwoele en tegelijkertijd door Kraftwerk beïnvloede Sexy Boy, van de vooral organische folktronica van het door Bet Hirsch gedragen All I Need naar het futuristische Kelly Watch The Stars, van het beeldende en rijk georkestreerde Talisman naar het door de vocoder gedomineerde Remember, van het jazzy en wederom door Beth Hirsch gezongen You Make It Easy naar het sprookjesachtige en met een Burt Bacharach vibe gevoede Ce Matin-Là en van het subtiele en wederom beeldende New Star In The Sky naar het naar lounge neigende maar uiteindelijk vooral spannende Le Voyage de Pénelope.

Moon Safari van Air was en is een album waarbij het heerlijk wegdromen is en dat het oor drie kwartier lang streelt met lome luistertrip, maar het is ook een album waarop ontzettend veel gebeurt en waarop de Parijse muzikanten Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel laten horen dat ze tot grote dingen in staat moeten worden geacht.

Met de kennis van nu vraag ik me af of dat er helemaal uit is gekomen, want ondanks het feit dat de twee Franse muzikanten een aardig oeuvre hebben opgebouwd en ook buiten Air hun sporen hebben verdiend, vind ik Moon Safari er heel ver bovenuit steken. Het is een album dat 45 minuten lang bijzonder lekker voortkabbelt, maar het is ook een album dat heel veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek. En Moon Safari is een album dat nu nog minstens net zo lekker en eigenzinnig klinkt als in 1998, wat bijzonder knap is. Erwin Zijleman

Airbag - A Day at the Beach (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Airbag - A Day At The Beach - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Airbag - A Day At The Beach
Airbag maakt op A Day At The Beach indruk met muziek vol echo’s uit het roemrijke geleden van de symfonische rock, maar slaagt er ook in om haar progrock eigentijds te laten klinken

A Day At The Beach van de Noorse band Airbag kreeg de afgelopen weken zoveel goede recensies dat ik toch nieuwsgierig werd naar de verrichtingen van de progrock band uit Oslo. A Day At The Beach bevat flarden van de symfonische rock die ik een aantal decennia geleden goed vond, maar Airbag slaagt er ook absoluut in om eigentijds te klinken, waarbij het hier en daar aansluit bij progrock bands van het moment, maar ook kan klinken als een rockband met hier en daar een snufje prog. De lange tracks van de Noorse band zitten vol muzikaal vuurwerk, bouwen de spanning keer op keer fraai op, maar nodigen ook uit tot wegdromen. Aangenaam album.

Ik hou de hedendaagse progrock niet zo heel goed bij. Progrock is voor mij immers vooral een jeugdliefde (of jeugdzonde) die terug gaat naar de tijd dat het genre nog symfonische rock werd genoemd (grofweg van het begin van de jaren 70 tot de punkgolf van de late jaren 70). Als ik behoefte heb aan een album in het genre doe ik daarom over het algemeen een greep uit een goed gevulde platenkast, waarbij ik me meestal overigens beperk tot de grote bands.

Nieuwsgierig geworden door een aantal goede recensies ben ik echter toch begonnen aan A Day At The Beach van Airbag. Airbag is een band uit het Noorse Oslo en A Day At The Beach is al het vijfde album van de band. In de meeste recensies die ik heb gelezen wordt het laatste album van Airbag vooral vergeleken met Pink Floyd. Dat is inderdaad herkenbaar, want wanneer de eerste noten van A Day At The Beach uit de speakers komen hoor ik op zijn minst flarden Pink Floyd ten tijde van A Dark Side Of The Moon en Wish You Were Here.

Wanneer de band uit Oslo het tempo wat opvoert klinkt de muziek van Airbag echter ook wel degelijk eigentijds en is de afstand tot hedendaagse rockbands die niet vies zijn van een randje prog en de smaakmakers binnen de progrock van het moment niet zo heel groot. Het zorgt ervoor dat A Day At The Beach een album is dat meerdere kanten op kan. Van de hoogtijdagen van Pink Floyd, tot hedendaagse progrock bands als onder andere Porucpine Tree en Gazpacho tot zelfs een hedendaagse rockband als Muse.

De raakvlakken met Pink Floyd hoor je in de opbouw van de songs, maar vooral in het gitaarwerk, dat meer dan eens lijkt op de gitaarpartijen van David Gilmour, al speelt Airbag’s Bjørn Riis ook zo nu en dan flink wat steviger.

Dat we vooral te maken hebben met progrock blijkt wel uit de tracklist. A Day At The Beach telt slechts zes songs, die samen goed zijn voor bijna 50 minuten muziek. Twee van de songs duren langer dan 10 minuten, terwijl een van de songs de tien minuten net niet haalt. Het biedt alle tijd en ruimte om de tracks langzaam op te bouwen en lang niet altijd richting een climax.

Volgens de band zelf is de muziek op A Day At The Beach niet alleen beïnvloed door de groten uit de progrock, maar vooral door de elektronische popmuziek uit de jaren 80. Ik hoor het niet zo goed als sommige recensenten die zelfs The Cure aandragen als vergelijkingsmateriaal, maar wanneer wat modernere elektronica wordt ingezet heeft A Day At The Beach inderdaad wel een vleugje 80s, dat ik persoonlijk nog meer hoor in de zang.

Ik ben zoals gezegd geen heel groot liefhebber van hedendaagse progrock, maar het nieuwe album van Airbag bevalt me uitstekend. De Noorse band grossiert in wonderschone klanken waarbij het lekker wegdromen is, excelleert met bijzonder fraai gitaarwerk (met flink wat referenties naar David Gilmour, wat nooit erg is), maar slaagt er ook in om eigentijds te klinken. Bovendien slaagt de band er in om redelijk compacte songs af te leveren, wat knap is wanneer deze songs zo nu en dan tien minuten de tijd nemen.

Zeker op een mooie zomerdag als de broeierige dagen van het moment, is het heerlijk achterover leunen met de melodieuze klanken van Airbag, net zoals ik dat decennia geleden deed met de muziek van de grote voorgangers van de band. Erwin Zijleman

Alabama Shakes - Sound & Color (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alabama Shakes - Sound & Color - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Athens, Alabama, afkomstige band Alabama Shakes maakte precies drie jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut Boys & Girls.

Sindsdien wordt reikhalzend uitgekeken naar de tweede plaat van de band rond zangeres en boegbeeld Brittany Howard en nu ligt deze dan eindelijk in de winkel.

