Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Claud - Super Monster (2021)

4,0
0
geplaatst: 14 februari 2021, 10:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Claud - Super Monster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claud - Super Monster
Phoebe Bridgers is sinds kort ook platenbaas en levert met het debuut van Claud een bijzonder sterk album af, waarop de jonge muzikant uit New York zich manifesteert als grote belofte voor de toekomst
De naam Claud zingt al even rond in de New Yorkse muziekscene en in kringen rond Phoebe Bridgers, maar een prachtdebuut als Super Monster had ik nog niet verwacht. Het is een debuut vol aanstekelijke maar ook fantasierijke popliedjes. Het zijn popliedjes die zich onmiddellijk opdringen, maar die ook over de nodige groeipotentie beschikken. Super Monster is even smaakvol als avontuurlijk ingekleurd, waarna de mooie stem van Claud de feestvreugde nog wat verder vergroot. Het is een prachtig debuut voor het label van Phoebe Bridgers, maar een nog mooier debuut voor Claud, die direct kan worden toegevoegd aan de smaakmakers van de indie-scene van het moment.
De Amerikaanse muzikante Phoebe Bridgers timmert de afgelopen vier jaar met enorm veel succes aan de weg en heeft inmiddels twee onbetwiste jaarlijstjesalbums op haar naam staan (en nog een samen met Bright Eyes voorman Conor Oberst als Better Oblivion Community Center). Met haar eigen platenlabel Saddest Factory Records biedt ze sinds kort ook collega muzikanten een platform en op dit label verscheen deze week de allereerste release.
Die is niet van Phoebe Bridgers zelfs, maar van Claud Mintz, die eerder muziek maakte als helft van het duo Toast. Claud Mintz groeide op in de buurt van Chicago, maar opereert inmiddels vanuit Brooklyn, New York. Het debuut als Claud (die zichzelf overigens ziet als non-binair persoon) werd opgenomen in de roemruchte Electric Lady Studios in New York, waar voormalig Toast maatje Josh Mehling aanschoof als een van de co-producers.
Ik begrijp wel waarom Phoebe Bridgers Super Monster van Claud heeft uitgekozen als eerste album voor haar eigen platenlabel. De muziek van Claud is niet heel ver verwijderd van die van Phoebe Bridgers zelf (al hoor ik persoonlijk meer van de nieuwe Taylor Swift) en de jonge muzikant uit New York heeft bovendien een bijzonder sterk debuut afgeleverd.
Zeker wanneer de gitaren domineren in het werk van Claud past Super Monster in het indie-rock hokje waarin ook platenbaas Phoebe Bridgers actief is, maar Super Monster is niet alleen een gitaaralbum. Zeker in de wat meer elektronisch ingekleurde songs schuift Claud wat meer de kant van de pop op en klinkt de muziek ook wat zonniger dan die van Phoebe Bridgers. Het waren de gitaar georiënteerde songs die me onmiddellijk overtuigden, maar ik ben blij dat Claud op dit fraaie debuut nadrukkelijk de vleugels uitslaat en niet teveel in één genre blijft hangen.
Super Monster opent met een lichtvoetig klinkend popliedje waarin direct de zeer aangename stem van Claud en een zeer goed gevoel voor aanstekelijke popliedjes opvallen. Bijgestaan door onder andere Jake Portrait (Unknown Mortal Orchestra) en de geweldige Clairo (Claire Cottrill) verrast Claude met popsongs die zich genadeloos opdringen, maar die ook knap in elkaar steken.
Indie-rock, indie-pop, pop en een vleugje R&B worden samengesmeed in songs die makkelijk verleiden, maar die ook het talent van Claude genadeloos bloot leggen. Super Monster is een album vol jeugdige onbevangenheid, maar het is ook een album vol diepgang.
Het niveau van Phoebe Bridgers haalt Claud misschien nog niet, maar ik merk dat de songs op Super Monster me een voor een steeds dierbaarder worden en dat het debuut van Claud me keer op keer de volle 37 minuten weet te vermaken. Enerzijds door de goede songs en de persoonlijke noten, maar ook zeker door de veelzijdige instrumentatie en door de stem van Claud, die niet alleen mooi is maar ook vol gevoel zit.
Phoebe Bridgers is de belofte inmiddels al lang ontgroeid en behoort tot de smaakmakers van de Amerikaanse indie-scene. Met het debuut van Claud bewijst ze dat ze ook als aanjager en promotor van nieuw talent over een uitstekende smaak beschikt, al gaan alle mooie woorden voor het fraaie Super Monster toch vooral naar de jonge muzikant Claud, die zich met dit prachtdebuut onder de grote beloften voor de toekomst schaart en een debuut aflevert dat behoort tot de hoogtepunten van het prille muziekjaar 2021. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Claud - Super Monster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claud - Super Monster
Phoebe Bridgers is sinds kort ook platenbaas en levert met het debuut van Claud een bijzonder sterk album af, waarop de jonge muzikant uit New York zich manifesteert als grote belofte voor de toekomst
De naam Claud zingt al even rond in de New Yorkse muziekscene en in kringen rond Phoebe Bridgers, maar een prachtdebuut als Super Monster had ik nog niet verwacht. Het is een debuut vol aanstekelijke maar ook fantasierijke popliedjes. Het zijn popliedjes die zich onmiddellijk opdringen, maar die ook over de nodige groeipotentie beschikken. Super Monster is even smaakvol als avontuurlijk ingekleurd, waarna de mooie stem van Claud de feestvreugde nog wat verder vergroot. Het is een prachtig debuut voor het label van Phoebe Bridgers, maar een nog mooier debuut voor Claud, die direct kan worden toegevoegd aan de smaakmakers van de indie-scene van het moment.
De Amerikaanse muzikante Phoebe Bridgers timmert de afgelopen vier jaar met enorm veel succes aan de weg en heeft inmiddels twee onbetwiste jaarlijstjesalbums op haar naam staan (en nog een samen met Bright Eyes voorman Conor Oberst als Better Oblivion Community Center). Met haar eigen platenlabel Saddest Factory Records biedt ze sinds kort ook collega muzikanten een platform en op dit label verscheen deze week de allereerste release.
Die is niet van Phoebe Bridgers zelfs, maar van Claud Mintz, die eerder muziek maakte als helft van het duo Toast. Claud Mintz groeide op in de buurt van Chicago, maar opereert inmiddels vanuit Brooklyn, New York. Het debuut als Claud (die zichzelf overigens ziet als non-binair persoon) werd opgenomen in de roemruchte Electric Lady Studios in New York, waar voormalig Toast maatje Josh Mehling aanschoof als een van de co-producers.
Ik begrijp wel waarom Phoebe Bridgers Super Monster van Claud heeft uitgekozen als eerste album voor haar eigen platenlabel. De muziek van Claud is niet heel ver verwijderd van die van Phoebe Bridgers zelf (al hoor ik persoonlijk meer van de nieuwe Taylor Swift) en de jonge muzikant uit New York heeft bovendien een bijzonder sterk debuut afgeleverd.
Zeker wanneer de gitaren domineren in het werk van Claud past Super Monster in het indie-rock hokje waarin ook platenbaas Phoebe Bridgers actief is, maar Super Monster is niet alleen een gitaaralbum. Zeker in de wat meer elektronisch ingekleurde songs schuift Claud wat meer de kant van de pop op en klinkt de muziek ook wat zonniger dan die van Phoebe Bridgers. Het waren de gitaar georiënteerde songs die me onmiddellijk overtuigden, maar ik ben blij dat Claud op dit fraaie debuut nadrukkelijk de vleugels uitslaat en niet teveel in één genre blijft hangen.
Super Monster opent met een lichtvoetig klinkend popliedje waarin direct de zeer aangename stem van Claud en een zeer goed gevoel voor aanstekelijke popliedjes opvallen. Bijgestaan door onder andere Jake Portrait (Unknown Mortal Orchestra) en de geweldige Clairo (Claire Cottrill) verrast Claude met popsongs die zich genadeloos opdringen, maar die ook knap in elkaar steken.
Indie-rock, indie-pop, pop en een vleugje R&B worden samengesmeed in songs die makkelijk verleiden, maar die ook het talent van Claude genadeloos bloot leggen. Super Monster is een album vol jeugdige onbevangenheid, maar het is ook een album vol diepgang.
Het niveau van Phoebe Bridgers haalt Claud misschien nog niet, maar ik merk dat de songs op Super Monster me een voor een steeds dierbaarder worden en dat het debuut van Claud me keer op keer de volle 37 minuten weet te vermaken. Enerzijds door de goede songs en de persoonlijke noten, maar ook zeker door de veelzijdige instrumentatie en door de stem van Claud, die niet alleen mooi is maar ook vol gevoel zit.
Phoebe Bridgers is de belofte inmiddels al lang ontgroeid en behoort tot de smaakmakers van de Amerikaanse indie-scene. Met het debuut van Claud bewijst ze dat ze ook als aanjager en promotor van nieuw talent over een uitstekende smaak beschikt, al gaan alle mooie woorden voor het fraaie Super Monster toch vooral naar de jonge muzikant Claud, die zich met dit prachtdebuut onder de grote beloften voor de toekomst schaart en een debuut aflevert dat behoort tot de hoogtepunten van het prille muziekjaar 2021. Erwin Zijleman
Claud - Supermodels (2023)

4,5
0
geplaatst: 21 juli 2023, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Claud - Supermodels - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claud - Supermodels
Claud maakte in 2021 met Super Monster een van de betere indiepop en indierock albums van de afgelopen jaren en laat met het nog wat betere Supermodels horen dat het vorige album geen toevalstreffer was
Claud bracht het in 2021 verschenen Super Monster uit op het label van Phoebe Bridgers en leverde een album af waarop haar platenbaas stiekem best jaloers kan zijn geweest. Claud beheerste op Super Monster de kunst van het schrijven van onweerstaanbaar lekkere popliedjes en dat is een schaars goed. Op het deze week verschenen Supermodels ligt de kwaliteit van de songs alleen maar hoger. Claud is bovendien beter gaan zingen en heeft bovendien een nog wat mooier klinkend album afgeleverd. Super Monster kreeg wat mij betreft veel te weinig aandacht, maart hopelijk zijn de liefhebbers van de betere indiepop en indierock dit keer wel bij de les, want Claud hoort nu definitief bij de beteren in het genre.
Claud (Mintz) debuteerde in 2019 met het slechts in kleine kring opgepikte Sideline Star. Met dit debuutalbum kwam de jonge Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon, in de slipstream van met name Phoebe Bridgers terecht, zonder het niveau of het succes van een van de vaandeldragers van de hedendaagse indiepop en indierock te benaderen. Sideline Star is zeker geen wereldschokkend debuutalbum, maar je hoort al wel dat Claud een talentvolle songwriter is, die over het vermogen beschikt om buitengewoon aanstekelijke maar ook in artistiek opzicht interessante songs te schrijven.
Claud staat vier jaar na het niet opgemerkte debuutalbum nog altijd in schaduw van de groten in het genre en dat is niet terecht. Met het aan het begin van 2021 verschenen Super Monster, verschenen op het label van Phoebe Bridgers, maakte de muzikant uit Brooklyn, New York, immers een van de beste albums in het genre. Claud haalde in 2021 met Super Monster mijn jaarlijstje en wanneer ik dit lijstje nu opnieuw zou maken zou het album de hoogste regionen van het lijstje halen.
Op Super Monster imponeerde Claud met een serie geweldige songs vol invloeden uit de indiepop en indierock met hier en daar een vleugje R&B. Het zijn songs die je na een keer horen mee kunt zingen en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een goed gevoel. Ik had dan ook hoge verwachtingen van het deze week verschenen derde album van Claud, dat in Nederland helaas een wat anonieme release is.
Supermodels is in tegenstelling tot Super Monster voorzien van een weinig aansprekende cover, maar het gaat natuurlijk om de muziek en die is ook op het derde album van Claud weer dik in orde. De jonge Amerikaanse muzikant imponeerde op Super Monster met een serie geweldige popsongs en die popsongs zijn op Supermodels alleen maar beter geworden. Het zijn stuk voor stuk aanstekelijke en aansprekende songs, maar Claud heeft ook dit keer een zeer gevarieerd pakket aan songs geschreven. Supermodels kan uit de voeten met ingetogen indiefolk, met gruizige indierock of met gloedvolle indiepop en alles klinkt even lekker.
Zelfs de groten in het genre mogen in hun handjes knijpen als ze de kwaliteit van de songs van Claud kunnen benaderen en een groter compliment kan ik de jonge muzikant uit Brooklyn niet maken. Supermodels past uitstekend binnen de wat melancholische indiepop en indierock van het moment, maar het album citeert ook uit de archieven van een aantal decennia popmuziek, wat een tijdloos popalbum oplevert.
Het is een popalbum dat in eerste instantie werd gemaakt in de slaapkamer van het appartement van Claud, waardoor het album een aangename bedroom pop sfeer heeft. In de nasleep van de coronapandemie heeft Claud een persoonlijk album gemaakt, waarop het volwassen worden in moeilijke tijden centraal staat. De ruwe demo’s uit de slaapkamer van Claud zijn fraai opgepoetst door Dan Wilson van de wat ondergewaardeerde band Semisonic, die het album heeft voorzien van een blinkend geluid, waarin de mooie stem van Claud uitstekend tot zijn recht komt.
Claude zaagt met Supermodels, samen met bijvoorbeeld Clairo, nog wat nadrukkelijker aan de poten van de troon van de indiepop en indierock koninginnen van het moment en heeft met het uitstekende Supermodels een buitengewoon sterk wapen in handen. Liefhebbers van het genre moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Claud - Supermodels - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claud - Supermodels
Claud maakte in 2021 met Super Monster een van de betere indiepop en indierock albums van de afgelopen jaren en laat met het nog wat betere Supermodels horen dat het vorige album geen toevalstreffer was
Claud bracht het in 2021 verschenen Super Monster uit op het label van Phoebe Bridgers en leverde een album af waarop haar platenbaas stiekem best jaloers kan zijn geweest. Claud beheerste op Super Monster de kunst van het schrijven van onweerstaanbaar lekkere popliedjes en dat is een schaars goed. Op het deze week verschenen Supermodels ligt de kwaliteit van de songs alleen maar hoger. Claud is bovendien beter gaan zingen en heeft bovendien een nog wat mooier klinkend album afgeleverd. Super Monster kreeg wat mij betreft veel te weinig aandacht, maart hopelijk zijn de liefhebbers van de betere indiepop en indierock dit keer wel bij de les, want Claud hoort nu definitief bij de beteren in het genre.
Claud (Mintz) debuteerde in 2019 met het slechts in kleine kring opgepikte Sideline Star. Met dit debuutalbum kwam de jonge Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon, in de slipstream van met name Phoebe Bridgers terecht, zonder het niveau of het succes van een van de vaandeldragers van de hedendaagse indiepop en indierock te benaderen. Sideline Star is zeker geen wereldschokkend debuutalbum, maar je hoort al wel dat Claud een talentvolle songwriter is, die over het vermogen beschikt om buitengewoon aanstekelijke maar ook in artistiek opzicht interessante songs te schrijven.
Claud staat vier jaar na het niet opgemerkte debuutalbum nog altijd in schaduw van de groten in het genre en dat is niet terecht. Met het aan het begin van 2021 verschenen Super Monster, verschenen op het label van Phoebe Bridgers, maakte de muzikant uit Brooklyn, New York, immers een van de beste albums in het genre. Claud haalde in 2021 met Super Monster mijn jaarlijstje en wanneer ik dit lijstje nu opnieuw zou maken zou het album de hoogste regionen van het lijstje halen.
Op Super Monster imponeerde Claud met een serie geweldige songs vol invloeden uit de indiepop en indierock met hier en daar een vleugje R&B. Het zijn songs die je na een keer horen mee kunt zingen en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een goed gevoel. Ik had dan ook hoge verwachtingen van het deze week verschenen derde album van Claud, dat in Nederland helaas een wat anonieme release is.
Supermodels is in tegenstelling tot Super Monster voorzien van een weinig aansprekende cover, maar het gaat natuurlijk om de muziek en die is ook op het derde album van Claud weer dik in orde. De jonge Amerikaanse muzikant imponeerde op Super Monster met een serie geweldige popsongs en die popsongs zijn op Supermodels alleen maar beter geworden. Het zijn stuk voor stuk aanstekelijke en aansprekende songs, maar Claud heeft ook dit keer een zeer gevarieerd pakket aan songs geschreven. Supermodels kan uit de voeten met ingetogen indiefolk, met gruizige indierock of met gloedvolle indiepop en alles klinkt even lekker.
Zelfs de groten in het genre mogen in hun handjes knijpen als ze de kwaliteit van de songs van Claud kunnen benaderen en een groter compliment kan ik de jonge muzikant uit Brooklyn niet maken. Supermodels past uitstekend binnen de wat melancholische indiepop en indierock van het moment, maar het album citeert ook uit de archieven van een aantal decennia popmuziek, wat een tijdloos popalbum oplevert.
Het is een popalbum dat in eerste instantie werd gemaakt in de slaapkamer van het appartement van Claud, waardoor het album een aangename bedroom pop sfeer heeft. In de nasleep van de coronapandemie heeft Claud een persoonlijk album gemaakt, waarop het volwassen worden in moeilijke tijden centraal staat. De ruwe demo’s uit de slaapkamer van Claud zijn fraai opgepoetst door Dan Wilson van de wat ondergewaardeerde band Semisonic, die het album heeft voorzien van een blinkend geluid, waarin de mooie stem van Claud uitstekend tot zijn recht komt.
Claude zaagt met Supermodels, samen met bijvoorbeeld Clairo, nog wat nadrukkelijker aan de poten van de troon van de indiepop en indierock koninginnen van het moment en heeft met het uitstekende Supermodels een buitengewoon sterk wapen in handen. Liefhebbers van het genre moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
Claude Fontaine - Claude Fontaine (2019)

4,5
2
geplaatst: 29 april 2019, 11:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Claude Fontaine - Claude Fontaine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claude Fontaine - Claude Fontaine
Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, woont in Los Angeles en laat zich op haar onweerstaanbare debuut vol zonnestralen vooral beïnvloeden door reggae en bossa nova
Claude Fontaine hoorde in een Londense platenzaak voor het eerst reggae en werd verliefd op het genre. De zwoele liefde staat garant voor een plaatkant onvervalste reggae met een bijzonder tintje door de fluisterzachte zang. Claude Fontaine is ook niet vies van Braziliaanse muziek, wat een minstens even zonnige en nog wat zwoelere tweede plaatkant oplevert. Het levert een album om dat uitnodigt tot luieren in de zon, maar het is ook een album waar je steeds wat verliefder op wordt, tenzij je de zwoele verleiding van Claude Fontaine kunt weerstaan natuurlijk. Ik heb het niet eens geprobeerd en dompel me afwisselend onder in Jamaicaanse en Braziliaanse klanken die het leven prachtig en zorgeloos maken.
Ik verblijf inmiddels ruim een week op het Griekse eiland Kos en langzaam maar zeer zeker heeft de zomer hier zijn intrede gedaan. Ik ging daarom op zoek naar wat zonnigere klanken en vond deze op het debuut van Claude Fontaine.
Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, maar woont inmiddels al geruime tijd in Los Angeles. De belangrijkste inspiratie voor de eerste plaatkant van haar debuutalbum vond de Française echter in Londen.
In een lokale Londense platenzaak maakte ze naar eigen zeggen voor het eerst kennis met reggae muziek en werd ze verliefd op het genre. Claude Fontaine’s ontluikende liefde voor de reggae startte een speurtocht naar de juiste muzikanten voor haar debuutalbum en die vond ze.
Het titelloze debuut van Claude Fontaine werd gemaakt met een aantal muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de reggae en hiernaast met een aantal muzikanten met flink wat ervaring in de Braziliaanse muziek, waarover later meer. De Franse muzikante heeft niet gekozen voor popmuziek met een zwoel randje reggae, maar verrast op haar debuut met authentiek klinkende reggae.
Het is de reggae, dub en rocksteady zoals deze op Jamaica wordt gemaakt sinds de jaren 60 en het klinkt fantastisch, zeker onder de aangenaam brandende Griekse zon. Het reggae geluid van Claude Fontaine bestaat uit een heerlijk zeurend orgeltje, de onmisbare melodica, wat subtiel spelende blazers, de zo kenmerkende gitaarlijnen en natuurlijk een loom, soepel en swingend spelende ritmesectie.
In muzikaal opzicht is het de reggae die ik al decennia ken, maar toch klinkt het debuut van Claude Fontaine totaal anders dan de andere reggae albums die ik in huis heb. Dat heeft alles te maken met de bijzondere vocalen van de muzikante uit Los Angeles, die in vocaal opzicht een Frans zuchtmeisje is gebleven. Het lijkt misschien een onlogische combinatie, maar het pakt geweldig uit en het doet uitzien naar veel en veel meer.
Claude Fontaine vond het zelf na één plaatkant kennelijk wel genoeg en verruilt Jamaica op de tweede plaatkant van haar debuut voor Brazilië. De muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de Braziliaanse muziek komen opeens uitstekend van pas en staan garant voor een zwoel en dromerig klankentapijt vol invloeden uit onder andere de bossa nova en de Tropicalia.
Ook deze klanken passen uitstekend bij de verleidelijke fluistervocalen van Claude Fontaine, al wekt dit minder verbazing dan die bij beluistering van de eerste plaatkant. De combinatie van Franse zuchtmeisjes en zwoele bossa nova klanken is een beproefde combinatie en ook Claude Fontaine, die overigens uitsluitend in het Engels zingt, beheerst de combinatie uitstekend.
Ook de tweede helft van dit uitstekende debuut doet het uitstekend in de Griekse zon en gaat hopelijk ook een prachtige Nederlandse zomer verwarmen. Uiteindelijk vind ik de eerste plaatkant net wat bijzonderder en spannender, maar ook de zoete verleiding van de Braziliaanse klanken is maar heel lastig of eigenlijk niet te weerstaan. Zoek niet langer naar de ideale soundtrack voor de lente of zomer, maar grijp naar het honingzoete debuut van Claude Fontaine. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Claude Fontaine - Claude Fontaine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claude Fontaine - Claude Fontaine
Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, woont in Los Angeles en laat zich op haar onweerstaanbare debuut vol zonnestralen vooral beïnvloeden door reggae en bossa nova
Claude Fontaine hoorde in een Londense platenzaak voor het eerst reggae en werd verliefd op het genre. De zwoele liefde staat garant voor een plaatkant onvervalste reggae met een bijzonder tintje door de fluisterzachte zang. Claude Fontaine is ook niet vies van Braziliaanse muziek, wat een minstens even zonnige en nog wat zwoelere tweede plaatkant oplevert. Het levert een album om dat uitnodigt tot luieren in de zon, maar het is ook een album waar je steeds wat verliefder op wordt, tenzij je de zwoele verleiding van Claude Fontaine kunt weerstaan natuurlijk. Ik heb het niet eens geprobeerd en dompel me afwisselend onder in Jamaicaanse en Braziliaanse klanken die het leven prachtig en zorgeloos maken.
Ik verblijf inmiddels ruim een week op het Griekse eiland Kos en langzaam maar zeer zeker heeft de zomer hier zijn intrede gedaan. Ik ging daarom op zoek naar wat zonnigere klanken en vond deze op het debuut van Claude Fontaine.
Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, maar woont inmiddels al geruime tijd in Los Angeles. De belangrijkste inspiratie voor de eerste plaatkant van haar debuutalbum vond de Française echter in Londen.
In een lokale Londense platenzaak maakte ze naar eigen zeggen voor het eerst kennis met reggae muziek en werd ze verliefd op het genre. Claude Fontaine’s ontluikende liefde voor de reggae startte een speurtocht naar de juiste muzikanten voor haar debuutalbum en die vond ze.
Het titelloze debuut van Claude Fontaine werd gemaakt met een aantal muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de reggae en hiernaast met een aantal muzikanten met flink wat ervaring in de Braziliaanse muziek, waarover later meer. De Franse muzikante heeft niet gekozen voor popmuziek met een zwoel randje reggae, maar verrast op haar debuut met authentiek klinkende reggae.
Het is de reggae, dub en rocksteady zoals deze op Jamaica wordt gemaakt sinds de jaren 60 en het klinkt fantastisch, zeker onder de aangenaam brandende Griekse zon. Het reggae geluid van Claude Fontaine bestaat uit een heerlijk zeurend orgeltje, de onmisbare melodica, wat subtiel spelende blazers, de zo kenmerkende gitaarlijnen en natuurlijk een loom, soepel en swingend spelende ritmesectie.
In muzikaal opzicht is het de reggae die ik al decennia ken, maar toch klinkt het debuut van Claude Fontaine totaal anders dan de andere reggae albums die ik in huis heb. Dat heeft alles te maken met de bijzondere vocalen van de muzikante uit Los Angeles, die in vocaal opzicht een Frans zuchtmeisje is gebleven. Het lijkt misschien een onlogische combinatie, maar het pakt geweldig uit en het doet uitzien naar veel en veel meer.
Claude Fontaine vond het zelf na één plaatkant kennelijk wel genoeg en verruilt Jamaica op de tweede plaatkant van haar debuut voor Brazilië. De muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de Braziliaanse muziek komen opeens uitstekend van pas en staan garant voor een zwoel en dromerig klankentapijt vol invloeden uit onder andere de bossa nova en de Tropicalia.
Ook deze klanken passen uitstekend bij de verleidelijke fluistervocalen van Claude Fontaine, al wekt dit minder verbazing dan die bij beluistering van de eerste plaatkant. De combinatie van Franse zuchtmeisjes en zwoele bossa nova klanken is een beproefde combinatie en ook Claude Fontaine, die overigens uitsluitend in het Engels zingt, beheerst de combinatie uitstekend.
Ook de tweede helft van dit uitstekende debuut doet het uitstekend in de Griekse zon en gaat hopelijk ook een prachtige Nederlandse zomer verwarmen. Uiteindelijk vind ik de eerste plaatkant net wat bijzonderder en spannender, maar ook de zoete verleiding van de Braziliaanse klanken is maar heel lastig of eigenlijk niet te weerstaan. Zoek niet langer naar de ideale soundtrack voor de lente of zomer, maar grijp naar het honingzoete debuut van Claude Fontaine. Erwin Zijleman
Claudia Combs Carty - Phases (2021)

