MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cœur de Pirate - Roses (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Coeur de Pirate - Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de platen van de Canadese zangeres Coeur de Pirate.

Het alter ego van Béatrice Martin debuteerde in 2008 met een plaat die ik omschreef als ‘een Frans zuchtmeisje met scherpe nagels’, maar liet op haar twee volgende platen horen dat ze veel meer is dan een zangeres die verleidelijk in het Frans kan fluisteren.

Na het met rootsinvloeden verrijkte Blonde uit 2011 en het met bijzonder interessante en prachtig vertolkte covers gevulde Trauma (overigens een soundtrack bij een Canadese tv-serie) uit 2014, is Coeur de Pirate nu terug met Roses.

De eerste twee tracks op de plaat laten direct horen dat Béatrice Martin nog altijd veelzijdigheid als wapen inzet. Na het zwaar aangezette, behoorlijke donkere en Engelstalige Oceans Brawl volgt immers het zwoele, uiterst lichtvoetige en Franstalige Oublie-Moi. Op de rest van de plaat kruipen deze twee uitersten wel wat naar elkaar toe, maar het blijft zo dat de Engelstalige en Franstalige songs flink van elkaar verschillen qua sfeer en kleur.

Vergeleken met haar vorige platen is Coeur de Pirate op Roses wat opgeschoven in de richting van de (electro)pop, maar het is wel pop met inhoud. Dankzij de popinjectie maakte Roses in eerste instantie wat minder indruk dan zijn voorgangers en bleven bij mij met name de zoete Franse popliedjes hangen, maar Roses is een groeiplaat, die langzaam maar zeker meer diepgang en intensiteit laat horen.

Béatrice Martin is naar verluid een grote ster in Franstalig Canada en probeert nu een brug te slaan naar een Engelstalig publiek. Het lijkt me zeker geen kansloze missie, want Roses ligt voor het overgrote deel lekker in het gehoor en sluit aan op de hitgevoelige popmuziek van haar Amerikaanse soortgenoten. De liefhebbers van de in artistiek opzicht wat interessantere eerdere platen van Coeur de Pirate moeten wat geduld hebben, maar uiteindelijk valt het kwartje waarschijnlijk wel. Net als bij mij. Erwin Zijleman

Cold Specks - Light for the Midnight (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cold Specks - Light For The Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Cold Specks - Light For The Midnight
Cold Specks, het alter ego van de Canadese muzikante Al Spx, maakte al drie albums, maar maakt nog wat meer indruk op het ingetogen en indringende Light For The Midnight, waarop haar stem imponeert

Bij beluistering van Light For The Midnight moet ik denken aan allerlei tijdloze singer-songwriter albums uit het verleden, maar ik kan niet zo makkelijk een album noemen waar het nieuwe album van Cold Specks echt op lijkt. De Canadese muzikante heeft haar nieuwe album voorzien van een zeer smaakvol en toegankelijk geluid en het is een geluid waarin de stem van Al Spx uitstekend tot zijn recht komt. Light For The Midnight is een album dat zich makkelijk opdringt, maar het is ook een album dat steeds beter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Cold Specks is volgens mij niet heel bekend, maar haar vierde album verdient het absoluut om gehoord te worden.

De naam Cold Specks zei me eerlijk gezegd helemaal niets, terwijl het deze week uitgebrachte Light For The Midnight toch al het vierde album is van de Canadese muzikante met Somalische wortels. Cold Specks is een project van Al Spx, die zich tegenwoordig ook Ladan Hussein noemt.

De vorige drie albums van Cold Specks zijn me echt volledig ontgaan, maar Light For The Midnight overtuigde me de afgelopen week verrassend makkelijk. Dat heeft alles te maken met de stem van de Canadese muzikante, die direct vanaf de openingstrack laat horen dat ze beschikt over een stem vol soul, souplesse, gevoel en kracht.

De muzikante uit Toronto nam haar nieuwe album zowel in haar Canadese thuisbasis als in het Britse Bristol op en maakte Light For The Midnight samen met co-producers Adrian Utley (voormalig lid van Portishead) en Ali Chant, die ik vooral ken als producer van de albums van King Hannah en Squirrel Flower. In de studio kreeg Al Spx ook nog eens gezelschap van flink wat aansprekende gastmuzikanten, onder wie arrangeur Owen Pallett, Malcom Middleton (Arab Strap), Chantal Kreviazuk, Ed Harcourt en Ben Christophers.

Cold Specks maakte haar nieuwe album na een periode van stilte, waarin ze onder andere te maken kreeg met psychische problemen. Ik heb de vorige albums van Cold Specks inmiddels ook beluisterd en dat zijn albums die ik zeker had moeten beluisteren, maar ik vind Light For The Midnight nog net wat mooier.

Het is een album zonder opsmuk en het is een album dat me meer dan eens doet denken aan de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70. De muziek op het album is behoorlijk sober, al pakt Owen Pallett af en toe uit met de van hem bekende strijkersarrangementen. Het versterkt het stemmige karakter van de muziek op Light For The Midnight, al bevat het album ook wel wat voller klinkende songs, waarin vooral het fantastische drumwerk opvalt.

Het zijn songs die zich niet direct laten vangen in een hokje, want ik hoor zowel invloeden uit de soul en de blues, als invloeden uit de pop en rock. Zowel in de meer ingetogen songs als in de wat uitbundiger klinkende songs draait alles om de zang van Al Spx en die zang bevalt me zeer.

De Canadese muzikante beschikt over een karakteristiek stemgeluid en het is een stemgeluid dat fraai mee kleurt met de genres die ze bestrijkt op haar vierde album. De zang van Al Spx is bovendien voorzien van flink wat emotie en durft bovendien kwetsbaar te klinken, wat zorgt voor intense en indringende songs.

Light For The Midnight is een album dat zich niet zo makkelijk laat vergelijken met albums van anderen. In recensies kom ik de namen van onder andere Billie Holiday, Tracy Chapman, Imelda May en Joy Oladokun tegen, maar die vergelijkingen vind ik geen van allen echt treffend. Beter vergelijkingsmateriaal kan ik echter niet bedenken.

Het maakt van Light For The Midnight een album dat zich wat lastig laat beschrijven, terwijl het toch ook een album is dat op een of andere manier direct bekend in de oren klinkt. Het nieuwe album van Cold Specks beviel me zoals gezegd direct bij eerste beluistering, maar het is ook een album vol groeibriljanten die steeds meer gaan schitteren. De muziek van Cold Specks is voor mij helemaal nieuw, maar ik ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman

Coldplay - Everyday Life (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Coldplay - Everyday Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Coldplay - Everyday Life
Na het vorige album had ik Coldplay echt volledig afgeschreven, maar het nieuwe album van de band is verrassend sterk en overtuigt me voor de afwisseling weer eens

Ik was eerlijk gezegd niet van plan om naar het nieuwe album van Coldplay te gaan luisteren, tot ik me bedacht dat het ooit een hele leuke band was en een terugkeer naar het rechte pad altijd mogelijk is. Everyday Life is een bont gekleurd album dat meerdere kanten op schiet, maar waarop de ingetogen en wat broeierig aandoende songs domineren. Die songs bevallen me wel en steken bij herhaalde beluistering steeds net wat knapper in elkaar, terwijl de missers op het album steeds wat minder tegen de haren instrijken. Ik had de afgelopen tien jaar niets met Coldplay, maar dit album is helemaal niet slecht en bij vlagen zelfs behoorlijk goed.

Ik heb me bij beluistering van de laatste paar albums van Coldplay vaak afgevraagd wat er toch was misgegaan met het leuke bandje dat helemaal aan het begin van het huidige millennium was opgedoken.

Parachutes uit 2000, A Rush Of Blood To The Head uit 2002 en X&Y uit 2005 waren stuk voor stuk uitstekende albums en ook Viva La Vida Or Death And All His Friends uit 2008 had nog veel goede momenten, maar hierna leek Coldplay definitief verloren voor de liefhebber van popmuziek die niet alleen vermaakt maar ook het avontuur durft op te zoeken.

Het vorige album van de Britse band vond ik zo slecht dat ik eerlijk gezegd niet eens van plan was om naar het deze week verschenen Everyday Life te luisteren, maar omdat de stapel nieuwe releases deze week voor de afwisseling eens goed te behappen was, kon ik er niet omheen en wilde ik het nieuwe album van Coldplay toch een kans geven.

Mijn eerste beluistering van Everyday Life was met de koptelefoon en ik was direct aangenaam verrast. Coldplay kiest op haar nieuwe album in flink wat gevallen voor ingetogen en wat broeierig klinkende songs. De instrumentatie is in de meeste gevallen rijk en veelkleurig, maar vergeleken met de vorige albums van de band, die gemaakt leken voor het vullen van stadions, is het ook een redelijk ingehouden instrumentatie, met hier en daar een uitbarsting. Wanneer Coldplay uitbarst doet het dit niet met goedkope beats of holle bombast, maar met knap in elkaar stekend gitaarwerk en mooi toetsenwerk.

Coldplay durft op Everyday Life weer te experimenteren en dat pakt vaak verrassend goed uit. Natuurlijk is niet alles opeens weer zo goed als op de eerste albums van de band. Het uitstapje richting gospel had van mij bijvoorbeeld niet gehoeven, maar het zit me ook niet echt in de weg. Ook het uitstapje richting jazz en wereldmuziek met Franse teksten beviel me in eerste instantie minder, maar het wint na een paar keer horen wel flink aan kracht. Wanneer de band wel even terugkeert naar het hitgevoelige geluid van het vorige album zit het me wel in de weg, zeker omdat het misstaat op het nieuwe album, maar drie minuten zijn ook zo om.

Tegenover de paar missers op het album staan flink wat hele mooie songs. Het zijn songs die dankzij de stemmige klanken uitstekend passen bij het seizoen en zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert, hoor je goed hoe verzorgd het in elkaar steekt. Wat voor de instrumentatie geldt overigens ook voor de zang van Chris Martin, die met zijn ingehouden vocalen meer indruk maakt dan in de stadionvullers op de vorige albums van de band. Het album is ook nog eens prachtig opgenomen en geproduceerd, waardoor wederom vooral de wat subtielere songs uitstekend tot hun recht komen. De band schuwt dit keer zelfs een song met alleen wat gitaarakkoorden en zang niet en zelfs dit pakt goed uit.

Everyday Life schiet alle kanten op en lang niet altijd de goede, maar door gebruik te maken van geluidsfragmenten tussen de songs vormen de songs op het album op een of andere manier wel een eenheid. Everyday Life is voor mij niet zo indrukwekkend als de eerste albums van de band, maar in het aanbod van deze week kan Coldplay zeker met de besten mee, al is het maar omdat het nieuwe album van de band bij iedere beluistering weer wat leuker en interessanter wordt. Een niet verwachte maar wel aangename verrassing. Erwin Zijleman

Colleen - A Flame My Love, a Frequency (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colleen - A Flame My Love, A Frequency - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Française Cécile Schott begon een jaar of 15 geleden als Colleen met het maken van muziek toen ze de beschikking kreeg over software die haar in staat stelde om allerlei geluiden en samples aan elkaar te knopen tot fascinerende soundscapes.

Hoe dat klinkt is prachtig te horen op het buitengewoon fascinerende Everyone Alive Wants Answers uit 2003, dat me ook bij de zoveelste beluistering nog weet te betoveren met een klankentapijt dat de fantasie in extreme mate prikkelt.

Colleen maakte het de luisteraar op haar eerste platen niet makkelijk met haar ongrijpbare soundscapes, al waren de platen zeker niet zo ontoegankelijk als het bovenstaande doet vermoeden. Luister naar Everyone Alive Wants Answers of een van de volgende platen en je wordt betoverd door even mooie als intrigerende klanken, die je langzaam maar zeker meevoeren naar sprookjeswerelden.

Na een aantal hele bijzondere platen verloor ik Colleen een jaar of tien geleden uit het oog, maar twee jaar geleden dook de Française weer op met het bijzonder fraaie en nog altijd fascinerende Captain Of None. Colleen had haar bijzondere geluid op deze plaat verder vervolmaakt en voegde dit keer ook vocalen toe aan haar even ongrijpbare als betoverende muziek, waaraan inmiddels het bijzondere geluid van een Italiaanse ‘viola da gamba’ was toegevoegd.

Met A Flame My Love, A Frequency zet Colleen een volgende stap. Sinds haar vorige plaat is er weer veel veranderd. Colleen kreeg de beschikking over een zogenaamde ‘Critter and Guitari synthesizer’ en deze speelt een voorname rol op haar nieuwe plaat. Ook in emotioneel opzicht veranderde er het een en ander sinds Captain Of None. Parijs, de oude thuisbasis van Colleen (ze opereert tegenwoordig vanuit het Spaanse San Sebastian) werd eind 2015 getroffen door bloederige terroristische aanslagen en deze hebben veel indruk gemaakt op Colleen.

Ook op A Flame My Love, A Frequency laat Cécile Schott haar stem horen, maar verder is het een flink andere plaat dan zijn voorganger. Haar nieuwe elektronische speelgoed creëert een bijzonder geluid vol herhalingen en bijzondere geluiden. Vergeleken met de klanken vol fluitende vogeltjes van haar debuut klinkt A Flame My Love, A Frequency wat killer dan we van Colleen gewend zijn, maar intrigerend is het zeker.

Colleen maakt, zeker wanneer ze de vocalen achterwege laat, muziek die zo vervreemdend kan werken dat je er helemaal niets mee kunt of wilt, maar net als in het verleden is het ook muziek vol puzzelstukjes die een voor een op hun plek vallen. Alledaagse kost is het zeker niet, maar hoe vaker ik naar A Flame My Love, A Frequency hoe meer alle bijzondere geluiden op de plaat samenvloeien tot muziek die iets met je doet.

Natuurlijk is het vaak ongrijpbaar en minimalistisch, maar laat de muziek van Colleen de fantasie prikkelen en er gebeuren mooie dingen. A Flame My Love, A Frequency is bovendien een plaat die uitnodigt tot associëren. Colleen maakt op haar nieuwe plaat muziek van de toekomst, maar ze refereert ook aan de muziek uit de jaren 70 die achteraf bezien tot de eerste stapjes van de elektronische popmuziek moet worden gezien.

Colleen voorziet de ruimte van ongrijpbare en beeldende klanken waar je zelf de beelden bij mag verzinnen. Dat is zeker in het begin niet makkelijk, maar nu ik A Flame My Love, A Frequency wat vaker heb gehoord, domineren voor mij de schoonheid en het avontuur en groeit de bewondering voor het bijzondere werk van Colleen bij iedere luisterbeurt. Erwin Zijleman

Colleen - Captain of None (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colleen - Captain Of None - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is al weer meer dan 10 jaar geleden dat ik kennis maakte met de bijzondere muziek van Colleen. Het alter ego van de Franse muzikante Cécile Schott debuteerde in 2003 met het ongrijpbare Everyone Alive Wants Answers en kwam in 2005 op de proppen met het al even moeilijk te doorgronden The Golden Morning Breaks.

Na haar tweede plaat ben ik Colleen uit het oog verloren, maar onlangs verscheen ze weer op de radar met haar nieuwe plaat Captain Of None. In de tussenliggende periode maakte Colleen ook nog een aantal platen.

De nieuwe plaat wordt door haar platenmaatschappij omschreven als haar meest toegankelijke plaat tot dusver. Het is misschien nog waar ook, maar met toegankelijke popmuziek heeft ook Captain Of None heel weinig te maken, waardoor de aanprijzingen van de platenmaatschappij vooral op de lachspieren werken.