Sound & Color blijkt een minstens even indrukwekkende plaat als het debuut van Alabama Shakes en het is bovendien een plaat die voor een groot deel totaal anders klinkt dan de zo bewierookte voorganger.

Gebleven is het vocaal machtsvertoon van Brittany Howard, die sinds het debuut van Alabama Shakes echter alleen maar beter en soulvoller is gaan zingen.

De grootste sprong laat Alabama Shakes echter in muzikaal opzicht horen. Sound & Color is een stuk subtieler en ook een stuk psychedelischer dan zijn voorganger, die het voor een belangrijk deel moest hebben van vrij stevig aangezette songs. Vooral het eerste deel van Sound & Color is bijzonder ingetogen. Brittany Howard laat horen dat ze niet alleen geweldig soulvol kan schreeuwen, maar ook verleidelijk kan fluisteren en bovendien het hele spectrum tussen beiden beheerst. De instrumentatie past zich vervolgens feilloos aan.

Zeker de wat meer ingetogen songs op Sound & Color ademen de sfeer van 70s soul, waarbij associaties vooral in de richting van de allergrootsten gaan (met een hoofdrol voor de muziek van Curtis Mayfield en uit de 80s af en toe een flinke dosis Prince). Het is een gedurfde stap om de dampende en opzwepende garage soul van Boys & Girls op een groot deel van de plaat te verruilen voor bijna intieme en vaak ook behoorlijk ongrijpbare en breed uitwaaiende psychedelische soul, maar het pakt geweldig uit.

De meer ingetogen en vaak wat psychedelisch getinte en zeker ook funky songs op Sound & Color hebben een bezwerende uitwerking en vormen een prachtige soundtrack voor de late avond.

De plaat klinkt in deze meer ingetogen songs overigens fantastisch, wat waarschijnlijk voor een belangrijk deel de verdienste is van co-producer Blake Mills (die vorig jaar met Heigh Ho zelf één van de mooiste platen van het jaar maakte), die op fraaie wijze keyboards heeft geïntegreerd in het geluid van de band.

Net als je denkt dat Alabama Shakes het rocken is verleerd komt de band op de tweede helft van Sound & Color alsnog op de proppen met een aantal songs die gelijke delen soul en garagerock vermengen, maar ook deze songs zijn subtieler en veelkleuriger dan die op het debuut van de band en het zijn er bovendien niet heel veel.

Ook als Brittany Howard wat subtieler zingt, zingt ze keer op keer de veters uit haar schoenen, wat stil zitten vrijwel onmogelijk maakt en Sound & Color een bijzondere lading geeft. Het is een lading die maar moeilijk is te weerstaan, zeker wanneer je merkt dat Sound & Color bij herhaalde beluistering alleen maar beter wordt.

Alabama Shakes was op basis van haar debuut vooral een grote belofte voor de toekomst, maar op basis van het volwassen en bezwerende geluid op Sound & Color durf ik wel te beweren dat Alabama Shakes de belofte inmiddels ver voorbij is. Ik ben nu al benieuwd met wat voor muziek de band rond Brittany Howard op haar derde plaat op de proppen gaat komen, maar voorlopig kan ik nog wel even vooruit met het verrassende en weergaloze Sound & Color. Erwin Zijleman

Alae - Henry St. (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alae - Henry St - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nieuw-Zeelandse band debuteert met een warmbloedige plaat die je al jaren lijkt te kennen en ook al jaren liefhebt
Waar ze opeens vandaan komen weet ik niet, maar Henry St van Alae is de zoveelste prachtplaat uit Nieuw-Zeeland die ik dit jaar heb opgepikt. Het debuut van de band valt op door een bijzonder smaakvolle en veelzijdige instrumentatie, door gevoelige zang, door prima songs en vooral door songs die direct vertrouwd voelen en die je al jaren lijkt te kennen. Goed in een hokje te duwen is het niet, maar op hetzelfde moment doet de muziek van Alae aan van alles en nog wat denken. Bij eerste beluistering was ik overtuigd van de kwaliteiten van de band en sindsdien is deze plaat alleen maar beter geworden.



Wat je van ver haalt is lang niet altijd lekker, maar ik heb de laatste tijd verrassend veel uitstekende platen uit Nieuw-Zeeland opgepikt.

Meestal gebeurde dit overigens na een gouden tip uit de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse webshop Flying Out, die me ook op het spoor heeft gezet van de uit Auckland afkomstige band Alae.

Alae is een band uit de Nieuw-Zeelandse hoofdstad en bestaat uit de multi-instrumentalisten Alex Farrell-Davey en Allister Meffan en een ritmesectie die wordt gevormd door drummer Jayden Lee en bassist Marika Hodgson. Het viertal heeft met Henry St een bijzonder aangename plaat gemaakt, die hier inmiddels flink wat kille herfstavonden heeft verwarmd.

Openingstrack Back In Town laat direct horen wat Alae in huis heeft. Even fraaie als stemmige klanken, die zijn te typeren met termen als sfeervol en gloedvol, worden gecombineerd met geweldige vocalen, die afwisselend ingetogen en gepassioneerd zijn. Het doet me wel wat denken aan de platen van de Amerikaanse band The Lone Bellow, die in Nederland helaas weinig hebben gedaan. Henry St van Alae zal vanwege de fysieke afstand ook niet direct potten breken in Nederland, ook al doen deze fysieke afstanden er in dit digitale tijdperk nauwelijks meer toe.

In Nieuw-Zeeland wordt de muziek van Alae in het hokje indie-folk geduwd. Dat past wat mij betreft niet helemaal, maar bruikbare alternatieven heb ik niet direct. Henry St is soms jazzy, soms soulvol of zelfs funky, citeert hier en daar uit de archieven van de 70s soft-pop, maar bevat inderdaad ook wel wat folky elementen.

De band herbergt twee multi-instrumentalisten en dat hoor je. De basis van de muziek van Alae wordt gevormd door sfeervol pianospel en opvallend veelkleurig gitaarwerk en wordt verder ingekleurd met onder andere elektronica en blazers, waarna de avontuurlijk spelende ritmesectie het geluid van de band nog wat verder mag optillen.

Henry St is soms zeer sfeervol en laid-back, maar is net zo makkelijk aanstekelijk en lichtvoetig, waarbij de band profiteert van veelzijdigheid van zowel de instrumentatie als de vocalen op de plaat.

