Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven (2026)

3,5
0
geplaatst: 16 januari, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven
Ik ken de muziek van de Amerikaanse bands Euphoria Again en Dogwood Tales niet, maar de samenwerking van de bands op het deze week verschenen Destination Heaven is absoluut de moeite waard
Wat krijg je als twee alt-country bands de krachten bundelen? Alt-country zou je zeggen, maar op Destination Heaven van de bands Euphoria Again en Dogwood Tales hoor ik naast invloeden uit de alt-country nog veel meer, wat een tijdloos en aantrekkelijk album oplevert. Vooral in muzikaal opzicht is het smullen van ruimtelijke en beeldende klanken, die nog wat meer glans krijgen door het lage tempo op het album. Destination Heaven is hierdoor een album om heerlijk bij weg te dromen, maar vergeet tijdens het wegdromen niet te luisteren naar al het moois dat op het album te horen is. Euphoria Again en Dogwood Tales zijn wat mij betreft twee namen om in de gaten te houden.
De Amerikaanse muziekwebsite Paste schaart Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales onder de beste albums van deze week. Het zijn twee namen die me eerlijk gezegd helemaal niets zeiden en de toevoeging van Paste dat Euphoria Again weer bestaat uit leden van de band Knifeplay veranderde daar niets aan.
AllMusic.com geeft dan meestal wel wat relevante informatie, maar de Amerikaanse muziekwebsite komt met de bovenstaande namen ook niet heel ver. Ook de bandcamp pagina’s van Euphoria Again en Dogwood Tales lopen niet over van informatie, zodat ik inmiddels weet dat eerstgenoemde band uit Philadelphia, Pennsylvania, komt en de tweede uit Harrisonburg, Virginia.
Verder weet ik inmiddels dat beide bands alt-country bands worden genoemd, maar dat had ik ook kunnen horen op Destination Heaven. Voor mijn gevoel wordt er de laatste jaren niet zo heel veel alt-country meer gemaakt, zeker vergeleken met de gloriejaren van het genre in met name de jaren 90, maar het kan ook zijn dat er minder albums uit het genre op mijn pad komen.
Ook Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales was zonder de tip van Paste zeer waarschijnlijk aan mijn aandacht ontsnapt, maar ik vind het een prima album. Ik ken beide bands zoals gezegd niet, maar de samenwerking tussen Euphoria Again en Dogwood Tales smaakt naar meer. Destination Heaven is immers een album dat iets toevoegt aan alles dat er al is in het alt-country genre.
Het album opent met een zeer sfeervolle instrumentale track, waarin wolken pedal steel worden gecombineerd met atmosferische klanken. Het raakt absoluut aan alt-country, maar het is zeker geen doorsnee alt-country. Wanneer vocalen worden toegevoegd kruipen Euphoria Again en Dogwood Tales wat dichter tegen het bekende alt-country geluid aan, maar zeker in muzikaal opzicht weet de band ook in de tracks met zang op te vallen.
Het klinkt allemaal lekker vol, wat natuurlijk ook niet anders kan met muzikanten van twee bands, maar de muziek op Destination Heaven klinkt ook ruimtelijk. Het doet me ook wel wat denken aan uiteenlopende soorten rockmuziek uit de jaren 70, al is het lastig om de vinger er precies op te leggen. Ondertussen klinkt het allemaal lekker toegankelijk en tijdloos, waardoor het album van Euphoria Again & Dogwood Tales me makkelijk wist te overtuigen.
Door het tijdloze karakter, de makkelijk in het gehoor liggende songs en de echo’s uit het verleden vroeg ik me wel af of ik Destination Heaven na een paar keer horen nog bijzonder genoeg zou vinden, maar dat blijkt het geval. Zeker in muzikaal opzicht vind ik het album van Euphoria Again & Dogwood Tales erg mooi, zeker wanneer de pedal steel de hoofdrol opeist en dat is in de meeste tracks het geval.
De zang op het album is op het eerste gehoor misschien wat vlak, maar kleurt uiteindelijk wel heel erg mooi bij de ruimtelijke klanken. Het zorgt er voor dat ik Destination Heaven alleen maar beter en interessanter vind worden. Ik ben op zich ook wel benieuwd naar de individuele verrichtingen van Euphoria Again en Dogwood Tales, maar de samenwerking tussen de bands smaakt op het zeer fraaie Destination Heaven zeker naar meer. Direct aan het begin van het jaar dus weer een mooie tip van Paste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven
Ik ken de muziek van de Amerikaanse bands Euphoria Again en Dogwood Tales niet, maar de samenwerking van de bands op het deze week verschenen Destination Heaven is absoluut de moeite waard
Wat krijg je als twee alt-country bands de krachten bundelen? Alt-country zou je zeggen, maar op Destination Heaven van de bands Euphoria Again en Dogwood Tales hoor ik naast invloeden uit de alt-country nog veel meer, wat een tijdloos en aantrekkelijk album oplevert. Vooral in muzikaal opzicht is het smullen van ruimtelijke en beeldende klanken, die nog wat meer glans krijgen door het lage tempo op het album. Destination Heaven is hierdoor een album om heerlijk bij weg te dromen, maar vergeet tijdens het wegdromen niet te luisteren naar al het moois dat op het album te horen is. Euphoria Again en Dogwood Tales zijn wat mij betreft twee namen om in de gaten te houden.
De Amerikaanse muziekwebsite Paste schaart Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales onder de beste albums van deze week. Het zijn twee namen die me eerlijk gezegd helemaal niets zeiden en de toevoeging van Paste dat Euphoria Again weer bestaat uit leden van de band Knifeplay veranderde daar niets aan.
AllMusic.com geeft dan meestal wel wat relevante informatie, maar de Amerikaanse muziekwebsite komt met de bovenstaande namen ook niet heel ver. Ook de bandcamp pagina’s van Euphoria Again en Dogwood Tales lopen niet over van informatie, zodat ik inmiddels weet dat eerstgenoemde band uit Philadelphia, Pennsylvania, komt en de tweede uit Harrisonburg, Virginia.
Verder weet ik inmiddels dat beide bands alt-country bands worden genoemd, maar dat had ik ook kunnen horen op Destination Heaven. Voor mijn gevoel wordt er de laatste jaren niet zo heel veel alt-country meer gemaakt, zeker vergeleken met de gloriejaren van het genre in met name de jaren 90, maar het kan ook zijn dat er minder albums uit het genre op mijn pad komen.
Ook Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales was zonder de tip van Paste zeer waarschijnlijk aan mijn aandacht ontsnapt, maar ik vind het een prima album. Ik ken beide bands zoals gezegd niet, maar de samenwerking tussen Euphoria Again en Dogwood Tales smaakt naar meer. Destination Heaven is immers een album dat iets toevoegt aan alles dat er al is in het alt-country genre.
Het album opent met een zeer sfeervolle instrumentale track, waarin wolken pedal steel worden gecombineerd met atmosferische klanken. Het raakt absoluut aan alt-country, maar het is zeker geen doorsnee alt-country. Wanneer vocalen worden toegevoegd kruipen Euphoria Again en Dogwood Tales wat dichter tegen het bekende alt-country geluid aan, maar zeker in muzikaal opzicht weet de band ook in de tracks met zang op te vallen.
Het klinkt allemaal lekker vol, wat natuurlijk ook niet anders kan met muzikanten van twee bands, maar de muziek op Destination Heaven klinkt ook ruimtelijk. Het doet me ook wel wat denken aan uiteenlopende soorten rockmuziek uit de jaren 70, al is het lastig om de vinger er precies op te leggen. Ondertussen klinkt het allemaal lekker toegankelijk en tijdloos, waardoor het album van Euphoria Again & Dogwood Tales me makkelijk wist te overtuigen.
Door het tijdloze karakter, de makkelijk in het gehoor liggende songs en de echo’s uit het verleden vroeg ik me wel af of ik Destination Heaven na een paar keer horen nog bijzonder genoeg zou vinden, maar dat blijkt het geval. Zeker in muzikaal opzicht vind ik het album van Euphoria Again & Dogwood Tales erg mooi, zeker wanneer de pedal steel de hoofdrol opeist en dat is in de meeste tracks het geval.
De zang op het album is op het eerste gehoor misschien wat vlak, maar kleurt uiteindelijk wel heel erg mooi bij de ruimtelijke klanken. Het zorgt er voor dat ik Destination Heaven alleen maar beter en interessanter vind worden. Ik ben op zich ook wel benieuwd naar de individuele verrichtingen van Euphoria Again en Dogwood Tales, maar de samenwerking tussen de bands smaakt op het zeer fraaie Destination Heaven zeker naar meer. Direct aan het begin van het jaar dus weer een mooie tip van Paste. Erwin Zijleman
Eva Cassidy - Walkin’ After Midnight (2024)

4,0
0
geplaatst: 24 november 2024, 19:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eva Cassidy - Walkin' After Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eva Cassidy - Walkin' After Midnight
Sinds de dood van Eva Cassidy in 1996 is een enorme stapel albums verschenen, die niet allemaal even interessant zijn, maar het deze week verschenen Walkin’ After Midnight is een interessante aanvulling
Toen Eva Cassidy op 2 november 1995 op het podium stond van een kleine club in Maryland kon ze waarschijnlijk niet vermoeden welke ellende haar te wachten stond. Precies een jaar later overleed ze, zonder ook maar een album te hebben uitgebracht. Inmiddels is er een hele stapel albums beschikbaar, maar deze werden wat mij betreft steeds minder interessant. Het deze week verschenen Walkin’ After Midnight, dat werd opgenomen op 2 november 1995, is echter een uitzondering. Eva Cassidy speelde deze avond deels met een gelegenheidsband en zingt wat krachtiger. Het past allemaal prachtig bij de jazz- en blues-klassiekers die voorbij komen op deze memorabele avond.
Toen de Amerikaanse zangeres Eva Cassidy in 1996 op slechts 33-jarige leeftijd de strijd tegen kanker verloor, had ze nog geen enkel album op haar naam staan. Ze trok in de jaren voor haar dood weliswaar de aandacht met haar bijzonder mooie stem, maar omdat ze op dat moment uitsluitend songs van anderen vertolkte, wist de muziekindustrie niet zo goed wat het aan moest met de Amerikaanse zangeres.
Inmiddels zijn er zo’n 15 (!) albums van Eva Cassidy verschenen, waaronder ook een aantal live-albums en verzamelaars. Ik leerde Eva Cassidy zelf pas kennen toen twee jaar na haar dood de verzamelaar Songbird verscheen. Het is een album waarop perfect is te horen hoe mooi en bijzonder de stem van Eva Cassidy is en hoe goed ze in staat is om in de songs van andere songwriters te kruipen, wat een album vol kippenvel momenten opleverde.
Naast Songbird koester ik ook Eva By Heart en Live At Blues Alley uit 1997 inmiddels al ruim 25 jaar, maar na Songbird vond ik al die albums met werk van Eva Cassidy vooral meer van hetzelfde. Alles dat de afgelopen twee decennia onder de naam Eva Cassidy is uitgebracht is op zich mooi, maar de meerwaarde van nieuwe releases was wat mij betreft ver te zoeken en nam af.
De bron lijkt inmiddels wat opgedroogd, maar deze week verscheen toch weer een nieuw album van de Amerikaanse zangeres. Voor Walkin’ After Midnight ben ik eigenlijk onmiddellijk gezwicht, want dit is Eva Cassidy in topvorm. Het album bevat opnamen van een optreden dat de Amerikaanse zangeres op 2 november 1995, op de dag af een jaar voor haar dood, gaf in een kleine club in Annapolis, Maryland.
Het was een bijzondere avond, waarop twee van haar vaste bandleden ontbraken en Eva Cassidy het moest doen met een bassist en een gitarist. Ze voegde op het laatste moment de klassiek geschoolde violist Bruno Nasta toe, die de bijdragen van haar toetsenist moest vervangen. Een paar maanden later stond Eva Cassidy in de Blues Alley in Washington D.C en opnamen van dat optreden kennen we sinds 1997.
De opnamen op Walkin’ After Midnight klinken door de andere bezetting van de band toch duidelijk anders en klinken ook wat ruwer. Ook de setlist, met flink wat blues, jazz en soul klassiekers wijkt af, al bevat Walkin’ After Midnight volgens mij maar één song die niet op een van de andere albums van Eva Cassidy is te vinden.
Ik moet zeggen dat het me wel bevalt. Op Walkin’ After Midnight hoor je vooral bluesy en jazzy materiaal en dit past uitstekend bij de stem van Eva Cassidy, die wat krachtiger zingt dan op haar studioalbums. De band krijgt op het album de ruimte om te schitteren, maar natuurlijk trekt de stem van Eva Cassidy de meeste aandacht. De krachtige uithalen zijn stuk voor stuk goed voor kippenvel, maar ook de meer ingetogen passages zijn wonderschoon.