Hoe ontoegankelijk of weinig toegankelijk de muziek van Colleen is hoor je direct in de instrumentale openingstrack waarin unieke klanken een sprookjesachtig maar ook ongrijpbaar klankentapijt neerleggen.

Ook op de rest van Captain Of None domineert een instrumentarium dat ik best uniek durf te noemen. Colleen bespeelt op Captain Of None de viola da gamba; een snaarinstrument dat moet worden gezien als de missing link tussen de cello en de gitaar. Het is een instrument dat prachtige dromerige klanken voortbrengt, maar dat je door het grotere aantal snaren ook meer dan eens compleet op het verkeerde been zet.

Het unieke geluid op van de viola da gamba wordt Captain Of None gecombineerd met al even bijzonder klinkende elektronica en met de mooie zweverige vocalen van Cécile Schott; hier en daar aangevuld met opvallende ritmes.

Dat levert in een aantal songs nog een redelijk toegankelijk geluid op, dat klinkt als Enya zonder valium, maar over het algemeen ligt Captain Of None zeker in eerste instantie behoorlijk zwaar op de maag.

De nieuwe plaat van Colleen is een plaat die je moet leren waarderen. Luister net zolang naar de intrigerende muziek van Colleen tot je de verbazing voorbij bent. Als dat eenmaal is gelukt, blijkt dat de muziek van Colleen een hypnotiserende uitwerking kan hebben. Een voor een weten de bijzondere songs op Captain Of None je vervolgens te veroveren. Dat gaat het makkelijkst wanneer Colleen op de proppen komt met songs die zich enigszins houden aan de conventies van de popsong, maar ook wanneer Colleen zich uitsluitend buiten de gebaande paden begeeft, maakt ze muziek die je wilt kunnen doorgronden. Na vele luisterbeurten kan ik nog steeds niet uit de voeten met alle tracks op Captain Of None, maar de plaat bevat inmiddels ook een aantal songs die me dierbaar zijn.

Het aangename en bijzondere van de muziek van Colleen is dat je niet hoeft te associëren met de muziek van anderen. Captain Of None lijkt op geen enkele andere plaat die ik heb, waardoor ik me met volledige aandacht kan onderdompelen in het unieke muzikale universum van Colleen. Het is een universum waarin niet iedereen zich thuis zal voelen, maar als je eenmaal een zwak hebt voor de muziek van Colleen blijken haar platen na lange gewenning uiterst verslavend. Zo ook Captain Of None. Erwin Zijleman

Colleen Green - Cool (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colleen Green - Cool - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Colleen Green - Cool
Colleen Green leverde eerder dit jaar met Cool een wat onderschat album vol onweerstaanbaar lekkere popliedjes met lekker gitaarwerk, prima zang en flink wat invloeden uit de jaren 90 af

Ik merkte Cool van Colleen Green eerder dit jaar niet op, terwijl ik zes jaar geleden gecharmeerd was van haar vorige album. Haar nieuwe album blijkt nog net wat beter. Ook Cool laat zich vooral beïnvloeden door de indiepop en indierock uit de jaren 90 en dan met name door de vrouwelijke boegbeelden uit dit genre, maar Colleen Green is ook niet vies van invloeden uit de postpunk. De bassen zijn diep, het gitaarwerk is heerlijk en de stem van de Amerikaanse muzikante aangenaam. De songs op Cool zitten vol zonnestralen en andere verleidingskracht, maar bijna stiekem voorziet de Amerikaanse muzikante haar songs ook van bijzondere twists. Veel te goed om niet op te merken.

Ik was in 2015 voorzichtig gecharmeerd van I Want To Grow Up van de Amerikaanse muzikante Colleen Green. Het was op het eerste gehoor zeker geen album om heel druk over te doen, maar wat klonken de popliedjes van Colleen Green onweerstaanbaar lekker. I Want To Grow Up liet bij herhaalde beluistering bovendien horen dat de popliedjes van de Amerikaanse muzikante niet zo simpel waren als bij eerste beluistering het geval leek.

Een muzikante om in de gaten te houden dus, maar dat is precies wat ik niet deed toen eerder dit jaar eindelijk de opvolger van I Want To Grow Up verscheen. Cool kreeg in een enkele terugblik op het muziekjaar 2021 nog wat aandacht en dat is terecht, want het nieuwe album van Colleen Green is een uitstekend album.

Net als op haar vorige album vindt de muzikante uit Lowell, Massachusetts, haar inspiratie vooral in de jaren 90. Uit dit decennium zijn met name invloeden uit de indiepop en indierock duidelijk hoorbaar, met Belly, Throwing Muses, The Breeders en alles waar Juliana Hatfield zich mee heeft bemoeid als relevant vergelijkingsmateriaal. Ik noemde precies dezelfde namen in mijn recensie van I Want To Grow Up zes jaar geleden, maar Colleen Green heeft zich sinds 2015 absoluut ontwikkeld.

Cool vermaakt direct vanaf de eerste noot met heerlijke gitaarloopjes, met lome en vaak fluisterzachte vocalen en met songs die zich direct bij eerste beluistering in het geheugen nestelen. Het tempo ligt in de meeste songs lekker laag, wat ruimte biedt aan heerlijk gitaargepiel, dat wordt gecombineerd met diepe bassen en strakke drums.

Cool klinkt vaak als het album dat Courtney Barnett in 2021 had moeten maken, maar niet gemaakt heeft. Nu vond ik het album van de Australische muzikante uiteindelijk prima, maar het net wat stekeligere Cool van Colleen Green past er uitstekend naast. Het aan het eind van de zomer verschenen Cool had de nazomer van 2021 prachtig in kunnen kleuren met songs waarvan de zon net wat harder gaat schijnen, maar ook in de wat grauwe laatste week van het jaar komen de zonnestralen van Colleen Green goed van pas.

Cool is echt zo’n album dat direct lekker klinkt maar uiteindelijk weinig om het lijf lijkt te hebben, maar schijn bedriegt. Wanneer je het nieuwe album van Colleen Green vaker hoort, kun je alleen maar concluderen dat de Amerikaanse muzikante een topalbum heeft gemaakt. De songs zijn lekker, maar zitten ook vol subtiele verrassingen, als hier en daar een flinke vleug postpunk of wat elektronica met een snufje Krautrock.

De uitvoering van de songs is al net zo lekker, met steeds weer heerlijk gitaarwerk en de prima stem van Colleen Green als belangrijkste ingrediënten. Ook Cool is misschien weer geen album om heel druk over te doen, want daarvoor klinkt het allemaal net iets te bekend, maar ondertussen heeft Colleen Green wederom een album gemaakt waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en dat af en toe de fantasie nog aangenaam kietelt ook.

Colleen Green, die inmiddels toch hard richting de veertig gaat, wilde zes jaar geleden opgroeien maar is nu hartstikke cool. Ik heb zomaar het idee dat er nog veel meer in zit bij de Amerikaanse muzikante, want zeker de net wat avontuurlijkere songs op Cool zijn, als je ze een paar keer gehoord hebt, niet alleen leuk, maar ook interessant. Erwin Zijleman

Colleen Green - I Want to Grow Up (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colleen Green - I Want To Grow Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse muzikante Colleen Green maakt inmiddels een jaar of vijf haar eigen muziek. Het is lekker eigenwijze muziek die het DIY principe hoog in het vaandel heeft staan.

Colleen Green is inmiddels de dertig gepasseerd en wil het vanaf nu wat serieuzer aanpakken. Haar nieuwe album luistert naar de titel I Want To Grow Up en Colleen Green laat het niet bij woorden.

Op I Want To Grow Up klinkt de muziek van de muzikante uit Los Angeles serieuzer, overigens zonder dat de muziek van Colleen Green haar naïeve charme heeft verloren.

Colleen Green had vervolgens niet veel tijd nodig om mijn hart te veroveren, maar ze maakt ook precies de muziek waar ik van hou. Gruizige gitaren en engelachtige vocalen; het is voor mij een volstrekt onweerstaanbare combinatie.

De openingstrack van I Want To Grow Up doet denken aan de muziek van The Vivian Girls, Best Coast, Juliana Hatfield, Dum Dum Girls en noem ze maar op. Het is muziek die al heel vaak gemaakt is, maar desondanks was ik vrijwel onmiddellijk verliefd op I Want To Grow Up van Colleen Green.

Dat heeft meerdere redenen. Allereerst is de stem van Colleen Green nog wat zoeter dan die van de meeste van haar concurrenten, waardoor de verleiding meedogenloos is, wat nog eens wordt versterkt door de ook net wat gruizigere gitaren.

Hiernaast schrijft Colleen Green werkelijk geweldige popliedjes. Het zijn van die popliedjes die na één keer horen blijven hangen, maar het zijn ook van die popliedjes die je blijven verbazen.

I Want To Grow Up is gebouwd op gruizige gitaarmuren en honingzoete vocalen, maar er is meer. De ritmesectie die Colleen Green om zich heen heeft verzameld beukt er lekker pretentieloos op los, maar weet ook uitstekend raad met de tempowisselingen in de muziek van Colleen Green. Colleen Green laat zich voor haar muziek naar verluid vooral inspireren door The Ramones, maar in tegenstelling tot The Ramones kiest de Amerikaanse muzikante niet alleen voor de hoogste versnelling, maar kunnen haar popliedjes ook net zo loom klinken als die van met name Juliana Hatfield.

Wat tenslotte opvalt is dat Colleen Green haar muziek niet alleen inkleurt met zwaar aangezette gitaarmuren, maar ook met aanstekelijke gitaarloopjes en puntige solo’s, waardoor I Want To Grow Up ook raakt aan bands als Belly, Throwing Muses en The Breeders.

Colleen Green wilde na een aantal rammelende albums haar muziek wat serieuzer of volwassener aanpakken en dat is gelukt. Wat mij betreft stopt ze onmiddellijk met nog verder volwassen worden, want de perfecte mix van volwassen popsongs en jeugdige onbezonnenheid op I Want To Grow Up smaakt naar veel meer.

De critici zullen waarschijnlijk beweren dat Colleen Green vist in een vijver die de afgelopen jaren voor een heel groot deel is leeggehaald, maar wat mij betreft heeft ze een onverwachte schatkist naar boven gehaald. Hierin 10 heuse parels, die alleen maar feller gaan glanzen. Heerlijk plaatje. Erwin Zijleman

Colleen Rennison - See the Sky About to Rain (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colleen Rennison - See The Sky About To Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Colleen Rennison is in haar vaderland Canada vooral bekend als actrice. Ze speelde al vanaf jonge leeftijd in tv-series en films en doet dit tot op de dag van vandaag. De Canadese met Iers, Schots en Frans bloed beschikt echter over veel meer talenten, wat heel goed is te horen op haar solodebuut als muzikant (een enkeling zal haar hal kennen als lid van de Canadese band No Sinner).

See The Sky About To Rain is verschenen op het prachtige Black Hen Music label van de Canadese muzikant Steve Dawson, maar is op dit label toch een wat vreemde eend in de bijt.

Dat verwacht je nog niet direct wanneer je een blik werkt op de tracklist van de plaat en op de lijst met muzikanten die hebben bijgedragen aan het debuut van Colleen Rennison. Op de tracklist prijken immers songs van, deels Canadese, grootheden als Neil Young, Joni Mitchell, Leonard Cohen, Sarah Harmer, Robbie Robertson, Townes van Zandt en Bobbie Gentry, terwijl op de plaat Steve Dawson en zijn vaste clan zijn te horen, niemand minder dan Tim O’Brien opduikt voor bijdragen op de viool en mandoline en meerdere zangeressen uit de Canadese folkscene opduiken voor vocale bijstand.

Op basis van deze gegevens verwacht je de akoestische mix van folk en country waar Black Hen Music groot mee is geworden, maar See The Sky About To Rain opent met geweldige en gitzwarte soul. In eerste instantie moest ik heel even denken aan het inmiddels legendarische debuut van Joss Stone, maar Colleen Rennison klinkt toch weer net wat doorleefder dan de destijds piepjonge Joss Stone en schuift hierdoor nog dichter tegen de grote soulzangeressen uit het verre verleden aan.

Direct in de openingstrack zingt Colleen Rennison de veters uit je schoenen en speelt haar band de pannen van het dak. Vanaf dat moment speelt Colleen Rennison een gewonnen wedstrijd. Met twaalf songs van het kaliber van de openingssong was ik dik tevreden geweest, maar Colleen Rennison blijkt ook nog eens een muzikant die van vele markten thuis is. Net nadat See The Sky About To Rain je met doorleefde soul heeft meegenomen naar het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, sleurt Colleen Rennison je in de tweede track mee terug naar het platteland van de Verenigde Staten waar de bluegrass regeert. Het is na de dampende soul van de openingstrack weer even totaal iets anders, maar Colleen Rennison overtuigt minstens net zo makkelijk.

Op de rest van de plaat domineren soul en gospel, maar Colleen Rennison verloochent ook de roots van de muzikanten die haar omringen niet en gaat ook zo nu en dan aan de haal met folk, bluegrass, country en blues. Rennison is pas 25 maar vertolkt de songs op See The Sky About To Rain vol emotie en doorleving. Dat is knap, zeker omdat de meeste songs op de plaat niet over rozengeur en maneschijn gaan, maar dat lijkt de jonge Canadese niet te deren.

Met See The Sky About To Rain geeft Colleen Rennison een fraai en indrukwekkend visitekaartje af. Het is een visitekaartje dat laat horen dat het met de stem van Colleen Rennison wel goed zit, maar de luisteraar nieuwsgierig maakt naar de eigen songs van de Canadese. Songs van anderen naar een hoger plan tillen is zeker niet makkelijk, maar uiteindelijk zal een muzikant toch ook moeten ontroeren met eigen verhalen en songs. Het bleek voor Joss Stone een brug te ver, maar Colleen Rennison gaat hier mogelijk wel in slagen. Tot die tijd is See The Sky About To Rain een debuut van een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman

Colter Wall - Little Songs (2023)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Colter Wall - Little Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Colter Wall - Little Songs
Colter Wall zet op zijn nieuwe album Little Songs een aantal flinke stappen in muzikaal opzicht, maakt makkelijk indruk met tijdloze countrysongs en imponeert met een stem die decennia ouder klinkt dan hij is

Ik heb de laatste tijd wel wat met traditioneel klinkende countrymuziek en hiervoor ben je bij de Canadese muzikant Colter Wall aan het juiste adres. Zijn nieuwe album Little Songs sleept je een aantal decennia terug in de tijd en vermaakt met de countrymuziek uit vervlogen tijden. In muzikaal opzicht staat het album als een huis, maar ook dit keer maakt Colter Wall de meeste indruk met zijn stem, die herinnert aan die van Johnny Cash. Het is een diepe en donkere stem die de songs van de Canadese muzikant voorziet van een bijzonder geluid. De vorige albums van Colter Wall deden me eerlijk gezegd niet zo heel veel, maar Little Songs is vanaf de eerste noten een zegetocht.

Ik was tot dusver niet erg vatbaar voor de albums van de Canadese muzikant Colter Wall, die overigens uitvoerig werden bejubeld door de critici met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Ik vond zijn muziek te traditioneel klinken en het Johnny Cash gehalte in zijn songs aan de hoge kant, waardoor ik uiteindelijk toch maar weer een album van de Amerikaanse legende uit de kast trok. Ik had dan ook niet verwacht dat ik het deze week verschenen Little Songs wat zou vinden, maar het nieuwe album van Colter Wall had me vrijwel direct te pakken en is in sneltreinvaart uitgegroeid tot een persoonlijke favoriet van het moment.