De grootste kracht van het debuut van Alae schuilt in de fraaie instrumentatie, de uitstekende zang en de goede songs, maar het zijn ook nog eens songs die je al jaren lijkt te kennen. ‘Henry St feels like an instant classic’ las ik op een Nieuw-Zeelandse website en dat is precies hoe het is. Direct bij eerste beluistering werd ik gelukkig van de songs van het viertal uit Auckland en Henry St heeft deze kracht behouden.

Het warmbloedige karakter van het debuut van Alae zal zeker tijdens stormachtige herfstavonden en kille winterdagen uitstekend tot zijn recht komen, maar ik kan me niet voorstellen dat de plaat het minder doet op de eerste lentedag of op broeierige zomeravonden. Het blijft lastig om de muziek van Alae goed te beschrijven of te typeren, maar ga gewoon eens luisteren. Grote kans dat meer muziekliefhebbers uit de voeten kunnen met deze uitstekende plaat, die mij steeds dierbaarder wordt. Erwin Zijleman

Alamo Race Track - Greetings from Tear Valley and the Diamond Ae (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alamo Race Track - Greetings From Tear Valley And The Diamond AE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alamo Race Track - Greetings From Tear Valley And The Diamond AE
Het was heel lang stil rond de Nederlandse band Alamo Race Track, maar met het ijzersterke Greetings From Tear Valley And The Diamond AE zorgt de Amsterdamse band voor een verrassende en glorieuze comeback

Alamo Race Track trad twintig jaar geleden in de voetsporen van Excelsior labelgenoten als Johan en Daryl-Ann, maar was uit net wat ander hout gesneden. De songs van de band klonken wat minder zonnig en zorgeloos en zaten bovendien wat complexer in elkaar, waardoor het altijd even duurde voordat alles op zijn plek viel. Het is niet anders op het na een stilte van ruim acht jaar verschenen Greetings From Tear Valley And The Diamond AE, waarop Alamo Race Track zonnig en laidback kan klinken, maar ook donker en stekelig. De Amsterdamse band grijpt op haar nieuwe album deels terug op muziek uit een ver verleden, maar staat zoals altijd ook stevig in het heden.

Lange tijd leek het in het voorjaar van 2015 verschenen Hawks de zwanenzang van de Nederlandse band Alamo Race Track te worden (het atypische live-album Swan Lake Live uit 2016 niet meegeteld), maar deze week keert de band toch nog terug met een nieuw album, Greetings From Tear Valley And The Diamond AE.

Met haar precies twintig jaar geleden verschenen debuutalbum Birds At Home trad de band rond gitarist en zanger Ralph Mulder deels in de voetsporen van bands als Johan en Daryl-Ann, die de catalogus van het Excelsior label in de jaren 90 hadden voorzien van een aantal potentiële klassiekers. Ook Alamo Race Track maakte een aantal onweerstaanbare popsongs die de zon lieten schijnen, maar de band groef ook altijd dieper en grossierde vooral in wat stekeligere songs.

Met Black Cat John Brown uit 2006, Unicorn Loves Deer uit 2011 en Hawks uit 2015 leverde de Amsterdamse band nog drie uitstekende albums af, die afwisselend het oor streelden of de fantasie prikkelden. Achtenhalf jaar na het laatste wapenfeit keert Alamo Race Track deze week terug met Greetings From Tear Valley And The Diamond AE, dat direct bij eerste beluistering een typisch Alamo Race Track album blijkt.

Het album opent aangenaam zonnig met Sally H., dat een vleugje Beach Boys, Pink Floyd en vooral Beatles bevat en dat naadloos aansluit op een aantal andere songs uit de prachtige catalogus van het Excelsior label. De openingstrack bevat naast de zonnestralen echter ook de scherpe randjes die de muziek van Alamo Race Track altijd zo interessant maakt.

Ralph Mulder keerde vanwege familieomstandigheden terug naar zijn geboortegrond in Oost-Groningen, waar in alle rust werd gewerkt aan het nieuwe album van de band, terwijl de herinneringen uit zijn jeugd opborrelden. Die rust hoor je duidelijk terug op Greetings From Tear Valley And The Diamond AE, zeker wanneer de band teruggrijpt op popmuziek uit de jaren 60 en 70.

De songs van Alamo Race Track worden op deze momenten gedomineerd door fraai gitaarwerk, een wat dromerige sfeer en laid-back zang en koortjes. De band verleidt met de ontspannen klinkende passages bijzonder makkelijk en nog wat makkelijker dan op haar vorige albums, maar Alamo Race Track blijft nooit lang hangen in nostalgie en schakelt makkelijk door naar wat puntiger en stekeliger klinkende songs. Ook in deze tracks hoor je dat er veel tijd is besteed aan Greetings From Tear Valley And The Diamond AE, want alles klinkt even verzorgd, zonder dat dit ten koste gaat van het altijd wat ruwe karakter van de muziek van Alamo Race Track.

De vorige albums van de Amsterdamse band waren allemaal albums die je wat vaker moest horen voor je ze op de juiste waarde kon schatten en dat is bij Greetings From Tear Valley And The Diamond AE niet anders. De songs op het album winnen nog lang aan kracht en zeker de wat minder zonnig klinkende songs op het album worden alleen maar beter.

Alamo Race Track schakelt op haar nieuwe album moeiteloos tussen psychedelica, Americana, Beatlesque pop en indierock en smeedt alle invloeden aan elkaar in het nog altijd karakteristieke Alamo Race Track geluid. Ik was binnen het oeuvre van de band tot dusver vooral gehecht aan Black Cat John Brown uit 2006, maar ik vind Greetings From Tear Valley And The Diamond AE nu al een beter album en de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman

Alan Sparhawk - With Trampled by Turtles (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alan Sparhawk - With Trampled By Turtles - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alan Sparhawk - With Trampled By Turtles
Voormalig Low voorman Alan Sparhawk overtuigde me vorig jaar totaal niet, maar raakt op het samen met de Amerikaanse rootsband Trampled By Turtles gemaakte nieuwe album weer wel de juiste snaar

Alan Sparhawk heeft de dood van zijn vrouw Mimi Parker nog lang niet verwerkt. Je hoort het in de vaak zeer melancholische songs op zijn nieuwe album. Die melancholie hoorde je ook op het vorig jaar verschenen soloalbum van de Amerikaanse muzikant, maar dat album stond me door de elektronica en de vervormde zang vooral tegen. Voor zijn nieuwe album koos Alan Sparhawk voor de samenwerking met stadgenoten Trampled By Turtles en dat is een combinatie die wat mij betreft wel werkt. Het is ver verwijderd van de muziek die Alan Sparhawk in het verleden met Low maakte, maar de rootsklanken passen prachtig bij de emotievolle vocalen en indringende songs op het album.