Ik denk dat we zo langzamerhand wel het meeste hebben gehoord van alle muziek die Eva Cassidy in haar veel te korte leven aan de band toevertrouwde, maar vergeleken met de meeste andere albums die de afgelopen jaren zijn verschenen voegt Walkin’ After Midnight wat mij betreft meer toe aan het oeuvre van Eva Cassidy. Het blijft doodzonde dat we nooit zullen weten hoe de carrière van Eva Cassidy was gelopen als die vreselijke ziekte niet op haar pad was gekomen, maar haar muzikale erfenis is een stuk omvangrijker dan we in 1996 konden vermoeden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eva Cassidy - Walkin' After Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eva Cassidy - Walkin' After Midnight
Sinds de dood van Eva Cassidy in 1996 is een enorme stapel albums verschenen, die niet allemaal even interessant zijn, maar het deze week verschenen Walkin’ After Midnight is een interessante aanvulling
Toen Eva Cassidy op 2 november 1995 op het podium stond van een kleine club in Maryland kon ze waarschijnlijk niet vermoeden welke ellende haar te wachten stond. Precies een jaar later overleed ze, zonder ook maar een album te hebben uitgebracht. Inmiddels is er een hele stapel albums beschikbaar, maar deze werden wat mij betreft steeds minder interessant. Het deze week verschenen Walkin’ After Midnight, dat werd opgenomen op 2 november 1995, is echter een uitzondering. Eva Cassidy speelde deze avond deels met een gelegenheidsband en zingt wat krachtiger. Het past allemaal prachtig bij de jazz- en blues-klassiekers die voorbij komen op deze memorabele avond.
Toen de Amerikaanse zangeres Eva Cassidy in 1996 op slechts 33-jarige leeftijd de strijd tegen kanker verloor, had ze nog geen enkel album op haar naam staan. Ze trok in de jaren voor haar dood weliswaar de aandacht met haar bijzonder mooie stem, maar omdat ze op dat moment uitsluitend songs van anderen vertolkte, wist de muziekindustrie niet zo goed wat het aan moest met de Amerikaanse zangeres.
Inmiddels zijn er zo’n 15 (!) albums van Eva Cassidy verschenen, waaronder ook een aantal live-albums en verzamelaars. Ik leerde Eva Cassidy zelf pas kennen toen twee jaar na haar dood de verzamelaar Songbird verscheen. Het is een album waarop perfect is te horen hoe mooi en bijzonder de stem van Eva Cassidy is en hoe goed ze in staat is om in de songs van andere songwriters te kruipen, wat een album vol kippenvel momenten opleverde.
Naast Songbird koester ik ook Eva By Heart en Live At Blues Alley uit 1997 inmiddels al ruim 25 jaar, maar na Songbird vond ik al die albums met werk van Eva Cassidy vooral meer van hetzelfde. Alles dat de afgelopen twee decennia onder de naam Eva Cassidy is uitgebracht is op zich mooi, maar de meerwaarde van nieuwe releases was wat mij betreft ver te zoeken en nam af.
De bron lijkt inmiddels wat opgedroogd, maar deze week verscheen toch weer een nieuw album van de Amerikaanse zangeres. Voor Walkin’ After Midnight ben ik eigenlijk onmiddellijk gezwicht, want dit is Eva Cassidy in topvorm. Het album bevat opnamen van een optreden dat de Amerikaanse zangeres op 2 november 1995, op de dag af een jaar voor haar dood, gaf in een kleine club in Annapolis, Maryland.
Het was een bijzondere avond, waarop twee van haar vaste bandleden ontbraken en Eva Cassidy het moest doen met een bassist en een gitarist. Ze voegde op het laatste moment de klassiek geschoolde violist Bruno Nasta toe, die de bijdragen van haar toetsenist moest vervangen. Een paar maanden later stond Eva Cassidy in de Blues Alley in Washington D.C en opnamen van dat optreden kennen we sinds 1997.
De opnamen op Walkin’ After Midnight klinken door de andere bezetting van de band toch duidelijk anders en klinken ook wat ruwer. Ook de setlist, met flink wat blues, jazz en soul klassiekers wijkt af, al bevat Walkin’ After Midnight volgens mij maar één song die niet op een van de andere albums van Eva Cassidy is te vinden.
Ik moet zeggen dat het me wel bevalt. Op Walkin’ After Midnight hoor je vooral bluesy en jazzy materiaal en dit past uitstekend bij de stem van Eva Cassidy, die wat krachtiger zingt dan op haar studioalbums. De band krijgt op het album de ruimte om te schitteren, maar natuurlijk trekt de stem van Eva Cassidy de meeste aandacht. De krachtige uithalen zijn stuk voor stuk goed voor kippenvel, maar ook de meer ingetogen passages zijn wonderschoon.
Ik denk dat we zo langzamerhand wel het meeste hebben gehoord van alle muziek die Eva Cassidy in haar veel te korte leven aan de band toevertrouwde, maar vergeleken met de meeste andere albums die de afgelopen jaren zijn verschenen voegt Walkin’ After Midnight wat mij betreft meer toe aan het oeuvre van Eva Cassidy. Het blijft doodzonde dat we nooit zullen weten hoe de carrière van Eva Cassidy was gelopen als die vreselijke ziekte niet op haar pad was gekomen, maar haar muzikale erfenis is een stuk omvangrijker dan we in 1996 konden vermoeden. Erwin Zijleman
Evans McRae - Only Skin (2021)

4,0
0
geplaatst: 29 mei 2021, 10:14 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Evans McRae - Only Skin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lowri Evans en Tom McRae kwamen elkaar bij toeval tegen, besloten samen muziek op te nemen en laten op hun fraaie debuut als Evans McRae horen dat 1+1 soms meer dan 2 is
Ik was de Britse singer-songwriter Tom McRae, die in de eerste tien jaar van het huidige millennium garant stond voor geweldige albums, wat uit het oog verloren, maar deze week keert hij, samen met de eveneens Britse singer-songwriter Lowri Evans, terug als het duo Evans McRae. Met Only Skin hebben de twee Britse muzikanten een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat varieert van ingetogen tot wat steviger, dat met name in de ingetogen songs fraai de spanning opbouwt en dat in alle tracks verrast met uitstekende vocalen en subtiele harmonieën. Het is een album dat vaak een tijdloos karakter heeft, maar dat ook voldoende van de eigenzinnigheid van de twee bevat.
De krenten uit de pop: Evans McRae - Only Skin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lowri Evans en Tom McRae kwamen elkaar bij toeval tegen, besloten samen muziek op te nemen en laten op hun fraaie debuut als Evans McRae horen dat 1+1 soms meer dan 2 is
Ik was de Britse singer-songwriter Tom McRae, die in de eerste tien jaar van het huidige millennium garant stond voor geweldige albums, wat uit het oog verloren, maar deze week keert hij, samen met de eveneens Britse singer-songwriter Lowri Evans, terug als het duo Evans McRae. Met Only Skin hebben de twee Britse muzikanten een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat varieert van ingetogen tot wat steviger, dat met name in de ingetogen songs fraai de spanning opbouwt en dat in alle tracks verrast met uitstekende vocalen en subtiele harmonieën. Het is een album dat vaak een tijdloos karakter heeft, maar dat ook voldoende van de eigenzinnigheid van de twee bevat.
Eve Adams - American Dust (2025)

4,5
0
geplaatst: 29 augustus 2025, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eve Adams - American Dust - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eve Adams - American Dust
De naam Eve Adams zal niet iedereen iets zeggen, maar in 2022 maakte ze met Metal Bird een heel mooi en bijzonder album en dat doet ze in 2025 opnieuw met het anders klinkende maar wederom prachtige American Dust
Ik was het album Metal Bird van Eve Adams eerlijk gezegd alweer vergeten, terwijl het toch echt een van de mooiere albums van 2022 was. De hele bijzondere klanken op Metal Bird hebben op het nieuwe album van Eve Adams plaats gemaakt voor klanken die je verwacht in folky rootssongs, maar de Amerikaanse muzikante heeft ook dit keer veel aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die schoonheid koppelt aan emotie. De bijna rustgevende songs op American Dust hebben de grote stad verruild voor de woestijn, maar blijven verrassen door de fraaie klanken en de bijzonder mooie stem van Eve Adams, die wederom met heel veel gevoel zingt.
Helemaal aan het begin van 2022 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse muzikante Eve Adams. Metal Bird was zeker niet het eerste album van de muzikante uit Los Angeles, maar wel het eerste album dat wat breder werd opgepikt. Dat was volkomen terecht, want het is een album dat eind 2022 in mijn jaarlijstje en in vele andere jaarlijstjes had moeten staan, maar kennelijk was ik het album twaalf maanden later alweer vergeten en ik was niet de enige.
Op Metal Bird maakt Eve Adams indruk met een mooie maar ook bijzondere en emotievolle stem, met songs die meerdere genres bestrijken, maar zeker ook met prachtige muziek, die in iedere track weer net wat anders klinkt, maar er keer op keer in slaagt om van een goede song een geweldige song te maken. Toen ik van de week weer eens naar Metal Bird luisterde was ik direct weer onder de indruk van het eigenzinnige en razend knappe album, wat me extra nieuwsgierig maakte naar het deze week verschenen American Dust.
De openingstrack van het nieuwe album van Eve Adams opent relatief sober met de akoestische gitaar en de stem van de muzikante, die op haar bandcamp pagina inmiddels Joshua Tree, de plek waar Gram Parsons zijn laatste adem uit blies, als thuisbasis opgeeft. Het is ondanks het sobere karakter direct bijzonder mooi. Eve Adams beschikt over een mooie maar ook zeer expressieve stem, die mij in ieder geval makkelijk weet te raken.
Naarmate de openingstrack vordert kiest Eve Adams langzaam maar zeker voor een net wat voller geluid en het klinkt ook dit keer prachtig. Het is een recept dat vaker wordt herhaald op American Dust, al bevat het album ook songs die direct van de openingsnoten wat nadrukkelijker uit de speakers komen.
De muziek op het vorige album van Eve Adams was vaak avontuurlijk en eigenzinnig, maar op haar nieuwe album kiest de Amerikaanse muzikante voor een wat conventioneler geluid dat past bij het etiket folk-noir, dat ze zelf op haar muziek plakt. De instrumentatie op American Dust vindt de inspiratie vooral in de wat traditionelere folk en country, maar Eve Adams zet instrumenten nog altijd op spaarzame maar zeer effectieve wijze in.
American Dust bevat een aantal songs met wat donkere klanken, maar ook een aantal opvallend sobere songs die alleen van verdere versiersels zijn voorzien als het echt nodig is. Ik noemde Metal Bird ruim drieënhalf jaar geleden een album van een bijzondere schoonheid, dat zijn woorden die ook op gaan voor het nieuwe album van Eve Adams, al zou ik American Dust eerder een album van een pure schoonheid noemen.
De Amerikaanse muzikante heeft de grote stad achter zich gelaten en heeft een album gemaakt dat rust brengt. De songs op het album zijn allemaal even mooi en intens, zeker ook door de echt prachtige zang van Eve Adams, maar beluister het album met de koptelefoon en er gaat wederom een wereld vol bijzondere details voor je open.
Er verschijnen momenteel nogal wat folky rootsalbums, maar zowel de muziek op de zang op American Dust zijn van een niveau dat je niet wekelijks hoort en dat geldt ook voor de songs op het album. Na Metal Bird had ik misschien een ander soort album verwacht, maar American Dust is echt prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Eve Adams - American Dust - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eve Adams - American Dust
De naam Eve Adams zal niet iedereen iets zeggen, maar in 2022 maakte ze met Metal Bird een heel mooi en bijzonder album en dat doet ze in 2025 opnieuw met het anders klinkende maar wederom prachtige American Dust
Ik was het album Metal Bird van Eve Adams eerlijk gezegd alweer vergeten, terwijl het toch echt een van de mooiere albums van 2022 was. De hele bijzondere klanken op Metal Bird hebben op het nieuwe album van Eve Adams plaats gemaakt voor klanken die je verwacht in folky rootssongs, maar de Amerikaanse muzikante heeft ook dit keer veel aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die schoonheid koppelt aan emotie. De bijna rustgevende songs op American Dust hebben de grote stad verruild voor de woestijn, maar blijven verrassen door de fraaie klanken en de bijzonder mooie stem van Eve Adams, die wederom met heel veel gevoel zingt.