4,0
0
geplaatst: 27 oktober 2021, 14:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Claudia Combs Carty - Phases - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claudia Combs Carty - Phases
De Amerikaanse singer-songwriter Claudia Combs Carty levert met Phases een volstrekt tijdloos singer-songwriter album af, dat herinnert aan de albums van groten als Carole King en Laura Nyro
Albums als Phases van Claudia Combs Carty worden tegenwoordig veel te weinig gemaakt. De muzikante uit San Francisco heeft in haar songs vrijwel genoeg aan piano en zang, al zijn de accenten die producer en multi-instrumentalist Avi Vinocur toevoegt belangrijker dan je op het eerste gehoor denkt. Door de nadruk op piano en zang herinnert Phases aan een aantal legendarische albums uit de jaren 70, maar het debuut van Claudia Combs Carty klinkt geen moment gedateerd. De Amerikaanse muzikante heeft goed opgelet aan het roemruchte Berklee College Of Music in Boston en schrijft geweldige songs, speelt prachtig piano en is een uitstekend zangeres. Echt veel te mooi om over het hoofd te zien.
Het is momenteel dringen wanneer het gaat om nieuwe releases en dat geldt zeker voor nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek en het singer-songwriter genre. Als nieuwkomer val je in deze genres daarom op het moment helaas snel buiten de boot, maar het debuutalbum van Claudia Combs Carty vond ik uiteindelijk zo goed dat ik een extra plekje op de krenten uit de pop heb gecreëerd.
Claudia Combs Carty verdient dit plekje absoluut, al is het maar omdat ze een album heeft gemaakt van een soort dat tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt. Op Phases horen we vooral de piano en de stem van de muzikante die werd geboren in Barcelona, opgroeide in Boston en tegenwoordig vanuit San Francisco opereert. Phases is door de belangrijke rol voor piano en zang een album dat herinnert aan de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70, met Carole King’s Tapestry als bekendste en voor mij meest aansprekende voorbeeld.
Voordat ik de talenten van Claudia Combs Carty bespreek, sta ik eerst even stil bij de bijdrage van ene Avi Vinocur. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen en het belangrijkste dat ik over de multi-instrumentalist en producer uit San Francisco kan vinden is dat hij mandoline (!) heeft gespeeld bij Metallica. Op Phases tekent deze Avi Vinocur echter voor de gloedvolle productie en voor alle instrumenten behalve de piano van Claudia Combs Carty.
Het album klinkt dankzij de fraaie productie prachtig en tijdloos, terwijl in de instrumentatie, buiten de grote rol voor de piano, het prachtige snarenwerk opvalt. Claudia Combs Carty profiteert absoluut van het fraaie werk van Avi Vinocur, maar ze is zelf de onbetwiste ster op haar debuutalbum.
Phases valt op door bijzonder sfeervol pianospel, door volstrekt tijdloze songs en door een geweldige stem. Claudia Combs Carty beschikt over een krachtige maar ook warme stem, die vol overtuiging uit de speakers komt. De muzikante uit San Francisco klinkt op Phases als een gelouterde muzikante, maar het is echt haar debuutalbum.
De Amerikaanse muzikante is 34 jaar oud en dus niet piepjong, maar desondanks vind ik het indrukwekkend wat Claudia Combs Carty op haar debuut laat horen. Phases maakt geen geheim van de opleiding die de muzikante uit San Francisco genoot aan het roemruchte Berklee College Of Music, want zowel als songwriter, pianiste en zangeres maakt Claudia Combs Carty diepe indruk, maar het is zeker niet alleen muzikale en vocale krachtpatserij die voorbij komt op het album.
De Amerikaanse singer-songwriter vertolkt haar songs met veel muzikaal en vocaal talent, maar ook met veel gevoel, waardoor de songs op het album stuk voor stuk binnen komen. De zang op het album is ook nog eens flink soulvol, waardoor naast Carole King ook Laura Nyro af en toe opduikt als vergelijkingsmateriaal.
Phases is een soort album dat ik de laatste jaren niet al te vaak meer tegenkom, waardoor ik voor dit soort tijdloze singer-songwriter albums bij voorkeur een greep doe uit de klassiekers van weleer, maar het debuutalbum van Claudia Combs Carty gaat hier zeker terug komen.
Er is heel wat voor nodig om binnen al het releasegeweld van het moment aandacht te trekken met dit album, maar als je dit album een kans geeft speelt de getalenteerde Claudia Combs Carty al snel een gewonnen wedstrijd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Claudia Combs Carty - Phases - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Claudia Combs Carty - Phases
De Amerikaanse singer-songwriter Claudia Combs Carty levert met Phases een volstrekt tijdloos singer-songwriter album af, dat herinnert aan de albums van groten als Carole King en Laura Nyro
Albums als Phases van Claudia Combs Carty worden tegenwoordig veel te weinig gemaakt. De muzikante uit San Francisco heeft in haar songs vrijwel genoeg aan piano en zang, al zijn de accenten die producer en multi-instrumentalist Avi Vinocur toevoegt belangrijker dan je op het eerste gehoor denkt. Door de nadruk op piano en zang herinnert Phases aan een aantal legendarische albums uit de jaren 70, maar het debuut van Claudia Combs Carty klinkt geen moment gedateerd. De Amerikaanse muzikante heeft goed opgelet aan het roemruchte Berklee College Of Music in Boston en schrijft geweldige songs, speelt prachtig piano en is een uitstekend zangeres. Echt veel te mooi om over het hoofd te zien.
Het is momenteel dringen wanneer het gaat om nieuwe releases en dat geldt zeker voor nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek en het singer-songwriter genre. Als nieuwkomer val je in deze genres daarom op het moment helaas snel buiten de boot, maar het debuutalbum van Claudia Combs Carty vond ik uiteindelijk zo goed dat ik een extra plekje op de krenten uit de pop heb gecreëerd.
Claudia Combs Carty verdient dit plekje absoluut, al is het maar omdat ze een album heeft gemaakt van een soort dat tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt. Op Phases horen we vooral de piano en de stem van de muzikante die werd geboren in Barcelona, opgroeide in Boston en tegenwoordig vanuit San Francisco opereert. Phases is door de belangrijke rol voor piano en zang een album dat herinnert aan de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70, met Carole King’s Tapestry als bekendste en voor mij meest aansprekende voorbeeld.
Voordat ik de talenten van Claudia Combs Carty bespreek, sta ik eerst even stil bij de bijdrage van ene Avi Vinocur. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen en het belangrijkste dat ik over de multi-instrumentalist en producer uit San Francisco kan vinden is dat hij mandoline (!) heeft gespeeld bij Metallica. Op Phases tekent deze Avi Vinocur echter voor de gloedvolle productie en voor alle instrumenten behalve de piano van Claudia Combs Carty.
Het album klinkt dankzij de fraaie productie prachtig en tijdloos, terwijl in de instrumentatie, buiten de grote rol voor de piano, het prachtige snarenwerk opvalt. Claudia Combs Carty profiteert absoluut van het fraaie werk van Avi Vinocur, maar ze is zelf de onbetwiste ster op haar debuutalbum.
Phases valt op door bijzonder sfeervol pianospel, door volstrekt tijdloze songs en door een geweldige stem. Claudia Combs Carty beschikt over een krachtige maar ook warme stem, die vol overtuiging uit de speakers komt. De muzikante uit San Francisco klinkt op Phases als een gelouterde muzikante, maar het is echt haar debuutalbum.
De Amerikaanse muzikante is 34 jaar oud en dus niet piepjong, maar desondanks vind ik het indrukwekkend wat Claudia Combs Carty op haar debuut laat horen. Phases maakt geen geheim van de opleiding die de muzikante uit San Francisco genoot aan het roemruchte Berklee College Of Music, want zowel als songwriter, pianiste en zangeres maakt Claudia Combs Carty diepe indruk, maar het is zeker niet alleen muzikale en vocale krachtpatserij die voorbij komt op het album.
De Amerikaanse singer-songwriter vertolkt haar songs met veel muzikaal en vocaal talent, maar ook met veel gevoel, waardoor de songs op het album stuk voor stuk binnen komen. De zang op het album is ook nog eens flink soulvol, waardoor naast Carole King ook Laura Nyro af en toe opduikt als vergelijkingsmateriaal.
Phases is een soort album dat ik de laatste jaren niet al te vaak meer tegenkom, waardoor ik voor dit soort tijdloze singer-songwriter albums bij voorkeur een greep doe uit de klassiekers van weleer, maar het debuutalbum van Claudia Combs Carty gaat hier zeker terug komen.
Er is heel wat voor nodig om binnen al het releasegeweld van het moment aandacht te trekken met dit album, maar als je dit album een kans geeft speelt de getalenteerde Claudia Combs Carty al snel een gewonnen wedstrijd. Erwin Zijleman
Clean Pete - Aan het Licht (2015)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2015, 15:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clean Pete - Aan Het Licht - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al Zeg Ik Het Zelf, het vorig jaar verschenen debuut van het Brabantse duo Clean Pete, vond ik op het eerste gehoor wel fris en charmant, maar uiteindelijk klonk het me toch allemaal net wat te gekunsteld en moest ik bovendien constateren dat de liedjes van de zusjes Loes en Renée Wijnhoven bij mij niet bleven hangen.
Opvolger Aan Het Licht heb ik daarom een tijdje laten liggen, maar de afgelopen twee weken heeft de plaat alsnog zijn best gedaan om me te veroveren en dat is uiteindelijk gelukt.
Ik ben over het algemeen niet gek op Nederlandstalige muziek (dat ligt absoluut aan mij), maar dat was niet het voornaamste struikelblok bij beluistering van de muziek van Clean Pete.
Net als bijvoorbeeld Roosbeef, Maaike Ouboter en Eefje de Visser maakt ook Clean Pete goudeerlijke, onbevangen en zeer charmante popliedjes, waarvan je moet houden en ik hou er meestal wel van. Waar ik vorige keer niet enthousiast opveerde, deed ik dat dit keer wel en dat heeft alles te maken met het niveau van de nieuwe plaat van de zussen.
Waar de instrumentatie op het debuut wat gekunsteld overkwam en me ook net teveel rammelde, heeft Clean Pete op haar tweede plaat een flinke stap gezet. De instrumentatie is vaak uiterst ingetogen, door het gebruik van de cello vaak stemmig en bijna klassiek, maar Clean Pete klinkt dit keer ook geregeld wat uitbundiger, door het gebruik van elektronica spannender en klinkt vooral verzorgder.
Het blijft op Aan Het Licht niet bij een veel verzorgdere en trefzekerdere instrumentatie. De stemmen van Loes en Renée Wijnhoven klinken warmer en tillen elkaar vaker naar grote hoogte. Omdat ook de popliedjes van Clean Pete dit keer volop overtuigen en niet alleen betoveren maar ook diepgang en avontuur laten horen, is de uitwerking van Aan Het Licht op mij totaal anders dan vorig jaar bij het debuut.
Clean Pete heeft op Aan Het Licht haar eigen geluid gevonden en het is een wonderschoon geluid, dat zeker bij gedoseerde inname zorgt voor een prachtig zonnetje en af en toe een verfrissend buitje onder alle donkere wolken. De plaat is al even uit, maar ik ben nu echt helemaal om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clean Pete - Aan Het Licht - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al Zeg Ik Het Zelf, het vorig jaar verschenen debuut van het Brabantse duo Clean Pete, vond ik op het eerste gehoor wel fris en charmant, maar uiteindelijk klonk het me toch allemaal net wat te gekunsteld en moest ik bovendien constateren dat de liedjes van de zusjes Loes en Renée Wijnhoven bij mij niet bleven hangen.
Opvolger Aan Het Licht heb ik daarom een tijdje laten liggen, maar de afgelopen twee weken heeft de plaat alsnog zijn best gedaan om me te veroveren en dat is uiteindelijk gelukt.
Ik ben over het algemeen niet gek op Nederlandstalige muziek (dat ligt absoluut aan mij), maar dat was niet het voornaamste struikelblok bij beluistering van de muziek van Clean Pete.
Net als bijvoorbeeld Roosbeef, Maaike Ouboter en Eefje de Visser maakt ook Clean Pete goudeerlijke, onbevangen en zeer charmante popliedjes, waarvan je moet houden en ik hou er meestal wel van. Waar ik vorige keer niet enthousiast opveerde, deed ik dat dit keer wel en dat heeft alles te maken met het niveau van de nieuwe plaat van de zussen.
Waar de instrumentatie op het debuut wat gekunsteld overkwam en me ook net teveel rammelde, heeft Clean Pete op haar tweede plaat een flinke stap gezet. De instrumentatie is vaak uiterst ingetogen, door het gebruik van de cello vaak stemmig en bijna klassiek, maar Clean Pete klinkt dit keer ook geregeld wat uitbundiger, door het gebruik van elektronica spannender en klinkt vooral verzorgder.
Het blijft op Aan Het Licht niet bij een veel verzorgdere en trefzekerdere instrumentatie. De stemmen van Loes en Renée Wijnhoven klinken warmer en tillen elkaar vaker naar grote hoogte. Omdat ook de popliedjes van Clean Pete dit keer volop overtuigen en niet alleen betoveren maar ook diepgang en avontuur laten horen, is de uitwerking van Aan Het Licht op mij totaal anders dan vorig jaar bij het debuut.
Clean Pete heeft op Aan Het Licht haar eigen geluid gevonden en het is een wonderschoon geluid, dat zeker bij gedoseerde inname zorgt voor een prachtig zonnetje en af en toe een verfrissend buitje onder alle donkere wolken. De plaat is al even uit, maar ik ben nu echt helemaal om. Erwin Zijleman
Clean Pete - Afblijven (2018)

4,0
0
geplaatst: 6 februari 2018, 14:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clean Pete - Afblijven - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim twee jaar geleden viel ik voor het eerst voor de charmes van het Nederlandse duo Clean Pete. Ik hou helemaal niet van Nederlandstalige popmuziek, niet van een zachte g (al weet ik niet waarom) en niet van popliedjes die het voor een belangrijk deel van hun charme moeten hebben, maar van Aan Het Licht van Clean Pete kon ik iets meer dan twee jaar geleden geen genoeg krijgen.
De tweelingzussen Loes en Renée Wijnhoven zijn nu terug met hun derde plaat, Afblijven, en ook deze plaat heeft op papier weer heel veel waar ik normaal gesproken niet van houd.
De popliedjes van de Brabantse zussen zijn nog altijd uitermate charmant, zijn Nederlandstalig, soms wat gekunsteld en uiteraard wordt de zachte g nergens onderdrukt.
Met name de wat meer ingetogen en soms wat pastoraal aandoende luisterliedjes op Afblijven liggen in het verlengde van die op Aan Het Licht, maar Clean Pete zet op haar nieuwe plaat ook een volgende stap. Op Afblijven omarmt het Brabantse tweetal immers nadrukkelijk de rock ’n roll uit de jaren 60 en 70.
Afblijven keert met enige regelmaat terug naar de hoogtijdagen van de Nederlandse beatmuziek en combineert een wat meer uptempo geluid met invloeden uit de Nederlandstalige popmuziek uit dezelfde periode.
Het zal niet bij iedere muziekliefhebber de juiste snaar raken, maar ik vind de nieuwe serie popliedjes van Clean Pete vrijwel onweerstaanbaar. Dat is op zich best bijzonder, want Loes en Renée Wijnhoven strijken met hun wat rammelende popliedjes bij mij ook dit keer flink tegen de haren in. Ook Afblijven heeft weer veel waar ik normaal gesproken niet van houd, maar zeker wanneer de hopeloos aanstekelijke popliedjes van Clean Pete met flink volume uit de speakers laat komen kan ik ze niet weerstaan, of ik dat nu wil of niet.
Helemaal nieuw is dat fenomeen natuurlijk niet. De eveneens uit Brabant afkomstige Roosbeef deed het tien jaar geleden al met haar geweldige debuut Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten en Clean Pete doet nu al drie platen precies hetzelfde, net als Maaike Ouboter, want die kan het ook. De popliedjes van de Brabantse zussen klinken fris en eigentijds, maar lijken ook te citeren uit de Nederlandstalige popmuziek uit de jaren 70. Ik kan hier geen namen aan verbinden, want het is een genre dat ik al veel langer probeer te verdringen, maar op een of andere manier heeft Clean Pete ook de soundtrack van mijn jeugd gemaakt met Afblijven.
Afblijven wordt hierboven vooral als een ‘guilty pleasure’ beschreven, maar is absoluut meer dan dat. Loes en Renée Wijnhoven zingen op Afblijven werkelijk prachtig, de instrumentatie klinkt vrijwel de hele plaat onweerstaanbaar lekker en de popliedjes van de zussen hebben vrijwel alles dat goede popliedjes moeten hebben en zijn bovendien in tekstueel opzicht interessant.
Er is dan ook geen enkele reden om me te verschuilen achter al dan niet onderdrukte nostalgie. Clean Pete heeft ook met Afblijven weer een verdomd lekkere plaat gemaakt en het is ook nog eens een plaat die flink beter is dan zijn twee voorgangers. Alle reden dus om de bijzondere popliedjes van Loes en Renée Wijnhoven ook dit keer te omarmen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clean Pete - Afblijven - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim twee jaar geleden viel ik voor het eerst voor de charmes van het Nederlandse duo Clean Pete. Ik hou helemaal niet van Nederlandstalige popmuziek, niet van een zachte g (al weet ik niet waarom) en niet van popliedjes die het voor een belangrijk deel van hun charme moeten hebben, maar van Aan Het Licht van Clean Pete kon ik iets meer dan twee jaar geleden geen genoeg krijgen.
De tweelingzussen Loes en Renée Wijnhoven zijn nu terug met hun derde plaat, Afblijven, en ook deze plaat heeft op papier weer heel veel waar ik normaal gesproken niet van houd.
De popliedjes van de Brabantse zussen zijn nog altijd uitermate charmant, zijn Nederlandstalig, soms wat gekunsteld en uiteraard wordt de zachte g nergens onderdrukt.
Met name de wat meer ingetogen en soms wat pastoraal aandoende luisterliedjes op Afblijven liggen in het verlengde van die op Aan Het Licht, maar Clean Pete zet op haar nieuwe plaat ook een volgende stap. Op Afblijven omarmt het Brabantse tweetal immers nadrukkelijk de rock ’n roll uit de jaren 60 en 70.
Afblijven keert met enige regelmaat terug naar de hoogtijdagen van de Nederlandse beatmuziek en combineert een wat meer uptempo geluid met invloeden uit de Nederlandstalige popmuziek uit dezelfde periode.
Het zal niet bij iedere muziekliefhebber de juiste snaar raken, maar ik vind de nieuwe serie popliedjes van Clean Pete vrijwel onweerstaanbaar. Dat is op zich best bijzonder, want Loes en Renée Wijnhoven strijken met hun wat rammelende popliedjes bij mij ook dit keer flink tegen de haren in. Ook Afblijven heeft weer veel waar ik normaal gesproken niet van houd, maar zeker wanneer de hopeloos aanstekelijke popliedjes van Clean Pete met flink volume uit de speakers laat komen kan ik ze niet weerstaan, of ik dat nu wil of niet.
Helemaal nieuw is dat fenomeen natuurlijk niet. De eveneens uit Brabant afkomstige Roosbeef deed het tien jaar geleden al met haar geweldige debuut Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten en Clean Pete doet nu al drie platen precies hetzelfde, net als Maaike Ouboter, want die kan het ook. De popliedjes van de Brabantse zussen klinken fris en eigentijds, maar lijken ook te citeren uit de Nederlandstalige popmuziek uit de jaren 70. Ik kan hier geen namen aan verbinden, want het is een genre dat ik al veel langer probeer te verdringen, maar op een of andere manier heeft Clean Pete ook de soundtrack van mijn jeugd gemaakt met Afblijven.
Afblijven wordt hierboven vooral als een ‘guilty pleasure’ beschreven, maar is absoluut meer dan dat. Loes en Renée Wijnhoven zingen op Afblijven werkelijk prachtig, de instrumentatie klinkt vrijwel de hele plaat onweerstaanbaar lekker en de popliedjes van de zussen hebben vrijwel alles dat goede popliedjes moeten hebben en zijn bovendien in tekstueel opzicht interessant.
Er is dan ook geen enkele reden om me te verschuilen achter al dan niet onderdrukte nostalgie. Clean Pete heeft ook met Afblijven weer een verdomd lekkere plaat gemaakt en het is ook nog eens een plaat die flink beter is dan zijn twee voorgangers. Alle reden dus om de bijzondere popliedjes van Loes en Renée Wijnhoven ook dit keer te omarmen. Erwin Zijleman
Clem Snide - Forever Just Beyond (2020)

4,5
1
geplaatst: 29 maart 2020, 10:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clem Snide - Forever Just Beyond - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clem Snide - Forever Just Beyond
De Amerikaanse cultband Clem Snide verdween na een aantal onbetwiste meesterwerken langzaam maar zeker uit beeld, maar keert nu terug met een melancholiek prachtalbum dat uitstekend past in deze tijd
Als ik denk aan Clem Snide, denk ik aan een aantal albums die ik zomaar mee zou kunnen nemen bij verbanning naar een onbewoond eiland. Het zijn albums waarvoor ik minstens 15 jaar terug moet gaan in de tijd, maar deze week keert Clem Snide terug. Voorman Eef Barzelay ging de afgelopen jaren door diepe dalen, maar pakt de draad weer op met een ingetogen en doorleefd rootsalbum, dat hij samen maakte met producer Scott Avett. Nauwelijks te vergelijken met de prachtige albums van Clem Snide van lang geleden, maar net als deze albums van een zeer hoog niveau. Ik ben begonnen met luisteren en kan niet meer stoppen. Indrukwekkend.
De Amerikaanse band Clem Snide was aan het eind van de jaren 90 en het begin van het huidige millennium absoluut een van mijn favoriete bands. De band uit Boston, Massachusetts, maakte met You Were A Diamond (1998), Your Favorite Music (2000) en The Ghost of Fashion (2001) drie miskende meesterwerken en ook de twee albums die volgden (Soft Spot uit 2003 en End Of Love uit 2005) waren van een hoog niveau.
Na 2005 verloor ik Clem Snide bijna volledig uit het oog. De albums van de band wisten Nederland helaas niet meer te bereiken en Spotify bestond nog niet. Ik weet nu dat Clem Snide gewoon albums is blijven maken. Volgens AllMusic.com tot 2010, maar op Spotify zijn ook nog albums uit 2013 en 2015 te vinden.
Ik weet dit omdat deze week, bijna uit het niets, een nieuw album van de band is verschenen. De timing is zonder meer hopeloos te noemen, maar het past op een of andere manier wel bij Clem Snide, dat altijd al een warme band onderhield met tragiek.
Voorman Eef Barzelay, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, ging de afgelopen jaren door diepe dalen. Zijn huwelijk liep op de klippen en het leven als muzikant leverde inmiddels zo weinig op dat hij failliet werd verklaard, de band uit elkaar viel en hij ook nog eens zijn huis kwijt raakte. Gelukkig is Eef Barzelay weer opgekrabbeld en keert hij, ook in Nederland, terug met een nieuw album.
Op Forever Just Beyond werkt Eef Barzelay samen met de van The Avett Brothers bekende Scott Avett; een Clem Snide fan van het eerste uur. Forever Just Beyond werd opgenomen op de boerderij van Scott Avett in North Carolina, waar samen met de bassist van Band Of Horses en de drummer van The Avett Brothers de basis voor het album werd gelegd. Uiteindelijk werden in Nashville hier en daar nog wat strijkers en blazers toegevoegd.
Scott Avett produceerde het album en bespeelde diverse snareninstrumenten, maar de hoofdrol is natuurlijk weggelegd voor Eef Barzelay, die eveneens op meerdere snareninstrumenten uit de voeten kan en natuurlijk tekent voor de voor de Clem Snide fan zo herkenbare vocalen.
Forever Just Beyond is, vergeleken met de albums die Clem Snide in een ver verleden maakte, een betrekkelijk sober en ingetogen album. Waar Clem Snide de grenzen van de alt-country continu opzocht, is Forever Just Beyond een grotendeels akoestisch rootsalbum. Het is een album dat vakkundig is geproduceerd door Scott Avett, maar dat uiteindelijk vooral leunt op de van melancholie overlopende zang van Eef Barzelay. De Amerikaanse muzikant heeft altijd een beetje Bob Dylan in zijn stem gehad, maar doet me op Forever Just Beyond ook wel wat denken aan David Gray. Wel een zeer doorleefde David Gray overigens.
Het nieuwe album van Clem Snide laat zich nauwelijks vergelijken met het oudere werk van de band, maar ik vind het een prachtige aanvulling op een inmiddels best omvangrijk, maar helaas zwaar ondergewaardeerd oeuvre. Het is een album waarop het persoonlijk leed van de afgelopen jaren nooit heel ver weg is, maar Eef Barzelay heeft de draad gelukkig weer opgepakt en doet waarin hij goed is. Forever Just Beyond van Clem Snide is een album dat in deze bijzondere tijden waarschijnlijk heel makkelijk gaat ondersneeuwen, maar het is ook een album dat troost biedt in deze donkere tijden en het verdient om gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clem Snide - Forever Just Beyond - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clem Snide - Forever Just Beyond
De Amerikaanse cultband Clem Snide verdween na een aantal onbetwiste meesterwerken langzaam maar zeker uit beeld, maar keert nu terug met een melancholiek prachtalbum dat uitstekend past in deze tijd
Als ik denk aan Clem Snide, denk ik aan een aantal albums die ik zomaar mee zou kunnen nemen bij verbanning naar een onbewoond eiland. Het zijn albums waarvoor ik minstens 15 jaar terug moet gaan in de tijd, maar deze week keert Clem Snide terug. Voorman Eef Barzelay ging de afgelopen jaren door diepe dalen, maar pakt de draad weer op met een ingetogen en doorleefd rootsalbum, dat hij samen maakte met producer Scott Avett. Nauwelijks te vergelijken met de prachtige albums van Clem Snide van lang geleden, maar net als deze albums van een zeer hoog niveau. Ik ben begonnen met luisteren en kan niet meer stoppen. Indrukwekkend.
De Amerikaanse band Clem Snide was aan het eind van de jaren 90 en het begin van het huidige millennium absoluut een van mijn favoriete bands. De band uit Boston, Massachusetts, maakte met You Were A Diamond (1998), Your Favorite Music (2000) en The Ghost of Fashion (2001) drie miskende meesterwerken en ook de twee albums die volgden (Soft Spot uit 2003 en End Of Love uit 2005) waren van een hoog niveau.
Na 2005 verloor ik Clem Snide bijna volledig uit het oog. De albums van de band wisten Nederland helaas niet meer te bereiken en Spotify bestond nog niet. Ik weet nu dat Clem Snide gewoon albums is blijven maken. Volgens AllMusic.com tot 2010, maar op Spotify zijn ook nog albums uit 2013 en 2015 te vinden.
Ik weet dit omdat deze week, bijna uit het niets, een nieuw album van de band is verschenen. De timing is zonder meer hopeloos te noemen, maar het past op een of andere manier wel bij Clem Snide, dat altijd al een warme band onderhield met tragiek.
Voorman Eef Barzelay, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, ging de afgelopen jaren door diepe dalen. Zijn huwelijk liep op de klippen en het leven als muzikant leverde inmiddels zo weinig op dat hij failliet werd verklaard, de band uit elkaar viel en hij ook nog eens zijn huis kwijt raakte. Gelukkig is Eef Barzelay weer opgekrabbeld en keert hij, ook in Nederland, terug met een nieuw album.
Op Forever Just Beyond werkt Eef Barzelay samen met de van The Avett Brothers bekende Scott Avett; een Clem Snide fan van het eerste uur. Forever Just Beyond werd opgenomen op de boerderij van Scott Avett in North Carolina, waar samen met de bassist van Band Of Horses en de drummer van The Avett Brothers de basis voor het album werd gelegd. Uiteindelijk werden in Nashville hier en daar nog wat strijkers en blazers toegevoegd.
Scott Avett produceerde het album en bespeelde diverse snareninstrumenten, maar de hoofdrol is natuurlijk weggelegd voor Eef Barzelay, die eveneens op meerdere snareninstrumenten uit de voeten kan en natuurlijk tekent voor de voor de Clem Snide fan zo herkenbare vocalen.
Forever Just Beyond is, vergeleken met de albums die Clem Snide in een ver verleden maakte, een betrekkelijk sober en ingetogen album. Waar Clem Snide de grenzen van de alt-country continu opzocht, is Forever Just Beyond een grotendeels akoestisch rootsalbum. Het is een album dat vakkundig is geproduceerd door Scott Avett, maar dat uiteindelijk vooral leunt op de van melancholie overlopende zang van Eef Barzelay. De Amerikaanse muzikant heeft altijd een beetje Bob Dylan in zijn stem gehad, maar doet me op Forever Just Beyond ook wel wat denken aan David Gray. Wel een zeer doorleefde David Gray overigens.
Het nieuwe album van Clem Snide laat zich nauwelijks vergelijken met het oudere werk van de band, maar ik vind het een prachtige aanvulling op een inmiddels best omvangrijk, maar helaas zwaar ondergewaardeerd oeuvre. Het is een album waarop het persoonlijk leed van de afgelopen jaren nooit heel ver weg is, maar Eef Barzelay heeft de draad gelukkig weer opgepakt en doet waarin hij goed is. Forever Just Beyond van Clem Snide is een album dat in deze bijzondere tijden waarschijnlijk heel makkelijk gaat ondersneeuwen, maar het is ook een album dat troost biedt in deze donkere tijden en het verdient om gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
Clem Snide - Oh Smokey (2024)

4,5
2
geplaatst: 24 november 2024, 10:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clem Snide - Oh Smokey - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clem Snide - Oh Smokey
Het oeuvre van de Amerikaanse band Clem Snide is redelijk onbekend, maar de band heeft een respectabel aantal prachtalbums op haar naam staan, waar deze week het echt wonderschone Oh Smokey aan wordt toegevoegd
Ruim 25 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse band Clem Snide en het was liefde op het eerste gehoor. De band uit Boston leverde in een paar jaar tijd een handvol fantastische albums af, waarna het licht helaas langzaam maar zeker uit ging. De band rond Eef Barzelay begon een paar jaar geleden aan haar tweede jeugd en die krijgt deze week een vervolg. Eef Barzelay maakte Oh Smokey samen met de gerenommeerde muzikant en producer Josh Kaufman, die het nieuwe album van Clem Snide heeft voorzien van een redelijk sober geluid. Het is een setting waarin de melancholische songs van Eef Barzelay uitstekend tot zijn recht komen.
De Amerikaanse band Clem Snide dook aan het eind van de jaren 90 op en maakte met name in de eerste jaren van haar bestaan een aantal geweldige albums. You Were A Diamond uit 1998, Your Favorite Music uit 2000, The Ghost Of Fashion uit 2001, Soft Spot uit 2003 en End Of Love uit 2005 zijn stuk voor stuk geweldige albums, die dan ook volkomen terecht de hemel in werden geprezen. Dat gebeurde helaas slechts in zeer kleine kring, waardoor Clem Snide toch vooral een cultband bleef.
Op haar albums verwerkt de band uit Boston, Massachusetts, vooral invloeden uit de alt-country en een beetje indierock en zeker Your Favourite Music en The Ghost Of Fashion zijn albums die ik schaar onder de allerbeste albums van de jaren 00. Na 2005 werden de albums van Clem Snide langzaam maar zeker wat minder en in 2010 leek het doek definitief te vallen voor de zo onderschatte Amerikaanse band. Voorman Eef Barzelay bracht nog wel wat soloalbums uit, al dan niet onder de naam Clem Snide, maar na 2015 werd een aantal jaren niets meer van de band vernomen.
In 2020 keerde Clem Snide echter terug in de spotlights en leverde het met het samen met Scott Avett gemaakte Forever Just Beyond een album af dat niet onder deed voor de beste albums van de band. Een recente opmerking die bij dit album werd geplaatst op het muziekforum Musicmeter.nl zette me op het spoor van het nieuwe album van de band, dat vorige week is verschenen en dat ik in geen enkele releaselijst ben tegen gekomen.
Dat is best bijzonder, want zo groot is het aanbod op het moment niet. Oh Smokey is ook nog eens een geweldig album, dat zich net als voorganger Forever Just Beyond kan meten met de beste albums van Clem Snide en dat zegt wat. Alles draait nog altijd om singer-songwriter Eef Barzelay, maar op Oh Smokey koos hij voor de samenwerking met muzikant en producer Josh Kaufman, die we kennen van Bonny Light Horseman en van zijn werk voor onder andere Cassandra Jenkins, Taylor Swift, The Hold Steady en This Is The Kit.
Josh Kaufman was verantwoordelijk voor het grootste deel van de muziek op het album en tekende voor de productie. Hij heeft Oh Smokey voorzien van een mooi en vaak wat stemmig klinkend geluid, waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek centraal staan. Het is een sfeervol maar ook wat weemoedig klinkend geluid, dat uitstekend past bij de stem en de songs van Eef Barzelay.
De muzikant uit Boston is nooit vies geweest van flink wat melancholie in zijn songs en heeft een stem die goed past bij wat donkerdere songs. Vergeleken met het vroege werk van Clem Snide klinkt Oh Smokey wat soberder en wat meer ingetogen en dat vergroot wat mij betreft de impact van de songs en de stem van Eef Barzelay. Oh Smokey klinkt misschien vrij sober, maar Josh Kaufman heeft veel mooie details verstopt in de muziek, die vooral aan de oppervlakte komen wanneer je het album met de koptelefoon beluistert.
De naam Clem Snide zal heel veel mensen echt niets zeggen, maar de Amerikaanse band heeft inmiddels een respectabele stapel vijfsterrenalbums op haar naam staan en hoeveel bands kunnen dat zeggen? Ruim 25 jaar na het debuutalbum van de band laat Clem Snide met Oh Smokey horen dat het nog altijd albums kan maken die niet onder doen voor het allerbeste werk van de band en dat is knap. Ik had Oh Smokey zomaar kunnen missen door de beperkte aandacht voor het album, maar dit is er een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clem Snide - Oh Smokey - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clem Snide - Oh Smokey
Het oeuvre van de Amerikaanse band Clem Snide is redelijk onbekend, maar de band heeft een respectabel aantal prachtalbums op haar naam staan, waar deze week het echt wonderschone Oh Smokey aan wordt toegevoegd
Ruim 25 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse band Clem Snide en het was liefde op het eerste gehoor. De band uit Boston leverde in een paar jaar tijd een handvol fantastische albums af, waarna het licht helaas langzaam maar zeker uit ging. De band rond Eef Barzelay begon een paar jaar geleden aan haar tweede jeugd en die krijgt deze week een vervolg. Eef Barzelay maakte Oh Smokey samen met de gerenommeerde muzikant en producer Josh Kaufman, die het nieuwe album van Clem Snide heeft voorzien van een redelijk sober geluid. Het is een setting waarin de melancholische songs van Eef Barzelay uitstekend tot zijn recht komen.
De Amerikaanse band Clem Snide dook aan het eind van de jaren 90 op en maakte met name in de eerste jaren van haar bestaan een aantal geweldige albums. You Were A Diamond uit 1998, Your Favorite Music uit 2000, The Ghost Of Fashion uit 2001, Soft Spot uit 2003 en End Of Love uit 2005 zijn stuk voor stuk geweldige albums, die dan ook volkomen terecht de hemel in werden geprezen. Dat gebeurde helaas slechts in zeer kleine kring, waardoor Clem Snide toch vooral een cultband bleef.
Op haar albums verwerkt de band uit Boston, Massachusetts, vooral invloeden uit de alt-country en een beetje indierock en zeker Your Favourite Music en The Ghost Of Fashion zijn albums die ik schaar onder de allerbeste albums van de jaren 00. Na 2005 werden de albums van Clem Snide langzaam maar zeker wat minder en in 2010 leek het doek definitief te vallen voor de zo onderschatte Amerikaanse band. Voorman Eef Barzelay bracht nog wel wat soloalbums uit, al dan niet onder de naam Clem Snide, maar na 2015 werd een aantal jaren niets meer van de band vernomen.
In 2020 keerde Clem Snide echter terug in de spotlights en leverde het met het samen met Scott Avett gemaakte Forever Just Beyond een album af dat niet onder deed voor de beste albums van de band. Een recente opmerking die bij dit album werd geplaatst op het muziekforum Musicmeter.nl zette me op het spoor van het nieuwe album van de band, dat vorige week is verschenen en dat ik in geen enkele releaselijst ben tegen gekomen.
Dat is best bijzonder, want zo groot is het aanbod op het moment niet. Oh Smokey is ook nog eens een geweldig album, dat zich net als voorganger Forever Just Beyond kan meten met de beste albums van Clem Snide en dat zegt wat. Alles draait nog altijd om singer-songwriter Eef Barzelay, maar op Oh Smokey koos hij voor de samenwerking met muzikant en producer Josh Kaufman, die we kennen van Bonny Light Horseman en van zijn werk voor onder andere Cassandra Jenkins, Taylor Swift, The Hold Steady en This Is The Kit.
Josh Kaufman was verantwoordelijk voor het grootste deel van de muziek op het album en tekende voor de productie. Hij heeft Oh Smokey voorzien van een mooi en vaak wat stemmig klinkend geluid, waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek centraal staan. Het is een sfeervol maar ook wat weemoedig klinkend geluid, dat uitstekend past bij de stem en de songs van Eef Barzelay.
De muzikant uit Boston is nooit vies geweest van flink wat melancholie in zijn songs en heeft een stem die goed past bij wat donkerdere songs. Vergeleken met het vroege werk van Clem Snide klinkt Oh Smokey wat soberder en wat meer ingetogen en dat vergroot wat mij betreft de impact van de songs en de stem van Eef Barzelay. Oh Smokey klinkt misschien vrij sober, maar Josh Kaufman heeft veel mooie details verstopt in de muziek, die vooral aan de oppervlakte komen wanneer je het album met de koptelefoon beluistert.
De naam Clem Snide zal heel veel mensen echt niets zeggen, maar de Amerikaanse band heeft inmiddels een respectabele stapel vijfsterrenalbums op haar naam staan en hoeveel bands kunnen dat zeggen? Ruim 25 jaar na het debuutalbum van de band laat Clem Snide met Oh Smokey horen dat het nog altijd albums kan maken die niet onder doen voor het allerbeste werk van de band en dat is knap. Ik had Oh Smokey zomaar kunnen missen door de beperkte aandacht voor het album, maar dit is er een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Clementine Valentine - The Coin That Broke the Fountain Floor (2023)