Low, de band rond het echtpaar Mimi Parker en Alan Sparhawk, maakte tussen 1994 en 2015 een flinke stapel geweldige albums, met wat mij betreft Things We Lost In The Fire uit 2001 als onbetwist hoogtepunt. De twee muzikanten uit Duluth, Minnesota, ook de geboortegrond van Bob Dylan, maakten muziek die afwisselend als slowcore en sadcore werd omschreven, maar Low verwerkte veel meer invloeden en creëerde een geheel eigen sound.

Dat deed de band ook op het in 2018 uitgebrachte Double Negative, waar ik in eerste instantie echt helemaal niets in hoorde, maar toen ik eenmaal gewend was aan de zwaar vervormde elektronica hoorde ik ook de schoonheid van het album. Het geluid van Double Negative werd doorgetrokken op het in 2021 verschenen HEY WHAT, wat helaas de zwanenzang van Low bleek. Een jaar na het verschijnen van het album overleed Mimi Parker en bleef Alan Sparhawk alleen achter.

De Amerikaanse muzikant dook vorig jaar op met White Roses, My God, wat ik, ondanks mijn enorme respect voor Alan Sparhawk, echt een draak van een album vond. Alan Sparhawk omringde zich op het album met wat mij betreft weinig aansprekende elektronica, maar deed nog veel gekkere dingen met zijn stem, die flink werd toegetakeld door nog wat extra elektronica, waaronder de vocoder.

Ik kon er echt niet naar luisteren en had daarom heel weinig vertrouwen in het deze week verschenen nieuwe album van Alan Sparhawk. De muzikant uit Duluth heeft de elektronica dit keer gelukkig achter slot en grendel gelaten en takelt ook zijn stem niet meer toe. Voor de muziek op zijn nieuwe album heeft Alan Sparhawk een beroep gedaan op stadgenoten Trampled By Turtles.

Het is een rootsband met een voorliefde voor bluegrass en het is een band die een respectabel aantal albums heeft uitgebracht. Ik ken Trampled By Turtles zelf vooral van het in 2022 verschenen Alpenglow, dat ook tot mijn eigen verbazing de top 5 van mijn jaarlijstje haalde en dat ik schaar onder de beste rootsalbums van de afgelopen jaren.

Ook op Alan Sparhawk With Trampled By Turtles maakt de Amerikaanse band indruk met prachtige klanken met invloeden uit de folk, de country en de bluegrass, maar er is ook ruimte voor experiment, zoals in het indringende Screaming Song. Het is muziek die je niet direct verwacht bij Alan Sparhawk, maar het past wat mij betreft een stuk beter dan het elektronische geluid op het vorig jaar verschenen soloalbum.

Hoogtepunt is wat mij betreft het prachtige Not Broken, waarin een met veel emotie zingende Alan Sparhawk wordt bijgestaan door zijn dochter Hollis, die qua stem lijkt op Mimi Parker, maar ook als de leden van Trampled By Turtles de Amerikaanse muzikant vocaal bijstaan komt de zang van Alan Sparhawk flink binnen.

Het overlijden van Mimi Parker heeft ook op dit album weer zijn sporen nagelaten, waardoor het een wat donker en melancholisch album is geworden. Het is in het oeuvre van Alan Sparhawk een atypisch album, maar dat geldt voor vrijwel alle albums die de muzikant uit Minnesota sinds 2018 heeft gemaakt.

Alan Sparhawk With Trampled By Turtles laat wat mij betreft horen dat er muziek zit in de solocarrière van de voormalig voorman van Low, maar doet ook zeer uitzien naar een nieuw album van Trampled By Turtles, dat ik eerlijk gezegd tot nog grootsere daden in staat acht. Erwin Zijleman

Alana Springsteen - TWENTY SOMETHING (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alana Springsteen - TWENTY SOMETHING - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alana Springsteen - TWENTY SOMETHING
Liefhebbers van goed gemaakte countrypop hebben dit jaar echt al niets te klagen, maar de jonge singer-songwriter Alana Springsteen legt de lat nog een stukje hoger met het uitstekende TWENTY SOMETHING

Ik hield de Amerikaanse muzikante Alana Springsteen al een tijdje in de gaten, want de afgelopen twee jaar leverde ze maar liefst vier uitstekende EP’s af. De laatste twee zijn nu samengevoegd op het debuutalbum van Alana Springsteen, dat ook nog zes nieuwe tracks bevat. De jonge muzikante uit Nashville, Tennessee, maakt makkelijk indruk met een mooie stem en met zeer aansprekende songs, die passen in het strakke keurslijf van de Nashville pop, maar die absoluut kwaliteit ademen. Ik heb dit jaar al veel meer hele goede countrypop albums opgepikt, maar TWENTY SOMETHING van Alana Springsteen is nog wat beter. Dit kan zomaar een hele grote gaan worden.

Ik weet niet wat het is met countrypop dit jaar, maar het genre bevalt me opeens een stuk beter dan in het verleden. Nashville countrypop was in het verleden zeker een van mijn ‘guilty pleasures’, maar ik heb dit jaar toch al een handvol countrypop albums die gewoon mee gaan doen wanneer ik aan het eind van het jaar mijn jaarlijstje op ga stellen.

Het bijzondere is dat mijn favoriete twee countrypop albums van 2023 tot dusver, Lucky van Megan Moroney en shot in the dark van Ashley Cooke, kennelijk ook zeer in de smaak vallen bij de lezers van de krenten uit de pop, want beide albums staan in de top van het lijstje met de best gelezen recensies dit jaar en duiken zelfs op in de lijst met de best gelezen recensies aller tijden.

Megan Moroney en Ashley Cooke krijgen deze week concurrentie van Alana Springsteen, die na een aantal EP’s dan eindelijk een volwaardig album uitbrengt. Alana Springsteen (geen familie van) is een jonge singer-songwriter, die werd geboren in Virginia Beach, Virginia, en al op jonge leeftijd actief werd in de muziek. Ze ontdekte haar stem in het plaatselijke kerkkoor, leerde op de basisschool gitaar spelen en schreef ook al op hele jonge leeftijd haar eerste songs. Al vanaf haar veertiende timmert ze aan de weg in Nashville, waar ze op haar negentiende haar eerste EP uitbracht.