Het zal deels te maken hebben met mijn recent aangewakkerde liefde voor traditionele countrymuziek, maar het ligt toch vooral aan de kwaliteit van de songs op Little Songs. Ik vind de nieuwe songs van de Canadese muzikant een flink stuk beter dan die op zijn vorige albums. Het zijn songs die me nog altijd onmiddellijk doen denken aan de muziek van Johnny Cash, maar de vergelijking met The Man in Black zit me dit keer minder in de weg dan voorheen. Ik ging er overigens van uit dat Colter Wall een generatiegenoot van Johnny Cash was, maar tot mijn grote verbazing las ik dat de Canadese muzikant pas 28 jaar oud is.

De stem van Colter Wall is een stem die echt helemaal niets met een 28-jarige te maken heeft. Paste Magazine omschrijft zijn stem op trefzekere wijze als volgt: “As a vocalist, Wall is a once-in-a-generation wonder. His voice is as deep as a canyon, tough as tree bark and weathered like a hand-me-down saddle. He sounds like a 78-year-old troubadour trapped inside a 28-year-old’s body, and he has sounded like that since he arrived on the underground country scene a half-dozen years ago. He is—if you’ll indulge an already tired truism and some optimistic vision-casting—Johnny Cash for the 21st century.” Mooier kan ik het niet omschrijven.

Het is misschien even wennen aan de diepe en donkere stem van Colter Wall, maar bij mij speelde de Canadese muzikant dit keer al snel een gewonnen wedstrijd. Dat ligt niet alleen aan de zang, want ook in muzikaal opzicht vind ik Little Songs interessanter dan de vorige albums van Colter Wall en ook interessanter dan de meeste andere albums in het genre. Little Songs klinkt als een stokoud rootsalbum en het is een rootsalbum dat misschien geen hele spannende dingen doet, maar wel fantastisch klinkt, met een hoofdrol voor geweldig en heerlijk divers snarenwerk. Colter Wall klinkt decennia ouder dan hij werkelijk is en dat geldt ook voor zijn muzikanten, die klinken alsof ze al tientallen jaren in de studio hebben gestaan.

Ook de songs van Colter Wall zijn in kwalitatief opzicht gegroeid. Het zijn songs waarin de muzikant uit Battle Creek, Saskatchewan, mooie verhalen verteld over het plattelandsleven in Canada, dat in veel opzichten lijkt op het leven zoals dat wordt beschreven in de Amerikaanse countrysongs van weleer. Colter Wall gooit er ook op zijn nieuwe album wat redelijk obscure covers tegenaan, maar zijn eigen songs doen hier zeker niet voor onder.

Little Songs doet verlangen naar een warme zomeravond op een veranda met een weids uitzicht en een koud biertje binnen handbereik, maar als de veranda of het weidse uitzicht ontbreekt, verzin je die er makkelijk bij wanneer het nieuwe album van Colter Wall uit de speakers komt. Ik had tot dusver weinig met zijn muziek, maar Little Songs is in alle opzichten een geweldig album. Erwin Zijleman

Come On Up to the House (2019)

Alternatieve titel: Women Sing Waits

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Women Sing Waits - Come On Up To The House - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Women Sing Waits - Come On Up To The House
Een aantal geweldige zangeressen eert het werk van Tom Waits op een verrassend veelzijdig maar ook verrassend sterk album

Als liefhebber van vrouwenstemmen kan ik niet heen om Come On Up To The House, waarop een aantal van mijn favoriete zangeressen aan de haal gaat met de songs van Tom Waits. Bij Tom Waits denk ik in eerste instantie aan een unieke stem, maar ook vrouwenstemmen kunnen uitstekend uit de voeten met zijn songs. Een aantal gelouterde zangeressen en een aantal nieuwkomers verrassen met doorleefde interpretaties van de songs van Tom Waits, waarbij ze in vrijwel alle gevallen ook hun eigen geluid weten te behouden, waardoor Come On Up To The House ver uit stijgt boven het gemiddelde “tribute album”.

Er is wat mij betreft niets mis met het eren van muzikale helden op een “tribute album”, maar het levert maar zelden een album op dat ik meer dan een paar keer uit de kast trek.

Ik was op voorhand echter wel heel nieuwsgierig naar Come On Up To The House van Women Sing Waits. Enerzijds omdat Tom Waits een groot songwriter is, maar zijn stem bij mij wel wat tegen de haren in strijkt. Anderzijds omdat ik nu eenmaal een enorm zwak voor vrouwenstemmen heb.

Het zijn ook nog eens vrouwenstemmen die ik in een aantal gevallen heel hoog heb zitten. Door de bijdragen van Aimee Mann, Phoebe Bridgers, Allison Moorer en Shelby Lynne, Patty Griffin en Courtney Marie Andrews kom ik op Come On Up To The House een aantal van mijn persoonlijke favorieten tegen en ook de rest mag er zijn.

Come On Up To The House werd fraai gearrangeerd en geproduceerd door Warren Zanes, die in de liner notes het volgende zegt over het project: “Tom is a true original as a songwriter, singer and arranger. There’s just no one like him. Beneath some of the layers of sound and his truly unique vocal phrasing, are some of the most beautiful and heartfelt songs I’ve ever heard. After some great creative discussions many years back with an old publishing colleague, the concept of focusing on the sheer beauty of these songs by having them interpreted by a group of amazing artists with stunning voices, was a must-do project. Fast forward fifteen years later, we were thrilled with the passion and enthusiasm these artists showed when we approached them with the idea, which you can hear in their performances. Truly a musical celebration.”

Ik kan de woorden van de Amerikaanse muzikant en producer alleen maar onderschrijven. Het album opent prachtig met de titeltrack van het trio Joseph, van wie ik nog een album op de stapel heb liggen. Dat album moet ik maar eens snel gaan beluisteren, want de zang van de dames van Joseph is goed voor kippenvel.

Het wordt prachtig gevolgd door mijn oude held Aimee Mann, die het ook nog eens prachtig gearrangeerde Hold On vol doorleving vertolkt. Jonge held Phoebe Bridgers volgt en laat in het met heel veel gevoel vertolkte Georgia Lee horen hoe ze is gegroeid als zangeres de afgelopen twee jaar. Voor zang met gevoel ben je ook aan het juiste adres bij Allison Moorer en Shelby Lynne, die Ol ’55 voorzien van flink wat melancholie en passie en tekenen voor een van de onbetwiste hoogtepunten op het album.

Het zijn niet alleen maar grote of de verwachte namen die een topprestatie leveren op Come On Up To The House. Angie McMahon, die dit jaar debuteerde zorgt voor kippenvel met haar ingetogen vertolking van Take It with Me, terwijl de alweer wat vergeten Corinne Bailey Rae een zwoele en meeslepende van Jersey Girl neerzet.

Dat grootheden als Patty Griffin, Rosanne Cash en Iris Dement uit de voeten kunnen met de songs van Tom Waits wekt geen verbazing, maar ook in deze gevallen is het resultaat wonderschoon.

De mij onbekende Kat Edmonson levert een mysterieuze folk-noir versie van You Can Never Hold Back Spring af, terwijl Courtney Marie Andrews nog maar eens laat horen dat ze tot de betere countryzangeressen van het moment behoort. De afsluiter is voor de mij onbekende The Wild Reeds die met Tom Traubert’s Blues aan de slag mogen en er een totaal andere song van maken, die rauwheid vervangt door bijna pastorale klanken.

Het knappe is dat alle zangeressen op Come On Up To The House hun eigen geluid weten te behouden en opereren in hun vertrouwde genre, maar ook een consistent klinkend album afleveren dat met veel liefde voor het werk van de oude meester Tom Waits is gemaakt, maar ook ruimte biedt aan de creativiteit van een aantal geweldige zangeressen. Het levert een “tribute album” op dat ik nog wel met enige regelmaat uit de kast zal trekken en dat meer dan eens in de categorie wonderschoon valt. Erwin Zijleman

Common Holly - Anything Glass (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Common Holly - Anything Glass - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Common Holly - Anything Glass
Voor het vorige album van Common Holly moeten we bijna zes jaar terug in de tijd, maar de Canadese muzikante is gelukkig terug met een nieuw album dat al snel net zo mooi en spannend blijkt als zijn voorganger

Probeer nog maar eens op te vallen binnen het overvolle aanbod aan indie. Common Holly deed het bijna zes jaar geleden met het intrigerende When I Say To You Black Lightning en doet het deze week opnieuw met Anything Glass. Het nieuwe album van het project van de Canadese muzikante Brigitte Naggar staat vol met intieme popliedjes met een vleugje folk. De inkleuring van de songs is mooi en subtiel, maar af en toe laat de muzikante uit Montreal haar eigenzinnige kant zien. Dat doet ze ook met haar stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in het genre en de songs van Common Holly een bijzonder eigen karakter geven. Het levert een album op dat het verdient om gehoord te worden.

Anything Glass is het derde album van Common Holly, een project van de Canadese muzikante Brigitte Naggar. Het debuutalbum van Common Holly, het in 2016 verschenen Playing House vond ik niet heel bijzonder, maar met het in de herfst van 2019 uitgebrachte When I Say To You Black Lightning wist de muzikante uit Montreal me zeer te verrassen. Ik beschreef When I Say To You Black Lightning destijds als een vat vol tegenstrijdigheden en zo ervaar ik het album nog steeds bleek toen ik er eerder deze week weer eens naar luisterde.

De muziek van Common Holly schoot op het maar net een half uur durende album alle kanten op en was niet zomaar te vangen in een genre, al is het etiket indiepop misschien net breed genoeg, al zijn ook indiefolk en indierock nooit heel ver weg. In muzikaal opzicht was When I Say To You Black Lightning een fascinerend album met de fluisterzachte en wat lieflijke stem van Brigitte Naggar als perfecte extra ingrediënt.

We zijn inmiddels bijna zes jaar verder, waardoor Common Holly ondanks de zo opvallende voorganger helaas weer min of meer opnieuw moet beginnen, ook bij mij. Ze doet dit met Anything Glass, dat wederom niet veel meer dan een half uur muziek bevat. Het is muziek die in de openingstrack een stuk grijpbaarder klinkt dan de muziek die Common Holly maakte op When I Say To You Black Lightning, maar de songs van de Canadese muzikante klinken nog altijd bijzonder.

De openingstrack van het album, overigens het eerste album dat Brigitte Naggar opnam in een echte studio, bevat fraaie aardse en organische klanken en klinkt redelijk conventioneel, tot de stem van Brigitte Naggar wordt toegevoegd. De Canadese muzikante fluistert zoals zoveel zangeressen in de (indie)pop van het moment, maar de stem van Brigitte Naggar klinkt toch net wat anders en voorziet de songs van Common Holly van een onderscheidend geluid.

De openingstrack van Anything Glass klinkt loom en dromerig maar heeft toch ook iets stekeligs en dat is iets wat je in veel tracks op het album terug hoort. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Common Holly vooral een ingetogen of zelfs breekbaar klinkend album. De meeste songs op het album zijn voorzien van betrekkelijk sobere maar ook sprookjesachtige klanken, waardoor de stem van de Canadese singer-songwriter alle ruimte krijgt.

Ook in de muziek gebeurt er echter ook dit keer van alles, want ook de songs op het nieuwe album van Common Holly zijn niet vies van verrassende wendingen. De ene keer wordt de instrumentatie op het album nog wat soberder, maar de songs op Anything Glass bevatten ook jazzy uitstapjes, kunnen voorzien van ruimtelijke en beeldende klanken of er kan toch weer opeens een gruizige gitaar opduiken.

Anything Glass is hierdoor al snel net zo’n vat vol tegenstrijdigheden als When I Say To You Black Lightning, maar Common Holly maakt op haar nieuwe album ook mooie en intieme luisterliedjes zonder stekeligheden. Het verleidt allemaal misschien niet zo makkelijk als de indiepop van de groten in het genre, maar neem de tijd voor het nieuwe album van Common Holly en je hoort steeds meer moois in de bijzondere songs van de Canadese muzikante, die met Anything Glass een album heeft afgeleverd dat in brede kring de aandacht verdient. Erwin Zijleman

Common Holly - When I Say to You Black Lightning (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Common Holly - When I Say To You Black Lightning - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Common Holly - When I Say To You Black Lightning
Common Holly maakt het je niet makkelijk met een vat vol tegenstrijdigheden, maar haar album is ook een schatkist vol moois en bijzonders

Ik heb When I Say To You Black Lightning van Common Holly inmiddels vele malen beluisterd, maar ik blijf maar nieuwe dingen horen op het album van de Canadese muzikante. Zowel de instrumentatie als de songstructuren schieten alle kanten op, wat fraai contrasteert met de fluisterzachte en wat lieflijke zang van de singer-songwriter uit Montreal. Het album duurt nog geen half uur, maar wat gebeurt er veel op When I Say To You Black Lightning. Common Holly heeft op subtiele wijze zeer uiteenlopende accenten en stijlen verstopt in haar songs, die vol mysterie zitten. Het levert een prachtig herfstalbum op, waarmee je je het liefst op zou sluiten tot de lente begint.

Common Holly is het alter ego van de Canadese singer-songwriter Brigitte Nagar. De muzikante uit Montreal debuteerde twee jaar geleden niet heel opvallend, maar heeft nu met When I Say To You Black Lightning een bijzonder album afgeleverd. Het samen met producer Devon Bate gemaakte album is het spreekwoordelijke vat vol tegenstrijdigheden.

Common Holly maakt op haar tweede album over het algemeen bijzonder ingetogen muziek, maar het is muziek die makkelijk kan ontsporen en die in ieder geval goed is voor een continue stroom van opvallende wendingen. Het is bovendien muziek die vaak sober klinkt, maar aan de andere kant zeer rijk gearrangeerd is.

De songs van de Canadese muzikante zitten vol prachtige accenten en zijn vaak zeer melodieus, maar Common Holly doet ook steeds dingen die je niet verwacht, waardoor haar songs alle kanten op schieten. De instrumentatie is het ene moment dromerig en stemmig, maar dat kan binnen een paar noten omslaan in rauw en experimenteel. Ook de songstructuren op When I Say To You Black Lightning zijn vaak onnavolgbaar. Common Holly heeft een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar heeft ook constant de neiging om te experimenteren.

Het zorgt voor uiteenlopende accenten in de instrumentatie, die het ene moment uiterst spaarzaam en stemmig is, maar het volgende moment rijk en psychedelisch of juist weer rauw en tegendraads. Het kleurt op bijzondere wijze bij de vaak zachte zang van de Canadese muzikante, die de songs op When I Say To You Black Lightning iets intiems geven.

De experimenteerdrift van Common Holly beperkt zich zeker niet tot de instrumentatie. Ook de songstructuren op haar tweede album zijn verre van alledaags. Het zijn songs die bij oppervlakkige beluistering van de hak op de tak springen, maar na enige gewenning klopt het allemaal precies en laat When I Say To You Black Lightning zich ook beluisteren als een lange track van bijna een half uur. Het is een half uur waarin ongelooflijk veel moois is verstopt.

De muziek van Common Holly komt in meerdere lagen uit de speakers en in iedere laag zit wel iets bijzonders. When I Say To You Black Lightning is dromerig en mysterieus, maar ook ruw en donker. Steeds weer hoor je een andere kant van Common Holly en iedere kant maakt nieuwsgierig naar alles dat nog in het vat zit.

When I Say To You Black Lightning is een album dat makkelijk betovert, maar het duurt even voor de songs beklijven. Tot die tijd is het tweede album van Common Holly een album dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. Het is een album dat aan de ene kant aan van alles en nog wat doet denken, maar aan de andere kant ook aan helemaal niets. When I Say To You Black Lightning is een album om je mee op te sluiten, tot je alle bijzondere details hebt gehoord. En ondanks het feit dat het album nog geen half uur duurt, ben je hier wel even zoet mee.