3,5
0
geplaatst: 8 september 2023, 11:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clementine Valentine - The Coin That Broke The Fountain Floor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clementine Valentine - The Coin That Broke The Fountain Floor
Popmuziek uit Nieuw-Zeeland voegt vaak iets toe aan de popmuziek uit onze eigen omgeving en dit gaat ook weer op voor het sprookjesachtige The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine
De Nieuw-Zeelandse zussen Clementine en Valentine Nixon brachten onlangs hun eerste album als Clementine Valentine uit. Het is een album waar ik, vooral vanwege de zang, aan moest wennen, maar bij herhaalde beluistering viel er steeds meer op zijn plek. The Coin That Broke The Fountain Floor is mooi of zelfs sprookjesachtig ingekleurd, maar ondanks het wat zweverige karakter van de muziek zijn de popsongs van het Nieuw-Zeelandse tweetal vooral toegankelijk. De zang vond ik in eerste instantie minder mooi, maar na enige gewenning heb ik niet zoveel aan te merken op de stemmen van de Nieuw-Zeelandse zussen, die een interessant album hebben afgeleverd.
Bij het volgen van de recente ontwikkelingen binnen de Nieuw-Zeelandse popmuziek kwam ik onlangs The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine tegen. Het is een album dat me bij eerste beluistering zowel aantrok als afstootte en dat bleef het album allebei lange tijd doen.
Clementine Valentine is een duo dat bestaat uit de zussen Clementine en Valentine Nixon, die in het verleden muziek maakten onder de naam Purple Pilgrims. Ik was bij eerste beluistering onder de indruk van het geluid en van de songs van het Nieuw-Zeelandse duo. The Coin That Broke The Fountain Floor is voorzien van een aangenaam zweverig geluid, dat over het algemeen breed uitwaait. Clementine Valentine combineert dit ruimtelijke en wat zweverige geluid met behoorlijk toegankelijke popsongs met een kop en een staart, waardoor het album in muzikaal opzicht nooit te ver wegdrijft.
Zoals gezegd was ik in eerste instantie niet 100% enthousiast over het album, want zeker bij de eerste beluisteringen van The Coin That Broke The Fountain Floor had ik wat moeite met zang. Deze is hier en daar nogal zwaar aangezet en klinkt bovendien wat plechtig, wat me in eerste instantie wat tegen stond. Het is een kwestie van wennen, want inmiddels bevalt de zang op het album me wel en hoor ik hier en daar een vleugje Kate Bush, die ook beschikt over een stem waar ik in eerste instantie flink aan moest wennen.
Clementine en Valentine Nixon wonen in een nogal afgelegen deel van Nieuw-Zeeland op het schiereiland Coromandel, dat naar eigen zeggen vooral wordt bevolkt door honingbijen. De afgelegen thuisbasis van de zussen Nixon heeft zeker invloed op hun muziek, want The Coin That Broke The Fountain Floor is geen album van de grote stad. Clementine Valentine maakt muziek die hier en daar herinnert aan die van de Scandinavische ijsprinsessen, al klinken de songs van het Nieuw-Zeelandse tweetal wat minder donker en onderkoeld.
Ik heb niet heel veel informatie over de muzikanten op het album, maar ze tekenen voor een sfeervol geluid. Het is een geluid dat deels elektronisch en deels organisch klinkt, dat hier en daar extra is versierd met strijkers en dat zich heeft laten beïnvloeden door meerdere genres. Hier en daar hoor ik een vleugje Amerikaanse rootsmuziek in de songs op The Coin That Broke The Fountain Floor, maar het album verwerkt ook absoluut invloeden uit de New Age, die zorgen voor de wat zweverige sfeer.
In plaats van zweverig kan ik misschien beter het woord sprookjesachtig gebruiken, want de songs van Clementine Valentine waaien breed uit, maar klinken ook aards. De bijzonder mooie klanken worden gecombineerd met karakteristieke zang, die me misschien niet direct wist te overtuigen, maar die inmiddels zeker bijdraagt aan de schoonheid van het album.
Hoewel de wereld in muzikaal opzicht vergeleken met een aantal decennia een stuk kleiner is geworden (albums uit Nieuw-Zeeland wisten Nederland in het verre verleden maar zelden te bereiken) is het goed om te horen dat er aan de andere kant van de wereld muziek wordt gemaakt die net wat anders klinkt dan de popmuziek uit Europa en de Verenigde Staten, wat het interessant maakt om de Nieuw-Zeelandse (en de Australische) popmuziek te volgen. The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine is in het aanbod van het moment zeker een aanrader. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clementine Valentine - The Coin That Broke The Fountain Floor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clementine Valentine - The Coin That Broke The Fountain Floor
Popmuziek uit Nieuw-Zeeland voegt vaak iets toe aan de popmuziek uit onze eigen omgeving en dit gaat ook weer op voor het sprookjesachtige The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine
De Nieuw-Zeelandse zussen Clementine en Valentine Nixon brachten onlangs hun eerste album als Clementine Valentine uit. Het is een album waar ik, vooral vanwege de zang, aan moest wennen, maar bij herhaalde beluistering viel er steeds meer op zijn plek. The Coin That Broke The Fountain Floor is mooi of zelfs sprookjesachtig ingekleurd, maar ondanks het wat zweverige karakter van de muziek zijn de popsongs van het Nieuw-Zeelandse tweetal vooral toegankelijk. De zang vond ik in eerste instantie minder mooi, maar na enige gewenning heb ik niet zoveel aan te merken op de stemmen van de Nieuw-Zeelandse zussen, die een interessant album hebben afgeleverd.
Bij het volgen van de recente ontwikkelingen binnen de Nieuw-Zeelandse popmuziek kwam ik onlangs The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine tegen. Het is een album dat me bij eerste beluistering zowel aantrok als afstootte en dat bleef het album allebei lange tijd doen.
Clementine Valentine is een duo dat bestaat uit de zussen Clementine en Valentine Nixon, die in het verleden muziek maakten onder de naam Purple Pilgrims. Ik was bij eerste beluistering onder de indruk van het geluid en van de songs van het Nieuw-Zeelandse duo. The Coin That Broke The Fountain Floor is voorzien van een aangenaam zweverig geluid, dat over het algemeen breed uitwaait. Clementine Valentine combineert dit ruimtelijke en wat zweverige geluid met behoorlijk toegankelijke popsongs met een kop en een staart, waardoor het album in muzikaal opzicht nooit te ver wegdrijft.
Zoals gezegd was ik in eerste instantie niet 100% enthousiast over het album, want zeker bij de eerste beluisteringen van The Coin That Broke The Fountain Floor had ik wat moeite met zang. Deze is hier en daar nogal zwaar aangezet en klinkt bovendien wat plechtig, wat me in eerste instantie wat tegen stond. Het is een kwestie van wennen, want inmiddels bevalt de zang op het album me wel en hoor ik hier en daar een vleugje Kate Bush, die ook beschikt over een stem waar ik in eerste instantie flink aan moest wennen.
Clementine en Valentine Nixon wonen in een nogal afgelegen deel van Nieuw-Zeeland op het schiereiland Coromandel, dat naar eigen zeggen vooral wordt bevolkt door honingbijen. De afgelegen thuisbasis van de zussen Nixon heeft zeker invloed op hun muziek, want The Coin That Broke The Fountain Floor is geen album van de grote stad. Clementine Valentine maakt muziek die hier en daar herinnert aan die van de Scandinavische ijsprinsessen, al klinken de songs van het Nieuw-Zeelandse tweetal wat minder donker en onderkoeld.
Ik heb niet heel veel informatie over de muzikanten op het album, maar ze tekenen voor een sfeervol geluid. Het is een geluid dat deels elektronisch en deels organisch klinkt, dat hier en daar extra is versierd met strijkers en dat zich heeft laten beïnvloeden door meerdere genres. Hier en daar hoor ik een vleugje Amerikaanse rootsmuziek in de songs op The Coin That Broke The Fountain Floor, maar het album verwerkt ook absoluut invloeden uit de New Age, die zorgen voor de wat zweverige sfeer.
In plaats van zweverig kan ik misschien beter het woord sprookjesachtig gebruiken, want de songs van Clementine Valentine waaien breed uit, maar klinken ook aards. De bijzonder mooie klanken worden gecombineerd met karakteristieke zang, die me misschien niet direct wist te overtuigen, maar die inmiddels zeker bijdraagt aan de schoonheid van het album.
Hoewel de wereld in muzikaal opzicht vergeleken met een aantal decennia een stuk kleiner is geworden (albums uit Nieuw-Zeeland wisten Nederland in het verre verleden maar zelden te bereiken) is het goed om te horen dat er aan de andere kant van de wereld muziek wordt gemaakt die net wat anders klinkt dan de popmuziek uit Europa en de Verenigde Staten, wat het interessant maakt om de Nieuw-Zeelandse (en de Australische) popmuziek te volgen. The Coin That Broke The Fountain Floor van Clementine Valentine is in het aanbod van het moment zeker een aanrader. Erwin Zijleman
Cleo Reed - Cuntry (2025)

4,5
0
geplaatst: 20 december 2025, 10:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cleo Reed - Cuntry - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cleo Reed - Cuntry
Op Cuntry vermengt de Amerikaanse muzikant Cleo Reed op fascinerende wijze uiteenlopende invloeden, waaronder country en soul, folk en R&B en hiphop en jazz, wat een sensationeel goed album oplevert
Ik heb afgelopen zomer niet heel veel gelezen over het debuutalbum van Cleo Reed, maar wat is Cuntry een indrukwekkend album. De muzikant uit New York krijgt vaak het etiket R&B opgeplakt, maar R&B is slechts een van de vele invloeden die zijn te horen op Cuntry. In vocaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, zeker wanneer fraaie gospelkoortjes worden ingezet, maar in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Cleo Reed minstens even indrukwekkend. Een album als Cuntry had afgelopen zomer moeten worden overladen met superlatieven, maar het bleef angstvallig stil en ook in de jaarlijstje ontbreekt het album. Het is echt doodzonde. Cuntry van Cleo Reed is echt een geweldig album.
Toen Beyoncé vorig jaar haar countryalbum Cowboy Carter uitbracht verschenen er nogal wat verhalen in de media waarin de Amerikaanse superster een pionier werd genoemd. Ook een aantal muziekjournalisten van naam en faam sloegen de plank volkomen mis met hun bewering dat Beyoncé iets deed dat nog niet eerder was gedaan.
Country en soul werden echter vele decennia geleden al vermengd door zwarte muzikanten en ook in het recente verleden waren er de nodige zwarte muzikanten die invloeden uit de country verwerkten in hun muziek. Dat deden ze bovendien een stuk beter dan Beyoncé, want persoonlijk vond en vind ik Cowboy Carter maar een slap album.
In een jaarlijstje kwam ik vorige week een album tegen dat in alle opzichten klassen beter is dan Cowboy Carter, maar dat het helaas moest doen met een fractie van de aandacht die het album van Beyoncé kreeg. Het gaat om Cuntry van Cleo Reed. Het is het tweede album van de muzikant uit New York, die in 2023 debuteerde met het mini-album Root Cause en zichzelf ziet als noin-binair persoon en queer.
Het is een mini-album dat nog wel enigszins in het hokje R&B past, maar Cleo Reed, overigens het alter ego van Ella Moore, zoekt al wel de grenzen van het genre op. Dat gebeurt nog een stuk nadrukkelijker op het afgelopen zomer verschenen Cuntry, dat wat mij betreft in alle jaarlijstjes had moeten staan, maar dat helaas niet veel of zelfs verbijsterend weinig aandacht kreeg.
Cuntry opent direct imponerend met het ruim acht minuten durende Salt N' Lime, waarin Cleo Reed me direct bij de strot grijpt. Het is een track waarin de Amerikaanse muzikant in eerste indruk maakt met een stem die zwoel en soulvol, maar ook karakteristiek klinkt, maar in muzikaal opzicht is de openingstrack van Cuntry misschien nog wel indrukwekkender.
Het is een track met invloeden uit de R&B en de soul, maar stiekem sleept Cleo Reed er nog een breed palet aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bij. Het klinkt direct bijzonder, maar het klinkt ook bijzonder lekker, want de muziek van de muzikant uit New York heeft een aangename flow, zeker als aan het eind van de track het tempo nog wat wordt opgevoerd met drumwerk met invloeden uit de jazz en de hiphop.
Na de indrukwekkende eerste track verslapt Cleo Reed niet, want Cuntry is een album dat indruk blijft maken. Het ene moment betovert de Amerikaanse muzikant met een soulvolle strot en fraaie a capella gospel koortjes, maar ook wanneer folk en rap prachtig samenvloeien of als Cleo Reed toch kiest voor broeierige R&B zit je op het puntje van de stoel.
Als Beyoncé vorig jaar een album als Cuntry zou hebben gemaakt had ik iets begrepen van alle superlatieven, maar Cowboy Carter mag niet eens in de schaduw staan van het weergaloze debuutalbum van Cleo Reed, die je track na track weet te verrassen met weer net wat andere wendingen en muzikale impulsen.
Na de lange openingstrack volgen ook flink wat korte songs waarin de spanningsbogen minder hoog zijn, maar er altijd wel iets gebeurt dat je raakt. Cuntry wordt helaas nog vaak in het hokje R&B geduwd, maar voor een R&B album is de muziek op het album echt veel te subtiel en divers en ook qua zang blijft Cleo Reed flink uit de buurt van de gemiddelde R&B zangeres. 48 minuten en 5 seconden houdt Cleo Reed je in een wurggreep. Wat een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cleo Reed - Cuntry - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cleo Reed - Cuntry
Op Cuntry vermengt de Amerikaanse muzikant Cleo Reed op fascinerende wijze uiteenlopende invloeden, waaronder country en soul, folk en R&B en hiphop en jazz, wat een sensationeel goed album oplevert
Ik heb afgelopen zomer niet heel veel gelezen over het debuutalbum van Cleo Reed, maar wat is Cuntry een indrukwekkend album. De muzikant uit New York krijgt vaak het etiket R&B opgeplakt, maar R&B is slechts een van de vele invloeden die zijn te horen op Cuntry. In vocaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, zeker wanneer fraaie gospelkoortjes worden ingezet, maar in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Cleo Reed minstens even indrukwekkend. Een album als Cuntry had afgelopen zomer moeten worden overladen met superlatieven, maar het bleef angstvallig stil en ook in de jaarlijstje ontbreekt het album. Het is echt doodzonde. Cuntry van Cleo Reed is echt een geweldig album.
Toen Beyoncé vorig jaar haar countryalbum Cowboy Carter uitbracht verschenen er nogal wat verhalen in de media waarin de Amerikaanse superster een pionier werd genoemd. Ook een aantal muziekjournalisten van naam en faam sloegen de plank volkomen mis met hun bewering dat Beyoncé iets deed dat nog niet eerder was gedaan.
Country en soul werden echter vele decennia geleden al vermengd door zwarte muzikanten en ook in het recente verleden waren er de nodige zwarte muzikanten die invloeden uit de country verwerkten in hun muziek. Dat deden ze bovendien een stuk beter dan Beyoncé, want persoonlijk vond en vind ik Cowboy Carter maar een slap album.
In een jaarlijstje kwam ik vorige week een album tegen dat in alle opzichten klassen beter is dan Cowboy Carter, maar dat het helaas moest doen met een fractie van de aandacht die het album van Beyoncé kreeg. Het gaat om Cuntry van Cleo Reed. Het is het tweede album van de muzikant uit New York, die in 2023 debuteerde met het mini-album Root Cause en zichzelf ziet als noin-binair persoon en queer.
Het is een mini-album dat nog wel enigszins in het hokje R&B past, maar Cleo Reed, overigens het alter ego van Ella Moore, zoekt al wel de grenzen van het genre op. Dat gebeurt nog een stuk nadrukkelijker op het afgelopen zomer verschenen Cuntry, dat wat mij betreft in alle jaarlijstjes had moeten staan, maar dat helaas niet veel of zelfs verbijsterend weinig aandacht kreeg.
Cuntry opent direct imponerend met het ruim acht minuten durende Salt N' Lime, waarin Cleo Reed me direct bij de strot grijpt. Het is een track waarin de Amerikaanse muzikant in eerste indruk maakt met een stem die zwoel en soulvol, maar ook karakteristiek klinkt, maar in muzikaal opzicht is de openingstrack van Cuntry misschien nog wel indrukwekkender.
Het is een track met invloeden uit de R&B en de soul, maar stiekem sleept Cleo Reed er nog een breed palet aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bij. Het klinkt direct bijzonder, maar het klinkt ook bijzonder lekker, want de muziek van de muzikant uit New York heeft een aangename flow, zeker als aan het eind van de track het tempo nog wat wordt opgevoerd met drumwerk met invloeden uit de jazz en de hiphop.
Na de indrukwekkende eerste track verslapt Cleo Reed niet, want Cuntry is een album dat indruk blijft maken. Het ene moment betovert de Amerikaanse muzikant met een soulvolle strot en fraaie a capella gospel koortjes, maar ook wanneer folk en rap prachtig samenvloeien of als Cleo Reed toch kiest voor broeierige R&B zit je op het puntje van de stoel.
Als Beyoncé vorig jaar een album als Cuntry zou hebben gemaakt had ik iets begrepen van alle superlatieven, maar Cowboy Carter mag niet eens in de schaduw staan van het weergaloze debuutalbum van Cleo Reed, die je track na track weet te verrassen met weer net wat andere wendingen en muzikale impulsen.
Na de lange openingstrack volgen ook flink wat korte songs waarin de spanningsbogen minder hoog zijn, maar er altijd wel iets gebeurt dat je raakt. Cuntry wordt helaas nog vaak in het hokje R&B geduwd, maar voor een R&B album is de muziek op het album echt veel te subtiel en divers en ook qua zang blijft Cleo Reed flink uit de buurt van de gemiddelde R&B zangeres. 48 minuten en 5 seconden houdt Cleo Reed je in een wurggreep. Wat een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
Cleo Sol - Gold (2023)

4,0
0
geplaatst: 4 oktober 2023, 17:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Gold
Cleo Sol vindt het twee weken na de release van haar derde album Heaven alweer tijd voor een nieuw album en weet ook op het net wat soulvoller klinkende Gold het van haar bekende hoge niveau vast te houden
Nog lang niet bekomen van het uitstekende Heaven komt de Britse muzikante Cleo Sol alweer met een nieuw album op de proppen. Ook het deze week verschenen Gold is een behoorlijk ingetogen album en het is bovendien een album dat indruk maakt met de fraaie productie van Sault’s Inflo en de prachtige stem van Cleo Sol. Ondanks de overeenkomsten zijn de twee albums zeker niet tegen elkaar inwisselbaar, want Gold klinkt wat minder jazzy dan Heaven, terwijl invloeden uit de soul juist aan terrein hebben gewonnen. Heaven was met een half uur muziek wel wat aan de korte kant, maar dat wordt nu volledig goedgemaakt met drie kwartier nieuwe muziek van de Britse muzikante.
Tussen de nieuwe albums van deze week vond ik een nieuw album van de Britse muzikante Cleo Sol. Dat is bijzonder, want ze bracht precies twee weken geleden ook al een nieuw album uit. Heaven was twee weken geleden de opvolger van het ruim twee jaar oude Mother, maar voor de opvolger van Heaven had Cleo Sol aanmerkelijk minder tijd nodig. De Britse muzikante heeft het niet van een vreemde, want ze droeg bij aan de albums van de Britse band Sault en deed op haar vorige albums een beroep op de productionele vaardigheden van Sault’s Inflo, die er ook een handje van heeft om met albums te strooien.
Ik was twee weken geleden zeer gecharmeerd van Heaven, waarop Cleo Sol vooral behoorlijk ingetogen en wat jazzy songs liet horen, al was ze de invloeden uit de soul en de R&B ook niet helemaal vergeten. Ik had eigenlijk maar één ding aan te merken op Heaven en dat is dat het album met een half uur muziek behoorlijk kort is. Het wordt deze week dan goed gemaakt met de release van Gold, dat nog bijna drie kwartier nieuwe muziek toevoegt aan het fraaie oeuvre van Cleo Sol.
Gold is net als zijn voorganger een behoorlijk ingetogen album, maar het nieuwe album van de Britse muzikante klinkt toch weer anders dan zijn pas twee weken oude voorganger. Er zijn ook een aantal dingen niet veranderd. Ook op Gold werkt Cleo Sol weer samen met Sault voorman Inflo, die ook op het nieuwe album van de muzikante uit Londen tekent voor een prachtige productie. Verder zingt Cleo Sol ook dit keer de sterren van de hemel met een stem die wat mij betreft behoort tot de mooiste Britse soulstemmen van het moment. En zoals gezegd is ook Gold een behoorlijk ingetogen album, waarop warme en sfeervolle klanken de dienst uit maken.
Zeker als de instrumentatie wat jazzy klinkt zijn de verschillen met Heaven niet zo heel groot, maar over het algemeen genomen is Gold net wat meer een soulalbum dan zijn voorganger. Het is broeierige en wat dromerige soul die zich als een warme deken om je heem slaat, maar in de songs van Cleo Sol gebeurt altijd net wat meer dan op een gemiddeld album. Zo zijn er bijzondere accenten van gitaren en af en toe elektronica, die hier en daar een speldenprik uitdelen, maar die het gloedvolle geluid op Gold nergens in de weg zitten.
Zoals we inmiddels van Cleo Sol en Inflo gewend zijn klinkt de muziek van de Britse muzikante weer prachtig, maar ze maakt nog altijd de meeste indruk met haar stem. Het is een stem die hier en daar smaakvol wordt ondersteund door koortjes, maar het is vooral Cleo Sol zelf die de ruimte krijgt om de sterren van de hemel te zingen. Dat doet de Britse muzikante met veel gevoel en overtuiging.
Heaven deed het de afgelopen twee weken uitstekend nu het wat eerder donker wordt en ook Gold is een album dat het prima gaat doen op lange en gure herfst- en winteravonden, maar ook in het staartje nazomer komen de warme klanken van Cleo Sol uitstekend tot zijn recht. Alle reden om heel blij te zijn met deze onverwacht snelle nieuwe worp van de Britse muzikante, al is het komende tijd wel lastig kiezen tussen het prachtige Heaven en het net zo mooie en net wat soulvollere Gold. Het onderstreept nog maar eens dat Cleo Sol moet worden gerekend tot de grootste talenten uit de Britse soulscene van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Gold
Cleo Sol vindt het twee weken na de release van haar derde album Heaven alweer tijd voor een nieuw album en weet ook op het net wat soulvoller klinkende Gold het van haar bekende hoge niveau vast te houden
Nog lang niet bekomen van het uitstekende Heaven komt de Britse muzikante Cleo Sol alweer met een nieuw album op de proppen. Ook het deze week verschenen Gold is een behoorlijk ingetogen album en het is bovendien een album dat indruk maakt met de fraaie productie van Sault’s Inflo en de prachtige stem van Cleo Sol. Ondanks de overeenkomsten zijn de twee albums zeker niet tegen elkaar inwisselbaar, want Gold klinkt wat minder jazzy dan Heaven, terwijl invloeden uit de soul juist aan terrein hebben gewonnen. Heaven was met een half uur muziek wel wat aan de korte kant, maar dat wordt nu volledig goedgemaakt met drie kwartier nieuwe muziek van de Britse muzikante.
Tussen de nieuwe albums van deze week vond ik een nieuw album van de Britse muzikante Cleo Sol. Dat is bijzonder, want ze bracht precies twee weken geleden ook al een nieuw album uit. Heaven was twee weken geleden de opvolger van het ruim twee jaar oude Mother, maar voor de opvolger van Heaven had Cleo Sol aanmerkelijk minder tijd nodig. De Britse muzikante heeft het niet van een vreemde, want ze droeg bij aan de albums van de Britse band Sault en deed op haar vorige albums een beroep op de productionele vaardigheden van Sault’s Inflo, die er ook een handje van heeft om met albums te strooien.
Ik was twee weken geleden zeer gecharmeerd van Heaven, waarop Cleo Sol vooral behoorlijk ingetogen en wat jazzy songs liet horen, al was ze de invloeden uit de soul en de R&B ook niet helemaal vergeten. Ik had eigenlijk maar één ding aan te merken op Heaven en dat is dat het album met een half uur muziek behoorlijk kort is. Het wordt deze week dan goed gemaakt met de release van Gold, dat nog bijna drie kwartier nieuwe muziek toevoegt aan het fraaie oeuvre van Cleo Sol.
Gold is net als zijn voorganger een behoorlijk ingetogen album, maar het nieuwe album van de Britse muzikante klinkt toch weer anders dan zijn pas twee weken oude voorganger. Er zijn ook een aantal dingen niet veranderd. Ook op Gold werkt Cleo Sol weer samen met Sault voorman Inflo, die ook op het nieuwe album van de muzikante uit Londen tekent voor een prachtige productie. Verder zingt Cleo Sol ook dit keer de sterren van de hemel met een stem die wat mij betreft behoort tot de mooiste Britse soulstemmen van het moment. En zoals gezegd is ook Gold een behoorlijk ingetogen album, waarop warme en sfeervolle klanken de dienst uit maken.
Zeker als de instrumentatie wat jazzy klinkt zijn de verschillen met Heaven niet zo heel groot, maar over het algemeen genomen is Gold net wat meer een soulalbum dan zijn voorganger. Het is broeierige en wat dromerige soul die zich als een warme deken om je heem slaat, maar in de songs van Cleo Sol gebeurt altijd net wat meer dan op een gemiddeld album. Zo zijn er bijzondere accenten van gitaren en af en toe elektronica, die hier en daar een speldenprik uitdelen, maar die het gloedvolle geluid op Gold nergens in de weg zitten.
Zoals we inmiddels van Cleo Sol en Inflo gewend zijn klinkt de muziek van de Britse muzikante weer prachtig, maar ze maakt nog altijd de meeste indruk met haar stem. Het is een stem die hier en daar smaakvol wordt ondersteund door koortjes, maar het is vooral Cleo Sol zelf die de ruimte krijgt om de sterren van de hemel te zingen. Dat doet de Britse muzikante met veel gevoel en overtuiging.
Heaven deed het de afgelopen twee weken uitstekend nu het wat eerder donker wordt en ook Gold is een album dat het prima gaat doen op lange en gure herfst- en winteravonden, maar ook in het staartje nazomer komen de warme klanken van Cleo Sol uitstekend tot zijn recht. Alle reden om heel blij te zijn met deze onverwacht snelle nieuwe worp van de Britse muzikante, al is het komende tijd wel lastig kiezen tussen het prachtige Heaven en het net zo mooie en net wat soulvollere Gold. Het onderstreept nog maar eens dat Cleo Sol moet worden gerekend tot de grootste talenten uit de Britse soulscene van het moment. Erwin Zijleman
Cleo Sol - Heaven (2023)