Helemaal aan het begin van 2022 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse muzikante Eve Adams. Metal Bird was zeker niet het eerste album van de muzikante uit Los Angeles, maar wel het eerste album dat wat breder werd opgepikt. Dat was volkomen terecht, want het is een album dat eind 2022 in mijn jaarlijstje en in vele andere jaarlijstjes had moeten staan, maar kennelijk was ik het album twaalf maanden later alweer vergeten en ik was niet de enige.
Op Metal Bird maakt Eve Adams indruk met een mooie maar ook bijzondere en emotievolle stem, met songs die meerdere genres bestrijken, maar zeker ook met prachtige muziek, die in iedere track weer net wat anders klinkt, maar er keer op keer in slaagt om van een goede song een geweldige song te maken. Toen ik van de week weer eens naar Metal Bird luisterde was ik direct weer onder de indruk van het eigenzinnige en razend knappe album, wat me extra nieuwsgierig maakte naar het deze week verschenen American Dust.
De openingstrack van het nieuwe album van Eve Adams opent relatief sober met de akoestische gitaar en de stem van de muzikante, die op haar bandcamp pagina inmiddels Joshua Tree, de plek waar Gram Parsons zijn laatste adem uit blies, als thuisbasis opgeeft. Het is ondanks het sobere karakter direct bijzonder mooi. Eve Adams beschikt over een mooie maar ook zeer expressieve stem, die mij in ieder geval makkelijk weet te raken.
Naarmate de openingstrack vordert kiest Eve Adams langzaam maar zeker voor een net wat voller geluid en het klinkt ook dit keer prachtig. Het is een recept dat vaker wordt herhaald op American Dust, al bevat het album ook songs die direct van de openingsnoten wat nadrukkelijker uit de speakers komen.
De muziek op het vorige album van Eve Adams was vaak avontuurlijk en eigenzinnig, maar op haar nieuwe album kiest de Amerikaanse muzikante voor een wat conventioneler geluid dat past bij het etiket folk-noir, dat ze zelf op haar muziek plakt. De instrumentatie op American Dust vindt de inspiratie vooral in de wat traditionelere folk en country, maar Eve Adams zet instrumenten nog altijd op spaarzame maar zeer effectieve wijze in.
American Dust bevat een aantal songs met wat donkere klanken, maar ook een aantal opvallend sobere songs die alleen van verdere versiersels zijn voorzien als het echt nodig is. Ik noemde Metal Bird ruim drieënhalf jaar geleden een album van een bijzondere schoonheid, dat zijn woorden die ook op gaan voor het nieuwe album van Eve Adams, al zou ik American Dust eerder een album van een pure schoonheid noemen.
De Amerikaanse muzikante heeft de grote stad achter zich gelaten en heeft een album gemaakt dat rust brengt. De songs op het album zijn allemaal even mooi en intens, zeker ook door de echt prachtige zang van Eve Adams, maar beluister het album met de koptelefoon en er gaat wederom een wereld vol bijzondere details voor je open.
Er verschijnen momenteel nogal wat folky rootsalbums, maar zowel de muziek op de zang op American Dust zijn van een niveau dat je niet wekelijks hoort en dat geldt ook voor de songs op het album. Na Metal Bird had ik misschien een ander soort album verwacht, maar American Dust is echt prachtig. Erwin Zijleman
Eve Adams - Metal Bird (2021)

4,5
1
geplaatst: 20 januari 2022, 14:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eve Adams - Metal Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eve Adams - Metal Bird
De Amerikaanse muzikante Eve Adams kiest op Metal Bird voor een bijzondere en vaak bezwerende instrumentatie, wat in combinatie met haar bijzondere stem een fascinerend album oplevert
Metal Bird is mijn eerste kennismaking met de muziek van Eve Adams, maar wat ben ik onder de indruk van dit album. De muzikante uit Los Angeles verwerkt invloeden uit verschillende genres, kiest voor een bijzondere instrumentatie die steeds anders klinkt maar altijd zeer trefzeker is, schrijft geweldige songs en vertolkt deze ook nog eens op bezwerende wijze met haar mooie stem. Het is vanaf de eerste noten ongrijpbaar, maar op hetzelfde moment grijpt dit donkere album je bij de strot. Naarmate je het album vaker hoort, dringen de bijzondere songs van Eve Adams zich steeds nadrukkelijker op en groeit Metal Bird door tot een album dat je eindeloos wilt koesteren.
De Amerikaanse singer-songwriter Eve Adams heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar het deze week verschenen Metal Bird is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een indrukwekkende kennismaking, want de muzikante uit Los Angeles, California, heeft een album afgeleverd dat zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringt.
Direct in de openingstrack maakt Eve Adams indruk met bijzondere klanken en een even bijzondere stem. Die bijzondere klanken bestaan in de openingstrack vooral uit mooie gitaarlijnen en niet goed te identificeren geluiden. Het klinkt allemaal behoorlijk sober, maar ieder accent in de bijzonder klinkende instrumentatie is raak.
Metal Bird intrigeert door de bijzondere instrumentatie onmiddellijk, maar ook de stem van de Amerikaanse muzikante fascineert onmiddellijk. Eve Adams heeft een stem die alle kanten op kan. Soms hoor je het zwoele van Hope Sandoval van Mazzy Star, soms hoor je een folkie die zo lijkt weggelopen uit de Laurel Canyon in de jaren 60, maar Eve Adams kan ook jazzy klinken.
Ook de tweede track op het album opent met sobere gitaarklanken, maar al snel duiken strijkers en een saxofoon op en nemen de jazzy en wat psychedelische invloeden in de muziek van Eve Adams toe. Het doet wel wat denken aan het sensationeel goede debuutalbum van de Schotse band Faiground Attraction, maar bij Eve Adams gaat vergelijkingsmateriaal maar heel even mee.
Iedere track op het album klinkt weer net wat anders. De instrumentatie is over het algemeen redelijk sober, maar door de subtiele toevoegingen, die ook van atmosferisch klinkende keyboards kunnen komen, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikante ook vol en avontuurlijk. En donker, want veel songs op het album hebben een bijna beklemmende sfeer.
Wat voor de instrumentatie op Metal Bird geldt, geldt ook voor de stem van Eve Adams, die al net zo makkelijk van kleur verschiet. De zang van de muzikante uit Los Angeles is vaak loom en dromerig en zwoel en verleidelijk, maar Eve Adams legt ook veel gevoel en zeggingskracht in haar vocalen.
De combinatie van de altijd bijzondere klanken en de altijd fascinerende stem levert een album op dat ik direct bij eerste beluistering heb omarmd, maar dat nog altijd nieuwe dingen laat horen. Het is een album vol beeldende songs, die niet zouden misstaan in een film of serie van David Lynch en die met zijn allen de soundtrack van het ultieme seizoen van Twin Peaks zouden kunnen vullen. Metal Bird is een persoonlijk album dat in zware tijden werd gemaakt en bovendien in tijden waarin Eve Adams met de metalen vogel heen en weer pendelde tussen Los Angeles en Montreal.
Metal Bird is over het algemeen genomen een behoorlijk toegankelijk album, maar door alle bijzondere twists in de instrumentatie en de dominerende donkere tinten zoekt het album wel de grenzen op. Met name het gitaarwerk in deze instrumentatie vind ik fantastisch, maar het is toch vooral de stem van Eve Adams en haar indringende voordracht die haar nieuwe album heel ver boven de middelmaat uit tillen.
Zeker bij beluistering van dit album met een wat hoger volume of met de koptelefoon heeft Metal Bird een bijna hypnotiserende of op zijn minst bezwerende uitwerking en bij herhaalde beluistering van het album wordt deze kracht eerder sterker dan zwakker. Het album doet het prachtig bij de aanhoudende mistvlagen van het moment en ook het seizoen past prachtig bij dit sfeervolle maar ook zo donkere album. Heel veel aandacht gaat Metal Bird van Eve Adams vast niet krijgen, maar dit album is echt om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eve Adams - Metal Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eve Adams - Metal Bird
De Amerikaanse muzikante Eve Adams kiest op Metal Bird voor een bijzondere en vaak bezwerende instrumentatie, wat in combinatie met haar bijzondere stem een fascinerend album oplevert
Metal Bird is mijn eerste kennismaking met de muziek van Eve Adams, maar wat ben ik onder de indruk van dit album. De muzikante uit Los Angeles verwerkt invloeden uit verschillende genres, kiest voor een bijzondere instrumentatie die steeds anders klinkt maar altijd zeer trefzeker is, schrijft geweldige songs en vertolkt deze ook nog eens op bezwerende wijze met haar mooie stem. Het is vanaf de eerste noten ongrijpbaar, maar op hetzelfde moment grijpt dit donkere album je bij de strot. Naarmate je het album vaker hoort, dringen de bijzondere songs van Eve Adams zich steeds nadrukkelijker op en groeit Metal Bird door tot een album dat je eindeloos wilt koesteren.
De Amerikaanse singer-songwriter Eve Adams heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar het deze week verschenen Metal Bird is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een indrukwekkende kennismaking, want de muzikante uit Los Angeles, California, heeft een album afgeleverd dat zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringt.
Direct in de openingstrack maakt Eve Adams indruk met bijzondere klanken en een even bijzondere stem. Die bijzondere klanken bestaan in de openingstrack vooral uit mooie gitaarlijnen en niet goed te identificeren geluiden. Het klinkt allemaal behoorlijk sober, maar ieder accent in de bijzonder klinkende instrumentatie is raak.
Metal Bird intrigeert door de bijzondere instrumentatie onmiddellijk, maar ook de stem van de Amerikaanse muzikante fascineert onmiddellijk. Eve Adams heeft een stem die alle kanten op kan. Soms hoor je het zwoele van Hope Sandoval van Mazzy Star, soms hoor je een folkie die zo lijkt weggelopen uit de Laurel Canyon in de jaren 60, maar Eve Adams kan ook jazzy klinken.
Ook de tweede track op het album opent met sobere gitaarklanken, maar al snel duiken strijkers en een saxofoon op en nemen de jazzy en wat psychedelische invloeden in de muziek van Eve Adams toe. Het doet wel wat denken aan het sensationeel goede debuutalbum van de Schotse band Faiground Attraction, maar bij Eve Adams gaat vergelijkingsmateriaal maar heel even mee.
Iedere track op het album klinkt weer net wat anders. De instrumentatie is over het algemeen redelijk sober, maar door de subtiele toevoegingen, die ook van atmosferisch klinkende keyboards kunnen komen, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikante ook vol en avontuurlijk. En donker, want veel songs op het album hebben een bijna beklemmende sfeer.
Wat voor de instrumentatie op Metal Bird geldt, geldt ook voor de stem van Eve Adams, die al net zo makkelijk van kleur verschiet. De zang van de muzikante uit Los Angeles is vaak loom en dromerig en zwoel en verleidelijk, maar Eve Adams legt ook veel gevoel en zeggingskracht in haar vocalen.
De combinatie van de altijd bijzondere klanken en de altijd fascinerende stem levert een album op dat ik direct bij eerste beluistering heb omarmd, maar dat nog altijd nieuwe dingen laat horen. Het is een album vol beeldende songs, die niet zouden misstaan in een film of serie van David Lynch en die met zijn allen de soundtrack van het ultieme seizoen van Twin Peaks zouden kunnen vullen. Metal Bird is een persoonlijk album dat in zware tijden werd gemaakt en bovendien in tijden waarin Eve Adams met de metalen vogel heen en weer pendelde tussen Los Angeles en Montreal.
Metal Bird is over het algemeen genomen een behoorlijk toegankelijk album, maar door alle bijzondere twists in de instrumentatie en de dominerende donkere tinten zoekt het album wel de grenzen op. Met name het gitaarwerk in deze instrumentatie vind ik fantastisch, maar het is toch vooral de stem van Eve Adams en haar indringende voordracht die haar nieuwe album heel ver boven de middelmaat uit tillen.
Zeker bij beluistering van dit album met een wat hoger volume of met de koptelefoon heeft Metal Bird een bijna hypnotiserende of op zijn minst bezwerende uitwerking en bij herhaalde beluistering van het album wordt deze kracht eerder sterker dan zwakker. Het album doet het prachtig bij de aanhoudende mistvlagen van het moment en ook het seizoen past prachtig bij dit sfeervolle maar ook zo donkere album. Heel veel aandacht gaat Metal Bird van Eve Adams vast niet krijgen, maar dit album is echt om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
Even as We Speak - Adelphi (2020)

4,0
0
geplaatst: 11 augustus 2020, 15:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Even As We Speak - Adelphi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Even As We Speak - Adelphi
Ooit een van de favoriete bands van John Peel, maar na een goed ontvangen debuut viel direct het doek, tot 27 jaar later dit veelkleurige en aangenaam sprankelende album verschijnt
Het debuut van de Australische band is me aan het begin van de jaren 90 ontgaan, net als de John Peel Sessions van de band. Puur toeval dus dat ik het onlangs verschenen nieuwe album van Even As We Speak heb opgepikt. Het is een album dat meerdere kanten op schiet en vaak een 80s feel heeft, maar het is ook een album dat moeiteloos schakelt tussen jengelende gitaren en elektronica, met altijd de aansprekende zang van de frontvrouw van de band als trekpleister. Het klinkt allemaal heerlijk aangenaam en melodieus, maar het is in muzikaal opzicht ook zeer interessant. Het is niet te laat om te vallen voor de charmes van deze Australische band.