Er is momenteel geen gebrek aan jonge en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters, maar Common Holly is ongrijpbaarder en interessanter dan de meeste van haar collega’s. Zo ongrijpbaar dat ze de wereld vast niet gaat veroveren met When I Say To You Black Lightning, maar iedereen die het album wel omarmt heeft er een half uur bijzondere muziek bij. Erwin Zijleman

Common Saints - Cinema 3000 (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Common Saints - Cinema 3000 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Common Saints - Cinema 3000
De Britse muzikant Charlie J. Perry levert als Common Saints en met Cinema 3000 een album af waarbij het echt bijzonder lekker wegdromen is en dat na een paar keer horen echt nauwelijks meer is te weerstaan

Ik krijg vaak muziektips toegestuurd, maar het leukst zijn de tips die je echt helemaal niets zeggen. Ik heb begin vorige maand echt niets gelezen over het debuutalbum van de Britse band Common Saints. Het is een album dat je direct na de eerste keer horen wilt koesteren en dat vervolgens zo lekker klinkt dat je er naar blijft luisteren. De muziek van Common Saints klinkt soulvol en wat psychedelisch, maar met alleen het predicaat psychedelische soul doe je het album wel wat tekort. Cinema 3000 klinkt echt onweerstaanbaar lekker, maar het is ook een album vol hele mooie en interessante passages. Wat mij betreft echt een grote ontdekking deze band uit Londen.

Eerder deze week kreeg ik van een liefhebber van de muziek van Kacey Musgraves de tip om eens te luisteren naar Cinema 3000 van de band Common Saints. Deeper Well van Kacey Musgraves voert al maanden mijn virtuele jaarlijstje aan, waardoor ik deze tip zeer serieus nam. Ik verwachte eerlijk gezegd een album dat dicht tegen de muziek van Kacey Musgraves aan zou liggen, maar dat is maar zeer ten dele het geval.

Common Saints is een band uit Londen en het begin vorige maand verschenen Cinema 3000 is het debuutalbum van de band. De band beschrijft haar muziek zelf als psychedelische soul en dat is op het eerste gehoor een prima omschrijving. Het is een omschrijving die ik niet snel zou gebruiken voor de muziek van Kacey Musgraves, maar de muziek van Common Saints heeft wel de aangenaam lome en warme sfeer die ook de muziek van de Amerikaanse muzikante kenmerkt.

De overeenkomsten met de muziek van Kacey Musgraves zijn overigens het grootst wanneer in de derde track gastzangeres Taloua opduikt, die bijna net zo’n engelachtige stem heeft. Verder zal ik de naam van mijn favoriete zangeres niet meer noemen, want Common Saints maakt toch vooral andere muziek. Ik noem Common Saints een band, maar het album is grotendeels gemaakt door de Britse muzikant Charlie J. Perry, die tekende voor de songs, de zang, het grootste deel van de muziek en de productie.

Ik heb de spreekwoordelijke warme deken de afgelopen weken al vaker van stal gehaald, maar Cinema 3000 is nou echt een album dat zich als een warme deken om je heen slaat. De muziek van de band uit Londen klinkt soulvol en citeert af en toe uit de archieven van de kosmische soul, maar laat zich ook inspireren door folkrock en softpop, om maar eens twee andere genres te noemen. Het is muziek die soms wat psychedelisch aan doet, maar Cinema 3000 klinkt ook aards.

Charlie J. Perry heeft het debuutalbum van Common Saints voorzien van een geluid dat kan worden beschreven als loom, warm, zwoel, broeierig en dromerig. De songs van de Britse band doen het zonder enige twijfel goed op warme zomeravonden, maar de warmte die het album uitstraalt kunnen we ook goed gebruiken in het huidige seizoen. De soulvolle songs op Cinema 3000 hebben vaak een jaren 70 vibe, maar het album klinkt anders dan alle andere albums die ik de laatste tijd heb gehoord.

Charlie J. Perry heeft het eerste album van Common Saints niet alleen voorzien van een aangenaam geluid, maar ook van een knap geluid, waarin steeds weer opvallende details opduiken. De Britse muzikant heeft flink wat elektronica ingezet, maar ook de subtiele gitaarlijnen en zwoele ritmes hebben een belangrijke rol in het echt bijzonder mooie geluid op Cinema 3000. De zang op het album, met vaak wat falsetklanken, klinkt vooral aangenaam, maar wordt bij herhaalde beluistering van het album steeds mooier, zeker wanneer koortjes worden ingezet.

Ik begrijp inmiddels wel waarom mijn tipgever dit zo’n goed album vindt, want wanneer je eenmaal wordt gegrepen door het warme geluid van Common Saints wordt Cinema 3000 razendsnel een hopeloos verslavend album. Ook als producer maakt Charlie J. Perry makkelijk indruk en zoveel indruk, dat ik best benieuwd ben hoe een door hem geproduceerd album van een goede zangeres zou klinken. Ik heb een naam in gedachten, maar eerst proefdraaien met Taloua uit track drie is een goede optie. Erwin Zijleman

Companion - Second Day of Spring (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Companion - Second Day Of Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Companion - Second Day Of Spring
Het is al een tijdje dringen binnen de indiefolk, maar Companion springt er wat mij betreft uit door sterke songs, bijzonder mooie klanken en vooral door de prachtstemmen van de Amerikaanse tweelingzussen

Het is een hele kunst om goed bij elkaar kleurende stemmen te vinden, maar bij zussen in het algemeen en tweelingzussen in het bijzonder gaat dit bijna vanzelf. Jo en Sophia Babb lieten al eerder van zich horen met het trio Annie Oakley, maar in Companion doen de twee er nog een schepje bovenop. Second Day Of Spring imponeert een album lang met twee prachtige stemmen, maar de songs van het Amerikaanse tweetal klinken ook nog eens fantastisch en blijven bovendien makkelijk en zeer aangenaam hangen. Er verschijnen momenteel nogal wat indiefolk albums, maar het debuutalbum van de zusjes Babb steekt er wat mij betreft flink bovenuit (en de rek is er nog lang niet uit).

Stemmig ingekleurde indiefolk met een mooie vrouwenstem en hier en daar wat bijzondere accenten. Het is muziek die momenteel echt in overvloed verkrijgbaar is, waardoor het nieuwkomers niet meevalt om zich te onderscheiden van alles dat er al is. Companion slaagt daar op haar debuutalbum Second Day Of Spring wel in, want het Amerikaanse duo beschikt niet over één maar over twee mooie vrouwenstemmen.

Echte nieuwkomers zijn de tweelingzussen Jo en Sophia Babb overigens niet, want ze vormden met Nia Personette een tijd lang het trio Annie Oakley, wat in 2018 het prachtige debuutalbum Words We Mean opleverde. Als Companion gaan de twee zussen verder waar Annie Oakley een paar jaar geleden ophield.

Op Second Day Of Spring draait alles om de stemmen van de tweelingzussen uit Oklahoma en dat levert bijzonder mooie muziek op. De stemmen van Jo en Sophia Babb lijken op elkaar en kleuren daarom werkelijk prachtig bij elkaar, net zoals dit bijvoorbeeld bij de zussen van First Aid Kit het geval is. Het zijn hiernaast stemmen die elkaar versterken, waardoor de zang op het debuutalbum van Companion echt prachtig door de speakers komt en zich onderscheidt van andere albums in het genre.

Het album werd opgenomen in een oude schuur annex studio in Colorado met producer Courtney Hartman achter de knoppen en valt niet alleen op door mooie stemmen, maar ook door zeer smaakvolle klanken. Jo en Sophia Babb zorgen voor een akoestische basis met hun gitaren, maar het geluid van Companion is vervolgens fraai verrijkt met flink wat instrumenten, waaronder synths, strijkers en blazers.

De muziek van Companion blijft ondanks alle toevoegingen zeer ingetogen en schuift heen en weer tussen de hokjes folk en indiefolk. De productie van Courtney Hartman verdient alle lof, want wat klinkt de muziek van Companion prachtig en wat zijn de accenten die worden gelegd in de instrumentatie subtiel.

Second Day Of Spring klinkt aards en warm, maar heeft door de toevoegingen ook iets ruimtelijks of zelfs zweverigs. Het past prachtig bij de op elkaar gestapelde stemmen van Jo en Sophia Babb die direct vanaf de eerste noten de sterren van de hemel zingen en dit blijven doen tot de laatste noten wegsterven. De tweelingzussen uit Oklahoma zingen niet alleen prachtig, maar ook met veel gevoel. De twee hebben een wat traumatische jeugd achter zich, wat zich heeft vertaald in behoorlijk melancholische songs. De songs van Jo en Sophia Babb lopen hier en daar over van melancholie, maar het zijn ook wonderschone songs en bovendien songs die makkelijk blijven hangen.

Het is zoals gezegd dringen in het genre, maar het debuutalbum van Companion maakt zowel in muzikaal, vocaal, productioneel als compositorisch opzicht heel veel indruk. Na bijna 27 minuten zit het album er al weer op, maar Second Day Of Spring is zo mooi dat ik het moeiteloos twee keer achter elkaar beluister en me ruim 50 minuten lang laat betoveren door de mooie klanken, de prachtig melodieuze songs en vooral door de wonderschone stemmen van Jo en Sophia Babb. Vooralsnog genegeerd in Nederland, maar dit is een album dat alle liefhebbers van sfeervolle indiefolk en mooie vrouwenstemmen echt moeten horen. Erwin Zijleman

Complete Mountain Almanac - Complete Mountain Almanac (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Complete Mountain Almanac - Complete Mountain Almanac - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Complete Mountain Almanac - Complete Mountain Almanac
Rebekka Karijord en Jessica, Aaron en Bryce Dessner maken als Complete Mountain Almanac sober ingekleurde en vooral folk-georiënteerde muziek die overloopt van melancholie en schoonheid

Het titelloze debuut van de gelegenheidsband Complete Mountain Almanac is een bijzonder album. Het was oorspronkelijk een project van singer-songwriter Rebekka Karijord en kunstenaar Jessica Dessner, maar na de diagnose borstkanker schreef laatstgenoemde een aantal indringende gedichten, die de basis zouden vormen voor de teksten op het album. De twee kregen gezelschap van Aaron en Bryce Dessner van The National, wat een soms sober en soms wat rijker ingekleurd geluid oplevert. Het debuutalbum van Complete Mountain Almanac is een mooi en intiem, maar ook donker en melancholiek folkalbum, dat zich steeds wat nadrukkelijker opdringt.

Complete Mountain Almanac is een project van de van oorsprong Noorse maar vanuit Zweden opererende muzikante Rebekka Karijord en de Amerikaanse dichter, kunstenaar en danseres Jessica Dessner, die in Italië woont. Rebekka Karijord tekende voor de muziek, terwijl Jessica Dessner in eerste instantie zou zorgen voor het visualiseren van het project. Het project stond in eerste instantie in het teken van de natuur, de seizoenen en klimaatverandering, maar kreeg een extra lading toen bij Jessica Dessner kanker werd geconstateerd. Ze vatte haar ervaringen vol ups en downs samen in een aantal gedichten, die uiteindelijk de basis vormden voor de teksten van de songs van Rebekka Karijord.

Het debuutalbum van Complete Mountain Almanac werd vervolgens in 2020 vrijwel live opgenomen in een studio in Parijs, waar twee broers van Jessica Dessner, de tweeling Aaron en Bryce, aanschoven. Deze broers kennen we natuurlijk van de Amerikaanse band The National, wat de verwachtingen met betrekking tot het titelloze debuutalbum van Complete Mountain Almanac flink heeft opgeschroefd.

Het debuutalbum van de gelegenheidsband bevat twaalf tracks, die allemaal de naam van een maand van het jaar dragen. Aaron en Bryce hebben het album over het algemeen sober ingekleurd met subtiele gitaarlijnen, waarna Rebekka Karijord nog een subtiel laagje met piano, blazers en synths heeft toegevoegd. In een aantal tracks zijn tenslotte ook nog flink wat strijkers van de Malmö Symphony Orchestra toegevoegd.

In de tracks met veel strijkers schuift de muziek van Complete Mountain Almanac iets op in de richting van de ‘chamber pop’, maar de meeste songs op het titelloze debuutalbum van de gelegenheidsband passen goed in het hokje folk. Rebekka Karijord heeft een stem die zich goed leent voor dit genre, zeker wanneer de folk van het viertal wat traditioneel of zelfs pastoraal aan doet.

Complete Mountain Almanac blijft echter nooit helemaal hangen in de wat traditioneel aandoende Britse folk, enerzijds door de spaarzame atmosferische klanken die zijn toegevoegd en anderzijds door de zang van Rebekka Karijord, die ook een Scandinavische deken vol melancholie over de songs van Complete Mountain Almanac legt.

Ondanks het betrekkelijk sobere karakter van de muziek op het album en de hoofdrol voor de stem van Rebekka Karijord is het debuut van deze bijzondere gelegenheidsband zeker geen eenvormig album. In de titels van de tracks wisselen de maanden en de seizoenen elkaar af en ook de muziek van Complete Mountain Almanac voelt steeds weer net iets anders aan. Rebekka Karijord en de broers Dessner slagen er soms met uiterst sobere klanken en soms met flink wat strijkers in om een bijzondere en wat weemoedige sfeer te creëren, waarin de stem van Rebekka Karijord zich als een vis in het water voelt.

Ik vind het album het mooist wanneer ik de tijd neem om de twaalf songs op het album achter elkaar te beluisteren, wat een bijzondere en vaak bezwerende luistertrip van ruim drie kwartier oplevert. Door de zware thematiek, het wat donker gekleurde geluid en de van melancholie overlopende stem van Rebekka Karijord is het debuutalbum van Complete Mountain Almanac zeker geen lichte kost, maar mooi, intens en bijzonder is het absoluut. Erwin Zijleman

Conchúr White - Swirling Violets (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Conchúr White - Swirling Violets - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Conchúr White - Swirling Violets
De Noord-Ierse muzikant Conchúr White schakelt op zijn debuutalbum Swirling Violets moeiteloos tussen ingetogen folk en broeierige pop en maakt, mede dankzij zijn bijzondere stem, heel veel indruk

Conchúr White komt voor mij volledig uit de lucht vallen, want zijn vorige band ken ik niet en ik ben zijn naam ook niet tegen gekomen in alle vooruitblikken op het muziekjaar 2024. Hierin had de muzikant uit Noord-Ierland niet misstaan, want met Swirling Violets heeft Conchúr White een uitstekend debuutalbum afgeleverd. Het is een album dat indruk maakt dankzij de mooie en bijzondere stem van de muzikant uit Noord-Ierland, maar ook zijn songs, die zowel folky als poppy klinken, overtuigen bijzonder makkelijk. Bij eerste beluistering was ik om, maar Swirling Violets van Conchúr White is sindsdien nog veel beter geworden. Een zeer memorabel debuutalbum al met al.

Het prille muziekjaar 2024 heeft al een aantal bijzondere albums opgeleverd, waaronder een aantal verrassend goede debuutalbums. Ierland opende het jaar prachtig met het overrompelende debuutalbum van SPRINTS, waarna Engeland deze week volgde met de geweldige alt-country op het eerste album van Brown Horse. Ook voor het volgende memorabele debuutalbum blijven we bij onze westerburen, want Conchúr White komt uit Noord-Ierland.