4,5
1
geplaatst: 22 september 2023, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Heaven
De Britse muzikante Cleo Sol maakte in 2021 met Mother een van de allerbeste albums van het jaar en laat ook met het deze week verschenen Heaven weer horen dat ze beschikt over heel veel talent
De Britse muzikante Cleo Sol pakte ruim twee jaar geleden stevig uit met het ruim een uur durende Mother, dat het predicaat meesterwerk absoluut verdiende. Ook het deze week verschenen Heaven is weer een bijzonder mooi album, al moeten we het dit keer doen met slechts een half uur muziek. Het is gelukkig wel muziek van een bijzondere schoonheid, want net als Mother is ook Heaven in vocaal, muzikaal en productioneel opzicht een hoogstaand album. Heaven is wat soberder ingekleurd dan Mother en leunt ook wat minder zwaar op de soul en R&B, maar het is wederom een zwoel en broeierig album dat de gevoelstemperatuur met vele graden laat stijgen.
In de zomer van 2021 verscheen Mother, het tweede album van de Britse muzikante Cleo Sol. Ik kende haar van het een jaar eerder verschenen debuutalbum Rose In The Dark, dat ik een lekker zwoel R&B album vond. Het is een album dat het bijzonder goed deed op broeierige zomeravonden, maar dat ik binnen het R&B aanbod van dat moment verder niet heel onderscheidend vond. Mother vond ik echter een waanzinnig goed en juist zeer onderscheidend album.
Ik vond het albums zelfs zo goed dat het album de top 10 over mijn jaarlijstje over 2021 haalde. Ondanks het feit dat Cleo Sol in de periode voor de release van haar tweede soloalbum de aandacht had getrokken met haar bijdragen aan het project Sault, bleef Mother lange tijd onopgemerkt wat echt doodzonde was en is.
Op Mother werd de Britse muzikante bijgestaan door Inflo, de grote man achter Sault, die tekende voor een geweldige productie. Op Mother combineerde Cleo Sol invloeden uit de soulmuziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt met invloeden uit de R&B van dat moment, maar uitstapjes buiten de gebaande paden werden zeker niet geschuwd. De vooral ingetogen tracks op het album klonken loom en zwoel, maar de songs van Cleo Sol zaten stuk voor stuk razend knap in elkaar en bovendien zong de Britse muzikante prachtig op haar tweede album.
Ik had al een tijd niet meer naar Mother geluisterd, maar de hernieuwde kennismaking met het album beviel me misschien nog wel beter dan de eerste kennismaking in het najaar van 2021. De aanleiding om het vinyl van Mother weer eens uit de kast te halen is de release van Heaven, het derde album van Cleo Sol, deze week.
Na de twaalf tracks en ruim een uur muziek van Mother was het even een tegenvaller dat we het dit keer moeten doen met negen tracks en slechts een half uur muziek, maar uiteraard is de kwaliteit belangrijker dan de kwantiteit en met die kwaliteit zit het ook dit keer weer goed. Voor de productie van Heaven deed Cleo Sol wederom een beroep op Inflo, wat een prachtig klinkend album oplevert.
Cleo Sol tekende zelf voor de instrumentatie en de zang en beiden zijn van hoog niveau. Vergeleken met de vorige twee albums is Heaven behoorlijk sober ingekleurd. Buiten akoestische gitaar en piano hoor je vooral wat extra bas en drums en hier en daar wat extra lagen vocalen. Het geluid op het album is misschien relatief sober, maar het is ook een warm geluid dat zich heerlijk om je heen slaat, zeker wanneer de ritmes wat meer uptempo zijn. Het is een vooral akoestisch geluid, dat wat jazzy klinkt, al heeft Cleo Sol de invloeden uit de soul en de R&B zeker niet afgezworen.
Door het ingetogen en organische geluid heeft Heaven een intiem karakter en dat wordt versterkt door de zang. Cleo Sol zingt op haar nieuwe album nog wat zachter dan op haar vorige twee albums, maar de zang op Heaven is wederom oorstrelend mooi. Zeker wat later op de avond verwarmt het nieuwe album van Cleo Sol op bijzondere wijze de ruimte, maar de Britse muzikante doet ook dit keer bijzondere dingen en weet steeds weer de aandacht te trekken met subtiele accenten en verrassende wendingen. Of Heaven net zo goed is als het geweldige Mother durf ik nog niet te zeggen, maar ik vind het nieuwe album van Cleo Sol wel steeds beter en interessanter worden. Knappe plaat weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Heaven
De Britse muzikante Cleo Sol maakte in 2021 met Mother een van de allerbeste albums van het jaar en laat ook met het deze week verschenen Heaven weer horen dat ze beschikt over heel veel talent
De Britse muzikante Cleo Sol pakte ruim twee jaar geleden stevig uit met het ruim een uur durende Mother, dat het predicaat meesterwerk absoluut verdiende. Ook het deze week verschenen Heaven is weer een bijzonder mooi album, al moeten we het dit keer doen met slechts een half uur muziek. Het is gelukkig wel muziek van een bijzondere schoonheid, want net als Mother is ook Heaven in vocaal, muzikaal en productioneel opzicht een hoogstaand album. Heaven is wat soberder ingekleurd dan Mother en leunt ook wat minder zwaar op de soul en R&B, maar het is wederom een zwoel en broeierig album dat de gevoelstemperatuur met vele graden laat stijgen.
In de zomer van 2021 verscheen Mother, het tweede album van de Britse muzikante Cleo Sol. Ik kende haar van het een jaar eerder verschenen debuutalbum Rose In The Dark, dat ik een lekker zwoel R&B album vond. Het is een album dat het bijzonder goed deed op broeierige zomeravonden, maar dat ik binnen het R&B aanbod van dat moment verder niet heel onderscheidend vond. Mother vond ik echter een waanzinnig goed en juist zeer onderscheidend album.
Ik vond het albums zelfs zo goed dat het album de top 10 over mijn jaarlijstje over 2021 haalde. Ondanks het feit dat Cleo Sol in de periode voor de release van haar tweede soloalbum de aandacht had getrokken met haar bijdragen aan het project Sault, bleef Mother lange tijd onopgemerkt wat echt doodzonde was en is.
Op Mother werd de Britse muzikante bijgestaan door Inflo, de grote man achter Sault, die tekende voor een geweldige productie. Op Mother combineerde Cleo Sol invloeden uit de soulmuziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt met invloeden uit de R&B van dat moment, maar uitstapjes buiten de gebaande paden werden zeker niet geschuwd. De vooral ingetogen tracks op het album klonken loom en zwoel, maar de songs van Cleo Sol zaten stuk voor stuk razend knap in elkaar en bovendien zong de Britse muzikante prachtig op haar tweede album.
Ik had al een tijd niet meer naar Mother geluisterd, maar de hernieuwde kennismaking met het album beviel me misschien nog wel beter dan de eerste kennismaking in het najaar van 2021. De aanleiding om het vinyl van Mother weer eens uit de kast te halen is de release van Heaven, het derde album van Cleo Sol, deze week.
Na de twaalf tracks en ruim een uur muziek van Mother was het even een tegenvaller dat we het dit keer moeten doen met negen tracks en slechts een half uur muziek, maar uiteraard is de kwaliteit belangrijker dan de kwantiteit en met die kwaliteit zit het ook dit keer weer goed. Voor de productie van Heaven deed Cleo Sol wederom een beroep op Inflo, wat een prachtig klinkend album oplevert.
Cleo Sol tekende zelf voor de instrumentatie en de zang en beiden zijn van hoog niveau. Vergeleken met de vorige twee albums is Heaven behoorlijk sober ingekleurd. Buiten akoestische gitaar en piano hoor je vooral wat extra bas en drums en hier en daar wat extra lagen vocalen. Het geluid op het album is misschien relatief sober, maar het is ook een warm geluid dat zich heerlijk om je heen slaat, zeker wanneer de ritmes wat meer uptempo zijn. Het is een vooral akoestisch geluid, dat wat jazzy klinkt, al heeft Cleo Sol de invloeden uit de soul en de R&B zeker niet afgezworen.
Door het ingetogen en organische geluid heeft Heaven een intiem karakter en dat wordt versterkt door de zang. Cleo Sol zingt op haar nieuwe album nog wat zachter dan op haar vorige twee albums, maar de zang op Heaven is wederom oorstrelend mooi. Zeker wat later op de avond verwarmt het nieuwe album van Cleo Sol op bijzondere wijze de ruimte, maar de Britse muzikante doet ook dit keer bijzondere dingen en weet steeds weer de aandacht te trekken met subtiele accenten en verrassende wendingen. Of Heaven net zo goed is als het geweldige Mother durf ik nog niet te zeggen, maar ik vind het nieuwe album van Cleo Sol wel steeds beter en interessanter worden. Knappe plaat weer. Erwin Zijleman
Cleo Sol - Mother (2021)

4,5
0
geplaatst: 20 november 2021, 17:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Mother - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Mother
Inflo produceerde niet alleen een paar tracks op het album van Adele, maar ook het hele album van Cleo Sol, die ruim een uur lang imponeert met een mix van soul en R&B uit heden en verleden
Mother van Cleo Sol verscheen de afgelopen zomer en kreeg nauwelijks aandacht. Doodzonde want de Britse muzikante heeft een prachtig album afgeleverd, dat op fraaie wijze invloeden uit de soul, singer-songwriter muziek en R&B uit verleden en heden combineert. Cleo Sol is te horen op de albums van Sault en Sault collega Inflo duikt op Mother op als producer. Inflo redt het nieuwe album van Adele met de songs die hij produceerde, maar op het tweede album van Cleo Sol mag hij een uur lang indruk maken met een heerlijk geluid. Het is een geluid waarin de stem van Cleo Sol zich als een vis in het water voelt en betrekkelijk ingetogen de sterren van de hemel zingt. Bijzonder indrukwekkend album.
Alle aandacht gaat deze week uit naar het nieuwe album van Adele, maar in de lijst met Amerikaanse releases van deze week kwam ik ook de eveneens Britse muzikante Cleo Sol (geboren als Cleopatra Nikolic) tegen. Mother, haar tweede soloalbum, verscheen afgelopen zomer al in Nederland, maar is me toen niet opgevallen, wat ook niet zo gek is, want het album heeft helaas heel weinig aandacht gekregen.
De naam Cleo Sol ken ik natuurlijk wel, want ze speelt een belangrijke rol binnen het Britse soulcollectief Sault, dat de afgelopen jaren strooit met geweldige albums. Ook Mother heeft een hoog Sault gehalte, want naast de vocalen van Cleo Sol, produceerde de belangrijke man achter Sault, Inflo, het album. Deze Inflo produceerde overigens ook een aantal tracks op het nieuwe album van Adele, waarmee de cirkel weer rond is.
Cleo Sol gaat qua succes en aandacht heel ver achterblijven bij Adele, maar ik vind Mother eerlijk gezegd veel interessanter dan Adele’s 30, al is het maar omdat de helft van dat album wat mij betreft uitermate zwak is. Het tweede album van Cleo Sol opent direct ijzersterk met een track die invloeden uit de 70s soul, 70s singer-songwriter muziek en hedendaagse R&B met elkaar combineert. De instrumentatie is tijdloos, de stem van Cleo Sol erg mooi en de sfeer bijzonder aangenaam.
Zeker wanneer er in de tweede helft van de track ook nog eens ruimte is voor experiment is duidelijk dat Cleo Sol meer in haar mars heeft dan de meeste andere zangeressen in het genre. Verder is duidelijk dat Inflo, die het album van Adele uiteindelijk ook op gang krijgt, het album buitengewoon knap heeft geproduceerd. Mother staat bol van de invloeden uit de soul en R&B en keer op keer smeedt Inflo invloeden uit het verleden en het heden op knappe wijze aan elkaar, wat hij overigens ook op de albums van Sault doet.
De songs op Mother liggen stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor en beschikken over hitpotentie, maar ondertussen kleuren Cleo Sol en Inflo ook steeds net wat buiten de lijntjes, waardoor de aangename songs op het album ook interessant worden, waardoor Mother groeit en groeit en groeit.
De Britse muzikante kruipt hier en daar dicht tegen de muziek aan die Carole King maakte in haar beste jaren, maar ik hoor ook soulzangeressen uit dezelfde periode en R&B georiënteerde popprinsessen uit het heden. Tussendoor duiken ook nog wat flarden uit de jaren 90 op, waarbij de Cleo Sol zowel raakt aan Janet Jackson en Aaliyah als aan het Britse soulcollectief Soul II Soul.
In vocaal opzicht is het verschil met het album van Adele overigens ook levensgroot, want waar Adele het vaak moet hebben van haar uithalen, zingt Cleo Sol het hele album lang behoorlijk ingetogen. Toch is het pure soul die de Britse muzikante maakt, want ook haar ingetogen en soms bijna onderkoelde zang komt uit het hart en raakt je daar ook.
Cleo houdt het tempo op het grootste deel van het album betrekkelijk laag en de instrumentatie behoorlijk ingetogen, maar hier en daar breken de wolken open en betovert de Britse muzikante met een flinke dosis cosmische soul of gospel. Het zorgt direct voor flink wat zonnestralen, maar ook als de donkere wolken overheersen straalt Cleo Sol.
Mother is geen album dat op de achtergrond aangenaam voortkabbelt, maar een album dat uitnodigt tot intensief luisteren en genieten. Is de laatste van Adele niets voor jou, maar wel onder de indruk van de paar songs die Inflo produceerde? Probeer Mother van Cleo Sol eens. Ze zal je verbazen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cleo Sol - Mother - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cleo Sol - Mother
Inflo produceerde niet alleen een paar tracks op het album van Adele, maar ook het hele album van Cleo Sol, die ruim een uur lang imponeert met een mix van soul en R&B uit heden en verleden
Mother van Cleo Sol verscheen de afgelopen zomer en kreeg nauwelijks aandacht. Doodzonde want de Britse muzikante heeft een prachtig album afgeleverd, dat op fraaie wijze invloeden uit de soul, singer-songwriter muziek en R&B uit verleden en heden combineert. Cleo Sol is te horen op de albums van Sault en Sault collega Inflo duikt op Mother op als producer. Inflo redt het nieuwe album van Adele met de songs die hij produceerde, maar op het tweede album van Cleo Sol mag hij een uur lang indruk maken met een heerlijk geluid. Het is een geluid waarin de stem van Cleo Sol zich als een vis in het water voelt en betrekkelijk ingetogen de sterren van de hemel zingt. Bijzonder indrukwekkend album.
Alle aandacht gaat deze week uit naar het nieuwe album van Adele, maar in de lijst met Amerikaanse releases van deze week kwam ik ook de eveneens Britse muzikante Cleo Sol (geboren als Cleopatra Nikolic) tegen. Mother, haar tweede soloalbum, verscheen afgelopen zomer al in Nederland, maar is me toen niet opgevallen, wat ook niet zo gek is, want het album heeft helaas heel weinig aandacht gekregen.
De naam Cleo Sol ken ik natuurlijk wel, want ze speelt een belangrijke rol binnen het Britse soulcollectief Sault, dat de afgelopen jaren strooit met geweldige albums. Ook Mother heeft een hoog Sault gehalte, want naast de vocalen van Cleo Sol, produceerde de belangrijke man achter Sault, Inflo, het album. Deze Inflo produceerde overigens ook een aantal tracks op het nieuwe album van Adele, waarmee de cirkel weer rond is.
Cleo Sol gaat qua succes en aandacht heel ver achterblijven bij Adele, maar ik vind Mother eerlijk gezegd veel interessanter dan Adele’s 30, al is het maar omdat de helft van dat album wat mij betreft uitermate zwak is. Het tweede album van Cleo Sol opent direct ijzersterk met een track die invloeden uit de 70s soul, 70s singer-songwriter muziek en hedendaagse R&B met elkaar combineert. De instrumentatie is tijdloos, de stem van Cleo Sol erg mooi en de sfeer bijzonder aangenaam.
Zeker wanneer er in de tweede helft van de track ook nog eens ruimte is voor experiment is duidelijk dat Cleo Sol meer in haar mars heeft dan de meeste andere zangeressen in het genre. Verder is duidelijk dat Inflo, die het album van Adele uiteindelijk ook op gang krijgt, het album buitengewoon knap heeft geproduceerd. Mother staat bol van de invloeden uit de soul en R&B en keer op keer smeedt Inflo invloeden uit het verleden en het heden op knappe wijze aan elkaar, wat hij overigens ook op de albums van Sault doet.
De songs op Mother liggen stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor en beschikken over hitpotentie, maar ondertussen kleuren Cleo Sol en Inflo ook steeds net wat buiten de lijntjes, waardoor de aangename songs op het album ook interessant worden, waardoor Mother groeit en groeit en groeit.
De Britse muzikante kruipt hier en daar dicht tegen de muziek aan die Carole King maakte in haar beste jaren, maar ik hoor ook soulzangeressen uit dezelfde periode en R&B georiënteerde popprinsessen uit het heden. Tussendoor duiken ook nog wat flarden uit de jaren 90 op, waarbij de Cleo Sol zowel raakt aan Janet Jackson en Aaliyah als aan het Britse soulcollectief Soul II Soul.
In vocaal opzicht is het verschil met het album van Adele overigens ook levensgroot, want waar Adele het vaak moet hebben van haar uithalen, zingt Cleo Sol het hele album lang behoorlijk ingetogen. Toch is het pure soul die de Britse muzikante maakt, want ook haar ingetogen en soms bijna onderkoelde zang komt uit het hart en raakt je daar ook.
Cleo houdt het tempo op het grootste deel van het album betrekkelijk laag en de instrumentatie behoorlijk ingetogen, maar hier en daar breken de wolken open en betovert de Britse muzikante met een flinke dosis cosmische soul of gospel. Het zorgt direct voor flink wat zonnestralen, maar ook als de donkere wolken overheersen straalt Cleo Sol.
Mother is geen album dat op de achtergrond aangenaam voortkabbelt, maar een album dat uitnodigt tot intensief luisteren en genieten. Is de laatste van Adele niets voor jou, maar wel onder de indruk van de paar songs die Inflo produceerde? Probeer Mother van Cleo Sol eens. Ze zal je verbazen. Erwin Zijleman
Clever Girls - Constellations (2021)

4,0
0
geplaatst: 2 april 2021, 15:20 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clever Girls - Constellations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clever Girls is zeker niet de bekendste naam tussen de nieuwe releases van deze week, maar het tweede album van de Amerikaanse band sprankelt, prikkelt en betovert van de eerste tot de laatste noot
Het debuut van Clever Girls heb ik drie jaar geleden gemist, maar bij eerste beluistering van Constellations was ik direct verkocht. Clever Girls maakt popliedjes die zomaar om kunnen slaan van subtiel in gruizig en die zowel genadeloos aanstekelijk als verrassend avontuurlijk klinken. In de persoon van Diana Jean beschikt Clever Girls over een interessant boegbeeld dat goed is voor persoonlijke teksten en een aansprekend stemgeluid. Heel even dacht ik met het zoveelste door 90s indierock geïnspireerde bandje te maken te hebben, maar Clever Girls schiet meerdere kanten op en blijft maar verbazen. Een album dat je zomaar over het hoofd kunt zien, maar ik had het niet graag gemist.
De krenten uit de pop: Clever Girls - Constellations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clever Girls is zeker niet de bekendste naam tussen de nieuwe releases van deze week, maar het tweede album van de Amerikaanse band sprankelt, prikkelt en betovert van de eerste tot de laatste noot
Het debuut van Clever Girls heb ik drie jaar geleden gemist, maar bij eerste beluistering van Constellations was ik direct verkocht. Clever Girls maakt popliedjes die zomaar om kunnen slaan van subtiel in gruizig en die zowel genadeloos aanstekelijk als verrassend avontuurlijk klinken. In de persoon van Diana Jean beschikt Clever Girls over een interessant boegbeeld dat goed is voor persoonlijke teksten en een aansprekend stemgeluid. Heel even dacht ik met het zoveelste door 90s indierock geïnspireerde bandje te maken te hebben, maar Clever Girls schiet meerdere kanten op en blijft maar verbazen. Een album dat je zomaar over het hoofd kunt zien, maar ik had het niet graag gemist.
Clinic - Wheeltappers and Shunters (2019)

4,0
0
geplaatst: 18 mei 2019, 10:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clinic - Wheeltappers And Shunters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clinic - Wheeltappers And Shunters
Clinic was een tijd weg, maar keert terug in grootse vorm met een album dat alle kanten op schiet maar toch verrassend consistent klinkt
Clinic leek zich een jaar of vijftien geleden te scharen onder de grote Britse bands, maar verdween uiteindelijk toch in de anonimiteit. Na een stilte van zeven jaar keert de band uit Liverpool terug met een geweldig album dat de ondergang van Groot-Brittannië lijkt in te luiden. Wheeltappers And Shunters schiet als een achtbaan door tijd en genres, wat een album oplevert dat zowel donker als zonnig klinkt en dat ondanks de veelheid aan invloeden klinkt als een eenheid. De Britse band smeedt invloeden aan elkaar alsof het niets is en creëert een geluid dat je alleen maar aan de naam Clinic kunt verbinden. Verrassend sterk album.
De Britse band Clinic heb ik een aantal jaren gevolgd. Met name de eerste twee albums van de band uit Liverpool, het in 2000 verschenen Internal Wrangler en het uit 2002 stammende Walking With Thee, vond ik heel erg goed, maar na het in 2006 verschenen en ook nog heel aardige Visitations ben ik de band uit het oog verloren.
De afgelopen week doken met name in de Britse muziekpers zeer positieve verhalen op over het nieuwe album van de band. Wheeltappers And Shunters is verschenen na een stilte van zeven jaar en laat horen dat Clinic nog altijd in staat is om prima albums af te leveren.
Het nieuwe album is een conceptalbum dat losjes is geinspireerd door de tv-serie The Wheeltappers And Shunters Social Club, die in de jaren 70 populair was, maar het zou ook zomaar een aanklacht tegen de Brexit kunnen zijn, al wordt dit nergens specifiek genoemd. De Britse krant The Guardian dook wat dieper in de teksten en omschrijft Wheeltappers And Shunters uiteindelijk als “a magical mystery tour of broken Britain”.
In tekstueel opzicht heeft Clinic een donker album afgeleverd en ook in muzikaal opzicht is Wheeltappers And Shunters een album vol donkere tinten. The Guardian noemt het een magical mystery tour, maar het nieuwe album van Clinic is ook een roller coaster ride door een aantal decennia Britse popmuziek en een veelheid aan invloeden.
Wheeltappers And Shunters put uit de archieven van postpunk, new wave en psychedelica, maar is ook niet vies van Britpop, dub, Krautrock en elektronische popmuziek om maar een paar zijstraten te noemen. Het levert een album op dat klinkt als een exotische cocktail van Pulp, Big Audio Dynamite, Underworld, Bowie, Talking Heads, het vroege Pink Floyd, Kraftwerk en nog veel meer, maar Wheeltappers And Shunters klinkt uiteindelijk vooral als Clinic.
Diepe ritmes, onderkoelde zang en ouderwets klinkende elektronica geven de muziek van Clinic een bijna bezwerende of hypnotiserende uitwerking, maar ondertussen zijn er ook nog allerlei details waar je op moet letten om maar niets te missen van de bijzondere cocktail die de band uit Liverpool serveert. Wheeltappers And Shunters is een aangenaam klinkend album met even zweverige als groovy songs, maar het is ook een donker of zelfs duister album dat schuurt.
De Britse muziekpers reageerde zoals gezegd razend enthousiast en daar valt niets op af te dingen. Wheeltappers And Shunters intrigeert vanaf de eerste noten en sleept je vrijwel onmiddellijk mee in een zoektocht naar het Groot-Brittannië van een aantal decennia geleden.
Clinic was altijd al een meester in het donker laten klinken van zonnige deuntjes en beheerst dit kunstje nog steeds tot in de perfectie. Het voorziet de muziek van de Britse band van een bijzondere lading en het is deze lading die Wheeltappers And Shunters uiteindelijk een flink stuk boven het maaiveld uit tilt.
Ik was Clinic eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar met dit nieuwe album is de band terug met een album dat niet onder doet voor de albums die de band een jaar of vijftien nog een grote band leken te maken. Of dat nog gaat gebeuren durf ik niet te voorspellen, maar dat Wheeltappers And Shunters een groots album is, is voor mij zeker en dit ondanks de speelduur van nog geen 27 minuten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clinic - Wheeltappers And Shunters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clinic - Wheeltappers And Shunters
Clinic was een tijd weg, maar keert terug in grootse vorm met een album dat alle kanten op schiet maar toch verrassend consistent klinkt
Clinic leek zich een jaar of vijftien geleden te scharen onder de grote Britse bands, maar verdween uiteindelijk toch in de anonimiteit. Na een stilte van zeven jaar keert de band uit Liverpool terug met een geweldig album dat de ondergang van Groot-Brittannië lijkt in te luiden. Wheeltappers And Shunters schiet als een achtbaan door tijd en genres, wat een album oplevert dat zowel donker als zonnig klinkt en dat ondanks de veelheid aan invloeden klinkt als een eenheid. De Britse band smeedt invloeden aan elkaar alsof het niets is en creëert een geluid dat je alleen maar aan de naam Clinic kunt verbinden. Verrassend sterk album.
De Britse band Clinic heb ik een aantal jaren gevolgd. Met name de eerste twee albums van de band uit Liverpool, het in 2000 verschenen Internal Wrangler en het uit 2002 stammende Walking With Thee, vond ik heel erg goed, maar na het in 2006 verschenen en ook nog heel aardige Visitations ben ik de band uit het oog verloren.
De afgelopen week doken met name in de Britse muziekpers zeer positieve verhalen op over het nieuwe album van de band. Wheeltappers And Shunters is verschenen na een stilte van zeven jaar en laat horen dat Clinic nog altijd in staat is om prima albums af te leveren.
Het nieuwe album is een conceptalbum dat losjes is geinspireerd door de tv-serie The Wheeltappers And Shunters Social Club, die in de jaren 70 populair was, maar het zou ook zomaar een aanklacht tegen de Brexit kunnen zijn, al wordt dit nergens specifiek genoemd. De Britse krant The Guardian dook wat dieper in de teksten en omschrijft Wheeltappers And Shunters uiteindelijk als “a magical mystery tour of broken Britain”.
In tekstueel opzicht heeft Clinic een donker album afgeleverd en ook in muzikaal opzicht is Wheeltappers And Shunters een album vol donkere tinten. The Guardian noemt het een magical mystery tour, maar het nieuwe album van Clinic is ook een roller coaster ride door een aantal decennia Britse popmuziek en een veelheid aan invloeden.
Wheeltappers And Shunters put uit de archieven van postpunk, new wave en psychedelica, maar is ook niet vies van Britpop, dub, Krautrock en elektronische popmuziek om maar een paar zijstraten te noemen. Het levert een album op dat klinkt als een exotische cocktail van Pulp, Big Audio Dynamite, Underworld, Bowie, Talking Heads, het vroege Pink Floyd, Kraftwerk en nog veel meer, maar Wheeltappers And Shunters klinkt uiteindelijk vooral als Clinic.
Diepe ritmes, onderkoelde zang en ouderwets klinkende elektronica geven de muziek van Clinic een bijna bezwerende of hypnotiserende uitwerking, maar ondertussen zijn er ook nog allerlei details waar je op moet letten om maar niets te missen van de bijzondere cocktail die de band uit Liverpool serveert. Wheeltappers And Shunters is een aangenaam klinkend album met even zweverige als groovy songs, maar het is ook een donker of zelfs duister album dat schuurt.
De Britse muziekpers reageerde zoals gezegd razend enthousiast en daar valt niets op af te dingen. Wheeltappers And Shunters intrigeert vanaf de eerste noten en sleept je vrijwel onmiddellijk mee in een zoektocht naar het Groot-Brittannië van een aantal decennia geleden.
Clinic was altijd al een meester in het donker laten klinken van zonnige deuntjes en beheerst dit kunstje nog steeds tot in de perfectie. Het voorziet de muziek van de Britse band van een bijzondere lading en het is deze lading die Wheeltappers And Shunters uiteindelijk een flink stuk boven het maaiveld uit tilt.
Ik was Clinic eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar met dit nieuwe album is de band terug met een album dat niet onder doet voor de albums die de band een jaar of vijftien nog een grote band leken te maken. Of dat nog gaat gebeuren durf ik niet te voorspellen, maar dat Wheeltappers And Shunters een groots album is, is voor mij zeker en dit ondanks de speelduur van nog geen 27 minuten. Erwin Zijleman
Clinic Stars - Only Hinting (2024)