Ik heb Alana Springsteen zelf op het netvlies sinds 2021 toen de EP History Of Breaking Up (Part One) verscheen. Deze EP, die bol stond van de belofte, werd vorig jaar gevolgd door de minstens even goede EP History Of Breaking Up (Part Two). Ik dacht even dat Alana Springsteen alleen maar EP’s bleef maken, want begin dit jaar verscheen TWENTY SOMETHING: Messing It Up, dat een paar maanden later werd gevolgd door TWENTY SOMETHING: Figuring It Out.

Ik was zo langzamerhand van plan om de vier EP’s van de Amerikaanse muzikante op een hoop te gooien, maar net op tijd verschijnt het eerste echte album van Alana Springsteen. TWENTY SOMETHING bevat de twaalf songs van de twee eerder verschenen EP’s en voegt nog eens zes songs toe. Alana Springsteen is inmiddels 22 jaar oud en staat aan de vooravond van haar grote doorbraak. Ik schat haar kansen nog wat hoger in dan die van Megan Moroney en Ashley Cooke, want Alana Springsteen heeft alles dat nodig is om een wereldster te worden.

De Amerikaanse muzikante beschikte op jonge leeftijd al over een mooie stem, maar op haar debuutalbum is deze stem gerijpt en klinkt Alana Springsteen ook voldoende doorleefd. De jonge Amerikaanse muzikante heeft zich op haar debuutalbum omringd met een aantal gelouterde songwriters, muzikanten en producers uit de Nashville scene en dat hoor je. TWENTY SOMETHING staat vol met zeer aansprekende songs en klinkt prachtig, al moet je natuurlijk wel houden van de wat gepolijste Nashville countrypop.

Zelf hou ik inmiddels wel van het genre, maar meestal wel met mate. TWENTY SOMETHING van Alana Springsteen vind ik echter ruim 50 minuten goed tot heel goed en voorlopig verslapt het album zeker niet. Iedereen die het nog altijd spijtig vind dat Taylor Swift de countrypop achter zich liet en verruilde voor de pop kan stoppen met treuren, want de leegte die Taylor Swift achter liet, wordt perfect opgevuld door Alana Springsteen, die niet alleen beschikt over een geweldige naam en een mooie stem, maar ook over al het andere talent dat nodig is om een hele grote te worden. Alana Springsteen, onthouden die naam. Erwin Zijleman

Alanis Morissette - Such Pretty Forks in the Road (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alanis Morissette - Such Pretty Forks In The Road - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alanis Morissette - Such Pretty Forks In The Road
Alanis Morissette keert na acht jaar afwezigheid terug met een donker album vol persoonlijke ellende en flink wat drama en bombast, maar ook een aantal prima songs

Alanis Morissette kan na Jagged Little Pill niet meer rekenen op de sympathie van de critici, maar ik vind nagenoeg al haar albums van een heel behoorlijk niveau. Het geldt ook weer voor Such Pretty Forks In The Road, dat natuurlijk niet net zo goed is als Jagged Little Pill, maar absoluut flink wat goede songs bevat. Het zijn songs die donker gekleurd worden door de diepe dalen waar Alanis Morissette doorheen is gegaan en het zijn songs die het bombast af en toe niet schuwen. Piano en strijkers staan vaak centraal en kleuren fraai bij de zo herkenbare zang van de Canadese singer-songwriter, die wat mij betreft gewoon een prima album heeft afgeleverd.

Precies 25 jaar geleden verscheen Jagged Little Pill van de Canadese muzikante Alanis Morissette. Het is een album dat wat mij betreft behoort tot de beste albums van de jaren 90 en het is een album dat sindsdien hele hordes jonge vrouwelijke muzikanten heeft beïnvloed.

Jagged Little Pill was overigens niet het echte debuut van Alanis Morissette, ze maakte aan het begin van de jaren 90 als Alanis twee niemendalletjes, maar wel het album waarmee ze zichzelf wereldwijd op de kaart zette. Het is een album dat de Canadese muzikante nooit meer zal overtreffen of zelfs maar benaderen, waardoor de critici vrijwel alle albums die volgden op haar meesterwerk hebben afgebrand.

Door mijn liefde voor Jagged Little Pill probeer ik Alanis Morissette altijd het voordeel van de twijfel te geven. Ik ben dan ook niet zo negatief over de meeste albums die de muzikante uit Ottawa sinds Jagged Little Pill heeft uitgebracht. Eigenlijk kon ik alleen de akoestische versie van het album niet verdragen, maar alle andere albums hadden minstens hun momenten. Het gold, ondanks alle psychologie van de koude grond, voor het in 2012 verschenen en tot voor kort laatste album Havoc And Bright Lights en het geldt wat mij betreft ook voor het deze week verschenen Such Pretty Forks In The Road, al moet je af en toe wel door wat zure appels heen bijten.

In een week waarin de zon volop schijnt, komt Alanis Morissette op de proppen met een aardedonker album. De Canadese singer-songwriter ging de afgelopen jaren door hele diepe dalen en moet op haar nieuwe album de nodige ellende van zich af zingen.

Liefhebbers van een rockende Alanis Morissette komen ook dit keer niet aan hun trekken. Gitaren spelen op Such Pretty Forks In The Road een ondergeschikte rol en moeten hun meerdere herkennen in piano, synths en strijkers. Alanis Morissette kiest op haar nieuwe album vooral voor ballads en het zijn ballads vol melancholie, frustratie en weemoed.

In de openingstrack Smiling laat Such Pretty Forks In The Road direct het uit duizenden herkenbare Alanis Morissette geluid horen. Deels vanwege de soms aan Uninvited herinnerende instrumentatie, maar vooral door de bijzondere stem van Alanis Morissette, die wel wat doorleefder klinkt dan in de jaren waarin ze doorbrak als ‘angry young woman’.

In de eerste twee tracks op het album spelen gitaren nog een rol van betekenis en deze tracks overtuigden me dan ook direct. Track 3, Reasons I Drink bevalt me veel minder, al is het maar omdat het me in het refrein aan het Nederlandse songfestival liedje van vorig jaar doet denken. Ook de rest van Such Pretty Forks In The Road is niet van een constant niveau. Een aantal songs zijn echt prima, maar er staan ook wel wat mindere tracks op, al zijn de tracks die er in positieve zin uitspringen wat mij betreft wel verreweg in de meerderheid.