De Australische band Even As We Speak werd in de tweede helft van de jaren 80 opgericht en wist aan het eind van de jaren 80 indruk te maken op de Britse radio DJ John Peel, die de band op sleeptouw nam.
Even As We Speak werd vervolgens al snel in het inmiddels alweer vergeten hokje C-86 geduwd. Het is een hokje dat is vernoemd naar een cassette die in 1986 werd uitgebracht door het Britse muziektijdschrift NME en een synoniem werd voor rammelende gitaarbands met een voorliefde voor melodieuze popsongs.
Even As We Speak vloog uiteraard naar Londen voor een aantal John peel Sessions en bracht in 1993 het goed ontvangen debuut Feral Pop Frenzy uit. Net toen de definitieve doorbraak daar bleek viel de band uit elkaar en leek Even As We Speak niet meer te worden dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek. Het is me destijds overigens allesmaal ontgaan en dus veerde ik ook niet direct enthousiast op toen een paar weken geleden Adelphi verscheen.
Adelphi is de opvolger van het inmiddels 27 jaar oude debuut van de band, die een paar jaar geleden bij elkaar kwam voor een reünie. Het hokje C-86 bestaat al lang niet meer, maar het etiket indie-pop past ook uitstekend bij de nieuwe muziek van de Australische band, die gelukkig niet fantasieloos voortborduurt op het inmiddels toch wel wat gedateerd klinkende debuut.
Even As We Speak heeft de rammelpop op Adelphi grotendeels afgezworen en verrast met stemmige en fantasierijk ingekleurde popliedjes. Op de instrumentatie kom ik later terug, want het is bij eerste beluistering vooral de stem van frontvrouw Mary Wyer die de aandacht trekt. Het is een stem die herinneringen oproept aan bands als Belle & Sebastian, Camera Obscura en The Sundays, om er maar eens drie te noemen, en het is een stem die makkelijk verleidt.
Even As We Speak opereert nog steeds vanuit het Australische Sydney, maar de band klinkt op Adelphi wat mij betreft vooral Brits of zelfs Schots. Adelphi refereert met grote regelmaat naar de leukere bands uit de jaren 80, maar de band kan op haar comeback album ook heerlijk nostalgisch klinken en nog een paar decennia verder terug gaan in de tijd. Het gaat af en toe de kant op van zoete indie-pop, maar Even As We Speak kan ook nog klinken als het frisse gitaarbandje dat door John Peel werd ontdekt.
Het klinkt bij eerste beluistering allemaal bijzonder aangenaam en licht nostalgisch, maar bij herhaalde beluistering is Adelphi een album dat zich genadeloos opdringt. Het is deels de verdienste van de mooie heldere stem van Mary Wyer, die de vocalen overigens ook wel eens over laat aan haar mannelijke collega bandleden, maar ook de veelkleurige instrumentatie op het album maakt van Adelphi een interessant album.
Het is een instrumentatie die af en toe vertrouwt op de jengelende gitaren die John Peel zo aanspraken, maar de Australische band kiest ook met enige regelmaat voor subtiele elektronica, die ook prachtig blijkt te passen bij de mooie vocalen op het album. Wanneer de elektronica wat wordt opgevoerd hoor je zelfs een futuristisch vleugje Pet Shop Boys en ook dat pakt verrassend goed uit.
Adelphi van Even As We Speak is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische band en het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Zeker geen overbodige comeback dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Even As We Speak - Adelphi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Even As We Speak - Adelphi
Ooit een van de favoriete bands van John Peel, maar na een goed ontvangen debuut viel direct het doek, tot 27 jaar later dit veelkleurige en aangenaam sprankelende album verschijnt
Het debuut van de Australische band is me aan het begin van de jaren 90 ontgaan, net als de John Peel Sessions van de band. Puur toeval dus dat ik het onlangs verschenen nieuwe album van Even As We Speak heb opgepikt. Het is een album dat meerdere kanten op schiet en vaak een 80s feel heeft, maar het is ook een album dat moeiteloos schakelt tussen jengelende gitaren en elektronica, met altijd de aansprekende zang van de frontvrouw van de band als trekpleister. Het klinkt allemaal heerlijk aangenaam en melodieus, maar het is in muzikaal opzicht ook zeer interessant. Het is niet te laat om te vallen voor de charmes van deze Australische band.
De Australische band Even As We Speak werd in de tweede helft van de jaren 80 opgericht en wist aan het eind van de jaren 80 indruk te maken op de Britse radio DJ John Peel, die de band op sleeptouw nam.
Even As We Speak werd vervolgens al snel in het inmiddels alweer vergeten hokje C-86 geduwd. Het is een hokje dat is vernoemd naar een cassette die in 1986 werd uitgebracht door het Britse muziektijdschrift NME en een synoniem werd voor rammelende gitaarbands met een voorliefde voor melodieuze popsongs.
Even As We Speak vloog uiteraard naar Londen voor een aantal John peel Sessions en bracht in 1993 het goed ontvangen debuut Feral Pop Frenzy uit. Net toen de definitieve doorbraak daar bleek viel de band uit elkaar en leek Even As We Speak niet meer te worden dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek. Het is me destijds overigens allesmaal ontgaan en dus veerde ik ook niet direct enthousiast op toen een paar weken geleden Adelphi verscheen.
Adelphi is de opvolger van het inmiddels 27 jaar oude debuut van de band, die een paar jaar geleden bij elkaar kwam voor een reünie. Het hokje C-86 bestaat al lang niet meer, maar het etiket indie-pop past ook uitstekend bij de nieuwe muziek van de Australische band, die gelukkig niet fantasieloos voortborduurt op het inmiddels toch wel wat gedateerd klinkende debuut.
Even As We Speak heeft de rammelpop op Adelphi grotendeels afgezworen en verrast met stemmige en fantasierijk ingekleurde popliedjes. Op de instrumentatie kom ik later terug, want het is bij eerste beluistering vooral de stem van frontvrouw Mary Wyer die de aandacht trekt. Het is een stem die herinneringen oproept aan bands als Belle & Sebastian, Camera Obscura en The Sundays, om er maar eens drie te noemen, en het is een stem die makkelijk verleidt.
Even As We Speak opereert nog steeds vanuit het Australische Sydney, maar de band klinkt op Adelphi wat mij betreft vooral Brits of zelfs Schots. Adelphi refereert met grote regelmaat naar de leukere bands uit de jaren 80, maar de band kan op haar comeback album ook heerlijk nostalgisch klinken en nog een paar decennia verder terug gaan in de tijd. Het gaat af en toe de kant op van zoete indie-pop, maar Even As We Speak kan ook nog klinken als het frisse gitaarbandje dat door John Peel werd ontdekt.
Het klinkt bij eerste beluistering allemaal bijzonder aangenaam en licht nostalgisch, maar bij herhaalde beluistering is Adelphi een album dat zich genadeloos opdringt. Het is deels de verdienste van de mooie heldere stem van Mary Wyer, die de vocalen overigens ook wel eens over laat aan haar mannelijke collega bandleden, maar ook de veelkleurige instrumentatie op het album maakt van Adelphi een interessant album.
Het is een instrumentatie die af en toe vertrouwt op de jengelende gitaren die John Peel zo aanspraken, maar de Australische band kiest ook met enige regelmaat voor subtiele elektronica, die ook prachtig blijkt te passen bij de mooie vocalen op het album. Wanneer de elektronica wat wordt opgevoerd hoor je zelfs een futuristisch vleugje Pet Shop Boys en ook dat pakt verrassend goed uit.
Adelphi van Even As We Speak is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische band en het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Zeker geen overbodige comeback dus. Erwin Zijleman
Everything but the Girl - Amplified Heart (1994)

4,5
1
geplaatst: 17 juli 2022, 20:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Amplified Heart (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Amplified Heart (1994)
Everything But The Girl zakte na haar droomdebuut Eden bijna volledig in elkaar, maar hervond de goede vorm op het wonderschone Amplified Heart, dat ik persoonlijk schaar onder de mooiste albums uit de jaren 90
De Britse band Everything But The Girl was door menigeen al afgeschreven toen in 1994 Amplified Heart verscheen. De band was na het prachtige Eden uit 1984 lange tijd geen schim meer van zichzelf en dit ondanks de geweldige stem van Tracey Thorn. Op Amplified Heart viel echter alles weer op zijn plek. Amplified Heart is voorzien van een zeer aangenaam en grotendeels akoestisch geluid, hier en daar subtiel aangevuld met wat elektronica, Tracey Thorn zingt zoals gewoonlijk de sterren van de hemel en de songs zijn stuk voor stuk prachtig. Na het album zou de band totaal andere wegen in slaan, maar Amplified Heart is en blijft een album om te koesteren.
De Britse band Everything But The Girl debuteerde in 1984 prachtig met Eden, dat terecht werd bedolven onder de positieve recensies en ook in commercieel opzicht zeer succesvol was. Eden liet in een decennium waarin galm, overdaad en donkere klanken domineerden een zonnig jazzy geluid horen dat imponeerde door de geweldige stem van Tracey Thorn.
Eden leek de start van een glanzende carrière, maar het zo succesvolle debuut hing als een loden last om de schouders van Tracey Thorn en Ben Watt. Love Not Money (1985), Baby, The Stars Shine Bright (1986), Idlewild (1988), The Language of Life (1990), Worldwide (1991) en Acoustic (1992) benaderden geen van allen het succes van Eden en werden, ondanks de geweldige stem van Tracey Thorn, bijna allemaal neergesabeld door de critici.
Ik heb destijds de meeste albums laten liggen en dat blijkt een verstandig besluit, al vind ik Idlewild uit 1988 een heel behoorlijk album. Tien jaar na Eden had ik Everything But The Girl al lang afgeschreven, maar toen verscheen Amplified Heart, dat al snel uit zou groeien tot mijn favoriete Everything But The Girl album en tot een van mijn favoriete albums uit de jaren 90.
Amplified Heart is een sleutelalbum in het oeuvre van de Britse band, die na het album een andere weg zou inslaan en nog twee zeer succesvolle albums uit zou brengen, waarna Tracey Thorn en Ben Watt begonnen aan een solocarrière, die ook nog een stapeltje mooie albums zou opleveren.
Goed, laten we terugkeren naar Amplified Heart dat in de zomer van 1994, in ieder geval voor mij kwam als een donderslag bij heldere hemel. Amplified Heart borduurt qua sfeer wel wat voort op Eden, maar in muzikaal opzicht is het een ander album. De invloeden uit de jazz zijn grotendeels verdwenen uit de muziek van Everything But The Girl en ook de blazers schitteren door afwezigheid, buiten hier en daar de hobo van Kate St. John.
Amplified Heart wordt in muzikaal opzicht gedragen door mooie gitaarlijnen, waarvoor onder andere grootheid Richard Thompson is komen opdraven. Het voornamelijk akoestische album is een van de meest ingetogen albums uit het oeuvre van de band, maar Amplified Heart is ook het eerste album van Everything But The Girl waarop de band experimenteert met ritmes en met subtiele elektronica. Het levert een heerlijk laidback album op dat tien tracks lang uitnodigt tot wegdromen.
De warme maar ook wat melancholisch aandoende klanken kleuren fantastisch bij de stem van Tracey Thorn, die in de jaren die zijn verstreken sinds Eden alleen maar beter is gaan zingen en die uiteraard nog flink wat melancholie toevoegt aan het zo bijzondere geluid van Everything But The Girl.
In muzikaal en vocaal opzicht is Amplified Heart het glorieuze debuutalbum van de band wat mij betreft de baas, maar de groei van Everything But The Girl is vooral te horen in de songs op het album die vrijwel zonder uitzondering om te janken zo mooi zijn. Ik had Amplified Heart al een tijd niet meer gehoord, maar het album viel weer direct als een warme deken om me heen en nam me terloops ook nog even mee terug naar de zomer van 1994. De luxe editie van het album op de streaming media diensten rekt het album bovendien flink op.