Met Swirling Violets heeft de muzikant uit Armagh, die in het verleden de band Silences aanvoerde, een prachtig debuutalbum afgeleverd. Net als Brown Horse maakt Conchúr White muziek die op het eerste gehoor vooral Amerikaans aan doet. Bij eerste beluistering van Swirling Violets moest ik vooral aan Sufjan Stevens denken, zeker als Conchúr White kiest voor songs met vooral invloeden uit de folk.

Daarvan zijn er een aantal te vinden op Swirling Violets, maar de muzikant uit Noord-Ierland kan ook uit de voeten met meer pop georiënteerde songs. Wanneer het album met wat minder akoestische gitaren en wat meer elektronica is ingekleurd heb ik ook zeker associaties met de muziek van Mercury Rev, The National, Bon Iver en Youth Lagoon, om een paar namen te noemen, maar geen van de vergelijkingen gaat meer dan een paar tracks mee.

Zeker bij de eerste kennismaking met de muziek van Conchúr White trekt vooral de stem van de Noord-Ierse muzikant de aandacht. Net als Trevor Powers van Youth Lagoon beschikt Conchúr White over een wat androgyn stemgeluid. In een aantal tracks op het album denk ik op de achtergrond duidelijk een hele mooie vrouwenstem te horen, maar omdat ik hier niets over kan vinden tussen de credits op de bandcamp pagina zou het ook best Conchúr White zelf kunnen zijn, wat zijn eigen beschrijving van het fraaie Rivers ook suggereert.

De songs op Swirling Violet maken een wat melancholische indruk, maar zeker als het album opschuift richting pop klinkt de muziek van Conchúr White ook zonnig en lichtvoetig. Het debuutalbum van de muzikant uit Armagh doet dan verlangen naar zorgeloze zomerdagen, maar zo nu en dan trekt er ook wel een donkere wolk over op Swirling Voices, dat uiteindelijk vooral optimisme uitstraalt.

Ik heb het album inmiddels flink wat keren beluisterd en ben echt enorm indruk van het debuutalbum van Conchúr White. De zang op het album is echt prachtig en ook de instrumentatie op en productie van het album verdienen alle lof. Het is knap hoe de Noord-Ierse muzikant intieme folksongs kan afwisselen met gloedvolle pop zonder dat het er op lijkt dat Swirling Violets van de hak op de tak springt.

De muzikant uit Noord-Ierland overtuigt op zijn debuutalbum niet alleen als zanger, maar zeker ook als songwriter, want wat zijn de songs op Swirling Violets mooi. Ze zijn ook nog eens buitengewoon verslavend, want ik kan blijven luisteren naar dit album dat je heen en weer slingert tussen intens kippenvel en een gevoel van euforie en gelukzaligheid.

Luister voor het kippenvel bijvoorbeeld maar eens naar de prachtige titelsong van het album, terwijl 501s klinkt als een zonnige popsong vol hitpotentie. Els songs lang sleurt Conchúr White je heen en weer tussen deze twee uitersten, waarna je alleen maar kunt concluderen dat hij een briljant debuutalbum heeft afgeleverd, dat net als de debuutalbums van SPRINTS en Brown Horse de lat hoog legt zo aan het begin van het jaar. Erwin Zijleman

Connan Mockasin - Jassbusters (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Connan Mockasin - Jassbusters - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nieuw-Zeelandse muzikant kiest voor een toegankelijker en laid-back geluid dat vermaakt en intrigeert
Ik had nog nooit van Connan Mockasin gehoord, maar de Nieuw-Zeelandse muzikant blijkt een cultheld die goed is voor meesterwerken. Dat hoor ik niet direct op zijn bewierookte platen uit het verleden, maar wel op zijn nieuwe plaat, die een loom en laid-back geluid laat horen met bijzonder gitaarspel en veel meer avontuur dan je op het eerste gehoor kunt vermoeden. Jassbusters is broeierig en jazzy en maakt nergens een geheim van een diepe bewondering voor Prince, maar Connan Mockasin doet ook nadrukkelijk zijn eigen ding. Het levert een plaat die door kan groeien richting iets heel moois.



Ik had tot voor kort nog nooit van Connan Mockasin gehoord, maar als één van mijn favoriete Britse muziektijdschriften de man’s nieuwe plaat tot album van de maand uitroept, ben ik nieuwsgierig.

Op het Internet wordt deze plaat overigens veel minder enthousiast onthaald dan zijn twee voorgangers, die in 2011 en 2013 zijn overladen met superlatieven.

Ik ben daarom maar eens begonnen met Forever Dolphin Love uit 2011 en Caramel uit 2013, maar was niet direct enthousiast. Ik hoor op deze platen af en toe wel leuke of interessante dingen, zeker wanneer uitstapjes richting psychedelica en funk worden gemaakt, maar het pakt me niet. Connan Mockasin’s nieuwe plaat Jassbusters vond ik wel direct goed en pakt me wel, waardoor ik me zoals zo vaak kan vinden in de lovende woorden van Uncut.

Connan Mockasin is overigens een uit Wellington, Nieuw-Zeeland, afkomstige muzikant, die in het verleden furore maakte met zijn bands Connan & The Mockasins en Soft Hair en onder andere samenwerkte met James Blake en Charlotte Gainsbourg.

Zijn nieuwe plaat opent met een song die gaat over de onderbroek van ene Charlotte, wat wel haast de onderbroek van Charlotte Gainsbourg moet zijn. Het is een heerlijk lome track met jazzy gitaarwerk, die zowel associaties oproept met de muziek van J.J. Cale als met die van Prince (en er tussenin hoor ik ook nog wat van Eric Clapton of zelfs Dire Straits). Het is een track waarvoor Connan Mockasin maar liefst 9 minuten reserveert en het zijn 9 minuten die aangenaam voortkabbelen, maar op een of andere manier prikkelt de Nieuw-Zeelandse muzikant ook de fantasie.

Dat doet hij ook in de tweede track, waarin bijzonder klinkende gitaarakkoorden worden gecombineerd met wat onvaste vocalen en gastvocalen die opschuiven richting Antony (of Anohni). Het is wederom een track die jazzy klanken combineert met 70s softrock en het is een track die het oor aangenaam streelt, maar ook tegen de haren instrijkt. Ik kan me goed voorstellen dat veel muziekliefhebbers de plaat na deze eerste twee tracks terzijde schuiven, maar ik was na deze tracks alleen maar nieuwsgieriger geworden naar de muzikale verrichtingen van Connan Mockasin.

Ook in de derde track kiest de muzikant uit Wellington weer voor lome klanken, die beter passen bij de nacht dan bij de dag. Hij voegt nu wat soul toe aan de jazzy klanken en schuift flink op richting Prince. Vergeleken met Prince is Connan Mockasin een beduidend minder goede zanger, maar na enige gewenning heeft het wat.

Het bijzondere van Jassbusters is dat er bij oppervlakkige beluistering niet zo gek veel gebeurt of lijkt te gebeuren in de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikant, maar dat er bij aandachtige beluistering heel veel te genieten valt. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is subtiel, maar het is ook een instrumentatie vol bijzondere klanken en details en het is een instrumentatie die de ruimte vult met broeierige klanken, wat contrasteert met de eigenzinnige zang.

En zo slust de Nieuw-Zeelandse muzikant je in slaap, maat hij je ruw wakker en zet hij je op het verkeerde been. Het vermaakt, het schuurt en het intrigeert hopeloos. Ik ben voorlopig nog niet klaar met Jassbusters van Connan Mockasin. Erwin Zijleman

Connie Constance - Miss Power (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Connie Constance - Miss Power - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Connie Constance - Miss Power
De carrière van de Britse muzikante Connie Constance had een valse start door de coronapandemie, maar met het uitstekende en eigenzinnige Miss Power maakt ze de belofte alsnog waar

Dertien in een dozijn indiepop albums zijn er momenteel in overvloed, maar van een album als Miss Power van Connie Constance is er maar één. De Britse muzikante laat zich niet vastpinnen op één of twee genres, maar schiet op haar tweede album alle kanten op. Het ene moment vermaakt ze met hitgevoelige pop voor de dansvloer, maar niet veel later wordt de rockchick in haar wakker. De songs van de Britse muzikante zijn niet alleen veelzijdig, maar ook bijzonder eigenzinnig. Miss Power slaat hierdoor de plank ook wel eens mis, maar de hoge pieken zijn de diepe dalen makkelijk de baas op dit bijzondere album, dat Connie Constance op de kaart moet zetten als eigenzinnig talent.

Een paar jaar geleden werd de Britse muzikante Connie Constance al eens een hele grote toekomst voorspeld, maar de belofte kwam er wat mij betreft toch niet helemaal uit op het in 2019 verschenen English Rose. Het is een album dat wel wat interessante uitstapjes liet horen, maar toch ook flink wat weinig onderscheidende R&B bevatte en bovendien te weinig echt memorabele songs.

Door de coronapandemie kwam de carrière van Connie Constance abrupt tot stilstand, maar na twee zware jaren keert de muzikante uit Londen terug met haar tweede album, Miss Power. Het is een album dat de belofte van een paar jaar geleden wat mij betreft wel waar maakt. Ik zal het tweede album van de Britse muzikante geen meesterwerk noemen, want hiervoor is Miss Power net wat te wisselvallig en te weinig consistent, maar een intrigerend album is het absoluut.

Connie Constance doet op haar tweede album precies waar ze zelf zin in heeft, wat resulteert in een opvallend bonte lappendeken. Het is een lappendeken waarop plaats is voor hitgevoelige popsongs met een vleugje R&B, maar de Britse muzikante kan ook uit de voeten met stevigere rocksongs, ingetogen folksongs, een heuse punksong, jazzy pop, flirts met postpunk of eigenzinnige indiepop. Connie Constance heeft de zware jaren van de coronapandemie achter zich gelaten en heeft een positief album opgeleverd, waarop gelukkig nog wel tegen heilige huisjes mag worden geschopt.

Ik noemde Miss Power hierboven een bonte lappendeken en dat is het ook wanneer het gaat om de genres die de Britse muzikante omarmt op haar tweede album. Vergeleken met het wat fragmentarische debuutalbum klinkt Miss Power echter wel een stuk consistenter. Alle songs op het album dragen het herkenbare stempel van Connie Constance, wat bijvoorbeeld terugkomt in de karakteristieke zang van de Britse muzikante en haar drang om buiten de lijntjes te kleuren.

Vergeleken met het debuutalbum komen ook meer memorabele songs voorbij, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Connie Constance kiest voor rock of de dansvloer of voor ingetogen of juist uitbundige tracks. Ik vind persoonlijk de meer ingetogen songs op het album het mooist. In deze tracks klinkt de Britse muzikante als geen andere muzikante en komt bovendien haar stem het best tot zijn recht. Ook de wat stevigere songs gaan er echter makkelijk in en ook in deze songs slaagt Connie Constance er in om anders te klinken dan collega muzikanten.

Het levert wat mij betreft zoals gezegd nog niet direct een meesterwerk op, maar Miss Power staat wel bol van de belofte en laat horen dat de muzikante in meerdere genres een topalbum kan maken, of een topalbum dat al deze genres op bijzondere wijze aan elkaar knoopt. Ik had ook de afgelopen week weer een mooi stapeltje indiepop en indierock albums om uit te kiezen, maar het begint in dit genre helaas wel wat eenvormig te klinken op het moment.

Connie Constance doet hier gelukkig niet aan mee en laat op Miss Power een charmant en heerlijk eigenwijs geluid horen. Het is een album dat de plank wel eens mis slaat, dat vaak gewoon aardig is, maar ook een paar keer echt heel erg goed. Het is een album vol ruwe diamanten waarvan er steeds meer tot uitstekende popsongs kunnen worden geslepen. Erwin Zijleman

Connie Lovatt - Coconut Mirror (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Connie Lovatt - Coconut Mirror - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Connie Lovatt - Coconut Mirror
De Amerikaanse muzikante Connie Lovatt was de afgelopen twintig jaar nauwelijks actief in de muziek, maar leverde afgelopen herfst met het bijzonder klinkende Coconut Mirror een uitstekend album af

Coconut Mirror van Connie Lovatt werd afgelopen herfst ontvangen met een aantal uitstekende recensies, maar het album kreeg uiteindelijk helaas niet de aandacht die het verdiende. Connie Lovatt is een oudgediende uit de indie muziekscene van New York in de jaren 90, maar koos een kleine twintig jaar geleden voor haar gezin. Met Coconut Mirror keerde de Amerikaanse muzikante afgelopen herfst terug. Het is een uitstekend album dat met één been in de Californische folk uit de jaren 60 en 70 staat en met één been in de New Yorkse indie scene van de jaren 90. Coconut Mirror klinkt hierdoor anders dan de meeste andere albums in het genre, maar maakt verrassend makkelijk indruk.

Connie Lovatt werd geboren op het Caraïbische eiland St. Thomas, maar dook aan het begin van de jaren 90 op in de alternatieve muziekscene van New York. Ze maakte deel uit van de mij onbekende bands Containe en The Pacific Ocean en maakte bovendien enige tijd deel uit van Bill Callahan’s Smog. Zo was ze te horen op het laatste wapenfeit van Smog, het in 2005 verschenen A River Ain't Too Much To Love, maar hierna verdween Connie Lovatt langzaam maar zeker uit de muziek om in Californië een gezin te stichten.

Afgelopen herfst keerde de Amerikaanse muzikante na een afwezigheid van bijna twintig jaar terug met haar eerste soloalbum, Coconut Mirror. Het is een album dat verscheen in een week met heel veel nieuwe albums, maar iedereen die het album, net als ik, liet liggen, zou het solodebuut van Connie Lovatt er zeker nog eens bij moeten pakken. Coconut Mirror is namelijk een geweldig album met een duidelijk eigen geluid.

Coconut Mirror is opgedragen aan de dochter van Connie Lovatt en werd deels opgenomen in Nieuw Zeeland, waar de Amerikaanse muzikante verbleef tijdens de coronapandemie. De in de basis behoorlijk sobere songs van Connie Lovatt werden van afstand aangevuld met bijdragen van oude muzikale vrienden, onder wie Bill Callahan, maar ook Yo La Tengo bassist James McNew en Dirty Three drummer Jim White droegen bij aan het album. Dat hoor je, want in muzikaal opzicht is Coconut Mirror een uitstekend album.

Connie Lovatt verdiende haar sporen in de indie scene van New York in de jaren 90, maar op Coconut Mirror gaat ze vooral verder terug in de tijd. Coconut Mirror roept meer dan eens herinneringen op aan de alternatieve folk zoals die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in Californië werd gemaakt. AllMusic.com, dat het debuutalbum van Connie Lovatt onder mijn aandacht bracht, noemt Judee Sill als vergelijkingsmateriaal, maar dat is zeker niet de enige naam die opkomt bij beluistering van Coconut Mirror, dat zeker ook en misschien nog wel vaker citeert uit de archieven van de Laurel Canyon folk.

Het solodebuut van Connie Lovatt herinnert misschien aan de diverse soorten Californische folk van de jaren 60 en 70, maar onder andere door het gitaarwerk en het wat ongepolijste karakter van de muziek en de songs heeft het album ook wel wat van de muziek die in de jaren 90 in de indie scene van New York werd gemaakt, onder andere door Bill Callahan’s Smog. Ik vind Coconut Mirror echter ook een eigentijds klinkend album.

Door de bijdragen van nogal wat muzikanten klinken de in de basis ingetogen folksongs van Connie Lovatt mooi vol, maar de songs van de Amerikaanse muzikante hebben ook op een of andere manier iets Spartaans en rammelends. Het levert een album op dat flink anders klinkt dan de meeste andere albums die dit jaar in het genre zijn verschenen en Coconut Mirror is wat mij betreft een album dat je dierbaarder wordt wanneer je het vaker hoort.