De productie van Catherine Marks (Foals, Manchester Orchestra, The Killers, Wolf Alice) bevalt me uiteindelijk wel. Het is een productie met een wat in elkaar gedrukt geluid, maar het past goed bij de stem van Alanis Morissette, die soms wat ruw en direct is opgenomen, wat weer past bij de donkere thematiek.

Natuurlijk mag ook Such Pretty Forks In The Road weer niet in de schaduw staan van Jagged Little Pill, maar ook dit vind ik zeker geen slecht Alanis Morissette album, misschien zelfs wel een van haar betere, maar dat zal de tijd leren. Erwin Zijleman

AlascA - Prospero (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: AlascA - Prospero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb niet al teveel muziek uit Volendam in huis, maar het debuut van het uit het vissersdorp aan het IJsselmeer afkomstige AlascA, is wat mij betreft nog altijd een plaat om te koesteren.

Dat heeft natuurlijk alles te maken met het genre waarbinnen AlascA zich beweegt. Op Actors & Liars was de fameuze palingsound drie jaar geleden (gelukkig) ver te zoeken, maar verraste AlascA met eigenzinnige folk in de breedste zin van het woord.

Actors & Liars viel vooral op door de knappe wijze waarop AlascA stokoude folk (hier en daar zelfs teruggaand tot de Middeleeuwen) wist te combineren met hippe indie-folk. Het leverde de Volendammers de vergelijking op met het op dat moment nog in brede kring bejubelde Fleet Foxes (wie kent ze nog?), maar deze vergelijking vertelde maar een deel van het verhaal van Actors & Liars.

Inmiddels is ook de tweede plaat van AlascA verschenen en Prospero blijkt een zeer indrukwekkende tweede plaat. Waar het debuut van AlascA nog als veelbelovend bestempeld kon worden, maakt Prospero de belofte meer dan waar.

AlascA zet op haar tweede plaat een enorme stap en komt op de proppen met een veelkleurig en eigen geluid dat ook buiten de landsgrenzen waardering moet kunnen oogsten. Dit hoor je al direct in de knappe openingstrack en single In Medias Res, waarin AlascA haar geluid heeft verrijkt met trompetten. Dat deed me heel even aan Calexico denken, maar uiteindelijk heeft AlascA beter geluisterd naar de spaghetti westerns van Ennio Morricone dan naar de band uit Tucson, Arizona.

Vergeleken met Actors & Liars, dat vooral folk-georiënteerd was, hebben op Prospero invloeden uit de al dan niet alternatieve country aan terrein gewonnen. AlascA vermengt deze invloeden uit de country op geheel eigen wijze met de folk die centraal stond op het debuut en de al genoemde invloeden uit de roemruchte spaghetti westerns.

De laatste invloeden geven de muziek van AlascA een beeldend karakter, maar de band blijkt ook nog altijd zeer bedreven in het maken van popliedjes die direct bij eerste beluistering memorabel klinken. Bovendien blijkt AlascA ook op Prospero weer een meester in het vermengen van stokoude en hedendaagse invloeden, waardoor ook de nieuwe plaat van de Volendammers op hetzelfde moment zowel authentiek als vernieuwend klinkt.

Verder is Prospero, nog meer dan het debuut, een plaat die vol zit met verrassingen. Dat begint al bij de trompet in de openingstrack, maar dat is slechts één van de vele verrassingen die AlascA op haar tweede plaat uit de hoge hoed tovert. Net als je denkt dat de band haar geluk heeft gevonden op de Amerikaanse prairie, verrast Prospero met klanken uit de Caraïben of Indiaas aandoende klanken en zo is er altijd wel wat bijzonders te horen in de muziek van de band, ook als de band kiest voor de psychedelische folk die ook op het debuut had kunnen staan.

Waar Volendam inmiddels al een aantal decennia bekend staat om een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid, verschiet de muziek van AlascA vaker van kleur dan het gemiddelde stoplicht en verrast het bovendien met een veelkleurigheid die in de genres waarin de band opereert behoorlijk uniek is.

In het boekje bij de cd kijkt AlascA vanuit 2040 terug op de klassieker Prospero. Leuk verzonnen, maar het zou me niet eens verbazen als men de toekomst uiteindelijk juist blijkt te hebben voorspeld. Erwin Zijleman

Alaska Reid - Big Bunny (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alaska Reid - Big Bunny - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alaska Reid - Big Bunny
Alaska Reid debuteert niet op het meest gelukkige moment, maar maakt wel indruk met een fraai klinkend debuut dat zich soepel beweegt tussen pop en rock en tussen indie en mainstream

Alaska Reid timmert al heel wat jaren aan de weg, maar debuteert deze week dan eindelijk als solomuzikant met het fraaie Big Bunny. Het is een debuutalbum waarvoor de jonge Amerikaanse singer-songwriter maar liefst twee topproducers wist te strikken en dat hoor je. Big Bunny heeft echter meer te bieden dan een fraai geluid. Alaska Reid is gezegend met een mooi en opvallend stemgeluid, schrijft persoonlijke songs en laat zich met haar muziek bovendien geen moment in een hokje duwen. Soms klinkt ze als een ervaren popprinses, soms als een rauwe rockchick, maar Big Bunny kan ook folky klinken en kan nog ook allerlei andere kanten op. Veelbelovend debuut als je het mij vraagt.

Tussen de nieuwe releases van deze week kwam ik Big Bunny van Alaska Reid tegen. Ik lees verder maar weinig over het debuutalbum van de singer-songwriter uit Los Angeles, maar ik ben inmiddels zelf zeer gecharmeerd van dit album.

Alaska Reid groeide op in Montana, maar verruilde het Amerikaanse platteland voor het zonnige Californië om al op jonge leeftijd haar geluk in de muziek te beproeven. Een jaar of acht geleden trok ze korte tijd deze aandacht, maar de toen pas 16 jaar oude Alaska Reid slaagde er niet in om in de spotlights te blijven en keerde terug naar Montana, waarna ze weer opdook met de band Alyeska, die mij overigens nooit is opgevallen.

Acht jaar na haar eerste momenten in de spotlights is Alaska Reid terug met een lekker eigenwijs debuutalbum. Big Bunny wordt hier en daar een EP genoemd, maar met negens songs in 32 minuten vind ik het toch meer een album.