4,5
0
geplaatst: 18 oktober 2024, 17:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clinic Stars - Only Hinting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clinic Stars - Only Hinting
Het Amerikaanse duo Clinic Stars put op haar debuutalbum Only Hinting stevig uit de archieven van de slowcore en de dreampop, maar de songs van het tweetal blijken ook al snel van een bijna onwerkelijke schoonheid
Only Hinting van Clinic Stars is een album om heerlijk bij weg te dromen. De zich langzaam voortslepende en atmosferisch klinkende muziek van de band waait breed uit en combineert prachtig met de dromerige en fluisterzachte stem van Giovanna Lenski. Bij het wegdromen komen herinneringen aan flink wat bands uit het verleden aan de oppervlakte, maar Only Hinting van Clinic Stars is zeker niet alleen maar goed voor wegdromen en herinneringen ophalen. De songs van het duo uit Detroit zitten knap in elkaar, laten steeds weer nieuwe dingen horen en weten op inventieve wijze een brug te slaan tussen bedwelmende klanken en aansprekende popsongs. Een memorabel debuutalbum wat mij betreft.
Bij beluistering van het deze week verschenen debuutalbum van de Amerikaanse band Clinic Stars had ik in eerste instantie twee oordelen. Het eerste oordeel is dat het allemaal wel erg bekend in de oren klinkt. Het duo uit Detroit, Michigan, maakt zeker geen geheim van haar inspiratiebronnen, die vooral uit de jaren 80 en 90 komen. Het tweede oordeel is een stuk positiever, want wat klinken de songs van Giovanna Lenski en Christian Molik in eerste instantie aangenaam en wat zijn ze in tweede instantie wonderschoon.
Clinic Stars had in mijn geval het geluk dat ik zo ongeveer alle inspiratiebronnen van de Amerikaanse band heel hoog heb zitten, waardoor ik het debuutalbum van het duo niet los kon laten. Die inspiratiebronnen zijn er uiteindelijk heel wat, want iedere keer als ik naar Only Hinting luister komen er weer nieuwe namen op.
Giovanna Lenski en Christian Molik beginnen bij de hypnotiserende klanken van de Britse band Cocteau Twins. De combinatie van atmosferische klankentapijten en engelachtige zang lijkt af en toe zo weggelopen uit de jaren 80, al blijft het geluid van Clinic Stars wel wat dichter bij de aarde dan dat van Cocteau Twins. Het Amerikaanse duo blijft echter zeker niet steken in de jaren 80 en put ook stevig uit de archieven van de slowcore, shoegaze en dreampop uit de jaren 90.
Het tempo ligt laag, de prachtige akoestische en elektrische gitaarlijnen van Christian Molik vullen op bijzondere wijze de ruimte, wat wolkjes synths zorgen voor wat mystiek, de ritmesectie legt een aardse basis en dan is er ook nog de fluisterzachte en wat mij betreft bijzonder mooie stem van Giovanna Lenski. De eerste keer dat ik naar het debuutalbum van Clinic Stars luisterde vond ik het vooral een mooie en aangename flashback naar het verleden, maar Only Hinting is een album dat uiteindelijk veel meer is dan dat.
De songs van Giovanna Lenski en Christian Molik kwamen bij mij pas echt tot leven toen ik het album wat vaker had gehoord en ik alle bijzondere details in de muziek van het tweetal uit Detroit hoorde (tip: dit is echt een album voor de koptelefoon). De songs van Clinic Stars zijn een stuk subtieler dan veel muziek die in de jaren 80 en 90 werd gemaakt in de genoemde genres en is minder afhankelijk van gruizige gitaren en dikke wolken synths.
De raakvlakken met de inspiratiebronnen uit de jaren 80 en 90 zijn er absoluut, maar Clinic Stars kiest ook zeker haar eigen weg. De soundscapes die de band uit de speakers of door de koptelefoon tovert lijken in eerste instantie vooral atmosferisch en bedwelmend, maar met name de gitaarlijnen op het album steken knap in elkaar en laten steeds weer net wat andere dingen horen.
De songs van Clinic Stars zijn zeker wat zweverig, maar de band houdt toch ook verrassend vaak vast aan de popsong met een kop en een staart en levert bijvoorbeeld met de titeltrack een songs af die kan uitgroeien tot zo’n popsong die je je over flink wat jaren nog steeds herinnert.
Op fluisterstemmen raak ik meestal na een tijdje wel wat uitgekeken (of uitgehoord), maar de ingetogen vocalen van Giovanna Lenski worden naarmate het album van Clinic Stars vordert alleen maar mooier. Dat geldt ook voor de songs, waardoor Only Hinting een album is dat het best tot zijn recht komt wanneer je het 8 songs en 38 minuten lang ondergaat. Bij mij begon Spotify vervolgens weer vrolijk opnieuw en ook dat is geen straf, want ik heb albums liever net wat langer dan 38 minuten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clinic Stars - Only Hinting - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clinic Stars - Only Hinting
Het Amerikaanse duo Clinic Stars put op haar debuutalbum Only Hinting stevig uit de archieven van de slowcore en de dreampop, maar de songs van het tweetal blijken ook al snel van een bijna onwerkelijke schoonheid
Only Hinting van Clinic Stars is een album om heerlijk bij weg te dromen. De zich langzaam voortslepende en atmosferisch klinkende muziek van de band waait breed uit en combineert prachtig met de dromerige en fluisterzachte stem van Giovanna Lenski. Bij het wegdromen komen herinneringen aan flink wat bands uit het verleden aan de oppervlakte, maar Only Hinting van Clinic Stars is zeker niet alleen maar goed voor wegdromen en herinneringen ophalen. De songs van het duo uit Detroit zitten knap in elkaar, laten steeds weer nieuwe dingen horen en weten op inventieve wijze een brug te slaan tussen bedwelmende klanken en aansprekende popsongs. Een memorabel debuutalbum wat mij betreft.
Bij beluistering van het deze week verschenen debuutalbum van de Amerikaanse band Clinic Stars had ik in eerste instantie twee oordelen. Het eerste oordeel is dat het allemaal wel erg bekend in de oren klinkt. Het duo uit Detroit, Michigan, maakt zeker geen geheim van haar inspiratiebronnen, die vooral uit de jaren 80 en 90 komen. Het tweede oordeel is een stuk positiever, want wat klinken de songs van Giovanna Lenski en Christian Molik in eerste instantie aangenaam en wat zijn ze in tweede instantie wonderschoon.
Clinic Stars had in mijn geval het geluk dat ik zo ongeveer alle inspiratiebronnen van de Amerikaanse band heel hoog heb zitten, waardoor ik het debuutalbum van het duo niet los kon laten. Die inspiratiebronnen zijn er uiteindelijk heel wat, want iedere keer als ik naar Only Hinting luister komen er weer nieuwe namen op.
Giovanna Lenski en Christian Molik beginnen bij de hypnotiserende klanken van de Britse band Cocteau Twins. De combinatie van atmosferische klankentapijten en engelachtige zang lijkt af en toe zo weggelopen uit de jaren 80, al blijft het geluid van Clinic Stars wel wat dichter bij de aarde dan dat van Cocteau Twins. Het Amerikaanse duo blijft echter zeker niet steken in de jaren 80 en put ook stevig uit de archieven van de slowcore, shoegaze en dreampop uit de jaren 90.
Het tempo ligt laag, de prachtige akoestische en elektrische gitaarlijnen van Christian Molik vullen op bijzondere wijze de ruimte, wat wolkjes synths zorgen voor wat mystiek, de ritmesectie legt een aardse basis en dan is er ook nog de fluisterzachte en wat mij betreft bijzonder mooie stem van Giovanna Lenski. De eerste keer dat ik naar het debuutalbum van Clinic Stars luisterde vond ik het vooral een mooie en aangename flashback naar het verleden, maar Only Hinting is een album dat uiteindelijk veel meer is dan dat.
De songs van Giovanna Lenski en Christian Molik kwamen bij mij pas echt tot leven toen ik het album wat vaker had gehoord en ik alle bijzondere details in de muziek van het tweetal uit Detroit hoorde (tip: dit is echt een album voor de koptelefoon). De songs van Clinic Stars zijn een stuk subtieler dan veel muziek die in de jaren 80 en 90 werd gemaakt in de genoemde genres en is minder afhankelijk van gruizige gitaren en dikke wolken synths.
De raakvlakken met de inspiratiebronnen uit de jaren 80 en 90 zijn er absoluut, maar Clinic Stars kiest ook zeker haar eigen weg. De soundscapes die de band uit de speakers of door de koptelefoon tovert lijken in eerste instantie vooral atmosferisch en bedwelmend, maar met name de gitaarlijnen op het album steken knap in elkaar en laten steeds weer net wat andere dingen horen.
De songs van Clinic Stars zijn zeker wat zweverig, maar de band houdt toch ook verrassend vaak vast aan de popsong met een kop en een staart en levert bijvoorbeeld met de titeltrack een songs af die kan uitgroeien tot zo’n popsong die je je over flink wat jaren nog steeds herinnert.
Op fluisterstemmen raak ik meestal na een tijdje wel wat uitgekeken (of uitgehoord), maar de ingetogen vocalen van Giovanna Lenski worden naarmate het album van Clinic Stars vordert alleen maar mooier. Dat geldt ook voor de songs, waardoor Only Hinting een album is dat het best tot zijn recht komt wanneer je het 8 songs en 38 minuten lang ondergaat. Bij mij begon Spotify vervolgens weer vrolijk opnieuw en ook dat is geen straf, want ik heb albums liever net wat langer dan 38 minuten. Erwin Zijleman
Clio - Carembolages (2023)

4,0
0
geplaatst: gisteren om 16:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Clio - Carambolages (Réédition) (2023, 2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Clio - Carambolages (Réédition) (2023, 2025)
Zaho de Sagazan verovert momenteel de wereld met haar bijzondere muziek, maar er zijn meer Franse muzikanten die het chanson eren en er een frisse eigen draai aan geven, zoals Clio op het uitstekende Carambolages
Ik ben meestal niet weg van de tips die ik krijg van Spotify, maar tussen een heleboel albums die het voor mij niet waren, vond ik ook Carambolages van Clio. Net als Zaho de Sagazan is Clio niet vies van het gebruik van flink wat elektronica, maar in een aantal tracks op Carambolages blijft ze ook dicht bij het Franse chanson. Als Clio kiest voor elektronica kiest ze vooral voor invloeden van het moment en ook haar stem sluit aan bij de Franse popmuziek van het moment, tot ze opeens weer een net wat andere afslag neemt en de rijke historie van de Franse popmuziek eert. Europa moet op veel terreinen aan de bak om minder afhankelijk te zijn van de VS, maar met de muziek zit het gelukkig wel goed.
Ik luister nog altijd heel veel naar de muziek van Zaho de Sagazan, die me de afgelopen twee jaar niet alleen betoverde met haar album, maar ook met haar wervelende optredens. Zaho de Sagazan is wat mij betreft het grootste talent dat de Franse popmuziek de afgelopen decennia heeft voortgebracht en ze is pas net begonnen.
Nu volg ik de Franse popmuziek misschien niet op de voet, maar ik kijk toch heel regelmatig of er meer moois wordt gemaakt. Spotify beveelt me inmiddels een hele waslijst Franse muzikanten aan, maar meestal kom ik dan toch terecht bij muzikanten die het Franse chanson eren of moderne al dan niet elektronische popmuziek maken, maar geen muzikanten die het beste van beide werelden combineren en vervolgens nog een stap verder gaan, zoals Zaho de Sagazan doet.
Ik heb er echter toch nog een gevonden, want tussen alle aanbevelingen van Spotify vond ik onlangs ook de Franse muzikante Clio. De muzikante die werd geboren in Besançon maar inmiddels Parijs als thuisbasis heeft, maakte de afgelopen tien jaar al een stapeltje albums, maar ze was mij nog niet opgevallen.
Het in 2023 verschenen Carambolages vind ik vooralsnog het meest indrukwekkende album van Clio en van het vierde album van de Franse muzikante verscheen vorig jaar een uitgebreide editie, Carambolages Réédition. De uitgebreide editie voegt nog een aantal bonustracks toe aan het album, net zoals Zaho de Sagazan dat deed op het uitgebreide versie van haar debuutalbum.
Clio draait inmiddels al een jaar of tien mee en is dus zeker geen muzikante die een graantje probeert mee te pikken van het enorme succes van haar inmiddels beroemde landgenote. De muziek van Zaho de Sagazan en Clio is ook maar ten dele vergelijken. Beiden laten zich deels beïnvloeden door het Franse chanson, maar geven er vervolgens op eigen wijze een bijzondere draai aan.
Ook Clio doet dit met elektronica, maar waar Zaho de Sagazan op La Symphonie des Éclairs inspiratie zoekt bij de pioniers van de elektronische popmuziek uit de jaren 70, gebruikt Clio vooral de elektronica van dit moment. Carambolages zit bovendien vaak wat dichter tegen de Franse popmuziek van dit moment aan, al is het wel een album dat vraagt om aandachtige beluistering. Dan hoor je dat Clio de Franse popmuziek van het moment ook zomaar kan verlaten en opeens kan klinken als een muze van Serge Gainsbourg uit de jaren 60.
De stem van Zaho de Sagazan klinkt wat mij betreft als geen andere stem, terwijl de stem van Clio direct herinnert aan Franse zuchtmeisjes en serieuzere vertolkers van het Franse chanson, zeker als ze de elektronica tijdelijk verruild voor de piano. Ik ga echter wel steeds meer houden van de stem van Clio, die kan klinken als het meest verleidelijke zuchtmeisje, maar ook kan klinken als een overtuigende vertolker van het Franse chanson.
La Symphonie des Éclairs is inmiddels al meer dan een jaar een album waar ik eindeloos naar kan luisteren, maar ook Carambolages van Clio is een album dat ik steeds aangenamer en mooier vind. Ik ben nog lang niet door de waslijst aan aanbevelingen van Spotify heen, maar vooralsnog vind ik Clio het grootste talent dat ik heb gehoord naast inmiddels door mij erkende grootheden als Zaz en Zaho de Sagazan. Carambolages is in Nederland redelijk onbekend, maar als je houdt van Franse popmuziek zou ik dit album niet laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Clio - Carambolages (Réédition) (2023, 2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Clio - Carambolages (Réédition) (2023, 2025)
Zaho de Sagazan verovert momenteel de wereld met haar bijzondere muziek, maar er zijn meer Franse muzikanten die het chanson eren en er een frisse eigen draai aan geven, zoals Clio op het uitstekende Carambolages
Ik ben meestal niet weg van de tips die ik krijg van Spotify, maar tussen een heleboel albums die het voor mij niet waren, vond ik ook Carambolages van Clio. Net als Zaho de Sagazan is Clio niet vies van het gebruik van flink wat elektronica, maar in een aantal tracks op Carambolages blijft ze ook dicht bij het Franse chanson. Als Clio kiest voor elektronica kiest ze vooral voor invloeden van het moment en ook haar stem sluit aan bij de Franse popmuziek van het moment, tot ze opeens weer een net wat andere afslag neemt en de rijke historie van de Franse popmuziek eert. Europa moet op veel terreinen aan de bak om minder afhankelijk te zijn van de VS, maar met de muziek zit het gelukkig wel goed.
Ik luister nog altijd heel veel naar de muziek van Zaho de Sagazan, die me de afgelopen twee jaar niet alleen betoverde met haar album, maar ook met haar wervelende optredens. Zaho de Sagazan is wat mij betreft het grootste talent dat de Franse popmuziek de afgelopen decennia heeft voortgebracht en ze is pas net begonnen.
Nu volg ik de Franse popmuziek misschien niet op de voet, maar ik kijk toch heel regelmatig of er meer moois wordt gemaakt. Spotify beveelt me inmiddels een hele waslijst Franse muzikanten aan, maar meestal kom ik dan toch terecht bij muzikanten die het Franse chanson eren of moderne al dan niet elektronische popmuziek maken, maar geen muzikanten die het beste van beide werelden combineren en vervolgens nog een stap verder gaan, zoals Zaho de Sagazan doet.
Ik heb er echter toch nog een gevonden, want tussen alle aanbevelingen van Spotify vond ik onlangs ook de Franse muzikante Clio. De muzikante die werd geboren in Besançon maar inmiddels Parijs als thuisbasis heeft, maakte de afgelopen tien jaar al een stapeltje albums, maar ze was mij nog niet opgevallen.
Het in 2023 verschenen Carambolages vind ik vooralsnog het meest indrukwekkende album van Clio en van het vierde album van de Franse muzikante verscheen vorig jaar een uitgebreide editie, Carambolages Réédition. De uitgebreide editie voegt nog een aantal bonustracks toe aan het album, net zoals Zaho de Sagazan dat deed op het uitgebreide versie van haar debuutalbum.
Clio draait inmiddels al een jaar of tien mee en is dus zeker geen muzikante die een graantje probeert mee te pikken van het enorme succes van haar inmiddels beroemde landgenote. De muziek van Zaho de Sagazan en Clio is ook maar ten dele vergelijken. Beiden laten zich deels beïnvloeden door het Franse chanson, maar geven er vervolgens op eigen wijze een bijzondere draai aan.
Ook Clio doet dit met elektronica, maar waar Zaho de Sagazan op La Symphonie des Éclairs inspiratie zoekt bij de pioniers van de elektronische popmuziek uit de jaren 70, gebruikt Clio vooral de elektronica van dit moment. Carambolages zit bovendien vaak wat dichter tegen de Franse popmuziek van dit moment aan, al is het wel een album dat vraagt om aandachtige beluistering. Dan hoor je dat Clio de Franse popmuziek van het moment ook zomaar kan verlaten en opeens kan klinken als een muze van Serge Gainsbourg uit de jaren 60.
De stem van Zaho de Sagazan klinkt wat mij betreft als geen andere stem, terwijl de stem van Clio direct herinnert aan Franse zuchtmeisjes en serieuzere vertolkers van het Franse chanson, zeker als ze de elektronica tijdelijk verruild voor de piano. Ik ga echter wel steeds meer houden van de stem van Clio, die kan klinken als het meest verleidelijke zuchtmeisje, maar ook kan klinken als een overtuigende vertolker van het Franse chanson.
La Symphonie des Éclairs is inmiddels al meer dan een jaar een album waar ik eindeloos naar kan luisteren, maar ook Carambolages van Clio is een album dat ik steeds aangenamer en mooier vind. Ik ben nog lang niet door de waslijst aan aanbevelingen van Spotify heen, maar vooralsnog vind ik Clio het grootste talent dat ik heb gehoord naast inmiddels door mij erkende grootheden als Zaz en Zaho de Sagazan. Carambolages is in Nederland redelijk onbekend, maar als je houdt van Franse popmuziek zou ik dit album niet laten liggen. Erwin Zijleman
Cloth - Secret Measure (2023)

4,0
1
geplaatst: 11 mei 2023, 19:47 uur
Review on:
De krenten uit de pop: Cloth - Secret Measure - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cloth - Secret Measure
De Schotse band Cloth laat zich op haar tweede album Secret Measure flink beïnvloeden door de dreampop uit de jaren 90, maar geeft ook een eigenzinnige, minimalistische en zeer aangename draai aan deze invloeden
Ik was eigenlijk direct gecharmeerd van het tweede album van Cloth uit Glasgow. De band rond broer en zus Paul en Rachael Swinton verrast met bijzonder klinkende gitaarlijnen, een ruimtelijk en soms bijna minimalistisch geluid en zeer aangename fluisterzang. De Schotse band heeft zich absoluut laten beïnvloeden door met name de dreampop uit het verleden, maar Secret Measure is ook voorzien van een fris en eigentijds geluid. In muzikaal opzicht zit het mooi in elkaar en ook de zang overtuigt makkelijk, maar Cloth komt ook nog eens op de proppen met songs die bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en interessanter worden en verdient echt alle aandacht met dit album.
Secret Measure is het tweede album van de Schotse band Cloth en de opvolger van het in 2019 uitgebrachte titelloze debuutalbum van de band uit Glasgow. Ik denk niet dat ik het debuutalbum van Cloth in 2019 heb beluisterd, maar als ik dat wel heb gedaan vond ik de muziek van de band waarschijnlijk wat te weinig onderscheidend. Cloth verwerkte op haar debuutalbum flink wat invloeden uit de dreampop en dat is een genre waaruit de afgelopen jaren wat te overvloedig is geciteerd, maar dat is mijn mening. Ook op haar nieuwe album is Cloth overigens niet vies van invloeden uit de dreampop, maar ik vind Secret Measure een mooi en spannend album, dat de vergelijking met de meeste andere recent verschenen albums in het genre makkelijk aan kan.
Cloth bestaat uit broer en zus Paul en Rachael Swinton, die op Secret Measure gezelschap hebben gekregen van producer Ali Chant, die de afgelopen jaren albums produceerde van onder andere Katy J Pearson, Squirrel Flower, Yard Act en Sorry. In het geluid van Cloth domineren de gitaren, al moet er direct bij gezegd worden dat het gitaarwerk op Secret Measure redelijk subtiel is.
De Schotse band maakt veelvuldig gebruik van repeterende gitaarloopjes, die mede dankzij de eenvoud een bijna hypnotiserend karakter hebben. Om deze repeterende gitaarloopjes draaien allerlei andere gitaarakkoorden, die variëren van melodieus tot voorzichtig gruizig. Het fraaie en open geluid van de Schotse band wordt aangevuld door een degelijk maar hier en daar ook avontuurlijk spelende ritmesectie, waarna atmosferische keyboards en af en toe een trompet een deel van de overgebleven ruimte vullen.
Cloth vult echter niet alle ruimte op, wat een bijzonder mooi en wat mij betreft origineel geluid oplevert. Het is een geluid dat rust uitstraalt en het rustgevende karakter van de muziek van de band uit Glasgow wordt verder versterkt door de aangename en heerlijk loom en dromerig klinkende stem van Rachael Swinton. Het is een stem die gemaakt is voor de dreampop die zijn sporen heeft nagelaten op Secret Measure, maar het tweede album van Cloth klinkt geen moment als een dertien in een dozijn dreampop album en dit is mede de verdienste van de fraaie vocalen op het album.
Cloth kent zijn klassiekers uit de dreampop, maar de muziek van de Schotse band is ook niet heel ver verwijderd van de bedwelmende en ook vaak wat minimalistische muziek van The Xx. De Britse krant The Guardian, de Britse krant met de beste muziekjournalisten, omschrijft de muziek van Cloth als ‘gently addictive guitar pop’ en dat is een mooie en zeer treffende omschrijving.
De subtiele gitaarakkoorden van Paul Swinton en de fluisterzachte zang van zus Rachael strelen nadrukkelijk het oor en de songs van de Schotse band hebben al snel iets verslavends, waarbij het soms bijna minimalistische karakter van de muziek van Cloth absoluut een rol speelt. Wanneer een trompet wordt ingezet heb ik associaties met de muziek van Rozi Plain, maar ook wanneer Cloth wat nadrukkelijker citeert uit de archieven van de dreampop, klinkt Secret Measure een stuk eigentijdser dan de meeste andere albums in het genre. Ik was vrijwel direct gecharmeerd van dit album, maar dit is er ook een die bij iedere keer horen beter en interessanter is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cloth - Secret Measure - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cloth - Secret Measure
De Schotse band Cloth laat zich op haar tweede album Secret Measure flink beïnvloeden door de dreampop uit de jaren 90, maar geeft ook een eigenzinnige, minimalistische en zeer aangename draai aan deze invloeden
Ik was eigenlijk direct gecharmeerd van het tweede album van Cloth uit Glasgow. De band rond broer en zus Paul en Rachael Swinton verrast met bijzonder klinkende gitaarlijnen, een ruimtelijk en soms bijna minimalistisch geluid en zeer aangename fluisterzang. De Schotse band heeft zich absoluut laten beïnvloeden door met name de dreampop uit het verleden, maar Secret Measure is ook voorzien van een fris en eigentijds geluid. In muzikaal opzicht zit het mooi in elkaar en ook de zang overtuigt makkelijk, maar Cloth komt ook nog eens op de proppen met songs die bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en interessanter worden en verdient echt alle aandacht met dit album.
Secret Measure is het tweede album van de Schotse band Cloth en de opvolger van het in 2019 uitgebrachte titelloze debuutalbum van de band uit Glasgow. Ik denk niet dat ik het debuutalbum van Cloth in 2019 heb beluisterd, maar als ik dat wel heb gedaan vond ik de muziek van de band waarschijnlijk wat te weinig onderscheidend. Cloth verwerkte op haar debuutalbum flink wat invloeden uit de dreampop en dat is een genre waaruit de afgelopen jaren wat te overvloedig is geciteerd, maar dat is mijn mening. Ook op haar nieuwe album is Cloth overigens niet vies van invloeden uit de dreampop, maar ik vind Secret Measure een mooi en spannend album, dat de vergelijking met de meeste andere recent verschenen albums in het genre makkelijk aan kan.
Cloth bestaat uit broer en zus Paul en Rachael Swinton, die op Secret Measure gezelschap hebben gekregen van producer Ali Chant, die de afgelopen jaren albums produceerde van onder andere Katy J Pearson, Squirrel Flower, Yard Act en Sorry. In het geluid van Cloth domineren de gitaren, al moet er direct bij gezegd worden dat het gitaarwerk op Secret Measure redelijk subtiel is.
De Schotse band maakt veelvuldig gebruik van repeterende gitaarloopjes, die mede dankzij de eenvoud een bijna hypnotiserend karakter hebben. Om deze repeterende gitaarloopjes draaien allerlei andere gitaarakkoorden, die variëren van melodieus tot voorzichtig gruizig. Het fraaie en open geluid van de Schotse band wordt aangevuld door een degelijk maar hier en daar ook avontuurlijk spelende ritmesectie, waarna atmosferische keyboards en af en toe een trompet een deel van de overgebleven ruimte vullen.
Cloth vult echter niet alle ruimte op, wat een bijzonder mooi en wat mij betreft origineel geluid oplevert. Het is een geluid dat rust uitstraalt en het rustgevende karakter van de muziek van de band uit Glasgow wordt verder versterkt door de aangename en heerlijk loom en dromerig klinkende stem van Rachael Swinton. Het is een stem die gemaakt is voor de dreampop die zijn sporen heeft nagelaten op Secret Measure, maar het tweede album van Cloth klinkt geen moment als een dertien in een dozijn dreampop album en dit is mede de verdienste van de fraaie vocalen op het album.
Cloth kent zijn klassiekers uit de dreampop, maar de muziek van de Schotse band is ook niet heel ver verwijderd van de bedwelmende en ook vaak wat minimalistische muziek van The Xx. De Britse krant The Guardian, de Britse krant met de beste muziekjournalisten, omschrijft de muziek van Cloth als ‘gently addictive guitar pop’ en dat is een mooie en zeer treffende omschrijving.
De subtiele gitaarakkoorden van Paul Swinton en de fluisterzachte zang van zus Rachael strelen nadrukkelijk het oor en de songs van de Schotse band hebben al snel iets verslavends, waarbij het soms bijna minimalistische karakter van de muziek van Cloth absoluut een rol speelt. Wanneer een trompet wordt ingezet heb ik associaties met de muziek van Rozi Plain, maar ook wanneer Cloth wat nadrukkelijker citeert uit de archieven van de dreampop, klinkt Secret Measure een stuk eigentijdser dan de meeste andere albums in het genre. Ik was vrijwel direct gecharmeerd van dit album, maar dit is er ook een die bij iedere keer horen beter en interessanter is. Erwin Zijleman
Clou - À l'Évidence (2024)

4,0
1
geplaatst: 23 oktober 2024, 11:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Clou - À l'Évidence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clou - À l'Évidence
Na heel veel pompeuze elektropop komt er in de persoon van Clou eindelijk weer eens een zangeres uit Parijs die kiest voor kleine intieme folksongs die zorgen voor het ultieme lentegevoel (in Parijs)
À l'Évidence van Clou begint met wat oohs en ahhs en warme akoestische gitaarakkoorden, die je direct naar de lentezon in Parijs verplaatsen. De verleiding is compleet wanneer Anne-Claire Ducoudray, de vrouw achter Clou, begint te zingen. Het is een verleiding die pas stopt wanneer het album er op zit, want À l'Évidence staat vol met van die Franse popliedjes die je alleen maar wilt koesteren. Het zijn popliedjes die genoeg hebben aan een betrekkelijk sobere akoestische instrumentatie en de mooie stem van Clou. De verleiding van Clou is ook nog eens verre van tijdelijk, want À l'Évidence is een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort. Veel Franse popmuziek valt me op het moment wat tegen, maar dit is heerlijk.
Met enige regelmaat verlang ik naar een album van een Franse zangeres die me hetzelfde gevoel geeft als de lentezon of een nazomerzon in Parijs me kan geven. Dat soort albums lijken de laatste tijd helaas wat schaars. Veel Franse zangeressen kiezen op het moment voor een nogal bombastische variant van het Franse chanson en veel vaker nog voor wat goedkoop klinkende elektropop voor op de dansvloer.
Gelukkig kwam ik deze week eindelijk weer eens een album tegen dat wel aan mijn verwachtingen en verlangens voldoet. Het gaat om À l'Évidence van de Franse zangeres Clou, die eerder dit jaar ook al was te horen op het helaas onderschatte en ook door mij over het hoofd geziene album van Tom McRae. À l'Évidence is het tweede album van Clou, wat het alter ego is van de in Parijs geboren en getogen Anne-Claire Ducoudray.
Ik weet helaas niet veel over Clou of over haar nieuwe album, maar weet wel dat À l'Évidence precies is wat ik nodig heb wanneer het gaat om Franse muziek. De muzikante uit Parijs doet het grotendeels zonder elektronica en heeft de songs op haar album voorzien van vooral akoestische klanken. De meeste songs op À l'Évidence moeten het doen met een akoestische gitaar of een piano, wat subtiele percussie en wat strijkers of subtiele elektronica op de achtergrond.
In het Engelse taalgebied zou het etiket folk(pop) worden geplakt op het tweede album van Clou en dat is ook een etiket dat past op À l'Évidence, al is het wel folk(pop) met een Franse inslag. De folksongs van Anne-Claire Ducoudray zijn zacht, intiem en zwoel en komen vooral dromerig over. De warme akoestische klanken passen prachtig bij de zachte en zwoele stem van de Franse muzikante, maar Clou is zeker niet het zoveelste Franse zuchtmeisje dat wat achteloos zingt bij lome klanken. Anne-Claire Ducoudray is een prima zangeres die haar songs met veel verleiding maar ook met veel gevoel vertolkt.
Als ik À l'Évidence door de oortjes laat komen krijgen de Leidse straten en parken onmiddellijk meer grandeur en weet ik dat het weer eens tijd is voor een bezoekje aan Parijs. À l'Évidence is op hetzelfde moment een heerlijk album om de nazomer nog even mee vast te houden, want alle songs op het album klinken even warm en zonnig (en als er al een melancholische boodschap in de songs op het album zit versta ik die toch niet).
Ik beluister bijna wekelijks albums van Franse zangeressen, maar na vele teleurstellingen, ook van zangeressen die ik hoog heb zitten, is het met À l'Évidence van Clou eindelijk weer eens raak. À l'Évidence is een album vol zoete verleiding, maar nu ik het album een paar keer heb gehoord, hoor ik ook dat Anne-Claire Ducoudray een serie prima songs heeft geschreven. Het zijn songs die ook een enkele keer flirten met de Franse hitlijsten, maar Clou doet dit veel subtieler dan de zangeressen die ik de laatste weken voorbij heb horen komen.
Het eerste album van Clou heb ik in 2022 niet opgemerkt, maar na beluistering van het uitstekende À l'Évidence durf ik al wel voorzichtig te concluderen dat liefhebbers van folky Franse popmuziek zonder al te veel traditie en zonder pompeuze elektronica en beats er weer een zangeres bij hebben die maar beter goed in de gaten gehouden kan worden. Clou is de naam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Clou - À l'Évidence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Clou - À l'Évidence
Na heel veel pompeuze elektropop komt er in de persoon van Clou eindelijk weer eens een zangeres uit Parijs die kiest voor kleine intieme folksongs die zorgen voor het ultieme lentegevoel (in Parijs)
À l'Évidence van Clou begint met wat oohs en ahhs en warme akoestische gitaarakkoorden, die je direct naar de lentezon in Parijs verplaatsen. De verleiding is compleet wanneer Anne-Claire Ducoudray, de vrouw achter Clou, begint te zingen. Het is een verleiding die pas stopt wanneer het album er op zit, want À l'Évidence staat vol met van die Franse popliedjes die je alleen maar wilt koesteren. Het zijn popliedjes die genoeg hebben aan een betrekkelijk sobere akoestische instrumentatie en de mooie stem van Clou. De verleiding van Clou is ook nog eens verre van tijdelijk, want À l'Évidence is een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort. Veel Franse popmuziek valt me op het moment wat tegen, maar dit is heerlijk.
Met enige regelmaat verlang ik naar een album van een Franse zangeres die me hetzelfde gevoel geeft als de lentezon of een nazomerzon in Parijs me kan geven. Dat soort albums lijken de laatste tijd helaas wat schaars. Veel Franse zangeressen kiezen op het moment voor een nogal bombastische variant van het Franse chanson en veel vaker nog voor wat goedkoop klinkende elektropop voor op de dansvloer.
Gelukkig kwam ik deze week eindelijk weer eens een album tegen dat wel aan mijn verwachtingen en verlangens voldoet. Het gaat om À l'Évidence van de Franse zangeres Clou, die eerder dit jaar ook al was te horen op het helaas onderschatte en ook door mij over het hoofd geziene album van Tom McRae. À l'Évidence is het tweede album van Clou, wat het alter ego is van de in Parijs geboren en getogen Anne-Claire Ducoudray.
Ik weet helaas niet veel over Clou of over haar nieuwe album, maar weet wel dat À l'Évidence precies is wat ik nodig heb wanneer het gaat om Franse muziek. De muzikante uit Parijs doet het grotendeels zonder elektronica en heeft de songs op haar album voorzien van vooral akoestische klanken. De meeste songs op À l'Évidence moeten het doen met een akoestische gitaar of een piano, wat subtiele percussie en wat strijkers of subtiele elektronica op de achtergrond.
In het Engelse taalgebied zou het etiket folk(pop) worden geplakt op het tweede album van Clou en dat is ook een etiket dat past op À l'Évidence, al is het wel folk(pop) met een Franse inslag. De folksongs van Anne-Claire Ducoudray zijn zacht, intiem en zwoel en komen vooral dromerig over. De warme akoestische klanken passen prachtig bij de zachte en zwoele stem van de Franse muzikante, maar Clou is zeker niet het zoveelste Franse zuchtmeisje dat wat achteloos zingt bij lome klanken. Anne-Claire Ducoudray is een prima zangeres die haar songs met veel verleiding maar ook met veel gevoel vertolkt.
Als ik À l'Évidence door de oortjes laat komen krijgen de Leidse straten en parken onmiddellijk meer grandeur en weet ik dat het weer eens tijd is voor een bezoekje aan Parijs. À l'Évidence is op hetzelfde moment een heerlijk album om de nazomer nog even mee vast te houden, want alle songs op het album klinken even warm en zonnig (en als er al een melancholische boodschap in de songs op het album zit versta ik die toch niet).
Ik beluister bijna wekelijks albums van Franse zangeressen, maar na vele teleurstellingen, ook van zangeressen die ik hoog heb zitten, is het met À l'Évidence van Clou eindelijk weer eens raak. À l'Évidence is een album vol zoete verleiding, maar nu ik het album een paar keer heb gehoord, hoor ik ook dat Anne-Claire Ducoudray een serie prima songs heeft geschreven. Het zijn songs die ook een enkele keer flirten met de Franse hitlijsten, maar Clou doet dit veel subtieler dan de zangeressen die ik de laatste weken voorbij heb horen komen.
Het eerste album van Clou heb ik in 2022 niet opgemerkt, maar na beluistering van het uitstekende À l'Évidence durf ik al wel voorzichtig te concluderen dat liefhebbers van folky Franse popmuziek zonder al te veel traditie en zonder pompeuze elektronica en beats er weer een zangeres bij hebben die maar beter goed in de gaten gehouden kan worden. Clou is de naam. Erwin Zijleman
Cloud Cafe - Gift Horse (2024)