Op het eerste gehoor hoor je vooral tijdloze songs met een jaren 60 en 70 sfeer, maar Connie Lovatt slaat op fraaie wijze bruggen naar decennia van recentere datum. In muzikaal opzicht is Coconut Mirror een bijzonder mooi album, maar ook de zang van Connie Lovatt deed vrijwel onmiddellijk iets met me en blijft dat ook doen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem en heeft bovendien iets eigens, waardoor Coconut Mirror er makkelijk uit zou moeten springen in het aanbod van dit jaar.

Ik merkte het album zelf helaas niet onmiddellijk op, maar ben blij met de tip van AllMusic.com, dat het album er terecht wel heeft uitgepikt en heeft geschaard onder de beste singer-songwriter albums van het jaar. Het is een conclusie waarin ik me zelf inmiddels volledig kan vinden. Erwin Zijleman

Conor Oberst - Salutations (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Conor Oberst - Salutations - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Conor Oberst is bekend van bands als Bright Eyes, Desaparecidos en Monsters Of Folk en is inmiddels al enkele decennia de spin in het web van de bijzondere muziekscene van Omaha, Nebraska.

Dat heeft hem een hoop goedwillende fans opgeleverd, maar er zit helaas ook altijd wel een kwaadwillende tussen.

Dat merkte Conor Oberst in de winter van 2013, toen een minderjarige fan hem beschuldigde van verkrachting. In de zomer van 2014 gaf deze ‘fan’ toe dat ze het verhaal uit haar duim had gezogen, maar de wereld van Conor Oberst stond inmiddels wel op zijn kop.

Met flink wat geestelijke en fysieke klachten dook Conor Oberst in februari 2016 de studio in en 48 uur later stonden de songs van wat later dat jaar Ruminations zou worden op de band. Toen de plaat in oktober verscheen, kon ik er niet goed mee uit de voeten. Het was me allemaal veel te donker of zelfs deprimerend, maar de songs bevielen me wel, zeker toen ik wat meer gewend was geraakt aan de aardedonkere plaat.

Conor Oberst had zelf misschien ook wel wat twijfels over het eindresultaat, want op het nog geen half jaar na Ruminations verschenen Salutations zijn de tien songs van Ruminations in een nieuw jasje gestoken.

Waar Conor Oberst de songs in eerste instantie in zijn uppie opnam, dook hij dit keer met een flinke band de studio in. Het is niet zomaar een band, want met namen als The Felice Brothers, Jim James, Gillian Welch, M. Ward, Blake Mills, Jonathan Wilson levende drum legende Jim Keltner mag best van een sterrenbezetting worden gesproken.

Door de aanwezigheid van een hele batterij geweldige muzikanten komen de voor een deel al bekende songs op Salutations stuk voor stuk tot leven. In muzikaal opzicht is Salutations stevig geïnspireerd door het jaren 70 werk van Bob Dylan en de platen van The Band, maar zeker wanneer het tempo wat wordt opgevoerd of de hoeveelheid melancholie toeneemt hoor ik ook vaak wat van The Pogues (en soms wat van The Clash).

Conor Oberst had voor Ruminations minder dan 40 minuten nodig. Voor de 10 songs van deze plaat en de zeven nieuwe songs wordt dit keer bijna 70 minuten uitgetrokken en dat is misschien wel wat veel van het goede. Het eerste half uur zit ik keer op keer op het puntje van mijn stoel en sleept Salutations zich van hoogtepunt naar hoogtepunt, maar op een gegeven moment verslapt de aandacht wat.

Het heeft niet zo veel te maken met de kwaliteit van de songs, want die blijft hoog, maar vooral met de intensiteit en de energie van de muziek op Salutations, want wat je er uit haalt moet je er ook instoppen.

In muzikaal opzicht is het vooral smullen van de gitaren en van het werkelijk fenomenale drumwerk van ouwe rot Jim Keltner, die misschien speelde met alle groten der aarde maar desondanks als een jonge hond tekeer gaat, maar ook de zang van Conor Oberst vind ik dit keer verassend sterk.

Ruminations is het voor mij nog steeds niet helemaal (al vind ik de plaat wel beter dan in oktober), maar Salutations is fantastisch. De productiviteit van Conor Oberst ligt al heel lang op een onwaarschijnlijk niveau, waardoor onmogelijk alles goed kan zijn, maar deze nieuwe plaat overtuigt in nagenoeg alle opzichten. Misschien is het iets te lang, maar bij beluistering in delen valt uiteindelijk alles op zijn plek. Indrukwekkend. Zeer indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman

Conrad Freling - Never Gonna Change the World (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Conrad Freling - Never Gonna Change The World - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Conrad Freling - Never Gonna Change The World
De Nederlandse muzikant Conrad Freling droomde jaren over een rijk georkestreerd soloalbum, maar uiteindelijk besloot hij het gewoon te maken, met het bijzonder fraaie Never Gonna Change The World als resultaat

Conrad Freling is op Never Gonna Change The World niet vies van flink wat strijkers en blazers, maar zijn vol ingekleurde songs hebben ook iets ingetogen en intiems. Het album van de Nederlandse muzikant blijft daarom ondanks de royale orkestraties ver verwijderd van overdaad of holle bombast. De songs op Never Gonna Change The World sluiten aan bij rijk georkestreerde muziek uit het verleden, maar door hier en daar wat scherpe kantjes toe te voegen klinken de songs van Conrad Freling ook eigenzinnig en eigentijds. Conrad Freling vervult met Never Gonna Change The World zijn eigen droom, maar het is er een die het absoluut verdient om gehoord te worden.

Conrad Freling is een Nederlandse muzikant, die de afgelopen twee decennia onder andere deel uitmaakte van de Rotterdamse bands Wallrus en Seven Stars Over Sicily. Dit najaar staat hij op de planken met de Nederlandse band The Bullfight, maar de afgelopen jaren stonden voor Conrad Freling in het teken van het najagen van een droom.

De Nederlandse muzikant fantaseerde uitvoerig over het maken van een rijk georkestreerd singer-songwriter album, zoals zijn favoriete muzikanten die maken, maar hij legde de lat hierbij zo hoog dat het gewenste album lange tijd een wat onwerkelijke droom bleef. Soms komen dromen echter uit en voor Conrad Freling is dit vorige maand gebeurd met de release van Never Gonna Change The World, dat inmiddels is verschenen op het sympathieke Brandy Alexander Recordings, het label van The Bullfight voorman Thomas van Vliet.

Never Gonna Change The World is een album in een genre waar ik lang niet altijd warm voor loop. Ik vind rijk georkestreerde albums als deze meestal wat over the top, zeker wanneer ook nog eens wordt gekozen voor wat theatrale vocalen. Er zijn echter ook albums in het genre die ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden, waaronder Each Man Kills The Things He Loves van Gavin Friday en meerdere albums van Marc Almond; albums die overigens ook flink over the top en theatraal zijn.

Bij beluistering van het album van Conrad Freling had ik af en toe associaties met de muziek van Gavin Friday en Marc Almond, maar minstens net zo vaak met de muziek van Radiohead. Het zijn associaties die overigens het grootste deel van de tijd achterwege bleven, want Conrad Freling maakt ook totaal andere muziek.

Never Gonna Change The World is in de basis voorzien van een akoestische instrumentatie met piano of akoestische gitaar, maar Conrad Freling had in zijn gedroomde muziek flink wat ruimte gereserveerd voor klassieke muzikanten. Never Gonna Change The World is rijkelijk versierd met onder andere strijkers en blazers, terwijl hiernaast met grote regelmaat fraaie koortjes en karakteristieke vrouwenstemmen opduiken.

Het album doet het geweldig wanneer de regen op een kille en donkere avond tegen de ramen klettert, want de muziek van Conrad Freling is bijzonder warm en sfeervol. Op het eerste gezicht klinkt Never Gonna Change The World misschien wat over the top en theatraal met al die tierelantijntjes en de stevig aangezette vocalen, maar het album van Conrad Freling is zeker geen album vol overdaad. Alle aangebrachte versiersels zijn functioneel en voorzien het album van een bijzonder mooi geluid.

Never Gonna Change The World is een album dat je meerdere keren moet horen voordat alles op zijn plek valt. Zeker bij eerste beluistering is de muziek van Conrad Freling en al zijn klassiek geschoolde muzikanten behoorlijk overweldigend, maar na verloop van tijd komt de schoonheid van de songs naar boven drijven.

Het zijn songs die hier en daar flarden van muziek uit vervlogen tijden laten horen, maar het zijn ook eigentijds klinkende songs, die vooral door de zang van Conrad Freling een duidelijk eigen geluid krijgen. Het is zang die net wat minder perfect klinkt dan al die prachtig klinkende strijkers en blazers en op een of andere manier versterkt dit de kracht van dit bijzondere album, dat ook nog eens uitnodigt tot uitvoerig wegdromen. Erwin Zijleman

Constant Follower - Neither Is, nor Ever Was (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Constant Follower - Neither Is, Nor Ever Was - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Constant Follower - Neither Is, Nor Ever Was
De Schotse band Constant Follower haalt de herfst binnen met zeer sfeervolle klanken, bijzonder mooie stemmen en songs die steeds weer nieuwe geheimen prijs geven en steeds feller blinken

Er komen momenteel zoveel nieuwe albums uit dat ik veel albums noodgedwongen slechts kan scannen. Neither Is, Nor Ever Was van Constant Follower maakte bij dit scannen direct een onuitwisbare indruk, maar bij volledige beluistering bleek pas hoe mooi en indrukwekkend het debuutalbum van de Schotse band is. De band heeft ‘in the middle of nowhere’ lang gewerkt aan haar debuutalbum en dat hoor je. De instrumentatie is buitengewoon stemmig en sfeervol, maar het is ook een instrumentatie vol bijzondere details. Hierbij komen de prachtige stemmen van Stephen McAll en Amy Campbell, die elkaar prachtig versterken. Het levert wat mij betreft een droomdebuut op.

Tussen het aanbod van deze week kwam ik Neither Is, Nor Ever Was van Constant Follower tegen. Het is het debuutalbum van de band uit het Schotse Stirling en het is een album dat me zeer aangenaam heeft verrast en uiteindelijk compleet heeft betoverd.

De openingstrack van het album laat direct horen wat de Schotten is huis hebben. Neither Is, Nor Ever Was opent met sfeervolle akoestische klanken van piano en gitaar, met op de achtergrond wat atmosferische klanken van elektronica en strijkers. Het combineert prachtig met de indringende stem van voorman Stephen McAll, die gezelschap krijgt van een al even mooie vrouwenstem.

Openingstrack I Can’t Wake You maakt bijna zes minuten lang indruk met prachtige klanken, mooie stemmen en een sfeervol klankentapijt, dat keer op keer subtiel van kleur verschiet. Na de prachtige openingstrack was ik verkocht, maar ook de rest van het debuutalbum van Constant Follower stelt zeker niet teleur.

Stephen McAll heeft lang gewerkt aan het debuut van zijn band. In zijn tienerjaren raakte hij in Glasgow betrokken bij een vechtpartij met een jeugdbende en raakte hij niet alleen ernstig gewond, maar ook tijdelijk deels verlamd. Bovendien verloor de jonge Schot een groot deel van zijn geheugen. In een afgelegen oord aan de Schotse westkust werd ongeveer tien jaar gewerkt aan het debuutalbum van Constant Follower en het heeft een prachtig album opgeleverd.

Neither Is, Nor Ever Was is een album dat past in het hokje folk, maar het is zeker geen typische exponent van de Britse folk. Net als zoveel andere bands uit Schotland geeft Constant Follower een eigen draai aan het Britse muzikale erfgoed, onder andere door de akoestische klanken die we kennen uit de Britse folk te combineren met atmosferische klanken. Het is een combinatie die prachtig uitpakt en die het geluid van de band hier en daar richting ambient trekt.

Direct vanaf de eerste noten verwarmt de muziek van de Schotse band de ruimte op zeer sfeervolle wijze. Het is muziek die alleen maar beter tot zijn recht komt wanneer het buiten donker, koud en nat is, waarmee Neither Is, Nor Ever Was een prachtig album is voor het seizoen dat inmiddels zijn intrede lijkt te hebben gedaan.

Het is een album dat me, vooral vanwege de combinatie van de mannen en vrouwenstem, af en toe doet denken aan Prefab Sprout, al klonk de Britse band nooit zo stemmig als Constant Follower. Ook associaties met The Dream Academy blijven opduiken, maar de muziek van Constant Follower is een stuk subtieler en soberder.

Neither Is, Nor Ever Was is een album dat makkelijk indruk maakt met wonderschone klanken en mooie doorleefde vocalen, maar het is ook een album waarop veel te ontdekken valt. De instrumentatie is in iedere track weer net wat anders, waarbij vooral de bijzondere accenten aandacht verdienen.

Buiten deze accenten kiest Constant Follower op haar debuutalbum voor een beproefd recept. Een laag tempo, buitengewoon sfeervolle muziek en de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Stephen McAll en zangeres Amy Campbell. Het is een recept dat garant staat voor muziek die je vanaf nu wilt koesteren.

Ook de productie van het album mag overigens niet onvermeld blijven. Hiervoor tekende de Amerikaanse platenbaas van de band en legendarisch producer Kramer, die onder andere werkte met Galaxie 500 en Low. Het is echt puur toeval dat ik tegen dit album aanliep, maar zo mooi als dit heb ik het dit jaar nog niet vaak gehoord. Erwin Zijleman

Constant Follower - The Smile You Send Out Returns to You (2025)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Constant Follower - The Smile You Send Out Returns To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Constant Follower - The Smile You Send Out Returns To You
De Schotse band Constant Follower maakte in 2021 diepe indruk met het album Neither Is, Nor Ever Was, dat deze week wordt gevolgd door het nog mooiere en indrukwekkendere The Smile You Send Out Returns To You

Direct vanaf de eerste noten betovert de Schotse band Constant Follower op haar tweede album The Smile You Send Out Returns To You met prachtige klanken en met twee bijzonder mooi bij elkaar kleurende stemmen. Het is de tweede keer dat de band uit Glasgow zoveel indruk maakt, want het in 2021 verschenen Neither Is, Nor Ever Was hoorde bij de mooiste albums van het betreffende jaar. Op het tweede album gaat Constant Follower verder waar het in 2021 ophield, maar alles klinkt nog net wat mooier. De van melancholie overlopende songs zijn van een bijzondere schoonheid en die wordt alleen maar indrukwekkender door de prachtige muziek en de stemmen van Stephen McAll en Amy Campbell.

De Schotse band Constant Follower kleurde de herfst van 2021 echt prachtig in met haar debuutalbum Neither Is, Nor Ever Was, dat uiteindelijk de dertiende plek in mijn jaarlijstje wist te halen. Neither Is, Nor Ever Was betoverde tien songs lang met wonderschone en zeer stemmige klanken, met de fraaie productie van de legendarische Kramer en zeker ook met de prachtige stemmen van voorman Stephen McAll en zangeres Amy Campbell, die elkaar op indrukwekkende wijze wisten te versterken.

Het debuutalbum van Constant Follower kreeg vooral het label folk opgeplakt, maar Neither Is, Nor Ever Was herinnerde me op een of andere manier en waarschijnlijk vooral door de combinatie de stemmen van Stephen McAll en Amy Campbell ook aan de muziek van mijn jaren 80 helden The Dream Academy en vooral Prefab Sprout.