Het is een album dat afwisselend in de hokjes pop en rock kan worden geduwd. Alaska Reid manifesteert zich met enige regelmaat als een echte popprinses, maar op hetzelfde moment zijn de meeste van haar songs toch te eigenzinnig en/of te stevig om echt goed te gedijen in het hokje pop. De Amerikaanse singer-songwriter flirt op die momenten met indie-rock, maar om in dat hokje volledig serieus genomen te worden bevat haar muziek weer net wat teveel invloeden uit de pop.

Het betekent dat Alaska Reid zomaar tussen wal en schip kan vallen, maar aan de andere kant zou ze ook zomaar op kunnen vallen met een eigen geluid, al is opvallen met nieuwe muziek in december niet zo heel makkelijk helaas.

Bij beluistering van Big Bunny valt direct op dat het debuutalbum van Alaska Reid in productioneel opzicht bijzonder knap in elkaar steekt. Alaska Reid is of was de vriendin van A. G. Cook, momenteel een van de meest gewilde producers in het popsegment en onder andere bekend van Charli XCX.

Deze A.G. Cook drukt een stevig stempel op het debuut van Alaska Reid, die bovendien de onder andere van The xx, Vampire Weekend en Adele bekende Rodaidh McDonald wist te strikken voor haar debuut.

Het debuut van Alaska Reid klinkt door de bijdragen van twee topproducers prachtig en schakelt steeds fraai tussen pop en rock en tussen indie en mainstream. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig en ook voldoende eigenzinnig, maar Alaska Reid heeft zelf ook nog flink wat te bieden.

Ze beschikt over een mooi en bijzonder stemgeluid, dat zich al net zo fraai beweegt tussen pop en rock. De jonge Amerikaanse singer-songwriter vertolkt haar songs vol gevoel en vuur en kan zowel prachtig ingetogen als voorzichtig rauw zingen.

Het zijn uitersten die ook steeds weer terug komen in de knappe songs van Alaska Reid. Het zijn songs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook songs die vaak wat stekelig klinken en die bovendien moeiteloos schakelen tussen gruizige rock, groots klinkende pop of eigenzinnige indie-pop of folk, maar hier en daar ook nog een vleugje 90s indierock bevatten.

Alaska Reid vertelt op haar zo fraai klinkende debuut ook nog eens persoonlijke verhalen, wat de totaalscore voor Big Bunny nog wat verder optilt. Ik lees er zoals gezegd heel weinig over, maar Alaska Reid verdient absoluut haar plekje tussen de vele jonge en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Erwin Zijleman

Alaska Reid - Disenchanter (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alaska Reid - Disenchanter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alaska Reid - Disenchanter
Alaska Reid maakt het soort indiepop en indierock dat momenteel heel veel wordt gemaakt, maar door de fraaie productie, de persoonlijke songs en de bijzondere zang is Disenchanter een album dat er zeker toe doet

Alaska Reid is nog lang niet zo bekend als de sterren binnen de indiepop en indierock van het moment, maar de jonge Amerikaanse muzikante komt er aan. Haar debuutalbum Big Bunny viel op door een eigenzinnige productie, maar ook door songs met een eigenwijs randje. Op Disenchanter is Alaska Reid verder gegroeid. Haar stem klinkt nog wat karakteristieker dan op haar debuut en voorziet haar muziek van een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid waaraan ook producer A.G. Cook avontuur bijdraagt, zonder de lekker in het gehoor liggende popsong te vergeten. Het is veel te druk in de genres waarbinnen Alaska Reid zich beweegt, maar Disenchanter moet absoluut op gaan vallen.

Alaska Reid vist in dezelfde vijver als een heleboel andere jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock, maar haar helemaal aan het eind van 2020 verschenen debuutalbum Big Bunny maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles.

De in Montana opgegroeide Alaska Reid beproefde al op hele jonge leeftijd haar geluk in de muziekscene van Los Angeles, maar dat ging in eerste instantie met vallen en opstaan. Met Big Bunny wist ze zich wat mij betreft te onderscheiden met een veelkleurig geluid, dat zich op subtiele wijze bewoog tussen meerdere genres en op behendige wijze maneuvreerde op het koord tussen mainstream en indie.

Big Bunny werd flink opgetild door de bijdragen van producers A.G. Cook en Rodaidh McDonald, die het album voorzagen van een aantrekkelijk maar ook eigenzinnig geluid, waarin de persoonlijke songs van Alaska Reid uitstekend gedijden. Deze week keert Alaska Reid terug met Disenchanter, dat de lijn van haar debuutalbum doortrekt, maar een stuk volwassener klinkt.

De Amerikaanse muzikante maakte ook haar tweede album met producer A.G. Cook, die vooral bekend is van zijn werk voor Charli XCX, maar ook albums van onder andere Lady Gaga, Jónsi en Caroline Polachek produceerde. A.G. Cook heeft nog niet dezelfde status als bijvoorbeeld Jack Antonoff, maar met Disenchanter van Alaska Reid levert hij vakwerk af.

De jonge Amerikaanse muzikante viel op haar debuutalbum op met persoonlijke songs en een veelheid aan invloeden, maar zeker ook met een bijzondere stem. Alaska Reid zingt net zo fluisterzacht als bijvoorbeeld Phoebe Bridgers, maar ze beschikt ook over een karakteristiek stemgeluid. Ik vind de zang op Disenchanter persoonlijk erg sterk, maar ik kan me ook voorstellen dat de bijzondere manier van zingen van Alaska Reid op de zenuwen kan werken. Zelf hou ik wel van het zachte, maar soms ook wat onvaste en dynamische stemgeluid van de muzikante uit Los Angeles, dat voor mij oprecht klinkt.

Ook op haar tweede album kan Alaska Reid weer lastig kiezen tussen de genres waarin ze uit de voeten kan. Een deel van de songs is vooral gitaar georiënteerd en schuift op richting indierock met hier en daar een behoorlijk ruw randje, maar wanneer de synths van A.G. Cook de gitaren verdringen is de muziek van Alaska Reid weer meer indiepop dan indierock. Indiepop en indierock vormen de basis van de meeste songs op het album, maar ook dit keer zijn er incidentele uitstapjes richting andere genres, waaronder indiefolk, waarin de stem van de Amerikaanse muzikante weer heel anders klinkt.