De carrière van Everything But The Girl nam een bijzondere wending toen Tod Terry de Amplified Heart track Missing voorzag van een beat en de band een onverwachte wereldhit scoorde. Het zorgde ervoor dat Ben Watt zich omringde met elektronica en Tracey Thorn de dansvloer op trok. Het leverde twee prima albums op, maar zo wonderschoon als op Amplified Heart werd het toch niet meer helaas. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Amplified Heart (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Amplified Heart (1994)
Everything But The Girl zakte na haar droomdebuut Eden bijna volledig in elkaar, maar hervond de goede vorm op het wonderschone Amplified Heart, dat ik persoonlijk schaar onder de mooiste albums uit de jaren 90
De Britse band Everything But The Girl was door menigeen al afgeschreven toen in 1994 Amplified Heart verscheen. De band was na het prachtige Eden uit 1984 lange tijd geen schim meer van zichzelf en dit ondanks de geweldige stem van Tracey Thorn. Op Amplified Heart viel echter alles weer op zijn plek. Amplified Heart is voorzien van een zeer aangenaam en grotendeels akoestisch geluid, hier en daar subtiel aangevuld met wat elektronica, Tracey Thorn zingt zoals gewoonlijk de sterren van de hemel en de songs zijn stuk voor stuk prachtig. Na het album zou de band totaal andere wegen in slaan, maar Amplified Heart is en blijft een album om te koesteren.
De Britse band Everything But The Girl debuteerde in 1984 prachtig met Eden, dat terecht werd bedolven onder de positieve recensies en ook in commercieel opzicht zeer succesvol was. Eden liet in een decennium waarin galm, overdaad en donkere klanken domineerden een zonnig jazzy geluid horen dat imponeerde door de geweldige stem van Tracey Thorn.
Eden leek de start van een glanzende carrière, maar het zo succesvolle debuut hing als een loden last om de schouders van Tracey Thorn en Ben Watt. Love Not Money (1985), Baby, The Stars Shine Bright (1986), Idlewild (1988), The Language of Life (1990), Worldwide (1991) en Acoustic (1992) benaderden geen van allen het succes van Eden en werden, ondanks de geweldige stem van Tracey Thorn, bijna allemaal neergesabeld door de critici.
Ik heb destijds de meeste albums laten liggen en dat blijkt een verstandig besluit, al vind ik Idlewild uit 1988 een heel behoorlijk album. Tien jaar na Eden had ik Everything But The Girl al lang afgeschreven, maar toen verscheen Amplified Heart, dat al snel uit zou groeien tot mijn favoriete Everything But The Girl album en tot een van mijn favoriete albums uit de jaren 90.
Amplified Heart is een sleutelalbum in het oeuvre van de Britse band, die na het album een andere weg zou inslaan en nog twee zeer succesvolle albums uit zou brengen, waarna Tracey Thorn en Ben Watt begonnen aan een solocarrière, die ook nog een stapeltje mooie albums zou opleveren.
Goed, laten we terugkeren naar Amplified Heart dat in de zomer van 1994, in ieder geval voor mij kwam als een donderslag bij heldere hemel. Amplified Heart borduurt qua sfeer wel wat voort op Eden, maar in muzikaal opzicht is het een ander album. De invloeden uit de jazz zijn grotendeels verdwenen uit de muziek van Everything But The Girl en ook de blazers schitteren door afwezigheid, buiten hier en daar de hobo van Kate St. John.
Amplified Heart wordt in muzikaal opzicht gedragen door mooie gitaarlijnen, waarvoor onder andere grootheid Richard Thompson is komen opdraven. Het voornamelijk akoestische album is een van de meest ingetogen albums uit het oeuvre van de band, maar Amplified Heart is ook het eerste album van Everything But The Girl waarop de band experimenteert met ritmes en met subtiele elektronica. Het levert een heerlijk laidback album op dat tien tracks lang uitnodigt tot wegdromen.
De warme maar ook wat melancholisch aandoende klanken kleuren fantastisch bij de stem van Tracey Thorn, die in de jaren die zijn verstreken sinds Eden alleen maar beter is gaan zingen en die uiteraard nog flink wat melancholie toevoegt aan het zo bijzondere geluid van Everything But The Girl.
In muzikaal en vocaal opzicht is Amplified Heart het glorieuze debuutalbum van de band wat mij betreft de baas, maar de groei van Everything But The Girl is vooral te horen in de songs op het album die vrijwel zonder uitzondering om te janken zo mooi zijn. Ik had Amplified Heart al een tijd niet meer gehoord, maar het album viel weer direct als een warme deken om me heen en nam me terloops ook nog even mee terug naar de zomer van 1994. De luxe editie van het album op de streaming media diensten rekt het album bovendien flink op.
De carrière van Everything But The Girl nam een bijzondere wending toen Tod Terry de Amplified Heart track Missing voorzag van een beat en de band een onverwachte wereldhit scoorde. Het zorgde ervoor dat Ben Watt zich omringde met elektronica en Tracey Thorn de dansvloer op trok. Het leverde twee prima albums op, maar zo wonderschoon als op Amplified Heart werd het toch niet meer helaas. Erwin Zijleman
Everything but the Girl - Eden (1984)

4,5
0
geplaatst: 10 juli 2022, 20:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Eden (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Eden (1984)
Everything But The Girl liet in 1984 een zwoele wind waaien door de vaak donkere popmuziek uit de jaren 80, maar de jazzy songs met fraaie accenten worden vooral gedragen door de prachtstem van Tracey Thorn
Nadat Tracey Thorn geen brood meer zag in de Marine Girls dook ze op met Everything But The Girl, dat met Eden wel direct een voltreffer afleverde. De prachtig ingekleurde en vaak jazzy songs op Eden gingen er in het voorjaar van 1984 in als koek en dat was vooral de verdienste van de prachtige stem van Tracey Thorn, die de songs van haar band huizenhoog optilde. Bijna veertig jaar later hebben de songs op Eden nog niets van hun kracht verloren en is de zang van Tracey Thorn nog altijd een klasse apart. Eden is niet eens mijn favoriete Everything But The Girl album, maar het is wel een van de memorabele albums van de jaren 80 en een soundtrack van veel mooie herinneringen.
In het voorjaar van 1984 dook de Britse band met de geweldige naam Everything But The Girl, naar verluidt geïnspireerd door een plakkaat op een winkel die een grootschalige uitverkoop aankondigde, op. Het was voor veel muziekliefhebbers de eerste kennismaking met de bijzondere stem van Tracey Thorn, die aan het begin van de jaren 80 ook twee albums had gemaakt met de band Marine Girls. Die albums deden niet zo heel veel, maar Eden van Everything But The Girl werd in het voorjaar van 1984 warm onthaald.
Het album klonk in het decennium van galmende gitaren, zwaar aangezette synths, diepe bassen en beukende drums als een oase van rust. Het organisch klinkende en wat jazzy geluid van Everything But The Girl was in 1984 anders, maar zeker niet helemaal nieuw. Paul Weller had een jaar eerder The Style Council geformeerd en tapte deels uit hetzelfde vaatje, net als bijvoorbeeld Sade, maar Eden was in het voorjaar van 1984 zeker geen mainstream album.
Hoewel ik destijds niet erg geïnteresseerd was in de genres die voorbij komen op het debuut van Everything But The Girl, viel ook ik als een blok voor het album. Het was vooral de verdienste van de fantastische stem van Tracey Thorn, samen met Ben Watt het gezicht van de band. Tracey Thorn bewoog zich met haar stem niet alleen buitengewoon soepel door het repertoire van haar band, maar had ook een zeer karakteristieke stem, die niet leek op die van andere zangeressen en zeker niet op die van de zangeressen uit die tijd.
Wanneer Eden uit de speakers kwam waren alle zorgen van de jaren 80 (die ik destijds overigens niet zo ervoer) tijdelijk verdwenen. Everything But The Girl klinkt op haar debuutalbum loom, zwoel en dromerig. Invloeden uit de jazz vormen een belangrijk ingrediënt van de meeste songs op het album, maar Eden bevat ook een aantal uiterst sober ingekleurde songs die net zo goed als folky kunnen worden versleten en flirt bovendien hier en daar met Bossa Nova.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar de muziek van Everything But The Girl zit op Eden ook knap in elkaar en klinkt bovendien gevarieerd, onder andere door de inzet van blazers in een deel van de songs, maar ook songs met vooral akoestische gitaren vallen makkelijk in de smaak.
De songs op Eden verleiden door de zonnige en zwoele klanken makkelijk, maar het zijn ook ijzersterke songs, die bijna veertig jaar na de release van het album nog net zo fris en tijdloos klinken als destijds. Het zijn songs die vooral warm en zwoel klinken, maar de vaak donkere teksten van Tracey Thorn voorzien Eden van een bitterzoet randje.
Hoe mooi de instrumentatie ook is en hoe knap de songs ook in elkaar steken, Eden ontleende met afstand de meeste kracht aan de unieke stem van Tracey Thorn, die hier en daar fraai wordt ondersteund door Ben Watt, al vond ik in 1984 vooral dat hij zijn mond moest houden. De stem van Tracey Thorn is nog altijd prachtig en op een of andere manier vind ik Eden nog een stuk mooier en interessanter dan in 1984.
Uiteindelijk zou Everything But The Girl vallen voor de verleidingen van elektronica en de dansvloer, maar hiervoor zou de band nog mijn favoriete Everything But The Girl album afleveren, waarover volgende week meer. Tot die tijd draait het herontdekte Eden hier, zeker zolang de zon uitbundig schijnt, overuren op de platenspeler, want ook het bijna veertig jaar oude vinyl klinkt nog prachtig. De luxe editie op Spotify bevat daarentegen flink wat interessant bonusmateriaal. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Eden (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Eden (1984)
Everything But The Girl liet in 1984 een zwoele wind waaien door de vaak donkere popmuziek uit de jaren 80, maar de jazzy songs met fraaie accenten worden vooral gedragen door de prachtstem van Tracey Thorn
Nadat Tracey Thorn geen brood meer zag in de Marine Girls dook ze op met Everything But The Girl, dat met Eden wel direct een voltreffer afleverde. De prachtig ingekleurde en vaak jazzy songs op Eden gingen er in het voorjaar van 1984 in als koek en dat was vooral de verdienste van de prachtige stem van Tracey Thorn, die de songs van haar band huizenhoog optilde. Bijna veertig jaar later hebben de songs op Eden nog niets van hun kracht verloren en is de zang van Tracey Thorn nog altijd een klasse apart. Eden is niet eens mijn favoriete Everything But The Girl album, maar het is wel een van de memorabele albums van de jaren 80 en een soundtrack van veel mooie herinneringen.
In het voorjaar van 1984 dook de Britse band met de geweldige naam Everything But The Girl, naar verluidt geïnspireerd door een plakkaat op een winkel die een grootschalige uitverkoop aankondigde, op. Het was voor veel muziekliefhebbers de eerste kennismaking met de bijzondere stem van Tracey Thorn, die aan het begin van de jaren 80 ook twee albums had gemaakt met de band Marine Girls. Die albums deden niet zo heel veel, maar Eden van Everything But The Girl werd in het voorjaar van 1984 warm onthaald.
Het album klonk in het decennium van galmende gitaren, zwaar aangezette synths, diepe bassen en beukende drums als een oase van rust. Het organisch klinkende en wat jazzy geluid van Everything But The Girl was in 1984 anders, maar zeker niet helemaal nieuw. Paul Weller had een jaar eerder The Style Council geformeerd en tapte deels uit hetzelfde vaatje, net als bijvoorbeeld Sade, maar Eden was in het voorjaar van 1984 zeker geen mainstream album.
Hoewel ik destijds niet erg geïnteresseerd was in de genres die voorbij komen op het debuut van Everything But The Girl, viel ook ik als een blok voor het album. Het was vooral de verdienste van de fantastische stem van Tracey Thorn, samen met Ben Watt het gezicht van de band. Tracey Thorn bewoog zich met haar stem niet alleen buitengewoon soepel door het repertoire van haar band, maar had ook een zeer karakteristieke stem, die niet leek op die van andere zangeressen en zeker niet op die van de zangeressen uit die tijd.
Wanneer Eden uit de speakers kwam waren alle zorgen van de jaren 80 (die ik destijds overigens niet zo ervoer) tijdelijk verdwenen. Everything But The Girl klinkt op haar debuutalbum loom, zwoel en dromerig. Invloeden uit de jazz vormen een belangrijk ingrediënt van de meeste songs op het album, maar Eden bevat ook een aantal uiterst sober ingekleurde songs die net zo goed als folky kunnen worden versleten en flirt bovendien hier en daar met Bossa Nova.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar de muziek van Everything But The Girl zit op Eden ook knap in elkaar en klinkt bovendien gevarieerd, onder andere door de inzet van blazers in een deel van de songs, maar ook songs met vooral akoestische gitaren vallen makkelijk in de smaak.