Een paar weken geleden stond het nieuwe album van Constant Follower al in de lijsten met nieuwe albums, maar deze week is het album dan echt verschenen. In de tussentijd heb ik Neither Is, Nor Ever Was herontdekt en is het debuutalbum van de Schotse band me nog wat dierbaarder geworden dan het al was.

Op Spotify kwam ik overigens ook het prima album tegen dat Constant Follower vorig jaar maakte met de Schotse gitarist Scott William Urquhart, maar het deze week verschenen The Smile You Send Out Returns To You is de echte opvolger van het geweldige debuutalbum uit 2021.

Het is een album dat in meerdere opzichten in het verlengde ligt van het debuutalbum van de band uit Glasgow. Ook op The Smile You Send Out Returns To You maakt Constant Follower folky songs, maar bedwelmt het de luisteraar ook met zeer sfeervolle klanken. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wat mooier en stemmiger dan op het debuutalbum van de band.

Bijzonder fraai gitaarspel wordt gecombineerd met vooral weidse klanken die de ruimte vullen met warmte. The Smile You Send Out Returns To You is niet alleen in muzikaal opzicht nog beter dan het debuutalbum van de band, want ook de zang van Stephen McAll en Amy Campbell komt nog wat harder binnen.

Constant Follower wist voor haar debuutalbum met Kramer een producer van naam en faam te strikken en dat is ook gelukt voor het tweede album. The Smile You Send Out Returns To You werd opgenomen in Austin, Texas, in de studio van Dan Duszynski, die we kennen van de bands Gold Motel, Cross Record en vooral Loma en als producer van de albums van Jess Williamson. Dan Duszynski heeft het unieke geluid van Constant Follower onaangetast gelaten en alleen nog net wat mooier gemaakt.

De melancholie druipt er ook dit keer van af, waardoor het album het uitstekend doet tijdens de winteravonden van het moment, die worden gekleurd door steeds absurder wereldnieuws. De wonderschone songs van Constant Follower voorzien deze winteravonden van warmte en hoop en dat kunnen we momenteel goed gebruiken.

Het debuutalbum van de band uit Glasgow maakte drieënhalf jaar geleden een onuitwisbare indruk en zorgde voor onrealistisch hoge verwachtingen met betrekking tot The Smile You Send Out Returns To You, maar na een paar keer horen kan ik alleen maar concluderen dat de Schotse band deze verwachtingen zelfs heeft overtroffen. Constant Follower heeft een van de mooiste albums van 2025 gemaakt, dat is zeker. Erwin Zijleman

Constant Smiles - Kenneth Anger (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Constant Smiles - Kenneth Anger - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Constant Smiles - Kenneth Anger
Constant Smiles maakte in 2021 het ultieme 90s album en levert deze week met Kenneth Anger een ultiem 80 album af, al klinken de dromerige songs van de Amerikaanse band geen moment gedateerd

Paragons van Constant Smiles was voor mij een in eerste instantie wat obscuur album dat langzaam maar zeker uitgroeide tot een persoonlijke favoriet. Ook Kenneth Anger gaat uitgroeien tot een persoonlijke favoriet, al moest ik wel even wennen aan het duidelijk andere geluid dat de jaren 90 heeft verruild voor de jaren 80 en de gitaren deels voor synths. Wat is gebleven is het aangenaam dromerige karakter van de songs van de band rond Ben Jones, die een uitstekend gevoel heeft voor onweerstaanbaar aangename popsongs. Kenneth Anger zou in de jaren 80 een van mijn favoriete albums zijn geweest, maar ook in 2023 scoort Constant Smiles wat mij betreft hoog.

Aan het eind van 2021 maakte ik bij toeval kennis met de muziek van de Amerikaanse band Constant Smiles. De band rond muzikant Ben Jones had op dat moment al een flink stapeltje vooral in kleinere kring opgepikte albums op zijn naam staan, maar wist met het op het Sacred Bones label verschenen Paragons in bredere kring de aandacht te trekken en trok gelukkig ook mijn aandacht.

Het in een prachtige hoes gestoken album nam me onmiddellijk mee terug naar de gitaaralbums uit de jaren 90, zonder invloeden uit de jaren 60, 70 en 80 te vergeten. Paragons was een album dat in de jaren 90 met de besten mee had gekund en in ieder geval had behoord tot mijn favoriete albums uit het decennium, maar de muziek van Constant Smiles klonk zeker niet als 90s retro.

Deze week keert Constant Smiles terug met een nieuw album, Kenneth Anger. Kenneth Anger is vernoemd naar en een eerbetoon aan de experimentele Amerikaanse experimentele filmmaker en is toch wel een flink ander album dan Paragons. Ben Jones zocht ook dit keer de samenwerking met flink wat andere muzikanten, maar waar hij Paragons vooral schreef met de akoestische gitaar in de hand, greep de Amerikaanse muzikant dit keer naar de elektronica. Kenneth Anger is hierdoor geen gitaaralbum, maar een album waarop de synths domineren, al zijn de gitaren zeker niet vergeten.

Paragons was zoals gezegd een album dat in de jaren 90 zou hebben behoord tot mijn favoriete albums en ook Kenneth Anger zou in het verleden hoge ogen hebben gegooid. Ik ben er van overtuigd dat ik het album in de jaren 80 zou hebben gekoesterd, maar ook dit keer maakt Constant Smiles muziek die zeker niet in het verleden is blijven hangen. Zeker wanneer de synths domineren, de bassen diep en de ritmes strak zijn, doet het nieuwe album van Constant Smiles in muzikaal opzicht wel wat denken aan New Order, maar het album bevat ook een aantal net wat meer gitaar georiënteerde songs die herinneren aan de aangename 80s pop van bands als The Lotus Eaters en China Crisis.

Net als op Paragons geeft Ben Jones ook op Kenneth Anger een eigen draai aan alle invloeden uit het verleden. Hij doet dit bijvoorbeeld met de lome en dromerige zang, die de muziek van de Amerikaanse band een stuk zonniger laat klinken dan de doompop uit de jaren 80, maar ook in muzikaal opzicht zoekt Constant Smiles met enige regelmaat het avontuur op, terwijl de band ook continu strooit met mooie melodieën en catchy refreinen.

Ben Jones werkte zoals gezegd ook dit keer samen met een aantal andere muzikanten, van wie Cassandra Jenkins de bekendste is. Op Kenneth Anger is een belangrijke plek ingeruimd voor heerlijk authentiek klinkende 80s synths, maar incidenteel worden ook strijkers toegevoegd en wordt de stem van Ben Jones gecombineerd met mooie vrouwenstemmen, waaronder die van Cassandra Jenkins.

Omdat ik zeer gecharmeerd was van het vorige album van Constant Smiles moest ik even wennen aan het nieuwe album, maar nu ik Kenneth Anger meerdere keren heb beluisterd, vind ik ook dit album weer een pareltje en het is bovendien een album dat alleen maar beter wordt.

Constant Smiles maakt muziek die het uitstekend doet wanneer je in een nostalgische bui bent, want Kenneth Anger neemt je onmiddellijk mee terug naar de jaren 80, maar ook in het nu zitten de melodieuze popliedjes van de Amerikaanse band vol onweerstaanbare verleiding. Ik lees helaas nog maar weinig over dit album, maar Kenneth Anger van Constant Smiles moet in deze drukke releaseweek zeker worden geschaard onder de hoogtepunten. Erwin Zijleman

Constant Smiles - Moonflowers (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Constant Smiles - Moonflowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Constant Smiles - Moonflowers
De Amerikaanse band Constant Smiles leverde vier jaar geleden een prachtig 90’s album af, kwam twee jaar geleden met een heerlijk 80s album op de proppen en maakt deze week indruk met een fraai album met een vleugje 70s

Constant Smiles had al een enorme stapel albums op haar naam staan toen het terecht een plekje in de spotlights kreeg met het uitstekende album Paragons. Die spotlights waren er ook toen twee jaar geleden het album Kenneth Anger verscheen en wederom viel er niets af te dingen op de aandacht voor de Amerikaanse band. Hopelijk kan ook het deze week verschenen Moonflowers weer op aandacht rekenen, want het is wederom een sterk album. Het is bovendien wederom een album dat anders klinkt dan zijn voorganger, want de synths van het vorige album hebben plaats gemaakt voor een organischer en folkier geluid. Het levert wederom een bijzonde fraai album op.

Bijna precies vier jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Amerikaanse band Constant Smiles. Paragons werd hier en daar aangeprezen als het officiële debuutalbum van de band uit Queens, New York, maar dat voelde een beetje raar bij een band die al meer dan vijftien albums op haar naam bleek te hebben staan.

Paragons was ook het eerste dat ik hoorde van Constant Smiles, maar het was wel liefde op het eerste gehoor. Ik vergeleek Paragons onder andere met de muziek van de Australische band The Go-Betweens en dat is een van de grootste complimenten die ik een band kan maken.

Constant Smiles verwerkte op Paragons invloeden uit een aantal decennia popmuziek, maar ik hoorde de meeste raakvlakken met de wat zweverige gitaarmuziek uit de jaren 90 van bijvoorbeeld bands als Yo La Tengo en Luna. Het leverde uiteindelijk een van de mooiste herfstalbums van 2021 op, al was ik het album helaas vergeten toen ik mijn jaarlijstje een paar maanden later maakte.

In het prille voorjaar van 2023 keerde Constant Smiles terug met het album Kenneth Anger en het was wederom een album waarop de Amerikaanse band uiteenlopende invloeden verwerkte. Waar ik bij beluistering van Paragons vooral associaties had met licht psychedelische gitaaralbums uit de jaren 90, nam Kenneth Anger me vooral mee terug naar de elektronische popmuziek uit de jaren 80 en naar legendarische albums van bands als China Crisis en The Lotus Eaters en het was weer prachtig.

Deze week is de opvolger van het album uit 2023 verschenen en logischerwijs zou Constant Smiles op Moonflowers terug moeten grijpen op muziek uit de jaren 70. Het nieuwe album van de band uit New York klinkt in ieder geval weer flink anders dan zijn twee voorgangers, dus wat dat betreft voldoet Moonflowers aan de verwachtingen.

Constant Smiles omschrijft de muziek op het nieuwe album zelf als ambient pop, maar zelf hoor ik ook flink wat invloeden uit de folkrock, met inderdaad meer dan eens een jaren 70 vibe. Moonflowers heeft af en toe misschien een jaren 70 sfeertje, maar het is ook absoluut een indiefolk album van deze tijd.

Na de psychedelische 90s gitaren van Paragons en de 80s synths van Kenneth Anger kiest Constant Smiles op haar nieuwe album voor een organischer en wat meer ingetogen geluid. Het is een geluid dat best als folky mag worden omschreven, maar het wordt gecombineerd met bijzondere klankentapijten van synths op de achtergrond, waardoor het geen standaard 70s folkrock is.

Net als de vorige albums van de Amerikaanse band wordt ook Moonflowers weer gekenmerkt door een serie aansprekende songs. Het zijn songs die je eigenlijk direct wilt omarmen, maar die ook makkelijk blijven hangen. In muzikaal opzicht is het allemaal weer dik in orde en ook de zang op Moonflowers is weer prima. Het is zang die af en toe is voorzien van fraaie aanvullingen van vrouwenstemmen, waarvoor onder andere Cassandra Jenkins en Katie von Schleicher naar de studio kwamen.

Constant Smiles is helaas nog altijd behoorlijk onbekend, maar met Paragons, Kenneth Anger en Moonflowers heeft de band nu een fraai stapeltje albums op haar naam staan. Het is lastig kiezen tussen drie totaal verschillende albums, maar Moonflowers is zeker niet minder dan de terecht door mij geprezen voorgangers. Leuke band, uitstekend album. Erwin Zijleman

Constant Smiles - Paragons (2021)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Constant Smiles - Paragons - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Constant Smiles - Paragons
De Amerikaanse band Constant Smiles kleurt de herfstdagen van het moment fraai en sfeervol in en verrast met melodieuze songs die zich stuk voor stuk als een warme deken om je heen slaan

Constant Smiles, de band rond de Amerikaanse muzikant Ben Jones, maakte al meer dan vijftien albums, maar met het deze week verschenen Paragons zet de band een reuzenstap. Paragons is een warm en stemmig album dat perfect kleurt bij de herfstbladeren van het moment. Ben Jones laat zich inspireren door de zweverige gitaarmuziek uit de jaren 90, maar kan ook uit de voeten met de alt-country uit dit decennium, met de folkrock van een aantal decennia eerder en met de stekelige maar ook onweerstaanbare popsongs van The Go-Betweens. Paragons is een heerlijk maar ook interessant herfstalbum, dat de continue glimlach uit de bandnaam heel snel op je gezicht tovert.

Paragons van Constant Smiles viel me in eerste instantie vooral op door de hoes van het album. Het is een tijdloze albumhoes en het is er bovendien een die perfect past bij het huidige jaargetijde. Uit nieuwsgierigheid heb ik vervolgens ook maar even naar het album zelf geluisterd en dat bleek een zeer aangename verrassing. De muziek van de band uit Brooklyn, New York, klinkt immers al even tijdloos en kleurt bovendien prachtig bij de vallende blaadjes buiten.

Ik had nog nooit van Constant Smiles gehoord en omdat op muziekencyclopedie Allmusic.com alleen het deze week verschenen Paragons is te vinden, ging ik even uit van een debuutalbum. Op Spotify staan echter nog drie albums van de Amerikaanse band en op de bandcamp pagina van de band staan er nog veel meer. Constant Smiles is met ruim vijftien albums op haar naam inmiddels een gelouterde band, maar met Paragons moet de band maar eens een stap naar een breder publiek gaan zetten. Dat is zeker geen kansloze missie, want in muzikaal opzicht heeft de band op Paragons een flinke stap gezet.

Constant Smiles is de band rond de Amerikaanse muzikant Ben Jones, die overigens zijn naam is vergeten te vermelden op de bandcamp pagina van het album. Deze Ben Jones deed in het verleden zo ongeveer alles zelf, maar omdat Constant Smiles een contract heeft getekend bij het Sacred Bones label, kon de Amerikaanse muzikant voor Paragons een beroep doen op huisproducer Ben Greenberg en een aantal bevriende gastmuzikanten.

Ik heb natuurlijk ook even geluisterd naar het oudere werk van de band rond Ben Jones, maar dat is een stuk gruiziger en lo-fi dan het prachtig klinkende Paragons. Het nieuwe album van Constant Smiles klinkt zoals gezegd tijdloos. Bij eerste beluistering van het album had ik vooral associaties met de wat zweverigere gitaarbands uit de jaren 90 als Yo La Tengo, Luna en al hun soortgenoten, maar Ben Jones gaat op Paragons ook verder terug in de tijd en kan zijn sfeervolle songs ook voorzien van invloeden uit de jaren 60, 70 en 80.

Uit de eerste twee decennia neemt de Amerikaanse muzikant vooral invloeden uit de folk(rock) en psychedelica mee, maar uit de jaren 80 hoor ik ook wel wat invloeden van de Australische band The Go-Betweens en van de Nieuw-Zeelandse gitaarbands die tegelijkertijd opdoken. Mooi vergelijkingsmateriaal dus.

De songs van Constant Smiles zijn bijzonder sfeervol door de mooie en warme gitaarlijnen en door de wat dromerige zang, maar de songs op Paragons zijn ook zeer melodieus, waardoor ze zich makkelijk en zo nu en dan zelfs genadeloos opdringen. In een aantal songs schuift Constant Smiles wat op richting de folkrock uit de jaren 70, maar het klinkt geen moment oubollig of belegen.