4,5
2
geplaatst: 8 september 2024, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cloud Cafe - Gift Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cloud Cafe - Gift Horse
Gift Horse van Cloud Cafe doet af en toe wel wat denken aan een Amerikaanse band die de laatste jaren stevig aan de weg timmert, maar de Amsterdamse band heeft ook een bijzonder mooi en overtuigend debuutalbum afgeleverd
Direct bij eerste beluistering was ik niet alleen zeer gecharmeerd, maar ook onder de indruk van het debuutalbum van de Amsterdamse band Cloud Cafe. Gift Horse is een geweldig gitaaralbum met vooral invloeden uit de indierock en hier en daar wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Cloud Cafe weet ook de fantasie te prikkelen met fraai gitaarwerk en een uitstekend spelende ritmesectie. Het combineert prachtig met de emotievolle stem van Tara Wilts, die de raakvlakken met de muziek van Big Thief in eerste instantie versterkt, maar de songs van de Amsterdamse band uiteindelijk een bijzonder eigen karakter geeft. Prachtdebuut.
Cloud Cafe is een Nederlandse band, die deze week met Gift Horse haar debuutalbum heeft uitgebracht. Het is een debuutalbum dat onmiddellijk associaties zal oproepen met de muziek van de Amerikaanse band Big Thief. Net als Big Thief combineert de band uit Amsterdam invloeden uit de indierock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in een wat gruizig en door gitaren gedomineerd geluid. De combinatie van invloeden en het geluid van Cloud Cafe zijn niet het enige dat doet denken aan Big Thief, want de stem van zangeres Tara Wilts herinnert met enige regelmaat aan die van Adrianne Lenker, zeker wanneer ze met net wat meer emotie zingt.
Dat Cloud Cafe zich laat inspireren door Big Thief vind ik overigens niet zo gek, want de Amerikaanse band is wat mij betreft een van de beste en meest interessante bands van het moment. Cloud Cafe is ook zeker niet de enige band die de inspiratie zoekt bij het Amerikaanse voorbeeld, want ook bands als Wednesday, Florist, Ratboys en Florry leverden de afgelopen jaren albums af die flink deden denken aan de albums van Big Thief. Daar zaten een aantal geweldige albums tussen en ook Gift Horse van Cloud Cafe vind ik een geweldig album.
De band uit Amsterdam heeft om te beginnen een serie zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn opvallend melodieuze songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar de songs van Cloud Cafe kunnen ook voorzichtig ontsporen in gitaargeweld en gaan bovendien de verrassende wendingen niet uit de weg. Het levert een gevarieerd album van een hoog niveau op.
De Amsterdamse band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Gitarist David Coehoorn weet continu te verrassen met fantastisch gitaarwerk. De Amsterdamse muzikant kan uit de voeten met hoge en gruizige gitaarmuren, maar speelt ook wonderschone en zeer melodieuze solo’s en vult ook de andere ruimte die wordt opengelaten met fraaie gitaarakkoorden, die steeds weer net wat anders klinken en hier en daar unieke geluiden laat horen.
Ook de ritmesectie, die bestaat uit bassist Tom Radsma en drummer Dirck Kroes trekt continu de aandacht. De baspartijen en het drumwerk ondersteunen de gitaren op degelijke wijze, maar ook de ritmesectie van Cloud Cafe speelt inventief. Het komt allemaal fraai samen met de stem van Tara Wilts, die in bepaalde stembuigingen wel wat heeft van Adrianne Lenker, maar waar ik de zang van de Big Thief zangeres met enige regelmaat op het randje van vals vind zitten, is de zang van Tara Wilts het hele album bijzonder mooi.
Bij beluistering van Gift Horse blijft de naam van Big Thief zo af en toe voorbij komen, maar na herhaalde beluistering verdwijnt de vergelijking ook wat uit beeld en hoor ik ook zeker het eigen geluid van Cloud Cafe, dat in een aantal songs wat andere regionen van de indierock opzoekt, variërend van gruizige 90s indierock tot de melodieuzere tegen dreampop aanleunende indierock.
Ik noemde hierboven al een aantal Amerikaanse bands die zich hebben laten inspireren door Big Thief, maar Gift Horse van Cloud Cafe vind ik beter dan de meeste van deze albums. Het is knap hoe de Amsterdamse band hier en daar ontzettend veel dynamiek in haar songs stopt, maar op hetzelfde moment het melodieuze karakter van haar songs bewaakt. Uiteindelijk is het daarom veel te makkelijk om direct het etiket Big Thief op de muziek van Cloud Cafe te plakken, want de Nederlandse band heeft met Gift Horse echt een heel erg mooi album afgeleverd. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cloud Cafe - Gift Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cloud Cafe - Gift Horse
Gift Horse van Cloud Cafe doet af en toe wel wat denken aan een Amerikaanse band die de laatste jaren stevig aan de weg timmert, maar de Amsterdamse band heeft ook een bijzonder mooi en overtuigend debuutalbum afgeleverd
Direct bij eerste beluistering was ik niet alleen zeer gecharmeerd, maar ook onder de indruk van het debuutalbum van de Amsterdamse band Cloud Cafe. Gift Horse is een geweldig gitaaralbum met vooral invloeden uit de indierock en hier en daar wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Cloud Cafe weet ook de fantasie te prikkelen met fraai gitaarwerk en een uitstekend spelende ritmesectie. Het combineert prachtig met de emotievolle stem van Tara Wilts, die de raakvlakken met de muziek van Big Thief in eerste instantie versterkt, maar de songs van de Amsterdamse band uiteindelijk een bijzonder eigen karakter geeft. Prachtdebuut.
Cloud Cafe is een Nederlandse band, die deze week met Gift Horse haar debuutalbum heeft uitgebracht. Het is een debuutalbum dat onmiddellijk associaties zal oproepen met de muziek van de Amerikaanse band Big Thief. Net als Big Thief combineert de band uit Amsterdam invloeden uit de indierock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in een wat gruizig en door gitaren gedomineerd geluid. De combinatie van invloeden en het geluid van Cloud Cafe zijn niet het enige dat doet denken aan Big Thief, want de stem van zangeres Tara Wilts herinnert met enige regelmaat aan die van Adrianne Lenker, zeker wanneer ze met net wat meer emotie zingt.
Dat Cloud Cafe zich laat inspireren door Big Thief vind ik overigens niet zo gek, want de Amerikaanse band is wat mij betreft een van de beste en meest interessante bands van het moment. Cloud Cafe is ook zeker niet de enige band die de inspiratie zoekt bij het Amerikaanse voorbeeld, want ook bands als Wednesday, Florist, Ratboys en Florry leverden de afgelopen jaren albums af die flink deden denken aan de albums van Big Thief. Daar zaten een aantal geweldige albums tussen en ook Gift Horse van Cloud Cafe vind ik een geweldig album.
De band uit Amsterdam heeft om te beginnen een serie zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn opvallend melodieuze songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar de songs van Cloud Cafe kunnen ook voorzichtig ontsporen in gitaargeweld en gaan bovendien de verrassende wendingen niet uit de weg. Het levert een gevarieerd album van een hoog niveau op.
De Amsterdamse band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Gitarist David Coehoorn weet continu te verrassen met fantastisch gitaarwerk. De Amsterdamse muzikant kan uit de voeten met hoge en gruizige gitaarmuren, maar speelt ook wonderschone en zeer melodieuze solo’s en vult ook de andere ruimte die wordt opengelaten met fraaie gitaarakkoorden, die steeds weer net wat anders klinken en hier en daar unieke geluiden laat horen.
Ook de ritmesectie, die bestaat uit bassist Tom Radsma en drummer Dirck Kroes trekt continu de aandacht. De baspartijen en het drumwerk ondersteunen de gitaren op degelijke wijze, maar ook de ritmesectie van Cloud Cafe speelt inventief. Het komt allemaal fraai samen met de stem van Tara Wilts, die in bepaalde stembuigingen wel wat heeft van Adrianne Lenker, maar waar ik de zang van de Big Thief zangeres met enige regelmaat op het randje van vals vind zitten, is de zang van Tara Wilts het hele album bijzonder mooi.
Bij beluistering van Gift Horse blijft de naam van Big Thief zo af en toe voorbij komen, maar na herhaalde beluistering verdwijnt de vergelijking ook wat uit beeld en hoor ik ook zeker het eigen geluid van Cloud Cafe, dat in een aantal songs wat andere regionen van de indierock opzoekt, variërend van gruizige 90s indierock tot de melodieuzere tegen dreampop aanleunende indierock.
Ik noemde hierboven al een aantal Amerikaanse bands die zich hebben laten inspireren door Big Thief, maar Gift Horse van Cloud Cafe vind ik beter dan de meeste van deze albums. Het is knap hoe de Amsterdamse band hier en daar ontzettend veel dynamiek in haar songs stopt, maar op hetzelfde moment het melodieuze karakter van haar songs bewaakt. Uiteindelijk is het daarom veel te makkelijk om direct het etiket Big Thief op de muziek van Cloud Cafe te plakken, want de Nederlandse band heeft met Gift Horse echt een heel erg mooi album afgeleverd. Ga dat horen. Erwin Zijleman
Clover County - Finer Things (2025)

4,0
0
geplaatst: 22 november 2025, 11:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Clover County - Finer Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Clover County - Finer Things
De Amerikaanse band Clover County had de pech dat haar debuutalbum verscheen in een week met heel veel grote releases, waardoor het werkelijk uitstekende Finer Things helaas wat is ondergesneeuwd
Er is niet heel veel geschreven over Finer Things van Clover County. Dat is niet alleen jammer, maar het is ook best bijzonder. De band rond zangeres A.G. Schiano heeft immers een album gemaakt dat een breed publiek moet kunnen aanspreken. De mix van vooral folk en pop met hier en daar een beetje country klinkt bijzonder aangenaam en dringt zich makkelijk op. Het is de verdienste van de warme klanken en de prima productie, waarna de mooie stem van de frontvrouw van de band het debuutalbum van Clover County nog wat verder optilt. Het heeft hier en daar wel wat van Kacey Musgraves en dat zou genoeg moeten zeggen over de kwaliteit van dit album.
Finer Things van Clover County verscheen eind september in een week met krankzinnig veel interessante nieuwe albums, waaronder albums van een aantal persoonlijke favorieten. Ik heb destijds daarom maar half geluisterd naar het debuutalbum van Clover County, maar vorige week kwam ik het album bij toeval weer tegen. Bij de hernieuwde kennismaking was ik eigenlijk best onder de indruk van het album van de band uit Athens, Georgia, en dat ben ik nog steeds.
Clover County is de band rond zangeres en muzikante A.G. (Amanda Grace) Schiano, die voor de productie van het debuutalbum van haar band een beroep deed op Carrie K, die ik eigenlijk alleen ken van het uitstekende debuutalbum van Maggie Antone. Het album van Maggie Antone is een album dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar het debuutalbum van Clover County is een album dat met beide benen in het heden staat.
Bij beluistering van Finer Things had ik vrijwel onmiddellijk associaties met de muziek van Kacey Musgraves en ik ben zeker niet de enige. Dat ligt niet direct aan de zang op het album, want de stem van A.G. Schiano lijkt niet echt op die van Kacey Musgraves. De stem van de frontvrouw van Clover County betovert misschien net wat minder dan de engelenstem van Kacey Musgraves, maar ook A.G. Schiano beschikt over een hele mooie en licht bedwelmende stem, die op zijn mooist is wanneer ze fluisterzacht zingt. Het is een stem die Finer Things voorziet van een aangenaam laidback en behoorlijk verslavend karakter, dat steeds lastiger te weerstaan is.
In muzikaal opzicht zit het debuutalbum van Clover County wat dichter tegen de albums van Kacey Musgraves aan. Finer Things bevat flink wat invloeden uit de country en met name de folk, maar deze invloeden zijn overgoten met een subtiel laagje pop. Daar moet je gevoelig voor zijn, maar ik omarmde de warme en sfeervolle klanken op het album echt onmiddellijk.
Zeker als het laagje pop wat subtieler is maakt Clover County redelijk pure Amerikaanse rootsmuziek, maar ook in dat geval vind ik het meer popsongs dan rootssongs. Ik beschouw dat overigens als een compliment. Het luistert allemaal bijzonder lekker weg, maar A.G. Schiano staat ook voor kwaliteit. De Amerikaanse muzikante heeft het debuutalbum van haar band niet alleen voorzien van sfeervolle klanken en mooie zang, maar ook van zeer aansprekende songs.
Het zijn songs die me inmiddels bijna allemaal dierbaar zijn en steeds dierbaarder worden. Zeker als A.G. Schiano wat extra gevoel toevoegt aan haar zang en op de achtergrond ook nog een pedal steel opduikt, zoals in het fraaie Blue Suede Eyes, dat meerdere verwijzingen naar Elvis bevat, pakt Clover County me echt volledig in en heb ik in dit jaar zonder nieuwe muziek van Kacey Musgraves een perfect alternatief gevonden.
Het is jammer dat het debuutalbum van Clover County is verschenen in een week waarin de concurrentie moordend was, want Finer Things lijkt wat ondergesneeuwd door al het muzikale geweld eind september. Het is doodzonde, want A.G. Schiano laat op het debuutalbum van haar band horen dat ze een groot talent is. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet vies zijn van een randje pop of hier zelfs een zwak voor hebben, moeten absoluut eens luisteren naar dit uitstekende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Clover County - Finer Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Clover County - Finer Things
De Amerikaanse band Clover County had de pech dat haar debuutalbum verscheen in een week met heel veel grote releases, waardoor het werkelijk uitstekende Finer Things helaas wat is ondergesneeuwd
Er is niet heel veel geschreven over Finer Things van Clover County. Dat is niet alleen jammer, maar het is ook best bijzonder. De band rond zangeres A.G. Schiano heeft immers een album gemaakt dat een breed publiek moet kunnen aanspreken. De mix van vooral folk en pop met hier en daar een beetje country klinkt bijzonder aangenaam en dringt zich makkelijk op. Het is de verdienste van de warme klanken en de prima productie, waarna de mooie stem van de frontvrouw van de band het debuutalbum van Clover County nog wat verder optilt. Het heeft hier en daar wel wat van Kacey Musgraves en dat zou genoeg moeten zeggen over de kwaliteit van dit album.
Finer Things van Clover County verscheen eind september in een week met krankzinnig veel interessante nieuwe albums, waaronder albums van een aantal persoonlijke favorieten. Ik heb destijds daarom maar half geluisterd naar het debuutalbum van Clover County, maar vorige week kwam ik het album bij toeval weer tegen. Bij de hernieuwde kennismaking was ik eigenlijk best onder de indruk van het album van de band uit Athens, Georgia, en dat ben ik nog steeds.
Clover County is de band rond zangeres en muzikante A.G. (Amanda Grace) Schiano, die voor de productie van het debuutalbum van haar band een beroep deed op Carrie K, die ik eigenlijk alleen ken van het uitstekende debuutalbum van Maggie Antone. Het album van Maggie Antone is een album dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar het debuutalbum van Clover County is een album dat met beide benen in het heden staat.
Bij beluistering van Finer Things had ik vrijwel onmiddellijk associaties met de muziek van Kacey Musgraves en ik ben zeker niet de enige. Dat ligt niet direct aan de zang op het album, want de stem van A.G. Schiano lijkt niet echt op die van Kacey Musgraves. De stem van de frontvrouw van Clover County betovert misschien net wat minder dan de engelenstem van Kacey Musgraves, maar ook A.G. Schiano beschikt over een hele mooie en licht bedwelmende stem, die op zijn mooist is wanneer ze fluisterzacht zingt. Het is een stem die Finer Things voorziet van een aangenaam laidback en behoorlijk verslavend karakter, dat steeds lastiger te weerstaan is.
In muzikaal opzicht zit het debuutalbum van Clover County wat dichter tegen de albums van Kacey Musgraves aan. Finer Things bevat flink wat invloeden uit de country en met name de folk, maar deze invloeden zijn overgoten met een subtiel laagje pop. Daar moet je gevoelig voor zijn, maar ik omarmde de warme en sfeervolle klanken op het album echt onmiddellijk.
Zeker als het laagje pop wat subtieler is maakt Clover County redelijk pure Amerikaanse rootsmuziek, maar ook in dat geval vind ik het meer popsongs dan rootssongs. Ik beschouw dat overigens als een compliment. Het luistert allemaal bijzonder lekker weg, maar A.G. Schiano staat ook voor kwaliteit. De Amerikaanse muzikante heeft het debuutalbum van haar band niet alleen voorzien van sfeervolle klanken en mooie zang, maar ook van zeer aansprekende songs.
Het zijn songs die me inmiddels bijna allemaal dierbaar zijn en steeds dierbaarder worden. Zeker als A.G. Schiano wat extra gevoel toevoegt aan haar zang en op de achtergrond ook nog een pedal steel opduikt, zoals in het fraaie Blue Suede Eyes, dat meerdere verwijzingen naar Elvis bevat, pakt Clover County me echt volledig in en heb ik in dit jaar zonder nieuwe muziek van Kacey Musgraves een perfect alternatief gevonden.
Het is jammer dat het debuutalbum van Clover County is verschenen in een week waarin de concurrentie moordend was, want Finer Things lijkt wat ondergesneeuwd door al het muzikale geweld eind september. Het is doodzonde, want A.G. Schiano laat op het debuutalbum van haar band horen dat ze een groot talent is. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet vies zijn van een randje pop of hier zelfs een zwak voor hebben, moeten absoluut eens luisteren naar dit uitstekende album. Erwin Zijleman
CMAT - Crazymad, for Me (2023)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2023, 10:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: CMAT - Crazymad, For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
CMAT - Crazymad, For Me
De Ierse muzikante Ciara Mary-Alice Thompson maakt op haar tweede album als CMAT nog wat meer indruk met haar eigenzinnige mix van pop en country, die niets te maken heeft met de countrypop uit Nashville
De muziek van CMAT ontsnapte tot voor kort volledig aan mijn aandacht en dat is doodzonde. De Ierse muzikante leverde vorig jaar al een geweldig debuutalbum af, maar op het deze herfst verschenen Crazymad, For Me ligt het niveau nog wat hoger. Het is de verdienste van het veelkleurige klankentapijt op het album en van de bijzondere stem van Ciara Mary-Alice Thompson en beiden worden steeds beter en interessanter. De muzikante uit Dublin schrijft bovendien geweldige songs. Het zijn songs vol humor, maar ondertussen vertelt CMAT ook persoonlijke verhalen. Crazymad, For Me dook op in meerdere jaarlijstjes en inmiddels begrijp ik waarom.
De muziek van de Ierse muzikante CMAT was mij tot dusver op een of andere manier ontgaan, maar nadat ik haar eerder dit jaar verschenen tweede album Crazymad, For Me tegen kwam in een aantal jaarlijstjes, ben ik op zijn minst geïntrigeerd door de muziek van de singer-songwriter uit Dublin. CMAT is het alter ego van Ciara Mary-Alice Thompson, die voordat ze vorig jaar haar debuutalbum If My Wife New I'd Be Dead uitbracht via bandcamp een aantal singles uitbracht.
Volgens haar bandcamp pagina woonde Ciara Mary-Alice Thompson destijds nog bij haar grootouders en probeerde ze te herstellen van een AliExpress verslaving. Volgens de recentere informatie op Spotify woont ze inmiddels op zichzelf, maar koopt ze nog altijd teveel spulletjes bij de Chinese webwinkel.
De Ierse muzikante ontwikkelde haar muzieksmaak naar verluidt via een streng dieet van traditionele country en moderne pop en dat zijn twee uitersten die nog steeds een belangrijke rol spelen in de muziek van CMAT. Haar debuutalbum liet zich naar eigen zeggen inspireren door zowel Dolly Parton als Katy Perry en dat zijn twee namen die ook zijn terug te horen op het eerder dit jaar verschenen Crazymad, For Me.
Ik heb sinds ik de muziek van CMAT ontdekte een enorm zwak voor If My Wife New I'd Be Dead gekregen, maar haar afgelopen herfst verschenen tweede album is nog een stuk beter. CMAT laat zich zoals gezegd inspireren door country en pop en dat is een combinatie van invloeden die ik wekelijks tegen kom. Het maakt echter nogal wat uit of country en pop worden vermengd in Nashville, Tennessee, of in het Ierse Dublin of de studio in Noorwegen waar het album werd opgenomen. Crazymad, For Me klinkt namelijk geen moment als de countrypop die in Nashville wordt gemaakt.
De muziek van CMAT zou ik zelf vooral omschrijven als pop met een country feel en dat is een combinatie die opvallend goed werkt. Crazymad, For Me is een conceptalbum over een traumatische relatie die wordt verwerkt via een mislukte trip met een tijdmachine. CMAT heeft er een heel verhaal van gemaakt, maar ze vertolkt haar songs met zoveel gevoel dat het album wel autobiografisch moet zijn.
CMAT laat op haar tweede album, nog meer dan op haar debuutalbum, horen dat ze aanstekelijke en interessante songs schrijft. Crazymad, For Me laat zich beluisteren als een toegankelijk popalbum, maar het is wel een popalbum dat anders klinkt dan alle andere popalbums van het moment. CMAT heeft af en toe wat van Adele, Lily Allen en Kate Nash, maar laat zich in haar songs meer inspireren door de singer-songwriters uit Nashville dan door de makers van Britse pop.
Het is in eerste instantie vooral de kwaliteit van de songs die van Crazymad, For Me zo’n goed album maakt. In muzikaal opzicht klinkt het album bij beluistering vooral aangenaam, terwijl de zang van Ciara Mary-Alice Thompson niet opvallend mooi is, maar wel steeds de juiste snaar weet te raken. Zowel de muziek als de zang op het album worden overigens wel beter en interessanter wanneer je het album vaker hoort.
Het komt allemaal samen in het prachtige Where Are Your Kids Tonight?, een duet met John Grant, het prijsnummer op een album dat ik eerder dit jaar over het hoofd zag, maar dat inderdaad absoluut jaarlijstjeswaardig is. En ik ben echt nog lang niet klaar met dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: CMAT - Crazymad, For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
CMAT - Crazymad, For Me
De Ierse muzikante Ciara Mary-Alice Thompson maakt op haar tweede album als CMAT nog wat meer indruk met haar eigenzinnige mix van pop en country, die niets te maken heeft met de countrypop uit Nashville
De muziek van CMAT ontsnapte tot voor kort volledig aan mijn aandacht en dat is doodzonde. De Ierse muzikante leverde vorig jaar al een geweldig debuutalbum af, maar op het deze herfst verschenen Crazymad, For Me ligt het niveau nog wat hoger. Het is de verdienste van het veelkleurige klankentapijt op het album en van de bijzondere stem van Ciara Mary-Alice Thompson en beiden worden steeds beter en interessanter. De muzikante uit Dublin schrijft bovendien geweldige songs. Het zijn songs vol humor, maar ondertussen vertelt CMAT ook persoonlijke verhalen. Crazymad, For Me dook op in meerdere jaarlijstjes en inmiddels begrijp ik waarom.
De muziek van de Ierse muzikante CMAT was mij tot dusver op een of andere manier ontgaan, maar nadat ik haar eerder dit jaar verschenen tweede album Crazymad, For Me tegen kwam in een aantal jaarlijstjes, ben ik op zijn minst geïntrigeerd door de muziek van de singer-songwriter uit Dublin. CMAT is het alter ego van Ciara Mary-Alice Thompson, die voordat ze vorig jaar haar debuutalbum If My Wife New I'd Be Dead uitbracht via bandcamp een aantal singles uitbracht.
Volgens haar bandcamp pagina woonde Ciara Mary-Alice Thompson destijds nog bij haar grootouders en probeerde ze te herstellen van een AliExpress verslaving. Volgens de recentere informatie op Spotify woont ze inmiddels op zichzelf, maar koopt ze nog altijd teveel spulletjes bij de Chinese webwinkel.
De Ierse muzikante ontwikkelde haar muzieksmaak naar verluidt via een streng dieet van traditionele country en moderne pop en dat zijn twee uitersten die nog steeds een belangrijke rol spelen in de muziek van CMAT. Haar debuutalbum liet zich naar eigen zeggen inspireren door zowel Dolly Parton als Katy Perry en dat zijn twee namen die ook zijn terug te horen op het eerder dit jaar verschenen Crazymad, For Me.
Ik heb sinds ik de muziek van CMAT ontdekte een enorm zwak voor If My Wife New I'd Be Dead gekregen, maar haar afgelopen herfst verschenen tweede album is nog een stuk beter. CMAT laat zich zoals gezegd inspireren door country en pop en dat is een combinatie van invloeden die ik wekelijks tegen kom. Het maakt echter nogal wat uit of country en pop worden vermengd in Nashville, Tennessee, of in het Ierse Dublin of de studio in Noorwegen waar het album werd opgenomen. Crazymad, For Me klinkt namelijk geen moment als de countrypop die in Nashville wordt gemaakt.
De muziek van CMAT zou ik zelf vooral omschrijven als pop met een country feel en dat is een combinatie die opvallend goed werkt. Crazymad, For Me is een conceptalbum over een traumatische relatie die wordt verwerkt via een mislukte trip met een tijdmachine. CMAT heeft er een heel verhaal van gemaakt, maar ze vertolkt haar songs met zoveel gevoel dat het album wel autobiografisch moet zijn.
CMAT laat op haar tweede album, nog meer dan op haar debuutalbum, horen dat ze aanstekelijke en interessante songs schrijft. Crazymad, For Me laat zich beluisteren als een toegankelijk popalbum, maar het is wel een popalbum dat anders klinkt dan alle andere popalbums van het moment. CMAT heeft af en toe wat van Adele, Lily Allen en Kate Nash, maar laat zich in haar songs meer inspireren door de singer-songwriters uit Nashville dan door de makers van Britse pop.
Het is in eerste instantie vooral de kwaliteit van de songs die van Crazymad, For Me zo’n goed album maakt. In muzikaal opzicht klinkt het album bij beluistering vooral aangenaam, terwijl de zang van Ciara Mary-Alice Thompson niet opvallend mooi is, maar wel steeds de juiste snaar weet te raken. Zowel de muziek als de zang op het album worden overigens wel beter en interessanter wanneer je het album vaker hoort.
Het komt allemaal samen in het prachtige Where Are Your Kids Tonight?, een duet met John Grant, het prijsnummer op een album dat ik eerder dit jaar over het hoofd zag, maar dat inderdaad absoluut jaarlijstjeswaardig is. En ik ben echt nog lang niet klaar met dit album. Erwin Zijleman
CMAT - EURO-COUNTRY (2025)