De songs op Eden verleiden door de zonnige en zwoele klanken makkelijk, maar het zijn ook ijzersterke songs, die bijna veertig jaar na de release van het album nog net zo fris en tijdloos klinken als destijds. Het zijn songs die vooral warm en zwoel klinken, maar de vaak donkere teksten van Tracey Thorn voorzien Eden van een bitterzoet randje.
Hoe mooi de instrumentatie ook is en hoe knap de songs ook in elkaar steken, Eden ontleende met afstand de meeste kracht aan de unieke stem van Tracey Thorn, die hier en daar fraai wordt ondersteund door Ben Watt, al vond ik in 1984 vooral dat hij zijn mond moest houden. De stem van Tracey Thorn is nog altijd prachtig en op een of andere manier vind ik Eden nog een stuk mooier en interessanter dan in 1984.
Uiteindelijk zou Everything But The Girl vallen voor de verleidingen van elektronica en de dansvloer, maar hiervoor zou de band nog mijn favoriete Everything But The Girl album afleveren, waarover volgende week meer. Tot die tijd draait het herontdekte Eden hier, zeker zolang de zon uitbundig schijnt, overuren op de platenspeler, want ook het bijna veertig jaar oude vinyl klinkt nog prachtig. De luxe editie op Spotify bevat daarentegen flink wat interessant bonusmateriaal. Erwin Zijleman
Everything but the Girl - Fuse (2023)

4,0
1
geplaatst: 22 april 2023, 11:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Fuse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Fuse
Ik moest op een of andere manier wel even wennen aan Fuse, maar uiteindelijk is het album niet zo gek ver verwijderd van het gedroomde comeback album van de band van Tracey Thorn en Ben Watt
Volgend jaar is het alweer veertig jaar geleden dat Eden, het debuutalbum van Everything But The Girl, verscheen. Het is het album van die fenomenale stem, maar ook het album van memorabele songs, die de jaren 80 voorzagen van warmte en kleur. Tien jaar later verscheen met Amplified Heart mijn favoriete album van Everything But The Girl, waarna de band zou kiezen voor elektronica en de dansvloer. Na een stilte van bijna 24 jaar zijn Ben Watt en Tracey Thorn terug met Fuse, dat, zeker na enige gewenning, een gedroomd comeback album blijkt. Fuse is een album met eigentijdse elektronica, een vleugje nostalgie en wat ruwere zang, maar het klinkt vooral als Everything But The Girl.
Het is al een paar maanden groot nieuws dat het Britse duo Everything But The Girl deze week na bijna 24 jaar afwezigheid terugkeert met een nieuw album. Natuurlijk maakten zowel Ben Watt als Tracey Thorn, die nog steeds een paar vormen, sindsdien een aantal prima soloalbums, maar het oeuvre van Everything But The Girl stopte tot deze week met het in de herfst van 1999 verschenen Temperamental. Het is het tweede album van het duo waarop Tracey Thorn en Ben Watt kozen voor een elektronisch klankentapijt, dat me toch net wat minder goed beviel dan de organische klanken van hun eerste albums. Op Fuse keert het Britse tweetal niet terug naar de meer organische en jazzy wortels, want vanaf de eerste track domineert de elektronica, die overigens wel verrassend veelkleurig is.
Ik ontving een paar weken geleden al een stream van het album en bij eerste beluisteringen vond ik het album vooral tegenvallen. Niet eens zozeer vanwege alle elektronica, want die vond ik uiteindelijk toch best goed passen bij de geweldige stem van Tracey Thorn. Het is vooral de zang die me bij eerste beluisteringen wat tegen viel. Tracey Thorn behoorde decennia lang tot de beste zangeressen van het Verenigd Koninkrijk, maar op Fuse klinkt haar stem wat donkerder en minder zwoel dan op de vroege albums van Everything But The Girl.
Het is op zich niet zo gek dat de tand des tijds wat heeft toegeslagen, maar Fuse klinkt in muzikaal opzicht hier en daar als de logische opvolger van het 24 jaar oude Temperamental of enkele andere albums van de Britse band, waardoor de anders klinkende stem van Tracey Thorn extra opvalt. Het tegenvallen van Fuse had vast ook wel wat te maken met de torenhoge verwachtingen, want met name in haar laatste jaren verkeerde Everything But The Girl in topvorm.
Sinds mijn eerste beluisteringen van Fuse is er wel steeds meer op zijn plek gevallen. De songs op het album bevallen me een stuk beter dan bij de eerste kennismaking en ook de instrumentatie vind ik inmiddels een stuk mooier, zeker wanneer Ben Watt en Tracey Thorn niet vertrouwen op beats die wat in de jaren 90 zijn blijven hangen. Dat gebeurt niet al te vaak, want hoewel Fuse deels vertrouwd klinkt, heeft Ben Watt de elektronica op het album toch fraai gemoderniseerd.
Ook in de zang van Tracey Thorn valt steeds meer op zijn plek. Het besluit om haar stem hier en daar elektronisch te vervormen of zelfs de autotune in te zetten zijn echt bezopen ideeën, maar in de meeste tracks hoor ik toch steeds meer van de jonge Tracey Thorn, aangevuld met een randje gruis en doorleving.
Fuse is wat mij betreft een album dat je vooral niet moet laten opboksen tegen onrealistisch hoge verwachtingen, zeker niet bij eerste beluistering. Het album is bij mij in een paar weken gegroeid van een fikse tegenvaller naar een album dat recht doet aan het fraaie oeuvre van Everything But The Girl en dat is na bijna 24 jaar een knappe prestatie.
Zeker wanneer je het album wat vaker hoort valt op hoe mooi de arrangementen zijn en met hoeveel gevoel Tracey Thorn zingt. En als helemaal aan het eind van het album het fraaie Karaoke begint, ben je, ondanks de moderne touch, weer even terug in de beginjaren van Everything But The Girl en weet ik direct weer, waarom ik vanaf het volgend jaar alweer veertig jaar oude Eden een zwak heb voor de muziek van Ben Watt en Tracey Thorn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Everything But The Girl - Fuse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Everything But The Girl - Fuse
Ik moest op een of andere manier wel even wennen aan Fuse, maar uiteindelijk is het album niet zo gek ver verwijderd van het gedroomde comeback album van de band van Tracey Thorn en Ben Watt
Volgend jaar is het alweer veertig jaar geleden dat Eden, het debuutalbum van Everything But The Girl, verscheen. Het is het album van die fenomenale stem, maar ook het album van memorabele songs, die de jaren 80 voorzagen van warmte en kleur. Tien jaar later verscheen met Amplified Heart mijn favoriete album van Everything But The Girl, waarna de band zou kiezen voor elektronica en de dansvloer. Na een stilte van bijna 24 jaar zijn Ben Watt en Tracey Thorn terug met Fuse, dat, zeker na enige gewenning, een gedroomd comeback album blijkt. Fuse is een album met eigentijdse elektronica, een vleugje nostalgie en wat ruwere zang, maar het klinkt vooral als Everything But The Girl.
Het is al een paar maanden groot nieuws dat het Britse duo Everything But The Girl deze week na bijna 24 jaar afwezigheid terugkeert met een nieuw album. Natuurlijk maakten zowel Ben Watt als Tracey Thorn, die nog steeds een paar vormen, sindsdien een aantal prima soloalbums, maar het oeuvre van Everything But The Girl stopte tot deze week met het in de herfst van 1999 verschenen Temperamental. Het is het tweede album van het duo waarop Tracey Thorn en Ben Watt kozen voor een elektronisch klankentapijt, dat me toch net wat minder goed beviel dan de organische klanken van hun eerste albums. Op Fuse keert het Britse tweetal niet terug naar de meer organische en jazzy wortels, want vanaf de eerste track domineert de elektronica, die overigens wel verrassend veelkleurig is.
Ik ontving een paar weken geleden al een stream van het album en bij eerste beluisteringen vond ik het album vooral tegenvallen. Niet eens zozeer vanwege alle elektronica, want die vond ik uiteindelijk toch best goed passen bij de geweldige stem van Tracey Thorn. Het is vooral de zang die me bij eerste beluisteringen wat tegen viel. Tracey Thorn behoorde decennia lang tot de beste zangeressen van het Verenigd Koninkrijk, maar op Fuse klinkt haar stem wat donkerder en minder zwoel dan op de vroege albums van Everything But The Girl.
Het is op zich niet zo gek dat de tand des tijds wat heeft toegeslagen, maar Fuse klinkt in muzikaal opzicht hier en daar als de logische opvolger van het 24 jaar oude Temperamental of enkele andere albums van de Britse band, waardoor de anders klinkende stem van Tracey Thorn extra opvalt. Het tegenvallen van Fuse had vast ook wel wat te maken met de torenhoge verwachtingen, want met name in haar laatste jaren verkeerde Everything But The Girl in topvorm.
Sinds mijn eerste beluisteringen van Fuse is er wel steeds meer op zijn plek gevallen. De songs op het album bevallen me een stuk beter dan bij de eerste kennismaking en ook de instrumentatie vind ik inmiddels een stuk mooier, zeker wanneer Ben Watt en Tracey Thorn niet vertrouwen op beats die wat in de jaren 90 zijn blijven hangen. Dat gebeurt niet al te vaak, want hoewel Fuse deels vertrouwd klinkt, heeft Ben Watt de elektronica op het album toch fraai gemoderniseerd.
Ook in de zang van Tracey Thorn valt steeds meer op zijn plek. Het besluit om haar stem hier en daar elektronisch te vervormen of zelfs de autotune in te zetten zijn echt bezopen ideeën, maar in de meeste tracks hoor ik toch steeds meer van de jonge Tracey Thorn, aangevuld met een randje gruis en doorleving.
Fuse is wat mij betreft een album dat je vooral niet moet laten opboksen tegen onrealistisch hoge verwachtingen, zeker niet bij eerste beluistering. Het album is bij mij in een paar weken gegroeid van een fikse tegenvaller naar een album dat recht doet aan het fraaie oeuvre van Everything But The Girl en dat is na bijna 24 jaar een knappe prestatie.
Zeker wanneer je het album wat vaker hoort valt op hoe mooi de arrangementen zijn en met hoeveel gevoel Tracey Thorn zingt. En als helemaal aan het eind van het album het fraaie Karaoke begint, ben je, ondanks de moderne touch, weer even terug in de beginjaren van Everything But The Girl en weet ik direct weer, waarom ik vanaf het volgend jaar alweer veertig jaar oude Eden een zwak heb voor de muziek van Ben Watt en Tracey Thorn. Erwin Zijleman
Extraa - Baked (2020)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2020, 16:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Extraa - Baked - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Extraa - Baked
30 minuten lang verleidt de Franse band Extraa met zonnige popliedjes vol invloeden die je onmiddellijk meeslepen naar een zorgeloze zomer
Je hebt van die albums die maar een paar minuten nodig hebben om je heel vrolijk te maken. Baked van de Franse band Extraa is zo’n album. De band uit Parijs verleidt in eerste instantie meedogenloos met Beatlesque popliedjes, maar sleept er uiteindelijk nog veel meer invloeden bij. De klanken zitten vol zonnestralen, de melodieën zijn honingzoet en frontvrouw Alix Lachiver maakt de verleiding compleet met trefzekere vocalen, die ondanks de Engelstalige teksten ook nog een Frans tintje toevoegen aan het debuutalbum van Extraa. Ik was eigenlijk onmiddellijk verkocht, maar sindsdien is dit razendknappe debuut alleen maar leuker en onweerstaanbaarder geworden.
Op de stapel met recent uitgebrachte albums kwam ik Baked van de Franse band Extraa tegen. Het is zo’n album dat je in drukkere tijden waarschijnlijk snel over het hoofd ziet, maar het is een album dat absoluut aandacht verdient.
Extraa is een band uit Parijs met toetsenist en zangeres Alix Lachiver als boegbeeld. Op het een half uur durende debuut van de band maakt Extra muziek die rijkelijk citeert uit met name de Britse popmuziek, maar Baked heeft ook iets Frans.