Paragons bevat naast een intro, een outro en een interlude, tien uitstekende popliedjes, die zich op een kille herfstavond als een warme deken om je heen slaan. Het zijn popliedjes die makkelijk verleiden, maar er valt gelukkig ook genoeg bijzonders te ontdekken in de songs van Ben Jones en zijn medemuzikanten. Door het oppikken van dit album heb ik er opeens een interessante band met een flink uit de kluiten gewassen oeuvre bij, maar Paragons steekt er voorlopig nog wel wat bovenuit. Het mooiste herfstalbum van deze week. Erwin Zijleman

Corb Lund - Counterfeit Blues (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Corb Lund - Counterfeit Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese singer-songwriter Corb Lund draait inmiddels al weer bijna twintig jaar mee, maar de stapel platen die hij maakte tussen 1995 en 2012 is me eerlijk gezegd volledig ontgaan.

Dat geldt zeker niet voor het twee jaar geleden verschenen Cabin Fever dat ik twee jaar geleden omarmde als een klassieker in de dop. Het is een plaat die ik niet snel zal vergeten, al is het maar omdat ik in eerste instantie alleen de akoestische bonus cd had gevonden, zodat de elektrische hoofdmoot uiteindelijk als voetnoot aan mijn recensie moest worden toegevoegd.

Ook het een maand of twee geleden verschenen Counterfeit Blues bevat een bonus-disc, maar omdat het dit keer gaat om een, overigens bijzonder fraaie, documentaire op DVD is de kans op verwarring dit keer minder groot.

Counterfeit Blues sluit aan op de eerste disc van Cabin Fever en walst over je heen met een elektrisch versterkte portie country, folk, honky tonk en vooral blues, westen swing, rock ’n roll, rootsrock en rockabilly.

Iedereen die de muziek van Corb Lund al langer een warm hart toe draagt, zal veel oude bekenden tegen komen, want de plaat bevat songs van platen die Corb Lund een jaar of tien geleden maakte. Al deze songs werden in Memphis, Tennessee, opnieuw opgenomen, waarbij de legendarische Sun Studio’s zorgden voor een ambiance vol historie en magie.

Corb Lund en zijn drie muzikale medestanders hadden er hoorbaar zin in, want wat wordt er op Counterfeit Blues gedreven en energiek gemusiceerd. De plaat spat werkelijk uit de speakers en is van het hoge niveau dat Corb Lund ook op Cabin Fever etaleerde.

Lund beschikt over een krachtige en aangename stem en beschikt over een band die in meerdere genres uit de voeten kan. Het maakt daarom niet zoveel uit in welk genre de Canadees opereert. Zijn blues klinkt rauw en meedogenloos, zijn rock ’n roll en rockabilly tijdloos en energiek, zijn rootsmuziek geïnspireerd maar ook altijd verrassend.

Corb Lund citeert op Counterfeit Blues uit zijn eigen muziek uit een nog redelijk recent verleden en gaat in muzikaal opzicht nog een aantal decennia verder terug. De plaat klinkt aan de ene kant heerlijk tijdloos, maar verenigt ook bijna stiekem genres die nog niet eerder verenigd werden. Het levert een bijzonder veelzijdige rootsplaat op, die zich uiteindelijk van hoogtepunt naar hoogtepunt sleept.

Met name het werkelijk prachtige gitaarwerk en de gevoelige strot van Corb Lund dragen nadrukkelijk bij aan de kracht van Counterfeit Blues, maar ook de ritmesectie weet zich uiteindelijk in bijzonder positieve zin te onderscheiden.

Op basis van Cabin Fever voorspelde ik Corb Lund twee jaar geleden alsnog een prachtige carrière in de rootsmuziek en deze voorspelling hoeft op basis van Counterfeit Blues niet te worden bijgesteld. Integendeel, de nieuwe plaat is nog veel urgenter.

Stop overigens zeker ook de bijgevoegde DVD een keer in de speler, want deze brengt de tocht van een stel Canadese muzikanten naar de historische of zelfs heilige grond in Memphis fraai in beeld en bevat ook nog eens een aantal bonus tracks.

Counterfeit Blues is al met al een plaat met meerdere gezichten. Corb Lund eert op deze plaat zijn oude werk en eert invloeden uit vervlogen tijden. Dit doet hij, samen met zijn geweldige band, met zoveel energie, passie en kwaliteit dat Counterfeit Blues garant staat voor een zeldzaam aangename luisterervaring die zowel het verleden als het heden recht doet; net als het overigens nog altijd prachtige Cabin Fever twee jaar geleden. Erwin Zijleman

Corb Lund - El Viejo (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Corb Lund - El Viejo - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Corb Lund - El Viejo
Corb Lund nam, samen met zijn band The Hurtin' Albertans, in zijn woonkamer in Canada een akoestisch album op en het is een veelzijdig rootsalbum waar het spelplezier en de inspiratie van af spatten

Corb Lund leek een jaar of tien geleden door te breken naar een groot publiek. Het is er op een of andere manier niet van gekomen, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van zijn albums. Ook het nu verschenen El Viejo is weer een uitstekend album. Corb Lund werkte in het verleden samen met topproducer Dave Cobb, maar produceerde zijn nieuwe album zelf. Het album werd thuis opgenomen, waarbij zijn band aanschoof. El Viejo is een volledig akoestisch album met wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek. Er wordt prima gemusiceerd op het album en ook de zang en de songs van Corb Lund zijn weer dik in orde. Alle reden dus om eens te luisteren naar de muziek van de Canadese muzikant.

De Canadese muzikant Corb Lund is inmiddels een kleine 35 jaar actief in de muziek. Op de universiteit formeerde hij zijn eerste bandje, The Smalls, maar een paar jaar later stond hij ook met zijn eigen Corb Lund Band op de planken. Dat leverde een aardig stapeltje albums op, voordat ik in 2012 het sterke Cabin Fever ontdekte. Het album, dat terecht werd geschaard onder de beste rootsalbums van het betreffende jaar, liep met zevenmijlslaarzen door de genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en met vergelijkbare passen door de tijd.

Ik was ook zeer te spreken over opvolgers Counterfeit Blues uit 2014 (waarop de Canadese muzikant zijn vroege werk recyclede) en zeker over het prachtige en door Dave Cobb geproduceerde Things That Can't Be Undone uit 2015, maar hierna ben ik Corb Lund wat kwijt geraakt. De Canadese muzikant bracht twee aardige albums met covers uit en hiernaast verscheen het wat ongrijpbare Agricultural Tragic, dat ik achteraf bezien niet op de juiste waarde heb geschat.

Deze week keert Corb Lund terug met een nieuw album en ruim acht jaar na Things That Can't Be Undone ben ik eindelijk weer eens direct gegrepen door een album van de muzikant uit Lethbridge, Alberta. El Viejo is een flink ander album dan Things That Can't Be Undone. De gelikte productie van Dave Cobb is vervangen door een vrij sobere productie van Corb Lund zelf, die zijn nieuwe album in zijn woonkamer opnam. De Canadese muzikant werd hierbij bijgestaan door zijn band The Hurtin' Albertans, maar de elektrisch versterkte instrumenten bleven in de koffers.

Het betekent zeker niet dat El Viejo een sober akoestisch album is geworden, want er is genoeg muzikaal vuurwerk te horen. Met name het snarenwerk op het album knalt uit de speakers, waarbij gitaren, mandolines en banjo’s strijden om de aandacht. Ik hou normaal gesproken niet zo van akoestische en wat traditioneel aandoende rootsalbums, maar voor El Viejo had ik onmiddellijk een zwak. Het album is overigens opgedragen aan de Canadese muzikant Ian Tyson, een van Corb Lund’s muzikale helden, die vorig jaar overleed. Het voorziet de songs op El Viejo van wat extra lading.

Corb Lund kon in het verleden uit de voeten op een breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek en kan dit ook op El Viejo, dat meerdere subgenres aantikt en zowel uit de voeten kan met country en folk als met honky tonk en bluegrass. Corb Lund opereert misschien vanuit het hoge noorden, maar El Viejo klinkt als een album dat ergens ver in het zuiden van de Verenigde Staten aan de oevers van de Mississippi is gemaakt.

In muzikaal opzicht is El Viejo zoals gezegd een prima album, maar ook de zang van Corb Lund is weer dik in orde en hetzelfde geldt voor de kwaliteit van zijn songs. El Viejo moet het doen zonder de fraaie productie van een vakman als Dave Cobb, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door het spelplezier dat van El Viejo af spat. Je hoort song na song met hoeveel toewijding, passie en plezier Corb Lund en The Hurtin' Albertans dit album hebben gemaakt en dit slaat snel over op de luisteraar.

Ik voorspelde Corb Lund een jaar of twaalf geleden al eens een hele grote toekomst en was destijds niet de enige. Dat is er tot dusver nog niet echt van gekomen helaas, maar ook met El Viejo levert de Canadese muzikant weer een fraai visitekaartje af, dat de aandacht verdient van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman

Corb Lund - Things That Can't Be Undone (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Corb Lund - Things That Can't Be Undone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese muzikant Corb Lund maakte al een jaar of twaalf platen toen ik voor het eerst kennis maakte met zijn muziek, maar sinds het in 2012 verschenen Cabin Fever ben ik een groot fan.

Dat bleef ik na de release van Counterfeit Blues uit 2014, waarop Corb Lund zijn oude werk recyclede, en dat blijf ik na de release van Things That Can’t Be Undone.

De in Nashville opgenomen nieuwe plaat ligt wat dichter bij Cabin Fever dan de voorganger met oude songs en laat horen dat Corb Lund behoort tot het beste dat de rootsmuziek momenteel te bieden heeft.

Het knappe van de platen van Corb Lund is dat hij de rootsmuziek uit het verre verleden volop eert, maar ook muziek maakt die eigentijds en anders is. De Canadees bestrijkt hierbij een opvallend breed palet.

Things That Can’t Be Undone bevat een aantal songs die je verwacht bij een plaat die in Nashville is gemaakt, maar Corb Lund flirt ook met onder andere rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50 en met Britse rockmuziek uit de jaren 60 en 70.

Zeker in de mooi galmende gitaartracks doet de muziek van Corb Lund wel wat denken aan de betere platen van Chris Isaak, al graaft de Canadees wel wat dieper en zijn de songs veel beter dan die van Chris Isaak. De vergelijking met de ooit succesvolle Amerikaan verdwijnt overigens volledig wanneer Corb Lund kiest voor intieme rootssongs die je tot op het bod raken.

Things That Can’t Be Undone bevat 10 songs (de luxe versie bevat als bonus een interessante DVD) en het zijn 10 songs van wereldklasse. Corb Lund en zijn band zijn zeer op dreef, maar ook de productie van Dave Cobb (die eerder mooie dingen deed voor Sturgill Simpson, Lindi Ortega en Jason Isbell) verdient alle lof.

Corb Lund legde de lat drie jaar geleden erg hoog met het geweldige Cabin Fever, maar Things That Can’t Be Undone is nog beter. Dat Corb Lund een hele grote is binnen het rootsgenre staat voor mij inmiddels wel vast. Erwin Zijleman

Cordovas - The Rose of Aces (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cordovas - The Rose Of Aces - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Cordovas - The Rose Of Aces
De Amerikaanse band Cordovas eert ook op haar vierde album de muzikale helden uit de jaren 70, maar op The Rose Of Aces stijgt de band uit Nashville ook op indrukwekkende wijze boven zichzelf uit

Laat The Rose Of Aces van Cordovas uit de speakers komen en je zou zomaar kunnen vermoeden dat je luistert naar een vergeten parel uit de jaren 70. De band uit Nashville heeft zich stevig laten inspireren door de Amerikaanse rootsmuziek en Southern Rock van lang geleden, maar het heerlijk laidback geluid op het vierde album van het moment doet het ook prima in het heden. The Rose Of Aces is voorzien van een bijzonder aangenaam geluid vol fraai snarenwerk, maar ook de zang op het album is niet te versmaden. Ik had tot dusver niet zo heel veel met de muziek van Cordovas, maar het vierde album van de Amerikaanse band is echt een topalbum.

Ik wist tot voor kort niet zo goed wat ik aan moest met muziek van de Amerikaanse band Cordovas. De band uit Nashville, Tennessee, leverde met Cordovas uit 2012, That Santa Fe Channel uit 2018 en Destiny Hotel uit 2020 drie prima of zelfs uitstekende albums af, maar het waren ook alle drie albums die me inspireerden tot het weer eens uit kast trekken van een aantal klassiekers uit de jaren 70, waardoor de albums van Cordovas onmiddellijk weer naar de achtergrond verdwenen.

AllMusic.com noemt in haar biografie van Cordovas met name The Allman Brothers Band, The Band en Grateful Dead als relevant vergelijkingsmateriaal en dat snijdt absoluut hout. Ik kan er nog wel een lijstje namen aan toevoegen, maar ik kan de namen van The Band en vooral Grateful Dead ook onderstrepen, want relevanter vergelijkingsmateriaal kan ik niet noemen.

Cordovas maakt ook op haar nieuwe album zeker geen geheim van haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar dat geldt voor veel meer bands in het genre. Ik begrijp dan ook niet zo goed dat ik de albums van Cordovas tot dusver allemaal liet liggen, maar het liep gelukkig anders met het onlangs verschenen The Rose Of Aces.

Ook op haar vierde album vindt Cordovas de inspiratie vooral in het verre verleden en maakt het muziek die ook zomaar op de albums van een van haar grote voorbeelden terecht had kunnen komen. Waar ik in het verleden direct op zoek ging naar de albums van deze grote voorbeelden, bleef ik luisteren naar The Rose Of Aces.

Ik weet niet precies waar dat aan ligt, maar mogelijk heeft het inhuren van topgitarist Cory Hanson als co-producer geholpen. De Amerikaanse muzikant, aan wiens laatste album ik behoorlijk moest wennen, maar die ook twee meesterwerken op zijn naam heeft staan, heeft het nieuwe album van Cordovas voorzien van een mooi geluid, waarin met name het snarenwerk prachtig klinkt, maar waarin ook de piano en de zang uitstekend klinken.

Cory Hanson draagt zelf ook wat mooi gitaarwerk bij, maar ook de pedal steel en incidenteel de viool spelen een voorname rol in het geluid van de Amerikaanse band. De muziek van Cordovas klinkt vaak heerlijk laidback, maar de band kan ook uitpakken met steviger gitaarwerk.

In muzikaal opzicht heeft Cordovas het op The Rose Of Aces goed voor elkaar en ook in vocaal opzicht maakt de band makkelijk indruk. De band beschikt met Joe Firstman over een uitstekend leadzanger, maar de band heeft meer mooie mannen- en vrouwenstemmen in huis, wat zorgt voor bijzonder mooie harmonieën. Die harmonieën zorgen er ook voor dat de muziek van Cordovas herinneringen oproept aan muziek uit een ver verleden, maar The Rose Of Aces klinkt zeker niet gedateerd.

De band uit Nashville doet op haar vierde album niet eens hele andere dingen dan op de drie voorgangers, maar nadat ik ook die albums nog eens heb beluisterd, blijft het nieuwe album van de Amerikaanse band mijn favoriete album, al hadden ook de drie voorgangers niet misstaan op de krenten uit de pop.

En nu is het hopen op echt broeierige zomeravonden, want op deze avonden kan het nieuwe album van Cordovas wel eens nog beter tot zijn recht komen. Ook zonder deze avonden is The Rose Of Aces een heerlijk album, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en Southern rock met een vleugje jaren 70. Erwin Zijleman