4,5
2
geplaatst: 30 augustus 2025, 10:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: CMAT - EURO-COUNTRY - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: CMAT - EURO-COUNTRY
De Ierse muzikante CMAT wist te verrassen met haar debuutalbum, maakte vervolgens indruk met haar tweede album en imponeert nu met EURO-COUNTRY dat een even briljant als volstrekt eigenzinnig popalbum is
CMAT maakte de afgelopen weken een onuitwisbare indruk op diverse zomerfestivals waar ze haar nieuwe album EURO-COUNTRY presenteerde. Dat het een goed album zou worden was dus al bekend, maar ik vind het album nog beter dan ik had verwacht. Ciara Mary-Alice Thompson heeft het geluid van haar debuutalbum en haar tweede album verder geperfectioneerd. Ze combineert een vleugje Keltische folk en net wat meer Amerikaanse country met een flinke hoeveelheid pop en smeedt deze invloeden aan elkaar in een uniek maar ook bijzonder aanstekelijk geluid. De maatschappijkritische maar ook bijzonder humoristische teksten zijn de kers op de taart.
De Ierse muzikante Ciara Mary-Alice Thompson wist in 2022 absoluut op te vallen met haar onder de naam CMAT uitgebrachte debuutalbum If My Wife New I'd Be Dead (geen typo). Het is een debuutalbum dat flink wat invloeden uit de countrymuziek laat horen, maar de muziek van CMAT klinkt toch flink anders dan de country(pop) die destijds in Nashville werd gemaakt.
Ik vond het debuutalbum van CMAT bij vlagen uitstekend, maar het niveau was nog niet erg constant en de onderbroekenlol won het hier en daar van de memorabele popsong. Het een jaar na het debuutalbum uitgebrachte Crazymad, For Me vond ik een stuk beter en onderstreepte wat mij betreft het enorme talent van Ciara Mary-Alice Thompson, dat gelukkig ook wereldwijd werd erkend.
Op haar tweede album zingt de Ierse muzikante een stuk beter, maar vooral de songs op Crazymad, For Me vallen in positieve zin op. Het zijn songs die afwisselend klinken als Adele en Lily Allen met een countrysnik en een flinke dosis humor en dat klinkt heerlijk. CMAT werd met Crazymad, For Me terecht een ster en kan deze status bevestigen met haar deze werk verschenen derde album.
Dat doet ze op overtuigende wijze, want op EURO-COUNTRY doet CMAT echt alles goed. Het album verschijnt in dezelfde week als het nieuwe album van Sabrina Carpenter, die vast een veel groter publiek gaat bereiken met haar nieuwe album, maar EURO-COUNTRY van CMAT is echt in alle opzichten klassen beter. EURO-COUNTRY is ook beter dan zijn voorganger.
EURO-COUNTRY bevat een aantal wereldhits in de dop, CMAT zingt echt geweldig op haar derde album en ook in muzikaal en productioneel opzicht wordt alles uit de kast getrokken. Je hoort het bijvoorbeeld in de titeltrack van het album, waarin CMAT zowel in muzikaal opzicht als met haar stem alle registers open trekt. Het klinkt bij vlagen bijna bombastisch, maar wat klinkt het ook aanstekelijk.
Het is een track die laat horen dat CMAT geweldige popsongs kan schrijven, maar ze kan ook nog altijd uit de voeten met invloeden uit de country als in When A Good Man Cries, dat ook weer omhoog wordt getrokken door de krachtige strot van de muzikante uit Dublin. Invloeden uit de country hebben ondanks de titel van het album op EURO-COUNTRY een stapje terug gedaan, maar zijn zeker niet verdwenen en hetzelfde geldt voor invloeden uit de Keltische folk.
CMAT zet op haar derde album alles behoorlijk zwaar aan en dat moet je aan kunnen als zangeres. Ciara Mary-Alice Thompson kan het aan en levert een album af dat anders klinkt dan de albums van de grote popsterren van het moment, maar dat er zeker niet voor onder doet. Van deze grote popsterren komt Chappell Roan heel af en toe in de buurt, maar het geluid van CMAT is wat mij betreft volkomen uniek.
Het unieke karakter van de songs van de Ierse muzikante zit niet alleen in haar krachtige stem en de uitbundige muziek en productie, maar ook in de teksten, die aan de ene kant maatschappelijke betrokkenheid laten horen en het niet schuwen om misstanden aan de kaak te stellen, maar ook zijn voorzien van een flinke dosis geweldige humor.
Twaalf songs CMAT is een behoorlijk heftige luisterervaring wat mij betreft, maar iedere keer als ik naar het album luister, hoor ik weer nieuwe geniale dingen opduiken in haar songs, die alleen maar onweerstaanbaarder worden. De wereld ligt inmiddels aan de voeten van Ciara Mary-Alice Thompson en dat is echt volkomen terecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: CMAT - EURO-COUNTRY - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: CMAT - EURO-COUNTRY
De Ierse muzikante CMAT wist te verrassen met haar debuutalbum, maakte vervolgens indruk met haar tweede album en imponeert nu met EURO-COUNTRY dat een even briljant als volstrekt eigenzinnig popalbum is
CMAT maakte de afgelopen weken een onuitwisbare indruk op diverse zomerfestivals waar ze haar nieuwe album EURO-COUNTRY presenteerde. Dat het een goed album zou worden was dus al bekend, maar ik vind het album nog beter dan ik had verwacht. Ciara Mary-Alice Thompson heeft het geluid van haar debuutalbum en haar tweede album verder geperfectioneerd. Ze combineert een vleugje Keltische folk en net wat meer Amerikaanse country met een flinke hoeveelheid pop en smeedt deze invloeden aan elkaar in een uniek maar ook bijzonder aanstekelijk geluid. De maatschappijkritische maar ook bijzonder humoristische teksten zijn de kers op de taart.
De Ierse muzikante Ciara Mary-Alice Thompson wist in 2022 absoluut op te vallen met haar onder de naam CMAT uitgebrachte debuutalbum If My Wife New I'd Be Dead (geen typo). Het is een debuutalbum dat flink wat invloeden uit de countrymuziek laat horen, maar de muziek van CMAT klinkt toch flink anders dan de country(pop) die destijds in Nashville werd gemaakt.
Ik vond het debuutalbum van CMAT bij vlagen uitstekend, maar het niveau was nog niet erg constant en de onderbroekenlol won het hier en daar van de memorabele popsong. Het een jaar na het debuutalbum uitgebrachte Crazymad, For Me vond ik een stuk beter en onderstreepte wat mij betreft het enorme talent van Ciara Mary-Alice Thompson, dat gelukkig ook wereldwijd werd erkend.
Op haar tweede album zingt de Ierse muzikante een stuk beter, maar vooral de songs op Crazymad, For Me vallen in positieve zin op. Het zijn songs die afwisselend klinken als Adele en Lily Allen met een countrysnik en een flinke dosis humor en dat klinkt heerlijk. CMAT werd met Crazymad, For Me terecht een ster en kan deze status bevestigen met haar deze werk verschenen derde album.
Dat doet ze op overtuigende wijze, want op EURO-COUNTRY doet CMAT echt alles goed. Het album verschijnt in dezelfde week als het nieuwe album van Sabrina Carpenter, die vast een veel groter publiek gaat bereiken met haar nieuwe album, maar EURO-COUNTRY van CMAT is echt in alle opzichten klassen beter. EURO-COUNTRY is ook beter dan zijn voorganger.
EURO-COUNTRY bevat een aantal wereldhits in de dop, CMAT zingt echt geweldig op haar derde album en ook in muzikaal en productioneel opzicht wordt alles uit de kast getrokken. Je hoort het bijvoorbeeld in de titeltrack van het album, waarin CMAT zowel in muzikaal opzicht als met haar stem alle registers open trekt. Het klinkt bij vlagen bijna bombastisch, maar wat klinkt het ook aanstekelijk.
Het is een track die laat horen dat CMAT geweldige popsongs kan schrijven, maar ze kan ook nog altijd uit de voeten met invloeden uit de country als in When A Good Man Cries, dat ook weer omhoog wordt getrokken door de krachtige strot van de muzikante uit Dublin. Invloeden uit de country hebben ondanks de titel van het album op EURO-COUNTRY een stapje terug gedaan, maar zijn zeker niet verdwenen en hetzelfde geldt voor invloeden uit de Keltische folk.
CMAT zet op haar derde album alles behoorlijk zwaar aan en dat moet je aan kunnen als zangeres. Ciara Mary-Alice Thompson kan het aan en levert een album af dat anders klinkt dan de albums van de grote popsterren van het moment, maar dat er zeker niet voor onder doet. Van deze grote popsterren komt Chappell Roan heel af en toe in de buurt, maar het geluid van CMAT is wat mij betreft volkomen uniek.
Het unieke karakter van de songs van de Ierse muzikante zit niet alleen in haar krachtige stem en de uitbundige muziek en productie, maar ook in de teksten, die aan de ene kant maatschappelijke betrokkenheid laten horen en het niet schuwen om misstanden aan de kaak te stellen, maar ook zijn voorzien van een flinke dosis geweldige humor.
Twaalf songs CMAT is een behoorlijk heftige luisterervaring wat mij betreft, maar iedere keer als ik naar het album luister, hoor ik weer nieuwe geniale dingen opduiken in haar songs, die alleen maar onweerstaanbaarder worden. De wereld ligt inmiddels aan de voeten van Ciara Mary-Alice Thompson en dat is echt volkomen terecht. Erwin Zijleman
Coco Reilly - Coco Reilly (2020)

4,0
0
geplaatst: 18 december 2020, 16:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Coco Reilly - Coco Reilly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Coco Reilly - Coco Reilly
Het is flink dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het debuut van Coco Reilly valt absoluut op met sfeervolle songs, lome klanken, dromerige zang en fascinerend gitaarspel
Koude en donkere dagen vragen om warme muziek en hiervoor ben je bij de Amerikaanse singer-songwriter Coco Reilly aan het juiste adres. De muzikante uit Los Angeles maakt indruk met warme en lome klanken, die fraai kleuren bij haar wat dromerige zang. De muziek van Coco Reilly heeft iets nostalgisch, maar ook dat draagt alleen maar bij aan de verleidingskracht van haar debuut. Het is een debuut dat ook nog eens opvalt door wat atypisch gitaarspel, dat de fantasie prikkelt en bovendien het nostalgische gevoel van de muziek van Coco Reilly versterkt. Half december is niet het handigste moment voor een debuut, maar dit debuut verdient alle aandacht.
Ondanks het feit dat het einde van het jaar met rasse schreden nadert, houdt de stroom aan nieuwe muziek maar aan. Ook de afgelopen week had ik weer een stapeltje nieuwe albums die onder de noemer Amerikaanse rootsmuziek zijn te plaatsen in handen en ook de afgelopen week lag het niveau opvallend hoog. Er zijn dit jaar al veel memorabele debuten in het genre verschenen en op de valreep wil ik daar het titelloze album van Coco Reilly aan toevoegen.
Coco Reilly is een singer-songwriter uit Los Angeles die wat dromerige en bovendien wat nostalgisch aandoende Americana maakt. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan het laatste album van Lera Lynn (voor mij overigens een van de beste albums van het jaar) en ook wel wat aan Lana Del Rey (een van de beste albums van vorig jaar), al komt de nostalgie van Coco Reilly uit een net wat ander tijdperk.
De Californische muzikante beschikt over een heerlijk loom en dromerig stemgeluid, dat was mistig uit de speakers komt. Het is een stem die het uitstekend doet als de zon onder is en die de muziek van Coco Reilly voorziet van een aangename en Californische sfeer. Het is een stem die makkelijk verleidt, waardoor de eerste indruk van het debuut van de Amerikaanse muzikante voor mij direct positief was.
Het debuut van Coco Reilly heeft bij herhaalde beluistering echter nog veel meer te bieden dan dromerige vocalen en een loom geluid. In muzikaal opzicht klinkt de muziek van de singer-songwriter uit Los Angeles zoals gezegd nostalgisch. Zeker het gitaarspel op het album neemt je mee terug naar de vroege jaren 70 en de Amerikaanse muziekwebsite PopMatters slaat de spijker op de kop wanneer het associaties heeft met het gitaarspel van George Harrison.
Het zorgt ervoor dat het debuut van Coco Reilly flink anders klinkt dan de meeste andere albums die de laatste tijd in het genre zijn verschenen. Waar bij eerste beluistering vooral de lome klanken en dromerige zang zich genadeloos opdrongen, was ik bij herhaalde beluistering steeds meer onder de indruk van het gitaarspel op het album.
Uiteindelijk blijkt het debuut van Coco Reilly in alle opzichten een echte groeiplaat. De zang en instrumentatie winnen echt alleen maar aan kracht, maar ook de songs op het album worden alleen maar beter.
Het debuut van de singer-songwriter uit Los Angeles, die de afgelopen tien jaar ook in onder andere New York en Nashville woonde, is een album dat je op het eerste gehoor af zou kunnen doen als het zoveelste retro album van het jaar, maar het titelloze album van Coco Reilly is in geen enkel genre het zoveelste album.
De Amerikaanse muzikante verkent meerdere uithoeken van de Americana, maar is ook niet vies van Californische pop of de psychedelica die enkele decennia geleden zo populair was in de Amerikaanse staat. Negen songs en 35 minuten lang vult Coco Reilly de ruimte met wonderschone klanken en al even mooie vocalen, maar prikkelt ze ook de fantasie met onverwachte invloeden of verrassende wendingen.
Mijn waardering ging al snel van mooi naar heel mooi en vervolgens naar prachtig, want iedere keer als ik naar het debuutalbum van Coco Reilly luister ben ik wat meer onder de indruk van haar bijzondere geluid, dat ook met kerst prima tot zijn recht komt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Coco Reilly - Coco Reilly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Coco Reilly - Coco Reilly
Het is flink dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het debuut van Coco Reilly valt absoluut op met sfeervolle songs, lome klanken, dromerige zang en fascinerend gitaarspel
Koude en donkere dagen vragen om warme muziek en hiervoor ben je bij de Amerikaanse singer-songwriter Coco Reilly aan het juiste adres. De muzikante uit Los Angeles maakt indruk met warme en lome klanken, die fraai kleuren bij haar wat dromerige zang. De muziek van Coco Reilly heeft iets nostalgisch, maar ook dat draagt alleen maar bij aan de verleidingskracht van haar debuut. Het is een debuut dat ook nog eens opvalt door wat atypisch gitaarspel, dat de fantasie prikkelt en bovendien het nostalgische gevoel van de muziek van Coco Reilly versterkt. Half december is niet het handigste moment voor een debuut, maar dit debuut verdient alle aandacht.
Ondanks het feit dat het einde van het jaar met rasse schreden nadert, houdt de stroom aan nieuwe muziek maar aan. Ook de afgelopen week had ik weer een stapeltje nieuwe albums die onder de noemer Amerikaanse rootsmuziek zijn te plaatsen in handen en ook de afgelopen week lag het niveau opvallend hoog. Er zijn dit jaar al veel memorabele debuten in het genre verschenen en op de valreep wil ik daar het titelloze album van Coco Reilly aan toevoegen.
Coco Reilly is een singer-songwriter uit Los Angeles die wat dromerige en bovendien wat nostalgisch aandoende Americana maakt. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan het laatste album van Lera Lynn (voor mij overigens een van de beste albums van het jaar) en ook wel wat aan Lana Del Rey (een van de beste albums van vorig jaar), al komt de nostalgie van Coco Reilly uit een net wat ander tijdperk.
De Californische muzikante beschikt over een heerlijk loom en dromerig stemgeluid, dat was mistig uit de speakers komt. Het is een stem die het uitstekend doet als de zon onder is en die de muziek van Coco Reilly voorziet van een aangename en Californische sfeer. Het is een stem die makkelijk verleidt, waardoor de eerste indruk van het debuut van de Amerikaanse muzikante voor mij direct positief was.
Het debuut van Coco Reilly heeft bij herhaalde beluistering echter nog veel meer te bieden dan dromerige vocalen en een loom geluid. In muzikaal opzicht klinkt de muziek van de singer-songwriter uit Los Angeles zoals gezegd nostalgisch. Zeker het gitaarspel op het album neemt je mee terug naar de vroege jaren 70 en de Amerikaanse muziekwebsite PopMatters slaat de spijker op de kop wanneer het associaties heeft met het gitaarspel van George Harrison.
Het zorgt ervoor dat het debuut van Coco Reilly flink anders klinkt dan de meeste andere albums die de laatste tijd in het genre zijn verschenen. Waar bij eerste beluistering vooral de lome klanken en dromerige zang zich genadeloos opdrongen, was ik bij herhaalde beluistering steeds meer onder de indruk van het gitaarspel op het album.
Uiteindelijk blijkt het debuut van Coco Reilly in alle opzichten een echte groeiplaat. De zang en instrumentatie winnen echt alleen maar aan kracht, maar ook de songs op het album worden alleen maar beter.
Het debuut van de singer-songwriter uit Los Angeles, die de afgelopen tien jaar ook in onder andere New York en Nashville woonde, is een album dat je op het eerste gehoor af zou kunnen doen als het zoveelste retro album van het jaar, maar het titelloze album van Coco Reilly is in geen enkel genre het zoveelste album.
De Amerikaanse muzikante verkent meerdere uithoeken van de Americana, maar is ook niet vies van Californische pop of de psychedelica die enkele decennia geleden zo populair was in de Amerikaanse staat. Negen songs en 35 minuten lang vult Coco Reilly de ruimte met wonderschone klanken en al even mooie vocalen, maar prikkelt ze ook de fantasie met onverwachte invloeden of verrassende wendingen.
Mijn waardering ging al snel van mooi naar heel mooi en vervolgens naar prachtig, want iedere keer als ik naar het debuutalbum van Coco Reilly luister ben ik wat meer onder de indruk van haar bijzondere geluid, dat ook met kerst prima tot zijn recht komt. Erwin Zijleman
CocoRosie - Heartache City (2015)

4,0
0
geplaatst: 23 oktober 2015, 14:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: CocoRosie - Heartache City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De muziek van CocoRosie werd een jaar of tien geleden in het hokje freak-folk geduwd. Daar hoorde de muziek van het Franse tweetal eigenlijk niet thuis, maar van alle mogelijke hokjes paste het hokje met de vreemde folk waarschijnlijk nog het best.
Het hokje freak-folk is inmiddels door een gebrek aan belangstelling al weer opgedoekt, maar CocoRosie bestaat nog steeds.
Ik denk dat het verstandig is om geen nieuwe poging te doen om de muziek van de Franse zusjes Bianca en Sierra Casady, want ook de nieuwe plaat van het tweetal laat zich niet in een hokje duwen.
Heartache City roept af en toe herinneringen op aan het verleden van CocoRosie, maar het grootste deel van de plaat klinkt toch weer net wat anders dan we van het tweetal gewend zijn.
Het gebruik van subtiel klinkende instrumenten, waaronder speelgoed instrumenten en blazers, is inmiddels bekend, net als de licht prettig gestoorde zang van de zusjes Casady. Hiernaast slaat CocoRosie ook dit keer nieuwe wegen in.
Heartache City bevat meer invloeden uit de hiphop, maar CocoRosie zou CocoRosie niet zijn wanneer deze invloeden niet zouden worden verwerkt in een uniek geluid. Het is een ingetogen geluid, waarin zowel de instrumentatie als de vocalen uiterst subtiel en zeer verrassend zijn.
Heel makkelijk maken Bianca en Sierra Casady het de luisteraar niet, maar als je eenmaal gewend bent aan de bijzondere muziek van de Franse zusjes, is ook beluistering van Heartache City weer een fascinerende en vaak bijzonder aangename muzikale reis. Wanneer ik de plaat probeer in te passen in het oeuvre van CocoRosie ligt een vergelijking met de eerste twee platen voor de hand, al zijn de bijzondere ritmes nieuw.
Bianca en Sierra Casady vertellen op Heartache City het ene na het andere bijzonder verhaal en het zijn verhalen die op unieke wijze zijn ingekleurd. In het begin is het misschien even wennen, maar Heartache City blijkt al snel een even intrigerende als betoverende plaat. Een beetje vreemd misschien, maar wel bijzonder lekker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: CocoRosie - Heartache City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De muziek van CocoRosie werd een jaar of tien geleden in het hokje freak-folk geduwd. Daar hoorde de muziek van het Franse tweetal eigenlijk niet thuis, maar van alle mogelijke hokjes paste het hokje met de vreemde folk waarschijnlijk nog het best.
Het hokje freak-folk is inmiddels door een gebrek aan belangstelling al weer opgedoekt, maar CocoRosie bestaat nog steeds.
Ik denk dat het verstandig is om geen nieuwe poging te doen om de muziek van de Franse zusjes Bianca en Sierra Casady, want ook de nieuwe plaat van het tweetal laat zich niet in een hokje duwen.
Heartache City roept af en toe herinneringen op aan het verleden van CocoRosie, maar het grootste deel van de plaat klinkt toch weer net wat anders dan we van het tweetal gewend zijn.
Het gebruik van subtiel klinkende instrumenten, waaronder speelgoed instrumenten en blazers, is inmiddels bekend, net als de licht prettig gestoorde zang van de zusjes Casady. Hiernaast slaat CocoRosie ook dit keer nieuwe wegen in.
Heartache City bevat meer invloeden uit de hiphop, maar CocoRosie zou CocoRosie niet zijn wanneer deze invloeden niet zouden worden verwerkt in een uniek geluid. Het is een ingetogen geluid, waarin zowel de instrumentatie als de vocalen uiterst subtiel en zeer verrassend zijn.
Heel makkelijk maken Bianca en Sierra Casady het de luisteraar niet, maar als je eenmaal gewend bent aan de bijzondere muziek van de Franse zusjes, is ook beluistering van Heartache City weer een fascinerende en vaak bijzonder aangename muzikale reis. Wanneer ik de plaat probeer in te passen in het oeuvre van CocoRosie ligt een vergelijking met de eerste twee platen voor de hand, al zijn de bijzondere ritmes nieuw.
Bianca en Sierra Casady vertellen op Heartache City het ene na het andere bijzonder verhaal en het zijn verhalen die op unieke wijze zijn ingekleurd. In het begin is het misschien even wennen, maar Heartache City blijkt al snel een even intrigerende als betoverende plaat. Een beetje vreemd misschien, maar wel bijzonder lekker. Erwin Zijleman
Cocteau Twins - Garlands (1982)

5,0
0
geplaatst: 15 mei 2022, 19:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cocteau Twins - Garlands (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cocteau Twins - Garlands (1982)
Bij Cocteau Twins denk je aan zweverige klanken, maar de Schotse band klonk op haar debuutalbum nog ruw en direct, wat een album opleverde dat van mij inmiddels best een klassieker mag worden genoemd
Garlands kwam in 1982 aan als de spreekwoordelijke mokerslag. Diepe bassen, monotone ritmes, breed uitwaaiend gitaarwerk en bijzondere vocalen. Net zo donker als de muziek van The Cure of Joy Division, maar door de zang van Elizabeth Fraser toch net wat minder deprimerend. Garlands hoort voor mij bij de soundtrack van 1982 en veertig jaar later is het album me nog net zo dierbaar als op de dag van de release. Cocteau Twins zou later kiezen voor een stemmiger en zweveriger geluid. Ook prachtig, maar met name de wat ruwere klanken van Garlands zijn bij mij nog altijd goed voor kippenvel. AllMusic.com geeft het album een onvoldoende, ik neig persoonlijk eerder naar de perfecte tien.
De Britse band Cocteau Twins bracht tussen 1982 en 1996 acht albums uit. Het zijn albums die tot de dag van vandaag opduiken als inspiratiebron, vooral op albums die zijn uitgebracht op het fameuze 4AD label, waarop ook de meeste albums van Cocteau Twins zijn verschenen. Bij Cocteau Twins wordt meestal vooral gedacht aan het atmosferische of zelfs zweverige werk van de band uit Schotland, maar de albums van Cocteau Twins waren lang niet altijd atmosferische en zweverig.
De Amerikaanse website AllMusic.com biedt niet alleen een schat aan informatie, maar slaagt er wat mij betreft ook meestal in om het oeuvre van een band goed te duiden. Bij Cocteau Twins slaat de website de plank wat mij betreft echter volledig mis, door het debuutalbum van de band een dikke onvoldoende te geven. Ik vind Garlands uit 1982 zelf een uitstekend album en bovendien het beste Cocteau Twins album.
Het is een album waarop de contouren van het uiteindelijke geluid van de band opduiken, maar Garlands is ook een lekker ruw album vol invloeden uit de postpunk. Dat hoor je direct in Blood Bitch, waarmee het album opent. Diepe bassen, een redelijk monotoon ritme en breed uitwaaiende gitaarlijnen bepalen het geluid van Cocteau Twins. Het is een geluid dat fraai wordt gecombineerd met de wat onderkoelde maar nog niet heel zweverige vocalen van Elizabeth Fraser.
Cocteau Twins ontleende haar naam aan een song van de Schotse band Simple Minds en werd in 1979 geformeerd. Op Garlands zijn de vroege albums van Simple Minds zeker een inspiratiebron, maar het zijn vooral The Cure en Joy Division die hun sporen hebben nagelaten op Garlands. Cocteau Twins was ten tijde van Garlands een trio, wat zorgt voor een redelijk eenvoudig geluid.
Bassist Will Heggie speelt de diepe basloopjes die zo karakteristiek zijn voor de postpunk, waarna Robin Guthrie de ruimte vult met zijn gitaarwerk. Wat elektronisch en eenvoudig aandoend drumwerk completeert het geluid van Cocteau Twins op haar debuutalbum, waarna Elizabeth Fraser de overgebleven ruimte mag vullen met haar stem, die hier en daar vooral geïnspireerd lijkt door de zang van Siouxsie Sioux, maar zich ook langzaam maar zeker beweegt richting de zag die zo karakteristiek zou zijn voor Cocteau Twins.
Ik kan me op zich wel voorstellen dat Garlands niet de meeste indruk maakt wanneer je het album voor het eerst beluistert als onderdeel van het complete oeuvre van de band, maar in 1982 vond ik het een sensationeel goed album. Garlands heeft alles dat de postpunk van de late jaren 70 en vroege jaren 80 zo interessant maakte, maar de zang van Elizabeth Fraser zorgde ervoor dat het album anders klonk dan de albums van alle postpunk bands met een zanger.
Ik heb Garlands in 1982 en in de jaren die volgden compleet grijs gedraaid en hoewel ik absoluut een zwak heb voor de Cocteau Twins albums die zouden volgen, vind ik Garlands er nog steeds uitspringen. Het album klinkt door de wat monotone ritmes en de weinig variërende basloopjes nogal eenvormig, maar dat zorgt wat mij betreft juist voor de oneindige bezwering van het album.
Die basloopjes zijn verder prachtig en ook het gitaarwerk mag er wat mij betreft zijn, net als de zang van Elizabeth Fraser. Het was een tijdje geleden dat ik voor het laatst naar Garlands had geluisterd, maar de liefde van weleer laaide direct weer op voor deze klassieker in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cocteau Twins - Garlands (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cocteau Twins - Garlands (1982)
Bij Cocteau Twins denk je aan zweverige klanken, maar de Schotse band klonk op haar debuutalbum nog ruw en direct, wat een album opleverde dat van mij inmiddels best een klassieker mag worden genoemd
Garlands kwam in 1982 aan als de spreekwoordelijke mokerslag. Diepe bassen, monotone ritmes, breed uitwaaiend gitaarwerk en bijzondere vocalen. Net zo donker als de muziek van The Cure of Joy Division, maar door de zang van Elizabeth Fraser toch net wat minder deprimerend. Garlands hoort voor mij bij de soundtrack van 1982 en veertig jaar later is het album me nog net zo dierbaar als op de dag van de release. Cocteau Twins zou later kiezen voor een stemmiger en zweveriger geluid. Ook prachtig, maar met name de wat ruwere klanken van Garlands zijn bij mij nog altijd goed voor kippenvel. AllMusic.com geeft het album een onvoldoende, ik neig persoonlijk eerder naar de perfecte tien.
De Britse band Cocteau Twins bracht tussen 1982 en 1996 acht albums uit. Het zijn albums die tot de dag van vandaag opduiken als inspiratiebron, vooral op albums die zijn uitgebracht op het fameuze 4AD label, waarop ook de meeste albums van Cocteau Twins zijn verschenen. Bij Cocteau Twins wordt meestal vooral gedacht aan het atmosferische of zelfs zweverige werk van de band uit Schotland, maar de albums van Cocteau Twins waren lang niet altijd atmosferische en zweverig.
De Amerikaanse website AllMusic.com biedt niet alleen een schat aan informatie, maar slaagt er wat mij betreft ook meestal in om het oeuvre van een band goed te duiden. Bij Cocteau Twins slaat de website de plank wat mij betreft echter volledig mis, door het debuutalbum van de band een dikke onvoldoende te geven. Ik vind Garlands uit 1982 zelf een uitstekend album en bovendien het beste Cocteau Twins album.
Het is een album waarop de contouren van het uiteindelijke geluid van de band opduiken, maar Garlands is ook een lekker ruw album vol invloeden uit de postpunk. Dat hoor je direct in Blood Bitch, waarmee het album opent. Diepe bassen, een redelijk monotoon ritme en breed uitwaaiende gitaarlijnen bepalen het geluid van Cocteau Twins. Het is een geluid dat fraai wordt gecombineerd met de wat onderkoelde maar nog niet heel zweverige vocalen van Elizabeth Fraser.
Cocteau Twins ontleende haar naam aan een song van de Schotse band Simple Minds en werd in 1979 geformeerd. Op Garlands zijn de vroege albums van Simple Minds zeker een inspiratiebron, maar het zijn vooral The Cure en Joy Division die hun sporen hebben nagelaten op Garlands. Cocteau Twins was ten tijde van Garlands een trio, wat zorgt voor een redelijk eenvoudig geluid.
Bassist Will Heggie speelt de diepe basloopjes die zo karakteristiek zijn voor de postpunk, waarna Robin Guthrie de ruimte vult met zijn gitaarwerk. Wat elektronisch en eenvoudig aandoend drumwerk completeert het geluid van Cocteau Twins op haar debuutalbum, waarna Elizabeth Fraser de overgebleven ruimte mag vullen met haar stem, die hier en daar vooral geïnspireerd lijkt door de zang van Siouxsie Sioux, maar zich ook langzaam maar zeker beweegt richting de zag die zo karakteristiek zou zijn voor Cocteau Twins.
Ik kan me op zich wel voorstellen dat Garlands niet de meeste indruk maakt wanneer je het album voor het eerst beluistert als onderdeel van het complete oeuvre van de band, maar in 1982 vond ik het een sensationeel goed album. Garlands heeft alles dat de postpunk van de late jaren 70 en vroege jaren 80 zo interessant maakte, maar de zang van Elizabeth Fraser zorgde ervoor dat het album anders klonk dan de albums van alle postpunk bands met een zanger.
Ik heb Garlands in 1982 en in de jaren die volgden compleet grijs gedraaid en hoewel ik absoluut een zwak heb voor de Cocteau Twins albums die zouden volgen, vind ik Garlands er nog steeds uitspringen. Het album klinkt door de wat monotone ritmes en de weinig variërende basloopjes nogal eenvormig, maar dat zorgt wat mij betreft juist voor de oneindige bezwering van het album.
Die basloopjes zijn verder prachtig en ook het gitaarwerk mag er wat mij betreft zijn, net als de zang van Elizabeth Fraser. Het was een tijdje geleden dat ik voor het laatst naar Garlands had geluisterd, maar de liefde van weleer laaide direct weer op voor deze klassieker in het genre. Erwin Zijleman
Cocteau Twins - Heaven or Las Vegas (1990)