Disenchanter klinkt in muzikaal en vocaal opzicht volwassener dan het debuutalbum van Alaska Reid en ook haar songs zijn gegroeid. Het zijn ook dit keer persoonlijke songs, die vaak in het hokje ‘coming of age’ songs passen. Op het eerste gehoor klinkt het album misschien als het zoveelste album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter die met flink wat melancholie de stappen op het pad naar volwassenheid bezingt, maar Alaska Reid tikt wat mij betreft een bovengemiddeld niveau aan, hierbij zeker geholpen door de productie van A.G. Cook, die er voor heeft gezorgd dat Disenchanter een stuk eigenzinniger klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Al met al is de conclusie gerechtvaardigd dat Alaska Reid de belofte van haar debuut helemaal waar maakt. Erwin Zijleman

Albert Hammond, Jr. - Francis Trouble (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Albert Hammond Jr. - Francis Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik had als kind een cassettebandje met songs van Albert Hammond, die vooral bekend is van wereldhits als It Never Rains In Southern California en The Free Electric Band.

Bijna 30 jaar later zou zijn zoon Albert Hammond Jr. furore maken in The Strokes. De band die in 2001 verpletterend debuteerde met Is This It zou het niveau van dit debuut helaas nooit meer overtreffen en is sinds 2003 meer dood dan levend.

Albert Hammond Jr. maakt sinds 2006 soloplaten en leverde onlangs met Francis Trouble zijn vierde plaat onder zijn eigen naam af.

De vorige drie soloplaten van de jonge Hammond telg vond ik best aardig, maar ook zeker niet meer dan dat en hetzelfde leek bij vluchtige beluistering te gelden voor Francis Trouble. Toen de plaat een paar songs onderweg was, merkte ik echter dat ik er met verrassend veel plezier naar luisterde en kreeg ik langzaam maar zeker door dat Albert Hammond Jr. zichzelf op zijn vierde soloplaat heeft overtroffen.

Francis Trouble staat vol met puntige, aanstekelijke en al vrij snel volstrekt onweerstaanbare popliedjes. Het zijn popliedjes die nadrukkelijk herinneren aan de geniale songs op het debuut van The Strokes, waarop Albert Hammond Jr. nog volledig in de schaduw stond van voorman Julian Casablancas.

Een aantal songs op Francis Trouble had zo op Is This It kunnen staan, maar Albert Hammond Jr. verrast op zijn nieuwe plaat ook met net wat meer ingetogen songs die een brug slaan tussen het werk van zijn vader en de singer-songwriters van het moment. Een echte singer-songwriter plaat wordt Francis Trouble echter nergens, al is het maar omdat de muzikant uit New York al zijn songs vol stopt met zijn uit duizenden herkenbare gitaarloopjes.

Zeker de eerste helft van de plaat staat vol met aanstekelijke songs die meedogenloos verleiden, maar de songs op de tweede helft van de plaat zijn de groeibriljanten die van Francis Trouble uiteindelijk zo’n geweldige plaat maken.

Albert Hammond Jr. is de afgelopen 20 jaar vooral de zoon van of lid van The Strokes, maar op Francis Trouble is hij vooral zichzelf. Het is razend knap hoe de Amerikaanse muzikant de aanstekelijke songs waarop zijn band het patent had weet te voorzien van diepgang en avontuur. Iedere keer als ik naar Francis Trouble luister hoor ik nieuwe dingen, maar ondertussen is het ook een plaat die goed is voor een steeds leuker feestje.

Zoveel aandacht als zijn band ooit kreeg gaat Albert Hammond met zijn soloplaten nooit krijgen, maar Francis Trouble is veel beter dan alles dat The Strokes na hun debuut hebben gemaakt en zaagt hier en daar zelfs voorzichtig aan de poten van de klassieker uit 2001. Wat een aangename verrassing. Erwin Zijleman

Alberta Cross - Alberta Cross (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alberta Cross - Alberta Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Alberta Cross hou ik al een aantal jaren in de gaten, maar tot dusver wist de band me steeds net onvoldoende te overtuigen. Hierbij hielp het niet dat de band door de nodige wijzigingen in de bezetting iedere keer weer een ander geluid liet horen.

Alberta Cross is op haar titelloze nieuwe plaat gereduceerd tot de van oorsprong uit Zweden afkomstige Petter Ericson Stakee, waardoor de nieuwe plaat weer anders klinkt dan zijn voorgangers.

Het aanstekelijke en vaak behoorlijk groots klinkende nieuwe geluid van Alberta Cross zal lang niet iedereen aanspreken, maar ik ben persoonlijk zeer gecharmeerd van de nieuwe plaat van de band, die tegenwoordig vanuit New York opereert.

Op haar titelloze nieuwe plaat maakt Alberta Cross muziek die over het algemeen in de hokjes indie rock en indie folk zal worden geduwd. Het is muziek die opvalt door de bijzondere stem van Petter Ericson Stakee, maar die verder vooral uitbundig maar netjes binnen de lijntjes kleurt, met hier en daar een vleugje Americana als versiersel.

De instrumentatie is buiten de bijdragen van de blazers mooi maar niet opzienbarend, maar past wel prachtig bij de bijzondere vocalen, die er wat mij betreft voor zorgen dat Alberta Cross zich met deze nieuwe plaat weet te onderscheiden.

Dat doet Alberta Cross vervolgens ook met de songs op deze nieuwe plaat. Het zijn songs die zich door de warme klanken, mooie melodieën en aanstekelijke refreinen makkelijk opdringen, maar Alberta Cross voegt er wat mij betreft genoeg avontuur aan toe om zich te kunnen onderscheiden van de grijze massa.

Alberta Cross heeft niet alleen een plaat gemaakt met knap in elkaar stekende en lekker in het gehoor liggende songs, maar heeft ook een plaat gemaakt die plezier uitstraalt. Waar de band op haar vorige platen wat emotieloos klonk, klinkt Alberta Cross op deze nieuwe plaat gepassioneerd en urgent.

De band heeft een plaat gemaakt die in muzikaal opzicht aanhaakt bij de grote bands van het moment en uit het verleden (waarbij The Waterboys er voor mij uitspringen) , maar slaagt er ook in om haar muziek klein en persoonlijk te houden. Vanwege het toegankelijke karakter van de plaat zal de nieuwe Alberta Cross makkelijk worden af geserveerd, maar daarmee doe je de band dit keer echt te kort. Erwin Zijleman