Net als het eerder deze week op deze BLOG besproken debuut van de Amerikaanse band GIRL SKIN, heeft ook het debuut van Extraa zich, met name in de eerste tracks op het album, stevig laten beïnvloeden door de muziek van The Beatles; de band die precies 50 jaar geleden uit elkaar viel. Extraa heeft zo te horen vooral een zwak voor de wat psychedelischer aandoende songs van de Fab Four en voor het gitaarwerk van George Harrison. Zowel in de instrumentatie als in de songstructuren zijn volop verwijzingen naar de muziek van The Beatles te vinden, maar omdat Extraa een vrouwelijk boegbeeld heeft, klinkt de muziek van de Franse band ook duidelijk anders.
Er zijn overigens meer raakvlakken met de muziek van het eveneens debuterende GIRL SKIN. Beide bands zetten met enige regelmaat violen in en net als de Amerikaanse band heeft ook Extraa een voorkeur voor popsongs die de zon laten schijnen. Baked bevat negen popliedjes die de lente omarmen. Het zijn negen popliedjes vol echo’s uit het verleden, waarbij de band rond Alix Lachiver zich overigens zeker niet beperkt tot de muziek van The Beatles uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. In een aantal tracks duiken flarden 90s dreampop pop en ook de 80s zijn zeker niet helemaal aan Extraa voorbij gegaan, terwijl in de slottrack nog een vleugje 50s opduikt.
Baked is niet alleen een zonnig album, maar ook een heerlijk melodieus album. De zwoele popliedjes van de band uit Parijs strijken geen moment tegen de haren in, wat niet betekent dat er geen avontuur en kleur in de songs van de band zit. De kleur heeft de band vooral in de bijzonder afwisselende gitaarlijnen gestopt, terwijl het avontuur onder andere komt van het gebruik van de bijzondere theremin. De Franse band is hiernaast niet vies van tempowisselingen en verrassende wendingen.
Extraa heeft alleen Engelstalige songs op haar debuutalbum gezet, maar hier en daar klinkt Baked toch stiekem Frans. Alix Lachiver heeft hier en daar een charmant Frans accent, maar het debuut van Extraa heeft hier en daar ook de zwoelheid van de Franse fluisterpop. Het debuut van Extraa duurt zoals gezegd maar een half uur, maar in dit half uur weet de band uit Parijs keer op keer te verrassen met een net wat andere invalshoek en soms totaal andere invloeden, zonder dat dit ten kosten gaat van de consistentie van het album.
Baked is een album vol zonnestralen en vol nostalgie, maar het is ook een album dat je steeds weer nieuwsgierig maakt naar alles dat er gaat komen. Wereldberoemd gaat de band er vast niet mee worden, maar liefhebbers van mooie en avontuurlijke popliedjes vol verleiding kunnen waarschijnlijk wel uit de voeten met dit charmante album dat vooralsnog alleen maar leuker, interessanter en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Extraa - Baked - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Extraa - Baked
30 minuten lang verleidt de Franse band Extraa met zonnige popliedjes vol invloeden die je onmiddellijk meeslepen naar een zorgeloze zomer
Je hebt van die albums die maar een paar minuten nodig hebben om je heel vrolijk te maken. Baked van de Franse band Extraa is zo’n album. De band uit Parijs verleidt in eerste instantie meedogenloos met Beatlesque popliedjes, maar sleept er uiteindelijk nog veel meer invloeden bij. De klanken zitten vol zonnestralen, de melodieën zijn honingzoet en frontvrouw Alix Lachiver maakt de verleiding compleet met trefzekere vocalen, die ondanks de Engelstalige teksten ook nog een Frans tintje toevoegen aan het debuutalbum van Extraa. Ik was eigenlijk onmiddellijk verkocht, maar sindsdien is dit razendknappe debuut alleen maar leuker en onweerstaanbaarder geworden.
Op de stapel met recent uitgebrachte albums kwam ik Baked van de Franse band Extraa tegen. Het is zo’n album dat je in drukkere tijden waarschijnlijk snel over het hoofd ziet, maar het is een album dat absoluut aandacht verdient.
Extraa is een band uit Parijs met toetsenist en zangeres Alix Lachiver als boegbeeld. Op het een half uur durende debuut van de band maakt Extra muziek die rijkelijk citeert uit met name de Britse popmuziek, maar Baked heeft ook iets Frans.
Net als het eerder deze week op deze BLOG besproken debuut van de Amerikaanse band GIRL SKIN, heeft ook het debuut van Extraa zich, met name in de eerste tracks op het album, stevig laten beïnvloeden door de muziek van The Beatles; de band die precies 50 jaar geleden uit elkaar viel. Extraa heeft zo te horen vooral een zwak voor de wat psychedelischer aandoende songs van de Fab Four en voor het gitaarwerk van George Harrison. Zowel in de instrumentatie als in de songstructuren zijn volop verwijzingen naar de muziek van The Beatles te vinden, maar omdat Extraa een vrouwelijk boegbeeld heeft, klinkt de muziek van de Franse band ook duidelijk anders.
Er zijn overigens meer raakvlakken met de muziek van het eveneens debuterende GIRL SKIN. Beide bands zetten met enige regelmaat violen in en net als de Amerikaanse band heeft ook Extraa een voorkeur voor popsongs die de zon laten schijnen. Baked bevat negen popliedjes die de lente omarmen. Het zijn negen popliedjes vol echo’s uit het verleden, waarbij de band rond Alix Lachiver zich overigens zeker niet beperkt tot de muziek van The Beatles uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. In een aantal tracks duiken flarden 90s dreampop pop en ook de 80s zijn zeker niet helemaal aan Extraa voorbij gegaan, terwijl in de slottrack nog een vleugje 50s opduikt.
Baked is niet alleen een zonnig album, maar ook een heerlijk melodieus album. De zwoele popliedjes van de band uit Parijs strijken geen moment tegen de haren in, wat niet betekent dat er geen avontuur en kleur in de songs van de band zit. De kleur heeft de band vooral in de bijzonder afwisselende gitaarlijnen gestopt, terwijl het avontuur onder andere komt van het gebruik van de bijzondere theremin. De Franse band is hiernaast niet vies van tempowisselingen en verrassende wendingen.
Extraa heeft alleen Engelstalige songs op haar debuutalbum gezet, maar hier en daar klinkt Baked toch stiekem Frans. Alix Lachiver heeft hier en daar een charmant Frans accent, maar het debuut van Extraa heeft hier en daar ook de zwoelheid van de Franse fluisterpop. Het debuut van Extraa duurt zoals gezegd maar een half uur, maar in dit half uur weet de band uit Parijs keer op keer te verrassen met een net wat andere invalshoek en soms totaal andere invloeden, zonder dat dit ten kosten gaat van de consistentie van het album.
Baked is een album vol zonnestralen en vol nostalgie, maar het is ook een album dat je steeds weer nieuwsgierig maakt naar alles dat er gaat komen. Wereldberoemd gaat de band er vast niet mee worden, maar liefhebbers van mooie en avontuurlijke popliedjes vol verleiding kunnen waarschijnlijk wel uit de voeten met dit charmante album dat vooralsnog alleen maar leuker, interessanter en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
Ezra Furman - All of Us Flames (2022)

4,5
0
geplaatst: 31 augustus 2022, 19:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ezra Furman - All Of Us Flames - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ezra Furman - All Of Us Flames
Ezra Furman levert met het donkere en buitengewoon intense All Of Us Flames een ruwe diamant af, die je zelf mag slijpen en die vervolgens al snel steeds feller begint te blinken en te fonkelen
Ik had tot voor kort geen klik met de muziek van Ezra Furman, maar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is een fascinerend album, dat na een lastige start steeds mooier wordt. Zeker bij eerste beluistering is All Of Us Flames een ruw en donker album dat makkelijk tegen de haren instrijkt. De vorige albums van Ezra Furman bleven dit bij mij doen, maar All Of Us Flames is een album dat na een paar keer horen opeens heel veel schoonheid prijs geeft. De songs blijken opeens verrassend toegankelijk, waarna de stem van Ezra Furman je opeens bij de strot grijpt. Sinds deze omwenteling is All Of Us Flames alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Voor mij een enorme verrassing dit album.
Ik heb het de afgelopen vijftien jaar meerdere keren geprobeerd met de albums van de Amerikaanse muzikante Ezra Furman, maar het waren wat mij betreft stuk voor stuk albums die me net zo makkelijk vastgrepen als de gordijnen in joegen. Ik koos dan ook keer op keer voor de veiligste optie en liet de albums links liggen.
Ook het deze week verschenen All Of Us Flames is zeker geen album dat het me direct makkelijk maakte, maar waar ik bij de voorgaande albums uiteindelijk mijn interesse in de muziek van Ezra Furman verloor, is All Of Us Flames een album dat me langzaam maar zeker bij de strot grijpt en dat alleen maar beter wordt.
Ezra Furman draait inmiddels al een flinke tijd mee in de muziekwereld. Eerst als aanvoerder van Ezra Furman & The Harpoons en de afgelopen vijftien jaar als solomuzikante. Ezra Furman komt uit een strenge Joodse gemeenschap en worstelde de afgelopen vijftien jaar uitvoerig met haar seksualiteit. Vorig jaar trad Ezra Furman voor het eerst naar buiten als transvrouw en All Of Us Flames is haar eerste album sindsdien.
Het is een album dat naar verluidt is gemaakt nadat Ezra Furman eindeloos naar albums van Bruce Springsteen had geluisterd. Of het waar is weet ik niet, maar het zou me op zich niet verbazen. Veel songs op All Of Us Flames hebben het grootse en energieke van de vroege albums van Bruce Springsteen, al doen de meeste songs op het nieuwe album van Ezra Furman me meer denken aan de muziek die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt dan aan die van de andere kant van de Hudson River.
All Of Us Flames is een verrassend toegankelijk album, al voelt het in eerste instantie niet zo aan. Zeker bij de eerste beluisteringen is All Of Us Flames een rauw en bijna beangstigend intens album. Het album is voorzien van een behoorlijk donker geluid dat herinnert aan rauwe rock ’n roll en New Wave uit het New York van de late jaren 70. Het is muziek die van veel extra lading wordt voorzien door de al even intense zang van Ezra Furman, die haar teksten met veel venijn uitspuugt.
Het bijzondere van All Of Us Flames is dat de luisterervaring omslaat wanneer je het album een paar keer hebt gehoord. Onder het ruwe en donkere geluid op het album blijken verrassend toegankelijke songs verstopt, waarin donkere gitaren worden gecombineerd met helder klinkende keyboards en opeens prachtige melodieën opduiken. Het past allemaal prachtig bij de rauwe maar ook kwetsbare zang van Ezra Furman, die een flinke dosis gevoel toevoegt aan de bij vlagen groots en meeslepend klinkende songs, die prachtig zijn geproduceerd door het muzikale genie John Congleton.
Het is hier en daar niet eens zo heel ver verwijderd van de muziek op de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, maar ik vind de kwaliteit van de songs echt vele malen beter. Wat in eerste instantie nog bijna beangstigend donker en ruw klonk, is na een paar keer horen van een bijzondere schoonheid, wat ook zeker geldt voor de bijzondere stem van Ezra Furman, die in eerste instantie vooral tegen de haren instrijkt, maar uiteindelijk alleen maar indruk maakt.
Ik heb echt veel tijd en energie in dit album moeten steken, maar het was het waard, want wat hou ik inmiddels veel van dit bijzondere album, dat binnen het aanbod van het moment opvalt met een bijzonder eigen geluid en dit ondanks alle inspiratiebronnen uit het New York van de jaren 70. Fascinerend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ezra Furman - All Of Us Flames - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ezra Furman - All Of Us Flames
Ezra Furman levert met het donkere en buitengewoon intense All Of Us Flames een ruwe diamant af, die je zelf mag slijpen en die vervolgens al snel steeds feller begint te blinken en te fonkelen
Ik had tot voor kort geen klik met de muziek van Ezra Furman, maar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is een fascinerend album, dat na een lastige start steeds mooier wordt. Zeker bij eerste beluistering is All Of Us Flames een ruw en donker album dat makkelijk tegen de haren instrijkt. De vorige albums van Ezra Furman bleven dit bij mij doen, maar All Of Us Flames is een album dat na een paar keer horen opeens heel veel schoonheid prijs geeft. De songs blijken opeens verrassend toegankelijk, waarna de stem van Ezra Furman je opeens bij de strot grijpt. Sinds deze omwenteling is All Of Us Flames alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Voor mij een enorme verrassing dit album.
Ik heb het de afgelopen vijftien jaar meerdere keren geprobeerd met de albums van de Amerikaanse muzikante Ezra Furman, maar het waren wat mij betreft stuk voor stuk albums die me net zo makkelijk vastgrepen als de gordijnen in joegen. Ik koos dan ook keer op keer voor de veiligste optie en liet de albums links liggen.