5,0
1
geplaatst: 20 oktober 2024, 19:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cocteau Twins - Heaven Or Las Vegas (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cocteau Twins - Heaven Or Las Vegas (1990)
Cocteau Twins klonk in de jaren 90 vooral uitgeblust en ongeïnspireerd, maar het in 1990 verschenen Heaven Or Las Vegas is niet alleen het meest toegankelijke maar ook een van de beste albums van de Schotse band
Bij Cocteau Twins denk ik vooral aan wat zweverige songs met breed uitwaaiende gitaarlijnen, atmosferische synths en de bijzondere zang van Elizabeth Fraser. Het is de muziek die is te horen op de meeste albums van de Schotse band, maar het in 1990 verschenen Heaven Or Las Vegas klinkt net wat anders. Cocteau Twins maakt op haar laatste echt goede album gebruik van dezelfde ingrediënten, maar klinkt een stuk toegankelijker. Het levert een album op dat mee kan met de betere dreampop albums uit de jaren 90, maar het is ook een album dat het unieke stempel van de Schotse band bevat. Garlands blijft mijn favoriete album van de band, maar Heaven Or Las Vegas volgt op kleine afstand.
Aan het begin van de jaren 80 ontdekte ik de muziek van de Schotse band Cocteau Twins. Ik was compleet verslingerd aan Garlands, het debuutalbum van de band uit 1982. Vergeleken met de albums die volgden was de muziek van Cocteau Twins op Garlands wat ruwer en wat minder zweverig. Head Over Heels uit 1983, Treasure uit 1984 en Victorialand uit 1986 zijn echt prachtige albums die me zeer dierbaar zijn, maar ik heb toch altijd een enorm zwak gehouden voor het debuutalbum van de band.
De carrière van Cocteau Twins ging uiteindelijk als een nachtkaars uit, maar voor de twee zwakkere albums waarmee de Schotse band haar oeuvre completeerde verscheen in 1990 nog wel het album Heaven Or Las Vegas, waarop de band wat mij betreft nog wel een hoog niveau haalde. Op de meeste sites waarop de albums van Cocteau Twins worden beoordeeld krijgen vooral Head Over Heels, Treasure en Victorialand hoge rapportcijfers, maar zijn de meningen over Garlands en Heaven Or Las Vegas verdeeld. Het zijn juist deze twee albums die er voor mij uit springen.
Dat betekent overigens niet dat Garlands en Heaven Or Las Vegas op elkaar lijken. Integendeel zelfs, want het zijn eerder uitersten in het oeuvre van de Schotse band. Cocteau Twins klonk op Garlands zoals gezegd wat ruwer en flink minder zweverig dan op de albums die volgden. Ook op Heaven Or Las Vegas klinkt de Schotse band minder zweverig dan op de albums die er aan vooraf gingen, maar in plaats van ruwer klinkt de muziek van Cocteau Twins op dit album eerder gepolijster.
Heaven Or Las Vegas is het dreampop album van de band. De ijle en atmosferische klanken van gitaren en synths en de continu bedwelmende zang van Elizabeth Fraser hebben plaatsgemaakt voor behoorlijk toegankelijke popsongs met een kop en een staart, die op een of manier wel als Cocteau Twins klinken. Alle ingrediënten die zijn te horen op de eerdere albums van Cocteau Twins zijn immers ook te horen op Heaven Or Las Vegas, maar alles klinkt toch anders.
Elizabeth Fraser, Robin Guthrie en Simon Raymonde kiezen op het album voor een flink compacter en ook wat lichtvoetiger geluid. In het aanstekelijke Fifty-fifty Clown klinkt de muziek van Cocteau Twins zelfs voorzichtig funky, maar het album bevat ook veel songs met de bekende melodieuze gitaarlijnen, de ijle synths en de zo herkenbare zang, die voor de gelegenheid ook zijn verstopt in verrassend toegankelijke songs.
Cocteau Twins heeft met alle soorten muziek die het heeft gemaakt heel veel invloed gehad en die invloed heeft de Schotse band tot op de dag van vandaag. Heaven Or Las Vegas heeft een flinke impuls gegeven aan de dreampop uit de jaren 90. Het album klonk in 1990 een stuk minder arty en ook een stuk minder bezwerend dan de albums die de band eerder maakte, maar bijna 35 jaar later blijkt dat het album de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.
Met een veel betere koptelefoon dan 35 jaar geleden hoor ik overigens veel meer op Heaven Or Las Vegas dan destijds. De songs op het album zijn wat toegankelijker dan die op de meeste andere albums van de band, maar het zijn nog altijd songs die uit meerdere lagen bestaan en die iets mystieks hebben door de teksten van Elizabeth Fraser en haar manier van zingen. Ik heb Heaven Or Las Vegas de laatste jaren veel minder beluisterd dan de andere topalbums van de Schotse band, maar wat is het nog altijd een sterk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cocteau Twins - Heaven Or Las Vegas (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cocteau Twins - Heaven Or Las Vegas (1990)
Cocteau Twins klonk in de jaren 90 vooral uitgeblust en ongeïnspireerd, maar het in 1990 verschenen Heaven Or Las Vegas is niet alleen het meest toegankelijke maar ook een van de beste albums van de Schotse band
Bij Cocteau Twins denk ik vooral aan wat zweverige songs met breed uitwaaiende gitaarlijnen, atmosferische synths en de bijzondere zang van Elizabeth Fraser. Het is de muziek die is te horen op de meeste albums van de Schotse band, maar het in 1990 verschenen Heaven Or Las Vegas klinkt net wat anders. Cocteau Twins maakt op haar laatste echt goede album gebruik van dezelfde ingrediënten, maar klinkt een stuk toegankelijker. Het levert een album op dat mee kan met de betere dreampop albums uit de jaren 90, maar het is ook een album dat het unieke stempel van de Schotse band bevat. Garlands blijft mijn favoriete album van de band, maar Heaven Or Las Vegas volgt op kleine afstand.
Aan het begin van de jaren 80 ontdekte ik de muziek van de Schotse band Cocteau Twins. Ik was compleet verslingerd aan Garlands, het debuutalbum van de band uit 1982. Vergeleken met de albums die volgden was de muziek van Cocteau Twins op Garlands wat ruwer en wat minder zweverig. Head Over Heels uit 1983, Treasure uit 1984 en Victorialand uit 1986 zijn echt prachtige albums die me zeer dierbaar zijn, maar ik heb toch altijd een enorm zwak gehouden voor het debuutalbum van de band.
De carrière van Cocteau Twins ging uiteindelijk als een nachtkaars uit, maar voor de twee zwakkere albums waarmee de Schotse band haar oeuvre completeerde verscheen in 1990 nog wel het album Heaven Or Las Vegas, waarop de band wat mij betreft nog wel een hoog niveau haalde. Op de meeste sites waarop de albums van Cocteau Twins worden beoordeeld krijgen vooral Head Over Heels, Treasure en Victorialand hoge rapportcijfers, maar zijn de meningen over Garlands en Heaven Or Las Vegas verdeeld. Het zijn juist deze twee albums die er voor mij uit springen.
Dat betekent overigens niet dat Garlands en Heaven Or Las Vegas op elkaar lijken. Integendeel zelfs, want het zijn eerder uitersten in het oeuvre van de Schotse band. Cocteau Twins klonk op Garlands zoals gezegd wat ruwer en flink minder zweverig dan op de albums die volgden. Ook op Heaven Or Las Vegas klinkt de Schotse band minder zweverig dan op de albums die er aan vooraf gingen, maar in plaats van ruwer klinkt de muziek van Cocteau Twins op dit album eerder gepolijster.
Heaven Or Las Vegas is het dreampop album van de band. De ijle en atmosferische klanken van gitaren en synths en de continu bedwelmende zang van Elizabeth Fraser hebben plaatsgemaakt voor behoorlijk toegankelijke popsongs met een kop en een staart, die op een of manier wel als Cocteau Twins klinken. Alle ingrediënten die zijn te horen op de eerdere albums van Cocteau Twins zijn immers ook te horen op Heaven Or Las Vegas, maar alles klinkt toch anders.
Elizabeth Fraser, Robin Guthrie en Simon Raymonde kiezen op het album voor een flink compacter en ook wat lichtvoetiger geluid. In het aanstekelijke Fifty-fifty Clown klinkt de muziek van Cocteau Twins zelfs voorzichtig funky, maar het album bevat ook veel songs met de bekende melodieuze gitaarlijnen, de ijle synths en de zo herkenbare zang, die voor de gelegenheid ook zijn verstopt in verrassend toegankelijke songs.
Cocteau Twins heeft met alle soorten muziek die het heeft gemaakt heel veel invloed gehad en die invloed heeft de Schotse band tot op de dag van vandaag. Heaven Or Las Vegas heeft een flinke impuls gegeven aan de dreampop uit de jaren 90. Het album klonk in 1990 een stuk minder arty en ook een stuk minder bezwerend dan de albums die de band eerder maakte, maar bijna 35 jaar later blijkt dat het album de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.
Met een veel betere koptelefoon dan 35 jaar geleden hoor ik overigens veel meer op Heaven Or Las Vegas dan destijds. De songs op het album zijn wat toegankelijker dan die op de meeste andere albums van de band, maar het zijn nog altijd songs die uit meerdere lagen bestaan en die iets mystieks hebben door de teksten van Elizabeth Fraser en haar manier van zingen. Ik heb Heaven Or Las Vegas de laatste jaren veel minder beluisterd dan de andere topalbums van de Schotse band, maar wat is het nog altijd een sterk album. Erwin Zijleman
Cœur de Pirate - Cavale (2025)

3,5
0
geplaatst: 1 januari, 17:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cœur de Pirate - Cavale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cœur de Pirate - Cavale
De Canadese muzikante Béatrice Martin heeft onder de naam Cœur de Pirate inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam staan, waar een paar maanden geleden het steeds beter wordende Cavale aan werd toegevoegd
Cavale van Cœur de Pirate vond ik bij eerste beluistering zo tegenvallen dat ik het album direct opzij heb gelegd. Ik kom daar nu toch wat op terug. De Canadese muzikante laat zich op haar nieuwe album, in ieder geval naar mijn smaak, wat teveel beïnvloeden door Franse popmuziek van het moment en door 80s synthpop, maar ze is ook niet vergeten wat op haar vorige albums de inspiratiebronnen waren. Cavale klinkt soms lichtvoetig en lekker, maar Béatrice Martin graaft in een aantal andere songs ook dieper. Cavale overtuigt misschien wat minder makkelijk dan de vroege albums van de Canadese muzikante, maar het is een album dat niet te makkelijk onderschat moet worden.
Ik volg de muziek die de Canadese muzikante Béatrice Martin maakt onder de naam Cœur de Pirate inmiddels al heel wat jaren. Al sinds haar titelloze debuutalbum ben ik zeer gecharmeerd van de wijze waarop ze invloeden uit het Franse chanson combineert met uiteenlopende andere inspiratiebronnen. Het heeft een serie uitstekende albums opgeleverd, waarvan ik het in 2011 verschenen Blonde de beste vind.
Op haar vorige album, het in 2021 uitgebrachte Impossible à Aimer, flirtte Béatrice Martin wat mij betreft net wat te opzichtig met elektronica en zelfs de dansvloer, maar ik vond het een enkele track daargelaten nog altijd een prima album. Ik begon daarom een maand of drie geleden met redelijk hoge verwachtingen aan Cavale, maar het album viel me tegen.
Op haar nieuwe album neemt Cœur de Pirate nog wat nadrukkelijker de afslag richting de popmuziek die in Frankrijk momenteel gemeengoed is, waardoor haar onderscheidend vermogen als sneeuw voor de zon verdwenen leek. Ik was Cavale dan ook min of meer vergeten toen ik het album tegenkwam in een jaarlijstje, waarin werd aangegeven dat het album beter wordt wanneer je er vaker naar luistert en dat heb ik vervolgens gedaan.
Béatrice Martin koos na Impossible à Aimer voor het moederschap en maakte twee jaar lang geen muziek. Met Cavale wilde ze een frisse nieuwe start maken, waarvoor ze onder andere de van Zaho de Sagazan bekende Nicolas Subrechicot benaderde. Het zorgt er voor dat Cavale anders klinkt dan de vorige albums van de Canadese muzikante, al liet ze ook op haar vorige album al flirts met elektronische popmuziek en de dansvloer horen.
In tekstueel opzicht is Cavale een zeer persoonlijk album, waarop Béatrice Martin afrekent met een giftige relatie en open is over haar twijfels over een volgende stap in haar leven en carrière in de muziek. Het zijn donkere thema’s, maar in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Cœur de Pirate vooral opgewekt.
De Canadese muzikante, die heen en weer pendelt tussen Parijs en Montreal heeft flink wat elektronica toegevoegd aan haar songs en flirt niet alleen met de hitgevoelige Franse popmuziek voor de dansvloer van het moment, maar ook met synthpop uit de jaren 80. Het klinkt absoluut lekker, maar ik mis toch wat de ruwe emotie die vroeger zo kenmerkend was voor de muziek van Cœur de Pirate.
Het is even wennen misschien, want nu ik Cavale meerdere keren heb gehoord dringt het album zich makkelijker op dan bij de eerste kennismaking een paar maanden geleden. Bovendien is Cavale een album dat je niet alleen moet beoordelen op de aanstekelijk klinkende elektronische popsongs op het album.
Wanneer het tempo wat omlaag gaat, krijgen de elektronische klankentapijten een voorzichtige postpunk vibe en het album bevat halverwege de tracklist ook een aantal songs waarin de piano domineert en Béatrice Martin toch weer wat dichter tegen het Franse chanson aan kruipt. Het zijn deze songs die herinneren aan de muziek die de Canadese muzikante in het verleden maakte, maar ze kijkt ook vooruit en dat siert haar.
Ik vind Cavale nog altijd minder indrukwekkend dan een aantal vroege albums van Cœur de Pirate, maar het album is veel beter dan ik een paar maanden geleden bij vluchtige beluistering kon vermoeden. Niet te snel oordelen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cœur de Pirate - Cavale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cœur de Pirate - Cavale
De Canadese muzikante Béatrice Martin heeft onder de naam Cœur de Pirate inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam staan, waar een paar maanden geleden het steeds beter wordende Cavale aan werd toegevoegd
Cavale van Cœur de Pirate vond ik bij eerste beluistering zo tegenvallen dat ik het album direct opzij heb gelegd. Ik kom daar nu toch wat op terug. De Canadese muzikante laat zich op haar nieuwe album, in ieder geval naar mijn smaak, wat teveel beïnvloeden door Franse popmuziek van het moment en door 80s synthpop, maar ze is ook niet vergeten wat op haar vorige albums de inspiratiebronnen waren. Cavale klinkt soms lichtvoetig en lekker, maar Béatrice Martin graaft in een aantal andere songs ook dieper. Cavale overtuigt misschien wat minder makkelijk dan de vroege albums van de Canadese muzikante, maar het is een album dat niet te makkelijk onderschat moet worden.
Ik volg de muziek die de Canadese muzikante Béatrice Martin maakt onder de naam Cœur de Pirate inmiddels al heel wat jaren. Al sinds haar titelloze debuutalbum ben ik zeer gecharmeerd van de wijze waarop ze invloeden uit het Franse chanson combineert met uiteenlopende andere inspiratiebronnen. Het heeft een serie uitstekende albums opgeleverd, waarvan ik het in 2011 verschenen Blonde de beste vind.
Op haar vorige album, het in 2021 uitgebrachte Impossible à Aimer, flirtte Béatrice Martin wat mij betreft net wat te opzichtig met elektronica en zelfs de dansvloer, maar ik vond het een enkele track daargelaten nog altijd een prima album. Ik begon daarom een maand of drie geleden met redelijk hoge verwachtingen aan Cavale, maar het album viel me tegen.
Op haar nieuwe album neemt Cœur de Pirate nog wat nadrukkelijker de afslag richting de popmuziek die in Frankrijk momenteel gemeengoed is, waardoor haar onderscheidend vermogen als sneeuw voor de zon verdwenen leek. Ik was Cavale dan ook min of meer vergeten toen ik het album tegenkwam in een jaarlijstje, waarin werd aangegeven dat het album beter wordt wanneer je er vaker naar luistert en dat heb ik vervolgens gedaan.
Béatrice Martin koos na Impossible à Aimer voor het moederschap en maakte twee jaar lang geen muziek. Met Cavale wilde ze een frisse nieuwe start maken, waarvoor ze onder andere de van Zaho de Sagazan bekende Nicolas Subrechicot benaderde. Het zorgt er voor dat Cavale anders klinkt dan de vorige albums van de Canadese muzikante, al liet ze ook op haar vorige album al flirts met elektronische popmuziek en de dansvloer horen.
In tekstueel opzicht is Cavale een zeer persoonlijk album, waarop Béatrice Martin afrekent met een giftige relatie en open is over haar twijfels over een volgende stap in haar leven en carrière in de muziek. Het zijn donkere thema’s, maar in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Cœur de Pirate vooral opgewekt.
De Canadese muzikante, die heen en weer pendelt tussen Parijs en Montreal heeft flink wat elektronica toegevoegd aan haar songs en flirt niet alleen met de hitgevoelige Franse popmuziek voor de dansvloer van het moment, maar ook met synthpop uit de jaren 80. Het klinkt absoluut lekker, maar ik mis toch wat de ruwe emotie die vroeger zo kenmerkend was voor de muziek van Cœur de Pirate.
Het is even wennen misschien, want nu ik Cavale meerdere keren heb gehoord dringt het album zich makkelijker op dan bij de eerste kennismaking een paar maanden geleden. Bovendien is Cavale een album dat je niet alleen moet beoordelen op de aanstekelijk klinkende elektronische popsongs op het album.
Wanneer het tempo wat omlaag gaat, krijgen de elektronische klankentapijten een voorzichtige postpunk vibe en het album bevat halverwege de tracklist ook een aantal songs waarin de piano domineert en Béatrice Martin toch weer wat dichter tegen het Franse chanson aan kruipt. Het zijn deze songs die herinneren aan de muziek die de Canadese muzikante in het verleden maakte, maar ze kijkt ook vooruit en dat siert haar.
Ik vind Cavale nog altijd minder indrukwekkend dan een aantal vroege albums van Cœur de Pirate, maar het album is veel beter dan ik een paar maanden geleden bij vluchtige beluistering kon vermoeden. Niet te snel oordelen dus. Erwin Zijleman
Cœur de Pirate - En Cas de Tempête, Ce Jardin Sera Fermé. (2018)

4,0
1
geplaatst: 6 juni 2018, 17:00 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cœur de Pirate - en cas de tempête, ce jardin sera fermé. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cœur de Pirate debuteerde al weer tien jaar geleden en maakte de afgelopen jaren een drietal zeer aansprekende platen en een aantal platen die meer in de categorieën zijuitstapje of tussendoortje pasten.
In mijn bespreking van de drie reguliere platen van Cœur de Pirate noemde ik het alter ego van de Canadese Béatrice Martin bij herhaling “een Frans zuchtmeisje met scherpe nagels” en dat is een omschrijving die in beperkte mate ook van toepassing is op haar nieuwe plaat.
Cœur de Pirate verruilde op haar laatste reguliere album, het in 2015 verschenen Roses, haar eigenzinnige versie van het Franse chanson voor een wat elektronischer geluid. Ook en cas de tempête, ce jardin sera fermé. laat hier en daar wat elektronische impulsen horen, maar over het algemeen genomen schuift Cœur de Pirate weer wat op richting haar eerdere platen.
Béatrice Martin schuift hiernaast nadrukkelijk op richting de Franse popmuziek van het moment. en cas de tempête, ce jardin sera fermé. is niet zo gek ver verwijderd van de muziek van Louane, die voor mij vorig jaar een (onbegrepen) jaarlijstjesplaat afleverde. Ook Cœur de Pirate focust zich op haar nieuwe plaat op lekker in het gehoor liggende popliedjes met altijd een Franse sfeer en hier en daar een verwijzing naar het roemruchte verleden van het Franse chanson.
Vergeleken met de vorige platen die Béatrice Martin maakte klinkt en cas de tempête, ce jardin sera fermé. zeker op het eerste gehoor verrassend lichtvoetig en waarschijnlijk ook zelfs wat eendimensionaal, maar net als op de genoemde plaat van Louane steekt het allemaal knap in elkaar. Net als Louane beschikt Béatrice Martin bovendien over een stem die in eerste instantie wat tegen de haren in kan strijken, maar die uiteindelijk goed is voor betovering of ontroering.
Zeker de wat meer ingetogen songs op en cas de tempête, ce jardin sera fermé. klinken prachtig en stijgen in vocaal opzicht naar grote hoogten. De wat uitbundigere songs klinken soms wel erg hitgevoelig, maar zorgen voor de Franse taal wel voor een vakantiesfeer, wat nu de zomervakantie nadert maar er nog niet is, op zijn minst aangenaam is.
Natuurlijk is het jammer dat Cœur de Pirate steeds minder het katje is dat je niet zonder handschoenen kunt oppakken of aanpakken, maar nadat 2017 een aantal prima Franstalige platen heeft opgeleverd (naast de plaat van Louane is ook het debuut van Pomme er een om te koesteren), was ik wel wat toe aan wat Franstalige pop.
en cas de tempête, ce jardin sera fermé. is zeker niet zo indrukwekkend als het debuut van de Canadese muzikante, maar luister wat vaker naar de zomerse en lichtvoetige deuntjes op haar nieuwe plaat en er valt steeds meer op zijn plek. En als dat niet gebeurt is er ook niets aan de hand, want in het ruime half uur dat de nieuwe plaat van Cœur de Pirate duurt ben je stiekem de landsgrenzen gepasseerd en is de zomer begonnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cœur de Pirate - en cas de tempête, ce jardin sera fermé. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cœur de Pirate debuteerde al weer tien jaar geleden en maakte de afgelopen jaren een drietal zeer aansprekende platen en een aantal platen die meer in de categorieën zijuitstapje of tussendoortje pasten.
In mijn bespreking van de drie reguliere platen van Cœur de Pirate noemde ik het alter ego van de Canadese Béatrice Martin bij herhaling “een Frans zuchtmeisje met scherpe nagels” en dat is een omschrijving die in beperkte mate ook van toepassing is op haar nieuwe plaat.
Cœur de Pirate verruilde op haar laatste reguliere album, het in 2015 verschenen Roses, haar eigenzinnige versie van het Franse chanson voor een wat elektronischer geluid. Ook en cas de tempête, ce jardin sera fermé. laat hier en daar wat elektronische impulsen horen, maar over het algemeen genomen schuift Cœur de Pirate weer wat op richting haar eerdere platen.
Béatrice Martin schuift hiernaast nadrukkelijk op richting de Franse popmuziek van het moment. en cas de tempête, ce jardin sera fermé. is niet zo gek ver verwijderd van de muziek van Louane, die voor mij vorig jaar een (onbegrepen) jaarlijstjesplaat afleverde. Ook Cœur de Pirate focust zich op haar nieuwe plaat op lekker in het gehoor liggende popliedjes met altijd een Franse sfeer en hier en daar een verwijzing naar het roemruchte verleden van het Franse chanson.
Vergeleken met de vorige platen die Béatrice Martin maakte klinkt en cas de tempête, ce jardin sera fermé. zeker op het eerste gehoor verrassend lichtvoetig en waarschijnlijk ook zelfs wat eendimensionaal, maar net als op de genoemde plaat van Louane steekt het allemaal knap in elkaar. Net als Louane beschikt Béatrice Martin bovendien over een stem die in eerste instantie wat tegen de haren in kan strijken, maar die uiteindelijk goed is voor betovering of ontroering.
Zeker de wat meer ingetogen songs op en cas de tempête, ce jardin sera fermé. klinken prachtig en stijgen in vocaal opzicht naar grote hoogten. De wat uitbundigere songs klinken soms wel erg hitgevoelig, maar zorgen voor de Franse taal wel voor een vakantiesfeer, wat nu de zomervakantie nadert maar er nog niet is, op zijn minst aangenaam is.
Natuurlijk is het jammer dat Cœur de Pirate steeds minder het katje is dat je niet zonder handschoenen kunt oppakken of aanpakken, maar nadat 2017 een aantal prima Franstalige platen heeft opgeleverd (naast de plaat van Louane is ook het debuut van Pomme er een om te koesteren), was ik wel wat toe aan wat Franstalige pop.
en cas de tempête, ce jardin sera fermé. is zeker niet zo indrukwekkend als het debuut van de Canadese muzikante, maar luister wat vaker naar de zomerse en lichtvoetige deuntjes op haar nieuwe plaat en er valt steeds meer op zijn plek. En als dat niet gebeurt is er ook niets aan de hand, want in het ruime half uur dat de nieuwe plaat van Cœur de Pirate duurt ben je stiekem de landsgrenzen gepasseerd en is de zomer begonnen. Erwin Zijleman
Cœur de Pirate - Impossible à Aimer (2021)

3,5
1
geplaatst: 19 oktober 2021, 15:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cœur de Pirate - Impossible à Aimer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cœur de Pirate - Impossible à Aimer
De Canadese muzikante Béatrice Martin flirt als Cœur de Pirate op trefzekere wijze met het Franse chanson, maar Impossible à Aimer kan meerdere kanten op, wat een veelzijdig album oplevert
Voor het Franse chanson kunnen we niet alleen in Frankrijk terecht. Ook in de Canadese provincie Quebec spreken ze immers Frans en vanuit de hoofdstad Montreal staat Béatrice Martin als Cœur de Pirate al heel wat jaren garant voor uitstekende Franstalige albums. Het deze week verschenen Impossible à Aimer kruipt af en toe dicht tegen het traditionele Franse chanson aan, maar Cœur de Pirate kan ook uit de voeten met tijdloze Franse popmuziek en sleept je, als je niet uitkijkt, ook nog een keer de dansvloer op. Impossible à Aimer is een heerlijk album om bij te mijmeren over een volgend bezoek aan Parijs (of Montreal) of juist om goede herinneringen op te halen.
Na een paar dagen Parijs blijf ik nog even in Franse sferen met het nieuwe album van Cœur de Pirate. Het alter ego van Béatrice Martin staat inmiddels een jaar of twaalf garant voor geweldige albums, die de concurrentie met de Franse chansonnières over het algemeen makkelijk aan kunnen. De wieg van Béatrice Martin stond overigens niet in Frankrijk, maar in het Canadese Montreal, waar de voertaal Frans is, wat de voorkeurstaal van de Canadese muzikante verklaart.
Cœur de Pirate liet eerder dit jaar van zich horen met het fraaie Perséides, waarop alleen haar pianospel was te horen. Dat fraaie pianospel is ook met enige regelmaat te horen op het deze week verschenen Impossible à Aimer, maar dit keer combineert Béatrice Martin de pianoklanken met haar al even mooie stem.
Impossible à Aimer opent met zeer stemmige pianoklanken, die fraai kleuren bij de herfsttinten van het moment en die ook prachtig passen bij de stem van de muzikante uit Montreal, die zich in songs die tegen het traditionele Franse chanson aanleunen als een vis in het water voelt.
Cœur de Pirate mag zich van mij een album lang beperken tot het traditionele Franse chanson, maar ze is van vele markten thuis. Wanneer in de tweede track de violen aanzwellen en een voorzichtige discobeat opduikt, maakt Cœur de Pirate opeens moderne Franse popmuziek en het is Franse popmuziek die de herfstkleuren van het moment tijdelijk voorziet van verrassend warme zonnestralen.
Een regenachtig Leiden is opeens weer verruild voor een Parijs bankje in de zon. Het klinkt aangenaam, maar het is toch goed dat Béatrice Martin niet een album lang flirt met lichtvoetige Franse pop en regelmatig opschuift richting het Franse chanson, dat wanneer de wat weemoedige pianoklanken worden verruild voor akoestische gitaren, ook licht en zonnig kan klinken.
Impossible à Aimer laat overigens wel vaker de violen flink aanzwellen, maar zonder de beat klinkt de muziek van Cœur de Pirate opeens weer als de Franse pop uit de jaren 70, waarin Béatrice Martin ongetwijfeld zou zijn opgepikt door Serge Gainsbourg.
Dat Impossible à Aimer zo lekker klinkt heeft ongetwijfeld te maken met de nog verse herinneringen aan Parijs, maar het album kan ook absoluut mee met de betere Franstalige albums die dit jaar zijn gemaakt, in en buiten Frankrijk.
Persoonlijk vind ik Béatrice Martin op haar best in betrekkelijk sober ingekleurde songs en bij voorkeur songs die genoeg hebben aan de piano, maar ook de wat voller klinkende songs op het album bevallen me wel, al is het maar omdat het Béatrice Martin siert dat ze ook het experiment zoekt.
Dat experiment pakt niet altijd goed uit, bijvoorbeeld wanneer de Canadese muzikante haar mooie stem laat vervormen door autotune achtige elektronica, maar over het algemeen genomen maakt Cœur de Pirate ook op haar nieuwe album weer indruk en is ze altijd goed voor een aangename sfeer, die doet uitzien naar een volgend uitstapje naar de Franse lichtstad.
Impossible à Aimer is niet zo consistent als de vorige albums van de muzikante uit Montreal, maar de veelzijdigheid zorgt voor een lekker afwisselende Franse soundtrack met voor elk wat wils. Je moet er vatbaar voor zijn denk ik, maar als je dit bent is het een heerlijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cœur de Pirate - Impossible à Aimer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cœur de Pirate - Impossible à Aimer
De Canadese muzikante Béatrice Martin flirt als Cœur de Pirate op trefzekere wijze met het Franse chanson, maar Impossible à Aimer kan meerdere kanten op, wat een veelzijdig album oplevert
Voor het Franse chanson kunnen we niet alleen in Frankrijk terecht. Ook in de Canadese provincie Quebec spreken ze immers Frans en vanuit de hoofdstad Montreal staat Béatrice Martin als Cœur de Pirate al heel wat jaren garant voor uitstekende Franstalige albums. Het deze week verschenen Impossible à Aimer kruipt af en toe dicht tegen het traditionele Franse chanson aan, maar Cœur de Pirate kan ook uit de voeten met tijdloze Franse popmuziek en sleept je, als je niet uitkijkt, ook nog een keer de dansvloer op. Impossible à Aimer is een heerlijk album om bij te mijmeren over een volgend bezoek aan Parijs (of Montreal) of juist om goede herinneringen op te halen.
Na een paar dagen Parijs blijf ik nog even in Franse sferen met het nieuwe album van Cœur de Pirate. Het alter ego van Béatrice Martin staat inmiddels een jaar of twaalf garant voor geweldige albums, die de concurrentie met de Franse chansonnières over het algemeen makkelijk aan kunnen. De wieg van Béatrice Martin stond overigens niet in Frankrijk, maar in het Canadese Montreal, waar de voertaal Frans is, wat de voorkeurstaal van de Canadese muzikante verklaart.
Cœur de Pirate liet eerder dit jaar van zich horen met het fraaie Perséides, waarop alleen haar pianospel was te horen. Dat fraaie pianospel is ook met enige regelmaat te horen op het deze week verschenen Impossible à Aimer, maar dit keer combineert Béatrice Martin de pianoklanken met haar al even mooie stem.
Impossible à Aimer opent met zeer stemmige pianoklanken, die fraai kleuren bij de herfsttinten van het moment en die ook prachtig passen bij de stem van de muzikante uit Montreal, die zich in songs die tegen het traditionele Franse chanson aanleunen als een vis in het water voelt.
Cœur de Pirate mag zich van mij een album lang beperken tot het traditionele Franse chanson, maar ze is van vele markten thuis. Wanneer in de tweede track de violen aanzwellen en een voorzichtige discobeat opduikt, maakt Cœur de Pirate opeens moderne Franse popmuziek en het is Franse popmuziek die de herfstkleuren van het moment tijdelijk voorziet van verrassend warme zonnestralen.
Een regenachtig Leiden is opeens weer verruild voor een Parijs bankje in de zon. Het klinkt aangenaam, maar het is toch goed dat Béatrice Martin niet een album lang flirt met lichtvoetige Franse pop en regelmatig opschuift richting het Franse chanson, dat wanneer de wat weemoedige pianoklanken worden verruild voor akoestische gitaren, ook licht en zonnig kan klinken.
Impossible à Aimer laat overigens wel vaker de violen flink aanzwellen, maar zonder de beat klinkt de muziek van Cœur de Pirate opeens weer als de Franse pop uit de jaren 70, waarin Béatrice Martin ongetwijfeld zou zijn opgepikt door Serge Gainsbourg.
Dat Impossible à Aimer zo lekker klinkt heeft ongetwijfeld te maken met de nog verse herinneringen aan Parijs, maar het album kan ook absoluut mee met de betere Franstalige albums die dit jaar zijn gemaakt, in en buiten Frankrijk.
Persoonlijk vind ik Béatrice Martin op haar best in betrekkelijk sober ingekleurde songs en bij voorkeur songs die genoeg hebben aan de piano, maar ook de wat voller klinkende songs op het album bevallen me wel, al is het maar omdat het Béatrice Martin siert dat ze ook het experiment zoekt.
Dat experiment pakt niet altijd goed uit, bijvoorbeeld wanneer de Canadese muzikante haar mooie stem laat vervormen door autotune achtige elektronica, maar over het algemeen genomen maakt Cœur de Pirate ook op haar nieuwe album weer indruk en is ze altijd goed voor een aangename sfeer, die doet uitzien naar een volgend uitstapje naar de Franse lichtstad.
Impossible à Aimer is niet zo consistent als de vorige albums van de muzikante uit Montreal, maar de veelzijdigheid zorgt voor een lekker afwisselende Franse soundtrack met voor elk wat wils. Je moet er vatbaar voor zijn denk ik, maar als je dit bent is het een heerlijk album. Erwin Zijleman