Ook het deze week verschenen All Of Us Flames is zeker geen album dat het me direct makkelijk maakte, maar waar ik bij de voorgaande albums uiteindelijk mijn interesse in de muziek van Ezra Furman verloor, is All Of Us Flames een album dat me langzaam maar zeker bij de strot grijpt en dat alleen maar beter wordt.
Ezra Furman draait inmiddels al een flinke tijd mee in de muziekwereld. Eerst als aanvoerder van Ezra Furman & The Harpoons en de afgelopen vijftien jaar als solomuzikante. Ezra Furman komt uit een strenge Joodse gemeenschap en worstelde de afgelopen vijftien jaar uitvoerig met haar seksualiteit. Vorig jaar trad Ezra Furman voor het eerst naar buiten als transvrouw en All Of Us Flames is haar eerste album sindsdien.
Het is een album dat naar verluidt is gemaakt nadat Ezra Furman eindeloos naar albums van Bruce Springsteen had geluisterd. Of het waar is weet ik niet, maar het zou me op zich niet verbazen. Veel songs op All Of Us Flames hebben het grootse en energieke van de vroege albums van Bruce Springsteen, al doen de meeste songs op het nieuwe album van Ezra Furman me meer denken aan de muziek die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt dan aan die van de andere kant van de Hudson River.
All Of Us Flames is een verrassend toegankelijk album, al voelt het in eerste instantie niet zo aan. Zeker bij de eerste beluisteringen is All Of Us Flames een rauw en bijna beangstigend intens album. Het album is voorzien van een behoorlijk donker geluid dat herinnert aan rauwe rock ’n roll en New Wave uit het New York van de late jaren 70. Het is muziek die van veel extra lading wordt voorzien door de al even intense zang van Ezra Furman, die haar teksten met veel venijn uitspuugt.
Het bijzondere van All Of Us Flames is dat de luisterervaring omslaat wanneer je het album een paar keer hebt gehoord. Onder het ruwe en donkere geluid op het album blijken verrassend toegankelijke songs verstopt, waarin donkere gitaren worden gecombineerd met helder klinkende keyboards en opeens prachtige melodieën opduiken. Het past allemaal prachtig bij de rauwe maar ook kwetsbare zang van Ezra Furman, die een flinke dosis gevoel toevoegt aan de bij vlagen groots en meeslepend klinkende songs, die prachtig zijn geproduceerd door het muzikale genie John Congleton.
Het is hier en daar niet eens zo heel ver verwijderd van de muziek op de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, maar ik vind de kwaliteit van de songs echt vele malen beter. Wat in eerste instantie nog bijna beangstigend donker en ruw klonk, is na een paar keer horen van een bijzondere schoonheid, wat ook zeker geldt voor de bijzondere stem van Ezra Furman, die in eerste instantie vooral tegen de haren instrijkt, maar uiteindelijk alleen maar indruk maakt.
Ik heb echt veel tijd en energie in dit album moeten steken, maar het was het waard, want wat hou ik inmiddels veel van dit bijzondere album, dat binnen het aanbod van het moment opvalt met een bijzonder eigen geluid en dit ondanks alle inspiratiebronnen uit het New York van de jaren 70. Fascinerend album. Erwin Zijleman
Ezra Williams - Supernumeraries (2023)

4,0
0
geplaatst: 21 juni 2023, 07:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ezra Williams - Supernumeraries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ezra Williams - Supernumeraries
De Ierse muzikant Ezra Williams heeft met Supernumeraries een persoonlijk ‘coming of age’ album gemaakt dat goed past binnen de huidige indierock en indiepop van het moment, maar dat ook voldoende eigenzinnig is
Met name de Amerikaanse en de Britse muziekpers zijn deze week zeer positief over het debuutalbum van de Ierse muzikant Ezra Williams. In Nederland lees ik er nog niet veel over, maar ik deel het enthousiasme van de buitenlandse muziekpers. Ook op het album van Ezra Williams hoor ik af en toe het tegenwoordig bijna onmisbare vleugje Phoebe Bridgers, maar Supernumeraries is ook een album waarop de Ierse muzikant veel van zichzelf laat zien. Dat doet Ezra Williams zowel in muzikaal en vocaal als in tekstueel opzicht, waardoor ik Supernumeraries interessanter vind dan de meeste andere albums in het genre. Ezra Williams gaat er wel komen denk ik. En terecht.
Het aantal nieuwe en vooral jonge vrouwelijke singer-songwriters dat opduikt in de indiepop en indierock is nog altijd opvallend of zelfs idioot groot. Het aanbod is zo groot dat ik regelmatig de vraag krijg of ik nog niet ben uitgekeken op het genre. Dat is zeker niet het geval, maar verzadiging ligt wel enigszins op de loer, al is het maar omdat ik zo langzamerhand niet meer weet wat ik nog moet opschrijven over de zoveelste volgeling van Phoebe Bridgers, hoe goed het betreffende album ook is.
Ook Ezra Williams, voorheen bekend onder de naam Smoothboi Ezra, is een jonge singer-songwriter, maar ik zie en hoor genoeg bijzonders om iets anders op te schrijven dan gebruikelijk. Ook Ezra Williams beweegt zich vooral binnen de indiepop en de indierock en heeft teksten geschreven waarin de hobbels van het volwassen worden centraal staan. Hiermee ligt Supernumeraries op een enorme stapel, waarna gelukkig snel blijkt dat het debuutalbum van Ezra Williams zeker geen dertien in een dozijn album is.
Zo komt Ezra Williams voor de afwisseling eens niet uit Londen, New York of Los Angeles, maar uit Greystones in het Ierse graafschap Wicklow, dat onlangs werd verruild voor het nog steeds niet erg mondaine Cork. Ezra Williams ziet zichzelf als non-binair persoon, wat in het genre zeker geen uitzondering is, maar wat wel zorgt voor een wat ander perspectief in de teksten, die van Supernumeraries een echt ‘coming of age’ album maken, al gaat de Ierse muzikant wel wat luchtiger om met alle groeipijnen. Het perspectief in de teksten van Ezra Williams wijkt nog wat meer af omdat de teksten zijn verrijkt met de persoonlijke ervaringen van de Ierse muzikant, die zichzelf ziet als een persoon met autisme.
Ook in muzikaal opzicht klinkt Supernumeraries anders dan de meeste andere albums in het genre. In het geluid van Ezra Williams staat het gitaarwerk niet alleen centraal, maar is het bovendien op opvallende wijze vooraan gezet in de mix. Het is soms folky, maar soms ook voorzichtig ruw gitaarwerk, dat de muziek van Ezra Williams hier en daar de kant van de vroege albums van PJ Harvey op stuurt. Aan de andere kant sluit Supernumeraries ook vrij makkelijk aan bij de muziek van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en haar volgelingen.
In vocaal opzicht heeft Ezra Williams wel wat van Phoebe Bridgers, maar de stem van de Ierse muzikant is wat expressiever en veelzijdiger, wat de eigenzinnigheid van de songs op Supernumeraries vergroot. Het album past zoals gezegd vooral in de hokjes indiepop en indierock, maar Ezra Williams verwerkt ook zeker invloeden uit de folk en schuwt ook de inzet van een batterij synths niet, wat een lekker veelzijdig album oplevert.
Bij eerste beluistering van Supernumeraries vond ik het vooral een leuk en fris album, maar naarmate ik het album vaker hoorde, raakte ik meer onder de indruk van de persoonlijke songs van de Ierse muzikant. Supernumeraries moet nog altijd concurreren met stapels andere albums in het genre, maar zowel de Britse als de Amerikaanse muziekpers zijn enthousiast, wat een goede start is.
Op de positieve woorden uit de VS en het VK valt wat mij betreft niet zoveel af te dingen, want als ik net wat kritischer kijk naar het aanbod in het genre valt er vergeleken met het debuut van Ezra Williams flink wat af. Supernumeraries van Ezra Williams moet wat mij betreft worden gerekend tot de leukere indie releases van het moment en dat is een knappe prestatie zo ver van Londen, New York of Los Angeles. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ezra Williams - Supernumeraries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ezra Williams - Supernumeraries
De Ierse muzikant Ezra Williams heeft met Supernumeraries een persoonlijk ‘coming of age’ album gemaakt dat goed past binnen de huidige indierock en indiepop van het moment, maar dat ook voldoende eigenzinnig is
Met name de Amerikaanse en de Britse muziekpers zijn deze week zeer positief over het debuutalbum van de Ierse muzikant Ezra Williams. In Nederland lees ik er nog niet veel over, maar ik deel het enthousiasme van de buitenlandse muziekpers. Ook op het album van Ezra Williams hoor ik af en toe het tegenwoordig bijna onmisbare vleugje Phoebe Bridgers, maar Supernumeraries is ook een album waarop de Ierse muzikant veel van zichzelf laat zien. Dat doet Ezra Williams zowel in muzikaal en vocaal als in tekstueel opzicht, waardoor ik Supernumeraries interessanter vind dan de meeste andere albums in het genre. Ezra Williams gaat er wel komen denk ik. En terecht.
Het aantal nieuwe en vooral jonge vrouwelijke singer-songwriters dat opduikt in de indiepop en indierock is nog altijd opvallend of zelfs idioot groot. Het aanbod is zo groot dat ik regelmatig de vraag krijg of ik nog niet ben uitgekeken op het genre. Dat is zeker niet het geval, maar verzadiging ligt wel enigszins op de loer, al is het maar omdat ik zo langzamerhand niet meer weet wat ik nog moet opschrijven over de zoveelste volgeling van Phoebe Bridgers, hoe goed het betreffende album ook is.
Ook Ezra Williams, voorheen bekend onder de naam Smoothboi Ezra, is een jonge singer-songwriter, maar ik zie en hoor genoeg bijzonders om iets anders op te schrijven dan gebruikelijk. Ook Ezra Williams beweegt zich vooral binnen de indiepop en de indierock en heeft teksten geschreven waarin de hobbels van het volwassen worden centraal staan. Hiermee ligt Supernumeraries op een enorme stapel, waarna gelukkig snel blijkt dat het debuutalbum van Ezra Williams zeker geen dertien in een dozijn album is.
Zo komt Ezra Williams voor de afwisseling eens niet uit Londen, New York of Los Angeles, maar uit Greystones in het Ierse graafschap Wicklow, dat onlangs werd verruild voor het nog steeds niet erg mondaine Cork. Ezra Williams ziet zichzelf als non-binair persoon, wat in het genre zeker geen uitzondering is, maar wat wel zorgt voor een wat ander perspectief in de teksten, die van Supernumeraries een echt ‘coming of age’ album maken, al gaat de Ierse muzikant wel wat luchtiger om met alle groeipijnen. Het perspectief in de teksten van Ezra Williams wijkt nog wat meer af omdat de teksten zijn verrijkt met de persoonlijke ervaringen van de Ierse muzikant, die zichzelf ziet als een persoon met autisme.
Ook in muzikaal opzicht klinkt Supernumeraries anders dan de meeste andere albums in het genre. In het geluid van Ezra Williams staat het gitaarwerk niet alleen centraal, maar is het bovendien op opvallende wijze vooraan gezet in de mix. Het is soms folky, maar soms ook voorzichtig ruw gitaarwerk, dat de muziek van Ezra Williams hier en daar de kant van de vroege albums van PJ Harvey op stuurt. Aan de andere kant sluit Supernumeraries ook vrij makkelijk aan bij de muziek van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en haar volgelingen.
In vocaal opzicht heeft Ezra Williams wel wat van Phoebe Bridgers, maar de stem van de Ierse muzikant is wat expressiever en veelzijdiger, wat de eigenzinnigheid van de songs op Supernumeraries vergroot. Het album past zoals gezegd vooral in de hokjes indiepop en indierock, maar Ezra Williams verwerkt ook zeker invloeden uit de folk en schuwt ook de inzet van een batterij synths niet, wat een lekker veelzijdig album oplevert.
Bij eerste beluistering van Supernumeraries vond ik het vooral een leuk en fris album, maar naarmate ik het album vaker hoorde, raakte ik meer onder de indruk van de persoonlijke songs van de Ierse muzikant. Supernumeraries moet nog altijd concurreren met stapels andere albums in het genre, maar zowel de Britse als de Amerikaanse muziekpers zijn enthousiast, wat een goede start is.
Op de positieve woorden uit de VS en het VK valt wat mij betreft niet zoveel af te dingen, want als ik net wat kritischer kijk naar het aanbod in het genre valt er vergeleken met het debuut van Ezra Williams flink wat af. Supernumeraries van Ezra Williams moet wat mij betreft worden gerekend tot de leukere indie releases van het moment en dat is een knappe prestatie zo ver van Londen, New York of Los Angeles. Erwin Zijleman
